CD&V
Ontdek hoe de partij CD&V u vertegenwoordigt in het federaal parlement.
100
vragen
39
voorstellen
Leden

Franky Demon (49)

Nawal Farih (37)

Tine Gielis (58)

Leentje Grillaert (45)

Nahima Lanjri (57)

Sammy Mahdi (37)

Steven Matheï (48)

Nathalie Muylle (56)

Koen Van den Heuvel (61)

Els Van Hoof (56)

Phaedra Van Keymolen (50)

Vincent Van Peteghem (45)

Annelies Verlinden (47)

Nicole de Moor (42)
Activiteit in De Kamer
Bekijk hoe CD&V denkt over
De toegang tot het minimumpensioen in geval van een gemengde loopbaan
De toegang tot het minimumpensioen in geval van een gemengde loopbaan
Toegang tot minimumpensioen bij gemengde loopbanen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Vooruit en cd&v bekritiseren dat duizenden gepensioneerden met gemengde loopbanen (werknemer, ambtenaar, zelfstandige) onterecht geen toegang krijgen tot het minimumpensioen door een constructiefout in het stelsel, ondanks 30+ gewerkte jaren – een probleem dat de Ombudsdienst Pensioenen al 17 jaar aankaart. Vanrobaeys (Vooruit) beschuldigt liberalen van blokkering en dringt aan op onmiddellijke herstelling, ook voor huidige slachtoffers zoals "Sylvia", terwijl Lanjri (cd&v) benadrukt dat het regeerakkoord dit belooft, maar de lopende hervormingstekst bij de Raad van State geen oplossing bevat. Minister Jambon bevestigt dat hij de kwestie na goedkeuring van de huidige pensioenwet als "volgende werf" zal aanpakken, verwijzend naar de regeerakkoordafspraak om effectieve loopbaanjaren over alle statuten te laten meetellen, maar Vanrobaeys en Lanjri wantrouwen zijn timing en wijzen op het ontbreken van concrete plannen in zijn beleidsnota.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, duizenden mensen in ons land hebben meer dan 30 jaar gewerkt, maar krijgen slechts een pensioen van minder dan 1.000 euro. Ze hebben voldoende gewerkt, maar botsen op een fout in het pensioenstelsel.
Ik zal u een voorbeeld geven uit mijn omgeving. Sylvia werkte één jaar met een contract en vier jaar als vastbenoemd ambtenaar in de kinderopvang en daarna 26 jaar als zelfstandige crèche-uitbaatster. Ze stond altijd klaar voor haar kindjes, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en deed haar werk met haar hart en ziel. Later kreeg ze zware hartproblemen en deed af en toe nog een interimjob of een tijdelijke vervanging. Ze heeft wel degelijk 30 jaar gewerkt, maar loopt nu honderden euro’s pensioen mis omdat ze een aantal jaar ambtenaar is geweest. Daardoor heeft ze geen toegang tot het minimumpensioen.
Collega’s, Vooruit heeft hard gestreden voor hogere minimumpensioenen, omdat die mensen met een moeilijke loopbaan, zoals Sylvia, moeten beschermen. Ze heeft immers 30 jaar gewerkt. Voor Vooruit is het dus duidelijk: elk gewerkt jaar moet tellen, of dat nu als werknemer, zelfstandige of ambtenaar was. De Ombudsdienst Pensioenen noemt dit ook een constructiefout die mensen richting armoede duwt.
Mijnheer de minister, wanneer zult u die fout rechtzetten? Zult u dat alleen doen voor toekomstige gepensioneerden, of zult u dat ook doen voor mensen die vandaag het slachtoffer zijn van dit onrecht, zoals de Ombudsdienst vraagt?
Nahima Lanjri:
Collega’s, stel u voor dat u 35 jaar hebt gewerkt, 29 jaar als werknemer en daarna nog eens 6 jaar als ambtenaar. U hebt dus voldoende lang gewerkt om in aanmerking te komen voor een minimumpensioen. Dan krijgt u een koude douche, want het pensioenbedrag waarop u gerekend had, blijkt er niet te zijn. Plots blijkt immers dat de jaren waarin u als ambtenaar hebt gewerkt, niet meetellen voor de berekening van uw pensioenbedrag. U krijgt daardoor een pensioen van nog geen 1.000 euro. Dat is onrechtvaardig, want u hebt al die jaren wel gewerkt.
Het is des te onrechtvaardiger, mijnheer de minister, omdat het probleem al zo lang gekend is. Al 17 jaar wordt dit probleem aangekaart door de Ombudsdienst Pensioenen. Al even lang vraagt cd&v om dit probleem aan te pakken. We hebben dat aan elke bevoegde minister gevraagd. Het stond trouwens ook in heel wat regeerakkoorden, maar de bevoegde ministers voor Pensioenen hebben het probleem nooit aangepakt.
Mijnheer de minister, ook nu staat dit probleem opnieuw vermeld in het regeerakkoord, met de belofte dat we het zullen aanpakken. In het eerste deel van de pensioenhervorming, dat nu bij de Raad van State is en binnenkort naar ons komt, staat echter geen oplossing voor dit probleem. Nochtans heeft een derde van de gepensioneerden een gemengde loopbaan. Heel wat mensen, duizenden mensen, worden dus de dupe van deze constructiefout en krijgen een te laag pensioen.
Cd&v is altijd een vechter geweest en zal blijven vechten voor eerlijke en deftige pensioenen. We vinden dan ook dat dit probleem dringend moet worden opgelost. Niet alleen voor de toekomst, maar ook voor mensen die nu al een te laag pensioen ontvangen door een fout in de wet, moet dit worden rechtgezet. Bent u het daarmee eens, mijnheer de minister? Zult u dit aanpakken, in tegenstelling tot uw voorgangers?
Jan Jambon:
Collega’s, het is inderdaad zo dat de Ombudsdienst Pensioenen al sinds 2009 de vinger op die wonde legt. Mevrouw Lanjri, ik hoor dat u in alle regeringen gevochten hebt om dat erdoor te krijgen. Dat is goed, maar het heeft weinig effect gehad. In dit regeerakkoord staat: “De toekenningsvoorwaarde van het minimumpensioen wordt voortaan gebaseerd op de effectieve arbeidsprestaties en loopbaanjaren gepresteerd in de drie stelsels samen, voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen.”
Collega’s, ik ben minister van Pensioenen. Als de wet op de hervorming van de pensioenen, die nu bij de Raad van State ligt en die we zo snel mogelijk hier in het Parlement willen behandelen, is goedgekeurd, dan is de volgende werf die ik aanpak deze werf. Ik ben namelijk ook geschokt door die onrechtvaardigheid. Ik herinner mij die twee Waalse vriendinnen, iedereen herinnert zich dat nog. De eerstvolgende werf, na de goedkeuring van de pensioenwet hier in het Parlement, zal deze onrechtvaardigheid rechtzetten.
Collega’s, ik roep u op om die wet hier zo snel mogelijk goed te keuren, zodat we ook deze onrechtvaardigheid kunnen aanpakken.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik zal u aan uw woord houden. Het staat immers ook niet in de beleidsnota die sinds gisteren online staat. Ik vraag mij af waarop u nog wacht, want het is een probleem dat al meer dan 17 jaar aansleept. Weet u wat de reden daarvoor is? De reden is dat de liberalen vaak op de rem zijn gaan staan. Daarom sleept het al zo lang aan.
Denk aan Sylvia, die meer dan 30 jaar voor kleine kindjes heeft gezorgd en bij wie die jaren als ambtenaar nu niet meetellen voor haar minimumpensioen. Vooruit vindt dat het hier lang genoeg heeft geduurd. Wij dienen ook een wetsvoorstel in, want werk is werk, ongeacht het statuut. Elk jaar moet meetellen om toegang te hebben tot het minimumpensioen.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, we hebben hier een tijdlang samen gezeteld, ik als Parlementslid. Ik heb toen ook geijverd voor eerlijke pensioenen. U was toen minister, van 2014 tot 2018. In het regeerakkoord hebt u toen gezegd dat u dat probleem ging aanpakken. U had toen dus eigenlijk al meer kunnen doen dat ik vanuit het Parlement kon doen.
Maar goed, laten we vooruitkijken. Het staat nu in het regeerakkoord waarover we samen onderhandeld hebben. Ik hoop dat het wordt uitgevoerd, want ik stel vast dat het niet in de tekst inzake de pensioenhervorming staat, die nu bij de Raad van State ligt. Ik stel vast dat het ook niet in uw beleidsnota staat, die we volgende week in de commissie zullen bespreken.
Het staat daar niet in, maar cd&v zal blijven vechten. We vragen u dit probleem op te lossen. We rekenen er ook op dat u dat zult doen, want het staat nu in het regeerakkoord. U kunt op onze steun rekenen. Laten we er samen voor vechten (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Lanjri.
De overbevolking van de gevangenissen
De onenigheid in de regering en het plan van de premier betreffende het koninklijke genaderecht
De door u voorgestelde langetermijnoplossing voor de overbevolking van de gevangenissen
De impasse in de regering met betrekking tot de aanpak van de overbevolking van de gevangenissen
De aanpak van de overbevolking van de gevangenissen en het verlenen van gratie
Politieke verdeeldheid en oplossingen voor gevangenisoverbevolking en gratieverlening
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bart De Wever (Eerste minister)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie bekritiseert minister Annelies Verlinden scherp voor het falende beleid rond extreme overbevolking in Belgische gevangenissen (13.600 gedetineerden op 11.100 plaatsen, waaronder 600 grondslapers), met beschuldigingen van onmacht, gebrek aan concrete actie en "schandalige onmenselijke omstandigheden" die veiligheid en re-integratie ondermijnen. Khalil Aouasti (PS) en Barbara Pas (VB) wijzen op mislukte noodwetten, geblokkeerde voorstellen (zoals collectieve gratie via De Wever of terugzending van 5.500 niet-Belgen) en wederzijdse regeringsverwijten, terwijl Verlinden benadrukt structurele plannen (extra capaciteit, zorg voor geïnterneerden) maar geen korte-termijnoplossing biedt voor de crisis. Critici zoals Stefaan Van Hecke (Groen) en Sandro Di Nunzio (Anders.) hekelen de "onwil, onkunde en media-gedreven ruzie" binnen de regering en eisen dringende maatregelen, terwijl Verlinden respect voor rechterlijke straffen en samenwerking bepleit, maar geen tastbaar resultaat voorlegt sinds juli 2025. Oppositie en vakbonden dreigen met escalatie, met verwijzingen naar "potentiële doden" en "middeleeuwse toestanden".
Khalil Aouasti:
Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, on dénombre environ 11 000 places dans nos prisons, mais seules 9 000 répondent véritablement aux normes. Nous comptons aujourd'hui 13 400 détenus. En intégrant les 3 200 condamnés qui ne se trouvent toujours pas dans nos prisons, cela représente une surpopulation réelle de 2 400 personnes et une surpopulation carcérale potentielle de 5 600 personnes, 5 600 détenus.
Madame la ministre, la situation est insupportable. C'est du jamais vu et d'une totale indignité! Les acteurs de terrain, les agents pénitentiaires, les experts, l'opposition parlementaire vous implorent chaque semaine d'agir. Et vous, que faites-vous? L'été dernier, vous avez fait voter une supposée "loi d'urgence", qui constitue un échec manifeste. Depuis, vous avez organisé sept kerns visant à traiter de la question de la surpopulation carcérale, mais pour quel résultat? Quelques préfabriqués en projet, l'évocation de prisons à l'étranger et des promesses pour 2035… Pour le reste, rien! Pas une seule avancée! Pire que tout, avec une collègue, vous n'hésitez pas à étaler dans la presse votre impuissance, votre incapacité à faire face à la plus grande crise pénitentiaire de l'Histoire de ce pays.
Derrière ces chiffres, madame la ministre, ce sont des agents pénitentiaires à bout de souffle. Ce sont des détenus qui dorment à même le sol et qui vivent à plusieurs dans neuf mètres carrés, sans intimité, dans une promiscuité totale, sans accès suffisant aux soins de santé. Ce sont des personnes atteintes de troubles mentaux que l'on ne soigne pas dans des annexes psychiatriques. Ce sont des détenus qui ressortent brisés, et donc plus dangereux. Cette situation exige une ministre à la hauteur.
Madame la ministre, il est encore temps d'éviter une nouveau dossier I-Police. Qu'entendez-vous faire?
Barbara Pas:
De regering-De Wever heeft nog steeds geen deftig plan om de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan.
Mevrouw de minister, uw plan bestaat erin om criminelen een korting van tien maanden te geven op een celstraf van vijf jaar. Wie vijf jaar celstraf opgelegd krijgt, moet in dit land toch al behoorlijk wat mispeuteren. Over dat plan geraakt de regering het niet eens.
De premier heeft nu zelf een plan. U hebt dat plan in de media al afgeschoten, waarna u vandaag in de media verkondigt dat de discussie niet in de media moet worden gevoerd.
Collega’s van de N-VA, ik had de premier vandaag hier graag over zijn plan ondervraagd maar hij weigert dat. Ik begrijp dat. Het plan van De Wever rekent op de hulp van zijn ondertussen boezemvriend, Zijne Majesteit. Hij vraagt de Sire deze keer niet om honderd dagen, maar wil wel dat de Koning gratie verleent aan 1.300 veroordeelde criminelen van de meer dan 3.000 criminelen die momenteel zonder enig toezicht thuis zitten te wachten op de uitvoering van hun straf.
Genaderecht komt neer op een kwijtschelding. Dat is geen omzetting in enkelbandjes, maar dat is blijkbaar wel de bedoeling. Ik had hem graag dus gevraagd of hij kwijtschelding dan wel enkelbandjes bedoelt.
Ik had hem ook graag gevraagd hoe de kwijtschelding van gevangenisstraffen, al dan niet met enkelbandjes, voor veroordeelde criminelen die nog niet in de gevangenis zitten, kan helpen om de huidige 545 grondslapers weg te werken.
Mevrouw de minister, u hebt al duidelijk aangegeven dat dat niet het geval is. Ik had graag gehad dat De Wever mij kwam uitleggen wat dan wel de oplossing is, maar hij durft niet.
Mevrouw de minister, mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Hoe zal de regering de overbevolking in de Belgische gevangenissen op korte termijn wel eindelijk aanpakken?
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, we hoorden hier al een aantal cijfers. Ik heb ook die van de beleidsnota erbij genomen. Afgerond zijn er inderdaad 11.100 plaatsen in onze gevangenissen. Er zitten vandaag ongeveer 13.600 gedetineerden in de gevangenissen, van wie 600 grondslapers zijn. Dat wil zeggen dat er 2.500 mensen te veel in de gevangenissen zitten. Daarnaast zijn er nog 3.000 wachtenden die er niet in geraken. U zult het met mij eens zijn dat dit een regelrechte schande is voor ons als land, voor onze justitie en voor onze strafuitvoering.
De belangrijkste vraag die ik u wil stellen, is wat u daar het afgelopen jaar eigenlijk al aan gedaan hebt. Wat hebt u al ondernomen om dat probleem effectief aan te pakken? Het afgelopen jaar is de druk immers alleen maar toegenomen. De vorige regering heeft bijvoorbeeld wel actie ondernomen en een aantal maatregelen genomen. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de 1.400 extra plaatsen die gecreëerd werden, de 70 extra personeelsleden die ingeschakeld werden en het kader dat werd gecreëerd voor de plaatsing van extra containers, goed voor meer dan 1.000 plaatsen. Ook de terugstuurakkoorden, onder andere met Marokko, werden toen door de vorige regering afgesloten, maar worden veel te weinig uitgevoerd. Daarom vraag ik wat u effectief hebt gedaan.
We lezen dat u 1 miljard euro hebt gevraagd. Hoeveel van dat budget zal daadwerkelijk naar extra capaciteit gaan? We vernemen ook dat een aantal collega's binnen de regering in het verleden voorstellen hebben gedaan die bij voorbaat afketst of blokkeert. Uw noodwet heeft, zoals we u gewaarschuwd hadden, geen enkel effect gehad.
Mijn vraag aan u is zeer eenvoudig. Wat hebt u gedaan en wat zult u op de langere termijn doen? Hoe zult u de situatie aanpakken en ombuigen? Zoals mijn collega van het Vlaams Belang zei, circuleert er een voorstel om gratie te verlenen. Is dat de langetermijnvisie waarvoor u staat, waarmee u de tendens zult keren en de overbevolking zult oplossen?
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, hoe lang duurt het nog vóór u en de regering eindelijk iets zullen doen aan de overbevolking in de gevangenissen? Of moeten er eerst doden vallen vooraleer de regering in actie schiet?
Het geduld is op bij iedereen, bij het personeel en de vakbonden, bij mensenrechtenorganisaties, bij de CTRG-commissies, bij de gouverneurs en de burgemeesters, maar ook in het Parlement. Blijkbaar is het geduld ook op in de regering en zelfs bij de Koning, die de regering gisteren een nooit geziene bolwassing heeft gegeven, overigens met goedkeuring van de regering zelf.
De situatie in onze gevangenissen is explosief en onmenselijk met een overbevolking van meer dan 2.500 gedetineerden. Er zijn bijna 600 grondslapers, waarvan sommige soms naast de wc-pot slapen. We mogen niet vergeten dat het nog altijd om mensen gaat. Wie denkt dat gedetineerden beter uit de gevangenis komen als we hen eerst maanden of jaren op een onmenselijke en vernederende manier opsluiten, heeft het fout.
Wat doet de regering? Mekaar met de vinger wijzen, veto's stellen, andere dossiers blokkeren en ruziemaken, maar oplossingen komen er niet. De wederzijdse verwijten zijn stevig, als we de media mogen geloven. Mevrouw de minister, uw collega-ministers uiten heel zware kritiek op u, maar omgekeerd wijst u andere ministers met de vinger. U zegt bijvoorbeeld dat minister Vandenbroucke niets zou doen voor de aanpak van de geïnterneerden. De sfeer in de regering is dus allesbehalve optimaal.
Mevrouw de minister, op u rust een loodzware verantwoordelijkheid. Als een oplossing uitblijft, toont u uw onmacht als minister van Justitie. Wanneer komt er een oplossing? Vindt u echt dat minister Vandenbroucke niets heeft gedaan aan die problematiek?
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, de problematiek van de overbevolking is bekend: er is een tekort van 2.000 plaatsen in de gevangenissen en er zijn bijna 600 grondslapers. Dat is uiteraard problematisch voor de veiligheid van de gevangenen zelf, de cipiers en de andere personeelsleden. Het zet bovendien het principe van re-integratie, re-integratie die het vervolg van de gevangenisstraf moet zijn, op de helling. Het gezegde gaat dat, als men mensen in een gevangenis als beesten behandelt, ze er ook als beesten uitkomen. Dat is net wat we niet willen.
Er moeten dus oplossingen komen. Er circuleren verschillende voorstellen, waaronder een van eerste minister Bart De Wever om over te gaan tot een soort van collectieve gratie. Daarbij zouden 1.300 personen hun door een rechter opgelegde effectieve gevangenisstraf niet moeten uitzitten, maar een enkelband krijgen. Daar heeft cd&v toch wel wat vragen bij. Hoe legt men het uit aan de rechters die iemand tot een gevangenisstraf veroordelen, dat de veroordeelde zijn of haar straf niet moet uitvoeren? Hoe legt men het uit aan slachtoffers dat daders uiteindelijk niet naar de gevangenis moeten?
Bovendien rijst de vraag of de collectieve genade, zelfs als daar voorwaarden aan zijn verbonden en de gevangenisstraf in een straf met enkelband wordt omgezet, de juridische toets zou doorstaan. Helpt zo’n maatregel trouwens het probleem van de grondslapers oplossen? Hoeveel grondslapers zullen er door de collectieve genademaatregel minder zijn? Nul, geen enkele.
Mevrouw de minister, we moeten dus op zoek naar andere oplossingen, naar oplossingen zoals u die op tafel hebt gelegd, oplossingen die effectief en duurzaam zijn. Mevrouw de minister, welke oplossingen ziet u om het probleem aan te pakken?
Annelies Verlinden:
Beste collega’s, voorbij het geblaas en gespin, ook van anonieme bronnen in de pers, wil ik hier graag de precieze toedracht geven van de lopende gesprekken in de regering over de overbevolking in onze gevangenissen.
Als iemand hier voorhoudt dat ik een echte en duurzame oplossing voor de schrijnende situatie van de overbevolking en de grondslapers zou tegenhouden of niet bereid zou zijn tot een compromis, dan vergist die zich. Reeds sinds november heb ik verschillende voorstellen op de regeringstafel gelegd naar aanleiding van de sterke stijging van het aantal gedetineerden in onze gevangenissen, niet het minst van degenen die op een matras moeten slapen. Het gaat om een reeks maatregelen die er samen voor kunnen zorgen dat de druk in onze gevangenissen echt wordt verlicht. De teksten zijn wat Justitie betreft al geruime tijd klaar.
Collega’s, er zijn dus oplossingen. Die vragen wel de moed en de wil om het probleem doortastend aan te pakken. Een voorstel waarbij een uitzonderingsmaatregel wordt genomen en waarbij een enkelband wordt toegekend aan enkele honderden mensen die vandaag niet in onze gevangenissen zitten, is geen oplossing voor de grondslapers in onze gevangenissen vandaag. Dat zou immers niets veranderen aan de situatie van de grondslapers en niets aan de dagelijkse onveiligheid waarin de penitentiaire beambten hun taken moeten uitvoeren. Bovendien geef ik er de voorkeur aan om maximaal de door de rechters uitgesproken straffen te respecteren en te werken binnen de context van de strafuitvoeringsmodaliteiten en organisatorische maatregelen om de overbevolking aan te pakken.
Het gaat mij dus niet om het grote gelijk, beste collega’s. Het gaat mij wel om de aanpak van de straffeloosheid en om de veiligheid en de menswaardigheid in onze gevangenissen. Daarom blijven we aandringen op maatregelen die wel soelaas bieden. De directeurs, de penitentiaire beambten en alle partners van het gevangeniswezen rekenen op ons. Zij hebben terecht recht op perspectief op korte termijn. We mogen hen dus niet wegsturen met pseudo-oplossingen. Ik sta en blijf resoluut aan hun zijde staan en blijf werken aan een resultaat dat hen echt vooruit kan helpen.
Daarom roep ik vandaag opnieuw iedereen op om samen een impactvolle en daadkrachtige oplossing mogelijk te maken. Dat moeten we inderdaad samen doen. Ik kan daar trouwens heel helder over zijn: ik heb niemand verhinderd om aan de slag te gaan met zijn of haar bevoegdheden en op het terrein alle mogelijke maatregelen te nemen die een impact op de overbevolking kunnen hebben.
Je tiens dès lors à rappeler à chacun que le gouvernement a déjà approuvé, le 18 juillet dernier, un plan global visant à lutter contre la surpopulation. Ce plan prévoit une augmentation de la capacité carcérale, avec des infrastructures de soins supplémentaires pour les internés, ainsi qu’une approche plus efficace du retour des condamnés en séjour illégal et le renforcement des services chargés des transfèrements internationaux. Les grandes lignes sont tracées et je ne doute pas que mes collègues et moi-même resterons déterminés à les mettre en œuvre.
Nous ne pouvons pas nous contenter de mesures en deçà de cette ambition.
Collega’s, ik hoef er niemand van te overtuigen dat het probleem complex is. We lopen een marathon om op middellange en op lange termijn extra capaciteit te creëren om de overbevolking aan te pakken. We moeten vandaag echter ook een sprint trekken om de onveiligheid en de onmenselijkheid in de gevangenissen weg te werken, niet omdat het makkelijk is, niet omdat we meedingen naar een schoonheidsprijs, maar wel omdat het absoluut noodzakelijk is.
Het is om die reden dat ik in de voorbije maanden concrete en berekende voorstellen met impact heb voorgelegd. De gesprekken daarover zijn lopende in de regering. Daarbij zijn twee principes belangrijk: ten eerste, de oplossingen moeten structureel en doortastend zijn en, ten tweede, de door rechters uitgesproken straffen moeten maximaal gerespecteerd worden.
Met dat doel voor ogen ben ik ervan overtuigd dat niets ons in de arizonaregering in de weg staat tot een akkoord te komen. De veiligheid van onze samenleving, de rechtszekerheid, de strijd tegen straffeloosheid en het streven naar menswaardige detentieomstandigheden, die onze rechtstaat van ons vraagt, zijn me uitermate dierbaar.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, je vous ai entendue, je vous ai écoutée, mais je n’ai reçu aucune réponse. Votre réponse consiste à dire que, le 18 juillet, vous avez fait voter des textes. Le 18 juillet, nous comptions 12 900 détenus dans nos prisons. Aujourd’hui, 29 janvier 2026, nous en comptons 13 626. Autrement dit, entre le 18 juillet et aujourd’hui, votre plan de lutte contre la surpopulation carcérale a lamentablement échoué. Alors, madame la ministre, j’entends des appels à tout le monde – voilà donc ce qu'on peut appeler une majorité de cohésion – à vous soutenir, après sept kern, avec 13 600 détenus, avec de l'indignité, avec la reconnaissance, de votre propre aveu, de la présence de personnes avec des troubles mentaux ou de grande précarité. Madame la ministre, je vais vous dire une seule chose: il n’y a pas un problème que l’inaction finisse par résoudre. Et j’ai bien peur, en réalité, que cet adage s’applique à votre gouvernement.
Barbara Pas:
Deze regering heeft duidelijk geen plan. Ze focust graag op het buitenland, maar de eerste prioriteit zou de veiligheid van de burgers in België zelf moeten zijn. Veroordeelde criminelen vrij laten rondlopen ondergraaft de veiligheid van burgers. Daarmee lacht men de slachtoffers vierkant uit. Zo'n 70 % van de gedetineerden recidiveert. U bent de mening toegedaan dat de straffen van de rechters gerespecteerd moeten worden, maar u wilt zelf wel strafkorting geven. De Wever wil zelfs dat 1.300 veroordeelde criminelen hun gevangenisstraf niet eens moeten uitzitten. Dat valt niet uit te leggen. Weet u wat u moet doen? U moet 5.500 niet-Belgische gedetineerden terugsturen en het genaderecht afschaffen. Dat is een praktijk die volledig achterhaald is en alleen nog thuishoort bij middeleeuwse koningen en Romeinse keizers.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, ik denk dat de Anders.-fractie de eerste is om te erkennen dat dit een complex probleem is dat niet eenvoudig op te lossen valt. Uw antwoorden stellen ons echter niet gerust. Zoals altijd brengt u in uw gekende stijl zeer verbindende, warme boodschappen en legt u allerlei plannen op tafel. De realiteit is echter dat u het afgelopen jaar niets hebt gerealiseerd, u hebt niets gedaan en dat typeert u. Ik vraag me oprecht af wat u als minister klaarkrijgt, want er beweegt niets. Wanneer u zegt een dossier in handen te nemen, blijft het liggen en gebeurt er absoluut niets mee. U hebt nog enkele jaren om te tonen dat het anders kan. Ik geloof er niet meer in, maar u hebt nog een aantal jaren om te tonen dat dit geen verloren legislatuur voor Justitie hoeft te zijn. Communiceer dus geen plannen in de media, maar ga samenzitten met uw collega-ministers en zorg ervoor dat er actie wordt ondernomen op het terrein.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. Ik vraag mij af of dat antwoord namens de regering was of namens uzelf. Ik twijfel. U verwijst naar collega’s in de regering als oorzaak van de blokkering maar dat is al te gemakkelijk. U draagt als minister van Justitie immers in de eerste plaats een verpletterende verantwoordelijkheid. Het is echter ook een collectieve verantwoordelijkheid van de hele regering.
Ik stel alleen vast dat er vandaag geen oplossingen zijn. Is dat onmacht, onkunde of onwil? Ik vrees dat het een mix van de drie is. De toestand is echter vooral schandalig. Collega’s, wij hebben eerder al voorgesteld om een koninklijk commissaris tegen de overbevolking aan te stellen. De regering kan het niet oplossen. De minister kan het niet oplossen. Geef het dan uit handen. Dat is nog het enige wat rest. Doe echter vooral iets.
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, ik dank u voor de antwoorden. Het is inderdaad een heel complexe situatie. Ik ben blij dat de heer Di Nunzio dat ook erkent. Mijnheer Di Nunzio, het zou u echter sieren, mocht u erkennen dat de situatie mede is gecreëerd door de twee vorige ministers van Justitie. Wat de oplossingen betreft, wij moeten inderdaad een duurzame oplossing vinden om het aantal grondslapers naar beneden te halen en vooral om de toestand in de gevangenissen te verbeteren. Mevrouw de minister, er zijn heel wat mogelijkheden, zoals u hebt aangehaald, onder andere bijkomende capaciteit, waaraan u dag in dag uit werkt. Daarvoor hebt u ook de steun nodig van de andere regeringsleden. Wij hopen dat u die steun vindt en dat wij op die manier vooruitgang kunnen boeken in het dossier.
De extra week geboorteverlof vanaf 2026
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Nahima Lanjri (cd&v) dringt aan op concrete invoering van het familiekrediet—een bundeling van 24 maanden zorgverlof per kind, flexibel verdeelbaar tussen ouders en grootouders—en bekritiseert de trage uitvoering van de beloofde extra week geboorteverlof vanaf 2026, ondanks gereserveerd budget. Volgens haar moeten ouders van kinderen geboren na 1 januari 2026 retroactief recht krijgen op die week, met onmiddellijke wetgevende stappen om onzekerheid weg te nemen. Eléonore Simonet (namens de minister van Werk) bevestigt de geleidelijke invoering van het familiekrediet—met harmonisatie van verlofrechten en inclusie van grootouders—en kondigt een voorontwerp in 2024 aan, gefinancierd met 25–35 miljoen euro/jaar. De extra week geboorteverlof (keuzevrij voor partners) wordt bevestigd, maar concrete timing blijft vaag, afhankelijk van overleg met sociale partners en administraties. Lanjri stelt dat de regering al in november besliste de extra week dit jaar in te voeren en eist bindende toezeggingen, met kritiek op het ontbreken van urgente uitvoering ondanks "voldoende geld" (40 miljoen in 2024). De discussie onthult een politieke consensus over het familiekrediet, maar spanningsveld tussen ambitie en uitvoeringsvertraging.
Nahima Lanjri:
Mevrouw de minister, de Gezinsbarometer maakt duidelijk hoe zwaar de gezinnen het vandaag hebben. Zeven op de tien gezinnen rekenen op hulp om alles rond te krijgen, maar die hulp is er niet altijd. Daarom zijn er maatregelen nodig om gezinnen nog meer ademruimte te geven, om te zorgen voor een beter evenwicht tussen werk en gezin.
Daarom hebben wij vorig jaar met cd&v het concrete voorstel gelanceerd om het familiekrediet in te voeren. Dat is een bundeling van alle verloven die te maken hebben met de zorg voor het kind tot een rugzakje van 24 maanden verlof per kind, te verdelen tussen beide ouders en eventueel ook met de grootouders of plusouders, en dit ook beter vergoed.
Er is ook positief nieuws, want in het begrotingsakkoord is extra geld voorzien. Er werd ook een extra week geboorteverlof voor 2026 aangekondigd. Dit geeft de ouders uiteraard hoop en perspectief, maar tegelijkertijd is er ook heel veel onzekerheid en ongerustheid, want als die ouders naar hun werkgever of naar de mutualiteit stappen, krijgen ze daar te horen dat het nog niet concreet is en dat ze er nog geen recht op hebben. Dat geeft dan weer frustratie.
Mevrouw de minister, aangezien er een budget voor 2026 is voorzien, voor een volledig jaar van januari tot december, rekenen ouders en ook wij als gezinspartij erop dat elk kind dat vanaf 1 januari is geboren een extra week geboorteverlof zal krijgen. Desnoods moeten we dat retroactief en met voldoende souplesse invoeren om het ook nadien te kunnen opnemen.
Mevrouw de minister, kunt u bevestigen dat dit er komt en dat dit geldt voor elk kind dat vanaf 1 januari is geboren? Het geld is er. Wanneer komen de bevoegde ministers met dat ontwerp naar het Parlement, zodat wij de ouders kunnen geruststellen dat zij die extra week zullen krijgen?
Eléonore Simonet:
Mevrouw Lanjri, ik antwoord vandaag in naam van mijn collega, de minister van Werk, die verontschuldigd is.
In overleg met de sociale partners introduceert de regering geleidelijk het familiekrediet, om de verlofrechten te vereenvoudigen en te harmoniseren voor iedereen die bijdraagt aan de zorg en opvoeding van een kind. Die regeling beoogt een meer evenwichtige verdeling van de verloven tussen de ouders. Daarbij voorzien we ook in de mogelijkheid voor grootouders om verlof op te nemen. Tegelijk zullen de verschillen die gelinkt zijn aan het beroepsstatuut verdwijnen.
De invoering van het familiekrediet zal geleidelijk gebeuren en beginnen met de introductie van een extra week moederschaps- of geboorteverlof, naar keuze toegankelijk voor de ene of de andere partner, opnieuw ongeacht het beroepsstatuut.
Ter ondersteuning van die hervormingen werd in de meerjarenbegroting een jaarlijkse enveloppe van 25 miljoen euro voorzien. Daarnaast zal een bijkomende financiering van 15 miljoen euro worden toegekend in 2026 en 2027. Vanaf 2028 wordt dat bedrag verhoogd tot 35 miljoen euro, waarvan 5 miljoen euro bestemd is voor het ouderschapsverlof van zelfstandigen.
In samenwerking met de bevoegde ministers van Sociale Zaken, Werk, Ambtenarenzaken, Administratieve Vereenvoudiging zal in de loop van dit jaar een voorontwerp van wet worden voorgelegd. Dat voorontwerp zal een globaal juridisch kader vastleggen voor het familiekrediet, dat is opgevat als een recht dat gekoppeld is aan het kind. Daartoe zal een werkgroep worden opgericht met de bevoegde beleidscellen en administraties – de FOD Werkgelegenheid, de FOD BOSA, de FOD Sociale Zekerheid, het RSVZ en het RIZIV – die de verdere modaliteiten zal onderzoeken. Wij zullen op een later moment meer details kunnen geven. Dank u wel.
Nahima Lanjri:
Mevrouw de minister, ik ben blij dat u inhoudelijk helemaal op de piste van cd&v zit. Als het gaat over het familiekrediet, zitten we binnen de meerderheid allemaal op dezelfde lijn. Dat is goed. Het voorstel werd ondertussen ook al in het Parlement toegelicht. We hebben het voorgesteld en het is in behandeling.
De regering heeft eind november wel beslist dat die week extra geboorteverlof er alvast komt. Daarvoor moeten we niet wachten tot het hele familiekrediet is uitgewerkt, dat kan er nog in de loop van dit jaar komen.
Mevrouw de minister, u bent in dezen misschien slechts de boodschapper, maar ik vraag u om aan alle bevoegde ministers over te brengen dat die extra week geboorteverlof er moet komen, ongeacht het statuut van de ouders, voor elk kind dat geboren is na 1 januari. We hebben daarvoor extra geld voorzien. Voor dit jaar is 40 miljoen euro extra voorzien. De ouders rekenen op ons.
Voorzitter:
Collega’s, aan de orde zijn een reeks vragen gericht aan de premier en de minister van Buitenlandse Zaken. De premier heeft mij laten weten dat hij voldoende tijd wil gebruiken om te kunnen antwoorden. Ik stel voor om zijn spreektijd op 7 minuten 30 seconden te zetten. De repliektijd wordt ook met de helft verhoogd tot 1 minuut 30 seconden. Ik zal die spreektijd secuur doen naleven; ik zeg dat ook ten aanzien van de premier, die enigszins sarcastisch mijn richting uitkeek toen ik de spreektijd op 7 minuten 30 seconden vastlegde.
De betrekkingen met de VS, het standpunt van de premier en de bijeenkomst van de Europese Raad
De trans-Atlantische relaties en het Mercosur-handelsakkoord
Het Forum in Davos en het rapport van Oxfam over de concentratie van rijkdom in de wereld
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De industriecrisis en de Antwerpse haven
De trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De trans-Atlantische relaties
De stand van zaken met betrekking tot de trans-Atlantische relaties
Groenland en de trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en het standpunt van Trump over Groenland
De geopolitieke situatie rond Groenland
Internationale betrekkingen, handel en geopolitieke ontwikkelingen
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s reactie op de agressieve Amerikaanse houding onder Trump, met name de dreiging rond Groenland, handelsoorlogen en de ondermijning van Europese soevereiniteit. Kritiek komt van links (PTB, Ecolo-Groen) en rechts (N-VA, MR): Dermagne (PS) noemt de regering hypocriet door harde woorden in Davos niet om te zetten in daden (bv. annuleren F-35-aankoop), Hedebouw (PTB) bekritiseert het "twee maten, twee gewichten"-beleid (Groenland vs. Congo/Palestina), terwijl De Smet (Les Engagés) en Bouchez (MR) juist strategische Europese autonomie eisen via defensie-investeringen en handelsakkoorden (bv. Mercosur). De premier (Bart De Wever) benadrukt dat Europa’s waardigheid "niet te koop" is, maar stelt concrete stappen (bv. Europese kapitaalmarkt, defensie-samenwerking) voorop, zonder de F-35-deal of NAVO-band te breken. Sceptici (bv. Mertens, Almaci) wijzen op gebrek aan mandaat voor deals zoals die met Rutte-Trump en eisen onmiddellijke symbolische actie (F-35-schrapping).
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre: "Reculez, nous irons jusqu'au bout!", "Nous frôlons le point de rupture!", "Un contre tous, tous contre un!". Monsieur le premier ministre, ces mots ne sont pas les miens, de même qu'ils n'ont pas été générés par l'intelligence artificielle. Ces mots, ce sont les vôtres. Ces dernières heures, ils témoignent d'un changement de ton manifeste à l'égard du président américain Donald Trump et de son administration. Vous semblez, monsieur le premier ministre, avoir soudainement trouvé les mots que nous attendions ici depuis des semaines. En tout cas, nous étions nombreux à attendre une expression telle que celle-là. Ce sont des mots forts, presque courageux s'ils avaient été prononcés plus tôt, comme si, enfin, la menace de Trump et de son administration vous sautaient aux yeux après des décennies d'atlantisme béat. Ces mots, nous ne les avions jamais entendus de la part de votre gouvernement au sein de ce Parlement. Pourtant, cela fait longtemps que les lignes rouges ont été franchies par Trump et son administration: Venezuela, Ukraine, Groenland, et j'en passe.
Cependant, monsieur le premier ministre, ces mots vont-ils résonner jusque dans ces murs ou bien vous êtes-vous laissé griser par l'air des Alpes suisses? Surtout, monsieur le premier ministre, vont-ils enfin se traduire en actes gouvernementaux? Vont-ils être partagés par l'ensemble de l'Arizona? Prenons votre parti: le ministre de la Défense, atlantiste béat et meilleur ambassadeur de l'industrie de la défense américaine, va-t-il enfin accepter de remettre en cause l'achat de nouveaux F-35? Quid de votre groupe au Parlement européen, qui a voté contre la suspension de l'accord commercial extorqué par les É tats-Unis à la faiblesse des dirigeants européens? En quelques mots, allez-vous passer de la parole aux actes? Quelle sera la position de votre gouvernement?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, in Davos was er deze week veel volk, veel contacten, veel speeches, goede, minder goede en slechte. Denk aan die spreker die met drie uur vertraging is aangekomen, maar nog net op tijd om 72 minuten over zichzelf te spreken en Groenland met IJsland te verwarren. Er was ook een spreker die zeer sterk sprak over de nieuwe internationale orde en over interne hervormingen. Het had u kunnen zijn, mijnheer de premier, maar ik heb het nu over Mark Carney, de Canadese premier, die intussen thuis de meerwaardebelasting heeft afgeschaft en de taksen heeft verlaagd om investeringen aan te trekken.
Dan was er uw speech. Sterk, ik meen het. " We have to wake up ,” zei u terecht. " If you back down now, you lose your dignity ." Wie zich als een vod laat behandelen, zal ook als een vod behandeld worden. U hebt gelijk. “ We need new alliances ." Net daarom, mijnheer de premier, is Mercosur zo belangrijk. En ja, " maybe Europe at different speeds ". Ik wil er één zin aan toevoegen: " The proof of the pudding is in the eating ."
Mijnheer de premier, internationaal klinkt u sterk en duidelijk, maar thuis lijkt het soms moeilijker om iedereen mee te krijgen. Dat hebben we gisteren nog gezien. Drie van uw coalitiepartners hebben in het Europees Parlement Mercosur doorgestuurd naar het Europees Hof. Het resultaat is twee jaar vertraging. Ze hebben export, jobs en nieuwe partners geblokkeerd. Uw Duitse collega, bondskanselier Merz, heeft deze ochtend zeer klare taal gesproken. Het is genoeg geweest. Duitsland past Mercosur voorlopig toe.
Mijn vraag is heel eenvoudig, mijnheer de premier. Zal België doen zoals Duitsland? Zult u Mercosur voorlopig toepassen, ja of nee?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, j’espère que votre déplacement à Davos s’est bien passé et que vous avez pu profiter du voyage en avion pour examiner en profondeur le rapport d’Oxfam sur les inégalités. Les conclusions sont vertigineuses et, chaque année, elles dépassent l’entendement. Que découvre-t-on cette année? Une accumulation de richesses jamais vue auparavant. Entre 2020 et 2025, la richesse des milliardaires a doublé alors que la moitié de l’humanité vit aujourd’hui dans la pauvreté.
Le rapport contient également des éléments concernant la Belgique, qui devraient vous intéresser. On y découvre notamment l’apparition de six nouveaux milliardaires dans notre pays. Nous comptons aujourd’hui dix-sept milliardaires qui possèdent à eux seuls une richesse équivalente à celle de l’ensemble des Wallons réunis.
Ces grandes fortunes ne se contentent pas d’accumuler des produits de luxe ou de s’adonner à des loisirs dispendieux qui détruisent la planète. Aujourd’hui, elles ne se cachent même plus d’essayer de déstabiliser des régimes et des États qui ne les intéressent pas ou qui les dérangent.
S’agit-il de tous les milliardaires? Non, "not all milliardaires", il est vrai. Cette année, une surprise est venue de Davos. Je ne parle pas des lunettes du président Macron, mais bien de la tribune de 400 milliardaires et millionnaires qui appellent les chefs d’État réunis à Davos à faire davantage contribuer leurs semblables et à instaurer un système de taxation plus juste.
Monsieur le premier ministre, allez-vous, comme vous l’avez fait dans d’autres dossiers, tenir tête à ces milliardaires, prendre la tête d’un front pour aller jusqu’au bout, comme vous l’avez déclaré, afin que chacun contribue à l’effort que vous demandez à l’ensemble des Belges, ou allez-vous céder au lobby des multinationales américaines et les exonérer de l’impôt minimum?
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre de Belgique, enfin, l'élite européenne, les partis traditionnels belges sont en train de lever le voile de naïveté profonde qu'il y avait par rapport à l'impérialisme américain depuis des années.
Depuis des années, le PTB dit que l'impérialisme américain est le principal danger au niveau de la planète sur le plan des guerres et de l’économie. De nombreuses polémiques sont intervenues: "Non, au PTB, vous êtes naïfs, vous êtes campés, etc." Regardez ce qui se passe! Regardez ce qui se passe devant nos yeux! L'impérialisme américain est effectivement un danger.
Et je vais vous dire pourquoi nous avons une bonne boussole pour analyser la géopolitique? Pour deux raisons.
D'une part, en tant que parti marxiste, nous analysons clairement les contradictions économiques. D'ailleurs, hier, vous avez cité Gramsci; vous avez même cité Lénine. C'est la bonne direction, monsieur le premier ministre! Ce sont les bonnes clés d'analyse. Nous analysons qu'aujourd'hui, une puissance impérialiste, menacée dans son déclin économique, va essayer de compenser son retard économique sur la Chine et d'autres pays par la puissance militaire. Voilà le danger de l'impérialisme américain aujourd'hui.
D'autre part, le PTB a raison parce qu'il met les lunettes des pays du Sud. Vous avez raison d'appeler aujourd'hui à la défense de la souveraineté nationale du Groenland. Vous avez raison! Mais, si nous appelons l'Europe à défendre la souveraineté nationale du Groenland, pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple congolais? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple cubain? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple vénézuélien? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour les peuples africains, d'Amérique latine et d'Asie? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple iranien? Pourquoi, collègues, ne le faisons-nous pas pour le peuple palestinien? Pourquoi ce deux poids deux mesures? Telle est la question qui nous est posée!
Au PTB, nous écoutons évidemment tous ces pays du Sud qui vivent déjà sous la dictature et le joug de l'impérialisme américain depuis des dizaines d'années et qui en ont marre de cet ordre mondial. J'espère, collègues, que l'Europe va se réveiller! (…)
Voorzitter:
Dat brengt ons naadloos bij collega Mertens.
Peter Mertens:
Mijnheer de premier, ik heb maar één vraag: met welk mandaat heeft Mark Rutte onderhandeld over Groenland?
De NAVO is uiteraard geen vastgoedbedrijf dat hier en daar stukken land kan verkopen. Het komt uiteindelijk de mensen in Groenland zelf toe om te beslissen over de toekomst van Groenland. De NAVO heeft geen enkele bevoegdheid, hoe dan ook, om maar iets te onderhandelen over Groenland.
Ik lees dat er gezegd wordt dat Rutte en Trump niet hebben gesproken over kwesties inzake soevereiniteit. Nochtans, alles wat naar buiten komt, zegt het tegendeel.
Ten eerste, de VS zouden militaire basissen krijgen als autonoom grondgebied van de Verenigde Staten, naar het model van de Britse basissen op Cyprus. Vanaf die basissen vertrekken trouwens dagelijks vliegtuigen naar Gaza. Amerikaans grondgebied!
Ten tweede, de VS zouden ook inspraakrecht krijgen bij alle investeringen in Groenland, en zelfs een vetorecht om bepaalde investeringen tegen te gaan.
Ten derde, het zou ook om mineralen gaan. Trump zei zelf na de deal dat hij er niet veel over wilde zeggen, maar het ging in ieder geval over veiligheid en over mineralen, en hij noemde het "een fantastische deal voor ons". Trump geeft dus zelf toe dat het ook over de toegang tot mineralen gaat.
Kortom, militaire basissen, investeringsveto’s en toegang tot mineralen. Trump hoeft maar een klein beetje te blaffen, een beetje te dreigen met economische tarieven en sancties tegen de Europese Unie, en de Europese Unie gaat plat op de buik.
U hebt gisteren terecht gesproken over de waardigheid van de Europese Unie, maar waar in die deal, waarover Mark Rutte onderhandelde met Donald Trump, zit de waardigheid van de Europese Unie?
Daarom heb ik maar één vraag: met welk mandaat is Mark Rutte daar eigenlijk gaan onderhandelen met Trump? Was dat een mandaat van de Europese Unie? Zo ja, waar staat dat mandaat op papier? Waar zijn de grenzen van dat mandaat? (…)
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, moeten wij nu opgelucht zijn? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen geweld wil gebruiken tegen Groenland? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen extra tarieven meer wil toepassen? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat België geen doelwit is? Het antwoord is natuurlijk neen.
Er was ooit een minister van Buitenlandse Zaken die opmerkte dat diplomatie met Trump hetzelfde is als de film 50 First Dates . Dat is het verhaal van een man die verliefd wordt op een vrouw met kortetermijngeheugenverlies. Elke dag opnieuw moet hij zijn best doen om haar te overtuigen dat hij de juiste is. Met Trump is dat net hetzelfde. Wij weten nooit waar wij de volgende dag staan.
Dat zorgt ervoor dat de Verenigde Staten geen betrouwbare bondgenoot zijn en dat Trump een gevaar is voor onze economie en voor onze koopkracht. Dat gevaar is na gisteren niet verdwenen. De onzekerheid waarin hij ons meesleept, heeft immers gevolgen voor onze economie door minder investeringen, minder consumptie en hogere tarieven. Dat mogen en kunnen Europa en België niet aanvaarden. Onze welvaart mag niet afhangen van het humeur van Donald Trump.
Net daarom is het heel belangrijk dat Europa met één stem spreekt, dat wij samenwerken en dat wij werken aan onze veiligheid, onze economie en onze democratie. Daarom is die top vanavond zo belangrijk.
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, er werd gisteren gesproken met Trump. Wat nog belangrijker is, is de hiernavolgende vraag. Wat zal er vanavond worden aangegeven op de Europese top?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous dis très sincèrement bravo. Enfin, une prise de parole claire et forte de rupture avec Donald Trump et l’intimidation insupportable qu’il impose aux Européens! Franchement, il était temps. Entre votre ministre des Affaires étrangères et son chèvrechoutisme plus ou moins engagé, entre votre ministre de la Défense qui fait le groupie sur les réseaux sociaux avec des drapeaux américains, et votre président du MR, qui a des étoiles dans les yeux lorsqu’il lit le plan de sécurité nationale de M. Trump, qu’il aurait pu écrire lui-même, je vous le rappelle, il était grand temps que l’Arizona se dote d’un cap clair. Ce cap clair, c’est qu’en 1949, nous avons décidé de rejoindre une alliance de pays libres et non un pacte de Varsovie dominé par une superpuissance. Ce cap, je vous invite vraiment à le tenir.
Il ne faut pas être naïf une minute sur la soi-disant volte-face de M. Trump sur le Groenland, hier. C’est le problème quand on est dans une relation toxique avec un pervers narcissique: dès qu’il arrête de frapper, dès qu’il arrête de menacer, on croit qu’il faut être soulagé. Non, pas du tout. Le rapport de force ne fait que commencer. J’ai une question importante à ce sujet.
Vous êtes le chef d’un gouvernement, vous êtes le chef de la diplomatie d’un État membre de l’OTAN. Le secrétaire général de l’OTAN nous annonce un accord-cadre. Avez-vous été consulté? Avez-vous donné un mandat? Par hasard, savez-vous ce qu’il y a dans cet accord-cadre? Sinon, cela pose problème.
J’ai également une demande. Je crois que nous serons tous d’accord sur ce point. Le fond du problème est l’indépendance de l’Europe, son indépendance en matière de défense, d’industrie et d’énergie. Ma demande est toujours la même depuis un an, depuis l’arrivée de votre gouvernement. Renoncez au contrat visant à acheter 11 F-35 supplémentaires. Vous devez le faire, il n’y a pas d’autre solution. Même un vassal heureux ne peut pas payer un milliard d’euros pour entretenir sa cage. Vous devez renoncer à cette commande.
Els Van Hoof:
Mijnheer de premier, velen van ons hebben gisteren naar de toespraak van president Trump in Davos geluisterd. Wij hebben allen gevoeld hoe de vrieskou in Groenland of Davos in het niets verdwijnt bij Trumps kille dreigementen. De oude wereldorde is dood en begraven. Nostalgie is geen strategie meer, of we dat nu willen of niet. De Canadese premier verwoordde dat ook zeer duidelijk in zijn schitterende toespraak. Voor cd&v zijn er drie lessen te trekken.
Ten eerste zijn de VS geen betrouwbare bondgenoot meer. Europa mag zich niet langer overleveren aan de grillen van een pestkop of monster. Internationaal recht en soevereiniteit moeten primeren op het recht van de sterkste.
Ten tweede moet Europa zijn tanden laten zien. Door de Europese eensgezindheid van de lidstaten, maar ook door het feit dat heel wat tegenmaatregelen werden geopperd, hebben de VS eindelijk begrepen dat Europa belangrijk is voor hun economie.
Ten derde staat Europa misschien alleen, maar totaal niet geïsoleerd. We moeten werken aan onze Europese defensiesamenwerking. We moeten minder afhankelijk worden van onbetrouwbare partners. Tegelijkertijd moeten we ook allianties uitbouwen met andere democratieën, zoals Canada, Australië en Japan. Er zijn veel mogelijkheden en daar moeten we gebruik van maken om te evolueren naar een nieuwe wereldorde.
Ik heb vandaag nog een belangrijke vraag over de Europese top. Het blijft belangrijk dat we Europese tegenmaatregelen voorbereiden, want een voorbereide Europese Unie is er twee waard. Die maatregelen kunnen dan worden ingezet wanneer dat noodzakelijk is.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, nous pouvons réellement constater que lorsque l’émotion gouverne, c’est la bêtise qui règne. Nous avons vu le débat public passer d’une naïveté en puissance à une agressivité sans puissance.
Aujourd’hui, l’heure n’est certainement pas à la lâcheté, mais elle n’est pas davantage à la bravade. Nous devons apporter une réponse intelligente face à la situation mondiale. Cette réponse intelligente passe uniquement par la souveraineté européenne.
Certains vous ont parlé de mettre les lunettes du Sud. Pour ma part, je vais simplement mettre les lunettes de l’Europe, de l’Occident, des démocraties libérales. Si aujourd’hui nous achetons des F ‑ 35, c ’ est parce qu ’ il n ’ existe aucun avion europ é en aussi performant. Nous devons le construire.
Si aujourd’hui nous achetons autant à la Chine, c’est parce que des logiques "bobo" nous ont conduits à détruire notre industrie. Si aujourd’hui nous devons commercer avec des pays arabes ou avec la Russie, c’est parce que nous avons fait croire aux gens que des moulins à vent allaient nous garantir notre sécurité énergétique.
Aujourd’hui, il ne sert à rien de parler de Trump car ce n’est pas lui qui a porté atteinte à la souveraineté européenne. Ce sont les choix d’une série de partis politiques de cette Assemblée, au cours des 30 dernières années, qui nous ont affaiblis.
Nous devons retrouver de la force. Nous devons retrouver de la puissance. Pour cela, nous devons également savoir où se situent nos intérêts. Et oui, monsieur Hedebouw, nos intérêts sont au sein de l’OTAN. En 2029, M. Trump ne sera plus là mais vos amis chinois et russes continueront à constituer des menaces durables pour l’Union européenne, pour les démocraties libérales et pour l’Occident. Nous devons donc nous mettre clairement en marche!
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, j'entends que vous dites "Résiste et mords!" C'est ce que vous avez fait, et je vous en félicite, avec le ministre des Affaires étrangères à vos côtés.
Cela ne date pas d'hier, puisque depuis plusieurs mois, vous avez fait preuve de fermeté et vous avez mis en avant la puissance du droit international. La crédibilité, la force internationale de notre pays s'est renforcée, que ce soit lorsqu'il a fallu résister dans le dossier des avoirs russes gelés ou lors des prises de position concernant Gaza.
Cette fermeté, vous l'avez à nouveau exprimée dès l'annonce des premières menaces douanières et du chantage de Donald Trump concernant sa volonté d'annexer le Groenland.
Nous ne pouvons, mesdames, messieurs, accepter que la loi du plus fort l'emporte sur le droit des plus faibles. Les alliances ne peuvent se limiter à un tas de transactions. Nos libérateurs d'hier, alliés de l'Europe depuis des décennies, seraient-ils devenus nos adversaires? Pire, en voulant annexer un territoire européen – eh oui, on touche à la souveraineté européenne, monsieur Bouchez – veulent-ils devenir nos ennemis? Voilà la question que nous devons nous poser.
Le recul de Donald Trump face à la riposte de l'Europe ne peut que nous réjouir. Croire qu'il en restera là serait faire preuve de grande naïveté. Résister et mordre, comme vous l'avez dit, nous pouvons le faire, mais de façon structurée. Nous devons préparer, au travers d'actions fortes, comme cela a été dit par ma collègue, dans le cadre de transactions structurées entre les États-Unis et l'Europe, toute une série d'éléments pour pouvoir riposter le cas échéant.
Monsieur le premier ministre, est-il vrai que le Danemark a accepté de céder quelques petites parties du territoire de l'Alaska aux USA, comme l'a rapporté le New York Times ? Quel était le mandat donné à M. Rutte?
La Maison-Blanche, par ailleurs, annonçait que la Belgique avait rejoint le Conseil de la paix. Pouvez-vous nous confirmer que c'est simplement une fake news de plus? Je vous remercie.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de eerste minister, de oude wereldorde is dood. Zelfs na de bocht van Trump gisteren in Davos is die oude wereldorde dood. Het is lelijk zaken doen met hem en zijn vazallen. Al lijkt de militaire dreiging voor Groenland vandaag verdwenen, wie weet wat zijn driftbui van morgen zal brengen.
De naïviteit van veel westerse leiders, inclusief in deze regering, is nu hopelijk echt weg. Hopelijk heeft Theo begrepen dat hij niet zo aan het handje van daddy moet lopen en hebben sommige regeringsleiders begrepen dat plezierreisjes naar Qatar misschien toch niet het beste idee zijn.
Onze bondgenoten bevinden zich elders. In Canada, dat een heldere tussenweg heeft getoond, en bij de Amerikaanse burgers die zich vandaag verzetten tegen ICE, tegen de dreigementen, tegen Powell en tegen de kortzichtige economische en buitenlandse politiek van Trump. Nog nooit vond een president in de VS zo weinig steun bij de eigen bevolking. De Californische gouverneur heeft nagels met koppen geslagen toen hij de westerse leiders pathetisch noemde.
Naar aanleiding van de handelsheffingen vroeg ik u op 3 april 2025 in het halfrond om de antidwangmaatregelen op de Europese tafel te leggen. U hebt dat weggewuifd.
De vraag is nu hoe ons land en hoe u zich vanavond zult opstellen, verder in de feiten. Zult u maximaal tegengewicht bieden, met zo weinig mogelijk nadelen voor onze bevolking en onze bedrijven?. Wanneer zult u de internationale orde ondubbelzinnig verdedigen, of het nu gaat om Netanyahu die in ons land landt, om het veroordelen van de inval in Venezuela of om de Vredesraad?
We hebben meer hefbomen dan we denken en er is er een die we op korte termijn kunnen inzetten, met name die extra F-35's. Annuleer die aankoop. Die aankoop is waanzin. De annulering daarvan is een quick win die Trump en de zijnen raakt waar het pijn doet. Dat is een taal die hij begrijpt. Na een jaar van vergoelijken en sussen (…)
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, deze week bracht een geopolitieke rollercoaster. Op maandag wilde hij een land binnenvallen. Op dinsdag wilde hij het kopen. Op woensdag wilde hij het terugpakken, omdat het ooit van hen was. Woensdagavond sprak u met de Amerikaanse president en hopla er is hoop, er is een oplossing in de maak. Chapeau, niemand doet het u na.
Alle gekheid op een stokje. De bezorgdheid van de Groenlanders en de Denen moet bijzonder groot geweest zijn. De bezorgdheid van ons allen was ook zeer groot. U hebt terecht een rode lijn getrokken, want een volk is niet te koop. De Denen zijn niet te koop, de Groenlanders niet en Europa al zeker niet.
Europa mag op het internationale toneel absoluut meer smoel krijgen. Daarover zijn we het helemaal eens. We moeten het internationale recht en de internationale verdragen respecteren en er vooral voor pleiten dat die gerespecteerd worden en blijven.
Maar, even belangrijk is de NAVO-alliantie, die ons al decennialang stabiliteit in de regio biedt. Ook daar moeten we een loyale partner zijn. Ook daar moeten we samen opkomen voor de rechten, de soevereiniteit en de territorialiteit van de volkeren en van onze Europese regio. Dat moeten we overal doen en met alle middelen die we hebben.
Mijnheer de premier, mijnheer de vicepremier, wat is onze rol? Hoe ziet u de optimale rol voor ons land in die allianties, binnen Europa en binnen de NAVO, om nu samen met de Denen en de Amerikanen het traject naar nieuwe stabiliteit uit te stippelen?
Bart De Wever:
Même en quinze minutes, on peut dire beaucoup, monsieur le président! Je dispose de la moitié du temps que Trump m'a accordé, chers collègues. Je pense que cela sera suffisant pour vous.
Merci pour vos questions. Je vais y répondre conjointement avec le ministre des Affaires étrangères, car certaines d'entre elles relèvent spécifiquement de ses compétences.
Ces derniers jours en Suisse, j'ai eu de nombreux contacts avec plusieurs dirigeants d'entreprise de premier plan, issus de grandes sociétés internationales, ainsi qu'avec des responsables politiques du monde entier. Cela ne vous surprendra pas: une certaine tension flottait dans l'air en Suisse. La menace renouvelée d'une guerre commerciale et la crainte d'une rupture au sein de l'Alliance atlantique suscitaient une grande inquiétude.
Het is volstrekt onaanvaardbaar dat het staatshoofd van een bondgenoot de soevereiniteit van een andere bondgenoot bedreigt. Denemarken en het Groenlandse volk hebben het onvervreemdbare recht op hun territoriale soevereiniteit. Zij en alleen zij hebben daarover finaal een mandaat te geven.
De boodschap die ik in Davos heb gegeven, was dan ook duidelijk. De Verenigde Staten zijn veruit de allersterksten in de NAVO, maar onze waardigheid is niet te koop. Wij zijn geen slaven.
De Arctische veiligheid belangt ons allemaal aan, maar de voorgestelde oplossing zal binnen de NAVO worden beoordeeld en binnen de NAVO worden uitgevoerd.
Heureusement, hier et aujourd'hui, il est apparu clairement que, pour l’instant, tant la menace militaire que les restrictions commerciales envisagées ont finalement été écartées. Cela constitue un point positif. Personne n’a à gagner d’une nouvelle guerre commerciale, ni l’Europe, ni les États-Unis. Les droits de douane conduisent toujours au même résultat: la destruction de la prospérité pour toutes les parties concernées. Nous avons donc pour l’instant échappé à une véritable catastrophe. Il est impératif de tirer des leçons de ce qu’il s’est produit.
Dans un monde idéal, les liens entre l’Europe et les États-Unis resteront étroits à l’avenir et nous continuerons, ensemble, dans un esprit de bonne entente, à bâtir la prospérité et la paix pour nos peuples liés par l’histoire. C’est en tout cas ce que je veux. Mais nous ne vivons pas dans le monde tel que nous le souhaitons, nous vivons dans le monde tel qu’il est réellement. La leçon est que nous, les Européens, devons être prêts à affronter des épisodes de tempête. Nous devons réapprendre à nous débrouiller seuls. Redresser la tête. Nous devons avoir une réponse prête lorsque nous sommes soumis à des pressions de la part de grandes puissances, d’où qu’elles viennent.
Canada’s eerste minister en intussen goede vriend Mark Carney gaf daarover inderdaad een zeer treffende toespraak. Het viel mij op dat hij daarin verwees naar de Melische dialoog van Thucydides, net zoals ik dat in New York deed: de sterken doen wat ze kunnen, de zwakken ondergaan wat ze moeten. Dat is niet de wereld die wij willen. De lidstaten van Europa zijn vandaag op zichzelf echter niet opgewassen tegen de druk van grootmachten die wel in die richting willen gaan. We staan echter niet alleen. Daarover wil ik het vanavond in de Europese Raad hebben. Niet over Trump, maar daarover. Over het feit dat we samen een te duchten handelsblok zijn en dat we die troef moeten durven uitspelen.
We hebben een eengemaakte markt, maar het is hoog tijd om die eengemaakte markt nu eindelijk af te werken. Het is tijd voor een eengemaakte kapitaalmarkt, zodat grotere volumes aan investeringen kunnen worden gegenereerd en bedrijven op ons continent kunnen blijven groeien, in plaats van noodgedwongen te verhuizen naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. We weten dat de Europese Unie op dat vlak traag en complex is. Daarom moet functionele integratie mogelijk zijn. Landen met dezelfde strategische economische belangen moeten sneller en dieper kunnen integreren.
Het is hoog tijd dat we militair opnieuw ferm op eigen benen gaan staan, leunend op een efficiënte en Europese defensie-industrie. Dat zal echter niet van vandaag op morgen gebeuren. Daar moeten we realistisch in zijn. We moeten er wel zo snel mogelijk naartoe evolueren.
Het is tijd om werk te maken van een gediversifieerde waaier aan strategische partnerschappen, gebaseerd op wederzijds respect en gestuurd op maximale vrijhandel. Dat kan inderdaad met middle powers zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Australië. Wat mij betreft zeer graag ook met Zuid-Amerika en met India, zoals commissievoorzitter von der Leyen dat in Davos aankondigde. Europa heeft het potentieel om een baken van stabiliteit, respect en welvaart te zijn. Onze honorering van gemaakte afspraken en onze voorspelbaarheid zouden van ons de meest aantrekkelijke partner ter wereld moeten maken. Onze buren willen graag lid worden van de Europese Unie. Dan moeten we echter wel dringend ons huiswerk maken, niet louter voor acute problemen op korte termijn, crisis na crisis na crisis. We moeten structureel werken. Innovatie, productiviteit en competitiviteit moeten centraal staan in alles wat we doen. Daarom maken we met onze regering in ons land alvast werk van lagere brutoloonkosten, een verlaging van de energiekosten voor de industrie, een stevig pakket aan maatregelen voor administratieve vereenvoudiging en structureel overleg met bedrijven en stakeholders onder de vlag van MAKE 2030. We proberen ook Europa in diezelfde richting te duwen.
In die geest ben ik volgende week maandag in Hamburg voor de North Sea Summit. Op 11 februari vindt daarom ook voor de derde keer de European Industry Summit plaats in de Antwerpse handelsbeurs. Op 12 februari komt op mijn vraag een informele Europese Raad in Alden Biesen bij elkaar met slechts één agendapunt: de Europese competitiviteit. Wij moeten dit momentum grijpen om welvaartcreatie opnieuw centraal te stellen en om weerbaar te worden. Dat is de hoofdboodschap die ik heb meegenomen uit al mijn contacten in Davos en dat is ook de boodschap die ik straks zal meegeven aan mijn Europese collega's.
De nood aan Europese daadkracht was de voorbije decennia nooit zo groot als vandaag. Het is nu aan ons om op het appel te zijn. Ik dank u.
Maxime Prévot:
Beste Kamerleden, de top van Davos bleek niet zonder verrassingen. De premier heeft het al gezegd, terwijl we oorspronkelijk dachten dat de oorlog in Oekraïne de gesprekken zou domineren, waren het uiteindelijk de verbale escalatie en de dreigementen van president Trump over Groenland die de aandacht trokken.
We waren aangekomen met een gevoel van urgentie. We vertrekken met de indruk dat er mogelijk een akkoord in de maak is en dat de druk, althans tijdelijk, afneemt, zowel op militair als op handelsvlak. Het is nog te vroeg om in detail te reageren op een akkoord waarvan de contouren nog niet bekend zijn. De Denen en de Groenlanders zullen het als eersten moeten bestuderen, gevolgd door alle NAVO-bondgenoten en de lidstaten van de EU.
Mais une chose est déjà certaine, cette séquence nous enseigne beaucoup.
Première leçon face à la brutalité – parfois – et à l’imprévisibilité – souvent – du président américain, notre ligne doit être immuable: garder la tête froide et resserrer les rangs. Sur la forme de nos messages, contrairement à ce que certains ont envie de croire ou de fantasmer, répondre sur le même ton ne mène nulle part. Monter dans l’invective, frôler l’insulte, c’est alimenter l’escalade. Les Européens doivent rester unis, cohérents et fermes. Être ferme ne signifie pas devoir crier fort. Nous devons opposer l’ordre au chaos de manière inlassable.
Deuxième leçon: garder son sang-froid ne signifie ni faiblesse ni concession. Sur le fond, les messages doivent être très clairs. Ils le sont, et ils ont été répétés à Davos et bien avant, y compris dans cette enceinte et dans la presse internationale, par mes soins. Le Groenland n’est ni à prendre, ni à vendre. C’est une ligne rouge et cela a été répété. Notre solidarité est totale à l’égard du Danemark, comme le sera aussi notre prise de responsabilité en matière d’accroissement de la sécurité de la région arctique. Le ministre de la défense s’y emploie.
De boodschap inzake Groenland moeten de Europeanen met één stem uitdragen: als u volhardt, zullen wij reageren; als u een handelsoorlog wilt, zullen wij u op gelijke voet behandelen.
Het bijeenroepen van een vergadering van de Europese Raad vanavond heeft reeds een duidelijk signaal gegeven van onze gedeelde bezorgdheden en van het urgentiegevoel dat ons drijft.
Die boodschap lijkt president Trump te hebben begrepen, aangezien hij gisteren aankondigde af te zien van zijn dreiging met tariefverhogingen voor bepaalde bondgenoten.
Ik herhaal nogmaals dat wij eensgezindheid en vastberadenheid moeten tonen.
Troisième leçon: ne nous laissons pas bercer par l'apparente accalmie. La pression retombe aujourd'hui, sans qu'il soit exclu que ce soit pour mieux revenir demain sur le Groenland, sur l'Ukraine ou sur un autre sujet. L'imprévisibilité va demeurer. Les tensions et menaces entre alliés ont atteint un tel sommet qu'il en restera des traces durables dans notre façon de penser et d'agir.
Plus fondamentalement, cette parenthèse de calme ne résout en rien nos propres vulnérabilités. Dans le fond, l'enjeu n'est pas de réagir à chaque soubresaut en provenance de Washington, de Moscou ou d'ailleurs, même si nous y sommes bien contraints, mais de regarder en face nos propres responsabilités et, comme l'a souligné le premier ministre, de préparer davantage notre palette d'outils de réaction pour ne pas entreprendre, quelque peu groggys, un processus quand nous nous situons au pic des tensions.
Je vous le disais ici la semaine dernière, chers collègues: l'Union européenne est forte quand elle est unie, et seulement quand elle est unie. Sans cette unité, elle ne pourra pas être un acteur géopolitique majeur. C'est aussi l'un des principaux défis pour l'Union européenne, un défi qui risque de devenir existentiel si nous ne prenons pas davantage la mesure de la nécessité de notre cohésion et que nous succombions aux tentations de relations plus bilatérales et hors du droit. La superpuissance américaine ne peut pas avoir comme pendant la superdépendance européenne.
Onze absolute prioriteit moet het versterken van de Unie zijn, niet de vluchtige verontwaardiging.
De premier en ikzelf zijn ervan overtuigd dat we moeten investeren in onze strategische autonomie, in de sleutelsectoren die onze veiligheid en onze welvaart bepalen. We moeten investeren in onze afschrikkingscapaciteiten. We moeten investeren in onze veerkracht. Alleen zo zullen we ophouden kwetsbaar te zijn voor de onvoorspelbaarheid van de wereld en voor de chantage, die sommigen niet schuwen.
De schijnbare ontspanning van de voorbije uren mag onze vastberadenheid op dat vlak geenszins ondermijnen. We kunnen het ons niet langer permitteren om die boodschap te negeren.
Quant à votre question connexe, madame Schlitz, sans en diminuer l'importance, le rapport d'Oxfam, publié voici quelques jours, rappelle l'importance de rester attentif aux difficultés vécues par une partie de la population.
Qu'un fossé se creuse dans la plupart des pays du monde entre les plus riches et les moins riches, c'est une réalité. Que des disparités subsistent aussi en Belgique, c'est aussi une réalité. Nous devons y accorder une réelle attention et ce gouvernement continue à œuvrer pour que ces inégalités ne se creusent pas davantage.
Quant à la question de la participation prétendue de la Belgique au Board of Peace, monsieur Lutgen, tel qu'erronément annoncé par la Maison-Blanche, nous confondant peut-être avec le Belarus, je confirme officiellement que les modalités de gouvernance et de statut ainsi que la tentation de substitution à l'ordre international multilatéral régi par les Nations Unies s'éloignent effectivement de nos standards et ne nous permettraient pas de souscrire à l'initiative en l'état actuel des choses, encore moins en ayant convié à ce Board of Peace des personnalités comme M. Poutine.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, ce que je craignais est malheureusement arrivé. Après vos propos virils, engagés, presque courageux, tenus il y a quelques heures à Davos, nous entendons ici les manifestations d’un double discours, d’une divergence de vues, de la part de ceux qui pensent que l’incident est clos et que, s’il ne l’est pas immédiatement après le départ de M. Trump de la présidence en 2029 – du moins s’il daigne quitter la Maison ‑ Blanche –, il y aura, selon eux, un retour au business as usual .
Je n’y crois pas. Nous sommes ici face à un changement majeur de doctrine internationale des États ‑ Unis, à un changement majeur dans la relation entre les É tats ‑ Unis et le reste du monde, et singuli è rement vis ‑ à ‑ vis des pays de l ’ Union europ é enne.
À ceux qui pensent que ce n’est qu’un mauvais moment à passer, à ceux qui pensent qu’il fera à nouveau beau demain, je dis que c’est de la candeur, une candeur qui confine à la connerie. Ce serait vraiment de la connerie de s’inscrire dans cette voie ‑ l à .
À ceux qui disent aussi que la faiblesse des Européens est due à la lubie de quelques "écolos bobos", à certains penseurs divers et variés, à des rêveurs, je rappelle qu'elle est avant due aux chantres de l'ultralibéralisme, à ceux qui affirmaient qu’il fallait aller produire à bas coût, dans des conditions inacceptables, pour vendre ici au même prix et engranger des marges importantes.
Il faut joindre les actes à la parole, et notamment soutenir l’industrie européenne, soutenir la réindustrialisation, et donc faire un (…)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, Davos is belangrijk en ik denk dat sommige partijen dat voor de eerste keer beseffen. Internationale woorden zijn ook belangrijk, maar wat uiteindelijk telt, is wat we híer doen. U hebt een unieke kans om uw woorden in daden om te zetten. U hebt gezegd: " We need new alliances. That is what Mercosur is all about ." Dat betekent nieuwe partnerschappen. Dat is heel belangrijk voor onze bedrijven. Dat is geen detail, het gaat over exports en jobs, maar uw coalitiepartners saboteren en blokkeren dat.
U hebt leiderschap nodig om hen te overtuigen en u krijgt daarvoor vanavond een unieke kans op de Europese Top. Volg Duitsland. Ik hoop dat u deze avond aan uw Europese partners zult aankondigen dat wij, net zoals Duitsland, Mercosur voorlopig zullen toepassen. Dat is de boodschap.
Inzake de eengemaakte kapitaalmarkt hebt u helemaal gelijk wanneer u zegt dat wij die echt nodig hebben, maar volg dan Mark Carney. Stop met de belastingen, stop met al die taksen. Mark Carney heeft de meerwaardebelasting net afgeschaft, maar wat doet deze regering? U verdubbelt de effectentaks voor de beleggers, u voert een bankentaks in, u verhoogt de roerende voorheffing met 20 % en u voert een meerwaardetaks in. Stop met al die taksen en stimuleer investeringen.
Sarah Schlitz:
Merci pour vos réponses.
Ce rapport n’est en effet pas anodin. Ce débat est tentaculaire, mais ce rapport, qui est publié chaque année à dessein juste avant le sommet de Davos, est essentiel en termes de lecture de l’état du monde et des rapports de force, mais également des dangers en termes de déstabilisation de nos démocraties et de l’État de droit. Aujourd'hui, on ne peut pas continuer à laisser ces grandes fortunes tenter de déstabiliser nos démocraties et ici en particulier les démocraties européennes. Ils ne se cachent même plus, ils le disent: ils vont continuer à essayer d’influencer les élections démocratiques en Europe, à travers le rachat de médias et de réseaux sociaux. Eh bien, oui, il est temps de les arrêter.
La semaine dernière, nous avons eu des auditions au sujet de votre taxation des plus-values. Les experts ont émis des critiques très fortes sur cette taxation, qui passerait à côté de ses objectifs. Prenez les choses en main, intégrez les recommandations des experts et faites en sorte que cette taxation touche réellement sa cible. Ne restons plus l’exception européenne qui refuse d’aller chercher cet argent là où il est. Faites en sorte de renforcer cette taxe en adoptant par exemple l’amendement que nous avons déposé, qui permettrait d’aller chercher 1,5 milliard chaque année pour le budget de l’État.
Raoul Hedebouw:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Y a-t-il effectivement eu une étude approfondie de ce document de sécurité stratégique américain? Avez-vous lu ce document que M. Boucher aurait pu écrire lui-même?
Que dit-il? D’une part, il y est confirmé, noir sur blanc, le rétablissement de la doctrine Monroe, c’est-à-dire un projet néocolonial pour l’ensemble du continent latino-américain. D’autre part, il y est écrit, noir sur blanc, que l’objectif est la destruction de l’Union européenne.
Pourtant, ici, certains ministres continuent de dire que tout ira bien, que cela va passer, qu’il était simplement moins fâché aujourd’hui. Voyez-vous l’enjeu stratégique qui se joue actuellement? L’impérialisme américain l’affirme explicitement. Son objectif est la destruction de l’ordre existant, et nous continuons à regarder comme si de rien n’était.
Ce que Trump et l’impérialisme américain font aujourd’hui avec le Groenland, ils le font depuis des décennies avec les pays du Sud. Sept cents bases militaires à travers le monde, des interventions militaires répétées, le dollar comme monnaie dominante qui conditionne les économies mondiales, une banque centrale américaine dotée d’un pouvoir antidémocratique considérable. C’est cet ordre mondial qui est en train de s’effondrer sous nos yeux.
La question, monsieur le premier ministre, est donc de savoir quelle Union européenne nous voulons construire. Une autonomie européenne n’a de sens que si elle ne consiste pas à suivre aveuglément les États-Unis dans leurs interventions et dans cet ordre mondial néo-impérialiste. Cette voie n’est pas tenable.
Il faut au contraire tendre la main aux pays du Sud et construire une véritable Union européenne en symbiose avec les peuples du monde, mais pas (…).
Peter Mertens:
Oké, over Groenland zijn er twee lezingen. De ene lezing zegt dat we content zijn omdat de Verenigde Staten van geweld hebben afgezien. Dat zou komen omdat de Europese Unie wakker is geworden en heel sterk is. Dat is een lezing die ik absoluut niet begrijp en ook niet zie.
De andere lezing is dat het niet aan Ursula von der Leyen ligt dat er geen geweld is gebruikt. Het ligt ook niet aan koning Filip en dat gesprek van een kwartier dat er geen geweld zal worden gebruikt. Het ligt zelfs niet aan de Europese Raad. Het ligt aan de deal die Mark Rutte heeft gesloten met Trump.
Men zegt hier dat Groenland niet wordt uitverkocht. Die deal verkoopt Groenland echter onder onze ogen uit aan de Verenigde Staten. Het gaat over grondgebied dat aan Trump wordt gegeven. Het gaat over mineralen die aan Trump worden gegeven. Het gaat over controle die aan Trump wordt gegeven. Zelfs investeringsveto’s worden in die deal toegekend.
Mijn vraag was eenvoudig, maar u hebt er niet op geantwoord. Welk mandaat heeft Mark Rutte gekregen van de Europese Unie? Mark Rutte is nergens verkozen. Integendeel, hij is gebuisd in Nederland. Hij heeft Nederland achtergelaten in een chaos. Vervolgens heeft hij een job gekregen bij de NAVO. Nergens is hij verkozen. Welk mandaat heeft hij van de Europese Unie gekregen om stukken Groenland te verpatsen? Hij heeft geen mandaat gekregen. Voor onze ogen verkopen we stukken Europa uit. We spreken hier grote taal, maar terzelfder tijd zijn we Europa aan het uitverkopen aan de Verenigde Staten.
Oskar Seuntjens:
Premier, u zei dat onze waardigheid niet te koop is. Ik meen dat het goed is dat u dat zegt. In een wereld die op zijn kop lijkt te staan, snakken mensen naar een duidelijk signaal, naar een Europa dat een vuist maakt en niet achteruit deinst. Een vuist maakt tegen mensen die het niet echt menen met democratie, die het niet echt menen met mensenrechten.
Daar moeten we vooral niet hypocriet over zijn. Vandaag staan wij 1.000 % achter de Groenlanders. En tegelijkertijd verzetten we ons ook tegen andere autocraten. Tegen Poetin, die Oekraïne is binnengevallen, zoals u terecht zei, mijnheer de minister. Dat mogen we niet vergeten. Tegen Netanyahu die de Palestijnen onderdrukt. Tegen de Chinezen, die de Oeigoeren in opvoedingskampen steken.
Consequent moeten we, keer op keer, onze normen en waarden uitdragen. Consequent. Dat is onze sterkte. Dat is hoe we het verschil kunnen maken.
François De Smet:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Premier, vous parlez encore d’un monde idéal, avec une pointe de regret que je comprends. Moi aussi, je suis une forme d’atlantiste frustré. Mais le premier Trump aussi, nous pensions que ce serait une parenthèse. Vous l’avez vous-même dit à Davos: le retournement des États-Unis ne date pas des présidences Trump. Il est structurel. Il est stratégique.
Dans ce monde rempli d’imprévisible – monsieur le ministre, j’ai beaucoup aimé que vous ameniez cette notion, parce qu’elle est très vraie – il y a une seule certitude: c’est que nous sommes dans un monde d’empires en résurgence, et que nous sommes trop faibles pour l’instant.
Nous, politiques, faisons en général de bons programmes. Nous nous disons que tout est prévisible et, en fait, nous passons une grande partie de notre temps à combattre la force de l’imprévisible.
La seule manière de combattre ici l’imprévisible, c’est de devenir plus forts – en effet, premier, vous avez raison –, de multiplier des partenariats avec d’autres pays: avec le Canada, avec l’Australie, avec l’Inde, etc.
Cela laisse aussi penser que, entre nous, le nationalisme comme force politique en Europe n’a pas beaucoup d’avenir, paraît daté. Il n’est pas exclu, premier, que d’ici 2029, vous soyez devenu complètement fédéraliste. C’est tout le mal que je vous souhaite.
Els Van Hoof:
Ik ben blij met uw sterke antwoorden want een voorbereide Europese Unie is er twee waard.
Het is een goede zaak dat werd afgezien van een handelsoorlog of militair geweld. Niettemin is waakzaamheid geboden want er zijn diepe wonden geslagen in de trans-Atlantische relaties. Dat moeten wij onder ogen durven zien. Ze helen niet in één nacht.
Ik ben blij dat zowel de premier als de minister zich hebben aangesloten bij de punten die voor cd&v belangrijk zijn. Europa moet zijn tanden laten zien voor het behoud van zijn waarden. Wij moeten steunen op betrouwbare bondgenoten, onze strategische autonomie uitwerken en allianties aangaan met nieuwe democratieën.
Als wij de voorbije week één zaak duidelijk hebben kunnen merken, dan is het wel dat, als wij een internationale wereldorde willen die niet gebaseerd is op dreigementen maar op internationaal recht, wij daar zelf aan moeten werken. Wij mogen ons niet uit elkaar laten spelen want dat is de strategie waarop Poetin speelt, waarop Xi speelt en waaraan Trump op zijn manier ook meewerkt. Wij moeten vooruitgaan met eensgezindheid, vastberadenheid en daadkracht.
Dat begint vanavond op de Europese top. Ik hoop dan ook dat op die top Europese tegenmaatregelen worden voorbereid die kunnen worden ingezet wanneer nodig.
Georges-Louis Bouchez:
Henry Kissinger, dans les années 1970, disait déjà: "Les États-Unis n’ont ni alliés, ni ennemis, juste des intérêts." Certains viennent de découvrir aujourd'hui comment fonctionnait la politique internationale. En fait, aujourd'hui, c'est un peu plus rapide. C'est certainement beaucoup plus brutal. Cela a certainement des conséquences beaucoup plus fortes, mais il n'y a rien de neuf. Il faut arrêter de regarder le monde tel qu'on voudrait qu'il soit. On doit le regarder tel qu'il est. D'ailleurs, le premier ministre parle d'élargir nos alliés. C'est la raison pour laquelle nous devons signer des accords de libre-échange. C'est la raison pour laquelle nous devrions d'ailleurs signer un accord de libre-échange avec l'Afrique, parce qu'il y a là un enjeu essentiel pour les générations futures.
Mais je voudrais aussi prendre l'opposition à témoin. Vous effectuez presque aujourd'hui des danses de la pluie en espérant l'autonomie et la force de l'Europe. Mais pourquoi ne soutenez-vous pas alors nos réinvestissements dans la défense? C'est un passage obligé pour l'autonomie européenne. Pourquoi nous avez-vous bloqués quand nous avons voulu prolonger le nucléaire sous le précédent gouvernement? C'était essentiel pour l'autonomie énergétique. Allez-vous nous suivre si nous voulons supprimer des réglementations afin de permettre à l'industrie de s'installer? Allez-vous nous suivre pour baisser les impôts pour relancer la compétitivité? Allez-vous nous suivre dans des choix politiques courageux qui permettront enfin d'atteindre ce que nous aurions dû atteindre depuis longtemps: la souveraineté européenne?
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie.
Je suis heureux d'apprendre que la Maison-Blanche a confondu la Biélorussie avec la Belgique et je suis désolé d'avoir confondu l'Alaska et le Groenland dans mon intervention.
Je ne sais pas lequel de vous deux résiste et mord le plus. Toujours est-il que personne ne pourra contester ici que la voix de la Belgique est plus forte sur le plan européen et international qu'elle ne l'était voici un, deux ou trois ans, ou même plus loin dans le temps. Pour ma part, c'est une bonne surprise.
Au travers des deux interventions, oui, il est possible d'exprimer fermement et sans s'agiter les intérêts économiques de la Belgique et de l'Union européenne, en rappelant que le droit international constitue une boussole absolue – comme vous l'avez démontré dans de nombreux dossiers et à l'occasion de plusieurs enjeux.
De même, vous rappelez que notre autonomie stratégique est essentielle et qu'il convient d'y travailler à l'échelle européenne. Vous avez, du reste, engagé le gouvernement sur cette voie: autonomie de la défense, autonomie énergétique, autonomie au plan de la santé et de l'alimentation. À ce dernier titre, la production agricole européenne doit être soutenue pour que nous ne soyons pas dépendants demain. Nous sommes déjà suffisamment dépendants pour ne pas le devenir encore davantage.
C'est sur cette voie de la fermeté, en suivant la stratégie qu'applique votre gouvernement, que la Belgique, aujourd'hui plus forte, se renforcera encore et que l'Union européenne, dans son unité, fera résonner la voix de celles et ceux qui se tiennent du côté du droit international.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de premier, u zegt dat onze waardigheid niet te koop is. Hoe geloofwaardig is dat als u 1,5 miljard euro uitgeeft aan elf extra F-35’s? Met mooie woorden en retoriek gaan we het niet halen. Alleen uw daden tellen. Annuleer die aankoop van die extra F-35’s. Put your money where your mouth is . Dat is ook wat Trump doet. Hij onderneemt actie. Er zit methode in zijn waanzin. Die waanzin is te lezen in zijn nationale veiligheidsstrategie, waarin hij zegt dat hij het verzet tegen Europa zal leiden. Die waanzin wordt gedreven door het eigenbelang van een klein clubje superrijken dat de democratie wil vervangen door dwang en daar nog lof voor eist ook. Hij is daar zelf een voorbeeld van, of het nu gaat om olie, mineralen, vaarroutes, schimmige crypto- of techplatformen, ook in Europa. In die waanzin moeten we met een koel hoofd alternatieven uitwerken en vastberaden neen durven zeggen. Het enige instrument dat u vandaag op korte termijn zo concreet kunt inzetten, gebruikt u niet. Als u ongebonden, autonoom en met rechte rug uw waardigheid wilt behouden, dan doet u ook po dat vlak wat mogelijk is. Het is ongelooflijk dat u zelfs op dat vlak vandaag niet thuis geeft.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, zelfs in dergelijke crisissen schuwt men de grote en ook heel vaak loze woorden niet. Ik heb de woorden respect, loyauteit en waardigheid vaak gehoord, maar dat zijn geen losse zinnetjes of vage begrippen. Het is een engagement, een attitude.
Een sterk Europa heeft inderdaad respect voor internationaal recht en soevereiniteit. Een sterk Europa heeft loyauteit voor nieuwe en oude allianties en voor elkaar. Een sterk Europa heeft een smoel en zal aan de onderhandelingstafel aanwezig zijn wanneer het gaat om vrede voor Oekraïne. Een sterk Europa geeft ons de identiteit die we nodig hebben om er te staan in de wereld, om aan handel te doen en om onze volgende generaties te beschermen.
Dat is wat sterk leiderschap met zich meebrengt en daar kan ik absoluut op u tweeën en op de arizonaregering rekenen, waarvoor dank.
Voorzitter:
Dank u, mevrouw Depoorter, en alle sprekers en de twee ministers. Mijnheer Hedebouw , de heer Bouchez heeft uw naam genoemd, maar niet op een wijze die aanleiding geeft tot een persoonlijk feit.
Het initiatief van Europese regeringsleiders om troepen naar Groenland te sturen
De situatie met betrekking tot Groenland
De situatie in Groenland
De dreigende taal van de VS richting Groenland
Het buitenlandbeleid van president Trump
Internationale spanningen en buitenlandbeleid rond Groenland
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Politici bekritiseren unaniem de agressieve Amerikaanse druk op Groenland (o.a. annexatiepogingen door Trump) als een directe bedreiging van het internationaal recht, de NAVO-geloofwaardigheid en Europese soevereiniteit, waarbij ze België en de EU oproepen tot onmiddellijke, gecoördineerde actie in plaats van afwachten. Vander Elst (N-VA), Van den Heuvel (CD&V) en De Smet (Open Vld) eisen een Europese troepenmacht (waaraan België moet deelnemen) en een "rode lijn" tegen Trump, terwijl Almaci (Groen) en Boukili (PTB) de VS beschuldigen van imperialisme en waarschuwen voor het ineenstorten van de NAVO als Europa niet weerstand biedt. Minister Prévot (MR) benadrukt diplomatie en NAVO-samenwerking, maar stelt dat een Belgisch troepenverzoek nog niet is ingediend – wat kritiek uitlokt over dralen en "leeg praat" zonder concrete stappen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer minister, de situatie in Groenland is hallucinant. Het internationaal recht wordt niet eens herschreven, het wordt rechtstreeks in de vuilnisbak gegooid. Dat China en Rusland dat al jaren doen, verbaast mij eerlijk gezegd niet, maar dat de Verenigde Staten, een bondgenoot, een partnerland en in wezen een bevriende natie, zo driest te werk gaan tegen een eigen bondgenoot, Groenland en Denemarken, is ongezien. Europa staat daarbij voor een duidelijke keuze. Ofwel doen we wat we al jaren en decennia doen: afwachten, achteroverleunen, toekijken en zien hoe een en ander zich verder ontwikkelt. Ofwel ondernemen we actie, ageren we in plaats van te reageren en nemen we eindelijk het voortouw met Europa.
Mijnheer de minister, ik kies resoluut voor dat tweede Europa, een Europa dat ageert en actie onderneemt, dat tegen Trump in het Witte Huis zegt: tot hier en niet verder. Dat is het Europa dat we nodig hebben. Een aantal landen heeft vandaag die keuze al gemaakt. Frankrijk, Duitsland, Zweden, Noorwegen en Denemarken zullen militaire troepen stationeren in Groenland. België maakt daar op dit moment geen deel van uit. Voor mij en voor mijn fractie zou dat wel het geval moeten zijn. We moeten deel uitmaken van een dergelijke troepenmacht en als België onze steun uitspreken voor onze Europese bondgenoten. Het is tijd om te stoppen met aan de zijlijn te staan. België is een stichtend land van de Europese Unie en van de NAVO. We liggen in het hart en het centrum van Europa. We moeten mee een Europees blok vormen, mijnheer de minister.
In essentie heb ik dan ook maar één vraag, aangezien wachten geen optie meer is: blijven we met België wachten, of gaan we (…)
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, what a difference a day makes. Gisteren meende u in de commissie nog optimistisch dat de soep niet zo heet gegeten zou worden als ze opgediend wordt, want uw contact met de ministers in Amerika was constructiever dan de woorden van Trump. Een dag na het topoverleg, waar de Groenlanders beledigingen naar hun hoofd geslingerd kregen, is het heel duidelijk voor Denemarken en voor Groenland: de VS zijn geen millimeter van hun standpunt geweken.
De acties van ICE, de slabakkende economie, de druk op Powell, de Epsteinfiles, het zijn allemaal dossiers waarmee Trump in nauwe schoentjes zit in eigen land, maar ondertussen slaat hij wild om zich heen en dreigt hij elke keer met dwang ten aanzien van landen of externen die hem niet geven wat hij wil.
De VS blijven volhouden, Groenland moet koste wat het kost geannexeerd worden, en ze zullen niet opgeven.
De vraag is nu: bent u nog even optimistisch als gisteren, of hebt u nu door dat Europa en ons land eindelijk een streep dienen te trekken?
Andere Europese leiders hebben die boodschap sneller begrepen dan u gisteren, sneller dan ons land. Ze hebben al een troepenmacht opgebouwd. De VS mogen in Groenland nu al economisch en militair het maximale doen wat ze willen doen, maar als Trump zijn plannen doorzet, zal dat het einde van de NAVO betekenen. Dan zal dat het einde zijn van de internationale orde. In dat geval: good luck, Taiwan, en good luck, Baltische staten en Oekraïne.
Mijn vragen zijn eenvoudig: zult u verder toekijken? Wat is het plan van deze regering? Maar vooral, wake up and smell the coffee . Met deze Trump is het moeilijk onderhandelen. Elke toegift is een teken van zwakte. Het is tijd om onze rug te rechten, om te tonen dat we verenigd zijn en zeggen: tot hier, maar niet verder!
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, of de Groenlanders dat nu willen of niet, Groenland wordt Amerikaans, althans volgens Trump. Is dat de wereld die we willen, een wereld waarin alleen het recht van de sterkste absoluut geldt, waar brute macht en dreigementen de lijnen uitzetten en de uitkomst van conflicten bepalen?
Trump kijkt al langer op die manier naar de wereld. De internationale rechtsorde is niet langer van tel, eigen moraliteit volstaat, en dan is het natuurlijk bang afwachten bij Trump. De taal die Trump spreekt, is immers niet de taal van een bondgenoot. Een gepaste reactie is dan ook absoluut noodzakelijk. Mijnheer de minister, België kan daarin niet achterblijven.
Wat moet die reactie dan zijn? Voor cd&v is het heel duidelijk: Europa, Europa en nogmaals Europa. Deze crisis is een kans om te laten zien dat wij als Europeanen nog wel in staat zijn om een duidelijke vuist te maken. Alle lidstaten van de Europese gemeenschap moeten solidair zijn met Groenland en met Denemarken. Denemarken is al decennialang een van de loyaalste partners binnen de NAVO. Wij als Europa mogen geen versnipperd signaal geven, maar moeten een sterk collectief signaal geven. We moeten zeggen: hier is een dikke rode lijn en wat Trump zegt en doet kan absoluut niet.
Mijnheer de minister, Groenland wordt de lakmoesproef voor de Europese weerbaarheid en voor de Europese geloofwaardigheid. Het is absoluut nodig dat Europa hier een dikke rode lijn trekt, niet in verdeelde slagorde waarbij elk land apart een antwoord formuleert. Als we hier geen dikke rode lijn trekken, gaat in de toekomst iedereen over ons heen lopen. Welke rol (…)
François De Smet:
Monsieur le ministre, c'est la troisième fois en une semaine que nous échangeons sur le Groenland. J'en suis ravi et, à ce rythme-là, nous pourrons bientôt publier un livre d'entretiens, même si j'avoue que je commence à trouver intrigant le fait que le premier ministre échappe constamment à cette discussion parce qu'il s'agit ni plus ni moins de la fin possible de l'Alliance atlantique.
Hier soir, vous nous disiez que, selon les informations que vous aviez recueillies à Washington, une opération armée n'était pas envisagée. Vous vous êtes même aventuré à dire que, tout compte fait, il ne fallait pas prendre M. Trump au pied de la lettre, ce que je trouve extrêmement audacieux.
Pour montrer comment les chose évoluent, la semaine dernière, votre collègue Theo Francken se moquait en commission d'un collègue député parce qu'il avait osé demander dans une question écrite si l'envoi de troupes était envisagé par la Belgique. Aujourd'hui, nous constatons que la France, l'Allemagne, la Suède et la Norvège annoncent l'envoi de troupes. Et je pense également qu'il faudrait sérieusement songer à s'y joindre.
La question reste la même: qu'allons-nous faire si les États-Unis prennent de force le Groenland? Et vous ne répondez toujours pas clairement à cette question, parce que la réponse est que l'Alliance atlantique s'effondrera. Et vous devriez au moins dire cela. Ce que Trump essaye de faire, c'est transformer l'OTAN en Pacte de Varsovie. Le Pacte de Varsovie alliait un très gros partenaire hyper puissant, l'URSS, et une série de vassaux qui lui obéissaient. Je suis désolé, monsieur le ministre, mais ce n'est pas pour cela que la Belgique a signé en 1949, lorsque nous avons fondé l'Alliance.
Il faut se réveiller. Cessons de nous comporter, cessons de penser, cessons de parler comme si nous ne pouvions pas survivre hors de la sphère d'influence des puissants. Si nous voulons garder l'Alliance, il va falloir sortir de l'emprise. Voilà ce que j'aimerais vous entendre enfin dire.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, on voit que le premier ministre essaie d'éviter le débat coûte que coûte. C'est la deuxième fois qu'il fuit les débats internationaux quand cela concerne les États-Unis. Je pense qu'il a peur d'émettre la moindre critique vis-à-vis des États-Unis.
Les menaces contre le Groenland ne cessent de se poursuivre. La réunion d'hier n'a rien arrangé. Au contraire, elle a démontré la contradiction fondamentale qui existe entre le Danemark et l'administration américaine.
Soyons clairs, monsieur le ministre, l'affaire du Groenland ne tombe pas du ciel. Elle s'inscrit dans la nouvelle stratégie de sécurité américaine qui veut s'accaparer et contrôler l'ensemble de l'hémisphère occidental, du sud de l'Argentine jusqu'au Groenland. Tout cela pour servir les intérêts économiques et géostratégiques de l'impérialisme américain. Cet impérialisme, aujourd'hui, menace la souveraineté même des États européens et les intérêts de l'Union européenne.
Face à cette situation, que fait l'Europe? On observe une certaine hésitation, parce que le droit international est à géométrie variable: quand ce sont nos alliés, on est soft ; quand ce sont nos adversaires, on est dur. Avec une telle attitude, on perd toute crédibilité.
Monsieur le ministre des Affaires étrangères de la Belgique, qu'allez-vous faire si le Groenland est envahi par les États-Unis? Que faites-vous pour éviter toute agression américaine contre le Groenland? Quels leviers sont mis en place, qu'ils soient économiques, politiques ou diplomatiques, au niveau européen pour empêcher cette agression et ce renforcement de l'impérialisme américain?
Maxime Prévot:
Chers collègues, je vous le disais hier en commission, lors d'un long débat sur le sujet: le Groenland n'est pas à vendre. C'est la position sans équivoque des autorités danoises et groenlandaises. C'est aussi la position sans équivoque de la Belgique, de l'Union européenne et des autres alliés au sein de l'OTAN.
Aucune démarche hostile à l'égard du Groenland n'est acceptable ni ne sera acceptée.
Dat is de boodschap die ik vorige week in Washington heb overgebracht.
Gisteren vond er een ontmoeting plaats tussen Denemarken, Groenland en de Verenigde Staten. Zoals de Deense minister van Buitenlandse Zaken het samenvatte, hebben de partijen agreed to disagree . Ze hebben echter een dialoog opgestart en dat is het belangrijkste. Dialoog is en moet immers de enige weg blijven om tegemoet te komen aan de Amerikaanse veiligheidszorgen.
Mevrouw Almaci, gisteren was ik niet naïef optimistisch. Ik zei dat volgens mijn informatie een vijandige militaire actie niet aan de orde leek te zijn. Dat betekent niet dat de VS hun voornemen om hun belangen ter plaatse te behartigen hebben opgegeven.
Mijn Deense collega spreekt de hoop uit dat de werkgroep die zal worden opgericht tot een aanvaardbare oplossing zal komen. Denemarken wil dit probleem in eerste instantie bilateraal aanpakken, maar weet dat het kan rekenen op de volledige steun van zijn bondgenoten.
Nous continuerons donc à soutenir pleinement les Danois, avec lesquels nous entretenons des contacts étroits. Du reste, chaque semaine, une réunion du Conseil de l’Atlantique Nord (CAN), c’est ‑ à ‑ dire l ’ ensemble des ambassadeurs pr é sents à l ’ OTAN, offre l ’ occasion d ’ en d é battre.
Cette r é gion, nous le savons, rev ê t une importance strat é gique et s é curitaire majeure. La Russie y voit un espace clé pour sa projection de puissance, tandis que la Chine affiche l’ambition de devenir une grande puissance polaire d’ici 2030. L’Alliance atlantique constitue indubitablement le cadre approprié pour une coopération efficace, en complément des accords bilatéraux existant depuis 1951 entre le Danemark et les États ‑ Unis. Elle offre toutes les possibilit é s de r é soudre ces diff é rents probl è mes par le dialogue. L ’ adh é sion r é cente de la Su è de et de la Finlande a d ’ ailleurs consid é rablement renforcé la posture de l’OTAN dans la région ainsi que la crédibilité de sa dissuasion.
Des clarifications sur les mesures concrètes envisagées sont évidemment attendues dans les prochaines semaines.
De aankondigingen van ontplooiingen of de versterking van de aanwezigheid door bepaalde bondgenoten, met name Frankrijk en Duitsland, passen in de logica van collectieve verantwoordelijkheid en bijdragen aan de Euro-Atlantische veiligheid. Ze illustreren de bereidheid van de Europese bondgenoten om hun deel bij te dragen aan de stabiliteit van de noordelijke flank binnen het kader van de NAVO.
Wat betreft de vraag of België soldaten naar Groenland zal sturen, bekijkt Defensie al welke steun België zou kunnen leveren. Het is echter nog te vroeg om te communiceren over de mogelijke middelen die zouden kunnen worden ingezet. Wij hebben daarvoor nog geen verzoek ontvangen, noch op bilateraal, noch op Europees of NAVO-niveau. Mocht dat wel het geval zijn, dan zou de beslissing om al dan niet aan deze missie deel te nemen door de regering worden genomen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
U kijkt na of wij steun kunnen leveren. U hebt de vraag nog niet gekregen. Ik ben blij dat u hebt aangegeven dat wij absoluut een bondgenoot zijn in de strijd. Wat echter nog beter zou zijn, is proactief onze hulp aanbieden aan Groenland, om samen met die landen opnieuw een voortrekkersrol te kunnen spelen op het Europese toneel. Opkomen voor onze bondgenoten en met Europa opnieuw een blok vormen, dat is essentieel. Wij liggen in het hart van Europa en wij moeten die rol opnieuw durven spelen.
Uw minister van Defensie, Theo Francken, zegt heel graag " Belgium is back ". Mijnheer de minister, walk the talk . Neem uw verantwoordelijkheid. Toon aan dat Belgium back is en zorg ervoor dat België zijn steentje kan bijdragen aan de veiligheid in heel Europa.
Meyrem Almaci:
Zoals zo vaak zijn de woorden van deze regering vaak forser dan de werkelijke acties die ze onderneemt.
Mijnheer de minister, wist u dat 71 % van de Amerikanen tegen de annexatie van Groenland zijn? Zijn eigen bevolking steunt hem niet. Wie hem wel steunt zijn miljardairs zoals Bezos en Bill Gates, die miljarden hebben geïnvesteerd in mijnbouwbedrijven die actief zijn in Groenland: Amaroq, KoBold. Dat is geen toeval.
Trump verandert systematisch de democratie voor de belangen van het grote geld. Hij grijpt in de internationale orde in door dwang. Aan die dwang mogen wij niet toegeven, niet met ons land. Kom met een plan en maak uw woorden waar. Het is hoog tijd.
Koen Van den Heuvel:
In Groenland staat er heel wat op het spel: de internationale rechtsorde, de geloofwaardigheid van de NAVO en ook de Europese geloofwaardigheid. Voor ons is het heel duidelijk: geen versnipperd beleid, geen versnipperd antwoord, maar een sterke, collectieve respons en een dikke rode lijn om te zeggen dat het zo niet verder kan. Voor ons is het heel duidelijk, wij moeten in België opnieuw meer dan ooit onze internationale verantwoordelijkheid opnemen. Als we ook aan die sterke defensieve geloofwaardigheid willen bouwen, dan kunnen wij als land niet achterblijven. Voor ons is het duidelijk, met cd&v steunen wij het absoluut dat er Belgische troepen naar Groenland worden gestuurd, in samenspraak met de andere Europese bondgenoten.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Ne soyons pas naïfs! Moi, je ne peux pas articuler décemment les mots "Trump", "Groenland" et "groupe de travail" dans le même univers conceptuel. Cet homme n’est pas le genre de gars à faire des groupes de travail, monsieur le ministre. C’est quelqu'un qui ne comprend que la force et l’intimidation. Si la séquence commence avec le Venezuela – un racket – pour se poursuivre par le Groenland, c’est pour dire: "Regardez ce que je suis capable de faire!"
Il est urgent que nous fassions partie des pays européens qui l’ont compris et qui comprennent qu’il faut répondre, évidemment pas par de la force pure et simple, mais en montrant que nous n’avons pas peur, que nous sommes capables, nous aussi, d’envoyer des troupes de reconnaissance au Groenland, et que nous faisons partie des pays européens qui ne se laissent pas impressionner – parce qu’il n’attend que cela, comme une brute en cour de récréation.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous nous dites que l’Europe est un allié des États-Unis. Je vous rappelle juste que les États-Unis n’ont pas d’alliés. Ils n’ont que des intérêts. Aujourd'hui, ils agissent seulement dans leur intérêt. Si l’Europe veut agir et progresser, elle doit sortir de l’emprise de l’impérialisme américain. Il est absolument nécessaire aujourd'hui de se tourner vers le reste du monde, de travailler dans le dialogue et la diplomatie, avec les autres peuples, dans un principe de sécurité collective, pour assurer la sécurité et la progression de tous les peuples du monde. Car aujourd'hui, ce qui se pose, c’est l’intérêt de l’impérialisme américain. Les Américains n’agissent pas pour leur sécurité nationale. C’est la sécurité mondiale qui est menacée par l’impérialisme américain. L’Europe doit changer de lunettes, regarder le reste du monde et se libérer de cet impérialisme américain!
De uitspraken van de topman van ENGIE over de toekomst van kernenergie in dit land
De ontmanteling van de kerncentrales en de toekomstige investeringen in kernenergie
De toekomst van kernenergie
De energievoorzieningszekerheid
De toekomst van kernenergie
De toekenning van een sloopvergunning voor de koeltorens van Tihange 1 en 2
De toekomst van kernenergie, ontmanteling en energievoorzieningszekerheid in België
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden bekritiseren minister Bihet scherp omdat zijn aangekondigde "nucleaire hergeboorte" tot nu toe dode letter blijft: ENGIE sluit verlenging van bestaande centrales (inclusief Tihange 1) en nieuwe investeringen categorisch uit, terwijl Elia waarschuwt voor bevoorradingscrises vanaf 2028 en een tekort van 4,4 GW na 2035 voorspelt. Critici (o.a. De Smet, Ecolo) beweren dat de minister geen concrete onderhandelingen voerde met ENGIE en geen realistisch stappenplan heeft voor SMR’s (pas mogelijk na 2035) of grote centrales (na 2040), ondanks zijn beloften van 4 GW nucleaire capaciteit. Bihet verdedigt zich door te benadrukken dat kernenergie en hernieuwbare energie de "twee onbetwistbare pijlers" zijn van de toekomstige mix, maar erkent impliciet dat ENGIE’s weigering om te investeren en juridische belemmeringen (bv. sloopvergunningen Tihange 1) de plannen frustreeren; hij wijst op infrastructuurprojecten (Ventilus, Boucle du Hainaut) en "werk in uitvoering" zonder tijdsgebonden commitments te geven. Oppositie (N-VA, cd&v) eist dringend een gedetailleerd actieplan, terwijl meerderheidspartijen (o.a. Lejeune, MR) vertrouwen uitspreken maar gebrek aan transparantie bekritiseren.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, ik ben blijkbaar de eerste in een rij van collega’s, vooral van de meerderheid, die zich stilaan zorgen maken over uw toch wel bescheiden palmares, voorlopig, op het vlak van de aangekondigde nucleaire hergeboorte.
Ik wil u confronteren met enkele actuele feiten. Ten eerste, de CEO van ENGIE Belgium stelde gisteren dat het langer openhouden van de jongste twee centrales en het herstarten van oude reactoren niet meer aan de orde is voor exploitant ENGIE. Heel misschien wil men na 2030 eens spreken met de volgende regering over een mogelijke nieuwe verlenging.
Ten tweede, ENGIE zegt zelf dat een overname door mede-exploitant EDF van de kerncentrales niet aan de orde is. U liet dat nochtans anders uitschijnen in de commissie.
Ten derde is er de Tractebelstudie in opdracht van Elia. Nieuwe grote kerncentrales zouden ten vroegste na 2040 operationeel zijn in dit land en SMR’s niet voor 2035, dan nog op voorwaarde dat u hiervoor dit jaar al concrete stappen zet.
Ten vierde, uw kabinet nam gisteren of vandaag communicatief de vlucht vooruit en bevestigde dat u praat met het Canadese OPG en het Amerikaanse Westinghouse. Mogen we daarover eindelijk iets meer concreets vernemen?
Ondertussen zegt Elia al maandenlang dat we vanaf 2028 stilaan maar zeker naar steeds hoger oplopende bevoorradingsproblemen zullen gaan, met echt grote problemen na 2035, wanneer er geen nieuw verlengingsdossier zou komen en ook de nieuwe offshore-ontwikkelingen niet op kruissnelheid zullen zijn.
Wat is uw reactie op al deze feitelijkheden?
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, dans quelques semaines, tout au plus quelques mois, on va démolir la tour de refroidissement de Tihange 1. C'est un symbole des erreurs du passé. C'est la concrétisation de celles et ceux qui ont voulu casser la filière nucléaire, casser notre autonomie, sans alternative, en nous plongeant dans l'inconnu.
Aujourd'hui, on a demandé à la population de s'investir dans l'électricité, dans les voitures électriques, avec une baisse des accises sur l'électricité et une baisse de la TVA sur les pompes à chaleur. À côté de cela, paradoxalement, on abat une tour et on est de plus en plus en manque d'électricité. Le Parlement a fait son travail. Il a voté la loi de prolongation du nucléaire afin de relancer le secteur pour répondre à nos besoins énormes en énergie. C'est un enjeu capital.
Pendant ce temps-là, ENGIE, notre acteur de référence, continue à dire qu'il ne veut plus investir avec nous dans le nucléaire et a demandé un permis pour démolir cette tour emblématique. Ce constat appelle une question simple mais fondamentale. Quelle est concrètement votre stratégie en matière de développement du nucléaire à moyen et long terme? La modification de la loi à elle seule ne suffira pas.
Plus fondamentalement, qui décide de notre avenir? Est-ce ENGIE à Paris ou nous à Bruxelles? Monsieur le ministre, on a vraiment besoin d'une stratégie de développement nucléaire. Notre population, et surtout nos industries, en ont plus que besoin.
J'ai donc plusieurs questions. Avez-vous déjà pris des contacts avec d'autres opérateurs ou investisseurs potentiels susceptibles de s'engager dans de nouveaux projets nucléaires? Pouvez-vous nous préciser où en sont vos travaux, votre calendrier et vos choix stratégiques en la matière? Existe-t-il une vision claire, des objectifs chiffrés et des projets concrets pour le nucléaire dans le cadre plus large de la transition énergétique?
Monsieur le ministre, on doit ramener cette puissance nucléaire qui faisait la fierté de notre pays. Il y a urgence.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, we worden met heel wat uitdagingen geconfronteerd wat betreft de bevoorradingszekerheid voor de komende jaren. Elia heeft voorspeld dat het verbruik van elektriciteit enkel zal toenemen in de volgende jaren en zeker ook tegen 2050. Tegelijkertijd zegt ENGIE echter de boot te willen afhouden voor verdere levensduurverlengingen van kerncentrales. Nochtans hebben we die stroom absoluut nodig.
Wat voor een verschrikkelijke erfenis hebt u eigenlijk gekregen, mijnheer de minister? Laten we eerlijk zijn, de vorige minister gaf duidelijk aan dat de bevoorradingszekerheid de komende decennia zou worden gegarandeerd. Ze zei zelfs dat kernenergie tegen 2025 gewoonweg overbodig zou zijn. Kijk waar we nu staan. Die groene luchtkastelen zijn vandaag bitter weinig waard. Er was heel veel wind, zeker bij mevrouw Van der Straeten, maar heel weinig resultaat.
Mijnheer de minister, onze burgers en bedrijven hebben recht op bevoorradingszekerheid. Als we welvaart willen creëren, dan moeten we hen die garantie kunnen geven. Dat wil zeggen dat we moeten blijven inzetten op kernenergie op de lange termijn en op de korte termijn. Als we dat niet doen, staat er een lawine aan nieuwe gascentrales klaar om in te schuiven en dat moeten we absoluut trachten te vermijden.
Mijnheer de minister, ik kom tot mijn vragen.
Ten eerste, op welke manier wilt u de bevoorradingszekerheid garanderen in de komende decennia? Ten tweede, welke maatregelen zult u op korte termijn nemen om ervoor te zorgen dat het aandeel van kernenergie kan stijgen in onze energiemix? Ten slotte, welke plannen hebt u op lange termijn voor diezelfde technologie? Ik kijk uit naar uw antwoord.
Christophe Bombled:
Monsieur le ministre, depuis votre entrée en fonction, vous avez défendu une ligne politique claire: ne pas fermer prématurément des options nucléaires valables, éviter tout acte irréversible compromettant nos capacités de production et préserver, dans le cadre de l’abrogation de la loi de sortie du nucléaire, le potentiel nucléaire au ‑ del à de Doel 4 et Tihange 3.
Dans le dossier de Tihange 1, cette position se heurte toutefois à une é volution pr é occupante. En effet, un permis r é gional vient d ’ autoriser la déconstruction des tours de refroidissement à partir de septembre 2026, alors même que vous avez explicitement demandé aux exploitants de s’abstenir de tout acte irréversible sur des installations susceptibles d’être prolongées.
Je souhaite toutefois rappeler un point de procédure important. À ce stade, le gouvernement wallon ne s’est pas prononcé sur ce permis. Les décisions actuelles émanent du fonctionnaire délégué et du fonctionnaire technique du Service public de Wallonie. Le ministre wallon de l’Aménagement du territoire n’interviendra que dans le cadre du recours introduit par la ville de Huy contre ce permis de démolition.
Ce dossier appelle donc du sérieux juridique, du sang ‑ froid et une vision de long terme de notre s é curit é d ’ approvisionnement. Or les trajectoires de neutralit é carbone impliquent un renforcement des capacit é s pilotables bas carbone. Tihange 1 constitue pr é cis é ment une telle capacit é , pour autant qu ’ elle ne soit pas rendue indisponible de mani è re irr é versible. Cette question est par ailleurs indissociable du renforcement du réseau à haute tension, notamment de la Boucle du Hainaut, indispensable tant à l’intégration des renouvelables qu’à la valorisation de nos capacités pilotables.
Monsieur le ministre, pouvez ‑ vous nous expliquer quelle strat é gie vous envisagez pour assurer notre s é curit é d ’ approvisionnement tout en garantissant une transition é nerg é tique r é aliste et d é carbon é e?
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, de uitdagingen voor ons energiebeleid zijn zeer groot. We moeten zorgen voor betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor iedereen en kernenergie maakt daar deel van uit. De schrapping van de wet op de kernuitstap zag u als uw visitekaartje voor een stevige nucleaire heropleving. Bij de start van de regering hebt u ambitieuze doelen gesteld: minstens 4 gigawatt aan kernenergie in de elektriciteitsmix was het vooropgestelde streefdoel.
Wat zien we vandaag? Amper 2 gigawatt aan nucleaire capaciteit en als we niet snel ingrijpen, gaat ook Tihange1 definitief tegen de grond. U weet net zo goed als ik dat nieuwe kerncentrales of kleine modulaire reactoren niet van de ene op de andere dag gebouwd zullen zijn. Los van het verleden, valt dit moeilijk te rijmen met de ambities die u tot nu toe hebt verkondigd.
Voor cd&v gaat het over meer dan cijfers alleen. Het gaat over meer dan één specifieke site. Het gaat over de kern van onze energiebevoorrading en dus over onze strategische autonomie. Het gaat over de vraag of wij onze gezinnen en onze bedrijven van stabiele en betaalbare energie kunnen blijven voorzien, nu en in de toekomst. Vandaag ontbreekt daarover duidelijkheid. We zien ambitie, maar geen routekaart. Zonder extra productiecapaciteit stevent ons land af op een gigantisch bevoorradingstekort door de stijgende vraag naar elektriciteit.
Mijnheer de minister, waar blijft de nucleaire strategie?
François De Smet:
Monsieur le ministre, avec l’Arizona, sur le nucléaire, on allait voir ce qu’on allait voir. Après 25 années de dictature écologiste, votre parti, le MR, allait enfin revenir au pouvoir et sauver la filière nucléaire. Oui, je sais que c’est n’importe quoi, mais c’est le résumé de la campagne électorale.
Un an plus tard, votre bilan: vous avez abrogé la loi de 2003 sur le nucléaire; vous avez aussi abrogé la loi de 2003 sur le nucléaire; et vous avez abrogé la loi de 2003 sur le nucléaire. Je suis un peu injuste, vous avez aussi laissé éteindre deux réacteurs.
Si on écoute les déclarations du CEO d'ENGIE, l’avenir n’a pas l’air plus souriant. Votre gouvernement prétendait étudier la prolongation de Tihange 1. Pour ENGIE, je cite: "Tihange 1 est une discussion du passé". Une telle hypothèse est jugée impensable, faute de combustible et de place sur un réseau désormais saturé par les centrales au gaz.
Pire, alors que vous avez dit déplorer les actions irréversibles, la Région wallonne a octroyé les permis de démolition pour les tours de refroidissement de Tihange 1 et 2. Comment pouvez-vous prétendre sauver ces outils alors que vous laissez l’exploitant aller jusqu’à leur destruction physique?
Ensuite – et cela m’inquiète encore davantage – concernant la prolongation de Doel 4 et Tihange 3, vous annoncez, comme ce devrait en effet être le cas, porter leur exploitation à 20 ans au lieu des 10 initialement négociés. Là aussi, ENGIE est catégorique: l’accord signé est de 10 ans et le groupe refuse d’investir un euro de plus dans une prolongation supplémentaire, jugeant la question prématurée et hors de sa stratégie actuelle.
Le plus grave pour moi, monsieur le ministre, est que le CEO d'ENGIE affirme qu’aucune négociation n’a eu lieu entre le gouvernement et lui-même sur la prolongation du moindre réacteur.
En résumé, l’Arizona a laissé se déconnecter deux réacteurs, autant que la Vivaldi, et nous n’avons pas le début d’une idée de notre capacité nucléaire après 2035.
Monsieur le ministre, le CEO d'ENGIE dit-il vrai? Confirmez-vous qu’en un an, vous n’avez lancé aucune négociation sur la prolongation des réacteurs? De quelle énergie nucléaire la Belgique disposera-t-elle en 2035? Serez-vous le ministre de la fin du nucléaire?
Mathieu Bihet:
Beste Kamerleden, sta mij toe om u vooreerst mijn beste wensen over te maken, met bovenal een stralende gezondheid.
In al uw vragen merk ik een rode lijn op: de competitiviteit.
Je ne vais pas vous ennuyer en rappelant que le gouvernement a décidé, à la fin de l'année dernière, d'introduire à la fois une mesure temporaire et une mesure structurelle pour soutenir notre industrie à forte intensité énergétique. Je souhaite plutôt vous parler d'une troisième mesure qui bénéficie non seulement à cette industrie, mais également aux PME et aux indépendants: la capacité décarbonée.
De bevoorradingszekerheid kan enkel maar gegarandeerd worden zonder dogma's en op een doordachte manier, door te luisteren naar alle stakeholders en door met hun input een evenwichtige strategie uit te werken. Dat is waar dit regeerakkoord voor staat.
Notre mix énergétique décarboné devra reposer, aujourd'hui comme à l'avenir, sur deux piliers incontestables: les énergies renouvelables et l'énergie nucléaire. Comme cela a été évoqué, la place du renouvelable, en particulier de l'éolien offshore, est incontestable. L'accord de gouvernement est clair sur la zone Princesse Elisabeth, mais ce gouvernement s'engage également à accélérer la maximalisation du potentiel énergétique en mer du Nord et de manière économiquement efficiente. Nous poursuivons ce rôle de pionniers.
La place de l'énergie nucléaire dans un mix énergétique, chers collègues, est devenue incontestable. Il s'agit surtout à l'échelle belge d'une rupture avec le passé, un passé qui a longtemps méconnu, ignoré, voire décrédibilisé le rôle pionnier de la Belgique. Reconstruire et ancrer un écosystème nucléaire afin d'éviter de reproduire les erreurs du passé en des temps géopolitiquement incertains demande du temps. Il s'agit de reconstruire l'ensemble de la chaîne de valeur, du combustible aux déchets, de préserver et d'élargir les connaissances, mais aussi de les valoriser afin de trouver des mécanismes de financement qui soutiennent la compétitivité sans dégrader le pouvoir d'achat. Il faudra favoriser la coopération entre les différentes entités du pays dans le respect des compétences de chacun.
Wat de capaciteit betreft, hebben we geen tijd. We anticiperen en werken dag na dag opdat de beschikbare middelen efficiënt worden ingezet. Op korte termijn is de verlenging van de openingsduur van de bestaande reactoren een no-brainer. Op middellange en langere termijn hebben we nog steeds een grote capaciteit nodig, aangevuld met SMR's. Daarvoor bestaat interesse; dat valt niet op een koude steen. Er wordt naar België gekeken om die reactoren hier mee te realiseren.
Mais, jusqu'à présent, tout le monde n'est pas convaincu qu'il s'agit de la voie à suivre. Je suis donc quelque peu surpris que certains d'entre vous aient été surpris par les déclarations du CEO d'ENGIE dans la presse. La stratégie d'ENGIE, qui met avant tout l'accent sur la décarbonation, ne reflète pas encore le fait que, pour pouvoir décarboner, le renouvelable et le nucléaire doivent aller de pair. J'espère qu'ENGIE en viendra à un moment donné, comme par le passé, à la conviction qu'il convient de mobiliser les actifs nucléaires dont elle dispose, voire de les développer davantage.
Dans ce cadre, vous m'interrogez aussi par rapport à une autorisation octroyée. Cela a été dit non pas par une autorité politique, comme certains ont essayé de le faire croire sur les réseaux sociaux, mais par une autorité administrative. La situation est claire: les accords Phoenix, tels qu'ils sont rédigés aujourd'hui, limitent la marge de manœuvre juridique. Vous comprendrez dès lors la discrétion dont je fais preuve.
Mais, soyez rassurés, tout cela n'entrave absolument pas ma détermination et la détermination de ce gouvernement. Garantir la sécurité et l'approvisionnement, chers collègues, n'est pas seulement une question de capacité. Même avec les meilleures capacités du monde, on ne fera rien sans réseau, tant pour le renouvelable que pour le nucléaire. À ce titre, l'importance de la connexion Ventilus comme de la Boucle du Hainaut est fondamentale, tant pour notre sécurité d'approvisionnement que pour les problèmes de congestion que nous commençons à connaître au Nord et au Sud du pays.
C'est, comme je vous l'ai dit au début, une question de compétitivité. Et, cela, on ne peut le garantir qu'avec une énergie sûre, abordable et durable. Je vous remercie.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, de CEO van ENGIE heeft in de feiten gelijk: niet ENGIE heeft het nucleair tijdperk afgesloten, maar wel de vorige Belgische regeringen, met de N-VA en met cd&v, mevrouw Van Keymolen. Voorlopig bent u, samen met de N-VA en cd&v, nog steeds de uitvoerder van de paars-groene energie-erfenis.
We weten wat dat vandaag op het terrein betekent, namelijk steeds groter wordende energie-import. Wie zal dat hier ontkennen? Er is steeds meer hernieuwbare energieproductie, meer dan nucleaire productie. Gascentrales en batterijparken worden rijkelijk gespijsd door de belastingbetaler via het CRM-ondersteuningsmechanisme.
Waar blijft uw nucleair stappenplan? Zorg eindelijk ook in de realiteit voor een omwenteling op het vlak van nucleaire energie. Ga weg van de groene dogma’s. In plaats van aankondigingen en praatjes, voeg de daad bij het woord.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, j'ai entendu vos réponses, ainsi que les différentes interventions. Les décisions sur le nucléaire sont prises ici. C'est au niveau fédéral qu'on doit décider. Le ministre wallon, avec lequel je sais que vous travaillez, ne pourra s'appuyer que sur la loi. Nous devons décider de la stratégie. Nous en parlons souvent en commission, avec vous. C'est ici que cela se décide, et non dans des cénacles qui se trouvent ailleurs.
Nous restons un peu sur notre faim, mais nous avons confiance en vous. La tour que nous allons développer est le symbole des erreurs du passé, comme tous l'ont répété. Mais j'ai confiance en votre détermination et en votre capacité de déployer un plan précis avec des actions concrètes pour aller de l'avant et vous coordonner avec la région pour nous fournir en électricité et retrouver le nucléaire qu'on avait et cette fierté du passé. Je vous remercie.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, uw antwoord was duidelijk. We hebben een duidelijk plan van aanpak nodig, we hebben dat op korte termijn nodig en we zullen alles uit de kast moeten halen om ervoor te zorgen dat de bevoorradingszekerheid wordt gegarandeerd.
We hadden die stap al veel eerder kunnen zetten, als de vorige regering heel andere beslissingen zou hebben genomen. Toen de N-VA tien jaar geleden voorstelde om naar nieuwe kerncentrales te kijken, zei men bij Open Vld: daar denken we nog niet aan, over ons lijk, breekpunt. Eerlijk gezegd, dat was een foute keuze.
Nu hoor ik iedereen hier in de zaal oproepen om verder te gaan, om kernenergie naar voren te schuiven, want het had al gebeurd moeten zijn. Jammer genoeg denkt men daar alleen maar aan wanneer men in de oppositie zit.
Christophe Bombled:
Monsieur le ministre, vous avez hérité, à la suite d'accords conclus jadis, d'une loi de sortie du nucléaire qui a orienté le système vers le démantèlement. Toutefois, fort heureusement, vous avez choisi une autre voie: celle de la responsabilité, en soutenant l'abrogation de cette loi et en refusant que des décisions techniques irréversibles hypothèquent notre sécurité d'approvisionnement.
Il est essentiel que chacun assume sa part de responsabilité: le fédéral, en maintenant ouvertes les options nucléaires dans le respect des normes de sûreté; le niveau régional, en prenant des décisions cohérentes avec la sécurité d'approvisionnement; les gestionnaires de réseau, en accélérant des projets structurants. Il importe de refuser de détruire ce dont nous pourrions avoir besoin demain et de bâtir les infrastructures qui permettent de concilier sécurité d'approvisionnement, compétitivité et transition climatique ordonnée. Ce qui est rassurant aujourd'hui est que l'énergie soit à présent pilotée par un ministre, et non plus par une lobbyiste à l'agenda caché!
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, ook ik dank u voor uw antwoorden.
Het heeft weinig zin om elkaar de zwartepiet door te schuiven voor wat er in het verleden allemaal gebeurd is. We zijn nu. Het plan moet nu gemaakt worden. Nu moeten er oplossingen komen.
In de wandelgangen wordt u ook wel eens Atomic Boy genoemd. Nu, van atomen weten we dat ze altijd in beweging zijn, maar vandaag zien we nog maar weinig beweging.
Voor cd&v is dit thema te belangrijk om te blijven steken in intenties en in verkenningen. Onze bedrijven en onze gezinnen rekenen op ons voor een zekere en betaalbare energiebevoorrading. Wij rekenen er dan ook op dat u snel een duidelijk plan maakt, en dat we daar snel mee voort kunnen.
François De Smet:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre.
Si je résume vos propos, Engie n'a pas bien lu le programme du MR et l'accord de gouvernement. C'est une possibilité. Une autre réalité est peut-être que le gouvernement et le MR n'ont pas tenu compte des contraintes réelles du terrain, de celles d' Engie et de la réalité opérationnelle, avant de promettre qu'il suffirait d'appuyer sur un bouton pour prolonger tous les réacteurs de ce pays.
Je suis quelque peu troublé par le fait que vous n'avez pas répondu à la question de savoir si le CEO d' Engie dit vrai lorsqu'il affirme qu'il n'y a pas eu de négociation depuis un an. Il faut donc en conclure que c'est bel et bien le cas.
Enfin, je reste inquiet quant à l'approvisionnement à long terme. Vous avez évidemment pris connaissance de l'étude de Tractebel, qui souligne qu'aucun nouveau grand réacteur ne pourrait voir le jour avant 2039, voire 2044, si l'on commençait à le construire dès aujourd'hui. Or, Elia prévoit un déficit d'approvisionnement de 4,4 GW à partir de 2035, moment où nous n'aurons plus de nucléaire si rien ne bouge. Il y a de quoi continuer à être inquiet. Obtenez au moins la prolongation à 20 ans de Doel 4 et Tihange 3!
Voorzitter:
Hierbij sluit ik deze vragensessie af. Ik dank de vragenstellers en de regering.
De Europese top over het concurrentievermogen
De teloorgang van de industrie en met name van de chemiesector in België
De situatie van de chemiesector in België, onder andere bij Vynova Tessenderlo
België en Europa: industrie, chemiesector en concurrentievermogen
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
PS en De Smet bekritiseren dat premier De Wever een urgente parlementaire vraag over de Groenlandse soevereiniteitscrisis (en EU-betrokkenheid) ontwijkt, ondanks zijn medioptredens erover, en wijten dit aan regeringsontwijkgedrag. Intussen domineren industriële noodkreten (Vynova/Tessenderlo) het debat: Keuten (N-VA) en Gielis (CD&V) eisen concrete reddingsacties—energienormen, aandeelhoudersdruk, kortetermijnsteun—om 1.200 banen en 133 jaar chemie-erfgoed te behouden, en bekritiseren het "feestjescircuit" (Davos, Alden Biesen) als leeg retorisch Europa-beleid terwijl bedrijven nu failliet dreigen. De Wever benadrukt Europese competitiviteit als enige oplossing—via energie-unie, handelshervormingen en investeringsplannen (o.a. 11/2-top in Antwerpen)—en verdedigt nationale maatregelen (loonkostendaling, €1mrd energiekorting), maar erkent dat tijdsnood (Vynova-deadline: maart) en EU-traagheid de crisis verergeren. Kritiek blijft: oppositie ziet geen directe actie, slechts intentieverklaringen.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, avant toute chose, permettez-moi de vous adresser ainsi qu’à l’ensemble des collègues les meilleurs vœux du groupe PS pour cette année 2026 et, à travers vous, bien entendu, à l’ensemble des collaboratrices et des collaborateurs des services de la Chambre, qui nous permettent – au-delà des attentions particulières réservées à notre collègue Piedboeuf – de travailler dans d’excellentes conditions, malgré le fait que nous les sollicitons bien plus que de raison, souvent d’ailleurs de la faute du gouvernement et de la majorité.
Monsieur le président, au risque de paraître chafouin, permettez-moi de commencer cette première séance plénière de l’année 2026 par un regret. Nous avons déposé une question d’actualité concernant la situation internationale, singulièrement les menaces qui ne sont aujourd’hui plus voilées concernant le principe de souveraineté territoriale du Groenland, et donc de l’Union européenne. Cette question était adressée à monsieur le premier ministre, qui était présent à Paris en début de semaine à un sommet important. Il n’a pas signé la déclaration à l’issue de cette réunion de soutien au Danemark. Aujourd’hui, il est présent mais refuse de répondre à cette question. Je le regrette, monsieur le président.
Quatre groupes parlementaires souhaitaient interroger le premier ministre sur cette question mais le Règlement permet effectivement au gouvernement de renvoyer cette question vers un autre ministre. Nous le regrettons et le dénonçons aujourd’hui, monsieur le président.
Voorzitter:
Je vous remercie, monsieur Dermagne. Votre intervention figurera bien évidemment au compte rendu, mais je ne peux qu'en prendre acte.
François De Smet:
Monsieur le président, meilleurs vœux à vous-même, aux collègues et aux services de la Chambre.
Je n’interviens pas souvent dans ce genre de questionnement, mais j’avais moi aussi posé une question sur la situation internationale au premier ministre. Nous aurons certainement un débat intéressant avec M. Prévot, mais il est tout de même regrettable que le premier n’y participe pas. Je pensais que, comme cela arrive régulièrement dans ce genre de situation, les deux ministres allaient répondre ensemble. La gravité de la situation internationale aurait vraiment mérité cette réponse.
Monsieur le président, vous allez nous dire que le Règlement autorise le gouvernement à choisir quel ministre va répondre. Il me semble que le gouvernement commence un petit peu à abuser de cette manière de faire. Il est quand même difficilement compréhensible que le premier ministre puisse répondre à Terzake sans problème sur le Groenland, le Venezuela et l’actualité internationale, mais qu’il ne trouve pas le temps de le faire ici, alors qu’il est face à la représentation parlementaire.
Je rappelle qu'un Parlement est un lieu où les parlementaires choisissent les questions auxquelles les ministres doivent répondre et non un lieu où les ministres choisissent les questions auxquelles ils ont envie de répondre. Il faudrait que l’Arizona commence à s’en souvenir.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, u organiseert weldra een top rond Europese competitiviteit. Dat initiatief is hoognodig voor de slagkracht van onze industrie en onze bedrijven. Europa staat immers op een kruispunt. Als we economisch en geopolitiek relevant willen blijven, moeten we sterker worden. Dat vergt samenwerking. We moeten aan één zeel trekken, meer verantwoordelijkheid opnemen en leren om zelf onze broek op te houden in een steeds hardere wereld.
U stelde duidelijk dat de grootste uitdaging niet ideologisch, maar economisch is. U wees herhaaldelijk op een stagnerende productiviteit in Europa, een realiteit die we al te vaak ontwijken in het publieke debat. Zonder productiviteitsgroei is er geen duurzame welvaart, zijn we niet in staat om te herverdelen, is er geen strategische autonomie en geen geloofwaardig klimaatbeleid.
U sprak in dat verband over een klavertje vier. De eerste drie blaadjes betreffen competitiviteit, innovatie en productiviteit. Pas wanneer die voorwaarden er zijn en die fundamenten stevig staan, kan het vierde blaadje, de Green Deal , duurzaam en sociaal verantwoord worden uitgerold. Dat is een heldere, maar ook moedige analyse.
Welke concrete agenda wilt u met deze top naar voren schuiven? Welke keuzes zult u op tafel leggen om Europa opnieuw competitiever te maken?
Dat u koos voor een Belgische locatie lag voor de hand, maar waarom koos u voor het idyllische, maar ook machtige Alden Biesen? Kunt u uitleggen waarom de keuze daarop viel?
Dieter Keuten:
Collega’s, ik woon in Tessenderlo. Dat ligt naast de E313 en het Albertkanaal. Dat zijn de aorta’s of de slagaders van onze Vlaamse economie. Ze verbinden Antwerpen met het Duitse Hartland of het Duitse industriegebied.
Al 133 jaar staat op amper 300 meter van onze kerktoren een chemische fabriek. Wat vandaag Vynova heet, noemen wij Looi Chemie. Het bedrijf zit in ons DNA, want al 133 jaar leven wij met de ongemakken maar vooral met de welvaart die die industrie ons brengt.
Vynova Belgium in Tessenderlo is de hoofdzetel van een internationale groep met ook fabrieken in alle buurlanden. Die Vynova Groep verkeert vandaag in grote problemen omdat vanuit Tessenderlo honderden miljoenen euro naar het buitenland zijn gevloeid. Alle reserves zijn op en door de uitzichtloosheid, onder meer op het vlak van de energieprijzen, wil geen enkele bank nog vers geld lenen.
De gevolgen zijn dramatisch. Zevenhonderd gezinnen en vijfhonderd leveranciers, lokale kmo’s, vrezen nu terecht het ergste. De tijd dringt en de mensen uit mijn regio wachten op antwoorden.
Mijnheer de premier, ik heb vier vragen.
Ten eerste, wil deze regering de Vlaamse en Limburgse chemische sector daadwerkelijk redden?
Ten tweede, welke acties uit de werkgroepen van MAKE 2025-2030 kunnen op korte termijn zuurstof bieden?
Ten derde, wanneer wordt de energienorm toegepast, zodat onze industrie opnieuw kan concurreren?
Ten vierde, wat doet u om de aandeelhouder van Vynova te overtuigen om te blijven investeren in Vlaanderen? In Tessenderlo gaat er nu eindelijk iemand naar Frankfurt. Waar wacht u nog op?
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, in oktober waarschuwde ik al voor de problemen bij BASF en INEOS. Dat waren toen geen losse incidenten, maar signalen van een dieper probleem in onze industrie. Ik vroeg toen waar de fundamentele koerswijziging voor onze chemie-industrie bleef.
Vandaag staan we hier opnieuw. Met 36 jaar ervaring in de chemiesector op de teller ligt dat mij nauw aan het hart. Deze keer gaat het inderdaad over de site van Vynova, het vroegere Tessenderlo Chemie, op de grens van de Kempen en Limburg, een site die generaties lang stond voor werk en welvaart, een site waarrond een gemeenschap werd gebouwd.
De chemische sector, de moeder van onze industrie en de motor van onze economie, zit in overlevingsmodus. De sector kreunt onder hoge energieprijzen, trage procedures en oneerlijke concurrentie. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor van onze welvaart vormen, stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven groeien en bloeien, en dat ten koste van onze eigen bedrijven en van medewerkers die dag in dag uit het beste van zichzelf geven. Niet met cd&v.
De regering erkende zelf al dat onze industriële competitiviteit structureel verzwakt is. Uw collega verwees naar arbeidskosten, energieprijzen en procedures en sprak over plannen, intenties en trajecten. De realiteit gaat echter sneller dan het beleid. Daarom blijf ik, mijnheer de premier, bij mijn eerdere vraag: waar blijft de fundamentele ommezwaai voor onze industrie? Dank u wel.
Bart De Wever:
Voorzitter, beste collega’s, beste wensen voor het nieuwe jaar.
Chers collègues, mes meilleurs vœux pour le Nouvel An.
Herr Frank, meine besten Wünsche für das neue Jahr.
Leden van de meerderheid, ik wens u alles wat u wenst. Leden van de oppositie, ik wens u alles wat u mij toewenst. Ik hoop dat we er een vruchtbaar jaar van kunnen maken. Ik dank u alvast hartelijk voor de vragen over dit thema, dat me zeer na aan het hart ligt.
Dat de industrie in ons land en in Europa onder druk staat, valt niet te miskennen. Er zijn heel veel slechte tijdingen aangehaald. Er zijn er al heel wat geweest. Het valt te vrezen dat er nog komen. Het is een teken aan de wand dat we voor het eerst sinds heel lang onze productievolumes duidelijk zien dalen en dus een ernstige onderbenutting kennen van onze industriële capaciteit. Dat schreeuwt urgent om bijsturingen.
Wij hebben nationaal werk gemaakt van een verbetering van onze concurrentiekracht door maatregelen om de bruto loonkosten te drukken en door eindelijk vlak voor Kerstmis de lang verwachte energiekorting in te voeren, die over de hele legislatuur onze energie-intensieve bedrijven voor een miljard euro zal ontlasten. Dan gaat het natuurlijk vooral over de petrochemie.
Het is geen evidente maatregel. Het zal u opgevallen zijn dat we niet zo goed bij kas zitten. Maar de regering is zich bewust van de waarde van industrie en zeker van deze industrie voor onze welvaart. We doen het nodige. We doen wat we kunnen.
Samen met de regio’s maken we ook verder werk van vereenvoudiging van de procedures en de regels waar we zelf de controle over hebben. Dat zijn ze niet allemaal, dat weet u. De recente hervorming van het vergunningenbeleid in Vlaanderen – door de goede collega Brouns – is een waardevolle vooruitgang. Die weet ik zeker naar waarde te schatten. Maar het probleem stopt bij uitstek niet aan onze landsgrenzen. Het is een veel breder probleem dat de hele Europese Unie en zeker Noordwest Europa treft. Het is dus een brede grensoverschrijdende aanpak die we nodig hebben als we echt een positieve impact willen hebben op de toekomst van de Europese industrie.
Een vergaande integratie van de Europese markt voor diensten en goederen. Dat is wat we moeten doen. Een waarachtige spaar- en investeringsunie creëren. Dat is wat we moeten doen. De energiemarkt één maken, met investeringen in transnationale infrastructuur. Dat is wat we moeten doen. Talent aantrekken voor onze arbeidsmarkt. Onze markt afschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. En wat mij betreft, ook zoveel mogelijk logische vrijhandelsverdragen afsluiten met de rest van de wereld. Dat lijkt me wat we moeten doen op Europees niveau.
De komende weken zullen belangrijk zijn om de koers in Europa te helpen bepalen.
Eind deze maand is er het Wereld Economisch Forum in Davos. Ik kan u zeggen dat ik die gelegenheid zal aangrijpen om zo veel mogelijk nuttige bijeenkomsten over die thema’s te organiseren, formeel en informeel.
Nog belangrijker dan Davos is Antwerpen. Op 11 februari zal immers de derde Industry Summit in de prachtige Handelsbeurs plaatsvinden. Ik denk, mijnheer Keuten, met alle respect, dat de Schelde de aorta is van de Vlaamse welvaart. Het Albertkanaal is zeker een ader, maar die aorta lijkt mij toch de Schelde te zijn. Ursula von der Leyen zal daar opnieuw zijn. Ik zal haar daar verwelkomen. Daarna zal de top van de Europese industrie in alle transparantie de omzetting van de Antwerp Declaration kunnen evalueren. Dat zal niet mis te verstane boodschappen opleveren.
Ik kan u zeggen dat ik volop bezig ben met relevante bedrijfsorganisaties uit ons eigen land, maar ook uit de ons omringende landen, om die bijeenkomst goed voor te bereiden en er het maximum uit te halen. De hoofdtoon zal ongetwijfeld zijn dat de intentie bestaat om al die zaken om te zetten en dat die met meer urgentie moeten worden aangepakt. Die feedback zullen de Europese regeringsleiders en de voorzitter van de Europese Commissie de volgende dag mee kunnen nemen. De dag erna, op 12 februari, zal António Costa op mijn vraag, die ondersteund werd door andere industrielanden, zoals Duitsland, een informele top organiseren in Alden Biesen. Hij heeft zelf die plek gekozen. Ik had hem die kunnen aanbevelen, maar hij heeft ze zelf gekozen.
Er staat maar één punt op de agenda van die top. Competitiviteit. Wettbewerbsfähigkeit . Een prachtig Duits woord. We zullen daar moeten kijken naar de omzetting van de rapporten van Letta en Draghi. Dat zijn zeer waardevolle documenten. We moeten het warme water niet uitvinden. Alles staat immers op papier. Dat gaat over de gebrekkige werking van onze interne markt. Dat gaat over alles wat ik heb geschetst aan oplossingen voor onze Europese competitiviteit.
De bedoeling is dat de conclusies van die informele top worden omgezet in formele beslissingen op de Europese Raad van maart. Samen met u hoop ik op een krachtig resultaat, want we worden elke dag geconfronteerd met onze tanende geopolitieke zeggenschap en onze economische situatie. Opnieuw werk maken van welvaartsgroei is het begin van de heropbouw van onze relevantie in Europa. Innovatie en een sterke industrie zijn daarbij onmisbaar. U kunt op mij rekenen om hiervoor op Europees niveau aan de kar te trekken. Er is geen andere keuze. It is to mend or to end .
Voorzitter:
Bedankt, premier. Ook voor uw bijzonder keurige timing.
Katrijn van Riet:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de eerste minister. Alvast een dikke bravo voor de heer Costa voor de keuze van Alden Biesen, maar ook voor de Antwerpse Handelsbeurs, steeds een topper.
De energiekorting werd net voor het winterreces goedgekeurd. De vereenvoudiging van procedures en regels is meer dan welkom. Onze industrie en onze bedrijven snakken naar al de maatregelen die u hebt opgesomd. Wij hopen dat u een sterk Europa kan doen herrijzen, een Europa waar onze strenge duurzaamheidseisen niet tot ons eigen verval zullen leiden. Daar moeten we echt voor waken. Wij gaan voor een Europa met focus, eensgezindheid, strategie en vooral een ecorealistisch denkvermogen.
Dieter Keuten:
Leuk, een feestje in Davos, een feestje in Alden Biesen, een feestje in de Handelsbeurs, maar wat brengt het ons? Dat zijn allemaal mooie intenties op papier, maar hoe oud is de Antwerp Declaration? Nu gaat u opnieuw discussiëren over de urgentie van de intenties tot omzetting. Wauw.
Mijnheer de premier, er dreigt 133 jaar chemiegeschiedenis verloren te gaan. Tweeduizend gezinnen maken zich zorgen. Wanneer stopt het bloeden? Wanneer stopt de collectieve verarming die bezig is?
De tijd tikt genadeloos. U verwijst naar de Europese raden van maart, maar Vynova heeft tijd tot einde maart om een oplossing te vinden. De site in de Tessenderlo is voor het grootste deel rendabel. Wat Ford was voor Genk, is Vynova voor Tessenderlo. Het is voor ons in de streek totaal onbegrijpelijk dat uw regering zwijgt. Neem uw telefoon op. Laat Diependaele bellen naar Frankfurt. Bel zelf naar Frankfurt. Doe iets voor de Vlaamse welvaart alstublieft. Het is nu of nooit voor Vynova en Tessenderlo.
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, u zoekt uw antwoorden vooral op het Europese niveau. Dat boezemt mij vertrouwen in. Intussen tikt de tijd inderdaad weg. De realiteit gaat sneller dan het beleid, zoals ik reeds aangaf. Daarom wil ik erop aandringen dat men in de komende maanden een oplossing zoekt en in dialoog gaat met de werkgevers, zodat Tessenderlo op de grens van de Kempen met Limburg geen spookgemeente zou worden. We moeten de lokale tewerkstelling blijven verankeren. We rekenen daarvoor op u en hopen dat we in de Kempen de chemische cluster kunnen behouden.
De dreigende taal van Donald Trump t.a.v. Groenland en Denemarken en de internationale situatie
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Groenland
De crisis in de trans-Atlantische betrekkingen na de recente acties van de Verenigde Staten
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
De dreigende taal van de VS en de eerbieding van het internationale recht
De dreigende taal van de VS en de eerbiediging van het internationale recht
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
Amerikaanse dreigende retoriek, internationale spanningen en schending van internationaal recht
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en Europa staan onder druk door Trumps grove schendingen van het internationaal recht, zoals de dreiging met annexatie van Groenland (omwille van strategische grondstoffen) en de illegale ontvoering van Maduro in Venezuela, die volgens critici (Lacroix, Van Hecke, Mertens) een gevaarlijk precedent schept voor imperialistische machtsuitbreiding. Kritiek op de Belgische regering is scherp: ze zou te laks reageren (geen OTAN-noodzitting, geen wapenmoratorium tegen de VS), dubbelstandaarden hanteren (Maduro’s dictatuur hekelen maar Trumps methodes tolereren) en Europa’s strategische autonomie verzwakken door afhankelijkheid van VS-wapens (F-35’s) en zwakke diplomatie. Minister Prévot (CD&V) verdedigt een "kritische dialoog" met de VS, benadrukt dat Groenland niet onderhandelbaar is en wijst op Europese steunverklaringen, maar erkent dat Trumps retoriek de NAVO-waarden ondermijnt. Oppositie (PTB, Groen, Ecolo) eist hardere sancties, een breuk met de VS als "veiligheidspartner" en Europese defensie-autonomie, terwijl regeringspartijen (CD&V, Engagé) vasthouden aan trans-Atlantische samenwerking binnen duidelijke juridische kaders. De kernvraag blijft of België het internationaal recht onvoorwaardelijk verdedigt – ook tegen bondgenoten – of machtsrealisme (energie, wapens, NAVO) laat prevaleren. Critici beweren dat de regering faalt in moreel leiderschap; Prévot stelt dat diplomatie en "geloofwaardigheid" effectiever zijn dan verontwaardiging.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, depuis ce week-end, nous sommes en pleine sidération. Donald Trump a décidé de jouer avec des pays souverains, bafouant complètement les règles de base du droit international: enlever, kidnapper, acheter, annexer, affaiblir, asservir, soumettre! Acheter le Groenland, territoire danois! Aujourd'hui, Donald Trump évoque carrément son annexion. Pourquoi? Parce que, sous la glace, sont enfouis des terres rares, des minerais stratégiques, des ressources énergétiques colossales. C'est une nouvelle ruée vers l'or qui obéit à une logique purement marchande, une offensive sans précédent contre la souveraineté d'un allié européen. C'est aussi la militarisation de l'Arctique: des bases militaires, des sous-marins, des routes stratégiques. Ce n'est pas un caprice, mais une bataille mondiale qui menace directement la sécurité et le projet européens.
Pendant que l'Union européenne s'inquiète, où est la Belgique? Allez-vous demander une réunion d'urgence du Conseil de l'OTAN? Sur le plan européen, pourquoi n'avez-vous pas rejoint la France, l'Allemagne, l'Italie, la Pologne, l'Espagne et le Royaume-Uni en signant leur déclaration commune de soutien au Danemark? Nous ne pouvons plus parler des é tats-Unis d'Amérique comme de nos premiers alliés. Il est impensable de continuer à acheter des armes américaines. Allez-vous adopter un moratoire immédiat sur l'achat d'armes et de matériel militaire aux Américains? Vous rendez-vous compte enfin que la priorité doit être la protection de l'Europe, que celle-ci n'est pas un terrain de jeu pour les Américains et qu'elle ne le sera jamais?
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, het internationaal recht is geen vodje papier. Het bestaat met een reden. Het is vooral sterk ontwikkeld na hevige oorlogen, na bloedige conflicten. Het dient om vrede en mensenlevens te beschermen. Het internationaal recht zegt heel duidelijk dat men niet zomaar een land met geweld kan binnenvallen en een staatshoofd kan ontvoeren, zelfs al is het een dictator.
Dat internationaal recht werd het voorbije weekend zwaar geschonden door Trump. Waarom? Voor macht en olie!
Wat was de reactie van deze regering? De premier, die net is weggelopen, zei in TerZake dat er bij de manier waarop wel wat vragen te stellen zijn. Is dat de officiële reactie van onze regering, van ons land? Wat gaat de regering zeggen als Trump verdergaat? Als Trump morgen Colombia of Mexico zou binnenvallen, wat zal de regering zeggen? Zal de regering de vinger opsteken en zeggen dat er wel wat vragen bij te stellen zijn? Als Trump Groenland zou innemen, zal de regering dan zeggen dat er wel wat vragen bij te stellen zijn? Als China Taiwan zou binnenvallen, zal de regering dan zeggen dat er misschien wel wat vragen bij te stellen zijn?
Collega’s, er zijn vooral heel veel vragen te stellen bij het antwoord en de reactie van deze regering, want met dergelijke reactie begeeft de regering zich op glad ijs.
Mijnheer de minister, wat is nu eigenlijk het officieel standpunt van de regering over de inval in Venezuela? Is het volgens de regering wel of niet een inbreuk op het internationaal recht? Kan de regering daar nu eens heel duidelijk over zijn?
Voor Groen en Ecolo is respect voor het internationaal recht essentieel. Daar kun je als democratische rechtsstaat nooit op (…)
Peter Mertens:
Mijnheer de minister, hoeveel landen moet Trump eigenlijk nog bedreigen of bombarderen vooraleer de Kamer en deze regering ondubbelzinnig in actie schieten? Een jaar geleden heb ik hier in de Kamer gevraagd waarom in uw regeerakkoord de Verenigde Staten de belangrijkste garantie voor onze veiligheid worden genoemd. Toen al bedreigde Trump Groenland. Toen al zei hij dat hij het Panamakanaal wilde hebben. Toen al zei Trump dat hij Canada als eenenvijftigste staat wilde inlijven. U en minister Francken zeiden toen dat daar niets van aan was, want Trump was onze beste vriend. Nu, een jaar later, staan we hier.
Lees gewoon de veiligheidsstrategie van de heer Trump. Van Patagonië in Argentinië tot de noordelijkste ijskap, hij wil het allemaal. Our hemisphere , zo noemt hij het. Die dingen zijn met elkaar verbonden.
Men kan niet enerzijds loeihard roepen tegen de annexatie van Groenland en anderzijds zwijgen wanneer olietankers worden geënterd, wanneer er een illegale zeeblokkade wordt opgeworpen of wanneer een zittend president wordt ontvoerd. Die zaken hangen samen. Men kan niet in het ene geval het internationaal recht inroepen en in het andere geval het internationaal recht naast zich neerleggen. Het is het een of het ander.
België moet een consequente houding aannemen. Anders zal uw hypocrisie zich ook tegen België en tegen Europa keren. Het internationaal recht dient ook om kleinere landen te beschermen en moet dus worden toegepast.
Mijnheer de minister, vindt u nog steeds dat de Verenigde Staten de belangrijkste partner op het vlak van veiligheid zijn, zoals in het regeerakkoord staat, of bent u bereid om eindelijk op te staan en duidelijke taal te spreken tegenover president Trump?
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, chers collègues, les relations transatlantiques connaissent une nouvelle crise. Notre communauté euro-atlantique est basée sur une série de valeurs et de principes fondateurs d'un ordre international, comme le respect du droit international, la mise en œuvre de l' É tat de droit, la promotion de la démocratie et des institutions communes, pour garantir notre sécurité. Ceci garantit d'ailleurs une solidarité mutuelle symbolisée par l'article 5 du Traité de l'Atlantique Nord. Nous reconnaissons que tous ces principes sont piétinés jour après jour par le président Trump.
Les exemples sont nombreux. On peut citer la remise en cause parfois de la solidarité de l'article 5 de l'OTAN, l'imposition unilatérale des droits de douane, les sanctions contre des juges et procureurs de la Cour pénale internationale ou encore les sanctions contre un ancien commissaire européen – ce qui n'est pas rien.
Monsieur le ministre, vous étiez au bon endroit au bon moment, puisque vous étiez à Washington il y a quelques jours. Il est important de pouvoir nous rendre compte ici de la façon dont vous avez pu aborder ces sujets, surtout la situation concernant le Groenland, puisque nous sommes directement concernés.
Au travers de vos actions et de l'action de l'Europe, nous pourrons voir la fermeté à l'égard des É tats-Unis par rapport à un territoire souverain. Différents sondages ont d'ailleurs montré que 85 % des Groenlandais ne souhaitent pas devenir américains.
Monsieur le ministre, quels ont été vos contacts avec le secrétaire d' É tat Rubio? Quelles actions ou sanctions sont prévues à l'égard des É tats-Unis si les menaces du président Trump se transformaient en actions dans les prochaines semaines ou les prochains jours?
François De Smet:
Monsieur le ministre, vous avez déclaré que personne ne regrettera Nicolás Maduro. Le premier ministre a ajouté: "La place de Maduro est en prison". Sans doute. Mais je remarque que ce genre de déclaration se fait surtout une fois que l’intéressé se retrouve effectivement en prison.
Ce qui serait vraiment courageux aujourd’hui, ce serait de dire, par exemple, que la place de Vladimir Poutine est en prison. C’est encore plus vrai que pour Nicolás Maduro parce qu'il fait l’objet d’un mandat de la Cour pénale internationale et non simplement d’un mandat américain. Pourtant, c’est sans doute une phrase que vous ne direz jamais, parce que vous avez plus de chances de croiser Poutine que Maduro – surtout à présent – et surtout parce que la Belgique et les Européens ménagent depuis trop longtemps les empires en résurgence, qu’il s’agisse de la Chine, de la Russie ou des États-Unis.
C’est là le problème. Dans la communication du premier ministre comme dans la vôtre, commencer par accabler Maduro, qui est effectivement un autocrate corrompu, vise à suggérer que même si Trump exagère, même s’il ne respecte pas le droit international, il ferait quelque part le sale boulot pour nous et que personne ne pourrait défendre Maduro. Non, monsieur le ministre! Trump a tort, quel que soit le pédigrée du président qu’il a fait enlever. C’est cela qu’il faut avoir le courage de dire! En effet, il a utilisé la force à des fins d’intimidation. C’est la première chose que vous auriez dû dire, vous comme premier ministre, plutôt que de ménager la chèvre et le chou.
C’est pour cette raison que je ne suis pas rassuré non plus sur le Groenland. J’attends de votre part des mots beaucoup plus forts de soutien au Danemark et au Groenland. J'attends des mots qui ne se contentent pas d’affirmer que l’intégrité territoriale est importante mais qui disent aussi que, tout atlantistes que nous sommes, nous ne pourrons pas accepter un usage de la force entre membres, ce qui signerait de facto la fin de l’Alliance.
Pourquoi est-ce important? Cette position est importante parce que Trump joue l’intimidation. Il pense être si fort qu’il lui suffit de crier pour que les événements se produisent et qu’il n’aura donc pas besoin de prendre ce territoire par la force. Il est temps de sortir de l’eau tiède. Il est temps que ce monsieur rencontre des personnes qui osent lui dire non. Je vous avoue que ce n’est pas l’impression majeure qui se dégage lorsque l’on voit vos photos tout sourire avec M. Marco Rubio.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, 2026 begon jammer genoeg met een bang . Na Rusland, Iran en Rwanda besloot ook de VS dat het internationaal recht iets optioneel is. Het bombarderen van een land en kidnappen van een staatshoofd zijn grove schendingen van het internationaal recht. Het Witte Huis leidt duidelijk aan schizofrenie, waarbij vredesbeloftes vlotjes worden afgewisseld met imperiale ambities.
Nicolás Maduro heeft weliswaar geen communiezieltje. Hij bestuurde zijn land als een corrupte dictator, samen met drugkartels die elke oppositie gewelddadig monddood maakten. Ik zie dat ook het Vlaams Belang dat ondersteunt. Diens dictatuur doet echter niets ter zake. Washington schept een gevaarlijk precedent. Voor cd&v is het duidelijk: het internationaal recht is geen vrijblijvende afspraak, maar wel de ruggengraat van een wereldorde die kleine landen beschermt tegen grote bullebakken. Waarom zouden China en Rusland morgen niet hetzelfde mogen doen met Taiwan en de Baltische Staten?
De keuze is aan ons. Ofwel worden we de speelbal van een stratego voor de belangen van een aantal grootmachten die de wereld uiteindelijk onwelvarender en onveiliger maken, ofwel kiezen we voor de uitbouw van onze strategische autonomie in defensie, kiezen we, zoals we altijd hebben gedaan, voor het internationaal recht, met duidelijke waarden en afspraken. Voor cd&v is het alvast duidelijk: wij kiezen voor het VN-Handvest en voor de NAVO-afspraken die werden gemaakt. Dat is geen vodje papier, die zijn niet vrijblijvend.
Mijn vraag is dan ook de volgende. (…)
Voorzitter:
Mevrouw Van Hoof, uw twee minuten spreektijd is om.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, Europa moet wakker worden en de realiteit onder ogen zien. President Trump heeft de wereld veel gevaarlijker gemaakt en het internationaal recht ingeruild voor het recht van de sterkste.
Om te beginnen zien we een brutale, illegale aanval op Venezuela, waarbij een staatshoofd wordt ontvoerd. Een dictator minder is uiteraard winst, maar de manier waarop, vormt een flagrante schending van het internationaal recht. We kennen allemaal de redenen: olie en afleiding van Trumps eigen puinhoop in de Verenigde Staten.
Vervolgens worden Groenlanders en onze bondgenoot Denemarken openlijk bedreigd. President Trump wil Groenland inlijven, desnoods met de inzet van het leger.
Mijnheer de minister, laat het duidelijk zijn: alleen de Venezolanen en de Groenlanders beslissen over hun eigen toekomst. Europa moet aan hun kant staan en aan de kant van het internationaal recht. President Trump toont aan Rusland en China dat zij bijvoorbeeld Oekraïne of Taiwan zomaar kunnen inlijven zonder gevolgen, zonder boe of ba. Europa moet nu een duidelijke rode lijn trekken.
Mijnheer de minister, u was onlangs in de Verenigde Staten. Bent u ook het gesprek aangegaan met uw Europese collega’s? Zal Europa een vuist maken tegen de strafloosheid en voor het internationaal recht?
Rajae Maouane:
Monsieur le président, monsieur le ministre, meilleurs vœux de paix pour cette année 2026. Elle commence fort, puisque le 4 janvier, le président américain a menacé ouvertement le Groenland et le Danemark au nom de la sécurité nationale. Dans le même temps, une attaque américaine illégale visait le Venezuela, suivie de l'enlèvement de son président en exercice.
Ce n'est pas un dérapage, c'est une continuité historique. L'Irak, l'Afghanistan, la Libye, la Syrie, aujourd'hui le Venezuela, le Groenland demain et d'autres sans doute, avec toujours la même logique: un droit international à géométrie variable, invoqué contre les plus faibles, piétiné par les puissances impérialistes.
Soyons clairs, nous ne défendons pas ici le régime autoritaire de Nicolás Maduro ni ses dérives. Mais rien ne justifie qu'un État tiers renverse un gouvernement par la force armée. Le droit international est limpide. La violence est interdite, sauf mandat de l'ONU ou légitime défense. Ce n'est pas une opinion, c'est la règle.
Dans le même temps, les États-Unis se retirent de dizaines d'organisations internationales comme l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) ou le Groupe d'experts intergouvernemental sur l'évolution du climat (GIEC) – cela a été annoncé ce matin. Il faut donc arrêter de nous parler d'alliés. Alliés de quoi, en fait? D'un équilibre international que les États-Unis piétinent quand il les dérangent?
Face à tout cela, l'Europe baisse les yeux et la Belgique se tait. Mais à force de fermer les yeux, on finit toujours par payer le prix. Il faut arrêter d'être naïfs. Le moteur réel de ces agressions n'a jamais été la démocratie. Cela a toujours été des intérêts financiers, des intérêts énergétiques. Là, c'est le pétrole.
La vraie question est la suivante: voulons-nous vraiment continuer à subir un monde de prédateurs, ou voulons-nous construire une autonomie réelle?
Monsieur le ministre, quelle est aujourd'hui la position officielle de la Belgique face à l'attaque américaine contre le Venezuela, liée aux menaces visant un territoire allié au sein de l'OTAN? Nous n’avons pas entendu de condamnation explicite, ferme, publique, alors que les principes élémentaires du droit international étaient complètement bafoués.
La Belgique va-t-elle s'aligner dans le silence et la soumission aux États-Unis ou va-t-elle avoir une politique étrangère cohérente, fondée sur le droit et sur la souveraineté des peuples?
Maxime Prévot:
Collega’s, we leven in een periode van ongekende druk op de op regels gebaseerde internationale orde. De vannacht door de Verenigde Staten aangekondigde terugtrekking uit een aantal internationale organisaties bevestigt eens te meer de betreurenswaardige afwijzing van het multilateralisme door de Amerikaanse regering. Dat herinnert ons aan een eenvoudige realiteit, namelijk dat onze overtuiging als Europeanen dat de wereld moet functioneren volgens regels die voor iedereen bindend zijn, lang niet overal wordt gedeeld.
Comme vous le savez, l'heureux hasard du calendrier fait que je reviens d'une mission à Washington. J'y ai eu l'occasion de m'entretenir avec de nombreuses autorités américaines, et le constat qui s'en dégage est limpide: nous partageons largement les mêmes préoccupations et nous faisons face aux mêmes défis au niveau mondial, mais nous nous inscrivons dans des perspectives parfois radicalement différentes lorsqu'il s'agit d'identifier les réponses.
Wat Venezuela betreft, zal niemand het vertrek van Nicolás Maduro betreuren. Wij hebben hem nooit erkend als de legitieme president van dat land, dat hij heeft laten wegzinken in een rampzalige politieke, economische en humanitaire situatie. Hij was allesbehalve een verdediger van het internationale recht. Voor de Verenigde Staten vormde Venezuela ook een veiligheidsdreiging, vooral vanwege de banden van het regime met Iran, Rusland en China.
Mais dire cela ne signifie pas cautionner les méthodes employées pour déloger ce dictateur.
Pour un pays comme le nôtre, un pays qui doit sa sécurité et sa prospérité à l'existence même d'un système fondé sur les règles protégeant les plus petits des tentations prédatrices des plus grands, le respect de ce système n'est pas un luxe, c'est clairement une condition d'existence. Ce droit, clairement, n'a pas été respecté dans le cas présent et il n'y a pas eu, contrairement à certains propos caricaturaux entendus, de silence ni de la part de la Belgique ni de la part de l'Europe. Nous nous sommes d'ailleurs exprimés dans une déclaration à 26 pays.
Ces interrogations sont d'autant plus légitimes que des menaces ont été formulées de manière très explicite par le président Trump concernant le Groenland, suscitant une vive inquiétude en Europe et un légitime tollé dont je me suis fait le relais à Washington.
Ik ben tegenover mijn gesprekspartners duidelijk en eerlijk geweest. We kunnen de veiligheidsbezorgdheden van de Verenigde Staten met betrekking tot de Arctische regio begrijpen. Het is echter onaanvaardbaar om de territoriale integriteit van een bevriende natie en bondgenoot in vraag te stellen, terwijl de NAVO en de bestaande veiligheidsakkoorden met Denemarken het passende kader bieden voor een nauwe en doeltreffende samenwerking.
Le Groenland n'est pas un territoire négociable ni une zone d'influence à redistribuer. Il relève d'un cadre juridique précis, fondé sur la souveraineté du royaume du Danemark et sur le droit du peuple groenlandais à disposer de lui-même. La souveraineté des États et l'intégrité territoriale ne sont pas des principes à géométrie variable. Et remettre ces principes en question, ne serait-ce que sur le plan rhétorique, fragilise l'un des piliers fondamentaux de la stabilité internationale. Cela, nous ne pouvons pas l'accepter. C'est clair, c'est net!
Monsieur Lacroix, il n'y a pas eu de signature de la déclaration d'une série de leaders simplement parce que la Belgique – comme tous les autres qui n'ont pas signé – n'a pas été invitée à le faire. Il n'y a pas non plus de mobilisation, à ce stade, du Conseil de l'Atlantique Nord, simplement parce que chacun attend de voir ce que pourra donner la réunion prévue la semaine prochaine entre les autorités danoises et américaines. Mais j'ai veillé à avoir un contact permanent avec mon homologue danois pendant mes rencontres.
Toch zou het naïef zijn om de evidentie te ontkennen. Onze relatie met de Verenigde Staten blijft strategisch. We moeten blijven investeren in dat partnerschap. We moeten dat doen in het kader van open en kritische uitwisselingen waarbij we onze standpunten met de grootste vastberadenheid verdedigen. Dat is de lijn die ik tijdens de missie heb gevolgd.
J'ai pu rencontrer toute une série d'acteurs clés auxquels je m'en suis ouvert, avec à chaque fois le privilège du dialogue direct.
Die gesprekken hebben ook aangetoond dat achter bepaalde uitspraken, die soms abrupt overkomen, nuances en legitieme bekommernissen schuilgaan waarop men niet met verontwaardiging moet reageren, maar met argumenten, het recht en bovenal geloofwaardigheid.
Christophe Lacroix:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Je suis préoccupé par une partie de votre déclaration, lorsque vous dites que nous partageons les mêmes préoccupations, que nous comprenons les États-Unis. Non, vous ne pouvez pas dire ça, monsieur le ministre des Affaires étrangères! C'est faire preuve de plus que de la naïveté. C'est coupable, comme vos familles politiques sont coupables de cette dislocation de l'Union européenne.
Depuis des années, c'est votre courant politique, ou les courants nationalistes qui affaiblissent l'Europe. En achetant américain, on continue à financer l'impérialisme américain. On l'a fait sous le gouvernement MR-N-VA en 2014-2018. Et vous le refaites aujourd'hui. Ouvrez grand les yeux sur ce qu'il se passe!
Vous devez convoquer une réunion urgente de l'OTAN, car l'intégrité territoriale du Danemark est menacée. Vous devez décider d'un gel immédiat sur l'achat d'armes et d'équipements américains. Et vous devez vous ressaisir et constituer l'inspiration, et non plus le regret de ne pas avoir été convoqué à la signature d'une lettre par certains pays signataires. La Belgique a été le moteur de l'Union européenne et elle doit le rester, malgré Bart De Wever.
Voorzitter:
Er zijn blijkbaar een aantal klokproblemen, wat het voor de sprekers niet makkelijker maakt. Ik hoop dat uw minuut wordt geregistreerd.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.
Over Groenland was u vrij duidelijk. Over Venezuela is het standpunt van de regering veel minder duidelijk. Het internationaal recht is niet iets waaruit à la carte kan worden gekozen: de ene dag dit, de andere dag dat, volgens de goesting van de dag. Zo werkt dat niet.
Als democratische rechtsstaat nemen wij het internationaal recht als basis voor uw handelen, niet meer en niet minder. Dat gebeurt consequent, ongeacht of het nu gaat over meer sympathieke casussen zoals Groenland, waarover iedereen het min of meer eens is, dan wel over een dictatuur zoals Venezuela. Ook wanneer het over schurkenstaten gaat, zijn en blijven de regels van internationaal recht immers een basis.
Groen wil dat de regering consequent de kaart trekt van het internationaal recht. Het is hoog tijd dat de regering dat doet en het gedrag en de dreigementen van een bullebak als Trump ook krachtig veroordeelt.
Peter Mertens:
Mijnheer de gezant van de Verenigde Staten, ik wil toch wel even iets opmerken.
De Verenigde Staten hebben vorig jaar Iran gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Somalië gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Syrië gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Jemen, Irak en Venezuela gebombardeerd. U zweeg. Wat zegt u nu? Er kunnen misschien wel legitieme bekommernissen zijn.
Wat hebt u daar eigenlijk gedaan in Washington? Naar wie hebt u daar eigenlijk geluisterd? Groenland wordt vandaag bedreigd en u stelt dat er misschien wel legitieme bekommernissen kunnen zijn. Dat is uw antwoord hier vandaag.
Als cadeau kopen wij nog meer F-35’s aan bij de Verenigde Staten en steunen wij die natie op die manier nog meer. Welk signaal geven wij eigenlijk aan de Verenigde Staten? Wij laten ons doen. Kom maar. Annexeer Groenland. Wij zullen niets doen. Wij zullen nog meer materiaal bij jullie aankopen.
Mijnheer de minister, u zit op de knieën voor de Verenigde Staten en het zal u zuur opbreken.
Benoît Lutgen:
Après cet éloge de la nuance que nous venons d'entendre, permettez-moi simplement de dire que le Danemark a acheté 12 F-35 voici un mois et demi. C'est une simple indication à titre d'exemple.
(…) : (…)
Benoît Lutgen:
Attendez! On vous a beaucoup vu vous agiter lorsque M. le ministre a dit que nous n'allions pas pleurer sur le sort de M. Maduro. Or c'est ce que vous faites! Au PTB, cela se sent! Nous avons vu vos amis en France manifester à cet égard. Oui, la manière dont M. Maduro a été capturé pose en effet question, mais je ne regrette jamais quand un dictateur est capturé. Adolf Eichmann l'a été en 1960 en Argentine. Et heureusement qu'il l'a été! Je peux vous le vous dire. C'est la Shoah derrière! Heureusement que des personnes l'ont capturé, parce que ce sont des dictateurs, et ils ont leur place en prison – et nulle part ailleurs! D'accord? Cela, nous devons pouvoir le dire aussi. Mais cela (…)
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Cela dit, vous venez de jongler entre la chèvre et le chou, et il faut du talent pour y parvenir. En tout cas, nous commençons à connaître les ficelles et, dans votre fonction, à atteindre les limites du "en même temps" des Engagés.
Tout d'abord, nous assistons à une logique impérialiste. Il faut arrêter de nous balader avec l'histoire des impératifs de sécurité américains. Si c'était vraiment leur centre d'intérêt, ils avaient pourtant déjà tout ce qu'il faut et disposaient également des accords nécessaires. Ils veulent un gain territorial. Point à la ligne! Il faut donc cesser de pécher par naïveté.
Ensuite, vous appartenez à un gouvernement qui a décidé de s'engager dans davantage de dépendance aux É tats-Unis via l'achat de ces F-35. Je peux vous dire, monsieur Lutgen, que les Danois sont en train de le regretter parce qu'ils n'en ont pas été récompensés. Par conséquent, vous allez accroître notre dépendance technologique. In fine , le slogan diplomatique de ce gouvernement est d'essayer de ménager la chèvre et le chou. Je crois qu'une telle attitude nous conduit tout droit vers le mur.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is duidelijk, net als de christendemocraten kijkt u naar een wereld op basis van multilateralisme, op basis van samenwerking en diplomatie, op basis van een waardig, gedreven buitenlands beleid waar het internationaal recht primeert. Dat is ook de beste garantie op het vlak van vrede, veiligheid en ook welvaart.
U zei: we zijn nog altijd een partner van de VS. Maar dat betekent niet dat we een knieval moeten maken ten aanzien van de VS. We moeten ook duidelijk maken aan daddy dat in ons Huis en in ons huishouden het recht van de sterkste niet geldt en dat spierballengerol daar ook niet geldt, maar dat goede afspraken goede vrienden maken. Dat is het internationaal recht. Dat betekent heel concreet ten aanzien van Groenland dat we ons aansluiten bij het VN-Handvest en dat de NAVO-afspraken blijven gelden. Dat betekent ten aanzien van Venezuela dat de Amerikaanse interventie een schending was van het internationaal recht. Dat willen we naleven.
Annick Lambrecht:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Trump zet inderdaad eeuwenoude bondgenootschappen op losse schroeven. Meer oorlog betekent meer onschuldige slachtoffers. Maar ook een slechtere economie en hogere prijzen, ook hier.
We hebben het gezegd, Europa moet het heft in handen nemen. Niemand zei het hier, maar wij zijn de grootste consumentenmarkt ter wereld. Dat is onze hefboom. Ook die moeten we gebruiken. We moeten veel sterker samenwerken in Europa. We moeten Denemarken steunen. We moeten een vuist maken, een vuist tegen China, Rusland, de VS, maar ook tegen anderen die het internationaal recht schenden.
Mijnheer de minister, ik reken erop en met mij velen, dat u binnen de EU pleit voor een Europa met veel meer en met hardere tanden. Dank u wel.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses, même si je dois vous avouer qu'elles m'inquiètent un peu parce que vous avez démontré que le droit international est en train de devenir une fable, une histoire qu'on se raconte pour se donner bonne conscience. Aujourd'hui, selon qu'on soit à Gaza ou à Washington, ce n'est pas du tout la même règle qui s'applique. Cela est, pour nous, vraiment inacceptable. Le droit international doit valoir pour tout le monde, sinon il ne signifie plus rien. C'est précisément là que se jouent notre avenir et notre autonomie: dans l'industrie, l'énergie, la défense. Il faut des choix politiques clairs, relocaliser notre industrie, sortir de la dépendance aux énergies fossiles importées, construire une capacité de défense européenne qui soit crédible et indépendante. Cela passe par le fait de bâtir une Europe qui soit souveraine, écologiste, indépendante. C'est sortir, en fait, de cette soumission aux grandes puissances, dont les États-Unis, soumission dont vous nous avez fait une démonstration assez hallucinante. L'Europe n'est pas un paillasson et la Belgique non plus. Et il ne faudra pas qu'elle le devienne avec l'Arizona.
De boerenbetoging
Het boerenprotest en de voedselsoevereiniteit van België
Het boerenprotest tegen het Mercosur-akkoord
De boerenbetoging
De boerenbetoging
Het boerenprotest
Boerenprotesten en voedselsoevereiniteit in België
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 18 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Boerenprotesten in Brussel richten zich tegen het Mercosur-akkoord en strengere EU-regels (Green Deal, stikstof, PAC-bezuinigingen), die volgens hen oneerlijke concurrentie en financiële ondergang veroorzaken door goedkope import met lagere normen en dalende subsidies. Minister Clarinval (Landbouw) benadrukt weliswaar beperkte beschermingsmaatregelen in het akkoord (zoals snelle invoerbeperkingen bij prijsdalingen), maar kritiek blijft dat België zich onthoudt in plaats van actief tegenstemt—wat partijen als VB, CD&V en MR een verraad noemen, terwijl anderen (o.a. Open VLD) kansen in handel zien mits strenge controles. Kernpunt: de sector eist eerlijke handel, minder regeldruk en behoud van voedselautonomie, maar voelt zich genegeerd door zowel EU-beleid als de Belgische onthouding, ondanks ministeriële "garanties". Polarisatie tussen handelsvoorstanders (met voorwaarden) en fel tegenstanders (vrezend dumping en sectorineenstorting) domineert.
Dieter Keuten:
Collega’s, we hebben de betogers allemaal gehoord en gezien. Het Vlaams Belang is tussen hen gaan staan. Opnieuw zijn er tienduizenden radeloze landbouwers uit heel Europa hier in Brussel. Opnieuw. Vorig jaar waren er twee grote boerenprotesten. Toen al was de maat meer dan vol. Dat was echter voor de verkiezingen en dus werden er toen beloftes gemaakt. Vandaag moeten we vaststellen dat die beloftes niet zijn waargemaakt. Onze boeren worden nog steeds verder gewurgd, onder andere door uw regels, mijnheer de minister van Landbouw.
Er zijn de Green Deal, de natuurherstelwetten, de stikstofwetten, de mestbeperkingen en de verplichte labels. En nu wordt ook nog eens de deur opengezet voor goedkope import uit Zuid-Amerika, want de EU wil in allerijl de Mercosurdeal afsluiten, waardoor landbouwproducten geproduceerd volgens normen die ver onder onze standaarden liggen, massaal op onze markt zullen terechtkomen.
Voor de Vlaamse boer is de impact het zwaarst, want rundvee, gevogelte en suiker zijn voor ons zeer belangrijke sectoren, met hoge kosten en lage marges. Het is dan ook onmogelijk om te concurreren tegen import uit landen zonder vergelijkbare normen. De Vlaamse boer betaalt de prijs. Dat staat letterlijk in alle sectoradviezen.
Mijnheer de minister, u zei eerder dat België zich zal onthouden. Een onthouding beschermt echter niemand. Een onthouding betekent dat we niet voor onze boeren kiezen. Mijn vraag is dan ook hoe de regering dit akkoord zelfs maar kan overwegen, terwijl de risico’s voor onze landbouw zo duidelijk en zo groot zijn.
Laat u België aansluiten bij landen die het wel opnemen voor hun boeren, zoals Frankrijk en Polen? Of blijft u vasthouden aan een onthouding waarmee u onze landbouwers in de steek laat?
Benoît Lutgen:
Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, les manifestants réclament, ce jour, deux éléments. Il y a bien sûr l'enjeu du Mercosur mais également la réforme de la politique agricole commune (PAC) prévue par la Commission européenne, avec une réduction drastique des moyens, notamment en subsides et en soutien à l'agriculture; il s'agirait en l'occurrence d'une réduction de 30 %.
La conjonction de ces deux éléments-là, combinée à toute une série d'autres décisions qui ont été prises au niveau européen, qu'elles soient liées à des enjeux du Green Deal ou à des enjeux plus globaux, notamment au travers d'autres traités de libre-échange ces dernières années, montre une chose. D'un côté, on contrôle et surréglemente l'agriculture européenne et, de l'autre, nous ouvrons nos frontières sans possibilité de réel contrôle, avec en outre un sous-financement qui serait prévu au niveau de l'agriculture. Tout ceci aura bien sûr des conséquences dramatiques pour les exploitations agricoles de notre pays, mais également pour la sécurité alimentaire et la souveraineté alimentaire européenne.
J'attire votre attention sur le fait que c'est un enjeu essentiel. On a l'impression qu'on va pouvoir vivre en Europe en ayant de la nourriture européenne jusqu'à la nuit des temps. Les projections montrent très bien que nous risquons d'être dépendants demain. La force de l'agriculture européenne, c'est aussi d'avoir des liens particuliers avec notamment une partie de l'Afrique.
Compte tenu de tous les enjeux liés à la situation en Ukraine et en Russie, compte tenu du risque que 40 % de la production des céréales appartiennent à la Russie demain, monsieur le ministre, quelle est votre mobilisation? Comment avez-vous, ces dernières semaines, mobilisé vos collègues ministres régionaux pour avoir une stratégie au niveau belge afin, d'une part, de limiter au maximum tout ce qui traverse nos frontières européennes et, d'autre part, de défendre notre modèle agricole dans le cadre de la PAC?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de boeren hebben zich vandaag luid en duidelijk laten horen. We konden ze horen tot binnen de muren van het Parlement en ze hebben gelijk. Boeren zijn essentieel. Ze zorgen voor het eten op ons bord. Ze verdienen respect. Ze verdienen ook dat ze hun boterham verdienen met hun werk. Ze werken keihard tot 60, 70 of 80 uur in de week. Ze komen echter vaak niet rond, want ze krijgen geen eerlijke prijs voor hun producten. U betaalt 2,6 euro voor uw pakje friet, maar weet u hoeveel de boer daarvoor krijgt? Hij krijgt 1 eurocent.
De productiekosten voor de boeren zijn de laatste jaren alleen maar gestegen, onder andere door de vele regels die worden opgelegd. De prijzen aan de kassa zijn ook gestegen. Het zijn echter niet de boeren die rijk worden. Dat geld gaat naar de grote spelers van de agro-industrie en de supermarkten, die de prijzen betalen en woekerwinsten maken op de kap van de consumenten en de boeren. Dat is allemaal dankzij het beleid van de politiek.
Daarbij komt nu, de druppel die de emmer deed overlopen, het Mercosurakkoord. De EU gaat een vrijhandelsakkoord aan met Latijns-Amerikaanse landen, allemaal op vraag ook van de agrobusiness, want in die landen zijn de regels minder streng. Men werkt er met goedkope arbeidskrachten. Men kan er allerlei pesticiden en hormonen gebruiken die bij ons verboden zijn.
Die bedrijven gaan daar dus produceren, goedkoper, met verboden producten en dan brengen zij die producten hier terug op de markt. Onze boeren, die aan allerlei regels moeten voldoen, kunnen daarmee niet concurreren, terwijl het water hen nu al aan hun lippen staat.
Begrijp me niet verkeerd. De boeren zijn niet tegen handel, maar ze willen wel dat het eerlijk is. Dat is het Mercosurakkoord niet. Dat akkoord is gemaakt op maat van de agro-industrie en de multinationals. Het wurgt de kleine boeren, zowel hier als in Latijns-Amerika, want ook daar zijn er protesten. De boeren vragen om te stoppen met te rijden voor het grote geld.
Mijn vraag is eenvoudig: zult u luisteren naar de boeren of blijft u de handpop van de agro-industrie?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de minister, wij hebben hen allemaal gehoord. Onze landbouwers zijn boos en dat is terecht. De discussies rond Mercosur zijn bekend. De lat voor de Europese boeren wordt steeds hoger gelegd, terwijl de EU producten, die onvoldoende aan onze normen voldoen, toegang wil geven tot onze markt. De consument verwacht hoge kwaliteitsnormen voor elk product, maar die worden met dit akkoord onvoldoende gegarandeerd. Bovendien stelt de Europese Commissie een begroting voor van 2.000 miljard euro, waarvan 22 % wordt beknibbeld op het landbouwbudget. Wanneer we dat allemaal samenvoegen, collega’s, mijnheer de minister, hebben we landbouwers die minder steun krijgen, meer administratie moeten verwerken en daarbovenop nog eens concurrentie krijgen van buiten Europa.
Voor cd&v is dat onaanvaardbaar. Onze landbouwers hebben onze steun nodig, want op deze manier ondergraven we onze voedselzekerheid en onze strategische autonomie. Laten we duidelijk zijn, wij zijn niet tegen handel, absoluut niet, maar handel moet eerlijk zijn. Vrijhandel zonder gelijk speelveld is geen vrijhandel. Er is grote nood aan Europees beleid dat ruimte maakt in plaats van ze dicht te zetten, beleid dat investeringen en initiatief weer mogelijk maakt. Onze jonge boeren vragen rechtszekerheid, maar zij haken massaal af. Wij moeten hun alle kansen geven.
Ik heb daarom een aantal vragen, mijnheer de minister.
Hoe zult u tegemoetkomen aan de bezorgdheden van de landbouwers, zodat we een positief signaal kunnen geven aan de volgende generatie landbouwers? Hoe zult u zich verzetten tegen de afbraak van het landbouwbudget om de competitiviteit van de sector te waarborgen? Zonder boeren is er immers geen voedsel en zonder voedsel is er geen strategische autonomie.
Dank u wel voor uw antwoord.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, jaar na jaar stijgen onze sociale uitgaven. De productiviteit stagneert, de bevolking veroudert en de economie kent een zwakke groei. Er is welvaart nodig. Vrije handel met andere markten die nog niet aangeboord worden, kan wel degelijk welvaart brengen. Zo kunnen we ook ontsnappen aan de toenemende druk van landen zoals China. Vrije handel kan kansen bieden, niet alleen voor onze industrie, maar ook voor zuivelproducten, varkens, aardappelen, groenten, appels en peren.
Wederkerige garanties zijn in dat vrijhandelsakkoord wel degelijk ingebouwd, maar toch willen sommigen die kansen niet grijpen. Dat is in deze uitdagende geopolitieke tijden een gemiste kans. Een nieuw vrijhandelsakkoord staat los van de terechte bezorgdheden van de boeren. De echte druppel die de emmer doet overlopen, zijn de moeilijke en voortdurend veranderende regels, de rechtsonzekerheid en de administratieve overlast.
Men zal de minister en mezelf niet kunnen betichten daar geen oor naar te hebben. We hebben zelf samen gestreden om landbouw- en visserijproducten te redden, zoals de Ardense worst en de garnalen van onze Oostendse vissers.
We zijn zelf geconfronteerd met de kafkaiaanse regels. Op dat vlak moeten stappen worden gezet en is perspectief nodig.
Andere Europese landen hebben dat, samen met pro-boerenbewegingen, begrepen. Zij hebben niet in verspreide slagorde gehandeld, maar hebben voor zichzelf vrijstellingen verkregen op andere regels. Zij zien dat vrije handel ook kansen biedt.
Mijnheer de minister, bent u het met ons eens dat we, net zoals die andere landen, de vrije handel niet kunnen negeren en niet kunnen blijven voortploegen onder onze eigen kerktoren?
Youssef Handichi:
Monsieur le ministre, aujourd’hui plusieurs milliers d’agriculteurs, avec des centaines de tracteurs, sont dans les rues de Bruxelles pour mettre la pression sur l’Europe. Ils viennent exprimer leur colère mais surtout leurs craintes. Leur inquiétude est double: la signature possible dès cette semaine du traité de libre-échange avec le Mercosur et la baisse annoncée du budget de la PAC après 2027.
En ce qui concerne le Mercosur, vous le savez, nous sommes pour le libre-échange. Nous ne voulons pas refermer nos frontières, bien au contraire. Nos entreprises, y compris agricoles, ont besoin de marchés à l’exportation. Elles en sont conscientes et nous le disent. Cependant, le libre-échange ne peut pas signifier ouvrir grand les portes, notamment à la viande bovine produite dans des conditions qui ne sont pas comparables aux nôtres, avec des normes sanitaires, sociales et environnementales bien inférieures.
Nos éleveurs font des efforts au quotidien. Ils respectent des règles strictes. Ils investissent dans la qualité. Ils ne comprennent pas pourquoi ils sont mis en concurrence avec des éleveurs qui ne jouent pas dans la même catégorie. En deux mots, ils craignent une concurrence déloyale. Et cela, je pense que dans ce Parlement, nous en sommes conscients.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous rappeler quels sont les instruments que la Belgique peut activer au sein de l’accord UE-Mercosur pour défendre réellement nos agriculteurs, notamment les éleveurs bovins? Pouvez-vous confirmer que vous soutiendrez une approche exigeante sur le dossier Mercosur afin de protéger nos agriculteurs de tout dumping social, sanitaire et environnemental?
David Clarinval:
Monsieur le président, chers collègues, la manifestation des agriculteurs européens traduit d'une manière générale un malaise profond et structurel. Ce malaise se focalise aujourd'hui plus spécifiquement sur deux sujets: d'une part, le vote relatif à l'accord de libre-échange Mercosur et, d'autre part, la future enveloppe budgétaire prévue par la Commission pour la PAC.
La décision concernant l'accord Mercosur au sein du Conseil européen devrait être prise à la majorité qualifiée. Ce vote devrait intervenir ce vendredi après-midi. Vu les positions différentes adoptées par les différentes entités en Belgique, celle-ci s'abstiendra lors du vote sur cet accord.
J'ai personnellement demandé une analyse approfondie de l'accord Mercosur au SPF é conomie. À la lecture de cette étude, il faut en effet constater qu'au sein de cet accord, il y a des éléments favorables et défavorables. En termes d'éléments favorables, je retiens que sur le plan économique, l'accord Mercosur présente des opportunités pour plusieurs secteurs industriels comme le secteur des plastiques, des machines, du textile ainsi que pour certaines filières agricoles comme les produits laitiers ou les pommes de terre. Toutefois, nous sommes conscients que cet accord comporte des éléments défavorables. En effet, d'autres secteurs comme le sucre ou la viande bovine pourraient ressentir des effets négatifs.
Pour répondre aux inquiétudes persistantes du secteur agricole, la Commission a transmis le 3 septembre aux é tats membres ses propositions officielles relatives à l'accord qui inclut un mécanisme de sauvegarde. Elle a ensuite présenté le 8 octobre une proposition de règlement visant à renforcer la protection des agriculteurs en introduisant de nouvelles mesures permettant de réagir rapidement en cas d'augmentation soudaine des importations en provenance des pays du Mercosur ou de forte baisse des prix.
Die nieuwe procedures zijn er dus op gericht de snelle en doeltreffende uitvoering van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor landbouwproducten te garanderen en omvatten eveneens specifieke bepalingen voor bepaalde gevoelige producten zoals rundvlees, pluimvee, rijst, honing, eieren, look, ethanol en suiker.
Voor mij is het belangrijk te beschikken over een wereldmarkt met eerlijke concurrentie voor al onze economische actoren. De naleving van de fytosanitaire regels is daarbij essentieel. Ik heb daar altijd voor geijverd.
Onze producten voldoen aan strikte eisen op het vlak van onder andere kwaliteit, productiemethodes en dierenwelzijn. Het is onaanvaardbaar dat onze markt zou worden overspoeld door producten die niet aan dezelfde strikte eisen zijn onderworpen en die dus goedkoper of onder oneerlijke sanitaire voorwaarden kunnen worden geproduceerd.
Bovendien veroorzaakt de door de Europese Commissie beoogde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in het kader van het volgend meerjarig financieel kader 2028-2034 ongerustheid. Behalve de mogelijkheid dat de regelingen nog complexer zouden worden, zou het voorstel kunnen leiden tot een aanzienlijke verlaging van het budget dat aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt toegekend, momenteel geraamd op meer dan 20 %. Dat perspectief treedt naar voren op een moment waarop landbouwers worden geconfronteerd met een toenemende prijsvolatiliteit, een steeds sterkere internationale concurrentie en alsmaar strengere milieu- en gezondheidsvereisten.
In die context deel ik de ongerustheid van de landbouwwereld volledig en bevestig ik opnieuw mijn engagement voor een sterk, ambitieus en duidelijk afzonderlijk gemeenschappelijk landbouwbeleid binnen het volgend meerjarig financieel kader. De situatie in de landbouw is immers moeilijk, maar als minister van Landbouw blijf ik mij volledig inzetten om samen met de landbouwers duurzame oplossingen voor hun sector uit te werken.
Dieter Keuten:
Mijnheer de minister, wat ik vanmiddag gezien heb, was geen betoging of geen manifestatie. Het leek meer op een dodenmars, een stille wake voor de teloorgang van onze primaire economische sector. De sector is niet overtuigd van de garanties die u opnoemt, van de engagementen die u zegt te willen opnemen. De boeren zijn niet overtuigd. Anders waren ze hier niet, vanmiddag, in Brussel, en ook vanmorgen al.
Zelfs partijen uit uw meerderheid zijn niet overtuigd. Bizar, toch? Ik vraag me echt af hoe cd&v die onthouding uitlegt aan de Boerenbond, aan het Algemeen Boerensyndicaat.
Mevrouw Verkeyn heeft heel terecht vermeld dat andere landen vrijstellingen bekomen hebben. Andere landen hebben met de vuist op de tafel geklopt, maar België niet. België zal zich onthouden.
Wij vragen u luid en duidelijk: onthoud u niet. Doe iets. Stuur Mercosur terug naar de onderhandelingstafel.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, j'ai peu entendu l'essentiel: la stratégie pour préserver notre autonomie alimentaire. Dans votre engagement, il me semble important de jouer ce rôle fédérateur, de rassembler les ministres régionaux, d'élaborer une stratégie pour la PAC, de défendre un modèle de soutien aux exploitations agricoles de plus petite taille, de défendre notre diversification, de tailler à la hache dans les réglementations et les contrôles qui étouffent le monde agricole et de faire en sorte que, demain, le modèle wallon et belge puisse s'étendre sur la scène européenne et d'améliorer largement les contrôles à nos frontières. Quand on voit qu'on contrôle 0,086 % de colis chinois à l'échelle européenne, poursuivre ces exercices de libre-échange sans contrôle strict à nos frontières n'a strictement aucun sens.
Je vous remercie.
Natalie Eggermont:
Collega's, de tijd is rijp om ons een aantal fundamentele vragen te stellen. Landbouw is vandaag een mondiale business geworden, waarbij een handvol multinationals de plak zwaait en zich verrijkt op kap van de boeren en de consumenten. Dit is geen strijd van onze boeren tegen de boeren in Latijns-Amerika, maar het is een gezamenlijke strijd van iedereen die eerlijke, duurzame handel wil, die kleinschalige landbouw wil verdedigen tegen de macht van de agrobusiness. Ook in Latijns-Amerika komen de boeren immers op straat en verzetten zij zich, want de ravage daar is enorm. Bossen worden gekapt, mensen worden uit hun huis verdreven, huizen worden in brand gestoken en landbouwpercelen worden overgenomen en vervangen door grote sojaplantages.
Het is tijd om fundamenteel van koers te wijzigen, om te kiezen voor samenwerking en eerlijke handel, met respect voor de boeren aan beide kanten.
Mijnheer de minister, dat betekent niet u gewoon onthouden, maar tegenstemmen voor een echte koerswijziging.
Leentje Grillaert:
Collega's, en vooral collega Verkeyn, er moet mij toch iets van het hart. U bent een gewaardeerd collega, zoals u weet. Twee weken geleden hield u hier een vurig pleidooi voor de landbouw. Ik geloof oprecht in uw goede intenties, maar ik stel toch voor dat u de straat oversteekt en naar het Vlaams Parlement gaat, want daar kan mijn partij wel wat meer steun van de andere partijen gebruiken om de landbouwsector echt te steunen.
Voor het overige hoor ik hier veel enerzijds en anderzijds. Ik ben duidelijk: cd&v is tegen Mercosur! (Applaus op verschillende banken)
Mijnheer de minister, ik geloof ook in uw goede intenties, maar het is tijd om de hand aan de ploeg te slaan en te tonen dat u die goede intenties ook echt in de praktijk wil omzetten. Wij rekenen op u, maar vooral de sector rekent op u.
Voorzitter:
Mevrouw Grillaert werd onderbroken door applaus. Mocht dat applaus enkel van haar eigen fractie zijn, dan zou ik dat meerekenen in haar spreektijd, want de fractie kiest wat er gebeurt met de toegekende minuten, maar applaus van andere fracties kan ik haar moeilijk ten kwade duiden.
Charlotte Verkeyn:
Toen ik daarnet naar beneden kwam, echt vlak voor ik moest beginnen, ontving ik een e-mail. Daarin werd mij gevraagd of ik als lokaal bestuurder mijn lokale boeren wilde verwittigen dat er tegen 31 december opnieuw nieuwe Europese regels van kracht zullen zijn waaraan zij moeten voldoen.
Al die regels zijn het probleem. We reguleren ons kapot. Een vrijhandelsakkoord dat gericht is op welvaart vormt niet de kern van het probleem.
Mevrouw Grillaert, ik heb hier zes partijen gehoord die in wezen dezelfde mening delen. Laat dat de enige positieve boodschap zijn die we aan de boeren kunnen meegeven: boeren, u wordt eindelijk gehoord door de politiek.
Youssef Handichi:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement, il y a du positif, et nous allons le soutenir. Il y a quelques points qui sont à améliorer dans les secteurs du sucre et de la viande bovine. Je sais que vous y êtes attentif. Améliorer ce qui doit l'être, vous l'avez dit, c'est réagir rapidement. Nous vous connaissons et savons que vous êtes au boulot. Nous vous faisons donc confiance pour réagir rapidement.
De nationale veiligheidsstrategie van de VS
De Europese reacties op de nieuwe nationale veiligheidsstrategie van de VS
De nationale veiligheidsstrategie van president Trump
De nationale veiligheidsstrategie van de VS
De nationale veiligheidsstrategie van Donald Trump
De beleidstekst van de regering-Trump
Internationale veiligheidsstrategieën en reacties op VS-beleid
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie die Europa als een verzwakte, gemanipuleerde concurrent afschildert, met openlijke steun voor extreemrechts en ingrepen in Europese politiek. Koen Van den Heuvel, Stéphane Lasseaux en minister Prévot waarschuwen dat Europa moet ontwaken, zijn strategische autonomie moet versterken en zich niet langer blind mag staren op de VS, terwijl Nabil Boukili en Rajae Maouane de strategie zien als imperialistische agressie die Europese soevereiniteit ondermijnt. Sam Van Rooy en Georges-Louis Bouchez (MR) onderschrijven gedeeltelijk de Amerikaanse kritiek op migratie en "civilisatieverval", wat leidt tot felle tegenreacties over racisme en extreemrechtse sympathieën. Minister Prévot pleit voor een lucide, assertieve EU die selectief samenwerkt met de VS maar eigen belangen verdedigt, zonder de trans-Atlantische band volledig te verbreken.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, slaapwandelaars kennen we allemaal. Ze lijken volledig wakker, maar ze negeren heel wat signalen van hun omgeving, en ze hebben nog nauwelijks contact met de realiteit.
Mijnheer de minister, ik hoop dat ons continent niet vol slaapwandelaars zit. Steeds meer komen er signalen van de overkant van de oceaan dat Europa niet langer wordt beschouwd als een trouwe bondgenoot, maar eerder als een concurrent. Voor diegenen die nog mochten twijfelen, de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie is duidelijk. Washington kijkt niet langer naar Europa als een gelijkwaardige partner, maar als een beschaving die op het randje van de zelfvernietiging staat.
Sommigen zeggen dat Trump Europa een spiegel voorhoudt. Misschien hebben ze – weliswaar maar een klein beetje – gelijk. Ik meen dat we hier en daar, op sommige vlakken, een beetje moeten bijkleuren en dat we onze strategie wat moeten aanpassen.
Maar met uitspraken die actief verzet kweken tegen het Europees model, tegen de normen en waarden van Europa, tegen onze democratische rechtsstaat met zijn stevige sociale zekerheid, bevinden de Verenigde Staten zich steeds meer in het gezelschap van Rusland. Die landen willen Europa niet versterken, maar juist verzwakken en strategisch uit elkaar spelen om hun eigen macht en invloed te versterken.
De maskers vallen af, want ze kunnen daarbij rekenen op Europese slippendragers, op de Trumppartijen binnen Europa, die ze willen versterken. Ook daarvoor moeten we waakzaam zijn. Zij willen Europa niet versterken, maar juist verzwakken. ( Applaus )
We mogen niet langer slaapwandelen. We moeten wakker worden. Ik hoop dat België een sterke rol kan spelen om de overige Europese landen te overtuigen (…)
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, le 5 décembre, la Maison-Blanche a publié sa nouvelle note stratégique concernant la sécurité nationale des É tats-Unis. C'est un véritable bouleversement. Les É tats-Unis sont-ils encore les amis de l'Europe? En effet, dans cette note, on trouve la volonté de détruire l'Union européenne, la volonté de remplacer des régimes centristes – tels qu'ils se placent dans beaucoup de pays européens – par des partis d'extrême droite, et la volonté de s'accorder avec la Russie et la Chine au détriment de l'Europe.
Quelles sont les réactions européennes? Défendons-nous avec force nos intérêts, nos valeurs? Non, non parce qu'il y a les aveugles, les autruches qui se cachent la tête dans le sable, ceux qui considèrent que ce document n'est qu'un document politique sans conséquences et que tout va rentrer dans l'ordre. Les lâches, les lâches qui se taisent pour ne pas vexer ou contredire "big daddy", par peur de représailles. Les MAGA européens – y compris dans notre pays – qui trouvent que l'administration Trump a raison de remettre en cause nos valeurs fondamentales.
Monsieur le ministre, qu'attendez-vous pour défendre le projet européen de Jean Monnet, Robert Schuman ou Paul-Henri Spaak face à ces agressions verbales et commerciales venues d'outre-Atlantique? Comment expliquez-vous ce silence radio côté européen? L'urgence n'est-elle pas de renforcer notre action commune?
Monsieur le ministre, pour que nos citoyens respectent notre Union européenne, nos dirigeants doivent porter fièrement la bannière bleue et ses douze étoiles d'or.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, la nouvelle stratégie de sécurité nationale de Donald Trump est un document majeur, pas seulement parce qu'il définit les priorités américaines, mais parce qu'il dévoile, sans ambiguïté, un impérialisme américain assumé.
Les États-Unis y expliquent, noir sur blanc, comment ils comptent maintenir leur domination sur le monde. Cela commence par l'Amérique latine. Pour Trump, cette région n'est rien d'autre que l'arrière-cour des États-Unis. Nous le voyons clairement aujourd'hui, avec l'agression contre le Venezuela sous des faux prétextes. Je rappelle ici que vous avez dit, par le passé, que vous souteniez les prétextes avancés par M. Trump.
Au Moyen-Orient et en Afrique, le message est tout aussi clair. Ce qui intéresse Washington, ce sont les ressources et les matières premières.
Mais Trump veut aussi vassaliser l'Europe, la mettre au service de l'économie et des multinationales américaines. Washington nous pousse à acheter encore plus d'armes américaines, à rester dépendants en matière énergétique et industrielle, et prétend même décider avec qui nous devons commercer ou non.
Ils soutiennent ouvertement l'extrême droite en Europe et ne cachent plus vouloir influencer les élections dans les pays européens en faveur de leurs intérêts, au détriment des intérêts des peuples européens. C'est une attaque contre notre souveraineté, monsieur le ministre. Ils veulent déstabiliser l'Europe en misant sur la division et en montant les États les uns contre les autres. Nous assistons à une attaque frontale.
Monsieur le ministre, la dernière fois que je vous ai interrogé sur l'agression américaine au Venezuela, vous avez insisté sur le fait que vous partagez les mêmes inquiétudes que M. Trump, et sur le fait qu’il s’agit d’alliés.
Alors, je vous pose la question aujourd'hui: face à cette hostilité, considérez-vous toujours les États-Unis comme des alliés? Comme ministre des Affaires étrangères, quelles mesures allez-vous prendre pour protéger notre pays contre l'agression américaine?
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, ambtgenoten, we herinneren ons allemaal de geweldige speech van de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance dit jaar in München en enkele maanden later lazen we de reportage van het Franse magazine Le Figaro , dat kopte: ‘Reis naar Belgistan , hoe België islamiseert’.
De nieuwe veiligheidsstrategie van de VS bevat nu een even treffende als zorgwekkende analyse over Europa, die luidt als volgt: "Door de aanhoudende massa-immigratie en demografische omwenteling" – sommigen zouden de term ontvolking durven te gebruiken – "staat Europa op het punt om zijn beschaving kwijt te geraken. Over enkele decennia zal de meerderheid van de bevolking van bepaalde NAVO-lidstaten waarschijnlijk uit niet-Europeanen bestaan en dus zal het de vraag zijn of zij hun plek in de wereld of hun band met de VS nog steeds hetzelfde zien als de landen die zich ooit bij de NAVO aansloten. Onvermijdelijk zal de toekomst van een natie worden bepaald door de mensen die een land toelaat binnen zijn grenzen, met name in welke aantallen en vanwaar ze komen. Het tijdperk van de massa-immigratie moet eindigen."
De VS waarschuwt dus dat, bij gelijkblijvend oikofoob en globalistisch weg-met-onsbeleid, Europa zal blijven islamiseren en uiteindelijk Eurabië zal worden, een waarschuwing die vele islamcritici reeds gaven, waaronder Bat Ye'or in haar gelijknamig boek. Ik raad iedereen aan om het eens te lezen.
Mijnheer de minister, deelt u deze analyse? Zo neen, waarom niet? In hoeverre zal het regeringsbeleid rekening houden met die nieuwe veiligheidsstrategie van de Verenigde Staten?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, il y a quelques jours, une importante note de la Maison- Blanche est sortie. Elle décrit l'Europe comme un continent en disparition civilisationnelle. C'est une vision catastrophiste. On y lit tout mais surtout n'importe quoi, sans la moindre étude sérieuse, mais avec une intention claire: affaiblir l'Union européenne, faire reculer l'État de droit, démanteler nos protections sociales et climatiques et, surtout, encourager la montée de l'extrême droite.
Le plus choquant, c'est que certains, dans le gouvernement Arizona, applaudissent. On entend le président du premier parti francophone dire: "C'est un rapport que j’aurais pu écrire moi-même." On entend un ministre fédéral dire que Trump a parfaitement raison. Soyons clairs, quand ce président de parti et ce ministre disent qu'ils se reconnaissent dans ce texte, ce n'est pas innocent. Ils valident une stratégie américaine qui appelle clairement à cultiver la résistance à l'intérieur des pays européens, pour influencer nos choix politiques. C'est très grave parce que c'est de l'ingérence. C'est un problème politique majeur. Surtout, se rend-on compte de ce qu'ils valident? On parle d'un président, Trump, qui fait arrêter des familles sur leur lieu de travail, qui démonte toutes les politiques climatiques, qui attaque frontalement le droit des femmes, des minorités, des migrants, des personnes trans. Est-ce cela le modèle que l'Arizona veut amener ici? Est-ce cela, votre vision?
Monsieur le ministre, ceci vous met face à une responsabilité claire. Mes questions sont simples. Comment la diplomatie belge analyse-t-elle cette note qui assume clairement vouloir intervenir dans les dynamiques politiques européennes? Quelles garanties pouvez-vous donner quant à la protection de notre souveraineté, face à une vision qui cherche à affaiblir nos institutions et à pousser l'extrême droite dans nos parlements? Nous en avons eu la démonstration juste avant. Comment va-t-on rappeler à l'administration américaine que la coopération transatlantique ne peut pas se construire au détriment des droits humains, de l'État de droit et de l'action climatique?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, we hebben nota genomen van het nieuw nationaal veiligheidsplan van de Verenigde Staten, dat nogal fel is ten opzichte van Europa en dat Europa behoorlijk bekritiseert. Het geeft vooral duiding bij het standpunt dat Europa de nationale soevereiniteit en identiteit van de Verenigde Staten in gevaar zou brengen. Het rapport is een aanval op de ideologie binnen Europa.
Sta me echter toe duidelijk te stellen dat de Verenigde Staten een essentiële partner zijn en blijven voor ons land en onze bevolking op het vlak van economie, veiligheid en defensie, maar ook op het vlak van geopolitieke stabiliteit.
De ideologische aanval die wij vandaag voelen, werpt een nieuw licht op onze trans-Atlantische relatie. Er is de heel belangrijke NAVO-samenwerking en de bilaterale samenwerking, maar ook het besef dat Europa heel krachtig moet optreden in een wereld die wordt gekenmerkt door grote stress, grote spanningen en heel veel crisissen.
Het feit dat wij niet langer een strategische partner worden genoemd, baart mij de meeste zorgen.
Mijnheer de minister, hoe leest u dat rapport?
Collega's, veel belangrijker dan te beweren dat de Amerikanen het niet goed zouden weten of niet goed doen, vind ik de positie van ons als maatschappij, van ons land en van Europa. Dat is eigenlijk de vraag die ik hier vandaag wil stellen.
Mijnheer de minister, na lezing van dat rapport, welke antwoorden formuleren we om als land maar ook als continent Europa krachtdadig op te treden op zowel diplomatiek als economisch en geopolitiek niveau?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, er zijn heel wat vragen gesteld. U hebt vijf minuten spreektijd om te reageren.
Maxime Prévot:
Mesdames et messieurs les parlementaires, je vous remercie pour vos questions.
Comme vous, j'ai évidemment pris connaissance du contenu de la stratégie de sécurité nationale des États-Unis. Bien entendu, je partage votre stupéfaction, votre indignation, parfois même votre condamnation quant aux analyses qu'elle véhicule du continent européen, à commencer par la thèse d'un prétendu effacement civilisationnel et par l'affirmation explicite des États-Unis de vouloir soutenir certains acteurs politiques européens pour résister aux tendances qualifiées de "négatives" en matière de migration, de liberté d'expression et d'identité. Ce serait des interférences inacceptables et c'est déjà un choc de valeurs. Mais soyons clairs, ce document, pour brutal qu'il soit, ne constitue pas une surprise.
Die strategie weerspiegelt in feite volledig de lijn van het optreden van vicepresident Vance tijdens de conferentie van München afgelopen februari en komt overeen met de verschillende boodschappen die de regering-Trump ons doorgeeft. De gesprekken die ik onlangs had met de Deputy Secretary of State, de heer Landau, vertoonden dezelfde accenten.
Il n'en demeure pas moins que nous conservons des intérêts communs. C'est pourquoi je plaide, depuis le début, pour une approche lucide. Plus qu'un choc, cette stratégie américaine doit être un électrochoc.
We moeten absoluut uit de comfortabele ontkenning stappen, waarin wij ons al veel te lang hebben genesteld en die blijft voortduren ondanks de harde klappen van de afgelopen maanden. Niet alles in die tekst is overigens onjuist. De EU verliest op economisch, militair, politiek en diplomatiek vlak. Het is tijd om ons te herpakken.
Nous devons impérativement prendre nos responsabilités. Nous avons trop longtemps vécu sur nos acquis, nous pensant sous la protection indéfinie de l'Oncle Sam. Cette époque est révolue. L'Europe doit se reprendre en main. Il ne s'agit pas tant de réagir vis-à-vis des États-Unis, mais plutôt d'agir entre Européens.
Europa moet zich profileren als een onafhankelijk machtsblok in een multipolaire wereld door bepaalde essentiële lijnen te verdedigen.
Il faut préserver l'unité et la cohésion européenne face aux tentatives américaines de bilatéraliser les relations. Je rappelle d'ailleurs que le fonctionnement optimal de l'Union européenne est considéré comme un intérêt vital de la Belgique dans notre propre stratégie nationale de sécurité.
We moeten een strategische autonomie opbouwen door de opkomst van een Europese pijler binnen de NAVO te versnellen en door onze economische soevereiniteit, onze concurrentiekracht, onze energieautonomie te verdedigen en door de regelgevende autonomie van de EU te behouden.
Il faut maintenir évidemment le cap sur le soutien indéfectible à l'Ukraine, et aussi veiller à protéger notre cohésion sociale, nos processus démocratiques contre toute tentative d'interférence ou d'ingérence, quelle qu'en soit l'origine. Nous entrons donc dans une ère de coopération à géométrie variable. Nous sommes alliés sur certains dossiers, rivaux sur d'autres.
De Verenigde Staten blijven een onmisbare partner waarmee wij moeten blijven zoeken naar mogelijkheden tot samenwerking waar dat mogelijk is. De strijd tegen georganiseerde misdaad en in het bijzonder tegen drugshandel vormt een gedeelde prioriteit. Het beheer van migratiestromen met respect voor onze fundamentele waarden is eveneens een convergentiepunt. Thema's die verband houden met defensie, de strijd tegen terrorisme, evenals onze nauwe economische banden blijven onderwerpen waarover het essentieel is de dialoog voort te zetten.
We moeten onze eigen belangen en waarden met assertiviteit, vastberadenheid en helderheid verdedigen. Tevens moeten we de diversificatie van onze partnerschappen versnellen.
J'entends proposer à l'ensemble des membres du gouvernement de souscrire à cette vision stratégique plus volontariste et lucide pour garantir la cohérence de notre action vis-à-vis de Washington. Nous avons, avec les États-Unis d'Amérique, une histoire commune, forgée dans le sang et la solidarité. Cette histoire, nous devons chercher à la préserver et nous devons l'utiliser comme un tremplin pour réinventer un destin conjoint à défaut de pouvoir toujours être commun. L'allié d'hier sera encore celui de demain. Les États-Unis ont changé. À nous d'en faire autant.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Wij mogen niet langer blindelings op veiligheidsgaranties van de Verenigde Staten rekenen. Dan zijn we aan het slaapwandelen. Europa moet ontwaken en opstaan, zoals u hebt gezegd. België moet daar als middelgroot land binnen Europa echt een grote rol in spelen. Ik roep u en de voltallige Belgische regering op om die rol op te nemen. We hebben die rol in het verleden gespeeld. Heel wat bekende Belgische politici hebben daaraan bijgedragen en daarmee naam gemaakt binnen Europa. Het is tijd om dat nu opnieuw te doen. We merken dat binnen grote Europese landen af en toe de nationale belangen overwegen, zeker op defensievlak. België moet daar tegen vechten en een voorbeeld vormen. Ik moedig u dan ook aan om die rol op te nemen en wens u daarbij heel veel succes.
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour les réponses que vous nous apportez. En effet, nous ne devons plus compter uniquement sur l'Oncle Sam. Il faut impérativement défendre notre civilisation européenne, celle qui est née de notre histoire tragique – vous l'avez citée –, une civilisation ouverte au monde, une civilisation basée sur le droit international et la coopération entre États, une civilisation basée sur un État de droit et sur des droits humains, une civilisation où chacun est respecté, une civilisation qui soutient les plus faibles.
Monsieur le ministre, comme précisé dans ma question, il est important et urgent, je persiste et je signe, de consolider la défense de ces valeurs et de renforcer courageusement et avec conviction notre action commune avec les pays européens qui en ont la volonté, mais aussi notre autonomie collaborative. J'en ai toujours été convaincu et, pour que ce message puisse être entendu outre-Atlantique, je le dirai en anglais: vous êtes the right person in the right place.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, votre réponse est décevante. Vous faites un constat moyennement bon, mais vous en tirez les mauvaises conséquences. Vous dites, par exemple, qu'on partage la lutte contre la drogue avec les Etats-Unis. Quand on intercepte un pétrolier vénézuélien au large des côtes vénézuéliennes, est-ce pour lutter contre la drogue? C'est écrit noir sur blanc, c'est pour s'accaparer les richesses vénézuéliennes et c'est pour asseoir sa domination sur le monde.
Ce dont on a besoin, monsieur le ministre, c'est de sortir de la domination américaine et non pas de construire une autre Union européenne des États-Unis bis . Il nous faut construire une Europe qui tend la main vers le reste du monde, une Europe de coopération avec les autres peuples, pas une Europe de course à l'armement. Nous avons besoin d'une Europe de coopération et de travail avec les autres peuples. Il nous faut tendre la main aux peuples du Sud plutôt que de rester sous la domination américaine. Cette logique ne fonctionne pas.
Sam Van Rooy:
Zwaar beveiligde wintermarkten in plaats van kerstmarkten en een verminkte zogenaamde kerststal in Brussel, jihadisten die naar België kunnen komen en hier vrij rondlopen, de voortdurende instroom van fundamentalistische moslims, openlijke oproepen tot jihadistische terreur, sterk geïslamiseerde scholen en wijken, steeds meer moskeeën en Koranscholen, toenemende islamitische sluierdracht en honderdduizenden moslims op ons grondgebied met verwerpelijke islamitische opvattingen over vrouwen, niet-moslims, ex-moslims en homoseksuelen, infiltratie door de Moslimbroederschap en Hamas enzovoort, als de regering niet inziet dat de Verenigde Staten gelijk hebben en dat de massa-immigratie moet worden gestopt, zal onze eigen beschaving over enkele decennia inderdaad niet meer bestaan.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Je suis d'accord sur le fait que ce n'est pas une surprise. Qui est d'ailleurs surpris par les propos de Donald Trump? Par contre, ce qui m'étonne, c'est que des membres éminents de votre coalition gouvernementale applaudissent la note de Trump. Ce qui me surprend, c'est que vous ne convoquiez pas l'ambassadeur des États-Unis pour lui tenir les mêmes propos. Que vous ne convoquiez pas le ministre de la Défense pour lui dire que ce n'est pas OK de valider cette note, ou le président du premier parti francophone pour lui dire que ce n'est pas correct d'avoir une alliance et… (Interruption hors micro par M. Bouchez)
Voorzitter:
Mevrouw Maouane heeft nog een half minuut tijd.
Rajae Maouane:
Maintenant qu'il est revenu du Qatar, il peut peut-être passer au cabinet. (Brouhaha)
Georges-Louis Bouchez:
(…)
Voorzitter:
Collega's, mag ik u vragen om niet vanuit de stoeltjes te spreken zodanig dat de spreker die het woord heeft onverstaanbaar wordt. (Applaus)
Rajae Maouane:
En parlant de surprise, qui est surpris que M. Bouchez interrompe encore une fois des femmes qui parlent?
Georges-Louis Bouchez:
(…)
Rajae Maouane:
Oui, vous aurez votre droit de parole.
On ne peut pas être aussi incendiaire avec Donald Trump et ne pas convoquer ces membres de la coalition gouvernementale.
Je voudrais clarifier une chose. Je vous ai entendu dire que vous étiez d'accord, que vous aviez un point de convergence avec la pratique ou la lutte migratoire des États-Unis? Voilà qui éclaire la politique de l'Arizona! Cela m'inquiète encore plus.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, we zijn een klein volk, maar we zijn pragmatisch, assertief, dapper en we laten ons niet zomaar destabiliseren. U hebt dat in uw antwoord ook niet laten gebeuren.
Het is inderdaad essentieel dat we ons aanpassen aan nieuwe geopolitieke situaties en dat we vooruitgaan in ons economisch beleid, in ons defensiebeleid en in onze strategische autonomie. We moeten duidelijk maken waar we voor staan en onze stem in de NAVO durven te verheffen. Het is ook essentieel dat we samen met onze partners, de Europese lidstaten, ons een visie op de toekomst eigen maken die ons sterk maakt en stabiliteit biedt aan onze bedrijven, niet alleen in relatie met de VS, maar ook in relatie met andere landen waar we nieuwe markten aanboren, essentieel voor de welvaart voor ons land, denk maar aan de stemming over Mercosur.
Voorzitter:
Monsieur Bouchez, je vous donne la parole pour un fait personnel.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le président, je tiens seulement à apporter deux éléments. Mme Maouane était en effet très impatiente de pouvoir m'entendre. Je trouve particulièrement choquant d'entendre dans l'Assemblée d'un pays qui est une démocratie libérale des gens qui soutiennent le régime de M. Maduro, dont le pays devrait être l'un des plus riches du monde grâce à ses réserves de pétrole. Or, aujourd'hui, M. Maduro fait tirer sur sa population qui meurt de faim et se rebelle contre cela.
Pour le reste, m adame Maouane, oui, j'assume complètement que j'aurais pu écrire ce rapport, non pas pour les visées que vous me prêtez. Comme vous parlez beaucoup de mon voyage au Qatar, je vous conseille vivement de voyager un peu plus. Cela vous ouvrirait l'esprit et vous réaliseriez à quel point l'Europe est actuellement en perte de vitesse à l'échelle mondiale. Oui, ce rapport dit vrai lorsqu'il indique que l'Europe produisait 25 % de la richesse mondiale et qu'elle n'en produit plus que 14 %. Oui, ce rapport dit vrai lorsqu'il dénonce le fait que l'Europe n'est plus capable de prendre des décisions. Oui, madame, ce rapport dit vrai lorsqu'il dénonce le fait que l'Europe est en train de disparaître de la scène internationale.
Meyrem Almaci:
(…)
Georges-Louis Bouchez:
Je connais votre habitude, madame Almaci. Quand on voit votre bilan à la présidence de votre parti, vous feriez mieux de vous montrer très modeste!
Alors, oui, j'assume pleinement que ce n'est pas faire allégeance à Trump. Ce doit être le wake-up call dont l'Europe a enfin besoin et que votre formation politique a empêché, ainsi que celles de toute la gauche. ( Applaudissements nourris sur les bancs du Vlaams Belang et de l'Open Vld )
Eh bien, oui! Cela ne me pose aucun problème. La vérité, c'est votre bilan que nous voyons aujourd'hui!
Voorzitter:
Vous avez la parole, madame Maouane.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le président.
J'allais répondre, mais je crois que les applaudissements de l'extrême droite constituent la meilleure des réponses aux propos de M. Bouchez. C'est la meilleure des réponses! Georges-Louis Bouchez, le président du MR, reçoit une standing ovation du Vlaams Belang. Je crois que ça se passe de commentaires!
Je pensais que M. Bouchez allait prendre la parole pour s'excuser de m'avoir encore une fois interrompue. Je pensais qu'il allait s'excuser d'interrompre encore une fois quelqu'un qui a la parole et qui dit quelque chose qui lui déplaît. Malheureusement, il ne le fait pas. Mais je n'en suis pas vraiment surprise.
Monsieur Bouchez, si vous aimez tant le Qatar, qui est pour vous ce modèle de démocratie, rejoignez vos Frères musulmans là-bas!
(Mevrouw Almaci vraagt het woord)
Voorzitter:
U bent niet bij naam genoemd. U kunt moeilijk een persoonlijk feit inroepen, als u niet genoemd bent.
Sofie Merckx:
Monsieur le président, je ne souhaite pas introduire un fait personnel, mais je trouve simplement très particulière la manière dont la réunion se déroule. Il suffit que quelqu’un soit présent sans être inscrit au débat et qu’il crie sur une personne, en l'empêchant ainsi de continuer à s’exprimer, pour entraîner un fait personnel. Vous devriez plutôt rappeler à l’ordre la personne qui a crié afin qu’elle cesse de le faire. Je suis désolée, il ne s'agit pas d'un fait personnel.
Moi aussi, je pourrais crier durant toute la plénière jusqu’à ce qu’on cite mon nom pour obtenir cinq minutes de parole. Ce n’est pas une façon de procéder ! Lorsqu'on veut intervenir dans un débat, il faut s’inscrire. Un fait personnel n’existe que lorsqu’il s’agit réellement de propos tenus à l’égard d’une personne, pas quand on interrompt la séance.
Voorzitter:
Ik heb mevrouw Maouane de 30 seconden gegeven die haar door onderbrekingen werden ontnomen. Dat betekent dat zij haar hele uiteenzettingen heeft kunnen doen. Ik heb kunnen vaststellen dat mevrouw Maouane de heer Bouchez in het debat betrokken heeft. Sommige collega's – ik spreek in het algemeen – vinden er een zeker plezier in om, ofwel persoonlijke feiten uit te lokken, ofwel om daar gebruik van te maken om zich bijkomend in het debat te mengen. Ik moet daarbij een heel dunne lijn bewandelen. Niet elke manier van naamvermelding volstaat, anders zouden we hier oeverloos debatteren. Bovendien kan de betrokkene – dit is het gevolg van het uitlokken van een persoonlijk feit - ook daarna weer het woord nemen. Misschien moeten we eens nadenken over die formule in het Reglement, want er wordt daar veelvuldig misbruik van gemaakt. Ik heb geoordeeld dat hier sprake was van een persoonlijk feit. Mevrouw Maouane heeft de kans gekregen om daarop te reageren. Dat betekent ook dat ik u geen persoonlijk feit toesta, mevrouw Almaci. Uw naam is genoemd, maar uw fractie heeft de tijd gekregen om haar zeg te doen . Ik vrees dat, wanneer u een persoonlijk feit krijgt toegewezen, de heer Bouchez daarna twee minuten krijgt om daarop te reageren, waarna vervolgens weer een andere naam kan volgen. We zullen daar paal en perk aan stellen. De twee fracties hebben uitgebreid van gedachten kunnen wisselen. Ik ga nu over tot de orde van de dag.
De nood aan een maatschappelijk afwegingskader voor het prioriteren van netaansluitingen
Het interfederale energiepact en de stroomnetten
Maatschappelijk afwegingskader en energiepact voor netaansluitingsprioritering
Gesteld door
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Phaedra Van Keymolen (cd&v) kaart aan dat 181 Vlaamse bedrijven zonder stroomaansluiting zitten door verzadigde netten, terwijl datacenters voorrang krijgen via "first come, first served", wat economische groei en energietransitie blokkeert. Minister Mathieu Bihet erkent het probleem, belooft een interministeriële conferentie voor prioritering (eind aan "wie eerst komt, eerst maalt") en netversterking (bv. Boucle du Hainaut), maar Brusseleerdeelname ontbreekt nog. Luc Frank (Les Engagés) benadrukt dringend interfederaal overleg om gefragmenteerde plannen (Vlaamse EnergieGRIP, Waalse Plan Puissance) te bundelen, terwijl Van Keymolen onmiddellijke actie eist om Nederlandse wachttijden (10 jaar) te vermijden. Kernpunt: zonder prioriteringskader en samenwerking blijft de energietransitie stagneren.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, stel u voor, u bent ondernemer in Vlaanderen. U doet elke dag uw best. U doet onze economie draaien. U bouwt een nieuw bedrijfsgebouw en u investeert daarvoor in isolatie, in zonnepanelen of in warmtepompen. Kortom, u doet exact wat de overheid van u verwacht.
Als beloning krijgt u plots een mail met de mededeling: 'geen aansluiting mogelijk'. Niet vandaag, niet volgende maand, misschien zelfs niet over enkele jaren. Dit is helaas geen theoretisch voorbeeld. Vandaag lazen we in de krant de getuigenis van een bedrijf in Nazareth dat 5.000 liter mazout per dag moet verstoken omdat het maar niet aangesloten raakt op het elektriciteitsnetwerk.
Dit bedrijf is niet alleen. 181 Vlaamse ondernemingen zitten nu in deze situatie. Wie meent dat het niet erger kan, moet maar eens naar Nederland kijken. Daar staan duizenden bedrijven en zelfs scholen en ziekenhuizen op de wachtlijst, met wachttijden tot wel 10 jaar.
Vandaag geldt hier nog steeds het principe: first come, first served. Wie eerst een aanvraag doet, krijgt een aansluiting. Een datacenter, een bedrijf, een school, een ziekenhuis, iedereen komt in dezelfde rij, in dezelfde file, terecht. Zonder enige logica.
Dat is niet werkbaar. We hebben dringend nood aan een kader met duidelijke prioriteiten. Als het aan cd&v ligt, kan het niet dat grote datacenters van multinationals onze netcapaciteit komen opslorpen terwijl onze eigen bedrijven, die hier investeren en hun best doen, die zorgen voor jobs en voor groei, geen of onvoldoende stroom kunnen krijgen.
Ik stel u dan ook de vraag die steeds meer ondernemers zich stellen. Mijnheer de minister, hoe wil u voorkomen dat onze bedrijven ook tot 10 jaar moeten wachten op hun aansluiting?
Luc Frank:
Sehr geehrter Herr Präsident, sehr geehrter Herr Minister , chers collègues, ma réplique lors de la question que j'ai posée en commission de l' é nergie a peut-être incité ou invité L' E cho à écrire l'article paru ce matin. Il révèle que des centaines d'entreprises se trouvent aujourd'hui bloquées aux portes du réseau électrique wallon.
La récente prise de parole d'ORES confirme malheureusement une réalité que nous connaissons bien. Premièrement, un réseau saturé. Deuxièmement, des entreprises en attente. Troisièmement, des projets qui s'accumulent faute de capacité. Cela démontre, une fois de plus, l'urgence d'une vision cohérente, partagée et maîtrisée à l'échelle du pays.
C'est pour cela que Les Engagés ont tenu à ce que soit intégré dans l'accord de gouvernement le pacte énergétique interfédéral. Celui-ci a pour but de garantir une co-construction entre les différents niveaux de pouvoir (fédéral et entités fédérés). En effet, trop souvent encore, les différents acteurs travaillent seuls au lieu de travailler ensemble. En Flandre, l'initiative EnergieGRIP avance. En Wallonie, le Plan Puissance a réalisé un état des lieux approfondi. Ces démarches existent, mais restent parallèles et déconnectées.
Nous avons besoin d'une coordination renforcée. Notre accord de gouvernement est clair: "Nous développons avec les régions une vision et une stratégie à long terme avec le pragmatisme et l'ambition nécessaires que nous ancrons dans un pacte énergétique interfédéral dans lequel chacun assume la responsabilité de le mettre en œuvre."
Il est temps, monsieur le ministre, de traduire cet engagement dans des actes. J'ai donc deux questions. Quand comptez-vous prendre contact avec les régions afin d'initialiser concrètement ce pacte énergétique interfédéral? Quel plan de travail ou calendrier envisagez-vous pour mettre sur pied cette coordination indispensable entre les différents niveaux de pouvoir?
Mathieu Bihet:
Chère collègue, lieber Kollege Frank, merci pour vos questions.
La Belgique entre dans une nouvelle ère, celle de l'électrification massive des usages. Entre le développement des zones économiques, la multiplication des voitures électriques, l'essor des data centers ou encore la transition énergétique de nos industries, jamais notre pays n'a eu besoin d'autant de puissance électrique.
Cette tendance va s'amplifier pour se doubler à l'horizon 2050. Mais, déjà aujourd'hui, l'absence d'anticipation et les errements stratégiques du passé coûtent cher et particulièrement à nos entreprises et à nos entrepreneurs. Cette dynamique se reflète dans l'actualité de ces derniers jours; nous en avons d'ailleurs parlé mardi en commission.
Partout dans le pays, les gestionnaires de réseau sont confrontés à une explosion des demandes de raccordement. Tous les niveaux de tension sont concernés: la distribution pour les plus petites structures et le transport pour les acteurs industriels importants. Nous ne pouvons pas nous résoudre à accepter que certains projets et certaines entreprises ne puissent se développer faute de puissance disponible.
Mesdames et messieurs, comme je l'ai déjà indiqué, permettez-moi de rappeler les trois leviers indispensables pour libérer rapidement de la capacité. Premièrement, il faut flexibiliser les raccordements; deuxièmement, clarifier le principe de la file d'attente; troisièmement, réserver la priorité aux projets parvenus à maturité en mettant fin à la règle du "premier arrivé, premier servi".
Collega’s, ik heb dit al herhaaldelijk besproken met zowel Elia als met mijn collega-ministers van de deelstaten. De huidige situatie is onaanvaardbaar. Daarom wordt op mijn vraag binnenkort een interministeriële conferentie opgestart met als doel de strategische krachtlijnen vast te leggen en een kader te creëren om zowel op korte als lange termijn structurele oplossingen uit te werken. Het centraal vraagstuk blijft namelijk de noodzakelijke versterking van het netwerk.
À cet égard, par exemple, je pourrais citer des projets importants et structurants, notamment en Wallonie avec la Boucle du Hainaut. Elle est nécessaire pour accompagner l'électrification et pour soutenir le développement des énergies renouvelables en mer comme sur terre. Le pays ne peut plus accumuler de retard sur ces chantiers et ce n'est qu'en combinant toutes ces mesures à court, à moyen et à long terme, que nous serons efficaces. La capacité du réseau, c'est le premier pilier de l'électrification et de la transition énergétique.
Mes chers collègues, vous le savez, le second pilier qui est tout aussi important, ce sont les capacités de production. Monsieur Frank, sur le pacte interfédéral pour l'énergie, j'ai écrit à l'ensemble des ministres régionaux pour me concerter avec eux dans le cadre de l'élaboration du plan fédéral de développement, le nouveau plan visant les infrastructures électriques de notre pays. Je rencontrerai les ministres régionaux encore dans les prochains jours pour établir ce plan. Mais il manquera toujours un élève à l'appel, c'est le gouvernement régional bruxellois, malgré les tentatives, encore ce matin, de la mise sur pied d'une majorité good move .
U mag erop vertrouwen dat ik samen met mijn regionale collega's alles in het werk stel om de netcapaciteit te versterken, onze bedrijven te ondersteunen en de koopkracht van onze burgers te beschermen.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik moet vaststellen dat ondernemers het op dit moment moeten doen met intenties. De realiteit is dat 181 bedrijven nu geen aansluiting krijgen en dat ze op dieselgeneratoren moeten draaien, omdat ze anders geen stroom hebben. Zonder maatschappelijk afwegingskader blijven we dweilen met de kraan open. U verwijst naar een kader en oplossingen op middellange en korte termijn, maar zolang er geen prioritering gebeurt, blijven onze bedrijven, scholen en ziekenhuizen in dezelfde rij staan als de datacentra, die gigantische hoeveelheden netcapaciteit opslorpen.
Laat ons er dus werk van maken, mijnheer de minister. Verhoog de netcapaciteit en maak ondertussen werk van het afwegingskader. Alleen zo kunnen we Nederlandse toestanden vermijden.
Luc Frank:
Sehr geehrter Herr Minister, vielen Dank für Ihre Antwort.
Vous savez très bien qu’il y a des acteurs tout à fait différents à d’autres niveaux de pouvoir. Il faut donc collaborer, collaborer, collaborer, collaborer, pour essayer de faire diminuer ce retard à l’avenir.
Comme vous l’avez dit, un acteur nécessaire n’est pas à la table. Cela ne va pas! C’est honteux. Il faut également, de ce côté-là, trouver un accord pour avancer dans cette démarche très importante pour la transition énergétique.
Je terminerai avec un proverbe allemand: " Viele Köche verderben den Brei ." Autrement dit, trop de cuisiniers gâtent la sauce. C’est aussi quelque chose qu’il faut avoir à l’esprit. En l'occurrence, il y a énormément d’acteurs. C’est pour cela que je répète qu’il faut collaborer et faire le nécessaire.
Je suis confiant, monsieur Bihet, que vous allez y arriver.
Voorzitter:
Hiermee sluiten we de vragensessie af.
Euroclear
Euroclear
Euroclear
De beslissing van de EU met betrekking tot Euroclear
Euroclear
De toespraak van de eerste minister in het Paleis voor Schone Kunsten
Het EU-plan voor de Russische tegoeden
De impact van de activatie van de Russische tegoeden bij Euroclear op de Belgische begroting
De bevroren Russische tegoeden en Oekraïne
Bevroren Russische tegoeden, Euroclear en impact op EU en België
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 4 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Belgiës verzet tegen het Europese plan om bevroren Russische tegoeden (€250 miljard) bij Euroclear te gebruiken voor Oekraïne, tenzij aan drie harde voorwaarden wordt voldaan: volledige risicomutualisering, liquiditeitsgaranties voor Euroclear en een billijke lastenverdeling tussen alle EU-landen. Premier De Wever benadrukt dat België niet alleen het financiële risico (juridische claims, Russische tegenmaatregelen) kan dragen en wijst op het gevaar voor de financiële stabiliteit, terwijl hij de loyaliteit aan Oekraïne en Europa bevestigt, maar geen "blanco cheque" geeft. Critici zoals Dedecker en Bouchez steunen het verzet maar waarschuwen voor Russische intimidatie en het verlies van vertrouwen in België als financieel centrum, terwijl Hedebouw (PTB) en Vermeersch (Vlaams Belang) de EU beschuldigen van roekeloosheid en een gevaarlijke precedent te scheppen. Di Nunzio kaart aan dat De Wever in Bozar zei dat "Ruslands nederlaag niet wenselijk is", wat diplomatieke verwarring zaait, maar de premier ontkent elke verschuiving in België’s pro-Oekraïne-standpunt. Kernpunt: België eist waterdichte Europese garanties voordat het instemt, anders riskeren financiële instorting, juridische claims en geopolitieke escalatie.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, u hebt onze vraag onterecht samengevoegd met andere vragen. Collega Di Nunzio wil een vraag stellen over de volgende uitspraak van de premier in de Bozar: "Het is niet wenselijk dat Rusland de oorlog verliest." Alle andere vragen gaan over Euroclear. Daarom hebt u onze vraag daaraan onterecht toegevoegd. Wij verzoeken dat de vraag van collega Di Nunzio apart wordt behandeld.
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand, de titel is "De uitspraken van de premier over de oorlog in Oekraïne". Het lijkt me dat dat er enigszins in past. Ik kan me vergissen, maar dat lijkt me toch te passen in het kader van de andere vragen.
Mijnheer de premier, ik nodig u uit om vooraan plaats te nemen. De heer Van der Donckt is de eerste vraagsteller.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, ik hoor wat u zegt, maar alle andere vragen hadden als titel "Euroclear". Onze vraag gaat niet over Euroclear, voor alle duidelijkheid.
Wim Van der Donckt:
Mijnheer de eerste minister, collega's, van de grootste ondernemer in dit land tot de hardwerkende arbeider, iedere Belg zal de gevolgen voelen als Europa lichtzinnig omspringt met de Russische tegoeden bij Euroclear.
Wat vandaag nog wordt voorgesteld als een louter technisch financieel debat, kan morgen uitmonden in economische schade, sociale onrust en geopolitieke escalatie. Dat is helaas geen doemdenken. Nog deze ochtend verscheen een duidelijke waarschuwing van voormalig Russisch president Medvedev, die de woorden casus belli in de mond nam, aanleiding voor oorlog.
De boodschap is overduidelijk, de situatie is ernstig. De gevolgen kunnen België rechtstreeks en aanzienlijk treffen. Laat dat even bezinken. Tegen die achtergrond is het opvallend hoe Commissievoorzitter Ursula von der Leyen stellig zegt dat bijna alle Belgische bezwaren zouden zijn weggewerkt. Bijna, dat is geen detail, het is net de kern van het probleem, want wat vandaag ontbreekt, is een sluitende, afdwingbare en collectieve garantiestelling. Europese solidariteit mag geen holle slogan zijn. De voorstellen die nu op tafel liggen, blijven te vaag en te vrijblijvend. Het gaat hier over honderden miljarden euro's. Dat is het equivalent van het pensioen van alle Belgen samen gedurende verschillende jaren.
Mijnheer de eerste minister, gelukkig blijven u en uw regering in deze moeilijke situatie standvastig. Ik heb dan ook maar één vraag. Kunt u het belang van uw terechte verzet toelichten in deze Kamer, het hart van onze democratie?
Jean-Marie Dedecker:
Premier, ik heb er geen enkel probleem mee om het spaarvarken van 185 miljard euro van de Russen en Poetin te laten slachten. Ik heb daar mijn redenen voor. Ten eerste, het is het geld van de Russische maffia en van de kleptocratie van de bende stelende oligarchen. Ten tweede, Poetin heeft zelf alle Westerse bedrijven geannexeerd, zonder één euro schadeloosstelling. Ten derde, hij heeft voor duizenden miljarden euro schade in Oekraïne aangericht en mensen vermoord.
Ik kom dan bij het belangrijkste punt. Als wij het niet verbeurdverklaren, gaat die andere maffialeider, Trump, ermee aan de haal, want ik heb gezien dat het een onderdeel is van zijn 28 puntenplan voor de vrede. Hij wil de helft van die middelen inpalmen en de andere helft aan zijn maffiavriend in Rusland teruggeven.
Ik ben het echter voor 100 % eens met u, premier, dat u spijkerharde garanties moet krijgen, zeker wanneer uw arm straks door de Europese mandarijnen wordt omgewrongen. De laffe houding van Europa is al jaren bekend. We hebben een kort geheugen. Misschien waren sommigen nog niet geboren, maar in 1994, bij de onafhankelijkheid van Oekraïne, was dat land de derde grootste nucleaire macht ter wereld. De Amerikanen hebben de kernwapens voor 4 miljard dollar opgekocht en aan Rusland teruggegeven.
Daar stond één voorwaarde tegenover, met name dat Europa, Frankrijk, Duitsland, Engeland en de Amerikanen bescherming aan de Oekraïners zouden bieden. Twintig jaar later stonden de Russen in de Krim. Wat hebben de Duitsers gedaan? Schröder, de voorzitter van Gazprom, zei: wir schaffen das. Wat hebben we gedaan? Niets. We hebben over ons heen laten lopen in Europa.
Als u geld geeft, als u geld moet geven, vraag dan spijkerharde garanties, want ik vertrouw niemand in deze zaak.
Koen Van den Heuvel:
Collega’s, wat zich rond Euroclear afspeelt, duwt ons land in het oog van een storm. De Europese Commissie blijft aandringen op een lening voor Oekraïne, gefinancierd door de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear.
Laat mij echter duidelijk zijn: voor ons is het onmogelijk dat we dat zonder ijzersterke garanties toelaten. Ik denk niet dat we daardoor asociaal of onredelijk zijn. Als dit doorgaat, is het immers niet alleen nefast voor de financiële stabiliteit van ons land, maar ook voor de financiële stabiliteit van de hele eurozone. Ik heb het dan nog niet gehad over de financiële geloofwaardigheid van ons land. Wie zal immers nog investeren of zijn geld beleggen in een land dat zich niet aan de afspraken houdt?
Voor ons is het dan ook duidelijk: wij zien geen enkele reden waarom België dit risico alleen moet dragen. Wij geven geen blanco cheque die nefast zal zijn voor elke Belgische belastingbetaler. Voor cd&v is het duidelijk, wij hebben nood aan Europese samenwerking, zeker om de vele uitdagingen van de 21 ste eeuw aan te pakken en om Oekraïne te steunen tegen de Russische tirannie. Dat mag echter niet betekenen dat België te veel alleen moet dragen. Dat is niet de Europese samenwerking die wij willen.
Beste collega’s, dit dossier vraagt eensgezindheid. Dit dossier overstijgt alle partijgrenzen. Dit is de strijd van de voltallige Belgische regering, want dit dossier belangt het hele land aan. Beste premier, beste minister Prévot, cd&v roept u duidelijk op om te volharden en te weerstaan aan de buitenlandse druk, zelfs wanneer die de volgende dagen intenser wordt. Zonder ijzersterke (...)
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, 65 milliards d'euros russes sont actuellement gelés, et 193 milliards immobilisés. On parle d'un montant total de 250 milliards d'euros sur notre territoire, soit beaucoup plus que le budget du gouvernement fédéral pour une année.
Les propositions de la Commission européenne de saisir ces actifs ou de les utiliser comme garantie comportent au moins trois risques majeurs pour notre pays. Le premier est un risque financier, puisque, à tous les coups, nous perdrions sur le plan juridique si la Russie devait entamer des actions. Ce serait un précédent inédit et une violation de la propriété privée, qui ne se justifie pas dans ce cas.
Le deuxième est un risque politique, un risque pour notre réputation. Comment faire encore confiance à la Belgique si, lorsque des avoirs étrangers se situent dans notre pays, ils peuvent être confisqués quelle que soit la situation? Cela engage le futur d'Euroclear sur notre territoire.
Il y a enfin un dernier risque sécuritaire, puisque des représailles seraient à craindre pour notre pays, qui n'est pas un belligérant dans ce conflit, en tous les cas à ce stade.
Par ailleurs, monsieur le premier ministre, aujourd'hui, l'Europe veut mobiliser des moyens de manière légitime, mais est totalement absente du processus politique qui doit conduire à un cessez-le-feu et à la paix. En outre, l'Ukraine est sujette à des faits de corruption extrêmement graves.
Alors, aujourd'hui, nous voulons affirmer à quel point notre soutien à l'Ukraine est total, mais il ne peut pas être aveugle et irresponsable.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, vous avez raison de tenir tête à la Commission européenne et à Ursula von der Leyen. Cette pression exercée sur notre pays est vraiment intolérable. Elle l’est parce que le danger est multiple si nous acceptons cette décision de confisquer les avoirs russes détenus ici par Euroclear.
Pourquoi est-elle dangereuse? Je suis franchement d’accord avec votre raisonnement, elle est dangereuse pour la Belgique car ce sont bien nous qui devrons payer. Les autres pays européens ne donnent aucune garantie.
Elle est aussi dangereuse pour la stabilité de tout le système financier européen. Quel pays du monde sera prêt à investir ici si, en fonction des intérêts géostratégiques européens, nous décidons de confisquer les avoirs? C'est fou! Cela reviendrait à dire, par exemple, que nous confisquons les avoirs de la Russie mais pas ceux des Israéliens.
Je suis votre raisonnement, cette stabilité est importante. Ici, on entend dire à légère que la stabilité de l’économie mondiale importe peu, mais ce sont les travailleurs qui vont en payer le prix. Monsieur le premier ministre, vous avez raison, nous ne pouvons pas mettre en danger tout le système économique qui est basé sur la confiance et sur la sécurité juridique.
Par ailleurs, le jusqu’au-boutisme de la guerre est aussi un danger. C’est clair! Cela fait des années que nous répétons que l’idée selon laquelle davantage d’armes et davantage de guerres pourraient créer la paix est illusoire. Cela n’arrivera pas.
Plutôt que de laisser à Trump la possibilité de tout négocier au profit des multinationales américaines, réfléchissons un instant à notre autonomie stratégique européenne. Cessons de courir derrière les Américains et derrière la guerre. Cela ne fonctionnera pas ainsi!
Dans ce sens, monsieur le premier ministre, nous vous soutenons et nous espérons que les autres partis maintiendront également leur soutien car la pression sera énorme.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de eerste minister, mijn vraag gaat niet over Euroclear. Daar zijn we het over eens. Ze gaat wel over het volgende.
"Qui croit vraiment que la Russie va perdre en Ukraine? C'est une fable, une illusion totale. Ce n'est même pas souhaitable qu'elle perde."
Wie gelooft er echt dat Rusland de oorlog in Oekraïne zal verliezen? Dat is een fabel. Het is een illusie. Het is zelfs niet wenselijk dat Rusland verliest. Dat waren uw woorden in Bozar op maandagavond tijdens de Grandes Conférences Catholiques. Ik was stomverbaasd, mijnheer de eerste minister, om te moeten lezen in de Franstalige pers dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland verliest.
We zitten intussen in het vierde jaar van de oorlog tegen Oekraïne. België heeft de Russische agressie van bij de invasie, van meet af aan scherp veroordeeld. Voor ons is Oekraïne een vrij, een soeverein en een onafhankelijk land en geen deel van Rusland. U zei evenwel dat het niet wenselijk is dat Rusland de oorlog in Oekraïne verliest. U stelde bovendien dat het een fabel is te geloven dat Rusland kan verliezen. Onvoorstelbaar.
Daarnaast sprak u ook over rechtstreekse boodschappen vanuit Moskou ten aanzien van ons land en ten aanzien van uzelf dat u het voor de eeuwigheid zou voelen als Russische tegoeden in beslag zouden worden genomen. Ik heb daaromtrent een aantal vragen voor u, meneer de minister.
Ten eerste, sprak u namens uzelf of namens ons land toen u die uitlatingen deed?
Ten tweede, kunt u bevestigen dat het standpunt van België ongewijzigd blijft?
Ten derde, wanneer u spreekt over dreigementen, wat is de exacte inhoud van die dreigementen? Hoe hebben die dreigementen u bereikt? En vooral, en niet onbelangrijk, heeft die intimidatie vanuit Moskou de positie van ons land beïnvloed?
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, men zegt wel eens dat de Europese Unie geen ideologie heeft. Nochtans heeft de Europese Commissie een talent dat heel wat communistische economen jaloers zou maken, want ze kan een onteigening verkopen als solidariteit. Communisten pakten vroeger tractoren en landbouwgronden af; Europa pakt gewoon 190 miljard euro. De communisten hadden nog de eerlijkheid om te zeggen dat ze uw bezittingen kwamen afpakken. De Commissie verpakt het als een Oekraïneplan.
Europa wil de geblokkeerde tegoeden bij Euroclear gebruiken als onderpand voor leningen aan Oekraïne. Dat houdt gigantische risico’s in voor de burgers in dit land. Niet alleen wijst Rusland erop dat dit een oorlogsdaad is. Ook de Europese Centrale Bank weigert mee te stappen in dat juridische drijfzand. Dat wil wel iets zeggen, collega’s. Eén verkeerde zet en het vertrouwen in Euroclear, het eurosysteem en het financiële systeem stort in. Experts waarschuwen bovendien dat België in het ergste scenario zelfs failliet kan gaan wanneer Rusland stappen zet en wij moeten terugbetalen. Het gaat om een som die overeenkomt met een derde van de volledige economie van dit land.
Europa luistert niet naar die terechte bezorgdheden. In plaats daarvan zoekt de Europese bemoeibrigade van de Europese Commissie nu een manier om dit land buitenspel te zetten door de unanimiteitsregels te omzeilen. Met andere woorden, uw Europese schoonmoeder, Ursula von der Leyen, wil u schaakmat zetten. Ze wil uw veto en daarmee de bescherming van de belastingbetaler in dit land gewoon uitschakelen.
Mijnheer de premier, de vraag is eenvoudig, maar dringend. Kunt u ons garanderen dat u niet zult buigen voor uw Europese schoonmoeder?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de premier, we zitten in vieze papieren. Er hangt een zwaard van Damocles boven ons hoofd, een zwaard dat ons mogelijk heel hard kan treffen, zowel op financieel als op juridisch vlak. U eist hiervoor onvoorwaardelijke solidariteit van de andere Europese landen en dat is zeer terecht. U hebt daarin gelijk.
Er is echter een aspect aan deze problematiek dat ervoor zorgt dat de andere landen hun stekels opzetten. Elk jaar krijgt ons land 1,2 miljard euro extra inkomsten omwille van de Russische miljarden die bij Euroclear staan. Dat is geld dat we niet ontvangen op basis van onze eigen economie, maar dat we alleen krijgen omdat Oekraïne zich, met een grote menselijke kostprijs, verweert tegen de Russische illegale invasie en vecht voor de democratie in Europa.
Dat is het enige geld dat ons land bijdraagt aan de strijd in Oekraïne en dan nog zonder veel transparantie. Het geld wordt verstopt in het grote budget van Defensie, met de belofte dat het zal worden gebruikt voor militaire steun aan Oekraïne. Er was een afspraak met Europa om dat geld in een Europees fonds voor Oekraïne te storten, zodat voor iedereen transparantie bestaat over de besteding ervan, maar u doet dat niet. Natuurlijk irriteert dat de andere lidstaten. Het betekent ook dat ons land tot op vandaag nog geen enkele euro aan eigen middelen heeft besteed aan hulp voor Oekraïne, in tegenstelling tot de andere Europese landen. Ook dat irriteert de andere lidstaten.
Waarom investeert ons land geen eigen middelen in de strijd tegen Rusland en in de verdediging van onze democratie? Los dat probleem op, toon solidariteit en dan zal het begrip van de andere landen voor onze situatie groeien.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, j'ai déjà dit voici quinze jours que j'étais solidaire de votre position, mais je sens quand même une petite musique qui est en train de monter et qui m'inquiète. "Pourquoi se bat-on?" demandent certains. Eh bien, on se bat pour qu'une nation européenne nommée "Ukraine" reste libre – libre de son destin – et respectée dans ses frontières, pour que ses civils cessent d'être bombardés chaque jour, pour qu'en 2025 les frontières en Europe ne puissent pas être changées par la force parce que, sinon, ce serait la défaite du droit international. On se bat pour que la Russie de M. Poutine comprenne qu'elle ne peut pas attaquer ses voisins, terroriser ses opposants et perturber les démocraties européennes en imaginant qu'elles resteront sans réaction. On ne soutient pas l'Ukraine par simple devoir moral, mais parce qu'il s'agit aussi de notre sécurité et que la guerre hybride, qu'on le veuille ou non, a déjà commencé. C'est pour toutes ces raisons que le soutien à l'Ukraine est essentiel. Il ne s'agit pas tellement de les rendre forts sur le théâtre de la guerre, mais de les rendre forts pour qu'ils puissent négocier la paix.
Donc, comme je l'ai déjà dit ici, je comprends que la Belgique demande de manière préférentielle un emprunt européen, comme ce fut le cas pour le covid. Je comprends qu'à défaut, la Belgique réclame des garanties extrêmement fortes et qu'elle ne soit pas toute seule à devoir en payer d'éventuelles conséquences. Cependant, prenons garde: ne véhiculons pas le doute et le défaitisme, par exemple en déclarant que la Russie ne perdra jamais cette guerre.
Dès lors, monsieur le premier ministre, ma demande est très claire. Oui, obtenez les garanties pour protéger notre pays et partager les risques. Mais, dans le même temps, réitérons clairement notre soutien à l'Ukraine et disons avec force que les intimidations de M. Poutine ne fonctionnent pas.
Voorzitter:
Bedankt, collega’s. Merci, chers collègues.
Mijnheer de premier, u krijgt zoals gezegd iets meer spreektijd voor uw antwoord. Ook de vraagstellers zullen wat meer tijd krijgen voor hun replieken.
Bart De Wever:
Merci, chers collègues, pour vos questions.
Il s'agit en effet d'une question extrêmement importante pour ce pays, une question que je soulève depuis déjà un certain temps au niveau européen. L'utilisation des avoirs immobilisés chez Euroclear pourrait avoir des conséquences potentiellement néfastes, tant pour ce pays que pour l'Europe dans son ensemble. Il existe de nombreuses objections légitimes concernant la légalité d'une telle opération, ainsi que sur les conséquences pour la confiance dans notre système financier et dans l'euro en tant que monnaie de réserve.
Indépendamment encore de toutes ces objections, le gouvernement a toujours posé trois conditions claires avant même d'envisager d'approuver une telle opération. La première condition est une mutualisation de l'ensemble des risques. La Belgique ne peut et n'acceptera jamais d'assumer seule les risques d'une telle opération. Il est important ici de préciser qu'il s'agit du risque total. En vertu des accords bilatéraux existants de protection des investissements, les indemnités pour l'expropriation illégale peuvent en effet largement dépasser la valeur des actifs et inclure des intérêts composés ainsi que des bénéfices non réalisés. Pour nous, les garanties doivent donc, dès le premier jour, couvrir toutes les obligations financières potentielles.
De tweede voorwaarde is een liquiditeits- en risicobescherming. Euroclear moet kunnen beschikken over de betrokken middelen voor het geval dat en op het moment dat het nodig zou zijn.
Een eerste mogelijk geval doet zich voor als het bedrijf het voorwerp zou worden van Russische tegenmaatregelen – dat zal zeker gebeuren – waarvan de financiële schade gedekt zal moeten worden, onmiddellijk. Ik zwijg dan nog over de tegenmaatregelen die Rusland of met Rusland bevriende landen zouden kunnen opleggen tegen anderen, burgers of bedrijven uit dit land of andere lidstaten van Europa.
Een tweede mogelijk geval is dat het bedrijf de tegoeden aan de Russische centrale bank moet terugbetalen. Dat kan het gevolg zijn van rechtspraak of arbitrage en het kan eventueel het gevolg zijn van een vredesakkoord. Het is uiteraard in die zin dat u mijn woorden moet begrijpen. Die oorlog zal op een gegeven moment stoppen. Tegoeden gaan verloren als landen in de klassieke militaire zin een oorlog verliezen. Ik meen dat niemand in de Kamer gelooft dat dit het einde van de oorlog zal zijn, en dus moeten we er ernstig rekening mee houden dat bij een eventueel vredesakkoord er ook een beschikking zal zijn over die tegoeden. Dat is het enige wat ik heb gezegd. Ik vind het beneden alles dat het uit de context wordt getrokken. (Applaus)
Als er mensen zijn die het een goed idee vinden dat een kernmacht militair onder de voet wordt gelopen, met alle gevolgen van dien, moeten ze dat hier vooral zeggen. Dat getuigt van weinig geopolitiek inzicht.
Alleszins, als Euroclear met een liquiditeitsprobleem komt te zitten, heeft dat gigantische gevolgen voor de globale financiële markt. Dat werd onlangs nog bevestigd door de voorzitter van de ECB, die overigens zelf weigert om het risico van zo’n reparation loan te dekken. Al het nodige geld, de nodige liquiditeiten, moet er dus zijn, onmiddellijk, ter beschikking.
De derde voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een billijke lastenverdeling. Het is niet meer dan logisch dat alle lidstaten die over Russische staatsactiva beschikken, in die operatie bijdragen. Men moet die middelen proportioneel en pro rata opvragen bij alle betrokken instellingen binnen het Europees grondgebied en idealiter ook ruimer dan het Europese grondgebied, zoals Lagarde aanbeveelt, met name in betrokken landen die behoren tot de coalition of the willing.
Het voorstel dat de Europese Commissie gedaan heeft, zet wel degelijk stappen in de richting van onze drie voorwaarden, maar voldoet nog niet aan de minimumvoorwaarden die ik zopas heb geschetst, en derhalve kan dat voorstel niet rekenen op de goedkeuring van onze regering en van ons land. (Applaus)
Wij stellen absoluut geen onredelijke eisen. Ieder land in onze situatie zou exact dezelfde eisen stellen. Dat wordt mij ook telkens zo toevertrouwd door menig regeringsleider rond de Europese tafel. Wij zijn bovendien constructief over de fond van de zaak en wijzen op mogelijke alternatieven om in de financiering van Oekraïne te voorzien.
Er mag immers geen enkele twijfel over bestaan. Ons land staat pal achter Oekraïne en wil het nodige doen om dat land sterker en verder te ondersteunen.
Ik betreur het derhalve ten zeerste dat er internationaal allerlei insinuaties en fakenieuws circuleren die ons proberen onder druk te zetten door het tegendeel te beweren. Ik betreur nog meer dat hier één fractie meent op die kar te moeten springen.
Wij zijn loyale Europeanen. Wij staan loyaal achter Oekraïne. Wij zullen altijd kiezen voor vrede, vrijheid en democratie. Wij zijn bereid om daarvoor offers te brengen. Men mag van dit land echter niet het onmogelijke vragen. Dat is de houding van de regering en ik hoop daarvoor de steun te krijgen van het voltallig Parlement. ( Applaus )
Wim Van der Donckt:
Dank u voor dat krachtige antwoord, mijnheer de eerste minister. Als N-VA’er had ik ook niets anders van u verwacht.
Collega’s, dit is hoe echt leiderschap eruitziet: opkomen voor onze werknemers, onze bedrijven, onze spaarders en onze welvaart, onze veiligheid. Dat is exact wat u doet, mijnheer de eerste minister.
Laat u niet afleiden door goedkope spot, valse insinuaties alsof we losers zouden zijn en karikaturale verwijzingen naar onder meer Don Quichot. Zulke opmerkingen dienen het inhoudelijke debat absoluut niet.
Ik geef u een raad. Blijf uzelf, rustig en standvastig. In dezen mag u zelfs koppig zijn. We rekenen op u.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de eerste minister, ik ben het honderd procent eens met uw standvastigheid en met uw argumenten. Het is perfect mogelijk om voor die bedragen een herstellening aan Oekraïne te geven, op één voorwaarde: dat al die landen van de coalition of the willing – wat een fantastisch woord – die ook over ontzettend veel geld beschikken, dat ook consequent doen. Inzake de coalition of the willing , er staat 28 miljard van de Russen in Japan, 15 miljard in Canada, 10 miljard in Luxemburg, 27 miljard in het Verenigd Koninkrijk, 19 miljard in Frankrijk en zelfs 4 miljard in Amerika.
U hebt gelijk, premier. We mogen de dreiging van de unanimiteit van die Europese mandarijnen, die schrik hebben van Orbán en Fico in Slovakije, nooit aanvaarden. Als zij een herstellening geven, moeten we een solidaire borgstelling voor de terugbetaling van die lening tekenen. Ik denk dat Oekraïne daarmee wel gediend kan zijn.
We mogen niet vergeten dat Oekraïne vandaag de grenzen van onze vrijheid en van Europa verdedigt. Dat vergeten wij te vaak.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Voor ons is het heel duidelijk. We moeten pal achter Oekraïne blijven staan en we moeten blijven geloven in de Europese samenwerking, niet alleen voor Oekraïne, maar voor de vele andere uitdagingen. Maar dat mag inderdaad niet blindelings gebeuren. We zijn daarmee niet asociaal of onredelijk, zoals ik daarnet al heb gezegd. De financiële gezondheid en financiële stabiliteit van ons land en van Europa is in het geding en dat is ook heel belangrijk voor elke inwoner van ons land. Wij zeggen daarom heel duidelijk dat dit dossier niet zonder garanties kan passeren. U hebt ze opgesomd: gelijke risicoverdeling, voldoende liquiditeitsvereisten voor Euroclear en een gelijk speelveld, want ook de andere landen met bevroren Russische tegoeden moeten mee in het bad. Dat zijn geen overdreven eisen. Ik kan u alleen maar aansporen om te volharden en om de druk te weerstaan.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie. Finalement, on a pu entendre plus ou moins les mêmes discours dans le chef de pas mal d'intervenants. Mais il ne faut pas se tromper, on n'a pas tous le même objectif. Quand le PTB est d'accord avec vous, c'est parce qu'en fait, il ne souhaite pas réellement la défaite de la Russie, compte tenu d'une certaine histoire et d'une certaine approche de l'Occident.
Il faut être bien clair ici, nous voulons une Russie la plus faible possible pour aller négocier la paix. Qu'on ne se trompe pas, la guerre sera une guerre d'usure, parce que la Russie l'a débutée non pas en Ukraine en 2022 mais en Géorgie en 2009. Son objectif est de contrôler les cinq mers à l'ouest de la Russie, de reconstituer un empire et une zone d'influence qui va nous toucher via des cyberattaques, la présence de drones ou toute autre influence politique. On devra être fort, on devra mobiliser des moyens. C'est la raison pour laquelle ce gouvernement investit fortement dans la Défense, afin de protéger nos concitoyens.
Dans le même temps, monsieur le premier ministre, comme je le disais, on doit aussi être totalement partie prenante du processus politique qui mettra un terme à cette guerre. Il n'est pas normal de devoir mobiliser tant de moyens et d'apprendre via la presse ce que Donald Trump a négocié. C'est une nouvelle fois le reflet de la faiblesse européenne que nous devons corriger par la défense, l'industrie et notre souveraineté/autonomie.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, zoals ik eerder al heb gezegd, steunen we u uiteraard in het verzet tegen de Europese Commissie, die vandaag vraagt om alle Russische tegoeden in beslag te nemen.
Ik was wel graag dieper ingegaan op de vraag wat de strategie van de Europese Raad precies is. Bestaat dat debat in de Europese Raad? Waar wil men naartoe? Wat is het idee over de plaats van Europa in de wereld? Het idee dat we al onze contracten op financieel vlak zomaar aan de kant zouden schuiven, is toch te gek voor woorden? Wat zullen andere landen dan denken? We leven toch niet meer in de periode van de koningen? Wat zullen andere landen denken wanneer we beslissen om dat geld gewoon in beslag te nemen? Dan zullen ze hun eigen banken en structuren op poten zetten.
In welke wereld leven we? Ik heb de indruk dat er in de Europese Raad nog altijd het idee leeft van la grande Europe qui domine le monde, avec les États-Unis d’Amérique .
Dat is gedaan, beste collega's. De wereld is aan het kantelen. We moeten met Europa onze eigen weg volgen. Dat zal natuurlijk gebeuren met uitgestrekte hand naar de landen in het zuiden.
Ziet u niet dat onze economie eraan kapotgaat? De Amerikanen moedigen Europa aan om ermee door te gaan. Ondertussen gaat Europa gewoon de afgrond in, economisch, sociaal en militair. Zo maken ze Europa kapot.
Dat de eerste minister zegt dat we waarschijnlijk niet zullen winnen, is meteen een schandaal. Dat is nochtans wat op het terrein gebeurt. Kijk wat er gebeurt. We moeten zelf diplomatie bedrijven op basis van onze eigen visie.
Sandro Di Nunzio:
Ik juich uw ondubbelzinnige verklaring hier dat ons standpunt ten opzichte van Oekraïne niet is gewijzigd, toe. Het was uiteraard te verwachten dat u de uitspraken van maandagavond zou afdoen als een fait divers en dat u die tot irrelevante opmerkingen zou proberen te herleiden. Het was te verwachten dat u ons zou verwijten de zaken uit de context te trekken. Een ding is echter duidelijk, mijnheer de eerste minister, u hebt die woorden wel degelijk uitgesproken. U hebt gezegd dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland zou verliezen. U hebt dat letterlijk zo gesteld.
Wij willen u met onze opmerkingen niet in een bepaalde hoek plaatsen. Wij willen enkel aangeven dat uw verklaring ongelooflijk belangrijk is. U moet beseffen dat uw woorden, die ongehoord zijn, tellen. U bent premier van dit land. Of u hier spreekt of in een kleinere zaal, dat heeft altijd een weerslag. Uw uitspraak is niet alleen nadelig voor onze diplomatieke positie, maar u voedt daarmee ook de Russische propagandamachine. Die gebruikt dat om ons land weg te zetten als bondgenoot van Rusland. Dat moet u absoluut vermijden. U mag in het dossier niet uit de bocht gaan. U speelt als premier op een ander niveau in de wereld. U moet helder en duidelijk blijven communiceren wat ons standpunt is, zoals u dat hier hebt geformuleerd, namelijk dat we de mensen in Oekraïne en hun strijd steunen en dat we ons tegen de illegale invasie door Rusland verzetten.
Wouter Vermeersch:
Collega's, als Viktor Orbán zich als enige in Europa verzet en een vuist maakt tegen Europa, dan schreeuwt het Parlement moord en brand. Nu zouden we bijna smeken om een premier met de daadkracht en ruggengraat van Orbán. Het belang van het dossier voor de belastingbetaler kan niet worden overschat: vergelding vanuit Rusland, het breken van het internationaal vertrouwen, het ondermijnen van het financiële systeem en zelfs het faillissement van dit land, als we moeten terugbetalen. Voor dat laatste hebben we de Russen zelfs niet nodig.
Mijnheer de premier, u bent al zeer goed bezig om dit land naar de afgrond te brengen. U en ik, wij hier allemaal, hebben op de schoolbanken geleerd dat Europa voor welvaart en vrede moet zorgen. Vandaag houdt Europa zich bezig met het maken van schulden en het stoken van oorlog. Euroclear ligt in België, in Vlaanderen. Dus wij, Vlamingen moeten beslissen over de geblokkeerde tegoeden en niet Ursula von der Leyen of de Europese Commissie.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de premier, de Verenigde Staten hebben hun steun aan Oekraïne ingetrokken. Europa moet de hele zaak nu zelf financieren en dat is precies de kern van het probleem waarover we het hier vandaag hebben. De meest logische oplossing voor dat probleem is dat Europa dat geld leent op de financiële markten en het dan aanwendt voor de steun aan Oekraïne. De Hongaarse premier Orbán verhindert dat. Ons land mag niet het slachtoffer worden van de collaboratie van Orbán met Rusland. Dat is niet aanvaardbaar.
Als we willen dat Europa solidair is met ons land, zullen we zelf ook uit de pijp moeten komen. U hebt herhaald dat ons land loyaal achter Oekraïne staat en ik ben daarvan overtuigd; ik twijfel daar niet aan. Dat moet echter ook blijken uit daden. Als we onze democratie echt willen verdedigen, zal ons land eindelijk eigen middelen moeten vrijmaken om de Russische agressor tegen te houden. De begroting van 2026 komt eraan. Toon aan de Europese collega’s dat we aan de juiste kant staan. Toon dat ook wij de nodige middelen inzetten om Oekraïne te steunen. Dat zijn we verplicht aan Oekraïne, dat zijn we verplicht aan onze democratie en dat zijn we verdomme verplicht aan onszelf.
François De Smet:
Merci monsieur le premier ministre d'avoir rappelé le soutien clair de notre pays à l'Ukraine. C'était évident – et vous l'aviez déjà formulé –, mais je crois qu'il était nécessaire de le rappeler maintenant. J'espère que le message sera arrivé auprès des autres pays européens et de la presse européenne. Deuxièmement, ne soyons pas naïfs à propos des objectifs de M. Poutine. Son objectif premier est de semer la discorde entre nous, dans nos pays et entre pays européens. En conséquence, la meilleure réponse à lui apporter est de parvenir à un accord. Vous avez raison de tenir jusqu'au bout, mais il faut absolument que les Européens aboutissent à un accord qui permette de libérer cet argent pour l'Ukraine, d'une manière ou d'une autre. J'espère avec vous que les autres pays membres de l'Union comprendront qu'ils devront prendre leur juste part de la charge et du risque. Sinon, nous ne serons simplement pas à la hauteur de la tâche que l'histoire nous donne aujourd'hui.
Het grensoverschrijdend gedrag van een gynaecoloog in Tienen
De klachten over een gynaecoloog
Klachten over grensoverschrijdend gedrag van een gynaecoloog in Tienen
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 4 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Nawal Farih en Frieda Gijbels kaarten aan dat het klachtsysteem in de zorg faliekant tekortschiet, vooral na schokkende getuigenissen over grensoverschrijdend gedrag door een gynaecoloog, waarbij slachtoffers de Federale Toezichtcommissie niet kennen of vinden en provinciale antennes (lokaal, sneller) volgens Farih effectiever zouden zijn. Minister Vandenbroucke bevestigt dat de betrokken arts onmiddellijk is geschorst na media-aanklachten, erkent dat de commissie geen eerdere meldingen ontving (ondanks signalen bij Vlaamse instanties) en belooft snel betere afstemming tussen meldpunten en modernisering van het klachtrecht, met nadruk op patiëntveiligheid. Gijbels en Farih hameren op nood aan zichtbare, laagdrempelige klachtkanalen en herstel van vertrouwen, terwijl Vandenbroucke concrete stappen aankondigt maar de provinciale oplossing (Farih) niet omarmt.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, sommige dossiers kruipen letterlijk onder ons vel, niet altijd omdat ze complex zijn, maar omdat ze bijzonder pijnlijk zijn. De voorbije dagen hebben we gigantisch veel getuigenissen gehoord van vrouwen die helaas in contact zijn gekomen met een zorgverstrekker op een manier die nooit, maar dan ook nooit toelaatbaar is of hoort in een zorgrelatie.
Daardoor stellen we natuurlijk heel wat vragen over de controle en over de mogelijkheid tot het indienen van klachten. Voor de organisatie van dat systeem kijken we naar de Federale Toezichtcommissie. Iedereen zou moeten weten dat men daar een klacht kan indienen, maar we beseffen dat dit onvoldoende bekend is bij patiënten en burgers en dat zelfs ziekenhuizen er niet altijd voldoende gebruik van maken.
Wanneer ik terugdenk aan de vrouwen die vandaag naar buiten durven komen en het verhaal dat ze brengen, voel ik plaatsvervangende schaamte, omdat we als politiek veel beter moeten doen voor hen. In een kwetsbare periode waarin ze een zwangerschapstraject doorlopen, zorg nodig hebben en met veel vragen zitten, hebben ze, zonder dat ze goed durfden te reageren, momenten meegemaakt die niemand zou mogen meemaken in de zorg.
Mijn vraag is dan ook eenvoudig. Hoe lang was de Federale Toezichtcommissie hiervan op de hoogte? Wat is daarmee gebeurd? Waarom gaan we niet terug naar de provinciale antennes, die veel dichter bij de ziekenhuizen en artsen staan, sneller signalen kunnen opvangen en sneller kunnen reageren, zodat we veel slagkrachtiger kunnen zijn in het belang van alle patiënten?
Frieda Gijbels:
Het betreft meldingen over één gynaecoloog. Het zijn spijtig genoeg altijd enkelingen, een paar rotte appels die de boel verzieken voor de grote meerderheid van de zorgverstrekkers die het wel degelijk goed voor hebben met hun patiënten. We kunnen nog kilo’s wetteksten produceren en bladzijden regels bedenken en het hebben over de kwaliteit van de zorg en de patiëntenrechten. Dat heeft allemaal geen zin als de burger niet weet waar hij terechtkan wanneer hij een klacht heeft over ons zorgsysteem, wanneer hij iets heeft meegemaakt dat niet klopt.
Ik vind het erg dat zoveel vrouwen een slechte ervaring hebben gehad bij hun gynaecoloog. Ik vind het nog veel erger dat ze daarmee zijn blijven rondlopen en niet wisten waar ze een klacht konden neerleggen. Pas toen iemand de weg had gevonden naar een klachteninstantie, ontstond er een tsunami van meldingen. Dat spreekt echt voor zich. Natuurlijk is iedereen onschuldig tot het tegendeel is bewezen en alles moet nog worden onderzocht. Dat ons klachtensysteem niet deugt, mijnheer de minister, lijkt mij evenwel duidelijk. Want eerlijk gezegd, wie kent de Federale Toezichtcommissie? Wie vindt de Federale Toezichtcommissie? Ik heb die commissie vandaag ingetikt op Google en kwam terecht op een pagina die niet werkt. Gelukkig werkte het Vlaamse meldpunt voor grensoverschrijdend gedrag wél. Daar zijn die klachten dan ook binnengekomen.
Het is niet voor niets, mijnheer de minister, dat wij als Arizona een verbetering van het klachtrecht in het regeerakkoord hebben geschreven. Dat is nodig. Het grote verschil komt er pas wanneer de zaken die we ons hebben voorgenomen, ook worden uitgevoerd.
Ik heb enkele vragen. Wanneer komt er een duidelijk meldpunt voor patiënten? Hoe staat het met de Federale Toezichtcommissie? Werkt die nu naar behoren? Hoe ziet u de modernisering van het klachtrecht? Tot slot, uiteraard de vraag waar we allemaal mee zitten, namelijk wat zit er nog onder de waterlijn?
Frank Vandenbroucke:
Dank u wel, collega's. Een praktijk van een dokter is bij uitstek een plek waar mensen zich heel kwetsbaar voelen en zich ook kwetsbaar moeten tonen. Artsen moeten daarmee met de hoogst mogelijke standaarden omgaan. Als wat de voorbije twee weken in de pers verschenen is juist is, of ongeveer juist is, dan is dat niets minder dan walgelijk en schandelijk. Ik denk dat we het daarover eens zijn.
De beroepsgroep en ook de ziekenhuizen moeten nadenken over hoe ze omgaan met integriteitsproblemen en hoe ze het vertrouwen bij patiënten kunnen herstellen. Er is ook een cruciale verantwoordelijkheid voor de politiek en de overheid. Dankzij dappere getuigenissen in De Morgen heb ik dit dossier onmiddellijk aan de Toezichtcommissie bezorgd. Bij de Toezichtcommissie was op dat moment nog geen enkele melding over deze arts binnengekomen. Ik heb hetzelfde gedaan bij de Orde der Artsen.
Op dit moment vind ik dat de veiligheid van patiënten absoluut primeert. Uit voorzorg is deze arts daarom bij hoogdringendheid, via een daarvoor bestaande procedure bij de Toezichtcommissie, geschorst. Die beslissing is dinsdagavond genomen. Een dergelijke schorsing, waarbij de betrokken arts niet wordt gehoord, heeft een maximumtermijn van acht dagen, zodat het principe van het wederwoord kan worden gerespecteerd. Alle betrokken instanties, de Toezichtcommissie, de Orde, de meldpunten en ook het parket moeten nu zeer grondig en zonder dralen hun werk doen met betrekking tot dit dossier en de klachten die er zijn.
Ik kan niet op het resultaat van dit onderzoek vooruitlopen, maar ik denk dat we uit deze situatie moeten leren. Dat houdt onder meer verband met de organisatie van het klachtrecht, met de wijze waarop de meldpunten met elkaar communiceren en hoe ze communiceren met de Toezichtcommissie over alle beleidsniveaus heen. Ik zal daarover met de ziekenhuizen moeten spreken, met de meldpunten en met de collega's in de deelstaten die daarvoor bevoegd zijn. Ik vind dit bijzonder belangrijk. Inderdaad, mevrouw Gijbels, we moeten echt ter harte nemen wat in het regeerakkoord reeds is aangekondigd.
Ik heb van mevrouw Demir vernomen dat het meldpunt nog in overleg was met de betrokkene over de vraag of en hoe de klacht aan de Toezichtcommissie zou worden bezorgd. Dat proces was nog lopende.
Mevrouw Demir heeft begin oktober het groeiend aantal dossiers, ook in de zorgsector, voor het eerst in algemene zin aangekaart via mijn beleidscel bij de administratie. Er waren daarvoor nog geen pogingen ondernomen om met de federale administratie hierover te spreken. Het heeft een paar weken geduurd, maar het contact wordt nu gelegd. De Vlaamse en de federale administraties zullen nu nadenken over het op punt stellen van de communicatie. Een bredere evaluatie is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat patiënten overal goed terechtkunnen en er geen dossiers bij één contactpunt blijven liggen. Voor mij staan de integriteit en de veiligheid van de patiënten voorop. Ik vind het uiterst belangrijk dat wij ons huiswerk maken en dit klachtrecht echt op punt stellen. Ik ga ook investeren (…)
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik hoor u graag uw antwoord eindigen met investeren in en versterken van de Toezichtcommissie, maar ik wil toch nog een pleidooi houden voor de provinciale antennes, want die werken en hebben altijd gewerkt. Als u het mij vraagt, dan zouden we daar terug naartoe moeten gaan. Voor cd&v blijft nabijheid cruciaal. Er zijn grenzen aan het centraliseren, want we zien dat centralisatie vertraging oplevert en dat patiënten de weg niet vinden. Wij pleiten voor meer nabijheid en stellen voor dat u opnieuw kijkt naar de provinciale antennes.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, het is niet moeilijk te begrijpen dat er geen meldingen waren bij de Federale Toezichtcommissie, want ze is onvindbaar. Dat orgaan zou toezicht moeten houden op onze kwaliteitswet en op de patiëntenrechten en ik vind het bijzonder jammer dat daar niet meer aandacht naar is gegaan. Ik hoor u echter graag zeggen dat u werk wilt maken van een verbetering van ons klachtrechtsysteem. We moeten het vertrouwen van patiënten in ons zorgsysteem herstellen, want er is daarmee de laatste tijd wel een en ander aan de hand geweest. Het heeft geen zin om patiënten en zorgverstrekkers tegen elkaar op te zetten. We moeten ervoor zorgen dat alles opnieuw functioneert en dat de bestaande systemen – we hebben er genoeg – met elkaar praten en op punt worden gesteld, zodat de patiënten een stem krijgen en een rol kunnen spelen in hun verzorging.
De rol van de RIZIV-inspectiediensten en de ziekenfondsen in het voorkomen van sociale fraude
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV en de sociale fraude
Het plafond op verstrekkingen van thuisverpleegkundigen en de vrijwaring van het vrij beroep
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
Toezicht en fraudebestrijding door RIZIV en ziekenfondsen, controles en regelgeving thuisverpleging
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een thuisverpleegkundige fraudeerde acht jaar lang voor 3,5 miljoen euro (90+ gefactureerde consulten/dag, luxeleven met 17 Porsches), terwijl waarschuwingen sinds 2017 (RIZIV, mutualiteiten) werden genegeerd en pas na mediadruk actie kwam—te laat en te zwak. Minister Vandenbroucke verdedigt zich met "nieuwe maatregelen" (omgekeerde bewijslast, plafonds, RIZIV-nummers intrekken), maar oppositie en sector wijzen op structureel falen: controles bestonden al, werden niet toegepast, en eerlijke verpleegkundigen lijden reputatieschade terwijl fraudeurs ongestraft bleven. Kern: systeemfaal door laks toezicht, politieke vertraging en gebrek aan daadkracht, ondanks herhaalde signalen.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, elke dag zetten duizenden thuisverpleegkundigen zich met hart en ziel voor hun patiënten in. De job van die mensen werd deze week door een extreme fraudeur besmeurd. Aan al die mensen die hun job goed en eerlijk doen, zijn we het verplicht om duidelijkheid te scheppen.
Dat die fraude kon gebeuren, dat het jarenlang aan de gang was, dat het geweten was, is hallucinant, onaanvaardbaar en moet worden aangepakt. We kunnen alleen maar vaststellen dat u na de feiten, opnieuw, zeer reactief reageert. In een schijnbare opwelling kondigt u plots een breed pakket aan. Dat u actie onderneemt, is goed, doe dat gericht en zorgvuldig, maar opnieuw loopt u achter de feiten aan en treedt u pas op wanneer er een schandaal in de pers komt.
In die case stonden alle knipperlichten aan. Het was pijnlijk duidelijk. Meer dan 90 verplegingen per dag, dag in, dag uit, week na week, jaar na jaar, dat is gewoonweg fysiek niet mogelijk en moet er zo snel mogelijk worden uitgehaald, zeker als er plots zeventien Porsches voor de deur staan.
Hoe kon dat gebeuren, mijnheer de minister? De mutualiteiten trokken bij het RIZIV al in 2017 aan de alarmbel. Vandaag wordt er ingegrepen. In 2020 sprak het RIZIV al over meer dan een miljoen euro fraude. U schreef er deze zomer een brief over aan de artsen, maar u grijpt niet in op het terrein.
Uw huidige maatregelen verscherpen opnieuw de controle, terwijl dat niet het probleem was. Er is niets gebeurd met wat er uit de controle kwam. Waarom niet?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, ik ken veel zelfstandig thuisverpleegkundigen en u wellicht ook. Ik ken er weliswaar geen die met een Ferrari rijdt, laat staan 17 Ferrari’s. Ze laten zich evenmin rondvliegen in een helikopter of gaan op een jacht op reis. Neen, het zijn mensen die om 05.00 uur opstaan, dan hun eerste patiënten zien en die men om 22.00 uur nog eens tegenkomt, omdat ze dat laatste spuitje of dat laatste pilletje toch nog zijn gaan toedienen. Het zijn ondernemers. Het zijn zelfstandigen.
De bom in de sector was dan ook bijzonder groot toen het nieuws over die frauduleuze verpleegster aan het licht kwam. Het is crimineel. Er is ook sprake van afpersing van patiënten. Dat kunnen we niet tolereren, dat moeten we aanpakken. Daarover zijn we het absoluut eens.
Wat ik echter niet uitgelegd krijg, is dat een organisatie als het RIZIV, met een budget van 40 miljard euro, met 1.200 medewerkers, van wie 243 bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de alarmsignalen, die er waren, die bekend waren, niet krachtdadig heeft gebruikt, dat het niet onmiddellijk is opgetreden. Ik kan dat niet uitleggen, mijnheer de minister, want ik begrijp het niet.
Er zijn drempelwaarden. We willen het ondernemerschap van de zelfstandigen niet beknotten. Er is een drempelwaarde, er is een V-waarde. Die verpleegster heeft die waarden tientallen keren overschreden, maar toch werd niet tot actie overgegaan, hoewel dat mogelijk was. Ze werd slechts één keer geschorst, de derde-betalersregeling werd geschorst. Pas na zes jaar is men naar de arbeidsauditeur gestapt. Het heeft gewoon veel te lang geduurd. Ondertussen kon die verpleegster blijven frauderen. Ze heeft zich aangesloten bij een groepering, maar ook die kan worden geschorst.
Mijnheer de minister, kunt u mij en al die mensen die te goeder trouw werken, uitleggen hoe dat onder de radar kon blijven?
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, acht jaar lang werd er gefraudeerd binnen onze sociale zekerheid en dat voor een bedrag van 3,5 miljoen euro. Dat geld dient voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, voor de zieken, voor de patiënten die extra zorg nodig hadden en voor de oudere mensen die thuis extra hulp nodig hadden.
Ik vind het degoutant en ik ben enorm boos dat dat zo lang heeft kunnen aanslepen. Al die tijd kon die verpleegkundige onze sociale zekerheid bestelen en zichzelf verwennen met luxewagens, luxereisjes en luxehandtassen, terwijl kwetsbare mensen haar vertrouwden voor hun verzorging. Ik hoef u niet te vertellen dat die problematiek vandaag breed uitgesmeerd wordt in de media. Het imago van de zorgsector staat op het spel. Als ik vandaag twee slachtoffers moet benoemen, dan is het ten eerste de zorgsector zelf, terwijl nochtans heel veel zorgverstrekkers dag en nacht op pad zijn om duizenden patiënten te helpen, en ten tweede de patiënt. Oudere mensen durven vandaag hun deur niet meer opendoen omdat ze schrik hebben van de persoon die hen zorg komt bieden. Het vertrouwen is helemaal weg.
Mijnheer de minister, ik heb heel veel vragen die vandaag onbeantwoord blijven. De ziekenfondsen zeggen dat ze hun controlefunctie hebben opgenomen, het RIZIV zegt dat het alle middelen waarover het beschikt heeft ingezet. Zo werd de derde-betalersregeling geschorst en werden er financiële sancties uitgevaardigd. De grote vraag is hoelang het kabinet al op de hoogte was. Wat hebt u gedaan om die diefstal te stoppen?
Julie Taton:
Monsieur le ministre, la fraude sociale est, malheureusement, présente partout. Lorsqu'une faille apparaît dans notre système, l'être humain a tendance à en abuser. Le plus triste dans cette histoire est qu'à force d'en abuser, on finit par le fragiliser, alors que ce système est, au départ, censé nous aider.
Cette fois-ci, il est question d'une infirmière indépendante – ma collègue Nawal me semble en avoir bien parlé à l'instant, car elle a employé les bons mots – qui aurait facturé plus de 90 consultations par jour. Cela lui aurait permis de gagner et détourner beaucoup d'argent. On parle de plusieurs millions d'euros – soit un montant que notre sécurité sociale n'a pas reçu. Ces faits mettent à nouveau tristement en lumière un mauvais fonctionnement du contrôle, étant donné que la limite raisonnable pour pratiquer de bons soins de santé s'élève à une vingtaine de consultations journalières.
En réaction à cette affaire, monsieur le ministre, vous avez annoncé vouloir fixer un plafond du nombre de patients par jour pour un soignant à domicile. Oui, il faut prendre des mesures contre la fraude, et elles doivent être prises rapidement. Pour autant, il nous paraît essentiel de garantir une bonne concertation avec le secteur des infirmiers à domicile, car celui-ci souffre en ce moment et est mis sous pression. Il ne faut surtout pas l'abandonner.
Mes questions, monsieur le ministre, seront très simples. Il semblerait que l'INAMI avait déjà reçu un signalement en 2017 pour des soupçons de fraude. Manifestement, il n'y a pas eu de suivi. Comment pouvez-vous l'expliquer? Comment évaluez-vous ce dispositif de suivi? Combien de dossiers en ce domaine sont-ils ouverts par l'INAMI?
Vous avez annoncé plusieurs mesures relatives au plafonnement des prestations. À ce titre, envisagez-vous vraiment une concertation avec le secteur? Vous dites aussi souhaiter renforcer le contrôle des mutuelles. Or elles sont juge et partie puisque certaines offrent des services de soins à domicile. Tous les infirmiers seront-ils logés à la même enseigne et égaux face à ces contrôles?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, hoeveel hoofdstukken moeten we nog toevoegen aan het blunderboek van het RIZIV? U bent al zes jaar de verantwoordelijke minister. Twee maanden geleden zei collega Ronse hier dat er 12.000 langdurig zieken in het buitenland verblijven, van Pattaya tot Benidorm, die nooit gecontroleerd worden. Een maand geleden spraken we hier ook over het RIZIV: 529.000 langdurig zieken, 150.000 mensen met lage rugpijn – een bevolking zonder ruggengraat blijkbaar – en 195.000 mensen met psychische problemen. Verder zijn 260.000 mensen arbeidsongeschikt tot aan hun pensioen. Vervolgens ging de FOD eens controleren en toen bleek dat 16,7 % terecht arbeidsongeschikt was, 27,2 % onterecht en bij 55,6 % werd de erkenning ingekort.
Een week geleden vernamen naar aanleiding van een televisie-uitzending dat iemand die acht jaar geleden over een hondendrol is uitgegleden sindsdien thuisblijft met een ziekte-uitkering. Wat doet het RIZIV? Niets. Wat horen we nu? Acht jaar lang lichtte de verpleegkundige Stefanie Sander uit het landelijke Houthulst de boel op. Acht jaar! Al sinds het eerste jaar, 2017, zijn er klachten over 14.475 aangerekende prestaties. Er wordt gecontroleerd en er wordt in beroep gegaan. Wat gebeurt er vervolgens? Niks. De vrouw in kwestie moest een bedrag terugbetalen, maar dat deed ze niet. Wat doet het RIZIV daaraan? Niks.
Bent u dan Calimero, mijnheer de minister? U bent al zes jaar verantwoordelijkheid voor het RIZIV en ik zeg u wat er in één à twee maanden in het Parlement al werd aangekaart. Begin uw werk te doen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ons land werd deze week opgeschrikt door een fraudeschandaal van een thuisverpleegkundige dat zijn gelijke niet kent. Een dame slaagde erin om gedurende acht jaar miljoenen euro’s ten onrechte aan te rekenen aan het RIZIV en de mutualiteiten. Er was sprake van facturatie van niet-geleverde prestaties, tot meer dan een miljoen euro per jaar. Ze zette patiënten ook onder druk en foefelde met identiteitskaarten.
Blijkbaar bestaat die fraude reeds sinds 2017, toen het RIZIV een controleonderzoek instelde en op dat moment reeds fraude vaststelde. Toch kon die persoon haar frauduleuze praktijken verderzetten zonder verdere controle door het RIZIV en kon ze er een zeer luxueus leven op nahouden. Blijkbaar hebben de controlemechanismen van uw diensten helemaal niet gewerkt. Dit betreft echt een structureel falen van het beleid. Het gaat trouwens om een voortzetting van jarenlang falend beleid, ook van uw voorgangers.
Onze partij en ook de sector zelf waarschuwen al vele jaren voor dergelijke misbruiken. Ze vragen betere datagedreven detectie, objectieve monitoring en tijdige interventies. Al die waarschuwingen werden door de zogenoemde beleidspartijen vakkundig straal genegeerd. Integendeel, door uw geplande aanpak stigmatiseert u nu zelfs de vele duizenden hardwerkende thuisverpleegkundigen.
Daarom heb ik een aantal vragen.
Hoe is het mogelijk dat dergelijke fraude gedurende acht jaar onder de radar is gebleven, terwijl er al lang voldoende signalen aanwezig waren? Welke controles zijn uitgevoerd? Welke signalen werden er gemist en door wie? Waarom werd er niets ondernomen door het RIZIV, het ziekenfonds of uw administratie en is het pas op het moment waarop een arbeidsauditeur het dossier naar zich toetrekt dat de bal aan het rollen gaat? Hoe zult u er verder voor zorgen dat de correct werkende thuisverpleegkundigen niet langer reputatieschade ondervinden van dergelijke fraudeurs? Sinds wanneer was u op de hoogte van deze hallucinante praktijken? Wat hebt u gedaan en welke acties hebt u ondernomen?
Voorzitter:
Collega's, mag ik het woord geven aan de heer Bertels? (Rumoer)
Mijnheer Bertels, u hebt recht op twee minuten spreektijd.
Jan Bertels:
Collega's, wat wij de voorbije dagen konden lezen, moet ons allemaal verontwaardigen. Ik ben blij dat u die verontwaardiging deelt. Een thuisverpleegkundige die voor miljoenen fraudeert, dat kunnen wij niet aanvaarden. Het systeem werd en wordt daardoor van binnenuit ondergraven, op verschillende manieren.
Zij zette patiënten onder druk om hun identiteitskaart onder de deurmat of in de brievenbus te leggen. Lag er geen identiteitskaart klaar, dan werd de medicatie stopgezet of werd daarmee gedreigd. Op die manier kon ze tot 90 patiënten per dag zien. Zij factureerde bezoeken en streek zelfs premies op die voor haar patiënten of voor zorgkundigen bedoeld waren. Ze waren niet voor haar bestemd, maar zij streek ze toch op.
Sancties werden omzeild. Het RIZIV trad wel degelijk op, zij het misschien niet hard genoeg. Daarover kunnen wij discussiëren. Het streed echter wel met de middelen die wij, wetgevers, het hebben gegeven. Die wapens volstaan niet. Ik hoop dat wij het daar nu allemaal over eens zijn en blijven.
Ook de wapens die het RIZIV aan het ministerie van Financiën geeft om te innen, volstaan niet. Er wordt niet genoegd gedaan met de verslagen die het RIZIV aan het parket bezorgt. Wij moeten daar eerlijk over zijn. Daar wordt niet genoeg mee gedaan. Ook op dat vlak moeten er prioriteiten worden gesteld met betrekking tot socialefraudebestrijding. Fraude is immers onaanvaardbaar. Alle hardwerkende thuisverpleegkundigen komen daardoor in een slecht daglicht. Daarom moeten wij het systeem hervormen en een handhavingsplan opstellen en uitvoeren.
Voorzitter:
Ik geef het woord aan de vicepremier om te antwoorden. Hij heeft daarvoor vijf minuten spreektijd.
Frank Vandenbroucke:
Geachte Kamerleden, fraude is diefstal, of het nu om fiscale fraude of sociale fraude gaat, het is in feite een vorm van gangsterisme in de ziekteverzekering. Dat is diefstal. Het is intriest voor talloze hardwerkende thuisverpleegkundigen die het beste voor hebben met hun patiënten. Dat is de reden waarom we keihard moeten optreden.
Is de inspectie van het RIZIV opgetreden? Ja, onmiddellijk. Ik zal de gedetailleerde tijdslijn bezorgen aan het secretariaat van de Kamer. Onmiddellijk nadat moedige mensen uit de omgeving van die thuisverpleegkundige in 2017 hadden gemeld dat er iets niet in orde was, is een onderzoek gestart. Dat is een moeizaam onderzoek waarbij men patiënten thuis moet opzoeken om vast te stellen dat er inderdaad is gefraudeerd. Enkele maanden later werd een proces-verbaal opgesteld. Er is een zware boete opgelegd en onterecht verkregen geld werd teruggevorderd, waarvan een deel werd terugbetaald. Men is die zaak blijven opvolgen. Na nieuwe klachten is men opnieuw opgetreden. Al meer dan twee en een half jaar geleden werd, na sterk aandringen, het parket aan zet gebracht. Het RIZIV is dus opgetreden, onmiddellijk en herhaaldelijk, maar met wapens die tegenover dat soort gangsterisme veel te zwak zijn. Dat is toch juist?!
Maar nu wordt het interessant. Wilt u de wapens tegen dat soort diefstal versterken of niet? Dat is de vraag voor u. Wilt u de middelen versterken om dat soort diefstal aan te pakken of niet? Dat is absoluut nodig.
Overigens, mijnheer Van Lysebettens, dat is allemaal reeds beslist en we gaan het uitvoeren. Om te beginnen wordt de bewijslast omgekeerd, zodat men niet talloze patiënten thuis moet opzoeken om te bewijzen dat er is gefraudeerd. Wanneer een zelfstandig thuisverpleegkundige voor meer dan 229.000 euro aan facturen indient, meer dan tweemaal zoveel als het gemiddelde van een hardwerkende voltijds verpleegkundige, dan mag men om uitleg vragen, zodanig dat de betrokkene moet bewijzen dat hij of zij niet fraudeert. Dat is beslist. Die wetgeving, mijnheer Van Lysebettens, is al tot stand gebracht, dat koninklijk besluit is meer dan een jaar geleden gepubliceerd en we zullen het vanaf nu toepassen. Ja, dat is onder Vivaldi beslist, mét u beslist, en is vanaf nu van toepassing.
Ten tweede, collega’s van het Vlaams Belang, u vraagt wanneer ik van het geval op de hoogte was, maar ik heb tegenover mevrouw Sneppe maanden geleden net het voorbeeld van die frauderende zelfstandige gegeven om tegen uw weerstand in de wapens aan te scherpen. U wilde niet dat we het nummer zouden kunnen intrekken. U vond dat vreselijk. (rumoer en protest in de zaal)
Ik heb met handen en voeten uitgelegd dat het nodig is om dat soort draaimolen te stoppen, door het nummer waarop men factureert gewoon in te trekken. Ik heb van op dit spreekgestoelte het voorbeeld gegeven aan mevrouw Sneppe, om haar te overtuigen.
Ten derde, we moeten ook de patiënten wapenen. We zullen er dus systematisch voor zorgen dat vanaf nu de patiënten geïnformeerd worden, ook wanneer men in derde-betaler factureert, ook in de thuisverpleging.
Morgen ligt op de ministerraad een wetsontwerp voor waarbij onder meer de mutualiteiten voor 100 miljoen euro borg zullen moeten staan voor acties tegen fraude. Dat ligt klaar. We hebben dus niet gewacht.
Het punt is dat men de samenleving moet willen wapenen tegen diefstal. De flauwe en leugenachtige verhalen die ik hier bij de voorgaande mondelinge vraag gehoord heb, dat we zogezegd in de rekeningen zouden gaan kijken, dat zijn leugens.
U liegt. U liegt om diefstal mogelijk te laten zijn. Daarmee beschermt u niet de gewone burger, maar wel drugscriminelen die geld witwassen. Wie u beschermt, als u tegen het principe van de plafonds bent, zijn gangsters in de ziekteverzekering.
Geachte Kamerleden, u zult kleur moeten bekennen, u allemaal, in de meerderheid en in de oppositie. Zult u de inspectie de wapens geven op te treden (…)
Jeroen Van Lysebettens:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Over twee zaken zijn we het eens: fraude is diefstal en het RIZIV heeft ten minste een probleem gesignaleerd. Bij andere partijen maken ze van een Porsche Queen een raadslid.
U hebt mij echter op een aantal punten verkeerd begrepen. Mijn punt was niet dat er geen beslissing is genomen, mijn punt is dat beslissingen niet worden uitgevoerd. Het RIZIV heeft sinds 2020 weet van die zaak van miljoenenfraude en toch kan en mag de persoon in kwestie blijven voortdoen. U zegt dat men onmiddellijk ingrijpt, maar we zijn vijf jaar later.
Ik stel vast dat het hier hetzelfde is als met fraude in andere domeinen: u zit met het sleepnet achter de kleine garnalen en de grote vissen zwemmen ongehinderd verder. Dat is hier zo. Dat zal straks ook zo zijn bij de arbeidsmarktfraude die de heer Mertens aankaart (…)
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, iedereen wist het, maar de wapens, die er zijn, zijn gewoon niet gebruikt. De wapens zijn er, maar ze zijn niet voldoende gebruikt. Er is te lang gewacht. Een inspecteur kan na een melding meteen overgaan tot een onderzoek. Dat onderzoek kan leiden tot een schorsing van de derde-betalersregel en vervolgens kan men onmiddellijk naar de arbeidsauditeur stappen. Dat is niet gebeurd, mijnheer de minister. Er zit zes jaar tussen! Zes jaar!
Ik heb weet van fraudedossiers van 50.000 euro – dat is het gemiddelde van de fraudedossiers – en die worden onmiddellijk afgehandeld. Hoe komt het dat het hier om miljoenen euro's gaat en dat men zoveel geduld heeft gehad met die mevrouw? Dat is schandalig.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het was een luid antwoord. Er zat veel passie in. Het gaat hier over het belastinggeld van hardwerkende mensen. Mensen gaan ervan uit dat het belastinggeld goed beheerd wordt en dat het voor de juiste zaken wordt ingezet. In de sociale zekerheid zijn dat de meest kwetsbaren, hulpbehoevende ouderen, die zich vaak niet kunnen verweren.
U zegt dat alle middelen zijn gebruikt. Uw collega, Jan Bertels, zegt dat ze misschien niet hard genoeg zijn ingezet. Wel, ik ben het daar volledig mee eens. Er had veel straffer en veel sneller moeten worden gereageerd.
Als u het hebt over de strijd tegen fraude, dan zult u in cd&v een partner vinden, of het nu gaat over fiscale fraude, fraude met managementvennootschappen, sociale fraude of het aangehaalde type fraude: het moet sneller, harder en u moet (…)
Julie Taton:
À mon tour de vous dire merci pour ces réponses, monsieur le ministre, qui étaient très vivantes. Je suis assez d'accord avec mes collègues. Je voudrais juste ajouter qu'il est très important pour nous de défendre la profession libérale des infirmiers, et de les rassurer. La fraude est là, nous l'avons bien compris. Vous allez la combattre, c'est sûr. Mais il faut aussi rassurer le secteur, il faut l'écouter, échanger avec les infirmiers et leur faire passer le message que nous ne sommes pas contre eux. Nous n'allons pas faire la chasse aux infirmiers, mais nous allons faire la chasse à la fraude. Il y a beaucoup de travail.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, u bent de grootste calimero van dit halfrond. U maakt mevrouw Sneppe hier verwijten – ik heb haar niet te verdedigen - maar zij zit in de oppositie en heeft niets te zeggen. U bent degene die zijn werk niet heeft gedaan. U hoeft het ook niet politiek te spelen, want mevrouw Sanders stond in 2018 op de lijst van de socialisten voor de verkiezingen. Stop daar dus mee.
Waarover gaat het hier? U bent zes jaar minister en nu zegt dat u iets gaat doen, dat u gaat ingrijpen. Gedurende zes jaar hebt u het door de vingers gezien, hebt u gekeken naar de mensen die een pint te veel drinken of een sigaret te veel roken, maar de fraude bij het RIZIV... Hoeveel controleurs heeft het RIZIV trouwens? Ze hebben er 243. Hoeveel controles hebben die uitgevoerd in 2023? Ik zal het u zeggen, het waren er precies 705. Dat zijn drie controles per persoon in een jaar tijd. En u beweert dat u uw werk hebt gedaan. Proficiat.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, u wordt kwaad. Dat is normaal als uw onbekwaamheid op deze manier geëtaleerd wordt. Ik denk dat dat inderdaad normaal is. U reageert nooit vooraf, steeds na de feiten. U spreekt over diefstal, maar de mogelijke maatregelen zijn wel degelijk beschikbaar. Er moet geen verharding plaatsvinden. U hebt tweeënhalf jaar gewacht om de auditeur in te lichten. Hoe is dat mogelijk? Er moet dus geen verharding van de maatregelen komen.
Mijnheer de minister, hoeveel moet er nog gebeuren voordat u zelf uw conclusies trekt? Er was een overfinanciering van het covid-testplatform voor 60 miljoen euro. Daarna was er de vernietiging van miljoenen ongebruikte covidvaccins. Vervolgens de donatie van vervallen geneesmiddelen aan Oekraïne, de Medista-affaire, de artsenstaking, het donorschandaal en nu het fraudedossier van thuisverpleegkundigen. Het zou passend zijn mocht u de eer aan uzelf houden.
Jan Bertels:
Collega's, stop met fraudeurs en bedriegers goed te praten. Ze zit bij jullie. Ik heb begrepen dat we niet moeten rekenen op het Vlaams Belang. Laten we als Parlement ons werk doen. Laten we die fraude aanpakken.
( Rumoer in het halfrond )
Voorzitter:
Ik vraag om de klok even te stoppen. Collega's, de heer Bertels heeft het woord.
Jan Bertels:
Laten we die fraude aanpakken en laten we eindelijk beslissen om het mogelijk te maken een RIZIV-nummer te schorsen wanneer er een vermoeden van fraude is. Late we dat doen. Het Parlement kan dat, dus doe het gewoon.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, ik zal niet roepen zoals u, maar proberen zeer rustig te blijven.
Het eerste persoonlijk feit dat u aanhaalde, was dat u het voorbeeld hebt gegeven van die dame. U hebt inderdaad een voorbeeld gegeven van een frauderende verpleegkundige. Ik ben natuurlijk Madame Blanche niet.
Frank Vandenbroucke:
(…)
Dominiek Sneppe:
Dat hebt u er niet bij gezegd en dat doet overigens niet ter zake. Ik ben geen Madame Blanche, ik kan dat niet weten. U zit aan de knoppen als minister. U zit aan de knoppen van het RIZIV, niet ik. Ik kan toch niet weten dat er ergens in dit land een verpleegkundige aan het frauderen is? Uw voorbeeld gaat dus niet op.
U wist het nochtans en u had dan beter haar naam genoemd, dan hadden we onmiddellijk kunnen optreden. Dat hebt u echter nagelaten. Zeven à acht jaar hebt u nagelaten daar iets aan te doen en nu wijst u in onze richting. Sorry, u bent in de fout gegaan en niemand anders dan u.
Ik kom tot het andere persoonlijk feit. Mijnheer de minister, fraude moet worden aangepakt. Dat klopt, collega Bertels. Als u die grondig aanpakt en zoals het moet, dan zult u in het Vlaams Belang een partner vinden. Wat stellen we echter vast? De bestaande fraudebestrijdingsmiddelen zijn gewoon niet gebruikt. Ze zijn niet ten volle uitgeput. Nu komt u met iets anders op de proppen, iets wat u eigenlijk al heel lang in gedachten hebt. U misbruikt deze problematiek nu om alweer uw gedacht door te drukken. Mijnheer de minister, ik wist al van bij het begin dat het afpakken van die RIZIV-nummers in de kaderwet zou komen, want zo zit u nu eenmaal in elkaar: uw gedacht en dat van niemand anders.
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Sneppe, voor alle duidelijkheid, ik heb dat voorbeeld gegeven zonder te weten over wie het ging. Dat zegt men niet. Ik wist niet dat het om een vrouwelijke verpleegkundige ging. Ik wist niet over wie het ging. Dit is een anoniem voorbeeld. Ik heb u er zo drie gegeven. Ik wist niet dat die dame nog op de lijst van mijn partij en uw partij had gestaan. Dat heeft inderdaad geen belang. Uw partij heeft daarin zeer correct opgetreden. Daar gaat het niet over. Het punt is onze verantwoordelijkheid. U bent hier voortduren tussengekomen om te zeggen dat het opschorten van die RIZIV-nummers een slecht idee was en u herhaalt dat hier weer. Ik zeg u dat u dit soort draaimolen, met gangsters die altijd opnieuw beginnen met facturen te sturen, niet kan stoppen zonder de wettelijke basis om die betalingen stop te zetten. Degenen in dit halfrond die niet willen dat RIZIV-nummers worden opgeschort bij zo’n grote fraude, die beschermen de dieven. Ze beschermen de dieven! Als u de dieven wilt pakken, dan moet u daarvoor de nodige wapens hebben. Wij zullen daarom die RIZIV-nummers opschorten, werken met plafonds en de bewijslast omkeren. Ik hoor hier allerlei loze argumenten van u en van anderen in de oppositie. Die loze argumenten dienen enkel om de dieven te beschermen. Dat is onze verantwoordelijkheid, ervoor zorgen dat dit niet gebeurt.
Een grotere politieaanwezigheid op straat
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Cd&V dringt aan op versterkte veiligheid buiten grote steden, met meer wijkagenten, uitbreiding van de GAS-wet en gedwongen opnames voor overlastplegers, na incidenten zoals steekpartijen in kleinere gemeenten. Minister Quintin bevestigt dat zijn Plan Grote Steden (20 miljoen euro voor camera’s, controles en sluiting fraudezaken) gericht is op zeven grote steden maar erkent dat georganiseerde criminaliteit ook kleinere steden en grensregio’s treft, met beloftes voor mobielere inzet. Demon benadrukt dat het plan te beperkt blijft en eist een niet-communautaire aanpak die alle gemeenten omvat. De discussie loopt vast in procedurele onderbrekingen zonder concreet akkoord over uitbreiding.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, 'meer politie-inzet in Brussel' hoorden we deze morgen op de radio. Cd&v steunt die inzet volledig. Met het Plan Grote Steden hebt u een brede aanpak uitgewerkt in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Dat is een goede zaak, hoewel ik u eerder al heb gemeld dat veiligheidsproblemen niet stoppen aan de grenzen van Brussel, Gent of Antwerpen. De kleinere steden en gemeenten worden geconfronteerd met grotere veiligheidsuitdagingen. Zo zien we steekincidenten in Mol en Harelbeke, waar zelfs een minderjarige op weg naar school het slachtoffer werd van een steekincident. We horen steeds vaker verhalen over bendegeweld, onder andere van Afghanen, evenals over zware criminaliteit en drugsoverlast in onze gemeenten.
Cd&v, mijnheer de minister, heeft fors ingezet om lokale veiligheid tot een prioriteit te maken in het federaal regeerakkoord. Burgemeesters smeken immers om versterking in de strijd tegen overlast en criminaliteit. Cd&v vraagt dan ook een verdubbeling van het aantal wijkagenten. Maak werk van een aanklampende politie. Breid de GAS-wetgeving zo snel mogelijk uit en geef onze burgemeesters meer bestuurlijke slagkracht, bijvoorbeeld via de mogelijkheid tot gedwongen opname van overlastveroorzakers. Mijnheer de minister, laten we van het komende jaar samen het jaar van de lokale veiligheid maken. Cd&v zal daarvoor alvast concrete voorstellen neerleggen.
Ik heb slechts één vraag voor u. Hoe wilt u ook buiten de grote steden veiligheid opnieuw tot prioriteit maken?
Bernard Quintin:
Mijnheer Demon, veiligheid staat bovenaan de agenda van deze arizonaregering. De strijd tegen georganiseerde criminaliteit is voor mij een absolute prioriteit. Onze grote steden worden vandaag geconfronteerd met zware criminaliteit en drugstrafiek. Daarom heb ik begin september mijn Plan Grote Steden gelanceerd.
Ik licht graag kort de belangrijkste krachtlijnen daarvan toe. We voeren grootschalige en gerichte controleacties uit, samen met de federale en lokale politie. In Brussel, Antwerpen en andere steden werden de afgelopen weken al succesvolle operaties uitgevoerd. Dealers verslaat men echter niet met één actie. We moeten hen dag en nacht onder druk zetten. Hun verdienmodel mag geen minuut ongestoord blijven. Dat is precies de logica achter deze operaties.
We investeren 20 miljoen euro in camera's op strategische locaties. We pakken ook witwaspraktijken via dubieuze handelszaken aan en we verhogen de controle op sociale en fiscale fraude bij verdachte personen en vennootschappen. Daarnaast versnellen en vereenvoudigen we de administratieve procedure om dergelijke zaken zonder omwegen te sluiten.
Dit plan is in de eerste plaats gericht op de zeven grote steden van ons land, met name Brussel, Antwerpen, Charleroi, Mons, Liège, Namur en Gent, maar ik vergeet de andere steden, waaronder Brugge, niet. Georganiseerde criminaliteit stopt niet aan de stadsgrenzen. Ook grensregio's worden steeds vaker geconfronteerd met internationale bendes en lokale besturen vragen terecht meer federale steun. We zijn daar niet blind of doof voor. Burgemeesters hebben mij hun bezorgdheden al overgemaakt.
Bendes zijn creatief en verplaatsen zich vrij gemakkelijk, maar laat het duidelijk zijn: wij zullen even creatief en even mobiel zijn. Meer blauw op straat en blauw meer op straat.
Franky Demon:
Beste minister, dank u voor uw antwoord. Ik wil één punt duidelijk benadrukken. Wij steunen uw plan absoluut, maar, ik heb het ook in de commissie gezegd, Ik heb problemen als het gaat over de steden Brussel, Gent, Antwerpen, Charleroi, Luik, Bergen en Namen. Dit is mijn inziens onvoldoende en onvolledig voor zo'n mooi, inhoudelijk plan, want de veiligheidsproblematiek kent geen taalgrenzen. Dat hebt u zelf ook gezegd.
Ik heb in de commissie dan ook gevraagd om er alstublieft geen communautair dossier van te maken. Maak er ook een dossier van dat onze Vlaamse steden en gemeenten, onze lokale korpsen, kan helpen om die druk van diezelfde georganiseerde criminaliteit en diezelfde overlast aan te pakken.
Ik vraag maar één ding: breid die (…)
Voorzitter:
Monsieur Prévot, vous demandez la parole mais je ne pense pas que votre nom ait été cité.
Patrick Prévot:
(…)
Voorzitter:
Je suis désolé, mais c’est un peu exagéré de (…)
Patrick Prévot:
(…)
Voorzitter:
Je pense qu’il n’y a qu’un seul "président du MR", alors que "les socialistes" sont nombreux.
Het rapport van het Rekenhof over de inzet van consultants door de federale overheid
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 13 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Rekenhof rapport toont aan dat 80% van federale consultancyopdrachten onverantwoord en kostexplosief (tot 20x de raming) wordt toegewezen, zonder strategie of risicobeheer, terwijl 2,5 miljard euro (2020-2022) verspild werd. Minister Matz belooft een structurele breuk met deze praktijk via een actieplan dat interne expertise versterkt (o.a. een interfederale consultantpool) en externe afhankelijkheid afbouwt, met steun van UNESCO-experts voor onafhankelijkheidsrichtlijnen. Van den Heuvel (Cd&V) dringt aan op snelheid en een federaal kader, geïnspireerd door het Vlaamse model (opportuniteitstoets, centrale registratie, jaarlijkse rapportage) om verspilling en langdurige opdrachten te stoppen. Beide partijen eisen transparantie, prioritering en verminderd consultancygebruik zonder massale aanwervingen.
Koen Van den Heuvel:
Mevrouw de minister, beste collega’s, mensen betalen belastingen en het is dan de taak van de overheid om daar verantwoord mee om te gaan. Dat is de basis van het sociaal contract. We merken echter dat dit sociaal contract steeds meer onder druk komt te staan.
Recent publiceerde het Rekenhof een duidelijk rapport over consultancyopdrachten binnen de federale overheid. Ik geef enkele cijfers. In 80 % van de gevallen worden de opdrachten onvoldoende of niet verantwoord. In 70 % van de gevallen gebeurt de selectie onzorgvuldig. Klap op de vuurpijl, in meer dan de helft van de dossiers, dus meer dan 50 %, is er sprake van een ware kostenexplosie. De initiële raming is dan fel onderschat, wat leidt tot een finale kostprijs die soms 10 tot 20 keer hoger ligt. De conclusies van het Rekenhof zijn dan ook heel duidelijk: er is blijkbaar geen federale strategie, er is blijkbaar geen risicobeheer binnen de federale overheid met betrekking tot consultancyopdrachten.
Mevrouw de minister, collega’s, ik denk dat we er allemaal van overtuigd zijn dat dit beter kan. Tussen 2020 en 2022 werd meer dan 2,5 miljard euro uitgegeven aan consultancyopdrachten. Dat overdreven gebruik, die afhankelijkheid moet duidelijk worden teruggeschroefd. Er moet opnieuw werk worden gemaakt van meer interne expertise binnen de federale overheid.
Collega’s, laat me duidelijk zijn en wees gerustgesteld, dit betekent voor ons niet dat er opnieuw massale aanwervingen van ambtenaren moeten gebeuren. Cd&v staat voor een efficiënte overheid en voor ons is het dus heel erg belangrijk dat er een duidelijke prioritering komt.
Mevrouw de minister, hoe zult u de consultancyopdrachten (…)
Vanessa Matz:
Mijnheer Van den Heuvel, sinds het begin van de regeerperiode heb ik, zoals voorzien in het regeerakkoord, me tot doel gesteld om het gebruikmaken van externe consultants te verminderen.
Het rapport van het Rekenhof versterkt mij in dat idee. Het massaal gebruik van externe consultancy maakt de overheidsdiensten afhankelijk, het zorgt ervoor dat zij intern geen expertise opbouwen en zorgt voor een gebrek aan continuïteit. Bovendien heeft externe consultancy ook een kostprijs. Dat alles gebeurt met weinig transparantie en zonder duidelijke strategie, wat inacceptabel is.
Ik heb aan de FOD BOSA de opdracht gegeven om snel met een plan te komen. Zo kunnen de aanbevelingen van het Rekenhof worden uitgevoerd. Structureel wil ik breken met de logica waarbij steeds een beroep wordt gedaan op consultants. Ik wil een fundamenteel andere aanpak, waarbij we de interne expertise van de overheid versterken en externe consultancy progressief afbouwen.
We werken op twee assen. Ten eerste, mijn collega Van Peteghem en ikzelf hebben aan experts van UNESCO gevraagd om aanbevelingen te formuleren om de onafhankelijkheid van externe consultancy te verminderen. Ten tweede, het verminderen van externe consultancy betekent dat we onze interne krachten moeten versterken. Ik werk aan een actieplan daartoe. In dat kader zal een interfederale pool van interne consultants worden opgericht, die op een transversale manier kunnen worden ingezet.
Koen Van den Heuvel:
Mevrouw de minister, het verheugt me dat u de urgentie inziet en dat u de aanpak toch wilt lanceren. Het is absoluut nodig zeer snel werk te maken van dat actieplan om tot een duidelijk federaal kader te komen. Misschien kunt u daarvoor ook even kijken naar het Vlaamse niveau, waar minister Crevits de voorbije jaren werk heeft gemaakt van een duidelijke strategie rond consultancy, opgebouwd rond drie assen. Ten eerste werd een duidelijke opportuniteitstoets ingevoerd om te controleren in welke gevallen het nodig en verantwoord is. Ten tweede kwam er een inventaris, een registratie van het aantal consultancyopdrachten, om inzicht te krijgen in de uitgaven. Ten derde werd een jaarlijkse rapportage in het leven geroepen, om te vermijden dat sommige consultancyopdrachten jarenlang aanslepen. De cd&v-fractie staat achter u als u snel werk maakt van een duidelijk actieplan.
De Waalse reportage en de mistoestanden op het gebied van de sociale uitkeringen
De RTL-reportage en het belang van het kadaster van sociale bijstand
De Waalse reportage over werklozen
Onderzoeksreportages naar tekortkomingen, kadaster en uitdagingen in sociale bijstand en werkloosheidsuitkeringen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 13 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een RTL-reportage onthult systematische sociale fraude in Wallonië (en Vlaanderen), waar uitkeringen zoals leefloon en ziektevergoedingen misbruikt worden als inkomen—soms hoger dan een mediane werknemer verdient—door perverse prikkels, zwakke controles en een cultuur van afhankelijkheid. Alle partijen (behalve N-VA/Vlaams Belang) worden beschuldigd het systeem jaren te hebben verdedigd en gefinancierd, terwijl de regering nu plannen aankondigt (centraal register, plafonds, sancties voor OCMW’s) om fraude te bestrijden zonder kwetsbaren te straffen. Kernconflict: Vlaamse partijen (N-VA, Vlaams Belang) eisen een radicale hervorming van het "Belgische ziekteverzuimsysteem" (dubbel zoveel langdurig zieken als buurlanden) en wijzen op communautaire verschillen (hogere fraude in Franstalig België, migratie-effect), terwijl Franstaligen (PS) en de minister structurele oplossingen beloven maar samenwerking tussen gewesten benadrukken als voorwaarde.
Ellen Samyn:
Wie dacht dat we vorig jaar met de Pano -reportage over het leefloondossier in Anderlecht alles wel gezien hadden, vergist zich. We krijgen opnieuw een schandaal van sociale fraude en perverse prikkels voorgeschoteld, dit keer in de armste straat van Wallonië. De reacties hier zijn voorspelbaar: alle partijen zijn verbijsterd en geschokt.
Laten we echter eerlijk zijn: iedereen hier, behalve mijn fractie, heeft boter op het hoofd, want iedereen heeft dat systeem niet alleen in stand gehouden, maar ook mee verdedigd, gefinancierd en vergoelijkt, en zo dat misbruik jarenlang mogelijk gemaakt.
Dit debat gaat niet over de luie Waal, maar over een Belgisch systeem dat mensen afhankelijk maakt en werk ontmoedigt. Het is een systeem dat verkeerde prikkels bevat, zwak gecontroleerd wordt en waar fraude te vaak zonder gevolg blijft. In de reportage van Christophe Deborsu wordt dat pijnlijk blootgelegd. Mensen vertellen openlijk dat ze een burn-out veinzen om zo 2.000 euro te krijgen of dat ze liever niet meer werken omdat het met hun uitkering ook goed gaat.
Wat we bij het OCMW van Anderlecht zagen, zien we nu opnieuw: uitkeringen die bedoeld zijn als vangnet, worden misbruikt als hangmat. De armste straat van Wallonië toont dat dat geen uitzondering is.
Mevrouw de minister, hoe rechtvaardigt u dat niet werken vandaag beter loont dan wel elke dag werken?
Erkent u dat sociale fraude een uitgesproken communautair probleem is, met veel hogere misbruikcijfers in Franstalig België, en dat dat bovendien versterkt wordt door massamigratie?
Hoe zorgt u ervoor dat de strijd tegen sociale fraude niet omslaat in wantrouwen tegenover wie echt ziek en echt kwetsbaar is?
Georges-Louis Bouchez:
Madame la ministre, en télévision, on a l'habitude d'avoir des reportages pour nous expliquer à quel point l'industrie c'est mal, le capitalisme une chose affreuse, le libéralisme quelque chose de destructeur. Et, pour une fois, on a eu droit à un reportage télévisé montrant une réalité malheureusement trop présente en Wallonie mais aussi en Flandre, parce que la question notamment des malades de longue durée n'est pas une question pour laquelle la Wallonie a une spécialité. C'est un problème généralisé dans tout le pays. Et, pour une fois, un reportage nous a montré ces réalités.
Quelle est la réaction aujourd'hui? Grande panique, grande panique à gauche, plainte au Conseil Supérieur de l'Audiovisuel (CSA), plein de posts en vue de décrédibiliser le journaliste. Vous savez, ceux qui sont tellement attachés à la liberté de la presse, du jour au lendemain, ont oublié leurs grands principes. Pourquoi? Parce que ce reportage met au jour un grand problème: le business model de la misère, le business model selon lequel les syndicats peuvent prospérer en payant les allocations de chômage, les mutualités peuvent prospérer en payant des incapacités de travail parfois imaginaires, des partis politiques peuvent prospérer électoralement et, bien évidemment, des allocataires sociaux, comme une certaine Jacqueline, peuvent en fait vivre mieux que la plupart des travailleurs dans ce pays, puisqu'avec 2 400 euros net par mois, Jacqueline est au-dessus du revenu médian. Cette situation n'est pas une caricature parce qu'on la retrouve à de nombreux endroits.
(…) : (…)
Georges-Louis Bouchez:
Oui, le revenu médian est à 2 400 euros net.
Dès lors, madame la ministre, la question est très simple. L'accord de gouvernement prévoit un plafond pour qu'on ne puisse pas cumuler les allocations sociales et se retrouver à mieux gagner qu'un travailleur. À quand ce plafond et selon quelles modalités?
Nahima Lanjri:
De RTL-reportage getuigt van een immense tristesse. Een alleenstaande moeder, Laetitia, 37 jaar, heeft nog geen dag van haar leven gewerkt, maar ontvangt toch 2.700 euro aan uitkeringen. Dat is slechts één voorbeeld, maar het illustreert volgens mij een mentaliteitsprobleem. Sommigen vinden het blijkbaar niet nodig om te gaan werken, omdat de uitkering volstaat om rond te komen.
Daarnaast is er ook een beleidsprobleem. Het advies van de OCMW-voorzitter van Verviers spreekt boekdelen, want die raadt haar cliënte aan om vooral niet te gaan samenwonen met haar vriend, omdat ze dan haar uitkering zou kunnen verliezen. Misbruik? Niet gezien. Dat dat allemaal mogelijk is, komt door een jarenlang laks beleid, een beleid van laissez-aller, laissez-passer. Dat die misbruiken vooral in Wallonië voorkomen, houdt ook verband met het feit dat de PS daar lange tijd aan de macht is geweest.
Gelukkig wil de regering de misbruiken kordaat aanpakken. Collega’s, we zullen straks een wetsontwerp goedkeuren om de OCMW’s te belonen die goed werk leveren, die mensen activeren naar werk, die mensen begeleiden en die misbruiken bestrijden. OCMW's die hun werk niet naar behoren doen, zullen worden gesanctioneerd.
Toch is dat voor ons niet voldoende, want misbruiken moeten volledig verdwijnen. Het leefloon is geen blanco cheque. Wie niet wil werken of te lui is om uit bed te komen, moet zijn uitkering verliezen. Ook domiciliefraude en fraude met ziektebriefjes moeten worden aangepakt. Iemand die acht jaar ziek blijft vanwege een gebroken (…)
Voorzitter:
Ik heb drie vragen ontvangen. Mevrouw de minister, u hebt vijf minuten spreektijd om daarop te antwoorden.
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer de voorzitter, bedankt voor uw gulheid.
Mevrouw Samyn, monsieur Bouchez, mevrouw Lanjri, de RTL-reportage schetst een onthutsend beeld. Sociale fraude kunnen we nooit tolereren. Dergelijk sociaal misbruik van belastinggeld heeft kunnen voortbestaan omdat er niet werd ingegrepen. Dergelijke reportages zijn niet nieuw. Om de zoveel jaar komen gelijkaardige verhalen aan het licht, maar de politiek deed niets. Met de huidige regering willen we daar eindelijk verandering in brengen. Wie onze solidariteit misbruikt, ondergraaft het hele systeem en laat mensen die echt steun nodig hebben in de kou staan.
U weet dat deze regering de excessen in het systeem wil aanpakken. Het regeerakkoord biedt ons daarvoor meerdere mogelijkheden. Heel binnenkort treedt mijn koninklijk besluit in werking om onrechtvaardige situaties inzake de leeflonen aan te pakken. Het opstapelen van leeflonen in een gezin zal beperkt worden en achterpoortjes worden gesloten. Sociale bijstand moet er immers zijn voor wie het echt nodig heeft.
Daarnaast werkt deze regering aan een ambitieus, maar ook noodzakelijk project, namelijk de uitbouw van een centraal register waarin alle vormen van sociale bijstand en voordelen worden gebundeld. Dat register geeft ons een volledig overzicht van de totale steun per persoon. Op die manier kunnen we opeenstapelingen opsporen, grenzen instellen en ervoor zorgen dat het systeem rechtvaardig blijft. Werken moet altijd meer opbrengen dan niet werken.
Le registre poursuit deux objectifs en ce sens. Le premier consiste à établir un inventaire complet de l’ensemble des avantages sociaux et des allocations. Le deuxième, le cas échéant, vise à plafonner certaines allocations afin d’éviter les pièges à l’inactivité et les excès, et à garantir que le travail soit plus rémunérateur que l’inactivité.
J'ai pris mes responsabilités en proposant la création d’un groupe de travail sur le registre central au sein de la Conférence interministérielle Intégration sociale. Soyons toutefois honnêtes, ma compétence se limite au revenu d’intégration. Sans l’implication des autres ministres et partenaires concernés, nous ne pourrons guère progresser. C’est pourquoi une collaboration étroite avec mes collègues ministres, tant au niveau fédéral que régional, est indispensable. Le registre central doit en effet regrouper l’ensemble des allocations et des avantages sociaux.
Er hebben al meerdere vergaderingen plaatsgevonden. De technische discussies zijn lopende. Het gaat om een ambitieus project, met vele partners rond de tafel.
Het regeerakkoord is duidelijk. De publieke verontwaardiging die we horen, is meer dan terecht. We moeten allemaal onze verantwoordelijkheid opnemen en vooruitgang boeken. Alleen zo zorgen we voor echte solidariteit en zeggen we neen tegen het profitariaat.
Ik reken daarbij ook op mijn collega-ministers om met evenveel ijver aan het werk te gaan. De geloofwaardigheid en het draagvlak van onze sociale zekerheid staan op het spel.
Ellen Samyn:
Mevrouw de minister, welke uitleg we hier ook krijgen, het uitkerings- en controlesysteem zit fundamenteel fout. Meer nog, het Belgische systeem zelf is fundamenteel verkeerd. Het is tijd om er afscheid van te nemen. Vlamingen betalen al decennialang voor een systeem dat nooit zal werken, omdat het geen inspanning beloont, maar een hangmatcultuur in stand houdt die alleen maar verder scheeftrekt. Dat zien we op alle vlakken van onze sociale zekerheid. Het aantal arbeidsongeschikten en werklozen ligt in Wallonië en Brussel veel hoger dan in Vlaanderen. Van de uitkeringen in Vlaanderen, zoals het leefloon, gaat bovendien de helft naar mensen met een nationaliteit buiten de Europese Unie. Van alle leeflonen gaat amper 14 % naar Vlamingen.
U en uw partij weten dat, maar u wilt het niet toegeven. België is langdurig ziek en werkloos en wordt door uw N-VA kunstmatig in leven gehouden.
Georges-Louis Bouchez:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse.
Je voudrais juste ajouter une chose à l'intention de ceux qui nous disent que ce reportage ne concerne que quelques cas exceptionnels. Apprenez qu'en Belgique, aujourd'hui, nous avons le double de travailleurs malades en pourcentage de population active par rapport à d'autres pays. En effet, un peu plus de 7% de notre population active est en maladie, contre entre 3,5 et 4,5% en France, aux Pays-Bas et en Allemagne. Rien ne peut expliquer une telle situation.
À ceux qui diront, puisque nous avons dénoncé cette situation pendant la campagne, que nous faisons preuve de mépris, je voudrais répondre que le vrai mépris, c'est cette situation de notre pays où des personnes se lèvent à cinq heures du matin pour aller travailler et donnent à l'État entre 60 et 70 % de leurs revenus via des impôts, des cotisations sociales et des taxes en tout genre, pour financer des personnes qui déclarent sans aucune honte n'avoir jamais travaillé et en fin de compte gagner mieux au quotidien. Cela doit changer. Le travail doit revenir au cœur de la société.
Nahima Lanjri:
We hebben een socialezekerheidssysteem waar we fier op mogen zijn, maar ik vergelijk het altijd met een kar. Iedereen die kan werken, moet werken en die kar trekken of duwen. Enkel wie de pech heeft tijdelijk werkloos te zijn of ziek te zijn, mag op de kar zitten. Natuurlijk, als mensen dat systeem misbruiken en als zelfs mensen die niet ziek zijn en fraudeurs op de kar gaan zitten, dan zal de kar van de sociale zekerheid niet meer bollen. Dat moeten we aanpakken. In Vlaanderen wordt dat al vrij goed gedaan. In Antwerpen zien we bijvoorbeeld dat meer dan 80 % van de leefloners een sociaal contract heeft, een GPMI. We zien dat niet overal. We zien dat niet overal in Wallonië. Het is tijd om daar een tandje bij te steken, zodat we de misbruiken kunnen aanpakken. Alleen als we de misbruiken aanpakken, kunnen we blijven rekenen op de solidariteit van de mensen die om 5 uur opstaan om te gaan werken en die effectief iets bijdragen voor zij die niet kunnen werken, met pensioen zijn of ziek zijn. Al degenen die wel kunnen werken, moeten echter ook gaan werken.
Het schandaal omtrent de door SHEIN verkochte poppen
De impact van SHEIN op de lokale economie
De vloedgolf van Chinese producten aan dumpingprijzen via het verkoopplatform SHEIN
De invloed van SHEIN: schandalen, economische impact en dumpingprijzen van Chinese producten
Gesteld door
Les Engagés
Pierre Kompany
CD&V
Leentje Grillaert
Vooruit
Jeroen Soete
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 6 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de schadelijke impact van Chinese e-commerceplatforms zoals Shein, met drie kernthema’s: kinderpornografische producten (poppen), onveilige en illegale producten (giftige stoffen, brandgevaar) en oneerlijke concurrentie die lokale bedrijven ondermijnt. Ministers Clarinval en Beenders beloven versterkte controles, samenwerking met justitie, EU-onderzoeken en zware boetes, terwijl ze consumenten oproepen tot een boycot en het verwijderen van de apps. Frankrijk dringt aan op een EU-breed onderzoek, en er wordt gepleit voor snellere actie, zoals het offline halen van Shein bij non-compliantie. De focus ligt op bescherming van kinderen, gezondheid, eerlijke handel en duurzaamheid.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre de l' é conomie, quelque chose d’infernal est en train de se produire. La société chinoise Shein provoque aujourd’hui des problèmes en France, car elle veut envoyer des produits à caractère pédopornographique: des poupées à l’apparence d’enfants dont les pédophiles peuvent se contenter.
Croyez-vous qu’ils s’arrêteront là? Croyez-vous que ce sont des mœurs que la Belgique peut encore accepter par la vente de tels produits? L'Inspection économique a-t-elle déjà saisi le parquet concernant l’arrivée éventuelle de ce type de poupées? Nous vivons dans un pays qui a connu la frayeur liée à la sexualité imposée aux enfants et la redoute encore jusqu'à aujourd'hui. Faut-il encore recommencer?
Monsieur le ministre, je crois que vous êtes digne de confiance, et que vous ne pouvez pas dormir en pensant que les enfants sont menacés. Que comptez-vous faire face à l’arrivée de produits asiatiques sur lesquels nous n’avons aucun contrôle? Ils inondent le marché. Avez-vous un moyen de contrôler ce phénomène?
Leentje Grillaert:
Heren ministers, die ochtend in de krantenwinkel. Onlangs stond ik in een krantenwinkel om een pakketje te sturen – niet van Shein of Temu, collega’s. De dame in de krantenwinkel zei mij dat het niet kan blijven duren, al die pakketjes van Shein en Temu. Ze stelde dat de minister eens op bezoek moest komen, zodat ze het allemaal kon uitleggen. Het is echt gebeurd.
Mijne heren ministers, u hoeft niet naar mijn hometown te komen om in te zien welke oneerlijke concurrentie deze pakjes voor onze ondernemers betekenen. Deze praktijken zorgen voor een ongelijk speelveld, sociale dumping en uitholling van eerlijke handel. Sinds kort gaat het niet meer alleen om pakjes. Deze week opende de eerste fysieke winkel in Parijs en gingen de poppetjes aan het dansen. Het Franse gerecht heeft er intussen zijn buik van vol en wil een volwaardig EU-onderzoek naar deze webwinkel.
Collega’s, wat mij vooral zorgen baart, is dat de Sheins en de Temu’s van deze wereld onze lokale ondernemers ondermijnen, die wel investeren in correcte lonen, kwaliteitsvolle materialen en duurzame processen. Wat geldt voor onze ondernemers, moet ook gelden voor producten uit derde landen, punt uit. Onze ondernemers mogen niet het gevoel krijgen dat ze gestraft worden wanneer ze de regels niet volgen, terwijl die regels blijkbaar niet gelden voor de grote spelers.
Mijne heren ministers, hoe zal de federale regering zorgen voor een gelijk speelveld? Zult u extra stappen zetten om de controle op eerlijke concurrentie, consumentenbescherming en productveiligheid te verhogen tegenover duidelijk problematische spelers?
Jeroen Soete:
Ministers, er is deze week inderdaad al heel wat commotie geweest over de Chinese webgigant Shein, die zijn eerste fysieke winkel opent in Frankrijk. Shein is uiteraard ook in België bekend omdat het zeer goedkope kledij, cosmetica en kinderspeelgoed verkoopt, zo goedkoop dat de consumenten – we moeten daar eerlijk over zijn – ze en masse bestellen.
Wat schuilt er achter die goedkope producten? Laten we dat toch niet vergeten. Daar schuilt vaak aan de andere kant van de wereld een arbeider achter die verplicht wordt tot 18 uur per dag te werken voor een hongerloontje. Daar lijken vele consumenten zich onvoldoende van te vergewissen.
Waar ook zeker te weinig bewustwording over is, is over de veiligheid en de kwaliteit van die producten. Die zijn op zijn minst zeer bedenkelijk te noemen. Dat is een eufemisme. Er zijn al heel wat testen geweest. Vorige week bracht de consumentenorganisatie Testaankoop uit dat tot 70 % van de producten die besteld worden via het platform Shein niet aan de Europese veiligheidsnormen beantwoorden. We hebben het dan over giftige stoffen in kinderspeelgoed. We hebben het over USB-laders die kunnen ontploffen na een kortsluiting. We hebben het ook over juwelen die tot 80 % cadmium bevatten. Cadmium is een kankerverwekkende stof. We saneren cadmiumgronden in België, maar nu lopen er in België mensen rond met zo’n juweeltje. Dat lijkt me toch geen gezonde situatie. Het zou ons allemaal moeten verontrusten en ik meen dat dit ook het geval is.
Precies vandaag, ministers, maakte Shein bekend 2 miljard winst te zullen boeken, op de kap van de gezondheid van duizenden mensen, maar ook op de kap van onze bedrijven, die zich wel aan de regels houden.
Ik heb één duidelijke vraag voor u beiden. Wat zal deze regering, wat zulllen jullie doen om onze bedrijven en onze consumenten (…)
Voorzitter:
Dank u wel, collega.
David Clarinval:
Mijnheer Kompany, mijnheer Soete, mevrouw Grillaert, in 2024 zijn er bijna 1 miljard pakjes via België gepasseerd. Een groot deel van deze pakjes is afkomstig van Chinese platformen zoals Shein. Sommige van deze platformen omzeilen de Europese regels. Shein is daar een voorbeeld van.
Eind mei heeft de Economische Inspectie dat platform geïnterpelleerd via het Europese netwerk Consumer Protection Cooperation Network voor talrijke onregelmatigheden, misleidende promoties en klanten die onder druk worden gezet.
Het nieuws van de voorbije dagen gaat veel verder dan deze praktijken. De verkoop van sekspoppen die eruitzien als kinderen is diep schokkend en totaal onaanvaardbaar. Ik wil duidelijk zijn dat dit type product niet thuishoort op een e-commerceplatform, noch in onze samenleving.
En ce qui concerne la vente de produits à caractère pédopornographique, monsieur Kompany, je peux vous confirmer que l'Inspection économique, tout comme l'autorité française de la consommation, n'est pas l'autorité compétente. La vente de tels produits constitue un délit pénal, relevant de la compétence de la Justice.
Néanmoins, à l'instar de l'autorité française de la consommation, l'Inspection économique est habilitée à saisir le procureur du Roi si, dans le cadre de ses contrôles, elle découvre de tels produits. Vu la gravité des faits, j'ai donc donné instruction à l'Inspection économique d'accorder une attention particulière aux produits à caractère pédopornographique et de saisir systématiquement le procureur du Roi chaque fois qu'elle découvre de tels produits sur des plateformes en ligne ou dans des magasins physiques, évidemment.
Je veillerai avec mes collègues compétents, Rob Beenders et Annelies Verlinden, à ce que les autorités responsables prennent les mesures nécessaires pour faire retirer ces produits de la vente sans délai.
Plus largement, madame Grillaert et monsieur Soete, dans le cadre de la task force e-commerce, qui réunit tous les ministres concernés et les services de contrôle, une analyse est en cours sous la direction du SPF Économie pour améliorer la coordination et l'échange d'informations entre les autorités. Notre objectif est clair: agir résolument et fermement contre les plateformes qui ne respectent ni nos règles ni nos valeurs. Le commerce en ligne ne peut jamais être un espace de contournement de la loi ni menacer l'intégrité humaine. Je pense que c'est évident, mais qu'il est utile de le rappeler.
Rob Beenders:
Geachte leden, dank u wel voor uw vragen. Dat er twee ministers antwoorden over dit onderwerp, toont al meteen aan hoe belangrijk de regering deze problematiek vindt. Ondertussen weten we al heel goed dat producten van platformen als Shein en Temu vol rommel zitten, slecht gemaakt zijn, niet veilig zijn en dat de controle op de naleving van de Europese normen op dit moment te wensen overlaat.
Als we echt willen dat onze kinderen worden beschermd tegen gevaarlijke producten, dan begint dat bij onszelf. Laten we die oproep herhalen tegenover iedereen, waar we het ook kunnen zeggen. De beste boycot van dat soort websites is heel eenvoudig: koop er gewoon niets meer. Verwijder die app van uw telefoon, mocht ze erop staan. Men heeft een app als die van Shein en Temu gewoonweg niet nodig. Vertel dat tegen uw familie en vrienden en boycot ze sowieso al op uw manier.
Naast het feit dat die platformen dergelijke spotgoedkope producten dumpen, verzamelen ze ook gigantisch veel data over gebruikers, hun gedrag en hun voorkeuren op het internet. Daarbij komen de vaak onethische werkomstandigheden en de heel grote ecologische voetafdruk, waardoor er gewoon geen enkele reden is om daar producten te kopen.
Ook de overheid moet nu echter stappen zetten. Op Europees niveau werk ik op dit moment aan twee concrete onderzoeken. Die tonen nu al aan dat Shein en Temu te weinig doen om die illegale en gevaarlijke producten van hun websites te verwijderen. Als die onderzoeken afgerond zijn – ik heb er alle vertrouwen in dat dat vrij snel zal gebeuren – hangen daar zware boetes aan vast. Gelet op de onderzoeken en de resultaten die we nu al zien, heb ik er het volste vertrouwen in dat Europa streng zal optreden.
In ons land zullen we blijvend inzetten op het uit de markt halen van gevaarlijke producten. Zo werk ik samen met minister Clarinval aan tal van inspecties. De Economische Inspectie voert samen met EU-lidstaten tal van maatregelen en controles uit met de FOD Economie om nog meer te controleren op productveiligheid en om producten nog sneller uit de markt te halen.
Mijn boodschap is echter helder: bescherm uzelf en uw kinderen door die Chinese rommel vooral niet te bestellen. Delete vandaag nog die apps op uw telefoon en vertel dat aan zoveel mogelijk mensen. Daarnaast zullen wij aan wetgeving werken, zodat we op verschillende fronten ervoor kunnen zorgen dat platformen zoals Shein en Temu stoppen met het leveren van producten van slechte kwaliteit.
Pierre Kompany:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. J'ai bien entendu que vous aviez déjà donné des instructions aux services de l'Inspection économique et je voudrais m'en tenir surtout à cette gestion proactive.
La proactivité dans ce genre d'affaire est essentielle, car les Français le vivent actuellement, ils sont surpris. Il ne faudrait pas que nous, qui avons connu ce type de problèmes qui ont fait de la Belgique un pays où tous les journalistes débarquaient comme si ces faits ne se déroulaient pas ailleurs et qui avons eu cette capacité de gérer, nous retrouvions pris par surprise. Je le dis haut et fort, devant mes collègues, les êtres humains qui font circuler ce genre de choses n'ont pas de tête.
Leentje Grillaert:
Heren ministers, ik dank u voor uw antwoorden.
Minister Beenders, refererend aan uw antwoord wil ik het verhaal van de krantenwinkel voortzetten. Er kwam een dame terug bij haar met minstens tien pakketjes van Shein, die allemaal niet goed waren. De uitbaatster van de krantenwinkel heeft toen gevraagd waarom die dame dan nog koopt bij dat bedrijf.
Die boodschap moeten ook wij uitdragen. Waarom kopen we die rommel, die uiteindelijk niet dienstig is of blijkt te zijn?
De uitbaatster voegde er nog de volgende vraag aan toe. Wat gebeurt er met alle retourzendingen? Waar gaan ze naartoe? Ook dat moeten wij ons zeker afvragen in het kader van duurzaamheid.
Ik ondersteun dan ook absoluut de oproep om lokaal te kopen. Dat is beter voor iedereen.
Jeroen Soete:
Heren ministers, ik dank u voor uw antwoorden. Het is uiteraard goed en nodig dat u daarmee aan de slag gaat. Collega’s, voor die goedkope en vaak ook giftige producten betaalt immers iemand de prijs. De gezondheid van mensen en kinderen staat effectief op het spel. Dat is geen drama; dat is gewoon de realiteit. Dat blijkt inderdaad uit de testresultaten die vandaag beschikbaar zijn. Europa is met onderzoek bezig, maar kán en móét ook meer doen. Onze steun gaat dus uit naar de suggestie om Europa meer onder druk te zetten en sneller werk van de zaak te maken. De zuiderburen, Frankrijk, hebben een brief gestuurd naar de Europese Commissie. Ik weet dat een brief maar een brief is. Zij dreigen echter ook het platform Shein offline te halen zolang niet kan worden aangetoond dat het bedrijf aan de Europese regelgeving voldoet. Dus als Shein niet wil meewerken, haal het bedrijf dan gewoon offline.
De conclusies van de Nationale Veiligheidsraad inzake de dronedreiging
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De schending van ons luchtruim door drones en de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De hybride aanvallen tegen België
De Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
Beslissingen en bijeenkomsten van de Nationale Veiligheidsraad over dronedreiging, luchtruimschendingen en hybride aanvallen in België
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Bart De Wever (Eerste minister)
op 6 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De drone-incidenten boven Belgische luchthavens, militaire bases en kritieke infrastructuur worden gezien als gecoördineerde hybride aanvallen, waarschijnlijk afkomstig van Russische actoren, gericht op intimidatie en destabilisatie. De Nationale Veiligheidsraad besliste tot een driedelige strategie (detectie, identificatie, neutralisatie), met versterkte samenwerking tussen Defensie, politie en inlichtingendiensten, een centraal meldsysteem voor drones (operationeel vanaf 2026) en juridische duidelijkheid over neerhalen van drones, maar concrete middelen voor civiele beveiliging ontbreken nog. Kritiek richt zich op jarenlange onderinvestering in luchtruimbeveiliging, gebrek aan eenheid van commando (bevoegdheidsversnippering tussen Defensie en politie) en vertraagde actie (pas reactie na acute crisis). Partijen eisen transparantie over daders, versnelde uitvoering (nu pas plannen voor 2026) en betere coördinatie, terwijl de regering benadrukt kalmte en Europese samenwerking te zoeken.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, drones, drones, drones! Meer nog dan de stilstand van de regering waren zij de voorbije dagen hét gespreksonderwerp.
Er is economische schade, er heerst ongerustheid, angst en verwarring. Dat is uiteraard precies de bedoeling van degenen die drones op ons afsturen. Het betreft geen spionage, zoals ik de minister van Defensie enkele dagen geleden hoorde zeggen. Het zou namelijk bijzonder slechte spionage zijn uit een goedkope B-film. Het is pure provocatie, intimidatie en angstzaaierij, en dat lijkt me typerend voor de agressieve houding van de Russen de voorbije maanden, mijnheer de minister.
Het is daarom goed, zeer goed zelfs, dat u de premier hebt gevraagd om de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Het is bizar dat u dat zelf moest vragen. Even bizar is het dat de premier tot begin september heeft gewacht om de Nationale Veiligheidsraad, het hoogste veiligheidsorgaan van ons land, voor de eerste keer samen te roepen, terwijl de dreigingen zich blijven opstapelen. Nu zijn dan inderdaad de provocaties in de lucht begonnen.
De bevolking, mijnheer de minister, heeft recht op antwoorden en ik hoop dat u die hier zult geven. Dat is belangrijk.
Ten eerste, wat hebben de inlichtingen- en veiligheidsdiensten u meegedeeld, voor zover u dat hier kunt delen? Hebben zij een verklaring gegeven voor de acuut toegenomen aanvallen? Hebben zij verwezen naar iets als Euroclear of naar uitspraken van bepaalde leden van de regering?
Ten tweede, hebben onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten advies gegeven over onze houding en communicatie ten opzichte van Rusland? Zijn daarover afspraken gemaakt?
Ten derde, zijn er afspraken gemaakt tussen politie en Defensie over de detectie, identificatie en neutralisatie, mijnheer de minister? Belangrijker nog dan de aankoop van het juiste materieel is eenheid van commando; dat is de essentie. Zeg het ons, mijnheer de minister.
Maaike De Vreese:
Om heel evidente redenen, met name de aanwezigheid van de Europese instellingen, de NAVO en Euroclear, zijn wij een aantrekkelijk doelwit. Als er iemand klaar moet zijn om zich tegen drones te wapenen, dan zijn wij het. Het is dan ook positief dat de Nationale Veiligheidsraad samenkwam. We moeten voorbereid zijn en een plan van aanpak hebben.
Collega's, tot nu toe was er geen plan. Onder de vivaldiregering hebben we veel kostbare tijd verloren. Cruciaal is wie welke taken opneemt en op welke manier men zal samenwerken. Defensie heeft een federaal antidroneplan uitgewerkt voor militaire domeinen, maar het burgergebied, de kritieke infrastructuur en onze luchthavens ressorteren tot uw bevoegdheid. Er is een politionele aanpak nodig. Onze lokale politiediensten worden momenteel overstelpt met meldingen en zij moeten ondersteund worden. We moeten zo snel mogelijk het luchtbewakingscentrum, waar alle betrokken diensten samenkomen, volledig operationeel krijgen. Dat werkt. We doen dat al in Zeebrugge met het Maritiem Informatiekruispunt. Wat voor de zee kan, kan ook voor de lucht.
De incidenten tonen een duidelijke nood aan een gecoördineerde aanpak aan, niet alleen nationaal maar ook grensoverschrijdend. Bovendien is juridische duidelijkheid nodig. Of de politie een drone uit de lucht mag halen, mag geen vraagstuk zijn. In deze tijden moet dat een evidentie zijn.
Minister, hoever staat u met uw plannen?
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous sommes évidemment frappés par ces attaques inédites de drones sur notre territoire. Depuis maintenant 10 jours, des bases militaires et des aéroports ont été survolés. D'autres infrastructures suivront, parce que cela ne va sans doute pas s'arrêter.
Les Belges doivent-ils être impressionnés par ces attaques vraisemblablement russes? Non, mais il faut les prendre au sérieux. C'est ce que vous avez fait en mobilisant le Conseil national de sécurité (CNS). Ce dernier est le bras armé protecteur au sommet de l'État. Pour rappel, il s'est réuni dans le cadre des attentats, du covid ou de la crise énergétique liée à la guerre en Ukraine. C'est donc vraiment l'organe adapté à la réponse. Il réunit le kern, l'ensemble des ministres régaliens et les services de renseignement. Dès lors, je vous remercie de l'avoir mobilisé.
Vous allez nous donner des informations relatives aux diagnostics mais aussi au traitement envisagé face à cette menace: identification, détection, destruction.
Je tiens à souligner que nous venons de loin en la matière, même si nous ne partons pas de zéro. Comme vous, j'ai observé l'expertise dans un certain nombre de pays européens, en France en particulier. Elle a eu de très bons résultats s'agissant de la protection de son espace aérien durant les Jeux olympiques.
Au-delà des décisions du CNS, allez-vous rencontrer un certain nombre de vos homologues étrangers?
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, er is nog steeds geen begroting, maar deze keer heeft de regering geluk. De drones die boven ons land vliegen, vormen een ernstige bedreiging voor onze veiligheid, en voor de regering komt die bliksemafleider op het juiste moment. Plots gaat het immers niet meer over haar totale falen of over de gaten in de begroting, maar wel over de gaten in ons luchtruim.
En dan komt het veiligheidstheater, waar niemand nog de regie in handen heeft. In de Strategische Visie van minister Francken komt het woord drone amper voor, en als het er al in staat, dan is het voor 2032. Bovendien is de detectie gebaseerd op radiofrequentie, een techniek die vandaag al duidelijk achterhaald is. En heel stoer verklaart minister Francken dat hij Moskou wel zal aanpakken, maar ons eigen luchtruim blijft onbeveiligd.
De waarheid is simpel: het probleem vandaag is niet alleen de overvliegende drones, het probleem is dat de regering onvoldoende heeft geïnvesteerd in ons luchtruim en in onze veiligheid, noch in detectie, noch in neutralisatie. Alles wat nu komt, is achterhaald en veel te laat. De regering-De Wever bespaart liever op onze mensen, maar voor politieke showtjes, zoals de Theo Francken F-35-show, is er wel altijd geld.
Mijnheer de minister, wie zit hierachter? Welke bewijzen hebt u daarvan? De conclusie van minister Francken na de Nationale Veiligheidsraad was dat we het luchtruim wel vanaf januari zullen versterken. Waarom gebeurt dat pas vanaf januari? Wat met de komende maanden? Zijn onze mensen nog wel echt veilig?
Franky Demon:
Sinds 30 oktober is het duidelijk dat onze veiligheid wordt bedreigd door drones boven kazernes en luchthavens. Er zijn cyberaanvallen op onze systemen en fake news zaait verwarring bij onze burgers. Dit is geen toeval meer, dit is georganiseerd. Daarom moeten wij ons ook beter gaan organiseren. Voor cd&v kan ons antwoord zich niet beperken tot het militaire aspect. Veiligheid is veiligheid. Wat we investeren in defensie moet ook onze binnenlandse veiligheid versterken. De dreiging stopt niet aan de kazernepoort, zoveel is duidelijk. Het kan niet zijn dat wanneer een drone over een militaire basis vliegt Defensie daarvoor bevoegd is, maar zodra die drone zich daarbuiten bevindt, hij onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester valt.
Defensie, politie, inlichtingsdiensten en lokale besturen moeten als één team werken, met dezelfde informatie en dezelfde strategie. We moeten voorbereid zijn. Daarom is een duidelijk plan van aanpak, met afspraken tussen Defensie, binnenlandse besturen en lokale besturen, meer dan ooit nodig. Dat plan moet waterdicht zijn. Het defensiebudget is er. Zorg ervoor dat die middelen ook de politie en de civiele veiligheid versterken, want veiligheid is overal noodzakelijk. De Russen houden ook geen rekening met het verschil tussen Kleine-Brogel, Brussels Airport of Oostende.
Welke afspraken heeft de Nationale Veiligheidsraad gemaakt om met een zo breed mogelijk plan een zo breed mogelijke aanpak te realiseren, zodat alle locaties in ons land beschermd blijven?
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ons land is deze week het slachtoffer van een aanval in de hybride oorlog, zoveel is duidelijk. Er zijn drones boven onze militaire domeinen, drones boven onze luchtmachtbasissen en drones boven onze nationale luchthaven in Zaventem. Daarnaast zijn er al een hele week cyberaanvallen en is er al een hele week beïnvloeding op sociale media.
Beste collega's, dit is niet onschuldig. De cyberaanvallen schaden onze koopkracht en onze zorginstellingen. Een stilgelegde luchthaven kost onze economie handenvol geld. De combinatie van drones en vliegtuigen is ronduit gevaarlijk. Dit kan leiden tot ongelukken.
Het is heel duidelijk – ik herhaal het –, iemand is ons hier aan het testen en pesten. Het is ook duidelijk dat we ons niet mogen laten intimideren, dat we het hoofd koel moeten houden, kalm moeten blijven en dit vooral gecoördineerd moeten aanpakken. Daarom ben ik heel blij dat de Nationale Veiligheidsraad vandaag is samengekomen.
Mijnheer de minister, ik heb slechts één heel eenvoudige vraag voor u. Kunt u toelichten wat daar werd beslist om de veiligheid van ons allen te verbeteren?
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, ces derniers jours, notre pays a connu des survols de nos aéroports et de nos installations militaires par des drones, des cyberattaques et des opérations de désinformation.
Soyons clairs, la Belgique subit actuellement une série d'attaques hybrides coordonnées, venant probablement d'une puissance étrangère. Pourquoi? Parce que nous soutenons l'Ukraine, parce que nous hébergeons l'OTAN et l'Union européenne, parce que nous sommes des fervents défenseurs de la démocratie et de la liberté.
L'objectif de ces actions: nous intimider, nous obliger à changer de politique. Quelle prétention, quelle hubris! Du duc d'Albe à Joseph II, de Napoléon à Guillaume d'Orange, du Kaiser à Adolf Hitler, beaucoup ont cru pouvoir faire plier définitivement le peuple belge. Non, nous n'avons pas plié. De tout cela résulte notre devise: l'union fait la force.
En ces temps de trouble, ces mots doivent résonner. Nous devons reconnaître que nous avons été dépourvus face à l'intrusion des drones. C'est clair. Nous payons trop d'années de négligence de la mission fondamentale de l'État: assurer la sécurité de la population face aux menaces internes et externes.
Sans défense active, pas de paix. Notre État va faire face, avec ses alliés de l'OTAN et de l'Union européenne. Nous développons un plan stratégique d'ampleur et nous procurons les moyens qui permettront de protéger nos infrastructures essentielles et militaires et de faire face à ce nouveau type de menace. Préparer et assurer face aux attaques hybrides sera un des enjeux essentiels des prochaines années.
Monsieur le ministre, nos citoyens sont inquiets. Un Conseil national de sécurité s'est réuni en urgence ce matin. Il a pris des mesures positives pour faire face à la situation. Néanmoins, la protection de notre espace aérien et des infrastructures critiques face à la menace de drones demande des mesures structurelles à moyen terme. Quelles mesures sont-elles envisagées pour assurer la protection de toutes nos infrastructures critiques – j'insiste sur le mot "toutes" – et dans quel délai?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, il est évident que les événements que nous connaissons depuis quelque temps – à savoir des drones qui survolent des zones sensibles – constituent un danger, notamment pour nos aéroports. Du reste, en 2024, 31 000 drones avaient déjà été signalés au-dessus de zones sensibles. Donc, le problème n'est pas récent.
Nous nous heurtons à un véritable problème de réglementation, puisque 200 000 drones ont déjà été vendus dans le Benelux et que seuls 37 000 pilotes ont été enregistrés. J'aimerais dès lors savoir ce qui est prévu à cet égard.
À votre sortie du Conseil national de sécurité, monsieur le ministre, vous avez appelé au calme. Je ne peux que vous rejoindre sur ce point: nous devons en effet garder la tête froide. Il ne serait d'aucune utilité de céder à la panique, et il faut éviter de prendre rapidement des décisions malencontreuses ou qui rateraient leur cible. Entre-temps, nous devons attendre les résultats de l'enquête. Ce dont nous avons besoin avant tout est de connaître la vérité. S'agit-il de simples signalements? Concernent-ils uniquement des drones? M. Francken avait en effet indiqué que certains signalements visaient des avions qui volaient à basse altitude.
Par conséquent, des éclaircissements sont nécessaires. Quels drones étaient impliqués? Qui les pilotait? Et dans quel but? La seule chose dont nous soyons certains, pour l'instant, monsieur le ministre, est que nous ne savons pas grand-chose. Nous devons examiner la situation avant de tirer des conclusions.
Monsieur le ministre, vu qu'une enquête est en cours, disposez-vous déjà d'éléments susceptibles d'éclaircir aujourd'hui la situation?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, y a-t-il encore un pilote dans l'avion Belgique? Y a-t-il encore un ministre fédéral de l'Intérieur dans ce pays? Votre gouvernement est incapable d'adopter un budget mais aussi d'assurer la sécurité des Belges sur terre et dans les airs. Les trafiquants de drogue prennent le pays en otage. Quel est votre réponse en tant que chef de la police? Des policiers en plus? Non. Des moyens en plus pour la Justice? Non. Mais vous téléphonez à Theo Francken et vous lui dites: "Refile-moi tes jeunes recrues du service volontaire pour les mettre dans la rue dès 2027". Il faut arrêter ces improvisations ou ces formes de sparadraps. Vous êtes ministre, nous avons besoin d'action, monsieur le ministre.
Face aux drones qui survolent nos infrastructures critiques – aéroports, casernes, camps militaires, centrales nucléaires, etc. –, c'est rebelotte! Pendant que des drones prennent le ciel belge à l'assaut, on ne vous voit pas. Ce sont des camionnettes de la police locale, mes petits policiers locaux – je suis également bourgmestre – qui ont dû littéralement courser ces drones alors qu'ils s'évanouissaient dans la nature. C'est quand même un comble. C'est le pays de Magritte. Je n'arrête pas de le répéter.
La fermeture de nos aéroports bruxellois et liégeois cette semaine a créé un chaos sécuritaire une fois de plus. Éviter de tels survols relève de votre responsabilité et de celle du ministre Crucke également. Cela fait des semaines que ces incidents se multiplient et il aura fallu en arriver là pour qu'enfin, eindelijk , le premier ministre convoque ce matin un Conseil national de sécurité.
Je n'ai qu'une question à vous poser, parce qu'au-delà de la question de savoir qui se cache derrière ces drones, il faut évidemment faire toute la lumière et surtout garantir la sécurité de nos concitoyens et de nos sites critiques. Monsieur le ministre, qu'a-t-il enfin été décidé au Conseil national de sécurité pour assurer la sécurité des Belges et de nos infrastructures civiles?
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos très nombreuses questions sur ce sujet.
Mardi soir, plusieurs vols de drones ont été constatés au-dessus de plusieurs aéroports, celui de Zaventem – qui n'est pas seulement un aéroport civil, mais aussi militaire avec celui de Melsbroek – ainsi que ceux de Liège et Anvers. Des vols de drones ont également été constatés au-dessus de plusieurs bases militaires et installations critiques et sensibles. Il s'agissait d'une action organisée, concertée par ce qu'on appelle en langage diplomatique "des acteurs inamicaux".
Naar aanleiding van deze gebeurtenissen heb ik de eerste minister gevraagd de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Die vergadering heeft vanochtend plaatsgevonden. Ze gaf ons allereerst de kans de rapporten van de veiligheidsdiensten te analyseren. Ik wil hier graag hun uitstekende werk en hun goede samenwerking benadrukken.
Je n'entrerai évidemment pas dans les détails pour des raisons de sécurité évidentes. Ce Conseil national de sécurité a permis de continuer et de faire aboutir une bonne partie du travail déjà entamé depuis plusieurs mois entre administrations et cabinets responsables, contrairement à ce que j'ai pu entendre.
À la suite du CNS de ce matin, je vous confirme notre stratégie en trois axes: détecter, identifier et neutraliser. Au niveau de la détection, face à une menace qui évolue de jour en jour, nos installations doivent être modernisées et renforcées pour être toujours plus performantes.
Dit valt onder de verantwoordelijkheid van Defensie, maar ook die van skeyes, die allebei over zeer specifieke expertise, financiële middelen en toestellen beschikken.
Mijn collega van Defensie heeft ons vanmorgen een voorstel gepresenteerd om de middelen van het leger op dit vlak te versterken. Die middelen zullen uiteraard ook voor de beveiliging van onze kritieke en gevoelige sites kunnen worden ingezet, zowel op civiel als op militair vlak, zoals in het regeerakkoord werd bepaald.
C'est ce que nous appelons, dans le langage convenu, le dual use de ces moyens.
Je vous confirme par ailleurs que le Conseil national de sécurité a décidé d'adapter, en fonction du plan stratégique de la Défense, le Centre national de sécurité de l'espace aérien (NASC), situé à Beauvechain, d'ici le 1 er janvier 2026. Lorsqu'un drone est détecté, il faut pouvoir l'identifier. Nous avons donc décidé la mise en place d'un système d'enregistrement de drones et de leurs opérateurs plus large et plus performant que le système actuel, et ce, sous la houlette du ministre de la Mobilité. Cela doit nous permettre d'opérer beaucoup plus rapidement la distinction entre une utilisation agréée et une utilisation potentiellement malveillante, ainsi que de faciliter l'identification des opérateurs de drones.
Une fois détecté et identifié, et s'il est avéré que le drone représente un danger, il faut pouvoir le neutraliser. Sans préjudice des obligations des acteurs privés, les drones suspects sur l'ensemble du territoire national peuvent, lorsque cela est jugé nécessaire pour des raisons de sécurité, d'intégrité territoriale et de souveraineté ou pour la protection du droit à la vie, être neutralisés, selon le cas, par une intervention policière ou militaire, en veillant à prévenir et à limiter autant que possible les dommages collatéraux.
Pour ce qui concerne le reste de l'espace public, la police a un rôle central à jouer, qu'elle soit fédérale ou locale. Il n'y a pas de petite police, monsieur Lacroix. J'ai demandé d'adapter et de renforcer le cadre de contrôle et d'intervention de la police à ce phénomène. Celui-ci permettra à nos forces de l'ordre d'intervenir justement dans un cadre solide et clair, implémenté tant au niveau de la police fédérale que locale ainsi que par le Centre de crise national.
Nous évaluerons les moyens matériels et humains nécessaires pour la lutte contre les drones en nous appuyant également sur les moyens renforcés de l'armée.
Dit moet het mogelijk maken om sneller het onderscheid te maken tussen recreatief gebruik en potentieel vijandig gebruik en om de identificatie van droneoperatoren te vergemakkelijken.
Met betrekking tot de kritieke en gevoelige infrastructuur en de militaire sites zullen de expertise en de bijkomende middelen van het leger ons in staat stellen om ons arsenaal aanzienlijk te versterken.
Tegelijkertijd zullen we deze kwestie ook op Europees niveau aankaarten. Ik ben in gesprek met landen die recent met dezelfde problematiek werden geconfronteerd, met name Denemarken, Duitsland en Nederland, en met de Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken, de heer Brunner. Mijn diensten hebben ook contact gehad met Polen, Duitsland, Denemarken en Litouwen.
Enfin, je peux vous annoncer que le sujet sera à l'agenda du Conseil Justice et Affaires intérieures des 8 et 9 décembre prochains à Bruxelles.
J'aimerais ici terminer par un message clair. Nous comprenons évidemment l'inquiétude que ce phénomène peut représenter et certainement dans le contexte international. Ce gouvernement et l'ensemble des services de l'État prennent les choses en main avec calme et détermination et dans le cadre d'une communication maîtrisée. Nous pourrons pour cela nous appuyer sur une stratégie coordonnée et une volonté sans faille. Je vous remercie.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw gedetailleerd antwoord. Ik heb drie opmerkingen.
Ten eerste, we hebben nood aan één baas in het luchtruim. Boven de kazerne is Defensie bevoegd, maar eenmaal het kazerneterrein verlaten, moet het werk door de combi of helikopter worden uitgevoerd. Dat is onwerkbaar.
Ten tweede, u hebt terecht verwezen naar de internationale aanpak. Het is heel goed dat u die initiatieven neemt. Er werd verwezen naar het Maritiem Informatiekruispunt, maar ik kan u meer vertellen, collega De Vreese. De vorige regering heeft geïnvesteerd in het North Sea Platform. Dat is een platform om op een beveiligde manier informatie in realtime uit te wisselen.
Ten derde, we weten allemaal dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is om een dergelijk toestel te neutraliseren. We beschikken echter over een groot voordeel. Onze privésector, dus onze bedrijfswereld, is klaar om met ons te experimenteren. Wij hebben DronePort in Sint-Truiden. Ga daarmee alstublieft aan de slag. Dat is een opportuniteit voor onze veiligheid.
Maaike De Vreese:
Collega’s, nog niet zo lang geleden associeerden we drones met iets dat we onder de kerstboom legden als cadeautje, als speelgoed voor onze kinderen. Nu bevinden we ons in een volledig andere situatie, waarbij we moeten wensen dat onder de kerstboom voor onze veiligheid en voor onze inlichtingendiensten antidronecapaciteit klaarligt.
Mijnheer de minister, daarvoor moeten we de krachten bundelen. Dat hoeft inderdaad niet allemaal vanuit de overheid te komen. We hebben heel wat mooie technologiebedrijven die klaarstaan om samen te werken, niet alleen met onze politiediensten, maar ook met Defensie.
De tijd is rijp om die krachten te bundelen, want de uitdagingen op dat vlak zijn heel erg groot.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous ne devons donc pas avoir peur. Nous devons prendre cela au sérieux.
Nous aurions sans doute pu être un peu mieux protégés, monsieur Lacroix. Si, en matière de lutte contre les drones, au niveau du département de la Défense, sous la précédente législature, davantage d’initiatives avaient été prises, peut-être serions-nous mieux protégés. Votre intervention est un peu fort de café, monsieur Lacroix; je pense, en effet, que votre parti a une grosse responsabilité en la matière.
Pour terminer, monsieur le ministre, j’appelle tout de même de mes vœux – au-delà de ce que vous avez provoqué aujourd'hui, c'est-à-dire la coordination des moyens de réaction – la mise en place dans notre pays d'un seul département anti-drones. C’est ainsi que cela fonctionne dans les autres pays. Selon moi, c’est ainsi que nous devrons fonctionner. Par ailleurs, pour faire la transparence également pour les Belges, je demanderai au Comité R un rapport sur l’origine de la menace.
Britt Huybrechts:
Minister, van geen zakenkabinet en geen orde op zaken gaan jullie naar meer taksen voor de Vlaming, naar een peperduur migratiebeleid met gaten, naar gaten in ons luchtruim en in onze veiligheid.
Eigenlijk is er maar één ding dat u en uw collega-minister Francken nu nog kunnen doen: neem de verantwoordelijkheid op voor jullie falend beleid, de gemiste investeringen en achterhaalde beslissingen, en neem ontslag.
Maar kijk, de goede vriend van Bart De Wever, de Koning, gelooft misschien nog in jullie. De bevolking echter allang niet meer.
Als ik deze foto zie, meen ik dat u er zelf niet meer in gelooft. De drones vliegen in het rond, maar de regering blijft hangen.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, u gaf het vanmorgen zelf al aan, en u herhaalde het op het einde van uw antwoord: de kalmte bewaren is belangrijk.
Naast kalmte is er ook nood aan voorzichtigheid. We dienen onze woorden zorgvuldig te wikken en te wegen. We hoeven niet alle kaarten op tafel te leggen wanneer we weten dat we in het oog gehouden worden. We moeten beseffen dat elke uitspraak, van mij, van u en van uw collega’s, tegen ons gebruikt kan worden. Laten we vooral dus geen olie op het vuur gooien. Laten we samenwerken aan een gemeenschappelijke nationale strategie om ons te wapenen tegen die nieuwe hybride dreiging.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik wil mijn repliek beginnen met een vraag aan de collega’s van zowel de N-VA als de MR. Stop alstublieft met naar het verleden te verwijzen, stop alstublieft met naar Vivaldi te verwijzen. Dit gaat over onze veiligheid. Dit overstijgt regeringen. Dit overstijgt partijbelangen. Het NASC is opgericht onder minister Dedonder, onder de vivaldiregering. Dus, alstublieft, de situatie is veel te ernstig om er politieke spelletjes van te maken.
Mijnheer de minister, we moeten dat nauwgezet blijven opvolgen, gecoördineerd en gedisciplineerd. Ik en mijn fractie hebben althans alle vertrouwen in onze diensten, alle vertrouwen in ons defensiepersoneel, alle vertrouwen in ons politiepersoneel. We weten immers wat we hier verdedigen: we verdedigen onze welvaartsstaat, we verdedigen onze democratische waarden, we verdedigen onze solidariteit.
Stéphane Lasseaux:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je voudrais ici témoigner de toute la confiance qu'on peut porter à l'ensemble de nos forces armées, soit à notre Défense, qui fait face aux ennemis extérieurs; confiance en notre sécurité intérieure et interne telle qu'elle est sainement sollicitée; confiance en nos services de renseignement qui, chaque jour, sont sur la brèche; confiance en notre diplomatie qui travaille sans relâche au renforcement de nos alliances; aussi et certainement confiance en nos citoyens qui soutiennent cette assemblée et, par elle, l'action du gouvernement.
Tous ensemble, nous devons faire en sorte que, toutes et tous, nous puissions protéger une démocratie que nous défendons et certainement aussi nos libertés.
Je voudrais dire à tous: restons vigilants , keep calm and carry on. C'est ce qu'on disait lors du dernier conflit mondial, mais c'est ainsi que nos adversaires connaîtront la défaite. Nous ne plierons pas, l'union fait la force, rassemblons-nous tous, ici, ensemble, pour pouvoir défendre notre Belgique.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, j'attendais une réponse sur l'avancée de l'enquête et s'il y avait des éléments déjà disponibles pour pouvoir dissiper un peu le flou dans lequel on est aujourd'hui.
Avant de prendre des décisions et avant d'agir, il faut d'abord établir la vérité et savoir ce qui se passe concrètement pour ne pas prendre des mauvaises décisions, pour ne pas faire de mauvais investissements et ne pas céder à la panique. Parce que la panique peut être instrumentalisée par ceux qui ont d'autres intérêts, par les marchands d'armes qui veulent vendre tous azimuts leurs armes, par les défenseurs de la course à l'armement, qui vont utiliser cet épisode pour renforcer leur idée d'achats militaires. Donc, nous devons rester calmes, garder la tête froide et ne pas agir dans la précipitation, mais agir seulement quand on est sûr des informations que nous avons.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, le collègue Weydts demandait au collègue Ducarme d'être fair-play. C'est attendre l'impossible, c'est comme attendre un budget pour l'Arizona.
Cela étant dit, monsieur le ministre, c'est magnifique, uitstekend, proficiat! Bonne nouvelle, bonne nouvelle! On va enfin interdire les drones illégaux, c'est magnifique! Et on a obtenu 50 millions d'euros, mais qui ne concernent que les sites militaires. Rien pour le civil, rien pour la police fédérale, pas un euro pour l'Intérieur. En tant que petit bourgmestre d'une petite commune avec une petite police qui n'est pas équipée pour lutter contre les drones, je dis que ma petite police locale, que je chéris, va devoir être en état d'alerte devant la centrale nucléaire de Tihange si un survol des drones se manifeste. Vous trouvez ça normal? Moi, pas. C'est le job de la police fédérale, c'est votre travail, agissez!
Voorzitter:
We zijn aan het einde van het vragenuurtje gekomen. We gaan nu over tot het wetgevend werk. Uw dienaar zal nu plaatsnemen in het halfrond. Ik verlaat dus deze hoge, neutrale positie en vraag aan collega Reuter om voor te zitten. Voorzitter: Florence Reuter, ondervoorzitster Président: Florence Reuter, vice-présidente.
Het banenverlies in de Antwerpse chemiesector
De impact van het grote aantal collectieve ontslagen op de industriesector
De wake-upcall voor de eurocraten inzake onze industriële toekomst
De malaise in de industrie
De verslechterende economische situatie en de dalende koopkracht
De crisis in de Europese industrie, banenverlies, economische neergang en dalende koopkracht
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de crisis in de Belgische industrie, met name de 600 ontslagen bij BASF Antwerpen, symbool voor structurele achteruitgang door hoge energiekosten, loonkosten, Europese regeldrift en gebrek aan competitiviteit. Critici (N-VA, cd&v, PVV, PTB) hekelen de passiviteit van minister Clarinval (MR)—geen concrete maatregelen, te trage hervormingen, afhankelijkheid van dure energie-importen—terwijl hij arbeidskostenverlaging, energienormen en het "Make 2025-2030"-plan als oplossingen naar voren schuift, maar zonder tastbaar resultaat. Europa’s bureaucratie en het ontbreken van een Belgisch industriebeleid verergeren de neergang, met oproepen tot deregulering, publieke energinievesteringen en snellere hervormingen. De oppositie eist directe actie en verantwoordelijkheid, terwijl de regering blokkeert op budgettaire twisten en gebrek aan urgentie.
Steven Coenegrachts:
De regering staat stil, de eerste slachtoffers vallen: 600 jobs weg bij BASF. 600 persoonlijke en familiale drama’s. En het zullen niet de laatste zijn.
Ik weet dat na mij collega’s van de N-VA en cd&v komen, die zullen zeggen: Europa moet meer doen. Maar, minister, de vraag is wat u al hebt gedaan. Wat heeft Arizona al gedaan? Op één iets na is het antwoord heel gemakkelijk, namelijk niets. Niets voor de bedrijven, niets voor de industrie, niets voor onze jobs en onze welvaart. Veel geblaat, maar heel weinig wol.
Nochtans, minister, wist u vanaf dag één wat het grote struikelblok van onze energie-intensieve bedrijven, van onze industrie, is: de hoge energiefactuur. Vanaf dag één wist u ook wat de oplossing daarvoor is: een korting op de energiefactuur. Dat lag allemaal klaar. Alles was voorbereid. Maar u deed daar niets mee. Het is schuldig verzuim.
Ondertussen wachten we in dit Parlement op flexibelere nachtarbeid, op meer overuren, op de pensioenhervorming. Ik zal het hier zelfs niet hebben over de begroting. Mijnheer de minister, uw regering staat stil, de slachtoffers vallen. Wat zult u doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, met meer dan 36 jaar ervaring in de chemiesector heb ik zelf gezien hoe een toonaangevende werkgever in de Kempen, ooit een bron van welvaart voor honderden gezinnen, vandaag vecht om te overleven. Een bedrijf dat niet alleen directe, maar ook talloze indirecte jobs mogelijk maakte. Een bedrijf waar we als Belgen trots op mogen, maar vooral ook moeten zijn.
Vandaag verdwijnen er bij BASF 600 banen, niet door een gebrek aan expertise, maar door een nieuwe realiteit die de sector treft. De hele industrie gaat gebukt onder hoge energiekosten, trage procedures en een torenhoge loonkost. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor zijn van onze welvaart stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese ondernemingen groeien en bloeien en dat ten koste van onze eigen bedrijven. Niet met cd&v.
Besturen is voor cd&v meer dan bijsturen, maar wel investeren in onze mensen en bedrijven en investeren in economische groei, zodat iedereen er beter van wordt, zodat we onze jobs hier kunnen houden en opnieuw kunnen meespelen met de grote spelers. Daarom hebben we nood aan een fundamentele omzwaai voor onze industrie. Op een economisch kerkhof kan men geen sociaal of duurzaam beleid voeren.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat België zijn concurrentiekracht herwint en dat onze industriële werkgevers opnieuw vertrouwen krijgen om in ons land te investeren?
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, het weerbericht van vandaag luidt code geel voor het binnenland en code oranje voor de kust, maar voor onze economie luidt het code rood.
Transportbedrijven moeten aantonen dat elke liter brandstof mensenrechtenproof is. Onze eigen chocoladeproducenten riskeren boetes als hun cacaoleveranciers in Ghana niet voldoen aan Europese klimaatnormen. Ik denk aan de dopjes op de flesjes en aan de regels – tot voor kort – over hoe krom bananen mochten zijn. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van de regeldrift van Europa.
Europa is elke voeling met de realiteit kwijt. Het is dan ook logisch dat de Verenigde Staten en Qatar dreigen de gaskraan dicht te draaien en dat BASF 600 jobs schrapt en dat allemaal door richtlijnen bedacht door eurocraten zonder voeling met de werkvloer. De eigen regulering duwt de Europese industrie in zwaar weer: geen energiezekerheid, torenhoge energie- en loonkosten en daarbovenop een administratieve nachtmerrie.
We moeten niet denken dat we als Europese Unie de wereld kunnen reguleren. It is time to wake up from this European-centrist illusion . Onze concurrenten investeren in groei, terwijl wij investeren in idealisme zonder realiteitszin.
Mijnheer de minister, zult u binnen de Europese Raad op tafel slaan en pleiten voor meer economisch realisme, voor deregulering en voor minder rapportverstikking? Geef onze industrie zuurstof en vertrouwen. Dank u.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, 600 jobs verdwijnen bij BASF in Antwerpen. Opnieuw een groot industrieel bedrijf in België dat afdankt. En ik, ik weet wat dat is om afgedankt te worden. Na jarenlang hard werken in de fabriek, plotseling aan de deur te worden gezet, dat snijdt diep. We hebben Arlanxeo gehad, we hebben Agfa gehad, ExxonMobil, Total, Evonik, Covestro, Ineos. De maakindustrie, het kloppende hart van onze welvaart, dat bloedt dood.
Rechts komt hier al jaren toeteren dat de loonkost het probleem is. Mijnheer de minister, mijnheer Ronse, wat zegt het Federaal Planbureau? De energiekost is te hoog. Wat zegt chemiefederatie Essenscia? De energiekost, dat is het probleem. Als we uit de crisis willen geraken, dan zullen we die energietransitie wel zelf in eigen handen moeten nemen. Dan moeten we stoppen met die vuile deals te sluiten met Trump om het duurste en meest schadelijke schaliegas te importeren vanuit de VS. Dan moeten we afstappen van het versleten, liberale model waar ENGIE Electrabel zowel de productie als de prijs bepaalt. Wij hebben echt nood aan een grootschalig publiek investeringsplan voor hernieuwbare energie en om ons elektriciteitsnetwerk te moderniseren. Dat is de toekomst voor onze industrie.
Ik heb één duidelijke vraag voor u, mijnheer de minister. Heeft onze industrie eigenlijk volgens u nog een toekomst in België? Zo ja, bent u bereid af te stappen van het liberale energiemodel en te gaan voor echte publieke investeringen?
Sophie Thémont:
Monsieur le vice-premier ministre, aujourd'hui, c'est la crise, mais c'est aussi la crise pour les travailleurs, pour les familles, pour les pensionnés et pour les étudiants. Par quoi répondez-vous? Par une crise au sein du gouvernement. Savez-vous ce qui se passe? Au MR, vous êtes tétanisés parce que vous vous rendez compte que vous ne savez pas tenir vos promesses de campagne. On croyait qu'on allait avoir affaire à des ingénieurs. Aujourd'hui, on a des amateurs sans cœur. Qui supporte les efforts budgétaires aujourd'hui? Les pensionnés, les familles et la classe moyenne.
Vous avez été incapables de vous mettre d'accord sur un chiffre pour le budget; incapables de produire ici une déclaration politique il y a dix jours; incapables de doter le pays d'un cap; incapables d'augmenter le revenu de 500 euros; incapables d'offrir des perspectives d'emploi et de reprise aux entreprises; incapables de relancer l'industrie. Vous l'avez vu à Anvers aujourd'hui, l'entreprise BASF va supprimer 600 emplois d'ici 2028.
Après sept mois, vous avez raboté les pensions, bidouillé l'index, augmenté les soins de santé, augmenté le minerval, augmenté le prix de l'immobilier, supprimé les primes de nuit et tout va devenir plus cher. Vous avez trahi la classe moyenne et les pensionnés.
J'ai quand même une petite chose à vous dire. Ce n'est pas moi qui le dit, mais la presse, et quelqu'un de chez vous sous le couvert de l'anonymat. Votre paralysie au MR vient du fait que vous avez un peu les chocottes, monsieur Clarinval, que la classe moyenne se venge aujourd'hui. J'ai une simple question pour vous, à titre personnel. À combien estimez-vous l'effort que doit faire ce gouvernement?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de intentie van BASF om tegen 2028 600 jobs te schrappen, bijna één job op vijf op de site in Antwerpen, is een duidelijk signaal: het gaat steeds slechter met onze industrie. Volgens de informatie waarover ik beschik, zullen er geen gedwongen economische ontslagen plaatsvinden, conform de akkoorden die met de sociale partners over de werkzekerheid zijn gesloten. BASF wijst erop dat de onderneming er alles aan zal doen om de transitie naar een andere job te bevorderen. Ik moedig uiteraard directie en vakbonden aan om een serene sociale dialoog te blijven voeren met oog voor oplossingen voor de betrokken werknemers.
BASF is helaas geen alleenstaand geval. Wat er vandaag gebeurt, toont een structurele verzwakking van de industriële competitiviteit van ons land aan. Volgens het Federaal Planbureau blijft het aandeel van de industrie in onze economie dalen. Het aandeel van de maakindustrie in de toegevoegde waarde van België is gedaald van 20 % in 1995 naar 12 % in 2023, een daling met bijna de helft. Het aantal jobs is afgenomen van 680.000 in 1995 tot 510.000 in 2023, ofwel 170.000 jobs minder. Die evolutie is niet houdbaar als we onze productieve basis, onze jobs en ons vermogen om waarde te creëren, willen behouden.
Ik heb het al herhaaldelijk gezegd. Competitiviteit is mijn prioriteit, zij is geen optie, zij is een voorwaarde voor onze welvaart. Zonder competitiviteit zijn er geen investeringen, geen innovatie en geen duurzame werkgelegenheid.
De regering heeft al concrete maatregelen genomen. Ten eerste verlagen wij de arbeidskosten met bijna 1 miljard euro tegen 2029. Ten tweede, samen met minister Bihet maak ik werk van de energienorm om de energiekosten te beheersen. Die kosten wegen immers zwaar op onze industriële sectoren, waaronder de chemie- en metaalindustrie.
Ten derde zullen mijn verschillende hervormingen van de arbeidsmarkt het bovendien mogelijk maken om de beschikbare talenten te mobiliseren en onze regels aan de economische en sociale realiteit aan te passen.
Onze beslissingen gaan in de goede richting, maar ze volstaan niet. We moeten verder en sneller gaan om de competitiviteit van onze economie te herstellen. Dat is de bedoeling van het plan Make 2025-2030. Dat plan wil onze industrie duurzaam versterken dankzij een nauwe samenwerking tussen de overheid en de economische partners. We moeten ook structurele hervormingen nastreven, met name op fiscaal vlak. Het doel is duidelijk. We willen snelle, meetbare en nuttige resultaten bereiken voor onze ondernemingen.
De competitiviteit wordt echter niet alleen in België bepaald, maar ook op Europees niveau. Daar gaat het echter niet snel genoeg. Mario Draghi zei ook al dat als Europa niet sneller wordt, het een risico loopt op slow agony , een trage verslechtering van zijn globale economische positie.
Aujourd'hui, un an après la remise du rapport Draghi, ce sont à peine 11 % des propositions dudit rapport qui sont mises en œuvre. Nous sommes trop lents, trop fragmentés, trop contraints par notre propre bureaucratie. On l'a encore vu hier avec le vote sur le CSRD et CS3D. C'est un échec regrettable.
La Belgique dispose d'atouts pour redevenir un acteur industriel fort en Europe. Ce travail exige de la cohérence et des mesures fortes. La compétitivité se construit pas à pas, réforme après réforme. C'est cette direction que le gouvernement fédéral doit poursuivre avec pragmatisme, avec constance et avec la conviction qu'une économie forte reste la meilleure garantie d'un modèle économique social solide.
L'annonce de BASF nous rappelle que chaque jour compte. C'était d'ailleurs tout le message qui avait été donné lors de la déclaration d'Anvers pour un pacte industriel européen. Et ce message doit évidemment aussi se traduire dans les discussions budgétaires que nous menons actuellement.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, wij horen nu al maanden aan een stuk dezelfde beloften en voorstellen, maar de vraag is wat u al hebt uitgevoerd. Wat hebt u al concreet gemaakt? Wat hebt u al veranderd? Welke wetteksten hebt u hier al ingediend? Over welke wetsontwerpen mogen wij stemmen? Wij staan klaar om die met onze fractie te steunen, maar hier ligt niets voor.
Collega’s, ik hoorde de voorbije uren in de wandelgangen heel wat speculatie over de val van de regering, maar waarover zou u vallen? U hebt nog niets beslist. Er is niets om over te vallen. Terwijl alle alarmbellen afgaan, doet u niets. Het is code rood, zei mevrouw Van Riet, maar wat doet u? U staat stil. U speelt verstoppertje achter de rug van Europa, dat het maar moet oplossen, mijnheer de minister. Kies voor actie.
Tine Gielis:
Dank u wel, mijnheer de minister. U geeft aan dat u een pact voor ogen hebt, waarmee u aan de slag zult gaan. Dat stelt mij al enigszins gerust, want we hebben in de media een duidelijk signaal gekregen.
We verwachten van u als minister dat u een katalysator voor een reset van de Belgische industrie zult zijn met het oog op het opkrikken van de concurrentiekracht. Dat is ook wat de bedrijven, de werknemers en de gezinnen van u verwachten. U zult daarvoor in cd&v zeker een bondgenoot vinden.
Wij kijken uit naar uw plan van aanpak waarmee we aan de slag kunnen, een plan dat onze industrie opnieuw vertrouwen en rechtszekerheid moet geven.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, we mogen niet langer de bureaucratische klucht van de Europese Commissie over ons heen laten komen. Onze motor van productiviteit en innovatie sputtert. Het beetje flexibiliteit dat we momenteel nog hebben op onze arbeidsmarkt, volstaat niet meer.
Ik ben blij dat u het Europees dogmatisch idealisme erkent en het wil vervangen door economisch pragmatisme, voor we een koffietafel voor onze industrie moeten organiseren.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, “Het gaat steeds slechter met onze industrie”, dat zijn uw woorden en u hebt gelijk. Dat staat toch in schril contrast met wat de heer Bouchez daarnet is komen verkondigen.
Het gaat slecht met onze industrie. Maar wat zult u eraan doen? U hebt geen enkel plan. U hebt daar geen enkel antwoord op gegeven. We blijven afhankelijk van gas uit de VS, we blijven afhankelijk van het liberale beleid. Elke job die vanaf vandaag verloren gaat door de hoge energiekosten, is uw verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van de regering. U staat ernaar te kijken en doet gewoon niet.
Het is duidelijk: u moet investeren; u moet de energiemarkt in eigen handen nemen. Dit zien we immers in het buitenland: waar men de energiemarkt in eigen handen neemt, presteert de economie veel beter.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne vais pas vous remercier pour vos réponses puisque vous n’avez répondu à rien. Je vous avais pourtant posé une seule question. Le premier ministre est absent, et vous, vous êtes complètement silencieux. Vous dites vouloir relancer l’économie. Je voudrais quand même vous rappeler que la Belgique, aujourd'hui, bat à nouveau un record de faillites. En septembre, il y a eu 1 219 faillites. C’est du jamais vu depuis 2013. C’est une augmentation de 2 % par rapport à 2024, et cela représente 2 542 emplois perdus. Vous qui venez avec toutes vos mesures, vous qui voulez augmenter le taux d’emploi à 80 %, vous ne répondez même pas aujourd'hui aux travailleurs et aux travailleuses de BASF qui vont se retrouver sur le carreau sans perspective. Laissez-moi quand même avoir une pensée pour eux. On le voit, vous êtes complètement perdu. Ce gouvernement est sans cohésion et sans boussole. Je vous l’ai déjà dit et je vous le redis: vous n’êtes absolument pas le ministre du travail.
Het staakt-het-vuren in Gaza
De onderschepping op zee en het akkoord over een staakt-het-vuren in het Midden-Oosten
Het staakt-het-vuren in Gaza
De humanitaire situatie in Gaza en de diplomatieke ontwikkelingen
De hulpvloot voor Gaza
Oorlog en vrede in Gaza: staakt-het-vuren, humanitaire hulp, diplomatie en maritieme onderscheppingen
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België discussieert de fragiele wapenstilstand in Gaza en eist onmiddellijke humanitaire hulp, vrijlating van gijzelaars en Belgen gedetineerd door Israël, maar blijft kritisch over Israël’s betrouwbaarheid (eerdere schendingen, voortgezette bombardementen en blokkade). Sancties, wapenembargo’s en erkenning van Palestina (bij vrijlating gijzelaars en uitsluiting Hamas) worden bevestigd, maar de tweestatenoplossing en einde bezetting blijven centrale eisen—diplomatie moet druk op Israël handhaven, terwijl activisten (zoals flotilles) Israël’s systematische schendingen van internationaal recht aanklagen. Voorzichtig optimisme, maar structurele gerechtigheid en ontmanteling van apartheid/kolonisatie ontbreken nog in het akkoord.
Achraf El Yakhloufi:
Na twee jaar van genocide en oorlog is het eindelijk zover: er ligt een vredesakkoord op tafel. Dat akkoord vraagt een staakt-het-vuren, de vrijlating van gijzelaars en de toelating van humanitaire hulp. Eindelijk.
De oorlog van vandaag heeft echter al meer dan 67.000 doden geëist. Dat zijn oma’s en opa’s, papa’s en mamma’s, en veel te veel kinderen die hadden kunnen bijdragen aan dat land. Ook de mensen die vandaag in Gaza leven, zonder voedsel, drinkbaar water of medicijnen, moeten wij helpen. Dat is bijzonder belangrijk, mijnheer de minister. We moeten voor hen zorgen, want Gaza ligt vandaag in puin en de weg naar vrede is nog heel lang.
Ik hoor vanuit Europa positieve signalen, bijvoorbeeld van mevrouw von der Leyen en van de Verenigde Naties, maar die zullen niet volstaan. We moeten ook nog voorzichtig zijn, collega’s, mijnheer de minister. We moeten echt waakzaam blijven, want premier Netanyahu heeft in het verleden al bewezen dat hij een staakt-het-vuren kan negeren om nadien verder te bombarderen. Er staan vrachtwagens met voedsel, medicijnen en drinkbaar water aan de grenzen van Gaza. Ze raken er niet binnen. Alleen al de Verenigde Naties hebben 170.000 ton hulp klaarstaan.
Mijnheer de minister, in Vooruit hebt u een bondgenoot – dat weet u – die bereid is druk uit te oefenen op Israël en te pleiten voor sancties. Dat heeft al geloond. België was namelijk een van de eerste landen die humanitaire hulp mogelijk maakten, een van de eerste landen die zich engageerden voor de erkenning van Palestina en een van de eerste landen die sancties tegen Israël invoerden.
Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw zo’n dag. Ik vraag u: wat gaat u vandaag doen voor de Gazanen? Dank u wel.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, qui a dit ce matin en parlant des flottilles: "Cette démarche, aussi noble soit-elle, ne donne de toute manière pas de résultat, si ce n'est de permettre à certains parfois de se valoriser par une vidéo"? C'est vous, monsieur le ministre. Je vous le dis clairement, vos propos sont une honte. C'est une honte pour le courage de Aude, Mohamed, Youssef, Anne, Bénédicte, Fadwa, Yassine et Dan. Ces femmes et ces hommes ont eu le courage que la Belgique n'a pas eu: prendre des risques pour tenter de briser le blocus de Gaza, pour faire parvenir de l'aide humanitaire là où une population entière crève de faim.
Votre rôle n'est pas de juger, monsieur le ministre, mais d'agir pour leur libération immédiate et de dénoncer haut et fort les violations du droit international commises par Israël. Israël bafoue encore une fois le droit maritime et arrête illégalement des citoyens.
Oui, un cessez-le-feu a été annoncé. Mais ce cessez-le-feu, c'est le strict minimum, et encore, il faut qu'il soit respecté. Il ne doit pas faire oublier deux années de génocide et de bombardements sur des civils, la famine organisée, les journalistes assassinés, les enfants massacrés, les hôpitaux pulvérisés, les secouristes abattus. On n'oubliera pas l'horreur imposée par Israël au peuple palestinien sous le regard complice des gouvernements du monde entier.
Ce que réclament les Palestiniens, c'est une justice réelle: une Palestine véritablement décolonisée où les Palestiniens peuvent exercer leur droit au retour, où les terres sont restituées à la population palestinienne. Ce que nous voulons, c'est une véritable fin de l'occupation israélienne, pas seulement une trêve.
Monsieur le ministre, quid des Belges qui sont encore détenus illégalement par Israël? Quelles actions concrètes entreprenez-vous pour leur libération? On a vu que la députée Bénédicte Linard est bien rentrée. Que pouvez-vous dire sur le traitement de ces Belges par l'armée israélienne? La semaine dernière, je vous demandais ce que vous alliez faire par anticipation. Force est de constater que vous n'avez pas suffisamment anticipé. Le cessez-le-feu, c'est le minimum. Mais, qu'on soit clair, les sanctions actuelles contre Israël doivent être maintenues même si elles restent insuffisantes et il en faut d'autres plus fortes et plus dures (…)
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, hoeveel hoop kan een mens nog hebben na zoveel wanhoop, na zoveel lijden, na zoveel geweld, na uithongering? Is er eindelijk een terugkeer naar de menselijkheid, zowel voor Gazanen als voor de gijzelaars en hun families? Ook u bent voorzichtig positief, maar het stoppen van het lijden betekent nog geen echte vrede. Wat zal er met Gaza gebeuren na deze eerste fase? Wordt het een koloniale vrijhandelszone naar het voorbeeld van Trump of Netanyahu? Komt er een bezetting zoals op de Westelijke Jordaanoever na de Osloakkoorden? Dat zou werkelijk een vergissing zijn, want de kern en de oorzaak van dat conflict is het ontbreken van een Palestijnse staat en het negeren van het internationaal recht.
Echte vrede vraagt toekomstperspectief voor de Palestijnen en gerechtigheid voor alle oorlogsmisdaden. België mag daarom niet op zijn lauweren rusten.
In september bereikten wij inderdaad een ambitieus akkoord, een stevig pakket aan maatregelen. Dat akkoord moet verder worden uitgevoerd. Er moet bijkomende humanitaire steun komen. Gisteren werd al een versterking van het wapenembargo aangekondigd, in overleg met de deelstaten. Daarnaast moet er een invoerverbod komen op producten uit de nederzettingen zolang de bezetting aanhoudt. Ook moet er een koninklijk besluit komen voor de formele erkenning van Palestina. Ik hoop alvast dat één voorwaarde daarvoor spoedig wordt vervuld, namelijk de vrijlating van de gijzelaars.
Mijnheer de minister, welke rol zal België verder spelen bij de uitvoering van het akkoord dat wij in september hebben bereikt en bij het bevorderen van een duurzame vrede?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, deze nacht bereikte ons hoopvol nieuws: zowel Hamas als de regering-Netanyahu zouden instemmen met een eerste fase van een vredesplan. Volgens de Engelse pers zou dat ondertussen ook zijn ondertekend.
Het is inderdaad essentieel dat de gijzelaars, die nu al twee jaar gescheiden zijn van hun familie, worden vrijgelaten. Het is ook essentieel dat Palestijnen worden vrijgelaten en kunnen terugkeren naar hun familie, maar uiteraard is ook de zuurstof die een staakt-het-vuren zou kunnen geven aan de bevolking in Gaza heel erg belangrijk en vooral het feit dat we dan eindelijk de humanitaire hulp, waar we al maanden voor strijden, naar de mensen kunnen brengen, in een eerste fase.
We zijn het er echter allemaal over eens dat dit niet het einde is. We hebben als arizonaregering de New York Declaration ondertekend en pleiten voor een tweestatenoplossing, voor het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voor veiligheid voor de Israëli’s en voor een duurzame vrede, voor een toekomst.
Het is aan die toekomst dat we samen willen werken, vandaar mijn vraag aan u, mijnheer de minister. Hoe zult u, in Europa en in alle mogelijke gremia, concreet meehelpen aan de transitie naar een duurzame vrede, aan de democratische transitie die de Palestijnen nodig hebben en aan de veiligheid die de Israëli’s nodig hebben om in het Midden-Oosten eindelijk een toekomst te creëren voor al die gezinnen en kinderen die al zoveel jaren lijden? Ik dank u.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, la deuxième flottille vers Gaza, qui apportait de l'aide humanitaire au peuple gazaoui, a été interceptée par l'armée israélienne. Les passagers qui étaient dans cette flottille ont été arrêtés par l'armée israélienne.
Depuis quand, quand on apporte de la nourriture, des médicaments à un peuple affamé, assiégé, occupé, on commet un crime au point de se faire arrêter par l'armée coloniale israélienne? Et, au lieu de soutenir cette flottille, monsieur le ministre, vous avez déclaré que leur action était inutile.
Alors, allez-vous exiger la libération des passagers de cette flottille? Et, si oui, qu'allez-vous mettre en place pour faire pression sur l'État d'Israël pour exiger leur libération?
Cette flottille agit là où vos gouvernements ont échoué. C'est parce que vous, vous avez été incapables de prendre des mesures pour mettre fin au blocus et mettre fin au génocide que la société civile se mobilise. Que ce soit avec la flottille ou avec les mobilisations dans le monde entier. Que ce soit aux États-Unis, ici en Europe et dernièrement aux Pays-Bas: 250 000 personnes, du jamais vu, pour exiger la fin du génocide!
Et cette pression a payé, dans le sens où on a un cessez-le-feu. Un cessez-le-feu comme une bouffée d'oxygène pendant ce génocide. Mais il ne faut pas être naïf. Israël a rompu par deux fois le cessez-le-feu auparavant. Et ce cessez-le-feu n'est pas un accord de paix. Parce que ce cessez-le-feu ne met pas fin à l'occupation, ne met pas fin à la colonisation. Il ne fera pas justice au peuple palestinien, il ne met pas fin à l'apartheid. Ce qu'il faut aujourd'hui, c'est plus que jamais maintenir la pression et la mobilisation, pour exiger un embargo militaire et économique contre l'État génocidaire.
Maxime Prévot:
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, het is inderdaad een belangrijke en langverwachte dag. Ondanks de beschuldigingen van inactiviteit en het feit dat sommigen de indruk wekken dat diplomatie niet werkt, is, zoals ik vorige week al verklaarde, diplomatie de beste manier om een staakt-het-vuren in Gaza tot stand te brengen, volledige toegang voor humanitaire hulp te verkrijgen, de onmiddellijke vrijlating van de gijzelaars te bewerkstelligen en uiteindelijk een duurzame oplossing te vinden met twee staten, die vreedzaam naast elkaar leven. Van die doelstellingen en prioriteiten maken mijn diensten en ikzelf al maanden intensief werk.
Ik heb u mijn mening gegeven over het vredesplan voor Gaza dat door president Trump werd voorgesteld. Het is niet perfect, maar het heeft het voordeel dat het bestaat. Ik verwelkom de aankondiging van een akkoord tussen Israël en Hamas over de eerste fase van dat plan. Dat opent de deur om verschillende van onze eisen te realiseren. Ik waardeer de inspanningen en de behaalde resultaten van de Amerikaanse diplomatie, met steun van andere sleutelspelers zoals Qatar, Egypte en Turkije.
La Belgique reste prête à soutenir la mise en œuvre effective de ce plan, via notre aide humanitaire et via notre aide au développement mais aussi via notre soutien politique. Nous sommes également en faveur d’une force internationale de stabilisation à Gaza et d’un soutien à l’Autorité palestinienne. Ces sujets seront d'ailleurs discutés aujourd'hui à Paris entre quelques pays. Nous suivons les débats de près. Notre position est connue. Notre diplomatie va continuer à s’impliquer pour œuvrer à des solutions concrètes afin de cheminer vers une solution pacifique à deux États.
Une certaine vigilance reste néanmoins de mise. Nous devons faire preuve d’un optimisme prudent. Je veux croire en cet accord, car c’est celui qui depuis longtemps semble le plus nous rapprocher d’une fin durable des hostilités. Mais en début d’année déjà, un accord avait été approuvé par le Hamas et par Israël, et nous avons vu que la trêve avait été interrompue par Israël et que les bombardements avaient repris. C’est pourquoi j’encourage toutes les parties à vraiment saisir cette nouvelle opportunité sur le chemin de la paix et à fournir sincèrement les efforts nécessaires jusqu’au bout. On sait que des écarts par rapport aux balises négociées ouvriraient le risque d’un nouvel embrasement de la région. Le ministre Smotrich, par exemple, a déjà déclaré qu’une fois les otages libérés, il souhaitait qu’Israël poursuive la guerre à Gaza.
Ondanks bemoedigend nieuws zetten we onze inspanningen voort. Het is op dit moment absoluut niet aan de orde om passief te blijven. Het akkoord van de ministerraad van 12 september over de door mij ingediende maatregelen en sancties wordt momenteel uitgevoerd. Het is nog te vroeg om gas terug te nemen, zeker nu er nog geen massale humanitaire toegang tot Gaza is en er vanochtend nog bombardementen plaatsvonden.
Gisteren heb ik samen met de gewesten een akkoord bereikt waardoor het Belgische wapenembargo tegen Israël en Palestina verder wordt versterkt door de maatregelen ook van toepassing te maken op wapens in transit. Die lacune moest nog worden opgevuld en dat is nu gebeurd.
Wat betreft het verbod op de invoer van producten uit nederzettingen, nieuwe evacuaties van zieke kinderen uit Gaza en een reeks rechthebbenden en sancties tegen Hamas en tegen gewelddadige kolonisten, boeken wij eveneens vooruitgang.
Met betrekking tot de erkenning van Palestina mag men verwachten dat België, na de politieke aankondigingen in New York, binnenkort zal overgaan tot de tweede juridische fase door middel van een koninklijk besluit, aangezien de twee te vervullen voorwaarden, de vrijlating van alle gijzelaars en het feit dat terroristische organisaties zoals Hamas zijn uitgesloten van het bestuur van Palestina, zich lijken te realiseren. Wij volgen die aspecten nauwgezet op en zodra beide voorwaarden zijn vervuld, zal ik onmiddellijk een besluit aan de ministerraad voorleggen.
Notre gouvernement et nos diplomates restent mobilisés à 100 % pour dénoncer et débloquer l'aide humanitaire, puisqu'il est impératif qu'elle parvienne rapidement aux populations civiles à Gaza. Cela reste la priorité!
Je déplore dès lors que, depuis plusieurs jours, nos diplomates doivent aussi concentrer d'importants efforts pour fournir aux membres des différentes flottilles – qui se sont mis en danger – l'assistance consulaire nécessaire. Nous le faisons évidemment avec professionnalisme et sans faille, mais je le redis: ce n'est pas efficace, puisque le non-respect du droit international par Israël – que nous pouvons déplorer – empêche ces flottilles d'arriver à bon port.
Concentrons-nous donc sur l'urgence: l'aide humanitaire à procurer à Gaza.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoorde een paar heel belangrijke dingen. U zei dat het een belangrijke dag is en dat we inspanningen zullen blijven leveren.
Dat zal heel belangrijk zijn, want de humanitaire hulp is essentieel voor alle mensen in Gaza. De hulp omvat voedsel, drinkbaar water en medicijnen. U weet dat u aan ons een partner hebt.
Maar ik ben ook blij te horen dat u mijn bezorgdheden meeneemt, bezorgdheden dat we sancties moeten blijven nemen tegen Netanyahu, dat we streng moeten blijven, dat we de kwestie moeten blijven opvolgen.
Voor mij en mijn partij is het heel duidelijk: wij hebben altijd de kant gekozen van de onschuldige slachtoffers, en dat zullen we ook altijd blijven doen.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement un accord de cessez-le-feu, c'est une bonne chose pour la libération des otages tant israéliens que palestiniens. Mais on ne doit pas être naïf: Israël doit retirer obligatoirement ses troupes et arrêter la colonisation. L'aide humanitaire doit entrer, c'est urgent.
C'est pour ça que les gens ont embarqué sur les flottilles, pour casser ce blocus illégalement imposé par Israël. Ils n'y sont pas allés pour faire des photos sur des bateaux mais bien pour casser le blocus. Vous ne m'avez, par contre, pas répondu par rapport aux personnes qui sont toujours détenues illégalement par Israël. On attend que tous les Belges soient relâchés, rentrent sains et saufs et qu'Israël soit sanctionné pour le traitement inhumain qu'il leur fait subir. Ce sont, je le rappelle, des personnes qui n'avaient qu'un seul but, casser le blocus imposé par Israël.
Els Van Hoof:
Het is voor cd&v ook duidelijk dat we vooral geen gas mogen terugnemen in Gaza, zeker niet wat betreft het Belgische akkoord dat in september werd bereikt.
Ook António Guterres was vannacht zeer duidelijk. Hij zei dat er een geloofwaardig pad moet komen naar een einde van de bezetting en naar de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen. Dat leidt naar de oplossing van het conflict. Zolang de bezetting voortduurt, moet België ook met dat akkoord doorgaan. U hebt het zelf ook herhaald. De importban uit de nederzettingen moeten worden gerealiseerd, evenals de formele erkenning van de Palestijnse staat. Het is tijd dat de tweestatenoplossing niet langer een droom is voor de Palestijnen, maar echt realiteit wordt.
Kathleen Depoorter:
Zoals u zegt, mijnheer de minister, moeten we elke kans op hoop en vrede grijpen. Wij steunen u dan ook voluit in de acties die u zult ondernemen.
Het is essentieel, collega’s, dat wij blijven pleiten voor de tweestatenoplossing, dat we blijven werken aan het zelfbeschikkingsrecht en dat we ervoor zorgen dat Hamas daadwerkelijk wordt ontmanteld en geen toegang tot de politieke macht in Gaza krijgt. Het is eveneens van belang dat de gijzelaars naar huis kunnen terugkeren en dat de wapens volledig zwijgen in de Gazastrook.
Er moet ook aan de bezette gebieden worden gewerkt. U hebt het ook gezegd, mijnheer de minister. Wij pleiten, samen met u en de arizonaregering, voor vrede, voor toekomst en voor het zwijgen van de wapens.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous avez parlé de diplomatie. Quand il s'agit d'autres pays, vous prenez directement des sanctions, mais lorsqu'il s'agit d'Israël, "on fait de la diplomatie". Je vous dis une chose, monsieur le ministre: si, aujourd'hui, Israël commet un génocide et impose un blocus, c'est parce qu'il a reçu le soutien politique, économique et militaire de l'Union européenne, y compris la Belgique, et des É tats-Unis. Voilà la réalité! Votre réponse, monsieur le ministre, est soit de l'hypocrisie soit de la complicité. Vous avez parlé du plan de paix de Trump. Ce n'en est pas un. C'est du colonialisme qui s'ajoute à la colonisation. C'est donc ainsi que vous considérez le peuple palestinien? Avoir une administration dirigée par Trump, avec le criminel de guerre Blair et le bourreau génocidaire Netanyahu? Ce sont eux qui vont décider pour le peuple palestinien? Celui-ci mérite l'autodétermination et son indépendance!
De gelijkstelling van periodes van ziekte en moederschapsrust bij een pensioenmalus
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
cd&v eist dat ziekteperiodes (bv. kanker, MS) en moederschapsrust volledig meetellen als gewerkte dagen voor het pensioen, om dubbele afstraffing van zieken en vrouwen (met name pre-2003 bevalling) te voorkomen. Minister Jambon bevestigt dat moederschapsrust gelijkgesteld wordt en dat ziektecorrectie besproken wordt, maar benadrukt re-integratie boven vervroegd pensioen. Lanjri (cd&v) dringt aan op volle gelijkstelling (geen lichte correctie) en noemt dit essentieel voor een rechtvaardige hervorming. De regering onderzoekt nog concrete maatregelen.
Nahima Lanjri:
Wie ziek wordt, kiest daar niet voor. Toch riskeren mensen die ooit ernstig ziek zijn geweest, bijvoorbeeld, door kanker, MS of een andere zware ziekte, binnenkort mogelijk een lagere pensioenuitkering als ze vervroegd met pensioen gaan. In die gevallen wil men ziektedagen niet volledig gelijkstellen met effectief gewerkte dagen. Wij willen vanuit cd&v evenwel een pensioenstelsel dat sociaal en rechtvaardig is. Wie de pech heeft gehad om ziek te worden, mag niet nogmaals worden afgestraft bij het pensioen.
Hetzelfde geldt voor moederschapsrust. Het is logisch dat de dagen van moederschapsrust meetellen voor het pensioen. Dat is in principe ook de bedoeling. Helaas blijkt dat voor vrouwen die v óó r 2003 bevallen zijn, die periodes vaak als ziekteverlof en niet als zwangerschapsverlof werden geregistreerd. Een van de voorgestelde oplossingen is dat vrouwen zelf moeten bewijzen dat ze bevallen zijn, moederschapsrust hebben genomen en niet ziek waren. Stel u voor. Een vrouw van 64 jaar oud vraagt haar pensioen aan en men vraagt haar om aan te tonen dat ze in 1987 geen ziekteverlof, maar moederschapsrust heeft opgenomen. Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop en dat willen we niet.
Daarom, mijnheer de minister, is het voor ons duidelijk: zorg ervoor dat die periodes gelijkgesteld worden. Niet alleen zwangerschapsrust, maar ook ziekteperiodes moeten gelijkgesteld worden voor het pensioen. Op die manier slaat men twee vliegen in één klap: zieken en vrouwen worden niet afgestraft. Geen enkele vrouw zal nog gevraagd worden om te bewijzen dat ze bevallingsverlof heeft opgenomen in plaats van ziekteverlof. Dat is logisch en eerlijk. Dat is een faire pensioenhervorming, iets waar wij allen in dit Parlement voor zouden moeten staan.
Bent u het daarmee eens?
Jan Jambon:
Mevrouw Lanjri, zoals u ongetwijfeld weet, lopen de besprekingen over een mogelijke aanpassing in tweede lezing van de arizonapensioenwet momenteel binnen de regering. Zoals ik vorige week in de Commissie voor Sociale Zaken toelichtte, ligt ook het voorstel op tafel om alle vormen van moederschapsrust gelijk te stellen met effectief gewerkte dagen, zodat voldaan wordt aan de werkvoorwaarden, ook voor de nieuwe vorm van vervroegd pensioen van 60 jaar na 32 effectief gewerkte jaren van elk minstens 234 dagen.
Ook de discussie over de gelijkstelling van periodes van langdurig ziekte om bij vervroegd pensioen gevrijwaard te worden van de malus wordt zoals afgesproken nog verder gevoerd binnen de regering. Daarbij zal ook het voorstel om te voorzien in een vorm van ziektecorrectie aan bod komen. Het spreekt voor zich dat ik niet kan vooruitlopen op het resultaat van deze besprekingen, maar ik kan wel bevestigen dat de voltallige regering volmondig achter de doelstelling staat om langdurig zieken niet aan hun lot over te laten, maar om extra in te zetten op hun re-integratie, bijvoorbeeld in de vorm van een deeltijdse progressieve werkhervatting. Dat is volgens mij een veel betere oplossing voor henzelf en voor de sociale zekerheid dan hen zo snel mogelijk te laten doorstromen naar een vervroegd pensioen.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, een pensioenhervorming is nodig als we de pensioenen betaalbaar willen houden, maar die moet rechtvaardig zijn. Ik heb in februari al meteen gezegd dat die ziektedagen moesten meetellen en ik herinner mij dat u zich toen vergiste en dacht dat die ziektedagen meetelden. Elke logisch denkende mens zou immers denken dat die ziektedagen zouden meetellen en dat men daar niet voor afgestraft zou worden. Ik ben bij te horen dat u nog bereid bent om binnen de regering te bekijken hoe we niet alleen de moederschapsrust, maar ook die ziektedagen kunnen meepakken. Voor cd&v moet het meer zijn dan een lichte correctie en moet die periode volledig meetellen. Men kan daar immers niet aan doen, men kiest er niet voor om bijvoorbeeld ALS, MS of kanker te krijgen. Laten we dus kiezen voor een faire en zorgzame pensioenhervorming.
België als land met het hoogste percentage gezinnen waar niemand werkt van de hele EU
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met het hoogste aandeel werkloze gezinnen in Europa (11,3%), vooral in Brussel en Henegouwen, wat economisch (16 miljard tekort tegen 2029) en sociaal onhoudbaar is. Minister Clarinval bevestigt het drieledig plan: behoud van een sociaal vangnet, versnelde degressiviteit van uitkeringen (met uitzonderingen) en versterkte begeleiding via OCMW’s en sociale economie om werkloosheidsvallen te doorbreken. Van den Heuvel (CD&V) benadrukt dat 80% werkzaamheid cruciaal is, maar waarschuwt dat activering zonder werkbaar werk en gezinsvriendelijk beleid (o.a. via *familiekrediet*) dweilen met de kraan open blijft. Beide partijen zien werk als sleutel tot welvaart en waardigheid, maar CD&V eist extra focus op gezinsleven als hefboom.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, wij leven blijkbaar in een land waar in één op de negen gezinnen niemand werkt. Dit cijfer is het hoogste in Europa, met zelfs uitschieters tot 20 % en meer in Brussel en in de provincie Henegouwen. Voor mij is dit nogmaals het bewijs waartoe het socialistisch PS-hangmatbeleid leidt. Beste collega's, dit is onhoudbaar, omdat het niet alleen een groot economisch, maar ook een sociaal probleem vormt. We staan voor een grote budgettaire uitdaging van 16 miljard euro tegen 2029. Het is dan goed om volop te beseffen dat wanneer we naar een werkzaamheidsgraad van 80 % gaan, dit de schatkist bijna 15 miljard euro extra oplevert. Het budgettaire gat zou daarmee voor een groot deel gedicht zijn.
Het is dus absoluut nodig om in te zetten op meer jobs en op mensen die deze jobs kunnen invullen. Het is echter ook een sociaal probleem, want we weten allemaal dat mensen afhankelijk maken van een uitkering niet de juiste weg is. Het hebben van een job versterkt bovendien de zelfwaarde aanzienlijk. Het is een hefboom voor persoonlijke ontwikkeling en draagt bij aan meer welzijn.
Beste minister, ons land behoort tot het groepje Europese landen waarvan het budgettaire tekort niet bij de besten van de klas hoort. We leven in een land waar het aantal gezinnen waarin niemand werkt het hoogst is. Samen hebben we de beperking van de werkloosheidsduur goedgekeurd in de voorbije maanden. Het is nu absoluut een prioriteit om meer jobs te creëren en de werkzaamheidsgraad naar 80 % te brengen. We rekenen sterk op uw daadkracht.
David Clarinval:
Mijnheer Van den Heuvel, u wijst terecht op een realiteit. Ons land telt verhoudingsgewijs het grootste aantal huishoudens waar bijna niemand werkt, namelijk 11,3 % in 2024 tegenover 7,9 % gemiddeld in de Europese Unie. Dat is de slechtste Europese score.
Wij worden dus geconfronteerd met een structureel probleem inzake arbeidsdeelname in bepaalde gezinnen ondanks de sterkte van onze sociale bescherming. Deze regering is zich bewust van die werkelijkheid en handelt daarnaar. Onze lijn is duidelijk, wij streven naar bescherming en activering. Werk blijft immers de eerste bescherming tegen armoede.
Concreet worden drie hefbomen tegelijk gehanteerd. Ten eerste, wij behouden een stevig vangnet.
Vervolgens versterken wij de activering. De werkloosheidsuitkeringen zullen in de tijd worden beperkt, zoals in andere landen van de eurozone. Wij voorzien in verantwoorde uitzonderingen maar ook in een actieve versnelde degressiviteit. Het gaat er niet om te sanctioneren, wel om langdurige inactiviteit te vermijden. Alle internationale instellingen herinneren ons er trouwens aan dat een onbeperkt systeem werkloosheidsvallen creëert.
Tot slot voorzien wij in een echte begeleiding. Extra middelen worden uitgetrokken voor de OCMW’s en de sociale economie om een actieve heroriëntering te garanderen. Studies van de RVA tonen aan dat dergelijke maatregelen de werkhervatting bevorderen.
Collega's, het beste sociale beleid is toegang tot werk. Op dat vlak zullen wij vastberaden blijven. Dat is essentieel voor de welvaart en de waardigheid van elke burger.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, u hebt wijze woorden gesproken. Een activeringsbeleid is absoluut nodig. Wij moeten de doelstelling van 80 % absoluut behalen en daar ook naar streven. Collega’s, een activeringsbeleid zonder aandacht voor werkbaar werk is echter dweilen met de kraan open. Wij moeten daar dus absoluut durven op inzetten. Een combinatie met een goed gezinsleven is daarom voor onze partij, cd&v, een prioriteit. Mijnheer de minister, wij rekenen er dan ook op dat u het familiekrediet ondersteunt, dat voor ons een belangrijk instrument is om de activeringsgraad te verhogen, zonder afbreuk te doen aan het gezinsleven. Wij rekenen ook op uw steun om het familiekrediet de komende weken niet te vergeten.
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs over de overbevolking van de gevangenissen
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs
De overbevolkte Belgische gevangenissen
Gevangenisdirecteurs slaan alarm over chronische overbevolking Belgische gevangenissen
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
Vooruit
Alain Yzermans
CD&V
Steven Matheï
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De catastrofale overbevolking in Belgische gevangenissen (13.156 gedetineerden op 11.000 plaatsen, 350+ grondslapers) leidt tot veiligheidsrisico’s, mensonwaardige omstandigheden en burn-outs bij personeel, terwijl directeurs dreigen met gedwongen vrijlating van gevangenen als noodmaatregel. Minister Verlinden erkent het acute probleem—veroorzaakt door stijgende criminaliteit (drugs, geweld), tekort aan plaatsen, en 1.000+ geïnterneerden/illegale migranten in gevangenissen—en wijst op kortetermijnacties (versnelde uitzetting illegale gedetineerden, overplaatsing geïnterneerden naar zorginstellingen) en langetermijnplannen (nieuwe gevangenissen, modulair bouwen), maar benadrukt dat structurele oplossingen falen zonder extra budget (1 miljard gevraagd) en samenwerking met andere ministers (Migratie, Volksgezondheid). Kritiek varieert van Vlaams Belangs eis om alle buitenlandse criminelen uit te zetten (à la Duitsland) tot linkse oproepen om te stoppen met "meer opsluiten" en te investeren in reïntegratie, betere arbeidsomstandigheden voor bewakers, en prioritering van justitie boven defensie-uitgaven (bv. F-35’s). De kernvraag—hoe de crisis *nu* te breken—blijft onbeantwoord, terwijl de vertrouwenscrisis bij personeel escaleert.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de gevangenissen zitten propvol. Er is plaats voor 11.000 gedetineerden, maar vandaag is een recordaantal van 13.156 bereikt, met 353 grondslapers. De situatie is werkelijk uitzichtloos.
In de voorbije maanden hebben de gevangenisdirecteurs al herhaaldelijk aan de alarmbel getrokken maar de reactie van deze regering was bedroevend. De noodwet van deze zomer heeft niets, nul, nada, uitgehaald, integendeel. Vlaams Belang had u nochtans gewaarschuwd.
Nee, mevrouw de minister, verwijs alstublieft niet naar de vier zogenaamde taskforces, die pas in 2028 hun definitieve voorstellen moeten geven. Dat probleem moet niet onderzocht worden. Het is niet nieuw, maar sleept al decennialang aan. Het bestond al in 1991, toen ik voor de eerste keer in het Parlement zetelde. De opeenvolgende ministers van Justitie, van cd&v, van Open Vld en van de socialisten, hebben dat probleem laten verrotten.
De gevangenisdirecteurs dreigen nu met toch wel zeer drastische acties. Voor elke nieuwkomer willen ze twee gedetineerden vrijlaten. Die actie is werkelijk ongezien, wat bewijst dat de gevangenisdirecteurs compleet ten einde raad zijn en dat ze zich totaal niet gehoord voelen door de politiek.
Vlaams Belang begrijpt hun frustratie, mevrouw de minister, maar het vrijlaten van gedetineerden is niet het antwoord waarop deze samenleving zit te wachten. U moet handelen. U, en bij uitbreiding de hele regering, draagt hier een verpletterende verantwoordelijkheid. Oplossingen zijn er, maar niet de collectieve gratie, zoals sommigen vandaag voorstellen.
Mevrouw de minister, welke noodmaatregelen zullen u en deze regering bij hoogdringendheid nemen?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, gevangenisdirecteurs, vakbonden en magistraten trekken aan de alarmbel, want de onhoudbare toestanden in de gevangenissen zijn ongezien. Die alarmbel moet u dwingen tot nieuwe en dringende acties. Het is een kwestie van waardigheid, zowel voor de gedetineerden als voor het gevangenispersoneel. Bovenal is het een veiligheidsprobleem. De veiligheid van onze samenleving komt stilaan in het gedrang. Sinds uw aantreden is het aantal grondslapers verdubbeld, zijn er enorme personeelstekorten, puilen de cellen uit en stijgt het druggebruik in de gevangenissen stilaan, met alle gewelddadige dynamieken tot gevolg. Camera's en sloten functioneren niet en de gebouwen zijn aftands. Dat alles leidt tot mensenrechtenschendingen.
De overbevolking in de gevangenis leidt tot schrijnende levensomstandigheden, maar, nog meer, heeft ernstige gevolgen voor het gevangenispersoneel, dat elke dag keihard werkt voor iedereen. We bevinden ons op een punt van onomkeerbaarheid. Werkgroepen en taskforces brengen inderdaad geen zoden aan de dijk. De dijk van veiligheid dreigt stilaan te breken. Er is nood aan crisismanagement, concrete stappen, acties en hervormingen. Er is geen weg terug, mevrouw de minister. De cijfers stijgen en de toestanden op het terrein worden soms angstaanjagend.
Wat zult u doen voor de algemene veiligheid? Wat zult u doen om de veiligheid in onze gevangenissen in de toekomst te garanderen?
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, de gevangenisdirecteurs slaken gisteren en vandaag een noodkreet over de overbevolking. Ze kennen natuurlijk de situatie op het terrein. Als we alleen al bijvoorbeeld naar de gevangenis van Hasselt kijken, daar zijn 640 gevangenen voor 450 plaatsen.
Als burgers verwachten wij echter dat wanneer verschrikkelijke taferelen gebeuren zoals in Roeselare en in Mol, de daders van zo'n steekpartij snel gevat worden, berecht worden en een straf krijgen die ze moeten uitzitten.
Om het probleem van de overbevolking op te lossen, is extra budget nodig. We moeten investeren in binnenlandse veiligheid en in justitie. Als we dat niet doen, krijgen we als maatschappij de factuur dubbel terug. Het is heel belangrijk dat we dat onder ogen zien.
Justitie kan het echter niet alleen. Neem bijvoorbeeld de 1.000 geïnterneerden die in de gevangenissen zitten en zo medeoorzaak zijn van de overpopulatie. Zij zouden beter in een gespecialiseerde instelling zitten, vandaar mijn vraag aan minister Vandenbroucke waar de realisaties op het terrein blijven. Of neem de 4.000 tot 5.000 gevangenen zonder verblijfsrecht, die best naar hun land van herkomst zouden worden teruggebracht of minstens in een gesloten instelling zouden moeten terechtkomen. Ook daaromtrent vragen we waar de realisaties op het terrein blijven.
Voor cd&v is binnenlandse veiligheid een prioriteit. Dat betekent dat we de straffeloosheid moeten aanpakken. Straffen moeten worden uitgevoerd. Wat ons betreft hoort daar geen maatregel bij van collectieve genade waardoor gevangenen de straat opgaan. De strafuitvoering moet worden gecombineerd met een re-integratieproject, zodat de gevangenen die vrijkomen zich kunnen re-integreren en recidive beperkt wordt.
Mevrouw de minister, hoe zult u uw collega’s aanzetten om ook de nodige acties te ondernemen en samen het probleem van de overbevolking aan te pakken?
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, je reviens de la prison de Saint-Gilles. Ce qui se passe aujourd'hui dans toutes les prisons du pays est inédit. Directeurs, agents pénitentiaires, administrations sociales, tous se mobilisent. Quand ceux qui tiennent la maison descendent dans la rue, c'est que la maison croule.
Et elle croule. On compte aujourd'hui 13 198 détenus pour 11 098 places. Cela veut dire des cellules d'une personne qui en accueillent deux ou trois. Plus de 360 détenus qui dorment à même le sol, collés aux toilettes, enfermés 22 heures par jour sans activités.
À côté, les agents pénitentiaires qui subissent la même pression, la même dégradation. "Je vais au travail, la boule au ventre", "On est pressé comme des citrons, mais il n'y a plus de jus", "Je n'ai plus de temps ni d'énergie pour ma famille", voilà ce qu'on entend. Congés jamais pris, sous-effectifs permanents, peur de la violence, beaucoup tombent en burn-out ou quittent le métier.
La situation actuelle renforce l'insécurité des détenus, des agents pénitentiaires et de la société en général. Ce n'est plus une demande, c'est un cri d'alarme qu'on entend dans la presse.
Madame la ministre, quel résultat la loi d'urgence votée cet été a-t-elle donné? Quelles mesures supplémentaires comptez-vous prendre? Confirmez-vous que 5 600 détenus doivent encore rentrer en prison d'ici à 2027? Si oui, comment absorber le flux? Comment allez-vous redonner de l'attractivité au métier d'agent pénitentiaire?
Annelies Verlinden:
Collega's, ik heb uiteraard ook de schreeuw van de gevangenisdirecteurs en het personeel gehoord. Ik hoorde die schreeuw niet gisteren of eergisteren voor het eerst, maar wel op de eerste dag van mijn mandaat.
De situatie in vele van onze gevangenissen is immers schrijnend en dat al vele jaren. Ik hoor het wekelijks tijdens mijn bezoeken aan gevangenissen en in contacten met directeurs en medewerkers. Duizenden gedetineerden zitten 22 uur per dag op elkaar gepakt in kleine en verouderde cellen. Er zitten duizenden mensen zonder wettig verblijf. Er zitten meer dan duizend psychiatrische patiënten en gedetineerden in psychiatrische kwetsbaarheid, zonder toereikende zorg en met onvoldoende re-integratie- en terug-naar-werkbegeleiding.
Te midden daarvan zijn medewerkers dag in dag uit bezig om veiligheid, organisatie en samenleving mogelijk te maken. Zij verdienen ons grootste respect.
Il est illusoire de penser qu'un tel environnement puisse profiter à la sécurité. C'est précisément pour cette raison que je me suis attaquée, dès le premier jour, à ce problème complexe et persistant.
Eerst moesten we dringend werk maken van de noodwet, omdat duizenden gedetineerden ingevolge beslissingen van de vorige legislatuur niet met hun gevangenisstraf waren gestart. Sinds de inwerkingtreding van de wet op 4 augustus werden maar liefst 700 dossiers bij de strafuitvoeringsrechtbanken aanhangig gemaakt. De noodwet heeft dus wel degelijk een impact, mevrouw Dillen, maar de instroom is groot. Daarom heb ik ook altijd gezegd dat de noodwet alleen niet voldoende zal zijn. De cijfers liegen er niet om. Het aantal druggerelateerde feiten, steekpartijen, zedenfeiten en intrafamiliaal geweld was nog nooit zo hoog, met stijgingen tot meer dan 40 % in de laatste 5 jaar. Dat zien we dus ook in de gevangenissen.
Sinds februari pakken we de overbevolking met drie maatregelen aan. Voor de korte termijn kunnen we capaciteit winnen door in te zetten op de terugkeer van personen in onwettig verblijf en de gepaste opvang van de meer dan duizend geïnterneerden. Daarvoor werken we goed samen met de ministers van Asiel en Migratie en Volksgezondheid. Ik ga ervan uit dat we samen voldoende daadkracht aan de dag zullen kunnen leggen.
Met de noodwet kan de Dienst Vreemdelingenzaken mensen zonder wettig verblijf alvast sneller van het grondgebied verwijderen. Mijnheer Yzermans, ik ben al zeer lang vragende partij om de zorg voor de geïnterneerden over te hevelen naar Volksgezondheid. Duizend plaatsen zou een enorme verlichting zijn in de capaciteit van de gevangenissen.
Deuxièmement, en collaboration avec la Régie des Bâtiments, nous travaillons à l'augmentation de la capacité carcérale grâce à des unités modulaires et des maisons de détention ainsi qu'à la nouvelle prison à Anvers, au maintien en activité d'anciennes prisons et à la construction d'une nouvelle prison à Vresse-sur-Semois.
Ten derde, moeten we ons strafrechtelijk beleid tegen het licht houden. De branden die in de afgelopen decennia geblust zijn, verhinderen niet dat onze gevangenissen blijven uitpuilen, dat het aantal veroordelingen wegens het schenden van mensenrechten blijft oplopen en dat de recidivecijfers hoog blijven. We moeten dus inzetten op voorstellen die én de veiligheid bevorderen én een duurzaam strafrechtelijk beleid dienen. Meer van hetzelfde zal niet leiden tot structurele veranderingen.
En ce qui concerne la grâce, je puis vous indiquer que cette mesure a été prise pour corriger ou répondre à des situations personnelles dans des cas individuels. Elle n'a pas vocation à contribuer de manière structurelle à une politique de détention durable, légale et sûre.
Chers collègues, une chose est certaine. Les moyens actuels dont dispose la justice sont insuffisants. À titre d'exemple, on compte 13 000 détenus pour 11 000 places, sans que les moyens financiers qui y correspondent soient disponibles. Tout le monde le sait: le compte n'y est pas.
Deze regering maakt terecht van veiligheid een prioriteit en iedereen verwacht van justitie dat het onmiddellijk alles kan oplossen. Ook ik wil dat graag en ik heb er de plannen voor klaar, maar dan moeten we wel consequent zijn en investeren.
Voor wie enerzijds verontwaardigd is over het toegenomen familiaal geweld en de steekpartijen of over het nietsontziend drugsgeweld in Brussel en Antwerpen, maar anderzijds verwacht dat dit kan worden verholpen zonder bijkomende inspanningen, wil ik een nieuwe spiegel kopen. Dat zou immers betekenen dat van justitie wordt gevraagd om een boksmatch te winnen met een hand op de rug. We kunnen en moeten beter, voor onze veiligheid, onze welvaart en voor alle schakels, partners en medewerkers in de veiligheidsketen, van de wijkinspecteur tot de penitentiair beambte, door hen de middelen te geven om hun werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Op mij kunnen zij alvast rekenen. Dank u.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, u hebt een uitvoerig antwoord gegeven, maar ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag over uw standpunt betreffende de aangekondigde zeer drastische acties van de gevangenisdirecteurs. Criminelen vrijlaten en zodoende de samenleving onveiliger maken, is geen oplossing voor de overbevolking. De echte oplossing ligt volledig voor het grijpen: het terugsturen van alle buitenlandse criminelen naar hun landen van herkomst om daar hun straf uit te zitten.
In ons land is er geen gebrek aan capaciteit, het probleem is dat er te veel illegale en te veel buitenlandse criminelen in onze gevangenissen zitten. Maak daarvan werk! Daartoe is meer daadkracht nodig. Waarom kan in ons land niet wat in andere landen wel kan? Ik verwijs naar Duitsland, waar men dat zeer radicaal aanpakt, want uit Duitsland worden criminelen teruggestuurd naar Afghanistan en naar Syrië. Waarop wachten u en uw N-VA-collega Van Bossuyt om dat te realiseren?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, het is tijd voor actie. Als ik twintig miljard had, u vroeg één miljard, dan zou ik het gat in de begroting wegwerken. Geld is echter geen wondermiddel. U moet op het terrein een concreet toekomstplan opstellen en proberen te realiseren.
Frank Vandenbroucke reikt u de hand, is bereid om in het luik van de interneringen oplossingen te bieden en die hervormingen ook door te voeren. Wij pleiten voor gevangenissen die geen misdaadfabrieken zijn, maar voor humane detentie. Iedere mens, iedere gevangene heeft een naam en is geen nummer. Wij pleiten voor een goed voorbereide terugkeer naar de samenleving, maar ook voor straffen die correct worden uitgevoerd. Dat alles dient te gebeuren in veilige omstandigheden en binnen een veilige samenleving.
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Bij uw aantreden hebt u natuurlijk een aanzienlijke erfenis gekregen, waarmee u in de afgelopen acht maanden aan de slag bent gegaan. Zoals we hebben gehoord, doet u dat met een duidelijke visie op korte, middellange en lange termijn. Dat alles kunt u echter niet alleen realiseren, daarvoor zijn andere zaken nodig, is samenwerking nodig. We hebben zojuist gehoord dat sommigen u de hand reiken.
Er moet absoluut iets worden gedaan aan de overbevolking en aan de geïnterneerden en de mensen zonder verblijf, want momenteel vormt de gevangenis de laatste schakel in de rij. Daarbij horen ook voldoende budgetten, zodat u, zoals u aangeeft, niet met een hand op de rug hoeft te boksen. Op die manier kunnen we zowel het probleem van overbevolking als dat van straffeloosheid aanpakken. De mensen verwachten dat van ons.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, cela fait 20 ans que votre parti et d'autres, à droite, désinvestissent dans la justice. Le résultat? Surpopulation, matelas par terre et agents à bout. Vous réclamez un milliard et vous savez que vous ne l'aurez pas. Un milliard pour la justice? Pas possible. Trente-quatre milliards pour la défense? Oui, en un instant. Cela ne va pas! Renoncer à quelques F-35 sera un bien meilleur investissement pour la sécurité et pour notre société. Arrêtez la fuite en avant, cessez de toujours enfermer plus, de toujours plus construire et de toujours plus surcharger les agents, parce que ces agents pénitentiaires méritent mieux, madame la ministre! Si vous voulez vraiment les soutenir, renoncez à la réforme des pensions, rendez-leur leurs primes et augmentez les salaires! Vous dites: "Ils peuvent toujours compter sur moi." Sachez une chose: sur le terrain, ils ne vous croient plus. Merci.
De oproep van Voka om werknemers na één maand ziekte naar de controlearts te sturen
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 25 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met het hoogste aandeel langdurig zieken in Europa (1 op 10), wat economische en sociale kosten met zich meebrengt. Voka’s voorstel—huisartsen maximaal één maand ziekte laten voorschrijven en daarna de arbeidsarts inschakelen—wordt afgewezen als wantrouwend en te rigid, vooral voor complexe medische gevallen zoals kanker of zware operaties. Minister Vandenbroucke benadrukt dat werkgevers nu al verplicht zijn (maar nalaten) de arbeidsarts te betrekken na een maand afwezigheid en kondigt een wetsontwerp aan met verplichte melding, fitnote-invoering (focus op *wat iemand nog wél kan*) en werkgeversverantwoordelijkheid om binnen zes maanden alternatieven te bieden. cd&v en de minister eisen samenwerking tussen alle partijen (werknemer, werkgever, artsen) en versnelde uitrol van de fitnote om langdurig ziekteverzuim structureel aan te pakken.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, in België is één op tien werkenden langdurig ziek. Daarmee scoren wij het slechtst in heel Europa. Dat kost niet alleen handenvol geld aan de sociale zekerheid, maar wij laten ook talent verloren gaan dat wij op de arbeidsmarkt heel hard nodig hebben.
In de krant lazen wij vandaag een nieuw voorstel van werkgeversorganisatie Voka, dat voorstelt dat huisartsen nooit langer dan een maand ziekte kunnen voorschrijven en dat vanaf dan de arbeidsarts wordt ingeschakeld.
Wij zijn de eersten om aan te dringen op oplossingen voor langdurig zieken en om dat probleem aan te pakken. Dit voorstel verwondert ons echter. Het gaat uit van wantrouwen, alsof artsen niet weten hoe lang de ziekteperiode moet zijn voor iemand die ziek is. Wat gaan wij dan bepalen? Leggen wij vast dat een arts nooit langer dan een maand mag voorschrijven, ook als iemand moet herstellen van een zware operatie of een kankerbehandeling moet ondergaan? Dat kan toch niet.
Uiteraard moet de zieke goed opgevolgd worden en moet er regelmatig controle zijn. Een koele afhandeling is voor cd&v echter niet the way to go . Een mens blijft een mens. Wij moeten vooral focussen op de juiste begeleiding en op wat iemand nog wel kan in plaats van te focussen op wat hij of zij niet meer kan. Artsen moeten kunnen werken met de fitnote. Als de arts vindt dat de patiënt nog bepaalde taken kan uitvoeren, kan hij dat aangeven in de fitnote. Hij kan overleggen met de arbeidsarts om te bekijken wat de mogelijkheden zijn op de werkvloer.
Op die manier zorgen wij ervoor dat de afstand tot de arbeidsmarkt niet groter wordt, laten wij niemand aan zijn lot over en zetten wij mensen niet in een vergeethoekje zonder hen met de juiste begeleiding te ondersteunen.
Wat is uw mening over het voorstel van VOKA? Hoever staat u met de uitwerking van de fitnote?
Frank Vandenbroucke:
Mensen die door ziekte afwezig zijn, hebben recht op de beste zorg en de best mogelijke ondersteuning om zo snel als mogelijk weer aan het werk te gaan.
Het voorstel van de werkgeversorganisatie Voka is inderdaad een uiting van veel wantrouwen tegenover artsen en vooral van weinig vertrouwen in zichzelf. Het is eigenlijk wat vreemd. Voka wil de arbeidsarts centraal plaatsen, maar vandaag is die al verplicht om actie te ondernemen om een zieke werknemer te helpen, zodra een werkgever meldt dat die persoon langer dan een maand afwezig is. De waarheid is dat werkgevers dat bijna nooit melden. Ik vraag me dus af of Voka zijn leden daarover zal informeren en zal zeggen dat dit moet gebeuren. Zal Voka zijn verantwoordelijkheid nemen in plaats van, zoals zo vaak, een ander met de vinger te wijzen?
Overigens ligt er morgen een belangrijk wetsontwerp voor in de ministerraad, waarmee we onder meer een garantie zullen inbouwen dat de arbeidsarts inderdaad op de hoogte wordt gebracht als iemand een maand afwezig is en in hij actie moet komen. In dat wetsontwerp zullen ook verplichtingen voor werkgevers worden opgenomen om voor mensen die nog kansen hebben niet langer dan zes maanden te wachten om praktische oplossingen en alternatieven in het bedrijf aan te bieden. Daarnaast zullen artsen de mogelijkheid krijgen aan te geven wat mensen nog wél kunnen, de zogenaamde fitnote. We zullen inzetten op ieders verantwoordelijkheid. Het systematisch doorschuiven van de hete aardappel en het afschuiven van schuld op anderen is geen oplossing voor mensen die door ziekte uitvallen. Pas als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, ook Voka en de Vlaamse werkgevers, zullen we vooruitgang boeken.
Nahima Lanjri:
Meneer de minister, we weten allemaal dat iedereen een verantwoordelijkheid heeft om ervoor te zorgen dat het aantal langdurig zieken teruggedrongen wordt. Met 526.000 langdurig zieken kunnen we niet op deze manier doorgaan. Iedereen draagt verantwoordelijkheid, zowel de werknemer, die wanneer hij hiertoe in staat is moet werken, eventueel met aangepast werk, als de werkgever, die moet zorgen voor de mogelijkheden daartoe. We constateren soms nog een gebrek aan bereidheid aan de kant van de werkgever. Ook artsen en mutualiteiten spelen een belangrijke rol, zowel bij de controle als bij de begeleiding. Daarom vragen we vanuit cd&v om werk te maken van de fitnote. Ik denk dat we daar echt stappen vooruit moeten zetten. Ik ben ervan overtuigd dat we dan eindelijk iets kunnen doen aan dit probleem, dat al veel te lang aansleept.
De bescherming van slachtoffers van familiaal geweld
De drievoudige moord in Roeselare
De drievoudige moord in Roeselare
Maatschappelijke impact, preventie en juridische aanpak van familiaal geweld en extreme gevallen zoals Roeselare
Gesteld door
N-VA
Sophie De Wit
VB
Alexander Van Hoecke
CD&V
Nathalie Muylle
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 25 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een Afghaanse man, eerder veroordeeld voor familiaal geweld maar met een lichte straf (1 jaar, half voorwaardelijk) en zonder effectief toezicht, pleegde een drievoudige moord in Roeselare, ondanks een lopend contactverbod. Sophie De Wit dringt aan op snelle goedkeuring van haar wetsvoorstel voor gps-tracking van daders en slachtoffers (slachtofferapplicatie) om herhaling te voorkomen, terwijl Alexander Van Hoecke de te lage straffen, gebrek aan uitzetting van criminelen en taalbarrières (geen begeleiding door onvoldoende Nederlands) hekelt als systeemfalen. Minister Annelies Verlinden belooft strafverzwaringen, gespecialiseerde rechtbanken, betere slachtofferbescherming (mobiel alarm, gps) en verbeterde communicatie tussen justitie en lokale besturen, maar erkent dat onmiddellijke aanhouding bij voorwaardelijke straffen niet mogelijk was. De discussie draait om systeemtekorten in preventie, strafuitvoering en migratiabeleid, met urgente oproepen tot concrete maatregelen.
Voorzitter:
Collega's, gelieve respect op te brengen voor degene die het woord heeft. Dat is nu mevrouw De Wit.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, collega’s, een Afghaanse man werd vorige week veroordeeld wegens familiaal geweld tot een gevangenisstraf van één jaar, waarvan de helft met uitstel. Er gold een contactverbod gedurende de beroepstermijn, die nog liep, maar het heeft niet mogen baten. Afgelopen zondag is hij aan een dodelijke raid begonnen. Uiteindelijk heeft hij zijn partner, een kennis en de buurman om het leven gebracht.
Uiteraard roept dat opnieuw heel wat vragen op, ook over de werking van Justitie. Uiteraard zijn we dan verontwaardigd, ik ook. Het zal maar uw moeder, uw vriend, uw broer, uw zus of uw vader zijn. Die verontwaardiging is terecht, alweer, want dit is helaas niet de eerste keer.
Verontwaardiging volstaat echter niet. Daarvoor zijn wij hier, collega’s: als politici moeten we proberen het verschil te maken. Dat is wat ik probeer te doen. In het regeerakkoord hebben we een uitgebreid luik geschreven over een betere bescherming van slachtoffers. Daarin staan heel wat maatregelen en een daarvan is de slachtofferapplicatie. Bij een contact- of plaatsverbod kan er een gps-systeem gekoppeld worden aan zowel het slachtoffer als aan de dader. Wanneer iemand dat plaatsverbod schendt of te dicht in de buurt komt, wordt een signaal verstuurd en kunnen de instanties ingrijpen. Op die manier weet men dat, en de dader weet dat hij gevolgd wordt.
Mevrouw de minister, collega’s, naast de verontwaardiging die er vandaag opnieuw is, ligt er ook een wetsvoorstel op tafel. We hebben dat in januari al ingediend en de adviezen zijn al gevraagd. Wat ik u hier vandaag eigenlijk alleen maar wil vragen – aan u allen – is uw steun. Kunnen we dat wetsvoorstel, dat de wettelijke basis biedt voor wat vandaag al een proefproject is, alstublieft snel goedkeuren? Zo hoeven er niet nog meer drama’s te gebeuren. Ik dank u.
Alexander Van Hoecke:
Drie verschillende moorden door een reeds veroordeelde Afghaan binnen enkele uren tijd. Mohamed K. is een man die sinds 2015 in ons land verblijft, geen woord Nederlands spreekt en al veroordeeld werd voor brutaal intrafamiliaal geweld. Vorige zomer moest de politie ter plaatse komen nadat zijn eigen dertienjarige zoon in paniek bij de buren had aangebeld. Ter plaatse constateerde de politie dat zijn vrouw verwondingen had aan handen, armen en hoofd. De vier kinderen waren in het gezicht geslagen met een broeksriem, een gsm-oplader of een plastic kabel.
Welke straf kreeg Mohamed K. daarvoor? Eén jaar cel, waarvan de helft met uitstel. We weten allemaal wat dat betekent, want deze regering kiest er heel duidelijk voor om celstraffen van zes maanden of minder niet uit te voeren.
Nog frappanter was dat aan die geheel voorwaardelijke straf geen voorwaarden waren gekoppeld, want Mohamed K. sprak onvoldoende Nederlands. Volgens de rechter zou dat niet werkbaar zijn. Donderdag werd die straf, of het complete gebrek aan straf, uitgesproken. Zondag vermoordde Mohamed K. drie mensen in koelen bloede in Roeselare.
Mevrouw de minister, ik weet eerlijk gezegd niet waar ik moet beginnen met mijn vragen hierover. Ik heb twee essentiële vragen voor u vandaag.
Ten eerste, wat gaat u onmiddellijk ondernemen om ervoor te zorgen dat veroordeelde criminelen niet vrij kunnen rondlopen en effectief een straf krijgen?
Ten tweede, wellicht de belangrijkste vraag, wat deed die Afghaan in godsnaam nog in ons land?
Nathalie Muylle:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mij aan mijn tekst houden. Dat is niet mijn gewoonte, maar de omstandigheden zijn dan ook buitengewoon.
Onze stad werd zondag getroffen door dramatische gebeurtenissen. Een man van Afghaanse origine heeft achtereenvolgens zijn ex-partner, een kennis en een vroegere buur neergestoken. Onze eerste gedachten gaan uit naar de slachtoffers, hun familie en vrienden. Onze Roeselaarse gemeenschap blijft verweesd achter. Hoe is dat kunnen gebeuren? Dergelijk geweld hoort niet thuis in onze stad.
Onze inwoners vragen zich terecht af hoe iemand die nauwelijks een week geleden is veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar voor ernstige feiten van intrafamiliaal geweld zomaar vrij kan rondlopen. In het vonnis werd geen voorwaarde van begeleiding opgelegd, omdat de man geen Nederlands spreekt. Ook van elektronisch toezicht was geen sprake.
Mevrouw de minister, hoe kunnen wij dergelijke situaties aanpakken en voorkomen? Moet de wetgeving niet worden aangepast om ervoor te zorgen dat bij intrafamiliaal geweld in de mogelijkheid wordt voorzien om iemand aan te houden bij veroordelingen van kortere duur, zoals dat vandaag kan bij seksuele delicten?
Als waarnemend burgemeester heb ik dit weekend vanuit de eerste lijn moeten vaststellen dat de pushberichten van de kranten veel sneller en veel gedetailleerder kwamen dan de informatie waarover wij als lokaal bestuur beschikten.
Uiteraard is er begrip voor een correct wettelijk kader. Uiteraard is er ook respect voor het geheim van het onderzoek. Ik hoop echter dat u begrijpt dat de bevolking zich in een beangstigende situatie richt tot de burgemeester en het lokale bestuur voor informatie. Er moet een betere doorstroming komen tussen de onderzoeksrechter die het onderzoek leidt, het parket en het lokale bestuur.
Dat zijn de twee vragen die onze burgemeester u maandag na de gemeenteraad ook per brief heeft gesteld. Ik kijk uit naar uw antwoord.
Annelies Verlinden:
Collega's, laat me beginnen met het betuigen van mijn diepste meeleven met de familie en de vrienden, en zeker ook de kinderen van de slachtoffers, net als met de hele gemeenschap. Wat in Roeselare is gebeurd, is een tragedie die niemand onberoerd laat.
Levens zijn verwoest, de lokale gemeenschap is ontredderd en bovendien situeren de feiten zich in een context van intrafamiliaal geweld. Het gaat om geweld op een plek die voor iedereen als de meest veilige plek zou moeten aanvoelen. Daarom moeten zowel onze boodschappen als ons optreden kordaat en resoluut zijn.
We moeten alles doen wat binnen onze controle is om dergelijke drama's te vermijden. Het gerechtelijk onderzoek naar de feiten loopt en ik zal dat uiteraard op de voet volgen, want het is ook voor mij van belang om precies te weten waarom en hoe die feiten zijn kunnen gebeuren. De lokale en federale politie, het parket en de onderzoeksrechter hebben alles op alles gezet om de verdachte zo snel mogelijk te lokaliseren.
Ik wil hen danken voor hun daadkracht en ik wil ook de waarnemend burgemeester en de burgemeester van Roeselare danken voor hun waardig optreden de afgelopen dagen. Wat ik verder kan duiden over de feiten, is dat de verdachte op 29 juli door de raadkamer werd vrijgelaten onder voorwaarden, waaronder een contactverbod. In tegenstelling tot wat in sommige media werd gesuggereerd, is dat contactverbod nog altijd van kracht.
Op 18 september sprak de correctionele rechtbank van West-Vlaanderen zich vervolgens uit over eerdere feiten, maar dat vonnis was nog niet definitief op het ogenblik van de feiten, omdat de beroepstermijn van 30 dagen nog loopt. Daardoor bleven weliswaar de voorwaarden van de voorlopige invrijheidsstelling van 29 juli, met name ook het contactverbod, van toepassing. De op 18 september opgelegde straf voor de eerdere feiten bedraagt een jaar, waarvan de helft met uitstel en een geldboete.
Ik begrijp dat daarbij ook rekening werd gehouden met het blanco strafregister en met de huidige context van de verdachte. De maximale strafmaat werd toegepast door de rechtbank, het contactverbod liep nog, het vonnis was nog niet definitief en een onmiddellijke aanhouding is inderdaad in dat geval niet voorzien.
Collega's, niemand kan helemaal uitsluiten dat zulke feiten ooit nog zullen gebeuren, maar mijn vastberadenheid daarentegen is bijzonder groot. De daders van intrafamiliaal en van zwaar geweld moeten kordaat worden gestraft, ook en precies omdat we het leed aan en het onrecht van de slachtoffers zeer ernstig moeten nemen. Daarnaast moet ook de omkadering bij seksueel en intrafamiliaal geweld door onze partners toereikend worden gemaakt, ook op het vlak van integratie en verplichte begeleiding in justitiehuizen en andere. Net zoals in de vorige legislatuur maken we van de strijd tegen intrafamiliaal geweld en seksueel geweld een prioriteit.
Daarom voorziet het nieuwe Strafwetboek in strafverzwaringen en in nieuwe strafbaarstellingen. We zorgen ook, mevrouw De Wit, voor een brede uitrol van het mobiel stalkingalarm en de gps-toepassingen in overleg met de gemeenschappen die ook een bevoegdheid hebben in dezen. We kunnen uw wetsvoorstel daarbij zeker in aanmerking nemen.
Daarnaast investeren we in parketcriminologen om de werking van de veilige huizen te versterken vanuit het budget van Justitie. We richten ook gespecialiseerde kamers op bij de rechtbanken voor intrafamiliaal geweld en voor seksueel geweld. Daarnaast willen we de verplichte inschakeling van de DAVO bij intrafamiliaal geweld bekijken om zo ook economisch geweld tegen te gaan, wat vaak samengaat met intrafamiliaal geweld.
Ik wil graag nog even terugkomen op de terechte bezorgdheden vanuit Roeselare omtrent de communicatie vanwege Justitie in de eerste uren. De zoektocht naar het juiste evenwicht tussen enerzijds het verlenen van transparantie omtrent de beschikbare informatie met het oog op het scheppen van vertrouwen en het geruststellen van de bevolking en anderzijds de bescherming van het onderzoek en het veilige optreden van de veiligheidsdiensten waardoor enige terughoudendheid geboden kan zijn, is wezenlijk. Vorige week nog had ik overleg met de woordvoerders van de zetel en het openbaar ministerie om het gepaste handelingskader voor dat soort gevallen verder uit te diepen. Deze casus toont aan hoezeer dat nodig is.
We moeten ook allemaal een vuist maken tegen lekken vanuit de bevoegde diensten naar de pers, die de communicatie vanuit lokale en bovenlokale besturen kunnen doorkruisen. Geweld, van welke aard ook, verplicht ons samen te werken en samen te blijven investeren in Justitie en in een passende omkadering voor slachtoffers, zoals met het mobiel stalkingalarm en de gps-toepassing, en zo ook onze binnenlandse veiligheid te dienen. We moeten dat doen voor de slachtoffers, voor de nabestaanden en uiteindelijk ook voor onze hele samenleving. Ik maak er alvast werk van.
Sophie De Wit:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.
Samen maken we er werk van. Ons wetsvoorstel werd in januari ingediend. We hebben inmiddels ook de adviezen ontvangen van de Vlaamse Gemeenschap. Ik kijk dus naar de voorzitter van de commissie voor Justitie. Laten we er gewoon aan beginnen, want die controle en die dwangmaatregelen zijn wel degelijk nodig. Alleen een voorwaarde opleggen, is niet voldoende. Er zijn immers te veel incidenten. U zegt terecht dat we niet alles kunnen vermijden. Dat klopt. We kunnen evenwel proberen de gaten in het net op zoveel mogelijk plaatsen te dichten. De slachtofferapplicatie is daartoe een middel.
Collega's, ik ga ervan uit dat u dat allemaal heel snel zult steunen. Ik dank u.
Alexander Van Hoecke:
Drie verschillende moorden in een paar uur tijd hadden voorkomen kunnen worden. Drie mensenlevens en de levens van tientallen nabestaanden hadden niet verwoest moeten worden. Wat deed die Afghaan, die in 2015 naar hier werd gehaald onder Theo Francken en die zijn vrouw en kinderen mishandelde, in hemelsnaam nog in ons land?
Buitenlandse criminelen uitzetten in plaats van ze fopstrafjes geven, dat is geen onmogelijkheid, dat is een beleidskeuze. Criminelen tout court niet vrijlaten na een veroordeling, maar ze effectief bestraffen, dat is een beleidskeuze. Dat zijn de beleidskeuzes die u maakt en die jammer genoeg op deze manier nog veel slachtoffers zullen eisen.
Mevrouw de minister, u draagt hier een loodzware verantwoordelijkheid.
Nathalie Muylle:
Mevrouw de minister, er zijn in dit dossier heel veel mitsen en maren . Hadden we maar… Was dit maar gebeurd... Deze keer ging het om een vrouw die de moed had om weg te gaan van haar partner, een buur die zijn burgerplicht heeft gedaan en een kennis die het verschrikkelijk vond en afstand nam, omdat iemand zijn gezin sloeg. U hebt terecht een aantal goede maatregelen opgenoemd en ik hoop dat u die ook kunt realiseren. Er komt een cruciale periode aan, namelijk de begroting. U vraagt bijkomende middelen en ik hoop dat u die zult krijgen, want elk slachtoffer van intrafamiliaal geweld is er een te veel.
Het laattijdige optreden van de politie nadat er naaktbeelden v.e. 14-jarige leerlinge circuleerden
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een 14-jarig meisje uit Leuven werd slachtoffer van verspreide naaktbeelden, terwijl de politie haar ouders pas na dagen liet langskomen—wat cd&v aanhaalt als bewijs voor het gebrek aan nabijheidspolitie en dringende hervorming. Minister Quintin erkent het falen, belooft strikte richtlijnen voor prioritaire behandeling van dergelijke zaken en benadrukt snelle actie via politie-scholen-samenwerking, met steun via Child Focus (116000). Demon dringt aan op concrete uitvoering van de beleidsbelofte (1 wijkagent per 2.000 inwoners) voor betere zichtbaarheid en bereikbaarheid. De kern: systematische versterking van lokale politie om slachtoffers van digitale misdrijven onmiddellijk te beschermen.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, beeld u in dat uw minderjarige dochter van school thuiskomt, huilend, en meteen naar haar kamer loopt. Uiteindelijk verneemt u dat er een naaktvideo van uw dochter in haar school circuleert. Als vader zou ik daar kapot van zijn. Het is vandaag echter de realiteit van een veertienjarig meisje in een Leuvense school.
Iedereen begrijpt dat de wereld van dat kind en haar ouders volledig instort, maar de politie zegt hun om pas tegen het einde van de week langs te komen om aangifte te doen. Dat is onbegrijpelijk. Het is niet te verwonderen dat die mensen zich compleet in de steek gelaten voelen. Het toont nog maar eens aan waarom cd&v zoveel belang hecht aan het idee van de nabijheidspolitie, een politie die sterk verweven is in de wijken, een politie die bereikbaar, aanspreekbaar en zichtbaar is, altijd. Daar moeten we, mijnheer de minister, ook op het federale niveau nog veel meer een prioriteit van maken.
Onze lokale politiekorpsen doen vandaag wat ze kunnen, maar hun middelen en mankracht zijn beperkt, waardoor keuzes moeten worden gemaakt, maar dat moeten dan wel de juiste keuzes zijn. Iedereen heeft er begrip voor dat voor niet-dringende aangiftes een afsprakensysteem geldt, maar voor dergelijke ernstige feiten waarbij minderjarigen betrokken zijn, moet de politie de klok rond bereikbaar zijn, om situaties zoals we die vandaag meemaken absoluut te vermijden.
Laten we dus samen de juiste keuzes maken. Dat betekent dat we onze lokale politiekorpsen de middelen moeten geven om de nabijheidspolitie in de praktijk te brengen. Wat zult u hiervoor ondernemen, mijnheer de minister?
Bernard Quintin:
Mijnheer Demon, het verhaal van dat meisje is bijzonder pijnlijk en schrijnend. Ik betreur ten zeerste wat er is gebeurd. Ik heb mijn diensten onmiddellijk gevraagd dat grondig uit te klaren en na te gaan hoe dat precies heeft kunnen gebeuren. Intussen kan ik u bevestigen dat de politie met de zaak bezig is. Het is voor mij duidelijk dat de urgentie van dergelijke meldingen beter moet worden ingeschat. Daarom zullen er op mijn vraag op korte termijn de nodige interne richtlijnen worden uitgevaardigd.
Laat mij heel duidelijk zijn: het verspreiden van naaktbeelden van minderjarigen is een ernstig misdrijf. Het tast de fysieke en persoonlijke integriteit van de betrokkenen aan. Voor de slachtoffers van dat soort situaties is snelle actie absoluut noodzakelijk. Meldingen van dit type feiten moeten door de diensten, zowel bij de lokale als bij de federale politie, prioritair worden behandeld. Dat vereist een kordate en onmiddellijke reactie in nauwe samenwerking tussen scholen en de politie.
Ouders en jongeren moeten erop kunnen vertrouwen dat zij overal en altijd snel en professioneel geholpen worden. Wij moeten en zullen samen alles op alles zetten om dergelijke situaties in de toekomst te vermijden en slachtoffers beter te beschermen.
Tot slot wil ik benadrukken dat slachtoffers en hun ouders altijd terechtkunnen bij de hulplijn van Child Focus, via het nummer 116000.
Franky Demon:
Ik dank u, mijnheer de minister. U toont begrip en u geeft ook kordate stappen aan die u op korte termijn wilt ondernemen. Voor ons moet de politie altijd aan de zijde staan van degenen die hulp en bescherming binnen onze maatschappij nodig hebben, ook op moeilijke momenten. Wij geloven zeer sterk in nabijheidspolitie. Ik vraag u dan ook werk te maken van wat in de beleidsnota staat. Dat is wat wij als cd&v hebben gevraagd: één wijkagent per 2.000 inwoners. Zij kunnen helpen om nog beter de oren en de ogen op het terrein te zijn. Ik hoop dat u aan die kar trekt en dat artikel van de beleidsnota zo snel mogelijk waarmaakt. Dank u wel.
De vele ongevallen met e-steps
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de toenemende ongevallen met e-steps (stijging van 450% sinds 2020) en dringende maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Minister Crucke stelt voor: nummerplaten, een helmplicht (2026), en strengere Europese regels voor conforme steps, terwijl cd&v (Gielis) de helmplicht te ver vindt en pleit voor snelheidsbeperking (20 km/u) en preventie in plaats van enkel schadebeperking. Beide partijen willen straffeloosheid aanpakken en zoeken verdere afstemming in commissie.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, wij mochten elkaar gisteren nog ontmoeten. Ik mocht u als burgemeester verwelkomen in de gemeente Laakdal, gelegen in de provincie Antwerpen.
Ik ben blij dat we nu hier, in dit halfrond, met elkaar in overleg kunnen gaan over een heel actueel thema, namelijk de e-steps. We stellen vast dat er dagelijks vijf ongevallen mee gebeuren en dat aantal blijft stijgen. Vijf keer per dag is veel te veel. Ook artsen, rechters en experts roepen om maatregelen en zijn vragende partij om daarmee aan de slag te gaan.
Wij vanuit cd&v delen die bezorgdheid. Daarom hebben we deze zomer een aanzet gegeven tot een wetsvoorstel. We zijn blij dat u deze problematiek eveneens ernstig neemt en ermee aan de slag gaat. Het is hoog tijd dat we de cowboys terug aan banden leggen en hen kunnen aanpakken.
Concreet zijn wij vragende partij om, enerzijds, de maximumsnelheid voor e-steps te beperken tot twintig kilometer per uur. Minder snelheid betekent immers minder brokken. Anderzijds willen wij de e-steps een nummerplaat geven. Wie de regels overtreedt, moet daarvoor gestraft worden.
Voorzitter: Peter De Roover, voorzitter.
Président: Peter De Roover, président.
Samengevat, mijnheer de minister, willen wij meer verkeersveiligheid, minder ongevallen en een einde aan de straffeloosheid waarmee onverantwoorde stepgebruikers door de straten rijden. Dat is wat wij beogen en in een wetsvoorstel hebben gegoten. Onze vraag aan u is eenvoudig: bent u bereid dit voorstel in overweging te nemen?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Gielis, net als u maak ik mij zorgen over het aantal ongevallen, maar ook over de ernst van de verwondingen bij gebruikers van elektrische steps. Ik baseer mij op de officiële Statbel-gegevens tussen 2020 en 2024. Het aantal vastgestelde letselongevallen is in die periode toegenomen met maar liefst 450 %, van 372 letselongevallen in 2020 naar 1.673 in 2024.
Voor het lopende jaar beschikken we momenteel alleen over de gegevens van het eerste trimester. Die schetsen zeker geen rooskleurig beeld. We zien een stijging van 61 % ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Om dat te counteren, wil ik initiatieven nemen om ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan te beperken. Ik verzeker mij van de steun van de meerderheid, maar ook van de oppositie, om daar werk van te maken. Samen met de collega's van Economie en Consumentenbescherming wil ik ervoor zorgen dat alleen veilige en conforme toestellen op de markt aangeboden kunnen worden.
Daarom heb ik de Europese commissaris bevoegd voor Industrie, KMO’s en Interne Markt al gevraagd om te werken aan een geharmoniseerd regelgevingskader op Europees niveau dat de invoer van niet-conforme elektrische steps verbiedt. Ik zal de non-paper van Nederland over dit onderwerp zeker steunen. Verder wil ik de helmplicht invoeren om de gevolgen van ongevallen te beperken. Hiervoor zal ik artikel 36 van de wegcode wijzigen, zodat die begin 2026 in werking kan treden. Uw voorstel is voor mij zeker een basis om verder op te werken. Ook stel ik voor e-steps te voorzien van een nummerplaat, zodat we enerzijds beter de veiligheid kunnen handhaven en anderzijds kunnen waken over het feit dat alleen conforme steps in het verkeer gebracht worden.
Mevrouw de volksvertegenwoordigster, u mag er zeker van zijn dat ik daarbij handel in het algemeen belang.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik ben blij te horen dat u inderdaad heel wat concrete maatregelen zult nemen om die problematiek aan te pakken. Het is niet alleen belangrijk voor de veiligheid van de stepgebruiker, maar zeker ook voor de andere weggebruikers die daarmee geconfronteerd kunnen worden. Wij gaan vanuit cd&v akkoord met alle maatregelen die u voorstelt, behalve wat de helmplicht betreft. Wij zijn daar niet tegen. Een helm is inderdaad heel belangrijk om zichzelf te beschermen. Wij zijn er alleen van overtuigd dat een verplichting misschien een brug te ver is. In die zin pleiten wij eerder voor maatregelen die ongevallen kunnen voorkomen dan voor louter harm reduction . Misschien moeten we daarover nog in dialoog gaan in de commissie. Dank u wel, mijnheer de minister.
De obstakels voor het opnemen van palliatief verlof
De obstakels voor het opnemen van palliatief verlof
Obstakels voor palliatief verlof
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de ontoereikende regeling van palliatief verlof, waar mantelzorgers zoals Stéphanie door lage uitkeringen (750 euro vs. 850 euro huur) en starre opnameregels (enkel per maand) financieel en administratief in de problemen komen, waardoor velen zich ziek moeten melden om rond te kunnen komen. Flexibiliteit (wekelijkse opname), hogere vergoedingen en vereenvoudigde administratie worden door CD&V en Vooruit geëist, met concrete wetsvoorstellen klaar, terwijl minister Clarinval belooft de financiële drempels en papierwerk aan te pakken binnen het regeerakkoord. De kern: zorgverleners verdienen steun, niet stress—zowel emotioneel als materieel—tijdens het begeleiden van stervende dierbaren. Partijen dringen aan op snelle aanpassingen (september 2025), met nadruk op menswaardige omstandigheden voor wie zorgt.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, afgelopen week getuigde Stéphanie in de krant: "Ik moest spaargeld gebruiken om voor moeder te zorgen". Ze heeft palliatief verlof genomen om voor haar ongeneeslijke moeder te zorgen; ze zette haar leven on hold om de laatste weken samen door te brengen. Dat moest ze eenwel betalen, letterlijk. Ze kreeg een uitkering van ongeveer 750 euro, terwijl haar huishuur 850 euro bedraagt. Ze moest haar eigen spaargeld en de reserves van haar moeder aanspreken. Naast het verdriet en de pijn van het afscheid was er ook de stress over het geld.
Stéphanie is niet alleen. Het Netwerk Palliatieve Zorg ziet het maar al te vaak: alsmaar meer mantelzorgers moeten zich ziek melden, niet omdat ze ziek zijn, maar gewoon om financieel te overleven.
Er zijn nog drempels. Palliatief verlof neemt men op voor één maand, terwijl palliatieve zorg onvoorspelbaar is. Soms is er een snelle achteruitgang, maar soms niet. Wie het wil, zou het palliatief verlof in weken moeten kunnen opnemen, per één week of per twee weken. Maar de wetgeving laat hun dat nu niet toe.
Mijnheer de minister, het is echt onmenselijk. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat mensen die op zulke momenten voor hun dierbaren willen zorgen, zo in de problemen komen? Het systeem faalt, net op het moeilijkste moment in een mensenleven.
Ik heb dan ook maar één eenvoudige vraag: wat zult u hieraan doen?
Nahima Lanjri:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, welke maatschappij willen wij? Willen wij een maatschappij waarin iemand die tijdelijk zorg draagt voor een ongeneeslijk ziek familielid, zoals een partner, een kind of een ouder, in de problemen komt? Niet met cd&v!
Stéphanie, een vrouw van 38 jaar, kwam wel in de problemen. Met de uitkering die zij voor het palliatief verlof kreeg, kon zij zelfs haar huishuur niet betalen. Bovendien geraakte zij verstrikt in een mallemolen van administratie. Zij voelde zich allesbehalve gesteund. Dat is schrijnend.
De uitkering is zo laag dat heel wat mantelzorgers niet anders kunnen dan naar de dokter te gaan om een ziektebriefje te vragen, anders komen zij niet rond. Bovendien is er zoveel papierwerk en duurt het lang eer men antwoord krijgt op zijn aanvraag, net op een moment dat de aanvrager eigenlijk daarvoor geen tijd heeft. Sommige werkgevers geven hun werknemers zelfs de raad om bij de dokter een ziektebriefje te halen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Meer nog, heel wat mantelzorgers voelen zich ook schuldig, want ze zijn niet ziek en willen enkel voor hun zieke moeder of ziek kind zorgen.
Voor cd&v moet zorgverlof altijd gemakkelijk en flexibel opneembaar zijn, bijvoorbeeld ook in periodes van weken, omdat het niet altijd nodig is om een volledige maand op te nemen. Een dergelijk voorstel ligt op tafel. Wij hebben dat afgelopen dinsdag 15 juli 2025 nog in de commissie besproken. Cd&v heeft een wetsvoorstel om het mantelzorgverlof flexibeler te maken, om het in weken te kunnen opnemen en om de administratie te verminderen. Dat willen wij ook voor het palliatief verlof.
Mijnheer de minister, bent u bereid om de aanvraagprocedure te vereenvoudigen, te zorgen voor meer flexibiliteit en de vergoeding te verhogen?
Voor cd&v is het als gezinspartij duidelijk. Zorgen voor iemand anders kunnen wij alleen maar toejuichen. Dus moeten wij ook zorgen voor degene die zorgt.
David Clarinval:
Beste collega’s, vooreerst wil ik mijn diepe medeleven betuigen aan iedereen die een dierbare in de terminale fase begeleidt.
Werknemers worden inderdaad met moeilijkheden geconfronteerd wanneer ze palliatief verlof willen opnemen. Elke vorm van menselijke en financiële steun is van belang. In het regeerakkoord wordt het behoud van de thematische verloven bevestigd, uitdrukkelijk met inbegrip van het palliatief verlof. Het recht op palliatief verlof is voor veel werknemers essentieel en het is onze ambitie om dat volledig te behouden. In het kader van de administratieve vereenvoudiging van de thematische verloven zal bijzondere aandacht worden besteed aan een waardige vergoeding bij opname van palliatief verlof, zodat onaanvaardbare financiële verliezen voor de betrokken families worden vermeden.
Dames, u kunt rekenen op mijn vastberadenheid in het dossier. Ik zal erop toezien dat het financiële aspect geen obstakel vormt voor de families die geconfronteerd worden met bijzonder moeilijke privésituaties.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, u erkent dat de zorg voor een stervend familielid nooit iemand ertoe mag nopen zich ziek te melden en dat de loopbaanonderbrekingsvergoeding moet volstaan om rond te komen. Dat stemt mij tevreden. Voor Vooruit is het duidelijk: mensen die zorg dragen voor hun partner, ouder of kind van wie het levenseinde nadert, moeten kunnen rekenen op een sterke overheid, die hen ondersteunt.
Ik ben bezig met de voorbereiding van een wetsvoorstel dat voor een betere inkomensbescherming en administratieve vereenvoudiging moet zorgen en een flexibele opname van het palliatief verlof moet toelaten. Zorgen voor familieleden die aan het einde van hun leven zijn, doet men immers uit liefde, uit menselijkheid en uit respect voor hun laatste wensen. Wie zorg draagt voor anderen, zal altijd op Vooruit kunnen rekenen.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben tevreden dat u het probleem erkent en verwijst naar het engagement van de regering in het regeerakkoord om werk te maken van een oplossing. Overigens vechten wij daar vanuit cd&v al heel lang voor, al meer dan 15 jaar. We hoeven zelfs geen wetsvoorstel meer te schrijven. Het is klaar en hopelijk zult u het steunen, mevrouw Vanrobaeys. We moeten het wel uitbreiden tot het palliatief verlof. Mijnheer de minister, laten we in september ervoor zorgen dat men het zorgverlof flexibel kan opnemen, bijvoorbeeld in weken, zonder administratieve rompslomp en met een betere vergoeding. Nu zijn mantelzorgers immers verplicht om bij de dokter een ziekteattest te vragen, terwijl ze dat eigenlijk niet willen. Wij pleiten er dus voor, mijnheer de minister, dat we zorg dragen voor wie zorgt. Zij mogen geen stress hebben door loonverlies en moeten zich niet bezighouden met allerlei administratieve rompslomp. Dat zijn zaken waar ze (…)
De impact van de belastinghervorming op de gezinnen
De impact van de begrotingshervorming op de gezinnen
De fiscale hervorming
Fiscale en begrotingshervorming: impact op gezinnen
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
N-VA
Charlotte Verkeyn
CD&V
Steven Matheï
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De belastinghervorming met verhoging van de belastingvrije som (kost: 3,5 mjd) en fiscale gelijkheid per kind botst op kritiek omdat eerdere plannen grote gezinnen met een gehandicapt kind (tot -5.800 euro/jaar) zouden benadelen—hoewel minister Jambon nu belooft dat gehandicapte kinderen *wel* voor twee tellen. CD&V en Open Vld eisen meer netto-inkomen (via lagere sociale bijdragen, werkbonus) en geen nieuwe taksen, terwijl Jambon bevestigt dat de hervorming budgetneutraal en werkgerelateerd moet zijn, met uitvoering in 2026. De discussie draait om prioriteiten: lastenverlichting *vs.* begrotingsneutraliteit, met verwijten over partijpolitiek blokkeren (Open Vld) en tegenstrijdige beloftes (regering).
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, met het zomerakkoord probeert u ook de belastinghervorming af te ronden, onder meer door de belastingvrije som te verhogen.
Ik wil u toch herinneren aan wat uw kabinetschef daarover eerder heeft gezegd. De heer Wesley De Visscher zei dat het verhogen van de belastingvrije som nonsens is. Waarom? Ten eerste, het heeft nauwelijks een impact op het inkomen van mensen. Ten tweede, het is een zeer dure maatregel, die 3,5 miljard euro zou kosten. Ten derde, als u mensen echt wilt aanzetten tot werken, dan zijn er betere methoden, zoals de afschaffing van belastingtarieven. Dat hebben wij met de vorige regering gedaan, samen met collega Bouchez. We hebben toen drie tarieven afgeschaft. De laatste keer was dat trouwens met de N-VA. Toch volhardt u in de boosheid en gaat u de belastingvrije som verhogen.
Wat blijkt nu echter? Om die belastingvrije som te verhogen en de factuur te betalen, wordt een nieuwe taks ingevoerd. Na twintig arizonataksen komt er een nieuwe taks, meer bepaald op gehandicapte kinderen. Grote gezinnen met een gehandicapt kind zullen de prijs betalen. Vandaag is een gehandicapt kind goed voor een toeslag van twee kinderen. Als dat het derde kind in een groot gezin is, is dat 11.140 euro. Met uw hervorming gaat dat naar een forfait, mijnheer de minister. In dat geval levert het gehandicapte derde kind in een groot gezin nog slechts 5.300 euro op. Dat is een achteruitgang voor die gezinnen.
Het gevolg daarvan is dat de grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen zullen betalen. Een alleenstaande ouder met drie kinderen, waarvan het derde kind een handicap heeft, zal duizenden euro’s meer aan belastingen moeten betalen. Mijnheer de minister, ik dacht dat u de belastingen voor de mensen wou verlagen.
Monsieur Bouchez, diminuer les taxes, pas augmenter les taxes.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Waarom wilt u grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen laten betalen?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, een kind kan opgroeien bij een gehuwd koppel waarvan beide ouders werken, bij een gehuwd koppel waarvan een van de ouders werkt, bij een alleenstaande of in een nieuw samengesteld gezin. Datzelfde kind wordt in die vier situaties fiscaal ongelijk behandeld. Datzelfde kind zal voor de fiscus namelijk ofwel duurder, ofwel goedkoper zijn. Dat is niet afhankelijk van het kind, maar van hoe de ouders willen samenleven en zich organiseren.
Het regeerakkoord stelt terecht dat we dat moeten herdenken, want anno 2025 is dat niet meer verdedigbaar. Er moet aandacht komen voor fiscale gelijkheid in de gezinsfiscaliteit, voor alleenstaanden, voor kleine gezinnen. Daarnaast moeten werkende ouders, ondernemende ouders, worden beloond.
Er circuleren nu een aantal suggesties en ontwerpen. Ik wil benadrukken dat aan de situatie van kinderen met een beperking, naar wat ik hoor, niet wordt geraakt. Er worden wel suggesties gedaan over allerlei goede zaken, zoals een stevige verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus, een verhoging van de maaltijdcheques en de ondernemersaftrek.
Mijnheer de minister, klopt het dat de plannen en ontwerpen die u in uw hoofd hebt, gericht zijn op een fiscaal gelijkere behandeling van onze kinderen en op het doen lonen van werken?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, wie werkt, moet netto meer overhouden. Punt. Die strijd voert cd&v al jaren, denk maar aan de uitwerking van de fiscale blauwdruk van Vincent Van Peteghem, de meest verregaande fiscale hervorming van de afgelopen decennia. Een aantal belangrijke krachtlijnen daarvan zijn inmiddels opgenomen in het regeerakkoord.
Vandaag is het money time . Het is money time voor de regering om een aantal beslissingen te nemen, maar ook money time voor de hardwerkende mensen, de hardwerkende middenklasse. Tal van hervormingen worden aangebracht en uitgewerkt, waarvan de fiscale hervorming een belangrijke is.
Voor cd&v staan daarbij drie zaken voorop. Ten eerste, meer netto op het einde van de maand, niet alleen voor mensen met een lager inkomen, maar ook voor de hardwerkende middenklasse, uit te voeren door de belastingvrije som op te trekken. Ten tweede, cd&v vindt het essentieel dat gezinnen met kinderen niet benadeeld worden. Ten derde, er moet specifieke aandacht zijn voor singles, in het bijzonder alleenstaande ouders. Zij hebben het financieel moeilijker, omdat ze dezelfde kosten alleen moeten dragen, terwijl ze op fiscaal vlak proportioneel het zwaarst belast worden. Daar moet iets aan veranderen. Dat kan bijvoorbeeld door de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, de zogenaamde crisisbelasting, te verlagen.
Mijnheer de minister, alles ligt op tafel. Het regeerakkoord zegt duidelijk dat er getrancheerd moet worden. We weten dat ons land veel belastingen kent. Als we daaraan iets willen veranderen, dan moeten we dat niet doen door nieuwe belastingen, zoals een defensiebelasting, in het leven te roepen, maar door een echte belastinghervorming uit te werken. Die belastinghervorming ligt nu op tafel.
Mijnheer de minister, zal met die belastinghervorming worden gegarandeerd dat het netto-inkomen van de hardwerkende Vlaming op het einde van de maand toeneemt?
Jan Jambon:
Geachte Kamerleden, enkelen onder u baseren zich verkeerdelijk op interne werkdocumenten en trekken foute conclusies uit wat daarin staat.
Ik voer, zoals steeds, loyaal het regeerakkoord uit. Mijnheer Matheï, het antwoord op uw vraag is daarom eigenlijk zeer simpel: ja, dat is de bedoeling van de hele belastinghervorming. Ik kan daar kort over zijn.
Met deze regering streven wij naar een samenlevingsneutrale fiscaliteit waarin elk kind zo veel mogelijk gelijk wordt behandeld. Ik citeer daarvoor graag het regeerakkoord: "De regering wil elk kind zo veel mogelijk gelijk behandelen. De toeslag op de belastingvrije som zal worden gemoderniseerd en meer in lijn worden gebracht met de hedendaagse sociologische realiteit. In de toekomst zal ieder kind dezelfde toeslag krijgen tot een bepaald plafondbedrag. Deze hervorming is budgetneutraal. Daarnaast wordt de toeslag op de belastingvrije som voor alleenstaande ouders enkel toegekend aan werkelijk alleenstaande ouders."
Wat de precieze hervorming betreft, zolang het werk nog niet is afgerond, geef ik daarover nog geen details. Dat zal in de komende uren en dagen verder uitgewerkt worden. Zodra de regering daarover beslist heeft, komt de tekst naar buiten voor adviezen, daarna volgt een tweede lezing en wordt het wetsontwerp ingediend in het Parlement.
De regering meent het ernstig met het doen lonen van werk. Daar gaat het in essentie over. Daarom voorzien we een stevige verhoging van de belastingvrije som. We voorzien ook een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus voor de laagste lonen en een verhoging van de maaltijdcheques. Mijnheer Van Quickenborne, het moet u als muziek in de oren klinken dat de ondernemersaftrek voor zelfstandigen zonder vennootschap er komt, boven op het belastingkrediet, dat wordt opgetrokken tot maar liefst 7.500 euro. Daarnaast zal ook de belastingvermeerdering bij onvoldoende voorafbetalingen verdwijnen. Die principes vormen ons kompas.
Ik kan één ding heel duidelijk stellen en ik wil ook dat dat zeer duidelijk genoteerd wordt. Een gehandicapt kind zal voor twee blijven gelden. Daarin is geen wijziging voorzien en daarover is elke partij binnen de meerderheid het eens.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord, ook voor het laatste deel, want daar maakt u een serieuze bocht. In de tekst die tot nu toe voorlag, was het forfait voor een gehandicapt kind 2.650 euro. Dat is de realiteit. Nu maakt deze regering een bocht, goed, inderdaad gelukkig op tijd, om ervoor te zorgen dat er niemand op achteruitgaat. Maar dan moet u er wel op toezien dat effectief niemand erop achteruitgaat, ook niet grote gezinnen met een gehandicapt kind.
Maar wat is dat altijd met die taksen in deze regering? Taks, taks, taks. Daarnet zei de heer Matheï dat er geen defensietaks mag komen, maar minister Van Peteghem zei deze week dat een defensietaks mogelijk is.
Collega's, hervorm. Voor hervormingen vindt u in ons een partner. Hervorm, maar stop met die taksen, die taksen, en die taksen. Stop daarmee!
Charlotte Verkeyn:
Ik vermoed dat sommigen vanmiddag nog niet gegeten hebben, tenzij een broodje aap.
Mijnheer de minister, laat u niet van de wijs brengen. Degenen die hier nu staan te kraaien over een hervorming voor kleine gezinnen, zullen morgen kraaien dat we niet genoeg doen voor de alleenstaanden, en overmorgen dat we niet genoeg doen tegen het begrotingstekort.
Voor zulke personen bestaat een woord, dat zijn windhanen.
Mijnheer de minister, blijf maar mooi op uw rechte stok zitten, en ga ervoor.
Voorzitter:
Mijnheer Matheï, hebt u ook verwijzingen naar het dierenrijk?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Voor ons is de fiscale hervorming een absolute prioriteit. Ik dank u ook voor de aandacht voor de gezinnen met kinderen, ook voor kinderen met een beperking, en natuurlijk ook voor de lastenverlaging. Collega Van Quickenborne, in deze fiscale hervorming zit een lastenverlaging. In de vorige regering, niet zo lang geleden, onder leiding van een liberale premier, lag een doorgedreven fiscale hervorming op tafel, met lastenverlaging, maar die werd tegengehouden. De partijpolitieke stratego ging voor op de centen van de mensen. Nu realiseren we die fiscale hervorming, mét die lastenverlaging, vanaf januari 2026. Dat is het verschil tussen uw partij, Open Vld, en onze partij, cd&v. Wij doen het, jullie blokkeren.
Het rapport over gewelddadige extremisten
De infiltratie van het CIIB door de moslimbroederschap
De toenemende radicalisering
De vaststelling dat een deel van de klimaatbeweging steeds extremer en zelfs levensgevaarlijk wordt
Extremistische infiltratie, radicalisering en geweld
Gesteld door
N-VA
Jeroen Bergers
MR
Denis Ducarme
CD&V
Franky Demon
VB
Sam Van Rooy
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om radicalisering en geweld bij klimaatactivisten (o.a. Code Rood, Anuna De Wever) en islamistische organisaties (o.a. CIIB/Frères musulmans), waarbij parlementsleden de minister dringen tot hardere maatregelen: verboden op extremistische groepen, stopzetting van overheidsfinanciering, en verscherpte wetgeving tegen radicalisering. De minister bevestigt dat hij werkt aan een juridisch kader om radicale organisaties te ontbinden en een opvolgingsmechanisme (GGB T.E.R.), maar benadrukt dat de rechtsstaat centraal blijft. Kritiek richt zich op laxisme tegenover klimaatgeweld (sabotage, levensgevaar) en subsidies aan extremistische netwerken, met name van Ecolo en N-VA. Dringendheid en partijoverschrijdende steun voor strengere aanpak worden bepleit, maar partijen als Groen/PVDA worden verweten geweld te bagatelliseren.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het OCAD heeft een rapport gepubliceerd dat een toch wel zorgwekkende evolutie van de klimaatbeweging schetst, van een positieve activistische beweging die het beste voor heeft met de planeet naar een links-extremistische beweging die geweld niet schuwt. Klimaatprinses Anuna belichaamt die radicalisering eigenlijk nog het best. Eerst wilde ze gewoon niet naar school; nu wil ze pijpleidingen opblazen. Ik vraag mij alvast af wat de volgende stap is. Ik denk dat we die stap moeten vermijden, we moeten vermijden dat er slachtoffers vallen.
Dit is geen fantasie en dat hebben we eigenlijk al gezien. De voorbije weken werd bij OIP in Doornik voor meer dan 1 miljoen euro aan schade aangericht, bij een privébedrijf. Leveringen voor het Oekraïense leger werden daarbij beschadigd, waardoor er vertraging is en dat vanwege de onwetendheid van deze activisten. Ook in Brussel en in Gent zijn levensbedreigende situaties ontstaan door de roekeloosheid van deze linkse extremisten.
Collega’s, de samenleving moet duidelijk maken dat we geweld nooit accepteren. Activisme en debat zijn prima en goed, maar bij geweld trekken we de lijn, dat accepteren we niet, uit welke hoek het ook komt.
Mijnheer de minister, wij konden uitgebreid lezen over dat rapport in de media, maar parlementsleden hebben het niet ontvangen. Het is belangrijk dat wij dat kunnen inkijken om onze job ernstig te kunnen uitvoeren. Zult u er bij het OCAD op aandringen dat dit rapport openbaar wordt? Welke maatregelen zult u nemen tegen deze radicalisering en tegen dit geweld?
Zult u ook een studie laten uitvoeren naar de financieringsstromen van deze links-extremistische bewegingen? Zeker de financieringsstromen die vanuit de overheid komen, moeten we droogleggen.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, vous le sentez et vous le voyez comme moi, les gens en ont assez. Il ne se passe pas une semaine sans que je doive vous interpeller sur les Frères musulmans, l'islamisme ou le radicalisme qui continuent de prospérer dans notre pays. Les citoyens veulent que ce gouvernement, face aux ennemis de la démocratie, soit un gouvernement d'action.
Hier encore, dans la presse, on lisait que le CIIB – le Collectif pour l'inclusion et contre l'islamophobie en Belgique – sous couvert de lutte contre le racisme, serait en réalité, selon la Sûreté de l'État, un prolongement des Frères musulmans en Belgique. Et pourtant, ce collectif a été grassement subventionné pendant des années par les pouvoirs publics. M. Gilkinet l'a soutenu, probablement parce que certains fondateurs de ce mouvement étaient des proches d'Ecolo. M. Dardenne l'a subventionné, et l'Union européenne également.
Il est temps, monsieur le ministre, de faire en sorte que plus un centime d'argent public ne soit encore versé aux amis des Frères musulmans. Car oui, chez Ecolo, vous avez dans vos rangs des mandataires qui ont cofondé ce qui s'appelait à l'époque le CCIB. Oui, vous êtes donc en partie complices de la composante frériste qui, comme le rappelait déjà un rapport en 2022, fait peser une menace sur notre pays.
Monsieur le ministre, je vous demande de veiller, comme nous y veillons ici à la Chambre – et je remercie les collègues –, à ce que votre département et nos services luttent contre la tendance frériste qui continue de se développer dans notre pays.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, ik maak me grote zorgen, want het OCAD spreekt over dreigingen. Mijnheer de minister, ik voel me liever niet bedreigd en ik zie mijn kinderen liever niet opgroeien tussen dreigingen. Ik meen dat dit voor andere gezinnen ook zo is. Het OCAD waarschuwt nu voor een zorgwekkende radicalisering binnen de klimaatbeweging. De protesten worden steeds gewelddadiger. Bij een recente actie van Code Rood in de Gentse haven werden installaties vernield en ontstond er zelfs ontploffingsgevaar.
De klimaatbetogers brachten levens in gevaar. Dat men een punt wil maken en dat men vreedzaam wil protesteren, tot daar aan toe, maar dat er sprake is van geweld en van het in gevaar brengen van mensenlevens, dat is voor ons een brug te ver. Of het nu gaat over jihadistisch extremisme, radicalisering binnen de klimaatbeweging of rechtsextremisme, voor cd&v zijn geweld en extreem gedrag gewoon geen opties, niet van rechts, niet van links, niet van geitenwollensokken, niet van religieus fanatisme. Onze rechtsstaat moet zich daar absoluut tegen verzetten.
Na de aanslagen van 2016 heeft ons land vele stappen gezet tegen dergelijke dreigingen. Wat ons betreft, versterken we die aanpak. Daarbij zijn evenwichten nodig. Bepaalde gevaarlijke radicale organisaties moeten gewoon verboden worden, mijnheer de minister, zonder het grondwettelijk recht op vereniging uit het oog te verliezen.
Ik heb dan maar ook één vraag voor u. Wat plant u te doen om deze samenleving en onze rechtsstaat te beschermen tegen (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Demon.
Uit de commissie is ook een vraag meegenomen van collega Van Rooy.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, wie ogen in het hoofd heeft of naar het Vlaams Belang luistert, wist het natuurlijk al langer: de klimaathysterische beweging of toch zeker een deel daarvan wordt extremer en gevaarlijker, zelfs levensgevaarlijk. Dat blijkt nu ook uit een rapport van terreurwaakhond OCAD.
In dat rapport worden onder meer Anuna De Wever en extreemlinkse groeperingen zoals Code Rood genoemd. Zij laten zich, niet het minst, inspireren door de gifgroene Greta Thunberg, die tegenwoordig ook steun betuigt aan die andere groene terreurideologie, namelijk die van Hamas en Hezbollah, die eveneens alsmaar meer voet aan de grond krijgt in ons land. Ja, dames en heren, dit land wordt steeds gezelliger.
Het OCAD-rapport wijst ook op de grote schade die klimaatactivisten aanrichten en nog zouden kunnen aanrichten, indien er geen actie wordt ondernomen. Het gaat om vandalisme aan voertuigen, kunstwerken en bedrijfsinfrastructuur, om blokkades en bezettingen van wegen, sportwedstrijden en luchthavens, evenals sabotage met zware maatschappelijke en economische gevolgen. Bij de klimaatbeweging zijn dergelijke acties al lang ingeburgerd, omdat men het klimaattuig in dit land met fluwelen handschoenen aanpakt. Wat zeg ik? Het wordt zelfs gestimuleerd en gesubsidieerd. Het gebruik van geweld en terreur wordt daardoor nu door steeds meer klimaatactivisten als aanvaardbaar beschouwd. Het OCAD waarschuwt de regering dat er zelfs al dodelijke slachtoffers hadden kunnen vallen. Mijnheer de minister, we mogen dus nog van geluk spreken, maar het valt te vrezen dat het niet zal blijven duren.
Welke maatregelen neemt u tegen die klimaatterreur?
Bernard Quintin:
Messieurs les députés, j'ai pris connaissance d'une note émanant de la Sûreté de l'État concernant les liens entre le CIIB et les Frères musulmans. Monsieur Ducarme, vous m'interrogiez déjà il y a deux semaines en séance plénière sur un sujet similaire. Je dirais que cette itération permet à tout le monde de prendre conscience de la menace que représentent ces organisations radicales, quelles que soient leur origine ou leur idéologie d'ailleurs, lorsqu'elles visent fondamentalement à séparer des parties de la population du reste de la société.
Cela me permet de rappeler ici que même si pour certaines organisations ou nébuleuses, le terrorisme n'est pas en soi un outil de leur politique, elles en créent tout de même le terreau favorable et doivent donc à ce titre être combattues. Cette note démontre, pour autant que de besoin, que nos services prennent cette menace au sérieux, et je tiens une nouvelle fois à les en remercier. J'ai également appris que la commission parlementaire de suivi du Comité R avait demandé une actualisation du rapport mené par ce même Comité en 2022, et je soutiens pleinement cette démarche.
Vous l'avez dit, l'ASBL CIIB est le pendant français du CCIF, organisation dissoute en France après l'assassinat du professeur Samuel Paty. J'ai déjà eu l'occasion de m'exprimer très clairement sur le sujet.
Mijnheer Bergers, mijnheer Demon, zoals u weet werk ik momenteel aan een ontwerptekst die een juridisch kader moet bieden om radicale organisaties te verbieden of te ontbinden.
Mijn voorstel bestaat erin om op basis van objectieve criteria de mogelijkheid te voorzien tot een administratief verbod op de ontbinding van rechtspersonen of feitelijke verenigingen. Dat lijkt mij een doeltreffende manier om te reageren op een realiteit die zich steeds nadrukkelijker manifesteert.
Het is vanzelfsprekend, en ik benadruk dat graag opnieuw, dat de fundamentele principes van de rechtstaat centraal blijven staan in die aanpak. Er moet dus steeds ruimte zijn voor tegenspraak alvorens een administratieve beslissing wordt bevestigd. Uiteraard blijven ook de gebruikelijke rechtsmiddelen van kracht.
De voorgelegde tekst wordt momenteel besproken tussen de verschillende kabinetten van deze regering. U zult dus begrijpen dat ik om die redenen nu niet verder kan ingaan op de inhoudelijke details.
Enkele weken geleden heb ik hier overigens al aangekondigd dat radicale organisaties die een gevaar vormen voor onze nationale veiligheid voortaan in de GGB T.E.R. kunnen worden opgenomen. Dat betekent dat elke vereniging die in die databank wordt geregistreerd, wordt opgevolgd binnen het kader van de T.E.R.-strategie door de lokale taskforce, waarin alle veiligheidsdiensten vertegenwoordigd zijn.
Il n'entre pas encore dans les prérogatives du gouvernement – même si j'estime que cela pourrait être le cas – de demander aux services de sécurité, sur base de leur propre rapport, une analyse approfondie sur des organisations précises.
En définitive, ce seront évidemment ces mêmes services qui prendront toujours la décision finale d'inscription ou non dans la Banque de données commune "Terrorisme, Extrémisme, Processus de Radicalisation" (BDC T.E.R.). C'est la manière dont ce système fonctionne, et je tiens à le préserver ainsi.
Je sais, par contre, que nous partageons toutes et tous un même objectif, qui est que l'autorité publique dispose des outils adéquats et efficaces pour lutter sans détour contre ceux et celles – de quelque extrême ils ou elles se revendiquent d'ailleurs – qui menacent notre sécurité, notre vivre ensemble et donc fondamentalement notre État de droit.
Je sais pouvoir compter sur tous les partenaires pour donner à l'autorité publique les outils efficaces, toujours dans le respect de l' État de droit – et pour le préserver d'ailleurs –, pour lutter sans détour contre celles et ceux qui menacent notre sécurité et notre vivre ensemble.
Il n'y a pas de place pour la haine sur notre sol!
Je vous remercie.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Het is zeer goed dat u aan een wetsontwerp werkt om dergelijke organisaties te verbieden. Dat moet wat onze fractie betreft liever vandaag dan morgen worden goedgekeurd. Daarom werken wij ook zelf aan een tekst om organisaties zoals Samidoun, Code Rood en het CCIB te verbieden. Dat is zeer dringend.
Het frappantste aan deze hele situatie – we hebben het daarnet gezien en ook in de commissie voor Binnenlandse Zaken – is dat sommige collega's van de PVDA en van Groen gewelddadig klimaatextremisme het liefst met de mantel der liefde bedekken. Ook in de krant hebben we gelezen dat Mieke Vogels geweld liever met de mantel der liefde bedekt. Dat kan niet, collega's. Wanneer er geweld is, moet dat worden veroordeeld, ook wanneer het uit de eigen rangen komt.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous avons pu obtenir grâce au soutien des collègues, tous partis confondus, de la commission de suivi de nos services de renseignement – monsieur le président, vous étiez présent – l'actualisation du rapport sur la menace que font peser sur notre pays les Frères musulmans. J'avais déjà obtenu le rapport de 2022.
Monsieur le ministre, ne donnez plus un euro pour les amis des Frères musulmans dans notre pays. C'est évidemment essentiel. Aujourd'hui, pour notre pays, la plus grande menace est la menace islamiste, même s'il y en a d'autres. Beaucoup d'espoirs reposent sur vos épaules et nous attendons naturellement qu'avec le gouvernement à vos côtés, vous puissiez nous doter des outils essentiels à la lutte contre les radicalismes.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, ik heb een groot hart voor de planeet en voor ons klimaat. Iedereen wil dat de toekomstige generaties een schone planeet ter beschikking krijgen. Dat bereikt men echter niet door leidingen te saboteren en ontploffingsgevaar te veroorzaken. Stel u voor dat dat verkeerd was afgelopen.
Ik denk niet dat u hier nog zou staan, mevrouw van Ecolo. U schudt het hoofd. Ja, ik heb het tegen u.
De gevolgen zouden onvoorstelbaar en ongezien zijn. Groen fundamentalisme is ook een vorm van fundamentalisme. Het is voor mij even onaanvaardbaar als alle andere vormen van extremisme.
Blijf dit nauwgezet opvolgen, mijnheer de minister, en zorg er alstublieft voor dat er geen ongelukken gebeuren. Wij wachten alvast uw ontwerp af in de commissie.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, er zijn drie grote problemen die ervoor zorgen dat klimaatactivisten in dit land steeds gevaarlijker worden. Ten eerste, als de daders van klimaatvandalisme of -geweld al worden opgepakt, komen ze er vanaf met een fopstrafje. Ten tweede, de dwaze CO ₂ -hysterie, waar ook deze regering en de facto elke politieke partij, behalve het Vlaams Belang, aan meedoen. Ten derde, de subsidies met belastinggeld die de traditionele partijen vrolijk uitdelen aan klimaattuig zoals Code Rood. Ja, mijnheer Bergers, dat geldt ook voor uw partij, de N-VA, die met de Vlaamse regering klimaatterreur sponsort met minstens 230.000 euro per jaar. Jullie zouden zich moeten schamen.
De 26.000 meldingen van phishing per dag
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Leentje Grillaert (Cd&v) kaart de explosieve stijging van phishing-fraude (9 miljoen meldingen/jaar) aan, waarbij slachtoffers vaak door banken als *nalatig* worden afgeschoven, en dringt op concrete bescherming en bankverantwoordelijkheid. Minister Beenders kondigt zes maatregelen aan: een algemeen blokkeertelefoonnummer (analog aan Card Stop), strengere IBAN-naamcontrole (vanaf 9 oktober, naar Nederlands model met 80% minder fraude), automatische detectie van verdachte transacties, samenwerking banken-telecoms, verplichte sensibilisering (via Safeonweb en lokale acties) en versterkte controles door de Economische Inspectie. Grillaert benadrukt dat goede intenties onvoldoende zijn en eist praktische uitvoering, met name betere slachtofferbehandeling en minder *schuldtoewijzing* aan burgers. De focus ligt op snelle implementatie en transparante opvolging via de Economiecommissie.
Leentje Grillaert:
Mijnheer de minister, dagelijks komen er 26.000 meldingen van phishing binnen bij Safeonweb. Dat zijn er meer dan 9 miljoen per jaar. Dat zijn torenhoge cijfers en dat is slechts het topje van de ijsberg.
We krijgen allemaal wel eens een verdachte mail of sms, bijvoorbeeld van De Watergroep, die waarschuwt dat het water zal afgesloten worden, als we de factuur niet betalen, of van het RIZIV met het heugelijke nieuws dat we geld zullen terugkrijgen, als we op de link klikken, wat informatie geven. Als we dat doen, is het te laat. Veel mensen denken dat het hen niet zal overkomen, maar helaas gebeurt dat wel. Elke dag verliezen mensen geld, veel geld door te klikken op een link of na een telefoontje of een overtuigend gesprek. Gisteren werd ik zelf ook opgebeld door een bankmedewerker. Het was wel echt, maar men begint toch overal aan te twijfelen.
Mensen verliezen heel veel geld en alsof dat nog niet genoeg is, wordt hun heel vaak ook nog nalatigheid aangewreven door de bank. Heel vaak wordt de schuld bij het slachtoffer gelegd en blijft hij met lege handen achter. Cd&v vindt dat heel onrechtvaardig. Wij vinden het onze plicht om de consumenten en ondernemers te beschermen tegen fraude. Cd&v verwacht dat ook de banken hun verantwoordelijkheid nemen.
In het regeerakkoord staat dat dergelijke vormen van oplichting zullen worden aangepakt. Vanaf 9 oktober zult u erop toezien dat er een extra IBAN-naamcontrole van toepassing wordt. Dat is alvast een heel goede stap in de strijd tegen phishing, maar phishing gebeurt alsmaar sluwer. Als ik zelfs begin te twijfelen wanneer ik door een oprechte dame word opgebeld, dan beseft men dat het alsmaar moeilijker wordt.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat onze burgers bescherming tegen phishing krijgen? Hoe zult u garanderen dat de banken zich vanaf 9 oktober aan de wettelijke verplichting zullen houden?
Rob Beenders:
Ik dank u voor uw terechte vraag.
Als minister van Consumentenbescherming is de strijd tegen phishing en onlinefraude een absolute prioriteit. Een oplossing voor de problematiek vergt dat niet alleen de consument, maar ook de bank en de overheid hun verantwoordelijkheid nemen.
Ik wil, ten eerste, een algemeen telefoonnummer om bankrekeningen onmiddellijk te kunnen blokkeren in geval van fraude, naar analogie van Card Stop, invoeren. Op die manier kunnen banken bij een fraudemelding meteen rekeningen blokkeren. De gesprekken daarover zijn lopende.
Ik wil, ten tweede, de betalingsveiligheid versterken via de omzetting van de Europese wetgeving die phishing en andere vormen van fraude tegen zal gaan, door bijvoorbeeld maximumuitgavelimieten van toepassing te maken. Ik zal er ook op toezien dat financiële instellingen worden verplicht verdachte transacties automatisch te detecteren en te melden.
Ten derde, de IBAN-naamcontrole wordt momenteel al uitgerold. Daarbij moeten banken controleren of de naam van de begunstigde overeenkomt met het opgegeven rekeningnummer. In Nederland heeft dat erin geresulteerd in ruim 80 % minder geregistreerde gevallen van factuurfraude.
Ten vierde, wij roepen de banken op beter samen te werken met telecomoperatoren om nieuwe digitale fraudetrucs sneller te detecteren, zodat consumenten sneller worden beschermd tegen fraude en phishing.
Ten vijfde, wij moeten de consument blijven informeren en sensibiliseren. Dat gebeurt via jaarlijkse Safeonwebcampagnes vanuit de overheid. Bovendien organiseren ook lokale besturen, politiezones en middenveldorganisaties, in samenwerking met CAW’s en OCMW’s, webinars en opleidingen om fraude te herkennen en mensen te leren hoe daarop te reageren. Daarbij zijn niet alleen kwetsbare groepen een prioriteit.
Ten zesde, de Economische Inspectie heeft meer bevoegdheden gekregen om onlinepraktijken, zoals valse webshops, te controleren en daartegen op te treden.
Wij zien momenteel in de cijfers dat alle genoemde maatregelen 75 % van de fraude (…)
Voorzitter:
Uw spreektijd is op, mijnheer de minister. Ik moet even streng zijn voor u als voor mijn eigen collega's. U hebt wellicht nog een stukje antwoord in het oor gefluisterd van de vraagsteller, die dus meer weet dan ons.
Leentje Grillaert:
Mijnheer de minister, u had zelfs niet voldoende tijd om al uw goede intenties mee te geven. Goede intenties zijn een begin, maar die moeten ook in de praktijk worden omgezet. Daarvoor rekenen wij op u, want het is heel belangrijk dat de slachtoffers op een goede manier behandeld worden en dat oplichters zo min mogelijk kansen krijgen. U hebt gelijk dat digitale geletterdheid ook belangrijk is. Wij vragen dat slachtoffers van dergelijke oplichtingspraktijken niet zozeer beschuldigd worden van nalatigheid, maar de nodige hulp krijgen. Mijnheer de minister, wij hopen dat u ons op de hoogte houdt via de commissie voor Economie.
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en een hoger netto-inkomen
De meerwaardebelasting
De akkoorden in het kernkabinet over de meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Meerwaardebelasting en kabinetsakkoorden
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De meerwaardebelasting (10% op beurswinst) wordt fel bekritiseerd omdat ze niet de superrijken (top 1%) raakt—door slimme constructies en vrijstellingen—maar wel de middenklasse, spaarders en familiebedrijven, terwijl de opbrengst (500 miljoen) onzeker is en de administratieve lasten hoog. Premier De Wever verdedigt de maatregel als onderdeel van een breder pakket (fiscale hervorming, lagere lasten op arbeid, pensioenhervorming) met vrijstellingen (10.000–30.000 euro/jaar) om "kleine spaarders" te ontzien, maar critici noemen het een symbolische trofee voor Vooruit, zonder echte herverdeling. De oppositie hamert op oneerlijke belastingdruk (België is al kampioen in lasten op arbeid *en* kapitaal) en waarschuwt dat de werkende klasse opnieuw de rekening betaalt—zonder zicht op de beloofde netto-loonstijging (tot 1.900 euro/jaar). CD&V benadrukt dat de hervorming enkel acceptabel is *als* die loonstijging erkomt, maar sceptici zien geen concreet plan om de sterkste schouders écht te laten bijdragen.
Lode Vereeck:
Mijnheer de eerste minister, maandenlang hebt u Conner Rousseau het hof gemaakt om in de regering te stappen, maar wie smost met een sos, is de klos. Na een ezelsdracht van dertien maanden heeft de bromance een ongewenst en lelijk gedrocht opgeleverd, de meerwaardebelasting. Uw maten zeggen dat het een lelijk gedrocht is, maar dat het geld zal opleveren. Nee, het gat in uw begroting wordt zelfs groter dan onder Vivaldi. Uw maten sussen dan: ah, maar wacht, Bart en Conner hebben ook een schoon kindje, de beperking van de werkloosheid in de tijd. Maar nee, dat is een pestkopje dat vooral oudere mensen en mantelzorgers treft. Uw maten zeggen dan: Bart en Conner plannen nog een schoon kindje in 2029, het staat vandaag al in de krant, meer netto uit bruto. Maar is daar geld voor?
Uw meerwaardebelasting discrimineert tussen kleine spaarders en grote beleggers, laat de sterkste schouders ongemoeid, maakt waardevolle dingen zoals familiebedrijven kapot en belast mensen die na vijf jaar en één dag met verlies verkopen, oftewel minwaarde. Dat is compleet absurd. U wilde de goede huisvaders redden, maar u ligt onder de sloef van Conner. U bent geplooid voor de postjes. Bart, Jan, Theo en Anneleen mogen fijn Belgische ministers blijven spelen op de kap van de Vlamingen, die werken, sparen of een familiebedrijf uit de grond stampen.
Mijn vraag aan u is wat SPQA echt betekent. Is dat a) syndicaat voor politieke quatsch en absurde belastingen of b) sossenknechtjes en postjespakkers voor fiscale quasi-afpersing?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Alexia Bertrand:
De meerwaardetaks: er werd acht maanden over onderhandeld en daarna waren er nog vijf maanden en een ganse nacht nodig om de modaliteiten vast te leggen. De kogel is nu echter door de kerk. De meerwaardetaks treft de middenklasse, niet de 1 % rijksten. Daarover is iedereen het eens. Ik zeg dat niet, alle experts zeggen dat. Doe de krant maar open: Ellen Vermorgen van De Tijd , Michel Maus, Herman De Knijf van de Fiscale Hogeschool, Bruno Colmant, Stijn Fockedey, Mark Delanote, Ive Rosseel van het ACV en Jürgen Ingels.
Ouders die sparen voor hun kinderen gaan betalen. Mijnheer De Wever, u had toch beloofd dat wie langer dan tien jaar spaart vrijgesteld was? U hebt uw belofte ingeslikt onder druk van de socialisten!
De opbrengst is ook totaal onzeker. Uw vicepremier, de heer Jambon, heeft echter al een plan B klaar: meer van hetzelfde. Ik heb deze ochtend gelezen in Het Laatste Nieuws dat als het niet voldoende opbrengt, er opnieuw naar dezelfde doelgroep zal worden gekeken om na te gaan hoe dat kan worden opgelost. In dezelfde doelgroep, serieus? De middenklasse, de hardwerkende middenklasse? De mensen die elke dag vroeg opstaan, die een spaarpotje opbouwen? Volgens minister Jambon is dat logisch, want, zo luidt zijn verklaring, die mensen hoeven niet na te gaan of ze op het einde van de maand kunnen rondkomen. Gewone werkende mensen mogen dus gerust worden gepluimd. Is uw minister socialist geworden, mijnheer de premier?
Mijnheer de premier, u zou het huis op orde zetten, maar u bouwt gewoon een zoveelste fiscale koterij en zorgt voor administratieve rompslomp op de kap van wie werkt, spaart en onderneemt. Zijn dat de grote hervormingen? Mijn vraag is dan ook eenvoudig: treft deze taks de juiste doelgroep, ja of nee?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de premier, u hebt de Belgen in de luren gelegd. U hebt ze gefopt. Maandag was er een akkoord over de meerwaardebelasting. Eindelijk was er een manier om de sterkste schouders een grotere bijdrage te laten leveren. Ik zeg bewust, een grotere bijdrage en niet een grote bijdrage. Het gaat over, ocharme, 500 miljoen euro, tegenover een bijdrage van 8 miljard euro van de gepensioneerden en de werklozen, maar goed, het zou gebeuren.
Wat blijkt nu? Het is niet waar. Het klopt niet. Het akkoord was nog niet droog of het regende commentaren van experts en specialisten. Die commentaar is redelijk eenduidig: de echte rijken, de multimiljonairs en de miljardairs, zullen geen cent betalen.
Mijnheer de premier, ik heb het hier ooit gehad over twee fictieve vrienden, Fernand Muts en Marc Toecke. Wel, ik heb hen deze week fictief gebeld. Wat blijkt? Ze zijn tevreden. Het is niet voor ons, zeggen ze. Well done , dikke duim.
Ive Marx vat het scherp samen: “Het is een solidariteitsbijdrage voor de sterkste schouders, behalve dan voor de allersterkste.” De meerwaardebelasting treft niet de top 1 %, zegt ook professor Maus. Volgens Maus zou Marc Coucke – dat is geen fictief persoon – ook met deze wet niet getroffen worden bij de verkoop van Omega Pharma met een meerwaarde van anderhalf miljard euro en dat moest toch de bedoeling zijn.
Dat is onaanvaardbaar, mijnheer de premier. Hoe gaat uw regering ervoor zorgen dat de 1 % grootste vermogens toch zullen bijdragen?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, savez-vous quel est le problème avec votre taxe sur les plus-values? Vous ne taxez pas les riches, vous taxez ceux qui essayent de le devenir. Vous ne taxez pas le patrimoine, vous taxez l'investissement et l'effort.
On savait déjà que ce gouvernement Arizona n'était pas social. Voilà qu'on découvre qu'il n'est pas non plus libéral, parce que jamais un gouvernement libéral ne taxerait ainsi le risque, l'investissement et l'effort. Vous n'allez pas toucher les grandes fortunes pour une raison simple, c'est que les grandes fortunes, les grandes familles en général, elles gardent leurs actions, elles les transfèrent à leurs héritiers. Ce que vous allez toucher, c'est la classe moyenne, dont on a besoin, qui investit, qui crée de l'emploi.
Pour ma part, je n'ai pas de problème à ce qu'on taxe davantage les revenus du patrimoine et du capital. Mais il y avait d'autres moyens de le faire. Vous auriez pu, par exemple, simplement majorer votre taxation sur les comptes-titres, augmenter sa base fiscale jusqu'aux actions nominatives. C'est ce que proposait, par exemple, Bruno Colmant. Mais non, au lieu de ça, au lieu de choisir la simplicité, vous ajoutez un étage entier à la tour de Babel qu'est déjà la fiscalité belge, en y ajoutant une complexité et en enrichissant les seuls qui se frottent vraiment les mains, à savoir les fiscalistes. Et vous le faites pourquoi? Parce qu'il fallait un trophée à Vooruit.
Votre gouvernement n'est ni libéral ni social, c'est une étagère avec des trophées symboliques et idéologiques. Un trophée pour le MR, la limitation du chômage à deux ans; un trophée pour la N-VA, le milliard pour les avions de chasse; et un trophée pour Vooruit, la taxe sur les plus-values. On n'a pas encore le trophée centriste, c'est peut-être parce que c'est vous l'étagère. On verra.
J'ai trois questions très simples, monsieur le premier ministre. Où allez-vous chercher votre rendement de 500 millions que, pour l'instant, personne ne trouve? A-t-il été calculé de la même manière que vos 8 milliards d'effets retour? Que répondez-vous aux banques qui vous disent qu'il est absolument impossible d'être prêt au 1 er janvier prochain? Et, surtout, quand allez-vous vous attaquer au vrai problème fiscal de ce pays, à savoir les charges assommantes sur le travail pour les salariés et pour les indépendants?
Steven Matheï:
Mijnheer de eerste minister, met het akkoord over de meerwaardebelasting is er een belangrijke stap gezet. Het is een evenwicht akkoord, waarin de sterke schouders een eerlijke bijdrage leveren en de hardwerkende middenklasse die elke maand wat geld opzijzet; wordt gespaard dankzij de verhoogde vrijstelling, waarvoor cd&v verantwoordelijk is. De meerwaardebelasting draagt, ten slotte, ook nog bij aan de begroting.
Collega’s, waar het voor de mensen echt om draait, is meer nettoloon op het einde van de maand. Dat betekent een lastenverlaging. Dat is exact de reden waarom cd&v deel uitmaakt van de huidige regering, namelijk voor een fatsoenlijke fiscale hervorming.
Die hervorming ligt ook op tafel. De plannen zijn er om ervoor te zorgen dat een alleenstaande tot 1.200 euro netto meer krijgt en een gezin tot 1.900 euro meer. Dat komt neer op meer dan 100 euro extra per maand.
Dat verschil zullen de gezinnen echt voelen, bijvoorbeeld wanneer ze hun maandelijkse energiefactuur moeten betalen of een uitstapje met de kinderen organiseren en betalen. Die bedragen kunnen het verschil maken. De lastenverlaging moet er dan ook snel komen.
Voor cd&v is het heel duidelijk. De meerwaardebelasting is onlosmakelijk verbonden met een lastenverlaging. Wij vragen een eerlijke bijdrage van de sterkste schouders. Tegelijkertijd moet de werkende middenklasse de extra centen op het einde van de maand kunnen zien.
Mijnheer de eerste minister, alles ligt op tafel. De regering heeft zich geëngageerd om voor 21 juli aanstaande een fiscale hervorming te lanceren. Er is met andere woorden een momentum.
Bent u van plan om dat momentum te grijpen, zodat er ook zekerheid is voor de hardwerkende middenklasse onder de vorm van een extraatje op het einde van de maand?
Jean-Marie Dedecker:
We zijn gejost en gesost, mijnheer de premier. In het labyrint van onze belastingkoterij heeft men na lang zoeken een nieuw soort belasting ontdekt: de meerwaardebelasting op aandelen. In feite is het een chantagebelasting. Naar verluidt zou er immers geen regering gevormd zijn als de socialistische tollenaars van Vooruit deze nieuwe belasting niet mochten invoeren. Socialisten staan traditioneel dicht bij de mensen – vooral om in hun zakken te kunnen zitten. Voor u, mijnheer de premier, was het dus kiezen tussen de pest en de cholera.
Louter uit ideologische motieven slaat men nu het spaarvarken van de middenklasse stuk met een linkse trofeemaatregel. Het was een ware zoektocht om nog een belastingdiscipline te vinden waarin we niet op het podium staan. Met 52,6 % zijn we sinds de regering-Verhofstadt, al 25 jaar, lang kampioen in de lasten op arbeid. Met 39 % belasting op kapitaal zijn we ook vice-Europees kampioen. Met een overheidsbeslag van 56 % – een van de hoogste ter wereld – roomt de overheid al meer dan de helft van onze welvaart af. Het is echter nooit genoeg. Het zijn zotten die werken, maar blijkbaar ook zotten die sparen en beleggen.
In de jaren '80 werd de aankoop van Belgische aandelen, via de wet Cooreman-De Clercq, fiscaal aftrekbaar gemaakt. Dat werd een groot succes. Heel wat geld vond toen zijn weg naar ondernemingen, wat leidde tot de creatie van 90.000 nieuwe jobs. Het dwaallicht Verhofstadt schafte deze regeling af. De heer Cooreman was een CVP’er. Het is dus hypocriet dat de christelijke arbeidersbeweging vandaag nog durft pleiten voor een meerwaardebelasting.
Het ACW – of het huidige Beweging.net – moet nog altijd 1,4 miljard euro vergoeden aan haar 800.000 Arcospaarders, aan wie ze ten onrechte aandelen verkochten als waren het spaarboekjes. Van die boeren lust ik geen eieren. Als men een werkzaamheidsgraad van 80 % wil behalen, mijnheer de premier, voert u beter een nieuwe wet Cooreman-De Clercq in.
Ludivine Dedonder:
Monsieur le premier ministre, vous tenez donc votre deal plus-value. J'aurais sincèrement pu vous féliciter. Pourtant, ce n'est pas l'euphorie, car votre taxe loupe complètement sa cible. Même votre rendement de 500 millions est remis en question.
La question n'est pas "qui va payer?", mais plutôt "qui ne va pas payer?". Un entrepreneur qui fait 2 millions de plus-value ne paiera que 12 500 euros. Les vraies grosses fortunes, comme d'habitude avec l'Arizona, les milliardaires ne paieront pas. Pour eux, on trouve des exceptions et des exemptions. Pendant ce temps-là, tous les citoyens de ce pays remplissent leur déclaration fiscale ces jours-ci. Ils sont loin de posséder 2 millions, mais, eux, ils paient des impôts: 40 % Et pourtant, ils bossent tous les jours. Or, pour eux, rien n'est prévu pour augmenter leur pouvoir d'achat! Au contraire, ils devront travailler plus longtemps pour gagner encore moins.
Et ce n'est pas tout, parce que vous avez conclu un marché. Et, dans ce marché, il y a en contrepartie l'achat de 11 F-35 pour un coût de 2 milliards. Il faudra bien que quelqu'un paie ce super deal. Nous avons entendu Maxime Prévot parler d'une nouvelle taxe et votre ministre du Budget annoncer qu'il faudrait encore faire des économies. C'est la classe moyenne, encore et toujours elle, qui va devoir passer à la caisse. C'est déjà elle qui porte le poids des réformes de l'Arizona. Ce ne sont ni les grandes fortunes ni les multinationales. Non! Avec vous, ce sont les familles, les travailleurs et les retraités qui passent à la caisse.
Monsieur le premier ministre, pourquoi tant d'exceptions? Pourquoi des taux si faibles? Pourquoi une taxe aussi ridicule pour les gros actionnaires? Qui va la payer? En reverrez-vous le rendement à la lumière des déclarations des économistes, fiscalistes et institutions de ce pays?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de eerste minister, als historicus bent u volgens mij stiekem heel trots, want de voorbije week gaat de geschiedenisboeken in met een historisch akkoord over de meerwaardetaks op aandelen. Ik had er mijn hemd voor moeten strijken!
Ik hoor de mensen hier spottend lachen. Maar ze zijn jaloers, want het is een historisch akkoord. De FOD Financiën was heel duidelijk.
Er is vandaag een kleine groep mensen die van geld nog meer geld maken. Als er in de wettekst geen achterpoortjes werden gecreëerd, konden we de superrijken effectief eindelijk doen bijdragen. Met Vooruit hebben we dus superhard gevochten om alle achterpoortjes dicht te metselen, opdat mensen met een goede boekhouder of rijke families de dans niet konden ontspringen.
U mag ermee lachen, maar leg het maar eens uit aan de werknemers in de zorg, die nachtshiften draaien of aan de werknemers in de bouw, die hun rug kapotwerken, dat ze bijna de helft van hun loon moeten afstaan, terwijl tegelijk een klein groepje miljoenen winst maakt op aandelen, maar niets bijdraagt.
Ik schrik er natuurlijk niet van dat partijen als Open Vld hun rijke vriendjes willen beschermen. Daar schrik ik niet van. Waar mensen wel van schrikken, is dat het Vlaams Belang als een wolf in schaapsvacht opkomt voor de elite en het gewone volk negeert. Het contrast met de regering kan niet groter zijn.
Uw regering, mijnheer de eerste minister, zal hervormen om onze toekomst te beschermen en om in de zorg van onze burgers en in hun koopkracht te kunnen investeren.
Mijnheer de eerste minister, mijn vraag is eenvoudig: wanneer komt dat schitterende ontwerp naar de Kamer?
Sofie Merckx:
Nous venons encore de l'entendre, l'accord de l'Arizona n'aurait jamais vu le jour sans une contribution des super riches, parce que tout le monde doit faire un effort.
Mais depuis le début, nous avions vu clair. Nous avions vu que les super riches allaient échapper à cet impôt; et maintenant que nous avons vraiment l'accord et les détails, monsieur De Wever, nous voyons clairement, comme les autres collègues l'ont déjà dit, que les super riches, justement, sont épargnés.
N'avez-vous pas lu Michel Maus de la VUB qui dit que les riches ne paient pas beaucoup d'impôts sur le revenu des personnes physiques? Leur richesse est structurée en sociétés. Isabel Albers: " De realiteit is dat de one percent toch ontsnapt ". Et Bruno Colmant: "Cette taxe ne touchera pas les plus fortunés".
Monsieur le premier ministre, comment réagissez-vous à ce qui est dit par des experts, par des fiscalistes, par des opinion makers selon lesquels, justement, le 1 % arrivera encore à éluder cet impôt?
Ce qui est clair aujourd'hui, c'est que cette taxe sur les plus-values n'est rien d'autre qu'un symbole. M. Jambon l'a clairement mis sur Twitter. Ce n'est rien d'autre qu'un symbole pour faire passer l'ensemble des mesures antisociales de ce gouvernement. Un symbole qui ne touche donc pas les super riches.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous me confirmer que suite à cet accord sur la taxe des plus-values, les partis comme Vooruit, Les Engagés et le cd&v vous donnent le feu vert pour acheter 11 F-35; qu'ils vous donnent le feu vert pour la réforme des pensions avec le malus pension; qu'ils vous donnent le feu vert, de manière générale, pour faire de ce gouvernement un gouvernement de la casse sociale?
Voorzitter:
Heel wat vragen, mijnheer de eerste minister. Dat geeft u recht op vijf minuten om er antwoord op te geven.
Bart De Wever:
Collega's, voor een wetgever is het maken van schone kindjes niet gemakkelijk, behalve dan voor de voorzitter van dit Huis. Dat spreekt voor zich.
Ik ben zelf geen one percenter . Ik ben de zoon van een spoorwegarbeider. Ik ben niet thuis in die leefwereld. Ik heb thuis wel geleerd hoe men een hemd moet strijken en dat men dat ook in zijn broek kan steken, mijnheer Seuntjens.
(Gelach en applaus)
Van de wereld van de zeer rijken ken ik echter weinig. Ik noteer de collectieve ambitie van de hele oppositie. Het is mij opgevallen dat het vooral zij zijn die voor het rendement moeten zorgen. Ik begrijp dat en heb uw raadgevingen ter zake, mevrouw Bertrand, goed aangehoord en kijk er ook verder naar uit.
Chers collègues, j'ai compris qu'une première discussion a eu lieu mardi en commission des Finances et que celle-ci se poursuivra lors des prochaines séances.
Je ne peux que vous donner les grandes lignes de cet accord qui, comme vous le savez, doit encore passer en première lecture au Conseil des ministres. S'ensuivront un avis du Conseil d'État et une seconde lecture. Les plus impatients d'entre vous devront encore prendre leur mal en patience pour voir arriver le texte final au Parlement.
L'accord sur la taxation des plus-values fait partie de l'accord de gouvernement, mais aussi et surtout d'un vaste ensemble de réformes sur lesquelles les cinq partis de la coalition se sont mis d'accord. Ce sont des réformes dont ce pays a cruellement besoin si on veut le remettre sur les rails, arrêter le pourrissement budgétaire et protéger notre prospérité.
Wij hervormen de arbeidsmarkt om zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. Wij hervormen de pensioenen om deze in de toekomst betaalbaar te houden. En wij voeren ook een fiscale hervorming door om de brutoloonlast te verlagen en het netto-inkomen van werknemers te verhogen, in het bijzonder voor de lage en middeninkomens. Werken moet lonen. Het verschil tussen werken en niet werken moet 500 euro of meer bedragen. Mijnheer Matheï, die ambitie zullen wij gestalte geven. Meer mensen aan het werk voor een beter loon, dat betekent meer welvaart en een financieel gezonder land.
Om de koopkracht van de werkenden te versterken, voorziet het regeerakkoord inderdaad in een belasting van 10 % op de meerwaarde. Dames en heren, in een land waar de fiscale druk al bijzonder hoog is, heeft de regering een duidelijke keuze gemaakt. De gewone spaarder en de hardwerkende kleine zelfstandige mogen niet het slachtoffer worden van bijkomende lasten. Zij verdienen respect en bescherming, geen bestraffing. Zoals vastgelegd in het regeerakkoord, voeren we vanaf 1 januari 2026 een evenwichtige meerwaardebelasting in. Het algemene principe daarvan is helder: een tarief van 10 % op effectief gerealiseerde meerwaarde, met de mogelijkheid om minwaarde in hetzelfde jaar af te trekken.
We voorzien bovendien een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon. Na vijf jaar zonder gebruik van deze vrijstelling loopt dat bedrag op tot 15.000 euro. Voor een koppel betekent dat dus een vrijstelling van 30.000 euro.
Bovendien wordt dat bedrag geïndexeerd. Dus stellen dat deze belasting de middenklasse zeer zwaar zal treffen, lijkt mij zeer zwaar overdreven.
Voor wie minstens 20 % van een onderneming bezit, voorzien we een vrijstelling tot 1 miljoen euro. Zo zorgen we ervoor dat de kleine zelfstandige, die zijn of haar levenswerk, of het levenswerk van een koppel, wil overdragen of verkopen aan het einde van de carrière, fiscaal niet zal worden bestraft. Laat het ook duidelijk zijn, deze belasting geldt niet voor pensioenspaarproducten, zoals pensioensparen of groepsverzekeringen.
De opbrengst van deze maatregel, zoals ingeschreven in onze begrotingstabel, werd bevestigd. Het gaat om 250 miljoen euro in 2026, oplopend tot 500 miljoen euro in 2030. Die middelen zullen we inzetten om de lasten te verlagen, met name de lasten op arbeid, in het bijzonder voor mensen die werken voor een laag of gemiddeld inkomen. Dat lijkt mij zeer rechtvaardig, want wie elke ochtend vroeg opstaat en bijdraagt aan onze samenleving, verdient meer waardering. Dat is inderdaad de belofte van deze regering en die belofte zullen we houden. Voor het parlementair reces zal de minister van Financiën deze belastingverlaging nog in eerste lezing voorleggen aan de ministerraad.
Lode Vereeck:
Mijnheer de eerste minister, altijd als we vragen stellen over de meerwaardebelasting, krijgen we antwoorden over de personenbelasting. Ik begrijp dat niet.
Het blijft een feit dat u in het zwaarst belaste land de enige belasting zult invoeren die we nog niet hadden, de ultieme trofee voor socialisten en communisten, een meerwaardebelasting op kap van de Vlaamse spaarders en familiebedrijven en niet van de superrijken.
Men zegt weleens dat het gemakkelijker is een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een socialist voorbij een zak geld, maar vandaag is het gemakkelijker om een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een N-VA'er voorbij een postje als minister, burgemeester of schepen. U hebt dan ook de ruggengraat van een hotdog.
Er is echter ook goed nieuws. Ook u hebt een trofee gewonnen, die ik u mag overhandigen. U bent de winnaar, na Guy Verhofstadt en Alexander De Croo, van de wisseltrofee belgicistische-socialistische schoothondjes. Proficiat.
( De heer Vereeck overhandigt een trofee aan de eerste minister )
Voorzitter:
Er volgt nog een reeks replieken. Als iedereen een geschenk voor u heeft, mijnheer de premier, zult u langs de deontologische commissie moeten.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, een land kan alleen goed functioneren met een sterke middenklasse. U hebt ook ondernemers en bedrijven nodig. Ze zijn de motor van onze economie en tewerkstelling; dat ziet u trouwens ook in uw stad. Laat ons fier op hen zijn.
De heer Dedecker had het over 25 jaar. Open Vld heeft die taks inderdaad 25 jaar lang tegengehouden omdat ze altijd de middenklasse treft. Het zijn altijd dezelfden die betalen, mijnheer Dedecker. Wat de PS nooit gelukt is in de regering, krijgt ze cadeau van u, mijnheer De Wever, en waarom? Omdat u gezwicht bent voor een trofee van Vooruit.
Mijnheer Seuntjes, u zult uw debatfiches moeten aanpassen, want de heer Bouchez zegt het zelf: als men rendement wilt, dan moet men een brede belastingbasis aanspreken, dus de middenklasse.
Ik eindig met Willy De Clercq. Dat was een liberaal, mijnheer Dedecker. Wat u doet (…)
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand, iedereen zal die woorden van Willy De Clercq op Google kunnen opzoeken.
Dieter Vanbesien:
Collega's, de rijkste 10 % van ons land bezit samen 1.632 miljard euro. Van dat gigantisch vermogen vraagt deze regering een bijdrage van 500 miljoen euro. Het is een schande hoe de regering de sterkste schouders keer op keer beschermt. Het is een schande dat de gewone mensen, die onze samenleving draaiende houden, telkens opnieuw het gelag betalen. Deze regering zit in de verkeerde zakken.
Wat blijkt vandaag? Zelfs die beperkte bijdrage raakt de rijkste 1 % niet eens. Opnieuw zit de regering in de verkeerde zakken. Als de fiscale experts gelijk krijgen dat die maatregel niet opgaat voor de allergrootsten, dan blijft er maar één conclusie over: het is tijd voor een echte vermogensbelasting: eenvoudig, eerlijk, zonder achterpoortjes. Alleen op die manier kan deze regering de belofte aan de Belgen nakomen.
Voorzitter:
Collega Vanbesien, bedankt voor die suggestie.
François De Smet:
Merci pour vos réponses, monsieur le premier ministre.
Pourquoi cet impôt n'existait-il pas jusqu'ici en Belgique alors qu'il existe dans un grand nombre de pays? Il n'existait pas parce qu'en Belgique, il y avait – et il y a toujours – une immense taxation des charges sur le travail.
Donc, dès le moment où vous choisissez d'ajouter cet impôt, la moindre des choses aurait été de faire un vrai tax shift et de diminuer les charges sur le travail. Ce n'est pas ce que vous faites; vous le ferez peut-être, si tout va bien, dans deux ou trois ans, où chaque Belge aura peut-être 100 euros environ par mois.
Votre réforme de l'emploi est d'abord une réforme du chômage, vous en êtes très fier, vous l'avez à nouveau rappelé. L'une des faiblesses de cette réforme, outre le fait que vous sanctionnez évidemment les chômeurs beaucoup plus tôt, est que vous ne créez pas l'emploi, vous n'avez pas de stratégie industrielle. Là encore, vous sanctionnez les entrepreneurs, ceux qui doivent créer, ceux qui doivent investir, et vous rendez encore plus difficile, demain, la possibilité d'atteindre vos objectifs en termes de taux d'emploi.
Steven Matheï:
Dank u wel, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoorden. Meer nettoloon op het einde van de maand, dat houdt de mensen bezig. Dat is op zich logisch, want veel werknemers uit de hardwerkende middenklasse geven de helft van hun loon af. Meer nettoloon is ook een absolute prioriteit van cd&v. Het staat in het regeerakkoord en ik ben blij dat u dat daarnet opnieuw hebt onderschreven en ook een timing hebt opgegeven, die aantoont dat u er snel werk van zult maken.
Als we op 1 januari 2026 een lastenverlaging willen doorvoeren, dan moet er voor 21 juli een akkoord zijn. Wij zullen daarvoor strijden, want dat zijn we verschuldigd aan de hardwerkende middenklasse.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de eerste minister, u had zich er gemakkelijker van af kunnen maken met een verdubbeling van de hoogste beurstaks ter wereld, die al van toepassing is, namelijk 1,32%. Dan had de brol van de heer Bouchez niet hoeven te worden ingevoerd. Op dividenden betalen we al 30 % roerende voorheffing. We hebben een Reynderstaks van 30 %, een kaaimantaks van 30 %, een uitzonderlijke meerwaardebelasting op aandelen van 33 % en nu nog eens 10 % meerwaardebelasting.
Ik heb het lastig met de hypocrisie hier. Zo is het dankzij uw partij, mevrouw Dedonder, dat we de hoogste kapitaalbelasting van Europa hebben. Ik heb ook al gewezen op de strapatsen van cd&v. Over sommigen spreek ik niet meer, want die verkiezen gelijke armoede boven ongelijke rijkdom. Dat is voor mij niet het probleem. En wat verkondigde het Vlaams Belang vóór de verkiezingen in een interview in De Tijd ? Weet u het nog? Ik zal niet kijken naar collega Vereeck, want hij komt ook van LDD, waar hij is weggelopen - het was te goed bij ons. In zijn verkiezingsprogramma voor de verkiezingen pleitte die partij voor 25 % meerwaardebelasting. ( Tumult )
Ludivine Dedonder:
(…)
Voorzitter:
Collega's, mag ik u vragen om te luisteren naar mevrouw Dedonder?
Ludivine Dedonder:
Monsieur le premier ministre, en n'en disant mot, vous confirmez que la taxe ne touchera pas les plus fortunés. C'était certainement votre intention. Cette taxe ne touchera pas les milliardaires. Vous confirmez ainsi que les factures seront bien émises sur le dos de tous les Belges, sauf celui des plus riches.
Vous dites que cela fait partie d'un ensemble de réformes comprenant notamment celles du chômage, du marché du travail et des pensions. Cela confirme bien que tout se fait sur le dos de la classe moyenne, des travailleurs, des pensionnés et des malades. Quand je vous pose la question relative aux 11 F-35, qui font partie, comme vous l'avez dit vous-même, de ce deal sur les plus-values, je n'ai pas de réponse. Il faudra encore trouver deux milliards sur le dos des travailleurs.
Cela caractérise bien ce gouvernement. Depuis le début, vous vous acharnez sur les travailleurs alors que vous prétendez vouloir les récompenser. Ils n'auront pas 500 euros supplémentaires, mais devront en payer 500!
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, andere landen doen het allang. Hier wordt er ook allang om geschreeuwd. De huidige regering met Vooruit doet het ook effectief. Wij zorgen ervoor dat in de moeilijke tijden die het vandaag zijn ook de superrijken een eerlijke bijdrage zullen leveren.
Er wordt hier veel gelachen met belachelijke trofeetjes, maar daar gaat het niet om. Het gaat niet om trofeeën, het gaat om rechtvaardigheid. Op een moment waarop de wereld in brand staat, vragen wij van iedereen een eerlijke bijdrage.
Daarom is, zoals andere leden al opmerkten, de volgende stap dat mensen die elke dag werken op het einde van de maand netto meer kunnen overhouden. Mijnheer de eerste minister, daarvoor hebt u onze steun. Wij zullen verder hervormen om onze toekomst te beschermen en werkende mensen erop vooruit te laten gaan.
Sofie Merckx:
Mijnheer de premier, wij hebben u met minstens vijf parlementsleden gevraagd wat uw antwoord is op de analyses die de afgelopen dagen overal werden gemaakt en die stelden dat de superrijken niet zullen betalen. U mag trouwens ook naar mij luisteren. Ik zie namelijk dat u gezellig keuvelt met de heer Vereeck. Ik had echter van u ook geen antwoord verwacht. Mijnheer Seuntjes, hoe kan uw partij daarin meegaan? Cd&v, hoe kunt u dat? De sterkste schouders zullen de dans ontspringen! Met uw riedeltje dat de superrijken zullen bijdragen en dat alles eerlijk is, maakt u misbruik van dat symbool om mee te stappen op die asociale hervormingstrein. U helpt de werkende mensen immers niet! Wat u doet is (…)
De hittegolf en het klimaatplan dat op zich laat wachten
Het Belgische klimaatplan
Het treinverkeer in extreme weersomstandigheden
De hittegolf en de klimaatambities van België en Europa
De klimaatdoelstellingen 2040 en het Belgische klimaatplan
De tijdens de hittegolf afgeschafte P-treinen
Klimaatplannen, hittegolven, treinverkeer, klimaatambities, klimaatdoelstellingen.
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie), Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De klimaaturgentie staat centraal in een felle kritiek op minister Crucke (Klimaat), die volgens oppositiepartijen het dossier verwaarloost door prioriteiten zoals koopkracht en defensie voorop te stellen—terwijl België achterloopt met het Nationaal Energie-Klimaatplan (PNEC) (deadline juni 2024 gemist) en hittegolven dodelijke gevolgen hebben voor kwetsbare groepen. Critici hekelen symbolische maatregelen (bv. CO₂-taks voor gezinnen) en uitgestelde investeringen (windenergie, spoorinfrastructuur), terwijl de NMBS faalt met verouderd materieel en gecancelde treinen tijdens extreme hitte, wat pendelaars naar de auto drijft. Crucke verdedigt zich door te wijzen op Europese flexibiliteit (90% reductiedoel 2040 met koolstofcompensatie) en coördinatieproblemen tussen gewesten, maar belooft het PNEC voor september 2024 in te dienen—zonder concrete oplossingen voor sociale ongelijkheid (hitte-arme huishoudens) of systeemverandering (publieke investeringen vs. marktafhankelijkheid). Kernpunt: klimaatbeleid ontbeert urgentie en rechtvaardigheid, terwijl de crisis levens kost.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, "le climat n'est plus une priorité": c’est ce que je vous ai entendu dire cette semaine sur La Première. Vous regrettez peut-être, mais vous l’avez dit!
Franchement, nous savions déjà que les partis de l’Arizona abandonnaient l’ensemble de leurs promesses et de leurs priorités de campagne. Je ne reviendrai pas sur les 500 euros supplémentaires de pouvoir d’achat. Le climat était aussi dans votre programme, monsieur Crucke. Le climat, monsieur le ministre du Climat!
J’ai donc été consternée par vos propos, d’autant plus qu’au même moment, les Belges étaient littéralement en train de mourir de chaud. On a vu, partout dans le pays, des températures record, des personnes cloîtrées chez elles, des personnes en souffrance, de nombreux trains supprimés et des orages violents.
Comme nous le savons, ces pics de chaleur sont clairement liés aux émissions de carbone. Ce que nous attendons d’un ministre du Climat, c’est qu’il se batte et qu’il obtienne des avancées. Or, avec le retour des droites au pouvoir, les enjeux climatiques – qui sont aussi des enjeux sociaux – sont aujourd’hui totalement sacrifiés. Ceux qui en paient le prix sont les ménages à revenus modestes, les locataires et les pensionnés les plus sensibles aux hausses de température.
Nous le constatons en Wallonie avec votre réforme brutale des primes à l’isolation, pour laquelle les familles vous remercient ! Nous le voyons également à l’échelle européenne, où la Commission a revu à la baisse son objectif de réduction des émissions pour 2040, et où les États membres pourront désormais acheter des crédits carbone dans les pays du Sud au lieu de faire eux-mêmes les efforts nécessaires.
Maintenant, c’est au niveau fédéral que tous les plans semblent malheureusement bloqués. Je songe notamment au Plan national Énergie-Climat, pour lequel la Belgique a été mise en demeure le 12 mars dernier. Où en est-on, monsieur le ministre? Avez-vous soumis le Plan social pour le climat à la Commission européenne? Avez-vous pris connaissance d'une étude qui dit que les Wallons seront les plus touchés par le système des quotas carbone? Que faites-vous pour les protéger? Vous augmentez aussi la TVA sur les chaudières au gaz et au mazout et ce sont encore les Wallons qui vont payer.
Monsieur le ministre, il fait peut-être un peu moins chaud aujourd’hui, mais l’urgence climatique est bien là. Quelles sont les solutions de ce gouvernement face aux enjeux climatiques?
Natalie Eggermont:
Collega's, het was ongezien deze warm deze week. Maandagochtend kreeg ik het eerste berichtje op mijn telefoon van iemand die in een maatwerkbedrijf werkt. Er was een collega flauwgevallen en afgevoerd, maar extra pauzes werden geweigerd.
Wij hadden geluk want we hebben airco in het Parlement, maar heel veel mensen hebben hard gewerkt in de hitte, in de fabrieken, met veiligheidsvest, helm, schoenen, alles erop en eraan, of buiten in de volle zon, in de bouw. Al mijn respect voor die mensen. Zij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering. Ze zijn het ook beu om telkens het belerende vingertje van de politiek te zien.
Een metallo vertelde mij: “Wij moeten doorwerken in de hitte, en ondertussen komt men ons zeggen dat we met de elektrische fiets naar het werk moeten gaan of dat we onder de douche moeten plassen voor het klimaat. Intussen huurt Jeff Bezos Venetië af voor een bruiloft en laat hij 200 van zijn vrienden overkomen met de privéjet. Wij moeten wel met de fiets naar het werk om het klimaat te redden."
De huidige hittegolf is geen uitzondering meer. Dit is het nieuwe normaal, collega's. Voor veel jongeren is dat de toekomstvisie die ze van de politici vandaag meekrijgen. Wat doet de politiek dan? Ik heb een collage gemaakt. Men gaat afwachten.
Er is nog altijd geen Belgisch klimaatplan. De deadline is opnieuw gemist. Weten jullie wanneer die deadline was? Dat was 30 juni 2024, een jaar geleden. De ambities gaan dus achteruit. Gisteren, midden in de hittegolf, versoepelde de Europese Commissie haar klimaatdoelstellingen. Daar hadden ze blijkbaar ook last van de hitte. Deze week werd ook beslist dat investeringen in een nieuw windmolenpark op zee tot minstens 2032 worden uitgesteld.
Wat lukt er dan wel? De invoering van een Europese koolstoftaks voor Belgische gezinnen, die kan oplopen tot 650 euro per gezin per jaar. Voor dergelijke maatregelen zijn de traditionele partijen altijd te vinden, om in de zakken van de mensen te zitten. Dat is geen klimaatbeleid, dat is asociaal pestbeleid.
Mijnheer de minister, wat gaat u doen om verantwoordelijkheid te nemen voor het klimaat, zonder in de zakken van de mensen te zitten?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de voorbije dagen was het puffen. Het was snikheet, dat hebben we allemaal gevoeld. Temperaturen liepen op tot 38 graden. Het was de warmste 1 juli ooit. Historisch dus eigenlijk. Wie met de trein moest reizen, heeft het geweten. Ik gooi het enigszins over een andere boeg, want mijn vragen gaan uiteraard over de treinen.
De treinen die vandaag rijden, zijn te oud, te onbetrouwbaar en te krap. Het resultaat daarvan is treinen zonder airco, veel afgeschafte treinen en haltes die zomaar worden overgeslagen, dat alles zonder duidelijke communicatie. Erger nog, de reizigers zitten opeengepakt als sardienen in een blik. Bij de huidige hitte is dat niet alleen oncomfortabel, maar ronduit gevaarlijk.
Wat creëert de NMBS daarmee? Wel, mensen die afhaken. Wanneer men letterlijk zit weg te smelten in de trein, dan begint men natuurlijk naar de auto te kijken en dan neemt men die gewoon weer. Dat terwijl in het openbaredienstcontract staat dat we 30 % meer reizigers op de trein moeten krijgen tegen 2032. Hoe valt die situatie nog uit te leggen?
Het is trouwens bijzonder toepasselijk, want vorige week lag de aanbesteding voor de nieuwe treinstellen op tafel bij de NMBS. De raad van bestuur besliste het dossier on hold te zetten. De voorkeur ging opnieuw uit naar het Spaanse bedrijf CAF, ondanks eerdere kritiek en het arrest van de Raad van State. Daardoor dreigt Alstom, met vestigingen in Brugge en Charleroi, opnieuw uit beeld te verdwijnen. Net nu is de nood aan nieuwe treinstellen nochtans bijzonder groot.
Mijnheer de minister, hittegolven kunnen we niet stoppen. Wat we wél kunnen doen, is zorgen voor modern en betrouwbaar materieel en niet pas binnen tien jaar. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig: kunt u toelichten wat de stand van zaken is in het aanbestedingsdossier?
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, les températures s'affolent. L'été est suffoquant. On vient encore de l'entendre, le seuil symbolique de 1,5°C a été dépassé. Nous souffrons tous de la chaleur et les scientifiques parlent aussi d'un dépassement de 3°C dans les scénarios les plus pessimistes.
Les risques sur la santé des plus vulnérables, l'impact de la sécheresse sur l'agriculture, nos forêts qui se dégradent, l'impact sur la biodiversité et même sur notre mobilité, la liste des impacts du réchauffement climatique sur notre vie est longue. L'épisode de chaleur que nous vivons cette semaine est un rappel supplémentaire, un énième rappel à l'urgence d'actions concrètes. Si certains veulent oublier le climat, lui, il ne vous oublie pas, comme vous le rappelez souvent.
Alors, comment avancer pour répondre à tous ces enjeux? Il faut plus que jamais développer une politique durable dans tous les domaines de façon transversale. Durable sur le plan budgétaire, le gouvernement y travaille. Durable sur le plan économique, l'appel des entreprises wallonnes pour un objectif clair montre que la demande des entreprises est bien réelle. Durable sur le plan des émissions carbone, vos efforts pour enfin aboutir à un plan climat vont dans ce sens.
Mais il ne suffit pas d'être volontariste. Il faut agir finement pour que la transition prenne en compte nos réalités territoriales et financières.
Monsieur le ministre, j'ai trois questions dans cette optique de répondre au réchauffement climatique et de nous faire avancer dans le bon sens. Que pensez-vous des objectifs de réduction de gaz à effet de serre que la Commission européenne a présentés hier? N'y a-t-il pas un risque finalement que ces objectifs s'enlisent à force de compromis et de flexibilité? Comment avance le Plan national Énergie-Climat dont on vient de parler? Le précédent gouvernement, je le rappelle, n'avait pas su aboutir et la Belgique traîne toujours ce dossier depuis trop longtemps. Enfin, quels sont vos objectifs pour faire de la transition un levier social qui diminue les inégalités plutôt que de les renforcer?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, hier encore Bruxelles étouffait: 38 degrés sur la Grand-Place. La science l'affirme: sans actions fortes, ces températures extrêmes seront la norme. Quand il y a le feu, on ne demande pas aux pompiers de faire une pause. Or, face à l'urgence, votre gouvernement temporise et regarde les flammes monter.
Malheureusement, le dérèglement climatique tue. Chaque été, ce sont des dizaines de milliers de personnes qui meurent à cause des vagues de chaleur. Et ce sont toujours les mêmes qui en payent le prix: les ouvriers sur les chantiers, des livreurs à vélo, des aînés coincés dans des logements surchauffés, les travailleurs d'usine. Les précaires crèvent en silence pendant que le gouvernement perd du temps.
La Commission européenne vient d'annoncer d'ailleurs un objectif de moins 90 % d'émissions nettes d'ici à 2040. Alors, je suis d'accord, sur le papier, ça claque! Mais dans les faits, c'est rempli de passe-droits – crédits carbone à l'étranger, transfert d'efforts entre secteurs –, avec une trajectoire molle jusqu'en 2035. Résultat: on annonce l'ambition, mais on organise l'inaction. Mettre du vert sur des politiques qui foncent droit dans le mur, ce n'est pas du progrès, c'est du sabotage.
Monsieur le ministre Crucke, vous avez qualifié ce texte d'équilibré. Moi, j'y vois une ambition au rabais, et je suis sûre que Jean-Luc sera d'accord avec moi. Pendant ce temps, en pleine canicule, la Belgique souffle sa première bougie de retard pour son Plan national é nergie-Climat (PNEC) – retardé par la Flandre, dois-je le rappeler? Nous sommes derniers de la classe avec la Pologne, et je trouve ça un peu honteux. Je pense que vous pouvez être d'accord avec moi.
Monsieur le ministre, je vous pose des questions simples. La Belgique soutiendra-t-elle, oui ou non, enfin un vrai objectif climatique ambitieux, à savoir une réduction de 90 % des émissions ici, sans tricher avec des crédits carbone à l'autre bout du monde? Quand et comment le gouvernement arrêtera-t-il officiellement sa position sur l'objectif 2040 et sur l'objectif intermédiaire de 2035? Quelle est votre feuille de route concrète – date, état, arbitrages interrégionaux – pour déposer enfin un PNEC crédible et compatible avec l'accord de Paris?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, dames en heren, als trouwe pendelaar heb ik deze week een nieuwe term geleerd: de saunatrein. Een saunatrein is een oudere trein zonder airconditioning die tweemaal per dag uitrijdt en tussendoor geparkeerd staat onder de volle zon. Voor het comfort van de reizigers en het personeel laat de NMBS die trein uitzonderlijk niet rijden bij extreme weersomstandigheden.
De NMBS verwijst dus naar het comfort, maar dat moeten we met een grote korrel zout nemen. Onze pendelaars hebben deze week immers extra hard gezweet, meer dan wie ook. Naast hittestress moesten ze ook afrekenen met treinstress. Ze zagen namelijk de ene trein na de andere geschrapt worden, waardoor van comfort helemaal geen sprake meer was. Wie was de pineut? Onze hardwerkende middenklasse, die elke dag pendelt naar het werk, want die middenklassers krijgen helaas geen hitteverlof van hun baas.
Mijnheer de minister, ik hou mijn hart alvast vast voor de winter die voor de deur staat. Dan leer ik wellicht een nieuwe term kennen: de iglotrein. Die term kan alvast ingeroepen worden als het te koud wordt.
Pendelaars in de kou laten staan – of in dit geval in de hitte – is voor cd&v helemaal niet oké. Ik pleit hier al langer voor een stipte dienstverlening van het openbaar vervoer. Dat zou een topprioriteit moeten zijn. Het moet het speerpunt vormen van uw beleid. Of het nu te koud of te warm is, probeer dat maar eens uit te leggen aan Jan Modaal die gewoon op zijn werk moet raken. Er is nood aan een beleid dat werkt bij elke weersomstandigheid.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, chers collègues, je me permettrai de commencer, car sinon je manquerais à toute civilité et à toute amitié, par souhaiter à Mme Maouane un merveilleux anniversaire, malgré les chaleurs que l'on connaît.
(Applaudissements)
(Applaus)
Madame Meunier, je suis certain que vous m'avez lu rapidement. Peut-être avez-vous cru, en prenant un mot, traduire une pensée qui n'est pas la mienne. Ce que j'ai dit, et je le maintiens, c'est qu'aujourd'hui, pour un certain nombre de personnes, peut-être, malheureusement majoritaires, la fin du mois et la dérégulation de notre géostratégie sont devenues à ce point des priorités qu'effectivement, parfois, elles ne mettent plus en premier lieu le climat. Ce n'est pas parce que je constate que c'est ainsi que je partage cette idée et que je considère qu'il n'y a pas lieu d'adopter encore une vitesse surdimensionnée en la matière. Mais être aveugle face à cela, c'est ne pas pouvoir objectiver une réponse.
On m'a posé des questions sur la planification, le Plan national é nergie-Climat. Comme je l'ai dit, et je le répète, ma collègue Melissa Depraetere dans le gouvernement flamand fait un travail qui n'avait pas été fait précédemment. Elle s'est engagée à le terminer pour fin juin, début juillet. Je n'ai aucune raison de penser qu'elle n'y arrivera pas et je la soutiens complètement.
En ce qui concerne le fédéral, nous pourrons décider également avant le 21 juillet. Je rappelle quand même que ce qui est en rade, c'est le précédent PNEC, qui a été recalé par l'Europe. C'est bien pour cela qu'on a dû s'y atteler. Je me suis engagé vis-à-vis du commissaire européen à déposer personnellement les quatre études ou projets avant le 21 juillet, et je le ferai. Il faudra ensuite faire ce qu'on appelle le réguler, ce qui sera fait par l'administration. Au mois de septembre, tout sera déposé. Rien n'est changé dans le timing.
S'agissant du Plan social Climat, vous avez raison, nous sommes en retard. Mais 26 des 27 pays européens sont en retard. Seule la Suède l'a remis. Les mesures sont connues tant par les Régions que par le fédéral. Nous devons encore nous coordonner, nous concerter, et arbitrer le pourcentage, la division des recettes entre les uns et les autres. J'ai reçu mandat du gouvernement pour qu'au nom du fédéral, je puisse négocier une fourchette de 10 à 20 % pour le fédéral. Cela me semble important parce que certaines compétences, tant au niveau économique, par rapport aux micro-entreprises, sur un plan fiscal, que vis-à-vis des citoyens, sur les aides sociales directes, ne relèvent que du fédéral. Je crois donc que les Régions pourront comprendre cela aussi.
Gisteren heeft de Europese Commissie, weliswaar met enige vertraging, ambitieus haar voorstel voor de klimaatdoelstellingen voor 2040 voorgesteld. Er wordt gestreefd naar een vermindering van de netto-uitstoot met 90 %, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese wetenschappelijke raad voor het klimaat. Dat voorstel voorziet ook in drie flexibiliteitsmechanismen: een beperkte openstelling voor internationale kredieten, erkenning van permanente binnenlandse opslag en intersectorale flexibiliteit. Die doelstelling voor 2040 zal duidelijkheid en zichtbaarheid bieden aan onze burgers en bedrijven, die langetermijninvesteringen moeten kunnen plannen. Ik denk dus dat ons land die voorstellen kan volgen.
De gevolgen van de hittegolf beperken zich echter niet tot de gezondheid. Ook onze infrastructuur heeft eronder geleden. U hebt het zelf gemerkt en ik ook. Ik heb maandagavond namelijk meer dan drie uur nodig gehad om thuis te geraken.
Sinds 15 mei is het plan voor hittegolven en ozonpieken op nationaal niveau van kracht. Ondanks de inspanningen waren de verstoringen aanzienlijk. Ik heb de NMBS en Infrabel gevraagd om snel een gedetailleerd verslag en gestructureerd actieplan voor te leggen om dat soort van storingen te voorkomen.
Les perturbations observées sur notre réseau ferroviaire ne sont ni isolées ni propres à la SNCB. Elles s'inscrivent dans des tendances plus larges. En Belgique, plusieurs incidents ont été constatés. Lundi soir, un train est resté bloqué à Wuustwezel, en province d'Anvers. Il s'agissait d'un train néerlandais opérant sur notre réseau. Mardi, un train de marchandises est tombé en panne à Haecht. Des dommages ont également été constatés à la caténaire à Neerpelt et à Mol. Ces incidents sont qualifiés de mineurs. Pour ma part, ils ne le sont pas.
In Frankrijk heeft de hittegolf geleid tot vertragingen en afgelastingen in de treindienst. In heel Europa laten spoorweginfrastructuren beperkingen zien bij extreme weersomstandigheden.
Tout cela signifie qu'effectivement, plus que jamais, la Belgique – mais pas seulement elle – doit considérer que ces événements ne sont pas dus au hasard, mais qu'ils sont dus au réchauffement climatique. C'est donc avec confiance, mais détermination (…)
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, j'entends vos explications, mais je ne peux pas admettre qu'un ministre du Climat se résigne à déplorer que le climat ne soit plus une priorité. Ce n'est pas compréhensible, ni par moi ni par personne, à part peut-être par Trump ou d'autres climatosceptiques. Surtout quand on vit un épisode comme celui de cette semaine, où les températures étaient record. Cela semble être votre devoir, en tant que ministre du Climat, de ramener ce débat au premier plan.
Ce retrait des politiques climatiques nous paraît être une erreur pour les entreprises, parce que si on veut remettre l'Europe sur la carte, il faut au contraire miser sur la transition. Et c'est une erreur pour les citoyens, en particulier les plus fragiles, parce que ce sont eux, dans les quartiers denses, dans les passoires énergétiques, qui souffrent le plus des pics de chaleur.
Ensuite, je dois vous dire que les marchés internationaux du carbone nous inquiètent. J'attends, de ce point de vue, une position ferme de la Belgique sur l'objectif 2040. Je ne manquerai pas de revenir sur ce sujet en commission.
Natalie Eggermont:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Ik meen dat we tot de kern van het probleem moeten gaan. We kunnen het klimaatprobleem niet oplossen met de recepten die we tot hiertoe hebben toegepast, namelijk verder vertrouwen op de markt en op de investeringen van de privébedrijven. Maar dat recept blijft u wel herhalen.
Hoe komt dat? Privé-investeringen gaan natuurlijk naar waar winst te halen is en de fossielebrandstofindrustrie windt er ook helemaal geen doekjes om dat ze zullen blijven investeren in fossiele brandstoffen. British Petrol, één van de grote spelers heeft het dit jaar nog gezegd. Ze schroeven de ambities voor hernieuwbare energie terug en gaan terug naar olie en gas.
Superveel winsten hebben de energiebedrijven gemaakt door de crisis in Oekraïne. Die winst is gegaan naar nieuwe investeringen in olie en gas en naar de aandeelhouders. Dus nee, de markt zal het probleem niet oplossen. We hebben grootschalige publieke investeringen nodig, investeringen in isolatie en openbaar vervoer, in hernieuwbare energie. Die komen er niet. Jullie vinden ineens miljarden, maar ze gaan niet naar het klimaat, ze gaan naar oorlog.
Een goede raad die nu circuleert op de sociale media is de volgende: stay cool, stay hydrated, and fight capitalism!
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik zou u willen danken voor uw antwoord, maar ik heb op mijn vraag helaas geen antwoord gekregen.
De realiteit duldt geen uitstel. Treinstellen van meer dan 50 jaar oud laten rijden zonder airco op dagen met 38°C, dat is niet meer verantwoord. We moeten dringend investeren in modern materiaal dat bestand is tegen de uitdagingen, ook tegen extreme hitte.
Maar het gaat niet alleen over goede treinen. Het gaat ook over een goed beleid. Wanneer we voor zo'n grote investering staan, moeten we kansen creëren voor jobs in eigen land. In Brugge en in Charleroi werken vandaag duizenden mensen in de spoorindustrie.
Zoals collega Maaike De Vreese al een aantal keren heeft aangekaart, is de tewerkstelling in Brugge van groot belang, zowel voor de regio als voor de toekomst van onze industrie. Nu is het moment om te kiezen voor goede treinen en voor maximale werkgelegenheid in eigen land.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour l'annonce des progrès que vous avez accomplis dans le Plan Énergie-Climat et qui prouvent que le climat se situe bien au centre de vos priorités.
Vous avez aussi rappelé la nécessité de réconcilier économie et écologie. Ce n'est pas toujours simple, mais je sais que vous y travaillez. De même, vous avez indiqué la difficulté de faire avancer l'agenda environnemental face aux conflits et aux populismes. J'estime qu'il en va de notre responsabilité collective. Chez Les Engagés, nous voulons avancer. Il faudra le faire avec nos entreprises et nos concitoyens, comme vous venez de le dire, au moyen d'une planification coordonnée et responsable.
Les politiques climatiques et environnementales qui punissent et attaquent la qualité de vie de nos concitoyens n'ont fait qu'encourager une levée de boucliers contre les politiques climatiques ambitieuses. Aujourd'hui, nous devons tous être unis, au lieu de nous diviser, dans le combat climatique. Vous y travaillez énormément, afin que nous gagnions ce combat.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, chers collègues, merci pour vos bons vœux! Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.
Je ne vous apprends rien, mais 95 % des décès dus aux événements climatiques extrêmes sont causés par la chaleur. Avant-hier, une femme est morte à la plage, tandis qu'un homme est décédé voici quelques jours sur un chantier. Ce sont chaque fois des publics très vulnérables qui sont touchés.
Monsieur Crucke, j'étais triste de vous entendre dire à la radio, même si c'était pour le regretter, que le climat n'était pas une priorité. Ce n'est pas ce que pensent une majorité de Belges puisque, selon un sondage, 80 % d'entre eux estiment que le climat doit constituer une priorité. Les milliards accordés à la Défense devraient plutôt servir à la transition juste.
Monsieur le ministre, j'ai une suggestion à vous soumettre. Avoir quitté le MR vous a fait du bien. Avoir rejoint Les Engagés était ambitieux, mais peut-être pas assez. Alors, j'invite Jean-Luc à rejoindre les verts, le parti pour lequel la fin du monde et les fins de mois forment le même combat.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik heb vooral goed naar u geluisterd en stel vast dat u vanuit verschillende invalshoeken werk wilt maken van een robuuste dienstverlening op het spoor. We zullen u daarin alle vertrouwen moeten geven en in overleg moeten treden met verschillende actoren en stakeholders, zodat we samen kunnen werken aan een fundamentele aanpak. Het gaat daarbij om een goede infrastructuur, kwalitatief personeel en duidelijke communicatie met de reizigers. Ook de spelregels verdienen aandacht, want die moeten we misschien aanpassen om de capaciteit van het spoornet optimaal te benutten. In dat verband zal ik binnenkort een resolutie indienen. U zult daar in de commissie nog meer over horen. Voor cd&v is het belangrijk: te koud of te warm mag geen spelregel zijn voor Jan Modaal, die moet kunnen rekenen op een stipte en betrouwbare spoorwegdienstverlening. We geven u dan ook alle vertrouwen om daar de komende maanden werk van te maken. Dank u wel.
De verlenging van het verlaagde btw-tarief in de bouw
Het btw-tarief van 6 % voor sloop en heropbouw
Herstel en Bouw btw-tariefverlenging
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De 6% btw-maatregel voor sloop- en heropbouw—goed voor 48.000 euro besparing per woning—wordt geblokkeerd door politieke vertraging (PS, Groen/Ecolo, PVDA, Vlaams Belang), waardoor duizenden gezinnen onverwacht 21% moeten betalen en in financiële nood komen. Minister Jambon en CD&V benadrukken de rechtsonzekerheid en onnodige kosten voor burgers, terwijl oppositiepartijen werkloosheidsherziening als pressiemiddel inzetten. Verkeyn en Matheï hekelen het "politiek spel" dat betaalbaar wonen en middenklasse schaadt, ondanks klaarliggende oplossingen. Kernpunt: partijbelang primeert op burgers, met directe gevolgen voor 5.000 woningen per jaar.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik begin met een getuigenis: "Het is een schande. We worden er ziek van. Alles stond klaar voor ons dossier 6 % btw op onze woning. Nu wacht wellicht de gerechtsdeurwaarder". Een gelijkaardige getuigenis horen we bij vele burgers. Dat alles is het gevolg van een amourette gisteren – eerlijk gezegd, een vertragingsmanoeuvre – met als inzet het dossier over de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Door politieke spelletjes kregen duizenden gezinnen en ondernemers die van een welverdiende vakantie wilden genieten met hun welverdiende centen en misschien nog een postkaart met daarop "Groeten uit Salou" wilden versturen, gisteren een andere boodschap. Ze kregen een postkaart vanuit het Parlement, met de groeten van de PS, de PVDA, de groenen en het Vlaams Belang. Bedankt voor die postkaart, collega's. Echt, bedankt.
De groenen hebben de mond vol van betaalbaar wonen, maar de 6 % btw voor wie renoveert? Ze mogen het op hun buik schrijven.
Collega's van de PVDA, u praat graag over de centen van de mensen. Wel, mijnheer Hedebouw, met uw 9.000 euro per maand in de pocket, zult u die mensen betalen? ( Tumult op de banken )
Collega's van het Vlaams Belang, ook bedankt. Geen verlof voor pleegouders vanaf 1 juli.
Collega’s van de PS, merci. Ook wie te goeder trouw is voor de fiscus, zal nu boetes betalen. Laat de mensen maar betalen!
Mijn vraag is heel simpel en heel duidelijk. Wat zullen wij al die mensen vertellen over wat er na 1 juli gebeurt, mijnheer de minister?
Steven Matheï:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de Vlaming is geboren met een baksteen in de maag. Dat klinkt misschien als een cliché, maar het is niet minder waar. Iedereen kent immers wel een gezin dat op het punt staat een appartement te kopen of een oud huis heeft gekocht en dat wil slopen om een echte thuis te creëren. Maar het moet ook financieel haalbaar zijn. Net daarom is het btw-tarief van 6 % voor sloop en heropbouw een heel belangrijke maatregel.
Met die maatregel verduurzamen wij onze woningen. Wij zorgen bovendien voor meer woningen om het woningtekort aan te pakken. Wij zorgen er, ten slotte, ook voor dat onze middenklasse, onze gezinnen überhaupt nog een woning kunnen verwerven. Weet immers dat met de maatregel gemiddeld 48.000 euro per woning wordt bespaard. Dat maakt het verschil voor onze gezinnen en onze middenklasse om al dan niet een eigen woning te kunnen verwerven.
De 6 %-btw-maatregel is niet zomaar uit de lucht komen gevallen. Ook cd&v heeft daar hard voor gestreden. Alles ligt op tafel om die maatregel zelfs uit te breiden en in de programmawet te verankeren. Het kon dus allemaal heel eenvoudig zijn, ware het niet dat alles door politieke spelletjes op de lange baan wordt geschoven. Daardoor heeft een gezin dat een optie heeft genomen op een appartement en op 6 % btw rekende, pech. Het zal 21 % moeten betalen met dank aan de PS, aan Ecolo-Groen, aan het Vlaams Belang en aan de PVDA. Iedereen wordt daarvoor bedankt. U laat de mensen in de steek in plaats van uw verdomde verantwoordelijkheid te nemen. ( Luid rumoer op de banken )
Voorzitter:
Vooreerst vraag ik de leden die menen vanuit de zaal te moeten brullen, niet alleen de parlementaire regels te volgen, maar ook te wachten tot zij zelf het woord krijgen. Zij kunnen het woord vragen. Wanneer men bij hun fractie echter meent dat er over het thema geen vragen hoeven te worden gesteld, hoeven ze evenmin tussendoor te roepen en te brullen.
Mijnheer de minister, u hebt het woord.
Jan Jambon:
Beste collega’s, net als u heb ik gisteren moeten vaststellen dat door het uitstel van de stemming over de programmawet een aantal zeer tastbare maatregelen in het voordeel van de mensen, onder meer de verlaging van de btw op sloop en heropbouw, nu worden uitgesteld. De maatregel is nochtans goed voor een gemiddelde belastingbesparing van 48.000 euro op een woning, waarvoor er een totaalbudget van 250 miljoen euro ter beschikking is. Op jaarbasis gaat het om ongeveer 5.000 woningen. We kunnen dus wekelijks ongeveer honderd bouwers niet geven waarop ze eigenlijk recht hebben.
Collega’s, eerlijk gezegd, ik vind het onwaarschijnlijk dat dat gebeurt. Ik vind dat bijzonder betreurenswaardig. Dat jaagt mensen op kosten. Het creëert rechtsonzekerheid. Dat kan toch nooit de bedoeling van het Parlement zijn.
Dat linkse partijen graag belastingen verhogen en zeker niet graag belastingen verlagen, had ik kunnen verwachten, maar dat een rechts-radicale partij politieke spelletjes meespeelt en daarmee ook de beperking van de werkloosheid in de tijd tegenhoudt, dat gaat mijn petje te boven.
Charlotte Verkeyn:
Ik kon het eigenlijk niet beter zeggen.
Voor mij is het dossier des te gevoeliger, omdat de verlenging van de 6 % btw dossier het eerste wetsvoorstel was dat ik hier ter stemming kon voorleggen. Ik weet heel goed hoe het uitstel van de maatregel goed voor 48.000 euro, de mensen in hun dagelijks leven raakt en welke kopzorgen dat met zich brengt. Ik denk dat velen in het Parlement soms vergeten dat wij ook ooit moesten starten. Ik betreur ten zeerste de politieke spelletjes en de vertragingsmanoeuvres. Meer nog, ik kan er niet bij dat er zelfs een amoureuze entente bestaat. De tegenstanders konden ook gewoon tegenstemmen, als ze het er niet eens mee waren. Uitstel hoefde niet.
Steven Matheï:
Mijnheer de voorzitter, mijn teleurstelling is erg groot, niet in de minister, maar in een heel aantal collega's. Zijn we nu echt op het punt gekomen dat wij, politici, liever gezinnen in de steek laten dan dat we onze verantwoordelijkheid nemen? Is dat de weg die sommigen onder ons willen inslaan? Dat zal niet met ons zijn! Leg dat immers maar uit aan de mensen die daardoor in de financiële problemen zullen komen!
Het familiekrediet en het feit dat vrouwen minder verdienen dan mannen
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
cd&v kaart aan dat moeders op de werkvloer systematisch benadeeld worden (uitblijvende promoties, loonachterstand) door ongelijke zorgtakenverdeling, terwijl vaders juist beloond worden, en pleit voor genderneutraal loonbeleid (2026) en een familiekrediet om ouderschapsverlof gelijk te verdelen met financiële prikkels. Minister Clarinval bevestigt de loonkloof (5,3%) en het familiekrediet als oplossing: een "rugzakje" met flexibele verloven voor beide ouders (inclusief eenoudergezinnen), gericht op gelijke behandeling, zorgbalans en werk-gezincombinatie. Lanjri benadrukt dat deeltijds werk door vrouwen (door zorgtaken) leidt tot pensioenachterstand en dringt aan op snelle goedkeuring van het familiekrediet, na eerdere politiek blokkering. Kern: structurele discriminatie van moeders vraagt om systeemwijziging in loon- en zorgbeleid.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, stel je voor, je bent een ambitieuze vrouw, je werkt voltijds en je wordt mama. Je denkt dat je dat kunt, werk en gezin combineren. Maar plots merk je dat promoties uitblijven en dat je loon stagneert. Niet omdat je minder presteert, maar puur en alleen omdat je een moeder bent. Ondertussen krijgt je mannelijke collega, die net vader is geworden, wel schouderklopjes. Hij krijgt promoties, hij krijgt meer verantwoordelijkheid en meer loon, tot wel 600 euro meer. Vaders worden beloond, maar moeders en mannen zonder kinderen worden gestraft. Dat is onrechtvaardig. Dat is onaanvaardbaar.
Daarom zeggen wij van cd&v dat het hoog tijd is om te breken met dat oude denkpatroon. Wij pleiten voor twee oplossingen. Er moet een genderneutraal loonbeleid komen dat gebaseerd is op objectieve criteria. Dankzij Europa zal dit er ook komen, in 2026. Dat is een goede eerste stap, maar er is meer nodig. Ook thuis moeten de zorgtaken eerlijker verdeeld worden. Want zolang het vooral de vrouwen zijn die thuis de zorgtaken opnemen, zullen ze daar hinder van ondervinden op de werkvloer en zullen zij op de werkvloer achterblijven.
Laat dat nu net zijn waartegen wij van cd&v ons inzetten met het familiekrediet. Wij willen zorgen dat beide ouders geboorteverlof en ouderschapsverlof gelijk opnemen. De ouders krijgen een hogere uitkering als ze dat verlof opnemen. Zo kunnen we echt werk maken van een goede combinatie werk en gezin en kunnen we eindelijk breken met de foute perceptie dat zorgen voor kinderen vooral een taak voor de vrouwen is.
Mijnheer de minister, bent u het daarmee eens? Wil u (…)
David Clarinval:
Uit de recentste gegevens van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen blijkt dat het gemiddelde uurloonverschil nog steeds ongeveer 5,3 % in het voordeel van mannen bedraagt. Dat verschil is nog uitgesprokener wanneer men rekening houdt met loopbaanonderbrekingen of deeltijdse arbeid, die vaak door vrouwen worden opgenomen.
De invoering van een familiekrediet is erop gericht om dit probleem gedeeltelijk aan te pakken. Dit krediet beoogt de harmonisering van de verlofrechten tussen werknemers, zelfstandigen en ambtenaren, door ze te groeperen in een rugzakje van rechten, dat bij de geboorte van een kind wordt toegekend. Het omvat de bestaande verloven en introduceert nieuwe mogelijkheden, zoals verlof voor grootouders of een billijke verdeling van de opname ervan door beide ouders. In het geval van een eenoudergezin zal de alleenstaande ouder het volledige krediet kunnen benutten.
Het doel is duidelijk, namelijk het garanderen van een gelijke behandeling voor alle werkenden, het bevorderen van een evenwichtige verdeling van de gezinsverantwoordelijkheden en de aantrekkelijkheid van werken versterken, door dit verenigbaar te maken met het gezinsleven. Het familiekrediet is erop gericht om het systeem te vereenvoudigen en leesbaarder te maken. Ik ben ervan overtuigd dat er alleen sprake kan zijn van vrijheid van keuze als deze steunt op een duidelijk, flexibel en billijk kader. En net dat is de bedoeling van deze hervorming. We zetten dit werk op methodische en transparante wijze voort, in een geest van sociale rechtvaardigheid en responsabilisering.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, het klopt dat er vandaag nog vaak sprake is van een loonkloof die onverklaarbaar is. Daarnaast is er ook een loonkloof doordat vrouwen vaker deeltijds gaan werken, omdat ze vaker dan mannen de zorg voor de kinderen op zich nemen. Dat leidt er uiteraard toe dat zij later ook een kleiner pensioen ontvangen omdat ze minder verdiend hebben. Dat is onrechtvaardig en dat moeten we aanpakken. We zijn dan ook blij dat u het familiekrediet, dat wij vanuit cd&v trouwens ondertussen in een heel concreet voorstel hebben uitgewerkt, een goede zaak vindt om iets te doen aan de loonkloof en aan die verschillen. Ik reken niet alleen op u, maar op heel de plenaire vergadering om dat familiekrediet goed te keuren en niet te boycotten, zoals gisteren gebeurde met betrekking tot de pleegouders, want dan laten we opnieuw de gezinnen in de kou staan.
De NAVO-top in Den Haag
De NAVO-top in Den Haag
De resultaten van de NAVO-top
Het standpunt van België bij de NAVO
De NAVO-top en het defensiebudget
De NAVO-top in Den Haag
De nieuwe NAVO-uitgavennorm en de top van 24 juni
De NAVO-top
De NAVO-top in Den Haag
De op de NAVO-top van 24 en 25 juni genomen beslissingen
NAVO-top Den Haag, beslissingen en defensiebudget
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Theo Francken (Minister van Defensie)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NAVO-top leidde tot een 5%-norm (3,5% defensie + 1,5% veiligheid/cyber/infrastructuur) tegen 2035, met 2% in 2029 als eerste mijlpaal, maar België ontwijkt concrete financiering en schuift de last door naar toekomstige regeringen. Kritiek focust op onrealistische budgetten (34 miljard nodig, onduidelijke dekking), gebrek aan Europese defensiesamenwerking (versnipperde aankopen, geen strategie) en sociale gevolgen (besparingen op zorg/pensioenen, belastingverhogingen). Partijen zijn verdeeld: rechts en centrum willen realistisch investeren in personeel/cyberveiligheid, links noemt het onderworpenheid aan de VS en een wapenwedloop, terwijl Europa’s strategische autonomie onderbelicht blijft.
Voorzitter:
Collega's, verschillende vragen werden ingediend ter attentie van de premier, maar het is u bekend dat hij momenteel niet aanwezig kan zijn wegens Europese verplichtingen.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, gisteren was het eindelijk zover: de langverwachte NAVO-top vond plaats. Alle lidstaten zijn eensgezind naar buiten gekomen. Dat was ook nodig, want als dat niet was gebeurd, had maar één iemand champagne ontkurkt: Poetin in het Kremlin.
De NAVO-top heeft geleid tot realistische doelstellingen. Voor Vooruit was het vanaf het begin erg duidelijk: we willen absoluut investeren in onze veiligheid en defensie, maar wel op een realistische manier. 5 % was en is voor ons land immers onhaalbaar.
Laten we de focus daarom verleggen van de percentages naar wat eerder is afgesproken, namelijk dat ons land opnieuw een betrouwbare partner kan worden binnen de NAVO door verstandig te investeren in onze defensie. Ik heb zelf deelgenomen aan twee buitenlandse NAVO-missies, dus ik weet hoe belangrijk het is om te investeren in goed en veilig materieel voor onze mensen, in degelijke infrastructuur om mee te werken en in waardering voor de opofferingen die ons personeel brengt.
Vooruit roept ook al maanden op om te investeren in onze cyberveiligheid. Onze banken, overheidsinstellingen en ziekenhuizen worden nu immers al maandenlang geteisterd door cyberaanvallen uit Rusland. Die moeten we echt prioritair aanpakken.
Het allerbelangrijkste voor Vooruit is echter dat we investeren in ons personeel. Wat is men namelijk met het beste materieel en met al die nieuwe capaciteiten voor onze defensie als men geen personeel heeft om dat materieel te bedienen? We weten dus wat nodig is qua investeringen in onze veiligheid.
Mijnheer de minister, zult u, net als Vooruit, de focus leggen op de hybride dreiging vanuit Rusland en op ons personeel, dat we broodnodig hebben?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, al een halve eeuw lang financieren we onze welvaart ook met middelen die oorspronkelijk bestemd waren voor onze veiligheid. Het gevolg daarvan is een doorgeschoven – een doorgesnoven – verzorgingsstaat en een krakkemikkig leger. Onze kazernes zijn ruïnes. Het cliëntelisme heeft geleid tot een tewerkstellingsproject van de politieke partijen, waardoor zelfs de personeelsbezetting van het leger niet op punt staat. Er staan momenteel 127 pantservoertuigen te roesten omdat een minister de verkeerde munitie heeft besteld. We zijn zelfs nooit onze NAVO-verplichtingen nagekomen, terwijl het NAVO-hoofdkwartier zich in Brussel bevindt.
Plots komt er dan een bullebak overgevlogen uit New York, een narcistische bully met, cru gesteld, de mentaliteit van een maffiabaas. Wat zegt die man bij aankomst? “ I can make you an offer you can’t refuse. ” Kent u The Godfather? Die zei dat ook. Vervolgens kust onze slijmjurk, de voorzitter van de NAVO, de ring van die man. Ook onze 32 regeringsleiders slaan de hielen tegen elkaar en likken de kont van die narcistische Amerikaan, uit vrees dat die capo hen zal bestraffen.
Ik heb op zich niets tegen het principe van de 5 %-norm, daar gaat het mij niet om. Zeg me wel hoe u die zult bereiken en om hoeveel geld het gaat. Ik hoor alle partijen daarover al ruziën nog vooraleer hij is teruggevlogen. Moeten er meer F-35's worden gekocht? Nog ander materieel? Over welk bedrag gaat het?
Mijnheer de minister, over hoeveel geld gaat het? Hoe zult u dat realiseren? Zal men daarvoor met een creatieve boekhouding moeten werken?
Mathieu Michel:
Monsieur le ministre, malgré une situation budgétaire qui rend les réformes indispensables, la Belgique a réaffirmé que l'OTAN constitue un socle fondamental pour la sécurité de notre pays. Nous devons être un partenaire loyal, fiable et pleinement engagé au sein de l'Alliance. Dire non à l'OTAN, ce serait faire preuve d'un oubli historique inquiétant mais, plus que tout, ce serait faire preuve d'une naïveté coupable car, aujourd'hui, il ne s'agit pas d'opposer sécurité et solidarité. En voici la preuve par les chiffres: 120 milliards d'euros pour notre sécurité d'ici 2034, 1 200 milliards d'euros pour la solidarité (soins de santé, pensions et aides sociales).
Oui, n'en déplaise à certains, ce gouvernement renforce notre modèle social en lui donnant les moyens de fonctionner mais aussi les moyens de survivre. Nous faisons aujourd'hui ce que tout pays responsable doit faire: protéger ses citoyens sans renoncer à ses valeurs fondamentales et à son modèle social
Protéger ses citoyens est évidemment essentiel. Aussi, je salue la décision historique d'intégrer jusqu'à 1,5 % du PIB en dépenses de sécurité élargies. Vous savez que c'est une grande attention pour ce qui me concerne. Les guerres de demain seront différentes de celles d'hier. Et, aujourd'hui, ce ne sont plus uniquement les dépenses militaires qui comptent. C'est un élément fondamental. Cette évolution appelle à une gouvernance renforcée, au-delà du seul ministère de la Défense, et qui intègre les entités fédérées.
Selon nous, le ministre de la Sécurité devrait être chargé de développer et soumettre une vision stratégique de la sécurité intérieure en lien avec ce 1,5 % de sécurité transversale. Monsieur le ministre, comment voyez-vous concrètement l'évolution de cette coordination intergouvernementale avec, à côté de cette vision stratégique de défense, une véritable vision stratégique de sécurité transversale?
Philippe Courard:
Monsieur le président, monsieur le ministre, cela va coûter 6 000 euros par ménage aux Belges. Deux jours d’escapade à La Haye, et voilà qu’il faut trouver 34,2 milliards d’euros.
Comment les trouver? J’y reviendrai dans un instant. Soyons clairs, je ne suis pas stupide et me rends compte que des moyens supplémentaires sont nécessaires. Il faut bien entendu se défendre. L’Europe et la Belgique doivent répondre aux menaces qui nous entourent. Nous ne devons pas nier la situation géopolitique, mais pas à n’importe quel prix et n'importe comment, monsieur le ministre. Nous ne devons pas dépenser pour dépenser, et certainement pas en faisant porter la charge à nos concitoyens de manière anormale.
Votre politique est paradoxale. Vous préconisez des économies. Il n'y a pas assez d'argent pour la sécurité sociale. Les malades et les pensionnés doivent faire des efforts. Les services publics doivent se serrer la ceinture. Le pouvoir d’achat recule. Les personnes malades et en situation de handicap sont oubliées. Cependant, lorsqu’il s’agit de trouver des milliards, cela se fait en quelques heures. Nous verrons comment, mais ils sont jugés nécessaires.
Pourquoi n'avez-vous pas adopté la position plus raisonnable du premier ministre espagnol? Comment allez-vous financer ces milliards? Le ministre Prévot évoque une nouvelle taxe, le président du MR évite soigneusement le sujet. Allez-vous vendre nos entreprises publiques? Allez-vous faire comme votre prédécesseur, M. Steven Vandeput, avec qui les estimations de montants sont passées de 1,5 milliard à 15 milliards? Je m’interroge et j'aimerais des réponses à ces questions. Comment allez-vous financer ces milliards? Quelles sont vos recettes? Quelles sont vos solutions? Une véritable inquiétude règne au sein de la population. Oui, un effort est envisageable, mais pas au détriment de notre population.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik vond het afgelopen week vooral gênant om te zien hoe de Europese leiders achter president Trump aanliepen om hem toch maar zo veel mogelijk te pleasen, met als top of the bill natuurlijk de uitspraak van secretaris-generaal Rutte: proficiat, mijnheer de president, u hebt Europa doen betalen en het is maar goed ook." Gênant, gênant.
Het was echter ook hier gênant en dat was het daarnet nog. De 5 %-norm is immers belachelijk, krankzinnig, het is collectieve hysterie. Mijnheer de minister, dat verklaarden uw coalitiepartners. Cd&v, Vooruit en de MR, u bent gerold, want de 5 %-norm is wel degelijk beslist afgelopen week.
Dan hoor ik in de wandelgangen dat dat niet erg is, want dat percentage moet pas tegen 2035 worden gehaald. Het is dus niet aan ons, maar aan de volgende generatie om dat te betalen. Het is aan de volgende regering om het probleem op te lossen, terwijl men vandaag zelfs nog niet weet hoe men volgend jaar de 2 % zal financieren.
Wat zien we ondertussen wel? Wie draait op voor de besparingen? De 55-plusser, de pendelaar, wie zorgkrediet opneemt, zij zullen de rekening moeten betalen en daar zullen alleen maar nog mensen bij komen.
5 % defensie-uitgaven blijft echter waanzinnig veel. In 2035 komt dat nog steeds overeen met het volledige budget van Justitie, de politie, de NMBS, Energie en Klimaat samen, maar dat is niet alles. Als de NAVO 5 % uitgeeft, dan geeft ze meer uit dan wat vandaag de hele wereld, dus inclusief Israël, Rusland en India, uitgeeft aan defensie. Ik vind dat onbetaalbaar en dom. Dat is geen investering in meer veiligheid, dat is een investering in een wapenwedloop waarin u ons allemaal meesleurt.
Mijn vraag is en blijft dus: wie zal dat in godsnaam betalen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, er heerst bij de coalitiepartners een soort kumbayastemming. Iedereen is tevreden. U bent tevreden, want u hebt een NAVO-akkoord over de 5 %-norm. Belgium is back on track . Dat ik dat uitgerekend van u moet horen, vind ik bijzonder. Ook Vooruit en cd&v zijn tevreden, want er is een akkoord bij de NAVO, terwijl men daar eigenlijk niets mee zal doen. 2% defensie-uitgaven is het plafond, 5% blijft stupide, belachelijk en onzinnig. Ook de eerste minister is tevreden, want hij heeft de uitvoering van de norm over tien jaar kunnen uitsmeren; men kan dat dus voor zich uitschuiven. Après nous le déluge .
Mijnheer de minister, wat is er nu echt afgesproken in de regering? Is er een groeipad richting 3,5% militaire uitgaven in de komende jaren of gaat het, zoals collega Dedecker heeft gezegd, over een creatieve boekhouding? Hoe zult u dat betalen?
Terwijl alle ogen gericht waren op de NAVO-top, bent u naar buiten gekomen met uw investeringsplan van 34 miljard euro, 34 miljard euro aan belastinggeld. De krijtlijnen daarvan hebben we voor het eerst moeten zien op X, op sociale media. Een debat in het Parlement is voorlopig niet nodig. Democratische controle is voorlopig ook niet nodig. Mijnheer de minister, u was tot voor kort zelf nog oppositielid. U zou tegen die werkwijze gefulmineerd hebben. Ik hoop dan ook dat u zeer snel naar het Parlement komt om daar uitleg over te geven.
Mijnheer de minister, wanneer komt u naar het Parlement om uw investeringsplan in de commissie en in de plenaire vergadering te bespreken?
Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, iedereen heeft hier opnieuw de mond vol van Europese samenwerking, maar wat hebt u al ondernomen om de Europese pijler bij de NAVO uit te bouwen?
Annick Ponthier:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de kogel is door de kerk. Alea iacta est , zou uw premier declameren. De NAVO-top in Den Haag resulteerde in een akkoord om de 5 %-norm te bereiken tegen uiterlijk 2035. Het gaat daarbij om 3,5 % harde defensie-uitgaven en 1,5 % ruimere veiligheidsuitgaven. Spanje, dat protest aantekende tegen die waanzinnige 5 %-norm, is erin geslaagd de tekst te laten versoepelen: niet meer wij, maar de bondgenoten zullen 5 % uitgeven.
Collega’s, mijnheer de minister, dat kan worden gelezen als een vrijstelling. Blijkbaar moesten de lidstaten zich dus niet allemaal gedwee neerleggen bij de ijzeren NAVO-wetten. De vrijstelling geldt echter niet enkel voor Spanje. De tekst is immers van toepassing op alle lidstaten. Echter, zelfs als het bij die 2 % zou blijven, staan wij in dit land alvast voor gigantische problemen. De financiële rampspoed zal immers nog drastisch toenemen, indien de huidige regering haar belofte van 5 % op de NAVO-top wil nakomen.
Ik kom bij mijn vragen.
U maakt zich sterk dat u in 2025 de 2 % kunt bekostigen. Wij weten echter allemaal dat daar Verhofstadtgewijs veel kunst- en vliegwerk voor nodig was. De hamvraag blijft natuurlijk de volgende. Ten eerste, hoe wilt u de 2 %-norm structureel financieren tijdens de huidige legislatuur? Hoe staat u tegenover de nieuwe defensietaks die uw minister Prévot voorstelde?
Ten tweede, het blijft bij 2 % tijdens de huidige legislatuur. Hoe zal het groeipad er vanaf 2029 echter uitzien om naar 2,5 % te gaan tegen 2034? Hoe plant u die enorm steile klim naar 3,5 %?
Nu volgt de vraag van 1 miljard euro. Zal u bijkomende F-35’s (…)
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, de NAVO-Top is inderdaad achter de rug. De teerling is geworpen. Wij van cd&v zijn toch blij. We hebben een aantal pleidooien gehouden voor meer realisme in dit debat en achteraf moeten we toch toegeven dat dit er was. Er zit voldoende flexibiliteit in het pad naar de toekomst. Wat voor ons een prioriteit is en wat we enkele weken geleden al heel duidelijk hadden gesteld, was dat er niet meer dan 2 % gevraagd zou worden in deze legislatuur. Dat is binnengehaald en daar zijn we blij om.
Heel belangrijk ook is hoe we dat pak geld, dat toch nog altijd meer is dan in de vorige jaren, zullen besteden. Voor ons moet dat op een efficiënte en slimme manier. Dat wil zeggen dat niet elk land apart, maar samen investeren in een sterke Europese pijler. Recente studies tonen immers aan dat een gedeelde standaardisatie binnen Europa en gezamenlijke aankopen ons tientallen miljarden zou besparen. In deze budgettaire tijden moeten we daar toch rekening mee houden.
Voor ons is het heel duidelijk. We houden al wekenlang een sterk pleidooi voor minder versnippering en meer standaardisatie. Minder naast elkaar werken, maar echt durven investeren in een sterke Europese pijler. We vinden dat een constante opdracht. Nu mag het in Den Haag wel allemaal koek en ei geweest zijn, met een sterk Atlantisch geloof, maar de basistrend is dat Europa toch meer in eigen sterkte moet investeren. Vandaar dat we geloven in een sterke Europese defensie-unie. We moeten daar niet morgen, maar vandaag werk van maken.
Mijnheer de minister, dat is dan ook onze vraag. Kunnen we rekenen op u en op deze regering om volop te investeren in de versterking van die Europese pijler, in een sterke Europese defensie-unie? Die is immers absoluut nodig voor de toekomst.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, wat een vernedering! Hoe is het mogelijk? Komaan, die 34 Europese eerste ministers luisterden allemaal naar Trump. Onze woordvoerder Mark Rutte stuurde dan een mooi berichtje over hoe die Europese elite vernederd werd door Trump. Hij zegt in zijn berichtje dat het werkelijk buitengewoon was wat Trump deed, iets wat niemand van hen durfde doen, dat hij vliegt naar een volgende succes. Donald, je hebt ons op een heel erg belangrijk moment gebracht. Je zult iets bereiken dat geen enkele andere Amerikaanse president in decennia heeft kunnen verwezenlijken. Donald, Donald, Donald, Europa gaat zwaar betalen, zoals het hoort Donald, en het zal jouw overwinning zijn. Oh, fantastisch.
Magnifique! Regardez ça, cette soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain! C'est du cirage de chaussures industriel. Donald, ne t'inquiète pas, au karcher on nettoie le bazar. C'est incroyable! Et quelle est la prochaine étape, chers amis? La prochaine étape, Donald Trump nous l'a annoncée.
Wat zei Donald Trump? Kiss my ass, dat is de volgende etappe.
Mais comment peut-on accepter cela?
Zoals Rutte zegt, Europa zal zwaar betalen.
L'Europe va payer! Et qui va payer? Ce sont les travailleurs!
De mensen moeten werken tot 67 jaar om hier 2 % van het bbp aan te kunnen besteden. Nu komt er 3,7 % bij en niemand zegt iets. Dat is hypocriet.
Mijn vraag is heel duidelijk, mijnheer de minister. Spanje heeft gezegd geen 5 % te zullen bijdragen. Wat is uw standpunt? Besteden we hier 5 % aan of niet?
Darya Safai:
Mijnheer de minister, beste collega’s, al jaren hebben veel Europese landen, waaronder België, nagelaten om deftig in defensie te investeren. Vanuit het idee dat vrede vanzelfsprekend is, deden die landen aan free riding binnen het NAVO-bondgenootschap. Ze rekenden op de Verenigde Staten om hun eigen veiligheid te garanderen. Nu de VS zich meer op de Indo-Pacific richt, moet Europa zelf meer inspanningen leveren.
Nog voor de aanvang van de NAVO-top bereikten de verschillende lidstaten een principeakkoord over de nieuwe NAVO-norm van 5 % van het bbp. Die geldt voor elke bondgenoot. Concreet gaat het om 3,5 % voor strikt militaire uitgaven en 1,5 % voor defensiegerelateerde domeinen, waaronder infrastructuur en cyberveiligheid. Onze regering verklaarde te mikken op een stapsgewijze opbouw: 2 % tegen 2029, 2,5 % tegen 2034 en 3,5 % tegen 2035.
Mijnheer de minister, op de jongste NAVO-top in Den Haag besprak u de uiteindelijke maatregelen die nodig zijn. Kunt u bevestigen dat de NAVO-norm van 5 % werd vastgelegd? Wat is het tijdsperspectief? In welke modaliteiten wordt voorzien? Welke mijlpalen moeten worden behaald? Welk standpunt hebt u in naam van de regering verdedigd?
Theo Francken:
Vooreerst, de uitspraak op X was redelijk pijnlijk.
Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, de eerste minister heeft gisteren op de NAVO-top duidelijke taal gesproken. Als founding father van de NAVO zal België zich solidair tonen met onze bondgenoten. Dat doen we niet voor de mooie ogen van mister Trump, noch uit angst voor zijn grillen. We doen het om een heldere reden, namelijk om als Europese democratieën zelf te kunnen instaan voor onze eigen veiligheid.
In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, klopt het niet dat de lat voor defensie-uitgaven wordt opgetrokken naar 5 % van het bbp. Het gaat om 3,5 %, de resterende anderhalve procent betreffen uitgaven in onder meer infrastructuur en brede veiligheid, die vandaag al grotendeels worden gedaan, onder andere ook door de regio’s.
De nieuwe norm komt niet uit de lucht gevallen. Veel bondgenoten behalen die nu al, van de Verenigde Staten over Polen tot Scandinavische en Baltische staten. Dat ook wij die norm nu onderschrijven, is een kwestie van solidariteit en verantwoordelijkheid.
Mesdames et messieurs, la nouvelle norme ne signifie pas que nous devrons atteindre cet objectif demain. Il y a des objections budgétaires à cela, mais aussi des objections pratiques. Si tous les États membres de l'Union européenne dépensaient soudainement 3,5 % de leur PIB pour la défense, il serait impossible pour l'industrie de suivre le rythme des commandes. Le résultat en serait des délais de livraison d'armes et de munitions de 10 ans ou plus, et des prix inacceptables.
Nous avons soulevé tous ces points lors de la concertation diplomatique qui a précédé le sommet de l'OTAN, avec succès. Les États membres disposeront d'un délai de 10 ans (non pas 7 ans) pour atteindre la nouvelle norme, sans augmentation annuelle obligatoire de 0,2 %. L'objectif sera également réévalué en 2029.
Ik beklemtoon dat dat niet de verdienste van Spanje was, maar wel van onze diplomatie. Dat land koos voor de fanfare, wij kozen voor discretie. Hulde aan onze NAVO-ambassadrice, mevrouw Petridis, en haar hele team.
Dames en heren, als politici hebben wij de verantwoordelijkheid om op een serene manier aan de burger uit te leggen waarom de versterking van onze krijgsmacht noodzakelijk is. Sommigen onder ons doen uitschijnen dat er helemaal geen dreiging bestaat. Dat gebeurt dan met lacherige clichés als: er zullen toch nooit Russische tanks door Brussel denderen. Dat is onverantwoord, want daarover gaat het uiteraard totaal niet.
Waarover gaat het dan wel? Ons land komt automatisch in een staat van oorlog met Rusland, als Poetin ook maar één vierkante kilometer van een andere NAVO-lidstaat zou bezetten. Dat vloeit voort uit onze verplichtingen onder het NAVO- en EU-Verdrag. Dat scenario is helaas niet ondenkbaar. Het Poetinregime maakt geen geheim van zijn langetermijnambitie om de Baltische staten, waar omvangrijke Russische minderheden wonen, opnieuw in zijn machtssfeer op te nemen. Onze Baltische provincies, zo noemt Dmitry Medvedev, de voorzitter van de Russische Veiligheidsraad, die EU-lidstaten steevast.
Degenen die volhouden dat Rusland die ambitie niet koestert, beweerden drie jaar geleden ook dat Rusland Oekraïne nooit binnen zou vallen. Bovendien negeren zij volledig dat Rusland vandaag al volop een hybride oorlog tegen Europa voert, ook tegen ons land, dagelijks. Hoe kan men dan nog volharden in de stelling dat er van Rusland geen bedreiging uitgaat?
Tegelijkertijd moeten we nu al rekening houden met de heroriëntering van de Amerikaanse aanwezigheid in Europa naar de Stille Oceaan en Oost-Azië. Meer dan ooit moet Europa klaarstaan om het stuur van de veiligheidsarchitectuur van ons continent zelf in handen te nemen.
Dames en heren, alleen krachtige Europese legers kunnen de veiligheid en onafhankelijkheid van Europa verzekeren. Die hebben we vandaag niet, na decennia van bezuinigingen en afbouw. We moeten ze heropbouwen. Dat is onze verantwoordelijkheid en daar zijn we volop mee bezig.
De nieuwe strategische visie voorziet in een investering van 34 miljard euro, waarvan 27 miljard euro in nieuwe militaire capaciteiten in de komende tien jaar. Ook in het personeel zullen we fors investeren, want zij zijn het kloppende hart van elke defensie, van elke krijgsmacht. Er komt 50 miljard euro op tafel over die tien jaar.
Die inspanningen leveren we niet om oorlog te voeren, maar precies om oorlog te vermijden, want de vrede bewaren zal ons niet lukken door zwakheid te tonen. Daarin zullen we alleen slagen als we samen kracht uitstralen.
Ten slotte, het klopt dat er nog geen officiële beslissing in de Ministerraad is, maar ik heb afgesproken met voorzitter Buysrogge om (…)
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw het verschil duidelijk geworden tussen de communisten van de PVDA en Vooruit. De communisten van de PVDA zijn niet bezig met de veiligheid van de mensen. Wij willen wel investeren in de veiligheid van onze mensen en ook in de veiligheid van mensen die hun eigen veiligheid niet kunnen kopen, zoals de superrijken dat wel kunnen.
Als de wereld in brand staat, dan mag men niet aan de kant blijven staan, dan moet men blussen en zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat is wat Vooruit doet. De PVDA wil aan de kant blijven staan. De PVDA wil Poetin bestrijden met een boeket bloemen. De PVDA wil uit de NAVO stappen. Beste vrienden, dat is niet alleen naïef, dat is ook gevaarlijk. Vooruit zal wel investeren in onze veiligheid.
Jean-Marie Dedecker:
Collega’s, ik ben het een beetje beu om de les gespeld te worden door links en door de communisten. Ik lik de schoenen van Trump niet, dat is een maffioso, hij likt die van Poetin.
Wij hebben ons vergist. Laten wij het even hebben over de ideologie van uw regime, namelijk het communistische regime. Honderd miljoen doden in de wereld. Nu is er het regime van de heer Poetin, het neocommunisme. Dat gevaar staat terug voor de deur. In 1989 hebben wij ons vergist. We dachten dat de vrede gekomen was, maar neen. Extreemrechts kwam op, dat roept om een grote leider, net als u.
Wat moeten wij nu doen? Opnieuw betalen voor onze veiligheid. Omdat psychopaat Poetin nu voor de deur staat, moeten wij nu opnieuw inleveren op onze welvaart. Denk daar eens over na, mijnheer Hedebouw. Het is de schuld van uw regimes dat we ons vandaag opnieuw moeten bewapenen.
Mathieu Michel:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Quoi qu'en pensent certains, nous ne sommes plus dans une ère d'insouciance. Nous sommes entrés dans un temps de bascule où la sécurité n'est plus une donnée implicite de nos sociétés et est redevenue un combat. Cette sécurité a toujours été la première des libertés. C'est elle qui conditionne tout le reste: la démocratie, l'économie, la solidarité, l'éducation, la culture. Sans sécurité, rien ne tient et nous le découvrons avec brutalité une fois encore, après des années où nous avons cru que notre mode de vie était définitivement protégé, presque éternel même. Certains aujourd'hui affichent de façon lancinante cette naïveté coupable.
Ce que nous sommes en train de défendre aujourd'hui, c'est notre façon de vivre, notre humanité, nos libertés et ce fragile équilibre que des générations ont bâti avant nous. Alors oui, c'est un moment historique et nous avons le devoir, au-delà des discours politiques, d'être au rendez-vous.
Philippe Courard:
Monsieur le ministre, je ne suis pas rassuré par vos réponses. Pourquoi céder à l'instable M. Trump? Où est le projet européen dans ce que vous proposez? Et l'armée européenne intégrée? On n'en parle pas du tout.
Quid du retour pour nos entreprises? C'est aussi un sujet que nous n'avons pas traité et qui est important. On ne va pas reproduire les erreurs du passé – je l'espère en tous cas. Comment allez-vous financer cela? Pas de réponse, sinon qu'on va le faire sur dix ans et que la charge sera donc reportée sur les générations futures. C'est exactement la technique que vous avez critiquée ces dernières années. Il reste donc beaucoup de questions, à moins peut-être que la fusion avec les Pays-Bas proposée par M. De Wever soit une réponse.
Concernant la taxe proposée par M. Prévot, pas de réponse non plus. Où allez-vous chercher l'argent? Nous sommes terriblement inquiets. Votre gouvernement d'ingénieurs nous fait très peur, monsieur le ministre.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik had maar één vraag gesteld, namelijk wie dat zal betalen, maar u hebt er weer niet op geantwoord, net als in de commissie. Ik had mijn vraag gericht aan de premier, in de hoop nu wel een antwoord te krijgen op de vraag wie die rekening zal betalen. Ik weet immers dat u dat niet interesseert. U wilt gewoon zoveel mogelijk geld kunnen uitgeven aan wapens en u ligt niet echt wakker van wie dat zal betalen.
U zegt dat die 5 % of 3,5 %, welk percentage u ook neemt, niet zomaar uit de lucht komt vallen. Ik wil toch even de geschiedenis schetsen. Het is ondertussen drie jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. In december zegt secretaris-generaal Rutte dat 3 % een mooie ambitie zou zijn. In februari zegt deze regering dat 2 % tegen 2029 wel voldoende zou zijn. Trump schudt iets uit zijn mouw en opeens is het 3,5 % of 5 %.
Ik hoor cd&v en Vooruit zich hier opnieuw verzetten, maar die partijen hebben zich niet verzet, België is akkoord gegaan met die 5 % en we hebben het aan ons been.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Over de NAVO-norm blijft het alle kanten opschieten. Ik hoor hier weer verzet tegen die 5 % en hoor dat 2 % het plafond wordt genoemd. Over die NAVO-norm van 5 % is momenteel niets duidelijk. De enige zekerheid is dat de rekening betaald zal worden door de volgende regeringen en de volgende generaties.
Ook over de Europese defensie heb ik heel weinig gehoord, behalve dat we het stuur moeten vastnemen, maar als men het stuur vastneemt, moet men wel weten welke richting het met die Europese defensie uit moet. In Europa worden vandaag 19 soorten tanks, 27 soorten fregatten en torpedojagers en 20 soorten gevechtsvliegtuigen geproduceerd. Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Maak werk van een Europese strategie en zorg ervoor dat die markten op elkaar zijn afgestemd, zodat we een Europees blok kunnen vormen en strategisch en onafhankelijk kunnen handelen.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, de 2 % voor deze legislatuur is enkel begroot voor dit jaar. Wat met de structurele financiering voor de komende jaren? Geen antwoord. Defensietaks? Geen antwoord. Er zijn wel historische plannen om geld uit te geven, maar vooralsnog geen idee waar dat geld vandaan moet komen.
Toch hebt u in Den Haag 5 % beloofd tegen 2035. Operatie schone schijn, zo noem ik die NAVO-top, want zelfs met uw maximale flexibiliteit dreigt u ons verder in de schulden te steken en die schulden zullen natuurlijk vooral door de Vlaming worden betaald.
Haal dus het geld voor die 2 % waar u het moet halen. Bespaar op ontwikkelingshulp, op de asielfactuur, op het politieke systeem en op onze bijdrage aan de EU. Ik dank u.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Laat ons duidelijk zijn, de dreiging is er. Niets doen is absoluut geen optie, maar het is ook belangrijk dat we het draagvlak bij onze mensen behouden, vandaar ons pleidooi sinds weken voor een realistisch en flexibel tijdspad. Dat is er nu, waarvoor dank aan de regering en aan onze diplomatie.
Op die manier kunnen we ook de lagere schoolmaniertjes van mensen als collega Hedebouw gemakkelijker weerleggen. Sketches geven om dat draagvlak te ondermijnen, wij doen daar niet aan mee. Stop alstublieft met die vijfdecolonnemanieren.
Nu is het echter ook absoluut nodig om verder te gaan. Naast het budget moet er ook worden geïnvesteerd in een echte Europese pijler, zodat Europa strategisch kan zijn en op eigen benen kan staan. Ik moedig u aan, samen met de regering, om echt werk te maken van een Europese defensie-unie en van een sterke Europese defensie-industrie.
Raoul Hedebouw:
Chers collègues, on a visiblement fait mal en pointant du doigt la soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain – les Macron, les Bart De Wever, tous ces gouvernements européens qui étaient effectivement à la remorque complète de Trump. C'est bien cela le problème. Votre problème, ce n'est pas le contenu du SMS. C'est qu'il a été révélé au monde. Voilà ce qui pose problème avec ce SMS.
Cette soumission est réelle et ne va pas nous apporter de la sécurité – pour ceux qui se poseraient la question de notre structure de sécurité. L'impérialisme américain est là pour déstabiliser le monde. Qu'est-ce que vous croyez? Que se passe-t-il aujourd'hui avec le génocide du peuple palestinien? On laisse faire. On laisse même transiter les armes. Cela va-t-il nous apporter de la sécurité? Vous êtes contents dans votre coin mais, les bombardements illégaux contre l'Iran, savez-vous ce que cela veut dire? No rules ! La loi du plus fort. C'est l'ouverture vers une troisième guerre mondiale.
Et vous croyez qu'on va y arriver? On entend aujourd'hui que les troupes américaines iront dans le Pacifique. Que va-t-il se passer? Une guerre Chine-Amérique? Allez l'Europe!
Darya Safai:
In de huidige geopolitieke toestand hebben we geen andere keuze dan te investeren in onze veiligheid en defensie. De verhoging van het budget zal gradueel verlopen en over 10 jaar gespreid zijn. We creëren bovendien opportuniteiten voor de Belgische industrie. Als founding father van het sterkste defensiebondgenootschap ooit herstellen wij daarmee ook onze betrouwbaarheid als bondgenoot.
We doen dat niet voor president Trump, collega’s. We doen dat voor de vrede, voor onze veiligheid en die van ons nageslacht. We mogen de veiligheid van Europa niet langer verwaarlozen door gewoon verder te gaan als freeriders. Het zal veel inspanningen vergen, maar we zijn blij dat deze regering er werk van maakt.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
Collega Vandeput liet mij weten gebelgd te zijn, en wel door de uitspraken van de heer Courard, die hem bepaalde zaken voor de voeten heeft geworpen.
Steven Vandeput:
Mijnheer de voorzitter, als 'gebelgd zijn' betekent dat iemand verontwaardigd is, dan moet ik bekennen dat ik dat deels wel ben. Het is immers de zoveelste keer dat de PS uit het rapport van het Rekenhof over de landcapaciteit fout citeert en echte beschuldigingen uit.
Dat doet mij denken aan vroeger. Toen wij met vriendjes speelden en iemand iets kapotgemaakt had, werd gevraagd wie dat had gedaan. De eerste die ontkende, was meestal de dader. Op die manier gaat het ook bij de PS.
Ik heb gezien wat de PS voor defensie kan betekenen. Het kan betekenen dat defensie wagens heeft waar een gewone mens niet in kan. Nog een mogelijkheid is dat aangekochte helikopters ondertussen aan de grond staan, omdat ze gewoon onbetaalbaar zijn. Ook kunnen obussen worden aangekocht die niemand kan gebruiken, zelfs het Belgische leger zelf niet. Dat is de houding van de PS.
Opnieuw kan ik u melden dat het Rekenhof in zijn rapport duidelijk stelt dat de government-to-governmentafspraak die met Frankrijk werd gemaakt, opportuun was. Ter zake was er volledige transparantie over het bedrag van 1,5 miljard euro aan materieelaankopen. Destijds zijn zowel de mensen als de onderhoudskosten opgenomen in de langetermijnbudgetten.
Feit is wel dat na mij opnieuw iemand van PS-signatuur werd aangesteld, die de zaak kennelijk helemaal in het honderd heeft laten lopen. De PS die wij kennen, draagt meestal geen zorgen voor wat zij overgedragen krijgt en al zeker niet voor wat ze moet overdragen. Daarnaast wijst de PS telkens opnieuw naar Vandeput, die nochtans niets anders gedaan heeft dan een government-to-governmentcontract te sluiten. Ik vraag mij daarom af wat de PS in dezen te verbergen heeft.
Voorzitter:
Je voudrais demander à M. Courard de réagir, mais il n'est plus ici.
Er werd ook verwezen naar mevrouw Dedonder. Ik geef haar één minuut om te reageren.
Ludivine Dedonder:
Monsieur le président, je ne comprends pas pourquoi je ne dispose que d'une minute.
Monsieur Vandeput, vous dites que vous n'avez rien fait d'autre. Je dirais plutôt que vous n'avez rien fait du tout! Vous avez laissé les factures au gouvernement précédent. Vous avez acheté les F-35 sans prévoir le personnel nécessaire ni les infrastructures pour les abriter. Vous avez sous-budgété le quartier de l'état-major. Concernant la frégate, rien n’a été prévu: un milliard de déficit.
Vous n'avez rien fait du tout et aujourd’hui vous répétez les mêmes erreurs. Vous allez acheter américain. Vous n'allez absolument pas investir dans le développement économique de notre pays et de l'Europe. Vous n'allez pas soutenir les industries. Vous allez faire travailler le personnel jusqu'à 67 ans. Dans vos 34 milliards, il n'y a même pas un euro pour s'occuper du personnel!
À votre place, je ne donnerais pas de leçons, monsieur "qui n'a même pas atteint 1 % de PIB".
Steven Vandeput:
Dat was mooi ingestudeerd. Ik zal niet reageren op die klinkklare nonsens. Wij erfden Defensie destijds in een staat waarin ze niet capabel was te doen wat moest. We hebben het tij proberen te keren door in mensen en materieel te investeren. Ik vertrouw erop dat deze regering opnieuw zal doen wat nodig is om Defensie slagkrachtig te maken en om de verwachte bijdrage te leveren. Mevrouw Dedonder, u hebt veel gezegd, maar nog altijd niet geantwoord op mijn vraag: wat hebt u te verbergen? Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes met uw strategisch plan.
De situatie in het Midden-Oosten
De situatie in het Midden-Oosten
Politieke spanningen Midden-Oosten.
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 19 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende spanningen tussen Iran en Israël, waarbij beide landen elkaar beschuldigen van illegale aanvallen, nucleaire dreigingen en schendingen van internationaal recht. Van Hoof (cd&v) en Prévot (minister) benadrukken de noodzaak van sancties, diplomatie (VN/IAEA) en de-escalatie, maar wijzen zowel Iran (schurkenregime, nucleaire ambities, steun aan Hamas/Hezbollah) als Israël (illegale aanvallen, Gaza-oorlog, kolonisatie) als destabiliserende partijen aan. Boukili veroordeelt Israëls straffeloosheid (genocide in Gaza, steun VS/EU) en eist sancties, terwijl hij de dubbele standaard van het Westen aanklaagt dat Israël niet samevalt met Rusland. België pleit voor een cessatie van geweld en onderhandelingen, maar een concrete actie (bv. sancties) blijft vaag.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, de wederzijdse raketaanvallen van aartsrivalen Iran en Israël storten het Midden-Oosten opnieuw in chaos. Iran met zijn ayatollahs en Revolutionaire Garde is de naam schurkenstaat waardig. Met de steun van Rusland voedt het radicale groeperingen zoals Hamas, Hezbollah en de Houthirebellen. Nucleaire wapens worden gebruikt als tikkende tijdbommen. Voor Israël vormen Teherans nucleaire ambities een existentiële bedreiging.
Collega's, het is echter duidelijk dat dit geen blanco cheque voor zelfverdediging is. Aanvallen op nucleaire installaties en burgerdoelen zijn illegaal onder het internationaal recht. Gezinnen en kinderen aan beide kanten leven in wanhoop door de constante luchtaanvallen en het geluid van sirenes.
Dat hiermee de aandacht van Gaza wordt afgeleid, komt de oorlogszuchtige Netanyahu uiteraard goed uit. We moeten zowel Iran als Israël dan ook onder druk zetten met sancties. Voor cd&v is het duidelijk: de lont moet uit het kruitvat worden gehaald. Daarvoor is de onderhandelingstafel van de VN of het Internationaal Atoomagentschap aangewezen. Zoals u zelf ook hebt gezegd in de commissie is dat beter dan het slagveld.
Deze oorlog is meer dan een politieke strijd of een menselijke tragedie, hij is ook een voedingsbodem voor extremisme, zowel in het Midden-Oosten als in België en heel Europa. Via onderhandelingen en diplomatie komen we echter tot oplossingen. Daarom vraag ik u wat ons land de komende dagen zal ondernemen om de escalatie in de regio te stoppen en tot onderhandelingen te komen.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, il y a quelques jours, Israël a mené une attaque illégale contre l’Iran. Le fait qu’Israël soit désormais habitué à violer le droit international – en attaquant le Liban, la Syrie et le Yémen – et qu’il soit aujourd’hui responsable d’un génocide contre le peuple palestinien à Gaza ne rend pas cette attaque moins grave, ni moins illégale. Elle reste illégale au regard du droit international, car on ne peut pas attaquer un pays simplement parce qu’on en a envie.
Je tiens aussi à souligner que cette attaque est criminelle. Elle l’est parce qu’elle a tué des centaines de civils, dont des enfants, sous prétexte de se protéger. Mais aujourd’hui, parler de protection face à la menace nucléaire iranienne, c’est occulter le réalité car je rappelle que la seule puissance nucléaire dans la région, c’est Israël. La seule menace nucléaire régionale, c’est Israël!
Aujourd’hui, monsieur le ministre, des questions se posent. Les violations du droit international par Israël se poursuivent, le génocide continue et les agressions se multiplient. Tout cela est possible car Israël bénéficie du soutien des États-Unis et de l’Union européenne. Ce soutien est une marque d’impunité pour Israël. Tant qu’Israël reste impuni, il continuera à violer le droit international et à massacrer des civils.
Monsieur le ministre, votre gouvernement condamne-t-il cette violation du droit international par Israël? Votre gouvernement va-t-il enfin prendre des sanctions contre cet État criminel, cet État d’apartheid, cet État génocidaire qu’est aujourd’hui l’État d’Israël?
Maxime Prévot:
Madame Van Hoof, monsieur Boukili, je tiens d’abord à donner un élément rassurant. Nous n’avons à ce stade aucune information concernant de potentielles victimes belges. Notre personnel diplomatique, ici et sur place, fait un excellent travail pour gérer la situation, dans des conditions qui sont extrêmes, puisque, pour ne parler que de Tel Aviv, des frappes iraniennes ont fait des dégâts et une vingtaine de blessés légers à quelques centaines de mètres seulement de notre ambassade.
De gebeurtenissen zijn uiterst ernstig. Israël heeft eenzijdig besloten om Iran aan te vallen. Eerste minister Netanyahu verwijst naar de nucleaire dreiging en de ontwikkeling van een ballistisch programma. Steeds duidelijker blijkt dat de Israëlische regering de bedoeling heeft het Iraanse regime ten val te brengen.
La Belgique soutient le peuple iranien, mais condamne fermement et sans la moindre ambiguïté le régime de Téhéran. Indépendamment de la question de l’existence effective de preuves que l’Iran dispose de l’arme nucléaire, on le sait, le risque est bien réel.
Au-delà d’être une menace existentielle pour Israël, le régime iranien soutient également militairement la Russie dans son agression contre l’Ukraine, pratique une diplomatie des otages, et viole les droits humains, y compris les droits des femmes, de sa propre population. Nous ne pouvons le tolérer.
Ik herhaal echter dat het aan de onderhandelingstafel is dat duurzame oplossingen worden gevonden.
La question d'une éventuelle intervention américaine reste entière. Peut-être reprendront-ils le dialogue dans le dossier nucléaire, peut-être pas. Oman, qui facilite les discussions, travaille activement à raviver le dialogue entre les États-Unis et l'Iran. Pendant ce temps, les Européens prennent leurs responsabilités. De nombreux acteurs de l'Union européenne ont été en contact avec l'Iran et les États-Unis. Ils devraient rencontrer, demain à Genève, le ministre iranien des Affaires étrangères.
La Belgique critique le régime iranien, mais ce qu'Israël, les Américains et nous voulons également, c'est que l'Iran soit un pays stable, démocratique et respectueux des droits humains qui ne constitue une menace ni pour son peuple ni pour le reste du monde, que l'Iran soit à long terme un partenaire manifeste.
Een abrupte val van het regime in het kader van een oorlog waarbij tal van landen betrokken zijn, is geen ideaal scenario. Het is een gevaarlijk scenario voor de toekomst.
Nous éprouvons la plus grande empathie et la totale solidarité avec les victimes civiles, peu importe le camp auquel elles appartiennent. Cibler des sites nucléaires est aussi un danger majeur de part et d'autre.
Nous nous opposons à la menace du régime iranien, mais nous n'oublions pas pour autant que, hier encore, des dizaines de Gazaouis sont morts dans des frappes israéliennes, que des dizaines d'otages sont encore en captivité retenus par le Hamas et qu'un million de Gazaouis sont au stade quatre sur cinq sur le risque de famine. N'oublions pas non plus que des gens continuent de mourir également en Cisjordanie, où le gouvernement israélien a encore récemment autorisé 22 nouvelles colonies en méprisant le droit international, ni que les frappes israéliennes se poursuivent au Liban et qu'Israël est également présent militairement en Syrie.
Op de zevende dag van de oorlog heeft Iran een ziekenhuis in Israël getroffen, in strijd met het internationaal recht. Wij veroordelen deze aanval, evenzeer als de aanvallen die door Israël op ziekenhuizen in Gaza werden uitgevoerd.
Le 16 juin, le régime iranien a annoncé préparer une loi qui, en cas de vote, permettrait au pays de sortir du traité sur la non-prolifération des armes nucléaires. Dans ce cas, les inspecteurs de l'Agence internationale de l'énergie atomique (AIEA) seraient certainement expulsés du pays. Vous l'aurez compris, notre ligne est un appel à la désescalade, à un cessez-le-feu, un retour à la diplomatie. C'est la voix que continuera de porter la Belgique, bien entendu.
Een volledige vernedering van Iran is in niemands belang. We moeten vermijden dat we ons blindelings scharen achter de logica van preventieve oorlog en het recht van de sterkste, die de principes van het internationale recht die wij verdedigen met voeten treedt. Als Europa op lange termijn een rol wil spelen in de regio, moet het juist de fundamenten ervan verdedigen.
Monsieur Boukili, ne nous trompons pas, Israël est loin d'être la seule menace dans la région.
Els Van Hoof:
Zoals u terecht zegt, mijnheer de minister, vormt Israël niet de enige dreiging. Iran – het regime, niet de bevolking – is inderdaad al geruime tijd een schurkenstaat, met nucleaire dreiging. Het moet ook gezegd worden dat Israël al een tijdje het noorden kwijt is op het vlak van het internationaal recht, dat ze blijkbaar niet meer onder de ogen nemen.
U zei dat er morgen eventuele onderhandelingen plaatsvinden, waarbij het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland betrokken zijn. Ik hoop dat er met hun Iraanse evenknie tot een goede onderhandeling kan worden gekomen, of morgen in de VN-Veiligheidsraad.
Zoals u terecht zegt, blijven diplomatie, onderhandelingen en het internationaal recht het beste kader voor veiligheid, zowel voor de Israëlische als voor de Iraanse bevolking. U zegt terecht dat hiermee niet de aandacht van Gaza mag worden afgeleid, want rode lijnen worden nog steeds overschreden.
Maandag vindt de Europese Raad plaats. Ik denk dat we daar sancties op tafel moeten leggen, zowel voor Israël als voor Iran. Dat is essentieel voor de stabiliteit in het Midden-Oosten.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, franchement, l'hypocrisie de ce gouvernement me surprendra toujours. À chaque fois que l'on croit toucher le fond, vous creusez davantage. Vous avez condamné le régime iranien, en oubliant de condamner les attaques illégales d'Israël contre l'Iran. Je vous comprends parce que dans ce gouvernement, et en Europe d'une manière générale, Israël est considéré comme un pays ami, un allié, un pays partageant les mêmes valeurs que nous.
Quelles sont vos valeurs? La famine utilisée contre les peuples? Empêcher les enfants d'être soignés? Bombarder à tout-va? Violer le droit international à tout bout de champ? Viser les gens quand ils vont prendre de l'aide humanitaire? Commettre un génocide? Telles sont vos valeurs? Tels sont vos amis, vos alliés? Est-ce l'avenir que vous voulez? Et aujourd'hui, vous osez venir ici sans condamner l'attaque illégale d'Israël!
Monsieur le ministre, monsieur De Wever et membres du gouvernement de l'Arizona, je vous rappelle que, lors de l'attaque illégale de la Russie contre l'Ukraine, les Russes ont utilisé le même argument qu'Israël, à savoir que l'Ukraine représentait une menace future pour eux. Et ils ont violé le droit international. Vous avez alors pris des sanctions, à juste titre. Mais pour ce qui concerne Israël, vous vous taisez dans toutes les langues. C'est honteux!
Voorzitter:
Ik breng de regering ook graag de spreektijden in herinnering.
De VN-top over Gaza
De VN-top over Gaza
Palestijnse kwestie, VN
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België dringt aan op onmiddellijke humanitaire hulp, een staakt-het-vuren en erkenning van Palestina tijdens de VN-top in New York, maar minister Prévot benadrukt dat concrete erkenning afhangt van vooruitgang (ontwapening Hamas, legitiem Palestijns bestuur) en Europese eenheid ontbreekt voor sancties tegen Israël. Hij onderzoekt opsorting van het EU-Israël Associatieverdrag (handel) en steunt de tweestatenoplossing, maar concrete stappen blijven vaag. Parlementsleden eisen scherpere veroordeling van Israëlisch geweld, sancties tegen extremistische ministers en druk voor onvoorwaardelijke hulptoegang, terwijl Prévot wijst op diplomatieke inspanningen zonder directe toezeggingen. België sluit zich aan bij de Frans-Saoedische conferentie, maar resultaten blijven onzeker.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza blijft duren. Er zijn al tienduizenden burgerslachtoffers gevallen en er zijn dagelijks bombardementen. De toegang tot voedsel, water en medicijnen wordt geweigerd en als een wapen ingezet. Ziekenhuizen en hulpverleners worden beschoten.
Vooruit koos er van in het begin voor om aan de kant van de onschuldige slachtoffers te staan en aan de kant van het internationale recht. Onze ministers, Caroline Gennez en Frank Vandenbroucke, stuurden in de vorige legislatuur voedsel, drinkwater en medicijnen naar Gaza. Toen de grenzen sloten, schakelden zij over naar hulp vanuit de lucht, met de moed der wanhoop.
Moed moeten we vandaag nog meer tonen. Dit Parlement nam een krachtige resolutie aan, met een duidelijke oproep om sancties op te leggen aan Israël, om humanitaire hulp opnieuw toe te laten en om tijdens de VN-top stappen te zetten naar een tweestatenoplossing met de erkenning van Palestina. We zijn een klein land, maar we moeten alles doen, alles, om deze waanzin te stoppen.
Mijnheer de minister, volgende week reist u naar New York voor de langverwachte VN-top over Palestina. Zult u daar pleiten voor Europese sancties tegen Israël? Bent u bereid om het Associatieverdrag met Israël op te schorten? Wij rekenen op u.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, in Gaza zijn alle rode lijnen allang overschreden, letterlijk alle rode lijnen. Kinderen worden vermorzeld onder het puin en mensen worden neergemaaid tijdens voedselbedelingen. Vele Belgen zijn terecht verontwaardigd en zullen waarschijnlijk ook zondag opnieuw massaal op straat komen om een rode lijn te trekken.
Het is ook onze plicht als volksvertegenwoordigers om op te komen tegen genocide, tegen honger als oorlogswapen en tegen Israëlische ministers die oproepen om de inwoners van Gaza als dieren te behandelen en uit te hongeren. Het is tijd voor actie, waartoe onze resolutie heeft opgeroepen. Het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada hebben deze week nog sancties ingesteld tegen oorlogsmisdadigers als Ben-Gvir en Smotrich. Ierland wil producten uit Israëlische nederzettingen bannen. Wat doet de Europese Unie echter? Zij doet niks, nada, nougatbollen, zoals ze in Vlaanderen zeggen.
Mijn vraag is dan ook de volgende. Welke sancties zal België op de tafel van de Europese Unie leggen? Zoals mijn collega reeds aangaf, vindt volgende week een VN-conferentie plaats over de erkenning van Palestina in het kader van een tweestatenoplossing. Het is geen geheim dat de cd&v al heel lang achter die erkenning staat. Wat heeft België ondernomen in de aanloop naar die conferentie om druk uit te oefenen voor een tweestatenoplossing met de erkenning van Palestina? Wat heeft België dus ondernomen om Gaza niet alleen voedsel te geven, maar ook enige hoop? Daarop hebben de Palestijnen immers recht.
Maxime Prévot:
Mevrouw Lambrecht, mevrouw Van Hoof, de situatie in Gaza is een schande en de toestand is er uiterst dramatisch. Daarom blijft dat onderwerp een absolute prioriteit. Samen met mijn diensten doe ik mijn uiterste best om ervoor te zorgen dat de humanitaire hulp de burgers bereikt, om een staakt-het-vuren te bewerkstelligen, om de gijzelaars vrij te krijgen en om de Israëli’s en de Palestijnen opnieuw aan de onderhandelingstafel te krijgen om samen te werken aan een vreedzame co-existentie op lange termijn.
Zoals u weet, is de regering op mijn initiatief een reeks engagementen aangegaan. We zijn in contact met alle betrokken landen om een manier te vinden om Belgische en internationale, beschikbare humanitaire hulp binnen te brengen. Vrachtwagens zitten vol en wachten op de opening van de lange grenzen doorheen Israël. We proberen ook andere middelen, met name luchttransport, in te zetten, maar die zullen een landtoegang niet vervangen, wat de absolute prioriteit blijft. We blijven ook op verschillende manieren aandringen om verdere stappen te nemen. Ik heb namens België gevraagd om een onderzoek naar de naleving van artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël. Ik herinner u eraan dat de volgende stap de opschorting van het handelsaspect van de overeenkomst zou kunnen zijn.
De regering heeft besloten zich aan te sluiten bij de Frans-Saoedische dynamiek, die zal uitmonden in de conferentie van volgende week in New York. Ik zal daarheen gaan en ik ben van plan actief deel te nemen. Dat is ook waar de parlementaire resolutie van de meerderheid om vroeg. Mijn teams werken achter de schermen actief mee aan de voorbereiding van deze conferentie, samen met hun collega’s in New York. De details van wat Frankrijk en Saoedi-Arabië op 18 juni zullen presenteren, zijn echter nog niet gecommuniceerd.
Gisteren had ik hierover nog contact met mijn Franse ambtsgenoot. De besprekingen tussen landen zijn intens.
Op dit moment is het niet mogelijk om te voorspellen wat het resultaat van deze conferentie zal zijn. De situatie evolueert van dag tot dag. Laten we niet vergeten dat volgens president Macron zelf concrete vooruitgang, waaronder de mogelijke erkenning van Palestina, vereist dat meerdere elementen samenvallen.
President Macron en zijn diensten zijn zelf volop in onderhandeling. De erkenning van Palestina maakt deel uit van het perspectief van de tweestatenoplossing, die we ondersteunen. Wij zijn ervan overtuigd dat dat de beste optie is om het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk te garanderen, maar ook de sociaaleconomische toekomst van zowel het Palestijnse als het Israëlische volk.
Opdat een dergelijke erkenning mogelijk wordt en zoveel mogelijk positieve effecten zou hebben voor zowel Palestina als Israël, moeten we op verschillende fronten vooruitgang boeken. Het is niet voldoende om alleen een verklaring af te leggen, hoe symbolisch die ook mag zijn. Er is een ontwapening van Hamas nodig en een capabel en legitiem Palestijns bestuur voor geheel Palestina. De brief die president Abbas aan president Macron heeft gestuurd, vormt een zeer positieve en bemoedigende stap in dat opzicht. Bij mijn terugkeer zal ik uiteraard uitgebreid verslag uitbrengen van de conferentie (…)
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, inderdaad, de situatie is een schande. Laat het duidelijk zijn, de maat is meer dan vol. De gruwel in Gaza moet stoppen. Tienduizenden doden, twee miljoen mensen op de vlucht, mensen die honger lijden, mensen die sterven van de honger, kinderen die sterven door ondervoeding. Dit moet stoppen. België moet Palestina erkennen. België moet oproepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en moet pleiten voor een onmiddellijke en onvoorwaardelijke toegang tot humanitaire hulp.
De VN-top is het moment bij uitstek voor u om het disproportionele geweld van Israël te veroordelen – ik herhaal, het disproportionele geweld van Israël te veroordelen – en als Europa krachtig op te treden. Wij rekenen op u. Dank u.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord en voor alle inspanningen die u levert. Ik geloof ook sterk in uw persoonlijk engagement ter zake. Dat hebben we ook al kunnen lezen in verschillende interviews. We stellen echter vast dat Israël intussen vlijtig blijft bouwen op de Westelijke Jordaanoever. Palestina wacht daarentegen al decennialang op de erkenning van zijn bestaansrecht. U zei terecht dat president Abbas een zeer bemoedigende brief heeft geschreven met belangrijke elementen erin. De positieve stappen komen opnieuw van hun kant. We moeten die kansen grijpen. Ik hoop dat er ook in New York vooruitgang wordt geboekt richting een tweestatenoplossing. Erkenning is echter niet voldoende, er zijn ook sancties nodig. Het is jammer dat ik uw antwoord niet volledig heb kunnen horen. We moeten druk blijven uitoefenen op Israël om voedselhulp effectief toe te laten. We kunnen niet langer toekijken. De rode lijn is overschreden en wij moeten nu in actie komen.
De kaderwet waarmee de deur opengezet wordt naar staatsgeneeskunde
De noodzaak van overleg in het kader van de hervorming van de gezondheidszorg
De ereloonsupplementen
Het risico voor de medische vrije beroepen in het kader van het voorontwerp van kaderwet
De ongerustheid bij de artsen
Het voorontwerp van kaderwet
Hervorming Gezondheidszorg en Medische Beroepen.
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Vandenbroucke ontkent dat zijn hervorming van de gezondheidszorg leidt tot staatsgeneeskunde en benadrukt dat de therapeutische vrijheid en conventiekeuze behouden blijven, maar de oppositie en coalitiepartners beschuldigen hem van top-down beleid, gebrek aan overleg en een autoritaire aanpak die artsen demotiveert en patiënten in gevaar brengt. De kern van het conflict draait om ereloonsupplementen (symptoom) versus structurele hervormingen (nomenclatuur, ziekenhuisfinanciering, eerlijke vergoedingen), waarbij de minister belooft eerst de tarieven te herzien (2026-2028) alvorens supplementen aan te pakken—maar artsen voelen zich niet gehoord en vrezen voor wachtlijsten, bureaucratie en kwaliteitsverlies. De sfeer is grimmig, met dreigende stakingen en een diep wantrouwen tussen sector en overheid, terwijl alle partijen claimen dezelfde doelen (betaalbare, kwaliteitsvolle zorg) na te streven. De concertatiekloof en haastige communicatie verergeren de polarisatie, met als inzet wie de regie over de zorg behoudt: de politiek of de beroepsgroep.
Irina De Knop:
"Ik sta perplex van uw vraag. U ziet echt spoken," zo luidde uw antwoord tijdens een vragenuurtje, eind maart, mijnheer de minister. U deed er zelfs een beetje lacherig over. Maar voor mij en ook voor heel veel mensen in de sector was het toen al bittere ernst. Ook toen al was duidelijk dat het pad naar staatsgeneeskunde ingeslagen was. U was formeel: daar was niets van aan. Meer dan 25.000 artsen hadden het absoluut bij het verkeerde eind. Ze zagen spoken. Mijnheer de minister, u gaat met een hele sector in conflict om uw model, dat van socialistische staatsgeneeskunde, door te duwen.
Het is ook schandalig hoe u artsen aanvalt. U focust nu in al uw interventies op de ereloonsupplementen. Dat doet het goed bij uw achterban. Maar u weet zeer goed, mijnheer de minister – u bent intelligent - dat die slechts een symptoom zijn. De echte uitdaging is een hervorming van het ziekenhuislandschap, de financiering en de nomenclatuur. Maar daar begint u niet mee. Daar hebt u het bijna niet over. Volgens collega Bertels is het trouwens allemaal in kannen en kruiken.
Mijnheer de minister, u hebt vandaag een hele sector tegen u. Zou het kunnen dat er echt iets grondig fout is met uw beleid? Of zien we opnieuw spoken?
Kiest u nu echt voor ruzie met een beroepsgroep die niet ruziemaken, maar mensen helpen in zijn DNA heeft? Drijft u het zover dat het tot een staking komt, mijnheer de minister?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, je m'exprime aujourd'hui en tant que médecin généraliste mais aussi au nom de nombreux soignants interpellés, comme moi, par votre avant-projet de loi-programme. Ce texte, qui touche au cœur de notre système de santé, suscite autant de questions sur le fond que sur la méthode employée.
Vous le savez, les soins de santé sont une priorité pour les Engagés. Nous avons défendu et obtenu le refinancement, même dans un contexte budgétaire extrêmement tendu, parce que nous croyons qu'une médecine de qualité, accessible à tous est un pilier essentiel de justice sociale.
Oui, nous soutenons le renforcement du conventionnement, la limitation des suppléments, le recours au tiers payant. Oui, nous partageons le besoin de simplification et de meilleure coordination, pour des médecins devant les patients, pas devant leurs écrans.
Mais toute réforme, aussi légitime soit-elle, ne peut être menée sans concertation. Et aujourd'hui, plusieurs organisations représentatives du secteur disent n'avoir pas été consultées avant la communication publique de votre projet. C'est là que le bât blesse.
Si la réforme est nécessaire, elle doit être coconstruite. La politique responsable, c'est écouter ceux qui vivent les réalités du terrain et non décider en huis clos, toutes écoutilles fermées. La politique, ce n'est pas faire la leçon, c'est tirer des leçons.
Monsieur le ministre, nos médecins, nos soignants sont déjà sous tension. Ils veulent être entendus, pas mis devant le fait accompli. Leur implication est une condition sine qua non à la réussite de toute réforme. Sans eux, rien ne tiendra.
Mes questions sont donc simples et essentielles. Allez-vous renforcer la concertation avec les acteurs de terrain afin de garantir une réforme qui réponde à la fois aux besoins des patients et aux réalités quotidiennes du monde médical?
Comment vous engagez-vous à éviter toute dérive vers une uniformisation rigide et une déconnexion des réalités du terrain, que les Engagés refuseront catégoriquement? Nous voulons une réforme juste, construite avec les soignants.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, de ereloonsupplementen waren de voorbije dagen een belangrijk thema. De afbouw ervan staat ook in het regeerakkoord. Er is echter een belangrijke maar. Het is belangrijk dat men, wanneer men een doelwit heeft, onderweg eerst de obstakels wegwerkt. Mijnheer de minister, u kent die obstakels. Het gaat om de manier waarop artsen vandaag worden vergoed, die vaak niet in overeenstemming is met de realiteit, en om de ziekenhuisfinanciering, die helaas niet duurzaam is en zelfs de kwaliteit in het gedrang kan brengen. Voor cd&v is het uiteraard belangrijk dat de betaalbaarheid voor elke patiënt wordt gegarandeerd. Het kan voor ons niet dat een patiënt die honderden euro’s extra kan betalen, voorrang voor een consultatie op een patiënt die dat niet kan, krijgt.
We moeten wel beginnen bij het begin. De dominoblokjes moeten in de juiste volgorde vallen. Er zijn nog heel wat hervormingen waarop de sector en de patiënten wachten. Het is dan ook niet aanvaardbaar dat vandaag een conflict escaleert ten koste van zeer kwetsbare patiënten. Het is niet aanvaardbaar dat patiënten de krant vandaag openslaan en lezen over een mogelijke staking, terwijl ze zich in een van de meest kwetsbare periodes van hun leven bevinden.
Daarom wil ik hier toch beklemtonen, mijnheer de minister, dat het belangrijk is om met respect voor de sector het overleg aan te gaan. Er moet respect zijn voor alle actoren aan tafel: de ziekenhuizen, de zorgverstrekkers en de patiënten, die niet het slachtoffer mogen worden. Ik roep u dan ook op tot overleg en hoop dat u snel tot een akkoord kunt komen. Mijn vraag is dan ook helder: wat heeft het overleg van vanochtend met de artsenorganisaties opgebracht?
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous avons souvent mis en avant la performance de notre système de soins. Il est fondé sur l'autonomie professionnelle, la liberté de choix et la responsabilisation de tous les acteurs.
Depuis la publication de votre avant-projet, nous percevons des inquiétudes très fortes quant au sens des réformes proposées et quant à leur compatibilité avec l'accord de gouvernement. Rarement les prestataires de soins ont ressenti un tel sentiment, un tel climat de déconsidération. Vous avez déjà réagi en affirmant que sans réforme, il ne sera pas possible de maintenir des soins de qualité accessibles à tous. Sans doute avez-vous raison, mais encore faut-il alors que ces réformes aillent dans le bon sens.
Ce n'est pas le cas de la suppression du conventionnement partiel, qui aboutirait à réduire le nombre de conventionnés et allongerait les délais pour obtenir un rendez-vous, suite à la suppression de nombreuses consultations. Ce n'est pas le cas non plus de la suppression et de la limitation des primes INAMI aux seuls conventionnés qui transforme ces incitants à la qualité et à l'innovation en vulgaires outils de pression. Ce n'est pas le cas non plus du plafonnement extrême du supplément d'honoraires, qui ne peut s'envisager sans la réforme de la nomenclature, sans la réforme du financement des hôpitaux, à moins de provoquer des difficultés financières majeures pour un très grand nombre d'entre eux. Ce n'est pas le cas non plus d'une mesure visant à lier le financement des organisations professionnelles au nombre de membres conventionnés, mesure qui bafoue l'indépendance des syndicats et qui pousse un libéral à rappeler l'importance du droit syndical à un ministre socialiste. Ce n'est pas non plus le cas lorsqu'on utilise l'indexation des prestations comme moyen de pression.
Les prestataires de soins ont le sentiment d'assister à une dérive autoritaire de la gestion du système de santé et à une difficulté d'établir une réelle concertation.
Monsieur le ministre, comment comptez-vous rétablir un climat de confiance avec les prestataires de soins? Quand allez-vous présenter les réformes indispensables reprises dans l'accord de gouvernement?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, steeds meer mensen zijn ongerust omdat ze moeilijk een dokter vinden. We horen regelmatig dat men het gevoel heeft dat er hogere prijzen worden gevraagd of dat er minder wordt terugbetaald. Ook de dokters zijn vandaag ongerust, omdat ze vrezen dat de voorstellen die in het voorontwerp van kaderwet staan de leefbaarheid van hun beroep in gevaar zullen brengen en dus ook de zorg voor hun patiënten.
De uitdagingen zijn vandaag inderdaad niet min. We moeten de juiste recepten vinden om onze zorg betaalbaar te houden en daarover moeten we met alle belanghebbenden samen nadenken. Dit voorontwerp van kaderwet zorgt voor veel onrust, ook omdat een aantal maatregelen niet in het regeerakkoord staan. Ik denk bijvoorbeeld aan het beperken van de supplementen voor ambulante zorgen voor wie niet geconventioneerd is. Voor sommige disciplines kan dat grote problemen opleveren, omdat de officiële tarieven niet zijn aangepast aan de werkelijke kosten van de behandelingen. Ook dat is niet ten bate van de patiënten. Ook een aantal andere voorgestelde maatregelen kunnen voor ongewensten effecten zorgen, zoals het verdwijnen van de partiële conventie. We moeten erover waken dat er daardoor geen vlucht van artsen uit de ziekenhuizen ontstaat.
Mijnheer de minister, de ongerustheid bij de artsen is bijzonder groot. Er is zelfs sprake van stakingsbereidheid. Dat is iets wat ik in mijn carrière als zorgverstrekker nog nooit heb meegemaakt. Ik denk echter dat we dezelfde doelstellingen hebben. We willen namelijk een kwaliteitsvolle en duurzame gezondheidszorg. De patiënt is degene waarrond het moet draaien. Ook dokters en andere zorgverstrekkers hebben diezelfde doelstelling, daar ben ik voor 100 % van overtuigd.
Bent u bereid om te luisteren naar hun bezorgdheden? Zult u de constructieve voorstellen die worden geformuleerd door de zorgverleners meenemen?
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, uw zogenaamde hervormingswet zet de medische wereld in rep en roer. U belooft een modernisering van de gezondheidszorg, maar in de praktijk krijgen we iets totaal anders. Het gaat om een door en door centralistisch model waarin u, als hoofdrolspeler, de tarieven, de afspraken en het ritme van de zorgverlening bepaalt, zonder ruimte te laten voor een echte dialoog en zonder regionale autonomie.
Een golf van terechte onrust trekt momenteel door de zorgsector. Het regent open brieven en opiniestukken van bezorgde zorgverleners. Men voelt zich niet gehoord. Men verliest het vertrouwen. Uw hervorming staat voor een afbraak van onze kwaliteitsvolle zorg. Uw hervorming is een machtsgreep. In die zin gaat het inderdaad om een hervorming, maar ze houdt geen verbetering in.
Zorgverleners worden verplicht zich te conformeren aan centrale regels, met sancties als ze daarvan afwijken. Het overlegmodel wordt uitgehold. De vrijheid van conventie wordt gerelativeerd. U kunt bovendien binnenkort het RIZIV-nummer van tegendraadse zorgverleners afnemen. Dat zagen we reeds tijdens de coronacrisis. Wie het overheidsnarratief durfde te betwisten, werd kaltgestellt, gebroodroofd. Hallucinant en vooral dictatoriaal. U doet dat onder het mom van efficiëntie en toegankelijkheid.
We weten evenwel waar dat toe leidt: ellenlange wachtlijsten, burn-outs bij artsen, een bureaucratisch monster dat zorg op maat onmogelijk maakt. Dat zijn geen doembeelden, mijnheer de minister, dat is de realiteit in landen die die weg reeds zijn opgegaan, zoals het Verenigd Koninkrijk, zoals Nederland.
Twee vragen, mijnheer de minister. Wie wordt er beter van deze hervorming? De patiënt op de wachtlijst, de overwerkte zorgverlener of uzelf en uw kabinet, de technocraat in Brussel? Een tweede vraag, die misschien al half is beantwoord, is of dat alles eigenlijk wel doorgesproken is met alle coalitiepartners.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, deze regering moet belangrijke hervormingen doorvoeren op het vlak van werkloosheid, pensioenen, arbeidsmarkt en gezondheidszorg. Die laatste is een sector waarin we ook zeer sterk investeren. Het betreft hervormingen die van iedereen inspanningen vragen. Zoals steeds bij ingrijpende hervormingen ontstaat er veel onrust en zijn er veel vragen. Daarom is zeer goed overleg nodig. Dat zal deze regering moeten organiseren, zowel wat betreft de arbeidsmarkt en de pensioenen als zeker ook de gezondheidszorg.
Het doel is duidelijk, namelijk betaalbare gezondheidszorg en een eerlijke, correcte vergoeding voor zorgverleners, met name artsen. We zijn al bijna drie jaar bezig met de voorbereiding van een fundamentele hervorming en verbetering van de artsenvergoedingen. We gaan de erelonen volledig herbekijken en in evenwicht brengen. Het kan niet dat kinderartsen, jeugdpsychiaters of geriaters systematisch minder goed worden bedeeld dan bijvoorbeeld radiologen of nefrologen.
We treffen daarvoor al drie jaar lang voorbereidingen. We hebben focusgroepen opgericht met talloze artsen en specialisten die daarover aan tafel zitten. Dat proces is lopende. Ik zal ook heel 2026 besteden aan overleg en onderhandelingen over een beter en eerlijk systeem van erelonen.
Collega's, natuurlijk is er iets dat daarmee samenhangt. Als de erelonen, de officiële tarieven, echt het anker en de spil van het systeem moeten zijn, dan moet men het natuurlijk ook eens zijn over de mate waarin daarvan kan worden afgeweken en over de manier waarop daarover wordt onderhandeld. Dat brengt ons bij de vraag naar het conventiemodel en de visie op ereloonsupplementen.
Alles wat het regeerakkoord daarover voorstelt en wat ik hier probeer in uitvoering te brengen, moet volgens het regeerakkoord tegen eind 2025 als wetgeving klaar liggen. Dat proberen we te realiseren. Tegelijkertijd heb ik aan de betrokken artsen gezegd dat de hervorming van het conventiemodel en de ereloonsupplementen iets is dat pas vanaf 2028 van kracht zal worden.
We moeten inderdaad eerst heel veel tijd en energie steken in eerlijke en correcte erelonen, echter op voorwaarde dat we het er op voorhand over eens zijn dat dit het anker van het systeem is. Als men het daar op voorhand niet over eens is, dan weet men eigenlijk niet waarover men overlegt en onderhandelt.
Mevrouw De Knop, u ziet dus inderdaad spoken. Er verandert echt niets aan het zelfstandige karakter van de meeste artsen, niets aan de therapeutische vrijheid, niets aan het besluitvormingsmodel in de Medicomut. Wat daarover verteld wordt, is gewoon onjuist, want daar verandert niets aan. Integendeel, de vrije keuze voor de conventie blijft behouden. Integendeel, ik stel voor dat de geconventioneerde arts meer flexibiliteit en vrijheid krijgt in zijn tarieven en niemand vermeldt dat. Dat is nochtans wat ik voorstel. Daar verandert dus niets aan.
Van staatsgeneeskunde is geen sprake en ik ben daar alleszins hartgrondig tegen, net zoals mevrouw Sneppe. Ik zou meteen een petitie ondertekenen waarin werd vastgesteld dat een minister eigenhandig artsen van de rol kan schrappen. Dat is totaal van de pot gerukt, want dat staat nergens. Ik denk wel dat als een arts bijvoorbeeld ernstig verslaafd is – wat soms gebeurt, net zoals bij andere mensen in de samenleving – en een gevaar vormt voor zijn patiënten, men moet kunnen zeggen dat die arts niet langer mag factureren. Anders blijven patiënten denken dat die arts nog steeds actief is.
Collega's, de overdrijvingen of excessen inzake supplementen bij een kleine minderheid moeten eruit. Men krijgt het niet uitgelegd dat een bevalling in het ene ziekenhuis 700 euro aan ereloonsupplementen betekent en in een ander ziekenhuis 2.200 euro. Men kan evenmin uitleggen dat een appendicitis in het ene ziekenhuis 450 euro aan ereloonsupplementen kost en in een ander ziekenhuis 2.500 of 3.500 euro. Daar moeten we afspraken over maken, met de bedoeling goede en betaalbare zorg te garanderen.
Par ailleurs, la concertation est organisée. Je l’ai initiée de manière informelle en avril. L’architecture de cette proposition, certes sans les détails et les chiffres, a été présentée à tous les acteurs à ce moment-là.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. We hebben afgesproken dat we de spreektijden vandaag strikt respecteren.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, volgens u zie ik spoken. Welnu, ik meen dat u liegt. Als u verklaart dat de vrijheid van artsen niet aan banden wordt gelegd met uw nieuwe kaderwet, dan liegt u.
U hervormt niet; u zoekt ruzie. U bouwt geen bruggen; u blaast ze op. U luistert niet; u duwt uw visie gewoon door. En dan zouden wij, in de oppositie, spoken zien? Uw collega's van de arizonapartijen zien in dat geval ook spoken. Ik heb namelijk heel goed geluisterd naar wat zij u hier hebben gevraagd.
Het is inderdaad juist dat dringend werk moet worden gemaakt van een correcte vergoeding. Begin daar dan mee! Daar wachten we net op. We wachten op een hervorming van de lonen, niet op wat hier nu gebeurt.
Dat de N-VA meewerkt aan die staatsgeneeskunde die wij nu (…)
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos explications, même si elles ont été écourtées.
Je ne reviendrai pas sur le fond de votre avant-projet, parce qu'il me faudrait au moins 30 ou 40 minutes et que M. le président n'est pas prêt à me les accorder. Cela dit, je tiens absolument à insister sur la forme. Les acteurs de terrain demandent à être consultés. J'ai entendu que vous parliez du mois d'avril. En tout cas, il m'est revenu que certains syndicats n'avaient pas été informés avant le 3 juin. Cela met quelque peu le feu aux poudres. Il faut absolument consulter le secteur, car cette réforme l'inquiète véritablement.
Ce qui est en jeu, monsieur le ministre, ce n'est pas simplement une réforme budgétaire ou administrative, mais une nouvelle vision de la médecine – sur laquelle je suis prêt à travailler avec vous, parce qu'il est vrai qu'il faut voir les choses différemment. Oui, cette réforme est nécessaire, mais elle ne doit pas être pragmatique; elle doit être respectueuse et tenir compte des acteurs du terrain.
Monsieur le ministre, vous pouvez compter sur moi et Les Engagés, mais les médecins et les soignants le peuvent également pour que nous servions de relais déterminé s'ils sont mis de côté.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, afgaande op uw antwoord lijkt het enigszins op een gecreëerd conflict. Daarnet, tijdens mijn vraagstelling, heb ik gezegd dat het belangrijk is om de dominostenen op de juiste manier te laten vallen. In uw antwoord hoor ik nu dat dat inderdaad de wijze is waarop u te werk wilt gaan.
Het is dan wel zonde en jammer dat er in de pers werd geschreeuwd, geroepen en getierd dat de ereloonsupplementen zouden worden beperkt, zonder te spreken over de broodnodige hervormingen die daaraan moeten voorafgaan. Het is zonde dat de zorgsector vandaag in chaos verkeert. Het is zonde dat patiënten vandaag met heel wat angst zitten.
Mijnheer de minister, ik hoop oprecht dat u dat rechtzet en dat u het afgesproken tempo aanhoudt: eerst de duurzame hervormingen, daarna verdergaan.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, (…) pas contre tout ce qui est repris dans l'accord de l'Arizona. Mais ce n'est pas exactement ce qui se trouve dans votre projet. Et cela, pour nous, n'est pas acceptable. Démolir le conventionnement partiel serait une grave erreur pour l'organisation des soins. Limiter les suppléments à des taux que vous fixez dès maintenant, en dehors de la réforme de la nomenclature, en dehors de la réforme du financement des hôpitaux, ne repose sur aucun fondement! Voilà ce que nous regrettons.
Nous assistons aujourd'hui à un découragement et à un désengagement des professions de santé, à un moment où on doit augmenter l'attractivité de ces professions. Et c'est un grave problème. Il faut absolument que l'on rétablisse une collaboration correcte avec le corps médical et que l'on évite des dérives bureaucratiques et coercitives.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, het is niet goed als er een tweespalt tussen burgers en zorgverstrekkers ontstaat. Er moet vertrouwen zijn, ook ten aanzien van de regering. We willen geen staking. U wilt geen staking, ik wil geen staking; patiënten willen geen staking en eigenlijk willen de zorgverstrekkers dat zelf ook niet. We kunnen er alleen samen uitkomen en dat is echt in het belang van onze patiënten.
Mijnheer de minister, natuurlijk moet misbruik eruit, moet verspilling eruit, maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. Ik ben ervan overtuigd dat u ook de zorg op een juiste manier op de rails wilt zetten, waarbij we behouden wat vandaag bewezen heeft goed te werken, zoals de vrijheid van het beroep van de zorgverstrekker.
Er zal nog heel wat overleg nodig zijn over de gevolgen van de hervorming op het terrein. Ik wil ook aandringen om dat in de juiste volgorde af te werken. Ik vraag u om intensief overleg met de zorgsector te voeren. De N-VA zal haar werk doen in het overleg tussen de kabinetten. We hopen van harte dat dit op een heel constructieve (…)
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, ze liegen, geen staatsgeneeskunde, het zijn misverstanden, angsten, ingegeven door desinformatie. Wat roept u nog meer in? Met alle respect, het wantrouwen komt niet van een of andere obscure groep op sociale media, maar komt van het terrein zelf, van artsen, verpleegkundigen, specialisten, patiëntenverenigingen. Zij voelen wat u blijkbaar niet ziet of niet wilt zien: de patiënt wordt van die hervormingen de dupe. De patiënt verdient een zorgverlener die tijd mag nemen, die mag nadenken, die vrij mag handelen om zorg op maat te bieden. De zorgverlener verdient vertrouwen van de patiënt, maar zeker ook van u, van de overheid. Deze regering maakt van artsen bureaucraten en van patiënten nummers. Onze patiënten verliezen. Onze zorgverleners verliezen. Vlaanderen betaalt. Stop deze waanzin.
De verhoging van de werkzaamheidsgraad
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 5 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
cd&v pleit voor een familiekrediet (24 maanden flexibel verlof per kind) om burn-outs en depressies bij jongeren te voorkomen en werk-gezincombinatie haalbaar te maken, wat de werkzaamheidsgraad (80%) en productiviteit verhoogt. Minister Clarinval benadrukt activering (werken lonender maken) en lastenverlaging om vacatures in te vullen, maar bevestigt niet concreet het familiekrediet. Lanjri dringt aan op snelle invoering van het voorstel, wijzend op de urgentie door stijgende ziekteverzuimkosten (€2 mjd). Akkoord over doel (80% werkzaamheid), maar meningsverschil over middelen: structurele hervormingen vs. gezinsondersteuning.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, 2 miljard euro spenderen wij momenteel aan uitkeringen voor werknemers die uitvallen door ziekte, vooral depressie en burn-out. We zitten inmiddels aan meer dan een half miljoen personen en hun aantal stijgt elk jaar. Nog verontrustender, het betreft vaak twintigers en dertigers. Zij slagen er niet in om alle ballen in de lucht te houden en werk en gezin te combineren. Voor velen is dat een bijna onmogelijke combinatie geworden. Zes op de tien jongeren twijfelen zelfs om aan kinderen te beginnen, uit vrees dat ze hun werk niet zullen kunnen combineren met een gezin. Dat is hallucinant.
Voorbeelden uit het buitenland leren ons nochtans dat een uitgebreider systeem van familieverlof werknemers productiever maakt. Een betere combinatie van werk en gezin heeft een gunstig effect op het welbevinden van werknemers en zorgt voor minder uitval. Daarom pleit cd&v voor de invoering van een familiekrediet. Dat is een eenvoudig systeem waarbij ouders 24 maanden verlofrechten voor elk kind vanaf diens geboorte, verlofrechten die zij, grootouders of plusouders kunnen opnemen wanneer het kind nood heeft aan zorg. Ons voorstel van familiekrediet vraagt een investering, maar de uitval van alsmaar meer werknemers door depressie of of burn-out kost de samenleving veel meer.
Voor cd&v is het duidelijk, alleen als we erin slagen om mensen meer ademruimte te geven en de combinatie van gezin en werk haalbaar te houden, zullen we de werkzaamheidsgraad van 80 % kunnen bereiken.
Mijnheer de minister, hopelijk beseft u dat de uitwerking van het familiekrediet dringend is en dat u daarmee de werkzaamheidsgraad kunt opkrikken. Wanneer mogen we de regeling ter zake verwachten?
David Clarinval:
Mevrouw Lanjri, ik dank u voor uw vraag die perfect aansluit bij onze gemeenschappelijke ambitie om de werkzaamheidsgraad in ons land op een duurzame manier te verhogen. De recente stijging van de werkloosheidscijfers in België is het gevolg van al te veel jaren stilstand en het ontbreken van structurele hervormingen. Dat willen wij doorbreken.
We staan voor een economische, sociale en budgettaire uitdaging. We worden geconfronteerd met de paradox dat te veel mensen aan de zijlijn van de arbeidsmarkt blijven, terwijl ons land het hoogste vacaturepercentage van Europa kent.
De regering maakt een prioriteit van een ambitieus activeringsbeleid, gebaseerd op rechten en plichten. We zien erop toe dat werken altijd aanzienlijk voordeliger blijft dan niet werken. Het regeerakkoord stelt een duidelijk doel: wij zullen ervoor zorgen dat het verschil altijd meer dan 500 euro netto per maand bedraagt.
De verhoging van de werkzaamheidsgraad vraagt ook om een concurrentiebeleid en een beleid ter ondersteuning van het ondernemerschap. De hogere steun bij eerste aanwervingen en de lastenverlaging op arbeid ten belope van 1 miljard euro dragen bij tot de verwezenlijking van onze ambitie.
Nogmaals, de verhoging van de werkgelegenheidsgraad is geen optie of een statistische obsessie, maar een noodzaak. Elke gecreëerde job betekent een burger die financieel bijdraagt aan onze ziekenhuizen, pensioenen en sociale zekerheid.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, we zijn het inderdaad eens over de ambitie dat we 80 %-werkzaamheidsgraad moeten realiseren. We zetten daarvoor inderdaad in op activering en, samen met de minister van Sociale Zaken, op reactivering van zieke werknemers, zodat ze geen ziekte-uitkering meer behoeven. Dat is goed.
We mogen evenwel evenmin uit het oog verliezen dat heel veel mensen het gewoon niet meer trekken. Het lukt hen niet meer om te werken en ondertussen voor een gezin te zorgen. Daarom moeten we ook die andere ambitie uit het regeerakkoord realiseren, met name de invoering van het familiekrediet, zodat iedereen werk en gezin kan combineren. Cd&v heeft daarvoor alvast een heel concreet voorstel van resolutie ingediend en vraagt nu aan de regering om die als basis te nemen. Ik ben ervan overtuigd dat we voor de uitwerking daarvan in u een medestander zullen vinden.
Voorzitter:
Bedankt, mevrouw Lanjri, zeker om ook de aandacht te vestigen op jonge ouders.
De studie over de vermogensongelijkheid
De vermogensongelijkheid in België
De studie over de vermogensongelijkheid
Het rapport over de vermogensongelijkheid
Vermogensongelijkheid in België: Studie en Rapport
Gesteld door
Vooruit
Achraf El Yakhloufi
PVDA
Kemal Bilmez
CD&V
Steven Matheï
PS
Hugues Bayet
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de ongerechtvaardigde belastingdruk op arbeiders versus het ontbreken van belastingen voor superrijken, met als kernpunt de voorgestelde meerwaardebelasting. El Yakhloufi (Vooruit) benadrukt dat de belasting de rijkste 1% moet raken, maar Bilmez (PTB) wijst op het grootste lek: vennootschappen die via gunstregimes (4 miljard verlies/jaar) de belasting ontwijken, en pleit voor een vermogensbelasting in plaats van symbolische maatregelen. Jambon (minister, N-VA) verdedigt de regering door te wijzen op verlaging van de lasten op arbeid, hogere minimumlonen en woningmaatregelen, maar ontkent niet dat vennootschappen ontsnappingsroutes houden. Critici (Bayet, Bilmez) hameren op structurele ongelijkheid en eisen daadwerkelijke herverdeling, terwijl Matheï (CD&V) een verhoging van de vrijstelling (20.000€) voorziet om kleine spaarders te sparen—wat tegenstanders als een nieuw "achterpoortje" zien.
Achraf El Yakhloufi:
Nu terug naar de echte realiteit, de realiteit van de gewone mens. De arbeider die elke dag in de fabriek zijn rug krom werkt. De poetshulp die dagelijks lange uren maakt. De zorgverleners die dag en nacht voor ons klaarstaan..
Zij dragen vandaag 45 tot 50 % van hun loon af. Waarom dragen zij dat af? Waarom moeten zij dat betalen? Omdat een ander deel van de samenleving dat niet doet: de superrijken. Zij verdienen geld – in de pocket, zoals sommige collega's hier zouden zeggen – en worden slapend rijk. Dat is goed voor hen, maar het probleem daarbij is dat zij vandaag nul euro belastingen betalen op de winst op hun aandelen.
Wel, collega's, in deze tijd moeten we de lasten eerlijk verdelen. Deze regering, met Vooruit, zorgt daarvoor. Het regeerakkoord is duidelijk: we verlagen de lasten op arbeid en we voeren een meerwaardebelasting in. Ik zie de minister knikken. Die meerwaardebelasting komt geen dag te vroeg.
U las het deze week, mijnheer de minister. Ook in België blijft de vermogensongelijkheid stijgen. Volgens de studie van de Universiteit Gent bezit de rijkste 1 % van de Belgen evenveel als de 75 % armste. En, mijnheer de minister, laat het die 1 % zijn die de meerwaardebelasting zal betalen. Dat heeft uw eigen administratie, de FOD Financiën, ook al bevestigd op basis van de voorwaarden van het regeerakkoord. Dus zonder achterpoortjes. Heel duidelijk.
De peiling van vorige week toonde ook aan dat velen ons daarin volgen. Maar liefst 61 % wil dat de allerrijksten bijdragen en dat (…)
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, de ongelijkheid in ons land is enorm groot. Volgens een nieuwe studie van de Nationale Bank bezit de rijkste 1 % van de bevolking evenveel als de armste 75 %. 1 % van de bevolking bezit dus evenveel als drie vierde van de bevolking. Dat is enorm en daar moet iets aan gebeuren.
Precies dat is echter wat deze regering weigert te doen. U wilt onze pensioenen afbouwen en onze sociale rechten aantasten, maar u weigert de superrijken te raken. Sommigen beweren hier dat de meerwaardebelasting de superrijken zal raken en dat er geen achterpoortjes mogen blijven bestaan. De achterpoortjes zijn echter niet het probleem wanneer de voordeur wagenwijd openstaat. Daarover zwijgt echter iedereen.
Die voordeur, mijnheer de minister, is het gunstregime voor vennootschappen. In bepaalde gevallen zijn vennootschappen volledig vrijgesteld van belasting op meerwaarde. Uw meerwaardebelasting is uitsluitend gericht op particulieren, niet op de superrijken, die hun aandelen beheren via vennootschappen. Zij zullen de meerwaardebelasting simpelweg niet betalen.
Dat fiscale gunstregime – of we het nu een achterpoortje of een voordeur noemen – kost ons gemiddeld 4 miljard euro per jaar volgens de FOD Financiën. Weet u hoeveel dat is? Dat is acht keer meer dan wat uw meerwaardebelasting zou opbrengen.
Ik neem aan dat de MR en uw partij daarmee bijzonder tevreden zijn. Stop echter met te beweren dat de meerwaardebelasting de superrijken zal raken. Als we de grootste vermogens écht willen laten bijdragen, is een vermogensbelasting de meest efficiënte en eenvoudige oplossing. Dat is de beste manier om alle achterpoortjes voor de superrijken in één keer te sluiten. Wij zeggen dat niet alleen, maar ook gerenommeerde economen als Gabriel Zucman en Thomas Piketty.
Dus mijn vraag aan u is: erkent u dat mensen die hun aandelen beheren via vennootschappen uw belasting niet zullen betalen? Zult u (…)
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, collega's, de vraag die moet worden gesteld, is wie die sterkste schouders zijn. Zijn dat de vader en moeder die elke maand 100 euro opzijleggen voor hun kinderen? Is dat de student die een studentenjob doet en een deel van zijn loon investeert in trackers? Zijn dat de ouders die wat aan de kant leggen zodat zij hun kinderen een zakcentje kunnen meegeven wanneer die het huis verlaten en een eigen woning kopen? Zijn dat de sterkste schouders?
Voor cd&v is het heel duidelijk: drie keer neen. Dat zijn niet de sterkste schouders. Het zijn de grotere vermogens die een bijdrage moeten doen. Dat is ook wat de Vlaming zegt. Dat hebben we vorige week geleerd uit de pers. De Vlamingen willen dat de lasten eerlijk worden verdeeld en dat de zwaarste lasten worden gedragen door de sterkste schouders. Dat is heel belangrijk om mee te nemen.
Zo komen we bij de meerwaardebelasting terecht. Voor ons moet dat een rechtvaardige meerwaardebelasting zijn. In de eerste plaats een meerwaardebelasting waar de grotere vermogens ook bijdragen, een meerwaardebelasting die een bepaalde opbrengst haalt, namelijk 250 miljoen volgend jaar en 500 miljoen tegen het einde van de legislatuur, en, last but not least, een meerwaardebelasting die ervoor zorgt dat de kleine spaarder niet de dupe is. Daarom pleiten wij voor een verhoging van de vrijstelling van 10.000 naar 20.000 euro. Dat is geen achterpoortje, dat zorgt er net voor dat de hardwerkende, sparende gezinnen worden ontzien.
Mijnheer de minister, wat zijn voor u de sterkste schouders?
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, faire de la politique, c'est évidemment essayer d'améliorer la vie de nos concitoyens et lutter contre les inégalités. J'espère vraiment que vous avez lu avec attention cette nouvelle étude de l'université de Gand (UGent), qui affirme que 10 % des Belges les plus riches possèdent 56 % de la richesse totale. Vous me direz qu'on le savait déjà, et vous aurez raison. Mais, ce qui est nouveau, c'est que ces inégalités perdurent et, pire, augmentent.
Nous savons aussi que la taxation des milliardaires est régressive. Plus les personnes sont riches, moins elles contribuent à la nécessaire redistribution des richesses. C'est vraiment le jackpot pour les milliardaires!
Pendant ce temps-là, avec le gouvernement Arizona, c'est la double peine pour les travailleurs. Pour les soignants, pour les cheminots, pour les policiers, pour les militaires, pour les enseignants, pour toutes les femmes qui travaillent à temps partiel, pour les pompiers, pour les indépendants… Bref, tous ces travailleurs, les mal-aimés de votre gouvernement qui, pourtant, bossent comme des dingues. Pour eux, pas de cadeaux fiscaux. Et pas d'augmentation du pouvoir d'achat non plus, nous l'avons bien compris. On verra en 2029, comme vous l'avez dit, si la situation budgétaire le permet.
Avec l'Arizona, tout le monde passe à la caisse, y compris les plus pauvres. Tout le monde raque, sauf, évidemment, les 10 % les plus riches. Eux, ils peuvent dormir sur les deux oreilles.
Moi, monsieur le ministre, je pense que les lignes doivent bouger. J'ai vraiment peur qu'avec ce gouvernement Arizona qui n'aime ni les femmes, ni les pensionnés, ni les travailleurs, mais qui adore les riches – ça, nous l'avons bien compris –, nous ne soyons pas sur le bon chemin.
Monsieur le ministre, comment comptez-vous remettre un peu de justice fiscale dans ce pays? Comment allez-vous faire pour rééquilibrer la fiscalité en taxant moins les travailleurs et un peu plus les milliardaires? Comment allez-vous vraiment lutter contre les inégalités qui ne cessent d'augmenter dans notre pays?
J'attends des réponses claires et précises, monsieur le ministre. Permettez-moi de vous rappeler que nous sommes dans la Maison des parlementaires. La démocratie s'exerce ici, et pas dans une conférence à 160 euros par personne.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, sta me toe eerst twee voorafgaande opmerkingen te maken.
Ten eerste, de studie wijkt enigszins af van de studie die de Nationale Bank van België begin 2024 heeft gepubliceerd en waaruit bleek dat de vermogensongelijkheid integendeel lichtjes was gedaald. Dat is een eerste opmerking.
De studie waarnaar u vandaag verwijst houdt alvast geen rekening met kinderen en vergeleek enkel het vermogen van volwassenen. Nochtans zijn er veel correctiemechanismen voor gezinnen met kinderen, zowel in de fiscaliteit als in de sociale zekerheid.
Een laatste opmerking is dat we bovendien niet uit het oog mogen verliezen dat in België de ginicoëfficiënt, zijnde de manier waarop ongelijkheid van inkomensverdeling binnen een land wordt berekend, tot de laagste van Europa behoort.
Dat betekent echter niet dat wij blind of ongevoelig zijn voor de mensen die elke dag opnieuw in ellendige omstandigheden leven.
Mais il est inexact d'affirmer que ce gouvernement ne s'emploie pas à instaurer plus de justice. Nous le faisons, par exemple, en demandant une contribution équitable aux épaules les plus larges. Ainsi, il y aura prochainement, entre autres, l'instauration d'une taxe sur les plus-values que le SPF Finances a calculée comme étant principalement payée par les plus riches. Ensuite, nous fermons également l'échappatoire à la taxe annuelle sur les comptes-titres.
De huidige regering beschouwt werk als de belangrijkste verzekering tegen armoede. Daarom moet werken voldoende lonen. We zetten als regering dan ook in op het verhogen van de laagste lonen. De belastingdruk op die lonen wordt verlaagd door de belastingvrije som op te trekken. Ten tweede stijgen de minimumlonen twee keer tijdens deze legislatuur. We verhogen de maaltijdcheques met tweemaal twee euro en behouden het indexmechanisme.
Daarnaast blijft het verwerven van een eigen woning een uitstekende verzekering tegen armoede. Daarom maken wij er een punt van om het voor mensen makkelijker te maken een woning te kopen. We doen dat via een belastingverlaging van 250 miljoen euro door het btw-tarief voor sloop en heropbouw van 21 naar 6 procent terug te brengen. Voor een gemiddelde woning betekent dat een besparing van 48.000 euro.
Achraf El Yakhloufi:
Het is tijd om door te pakken. De mensen die elke dag onze economie draaiende houden, betalen vandaag de volle pot. Zij hebben geen honderdduizenden euro’s over om te beleggen. Het zijn net die mensen die we vandaag moeten belonen. Dankzij Vooruit komt er nu eindelijk een meerwaardebelasting. In andere landen is dat al jaren normaal. In andere landen wordt al meerwaardebelasting betaald.
Het is tijd dat ook bedrijven of personen die miljoenen euro winst maken op aandelen eindelijk eerlijk bijdragen. Iedereen gelijk voor de wet, zonder achterpoortjes. Over die achterpoortjes gesproken, ik doe hier een oproep aan de minister van Begroting om geen achterpoortjes in te bouwen. Stop met zaken die niet in het regeerakkoord staan. Maak dat extern, maar ook intern duidelijk, mijnheer de minister van Begroting. Het is gewoon een kwestie van eerlijkheid.
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, u hebt niet geantwoord op mijn vraag. Ik heb u specifiek gevraagd naar het achterpoortje bij vennootschappen, maar u hebt daar niet op geantwoord.
We spreken hier over een studie betreffende vermogensongelijkheid en u begint over maaltijdcheques. Is dat hoe het vermogen van gewone mensen wordt verhoogd? Vervolgens verwijst u naar de studie van de FOD Financiën. Wij hebben die studie ook gelezen, evenals die van de Inspectie van Financiën. Daaruit blijkt dat de inkomsten zeer onzeker zijn.
U, de minister van Begroting, stelt ook dat het bedrag van 500 miljoen nooit gehaald zal worden. Uw kabinetschef zei ook dat dit nonsens was. Gelooft u zelf in alles wat u zegt? En hoe vaak gaat u dat nog herhalen, dat vraag ik mij af.
De afbraak van de lonen en van onze sociale zekerheid is al lang bepaald. Alle cijfers zijn helder. Maar over die ene kleine bijdrage die u vraagt van de sterkste schouders blijft u onwaarheden vertellen en er vrijstellingen en achterpoortjes voor uitvinden.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Inderdaad, er is nog steeds sprake van vermogens- en inkomensongelijkheid. Daarom worden er maatregelen genomen, waarvan u er enkele hebt opgesomd. Het is echter van belang dat we extra middelen halen daar waar ze te vinden zijn.
Daarom pleiten wij opnieuw voor een rechtvaardige meerwaardebelasting. Daarbij hoort een zekere vrijstelling. Dat zijn geen achterpoortjes, collega's. Integendeel, dat zorgt ervoor dat sparende gezinnen worden ontlast. Trouwens, zoals blijkt uit het rapport van de FOD Financiën, weerhoudt ons dat er niet van om de beoogde opbrengsten te krijgen.
Hervormingen zijn van groot belang, maar deze moeten op een menselijke manier plaatsvinden, waarbij de lasten eerlijk worden verdeeld. Dat is waar CD&V voor staat.
Hugues Bayet:
Je vous remercie, monsieur le ministre. Nous l'avons bien compris, tout va très bien madame la marquise, mais pourtant d'autres choix étaient possibles, monsieur le ministre. Il y a un an, au G20, le Brésil a proposé l'instauration d'une taxe minimale de 2 % sur les 3 000 milliardaires que compte le monde. L'Espagne a franchi le pas, la France est en train d'avancer. Chez nous, rien! Chez nous, le gouvernement a fait d'autres choix et choisi d'autres cibles. Les futurs pensionnés devront travailler plus pour gagner moins. Toutes les femmes travaillant à temps partiel perdront beaucoup. Deux milliards seront économisés dans les soins de santé. La fonction publique sera sacrifiée, avec tous les services offerts à nos concitoyens. Tous nos travailleurs ne verront pas leur pouvoir d'achat augmenter. Enfin, peut-être dans cinq ans, qui sait. Même la Cour des comptes et l'Inspection des finances ne croient pas en vos chiffres. En tout cas, nos travailleurs, eux, verront leurs conditions de travail se dégrader tout de suite. Tout cela en vous cachant derrière la situation du pays. Franchement, cela ne va pas, monsieur le ministre. Il faut oser, oser aller chercher l'argent là où il se trouve, dans les mains des 10 % les plus riches, et laisser les 90 % qui contribuent déjà à (…)
De verlaging van de maximumsnelheid op de autosnelwegen
De maximumsnelheid op de autosnelwegen
Het behoud van de maximumsnelheid op de autosnelwegen
Snelheidsbeleid op autosnelwegen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het voorstel van Vooruit om de maximumsnelheid op autosnelwegen te verlagen van 120 km/u naar 100 km/u, dat door oppositie (Vlaams Belang, CD&V, N-VA) wordt afgewezen als symbolische, betuttelende "pestmaatregel" die automobilisten oneerlijk treft en nauwelijks klimaatwinst oplevert. Critici benadrukken dat handhaving van bestaande regels en aanpak van wegpiraten effectiever zijn dan algemene verlaging, terwijl ze pleiten voor flexibele verhoging naar 130 km/u ’s nachts voor betere doorstroming. Minister Crucke (bevoegd voor Mobiliteit) stelt dat snelheidsbeleid regionaal is, maar wijst op mogelijke klimaat- en veiligheidsvoordelen mits wetenschappelijke impactanalyse, zonder concrete steun voor het voorstel. De meerderheidspartijen (N-VA, CD&V) herhalen hun focus op strengere handhaving in plaats van nieuwe beperkingen.
Frank Troosters:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister, ik zal beginnen met een quizvraagje voor u. Veel mensen die uitgaan, beperken zich tot het drinken van één glas vooraleer zij eventueel achter het stuur van hun wagen kruipen. Nu is er één partij die de grote groep mensen die zich aan de regelgeving houdt, dat ene glas wil afnemen door het invoeren van nultolerantie. Diezelfde partij wil ook een rijbewijs met punten invoeren. Ze wil meer camera’s, hogere boetes en lagere tolerantiemarges. Ze wil zelfs gaan binnenkijken in wagens om de gedragingen van de bestuurder van de wagen te zien.
Over welke partij heb ik het? Ik zie in uw ogen dat u het antwoord niet durft uit te spreken, maar wat u denkt, is juist. Het gaat inderdaad om de automobilisten pestende socialisten van Vooruit.
Nu hebben zij een minister die een voorstel heeft, hoewel zij daar helemaal niet bevoegd voor is. Zij wil de maximumsnelheid op de autostrades verlagen van 120 km per uur naar 100 km per uur, naar analogie van de huidige regelgeving in Nederland. Nederland bekijkt trouwens het terugdraaien van die regelgeving. In nog een aantal andere landen is de maximumsnelheid op de autostrades zelfs 130 km per uur. Hier in Vlaanderen, de kampioen in stilstaan en de recordhouder filevorming, willen de socialisten dat wij op de rem gaan staan wanneer wij dan eens kunnen rijden.
Waarom willen zij dat? De socialisten willen het mondiale klimaatprobleem oplossen door in het een speldenkop grote Vlaanderen op bepaalde tijden bepaalde bestuurders te verplichten om trager te rijden. Het Vlaams Belang staat voor iets heel anders. Wij willen een verhoging van de maximumsnelheid op de autostrades tot 130 km per uur op de uren en momenten waarop dat kan, zoals bijvoorbeeld van 23 u tot 6 u. Bent u bereid om dat voorstel in overweging te nemen in uw beleid?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, net als de vorige collega moest ik vanmorgen toch twee keren knipperen met mijn ogen toen ik de krant de volgende titel las. Ik zal hem even citeren: een maximumsnelheid van 100 km per uur voor iedereen die ervoor kiest om op de snelweg te rijden. Volgens cd&v gaat het daar om regeltjes, betutteling en pesterijen. Is dat de manier waarop we menen het klimaat te moeten redden?
Mijnheer de minister, u weet het ongetwijfeld ook, er zijn veel Vlamingen die geen andere keuze hebben. Ze moeten 's morgens de snelweg op, op weg naar hun werk of op weg naar de school van hun kinderen. Willen we als overheid die mensen viseren? Ik denk het niet. Die mensen rijden naar het werk met een snelheid van 120 km per uur, een normale snelheid volgens ons. In onze buurlanden ligt ze zelfs nog hoger.
Er is een bepaalde groep mensen die deze snelheidsgrens niet respecteert. We stellen ons de vraag wat dat zal geven bij maximaal 100 km per uur.
Mijnheer de minister, laten we vooral de wegpiraten aanpakken in plaats van een algemene pestmaatregel in te voeren. Men kan ons niet wijsmaken dat wie 's avonds laat vertrekt met een snelheid van 100 km per uur vroeger thuis zou zijn. Dat lijkt ons niet logisch.
Men kan ons ook niet wijsmaken dat men aan koopkracht zou winnen door trager te rijden. Het klopt inderdaad dat men minder verbruikt als men 100 km per uur rijdt. Dat geldt ook voor 30 km per uur. Dat verkopen als een koopkrachtmaatregel kan men ons echter niet wijsmaken.
Er zijn andere maatregelen nodig om het klimaat te redden. Wij denken dan aan investeren in innovatie, een combinatie van kern- en hernieuwbare energie, mensen ondersteunen bij de renovatie van hun woning, elektrische wagens enzovoort. Op die manier alleen, mijnheer de minister, menen wij dat we aan draagvlak en resultaat kunnen werken.
Mijn vraag aan u is of u de vraag naar het verlagen van de maximumsnelheid tot 100 km per uur steunt?
Wouter Raskin:
Vanmorgen werden we wakker met het ballonnetje opgelaten door uw gewestelijke collega, mevrouw Depraetere, die pleitte voor het beperken van de maximumsnelheid op de autosnelwegen tot 100 km per uur. Dat deed me toch even uit bed tuimelen, aangezien het vastleggen van de snelheidslimieten op de autosnelwegen vooral een federale bevoegdheid is.
Ik moest ook onmiddellijk denken aan het arizonaregeerakkoord dat we niet zo lang geleden samen hebben gesloten, waarin we hebben afgesproken om in te zetten op meer en betere handhaving van de bestaande regels en limieten. We zouden inzetten op gedragsverandering bij recidivisten en op een stevige aanpak van hardleerse verkeerscriminelen. Dat was ons plan. We gingen toch niet inzetten op het koeioneren van Jan Modaal, die zich netjes aan de limiet van 120 km per uur houdt. Dat was niet de afspraak, mijnheer de minister.
Wat betreft de handhaving van snelheid en verkeersveiligheid, verwijs ik graag naar de toch wel massale uitrol van trajectcontroles in de afgelopen jaren. Ik heb daar weinig kritiek op. Snelheid moet gehandhaafd worden. De tolerantiemarges worden afgeschaft, net als de quota. We hebben dus al grote stappen gezet en zullen dat blijven doen, want het handhaven inzake overdreven snelheid blijft belangrijk.
Wat deze specifieke maatregel betreft, moeten we echter ook kijken naar het buitenland, om Nederland niet bij naam te noemen. Daar komt men stilaan terug op die keuze. Ik verneem bovendien dat Vias niet echt vragende partij is.
Mijnheer de minister, deelt u mijn analyse? Wat zijn voor u persoonlijk de grote werven op het vlak van verkeersveiligheid?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik dank u voor de verschillende vragen over de mogelijkheid om de maximumsnelheid op de autosnelwegen te verlagen, met name met het oog op verkeersveiligheid, vermindering van uitstoot en territoriale samenhang.
In de eerste plaats wil ik eraan herinneren dat de kwestie van de maximumsnelheid op de wegen grotendeels onder de bevoegdheid van de gewesten valt, overeenkomstig de gewijzigde bijzondere wet op de institutionele hervorming van 1980. Zo is het vaststellen van snelheidsbeperkingen op het wegennet, met inbegrip van snelwegen, een bevoegdheid van het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Gewest, die elk op hun grondgebied verschillende maximumsnelheden kunnen vastleggen. Er zijn uitzonderingen voor bepaalde wegen in zones van federaal belang, zoals in havengebieden, op militaire toegangswegen enzovoort. Dat verklaart trouwens waarom dit thema niet is opgenomen in het regeerakkoord.
Momenteel zijn er geen federale initiatieven om een algemene verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen op te leggen. Dat gezegd zijnde, het is mijn verantwoordelijkheid als minister van Mobiliteit en Klimaat om aandacht te hebben voor mogelijke synergiën tussen het vervoersbeleid en onze klimaatverbintenissen. Verschillende studies wijzen erop dat een snelheidsverlaging onder bepaalde omstandigheden kan bijdragen tot een vermindering van de CO ₂ -uitstoot, een afname van luchtverontreiniging en lawaai en een verbetering van de verkeersveiligheid.
Alvorens echter een besluit te nemen over dergelijke maatregel, moet er een volledige, transparante en objectieve analyse van de impact worden uitgevoerd. Die moet de gevolgen onderzoeken op het vlak van uitstoot, verkeersveiligheid, reistijd en verkeersdoorstroming, de maatschappelijke aanvaardbaarheid en de economische impact, met name voor de vervoers- en logistieke sector.
Uiteraard sta ik steeds open voor dialoog met mijn regionale collega's en met andere betrokken leden van de federale regering, om indien nodig de voorwaarden te onderzoeken waaronder dergelijke maatregel zou kunnen worden overwogen, binnen een coherent, wetenschappelijk onderbouwd en gecoördineerd kader. Ik heb echter daarstraks gelezen dat mijn Vlaamse collega Annick De Ridder stelt dat dit niet zal gebeuren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Wie met de socialisten regeert, kan van een aantal zaken zeker zijn: dwaze subsidies, absurde verplichtingen en onnodige belemmeringen en verboden. Eentje daarvan is dus het verlagen van de maximumsnelheid op de autosnelwegen van 120 km per uur naar 100 km per uur. Dat is een symbolische maatregel die de mondiale klimaatproblematiek helemaal niet zal oplossen, maar die de automobilisten alweer eens viseert.
Wij vragen om werk te maken van een rationeel verkeersbeleid dat gericht is op verkeersveiligheid en op een vlotte doorstroming. Daarom pleiten wij dus voor een verhoging van de maximumsnelheid naar 130 km per uur op de autosnelwegen tussen 23.00 uur en 06.00 uur. Maak daar werk van, daarmee zult u de automobilisten plezier doen, maar niet met de kneuterige maatregelen van Vooruit.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik ben blij dat u in dialoog gaat met mevrouw Depraetere, maar ik adviseer u om ook de wetenschappelijke studies erbij te nemen en de resultaten daarvan zeker te raadplegen voor uw analyse. Daaruit blijkt immers dat de winst op het vlak van klimaat te behalen valt door het bestrijden van wegpiraten die de maximumsnelheid van 120 km per uur niet respecteren, eerder dan via het verlagen ervan tot 100 km per uur.
Wij zijn benieuwd naar de uitkomst van het gesprek dat u zult voeren, maar cd&v is absoluut geen voorstander van een pestmaatregel die de burger zal impacteren.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, u hebt duidelijk geantwoord. Ik verwijs iedereen nogmaals naar het regeerakkoord van de arizonacoalitie. Wij zullen daarmee de verkeersveiligheid verbeteren ten opzichte van het verleden door middel van een betere handhaving van de bestaande limieten, de strijd tegen recidive en de aanpak van hardleerse verkeerscriminelen. Dat zal een wezenlijk verschil maken en het zal aardig wat energie kosten. Ik heb begrepen dat u ook bereid bent om daar uw energie in te steken en dat u die niet zult verdoen aan een ballonnetje dat vanochtend werd opgelaten.
De hervormingen van de regering
De nationale stakingsactie tegen de noodzakelijke sociale hervormingen van de arizonaregering
Nationale reacties op regeringshervormingen
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De CD&V- en N-VA-leden benadrukken dat de hervormingen (beperkte werkloosheid, fiscale maatregelen, kernenergie, familiekrediet) brede steun genieten bij Vlamingen, ondanks vakbondsprotest, omdat ze eerlijk (sterke schouders dragen zwaarste lasten) en menselijk (koopkrachtbehoud, overgangsmaatregelen) worden uitgevoerd. Premier De Wever bevestigt dit met peilingscijfers, wijst draagvlak voor harde keuzes (begroting, migratie, activering) af als leidraad, en stelt verantwoordelijkheidszin centraal—zonder afleiding door protest of applaus. De meerderheid moedigt aan om ondanks tegenstand koers te houden, met focus op sociale rechtvaardigheid en tijdige uitvoering.
Steven Matheï:
Mijnheer de eerste minister, bij cd&v doen we wat we beloven. We zijn vorig jaar naar de verkiezingen gegaan met tal van hervormingsvoorstellen en -maatregelen. Die zijn ook in het regeerakkoord terechtgekomen en worden nu uitgevoerd. Dat wordt gesmaakt door de Vlaming, dat leren we vandaag in de media. Als we spreken over de verantwoordelijkheid van de politiek, dan gaat het ook over politieke partijen die verantwoordelijkheid nemen en doen wat ze beloven.
We houden woord als het gaat over hervormingen. We beperken de werkloosheid in de tijd. Er komt een fiscale hervorming die ervoor zorgt dat werkende mensen netto meer overhouden aan het eind van de rit. We doen dat echter op een menselijke manier. We behouden de index en de koopkracht en we zorgen voor overgangsmaatregelen. We houden ook rekening met de bezorgdheden van de mensen. Mensen willen veiligheid, willen zich veilig op straat kunnen voortbewegen. De energiebevoorrading moet verzekerd zijn, dat gebeurt door kernenergie. Het familiekrediet geeft aan jonge gezinnen wat ze echt nodig hebben, namelijk tijd voor elkaar.
Het betreft heel veel maatregelen en heel veel hervormingen die worden gesmaakt door de Vlamingen. De meerderheid van de Vlamingen ondersteunt die moeilijke maatregelen.
Mijnheer de eerste minister, bij die maatregelen is er één belangrijk aandachtspunt, namelijk dat de lasten eerlijk verdeeld worden, de sterke schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Dat zal een belangrijk issue zijn in de discussie over de meerwaardebelasting.
Mijnheer de eerste minister, belangrijke hervormingen moeten op een menselijke manier gebeuren, de lasten moeten eerlijk verdeeld worden. Hoe zult u ervoor zorgen dat de sterkste schouders ook de zwaarste lasten zullen dragen, zoals de Vlaming vraagt?
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de eerste minister, de vakbonden die staken, dat is niet nieuw. De regering die hervormt, dat is wel nieuw. De mensen appreciëren dat. Dat blijkt vandaag ook uit de resultaten van de peiling. De kiezer heeft in juni zeer duidelijk gekozen, en wat blijkt nu? Men apprecieert dat ook.
We hervormen de werkloosheid in de tijd. We pakken de langdurig zieken aan. We hervormen het pensioen van alle mensen die na ons komen. Aan de kernuitstap doen we niet meer mee. Dat is verleden tijd. We moeten natuurlijk ook kritisch zijn en kritisch blijven, maar de snelheid waarmee u hervormt, is ongezien: ongeziene hervormingen aan een ongezien tempo.
Dinsdag was er de zoveelste vakbondsactie tegen de hervormingsplannen van deze regering, want vakbonden staken graag. Wat blijkt nu? Er zijn wel degelijk een paar roepers, maar er is ook een grote, stilzwijgende meerderheid die de maatregelen apprecieert. Zij apprecieert wat u doet. Zij apprecieert deze regering. Zij apprecieert u als eerste minister.
Mijnheer de eerste minister, zult u ondanks het protest blijven doorzetten in het belang van iedereen, om het vivaldiboeltje van de vorige ploeg op te ruimen?
Bart De Wever:
Dank u wel voor uw vragen, collega's van de meerderheid, deze keer.
Er werd in opdracht van VRT NWS , De Standaard en RTBF inderdaad een grootschalig onderzoek uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen – dus dat moet wel heel kwalitatief zijn – en de Université Libre de Bruxelles. Dat onderzoek toont aan, in zoverre peilingen betrouwbaar zijn, dat er een brede steun is voor de hervormingen die de regering van plan is door te voeren en doorvoert. Het gaat dan bijvoorbeeld over maatregelen waarop heel veel kritiek is gekomen, zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd. Maatregelen die, zoals u aangeeft, mijnheer Mattheï, meer gericht zijn op wat wij de sterke schouders of sterkste schouders zijn gaan noemen, genieten grote steun bij de bevolking. De resultaten van dat onderzoek stroken met wat ik hier vorige week heb durven beweren, namelijk dat ik voel dat er bij de bevolking een breed draagvlak bestaat voor wat deze regering van plan is en dat de bevolking wel degelijk percipieert dat wij dat trachten te doen op de meest redelijke en rechtvaardige manier mogelijk.
Wat dat laatste betreft, moeten wij hard blijven werken opdat de sociale rechtvaardigheid van het beleid door iedereen naar waarde wordt geschat. Inhoud en perceptie. Dat is een kwestie van het uitvoeren van het regeerakkoord door te werken en ons niet te laten afleiden door allerlei commentaren die we hier elke week van u mogen ontvangen. Ik heb daar geen enkel probleem mee, noch met protest vanuit de samenleving, maar het mag ons niet afleiden van het uitvoeren van het regeerakkoord. Dat is immers nodig.
Ik stel samen met u vast dat de bevolking toch wijzer is dan sommigen hier elke week durven beweren en dat de mensen niet langer geloven in allerlei sprookjes die hun al veel te lang worden verteld. De mensen zijn duidelijk klaar voor een ernstig beleid dat een aantal harde waarheden onder ogen durft te zien en problemen aanpakt op het vlak van begroting – die zijn gigantisch en u zult mij daar nog vaak aan herinneren –, werkloosheid en activering en ook migratie. We zitten niet in goede papieren en er zal heel veel werk moeten worden geleverd door deze regering. Die zal dat doen en blijven doen.
Politici mogen zich nooit laten leiden door peilingen. Een jaar geleden zagen diezelfde peilingen er voor mij niet zo gunstig uit. Toen heb ik me kandidaat gesteld voor de Wetstraat 16 vanuit het idee dat ik daar nooit zou belanden. Kijk, voilà, hier sta ik. Wanneer men zich door peilingen laat leiden, gebeuren er allerlei onverwachte zaken. Peilingen moeten dus niet ons kompas zijn. We moeten evenmin mikken op applaus als maatstaf voor het politieke handelen. Wie zich door peilingen of applaus laat leiden, is misschien heel geschikt om aan politiek te doen – zo zitten er hier velen –, maar misschien niet om een land te besturen.
In de 18 e eeuw zei Edmund Burke: ʺ Your representative owes you, not his industry only, but his judgment; and he betrays, instead of serving you, if he sacrifices it to your opinion. ʺ Dat is een belangrijke uitspraak. Ik ben altijd blij dat ik Burke op de een of andere manier hier in het Parlement kan binnen sleuren. Volgens de wijsheid van Burke moeten we dus als regering vooral proberen koers te houden, maar niet omwille van goede peilingen, want die kunnen snel veranderen, niet omwille van schouderklopjes die we graag zouden krijgen of applaus dat we graag zouden horen, maar omdat het onze verdomde plicht is om verantwoordelijkheidszin te tonen ten aanzien van onze res publica.
Steven Matheï:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de eerste minister.
Ik hoor hier heel vaak gejoel en geroep, maar wel van mensen die allemaal aan de zijlijn staan. Wat ons land nodig heeft, zijn hervormingen op het terrein. Deze maatregelen moeten aangepakt worden en ze moeten uitgevoerd worden. Ze zijn noodzakelijk, maar ze moeten ook een zeker draagvlak hebben. Ik meen dat dat heel belangrijk is. Dat draagvlak is belangrijk om belangrijke hervormingen door te voeren. Die hervormingen moeten dus ook eerlijk zijn. Ze moeten evenwichtig zijn. Dat is zeker iets waaraan we verder moeten blijven werken. Achter de moedige maatregelen die genomen moeten worden, zullen wij ten zeerste staan.
Ik sluit me aan, mijnheer de eerste minister, bij uw stelling dat er doorgezet moet worden. De hervormingen moeten consequent aangepakt worden. Ze moeten tijdig en met voldoende ambitie uitgevoerd worden en er moet natuurlijk rekening gehouden worden met de mensen op het terrein en met het draagvlak. De regering is gestart met een duidelijke belofte van verandering en van broodnodige hervormingen. Laten we er samen voor zorgen dat (…)
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de eerste minister, u was zeer graag burgemeester gebleven. Ik snap dat ondertussen wel, maar helaas.
Vandaag werd duidelijk dat de stilzwijgende meerderheid u wel apprecieert in uw nieuwe rol. Ik meen dat ik uit naam van de volledige ploeg mag zeggen dat wij u ook in die rol appreciëren. U zult hier vandaag niet van iedereen applaus krijgen, dat kunnen we van de oppositie niet verwachten. Maar van ons krijgt u alvast een dikke pluim. Doe zo verder. Blijf doorgaan.
Voorzitter:
Het komt me trouwens voor dat hij als burgemeester ook degelijk vervangen is. (Gelach en applaus)
De oproep van de OCMW’s tot meer duidelijkheid over de beloofde extra steun
De impact op de OCMW's van de beperking van de werkloosheid in de tijd
De impact van de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
Impact van beleid op OCMW's en werkloosheidsuitkeringen
Gesteld door
Vooruit
Anja Vanrobaeys
CD&V
Nahima Lanjri
N-VA
Wouter Raskin
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De OCMW’s waarschuwen voor een overbelasting door de gefaseerde beperking van werkloosheidsuitkeringen (vanaf 2026), die naar schatting 113.000 werklozen (waaronder 35.000+ bij OCMW’s) zonder inkomen dreigt achter te laten, terwijl ze al kampen met te veel administratie, voorschotten op uitgestelde federale uitkeringen en een tekort aan personeel. Minister Van Bossuyt belooft extra middelen vanaf 2026 (geen 2027), gekoppeld aan instroomcompensatie en activeringsresultaten, en wil quick wins zoals versoepelde diplomavereisten voor maatschappelijk werkers en oplossingen voor voorschotproblemen met Vandenbroucke, maar concrete verdeelsleutels en timing ontbreken nog, wat onrust zaait. Kritiekpunt: OCMW’s vrezen onhaalbare begeleidingsdoelen voor een moeilijke doelgroep (die VDAB/Actiris niet activeerde) en eisen meer tijd, geld en mankracht om verdrinking te voorkomen, terwijl oppositie en meerderheid vertrouwen in de hervorming benadrukken maar praktische uitvoering onzeker blijft.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, de noodkreet van maatschappelijk werkers klinkt steeds luider. Dat kunnen we vaststellen na zestig uren hoorzittingen over de wantoestanden bij het OCMW van Anderlecht, maar ik concludeer dat ook uit mijn gesprekken met maatschappelijk werkers, want ze zeggen mij allemaal dat ze echt aan hun limiet zitten. Ze krijgen steeds meer aanvragen te verwerken. Er is heel veel administratief werk. Ze moeten voorschotten uitbetalen op uitkeringen terwijl er onduidelijkheid blijft bestaan over federale steun. Het water komt hen niet tot aan de lippen, maar ver erboven, zo zeggen ze.
Die situatie raakt de maatschappelijk werkers in het diepste van hun zijn. Zij hebben bewust voor hun job gekozen en ze willen niets liever dan hulp en perspectief bieden aan mensen in armoede. Maar wie zelf aan het verdrinken is, kan anderen niet redden.
In alle steden en gemeenten botsen de OCMW's op hun limieten, op dezelfde structurele problemen. Onze Vooruitschepenen in Gent, Brugge en Turnhout trokken al aan de alarmbel. Zij staan klaar om hun verantwoordelijkheid op te nemen. Ze willen niets liever dan mensen in armoede te begeleiden naar werk. Dat kan echter alleen maar als ze daarvoor extra tijd, middelen en personeel hebben. Alleen op die manier kunnen we er ook voor zorgen dat mensen in armoede de begeleiding krijgen waar ze recht op hebben.
De regering heeft afgelopen nacht beslissingen genomen over de gefaseerde uitrol van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Ik vind het heel verstandig om dat gefaseerd in te voeren. Mevrouw de minister, de vraag die overblijft is of u vandaag duidelijkheid kunt geven over de middelen en de timing die aan de OCMW's beloofd zijn, zodat zij zich tijdig en deftig kunnen voorbereiden op die (…)
Nahima Lanjri:
Collega's, er is een akkoord, de werkloosheidsuitkeringen zullen vanaf 1 januari 2026 beperkt worden in de tijd. Dat is een goede zaak, want werken moet lonen voor cd&v. Deze maatregel wordt ook breed gedragen, in deze regering, maar ook bij de publieke opinie.
Mevrouw de minister, ik vraag me wel af of dit werkbaar zal zijn voor onze OCMW's. Zij zetten zich dag in dag uit in voor de kwetsbaarsten in onze samenleving, en zo hoort het ook. Binnenkort zullen zij echter overspoeld worden met extra werk. We mogen hen en al die maatschappelijk werkers niet laten verdrinken. We weten vandaag al dat er ongeveer 113.000 werklozen zullen uitstromen en dat ongeveer een derde van hen zal aankloppen bij het OCMW. En waarschijnlijk is dat zelfs nog een onderschatting en zullen het er meer zijn in de praktijk.
De OCMW's zeggen dat het onmogelijk is om dan alle sociale onderzoeken binnen de maand te doen. En dus trekken zij aan de alarmbel. Het is dan ook heel goed dat de regering vannacht heeft beslist om die maatregel gefaseerd in te voeren, zodat ze niet allemaal op 1 januari aan de deur van het OCMW staan.
Extra leefloners betekent uiteraard ook extra begeleiding, extra mankracht, extra geld voor al die leeflonen. In het regeerakkoord staat dat er vanaf 2027 ook extra geld zal gaan naar de OCMW's. Al vanaf januari 2026 is er echter nood aan extra geld, want dan zal de eerste groep langdurig werklozen die geen bestaansmiddelen hebben, aankloppen bij het OCMW.
Vanaf dan zullen er meer handen nodig zijn aan het loket om al die mensen te begeleiden. Zullen die extra middelen er zijn vanaf begin 2026 en niet pas vanaf 2027? Ik hoop dat dat zo zal zijn en wij steunen u daarin.
Wouter Raskin:
Mevrouw de minister, de beperking van de werkloosheid in de tijd zal een impact hebben op de OCMW's. We moeten daar heel veel begrip voor hebben. Laat dat heel duidelijk zijn.
Het is een maatregel die niet op zichzelf staat, maar die samenhangt met een aantal andere zaken waarin het regeerakkoord van Arizona voorziet, zoals de responsabilisering van de OCMW's. Zij die zullen doen wat ze horen te doen, namelijk inzetten op maatschappelijke integratie en activering, zullen royaler ondersteund worden. Ik lees in het regeerakkoord ook dat het sanctioneren en het schorsen wordt vergemakkelijkt indien niet voldaan wordt aan de belangrijke voorwaarde van werkbereidheid.
We moeten het grote plaatje bekijken en ik durf hier de suggestie te doen om te kijken naar een aantal oorzaken van de toegenomen werkdruk die losstaan van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Ik zie vandaag dat heel veel OCMW's een soort voorportaal van de sociale zekerheid zijn geworden, waardoor heel wat mensen die wachten op een invaliditeits- of werkloosheidsuitkering noodgedwongen tijdelijk bij het OCMW terechtkomen. De uitbetalingsinstellingen van de sociale zekerheid hebben ten tijde van corona immers hun dienstverlening moeten downsizen, maar die is vandaag nog altijd niet tot hetzelfde niveau teruggebracht. Volgens mij bestaan er nog quick wins die losstaan van de beperking van de werkloosheid in de tijd.
Mevrouw de minister, hebt u begrip voor de terechte bezorgdheden van de OCMW's? Komt er een concreet antwoord? Bent u het met me eens dat er nog andere quick wins zijn die mee de werkdruk kunnen verlagen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Vanrobaeys, mevrouw Lanjri, mijnheer Raskin, ik heb absoluut begrip voor de bezorgdheden in de sector. Net als bij alle andere noodzakelijke grote hervormingen leidt verandering nu tot ongerustheid. Met de gefaseerde invoering, waarover vannacht een akkoord bereikt is, komen we voor een stuk tegemoet aan die bezorgdheden. Bovendien, mevrouw Lanjri, hebben we ervoor gezorgd dat de hervorming van de werkloosheidsuitkering door de beperking in de tijd gelijke tred houdt met de compensatie van de OCMW's voor de instroom aan nieuwe klanten vanaf januari 2026.
Mijn kabinet en ik zijn dagelijks in gesprek met de sector en met de lokale besturen om de impact van de maatregel in kaart te brengen, en ook om te zorgen voor een tijdige communicatie aan de OCMW's wanneer er een akkoord wordt bereikt over de verdeling van de middelen.
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd blijft inderdaad – u hebt er allemaal naar verwezen – een van de belangrijkste maatregelen van de regering voor de arbeidsmarkt. Er moeten zoveel mogelijk mensen aan het werk om ons systeem betaalbaar te houden.
Dat betekent dat ook zoveel mogelijk leefloners worden geactiveerd. Dat is in hun belang, maar ook in het belang van de samenleving.
Kan ik al een tip van de sluier oplichten over de verdeling van de middelen? We zullen het terugbetalingspercentage voor leeflonen die toegekend zijn aan personen die als gevolg van de hervorming uitgesloten worden van werkloosheidsuitkeringen, verhogen. Met andere woorden, de compensatie zal deels gebaseerd zijn op de instroom uit de werkloosheid.
Daarnaast voorzien we in een compensatie op basis van de inspanningen die de OCMW's via het GPMI leveren, dat is het contract tussen het OCMW en de cliënt, en op basis van de resultaten van de zoektocht naar een duurzame tewerkstelling. We vragen van de OCMW's dus een maximale inzet om die doelgroep te begeleiden en te activeren.
Ik besef dat het om een kwetsbare groep gaat. Precies daarom is de inspannings- en resultaatsverbintenis zo belangrijk. We laten niemand los. Dat is de boodschap die ik aan de OCMW's wil geven.
Verschillende vraagstellers hebben verwezen naar de hoge werkdruk bij de OCMW-medewerkers, onder wie de maatschappelijk werkers. Een van de oorzaken is, zoals de heer Raskin aangaf, het groeiende aantal dossiers waarbij het OCMW een voorschot moet geven op onder andere werkloosheids- of ziekte-uitkeringen, uitkeringen waarvoor OCMW's eigenlijk niet bevoegd zijn.
OCMW’s mogen inderdaad niet, zoals u het terecht noemt, het voorportaal worden, omdat allerlei uitkeringen niet tijdig worden uitbetaald. Dat kost de maatschappelijk werkers heel veel tijd. Die tijd kunnen ze niet besteden aan begeleiding en activering. Samen met bevoegd minister Vandenbroucke bekijk ik in de regering momenteel op welke manier we dat probleem structureel kunnen verlichten.
Voorts wil ik werk maken van een zogenaamde quick win, zoals de heer Raskin het noemt. Ik wil namelijk nog voor de zomer het koninklijk besluit over de diplomavoorwaarden voor maatschappelijk werkers wijzigen. Daardoor zullen de regio’s daarvoor de volle bevoegdheid krijgen. Op die manier wordt een verruiming van de diplomavoorwaarden mogelijk, wat het eenvoudiger moet maken om goede maatschappelijk werkers aan te trekken.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, het staat vast dat er vanaf 2026 een rechtstreekse compensatie komt en dat er nog een aantal andere maatregelen op til zijn. Daarmee zijn de OCMW’s echter nog niet volledig geholpen. Zij wachten echt op de verdeelsleutel.
Vorige week kondigde u aan dat u 35 miljoen euro aan broodnodige middelen voor de REMI-tool om mensen aan een menswaardig inkomen te helpen, zou bevriezen.
Mevrouw de minister, de cijfers zijn bekend: er zullen duizenden mensen instromen bij het OCMW. Daarom doe ik een warme oproep: pak het dossier vast en leg de verdeelsleutel vast, zodat de OCMW’s weten waar ze aan toe zijn. Dat is ook belangrijk voor alle maatschappelijk werkers, die elke dag keihard hun best doen. Als zij hun werk goed kunnen doen, kunnen ze de broodnodige ondersteuning bieden aan mensen in armoede. Dus pak het dossier vast en maak werk van de verdeelsleutel.
Nahima Lanjri:
Mevrouw de minister, ik ben blij dat u zegt dat u zult ingaan op de vraag en al vanaf begin 2026 in extra middelen zult voorzien zodat de OCMW's hun werk kunnen doen. Het is wel belangrijk te weten dat het hier over de moeilijkste doelgroep van werklozen gaat, waarbij de VDAB, Actiris en Forem er niet in zijn geslaagd om hen te activeren. We vragen dat nu aan de OCMW's. Ik hoop dat men enige clementie heeft en dat men hen ook de nodige middelen geeft om die mensen te activeren. Ik hoop dat ze later op de resultaten worden afgerekend en dat dat niet onmiddellijk gebeurt. De VDAB is hier na 20 jaar niet in geslaagd. Het kan niet zo zijn dat men de OCMW's daar dan onmiddellijk op afrekent.
Ik ben blij dat u ook initiatieven neemt om de werkdruk te verlichten. Ik heb al eerder gevraagd om de voorschotregeling op te lossen en om iets aan de diplomavereiste te doen. Mevrouw de minister, hou de vinger aan de pols en overleg met de OCMW's. Zo komen we er wel.
Wouter Raskin:
Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. U beseft de impact, u hebt begrip voor de ongerustheid en er is contact. Ik blijf ervoor pleiten om het ruimere plaatje te bekijken. Het gaat hier om een combinatie van verschillende arizonamaatregelen, waardoor er een beleid zal worden gevoerd dat, in tegenstelling tot het verleden, activeert in plaats van mensen uitkeringsafhankelijk te maken. Ik heb al vaak moeten terugdenken aan de discussie van destijds over de inschakelingsuitkering voor jongeren. Ongerustheid alom, want al die jongeren gingen bij het OCMW terechtkomen. Wat hebben we gezien, collega's? Veel minder mensen dan toen gevreesd zijn bij het OCMW terechtgekomen. Veel meer jongeren dan we hadden gedacht zijn geactiveerd en zijn aan het werk gegaan. Houd koers, mevrouw de minister. Wij hebben er alle vertrouwen in.
Het regeringsstandpunt over Palestina
De prangende situatie in Gaza
De genocide in Gaza
De situatie in Gaza
De prangende situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
Het regeringsstandpunt over de situatie in Gaza.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s politieke partijen eisen dringend concrete actie tegen Israël’s genocide en hongersnood in Gaza (50.000 doden, massale uithongering, geblokkeerde hulp), maar de regering ontwijkt sancties en schuilt achter vage resoluties en het VN-vredesproces van Macron. Kernpunten: oppositie en meerderheidspartijen (behalve N-VA/MR) dringen aan op onmiddellijke blokkadebreking, sancties, ambassadeurterugtrekking en erkenning Palestina—zonder voorwaarden—terwijl premier De Wever geen bindende stappen aankondigt, slechts "optimisme" toont voor diplomatieke initiatieven. Scherpe kritiek: regeringspassiviteit wordt gelinkt aan medeplichtigheid, met verwijten over dubbele standaarden (vs. Rusland-sancties) en neokoloniale tweestatenretoriek die Gaza’s vernietiging negeert. Noodkreten: "Acte nu, of de geschiedenis zal u veroordelen."
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, vandaag stuurde iemand mij een foto door van Rafaet uit Gaza. Ik kan dergelijke foto's eigenlijk niet meer aanzien. Rafaet is een jong meisje, compleet ondervoed. Haar botten steken bijna door haar fragiele huid. Ze is de helft van haar gewicht verloren. Ze is compleet uitgehongerd en ze overleeft op tijmblaadjes en water. Die hongermoord op Rafaet is bewust gepland en uitgevoerd. Men blokkeert sinds een aantal maanden elk transport naar Gaza. Elke vorm van voedsel wordt aan de grens tegengehouden. Er is niets meer.
Vandaag leven meer dan een half miljoen mensen in Gaza in acute hongersnood, volgens de VN. Dat betekent dat wij ver voorbij de fase van veroordeling zijn. Wij zitten in de fase van sancties, want met sancties zet men Israël onder druk, niet met woorden.
Na 19 maanden komt de regering met een vage resolutie. Ten eerste, in die resolutie durft men niet eens het woord genocide te gebruiken. Ten tweede, de resolutie legt zoveel voorwaarden op aan de erkenning van Palestina, dat er tegen dan wellicht geen Gaza meer zal bestaan. Ten derde, de regering maakt de erkenning van Palestina, het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voorwaardelijk. Dat is compleet onwettelijk, zegt elke professor in internationaal recht. Het is een onvoorwaardelijk recht. Ten vierde, de resolutie ademt neokolonialisme uit, waarin Brussel en Parijs komen vertellen wat goed is voor de Palestijnen, terwijl het aan de Palestijnen is om te bepalen wat goed voor hun toekomst is.
Er zijn 50.000 dodelijke slachtoffers. Wanneer komen er eindelijk sancties van de regering, mijnheer de premier?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, duizenden kinderen sterven in Gaza door honger of bombardementen van Israël, ze kunnen geen kant meer op en het blijft maar doorgaan. We kunnen dat niet tolereren en we moeten actie ondernemen.
Afgelopen week was er witte rook. De arizonameerderheidspartijen in het Parlement hebben een akkoord over een voorstel van resolutie rond Gaza. De persberichten en socialmediaposts vlogen de deur uit. Veel tromgeroffel. Veel borstgeklop. Alleen kan ik de collega's van de meerderheid nog niet feliciteren, want ik heb hier in het Parlement nog geen letter tekst gezien.
Zoals dat gaat in de arizonaregering, de inkt is nog niet droog of er is al heel veel discussie over de inhoud en de modaliteiten van de tekst. Blijkbaar zal België, u dus, mijnheer de eerste minister, het aanhoudingsbevel voor Netanyahu moeten respecteren. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Blijkbaar zal België optreden in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Ook de minister van Buitenlandse Zaken is ineens wakker geworden. Eigenlijk is het voorstel van resolutie dus al achterhaald. Hij zal met een pakket sancties komen tegen Israël. Dat is opnieuw terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Collega's, laten wij immers eerlijk zijn, elke rode lijn wordt overschreden door Israël. We moeten stappen zetten richting erkenning van de staat Palestina en dat moet snel gebeuren, want anders is er binnen de kortste keren geen sprake meer van Palestina.
Mijnheer de eerste minister, wat zult u doen? Staat u aan de zijde van de duizenden onschuldige burgerslachtoffers?
Paul Magnette:
Hier, j'ai rencontré des médecins israéliens, juifs et palestiniens, des bénévoles qui, depuis plus de 30 ans, soignent des Palestiniens en Cisjordanie et à Gaza. Ils dénoncent les violations des droits humains dont ils sont l'objet. Ils m'ont décrit ce qu'ils vivent aujourd'hui. Aujourd'hui, à Gaza, 25 000 personnes sont dans un état de santé critique et doivent être évacuées de toute urgence vers un hôpital, mais le gouvernement israélien les empêche de sortir. Dans les heures et les jours qui viennent, si rien ne change, ces 25 000 personnes vont mourir. Elles s'ajouteront aux 52 000 personnes qui sont déjà mortes sous les bombes de Netanyahu.
Aujourd'hui à Gaza, deux millions de personnes sont au bord de la famine. Depuis plus de 10 semaines, Israël impose un blocus total. Plus rien ne rentre: plus d'eau, plus de nourriture, plus de médicaments. Des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants vont mourir, si rien ne change, dans les semaines et les mois qui viennent.
Le blocus est un instrument du génocide et il faut casser le blocus pour arrêter le génocide en cours. Nous l'avons fait il y a un an, avec nos avions militaires. Nous avons largué des vivres et des médicaments à Gaza. Nous devons le refaire de toute urgence. Il faut casser le blocus de Gaza, envoyer nos avions militaires, larguer des vivres et des médicaments pour éviter une tragédie absolue. Ce n'est plus une question politique. Ce n'est plus une question de gauche ou de droite. Ce n'est même plus une question de droit international. C'est une question de vie ou de mort pour des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants.
Et face au génocide en cours, ne rien faire, c'est être complice. L'histoire vous jugera, monsieur le premier ministre. L'histoire nous jugera. Cassez ce blocus et sauvez ces centaines de milliers de femmes et d'hommes!
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je ne sais pas comment commencer mon intervention tant j'ai l'impression de répéter sans cesse les mêmes choses et de parler dans le vide.
Depuis des semaines, pas un seul camion d'aide n'est entré à Gaza. Pas une goutte d'eau, pas un sachet de farine, pas un médicament. Rien. Des mères mélangent de la nourriture pour bétail avec de l'eau bouillie pour tenter de se nourrir. Des enfants meurent littéralement de faim.
L'ONU évoque une famine délibérée. Médecins Sans Frontières (MSF) parle de charnier. Amnesty International parle de génocide. Monsieur le premier ministre, comme vous aimez les faits, regardons-les!
Plus de 50 000 personnes ont été assassinées, dont une majorité de femmes et d'enfants. Des journalistes sont visés, des hôpitaux bombardés, des quartiers rasés. Des enfants sont enterrés sous les décombres de leur maison. La Cour internationale de Justice, la plus haute juridiction de l'ONU, parle d'un risque plausible de génocide. Ce ne sont pas mes mots mais bien ceux du droit.
Et pourtant, le silence. Le vôtre, celui du monde. Ce qui est grave, ce n'est pas seulement ce silence mais bien le cynisme froid avec lequel vous avez annoncé pouvoir désobéir à un mandat d'arrêt international contre Netanyahu. Nous ne l'oublierons pas!
Un crime de masse est en cours et des gens filment en direct leur propre mort. Ce n'est pas une guerre mais bien l'écrasement d'un peuple. Ce n'est pas une tragédie mais bien un plan délibéré de nettoyage ethnique.
La Belgique, ce pays de droit qui a souvent été du bon côté de l'histoire, se tait aujourd'hui, attend, tergiverse et envisage des mesurettes.
C'est une honte. C'est une rupture historique. C'est un reniement.
Monsieur le premier ministre, au nom de toutes celles et ceux qui n’en peuvent plus d’assister impuissants à ce carnage, quand allez-vous briser le blocus humanitaire par tous les moyens?
Quand allez-vous suspendre les accords économiques avec Israël?
Quand allez-vous rappeler l'ambassadeur belge à Tel Aviv, comme cela a été fait pour la Russie, le Venezuela ou la Birmanie?
Vous parlez de cohérence, alors agissez avec cohérence. Aujourd'hui, il n'y a eu ni embargo, ni gel d'avoirs, ni parole forte. Nous ne constatons que des paroles creuses, des formules vides et des mains qui tremblent.
Pendant que vous tergiversez (...)
Oskar Seuntjens:
Een platgebombardeerde stad, tienduizenden doden en uitgehongerde kinderen terwijl er aan de grens vrachtwagens met voedsel, medicijnen en zelfs babysupplementen staan te wachten, bewust tegengehouden door Israël. Men hoeft maar zijn gsm vast te nemen en men ziet dag na dag de pure horror en het ondraaglijke menselijk lijden. Dit is geen oorlog meer. Dit is een genocide die we live, vanop onze gsm, dag na dag kunnen volgen. Niemand hier zal ooit kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben. Hopelijk zullen we wel kunnen zeggen dat we er alles aan gedaan hebben om op te komen voor al die onschuldige slachtoffers, want men krijgt het niet meer uitgelegd.
Collega’s, het valt niet meer uit te leggen dat als Poetin Oekraïne binnenvalt, we vanaf de eerste dag allemaal samen zeggen hoe schandalig dat is en dat er sancties moeten komen – daar was iedereen het over eens, behalve de communisten van de PVDA –, terwijl we wegkijken wanneer een extreemrechtse zot als Netanyahu een volk platbombardeert. Dat gaat niet en dat is voor Vooruit onaanvaardbaar. Daarom zijn we vanaf de eerste dag opgekomen voor alle onschuldige slachtoffers, ook in de vorige regering, met Frank en Caroline. Er werden toen voedsel en medicijnen gestuurd. Toen Israël de grens sloot, deden ze het via de lucht, met de moed der wanhoop. Het is die moed die we vandaag opnieuw nodig hebben, die zoveel jongeren hebben getoond door afgelopen zondag mee te gaan betogen voor Palestina.
Het is daarom dat we dagenlang onderhandeld hebben voor een sterke resolutie, die pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, die pleit voor humanitaire hulp nu, die pleit voor economische sancties tegen het Israël van Netanyahu. Die spreekt immers maar één taal, hij luistert niet naar mensenrechten en spreekt enkel de taal van het geld.
Dus, mijnheer de premier, het Parlement heeft zijn werk gedaan en het is aan u. We vragen u om niet langer te wachten, want elke seconde telt.
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, 50.000 burgerslachtoffers, waarvan 70 % vrouwen en kinderen zijn, en de teller tikt verder. Gisteren 60 extra dodelijke slachtoffers, vandaag 74 extra dodelijke slachtoffers. Collega's, het is nog maar drie uur. Al tweeënhalve maand is er geen toevoer van medicijnen, voedsel noch elektriciteit in de Gazastrook. U zult cd&v vandaag dus niet euforisch horen zijn. Het geweld en het leed duren vandaag nog voort. Al jaren pleit cd&v voor het Palestijnse volk. Al maanden vraagt cd&v actie van de regering.
Vandaag zijn we tot een akkoord gekomen, en ja, we hebben ons moeten kwaad maken, en ja, dat was niet makkelijk. We sluiten ons aan bij het initiatief van Macron, we sluiten ons aan bij het vredesproces in New York en we steunen de erkenning van de staat Palestina in een proces van een tweestatenoplossing.
Wat het internationaal recht betreft, collega's, is cd&v helder en duidelijk. Wij scharen ons als cd&v voor 100 % achter het internationaal recht. Dat betekent dat mensen die oorlogsmisdaden plegen, in ons land zullen worden opgepakt, ook wanneer ze Netanyahu heten.
Premier, wij hebben het werk verricht. Hoe snel zult u met de regering verdere actie ondernemen?
Staf Aerts:
Collega's, ik wil u vragen om even stil te staan en na te denken, want wat gaan we later aan de toekomstige generaties vertellen? Wat hebben wij gedaan om deze gruwel, die elke dag onze huiskamers binnenstroomt, te veroordelen, om die te stoppen? Het is dé gruweldaad van de eenentwintigste eeuw, want de verschrikkelijke beelden blijven maar komen. Meer dan 50.000 burgers zijn vermoord. Kinderen sterven elke dag van de honger. Ziekenhuizen worden gebombardeerd. Er zijn massale volksverhuizingen, want burgers zijn een doelwit op het overgrote deel van de Gazastrook. Er is geen water, er is geen voedsel, er is geen medicatie, want die worden al 10 weken lang door Israël geblokkeerd aan de grenzen.
Wat zullen we onze kleinkinderen later vertellen? Dat we alles gedaan hebben wat we konden? Collega's van de meerderheid, jullie resolutie bevat een lichte communicatieve koerswijziging. Mijnheer de premier, u wordt op de vingers getikt. België moet voortaan uitvoeren wat het Internationaal Strafhof beslist. Wauw! Bravo! Is dat geen evidentie meer? Is dat geen evidentie meer? In de gehele tekst wordt Israël met de fluwelen handschoenen aangepakt. Geen woord over apartheid. Geen woord over genocide. Geen woord over... ja, wel een woord over de erkenning van Palestina, maar er worden zoveel voorwaarden aan gekoppeld dat ze op de lange baan geschoven wordt. We zullen het waarschijnlijk niet meer meemaken. Geen Belgische sancties, geen actie.
Mijnheer de premier, dinsdag komt de Raad Buitenlandse Zaken samen. Daar stelt Nederland voor om maatregelen te nemen en handelsrelaties te blokkeren. Zal België zich daarbij aansluiten?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik bedank iedereen voor de steun die ik heb mogen genieten naar aanleiding van de ziekte die ik heb meegemaakt. Ik hoop dat die steun overeind blijft, ook na mijn eerste tussenkomst hier. ( Hilariteit en applaus )
Voorzitter:
Mijnheer Dedecker, misschien zal niet iedereen ervoor pleiten, maar ik zet de spreekklok voor u opnieuw op twee minuten.
Jean-Marie Dedecker:
Bedankt, mijnheer de voorzitter.
Mijnheer de premier, ik zal u een kattebelletje voorlezen van een onbekend persoon, al weet ik wie het schreef. Het is een prachtig kort verhaal dat weerspiegelt wat ik denk. Ik ben altijd zenuwachtig als het over Gaza gaat.
"Weerzinwekkend zijn de beelden van Gaza. De Israëlische premier Netanyahu is van Gaza het nieuwe Dachau aan het maken. Uithongering en dagdagelijkse bommentapijten zijn de nieuwe verbrandingsovens. Hoe kan de wereld blijven wegkijken van wat daar gebeurt, goed wetende dat het de Joden zijn die het staakt-het-vuren eenzijdig hebben opgezegd om van hun moordrazzia's opnieuw hun dagelijkse bezigheid te maken? En deze keer kan de wereld niet zeggen: wir haben es nicht gewußt ."
Beste collega's wij vieren vandaag 80 jaar bevrijding. Vandaag vieren de Palestijnen – al is "vieren" geen goede woordkeuze – 80 jaar bezetting. De Palestijnen betalen het gelag voor wat de Europeanen de Joodse bevolking aangedaan hebben in de Tweede Wereldoorlog. We hebben de exodus van de Joodse slachtoffers, slachtoffers van de Holocaust, naar Israël georganiseerd. Dat ging ten koste van de Palestijnen, want onmiddellijk werden er 750.000 verdreven met de eerste Nakba in 1948. Sedertdien is er een apartheidsstaat ontstaan, waarvoor we als Europeanen nooit onze verantwoordelijkheid hebben genomen. We hebben mensen opgesloten in de grootste openluchtgevangenis van de wereld. Mensen kunnen er niet uit ontsnappen, kinderen worden er gebombardeerd.
Hoeveel oorlogsmisdaden moeten er nog begaan worden vooraleer we durven zeggen: verdomme, we gaan er iets aan doen, in plaats van nutteloze resoluties?
Voorzitter:
De premier heeft maximaal vijf minuten spreektijd voor zijn antwoord.
Bart De Wever:
Bedankt, collega'sn het is uiteraard niet de eerste keer dat mij in dit halfrond wordt gevraagd naar het standpunt van de regering over het bewuste conflict in het Midden-Oosten. Wat de fundamentele oplossing voor dat conflict betreft, hebben wij een duidelijk regeerakkoord geschreven. Mijn antwoord wat dat betreft, zal alleszins consequent zijn. Ik heb die bewuste tekst hier al een paar keer letterlijk voorgelezen en ga dat niet opnieuw doen. Wat dat betreft verwijs ik naar het verslag voor die antwoorden. Ik zal wel iets zeggen over de nieuwe, recente ontwikkelingen.
Er is binnen dit halfrond een meerderheid die heeft aangekondigd volgende week een resolutie te zullen indienen in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Ongetwijfeld zal die bediscussieerd worden en ook naar de plenaire vergadering komen ter stemming. Van mijn kant denk ik alvast dat die resolutie het juiste kader schetst en dat de regering die resolutie ter harte moet nemen. We zullen daarover dan uiteraard opnieuw spreken in deze vergadering, maar er zijn momenteel nog geen regeringsbeslissingen die ik ter zake kan toelichten.
De komende weken verwachten we ook teksten in het kader van een vredesinitiatief in de aanloop naar de conferentie van de Verenigde Naties van juni, waarnaar door verschillende sprekers is verwezen en waar deze kwestie en het conflict in het Midden-Oosten op de agenda staan. Bovendien staat vooral Frankrijk in contact met verschillende Arabische landen om een oplossing uit te werken in het kader van die VN-conferentie, die dan hopelijk zou moeten kunnen leiden tot een duurzame vrede.
Ik heb de gelegenheid gehad om daarover uitgebreid te spreken met president Macron. Mijn indruk is dat de contouren van zijn vredesinitiatief lijken te stroken met zowel het regeerakkoord als de resolutie die hier uiteindelijk ter stemming zal worden voorgelegd. Ik hoop dat ik dus namens de regering mag zeggen dat wij dit initiatief met enig optimisme tegemoetzien. We zullen zien hoe we dat kunnen ondersteunen en op welke manier we daaraan eventueel kunnen deelnemen. We zullen dat doen op het moment waarop we de teksten daarover hebben gekregen en kunnen doornemen en bespreken in de schoot van de regering.
En ce qui concerne la qualification de la situation, c'est à la Cour internationale de se prononcer, mais cette qualification juridique n'est pas l'essentiel en ce moment car cela ne changera pas la situation instantanément.
L'urgence maintenant, c'est de nous concentrer sur la situation humanitaire et de voir comment y remédier le plus vite possible. Permettez-moi, au nom du gouvernement, de réaffirmer l'horreur largement partagée par chacun d'entre nous face aux images des victimes innocentes touchées par ce conflit. Ces images horribles, notamment celles concernant des enfants, ne peuvent laisser personne dans l'indifférence. Cela me touche évidemment en tant qu'homme politique mais aussi en tant qu'être humain. Elles appellent une solution fortement et largement soutenue par la communauté internationale, une solution qui mette fin le plus rapidement et durablement possible à la souffrance des innocents. Notre gouvernement souhaite contribuer à une telle solution durable. Je vous remercie.
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, er zijn twee verschillende zaken. Er is, ten eerste, de erkenning van Palestina. Ik geloof niet in het initiatief van Macron, dat neokolonialisme uitademt en dat tot niets zal leiden.
De andere zaak, net voor onze ogen, is de genocide. Dat is de dringende zaak. Dat is de acute zaak. Een genocide stopt men niet met flauwe resoluties waarin opgewarmde kost wordt geserveerd aan het Parlement. Al 19 maanden lang vragen wij concrete sancties, al 19 maanden lang weigert men dat.
De heren van Vooruit zeggen: "Je krijgt het niet meer uitgelegd." Wel, wat ik niet meer uitgelegd krijg, is dat Vooruit 19 maanden in de regering zit en dat op die 19 maanden niet de minste sanctie is getroffen tegenover Israël, niet de minste, terwijl er 18 pakketten tegenover Rusland werden getroffen. Shame on you . Israël zal enkel buigen onder druk van economische en militaire sancties en niet onder druk van flauwe resoluties van deze regering.
Kjell Vander Elst:
Dank u, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoord. U maakt wel één denkfout. Als hier een resolutie, of die nu onbelangrijk is of niet, wordt goedgekeurd, dan moet u die niet ter harte nemen, maar uitvoeren. Als het Parlement een resolutie goedkeurt, dan moet u die uitvoeren, niet ter harte nemen en zomaar à la tête du client kijken wat u daar wel of niet van kunt uitvoeren.
Ik denk dat we het over één zaak wel eens zijn, namelijk dat het overlijden van onschuldige kinderen in Gaza zo snel mogelijk moet stoppen. Ik hoop trouwens dat we het daar allemaal over eens zijn in dit halfrond, al betwijfel ik dat. Als ik statements en verklaringen lees van een van uw partijgenoten waarin staat – ik citeer – "Het overlijden van een kind is tragisch, maar daarom nog niet moreel onverdedigbaar.", dan keert mijn maag om. Dat is walgelijk. We mogen hier in dit Huis over veel zaken van mening verschillen, maar laten we alstublieft overeenkomen dat we (…)
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, une fois de plus, vous vous contentez de lire votre texte sans apporter aucun élément de réponse. Vous brandissez cette résolution, ce petit bout de papier plein de mots creux, qui n'est que le reflet visible, ici-même, des contradictions de votre coalition. Mais ce que nous attendons de vous, ce sont des actes!
Demain, le 16 mai 2025, l'armée israélienne va envoyer des dizaines de milliers de militaires supplémentaires pour chasser les Palestiniens de la bande de Gaza et leur voler leurs terres. Il y aura encore des milliers et des dizaines de milliers de victimes.
Alors agissez! Agissez maintenant! Rappelez votre ambassadeur! Imposez des sanctions! Brisez le blocus! Faites quelque chose, bon Dieu!
Rajae Maouane:
Monsieur Dedecker, merci pour vos mots. Vous avez un privilège que je n'ai pas, c'est celui de dire les choses de la manière la plus crue et la plus plate sans créer de scandale.
Aujourd'hui, les accusations d'antisémitisme dès lors qu'on dénonce les exactions d'un gouvernement d'extrême droite ne tiennent plus. Aujourd'hui, les condamnations se succèdent, du CCLJ à Jean-Marie Dedecker. Il n'y a aujourd'hui plus que le MR et le Belang, comme par hasard, pour ne pas être du bon côté de l'Histoire.
Monsieur le premier ministre, je ne vous dis pas merci pour vos réponses. Elles sont honteuses. Je ne sais pas ce que nous dirons aux générations suivantes. Je ne sais pas ce que nous pouvons dire. Moi, je n'ai plus que de la honte, et j'ai envie de pleurer aujourd'hui.
Oskar Seuntjens:
Waarvan mijn maag zich omdraait, is dat partijen onder andere de heer El Yakhloufi Achraf van onze partij en mevrouw Farih Nawal, die elke dag keihard voor de Palestijnen opkomen, medeplichtig noemen. Dat partijen zoals de PVDA Rusland en China niet veroordelen voor bijvoorbeeld de genocide op de Oeigoeren, wat dat laatste land betreft, is voor mij verachtelijk, maar ik zal hen nooit medeplichtig noemen, noch hun ideeën als verachtelijk bestempelen.
Hoe moeilijk kan het zijn? Wij komen hier allen op voor de Palestijnen en maken daarvan geen politieke spelletjes ten koste van alle leed dat vandaag in Gaza gebeurt.
Nawal Farih:
Mijnheer de eerste minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. De cd&v zal de lat niet laag leggen: het gaat niet alleen om participeren, maar om effectief uit te voeren. Het conflict met enorm veel burgerslachtoffers is onder onze huid gekropen. Fractieleden van ons hebben dag en nacht aan het dossier gewerkt. Cd&v zal dus niet zomaar toekijken. Wij zullen vragen blijven stellen en zullen blijven wachten tot er actie komt. Indien ze er niet komt, zullen wij wetsvoorstellen over de nodige sancties blijven indienen.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, collega's, toen ik de afgelopen uren de tekst van het voorstel van resolutie kon inkijken, na alle grote verklaringen in de pers, voelde ik al schaamte, maar nu ik hier het makke antwoord van de eerste minister hoor, dan voel ik nog meer schaamte.
Ik ben blijkbaar niet de enige, want ik heb op de meerderheidsbanken meer applaus gezien voor de uiteenzettingen van de oppositie dan voor de uwe, mijnheer de premier. Dat doet mij nog veel meer vrezen. Waar gaat de regering naartoe? Hoeveel zal het voorstel van resolutie waard zijn, terwijl het nu al niet veel waard is? Staan daar sancties in die België zal opleggen? Neen, die staan er niet in. Wordt daarin gerept over de genocide? Neen, daarover wordt niet gerept. Zal België Palestina erkennen? Neen.
We moeten vandaag echte sancties nemen, Israël en de gruwel moeten gestopt worden. Ga er verdorie mee aan de slag.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, collega's, 25 jaar geleden werd in het Parlement een wet goedgekeurd, zodat wij in dit land oorlogsmisdadigers konden aanhouden en berechten. Herinner u de bloedbaden van Sabra en Shatila en Ariel Sharon. Die wet is dode letter gebleven. Al wie vandaag een grote mond opzet en elkaar de zwartepiet toespeelt, moet weten dat er hier de voorbije 25 jaar niets is gebeurd met betrekking tot Israël. Bij de Verenigde Naties werden meer dan 1.600 resoluties goedgekeurd, maar geen enkele ervan werd uitgevoerd. Wij komen nu opnieuw met een voorstel van resolutie. Ik ga ermee akkoord dat het een stap is in de goede richting, maar denken we eens goed na. Een tweestatenoplossing is onmogelijk geworden. Vandaag wonen er 700.000 Israëlische kolonisten, joodse kolonisten, extremistische kolonisten op Palestijns grondgebied op de Westelijke Jordaanoever en de Knesset, het Israëlisch parlement, (…)
De NAVO-top en de defensie-uitgaven
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
CD&V benadrukt dat België 2% bbp voor defensie (17 mjd extra) al dit jaar haalt, maar waarschuwt tegen cijferfetisjisme (3-5% eisen) zonder structurele financiering en duidelijke bestedingsplannen. Premier De Wever bevestigt dat 2% verplicht is via NAVO-afspraken, maar dat hogere percentages onrealistisch zijn door krappe begroting—efficiëntie en Europese samenwerking zijn cruciaal. Beide pleiten voor realisme: eerst financiering en prioriteiten regelen, dan pas over extra percentages praten. NAVO-top in juni zal richting bepalen, maar België kiest voor voorzichtigheid als gastland van het NAVO-hoofdkwartier.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, in de aanloop naar de NAVO-top heb ik de indruk in een Turkse bazaar terecht te komen, niet om af te dingen deze keer, want ik hoor alleen maar alsmaar hogere cijfers: 2 %, 2,5 %, 3 %, 5 % van het bbp moeten we aan defensie besteden.
Begrijp me niet verkeerd: wie de geopolitieke situatie kent, kan niet anders dan concluderen en verdedigt ook dat we extra investeren in een slagkrachtige en een geloofwaardige defensie. We hebben dan ook een paasakkoord gesloten dat onmiddellijk, nog dit jaar, 2 % van het bbp zal besteden aan defensie. Voor heel de legislatuur gaat het om 17 miljard euro extra, een ongeziene inspanning dus.
De heropbouw van defensie vraagt naast investeringen ook een draagvlak bij onze bevolking. Ik heb, beste collega's, de indruk dat dat er is. Onze burgers begrijpen dat we extra moeten investeren in veiligheid en ze steunen dat ook. Tegelijk beseffen ze heel goed dat er ook aandacht voor de andere noden in onze samenleving moet zijn.
Voor ons is het duidelijk. Laten we stoppen met dat cijferfetisjisme, laten we stoppen met dat opbod. Voor cd&v is het duidelijk: wij pleiten voor realisme in het debat. Laten we de kar niet voor het paard spannen. Voordat we beginnen te goochelen met extra en verhoogde percentages, moeten we eerst nagaan hoe we de extra 2 % structureel zullen financieren in deze legislatuur en, mijnheer de eerste minister, moeten we vooral weten waaraan en hoe we de extra miljarden zullen besteden. Vandaar onze vraag waar uw regering staat met de aanpak van de dubbele uitdaging wat betreft de structurele financiering en de (…)
Bart De Wever:
Mijnheer Van den Heuvel, bedankt voor uw vragen, oprecht.
De inspanningen die we nu al gepland hebben, zijn inderdaad stevig. We hadden niet gedacht dat we dit jaar al meteen de 2%-norm moesten halen, maar toch zullen we die inspanning moeten leveren. De 2 % is opgenomen in de beleidsnota ven de minister van Defensie, waarover de besprekingen in de commissie lopen. De procedures zijn opgestart.
De minister stelt een strategisch plan voor. Daarover blijkt soms wat onduidelijkheid te bestaan. Voor alle duidelijkheid, dat plan is in essentie de doorvertaling van beslissingen die tijdens de vorige legislatuur in de NAVO zijn afgeklopt en bevat de capabilities die ons ten gevolge van die beslissingen door de NAVO worden opgelegd. Daar is geen vrije stemming aan verbonden; dat is wat we móeten doen. Dat plan zal in de regering worden doorgesproken en vervolgens ter goedkeuring aan het Parlement worden voorgelegd.
Het spreekt voor zich dat die uitgaven maximaal moeten renderen voor onze veiligheid. De capability gaps moeten worden opgevuld. Daarin hebben we geen keuze, maar we willen uiteraard elke euro maximaal inpassen in efficiëntie voor onszelf en voor de hele samenleving, zo breed mogelijk, en in de samenwerking met de Europese bondgenoten en de NAVO-bondgenoten. Dat is de enige manier om zinvol uit te geven.
Wat nu de extra's betreft, mijn antwoord op de vraag over de begrotingssituatie laat weinig ruimte voor verbeelding. We hebben geen bewegingsruimte. We hebben eigenlijk zelfs niet de ruimte om de 2 %-norm te behalen, laat staan dat we snel bewegingsruimte zouden hebben om dat percentage nog voorbij te gaan. Logischerwijze pleiten wij dus bij onze partners voor realiteitszin over dat traject. Minister Prévot is om die reden momenteel in Turkije. Men kan veel cijfers noemen, 3 %, 5 %, nog meer, periodes van zeven jaar, nog korter, maar hoe dat vervolgens allemaal effectief budgettair waargemaakt moet worden zonder drama's te veroorzaken, hoe dat efficiënt mogelijk is, is maar zeer de vraag. Op dat vlak pleiten wij daarom voor realisme.
De NAVO-top in juni komt eraan en we zullen zien waar de teller eindigt. Dan komt de regering bijeen om daar een antwoord op te bieden. Het lijkt me logisch dat ons land, dat het NAVO-hoofdkwartier op zijn grondgebied heeft en dat een founding father is, de nodige voorzichtigheid aan de dag legt.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u en ben blij dat ik het woord realisme hoor. Voor realisme pleiten wij immers absoluut ook in het huidige debat over hogere defensie-uitgaven. Voor ons zijn er daarbij twee belangrijke zaken, namelijk dat u op zoek gaat naar structurele financiering van de extra miljarden euro voor het Defensiebudget, zonder dat u de andere noden in onze samenleving wegduwt en dat u de extra miljarden euro's efficiënt besteedt. Het wordt hoog tijd dat wij een nieuwe strategische visie op de militaire aankopen ontwikkelen. Het is absoluut nodig dat dossier efficiënt aan te pakken met meer Europese samenwerking en zeker en vast ook met meer samenwerking met onze buurlanden om de Europese pijler in de NATO uit te bouwen.
Het gesprek met president Macron over de kerncentrales
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Premier De Wever bevestigt een nucleaire renaissance in lijn met Frankrijk, met verlenging van bestaande centrales en potentieel nieuwe SMR-technologie, na goedkeuring van de gewijzigde kernuitstapwet—Macron steunt dit. EDF’s rol blijft onduidelijk, maar synergie met Frankrijk wordt beoogd als *win-win*, zonder concrete afspraken of commerciële details. Van Keymolen benadrukt Belgisch nucleair expertise en bedrijven moeten mee profiteren en waarschuwt voor afhankelijkheid van Franse staatsbedrijven, gezien hun eerdere kritiek op "Belgische euro’s naar Parijs". Energiezekerheid en betaalbaarheid blijven centrale motieven, met nadruk op samenwerking zonder verlies van Belgische autonomie.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de premier, gisteren liet u via Facebook weten dat u even heen en weer naar Parijs bent geweest, want er viel heel wat te bespreken. Waarover het precies ging, vernamen we nadien in De Tijd .
Collega’s, binnenkort stemmen we hier in dit halfrond over de herziening van de kernuitstap. Dat is een belangrijk dossier om onze energiebevoorrading veilig te stellen en om de energiefactuur voor onze gezinnen en onze bedrijven betaalbaar te houden. Mijn partij heeft hier altijd mee voor geijverd, maar dat weet u. De vraag blijft wie er in de toekomst zal instaan voor de uitbating van onze kerncentrales.
Stoort het, mijnheer Van Quickenborne, als ik even doorga?
(Applaus)
Mijnheer de premier, u trekt met deze regering volop de nucleaire kaart. U spreekt zelfs van een nucleair reveil. We begrijpen dat u hiervoor ook overleg pleegt met onze buurlanden en uiteraard met president Macron. Dat is logisch, want energie stopt niet aan onze landsgrenzen. We konden lezen dat het Franse staatsbedrijf EDF straks een rol zou kunnen spelen bij de uitbating van onze kerncentrales. Tegelijk weten we dat EDF zelf met grote uitdagingen kampt bij hun eigen nucleaire projecten, zoals trage vooruitgang en oplopende kosten.
Premier, wordt dat nucleair reveil er straks eentje met een stevig Frans tintje? Ik herinner me nog goed hoe uw partij destijds tijdens de debatten over de nucleaire rente luid en duidelijk stelde dat er al genoeg Belgische euro’s naar Parijs vloeiden. Hebt u nu het geweer van schouder veranderd?
U postte terecht een leuke foto op Facebook. Maar mogen we in dit halfrond ook vernemen wat er precies besproken is over onze kernenergie tijdens uw overleg met president Macron?
Bart De Wever:
Mevrouw Van Keymolen, ik zal deze keer niet schetsen in welke toestand de vorige regering ons energielandschap heeft achtergelaten, hoe ze met kernenergie is omgesprongen en welke keuzes er nu nog mogelijk zijn. Ik zal vriendelijk zijn en het daar niet over hebben.
Ik heb het daar gisteren wel over gehad met de Franse president. Dat leek mij ook onvermijdelijk, gezien de context die ik zonet schetste. Dat was echter maar een van de thema's die op de agenda stonden, naast de geopolitieke context, Oekraïne, het Midden-Oosten, importheffingen, EU-competitiviteit en een aantal belangrijke bilaterale dossiers, waarvan het CaMo-project van Defensie niet het minste was.
Het ging dus ook over energie, waar ik vooral de ambities van ons regeerakkoord heb toegelicht en gezegd dat er een nieuwe regering is die de bladzijde heeft omgeslagen en aansluit bij de ambitie van een nucleaire renaissance. Ik heb hem meegedeeld dat de wet op de kernuitstap in tweede lezing in de commissie werd goedgekeurd en binnenkort naar de plenaire vergadering zal komen. Macron was daar heel blij mee en vindt dat de juiste keuze. Een mix van hernieuwbare energie en kernenergie is volgens hem de weg die we moeten bewandelen en dat is ook de weg die deze regering wil bewandelen.
Wij hebben al beslist om een maximale verlenging van de bestaande capaciteit te proberen realiseren op langere termijn en eventueel ook nieuwe capaciteit dankzij de SMR30-technologie. Er zijn veel samenwerkingen en synergiën mogelijk. Ik denk dat het voorbarig is te zeggen hoe, met wie, wat en waar. Het zou commercieel onvoorzichtig zijn om daarop in te gaan, dus dat zal ik niet doen.
Dat wij op het vlak van strategie heel sterk aansluiten bij de Franse strategie is een evidentie. Dat synergie en samenwerking daar mogelijk zijn, is een evidentie. Dat hoeft voor ons geen verliesverhaal te worden. We kunnen dat omturnen naar een win-winverhaal, net zoals we dat voor Defensie dringend moeten proberen doen.
Het was een open en heel constructief gesprek. De minister van Energie is heel gemotiveerd om daarop door te gaan en wij zullen op tijd en stond rapporteren aan dit Parlement.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoorden. Een stabiele en zekere energiebevoorrading is cruciaal voor ons land. We hebben de voorbije dagen in de landen in onze buurt kunnen zien welke ontwrichtende effecten een black-out kan hebben. Vergeet ook niet dat ons land beschikt over een sterke nucleaire kennis en een brede technologische basis. Wij hebben Belgische bedrijven en instellingen die vandaag ook al een sleutelrol spelen. Het is dan ook belangrijk dat wij bij toekomstige beslissingen over onze energiestrategie ook in overleg treden met onze eigen partners, zodat ook zij de vruchten kunnen plukken van de nucleaire reveil die u zo hevig bepleit.
De stakingsacties van magistraten
De acties van de magistratuur
De actie van de magistraten
De gevolgen van de maatregelen van Arizona voor de magistratuur, de rechtsstaat en de veiligheid
Het protest van de parketmagistraten
De resultaten van het overleg met de magistraten en de open brief van de jonge magistraten
Acties en reacties van magistraten op maatregelen en overleg.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De diepe crisis in de rechtsstaat draait om onderfinanciering, pensioenhervormingen en het gebrek aan vertrouwen tussen politiek en magistratuur: magistraten voeren ongekende acties (stakingen, uitgestelde zaken) door chronische onderbezetting, verouderde infrastructuur, onveilige werkomstandigheden en een gevoelde aanval op hun onafhankelijkheid via de geplande pensioenkortingen (tot 30% voor sommigen), die ze zien als een symbolische degradatie van hun statutaire bescherming. De regering (met name ministers Verlinden en Jambon) benadrukt dat extra middelen (o.a. uit het Paasakkoord) en hervormingen onderweg zijn, maar wijst op de erfenis van jarenlange verwaarlozing door vorige regeringen, terwijl ze dialoog blijft eisen ondanks lopende acties – een benadering die oppositie en magistraten te defensief en onvoldoende concreet vinden. Het kernconflict is of de pensioenmaatregel (deels) de druppel was of een afleiding van diepere structurele problemen: overbevolkte gevangenissen, digitale achterstand, onderbetaald personeel en een cultuur van minachting (van beide kanten), waarbij magistraten vrezen voor een exodus en politici de rechtsstaat zien verzwakken door hun acties.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, een rechter die beklaagden naar huis stuurt, is dat een normale rechtsgang of is dat rechtsweigering? Waar is het controlerecht van de wetgevende macht wanneer het openbaar ministerie weigert te antwoorden op parlementaire vragen? Hoe rijmen we een procureur die in financiële zaken enkel nog corruptie wil onderzoeken met artikel 151 van de Grondwet?
De acties van de magistratuur roepen vele vragen op. Ik ben zelf meer dan 20 jaar magistraat geweest en heb zoiets nooit meegemaakt. Magistraten zetten hun rechterlijke macht in om de uitvoerende macht aan te vallen. Maar ook omgekeerd – en ook dat hebben we nooit meegemaakt – zetten politici rechters weg als wereldvreemd, maken ze uitspraken belachelijk, beschimpen ze en hebben ze het over 'werkstrafjes'. Ik denk niet, collega's, dat Montesquieu dat voor ogen had met zijn trias politica.
En de regering zwijgt. Ik hoor de minister van Justitie niet, ik hoor de premier niet en ik hoor u niet. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Af en toe hoor ik iemand natuurlijk wel roepen dat het allemaal de schuld is van de vorige regering, maar u weet dat dat niet klopt. De herfinanciering van Justitie is begonnen en we hebben daar resultaten geboekt. Ik vrees echter dat er de voorbije maanden veel is misgelopen in het overleg en dat de magistraten niet worden gehoord. Ze werden niet gehoord door de onderhandelaars tijdens die zeven maanden onderhandelingen en ze worden blijkbaar ook nu nog niet gehoord. Als ik het namelijk moet geloven, kan er nog steeds geen volledig correcte berekening van de pensioenplannen worden voorgelegd.
Ik heb dus een simpele vraag. Wat zal deze regering doen om het vertrouwen met de rechterlijke macht te herstellen? Dat is immers broodnodig in een rechtsstaat.
Leentje Grillaert:
Collega's, 11.000 plaatsen voor 13.000 veroordeelden. Zelfs mijn jongste dochter van acht jaar weet dat die rekensom niet klopt. De gevolgen zijn ernstig.
Vanuit cd&v staan we pal achter het principe dat er voor straffeloosheid in onze maatschappij geen plaats is. De gevolgen zijn nefast, niet alleen voor het vertrouwen in Justitie, maar ook voor de veiligheid in de samenleving. Mevrouw de minister, u hebt extra middelen gevraagd en ook gekregen voor dit jaar om een aantal extra werven aan te pakken.
Cd&v wil de straffeloosheid aanpakken op een verstandige manier om werk te maken van de werven die u vooropstelt, mevrouw de minister. Die inspanningen verdienen steun, geen sabotage. Het is echt spijtig dat het gevangeniswezen nog meer onder druk wordt gezet door acties die ervoor kunnen zorgen dat het systeem ontspoort, want ook dat kost de samenleving veel. Het gaat niet noodzakelijk over euro's, maar wel over vertrouwen, veiligheid en stabiliteit.
Begrijp me ook niet verkeerd, collega's. Ik hoor andere collega's van alles vertellen. Ik denk dat hun kortetermijngeheugen en hun langetermijngeheugen hun in de steek laten. We moeten de zorgen van de magistratuur niet zomaar wegwuiven. Hun werkomstandigheden zijn vaak schrijnend, met onderbezetting, bedreigingen en gerechtsgebouwen die onvoldoende beveiligd zijn. Magistraten staan voortdurend onder druk door de grote werklast en de complexiteit van procedures en onderzoeken. Ook zij hebben recht op duidelijkheid over hun pensioenen.
Het doel moet echter zijn samen te bouwen aan een Justitie die werkt, beschermt en vertrouwen geeft. Er is maar een weg daarnaartoe en dat is via dialoog, collega's, tussen de politiek en de magistratuur. Daar moeten we aan werken. Mevrouw de minister, ik weet dat u een hardwerkende minister bent (…)
Ismaël Nuino:
Madame la ministre, monsieur le vice-premier, depuis plusieurs jours, un mouvement sans précédent traverse le monde judiciaire. Des grèves ont été annoncées dans plusieurs parquets.
Ce que les magistrats expriment aujourd'hui, c'est un appel au secours. Nous devons être capable de l'entendre. Défendre la magistrature, ce n'est pas défendre des intérêts particuliers mais bien défendre un pouvoir de notre État de droit. Ce sont les juges, les magistrats, les greffiers et tous les autres qui y travaillent et qui empêchent que nos conflits ne dégénèrent en violence. Ils garantissent aussi, dans une société de plus en plus traversée par des tensions, que le droit continue de faire autorité.
Mais il faut le dire clairement aussi, cette mobilisation n'est pas née des dernières annonces. Elle est nourrie par des conditions de travail qui sont intenables depuis des années, des juridictions à bout de souffle, un manque criant de personnel administratif, un arriéré judiciaire qui ne cesse de s'aggraver et des difficultés à attirer de nouveaux talents.
Madame la ministre, la situation dont vous héritez est complexe. J'ai entendu dire que les magistrats attendaient de la concertation. Ce n'est pas cela qu'ils attendent! Depuis des années, ils attendent des actes! Des actes, l'Arizona en amène avec l'accord de gouvernement, avec les accords de Pâques et les millions qui ont été débloqués. Voilà les actes qui vont arriver. Aujourd'hui, les magistrats attendent ces actes. Nous sommes au gouvernement, et c'est précisément ce que nous sommes en train de réaliser. Les accords conclus aujourd'hui sont les plus importants en termes de réinvestissement dans la Justice.
Ils attendent concrètement, ils attendent des actes et c'est ce que nous allons apporter. Vous avez obtenu des moyens supplémentaires, nous vous avons soutenus pour les obtenir.
Concrètement, comment allez-vous utiliser ces moyens supplémentaires? À quelle vitesse? Comment pouvez-vous rassurer ces juridictions et ces parquets, au-delà des seules prisons, pour qu'ils puissent enfin respirer et fonctionner dignement?
La tâche est immense, mais vous pouvez compter sur nous car pour Les Engagés et pour l'Arizona, la Justice est une priorité.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre de la Justice, je suis désolé. Le constat est là, la Justice est dans un état déplorable.
Depuis cinq législatures, le département de la Justice est géré par la droite. Avec quel bilan? Magistrats débordés, des justiciables excédés par une attente de plusieurs années avant de voir leur dossier traité, des cadres non remplis, des détenus entassés, des agents pénitentiaires agressés, et aujourd'hui une atteinte inédite à l'attractivité de la profession de magistrat pour laquelle vous peinez déjà à recruter.
L'Arizona s'est faite sur la promesse d'un travail mieux payé et mieux valorisé pour toutes et tous. En lieu et place, pour les magistrats, c'est une réduction de près de 30 % de leur pension qui leur est annoncée. Contrairement à ce qu'on essaie de nous faire croire et à ce qu'a dit le premier ministre, ce n'est pas une question de grosses pensions. Quelle insulte pour la magistrature!
Après des critiques à peine voilées contre le gouvernement des juges, après des tentations exprimées de limiter les fonctions de magistrat à des mandats de cinq ans, en s'attaquant aujourd'hui aux pensions des magistrats, c'est le fonctionnement, l'indépendance de la justice, de ce troisième pouvoir constitutionnel que vous attaquez. Et à travers lui, c'est l'État de droit que vous attaquez.
Aujourd'hui, il y a des lettres ouvertes d'associations représentatives, des cartes blanches signées par 800 magistrats, des sorties dans la presse de chefs de corps, des remises de dossiers à plus d'un an. Et on dit quoi? "Ils n'ont rien compris." "Il y a de l'argent, mais ils n'ont rien compris."
Madame la ministre, la justice n'est pas une institution désincarnée. Pour reprendre les termes de votre propre majorité, les magistrats ne sont pas des fonctionnaires.
Pour que la justice soit efficace, pour qu'elle serve nos justiciables, elle doit être composée d'hommes et de femmes qui sont engagés et motivés dans leurs fonctions. Or cette décision suscitera une vague de départs et la mise en difficulté de la magistrature.
Ma question à tous les deux: quel investissement garantissez-vous dans les droits acquis, dans le service aux justiciables et dans le troisième pouvoir qu'est l'institution judiciaire?
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, justitie bevindt zich in bijzonder zwaar weer op dit ogenblik. De problemen die worden aangekaart, zijn niet nieuw en spelen al verschillende legislaturen. Onze fractie heeft die in de voorbije legislaturen ook aangekaart. Er is de overbevolking van de gevangenissen, de digitalisering die nog altijd niet het gewenste resultaat oplevert, maar ook het verouderde patrimonium en de jarenlange structurele onderfinanciering. Al deze jarenlange frustraties komen nu samen tot een kookpunt door de aangekondigde hervorming van de pensioenen van de magistraten.
Die plannen leiden tot ongeziene acties bij de magistratuur. Het begon vorige week met de actie van het Openbaar Ministerie, waarbij duizenden gevangenen opnieuw naar de gevangenis worden gestuurd, ondanks de overbevolking. Gisteren hoorden we een politierechter in Gent die zaken een jaar uitstelt. Ook bij het federaal parket in Brussel worden er acties aangekondigd.
Mevrouw de minister, we hebben uiteraard veel respect voor de magistratuur. Heel veel magistraten doen dag in, dag uit hun best om voor justitie te werken, ondanks de moeilijke omstandigheden. Het is echter wel zo dat zij een bijzondere functie hebben. Zij vormen een van de drie machten van ons land. Zij hebben het voorrecht om samen met de andere machten de rechtsstaat vorm te geven. Ik denk dat zij zich met de acties die de laatste weken zijn ondernomen op bijzonder glad ijs begeven.
Mevrouw de minister, op welke manier zult u de situatie ontmijnen? Hoe lopen de gesprekken? Die zijn er de afgelopen dagen immers wel degelijk geweest.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, de magistraten kunnen en willen - en terecht, mevrouw de minister - de slechte financiële en materiële toestand waarin ze moeten werken niet langer aanvaarden. Heel wat jonge magistraten twijfelen nu zelfs aan hun beroepskeuze, ten gevolge van de aangekondigde hervorming. In hun open brief zijn ze duidelijk: "Hoe lang laten we justitie nog verder afbrokkelen voor we reageren en haar de middelen geven om sterk en doeltreffend te zijn?"
Ze hebben voor het beroep van magistraat gekozen uit overtuiging, gedreven door het maatschappelijk belang. Ze willen niet liever dan hun functie met waardigheid en onafhankelijkheid uitoefenen. Dat is vandaag echter onmogelijk geworden. De aangeklaagde wantoestanden bij justitie zijn niet meer te overzien. De digitalisering is niet of nauwelijks ingezet, zo getuigt het rapport van het Rekenhof. In sommige arrondissementen is het een luxe om over een telefoonlijn of een printer te beschikken. Ze moeten werken in beschimmelde kleine bureaus. Middelen om de gebouwen te renoveren of informaticamaterieel aan te kopen zijn er niet. Er is geen budget voor een koffiemachine, nietjesmachine of zelfs toiletpapier.
Daarenboven worden de werkweken steeds langer door de chronische onderbezetting. Er is een personeelstekort van 40 % bij de magistraten om alles binnen een redelijke termijn af te handelen. De werkdruk wordt dan ook onaanvaardbaar.
Hoe lang moeten de magistraten dit nog aanvaarden? Wanneer zal er eindelijk voldoende budget worden vrijgemaakt om dit alles aan te pakken en eindelijk – ook ten aanzien van collega Van Tigchelt - orde op zaken te stellen bij justitie?
Jan Jambon:
Geachte Kamerleden, ik had meer vragen over de pensioenen van de magistraten verwacht. Daarom zal ik mijn antwoord limiteren en de vloer volledig aan mijn goede collega Verlinden laten.
Ik moet wel zeggen dat ik ten zeerste de individuele en collectieve acties van de magistratuur betreur, aangezien we gisteren nog samengezeten hebben voor overleg. Ook vorige week vond reeds overleg plaats en begin mei staat nog overleg gepland. Gisteren hebben we samen de cijfers doorgenomen. We bevinden ons dus volop in overleg. Ik heb een ander begrip van overleg en actievoeren. Als overleg tot niets leidt, kan men actievoeren, maar actievoeren terwijl het overleg nog volop loopt, vind ik raar.
Er is een pensioenhervorming op til en ik vind dat iedereen in die pensioenhervorming moet participeren, iedereen naar eigen kunnen. Niemand staat boven de wet. Dat geldt voor zelfstandigen, voor werknemers, voor ambtenaren, voor ons als politici maar ook voor de magistraten.
Vaak hebben we horen spreken over de indexsprong.
Nous avons entendu beaucoup de choses sur le saut d'index. Examinons les chiffres. Cela ne concerne que les pensions les plus élevées, soit au-dessus de 5 250 euros. Pour la moitié des juges, la pension s'élève à 7 400 euros. Prenons la somme de 7 000 euros, si nous y appliquons un index de 2 %, cela fait 140 euros. Nous allons réduire ces 140 euros pour arriver à 36 euros. Au lieu d'une augmentation de 140 euros, ils percevront une augmentation de 36 euros. Et ça serait une grande attaque vis-à-vis de leur pension! Je ne suis pas d'accord.
In een grote pensioenhervorming moet iedereen een bijdrage leveren, dus ook de magistratuur. Ik hoop echt dat de onrust en het ongenoegen bij deze hooggeplaatste dienaren van de democratie, die beladen zijn met een grote verantwoordelijkheid, in proportie blijven met de beperkte inspanningen die van hen gevraagd worden.
Annelies Verlinden:
Goeiemiddag, collega’s. Collega Van Tigchelt, ik had vanmiddag van veel mensen vragen verwacht, maar niet van u. De nodige dosis lef kan men u alvast niet ontzeggen.
Ce que je retiens de mes nombreux contacts avec la magistrature, c'est que ces actions traduisent aussi et surtout un mécontentement de longue date concernant le financement de la Justice de manière générale.
De rechtsstaat is ons allemaal dierbaar, of zou dat in elk geval moeten zijn. Het is echter heel duidelijk dat hij onder druk staat. Als we willen dat de rechtsstaat overleeft en versterkt, zijn we verplicht erin te investeren.
Het zal niemand ontgaan zijn dat ik van bij mijn aantreden gepleit heb voor onze binnenlandse veiligheid. Ik heb aan de collega's in de federale regering een overzicht bezorgd van de budgettaire behoeften van Justitie, niet enkel voor dit jaar, maar met een noodzakelijk groeipad voor de hele legislatuur.
En examinant de manière globale les tâches qui incombent à la justice et à nos magistrats, force est de constater que leur charge de travail a explosé. Cette situation s'explique par les évolutions sociales dans le domaine du droit des personnes et de la famille, par le recours accru à la justice, par des demandes toujours plus nombreuses en matière de soins et de soutien psychosocial, par la complexité croissante des enquêtes pénales ou encore par le succès remporté dans la lutte contre la criminalité organisée.
Je rejoins donc pleinement les revendications de la justice pour de meilleures conditions de travail, des moyens supplémentaires et des lieux de travail plus sûrs. Dans l'intérêt de notre démocratie, la Justice doit rester un employeur attractif pour les magistrats et elle doit pouvoir continuer à aider les citoyens à des moments souvent déterminants dans leur vie.
De recente beslissing over de automatische indexering van hun pensioenen was duidelijk de druppel die de emmer deed overlopen. Vele magistraten hebben mij bevestigd dat ze solidair willen zijn met de toekomstige generaties en hun recht op een degelijk pensioen zodat er zeker begrip is voor de noodzakelijke toekomstgerichte hervormingen van deze arizonaregering. Ze geven weliswaar aan dat hun onrust groot is vanwege de onzekerheid over de totale omvang van de hervormingen, wat naar ik vermoed ook geldt voor andere beroepsgroepen. Zoals de minister van Pensioenen echter net al heeft aangegeven, worden en zullen de discussies hierover worden verdergezet.
In mijn opdracht als minister van Justitie voorzie ik de komende jaren bijkomende middelen ter versterking van het openbaar ministerie en de hoven en rechtbanken. Ik heb ook van bij het begin de magistratuur betrokken bij alle werkzaamheden. De magistraten weten dus dat hun bezorgdheden ook de mijne zijn, naast de vele andere uitdagingen, zoals het wegwerken van structurele betaalachterstanden – waarover vorige week ook nog uitvoerig bericht is in de media – maar ook de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen, die ons, als we ze niet oplossen, op termijn bijzonder veel geld zal kosten, maar ook de veiligheid van de medewerkers in de gevangenissen.
Je m'entretiendrai étroitement avec la magistrature afin de déterminer comment nous pourrons, dans les mois à venir, agir le plus efficacement possible pour renforcer l'attractivité et le respect de la carrière, mais aussi pour améliorer les conditions de travail, et ce, dans l'intérêt du rôle fondamental que jouent les magistrats dans notre démocratie. Le réalisme et la crédibilité devront ici être nos fils conducteurs communs, car les conséquences du sous-financement qui perdure depuis des années ne peuvent être gommées d'un coup de baguette.
De verhalen die ons van de andere kant van de oceaan bereiken, leren ons hoe belangrijk het is om allemaal ambassadeurs van de rechtsstaat te zijn. De echo’s van die verhalen zouden voor mij als een duidelijke oproep aan iedereen moeten klinken, zeker aan zij die deel uitmaken van een van de drie machten, om ter zake geen enkel compromis te sluiten.
Ik wil dan ook blijven geloven dat ook de magistraten zelf de rechtsstaat vertrouwenwekkend en met zorg zullen blijven behandelen. Ik blijf alvast met hen overleggen en werk in het belang van onze binnenlandse veiligheid samen met en voor hen aan een weg die ons tot oplossingen kan brengen. Ik hou daarbij een quote van Ruth Bader Ginsburg voor ogen: “ Fight for the things that you care about but do it in a way that will lead others to join you. ” Kom op voor wat je belangrijk vindt, maar doe het op een manier die anderen mee in beweging kan brengen.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer en mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Als een open oorlog plaatsvindt tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, heb ik geen lef nodig om hier te spreken, dan is het gewoon mijn plicht als parlementslid om mijn stem te verheffen. Dat heeft niets met meerderheid of oppositie te maken.
Niemand is gebaat bij een oorlog tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, zeker niet de magistraten. Het merendeel van de magistraten – ik kan ervan getuigen – levert meer dan voortreffelijk werk in vaak moeilijke omstandigheden. Ik hoop dat het groeipad, dat door de vorige regering ingeslagen is, wordt aangehouden, want uw regeerakkoord belooft op dat vlak niet veel goeds.
Met het paasakkoord zijn enkele financieringen vooruitgeschoven, maar het gaat niet alleen over extra budget, collega Dillen, we moeten ook hervormen, durven hervormen. Op dat vlak is de vervroegde invrijheidsstelling van criminele illegalen, zoals in het paasakkoord staat, geen goed voorbeeld. Sorry dat ik het zeg.
Leentje Grillaert:
Ik sta een beetje perplex door de repliek van mijn collega, die echt wel wat werk heeft met het kortetermijn- en langetermijngeheugen.
Het heeft volgens mij echt geen zin om hier op de bühne te zeggen dat er een open oorlog heerst. Daarnet heb ik gezegd dat dialoog belangrijk is. We moeten zelf, de magistratuur en de politiek samen, aan de slag om die dialoog te voeren. De retoriek die u aanhoudt, collega, vind ik eigenlijk niet oké en ik denk dat ik daarmee de mening van velen vertolk.
( applaus bij de meerderheid )
Bepaalde bezorgdheden vanuit de magistratuur zijn zeker terecht. Daarvoor moeten we oog en oor hebben, maar de ruis op de lijn moet weg. Van mevrouw en mijnheer de minister hoor ik dat de dialoog plaatsvindt, dat ze samen rond de tafel zitten. Dat is de weg die we moeten bewandelen. De noodkreet is aangekomen en ik heb er alle vertrouwen in, mevrouw en mijnheer de minister, dat u constructief met de magistratuur aan tafel gaat zitten en dat we in deze legislatuur (…)
Ismaël Nuino:
Que les choses soient claires: depuis le départ, l'Arizona a en effet annoncé que nous allions devoir fournir des efforts, oui, pour laisser un É tat viable aux prochaines générations. Mais je ne peux pas entendre dire ici que l'Arizona décide de sacrifier la justice. Ce n'est pas vrai! Comme pour la sécurité et la santé, depuis le début, nous avons annoncé qu'aucune économie ne serait réalisée dans la justice. C'est même un réinvestissement qui a été obtenu pour 2025.
Répétons-le: le plus grand problème des magistrats n'est pas leur pension, mais les nombreux et immenses chantiers qui ont été laissés par le précédent gouvernement. De même, plusieurs mesures qui avaient été prises ont complètement fait craquer le système carcéral. En tout cas, soyons de bon compte, ce n'est pas en trois mois que nous allons résoudre tous les problèmes de la justice. Mais les moyens et la volonté sont là. Voilà enfin un gouvernement qui prend ses responsabilités!
Khalil Aouasti:
Madame et monsieur les ministres, merci pour vos réponses parce qu'au moins on voit que, dans l'Arizona, tout est clair.
Le ministre des Pensions nous dit: "Circulez, il n'y a rien à voir! C'est comme cela, et je ne discute plus. Pas de concertation." La ministre de la Justice nous répond que, pour continuer à faire fonctionner la justice, des concertations seront nécessaires pour que, malgré tout, les audiences puissent se tenir. Nous avons ensuite Les Engagés…
Jan Jambon:
(…)
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, vous avez répondu; laissez-moi répliquer!
Jan Jambon:
(…)
Khalil Aouasti:
Ik versta wel Nederlands, mijnheer de minister. Geen probleem.
Et puis, donc, nous avons un membre des Engagés qui, lundi par voie de presse, nous a annoncé publiquement: "Je vais écrire au ministre des Pensions pour faire en sorte que les magistrats sortent de la réforme des pensions." Or ce parti nous dit aujourd'hui que le problème n'est pas la pension des magistrats, mais leurs conditions de travail. Mais alors, personne n'a jamais rien compris ici, en fait! Les travailleurs qui devaient gagner 500 euros de plus n'ont rien compris! Les magistrats qui perdent leur pension, non plus! Le monde de la justice n'a rien compris! Les Belges ne comprennent jamais rien avec l'Arizona!
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Er is inderdaad overleg en we kijken uit naar het verdere verloop daarvan. Zoals de minister van Pensioenen ook zegt, moet deze regering hervormingen doen en iedereen moet een deel ervan op zich nemen, ook de gerechtelijke wereld. Dat is niet meer dan normaal.
Er zijn natuurlijk veel problemen op het vlak van justitie, maar die zijn er niet van vandaag op morgen gekomen, die dateren uit het verleden. Ook de vorige regering heeft daar een aanzienlijke aandeel in.
Ik wens u veel succes met het verdere overleg. Deze regering investeert wel degelijk in justitie. Er komt aanzienlijk wat geld bij, zodat justitie naar behoren kan functioneren in de toekomst. Justitie is immers een kerntaak van de overheid.
Marijke Dillen:
Dank voor uw antwoord. Collega’s, om goed te werken en vertrouwen te verdienen heeft justitie nood aan magistraten die zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Dat is vandaag niet het geval en daar moet verandering in komen. De opeenvolgende regeringen hebben decennialang geen aandacht besteed aan justitie, laat staan hiervoor de nodige budgetten vrijgemaakt. Geen van de vorige ministers heeft aangevoeld hoe hoog de frustraties zaten en zitten bij de magistratuur. Deze regering moet eindelijk werk maken van een duurzaam, toekomstgericht beleid bij justitie, gekoppeld aan voldoende middelen. Daarvoor is veel meer nodig, mevrouw de minister, dan de extra’s die vandaag beloofd worden. Als er een miljard euro kan worden vrijgemaakt voor Oekraïne en vier miljard voor Defensie, dan moet dat ook kunnen voor justitie en politie.
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending 'Generatie vape'
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending over vapes
Gesteld door
CD&V
Els Van Hoof
N-VA
Lotte Peeters
Vooruit
Funda Oru
VB
Katleen Bury
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de urgente bestrijding van vapes bij jongeren, die via zoete smaakjes, illegale drugs (zoals *spice*) en misleidende marketing massaal verslaafd raken, met zware gezondheidsrisico’s (nicotine, zware metalen). Minister Vandenbroucke kondigt strengere maatregelen aan: een totaalverbod op smaakjes (behalve tabak/munt), versterkte handhaving (40.000 illegale vapes in beslag genomen), Europese lobby voor grensoverschrijdend verbod, en samenwerking met politie en Binnenlandse Zaken—maar critici (o.a. Van Hoof, Peeters, Bury) wijzen op trage uitvoering (smaakjes waren al in 2021 voorgesteld), gaten in wetgeving (herbruikbare vapes, niet-geüpdatete KB-lijst verboden stoffen) en ideologische tegenstrijdigheden (eis tot druglegalisering ondermijnt anti-vapebeleid). Kernpunt: onmiddellijke actie is nodig om een generatie te redden, maar Europese afstemming en strikt handhaven blijven knelpunten.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, 52 % van de vapende jongeren rookt sigaretten. Het schadebeperkingsnarratief van de industrie – die is ook crimineel – is een rookgordijn geworden. Een rookopstapje in plaats van een rookstopmiddel. De Pano -reportage van gisteren liegt niet. Naast met nicotine worden vapes nu gevuld met naar snoep smakende drugs. Een hele generatie wordt onder onze ogen langzaam verslaafd en vergiftigd.
Ik vraag het namens cd&v al vijf jaar. Ik heb in 2021 een wetsvoorstel op tafel gelegd om de smaakjes te beperken tot maximaal drie, zonder die aantrekkelijke zoetigheid. De Stichting tegen Kanker, Kom op tegen Kanker, de Belgian Respiratory Society, allemaal zijn ze voorstander.
Mijnheer de minister, soms zijn gezond verstand, pragmatisme, en ook het voorzorgsprincipe beter dan een voorzichtig wetenschappelijk advies dat we in 2022 mochten ontvangen van de Hoge Gezondheidsraad. Hoelang wachten we nog? We moeten weer wachten op een advies. Ik heb adviezen over mijn wetsvoorstel gevraagd.
U wou vorig jaar de inspecties versterken en de sancties opvoeren, maar wat zien we? Cannabisvapes, spicevapes, wegwerpvapes. Eraan geraken is letterlijk kinderspel.
Ik hoop dat het u vandaag echt menens is. Mijnheer de minister, wat zult u nu doen, wat zult u vandaag doen, om onze jongeren te beschermen tegen vapen?
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, we hebben gisteren de Pano -reportage gezien. U gaf daar vanochtend al een reactie op in de pers. Ik ben blij te horen dat u even verontwaardigd bent als de talrijke ouders en leerkrachten die met deze problematiek geconfronteerd worden.
Onze jongeren worden steeds meer blootgesteld aan rommel in vapes. Dat moet echt stoppen. Er is al een verbod op het verkopen van wegwerpvapes, maar dat wordt dus duidelijk niet nageleefd. Het gaat over illegale rookmiddelen, waardoor we geen zekerheid meer hebben over de samenstelling van het product. Zo ligt het nicotinegehalte vijf keer hoger dan in een klassieke tabaksigaret en zitten er zware metalen in de dampen, zoals nikkel, lood en zink. Dan hebben we het nog niet over de e-sigaretten die cannabis of synthetische drugs bevatten. Wanneer drugs gecombineerd worden met een aangename fruit- of snoepsmaak weten we gewoon dat er op termijn ongelukken gaan gebeuren, waarschijnlijk ook met heel jonge kinderen.
We hebben de wet al verstrengd, maar we stellen vast dat de situatie er echt niet beter op wordt. Integendeel, het blijft een aantrekkelijk product voor jongeren door de verschillende smaakjes en het is voor jongeren nog te gemakkelijk om aan wegwerp e-sigaretten te geraken, zowel online als via dealers, maar ook gewoonweg in de winkel.
Mijnheer de minister, de regering wil overduidelijk de strijd aangaan met de vapes. U sprak deze ochtend over oplossingen, waaronder samenzitten met de politie, Binnenlandse Zaken en Europa om tot een integrale aanpak te kunnen overgaan. Ik steun die daadkracht, maar vraag mij wel af welke bijkomende maatregelen er op heel korte termijn kunnen worden genomen. De harde realiteit van een nieuwe zogenaamde 'generatie vape' haalt ons immers razendsnel in.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, men kan er tegenwoordig niet meer naast kijken en heel wat ouders worden er dagelijks mee geconfronteerd: jonge kinderen die aan de schoolpoort staan te vapen, verleid door fruitsmaakjes, felle kleuren en niet alleen verleid, maar vooral ook verslaafd.
Dat is het werk en de walgelijke tactiek van de tabakslobby. Alle waarden en normen gaan overboord om onze jonge kinderen en jongeren verslaafd te maken. Ze zetten alles op alles om onze toekomstige generaties, onze toekomst, onze jeugd te verleiden, te verzieken en verslaafd te maken. De Pano -documentaire van gisteren was wederom shockerend. Ik wil via deze weg ook de makers expliciet bedanken omdat ze gevaarlijke trends bij jongeren keer op keer onder de loep nemen, want nu blijkt dat die vapes gevaarlijke metalen en spice bevatten, een drug die even verslavend is als heroïne.
Dat zou ons allemaal moeten verontrusten, want we weten ondertussen allemaal wel hoe schadelijk vapes zijn voor jonge mensen, maar dit is gewoon hallucinant en onaanvaardbaar. Bovendien trappen steeds meer jonge kinderen in die val.
Mijnheer de minister, u hebt de voorbije jaren heel wat inspanningen gedaan en ook komaf gemaakt met de vele valstrikken van de tabakslobby, maar toch blijven zij ook innoveren en manieren zoeken om onze kinderen en jongeren te verleiden en verslaafd te maken. U hebt als eerste in Europa wegwerpvapes, lampjes en smartvapes verboden en ook een einde gemaakt aan de online verkoop van vapes, maar toch.
Voor Vooruit is de gezondheid van onze kinderen en jongeren essentieel. Ik heb dus maar één vraag voor u, mijnheer de minister. U hebt al heel wat belangrijke stappen gezet, maar wat zult u nog doen om onze kinderen en jongeren te beschermen tegen de gevaren van vapen en roken? Dank u wel.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, de Panoreportage legde een schokkende realiteit bloot. Minderjarigen dampen synthetische drugs, verpakt als fruitige vapes en verhandeld via sociale media. Het gaat niet enkel over klassieke cannabis of nicotine, maar ook over 'spice', een chemisch gemanipuleerde stof die tot vijftig keer krachtiger is dan THC en even verslavend is als heroïne.
Deze producten circuleren zonder etiket, zonder controle en waarschuwing. Artsen herkennen ze niet, ouders weten van niets en kinderen storten in. Dit alles gebeurt onder uw bevoegdheid. U bent als minister immers bevoegd voor het koninklijk besluit van 1997 dat de lijst van verboden stoffen vastlegt.
U verbiedt graag van alles en nog wat, maar sinds de Europese waarschuwingen van 2022 hebt u geen enkele aanpassing gedaan. Het Europees waarschuwingssysteem meldde in 2022 alleen al 24 nieuwe synthetische cannabinoïden. Ondertussen inhaleren jongeren deze stoffen zonder dat u enige actie ondernam. Waarom hebt u daar de voorbije jaren niets aan gedaan? Zult u dat KB nog actualiseren? U bestempelt cannabis in vapes terecht als gevaarlijk, maar waarom verbiedt u dan niet consequent softdrugs in plaats van ze te legaliseren?
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de documentaire van gisteren heeft nogmaals duidelijk gemaakt dat vapes ongezonde en gevaarlijke producten zijn, die eigenlijk gewoon de wereld uit moeten. Daar zijn we ook mee bezig. Het gaat immers om een criminele industrie die een nieuwe generatie van kinderen en jongeren aan nicotine verslaafd wil maken. We moeten alles uit de kast halen om dat te stoppen.
Wij zijn daarmee al begonnen. Wat de producten betreft, hebben we allerlei tierlantijntjes, lichtjes en versieringen verboden. We waren ook de eerste in Europa om wegwerpvapes te verbieden. We hebben ook maatregelen genomen om vapes uit het zicht te halen, want zien roken doet roken. Eind december hebben we een rookverbod ingevoerd, ook voor vapes, op allerlei plekken waar kinderen en jongeren komen, van speelpleinen tot attractieparken en dierentuinen. Sinds 1 april van dit jaar is er ook een uitstalban voor vapes van toepassing. Vapes mogen gewoonweg niet meer in winkels uitgestald worden; ook dat is belangrijk.
Ik denk dat we verder moeten gaan en ik hoop op uw enthousiaste steun wanneer wij het vapen en het roken van klassieke tabaksproducten op terrassen zullen verbieden. Naar mijn opinie is dat echt nodig, want we moeten dat uit het zicht halen van kinderen en jongeren en van mensen in het algemeen.
Iedereen is er vandaag van overtuigd dat we ook de smaakjes moeten aanpakken. Die smaakjes zijn nergens goed voor. Kinderen en jongeren inhaleren nicotine en drugs met de smaak van aardbeien, appels en wat weet ik nog allemaal. Andere ingrediënten zijn pesticiden, nikkel, lood, allerlei zeer ongezonde en gevaarlijke producten. We moeten eerlijk toegeven dat de meningen daarover geëvolueerd zijn. De Hoge Gezondheidsraad adviseerde destijds dat de smaken behouden konden blijven. Ook bij de organisatie Kom Op Tegen Kanker denk ik dat de meningen geëvolueerd zijn. Filip Lardon bijvoorbeeld was vroeger voorstander van het behoud van de smaakjes, maar zegt nu uitdrukkelijk dat ze verboden moeten worden. Ook mijn mening is in die zin geëvolueerd. Ik denk dat we de smaakjes werkelijk volledig moeten verbieden.
Dat verbod zijn we nu aan het uitwerken. Daarbij kunnen we kiezen voor het Deens model, waarbij naast tabaksmaak nog muntsmaak bestaat met het oog op rookstop, ofwel voor het Nederlands model met alleen maar tabaksmaak. Dat zijn we aan het bekijken. Het is technisch niet zo eenvoudig. Ik wil zo snel mogelijk een dossier klaar hebben met een efficiënte en gemakkelijk hanteerbare oplossing en dat dan voorleggen aan Europa.
Ondertussen moeten we inderdaad inzetten op handhaving. We doen dat ook. Mijn inspectie is elke dag op stap. Terwijl we hier debatteren, zijn mijn inspecteurs op stap. We hebben in het eerste trimester van dit jaar 40.000 illegale vapes in beslag genomen. We hebben vorig jaar 6.000 webpagina's gesloten. We doen aan mysteryshoppen waarbij mijn inspecteurs zich als kopers van aanbiedingen op Snapchat voordoen en dealers betrappen. We voeren dus actie en mijn inspectie verricht uiterst goed werk.
De grote moeilijkheid is echter dat men de kwestie Europees niet geregeld kan krijgen, indien men niet in alle landen hetzelfde doet. Helaas zijn er nog heel wat landen waar onlineverkoop is toegelaten, ook rondom ons. De strijd moet, met andere woorden, ook Europees worden gevoerd. Ik heb een tijdje geleden een hele zak vapes meegenomen naar een Europese vergadering waar ik aan al mijn collega’s bevoegd voor volksgezondheid en aan de Europese Commissaris heb getoond wat vapen is: verleidelijk maar levensgevaarlijk. We hebben met elf landen een brief gericht aan de Europese Commissaris waarin we vragen eindelijk werk te maken van de beloofde wetgeving die grensoverschrijdend verkeer en onlineverkoop van die producten in heel Europa verbiedt. De strijd moet dus op Europees niveau worden gevoerd. Wat mij betreft, is die strijd zeer belangrijk.
Ondertussen moeten we inderdaad ook de samenwerking met de politie versterken. Er vindt overleg plaats met de Vaste Commissie van de Lokale Politie. Ook met mijn collega van Binnenlandse Zaken moet ik nagaan wat we bijkomend kunnen doen om al die illegale producten aan te pakken. Inderdaad, alle producten waarover het gaat – ik verbaas mij over uw betoog, mevrouw Bury –, zijn illegaal van het begin tot het einde; ze zijn allemaal verboden. Daarover bestaat geen enkele twijfel. De vraag is hoe we dat verbod zullen handhaven. Ik zal de strijd daartegen voeren, tot die producten uit de wereld zijn. Dat zijn we verplicht aan onze kinderen en jongeren.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, de acties en de maatregelen die u voorstelt zijn goed, maar hopelijk zijn ze niet too little too late . Wij hadden inderdaad geen Panoreportage nodig om het vast te stellen. We hadden al iets kunnen ondernemen in 2021. Ik heb vandaag de lijst nog eens bekeken. Die bestaat uit 300 pagina's met producten die we aanvaarden in België. Stuur de inspectie maar eens op pad om dat allemaal te controleren. We hebben het te ver laten komen. Als u het Parlement zijn werk had laten doen, waren de smaakjes nu al beperkt. Dat is de realiteit, die wil ik ook even hier onder ogen brengen. Kom Op Tegen Kanker, Stichting Tegen Kanker en alle andere organisaties hebben het gevraagd.
Ondertussen wordt de sector slapend rijk. In 2025 winnen dergelijke bedrijven 10 miljard euro in Europa op de kap van de gezondheid van onze jongeren. Het is tijd voor actie. Het is tijd voor een lik-op-stukbeleid. Onze jongeren en onze ouders zullen er wel bij varen.
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, u sprak onder andere over Europese samenwerking. Die is noodzakelijk om die onlinehandel in wegwerpvapes aan banden te kunnen leggen. Het gaat echter natuurlijk niet over die digitale handel alleen. Uit de reportage bleek bijvoorbeeld dat winkels hier in Brussel begin deze maand, na drie inspecties van de FOD Volksgezondheid, nog steeds wegwerpvapes aanboden. Dat gebeurt recht onder onze neus. Dan is dat onlineverkoopverbod alleen niet voldoende. Er dienen nog meer controles in winkels te komen. Wij verwachten ook effectieve sluitingen van hardleerse handelaars die zich niet aan die regels houden.
Verder moet er in een versneld tempo werk worden gemaakt van dat verbod op smaken of aroma's in vapes. Hoe minder aantrekkelijk het product is, hoe minder interessant het is voor onze jeugd. Dat is correct. De situatie is zo urgent dat hieraan echt prioriteit moet worden gegeven.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijk antwoord en de duidelijke inspanning om deze producten uit de wereld te helpen. Collega's, Vooruit zal altijd de kant van onze jongeren en hun gezondheid kiezen. Daarom laten we dit vandaag zeker niet los. We moeten de strijd tegen de tabakslobby samen blijven voeren.
Het is goed dat u gaat overleggen met Binnenlandse Zaken en politie om dit probleem aan te pakken. Het is ook goed dat u dit op de Europese agenda blijft zetten. Dat is nodig in het belang van al onze kinderen en jongeren, voor het beschermen van hun gezondheid. Ik reken erop, en samen met mij veel andere bezorgde ouders, dat u deze strijd blijft opvoeren, mijnheer de minister.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, het gaat wel degelijk ook over opvulbare, herbruikbare vapes waarin een flesje spice kan worden gedruppeld. De herbruikbare vapes zijn niet verboden. Wat u zegt, klopt dus niet. Ik heb u ook niets horen zeggen over het KB. Dat is een belangrijke vraag, maar u zegt daar niets over. Ondanks Europese waarschuwingen tegen de nieuwe gevaarlijke synthetische stoffen sinds 2022, hebt u jarenlang niet ingegrepen. Nu voert u campagne voor een totaalverbod op vapes, maar tegelijk pleit uw partij voor de legalisering van drugs. Dat is geen consequente gezondheidsstrategie. Dat is ideologische schizofrenie. Het is niet meer dan dat. U moet niet verbaasd zijn, wanneer u het gevaar van cannabis relativeert, over de opmars van synthetische rotzooi. Uw partij zaait verwarring.
Het jaarverslag van de federale Ombudsman en de geboden ondersteuning bij administratieve procedures
Het jaarverslag van de federale Ombudsman
Jaarverslag federale Ombudsman, ondersteuning procedures
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de noodzaak van een "recht op fout" en empathischere administratieve vereenvoudiging, aangekaart naar aanleiding van het jaarrapport van de federale Ombudsman dat 9.112 dossiers van gefrustreerde burgers en ondernemers blootlegt. Minister Van Peteghem belooft concrete stappen—zoals een centraal meldpunt bij BOSA, heldere taal in wetgeving en praktische begeleiding—om complexiteit te verminderen en menselijke fouten (geen fraude) zonder automatische sancties te behandelen, met focus op kleine, impactvolle drempels en tijdelijke oplossingen waar vereenvoudiging onmogelijk is. Oppositie (Dethier, Grillaert) benadrukt dat toegankelijkheid en vertrouwen in de overheid centraal moeten staan, zonder sociale ongelijkheid te versterken, en verwacht snelle, gerichte deregulering in plaats van symbolische maatregelen. Alle partijen steunen het principe dat fouten menselijk zijn en pleiten voor een cultuurverandering in de overheid, met nadruk op pragmatisme en samenwerking.
Simon Dethier:
Monsieur le ministre, qui n'a jamais commis une erreur dans ses démarches administratives? Qui n'a jamais ressenti un sentiment d'injustice face à une sanction disproportionnée pour une erreur fortuite?
La simplification administrative est devenue un enjeu pour tous. En effet, la complexité de nos administrations, de nos législations, de nos institutions mais aussi parfois le manque d'empathie dans la mise en œuvre des règles peuvent mener à des situations inextricables.
Ces difficultés ont des conséquences négatives et concrètes sur le quotidien des citoyens, des associations et des entreprises. Le rapport annuel du Médiateur fédéral, publié hier, met en lumière une réalité que beaucoup de nos concitoyens connaissent bien.
Dans un environnement administratif devenu très complexe, il est facile de se tromper: un formulaire mal rempli, une approximation dans les calculs d'une échéance ou une règle mal comprise. Ces erreurs ne sont généralement pas intentionnelles mais traduisent souvent des difficultés face à des procédures trop complexes.
Pour beaucoup, ces démarches sont d'autant plus lourdes qu'ils n'ont pas les moyens de se faire soutenir ou aider. Dès lors, un sentiment d'injustice s'installe, celui de ne pas être traité équitablement et de subir une sanction alors qu'on a simplement commis une erreur sans volonté de tricher.
À travers cette réalité, nous devons réaffirmer également que l'action publique ne doit pas accentuer les inégalités entre citoyens, notamment entre ceux qui peuvent se faire accompagner et ceux qui n'en ont pas la possibilité. Dans ce contexte, le Médiateur fédéral plaide pour la reconnaissance d'un droit à l'erreur. Il s'agit de permettre aux citoyens, aux entreprises et aux associations de ne pas être automatiquement sanctionnés lorsqu'ils commettent une erreur.
Il ne s'agit évidemment pas de banaliser des infractions ou des fraudes mais de reconnaître que face à la complexité des règles, un citoyen peut se tromper sur un détail sans mériter une sanction immédiate. Ce rapport est aussi une invitation à repenser la relation entre l'administration et les citoyens, une relation qui doit être fondée sur la confiance (…)
Leentje Grillaert:
Mijnheer de vice-eersteminister, toon begrip voor de vergissingen van de burgers. Dat staat in het meest recente jaarrapport van de federale Ombudsman. Ik ga volledig akkoord met die stelling.
Collega’s, we leven nu eenmaal niet in het meest simpele land wanneer het op regels en procedures aankomt. Ik begrijp dus heel goed dat de burgers door het bos de bomen niet meer kunnen zien. Veel regels zijn ook moeilijk te begrijpen door hun techniciteit en omdat ze soms ook wel eens in het ambtenarees zijn geschreven. De overheid mag best wat meer empathie tonen – missen is menselijk – in plaats van onverbiddelijk te straffen voor bijvoorbeeld een kleine fout die wordt gemaakt.
Begrijp mij zeker niet verkeerd. Ik wil het harde werk van de ambtenaren niet in een slecht daglicht plaatsen. Ook zij moeten werken in ons complexe systeem. Bovendien blijkt uit het jaarverslag dat burgers ook niet weten waar zij aankloppen. Heel vaak worden klachten immers onontvankelijk verklaard. Zij weten dus eenvoudigweg niet tot welke dienst zij zich moeten richten.
De boodschap van cd&v is eenvoudig. Vereenvoudig waar het kan, communiceer zo duidelijk mogelijk en begeleid waar nodig. Mijnheer de minister, ik heb voor u de hiernavolgende vragen.
Welke concrete stappen zal u ondernemen om de complexiteit te verminderen? Zal het meldpunt bij de FOD BOSA, zoals aangehaald in uw beleidsverklaring, worden opgericht? Zal u ook kijken naar het vertalen van de wet en de regelgeving in begrijpbare taal voor de gewone burger en ondernemer op officiële websites?
Ik dank u voor uw antwoord.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt vier minuten om te reageren.
Vincent Van Peteghem:
Collega’s, één zaak is duidelijk. Wij delen de ambitie om te werken aan een toegankelijke, efficiënte en menselijke overheid, waarin burgers en ondernemers geen frustraties maar wel oplossingen vinden.
Dans ce contexte, le rapport annuel du Médiateur fédéral constitue indéniablement un document de travail important. Je tiens donc à remercier chaleureusement toutes les personnes qui ont contribué à sa rédaction.
Achter die 9.112 dossiers zitten immers niet enkel honderden uren werk, maar ook duizenden burgers en ondernemers die geen andere uitweg zagen na een contact met de overheid dan een mail of een telefoon te doen naar de federale Ombudsman.
Dat is een luide alarmbel voor ons, maar natuurlijk geen nieuwe, want in de complexiteit – u hebt ernaar verwezen, collega Grillaert – van onze overheid schuilt natuurlijk reeds lang een gevaar, namelijk vergissingen van mensen die er rotsvast van overtuigd zijn dat ze wel degelijk de regels volgen en doen wat van hen verwacht wordt.
Je partage donc pleinement la conclusion du Médiateur fédéral: le droit à l'erreur et un traitement empathique vont de pair.
Een verkeerd ingevuld formulier, een verkeerd ingevuld vakje op de belastingbrief, een fout rekeningnummer bij een premieaanvraag, in 99,9 % van de gevallen gaat het niet over opzettelijke fouten.
Il ne s'agit pas de fraudes, il s'agit d'erreurs dans un labyrinthe de règles.
Dat vraagt natuurlijk aandacht van elk van ons. Digitalisering en automatisering zijn belangrijk, maar we mogen nooit de menselijke aanpak uit het oog verliezen. De controle van een dossier mag niet leiden tot een droog computer says no .
Nous devons partir de la confiance et du contexte, auxquels j’ajoute nécessairement l’empathie, car derrière chaque dossier, il y a une histoire.
Die 9.112 dossiers zijn 9.112 verhalen en voor mij als bevoegd minister ook 9.112 redenen om daadwerkelijk iets te doen aan een realistische administratieve vereenvoudiging, die voor mij over twee zaken gaat.
Premièrement, nous supprimons les obstacles administratifs en mettant l’accent sur ceux qui ont un impact tangible sur le terrain.
Ik werk dan liever 50 kleine drempels met impact weg dan 100 grote zonder impact. Daarbij zal natuurlijk dat centrale meldpunt, mevrouw Grillaert, een heel belangrijke rol spelen.
Ten tweede zorgen we er natuurlijk ook voor dat wie met een hindernis wordt geconfronteerd op een menselijke manier zal worden geholpen. We weten dat we niet elke drempel kunnen wegwerken met een vingerknip, maar we moeten er wel voor zorgen dat we tijdelijk een soort ladder aanbieden om over die drempel heen te kunnen stappen. Ook daarin zal heldere taal een heel belangrijke rol spelen.
Collègues, la tâche est ardue, mais mes contacts avec plusieurs centaines de fonctionnaires motivés me permettent d’être confiant. Je tends la main à mes collègues afin que nous puissions parvenir ensemble dans les plus brefs délais à des propositions concrètes.
Samen zullen we op die manier de ambitie voor een toegankelijke, efficiënte en menselijke overheid waarmaken.
Simon Dethier:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse et de votre intérêt pour cette question importante. Vous avez cité ce rapport très complet qui nous ouvre les yeux sur toute une série de réalités concrètes et d'histoires humaines qui se cachent derrière des procédures administratives. Je me réjouis que vous preniez cette thématique à bras-le-corps.
Mon groupe et moi-même resterons attentifs aux propositions concrètes que vous nous soumettrez en faveur d'une culture administrative modernisée, simplifiée et faisant preuve d'empathie.
Leentje Grillaert:
Mijnheer de vice-eerste minister, ik weet zeker dat u meteen aan de slag zult gaan met dit lijvige en stevige rapport van de federale ombudsman. Bij de voorstelling van uw beleidsverklaring in de commissie werd ook duidelijk dat u met opgestroopte mouwen zult kiezen voor een gerichte deregulering, niet met de botte bijl maar echt afwegen wat nodig is en wat niet, zonder afbreuk te doen aan het algemeen belang. Ik juich dat toe en ik denk dat ook de federale ombudsman dat toejuicht. De overheid mag geen logge machine worden, want dat komt het vertrouwen van de burger in de overheid zeker niet ten goede. Wij kijken uit naar de vervolgstappen.
De Amerikaanse invoerheffingen
De Amerikaanse invoerheffingen
De instabiliteit van de beurskoersen en de gevolgen ervan voor ons land en onze economische actoren
Het handelsbeleid van Donald Trump
Amerikaans handelsbeleid, invoerheffingen, beursinstabiliteit
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de Amerikaanse handelsoorlog en Europa’s reactie, met focus op België’s strategie om economische schade te beperken. De eerste minister benadrukt onderhandelingen en Europese eenheid als sleutel, steunt het uitstel van EU-tegenmaatregelen (90 dagen) en wijst op de noodzaak om eigen concurrentiekracht (MAKE 2030) te versnellen, zonder concrete deadlines. Kritiek komt van populisme-risico’s (Trump’s onvoorspelbaarheid), afhankelijkheid van de VS (energie, wapens) en de oproep tot diversificatie (Azië, Afrika) in plaats van onderwerping. Farmasector, beursonrust en Europese waarden (bv. diversiteit) blijven kwetsbare punten in het debat.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de eerste minister, collega’s, wie biedt meer, wie biedt minder of wie biedt intussen helemaal niets meer met de pauzeknop? Onze economie leek de voorbije dagen echt een tapijtenmarkt. Vergis u echter niet, de Verenigde Staten zijn gefixeerd op hun handelsbalans, willen de productie opnieuw in eigen land en menen daarvoor met de importheffingen echt de trump card te hebben gevonden. Ondertussen komt de rest van de wereld smekend en op blote knieën aan de onderhandelingstafel. Dat is mooi meegenomen.
Wij zijn nu een week later, een week na de eerste bedreigingen. De aanvallen blijven komen. Gisteren was er het bericht dat onze farmasector toch extra geviseerd zou worden. Collega’s, die sector is bezorgd. Angst en paniek zijn echter zelden goede raadgevers. ‘Never let a good crisis go to waste ’ is dat wel.
Mijnheer de eerste minister, het verheugt ons te lezen dat u dezelfde mening bent toegedaan, dat u naast de parallelle weg van de onderhandelde oplossing van de Europese Unie die bezig is, ernaar streeft om onze eigen concurrentiepositie te verstevigen en dat u hebt aangekondigd dat u wil inzetten op het verstevigen van onze concurrentiekracht en op het programma in het regeerakkoord MAKE 2030 . Dat is een heel goed idee.
Ik heb twee vragen, namelijk een vraag over de onderhandelde oplossing en een vraag over MAKE 2030 . Ten eerste, hoe staat u tegenover de onderhandelde oplossing, de nultarieven en de wederzijdse tarieven die worden voorgesteld? Hoe staat u daartegenover? Wat doet u met andere belangrijke sectoren in ons land, zoals de farmasector? Ten tweede, hoe ziet u de versnelde opstart van MAKE 2030 ? Wordt dat effectief een MAKE 2025-2030 ?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, de voorbije dagen zag de kleine belegger zijn pensioenfonds of aandelen verdampen door de grillen van populistische pyromanen. Als de mensen hun beleggings- of aandelenfonds openden, zagen ze bloedrode cijfers, namelijk -5 %, -10 % of -15 %. Het is heel duidelijk: als extremistische populisten met hun spierballen rollen, is de gewone hardwerkende man of vrouw in de straat de dupe.
Bijna 3 miljoen mensen in ons land doen aan pensioensparen. Hard werkend zetten zij een centje opzij om comfortabeler van hun oude dag te kunnen genieten. Dalende beurzen door de grillen van Trump doen deze mensen in onzekerheid leven. Ze liggen daar wakker van. Zeker in tijden van onzekerheid kijken deze mensen naar ons.
Collega's, wij hebben geen nood aan stoere machopraat. We moeten niet agressief of naïef zijn, maar wel slim en assertief. Wij moeten samenzitten, de-escaleren en de ratio laten zegevieren. De welvaart van onze mensen staat op het spel. Daarvoor is een sterk en verenigd Europa nodig, een Europese Unie die zich niet uit elkaar laat spelen door Trump. Het Europese project moet, na een project van vrede, meer dan ooit een project van economische sterkte en economische welvaart voor onze mensen worden.
Beste premier, ik ga ervan uit dat u op deze lijn zit en binnen Europa de spreekbuis wil zijn van de gedachte van Europese welvaart, die zorgt voor meer stabiliteit en voor meer veiligheid in de wereld. (…)
Voorzitter:
Bedankt, collega Van den Heuvel. Uw tijd is om.
Xavier Dubois:
Monsieur le premier ministre, la semaine passée, le président Trump a annoncé sa volonté d'imposer de manière importante quantité de pays en augmentant les droits de douane sur une série de produits, lançant ainsi une sorte de guerre commerciale qui est dommageable pour tout le monde, pour nous et pour les États-Unis également, car elle crée de l'incertitude, de l'instabilité. Elle est dommageable pour notre économie, pour nos banques, nos investisseurs, nos entreprises, nos PME, mais aussi nos citoyens.
À la suite de cette annonce, la Commission européenne a décidé d'une première réplique en imposant aussi des droits de douane pour certains produits particuliers américains, tout en déclarant qu'elle était ouverte à suspendre cette décision en cas d'accord équilibré et juste avec les Américains.
Hier, rétropédalage du président américain, qui annonce qu'il souhaite suspendre cette décision pendant 90 jours pour toute une série de pays, dont les membres de l'Union européenne, mais pas la Chine. Au vu des résultats des marchés financiers de ce matin, on pourrait se dire qu'il s'agit d'une bonne nouvelle, les bourses étant de nouveau dans le vert. Cependant, à moyen et à long terme, l'instabilité est toujours présente, ainsi que l'insécurité, puisque nous ne sommes pas à l'abri d'un nouveau revirement au niveau de la politique commerciale américaine. Et surtout parce qu'il s'agit d'une décision temporaire. Il faut continuer à discuter, à négocier pour défendre notre économie.
Monsieur le premier ministre, quelle est la position du gouvernement par rapport à cette situation instable? Quelles sont les mesures concrètes qui ont été prises pour assurer la stabilité de notre économie? Et surtout, comment la Belgique se positionne-t-elle dans ces négociations de manière concrète pour défendre notre économie?
Nabil Boukili:
Monsieur le premier ministre, la décision du gouvernement américain du 2 avril d'augmenter les droits de douane pour l'ensemble du monde est une agression internationale majeure. L'objectif de l'impérialisme américain, avec cette violence, est de soumettre les États du monde aux intérêts des Américains et de l'État américain, par la force. Le président Trump n'hésite d'ailleurs pas à s'en vanter, puisqu'il déclare que, depuis la mise en place de ces droits de douane, 70 pays sont venus, je cite, " kissing my as s". Je traduis pour ceux qui ne parlent pas anglais. Cela veut dire: "lécher notre cul".
Monsieur le premier ministre, la Belgique est-elle concernée par cette déclaration? C'est une première question.
Suite à ce léchage de derrière, l'administration américaine a suspendu les mesures pendant 90 jours pour soi-disant négocier. Nous savons qu'il ne s'agit pas d'une vraie négociation, pas plus que d'une vraie suspension, puisque les droits de douane passent de 20 % à 10 %. Il y a toujours 10 % de trop.
De plus, pour que ces droits restent à 10 %, l'Union européenne doit se soumettre et mettre un genou à terre face aux États-Unis. Elle doit acheter pour plus de 350 milliards de dollars de plus de gaz américain. Elle doit aussi acheter des armes américaines pour des milliards de dollars et d'euros, ce que nous ferons payer à nos travailleurs. Cela nous rendra encore plus dépendants des États-Unis, une dépendance qui nuit déjà beaucoup à notre économie aujourd'hui.
Monsieur le premier ministre, deux hypothèses existent et deux possibles choix se posent à nous pour faire face à l'agression américaine. Soit se soumettre et accepter les menaces américaines, soit s'ouvrir sur le reste du monde, sur le Sud global, commercer avec d'autres pays, diversifier notre commerce, notamment en Asie, en Afrique, en Amérique latine (…)
Voorzitter:
Aangezien vier collega's vragen hebben gesteld, krijgt de eerste minister vijf minuten om te antwoorden.
Bart De Wever:
Merci, chers collègues.
Monsieur Boukili, vous avez traduit l'expression " kiss my ass " en français. On vous a demandé de la traduire en néerlandais. Il est sage que vous ne l'ayez pas fait. Je déplore le langage du président Trump. Cela laisse aussi une très mauvaise impression, pour dire le moins...
Mercredi matin, à 6 h – heure belge –, minuit aux É tats-Unis, les droits de douane qu'ils avaient initialement annoncés sont entrés en vigueur. Pour l'Union européenne, cela signifiait à ce moment-là un droit de douane général de 20 % sur nos exportations vers les États-Unis , à l'exception d'une série de produits que j'ai déjà cités la semaine dernière – pour notre pays, la principale exception étant celle des produits pharmaceutiques. Entre-temps, Trump a évoqué la possibilité de le faire sur ces derniers produits. Mais, avec lui, on ne sait jamais!
Koen, u zult week na week pal moeten blijven staan op deze tribune. Ik weet dat u dat kunt.
Hier, il a à nouveau fait une annonce sur les droits de douane en général qui allaient être ramenés immédiatement à 10 %. Cela reste nettement plus élevé que la situation précédente – ce n'est donc pas une suspension totale –, mais les marchés ont réagi pour l'instant avec soulagement, considérant que c'est moins grave que prévu.
L'instabilité des marchés et la position américaine chaotique rendent actuellement impossible toute analyse d'impact à long terme de ces droits de douane. Je comprends que vous posiez des questions, mais il est impossible d'y répondre parce qu'il s'agit plutôt de suivre les choses jour après jour, voire heure après heure.
De verlaging tot 10% geldt voor alle duidelijkheid niet voor de tarieven die de VS afgelopen maand op aluminium, staal en wagens invoerden. Dus, we zijn nog ver van huis.
Als reactie op de initiële tarieven van maart had de Europese Commissie een proportioneel tegenpakket voorbereid, pakket waaraan we hebben meegewerkt en waarover er een akkoord werd bereikt. Het gaat om een pakket goederen ter waarde van 21 miljard, dat gespreid zou worden ingevoerd over drie verschillende data.
Het eerste deel van het pakket zou normaal ingaan op 15 april 2025. Maar de voorzitster van de Europese Commissie heeft zopas laten weten, met steun van alle lidstaten, dat ze de tegenmaatregelen zal uitstellen met 90 dagen. Haar boodschap daarbij luidde: "We want to give negotiations a chance." Die houding van de commissievoorzitster steun ik voor de volle 100%. Ik denk dat het goed is dat wij dus niet zijn ingegaan op de stoere kretologie van sommige fracties hier vorige week, die kreten en stoere verklaringen en maatregelen verwarren met verstandig leiderschap.
U hebt gepleit voor een koel hoofd en een verstandige aanpak. Dat is volgens mij de aanpak van Europa en die is verstandig. Ik denk ook wij nog altijd moeten proberen een zinloze handelsoorlog met alleen verliezers zo snel mogelijk te stoppen en terug te keren naar een evenwicht waarbij alle partijen beter af zijn dan voordien.
Dat is ook de boodschap die ik, zoals ik had aangekondigd, heb meegegeven aan Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. De Verenigde Staten en Europa worden eigenlijk met identiek dezelfde uitdagingen geconfronteerd. Het zou bijzonder dom zijn om die gezamenlijke problemen in conflict en verspreide slagorde aan te pakken in plaats van ze als westerse wereld samen aan te gaan. Als Europeanen zullen we dat zeker samen moeten doen. Dit is een moment om de Europese integratie snel vooruit te doen gaan. Die opportuniteit moeten we grijpen.
We kunnen alleen hopen dat dat soort wijsheid ook de Amerikaanse bondgenoten snel bereikt en hen ervan doordringt. De opening tot onderhandelingen stemmen lichtjes hoopvol. Maar we zijn er bij lange nog niet en zekerheden hebben we absoluut niet.
Tot zo lang is het vooral zaak om als Europeanen lessen te trekken uit het hele debacle, met name dat wij onze eigen interne markt zo snel mogelijk en grondig versterken en ons inderdaad openstellen voor de talloze mogelijkheden tot vrije handel met de rest van de wereld, die naar ons kijkt. Voor vrijheid en Europese welvaart!
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de premier, collega's, allemaal samen pal staan, het been stijf houden om verstandige beslissingen te nemen en daadkrachtig te besturen, dat is inderdaad wat we moeten doen. We hebben te maken met iemand die zeer graag pokert met de wereldeconomie. Het is zaak om in dat pokerspel niemand te overbluffen.
Vorige week hebben we hier een aantal andere oproepen gehoord, maar wij staan allemaal als een blok achter de onderhandelde oplossing en willen anderzijds vooral ook nagaan hoe we onze daadkracht in onze economie kunnen versterken, onder andere via de plannen die de regering op tafel legt. Bedankt om die visie in uw antwoord nogmaals te bevestigen.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, dank u wel voor uw duidelijke antwoord.
Beste collega's, uit de voorbije weken kunnen we twee grote lessen trekken. Allereerst, waar populisten en waar extremisten aan de macht zijn, is de gewone man in de straat de dupe. Zij leiden ons naar nergens. Ten tweede, het antwoord op de groeiende onzekerheid op wereldvlak door geopolitieke spanningen ligt in een meer verenigd, sterker Europa.
Ik ben heel blij, mijnheer de premier, dat u de spreekbuis wilt zijn als eerste minister van de regering en van ons land in Europa om dat verenigde Europa te verdedigen. Geen machogedrag, maar de ratio laten wederkeren om de welvaart van onze mensen te beschermen.
Xavier Dubois:
Merci monsieur le premier ministre pour vos réponses. J'entends effectivement le fait qu'il faut rester vigilant pour continuer à défendre notre économie. Je partage bien entendu cet avis.
Bien sûr, dans ces négociations, il faudra défendre notre économie et notre commerce mais il ne faudra surtout pas oublier la défense de nos valeurs. Et je pense que les tentatives des É tats-Unis ne visent pas que notre commerce mais également, notamment, l'ingérence dans les politiques de nos entreprises. L'initiative visant les politiques en matière de diversité et de protection des minorités n'est pas acceptable.
Je suis convaincu que dans vos discussions, dans vos négociations avec les É tats-Unis, vous n'oublierez pas ces valeurs pour défendre notre économie, notre démocratie et ce qui fait vraiment le sel de notre société, de notre vivre ensemble.
Nabil Boukili:
Merci monsieur le premier ministre, pour vos réponses, même si je n'ai pas eu de réponse à ma question. Vous avez déclaré que nous avons les mêmes défis que les É tats-Unis. C'est très inquiétant et très naïf parce que les É tats-Unis ne connaissent que leurs intérêts et sont prêts à sacrifier tout le monde, l'Europe y compris, pour les défendre. Je vois que vous êtes sur la même ligne que votre collègue, Mme Meloni – qui fait partie du même groupe que la N-VA au Parlement européen –, cette ligne de nous accrocher aux quelques croquettes que nous jettent les É tats-Unis, alors qu'il y a d'autres voies en Europe. M. S á nchez, le premier ministre espagnol, est aujourd'hui en Chine pour diversifier son économie, pour s'ouvrir sur d'autres horizons. Au niveau européen, je vois qu'il y a deux tendances: ceux qui utilisent leur cerveau pour évoluer et ceux qui utilisent leur langue, comme le demande M. Trump.
De impact van het federale beleid op het tekort aan verpleegkundigen
Het tekort aan verpleegkundigen
Federale beleidsimpact op verpleegkundigentaltekort
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Petra De Sutter en Nawal Farih kritiseren de beperking van werkloosheidsuitkeringen tot 2 jaar in het regeerakkoord, die zij-instromers in zorgberoepen (vooral vrouwen) en kunstenaars hard raakt, terwijl het tekort aan verpleegkundigen (10.000 vacatures, 40% minder afgestudeerden) juist om oplossingen vraagt. Minister Vandenbroucke belooft het "bekwaam is bevoegd"-principe te versnellen, de opleidingsroute via werkloosheid te behouden en alternatieven te zoeken, maar erkent dat de huidige maatregelen contraproductief zijn voor de zorgsector. Beide oppositieleiders dringen aan op concrete uitzonderingen en financiële steun (zoals de €1.000-stagiairsvergoeding) om instroom te garanderen, met Farih die samenwerking belooft als Vandenbroucke zijn toezeggingen nakomt. De vrouwonvriendelijke impact van de maatregelen en de dreigende verzorgingscrisis staan centraal in het debat.
Petra De Sutter:
Mijnheer de minister, in uw regeerakkoord staan nogal wat kleine lettertjes die niet altijd even duidelijk waren, ook niet op toetredingscongressen of in regeerverklaringen, maar ze zijn wel relevant, want ze raken mensen. Ik geef een paar voorbeelden. De pensioenmalus, waarvan deeltijds werkenden het slachtoffer zijn. Het beperken van de werkloosheidsuitkering in de tijd, die veel groepen raakt. We hoorden daarnet nog over de 55-plussers die omwille van hun leeftijd moeilijk een nieuwe job vinden en aan strenge criteria moeten voldoen om in de werkloosheid te kunnen blijven. Ook het kunstenaarsstatuut, we hebben er recent over gesproken, is cruciaal voor de sector om te overleven.
De volgende groep die het slachtoffer wordt van de kleine lettertjes in uw regeerakkoord zijn de mensen die zich in een knelpuntberoep herscholen, zij- instromers, mensen die verpleegkunde willen studeren. We kampen al heel lang met een tekort aan verpleegkundigen, zoals u weet. We kampen ook met vergrijzing en toenemende zorgnoden. Mensen krijgen niet meer de nodige zorg. De werkdruk voor verpleegkundigen neemt toe, met nog meer uitval en uitstroom tot gevolg. Het is een vicieuze cirkel. De cijfers kennen we ook. De laatste zes jaar is het aantal afgestudeerde bachelors verpleegkunde met 40 % gedaald. De voorstellen van uw regering zullen het tekort aan zorgpersoneel nog verergeren, want de geplande beperking van de werkloosheidsuitkering tot twee jaar zal ertoe leiden dat zij-instromers afhaken.
Mijnheer de minister, ik wil dit toch nog eens benoemen, alweer zijn vooral vrouwen hiervan de dupe. Eind 2022 was 83,5 % van de nieuwe zij-instromers in de zorgsector een vrouw. We hebben vandaag ook gehoord dat de echtscheidingspensioenen zullen worden geschrapt. Met al deze maatregelen vragen wij ons af hoe vrouwonvriendelijk een regering kan zijn. Mijnheer de minister, welke impact verwacht u van de beperkingen in de werkloosheidsuitkeringen op het tekort aan verpleegkundigen? Kunnen die definitief (...)
Voorzitter:
Ik herhaal nog even dat de spreektijd voor het stellen van een vraag twee minuten bedraagt.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, voor verpleegkundig personeel komen er per dag 27 vacatures bij. In totaal zoeken we op dit moment maar liefst 10.000 extra verpleegkundigen. U weet dat we met cd&v heel duidelijk stellen dat zorg een basisrecht is, zeker geen luxe. Mensen die oud worden, ziek zijn of bijstand nodig hebben, moeten in elk geval altijd kunnen rekenen op kwaliteitsvolle zorgverlening. Met cd&v hebben we al heel vaak gepleit om het principe 'bekwaam is bevoegd' te hanteren. Dat is niet enkel een taakverschuiving, het betekent dat we moeten investeren in ons zorgpersoneel, investeren in opleiding, maar ook dat we de verpleegkundigen zuurstof geven op de werkvloer om zichzelf verder te kunnen ontwikkelen. Met dat principe willen we tevens jonge talenten aantrekken naar een zorgberoep.
Al eerder is gezegd dat minstens 40 % minder studenten afstudeert in een zorgberoep. Nochtans zullen we die werkkrachten nodig hebben. In de vorige legislatuur hebben we daartoe met cd&v verantwoordelijkheid genomen door ervoor te zorgen dat studenten verpleegkunde in hun laatste jaar een onkostenvergoeding van 1.000 euro verkrijgen. Mijnheer de minister, in dat verband heb ik twee heel belangrijke vragen voor u.
Hoe snel zult u klaar zijn met het plan om het bekwaam-is-bevoegdprincipe effectief te laten hanteren op de werkvloer? Zult u uw Vlaamse collega-minister Gennez aanspreken op het feit dat ook studenten aangetrokken moeten worden tot het zorgberoep en dat zij die 1.000 euro, die we met cd&v hebben geïnvesteerd per verpleegkundig stagiair, ook implementeert?
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, tienduizenden mensen staan dag en nacht klaar om voor ons te zorgen. Wij moeten inderdaad investeren in die mensen. Wij doen dat en zullen dat ook blijven doen. De huidige regering heeft dan ook niet zomaar afgesproken dat er geld zal zijn voor een sociaal akkoord waarin de werkvoorwaarden voor het personeel moeten worden verbeterd. Wij moeten ook inzetten op het perspectief dat mensen hebben die in de zorg aan het werk gaan. Daarom gaan wij door met een heel grondige hervorming van het verpleegkundig beroep, effectief vertrekkende van de idee dat mensen moeten worden ingezet op basis van hun talenten, op basis van wat ze kunnen. Dat is de filosofie van ‘bekwaam is bevoegd’.
Mevrouw Nawal Farih, ik zal bijvoorbeeld inderdaad de hervorming die wij op gang hebben gebracht zo snel mogelijk doorzetten, namelijk toelaten dat mensen in teams taken verdelen op een soepele manier, waarbij niet te veel rekening wordt gehouden met allerlei strenge regeltjes die het werk moeilijk maken. Ik zal dat doen naast andere hervormingen die het mogelijk maken dat mensen zich concentreren op datgene waarvoor zij echt zijn opgeleid, dat mensen worden ondersteund door ondersteuners, dat mensen gemakkelijk afspraken kunnen maken met elkaar om taken te verdelen en ook dat mensen kunnen doorgroeien in hun werk. Wij moeten het mogelijk maken dat een zorgkundige kan doorgroeien naar een basisverpleegkundige, naar een verpleegkundige die verantwoordelijk is voor de algemene zorg, naar een verpleegkundig specialist of naar een klinisch verpleegkundig onderzoeker. Op die manier kunnen echt perspectieven worden geboden aan mensen met talent en ambitie om het waar te maken in de zorg. Dat willen wij.
Tegelijkertijd moeten wij er ook voor zorgen dat mensen kiezen voor die beroepen en opleidingen en ervoor zorgen dat daarvoor vele wegen open zijn. Mevrouw De Sutter, mevrouw Farih, ik wil heel duidelijk zijn. Het belangrijkste probleem waarvoor wij vandaag staan, is een ongewenst neveneffect van het beperken van de werkloosheid in de tijd voor mensen die dankzij werkloosheidsuitkeringen opleidingen volgen die tot het beroep van zorgkundige of verpleegkundige leiden. Mevrouw Farih, ik zie dat u het met mij eens bent. Dat is uitstekend. Ik beken eerlijk dat dat nu het belangrijkste probleem is dat voorligt in de federale Kamer en in de federale regering.
Collega’s, ik wil er duidelijk over zijn dat ik niet wens dat de beperking van de werkloosheid in de tijd tot gevolg heeft dat een heel mooi kanaal voor opleidingen die tot verpleegkundigen en zorgkundigen leiden, opdroogt, stilvalt en helemaal wordt geblokkeerd.
Dat moeten we absoluut vermijden. Daarom zal ik morgen in het kernkabinet ook zeggen dat we dat kanaal laten werken zoals het goed werkt om ervoor te zorgen dat mensen inderdaad die diploma's kunnen verwerven, ook vanuit een situatie van werkloosheid, of dat we een alternatieve oplossing moeten zoeken.
Mevrouw Farih, ik hoop van u dadelijk te horen dat cd&v mij morgen enthousiast zal ondersteunen in het kernkabinet, wanneer ik die vraag stel en daar ook het nodige geld voor op tafel zal helpen leggen.
Petra De Sutter:
U zult begrijpen dat, en ik verwijs naar wat mijn collega net heeft gezegd, de publieke uitspraken van Theo Francken gisteren ons heel erg verontrusten. Ik hoor van u dat u voor de uitzondering op de werkloosheid voor mensen die verpleegkunde willen studeren, zult blijven ijveren. Ik hoop dat u dat ook zult doen voor de kunstenaars. Dat debat hebben we al gevoerd. Ik hoop ook dat u morgen inderdaad in de kern op tafel zult kloppen als Vooruit om de sociale rechten van mensen te vrijwaren. Het gaat om uitzonderingen op wat jullie in het regeerakkoord hebben beslist, maar zij doen die mensen echt wel pijn. Het gaat vaak om kwetsbaren en als het over zorgberoepen gaat het heel vaak om vrouwen. Dus alstublieft, doe morgen uw werk.
Ik heb ook in het regeerakkoord gelezen dat u een statuut, dat nog verder gaat dan wat mevrouw Farih heeft aangegeven, voor verpleegkundigen in opleiding met garanties op… (…)
Nawal Farih:
Minister, wij zullen nog vrienden worden. Als u er morgen voor zorgt dat het cd&v-standpunt dat stelt dat verpleegkundigen in opleiding nooit uitkeringsverlies kunnen hebben in orde komt, vraag ik u om mevrouw Gennez te bellen om de onkostenvergoeding van 1.000 euro voor de studenten, de jonge werkkrachten die in opleiding zijn, die cd&v steeds heeft voorzien, in orde te maken. Als u dat regelt, kunnen wij zeer goede vrienden worden.
Voorzitter:
Bedankt, mevrouw Farih. Mag ik trouwens, wellicht namens vele collega's, de heer Mahdi en mevrouw Farih gelukwensen met hun huwelijk dat ze deze week hebben gesloten. (Applaus) (Applaudissements)
De door de VS opgelegde importheffingen
De verhoging van de Amerikaanse importheffingen
De Amerikaanse importheffingen
De door Trump gevoerde handelsoorlog
De reactie van België op het agressieve handelsbeleid van de VS
De Amerikaanse importheffingen
De door de importheffingen van Trump geboden opportuniteiten
De Amerikaanse douanerechten
Amerikaans handelsbeleid en -heffingen
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Trumps importheffingen (20% op EU-producten), die de Belgische economie, koopkracht en jobs bedreigen, met name in exportgerichte sectoren zoals staal en farma. Kernstandpunten: Europa moet onderhandelen met tegenmaatregelen (proportionele tarieven, versterkte interne markt) maar conflict vermijden, terwijl kritiek klinkt op Trumps protectionisme als wapen voor superrijken (tech-oligarchen) en de afhankelijkheid van de VS. Sommigen pleiten voor strategische autonomie (relocalisatie, "Made in Europe", defensie-investeringen), anderen voor globale samenwerking met slachtoffers van Amerikaans imperialisme. Eindpunt: Europa’s eenheid en economische soevereiniteit zijn cruciaal, maar concrete actie ontbreekt.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de eerste minister, extremen bedreigen onze welvaart, dat wordt vandaag nog eens goed duidelijk. De energiecrisis die Poetin ontketende toen hij Oekraïne binnenviel, staat nog vers in ons geheugen. We voelden de effecten onmiddellijk met torenhoge energiefacturen. In veel huizen ging de verwarming lager of zelfs uit.
Ook vandaag zien we tot wat extreme denkbeelden leiden: een ware handelsoorlog, die onze koopkracht bedreigt en onze prijzen zal doen stijgen. Onze staalindustrie kreeg al klappen en nu valt Trump heel Europa en ook de rest van de wereld aan met hoge importtarieven, voor de EU maar liefst 20 % op alle producten.
Dit raakt ons allemaal direct. Voor Vooruit is het dan ook heel duidelijk: we moeten onze mensen en bedrijven zo goed mogelijk helpen, net zoals we dat deden tijdens de energiecrisis. Ook toen namen we maatregelen om de koopkracht van de mensen te beschermen.
De Europese Commissie staat klaar met tegenmaatregelen, maar benadrukt ook het belang van blijven onderhandelen. Mijnheer de eerste minister, deze handelsoorlog zal een direct effect hebben op de koopkracht van iedereen. Mensen rekenen op een sterke overheid.
Zult u met Europa in gesprek gaan om te kijken hoe we onze koopkracht en onze jobs kunnen beschermen?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, het is niet langer wachten op het spelletje Hoger, lager van Trump: het is hoger geworden. Vanaf nu is Liberation Day het symbool van de ware America first -politiek, die de portefeuille van onze ondernemers en onze mensen doet bloeden.
De effecten daarvan zijn dramatisch voor Europa en voor de hele wereld. Collega's, ze zijn echter ook dramatisch voor Amerika en de Amerikanen zelf. Dat is voor ons nog eens heel duidelijk het bewijs van hoe nefast populistische extremisten kunnen zijn voor de gewone man en vrouw in de straat eens ze aan de macht zijn.
In ons land zijn er heel wat sectoren, zoals de farmasector, waarvoor Amerika heel erg belangrijk is. Elke dag werken mensen en bedrijven samen met Amerikaanse bedrijven en die Amerikaanse bedrijven werken ook heel graag samen met ons. Zij doen hun best en het is dan ook onbegrijpelijk dat een Amerikaanse president dit allemaal op het spel durft te zetten.
De vraag is echter welke reactie wij hebben. Speak softly and carry a big stick , dat moet het devies zijn. We moeten onderhandelen, maar als Trump niet luistert moeten we ook tegenmaatregelen durven nemen. Een goede trans-Atlantische samenwerking is in het belang van Europa. Het moet niet zozeer een anti-Amerikaans verhaal worden, het moet een pro-Europees verhaal worden om onze Europese interne markt te versterken en komaf te maken met de belemmeringen en onnodige regeltjes die de Europese handelsroute belemmeren. Ook onze extra 17 miljard euro aan defensie-uitgaven moeten in Europa worden besteed. Meer made in Europe is voor cd&v the way to go .
Beste premier, ik ga er vanuit dat u deze lijn mee zult bewaken en dat u ook een taskforce zult oprichten (...)
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, toen ik gisteravond naar het livebetoog van president Trump luisterde over de importheffingen die de Verenigde Staten zullen heffen, overviel mij een ongemakkelijk gevoel. De supersonische snelheid waarmee de regering-Trump de heffingen wil laten ingaan, maar ook het gebrek aan logica bij de berekening ervan tarten alle verbeelding.
Wij staan dus voor enorme uitdagingen. De Verenigde Staten zijn een van de belangrijkste handelspartners van België. Na de Europese Unie zijn zij zelfs de belangrijkste partner. België, maar zeker ook Vlaanderen, is een heel exportgerichte regio. De heffingen zullen onze regio en ons land dus veel geld kosten. Minder export betekent minder omzet, minder winst, een lagere tewerkstelling en minder groei. Met andere woorden, minder export betekent lagere inkomsten uit belastingen op arbeid en op winst van de bedrijven voor de overheid en veel hoge kosten voor onze eigen bevolking. Volgens VOKA zouden de maatregelen de Belgische economie ongeveer 12 miljard euro kosten.
Moeten wij de demarche van de regering-Trump beschouwen als een onderhandelingspoging van die regering of is het haar werkelijk menens?
Wordt er een spiegelbeeld aan maatregelen getroffen door de Europese Unie? Er was reeds een pakket tegenmaatregelen voorzien op 13 april 2025. Dat pakket lijkt echter nu al achterhaald. Zo snel gaat het tegenwoordig. Wat komt er nu? Wat kunnen wij nu doen in eigen land?
Wij willen geen inflatoire handelsoorlog starten. Zo'n oorlog kent immers enkel verliezers. Wij zijn anderzijds wel van mening dat Europa ook eens de rug mag rechten.
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier van België, de VS hebben geen bondgenoten, ze hebben alleen belangen. Al jaren waarschuwen wij met de PVDA tegen het imperialisme van de VS, maar niemand luisterde naar ons. Wij werden hier in een hoekje als anti-Amerikaans weggezet.
‘De VS zijn de belangrijkste partners voor het verdedigen van gedeelde fundamentele waarden en wereldwijde veiligheid.’ Zo staat het in uw regeerakkoord. Het moet dus een pijnlijk ontwaken voor u geweest zijn, mijnheer de premier, als Atlantist in hart en nieren, maar het zal een nog pijnlijker ontwaken voor de gewone hardwerkende mensen zijn geweest, want de werkende mensen in Europa zullen zwaar worden getroffen. Onze industrie kreunde al onder de peperdure energie uit de VS en dat zal nu alleen maar verergeren.
De werkende klasse gaat de rekening twee keer betalen. Niet alleen verliezen zij mogelijk hun werk, als Europa meegaat in de sanctieoorlog zullen ook alle producten hier duurder worden. Trump bedreigt ook alle andere en opkomende economieën. Uiteindelijk blijft niemand gespaard, want ook voor de Amerikanen zelf is dit geen goed nieuws. Ook voor hen zullen de prijzen stijgen. Het is duidelijk wie de prijs betaalt.
Sinds de Tweede Wereldoorlog is heel onze economie op die van de Amerikanen afgestemd. Nu laten ze Europa vallen, maar laat ons het hoofd koel houden, mijnheer de premier. Laat ons de hand reiken naar de rest van de wereld, naar alle slachtoffers van het Amerikaans imperialisme, maar wel op gelijke voet.
Mijnheer De Wever, hoe zult u de werkende klasse tegen deze handelsoorlog beschermen? Reikt u de hand uit naar het globale zuiden?
Mathieu Michel:
Monsieur le premier ministre, chers collègues, depuis quelques mois, nous voguons de sidération en sidération. Il est effectivement parfois difficile de reconnaître les États-Unis, il est même permis de se demander si le libéralisme a encore cours dans ce pays. En se repliant sur eux-mêmes et en voulant imposer une vision unilatérale des relations mondiales, ils s'éloignent des fondements qui en ont fait le pays de la liberté, de l'ouverture sur le monde et aussi de la diversité culturelle.
Ce repli semble terriblement en contradiction avec les valeurs de tolérance et de progrès qui ont historiquement fait la force des États-Unis. Pire, il induit une relation d'adversité et de méfiance, qui prend de plus en plus des allures d'une nouvelle forme de guerre dont nous sortirons tous perdants, et certainement en Belgique.
Monsieur le premier ministre, disposez-vous déjà d'une première estimation de l'impact direct et indirect des mesures sur l'économie belge, nos entreprises et notre emploi, des secteurs d'activité les plus affectés, mais aussi de la manière dont nous pouvons davantage soutenir nos entreprises en matière de compétitivité?
Il est essentiel que nous travaillions avec l'Europe pour apporter des réponses efficaces et pertinentes, à la fois en termes de négociations avec les États-Unis, de contre-mesures, aussi non tarifaires; mais également via de nouveaux accords à réaliser. On ne répétera jamais assez à quel point les traités de libre-échange sont ce qui nous protège le mieux de ce genre de dynamique.
Enfin, notre unité est indispensable en la matière. Comment allons-nous négocier ensemble pour peser collectivement, au-delà même des 27, sur les discussions à avoir avec les États-Unis?
Meyrem Almaci:
We horen hier iedereen over elkaar buitelen, moord en brand schreeuwend over hoe dom deze handelsoorlog is, maar het zou wel eens kunnen dat er een methode zit in de waanzin. Miskijk u niet in de retoriek in de Rozentuin, maar kijk naar wie belang bij dat alles heeft. Follow the money .
Trumps focus op het opleggen van heffingen aan de wereld is veel minder gedreven door handelsoverwegingen, maar vooral vanuit het eigenbelang van een zeer select clubje superrijken. De invoerheffingen worden daarbij gebruikt als een onderhandelingstactiek om staten rond de tafel te dwingen. Die superrijken rond Trump hebben namelijk knarsetandend gezien hoe 38 OESO landen een minimumbelasting voor multinationals hebben beslist. De techboys hebben gezien dat er een AI-act van kracht is in Europa. Ze zien en ze voelen aan hun water dat de digitaks eraan komt. Daar zijn ze niet van gediend en dus gaat Trump all-in. Hij weet zeer goed dat die handelsoorlog overal ter wereld onder de bevolking slachtoffers zal maken, maar hij is bereid dat te doen, louter om zijn clubje te helpen.
Mijnheer de premier, voor mij is het eenvoudig. Achter die handelsoorlog staat een losgeslagen 1 % die geen enkele democratische belemmering wil. Het is de walgelijke wetteloosheid van een groepje gigarijke mannen, de tech-oligarchen die vinden dat de wereld naar hun pijpen moet dansen en die de rest van de wereld als hun digitale lijfeigenen zien. Het is die groep die de belastingen ontwijkt. Het is die groep die verkiezingen manipuleert, AfD in Duitsland. Het is die groep die op hun platformen vrijelijk haat laat verspreiden tegen vrouwen, tegen minderheden, om voor hun eigen gewin mensen tegen elkaar op te zetten.
Europa heeft nu de kans om voor haar democratische waarden op te staan en duidelijk te maken dat die agenda niet zal passeren. Mijn vraag is dus heel simpel. Zult u in de onderhandelingen namens ons land eisen dat Europa elke uitholling van de OESO-minimumbelasting en de digitaks zal blokkeren? Want we tolereren geen race to the bottom, niet op vlak van democratische rechten en niet op vlak van rechtvaardige belastingen.
Simon Dethier:
Monsieur le premier ministre, à chaque crise son opportunité! L'augmentation des droits de douane et la guerre commerciale lancées par les États-Unis remettent en question les principes de fonctionnement du commerce international. Cela aura un coût économique important pour les entreprises et pour les citoyens, des deux côtés de l'Atlantique. Bien avant ces taxes, la majorité a décidé de prendre ses responsabilités, d'agir pour améliorer le quotidien et d'avoir le courage de changer notre société. Nous pouvons et nous devons développer notre pays et l'Europe sur la base de nos propres forces, en affrontant les nombreuses menaces.
Parmi ces menaces, la guerre commerciale nous force à nous détacher de nos pratiques du passé. Par ailleurs, nos pratiques sont également bousculées par la nécessaire lutte contre le changement climatique, et les enjeux peuvent se rejoindre. Les menaces sont là, mais c'est une opportunité pour encourager le développement des circuits courts, du commerce local, de la souveraineté de nos territoires, et le développement d'une industrie européenne forte qui crée de la valeur. Nous devons défendre une Europe cohérente, simplifiée mais ambitieuse, qui favorise la consommation durable, locale et souveraine, notamment en taxant les biens importés qui détruisent notre santé, notre cadre de vie et notre environnement.
Monsieur le premier ministre, je vous invite à agir avec conviction en ce sens. Dans cette guerre commerciale, comment comptez-vous agir avec cohérence pour la souveraineté de nos territoires, en lien avec nos engagements climatiques? Si la transition est une opportunité économique pour de nombreux acteurs, comment le gouvernement va-t-il développer notre territoire, soutenir les entreprises, le pouvoir d'achat, le commerce et les industries dans ce contexte économique?
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, Moi, le reste du monde et les 15 salopards , c'est le titre qu'on pourrait donner à la guerre commerciale menée par Trump. Dans ce mauvais film, en tant que membre de l'Union européenne, nous faisons malheureusement également partie de ces 15 salopards. Mais nous ne sommes évidemment plus à une insulte près.
Après s'être retiré de l'OMS, après avoir trahi ses alliés en Ukraine, après avoir menacé le Groenland, le président Trump lance aujourd'hui une nouvelle offensive en imposant 10 % de droits de douane sur toutes les importations et 20 % sur celles venant de l'Union européenne.
Ce n'est donc pas un jour de libération, mais un jour de plus où Trump joue aux dés sur le dos des travailleurs.
Face à cela, monsieur le premier ministre, pas de panique, mais de la fermeté. Je ne veux évidemment pas vous entendre vous lamenter sur l'impact pour nos entreprises du secteur pharmaceutique ou de la chimie, mais plutôt y voir une opportunité. Une opportunité de relancer notre industrie. Une opportunité de relocaliser notre économie, et peut-être même également de renforcer notre souveraineté industrielle.
Le 27 février, dans cette même assemblée, j'ai interrogé le ministre Clarinval. Qu'avez-vous mis en place, lui demandais-je, depuis? Pour l'instant, malheureusement, monsieur le premier ministre, je ne vois que des mauvaises réponses. Vous limitez les investissements publics de 4 à 3 %. Vous vous apprêtez à vendre des parts de Proximus et bpost. À qui? Peut-être, demain, à des fonds européens. Et vous persistez, comme un âne qui chute systématiquement sur la même pierre, à vouloir acheter des F-35, renforçant par ailleurs notre dépendance militaire.
Monsieur le premier ministre, on connaît votre admiration sans faille pour les États-Unis. Mais aujourd'hui, quelle est votre analyse de la décision de Trump? Quel sera l'impact pour notre économie? Quelle sera la riposte européenne? Et surtout, quelle sera la réponse concrète de notre gouvernement fédéral?
Bart De Wever:
Chers collègues, nous avons appris hier soir que les États-Unis allaient augmenter leurs droits de douane sur les produits en provenance de l'Union européenne mais aussi du reste du monde.
J'ai regardé une bonne partie de l'annonce du président Trump en direct et je dois reconnaître que c'était plutôt inédit. Les États-Unis relèvent leurs tarifs d'importation à un niveau qui pourrait devenir le plus élevé depuis un siècle. Pour les produits européens en particulier, un tarif général de 20 % est instauré à partir du 9 avril. Cela représente une énorme augmentation du tarif moyen actuel.
En 2024, les États-Unis étaient le principal marché d'exportation de la Belgique après nos pays limitrophes. Nous avons exporté pour environ 33 milliards d'euros vers les États-Unis, soit 5 % de notre PIB. L'impact sera donc considérable pour notre pays. Monsieur Michel, il est encore trop tôt pour le chiffrer précisément. Il est toutefois important de noter qu'à l'heure actuelle, un certain nombre d'exceptions s'appliquent au tarif général; cela concerne entre autres les produits pharmaceutiques, les semi-conducteurs et les métaux précieux. L'exception pour le secteur pharmaceutique est particulièrement pertinente pour notre pays, compte tenu de l'importance de ce secteur dans nos exportations vers les États-Unis.
Donc Koen, pas de souci pour Puurs, tu peux encore exporter ton Viagra! (Rires) .
Men kan niet alles zelf consumeren.
Contrairement à ce que nous avions craint, les nouveaux tarifs ne s'additionnent heureusement pas à ceux qui avaient déjà été introduits ou annoncés sur l'acier et les automobiles. Ce ne sont toutefois que quelques minces rayons de soleil à travers de sombres nuages car, soyons clairs, au final, c'est une véritable catastrophe pour l'économie mondiale!
Ik denk dat het ook voor de Verenigde Staten geen Liberation Day zal blijken, maar een Inflation Day, want de facto gaat het om de grootste belastingverhoging voor de Amerikaanse consumenten in de recente geschiedenis. Volgens economische waarnemers zouden de nieuwe tarieven Joe Sixpack jaarlijks duizenden dollars kunnen kosten. Ik zal hier niet opnieuw Ronald Reagan citeren, ik zou het graag doen, maar deze keer het Amerikaans adagium over handelsoorlogen dat opnieuw waarheid dreigt te worden: ‘ No one ever wins, and consumers always get screwed .’ Het valt te hopen dat de Verenigde Staten dat snel opnieuw zullen inzien en dat de ratio kan wederkeren.
Om die reden ondersteun ik de houding van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die deze week gecommuniceerd heeft en die ik vooraf bilateraal heb kunnen spreken. Logischerwijze zal er een proportioneel Europees pakket aan tegenmaatregelen worden voorzien. Maar evenzeer ondersteun ik voor de volle honderd procent haar doelstelling om zo snel mogelijk toe te werken naar een negotiated solution . Want beste collega's, het atlantisme is ouder en het is groter dan Trump en een oplossing in plaats van een conflict is in ieders belang.
Als ik sommigen hier aanhoor, kunnen ze blijkbaar niet wachten om de strijd aan te gaan. Dan denk ik dat de huidige situatie voor hen maar een aanleiding is. Répondre à la stupidité avec de la stupidité , dat is niet verstandig, collega's, maar sommigen zitten hier blijkbaar te popelen.
Ik zal dat niet doen. Dat is de boodschap die ik morgen zal overbrengen aan secretary of state Marco Rubio ter gelegenheid van zijn bezoek aan Wetstraat 16.
Ik ben natuurlijk niet naïef. Op korte termijn zal dit in dovemansoren vallen. We zullen eerst de realiteit van die tarieven moeten ondergaan, aan de twee kanten, voor men het belang van vrijhandel opnieuw zal weten te waarderen. Ik kan alleen maar hopen, samen met velen onder u, zij het niet allen, dat de Westerse wereld zal afzien van welvaartsvernietigende protectionistische waanzin.
In de tussentijd zullen we er op Europees niveau voor pleiten zo snel mogelijk werk te maken van een versterking van de interne markt. Europe is in this together, meer dan ooit. Laten we daarnaar handelen, elkaar steunen, en onze eigen competitiviteit versterken.
Het lijkt me het uitgelezen moment om als Europa assertief vrijhandelsakkoorden af te sluiten met nieuwe partners over de hele wereld, met landen die vandaag meer dan ooit naar ons kijken. Want als een grootmacht de wereld de rug toekeert, moet Europa meer dan ooit aangeven dat het open for business is .
Ik ben van nature geen optimist, maar: in the midst of every crisis lies great opportunity . Dat is hier door velen ook gezegd. Die crisis zullen we krijgen door de huidige Amerikaanse attitude. Laten we als Europeanen dus de opportuniteiten in die crisis zien en ze trachten te grijpen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.
Inderdaad, geen zonnestralen. Europa was van meet af aan bereid te onderhandelen. Maar het moet tegelijkertijd al klaarstaan om te reageren. Gaan we in dialoog of gaan we in tegenzet? Oplossingen, in plaats van conflicten, zegt u. En ik zeg: oef! Die keuze zal essentieel zijn om onze koopkracht te blijven beschermen. De Verenigde Staten zijn onze vierde handelspartner. We moeten er dus alles voor doen, voor onze jobs en voor onze gezinnen.
In Vooruit, mijnheer de eerste minister, zult u altijd een partner vinden om de koopkracht van de mensen te beschermen. Daar kunt u op rekenen. Laat de ratio terugkeren.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de eerste minister, het is inderdaad duidelijk dat we werk moeten maken van een assertief Europees verhaal. We mogen niet vervallen in een goedkoop en contraproductief anti-Amerikanisme, maar moeten een sterk pro-Europees verhaal schrijven. Wij moeten de belemmeringen tussen de Europese landen afbouwen om die importtarieven te compenseren. Ook moeten we werk maken van strategische autonomie binnen Europa, zeker ook op defensievlak.
Het gaat hier niet alleen over de farma-industrie. U gaf mij daarnet een hint, als u ook nog een beetje van dat geneesmiddel nodig hebt, kunt u mij steeds een appje sturen. Het zal direct geleverd worden, Puurs ligt niet ver van Antwerpen. Geef een belletje en het komt er snel aan.
Voor ons is het heel duidelijk, meer made in Europe is the way to go voor cd&v. Ik hoop dat u daarvan mee werk zult maken.
Voorzitter:
Hij heeft mij meegedeeld dat het aanbod geldt voor iedereen. Hij is steeds beschikbaar om zijn voorraad te delen met de collega's.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, we moeten inderdaad de Europese kaart trekken, maar als ik u goed begrijp, is het ook hoog tijd om extra door te pakken met Arizona. We moeten zo snel mogelijk door middel van arizonamaatregelen de arbeidsmarkt in België hervormen. De loonkost moet dalen voor bedrijven. De nettolonen voor de werknemers moeten stijgen. We moeten mensen aan het werk houden en ze moeten langer werken.
Collega's van dit Parlement, ik roep u op om deze maatregelen later mee te steunen. Mijnheer de eerste minister, Ik wens u heel veel succes met het uitvoeren ervan.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier van België, het is goed dat u de deur naar internationale samenwerking openzet, maar u bent eigenlijk wel super naïef als u denkt dat de VS na Trump van positie zal veranderen. De VS is geen bondgenoot meer en zal dat na Trump ook niet meer worden. Daarom moeten we de banden met de rest van de wereld nu versterken. We moeten inzetten op die internationale relaties met de slachtoffers van het Amerikaans economisch imperialisme.
U blijft de VS gewoon volgen, terwijl we vandaag zien hoe onbetrouwbaar ze zijn. Ze dienen alleen hun eigen belang en ook de belangen van hun wapenindustrie. Arizona wil nog altijd miljarden spenderen aan hun oorlogseconomie. Die F-35's zullen met onze pensioenen worden betaald. Stop daar alstublieft mee, mijnheer de premier.
Mathieu Michel:
Merci pour votre réponse, monsieur le premier ministre.
Il n'est évidemment plus besoin de rappeler à quel point l'Europe doit compter davantage sur elle-même et sur son marché intérieur. Mais surtout, nous ne devons pas répondre à l'isolement par l'isolement. Nous devons dès aujourd'hui renforcer – vous l'avez mentionné – nos coopérations internationales avec celles et ceux qui sont convaincus que le libre-échange est un vecteur de prospérité et de paix qui est essentiel pour soutenir les démocraties dans le monde. Si les é tats-Unis veulent être seuls, eh bien qu'ils le soient!
L'histoire nous a démontré que l'économie de marché et le libre-échange restent à ce jour la meilleure façon de stabiliser les relations internationales et de réduire les risques de conflits. Mais nous ne devons absolument pas oublier que dans un contexte géopolitique déjà compliqué, une guerre commerciale est excessivement tendue pour notre compétitivité. Dès lors, ce marathon qui s'est accéléré très clairement aujourd'hui ne doit pas se faire avec des morceaux de pierre en plus dans le sac à dos de nos entreprises, parce que préserver la compétitivité de nos entreprises, c'est aussi préserver le pouvoir d'achat de nos concitoyens. Alors surtout qu'elles ne soient pas les victimes collatérales de (…)
Meyrem Almaci:
Collega's, weet u wat triest is? Dat het enige wat u, en wellicht alle mensen die nu aan het kijken zijn, zullen onthouden van dit debat het grapje over een blauw pilletje is, terwijl de situatie wel wat meer ernst verdient dan dat.
Mijnheer de premier, ik heb leiderschap gemist, ook in het antwoord. Ik mis daadkracht. U kunt ontwijkend antwoorden en zeggen dat het erg zal worden, maar ik mis een premier die rechtstaat en die niet zal toelaten dat een losgeslagen autocraat onze bedrijven aanvalt en onze bevolking verarmt. Waar is die vechtlust waarmee u zult zeggen dat we de digitaks niet zullen loslaten, dat we de minimumbelasting van de OESO niet zullen loslaten? Waar is de vechtlust waarmee u zult zeggen dat we zullen opkomen voor onze democratische waarden, of het nu Rubio of een andere Amerikaan is die komt. Die daadkracht, waarmee u pal staat voor uw waarden, heb ik daarnet niet gehoord, maar grapjes, die heb ik genoeg gehoord.
Er ontspint zich een debat zonder micro tussen mevrouw Almaci en de heer Bouchez.
Voorzitter:
Mag ik mevrouw Almaci, de heer Bouchez en alle anderen vragen om aandacht te besteden aan de repliek van de heer Dethier?
Simon Dethier:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse.
La majorité demande un redéploiement de l'économie avec une attention particulière pour notre tissu économique local. Il y a une opportunité claire à utiliser la réplique en droits de douane pour avancer sur nos objectifs climatiques, locaux, d'emploi et surtout de souveraineté.
Notre réponse doit être de continuer à défendre le multilatéralisme et la collaboration. L'Europe doit montrer son unité en restant ferme sur sa souveraineté, ses principes et ses engagements.
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, la décision de Trump est un tournant. Il veut assurément extorquer des concessions à ses alliés qu'il voit désormais comme ses adversaires et votre réponse, malheureusement, n'a pas été à la hauteur. Je m'y attendais. Vous avez parlé d'accords commerciaux débridés. C'est un modèle que nous ne défendons pas. Et puis, vous avez beaucoup ironisé sur le Viagra avec le collègue du cd&v. Si cela pouvait seulement faire durcir votre discours à l'égard de Trump, ce serait déjà une belle avancée, monsieur le premier ministre. Votre fascination pour les États-Unis vous aveugle complètement. Dans ma question, je vous ai dit qu'il fallait faire de cette crise une opportunité, que l'Europe avait le talent nécessaire mais également les moyens pour répondre à cette attaque. Malheureusement, votre réponse a été faiblarde et sans ambition. Malheureusement, sur ce sujet comme pour d'autres, vous n'êtes pas à la hauteur de l'enjeu.
Het energie-eiland
De beheersing van de kosten van het energie-eiland
De toekomst van het Prinses Elisabetheiland
De mogelijke vertraging bij de bouw van het energie-eiland
Het energie-eiland
Energie-eiland Project: Uitdagingen, Kosten, Toekomst
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Prinses Elisabetheiland, oorspronkelijk bedoeld als *vlaggenschip van de Belgische energietransitie*, dreigt een financieel fiasco te worden door kostenexplosies (van 2,2 naar 7,5 miljard euro), vooral door de dure DC-verbinding met het VK, wat de energiefacturen van gezinnen (+€27/jaar) en bedrijven (tot €100.000 extra) zwaar belast. Minister Bihet pauzeerde het project om alternatieven te onderzoeken—zoals een goedkopere AC-verbinding of een rechtstreekse Nautilus-link—en eist transparantie, kostbeheersing en herziening van eerdere beslissingen om de last voor burgers en bedrijven te beperken, zonder de energiezekerheid in gevaar te brengen. Kritische stemmen dringen aan op snelle, verantwoorde keuzes (binnen weken) om investeringsonzekerheid bij windparken en vertragingen (500 dagen bij caissonbouw) te voorkomen, terwijl oppositie pleit voor een "light-versie" van het eiland of kernenergie als alternatief om de factuur te drukken.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, het Prinses Elisabetheiland werd ooit aangekondigd als het vlaggenschip van ons energiebeleid. Vandaag riskeert het jammer genoeg eerder een drijvend fiasco te worden. De kostenraming is intussen geëxplodeerd, de kostprijs zou zeker 7 miljard euro bedragen, veel meer dan de oorspronkelijk geraamde 2,2 miljard. Wie gaat dat betalen? Onze gezinnen en onze bedrijven. Er komt tot 27 euro bij op de energiefactuur van een gemiddeld gezin en onze bedrijven zullen tot honderdduizenden euro meer moeten betalen.
Collega's, de manier waarop het project wordt uitgevoerd is cruciaal, niet alleen voor de energietransitie, maar ook voor de bevoorradingszekerheid en energieonafhankelijkheid van ons land. Momenteel is er echter grote onzekerheid. De beslissing over de uitvoering van de tweede fase van het energie-eiland is uitgesteld.
Mijnheer de minister, u zult mij wellicht niet tegenspreken als ik zeg dat onze gezinnen en onze bedrijven nu nood hebben aan betaalbare en betrouwbare energie en niet pas binnen tien jaar. U erfde een complex dossier van uw voorgangster, maar nu is het aan u. Onze energiemix moet zekerheid bieden aan onze bedrijven, maar moet vooral ook betaalbaar blijven. Om onze bevoorradingszekerheid te garanderen is het heel belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over kavel 1 van het eiland.
Mijnheer de minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat de ontwikkeling van de nieuwe offshore windparken geen vertraging oploopt en dat de kosten beheersbaar blijven, zodat het beloofde vlaggenschip geen zinkend schip wordt?
Christophe Bombled:
Monsieur le ministre, le projet d'île énergétique en mer du Nord est un enjeu stratégique majeur pour l'avenir énergétique de notre pays, sa sécurité d'approvisionnement et la compétitivité de notre industrie. Il est essentiel que chaque euro investi serve au mieux l'intérêt général sans précipitation ni décision hâtive aux conséquences financières lourdes.
Vous avez souligné à juste titre que la forte augmentation des coûts initialement prévus, conjuguée aux incertitudes réglementaires et aux choix du passé, justifie une réévaluation approfondie du projet. Suspendre temporairement certaines décisions afin d'explorer toutes les alternatives crédibles et de préserver la capacité de négociation de la Belgique est une démarche de bon sens et de responsabilité. Notre priorité doit être d'assurer une transition énergétique efficace et maîtrisée en veillant à ce que les investissements ne pèsent pas inutilement sur la facture des citoyens et des entreprises. La concertation avec la CREG, la DG Énergie et Elia est essentielle pour garantir une décision éclairée, alignée sur les objectifs de déploiement des énergies renouvelables et de développement des énergies bas carbone.
Monsieur le ministre, pouvez-vous préciser les pistes à l'étude et les critères qui guideront la décision finale du gouvernement?
Voorzitter:
Er werden ook drie vragen gesteld in de commissie hierover. Zij worden toegevoegd.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor Energie. Deze week had u echter veel energie.
Wij hebben in de commissie voor Energie de wet op de kernuitstap teruggedraaid. Daar krijgt een mens energie van. U had ook nog een daadkrachtige beslissing genomen over het energie-eiland. U hebt in dat dossier namelijk terecht de pauzeknop ingedrukt. De kosten ontspoorden immers. De eigen keuzes die Elia maakte, zorgden ervoor dat de factuur ontploft. Uiteindelijk is het altijd de eindgebruiker die via zijn energiefactuur de rekening betaalt.
Mijnheer de minister, de grote vraag is echter wat er zal gebeuren wanneer u de energie vindt om opnieuw de playknop in te drukken. Het energie-eiland is immers een cruciaal dossier voor onze energiebevoorrading, voor de positie van België bij de energiebevoorrading in West-Europa, voor onze connectie met het Verenigd Koninkrijk en voor de aansluiting van de drie betrokken windparken, waarvan voor één park vandaag trouwens een lopende tender is uitgeschreven.
Die onzekerheid weegt ook op de mensen die voor die tender dossiers schrijven en willen meedingen naar de ontwikkeling van die windparken.
Mijnheer de minister, ik heb dus een heel eenvoudige vraag. Wanneer kunnen wij beslissingen van u verwachten over de playknop? Wat zullen die beslissingen betekenen? Welke richting zult u uitgaan?
Voorzitter:
De regering zal het zeker op prijs stellen dat u simpele vragen stelt.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat expliciet dat de regering uiterlijk eind maart een beslissing zou nemen inzake de bouw van de gelijkstroominfrastructuur, zeg maar het luik van de hybride interconnectie, belangrijk voor het derde lot van de Prinses Elizabethzone. Meteen zou er ook een beslissing volgen over de modaliteiten van de geplande Nautillusverbinding met het Verenigd Koninkrijk. Die beslissing is echter ‘met enkele weken’ uitgesteld. U wil vermijden dat er overhaast beslissingen worden genomen. De analyse van de verschillende alternatieve scenario's en de dialoog met de stakeholders vergen blijkbaar wat meer tijd.
Tegelijkertijd, mijnheer de minister, rijzen er nu problemen bij de ruwbouwwerken voor het kunstmatige eiland. Ik veronderstel dat het gaat over de bouw van de caissons in Vlissingen? Die bouw is toch al enige tijd bezig. Het consortium waaraan de werken gegund werden, kampt blijkbaar met extra kosten. Er zouden ook aanzienlijke vertragingen zijn. Sommigen spreken zelfs over 500 dagen extra.
Mijnheer de minister, de tijd tikt. De basisinfrastructuur van het eiland moet opgeleverd zijn voor 31 augustus 2026 wil Elia een beroep kunnen doen op 100 miljoen aan Europese middelen. Ik kom tot mijn vragen.
Welke invloed hebben al deze ontwikkelingen op de lopende tender voor het eerste windpark? Hebt u overleg met de sector over de vele ontwikkelingen in verband met het energie-eiland? Worden de potentiële investeerders, projectontwikkelaars niet stilaan wat afgeschrikt?
Voorzitter:
Het thema zou niet afgerond zijn als niet ook collega Wollants een vraag zou stellen.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, het energie-eiland, en zeker de enorme kostenstijgingen tot bijna 8 miljard euro, blijft de gemoederen beroeren. Die kosten dreigen immers te worden vertaald naar de nettarieven. Dat wil zeggen dat de elektriciteitsgebruikers dat allemaal via hun energiefacturen zullen moeten ophoesten. Bovendien komt dat bovenop de extra nettarieven die ze al sinds januari betalen, die 80 % stijging, waarover onder andere de industrie vandaag trouwens nogmaals aan de alarmbel trekt.
We weten dat dit een erfenis is van uw voorganger en wat voor een. Het regeerakkoord maakt duidelijk dat we daarover in maart een beslissing zouden nemen. We weten ook dat dit over heel veel geld gaat en ook over een aantal evoluties die op dit moment nog aan de gang zijn. Als we een beslissing nemen, moeten we meteen ook de juiste beslissing nemen. Enkele weken extra kunnen dus een heel goede zaak zijn om de juiste kant op te gaan.
Er moeten echter wel knopen worden doorgehakt. Iedereen weet dat het toevoegen van 8 miljard euro aan onze nettarieven onaanvaardbaar is. Daar kunnen we nooit mee akkoord gaan en ik ben het ermee eens dat we een aantal pistes moeten onderzoeken. Voor ons is het duidelijk dat de piste van het hertekenen van de offshore windzones, in combinatie met het ontkoppelen van de verbinding van het Verenigd Koninkrijk met het energie-eiland, waarschijnlijk de beste weg is om te bewandelen en dat we daarop moeten verder werken.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende eenvoudige vragen. Hoe zult u deze kwestie aanpakken? Hoe zult u ervoor zorgen dat de facturen voor onze gezinnen en bedrijven hiervan worden bespaard?
Mathieu Bihet:
Chers collègues, permettez-moi d'abord d'être très clair, ce qui nous occupe aujourd'hui, l'île énergétique, n'est pas un débat sur l'importance des énergies renouvelables. Cette question ne fait aucun doute. Nous sommes tous d'accord sur le fait que nous avons besoin de ce vent en mer, de capacités offshore et d'infrastructures pour transporter l'électricité jusqu'au continent.
Ce qui est sur la table aujourd'hui, c'est un dossier qui, en termes de transparence, de maîtrise des coûts mais aussi de gouvernance, a solidement déraillé ces dernières années.
Ten eerste. Wat zijn de feiten? Bij de aankondiging van de aanleg van het energie-eiland in november 2021 werd de totale kostprijs geraamd op 2,2 miljard euro. In maart vorig jaar was dat 3,6 miljard euro. In oktober werd het 7 miljard en in februari van dit jaar 7,5 miljard. Collega's, hoeveel zal het morgen zijn? De grote boosdoener is de DC-verbinding met het Verenigd Koninkrijk. Net in dat verband is er de meeste onzekerheid, is de complexiteit het grootst en zien we de sterkste kostenstijgingen.
Ik heb dat project niet ontworpen, noch opgestart. Het is echter wel onze verantwoordelijkheid geworden en we nemen de verantwoordelijkheid op. Collega's, op het moment dat we van iedereen inspanningen vragen, kunnen we die niet zomaar onder de mat vegen.
Ten tweede. Het regeerakkoord is ook duidelijk. Ik citeer: "De regering zal een beslissing nemen op basis van de overwegingen van Elia over het al dan niet toewijzen van de DC-contracten en alternatieve pistes onderzoeken, zoals een aansluiting in AC of rechtstreekse verbinding met Nautilus." Die lijn volg ik strikt.
Daarom heb ik bij mijn aantreden alle betrokken actoren samengebracht, Elia, de CREG, mijn administratie en mijn collega van Noordzee, minister Verlinden. Ik vond en vind nog steeds dat we de realiteit onder ogen moeten zien en dat we in het belang van onze burgers en bedrijven hierrond moeten samenwerken. Dat betekent dat we geen overhaaste beslissingen mogen nemen onder tijdsdruk en vooral niet zonder dat alle elementen op de tafel liggen. We willen bovendien geen factuur van miljarden euro's voor de koopkracht van onze gezinnen en de competitiviteit van onze bedrijven. We willen geen blanco cheque, want, collega's, uitstel is geen afstel. Beslissen met een open vizier is essentieel.
Troisièmement, au cours des prochaines semaines, ensemble avec ma collègue en charge de la Mer du Nord, je saisirai le gouvernement en vue de prendre une décision relative à cette île énergétique.
Concernant le retard qui a été évoqué, comme il s'agit d'un contrat entre deux entreprises cotées, il ne m'appartient pas de faire de commentaire ici. Néanmoins, notre décision sera basée sur différents éléments: les analyses techniques et économiques de mon administration, d'Elia et de la CREG et également sur des scénarios alternatifs tels qu'une connexion en courant alternatif (AC) ou une liaison directe avec le Royaume-Uni via le projet Nautilus. Nous examinerons la question sur le plan du contenu et des aspects techniques et financiers, et non pas sur la base de slogans ni de tabous, mais bien dans un souci de responsabilité, de coopération et, surtout, de bon sens.
Chers collègues, comme vous, j'ai lu dans la presse les déclarations du CEO du groupe Elia. Il a rappelé quelle était la situation avant l'été. Je suis d'accord avec M. Gustin lorsqu'il dit:
"We mogen ons echter niet laten gijzelen. Een budget dat opliep tot zowat 7,5 miljard euro, is niet aanvaardbaar."
Ce montant de sept milliards et demi d'euros, il ne le considère pas comme acceptable. Mais je partage aussi son analyse lorsqu'il dit:
"De kosten moeten redelijk zijn, maar we mogen ook niet het kind met het badwater weggooien."
Donc, je retiens deux choses. Premièrement, nous devons revoir les fondements de ce dossier. Deuxièmement, il y a un grave manquement de gouvernance dans ce dossier. Nous adoptons cette approche, mais pas uniquement dans ce dossier. Nous allons également faire en sorte que de tels dérapages ne puissent plus jamais arriver. C'est exactement ce que je suis en train de faire: mettre de l'ordre, dans l'intérêt de la société.
Mais l'île énergétique, chers collègues, est un point stratégique. Ce projet ne peut devenir le symbole d'une explosion des coûts et d'un processus décisionnel défaillant. C'est pourquoi j'opte délibérément pour la transparence, la maîtrise des coûts et surtout la responsabilité. J'opte pour le pouvoir d'achat de nos familles, la compétitivité (…)
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Extra bedenktijd kan zeker zinvol zijn. Wij hebben daar begrip voor, maar die extra bedenktijd moet dan effectief ook leiden tot duidelijke keuzes en concrete stappen. Zonder die keuzes komen er geen nieuwe windparken, geen aansluiting en dus ook geen vooruitgang.
Als de huidige onzekerheid te lang blijft aanslepen, zal dat onze gezinnen, bedrijven en investeerders veel geld kosten. Dat willen we eigenlijk niet. Cd&v wil dat dit project slaagt. We zullen elke stap blijven steunen die leidt tot de betaalbare, betrouwbare en tijdige realisatie van een goede energiemix.
Mijnheer de minister, druk nu niet op de pauzeknop, maar geef een echt startschot.
Voorzitter:
Ik feliciteer mevrouw Phaedra Van Keymolen met haar maidenspeech. ( Applaus )
Christophe Bombled:
Face à l'explosion des coûts et aux incertitudes qui entourent certains choix du passé, la seule attitude responsable est celle du pragmatisme et de la rigueur budgétaire, et certainement pas de la précipitation.
Monsieur le ministre, vous avez raison de suspendre temporairement la décision pour analyser toutes les alternatives. La transition énergétique doit être menée avec ambition mais aussi avec rigueur, intelligence économique et en tenant compte de l'évolution future de la législation sur le nucléaire.
Cependant, nous avons l'impression d'être les victimes des mensonges du passé. D'ailleurs, je commence à partager une idée qui a déjà été évoquée en commission de l'Énergie. Dans ce dossier, il est urgent de démêler le vrai du faux et de déterminer les responsabilités. Il est essentiel de faire toute la clarté, et le Parlement a un rôle à jouer. Si des erreurs ont été commises, elles ne doivent pas être répétées car on ne joue pas à la roulette avec l'argent des Belges!
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Laat uitstel geen afstel zijn. We hebben op termijn beslissingen nodig. We hebben ook die aansluitingen nodig. Anders zal de terechte strijd tegen de hoge transmissienettarieven en de hoge kosten tot minder bevoorradingszekerheid leiden. Dan zal het licht uitgaan en dat mogen we niet aanvaarden. Ik hoop u hier snel terug te zien met meer duidelijkheid, zodat we 's avonds gerust het licht kunnen uitdoen als we gaan slapen.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, als deze regering voluit voor een nucleaire renaissance gaat, dan moet u nu met uw regering in dit dossier durven door te pakken. Dat betekent, zoals uw collega Verlinden in Oostende recent zei, dat u moet gaan voor een energie-eiland light. Dat betekent inderdaad Nautilus in een rechtstreekse verbinding. Dat betekent inderdaad minder productiecapaciteit dan in de dromen van uw voorgangster. Dat betekent meteen ook minder investeringskosten en dus ook een lagere factuur voor onze gezinnen en bedrijven.
Mijnheer de minister, durf te beslissen. Ga eindelijk voluit voor nieuwe nucleaire capaciteit in dit land en reken niet al te veel op een onzeker offshoreverhaal.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Wat u in de komende weken moet doen, is zekerheid bieden aan diegenen die in dit land in offshorewind willen investeren. U moet zekerheid bieden aan diegenen die hun elektriciteitsfactuur niet verder willen zien oplopen. U moet de zekerheid bieden dat de politiek dit dossier opnieuw in handen neemt.
Het is in de vorige legislatuur onder de vorige ministers helemaal de verkeerde kant uitgegaan. Het idee is in de Noordzee gedumpt en vervolgens heeft men het laten gaan: 2,2; 3,6; 7; 7,5. Welnu, laat ons dat dossier terug vastpakken. Ik ben er zeker van dat we er samen voor kunnen zorgen dat dit de juiste richting uitgaat.
Voorzitter:
Ik sluit hierbij de vragenronde af. We kunnen overgaan tot het wetgevend werk.
Spiking
Spiking en veiligheid
Spiking
Spiking
Spiking
De nieuwe reeks verkrachtingen onder invloed van drugs
Spiking, drugs, verkrachting, veiligheid
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de spiking- en verkrachtingsgolf in Kortrijk (41+ slachtoffers, vooral vrouwen gedrogeerd met ketamine) en de structurele falen in preventie, repressie en slachtofferopvang. Politici eisen strengere straffen (o.a. verzwaring Wet-Lejeune), betere politiecontroles, laagdrempelige aangifte (digitaal/anoniem), sensibilisering (horeca, uitgaanders) en meer middelen voor zorgcentra en politie, maar kritiek blijft dat lokale besturen (Kortrijk) te laat reageerden en daders vaak ongestraft blijven door gebrek aan bewijs en capaciteit. Ministers Verlinden en Quintin beloven integrale aanpak (preventie, opsporing, opvang), maar oppositie noemt dit onvoldoende concreet zonder extra budget of snelle justitiële verbeteringen.
Voorzitter:
Ik zie mevrouw De Vreese niet. Misschien kan de heer Demon eerst zijn vraag stellen?
Franky Demon:
(…) 20 jaar en geniet volop van haar studentenleven. Ze zou zonder zorgen met haar vrienden en vriendinnen moeten kunnen uitgaan en genieten van een drankje. Ik zeg wel degelijk: zou. De verhalen uit Kortrijk tonen aan dat zorgeloos uitgaan jammer genoeg niet vanzelfsprekend is. Uit de cijfers die ik recentelijk heb opgevraagd, blijkt dat het aantal meldingen van aanranding en verkrachting na spiking in de afgelopen jaren verdubbeld is. En die cijfers geven misschien nog maar het topje van de ijsberg weer. Zorg er alstublieft voor dat mensen laagdrempelig en digitaal een aangifte kunnen doen.
Mijnheer de minister, cd&v vraagt een veiligheidsbeleid op maat van de uitgangsbuurten. Zorg ervoor dat de politie zeer laagdrempelig aanspreekbaar is. Voorzie in elke studentenstad in een studentenflik en zet alstublieft ook in op sensibilisering. Werk samen met de horeca en met het middenveld. Er zijn enorm veel goede praktijkvoorbeelden.
Voor wie zich echt niet kan gedragen, meen ik dat we keihard moeten zijn, mevrouw de minister. Maak vandaag indien mogelijk, liever dan morgen, werk van een verstrenging van de Wet-Lejeune voor daders van seksueel misbruik. Het zou onze eigen dochter kunnen zijn, of de dochter van één van de collega's. Ik heb dan ook maar één vraag. Voor cd&v is veilig uitgaan immers een absolute prioriteit. Hoe pakt u samen het fenomeen spiking aan?
Maaike De Vreese:
Ministers, walgelijk, er is maar één woord voor, het is walgelijk en ook zo extreem laf. Collega's, jonge vrouwen worden gedrogeerd om daarna aangerand, verkracht te worden. Meer dan veertig slachtoffers hebben zich ondertussen al gemeld. De omvang van die zaak in Kortrijk is gigantisch groot.
Wat moeten we daarmee doen? Ja, streng straffen, natuurlijk streng straffen. Repressie is het eerste wat in ons opkomt en de daders moeten zeer streng gestraft worden. Daarnaast doen we al zoveel zaken op het vlak van preventie. Denk bijvoorbeeld aan Ask for Angela en ook aan de app 112, die nog veel meer bekend moet geraken. Met de app 112 kunnen slachtoffers met een druk op een knop laten weten dat zij slachtoffer zijn van een incident en via gps weet de politie ook onmiddellijk waar de slachtoffers zich bevinden. Er zijn onder andere door innovatie bovendien al manieren om zelf drugs te detecteren. Een rietje in het glas kan, bijvoorbeeld, aantonen dat er drugs in dat glas zitten. Nog veel belangrijker is dat men veel meer controleert, dat men drugscontroles uitvoert in onze uitgaansbuurten.
Jongeren, ik roep u op om op elkaar te letten, voor elkaar te zorgen, samen uit te gaan en niemand achter te laten in een moeilijke situatie. Weet evenwel dat het nooit jullie schuld is. Het is nooit de schuld van het slachtoffer. Dus doe ook aangifte en zorg ervoor dat de daders er niet zomaar mee wegkomen. Probeer daartoe de moed te vinden om uiteraard andere slachtoffers te voorkomen.
Ministers, gezien de verschrikkelijke omstandigheden en ook gezien de schaal van het fenomeen en de verdubbeling van het aantal slachtoffers, hoe zult u zorgen voor de veiligheid in onze uitgaansbuurten? Hoe zult u die spiking aanpakken?
Funda Oru:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, een leuke avond verandert in een drama. Je voelt je misselijk. Je weet niet meer waar je bent. Je weet helemaal niks meer. Dat is het effect van spiking. Geen enkele vrouw wil zoiets meemaken, maar helaas is dat vandaag voor heel wat jonge vrouwen nog altijd een realiteit in het uitgaansleven, zoals vandaag bleek in Kortrijk, waar 41 en misschien zelfs meer jonge vrouwen, dochters, vriendinnen, werden aangerand, misbruikt of verkracht.
Wie denkt te helpen door die jonge vrouwen hiervan zelf de schuld te geven, heeft het mis, want iedereen, ook jonge vrouwen, hebben het recht om overal veilig te zijn, zeker ook in het uitgaansleven. Zeggen dat men zijn drankje maar beter in de gaten moet houden, is hetzelfde als zeggen dat men geen korte rokjes meer mag dragen als men uitgaat.
Laat het duidelijk zijn, het zijn de daders die we moeten viseren en niet deze jonge vrouwen. Dat is ook de reden waarom wij inzetten op de omstaandertrainingen, want alleen lossen we dit niet op. Het is aan de samenleving om ervoor te zorgen dat iedereen die zich in een kwetsbare positie bevindt, beschermd is.
Voor Vooruit is het duidelijk dat we deze daders moeten straffen en dat we ervoor moeten zorgen dat iedereen veilig is in het uitgaansleven. Heel belangrijk is ook de eerste opvang van slachtoffers, om te voorkomen dat een dergelijk drama tot een levenslang trauma leidt.
We weten allemaal dat het veel van onze politieagenten vraagt om op een uitgaansavond alle uitdagingen het hoofd te bieden, maar wij verwachten van hen dat ze een goede en deftige steun aan de slachtoffers geven. Zij hebben daar recht op. Zij rekenen dan ook op een sterke overheid en de steun aan onze agenten. Dat is voor ons de solidariteit waarop onze samenleving gebaseerd is.
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, wat zal deze regering doen om een betere ondersteuning te geven (…)
Wouter Vermeersch:
Collega De Vreese, ik hoor u graag bezig, maar er moet mij toch iets van het hart. U weet ongetwijfeld dat Kortrijk werd en nog steeds wordt bestuurd door de N-VA, de liberalen en de socialisten. Reeds in de lente van 2022 voerde mijn partij in Kortrijk actie rond spiking en waarschuwde ze voor de gevaren ervan, maar we werden weggelachen en afgewimpeld, ook door uw vertegenwoordigers. Ondertussen zijn er 41 slachtoffers en wellicht nog veel meer.
Als de politieke verantwoordelijken in 2022 kordaat hadden ingegrepen, dan konden veel slachtoffers vermeden worden. Die verantwoordelijken zitten ondertussen allemaal in dit Parlement. Mijnheer de voorzitter, ik zal geen namen noemen om geen persoonlijk feit uit te lokken, maar de fractieleider van de N-VA was op dat moment schepen. De Kortrijkzaan van de Open Vld-fractie was uitvoerend en titelvoerend burgemeester. De zelfverklaarde defensiespecialist van Vooruit was toen ook schepen.
Allemaal dragen ze een verpletterende verantwoordelijkheid. De passiviteit van hun stadsbestuur heeft slachtoffers gemaakt. Het stadsbestuur kan immers lokaal concrete maatregelen nemen om spiking en seksueel geweld tegen te gaan: striktere sancties en handhaving, verhoogd toezicht en politiecontroles, intensievere samenwerking tussen lokale politie en justitie - Kortrijk leverde op dat moment zelfs de minister van Justitie, sensibiliseringscampagnes en een betere ondersteuning van slachtoffers.
Ook federaal kan er veel meer gebeuren. Dit is immers niet louter een Kortrijks probleem. Naast preventie is het cruciaal dat de politie sneller bewijzen verzamelt. Momenteel duren de onderzoeken veel te lang, waardoor daders ongestraft blijven en slachtoffers in de kou blijven staan. Mijnheer de minister, bent u bereid om meer bevoegdheden, middelen en mensen te voorzien om spiking effectiever aan te pakken?
Voorzitter:
Ik behandel een persoonlijk feit nadat de vragen beantwoord zijn. Het komt mij voor dat elke fractie slechts één fractievoorzitter telt.
Mevrouw Eggermont, u hebt het woord.
Natalie Eggermont:
Collega's, probeer het u even voor te stellen: u gaat uit met vriendinnen, drinkt amaretto-icetea en ineens gaat het licht uit. Uw vriendinnen zoeken u overal tevergeefs. Om vijf uur 's ochtends wordt u wakker op straat, opgepakt door de politie en gearresteerd voor openbare dronkenschap. U belandt in de cel. Dat is een waargebeurd verhaal. Later bleek dat meisje het slachtoffer te zijn geworden van spiking. Ze werd gedrogeerd en daarna verkracht.
Er vielen ondertussen al minstens 41 slachtoffers in Kortrijk. Dat is nog maar het topje van de ijsberg voor heel het land. Dat raakt heel veel mensen. Ik kom zelf ook uit Kortrijk. Als vrouw moeten we bang zijn om gewoon iets te gaan drinken met vriendinnen. Ik ben ook mama, ik heb een dochter. Ik vraag me echt af in welke wereld zij moet opgroeien.
Wat mij het meest verontwaardigt is de kloof tussen de ernst van wat er gaande is en de lichtzinnigheid waarmee er daarmee wordt omgegaan. De slachtoffers worden namelijk nog altijd niet serieus genomen, collega's. Ik heb de laatste maanden verhaal na verhaal gehoord van meisjes en vrouwen die aangifte doen en hulp vragen, maar worden weggestuurd. Ze worden onvriendelijk behandeld en niet geloofd. Wist u dat een van die 41 meisjes aangifte had gedaan bij het Rode Kruis? Ze werd weggestuurd. Daarop ging ze naar de politie en werd ze weer weggestuurd.
Wat was de respons van de politiek op dat moment in november, toen we er de eerste keer over discussieerden? "Er moeten geen verdere maatregelen worden genomen", zei de burgemeester van Kortrijk. Wat was de respons van het parket? "Meisjes, zorg voor elkaar." Vandaag wordt dat hier opnieuw gezegd: "Zorg voor elkaar". Alsof het hun verantwoordelijkheid is!
Collega's, die meisjes zijn het slachtoffer. Zij moeten worden beschermd, gehoord en geholpen. De daders moeten aangepakt en gestraft worden en dat is uw verantwoordelijkheid als ministers en hoofd van de politie en justitie.
Mijn vragen zijn dus heel duidelijk. Wanneer gaat u eindelijk wakker worden? Wat gaat u concreet doen om de veiligheid van vrouwen echt de prioriteit te geven die (…)
Voorzitter:
Bedankt, mevrouw Eggermont.
Catherine Delcourt:
Madame la ministre, monsieur le ministre, c'est avec beaucoup d'émotion que j'évoque les 41 victimes, des femmes droguées et violées. Il y a 5 auteurs. Cela se passe à Courtrai.
Mais cela s'est aussi passé ailleurs. Cela s'est passé au cimetière d'Ixelles et au bois de la Cambre. J'avais d'ailleurs interrogé le ministre de la Justice précédent sur ces faits.
Quarante et une victimes. Le chiffre est glaçant. On pourrait presque toutes les connaître par leur prénom. Au fond, elles rejoignent un nombre beaucoup plus important de victimes de violences sexuelles sous soumission – hommes et femmes, d'ailleurs.
On sait que, dans ce genre de cas, il est fondamental de signaler les faits très rapidement, sinon il est difficile de détecter la substance utilisée et d'identifier les auteurs. Il est très important de réagir vite et fermement.
Monsieur le ministre, quelles actions avez-vous entreprises lorsque vous avez eu connaissance de ces faits qui se sont déroulés à Courtrai? Avez-vous pris contact avec les autorités? Des mesures concrètes ont-elles été mises en place sur le terrain pour sécuriser les lieux, pour permettre aux femmes de sortir en toute liberté et en toute sécurité?
Quelle politique comptez-vous mener par rapport à ce phénomène de violences sexuelles, et dans ce cas-ci, sous soumission? Quels conseils peut-on donner aux femmes et aux hommes qui sont victimes de ce genre d'actes et qui ne savent généralement pas ce qu'ils doivent faire? Quels conseils peut-on leur donner pour les inviter à se signaler rapidement et être pris en charge de manière globale, et pour que leur situation soit reconnue et traitée comme il se doit?
Annelies Verlinden:
Collega's, uitgaan, op café gaan en van het nachtleven genieten zou vanzelfsprekend veilig en onbezorgd moeten kunnen gebeuren. Iedereen moet zich veilig voelen om uit te gaan, zonder angst of achterdocht.
De recente berichten uit Kortrijk en eerder uit andere steden in ons land tonen helaas heel pijnlijk aan dat dat nog lang niet altijd het geval is. Tientallen vrouwen werden aangerand en verkracht nadat er clandestien drugs in hun drankje werd gedaan. Wat zij meemaakten is afschuwelijk. Bovendien heeft dat inderdaad een gigantische impact op het hele sociale leven.
Als minister van Justitie, maar ook als mens, raakt mij dat ontzettend. Ik voel mee met alle slachtoffers en alle betrokkenen. Spiking is op zich al een criminele en laffe praktijk. Als dat dan ook nog eens gepaard gaat met seksueel geweld, is dat uiteraard ronduit traumatisch. Het is vreselijk, want wie uitgaat, is geen doelwit. Seksueel geweld mag nooit gebagatelliseerd of geminimaliseerd worden.
Het gerechtelijk onderzoek naar de incidenten in Kortrijk loopt. Er zijn al vaststellingen en arrestaties gedaan. Ik heb er het volste vertrouwen in, aangezien alles in het werk wordt gesteld om alle daders te identificeren en gepast te straffen. Tegelijkertijd moeten de slachtoffers alle mogelijke ondersteuning en bescherming krijgen.
Daders moeten streng worden gestraft. Daarover bestaat niet de minste twijfel. Voor het fenomeen van spiking voorzagen we bij de herziening van het seksueel strafrecht in het bijzonder in een verzwaring van het misdrijf. Indien daders van verkrachting hun slachtoffers weerloos maken door het toedienen van stoffen, staan daar maximumstraffen tot 20 jaar op.
In een rechtvaardige samenleving volstaat het echter niet alleen om daders aan te pakken. We hebben ook de plicht om slachtoffers beter te beschermen, te erkennen en te begeleiden. Wanneer het om seksueel geweld gaat, moeten we hun noden en hun kwetsbaarheid centraal stellen in de manier waarop Justitie, maar ook onze samenleving werkt.
Jongeren geven elkaar tips om veilig uit te gaan: de hand boven het glas houden, zijn of haar drankje meenemen naar het toilet en geen drank van vreemden aanvaarden. Ze zijn goedbedoeld en soms nodig, maar we mogen nooit – dat wil ik ten stelligste onderstrepen – de verantwoordelijkheid voor veiligheid bij de slachtoffers of de uitgaanders leggen. We dragen als samenleving een cruciale rol.
Als minister van Justitie zal ik samen met mijn collega's binnen de huidige regering mijn rol opnemen. Zo blijven we investeren in de zorgcentra na seksueel geweld. We willen die inrichten in het hele land, zodat afstand nooit een aanleiding kan zijn om niet te worden geholpen. We willen ook onderzoeken hoe we de werking van die zorgcentra kunnen verbreden, om ervoor te zorgen dat ook slachtoffers van online seksueel geweld kunnen worden opgevangen. Tevens willen we de mobiele stalkingalarmen en andere technologieën verder uitrollen, zodat slachtoffers zich te allen tijde en overal veilig kunnen voelen.
Bovendien kunnen we slachtoffers pas goed beschermen als adequate sturing van daders het risico per geval beperkt. Dat gaat uiteraard over streng straffen, maar ook over samenwerken met de gefedereerde entiteiten om goed te werken aan de opvolging en begeleiding van seksuele delinquenten. Rechters krijgen bovendien de mogelijkheid om een omgangsverbod van die daders met minderjarigen op te leggen wanneer ze een hoog recidiverisico hebben. We willen ook andere maatregelen invoeren, zoals bijkomende beperking bij elektronisch toezicht, om slachtoffers nog beter te beschermen. Ook zullen we de risicotaxatiesystemen verbeteren, zodat rechters bij hun inschatting van een concreet dossier de beoordeling nog beter en adequater kunnen maken.
Zoals jullie suggereerden, willen we ook de aangiftemogelijkheden zo laagdrempelig mogelijk houden. Dat doen we onder meer door online aangifte mogelijk te maken via Police-on-web. Op die manier kan bovendien anoniem aangifte worden gedaan. Vele slachtoffers willen immers dat het stopt en dat daders niet kunnen hervallen. Daarom zullen we samen ook werken aan een veilige uitgaansbeleving. Ik werk samen met collega Quintin aan een gecoördineerde aanpak met politie en parket.
Het is ook een breder maatschappelijk probleem, dat we samen in handen moeten nemen. Daarom is preventie belangrijk. U sprak al over Ask for Angela en de campagne Appelle Alice . We moeten dergelijke acties blijven doen en feestvierders ook aanzetten om te zorgen voor elkaar, niet omdat zij hun verantwoordelijkheid moeten nemen, maar wel omdat we absoluut voor hun veiligheid willen zorgen. Zorg dragen voor elkaar moeten we samen doen. Het gaat over respect. Het gaat over opvoeding. Het gaat over hoe we met elkaar spreken en omgaan, hoe we zorg dragen voor elkaar, thuis of online, maar zeker ook bij elke feestgelegenheid.
Het zou heel mooi zijn mochten we de feesten en festivals komende zomer zorgeloos tegemoet kunnen treden. (…)
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers, sta mij toe te beginnen met het volgende heel duidelijk te stellen. Deze feiten in Kortrijk en overal in België, zijn onaanvaardbaar en verdienen onze en ook mijn strengste veroordeling. Waarvan akte.
De strijd tegen drugs is mijn topprioriteit. Het regeerakkoord en mijn beleidsverklaring waren duidelijk. Er is geen plaats voor dergelijke criminelen in onze samenleving. U kent de rode draad van mijn politiek op het vlak van druggebruik. We moeten zowel de gebruikers als de producenten van drugs aanpakken, ook in ons land.
Ketamine is sinds de jaren '90 aanwezig in Europa. Volgens het European Union Drugs Agency wordt de meeste in beslag genomen ketamine geïmporteerd uit India, Pakistan en China.
Il n'existe actuellement aucune réglementation européenne uniforme, ce que je déplore. Cela constitue un défi pour la politique européenne en matière de drogue et sa mise en œuvre.
La Belgique a inscrit les questions relatives à la kétamine à l'ordre du jour du programme EMPACT d'Europol dès 2023.
Uit een onderzoek van Sciensano blijkt dat ketamine in de top 4 staat van meest gebruikte drugs, naast cannabis, cocaïne en MDMA. In Kortrijk zou het gaan om spiking waarbij slachtoffers met ketamine zouden zijn verdoofd. Volgens de politie is er ook sprake van zedenfeiten, tegen de wil van slachtoffers in. Er zijn minstens 41 slachtoffers geïdentificeerd, van wie het merendeel vrouwen. De politie heeft inmiddels vijf verdachten opgepakt.
Si la drogue peut être obtenue facilement et à bon marché, il devient plus facile de commettre des délits tels que les délits moraux graves et le dopage. Le slogan du commissariat national aux drogues offre une stratégie claire à cet égard. Lorsque nous misons sur l'offre et brisons le modèle de gain des criminels, nous avons un impact sur les victimes de la criminalité liée à la drogue et sur la consommation des drogues telles que la kétamine.
Een groot struikelblok bij spiking is de bewijslast. Snel reageren is cruciaal, want sporen van drugs verdwijnen vaak al na zes tot acht uur uit het bloed en na twaalf uur uit de urine. Daarom is het cruciaal dat slachtoffers zo snel mogelijk naar een ziekenhuis gaan voor een bloedonderzoek en aangifte doen, zodra er vermoedens zijn van spiking, om een strafonderzoek te starten.
Ce sont des conseils que nous donnons déjà aux victimes et que nous devons amplifier.
Het recent ontwikkelde rietjessysteem aan de hogeschool UCLL in Leuven kan een belangrijke bijdrage leveren aan meer waakzaamheid en weerbaarheid bij potentiële slachtoffers. Het is belangrijk dat we dit soort technische hulpmiddelen aanmoedigen – ik doe dat – maar tegelijkertijd moet het duidelijk blijven, zoals u en mijn collega hebben gezegd, dat de verantwoordelijkheid nooit bij het slachtoffer ligt, nooit. Enkel en alleen de daders zijn verantwoordelijk voor dit misbruik.
Je m'inscris complètement dans la politique intégrale et intégrée qui y est et sera encore menée en concertation avec les différentes parties prenantes de la chaîne de sécurité: prévention, ordre – c'est ma part –, répression et suivi.
Je m'assure que l'action de la police, qu'elle soit fédérale ou qu'il s'agisse des polices locales – avec lesquelles je suis en contact permanent –, soit menée dans un esprit de contribution performant et adéquat. Cela se traduit concrètement dans l'assistance aux victimes – via les centres de prise en charge de violences sexuelles dont j'ai annoncé que nous allions compléter le réseau avec les trois centres qui manquent encore dans le pays –, la recherche, la formation des policiers et policières – nous venons de lancer un module obligatoire pour les policiers et les policières à la formation à l'accueil des victimes de violences sexuelles – et aussi bien sûr la sensibilisation qui existe déjà et sur laquelle on doit encore plus mettre l'accent.
J'ai demandé à mes services de mettre en œuvre une campagne de publicité sur l'application 112 et l'intérêt qu'il y a à la télécharger sur son téléphone et à l'utiliser. Comme je l'ai déjà affirmé à maintes reprises, chaque personne et singulièrement chaque femme, a le droit de sortir où elle veut, quand elle veut et de le faire en toute sécurité. Je m'y emploierai pendant mon mandat.
Maaike De Vreese:
Collega's, ministers, de studententijd zou eigenlijk de tijd moeten zijn dat men mooie herinneringen voor het leven maakt. Voor deze vrouwen wordt dat een traumatische herinnering in hun leven. Als men iets met vriendinnen gaat drinken, moet dat veilig zijn. Dat zou een evidentie moeten zijn.
Wat in Kortrijk en op nog andere plaatsen in dit land is gebeurd, toont aan dat de strijd tegen seksueel geweld tegen vrouwen absoluut niet gestreden is. Integendeel, de spikingproblematiek stijgt nog.
Daarom moeten we inderdaad preventief en repressief optreden, maar we moeten ook voor die slachtoffers zorgen. We moeten ervoor zorgen dat ze goed worden ondersteund, dat zij zich laagdrempelig kunnen aanmelden en dat zij op elk moment in het proces worden ondersteund.
Collega's, wij kunnen het absoluut niet toelaten dat die walgelijke daders het leven van jonge meisjes compleet (…)
Franky Demon:
Dank u wel, ministers. Zoals mevrouw Verlinden duidelijk zei, is de campagne Asking for Angela ook een goed voorbeeld, maar ik denk dat Angela stilaan verschillende gezichten aan het krijgen is. Iedereen kent wel een vriendin, een ouder, een buurmeisje die met het fenomeen te maken heeft gehad.
Onze fractie vraagt hier actie, maar ik vraag dat ook als vader. We kunnen dit niet pikken. We kunnen het probleem alleen samen aanpakken, met een sterk en duidelijk beleid.
Funda Oru:
Mijnheer en mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor de inspanningen om daders strenger te straffen, slachtoffers beter te ondersteunen en het uitgaansleven veiliger te maken. Elke ouder moet erop kunnen rekenen dat zijn kind veilig kan uitgaan. Als jonge mama weet ik hoe het voelt om vol bezorgdheid te wachten op je kind. Minuten duren dan uren.
Het is extra pijnlijk dat het personeel dat zou moeten beschermen, zoals in Kortrijk, de dader blijkt te zijn. Hoe kunnen we van jonge meisjes en van jongeren verwachten dat ze hulp zoeken als ze niet eens meer weten wie ze moeten vertrouwen? Daarom is het personeel in het uitgaansleven essentieel. Voor Vooruit is veiligheid altijd een topprioriteit geweest en zal het dat ook blijven. Iedereen, en zeker jonge meisjes, moeten altijd en overal, zeker tijdens het uitgaan, veilig zijn. Ik sluit af met de woorden van de minister: veiligheid, preventie, orde en opvolging.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer en mevrouw de minister, uw mooie woorden en loze beloftes zullen niet volstaan. De meest vreselijke verhalen blijven maar komen. De politiek neemt dit probleem al jaren niet ernstig. Slechts 1 dossier op 100 leidt tot een effectieve veroordeling van de dader. Verkrachting is in België en in Vlaanderen een misdaad die de facto onbestraft blijft.
Die straffeloosheid is onaanvaardbaar. Onze vrouwen, onze dochters moeten opnieuw veilig kunnen uitgaan. Het Vlaams Belang zal blijven strijden voor een kordate aanpak en voorstellen blijven formuleren, lokaal en nationaal, om onze steden en onze uitgaansbuurten opnieuw veilig te maken. Dit was, is en blijft een absolute topprioriteit.
Natalie Eggermont:
Mijnheer en mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Veel mooie woorden en verklaringen, maar ook heel veel gebrek aan concrete actie en middelen. U zegt nog steeds niet hoe belangrijk het is dat vrouwen voor elkaar zorgen, geen drank aannemen van vreemden en hun hand boven hun glas houden. U verwijst naar de campagne Ask for Angela, waarbij men naar de bar gaat om aan de barman hulp te vragen, maar in dit verhaal zijn de barmannen de daders.
We moeten echt verder gaan dan dat. Er zijn initiatieven voor de politie, maar die kampt met een gebrek aan mankracht en middelen om dat allemaal te kunnen doen. We krijgen zoveel signalen. Er zijn wel trainingen en vormingen, maar er is personeel te kort. Die taken komen bovenop hun takenpakket, terwijl het water hen nu al aan de lippen staat. Dat zal dus niet lukken. Er moeten extra middelen komen. Anders zijn dat loze woorden en daar hebben vrouwen echt niets aan.
Catherine Delcourt:
Madame la ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Monsieur le ministre, on vous sait extrêmement volontaire et actif en matière de lutte contre le trafic de drogue. Et le trafic de drogue, ce sont aussi ces faits de viols sous soumission chimique. Nous ne pouvons pas considérer que c'est un phénomène collatéral, il est au cœur de la lutte contre le trafic de drogue.
Les victimes ont le droit d'être reconnues, prises en charge, aidées, accompagnées. Nous devons en faire une priorité pour la sécurité de tous ceux et de toutes celles qui sortent, qui en profitent, qui vivent et qui doivent pouvoir le faire en toute sécurité. La prévention, la répression – madame la ministre a été claire sur la fermeté et la dureté des peines – et, évidemment, l'accompagnement des victimes doivent être au cœur de votre politique. Je vous remercie d'accorder la priorité à ces faits.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
Ik heb een vraag gekregen inzake een persoonlijk feit. Het was weliswaar omfloerst meegedeeld, mijnheer de ondervoorzitter van de Kamer, waarmee ik niemand in het bijzonder bedoel, maar ik meen dat de N-VA-fractie maar één fractievoorzitter heeft.
Ik herhaal de regel dat het noemen van een naam niet volstaat voor een persoonlijk feit. In dezen werden verwijten gemaakt die te maken zouden hebben – ik houd me op de vlakte – met het beleid van de betrokkene.
U kent de regels, mijnheer Vermeersch. U krijgt nog de mogelijkheid tot repliek.
Axel Ronse:
Ik ben eigenlijk nog altijd bijzonder geëmotioneerd door de feiten. Ik heb zelden in mijn leven zoiets ergs meegemaakt. Het gaat om twee cafés die vrij bekend zijn in onze stad. Het zijn walgelijke beesten die aan de lopende band onschuldige dames hebben vergiftigd, verdoofd en verkracht. Ze hebben hen vies achtergelaten.
Mijnheer Vermeersch, als zou blijken dat ik als cultuurschepen in de periode tussen 2018 en 2024 ook maar iets meer gedaan kon hebben om de slachtoffers te beschermen, stop ik onmiddellijk met politiek. Onmiddellijk.
Ik meen, collega's, dat we onszelf geen blaasjes mogen wijsmaken. Walgelijke beesten zijn van alle tijden. Wij als politici zullen altijd het beste van onszelf moeten geven en vernieuwend moeten zijn om hen af te stoppen. Ze zullen echter altijd slimmer, vuiler of wat dan ook zijn dan we ons ooit kunnen inbeelden.
Ik zal u zeggen dat we er in Kortrijk nu voor hebben gezorgd dat er 40 extra politieagenten komen en dat er een afzonderlijke drugscel komt om de daders te pakken. Ik stel voor om hierover vooral geen politieke spelletjes te spelen, maar om eendrachtig samen, van links tot rechts, tegenover die walgelijke beesten te staan en er alles aan te doen om ze op te sporen, om ze te straffen en vooral om te verhinderen dat zulke walgelijke beesten nog kunnen doen wat ze gedaan hebben.
Ik zal u alle illusies besparen. Helaas lopen er nog in alle steden en dorpen van dit land zulke beesten rond. Het is onze grootste verantwoordelijkheid om hen te pakken en dergelijk gedrag te vermijden.
Voorzitter:
Mijnheer Vermeersch, wilt u nog repliceren?
Wouter Vermeersch:
Collega Ronse, wijzen op politieke verantwoordelijkheid is geen politieke spelletjes spelen. Als burgemeester en schepenen hebben jullie natuurlijk een collectieve verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de straat, opdat onze vrouwen en dochters veilig over straat kunnen en kunnen uitgaan. In mei 2022, drie jaar geleden beste collega's, hebben wij actie gevoerd rond spiking in onze stad, op de straat vlak voor het stadhuis, zodanig dat u het zeer goed zou zien en weten. We hebben vervolgens ook geïnterpelleerd in de gemeenteraad rond spiking in de stad, maar er zijn geen acties gevolgd. Er is een verpletterende politieke verantwoordelijkheid. Het stadsbestuur heeft die feiten niet aangegrepen om kordaat in te grijpen en heeft drie jaar verloren laten gaan, drie jaar waarin er extra slachtoffers konden worden gemaakt door de beesten die u benoemt. Een stadsbestuur kan wel degelijk acties ondernemen. Ik heb ze ook opgesomd. U kon veel meer controles uitvoeren in de uitgaansbuurt. U kon de politie aansturen en meer sancties treffen. U kon zorgen – zeker de burgemeester kon dat doen, maar u zit samen met haar in het schepencollege – voor een betere samenwerking tussen de lokale politie en justitie. U kon zorgen voor sensibiliseringscampagnes en een betere ondersteuning van de slachtoffers. De collega van de PVDA heeft immers heel juist gezegd dat de slachtoffers onvoldoende gehoord en ondersteund zijn. Het stadsbestuur heeft een verpletterende verantwoordelijkheid, want zijn passiviteit heeft extra slachtoffers gemaakt. Dat is en blijft mijn bewering. Was er drie jaar eerder ingegrepen, dan waren er minder slachtoffers gevallen. U hebt uw verantwoordelijkheid daar niet genomen. Wij zullen als politieke partij geen spelletje spelen daarrond, maar te gepasten tijde zullen we u op die verantwoordelijkheid blijven wijzen.
Een oproep tot responsabilisering van de vakbonden naar aanleiding van de treinstaking
De treinstakingen
Het syndicaal overleg met betrekking tot de spoorstakingen
De aanhoudende spoorstakingen
De spoorstakingen
De spoorstakingen
Stakingen in spoorsector
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herhaalde, gecoördineerde stakingen bij de NMBS (65+ dagen aangekondigd) leggen het spoorvervoer plat, met overvolle treinen, geannuleerde ritten en gegijzelde reizigers als gevolg, terwijl vakbonden protesteren tegen regeringsplannen (pensioenhervorming 55→67 jaar, opheffing HR Rail, besparingen). Minister Crucke benadrukt constructieve gesprekken met drie matige vakbonden en dreigt juridische stappen tegen misbruik van stakingsrecht, maar concrete oplossingen (zoals automatische opening eerste klasse of compensatie zoals een *Sorrypas*) blijven uit, ondanks oproepen tot uitgebreidere minimale dienstverlening en herstel van vertrouwen. Kritiek richt zich op het falend overlegklimaat en het ontbreken van tastbare resultaten, terwijl reizigers en oppositie eisen dat de regering verantwoordelijkheid neemt voor de chaos die voortvloeit uit haar eigen beleid.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, reconnaissons que depuis quelques semaines, le tableau de la SNCB n'est pas très réjouissant: trains supprimés, trains retardés, trains bondés, horaires limités, réseau perturbé, service dégradé, collaborateurs non-grévistes débordés et navetteurs fatigués. Prendre le train est devenu un véritable parcours du combattant. En tant que navetteur presque quotidien, vous en savez quelque chose!
Bien sûr, défendre ses droits est légitime, mais assumer ses devoirs l'est tout autant, surtout lorsqu'il s'agit d'assurer un rôle de service public de qualité. Ces grèves à répétition non coordonnées donnent une impression de surenchère, une surenchère inutile qui ne tient pas compte de la concertation sociale qui vous est chère, qui nous est chère et que vous avez souhaité initier dès le début de votre mandat de ministre.
Monsieur le ministre, quel est l'état d'avancement du dialogue social que vous menez? Je suis d'ailleurs persuadé que vous le menez avec soin. Avez-vous pu rencontrer l'ensemble des organisations sociales concernées?
Il me revient que lors des grèves, la première classe n'est pas systématiquement ouverte à toutes et à tous pour améliorer le confort dans les trains. Pouvez-vous garantir qu'à l'avenir, cette première classe sera ouverte à l'ensemble des voyageurs pour leur confort au quotidien dans nos trains?
Je vous remercie d'avance pour l'ensemble de vos précisions.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, weet u hoeveel stakingen er voor de komende maanden aangekondigd zijn en over hoeveel stakingsdagen het gaat? Omdat ik vermoed dat u het niet weet, heb ik dat even voor u uitgeteld: 65 dagen staking zijn aangekondigd. Enkele weken geleden stond ik hier al om dat opbod aan stakingen aan te kaarten, maar samen stellen we vast dat de situatie alleen maar escaleert. Ik heb voor mezelf even in kaart gebracht hoe de planning er de volgende maanden zou uitzien. Ik heb een stakingsplanner gemaakt, waarop ik in een roze kleur die 65 stakingsdagen heb aangeduid. Ik geef u dat mee als geheugensteuntje, want ik begrijp dat u ook een actief gebruiker bent van het spoor.
De reizigers zijn het kotsbeu. Ze zien hun vakantie in het water vallen, bijvoorbeeld omdat het vliegtuig gewoonweg niet opstijgt, of ze zijn te laat in de les, omdat ze een verbinding hebben gemist, of ze zien hun kinderen niet meer, omdat ze 's avonds gewoonweg niet tijdig thuis geraken.
Mijnheer de minister, ik bezorg u zo dadelijk de stakingsplanner en ik doe ook drie oproepen. Mijn eerste oproep is gericht tot de vakbonden. Ik moedig de vakbonden aan om verstandig om te springen met het stakingsrecht, want zij dreigen door de gecreëerde chaos het draagvlak te verliezen.
Mijn tweede oproep is gericht tot de NMBS, die ik vraag om de dienstverlening te verbeteren en overleg met de bonden te faciliteren.
Mijnheer de minister, u roep ik op om samen met collega-minister Jambon met de vakbonden te overleggen om duidelijkheid te creëren voor de toekomst. Ik hoop dat u dat ter harte neemt.
Voorzitter:
De volgende vier leden stellen hier een vraag die in de commissie hangende was.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik heb een déjà-vugevoel en ik denk u ondertussen ook. Ik sta hier namelijk weer en u zit hier weer.
On pourrait dire que vous le regardez comme les vaches regardent passer le train.
De situatie is echter niet grappig. Ze is heel ernstig, vooral voor de treinreiziger, die elke keer weer het slachtoffer is van de talloze stakingen. Gelukkig is er op initiatief van de liberalen de gegarandeerde dienstverlening, die ervoor zorgt dat er toch enige dienstverlening is, hoewel dat lang niet genoeg is.
We zijn er nog niet van af. We staan nog voor weken van zwaar verstoord spoorverkeer. Het Laatste Nieuws berichtte dat de vakbonden van plan zijn de krachten te bundelen en er nog eens stevig tegenaan te gaan.
Mijnheer de minister, ere wie ere toekomt: u was vorige week echt streng voor de vakbonden en dat was goed. Uw geduld was op en u hebt dat duidelijk getoond. Alle grenzen van de redelijkheid worden dan ook overschreden. Wij kopen daar echter jammer genoeg weinig mee.
Vorige week gaf u aan dat u de juridische mogelijkheden om dat trauma te stoppen laat onderzoeken.
Daarom is mijn vraag ook heel logisch.
Hebt u daar al nieuws over?
Voorbije vrijdag, 21 maart 2025, hebt u meer dan twee uur samengezeten met de vakbonden.
Wat is uit dat overleg gekomen? Dat is een logische vraag.
Hoe evalueert u de gegarandeerde dienstverlening? Wilt u ter zake nog nieuwe initiatieven nemen?
Wij zouden ze toejuichen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene staking was nog niet eens afgelopen of de andere schoot al bijna uit de startblokken. Deze week wordt opnieuw gestaakt door een kleine vakbond. Diens actie loopt zondagavond af.
Eindelijk, zouden we denken. Het einde is in zicht, maar helaas is niets minder waar: een nieuwe week, een nieuwe staking en zo gaan we nog een tijdje door, zoals de vorige vraagstelster al is aangehaald. Het stopt niet.
De gevolgen zijn genoegzaam gekend en zijn hier al regelmatig aangehaald. Studenten, werknemers en pendelaars geraken niet tijdig of zelfs niet op hun bestemming.
Ik vraag mij af of de vakbonden ook wel eens denken aan de mensen die niet over een auto beschikken of aan de studenten die niet over een kot beschikken of aan wie die geen familie of kennissen heeft om op terug te vallen. Zij geraken nergens; zij zijn geïsoleerd.
Het spoor is er voor iedere reiziger, maar het lijkt er steeds meer op dat de bonden en hun eigen belang centraal staan en niet langer de treinreiziger.
Wij stellen hier elke week opnieuw vragen.
Mijnheer de minister, u doet uw best. U zit met de vakbonden rond te tafel, maar wat haalt het uit? Er verandert helemaal niets. Ze blijven verder doen, zonder gevolg.
Mijn geduld, het geduld van mijn collega's maar ook van vele pendelaars is op. Bij u is dat net hetzelfde. Wij hebben dat vorige week gehoord. U hebt de spoormaatschappijen opgeroepen om juridisch uit te zoeken op welke manier het misbruik van het stakingsrecht kan worden aangepakt.
Mijn vraag is dan ook heel simpel.
Is die oefening intussen gebeurd? Welke stappen zult u nemen om de treinen weer aan het rijden te krijgen?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik feliciteer u. Ik wil u feliciteren, maar bedoel dat wel sarcastisch. U bent nu al de kampioen. U hebt het record van het aantal spoorstakingen tijdens een ambtstermijn overgenomen van uw voorganger. Bovendien loopt de teller van het aantal stakingsdagen nog op. U loopt dus nog uit en lijkt wel de Eddy Merckx van de spoorstakingen.
Dat record kan nog veel hoger worden. Een collega van mij heeft een telling gemaakt. Indien alle aangekondigde spoorstakingen waren uitgevoerd zoals voorzien, zouden we eind augustus 88 spoorstakingsdagen hebben bereikt. Dat zou hebben betekend dat op dat moment een kwart van het jaar zou zijn gestaakt binnen eenzelfde overheidsbedrijf. Dat is ongezien.
Gelukkig is er ook goed nieuws. Sinds deze ochtend is bekend dat vijf spoorbonden de koppen hebben bijeengestoken. Zij hebben beslist hun acties te coördineren en samen actie te voeren. Dat heeft twee gevolgen, een goed en een slecht gevolg. Het goede is dat het aantal stakingsdagen wat minder zal zijn. Het slechte is dat de impact groter zal zijn wanneer actie wordt gevoerd. De impact zal dan over het hele net worden gevoeld. Vanaf 8 april zullen die bonden elke dinsdag een staking organiseren en om beurt op een bepaalde regio focussen. Op zich is dat dus goed nieuws, maar dat minder zal worden gestaakt, is voor alle duidelijkheid niet uw verdienste.
Mijnheer de minister, die stakingen komen voort uit onvrede bij de spoormensen. We hebben het al gehad over de plannen voor het spoor van de arizonaregering waarvan u deel uitmaakt en over de hervormingen die zij wil doorvoeren. Daarom voeren de bonden actie. Ik benadruk echter dat de acties zich ditmaal niet tegen de NMBS richten maar wel tegen de arizonaregering en tegen u. Daarom worden de treinreizigers gebruikt. Ze worden bijna gegijzeld om bepaalde zaken af te dwingen. Dat kan echt niet langer duren.
Daarom stel ik vandaag opnieuw de vraag die ik al zo vaak heb gesteld.
Hoe zult u het probleem oplossen? Hoe zult u verdere stakingen voorkomen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega's, vanochtend viel iemand bijna flauw op de trein van Kortrijk naar Brussel, omdat de trein overvol zat. Hij werd letterlijk en figuurlijk rechtgehouden door alerte treinreizigers. Onze collega, de heer Matti Vandemaele, heeft dat vanochtend vastgesteld.
Zelf zat ik ook op een overvolle trein. Ik moest gedurende drie kwartier rechtstaan van Duffel tot Brussel.
Bovendien zijn wij nog de gelukzakken, want heel veel mensen geraakten niet op hun werk en misten belangrijke afspraken. Scholieren die vandaag examens hadden, geraakten niet op school.
De reden zijn de treinstakingen. De treinreiziger is daarvan altijd het grootste slachtoffer. Dat is overduidelijk. De reden van die stakingen is echter de door uw regering gecreëerde onzekerheid bij het personeel over hun statuut. De tweede reden zijn de besparingen en de efficiëntiewinsten die op hen afkomen. Het is nog steeds heel onduidelijk of ze er zullen komen op de kap van het personeel. Wij vermoeden van wel.
De vakbonden reageren daartegen. Ik begrijp dat ze ongerust zijn en reageren. Het is ook goed dat de vakbonden vandaag samenzaten om de acties op elkaar af te stemmen in de hoop dat er dan ook minder hinder is voor de vele treinreizigers. Zij hebben hun portie immers gehad. Het zijn en blijven echter acties tegen de arizonaregering, tegen uw beleid en niet tegen dat van de NMBS.
Voor Groen is de maat vol. Er moet minstens een compensatie worden geboden.
Mijnheer de minister, zult u zorgen voor compensaties?
Wij denken bijvoorbeeld aan een Sorrypas en dus een dag genieten van de trein, om opnieuw het vertrouwen in de trein te herstellen. Het verlengen van de abonnementsduur is ook een optie. Wij verwachten dergelijke zaken van de regering. Er wordt immers gestaakt tegen uw beleid en niet tegen het beleid van de NMBS.
Mijnheer de minister, welke compensaties voor de treinreizigers zult u uitwerken?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, depuis la prise de fonctions de notre gouvernement, le secteur ferroviaire est, comme vous l'avez signalé, secoué par une série de grèves. Ces mouvements perturbent lourdement le réseau et pénalisent des milliers de citoyens, souvent les plus fragiles. Ces grèves trouvent leur origine en toute grande majorité dans des mesures prises sur la base de l'accord de gouvernement, fruit d'une négociation démocratique et reflétant la volonté d'une majorité politique claire.
De vakbondseisen, ongeacht om welke vakbond het gaat, hebben voornamelijk betrekking op de geleidelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd voor spoorwegpersoneel van 55 jaar naar 67 jaar, de hervorming van de berekening van de pensioenen op basis van de gehele loopbaan in de plaats van de laatste paar jaren en het geplande einde van HR Rail als werkgever van het spoorwegpersoneel.
Si certaines préoccupations sont compréhensibles, elles doivent être traitées dans le cadre d'un dialogue social respectueux et constructif. Je tiens à réaffirmer ici mon attachement indéfectible à la concertation sociale, mais avec des partenaires responsables et représentatifs. C'est pourquoi j'ai entamé d'initiative un dialogue avec la CGSP Cheminots, la CSC-Transcom et la CGSLB, qui ont certes privilégié le dialogue plutôt que la confrontation et qui sont les seules à siéger à la commission nationale paritaire.
Onze gesprekken verlopen goed, in een klimaat van wederzijds respect, dialoog en constructiviteit. We hebben al afspraken gemaakt over belangrijke punten, zoals de geleidelijke overgang van de taken van HR Rail aan overheidsbedrijven en het garanderen van een grotere verantwoordingsplicht. Ik geef er echter de voorkeur aan om in dit stadium discreet te blijven over de details, in overeenstemming met onze toezegging om niet te communiceren totdat de onderhandelingen zijn afgerond.
Met betrekking tot de pensioenen steun ik mijn collega die verantwoordelijk is voor dit dossier. Ik ben bereid om hem te steunen bij het faciliteren van de dialoog met de vakbond, zoals ik hem heb gezegd. Ik heb hem vanmorgen opnieuw aan de telefoon gesproken en hij was heel duidelijk. Hij zal het regeerakkoord toepassen, het gehele akkoord, maar niets meer dan het akkoord. Minister Jambon blijft echter openstaan voor overgangsregelingen. Zijn hand is dan ook uitgestoken naar de vakbond.
Sur le plan financier, il est primordial de souligner les conséquences financières dramatiques que ces grèves entraînent pour la SNCB: pertes de recettes, indemnisation des voyageurs, déviations vers d'autres modes de transport. Ce sont autant d'efforts supplémentaires qui s'imposeront au secteur du rail ultérieurement.
Enfin, pour répondre à la question de M. Matagne, sachez que pour l'heure, les accompagnateurs ont la possibilité de déclasser la première classe en fonction de leur ressenti. Toutefois ce déclassement n'est pas automatique, c'est pourquoi je vais demander à la SNCB d'examiner la possibilité d'un déclassement automatique de la première classe en période de grève, pour autant, bien évidemment, que le besoin s'en fasse sentir. Nos citoyens ne doivent en effet pas être les seuls à subir les effets des actions syndicales.
De regering zal standvastig blijven tegenover de blokkades en gijzelingen op ons spoorwegnet. We zullen blijven opkomen voor een verantwoordelijke en evenwichtige visie op de openbare dienstverlening, waarbij dialoog boven confrontatie gaat. Daarom heb ik, zoals ik vorige week al heb aangekondigd, HR Rail, het juridische HR-instrument voor de spoorwegsector, de opdracht gegeven om voor alle nieuwe stakingsaanvragen alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van stakingsaanzeggingen te weigeren met behulp van de juridische instrumenten die het tot zijn beschikking heeft. Als de vakbonden deze uitspraak weigeren, is het aan hen om naar de rechter te stappen en de genomen beslissing aan te vechten.
Les grèves préalablement programmées, donc celles qui sont prévues au moins jusqu'au 31 mars, ne seront pas requalifiées. Mais gare à la suite! Je ne lâcherai rien. Je reste ouvert à la concertation avec ceux qui souhaitent négocier de manière responsable, mais je n'accepterai jamais que la continuité des services stratégiques soit sacrifiée pour des motifs idéologiques. Les trains doivent avancer, pas les égos.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Ces grèves affectent en effet des dizaines de milliers d'usagers chaque jour. Nous appelons les syndicats à agir avec responsabilité en évitant les actions désordonnées. Il en va de la crédibilité du transport ferroviaire. Aussi, dans un contexte économique morose – et vous avez cité des mesures qui font grincer des dents, mais qui sont certainement des mesures nécessaires –, dans un contexte climatique inquiétant, dans un contexte d'immobilité autour des grandes villes, j'espère que vous réussirez à ramener la sérénité au cœur de notre entreprise ferroviaire.
La concertation sociale est lancée. J'entends que les échanges sont constructifs. Vous êtes sur la bonne voie. Je vous remercie, en tout cas, pour votre investissement.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, wij zijn ons ervan bewust dat er een zware taak op uw schouders rust, maar u hebt al zeer kordate taal gesproken. U hebt constructief en in alle sereniteit opgeroepen om daarover te overleggen. Wij kunnen u alleen maar het vertrouwen geven en hopen dat u spoedig enig resultaat kan boeken door in dialoog te blijven gaan met de NMBS, met de vakbonden en met uw collega-ministers om iedereen op dezelfde lijn te brengen en weer naar een goed werkend spoorverkeer te evolueren. Dank u voor uw inzet daarvoor.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord, al vind ik wel dat we er niet zo erg veel mee kunnen. Wat u hebt gezegd, is een beetje meer van hetzelfde. Het is zeer duidelijk dat wat we vandaag zien, eigenlijk de beste reclame is voor een echte liberalisering van het spoor. Week na week krijgen we daarvan de bevestiging. Het is echt tijd dat we de reiziger opnieuw centraal stellen en dat we die niet als een soort van vervelende bijkomstigheid zien.
Daarnaast is het toch wel echt nodig om eens grondig te onderzoeken wat we kunnen doen om de minimale dienstverlening uit te breiden om ervoor te zorgen dat meer treinen rijden, ook in het geval van stakingen. Want inderdaad, de komende weken zal de impact nog groter zijn. Ik raad u dus aan om daarvoor en voor de sociale dialoog echt actie te ondernemen. U moet echt op tempo komen opdat de treinreiziger erop kan rekenen dat zijn trein rijdt en niet overvol zit.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u verwees in uw antwoord naar een constructieve dialoog en naar wederzijds respect. Ik hoop dat de vakbonden ook respect hebben voor de treinreizigers. Wanneer er bijna meer stakingsdagen dan gewone werkdagen bij het spoor zijn, kunnen we immers niet meer spreken over een recht op staken. Dan gaat het duidelijk om misbruik van het stakingsrecht. De treinreizigers moeten daar steeds de prijs voor betalen. Het is nu tijd om daar iets aan te doen. Het land platleggen omdat men zijn goesting niet krijgt, is totaal onverantwoord. Staken mag, daar gaat het eigenlijk niet over, maar wat hier gebeurt, is allesbehalve normaal.
De reizigers zijn elke keer de dupe zijn en sporen noodgedwongen verder. De vakbonden sporen helaas niet meer. Ik kijk uit naar uw overleg met hen en hoop op een goed resultaat.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb ook een beetje een déjà-vugevoel. Wij vragen al heel lang naar concrete oplossingen en ik stel vast dat uw antwoorden evolueren. In het begin was u vrij laks, daarna was u verontwaardigd, dan werd u boos, een paar weken daarna was uw geduld bijna op – intussen is het volledig op -, een week gelezen zou u bestuderen hoe u aan de stakingen een eind kon maken en nu hoor ik weer nieuwe aankondigingen, maar ik zie geen concrete oplossingen. Dat is nochtans wat de treinreizigers willen. Ze willen niet langer gegijzeld zijn in een dispuut tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel.
Treinreizigers willen dat het niet over spoorstakingen, maar over treinbeleid gaat, dat er werk gemaakt wordt van een betrouwbaar openbaar vervoer, betere dienstverlening, minder afgeschafte treinen, grotere stiptheid en meer veiligheid. Dat is ook waar ze recht op hebben. Doe dat alstublieft.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega Matagne sust dat u op de goede weg bent, maar ik betwijfel of de treinreiziger daar dezelfde mening over heeft. Ik vind die opmerking zelfs wat cynisch, aangezien u eigenlijk nu al recordhouder bent in aantal stakingsdagen. Ik snap de mindswitch niet helemaal. Laten we immers niet vergeten – ik blijf het herhalen – dat de stakingen niet gericht zijn tegen de NMBS, maar wel tegen de beslissingen van de arizonaregering, tegen de maatregelen die u zult nemen. Daarom komt het u toe om het vertrouwen te herstellen. Ook al restte u nog twintig seconden spreektijd, u nam niet de moeite om te reageren op mijn vraag welke compensatie u zult voorzien voor de treinreizigers. Met Ecolo-Groen denken we duidelijk aan een sorrypas en een verlenging van de treinabonnementen. Zulke compensaties zijn cruciaal om het vertrouwen van de treinreizigers te herstellen. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de treinreiziger zich niet afkeert, want ik denk dat we er allemaal van overtuigd zijn dat de trein nog altijd een heel fijne manier van reizen is, als de treinen rijden, uiteraard.
De werkloosheidsuitkering voor mensen die een opleiding tot een knelpuntberoep volgen
De werkloosheid en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De modaliteiten van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De knelpuntberoepen en de werkloosheidsuitkeringen
Werkloosheidsuitkeringen, Knelpuntberoepen, Tijdsbeperkingen
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om minister Clarinvals plan om werkloosheidsuitkeringen na twee jaar te beperken, wat knelpuntopleidingen (zorg, onderwijs) in gevaar brengt omdat veel werkzoekenden hun langere opleidingen niet kunnen afmaken. Kritiek komt vooral van Vooruit, cd&v en PS: de maatregel dreigt juist degenen te raken die zich omscholen voor tekortberoepen, terwijl er 170.000 vacatures openstaan—activering zonder uitzonderingen voor opleidingen is contraproductief. Clarinval benadrukt dat de hervorming geen strafmaatregel is maar een "kans" om mensen naar werk te leiden, met overleg met de regio’s en een transitieperiode, maar blijft vaag over concrete oplossingen voor opleidingstrajecten. De tegenstelling ligt tussen een strikte tijdslimiet (N-VA/MR) en flexibiliteit voor omscholers (cd&v/Vooruit/PS), met onduidelijkheid over hoe de regio’s dit zullen invullen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, collega's, vacatures voor zorgpersoneel en leerkrachten raken niet ingevuld, maar gelukkig volgen heel wat mensen een opleiding voor die knelpuntberoepen. Dat is positief, want ze zijn broodnodig. Nochtans trekt u een streep door hun rekening, mijnheer de minister. Door namelijk de werkloosheidsteun in de tijd te beperken, overigens zonder enig overleg met de regio's, zorgt u ervoor dat werkzoekenden die in een opleiding zitten, die niet kunnen afmaken.
Voor Vooruit is het helder. Uiteraard moeten er meer mensen aan het werk. We moeten meer mensen aan het werk helpen. Net daarom zijn duidelijke afspraken over de hervorming van de werkloosheid zo belangrijk, want het gaat om een groep die net op weg is naar werk. Het gaat om een groep die enorme inspanningen levert. Het gaat om een groep die achteraf een bijdrage aan onze welvaartstaat zal leveren.
Vanmorgen las ik in de krant dat u alle reacties op uw beslissing relativeert: u beweert dat het wel goed zal komen en argumenteert dat men maar 's avonds een opleiding moet volgen; kortom dat men zijn plan moet trekken. Maar wie zal er een opleiding van vier jaar volgen, als u hen na twee jaar zonder inkomen zet? Wie is daarmee geholpen? Dat zijn alvast niet onze kinderen, niet onze senioren en al zeker niet degenen die midden in zo'n opleiding zitten.
Gisteren hoorde ik dat de Vlaamse minister van Werk not amused is. Zij kent de gevolgen voor onze scholen en ziekenhuizen en beseft zeer goed wat de gevolgen zijn voor diegenen die midden in zo'n opleiding zitten. Daarom heeft ze dringend overleg met u gevraagd, terecht.
Mijnheer de minister, ik heb maar een eenvoudige vraag voor u. Wat zult u doen (…)
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, Thomas, 34 ans, deux enfants, a perdu son emploi il y a quelques années et, depuis lors, il est au chômage. Pas facile de joindre les deux bouts, mais il a décidé de reprendre une formation très rapidement en soins infirmiers. C'est vrai, cela prend du temps, mais il était certain de trouver du travail vu la pénurie de personnel dans ce secteur. Aujourd'hui, monsieur le ministre, avec votre mesure d'exclusion des chômeurs de longue durée, il ne sait plus s'il risque de se faire exclure sans finir sa formation. N'avez-vous pas vu que la limitation des allocations de chômage dans le temps pourrait pénaliser aussi les métiers en pénurie? Elle pourrait pénaliser des femmes et des hommes qui ont repris des formations parce qu'on leur a dit qu'elles répondaient à des métiers en pénurie.
Cela ne va pas, monsieur le ministre! Limiter les allocations de chômage dans le temps, c'est mettre en péril le retour à l'emploi. Il faut vraiment rectifier. Et d'ailleurs, je vois que nos collègues de Vooruit et du cd&v veulent revoir votre copie, ainsi que la Flandre. Il ne faut pas de mesures aveugles, monsieur le ministre, pas de slogan et surtout pas d'obstination.
Soutenir les chômeurs pour se former à un métier en pénurie, c'est aussi un incitant à retrouver le chemin du travail et aider des secteurs essentiels. Des milliers de personnes, aujourd'hui, en bénéficient chaque année. Beaucoup de formations sont plus longues qu'une ou deux années: infirmiers, enseignants, menuisiers. Et là, M. Clarinval arrive: plus d'incitants! Quand on est parent, on ne peut pas du jour au lendemain se retrouver aux études sans aucun revenu. Fini la formation et retour à la case départ, et ce n'est pas comme au Monopoly, on ne touche pas 200 euros!
Monsieur le ministre, qu'allez-vous répondre à Thomas et à vos partenaires de majorité qui nous rejoignent pour demander une révision de vos mesures?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 100 000, c'est le nombre de personnes bénéficiant d'allocations de chômage qui risquent théoriquement de les perdre après deux ans, une fois que votre réforme sera en place. À côté de cela, il y a 175 000 offres d'emploi, dont de nombreuses concernent des métiers en pénurie.
Dans le monde un peu binaire de l'Arizona, les choses sont évidemment simples. D'un côté, il suffit de couper le robinet et de l'autre, toutes ces personnes vont se transformer comme par magie en enseignants, en soignants, en chauffeurs de bus, en aides-boulangers, en guides touristiques, en assembleurs, en électriciens, en mécaniciens et soudeurs. Je ne vous cite que quelques-uns des métiers en pénurie.
Dans le vrai monde, cela ne se passe évidemment pas ainsi. Sur ces 100 000 personnes, il y a évidemment des fraudeurs mais il y a aussi des personnes qui cherchent un emploi et d'autres qui cherchent à se former. C'est là que le bât blesse dans votre projet.
Pour ma part, je pense qu'une certaine forme de contrainte est nécessaire pour inciter les gens à travailler, mais le couperet pur et simple ne fonctionne pas. L'exclusion n'est pas une politique en soi. L'angle mort de votre politique a un nom: la formation. Nous savons que vous n'aimez pas ce mot, il suffit de voir la jubilation que vous avez à l'idée de mettre fin au Federal Learning Account. C'est bien dommage.
Nous avions proposé de conditionner le bénéfice d'allocation à une obligation de formation. Deux de vos partenaires, le cd&v et Vooruit, proposent une exception à votre limitation du chômage dans le temps pour les personnes qui choisissent de se former dans un métier en pénurie. C'est une bonne idée, précisément parce que nous manquons d'enseignants, de soignants, de gens dans le secteur du care , d'ouvriers dans les métiers techniques, pour lesquels une formation prend souvent un peu plus de deux ans.
Monsieur le ministre, allez-vous convoquer rapidement une Conférence interministérielle sur l'emploi avec les régions pour entamer la phase d'activation?
Allez-vous réfléchir à cette exception afin que votre limitation de chômage dans le temps ne soit pas le couperet qu'elle est pour l'instant mais puisse devenir une vraie mesure d'activation?
Axel Ronse:
Goede kameraden, mes chers camarades , wat een fantastisch mooie dag is het. De zon schijnt, iedereen straalt en ik heb eenmeivibes. Het voelt alsof het vandaag de Dag van de Arbeid is, la Fête du Travail .
Collega's, ik heb dat gevoel dankzij deze minister, David Clarinval. Wat de N-VA-fractie betreft is het vandaag echter David Piëdestal. Deze minister zorgt er immers voor, collega's, dat er maar liefst 100.000 nieuwe werknemers bijkomen, 100.000! Dat zijn 100.000 mensen die al langer dan twee jaar een werkloosheidsuitkering krijgen en jonger zijn dan 55, terwijl er zoveel openstaande vacatures zijn. Deze minister zorgt ervoor dat we niet meer het enige land ter wereld zijn waar men onbeperkt een werkloosheidsuitkering krijgt. Deze minister pakt door! Merci beaucoup , David Piëdestal.
Collega's, eigenlijk zou het elke donderdag 1 mei moeten zijn. Elke donderdag moet het hier feest zijn, la grande fête , omdat we maatregelen nemen die werknemers ten goede komen, des mesures pour les travailleurs . Dit is er zo eentje. Er zijn echter nog van die mooie maatregelen: meer langdurig zieken aan de slag krijgen, meer mensen de kans geven om overuren te doen en de uitbreiding van de flexi-jobs. Er zit namelijk ongelooflijk veel lekkers in dit regeerakkoord voor de werknemers. Collega Hedebouw, dat geeft ons de kans om hier vijf jaar lang de Dag van de Arbeid te vieren. Elke donderdag is het 1 mei in het Parlement.
Minister, mijn vraag is eigenlijk heel eenvoudig: welke mooie zaken komen er de volgende donderdagen aan? Maak ons gelukkig.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, normaal stel ik eerst mijn vraag, maar vandaag begin ik met uw antwoord: modaliteiten.
Modaliteiten zijn de baseline van deze regering geworden. Telkens een aantal partijen niet op dezelfde lijn zitten, meestal over die slechte maatregel, de De Wevertaks, komt men daar immers op terug. Vandaag is het weer van dattum, maar ditmaal over een goede maatregel in het regeerakkoord, namelijk de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Bekende proffen twijfelen eraan of die maatregel veel volk aan de slag zal doen gaan. Collega's, deze maatregel gaat echter over rechtvaardigheid. De mensen die dit systeem bekostigen, die de solidariteit betalen, die met overtuiging bijdragen om anderen niet in de armoede te duwen of zonder inkomen te zetten, willen er zeker van zijn dat anderen niet oneindig van die solidariteit gebruikmaken en in de hangmat liggen, terend op het zweet van zij die wel werken.
Mijnheer de minister, de sociale zekerheid moet een vangnet zijn en net daarom is die maatregel broodnodig. Het leek alsof u en uw N-VA-collega de Vooruit'ers overtuigd hadden. Het leek alsof cd&v voortschrijdend inzicht had gekregen. Laten we immers eerlijk zijn, onder Kris Peeters was het anders. Wat blijkt nu? Ze gaan die maatregel uithollen. Er zullen zeker nuttige uitzonderingen zijn en misschien zijn opleidingen een nuttige uitzondering, maar deze maatregel moet sterk genoeg zijn om al die hangmatters uit het systeem te krijgen.
Wat zult u doen om dat te verzekeren?
Florence Reuter:
Monsieur le vice-premier, on le savait. On savait qu'il y aurait des grèves. On savait qu'il y aurait des mensonges, des injures. On savait que le Parti Socialiste ferait pleurer dans les chaumières. On savait tout cela! Mais rien n'était caché. Ce n'était pas une surprise; c'était un point fort de notre programme. La limitation des allocations de chômage dans le temps, c'était une priorité. On n'a rien caché à personne.
Aujourd'hui, il y a des manifestations. Il y a des gr è ves et é norm é ment de cris. Mais on nous a choisis pour mener des réformes. Nous sommes le seul pays européen à permettre d'être au chômage tout au long d'une vie. Pourtant, le chômage, c'est une assurance. Ce n'est pas une allocation à vie mais bien une assurance en cas de coup dur. C'est une assurance qui doit nous permettre de rebondir.
Évidemment, les chiffres font peur et inquiètent la population, surtout en Wallonie d'ailleurs. Et donc forcément l'opposition va jouer là-dessus.
Alors, vous devez rassurer, monsieur le ministre. Vous êtes le premier ministre libéral de l'Emploi depuis un siècle, et nous avons un ministre libéral en Région wallonne. Et ce n'est une surprise pour personne, les chiffres les plus alarmants concernent la Belgique francophone. La moitié des demandeurs d'emploi de plus de deux ans sont en Wallonie.
Monsieur le ministre, avant de vous poser mes questions, qui sont assez simples, je vous invite bien évidemment à poursuivre votre programme, à regarder devant et à redresser ce pays. Confirmez-vous ces chiffres? Confirmez-vous que la situation est effectivement plus inquiétante en Belgique francophone? Et, si ces chiffres sont corrects, j'imagine que vous allez travailler et que vous avez déjà commencé à travailler avec votre homologue en Région wallonne. Quel est l'agenda? Pouvons-nous espérer cette réforme avant l'été?
Nathalie Muylle:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, met cd&v vinden wij dat mensen die keihard hun best doen, beloond moeten worden. Dat is ook de reden waarom we in de regering zijn gestapt. Ik was dan ook verwonderd, toen ik uw woordvoerder in de pers hoorde zeggen dat wie in het derde jaar opleiding start, geen uitkering meer zou moeten krijgen, mijnheer de minister. Is dat belonen? U wilt toch niet dat mensen hun opleiding stopzetten? Nadien hebt u wel gesust dat u de problemen zou oplossen en dat u niemand wilt achterlaten.
In Vlaanderen zijn meer dan 4.000 werklozen gestart met een opleiding die langer dan twee jaar duurt, 4.000 personen die willen werken en op de arbeidsmarkt aan de slag willen en die vacatures voor broodnodige jobs willen invullen. Dat zijn geen hangmatwerklozen, maar mensen die slagen voor een opleiding. Wij moeten hun rechtszekerheid bieden.
Tegelijk onderstreep ik dat wij natuurlijk voorstander zijn van de beperking van de werkloosheidssteun in de tijd. Die maatregel is nodig ter activering: werkzoekenden moeten zo snel mogelijk weer op de arbeidsmarkt aan de slag. Daarom moeten we werkzoekenden aanmoedigen om te kiezen voor opleidingen in knelpuntberoepen en onderzoeken hoe we hen zo snel mogelijk dergelijke vacatures kunnen laten invullen.
Willen wij werkzoekenden snel laten proeven van de arbeidsmarkt, dan is het cruciaal dat kandidaten studeren en werken kunnen combineren. Daar zijn nu al goede voorbeelden van. Wie vandaag kiest voor een opleiding in de zorg, kan na één jaar al aan de slag als zorgkundige op de arbeidsvloer. Men kan vervolgens als zorgkundige verder studeren en zich in de zorg vervolmaken. Een ander voorbeeld is dat van de kandidaat-leerkracht. Het is nu al mogelijk om voor een klas te staan en tegelijk de opleiding tot leraar te volgen. Het komt de deelstaten toe dergelijke systemen te organiseren.
Mijnheer de minister, in dat opzicht is overleg belangrijk en ik heb begrepen dat u dat de komende week aangaat. Met welk plan zult u het overleg met de deelstaten aanvatten?
David Clarinval:
Mesdames et messieurs les députés, je vous confirme ce chiffre de 100 102 chômeurs de moins de 55 ans ayant plus de deux ans de chômage en Belgique. Il m'a été transmis par l'ONEM. Mais il me semble que vous oubliez de parler d'un autre chiffre interpellant, celui des 170 000 emplois vacants, disponibles dès aujourd'hui dans notre pays. Ces 170 000 places n'attendent qu'une seule chose, que les 100 000 personnes concernées viennent les occuper immédiatement. Nous devons en finir avec le paradoxe du chômage illimité dans le temps.
Pour nous, le chômage n'est pas un plan de carrière. Donc, madame Thémont, je trouve votre vision un peu trop fataliste. La nôtre est réaliste et optimiste. Je conteste également le fait que l'exclusion du chômage soit synonyme automatiquement de RIS. Non, il faut remettre les gens à l'emploi. Les Régions devront d'ailleurs faire leur part du travail.
Les Régions doivent prendre leurs responsabilités en matière d'activation et d'accompagnement. J'ajoute qu'une période de transition est prévue. Ses modalités seront discutées au sein du gouvernement afin que toutes les personnes concernées soient prévenues suffisamment tôt.
Il y a quelques années, nos entreprises ne pouvaient pas embaucher, faute de moyens. Aujourd'hui, elles le peuvent, mais elles ne trouvent personne. Cela ne peut plus durer.
De oplossing is de activering van allen die naar de arbeidsmarkt kunnen en moeten terugkeren. Een maatschappij waarin te veel talenten aan de zijlijn blijven staan, berooft zich immers van haar eigen rijkdom. Niemand zal aan zijn lot worden overgelaten, maar iedereen zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Langdurige inactiviteit is niet onvermijdelijk, te veel werkzoekenden blijven ver van de arbeidsmarkt, terwijl er tegelijkertijd vacatures blijven openstaan.
Onze hervorming is duidelijk: iedereen die kan, moet worden begeleid naar een beroepsactiviteit, zelfs op een geleidelijke manier. Het gaat niet om straffen maar om het geven van kansen en wij verwachten van iedereen dat ze die grijpen. Een job is meer dan een inkomen, een job geeft ook waardigheid en is een hefboom voor sociale emancipatie.
Cependant, nous sommes conscients que ces 100 000 chômeurs de longue durée ne pourront pas tous retrouver un emploi, car certains d'entre eux sont en effet très éloignés de l'emploi. Nous en sommes conscients. C'est la raison pour laquelle nous allons prévoir un financement pour les CPAS, afin qu'ils accompagnent ces personnes de façon individualisée, au travers d'un plan d'insertion professionnelle. C'est aussi une manière de prendre ces personnes en considération et de leur offrir un meilleur accompagnement individualisé.
Notre réforme n'est pas punitive. Elle est nécessaire. Elle ne retire rien à ceux qui sont dans le besoin. Elle leur donne les moyens d'en sortir. Elle ne stigmatise personne. Elle responsabilise. C'est ainsi que nous renforcerons notre modèle social, en le rendant plus juste, plus efficace et plus durable.
Concernant vos demandes de prendre en considération les personnes en formation dans un métier en pénurie, madame Vanrobaeys, madame Muylle, monsieur De Smet, j'ai pris acte des demandes de prolongation de chômage qui ont été formulées.
Les projets de textes en cours de rédaction traduisent intégralement l'accord de gouvernement. Les premiers groupes de travail techniques se réuniront dès la semaine prochaine. Le débat devra ensuite être mené au sein du gouvernement, et ensuite au Parlement. Nous ne manquerons évidemment pas d'évoquer vos demandes à cette occasion.
Par ailleurs, j'ai pris l’initiative de rencontrer mes homologues régionaux. J'ai déjà eu l'occasion d'échanger de manière très constructive avec les ministres Jeholet et Clerfayt sur les réformes nécessaires pour répondre aux besoins et aux dynamiques spécifiques des différents territoires du pays. La semaine prochaine, je rencontrerai également à ce sujet – c'était prévu de longue date – la ministre Zuhal Demir. Il est nécessaire d'avoir une politique concertée afin de réformer de manière cohérente des compétences étroitement liées et imbriquées.
Comme je l'ai déjà dit, nous devons tout mettre en œuvre pour réformer le marché de l'emploi et remettre au travail des chômeurs qui ont parfois plus de 20 ans d'inactivité. Cela doit être et cela devra tous nous mobiliser.
Je vous remercie pour votre attention.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Eerlijk gezegd, het standpunt van Open Vld … Hoe durft u mensen die een opleiding voor een knelpuntberoep volgen, hangmatters noemen, mijnheer Coenegrachts? Zij doen elke dag keihard hun best.
Voor Vooruit zijn de principes helder. We moeten omkijken naar de mensen die werkloos zijn. We moeten hen vastpakken en begeleiden en zeker niet de mensen die elke dag keihard hun best doen bestraffen. Er moeten inderdaad meer mensen aan de slag, want we hebben ze nodig. Daarom kunnen we ook de principes van het regeerakkoord verdedigen.
Ik ben ook blij, mijnheer de minister, dat u ingaat op de vragen voor overleg, want de zij-instromers hebben zekerheid nodig, niet alleen vandaag maar ook morgen. Vooruit laat hen niet los. We hebben hen broodnodig op de arbeidsmarkt, in ons onderwijs en in de zorg.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne suis pas fataliste, mais réaliste, et je n'ai certainement pas besoin de vos conseils.
Ici, c'est le retour de la pensée magique et des slogans de M. Clarinval! D'un côté, 100 000 chômeurs et, de l'autre, 170 000 emplois disponibles et, hop, on y va, un petit coup de baguette magique et ce sont les vases communicants. Et, si ça ne suffit pas, un nouveau coup de baguette magique: les CPAS vont trouver des emplois, là où les organismes spécialisés n'en trouvaient pas.
Je pense qu'il faut soutenir les demandeurs d'emploi qui suivent des formations. C'était l'objet de ma question, mais vous faites encore des amalgames, monsieur le ministre. De toute façon, votre réforme du marché du travail va rendre les gens malades! Votre réforme des pensions va décourager les jeunes à devenir profs ou policiers, et vous allez aggraver la pénurie de main-d'œuvre! Vous êtes vraiment le ministre, non du Travail et de l'Économie, mais le ministre des économies!
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Il n'y a pas 36 solutions. Si vous voulez faire correspondre vos 100 000 chômeurs, d'un côté, et vos 175 000 offres d'emploi – dont un bon tiers relatives à des métiers en pénurie –, de l'autre, vous avez besoin de formations.
J'ai bien écouté les interventions de vos partenaires, et il me semble que les planètes, doucement, s'alignent. Le cd&v vous le demande, Vooruit aussi. La N-VA, on ne sait pas, car M. Ronse a décidé de vous faire un poème, mais Mme Demir, hier, n'avait pas l'air contre non plus.
(…) : (…)
François De Smet:
Si, si, c'était un poème à la gloire du ministre, et c'est très bien.
Pour ce qui est des Engagés, on ne sait pas encore, mais ils finissent en général par rallier le point de vue majoritaire, donc ça devrait aller. Vous allez donc très vite vous retrouver isolé, si vous n'allez pas de l'avant. Dès lors, je vous en prie, prenez cette direction. C'est une question de bon sens. Il est normal de permettre aux gens qui se forment d'avoir un peu plus que deux ans. C'est la direction du progrès, et je vous souhaite de la trouver.
Axel Ronse:
Vooreerst hartelijk dank aan de collega’s van Vooruit en cd&v. Het is fantastisch dat u zo open voor uw mening uitkomt en dat we alles steeds in openheid tegen elkaar kunnen zeggen. Ik weet dat u van uw woord bent en dat u het regeerakkoord tot op de letter zult uitvoeren. Een knelpuntopleiding volgen zal niet langer dan twee jaar combineerbaar zijn met de werkloosheidsuitkering. Die uitkering dient daar ook niet voor.
Het komt vanzelfsprekend de regio’s toe om na te denken over hoe mensen naar knelpuntopleidingen van langer dan twee jaar kunnen worden geleid. Zuhal Demir heeft net die bezorgdheid geuit en gaat daarmee aan de slag. Ze heeft echter op geen enkele manier gevraagd of ge ï nsinueerd dat werkloosheid langer dan twee jaar gecombineerd moet kunnen worden met een opleiding.
Collega Coenegrachts, het is schattig dat u hier kritiek komt geven, terwijl u 26 jaar aan de knoppen hebt gezeten. Men kon de werkloosheidsuitkering in die periode met Open Vld niet beperken in de tijd. Nu zit iemand anders aan de stuurknoppen (…)
Steven Coenegrachts:
Collega Ronse, maak u geen zorgen, ik voel er me even ongemakkelijk bij als u dat ik uw regering complimenten moet geven. Wat de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd betreft, moet ik dat effectief doen.
U omarmt hier de opendebatcultuur en zegt dat men in alle fracties alles mag doen of zeggen wat men wil. Ik vraag me echter af wat u de voorbije acht maanden aan al die tafels hebt besproken. Waarover hebt u het wel gehad? U hebt geen enkele discussie ten gronde gevoerd, niet over de meerwaardebelasting, niet over de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Er worden modaliteiten gevraagd aan de linkerkant, er worden modaliteiten gevraagd aan de rechterkant, er worden modaliteiten gevraagd door de gewesten en door de regeringen. Mijnheer de minister, u moet alles doen om ervoor te zorgen dat die modaliteiten alleszins beperkt blijven.
Florence Reuter:
Merci monsieur le vice-premier ministre.
Laissez les loups crier, ils vont continuer à crier encore pendant quelques années, ce n'est pas grave. Vous l'avez dit, il y a 170 000 emplois vacants. Ce sont ces emplois qu'il faut remplir.
Monsieur le ministre Dermagne, quand vous aviez l'Emploi dans vos compétences, vous étiez le premier à citer le Danemark en exemple. Le chômage y est également limité dans le temps.
Bien évidemment, nous allons accompagner les demandeurs d'emploi. Bien évidemment, nous avancerons avec les entités fédérées pour activer les demandeurs d'emploi. Il faut remettre la valeur "travail" au premier plan. Travailler, ce n'est pas une punition, c'est avoir une place dans la société. C'est aussi sur les mentalités qu'il faut agir.
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, diegenen die een opleiding volgen, zijn ongerust en willen duidelijkheid. Ze hebben een contract gesloten met de overheid over een traject naar werk en willen dat dat gehonoreerd wordt.
Voor ons is het duidelijk. Er zijn vandaag ontzettend veel vacatures in ons land. Alleen al in de zorg geraken meer dan 140.000 vacatures niet ingevuld. Het is dan ook de opdracht van de regering om werklozen zo snel mogelijk naar een job toe te leiden. We zullen hen daarbij moeten helpen en we zullen dat samen met de deelstaten moeten doen. Mijnheer de minister, op ons kunt u rekenen.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
U weet allen dat wanneer een naam valt, de betrokkene dan geneigd is om een persoonlijk feit in te roepen. Ik probeer dat op een objectieve manier te bekijken. Er was de wens dat de heer Hedebouw bij voortduring 1 mei zou kunnen vieren. Ik kan dat bezwaarlijk een belediging of een negatieve kwalificatie noemen.
Er is een oordeel geveld over het beleid van de heer Dermagne en ik denk dat dat wel een persoonlijk feit is. ( Protest op de banken )
Collega's, het komt de voorzitter toe om te oordelen over het persoonlijk feit of niet en ik denk dat ik daarbij geen onderscheid maak. Mijnheer Hedebouw, u kunt het noemen van uw naam bezwaarlijk een belediging noemen.
Ik wil iedereen nogmaals op het hart drukken dat ze best geen namen noemen. Collega Ronse, ik vermoed dat de heer Hedebouw heel blij is dat u zijn naam hebt genoemd, want dat geeft hem nu de kans om de indruk te wekken dat er een persoonlijk feit is. Ik heb mijn oordeel geveld en de heer Dermagne krijgt het woord.
Pierre-Yves Dermagne:
Je vous remercie, monsieur le président.
Madame Reuter, vous avez une vision simpliste de la vie et de la société. Je ne vais pas crier ici, je vais simplement vous rappeler quelle est la réalité. Il y a effectivement un peu plus de 100 000 demandeurs d'emploi de longue durée. Parmi eux, près des deux tiers ont travaillé les deux années précédentes.
Pas suffisamment pour pouvoir sortir des chiffres du chômage, mais nous ne sommes pas avec des bénéficiaires ravis de recevoir une allocation de chômage. Nous sommes avec des gens qui essayent de retrouver le chemin du travail. Et parmi les 170 000 emplois en pénurie, il y a des emplois d'infirmier et d'infirmière, des emplois d'enseignant et d'enseignantes, de technicien et de technicienne, des emplois qui nécessitent une formation, qui nécessitent un diplôme.
Si vous pensez que, demain, on va former des infirmiers et infirmières ou des enseignants et enseignantes en un an, ce n'est pas le modèle de société que nous, au Parti Socialiste, nous voulons. Nous voulons de l'emploi de qualité, de l'emploi qui rémunère de manière digne celles et ceux qui travaillent, et des emplois qui émancipent, comme M. Clarinval l'a évoqué tout à l'heure, mais en parlant de choses qu'il ne connaît pas.
Florence Reuter:
Vous, vous savez sûrement comment on vit! Mais pour qui vous prenez-vous en donnant des leçons? Pour qui vous prenez-vous? Je n'ai cité aucun nom, monsieur le président.
Pour les socialistes, qui ont enfin perdu les élections et qui enfin se retrouvent dans l'opposition après des années et des décennies d'assistanat, il est peut-être temps de regarder les choses en face. Alors moi, je ne suis sûrement pas fataliste, je suis justement réaliste, mais je suis surtout optimiste. Et je n'ai cité aucun nom.
Voorzitter:
U had wel degelijk de heer Dermagne bij naam genoemd, mevrouw Reuter.
Pierre-Yves Dermagne:
Madame Reuter et vos collègues du MR, dites-moi comment on va former demain une infirmière ou un infirmier en un an!
Florence Reuter:
(…)!
Voorzitter:
Collega's, ik denk dat de diverse standpunten vrij duidelijk zijn gemaakt.
Het staakt-het-vuren in Gaza en de erkenning van Palestina
De genocide in Gaza
Gaza
De aanvallen in Gaza
De schending van het staakt-het-vuren in Gaza
Geweld en mensenrechten in Gaza
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en de EU worden scherp bekritiseerd voor hun passiviteit tijdens het Israëlisch geweld in Gaza, waar in 48 uur 1.000+ doden vielen, waaronder veel burgers, ondanks een zogenaamd staakt-het-vuren dat nooit effectief was. Parlementsleden eisen concrete sancties (wapenembargo, opschorting EU-associatieakkoord, boycot nederzettingsproducten) en erkenning van Palestina, maar minister Prévot benadrukt enkel juridische procedures (steun aan ICJ) en ontkent België’s betrokkenheid bij wapenleveringen—wat tegenstanders ontkrachten met bewijs van massale wapentransits via Antwerpen. De kernvraag blijft: waarin schuilt de drempel voor daadwerkelijke druk op Israël, terwijl genocide-aantijgingen (ICJ, Amnesty) en systematische schendingen van internationaal recht ongestraft blijven? Woede overheerst over dubbele standaarden (vs. sancties tegen Rusland/China) en het falende morele leiderschap van Europa.
Christophe Lacroix:
Je pense que tout le monde y a cru et l'a espéré. C'est mon cas et je pense celui de nous tous. Monsieur le ministre, un cessez-le-feu n'est pas un accord de paix.
En 48 heures, la machine de guerre infernale du gouvernement israélien et de Netanyahu a encore très durement frappé: 970 morts. Nous sommes 150 dans cette Assemblée. C'est donc six fois cette Assemblée en 48 heures! Imaginez-vous: nous remplissons six fois l'assemblée et c'est vide en 48 heures! Nous n'existons plus!
La spirale infernale a repris de plus belle: des enfants, des femmes, des vieillards, des civils. Les opérations militaires israéliennes totalement disproportionnées, indiscriminées s'emballent à nouveau, les bombes éclatent. Les soldats entrent dans ce minuscule territoire dont il ne reste pratiquement rien, ce territoire en deuil, ce territoire à l'agonie. Israël pousse le cynisme à utiliser l'eau et la nourriture comme arme de guerre et continue de bloquer l'aide humanitaire. Le droit international est bafoué de manière systématique, et j'oserais même dire de manière systémique, dans le chef du gouvernement israélien.
En Cisjordanie occupée, la plus grande déportation forcée depuis le début de l'occupation israélienne est en cours. Voulez-vous savoir pourquoi monsieur le ministre? Parce qu'avec Donald Trump, Netanyahu a carte blanche pour briser la trêve en toute impunité et parce que l'Europe et la communauté internationale – malgré des voix courageuses comme celles de l'Espagne, de l'Irlande, de la Norvège, de la Slovénie ou même de l'Arménie – n'osent pas aller à l'encontre de cette volonté hégémonique et annexionniste d'Israël.
Monsieur le ministre, pourquoi vous faut-il encore plus pour reconnaître la Palestine en tant qu'État? Qu'attendez-vous aujourd'hui comme prémices (…)
Peter Mertens:
Mijnheer de voorzitter, collega's, Israël heeft de voorbije 48 uur de poorten van de hel opnieuw opengezet. Ik heb beelden gezien. Ik heb een dode baby gezien in haar t-shirt met een regenboog op. Ik heb de moeder gezien die voor de laatste keer door de paardenstaart van haar dochter gaat die dood is. Ik heb een dode peuter gezien met een bebloed t-shirt met daarop Mickey Mouse. 900 mensen werden afgeslacht. Mensen, kinderen, jongeren, mama's, papa's, broers en zussen.
Mijnheer de minister, wat is eigenlijk een staakt-het-vuren tijdens een genocide? Wat is dat? Het moorden hield nooit op. Het stelen van grond hield nooit op. Het slopen van woningen hield nooit op. Weet u hoeveel Palestijnen vermoord werden in die periode van zogenaamd staakt-het-vuren? 150. Nog voor dit bloedblad. Weet u hoeveel Israëli's er vermoord werden? Een, een aannemer. Hij werd vermoord door het Israëlisch leger omdat men dacht dat hij een Palestijn was. Dat is de realiteit van vandaag. Er is geen staakt-het-vuren tijdens deze genocide.
Ik vraag mij af hoeveel misdaden er nog moeten gebeuren vooraleer u echt optreedt. Het gaat dan niet over het op het matje roepen van de ambassadeur. Het gaat over het uitwijzen van deze ambassadeur uit België. Het gaat over het uitwijzen van een genocidaal regime hier uit België.
Het is niet alleen met de carte blanche van Donald Trump dat Netanyahu optreedt, hij heeft ook een carte blanche van deze Europese Unie, die akkoorden blijft sluiten met Netanyahu. Het is een schande. Maak een economisch embargo tegenover deze genocidale staat. En maak eindelijk ook een wapenembargo, zodat gestopt wordt met onze wapens een genocide aan te richten.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, depuis lundi, Gaza est à nouveau sous un déluge de bombes. Des centaines de morts en plusieurs heures, de nouvelles familles entières piégées sous les décombres, des civils bombardés en pleine nuit, en plein ramadan, en plein cessez-le-feu. Après des mois de famine et de bombardements, après des années de siège sans eau ni électricité et une aide humanitaire bloquée, après la promesse brisée d'une trêve, ce sont des civils encore et toujours qui paient le prix de l'inaction internationale, de notre inaction qui devient complice et coupable. Cela vient alourdir un bilan tout simplement glaçant: on ne compte plus les dizaines de milliers de morts.
Israël viole toutes les règles du droit international en toute impunité. La Cour internationale de Justice (CIJ) a ordonné des mesures conservatoires pour prévenir un génocide. Israël les ignore. L'Union européenne a rappelé que le respect des droits humains est une condition de son accord d'association avec Israël mais cela n'a aucune conséquence. Les produits des colonies sont interdits par une résolution de l'Organisation des Nations Unies (ONU) mais continuent à être commercialisés.
Monsieur le ministre, quand la Belgique va-t-elle enfin appliquer réellement ses engagements? Quelles sanctions notre pays est-il prêt à prendre et à défendre au sein de l'Union européenne? Va-t-on enfin suspendre l'accord commercial avec Israël? Va-t-on cesser d'importer des produits issus des colonies?
Le droit international ne peut pas être un principe à géométrie variable. Or, on voit beaucoup trop de deux poids, deux mesures. Si on veut être crédibles sur la scène internationale, nous devons agir et vite. Monsieur le ministre, quelles actions, quelles sanctions et quelles pressions concrètes la Belgique est-elle prête à prendre et à exercer pour que ce drame et ce génocide cessent enfin?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, hebt u zich ooit al eens gewassen met producten uit bezette gebieden? Als nieuwjaarscadeau kreeg ik een pakketje van de Israëlische ambassade met AHAVA-verzorgingsproducten. Zoek dat maar eens op. Die producten worden geproduceerd in de illegale nederzettingen. Het is heel duidelijk dat we van de Israëlische regering geen normbesef meer moeten verwachten.
De oorlog is opnieuw begonnen. Twee miljoen Gazanen worden al weken in een wurggreep gehouden, zonder toegang tot voedsel, water en elektriciteit. Om zijn eigen hachje en dat van zijn regering te redden, schiet Netanyahu eigenhandig het vredesakkoord aan flarden. Keer op keer moeten Gazaanse ouders hun dode kinderen begraven. Keer op keer veegt Israël zijn voeten aan het internationaal humanitair recht. Keer op keer wordt elke stap richting een duurzame vrede opgeblazen. Zelfs het lot van de gijzelaars lijkt de Israëlische regering koud te laten.
De wereld kijkt machteloos toe. Halfslachtige veroordelingen volstaan niet meer. Het is tijd voor actie, ook van u, ook van ons land, ook van de Europese Unie. Voor mijn partij is het klaar en helder: schort nu toch dat Europese associatieakkoord op. Neem sancties tegen oorlogsmisdadigers en verbied producten uit illegale nederzettingen. Europa moet het voortouw nemen.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om een vuist te maken tegen Netanyahu's vernietigende overlevingsstrategie? Wat zult u doen om het Europese handen wassen in onschuld eindelijk te doorbreken?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, het was gewoon bullshit. Alle mooie woorden over vrede, de bescherming van gijzelaars, een nieuwe en betere toekomst voor de Palestijnen… het was allemaal bullshit. Iedereen die daar nog aan twijfelt, wordt vandaag keihard met de neus op de bloederige feiten gedrukt. Alweer zijn er meer dan 1.000 doden gevallen: vrouwen, kinderen, mensen die in feite de pech hebben om op de verkeerde plek te zijn geboren.
Vergis u niet, Israël is geen gewone democratie meer, maar wel een land waar extremen aan de macht zijn gekomen en waar mensenrechten niet meer lijken te tellen. We hebben het hier in dit halfrond al vaak gehad over mensenrechten en het belang ervan. Dat is goed, maar is er iemand die echt gelooft dat de Trumps, Poetins en Netanyahu's van deze wereld daarvoor terugdeinzen? Zal dat het verschil maken? Ik denk het niet. Ze lachen ermee.
Voor Vooruit is het duidelijk dat we vandaag voor een fundamentele keuze staan. Mijnheer de minister, gaan we samen met Europa een echt front vormen en opkomen voor de onschuldige slachtoffers of blijven we aan de kant staan en kijken we weg?
Mijnheer de minister, ik vraag u vandaag geen mooie woorden, ik vraag concrete acties. Wat kunnen we doen om aan de kant van het goede te staan? Wat kunnen we doen om voor de onschuldige slachtoffers in Gaza op te komen?
Maxime Prévot:
Monsieur le président, chers collègues, soyons clairs: la nouvelle escalade de la violence au Proche-Orient est totalement inacceptable. J'ai maintes fois appelé au respect du cessez-le-feu et du droit international humanitaire, et voilà ce à quoi nous sommes à nouveau confrontés. J'ai condamné publiquement la reprise des attaques par l'armée israélienne, et fait peu fréquent, j'ai demandé à voir, hier, l'ambassadrice d'Israël pour lui faire part de mon indignation et de mon incompréhension.
Mon incompréhension, d'abord, quant au momentum . Nous nous attendions tous à pouvoir passer à la phase 2 de l'accord. Cette optique était renforcée par le récent plan arabe mis sur la table, qui a été accueilli très favorablement, notamment par nous. L'accord avait jusqu'ici permis un cessez-le-feu et avait permis à de nombreux otages de retrouver leur famille. L'aide humanitaire parvenait enfin à nouveau aux femmes et aux enfants de Gaza.
Het blokkeren van humanitaire hulp door Israël sinds 1 maart is een ernstige schending van het internationaal humanitair recht. De toegang tot voedsel, water, elektriciteit en gezondheidszorg verhinderen is duidelijk onaanvaardbaar.
Et mon indignation, ensuite et surtout, quant au principe même de ces attaques, coûtant la vie à de nombreux Palestiniens, à des membres du personnel de l'ONU et mettant – paradoxe! – en danger les nombreux otages israéliens encore en vie au plus grand dam de leurs familles.
Ik wil mijn diepste compassie betuigen aan alle Palestijnse slachtoffers in Gaza en aan alle Israëli's die vrede willen. Geweld zal niets oplossen. Hamas is niet verdwenen, maar tienduizenden burgers wel en er zijn nog steeds te veel gijzelaars in gevangenschap.
Il faut cesser le feu et reprendre le dialogue, d’autant que les répercussions régionales se font déjà sentir. Les Houthis, restés relativement calmes jusqu’ici, ont repris les hostilités en invoquant la défense des Palestiniens.
S’agissant de la question des ventes d’armes, il n’y a aucune licence d’exportation qui aurait été accordée pour renforcer la capacité militaire de Tsahal ou du Hamas. Vous me demandez donc d’interdire quelque chose qui n’existe pas.
België is een van de beste leerlingen van de Europese klas. Sinds 2009 al zijn de federale regering en de gewesten overeengekomen om geen wapenexportvergunningen te verlenen die de militaire capaciteit van de strijdkrachten in Israël en Palestina zouden versterken.
Madame Maouane, s’agissant de la question du génocide, je laisse à chacun la responsabilité de ses propos. La notion de génocide n’est pas un sujet à propos duquel on peut se permettre des raccourcis faciles.
J’en profite pour rappeler que la Belgique a toujours fortement soutenu et continue de soutenir les travaux de la Cour internationale de Justice. Nous insistons à chaque occasion sur l’obligation d’Israël de se conformer aux ordonnances rendues par la Cour en 2024. Pour rappel, la Cour a notamment ordonné à Israël de prendre toutes les mesures en son pouvoir pour empêcher la commission d’actes de génocide à Gaza.
België komt tussen in een procedure die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen voor het Internationaal Gerechtshof, maar we trekken geen overhaaste conclusies. Het komt het hof toe, en het hof alleen, om in volledige onafhankelijkheid te beoordelen of er al dan niet genocide is gepleegd.
We verzetten ons tegen elk obstakel voor de tweestatenoplossing, bijvoorbeeld door financiële en politieke steun te geven aan Palestijnen die op de Westelijke Jordaanoever wonen. Ook steunen wij de Palestijnse Autoriteit in haar hervormingsproces, zodat ze de legitimiteit en capaciteit heeft om Palestina te besturen.
On ne doit jamais oublier qu’une Autorité palestinienne faible signifie un Hamas fort. Nous avons tout intérêt à assurer une Autorité palestinienne forte comme interlocuteur pour Israël.
Die stappen maken het mogelijk om de erkenning van een levensvatbare Palestijnse Staat te overwegen, die zowel basisvoorzieningen voor de eigen burgers kan verzorgen als veiligheid voor de Israëli's bieden. (…)
Voorzitter:
Uw tijd is om, mijnheer de minister. Als ik voor u een uitzondering maak, dan moet ik dat voor iedereen doen.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses. Cependant, elles sont évasives et peu concrètes.
Au-delà des indignations et des mots de compassion, nous réclamons des actes et des sanctions. Comment est-ce possible face à ce monde de salopards, face à ce gouvernement d'extrême droite qui tue et assassine des enfants, des femmes, des vieillards? Avez-vous vu le regard de ces mères éplorées? Avez-vous vu les yeux remplis de larmes de ces enfants dont le destin est brisé à jamais? Et nous allons laisser encore se poursuivre ces crimes? Il nous faut reconnaître l' É tat de Palestine! Il nous faut sanctionner ces dirigeants sanguinaires! Et il faut cesser l'accord de coopération et d'association avec Israël!
Peter Mertens:
"België is de beste leerling van de klas." Mijnheer de minister, in december 2023 kwam aan het licht dat 246 ton militair materiaal via Antwerpen naar Israël werd verscheept. In januari 2024 kwam aan het licht dat 16.000 ton buskruit via de haven van Antwerpen van België naar Israël werd verscheept. Nog steeds leveren schepen van de rederij Maersk via de haven van Antwerpen wapens aan Haifa, nog steeds.
Er is bovendien geen enkele disclosure . Als men gegevens opvraagt, krijgt men een lijst met zwart doorstreepte pagina's. Dat is de realiteit van vandaag in de gemeenteraad van Antwerpen, in het Vlaams Parlement en hier. Iedereen houdt de paraplu op.
Wij zijn niet de beste leerling van de klas. Wij laten toe dat vandaag nog altijd materiaal daarheen wordt verscheept. De massamoord kan alleen maar doorgaan dankzij het wapentransport.
Als u dus wilt dat er een einde aan komt, leg dan het wapenembargo op, mijnheer de minister.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je dois dire que je suis sidérée par vos réponses. C'est la CIJ, ce sont des ONG comme Amnesty International qui parlent de génocide. Ce n'est pas une bande de gauchistes! Il y a un mandat d'arrêt international contre Netanyahu.
Netanyahu est accusé de nuire à son pays. Hier encore, des milliers d'Israéliens manifestaient en disant qu'ils sont pris en otage par un gouvernement sanguinaire. Il est accusé de nuire à son pays, et que fait le monde occidental? Rien. Que fait la Belgique? Rien de suffisant. Votre réponse est insuffisante. Pour sanctionner la Russie, il y a du monde. C'est très bien. Pour sanctionner la Chine, aussi. Mais, pour arrêter un génocide, chers collègues, auquel on assiste en direct, il n'y a plus personne!
Quelle crédibilité avons-nous encore? Quelle crédibilité avons-nous face à ces bébés qui sont morts de froid? Face à ces enfants qui sont traumatisés, qui sont charcutés? Quelle crédibilité avons-nous? Il n'y a plus que de la colère et de la honte, monsieur le ministre!
Els Van Hoof:
Compassie, verontwaardiging, de beste leerling van de klas zijn, het volstaat blijkbaar niet. We moeten nog steviger uithalen op Europees en op multilateraal vlak om ervoor te zorgen dat dit geweld en deze schendingen stoppen.
Dat de extremisten deel uitmaken van de Israëlische regering zegt heel veel over de Israëlische intenties. Dat betekent nog meer nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Er zijn er 4.000 aangekondigd. Men leeft daar nu in angst en depressie, dat heeft de Palestijnse ambassadrice nog deze week tegen mij gezegd. Elke hoop op vrede voor elke Israëli en elke Palestijn is weerom aan flarden geschoten.
Er is dynamiek en goede wil getoond, ook en vooral vanuit de Arabische wereld. Het was een perfect plan dat de steun kreeg van de Europese Unie en van het Verenigd Koninkrijk, maar dat is onderuit gehaald. Dat kan niet. Europa mag zijn handen niet wassen in onschuld. Ik zal dat ook niet doen met mijn verzorgingsproducten. We moeten (…)
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, u geeft aan dat het niet makkelijk wordt, maar ik hoop dat u en alle politici hier in de zaal beseffen dat we het niet moeten doen omdat het makkelijk is, maar omdat mensen op ons rekenen. Onschuldige slachtoffers in Gaza rekenen op politici om voor hen op te komen. In de vorige regering hebben we er met Caroline Gennez voor gezorgd dat we voedselpakketten en medicijnen konden brengen. Diezelfde inzet hebben we vandaag nodig, en nog meer. We moeten durven te spreken over sancties tegen Israël, dat is de enige taal die zij begrijpen. We kunnen hier alle schone woorden gebruiken, maar de enige taal die zij begrijpen, is de taal van het geld. Het is aan ons, collega's, om onze verantwoordelijkheid te nemen en aan de juiste kant te staan. Ik reken echt op u, mijnheer de minister. Ik hoop dat u daar rekening mee houdt.
De zoektocht naar 17 miljard euro voor Defensie
De formatie 2.0 en de budgettaire keuzes voor België
Het bijkomende budget voor Defensie
De impact van de 17 miljard euro op de begroting
De verhoging van het Belgische defensiebudget
Belgische defensiebegroting: uitdagingen en impact.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Theo Francken (Minister van Defensie)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België moet 17 miljard euro vrijmaken om de NAVO-defensienorm (2% BBP) te halen, maar de regering botst op diepe meningsverschillen over financiering: verkoop staatsdeelnemingen (omstreden als "kroonjuwelen"), belastingsverhogingen (weerstand bij cd&v/Vooruit), besparingen (niet op sociale zekerheid), of schulden (afgewezen om toekomstige generaties te belasten). De Wever benadrukt urgentie en eensgezindheid over het *doel* (veiligheid, Europese autonomie), maar geen consensus over *hoe*—kritiek op "cacofonie" en gebrek aan leiderschap, terwijl oppositie (ptb, Groen) vreest voor nieuwe besparingen op arbeiders en sociale voorzieningen. Kernpunt: defensie als hefboom voor begrotingsherziening, met risico op politieke polarisatie en sociale spanning.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, de wereldorde is de laatste weken compleet veranderd. Dat heeft ook implicaties voor België. We zullen niet meer kunnen schuilen onder de paraplu van de Amerikanen, dus er moeten meer aandacht en middelen naar defensie gaan. Via VTM Nieuws vernamen we dat er 17,2 miljard euro gezocht wordt. Dat heeft uw minister van Financiën gezegd.
Er lijkt wel eensgezindheid te zijn. De minister van Begroting heeft gelijk, daarover lijkt wel eensgezindheid te bestaan. Er is echter helemaal geen consensus binnen uw regering over waar het geld vandaan moet komen en wie het zal betalen. Iedereen spreekt elkaar tegen. De minister van Financiën heeft gezegd dat het volledig gecompenseerd moet worden.
(…) : (…)
Alexia Bertrand:
Nee, budget! Ja, voilà, ziet u. De minister van Begroting zei dus dat het volledig gecompenseerd moet worden. Vooruit zegt echter nee. Volgens Vooruit zijn de codewoorden 'buiten de begroting'. Dat bestaat echter niet, dat weet u net zo goed als ik. De schuld blijft oplopen. Iemand moet dat wel betalen.
De minister van Begroting heeft echter een oplossing. Hij heeft vier financieringsbronnen geïdentificeerd.
Ten eerste zullen de overheidsparticipaties verkocht worden. Toch niet, zegt de heer Prévot.
"Pas si vite" dit M. Prévot, "il faut être prudent avec les bijoux de l'État, les joyaux de la Couronne".
"Dat is niet erg, wij hebben een andere oplossing. We gaan het geld aan de regio's vragen," zegt de minister van Begroting.
"Zeker niet, njet," zegt de heer Diependaele, "absoluut niet! Wij gaan daar niet voor betalen. Wij willen niet op de Vlaamse begroting besparen voor een federale bevoegdheid. No way, ik weet van niets!"
Dat is niet erg, er is een derde oplossing, namelijk de Russische tegoeden. "Dat is immoreel, mijnheer de eerste minister. De Russische tegoeden daarvoor gebruiken, is immoreel."
"Wel, dan gaan we besparen."
"Besparen? Niet op de sociale zekerheid," zeggen Vooruit en cd&v.
"Nee, we gaan belasten!", zeggen Les Engagés. "Wij gaan de meerwaardebelasting verdubbelen. Belasten!"
Wat is het nu, mijnheer de minister, waar komt het geld vandaan? (…)
Voorzitter:
Dank u, mevrouw Bertrand.
Vervolgens mag mevrouw Merckx wellicht een soortgelijk pleidooi houden. (Gelach)
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, il y a près de deux mois, vous nous avez présenté votre accord de gouvernement. Vous avez dit: "Il faut mettre le pays au régime. Il n'y a plus d'argent". Dans votre accord, vous avez fait en sorte que l'effort budgétaire, pour 95 %, tombe sur les travailleurs, les malades et les chômeurs.
Aujourd'hui, en fait, vous mettez cet accord à la poubelle. Vous recommencez des négociations pour le gouvernement; et vous voulez faire pire, soi-disant parce qu’il faut trouver 4 ou 17 milliards en plus pour la Défense.
Ce qui est dingue, c'est ce que dit l'Europe. Mme von der Leyen a dit: "Il y a 800 milliards d'euros pour les États, il n'y a pas de problème, vous pouvez dépenser pour la Défense".
Quand c'est pour nos pensions, quand c'est pour nos services publics, il n'y a pas d'argent. Mais quand c'est pour la Défense, il n'y a pas de problème, c'est open bar. C'est ce que nous voyons vraiment.
Et que voyons-nous quant à vos nouvelles négociations? Qu’y a-t-il sur la table? Des sanctions encore plus sévères pour les mutuelles concernant les malades de longue durée. D'autres, comme M. Van Peteghem, disent: "Il faut faire plus d'économies". Va-t-on encore économiser plus dans nos services publics?
Il paraît aussi que vous allez rediscuter du malus pension, parce que le dernier mot n'aurait pas été dit. Si c'est pour aller chercher de l'argent, je suppose que les choses vont empirer.
Il paraît aussi, à propos de la taxe sur les plus-values, que le mot "plus-values" ne figurerait plus dans la note de M. Jambon.
Monsieur le premier ministre, les questions que je vous adresse sont très claires. Quel est votre timing? Qu’y a-t-il réellement sur la table en vue d’aller chercher de l'argent? Allez-vous faire payer la classe travailleuse à 100 %?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, si nous voulons porter un effort de guerre en ce compris vis-à-vis de la population, il faut d’abord rappeler la réalité de la menace.
J’entends des discours qui nous disent que "l'Ukraine, c'est loin, qu'il n'y aura jamais de chars russes place de Brouckère". C'est vrai. Il n'en reste pas moins que la Russie de M. Poutine constitue une menace impérialiste qui attaque ses voisins. Hier, la Géorgie et l'Ukraine. Demain peut-être la Pologne, les États baltes, la Moldavie. La menace n'est pas purement militaire au sens classique. Ce régime empoisonne ses opposants. Ce régime n'hésite pas à court-circuiter et à tenter de pirater les élections dans les pays démocratiques et même à financer et à soutenir des partis extrémistes dans nos pays.
Chers collègues, que l'on aime ou que l'on n'aime pas ce gouvernement, désolé, désormais notre génération devra faire les efforts qui n'ont pas été consentis depuis 40 ou 50 ans, non pas pour faire la guerre, mais pour rester en paix.
Ceci dit, en effet, dans votre gouvernement et en dehors, cela tire dans tous les sens. Différentes sources sont possibles. Il faut faire la différence avec les entreprises publiques. Que l'on se désengage de certaines banques, pourquoi pas? Je ne crois pas que l'État belge ait pour vocation de gérer des banques. Si nous sommes propriétaires, en tout ou en partie, de banques, c'est parce que nous avons voulu les sauver en 2008.
Par contre, je ne voudrais pas que le combo magique des nationalistes flamands au 16 rue de la Loi, aux Finances et à la Défense fasse en sorte que l'on se sépare de certains bijoux de famille comme Proximus et bpost parce que ces entreprises publiques ont une plus-value stratégique, une plus-value pour le citoyen, en ce compris pour l'État belge.
Enfin, monsieur le premier ministre, notre ministre de la Défense, qui est extrêmement volubile, nous fait part de ses analyses géostratégiques à peu près tous les jours. Je crois que vous êtes la seule personne dans l'hémisphère Nord à avoir un peu d'influence sur lui pour le moment. Peut-être pourriez-vous le délivrer un peu de son "trumpisme" pro-américain parce qu'avec ces 17 milliards, il ne faut pas acheter de l'américain mais du belge et de l'européen!
Steven Matheï:
Mijnheer de premier, 17,2 miljard euro is nodig om de NAVO-norm te halen. Dat is een zeer hoog bedrag, iets wat niet zomaar uit de lucht komt vallen en een doordacht plan vereist dat zeker rekening houdt met onze hoge staatsschuld en onze hoge belastingdruk.
Op zich heeft men nu twee keuzes. We kunnen die 17,2 miljard euro betalen door schulden op te bouwen en de factuur naar de volgende generaties door te schuiven, met alle gevolgen van dien, ofwel nemen we onze verantwoordelijkheid en gaan we ook op zoek naar compenserende maatregelen, zodat de schuld binnen de perken blijft. De minister van Begroting heeft een voorstel van budgettair kader op tafel gelegd waarin er enerzijds voor wordt gezorgd dat er een broodnodige versnelling kan komen om de NAVO-norm te halen en waarin anderzijds ook wordt gezorgd voor een mix van compenserende maatregelen, zodat onze schuld niet stijgt.
Daarom is onze vraag aan u heel eenvoudig. Zal uw regering ervoor zorgen dat de extra, broodnodige uitgaven ook worden gecompenseerd, zodat onze schulden niet verder stijgen?
Voorzitter:
Collega Matheï, het onderwerp van de vragen is '17 miljard euro', maar u maakt er 17,2 miljard euro van. Ik had uw vraag eigenlijk ongeldig moeten verklaren.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je pense qu'il est maintenant clair pour tout le monde que l'Europe doit arrêter d'être naïve, doit arrêter de se plaindre et de pleurer, et qu'elle doit agir. J'entends certains dire qu'on va trouver de l'argent pour la Défense plutôt que pour nos hôpitaux et nos politiques sociales. Mais, si nous ne sommes pas capables d'assurer notre sécurité, il n'y aura plus d'hôpitaux, plus de politiques sociales, plus de bien-être! Ne pas être à côté de l'histoire, c'est aussi prendre ses responsabilités au moment où cela s'impose, plutôt que de choisir la facilité.
Monsieur le premier ministre, il y a un enjeu en termes de Défense, mais également sur d'autres aspects, sans doute encore plus dangereux pour l'Europe. Ce sont ceux de la guerre commerciale, de la guerre industrielle et de la protection numérique. Nous avons aujourd'hui beaucoup plus de risques de subir une attaque numérique qui relègue notre pays au Moyen-Âge que d'avoir des chars russes sur la Grand-Place de Bruxelles.
Monsieur le premier ministre, dans les 2 % que nous devons consacrer dès cette année à la Défense – certains partenaires nous ayant empêchés par le passé de le faire sur la durée, nous sommes obligés de faire aujourd'hui des efforts beaucoup plus stricts –, est-il prévu que des moyens et surtout une stratégie puissent être développés pour garantir une autonomie commerciale, une autonomie industrielle, une autonomie numérique à l'Union européenne? Car c'est à ce prix que nous pourrons conserver notre sécurité. Aujourd'hui, s'équiper militairement afin de respecter nos engagements vis-à-vis de l'OTAN est fondamental, mais faire en sorte de préserver notre bien-être et notre sécurité intérieure l'est tout autant.
Voorzitter:
Dat betekent dat de eerste minister 5 minuten heeft om te reageren op deze reeks vragen.
Bart De Wever:
Chers collègues, comme vous le savez, le gouvernement a déjà prévu une importante trajectoire de croissance pour nos dépenses en défense; nous visons 2 % d’ici la fin de cette législature. De cette manière, ce gouvernement ferait enfin ce qui a été négligé au cours de ces dernières décennies: honorer nos engagements internationaux, et montrer que ce pays est un allié fiable pour l’OTAN. L’effort déjà prévu était considérable, surtout dans le contexte budgétaire désastreux dont nous avons hérité. Cependant, les derniers développements géopolitiques nous obligent à accélérer cette trajectoire de croissance. Avec le sommet de l’OTAN prévu cet été, un effort supplémentaire sera nécessaire pour montrer à nos partenaires que notre pays veut apporter sa juste contribution pour garantir la sécurité de notre continent européen.
À ce sujet, je constate une unanimité claire au sein de notre gouvernement, et je m’en réjouis. Je pense en effet que M. Bouchez a raison: la menace est existentielle, elle est claire. À moins d’appartenir à la cinquième colonne de Poutine, tout le monde le voit. Cela nécessite effectivement – et évidemment – un ajustement de la trajectoire budgétaire pour les prochaines années. Nous souhaitons bien entendu l’intégrer le plus rapidement possible, c’est-à-dire dans le budget que nous soumettrons pour ce qui reste de cette année. Les détails ne pourront évidemment n’être communiqués qu’une fois un accord trouvé au sein du gouvernement. Il est vrai que j’ai déjà pu lire de nombreuses déclarations à ce sujet de la part des partenaires de la coalition, ce dont je me réjouis un peu moins, mais passons. Cependant, d’après mes premiers contacts avec ces partenaires de la coalition, j’ai bon espoir qu’un tel accord pourra être trouvé rapidement.
Ik wil wel volgende duidelijkheid scheppen. De regering leeft in het besef dat men een euro slechts één keer kan uitgeven en dat geld niet zomaar uit de printer rolt. Misschien is het een goede zaak dat Europa de komende jaren iets minzamer zal kijken naar de uitgaven voor defensie. Dat ontslaat ons echter niet van de verantwoordelijkheid om een duurzaam begrotingstraject te bewandelen. En verschrikkelijk veel marge heeft dit land uiteraard niet. We kunnen niet fel buiten de lijntjes kleuren, want we hebben nog moeite om de lijntjes te bereiken.
Ik heb dinsdag ook een goed gesprek gehad met de ambtsgenoten uit Vlaanderen en Wallonië. We hebben het onder meer gehad over gemeenschappelijke mogelijkheden en opportuniteiten, ook inzake defensie. Ik kan u zeggen dat we zeer eensgezind zijn en dat alle collega's doordrongen zijn van de uitdagingen waarvoor we staan, maar ook van de opportuniteiten die deze bieden.
De komende tijd zullen de deelstaten zeker inspanningen leveren, dat heb ik hun ook gevraagd en dat waren ze ook van plan, om hun regelgeving inzake de defensie-industrie te versoepelen. Het zou immers ontzettend dom zijn, collega's, om niet te proberen met onze eigen bedrijven maximaal te profiteren van de groeiende defensiebehoeften in Europa en de wereld. In elke crisis ligt een opportuniteit en ik roep derhalve alle overheden, maar ook heel ons bedrijfsleven, op om de kansen van een groeiende defensie-industrie in Europa te zien en te plukken. Op die manier zullen wij bijdragen tot de veiligheid van onze burgers en tot de veiligheid van Europa en tegelijk tot de versterking van ons economisch en industrieel weefsel.
Dit is geen tijd voor naïviteit, dit is geen tijd voor afwachten, het is een tijd om te kiezen en om te handelen. En dat zal deze regering zeer binnenkort doen.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, u bent niet gelukkig met de uitspraken van verschillende leden van uw regering, maar het is uw taak als eerste minister om ervoor te zorgen dat alle neuzen in dezelfde richting staan. En dat is uw probleem: u hebt een regering, maar u hebt geen ploeg. U hebt de partijvoorzitters moeten samenroepen, en dat al na zeven weken. Na zeven weken hebt u de partijvoorzitters al nodig. U staat onder curatele van de partijvoorzitters.
Ik zeg het u al, collega's, luister goed: Defensie wordt het excuus voor de begroting. Dat wordt het codewoord: begroting, tekort, Defensie. Dat zal het zijn.
Let goed op, het wordt het rookgordijn voor de begroting.
Sofie Merckx:
Aujourd'hui, l'Europe dépense déjà plus que la Russie pour sa défense.
Nous nous posons donc en effet la question du bien-fondé de la décision d'y injecter des milliards supplémentaires. Nous ne sommes d'ailleurs pas seuls: ce week-end , Mme Rutten de l'Open Vld a exprimé ses interrogations quant à cette décision.
Monsieur De Wever, lorsque vous dites qu'on ne peut dépenser l'argent qu'une seule fois, nous pouvons déjà deviner la direction que cette affaire prendra. Le problème est que vous voulez tirer parti de cet effort et de ce climat pour réaliser des économies encore plus drastiques aux dépens de la classe travailleuse, alors que certaines mesures que vous avez proposées sont inacceptables. C'est le cas, par exemple en ce qui concerne les pensions.
C'est pour ces raisons que, ce 31 mars, nous serons en grève avec l'ensemble des travailleurs du pays.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse, même si nous n'avons pas appris grand-chose.
La cacophonie qui vous désole porte malheureusement un nom qui ne va pas vous faire plaisir: elle rappelle un peu la Vivaldi. En tout cas, c'est ainsi que cela avait commencé. Bonne chance!
En ce qui concerne les entreprises publiques, il s'agit de choix stratégiques. En tant que député, je ne voudrais pas que nous nous réveillions un matin en découvrant que toute une série d'entreprises publiques a été vendue sans que nous le sachions. Cela mérite un débat parlementaire, même à huis clos, puisque je comprends le caractère de confidentialité.
Je suis très heureux que vous puissiez aider le développement des industries de défense en Wallonie, en Flandre et en Europe. Il ne faudrait pas que ce réflexe s'arrête aux munitions et aux chars. Cela concerne également, potentiellement, les avions de chasse. Si les Européens sont capables de construire des avions de ligne comme les Airbus, il n'y a aucune raison que d'ici 10, 15, 20 ou 30 ans, nous ne soyons pas aussi capables de construire des avions de chasse.
Steven Matheï:
Mijnheer de premier, u onderstreept terecht dat er aanzienlijke inspanningen nodig zijn om onze investeringen in defensie de NAVO-norm te laten halen. We benadrukken wel dat het belangrijk is om die factuur niet door te schuiven naar de volgende generaties. Tegelijkertijd ontplooit er zich een soort hybride oorlog in ons land en daarom moeten we ervoor zorgen dat de interne veiligheid in ons land ook gewaarborgd blijft. Dat zal een verhaal voor de komende weken en maanden zijn.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je pense qu'un angle n'a pas eu l'occasion d'être abordé, c'est la question de l'autonomie sur le plan commercial et numérique, qui, à mon sens, est vraiment un enjeu au moins tout aussi important. Pour le reste, en ce qui concerne le financement des 2 %, puisque certains ont demandé un peu de clarté, je peux d'ores et déjà donner la position de notre formation politique. C'est que vous ne pouvez pas avoir les chefs d'État et de gouvernement de l'Union européenne qui, devant toutes les caméras, disent que, potentiellement, une guerre est à nos portes et faire croire aux gens que rien ne va changer dans les budgets. À un moment donné, vous devez consacrer vos moyens aux besoins qui sont des besoins impériaux et vitaux pour la survie de notre pays et de l'Union européenne. Il ne faut pas d'impôts en plus dans le pays le plus taxé. Il faut du financement structurel! Il faut du courage politique! Je vous remercie.
De EU-top van 6 maart over defensie en de steun aan Oekraïne
De Belgische positie in het internationale veiligheidsbeleid
De Europese defensietop na de recente wijzigingen van het Amerikaanse beleid ten aanzien van Oekraïne
Het ReArm Europe-plan, de defensietop van 6 maart en de steun aan Oekraïne
De besluiten en de uitwerking van de EU-top van 6 maart te Brussel
EU-top 6 maart: defensie, Oekraïne-steun, internationaal veiligheidsbeleid
Gesteld door
PS
Paul Magnette
CD&V
Koen Van den Heuvel
Groen
Staf Aerts
VB
Annick Ponthier
N-VA
Darya Safai
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europese defensieautonomie en financiering na Trumps onbetrouwbare VS-beleid en Poetins agressie, met België onder druk om 4 miljard extra te investeren. Magnette (PS) eist dat Poetin (niet burgers) betaalt en waarschuwt voor dure, inefficiënte Amerikaanse wapenaankopen (bv. F-35’s), terwijl De Wever (N-VA) en Van den Heuvel (CD&V) pleiten voor Europese samenwerking, industriële integratie en strategische autonomie—zonder versnippering of paniek. Critici (Aerts, Ponthier) vrezen ongedekte cheques en escalatie, terwijl Safai (N-VA) het EU-plan *"ReArm Europe"* (800 mjd) als historisch scharniermoment omarmt.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, l'heure est grave! Depuis son retour à la tête des États-Unis, Donald Trump sème le désordre partout. Il sème le désordre autour des États-Unis avec ses projets d'annexion du Groenland et du Canada. Il sème le désordre au Proche-Orient avec ses projets délirants pour la bande de Gaza et son soutien inconditionnel au gouvernement Netanyahou. Il sème le désordre chez nous avec ses mesures douanières qui menacent notre économie et nos emplois. Et il sème le désordre à nos frontières avec son alliance à peine cachée avec le dictateur Poutine et le lâchage en rase campagne de Zelensky et du peuple ukrainien. Trump met le feu au monde! Il est aujourd'hui la première menace pour notre sécurité.
Les Européens doivent prendre leur sort en main. Ils commencent à le faire timidement. Après l'invasion de l'Ukraine par Poutine, en quelques mois, nous nous sommes débarrassés du gaz russe. Nous devons désormais nous passer des armes américaines. Cela impose, c'est vrai, un investissement massif en matière de sécurité, mais pas à n'importe quelle condition. Il faut d'abord tirer les leçons du passé.
Voici 10 ans, le premier gouvernement MR/N-VA a acheté des avions américains, fasciné par le soutien américain.
Ces F-35 nous ont coûté une fortune, 5 milliards, et peut-être ne décolleront jamais. Et votre ministre de la Défense veut à nouveau investir massivement dans de l'armement américain. Il ne faut pas refaire cette erreur. Les investissements doivent profiter à notre économie et à nos emplois.
Et puis, il y a bien sûr la question que tous les Belges se posent. Qui va payer? Qui va payer? Pour nous, la réponse est très claire. Ce ne doit pas être les travailleurs, ce ne doit pas être les pensionnés. Le responsable de la guerre, c'est Poutine et c'est Poutine qui doit payer.
Ma question est donc claire, monsieur le premier ministre. Êtes-vous prêt à vous rallier aux Européens qui veulent saisir les avoirs (…)
Koen Van den Heuvel:
Beste collega's, vandaag is er grote onzekerheid op wereldvlak, zoals we ook hier al gehoord hebben. Een wispelturige Amerikaanse president, die blijkbaar heel goed bevriend is met de Russische beer, dwingt ons in Europa tot keuzes om de veiligheid van onze gezinnen te waarborgen en de democratie van morgen veilig te stellen. Daarbij moeten we een gezonde ambitie tonen, want de tijd is rijp om als Europeanen onze verantwoordelijkheid op te nemen en onze strategische autonomie binnen Europa te versterken.
De extra veiligheidsinvesteringen in defensie zijn nodig. Daarbij telt niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit. We moeten die middelen op de juiste, de meest efficiënte en strategische manier gebruiken. Het is niet de bedoeling dat we met onze goedgevulde portemonnee wereldwijd gaan shoppen. Ik denk dat we de juiste keuzes moeten maken. Dat wil zeggen dat we komaf moeten maken met de versnippering van de militaire investeringen binnen Europa. Gedaan met twaalf verschillende typen tanks, terwijl Amerika één tank heeft. Wij moeten kiezen voor meer Europese samenwerking, we moeten kiezen voor meer strategische autonomie binnen Europa en we moeten kiezen voor een sterke uitbouw van een goede innovatieve Europese defensie-industrie.
Mijnheer de premier, de voorbije weken nam u regelmatig deel aan Europees topoverleg, en dat zal in de toekomst nog meer gebeuren. Vandaar onze vraag welke boodschap u op Europees niveau zult brengen. Hoe ziet u de versterking van de militaire samenwerking binnen Europa? Hoe ziet u de uitbouw van een innovatieve, sterke Europese defensie-industrie? In welke mate speelt in uw ogen de Atlantische samenwerking daarin nog een versterkende rol?
Voorzitter:
Dan zijn er drie vragen die in de commissie werden ingediend en hier worden toegevoegd. De eerste vraag is van collega Aerts.
Staf Aerts:
Mijnheer de eerste minister, collega's, ik neem jullie even mee naar mijn keukentafel van afgelopen maandag. Ik heb drie kinderen van 11 jaar, 15 jaar en 17 jaar. De jongste, Kasper, vroeg, heel ongerust: "Zal mijn grote broer, die volgend jaar 18 wordt, naar het leger moeten gaan en moeten gaan vechten in Oekraïne?" Zo ongerust zijn onze kinderen dus aan het worden. Die ongerustheid is er niet alleen bij onze kinderen, maar in onze hele samenleving.
Ik begrijp dat grotendeels, want de vernederende manier waarop Trump Zelensky vorige week in de hoek heeft gezet, tart alle verbeelding. Poetin is al langer een agressor, maar de VS toont zich echt als een ongelooflijk grote onbetrouwbare speler.
Wat ondertussen niet helpt om die onrust te bedaren, zijn politici die opgaan in het opbod, waarbij ze komen met meer miljarden, met F-35's die men wil bijkopen, Amerikaanse dan ook nog, en met drones. Iedereen heeft noodpakketten nodig. Net nog hoorde ik: pas op, want straks staan de Russische troepen hier op de Grote Markt in Brussel.
Dat gaat de onrust niet wegnemen. Neen, wat wij nodig hebben, zijn politici die niet panikeren maar organiseren, die het hoofd koel houden en die doordacht en samen met Europese partners het gesprek aangaan. Dat betekent meer Europese samenwerking, meer samenwerking, want anders gaan we de fouten maken die we al tientallen jaren aan het maken zijn. Elk land investeert in zijn eigen kleine legertje en internationaal staan we nergens. Dat betekent niet alleen investeren in defensie, maar ook in eerlijke vrede en veiligheid. Dat doen we met meer diplomatie, met meer ontwikkelingssamenwerking. Dat is net hetgene waarop u wil gaan besparen.
Mijnheer de eerste minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat we met België volop voor meer Europese samenwerking gaan op al die domeinen van veiligheid?
Darya Safai:
Mijnheer de premier, de 27 lidstaten van de Europese Unie zijn het op de speciale Europese top in Brussel eens geworden over een ambitieus plan voor het versterken van de Europese defensie. Het plan, 'ReArm Europe', is goed voor 800 miljard euro.
Deze top zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop Europa eindelijk wakker werd, de dag waarop wij onze harde veiligheid eindelijk opnieuw ernstig namen en de dag waarop onze defensie ontwaakte. Het is een scharniermoment waarop toekomstige generaties zullen terugkijken.
Nu moeten we belangrijke beslissingen nemen. Wij kunnen Europees wegen, op voorwaarde dat we over onze eigen schaduw heen stappen en met een duidelijke visie naar buiten komen. Een juiste visie vergt ook investeringen in defensie.
Mijnheer de premier, zoals u al eerder hebt gezegd, moeten er miljarden euro worden gezocht. Dat is juist. Ik ben blij dat u zich inzet om zo snel mogelijk de minimumnorm van de NAVO te bereiken en de geloofwaardigheid van dit land te herstellen.
Mijnheer de premier, wat zijn de voornaamste conclusies die u trekt na afloop van de Europese top?
Hoe ziet u de verdere Europese samenwerking en de opbouw van de strategische autonomie?
Annick Ponthier:
Mijnheer de premier, de geopolitieke veranderingen komen in sneltempo voorbij. Eerst was er de aangekondigde terugtrekking van de VS-steun aan Oekraïne en aansluitend daarop vond vorige week de Defensietop plaats, waarop Ursula von der Leyen het ReArm Europe plan lanceerde ten belope van 800 miljard euro. Het merendeel daarvan, 650 miljard, zou moeten komen van extra uitgaven van de lidstaten en de rest van leningen.
Wat vaststaat, is dat de sense of urgency wat betreft de versterking van onze nationale en Europese defensiecapaciteit bij vrijwel iedereen begint te dagen. Intussen ligt er een voorstel tot staakt-het-vuren op tafel, met de steun van de VS en Oekraïne en vernemen we vandaag dat het Russische regime zijn eigen eisen ter zake stelt. In elk geval lijkt de diplomatie het op dit moment te halen van de oorlogsretoriek. Dat verhinderde uw minister van Defensie echter niet om tijdens het bilateraal overleg met president Zelensky maar liefst 1 miljard euro extra militaire steun te beloven.
Er blijven nog veel vragen onbeantwoord over de verdere afwikkeling van dit conflict en ik wil u dan ook graag de volgende vragen stellen. Wat betekent het ReArm Europe plan voor België en de inspanningen of het vlak van defensie? Wat betekent dit voor onze defensie-industrie? Wat als er effectief een staakt-het-vuren komt of op termijn een vredesakkoord? Welke rol zal België dan volgens u moeten spelen?
Bart De Wever:
Monsieur Magnette, je comprends votre manque d’enthousiasme à l’égard de M. Trump, mais dire, en tant que pays membre de l’OTAN, que les États-Unis sont la première menace pour notre sécurité est un non-sens dangereux. Tout comme l’est le fait de dire qu’il suffirait simplement de saisir les avoirs gelés, et je pense que vous le savez. J’appelle tout le monde au calme, à rester serein et à dire moins d’inepties.
Le 6 mars s’est tenu un Conseil européen extraordinaire. L’ordre du jour portait sur deux grands thèmes: l’Ukraine et la défense européenne. Cette réunion faisait suite à la réunion informelle en matière de défense de février, au cours de laquelle il fut question de renforcer la capacité de l’Union européenne à faire face aux menaces sécuritaires actuelles et futures.
Permettez-moi de commencer par les conclusions relatives à la défense. Il est clair que la capacité de défense européenne doit être renforcée. L’Union européenne prévoit dès lors des possibilités pour encourager les États membres à dépenser davantage en matière de défense. Elle présentera des décisions concrètes à ce propos au cours du Conseil européen du 20 mars. Comme je viens de l’exposer, nous devrons en tout cas accélérer l’augmentation de notre budget.
In de Raad hebben alle leiders unaniem de wil uitgesproken om onze strategische afhankelijkheden te verminderen en de kritieke capaciteitsgaten op te vullen. Sommigen menen blijkbaar dat dit heel eenvoudig is, maar het zal tijd vergen. We moeten in de toekomst maximaal op onszelf kunnen rekenen bij bedreigingen van onze veiligheid. Tot zolang zou ik alle anti-Amerikaanse statements eerlijk gezegd achterwege laten. Minstens tot zolang.
Om dat te realiseren, zal de Europese defensie-industrie zich dus maximaal moeten gaan ontplooien. Daarbij zullen inderdaad – mijnheer Van den Heuvel, u hebt dat aangeraakt – moeilijke maar levensnoodzakelijke keuzes gemaakt moeten worden inzake de integratie van die industrie op Europees niveau, en dus ook inzake de integratie van militaire capaciteiten. We weten dat allang. Het is een moeilijke weg, maar de dingen bewegen nu wel heel snel.
Voor de financiering van al die ambities wordt de Europese Investeringsbank vanaf nu niet langer ontmoedigd, maar gestimuleerd om te investeren in de defensiesector. Daarnaast zal er zeker mobilisatie nodig zijn van privékapitaal. Dit onderstreept eens te meer de noodzaak van een kapitaalmarktenunie om investeringen efficiënter en sneller te laten doorstromen. Ook hier, we weten dat allang, vergt dit moeilijke keuzes die vandaag echter snel noodzakelijk worden.
Commissievoorzitter Von der Leyen komt zeer binnenkort, normaal gezien volgende week, met een witboek over de toekomst van de Europese defensie, op basis waarvan de Raad naar ik hoop snel de nodige beslissingen zal kunnen nemen.
En ce qui concerne l'Ukraine, 26 É tats membres de l'Union, à l'exception de la Hongrie, ont réaffirmé leur soutien indéfectible à ce pays et à son intégrité territoriale.
Ik mag eigenlijk hopen dat we daar allemaal achter staan, dat we allemaal achter de steun voor Oekraïne staan; tenzij we tot de vijfde colonne van Poetin zouden behoren.
L'Union continuera de soutenir l'Ukraine par tous les moyens possibles: politiques, financiers, humanitaires et aussi militaires. Et j'en suis fier! En parallèle, l'Union maintiendra la pression sur la Russie grâce aux sanctions et à leur application renforcée. L'objectif reste qu'une Ukraine aussi forte que possible puisse s'asseoir à la table des négociations, parce que c'est clair pour nous et pour l'Union européenne: l'Ukraine doit être pleinement impliquée dans les négociations sur son propre avenir. Cela s'inscrit dans le principe plus large de la paix par la force, peace through strength . Ce n'est qu'en étant fortes qu'une Ukraine et une Europe résilientes pourront obtenir une paix durable et juste.
Al de rest lijkt mij ook naïeve onzin die we hier beter niet zouden vertellen. Op 15 maart zal ik deelnemen aan de virtual of leaders meeting on Ukraine op initiatief van de Britse eerste minister Keir Starmer. Op 20 maart zal ook de Europese Raad opnieuw samenkomen. Oekraïne en defensie zullen opnieuw op de agenda staan, samen met een aantal andere cruciale thema’s, zoals de versterking van de Europese competitiviteit, economische veerkracht, migratie, buitenlandse relaties, het beleid rond oceanen en milieu en de laatste ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Daarnaast zal deze Europese Raad een eerste aanzet geven tot de opmaak van het volgend meerjarig financieel kader, waar ongetwijfeld ook meer ruimte voor defensie zal moeten worden voorzien. Dat is de stand van zaken.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, votre réponse – comme vous éludez l'essentiel des questions, je ne sais pas si c'en est vraiment une – ne nous rassure pas. Dans une interview récente, vous avez déclaré que vous alliez augmenter les dépenses de 4 milliards et que vous alliez essayer, je cite, de "ne pas faire trop mal aux Belges". Mais vous faites déjà très mal aux Belges!
Vous faites déjà mal aux travailleurs, qui ne toucheront que quelques dizaines d'euros en plus dans quatre ans, et qui devront travailler plus longtemps, pour une plus petite pension. Vous faites mal aux pensionnés qui, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux invalides, aux personnes en situation de handicap, qui eux aussi, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux patients, qui subiront les conséquences de 2 milliards d'économies dans les soins de santé.
Et, aujourd'hui, vous n'apportez aucune réponse à la question de savoir qui va payer. Vous vous cantonnez à des déclarations extrêmement vagues. En vous écoutant, on ne comprend pas qui payera cet effort de guerre. Les Belges ne sont pas responsables des délires de Trump et de Poutine. Ce n'est pas à eux de payer, c'est inacceptable, et nous continuerons à nous y opposer, avec toutes nos forces!
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Het is heel duidelijk, er zal in de toekomst heel wat meer geld naar defensie gaan. Toch is niet enkel de kwantiteit belangrijk, maar ook de kwaliteit. Voor ons is het heel duidelijk: wij willen niet langer een versnippering van militaire investeringen in Europa, maar wel een grotere Europese samenwerking, een grotere strategische autonomie binnen Europa en een sterkere Europese defensie-industrie.
Mijnheer de premier, we kunnen daar misschien als klein land een heel constructieve rol in spelen om het Europese orkest harmonieuzer te laten klinken. Ik wens u daarmee veel succes!
Staf Aerts:
Mijnheer de premier, collega's, vrede en veiligheid moeten voorop staan. We zullen dus meer moeten investeren in defensie. We kunnen ons immers niet verdedigen tegen Poetin met mes en vork. We moeten wel slim, strategisch en effectief investeren, niet in het wilde weg of holderdebolder.
Premier, ik heb uw oproep goed gehoord. U roept iedereen op om sereen en kalm te blijven, maar ik hoop dat uw minister van Defensie die oproep ook gehoord heeft. Hij is immers ballonnetje na ballonnetje aan het lanceren om het defensiebudget hoger te krijgen.
Waar dat geld vandaan zal komen, is vandaag echter nog niet geweten. Dat is nog een grote ongedekte cheque. Daarover moet echter zeer goed nagedacht worden. Laat ons die cheque ook niet opblazen door alleen maar op een slechte manier te investeren. Volg dus de oproep van de cd&v-collega's om in te zetten op meer efficiëntie en meer samenwerking binnen de Europese Unie. Dat is wat we vandaag absoluut nodig hebben in deze ongeruste wereld.
Darya Safai:
Dank u wel, premier, voor uw antwoorden, voor uw inzet en voor alle maatregelen die u treft voor onze veiligheid en onze toekomst.
Collega’s, in de huidige geopolitieke toestand mogen we geen freerider meer zijn. Wij moeten extra inspanningen leveren voor onze eigen veiligheid als gevolg van het non-beleid van de vorige regering. Nu het nieuwe Amerikaanse bestuur andere beslissingen neemt, komt de beslissing van de Europese Unie op een cruciaal moment voor Oekraïne en de Europese veiligheid. Zoals u zei, is het belangrijk dat we Oekraïne blijven steunen. Dat is trouwens ook goed voor onze eigen vrede en voor de welvaart in Europa.
Collega’s, elke crisis brengt opportuniteiten met zich mee. De huidige moeilijke tijden kunnen ons in staat stellen om ons beter voor te bereiden op de komende uitdagingen. Samen kunnen we die uitdagingen aan.
Annick Ponthier:
Mijnheer de premier, de vredesonderhandelingen die momenteel plaatsvinden en die een sprankeltje hoop op vrede in Oekraïne en op veiligheid in Europa bieden, moeten volgens ons alle kansen krijgen. We moeten dan ook uiterst omzichtig omspringen met beslissingen die een escalatie kunnen uitlokken of die het vredesproces kunnen dwarsbomen. Wat ons betreft, hebben we alle miljarden nodig om eerst onze eigen defensiecapaciteit herop te bouwen en onze samenleving en onze mensen veilig te stellen. Dus versterking van onze eigen defensiecapaciteit, ja. Versterking van onze eigen defensie-industrie, ja. Toekomstige generaties opzadelen met een gigantische schuldenberg via dat ReArm Europe plan, neen. Daartoe zullen een aantal heilige huisjes moeten sneuvelen. De oplossing ligt voor de hand: bespaar snel op migratie, bespaar op de politieke factuur en bespaar op de miljardentransfers.
Een vooruitblik op de volgende week geplande Europese Raad van Defensieministers
Steun aan de economie en de bedrijven gezien de mogelijke verhoging van de Amerikaanse douanerechten
De door Donald Trump gevoerde geopolitiek
De Europese reactie op de verhoging van de douanerechten door de Verenigde Staten
De handelsoorlog met de Verenigde Staten
De door Donald Trump aangekondigde invoerheffingen op Europese producten
De douanerechten en het Europese concurrentievermogen
De grote impact op de farmasector van de Amerikaanse invoertarieven op Europese producten
Oekraïne en de defensie-inspanningen van België
Europese reacties op Amerikaanse handelsbeleid en defensie-strategieën.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s strategische autonomie en reactie op de dubbele dreiging van Amerikaanse handelstarieven (25% op EU-producten) en de escalerende defensieverplichtingen (NAVO’s 2%-bbp-eis). De kernpunten: (1) Defensie: België moet dringend het 2%-doel halen (voor de zomer) en structurele financiering regelen, met nadruk op Europese samenwerking binnen de NAVO, maar *concrete plannen en timing ontbreken nog*. (2) Handelsoorlog: De VS bedreigen de EU met tarieven, wat de Belgische export (o.a. farmacie, auto) raakt—Europa moet *eengemaakt en proportioneel* reageren, zonder in een escalatiespiraal te belanden, maar met focus op industriële soevereiniteit (innovatie, herindustrialisering) en diversificatie van handelspartners. (3) Critici (o.a. PTB) waarschuwen voor *blind volgen van de VS* en pleiten voor een *niet-gebonden Europa* dat partnerschappen met het Globale Zuiden zoekt, terwijl anderen (N-VA, CD&V) benadrukken dat *veiligheid (via NAVO) voor welvaart gaat*. Actiepunten: België speelt een *verenigende rol* in de EU, maar *concrete maatregelen* (bv. taskforce, budgetten) blijven vaag—urgentie domineert.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, volgende week vindt er een extra EU-top plaats, over de situatie in Oekraïne en defensie. Dat is absoluut noodzakelijk. De geopolitieke situatie is immers zorgwekkend en verandert razendsnel. De wereld staat in brand en Europa heeft veel te lang aan de zijlijn gestaan, zonder de mond open te doen.
Het is dus hoog tijd om te blussen. Mijnheer de eerste minister, om te blussen heeft men echter blusmateriaal nodig. En laat net daarover, over die structurele middelen en financiering van defensie, bijzonder veel onzekerheid bestaan. Hoe zullen we het Defensiefonds structureel financieren? Nog geen idee. Extra uitgaven voor defensie binnen of buiten de begroting? Nog geen idee. Wat gaat de Europese Unie doen? Gaat zij dat toestaan of niet? Nog geen idee. Er moet duidelijkheid komen, want we verliezen tijd. NAVO-baas Mark Rutte heeft het heel duidelijk gezegd. Die absolute ondergrens van 2 % van het bbp moet er komen nog voor de zomer.
Mijnheer de eerste minister, u bent historicus en ik weet dat u graag over het verleden spreekt. Mea culpa, het is juist dat de voorbije decennia heel veel partijen hier aanwezig, ook die van de Zweedse regering, te weinig hebben geïnvesteerd in defensie. We leven vandaag echter in een andere wereld. De wereld is de voorbije jaren grondig door elkaar geschud en grondig gewijzigd. We moeten dus stoppen met achterom te kijken en moeten vooruitkijken en schakelen.
Ik wil van u weten wat de regering vandaag en in de toekomst zal doen. Wat zal het standpunt van uw regering zijn op de komende EU-top? Hoe en wanneer zult u de 2 % voor defensie halen?
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, votre gouvernement n'a que quelques semaines et déjà, malheureusement, les promesses s'effritent.
Vous aviez promis un taux d'emploi de 80 %, mais, monsieur le premier ministre, vous avez dit cette semaine que ce ne sera pas pour cette législature. Il aurait peut-être fallu être honnête d'emblée, et non pas quelques semaines après le vote de confiance. Vous aviez évoqué les 8 milliards de recettes mais, là aussi, vous avez estimé que les effets retours semblaient incertains. Bref, on l'avait dit, vous ne nous avez pas cru, ces promesses, c'était du vent.
Pendant ce temps-là, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, de l'autre côté de l'Atlantique, le président américain, Donald Trump, lance une guerre économique et annonce que des droits de douane de 25 % sur nos produits pourraient être pratiqués. Face à cela, allez-vous rester passif ou allez-vous avoir une attitude proactive? L'accord de gouvernement parle d'un plan de relance industriel, mais avec moins d'investissements publics – ce que nous déplorons vivement, comme nous vous l'avons dit lors des débats – et peu de vision à long terme.
La Commission européenne, de son côté, propose un pacte pour une industrie propre mais son budget de 100 milliards semble largement insuffisant. Concrètement, avez-vous votre plan pour la relance industrielle? Quel est-il? Soutiendrez-vous nos secteurs stratégiques et nos entreprises? Allez-vous, oui ou non, garantir des emplois de qualité? Une task force a-t-elle été mise en place pour avoir cette vision proactive? Si oui, qui en fait partie? Si cette task force existe, comptez-vous associer les entreprises, les travailleurs, les syndicats, les ONG et la société civile à l'élaboration de cette politique industrielle?
Je vous remercie d'avance de vos réponses.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, pendant des mois, on a mis en garde tous les partis politiques que suivre aveuglément l'impérialisme américain allait détruire l'Europe et notre économie. Pendant des mois, vous avez ri du PTB et de sa vision géopolitique!
Regardez ce qui se passe maintenant! Les Américains sont en train d'humilier l'Europe. Avez-vous vu le comportement de Macron quand il est allé chez Trump? Il était en train de lui cirer les chaussures en lui racontant des petites blagues. C'est pourtant la survie et la stratégie de l'Europe qui sont actuellement en jeu.
Monsieur le premier ministre, je vous avais prévenu que ça n'allait pas marcher.
De Amerikanen gaan altijd voor hun eigen business.
Il suffit d'analyser l'accord sur les minerais. Tout est clair maintenant!
De grondstoffen van Oekraïne gaan direct in de zakken van de Amerikaanse imperialisten!
La situation est similaire en ce qui concerne l'énergie. Les Américains nous ont vendu leur gaz de schiste trois ou quatre fois plus cher pour se faire de l'argent. Nous avons, bien entendu, dit dès le départ qu'il fallait condamner Poutine. C'était évident! Cependant, il fallait aussi défendre les intérêts de l'Union Européenne, ce que vous ne faites pas!
Monsieur le premier ministre, allons-nous continuer à suivre les Américains? La déclaration gouvernementale n'en a d'ailleurs que pour eux. Comment pouvez-vous continuer à être aussi naïfs? Comment pouvez-vous continuer à leur acheter pour des milliards d'armements? Ils ne pensent qu'à l'argent.
Chers collègues, Trump n'est pas un homme de paix. Pourquoi retire-t-il ses troupes aujourd'hui? Pourquoi retire-t-il ses intérêts d'Ukraine? Pour attaquer la Chine? Il le fait pour préparer la guerre de demain!
La question que l'Europe doit se poser est de savoir si nous devons suivre les Américains docilement comme des petits chiens, ou enfin développer une Europe indépendante et stratégique à l'échelle mondiale. C'est de cela dont nous avons besoin.
(…): (…)
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, u zou het niet op prijs stellen indien uw tussenkomst op deze manier zou worden onderbroken. Ik neem aan dat u dat dan ook niet zult doen voor collega Deborsu.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, l'Union européenne aurait été créée pour entuber les États-Unis. On en apprend tous les jours avec le professeur Trump. Monsieur le premier ministre, connaissant votre amour pour l'histoire, j'imagine que vous avez failli tomber de votre chaise en entendant cela comme nous tous.
Mais au-delà du grotesque, il y a une réalité. Les États-Unis annoncent vouloir taxer à hauteur de 25 % toute une série de produits européens. Cette mesure complètement anti-libérale risque d'avoir un impact direct sur nos entreprises et nos emplois en Belgique et en Europe. À l'heure actuelle, l'Union européenne a une balance commerciale positive avec les États-Unis de 150 milliards sur les biens.
Monsieur le premier ministre, mes questions sont dès lors les suivantes: avez-vous déjà la liste des produits européens qui seraient concernés?
Comment mesurez-vous l'impact de cette décision pour la Belgique? Allez-vous donner des instructions au ministre du Commerce extérieur afin qu'il prenne des mesures, en coopération avec toutes les Régions, pour contrer les effets de cette décision?
Jusqu'à présent, la Commission européenne a préparé des mesures "au cas où". Jugez-vous qu'elles sont suffisamment crédibles et dissuasives pour convaincre le président américain de revenir sur cette décision?
Comment jugez-vous l'unité politique des Européens et la proactivité de la Commission sur ce dossier?
Les États-Unis nous voient désormais comme un adversaire commercial. Nos relations ont changé, dont acte. Quelles sont dès lors vos stratégies pour diversifier notre commerce extérieur au bénéfice de nos entreprises et de notre taux d'emploi? C'est une véritable priorité pour notre groupe.
Je vous remercie déjà pour vos réponses.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, dans son style délicat habituel, M. Trump a annoncé des droits de douane de 25 % sur les produits européens. Nous savions déjà que nous vivions un tournant historique en géopolitique, du point de vue militaire, mais ce tournant est aussi commercial. Nous savons désormais aussi que nous devrons assumer notre défense seuls et sur ce plan-là, comme je l'ai déjà dit, et je n'ai pas de problème à le redire, votre accord de gouvernement va dans le bon sens.
Concernant l'énergie, nous vivons une hyper-dépendance. Nous serions aujourd'hui incapables de nous séparer à la fois du gaz russe et du gaz liquéfié américain. Et sur le plan économique, bien qu'étant le premier marché du monde, la présidence Trump nous confirme avec franchise ce que nous savons déjà: nous sommes des consommateurs de la mondialisation et non plus des acteurs de celle-ci.
Le point faible de l'Europe, chers collègues, a un nom: l'innovation. Nous fermons aujourd'hui notre avant-dernière usine automobile, ce qui nous rappelle que nous avons manqué le virage industriel. Nous, Européens, n'avons créé aucun des outils technologiques qui dirigent le monde aujourd'hui. Nous ne sommes pas les meilleurs en ce qui concerne l'esprit d'entreprise et l'initiative, et nous ne parvenons pas à favoriser l'innovation.
Même votre accord de gouvernement, je le crains, manque le cap. Votre programme est clair: forcer tout le monde à travailler plus sans vraiment gagner plus, que ce soient les demandeurs d'emploi, les malades, les jeunes ou les plus vieux, etc. Très bien, sauf que l'on n'a pas seulement besoin de davantage de travailleurs. On a aussi besoin de davantage d'entrepreneurs, de créateurs, de gens qui peuvent créer de la richesse, créer de l'emploi, prendre des risques en étant encouragés à l'innovation. Sur ce plan-là, votre accord de gouvernement est décevant.
La question qui est le sujet maintenant est de savoir comment faire pour affronter cet allié qui tend à devenir un adversaire, les États-Unis. Comment faire pour s'affirmer davantage comme marché européen, alors que nous sommes le premier marché du monde? Comment défendons-nous nos entreprises? Comment allons-nous faire de ce pays et de ce continent des acteurs clés de l'innovation? Comment faire pour qu'ils redeviennent un véritable poumon industriel, un acteur de l'économie mondiale et non un simple client? Dans l'immédiat comment allons-nous réagir à cette hausse douanière brutale de 25 %?
Meyrem Almaci:
" The European Union was formed in order to screw the United States. That’s the purpose of it. " Die uitspraak is grotesk, zoals we Trump kennen, de man van het recht van de sterkste, die alle regels aan zijn laars lapt.
Na Gaza en Oekraïne richt hij nu de pijlen op de economie van Europa met zijn aankondiging dat hij 25 % invoerheffingen overweegt op auto’s, halfgeleiders, chips en medicijnen. Op de vraag of hij geen schrik had van een forse tegenreactie, antwoordt hij het volgende: " They can try, but they won’t ." We weten al langer dat de huidige president in een alternatieve realiteit leeft. We weten ook dat hij in Europa zijn fans heeft, om onze minister van Defensie niet te noemen, die al meermaals lovend sprak over de man.
"They can try, but they won’t ." Voor ons is het eenvoudig: Yes, we can and we will . Dat is niet van harte, maar als het moet, moet het. Een bullebak als Trump begrijpt immers alleen maar de taal van geld en macht. Ik was tevreden de eerste reactie van Europa te lezen, namelijk dat Europa een partner was, indien de regels werden gevolgd.
De vraag is nu de volgende: wat is de positie van de huidige regering? Immers, handelsoorlogen produceren alleen maar verliezers. Dat is belangrijk om te onthouden met bedrijven als Volvo in ons land en de sterke farmasector. Waakzaamheid is echt geboden.
Hoe zorgen we er dus voor dat de verdeel-en-heersstrategie van Trump bij ons geen voet aan de grond krijgt? Hij heeft immers geprobeerd bij Oekraïne. Hoe zorgen we ervoor dat de expertise, efficiëntie en ontwikkeling hier blijft?
Mijnheer de eerste minister, hebt u al contacten gehad met de collega’s in Europa om één front te vormen? Hebt u al contact gehad met de Wereldhandelsorganisatie? Bent u bereid fors te reageren op de woorden van Trump en op welke manier wilt u dat dan doen in uw hoedanigheid van eerste minister van alle Belgen?
Simon Dethier:
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, cette semaine, les États-Unis ont menacé l'Union européenne de droits de douane de 25 % sur les produits européens.
Au même moment, l'Union européenne a présenté un plan qui a pour ambition d'améliorer la compétitivité des entreprises européennes tout en préservant les objectifs climatiques. L'Europe et la Belgique se trouvent actuellement face à une situation complexe.
D'un côté, la transition vers la neutralité carbone est nécessaire. Nous avons vu les impacts du réchauffement climatique sur notre société. Il est indispensable d'agir. Nous ne sommes pas encore sur la trajectoire de cette neutralité. Il faudra donc redoubler de volontarisme et d'inventivité.
D'un autre côté, comme l'a dit le ministre du Climat, un État en faillite ne peut pas agir pour le climat. Les craintes d'une guerre commerciale et les difficultés d'approvisionnement en énergie plombent la compétitivité des entreprises belges. Il est du devoir de l'ensemble de veiller à préserver nos objectifs climatiques tout en maintenant la compétitivité.
J'aimerais dès lors vous poser deux questions. Comment veillez-vous à préserver les emplois et la compétitivité des entreprises? Comment veillez-vous à soutenir et à aider les entreprises à garder le cap de la neutralité carbone?
Koen Van den Heuvel:
Heren ministers, beste collega's, Trump steekt zijn middenvinger op naar Europa en naar ons en dat mogen we niet onbeantwoord laten. Trump kondigt aan dat hij 25 % invoertarieven op Europese producten zal heffen. Dat is nefast voor Europa en voor onze Belgische economie, want Amerika is nog altijd een heel belangrijke afzetmarkt, de vierde grootste, voor ons. Jaarlijks exporteren we voor meer dan 33 miljard euro goederen naar Amerika.
Vooral de farmasector speelt daarin een belangrijke rol en is verantwoordelijk voor meer dan de helft van die export. Deze sector is van strategisch belang voor de toekomst. Ze innoveert, ze is duurzaam en ze heeft, tegen de industriële trend in, de voorbije vijf jaar 6.000 extra arbeidsplaatsen in de industrie gecreëerd. Deze sector en al onze exportbedrijven mogen we niet in de steek laten, want we zijn in Europa en in België gevoelig voor invoertarieven. Trump probeert op deze manier Amerikaanse bedrijven te dwingen om hun productie vanuit Europa terug naar Amerika te verplaatsen, maar hij ontketent op die manier een wereldwijde handelsoorlog waar niemand bij wint.
We moeten in Europa stevig en onmiddellijk reageren, want we kunnen onze exportbedrijven en onze farmasector op dit moment niet in de steek laten. Collega's, de toekomst van Europa staat op het spel. Met deze Trumpiaanse manier van doen, met een spelletje duimen omhoog-duimen omlaag, probeert men ons lot te bepalen.
Collega's, we moeten sterk genoeg zijn. We moeten met Europa het heft in eigen handen houden. Het is niet Amerika dat de Europese toekomst zal bepalen. Mijnheer Hedebouw, het zijn ook niet uw Chinese vrienden die het lot van Amerika zullen bepalen!
Darya Safai:
Mijnheer de premier, in Saoedi-Arabië zijn gesprekken opgestart tussen de VS en de Russische Federatie over het conflict in Oekraïne. Dat de Europese landen zich gepasseerd voelen, is een understatement. Cruciaal voor het slagen van eender welke oplossing is de aanwezigheid van Oekraïne aan de onderhandelingstafel.
De Amerikaanse regering liet duidelijk verstaan dat Europa niet hoeft te rekenen op Amerikaanse steun en dat de Europese uitgaven voor defensie sterk moeten worden opgeschroefd. De Verenigde Staten dringen er ondertussen op aan dat elke NAVO-lidstaat ongeveer 5 % van het bruto binnenlands product aan defensie zou besteden. Mark Rutte, de secretaris-generaal van de NAVO, dringt erop aan om tegen de zomer 2 % te halen. In de regering wordt er gesproken over het bijsturen van het defensieplan. Afgelopen donderdag verklaarde u dat er miljarden gezocht moesten worden. Dat is een duidelijke boodschap.
Mijnheer de premier, binnen welke termijn moeten volgens u de inspanningen gebeuren? Wat is volgens u een realistische doelstelling? U verklaarde stappen te zetten naar een meer Europees geïntegreerde defensie in de NAVO, onder meer op het vlak van militaire aankopen. Graag krijg ik wat meer duiding over de plannen.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour toutes ces questions. Je vais essayer d'y répondre en cinq minutes. Comme vous le savez, mes chers collègues Prévot et Clarinval complèteront ma réponse.
Depuis la séance de la semaine dernière, j'ai eu, comme vous pouvez l'imaginer, de très nombreux contacts internationaux concernant les derniers développements géopolitiques.
Lundi dernier, j'ai participé au sommet sur la sécurité organisé par l'Ukraine où j'ai confirmé la poursuite de notre soutien à l'Ukraine. Mardi après-midi, j'ai eu un entretien téléphonique avec le président Zelensky au cours duquel j'ai réaffirmé et concrétisé ce message. En outre, j'ai eu de nombreux contacts avec les dirigeants européens et le président du Conseil européen. Hier matin, un Conseil européen a eu lieu en vidéoconférence et le président Macron a fait un débriefing sur sa visite à Washington. Vous comprendrez, je l'espère, que je dois rester discret à ce sujet. Je comprends les nombreuses questions très détaillées mais il n'est pas réaliste de développer chaque élément ayant été discuté. Néanmoins, je peux vous dire que la position des partenaires européens reste inchangée.
Premièrement, l'Europe continuera à soutenir l'Ukraine et renforcera sa position dans les négociations de paix car " if you are not at the table you are on the menu " et cela est inacceptable. Deuxièmement, la participation de l'Ukraine et de l'Europe est nécessaire pour parvenir à une paix durable. Troisièmement, l'Europe doit intensifier ses investissements dans la défense. Le temps où notre continent pouvait se reposer sur un dividende de paix est malheureusement révolu. L'Europe doit pouvoir assurer entièrement sa propre sécurité le plus rapidement possible. La Belgique, en tant que membre fondateur de l'Union européenne et de l'OTAN, doit aussi apporter sa contribution. Cela est déjà prévu dans l'accord de gouvernement mais il ne faut pas exclure qu'à court terme, des efforts supplémentaires soient nécessaires.
Ik begrijp uw waarschuwing om niet achterom te kijken, mijnheer Vander Elst,. "Kijk vooral niet achterom" zal waarschijnlijk ook de slagzin worden van uw partij. Dan ziet u namelijk hoe u het hebt nagelaten: rampzalig. We zullen dus een spurtje moeten trekken en dat zal gebeuren.
L'Europe et ses partenaires doivent prendre rapidement des décisions pour renforcer les trois points cruciaux que je viens d'esquisser. Le 6 mars, le Conseil européen se réunira à ce sujet, mais je vous demande de rester très discrets sur cette date, car ma famille pense encore que nous serons ensemble en vacances. C'est la raison pour laquelle je l'ai dit en français. (Rires dans l'assemblée)
Op de bijeenkomst van de Europese Raad gisteren werd afgesproken om een constructieve dialoog met de Verenigde Staten te blijven voeren. Ik begrijp dat collega’s zich opwinden. Er zijn immers wel wat krasse dingen gezegd en hun hart mag koken, maar de consensus onder de Europese regeringsleiders was om het hoofd koel te houden. Vandaag is Keir Starmer in het Witte Huis, morgen is Zelensky aan de beurt. We zullen zien wat het wordt, maar het valt niet te ontkennen dat de verklaringen van de Amerikaanse regering ons zeer ongerust hebben gestemd. Dan gaat het niet alleen over onze Europese partners, maar ook over aantal andere internationale partners, niet het minst Canada.
Uiteraard stelt niemand – ik hoop ook hier niet – het NAVO-bondgenootschap ter discussie, want dat zou buitengewoon dom zijn. Waakzaamheid is zeker geboden. De dreigementen met nieuwe handelstarieven zouden ons als exportnatie ernstige zorgen moeten baren. De Verenigde Staten zijn een zeer belangrijk exportland voor ons. De farmasector, en niet alleen die in Puurs, is zeer afhankelijk van die export. Ik heb gisteren in de marge van de industrietop gesproken met mensen uit die sector en zij zijn bijzonder ongerust. Vooralsnog moeten we een handelsoorlog tussen de meest verweven handelsblokken ter wereld proberen te vermijden. Dat is onze kortetermijndoelstelling.
Madame Deborsu, vous avez de nombreuses questions détaillées sur ce que nous allons faire et comment nous allons réagir. J'en ai parlé hier avec Mme von der Leyen, mais il est encore trop tôt pour élaborer une réponse. Il est toutefois certain que l'Europe devra, le cas échéant, réagir très vite et très clairement.
Tot slot, u leest ongetwijfeld de berichten over een economisch akkoord tussen Oekraïne en de Verenigde Staten. Van die berichten wordt men niet blij. Europa zal in dat licht Oekraïne moeten blijven steunen om het in zijn positie te versterken, en de ontwikkelingen zeer goed moeten opvolgen. Zolang de definitieve modaliteiten van dat akkoord niet bekend zijn, is het evenwel moeilijk om daar precies op te reageren.
Mijnheer de voorzitter, als u mij nog vijf seconden gunt, dan rond ik mijn antwoord af.
Ik doe hier een oproep aan alle fracties in het halfrond om ondubbelzinnig de kant van Europa, de kant van het vrije Westen te kiezen en die te verdedigen.
On peut bien dire que Trump n'est pas un homme de paix, mais vous avez oublié de dire que Poutine est un homme de guerre!
Dat is wel heel belangrijk. ( Luid applaus )
Voorzitter:
Uw interpretatie van vijf seconden is wel bijzonder breed. Dat wordt afgetrokken van de spreektijd van de andere ministers.
Bart De Wever:
Voorzitter, ik kan het ook niet helpen dat er stormachtig applaus is wanneer ik spreek. Dat kost mij spreektijd.
Hoe dan ook moeten we ondubbelzinnig zijn: we moeten de kant van Europa en van het vrije Westen kiezen. We mogen niet naïef zijn. Als kleine en economisch sterke exportnatie is het onze taak vandaag maximaal aan die verbondenheid bij te dragen.
Voorzitter:
Het thema is natuurlijk bijzonder belangrijk. Dat blijkt ook uit de vele interventies erover, maar ik wil de regering toch aanmanen om de tijdslimieten te respecteren.
David Clarinval:
Mesdames et messieurs, chers députés, depuis l'investiture du président Trump, les relations transatlantiques sont mises en effet sous pression. Nos relations commerciales n'y échappent pas. Le président Trump a en effet annoncé son intention d'imposer des tarifs douaniers de 25 % aux importations en provenance de l'Union européenne.
Nous devons veiller à ce que l'on apporte une réponse commune et proportionnée aux décisions prises par l'administration Trump.
Het doel van de Amerikaanse president bestaat erin de vermeende ovenwichtigheden in de handelsbetrekkingen weg te werken. Hij verwijt de Europese Unie normen en regels op te leggen die de toegang tot de Europese markt moeilijker maken voor Amerikaanse producten, terwijl Europese producten genieten van een relatief vrije toegang tot de Amerikaanse markt.
De Verenigde Staten kondigden aan vanaf 12 maart 25 % douanerechten te zullen heffen op de import van staal en aluminium afkomstig uit de Europese Unie. Een volgende ronde maatregelen zou begin april worden aangekondigd.
La présidente de la Commission européenne a exprimé son profond regret face à cette décision et a réaffirmé que l'Union prendrait des contre-mesures fermes et proportionnées pour protéger ses intérêts économiques.
Au niveau belge, dans le cadre du processus de concertation DGE, nous avons initié depuis plusieurs semaines déjà une réflexion afin de définir une position commune, qui se veut assertive et qui tient compte des intérêts belges.
Il faut néanmoins savoir que toutes les mesures américaines ne sont pas encore précisément connues. Par ailleurs, nous attendons encore la proposition que la Commission pourrait faire pour répondre aux mesures américaines annoncées.
La Belgique entretient des relations commerciales fortes avec les États-Unis, tant du côté de l'offre que de la demande. En 2023, les exportations de biens belges vers les États-Unis ont représenté plus de 28 milliards d'euros alors que les importations de biens en provenance des États-Unis s'élevaient à près de 25,8 milliards d'euros.
Sur la base de plusieurs analyses, nos principaux secteurs sensibles ont été identifiés. Il s'agit de la chimie, du secteur pharmaceutique, du secteur métallurgique, de certaines matières critiques, du secteur automobile, des machines et des appareils électroniques.
Dans les semaines à venir, je veillerai, en tant que ministre de l'Économie, avec mon collègue des Affaires étrangères, à défendre au mieux les intérêts stratégiques de la Belgique. Notre position sera largement concertée avec les différentes Régions du pays. Nous veillerons à faire entendre les intérêts des plus petites économies comme la nôtre.
Sur le plan européen, nous plaiderons pour l'unité des États membres face à la politique commerciale menée par le président Trump. Face aux tentatives américaines d'approcher les États membres séparément, il sera en effet essentiel de rester sur la même ligne pour renforcer la cohérence de nos messages et notre position face à l'administration Trump.
Par ailleurs, il me semble aussi urgent de pouvoir développer au niveau européen et belge une stratégie de défense des industries et des entreprises confrontées à la concurrence internationale. Les annonces d'hier, en marge de la conférence d'Anvers sur le Clean Industrial Deal, semblent aller dans le bon sens. Nous devons les mettre en œuvre avec volontarisme et célérité, notamment au travers du plan interfédéral de développement des industries prévu dans notre accord de gouvernement. Je vous remercie pour votre attention.
Maxime Prévot:
Monsieur le président, c'est en ma qualité de ministre des Affaires étrangères et, à ce titre, compétent pour la diplomatie économique et la politique commerciale européenne que je vais compléter les propos du premier ministre et de mon collègue Clarinval.
Les États-Unis sont en train de faire fausse route. En annonçant imposer des droits de douane à tout-va, ils se mettent à dos une bonne partie du monde. Et nous ne voyons aucune justification à l'imposition de tels droits sur nos exportations. Comment peuvent-ils imaginer une seule seconde que cela va leur bénéficier? Comment peut-on penser que l'Union européenne constituerait une menace pour leur sécurité nationale?
De Amerikaanse tarieven zullen economisch contraproductief zijn, vooral gezien de diep geïntegreerde trans-Atlantische toeleveringsketens. Door tarieven op te leggen, zullen de Verenigde Staten hun eigen burgers belasten, de kosten voor hun eigen bedrijven verhogen en de inflatie aanwakkeren. Bovendien zullen de Amerikaanse tarieven waarschijnlijk ontwrichtende effecten hebben op het wereldwijde handelssysteem als geheel.
Die aankondigingen zullen niet onbeantwoord blijven. We moeten echter zeker niet proberen op elke provocatie te reageren. De bedoelingen van president Trump en zijn regering, of ze nu betrekking hebben op Europa, Groenland, Oekraïne of de Gazastrook, kunnen aanleiding geven tot veel berichten op X, die we kunnen betreuren. We moeten echter reageren op tastbare maatregelen, die op dit moment niet erg talrijk zijn.
J'ai demandé à mes services de travailler d'arrache-pied sur comment faire face et redéfinir notre relation avec les États-Unis, tous aspects confondus, le commerce, bien sûr, mais aussi le climat, l'énergie, la diversité, les droits sexuels et reproductifs, le digital, les migrations, l'éthique, la santé, et j'en passe. Ce travail est fait en coordination avec les autres membres du gouvernement et les autres gouvernements du pays. On ne peut pas réagir sur un coup de tête. Ne faisons pas nous-mêmes du Trump en réaction à Trump!
Nous ne devons pas nous arrêter à une posture ébahie, prendre note de chacune des annonces et décisions américaines. Le monde change très vite et nous devons nous montrer proactifs et ne pas seulement agir sur la défensive. Nous devons arrêter la naïveté. Quittons cette posture de victime pour reprendre notre place sur la scène internationale!
We moeten de Europeanen samenbrengen om dit antwoord te bepalen. België moet opnieuw zijn rol als vereniger spelen om een verenigd front te vormen tegenover de nieuwe geopolitieke omwentelingen. We hebben een sterk, veerkrachtig, autonoom en soeverein Europa nodig, dat in staat is de uitdagingen van vandaag en morgen aan te gaan. Dat vereist dat we beter, efficiënter en sneller samenwerken. Een verenigend maar ook assertiever beleid ter verdediging van onze belangen in een wereld waarin de machtsverhoudingen intens zijn, is dan ook precies wat ik sinds mijn aantreden heb gevoerd. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen.
En matière de défense, comme cela a été précisé par le premier ministre, une paix juste, globale et durable en Ukraine ne fera bien sûr pas disparaître la menace russe. Nous devons donc renforcer d'urgence nos capacités industrielles de défense, et nous devons assurer la compétitivité de nos entreprises tous secteurs confondus. Le ministre Clarinval l'a rappelé, nous avons le devoir de protéger nos citoyens et nos entreprises contre ces décisions américaines. Non seulement les protéger, mais agir aussi pour augmenter leur compétitivité.
D atzelfde ambitieniveau moet ons drijven als het gaat om het aangaan van de uitdaging van de klimaattransitie. Ik zal u daaraan ook herinneren wanneer ik mijn beleidsverklaring presenteer, want dat zal een constante zijn in het beleid dat ik plan te voeren.
Dans le même temps, la recherche d'un agenda positif avec la nouvelle administration américaine doit rester notre objectif premier. Nous avons tout à gagner dans un partenariat transatlantique fort. Nous devons rester ouverts aux collaborations avec les autorités américaines sur nos priorités communes en matière de prospérité et de sécurité internationale, notamment. Pensons par exemple à la lutte contre le crime organisé, ou contre les drogues, ou contre les trafics d'êtres humains. J'entends poursuivre les discussions entamées par mon prédécesseur à ce sujet avec le secrétaire d'État Rubio.
La relation de la Belgique avec les États-Unis est la plus importante économiquement hors d'Europe, avec plus de 75 milliards d'échanges par an et des investissements soutenant 250 000 emplois.
Die omwentelingen moeten ons ook uitnodigen om nieuwe bondgenoten te vinden. We moeten partnerschappen op intelligente en consequente manier diversifiëren. Ik dank u.
Kjell Vander Elst:
Bedankt, mijnheer de premier. Ook wij staan aan de kant van Europa en van het vrije Westen. Daarop mag u rekenen.
We moeten dan wel ons deel doen. U hebt niet geantwoord op de vraag hoe we tegen de zomer de 2 % die de NAVO ons oplegt, zullen behalen. U noemt het een sprintje trekken. Ik vrees dat dat niet zal volstaan.
Premier, u hebt een zeer ambitieuze minister van Defensie. Er staan zeer goede zaken op papier, maar het budget moet dan ook wel volgen. We spreken elkaar dus in april tijdens de begrotingsbesprekingen en zullen dan zien of u die woorden zult omzetten in daden.
Patrick Prévot:
Malgré le fait que vous ayez envoyé une armée mexicaine pour me répondre, vous avez scrupuleusement répondu aux questions que je n'avais pas posées.
Monsieur le ministre de l'Économie, en rapport avec la question que j'avais posée concernant la task force , je vous signale qu'il y a eu une action symbolique devant votre SPF en marge d'une réunion sur la politique industrielle. J'espère que vous étiez au courant. Les syndicats et les ONG déploraient le fait qu'ils n'étaient pas invités et que vous aviez choisi quelques entreprises. Ma première demande formelle est que vous les invitiez autour de la table.
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, il faudra évidemment être beaucoup plus offensifs. Quand on vise 80 % de taux d'emploi – même si personne n'y croit –, il va évidemment falloir mener une politique d'investissements publics beaucoup plus ambitieuse. Le pacte pour une industrie propre s'élève à 100 milliards alors que le rapport Draghi en préconisait 800. Plus que jamais, il faut viser un taux d'investissement public (…)
Voorzitter:
Collega’s, het noemen van een naam volstaat niet om er een persoonlijk feit van te maken.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, u hebt hier geantwoord en u gaat blijkbaar door. Wij zeggen al maanden dat blindelings de Amerikanen volgen Europa kapot zal maken en u gaat daar gewoon mee door. U verstaat niet wat er aan het gebeuren is.
Bien sûr que Poutine est à condamner! Évidemment, il est synonyme de guerre. Poutine, c'est la guerre. Mais le monde libre est-il synonyme de paix? Les bombardements américains au Vietnam, c'est la paix? Les bombardements américains en Libye, en Syrie, c'est la paix? Les bombardements américains en Irak: un million de morts! Un million de morts en Irak, est-ce la paix? Comment peut-on continuer à être aussi naïf?
Vous avez raison, monsieur Prévot. L'Europe doit chercher de nouveaux partenaires. Le Sud global est en train de se réveiller aujourd'hui. Pour la première fois depuis la Deuxième Guerre mondiale, une puissance économique mondiale est en train de se faire dépasser par d'autres puissances du Sud.
Si l'Europe veut survivre, il faut arrêter d'être naïf comme ici aujourd'hui et tendre la main. Une Europe non-alignée doit tendre la main aux pays du Sud pour arrêter d'être naïf et se faire détruire (…)
(De heer Hedebouw maakt zwembewegingen.)
Voorzitter:
Voor het verslag, de heer Hedebouw zwemt terug naar zijn plaats.
Charlotte Deborsu:
En tout cas, Trump est ce qu'il est, mais il aura réalisé un grand exploit aujourd'hui. Réussir à amener la gauche à promouvoir le libre marché et à s'opposer aux taxes douanières, chapeau à lui!
Monsieur le premier ministre, je vous pardonne de ne pas avoir répondu à toutes mes questions, qui étaient peut-être un peu trop précises. Face à cette offensive protectionniste, l'Europe ne peut pas trembler, la Belgique ne peut pas trembler. L'Union européenne a les moyens d'agir et la Belgique doit être à l'avant-garde de cette riposte. Nos entreprises doivent être protégées, nos travailleurs soutenus, notre souveraineté économique défendue et même déployée. Et le meilleur moyen d'y arriver est de mener une réelle stratégie de réindustrialisation de l'Europe, pour plus de souveraineté. L'enjeu est là. Profitons de l'occasion pour enfin nous réveiller. Wake up, Europe!
François De Smet:
Merci pour vos réponses.
Les comparatifs entre MM. Trump et Poutine sont intéressants, parce que je crois qu'ils ont beaucoup de points communs. Ils sont imprévisibles, ils sont dangereux, ils ne respectent que le rapport de force et ils font un pari immodéré sur la faiblesse des Européens. Or, M. Poutine a eu tort, au moins en partie. Les Européens ont été solidaires de l'Ukraine. Nous devons continuer à l'être et nous vous soutiendrons évidemment à ce sujet.
De la même manière, il faut que M. Trump ait tort lorsqu'il parie qu'il peut diviser les Européens, et éventuellement mener des négociations pays par pays. Cela veut dire qu'il ne faudra pas juste répliquer par des droits de douane aussi forts ou par une guerre commerciale. Il faudra surtout devenir aussi forts que les États-Unis et d'autres pays, en termes de recherche et d'innovation, parce qu'il n'y a que dans cette indépendance-là que nous arriverons à ne plus être de simples consommateurs de la mondialisation.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de eerste minister, de samenvatting van uw antwoord was eigenlijk eendracht maakt macht, in België en in Europa. Ik heb u vroeger wel iets anders horen zeggen. Het kan verkeren.
Het klopt natuurlijk wel. Het is in ons aller belang dat we ons nu niet uit elkaar laten spelen en lijdzaam de agressie ondergaan van een man die leeft in zijn eigen realiteit. Het is het moment voor Europa om zelf maatregelen te nemen en te investeren in innovatie, verduurzaming en groene industriële transitie. De groenen geloven in een samenleving waar niet het recht van de sterkste regeert, maar waar iedereen meegetrokken wordt in een partnerschap met een duidelijke koers en humanistische waarden, met een koel hoofd en een warm hart, in Europa, maar ook in ons land.
Wat dat laatste betreft, verdient ook het project van de arizonaregering de nodige verbeteringen, zowel op het vlak van mensbeeld als van onderzoek en investeringen.
Simon Dethier:
Merci, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, pour ces éléments de réponse qui apportent des informations éclairantes quant à l'orientation du gouvernement pour l'avenir.
Préserver la compétitivité des entreprises, c'est permettre aux citoyens, aux commerçants, aux entrepreneurs et aux travailleurs d'exercer leur métier et maintenir l'emploi. Maintenir le cap climatique, c'est veiller à notre avenir aujourd'hui et pour les générations futures. Les changements ne sont jamais faciles à aborder et je tiens à exprimer tout mon soutien et mon respect aux entreprises et aux citoyens qui œuvrent pour développer notre économie, créer des emplois dans un contexte exigeant, instable, incertain et en profond changement. Ne faisons pas du Trump, saisissons les opportunités de la transition climatique pour une économie résiliente et prospère.
Voorzitter:
Je félicite M. Dethier pour sa première intervention.
(Applaus)
(Applaudissements)
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de eerste minister, heren ministers, dank u voor uw zeer stevige antwoorden. Die stemmen mij blij. U ziet volop de ernst van de situatie in. Als cd&v moedigen we u aan opdat België een duidelijke, constructieve rol in de Europese Unie opneemt om een stevig antwoord te formuleren.
Mijnheer de premier, het antwoord mag niet agressief zijn, maar evenmin naïef. Ga voor een slim en assertief Europees antwoord, want onze Belgische export, onze Belgische farmaceutische industrie verdienen dat. We rekenen dus echt op u.
Darya Safai:
Mijnheer de premier, ik ben blij met uw stelling dat wij als Europeanen de rug moeten rechten. Daarom moeten wij, zoals u hebt gezegd, meer investeren in onze defensie. De Europese landen zullen veel meer moeten samenwerken om hun rol in de NAVO te kunnen opnemen. Wij moeten inderdaad Oekraïne blijven steunen. Dat land is immers de poort van Europa. Capitulatie voor een vijand zoals Poetin mag nooit een optie zijn. Voor de N-VA luidt het motto: geen welvaart zonder veiligheid. Samen kunnen wij het aan.
De 9-daagse spoorstaking
De stakingen bij de spoorwegen
De stand van zaken met betrekking tot de 9-daagse spoorstaking
De spoorstakingen
Spoorstakingen van 9 dagen
Gesteld door
CD&V
Tine Gielis
Groen
Staf Aerts
N-VA
Dorien Cuylaerts
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De langdurige spoorstakingen (tot 29 dagen, mogelijk tot juli) van vakbonden—met name kleinere, radicale groepen—lamleggen het openbaar vervoer, met enorme gevolgen voor pendelaars, studenten en het spoorpersoneel dat *wel* wil werken, terwijl de NMBS en regering in gebreke blijven om de crisis op te lossen. De kern van het conflict ligt in onrust over pensioenhervormingen, het HR-statuut en arizonaplannen, waarbij vakbonden hun privileges verdedigen en de regering te traag of onvoldoende communiceert—ondanks tweewekelijks overleg met de grootste bonden (CSC, CGSP). Alternatieve diensten functioneren slecht: treinen vallen uit, reizigers staan uren in de kou, en regio’s raken geheel geïsoleerd. Critici (o.a. CD&V, N-VA) eisen dringend resultaat: concrete compensatie (bv. abonnementsverlenging), breder overleg (ook met kleine vakbonden) en duidelijke regeringstegenmaatregelen om de continuïteit van de spoordienst te garanderen, in plaats van louter symbolische dialoog. De sociale en economische schade dreigt tot diep in 2024 door te woeden zonder ingrijpen.
Tine Gielis:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene vakbond staakt 9 dagen. De andere vakbond staakt 29 dagen. Dames en heren, wie biedt er meer? Het lijkt wel een stakingsopbod. De vraag die we ons hierbij moeten stellen, is hoever dit staat van de dagelijkse realiteit van de treinreiziger. De impact van al die acties op de treinreizigers, de pendelaars, de studenten en de senioren is gigantisch. De staking is volstrekt onverantwoord volgens de cd&v-fractie.
Mijnheer de minister, ik hoop dat uw collega in zijn overleg met de bonden heel duidelijk maakt dat die acties onaanvaardbaar zijn. Ze schaden niet alleen de reizigers, maar ook het vertrouwen in ons openbaar vervoer. Want wie is naast de reizigers ook de dupe? Laten we dat niet vergeten. Dat zijn de vele spoorwegmensen die wel willen werken, die elke dag met veel passie hun job doen, maar die ook aangeven dat het niet altijd evident is om langer te werken. Daarvoor moeten we ook begrip hebben. Sterker nog, we moeten hen daarbij helpen.
Iedereen weet dat er hervormingen nodig zijn. We moeten de mensen geen blaasjes wijs maken, we mogen dat niet ontkennen. Het is dus tijd om in gesprek te gaan en samen te zoeken hoe we kunnen zorgen voor een deftig pensioen enerzijds en tegelijkertijd het werk werkbaar kunnen houden anderzijds. Maar zorg er alstublieft voor dat de reizigers niet langer in de kou staan of het slachtoffer zijn.
Mijnheer de minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat de mensen op hun werk geraken de komende dagen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat onze spoormensen hun werk kunnen blijven doen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, elke dag worden honderdduizenden reizigers geraakt door de spoorstakingen: werknemers raken niet op tijd op hun werk, studenten missen lessen, een fijn weekenduitstapje blijkt ineens moeilijk te plannen. Dat is een drama voor de spoorwegen en voor de reizigers. De pendelaars zitten ook met de handen in het haar. Ik heb het zelf ook mogen ervaren. Het is niet zo praktisch om negen dagen lang maar een dag op voorhand zijn rit van een dag later te kunnen plannen.
Als die trein dan komt, dan heeft men geluk, want vaak wordt hij een kwartier voor aankomst toch nog geannuleerd. Eigenlijk valt dat dan nog mee, want er zijn ook delen van het land, zoals de Antwerpse Kempen, West-Vlaanderen en Limburg, van waaruit mensen er helemaal niet meer geraken met de trein.
We mogen echter niet vergeten dat er een reden is waarom er gestaakt wordt. Die stakingen komen niet uit de lucht vallen. Het spoorpersoneel is ongerust over uw plannen met hun pensioen en met hun personeelsstatuut. De onrust is groot, want er lijken de komende maanden nog verschillende stakingsdagen aan te komen. Mijn oproep is dan ook om de staking als een alarmsignaal te zien, want de NMBS moest haar vervoersplan al terugschroeven wegens te weinig personeel. Het is toch overduidelijk dat de stakingen ook duidelijk maken dat de huidige plannen het treinberoep nog minder aantrekkelijk maken, net op een moment dat we meer treinbestuurders nodig hebben.
Vorige week verweet de minister de kleine vakbonden actie te voeren zonder te overleggen. Zijn er ondertussen wel al gesprekken geweest of zijn die gepland? Hoe staat de regering tegenover compenserende maatregelen voor de treinreizigers? Kan het abonnement worden verlengd voor de periode van de stakingen? Tot slot, hoe gaat u ervoor zorgen dat de besparingen (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Aerts.
Dorien Cuylaerts:
Ik sta hier voor de zesde keer dit jaar met een vraag over het spoor. Toevallig is het vandaag de zesde dag van de fameuze negendaagse spoorstaking. U zou zich kunnen afvragen waar ik nog inspiratie haal voor een vraag. Wel, die kleine vakbonden inspireren mij. Ze hebben het toch mooi voor mekaar. Ze maken een compleet zootje van het spoorverkeer, omdat ze het niet eens zijn met de plannen van een democratisch verkozen regering. Ze willen vooral hun onverdedigbaar geworden privileges behouden.
Iedereen kent het resultaat: pendelaars, studenten en andere reizigers geraken niet op hun bestemming. Als zij toch een trein vinden, hebben ze geluk dat ze op die trein geraken, al zitten ze dan op elkaar gepakt als sardienen in een blik. Dat is onaanvaardbaar, we kunnen dat niet langer pikken.
Mijnheer de minister, naast de reizigers is er nog een andere groep die van die situatie de dupe is, met name het spoorwegpersoneel dat er wel voor kiest om te werken. Die personeelsleden krijgen deze dagen alle frustraties en alle klachten over zich heen, terwijl net zij de schade proberen te beperken.
Hoe lang kunnen de vakbonden nog staken zonder rekening te houden met de reizigers? Hoe lang kunnen ze dat volhouden zonder rekening te houden met hun collega’s die ook dupe zijn van de staking?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank u om uw collega Crucke, de minister van Mobiliteit, te vervangen. Ik twijfelde om deze vraag vandaag te stellen, want ik had ze heel graag aan minister Crucke zelf gesteld, maar gezien de spoorellende van de voorbije dagen stel ik ze toch aan u. Het is te belangrijk.
Vorige week ondervroeg ik minister Crucke over de spoorstaking aan de vooravond van de negendaagse spoorstaking. Vandaag is het de zesde dag en heeft de staking al voor veel ellende gezorgd. Er zijn nog veel meer acties door de grote spoorvakbonden aangekondigd, die zelfs tot juli zouden duren. We staan dus door een lange periode van sociale onrust. Er wordt nu zelfs gesproken over een zeer lange staking. Het is duidelijk dat de treinreiziger daarvan het slachtoffer zal worden.
De acties komen er uit onrust over wat men leest over het spoor in de arizonaplannen en het regeerakkoord. Er is dus niemand beter geschikt dan een minister van de arizonaregering om die onrust bij het spoorpersoneel weg te nemen. Ik heb minister Crucke verleden week gevraagd om alles uit de kast te halen om de onrust weg te nemen, zodat de lopende acties mogelijk zouden kunnen worden ingekort of andere aangekondigde acties worden opgeschort.
Mijn vraag is eenvoudig. Wat is er sinds vorige week gebeurd? Is er overleg geweest en met welk resultaat? Ik zie er tot op heden geen, maar is er resultaat? Wat is er gebeurd? Wat mogen we nog verwachten? Op welke manier gaat men ervoor zorgen dat de treinreiziger niet tot juli gegijzeld blijft?
Maxime Prévot:
Mijnheer de voorzitter, geachte Kamerleden, het stakingsrecht is een grondrecht in onze democratie, maar het moet worden uitgeoefend in het kader dat zowel de sociale dialoog als de continuïteit van de openbare diensten respecteert. De negendaagse staking die momenteel de spoorwegsector treft, heeft veel reacties en vragen opgeroepen, met name over de motivatie en de impact ervan op de gebruikers en de economie van het land.
Ik wil u eraan herinneren dat de NMBS en Infrabel autonome overheidsbedrijven zijn. De sociale dialoog binnen die bedrijven is hun verantwoordelijkheid en die van de representatieve vakbonden. Niettemin heeft Jean-Luc Crucke als federale minister van Mobiliteit het initiatief genomen om een regelmatige dialoog te onderhouden met de vertegenwoordigers van het spoorwegpersoneel. Sinds het begin van deze legislatuur heeft hij tweewekelijks vergaderingen georganiseerd met de twee belangrijkste vakbondsorganisaties in de sector, de CSC en de CGSP, om een constante en constructieve uitwisseling te garanderen. Die periodiciteit maakt het mogelijk om een doeltreffende opvolging van de bezorgdheden van het personeel te garanderen en te voorkomen dat spanningen escaleren door een gebrek aan dialoog.
Het is belangrijk op te merken dat die twee vakbonden de geldende procedures hebben gerespecteerd. Ze hebben kennisgevingen ingediend en deelgenomen aan de besprekingen waaruit de bereidheid tot overleg blijkt. Daartegenover hebben andere vakbondsorganisaties, van minderheden, gekozen voor een radicalere oppositiestrategie die zelfs zo ver gaat dat ze het hele spoorwegnet blokkeert. Een dergelijke houding is onaanvaardbaar. Het stakingsrecht mag geen instrument worden van totale blokkade van het land, vooral niet wanneer het wordt uitgeoefend door een minderheid die zeker niet alle spoorwegarbeiders vertegenwoordigt.
De eisen van de vakbond gaan veel verder dan het kader van mobiliteit. Ze hebben betrekking op bredere kwesties, zoals de hervorming van de pensioenen, de reorganisatie van HR Rail of de toekomst van de sociale dialoog in overheidsbedrijven. Die vragen zijn van belang voor de federale overheid in zijn geheel en er zijn besprekingen gaande om evenwichtige antwoorden te geven.
Het regeerakkoord voorziet in hervormingen die op een verantwoorde manier en in overleg worden doorgevoerd. De minister van Mobiliteit verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat de veranderingen worden doorgevoerd met respect voor de werknemers en de continuïteit van de openbare spoorwegdienst.
Om de impact van de staking op de gebruikers te beperken, werd een alternatieve spoordienst opgezet. De NMBS past haar reisplanner dagelijks aan in functie van de beschikbaarheid van het personeel. Passagiers worden uitgenodigd om die informatie te raadplegen om hun reizen zo goed mogelijk te organiseren.
De regering blijft openstaan voor dialoog en zal ervoor zorgen dat de genomen beslissingen zowel de toekomst van het spoor in België verzekeren als het begrotingsevenwicht van het land vrijwaren. Het is van essentieel belang dat alle belanghebbenden hun verantwoordelijkheid nemen en de voorkeur geven aan overleg in plaats van confrontatie. Het is in die geest dat we het werk dat we zijn begonnen, zullen voortzetten.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Ik ben blij te vernemen dat uw collega, minister Crucke, kiest voor de dialoog en niet voor de blokkade, en er effectief mee aan de slag gaat, in samenspraak met de NMBS, om zekerheid te bieden aan de pendelaars. Het kan echt niet langer dat werkende mensen op deze manier gegijzeld worden.
Ik hoop dat uw collega-minister het vertrouwen van de pendelaars kan terugwinnen en dat we dergelijke situaties de komende jaren kunnen vermijden. Het spoorpersoneel moet gewaardeerd worden, maar dat geldt ook voor de pendelaars.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, het spoor heeft stabiliteit nodig: zekerheid voor het personeel en voor de treinreizigers. Zonder die stabiliteit zullen stakingen en personeelstekorten hand in hand blijven gaan en elkaar blijven versterken.
In naam van uw collega verwijst u naar de structuur van de NMBS om te zeggen dat het eigenlijk niet aan u is om te overleggen, maar aan de NMBS. Collega’s, we mogen echter niet vergeten dat deze staking niet gericht is tegen de NMBS, maar tegen de beslissing van de arizonaregering. Het is normaal dat de minister zijn verantwoordelijkheid neemt. Wat mij betreft, mag hij die verantwoordelijkheid ruimer nemen, niet enkel met de twee grootste spoorwegvakbonden, maar ook met de andere spoorwegvakbonden. Enkel via overleg kunnen we ervoor zorgen dat die mensen misschien gerustgesteld kunnen worden. Dat zal cruciaal zijn.
Ik begrijp dat mensen ongerust zijn, want op dit moment gaan zowel het personeel als het budget van de NMBS erop achteruit. Voor de rest blijft het een groot vraagteken waar de huidige regering naartoe wil.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoorde onlangs nog de woordvoerder van de OVS in een interview met ATV zeggen dat hij een bondgenoot is en bruggen wil bouwen, dus in dialoog wil gaan. De manier waarop deze asociale actie georganiseerd is, zorgt er echter voor dat de dienstverlening maximaal geïmpacteerd wordt, waardoor niet alleen de reizigers de dupe zijn, maar ook het spoorpersoneel dat wel wil werken en ervoor kiest om de reiziger niet in de steek te laten.
Zaterdag is het complimentendag en onze fractie wil het spoorpersoneel dat blijft doorwerken en zich elke dag inzet voor de treinreiziger een dikke pluim geven. Wij danken hen omdat zij de reiziger niet in de kou laten staan. Zij verdienen oprecht een compliment.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoor u graag zeggen dat u tweewekelijks overleg pleegt met het spoorpersoneel, maar het is het resultaat dat mij interesseert. Ik stel vast dat er de afgelopen dagen, ondanks de minimale dienstverlening, heel veel problemen waren. Een aantal treinen rijdt niet en de reizigers wachten met velen op een andere trein. In Leuven bijvoorbeeld stonden mensen zes rijen dik op het perron te wachten op een trein die al overvol zat. Mensen geraken vanuit Limburg met de trein tot in Brussel, maar zien dan dat er geen enkele trein meer terugrijdt naar hun vertrekstation. Die mensen staan letterlijk in de kou. Dat zijn onaanvaardbare toestanden. De treinreiziger heeft niets aan al die discussies tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel, maar wil zijn trein kunnen nemen. Ik herhaal mijn oproep van vorige week. Ga aan de slag, ga opnieuw in overleg en neem de onrust weg, zodat de treinreizigers geholpen worden.
De bijeenroeping van de Nationale Veiligheidsraad n.a.v. het drugsgeweld in Brussel
Het regeringsbeleid in het licht van de onveiligheid en de drugshandel in Brussel
De schrijnende situatie in Brussel
De nood aan een gecoördineerde actie tegen het toenemende drugsgeweld in Anderlecht
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Het toenemende drugsgeweld in Brussel
De impasse in Brussel
De war on drugs
Het toenemende drugsgeweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Brusselse drugsgeweld en onveiligheid
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De dramatische drugsoorlog in Brussel, met meerdere dodelijke schietpartijen in twee weken, domineert het debat, waarbij structurele onderfinanciering van politie en justitie (100 ontbrekende onderzoekers, verouderd materieel) en gebrek aan coördinatie tussen lokale, federale en Europese niveaus centraal staan. Premier De Wever belooft een integrale aanpak (van productie tot straatdealers, geldstromen en wapenhandel) via bestaande regeerakkoordplannen (o.a. fusie Brusselse politiezones, Kanaalplan, Stroomplan 2.0), maar critici – waaronder procureurs, politievakbonden en oppositie – wijzen op jarenlange bezuinigingen (MR/N-VA) en eisen concrete middelen nu (meer gespecialiseerde eenheden, betere loon- en werkomstandigheden, sociale preventie). Polarisatie heerst: repressieve partijen (N-VA, Vlaams Belang) pleiten voor hard optreden (legerinzet, razzia’s, strengere straffen), terwijl linkse stemmen (PTB, Vooruit) sociaaleconomische oplossingen (jeugdwerk, armoedebestrijding, alternatieven voor dealers) en langetermijninvesteringen in justitie/politie benadrukken. Brusselse politieke verantwoordelijken (o.a. PS) worden mede schuldig bevonden door nalatigheid (openbare drugspanden, gebrek aan lokale samenwerking), maar federale regeringspartijen ontlopen hun eigen verantwoordelijkheid voor chronisch onderbeleid niet. Uiteindelijk blijft de vraag: wie voert de regie? – met oproepen tot eenheid (Arizona-coalitie) die botsen op wederzijds wantrouwen en partijpolitieke schuldvragen.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de premier, de toestand in Brussel is dramatisch. Ik heb het dan niet enkel over de politieke impasse, maar vooral over de drugsoorlog die volledig uit de hand aan het lopen is. Criminelen lopen rond met oorlogswapens en drugsdealers promoten hun koopwaar publiek.
Voor het geval dat u het nieuws misschien niet zou hebben gevolgd de afgelopen weken, geef ik u even een lijstje mee. Op 5 februari waren er schietpartijen in de Weidestraat en aan metrostation Clemenceau. Op 6 februari was er opnieuw een schietpartij aan Clemenceau met een gewonde. Op 7 februari was er een nieuwe schietpartij in de Peterboswijk met een dodelijk slachtoffer. Op 15 februari was er weer een schietpartij aan metrostation Clemenceau met opnieuw een dodelijk slachtoffer. Op 16 februari was er een schietpartij aan metrostation Sint-Guido en op 18 februari was er een bij een transportbedrijf in Anderlecht. Op 19 februari werden er nog meer aanslagen en schietpartijen aangekondigd via Snapchat.
Ik voeg daar de reacties aan toe van de mensen op het terrein, die moeten instaan voor onze veiligheid. De reacties komen zowel van mensen van Justitie als van de politie. Ik citeer de procureur des Konings, Julien Moinil: "Het is rampzalig. Het is tijd om wakker te worden. De lokale politiezone Zuid moet nu het onderzoek doen met beperkte middelen terwijl er oorlogswapens worden gebruikt." Ik citeer nu de politievakbonden: "De politie is de afgelopen jaren veel te veel verwaarloosd." De korpschef van Brussel-Zuid, Jurgen De Landsheer, voegt eraan toe: "De oplossing kan niet enkel bij de politie liggen."
De hamvraag vandaag is: waar blijft deze regering? Ik kwam niet verder dan wat wollige uitspraken van de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Ik citeer: "We zullen de maatregelen die reeds zijn voege zijn herbekijken, om te zien welke maatregelen eventueel moeten worden versterkt." Mijnheer de premier, waar bent u? Waarom ziet u de ernst van de situatie niet in? Waarom hebt u (…)
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, les Bruxelloises et les Bruxellois sont inquiets, très inquiets! Et moi aussi. On tire dans la rue, on tire à proximité des stations de métro, on tire sur des maisons, et la réponse de votre gouvernement, c'est plus de police. Or vos solutions ne fonctionnent pas. Les fusillades continuent, alors que la police est omniprésente. Nos enfants restent en danger parce que vous ne vous attaquez pas aux réels problèmes, aux véritables causes, et cette situation ne peut plus durer.
Comment en sommes-nous arrivés là, monsieur le premier ministre? J'ai une devinette pour vous. Qui a dit: "ll n'y a pas assez d'enquêteurs, pas assez de policiers de proximité, pas assez de ressources pour la justice, et il y en a marre des effets d'annonce"? Ce n'est pas moi, ce n'est pas un gauchiste, mais il s'agit du procureur du Roi de Bruxelles. Et, comme lui, j'en ai marre des effets d'annonce de la droite.
Encore aujourd'hui, nous payons les conséquences des coupes du gouvernement MR-N-VA dans la justice et dans la police. Rien qu'à Bruxelles, il manque au moins 100 enquêteurs pour la police judiciaire. La police locale, qui connaît le quartier, qui a la confiance du quartier, manque aussi de soutien. Vous avez aussi affaibli les douanes: Anvers, Zaventem, Bierset n'ont plus les moyens humains ou les moyens techniques pour faire face à l'afflux de marchandises illégales.
À Bruxelles, nous subissons les conséquences directes de ce trafic. La précarité alimente la criminalité, en laissant le terrain libre aux narcotrafiquants. Sans perspectives, certains jeunes tombent dans ces réseaux par défaut. Il faut leur offrir des opportunités, il faut leur offrir des perspectives pour lutter contre la misère, le décrochage et l'abandon. La sécurité de toutes et tous est nécessaire et elle exige une réponse forte, une réponse durable; et non des opérations éphémères ou des effets d'annonce.
Alors, monsieur le premier ministre, quelle est votre stratégie à long terme? Allez-vous renforcer la prévention, soutenir les associations, investir dans la santé mentale et les services sociaux pour couper l'herbe sous le pied aux trafiquants?
Allez-vous donner à la police et à la justice plus de moyens pour agir sur le long terme?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, ik moet er geen tekening bij maken, u hebt de beelden gezien. We hebben allemaal de beelden gezien en die zijn schrijnend. We zagen een man met een kalasjnikov in het Brusselse metrostation Clemenceau.
De voorbije jaren trok u terecht hard aan de alarmbel in Antwerpen. U weet als geen ander wat de impact is van drugsgeweld op wijken, op een stad en op de bewoners. Toen Antwerpen in brand stond, naar aanleiding van één dode, heeft de vorige federale regering onmiddellijk overleg gepleegd met u. Ze heeft alles op alles gezet. Er was onmiddellijk overleg. Wat is er gebeurd? De Nationale Veiligheidsraad kwam samen. De federale politie in Antwerpen werd versterkt met 100 agenten. De scheepvaartpolitie ging van 90 naar 215 agenten. Het parket en de correctionele rechtbank in Antwerpen werden versterkt. We hebben de haven extra beveiligd, met meer controles en meer boots on the ground. Er is een nationale drugscommissaris aangesteld, naar aanleiding van één dode. Dat was ook het juiste om te doen.
Nu zien we zeven schietpartijen en twee dodelijke slachtoffers. Als burgemeester – u weet hoe nauw Antwerpen mij aan het hart ligt – had u gelijk. U verwachtte snelle en kordate actie. Brussel en de rand verwachten dat van u vandaag, als premier. Dat geweld is immers een olievlek. Mijnheer de premier, we hebben u echter niet gezien, we hebben u niet gehoord.
U verwees twee jaar geleden naar het contrast tussen de middelen voor Antwerpen en voor Brussel. U vroeg meer middelen omdat Antwerpen met een crisissituatie kampte. Gaat u vandaag dezelfde logica toepassen voor Brussel? Wat gaat u concreet doen? Er waren zeven schietpartijen, met twee doden, mijnheer de premier.
Brent Meuleman:
Het ene moment loop je rustig naar je vaste metrohalte, kind aan de hand, klaar om aan de dag te beginnen, het volgende moment ben je terechtgekomen in een oorlogszone. Gelach wordt gegil. Dat is niet ver van ons gebeurd, niet lang geleden, hier vlakbij in Brussel.
Mijnheer de eerste minister, het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. In het afgelopen jaar hebben er meer dan 80 schietincidenten plaatsgevonden. Het drugsgeweld word almaar driester, almaar bloediger. Executies op straat, kalasjnikovs die kogels afschieten.
Dat kan niet meer, mijnheer de eerste minister! De mensen verwachten van ons dat er opgetreden wordt. Als het zo fout gaat, stellen we ons de vraag wat we hieraan gaan doen. Gaan we de lokale besturen met de vinger wijzen, zoals minister Verlinden gedaan heeft in de afgelopen week, of gaan we de verantwoordelijkheid opnemen die we kunnen opnemen?
Laat het duidelijk zijn, de lokale besturen spelen een cruciale rol wanneer het gaat over veiligheid. Dat hoeft men mij en alle burgemeesters in het land niet te komen vertellen. Wij weten dat. De verantwoordelijkheid afschuiven en doorverwijzen naar de lokale besturen, dat helpt echter niemand vooruit.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Wie veel geld heeft, koopt zijn veiligheid, met hoge poorten, dure alarmsystemen, veel camera's en noem maar op. Wie echter een normale job heeft en in een normale wijk woont, zoals in Anderlecht, die rekent voor zijn veiligheid en voor de veiligheid van zijn kinderen op een sterke overheid. We moeten dus doen wat moet. Ook nu moet de federale gerechtelijke politie ingrijpen. Ook nu moet de justitie drugscriminelen snel opvolgen. Ook nu moeten we haast maken met het samenvoegen van de politiezones in Brussel.
De mensen in Anderlecht vragen (…)
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, sept fusillades en deux semaines! Je voudrais d'abord prendre du temps pour apporter mon soutien aux victimes et à leurs proches, mais aussi aux habitants d'Anderlecht et de Bruxelles qui vivent dans l'angoisse. Il y a un an, jour pour jour, une fusillade éclatait à dix mètres de l'école de mes filles.
Monsieur le premier ministre, la sécurité est un droit, et même un droit fondamental, mais vous échouez à le garantir. Les gros trafiquants de drogue s'enrichissent et se sentent en totale impunité. La priorité doit aller à la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue. Il faut les arrêter. Pour ce faire, il importe de les toucher là où cela leur fait le plus mal: leur portefeuille. Voilà la priorité. Dans ce but, nos services publics doivent pouvoir accomplir leur travail. "Comment voulez-vous que j'arrête des auteurs si je n'ai pas d'enquêteurs spécialisés?" C'est ce qu'a déclaré à la presse le procureur du Roi de Bruxelles, en ajoutant qu'il en avait marre des effets d'annonce. Car, aujourd'hui, oui, vous faites des annonces à propos de moyens supplémentaires. Or ceux-ci sont trop faibles au regard des coupes que vos partis, le MR et la N-VA, ont opérées sous le gouvernement Michel.
Et puis, monsieur le premier ministre, j'ai aussi lu dans l'accord de gouvernement que les renforts seraient surtout destinés à Anvers, mais c'est partout qu'ils sont nécessaires! Cela m'incite à dire que vos moyens sont déjà insuffisants.
Il est essentiel de s'attaquer aux barons de la drogue, mais ces gens vivent de la misère d'autrui. Et vous, vous voulez mettre notre pays au régime pendant dix ans! Comment voulez-vous éradiquer ce fléau si vous ne parlez que d'austérité? Ce n'est pas d'austérité que nous avons besoin, mais d'investissements: dans la jeunesse, dans le travail social, dans la santé et l'enseignement. Il faut donc donner aux travailleurs les moyens de ne pas laisser la jeunesse dans les mains de ces trafiquants.
Monsieur le premier ministre, je reprendrai la question du procureur du Roi: combien d'enquêteurs la police judiciaire fédérale (PJF) va-t-elle recevoir?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de eerste minister, in de eerste plaats wil ik u bedanken voor de extra politie, die het de minister van Binnenlandse Zaken meteen mogelijk heeft gemaakt om kordaat op het terrein op te treden. Wij weten allemaal dat er geen magische oplossing bestaat. Er bestaat niet één maatregel die alles oplost, iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen, en dus ook de burgemeesters, de PS-burgemeesters die vandaag in Brussel vzw's hun ding laten doen, die vandaag nalaten pizzeria's waar geen pizza's worden verkocht maar drugs worden verhandeld, te sluiten. Zij moeten optreden en ervoor zorgen dat daaraan iets wordt gedaan.
Als we ervoor willen zorgen dat iedereen zijn deel doet, dan spreekt dat misschien toch in het voordeel van de Nationale Veiligheidsraad, waarbij we niet alleen kijken naar het federale niveau, maar ook naar de regio's. To take back control. Wij moeten weer controle krijgen over onze straten. Er moet een versterking komen van de federale politie en van de federale gerechtelijke politie. Dat zijn allemaal zaken die we federaal kunnen doen
Tegelijkertijd moeten ook de andere politieke niveaus worden geresponsabiliseerd. Kijk naar Brussel momenteel. Hoe kunnen we de strijd tegen drugs voeren, als er gebruikersruimtes zijn, waarvan de Brusselse regering vindt dat het normaal is dat die er zijn? Dat krijg je mij niet uitgelegd.
Er is geen magische oplossing, behalve misschien de volgende: geen gebruiker betekent geen dealer; geen dealer betekent geen schietpartij. Het normaliseren van drugs in onze samenleving moet een halt toegeroepen worden. In films, Netflixseries en ook Vlaamse series wordt drugs overal beschouwd als iets positiefs. Dat moet gestopt worden. En wij moeten op het federale niveau de strijd tegen drugs voeren.
Mijnheer de eerste minister, welke maatregelen zullen wij nemen to take back control over onze straten?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, collega's, elk nadeel heb zijn voordeel, zei ooit een groot filosoof. Met de arizonaregering stellen wij orde op zaken, met de neuzen in dezelfde richting, met een minister die onmiddellijk op het terrein was om actie te ondernemen, met een minister van Justitie die onmiddellijk daar was om mee het spoedoverleg in gang te steken.
Brussel is inderdaad al twee weken lang het strijdtoneel van drugsbendes, maar als we dat willen aanpakken, zullen we dat op de verschillende niveaus, van het lokaal niveau tot het internationaal niveau, moeten aanpakken. Dat is wat hier in de discussie ontbreekt.
Kijk naar het arizonaregeerakkoord. Alle maatregelen staan daar al in; we waren ons daarvan al bewust we moeten inderdaad de gerechtelijke politie versterken; we moeten inderdaad de politiezones in het Brusselse fusioneren; we moeten inderdaad de criminelen heel hard straffen en aanpakken; we moeten de focus leggen bij de drugsgebruikers. Zonder drugsgebruikers, geen afzetmarkt. Daar moeten we die criminelen treffen; in the pocket . We moeten hen treffen waar het geld zit. Ook op dat vlak zijn heel wat maatregelen gepland, die in deze legislatuur zullen worden uitgevoerd.
Mijnheer de eerste minister, we kunnen hier inderdaad met de vinger naar iedereen wijze, al degenen die de voorbije decennia volledig in het debat afwezig waren, maar dat mogen we vandaag net niet doen. Vandaag moeten alle neuzen in dezelfde richting.
Mijnheer de eerste minister, hoe zult u die eenstemmigheid tot stand brengen? Hoe zult u het lokaal niveau en het gewest meekrijgen? Hoe zult u de kwestie ook internationaal op de kaart zetten?
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, je vous plains, parce que vous avez des partenaires de majorité qui sont amnésiques. Vous avez un président de parti qui vient nous expliquer ici que ce sont les bourgmestres socialistes qui sont responsables d'une compétence de Justice et d'Intérieur. Un président de parti qui a eu la compétence de la Justice sous l'Arizona; de l'Intérieur sous la Vivaldi, et de la Justice sous la Suédoise.
Qu'avez-vous donc fait pour régler les problèmes en matière de Justice et d'Intérieur? Ça, c'est la vraie question. Aujourd'hui, M. Mahdi, nous avons un procureur du roi qui vous rappelle qu'il manque 100 enquêteurs spécialisés pour résoudre des problèmes de fond. Ça, c'est la vérité mais évidemment le socio-démocrate que vous êtes ne se retrousse pas les manches. Vous rejetez la faute sur les autres. Alors, M. le premier ministre, les prisons débordent, la Justice ne sait plus où donner du pied tellement elle manque de moyens. Aujourd'hui, à la police fédérale, allez y faire un tour, M. Mahdi, il y a des voitures qui ne démarrent pas. Elles ne savent pas démarrer parce qu'elles sont en panne. Elles ne savent pas démarrer parce que vous n'avez pas mis les moyens nécessaires. Cela, c'est la vérité! Mais où étiez-vous quand on a commencé à désinvestir dans la police et la justice pendant quatre ans d'affilée. Ça, c'est la réalité. Aujourd'hui, le cancer de nos quartiers, vous n'y avez pas trouvé de solution. (Vives protestations de MM. Bouchez et Mahdi) Ça c'est la réalité, M. Mahdi, alors ne venez pas rejeter la responsabilité sur les autres! Et ne vous excitez pas, M. Bouchez, votre tour viendra!
Alors, monsieur le premier ministre: Quelle réponse allez-vous donner à la police judiciaire, à la justice? Et surtout, étant donné que l'on sait tous que le problème des narcotrafiquants est un problème européen, allez-vous initier une réunion du Conseil européen sur la matière pour faire en sorte que la lutte contre le trafic de drogue soit une question (...)
(Clameurs échangées hors micro entre M. Bouchez et les bancs du PS)
Voorzitter:
Mijnheer Bouchez en anderen, ik wil er nogmaals op wijzen dat wij ons hier niet op de jaarmarkt van een of andere Waalse gemeente bevinden. Ik heb immers de indruk dat die sfeer stilaan in het Parlement begint door te dringen. Dat kan trouwens ook op Vlaamse jaarmarkten weleens het geval zijn.
Er is hier een bepaalde manier van werken. Die bepaalde manier van werken stelt dat wie zich opgeeft om de vraag te stellen aan de eerste minister, zich op de sprekerslijst laat plaatsen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de heer De Smet, die nu zijn twee minuten spreektijd krijgt.
Ik verzoek u hem gedurende die tijd ook te laten uitspreken.
François De Smet:
Merci, monsieur le président.
Monsieur le premier ministre, nous devons tous être un peu plus humbles dans ce débat. Il en va de même pour vous, monsieur Mahdi! Franchement, si j'étais le président du parti qui a géré la sécurité de ce pays au cours des cinq dernières années, je serais un peu plus humble sur ce sujet. En effet, les fusillades actuelles à Bruxelles résultent principalement de l'échec des deux gouvernements précédents, à savoir la Vivaldi et la Suédoise.
Nous sommes dix à intervenir sur ce sujet aujourd'hui, c'est très bien. Pour ma part, je suis intervenu tout au long de la dernière législature pour tenter d'alerter sur le fait que notre pays devenait un narco-État. Les autorités judiciaires ont fait de même, mais nous n'avons pas été écoutés.
Rappelons les faits. Les problèmes de drogue et de grand banditisme sont d'abord du ressort de la police judiciaire fédérale. Comme les polices judiciaires à Anvers et à Bruxelles n'ont pas assez d'enquêteurs, les polices locales bruxelloises se retrouvent face à des kalachnikovs. Voici la vérité!
Même si vous arrêtez cinq fois, dix fois, vingt fois ces dealers qui se tirent dessus pour un bout de trottoir et pour un territoire, nous savons tous qu'ils seront remplacés du jour au lendemain. Ce phénomène ne pourra pas être endigué si vous ne frappez pas les têtes, si vous ne frappez pas les portefeuilles, si vous ne confisquez pas l'argent, si vous ne confisquez pas les voitures de luxe et si vous ne démantelez pas les réseaux de trafic d'armes, de corruption et de blanchiment d'argent.
Il faut plus de bleus dans les rues, mais il en faut surtout plus derrière les écrans. Je reconnais que cela peut sembler contre-intuitif. Une vision simpliste et populiste du dossier consiste à dire: "Il suffit d'arrêter les gens et il suffit d'avoir des solutions simplistes, comme par exemple la fusion forcée de zones de police." Cela ne marchera pas! Si vous voulez aider les zones de police locale, revoyez la norme de financement – cela tombe bien, c'est prévu dans votre accord – et faites-le vite! Pour le reste, laissez-les tranquilles et aidez plutôt le procureur du Roi de Bruxelles en lui donnant les moyens qu'il demande! Continuez également à apporter votre aide au procureur du Roi d'Anvers! Mais surtout, il est grand temps d'aider les riverains de Bruxelles, fatigués de ce genre d'effets d'annonce, qui veulent être secourus maintenant!
Youssef Handichi:
Monsieur le premier ministre, je suis le dernier à vous poser la question. Je suis le dernier, mais je ne serai pas le premier à faire un jeu de devinettes. Je ne vais pas faire la liste des tirs. La situation est beaucoup trop dramatique. Les gens et les travailleurs dans ces quartiers, monsieur Chahid – je pense que nous venons du même quartier, ou pas très loin –, à Anderlecht, veulent vivre en paix. Ils veulent prendre les transports en commun en sécurité. À 2 h ou à 7 h du matin, ils veulent vivre en paix. Les premières actions qui ont été menées sur le terrain vont dans ce sens-là. Il s'agissait d'apporter une réponse forte.
Monsieur le premier ministre, vous avez une majorité qui vous soutient dans vos actions. Nous soutenons notre ministre de la Sécurité et de l'Intérieur dans les premières actions qui ont été menées. Sont-elles suffisantes? Nous sommes tous d'accord pour dire, non, elles ne le sont pas. C'est la question principale que j'ai à vous poser, monsieur le premier ministre: quelle est la suite de ces actions?
Effectivement, les Bruxellois, les Anderlechtois vous regardent, les trafiquants vous regardent. À un moment donné, on devra cesser cette politique visant à demander qui a fait quoi, et on devra mener des actions concrètes. Il faut taper fort. Tolérance zéro vis-à-vis de ces crapules. Monsieur le premier ministre, nous sommes vraiment impatients de comprendre, de savoir et d'aller chercher ces crapules pour les mettre en prison et assurer la paix à tous les Bruxellois.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vais commencer par donner raison à M. De Smet. Face à la criminalité organisée, je pense que tout le monde devrait être humble et serein. Il s'agit d'un fléau mondial et il n'y a pas de réponse facile. C'est la vérité. Comme vous le savez, notre niveau de menace est actuellement au niveau 3 sur une échelle de 4. Les services se trouvent donc déjà dans un état de vigilance renforcée.
Le Conseil national de sécurité est un organe de coordination des politiques et non une entité opérationnelle. Le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur ainsi que la ministre de la Justice sont en contact étroit avec les différents services et le parquet. Ils me tiennent régulièrement informés. Demain, ils feront un nouveau point de la situation lors du Conseil des ministres où, comme vous le savez, siègent également tous les membres permanents du Conseil national de sécurité. Si à un moment donné, nous constatons qu'il est nécessaire de convoquer un Conseil national de sécurité pour une coordination supplémentaire, je ne manquerai évidemment pas de le faire.
Wat we de afgelopen weken hebben gezien aan Clemenceau is helaas geen onbekend tafereel. Het gaat hier over een bendeoorlog, waarbij bendes op straat met elkaar in de clinch gaan en daarbij grof geweld gebruiken. Dat is een tafereel dat helaas in heel wat Europese steden een trieste realiteit is geworden. We zien ook wat er in Nederland gebeurt, namelijk dat het drugsgeweld zich niet meer beperkt tot de steden, maar zich verder verspreidt. Dat is waarvoor ik in mijn vorige bevoegdheid inderdaad altijd heb gewaarschuwd.
Het goede nieuws is dat er deze keer wel een plan klaarligt. Als u zegt dat de Nationale Veiligheidsraad moet bijeenkomen om een plan te maken, dan antwoord ik u van niet, want de bestrijding van de georganiseerde misdaad komt heel uitgebreid aan bod in dit regeerakkoord. Er is een plan en de middelen van de veiligheidsdepartementen zullen ook worden opgedreven.
Het is mijn uitdrukkelijke ambitie om een integrale aanpak uit te rollen ten aanzien van de georganiseerde misdaad en in het bijzonder van de drugscriminelen. U zult begrijpen dat dit mij heel na aan het hart ligt. Het gaat over bronland of productiesite, logistiek, invoerhavens of luchthavens, geldstromen, ondermijning, bendevorming tot en met straatdealers en uiteraard ook over het geweld dat daarmee gepaard gaat. Dat moet allemaal aangepakt worden.
Daarin past het heropnemen van zowel het Kanaalplan als het Stroomplan 2.0 en ook de fusie van de Brusselse politiezones zal bijdragen aan een efficiëntere bestrijding van de georganiseerde misdaad in onze hoofdstad. Ik hoop dus op de medewerking van alle burgemeesters. De lokale politie kan heel veel betekenen, zeker als het gaat over straatbendes en ondermijning. Ik denk dat ik heel goed geplaatst ben om u dat te vertellen. Het is dus zaak om het regeerakkoord resoluut uit te voeren.
Deze problematiek vereist een structurele aanpak. Het geweld dat men vandaag in Brussel ziet, is niet het begin, maar wel het eindresultaat, het trieste gevolg van een lange criminele pijplijn. We moeten de droevige waarheid onder ogen zien, namelijk dat niemand kan beloven dat men dit op korte termijn structureel kan doen stoppen. Sereniteit is in deze echt wel geboden. Als we het structureel willen stoppen, dan zal iedereen moeten meewerken. Elke overheid zal moeten samenwerken.
Ik ben daarvoor – letterlijk – al de wereld rond geweest. Ik heb met havens, overheden, anti-corruptiediensten en Justitie in diverse landen gesproken en de havens verenigd. Er is al zoveel voorbereidend werk verricht en er ligt zoveel klaar. Ik heb altijd goed en nauw samengewerkt met de vorige ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. Er is al enorm veel voorbereid, nationaal en internationaal, waarvan ik nu hoop dat wij de vruchten zullen kunnen plukken. Ik heb tijdens mijn eerste meeting met de heer Costa al gezegd dat dit ook een Europese prioriteit moet worden, anders duwen wij het probleem alleen maar naar elkaar toe. Dat is echter helaas helemaal nog niet het geval. Wij hebben daarvoor iedere overheid nodig.
C’est pourquoi je déplore également qu’il n’y ait toujours pas de gouvernement de plein exercice à Bruxelles pour mettre en œuvre des réformes structurelles de manière décisive avec nous. J’appelle encore une fois chacun à arrêter les jeux politiques et à assumer ses responsabilités pour la sécurité de nos citoyens. Merci.
Ortwin Depoortere:
Wie dacht dat met de N-VA in de regering veiligheid prioriteit nummer 1 zou worden, is eraan voor de moeite. Terwijl Antwerps premier Bart De Wever enkele jaren geleden zelf opriep om het leger in te zetten, blijft het nu oorverdovend stil. Hij gaat liever naar een patserfilm en zegt dat de drugsproblematiek is wat ze is.
Mijnheer de premier, als het u menens is met de veiligheid van onze burgers, dan moet u de oplossingen van het Vlaams Belang in de praktijk omzetten, structureel en op korte termijn. Wij stellen een totaalaanpak voor met inzet van alle veiligheidsdiensten, desnoods ook met het leger, en een versterking van de gespecialiseerde politie-eenheden om de jarenlange onderfinanciering tegen te gaan. Houd desnoods grootschalige razzia's in die wijken, ga van deur tot deur, pak die criminelen op. Zet criminelen die hier illegaal zijn het land uit. Zorg opnieuw voor veilige straten voor onze bevolking!
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.
J'ai été un peu frustrée parce que j'aurais aimé entendre que ce dont on a besoin, ce sont des services publics qui tiennent debout. J'aurais aimé entendre qu'on a besoin d'une police bien formée et présente au quotidien dans les quartiers, d'une justice qui a les moyens d'enquêter et d'un véritable travail de prévention. J'aurais aimé entendre qu'il faut protéger les quartiers, que les quartiers populaires aussi ont droit à la sécurité et que la réponse ne peut pas être seulement répressive.
Malheureusement, votre gouvernement Arizona détricote le statut des policiers et diminue aussi la capacité à recruter des agents et des agentes.
Le procureur du Roi n'a pas demandé plus de police et plus de chefs de police. Il a demandé davantage d'inspecteurs à la police fédérale. Il n'y en avait pas qui étaient disponibles. C'est un vrai problème.
Et, quand j'entends certains partis qui sont au pouvoir depuis 25 ou 30 ans sans discontinuer, je continue à être inquiète et je me demande comment on va faire pour la suite. Parce qu'en fait, la sécurité ne se construit pas à travers des effets d'annonce; elle ne se construit pas à travers des opérations coup de poing, mais à travers de la répression, de la prévention et un travail main dans la main (...)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, u hebt veel plannen. Wij willen echter concrete actie. Wij hebben u geholpen met concrete actie in Antwerpen. Welke middelen hebt u opgenomen in uw begrotingstabellen voor 2025 voor de politie? Dat is 26 miljoen euro. Dat staat in schril contrast met de 100 miljoen euro voor 2024, die wij hebben ingeschreven. Mijnheer de eerste minister, wij hebben u geholpen in Antwerpen. In Brussel zien of horen wij u niet. Wij hebben vier keer zoveel middelen uitgetrokken in 2024 dan u voor 2025 inschrijft.
Brent Meuleman:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord en voor uw oproep tot sereniteit. Het Vlaams Belang kan daarvan nog wat leren.
Collega’s, laten we alle theater achterwege laten, want dat komt ten koste van de veiligheid van de mensen. Laat het duidelijk zijn: iedereen moet zijn steentje bijdragen.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Hoe brengen mensen hun kinderen in godsnaam naar school, als zij elk moment in een schietpartij terecht kunnen komen? De inwoners van de betrokken wijken voelen zich niet veilig. Net om die reden hebben de regeringspartijen afgesproken dat meer centen en meer middelen naar Justitie en naar politie zullen gaan.
Immers, collega’s, alleen door nu samen op te treden, zullen wij het geweld een halt kunnen toeroepen en ervoor kunnen zorgen dat de mensen opnieuw in leefbare wijken wonen en er veilig kunnen opgroeien.
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, vous avez parlé de sérénité. Alors, moi, je m'amuse de voir la droite s'exciter comme ça sur les bancs, bien que vous ayez eu les dix derniers ministres de l'Intérieur.
Monsieur le premier ministre, vous avez dit avoir un plan. Mais nous vous avons posé des questions concrètes et votre réponse était vague, très vague.
Avez-vous écouté le procureur du Roi hier, quand il a parlé de donner plus de moyens? Les chiffres parlent d'eux-mêmes: à Bruxelles, il manque 137 policiers à la police judiciaire fédérale, sur 722; à Anvers, il en manque 95 sur 508. Et même la police locale, qui doit se charger de la police de proximité, est en sous-effectif. Comment voulez-vous lutter contre le narcotrafic si vous démantelez les services publics et si vous détériorez les conditions de travail de la police?
Monsieur le premier ministre, vous ne pourrez pas lutter efficacement contre le crime organisé, ni garantir la sécurité des citoyens, si vous poursuivez dans cette direction.
Sammy Mahdi:
Dank u, mijnheer de eerste minister. U hebt terecht gezegd dat we verder kordaat moeten optreden.
Mijn laatste boodschap geef ik in het Frans.
Ce message s'adresse à certains jeunes de quartiers.
À toi, petit dealer, qui essaies d'avoir de l'argent facile en trafiquant de la drogue. Toi, le petit dealer, alors que tes grands-parents et tes parents se sont cassé le dos pour travailler dans cette société, aujourd'hui, tu te retournes contre cette société. À toi, petit dealer, qui peut-être écoutes certains partis de gauche qui te disent que tu n'as aucune opportunité dans cette vie, je veux te faire passer un message. C'est qu'il y a deux options. Ou bien tu t'intègres, tu t'investis et tu prends les opportunités qui existent au sein de cette société. Ou bien tu feras face à un pouvoir politique qui ne tolérera pas qu'aujourd'hui, des jeunes menacent la sécurité pour eux-mêmes, pour les autres jeunes de quartiers et pour les parents. Pas avec nous, pas avec ce gouvernement! J'espère que tu l'as bien entendu!
Maaike De Vreese:
Het is fake news, mevrouw Bertrand. U zou beter moeten opletten en even luisteren. U verkoopt hier in het Parlement fake news. Dat weet u. U moet leren optellen. Het gaat om 110 miljoen erbovenop.
Ik kan u één ding zeggen, collega's. De bendes hebben een heel slecht moment uitgekozen. Die criminelen hebben een slecht moment uitgekozen. Want wij zullen er staan. Arizona zal er staan, als één blok. Wij zullen zorgen voor een eenheid van commando. Het is met ons of het is tegen ons. Wie niet horen wil, zal voelen.
We zullen dit allemaal samen doen. Daarom is het zo belangrijk en vraag ik ook die lokale besturen en het gewest om zich achter dat blok te scharen en zich niet weg te steken, maar om de strijd samen met ons aan te gaan.
De voorzitter:
Het zal u bekend zijn, mevrouw Bertrand, dat eventuele tussenkomsten of persoonlijke feiten aan bod komen na afloop van het debat.
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, merci pour les réponses, mais vous n'avez pas répondu à un certain nombre de questions. Au mieux, vous avez lu la déclaration de gouvernement que vous aviez déjà lue il y a quelques jours. Mais la question est la suivante: est-ce vraiment avec 75 millions d'euros que vous allez apporter une réponse face à des narcotrafiquants qui brassent des milliards?
Vous avez parlé de la police locale. Aujourd'hui, les polices locales, les sections locales de recherche se mettent à disposition pour aider la police fédérale, pour faire en sorte de trouver des solutions et de régler des problèmes de fond.
L'appel du procureur du Roi est donc simple. Ce n'est pas une fusion des polices qui va régler le problème, mais c'est engager des enquêteurs. Il manque plus de 100 enquêteurs à la police judiciaire fédérale. C'est ce qu'ils attendent de vous.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour vos réponses. Il y a de bonnes choses. Mais sur la fusion des zones de police, pour rappel, les six zones bruxelloises font déjà partie du top 12 des zones les plus denses. Si vous les fusionnez de force, vous allez déstructurer une police de proximité, qui est une des rares choses qui fonctionnent dans l'ensemble.
Non seulement les 19 bourgmestres, toutes couleurs confondues, sont contre. Le procureur du Roi vous dit que c'est une mauvaise idée. Le procureur général vous dit que c'est une mauvaise idée.
De grâce, arrêtez avec ce qui ressemble de plus en plus à un nouveau BHV, à un totem communautaire absolument irrationnel, qui n'a pas de plus-value. Arrêtez de vous attaquer aux zones de police; attaquez-vous aux narcotrafiquants.
Youssef Handichi:
Tout d'abord, un petit message au PTB: au lieu de se poser la question de qui a eu quoi comme ministères ces 30 dernières années, peut-on être d'accord sur le fait que vous, vous n'avez jamais rien eu dans les mains? C'est un premier point.
Ensuite, je m'adresse aux camarades de la gauche. Il faudrait peut-être faire la liste de vos compétences et voir où se trouve aujourd'hui M. Vervoort. Il est aux abonnés absents. M. Cumps à Anderlecht fait des effets d'annonce, mais où est la police locale?
Effectivement, nous avons renforcé la présence des bleus. C'est une première réponse qui est nécessaire. Pas du tout de la prévention, mais de la répression. Comme je vous l'ai dit, à un moment donné, la peur doit changer de camp, monsieur le premier ministre. Vous avez une majorité qui vous soutient dans ce sens-là. Merci.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Alexia Bertrand:
Het was uiteraard een persoonlijk feit, mijnheer de voorzitter. Wie vertelt hier nu fake nieuws? Ik heb hier de tabellen. Daar staat voor de ministerraad van 23 oktober 2020: plus 100 miljoen euro in 2024 voor de politie. Bij jullie is dat 26 miljoen euro. Dat is vier keer minder, bovenop natuurlijk. Wij zijn het eens, mijnheer Ronse. Het is 100 miljoen euro bovenop de middelen die voorzien waren. Wij hebben dus vier keer meer gedaan dan wat jullie gaan doen in 2025. Dat is een feit.
Voorzitter:
Het woord is aan mevrouw De Vreese. Het Reglement bepaalt dat de aangesprokene repliektijd krijgt. (Protest op de Open Vld-banken)
Collega's, het zou fijn zijn als u allemaal het Reglement even bekijkt. Ik geef dus het woord aan mevrouw De Vreese.
Maaike De Vreese:
Collega Bertrand, u zou als geen ander de begroting moeten kennen. De verhoging van Vivaldi is natuurlijk mee in de begroting opgenomen. Daar doen we dit nog eens bovenop. Het is natuurlijk jammer en pijnlijk voor Open Vld om dit te horen, maar wij doen het er dus nog bovenop, dit in een context waarin uw partij een desastreuze begroting heeft achtergelaten. U gaat ons nu lesjes leren over de manier waarop wij in veiligheid moeten investeren, terwijl u in de voorbije legislatuur een put hebt achtergelaten. Het is een schande dat u op die manier durft tussen te komen.
Voorzitter:
Ik verwijs even naar artikel 55. Het is altijd toegestaan het woord te vragen voor het beantwoorden van een persoonlijk feit. De toelichting van het persoonlijk feit en het eventuele antwoord van een ander lid of een lid van de regering mogen samen niet meer dan vijf minuten van de tijd in beslag nemen.
Het Europese overleg over Oekraïne en de Europese defensie
Het Europese overleg over Oekraïne
Europese veiligheidsstrategie
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s afhankelijkheid van de VS en de dreiging van Trump’s pro-Russische houding, waarbij kritiek is op plannen voor extra Amerikaanse wapeninkopen (F-35’s) en de passiviteit tegenover Trump’s verdeel-en-heersstrategie (o.a. Oekraïne, Groenland). De Wever benadrukt meer Europese defensie-investeringen en eensgezindheid (steun aan Oekraïne, "vrede door kracht"), maar ontwijkt concrete antwoorden over wapenbestellingen. Mertens en Van Hoof waarschuwen voor blind vertrouwen in de VS en pleiten voor strategische autonomie, zonder de trans-Atlantische band volledig te verbreken. Kernpunt: Europa moet zelf veiligheid garanderen, maar blijft verdeeld over hoe om te gaan met Amerikaanse en Russische belangen.
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, in De Tijd zegt minister van Defensie Francken dat we ons beter wat zouden inspireren op het Amerikaanse model, dat de sociale zekerheid iets voor wussies is en dat we beter nog wat meer Amerikaans materiaal zouden bestellen.
Ik heb het gevoel dat er in Europa een soort Stockholmsyndroom heerst, want sinds de eerste dag dat Donald Trump opnieuw president is geworden, heeft hij alleen maar gehandeld alsof de Europese lidstaten niet van tel zijn. Dat was al duidelijk in de Groenlandkwestie, een land vol mineralen dat al 800 jaar bij Denemarken hoort en waarvan Theo Francken trouwens zegt dat de Verenigde Staten het best mogen hebben. Er kwam daarop zo goed als geen reactie.
Dat was ook duidelijk met de inmenging van Elon Musk in de politieke aangelegenheden in Europa, met name in Duitsland. J.D. Vance heeft dat nadien nog eens overgedaan. Er kwam daarop enkel een erg flauwe reactie. Dat is vandaag opnieuw het geval met de deal tussen Trump en Poetin over Oekraïne, waarbij Trump wil dat Europa de oorlogskosten draagt en hij met de kostbare grondstoffen kan gaan lopen. Get real , Trump is niet de vriend van de Europese Unie en zal dat ook niet worden. Het is niet door meer materiaal te bestellen bij Lockheed Martin dat Trump van mening zal veranderen.
Mijn vraag aan u en aan deze regering is of deze regering nog steeds van plan is om, zoals Theo Francken beweert, extra F-35's in de Verenigde Staten te bestellen, F-35's die trouwens niet kunnen opstijgen zonder de toestemming van het Pentagon. Is ons land nog steeds van plan om meer militaire bestellingen bij de VS te plaatsen in de hoop dat Trump daardoor kalmeert?
Els Van Hoof:
Mijnheer de premier, de mensen liggen wakker van de dagelijkse onheilsberichten die de wereld op zijn kop zetten. Donald Trump heeft duidelijk geen gebrek aan fantasie: Zelensky is een dictator en Oekraïne is verantwoordelijk voor de oorlog. Er is duidelijk een open lijn tussen Moskou en Washington. Trump lijkt wel een Russische onderhandelaar, bijna een communist, mijnheer Mertens.
Moskou kan zich geen beter openingsbod indenken. Het vredesplan van Trump is duidelijk een capitulatie, terwijl we net nood hebben aan veiligheidsgaranties, zowel voor Oekraïne als voor Europa. Als kers op de taart lijkt het erop dat Oekraïne verdeeld wordt in Russische en Amerikaanse wingewesten, terwijl Oekraïne en de Europese Unie lijdzaam moeten toekijken. We vragen ons dus af of de Verenigde Staten nog een bondgenoot zijn.
We hebben vandaag nood aan een Europese sense of urgency en aan eensgezindheid. Daarnaast zijn er meer investeringen in veiligheid en meer investeringen in defensie nodig. Ik ben het dus niet eens met de communistische partij hier. We moeten de duidelijke boodschap brengen dat er geen Oekraïense vrede komt zonder Oekraïne en dat er geen Europese veiligheidsregeling komt zonder Europa.
Mijnheer de premier, wat werd er besproken tijdens de al dan niet virtuele digitale top in Parijs? Welke boodschap zal Macron brengen in Washington? Als er geen eensgezindheid is tussen de 27 lidstaten, is er dan bereidheid tot samenwerking tussen gelijkgezinde staten?
Bart De Wever:
Bedankt, collega Van Hoof, om alle vragen te stellen waarover wij gezworen hadden te zullen zwijgen. Ik zal mijn best doen.
Mijnheer Mertens, het viel mij op dat er een langgerekte aanval op Trump was – daar is misschien een reden voor, het is nog altijd een NAVO-bondsgenoot – maar geen kwaad woord over Vladimir Poetin. Dat viel me wel op in uw tussenkomst.
De eerste twee weken van mijn premierschap, dat nog twintig jaar zou moeten duren, waren alleszins redelijk vermoeiend. Er was de defensietop, er waren heel wat bilaterale contacten met regeringsleiders, er was een gesprek met de voorzitter van de Europese Raad, er was een onderhoud met de Oekraïense premier en gisteren was er de informele top van Macron in Parijs. Het waren drukke weken, met als voornaamste onderwerp uiteraard het onderwerp van uw vraag.
In het laatste overleg in Parijs was de pertinente vraag die iedereen bezighield hoe een duurzame vrede er nu uit zou zien. Hoe kan die eruit zien? Wat is daarvoor nodig? Het is natuurlijk een zaak om die oorlog te doen stoppen, het is een andere om te verzekeren dat Rusland geen nieuwe aanvallen op Oekraïne of op het Westen zou kunnen lanceren. Ik herinner u aan de Minskakkoorden van 2014-2015, zeven jaar later door Rusland versnipperd met een brutale invasie.
Het is dus alleszins zeker dat ons land meer defensie-inspanningen zal moeten leveren, om bij te dragen tot de veiligheid van ons continent. Inderdaad, ons defensiebudget zal stijgen en wij zullen op een verstandige manier met die centen omgaan, mijnheer Mertens.
Ik denk dat in Europa heel wat beslissingen, die anders misschien heel veel tijd vragen, met betrekking tot de integratie van de markten, tot minder wapensystemen, tot intelligente keuzes over de eigen productie en intelligente keuzes over de aankoop weleens op korte termijn zouden kunnen worden genomen, maar het moet gebeuren.
Ik moet discreet blijven over het overleg in Parijs, maar ik zal u de principes meegeven, waarvan iedereen wel weet heeft en die voor alle deelnemende naties enorm belangrijk zijn.
Ten eerste moeten we de steun aan Oekraïne volhouden. Daarover waren we het allemaal eens. Ten tweede zal een deal zonder Oekraïne en zonder Europa nooit een aanvaardbare optie zijn en nooit tot een gewenst resultaat leiden. Men kan de Europeanen niet vragen een vredesbestand te verdedigen aan hun buitengrens waarover zij geen zeggenschap hebben gehad. Ik moest terugdenken aan de 18 e eeuw, namelijk aan 1713 en de vrede van Utrecht met Melchior de Polignac: "Nous traiterons de vous, chez vous, sans vous". Die vernedering weerklinkt nog altijd in de geschiedenis en die mag zich niet herhalen. Ten derde en ten slotte was iedereen het erover eens dat de Europese landen en bijkomende partners zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en IJsland op korte termijn beslissingen moeten nemen om die posities kracht bij te zetten: peace through strength .
President Macron heeft aangegeven de nodige contacten hiervoor te leggen. Hij heeft een leiderschapsrol opgenomen en zou coördineren met de EU en de NAVO. We zullen de lijnen met die partners heel kort houden.
Het is alleszins zeker dat agressie richting Europa niet mag worden getolereerd en dat Rusland de agressor en Oekraïne het slachtoffer is. Het vrije democratische westen heeft maar een keuze, als het trouw wil blijven aan zijn waarden: Oekraïne steunen op weg naar een door hen aanvaardde en duurzame vrede. Dat zal ook de boodschap zijn die ik morgen uitspreek, wanneer ik president Zelensky zal spreken. Ik hoop dat ik die boodschap kan geven met de ondubbelzinnige steun van ieder lid in dit halfrond. Slava Ukraini! (Applaus)
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, het valt mij op dat u in het regeerakkoord heel veel spreekt over Poetin en wellicht is dat terecht. Over de Verenigde Staten staat er één belangrijke zin in dat regeerakkoord, namelijk dat het onze belangrijkste en beste bondgenoot voor wereldwijde stabiliteit is. Wel, ik mag hopen dat u noteert wat de president vindt over bijvoorbeeld Panama, dat u noteert wat hij vindt over bijvoorbeeld Groenland, een deel van de Europese Unie nota bene, dat u noteert wat de president denkt over Gaza, dat hij wil opkopen, en dat u beseft wat hij nu aan het doen is met Poetin, namelijk het onderling verdelen van Oekraïne en het roven van de grondstoffen. Dat is hetgeen gebeurt.
Ik had een beetje zelfreflectie van de Europese leiders verwacht. Ook in ons land had ik een klein beetje zelfreflectie verwacht. Is het wel strategisch voor Europa om ons wagonnetje aan dat van de Verenigde Staten te blijven hangen? Is het wel strategisch om daar nieuw materiaal te bestellen? Daarop hebt u trouwens niet geantwoord en dat is heel duidelijk.
Els Van Hoof:
Mijnheer de premier, om toch al een tipje van de sluier te lichten, ik nam in mijn vraag dezelfde positie in al u. Wat we nodig hebben en dit is wat mensen willen, is duurzame vrede. Mijnheer Mertens, mensen willen veilig zijn. Dat betekent ook investeren in Europese defensie. Wij moeten onze eigen belangen kunnen behartigen. Moeten we daarom de trans-Atlantische bruggen opblazen? Nee, maar we moeten wel onze eigen boontjes kunnen doppen, want het is heel duidelijk dat Europa solidair moet blijven met Oekraïne. Europa kan namelijk niet veilig zijn zonder een veilig en soeverein Oekraïne. Het is onze morele plicht om die waarden te verdedigen, zoals we altijd hebben gedaan, en we mogen Oekraïne dus niet in de steek laten.
De nationale betoging
De vakbondsactie van 13 februari
De betoging en het belang van het sociaal overleg
De nationale staking en de vakbondsacties
De nationale stakingsdag
De nationale actie van 13 februari
De betoging in Brussel
De actiedag en het belang van het sociaal overleg
De nationale betoging
De betoging van 13 februari
Nationale actiedag en sociaal overleg
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Een massale betoging van 60.000–100.000 werkenden (verzorgers, leerkrachten, politie, spoorwegpersoneel) protesteert tegen pensioenhervormingen (werken tot 67 jaar, malus voor vroegpensionering), loon- en nachtpremieverlagingen en besparingen op zorg en sociale zekerheid, die ze als oneerlijk en klassenjustitie bestempelen. De regering verdedigt de maatregelen als noodzakelijk voor de toekomst (vergrijzing, begrotingstekort) en benadrukt concertatie met sociale partners, maar oppositie en vakbonden werpen haar gebrek aan alternatieven (bv. belasten van vermogenden) en minachting voor werkenden voor. Kernconflict: *Hervormingsdrang vs. sociale rechtvaardigheid*—met dreigende escalatie (stakingen) en wantrouwen in de regering.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, il y avait plus de 100 000 travailleurs dans les rues de Bruxelles ce matin. C'était impressionnant. Je crois que je n'ai jamais vu autant de monde en colère dans les rues de Bruxelles.
Je comprends leur colère. Comment ne pas comprendre quand on voit les attaques colossales de votre gouvernement envers le monde du travail; quand on voit à quel point vous les avez trompés avec vos 500 euros de salaire en plus? Jamais on n'avait décidé de brutaliser et d'appauvrir à ce point celles et ceux qui font tourner notre pays, qui le protègent, qui le soignent et qui l'éduquent.
Verts, bleus, rouges, des douaniers aux infirmières, des pompiers aux militaires, des artistes aux policiers, toutes et tous ont crié avec force qu'ils ne veulent pas de vos mesures anti-travail, qu'ils ne veulent pas de votre casse sociale, qu'ils ne veulent pas d'une vie où on se tue au boulot pour recevoir des miettes à 67 ans.
Ce n'étaient pas des "kékés" qui buvaient leur quart de pils, monsieur le ministre! C'étaient des femmes, des hommes, des jeunes, des vieux qui refusent votre gouvernement, les sanctions, les menaces, le mépris pour le travail. Ce sont des familles qui refusent de vivre dans l'angoisse de factures impossibles à payer; qui refusent de payer 95 % de la facture sociale alors qu'on laisse les grandes fortunes bien tranquilles; qui refusent aussi vos milliards d'économies sur les soins de santé, les pensionnés, les services publics et encore les plus fragiles.
Ils ont dit non, monsieur le ministre! Ils ont dit non, monsieur le premier ministre! Et ils ont dit non en masse!
Ma question est très simple: allez-vous entendre ce message très clair de tout un pays?
Raoul Hedebouw:
Nu zullen we het krijgen, mijnheer de eerste minister: 100.000 mensen in de straten! Dat had u waarschijnlijk niet zien aankomen. U wist niet dat er zo veel mensen zouden komen opdagen. 100.000 mensen uit de werkende klasse! Ze kwamen uit veel sectoren. Er waren militairen, brandweerlui, mensen uit de private en de publieke sector, jongeren en minder jonge mensen, vrouwen en mannen uit het zuiden en het noorden van het land. Het was een heel diverse groep. Ook middenveldorganisaties waren aanwezig: klimaatorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties en Amnesty International. Ze waren er allemaal samen om u te vragen wat u bezielt om hen tot 67 jaar te doen werken, en of u het al zelf eens hebt meegemaakt om 's morgens op te staan en vervolgens hard te werken in een bedrijf. Dat kent u bij de N-VA niet, uiteraard niet, want u leeft in een bubbel!
U hoort het niet graag, mijnheer de eerste minister, maar ik zal het u toch zeggen. Het is een schande dat mensen in ons land langer moeten werken voor minder pensioen. Het is een schande!
J'ai vu les travailleurs qui travaillent dans la logistique, dans la distribution. Ils m'ont dit: "Comment Bart De Wever, comment Georges-Louis Bouchez osent nous demander de travailler de 20 h 00 à minuit sans prime de salaire?"
Qu'est-ce que c'est cette bulle, ce fric, ces politiciens remplis de fric qui demandent effectivement aux travailleurs de bosser de plus en plus? Vraiment! La colère est profonde, mais vous vous en foutez, vous êtes dans votre bulle!
Mijnheer de minister, mijn vraag is heel duidelijk. U beslist om een malus van 300 tot 400 euro voor wie niet tot 67 jaar werkt, in te voeren. Trekt u die beslissing in? Zult u bovendien van de nachtpremies van de werkende klasse afblijven?
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, hier vous avez rencontré avec le kern les partenaires sociaux et, au nom des Engagés pour qui la concertation sociale est vraiment essentielle, nous vous remercions. Je rappelle qu'il a fallu plusieurs semaines au gouvernement précédent pour en faire de même.
Aujourd'hui, des dizaines de milliers de personnes se sont rassemblées à Bruxelles à l'appel des syndicats, exprimant leurs préoccupations face aux défis économiques et sociaux que nous traversons.
Cette mobilisation syndicale n'est pas la première face à la formation d'un nouveau gouvernement, et ce ne sera pas non plus la dernière. Cependant, elle rappelle l'importance du dialogue social. Et nous devons entendre les inquiétudes de la population. Car si nous voulons réformer, nous devons le faire avec tout le monde.
Notre gouvernement a pris un engagement clair, celui d'être un gouvernement de réforme. Mais une réforme ne se décrète pas. Elle ne pourra se construire qu'avec les partenaires sociaux. Et nous le prouvons dans les faits. Dans l'accord de gouvernement, les termes "partenaires sociaux" apparaissent 41 fois.
Nous devons aussi être clairs avec nos concitoyens. L'opposition, fidèle à ses habitudes, simplifie à outrance la réalité et alimente les craintes, en diffusant des contre-vérités. Or, il est de notre devoir d'expliquer avec pédagogie les enjeux auxquels nous faisons face et les solutions que nous proposons. Oui, nous devons prendre des décisions courageuses. Oui, elles ont un impact. Mais cet impact est mesuré, réfléchi et il vise un seul objectif: remettre notre pays sur les rails pour une justice sociale et une économie forte et durable.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous nous expliquer comment s'est déroulée la rencontre avec les partenaires sociaux et quelles sont les intentions du gouvernement par rapport à la concertation sociale? Vous-même l'avez souligné, l'effort pour remettre ce pays sur les rails doit être un effort collectif. Il ne peut se faire que si chacun – gouvernement, employeurs et travailleurs – avance dans la même direction. Plus que jamais, l'union fait la force!
Axel Ronse:
Collega’s, ik ben teleurgesteld. Ik heb het regeerakkoord doorgenomen. Welke maatregelen nemen we? We voeren familiekrediet in; we verhogen de minimumlonen en we behouden de automatische indexering. Collega’s, bovendien zullen voor de eerste keer in de geschiedenis van dit land mensen op 60-jarige leeftijd een volledig pensioen kunnen genieten, indien ze 42 jaar hebben gewerkt. Collega’s, ik had verwacht dat de vakbonden meer mensen op straat zou krijgen om dat beleid toe te juichen. Dat is immers sociaal beleid. Ik heb echter gemerkt dat wordt gemanifesteerd tegen de plannen van de nieuwe regering.
Ik heb het regeerakkoord nogmaals tot in de puntjes doorgenomen. Ik heb mij daarbij afgevraagd wie nu slechter af is door het regeerakkoord. Collega's, een van mijn Waalse vriendinnen heeft 33 jaar lang gestempeld. Ze krijgt netto 220 euro meer pensioen dan haar vriendin, die haar hele leven haar kas heeft afgedraaid. Welnu ze is erop uitgekomen dat ze slechter af zal zijn door het regeerakkoord!
Dankzij het huidige regeerakkoord moet wie elke dag zijn kas afdraait, bakkers, slagers, verplegers, leerkrachten, niet bijdragen aan een systeem dat ervoor zorgt dat mensen hun leven lang kunnen stempelen. Het huidige regeerakkoord zorgt ervoor dat werken wordt beloond. De huidige regering is de regering van de werkende mens. Er was nooit eerder een regeerakkoord dat ervoor zorgt dat werken zo sterk zal lonen.
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de vice-eersteminister, u hebt gisteren samengezeten met de Groep van Tien. Wat is uit dat overleg voortgekomen?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, we moeten begrip hebben voor het feit dat mensen vandaag op straat komen, zich vragen stellen en soms ook vragen krijgen die gebaseerd zijn op het fake news dat sommige partijen hier verspreiden. Tegelijkertijd moeten we wel serieus blijven wanneer sommige spoorvakbonden van plan zijn om negen dagen lang te staken, negen dagen lang elke treinreiziger gijzelen en negen dagen lang mensen die naar school of het werk moeten, in de kou laten staan.
Ik weet niet hoe een spoorvakbond kan verdedigen dat het spoorpersoneel op zijn 55ste met pensioen kan gaan, terwijl een 62-jarige verpleegkundige in de kou op een perron staat te wachten. Ik weet niet hoe men aan een 18-jarige die klaarstaat om aan zijn leven te beginnen, kan uitleggen dat hij misschien geen pensioen zal krijgen vanwege de 500 miljard euro schulden waarvoor we een oplossing moeten vinden en dat op hetzelfde moment mensen weigeren om langer te werken dan 55.
Welke boodschap geven we aan hen als de spoorvakbonden beslissen dat het spoorpersoneel negen dagen zal staken? Wie moet het dan oplossen? Een volgende generatie? Zijn zij het die de belastingen zullen moeten betalen en het allemaal zullen moeten oplossen? Ik denk het niet. Voor cd&v is dat totaal onverantwoord gedrag.
Er werd hier al gezegd dat we een aantal heel belangrijke zaken hebben gerealiseerd, rekening houdend met de opmerkingen van de burgers. De index is beschermd, de werkende mensen zullen meer nettoloon overhouden en we hebben respect voor wie zorg draagt voor een ander. Dat is wat deze regering doet.
In tegenstelling tot sommige politici en sommige vakbonden die negen dagen willen staken, denken wij ook aan de volgende generatie, aan een generatie die nog hoopt om een deftig pensioen te hebben na een lange carrière waarin ze hard hebben gewerkt. Dat is wat we doen. Mijnheer de premier, we zullen dat samen met de sociale partners moeten doen. Hoe zult u die grote hervormingen realiseren en tegelijkertijd een goed overleg hebben met de sociale partners?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, d'abord, soyons honnêtes: oui, il faut entreprendre des réformes importantes dans ce pays, des réformes qui n'ont pas été faites depuis 25 ans, y compris par vos deux partis. Il est impossible de ne pas réformer maintenant la fiscalité, le marché de l'emploi ou les pensions. On ne peut pas accepter d'avoir encore un taux d'emploi aussi bas, d'avoir un demi-million de personnes en incapacité de travail et de vivre dans le pays le plus taxé du monde en ce qui concerne le travail.
Néanmoins, messieurs, ce n'est pas une raison pour réformer ce pays à coups de tronçonneuse. Contre quoi exactement manifestent ces dizaines et dizaines de milliers de personnes qui battent le pavé? Bien sûr, contre vos mesures, contre la quasi-disparition de l'enveloppe bien-être, contre la fragilisation des pensions et des classes moyennes, dont un grand nombre d'enseignants, de policiers, d'infirmières. Cela devrait quand même vous parler. Ces gens manifestent également contre la précarisation des femmes. On ne le dira jamais assez: les femmes sont la première victime du gouvernement Arizona, à cause de votre réforme des pensions et du fait qu'elles ont des carrières espacées. Vous me direz: "C'est de leur faute, elles n'avaient qu'à être autour de la table des négociations."
Ces personnes manifestent aussi, à mon avis, contre d'autres choses. Contre un sentiment d'arrogance, contre un sentiment de mépris, contre l'impression que leur sort a été décidé sur un tableur Excel à trois heures du matin et que leur vie n'est qu'une variable d'ajustement. Et, surtout, elles manifestent contre un sentiment d'injustice. En effet, si tout le monde reconnaît qu'il faut trouver des économies, tous les analystes sérieux, les journalistes – et pas seulement de l'opposition – considèrent que le plus gros des économies se fera sur le dos des classes moyennes et des allocataires sociaux.
Donc, messieurs les ministres, vous n'avez pas encore démontré que vos réformes étaient justes, parce que vos chiffres indiquent qu'elles ne le sont pas. De même, vous n'avez pas encore démontré qu'elles feraient l'objet de concertations, puisque même si l'expression "concertation sociale" est présente à six reprises dans votre accord, il est néanmoins précisé qu'on s'en passerait en l'absence de décision. Comment allez-vous restaurer cette confiance qui n'existe déjà plus? Comment montrerez-vous que la concertation sociale n'est pas une variable d'ajustement?
Steven Coenegrachts:
Collega's, vandaag betogen er 60.000 mensen. Ze trekken door de straten van Brussel. De politie telt correct. Die mensen zijn ongerust, want de pensioenen raken de mensen in hun hart. Protesten zijn van alle tijden, collega's. Hervormingen wekken weerstand op. Dat was ook zo toen minister Van Quickenborne de pensioenen heeft hervormd. Dat was ook zo toen de regering-Michel de pensioenen heeft hervormd.
Wat vandaag anders is, is het zelfvertrouwen van de vakbonden, de zelfzekerheid, die 60.000 rechte ruggen die vandaag door de straten van Brussel marcheren. Dat is ook logisch. Als je ziet wat er tussen de formateursnota en het regeerakkoord op 8 maanden tijd naar links is opgeschoven, dan hebben de bonden daar alle redenen toe. De rechtspersoonlijkheid stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het belasten van de vakbondspremies stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het aanpassen van de index stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. De meerwaardebelasting stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. De contractbreuk van de tweedeverblijvers stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. Daarvoor was een betoging met 30.000 mensen voldoende, weliswaar onder de aanvoer van de heer Seuntjens.
Mijnheer De Wever, hoe garandeert u ons dat u ook dit keer niet zult capituleren tegenover de bonden? Wat garandeert ons dat u het deze keer wel zult volhouden, dat u zult opkomen voor die 5 miljoen mensen die vandaag wel zijn gaan werken: de bouwvakkers op de werf, de leraren in de klas, de verplegers die wel aan het ziekenhuisbed staan? Wanneer zult u stoppen met toegeven? Welke garanties kunnen we daarvoor krijgen?
Voorzitter:
Mijnheer Seuntjens, u werd als het ware al naar hier geroepen.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, de mensen zijn vandaag ongerust. Dat begrijp ik ook. Men moet het nieuws maar bekijken om te zien dat de wereld in de fik staat. Vergis u niet, het zijn altijd de extremen die het vuur aansteken, die mensen tegen elkaar opzetten, die fake nieuws verspreiden en die vooral wegduiken in plaats van mensen echt te beschermen, terwijl de mensen oplossingen vragen.
Ik heb al goed geluisterd. Hoeveel concrete oplossingen om de mensen te beschermen, hoorden we van het Vlaams Belang en de PVDA tijdens de betogen van daarnet en in het investituurdebat, dat langer dan 40 uur duurde? Hoeveel? Geen enkele.
Ik zal een voorbeeld geven, collega's. Ik heb vanochtend mijn trein gemist en liep een half uur rond in Antwerpen-Berchem. Ik heb daar met veel mensen gesproken. Veel mensen spraken me aan. Geen fictieve voorbeelden, maar echte mensen. Weet u wat zij zeiden? (Tumult) Ik snap dat sommige collega's ongerust zijn.
Echt waar, délégués van de vakbond zeiden mij: "Gelukkig neemt Vooruit wel zijn verantwoordelijkheid." Iedereen weet dat er iets moet gebeuren. De mensen die op straat komen, weten dat, maar wat ze vragen, is dat dat rechtvaardig gebeurt. Dat is exact wat de regering doet. Mensen die op 18 jaar starten, mogen vanaf nu op 60 jaar met pensioen. De minimumlonen gaan omhoog, collega's, en de index – de beste bescherming voor de koopkracht van de mensen – blijft overeind.
Meneer de eerste minister, we zullen vandaag moeten hervormen. Iedereen weet dat. We zullen dat doen met de sociale partners. U hebt gisteren met hen een gesprek gehad. Hoe zullen we die belangrijke hervormingen de komende jaren met hen doorvoeren?
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je trouve qu'on vit dans une drôle de démocratie. Figurez-vous qu'hier soir, deux leaders syndicaux ont refusé de débattre face à moi sur un plateau de télévision et ils sont aujourd'hui quelques centaines à crier en dessous des fenêtres de mon bureau. C'est particulier! J'aurais pu être devant eux à ce moment-là.
Je parle de quelques centaines effectivement car les chiffres de la police n'annoncent pas 100 000 – je suis désolé de vous décevoir – mais 60 000 manifestants. Et je tiens quand même à rappeler à cette Assemblée que nous avons en Belgique 48 000 fonctions syndicales si vous prenez les conseils d'entreprise ou les CPPT. Cela veut simplement dire que ce sont leurs employés qui sont aujourd'hui effectivement dans la rue pour une bonne partie.
Pour le reste, monsieur le premier ministre, je ne peux pas accepter que vous soyez tout le temps dans cette posture d'empêcher les réformes parce que ces réformes sont indispensables pour nos enfants. Alors, si vous avez un peu de sens de responsabilité politique, allez voir maintenant vos enfants et expliquez-leur qu'il ne faut rien changer, qu'il faut continuer à dépenser l'argent qu'on n'a pas et que la conséquence de cela, c'est que ces enfants n'auront pas le même niveau de bien-être que vous parce que vous aurez privilégié votre petit succès électoral. Vous gagnez la même chose que moi, monsieur Hedebouw! Vous avez privilégié votre petit succès électoral plutôt que l'intérêt général.
Alors, oui, monsieur le premier ministre, ces réformes sont des réformes courageuses qui vont libérer le travail, qui vont garantir la sécurité, qui vont faire en sorte d'avoir la sécurité d'approvisionnement énergétique qu'on n'avait pas avec d'autres. Ma demande aujourd'hui, au nom du Mouvement Réformateur, est très claire, c'est de pouvoir agir vite avec le respect de chacun mais de ne surtout pas se détourner du cap qui a été fixé car c'est l'avenir de notre pays qui se joue sous ce gouvernement. Vous aurez notre plein soutien.
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, visiblement, on a déjà eu la réponse de l'autre premier ministre. Je me réjouis d'entendre la réponse du premier ministre officiel.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, vous nous avez expliqué en long et en large la semaine dernière à quel point la Belgique va mal. Vous nous avez dit qu'il fallait mettre tout le monde au régime. Mais mettez-vous vraiment tout le monde au régime avec cette réforme, au sujet de laquelle vous prétendez que nous n'avons pas le choix? Est-ce que les ouvriers d'Audi Forest méritent de ne plus avoir de pension anticipée? Est-ce que les cuisinières du Lunch Garden de Fléron qui ont été virées du jour au lendemain méritent de ne plus avoir un chômage complet, et d'avoir un droit au chômage qui sera raboté dans deux ans? Est-ce que les travailleurs dans la logistique méritent de ne plus recevoir de primes pour le travail qu'ils prestent la nuit? Est-ce qu'une dame qui vient de perdre son mari ne mérite plus de toucher une pension de survie?
C'est cela, le projet contre lequel ces 100 000 personnes ont manifesté aujourd'hui dans les rues. Elles sont aussi venues dire non à un projet qui est injuste, brutal et qui est un choix politique. Oui, chers collègues, vous avez fait un choix. C'est une décision que vous prenez de toucher à la classe moyenne, de toucher aux malades, de toucher aux pensionnés et de ne pas toucher, ou à peine, aux plus grosses fortunes, aux épaules les plus larges. Cette contribution de 10 % sur les plus-values, c'est encore trop pour vos amis. C'est encore trop de contribuer de manière minime à cet effort gigantesque, titanesque que vous demandez pourtant à l'ensemble de la population.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, allez-vous enfin écouter les inquiétudes de la population ou allez-vous continuer à nier la réalité, à nier les craintes et les peurs de l'ensemble des citoyens, notamment de ceux qui ont manifesté aujourd'hui, mais aussi de tous ceux qui nous envoient des messages et qui s'inquiètent de leur sort et de l'avenir de leurs enfants?
Bart De Wever:
Collega's, ik wil beginnen met een opmerking die me geraakt heeft, namelijk de bewering dat de onderhandelaars in een bubbel zouden leven en geen voeling zouden hebben met de werkende mensen. Dat komt niet overeen met de ervaring die ik in de afgelopen maanden met de collega’s heb opgedaan. Het is ook zeker niet mijn persoonlijke achtergrond. Zo’n sfeerschepping vind ik allesbehalve onschuldig en ik betreur dat dit wordt gezegd.
Chers collègues, nous faisons face à de grands défis. Cela vaut pour nous tous, le gouvernement et les responsables politiques, mais aussi pour les représentants de la société civile. Hier midi, le kern a rencontré les syndicats et les organisations patronales du Groupe des 10. Nous sommes une semaine après le vote de confiance, ce qui montre une rapidité sans précédent! Mon gouvernement tend donc clairement la main aux partenaires sociaux, précisément pour parler des réformes nécessaires. Mais aucun d'entre nous n'est naïf: cela n'empêchera pas certaines organisations de s'opposer aux réformes de ce gouvernement, notamment dans les rues, et, dans ce pays, c'est permis!
Je peux d'ailleurs comprendre que les citoyens se posent des questions, en particulier les fonctionnaires. C'est pourquoi nous prévoyons également des mesures transitoires afin d'éviter des changements trop brusques. Mais le besoin de réformes est indiscutable. Personne ne peut le nier. À ceux qui oseraient le faire, je pose la question suivante: quelle est votre alternative? Je parle bien sûr d'une alternative crédible, et pas de slogans gratuits.
De feiten zijn wat ze zijn. In de jaren 1990 waren er in dit land nog vier actieve mensen voor elke 65-plusser. Vandaag zijn het er nog drie. Tegen 2060 zal dat cijfer zakken naar twee.
Weldra – dat betekent nog in dit decennium – zullen er meer 67-jarigen in dit land wonen dan 18-jarigen. Als we onze sociale stelsels niet snel aanpassen aan die realiteit, stevenen we dit decennium af op het grootste begrotingstekort van heel Europa en dan wordt onze sociale welvaartstaat, zo bezongen door sommigen, volstrekt onhoudbaar, onbetaalbaar. We gaan recht op een ramp af voor de koopkracht van de werknemers en de concurrentiekracht van onze bedrijven. Dat is glashelder.
We zouden dus allemaal aan hetzelfde zeel moeten trekken. De inspanningen die deze regering doet – laten we heel eerlijk zijn – zullen immers alleen volstaan om het budgettaire rotten te stoppen en hopelijk om ons saldo structureel gezond te krijgen.
Dat is een doelstelling die we eigenlijk met zijn allen zouden moeten ondersteunen. Daarom zeg ik u wat ik gisteren ook aan de sociale partners heb gezegd en roep iedereen op om alstublieft verantwoordelijkheidszin te tonen. Dat betekent dat we boodschappen moeten brengen die niet altijd aangenaam zijn, dat we moeilijke keuzes moeten durven verdedigen. Als u dat niet kunt, bent u misschien niet geschikt om maatschappelijk leiderschap op te nemen. Laten we wel wezen, de wereld van vandaag ziet er immers niet vriendelijk uit voor Europa. Onze vastberadenheid is broodnodig.
Ik heb zelfs een oppositiepartij horen oproepen om niet te capituleren, dat wil zeggen om dit akkoord uit te voeren. Dat is mijn oproep aan de hele samenleving, mijn oproep aan het middenveld dat vandaag op straat is gekomen. Laten we ons niet verliezen of verzanden in een conflictmodel, waarbij men tegen beter weten in het onvermijdelijke nog maar eens probeert uit te stellen. Het zal geen zoden aan de dijk brengen. Het zal alleen onze welvaart schaden, in een tijd waarin die al heel zwaar onder druk staat.
Assurons-nous ensemble que notre État providence reste solide et durable afin que les générations futures puissent également en bénéficier.
David Clarinval:
Je vous remercie pour vos réponses, mais quel mépris envers le monde du travail! Les manifestants qui étaient dans la rue aujourd'hui n'auraient donc rien compris! Vous ne savez vraiment pas comment vivent les gens! Comment une femme seule avec deux enfants fera-t-elle pour survivre si elle doit travailler 48 heures par semaine, y compris le dimanche et la nuit? Vous êtes complètement dans un autre monde!
Á ceux qui en appellent au sens de l'État, j'ai envie de demander pour qui ils se prennent. Quel État digne de ce nom décide de pulvériser à ce point ceux qui le font tenir debout?
Les travailleurs ne vont sûrement pas se laisser faire par votre rouleau compresseur. Ils l'ont montré aujourd'hui comme ils l'ont rarement fait. Croyez-moi, ce n'est qu'un début et nous serons à leurs côtés!
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, cette voix des 100 000 travailleurs qui étaient présents à Bruxelles aujourd'hui, qui a circulé dans ce Parlement, qui est venue vous dire: "Vous, la droite, c'est facile, vous vivez effectivement dans une bulle"… Que sont venus nous dire ces gens?
Monsieur le premier ministre, vous venez de nous dire que c'est difficile pour tout le monde, qu'on doit tous tirer du même côté. Non, monsieur le premier ministre! Il y a des super-riches qui, aujourd'hui, vont vivre leur vie tranquillement et il y a les travailleurs que vous allez faire travailler de plus en plus longtemps. C'est ça qui ne va pas!
U zegt dat er geen alternatief is, maar uw taxshift heeft een gat van 9 miljard euro gegraven. Wat is het alternatief? Dat is het alternatief natuurlijk!
Je vais conclure par le message suivant. On a tous vu que ces présidents de parti étaient hyper défensifs aujourd'hui. Vous avez les chocottes! Et je dis aux travailleurs aujourd'hui: les lois ne sont pas votées, elles ne sont pas encore introduites. Gardez votre fierté, on va les faire reculer! Rien n'est joué! Regardez-les! Ils ont les chocottes!
Aurore Tourneur:
Ik dank u, mijnheer de premier en mijnheer de minister, voor uw antwoorden.
Notre gouvernement va réformer ce pays et il le fera avec une méthode qui repose, comme vous l’avez montré, sur l’écoute et la concertation. Nous allons réformer ce pays parce que nous le devons si nous voulons garantir un avenir à nos enfants.
Nous allons réformer ce pays malgré les fake news et l’hypocrisie que je n’arrête pas d’entendre. Quand j’entends et que je lis le PS qui reproche à ce gouvernement tous les malheurs du monde alors que ce gouvernement n’est en place que depuis six jours, je vous dis: personne n’est dupe de votre hypocrisie et de votre bilan.
Si nous devons prendre nos responsabilités avec des décisions impactantes, c’est à cause de votre bilan. Alors assumez-le modestement et ne jetez pas d’huile sur le feu; parce qu’être un homme ou une femme politique, c’est être responsable et pondéré. Merci au gouvernement de montrer l’exemple!
Axel Ronse:
Les Engagés sont engagés aujourd'hui!
Collega Hedebouw, 100.000 mensen? 60.000 mensen! Weet u hoeveel mensen la vraie lutte voeren, de echte strijd? 4.800.000! 4.800.000 mensen zijn vandaag aan het werk en vragen zich af wat u hier allemaal zit uit te kramen, of u inactiviteit aan het promoten bent, dan wel of u voor welvaart zult zorgen, ook voor onze kinderen en voor onze grootouders.
Mijnheer Hedebouw, u vergist zich. Wij zijn niet bang, wel integendeel. We hebben immers nog nooit zo veel steun gevoeld van de hele bevolking als vandaag. Ga maar eens kijken bij de arbeiders, de leerkrachten en zelfs op de trein bij de treinbegeleiders. Ze steunen ons! La lutte continue!
Sammy Mahdi:
Mijnheer de premier, sommige linkse partijen uit de oppositie hebben de indruk gewekt dat het een keuze is om onze hervormingen door te voeren. Beste vrienden van de PS, het is echter geen keuze om de werkloosheid te beperken in de tijd. Het is een absolute must om mensen aan het werk te zetten! Beste vrienden van de PVDA-PTB, het is ook geen keuze om ervoor te zorgen dat wie werkt, een hoger pensioen heeft dan wie niet werkt. Het is een absolute must om dat te doen! De communistische hemel waaruit het geld valt, bestaat immers alleen in uw Facebookposts, niet in de werkelijkheid.
Dus ja, er zijn twee types politici, namelijk de roepers, die veel fake news vertellen en die niet de moed hebben om grote hervormingen uit te voeren, en de moedige politici, die denken aan de toekomstige generatie en ervoor willen zorgen dat de sociale zekerheid beschermd wordt voor onze kinderen en kleinkinderen. Aan u om te kiezen van welke groep u deel wilt uitmaken. Ik kan al raden welke groep dat zal zijn. Succes! Wij zullen de moed (…)
Voorzitter:
Mijnheer Mahdi, uw tijd is om.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je parlais d'arrogance et de mépris. Le mépris, par exemple, c'est de considérer que les dizaines et dizaines de milliers de personnes – soixante ou cent mille, peu importe – qui sont dans les rues seraient là parce qu'elles seraient quasi toutes employées d'organisations syndicales. À quoi sert-il, sincèrement, de dire des choses pareilles? Si, vraiment, votre but est d'œuvrer pour les générations futures – mais je crois que cela intéresse aussi ceux qui manifestent –, il est temps d'arrêter de cliver et il est plus que temps de fédérer.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, ik voel me vandaag enigszins de andere oppositie en ik vrees dat dat de volgende vier jaar zo zal zijn. U hebt het echter goed begrepen: niet capituleren, luidt onze boodschap. We zijn daar, eerlijk waar, ongerust over. Uw trackrecord van de voorbije 8 maanden toont aan dat u telkens naar links bent opgeschoven. Het regeerakkoord voorziet in overgangsmaatregelen tot 2062. Dat is dus nog 37 jaar. Laat die periode alstublieft niet opschuiven naar sint-juttemis. Wij zullen u aan uw woord houden: hervorm, verander niet van positie, pak de zaken aan en zwak de ambitie niet af. Doe voort en versaag niet! Courage, mijnheer de premier! (Rumoer)
Oskar Seuntjens:
Ik ben een van de jongste Kamerleden, maar voel me soms wel een van de meest volwassene in de plenaire zaal.
Mijnheer de premier, ik vind het best grappig, want de oppositie bewijst exact het punt dat ik vandaag wil maken. Mensen zijn holle woorden en slogans beu. Als we het echt menen en willen dat mijn generatie en toekomstige generaties ook kunnen rekenen op een sterke sociale zekerheid, dan moeten we durven te hervormen. Dat is ook net de reden waarom er vandaag wel een draagvlak is voor de nieuwe regering. Daarom kwamen vandaag ook mensen op straat die blij zijn met de regeringsdeelname van Vooruit. Wij zullen immers hervormen. Het is belangrijk dat we meedoen, want wij zorgen ervoor dat er op een sociale een rechtvaardige manier hervormd zal worden.
Collega’s , de mensen kunnen op ons rekenen. Wij zullen verder blijven strijden voor eerlijke, belangrijke en nodige hervormingen.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, le problème, c'est que certains écrivent leur sketch de réplique avant votre réponse. Donc, la réplique ne correspond pas du tout à la réponse.
Par contre, monsieur le premier ministre, je voudrais faire une concession, car nous avons oublié d'intégrer à cet accord de gouvernement un plan beaucoup plus ambitieux pour la lutte contre la maladie d'Alzheimer. En effet, quand j'entends le Parti Socialiste, je me dis que ces gens n'ont jamais gouverné. Quel dommage, car ils ont tant d'idées! Quand j'entends les écologistes, je me dis que ces gens n'avaient pas de ministre ces cinq dernières années, quel dommage! Quand j'entends le PTB, je me dis que ces gens n'ont jamais refusé d'aller au pouvoir.
Alors, la feuille blanche de M. Dermagne, c'est votre bilan à vous tous. Et c'est pour ça qu'aujourd'hui nous sommes obligés de faire des réformes, pour sauver la sécurité sociale! Car la sécurité sociale sera sauvée par le travail, et pas par la grève! (Brouhaha)
Sarah Schlitz:
J'espère que nous ne vous dérangeons pas trop. Sinon, n'hésitez pas à le dire, au cas où nous n'aurions pas encore compris! Monsieur Bouchez, nous vous retournons le compliment. Vous étiez un partenaire de la majorité dans le précédent gouvernement. Vous avez passé votre temps à bloquer l'ensemble des réformes qui étaient sur la table, et vous êtes au pouvoir depuis 25 ans sans discontinuer. Vous n'avez pas de leçon à donner! Monsieur le premier ministre, vous déclarez la guerre aux Belges, et puis vous leur demandez de ne pas riposter. C'est une blague! Et nous devrions vous remercier de ne pas avoir touché à l'index! Oh, mais merci… Et puis quoi encore? Oui, vous avez décidé de déclarer la guerre et, non, les Belges ne vont pas se laisser tondre sans riposter, monsieur le premier ministre!
De meerprijs voor een snelle afspraak bij de dermatoloog
De wachttijden voor dermatologische zorg
Dermatologische zorgtoegang en -kosten
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de onethische tweedeling in dermatologische zorg, waar patiënten met geld via ereloonsupplementen (tot 150% extra) of privépraktijken sneller geholpen worden, terwijl anderen maanden wachten – zelfs bij levensbedreigende huidkanker – terwij esthetische behandelingen zoals botox binnen 48 uur beschikbaar zijn. Minister Vandenbroucke belooft snelle actie tegen supplementen, herziening van artsenvergoedingen en een nieuw conventiemodel om tariefzekerheid te garanderen, maar erkent dat het systeem grondig moet veranderen om betaalbare, tijdige zorg voor iedereen te waarborgen. Cd&v steunt volledige afschaffing van supplementen en aanpassing van de nomenclatuur, terwijl Vlaams Belang eist dat lucratieve esthetische zorg niet voorrang krijgt op medische noodzaak en strengere controles vraagt op misbruik. De kern: zorg mag niet afhangen van iemands portemonnee, maar van dringendheid.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, als men in ons land huidproblemen heeft, dan moet men vooral veel geduld tonen of extra geld hebben. Blijkbaar is het zo dat mensen die een extra supplement betalen plots wel vroeger een afspraak kunnen boeken, in tegenstelling tot wie geen extra middelen heeft. Mijnheer de minister, ik moet het u niet uitleggen, de wachtlijsten voor een afspraak bij de dermatologen zijn gigantisch. Uit mijn lijstje van de actualiteiten van de laatste weken wil ik u een korte opsomming geven: UZ Leuven heeft een wachtlijst van 6 maanden, tenzij u 150 % extra supplement betaalt; het UZ Brussel heeft een patiëntenstop, tenzij u 50 euro extra betaalt. Collega’s, het wordt nog erger. Diezelfde dermatologen, actief in het ziekenhuis, hebben privépraktijken waarbij ze binnen de 48 uur wel ter beschikking staan van vrouwen voor botox en fillers.
Mijnheer de minister, ik hoef u niet te vertellen dat kanker alomtegenwoordig is in onze samenleving, waarbij huidkanker de snelst stijgende vorm is. We moeten altijd preventieve gezondheidszorg kunnen aanbieden aan de mensen. Mijnheer de minister, u weet dat er in het regeerakkoord staat dat die ereloonsupplementen zo snel mogelijk moeten worden afgebouwd. Als het van cd&v afhangt, dan gaat het over een volledige afschaffing. Als het van cd&v afhangt, dan vinden we dat elke patiënt recht heeft op tijdige, kwaliteitsvolle en betaalbare zorg.
Mijn vraag is bijgevolg heel simpel, mijnheer de minister. Hoe snel zult u werk maken van de afbouw van de ereloonsupplementen? Zult u ook de ziekenhuizen en dermatologen aanschrijven met de mededeling dat hun zorg op twee snelheden echt niet kan?
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, ook ik had een lijstje gemaakt met termijnen en wachttijden die u zonet hebt gehoord, maar ik zal niet in herhaling vallen. In sommige ziekenhuizen is er maar één antwoord: ze voeren supplementen in en patiënten die meer betalen, komen sneller aan de beurt. Voor esthetische behandelingen is er evenwel geen probleem, want botoxfillers kunnen binnen anderhalve maand worden uitgevoerd; misschien zelfs binnen de 48 uur, zoals mijn collega zei. Voor dermatologische aandoeningen, huidkanker en andere belangrijke zaken, bedraagt de wachttijd drie tot zes maanden. Ik kan het lijstje aanvullen: in Sint-Maria Halle is geen afspraak mogelijk binnen de zes maanden en is de tweede jaarhelft van de agenda nog niet eens vrijgegeven.
Wel kan men een onlineconsultatie boeken bij Skindr, waar raadplegingen mogelijk zijn. Een basisraadpleging kost 39 euro, een afspraak binnen 48 uur kost 59 euro en een afspraak binnen 24 uur kost 99 euro. Die aanrekeningen worden niet terugbetaald, of slechts voor een heel klein deel, 5 tot 9 euro, bij sommige ziekenfondsen. In verschillende ziekenhuizen zouden slots voorzien zijn voor Skindrpatiënten, die daar binnen één week terechtkunnen als een belangrijke huidaandoening wordt vastgesteld tijdens de onlineconsultatie. De ziekenhuizen ontkennen dat weliswaar. Dat creëert alleszins een situatie waarbij gewoonweg naar de financiële middelen wordt gekeken.
Mijnheer de minister, wat is uw standpunt inzake die betalende voorrang? Vindt u het ethisch verantwoord dat esthetische behandelingen voorrang krijgen boven levensbedreigende medische zorg, nota bene in ziekenhuizen, die toch door de overheid worden gesubsidieerd? Wat zult u doen om de wachttijden voor dermatologische zorg substantieel te verkorten?
Frank Vandenbroucke:
Collega's, gezondheidszorg moet er zijn voor de mensen die ze nodig hebben. Ze moet er tijdig zijn, ze moet betaalbaar zijn en ze moet goed zijn voor iedereen. Wat we horen over de praktijken van sommige dermatologen in sommige ziekenhuizen is absoluut revolterend. Natuurlijk moeten we ervoor zorgen dat er voldoende dermatologen zijn. We zullen ook het aanbod en de instroom in dat beroep aanzienlijk vergroten. Dat is al aan de gang. We moeten er ook voor zorgen dat er technologieën ter beschikking zijn, zoals bijvoorbeeld het op afstand diagnosticeren.
Het is wraakroepend dat men misbruik maakt van schaarste om geld uit de zakken van mensen te kloppen of mensen te doen wachten. Dat is de reden waarom in het regeerakkoord staat dat we de supplementen zullen aanpakken. We zullen tegelijkertijd ook de vergoedingen van artsen-specialisten grondig herbekijken. Die zijn ook zeer ongelijk en onrechtvaardig verdeeld.
In het regeerakkoord staat ook dat we niet zullen wachten om excessen aan te pakken. Ik wil dat inderdaad zo snel mogelijk op de agenda van de regering zetten. Ik wil zo snel mogelijk actie beginnen te ondernemen. Ik ben heel blij dat cd&v mij daarin wil steunen. Ik reken dus ook op de steun van de cd&v-ministers om dat in de regering zo snel mogelijk op gang te brengen.
Er is ook een hele belangrijke uitdaging, met name het systeem zelf dat aan een zeer grondige herziening toe is. We kunnen tariefzekerheid aan de patiënten garanderen als de artsen toetreden tot de conventie. Het aantal dermatologen dat tot die conventie toetreedt, waarmee dus die tariefzekerheid wordt gecreëerd, is echter zeer beperkt geworden.
We vragen dat de beroepsgroepen samen met de ziekenfondsen nadenken over een nieuw model van conventionering, waardoor artsen-specialisten aangemoedigd worden om zich te conventioneren en ontmoedigd worden om niet tot de conventie toe te treden. Daar zullen harde knopen moeten worden doorgehakt, als we zo'n model tot stand willen brengen. Mevrouw Farih, ik reken zeker ook op uw steun in de regering.
Dat is dus niet oké. Ik denk dat ziekenfondsen ook goed voor zulke praktijken moeten uitkijken en dat ze in actie moeten schieten als ze daarover klachten krijgen. Dat geldt ook voor ons. Als we individuele klachten krijgen, kunnen we in actie schieten.
De grondslag van het systeem zelf moet herbekeken worden als we de mensen tijdige, betaalbare en goede zorg en tariefzekerheid willen garanderen.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Ik kan u garanderen dat u aan cd&v zeker een partner hebt. Cd&v zal nooit aanvaarden dat de grootte van iemands portemonnee de snelheid of de kwaliteit van zijn zorg bepaalt.
U hebt een heel interessante boodschap gebracht. Het is belangrijk om te werken aan de nomenclatuurherijking en ervoor te zorgen dat de prestaties die door dermatologen worden geleverd op maat gefinancierd worden. Dat kan ervoor zorgen dat de dermatologen veel minder ereloonsupplementen moeten aanrekenen en dat de zorg op twee snelheden kan verdwijnen.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is heel simpel. Zoals u zelf zegt, moet de zorg gebaseerd zijn op de medische noodzaak en niet op wie het meeste kan betalen. Ongeacht iemands financiële situatie moet hij of zij terechtkunnen bij een zorgverstrekker wanneer dat nodig is. Ik wil erop hameren dat onterecht aangerekende supplementen moeten worden aangepakt en dat zorgverleners veel meer moeten focussen op de zorg waarvoor ze zijn opgeleid in plaats van zich voornamelijk te richten op lucratieve esthetische behandelingen. Daarover heb ik u niet veel horen zeggen. Het garanderen van goede, betaalbare en tijdige zorg moet een topprioriteit voor u zijn. Tijdige zorg betekent ook meer preventie en op langere termijn besparingen. Behandelingen kunnen dan immers tijdig worden opgestart. Een win-winsituatie dus. Een gratis advies van het Vlaams Belang, zonder dank.
De situatie in de DRC
De situatie in de DRC
De situatie in Oost-Congo
De situatie in de DRC
De situatie in Congo
De oorlog in de Democratische Republiek Congo
De situatie in de Democratische Republiek Congo
De geopolitieke focus van Europa in Afrika
Conflicten en geopolitiek in Centraal-Afrika
Gesteld aan
Bernard Quintin, Alexander De Croo (Eerste minister)
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische politiek wordt scherp bekritiseerd voor haar passiviteit in het conflict in Oost-Congo, waar Rwanda (via M23-rebellen) systematisch etnische zuiveringen, verkrachtingen als oorlogswapen en plundering van Congolese mineralen pleegt, met 7 miljoen ontheemden en decennia van straffeloosheid als gevolg. Terwijl België en de EU snelle sancties en wapembargo’s eisen tegen Rusland in Oekraïne, blokkeert economisch en strategisch belang (kobalt, coltan) concrete actie tegen Rwanda, ondanks bewijzen van Rwandese agressie en schendingen van internationaal recht—wat door parlementsleden wordt afgedaan als "twee maten en twee gewichten". De regering belooft diplomatieke druk (o.a. via VN, EU-sancties, herziening van minerale akkoorden en militaire steun aan Rwanda) en humanitaire hulp, maar critici—onder meer Congolese diaspora en oppositiepartijen—eisen onmiddellijke sancties, een totaal embargo op "Rwandese" mineralen (die de facto uit Congo komen) en stopzetting van alle EU-financiering aan Kagame’s regime, met de dreiging dat Bukavu het volgende doelwit is. Kernpunt: zonder eind aan westerse hypocrisie en economische afhankelijkheid van Congolese grondstoffen zal de crisis—met Rwanda als centrale dader—voortduren.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, chaque jour qui passe en République démocratique du Congo, ce sont des vies qui sont brisées dans un silence complice. La prise de Goma par les rebelles du M23 soutenus par le Rwanda n'est pas qu'un fait militaire. C'est un crime contre l'humanité, voire un génocide qui se déroule sous nos yeux. Ce sont des femmes violées, utilisées comme armes de guerre. Ce sont des villages détruits, des familles arrachées, plus de sept millions de personnes déplacées. Ce sont des civils bombardés dans des camps de réfugiés. Ce sont des enfants qui grandissent dans le chaos et dans la peur.
Pourtant, que fait la communauté internationale? Eh bien, elle ne fait pas grand-chose.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, l'Europe a su sanctionner la Russie pour son agression en Ukraine, et c'est très bien. Mais pourquoi n'y arrive-t-elle pas quand c'est le Rwanda? Il est temps d'arrêter ce deux poids deux mesures insupportable. Le droit international doit être une boussole de Kiev à Kinshasa en passant par Gaza. Les discours ne suffisent plus. Nous demandons que la Belgique et l'Union européenne prennent des mesures fermes et immédiates. Nous demandons des sanctions ciblées contre les dirigeants rwandais impliqués dans ce conflit. Nous demandons un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais qui sont, en réalité, des minerais de sang pillés au Congo. Nous demandons un soutien à la justice internationale. Nous devons répondre aux appels de la société civile du Congo. Il ne peut y avoir de paix sans justice, et tant que l'impunité régnera, les massacres continueront.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, quand allons-nous enfin passer des paroles aux actes? Quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle prendre pour stopper ce massacre et protéger les populations civiles de l'Est du Congo? Quand la Belgique ordonnera-t-elle la fin du massacre et exigera le retrait des troupes rwandaises, comme le réclamait d'ailleurs l'ambassadeur de la République démocratique du Congo que nous avons rencontré hier? La Belgique sera-t-elle au premier plan aux Nations Unies (l'ONU) pour réclamer des sanctions contre le Rwanda?
Michel De Maegd:
Messieurs les ministres, chers collègues, je vais aller droit au but. Pardonnez-moi ce cri de rage, mais le peuple congolais en crève, au sens propre comme au sens figuré! Les femmes de l'Est du Congo sont mutilées et violées, l'arme de guerre la plus immonde. Elles en crèvent, à petit feu ou sous les balles du M23. Les enfants de l'Est du Congo, sans eau ni électricité, sans de quoi subsister dignement, n'ont-ils droit à un autre destin que celui d'enfants soldats? Les hommes de l'Est du Congo n'ont-ils comme seul avenir que de survivre dans la peur et la perpétuelle violence, au gré des groupes rebelles qui s'affrontent dans une indifférence quasi générale? Alors oui, cela fait des décennies que les Congolais de l'Est en crèvent, qu'ils soient de Goma, du Nord ou du Sud-Kivu, qu'ils survivent dans d'innombrables camps de réfugiés ou dans des villes et villages dans lesquels "vivre" veut d'abord dire "survivre". Au nom de mon groupe, je veux avoir une pensée sincère pour ces femmes, ces enfants et ces hommes qui, chers collègues, nous attendent.
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, monsieur le premier ministre, je sais qu'en tant qu'amis fervents de l'Afrique, vous partagez mon désarroi. Hier en commission, nous recevions l'ambassadeur de la RDC, qui a adressé quatre demandes à la Belgique: ordonner la fin des hostilités et le retrait des troupes rwandaises de la RDC; mettre en place un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais et introduire une traçabilité dès le sol congolais; plaider auprès de l'Union européenne pour revoir les accords militaires et économiques avec le Rwanda; plaider pour un registre complet des armes vendues à celui-ci.
Messieurs les ministres, dans quelle mesure pouvons-nous répondre à ces demandes? Quels sont les leviers que nous pouvons immédiatement actionner pour éviter de nouveaux massacres? L'Union européenne annonce une aide humanitaire d'urgence de 60 millions d'euros, insuffisants certes, mais comment garantir que cette aide atteigne les populations touchées? Et puis, enfin, messieurs les ministres, pouvez-vous dresser un bilan de la sécurité de nos ressortissants dans la région et de nos équipes diplomatiques en RDC? Nous savons en effet que plusieurs ambassades ont été attaquées.
Pierre Kompany:
Monsieur le président, je suis fier d’être ici devant deux représentants du pays, qui travaillent et connaissent le Congo. Je connais le Congo, mais je ne peux pas prétendre le connaître nécessairement mieux que vous.
Des questions se posent. Le pays qui souffre, c’est le Congo. Des questions se posent. Pourquoi cela a-t-il duré tant d’années sans que des êtres humains – comme nous, qui sommes ici les représentants du peuple – aient débattu de ce problème et aient mis un terme, il y a longtemps, à ce que nous vivons aujourd'hui?
Je me le demande, et je vous le demande, monsieur le ministre des Affaires étrangères. Je sais que le premier ministre couvre tout. La Belgique va-t-elle soutenir l’adoption de sanctions contre le Rwanda au sein du Conseil de sécurité des Nations Unies? Avez-vous des contacts sur ce sujet avec les États actuellement membres du Conseil de sécurité?
La Belgique va-t-elle demander, au sein de l’Union européenne, la suspension de tous les accords avec le Rwanda et la suspension des financements accordés par l’Union? Ils sont accordés y compris par le biais de la Facilité européenne pour la paix – étonnant!
Quel soutien la Belgique va-t-elle elle-même donner à la MONUSCO et aux troupes africaines de la SADC qui défendent la République démocratique du Congo? Quelles actions diplomatiques les Affaires étrangères mettent-elles en œuvre pour rétablir la paix?
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous interpelle évidemment sur les événements dramatiques en cours à l'Est de la République démocratique du Congo, notamment la prise de Goma par le M23 soutenu par l'armée rwandaise. Je vous pose tout de suite la question. Pourquoi autant d'inaction? Pourquoi laisse-t-on faire?
Waarom laten wij hen gewoon doen? In Oekraïne komen wij direct tussen: sancties, het leger, wapens enzovoort, alles erop en eraan. Als het echter over Congo gaat, gebeurt er niets. Waarom?
C'est cela la question! Tout le monde sait ici que l'armée rwandaise ne pourrait pas se permettre cela sans le soutien de l'impérialisme américain. Sans le soutien des États-Unis d'Amérique, c'est impossible. Vous le savez. Vous regardez par terre parce que vous le savez. Un petit pays comme cela ne peut pas intervenir chez son voisin sans un appui occidental important.
Il y a aujourd'hui des protocoles d'accord entre l'Union européenne et le Rwanda. Le protocole sur les minerais stratégiques est signé. Ce sont des accords favorables à l'Union européenne et au Rwanda. On aide le Rwanda. Il y a des accords entre l'armée rwandaise et les institutions européennes. Pourquoi? Pourquoi tant d'hypocrisie? C'est la question qui est posée aujourd'hui par les peuples africains et par le peuple congolais.
Va-t-on faire sauter ces protocoles? Le PTB a proposé de faire sauter ces protocoles. Tous les partis traditionnels belges ont voté contre, ils ont voté pour le maintien de ce partenariat stratégique. Pourquoi? Business! Les minerais, le cobalt, le coltan, le cuivre. Business, business, business! C'est pour cela que vous ne voulez pas intervenir.
Monsieur le ministre, va-t-on enfin soutenir le peuple congolais, soutenir l'intégrité territoriale de ce pays, ne pas appliquer le deux poids deux mesures? Quand ça nous arrange, on ferme les yeux parce qu'il y a de l'argent, et quand ça ne nous arrange pas, on intervient aussi, parce que là aussi il y a de l'argent. Les droits humains ne sont pas à géométrie variable. C'est une question de principes, monsieur le ministre.
Els Van Hoof:
Minister Quintin, ik merk het ook aan u, de oorlog in Oost-Congo raakt u persoonlijk. U was destijds kandidaat-speciaal gezant van de EU voor de Grote Meren. U werd geweigerd door Rwanda.
Dood, vernieling, plundering en seksueel geweld, het raakt mij ook als vrouw, al decennialang. Moeders en dochters worden verkracht en dokter Mukwege herstelt. Dat is het cynische spel vandaag in Oost-Congo. Het Rwandese regime ligt er niet wakker van. Het heeft een onverzadigbare honger naar grondstoffen. Opportunistische rebellen als die van M23 helpen hen. Dat zijn de recepten van het Rwandese imperialisme.
Poetin inspireert, mijnheer Hedebouw, en de Congolese bevolking crepeert. België kan niet langer toekijken. Maandag zei u het al, mijnheer de minister: woorden volstaan echt niet meer.
Hoe kunnen we vanuit de EU het geweld veroordelen en tegelijkertijd toch grondstoffen importeren uit Rwanda? Hoe kunnen we vrolijk een WK wielrennen organiseren in de straten van Kigali in Rwanda? De Belgische kritische houding leidt al langer tot ruis op de diplomatieke lijn met Rwanda, maar dat zal Kagame worst wezen. Only money talks .
Het is hoog tijd om een ethische en morele grens te trekken. De Congolese ambassadeur vroeg dat gisteren ook. Wij steunen hem. Leg een embargo op voor de Rwandese grondstoffen. Ze zijn trouwens niet van Rwanda, ze komen uit Oost-Congo. Herroep de Europese militaire en economische samenwerking. Er moeten sancties komen!
Daarom is mijn vraag aan u, mijnheer de eerste minister en mijnheer de minister: welke concrete maatregelen stellen wij voor aan de Europese Unie? Welke bilaterale maatregelen nemen wij zelf? Ik merk dat Duitsland en het VK kijken naar hun ontwikkelingssamenwerking. U moet natuurlijk de Rwandese bevolking niet straffen, maar er is wel een heroriëntatie nodig.
François De Smet:
Messieurs les ministres, les combats qui ont repris il y a quelques semaines dans l'Est du Congo ont déjà fait de trop nombreuses victimes et ont jeté des centaines de milliers de personnes sur les routes. Et, comme toujours, ce sont les civils qui payent le prix principal, en premier lieu les femmes et les enfants.
Mais, en réalité, nous le savons, voilà des décennies que l'Est du Congo est abandonné, dans un conflit meurtrier par intermittence et qui est, en fait, tout simplement, le conflit le plus meurtrier de l'histoire moderne. Alors, oui, on doit pouvoir cibler les responsables principaux: le M23, bien sûr, qui est le principal groupe paramilitaire qui terrorise la région, mais aussi ses soutiens et, en premier lieu, le Rwanda de M. Paul Kagame qui, dès l'instant où il choisit de soutenir et d'armer ces milices, porte aussi la responsabilité de leurs exactions. Et puis, il y a la communauté internationale, dont l'inaction et le silence ne sont plus possibles.
Que peut faire, que doit faire la Belgique? DéFI vous demande, monsieur le premier ministre, d'abord dans les mots les plus clairs et les plus durs, de condamner les responsables de ces exactions, à savoir le M23 et le Rwanda. Mais il faut aussi ajouter, en effet, des armes plus dures. Il faut qu'on parle d'embargo sur les armes, il faut qu'on puisse parler de sanctions économiques, et nous pourrions aussi demander – nous vous le demandons – que l'Union européenne suspende et rompe dès que possible le partenariat sur l'extraction des minerais entre l'Union européenne et le Rwanda.
Je n'oublie pas l'aspect humanitaire. En ce moment-même, des centaines de milliers de personnes sont isolées, notamment parce que la prise de l'aéroport de Goma rend les accès difficiles. La Belgique peut participer à l'ouverture d'un corridor humanitaire. Et puis, il faudra tôt ou tard que, dans cette région meurtrie, vienne l'heure de la justice. La Cour pénale internationale (CPI) a repris des enquêtes et des activités. C'est très bien, et nous devons les soutenir. Tous les démocrates doivent soutenir le fait que, quels qu'ils soient, les responsables des viols et des meurtres soient poursuivis parce qu'au Congo comme ailleurs, il n'y aura pas de paix sans justice.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Messieurs les ministres, la peur! La peur! Voilà l'état de la population de Goma et de l'Est du Congo. Mais on ne peut pas dire qu'ils ne sont pas habitués à cette situation car cela fait 30 ans que le Kivu et l'Est de la RDC se sentent en insécurité. Trente ans que des factions rebelles soutenues par le Rwanda pillent, violent, tuent, sèment la terreur dans les zones rurales! Trente ans qu'il y a des millions de déplacés! Trente ans qu'il y a des millions de morts!
Pourquoi, monsieur le ministre? C'est pour la richesse du sous-sol de cette région, pour des minerais – oui, monsieur le ministre, vous m'avez bien entendue! – pour que nous puissions rouler dans nos belles voitures électriques, pour que nous puissions utiliser nos smartphones. Trente ans, monsieur le ministre, et nous n'avons voulu rien voir. La Communauté internationale est silencieuse. Pourquoi? Monsieur le ministre, le Congo, c'est trop loin! L'Ukraine, c'est à côté! Ce sont nos voisins! C'est beaucoup plus facile. Et puis, les Rwandais sont des personnes sérieuses. Ils sont considérés comme des partenaires stables. C'est un régime autoritaire avec un président élu à 99 % des voix mais c'est un régime stable. Belligérant mais stable! Parce que, surtout, on a besoin d'or, de diamants, de cobalt, de coltan. Oui, j'ose le dire, monsieur le ministre. Nous sommes restés silencieux. J'apprécie toutefois votre sortie volontariste de cette semaine. Je devais quand même vous le dire.
Comment la Belgique compte-t-elle agir? Quelles solutions diplomatiques sont envisagées pour éviter ce bain de sang et sauver cette population qui a trop souffert? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre ce protocole de coopération sur les matières critiques avec le Rwanda qui sont pillées en RDC? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre la coopération militaire?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, de crisis in Oost-Congo, een van de vergeten conflicten, duurt al dertig jaar en het is pas sinds vorige week met de val van Goma dat de internationale gemeenschap eindelijk tot actie oproept.
De M23-terreurgroepen hebben de miljoenenstad, een economisch knooppunt aan de rand van Rwanda, al jaren in hun greep. We zien er een vicieuze cirkel van mensenrechtenschade en van terreur, waaraan de staat Rwanda deelneemt. Het land financiert de rebellen immers. Die houden zich ook niet in. Vrouwen worden verkracht, kinderen worden vermoord, mensen verdwijnen. Er is geen voedsel. Er zijn geen geneesmiddelen. De ziekenhuizen liggen vol. De humanitaire crisis is op het moment enorm.
De greep van de M23-rebellen en van Rwanda op Oost-Congo wordt ook alleen maar groter, omdat zij het slagveld uitbreiden. Zij trekken ook naar het zuiden, naar Bukavu.
De mensen in Congo zijn angstig en boos. Zij komen op straat, want zij voelen zich in de kou gelaten. Wij, de westerse overheden, praten immers nog altijd met de militaire regimes in Rwanda. Wij blijven ook financieren. Wij financieren niet alleen het leger, maar besteden ook 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking in Rwanda.
Mijnheer de minister, is dit niet het moment waarop wij onze hulp ter discussie moeten stellen? U hebt gepleit voor concrete acties. Welke acties zijn dat? Wat hebt u aan uw Europese collega’s gevraagd?
Voorzitter:
Mevrouw Depoorter, u eindigt net als de andere sprekers keurig op tijd, waarvoor mijn dank.
Alexander De Croo:
Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions relatives à la situation dans l'Est du Congo, situation dramatique depuis bien trop longtemps.
En effet, cela fait des décennies que les conflits sont quotidiens dans cette région. Malheureusement, la situation a empiré récemment.
La réaction de la Belgique a été très claire. Elle a demandé à l'ensemble des partis de faire tout le nécessaire pour veiller à une désescalade. Le Rwanda doit arrêter son soutien au M23. Cela a été documenté partout et il est important que le message soit très clair. Mais du côté congolais, il y a aussi des choses à faire: arrêter les discours haineux, tenter de restaurer l'autorité dans la région. Il y a bien des efforts à faire des deux côtés.
Le point principal est d'arrêter l'ingérence dans l'Est du Congo depuis le Rwanda. J'ai eu l'occasion de m'entretenir avec le président Félix Tshisekedi hier au sujet d'actions que nous pourrions entreprendre pour mobiliser la communauté internationale. De plus, s'agissant de la situation à Kinshasa, je lui ai demandé d'agir avec fermeté pour faire cesser les attaques contre l'ambassade belge et les ambassades d'autres pays. Il m'a assuré qu'il ferait tout ce qui est nécessaire pour calmer la situation à Kinshasa. On voit aujourd'hui que ce genre de manifestations se produit moins souvent qu'auparavant.
Avant de donner la parole au ministre des Affaires étrangères concernant les actions internationales et notre position par rapport à des sanctions, je rappellerai que la Belgique a toujours été très critique, notamment concernant le protocole européen sur les minerais. La Belgique a d'emblée alerté sur le fait que ce n'était pas une bonne idée. Malheureusement, nous le voyons aujourd'hui, nous avions raison d'émettre de nombreuses questions au sujet de cet accord.
Dans un contexte plus large, la position internationale de la Belgique a toujours été de respecter le droit international et la souveraineté d'un pays, position que nous affichons partout.
Concernant ce qui se passe en Ukraine, cela a été notre position. Nous avons dit que la souveraineté et l'intégrité d'un pays devaient être respectées. Concernant ce qui se passe au Proche-Orient, nous avons toujours été clairs. Les lois internationales et les conventions doivent être respectées. Pour ce qui se passe au Congo, le même raisonnement s'applique. L'intégrité du pays doit être respectée. Les ingérences auxquelles nous assistons de la part du Rwanda ou de groupes soutenus par le Rwanda au Congo sont insupportables. Nous ferons tout pour les arrêter et pour sauver les vies de ceux qui vivent pour l'instant des moments extrêmement pénibles et difficiles.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, j'ai décidé de revenir anticipativement de ma mission officielle au Maroc pour pouvoir répondre à vos vives inquiétudes. Ce n'est que normal car la situation actuelle en RDC nous mobilise pleinement.
Wij volgen de situatie minuut per minuut en zijn in permanent contact met onze ambassade, de Belgische gemeenschap, de Congolese autoriteiten en onze internationale partners.
La prise de Goma constitue une violation supplémentaire, claire et nette du droit international et, en plus, du cessez-le-feu conclu via le processus de Luanda.
Nous ne restons ni silencieux ni inactifs, madame Maouane, je puis vous l'assurer. Lundi, j'ai appelé mes homologues européens à prendre des mesures concrètes. J'ai évoqué explicitement les dossiers suivants, mevrouw Depoorter: le MoU sur les matières premières critiques – pour répondre aussi à Mme Mutyebele –, la Facilité européenne pour la paix dite "Cabo Delgado", la suspension du dialogue sécuritaire avec le Rwanda, monsieur De Smet. Il faut trouver un compromis à l'échelle européenne, parce que c'est à ce niveau-là que nous aurons un impact significatif.
Monsieur Kompany, s'agissant des Nations Unies, j'ai pris contact, dès dimanche dernier, avec mes homologues européens qui siègent au Conseil de sécurité afin de faire passer nos messages et pour que soit nommé le Rwanda dans son agression.
Ondertussen heb ik de Rwandese zaakgelastigde al door mijn FOD laten ontbieden en heb ik het reisadvies voor Rwanda laten aanpassen. Alle reizen naar de parken in het westen van het land worden afgeraden. Het doel is om de druk op de partijen, vooral Rwanda, op te voeren. De Rwandese autoriteiten mogen zich niet onaantastbaar voelen, als ze het internationaal recht aan hun laars lappen.
C'est la seule façon de les ramener autour de la table des négociations afin de travailler à une solution pacifique, comme on a pu le constater en 2012. J'ai partagé ce point de vue de modus operandi avec mon homologue américain, Marco Rubio, hier soir.
Il y a urgence. Kigali a déjà communiqué publiquement qu'elle compte prendre Bukavu. Mais soyons clairs, comme l'a dit le premier ministre, les autorités congolaises doivent aussi prendre leurs responsabilités: rétablir l'autorité sur l'Est de la RDC, mettre fin aux discours de haine et mettre fin à la coopération avec des groupes armés, singulièrement les FDLR, comme nous le demandons systématiquement dans chacun des contacts que nous avons avec toutes les autorités congolaises.
Monsieur De Maegd, en effet, il faut s'attaquer aux racines de ce conflit qui dure depuis plus de 30 ans.
De gevolgen voor de bevolking zijn inderdaad afschuwelijk, mevrouw Van Hoof.
Ce conflit me parle personnellement, puisque je le suis depuis de nombreuses années déjà et que j'en ai vu de mes propres yeux les conséquences innommables il y a déjà 20 ans.
Wat de situatie in Kinshasa betreft, veroordeel ik ten zeerste de aanvallen op onze ambassade en die van onze partners. Zodra ik op de hoogte werd gebracht van de situatie, heb ik onmiddellijk contact opgenomen met de Congolese autoriteiten en hen gevraagd om in te grijpen. Die interventie heeft geleid tot een terugkeer van de rust.
Sans la présence et l’intervention de nos militaires qui ont protégé notre équipe sur place, nous aurions un autre débat aujourd'hui. Je tiens ici à les remercier sincèrement, comme je tiens à remercier notre personnel à Kinshasa ainsi que mes services à Bruxelles qui ont géré avec beaucoup de sang-froid une situation explosive.
De veiligheid van het personeel van de ambassade en de Belgische gemeenschap is zoals steeds onze prioriteit. We nemen sindsdien bijkomende veiligheidsmaatregelen en passen ons reisadvies aan in functie van de evolutie.
Je suis pleinement mobilisé, tout comme le SPF Affaires étrangères, afin de tout mettre en œuvre pour faire cesser les combats dans l'Est de la RDC.
Le droit international, comme cela a été rappelé par le premier ministre, doit être respecté et défendu partout, en tout temps et en tous lieux. La Belgique joue et continuera à jouer pleinement son rôle dans la promotion de la paix et de la sécurité dans la région.
Rajae Maouane:
Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses.
Je dois dire qu'elles me laissent un peu sur ma faim. Je trouve que la réponse de la Belgique n'est pas à la hauteur de la situation. La Belgique a une responsabilité historique dans ce pays et dans cette région. On ne demande pas aux agresseurs de désescalader. On dit aux agresseurs d'arrêter de violer le droit international. On fait en sorte de sanctionner les agresseurs.
Je suis révoltée, je dois le dire, par l'hypocrisie que j'entends parfois, de ceux qui prêchent la paix tout en fermant les yeux sur des crimes, par opportunisme politique ou par intérêt économique. L'heure aujourd'hui n'est plus aux déclarations, aussi fortes soient-elles. Il faut des actions. Nous exigeons des sanctions dès maintenant. Nous exigeons un embargo et nous exigeons la justice.
Michel De Maegd:
Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses franches et déterminées.
Je voudrais insister sur les responsabilités de chacun, toujours au détriment des populations de l'Est du Congo. C'est indéniable pour le Rwanda. Je le dis depuis des années. Il fait fi de toute règle internationale au travers du M23, pour s'accaparer des minerais du Congo, et aujourd'hui, pour violer, de façon flagrante, la souveraineté de la RDC. C'est tout aussi indéniable pour d'autres pays voisins qui, avec d'autres rebelles, s'assurent de leur part du gâteau. C'est encore indéniable pour le pouvoir en place à Kinshasa, miné par la corruption endémique, et dont les discours vigoureux peinent à masquer les énormes défaillances quand il s'agit de protéger son peuple avec une armée en perdition.
Soyons francs, que dire de l'Europe et de sa réalpolitique? En effet, pour ne pas se faire damer le pion sur cet échiquier morbide, les adversaires occidentaux mais aussi, soyons honnêtes, monsieur Hedebouw, chinois, indiens, turcs et, demain, russes, prennent aussi leur part du gâteau, encore et toujours sur le dos des populations congolaises.
Pierre Kompany:
Monsieur le président, je suis vraiment fier d'être ici, tout simplement parce que je suis d'origine congolaise. J'en ai presque les larmes aux yeux.
Monsieur le premier ministre, vous avez parlé des discours de haine. Pensez quand même un seul instant que ce peuple congolais a une générosité qui dépasse le monde. Il a reçu tous ceux qui, aujourd'hui, deviennent les agresseurs. Des bourses d'études ont été distribuées à la peine des enfants congolais. La plupart des gens que vous voyez, qui font le Rwanda et qui sont du côté congolais ont souvent étudié avec des bourses d'études congolaises que les Congolais n'ont pas eues. Alors, remettons les choses en place: le Rwanda doit remercier le Congo au lieu de faire ce qu'il fait avec l'argent du monde entier.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre de Belgique, monsieur le ministre des Affaires étrangères de Belgique, Frantz Fanon, un grand militant panafricain disait que "l'Afrique a la forme d'un revolver dont la gâchette se trouve au Congo". Et je pense qu'il a raison. Le but des puissances occidentales aujourd'hui est d'avoir un Congo faible pour qu'il n'y ait plus de gâchette, pour avoir un continent africain faible devant les puissances mondiales. Voilà ce qui se joue aujourd'hui, le but étant d'avoir une balkanisation du pays.
On n'a pas eu de réponse, monsieur De Maegd, à la question de savoir pourquoi les États-Unis d'Amérique soutiennent Kagame depuis le début. Vous le savez! C'est là où tout le monde se tait car l'échiquier mondial se joue à coups de millions de morts. C'est cela qu'il faut dénoncer aujourd'hui et c'est pour cela qu'il y a de l'impunité. J'aurais espéré aujourd'hui que la Belgique dise stop: "Stop, United States! Stop!" Mais non, business, business, business! C'est un problème. On mène le combat contre (…)
Els Van Hoof:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, het is goed dat wij concrete voorstellen hebben voorgelegd aan de Europese Unie, maar nu moeten wij doorpakken, er is nog niets gebeurd. Tolereren wij in Oost-Congo wat wij niet tolereren in Oekraïne? Dat is de vraag waarvoor wij staan.
U sprak ook over de haat die vandaag heerst bij de Congolezen. Is het echter niet normaal dat die mensen boos zijn na zoveel straffeloosheid? MONUSCO staat daar al jarenlang naar te kijken en kan niets ondernemen wegens het beperkte mandaat. De Congolezen zijn terecht boos. Er wordt gewerkt met twee maten en twee gewichten. Dat aanvaarden zij niet meer. Het is ook heel terecht dat ze dat niet meer aanvaarden.
Er wordt Kigali weinig of niets in de weg gelegd. Dat moet veranderen. Gaan wij vandaag tolereren dat het internationaal recht word opgeofferd op het altaar van geld en grondstoffen? Misschien valt Bukavu binnenkort. Het is tijd voor sancties en acties. Wij moeten niet alleen naar de Verenigde Staten kijken, wij moeten vooral ook kijken naar onszelf. Ik vertrouw op u, heren ministers.
François De Smet:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Trois choses. D’abord, attention quand même au relativisme. Bien sûr que tout ne va pas bien au Congo. C’est évident. Mais dans cette histoire, il y a quand même très clairement un agresseur et un agressé. L’agresseur, c’est le Rwanda. L’agressé, c’est la République démocratique du Congo.
Ensuite, huit partis se sont succédé à cette tribune, et pratiquement tout le monde a demandé de hausser le ton sur les sanctions économiques et sur les sanctions sur les armes. Cela veut dire que ce gouvernement et le suivant – s’il advient – ont un mandat extrêmement clair de cette Assemblée et auront un soutien pour aller en ce sens.
Enfin, vous n’avez pratiquement pas évoqué le volet humanitaire. On parle de 400 000 personnes qui se trouvent sur les routes. Si la Belgique, d’autres démocraties et les ONG n’aident pas très rapidement, cela va devenir très vite une catastrophe humanitaire.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Moi, je vais vous parler un peu de ma famille qui est coincée à Goma sans eau et sans électricité, de la fille que mon frère a adoptée dans cette mauvaise situation. Je vais vous parler de mes nombreuses visites à Panzi où j’ai vu des enfants emmenés parce qu’ils ont été violés, des petites filles de un an, des mamans complètement désorientées.
Alors maintenant, il est temps d’agir. Le temps est aux actes. On doit dire au M23 de se retirer. On doit dire au Rwanda de se retirer. La Belgique ne doit plus rester passive. Il faut que nous puissions préserver l’intégrité territoriale de la RDC. Surtout, nous devons imposer des sanctions fermes contre le Rwanda.
Une réponse humanitaire et diplomatique urgente est nécessaire, messieurs les ministres. La paix doit être rétablie en RDC, et les crimes doivent cesser.
Je voudrais également présenter toutes mes condoléances aux familles de ces soldats de la MONUSCO et des FARDC qui sont tombés au front.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het militaire regime van Rwanda aarzelt niet om bij zijn buurman de minerale rijkdommen te gaan plunderen en om daar de bevolking te gaan verkrachten en te folteren.
We mogen vandaag niet aarzelen om daadkrachtig op te treden en om te pleiten voor een opbouw van de humanitaire hulp in Oost-Congo, maar we mogen ook niet aarzelen om te herevalueren hoe we de 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking zullen besteden. De 500.000 mensen op de vlucht hebben nood aan hulp. We mogen ook niet aarzelen in de herevaluatie van onze omgang met de middelen die naar het Rwandese leger gaan, want met die middelen worden de M23-rebellen betaald.
De aarzeling moet voorbij zijn, de stilte moet worden gebroken. Dank u.
Voorzitter:
Collega's, wij hebben nog 25 minuten de tijd om onze stem uit te brengen, maar nog niet heel veel mensen hebben dat gedaan, dus u bent daartoe uitgenodigd.
De onwil van verzekeraars om droogteschade te vergoeden
De vergoeding van droogteschade door verzekeraars
Weigering verzekeraars om droogteschade te vergoeden
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: De discussie draait om de weigering van verzekeraars om droogteschade aan woningen te vergoeden, ondanks een wet (2021) die dit verplicht. Twee op drie claims worden afgewezen, waardoor gedupeerden naar de rechter moeten – vaak onbetaalbaar. Minister Dermagne bevestigt dat 500 van 1.400 dossiers wel werden uitbetaald, maar parlementsleden (Vooruit, CD&V) eisen strengere controles, sancties en betere informatie over verzekeringsmogelijkheden, omdat premiebetalers nu met lege handen staan. Kernpunt: verzekeraars ontwijken hun plicht, terwijl de overheid te weinig handhaaft.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, op een natte dag als vandaag verlangen we wellicht allemaal naar een stralende en warme zomer, op wie vreest voor droogteschade aan zijn huis na dan. Dat is niet alleen een vrees, maar het bleek ook de werkelijkheid voor heel wat mensen in het zuiden van mijn provincie, West-Vlaanderen, en in de Vlaamse Ardennen. Zelfs met een verzekering tegen droogteschade liepen de facturen op. De verzekeraars gebruikten immers jarenlang achterpoortjes om niet te moeten tussenkomen. Dat was onaanvaardbaar en daarom werd op initiatief van Melissa Depraetere een nieuwe wet in dit Parlement aangenomen om die achterpoortjes te sluiten. Voor ons, socialisten, is het maar rechtvaardig dat een verzekeraar de schade vergoedt nadat men jarenlang braaf zijn premies heeft betaald.
Collega’s, we hebben effectief stappen vooruit gezet, maar we zijn er helaas nog niet. Vandaag weigeren verzekeraars immers in twee gevallen van droogteschade op drie om tussen te komen. In geval van weigering moet men maar naar de rechter stappen om de naleving van de wet af te dwingen. Als men dat niet kan betalen, kan men naar zijn tussenkomst fluiten. Dat is toch compleet gaga?
Voor Vooruit is het essentieel om mensen te beschermen tegen bedrijven die hun voeten vegen aan onze wetten. Het is tijd voor actie en de Vooruitfractie vraagt een onderzoek naar de afwikkeling van deze droogtedossiers door de verzekeraars. Er is effectief een doorlichting nodig en sancties mogen hierbij geen taboe zijn.
Mijnheer de minister, bent u bereid om de FOD Economie en de FSMA op te dragen een onderzoek op te starten?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de vice-eersteminister, er werd al gerefereerd aan het weer, aan droge, warme zomerdagen, waarnaar we nu allemaal verlangen, want het weer van de laatste dagen zegt iets anders. Heel wat gezinnen liggen momenteel wakker van de droogteschade aan hun huizen. De nalatigheid van de verzekeraars is een echte schande. De collega besprak reeds de problemen in West-Vlaanderen, maar ook in mijn provincie, in de Vlaamse Ardennen, waar de ondergrond uit klei bestaat, is langdurige droogte een probleem voor mogelijke schade aan woningen.
De Kamer keurde in 2021 de wet goed die bevestigt dat schade door langdurige droogte onder de dekking van natuurrampen valt. Ook het Grondwettelijk Hof trad ons daarin bij. Wat is er dan nog aan de hand, waarom volgen die verzekeraars de wet niet gewoon? Het is toch echt niet logisch dat de verzekeraars dat niet doen. Uit cijfers die collega Van Bossuyt opgevraagd heeft, kunnen we vaststellen dat bij twee gedupeerden van droogteschade op de drie de verzekeraar nog steeds niet tegemoetkomt. Dat kan niet blijven duren.
Mijnheer de vice-eersteminister, gaat u de verzekeraars op de vingers tikken? Zult u bekijken wat er mogelijk is om ervoor te zorgen dat de wet effectief wordt nageleefd?
In tweede instantie, of misschien zelfs in eerste instantie, zult u ervoor zorgen dat de bevolking zeker weet dat er mogelijkheden bestaan om zich te verzekeren tegen dergelijke schade?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt vier minuten spreektijd om op die vragen te reageren.
Pierre-Yves Dermagne:
Collega's, zoals u weet, is schade door een natuurramp sinds 2005 opgenomen in de brandverzekering.
Begin 2021 werd de vraag gesteld of het inkrimpen van de bodem door droogte kan worden beschouwd als een natuurramp waarvoor de brandverzekering moet tussenkomen. Ik heb daarop een werkgroep opgericht om dit te onderzoeken en eind 2021 werd een interpretatieve wet, op initiatief van mevrouw Depraetere, goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Hierin werd bevestigd dat schade door droogte weldegelijk gedekt is door de brandverzekering. Wel is het belangrijk niet te vergeten dat de brandverzekering een schadeverzekering is, waarbij de gewone schade van een verzekerd risico wordt gedekt, maar niet de reparatie of de vervanging van de oorzaak van de schade, noch de verbetering van een bestaande situatie om te voorkomen dat de schade zich herhaalt.
Of de verzekeraar in een concreet geval moet tussenkomen moet uiteraard steeds geval per geval worden onderzocht. Ik heb Assuralia hierover recent nog bevraagd. Sinds december 2021 zijn er ongeveer 1.400 dossiers ingediend voor vergoeding van droogteschade aan woningen. In ongeveer 500 dossiers is de verzekering al tussengekomen en 300 dossiers zijn nog in onderzoek. Ik hoop dat die spoedig kunnen worden afgehandeld.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Het zal aan dit Parlement en aan de nieuwe regering zijn om te tonen dat we de noden van de mensen ernstig nemen. De verzekeraars hebben lobbyisten genoeg, maar de verzekeraars van de gewone mensen zitten hier. Dat zijn wij allemaal. Mensen betalen jarenlang netjes hun premies, om op het einde van de rit met lege handen komen te staan. Dat vinden wij onaanvaardbaar.
Er is 30 miljard euro omzet in de verzekeringssector en 3,7 miljoen euro uitkering voor schadegevallen door droogte aan huizen. Dat zegt genoeg. Voor ons moet het gedaan zijn. De warme maanden komen er weer aan. Laat ons allen samen, ook met mevrouw Van Bossuyt, werken aan een zorgeloze zomer.
Leentje Grillaert:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Met cd&v blijven we erop hameren dat de verzekeraars hun wettelijke verplichtingen moeten nakomen. Dat is toch het minste wat we kunnen vragen. Als mensen jarenlang premies betalen, hebben ze recht op een schadevergoeding. Het is echt niet logisch dat mensen daarvoor moeten strijden en jarenlange juridische procedures moeten ondergaan. Dat is een lijdensweg die we mensen moeten besparen. Ik denk dat we de hand aan de ploeg moeten slaan en dat we moeten bekijken hoe we met wetgevend werk nog bijkomende verzekeringen kunnen inschrijven voor de mensen die schade hebben geleden. We mogen deze mensen niet in de steek laten. Dat is de belangrijkste boodschap die ik vandaag wilde geven.
De minimumbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 23 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Trump’s terugtrekking uit het wereldwijde minimumbelastingakkoord (ondersteund door 140 landen) ondermijnt de strijd tegen fiscale dumping en belastingparadijzen, wat kmo’s benadeelt ten opzichte van multinationals. Minister Van Peteghem benadrukt dat de EU en partners (zonder de VS) de robuuste regels blijven handhaven om eerlijke belastingbijdragen af te dwingen, ondanks Trumps "stap terug" in internationale samenwerking. CD&V bevestigt haar inzet voor een gelijk fiscaal speelveld om sociale zekerheid te financieren. De impact op België/Europa blijft onzeker, maar de focus ligt op weerstand bieden aan Trumps protectionisme.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, Trump II laat er geen gras over groeien. In de eerste dagen van zijn presidentschap heeft hij al enkele belangrijke beslissingen genomen, die we jammer genoeg niet allemaal kunnen toejuichen.
Een daarvan is dat de Verenigde Staten zich onmiddellijk terugtrekken uit een globaal akkoord over een wereldwijde minimumtaks voor multinationals. Dat akkoord is door ongeveer 140 landen goedgekeurd. Dit is een slag in het gezicht van landen die wel willen vechten voor een eerlijke fiscaliteit, landen die steeds lagere vennootschapsbelastingen een halt willen toeroepen en de zogenaamde race to the bottom in de vennootschapsbelasting willen stoppen. Trump dreigt met vergeldingsmaatregelen tegen landen dit zich wel willen houden aan dit akkoord.
Waarom is zo'n wereldwijde minimumtaks nu een goede zaak? Omdat hierdoor een veel gelijkere belasting ontstaat van de ondernemingswinsten van multinationals en kmo's. De globalisering en de digitalisering doen grenzen vervagen en hier kunnen vooral multinationals op inspelen, maar ook zij moeten een eerlijke bijdrage leveren aan een robuuste financiering van onze sociale zekerheid.
Voor ons is het heel duidelijk, cd&v vecht voor een eerlijke en rechtvaardige fiscaliteit. Als partij van de kmo's staan wij voor een gelijk speelveld tussen multinationals en kmo's, want ook multinationals moeten een eerlijke bijdrage leveren, zonder hun toevlucht te kunnen zoeken in belastingparadijzen.
Mijnheer de minister, hebt u al een idee van de impact van die beslissing van Trump op ons land en op Europa?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Van den Heuvel, ik heb daarnet al aangegeven dat we op het internationale niveau de afgelopen jaren hard hebben gestreden, ik als minister maar ook België als land, voor die minimumbelasting voor multinationals, om de strijd aan te gaan tegen die race to the bottom , tegen belastingparadijzen. Met de steun van 140 landen zijn we erin geslaagd om dat doel duidelijk te maken, met name: de lasten rechtvaardig verdelen en onze ondernemingen en onze eigen kmo’s een gelijk fiscaal speelveld bieden.
Goed een jaar geleden introduceerde de Europese Unie samen met belangrijke economieën zoals Japan, de UK en Australië de regels om die multinationals eindelijk een eerlijke bijdrage te doen betalen. Het besluit van president Trump is eigenlijk een stap terug in de strijd voor meer rechtvaardigheid. Het past in een rijtje beslissingen die hij nu neemt, waarbij hij lak heeft aan internationale samenwerking. We mogen ons daardoor niet laten ontmoedigen. De regels die we hebben opgemaakt inzake de minimumbelasting zijn robuust, met respect voor gemaakte internationaal afspraken. De VS passen trouwens soortgelijke principes toe op basis van regels die Trump zelf in de vorige periode heeft geïntroduceerd. We zullen er dus alles aan doen opdat die multinationale ondernemingen hun eerlijke bijdrage zouden blijven betalen.
Collega’s, we weten allemaal dat de beslissing van Trump om uit die Pillar 2 te stappen onbegrijpelijk is. Het is een stomp in de maag van onze ondernemingen, onze kmo’s en onze burgers. Ook zonder de VS zullen we erin slagen om een rechtvaardige fiscaliteit te verzoenen met een competitieve economie. Wij zullen er in ons land, maar ook met onze partners binnen en buiten de Europese Unie, alles aan blijven doen om dat te realiseren.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord dat heel duidelijk is. Ik ben blij dat u aan de kant staat van degenen die strijden voor een rechtvaardige en eerlijke fiscaliteit. Dit globaal akkoord is een mooie hefboom in de wereldwijde strijd tegen belastingparadijzen en belastingverschuivingen die niet bepaald een robuuste financiering van onze sociale zekerheid voor ogen hebben.
De door Defensie toegekende dienstvrijstelling voor deelneming aan de betoging op 13 februari
De dienstvrijstelling voor militairen die op 13 februari willen betogen
De deelname van militairen aan de betoging van 13 februari
Het functioneren van minister Dedonder
De verzuchtingen van de militairen met betrekking tot hun statuut
De dienstvrijstelling voor militairen die op 13 februari aan de betoging willen deelnemen
De deelneming van militairen aan de pensioenbetoging
Dienstvrijstelling militairen voor betoging 13 februari, militaire statuut, functioneren minister Dedonder
Gesteld aan
Ludivine Dedonder, Alexander De Croo (Eerste minister)
op 23 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Dedonder (PS) verleende collectieve dienstvrijstelling aan Defensiepersoneel om te betogen tegen de geplande pensioenhervormingen van de onderhandelende partijen (MR, N-VA, Vooruit, cd&v), wat heftige kritiek uitlokte: oppositie en coalitiegenoten (waaronder premier De Croo) beschuldigen haar van machtsmisbruik in lopende zaken, budgettaire onverantwoordelijkheid (€5 miljoen) en het politiseren van het apolitieke leger, terwijl militairen traditioneel geen stakingsrecht hebben. Dedonder verdedigt haar beslissing als luisteren naar sociale onrust over pensioenkortingen en langere loopbanen voor militairen—wiens unieke statuut (24/7 beschikbaarheid, gevaren) volgens haar ondermijnd wordt door de geplande hervormingen, met risico’s voor werving en operationele capaciteit. Critici, zoals Francken (N-VA) en Ducarme (MR), eisen intrekking en dreigen met een vertrouwensmotie, terwijl Hedebouw (PTB) de betoging als legitiem verzet tegen "antisociale Arizona-plannen" omarmt. De kern van het conflict draait om de grens tussen democratisch protest en institutionele neutraliteit: mag een demissionaire minister militairen mobiliseren tegen een toekomstige regering? Dedonder benadrukt vrijheid van meningsuiting, tegenstanders zien partijdige manipulatie en veiligheidsrisico’s—met als onderliggende spanning de toekomst van Defensie in een context van dalende budgets, verouderd materieel en geopolitieke dreigingen (NAVO-eisen, Russische activiteit). De symbolische strijd—tussen respect voor militairen en politieke instrumentalisering—escaleert naar een constitutionele crisis, met dreigende juridische stappen en een polariserend debat over wie het leger eigenlijk dient: de staat, de regering, of de samenleving.
Denis Ducarme:
"Trop de testostérone, cela bousille les neurones!", "Blanche-Neige", "De Croo crosse Dedonder". La Force aérienne nous dirait peut-être que cela vole un peu trop bas, et elle aurait raison.
Madame la ministre, sans agressivité, aucune, sans personnalisation, je vais vous dire pourquoi, de notre point de vue, votre décision visant un octroi de dispense collective au personnel de la Défense pose six gros problèmes sur le plan démocratique.
Tout d'abord, pour ce qui est de la concertation, vous avez des prérogatives qui sont les vôtres. Néanmoins, nous sommes en affaires courantes et un certain nombre de ministres vous reprochent légitimement de ne pas avoir concerté cette décision.
Le fait que nous soyons en période d'affaires courantes implique une attitude de prudence et le premier ministre, lui-même, estime que vous n'avez pas respecté l'esprit des affaires courantes.
En outre, madame la ministre, vous êtes ministre démissionnaire depuis les dernières élections et vous plaidez contre les réformes qu'un autre gouvernement prépare et prenez position politiquement comme ministre. Vous transgressez pleinement votre devoir de réserve car vous n'avez plus la légitimité politique et vous poussez finalement à la grève. C'est le quatrième point qui pose problème car les personnes qui ne veulent pas faire grève devront faire une démarche administrative tandis que celles qui feront grève ne devront faire aucune démarche administrative.
C'est un problème au-delà du cinquième point, la prudence budgétaire. Avez-vous seulement une idée, madame la ministre, de ce que cette dispense de travail coûte? Cinq millions d'euros, madame la ministre! Cinq millions d'euros! Vous êtes dans l'obligation d'une prudence budgétaire.
Par ailleurs, vous (…)
Franky Demon:
Mevrouw de minister, de vivaldiregering is nog niet weg en er vallen al enkele PS-lijken uit de kast. Eerst was er de uitkeringsfraude in Anderlecht, dan kwamen de scheurtjes in de pantservoertuigen van Flahaut en nu is dit er. Intussen bent u al meer dan vier jaar minister van Defensie en men mag van u verwachten dat u een aantal basisprincipes kent.
Ten eerste hebben militairen door hun statuut nu eenmaal geen stakingsrecht, een recht dat ik overigens volledig onderschrijf. Dat heeft te maken met de eigenheid van hun job.
Ten tweede zijn militairen politiek neutraal. Ze dienen het land en niet de partij die de minister van Defensie levert, gelukkig maar.
Laat net deze twee principes nu als het ware de basis zijn van uw beslissing, die mijns inziens platgestampt is. U ontkent zelfs niet eens dat ze dient om militairen te laten betogen in Brussel. Uw beslissing is met andere woorden politiek geïnspireerd en komt volgens mij neer op het misbruiken van militairen voor uw eigen politieke agenda. Daar bestaat een woord voor: machtsmisbruik. U vindt bovendien dat u die beslissing kunt nemen in lopende zaken. Me dunkt bent u daar nu helemaal niet meer bevoegd voor en ook eerste minister De Croo vindt dit.
Wij vragen u klaar en duidelijk maar een ding: trek uw beslissing in om alle militairen een dag dienstontheffing te verlenen.
Raoul Hedebouw:
Madame la ministre, les partis MR et Les Engagés sont en train de négocier un accord. Les notes sont en train de sortir avec tout ce qu'il y a dans cet accord. Je vais citer ce qu'elles comprennent parce que le monde du travail a le droit de savoir.
Sabotage de l'indexation des salaires, invoering van een pensioenmalus om iedereen langer te laten werken voor minder pensioen, fin des régimes de prépension, afbreken van de pensioenen van de werknemers in de publieke sector, travail intérimaire à durée indéterminée – allez le MR et le cdH! –, honderden miljoenen besparen op onze gezondheidszorg en publieke diensten, non-indexation des allocations sociales, afschaffing van de nachtpremies tussen 20 uur en middernacht – N-VA, daar gaan jullie allemaal voor! –, attaques violentes contre les travailleurs malades et sans emploi, suppression de l'interdiction du travail du dimanche, maatregelen om het sociaal protest de mond te snoeren – Vooruit, willen jullie daarvoor gaan? Komaan, zeg! – en lachwekkend kleine bedragen voor de superrijken.
Chers collègues, les travailleurs sont en colère avec de telles mesures.
Il y aura plein de monde le 13 février à Bruxelles. Et vous avez les chocottes! Bien sûr, regardez l'arrogance de la droite!
Les militaires belges demandent du respect. Leur métier n'est pas reconnu comme pénible par le MR. N'avez-vous pas honte, monsieur Ducarme? N'avez-vous pas honte de ne pas avoir du respect pour les militaires? Ils demandent le droit de dénoncer le fait que vous voulez les faire travailler plus longtemps, pour moins de salaire. Monsieur Ducarme, vous devriez avoir honte! Ils doivent bosser 24 heures pour gagner 12 heures de salaire! Êtes-vous d'accord avec cela? C'est incroyable! Et au lieu de les respecter, le MR veut leur interdire d'exprimer leur voix, d'exprimer leur désaccord avec votre mesure de mépris! Moi je dis qu'ils ont le droit de manifester le 13 février à Bruxelles et ils seront nombreux!
Madame la ministre, pouvez-vous garantir que ce droit est donné à tous les travailleurs belges? Pouvez-vous garantir que le droit est donné aux militaires de dire au MR et aux Engagés qu'ils ne veulent pas de leur plan de pension?
Theo Francken:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO Mark Rutte deed volgende uitspraken: "Verhuis naar Nieuw-Zeeland of leer Russisch spreken." We horen alle dagen alarmsignalen alom over hybride oorlogvoering, over de vele cyberaanvallen – met de commissie bezochten we gisteren het Cyber Command – , over sabotageacties – gisteren werd een schip in Het Kanaal tegengehouden door de Britten op basis van een mogelijke sabotage- of spionageactie van een Russische schaduwvloot –, de melding van Donald Trump om 5 % van het bbp aan de NAVO te spenderen terwijl Rutte spreekt over 3,5 %.
In België is de situatie redelijk dramatisch. We kregen het nieuws van de Piranha's met de scheurtjes, van de kanonnen die tot het einde van het jaar niet inzetbaar zijn. We hebben het verhaal van de Pandur en het verhaal van het budget, met een daling van 1,29 %, terwijl de hele wereld investeert in defensie. De daling van het defensiebudget is onverantwoord en de situatie is zeer ernstig: geen zware kanonnen, geen zware artillerie, geen drones – dankzij de resolutie van Peter Buysrogge komt er na jaren werk eindelijk bewapening op onze drones – en geen luchtafweergeschut. Onze Belgische strijdkrachten zijn niet klaar voor de toekomst en er moet dringend meer geïnvesteerd worden.
Mevrouw de minister, wat doet u? U neemt de beslissing om te gaan betogen tegen de volgende regering, die er nog niet is, en haar pensioenplannen, die er nog niet zijn. Ik begrijp dat u inzit met het pensioenstelsel van de militairen, ik zit er ook mee in. Het is belangrijk dat we onze militairen goed omkaderen, een goed statuut geven, maar na vele jaren van stilstand moet er over die harmonisering van de pensioenstelsels ook gesproken kunnen worden.
Mevrouw de minister, uw beslissing voor die dienstvrijstelling is niet genomen binnen de regering. Wat zult u doen en wat is uw standpunt in de regering morgen op de (…).
Annick Ponthier:
Mevrouw de minister, op 13 februari wordt opnieuw een manifestatie georganiseerd ter bescherming van de openbare diensten. Tussen de manifestanten zullen net als vorige keer vele militairen zitten. De pensioenplannen van de onderhandelende arizonapartijen hangen hen immers als een zwaard van Damocles boven het hoofd. De pensioenleeftijd zou opgetrokken worden en ze zouden beduidend langer moeten werken voor een gevoelig lager pensioenbedrag. De tweede pensioenpijler wordt hen ontzegd en gedurende de loopbaan zijn de omstandigheden van die aard dat een militair voor veel gepresteerde uren, in opdracht of op training, niet vergoed wordt. Als de plannen zoals ze nu voorliggen worden uitgevoerd, hoeft het dus niet te verbazen dat het geduld van de militairen met hun gekende can-domentaliteit langzaam maar zeker op geraakt.
Het Vlaams Belang heeft het volste begrip voor de militairen die zich verzetten tegen deze plannen en hun stem willen laten horen, maar in plaats van een algemene dienstvrijstelling aan te kondigen, had uw partij de militairen de voorbije decennia misschien beter wat meer versterkt.
Dat er nu tussen de uittredende vivaldiregering en de onderhandelende arizonapartijen politieke spelletjes worden gespeeld op de kap van onze militairen is voor ons totaal onaanvaardbaar. Mevrouw de minister, het blijkt overigens over een eenzijdig genomen beslissing te gaan, want de inkt van uw persbericht was nog niet droog of u werd al teruggefloten door premier De Croo.
Mevrouw de minister, ik heb maar een vraag voor u: hoe verantwoordt u uw keuze?
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, eerst en vooral, welkom terug. Het is een tijdje geleden dat we u hier hebben gezien. Het is ook een tijdje geleden dat u aanwezig bent geweest in de commissie voor Landsverdediging. Gelukkig is die commissie niet blijven stilzitten en is zij wel blijven werken. Ik had u bijna als vermist opgegeven, maar ik heb u gelukkig teruggezien op de betoging. Ik heb vernomen dat u mee hebt betoogd. Hier was u dus niet.
Vorige week heb ik de boodschap gebracht dat de Russen aanwezig zijn in onze Noordzee. Er bevinden zich bijzonder veel Russische schepen in de Noordzee voor onze Belgische kust. De NAVO bombardeert ons ondertussen met oproepen om ons deel te doen binnen de NAVO-instelling en onze defensie-uitgaven fors op te krikken.
Men zou denken dat dat voer genoeg was voor een debat met de minister van Defensie, maar het bleef muisstil. Nee, uw enige antwoord op alle problemen waarmee onze Defensie momenteel kampt, is een algemene dienstvrijstelling voor heel het leger. Op 13 februari heeft het land volgens u blijkbaar geen leger nodig. Nee, u hebt het leger nodig om te gaan betogen.
Mevrouw de minister, ik hoop dat u beseft dat u onze militairen inzet voor politieke spelletjes. Welk signaal denkt u nu immers te geven aan de bevolking? U geeft het leger een dagje verlof, u maakt zich snel nog even populair op het moment dat u in de oppositie moet duiken. Hoe denkt u dat dat internationaal wordt bekeken? Hoe denkt u dat de NAVO naar ons kijkt? Denkt u nu echt dat de bevolking en onze militairen dat politieke spelletje niet doorzien?
Ik heb maar een vraag voor u, mevrouw de minister. Hoe haalt u het in uw hoofd om in lopende zaken op zo’n platte manier aan zelfbediening te doen?
Philippe Courard:
Madame la ministre, je m'étonne quelque peu de voir le désarroi de certains partis par rapport à une décision qui, somme toute, semble évidente. Nous vivons une situation particulière. Nous sommes bientôt prêts à inaugurer le gouvernement qui va faire le plus mal dans l'histoire de la Belgique. Il va s'attaquer aux pensions, aux malades, aux plus faibles, et il va surtout s'attaquer à la classe moyenne, cette classe moyenne auprès de laquelle on a fait beaucoup de publicité pendant la campagne électorale. Cette classe moyenne va bientôt savoir à quel point elle va être mangée, tellement son pouvoir d'achat sera différent de celui qui a été promis. Soyons patients quelques jours ou quelques semaines.
Mais on n'est pas là pour parler de cela, mais bien des militaires. Ces femmes et ces hommes, ce personnel de la Défense travaillent sans compter leurs heures et n'ont pas le même statut que les autres travailleurs parce que leurs missions sont spécifiques; ce sont des gens qui risquent leur vie et qui font des missions délicates. L'avenir ne s'annonce pas rose. Dès demain, les choses seront encore plus compliquées pour ce personnel. Comme l'a dit M. Francken et d'autres, il y a des échéances qui font peur. Et nous devrons, demain, pouvoir compter sur ces femmes et sur ces hommes.
Et que leur dit-on pour les encourager à poursuivre leur investissement, à poursuivre ce travail au service de notre pays, et à nous défendre? On leur dit: "Vous allez travailler dix ans de plus, comme tout le monde. Vous le méritez!" C'est scandaleux! Nous ne pouvons pas, au Parti Socialiste, accepter une telle attitude. C'est donc un minimum de permettre à ces femmes et à ces hommes de manifester, de crier leur désarroi, de vous rappeler ce qu'ils font et le service qu'ils rendent à la population. Cela ne changera probablement pas les choses, puisqu'il y a une majorité importante pour décider autrement. Je ne vois vraiment pas pourquoi on s'offusque ici de donner cette possibilité aux militaires.
Madame la ministre, cette manifestation va-t-elle créer un problème de sécurité collective? (…)
Ludivine Dedonder:
Geachte leden, de dienstontheffing is een reactie op een schriftelijke vraag van het VSOA-Defensie, dat de bezorgdheid bij het personeel van Defensie vertolkt over hun toekomst, hun gevoel niet te worden gehoord en de behoefte om naar hen te luisteren.
Ik heb op die vraag positief gereageerd na een zorgvuldige evaluatie van de impact op basis van een gedetailleerd advies van Defensie. In overeenstemming met het arbeidsreglement kan een dergelijke collectieve dienstontheffing door de minister van Defensie worden toegekend. Ik heb er ook over gewaakt dat de werking van ons departement gewaarborgd blijft. De essentiële missies voor de veiligheid van ons land worden uiteraard zonder enige onderbreking voortgezet. De beslissing kan ook worden herzien indien zich op nationaal of internationaal grondgebied een crisissituatie voordoet die het optreden van Defensie vereist.
Ik wil eraan herinneren dat een dienstontheffing elk personeelslid toelaat om een vrije dag te nemen. Dat geeft de vrijheid om zelf te kiezen en, indien gewenst, zijn of haar mening te laten horen zonder te staken.
Deze beslissing kadert volledig in mijn project van de voorbije jaren waarin ik het personeel, de drijvende kracht van elke organisatie, tot centrale prioriteit heb gemaakt. Door de sociale dialoog te herstellen en in overleg samen te werken, zijn we erin geslaagd om het departement weer een positief elan te geven. Dat heeft ongetwijfeld geleid tot een sterk toegenomen aantrekkingskracht, zoals blijkt uit het recordaantal sollicitanten en een percentage van ontslagen op eigen vraag dat tot de laagste op de arbeidsmarkt behoort. Naar aanleiding van die bezorgdheden, met name de optrekking van de pensioenleeftijd en de verlaging van het pensioenbedrag, heb ik al een aantal Kamervragen kunnen beantwoorden. Ook ik ben bezorgd.
Le régime préférentiel de pension des militaires s'explique par la nature même de leur métier et par un régime de travail unique. Qui, aujourd'hui, accepte d'être disponible 24 heures en étant rémunéré la moitié? Qui accepte de limiter ses droits civiques? Qui accepte d'être envoyé à tout moment dans des régions instables au risque de sa vie et de passer des mois loin de sa famille pour garantir notre sécurité à toutes et tous? Ce régime préférentiel de pension est l'engagement que l'État a pris pour compenser ces sacrifices individuels et familiaux, pour apurer la dette qu'il a envers les hommes et femmes de la Défense.
Si vous touchez au régime de pension sans adapter les conditions de travail, vous vous retrouverez inévitablement devant des difficultés sur le plan de l'attrait et face à des démissions, donc confrontés à un problème d'opérationnalité qui compromettra la sécurité de notre pays et de nos concitoyens. Si je sors quelque peu du cadre de vos questions, c'est pour vous montrer que les préoccupations ne sont certainement pas que d'ordre individuel ou de confort personnel, mais qu'elles portent bien sur des enjeux de sécurité nationale dans un contexte où l'on a besoin, plus que jamais, de se sentir protégés.
Je tenais également à vous dire que, selon moi, bien gouverner un pays revient à prendre des décisions adaptées, tout d'abord en écoutant et en entendant pour mesurer la portée des choix que l'on prendra. Aujourd'hui, je fais le désolant constat d'une divergence de vues politiques quant à ce droit à la liberté d'expression dans le chef du personnel de la Défense. J'ai reçu un courrier du premier ministre, auquel je répondrai bien évidemment. Quant à l'avis demandé aux services de la Chambre, j'en prendrai connaissance lorsqu'il sera disponible.
C'en est manifestement devenu une affaire d' État. Ma réponse positive à la demande de dispense qui m'a été adressée traduit ma compréhension des inquiétudes du personnel, que j'ai toujours soutenu et défendu, et, fidèle à mes valeurs, mon choix de les laisser, s'ils le souhaitent, exprimer leur voix dans le respect de la dignité – avec l'espoir, surtout, qu'ils soient entendus. Je me dis que tout l'arsenal politique et juridique qui est déployé aujourd'hui pour m'obliger à retirer cette dispense et, ainsi, empêcher, tant que faire se peut, le personnel de (…)
Denis Ducarme:
Ce qui se passe est assez grave sur le plan démocratique, parce que vous explosez le devoir de réserve lié au fait que vous êtes ministre démissionnaire. Vous utilisez les moyens mis à disposition par l' É tat pour porter, alors que vous êtes ministre démissionnaire, une politique d'ordre partisan.
Regardez les visages de vos collègues parlementaires du Parti Socialiste. Regardez-les, ils sont vraiment impatients que vous les rejoigniez sur les bancs de l'opposition socialiste. Mais allez-y! Là, vous pourrez défendre vos convictions! Comme ministre, vous avez un devoir de réserve.
Soyons très clairs: si vous n'avez pas retiré votre disposition dans les 24 heures, le Mouvement Réformateur demandera votre démission.
Franky Demon:
Mevrouw de minister, collega's, op dit moment wordt volop onderhandeld, ook over de pensioenen. Uiteraard hebben wij respect voor de pensioenrechten van de hardwerkende mensen, onze partij is daar absoluut heel gevoelig voor. Wij zullen daarvoor tot op het laatste moment vechten, weliswaar aan de onderhandelingstafel.
Militairen hier misbruiken voor politieke doeleinden zal ons zeker en vast niet helpen. Er zal bespaard moeten worden en dat zal niet aangenaam zijn, maar wij hebben hier begrip voor de militairen. Wij luisteren naar hun bezorgdheden. We zijn er zeker van dat zij het land dienen vanuit een engagement. Wij vragen dan ook om respectvol met hen om te gaan.
Raoul Hedebouw:
Maar enfin! Die nota's zijn uitgelekt en bevatten een hele lijst aanvallen tegen de werkende klasse in België, maar de werkende klasse zou niet mogen reageren? Keigrote aanvallen tegen onze militairen, die langer zullen moeten werken voor minder pensioen, maar die militairen zouden allemaal moeten zwijgen? Waar is jullie respect?
Mijnheer Francken, hoe durft u? Militairen gaan op missie en werken hard, maar voor de N-VA is dat blijkbaar geen probleem: steeds langer werken en een lager pensioen. Ze zouden bovendien allemaal moeten zwijgen. Hoe durft u het zwijgen op te leggen aan de militairen? Hoe durven jullie hen dat recht te ontnemen? Zij zullen zelf wel beslissen of ze opdagen voor een betoging.
Zijn jullie misschien bang, zitten jullie met de peut bij de N-VA, bij alle rechtse partijen? Zijn jullie bang dat er duizenden en duizenden mensen in Brussel zullen betogen? Wel, jullie hebben gelijk, want op 13 februari zullen tienduizenden mensen in Brussel zeggen: no way met die antisociale maatregelen van Arizona!
Theo Francken:
Mevrouw de minister, ik merk heel veel testosteron op in de zaal, langs alle kanten. Dat is interessant. De neuronen ontploffen.
Mijnheer Hedebouw, ik zit niet met de peut , helemaal niet. Ik vind dat militairen absoluut moeten kunnen zeggen dat ze niet akkoord gaan met iets; daarover gaat het niet. Het gaat over het feit dat bijna 200 jaar geleden werd afgesproken dat militairen niet kunnen staken. Dit wordt nu omzeild door de PS, op een in mijn ogen laaghartige manier. Het gebeurt vlak voor het einde van de periode, net voor een nieuwe ploeg begint, met een regeerakkoord waarin rekening wordt gehouden met die bekommernissen, mevrouw de minister. U zult het nog zien, wij zullen met een akkoord komen dat wel degelijk die evenwichten bewaart, maar dat ook een stuk hervormend en ambitieus is.
Ik heb absoluut respect voor onze militairen. Moeten ze zich kunnen uitdrukken? Absoluut, met heel veel plezier. Maar we moeten wel respect hebben voor het feit dat dit al 200 jaar zo is.
Mevrouw de minister, hetgeen u hebt gedaan (…)
Annick Ponthier:
Mevrouw de minister, de socialistische bazen blijven verbazen. Defensie wordt al decennia uitgekleed en uitgemolken, niet het minst door uw eigen partij, de PS. Net voor het doek valt over Vivaldi lijkt u nu plots een finaal slotspektakel te willen opvoeren. In tijden van enorm uitdagende geopolitieke spanningen is dat onverantwoordelijk.
Ik benadruk hier nogmaals dat het Vlaams Belang de bekommernissen en bezorgdheden van onze militairen ten volle deelt.
Voor de onderhandelende partijen heb ik nog volgende boodschap. Het militair beroep is zeer specifiek. De aantrekkelijkheid van dat beroep staat enorm onder druk en verdient daarom alle aandacht. Militairen staan dagelijks klaar voor onze veiligheid, op gevaar voor eigen lijf en leden. Zorg ervoor dat zij recht hebben (…)
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, u bent nu nog altijd verantwoordelijk voor de werking van ons leger. U bent nog steeds minister van Defensie, maar nu gedraagt u zich als een vakbondsmilitante. Terwijl Rusland in onze Noordzee aanwezig is, terwijl ons militair materieel met haken en ogen aan elkaar hangt, misbruikt u uw functie in lopende zaken, misbruikt u onze militairen, voor een zaak: pure populistische zelfbediening.
Ik heb zeer veel respect voor onze militairen. Ik heb zelfs respect voor hun bezorgdheden. Maar wat u vandaag doet, is cliëntelisme van de bovenste plank. Shame on you .
Philippe Courard:
Madame la ministre, merci. Merci pour tous les efforts que vous avez faits pendant cinq ans pour favoriser le déploiement du personnel militaire et civil. Dix mille personnes ont été engagées, c'est du jamais vu. On doit saluer ces efforts mais, comme cela a été dit, examiner le problème. Est-ce grave, sur le plan démocratique? Oui, c'est grave, d'empêcher les militaires de s'exprimer. C'est grave d'empêcher des Belges de pouvoir partager les difficultés, de s'opposer à des choses inouïes qui vont nuire gravement à la sécurité et à la paix. L'Arizona veut mitrailler le statut de nos militaires. Nous ne l'accepterons pas et nous serons aux côtés des militaires, vous pouvez compter sur le Parti Socialiste.
De door TreinTramBus voorgestelde oplossing voor de overvolle treinen tussen Antwerpen en Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet erkent het onacceptabele overbezette treinen op Brussel-Antwerpen door prioriteit voor internationale verbindingen, belooft korte-termijnoplossingen (meer materieel, maximale capaciteit) na overleg met NMBS, maar waarschuwt dat bezuinigingsplannen van de volgende regering (N-VA) de crisis verergeren. Gielis (CD&V) eist onmiddellijke actie, wijst op structurele verwaarlozing van pendelaars ten voordele van internationale reizigers, en kaart lokaal protest (o.a. Mortsel) aan als bewijs van falend beleid, met scherpe kritiek op gebrek aan concrete stappen.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, er is een probleem, een groot probleem. Een op de vier treinen tussen Brussel en Antwerpen is geschrapt omwille van een nieuwe internationale verbinding. Ik word dagelijks bestookt met mailtjes, foto’s, filmpjes en WhatsAppberichtjes van reizigers in overvolle treinen. Deze mensen begrijpen niet waarom er minder en kortere treinen rijden. Zij vragen zich luidop af of ze nu echt weer de auto moeten nemen om de files te trotseren. TreinTramBus wees er in een persbericht zelfs op dat er dagelijks mensen achterblijven op onze perrons: “De NMBS drijft reizigers tussen Antwerpen en Brussel tot wanhoop.”
Mijnheer de minister, ik naam van de duizenden gedupeerde reizigers vraag ik u en eis ik zelfs van u om op korte termijn een oplossing te vinden. Voor cd&v is er immers één zaak glashelder: het is onaanvaardbaar dat internationale reizigers voorrang krijgen op binnenlandse pendelaars, studenten en senioren. Wij moeten die voorrangsregels durven aanpassen. Ik heb u in december hier al deze vraag gesteld. U gaf toen niet echt een concreet antwoord, maar dat verwacht ik vandaag wel.
Wat zult u doen om dit op korte termijn zo snel mogelijk opgelost te krijgen?
Georges Gilkinet:
Mevrouw Gielis, ik ben me zeer bewust van de overbezetting op de lijn Antwerpen-Brussel, zoals aangekaart door TreinTramBus. Dat is onaanvaardbaar voor de betrokken reizigers, die soms letterlijk in de kou blijven staan of die in omstandigheden moeten reizen die absoluut niet comfortabel zijn.
De NMBS heeft zich vanmorgen bij hen verontschuldigd en ik sluit me daarbij aan, want dit is het tegenovergestelde van het doel waar ik vier jaar naartoe heb gewerkt, namelijk de reisomstandigheden van de treinreizigers verbeteren. Wie voor de trein kiest, moet een zitplaats hebben. Dat is simpel.
Als we structurele oplossingen voor het spoor willen, zoals een betere dienstverlening, kan dat alleen met respect voor de doelstellingen van het nieuwe beheerscontract en op voorwaarde dat de volgende meerderheid het contractueel vastgelegde investeringsritme behoudt. Dat is niet exact wat de arizonaregering voorbereidt. Jullie plannen dreigen te leiden tot nog veel meer reizigers in de kou.
U weet dat ik niet helemaal tevreden was met het nieuwe vervoersplan van de NMBS, vooral met betrekking tot het aantal treinen tussen deze twee grote steden. We hebben daarover moeilijke gesprekken met de NMBS gehad. De legitieme eis van veel reizigers en reizigersorganisaties voor de trajecten tussen Antwerpen en Brussel is opnieuw onderwerp van het overleg dat ik de komende dagen met de directie van de NMBS zal hebben.
Ik verwacht nu van de NMBS een snelle en adequate oplossing, in het bijzonder met betrekking tot het beschikbare materieel op deze lijn. De maximale capaciteit moet worden gegarandeerd. Ik zal dit op de voet volgen. Daar kunnen u en de betrokken reizigers op rekenen.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik onthoud vooral uit uw antwoord dat u het in de tijd zult verschuiven, dat u het op de voet zult volgen en dat ik hier op deze plaats niet meer moet komen pleiten. Dan ga ik u enkele boodschappen meegeven, die u hopelijk goed in het achterhoofd houdt. U weet dat uw zusterpartij Groen in Vlaanderen één burgemeester heeft, namelijk in Mortsel. Uitgerekend daar zien we al maanden protest tegen de vernieuwde dienstregeling. Misschien kunt u naar hem eens een telefoontje plegen om na te gaan wat er precies scheelt. Tot slot, ik verweet u enkele weken geleden dat u ernaar staat te kijken als een koe naar een trein. Vandaag stel ik vast dat de reizigers in onze treinen opgesloten zitten als sardientjes in een blik. Ik verwacht van u op korte termijn veel meer actie.
Het vredesproces in het Midden-Oosten
Het akkoord over een staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het mogelijke staakt-het-vuren in Gaza
De onderhandelingen over een staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het akkoord over een staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas
Het mogelijke akkoord over een wapenstilstand in Gaza
Conflictontwikkelingen tussen Israël en Gaza.
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na 15 maanden bloedige oorlog tussen Israël en Hamas, met 46.000+ doden in Gaza en 1.200 Israëlische slachtoffers op 7 oktober, brengt een fragiel staakt-het-vuren hoop: 33 gijzelaars zouden vrijkomen, humanitaire hulp kan Gaza bereiken, en het geweld pauzeert—mits Israël het akkoord (nog niet officieel goedgekeurd) nakomt. Kernpunten: De humanitaire crisis (honger, verwoeste infrastructuur, 80% kinderslachtoffers) eist onmiddellijke hulp via UNRWA (waar Israël sancties tegen overweegt), terwijl politieke druk nodig is om een duurzame tweestatenoplossing af te dwingen—met erkenning van Palestina, sancties tegen Israël (om oorlogsmisdaden te bestraffen) en internationale rechtszaken (ICC/IGH) als sleutelvragen. België’s rol: Steun aan UNRWA, diplomatieke druk (o.a. via EU), maar geen concrete sancties of Palestijnse erkenning—wat kritiek uitlokt op dubbele standaarden (vs. Rusland/Oekraïne). Vrede blijft hypothetisch zonder politieke oplossing; het akkoord is een adempauze, geen eindpunt. Scherpe tegenstellingen: Sommigen eisen genocidestop en straf voor Netanyahu, anderen benadrukken Israëls veiligheidsrecht—maar alleen een tweestatenmodel biedt perspectief, mits extremisme aan beide kanten wordt ingetoomd.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, enfin une lueur d'espoir après 15 mois d'horreur. Chers collègues, il y a 15 mois, les attaques barbares du Hamas et du Jihad islamique sur le territoire d'Israël semaient l'effroi dans le monde entier. Près de 1 200 personnes ont été sauvagement tuées, des femmes, des jeunes, des enfants; les terroristes se vantant face caméra de les avoir torturées, exécutées parce qu'elles étaient juives. Il y a 15 mois, les terroristes emmenaient dans la bande de Gaza 251 otages. Le Hamas et le Hezbollah libanais pilonnaient l'État hébreu. Ensuite, ce fut au tour des Houthis du Yémen. Tous les bras armés de l'Iran.
Les attaques du 7 octobre ont entraîné un embrasement régional et une riposte impitoyable de l'armée israélienne, soutenue par les États-Unis. Une riposte que le Hamas savait effroyable, vu le nombre de dommages collatéraux. Et c'est en cela que le groupe terroriste a enfermé la population de Gaza dans une impasse mortifère.
Il s'en est suivi une guerre effroyable, avec des tirs quotidiens de roquettes d'un côté et des bombardements de l'autre. Depuis, des dizaines de milliers de Palestiniens, dont là encore des femmes et des enfants innocents, ont péri dans la bande de Gaza. Avec cette question, jusqu'ici sans réponse: quand va s'arrêter cette folie meurtrière? Quand les otages seront-ils libérés?
Après 15 mois d'horreur, un accord de cessez-le-feu a donc été annoncé hier soir. Mon groupe s'en réjouit, bien entendu. Cet accord doit constituer un tournant, un espoir – avouons-le, à ce stade, hypothétique et précaire puisqu'il n'a pas encore été officialisé.
L'ensemble de la communauté internationale doit redoubler d'efforts en ce sens. Tout est à reconstruire, tout est à construire entre Israéliens et Palestiniens qui n'ont qu'un seul destin: vivre côte à côte, pour que la paix soit juste et durable.
Cela m'amène à mes questions, monsieur le ministre. Que pouvez-vous nous dire concrètement de cet accord et de cette garantie? Il est prévu que 33 otages soient libérés. Qu'en sera-t-il des autres?
Vu la situation complexe dans laquelle se trouve l'UNRWA, comment va s'organiser l'aide humanitaire cruciale dans la bande de Gaza?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, “we wenen en we vieren”, dat zijn de gemengde gevoelens op het terrein, of beter gezegd het slagveld. Er is hoop en opluchting over een potentieel staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas. Er is hoop op dagen van minimale menselijkheid na 15 maanden van bloedvergieten. Er is op hoop op een leven zonder honger, zonder bombardementen en zonder drones, hoop op basiszorg voor fysieke en mentale wonden, hoop voor de gijzelaars dat zij hun familie weer in de armen kunnen sluiten. De uitdagingen blijven echter immens. Israël moet het akkoord nog goedkeuren en het rommelt vandaag in de regering-Netanyahu.
Voor ons en voor de grote internationale gemeenschap is het duidelijk: het verwoesten van mensenlevens moet stoppen. Honderden vrachtwagens met humanitaire hulp moeten Gaza kunnen binnenrijden. Een heropbouw is nodig, zonder dat Gaza weer een openluchtgevangenis wordt. Dat is wat België vraagt en wat cd&v al jaren vraagt.
We moeten echter waakzaam blijven. Er is een potentieel akkoord, maar dit mag geen voorwendsel zijn om met de zegen van president-elect Trump extremisten in die regering te paaien met nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Dat zou catastrofaal zijn voor een tweestatenoplossing en voor een duurzame vrede in de regio.
Komt er een adempauze? Komt er vrede? Komt er niets? We moeten alles in het werk stellen om dit akkoord in alle fasen ervan te ondersteunen. Hoe voorziet u dat? De Europese Unie heeft al 120 miljoen euro voorzien. Welke diplomatieke tussenkomsten voorziet u op de weg naar duurzame vrede?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister en collega’s, we horen het gejuich in de straten van Gaza en we zien vreugde met tranen. Na maanden van horror en verdriet is er eindelijk zicht op het staakt-het-vuren, maar de vraag is of er hoop is op een duurzaam akkoord. De reactie van Netanyahu vandaag is geen goed teken.
Gewone mensen zijn altijd het eerste slachtoffer in een conflict, maar zullen zij ook de eersten zijn die profiteren van het beëindigen van dat conflict? Die vraag is heel moeilijk te beantwoorden. De krantenkoppen zijn positief, maar als we verder lezen maken we ons toch zorgen, want Israël klaagt vandaag al dat Hamas de eerste afspraken niet nakomt en bovendien is er nog heel veel onduidelijkheid over de status van Noord-Gaza, waar velen verdreven zijn.
De wederopbouw is een werk van zeer lange adem. Hoe bouwt men iets op als er niets meer is? Hoe werkt men aan vrede als er zoveel spanning is? Cruciale vragen die enkel beantwoord kunnen worden met voldoende druk van de internationale gemeenschap. Het conflict had al lang moeten stoppen, want er was geen enkele reden om te blijven bombarderen, maar dat is het effect van extremen aan de macht.
Mijnheer de minister, wat Vooruit betreft kunnen de mensen in Gaza niet wachten. Zij hebben vandaag hulp nodig en morgen moet die heropbouw kunnen beginnen. België kan in beide een cruciale rol spelen. UNRWA staat klaar om te starten en om aan de slag te gaan.
Mijnheer de minister, hoe kunnen we garanderen dat de humanitaire hulp heel snel bij de mensen in Gaza terechtkomt?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, c’est un soulagement. Après 15 mois de génocide à Gaza, l’annonce d’un cessez-le-feu a été un soulagement pour les Gazaouis, parce qu’il y a déjà eu assez de morts. Plus de 46 000 morts, selon l’estimation la plus basse, sans parler des conséquences de la famine, du manque de médicaments et du blocage de l'aide humanitaire. Ce cessez-le-feu permettra de sauver ceux qui peuvent encore être sauvés. Par ailleurs, c'est également un soulagement car les otages israéliens et palestiniens seront libérés.
Cet accord a abouti avec l'arrivée de l'administration Trump aux États-Unis, ce qui démontre que les États-Unis peuvent arrêter le massacre en Palestine aujourd'hui, et qu’ils sont complices du génocide actuel, parce que quand ils décident que le massacre doit s'arrêter, ils l'arrêtent. Nous devons donc maintenir la pression sur les États-Unis et sur Israël.
Par ailleurs, cette trêve intervient aussi parce qu'Israël est de plus en plus isolé dans le monde. Il n'a jamais été aussi isolé qu'aujourd'hui, face à une mobilisation mondiale sans précédent. Ne soyons pas dupes: nous devons maintenir la pression, maintenir la mobilisation, parce qu'il y a toujours une occupation en Palestine, il y a toujours une colonisation. Ne faisons pas confiance au gouvernement d'extrême droite pour respecter un cessez-le-feu. S'il n'y a pas de pression, il ne le respectera pas. Nous maintiendrons la pression.
Monsieur le ministre, après 465 jours de génocide, la Belgique n'a toujours pas pris de sanctions contre Israël. Allez-vous mettre en place des sanctions pour maintenir la pression sur Israël, pour qu'il respecte le cessez-le-feu? Oui ou non, monsieur le ministre?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, dimanche 19 janvier, normalement, si tout se passe bien, les enfants de Gaza vont se lever sans crainte de se prendre une bombe sur la tête, et ce pour la première fois depuis de trop longs mois. Un cessez-le-feu à Gaza semble imminent, même si ce n'est pas totalement clair. Cette trêve annonce la fin des bombardements, la libération d'otages et de prisonniers palestiniens. Nous n'y croyions presque plus et, pour la première fois depuis longtemps, une lueur d'espoir est apparue pour les populations civiles massacrées.
Cependant, la situation humanitaire à Gaza reste désastreuse, avec près de 60 000 morts selon certaines estimations, des infrastructures détruites à 80 %, un système de soins de santé à l'arrêt, des milliers d'enfants traumatisés et amputés, une population déplacée mourant de froid et de faim. Le territoire gazaoui est à genoux. L'un des enjeux actuels est de garantir un accès humanitaire immédiat et inconditionnel à Gaza, en soutenant notamment des organisations comme l'UNRWA.
Ce cessez-le-feu apporte un soulagement, mais il ne peut en aucun cas servir de totem d'impunité. Nous ne cesserons de demander justice pour les dizaines de milliers de Gazaouis massacrés sous les bombes, dans un déchaînement de violence aveugle orchestré par le gouvernement d'extrême droite de Benyamin Netanyahu. Cette barbarie ne peut rester sans réponse ni sans conséquences.
Monsieur le ministre, envisagez-vous de soutenir une enquête internationale sur les crimes de guerre et les crimes contre l'humanité, ainsi que sur les accusations de génocide contre le gouvernement israélien, afin que les responsables soient traduits devant la justice?
Quelles garanties demandez-vous à l' É tat d'Israël pour que cette trêve ne soit pas seulement une pause temporaire, mais un premier pas vers un processus durable de paix et de justice?
L'un des enjeux des prochains jours sera aussi de sortir de Gaza les milliers de blessés graves pour qu'ils puissent être soignés. La Belgique accueillera-t-elle des blessés, comme elle a pu le faire par le passé?
Comment comptez-vous agir aux côtés de vos partenaires européens et internationaux pour reconstruire Gaza dans les vingt à trente prochaines années – car c'est bien le temps qui sera nécessaire pour sa reconstruction – et permettre aux Palestiniennes et Palestiniens de vivre dans la dignité après ces destructions massives?
Et puis, la Belgique va-t-elle enfin reconnaître l' État palestinien, comme nous le demandons depuis longtemps?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, j'aimerais y croire. L'accord de cessez-le-feu signé hier entre Israël et le Hamas est peut-être un vrai signal d'espoir. On entrevoit, en tout cas, une lueur.
J'ai vraiment une pensée pour les plus de 47 000 victimes, dont plus de 13 000 enfants. Treize mille enfants ont été assassinés, tués. J'ai une pensée pour toutes ces femmes, qui doivent aussi aujourd'hui scruter les heures qui viennent pour voir si cet accord sera respecté car il reste fragile. On a dénombré 73 morts ce matin dont une vingtaine d'enfants encore.
Gaza est complètement détruite et 1,9 million d'habitants, soit 90 % de la population, ont été déplacés. Le cessez-le-feu doit permettre une aide humanitaire massive, une aide médicale d'urgence. Cette trêve est donc un premier pas vers une paix durable qui doit être l'objectif. Car oui, monsieur le ministre, les Palestiniens devraient avoir droit à s'alimenter. Oui, ils devraient avoir droit à boire de l'eau potable. Oui, ils ont des droits en matière de sécurité, de soins médicaux et d'éducation; 95 % des écoles ont été détruites à Gaza. Ils ont droit au logement. Ils devraient avoir le droit de se déplacer librement. Ils devraient avoir le droit, enfin, d'envisager une vie en paix et en sécurité.
Ce dont nous avons besoin, monsieur le ministre, et en particulier les Palestiniens, c'est d'un véritable accord de paix pour que deux É tats reconnus vivent en paix. Israël a le droit de vivre en paix, la Palestine également.
Monsieur le ministre, comment comptez-vous soutenir le retour à la table des négociations afin d'imposer le silence des armes, définitif et sans conditions? Quand la Belgique reconnaîtra-t-elle enfin la Palestine?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, c'est effectivement un moment de soulagement. C'est le soulagement de voir que des familles vont être recomposées, que des prisonniers vont être échangés, que des enfants et des adultes innocents vont cesser de mourir.
C'est aussi – vous ne m'empêcherez pas de le penser – un moment d'amertume, parce que le plan que l'on voit est en fait le plan Biden, qui, depuis huit ou neuf mois, aurait pu être concrétisé. Et il a fallu la main de Trump, celle qui menace plus vite qu'il ne parle, pour que même les plus extrémistes décident qu'il était temps de signer un accord.
Mais c'est un moment de prudence aussi. J'entends déjà certaines voix dire que c'est un accord provisoire. Et c'est ma première question. Quelles sont les garanties que vous, l'Europe, les États-Unis pouvez apporter pour que ce ne soit pas du provisoire? C'est de la prudence parce qu'on est au début du chemin. Or celui-ci sera très long et très compliqué. Comment la Belgique et l'Europe peuvent-elles faire entendre leur voix?
Et, en même temps, c'est une occasion. C'est une occasion qu'il faut saisir pour restabiliser ce Moyen-Orient qui est déstabilisé depuis trop longtemps, et pas depuis la guerre, pour qu'effectivement une solution à deux États – je vous le dis comme je le pense – puisse exister. Quelle sera la voix de la Belgique et de l'Europe, monsieur le ministre? Voilà les questions, en ce moment à la fois peut-être opportun mais toujours prudent, que je voulais vous poser.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, gisteren was er veel opluchting, want er zou eindelijk een staak-het-vuren komen tussen Israël en Hamas. Dat zal hopelijk een einde maken aan het gruwelijke geweld in Gaza. Er vielen al 46.000 doden, er zijn 110.000 gewonden en 100.000 Palestijnen zijn op de vlucht en dakloos. De kinderen lopen daar in de winter verweesd op hun blote voeten door het puin na een zoveelste bominslag.
De wereld wil dat dit ophoudt, maar minder dan 24 uur later staan er alweer grote vraagtekens bij dit akkoord. Opnieuw voerde Israël afgelopen nacht immers zware bombardementen uit. Opnieuw werden 70 mensen gedood, waaronder 20 kinderen. Netanyahu dreigt op dit moment al terug te krabbelen en dat moet ons zorgen baren. Israël heeft zich immers al 15 maanden lang niets aangetrokken van het internationaal en humanitair recht. Er waren aanvallen op burgers, op scholen en op ziekenhuizen. Daar is dus een genocide aan de gang en wie dat niet wil zien is stekeblind. Israëlische ministers zetten immers aan tot geweld, herleiden Palestijnen tot ongedierte en hongeren hen bewust uit. Er zijn veel te veel pijnlijke bewijzen. Zelfs het staak-het-vuren tussen Israël en Hamas kan nooit een reden zijn om dit onbestraft te laten. Daarvoor is Israël veel en veel te ver gegaan.
Ik heb dan ook een aantal vragen, mijnheer de minister.
Welke initiatieven zal onze regering nemen om de inwoners van Gaza te ondersteunen? Hoe zullen we helpen bij de heropbouw van huizen, ziekenhuizen en scholen?
Zal ons land ook pleiten voor onderzoek naar de mogelijke oorlogsmisdaden? De Belgische regering heeft al een hele tijd geleden beslist om tussen te komen in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Mijnheer de minister, waar blijft die tussenkomst?
Bernard Quintin:
Mesdames et messieurs les députés, comme vous l'avez tous dit, "enfin" – je crois c'est le mot qui convient – une lueur d'espoir au Moyen-Orient. Het werd tijd . L'annonce faite hier par le Qatar, l'Égypte et les États-Unis de la conclusion d'un accord entre le Hamas et Israël sur un cessez-le-feu est une étape cruciale. En effet, le gouvernement israélien doit certes encore l'approuver officiellement, mais il est difficile d'imaginer qu'il en soit autrement. Monsieur De Maegd, la première phase sur trois, celle du cessez-le-feu provisoire, doit commencer ce dimanche avec la libération d'un premier groupe d'otages. Nous nous réjouissons tous qu'ils puissent retrouver les leurs.
Dat er een einde komt aan een verwoestende oorlog die 15 maanden duurde, is geweldig nieuws voor Palestijnen en Israëli's die vrede willen. We kunnen ons wellicht niet voorstellen hoezeer Israëli's en Palestijnen snakken naar vrede, rust en perspectief.
Monsieur Boukili, cet accord reprend en effet la structure du plan Biden présenté en mai dernier. Il comprend trois étapes dont les détails doivent encore être négociés.
Comme je le disais, la première phase doit commencer ce dimanche pour une durée de six semaines. Cette première étape, attendue de longue date, permettra de faire taire les armes, de mettre fin à la violence et d'assurer une distribution sûre et effective d'une importante aide humanitaire. Je vous rejoins, monsieur Crucke, ce ne sera pas un long fleuve tranquille.
Madame Van Hoof, un travail diplomatique important reste encore à accomplir pour nous tous. J'en parlerai avec mon homologue égyptien – qui est d'ailleurs l'un des architectes de l'accord – quand je le recevrai à Bruxelles lundi prochain, le 20 janvier. Demain, je m'entretiendrai avec le premier ministre palestinien qui est à Bruxelles.
Nous le savons tous très bien, la situation humanitaire sur place est désastreuse et demande une réponse rapide et immédiate.
De VN-agentschappen en de ngo's bereiden zich voor om de humanitaire hulp op te schalen. Vannacht zouden al een aantal bijkomende trucks met humanitaire hulp toegelaten zijn. Het Wereldvoedselprogramma heeft hulp klaarstaan om drie maanden een miljoen mensen te voeden.
Un programme similaire de l'UNRWA est aussi en préparation. Madame Lambrecht, monsieur Aerts, cette organisation des Nations Unies est évidemment indispensable sur place pour venir en aide à la population locale, que ce soit pour l'aide humanitaire ou la scolarisation de plus d'un million d'enfants qui n'ont plus vu les bancs de l'école depuis deux ans.
Nous suivons d'ailleurs de près la prochaine entrée en vigueur des lois anti-UNRWA votées par la Knesset. Nous continuons à appeler le gouvernement israélien à ne pas les mettre en œuvre. Il n'y a pas d'alternative à l'UNRWA et aux Nations Unies! Les Nations Unies doivent être reconnues et respectées à tous les niveaux!
Madame Maouane, cette avancée positive annoncée hier ne doit pas éclipser la nécessité d'établir clairement les responsabilités pour tous les crimes commis. C'est d'ailleurs essentiel pour tracer un chemin vers une paix durable.
De verantwoordelijken voor de gruweldaden moeten worden gestraft. België heeft altijd gepleit voor de eerbiediging van het internationaal recht en het internationaal humanitair recht. België heeft altijd zijn volle steun betuigd aan het Internationaal Strafhof en het Internationaal Hof van Justitie.
Mijnheer Aerts, bij het Internationaal Hof van Justitie loopt een zaak van Zuid-Afrika tegen Israël. Zoals u weet zal België daaraan meewerken.
Chères députées, chers députés, vous l'avez compris, la Belgique appelle les parties à respecter cet accord et à le mettre en œuvre. C'est une chance unique, comme cela a été souligné par chacune et chacun d'entre vous, de mettre fin à 15 mois d'une guerre absolument terrible, avec un nombre incroyable de victimes innocentes.
Ce sera certes un défi. De nombreux points doivent encore être éclaircis afin de mettre fin de manière permanente aux hostilités et d'établir un horizon politique pour les Palestiniens, les Israéliens et cette région.
Monsieur Lacroix, notre pays soutiendra tous les efforts en vue d'une solution à deux États vivant côte à côte dans la sécurité et la paix, comme nous l'avons déjà fait. Vous vous rappellerez que ma prédécesseure a organisé, quelques jours avant la fin de son mandat, une deuxième conférence sur la solution à deux États, avec le Haut représentant de l’Union européenne pour les affaires étrangères et la politique de sécurité de l'époque, Josep Borrell. C'est en tout cas ce que nous souhaitons toutes et tous ici.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. J'exprime ici, au nom de mon groupe, le vœu que cet accord de cessez-le-feu voie le jour très rapidement et soit durable; le vœu que les otages puissent enfin retourner chez eux pour tenter, tant bien que mal, de surmonter la terrible épreuve qu'ils ont subie, et que les familles des otages décédés puissent entamer un très difficile travail de deuil; le vœu que la population palestinienne de Gaza, après 15 mois de guerre, puisse également être épargnée, secourue par une aide humanitaire cruciale, panser ses plaies et tenter de se construire un avenir légitime. Cet accord de cessez-le-feu marque un espoir après plus de 15 mois d'une guerre effroyable, qui a fait des dizaines de milliers de victimes.
Cependant, nous devons rester très prudents, chers collègues, cet accord ne marquera pas la fin des tensions. Un cessez-le-feu sans perspective politique sérieuse est la porte ouverte à la répétition des horreurs auxquelles on assiste depuis maintenant 75 ans dans cette région. Cet accord, enfin, ne doit pas, monsieur le ministre, nous détourner de l'objectif à long terme de l'instauration d'une paix juste et durable à Gaza, en Cisjordanie et en Israël.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het akkoord is inderdaad een eerste stap om het leed in Gaza te verlichten. Het is een sprankel hoop in het nieuwe jaar. Euforie is nog niet aan de orde. We hebben wel een constructieve houding nodig. Die houding hebt u daarnet ook uitgesproken. We hebben diplomatieke contacten in de komende dagen. Er wordt ook ondersteuning gegeven aan UNRWA om ter plaatse humanitaire hulp te verschaffen. We geven steun aan het Internationaal Gerechtshof en aan het Internationaal Strafhof. Dat zijn belangrijke stappen die België en de Europese Unie kunnen zetten.
We mogen ons echter niet gedragen als een olifant in een porseleinwinkel. Dat is het vandaag immers nog. Wij moeten waakzaam blijven. Dat betekent dat er geen communicerende vaten zijn. Als er een verdere escalatie is op de Westelijke Jordaanoever, moeten we nieuwe stappen durven zetten.
Onze partij denkt in dat verband ook aan een handelsverbod vanuit de nederzettingen naar de Europese Unie en naar België.
De stappen naar een duurzame vrede en een tweestatenoplossing zijn cruciaal, met een erkenning van Palestina. Laten we echter eerst starten met de menselijkheid.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. UNRWA is inderdaad onontbeerlijk en niet vervangbaar. Er zijn geen alternatieven.
De ellende voor de Palestijnen is nog lang niet voorbij. In Gaza en bij de familieleden van de gegijzelden heerst nu hoop. Op de Westelijke Jordaanoever is er echter niets veranderd. Er is daar geen enkel zicht op vooruitgang. Sterker nog, met de nieuwe president in de Verenigde Staten is het einde helemaal niet in zicht.
Iedereen in Europa moet een keuze maken. Voeren wij de druk verder op – die keuze meen ik uit uw antwoord te kunnen opmaken – of kijken we de andere kant uit?
Mijnheer de minister, voor Vooruit is het heel helder: er is nood aan duurzame vrede. Dat kan enkel, zoals u ook hebt aangegeven, door een tweestatenoplossing. Wij blijven daarvoor pleiten. Wij zullen daar hard voor blijven strijden.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous avez répondu à plusieurs questions, sauf une: les sanctions. Pourquoi pas de sanctions? Vous dites que la Belgique tient au respect du droit international. Alors, il faut être cohérent: quand ce droit international est violé, il faut sanctionner ceux qui le violent sinon cela n'a pas de sens de dire que la Belgique respecte le droit international.
Vous avez parlé d'une guerre atroce. Je rappelle que ce n'est pas une guerre mais un génocide, monsieur le ministre. C'est un génocide et ce n'est pas moi ou le PTB qui le disons: la Cour internationale de Justice a prévenu du génocide; la Cour pénale internationale a émis un mandat d'arrêt contre Netanyahu; l'ONU a fait un rapport sur le génocide; Oxfam a fait un rapport sur le génocide. Même le monde académique belge s'est mobilisé: 6 700 signatures dans le monde académique belge pour dénoncer le génocide et le manque de sanctions. Ils appellent à sanctionner Israël. Quand allez-vous bouger sur ce sujet? Si vous voulez être cohérent avec votre respect du droit international, il faut le faire parce que pour l'instant, c'est seulement du bla-bla.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Malheureusement, vous l'avez dit, à Gaza, le droit international a été réduit en poussière, emporté par les bombes. Netanyahu et ses complices doivent finir en prison comme les criminels de guerre qu'ils sont. Il ne faut pas oublier ce qui s'est passé. On n'oubliera pas les 300 journalistes tués, on n'oubliera pas la famine organisée, on n'oubliera pas les civils brûlés vifs, on n'oubliera pas le système hospitalier détruit, on n'oubliera pas les camps de réfugiés bombardés, on n'oubliera pas l'aide humanitaire bloquée, on n'oubliera pas le génocide perpétré. On continuera à se battre pour que justice soit rendue, que les criminels soient derrière les barreaux. On continuera à se battre pour que la colonisation s'arrête et pour que l'État de Palestine soit enfin reconnu.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse.
Je suis heureux, car je sens que notre pays est volontaire et qu'il soutiendra le processus des futures négociations. Je reste cependant inquiet quant au respect du droit international. Vous avez été clair. J'espère que le futur gouvernement Arizona le sera tout autant que vous et que vous resterez, le cas échéant, ministre des Affaires étrangères.
J'entends bien que la notion de crime de génocide à Gaza ne fait plus aucun doute. Six mille sept cents universitaires ont signé une lettre ouverte cette semaine, rappelant ce génocide et appelant à des sanctions. Vous avez été clair également sur le respect du droit international. Cela signifie que si on ne le respecte pas, on doit être sanctionné. Israël devra l'être. Il faudra par conséquent faire preuve d'une capacité de résister à toutes les pressions. Et j'espère qu'au sein de l'Arizona, vous parviendrez à vous mettre d'accord sur tout ce que vous avez dit aujourd'hui.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je tiens à le souligner, vous attestez de votre connaissance et de votre maîtrise du dossier. Les contacts que vous nouerez dans les prochains jours prouvent aussi que Bruxelles, ce petit pays qu'est la Belgique, et l'Union européenne ont un rôle à jouer. Je veux soutenir les démarches qui sont les vôtres.
Je pense qu'il ne faut pas se tromper. L' État d'Israël a droit à la reconnaissance de sa souveraineté et à la paix, mais les Palestiniens ont aussi le droit de vivre en paix. Donc, ce que je voudrais tant voir en réalité, pour ces deux États, et seule la constance de l'Union européenne permettra de le montrer, c'est que c'est la nuance qui apporte des solutions. Nous, Les Engagés, c'est aussi en ce sens que nous entendons soutenir votre travail.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, een constructieve houding is belangrijk als wij de inwoners van Gaza willen helpen, als we ervoor willen zorgen dat zij opnieuw humanitaire hulp krijgen en als we willen bijdragen aan de heropbouw aldaar. Daarvoor is er alleszins een staakt-het-vuren nodig. Komt dat er niet omdat Israël zich terugtrekt van de tafel en er de stekker uit trekt, dan moeten we fors reageren, zoals tegen Rusland, toen Poetin Oekraïne is binnengevallen. Dan moeten we het hele gamma aan maatregelen om Israël onder druk te zetten, uit de kast halen. Dan moeten we het Europees handelsakkoord met Israël stopzetten, de import van producten uit de bezette gebieden verbieden, de genocide aldaar politiek erkennen en ook de Palestijnse staat erkennen – ik heb de instemming van velen genoteerd –, want dat laatste blijft meer dan ooit van belang voor een duurzame oplossing voor het geweld in de regio.
De rellen op oudejaarsavond
De rellen in Brussel
De rellen in Brussel
Het geweld in de steden tijdens de oudejaarsnacht 2024
Stedelijke onrust oudejaarsnacht 2024
Gesteld door
VB
Ortwin Depoortere
N-VA
Maaike De Vreese
CD&V
Franky Demon
MR
Catherine Delcourt
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister), Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende oudjaarsrellen in Brussel, gekenmerkt door geweld tegen hulpdiensten, brandstichting en molotovcocktails, vooral door allochtone jongeren, met 70 verbrande auto’s en 1.758 politie-interventies. Critici (o.a. N-VA, Vlaams Belang) wijten het aan falend beleid, gebrek aan repressie, ouderlijk falen en multiculturele mislukking, en eisen strengere straffen, snellere vervolging, politiebewapening en nationaliteitsontneming voor recidivisten. De regering (De Croo, Verlinden) erkent de ernst van de situatie, benadrukt repressie (huisarrest, identificatie daders) én preventie (ouderlijke verantwoordelijkheid, sociale integratie), maar wijst op structurele oorzaken zoals normvervaging, marginalisering en falend opvoedingsklimaat. Ketenaanpak en samenwerking tussen lokale/federale overheden worden essentieel geacht, maar concrete oplossingen blijven vaag.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, collega's, nieuws is vluchtig en de gewenning is groot, ook voor de voorbije rellen, maar toch moeten we het debat daarover voeren. Er zijn daarvoor een aantal redenen. Ten eerste, het is ook dit jaar weer volledig uit de hand gelopen en nochtans waren de voortekenen al duidelijk. Sommige burgemeesters hadden een avondklok ingesteld of een huisarrest opgelegd, maar op sociale media waren er ook openlijke bedreigingen van allochtone relschoppers aan het adres van de politie te lezen. Er was ook de in mijn ogen te vriendelijke vraag via de media om alstublieft geen hulpdiensten aan te vallen.
Ten tweede, het debat vandaag en volgende week in de commissie moet resulteren in doortastende maatregelen, want de rellen zijn aan het escaleren. De ernst kan niet ontkend worden. Ik geef u een aantal cijfers. In Brussel werden 70 auto's in brand gestoken, dubbel zoveel als vorig jaar. Er waren 663 hulpdienstinterventies en 1.758 politie-interventies en er werden molotovcocktails naar brandweer en politie gegooid.
Ten derde, we zien een herhaling van de feiten. De rellen worden gewelddadiger en er is daarbij een rode draad: het gaat steevast over allochtone jongeren. Eigenlijk zou men de vraag kunnen stellen of daar veel recidivisten bij zitten, maar cijfers daarover heb ik nog niet gekregen.
In naam van de politie en op verzoek van de hulpdiensten vraag ik u hoe u escalatie zult vermijden en wat u zult ondernemen om dat soort rellen definitief een halt toe te roepen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, de situatie op oudejaarsnacht was onder controle. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van burgemeester Close op de nieuwjaarsreceptie voor de politiediensten. Zeg dezelfde woorden eens aan al die mensen van wie de auto is uitgebrand. Vraag hun eens of het onder controle was. Ik ben er vast van overtuigd dat het antwoord anders zou klinken en dat is maar goed ook. We mogen dit niet wegrelativeren. We mogen dit niet gewoon worden. Eigenlijk zou er hier vandaag van elke partij iemand moeten staan.
De situatie was hallucinant: molotovcocktails, vuurwerkbommen. Onze politiediensten werden aangevallen en nog triestiger: ook onze brandweermannen en onze hulpdiensten. Wie is daarvan het slachtoffer? De gewone man op de straat. Er gebeurden 160 arrestaties en dan horen we heel voorzichtige cijfers van 7 mensen die zouden worden vervolgd.
Ondanks de voorbereidingen van de politiediensten – ik ben er zeker van dat zij de professionaliteit en de wil hebben om dat aan te pakken – is de situatie volledig uit de hand gelopen. In Brussel zien we de gevolgen van bestuurlijke versnippering en van een jarenlang links, laks beleid. Op federaal vlak is er van snelrecht, van kordaat aanpakken, van effectieve bestraffing geen enkele sprake. Het erge en het frustrerende is dat we dat jaar na jaar kunnen voorspellen. We zien dat aankomen. We zien de ernst daarvan in. We zien het steeds gewelddadiger worden.
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, wat hebt u, wat heeft de vivaldiregering ondernomen om te vermijden dat het dit jaar zou gebeuren? Welke instructies hebt u als minister van Binnenlandse Zaken gegeven? Hoe evalueren jullie deze nacht? Was die nacht volgens jullie onder controle?
Franky Demon:
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, het zal u maar overkomen: politie- of brandweermannen die op oudejaar voor hun inzet worden bedankt met molotovcocktails. Toch is dat op verschillende plekken weer gebeurd, onder andere in onze hoofdstad Brussel. Tijdens de oudejaarsnacht moest dat daar weer gebeuren. Onaanvaardbaar!
Twaalf- tot veertienjarigen staan onder het ouderlijk gezag, punt. Ik ben opgevoed met de gedachte dat de feestdagen gezellige familiemomenten moeten zijn, maar in onze hoofdstad uiten sommige jongeren hun goede voornemens blijkbaar liever door de straat op te trekken en andermans auto in brand te steken of door naar voorbijrijdende trams te schieten met vuurwerkkanonnen.
Als de ouders dat laten gebeuren, mogen we ook niet verbaasd zijn dat bepaalde burgemeesters de verantwoordelijkheid van die ouders gaan overnemen. Het is goed om vast te stellen dat er in Brussel een eengemaakt politiecommando was op oudejaar, want begin vorig jaar nam het Parlement een wet aan waarin de minister-president bij dit soort crisissen de aansturing voor opdrachten van bestuurlijke politie kan overnemen. Door bepaalde vivaldiregeringspartijen konden die uitvoeringsbesluiten echter niet worden omgezet. Het is duidelijk tijd dat dat wel gebeurt. Daarom hoop ik dat de komende arizonaregering ervoor zal zorgen dat we die verantwoordelijkheid kunnen nemen.
Ik heb dan ook maar twee vragen voor u beiden. Hoe kijkt u naar deze problematiek en wat kunnen we doen om (…)
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, madame la ministre, la nuit du Nouvel An, certains individus ont choisi d'adresser leurs vœux à la population en incendiant des véhicules. Ils ont aussi choisi de souhaiter la bonne année aux services de secours et d'intervention en les canardant, notamment à l'aide de feux d'artifice. Le nombre d'interventions policières et des pompiers est tout à fait remarquable pour une nuit qui doit être une nuit de fête. Les pompiers et les ambulanciers qui ont été la cible de ces attaques ont dû, pour certains, interrompre leurs interventions, donc l'aide qu'ils devaient apporter à la population, pour se mettre à l'abri et se protéger dans l'attente du secours de la police. Bien évidemment, cette situation me préoccupe, tant à l'égard des citoyens que des services de secours – qui sont là pour nous protéger, garantir la sécurité et protéger des vies. Cela me semble tout à fait inacceptable.
Les questions que j'ai envie de vous poser sont les suivantes. Quel bilan global tirez-vous de ces faits sur le plan des interventions policières et des services de secours, et pas seulement à Bruxelles, puisque nous savons que d'autres villes ont aussi été la cible de ce genre d'attaques? Par ailleurs, quelles mesures le gouvernement prend-il pour renforcer très efficacement et significativement la protection de ceux qui nous protègent, à savoir les services de secours? Il est essentiel qu'ils puissent travailler en étant sûrs et en étant protégés. Enfin, existe-t-il un dispositif multidisciplinaire permettant aux services de secours, pompiers et ambulanciers, d'alerter en temps réel la police afin qu'elle puisse intervenir immédiatement face à de tels actes?
Alexander De Croo:
Ik zal deze vraag samen met de minister van Binnenlandse Zaken beantwoorden.
Laat me eerst en vooral mijn dank uitspreken aan de ordediensten en de hulpverleners die in zeer moeilijke omstandigheden, in onterecht moeilijke omstandigheden, hun werk gedaan hebben. Die mensen doen hun job. Zij zorgen ervoor dat wij veilig eindejaar kunnen vieren. Ze doen dat ook op een moment dat ze eigenlijk angst voor hun eigen leven moeten hebben, angst voor hun eigen gezondheid moeten hebben. Dat is iets wat we nooit mogen aanvaarden. We mogen nooit aanvaarden dat hulpverleners of ordediensten op die manier geviseerd worden. We mogen nooit aanvaarden dat zij het doelwit worden van relschoppers die elke vorm van normbesef verloren zijn.
De ordediensten hebben doortastend opgetreden. Dat is mede te danken aan de investeringen die in de voorbije jaren plaatsgevonden hebben, bijvoorbeeld de investeringen in de versterking van het parket van Brussel. Die hebben hun vruchten afgeworpen, maar het is duidelijk, wanneer men kijkt naar hoe de zaken vorige week verlopen zijn, dat dit niet voldoende is.
Ja, de identificatie van daders is aan de gang. Ja, personen zullen worden vervolgd. Repressie als deze is nodig. Op momenten als dit, als onze samenleving onder druk staat, als er geweld is ten opzichte van burgers die gewoon samen oudjaar willen vieren, moeten we de mogelijkheid hebben repressief op te treden. Dan is in mijn ogen huisarrest voor minderjarigen die verdacht worden of die recidivedaden gepleegd hebben, een maatregel die mogelijk moet zijn. Dergelijke maatregelen moeten wel zorgvuldig gebruikt worden.
Soyons clairs, la répression seule n'est pas la solution au problème auquel nous sommes confrontés. Si nous avons besoin d'agir, il faut pouvoir agir.
We hebben getoond dat repressie een rol kan spelen, maar repressie alleen zal nooit de oplossing zijn. Iedereen moet zijn rol spelen.
Mijnheer Demon, u sprak over de verantwoordelijkheid van de ouders. Ik ben het volledig eens met wat u daarover zei. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om ervoor te zorgen dat hun kinderen, of andere familieleden, niet zomaar geweld plegen op straat. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders, die avond maar eigenlijk ook de avonden ervoor, om ervoor te zorgen dat die klaarblijkelijke normvervaging niet kan optreden.
Ook de lokale besturen moeten hun rol spelen. In de brede zin moeten de sociale diensten hun rol spelen. Zij moeten ervoor zorgen dat mensen begrijpen dat we een samenleving hebben waarin we respect hebben voor elkaar. We hebben geen samenleving waarin iedereen dezelfde ideeën moet hebben, maar we moeten respect hebben voor elkaar en we moeten ervoor zorgen dat oudjaar op een vredevolle en rustige manier kan worden gevierd. Er mag uitbundig gevierd worden, maar nooit met geweld.
We kunnen inderdaad nooit gewenning ten opzichte van zoiets aanvaarden. Als repressie nodig is, moet repressie beschikbaar zijn en moet die doeltreffend zijn. We moeten er als samenleving echter voor zorgen dat vooral jongeren nooit in een situatie terechtkomen waarin ze zoveel normvervaging hebben dat ze geloven dat wat zij doen, gerechtvaardigd is of iets is waarop ze fier moeten zijn. De samenleving mag zoiets nooit aanvaarden.
Annelies Verlinden:
Collega's, ik sluit me graag aan bij de woorden van dank van onze eerste minister, die u allen ongetwijfeld deelt, voor onze brandweerlieden, hulpverleners en politiemensen, die zich hebben ingezet voor essentieel werk bij de overgang van oud naar nieuw, niet alleen in onze grote steden, maar overal in het land. Uiteraard verdienen zij enkel tomeloze respect voor hun inzet. We mogen als maatschappij nooit aanvaarden dat veiligheidsdiensten en hulpverleners het slachtoffer worden van geweld of agressie en we kunnen evenmin aanvaarden dat straatmeubilair of persoonlijke bezittingen zoals op straat geparkeerde wagens door vandalen en relschoppers worden vernield.
Het geweld en de vernielingen tijdens de nieuwjaarsnacht veroordeel ik in de meest strenge bewoordingen. Ze zijn verwerpelijk en walgelijk en horen onder geen enkel beding thuis in onze samenleving. De criminele relschoppers maken bovendien door hun gedrag een hele groep jongeren die zich wel keurig gedragen, te schande.
Verschillende misdadigers en relschoppers werden de voorbije week dankzij de inzet van onze politiediensten al geïdentificeerd en moeten wat mij betreft nu snel en adequaat worden gestraft door justitie. De politie zal ook alles doen wat in haar macht ligt om nog meer criminelen te identificeren, zodat ook zij gestraft kunnen worden voor hun onaanvaardbare gedrag.
Bij een nieuw jaar horen wensen, geen rellen. Helaas is januari 2025 echter geen uitzondering geworden in de geschiedenis van rellen bij oudjaar. Om dat weerzinwekkende gedrag de wereld uit te helpen, hebben we een ketenaanpak nodig, collega's. Het is daarom goed dat tal van lokale overheden preventief maatregelen hebben genomen. Ook de lokale en federale hulp- en veiligheidsdiensten hebben de aanpak voor oudejaarsnacht grondig voorbereid met concrete actieplannen. Zo werden ook ouders van wie kinderen eerder bij onlusten betrokken waren, aangeschreven.
Waar ouders niet de verantwoordelijkheid namen om hun kinderen weg te houden van crimineel of onaanvaardbaar gedrag, zagen lokale bestuurders zich genoodzaakt om bestuurlijke maatregelen te nemen met een duidelijke signaalfunctie. Het is echter te vroeg om te beoordelen welke precieze impact die maatregelen hadden op het aantal bestuurlijke en gerechtelijke arrestaties en incidenten. We dienen uiteraard ook de finale wettigheidsbeoordeling van de maatregelen bij de Raad van State af te wachten.
Het is onze overtuiging dat we moeten blijven zoeken naar effectieve en proportionele maatregelen om dergelijke rellen te vermijden. Dat maakt voor mij een wezenlijk onderdeel uit van het programma voor veiligheid voor de volgende regering. Het onderwerp komt ook aan bod in de besprekingen van de arizonaformatie.
Alleen politietussenkomsten op het ogenblik van de feiten en de opvolging en bestraffing door justitie zijn onvoldoende om de oorzaken van het probleem aan te pakken. Daarom moeten er het hele jaar inspanningen worden geleverd. De vaststelling is immers dat politie en justitie in actie moeten komen, omdat andere mechanismen geen afdoende resultaat hebben geboekt. Nog te veel jongeren worden niet opgevoed in verantwoordelijkheid, nog te veel jongeren in bepaalde buurten worden niet bereikt met bestaande initiatieven rond jongerennetwerk, buurtwerk op preventie. Nog te veel jongeren leven in marginale omstandigheden en vinden ondanks de onderwijskansen geen aansluiting bij de maatschappij. De noodzakelijke, scherpe, strenge en snelle veroordeling van crimineel gedrag neemt niet weg dat we ons als maatschappij en als politici moeten blijven buigen over de aanpak van de oorzaken van de problematieken.
De rellen op oudejaarsnacht zijn het symptoom van een dieper maatschappelijk probleem. Ik ben er dan ook over verheugd dat, ondanks de simplistische slogans en de gemakkelijke politieke recuperatie af en toe, naast straffen ook dat aspect onder andere in de pers de afgelopen dagen aandacht heeft gekregen. Ik citeer een onderzoeksjournalist: "Hoe zijn we hier als samenleving in beland? In een maatschappij waar een vader en moeder autoriteit hebben over hun zoon of dochter heeft een burgemeester niet naar een huisarrest of avondklok te grijpen."
Comme le dit l'adage, it takes a village to raise a child . Si un certain groupe de jeunes a emprunté une mauvaise voie et semble peu réceptif voire carrément insensible à une politique proactive, nous devons avant tout les sanctionner. Mais nous devons aussi avoir le courage de regarder plus loin, car se contenter d'appliquer des sanctions plus sévères ou d'armer notre police différemment ne constitue pas une solution globale et durable.
Permettez-moi d'insister une nouvelle fois sur la responsabilité des parents. Jurgen De Landsheer, chef de corps de la zone de police de Bruxelles-Midi a expliqué que la mesure préventive prise à Cureghem était "un signal pour les parents". Le vivre ensemble, chers collègues, est une valeur dont l'apprentissage commence à la maison. C'est en effet dans nos foyers que nous transmettons les normes et les valeurs à respecter. Une société peut prendre autant de mesures qu'elle le souhaite, mais si nous ne partageons pas (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de premier, mevrouw de minister, uw antwoorden maken voor mij enkele zaken duidelijk, namelijk vooreerst het failliet van de oude politieke klasse die deze explosieve situatie, waartegen niet met harde hand werd opgetreden, jarenlang heeft laten aanslepen. Uw zachte aanpak leidt tot erger. Daarnaast is er het failliet van de multiculturele samenleving, die door massa-immigratie volledig ontspoord is. Het zijn steeds weer allochtonen die lak hebben aan onze normen en wetten en steeds gewelddadiger tekeer gaan.
We moeten het bijgevolg drastisch anders aanpakken. We moeten onze politie voldoende uitrusten zodat ze met gelijke wapens kunnen optreden. We moeten de daders strenger straffen, want er zijn er nu amper zeven die een vervolging genieten. Vervolgens moeten we de allochtone relschoppers, van wie sommigen de dubbele nationaliteit hebben, hun Belgische nationaliteit afnemen en terugsturen naar hun land van herkomst.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de premier, het beleid heeft gefaald. We moeten de volgende legislatuur kordaat optreden. Er moeten heldere richtlijnen komen van de minister van Binnenlandse Zaken maar ook een effectieve bestraffing en snelrecht door justitie. Een volledig arsenaal van preventieve maar ook repressieve maatregelen moet worden toegepast. We moeten als een blok achter onze politiediensten staan. Die moeten zich kunnen beschermen en kunnen bewapenen, ze mogen geen sitting duck zijn.
Het gaat voor mij veel verder dan enkel die ene nacht. Het gaat ook over de verloederde probleemwijken waar heel wat criminaliteit heerst. We kennen die wijken en we moeten daar lokaal maar ook federaal veel harder ingrijpen. Jongeren moeten effectief naar school gaan en gaan werken. De ouders moeten op hun ouderlijke verantwoordelijkheden gewezen worden.
Franky Demon:
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Ik blijf erop hameren: wanneer het om minderjarige daders gaat, ligt een enorme verantwoordelijkheid bij de ouders. Zij moeten ervoor zorgen dat hun pubers de oudejaarsnacht in vrede vieren in plaats van hulpverleners aan te vallen en vernielingen aan te richten. Wanneer de ouders dat niet kunnen, dan moeten de burgemeesters in hun plaats komen.
Mijnheer de eerste minister, u sprak over het maken van een helder kader voor onze burgemeesters. Ik kan het wat dat betreft alleen met u eens zijn. Op dat vlak ligt er een taak voor de volgende regering.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, madame la ministre, je suis assez déçue par la réponse. J'entends parler d'estompement de la norme alors qu'on est face à une violation de droits évidente. Les auteurs doivent être identifiés, poursuivis, punis. On ne peut pas être laxiste par rapport à une situation comme celle-là. Et, surtout, j'aurais voulu davantage entendre parler des services de secours qui ont été victimes. Moi, je pense à eux pour le moment. Je pense aux policiers, aux pompiers, aux ambulanciers, à tous ceux qui consacrent toute leur énergie à leur vie professionnelle pour protéger les citoyens, pour nous protéger. Il y a encore beaucoup de travail à faire pour leur permettre d'agir en toute sécurité face à des actes qui sont totalement insensés.
De automatische boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
Het onterecht opleggen van fiscale boetes in geval van een vergissing te goeder trouw
Het arrest van het Grondwettelijk Hof aangaande fiscale boetes in geval van een fout te goeder trouw
De fiscale boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
De eerbiediging van de rechten van belastingplichtigen door de fiscus bij een fout in de aangifte
Fiscale boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat automatische boetes voor eerlijke belastingfouten onrechtvaardig zijn, maar de fiscus past dit niet toe en blijft onterecht boetes opleggen, zelfs bij kleine vergissingen of fouten door de overheid zelf. Minister Van Peteghem erkent het probleem, benadrukt dat "vergissen menselijk is" en belooft betere afhandeling (o.a. via vereenvoudiging en dialoog), maar critici – van socialist tot liberaal – eisen onmiddellijke stopzetting van het automatisme en een eenvoudiger systeem, omdat gewone burgers en kmo’s nu onevenredig hard worden gestraft ten opzichte van grootverdieners en fraudeurs. Concreet actieplan ontbreekt, terwijl de fiscale complexiteit en bewijslast voor de belastingplichtige de kern van het conflict blijven.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, één verkeerde klik en men gaat de mist in. Voor men het weet, moet men vele euro's aan boetes betalen. Nee, het gaat hier niet over duistere praktijken van malafide organisaties, het gaat over onze eigen belastingdienst. Het gaat over gewone mensen die worden geconfronteerd met hoge boetes voor het zonder kwaad opzet maken van eenvoudige fouten in hun belastingaangifte.
Dat is onacceptabel. Dat zeggen wij socialisten al langer. Niet alleen wij, ook het Grondwettelijk Hof zegt dat dit niet kan. Sterker nog, vandaag worden mensen beboet door fouten van de fiscus zelf. Het volstaat daarvoor soms om akkoord te gaan met het voorstel dat de fiscus doet voor uw belastingaangifte. Hun fout kan zo uw boete worden.
Mijnheer de minister, ik ben heel blij dat u zich hebt aangesloten bij de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Voor Vooruit is het al langer duidelijk: ons belastingsysteem moet eenvoudiger. Wie rijk genoeg is, koopt vandaag het risico van een boete af door een belastingadviseur in te schakelen. Het gevolg? De gewone mensen, die elke dag keihard werken, die keihard hun best doen voor hun geld, lopen het hoogste risico. Dat is toch de wereld op zijn kop?
De socialisten staan aan de kant van de mensen die iedere dag keihard werken, die keihard hun best doen. Mijnheer de minister, de fiscus is duidelijk nog niet onder de indruk van uw uitspraken. Wat gaat u doen om te voorkomen dat de mensen in juni opnieuw onterechte boetes krijgen wanneer zij te goeder trouw en voor de eerste keer een vergissing begaan?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik ben het eens met het Grondwettelijk Hof: een automatische boete bij een overtreding zonder kwaad opzet op de belastingbrief, dat kan niet. Dat kan voor onze fractie al langer niet. Men heeft het recht om zich te vergissen. Geen sanctie voor wie zich een eerste keer vergist in contacten met de overheid staat centraal. Dat zou een automatisch principe moeten zijn.
In 2021 dienden de liberalen al een resolutie in de Senaat in, die werd goedgekeurd. Ook uw fractie heeft die mee ondersteund. Ook u zei in de pers, onlangs nog, dat de beslissing van het Grondwettelijk Hof de juiste was. U staat achter die beslissing. Ook uw fractie heeft dat vandaag nog eens bevestigd in de pers. Men heeft uw standpunt kracht bijgezet. We zijn het dus eigenlijk eens.
Toch is de FOD Financiën uw administratie, mijnheer de minister. Die valt onder uw verantwoordelijkheid en uw bevoegdheid. Ondanks al die oproepen zegt men daar doodleuk: "Het arrest van het Grondwettelijk Hof leggen wij naast ons neer en wij blijven de huidige werkwijze toepassen."
Enerzijds zegt u dat u het arrest van het Grondwettelijk Hof volgt en anderzijds zegt uw administratie dat u op uw kop gaan gaan staan en dat ze gewoon voort zal doen zoals ze bezig is. U bent van de partij van enerzijds, anderzijds, mijnheer de minister, maar ik kan mij niet voorstellen dat u het hiermee eens bent.
Ik heb één duidelijk vraag. Gaan we onze burgers en ondernemers verder automatische boetes blijven opleggen, waarover het Grondwettelijk Hof zegt dat ze niet kunnen, of gaat u uw administratie terechtwijzen en de opdracht geven om hier onmiddellijk mee te stoppen?
Steven Matheï:
Mijnheer de vicepremier, burgers, bedrijven en verenigingen die op een foute manier hun belastingaangifte indienen, krijgen in principe een belastingverhoging van 10 %. Men kan van die belastingverhoging afwijken wanneer er geen sprake is van kwade trouw. We hebben het over het basisartikel zoals het in ons wetboek staat.
De vraag is hoe we dat toepassen in de praktijk, want we zien nu dat de fiscus die 10 % vaak automatisch toepast. Collega’s, dat is geen nieuw probleem, want we hebben dat al aangekaart in november in de commissie.
Mijnheer de vicepremier, u hebt toen verklaard dat het soepeler moet worden toegepast zonder dat het quasi een automatisme wordt. Dat is een zeer goede intentie, waar we ons volledig bij aansluiten. Toch zien we af en toe in de praktijk dat het toch anders gebeurt. Ik neem het voorbeeld van een belastingplichtige die na het indienen van de belastingaangifte een fout vaststelt en dat vervolgens te goeder trouw zelf aangeeft, waarna de fiscus toch een belastingverhoging oplegt. Wij willen daarvan af, want iedereen heeft het recht om zich te vergissen.
Het is natuurlijk belangrijk dat we de belastingen correct innen, maar boetes en procedures mogen niet het doel zijn. Het is logisch dat fraudeurs aangepakt worden, zodat zij hoge boetes betalen en belastingverhogingen krijgen, maar er zou enige mildheid moeten zijn voor de gewone man die voor de eerste keer een fout maakt.
Mijnheer de vicepremier, bent u het daarmee eens en zijn er nog maatregelen in het vooruitzicht om daaraan tegemoet te komen?
Lode Vereeck:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het Grondwettelijk Hof zei onlangs dat wie op zijn belastingaangifte een eerste keer een fout maakt, zonder kwaad opzet – spreek dus maar over een vergissing – daarvoor nooit mag bestraft worden met een belastingverhoging. Dat is nu dus wel het geval. Professor Michel Maus spreekt over een fiscaal schandaal. Duizenden belastingbetalers werden de voorbije jaren onterecht beboet voor een simpele vergissing.
Ondanks de uitspraak van het Grondwettelijk Hof laat de fiscus niet af. Een vergissing op de belastingbrief zal automatisch tot een belastingverhoging blijven leiden. In principe kan een belastingbetaler de boete vermijden als hij aantoont dat hij te goeder trouw is geweest. Dat is echter geen gemakkelijke procedure en de belastingplichtige strijdt met ongelijke wapens, denk maar aan de ongelijke antwoordtermijnen of de reservering van het boetebedrag terwijl de zaak nog hangende is. Het gevolg is dat velen vrij snel de handdoek in de ring gooien.
Mijnheer de minister, ten eerste, over hoeveel boetes en over welk bedrag gaat het hier?
Ten tweede, u pleit in de media voor een klantvriendelijkere fiscus en uniformere richtlijnen, maar u bent wel minister van Financiën. Als het van de heer Bouchez afhangt, bent u dat misschien niet lang meer, maar u bent nog steeds minister van Financiën. Waarom hebt u niet eerder die maatregelen genomen? Het probleem was gekend, daarvoor was er geen uitspraak van het Grondwettelijk Hof nodig.
Ten derde, hoe gaat u nu of in Arizona concreet de heksenjacht door de fiscus aanpakken en afschaffen?
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, errare humanum est , dit-on. Pas pour le SPF Finances visiblement, car le contribuable, lorsqu'il se trompe de bonne foi dans sa déclaration de revenus, se voit infliger une majoration de 10 % de l'impôt. Là où cela devient diabolique – perseverare en l'espèce –, c'est que votre administration continue d'appliquer cette disposition pourtant rejetée par la Cour constitutionnelle qui y voit une non-assurance de la justice fiscale nécessaire à l'égard de l'ensemble des citoyens.
Vous avez déclaré précédemment que vous vouliez voir les procédures administratives modifiées de sorte que le contribuable ne soit pas jugé coupable préalablement, qu'il n'ait pas une charge lourde pour récupérer ces 10 %, qu'il puisse prouver sa bonne foi et ne pas se voir appliquer cette majoration. Aujourd'hui, cette situation est toujours d'actualité alors que vous vous étiez engagé à la faire changer.
Monsieur le ministre, je dois constater que votre administration ne semble pas sensible à vos sollicitations. C'est sans doute un problème en soi. Ce qui est plus important pour moi toutefois est le respect du contribuable et de son droit à la justice fiscale; d'être correctement traité et que la charge de la preuve ne lui incombe pas exclusivement. Je vous rappelle que l'administration m'a en tout cas toujours dit qu'elle est là pour aider le citoyen. Dans ce cas précis, loin de l'aider elle le contraint à des procédures lourdes qui ont pour conséquence de faire renoncer certains de nos concitoyens à leur droit. Cela est tout à fait inacceptable. En tant que libéral, ce n'est pas la vision que j'ai de l'administration fiscale.
Monsieur le ministre, votre position par rapport à ces pratiques serait la bienvenue. Surtout, qu'entendez-vous faire pour que le droit du contribuable et la justice fiscale soient assurés dans ce pays?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wens u allen een heel gelukkig, gezond en succesvol 2025.
Zoals ik al meermaals heb gezegd, moeten we er natuurlijk over blijven waken dat het principe van de goede trouw van de belastingplichtige wordt gerespecteerd. Onze fiscaliteit is complex. We streven naar een correcte naleving van de fiscale wetgeving, maar natuurlijk blijven vergissingen altijd mogelijk. Vergissingen zijn ook menselijk. Het is dan ook belangrijk dat we op een menselijke manier omgaan met eventuele fouten.
Dat principe is al heel lang wettelijk vastgelegd. Er wordt immers geen belastingverhoging opgelegd, indien een fout in de aangifte te wijten is aan omstandigheden buiten de wil van de belastingplichtige. Dat heet overmacht. Bovendien – dat werd nog niet vaak vermeld – wordt er geen belastingverhoging opgelegd voor kleine fouten waarbij het niet-aangegeven bedrag lager is dan 2.500 euro.
Er is inderdaad de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Ik stel vast dat die vandaag wat op flessen wordt getrokken en dat de conclusies van die uitspraak wat verkeerd worden samengevat.
Or, la décision de la Cour constitutionnelle est aussi invoquée par certains pour attaquer tous les accroissements d'impôt. Il est soulevé que les principes de l'accroissement d'impôt ont été mal, voire systématiquement, appliqués pendant longtemps.
Dat wil ik in ieder geval ontkennen. Een belastingplichtige heeft altijd de mogelijkheid gehad en heeft die nog steeds om aan te tonen dat hij te goeder trouw handelt en dat er sprake is van overmacht. Om die belastingplichtige bij te staan, is het natuurlijk wel noodzakelijk dat de administratie de nodige informatie heeft om de onbewuste fout, die waarschijnlijk te goeder trouw is gemaakt, te kunnen corrigeren. Daarom wordt aan de belastingplichtige gevraagd om de reden van de fout mee te delen.
Ce faisant, l'administration suit une recommandation explicite de la Cour des comptes concernant le principe d'égalité.
Na de uitspraak van het Grondwettelijk Hof heb ik mijn administratie nogmaals op het hart gedrukt dat zij er alles aan moet blijven doen om aan de belastingplichtige alle mogelijkheden te bieden om aan te tonen hoe een fout tot stand is gekomen en dat zij er, samen met de belastingplichtige, alles aan moet doen om te vermijden dat er onnodige verhogingen moeten worden vastgesteld.
En effet, ce n'est que par une bonne coopération et un dialogue ouvert entre l'administration, les professionnels du chiffre et les contribuables que nous parviendrons à réduire le nombre d'erreurs et à renforcer la compliance.
Natuurlijk hebben ook wij een heel belangrijke taak. De belastingaangifte is complex. De fiscaliteit en de fiscale wetgeving moeten duidelijker, eenvoudiger en rechtvaardiger worden. Een fiscale hervorming is dan ook meer dan ooit noodzakelijk, een fiscale hervorming die er niet alleen voor zorgt dat de fiscaliteit lager, eenvoudiger, eerlijker en moderner is, maar ook dat het vertrouwen wordt hersteld. Ik ben ervan overtuigd dat dan de problemen waarover we het hier vandaag hebben, uit de wereld zullen zijn geholpen. We zullen daaraan blijven werken en ik hoop dat dat ook voor elk van u geldt.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, na het debat hier vertrekt u weer naar de onderhandelingstafel, terecht, want er is werk aan de winkel. Het werk voor de nieuwe regering ligt klaar.
Ik ben blij met uw uitspraak dat het simpeler moet. Ons belastingsysteem moet inderdaad simpeler en een aangifte doen of een boete aanvechten wanneer men te goeder trouw een fout heeft gemaakt, moet gemakkelijker worden. De aangifte moet een eenvoudige kwestie van minuten worden en niet van vele uren. Belastingplichtigen zouden niet het risico mogen lopen om voor een daadwerkelijke vergissing beboet te worden. Een sterke regering met socialisten moet komaf maken met een complex belastingsysteem, dat enkel goed uitkomt voor wie iemand kan betalen om daarin zijn weg te vinden. Daar maken wij werk van, hier en aan de onderhandelingstafel.
Voorzitter:
Collega's, mevrouw De Vreese, die eerder Vlaams parlementslid was, heeft daarnet voor de eerste keer het woord genomen in het federaal Parlement. Collega El Yakloufi, u hebt zonet helemaal voor de eerste keer in een parlement gesproken, waarvoor mijn gelukwensen. (Applaus)
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, niet heel het systeem is slecht. Het probleem is dat de persoon die zogezegd de vergissing maakt, moet aantonen dat dat te goeder trouw gebeurde, maar door administratieve rompslomp en ellenlange procedures haakt men af.
Voor onze fractie is het probleem de automatische behandeling. Daarin zit het verschil. Het Grondwettelijk Hof heeft de automatische behandeling verworpen en dat oordeel moet worden nageleefd. Volgens Vooruit liggen onze ondernemers aan het zwembad, maar ik moet mijn socialistische kameraden teleurstellen: ze werken dag in, dag uit keihard en zorgen voor welvaart en jobs. Daarmee moeten ze bezig zijn, niet met een strijd tegen een fiscus, die vanuit zijn ivoren toren automatisch boetes oplegt. U zit nog aan de knoppen, mijnheer de minister, dus doe uw job en fluit uw administratie terug!
Steven Matheï:
Mijnheer de vicepremier, u erkent ook dat vergissen menselijk is. We moeten dan ook in de eerste plaats ervoor zorgen dat men zich niet kan vergissen. U hebt hier dan ook nogmaals een pleidooi gehouden voor een grondige belastinghervorming ter vereenvoudiging van de fiscaliteit, die we met de arizonacoalitie hopelijk wel goedgekeurd zullen krijgen.
Als er dan toch een vergissing te goeder trouw wordt gemaakt, moet er ook mildheid zijn. We moeten dus af van het automatisme en er moet een mogelijkheid zijn om tegen de boete in te kunnen gaan. Als dat in de praktijk niet blijkt te werken, moeten we zeker overwegen om dat recht op vergissing op een of andere manier te verankeren.
Lode Vereeck:
66 miljard euro aan subsidies en de Belgische overheid weet nauwelijks wat er met dat geld gebeurt. Er is amper controle, maar ochot, het kleinste foutje op de belastingbrief heeft de fiscus gezien. Dat wordt wel gecontroleerd en direct bestraft. Wie zijn de slachtoffers van die heksenjacht? Dat zijn de kleine mensen, voor wie de fiscale regels te complex zijn en die te goeder trouw een foutje maken, terwijl de grote mannen en fraudeurs binnenkort weer regulariseren of hun proces afkopen. Ik denk spontaan aan Patrick Janssens, de socialistische schepen in Antwerpen, mijnheer El Yakhloufi.
Mijnheer de minister, u zou uw excuses moeten aanbieden aan de bevolking voor de complexiteit van de belastingen, waardoor gewone mensen bijna onvermijdelijk fouten maken, terwijl ze ook nog de rekening gepresenteerd krijgen. Men wordt in dit land sneller en zwaarder gestraft voor een simpele vergissing dan voor het in brand steken van auto's op oudejaar. Daar worden mensen terecht koleirig van.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, je vous remercie de ces quelques réponses. Vous avez rappelé que se tromper est un droit, et je pense qu'il faut le rappeler et le préserver. En effet, il faut éviter de s'engager dans des procédures trop lourdes, précisément pour faire respecter les droits du contribuable. Je compte aussi sur vous pour que, demain, le contribuable ne soit pas présumé coupable par l'administration fiscale, laquelle doit être un partenaire de celui-ci dans les actes qu'il accomplit. Derrière tous ces contribuables, ce sont des travailleurs et des entrepreneurs. C'est le carburant de notre économie, en vérité. Ils ont donc autre chose à faire que de devoir rappeler le rôle d'une administration fiscale. Au-delà des vœux traditionnels que nous formons en début d'année, je souhaite aussi que vous soyez entendu par votre administration. C'est un vœu additionnel.
De naleving van de taalwetgeving
De naleving van de taalwetgeving
Het gebruik der talen door de treinbegeleiders van de NMBS
Taalnaleving door NMBS-treinbegeleiders
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de strikte handhaving van de taalwetgeving bij de NMBS na een incident waarbij een treinbegeleider in Vilvoorde reizigers in zowel Nederlands als Frans begroette. Eva Demesmaeker (N-VA) en Sammy Mahdi (CD&V) verdedigen de wet als fundamenteel voor de Nederlandse taal- en cultuuridentiteit, waarschuwen voor verdere versoepeling (leidend tot eentaligheid Frans) en kritiseren de NMBS voor het misbruiken van het voorval om de regels te ondermijnen. François De Smet (Défi) en minister Gilkinet (Ecolo) pleiten voor pragmatisme en meertaligheid in de praktijk, zolang de regionale taal prioriteit behoudt, en zien vriendelijkheid en toegankelijkheid als essentieel voor moderne dienstverlening. De spanning toont de communautaire tegenstelling tussen juridische striktheid en sociaal-culturele flexibiliteit.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben opgelucht en misnoegd tegelijk. Ik ben opgelucht, want we hebben de voorbije dagen kunnen ontdekken dat de NMBS vriendelijk en hardwerkend personeel heeft, dat elke dag in de frontlinie staat, het aanspreekpunt is voor vele frustraties. Er zijn de voorbije weken heel veel frustraties bijgekomen. Tegelijkertijd ben ik enorm misnoegd, want helaas is de laatste dagen ook duidelijk geworden hoeveel belang de NMBS en u, mijnheer de minister, hechten aan onze taalwetgeving.
Laat er geen misverstand over bestaan, ik sta hier vandaag niet om de treinbegeleider die zich versprak bij een hartelijke begroeting, met het vingertje te wijzen. Een vergissing is begrijpelijk en wordt ook vergeven. Vriendelijkheid wordt geapprecieerd, maar de reactie van de NMBS is onjuist. De NMBS maakt gebruik van deze situatie om op te roepen om onze taalwetgeving minder streng te respecteren en dat gaat te ver. Onze taalwetgeving is geen vodje papier, het gaat over de fundamentele waarborg van onze rechten en culturele identiteit.
Wanneer zal dit stoppen? Wanneer gaat u eindelijk onze taalwetgeving respecteren?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, een treinconducteur zegt bonjour en goedendag in de mooiste stad van Vlaanderen, in Vilvoorde. Dat is op zich een banaal gegeven. Het is geen ramp en het is al helemaal geen misdrijf. Het zou goed zijn als mensen vaker goedendag zeggen op straat. Het zou fijn zijn als er meer respect is voor elkaar. De man met pek en veren overladen, is het laatste dat we moeten doen.
Mijnheer de minister, u moeten we daarentegen wel met pek en veren overladen. Schaamteloos maakt u misbruik van dit voorval om te pleiten voor het herzien van de taalwetgeving. Schaamteloos maakt u gebruik van dit voorval om het Nederlands en het belang van het Nederlands in Vlaanderen helemaal weg te duwen.
Jaarlijks vestigen duizenden mensen zich in Vlaanderen. Wij proberen er in Vlaanderen voor te zorgen dat de mensen die naar Vlaanderen komen de taal leren, zich integreren, deel kunnen uitmaken van onze Vlaamse gemeenschap. En u zegt dat de taalwetgeving misschien moet worden herbekeken. Die vervreemding in de samenleving mag u bij u proberen te organiseren, maar niet in Vlaanderen. Het enige dat we vragen, is respect voor het Nederlands, zodat mensen hun kansen kunnen benutten.
De volgende spreker staat klaar, met een brede glimlach. De heer François De Smet van Défi denkt nu al dat hij een bondgenoot heeft gevonden voor de rechten van de Franstaligen in Vlaanderen, in de Vlaamse Rand. Dan kunnen ze eindelijk weer Frans spreken in Vlaanderen en dan moeten ze zich niet aanpassen en één gezamenlijke gemeenschap vormen.
Mijnheer de minister, vindt u het normaal dat men in Vlaanderen in het Frans bediend wordt? Wat bezielt u om de taalwetgeving in vraag te stellen en hier communautaire spelletjes te spelen?
François De Smet:
Monsieur le président, monsieur le ministre, je remercie le collègue Mahdi pour le teasing . Nous vivons une période assez morose et il se produit parfois des événements terribles. En effet, il semble que du côté de Vilvorde, un accompagnateur de train ait osé dire "bonjour". Il aurait même osé dire "goeiemorgen, bonjour" aux voyageurs.
Que lui a-t-il pris? Ce contrôleur s'est-il dit qu'il allait envahir la Flandre? S'est-il dit qu'il allait tenter de franciser les quelques voyageurs qui se trouvaient là? Je ne crois pas. Je crois qu'il a simplement fait preuve de courtoisie, de politesse et que c'est très bien ainsi. Son seul crime est sans doute d'avoir oublié que, dans quelques situations, les lois linguistiques sont peut-être appliquées en dépit du bon sens.
Moi, je crois qu'il est temps de changer de siècle. Un "bonjour" dans un train, monsieur Mahdi, ce n'est pas une convocation électorale. Ce n'est pas quelque chose d'officiel. Ce n'est que de la bonne entente. Vraiment! Quant à votre réaction, que la N-VA monte sur le sujet, je le comprends mais que vous montiez sur ce sujet, alors que cela fait six mois que vous devriez être en train de faire un gouvernement et que très objectivement on a autre chose à faire, cela montre que le nationalisme est quelque chose de poreux, malheureusement. Cela montre que le "tradinationalisme" peut avoir de l'influence même sur des esprits aussi brillants et rationnels que le vôtre. Je ne vous cache pas que cela m'inquiète pour la future Arizona.
Monsieur le ministre, je trouve que c'est une peccadille qui ne devrait même pas être traitée ici, si ce n'est qu'il y a la réaction de la SNCB qui me semble intéressante.
Monsieur le ministre, comptez-vous diligenter une enquête interne sur cet incident? Je suppose que non. Par contre, en tant que ministre, vous avez le pouvoir d'interroger la fameuse Commission permanente de Contrôle linguistique sur une série de choses. Peut-être pourriez-vous lui demander si, dans un certain nombre de cas, il serait vraiment grave que, de Knokke à Durbuy, on fasse des annonces en français et en néerlandais et pourquoi pas en anglais dans tout ce pays? (…)
Georges Gilkinet:
Goeiendag, bonjour. Chers collègues: je pense qu'un bonjour n'a jamais tué personne, que du contraire.
Vanochtend nog had ik het genoegen om reizigers te mogen begroeten op de eerste trein van de nieuwe verbinding tussen Parijs en Brussel. Ja, onze Nederlandse, Franse, Duitse, Luxemburgse en zelfs Britse buren nemen de trein om ons mooi land te bezoeken en er zijn ook Vlamingen die elke dag de trein nemen naar Wallonië en Brussel en Franstaligen die de trein nemen naar Vlaanderen en Brussel.
Et je le constate chaque jour quand je prends le train. Ce matin encore, entre Namur et Bruxelles, des accompagnateurs de train font de leur mieux pour être au service des voyageurs et les informer, qu'ils soient usagers quotidiens ou touristes; qu'ils soient Flamands en Wallonie, francophones en Flandre ou citoyens étrangers.
En tant que voyageur, et surtout en tant que ministre de la Mobilité, je trouve ça bien! Ce que nous attendons de la SNCB au 21 e siècle, c'est d'offrir un accueil de qualité à tous les voyageurs en veillant à leur sécurité et en leur communiquant une information aussi bonne, complète et compréhensible que possible.
Als het op een vriendelijke manier gebeurt, is het nog beter. Ik wil iemand citeren die u goed kent, mijnheer Mahdi, de CEO van de NMBS: "Dank aan onze treinbegeleiders om professioneel en enthousiast met onze reizigers te communiceren en voor hun goeiedag, bonjour , guten Tag, en nog een goed aantal meer. Informatie, veiligheid, en controle zijn essentieel; men kan niemand ooit genoeg een fijne dag toewensen." Ik moet u zeggen dat ik deze mening deel. Het choqueert mij absoluut niet dat een treinbegeleider de reizigers in het Nederlands en in het Frans begroet in Vilvoorde.
Si des voyageurs flamands sont accueillis en français et en néerlandais à Durbuy ou à Dinant, cela ne me choque pas.
Als hij Franstalige reizigers in het Frans en in het Nederlands begroet in Oostende, choqueert mij dat ook niet.
Plaider pour appliquer de façon souple et pour dépoussiérer une législation datant du siècle dernier pour qu’elle soit plus en phase avec la société d’aujourd'hui me semble être simplement une question de bon sens.
Dat lijkt me een kwestie van gezond verstand, veel meer dan een strikte, blinde toepassing van de taalwetgeving in het kader van het spoorvervoer, waarvoor sommigen pleiten.
Ik wil duidelijk zijn. De NMBS moet uiteraard voorrang blijven geven aan het gebruik van de taal van de regio waarin zij opereert om de passagiers te informeren. Het zou echter volledig gepast zijn, mocht zij ook in andere talen, waaronder de nationale talen, met hen kunnen communiceren om hen met respect te informeren. Dat zou ook bijdragen aan de aantrekkelijkheid van onze regio’s op het kruispunt van Europa.
Certains se disent attachés au multilinguisme dans ce pays. Je le suis. Depuis le début de la législature, je m'exprime, en Flandre comme en Wallonie, en néerlandais et en français. Au lieu de courir après les collègues nationalistes, je vous invite plutôt à vous réjouir que, tout en respectant la langue du territoire dans lequel elles se trouvent, des personnes au service de la société accueillent les citoyens dans plusieurs langues. C'est dans cette diversité que se trouve notre richesse.
Je pense que si nous étions plus nombreux à agir de la sorte, notre société se porterait mieux. En attendant, permettez-moi de m'étonner que certains considèrent que c'est la priorité du jour, alors qu'ils ont aussi un gouvernement à former! Permettez-moi également de souhaiter beaucoup de plaisir à leurs futurs potentiels partenaires!
Dames en heren, goeiemiddag, bon après-midi.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de minister, u maakt er een karikatuur van. Nogmaals, het gaat hier niet over de treinbegeleider die gewoon vriendelijk wou zijn en zich versprak. Het gaat om de reactie van de NMBS nadien, die oproept tot een versoepeling van de taalwetgeving.
Laat ik duidelijk zijn. Ik ben van de Brusselse Rand, zoals sommigen hier, en wij weten tot wat versoepeling leidt. Dat leidt tot taalfaciliteiten en die leiden uiteindelijk tot eentaligheid, waarbij het Nederlands niet meer van belang is en waarbij Nederlandstaligen cruciale informatie missen als de hulpdiensten hen niet begrijpen. Het leidt er ook toe dat Nederlandstaligen niet met hun bestuur kunnen communiceren.
Mijnheer de minister, ik heb het grootste respect voor ons spoorpersoneel, maar ik verwacht van u hetzelfde voor onze taal en onze identiteit.
Sammy Mahdi:
Mijnheer de minister, u verstopt zich achter de treinbegeleider om zelf voorstellen te doen voor de aanpassing van de taalwetgeving. Daarmee hebt u uiteindelijk uw eerlijke mening gegeven, namelijk dat er een soepelere wetgeving moet komen. Iedereen weet heel goed wat dat betekent.
Mijnheer de minister, ik zal mij meteen na de vraag inderdaad met belangrijke zaken bezighouden, maar ik geef u toch nog een tip mee. Wat voor mij belangrijk is, is dat u zich focust op uw taak: ervoor zorgen dat de treinen op tijd rijden. Als u dan toch niet meer in het Parlement bent, had u, in plaats van anderen de les te spellen, er de voorbije vijf jaar voor kunnen zorgen dat de kinderen in de scholen in Franstalig België verplicht Nederlands leren. Daarvoor had u kunnen zorgen. Het is een pure schande dat kinderen in het Franstalig onderwijs vandaag niet verplicht zijn om Nederlands te leren. Dan komt u ons hier de les spelen. Dag en bedankt. Bij deze de boodschap die ik graag meedeel. (Luid protest)
Rustig, collega's aan de linkerzijde, het komt allemaal goed. Ik weet dat het pijn doet, maar dat is niet erg. Sta me toe uit te spreken (…)
François De Smet:
Merci monsieur le ministre, pour votre réponse. Je pense que si une recommandation vient de la SNCB elle-même – qui, elle, ne favorise ni les francophones ni les flamands –, il faut quand même l'écouter. J'ai une anecdote. Cela se sait peut-être, j'ai un seul collaborateur parlementaire. Il s'appelle Christophe et je le salue. Il me racontait l'anecdote suivante. Hier, il a pris le train. Il a le bonheur d'habiter une commune appelée Jurbise dans le Hainaut. Son train s'arrête à Huizingen. Pour laisser passer des trains à grande vitesse, ce qui se fait fréquemment sur cette ligne, le conducteur de train fait quelque chose qui est visiblement interdit, mais à mon avis, cela se fait souvent. Il explique d'abord en néerlandais, mais aussi en français, la raison pour laquelle le train est arrêté quelques minutes. C'est simplement une question de sécurité, et il le fait aussi pour rassurer les voyageurs. Est-ce grave que cette annonce soit faite dans les deux langues? Cela va-t-il vraiment empêcher des gens d'apprendre le néerlandais ou le français? Je ne crois pas. Il est temps de passer à ce siècle-ci, d'encourager un maximum le bilinguisme et surtout d'être cohérent. L'emploi des langues dans les transports en commun peut se faire en deux, trois ou quatre langues, ça ne tuera personne!
Het station Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tine Gielis kritiseert het Bergen-treinstation als een peperduur prestigeproject (480 miljoen voor 9.000 reizigers, 10 jaar vertraging) en wijst op falende toegankelijkheid van NMBS-stations (doelstellingen 2027/2032 dreigen niet gehaald). Minister Gilkinet beaamt de verspilling (beslissingen uit het verleden, slecht beheer) en benadrukt nieuwe regels (prioriteit voor toegankelijkheid, transparantie en kostenefficiëntie via het NMBS-contract) om herhaling te voorkomen. Gielis eist minder prestige, meer actie en betere samenwerking met lokale besturen voor levendige, toegankelijke stations. Kern: NMBS-misbeheer verleden vs. toekomstige herstelplannen.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, een gebrek aan transparantie, een vertraging van bijna tien jaar, een initiële kostprijs van om en bij de 40 miljoen euro die uiteindelijk is geëvolueerd naar een kostenplaatje van 480 miljoen euro, en dat voor 9.000 treinreizigers. Omgerekend komt dat neer op een investering van meer dan 50.000 euro per reiziger. Proficiat. Met dat bedrag had de NMBS nochtans 200 nieuwe rijtuigen kunnen aankopen of had ze 100 stations kunnen renoveren. Zij had ook wifi kunnen installeren op de trein.
Nochtans zijn investeringen broodnodig om de NMBS weer op de rails te krijgen en dat begint bij toegankelijke stations in heel het land. Ik ga even de rekening erbij halen: als we de NMBS mogen geloven, dan komen er 154 toegankelijke stations in 2027 en 176 tegen 2032. Momenteel zitten we aan 106 toegankelijke stations die gerealiseerd zijn, terwijl het er al 120 zouden moeten zijn. Als we aan dat tempo verdergaan, dan zullen er in 2027 125 toegankelijke stations gerealiseerd zijn en geen 154 zoals voorzien.
U stond erbij en keek ernaar, mijnheer de minister, zoals een koe naar een trein. Wat is hier gaande?
Georges Gilkinet:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Gielis, ik heb er al meermaals op gewezen dat de bouw van het station van Bergen het toppunt is van een ongeziene verspilling van publiek geld. (Gelach)
Zoals u weet, is dat het resultaat van beslissingen die lang voor mijn aantreden werden genomen en die verschillende legislaturen overspannen, waarvan ik de buitensporige gevolgen voor de begroting alleen maar kan betreuren evenals het slechte voorbeeld op het gebied van het beheer van overheidsmiddelen.
Ik hoef u niet te herinneren aan de verantwoordelijkheid, die ook uw partij de voorbije legislaturen heeft gehad in het dossier.
Ik wil nog duidelijker zijn. De budgetten die voor het station zijn uitgetrokken, hadden duidelijk beter kunnen worden besteed aan de verbetering van de toegankelijkheid en de ontvangstfaciliteiten in tal van andere stations, die daaraan dringend behoefte hebben. Ik veroordeel die keuze uit het verleden ten zeerste.
In de toekomst moeten we een dergelijke verspilling vermijden. We hebben de nodige richtlijnen vastgelegd in het openbaardienstcontract van de NMBS. Het geeft prioriteit aan het standaardiseren van de onthaalinfrastructuur en het versnellen van de ontwikkeling van de toegankelijkheid voor de beste prijs-kwaliteitverhouding. Het nieuwe contract biedt ook instrumenten voor een doeltreffende en transparante opvolging van de investeringen. Met de huidige regels, die ik heb opgenomen in het contract met de NMBS, zal er nooit meer een puinhoop zoals het station van Bergen zijn.
Ik heb echter nog een laatste boodschap voor u. Voor een efficiënt en voorbeeldig spoorwegsysteem moet de toekomstige meerderheid vasthouden aan de genomen engagementen om de spoordienst en de toegankelijkheid te verbeteren.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik ben blij dat u het met mij eens bent dat het station van Bergen een kaakslag is voor elke pendelaar. Zulke peperdure prestigeprojecten moeten tot het verleden behoren. Het is goed dat u die regels op scherp hebt gesteld, maar ik had er wel graag wat meer actie rond gezien en eventueel enige terughoudendheid over de oplevering van onderhavig station. Minder architecturale prestigeprojecten en meer levendige en toegankelijke stations. Dat moet het doel zijn. We doen dat uiteraard in samenspraak met de lokale besturen, want zij zijn daar aan zet.
Het standpunt van de regering over Syrië en het lot van de Syrische vluchtelingen in België
De toestand in Syrië
De toestand in Syrië
De toestand in Syrië
De voorwaarden voor een nieuwe samenwerking met Syrië
De toestand in Syrië
De evolutie van de toestand in Syrië
De toestand in Syrië
Syrische crisis en gevolgen voor België
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister), Bernard Quintin
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na de val van Assad’s regime in Syrië heerst onzekerheid over de toekomst: terwijl sommigen (o.a. Vlaams Belang, N-VA) pleiten voor onmiddellijke terugkeer van Syrische vluchtelingen en strenge maatregelen (zoals in Oostenrijk), waarschuwen anderen (o.a. Groen, cd&v) voor premature terugzendingen gezien de instabiele veiligheidssituatie, bombardementen en opkomst van extremistische groepen (HTS, ex-Al Qaida). De regering bevestigt dat terugkeer nu niet aan de orde is, zetten asielaanvragen *on hold* en benadrukt gecoördineerde EU-actie voor stabiliteit, mensenrechten en straffeloosheidbestrijding, maar bereidt zich wel voor op toekomstige, veilige terugkeer bij stabilisatie. Kernpunten conflict: veiligheid (terreurdreiging, Syriëstrijders), moraal (vluchtelingenbescherming vs. politiek misbruik) en geopolitiek (vreemde inmenging, Israëlische bombardementen, rol EU). Critici vrezen dat haastige beslissingen (statuten intrekken, gezinshereniging stoppen) mensenrechten schenden en de fragiele transitie in Syrië ondermijnen.
Matti Vandemaele:
Geachte premier, mijnheer Quintin, welkom.
Het zijn bijzondere tijden in Syrië. Na meer dan een halve eeuw kan het Syrische volk eindelijk opnieuw dromen van vrijheid. Op het moment dat het zijn bevrijding viert, wordt het al getrakteerd op een serie aanvallen en bommen van andere landen. Als bevrijdingscadeau kan dat tellen.
In ons land hebben we dan het Vlaams Belang dat meteen moord en brand begint te schreeuwen over alle Syriërs die hier werden opgevangen en nu zo snel mogelijk moeten terugkeren. Ik moet u zeggen dat ik daardoor gedegouteerd ben. Op een moment dat er nog geen duidelijkheid is over hoe het land Syrië zich verder zal ontwikkelen, op een moment dat er nog dagelijks bombardementen zijn, is het choquerend dat men nu al mensen wil terugsturen. Het toont eens te meer aan dat het voor het Vlaams Belang alleen maar gaat over een antivluchtelingenagenda.
Ook mevrouw de Moor deed uitspraken. Het is de mening van onze fractie dat we op dit moment terughoudend moeten zijn en ons beter niet tot grote uitspraken laten verleiden, zeker als we in rekening brengen welke gruwel daar de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden.
Mijnheer de eerste minister, ten eerste, bent u het met mij eens dat het vandaag niet aan de orde is om Syrische vluchtelingen terug te sturen? Ten tweede, kunt u bevestigen dat mensen die als vluchteling werden erkend en een bijdrage aan onze welvaartsstaat leveren ook niet moeten vrezen om te worden teruggestuurd? Ten derde, bent u van mening dat het CGVS de autoriteit is om te bepalen wie al dan niet bescherming moet krijgen, en niet de stem van een of andere politicus?
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de vicepremier, het regime van de Syrische tiran Al-Assad is verleden tijd en dat is maar goed ook.
Dat heeft onmiskenbaar gevolgen voor Europa, zeker op het vlak van asiel en migratie. In Nederland, mijnheer Vandemaele, werd gisteren in het Parlement een motie goedgekeurd om snel werk te maken van de terugkeer van Syrische vluchtelingen. Oostenrijk heeft ondertussen aangekondigd dat alle toegekende statuten zullen worden herbekeken. De gezinshereniging van erkende Syrische vluchtelingen wordt daar opgeschort en de diensten hebben daar nu al de opdracht gekregen om een terugkeerprogramma uit te werken. Waarom heeft de Belgische regering nog geen concrete initiatieven genomen? Mohammed al-Bashir, de nieuwe interimpremier van Syrië, heeft immers zelf al de Syriërs die gevlucht zijn, opgeroepen om terug te keren naar hun land.
Gisteren vernamen wij dat een achttal Belgen betrokken is bij HTS. Het gaat om landgenoten die jaren geleden al naar Syrië zijn getrokken. Ik hoorde minister Van Tigchelt vandaag op de radio zeggen dat het best mogelijk is dat een aantal van hen een jihadistische ideologie aanhangt, maar desondanks maakt hij zich niet ongerust, want "HTS heeft voorlopig geen internationale agenda”. HTS wordt door de Europese Unie nog altijd als een terroristische organisatie beschouwd en dat is toch niet niks. Mijnheer Quintin, u hebt daarover als nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zelfs nog wereldvreemdere verklaringen gedaan. U weet niet of die personen nog zullen radicaliseren en terugkeren naar ons land.
Weet het OCAD om wie het precies gaat en wat zij daar al die jaren in Syrië hebben gedaan? Waren zij actief bij IS? Zijn er daarvan ondertussen veroordeeld? Zult u hen hier zomaar opnieuw binnenlaten?
Darya Safai:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, de oorlog in Syrië heeft meer dan 600.000 doden geëist en miljoenen mensen ontheemd. Nu het regime van Al-Assad is gevallen, hopen sommigen dat aan dat verhaal een einde zal komen, maar in werkelijkheid is het slechts het begin van een nieuw en gevaarlijk hoofdstuk. Het land is nog even verdeeld als gisteren.
HTS mag Al Qaida en IS publiek hebben afgezworen, het is nog steeds de erfgenaam van de gevreesde Al-Nusrabrigade. Sommige naïeve media beweren dat de groep gematigd is. Niets is minder waar. Het gaat om islamisten, die de sharia willen implementeren. Minderheden, christenen, Koerden en vrouwen zijn weer kwetsbaarder dan ooit tevoren. Een machtsvacuüm opent de deur voor nieuwe migratiestromen en de heropleving van extremistische groeperingen.
Mijnheer de eerste minister, het conflict raakt ook ons in België. Syriëstrijders bevinden zich nog steeds in de regio. Sommigen blijven loyaal aan de jihadistische groepen, terwijl anderen zouden kunnen proberen terug te keren. Dat vormt een directe bedreiging voor onze nationale veiligheid, vandaar mijn vragen aan u.
Welke concrete maatregelen neemt u om terugkerende Syriëstrijders te identificeren en de dreiging voor België te beperken?
Hoe zal België actief bijdragen aan de stabiliteit van de regio, zowel politiek als humanitair?
Franky Demon:
Mijnheer de premier, na 54 jaar is de tirannie van de familie Assad in Syrië eindelijk voorbij. Ik vind dat natuurlijk een bijzonder goede zaak, maar laten wij vooral niet te snel euforisch worden. De vraag is welk regime er in de plaats komt. De internationale gemeenschap, met name ook de Europese Unie, moet nu haar verantwoordelijkheid nemen in de begeleiding van Syrië op de weg naar een veilig en democratisch land.
De afgelopen jaren vluchtten heel wat Syriërs naar Europa, ook naar ons land. Staatssecretaris de Moor heeft werkelijk kordaat gereageerd door de beoordeling van de lopende aanvragen van Syriërs on hold te zetten, tot er meer duidelijkheid is. De afgelopen tien jaar kregen 35.000 Syriërs bescherming in ons land, van wie ongeveer een derde de afgelopen vijf jaar. Een vluchtelingenstatus is niet noodzakelijk voor altijd. Als de situatie duurzaam verbetert en de stabiliteit weerkeert, kunnen voor cd&v de statussen opnieuw individueel beoordeeld worden. Daarvoor is het nu echter nog te vroeg.
Het is belangrijk dat ons land zich op internationaal niveau inspant om nu samenwerking en informatie-uitwisseling met Syrië te versterken. We moeten op Europees niveau pleiten voor een gemeenschappelijke aanpak.
Ik heb dan ook drie misschien wel gemakkelijke vragen voor u. Ten eerste, steunt u de door staatssecretaris uitgezette beleidslijn aangaande de manier waarop ons land met de Syrische vluchtelingen zal omgaan?
Ten tweede, welke rol ziet u voor ons land en de EU? (…)
Voorzitter:
Collega's, ik wens in herinnering te brengen dat de spreektijd om een vraag te stellen, twee minuten bedraagt.
Ismaël Nuino:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, nous avons tous suivi avec attention les événements qui se sont passés ces derniers jours en Syrie.
Nous devons nous réjouir de la chute du régime de Bachar al-Assad. Ce fut une dictature qui, avec celle de son père, aura duré plus de cinq décennies. Depuis 2011, ce régime barbare a causé la mort de 500 000 personnes et provoqué le déplacement de plus de 10 millions de personnes. Ce régime a incarné l'une des pires violations des droits humains de notre époque.
Comme l'histoire nous l'a malheureusement montré, la chute d'un tel régime peut créer une profonde instabilité. Nous avons vu que les périodes de transition peuvent mener à une grande instabilité, notamment après la chute des régimes de Saddam Hussein et de Mouammar Kadhafi par exemple. Dans un contexte géopolitique très tendu, la Syrie ne fait pas exception.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, quelle est la position officielle de la Belgique face aux récents et derniers événements qui se sont passés en Syrie?
Notre diplomatie a-t-elle eu ou prévoit-elle d'avoir des contacts avec les autorités de transition syriennes qui semblent se mettre en place?
La Belgique compte-t-elle demander à la nouvelle haute représentante de l'Union européenne, Kaja Kallas, d'engager l'Union dans un dialogue actif avec ces nouveaux dirigeants? Le Conseil des Affaires étrangères (CAE) de ce 16 décembre pourrait être une bonne opportunité pour mettre ce sujet à l'agenda.
La Belgique va-t-elle proposer, avec l'Union européenne, une feuille de route politique et diplomatique claire afin d'accompagner la Syrie vers la stabilité?
Enfin, comme vous l'avez également déjà exprimé, monsieur le ministre, l'intégrité territoriale de la Syrie doit être garantie. Nous observons cependant déjà des actions militaires, notamment israéliennes, sur le territoire syrien. Quel regard portez-vous sur ces actions en cours?
Nabil Boukili:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je tenais à vous interroger sur la situation en Syrie et au Moyen-Orient de manière générale. Nous avons vu ce qu'il s'est passé en Syrie: la chute du régime autoritaire de Bachar al-Assad, qui est une bonne nouvelle pour le peuple syrien. Mais nous sommes encore beaucoup à être inquiets de l'avenir de la Syrie et de la souveraineté du peuple syrien.
De nombreuses puissances sont impliquées en Syrie et on remarque une ingérence de plusieurs forces sur le terrain, avec les bombardements américains, la présence de puissances régionales comme le Qatar, l'Arabie saoudite, la Turquie et Israël, qui est responsable de plus de 500 bombardements en deux ou trois jours. Ce dernier pays profite de la situation pour étendre sa présence sur le sol syrien, notamment au niveau du plateau du Golan, qui est illégalement occupé. Il est fou qu'Israël puisse se permettre d'agir de manière meurtrière en étant complètement impuni, alors que ce pays est accusé de génocide et que son chef d'État est poursuivi pour crime de guerre.
Monsieur le premier ministre, pour sortir du chaos dans cette région, nous avons besoin de plusieurs choses. Tout d'abord, il faut mettre fin au génocide à Gaza, garantir l'aide humanitaire pour les Palestiniens et mettre en place un appareil de sanctions contre cet État impuni et source d'instabilité dans la région.
Deuxièmement, il faut garantir la protection et les droits du peuple syrien et de toutes les forces syriennes qui œuvrent à la construction d'une Syrie nouvelle et unifiée, dans le respect de la diversité culturelle et religieuse, et à un gouvernement fort et souverain. Pour cela, il faut aussi mettre fin à toute ingérence étrangère sur le sol syrien. Il faut que les forces américaines, israéliennes, turques et saoudiennes sortent de la Syrie.
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's, ik stel voor dat wij de spreekster van MR de ruimte geven. Ik wil nog eens iedereen die zich niet kan inhouden erop wijzen dat hun interrupties niet in het verslag worden opgenomen en dus eigenlijk volkomen overbodig zijn. Deze interrupties zullen geen spoor nalaten in de geschiedenis.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, depuis votre entrée en fonction dont je me félicite, vous vous êtes déjà exprimé sur la situation en Syrie, encore ce matin. Je note avec grande satisfaction la fin d'un régime dynastique et cruel.
Nous nous situons, pour moi, dans la continuité des "Printemps arabes" qui ont débuté en 2011. Ils avaient suscité énormément d'espoir en un avenir meilleur. Mais soyons honnêtes, certaines espérances sont loin d'avoir été exaucées. Ne répétons pas les erreurs du passé. Il me semble essentiel que la communauté internationale soit unie, malgré ses divergences. Nous devons soutenir une transition politique ambitieuse pour le bien des Syriens et la stabilité de la région. En outre, la Belgique a des intérêts de sécurité à faire valoir, notamment quant au suivi des combattants de Daech incarcérés en territoire contrôlé par les autorités kurdes.
Monsieur le ministre, j'ai quatre questions à vous poser.
Premièrement, comment surmonter les obstacles juridiques qui pèsent sur le groupe HTC qui, je le rappelle, est reconnu comme une organisation terroriste? Or nous nous devons d'établir un dialogue politique avec eux pour favoriser une transition pacifique.
Deuxièmement, comment trouver un équilibre subtil entre l'aide de la communauté internationale et la non-ingérence étatique des puissances voisines de la Syrie?
Troisièmement, comment contribuer à la lutte contre l'impunité des autorités de l'ancien régime, puisque les victimes méritent une reconnaissance de leurs souffrances ainsi qu'un procès équitable de leurs bourreaux?
Quatrièmement, la lutte contre Daech n'est malheureusement pas terminée. Les autorités kurdes se doivent d'être soutenues afin de maintenir incarcérés les combattants radicaux. Rappelons que des Belges en font partie. Dès lors, comment soutenir nos services compétents, monsieur le ministre, afin d'assurer la sécurité de notre pays?
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, ce mois de décembre a vu un événement historique se produire en Syrie: la fin du régime des al-Assad. Cinquante-quatre ans de règne sanguinaire marqués par la répression et les violences les plus brutales, des violences en partie inspirées par les méthodes du nazi Aloïs Brunner, qui est l'un des principaux responsables de la solution finale, le projet d'extermination des Juifs en Europe. Ce moment signe la fin d'une dictature qui a plongé le peuple syrien dans l'horreur absolue. Les images de l'emblématique et terrifiante prison de Saidnaya où des enfants et des prisonniers retrouvent la liberté sont absolument bouleversantes. Ce moment ouvre une période de soulagement d'abord, mais aussi d'interrogations.
La chute d'Assad est sans aucun doute une étape importante pour le peuple syrien et potentiellement pour l'avenir de la région. Les défis sont nombreux et nous nous devons d'accompagner cette transition démocratique et inclusive en Syrie, mais sans confisquer cette transition et cette révolution. La Belgique, en tant qu'acteur international engagé pour la paix et la justice, a toujours plaidé pour une solution politique en Syrie. Nous avons soutenu des résolutions aux Nations Unies et contribué à des aides humanitaires.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, cet événement rappelle à quel point les aspirations des peuples pour la liberté et pour la dignité sont extrêmement puissantes, même après des décennies d'oppression. Mais ces espoirs nécessitent un soutien international fort pour éviter que les différentes puissances coloniales occidentales ou d'autres puissances de la région ne confisquent la révolution du peuple syrien. Un nouveau régime se met doucement en place entre espoirs et interrogations.
Comment la Belgique compte-t-elle se positionner par rapport au régime qui se met en place? Au sein de l'Union européenne, quel rôle spécifique la Belgique envisage-t-elle de jouer pour contribuer à la reconstruction d'une Syrie engagée sur la voie des réformes? Dans ce contexte de bouleversement, quels moyens la Belgique déploie-t-elle pour protéger les populations civiles dans une région qui est déjà sous haute tension à cause du comportement de voyou et de génocidaire de l'État d'Israël? Merci pour vos réponses.
Alexander De Croo:
Mijnheer de voorzitter, samen met miljoenen Syriërs zijn wij blij dat er een einde is gekomen aan 53 jaar dictatuur in Syrië.
Vele sprekers hebben de nadruk gelegd op de meer dan 500.000 Syriërs die het leven hebben gelaten. Niet iedereen is echter blij dat Assad vertrekt. Mevrouw Pas, u noemt Assad hier een tiran. Uw woorden zijn echter goedkoop. De heer Dewinter betreurt dat een van de grootste oorlogsmisdadigers van de voorbije eeuw vertrekt. Hij betreurt dat.
Mevrouw Pas, misschien moet u eens duidelijk maken aan wiens kant u staat. Staat u aan de kant van een Vlaams Parlementslid van u, van iemand die vandaag durft te zeggen dat hij betreurt dat een van de grootste oorlogsmisdadigers moet vertrekken of neemt u hier afstand van zijn woorden? Daarover moet u misschien eens duidelijkheid geven. (Applaus)
Il est vrai que la situation sur le terrain reste très instable. Ce qui compte aujourd'hui, c'est que la transition puisse se dérouler d'une façon pacifique et que vienne en Syrie un pouvoir qui soit représentatif et en ligne avec la résolution 2254 du Conseil de sécurité des Nations Unies. L'intégrité territoriale de la Syrie doit être respectée et les bombardements qui ont lieu aujourd'hui doivent cesser au plus vite.
Ik wil graag ingaan op een aantal vragen die werden gesteld.
De voorbije tien jaar zijn honderdduizenden Syrische vluchtelingen naar Europa gekomen. Ook in ons land hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen. We hebben internationale bescherming gegeven aan mensen die getiranniseerd worden en uit een land komen waar mensenrechten absoluut niet gerespecteerd worden. Wij hebben dus onze verantwoordelijkheid opgenomen en voldaan aan onze verplichting om bescherming te bieden.
Als land hebben we echter ook de opdracht om op een gecoördineerde manier ervoor te zorgen dat mensen veilig terug kunnen keren naar hun thuisland als de situatie stabiliseert. Dat is logisch en ligt volledig in lijn met internationale verdragen. Vandaag is dat nog niet het geval. De situatie is namelijk nog zeer instabiel. Zodra de situatie stabiel is, moeten we dat op een menselijke manier samen met andere Europese landen doen. We moeten vandaag daarvoor de nodige voorbereidingen treffen.
De regering heeft inderdaad beslist om de lopende aanvragen on hold te zetten. Dat lijkt mij volledig logisch. Volgende week is er ook een Europese Raad. We moeten daar samen kijken op welke manier we gecoördineerd die voorbereidingen kunnen treffen.
Ons land en onze samenleving hebben daarvoor een enorme inspanning geleverd. Wij hebben onze verantwoordelijkheid opgenomen. Het is dan ook nu aan ons om er samen met de internationale gemeenschap alles aan te doen opdat Syrië zo snel mogelijk een stabiel land kan worden, dat opnieuw opgebouwd kan worden door de duizenden Syriërs die hier ook ervaring hebben opgedaan. We moeten ervoor zorgen dat ze op een veilige manier naar hun thuisland kunnen terugkeren om het te kunnen heropbouwen en een vredevolle samenleving te kunnen zijn.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos questions qui me donnent l’opportunité de m’exprimer pour la première fois devant vous. Je suis bien conscient de l’honneur que cela représente.
En 53 ans, le régime des Assad s’est rendu coupable d’atrocités et de nombreux crimes contre son propre peuple. Vous avez parlé de la prison. C’est un régime qui n’a pas hésité à gazer plusieurs fois sa propre population.
Sa chute amène une lueur d’espoir pour le pays. La joie des Syriennes et des Syriens prouve qu’ils veulent envisager l’avenir avec optimisme. Je pense que nous devons aussi prendre le temps de partager cette joie avec eux. Il sera maintenant important que tous les acteurs impliqués contribuent à une paix durable en Syrie, respectueux de toutes les communautés qui composent le pays, y compris et surtout les minorités.
Bien qu’il soit encore trop tôt pour tirer de grandes conclusions, les signaux exprimés publiquement sont plutôt positifs pour les Syriennes et les Syriens. Les nouveaux dirigeants syriens devront nous démontrer, à nous certes, mais surtout et avant tout à leur population, qu’ils peuvent garantir une transition politique pacifique et inclusive. Nous évaluerons leurs actes, et pas seulement leurs paroles.
We volgen de situatie op de voet en hebben contacten binnen de Europese Unie, maar ook met landen in de regio, om informatie uit te wisselen. De hele internationale gemeenschap moet samenwerken. Na de goedkeuring van een verklaring van de EU 27 over Syrië deze week, zullen we de kwestie maandag ook bespreken tijdens de Raad Buitenlandse Zaken met mevrouw Kallas, de nieuwe Hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HRVP). Het is belangrijk om onze krachten te bundelen voor de heropbouw van Syrië, voor de coördinatie van de humanitaire hulp en voor het respect van de mensenrechten en de minderheden in het land.
La restauration de la souveraineté, de l'unité, de l'indépendance et de l'intégrité territoriale de la Syrie sont des éléments primordiaux. Nous appelons toutes les parties à éviter une nouvelle escalade militaire.
La Belgique restera également engagée pour que les crimes commis en Syrie ne restent pas impunis. Le mécanisme international, impartial et indépendant pour la Syrie (IIIM) aura un rôle clé à jouer.
J'aurai très prochainement un contact avec mon homologue turc.
Er is voor volgende week in Brussel ook een ontmoeting gepland met mijn Libanese en Jordaanse collega’s.
Concernant la question des foreign terrorist fighters , comme vous le savez, la position du gouvernement a été arrêtée par le Conseil national de sécurité en 2021 qui a défini des critères d'éligibilité au rapatriement. Sur cette base, des rapatriements d'enfants accompagnés de mères ont eu lieu. Si une nouvelle décision de ce type devait être prise, elle devrait l'être avec l'ensemble du gouvernement.
Mesdames et messieurs, honorables députés, une Syrie stable qui se reconstruit dans la concorde et l'unité bénéficiera non seulement aux Syriennes et aux Syriens mais aussi à tous les pays du Moyen-Orient et contribuera – nous l'espérons – à la sécurité et à la stabilité de la région et bien au-delà d'ailleurs. C'est ce que je souhaite. C'est ce que nous souhaitons et nous continuerons à encourager cette voie.
Voorzitter:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie et donne maintenant la parole aux orateurs qui disposent chacun d'une minute pour leur réplique.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, de situatie is duidelijk nog instabiel en erg gevaarlijk. Ik herhaal dan ook mijn pleidooi om momenteel terughoudend te zijn. Het Syrische volk smacht al decennialang naar stabiliteit en vrijheid. Het is ook onze plicht om het Syrische volk daarin te steunen.
Ik heb een laatste boodschap voor het Vlaams Belang. Ik heb hier een foto van uw goede vriend, mensen van het Vlaams Belang, de partij die op de koffie ging bij Al-Assad. Uw partij heeft dat regime gelegitimeerd en ondersteund. Als het dus over Syrië gaat, kunt u het best een toontje lager zingen en zou u misschien beter gewoon zwijgen.
Barbara Pas:
Ik ben zeer duidelijk geweest over de tiran Al-Assad. Wij hebben allang afstand genomen van die zaken, mijnheer Vandemaele. Ik ben evenwel niet zo naïef als vicepremier De Sutter om te denken dat daar in Syrië een democratie in de plaats zal komen.
U noemt mijn woorden goedkoop, mijnheer de premier, maar ik vind het zeer goedkoop om als premier van een zevende partijtje zonder democratisch draagvlak jarenlang verantwoordelijk te zijn voor een desastreus migratiebeleid en dan vandaag niet op mijn pertinente vragen te willen antwoorden.
Mijn vragen en mijn standpunten zijn politiek legitiem. In andere landen wordt uitgevoerd wat wij vandaag vragen. Maak u geen illusies, een meerderheid van die 35.000 Syrische vluchtelingen zal niet vrijwillig terugkeren. Wij vragen u om maatregelen zoals in Oostenrijk te nemen, om de gezinshereniging van Syrische vluchtelingen op te schorten, om de vrijwillige terugkeer van Syriërs te faciliteren en om het vluchtelingenstatuut in te trekken (…)
Darya Safai:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, Assad was een monster, laat daar geen twijfel over bestaan. We moeten echter zeer waakzaam zijn voor de mensen die hem nu opvolgen. Ik toon u een foto van de heer Al-Jolani, de leider van HTS. Hier ziet u de vlag van Jabhat al-Nusra, Al Qaida en hier is de foto van Al-Jolani met de HTS-vlag. Ze hebben allebei dezelfde islamkleuren en dragen het opschrift ‘geen andere god dan Allah en geen andere profeet dan Mohammed’. Ze willen de sharia invoeren. Ze beweren de vrouwen niets te zullen opleggen, maar daar heb ik mijn twijfels bij, ik geloof daar niets van. Khomeini beweerde hetzelfde na de Iraanse Revolutie in 1979. (…)
Franky Demon:
Mijnheer de premier, we zitten duidelijk op dezelfde lijn. Het is goed dat u verder wilt inzetten op de voorbereiding en de coördinatie op Europees niveau. Ik ben blij dat u ermee kunt lachen, mijnheer de premier. Ik hoop dat uw woorden ook overeenstemmen met uw daden, want de EU moet het momentum grijpen om samen met de Syriërs te bouwen aan een democratisch land, dat op termijn een stabiele partner in de regio moet zijn.
Mijnheer de premier, ik wil u nog één ding vragen. HST, de militie die heeft geholpen Assad te verdrijven, staat vandaag nog op de terreurlijst van de EU. Wij roepen u op om samen met de collega’s duidelijke voorwaarden af te spreken op basis waarvan we met dergelijke organisaties in gesprek kunnen gaan. De belangrijkste opdracht is voor ons de stabiliteit en de rust in dat land te laten terugkeren.
Ismaël Nuino:
Monsieur le ministre, monsieur le premier ministre, tout ce qu'il faut retenir, c'est que nous allons avoir besoin d'une réponse de l'Union européenne qui soit coordonnée, forte et rapide parce qu'il est malheureusement à craindre que dans les années à venir nous ayons très peu d'aide et de soutien de nos voisins outre-Atlantique. L'Union européenne doit donc être au rendez-vous.
Alors, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, loin de l'outrance et des simplismes et face à une situation qui est excessivement complexe, la prudence est de mise aujourd'hui. La prudence n'est pas une faiblesse mais une exigence en premier lieu pour notre sécurité, pour la reconstruction de la Syrie, pour qu'elle retrouve son indépendance, sa souveraineté, et que surtout les Syriens retrouvent ce pour quoi ils se sont tant battus: leur liberté.
Nabil Boukili:
Monsieur le premier ministre, vous avez rappelé qu'il faut arrêter tout bombardement aujourd'hui. Arrêter la violence sur le sol syrien est la première chose à faire. Il faut aussi garantir l'intégrité territoriale de la Syrie, condition indispensable pour espérer une stabilité. Mais il faut surtout, et je le répète ici, arrêter toute ingérence étrangère sur le sol syrien. Il faut garantir la souveraineté du peuple syrien dans sa diversité religieuse et ethnique. C'est une condition indispensable si on veut avoir une lueur d'espoir dans cette région pétrie de violence. Aujourd'hui, il faut cesser cette violence. Et cela passe par la souveraineté du peuple syrien et l'arrêt de toute ingérence étrangère en Syrie.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses détaillées. La fin de ce régime tyrannique est, on l’a dit et redit, une opportunité. Certes, elle suscite d’autres interrogations mais il y a enfin de l’espoir, et c’est ce que j’ai envie de retenir. Cette fois-ci, je veux que nous ne rations pas le coche.
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Nous avons une responsabilité énorme, historique pour accompagner au mieux cette transition et qu’elle soit la plus pacifique et la plus inclusive possible, toujours à l’écoute des revendications du peuple syrien, quelle que soit la religion ou l’origine ethnique. Quand j’entends certains ici regretter à demi-mot le régime al-Assad, je me demande dans quel monde on vit. Pourtant, malgré la situation instable sur place, malgré des tensions religieuses, malgré des tensions ethniques, malgré une situation géopolitique régionale totalement instable avec Israël qui a envahi le plateau syrien du Golan, l’Europe et, dans son sillage, la Belgique, ont déjà annoncé suspendre les demandes d’asile des réfugiés syriens. C’est une décision qui n’honore pas l’Europe et qui ne nous honore pas.
Het vervoersplan van de NMBS
Het nieuwe vervoersplan van de NMBS
Het verdwijnen van de rechtstreekse treinverbinding tussen het Waasland en Brussel vanaf 15 december
NMBS vervoersplannen, treinverbinding Waasland-Brussel
Gesteld door
N-VA
Dorien Cuylaerts
CD&V
Tine Gielis
VB
Alexander Van Hoecke
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS-hervorming prioriteert internationale hogesnelheidstreinen ten koste van binnenlandse pendelaars, die kampen met geschrapte rechtstreekse verbindingen (bv. Sint-Niklaas-Brussel), onhaalbare overstappen en overvolle treinen, ondanks eerdere beloftes van betere dienstverlening. Minister Gilkinet erkent de problemen, wijst naar de autonomie van de NMBS en zijn eigen annulatie van het eerste plan, maar biedt geen concrete oplossing—behalve een oproep aan de toekomstige regering om de herfinanciering veilig te stellen, wat oppositiepartijen als N-VA en cd&v afdoen als verantwoordingsontwijking. Kritiek spitst zich toe op de structurele achterstelling van binnenlandse reizigers ten opzichte van internationaal verkeer (bv. Amsterdam-Brussel, nieuwe Groningen-verbinding), terwijl pendelaars—die bewust voor de trein kiezen—nu gedwongen worden de auto te nemen, wat de files, klimaatdoelen en het vertrouwen in de NMBS verder ondermijnt. De minister ontkent zijn beleidsfaling, maar de oppositie eist onmiddellijke herstelling van de prioriteitsregels en een realistisch plan dat de dagelijkse mobiliteitsnoden centraal stelt.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, internationale spoorverbindingen met onder andere hogesnelheidstreinen zijn belangrijk, daar is iedereen het over eens, maar dat die voorrang krijgen op de mobiliteitsnoden van de eigen inwoners, is onbegrijpelijk.
De nieuwe vervoersregeling van de NMBS, die aanstaande zondag ingaat, veroorzaakt onrust over heel Vlaanderen, van Limburg tot West-Vlaanderen. Dagelijkse planningen worden overhoopgehaald door onhaalbare overstappen, geschrapte treinen en verdwenen verbindingen. Zo verliest Sint-Niklaas een rechtstreekse verbinding met Brussel, net zoals het station Mortsel-Oude-God, dat ook een trein richting Brussel per uur zal verliezen. Dat zijn maar enkele voorbeelden, terwijl er net meer aanbod beloofd was. Hoe zult u dat uitleggen aan de reizigers? Dat alles komt natuurlijk boven op de vertragingen en de problemen die we vandaag al kennen.
Mijnheer de minister, wie betaalt de prijs van dat beleid? Dat zijn de hardwerkende mensen die elk jaar gemiddeld 700 euro aan belastinggeld betalen aan het treinvervoer. Daarbovenop moeten zij dan ook nog hun ticketjes of hun abonnement betalen. Die mensen rekenen op vlot en betrouwbaar openbaar vervoer. Vaak kiezen ze bewust voor de trein om bij te dragen aan de groenere toekomst, die u ook zo belangrijk vindt. Door dat soort beslissingen jaagt u hen echter weer regelrecht de auto in. Dat is best straf voor een Ecolominister. Mijn vraag is dan ook simpel. Zult u dat rechttrekken of zult u onze inwoners in de kou laten staan?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ook ik trek vandaag aan de alarmbel. Wij van cd&v vinden het onaanvaardbaar dat de binnenlandse treinreizigers, de pendelaars die elke die elke dag naar en van hun werk reizen, nu achtergesteld worden tegenover de internationale reizigers, die ons land vluchtig met de trein doorkruisen. De inzet van meer capaciteit op de internationale verbinding tussen Brussel en Amsterdam zal namelijk zeker een impact hebben op de binnenlandse verbindingen, aangezien internationale verbindingen nog altijd prioriteit krijgen op de treinen die de pendelaars hier elke dag van en naar hun werk nemen. Vandaar dat de organisatie TreinTramBus en onze cd&v-collega's op diverse locaties in Vlaanderen heel wat acties hebben ondernomen.
En daar blijft het niet bij. Gisteren vernamen wij nog dat een Nederlandse maatschappij een nieuwe aanvraag voor bijkomende treinen vanuit België naar Groningen heeft ingediend. Ook die zullen ongetwijfeld een impact hebben.
Ik ben een rasechte Kempenaar. In de Kempen is het spoornet nu al erg verzadigd. Ik ben dus heel bezorgd over de impact van de extra buitenlandse treinen voor mijn regio.
Mijnheer de minister, in november sneuvelde het filerecord opnieuw. Zullen wij pendelaars, die dus een alternatief voor de auto gebruiken om zich van en naar het werk te verplaatsen en op die manier files helpen beperken, in de kou laten staan? Onze eigen binnenlandse reizigers moeten kunnen rekenen op een betrouwbare verbinding.
In april kwam de problematiek al zeer uitgebreid aan bod in een hoorzitting. Hebt u intussen al initiatieven genomen om de prioriteitsregels te wijzigen en ervoor te zorgen dat de binnenlandse verbindingen niet achtergesteld worden ten opzichte van de buitenlandse verbindingen?
Voorzitter:
We komen nu tot een vraag van collega Van Hoecke die in de commissie niet aan de orde kwam, maar verwezen werd naar onze plenaire vergadering.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, vanaf volgende week zal er voor duizenden pendelaars heel wat veranderen in dit land.
Voor reizigers uit verschillende landsdelen zal het een pak moeilijker en omslachtiger worden om op hun einddoel te geraken. In tientallen stations zal het vervoersplan van de NMBS voor problemen zorgen bij de pendelaars. Gisteren nog waarschuwden de gemeenten Asse, Lebbeke, Merchtem en Opwijk voor overvolle treinen richting Brussel door dit vervoersplan.
In het Waasland zullen pendelaars die opstappen in de stations van Sint-Niklaas, Belsele, Sinaai, het wonderschone Lokeren en Zele geen rechtstreekse verbinding meer hebben met onze hoofdstad, Brussel. Hun lijn wordt in twee geknipt in Dendermonde, met alle gevolgen van dien. Limburg wordt nog stiefmoederlijker behandeld in dit vervoersplan dan in het verleden al het geval was. Dat zal zorgen voor gemiste overstappen, treinen die te traag zullen rijden en treinen die zullen wachten op een vorige trein vol pendelaars die een overstap zullen moeten maken. Er zal met andere woorden heel veel ochtendlijke miserie zijn.
Voor de getroffen pendelaars is er geen goede kant aan dit vervoersplan. Er zit ook geen enkele visie achter, het zal zorgen voor meer frustratie bij de reizigers en uiteindelijk ook voor minder reizigers en een gedaald vertrouwen in de NMBS. Mijnheer de minister, herinnert u zich nog dat dit werd aangekondigd als het meest ambitieuze vervoersplan ooit?
Mijnheer de minister, wat zult u ondernemen om te verhinderen dat dit vervoersplan volgende week zoals voorspeld een nachtmerrie wordt voor veel pendelaars? Wat zult u als minister van Mobiliteit ondernemen om ervoor te zorgen dat die duizenden getroffen pendelaars opnieuw vertrouwen kunnen hebben in het openbaar vervoer?
Georges Gilkinet:
Geachte collega’s, bedankt voor uw vragen over het zeer belangrijke onderwerp van de dienstverlening per spoor die de NMBS maandag aan het grote aantal treingebruikers in ons land zal aanbieden. Ik heb, eerst en vooral, alle begrip voor de mensen die de gewijzigde dienstverlening en in het bijzonder de verdwijning van rechtstreekse verbindingen naar Brussel en andere grote steden betreuren. Iedereen wil logischerwijze directe en snelle treinverbindingen ter beschikking hebben.
Als lid van dit Parlement krijgt u maandag de kans om uw vragen in de commissie voor Mobiliteit direct aan de NMBS-vertegenwoordigers te stellen. Als autonoom overheidsbedrijf is de NMBS, en haar raad van bestuur, in de eerste plaats verantwoordelijk voor het vervoersplan. Elk jaar in december past de NMBS haar vervoersplan aan op basis van het beschikbare materieel en personeel en de treinpannes, maar ook op basis van haar nieuwe openbaredienstcontract met de Staat, dat voorziet in een geleidelijke toename over tien jaar van het aantal treinen dat dagelijks en wekelijks rijdt. Ook dit jaar deed de NMBS dat in het nieuwe vervoersplan. De door de NMBS gemaakte keuzes hebben geleid tot meer treinen op het spoor, tot een verbetering voor veel passagiers, maar ook tot een verslechtering voor anderen, zoals in de gevallen die u hebt genoemd.
Het zal u niet ontgaan zijn dat ik als bevoegd minister niet helemaal tevreden was met het voorstel van de NMBS. Ik heb zelfs besloten om de eerste beslissing van de NMBS te annuleren, wat niet elke dag of elk jaar gebeurt. De NMBS heeft vervolgens een nieuw vervoersplan opgesteld en ter goedkeuring aan de regering voorgelegd. Mijn administratie, de FOD Mobiliteit, is momenteel dat plan aan het analyseren. Daarna zal het plan op de agenda van de ministerraad worden gezet.
Het klopt dat de NMBS onderhevig is aan externe beperkingen.
Als minister verwacht ik echter dat de NMBS de beste service biedt aan iedereen. Wij hebben als regering, en ik als minister in het bijzonder, meer dan ons deel gedaan door een nieuw contract met de NMBS en Infrabel te ondertekenen en zo een aanzienlijke herfinanciering te garanderen.
Als u, net als ik, wilt dat het aantal treinen in de toekomst toeneemt en dat de dienst nog verbetert, dan komt het de toekomstige regering toe om de verplichtingen inzake herfinanciering na te komen en ervoor te zorgen dat de NMBS eveneens haar engagement naleeft. Mevrouw Cuylaerts en mevrouw Gielis, als potentieel deel van een nieuwe meerderheid is dat het beste antwoord dat u kunt geven aan de passagiers wier ontevredenheid u hier vandaag hebt doorgegeven.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u verschuilt zich achter het feit dat de NMBS een autonoom bedrijf is. Uiteindelijk is het nog altijd een overheidsbedrijf en dus draagt u mee de verantwoordelijkheid.
Voorts vind ik dat u praatjes verkoopt. U wilde destijds een ruimer treinaanbod zonder dat u daarbij rekening hield met de vervoersvraag en de situatie op het terrein, denk maar aan de aanwervingsproblemen rond het boordpersoneel. Al die factoren moeten mee in rekening worden gebracht. De malaise is een rechtstreeks gevolg en het resultaat van uw desastreuze beleid. Het is jammer dat ik het weer moet aanhalen.
Ik kan me alleszins niet van de indruk ontdoen dat de NMBS hier een stukje weerstand tegen uw onrealistische plannen biedt. Wie is hier opnieuw de dupe van? Dat zijn de reizigers. Zopas verwees u naar de toekomstige regering. Voor de N-VA is de maat vol (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik betreur ten zeerste dat u nog geen initiatief hebt genomen met betrekking tot de prioritering van het internationale transport op het nationale. In de praktijk betekent dat dus dat de internationale toeristen voorrang zullen krijgen op onze eigen pendelaars. Onze pendelaars, studenten en senioren zijn voor cd&v de prioriteit en wij zullen voor hen blijven strijden.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, u zegt nu eigenlijk dat dit vervoersplan zorgt voor meer treinen, dat het een verbetering is voor veel passagiers en dat men voor alle problemen een mail moet sturen naar de NNBS. U komt hier doodleuk zeggen dat er geen problemen zijn waaraan u iets kunt doen, terwijl u als minister van Mobiliteit ook kunt zien dat een hele regio zijn rechtstreekse verbinding met onze hoofdstad ontzegd wordt. Pendelaars worden aan hun lot overgelaten en moeten zich maar behelpen. De impact zal ook breder zijn dan alleen die getroffen stations. Er zullen meer pendelaars op een beperkt aantal treinen gepropt worden en treinen zullen vaker moeten wachten. Ik hoop vurig - en dan richt ik mij ook tot de sprekers van cd&v en N-VA - dat dit op de agenda van de volgende regering geplaatst zal worden. Mijnheer de minister, uw aankondigingsbeleid heeft in de praktijk alvast tot één ding geleid, namelijk een dalend vertrouwen en een minder performant openbaar vervoer in dit land.
Nieuwe wantoestanden bij een Brussels OCMW
Nieuwe onthullingen in een Pano-reportage
Nieuwe ontwikkelingen bij Brusselse OCMW's
Gesteld door
Gesteld aan
Karine Lalieux
op 5 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om fraude en misbruik van federale energiesteun door het OCMW Anderlecht, waar subsidies ten onrechte werden toegekend (o.a. aan overledenen, buitenlanders en daklozen) om budgetten op te maken en toekomstige middelen veilig te stellen. Minister Lalieux veroordeelt de praktijken, bevestigt lopende controles en een spoedinspectie volgende week, maar verdedigt de verhoging van het fonds (een Vivaldi-beslissing) als noodzakelijk door de energiecrisis. Oppositieleiders Raskin (CD&V) en Van den Heuvel (cd&v) eisen terugvordering van het geld, een onderzoekscommissie en scherper optreden, wijzend op systematische fraude en PS-cliëntelisme die het sociaal draagvlak ondermijnen.
Wouter Raskin:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik dacht dat ik alles gezien had, maar was dat even naïef? Na de recente Pano -reportage komen er vandaag nieuwe feiten van misbruik van energiesteun aan het licht. Federaal geld werd onder uw verantwoordelijkheid zonder duidelijke reden en grondig onderzoek toegewezen aan personen die dat geld hopelijk nodig hadden, maar ook aan een overledene, iemand die in het buitenland woont en daklozen.
Nadat we de afgelopen dagen en weken kennis konden nemen van het ingenieuze systeem van het PS-cliëntelisme in het Brusselse, in het bijzonder in Anderlecht, doen de feiten het vermoeden rijzen dat het OCMW van Anderlecht een systeem opzet om de federale Staat op te lichten, want in tegenstelling tot veel andere OCMW‘s, die uw royale subsidie voor energiesteun niet opgebruikt kregen, lukte dat in Anderlecht zonder enig probleem. Blijkbaar was het de bedoeling om het geld koste wat kost op te maken om zo voor het jaar nadien een nieuwe royale stroom aan federaal geld te verzekeren. Een normaal mens houdt het allemaal niet meer voor mogelijk, mevrouw de minister.
Ik heb drie vragen. Staat u nog steeds achter de beslissing van destijds om de energiesteun fors te verhogen?
Bent u bereid toe te geven dat de toenmalige beslissing de deur voor misbruik opent, zeker voor zieke organisaties, zoals onder andere het OCMW van Anderlecht?
Hoe verklaart u dat het federaal geld waarvoor u verantwoordelijk bent, terechtkomt bij mensen die er geen recht op hebben?
Koen Van den Heuvel:
Mevrouw de minister, collega’s, het vorige PS-schandaal is nog niet volledig uitgeklaard of het volgende duikt al op. Blijkbaar wordt niet alleen sinterklaas gespeeld met leeflonen. Ook energiesteun kan blijkbaar dienen als cadeautje van de Sint. Morgen komt de Sint in alle huiskamers in ons land. Blijkbaar is hij de rest van het jaar echter actief als onderaannemer voor PS-OCMW’s in Brussel.
Mevrouw de minister, op een moment waarop heel veel gezinnen nood hebben aan echte energiesteun, hollen uw collega’s het draagvlak voor die steun uit. Het is immers echt belangrijk dat er voldoende draagvlak is voor een stevig sociaal beleid. Het is dan ook echt nodig dat het OCMW-geld gaat naar wie het echt nodig heeft en niet naar wie bijvoorbeeld in het buitenland woont. Dergelijke uitholling is echt beschamend.
Sommigen opperen dat het maar over 70 euro voor alleenstaanden en over 160 euro voor gezinnen gaat. Wanneer echter alles wordt samengeteld, komen we direct uit op meer dan een half miljoen euro. Daarmee kan de brave belastingbetaler echt niet lachen.
Voor cd&v is het dus heel duidelijk. Dat geld, dat onterecht is uitgekeerd, moet worden teruggevorderd. Het is ook heel erg belangrijk dat u ter zake uw verantwoordelijkheid neemt.
Mevrouw de minister, mijn vraag is dan ook heel eenvoudig: Hoe en wanneer bent u van plan dat probleem echt aan te pakken?
Voorzitter:
Mevrouw de minister, u hebt vier minuten spreektijd om beide vraagstellers tevreden te stellen.
Karine Lalieux:
Collega's, net als u heb ik kennisgenomen van nieuwe revelaties over onregelmatigheden bij de toekenning van steun uit het gas- en elektriciteitsfonds.
Dergelijke praktijken zijn uiteraard onaanvaardbaar. De niet-naleving van de wettelijke regels is nefast voor de solidariteit. Volgens het artikel worden er forfaitaire bedragen toegekend, wat niet is toegestaan. Dat staat duidelijk in de circulaires over het gebruik van het fonds. Het artikel heeft het ook over geantidateerde beslissingen. Als dat het geval is, is er duidelijk sprake van fraude.
Tot slot, maatschappelijk werkers moeten, zoals bij alle subsidies, de toekenning ervan verantwoorden. De toekenning van de steunmaatregelen wordt door de POD MI gecontroleerd volgens een vastgelegde procedure. In het jaar na de toekenning van de steunmaatregelen worden de dossiers budgettair gecontroleerd. Het jaar daarop worden ze gecontroleerd door inspecteurs tijdens een inspectie ter plaatse.
De gedetailleerde inspectie is nog niet gebeurd voor de dossiers die in het VRT-artikel worden vermeld. Zoals ik heb aangekondigd, zullen inspecteurs volgende week alle dossiers van het OCMW van Anderlecht ter plaatse onderzoeken, ook de gevallen waarvan nu sprake is. Ik heb mijn dienst ook gevraagd om de dossiers uit de VRT-reportage in detail te analyseren.
Pour ce qui est de l'augmentation significative du Fonds gaz et électricité, je tiens à dire que cette décision a été prise par l'ensemble des partis de la Vivaldi. En effet, comme vous ne l’ignorez pas, nous vivons une crise énergétique, avec une augmentation importante des factures de gaz et d’électricité. Par ailleurs, le fonds aide également des indépendants et des travailleurs. C'était donc une décision de la Vivaldi d’indexer le fonds et d’y consacrer de l’argent supplémentaire.
Vergeet evenmin dat het arbeidsauditoraat een onderzoek is gestart om na te gaan of er sprake is van fraude. Laat er geen twijfel over bestaan, elke vorm van sociale fraude moet streng veroordeeld worden.
Wouter Raskin:
Mevrouw de minister, ik heb er maar één woord voor en dat is chaos. Terwijl een OCMW symbool zou moeten staan voor stabiliteit en sociaal beleid, staat het OCMW van Anderlecht voor chaos. De benoeming van de OCMW-voorzitter recent is daar een illustratie van. De geprefereerde PS-kandidaat was gecontesteerd en haalde het niet. Iemand met een ander kleurtje, iemand die met het onderzoek wil meewerken, komt op de stoel te zitten en de PS-burgemeester van Anderlecht werpt op dat de man zo snel mogelijk aan de kant moet. Wat een cynische machtsspelletjes zijn dat toch en daarvan zijn opnieuw de allerzwaksten het grootste slachtoffer. Ziedaar het socialisme van de PS in Brussel!
Collega's, de onderste steen moet bovenkomen. Wie nog niet overtuigd is dat er een onderzoekscommissie moet worden opgericht, vraag ik waar men nog op wacht.
Koen Van den Heuvel:
Mevrouw de minister, ik blijf na uw antwoord toch een beetje op mijn honger. Ik verwacht een straffer en proactiever beleid, want de wantoestanden ondergraven echt het sociaal draagvlak voor een stevig sociaal beleid en voor een warme en solidaire samenleving. Voor cd&v is het heel duidelijk: de wantoestanden in het OCMW van Anderlecht moeten met alle middelen en tot op het bot onderzocht worden.
Het rijbewijs met punten
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 5 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Cd&v dringt aan op een integrale verkeersveiligheidsaanpak met een rijbewijs met punten, strengere straffen voor recidivisten en betere handhaving via ANPR-camera’s, wijzend op 501 verkeersdoden in 2023 ondanks verzwaarde boetes. Staatssecretaris Leroy (Ecolo-Groen) benadrukt vooruitgang via het interfederale plan "All for Zero"—de beste cijferverbetering ooit—maar bevestigt dat het rijbewijs met punten strandde door politiek gebrek aan moed, ondanks een klaarliggende tekst. Beide partijen erkennen dat persoonlijke verantwoordelijkheid centraal staat, maar Cd&v blijft pushen voor technologische oplossingen (alcoholslot, digitaal rijbewijs) om pakkans en preventie te versterken. Conclusie: er is consensus over de noodzaak, maar politieke blokkades en onuitgevoerde regeerakkoordafspraken frustreeren concrete stappen.
Tine Gielis:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, het debat over de verkeersveiligheid en de bestraffing in dat verband stond deze week hoog op de agenda. Cd&v wil daarbij, hoewel het een eyeopener was, absoluut niet focussen op één persoon, één ongeval of één maatregel, zoals degene waarvoor daarnet werd gepleit. Wij willen focussen op het grote plaatje, met name de verkeersveiligheid die niet op punt staat in ons land. We hebben de voorbije decennia wel wat stappen vooruitgezet – ik denk bijvoorbeeld aan de strengere snelheidsregels, de betere infrastructuur waarin we rondrijden en de veiligere voertuigen – maar toch moesten we vorig jaar in ons land nog 501 doden betreuren op onze wegen.
De voorbije decennia zijn heel wat boetes opgetrokken en straffen verzwaard, maar toch leert de ervaring ons dat dat niet afdoend is om deze problematiek opgelost te krijgen. Cd&v pleit dus niet voor één maatregel die soelaas moet brengen of het wondermiddel zou zijn, maar voor een totaalaanpak om de verkeersveiligheid te verbeteren. Dat kwam daarnet ook al aan bod.
We stellen daarvoor een vijfpuntenactieplan voor. Ik breng het nog even onder de aandacht. Ten eerste pleiten we voor een rijbewijs met punten. Dat doen we al 20 jaar lang. Volgens ons is dat een systeem dat preventief, sensibiliserend, educatief en bestraffend kan werken en dat resultaatgericht is. Ten tweede pleiten we voor het koppelen van rijbewijsgegevens aan de ANPR-camera's, wat de politie meer tools geeft om te controleren. Een derde pijler bestaat uit het invoeren van strengere straffen voor hardnekkige verkeersovertreders. De ervaring leert ons dat 87 % van hen binnen vijf jaar opnieuw wordt veroordeeld. Cd&v heeft dan ook een wetsvoorstel ingediend om dat aan te pakken. Een vierde pijler is een digitaal (…)
Marie-Colline Leroy:
Mevrouw Gielis, verkeersveiligheid is essentieel. We moeten er alles aan doen om die te verbeteren. Dat is wat minister Gilkinet de afgelopen vier jaar heeft gedaan via de verschillende maatregelen opgenomen in het interfederaal actieplan All for zero , dat stap voor stap wordt geïmplementeerd. Bakens zijn verzet om onze wegen verkeersveiliger te maken. Al die maatregelen hebben geleid tot de beste verbetering in de cijfers sinds er statistieken worden opgesteld. Dat is niets niks, maar we zijn er zeker nog niet. Er moet nog veel gebeuren.
Daarmee kom ik tot het onderwerp van uw vraag, het rijbewijs met punten. Net als u betreur ik het feit dat we hierover geen politiek akkoord hebben kunnen bereiken. Het ontbreekt bepaalde partijen soms aan politieke moed, zelfs wanneer het over zulke levensbelangrijke ontwerpen gaat. Een tekst lag klaar en werd voorgelegd aan de regering, maar stuitte op verzet van sommige leden. We zullen zien of de volgende meerderheid hier wel in zal slagen. Ik ben daar benieuwd naar. De Ecolo-Groenfractie heeft deze tekst alvast als wetsvoorstel neergelegd.
Ik rond graag af met te zeggen dat het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid blijft van elke bestuurder om niet dronken achter het stuur te kruipen of om BOB te zijn. Geen enkele wetgeving kan die persoonlijke verantwoordelijkheid vervangen, of men nu een BV is of een gewone burger.
Tine Gielis:
Mevrouw de staatssecretaris, in het vorige regeerakkoord stonden inderdaad interessante pistes om mee aan de slag te gaan. Ik denk dan aan het rijbewijs met punten en de verhoging van de pakkans, voor een structurele aanpak van de recidivisten. Ik stel vast dat daarvan niet echt iets gekomen is. Ik blijf daar toch een beetje op mijn honger.
U geeft ook aan dat het aan de persoon in kwestie zelf is om te beslissen of hij onder invloed achter het stuur kruipt, maar de koppeling van een alcoholslot aan een digitaal rijbewijs kan zeker een oplossing bieden. Wij hopen dat daaraan gevolg kan worden gegeven aan de onderhandelingstafel, zodat we de verkeersveiligheid in ons land terug kunnen opkrikken.
Voorzitter:
Dit is meteen het einde van de vragensessie.
Het uitstel van de miljardeninvestering door ArcelorMittal
Het industriebeleid en de beslissing van ArcelorMittal
ArcelorMittal
ArcelorMittal's industriebeleid en investeringsuitstel
Gesteld door
Vooruit
Brent Meuleman
CD&V
Leentje Grillaert
PVDA
Robin Tonniau
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 28 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De toekomst van ArcelorMittal Gent – met 5.000 directe en 25.000 indirecte jobs – staat op het spel door het uitstel van een 2 miljard euro groene investering, cruciaal voor CO₂-reductie en industriële innovatie. Oneerlijke Chinese concurrentie, onduidelijke EU-regels, hoge energieprijzen en gebrek aan een robuuste Europese industriestrategie dreigen de staalproductie naar buiten Europa te verdrijven, ondanks Vlaamse (600 mln lening) en federale steun (goedkope stroom). Premier De Croo benadrukt dringende EU-actie (o.a. anti-dumpingmaatregelen, gelijk speelveld) en aankondigt een bezoek van EU-commissarissen aan Gent, maar kritiek blijft: energiebeleid en publieke investeringen falen, terwijl de-industrialisatie versnelt. Socialisten en linkse partijen eisen harde bescherming van jobs en klimaatdoelen, N-VA/Vlaams Belang wijzen ze af.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, de afgelopen dagen heb ik gesproken met vele arbeiders van ArcelorMittal in Gent. Die mensen zijn bezorgd om de toekomst van hun bedrijf.
ArcelorMittal is de parel van de Gentse haven met meer dan 5.000 werknemers, maar het bedrijf heeft zonet een belangrijke miljardeninvestering in nieuwe, groenere infrastructuur on hold gezet. De redenen daarvoor lezen als een spiegel voor de politiek: er is te veel valse concurrentie uit China, er is geen duidelijkheid over de nieuwe Europese spelregels en er zijn te veel vraagtekens rond de industriële strategie op ons continent.
Veel mensen bij ons in Zelzate zien wat voor fantastisch werk er op de site wordt geleverd, want ze werken er zelf of ze hebben vrienden of familieleden die er werken. Zij kijken vandaag naar ons, collega’s, en zij stellen zich de vraag of de politiek kan garanderen dat er een toekomst voor de industrie in Vlaanderen is.
Laat het duidelijk zijn, dit uitstel mag absoluut niet leiden tot afstel, want de innovatie in de Gentse haven is te belangrijk en ook de CO 2 -impact van dat bedrijf is vandaag te groot. Sommigen hebben altijd beweerd dat, als we er voldoende subsidies inpompen of op een magische knop drukken, de toekomst van de fabrieken in onze regio verankerd is. Maar kijk, vandaag beslist ArcelorMittal om in heel Europa geen nieuwe investeringen meer te doen als het op verduurzaming aankomt.
Europa kan niet langer toelaten dat China zwaar vervuilend staal dumpt op onze markt. Onze bedrijven en onze jobs moeten beschermd worden en de welvaart van onze mensen, die dag in dag uit hun stinkende best doen, moet beschermd worden.
Mijnheer de eerste minister, u vertolkt ook vandaag nog onze stem in Europa. Zult u erop aandringen om werk te maken van een eerlijk speelveld en zo het harde werk van alle werknemers van ArcelorMittal belonen?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de eerste minister, het hing al even in de lucht en deze week kwam spijtig genoeg ook de bevestiging: ArcelorMittal steekt de cruciale plannen om zijn staalfabriek in Gent te vergroenen in de koelkast. Het gaat om een investering van ruim 2 miljard euro, wat het meteen het grootste klimaatproject van de Belgische bedrijfswereld maakt. Dat dat project nu het zwaard van Damocles boven het hoofd hangt, mogen we absoluut niet negeren.
Die vergroeningsinvesteringen zijn cruciaal, niet alleen om de werkgelegenheid in de regio te beschermen, maar ook omdat door die investeringen de CO 2 -uitstoot in ons land met minstens 3 % zou dalen. Vlaanderen staat klaar met 600 miljoen euro aan leningen en de federale regering staat klaar om de fabriek tien jaar lang van goedkope stroom te voorzien, maar blijkbaar is dat niet voldoende.
Onze fractie kijkt ook naar Europa. Europa moet met de industriële bedrijven naar de tekentafel om een soort green industry deal uit te werken, een deal die ook voor de industrie klopt.
Het gaat trouwens niet alleen over de meer dan 5.000 werknemers van ArcelorMittal in Gent, waarnaar mijn collega al verwees, maar ook over 25.000 werknemers die indirect verbonden zijn met dat bedrijf. Die onzekerheid moet worden weggenomen. Een van de grootste werkgevers uit de regio Gent staat op het punt om dat gigantisch klimaatproject zomaar eventjes in de vuilbak te gooien. Dat kunnen we niet laten gebeuren.
Mijnheer de premier, welke stappen zult u zetten om ArcelorMittal een eventueel beter kader te geven om die broodnodige investeringen veilig te stellen?
Zult u ook aan de Europese Commissie vragen om extra maatregelen te nemen tegen de import van goedkoop staal van buiten de EU en voor een goed investeringsklimaat voor de Europese staalindustrie?
Zult u opnieuw overleggen met de collega's van de Vlaamse (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, zullen wij straks groen staal produceren in Gent of niet? That's the question. Ook de 5.000 werknemers en hun vakbonden bij ArcelorMittal stellen zich deze vraag. Het is een belangrijke vraag voor de toekomst van de hele maakindustrie. ArcelorMittal kondigde namelijk aan zijn groene investeringen in Europa stop te zetten. De staalgigant dreigt ermee om een deel van zijn productieproces te verplaatsen naar buiten Europa. Wij mogen dat niet laten gebeuren.
Op initiatief van de PVDA werd deze week in de Gentse gemeenteraad een motie goedgekeurd om het belang van onze staalindustrie te benadrukken, met de vraag aan de federale, Vlaamse en Europese overheden om in te grijpen, dringend. Deze vraag werd gesteund door alle partijen behalve N-VA en Vlaams Belang. Die partijen staan nooit aan de kant van de werkende klasse.
De hoge energieprijzen zijn het hoofdprobleem in Europa. Die zijn te wijten aan het feit dat wij onze energie in handen hebben gelaten van multinationals als ENGIE, die massaal overwinsten blijven boeken. Het gas dat wij vandaag importeren uit de VS is zo duur dat het wel vloeibaar goud lijkt. Waarmee zijn wij eigenlijk bezig in Europa?
De Gentse motie, die u niet steunde, mevrouw Van Bossuyt, vraagt aan de federale overheid, dus aan u, mijnheer De Croo, en aan Europa om publieke investeringen te doen in hernieuwbare energie. Wij moeten terug controle krijgen over die energie, anders verliezen wij heel onze industrie.
Mijnheer de eerste minister, wat is uw antwoord op die vragen?
Alexander De Croo:
De beslissing van ArcelorMittal om het grootste project inzake industriële reductie van emissie in ons land uit te stellen, is inderdaad zeer verontrustend. Die beslissing is genomen in Gent, maar ook op veel andere plaatsen in Europa. Zo heeft ook het project in Duinkerke zonet hetzelfde nieuws te horen gekregen.
Die situatie leidt tot bijzonder veel bezorgdheid bij de duizenden werknemers en daarnaast nog bij duizenden werknemers van toeleveranciers. Ruimer genomen rijst de vraag of wij in Europa de zware industrie kunnen behouden. Die industrie is de bron van welvaart en de bron van miljoenen jobs. Daarnaast is het via die sector dat we onze groene doelstellingen zullen behalen. We gaan die doelstellingen niet behalen door de industrie in Europa te laten uitsterven, maar wel door die ademruimte te geven om de nodige hervormingen en investeringen te kunnen doorvoeren.
Mijnheer Meuleman, en ik denk ook mevrouw Grillaert, u hebt al aangegeven dat verschillende regeringen de voorbije jaren heel nauw hebben samengewerkt met ArcelorMittal. De Vlaamse regering geeft inderdaad investeringssteun. De federale regering geeft aan dat nucleaire elektriciteitsproductie beschikbaar kan zijn, dat de energienorm klaarligt. Dat alles om ervoor te zorgen dat we binnen Europa een gelijk speelveld zouden hebben, voornamelijk met Duinkerke.
De discussie nu betreft niet een gelijk speelveld binnen Europa, maar wel een gelijk speelveld met de rest van de wereld. Het kan inderdaad niet de bedoeling zijn dat onze industrie die inspanningen levert om te vergroenen, bestraft wordt omdat vuil staal uit andere delen van de wereld hier gedumpt zou kunnen worden. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Dat zou betekenen dat diegenen die het juiste doen uiteindelijk economisch gestraft worden. Dat kunnen we niet aanvaarden.
Dat is ook de reden waarom het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie vorig jaar heel sterk de nadruk heeft gelegd op het behoud van industrie in ons land en ervoor heeft gezorgd dat de regelgeving die we binnen Europa hebben ons in staat stelt om te concurreren met de rest van de wereld.
De samenstelling van de nieuwe Europese Commissie werd gisteren goedgekeurd in het Europees Parlement. De dag voordien heb ik gesproken met een van de vicevoorzitters van de Europese Commissie, Teresa Ribera, over de toekomst van onze industrie en het probleem dat wij hebben in Gent en op vele plaatsen in Europa. Ik heb haar gezegd dat wij haar moeten tonen wat wij aan het doen zijn. Gent is immers een van de productiefste productieplaatsen voor staal in de wereld en heeft het potentieel om een van de groenste productieplaatsen ter wereld te zijn. Het zou waanzin zijn dat Gent bestraft wordt omdat het het juiste aan het doen is.
Ik heb daar vandaag als antwoord op gekregen dat mevrouw Ribera en de heer Stéphane Séjourné, de nieuwe Europese commissaris voor Industriële Strategie, allebei op de uitnodiging zullen ingaan om in de komende dagen een bezoek te brengen aan ArcelorMittal in Gent om met de directie en de werknemers in debat te kunnen gaan. Ik zal daar zelf ook aanwezig zijn. Het lijkt mij dan ook logisch dat de minister-president van de Vlaamse regering, Matthias Diependaele, daar ook aanwezig zal zijn.
Op een moment als dit moeten wij allemaal samen, schouder aan schouder, voor hetzelfde strijden. Dit gaat over de industriële toekomst van Europa in de wereld, over bijzonder veel welvaart van mensen in ons land en over het behalen van onze groene doelstellingen. Dat zal alleen lukken als wij allemaal samenwerken. De sense of urgency is er. Wij moeten er nu eindelijk in slagen om met concrete maatregelen te komen die de zekerheid bieden om die investeringen mogelijk te maken in ons land.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, er is nood aan een premier die voor onze werknemers op de barricaden staat. De innovatie en het harde werk van de mensen bij ArcelorMittal moeten worden beloond. Dat kan alleen met een regering die werk maakt van broodnodige hervormingen, met een regering die pleit voor een transitie waarvan wij allemaal weten dat ze zo essentieel is voor onze toekomst en met een regering die onze industrie beschermt voor valsspelers door die valsspelers keihard aan te pakken.
Dat is de inzet van Vooruit bij deze onderhandelingen. Dat is wat Vooruit de komende vijf jaar zal doen. Het is wat de mensen in heel Vlaanderen en zeker ook in Zelzate van ons verwachten. Op de socialisten kunnen ze rekenen.
Leentje Grillaert:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de eerste minister.
Ik denk dat we allemaal bezorgd zijn dat we deze investeringen mislopen. Dat zou catastrofaal zijn voor de tewerkstelling, voor de welvaart en voor ons klimaatbeleid, zoals u ook zegt. We hebben de plicht als wetgever om de toekomst van de site in de Gentse haven veilig te stellen en om met ons land een leidende rol in de staalindustrie te spelen.
Ik ben blij te horen dat u al actie hebt ondernomen, mijnheer de eerste minister, en dat u binnenkort samen met minister-president Diependaele de site zult bezoeken. Ik heb het genoegen gehad om de site te bezoeken. Ik kan bevestigen dat het een zeer mooi bedrijf is en een toonbeeld voor de industrie. Dat is uiteraard ook te danken aan de vele mensen die daar dag in, dag uit werken
Het is niet de eerste keer dat een dergelijk dossier op ons bord komt en het zal zeker ook niet de laatste keer zijn. Ik steun zeker de sense of urgency.
Robin Tonniau:
Mijnheer De Croo, de weg die we vandaag met Europa volgen is niet de juiste. De de-industrialisatie gaat keihard verder. Alle signalen staan op rood. Hoelang zullen we nog wachten? Hoeveel Van Hools, BelGaNs en Audi Brussels hebben we nog nodig om in te zien dat de politiek uit het verleden vandaag faalt? In zijn communicatie zegt ArcelorMittal duidelijk zelf dat de hoge energieprijs de reden is waarom de klimaatinvesteringen in België, maar ook in Duinkerke en in Asturië in Spanje niet zullen doorgaan zoals voorzien. We moeten dus ingrijpen met publieke investeringen in energie, anders verliezen we al onze industrie. Denk aan de toekomst. Denk aan de toekomst van onze industrie en jobs en neem uw verantwoordelijkheid.
De overbevolkte gevangenissen
De staking in de gevangenis te Marche-en-Famenne
De overbevolkte gevangenissen
De opschorting van de verzending van gevangenisbriefjes
Gevangenisoverbevolking, stakingen, briefjesverzending opschorting
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
Les Engagés
Benoît Lutgen
CD&V
Steven Matheï
MR
Catherine Delcourt
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 21 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kritiek op overbevolkte gevangenissen (12.777 detineerden vs. 11.000 plaatsen) en tijdelijke opschorting van straffen onder 5 jaar (behalve voor zware misdrijven) dominen de discussie: oppositie noemt dit "straffeloosheid" en een veiligheidsrisico, terwijl minister Van Tigchelt het een noodmaatregel noemt om drukte te verlichten, met structurele oplossingen (1.200 nieuwe plaatsen, detentiehuizen, terugkeer illegale detineerden) op langere termijn. Gebrek aan capaciteit, geïnterneerden (1.000+), en lange preventieve hechtenis verergeren de crisis, met slechte werkomstandigheden voor cipiers (bv. Marche-en-Famenne) als direct gevolg. Alternatieven (huur buitenlandse capaciteit, versnelde repatriëring, alternatieve straffen) blijven onderbelicht of geblokkeerd.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, uw beweerde straffe justitie heeft de voorbije week geen al te goede beurt gemaakt, integendeel, met de beruchte cannabisboer die in een zwaar drugsdossier vrijuit gaat omdat de redelijke termijn is overschreden en waarbij justitie waarschijnlijk de in beslag genomen 2,4 miljoen euro moet terugbetalen, met een pedofiele BV die gedurende jaren gruwelijke beelden van kindermisbruik verspreidde en extreme fantasieën had over het misbruik en de mishandeling van kinderen, maar tegen wie het openbaar ministerie slechts een jaar effectieve gevangenisstraf vordert, en nu met uw richtlijn om geen nieuwe oproepingsbrieven meer te sturen naar gedetineerden die veroordeeld zijn tot celstraffen onder de vijf jaar. Men moet in dit land al heel wat uitsteken om te worden veroordeeld tot vijf jaar effectieve gevangenisstraf.
Uw richtlijn geldt niet voor alle veroordeelden. Ze geldt niet voor veroordelingen wegens terrorisme, intrafamiliaal geweld, kindermisbruik enzovoort, maar een drugsdealer of een wapenhandelaar die is veroordeeld tot vier jaar, zal voorlopig – hoelang zal dat duren – niet naar de gevangenis moeten gaan. Dat is ongezien! Op deze wijze komt de veiligheid van de samenleving in het gedrang. Dit is geen oplossing voor de problematiek van de overbevolking, die vandaag opnieuw een hoogtepunt kent met ongeveer 12.700 gedetineerden, als ik juist ben ingelicht, terwijl er slechts plaats is voor 11.000, met ook nog eens 200 grondslapers.
Mijnheer de minister, wij betwisten niet dat de overbevolking onaanvaardbaar is en de veiligheid en werkomstandigheden van de cipiers in het gedrang brengt, maar in plaats van die problematiek structureel aan te pakken, neemt u maatregelen die de straffeloosheid doen toenemen. Wat zult u bij hoogdringendheid doen om deze waanzin te stoppen en ervoor te zorgen dat alle straffen effectief worden uitgevoerd?
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, la Belgique est championne en matière de surpopulation carcérale. C'est un titre peu envié. Cette surpopulation a des conséquences graves pour les gardiens et gardiennes de prison. Certains ou certaines partent travailler la peur au ventre.
Cette surpopulation existe partout et les incidents, que ce soit à Andenne ou à Marche-en-Famenne en particulier ces derniers jours, sont particulièrement marquants pour les gardiens. Trois gardiens sont hospitalisés et plusieurs sont en incapacité de travail. Sur les deux cents agents pénitentiaires de Marche, soixante sont aujourd'hui en maladie ou en incapacité de travail. La situation ne fait qu'empirer dans cette prison.
Monsieur le ministre, quelles actions allez-vous mener spécifiquement par rapport à la prison de Marche et plus globalement par rapport à cette surpopulation carcérale?
Ce matin s'est tenue une réunion de concertation entre les gardiens, les syndicats et la direction. Cette dernière, ou plutôt l'équipe qui fait fonction de direction pour le moment, doit d'ailleurs faire l'objet d'un renouvellement. Quels sont les résultats de cette rencontre? Quelles actions allez-vous mener? Quel soutien allez-vous apporter en dédommagement et en suivi psychologique pour les agents pénitentiaires concernés?
La situation est d'autant plus dramatique que la prison de Marche a été montrée en exemple pour la réinsertion, l'aspect social et tout l'accompagnement. Aujourd'hui, ces projets sont mis de côté. Pour vous donner un exemple très concret, les pauses qui doivent normalement se faire à trente-quatre agents se font aujourd'hui à seize ou dix-sept agents. C'est la moitié du personnel. La tension est de plus en plus forte et impacte de façon extrêmement importante d'abord les agents bien sûr, mais également les détenus.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, er zitten 12.777 gevangenen in onze gevangenissen. Dat is een triest hoogtepunt in België. We zouden bijna heimwee krijgen naar de situatie van zes maanden geleden, toen we de magische kaap van 12.000 gevangenen dreigden te overschrijden. De laatste maanden komen er nog eens acht gevangenen per dag bij. Dat zijn de harde cijfers, hoewel de criminaliteitscijfers dalen.
De vraag is dan natuurlijk wat de oplossingen zijn. Uw oplossing bestaat erin om iedereen elke gevangenisstraf onder de vijf jaar niet meer te laten uitvoeren. Concreet wil dat zeggen dat iemand die een inbraak pleegt en daarvoor veroordeeld wordt tot vier jaar cel niet naar de gevangenis moet en vrij blijft. Dat wakkert het onveiligheidsgevoel natuurlijk sterk aan.
Onze oplossing is een en-enverhaal. Ze bestaat erin om ten eerste in te zetten op capaciteit. Mijnheer de minister, waar blijven de extra gevangenissen in Luik en Leopoldsburg? Waar blijven die extra FPC's in Waver en Aalst? Waar blijven die 15 aangekondigde detentiehuizen? Er zijn er op dit moment immers slechts twee gerealiseerd. Het lijkt alsof al die dossiers geblokkeerd zitten en geen vooruitgang kennen. Ondertussen moet de afgeleefde gevangenis van Sint-Gillis opnieuw een deel van de oplossing bieden voor de gedetineerden.
Daarnaast zijn er natuurlijk ook de geïnterneerden. Dat zijn er 1.000 en dat cijfer is verdubbeld in de afgelopen vijf jaar. Waar zijn de data en de plannen om samen met de minister van Volksgezondheid ook die problematiek aan te pakken? We hebben met het nieuwe Strafwetboek ook meer alternatieve straffen mogelijk gemaakt. Kunnen we daar niet meer op inzetten? Het is immers belangrijk dat mensen ook aan zichzelf blijven werken.
Mijnheer de minister, u hoort het: er zijn veel problemen en veel vragen, maar weinig actie. Wat ons betreft is het dan ook niet vijf voor, maar vijf na twaalf.
Catherine Delcourt:
Monsieur le ministre, la volonté d'exécuter les courtes peines était un signal fort vis-à-vis des victimes et pour l'effectivité des peines. Néanmoins, cette décision a été prise en dépit de la réalité du terrain dans les prisons, où la capacité est totalement insuffisante pour accueillir le nombre de détenus qui sont écroués. En conséquence, les conditions de travail des directions, des greffes et des agents pénitentiaires sont déplorables, et les conditions de détention indignes d'un État de droit. Celles-ci sont en outre contreproductives dans le cadre d'un projet de réinsertion.
Monsieur le ministre, on fait deux pas en avant, trois pas en arrière, puisque vous avez adressé une directive au parquet de Liège, notamment, en demandant que les billets d'écrou ne soient plus exécutés jusqu'au 26 novembre cette fois, pour essayer d'endiguer cette surpopulation qui est particulièrement importante à la prison de Lantin.
Avez-vous encore l'intention de prolonger cette mesure? Quels parquets sont-ils concernés par cette mesure? Combien de billets d'écrou votre décision concerne-t-elle en définitive?
Je voudrais enfin vous demander, monsieur le ministre, de faire preuve d'un peu de créativité. Quelles autres mesures envisagez-vous pour endiguer cette surpopulation carcérale?
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw Dillen, mijnheer Lutgen, mijnheer Matheï, mevrouw Delcourt, ik dank u voor het mee nadenken over het prangende vraagstuk van het plaatstekort in de gevangenissen. Straffen die rechters uitspreken, moeten immers effectief worden uitgevoerd. Het is anderzijds aan de politiek en de overheid om dat te laten gebeuren in aanvaardbare omstandigheden.
Collega’s, ik trap een open deur in, maar ik moet dat toch even doen. Het plaatstekort is geen nieuw probleem. Het zit nu op 15 %. Tien jaar geleden was dat nog 25 %. Het is een feit dat wij de voorbije legislatuur 1.200 nieuwe plaatsen hebben gecreëerd. Dat was echter niet genoeg, omdat de aangroei van gedetineerden nog groter is geweest. Het is een feit – ik herhaal het en het is hier ook aangehaald – dat er nog nooit zoveel mensen zijn opgesloten, namelijk 12.777 gedetineerden vandaag. Het waren er vorige week zelfs meer dan 12.800. Sinds 1 oktober 2024 alleen al zijn er 450 gedetineerden netto bij gekomen.
De vraag hoe dat komt, is een relevante vraag. Wie de ziekte wil bestrijden, moet immers de juiste diagnose stellen. De toename is deels te wijten aan het aantal veroordeelden in de Sky ECC-dossiers.
Nous constatons également que les détentions préventives deviennent de plus en plus longues. Dans nos prisons, 5 000 personnes sont actuellement en détention préventive. Par ailleurs, nous constatons que les juges deviennent de plus en plus fermes: plus de 50 % des détenus purgent leur peine du début à la fin.
Het zijn rechters die oordelen, veroordelen en straffen, mevrouw Dillen. Ik heb alle vertrouwen in hun oordeel ter zake, omdat ik geloof in de rechtsstaat.
Tegelijkertijd blijven onze gevangenissen een vergaarbak voor problemen van andere diensten, zoals de heer Matheï zei. Het gaat niet alleen om 1.000 geïnterneerden, maar ook om bijna 4.000 gedetineerden zonder verblijfsvergunning, mijnheer Matheï. Dat zijn mensen die niet in de gevangenis thuishoren, zeker niet als het gaat over geïnterneerden. Het is juist dat ik meer engagement van Volksgezondheid heb gevraagd. In het reguliere psychiatrische circuit moeten meer plaatsen worden gecreëerd.
Om die acute stijging op korte termijn op te vangen, heb ik inderdaad op 28 oktober – dat is niet toevallig, want de dag nadien is er de uitspraak in dat EncroChatdossier in Brussel gekomen – een instructie aan het openbaar ministerie gegeven. Luister goed alstublieft. Personen die tot een gevangenisstraf tot vijf jaar worden veroordeeld, maar die nog vrij zijn op het ogenblik van de veroordeling en die geen gevaar voor anderen vormen, moeten zich niet in de gevangenis aanbieden. De straf wordt wel degelijk uitgevoerd, maar later. Die instructie geldt voor alle parketten. De tijdelijke maatregel geldt dus niet voor gevangenen die in hechtenis zitten op het ogenblik van hun veroordeling en evenmin voor zedendelinquenten, terroristen en plegers van zware geweldfeiten en intrafamiliaal geweld.
Mag ik u erop wijzen, mijnheer Matheï, dat dit geen unicum is. Die maatregel werd in het verleden ook reeds door voorgangers van mij genomen. Ook Nederland nam volgens mijn informatie recent dergelijke maatregelen.
Il s’agit d’une mesure d’urgence temporaire qui vise à réduire la pression sur nos prisons et notre personnel pénitentiaire. En outre, nous avons développé une politique et nous avons pris des mesures pour résoudre de manière structurelle – ce qui est le vrai défi – le problème chronique du manque de places. Nous le savons et je l’admets, cela ne se fera pas du jour au lendemain. Par ailleurs, nous avons élaboré une vision claire avec un nouveau Code pénal, avec des maisons de détention et de transition.
Straffen op maat en vermijden van recidive staan daarin centraal en zijn de structurele oplossingen die worden uitgewerkt. Het uitvoeren van straffen onder de drie jaar is een essentieel onderdeel van die verandering. We nemen ook verschillende noodmaatregelen om op korte termijn de druk te verlichten, zoals het voorzien van een betere spreiding tussen alle gevangenissen en het terugsturen van illegale gedetineerden naar hun land van herkomst. Marokko neemt voor de eerste keer sinds 2017 zijn onderdanen terug en we hebben dat tempo opgedreven. We gaan binnenkort naar de ministerraad met een dossier voor containerbouw om een contract toe te laten voor 600 extra (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer de minister. De klok is onverbiddelijk, ook voor de collega’s, die één minuut repliektijd krijgen.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, uw antwoord overtuigt me allerminst. Deze overbevolking heeft oorzaken, want al decennialang wordt het gevangeniswezen zwaar verwaarloosd, werd er niet gewerkt aan meer capaciteit en werd te weinig geïnvesteerd in nieuwbouw en renovatie. Daarvoor draagt uw partij een verpletterende verantwoordelijkheid, maar ook de collega’s van cd&v en de socialisten, want zij hebben decennialang dit beleid mee bepaald.
Er zijn oplossingen. Huur gevangeniscapaciteit in het buitenland, mijnheer de minister. Investeer samen met uw collega van Volksgezondheid in meer gebouwen voor geïnterneerden en stuur vooral alle illegale en criminele vreemdelingen terug naar hun land van herkomst. Dan hebt u onmiddellijk 4.000 plaatsen. Indien die landen weigeren, koppel het dan aan het intrekken van ontwikkelingssamenwerking. Laat eindelijk uw tanden zien, want (…)
Voorzitter:
Ik had reeds gezegd dat ik onverbiddelijk zou zijn. En dus ben ik dat ook, mevrouw Dillen.
Benoît Lutgen:
Merci, monsieur le ministre. Vous n'avez répondu à aucune de mes questions: ni sur ce qui se passe à Marche-en-Famenne, ni sur la réunion de ce matin, ni sur les réponses que vous voulez apporter, ni sur les réponses de soutien aux agents pénitentiaires. Zéro réponse!
Vous avez par contre repris, il est vrai, le fait que nous détenions un record en matière de préventive, ce qui crée aussi des difficultés particulières dans nos prisons. La récidive est extrêmement élevée. Les réponses structurelles n'existent pas. Vous ne les avez même pas évoquées, pas plus que les réponses ponctuelles par rapport à ce qui se passe à Marche-en-Famenne.
J'irai moi-même, avec ma cheffe de groupe qui suit ce dossier depuis de nombreuses années, à la prison de Marche-en-Famenne rencontrer les syndicats et les agents. Croyez bien que nous maintiendrons la pression parce que cette situation est inacceptable pour les gardiens et les agents pénitentiaires. Nous voulons être à leurs côtés.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Er werd de afgelopen jaren ingezet op het uitvoeren van de kortere straffen en dat is mede de oorzaak van de overbevolking in de gevangenissen. Het is echter belangrijk om te onderstrepen dat het perverse effect daarvan is dat de straffen tot vijf jaar nu niet meer kunnen worden uitgevoerd. Dat is mede veroorzaakt door het niet genoeg werken aan de in- en uitstroom. Op het vlak van de capaciteit en de aanpak van geïnterneerden is er op het terrein te weinig vooruitgang geboekt en dat is uw verantwoordelijkheid.
Catherine Delcourt:
Monsieur le ministre, l'effectivité des peines, soit leur application, est quelque chose d'essentiel. Un large panel de peines doit être tenu à disposition du juge, mais celles-ci doivent toutes être exécutées – et elles doivent l'être dans de bonnes conditions. Ce que nous n'investissons pas dans les prisons, c'est ce que nous n'investissons pas dans la réinsertion, mais c'est ce que nous payerons sur le plan de la récidive. La surpopulation carcérale à l'heure actuelle est inacceptable. Toutes les mesures doivent être prises, mais certainement pas en s'orientant vers la non-exécution des peines. Des retransfèrements vers l'étranger, l'appel à des mesures alternatives, la création de maisons de détention, pour lesquelles nous savons combien il est difficile de trouver les bonnes implantations, constituent des outils qui doivent être nécessairement activés. Je vous remercie de vos réponses.
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De onthulling van sociale fraude bij het OCMW van Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De socialebijstandsfraude bij het OCMW van Anderlecht
Het schandaal bij het OCMW van Anderlecht
De fraude bij het OCMW van Anderlecht
Leefloonfraude
De Pano-reportage over het OCMW van Anderlecht
De problemen bij het OCMW van Anderlecht
Fraude en schandalen bij het OCMW van Anderlecht
Gesteld aan
Karine Lalieux
op 21 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om wijdverspreid cliëntelisme, fraude en wanbeheer bij het OCMW Anderlecht, waar leeflonen zonder controle werden toegekend aan mensen zonder recht, terwijl kwetsbaren in de kou bleven. Inspectierapporten (2019-2023) waarschuwden herhaaldelijk, maar minister Lalieux (PS) ondernam onvoldoende actie, ondanks federale bevoegdheid—kritiek linkt dit aan politieke bescherming van PS-bestuurders die trots "klantenpolitiek" verdedigen. Oplossingen (terugvordering gelden, strengere controles, betere werkomstandigheden voor overbelaste maatschappelijk werkers) blijven vaag; oppositie eist harde sancties, transparantie en een audit van *alle* Brusselse OCMW’s om vertrouwen in het systeem te herstellen. Kernpunt: misbruik ondermijnt sociale solidariteit en speelt extremisme in de kaart.
Sammy Mahdi:
Mevrouw de minister, beeldt u zich eens in dat u een gewone hulpbehoevende man of vrouw bent die bij het OCMW aanklopt, maar die in Brussel toevallig niet op de PS stemt – dat kan gebeuren – of die toevallig niet de beste vriend is van de OCMW-voorzitter. Beeldt u zich in dat u ook nog eens geconfronteerd wordt met mensen die zich wel in die positie bevinden en die voorsteken in de wachtrij, die dankzij mails vanwege de voorzitter voorrang krijgen en die duizenden euro’s krijgen, terwijl anderen in de kou blijven staan.
Volgens de PS in Brussel stelt dat helemaal geen probleem, integendeel. Gisteren zei iemand van de PS op tv: ʺ Oui, je suis clientéliste et je suis fier de l’être parce que je suis socialiste. ” Men is er trots op dat men publiek geld, bedoeld voor mensen die echt in nood zijn, gebruikt als politicus om het eigen kiesvee te bedienen. Il faut le faire, zo handelen, met een brede glimlach!
Ik wil de Parti Socialiste nooit meer horen spreken over sociale afbraak. Duizenden euro’s uitdelen zonder controle, dat is sociale afbraak. Geld geven aan wie er geen recht op heeft, dat is sociale afbraak. Mensen die geen steun behoeven, geld geven en laten voorsteken in de rij, en tegelijkertijd mensen met echte behoeftes in de kou laten staan, dat is sociale afbraak.
Het meest wraakroepende is dat uw diensten dat wisten. Ik verwijs naar het inspectieverslag van het OCMW van Anderlecht 2023, waarin staat dat de inspectiedienst rechtstreeks via diverse kanalen is aangesproken naar aanleiding van de reeds gekende problematiek.
Mijn vraag is duidelijk. Uw diensten waren op de hoogte van de toestand. Waarom hebt u niets gedaan? Tegen wanneer zal het geld worden teruggevorderd? Hoe gaan we er samen voor zorgen dat het cliëntelisme van PS-besturen in Brussel een halt wordt toegeroepen?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, weet u wat mensen denken en zeggen als zij die reportage hebben gezien? 't Zijn zotten die werken. Ik weet niet of die uitdrukking bestaat in het Frans, maar het komt erop neer dat er mensen zijn in ons land die keihard werken, terwijl ze zien dat andere mensen er de kantjes van af lopen. Dat is bewezen in de Pano -reportage in Anderlecht, uw geboortestad. Het gaat om fraude en cliëntelisme. De mensen worden daar boos van.
Het gaat over veel geld. In ons land wordt meer dan 2 miljard euro aan leeflonen betaald aan 164.000 leefloners. Dat aantal omvat de inwonersaantallen van Hasselt en Kortrijk gecombineerd. Natuurlijk kunnen we niet al die mensen over dezelfde kam scheren. De essentie is wel dat de echt arme mensen van dat beleid de dupe zijn.
Het ergste is dat de alarmbellen in Anderlecht al jarenlang afgaan. Collega Mahdi verwijst naar het verslag van 2023, maar ook in 2019, in 2020 en in 2022 stond dat letterlijk geschreven, mevrouw Lalieux. Ik citeer: "Maand na maand, jaar na jaar krijgen mensen een leefloon zonder opvolging."
Mevrouw de minister, u was bevoegd. U had het onder uw ogen, maar u hebt niets gedaan. Waarom niet? Is de reden dat de burgemeester en de OCMW-voorzitter van PS-signatuur zijn? Is de reden dat het om uw kiezers gaat? Houdt u vast aan de cultuur om alles besloten te houden? Ik voel in u een zekere vorm van schaamte over wat daar gebeurd is. Het is niet aanvaardbaar.
Mevrouw de minister, ik heb maar twee vragen voor u. Ten eerste, kunt u met de hand op het hart beloven dat dit enkel in Anderlecht is gebeurd, of doet datzelfde fenomeen zich ook in andere gemeenten voor? Ten tweede, waarom hebt u na al die rapporten helemaal niets gedaan?
François De Smet:
Madame la ministre, comme beaucoup ici, j'ai vu ce reportage accablant. Des journalistes parviennent sans difficulté à se faire verser un revenu d'intégration sociale, sans enquête sociale et sans même résider dans la commune d'Anderlecht.
Un président de CPAS nous a livré la définition la plus pure du clientélisme qu'on ait vu depuis très longtemps. En effet, quand on aime les gens, quand on veut les aider, il semble normal pour certains d'aider "un peu plus" ceux qui sont venus les voir.
Ce qui m'a le plus marqué, c'est le témoignage des assistants sociaux – témoignage anonyme car ils veulent peut-être échapper à des rétorsions de leur hiérarchie. Ces assistants sociaux sont en réalité piégés et coincés: ils doivent pour beaucoup traiter 200 dossiers chacun.
Ils sont tellement débordés qu'ils n'arrivent pas à effectuer des vérifications, notamment d'emploi et de domicile. Même quand ils proposent des refus d'allocation d'intégration, ils risquent d'être court-circuités par leur hiérarchie ou leur président de CPAS. Cela provoque une charge supplémentaire et, évidemment, un découragement.
Madame la ministre, il faut être très courageux pour être travailleur social au CPAS d'Anderlecht aujourd'hui. Je pense à eux.
Pour la cohésion sociale, c'est aussi très décourageant. Nous sommes dans une période dans laquelle chaque euro compte. Des affaires de ce genre-là sont terribles parce qu'elles sont dénigrantes pour tous ceux qui ont besoin de cette aide sociale et qui n'arrivent pas à l'obtenir rapidement, peut-être parce qu'ils ne connaissent pas les bonnes personnes.
C'est décourageant aussi pour tous ceux qui contribuent au système, les travailleurs qui, à la sueur de leur front, alimentent le système et qui se disent: à quoi bon? Malheureusement, on le sait, la fraude sociale alimente aussi en retour, hélas, la légitimation de la fraude fiscale, les deux étant évidemment inacceptables. C'est désastreux pour la société toute entière.
Madame la ministre, que saviez-vous de ce phénomène avant l'émission? Vous avez dit ce matin en radio qu'il y avait des rapports d'inspection diligentés. En effet, ils existent depuis trois ans. Qu'avez-vous fait depuis? À votre connaissance, des cas similaires existent-ils dans d'autres communes et d'autres CPAS?
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, uw deel doen en uw deel krijgen, is niet meer dan normaal. Dat betekent dat men gaat werken wanneer men dat kan en dat men ondersteuning krijgt wanneer men daar nood aan heeft. Het is daarom dat Vooruit altijd heeft gestreden voor een deftig leefloon, want dat beschermt de mensen tegen extreme armoede.
Als men zegt te strijden voor een deftig leefloon, dan moet men ook strijden tegen al die misbruiken en daar knelt vandaag het schoentje. De Pano -reportage van deze week, die ik schokkend vind, toonde hoe mensen in Anderlecht schaamteloos misbruik maken van dat systeem. Laat het duidelijk zijn, het gaat niet alleen over maatschappelijk werkers die overbelast zijn door te veel aanvragen of over het bewust misbruiken van een systeem om uitkeringen toe te kennen, het gaat ook over politici die wetens en willens niet luisteren naar de negatieve adviezen van hun maatschappelijk werkers. Die maatschappelijk werkers hebben ten einde raad aan de alarmbel getrokken omdat er van bovenaf niet naar hen werd geluisterd.
Mevrouw de minister, de reactie van sommigen was veelzeggend. Denken dat men mensen vooruithelpt door hen ongegrond een uitkering te geven, vind ik hallucinant. Dat gaat niet. Wij vinden dat men mensen beschermt door hen een leefloon toe te kennen, maar ook door te strijden tegen valsspelers, hoe schrijnend sommige verzonnen verhalen ook lijken.
Ik heb maar een vraag voor u. Er werden al jarenlang inspectieverslagen opgesteld en u zegt dat u de controles hebt opgedreven. Wat zijn de resultaten daarvan en vooral, wat zult u doen opdat zoiets nooit meer kan gebeuren?
Ellen Samyn:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de Pano -reportage van dinsdag over de wantoestanden bij het OCMW van Anderlecht was ontluisterend, maar tegelijkertijd ook weinig verrassend. Corruptie, geldverspilling en wanbeheer zijn natuurlijk niet nieuw in Brussel, zeker niet als er socialisten bij betrokken zijn. Herinner u de Samusocialaffaire van ongeveer 7 jaar geleden, waaruit bleek dat uw partijgenoot Yvan Mayeur de corruptie en de vriendjespolitiek binnen Samusocial en het OCMW van Brussel organiseerde. Mevrouw de minister, u verdedigde de heer Mayeur toen nog in de pers: "Denk maar aan de OCMW's die dankzij Mayeur veel efficiënter samenwerken." Een uitspraak die vandaag kan tellen.
Wij vrezen dat het wanbeheer en cliëntelisme helaas niet alleen bij het OCMW in Anderlecht zal te vinden zijn, maar bij het merendeel van de Brusselse OCMW's. Het wordt maatschappelijk assistenten opzettelijk onmogelijk gemaakt om hun werk goed te doen. Wij vernemen van verschillende personeelsleden van de Brusselse OCMW's dat zij van hun politieke bazen een bevel tot het verlaten van het grondgebied moeten aanvaarden als een geldig identiteitsbewijs, om recht op steun te krijgen. Dat is hallucinant.
Mevrouw de minister, hoe verklaart u dat maar liefst 52,2 % van de leeflonen naar niet-Belgen gaat?
Wat zult u ondernemen opdat in dit land, waar werkende mensen meer dan de helft van hun loon afgeven aan de overheid, deze overheid eindelijk verantwoord omgaat met dat geld en het niet gebruikt voor cliëntelisme en electorale bediening?
Klopt het dat uw kabinet de Inspectie van Financiën toegang heeft geweigerd tot de OCMW-dossiers?
Wanneer zult u eindelijk een eerste aanzet geven om de 19 Brusselse OCMW's te fusioneren?
Isabelle Hansez:
Madame la ministre, les révélations sur les pratiques du CPAS d'Anderlecht sont profondément choquantes. Les témoignages confirmés par cette enquête journalistique révèlent des failles systématiques: absence de contrôle, octroi d'allocations à des personnes qui ne résident pas dans la commune et pressions politiques flagrantes. Ces dérives à la fois éthiques et administratives entachent la confiance des citoyens envers nos institutions publiques et posent la question d'un usage abusif de l'argent public. Elles jettent également un discrédit important sur le travail, pourtant essentiel, accompli quotidiennement par les travailleurs sociaux pour permettre à chacun et chacune de vivre dignement.
Le rapport 2023 du SPP Intégration sociale avait pourtant déjà mis en évidence ces manquements graves, mais il semble qu'aucune mesure concrète n'en ait découlé. Ces dérives clientélistes n'ont donc pas été endiguées.
Madame la ministre, pouvez-vous nous indiquer combien de contrôles ont lieu dans ce CPAS et dans les autres CPAS du royaume par les services du SPP Intégration sociale? Vous dites que vous étiez au courant de certains dysfonctionnements mais vous et votre cabinet étiez-vous au courant de ceux-ci? Comment est-ce possible que de telles situations puissent perdurer malgré les évaluations critiques des services fédéraux? Combien d'autres CPAS pourraient-ils être concernés par des pratiques similaires? Et surtout, quelles mesures envisagez-vous pour garantir un suivi rigoureux des recommandations des rapports d'évaluation pour éviter que ces derniers ne restent lettre morte?
L'inaction politique et la gestion hasardeuse des fonds publics au CPAS d'Anderlecht alimentent un sentiment d'injustice et de défiance croissante envers nos institutions. Chaque euro dilapidé ou utilisé sans contrôle rigoureux fragilise un peu plus la crédibilité de notre démocratie sociale. La réponse politique doit être à la hauteur des enjeux et la transparence doit être complète sur ces faits.
Florence Reuter:
Madame la ministre, on croyait avoir quasiment tout vu dans les dérives et dans la mauvaise gouvernance, mais le reportage de la VRT est édifiant: des pratiques et des dysfonctionnements qui sont tout à fait inacceptables, des enquêtes sociales incomplètes ou totalement inexistantes, pas de visites domiciliaires, l’intervention du politique dans les dossiers, des revenus d’intégration octroyés à des personnes qui n’habitent ni dans la commune, ni même dans le pays, et des adresses fictives.
Tout simplement… Que dire? C’est choquant. C’est juste tout simplement choquant, révoltant. Il s’agit d’argent public, de l’argent du contribuable. Certains travaillent dur pour financer la solidarité. C’est d’autant plus révoltant que, finalement, l’aide sociale ne va pas aux plus vulnérables, à ceux qui en ont réellement besoin.
Madame la ministre, mes questions sont simples. Connaissiez-vous l’ampleur de ces fraudes? Ce phénomène s’étend-il à d’autres communes?
Vous déclarez que le CPAS d’Anderlecht fait l’objet d’une enquête depuis 2021 déjà. Qu’est-ce qui a été mis en place, puisqu’on connaissait vraisemblablement tous ces dysfonctionnements?
Enfin, madame la ministre, fallait-il vraiment attendre un reportage de la VRT pour agir? Des outils de contrôle existent. Vous avez la compétence sur ces contrôles, sur le SPP Intégration sociale. Par ailleurs, 75 % du budget viennent du fédéral. Alors il faut prendre les choses en main! J’attends vos réponses.
Nadia Moscufo:
Madame la ministre, depuis mercredi, après le reportage de la VRT, il y a beaucoup de discussions autour du fonctionnement et des dysfonctionnements du CPAS d'Anderlecht, et c'est bien compréhensible. Tout service qui travaille avec la population doit pouvoir fonctionner correctement, dans le respect de la loi, avec des procédures et des critères clairs, et sans clientélisme. Donc, s'il y a abus, si des personnes reçoivent une aide sociale sans y avoir droit, s'il y a eu passe-droit, c'est inacceptable et il faut faire toute la lumière à ce sujet.
Le reportage montrait aussi la surcharge de travail du personnel du CPAS d'Anderlecht. J'en profite, au nom de mon groupe, pour transmettre toute ma solidarité à tous ces travailleurs qui, au quotidien, travaillent dans une situation intenable. Ils ont plusieurs fois dénoncé cette situation avec leur organisation syndicale. Dans le reportage, un travailleur disait ceci: "Parfois, on se retrouve facilement avec 200 dossiers par personne. Ce n'est vraiment pas possible. Cela devient une charge mentale très dure." Notez qu'avec 200 dossiers par personne, il est impossible de faire ce travail humainement. En effet, derrière chaque dossier, il y a des êtres humains, des familles, des enfants dans des situations complexes et dans une grande précarité.
Alors, madame la ministre, j'ai deux questions à vous poser. Qu'allez-vous faire concrètement pour faire toute la lumière sur la situation au CPAS d'Anderlecht? Et qu'allez-vous faire pour répondre au cri d'alarme du personnel et garantir que tous les CPAS de tout le pays puissent remplir correctement leurs missions?
Wouter Raskin:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, wat we zagen in de tv-reportage, was ongezien: keiharde bewijzen van fraude en van politieke inmenging bij de toekenning van steundossiers en een gewezen voorzitter die zich socialist noemt, " je m’en fous " antwoordt op de beschuldiging van cliëntelisme en er zelfs prat op gaat! Ik vraag mij af wat de leden van Vooruit daarover denken. Maar goed, dat is niet mijn zaak.
Mevrouw de minister, door de uitstekende reportage van Pano heeft iedereen kunnen vaststellen wat er aan de hand is en ligt de zaak open. Dergelijke malversaties, boven op de uitdagingen van vandaag maken dat elk OCMW-beleid onbetaalbaar wordt en dat bevestigt de noodzaak tot responsabilisering van de OCMW’s. Wij moeten dringend kwalitatieve en kwantitatieve parameters uitwerken die ons toelaten de goede en de slechte leerlingen in de klas te onderscheiden. OCMW’s die op aanklampende begeleiding, op activering en op sociale integratie inzetten, moeten een bonus krijgen. De andere moeten tegen een malus aanlopen.
Mevrouw de minister, dat verhaal vertellen wij al heel lang, ook al worden wij uitgescholden als asocialen door degenen die eigenlijk stilletjes in een hoek zouden moeten kruipen en zich schamen. Ik heb tientallen vragen. Ze zullen voor de vergadering komende woensdag zijn. Vandaag stel ik er twee.
Ten eerste, hoe verklaart u dat u die wanpraktijken niet hebt gezien, terwijl de verslagen van de inspectie daar al jaren op wijzen?
Ten tweede, bent u na het bekijken van de reportage van oordeel dat er strafbare feiten zijn gepleegd? Zo ja, overweegt u juridische stappen tegen degenen die ze zouden hebben gepleegd?
Caroline Désir:
Madame la ministre, moi aussi, j'ai regardé ce fameux reportage de la VRT. Je puis vous dire que j'ai également été choquée, et même extrêmement choquée. Comment est-il possible d'accorder un revenu d'intégration sans même vérifier que la personne vive bel et bien sur le territoire de la commune ni mener l'enquête sociale indispensable à la vérification des ressources dont dispose le demandeur? Comment est-il possible que des procédures et réglementations, pourtant très claires et très strictes, ne soient pas respectées?
Octroyer une aide sans respecter les conditions légales est évidemment gravissime, et nous le dénonçons sans équivoque. Mais j'insiste sur le fait que ces dysfonctionnements ne doivent pas venir remettre en cause le travail accompli par des centaines de travailleurs sociaux qui s'acquittent de leur job avec une véritable conscience professionnelle et dans des circonstances extrêmement difficiles. Ils ne doivent pas non plus remettre en cause l'absolue nécessité des CPAS.
Madame la ministre, comme cela a été dit, il est absolument indispensable de faire toute la lumière sur cette affaire. Voici donc les questions que je souhaitais vous adresser. De quelles informations disposez-vous concernant les faits reprochés au CPAS d'Anderlecht? Quelles compétences le fédéral exerce-t-il en la matière, au regard de celles de la COCOM et de la commune? Le cas d'Anderlecht est-il isolé? Qu'en est-il des procédures de contrôle et des sanctions possibles dans de telles situations?
Pour la suite, madame la ministre, il importe de se poser les bonnes questions afin d'éviter de nouveaux dysfonctionnements. Comment alléger la charge de travail des assistants sociaux? Comment renforcer les effectifs et attirer davantage de travailleurs sociaux dans ces institutions? Comment, tout simplement, continuer à soutenir les CPAS?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, er moet mij toch iets van het hart. In Anderlecht doen elke dag tientallen maatschappelijk werkers hun stinkende best voor wie echt nood heeft aan steun. Elke dossierbehandelaar heeft er tot 200 dossiers. Ter vergelijking, in Kortrijk, waar ik woon, zijn dat er gemiddeld 50. Door die manier van werken komt wie echt nood aan steun heeft, achteraan de rij en wordt hij of zij heel traag of zelfs niet geholpen. Of de maatschappelijk werker nu 120 dan wel 200 dossiers per jaar moet behandelen, dat aantal is te hoog om degelijk werk af te leveren. Daardoor staat de deur wagenwijd open voor fraude en daar wordt nog een sausje van politieke inmenging over gegoten, zoals men kon zien in Pano . Een voorzitter van een bijzonder comité vindt bijvoorbeeld dat hij persoonlijk moet interveniëren in dossiers en bepaalde mensen voortrekken. Er is geen enkele controle op wat daar gebeurt en de inspectieverslagen zijn ronduit vernietigend.
Mevrouw de minister, hebt u die verslagen gelezen? Zo ja, waarom hebt u dan niets ondernomen? Waarom heeft de overheid daar niets mee gedaan? Komt dat misschien omdat u het eens bent met de betrokken voorzitter van het bijzonder comité, een partijgenoot van u? Ik wil hem even citeren: “Ik kan begrijpen dat men in Vlaanderen verontwaardigd is, u kunt mij cliëntelisme verwijten, maar ik ben een socialist en ik heb mensen geholpen en ik ben daar trots op.” Grijpt u daarom niet in? Mijn fractie vraagt zich dat af. Waarom laat u betijen, waarom grijpt u niet in?
Karine Lalieux:
Monsieur le président, chers collègues, je ne vais pas y aller par quatre chemins: ce que nous avons vu dans ce reportage est totalement inacceptable. Il est inacceptable d'utiliser l'argent public pour des personnes qui n'en ont pas besoin. Il est illégal de dépenser les moyens dédiés à l'aide sociale sans que cela ne soit justifié. C'est d'ailleurs la raison pour laquelle la loi prévoit des contrôles et que tous les montants indûment versés doivent être remboursés.
De regels en procedures die in de wet zijn bepaald, garanderen de eerlijkheid tussen burgers. De niet-naleving ervan moet worden veroordeeld en bestraft.
Pour rappel, toute demande au CPAS suppose un premier rendez-vous avec une assistante sociale au cours duquel sont exposés les documents et les conditions nécessaires, un deuxième rendez-vous sur la base de ces documents pour vérifier si les conditions sont remplies, une visite sur place pour vérifier que la personne y vit réellement. Si toutes ces conditions sont remplies, la demande est transmise au bureau spécial ou au Comité spécial de l'action sociale où la majorité et l'opposition sont représentées et qui est le seul habilité à prendre des décisions. Si les procédures sont respectées, aucune interférence politique n'est donc possible – je dis bien "si elles sont respectées" – puisque la loi prévoit très précisément les critères, les procédures et les délais.
Le SPP Intégration sociale vérifie que les conditions d'octroi du revenu d'intégration sociale par les CPAS sont respectées. Les CPAS sont en outre soumis à la tutelle des entités fédérées, en l'occurrence la COCOM, qui contrôle le fonctionnement général du CPAS, notamment les moyens humains, l'organisation et d'autres indicateurs.
Le CPAS d'Anderlecht, comme d'autres, a fait l'objet de tels contrôles. Ceux-ci ont permis d'identifier des manquements qui ont conduit à un contrôle renforcé sur base annuelle, ce qui n'était pas le cas dans d'autres CPAS.
Ces manquements sont de deux ordres. Premièrement, il y a le non-respect des délais légaux pour octroyer ou non le revenu d'intégration sociale. Le service d'inspection a déjà pris une décision de sanctionner le CPAS en cas d'octroi du revenu de CPAS hors délai. Le deuxième manquement porte sur les enquêtes sociales insuffisantes ou inexistantes. Quand le contrôle conduit à constater que les règles n'ont pas été respectées, les montants indus sont réclamés au CPAS et doivent être remboursés.
La fraude sociale est en effet inacceptable comme toute forme de fraude parce qu'elle est illégale et sape la confiance du public dans notre système de solidarité.
J'ai donc pris la décision d'aller au-delà en renforçant les contrôles. Alors que les contrôles ont normalement lieu sur la base d'un échantillon, j'ai demandé que les contrôles soient systématiques au niveau du CPAS d'Anderlecht.
J'ai aussi demandé au SPP Intégration sociale de vérifier si d'autres CPAS rencontrent des problèmes similaires et, dans ce cas, de renforcer les contrôles. Ces manquements – que, je le répète, je condamne avec la plus grande fermeté – doivent être dénoncés et les montants doivent être remboursés. Mais nous devons aussi veiller à ce que de tels faits ne se reproduisent pas. Ceci relève de la compétence des CPAS et de la tutelle des communes, qui sont en première ligne, mais aussi du gouvernement fédéral et des gouvernements régionaux, ici la COCOM.
Il faut aussi rappeler que les lacunes dans le respect de l'application des procédures sont dues à un manque de moyens humains, vous l'avez souligné. Il faudra donc continuer à renforcer les effectifs du CPAS pour leur permettre de traiter les dossiers dans les délais et dans le respect le plus strict des procédures. Même si cela ne relève pas de ma compétence, la COCOM devra également exercer sa tutelle de manière rigoureuse afin de vérifier que les moyens mis à disposition des CPAS sont mis en œuvre de la manière la plus efficace et efficiente possible.
Ni les personnes en difficulté ni les agents des CPAS – qui font un travail difficile avec une grande conscience professionnelle – ne doivent être les victimes de ces manquements.
Chers collègues, comme l'a dit M. Raskin, nous nous rencontrerons mercredi prochain après-midi et vous aurez tous les détails sur ces constats au CPAS d'Anderlecht. Je vous remercie.
Sammy Mahdi:
Mevrouw de minister, als ik zo heftig gereageerd heb, is dat omdat ik mijn stad graag zie. Ik ben daar geboren. Sommigen zeiden dat zij verbaasd waren, maar ik ben helaas niet verbaasd. Ik was graag verbaasd geweest, maar dit is de realiteit die al jarenlang gaande is.
U zegt dat er regels bestaan. Ja en neen. Er zijn regels die beter kunnen. Er zouden alarmbellen moeten afgaan wanneer in een bepaalde gemeente de maatschappelijke dienst een beslissing neemt, maar de politiek toch iets anders beslist. Dan moeten er bij u meteen alarmbellen afgaan. Die klachten moeten bij u terechtkomen.
Wij moeten ervoor zorgen dat het geld meteen teruggevorderd wordt. Dit is niet nieuw. Dit heeft ook politieke redenen. De politiek moet er iets aan doen, op het federale niveau, op het regionale niveau en op het lokale niveau. Ik meen echter ook dat iedere partij een ernstige bestuursvergadering moet houden en bekijken welk model ze hanteert en op welke manier ze daarmee de sociale zekerheid onderuithaalt.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de minister, uw antwoord was hallucinant. U hebt een tekst voorgelezen, u hebt de regels beschreven. Geen schuldinzicht, geen excuses, het is de fout van de anderen.
Mevrouw de minister, u had zoveel meer kunnen doen. U had de OCMW-voorzitter en de burgemeester van Anderlecht publiekelijk op de vingers kunnen tikken. U had uw mensen naar het OCMW van Anderlecht kunnen sturen om die fraudepraktijken te stoppen. U had zelfs kunnen luisteren naar de mensen van uw inspectie, die u uitdrukkelijk gevraagd hebben hen meer macht te geven om op te treden. U doet er echter niets aan.
Uw antwoord, mevrouw de minister, bewijst dat u dit niet ter harte neemt. U kunt wel verwijzen naar de hoorzitting van volgende week woensdag, maar als u als minister met zo'n attitude vier jaar lang hebt bestuurd, bent u het niet waard geweest. Dit is een schandaal, maar u reageert alsof het niets is. Schandalig!
François De Smet:
Merci pour votre réponse, madame la ministre.
Si je comprends bien, dans ces rapports datant d'il y a trois ans, les problèmes avaient été identifiés. Des rapports supplémentaires ont été rédigés, des montants réclamés, mais le problème n'a pas été réglé. Le reportage de Pano est en effet relativement récent.
Je commence à voir que cela va nous mener à un grand jeu belge, à savoir le renvoi de la balle entre l'État fédéral, la COCOM, la commune et le CPAS d'Anderlecht.
Il existe visiblement un "shopping" d'aide sociale, malheureusement. Je comprends qu'il est légitime, pour certaines personnes, de faire semblant qu'on est domicilié dans une commune alors qu'on ne l'est pas, de faire semblant qu'on est isolé alors qu'on est en couple. Et, si le jeu est malheureusement aussi largement répandu, c'est que, parfois, il fonctionne et que le clientélisme reste une réalité. Il faut y mettre fin immédiatement.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, ik vind uw antwoord zeer teleurstellend. U drijft de controle pas op na de reportage en steekt zich weg achter de oppositie in het bijzonder comité. Dat is onaanvaardbaar voor ons.
Iedere socialist, maar dan ook iedere socialist, zou hier razend van moeten worden. Als men rechtse partijen argumenten wil geven om onze solidariteit, onze sociale zekerheid af te breken, moet u immers gewoon doorgaan op deze manier.
Dat zal echter niet gebeuren met Vooruit! Wij staan namelijk achter alle gewone mensen die wel hulp nodig hebben, maar we willen ook strijden tegen valsspelers die het systeem misbruiken en de politici die dat gewoon toelaten.
Mevrouw de minister, treed op. Dat is uw taak. Wacht geen minuut langer! Ga aan de slag! We kunnen niet wachten, want de mensen verdienen beter!
Ellen Samyn:
Mevrouw de minister, dit krijgt u niet uitgelegd: een stem op de PS in ruil voor een leefloon, à la tête du client. Uiteraard zijn die wantoestanden in Anderlecht niet alleen de schuld van de PS. Ook Vooruit, MR, Ecolo-Groen, Open Vld, DéFI en de PVDA-PTB zijn namelijk vertegenwoordigd in de raad voor maatschappelijk welzijn van Anderlecht. Ofwel zijn ook deze partijen op de hoogte van deze wantoestanden, ofwel doen ze er hun werk niet.
Mevrouw de minister, dit is meer dan kafkaiaans, dit is pure waanzin! Ga eindelijk met de grove borstel door de Brusselse OCMW's, verplicht hen te fusioneren en stop met ons geld uit te delen aan wie er geen recht op heeft! Vlaams Belang vraagt een volledige audit van de Brusselse OCMW's en vooral ook van uw diensten. De socialistische augiasstal moet eindelijk dringend worden uitgemest!
Isabelle Hansez:
Madame la ministre, vous affirmez que la situation était connue, que les services ont contrôlé les faits, et que tout est désormais sous contrôle. Cependant, si cela est vrai, comment expliquer que des manquements aussi graves aient pu se produire malgré cette vigilance annoncée?
Il est indéniable que le temps est venu d’une profonde remise en question des mécanismes ayant conduit à ces dysfonctionnements. Ce n’est pas seulement une question de procédures, mais de confiance envers nos institutions. Sans des mesures correctives concrètes, ces dysfonctionnements continueront à alimenter la défiance citoyenne. Nous aurions donc voulu entendre des engagements clairs et des actions précises pris par le précédent gouvernement pour garantir que cette situation ne se reproduise plus.
Je tiens à préciser, comme nous l’avons mentionné dans notre intervention, que nous n’émettons aucun reproche à l’encontre des travailleurs sociaux qui accomplissent un travail remarquable au quotidien. Remettre en question leur probité ou leur dévouement n’a jamais été l’objet de nos propos. Nous sommes pleinement conscients de la lourdeur de leur tâche. Toutefois, les manquements identifiés, ainsi que toute forme d’ingérence politique, doivent être pris au sérieux.
Florence Reuter:
Madame la ministre, vos explications ne suffisent pas. Nous connaissons tous les conditions pour avoir droit à une allocation sociale. Aujourd'hui, même les travailleurs sociaux sont révoltés, indignés. Ils n’osent même pas témoigner en public.
J’ai du mal à entendre qu’un CPAS, qui est soumis à un contrôle, qu’il soit social, financier ou juridique, en arrive là aujourd'hui, alors que vous dites vous-même que des enquêtes étaient déjà en cours.
J’ai du mal à entendre aujourd'hui encore un ancien président de CPAS dire: "Vous pouvez parler de clientélisme, mais moi, je suis socialiste, je suis fier de l’être, et je suis content de faire plaisir aux gens." Mais ce n’est pas comme ça qu’on aide les gens qui en ont besoin! C’est de l’argent public! Combien de fois faudra-t-il dire que cet argent doit aller à ceux qui en ont véritablement besoin?
Mon groupe demandera toute la lumière sur ces dysfonctionnements. Rendez-vous mercredi!
Nadia Moscufo:
Madame la ministre, j'ai bien entendu votre réponse. Mon groupe suivra la situation de près, notamment la semaine prochaine pendant la commission des Affaires sociales.
Si nous voulons résoudre les problèmes des CPAS, il faut vraiment améliorer les conditions de travail, avec moins de dossiers à gérer par travailleur. Nous estimons que vous n'en avez pas fait assez à ce niveau-là. La droite n'a pas non plus de solution à ce problème. Les plans du gouvernement MR et Les Engagés prévoient d'ailleurs d'exclure les travailleurs du chômage après deux ans. Ces personnes vont se retrouver au CPAS. Cela aggravera encore la situation alors que nous aurons besoin de plus d'assistants sociaux pour accompagner ces personnes dans leurs recherches d'emploi.
Je crains que la droite, sous prétexte de dysfonctionnements au CPAS d'Anderlecht – qui doivent évidemment être résolus –, remette en question l'ensemble de notre système de solidarité sociale. Nous n'allons pas laisser passer cela!
Wouter Raskin:
Collega’s, voor alle duidelijkheid, dit is geen kritiek op al die sociale diensten die elke dag keihard hun stinkende best doen. Het is kritiek op de zieke bedrijfscultuur die ingebakken zit bij de Brusselse PS. Het is geen eenmalig feit, maar het is systematisch. Ik herinner me dat u hier ook moest komen uitleggen dat u het niet zo gemeend had toen u zei dat al die Belirismiddelen naar de PS-burgemeesters moesten gaan.
Mevrouw de minister, ook nu lijkt u eindelijk het zonlicht gezien te hebben, maar hetgeen vandaag bovenkomt staat al jaren op papier. U komt er vandaag zelfs niet toe om uw OCMW-voorzitter met klem te veroordelen. U bent veel te soft.
Ik kan er niets aan doen en u moet me verontschuldigen, mevrouw de minister, maar ik zal het toch zeggen: u mist de ethiek om met publieke middelen om te gaan. U ondergraaft het draagvlak voor sociaal beleid in de samenleving en degenen die u meent te verdedigen zijn er het grootste slachtoffer van. En kameraden (…)
Caroline Désir:
Madame la ministre, merci de vous engager à faire toute la lumière sur cette situation inacceptable. Faire la lumière, oui, et sanctionner là où c'est nécessaire, évidemment. Il faut contrôler plus encore, là où on constate des illégalités. Vous avez donc raison de systématiser ces contrôles. Nous en reparlerons en commission des Affaires sociales.
J'entends, madame la ministre, que chaque niveau de pouvoir devra agir à son niveau, et qu'il faudra que la COCOM prenne également ses responsabilités via une mise sous tutelle du CPAS d'Anderlecht et via un audit approfondi de l'ensemble des CPAS.
La fraude sociale comme la fraude fiscale sont pour nous inacceptables. Inacceptables dans l'absolu, bien sûr, mais aussi parce que cela mine la confiance envers notre système de solidarité. J'insiste encore une fois sur le fait que les dysfonctionnements que nous dénonçons tous aujourd'hui avec la plus grande fermeté ne doivent pas avoir pour conséquence de stigmatiser les CPAS.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, u hebt in de eerste ronde van iedereen verontwaardiging gehoord. In de tweede ronde waren wij allemaal, behalve de PS, ontgoocheld over uw antwoord. Met verontwaardiging alleen zullen wij er echter niet komen. Er is nood aan actie. Het is in het belang van de cliënten, van de mensen die wel echt hulp nodig hebben, dat we het systeem terug op de rails krijgen. Dat is ook in het belang van de maatschappelijke werkers, die elke dag opnieuw aan de slag gaan om die ambities waar te maken.
Ik verwacht van u als socialist dat u ons model met hand en tand verdedigt. Dat kan alleen maar als men ook het cliëntelisme veroordeelt, bij naam noemt en zegt dat dit absoluut niet kan.
Ik heb vandaag van u geen enkele oplossing gehoord. Ik hoop dat we volgende week in de hoorzitting wel tot oplossingen kunnen komen, zodat we dit nooit meer moeten doen.
Voorzitter:
Mevrouw de minister, collega's, dank u. Dit zal zoals gezegd volgende week ook in de commissie uitgebreid worden behandeld.
De betoging van gisteren en het regeringsstandpunt over het akkoord met Mercosur
De betoging van de landbouwers
Het standpunt van België inzake het EU-Mercosur-vrijhandelsakkoord
De betoging van de landbouwers tegen het Mercosur-vrijhandelsakkoord
De woede van de landbouwers
De betoging van de landbouwers
De Mercosur-onderhandelingen en de gevolgen voor de Belgische land- en tuinbouwers
Betogingen landbouwers, EU-Mercosur-akkoord, Belgische landbouw.
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om felle kritiek op het EU-Mercosur-akkoord, dat door landbouwers, oppositie en zelfs regionale MR-regeringen wordt afgewezen om drie redenen: oneerlijke concurrentie (geen gelijke sanitaire/ecologische normen), bedreiging van gezondheid (pesticiden in geïmporteerd voedsel) en milieuschade (versnelde Amazone-ontbossing). Minister Clarinval (MR) bevestigt dat België *geen akkoord steunt zonder bindende spiegelclausules* en pleit voor EU-brede garanties, maar blijft vaag over concrete acties of een *blokkerend nee* – wat tegenstanders (PS, Ecolo, cd&v) onvoldoende vinden. Dringende landbouwcrisissen (fièvre catarrhale, taalblaauw) verergeren het wantrouwen: vaccinatie wordt verplicht maar *niet gratis* (vs. Frankrijk), en boeren eisen *structurele oplossingen* (eerlijke prijzen, minder administratie) in plaats van compensaties. Polarisatie blijft tussen *vrijhandelsvoorstanders* (N-VA, deel MR) en *beschermers* (Wallonië, PS, Groenen), met oproepen tot een *Belgische frontvorming* tegen het akkoord.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, hier après-midi à Bruxelles défilaient des agriculteurs. Ils manifestaient contre un accord entre l'Union européenne et les pays du Mercosur et s'opposaient notamment à la concurrence déloyale qu'introduirait cet accord. Celui-ci représente une triple menace: une menace pour notre santé, une menace pour nos agriculteurs et une menace pour notre environnement. Sur le plan sanitaire également, cet accord permettrait d'importer des produits agricoles qui ont été cultivés avec des pesticides qui sont pourtant interdits ici. Il est incompréhensible à nos yeux que des substances jugées dangereuses pour notre santé et notre environnement puissent se retrouver dans nos assiettes via des produits importés et donc entraîner un impact sur la santé de nos concitoyens. C'est totalement absurde.
Comme je l'ai dit, cet accord introduit une concurrence déloyale pour nos agriculteurs. En effet, tandis qu'eux respectent des règles sanitaires et environnementales, ces produits importés, en revanche, ne suivent aucune norme équivalente. Cet accord menace l'avenir de notre agriculture et met en danger notre autonomie alimentaire.
Enfin, sur le plan environnemental, ce texte favorise la déforestation de l'Amazonie, qui est un écosystème essentiel pour le climat, pour la biodiversité mondiale et donc pour notre santé.
Monsieur le ministre, quelle position vous inspire cet accord, compte tenu de la menace qu'il représente pour notre santé, l'avenir de nos agriculteurs et la survie de notre planète? Je rappelle que la majorité wallonne, dans laquelle siège le MR, a approuvé le rejet de cet accord. Si vous y êtes favorable, alors que vos homologues wallons le rejettent, quelles garanties concrète pouvez-vous nous apporter comme ministre fédéral afin de protéger les citoyens, soutenir nos agriculteurs et préserver l'environnement?
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, la situation du monde agricole et singulièrement des éleveurs est dramatique. En début d'année, c'était l'inquiétude. C'est maintenant une forme de désespoir qui s'est emparée de nos fermes. Ceci est lié notamment à la fièvre catarrhale.
Le premier volet de mes questions concerne la fièvre catarrhale ovine (FCO) et la maladie hémorragique épizootique (MHE). Pourquoi, en son temps, avez-vous décidé de supprimer le financement des analyses FCO et MHE, et donc de baisser la garde épidémiologique au niveau belge? Par rapport à la vaccination, pourquoi attendre pour la rendre obligatoire? Quels financements sont-ils prévus pour qu'elle soit gratuite, comme c'est par exemple le cas en France, pour soutenir les agriculteurs, sachant que les trésoreries sont en grande difficulté et qu'ils n'ont pas la possibilité aujourd'hui de débourser de l'argent pour cette vaccination? La vaccination n'est pas la solution à tous les problèmes. Le gouvernement wallon a pris des mesures que je salue en termes d'indemnisation mais l'urgence de la surveillance et de la vaccination est très importante pour l'ensemble des éleveurs.
Le deuxième volet concerne la manifestation d'hier liée au Mercosur et à ses éventuels accords futurs. Quelles actions avez-vous menées au niveau européen? Comment avez-vous porté la voix la Belgique? Des contacts ont-ils été pris ces derniers jours ou dernières semaines avec la France notamment, qui est très engagée contre ces accords avec le Mercosur? Rejoignez-vous la position du gouvernement wallon, du Parlement wallon dans son ensemble contre ces accords qui, je le rappelle, représentent un danger pour la santé des consommateurs ainsi qu'une forme de gifle pour nos agriculteurs puisque les mêmes normes ne sont pas appliquées? L'année dernière, pour la première fois, le Parlement européen avait voté des clauses miroirs. J'espère que vous pourrez les porter également au niveau du Conseil européen pour que ce ne soit pas uniquement le cas dans les accords du Mercosur mais dans tous les accords de libre-échange, et ce, afin que cette concurrence loyale soit synonyme de protection pour notre agriculture.
François De Smet:
Monsieur le ministre, il y a de grandes questions face auxquelles l’être humain reste sans réponses: quelle est l’origine de la vie? Sommes-nous seuls dans l’univers? Et surtout, aujourd’hui: quelle est la position de la Belgique sur le traité européen avec le Mercosur? En effet, rien ne va dans cette affaire: rien ne va dans le fait d’échanger des voitures allemandes contre des steaks argentins et rien ne va dans le fait de précariser des agriculteurs et des éleveurs, présents en nombre hier dans les rues de Bruxelles, en les mettant face à une concurrence déloyale.
Comme beaucoup ici, je suis favorable au principe du libre-échange. Mais l’échange cesse d’être libre dès lors que les conditions sont à ce point déloyales. Nos éleveurs et nos agriculteurs ont raison de demander au monde politique, et notamment au monde politique fédéral chargé de coordonner le dossier, une clarification qui, pour l’instant, ne vient pas. C’est aussi, comme l’a souligné ma collègue, une absurdité sur les plans environnemental et climatique. Il est temps que l’Union européenne se dote à nouveau d’une forme de protectionnisme intelligent. Nous n’avons sans doute pas à ce point besoin de biens venus de l’autre côté de la planète, alors que nous disposons de produits équivalents ici.
Je vous accorde que, politiquement, l’affaire n’est pas simple: la Commission européenne insiste pour conclure un accord, de grands pays comme l’Espagne et l’Allemagne sont extrêmement favorables au traité avec le Mercosur, la France semble vouloir s’y opposer, alors que d’autres pays se tâtent encore. Pour la Belgique, on ne sait pas. Il semblerait que la Flandre, et donc la N-VA, penche davantage en faveur d’un accord avec le Mercosur.
Monsieur le ministre, vous contenterez-vous, comme c’est malheureusement souvent le cas, d’une molle abstention, ou obtiendrez-vous des garanties, une clause miroir, ou carrément un refus qui permettra de montrer que nous avons écouté nos éleveurs et nos agriculteurs qui sont très légitimement inquiets?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de vice-eersteminister, gisteren kwamen bezorgde landbouwers opnieuw op straat in Brussel om terecht de toenemende druk op hun sector aan te klagen. De toekomst van de landbouw in België en Europa staat onder grote druk. Het Mercosur-akkoord in zijn huidige vorm is nefast voor hun toekomst. Het huidige Mercosur-handelsverdrag houdt voor cd&v te weinig rekening met de bezorgdheden van onze landbouwsector. Er is momenteel geen gelijk speelveld tussen de Europese landbouw en de Mercosur-landen. Wij vrezen vooral dat de oneerlijke concurrentie en de extra milieunormen die niet van toepassing zullen zijn op de ingevoerde producten, veel landbouwers de das zullen omdoen.
Net in moeilijke tijden als deze kan de sector dit missen als kiespijn. Het is voor cd&v zeer belangrijk dat de ingevoerde producten aan de geldende Europese kwaliteitsvereisten voldoen. Met spiegelclausules in dit handelsakkoord zouden we ervoor kunnen zorgen dat de Mercosur-exporteurs dezelfde normen naleven als de Europese boeren. De Franse eerste minister Barnier treedt ons hierin bij. Hij gaf gisteren te kennen aan voorzitter von der Leyen van de Europese Commissie dat het huidige akkoord niet aanvaardbaar is voor Frankrijk. Sterker nog, het gaat niet over punten en komma’s die de Fransen anders willen zien, maar over structurele aanpassingen om een desastreuze impact op de volledige landbouwsector te vermijden.
Minister Lahbib verklaarde vorige week in de plenaire vergadering dat het voor deze regering een prioriteit blijft om bij elk gesloten handelsakkoord de landbouwsector te beschermen.
Mijnheer de vice-eersteminister, zal België het voorbeeld van Frankrijk volgen om op de rem te staan bij de onderhandelingen, om zo toch een evenwichtig handelsakkoord zonder negatieve gevolgen voor de landbouwsector te bereiken?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, ce n’est pas la première fois, et malheureusement pas la dernière, que je m’inquiète au sein de cet hémicycle de la situation de notre agriculture.
Vous vous souviendrez qu’en début d’année, les agriculteurs étaient dans la rue pour crier leur colère. Ce qu’ils réclamaient à l’époque était légitime: la simplification administrative, un prix juste pour leur travail et évidemment du bon sens dans les accords commerciaux. C’étaient leurs revendications principales et elles étaient claires.
Que s’est-il passé depuis leur action? Je serais tenté de dire: peu de choses. Vos collègues et vous-même aviez promis de les écouter mais surtout de les aider. Malheureusement, près d’un an plus tard, les résultats ne sont pas à la hauteur de leurs attentes. Hier, j’étais aux côtés des agriculteurs dans le quartier européen. Leur colère reste intacte. Ils ont la désagréable impression de ne pas avoir été entendus; pire, de ne pas avoir été compris.
On leur dit aujourd'hui que l’accord avec le Mercosur pourrait être signé prochainement. De notre côté, au Parti Socialiste, notre position est limpide puisque nous nous opposons depuis de le début à ce traité de libre-échange. Pour nous, il n’est pas envisageable qu’on puisse échanger du bœuf argentin contre des voitures allemandes. La position de votre parti est un peu moins claire car nous avons parfois l’impression qu’il y a un MR des champs et un MR des villes.
Enfin, monsieur le ministre, que dire de la maladie de la langue bleue qui ne cesse de progresser dans notre pays? Là aussi, qu’avez-vous fait? Malheureusement, rien ou si peu. Comment, d’ailleurs, expliquer à nos agriculteurs que le vaccin que vous rendez obligatoire soit gratuit en France et payant en Belgique?
Monsieur le ministre, quel est aujourd'hui votre message au monde agricole? Quelle est la position de la Belgique sur l’accord avec le Mercosur? Allons-nous enfin avoir une position commune ferme contre ce traité de libre-échange? Quelle est votre stratégie pour compenser les pertes liées à la fièvre catarrhale?
Benoît Piedboeuf:
Chers collègues, monsieur le ministre, voici justement le MR des champs! Les tracteurs sont revenus hier à Bruxelles. Ils ne l'ont pas fait avec violence ni en masse, mais comme un geste symbolique pour se rappeler à notre bon souvenir. En effet, on sait que l'agriculture ne va pas bien. Il y a eu des améliorations mais on sait que le secteur va mal et que le problème est justement de pouvoir appliquer un juste prix.
Au moment où l'on parle de juste prix, on entend qu'il se pourrait que la Commission ait ratifié l'accord entre l'Union européenne et le Mercosur, avec évidemment des clauses agricoles qui peuvent inquiéter nos éleveurs et nos producteurs parce que tous les producteurs de ces pays ne sont pas soumis aux mêmes règles sanitaires, phytosanitaires, environnementales que les nôtres. On risque donc d'avoir des produits qui n'ont pas la même qualité, d'une part, et qui, d'autre part, sont soumis à beaucoup moins de contraintes.
On parle de compensations mais la FUGEA a dit qu'elle n'était pas là pour avoir des compensations financières mais pour pouvoir pratiquer un juste prix dans des conditions de concurrence loyale. La Région wallonne a pris une position claire: pas de ratification du traité du Mercosur sans clauses miroirs. Monsieur le ministre, vous avez déjà évoqué cela aussi.
Je voudrais savoir quelle est votre position spécifiquement sur cet accord, sachant qu'il y a aussi des intérêts, notamment par rapport à l'exportation de nos fruits et légumes. Sauf que chez nous, les fruits et légumes sont de bonne qualité. On ne va pas exporter des produits qui ne sont pas de bonne qualité. Monsieur le ministre, que pouvez-vous répondre au monde agricole qui est en souffrance et qui est venu nous le dire gentiment?
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik ben net als u een liberaal. Wij weten dat vrijhandel de manier is om welvaart te creëren aan beide zijden van een akkoord, om volkeren meer welvaart te bieden, om mensen erop te doen vooruitgaan, om de taart groter te maken.
De hoeksteen van vrijhandel is eerlijke concurrentie. Als we kijken naar het Mercosur-verdrag, dan zien we dat die eerlijke concurrentie niet beschermd is. Wij leggen vandaag terecht heel veel lasten op aan onze landbouwers, heel veel extra kosten voor de productie van landbouwproducten, lasten en kosten die niet opgelegd worden door andere landen. Daardoor verloopt de concurrentiestrijd met onze producten niet eerlijk meer. We dreigen onze eigen producten duurder te maken dan de producten die we zouden kunnen importeren uit het buitenland. We moeten daar waakzaam voor zijn wanneer we dit soort verdragen sluiten. De concurrentie, het level playing field, moet intact blijven.
Mijnheer de minister, daarom hebben we gisteren ondernemers op straat gezien, heel specifiek landbouwondernemers. Zij vragen wat alle ondernemers vragen, namelijk om hen op die wereldschaal een eerlijke concurrentiestrijd te laten aangaan met hun eerlijk geproduceerde producten.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar dat Mercosur-verdrag? Hoever staan de onderhandelingen daarover? Welke positie kunnen wij samen met onze Europese partners innemen om de landbouwers en alle andere ondernemers te garanderen dat het level playing field intact blijft?
David Clarinval:
Mesdames et messieurs les députés, comme l'a rappelé la ministre des Affaires é trang è res la semaine dernière et comme je l'ai moi-même rappelé ici le 8 février 2024, la Belgique a indiqué depuis plusieurs années déj à à la Commission européenne que l'accord négocié en 2019 avec les pays du Mercosur n'était pas suffisant.
La Belgique plaide en effet pour l'ajout de dispositions relatives au développement durable et demande clairement à la Commission européenne de prendre des mesures pour protéger nos secteurs agricoles. J'avais d'ailleurs moi-même adressé en mai 2022 au nom de la Belgique un courrier officiel aux commissaires européens du Commerce et de l'Agriculture au sujet de l'impact des accords commerciaux sur le secteur agricole. J'y soulignais notamment nos préoccupations relatives à l'impact sur le secteur agricole européen et j'y demandais à la Commission de respecter son engagement de mettre notamment un fonds de compensation d'un milliard d'euros dans cet accord.
De Europese Commissie heeft in 2023 onderhandelingen hervat met de Mercosur-landen om in de vorm van een bijkomend protocol extra engagementen te integreren op het vlak van duurzame ontwikkeling, met name inzake ontbossing. Die onderhandelingen zijn nog aan de gang, maar zouden geen betrekking hebben op land- en tuinbouwproducten en verwerkte voedingsproducten. Zo bevestigt u, mijnheer Coenegrachts, dat het akkoord in 2019 nog steeds de markttoegang van elke partij definieert op het vlak van landbouw. Ik vestig evenwel uw aandacht op het feit dat in alle akkoorden de toegang tot de Europese markt voor geïmporteerde landbouwproducten afhankelijk is van de naleving van sanitaire en fytosanitaire normen. Die voorwaarden worden niet gewijzigd door het akkoord.
Mesdames et messieurs les députés, notamment monsieur De Smet, je serai très clair afin de vous rassurer. Il me paraît évident que, sans mesures miroirs contraignantes, nous ne pourrons accepter, nous ne pourrons pas être favorables à l'accord avec le Mercosur. De manière pragmatique, je plaide pour que des mesures miroirs unilatérales et générales soient adoptées en matière agricole.
À la question de l'impact sur les exportations, l'étude publiée par le SPF É conomie en 2021 montre que l'accord présente un potentiel d'exportations positif pour plusieurs secteurs belges: ceux de la pomme de terre et du chocolat, mais également les produits laitiers et les fruits frais. Cependant, son impact serait négatif sur la viande bovine, notamment.
Comme pour tous les dossiers commerciaux, la Belgique, en coordination avec les Régions, déterminera donc sa position officielle sur la base du dossier final que la Commission soumettra au Conseil. L'impact sur le secteur agricole sera évidemment crucial dans le positionnement que nous adopterons.
Enfin, permettez-moi de conclure sur le Mercosur en soulignant qu'il est essentiel que la nouvelle Commission garantisse la cohérence entre les politiques internes et externes et prenne en compte, dans celles-ci, les difficultés auxquelles se heurtent les agriculteurs européens, notamment la concurrence déloyale, le level playing field . La compétitivité de nos entreprises, en particulier agricoles, doit se situer au cœur des préoccupations de la prochaine Commission avant qu'il ne soit trop tard pour ces entreprises.
J'ai aussi été interrogé au sujet de la maladie de la langue bleue. Monsieur Lutgen, l'impact pour les éleveurs en 2024 a été considérable. Pour l'année prochaine, il faut être bien conscient qu'à cause de la mortalité et de la morbidité que nous avons connues, les conséquences économiques seront malheureusement encore pires. Nous avons déjà échangé sur le sujet et nous en reparlerons encore le 26 novembre. En tout cas, je puis déjà vous dire que le seul moyen de protéger notre bétail contre la maladie de la langue bleue est la vaccination. Cette année, nous avons constaté que la vaccination n'avait pas été assez efficace. C'est la raison pour laquelle j'ai décidé de rendre la vaccination contre la maladie de la langue bleue pour les sérotypes 3 et 8 obligatoire pour les bovins et les moutons en 2025. C'est la seule façon d'atteindre un niveau de vaccination suffisamment élevé.
J'ai réuni, encore hier, des représentants des secteurs agricoles et des administrations de manière à élaborer une stratégie efficace de façon à ce qu'il y ait assez de vaccins disponibles au meilleur moment afin de pouvoir vacciner les animaux, dès le début 2025, soit avant que les animaux ne soient en pâture.
À la demande des secteurs, je vais également établir un point de coordination qui sera chargé de rassembler tous les éléments et de faciliter les échanges avec les éleveurs. Je voudrais déjà insister aussi sur le rôle des vétérinaires qui est crucial dans ce dossier.
Vu l'impact financier de cette crise sur le secteur, j'ai également décidé d'introduire une demande au sein du gouvernement en affaires courantes pour trouver les moyens supplémentaires en vue d'aider les agriculteurs à traverser cette période inédite.
Mesdames et messieurs les députés, monsieur Prévot, madame Maouane, madame Grillaert, monsieur Coenegrachts, je compte donc sur votre soutien (…)
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je dois dire qu'elle me laisse un peu sur ma faim; en effet, si les clauses miroirs sont évidemment nécessaires, il y a bien d'autres problèmes et même de gros problèmes.
Hier, dans la rue, il n'y avait pas seulement des agriculteurs, il y avait aussi des syndicats, des militants, des associations environnementales, toutes et tous réunis pour dire d'une même voix non à ce traité Mercosur.
Les écologistes sont clairement opposés à ce traité, non pas parce qu'il met en danger notre santé, mais bien parce qu'il enfonce les agriculteurs, qui attendent des réponses claires et qui voient une fois de plus la droite rester sourde à leurs demandes. Nous y sommes aussi opposés parce que ce traité est un non-sens environnemental.
C'est bien beau, que l'on soit des villes ou des champs, d'aller faire campagne dans les salons de l'agriculture. Mais quand il s'agit de voter des textes, de prendre en considération la souffrance des travailleurs et des travailleuses de l'agriculture, et d'aider des familles entières à subvenir à leurs besoins, là on ne vous entend plus, on ne vous voit plus, ni dans les villes, ni dans les champs.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Concernant le Mercosur et les traités de libre-échange en général, je regrette que la Belgique, qui a eu la présidence du Conseil européen, n'ait pas fait de cet élément des clauses miroirs la première priorité. On en voit aujourd'hui en partie les conséquences.
Vous n'avez rien dit sur les contacts pris avec vos collègues d'autres pays européens, que ce soit la France ou d'autres, pour essayer de mener une force et une union la plus importante possible pour contrer ces accords du Mercosur.
Pour ce qui est du financement, vous avez tout notre soutien. J'espère que vos collègues du gouvernement vous suivront pour qu'il y ait très rapidement une gratuité de la vaccination. Chaque jour qui passe enfonce un peu plus notre agriculture et désespère encore un peu plus nos agriculteurs. Je compte sur vous et vos collègues pour que soit prise très rapidement la décision du financement à 100 % à partir du moment où la vaccination est obligatoire. J'espère d'ailleurs que celle-ci interviendra encore avant la fin de l'année. Je compte sur vous vu l'urgence de la situation.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Quand vous dites que vous ne soutiendrez pas l'accord sans clauses miroirs, vous décrivez en fait une situation d'abstention. Je voudrais plus que cela. Je voudrais que la Belgique dise non et se joigne à une minorité de blocage avec la France, les Pays-Bas et l'Autriche. Il y a moyen de faire mieux. Je ne sais pas s'il y a un MR des villes et un MR des champs mais il y a effectivement un MR qu'on voit au rond-point Schuman, ici et au gouvernement wallon qui a un discours assez fort. Il y en a un autre qui a soutenu l'accord de libre-échange entre l'Union européenne et le Canada (CETA) et qui a peut-être plus de leviers qu'on croit.
Je rappelle que cette Commission européenne, qui a décidé de passer la seconde pour essayer d'obtenir cet accord sur le Mercosur, compte depuis cinq ans un membre de votre parti ainsi que pour les cinq prochaines années. La Commission européenne, c'est un tout petit peu aussi le MR des villes!
Leentje Grillaert:
Dank u wel, mijnheer de vice-eersteminister, voor uw antwoord. Hopelijk zijn de onderhandelingen over het Mercosur-akkoord nog niet op hun eindpunt beland. We mogen onze landbouwsector dat niet aandoen. De leefbaarheid van de landbouwbedrijven en de toekomst van onze landbouw staan op het spel.
We moeten blijven onderhandelen en blijven praten. We moeten ons buitenlands handelsbeleid als instrument gebruiken in de strijd tegen klimaatverandering en om de mensenrechten en arbeidsrechten wereldwijd te verbeteren.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, je vais vous aider. Nous avons déposé une proposition de résolution invitant le gouvernement à ne pas signer l'accord du Mercosur et à doter les futurs accords commerciaux d'une série de conditions strictes, telles l'introduction de normes et de clauses miroirs. N'hésitez pas à la lire et à la soutenir, vous aurez alors cette épine hors du pied.
Pour la fi è vre catarrhale, la doctrine d'affaires courantes vous permet de réagir à l'urgence. C'est une maladie qui a été découverte en 2008 et 2010 au sein de notre pays sous des ministres de l'Agriculture qui étaient, eux aussi, libéraux. J'ai malheureusement l'image de l'âne qui achoppe sur la même pierre puisque nous n'avons pas anticipé en dépit du fait que nous connaissions le mode de propagation du virus. J'ai dit que j'allais vous aider et je tiens parole: j'ai également déposé un texte sur la table du Parlement afin de rendre la vaccination obligatoire – vous l'avez fait – et de demander à l' É tat belge de financer pleinement la vaccination pour nos agricultrices et agriculteurs.
Benoît Piedboeuf:
Merci, monsieur le ministre. Vos réponses étaient claires. Certains n'entendent pas ce que vous dites mais moi j'ai entendu vos propos. On se plaint de ne plus avoir de secteur industriel, on se bat pour avoir un secteur énergétique, on a une capacité d'avoir une autonomie en matière agricole. Nous avons un bon secteur, de bons agriculteurs; nous les connaissons vous et moi, pas seulement parce qu'on les voit à Bruxelles mais en allant dans les fermes. Défendons notre secteur à tous les niveaux de pouvoir, c'est indispensable! Installons une concurrence loyale, parce que nous sommes les champions du gold-plating , des mesures que nous nous imposons à nous-mêmes mais sans jamais les imposer aux autres! Nous devons les imposer aux autres et nous devons garder notre autonomie alimentaire avec un bon secteur agricole.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord. U spreekt over het beschermen van onze landbouwsector. Ik doe dat niet zo heel graag. Wat ik vraag, en wat ik denk dat de sector ook vraagt, is een eerlijke kans, een kans om de strijd op de wereldmarkt eerlijk te voeren, om die concurrentiestrijd eerlijk te voeren. Dat is een eerlijkheid die alle ondernemers, betrokken bij elk handelsakkoord, vragen. Ik denk dat onze landbouwsector daarin speciaal is, omdat die op het vlak van duurzaamheid een andere rol te spelen heeft, iets wat wij als politici graag aan hen vragen, iets wat de productie van hun producten duurder maakt. Ik denk dat we hen vooral moeten steunen in hun vraag om ervoor te zorgen dat zij met al die duurzaamheidsdoelstellingen die strijd op de wereldmarkt nog altijd op een eerlijke manier kunnen voeren. Ik heb van u gehoord dat u daarin een partner bent. Ik wil u daarvoor bedanken.
De zorgwekkende stijging van het middellange en langdurige ziekteverzuim bij jonge werknemers
De stijging van het aantal langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
De stijging van het aantal langdurig zieken
De langdurig zieken
Stijging langdurig ziekteverzuim onder werknemers
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmerende stijging (tot 42%) van langdurig ziekteverzuim bij jonge werknemers (25-34 jaar) en arbeiders, veroorzaakt door sedentariteit, digitale vermoeidheid, burn-outs, werkdruk en precaire contracten, met een maatschappelijke kost van 13 miljard euro per jaar. Minister Vandenbroucke erkent gedeeltelijk succes (bv. 16% deeltijdse herintegraties) maar benadrukt dat preventie (werkbaarheid, re-integratie, psychologische zorg) en sectorale actieplannen ontbreken, terwijl werkgevers te weinig verantwoordelijkheid nemen. Kritiek punt is dat beleid te laat en fragmentarisch is: werkdruk, flexibele contracten en kinderopvang blijven onopgelost, met regionale verschillen (Wallonië loopt sterk achter). Strengere sancties, snellere re-integratie en een holistische aanpak (fysiek/mentaal welzijn, thuiswerkregels) worden geëist. Conclusie: structurele hervormingen zijn nodig, met focus op preventie, werkgeversplichten en generatiegerichte oplossingen, maar de huidige maatregelen volstaan niet.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, la digitalisation constante et croissante du travail et la sédentarisation qui y est liée, suscitent une série d’inquiétudes au sujet de la santé physique et mentale des travailleurs, et principalement celle des jeunes adultes.
De récentes analyses effectuées par Securex indiquent une augmentation de l’absentéisme de moyenne et de longue durée. Celui-ci a même atteint des records au premier semestre de cette année en Belgique, avec, chez les jeunes de 25 à 34 ans, une augmentation de 26 % pour les absences de moyenne durée et de 42 % pour les absences de longue durée, par rapport à 2022.
Cette tendance serait liée au mode de vie plus sédentaire de ces jeunes, marquée par une utilisation importante des technologies numériques, une mobilité réduite et une augmentation des symptômes liés au burn-out. Les experts préconisent la mise en place d’une approche différenciée, prenant en compte les spécificités et les besoins de chaque groupe d’âge, afin d’obtenir un environnement de travail plus propice à la santé et à l’engagement.
Mijnheer de minister, bent u verrast door die cijfers? Bevestigen uw diensten deze bevindingen in uw statistieken?
Welke maatregelen hebt u tijdens uw zittingsperiode genomen voor deze specifieke groep? Wat stelt u voor om negatieve gevolgen van sedentarisatie en digitale vermoeidheid voor de gezondheid van jonge werknemers te bestrijden? Welk preventie- of ondersteuningsbeleid moeten we inzetten om bedrijven te helpen om meer evenwichtige werkomgevingen te creëren die de fysieke en mentale gezondheid en het welzijn van hun werknemers bevorderen en om praktijken aan te passen aan de realiteit van elke generatie werknemers?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, het aandeel langdurig zieken blijft toenemen. We zien dat al langer en dat blijkt vandaag opnieuw uit een studie die Securex gepubliceerd heeft.
Het feit dat het aandeel jongeren zo sterk toeneemt, moet voor ons absoluut een wake-upcall zijn. We merken dat de langdurige afwezigheid bij hen met 42 % is toegenomen op twee jaar tijd. We mogen deze jonge mensen niet aan hun lot overlaten. We willen hen niet in een vergeetput laten van uitkeringen en inactiviteit. Dat is namelijk in de eerste plaats dramatisch voor die mensen zelf, want door langdurig afwezig te zijn op het werk raken ze steeds verder geïsoleerd en komen ze steeds meer in de problemen.
Het is echter ook een enorm maatschappelijk probleem, met een kostprijs van 8,2 miljard euro. Ook dat kunnen we ons niet veroorloven. Er zijn maatregelen genomen door de regering, maar het is heel duidelijk dat die niet volstaan. We moeten bovendien ook vaststellen dat in Vlaanderen de dienstencheques en de kinderopvang duurder worden. Dat zal absoluut niet helpen om de combinatie van werk en gezin beter te maken en zal er ook niet voor zorgen dat we die jonge mensen kunnen helpen.
Het bilan na vier jaar is eigenlijk te mager. Iedereen doet van alles, ook de werkgevers, maar de resultaten blijven uit. We zullen de komende jaren uit een heel ander vaatje moeten tappen voor de mensen in kwestie, maar ook voor de werkgevers. (…)
Kim De Witte:
Mijnheer de minister, het aantal langdurig zieken explodeert. We zitten aan meer dan 500.000 zieken. Dat is meer dan één werkende op de tien in ons land.
Mijnheer de minister, u zei dat u het probleem zou aanpakken. Dat zei u vier jaar geleden. U zou een stroomstoot geven aan het aantal gere-integreerden. Wat zien we vier jaar later echter? Het probleem is gewoon erger geworden. Het is erger geworden.
Collega’s, ik hoor de rechtse partijen al luidop dromen van meer sanctioneren en meer responsabiliseren. Gaan we het probleem daarmee echter oplossen?
Ik wil u één reactie voorlezen van een zorgwerkster, die ik vandaag las in Het Laatste Nieuws . U weet nog dat vorige week 30.000 zorgwerkers op straat zijn gekomen. De dame schrijft het volgende: “Heb je de werkdruk in de zorg al eens gevoeld? Iedereen bij ons sukkelt met fysieke klachten. De werkdruk is waanzinnig hoog. Meer doen met minder mensen is de algemene trend hier en in vele andere sectoren.” Mijnheer de minister, in wat die dame schrijft, herkennen heel veel mensen zich. De experts bevestigen dat ook.
Wat zijn de belangrijke problemen van de langdurig zieke? Dat zijn ten eerste spier- en gewrichtsziekten, vooral bij arbeiders: kapotte ruggen, kapotte knieën, kapotte armen. Het gaat om mensen die op gewerkt zijn. Ten tweede gaat het over werkstress en burn-out, vooral bij jongeren. De trend is stijgend bij jongeren. De oorzaak is de hyperflexibiliteit, met nulurencontracten, blijvende interimcontracten en flexi-jobs. Ten derde gaat het over langer werken en het verdwijnen van de mogelijkheid van rustpauzes. Dat is absurd. Wij moeten altijd langer werken maar jullie schrappen het tijdskrediet, de loopbaanonderbreking en dus de systemen die langer werken mogelijk maken.
Collega’s, het is heel straf dat in de nota voor de volgende regering dezelfde recepten op tafel liggen.
Mijnheer de minister, (…)
Kristien Verbelen:
Geachte minister, de sterke stijging in de laatste jaren van het aantal werknemers die omwille van gezondheidsproblemen in langdurige ziekte terechtkomen, is en blijft zorgwekkend. De teller staat ondertussen op een half miljoen. Vooral het aantal werknemers dat langer dan een jaar afwezig is, is bijzonder onrustwekkend.
Dat is geen cijfer om licht op te vatten. Dat wil zeggen dat we hier met een samenleving zitten die er niet in slaagt om mensen gezond en werkbaar aan het werk te houden. Het Vlaams Belang waarschuwt er al jaren voor dat als het beleid niet wordt aangepast, dit aantal tegen 2035 tot 600.000 kan oplopen.
De oorzaken zijn divers. Psychosociale problemen zoals een burn-out spelen zeker een grote rol, maar ook de kwestie van de zware beroepen blijft onopgelost. Niemand kan zwaar werk waarvan men letterlijk en figuurlijk kromgebogen is, uitoefenen tot zijn of haar 67 jaar. Wat extra zorgwekkend is, ook jongeren zijn steeds vaker langdurig afwezig wegens medische redenen.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de begeleidingstrajecten en de rol van de terug-naar-werkcoördinatoren? Hoe wordt deze problematiek in lopende zaken opgevolgd? Vond er al overleg met de collega's van de deelstaten plaats om te komen tot een gecoördineerde aanpak?
Nathalie Muylle:
We hebben in de cijfers inderdaad gezien dat de stijging nog nooit zo sterk is geweest. Twee groepen springen daarbij in het oog. Enerzijds zijn er de arbeiders, bij wie de jobonzekerheid steeds meer begint door te wegen, en anderzijds zijn er de jonge mensen, die veel thuis zijn, wat zorgt voor mentale en fysieke klachten. Burn-out verdient zeker onze aandacht.
Anderzijds heb ik hier de positieve impact bij de groep van 55-plussers nog niet horen vermelden. De maatregelen die we samen hebben genomen voor het terug-naar-werkproject, met meer controle, meer inzetten op re-integratie en een veel snellere heroriëntering, hebben gewerkt. Dat is voor ons de juiste weg.
Ik kom terug op de jonge mensen. We moeten vaststellen dat voor hen veel minder makkelijk oplossingen worden gevonden. Onze maatschappij is sterk veranderd, maar toch zijn bepaalde oude structuren nog intact. Ik neem het voorbeeld van mijn dochter. Zij heeft drie kleine kinderen die om 15 uur aan de school opgehaald moeten worden. Een ziek kind kan niet naar de kinderopvang. Grootouders, zoals ik, zijn nog heel actief op de arbeidsmarkt, waardoor voor de jonge ouders een sociaal netwerk wegvalt. De sociale media leggen grote druk op de jonge gezinnen. Ze moeten hobby’s hebben, zich ontspannen, sporten.
Wij, politici, moeten ervoor zorgen dat we de jonge mensen veerkrachtig maken en dat we hun kansen geven. Dat gaat over de combinatie van een job met een gezin, dat gaat over eerstelijnspsychologische zorg, over welzijn, over recht op deconnectie. Daar ligt voor ons ook een taak weggelegd.
Hoe kijkt u naar die recente cijfers van Securex?
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben eventjes in de cijfers gedoken voor de voorbije tien jaar en heb gekeken naar het aantal mensen dat langer dan één jaar ziek is. In Vlaanderen is het aantal gestegen van 180.000 naar 224.000. Dat is veel, dat is een stijging met 44.000. In Brussel is het aantal gestegen van 24.000 naar 44.000. Dat is bijna een verdubbeling. In Wallonië – houdt u vast, collega's – is het aantal gestegen van 100.000 naar 196.000. Dat is een stijging met 96.000. Dat is een stijging van bijna 100 %. Om u een idee te geven, ik heb een bescheiden Waalse stad opgezocht met 96.000 inwoners. Mons heeft 96.000 inwoners. Dat is dus heel de populatie van Mons in tien jaar tijd. Weet u wat dat ons kost, meer dan 500.000 mensen die een jaar of langer ziek thuiszitten? Dat kost ons 13 miljard euro per jaar!
Collega's, als we het hier hebben over het budget en het zoeken van oplossingen: het is dáár dat we ze moeten vinden. Ik heb een aantal oplossingen die u misschien rechts zult noemen, maar ik heb ook een aantal oplossingen die links noch rechts zijn. Het gaat dan over aangepaste contracten. Laat iemand die een jaar lang ziek is bij zijn werkgever testen voor een geschiktheidsattest, zonder opzegvergoeding, zonder sociaal passief en met behoud van zijn uitkering. In plaats van dat een dokter zegt hoelang men niet kan gaan werken, stelt hij wat men nog wél kan doen.
Als dit de voorbije jaren was ingevoerd, hadden we veel meer geld overgehad om mensen te helpen die het echt nodig hebben. Ik vind het ongelooflijk jammer dat het zo is. Maar goed, wij kijken vooruit. Wij bouwen aan een nieuwe regering.
Mijnheer de minister, ik heb niet de gewoonte om in lopende zaken fundamentele vragen te stellen. Kunt u echter verklaren waarom de cijfers in Wallonië en Vlaanderen zo ontzettend hard van elkaar verschillen?
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, mensen die door ziekte getroffen zijn, moeten zo goed als mogelijk worden geholpen om te genezen. Mensen die door ziekte getroffen worden, moeten ook alle kansen krijgen om ondanks die ziekte weer aan het werk te kunnen gaan in een passende job wanneer dat mogelijk is. Dat is een essentieel recht van mensen en het is vaak een kwestie van gezondheid.
De cijfers van Securex zijn interessant omdat ze aantonen dat een deel van ons beleid, dat problemen van mensen die op wat oudere leeftijd langdurig ziek zijn achteraf aanpakt, succesvol blijkt, maar het is helaas niet voldoende. Op dat vlak verbeteren de cijfers. Langs de andere kant stellen we vast dat er bij die jonge groep mensen in de samenleving van alles gebeurt waardoor de uitval door ziekte toeneemt.
We moeten dus vechten om de kansen van de mensen die slachtoffer van ziekte zijn geworden te verbeteren. We moeten echter ook voorkomen dat mensen lang uitvallen.
Collega’s, we boeken enige successen. Op dit ogenblik is 16 % van de groep langdurig zieken deeltijds weer aan het werk. Op één dag zijn er meer dan 100.000 van die fameuze groep van 500.000 weer voor een stuk aan het werk. Daar zit beweging in. Op één jaar zijn dat 140.000 mensen van wie er steeds meer doorstromen naar volledige tewerkstelling. Is dat voldoende? Nee, maar het is wel goed.
Mijnheer Ronse, ik kan u hier geen gedetailleerde analyse geven over de reden waarom de cijfers in Wallonië nog slechter geëvolueerd zijn dan in Vlaanderen. Ongetwijfeld heeft dat alles te maken met de sociaal-economische context in Wallonië. Het is wel belangrijk te vermelden dat de barometer van ons beleid aantoont dat het aantal doorverwijzingen van langdurig zieken naar Forem, de Waalse arbeidsbemiddelingsdienst, spectaculair toeneemt. Bij wijze van uitzondering mogen Vlamingen ook eens iets goeds zeggen over Wallonië, want Forem is volledig on target wat betreft de afspraken tussen het RIZIV en Forem. De groep die wordt doorverwezen groeit snel, zelfs spectaculair. Dat is weliswaar een inhaalbeweging.
De VDAB komt met de allerlaatste cijfers nu ook on target . Het feit dat dit tijd heeft gevraagd, ligt niet alleen aan de VDAB, maar ook aan het RIZIV en aan het hele beleid. Nu – en dat staat nog niet op onze barometer – worden er eindelijk 1.000 mensen per maand doorverwezen door het RIZIV naar de VDAB. We zijn daar dus on target .
U hoort me niet zeggen dat dit voldoende is. Binnen de batterij aan maatregelen die we ontwikkeld hebben, is er meer actie nodig op het terrein. Ik geef één voorbeeld. We geven nu een kleine financiële sanctie aan bedrijven die heel veel mensen dumpen in langdurige ziekte. We verzamelen daarmee een aantal miljoen euro. Het is de uitdrukkelijke vraag aan werkgevers en werknemers om binnen hun sectoren afspraken te maken om dat geld te gebruiken om ervoor te zorgen dat mensen minder uitvallen. Er is echter nog geen enkele cao gesloten en dat stelt mij zeer teleur. Ik roep dus werkgevers en werknemers in de sectoren op om dat geld te gebruiken. Dat ligt daar, want het komt binnen door de penalisering. Ze moeten dat gebruiken om actie te ondernemen. Er is dus meer actie nodig binnen de bestaande maatregelen die we hebben genomen. De maatregelen moeten ook absoluut versterkt worden op alle fronten tijdens de volgende regeerperiode.
Je crois que vous avez absolument raison, madame. Il est vrai qu'il faut aussi réfléchir à ce débat de société: la qualité du travail, l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée, la condition des jeunes travailleurs (hommes et femmes) et la difficulté de concilier les responsabilités d'un ménage avec le travail.
Nous avons pris des mesures importantes pendant la législature dans le cadre du deal pour l'emploi. Nous avons également amélioré le congé parental.
Ik ben het eens met mevrouw Muylle dat kinderopvang essentieel is, maar dat debat moeten we natuurlijk in de regionale parlementen voeren. Ik ben alleszins blij dat de Vlaamse regering zwaar inzet op kinderopvang en ga ook akkoord met de andere zaken die u hebt genoemd, mevrouw Muylle.
Wat we doen in de eerstelijnspsychologische zorg, voorkomt dat mensen langdurig uitvallen. We hebben daar het bewijs van in de cijfers. (…)
Voorzitter:
U moet stoppen, mijnheer de minister, want ik heb de micro uitgezet.
Aurore Tourneur:
Je vous remercie pour vos réponses, monsieur le ministre. Comme on dit, er is nog veel werk aan de winkel . Pour tout ce qui touche à la technologie et à la jeunesse, il serait souhaitable d'avoir un cadre de prévention adapté, une modification des pratiques managériales et aussi des conditions de travail qui doivent évoluer en même temps que ces technologies.
Einstein disait: "Il est hélas devenu évident aujourd'hui que notre technologie a dépassé notre humanité".
We kunnen niet toestaan dat de technologie een tempo dicteert dat de menselijke gezondheid niet kan bijhouden.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dit is een debat waard en dat moet zeker voortgezet worden. U wijst erop dat er al veel beleid is gevoerd, maar tegelijk zegt u dat het onvoldoende is. Daar ben ik het absoluut mee eens. U hebt echter wel vier jaar de tijd gehad om beleid te voeren. In die zin ontgoochelt het antwoord mij een klein beetje.
Volgens ons is zeker een grondige analyse van het gevoerde beleid nodig, op wetenschappelijke basis, zodat we echt de oorzaken aan de basis van de langdurige ziekten kunnen aanpakken. Misschien is het nodig om restrictiever te zijn ten aanzien van werkgevers, ziekenfondsen en huisartsen, maar mogelijk betekent het ook dat we als overheid veel meer preventieve maatregelen moeten nemen, zoals gesuggereerd in de studie van Securex, inzake thuiswerk, sedentair gedrag en (…)
Kim De Witte:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat we de maatregelen op alle fronten moeten versterken, maar waar is het debat over de werkdruk? Waar zijn de maatregelen om de werkdruk die te hoog is – er moet altijd meer worden gedaan met minder mensen – in te perken? We kunnen geen debat voeren over langdurig zieken als we het debat over de werkdruk niet voeren. Waar is het debat over altijd maar langer werken? De vorige regering zei dat alle bruggepensioneerden zouden worden geschrapt en al die oudere werknemers zijn erbij gekomen in de ziekteverzekering. We hebben niks opgelost, niks. Die bruggepensioneerden kostten ons zelfs minder dan de zieken.
Waar is het debat over de plichten van de werkgevers? Negen werkgevers op de tien hebben zelfs geen actieplan over langdurig zieken. Ik hoor daarover geen discussie of strenge sancties. Wel, mijnheer de minister, als u niet wilt dat wij hier over een maand of een jaar opnieuw staan om nog eens te spreken over (…)
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, helaas moet ik vaststellen dat de huidige aanpak van de vivaldiregering tekortschiet. De maatregelen die u aanhaalt, zijn onvoldoende en inefficiënt om het aantal langdurig zieken effectief terug te dringen. Het Vlaams Belang pleit voor een positieve aanpak waarin vooral wordt gekeken naar wat mensen wel nog kunnen, in plaats van hen langdurig aan de zijlijn te laten staan.
Daarom pleiten wij ook voor een splitsing van de sociale zekerheid. Wij willen komaf maken met de onkunde van het Belgische beleid. Wij willen klemtonen leggen waar wij vinden dat het nodig is en eigen middelen in eigen mensen steken.
Voorzitter:
Dank u wel, collega Verbelen, voor uw eerste tussenkomst in de plenaire vergadering. (Applaus)
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, ik ga helemaal akkoord, we moeten zorgen voor meer beleid. De recepten daarvoor liggen vandaag op tafel. We moeten echt meer middelen inzetten inzake controleartsen en arbeidsartsen, ook voor de attractiviteit van dat beroep. De re-integratie moet wat ons betreft sneller gebeuren. We moeten geen drie maanden wachten, maar moeten sneller inzetten op re-integratie. We moeten ook aan de responsabilisering werken, zowel van werknemers als van werkgevers. Het cruciaalste is misschien nog dat we ervoor moeten zorgen dat mensen niet uitvallen. We hebben samen ook de arbeidsparticipatietoeslag ingevoerd, om mensen te begeleiden, zodat ze niet kunnen uitvallen, door hen veel sneller te heroriënteren en ervoor te zorgen dat het werk werkbaar is. Daar zijn heel veel oplossingen voor.
Er is dus heel wat werk. Ik heb de indruk dat dit niet het laatste debat hierover zal zijn, maar voor ons zijn de recepten duidelijk. We moeten ervoor zorgen dat mensen langer op de werkvloer blijven.
Voorzitter:
Er was daarnet enige opwinding op de banken van de PVDA. De heer De Witte heeft effectief zijn eerste interventie gehouden in dit halfrond. (Applaus) Maar hij had zijn talenten natuurlijk al vertoond in het Vlaams Parlement. Vandaar dat ik zijn maidenspeech hier zo niet genoemd heb.
Mijnheer De Witte, toch welkom in deze plenaire vergadering
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, ik heb nooit het genoegen gehad hier met hem te debatteren, maar u deed me denken aan de heer Verhofstadt in zijn meest optimistische dagen. U zei dat de maatregelen van de regering goed gewerkt hebben, maar er zijn 160.000 langdurig zieken bij gekomen. Daar kunnen we toch niet tevreden over zijn? U zei dat in Wallonië on target is, maar er is daar een verdubbeling van het aantal langdurig zieken, namelijk 96.000. Het equivalent van de bevolking van Mons is erbij gekomen. U zei dat het aan de sociaaleconomische toestand ligt, maar het ligt daar niet aan, het ligt aan de complete laksheid van de ziekenfondsen daar, aan het voorschrijfgedrag en aan het complete gebrek aan verantwoordelijkheid voor publieke middelen en financiën. Als wij daar hier in het Parlement iets aan willen doen, dan is het vijf voor twaalf. Ik zeg het nogmaals, laten we alstublieft zo snel mogelijk de supernota in praktijk omzetten. Anders sta ik hier volgende week met een batterij aan wetsvoorstellen om het aantal langdurig zieken te verminderen.
De strijd tegen hiv
De strijd tegen hiv
HIV-bestrijding
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 7 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De stijging van hiv-besmettingen (13% in 2023, 665 nieuwe gevallen) baart zorgen, ondanks beschikbare preventie zoals PrEP (preventiepil), die nu enkel via hiv-centra wordt voorgeschreven—een drempel voor kwetsbare groepen. Oppositie (Depoorter, Van Hoof) eist dat huisartsen PrEP mogen voorschrijven om toegankelijkheid te vergroten, wijzend op taboes, wachtlijsten en het succes van huisartsen bij hiv-diagnoses. Minister Vandenbroucke benadrukt dat PrEP-opvolging al versoepeld is (na eerste consult in hiv-centrum) en dat onverzekerden nu toegang krijgen via medische centra, maar erkent dat condoomgebruik daalt en sensibilisering cruciaal blijft. Hij wijst op het nationaal hiv-plan (tot 2026) met extra budget, maar ontwijkt een directe toezegging voor huisartsvoorschriften, wat de oppositie als vermijding van verantwoordelijkheid ziet.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, voor het derde jaar op rij stijgt het aantal nieuwe hiv-besmettingen en in 2023 moesten 665 patiënten horen dat ze met hiv besmet zijn. Dat zijn er 13 per week, 13 % meer dan het jaar ervoor. Dan kunnen we ons vragen stellen bij ons beleid, want een hiv-besmetting is niet niets. Die zet een leven immers on hold en zorgt ervoor dat men heel veel taboes moet doorbreken en levenslang medicatie moet nemen. We hebben een lange weg afgelegd en we hebben goede medicatie die de patiënten in leven houdt, maar we kunnen hiv niet genezen.
Wat zegt Sciensano in zijn rapport? Dat we nieuwe hiv-besmettingen moeten proberen te voorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat u dat weet. Wat kunnen we daarvoor doen? We kunnen beter sensibiliseren, want de groepen die op dit moment worden getroffen zijn divers. We kunnen sensibiliseren om meer condooms te gebruiken en informeren over hoe een dergelijke seksueel overdraagbare aandoening wordt doorgegeven. Ook sneller testen is heel belangrijk, een vroege diagnose is er op vandaag nog niet. We kunnen ook zorgen voor een betere toegankelijkheid tot medicatie. Er bestaat medicatie die men profylactisch kan nemen en die terugbetaald wordt wanneer een hiv-centrum daarvoor een terugbetalingsattest verstrekt. Volgens Sciensano is die medicatie echter niet toegankelijk genoeg. Die zouden we breder aan onze patiënten moeten kunnen aanleveren. Onze patiënten zouden de weg naar de terugbetaling gemakkelijker moeten vinden.
Er is een objectieve en snelle weg voor terugbetaling en dat is via de huisarts. Bent u bereid om ervoor te zorgen dat meer patiënten een eerste voorschrift voor PrEP kunnen krijgen via de huisarts?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, mijn collega heeft reeds de cijfers geciteerd.
Vorig jaar kregen 665 personen het verdict van hiv, wat neerkomt op maar liefst twee personen per dag. Dat is enorm, het is een stijging van 13 % en we zien dat die stijging zich de laatste drie jaar voortzet. Ook al is hiv niet langer een doodvonnis, het stigma blijft en de gevolgen zijn enorm. Het wordt een chronische ziekte en preventie blijft het codewoord. We horen dat er een preventiepil PrEP is, sinds 2017 terugbetaald, die al door bijna 9.000 personen wordt gebruikt. Dat is zeer goed.
Enerzijds stellen we vast dat er een condoommoeheid heerst, anderzijds blijkt dat de PrEP-pil te weinig toegankelijk is, zeker voor kwetsbare personen door praktische drempels. Het is ook een taboe, want men moet zich begeven naar een hiv-referentiecentrum. Zeker voor kwetsbare personen is dat een hoge drempel. Bovendien stellen we vast, dat lazen we ook al de vorige jaren, dat er regelmatig wachtlijsten zijn voor die hiv-referentiecentra.
Wat cd&v vraagt is heel gewoon: maak zorg nabij. Zorg dat het stigma wordt doorbroken. Daarom vinden we heel concreet dat de preventiepil PrEP moet kunnen worden voorgeschreven door de huisarts. Dit werd concreet al enkele keren gevraagd door collega Nawal Farih. Ook dit jaar werd een resolutie aangenomen, voorgesteld door cd&v en unaniem goedgekeurd in de Senaat, waarin dit ook heel concreet werd gevraagd en ondersteund door uw partij.
Mijn vraag is heel concreet. U kondigde op een bepaald moment aan dat soepele voorwaarden nodig zijn voor het voorschrijfgedrag, maak hier alstublieft werk van en zorg ervoor dat PrEP kan worden voorgeschreven door de huisarts. Hoe kan men er anders voor zorgen dat minder mensen met hiv besmet worden?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Depoorter, mevrouw Van Hoof, we hebben een aantal jaren een duidelijke daling gezien van het aantal hiv-infecties. Helaas is wat we de voorbije jaren zien niet goed, het aantal infecties stijgt opnieuw. We moeten dus absoluut opnieuw aanknopen met een actie die het mogelijk maakt dat de infecties dalen. We zien immers dat enerzijds het gebruik van PrEP aanzienlijk toeneemt, terwijl anderzijds andere soa’s, zoals gonorroe, toenemen. Daarover moeten we wel even nadenken.
Gezondheidsexperts stellen dat PrEP op dit ogenblik een succesverhaal is. Er zijn echter een paar andere problemen die zich steeds duidelijker manifesteren, zoals het dalende condoomgebruik. Daarop moeten wij dus inzetten.
Wij hebben samen met de deelstaten een nationaal hiv-plan uitgewerkt, dat tot 2026 loopt. Het gaat uit van de vaststelling dat elke besmetting er één te veel is. We hebben op federaal niveau een miljoen euro extra uitgetrokken voor dat plan, boven op het bedrag van 13 à 14 miljoen euro dat het RIZIV daarvoor al inschrijft. Het plan is twee jaar geleden helemaal op punt gesteld samen met alle betrokkenen, ook de patiënten. We hebben dat gedaan samen met de collega’s van de deelstaten, zoals mevrouw Crevits in Vlaanderen. Met een hele batterij acties zetten wij in op preventie, op testen, op goede zorg en op levenskwaliteit. Dat gaat van het blijvend sensibiliseren inzake seksuele gezondheid tot zelfs het systematisch contacteren en opnieuw oproepen van patiënten die niet voor hun follow-up opdagen.
PrEP is heel belangrijk als preventieve hiv-behandeling. PrEP wordt ook terugbetaald. De versoepelingen die zijn gevraagd, zijn ondertussen gerealiseerd, ze zijn er. Voor een intake gaat een patiënt naar een hiv-referentiecentrum. Dat is logisch, daar zit de expertise. Daarna kan die patiënt bij de huisarts terecht voor de hele opvolging. We hebben die versoepeling mogelijk gemaakt. Dat was daarvoor niet mogelijk, men moest altijd terug naar de specialist in het referentiecentrum. Die versoepeling is een groot succes, want het gebruik van PrEP neemt aanzienlijk toe.
Het volgende probleem, waarop mevrouw Van Hoof heeft gewezen, is het feit dat er bijzonder kwetsbare mensen zijn die zelfs niet verzekerd zijn. Ook daar kan ik u zeggen dat we eindelijk een oplossing hebben, want zeer recent heeft het Verzekeringscomité beslist om de medische en sociale centra voor sekswerkers een extra opdracht te geven, namelijk: PrEP ook toedienen aan mensen die niet verzekerd zijn. Dat is buitengewoon belangrijk. Daarmee is een laatste duidelijk drempel van financiële toegankelijkheid weggewerkt. Ik geloof dat de duidelijk stijgende cijfers van het gebruik van PrEP verder in die richting zullen evolueren.
Laten we het debat dus niet te veel toespitsten op PrEP. Dat is op zichzelf een succesverhaal, maar het volstaat absoluut niet. We moeten inzetten op seksuele en relationele vorming en op het gebruik van voorbehoedsmiddelen, want hiv is een ziekte die men kan vermijden, zoals u zegt, maar als men ze heeft, is het een levenslang probleem. Scholen, organisaties op het terrein, maar ook socialemediakanalen, moeten dus volop op sensibilisering blijven inzetten.
We hebben ter zake een goede samenwerking met de collega's in de deelstaten, die op het vlak van de sensibilisering hun rol spelen. Ik zal dat verder opvolgen en bespreken met de collega's in de deelstaten. In die zin zijn de cijfers die vandaag gepubliceerd zijn een belangrijk signaal en een wake-upcall.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, we hebben een plan nodig, maar u gaat in uw antwoord uw verantwoordelijkheid uit de weg. Als minister van Volksgezondheid bent u bevoegd voor de terugbetaling van het medicijn PrEP, dat een hiv-besmetting kan voorkomen. Zoals u hebt gezegd, moet een patiënt zich nu naar een hiv-centrum begeven. Dat is echter een drempel. Dat eerste contact, dat doorbreken van het taboe, nemelijk zeggen dat men tot een risicogroep behoort, willen die patiënten met hun huisarts bespreken.
Als u kijkt naar het aantal hiv-diagnoses, ziet u dat de helft door de huisarts wordt gesteld. Geloof dus in de huisarts, geef hem vertrouwen en geef uw patiënten de zorg die ze nodig hebben, dicht bij huis.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, collega's, het hiv-actieplan is inderdaad heel belangrijk: we moeten opsporen, testen en behandelen. Preventie is echter het codewoord. PrEP speelt daarin een heel belangrijke rol. Er zijn inderdaad zaken versoepeld, maar de drempel blijft bestaan. Ik zie een jongere nog niet gemakkelijk naar een hiv-referentiecentrum gaan. De huisarts moet dus PrEP kunnen voorschrijven. Ik begrijp niet waarom dat niet mogelijk kan worden gemaakt. Het is het eerste middel dat men moet gebruiken ter preventie. De huisarts is daartoe de beste manier, zeker nu men vaststelt dat hiv-besmettingen zich niet beperken tot de homogemeenschap. Het is veel diverser geworden, er zijn nieuwe besmettingen in alle leeftijdscategorieën en ook de heterogemeenschap wordt ermee geconfronteerd. We moeten vanaf nu een dam oprichten. Op 1 december is het Wereldaidsdag. We moeten dat lintje met trots kunnen dragen. Zorg er dus voor dat ook de huisarts PrEP kan voorschrijven.
De vergoeding voor verpleegkundige stages
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 7 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
CD&V pleit voor een sterk statuut voor verpleegkundigen in opleiding, met onkostenvergoeding voor stages (nu vaak 20-30€ eigen kosten) en meetellen van stage-uren voor anciënniteit, om het beroep aantrekkelijker te maken gezien het tekort van 124.000 zorgkundigen tegen 2040. Minister Vandenbroucke wijst naar Vlaamse bevoegdheid (onkostenvergoeding bestaat al deels) en ziet geen meerwaarde in federaal statuut, maar benadrukt wel betere carrièremogelijkheden en valorisatie na de verlengde opleiding. CD&V vindt zijn antwoord onvoldoende concreet en dringt aan op federale afstemming met Vlaams minister Gennez, nu Vlaanderen al 1.000€ per student uitkeerde aan 3.800 verpleegkundigen in opleiding.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, verpleegkundigen hebben een heel dienstbaar beroep. Zij zetten zich in voor de samenleving door hun zorgende bijdrage. We staan echter voor enorm grote uitdagingen. Tegen 2040 hebben we maar liefst 124.000 extra zorgkundigen nodig. Dat is een gigantisch aantal, maar zoveel zijn er effectief nodig om dezelfde zorg als vandaag te kunnen aanbieden.
In dat verband wordt er wel vaker gesproken over maatregelen ter bevordering van de aantrekkelijkheid van het beroep. In de eerste plaats moeten we echter studenten mobiliseren om in het beroep van verpleegkundige in te stappen. Vandaag draaien studenten in hun vierde jaar verpleegkunde, die maar liefst 800 uren stage lopen, op voor de gemaakte onkosten. Dat kan voor cd&v niet. Het kan voor ons niet dat stagiairs die 800 uren meedraaien in een zorginstelling zelf voor hun werktenue moeten zorgen. Het kan voor ons niet dat stagiairs die meedraaien in een zorginstelling maar liefst 20 tot 30 euro verplaatsingskosten hebben om daar te geraken.
Voor cd&v is het heel belangrijk dat er een sterk statuut komt voor verpleegkundigen in opleiding. Dat wil zeggen dat wij moeten zorgen voor een onkostenvergoeding wanneer zij stage lopen. Daarnaast vinden wij als partij dat de 800 uren stage, waarmee studenten niet alleen bijleren maar ook bijdragen, moeten worden meegeteld bij de opbouw van hun anciënniteit zodra ze in de zorgsector instappen.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar de kwestie? Hoe zult u ervoor zorgen dat niet enkel het beroep aantrekkelijk is, maar ook de opleiding en de stage?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Farih, we hebben samen met de mensen op het terrein een toekomstagenda over het werken in de zorg opgesteld. Dat is een grote oefening waarmee we een volgende ronde van sociaal overleg voor het zorgpersoneel willen voorbereiden, want daar moet opnieuw in geïnvesteerd worden.
Uit die toekomstagenda blijkt overduidelijk het belang van goede stages, met een goede begeleiding tijdens de stage en goede werkomstandigheden. Dat is onontbeerlijk. Dat is een uitermate belangrijke verantwoordelijkheid van de onderwijssector en van de verantwoordelijken van de werkplekken. De Vlaamse overheid voorziet naar aanleiding van de verlenging van de opleiding van drie naar vier jaar al enkele jaren inderdaad in een onkostenvergoeding voor de stagiairs in het vierde jaar verpleegkunde. Het debat over de verbetering daarvan moet worden gevoerd in het Vlaams Parlement, dat bevoegd is voor de opleiding.
De Vlaamse regering heeft wel gevraagd of we zouden kunnen onderzoeken of een statuut van verpleegkundige in opleiding, ter verankering van wat zij met die vergoeding doet, iets zou bijdragen aan onze wetgeving. We hebben dat onderzocht en het heeft geen meerwaarde om in onze wetgeving op zorgberoepen nog eens een statuut bij te schrijven. Het debat over de onkostenvergoeding moet mijns inziens dus in het Vlaams Parlement worden gevoerd.
Ik wil beklemtonen dat de kwestie belangrijk is en dat we zeer veel hebben geïnvesteerd in de zorg en in de verpleegkunde. Ik noem de verbetering van de carrièremogelijkheden die we voor de bachelors tot stand brengen, wat ook de echte valorisatie is die nodig was voor de studenten waarvan de studie van drie naar vier jaar werd verlengd. Daar lag en ligt nog altijd een zeer groot deel van onze verantwoordelijkheid hier, maar ik denk dat u die mening deelt.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U hebt verschillende facetten van de uitdagingen die voor ons liggen geschetst. Ik vind het wat jammer dat u verwijst naar de Vlaamse regering, het is u immers niet onbekend dat heel wat interfederale discussies nog niet uitgeklaard zijn. Wij denken met cd&v wel dat een statuut de verpleegkundigen in opleiding kan versterken. Toen er een groot gat dreigde omdat er geen zekerheid kon worden geboden aan verpleegkundigen in opleiding en we dus voor een enorme uitdaging stonden, koos cd&v in Vlaanderen ervoor om 1.000 euro voor elke student uit te trekken. Maar liefst 3.800 studenten hebben daarvan kunnen profiteren. Het is schitterend dat u dat toejuicht, maar in uw antwoord had ik dan wel willen horen dat u uw Vlaamse collega-minister, mevrouw Gennez, over de kwestie zou aanspreken.
Oplossingen voor de explosie van de kosten voor het energie-eiland
De hoge kostprijs van het energie-eiland en de impact ervan op de energiefactuur
De kostprijs van het energie-eiland
De overschrijding van het geraamde budget voor het energie-eiland
Kosten en budget van het energie-eiland
Gesteld door
N-VA
Bert Wollants
VB
Sam Van Rooy
CD&V
Koen Van den Heuvel
MR
Mathieu Bihet
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 24 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende kosten (van 2 naar 7-8 miljard euro) van het geplande Prinses Elisabeth-eiland in de Noordzee, bedoeld als energieknoopunt voor windenergie, maar nu een financiële dreiging voor burgers en bedrijven via stijgende elektriciteitstarieven (+80%). Kritiekpunten: gebrek aan transparantie van minister Van der Straeten (CREG-waarschuwingen sinds maart/mei genegeerd), technisch falen (gelijkstroomdeel als hoofdboosdoener), en alternatieven zoals kernenergie (Van Rooy) of platformen in plaats van een eiland. De minister belooft herEvaluatie en kostendruk, maar oppositie eist opschorting en volledige openbaarheid van cijfers, vreest doorberkening aan consumenten en wijst op Deens voorbeeld (project stopgezet).
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, u wilde in de Noordzee het eerste energie-eiland ter wereld creëren. Uw droom van een energie-eiland wordt stilaan een financiële nachtmerrie. De geraamde kosten bedroegen initieel iets meer dan 2 miljard euro, maar vandaag zijn die al opgelopen tot 7 miljard euro. De CREG heeft u een brief gestuurd over die kostenexplosie. Hoewel ik u daarover tweemaal een vraag heb gesteld, wilde u daar niet eerlijk over zijn. U wilde enkel kwijt dat u daarover niet veel kon zeggen en dat de uiteindelijke kostprijs moeilijk te becijferen was. Ik begin stilaan te begrijpen waarom.
Wat moeten we dan wel doen? Het grootste probleem situeert zich in het gelijkstroomdeel van het eiland. Iedere verantwoordelijke bestuurder weet dan ook dat daar nu moet worden ingegrepen om ervoor te zorgen dat we die kostenexplosie kunnen voorkomen. De gevolgen zijn immers niet min. We weten nu al dat de tarieven van Elia immens zullen stijgen met 80 %. Als die cijfers en ramingen werkelijkheid worden, dan komt daar nog eens een gigantische stijging bovenop en dit op de kap van de elektriciteitsfacturen van onze burgers en bedrijven.
Mevrouw de minister, volgens verschillende bronnen bent u sinds maart of mei op de hoogte van die kostenstijgingen. Waarom bent u daarover niet eerlijk en transparant geweest ten opzichte van het Parlement? We weten dat het probleem zich situeert in het gelijkstroomdeel van het eiland en daar moet worden ingegrepen om die extra kosten te vermijden. Indien men dat wil doen, moet men minstens overwegen om dat deel on hold te zetten. Bent u daartoe bereid?
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, naast de batterijparken en windmolenparken is het zogeheten energie-eiland een van de vele nieuwe, dwaze, peperdure constructies in het kader van de zogenaamde energietransitie ofwel de groene waanzin als gevolg van de klimaathysterie. Dat megalomane energie-eiland, dat maar liefst 12 hectare groot zou worden, vervuilt onze zee, net zoals de windmolenparken. Bovendien brengt het in verhouding zeer weinig energie op. De energiedichtheid van windmolens behoort immers tot de allerlaagste. Zij nemen veel ruimte in, kosten veel aan grondstoffen en leveren in verhouding daartoe zeer weinig energie op.
Weet u wat wel een hoge energiedichtheid heeft en ook nog eens zo goed als CO 2 -vrij is? Juist, kernenergie, de energiebron die u en uw partij al decennia bestrijden, helaas met succes, met dank aan de traditionele partijen. Als wij 20 jaar geleden een kerninstap in plaats van een kernuitstap hadden beslist, dan hadden wij vandaag al die problemen niet.
Dat gigantische energie-eiland voor onze mooie Vlaamse kust zou oorspronkelijk 2,2 miljard euro kosten, maar nu weten wij dat het wel tot 8 miljard euro zou kunnen kosten. Daarom heeft Denemarken de plannen voor zo'n energie-eiland ondertussen al opgeborgen. Onze industrie trekt vandaag aan de alarmbel en vraagt om dit project on hold te zetten en te herbekijken, want als het plan wordt doorgezet, zal de energiefactuur voor onze gezinnen en onze bedrijven de komende jaren exploderen en opnieuw peperduur worden. Mevrouw de minister, hoe zult u dat voorkomen?
Koen Van den Heuvel:
Mevrouw de minister, het Prinses Elisabetheiland zou het paradepaardje van het federale energiebeleid worden, want het innovatieve project zou beantwoorden aan de drie pijlers van elk gezond en ambitieus energiebeleid: de betaalbaarheid en de bevoorrading zouden worden gegarandeerd en er zou worden ingezet op een duurzame energietransitie. Helaas moeten we na enkele jaren vaststellen dat het kostenplaatje enorm toeneemt en dat het project misschien in het water zal vallen.
Het project werd aanvankelijk geraamd op 2 miljard, ondertussen is er al sprake van 7 of 8 miljard. Er wordt blijkbaar niet op een miljard gekeken, en dat is wel spijtig want het zal doorgerekend worden in de factuur van onze bedrijven en onze gezinnen. Dat is heel erg belangrijk. We weten allemaal dat onze maakindustrie en industrie het heel moeilijk hebben op concurrentieel vlak maar ook op het vlak van energieprijzen. Er valt niet mee te lachen. Ik denk dat al de aanwezige partijen hier de betaalbaarheid in het oog willen houden. We moeten er dan ook ernstig werk van maken.
Dat brengt mij bij de verantwoordelijkheid. Waarom is er gekozen voor die vorm van eiland? Zijn de alternatieven voldoende onderzocht? De problematiek van de gelijkstroom is al door collega Wollants geformuleerd. Er rijzen echter nog een aantal vragen in verband met de transparantie. Er wordt gegoocheld met cijfers als 6, 7 of 8 miljard. Hoeveel zal het nu zijn? Wordt het scherp in het oog gehouden? Wat is de impact op de kostprijs voor andere projecten zoals Ventilus en Boucle-du-Hainaut? Voor ons kan het absoluut niet dat het doorgerekend wordt aan (…).
Mathieu Bihet:
Madame la ministre, il est souvent rappelé que le rôle de cette île énergétique est de permettre à notre politique énergétique de marcher sur deux jambes: d'une part, le nucléaire, et d'autre part, l'éolien offshore.
La presse nous apprend aujourd'hui le dérapage, le carambolage budgétaire, autour de cette île énergétique: plus on en parle, plus elle coûte cher. Aujourd'hui, la presse nous apprend également que plusieurs avertissements et plusieurs courriers ont été adressés à votre cabinet.
Madame la ministre, quelle a été votre réaction? Pourquoi n'y a-t-il pas eu de communication de ces différents éléments au Parlement?
Par ailleurs, nous savons que le coût de cette île énergétique sera répercuté sur la facture des ménages et sur celle des entreprises. Qu'en est-il? Pouvez-vous nous rassurer sur ce point?
Ce dossier en appelle malheureusement d'autres: les différents dossiers du plan de relance qui sont contenus dans notre plan qui a été remis à la Commission européenne et estampillés du label de l'énergie. Nous pensons notamment à la dorsale hydrogène qui est malheureusement en train d'aller également tout doucement dans le mur.
Madame la ministre, voilà mes différentes questions sur la facture énergétique et sur votre action. Finalement, quel héritage allez-vous laisser à votre successeur?
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer Van den Heuvel, ik beantwoord eerst uw vraag naar waarom en hoe er voor dat eiland is gekozen. De keuze is gemaakt in december 2021, inderdaad, monsieur Bihet, dans le cadre du plan de relance, om ons land te positioneren als energiehub. Het was inderdaad de bedoeling ons energiebeleid te richten op bevoorradingszekerheid, betaalbaarheid en aanvoer van groene elektriciteit naar ons land. Het eiland combineerde en combineert nog steeds die drie elementen.
Het gaat om een innovatieve infrastructuur die ervoor zorgt dat we grote hoeveelheden elektriciteit naar ons land kunnen trekken. Mijnheer Van Rooy, het is niet niks. Het gaat over 30 terawattuur tegen 2030-2035. Wanneer men vandaag pleit om de stekker uit dat project te trekken, houdt dat in dat 30 tot 40 % van de elektriciteit die we tegen 2035 nodig hebben niet beschikbaar zal zijn.
Mijnheer Francken, ik heb er geen probleem mee om na te gaan of andere projecten op dezelfde termijn dezelfde elektriciteit kunnen leveren voor een lagere prijs. Dat moet dan bewezen worden.
Hoe is de beslissing genomen, mijnheer Van den Heuvel? We hebben een vergelijking gemaakt tussen het eiland en de platformen. Op basis van die analyse is gebleken dat het eiland de beste keuze was. De CREG heeft dat toen in haar advies bestempeld als een aanvaardbare toekomstgerichte investering. Men zal blijvend moeten opvolgen of het eiland effectief die baten oplevert en goedkoper blijft dan de platformen.
U kent het vervolg, met de oorlog in Oekraïne, de inflatie en de kostprijsstijgingen. In alle sectoren en voor alle technologieën, ook buiten de energiesector, werd men met die kostprijsstijgingen geconfronteerd.
Mijnheer Wollants, het klopt niet dat ik niet eerlijk ben geweest in het Parlement. U hebt me hier twee weken geleden en deze week vragen gesteld en ik heb in mijn antwoord aan u geciteerd uit de brief die ik reeds in de zomer aan de CREG stuurde.
U hebt mij gevraagd wat ik heb gedaan op het moment dat de CREG mij meedeelde te vermoeden dat er een prijsstijging zat aan te komen, die we, zoals ik al zei, overal zien. Ik heb toen aan Elia gevraagd om dat opnieuw te bekijken. Ik heb de CREG geantwoord dat die prijsstijgingen inderdaad heel zorgwekkend zijn en gevraagd welke oplossingen zij daarvoor zien en hen om alternatieven en andere designelementen gevraagd.
Die evaluatie is op dit moment aan de gang. Ik heb namelijk niet gewacht tot er artikels in de kranten verschenen, ik heb geageerd op het moment waarop dit aan de orde was. Daardoor is er op dit moment een versterkte dialoog tussen de CREG en Elia om die nieuwe kostenbatenanalyse te maken. Ik zeg u dit als minister in lopende zaken, maar niet in belopende zaken. Ik laat de zaken niet op hun beloop. Ik zeg u vandaag dat het eiland geen euro meer mag kosten dan nodig is en dat de baten de kosten moeten overstijgen.
We zullen wel een analyse maken op alle fronten. We zullen kijken naar de kosten en naar de opbrengsten en dan opnieuw evalueren of dit de beste oplossing is. Het energiebeleid in dit land moet een beleid zijn van energiezekerheid en betaalbaarheid. Grote hoeveelheden elektriciteit naar ons land brengen, waardoor de prijs voor elektriciteit daalt, is altijd een goede zaak. Dat mag niet tenietgedaan worden door een te grote stijging van de transmissietarieven. Dat is ook de reden waarom ik de CREG heb gevraagd om met oplossingen te komen zodat dit niet op de factuur wordt doorgerekend.
Zolang als u nodig hebt om een regering te vormen, kunt u op mij rekenen om dat dossier elke dag te blijven opvolgen.
Cela sera mon héritage pour mon successeur, monsieur Bihet. Mon successeur ne trouvera pas le bordel mais des dossiers en ordre sur lesquels il pourra statuer.
Voorzitter:
Mevrouw de minister, dank u dat u al één lid van de volgende regering hebt aangeduid, namelijk collega Bihet. Maar misschien verandert het nog.
Bert Wollants:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister, maar eerlijk gezegd, de transparantie was ver zoek. Ik heb u gevraagd wat de huidige kostenraming is. U hebt daar niet op geantwoord.
Ik heb het in mijn volgende vraag anders geformuleerd en gevraagd of het klopt het dat die kostenraming ondertussen 7 miljard euro bedraagt. U hebt mij geantwoord dat dit moeilijk te zeggen is.
U bent niet eerlijk geweest. Dat wil zeggen dat wij actie moeten ondernemen om ervoor te zorgen dat die kosten onder controle blijven. Ik heb u vandaag gevraagd na te gaan of het mogelijk is het gelijkstroomgedeelte nog niet uit te voeren. Dan kunnen de eerste parken zonder problemen aangesloten worden. Maar wat hebt u daarop geantwoord? Helemaal niets.
U bent daar niet transparant over. U houdt dingen achter. Ik vind het ongehoord dat u in lopende zaken op deze manier omgaat met het Parlement terwijl de kosten op zo'n gigantische manier toenemen. Er komt bijna 5 miljard euro bij. 5 miljard euro die gevonden moet worden in de zakken van alle (…)
Sam Van Rooy:
Mevrouw Van der Straeten, u lijkt wel een personage uit Het Eiland . Niemand gelooft u nog. Drie jaar geleden zei u dat de kernuitstap de energieprijs niet zou verhogen, integendeel. Enkele maanden later zei u, in een bijzonder gênant optreden in De Afspraak op VRT Canvas: "Ik kan dit niet uitdrukken in percentages; ik kan niet zo goed absolute getallen omzetten naar procenten."
Wel, mevrouw Van der Straeten, dat hebt u in de voorbije jaren inderdaad bewezen. U bent een ramp voor onze energievoorziening. U bent een ramp voor onze energiefactuur. Kortom, u bent een ramp voor de bedrijven en de gezinnen in Vlaanderen.
U bent 24 jaar geleden afgestudeerd als Afrikanist. Zoek alstublieft uw toekomst in dat vakgebied, en bij voorkeur ook op één of ander eiland.
Koen Van den Heuvel:
Mevrouw de minister, ik moet eerlijk zeggen dat ik ook een beetje op mijn honger blijf zitten. Wij kunnen enkel constateren dat de kostprijs van 2 naar 8 miljard gaat. Dat is dus maal vier.
Als dat in een bedrijf gebeurt, of voor een privé-investering, worden er toch ook vragen gesteld. Niemand heeft dat graag. Wij kunnen niet tot de orde van de dag overgaan bij zulke cijfers, bij zo'n verveelvoudiging. Daarom vinden wij dat we toch een beetje onze tijd moeten nemen en alles mooi op een rijtje zetten, want dit kunnen wij niet onmiddellijk begrijpen.
Voor mijn partij is het heel duidelijk, onze bedrijven en gezinnen mogen niet het slachtoffer worden van dit mismanagement.
Mathieu Bihet:
Madame la ministre, on n'en sait pas plus concernant le coût total de cette île énergétique. Ni sur le dossier du plan de relance. À propos de l'impact sur la facture des ménages et des entreprises, vous dites que vous avez demandé à la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG) de veiller à ce qu'il n'y en ait pas. Alors, qui va payer? Cela non plus, on ne le sait pas. Tout part à vau-l'eau en cette fin de mandat, madame la ministre, et vous semblez rester au balcon, en attendant péniblement que votre mandat se termine. Nous demandons que soient communiqués les différents documents sur le plan de relance, ainsi que les courriers adressés à votre cabinet par la CREG. Nous demandons également la convocation à la rentrée de la commission de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat pour pouvoir faire la clarté et avoir un débat sur ce sujet. Je vous remercie.
De leegstaande overheidsgebouwen
Gesteld door
Gesteld aan
Mathieu Michel
op 24 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Franky Demon kritiseert de structurele disfunctionering van de Regie der Gebouwen: jarenlange leegstand (15 voetbalvelden aan kantoorruimte in Brussel), vertraagde projecten (bv. Crisiscentrum pas in 2026 in plaats van 2023) en trage energetische audits (slechts 13% afgerond), terwijl hij een budgettair actieplan eist. Staatssecretaris Mathieu Michel wijt vertragingen aan externe factoren (energiecrisis, stijgende kosten) en benadrukt verbeteringen via een meerjareninvesteringsplan en aangepast managementcontract, maar erkent dat de uitvoering nog tekortschiet. Demon repliceert dat concrete oplossingen (verkoop overbodige gebouwen, stoppen huurcontracten, *mindshift* in patrimoniumbeheer) ontbreken en pleit voor herinvestering van vrijgekomen middelen in personeel en efficiënter beheer. De kern: chronisch slecht beheer en gebrek aan daadkracht versus beleidsmatige goede bedoelingen zonder tastbaar resultaat.
Franky Demon:
Mijnheer de staatssecretaris, de federale regering kocht eind 2021 twee kantoorgebouwen aan het Noordstation. Het was de bedoeling dat die gebouwen zouden worden ingenomen door het Crisiscentrum en de Veiligheid van de Staat. Het was een mooi plan, want in oktober 2023 zou alles gefinaliseerd zijn. Er kwam traditioneel uitstel en intussen is er al sprake van uitstel tot 2026. Opnieuw staan dus twee gebouwen vijf jaar leeg en zijn er vijf jaar extra kosten.
Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat er iets structureels aan de hand is bij de Regie der Gebouwen. Afgelopen zomer heb ik cijfers over de leegstand bij u opgevraagd en het antwoord luidde dat er aan kantoorruimtes alleen al een oppervlakte van 15 voetbalvelden in en rond Brussel leegstaat. Over opslagplaatsen kon u geen cijfers geven. Daarnaast kon een historisch overzicht van de leegstand door een softwareprobleem niet worden gegeven.
We hadden ook energetische audits afgesproken. Dat zouden er 250 moeten zijn, maar ondertussen zijn er slechts 34 audits opgeleverd. De audits moeten nochtans aantonen hoe we kunnen besparen op de energie-uitstoot van onze gebouwen. Er is dus nog maar 13 % van de audits uitgevoerd. Ik heb even een rekensom gemaakt en als we aan dat tempo doorgaan, hebben we nog 29 jaar nodig om te weten hoe ons patrimonium eraan toe is.
Ik heb de indruk dat de Regie der Gebouwen een schip is dat wil uitvaren, maar zonder kaart, zonder kompas en met zeer weinig bemanning. Ik heb dus slechts één vraag: waar blijft uw budgettaire actieplan?
Mathieu Michel:
Mijnheer Demon, ik wil, ten eerste, beklemtonen dat projecten van de Regie der Gebouwen van nature complex zijn en dat zij de inzet van vele verschillende actoren vereisen, zowel bij de Regie der Gebouwen, als daarbuiten. Als de Regie der Gebouwen met vertraging wordt geconfronteerd, kunnen die vertragingen aan verschillende factoren te wijten zijn. In de meeste gevallen zijn ze het resultaat van moeilijk te voorspellen externe factoren, zoals een energiecrisis, stijgende kosten en de beschikbaarheid van dienstverleners.
Ondanks die uitdagingen is het voor de Regie der Gebouwen belangrijk om de inschattingen van de termijn te verbeteren. Daarom heb ik bij mijn aantreden de nadruk gelegd op het belang van een strenge planning. In dat kader was de implementatie van het meerjareninvesteringsplan mijn kompas en was dat plan cruciaal en innovatief, omdat het een volledig transparant instrument biedt om projecten op te volgen. Bovendien werd het managementcontract aangepast, om de termijnen, zowel in termen van communicatie als van uitvoering, te verbeteren.
Het werk is inderdaad nog niet af, maar er zijn al verbeteringen zichtbaar. Ik wil daarvoor ook de medewerkers van de Regie der Gebouwen bedanken.
Er zijn verschillende scenario's voor het aantal leegstaande gebouwen. Overheidsgebouwen worden gerenoveerd of kunnen het voorwerp zijn van een nieuwe bestemming in uitvoering, dan wel het voorwerp uitmaken van verkoop of van beëindiging van een huurovereenkomst. Het is alleszins noodzakelijk alert te blijven voor de financiële belangen van de Staat, want sommige vroegtijdige beëindigingen kunnen heel duur uitvallen.
Concluderend kan ik meegeven dat, hoewel vertragingen betreurenswaardig kunnen zijn, er inspanningen zijn geleverd en processen in gang gezet om de inschattingen te verfijnen.
Franky Demon:
Mijnheer de staatssecretaris, ik heb niet veel gehoord over de betreffende gebouwen, maar wel dat u goede bedoelingen hebt. Het is echter allemaal niet zo moeilijk. Ten eerste, verkoop leegstaande gebouwen die wij niet meer nodig hebben. Ten tweede, stop het contract van leegstaande gebouwen die wij huren en waarmee wij geen bedoelingen hebben. Ga in gesprek met de eigenaars. Ten derde, er is een mindshift nodig. Die mindshift komt alles ten goede, want het daardoor vrijgekomen geld kunnen we in onder andere het personeel investeren. Wij moeten dus echt verder werk maken van een beter beheer van ons patrimonium.
De Dag tegen kanker en nabije zorg
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
cd&v steunt centralisatie van complexe kankerzorg (chirurgie) voor betere kwaliteit, maar verwerpt verplichte centralisatie van niet-complexe zorg (chemo/radiotherapie), die volgens hen lokaal en kwaliteitsvol kan blijven om patiënten onnodige reistijd te besparen. Minister Vandenbroucke benadrukt dat wetenschap en patiëntenbelang (niet ziekenhuislobby’s) leiden tot selectieve centralisatie, vooral bij complexe hoofd-halstumoren waar expertisebundeling cruciaal is—zelfs voor radiotherapie—maar erkent dat niet alles gecentraliseerd hoeft. Farih wijst erop dat oncologen zelf tegen zijn plan zijn en eist dat hij lokaal aanbod behoudt voor niet-complexe zorg, ondanks zijn claim "minister van de patiënt" te zijn.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, er zijn 75.000 diagnoses van kankerpatiënten in ons land. Dat zijn 75.000 vechters, die rekenen op kwaliteitsvolle, betaalbare maar ook nabije zorg. Daarvoor verhopen zij ook op de politieke wereld.
Mijnheer de minister, tijdens de veelvuldige debatten over kwaliteit versus nabijheid, vond u steeds een partner in ons als u het had over de noodzaak van kwaliteitsvolle zorg te allen tijde. Voor complexe zorg, zoals chirurgische ingrepen, pleit ook cd&v voor centralisering. We moeten dat soort zorg centraliseren om de kwaliteit voor de patiënten te verhogen.
Wanneer het echter over niet-complexe zorg gaat – een zorgtraject heeft meerdere componenten: na de chirurgische ingreep is er de radio- en chemotherapie of niet-complexe zorg –, moeten patiënten onzes inziens nabij kunnen worden behandeld.
Er zijn voldoende ziekenhuizen met enorm veel expertise die vandaag al goed werk leveren. Ik hoor van de sector dat u de ambitie hebt om het volledige zorgtraject, dus de chirurgische ingreep inclusief de radio- en chemotherapie, te centraliseren in expertisecentra. Waarom wilt u dat in godsnaam?
De betrokken patiënten zijn verzwakt. Voor de centralisering van een chirurgische ingreep vindt u in ons een partner. Maar cd&v zegt neen tegen de beleidsmaatregel die ertoe leidt dat patiënten voor hun behandeling met chemo- en of radiotherapie nog 38 keer gedurende twee à drie uur in de auto moeten zitten.
Klopt het dat u de ambitie hebt om het volledige zorgtraject voor hoofd- en halstumoren te centraliseren, net zoals u hebt gedaan voor de jonge kankerpatiënten?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Farih, te algemenen titel laat ik opmerken dat het voor de volksgezondheid niet de vraag is wat cd&v zegt, maar wat de wetenschap zegt. Daarover gaat het. Het gaat over de volksgezondheid. Het gaat over de vraag wat oncologen zelf daarover zeggen. Men moet kiezen voor de bundeling van expertise en het dicht bij de mensen brengen wat men dicht bij de mensen kan brengen. Dat laatste betreft inderdaad vervolgtherapieën in een aantal omstandigheden.
Men kan evenwel niet zomaar alles over dezelfde kam scheren, waarmee ik het debat hier niet wil sluiten. Het betreft hier mensen met een bijzonder type van kanker, namelijk hoofd- en halstumoren. Dat type van kanker is bijzonder complex wat het oppuntstellen van de diagnose en het behandelplan betreft. Zelfs wat de radiotherapie betreft, vraagt de behandeling van die kanker de nabijheid van andere experts. Men kan niet zomaar zeggen dat men dat overal doet. Dat vragen ook de patiënten niet.
Er is voor mij slechts één belang, namelijk dat van de patiënt. Ik ben niet de minister van talloze lobbyende ziekenhuizen. Ik ben de minister van de patiënt. Ik hoor van patiëntenorganisaties dat zij vooral de kwaliteit van de zorg belangrijk vinden. Dat wil zeggen dat men de zorg concentreert waar nodig en dicht bij de patiënt brengt zodra het mogelijk is. Dat moet ons leiden.
In het debat over onder andere hoofd- en halstumoren, net als slokdarm- en pancreaskanker, moeten we steeds opnieuw die afweging maken. Ik zou willen dat we die kunnen maken los van de belangen van de ziekenhuizen en met alleen het belang van de patiënt voor ogen, op basis van wetenschap.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, u zegt dat u een beslissing op basis van de wetenschap wilt. U hebt op 5 september een brief ontvangen van de federatie van de oncologen. Die federatie zegt tegen het plan te zijn dat u voorstelt. U hoeft niet te luisteren naar cd&v, maar u kunt misschien wel luisteren naar een volksvertegenwoordiger die vraagt dat patiënten op de eerste plaats gezet worden. Zij moeten centraal behandeld worden, waar nodig. U hebt dus onze steun voor de centralisatie van complexe zorg. Maar wij passen voor het weghalen van de zorg uit de nabijheid van patiënten die 30 sessies radio- en chemotherapie moeten volgen, terwijl onze radio- en chemotherapeuten internationaal als de beste geboekstaafd staan. Ik reken erop dat u effectief de minister van de patiënten wordt, want op het moment bent u veeleer de minister van de lobby.
De Panoreportage over ziekenhuisinfecties
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met 157.000 jaarlijkse ziekenhuisinfecties (waarvan 30.000 door resistente bacteriën), vaak veroorzaakt door slechte hygiëne (o.a. besmette wasbakken op intensieve zorg), met dodelijke gevolgen voor kwetsbare patiënten. Hoewel er federale initiatieven lopen (bv. HOST-project, handhygiënecampagnes), vraagt Muylle om strengere nationale richtlijnen (zoals bij sepsis) en financiële druk via ziekenhuisfinanciering, gezien de grote verschillen in hygiënebeleid tussen ziekenhuizen. Vandenbroucke benadrukt samenwerking met deelstaten (via IMC) en een grondige evaluatie van bestaande maatregelen, maar wijst op de complexiteit door bevoegdheidsverdeling en antibiotica-resistentie. Kernpunt: levensreddende hygiënemaatregelen vereisen dwingendere afspraken en betere coördinatie, zonder bevoegdheidsconflicten.
Nathalie Muylle:
Collega's, 157.000 mensen lopen in ons land jaarlijks een ziekenhuisinfectie op. Een grootschalig Europees onderzoek, waaraan ook 49 Belgische ziekenhuizen deelnamen, toonde dat aan. Dat is heel veel, namelijk acht op de tien patiënten. We zitten op dat gebied wat achteraan het peloton en we weten dat ook. Een op de vijf van die patiënten, zo'n 30.000 onder hen, heeft te maken met resistente bacteriën. Dat zijn vooral fel verzwakte patiënten. Hen behandelen is ook heel moeilijk.
Er was deze week een reportage van Pano over dit onderwerp. Daarin werd toegelicht dat sanitaire voorzieningen in ziekenhuizen een bron kunnen zijn van heel veel miserie. Wastafels op bijvoorbeeld intensieve zorgen en neonatologie, waar heel wat kwetsbare patiënten liggen, zorgen soms voor heel zware infecties die leiden tot heel wat zorg, revalidatie en soms zelfs een overlijden.
We zien ook dat sommige ziekenhuizen daarmee heel goed aan de slag gaan. Ze schakelen hun zorgorganisatie dan om. Er waren ook een aantal getuigenissen in de reportage van ziekenhuizen die meldden dat ze niet au sérieux genomen worden. U hebt vandaag ook een bezoek gebracht aan een van die ziekenhuizen. Er moeten dus heel wat maatregelen genomen worden.
Ik weet dat ik mij hiermee op glad ijs begeef. Veel bevoegdheden rond kwaliteit en zorginspectie liggen namelijk bij de deelstaten. U hebt echter ook al heel wat initiatieven genomen rond handhygiëne en katheters. Ik wil u dus vragen of u hierover samen met uw collega's van de IMC wilt spreken. Men vraagt immers een nationale richtlijn op te stellen, zoals bij sepsis. Wilt u hiervoor het initiatief nemen?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Muylle, u hebt in het verleden terecht al op dit probleem gewezen en het is goed dat u daar nog eens op terugkomt. De Pano -uitzending toont inderdaad dat zeer elementaire hygiëne belangrijk is. Het gaat over handhygiëne, maar ook over wat men al dan niet in een lavabo vindt. Er zijn richtlijnen rond de afstand tussen de lavabo en het medisch materiaal. De naleving van die richtlijnen is zeer belangrijk en we ondersteunen die ook.
Sinds 2021 is er bijvoorbeeld een zeer groot project, het Hospital Outbreak Support Team (HOST), waarin de federale regering 13 miljoen euro investeert. We nemen ook andere initiatieven, maar de vraag is inderdaad of dit al voldoende oplevert. De jury is nog aan het wachten en we moeten ons de vraag stellen hoe we die inspanningen moeten evalueren. De evaluatie wordt al deels gemaakt, maar die zal grondig moeten worden uitgevoerd.
U hebt gelijk dat dit onderwerp met de deelstaten besproken zou moeten worden. De inspectie op de hygiëne is immers een bevoegdheid van de deelstaten. We moeten elkaar echter niet met de vinger wijzen. Zoals u hebt gesuggereerd, is het belangrijker om op het niveau van de interministeriële conferentie samen na te denken over hoe we enerzijds de ziekenhuizen kunnen helpen en ondersteunen, ook financieel, en anderzijds alle neuzen in de goede richting kunnen krijgen.
U hebt hier vroeger sterk gepleit voor een nationaal sepsisplan. Dat wordt momenteel ontwikkeld en daar verwacht ik wel wat van. Laatst maar niet het minst, op de achtergrond speelt ook de resistentie tegen antibiotica bij bepaalde bacteriën en dat is het verschil tussen de lavabo thuis en de lavabo in het ziekenhuis. De resistentie ten aanzien van antibiotica blijft ook een cruciaal iets waar we samen aan moeten werken.
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. U hebt gelijk, er zijn al heel wat initiatieven genomen. Maar het viel mij toch op hoe bepaalde ziekenhuizen hiermee aan de slag gaan, samen met de ziekenhuishygiënist, terwijl andere ziekenhuizen dat vandaag veel minder doen. Het gaat hier echt om levens. Het gaat ook om de immense kosten die het gevolg kunnen zijn van een slecht hygiënebeleid. De vraag is of we op federaal niveau, gelet op het pay-for-performancebeleid, niet een stuk strenger moeten zijn op de ziekenhuisfinanciering. Moeten we in de teksten waarover nu samen aan tafel zitten geen verdere initiatieven nemen? Het gaat hier echt om levens. U zegt dat u de minister bent van de patiënt. Wel, hier gaat het om patiënten. Hier moeten we echt wel een oplossing voor vinden.
De cyberaanvallen tegen Belgische overheidsinstellingen
De recente cyberaanvallen
De Russische cyberaanval en het crisisbeheer door het Centrum voor Cybersecurity Belgium
De recente cyberaanvallen
De cyberaanvallen
Recente cyberaanvallen op Belgische overheidsinstellingen.
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om twee kernthema’s: de politieke verantwoordelijkheid voor antwoorden over het Midden-Oostenconflict (waarin oppositiepartijen eisen dat premier De Croo zelf reageert in plaats van minister Clarinval, maar De Croo benadrukt dat *elke minister namens de hele regering spreekt*) en de cyberaanvallen door pro-Russische hackers op Belgische overheidswebsites, waaronder lokale besturen en havens. De Croo relativeert de impact van de DDoS-aanvallen (tijdelijke overbelasting, geen datadiefstal), wijst op België’s toppositie in cyberveiligheid (nr. 2 in Europa) en bevestigt dat de verkiezingen van 15 oktober veilig kunnen doorgaan, dankzij maandenlange voorbereiding door het *Centrum voor Cybersecurity België (CCB)*. Kritiek blijft op budgettaire tekorten en sensibilisering, terwijl partijen als Cd&V en Les Engagés pleiten voor versterkte middelen en waakzaamheid tegen Russische invloeden.
Éric Thiébaut:
Monsieur le président, au sujet des questions, la semaine dernière, je suis intervenu en début de séance plénière pour regretter qu’une question adressée à Mme la ministre Hadja Lahbib allait finalement être posée au premier ministre M. De Croo.
Aujourd’hui, nous avons posé une question au premier ministre M. De Croo, et on nous dit maintenant que c’est M. Clarinval qui va y répondre.
Monsieur le président, pour avoir une réponse la semaine prochaine de M. De Croo, devons-nous adresser une question à Mme Lahbib?
Franchement, nous faire le coup deux semaines d’affilée, c’est quand même un peu particulier. Je me demande vraiment pourquoi, la semaine dernière, le premier ministre – qui n’est pas absent, il est là – a répondu sur cette thématique à tous les parlementaires qui sont intervenus, et que cette semaine, ce n’est pas lui. Pourquoi?
Ce que nous aimerions connaître, ce n’est pas la position du MR. Ce que nous aimerions connaître, c’est la position du gouvernement. Je pense qu’il est essentiel, sur un dossier aussi difficile, aussi important, dans le contexte actuel, d’avoir la parole du premier ministre.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, we sluiten ons aan bij die vraag. Met onze fractie hebben wij ook de vraag aan de eerste minister gesteld. De eerste minister heeft gisteren ook een herdenking bijgewoond. Hij was daar prominent aanwezig. Hij heeft ook een duidelijk signaal gegeven. Vorige week zijn de vragen naar de eerste minister gegaan. Vier van de vijf vraagstellers hebben de vraag aan de eerste minister gericht. We zien dat het antwoord door de minister van Middenstand en Landbouw zal worden gegeven. Ik verwacht in elk geval een antwoord van de regering en niet van de MR. Daarom hebben wij de vraag aan de eerste minister gesteld, om er zeker van te zijn dat er een antwoord namens de regering komt.
François De Smet:
Monsieur le président, nous avons en effet un problème. Avec toute l'estime réelle – il le sait – que je porte au collègue Clarinval, j'avoue que, jusqu'ici, l'expertise de notre ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture en géopolitique du Moyen-Orient m'avait échappée.
Vous avez rappelé la règle lors de votre réélection. Les affaires courantes, ce n'est pas l'occasion de faire n'importe quoi. Les questions d'actualité, même en affaires courantes, ce n'est pas juste remplacer quelqu'un, lire un papier fabriqué par un cabinet ou une administration et puis, passer à autre chose. C'est incarner le sujet. C'est incarner une expertise. C'est incarner l'échange. Parce que c'est comme ça que se fait le contrôle que vous avez rappelé de vos vœux.
Ma question, que j'adresse plutôt au premier ministre, est simple. Autant je peux comprendre, comme elle est excusée, que Mme Lahbib ne réponde pas à ces questions, autant j'avoue ne pas comprendre pourquoi le premier ministre, alors qu'il est disponible et qu'il va répondre à des questions sur la cybercriminalité, s'estime moins qualifié que le ministre de l'Agriculture et des Classes moyennes pour répondre sur le conflit au Moyen-Orient, qui est en outre dans une phase importante. Je ne peux le comprendre.
Alexander De Croo:
La semaine derni è re, vous m'avez reproché d'avoir pris une question qui ne m'était pas adressée et aujourd'hui, vous me reprochez l'inverse.
Een minister spreekt altijd in naam van de regering, altijd, om het even welke minister aan het woord is. Of het nu de heer Clarinval of mevrouw Lahbib is, wie spreekt als minister, spreekt altijd in naam van de regering. Het antwoord dat de heer Clarinval zal geven, is dus een antwoord in naam van de regering.
Vous le savez, le gouvernement répond aux questions, mais déterminer qui répondra est la prérogative du gouvernement. La réponse donnée, peu importe le membre du gouvernement qui l'apporte, lie le gouvernement.
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer de eerste minister.
Collega's, daarmee bent u op de hoogte gebracht van de redenering.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, hoe vaak men ook op refresh duwt, de webpagina die men bezoekt, krijgt men niet te zien. Dat is wat veel mensen meekrijgen van de ddos-aanval die we gisteren en vandaag hebben gezien.
Collega's, wij zijn allen voortdurend verbonden met het internet. Dat helpt ons vooruit, maar maakt ons ook kwetsbaar. Van die kwetsbaarheid maken sommigen maar al te graag gebruik om arme sukkelaars massa's geld af te troggelen via phishingmails, maar bijvoorbeeld ook door hele systemen plat te leggen die mensen in leven houden. Daarover gaat het natuurlijk, collega's. Het gaat niet over die enkele uren dat een website niet beschikbaar of bereikbaar is, het gaat over landen die kijken hoever ze kunnen gaan.
Vandaag zijn het de lokale besturen, maar wat zal het morgen zijn? Zijn we dan in staat om onze zorginstellingen te beschermen, alsook ons vliegverkeer en onze gevangenissen? Voor Vooruit is een sterke overheid een overheid die haar dienstverlening garandeert. Het noodnummer 112 kunnen bellen, is elementair, maar de bescherming van persoonsgegevens is dat ook.
Terwijl Rusland probeert ons onder druk te zetten, is het aan ons om weerwerk te bieden. Sommigen hier in dit halfrond zijn veel te lang naïef geweest als het gaat over de extremen in het buitenland. Deze regering heeft echter wel werk gemaakt van een cybersecuritystrategie.
De vraag is hoever het staat met die cybersecuritystrategie. We hebben kunnen zien dat de aangevallen websites blijkbaar niet voorbereid waren op die aanvallen. Mijn vraag aan de premier: hoe is het gesteld met onze cyberveiligheid?
Steven Matheï:
Mijnheer de eerste minister, sinds gisterenavond worden er websites van provincies, de Kamer van volksvertegenwoordigers en van heel wat steden en gemeenten aangevallen. Nog niet zo heel lang geleden werd zelfs de volledige digitale dienstverlening van een stad als Antwerpen platgelegd. Kortom, cyberaanvallen dreigen schade en datalekken van persoonsgegevens te veroorzaken en de overheid te blokkeren.
Cyberveiligheid is uw enige expliciet genoemde bevoegdheid, mijnheer de eerste minister. In 2021 lanceerde u de Strategie Cyberveiligheid 2.0. Wij stellen vast dat verschillende maatregelen daarvan in uitvoering zijn, wat een goede zaak is, maar van een aantal zaken zien wij op dit moment nog niets. Denk maar aan het Cyber Green House, een initiatief om samen met de privésector onze netwerken te versterken, wat essentieel is. Wij zien ook dat de budgetten de afgelopen jaren een stuk naar beneden zijn bijgesteld. Nochtans is cyberveiligheid vandaag meer dan ooit belangrijk, zeker gelet op de actuele geopolitieke situatie.
Men moet het onverwachte verwachten, zegt men weleens in verband met cyberveiligheid, ook al zijn aanvallen vanuit Rusland niet echt onverwacht. Toch hebben wij de indruk dat de overheid op dat vlak wat achterophinkt. Cd&v vindt het dan ook heel belangrijk dat de Strategie Cyberveiligheid 2.0 verder wordt uitgevoerd, dat de lokale besturen worden ondersteund en goed worden ingelicht, zeker in deze cruciale week, met de lokale verkiezingen in het vooruitzicht, en dat er een beroep kan worden gedaan op specialisten ter zake.
Mijnheer de eerste minister, hoe ver staat het met de uitvoering van de Strategie Cyberveiligheid 2.0? Is er ook aandacht voor de lokale besturen en de aanwerving van medewerkers met de juiste profielen bij onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten?
Ismaël Nuino:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, chers collègues, "protéger, renforcer, préparer": vous serez tous d'accord avec moi: ce sont des mots qui résonnent avec le thème de la cybersécurité, car ils forment le slogan au moyen duquel vous avez donné le signal de départ de votre présidence du Conseil de l'Union européenne. Ces verbes devraient s'appliquer aujourd'hui à la cybersécurité. Malheureusement, nous avons assisté hier et encore aujourd'hui à des attaques apparemment pro-russes contre des sites internet provinciaux, communaux ainsi que contre celui de la Chambre des représentants et bien d'autres. Ce n'est pas un fait isolé. En effet, dans le même laps de temps, en comparaison avec l'année dernière, nous avons observé une augmentation de 31 % des cyberattaques.
La cybersécurité ne concerne pas seulement un site qui ne s'affiche plus quand on en rafraîchit une page, mais également un CPAS qui, du jour au lendemain, ne peut plus exécuter ses paiements automatiques ou encore un indépendant qui ne peut plus accéder à aucune donnée en allumant son PC et doit peut-être alors mettre la clef sous la porte. La cybersécurité implique peut-être que, dimanche soir, quand nous voudrons connaître les résultats des élections communales et provinciales, nous ne pourrons y accéder.
En l'occurrence, une question fondamentale se pose: que faisons-nous pour garantir la cybersécurité de nos concitoyens? En effet, cette question est de l'ordre de la sécurité. Très concrètement, qu'a entrepris le Centre pour la Cybersécurité Belgique (CCB) dans la gestion de cette crise hier et aujourd'hui? A-t-il apporté son soutien aux différentes institutions qui ont été attaquées? En a-t-il eu les moyens? Plus fondamentalement, dispose-t-il des moyens nécessaires pour venir en aide aux institutions qui en ont besoin?
Qu'est-il prévu pour préparer les élections communales et provinciales de dimanche, de manière à s'assurer que, dimanche soir et lundi matin, nos concitoyens puissent accéder aux résultats le plus rapidement possible?
Matti Vandemaele:
Mijnheer de eerste minister, de afgelopen dagen werd ons land het slachtoffer van een reeks cyberaanvallen, waardoor een aantal websites tijdelijk niet bereikbaar was. Op de website van het CCB konden we lezen dat Russische groeperingen hierachter zouden zitten en dat onze pro-Oekraïense en prodemocratische standpunten aan de basis van de aanvallen zouden liggen.
Het is belangrijk dat we ons als land wapenen tegen dat soort aanvallen, want het is duidelijk dat er een grote directe veiligheidsdreiging uitgaat van desinformatie en cyberaanvallen. We zien dat daar steeds dezelfde landen achter zitten, namelijk Rusland en China. We moeten dat goed beseffen en daar waakzaam voor zijn.
Over vijf dagen zijn er lokale verkiezingen en het zijn net de sites waarop mensen informatie zoeken over de verkiezingen, die uit de lucht gaan. Bovendien gaat men in heel wat steden en gemeenten digitaal stemmen. Ik besef wel dat de stemcomputers op zichzelf staan en niet met elkaar of met het internet verbonden zijn, maar in de volgende fase, het verwerken en doorsturen van de resultaten, bestaat er volgens mij wel een groter risico op interferentie.
Mijnheer de eerste minister, ten eerste, wanneer zullen de sites die nu het doelwit zijn, opnieuw up and running zijn?
Ten tweede, zijn er indicaties voor extra cyberaanvallen komende zondag?
Ten derde, zijn we als land voldoende voorbereid, zodat de verkiezingen komende zondag op een ordentelijke manier plaats kunnen vinden? Welke stappen hebt u daarvoor gezet?
Catherine Delcourt:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, hier, de nombreuses institutions et administrations publiques ont, en effet, été la cible de cyberattaques massives, rendant leur site internet partiellement, voire totalement, inopérant. La situation a été rapidement rétablie – il faut le souligner. Néanmoins, de nouvelles attaques ont été perpétrées aujourd'hui à l'encontre, notamment, de ports et d'administrations locales. Le Centre pour la Cybersécurité Belgique a indiqué qu'un collectif de hackers prorusses se trouvait à l'origine de ces attaques et que ces attaques constituaient des représailles à l'encontre de la Belgique pour son engagement de livrer à l'Ukraine une série de canons de production française de type Caesar. On peut certainement regretter, au passage, la communication de la ministre de la Défense qui a devancé le Parlement et le Conseil des ministres qui devaient entériner cette décision. L'avenir nous dira si cette communication était responsable.
Néanmoins, en tant que députée fédérale, ce qui me préoccupe à l'heure actuelle, étant attachée à la démocratie, ce sont les élections et leur bon déroulement au niveau local ce dimanche.
Monsieur le premier ministre, quelle analyse avez-vous mené par rapport à ces cyberattaques et leur impact et avez-vous pris des mesures pour sécuriser davantage les élections qui sont prévues ce dimanche au niveau local?
Alexander De Croo:
Chers collègues, je vous remercie pour ces questions.
En effet, de nombreux sites web en Belgique ont subi des attaques DDoS. Il faut bien faire la différence entre ce type d'attaque et les attaques de type phishing ou vol de données. Cela n'a strictement rien à voir.
Een ddos-aanval is een aanval waarbij men een website overlaadt met communicatie. Dit zorgt ervoor dat die website niet bereikbaar is.
Dit is precies wat wij gisteren en vandaag in ons land gezien hebben. Volgens de analyse van het Centrum voor Cybersecurity zit een Russische groep hackers erachter. Op Telegram heeft die groep trouwens een lijst gepubliceerd van alle websites die geviseerd werden. Het ging om een aantal officiële instanties als de provincies, deze politieke instelling, een aantal gemeenten, maar ook om onze havens.
De analyse die het CCB tot nu toe gemaakt heeft, is dat wij de aanval relatief goed doorstaan hebben. Een aantal websites was wel gedurende een korte tijd niet bereikbaar, en een kleine minderheid is vandaag nog steeds niet bereikbaar, maar sites als die van de havens, en andere, hebben bijna geen last van die aanval gehad.
D'ailleurs, ce n'est pas la première fois que cette organisation perpètre des attaques DDoS dans notre pays. Par exemple, une attaque par cette même organisation a eu lieu lors de la visite du président Zelensky dans notre pays pour tenter d'interrompre le fonctionnement de certains de nos sites web.
Wat is de rol van het Centrum voor Cybersecurity? Ten eerste, detecteren. Ten tweede, communiceren met websites en organisaties waarvan men denkt dat ze in de focus liggen of waarvan ze zien dat ze in de focus liggen en om met hen maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat men kan mitigeren. Dat wil zeggen dat men kan vermijden dat er bepaalde schade zou worden toegebracht.
De analyse van het CCB is dat de overgrote meerderheid van onze websites dat relatief goed hebben kunnen doorstaan.
Parmi vous, certains disent que notre pays n'est pas à la hauteur en matière de cybersécurité.
Dat is absoluut onjuist. Ons land staat op internationale rankings bij de Europese top en de wereldtop op het vlak van bescherming. Op de National Cyber Security Index wordt ons land aangezien als het tweede best beschermde land in Europa. Op de Global Cyber Security Index heeft ons land een score van 96 op 100. Het gemiddelde is 66 op 100. Wij behoren dus absoluut tot de top van de wereld.
Nulrisico bestaat niet. Elke dag zijn er in ons land meer dan duizend cyberaanvallen. Wij worden continu belaagd. Wij zijn ook niet het enige land dat continu belaagd wordt door dergelijke aanvallen.
We zijn daar dus veeleer goed in, dankzij de structuur die het Centrum voor Cybersecurity heeft opgezet. Wij moeten echter bijzonder voorzichtig blijven, vooral op een moment als dit.
Het Centrum voor Cybersecurity, Binnenlandse Zaken en de regionale overheden, die de verkiezingen organiseren, zijn reeds maanden bezig met de voorbereiding van de verkiezingen. De analyse van het CCB vandaag is dat de aanvallen van de voorbije dagen op geen enkele manier een interferentie zouden kunnen zijn ten opzichte van de verkiezingen die komend weekend plaats moeten vinden. Het gaat dan wel over het soort aanvallen als gisteren. Ik heb geen informatie over wat er de komende dagen kan gebeuren; hoe dan ook moeten wij natuurlijk bijzonder voorzichtig blijven.
Wij weten dat men vanuit China, Rusland en misschien ook andere plaatsen probeert om onze democratie te destabiliseren; de ddos-aanval van gisteren heeft relatief beperkte hinder veroorzaakt. Wij moeten wel bijzonder voorzichtig zijn.
Vous avez parlé de phishing . Effectivement, lorsque vous recevez un e-mail d'un genre auquel vous ne vous attendez pas, il faut toujours se montrer extrêmement prudent.
Men probeert via medewerkers van officiële organisaties binnen te raken. Bij verkiezingen zoals nu moeten we bijzonder voorzichtig zijn. De strategie van cyberveiligheid 2.0 is in volle uitrol en is succesvol, zoals we in de verschillende rankings kunnen zien. Wat cyberveiligheid betreft, kunnen we echter nooit op beide oren slapen. We moeten op dat domein elke dag bewijzen dat we alles doen om onze websites en onze burgers te beschermen.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, wanneer de website van de Kamer wordt aangevallen, zodat die plat wordt gelegd, moeten wij ons als parlementsleden allemaal aangesproken voelen. Rusland kondigt die aanvallen aan en voert ze uit met een reden. We mogen ons niet laten intimideren. Vooruit zal zich nooit laten intimideren. Rusland is niet alleen op zoek naar onze zwakke plekken en onze zwakke systemen, maar ook naar wie de zwakste knieën heeft, naar wie bereid is om te buigen voor intimidatie, naar wie bereid is te luisteren naar dictators uit het buitenland.
Vooruit zal steeds de zijde kiezen van degenen die onderdrukt worden door anderen. We hebben dat gedaan in Gaza, we doen dat in Libanon en ook in Oekraïne. Wij laten ons niet intimideren, wij blijven de onderdrukten steunen. Dat is wat socialisten doen.
Voorzitter:
Ik feliciteer Brent Meuleman met zijn maidenspeech. (Applaus)
Steven Matheï:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, laat het duidelijk zijn dat cyberveiligheid een heel belangrijk topic is en blijft.
Mijnheer de eerste minister, ik heb twee boodschappen aan u en aan iedereen in het halfrond.
Ten eerste, we moeten blijven inzetten op cyberveiligheid, niet met zandzakjes maar met grote middelen, om de dreiging tegen te houden.
De tweede boodschap is gericht aan de vorige spreker, die samen met de communistische partij een coalitie vormt: iedereen moet op het eigen niveau proberen elke Russische invloed tegen te houden. Cd&v zal alleszins blijven inzetten op cyberveiligheid. Wij hebben dan ook een voorstel van resolutie ter zake ingediend.
Ismaël Nuino:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Je constate que nous partageons la même volonté de renforcer la cybersécurité. C’est excessivement important.
J’ai entendu votre explication sur les différences entre les DDoS et le phishing . C'est là une question de cybersécurité. Le rôle du Centre pour la Cybersécurité Belgique ne doit pas se cantonner à la gestion de ce genre d’attaques. Il doit aussi sensibiliser et informer les utilisateurs.
C’est aussi pour cette raison que j’ai posé la question concernant les moyens du CCB. Je n’ai pas obtenu de réponse à ce sujet. Le CCB a-t-il les moyens pour sensibiliser et informer tous les acteurs qui pourraient être malheureusement confrontés à des actions pouvant générer des risques pour notre cybersécurité?
Fondamentalement, la cybersécurité touche chacun d’entre nous. Nous devons absolument en faire une priorité. Pour Les Engagés, la cybersécurité est de la sécurité. Nous devons la renforcer à l'avenir et maintenir les efforts pour rester au top de la cybersécurité et des moyens que nous pouvons donner à tous nos concitoyens.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord.
Ik ben het met u eens dat ons al land al heel grote inspanningen levert en ik hoop dat een volgende regering op die weg doorzet.
Een element van uw antwoord verbaast mij wel. U zegt namelijk dat u geen link ziet met de lokale en provinciale verkiezingen van komende zondag. Dat vind ik vreemd, aangezien in grote mate ook websites van provincies en van lokale besturen geviseerd werden. Ik denk dat er potentieel toch een link kan zijn. Iedereen herinnert zich wellicht nog de fratsen met de verkiezingen van juni, hoe toen een en ander in de soep is gelopen.
Voor de geloofwaardigheid van de politiek en de democratie is het volgens mij heel belangrijk dat wij zondag een goede beurt maken, dat het systeem heel goed functioneert. We moeten dus extra waakzaam zijn zodat onze verkiezingen op een ordentelijke manier kunnen verlopen zonder enige mogelijke interferentie van buitenaf.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse. À l'approche des élections communales et provinciales, il convient de prendre très au sérieux la menace de cyberattaques contre nos institutions. Je suis consciente que de nombreuses personnes œuvrent à réparer les choses dans l'urgence et à sécuriser les systèmes informatiques de nos institutions. Néanmoins, cette vague d'attaques montre encore une fois qu'il convient d'investir de manière très sérieuse dans la cyberdéfense pour rendre nos institutions et nos organisations robustes et qu'elles puissent réagir de manière appropriée à des attaques venant de l'étranger. Je tiens aussi à souligner l'importance d'intégrer dans la communication politique de chacun l'aspect sécurité et d'évaluer celui-ci avant de prendre la parole.
Het toenemende gebruik van e-sigaretten onder minderjarigen
Het groeiende gebruik van e-sigaretten
Het groeiende gebruik van e-sigaretten
Toenemend e-sigarettengebruik onder jongeren
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmerende stijging van vapen onder jongeren, met name door agressieve marketing (smaakjes, kleuren, goedkope wegwerpproducten) die nicotineverslaving normaliseert en verdoezelt als "gezond alternatief". Minister Vandenbroucke kondigt verstrengde maatregelen aan (verbod op wegwerpe-sigaretten per 2025, uitstalverbod, verkoopbeperkingen op festivals/supermarkten) en belooft hardere handhaving (sancties, winkelSluitingen), maar erkent dat smaakbeperking (geïnspireerd door Nederland) en betere controle op onlineverkoop/reclame nog nodig zijn. Oppositie (Vooruit, CD&V) dringt aan op snellere actie, met name reductie van 7.000+ smaakjes en betere bescherming tegen verslaving, terwijl cijfers tonen dat 25% van de minderjarigen al vapet.
Funda Oru:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de geur van wafels, watermeloen of zelfs suikerspin in de slaapkamer van je kind, elke week ruikt men wel iets anders, niet omdat je twaalfjarige heeft besloten om in de slaapkamer te snoepen – dat komt ook wel voor –, maar omdat hij of zij vapet. De realiteit vandaag is dat steeds meer jongeren en zelfs kinderen vapen, jongens en meisjes. Uit het vandaag gepubliceerde onderzoek blijkt dat meisjes een inhaalbeweging hebben gemaakt en dat zij zelfs meer vapen dan jongens.
De eerste genderkloof die we in ons land aanpakken, is die van de nicotineverslaving. Dat kan tellen. De tabakslobby hanteert zeer sluwe praktijken met onder andere vrolijke kleuren, feestlichtjes en goedkope producten die niet zijn bedacht om vijftigers van hun sigaretten af te helpen, maar om onze kinderen en jongeren voor de rest van hun leven verslaafd te maken.
Wij socialisten bij Vooruit, wij staan voor de bescherming van onze kinderen, zij aan zij met ouders, die zich zorgen maken, en zij aan zij met jongeren en kinderen die onbewust in de val trappen en voor de rest van hun leven verslaafd geraken.
Mijnheer de minister, u pakte de voorbije jaren al die valstrikken van de tabaksindustrie aan. We zijn zelfs voorloper in Europa door geen vrolijke kleuren en geen goedkope wegwerpproducten te aanvaarden. Als een twaalfjarige een wegwerpvape kan kopen met zijn zakgeld, is er iets grondig mis in onze samenleving.
Het onderzoek toont dat er nog werk aan de winkel is en dat veel jongeren het vapen associëren met een gezond alternatief voor het roken. Helaas heeft vapen een schoon en veilig imago. Dat toont nogmaals aan hoe sluw de tabaksindustrie is. Mijnheer de minister, wat is de volgende stap? Wat kunnen we nog meer doen om onze kinderen te beschermen?
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, als voormalig leerkracht had ik de indruk dat alsmaar meer jongeren begonnen te vapen. Die indruk werd gisteren bevestigd door het resultaat van de leerlingenbevraging van het VAD. Daaruit bleek dat het klassieke roken gelukkig is afgenomen – dat kunnen wij alleen maar toejuichen –, maar dat het gebruik van vapes bij jongeren opnieuw toeneemt.
Het gebruik van e-sigaretten is een groot gevaar voor onze jongeren, zoals collega Oru daarnet al aangaf, en moet aan banden worden gelegd. In de bevraging las ik dat negen op de tien Vlaamse jongeren wel degelijk de wetgeving rond de verkoop van tabaksproducten kennen, maar dat ze toch nog aan die middelen raken.
Ik heb vandaag dan ook een concrete vraag voor u, mijnheer de minister. Welke extra maatregelen zult u nemen opdat jongeren die middelen niet meer kunnen aankopen?
Els Van Hoof:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de cijfers van het VAD zijn wederom onrustwekkend, want bijna 25 % van de jongeren onder de 18 heeft reeds gevapet.
Dat is geen verrassing voor mij. Reeds meer dan vijf jaar geleden heb ik een wetsvoorstel ingediend om de smaakjes van de vapes, een rage die overgewaaid is uit de VS en de UK, te beperken. Verslaving werkt overal en dat weet de sector perfect. Vapes worden voorgesteld als een rookstopmiddel om mensen te helpen met het stoppen met roken, maar niets is minder waar. We merken heel duidelijk dat het voor jongeren een cool gadget is, een soort modeaccessoire dat past of moet passen bij de outfit.
Al lang geleden heb ik gepleit voor maatregelen. U hebt al enkele maatregelen uitgevaardigd om dat sluipend gif tegen te gaan. Een van de maatregelen is een verbod op de wegwerpsigaret vanaf 2025. Dat is een goede maatregel, maar toch blijkt in de UK dat die maatregel wordt omzeild. Neem toch een effectieve maatregel, bijvoorbeeld door het aantal smaakjes te beperken. In een kamer kan het naar wafels en pannenkoeken ruiken, terwijl er in realiteit iemand vapet. Waarom moeten er 7.000 smaakjes bestaan? We weten heel goed dat vapes worden verkocht als een soort snoepgoed om het aantrekkelijk te maken bij jongeren. Samen met dat zogenaamd snoepgoed wordt ook een nicotineverslaving verkocht. Dat is toxisch, zowel voor lichaam als geest. Dat is voor ons onaanvaardbaar.
Mijnheer de minister, daarom vraag ik u wanneer u cd&v zult volgen in de vraag naar een beperking van het aantal smaakjes. De Stichting Tegen Kanker stelt dat eveneens voor. Ik denk dat we in gang moeten schieten, ofwel aan de onderhandelingstafel, ofwel in het Parlement.
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, roken maakt ziek en roken veroorzaakt heel veel overlijdens. In de voorbije jaren hebben we daarom bijkomende maatregelen genomen, eigenlijk in een voortdurende strijd tegen de tabakslobby en tegenwoordig ook tegen de vapelobby, om ervoor te zorgen dat meer mensen worden aangezet om te stoppen met roken en daarnaast om ervoor te zorgen dat minder jonge mensen beginnen te roken. Dat is bijzonder belangrijk.
Vapes zijn inderdaad ongezond vanwege de nicotine, die erin zit, die verslavend is voor jonge mensen en ook schadelijk voor hun ontwikkeling. We willen vapes inderdaad krachtig aanpakken.
Om te beginnen hebben we al de gewone vapes minder aantrekkelijk gemaakt door het verbod dat we hebben ingevoerd op lichtjes en andere accessoires die deze producten aantrekkelijk moeten maken. We hebben verder ook de marketing rond de smaakjes en geurtjes aangepakt.
Op 1 januari 2025 zal België het eerste land van de Europese Unie zijn waar wegwerpvapes verboden zullen worden. Op diezelfde datum gaat er ook een verkoopverbod in op sigaretten en vapes bij tijdelijke evenementen, zoals festivals. Op 1 april 2025 gaat een verkoopverbod in van sigaretten en vapes in supermarkten die groter zijn dan 400 m², alsook een volledig uitstalverbod, zowel voor sigaretten als vapes, in eender welk soort winkel. Dat is bijzonder belangrijk.
Wat moeten we verder doen? We moeten deze strijd zeker verderzetten. Om te beginnen moeten we handhaving doen. Ik ben ontsteld door de onverantwoordelijkheid van wat er helaas gebeurt in winkels en cafés, waar ondanks verbodsbepalingen toch nog sigaretten en vapes aan minderjarigen worden verkocht. Ik hoorde gisteren mevrouw De Greve van Comeos op VTM zeggen dat het toch niet zo simpel is om te zien wie jonger is dan 18 jaar. De wet is echter bijzonder duidelijk voor de leden van Comeos. Als men denkt dat iemand jonger dan 25 is, dan is men verplicht om een identiteitskaart te vragen en te checken of die persoon meerder- of minderjarig is. Dat zegt de wet en dat is dus wat men moet doen. Ik zal Comeos tot de orde roepen omdat ik wil dat men ook enige maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt in winkels, supermarkten en eender waar dergelijke producten nog verkocht kunnen worden.
Moeten we nog verdere maatregelen nemen? Absoluut, daar ben ik ten zeerste van overtuigd, ook wat betreft de plaatsen waar gerookt wordt. Wat de smaakjes betreft, mevrouw Van Hoof, heb ik in een eerste beweging het advies van de experts van de Hoge Gezondheidsraad gevolgd, die zeiden dat we die smaakjes zo moesten laten. Wat nu in Nederland gebeurt, is inspirerend en ik denk dat we dat opnieuw moeten bekijken. Ik ben dus absoluut voorstander om daarin verder te gaan.
Wij hebben de strijd opgevoerd, zowel tegen tabak als tegen vapes. Er is echter nog een hele weg te gaan. Het is een strijd die ook op het terrein gevoerd moet worden. Wie niet horen wil, zal voelen. We zullen verder gaan met de inspecties en we gaan de inspecties versterken. We gaan ook krachtiger optreden, met sancties, tot en met het sluiten van winkels die de wet overtreden.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, zolang jongeren kunnen zeggen dat het lekker smaakt, mogen wij niet verbaasd zijn dat vapen populair blijft. We hadden de trend van de sigaretten gekeerd. Vandaag slaat de tabakslobby opnieuw toe.
Vooruit zal steeds de kant kiezen van onze jongeren, dus ook als het gaat over nicotineverslaving. We namen al tal van maatregelen, maar wij laten dit onderwerp niet los. Stilstand in dit dossier leidt tot meer verslaving. En dus gaan we voort. Ik weet het als moeder, dit kan men als ouder niet alleen oplossen en als kind ook niet. Wij hebben onze keuze gemaakt, nu is het aan de volgende regering om verder te gaan.
Voorzitter:
Mevrouw Oru, ik feliciteer u met uw maidenspeech. (Applaus)
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, er is inderdaad heel wat wetgevend werk voorafgegaan aan deze jongerenproblematiek, maar 26 % is in mijn ogen toch nog te veel. 26 % van de jongeren komt voor 18 jaar in contact met een e-sigaret. Dat moet veranderen. Ik ben blij om hier vandaag te vernemen dat er extra ingezet zal worden op controle en handhaving. Waarvoor dank.
Voorzitter:
Mevrouw Peeters, ik feliciteer u met uw maidenspeech. Den bompa zal trots zijn. (Applaus)
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, inderdaad, heel wat maatregelen zijn al genomen onder de vorige regering. Het schort echter nog aan handhaving en controle, en zeker de onlinereclame is een groot probleem. Ook aan de onlineverkoop schort er iets. Wij moeten daar zeker iets aan doen. Cd&v pleit uiteindelijk voor wat echt nodig is, namelijk het beperken van het aantal exotische smaakjes. U zegt dat België in de EU het eerste land is met maatregelen. Dat klopt, maar eigenlijk weten wij al uit het Verenigd Koninkrijk dat de reglementering inzake de wegwerp-e-sigaret gemakkelijk omzeild wordt. We moeten dus drastischere maatregelen nemen. We moeten het aantal smaakjes beperken en we moeten ervoor zorgen dat jongeren niet verslaafd raken. We zien immers dat er vandaag heel wat chemicaliën in zitten waarvan we het resultaat nog niet kennen. Dat moet verder worden onderzocht. Laten we dus gaan voor het verder beperken van het aantal smaakjes, ook onder de volgende regering, en nu aan de onderhandelingstafel, om onze jongeren te beschermen.
Het gebrek aan controles op de wettelijke cashverplichting
Betalen met cash
Cashbetalingen
De controles van de Economische Inspectie op de cashverplichting van zelfstandigen
Cashbetalingen en controle op cashverplichting
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 3 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de wettelijke verplichting voor ondernemingen om contant geld te aanvaarden, die slecht wordt nageleefd en nauwelijks gecontroleerd (slechts 1 PV en 11 waarschuwingen in maanden). Vooruit, sp.a en N-VA benadrukken het recht op cashbetalingen voor kwetsbare groepen en eisen strengere handhaving, sensibilisering en steun voor ondernemers bij cashverwerking, terwijl Open Vld de controles als een "heksenjacht" bestempelt die zelfstandigen onnodig belast. Minister Dermagne wijst op de jonge wetgeving (sinds maart) en pleit voor geleidelijke handhaving, maar erkent dat meer middelen en controles nodig zijn. Kernpunt: de spanning tussen consumentenkeuze en praktische lasten voor ondernemers, met een oproep tot evenwichtige oplossingen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, Vooruit heeft de voorbije jaren een felle strijd gevoerd om meer bankautomaten te plaatsen in de buurt van de mensen. Dat doen wij omdat het belangrijk is dat mensen altijd aan hun eigen geld kunnen en dat zij er altijd voor kunnen kiezen om cash te betalen.
Mijnheer de minister, daarom zijn wij ook blij met de inspanning die werd geleverd om te zorgen voor een betere spreiding van de bankautomaten. U zult het echter ongetwijfeld met mij eens zijn: wat schieten we op met een betere spreiding van bankautomaten en een betere toegang tot het geld, wanneer we vervolgens moeten vaststellen dat mensen niet meer kunnen kiezen waar en wanneer ze hun eigen geld uitgeven?
Mijnheer de minister, we zien recent immers een nieuw fenomeen van handelszaken die cashless werken en waar mensen dus niet meer met hun cashgeld terechtkunnen. Nochtans heeft de huidige regering een wettelijke verplichting opgelegd. Voor Vooruit is het duidelijk: het is een recht om te kiezen of men met cash of met de kaart betaalt.
Onze vraag aan u is heel eenvoudig. Mijnheer de minister, hoe zult u erop toezien dat voornoemd recht gewaarborgd blijft?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, met cash betalen blijkt een probleem te zijn. Er is een spanningsveld tussen de consumenten en sommige ondernemers. Enerzijds zijn het de consumenten die druk voelen omdat ze niet meer met cash voor hun brood, hun koffie of hun spaghetti kunnen betalen. Anderzijds voelen de ondernemers de druk om alsmaar meer elektronische betaalmiddelen te introduceren omdat het hen niet gemakkelijk wordt gemaakt om nog met cashgeld te werken, dat te verwerken en het te deponeren.
Er is een verordening die het wettelijk verplicht maakt om cashgeld te aanvaarden, maar de niet-naleving ervan werd gedoogd. We hebben dan een interne wet gemaakt met hetzelfde doel, maar opnieuw blijkt het niet aanvaarden van cashgeld te worden gedoogd. Er werden 360 klachten in de eerste helft van dit jaar ontvangen, tegenover 316 in heel 2023. Er werd ook slechts één pv opgesteld.
Begrijp ons niet verkeerd. Wij zijn niet voor het bemoeilijken van het leven van ondernemingen. Wij zijn niet voor een klopjacht. Wij zijn ook niet voor het bemoeilijken van het leven van de mensen. Wij willen oplossingen. Ook de consumentenorganisaties hebben vanmorgen stevige kritiek geleverd op het feit dat hieraan niet veel wordt gedaan.
Mijnheer de minister, bent u bereid om, na de kritiek van vanmorgen, te sensibiliseren en daarnaast ook het meldpunt onder de aandacht te brengen, zodat onze inspecteurs gericht kunnen controleren? Welke maatregelen nam u tot op heden om onze ondernemingen te steunen in het verwerken van aanvaardbaar cashgeld, zodat het basisprobleem opgelost is, zodat die keuze-evidentie daadwerkelijk een evidentie is?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wat we gelezen hebben, beroert ons duidelijk allemaal. Acht maanden geleden heeft de Kamer een wet goedgekeurd waardoor de consument te allen tijde met cashgeld kan betalen. Ondernemingen zijn verplicht om cashgeld te aanvaarden. Ook de overheid kan onder de definitie van een onderneming vallen, als ik denk aan bijvoorbeeld de exploitatie van een zwembad, de verkoop van huisvuilzakken of een betaling in een bibliotheek.
Cashbetalingen mogen enkel geweigerd worden met veiligheidsredenen als motivatie en die weigering moet worden meegedeeld.
Ook ik ga graag de stad in en ik moet zeggen dat het aantal bordjes 'no cash, cards only' – om het in het mooi Nederlands te zeggen – niet meer te tellen is. Met andere woorden, de verplichting wordt niet nageleefd. Nu blijkt ook dat de verplichting amper wordt gecontroleerd, laat staan gesanctioneerd, mijnheer de minister. Tot dusver werd nog maar één proces-verbaal opgesteld en zijn nog maar elf waarschuwingen uitgeschreven.
Mijnheer de minister, cashgeld is en blijft een wettelijk betaalmiddel. De consument moet steeds de keuze hebben om ofwel elektronisch ofwel met cashgeld te betalen. Onze partij heeft altijd nagestreefd dat iedereen toegang heeft tot cashgeld, maar men moet er vervolgens ook nog mee kunnen betalen. Wij willen dat de aandacht daarvoor levendig blijft, want wij willen de groep mensen die niet meer meekan met de digitale sneltrein niet achterlaten.
Mijnheer de minister, de verplichting is meer dan een halfjaar van kracht. Het Parlement heeft zijn werk gedaan. De Economische Inspectie heeft nu instrumenten om mee aan de slag te gaan. Het komt er nu op aan dat de wet wordt nageleefd en uitgevoerd. Dat is uw taak. Wij kijken naar u en ik dank u bij voorbaat voor de oplossing die u in uw antwoord zult aanreiken.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, onze zelfstandige retailers zijn kruispunten waar mensen elkaar tegenkomen. Dat is belangrijk voor het sociale weefsel. Dat heeft in al onze verkiezingsprogramma's gestaan.
De zelfstandigen hebben het moeilijk. Zij kampen met de inflatie en met de hoge loonkosten. Er bestaat een wirwar aan regels en het is eigenlijk niet te verklaren waarom er hier zo voor gepleit wordt om een heksenjacht tegen de ondernemers te beginnen door de Economische Inspectie op pad te sturen met een vergrootglas en met een boeteboekje. Tot 40.000 euro boete als men bij hen niet met cash kan betalen.
Mijn ouders en mijn broer hebben een krantenwinkel. Zij vragen of wij daar in Brussel niets anders te doen hebben. Hebben wij daar echt geen andere prioriteiten? Is er niets anders in onze economie dat problematisch is? Is er niets anders waardoor de Economische Inspectie een gelijk speelveld kan garanderen? Wat gebeurt er inzake controle op buitenlandse webshops? Wat gebeurt er inzake de controle op verkoop met verlies? En ga zo maar door.
Mijnheer de minister, waarom wordt er zoveel energie gestoken in die heksenjacht tegen zelfstandigen?
Pierre-Yves Dermagne:
Mijnheer de voorzitter, geachte leden, allereerst wil ik u eraan herinneren dat het op mijn initiatief was dat een wet werd aangenomen die de Algemene Directie Economische Inspectie de middelen geeft om toezicht te houden op het ontvangen van zowel contante als elektronische betalingen bij alle handelaars. Dat is gebaseerd op een eenvoudig principe, mijnheer Soete: consumenten moeten altijd kunnen kiezen tussen een cash- of een elektronische betaling.
Ik hoor uw kritiek en wil daar graag op antwoorden. Zo is er maar één PV opgemaakt naar aanleiding van 117 controles. Dat komt voornamelijk omdat de wetgeving bepaalt dat een onderneming pas kan worden bestraft na een eerste waarschuwing en de bepaling slechts sinds eind maart van dit jaar van kracht is. Daarnaast is er kritiek op het feit dat ondernemingen de verplichtingen kunnen omzeilen door veiligheidsredenen in te roepen, maar de voorwaarden om contant geld te weigeren zijn wettelijk beperkt. Een detailhandelaar mag bijvoorbeeld contante betalingen om veiligheidsredenen weigeren, maar enkel tijdelijk, voor de periode die nodig is om maatregelen te nemen om zijn veiligheid te garanderen.
Tot slot moet ik u eraan herinneren dat ik, toen ik deze maatregel wilde invoeren, eerst door geen enkele andere partij in de vivaldimeerderheid werd gesteund. Na veel aandringen hebben wij een compromis bereikt om de Algemene Directie Economische Inspectie de capaciteit te geven om deze verplichtingen te controleren. Is dat te weinig, is dat te veel? Misschien wel, misschien niet. Vandaag ligt de macht alleszins bij het Parlement. Er zijn misschien te weinig controles, maar meer controles vragen mensen op het terrein en middelen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, collega's, ik denk dat niemand hier oproept tot een heksenjacht. De wetgeving is relatief nieuw. Ze dateert nog maar van zes maanden geleden. Het is dus evident dat er nog niet veel controles hebben kunnen plaatsvinden.
Ik denk dat we het volgende moeten doen. Er is absoluut nood aan bijkomende sensibilisering. Niet alle kleine zelfstandigen met een winkeltje checken immers elke dag het Belgisch Staatsblad, waardoor ze zouden weten dat het effectief verplicht is om cash te aanvaarden. Ik denk dat er vandaag nog veel mensen zijn die dat niet weten en de wet dus niet bewust overtreden.
Als men een wet uitvaardigt, moet men die natuurlijk ook handhaven. Samen met sensibilisering moeten we dus ook controleren, met een waarschuwingsbrief. Tegen de hardleerse winkeliers, die blijven weigeren, zal er uiteraard moeten worden opgetreden.
Voorzitter:
Ik dank collega Soete, die zich voor het eerst tot dit gremium heeft gericht. (Applaus)
Collega Verkeyn, u hebt het woord voor uw repliek.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, ik begrijp uit uw antwoord dat ook u geen klopjacht wilt, maar wel een oplossing voor het probleem. Ik denk dat de meesten dat ook willen. Waarschijnlijk komen de liberalen niet meer zoveel buiten, maar mochten ze dat doen, dan zouden ze horen dat de zelfstandigen die wel nog cash willen aanvaarden het moeilijk hebben omdat ze dat geld niet kunnen deponeren. Wat dat betreft, blijf ik wat op mijn honger zitten na uw antwoord.
Het Parlement zal op dat vlak alleszins heel wat werk leveren om het leven van iedereen te verbeteren.
Voorzitter:
Mevrouw Verkeyn, u hebt hiermee de spits afgebeten van wat ongetwijfeld een briljante parlementaire carrière zal worden. (Applaus)
Collega Grillaert, u hebt het woord.
Leentje Grillaert:
Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik had er iets meer van verwacht, maar we zullen als Parlement de hand aan de ploeg slaan en ervoor zorgen dat iedereen met cash kan betalen en niet alleen cash kan ontvangen.
De wet is er uiteraard niet zomaar gekomen, maar is het gevolg van klachten en het ontbreken van actiemiddelen voor de Economische Inspectie om op te treden. Nu de middelen in de wet zijn voorzien, mag ze geen dode letter blijven. Het is belangrijk dat er wordt opgetreden en dat de overheid er zich aan houdt. Niet iedereen is mee met de digitale sneltrein. We willen dat iedereen mee is en ook kan betalen.
Ik ben een beetje geschrokken door de uitspraak van mijn collega van Open Vld hier. Ik heb zelfs het woord heksenjacht gehoord. Niemand wil een heksenjacht. Iedereen wil dat de wet wordt nageleefd.
Steven Coenegrachts:
Welk land is België geworden? In Antwerpen krijgt men boetes van de zedenpolitie wanneer men met een te korte short rondloopt, in Vlaanderen krijgt men boetes wanneer de kinderen niet presteren op school en op federaal niveau wanneer men niet met briefjes van 20 betaald wil worden. Collega’s, laat mensen ondernemen. Stop met verbieden, stop met beboeten. Respecteer de mensen die investeren in ons sociaal weefsel, dat u allemaal zo belangrijk vond in uw verkiezingsprogramma. Ondersteun de mensen die investeren. Vandaag laat u die mensen los, laat u die in de steek. U legt uw vergrootglas op hen en geeft hun boetes in plaats van hen te motiveren en te stimuleren. Ik denk dat we beter kunnen.
De humanitaire hulp aan Libanon
De repatriëring uit Libanon en de humanitaire hulp
De screening bij evacuaties uit Libanon
De humanitaire hulp en de repatriëringen uit Libanon
De situatie in het Midden-Oosten
De escalatie van de crisis in het Midden-Oosten en de evacuatie van Belgische burgers
De situatie in het Midden-Oosten
De opflakkering van het geweld in het Midden-Oosten
Midden-Oosten crisis, evacuaties en humanitaire hulp.
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 3 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende crisis in het Midden-Oosten, met focus op Libanon en Israël, waar geweld honderden doden en een miljoen vluchtelingen veroorzaakt, terwijl België noodhulp (B-FAST), repatriëring van 1.800 Belgen en een staakt-het-vuren prioriteert. Belangrijkste standpunten: Ministers Lahbib en Vandenbroucke bevestigen onmiddellijke repatriëring (via Nederland, MEA en Defensie), 150.000 euro medische hulp en pleidooien voor de-escalatie in EU-verband, maar sancties tegen Israël (gevraagd door oppositie) blíjven uit. Kritiek komt van Groen (selectief geweldsvertoor), VB (screening geradicaliseerden), PTB/PVDA (België "medeplichtig" via EU-Israël-akkoord) en N-VA/CD&V (diplomatie eerst). Kern: Humanitaire actie loopt, maar politieke oplossing (tweestaten, staakt-het-vuren) en strengere houding tegen Israël blijven omstreden.
Voorzitter:
U bent misschien verbaasd dat minister Vandenbroucke hier zit om op het thema te reageren. Dat heeft te maken met het feit dat niet alleen mevrouw Depraetere is vervangen omdat ze is toegetreden tot de Vlaamse regering, maar dat ook collega Gennez nu deel uitmaakt van die regering en ons eveneens heeft verlaten. De heer Vandenbroucke heeft haar bevoegdheden overgenomen.
Fatima Lamarti:
Collega's, iedereen wordt geraakt door wat er vandaag in het Midden-Oosten gebeurt. Het geweld ontziet ginder niemand, ook niet journalisten, die strijden voor de waarheid. Ook al wie daar vrienden, kennissen of familie heeft, wordt erdoor geraakt.
Soms lijkt het alsof het conflict in het Midden-Oosten onze samenleving enkel verdeelt. Politieke partijen die campagne voeren op conflicten helpen niemand vooruit. Wij maken een andere keuze: geen loze woorden aan de zijlijn, maar actie op het terrein. Vooruit kiest namelijk de kant van de burgerslachtoffers, zeker nu er elke dag honderden burgerslachtoffers bij komen.
Terwijl Israël Libanon bombardeert, vluchten gezinnen met kinderen voor het geweld. Libanon redt het niet alleen. Woorden zijn niet voldoende. Daarom pleitte mijn collega Lambrecht vorige week ook voor sancties en een onmiddellijk staakt-het-vuren. Dat is evenwel nog geen oplossing voor de slachtoffers vandaag. Gelukkig kondigt u, mijnheer de minister, aan om te doen waar België goed in is, namelijk noodhulp verlenen. Wij deden het de afgelopen jaren in Turkije, Gaza en nu in Libanon. Met B-FAST redden we levens, als we effectief kunnen zijn.
Hoe garandeert u die effectiviteit? Waar gaan onze mensen aan de slag? Met wie werken zij samen? Hoe redden wij zoveel mogelijk mensen?
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer en mevrouw de minister, collega's, het conflict in het Midden-Oosten is de afgelopen weken nog verder geëscaleerd. Dat verontrust me enorm, want ik vrees dat Israël van Libanon een tweede Gaza zal maken. Vorige week waren er ontploffende biepers. Ondertussen is het Israëlische leger Libanon binnengetrokken en werd Beiroet gebombardeerd. Op een week tijd vielen er honderden doden en er zijn naar schatting 1 miljoen mensen op de vlucht. Het is overduidelijk dat er een de-escalatie, een staakt-het-vuren in het Midden-Oosten nodig is. We roepen alle conflictpartijen daartoe op. Voor alle duidelijkheid, ook Iran moet stoppen met het afvuren van raketten op Israël, wat absoluut veroordeeld moet worden.
Het grootste slachtoffer is natuurlijk de lokale bevolking. Die mensen worden gebombardeerd, moeten vluchten en lijden honger. Libanon was al een erg arm land met ontzettend veel vluchtelingen.
Daarom doe ik de volgende oproep. België moet, ten eerste, de noodkreet van de Verenigde Naties om humanitaire steun te bieden, ondersteunen. Ten tweede, het is goed dat we repatriëren, maar zorg ervoor dat we het niet aanpakken zoals destijds in Afghanistan. Zorg ervoor dat we dus niet enkel Belgen, maar ook andere mensen repatriëren. Red voldoende mensenlevens; dat is absoluut onze morele plicht. Ten slotte, vandaag wijst men mensen door naar commerciële vluchten voor repatriëring, maar die tickets zijn peperduur en die vluchten zijn praktisch volgeboekt. Mevrouw de minister, wanneer start u de repatriëring via het Belgisch leger op?
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, met de gecoördineerde aanvallen waarbij biepers van duizenden leden van de terroristische organisatie Hezbollah tot ontploffing werden gebracht en waarbij ook verschillende doden vielen, escaleerde het conflict verder. De actie werd nadien nog eens herhaald, maar dan met walkietalkies. De situatie in Libanon is dan ook zeer gespannen. Vanochtend las ik nog in de krant dat een Belgische journalist en cameraman gewond zijn geraakt bij een incident.
Het Vlaams Belang is dan ook zeer verheugd om te horen dat u eindelijk van plan bent om evacuatieplannen op te stellen, maar wij hebben wel een aantal kritische noten. Wij moeten er eerst en vooral voor zorgen dat onze landgenoten zo snel en veilig mogelijk terugkeren naar België. Wij moeten echter ook opletten wie zij zijn. Daarom vragen wij dat deze geëvacueerde Belgen worden gescreend op eventuele vormen van radicalisering en dat wordt bekeken of zij contact hebben gehad met terroristische organisaties als Hezbollah en andere. Dat is de enige manier om de Belgen hier in België veilig te houden en het conflict niet te importeren in ons Belgenland.
Weet u hoeveel Belgen er zullen terugkeren?
Bent u van plan om deze screening serieus te nemen en dus de geëvacueerde Belgen te screenen op eventuele vormen van radicalisering of contact met terroristische organisaties als Hezbollah en andere?
Bent u bereid om deze screening ook verder te zetten, eventueel in samenspraak met de eerste minister?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, wie vrede en diplomatie predikt, wordt blijkbaar persona non grata. Dat is wat VN-secretaris-generaal Guterres de voorbije week heeft ondervonden. Hij wordt door Israël persona non grata verklaard. Hij heeft gisteren in de VN-Veiligheidsraad nochtans duidelijke woorden gesproken. Hij zei: "Een inferno waar de ene aanval de andere rechtvaardigt, leidt slechts tot meer leed van burgerslachtoffers."
Iran gooit uiteraard meer olie op het vuur. Mevrouw de minister, u hebt dat duidelijk veroordeeld, maar ik denk dat ze in Teheran en Tel Aviv nog altijd niet onder de indruk zijn en andere prioriteiten hebben. Dat heeft natuurlijk te maken met een aantal bondgenoten. Ik denk concreet aan de VS, die door de verkiezingskoorts worden verlamd. Daardoor springt Israël in een gat en krijgt het meer speelruimte.
Ik hoorde vandaag op de radio dat er een soort van hoerastemming heerst. Ik vind dat totaal ongepast. Wij moeten uiteraard niet pleiten voor een militaire uitbreiding van het conflict, maar voor vrede, voor de-escalatie en voor vredesonderhandelingen.
Ik heb hier al een twintigtal keer hetzelfde gezegd, maar ik ga die plaat nooit afzetten. Wij moeten pleiten voor een onmiddellijk staakt-het-vuren. Wij moeten pleiten voor een tweestatenoplossing. Wij moeten pleiten voor een onmiddellijke vrijlating van de gijzelaars. Ik hoop dat u deze plaat ook niet afzet in de Europese Raad en ook niet in de Raad Buitenlandse Zaken, waar u voor dezelfde zaken zou moeten pleiten.
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, welke positie neemt België vandaag concreet in?
Wij hebben het goede nieuws van de repatriëring vernomen. (…)
Nabil Boukili:
Monsieur le président, madame et monsieur les ministres, cette dernière année, Israël a montré son vrai visage, en tout cas, à ceux qui sont aveugles depuis septante-cinq ans. Depuis un an, un génocide se déroule devant nos yeux. À croire qu'ici, en Europe, on a oublié ce que signifie un génocide, vu une telle passivité et inaction. On parle de 41 000 morts, sans compter les disparus ni les corps qui se trouvent sous les décombres, en plus de la famine et des maladies avec leurs conséquences sur les générations à venir!
Depuis deux semaines, c'est le peuple libanais: plus de 1 000 morts, plus de 6 300 blessés. Aucune réaction! Désormais, nous voyons la région s'embraser complètement. Le seul responsable de cette situation est l' É tat colonial d'Israël. Il en est responsable parce qu'il est impuni. Et nous ne sommes pas simplement passifs; le pire est que nous sommes complices. En effet, lorsque les États-Unis fournissent 20 milliards de dollars d'armements qui tuent les enfants palestiniens et le peuple libanais et que l'Union européenne conclut un accord d'association, ils participent à l'économie de guerre israélienne. Nous sommes complices du génocide, des crimes de guerre au Liban et de l'embrasement du Moyen-Orient. C'est inacceptable!
Madame la ministre, quand allez-vous mettre fin à notre complicité avec ces crimes de guerre et imposer un embargo militaire contre Israël? Quand allez-vous mettre fin à cette complicité en arrêtant le commerce (…)
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le vice-premier ministre, madame la ministre, la semaine passée déjà, je m'inquiétais au sujet du sort des ressortissants belges au Liban. Même si je lis parfois que certains voient plus clair, je crois qu'il ne fallait pas être grand clerc pour comprendre que l'introduction des forces israéliennes sur le territoire libanais ne se ferait pas à la vitesse éclair.
Aujourd'hui, nous sommes face à nos responsabilités. Il y a 1 800 ressortissants qui sont toujours présents, dont 100, dites-vous, souhaitent quitter le territoire libanais. Le gouvernement s'est enfin réuni – certes par voie électronique – et a décidé qu'il y avait trois modalités, la première étant les vols commerciaux. Y a-t-il encore aujourd'hui des vols commerciaux qui pourraient être pris par ces ressortissants dans des conditions de prix décentes? Deuxième modalité, l'aide militaire provenant des partenaires étrangers, comme les Pays-Bas. Avons-nous des garanties de présence sur ces avions pour les Belges? Quel est le pourcentage? Combien de sièges? Et, troisièmement, l'intervention éventuelle de l'aviation et des forces militaires sur le territoire.
Cette troisième option n'est-elle pas à privilégier si nous voulons permettre à ces ressortissants de pouvoir revenir chez eux, chez nous, dans des conditions qui sont sûres? Ce conflit ne s'arrêtera pas; et, si nous ne prenons pas les devants, si la préparation n'est pas immédiate – en termes d'urgence, le gouvernement a l'obligation de réagir –, …je ne souhaite pas le pire, mais je ne voudrais pas qu'on puisse l'imaginer.
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer Crucke.
Collega's, gelieve allemaal op uw woorden te letten, want behalve de talloze kijkers thuis bevindt er zich een hele groep jonge mensen in de tribune.
Michel De Maegd:
Madame la ministre, monsieur le ministre, le Liban est à feu et à sang, une nouvelle fois. Un drame pour les civils, un de plus depuis plusieurs décennies. Politiquement, chers collègues, à travers l'élimination du chef du Hezbollah, c'est le régime iranien qui a été visé en plein cœur, un régime qui, ne l'oublions pas ici, ne vise qu'une chose: l'anéantissement total d'Israël.
Israël a aussi encore été durement touché ces derniers jours, par des attentats meurtriers à Tel-Aviv, par des tirs de missiles venant des Houthis au Yémen et, enfin, par l'envoi de 200 missiles balistiques en provenance de l'Iran, heureusement pour la plupart neutralisés. Imaginez, un instant, s'ils avaient atteint leur cible, quel désastre cela aurait été pour la population civile en Israël. Personne ne devrait, chers collègues, accepter le terrorisme, et nous devons aussi comprendre qu'Israël lutte pour sa survie. C'est un combat existentiel.
Néanmoins, il faut être clair. Promouvoir la sécurité de l'État d'Israël et de sa population ne signifie pas soutenir aveuglément la politique menée par le gouvernement Netanyahou.
À ce propos, les événements de ces derniers jours nous font craindre une escalade encore plus importante qui fera encore plus de victimes dans la région, à Gaza, en Cisjordanie, au Liban et en Israël – victimes que mon groupe déplore toutes.
Alors pour faire taire le fracas des armes, une réponse diplomatique est indispensable. C'est une responsabilité de la communauté internationale toute entière. Celle-ci n'est pas exempte de reproches en ayant fermé les yeux depuis un an sur les tirs quotidiens de missiles venant du Hezbollah.
Dans ce contexte, madame et monsieur les ministres, voici mes questions. Nous accordons une grande importance à la sécurité des Belges qui sont toujours présents au Liban. Vous avez annoncé en avoir identifié une centaine qui désirent rentrer chez nous. Ce nombre a-t-il évolué depuis hier? Dans quels délais ces rapatriements auront-ils lieu? Nous apprenons aujourd'hui que deux journalistes belges ont été blessés. Avez-vous plus d'informations à leur propos? Enfin, quelle aide humanitaire sera mobilisée en faveur de la population libanaise qui souffre depuis tant de mois?
Christophe Lacroix:
Madame la ministre, chaque semaine, nous devons malheureusement vous interpeller. Chaque semaine, nous devons dénoncer votre absence de courage politique dans ce dossier. Toujours pas de sanctions contre Israël ni de reconnaissance de la Palestine; toujours pas d'aide massive au Liban. La situation au Proche-Orient est à tel point dramatique que le risque d'embrasement mondial n'est aujourd'hui plus une menace mais une réalité. Nous y sommes, madame la ministre. Nous sommes véritablement à un point de bascule géopolitique. Nous sommes au-delà des 41 000 morts et des 90 000 blessés dont 90 % sont des victimes collatérales, des victimes civiles, rappelons-le.
Madame la ministre, au Parti Socialiste, nous avons toujours condamné la violence d'où qu'elle vienne, que ce soit bien clair. Nous avons toujours dit que le droit international devait être notre boussole partout dans le monde. Nous avons toujours dit que l' É tat d'Israël le bafoue allègrement et que nous devions agir résolument pour le contraindre à un cessez-le-feu. Sur Gaza, et maintenant sur le Liban mais également sur la Syrie. Mais où le premier ministre israélien s'arrêtera-t-il? Cela ne peut plus durer. Madame la ministre, nous sommes véritablement à un tournant de l'histoire. La réaction du régime théocratique iranien, que nous condamnons avec autant de force, nous laisse malheureusement présager du pire.
J'ai trois questions et j'aimerais à nouveau vous demander ceci: quand allez-vous porter au gouvernement le dossier des sanctions à l'égard d'Israël pour les forcer à revenir à la paix et à la stabilité dans la région? Il faut reconnaître l' É tat de Palestine pour forcer une solution à Gaza aussi. Pour le Liban, des facilités consulaires et une possibilité de rapatriement par la Défense belge seront-elles mises en place pour les 1 800 Belgo-libanais présents sur le territoire? Des solutions d'accueil et des visas humanitaires seront-ils envisagés pour leurs familles? Et quelle aide humanitaire est prévue pour le million de déplacés que compte le Liban, qui connaît un bilan désastreux depuis de très nombreuses années?
Hadja Lahbib:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions. Je voudrais tout d'abord reprendre une des questions principales. Sachez que, dès demain, des Belges seront à bord d'avions pour quitter le Liban.
La situation au Moyen-Orient nous préoccupe chaque jour, chaque instant, de jour comme de nuit. La communauté internationale, dans son ensemble, n'est pas parvenue à éviter l'escalade de la violence. L'Histoire retiendra sans aucun doute ceux qui étaient aux commandes, qui auraient pu arrêter cet engrenage et qui n'ont pas choisi d'emprunter le chemin de la paix, celui qu'au nom de la Belgique, je n'ai cessé de défendre depuis le premier jour de ma prise de fonction. Mais l'escalade est là et toute la région est au bord d'un embrasement général.
Dinsdagavond lanceerde Iran bijna tweehonderd ballistische raketten richting Israël. Ik heb de aanval onmiddellijk veroordeeld en opgeroepen tot de-escalatie en tot bescherming van burgers. Wij hebben ook bijgedragen aan een verklaring namens de Europese Unie waarin wij alle partijen oproepen tot terughoudendheid.
La situation humanitaire s'aggrave. La Belgique va évidemment répondre, dans le cadre du programme B-FAST, à la demande d'assistance introduite par les autorités libanaises afin d'appuyer les hôpitaux publics. Un budget de 150 000 euros est réservé pour l'achat de matériel médical. À cela s'ajoutera du matériel issu du stock stratégique de la Santé publique. L'envoi de ce matériel est déjà en cours de préparation.
En ce qui concerne la situation plus générale des Belges au Liban, suite à ma demande, le Conseil des ministres a adopté, hier, un ensemble de mesures qui visent à leur venir en aide. Dès demain, comme je l'ai dit, des avions ramèneront des Belges du Liban. Dans le cadre d'une coordination européenne, des Belges rentreront entre autres par un avion dépêché par les Pays-Bas.
Andere Belgen zullen Libanon verlaten dankzij plaatsen die zijn onderhandeld met Middle East Airlines (MEA), met bestemmingen als Cyprus en Istanboel.
Il a aussi été décidé d'aider les Belges qui souhaitent quitter le Liban, si nécessaire, dans un second temps, par la mise en place de vols assistés par la Défense. Actuellement, il est prématuré de parler d'évacuation de non-combattants (NEO). En fonction de la situation sur le terrain, une approche graduelle sera mise en place car l'aéroport de Beyrouth est encore accessible aux vols civils et militaires. Je rappelle que nous sommes en concertation avec d'autres pays européens. La France par exemple, qui compte au Liban 20 000 de ses ressortissants, n'a pas commencé d'évacuation. Un navire est en route et devrait accoster ce week-end.
L'ambassade belge de Beyrouth a contacté tous les Belges, résidents ou de passage, qui se sont inscrits dans les registres consulaires de Travellers Online afin de vérifier qui, parmi eux, souhaite quitter le Liban, et qui a besoin d'aide. Ce chiffre est évidemment en constante évolution. De zéro, nous sommes passés à 90, ensuite à 180 aujourd'hui. Ces personnes ont manifesté leur souhait de quitter le Liban. Bien sûr, nous leur accorderons toute l'aide nécessaire.
Wat de journalist en de cameraman van VTM betreft, Robin Ramaekers en Stijn De Smet, wil ik mijn steun betuigen aan deze mensen die gisteren in Beiroet zijn aangevallen. Zij werden onmiddellijk bijgestaan door onze ambassade. Zij werden voor spionnen aanzien en in elkaar geslagen door lokale bewoners. Onze ambassade en onze medewerkers staan aan hun kant. Onze ambassadeur heeft hen vanmorgen bezocht.
Je l'ai eu au téléphone. Il m’a informée que Robin Ramaekers a pu quitter l’hôpital et se trouve à l’hôtel. Nous les rapatrierons dès que leur état le permettra.
Je connais ces deux journalistes. Ils m’ont accompagnée récemment encore au Moyen Orient. Je sais ce que c’est être reporter de guerre, pour l’avoir été moi-même. Je tiens à manifester toute mon empathie et mon soutien à leur égard. Les journalistes défendent la liberté de la presse et font partie des piliers de la démocratie.
Notre message, pour le reste, demeure le même: la mise en place d’un cessez-le-feu, la libération des otages et laisser une chance aux négociations diplomatiques, qui sont la seule solution pour aboutir à une solution viable, à la solution à deux États. Nous soutenons (…)
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de escalatie van het geweld in het Midden-Oosten zorgt vandaag voor een van de ergste humanitaire crisissen van de afgelopen 25 jaar. Op dit ogenblik leven miljoenen kinderen in voortdurende angst. Dat is het geval in Libanon en in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en ook in Israël. Tienduizenden doden zijn gevallen, de overgrote meerderheid vrouwen en kinderen, ook tienduizenden gewonden, en miljoenen mensen zijn op de vlucht. Laten we ons ook niet vergissen: de gevolgen daarvan zullen niet enkel in het Midden-Oosten gevoeld worden.
Zonder respect voor het internationaal humanitair recht, zonder een goed functionerend systeem van de Verenigde Naties en, inderdaad, mevrouw Van Hoof, zonder respect voor de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, is binnenkort geen enkele burger in conflict nog beschermd. Ook in bijvoorbeeld Soedan, in de DRC en in Oekraïne worden altijd maar meer hulpverleners gedood, medische faciliteiten aangevallen en burgers uitgehongerd. De grenzen van het aanvaardbare worden steeds verlegd. Het is dus in ons aller belang, overal in de wereld, dat dit stopt.
De spiraal van het geweld moet stoppen. Zoals mijn collega-minister al zei, de enige goede oplossing die vrede en veiligheid waarborgt voor iedereen, is een onderhandelde oplossing en een onmiddellijk staakt-het-vuren, zowel tussen Hezbollah en Israël als in Gaza. Ons land neemt daartoe mede het voortouw. Ik sluit mij aan bij wat gezegd is en ik kan u tevens meedelen dat op de Europese Raad van 17 en 18 oktober België ook zal pleiten voor een onmiddellijk staakt-het-vuren tussen Hezbollah en Israël.
Maar inderdaad, ondertussen moeten we ook de onmiddellijke nood proberen te lenigen. Wij hebben beslist dat B-FAST een transport van medische middelen tot stand brengt. Het gaat over elementair materiaal zoals handschoenen, naalden en kompressen, alles wat nodig is, een beperkt pakket dat volgende week getransporteerd wordt. Mevrouw Lamarti, u vroeg terecht of dat effectief helpt. Welnu, belangrijk te weten is dat de Libanese regering de vraag gesteld heeft via de Europese Unie, via de Europese Commissie, die zorgt voor de Europese coördinatie. Dat is essentieel. Op die vraag bieden wij een antwoord. Wij zullen ook de garantie hebben dat het materiaal dat wij geven enkel gebruikt wordt in ziekenhuizen en medische faciliteiten die beheerd worden door de Libanese overheid. Dat is heel essentieel.
Tot slot, wat de operationele actie betreft heb ik alle vertrouwen in B-FAST. We hebben in de afgelopen regeerperiode samen beslist om B-FAST een nieuw en sterker leven te geven en de nu voorliggende opdracht bewijst dat dat een goede beslissing was.
Vanzelfsprekend is dat niet de enige humanitaire hulp die wordt geboden. Wij zijn een land dat heel belangrijke bijdragen levert. Dat gaat elk jaar over meerdere miljoenen euro's aan internationale fondsen, die snel en soepel kunnen optreden. Ik denk daarbij met name aan het noodfonds van de Verenigde Naties CERF. Ik denk aan het noodfonds van het Rode Kruis. Ik denk ook aan het humanitaire landenfonds voor Libanon. België geeft aan die fondsen elk jaar miljoenen euro's. Dat geld wordt nu soepel en onmiddellijk ingezet. U moet weten dat de voorbije twee weken die verschillende fondsen al 36 miljoen euro uit hun kas hebben gehaald om extra hulp te bieden in de humanitaire crisis die zich aandient in Libanon. Met andere woorden, het werken met die fondsen is heel essentieel.
Onze gedachten zijn vanzelfsprekend bij de verschrikkelijke en onbeschrijflijke ellende die de burgerbevolking in het Midden-Oosten treft. De enige oplossing is onderhandelen en dus een staakt-het-vuren. Ondertussen moet België in Europees verband, maar ook op internationaal vlak, met bestaande internationale fondsen die wij heel stevig steunen, al het mogelijke doen om de nood te lenigen.
Fatima Lamarti:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, op het terrein maken onze helden het verschil. Dat zijn de mensen van B-FAST. Hoe groot de horror ook is, zij kijken nooit weg en blijven verder werken. Diezelfde moed zou de politiek moeten hebben in plaats van met twee maten en twee gewichten te meten. Alle vormen van geweld zou de politiek moeten veroordelen, maar dat gebeurt tot op heden nog steeds te weinig. Het is terecht dat mensen Iran veroordelen als dat land een rakettenregen op Israël afstuurt, maar dat Israël dag in dag uit in Gaza en Libanon kinderen, gezinnen en kwetsbaren treft, verdient dezelfde veroordeling. Wij moeten altijd aan de kant van de burgerslachtoffers staan. U zet vandaag een belangrijke stap, nu de rest nog. De mensen in het Midden-Oosten wachten erop.
Voorzitter:
Ik dank u voor uw eerste betoog in de Kamer, mevrouw Lamarti. (Applaus)
Staf Aerts:
Mevrouw de minister, u schetste de weg die u sinds uw aantreden hebt gevolgd en u steunt verklaringen om elk geweld te veroordelen, maar ik heb u nog niet streng horen zijn ten aanzien van Israël. Nochtans, wat is er het afgelopen jaar gebeurd – maandag is het een jaar na 7 oktober 2023? Er zijn 41.000 doden gevallen, een op de twee jonge kinderen is ondervoed en er zijn honderdduizenden mensen in Gaza op de vlucht. Het wordt tijd om de tactiek te veranderen en strenger te worden, want anders kunnen wij blijven humanitaire steun bieden. Humanitaire steun biedt men immers op een moment dat het te laat is. Dat is het gevolg van onze passieve houding. Ik verwacht van België een straffere houding. Groen verwacht dat wij ook ten aanzien van Israël een strengere houding durven aannemen. Er is in middelen voorzien – dat geeft u aan –, maar het is noodzakelijk om in extra middelen te voorzien, want dat is ook de vraag van de VN. Er moeten extra middelen worden vrijgemaakt om de Libanezen op het terrein te helpen, want zij zitten (…)
Britt Huybrechts:
(…) beginnen met het evacueren van onze mensen uit Libanon. Ik vind het alleen heel jammer dat ik geen antwoord gekregen heb op mijn allereerste vraag hier, inzake de screenings van eventuele geradicaliseerde Belgen. Ik hoop dat dit geen voorbode is met het oog op mijn toekomstige vragen, of een voorbode van hoe uw opvolger zal antwoorden in de nieuwe coalitie.
Dit is enorm belangrijk om de eenvoudige reden dat wij dit conflict niet verder mogen importeren in ons land. Zo kunnen wij toekomstige terroristische aanslagen in België vermijden.
Voorzitter:
Ook voor collega Huybrechts was dit de eerste interventie in de Kamer. (Applaus)
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Zoals u zei, de repatriëring van de Belgen moet goed verlopen zodat wij niet terechtkomen in toestanden als bij de evacuatie uit Afghanistan. Maar het is ook belangrijk dat wij humanitaire hulp bieden, al is die niet meer dan een pleisters op een gapende wonde die alleen maar gedicht kan worden door duurzame diplomatieke vredesonderhandelingen. Het internationaal recht is daarvoor onze bijbel.
Iraanse raketaanvallen of Israëlische bombardementen zijn daar niet mee in overeenstemming. Die moeten stoppen.
Deze plaat zetten wij van de cd&v-fractie niet af. Er is genoeg bloed gevloeid.
Nabil Boukili:
Chers collègues, il est quand même scandaleux d'entendre ici les éléments de langage "d'État génocidaire" repris par le MR. On a déjà entendu le MR qualifier de "coup de génie" l'assassinat terroriste d'enfants, d'innocents. Mais reprendre aujourd'hui le même vocabulaire, dire qu'Israël se défend... Aujourd'hui, celui qui lutte pour sa survie, c'est le peuple palestinien! Ce n'est pas Israël, chers collègues. Israël est l'agresseur dans la région!
Madame la ministre, jouer l'impuissance face à la situation, c'est au mieux de l'hypocrisie, au pire de la lâcheté, parce que continuer à être membre de l'accord d'association Union européenne-Israël, c'est de la complicité dans les crimes de guerre israéliens et dans le génocide que commet Israël. Quand il s'agissait de la Russie, vous aviez pris des dizaines de sanctions. Et, aujourd'hui, vous vous trouvez impuissante face à Israël. C'est vraiment de l'hypocrisie totale.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Je voudrais revenir à l'urgence dans l'actualité. On reparlera malheureusement encore du Moyen-Orient. L'urgence, c'est l'évacuation des ressortissants. Comme vous l'avez dit, dès demain, certains pourront quitter le pays mais le chiffre augmente de jour en jour, de minute en minute, et cela n'est pas étonnant. Je crois donc qu'on est dans ce qu'on appelle "la gestion de crise". C'est quelque chose que vous allez peut-être découvrir dans les semaines à venir.
Sincèrement, l'Europe a des obligations également. Il figure dans les traités européens que les ressortissants européens doivent pouvoir quitter les lieux dans lesquels ils sont lorsqu'il y a une crise. Au lieu d'envoyer un avion sur place, ne faudrait-il pas aussi avoir une coordination européenne? Cela manque franchement et clairement. C'est plus qu'important.
Michel De Maegd:
Madame et monsieur les ministres, je vous remercie de vos réponses.
Tout d'abord, je ne vais pas réagir aux outrances de l'extrême gauche et de tous ceux qui défendent des recettes simplistes – nous en avons l'habitude ici – à propos d'un conflit qui dure depuis des décennies. Je rappellerai qu'actuellement, Joe Biden – le principal allié d'Israël – ne parvient pas à obtenir un cessez-le-feu. J'invite donc chacun à la lucidité face à l'immense complexité de la situation.
J'acte, bien sûr, avec soulagement que le plan de rapatriement est prêt et que B-FAST enverra rapidement une aide et du matériel sur place. Notre pays ne laisse jamais tomber ses ressortissants et vient toujours en aide aux populations qui en ont besoin.
Politiquement, pour nous, il est clair que l'élimination d'Hassan Nasrallah constitue un espoir pour l'avenir du Liban. Son peuple n'aspire qu'à la liberté et à la paix, paix à laquelle aspire également le peuple israélien qui, je le rappelle encore – n'en déplaise aux extrémistes de gauche –, vit sous l'énorme menace du Hezbollah, du Hamas, mais aussi des Houthis du Yémen ainsi que de l'Iran.
Et puis, notre objectif immédiat est de faire taire les armes. Je vous encourage donc, madame et monsieur les ministres, à plaider plus que jamais avec insistance à tous les niveaux afin de faire régner la paix. Je vous remercie.
Christophe Lacroix:
Monsieur le président, tout d'abord, je voudrais remercier le ministre Vandenbroucke pour son efficacité immédiate à la suite du travail de Mme Caroline Gennez qui, dans ce gouvernement, a toujours défendu avec force la reconnaissance de la Palestine et s'est battue sans cesse pour convoyer de l'aide humanitaire à Gaza. Bravo à Mme Gennez et bravo à vous, monsieur Vandenbroucke! Enfin, je voudrais rappeler que nous condamnons toute forme de violence à l'égard des victimes, tant de la part du gouvernement israélien, que je distingue d'Israël, que du Hamas, du Hezbollah libanais ou de l'Iran. Pour nous, la seule solution est diplomatique: il faut que les ennemis d'aujourd'hui s'assoient à table et négocient une paix durable. Il faut que le rapatriement des Belges soit immédiatement organisé. La Défense est prête. Et M. Crucke le sait très bien, puisqu'il a été bourgmestre: dans une gestion de crise, il faut être proactif et il convient d'envisager immédiatement les capacités maximales. On peut regretter aujourd'hui notre absence dans la région, en raison du retrait décidé en 2014 par le gouvernement Michel de la force de pacification de l'ONU sur place. C'est bien dommage!
De onveiligheid in en rond het station Brussel-Zuid
De drugsproblematiek in de steden
De veiligheid in het station Brussel-Zuid
Veiligheidsproblemen in Brussel-Zuid en stedelijke drugsproblematiek
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet, Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De politiepost in Brussel-Zuid, beloofd na geweldsincidenten en drugsoverlast, is na een jaar nog steeds niet gerealiseerd, ondanks 22 aangekondigde maatregelen, wat kritiek uitlokt op trage uitvoering en gebrek aan concrete planning. Minister Verlinden benadrukt een multidisciplinaire aanpak (repressie, preventie, nazorg) met 500 miljoen extra investeringen in veiligheid, versterkte politiecapaciteit en internationale samenwerking, maar erkent dat lokale besturen en regionale overheden hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor structurele oplossingen (huisvesting, gezondheidszorg, armoedebestrijding). Drugsoverlast en geweld in stationsomgevingen (o.a. openlijke drugshandel, messenincidenten) blijven acute problemen, ondanks cijfermatige successen (recordinbeslagnames cocaïne, 2.130 gevangenisjaren voor drugscriminaliteit in 2023), terwijl lokale besturen om meer bevoegdheden en financiering vragen voor ketenaanpak en bestuurlijke handhaving. Vertraging en coördinatietekorten tussen federale, regionale en lokale overheden ondermijnen het vertrouwen in de beloften, met name bij NMBS-personeel en reizigers die dagelijks met onveiligheid geconfronteerd worden.
Frank Troosters:
Mevrouw de minister, ik neem u mee naar een dik jaar geleden in de tijd. Toen strandde een Antwerps gezin 's avonds laat met de trein in het station Brussel-Zuid. Bij het verlaten van het station werd het gezin geconfronteerd met zeer harde feiten van geweld, waarbij de messen in het rond vlogen.
Daarover ontstond toen heel veel ophef in de pers. Daar was veel over te doen, en bij uitbreiding ook over de criminaliteit in dat station en over de verloedering errond. Het bleef voor de politici dit keer niet bij het spreekwoordelijk veroordelen van de daders en bij gespeelde verontwaardiging, er zou eindelijk iets gebeuren. Het was de eerste minister, Alexander De Croo, die het dossier naar zich toe trok. Hij verzamelde iedereen die iets met het dossier te maken had rond zich en men kwam tot een groot actieplan.
Er werden 22 maatregelen aangekondigd. Eén essentiële maatregel was dat in het station Brussel-Zuid een politiepost zou worden opgericht. Vlaams Belang was daar heel blij mee. Wij zijn absoluut voorstander van handhaving. Wij zijn voorstander van een harde aanpak van criminaliteit. We hebben in het Parlement zeer veel vragen gesteld over de onveiligheid bij het spoor. Ik heb u regelmatig bevraagd over de spoorwegpolitie.
We waren dus blij en we keken hoopvol uit naar die politiepost. Nu, een dik jaar later, stellen we echter vast dat die politiepost er nog steeds niet is. We zijn daar uiteraard niet vrolijk om. We vinden het een beetje jammer. Dat is de reden waarom ik van u, mevrouw de minister, wil horen hoe dat komt. Waarom is die politiepost er nog niet? Wat zijn de redenen voor de vertraging?
Wanneer zal die post er wel zijn? De NMBS kondigde hem eerst aan voor het einde van de zomer, maar geeft nu geen duidelijkheid meer. De NMBS spreekt nu van "over enkele weken." Kortom, wanneer komt die post er?
Tot slot, wat voor post zal dat zijn? Gaat het echt om een volwaardige post, die liefst permanent bemand wordt, of zal het eerder een soort onthaalpost van de politie zijn?
Franky Demon:
Mevrouw de minister, mannen staan op de Brusselse pleintjes aan te schuiven om drugs te kopen, zoals u en ik ’s zondags staan aan te schuiven bij de bakker. Ook de stationspleinen in onze steden worden geteisterd door drugsdealers, die als het ware van het ene naar het andere station gaan. Er is overlast door gebruikers en er zijn veel te goedkope en diverse drugs. Al die zaken gebeuren aan de stations in onze steden.
Dit zette de cd&v-burgemeester van Roeselare, Kris Declercq, ertoe aan een brief te schrijven aan de formateur. Daarin vroeg hij een betere toepassing van het snelrecht, meer bestuurlijke bevoegdheden voor de burgemeesters, een adequatere financiering van de lokale politie, een betere aanpak van wachtlijsten voor verslavingszorg en een betere spreiding van dag- en nachtopvang. Cd&v vindt een ketenaanpak met samenwerking tussen politie, Justitie en gezondheidszorg belangrijk. Dat is de afgelopen legislatuur zeer veel gebeurd, bijvoorbeeld door de toename van het aantal politiemensen, de bestuurlijke handhaving en de oprichting van het nationaal drugscommissariaat.
Ook onze burgemeesters zijn creatief. In mijn stad, Brugge, werd deze week beslist om een alcoholverbod voor de volledige stationsomgeving in te voeren. De ingeslagen weg moet verder worden gevolgd. Cd&v pleit dan ook voor een soort toolbox voor de lokale besturen om krachtdadiger te kunnen optreden. In de tijd van lopende zaken, terwijl we op een nieuwe regering wachten, heb ik hierover maar één vraag.
Mevrouw de minister, hoe kunt u er samen met uw collega-ministers voor zorgen dat de lokale besturen beter worden geholpen in de strijd tegen drugs?
Ridouane Chahid:
Madame la ministre, la gare du Midi occupe tristement l'actualité depuis plusieurs mois. Je ne vous ferai pas l'affront ici de vous rappeler quelles sont les compétences de l'État fédéral et de la ministre de l'Intérieur que vous êtes pour garantir la sécurité au sein des gares, qu'elles soient à Bruxelles ou ailleurs. Malheureusement, l'État fédéral a abandonné la gare du Midi; il n'y a aujourd'hui quasi aucune présence de l'État fédéral au sein de la gare du Midi.
Madame la ministre, il y a quelques mois, le premier ministre a réuni un certain nombre d'acteurs pour apporter des solutions afin de garantir la sécurité au sein de la gare du Midi. Quelles sont les suites de cette initiative et des mesures qui ont été annoncées? Quels moyens humains et financiers avez-vous débloqués afin d'apporter des solutions structurelles pour garantir la sécurité au sein de la gare du Midi? Qu'en est-il du commissariat sur place et du recrutement?
Enfin, on dit que la gare du Midi a un statut international, tout comme l'aéroport de Bruxelles-National. Quand allez-vous mettre les mêmes moyens qu'à Bruxelles-National pour garantir la sécurité au sein de la gare du Midi?
Voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de minister, die vijf minuten de tijd krijgt voor haar antwoord omdat er drie vraagstellers zijn.
Annelies Verlinden:
Mijnheer de voorzitter, dank u voor uw generositeit.
Uiteraard is de aanpak van overlast en drugsgeweld breder dan alleen de stationsomgevingen. Ik zal zo volledig mogelijk proberen te antwoorden.
U weet dat de strijd tegen drugshandel en drugsgerelateerd geweld in de voorbije legislatuur een absolute prioriteit voor de regering is geweest. Ik vind dat ook de volgende regering voldoende middelen en capaciteit moet vrijmaken om die strijd te blijven voeren, zowel voor de versterking van de federale politie als voor de versterking van de lokale politie, om ervoor te zorgen dat ook die lokale politiekorpsen voldoende mensen en middelen hebben om de overlast tegen te gaan. Dat is ook de reden waarom we het voorbereidend werk voor een herfinanciering van de lokale politiezones hebben gedaan. Voor mij maken de budgetten en de nieuwe tabellen voor een volgende legislatuur zeker deel uit van die afspraken.
Er is in de hele problematiek van drugs en overlast voor mij maar één aanpak die kans van slagen heeft en dat is een multidisciplinaire aanpak, want met meer repressie alleen zullen we er niet komen. Er moet ook preventie zijn en er moet nazorg gebeuren. Dat betekent dat alle verschillende beleidsdomeinen, ook die van de regionale en de gemeenschapsbevoegdheden, mee aan boord moeten zijn in de aanpak van dat grootstedenbeleid. Het gaat over huisvesting, over armoede, over kansarmoede, over jeugdzorg, over onderwijs, over gezondheidszorg. Alle aspecten zijn nodig om die verslavingsproblematiek aan te pakken.
Het is misschien af en toe stoer om te praten over strengere straffen, maar ik denk dat we dweilen met de kraan open als we niet ook die andere elementen bekijken en als lokale en regionale besturen daarin hun verantwoordelijkheid niet nemen. Het is niet alleen de federale politie die bijvoorbeeld de problematiek in Brussel-Zuid kan oplossen.
We hebben er ook een speerpunt van gemaakt. België heeft dit punt tevens hoog op de internationale agenda gezet. We hebben met Justitie en Binnenlandse Zaken maar liefst 500 miljoen euro extra in veiligheid geïnvesteerd. We hebben zeer kordaat opgetreden tegen onder meer de internationale drugscriminaliteit.
We hebben eveneens de federale gerechtelijke politie versterkt en het Havenbeveiligingskorps opgericht, om ervoor te zorgen dat de instroom vanuit een logistieke hub in Antwerpen beter kan worden tegengehouden. We hebben het Nationaal Drugscommissariaat opgericht, dat al met enkele concrete projecten gekomen is. Daarnaast hebben we geïnvesteerd op het gebied van cryptocurrency, zoals bitcoins, om ervoor te zorgen dat we die follow-the-value -aanpak kunnen waarmaken.
We hebben daarenboven geïnvesteerd in internationale samenwerking – de Ports Alliance – om ook te kunnen samenwerken met de private sector. Dat is ontzettend belangrijk, want zij hebben natuurlijk ook veel informatie die ons kan helpen. We hebben meer verbindingsofficieren van de politie in het buitenland, zodat we boots on the ground hebben, ook in Latijns-Amerika, en kunnen samenwerken met de verschillende veiligheidsdiensten en alle mogelijke relevante informatie te delen.
Tot slot hebben we – dat heeft bloed, zweet en tranen gekost, dat moet ik niet verhullen – de wet houdende bestuurlijke handhaving goedgekeurd. Die is nu beschikbaar voor onze lokale besturen, waardoor zij ook op die manier preventief meer tools in handen hebben om overlastzaken of zaken waar crimineel geld wordt witgewassen te kunnen sluiten of minstens de activiteiten te kunnen schorsen.
We hebben met de cijfers van 2023 gezien dat al die inspanningen lonen. De cijfers voor 2023, bijvoorbeeld van de inbeslagname van cocaïne, zijn eerder indrukwekkend, net als de cijfers van het aantal arrestaties en de uitgesproken celstraffen. Zo zijn er in 2023 maar liefst 4.087 nieuwe onderzoeken gestart, gericht op de georganiseerde criminaliteit. Er werd in totaal 213.670.000 euro in beslag genomen in lopende onderzoeken. Verder is 24,8 % van de onderzoekscapaciteit van de federale politie gegaan naar dossiers met betrekking tot de georganiseerde drugscriminaliteit. Dat wil zeggen dat vandaag in ons land één speurder op vier bij de federale politie zich bezighoudt met drugscriminaliteit en georganiseerde misdaad. Er zijn in totaal 2.130 jaren gevangenisstraf uitgesproken voor drugsgerelateerde feiten, wat overeenkomt met ongeveer 45 % van het aantal opgelegde jaren gevangenisstraf voor onderzoeken uitgevoerd door de federale politie.
Ik ben het helemaal met u eens, mijnheer Demon, dat we daarmee moeten voortgaan. Lokale besturen moeten goed worden uitgerust en daarom moeten de korpsen ook voldoende groot en gefinancierd zijn. Dat is belangrijk.
Ik wil ook nog even ingaan op het Zuidstation. We hebben de leefbaarheid vorig jaar aangepakt omdat het duidelijk werd dat de gemeente en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een noodkreet slaakten binnen hun bevoegdheden om de leefbaarheid te garanderen. We hebben onmiddellijk gehandeld. We hebben niet geaarzeld. Het Nationaal Crisiscentrum heeft actieplannen gemaakt op verschillende domeinen. (…)
Frank Troosters:
Mevrouw de minister, een jaar geleden ondervroeg ik uw collega van Mobiliteit, minister Gilkinet, hier over een steekincident op de trein in Brussel-Zuid. Op het moment waarop ik hier de vraag stelde, vond er een nieuw incident plaats in het station Antwerpen-Centraal, waarbij een vrouw werd neergestoken. Dat gebeurde enkele weken na een steekincident dat had plaatsgevonden in het station van Hasselt.
Wat is er op een jaar tijd veranderd? De feiten zijn veelzeggend. In Brussel-Zuid heeft er minder dan een week geleden een incident met een mes plaatsgevonden. Het NMBS-personeel heeft uit protest de loketten een tijd gesloten. Er zijn daar daklozen, illegalen, mensen met een drugsproblematiek. Er gebeuren diefstallen, al dan niet met fysiek geweld. Dat is daar schering en inslag. De mensen staan erbij en kijken ernaar. Zoals het spreekwoord zegt, veel beloven en weinig geven, doet de zotten in vreugde leven. Dat is wat de vivaldiregering heeft gedaan. Het NMBS-personeel en de treinreizigers hebben daar niets aan.
Franky Demon:
Mevrouw de minister, de drie recepten zijn duidelijk. Eerst en vooral gaat het om de ketenaanpak, waarbij gezondheidszorg, politie en Justitie samenwerken. Een tweede punt is de lokale besturen meer slagkracht en meer bestuurlijke handhaving geven. Het derde punt is de financiering waarover u het hebt gehad. Het is uiterst belangrijk dat die kan worden doorgevoerd, want kleine steden smeken bijna om hulp voor acties tegen geweld en drugsgeweld.
Ridouane Chahid:
Madame la ministre, je vous remercie d'avoir essayé d'apporter des réponses à mes questions, même si je n'en ai pas obtenu.
Je vous rappellerai simplement que nous nous étions rencontrés en novembre 2022 dans ma commune, puisqu'un de nos policiers avait été lâchement abattu alors qu'il effectuait sa ronde à la gare du Nord. Je n'ai pas envie que cela se reproduise à la gare du Midi. Oui, les communes doivent disposer de moyens parce que ce sont elles qui, aujourd'hui, suppléent au manque d'investissement de l' É tat fédéral.
Voorzitter:
Je précise que le collègue Chahid a, lui aussi, posé sa première question en séance plénière. (Applaudissements) (Applaus)
De veiligstelling van onze energiebevoorrading naar aanleiding van het rapport van Elia
De energiemix van de toekomst
Het rapport van Elia over de energiebevoorrading en de energiemix in de toekomst
Het rapport van Elia
Energiebeleid voor de toekomst volgens Elia
Gesteld door
DéFI
François De Smet
CD&V
Tine Gielis
Vooruit
Oskar Seuntjens
MR
Mathieu Bihet
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Elia-rapport waarschuwt dat België tegen 2050 onvoldoende elektriciteit zal produceren om aan de verdubbelde vraag te voldoen, ondanks investeringen in windenergie, waterstof en kernverlenging (Doel 4/Tihange 3). Van der Straeten (minister) benadrukt dat de korte termijn (tot 2035) beheerst is dankzij genomen maatregelen, maar wijst op flankerend beleid (elektrificatie, betaalbaarheid, interconnectie) als cruciale opgave voor de volgende regering—zonder nucleaire nieuwe bouw, maar met focus op 100% hernieuwbaar. Oppositie (cd&v, MR, Vooruit) dringt aan op kernenergie (SMR’s, 20 jaar verlenging) als onmisbare schakel voor betaalbare, veilige en CO₂-arme energie, naast hernieuwbaar, om afhankelijkheid van import te voorkomen. De Smet (Vivaldi-kritiek) stelt dat gebrek aan langetermijnstrategie (door politiek getouwtrek) België kwetsbaar maakt—actie nu is essentieel om energie-onafhankelijkheid na 2050 te garanderen.
François De Smet:
Madame la ministre, Elia, le gestionnaire de réseau, a publié récemment un rapport assez inquiétant sur notre autonomie énergétique à l'horizon 2050. Ce rapport est inquiétant et même cinglant parce qu'il pointe l'absence de stratégie à long terme de tous les gouvernements qui se sont succédé depuis vingt ans, en ce compris la Vivaldi. L'équation, nous la connaissons. Nos besoins en énergie vont globalement baisser de 20 à 45 %, du moins l'espère-t-on, mais cela va aller de pair avec une augmentation de nos besoins en électricité qui vont plus que doubler.
Alors, soyons de bon compte: vous avez évidemment travaillé. On peut citer le triplement de l'offre en éoliennes offshores, les investissements en hydrogène, la prolongation des deux réacteurs nucléaires, même si vous pourrez reconnaître qu'il a fallu un petit peu insister, et qu'il a fallu que la Russie envahisse un petit peu l'Ukraine. Mais nous savons tous que ces investissements, d'après le rapport d'Elia, ne seront pas suffisants, même en y ajoutant de la sobriété, de la modération. Ils ne seront pas suffisants pour rester autonomes. Nous avons donc le choix: soit nous nous résolvons à acheter de l'électricité après 2050, de manière constante, soit nous investissons davantage, ce qui nous renvoie, je crois, au fait que le nucléaire de nouvelle génération n'est pas juste une variable d'ajustement mais un véritable investissement nécessaire.
Mes questions sont simples, madame la ministre. Comment recevez-vous ce rapport? Quelles conclusions en tirez-vous concernant l'action passée et l'action à venir? Ces considérations ne vous font-elles pas un tout petit peu changer d'avis quant à vos convictions personnelles sur le nucléaire? Je ne parle pas de la prolongation des réacteurs, mais bien du nucléaire de nouvelle génération.
Tine Gielis:
Mevrouw de minister, we hebben de blauwdruk 2035-2050 van Elia met heel veel interesse gelezen, maar daarin weinig verrassend nieuws gevonden. Slechts de helft van wat onze burgers en bedrijven nodig zullen hebben door de elektrificatie wordt voorzien via de bestaande infrastructuur en de besliste en geplande investeringen. Nochtans weten we allemaal dat de elektriciteitsvraag de komende jaren alleen zal toenemen en zelfs verdubbelen tegen 2050. Dat wordt dus een gigantische uitdaging.
Er zijn de voorbije jaren wel stappen gezet, zoals de uitbreiding van de windcapaciteit op zee en de beslissing om de levensduur van de kerncentrales van Doel 4 en Tihange 3 met 10 jaar te verlengen, maar zoals we ook in het rapport kunnen lezen, is dat volgens Elia niet voldoende om ons voor te bereiden op de toekomst.
Om die reden pleit cd&v voor een langetermijnvisie en een stappenplan om ervoor te zorgen dat het licht effectief blijft branden. De energiemix van de toekomst is voor ons een slimme combinatie van hernieuwbare en nucleaire productie. Er zijn voor ons geen taboes en wij pleiten ervoor om de levensduur van de twee jongste kerncentrales niet met 10 jaar maar met 20 jaar te verlengen en om de bouw van nieuwe centrales mogelijk te maken. Dat was niet mogelijk in de voorbije legislatuur, wat we jammer vinden. Er moet immers nog veel gebeuren om onze energiebevoorrading in de toekomst duurzaam, zeker en betaalbaar te houden. Elia legt daarvoor verschillende scenario's op tafel.
Mevrouw de minister, u hebt zeker stappen gezet, maar die blijken niet voldoende te zijn. Welke stappen zult u nog zetten om de lopende dossiers tot een goed einde te brengen? Welke voorbereidingen zult u uw opvolger nalaten?
Oskar Seuntjens:
Mevrouw de minister, betaalbare energie en de zekerheid dat er stroom uit het stopcontact komt zouden vanzelfsprekend moeten zijn, maar zijn dat helaas niet. Veel mensen hebben meegemaakt wat er gebeurt als de energiefactuur dreigt te ontploffen, als ze voor de keuze staan om hun huis te verwarmen of niet of misschien wat minder. Het is voor ons heel erg belangrijk dat de mensen dan worden beschermd, door een btw-verlaging, door het sociaal tarief te versterken, door in energiecheques te voorzien voor mensen die anders uit de boot dreigen te vallen. Energie is een basisrecht of zou dat toch moeten zijn.
Collega's, laten we echter eerlijk zijn, we stonden toen voor een crisis die we niet hadden zien aankomen. Niemand wist dat er een oorlog zou plaatsvinden op Europees grondgebied. De vraag is nu anders. Wat als we wel weten dat er een crisis dreigt aan te komen? Wat als we wel weten dat onze energieonafhankelijkheid op het spel staat, zoals Elia bijvoorbeeld zegt? Hebben we dan ook een sterke overheid die ons beschermt, of hebben we een overheid die niets doet, waardoor we terug afhankelijk worden van andere landen, waardoor we onze burgers in onzekerheid storten en de energiefacturen terug dreigen op te lopen?
Collega's, we kunnen dat aanpakken, maar dan moeten we nu actie ondernemen. Het rapport van Elia zegt immers heel duidelijk dat het onze samenleving het meest gaat kosten wanneer we niets doen. Dat toont nogmaals het belang aan van investeringen, zodat we kunnen garanderen dat energie betaalbaar, duurzaam en veilig is.
Mevrouw de minister, de regering is in lopende zaken, maar de uitdagingen zijn niet nieuw. Welke stappen hebt u nu gezet om de waarschuwingen van Elia ter harte te nemen en welke stappen kunnen we nog zetten?
Mathieu Bihet:
Madame la ministre, monsieur le président, chers collègues, Elia publie son étude intitulée "Blueprint", qui a le mérite de fixer et d’objectiver certaines variables. Nous nous en réjouissons. Néanmoins, cette étude définit également différents scénarios qui nous rendent vulnérables vis-à-vis des autorités des pays étrangers.
Mais il y a un plus. Un plus indéniable, car dans les différents scénarios mis en place dans cette étude, la place du nucléaire – même un nouveau nucléaire ou un nucléaire un peu plus cher – rend l’électricité beaucoup plus abordable pour nos concitoyens.
Madame la ministre, je ne serai pas plus long, je n’ai qu’une question: ne regrettez-vous pas d’avoir tant et tant empêché le développement du nucléaire en Belgique?
Voorzitter:
Mevrouw de minister, u hebt vijf minuten spreektijd om te reageren op de vragenstellers.
Tinne Van der Straeten:
Collega’s, ik dank u voor de diverse vragen. Ik dank ook de nieuwe leden voor hun eerste vragen, namelijk de heer Seuntjens, mevrouw Gielis en de heer Bihet.
M. Bihet, non, je ne regrette rien.
Collega’s, Elia heeft inderdaad dat rapport gepubliceerd, waaruit we twee zaken leren. Ten eerste leren we uit het rapport dat wanneer we bekijken wat er tijdens de voorbije regeerperiode is gebeurd en wanneer we de eerstkomende tien jaar bekijken, er moet worden vastgesteld dat de situatie onder controle is. Dat is zo omdat er de voorbije regeerperiode stappen vooruit zijn gezet op het vlak van het garanderen van de bevoorradingszekerheid. U hebt daarnaar verwezen. U hebt verwezen naar drie keer meer wind op zee. U hebt ook verwezen naar de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3.
Ik zou daaraan graag nog de batterijen willen toevoegen, waarop we sterk hebben ingezet, waardoor we nu frontloper zijn. Ik zou daar ook de akkoorden aan willen toevoegen die we met andere landen hebben gesloten om samenwerkingen op poten te zetten op het vlak van energie, zowel inzake waterstof als inzake wind op zee. Het is niet bij gewoon plannen, beloftes of verklaringen gebleven. Een en ander is telkens ook gebeiteld in concrete dossiers en in een concrete aanpak.
U hebt mij gevraagd wat ik nog zal doen tijdens de periode van lopende zaken en of ik de dossiers verder zal implementeren en afwerken. Het dossier van ENGIE moeten we nog voorbij de Europese Commissie en voorbij de goedkeuring voor staatssteun krijgen. We liggen ter zake op koers om, zoals we altijd hebben aangegeven, voor of rond eind 2024 de goedkeuring te kunnen krijgen, zodat de eerste kilowattuur van de twee nieuwe centrales opnieuw op het net komt in september en november 2025. Het plan is om op 28 oktober 2024 de veiling te lanceren voor de eerste 700 megawatt, zijnde de elektriciteit die onze burgers nodig hebben en die ook onze industrie nodig heeft. We zullen ook nog werk maken van de eerste batterijveiling, waarvoor de voorbereidingen nu lopen.
Wat blijft er dan over voor de volgende regering? Eerst en vooral moet die ervoor zorgen dat de elektrificatie er effectief komt. Zonder flankerend beleid zal de elektrificatie er immers niet komen.
Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren met de accijnzen? Zal elektriciteit effectief goedkoper worden, om een push te geven aan onze industrie en aan onze gezinnen? Komt er effectief meer elektriciteit, zodat we minder gas en minder fossiele brandstoffen nodig hebben?
De volgende regering moet ook verder de interconnectie met het buitenland verwezenlijken en zij moet ervoor zorgen dat de elektrificatie, de energietransitie, de energierevolutie, zoals de heer Seuntjes al gezegd heeft, effectief toegankelijk is voor iedereen.
Ik denk dan aan bedrijven als ArcelorMittal, dat zijn investeringen voor een elektrische hoogoven in Gent niet graag zal verspillen. Die investeringen leveren immers heel veel jobs op. Ik denk ook aan de gezinnen, waarvan 20 % hun energiefactuur vandaag moeilijk kunnen betalen. De nieuwe regering moet zorgen voor een rechtvaardige transitie en zij moet er ook voor zorgen dat elektriciteit goedkoop is en betaalbaar voor iedereen. Dat zal één van de grootste uitdagingen zijn, niet alleen voor de regering, maar ook voor het hele Parlement.
Energie is in de voorbije jaren altijd een dossier geweest – en zal het in de komende jaren ook zijn –- waarover we in het Parlement met elkaar moeten praten, meerderheid en oppositie samen.
Tot slot, de belangrijkste conclusie van dit rapport is voor mij dat de uitdaging groot is, maar ik heb in de afgelopen drieënhalf jaar geleerd dat, als men die uitdaging met twee handen vastpakt, men er ook in kan slagen. We moeten dus niet fatalistisch zijn, we moeten wel optimistisch zijn. We moeten ons laten leiden door de juiste dogma's. We moeten telkens kiezen voor de veiligste, de betrouwbaarste en de goedkoopste optie. Er zijn in dit land verschillende technologieën. Het is telkens het afwegen van die drie zaken dat de juiste weg zal aangeven.
Sommigen in dit halfrond hebben voor nucleaire energie of een combinatie met nucleaire energie gepleit. Mijn route voorziet in 100 % hernieuwbare energie. Wel, laten we de volgende vijf jaar praten over de veiligste, de betrouwbaarste en de goedkoopste optie, met de laagste systeemkost voor elektriciteit die elke dag uit het stopcontact komt.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
En ce qui me concerne, ce ne sont pas les dix ans à venir qui m’inquiètent. Effectivement, le travail a été fait et est à peu près sous contrôle, tant sur le plan du renouvelable que sur le plan des investissements ou du nucléaire, grâce à la prolongation de dix ans, même si cette prolongation aurait dû être de vingt ans et qu’il faudra, selon moi, corriger cela.
Le gouvernement Vivaldi, à cause de sa composition – parce que vous aviez des partis qui tiraient dans tous les sens, que ce soit sur le nucléaire ou sur les autres sources d’énergie – n’a pas été capable d’offrir un avenir à vingt-cinq ans en termes de stratégie énergétique. Et je crois qu’on ne peut pas attendre. Vous avez raison en disant qu’il faut investir dans ce qui est à la fois sûr et bon marché. Mais nous n’avons pas le temps d’attendre les différents scénarios.
Il est clair que soit nous investissons à la fois dans le renouvelable, dans une forme de modération et dans le nouveau nucléaire, soit nous serons dépendants, demain, à partir de 2050, des pays étrangers et de leurs sources d’énergie. C’est aussi simple que cela. Dès lors, n’attendons plus, notamment sur le nucléaire de nouvelle génération, parce que tout le reste est en route.
Tine Gielis:
Mevrouw de minister, beleid voeren, is inderdaad de toekomst voorbereiden, maar we stellen vast dat er geen beslissingen worden genomen. Dat is natuurlijk ook een keuze. Geen beslissingen nemen, kan leiden tot een gevaarlijke situatie, zoals Elia ook aangeeft. We zullen te zeer afhankelijk worden van elektriciteitsimport.
Vanuit cd&v pleiten we ervoor dat een volgende regering werk maakt van een langetermijnvisie, met nadruk op de energiemix van nucleaire en hernieuwbare energievormen. Daarom hebben we een wetsvoorstel ingediend om de levensduur van Doel 4 en Tihange 3 met 20 jaar te verlengen en om de bouw van SMR’s in de toekomst mogelijk te maken. Hopelijk wordt aan dat voorstel gevolg gegeven.
Voorzitter:
Ik feliciteer mevrouw Gielis met haar maidenspeech.
(Applaus)
(Applaudissements)
Oskar Seuntjens:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Laat het voor iedereen duidelijk zijn dat er voor Vooruit geen taboes zijn. Dat is ook nodig, want met veto's en luchtkastelen gaan we er niet komen, wel met een slimme overheid die slimme investeringen doet. Dat is exact waar we met Vooruit onze verantwoordelijkheid willen nemen. We willen mee onderhandelen over een nieuwe regering, zodat we het basisrecht dat energie is ook daadwerkelijk kunnen garanderen voor iedereen. Die energie moet betaalbaar, duurzaam en veilig zijn. Dat is de inzet waarvoor we elke dag zullen blijven strijden.
Voorzitter:
Ook voor Oskar Seuntjes is de figuurlijke kop eraf.
(Applaus)
(Applaudissements)
Mathieu Bihet:
Madame la ministre, je vous remercie de votre réponse. Une certitude: ne rien faire est la pire des solutions. Il ne faut pas opposer le nucléaire et le renouvelable dans le futur mix énergétique, car il faut en obtenir un qui détienne trois caractéristiques: un prix maîtrisé pour les ménages et les entreprises, également une décarbonation de notre consommation électrique et, enfin, une sécurité d'approvisionnement qui soit garantie. Cela tombe bien, car c'est le modèle qu'a proposé le MR pendant les élections. Sachez, et je le dis à tous nos collègues, que nous défendrons ce point de vue pendant les négociations Arizona qui se poursuivent.
De aanslag in Libanon
De opflakkering van het geweld in het Midden-Oosten
Libanon
Escalatie van conflicten in Libanon en het Midden-Oosten
Gesteld door
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), Alexander De Croo (Eerste minister)
op 19 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België stemde voor de VN-resolutie die het einde van Israëlische bezetting en sancties eist, maar concrete maatregelen (wapenembargo, sancties tegen Israël, erkenning Palestijnse staat) blijven uit, ondanks herhaalde oproepen van oppositiepartijen (Groen, PTB). Minister Lahbib (MR) benadrukt diplomatieke druk en bestaande sancties tegen gewelddadige kolonisten, maar wijst verdere stappen af, wat kritiek uitlokt op dubbelstandaarden (VN-stem vs. gebrek aan daadkracht). De escalatie in Libanon (bipeurs/aanslagen) en Gaza (massale burgerdoden, oorlogsmisdaden) verergert, terwijl België EU-breed optreden voorstaat maar zelf geen unilateralisme riskeert. Oppositie noemt Belgisch beleid "te laf" en wijst op moreel falen door uitblijven van harde sancties tegen Israël.
Rajae Maouane:
Madame la ministre, depuis des mois, on assiste à un embrasement sans précédent au Proche-Orient où les attaques se multiplient et ont lieu quasiment quotidiennement. Il y a quelques jours, c'est au Liban que l'armée israélienne a frappé, blessant et tuant de nombreuses personnes, dont une grande partie de civils qui n'ont rien à voir avec le Hezbollah. On parle des bipeurs qui ont explosé dans des magasins, dans des rues, sur des marchés, terrorisant en fait une population qui est depuis longtemps très marquée et éprouvée.
Après la destruction méthodique de Gaza, où le nombre de civils tués augmente tous les jours, où des écoles sont bombardées, où des camps de réfugiés sont incendiés, où des journalistes sont assassinés, on voit tous les jours des violations flagrantes du droit international à Gaza, en Cisjordanie mais aussi au Liban.
On sait que le gouvernement israélien, emmené par la folie électorale et meurtrière de Netanyahu et de son ami Trump, embrase la région sans réussir à libérer les otages.
Madame la ministre Lahbib, depuis des mois, les écologistes – Simon Moutquin avant moi, d'autres également – vous pressent d'agir et demandent des actions concrètes.
Quand le MR, votre parti, arrêtera-t-il de bloquer la prise de mesures que le droit international et le devoir moral nous obligent à prendre? Quelles mesures la Belgique va-t-elle prendre pour que la folie meurtrière de Netanyahu et de son gouvernement soit arrêtée et sanctionnée comme le demandent les écologistes depuis des mois?
Christophe Lacroix:
Madame la ministre, vous avez dû noter comme moi le vote historique d’hier à l’Assemblée générale des Nations Unies, qui demande notamment la fin de l’occupation mais également des actions concrètes de la part des É tats membres ainsi que des sanctions à l’égard d’Israël. Étrangement, vous semblez très absente sur ce dossier depuis plusieurs mois mais, maintenant, vous allez répondre à mes questions. Les faux-fuyants, c’est terminé!
Madame la ministre, qu’avez-vous fait depuis quatre mois? Quand allons-nous enfin agir, comme nous y invitent l’avis de la Cour internationale de Justice et la nouvelle résolution de l’ONU?
Quand allons-nous enfin sanctionner l’ É tat d’Israël? Quand allons-nous nous prononcer sur un embargo total des armes, à l’instar du gouvernement wallon d’Elio Di Rupo?
Quand allons-nous interdire les produits des colonies et quand allons-nous prendre des sanctions ciblées à l’encontre des individus et des entités qui contribuent au maintien de l’occupation?
Vous allez répondre, madame la ministre, parce qu’il y a aujourd’hui 41 000 morts, parce qu’il y a des pertes civiles massives et répétées en raison de l’absence de ciblage des frappes israéliennes, parce qu’il y a une catastrophe humanitaire, parce que des crimes de guerre sont commis délibérément, parce que 90 % des victimes sont des victimes civiles collatérales et parce que le droit humanitaire international n’est pas respecté!
Et comme il n’y a plus rien à détruire à Gaza, et maintenant qu’il est prêt à sacrifier les derniers otages, le gouvernement israélien met en œuvre deux nouvelles attaques disproportionnées et indiscriminées, en utilisant – et je mesure mes mots – des méthodes terroristes et en prétendant cibler le Hezbollah libanais. Ce n’est pas moi qui le dis, ce sont des experts en stratégie militaire. Même un ancien ambassadeur israélien tient les mêmes propos. Maintenant, vous allez répondre!
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, 32 doden en meer dan 3.200 gewonden: dat is de voorlopige, trieste balans van de walkietalkieontploffingen in Libanon. Het zijn niet alleen Hezbollahstrijders, maar ook kinderen en burgers. Dit is de zoveelste escalatie in een conflict dat de-escalatie nodig heeft. Mensen wereldwijd verlangen naar vrede en stabiliteit, maar in de regio krijgt men nog meer geweld, nog meer burgerslachtoffers en nog meer trauma's, en in onze eigen contreien nog meer vluchtelingen. Het humanitaire drama in Gaza blijft zich voltrekken. Ook gijzelaars van Israël blijven omkomen. Dit moet stoppen.
Verontrustend is dat Israël de laatste maanden steeds meer lijkt aan te sturen op escalatie. We hebben de aanval gehad op de Iraanse ambassade in Damascus en op Hamasleider Haniyeh, en nu dit. Israël spreekt over een nieuwe fase in de oorlog. Iedereen houdt zijn hart vast, want wat betekent dat? Wat is het volgende? What's next ?
Mevrouw de minister, ik heb hier enkele vragen over. Wat heeft België ondernomen om het belang van vrede op de agenda te zetten en de nood aan de-escalatie te benadrukken? Volgende week vindt een Europese Raad Algemene Zaken plaats. We moeten daar aandringen op een grondig debat over het Midden-Oosten, dat focust op vredesonderhandelingen in plaats van op escalatie in de regio.
Voorzitter:
Mevrouw de minister, u krijgt vier minuten de tijd voor uw antwoord.
Hadja Lahbib:
Mesdames et messieurs les députés, tout d'abord, je tiens à vous remercier de m'avoir posé ces questions.
En effet, la situation au Moyen-Orient est certainement aujourd'hui l'une des plus graves et requiert toute notre attention. Voilà des mois que nous assistons à un engrenage de la violence, et les récents développements au Liban sont des plus inquiétants.
Eergisteren ontplofte een serie beepers, verspreid over de stad, en gisteren was het de beurt aan walkietalkies.
Deze explosies zijn gericht tegen leden van Hezbollah in Libanon. Meer dan 4.000 apparaten waren het doelwit. Meer dan 3.000 mensen raakten gewond, onder wie leden van Hezbollah, maar ook collaterale slachtoffers, onder wie kinderen. Er zou een dertigtal mensen omgekomen zijn.
Wat vandaag in Libanon gebeurt, versterkt enkel onze oproep tot terughoudendheid en de-escalatie. Het is dringender dan ooit dat de vicieuze cirkel van geweld doorbroken wordt, om een vuurzee in de hele regio te voorkomen. Die zou nog ergere gevolgen hebben voor de bevolking, die al een hoge prijs betaalt voor dit conflict.
Ces appels à la retenue s'accompagnent évidemment d'actions concrètes. Depuis le 7 octobre, j'ai multiplié les contacts diplomatiques, y compris encore récemment avec mes homologues de la région, pour contribuer aux négociations qui doivent amener à une solution pacifique, et je continuerai bien sûr à le faire.
Alors oui, un vote très important a eu lieu hier. Il est intervenu aux Nations Unies, à New York, et demande à tous les é tats membres de prendre les mesures légales nécessaires pour mettre fin à l'occupation illégale des territoires palestiniens.
Qu'a fait la Belgique? Elle a voté en faveur de cette résolution, sur mon instruction, tout comme 123 autres pays. Le vote belge en faveur de cette résolution, qui suit l'avis récent de la Cour internationale de Justice, est en ligne avec notre position dans ce conflit. La Belgique défend de façon constante le respect du droit international, et cela restera notre unique boussole, juste, équilibrée et non partisane. Je vous rappelle d'ailleurs qu'en matière de sanctions, la Belgique est en position pionnière. Nous appliquons par exemple déjà la politique de différenciation à l'égard des colonies israéliennes. Par ailleurs, nous avons mené la discussion au niveau européen, pendant notre présidence au Conseil de l'Union européenne, pour que des actions et des sanctions soient prises contre les colons violents. La Belgique est prête à discuter de mesures supplémentaires dans un cadre européen.
Je voudrais conclure en rappelant une fois de plus toutes les parties à la retenue, à la protection des populations civiles et au respect du droit international que nous continuerons à défendre dans toutes les enceintes nationales et internationales.
Rajae Maouane:
Madame la ministre, je vous remercie.
Vous avez beau jeu de vous targuer du vote de la Belgique en faveur des sanctions. C'est ce que nous, écologistes, demandons avec insistance au gouvernement depuis de nombreux mois sur les bancs du Parlement. La Belgique est donc peut-être pionnière, mais elle ne l'est toujours pas dans la reconnaissance de l' É tat palestinien, alors que nous la demandons depuis de nombreux mois et que cette demande a toujours été rejetée.
Que faut-il au Mouvement Réformateur pour prendre vraiment la mesure et accepter que des sanctions soient prises contre un É tat qui commet, ainsi que le disent certaines instances internationales, une épuration ethnique, un nettoyage ethnique, voire un génocide? Je me demande ce qu'il faut au MR pour que des sanctions plus dures et effectives soient prises.
Christophe Lacroix:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses, qui n'en sont cependant pas.
La Belgique a voté à l'ONU en faveur de l'action des Nations Unies. Il n'aurait plus manqué que cela! Ensuite, je note que vous dites: "Nous prenons des sanctions contre les colons violents." Mais la colonisation de la Palestine, de la Cisjordanie et de Gaza est un acte violent par définition!
Vous semblez déjà bien étrangère à votre ministère, madame la ministre, et vous semblez déjà bien loin. Or tout silence et toute inaction résonnent comme un écho de complicité. Et je vous mets donc en garde, chers collègues, car j'ai vraiment l'impression qu'avec le MR, à Gaza, en Cisjordanie et au Liban, la vie c'est l'enfer.
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, op 7 oktober zijn we een jaar na de aanslag. Het is een trieste verjaardag: de dodentol is dramatisch en de emotionele en psychologische gevolgen voor de mensen daar blijven levenslang. Ze zullen de trauma's over generaties heen meedragen. België was inderdaad consequent. We hebben heel veel maatregelen genomen en zijn pionier in Europa, samen met andere lidstaten. We moeten de internationale druk echter opdrijven om tot een staakt-het-vuren en de vrijlating van de gijzelaars te komen. We moeten ook geloofwaardige stappen zetten richting een tweestatenoplossing. Daarom moeten we volgende week internationale druk uitoefenen. Dit is een cruciaal moment, want het dreigt een regioconflict te worden. We moeten inzetten op vredesonderhandelingen in plaats van het conflict te laten escaleren in de regio.
De sociale gevolgen van de herstructurering bij Audi
Audi Vorst
Audi
De toekomstperspectieven na de sluiting van de Audifabriek te Brussel
Audi
De herstructurering bij Audi Brussels en de sociale impact op de werknemers en de onderaannemers
Audi Vorst
Audi
De Belgische autosector
De impact van Audi's herstructurering op de Belgische autosector
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 19 september 2024
Bekijk antwoord
Voorstel van resolutie betreffende de situatie in Groenland
Verslag aangenomen op 29 januari 2026
Wetsvoorstel houdende diverse dringende begrotingsbepalingen inzake gezondheidszorg
Wetsvoorstel aangenomen op 18 december 2025
Wetsvoorstel houdende wijziging van de artikelen 368 en 368/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en wijziging betreffende de jaarlijkse taks op de kredietinstellingen
Wetsvoorstel aangenomen op 18 december 2025
Voorstel van resolutie over de oorlog, de hongersnood en de mensenrechtenschendingen in Soedan
Voorstel van resolutie aangenomen op 18 december 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de programmawet van 18 juli 2025 betreffende de toepassingsmodaliteiten van de tijdelijke beperking van de indexering van de wettelijke pensioenen
Wetsvoorstel aangenomen op 18 december 2025
Wetsvoorstel tot verlenging van het verminderingsmechanisme van de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur ten voordele van het goederenvervoer per spoor, zoals vastgesteld in titel 6 van de programmawet van 27 december 2021
Wetsvoorstel aangenomen op 11 december 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, teneinde bij een echtscheiding de mogelijkheden tot toewijzing van de gezinswoning te verruimen en die toewijzing bij een beëindiging van een wettelijke samenwoning mogelijk te maken
Wetsvoorstel aangenomen op 4 december 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, ter verduidelijking van de aard van het beroep tegen de beslissing van de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders
Wetsvoorstel aangenomen op 4 december 2025
Wetsvoorstel tot bekrachtiging van koninklijke besluiten inzake inkomstenbelastingen
Wetsvoorstel aangenomen op 4 december 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen om de forfaitaire bedragen te bevriezen en de indexering van de financiering van de politieke partijen op te heffen
Wetsvoorstel aangenomen op 20 november 2025
Voorstel van resolutie tot ondersteuning van de kandidatuur voor de bouw van de Einsteintelescoop in de Euregio Maas-Rijn
Verslag aangenomen op 13 november 2025
Voorstel van resolutie betreffende de publicatie van het Belgische hoofdstuk van de NAVO Defence Planning Capability Review (DPCR)
Voorstel van resolutie aangenomen op 23 oktober 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzake de retributie ter financiering van het centraal register collectieve schuldenregelingen
Wetsvoorstel aangenomen op 23 oktober 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur teneinde ontvankelijkheidsvoorwaarden in te voeren voor de indiening van verzoeken om advies bij de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid
Wetsvoorstel aangenomen op 9 oktober 2025
Wetsvoorstel betreffende het versturen van een sensibiliseringsbrief inzake de gewijzigde veiligheidssituatie waarvoor de toegang tot bepaalde informatiegegevens van het Rijksregister van natuurlijke personen aan het ministerie van Landsverdediging noodzakelijk is
Wetsvoorstel aangenomen op 9 oktober 2025
Voorstel van resolutie betreffende Nagorno-Karabach
Voorstel van resolutie aangenomen op 17 juli 2025
Voorstel van resolutie betreffende het kwalificeren van het Islamitische Revolutionaire Garde Korps (IRGC) van Iran als een terroristische organisatie
Voorstel van resolutie aangenomen op 17 juli 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 november 2023 betreffende het statuut van bewindvoerder over een beschermde persoon
Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025
Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector
Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025
Wetsvoorstel betreffende het tijdelijke uitstel van de registratie in de Federal Learning Account
Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, de wet van 12 mei 2019 tot oprichting van een Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens en de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen, teneinde pensioenrechten toe te kennen
Wetsvoorstel aangenomen op 10 juli 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens wat betreft het verwerven en gebruiken van geluiddempers en nachtkijkers
Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025
Wetsvoorstel houdende titel 1 'Persoonlijke zekerheden' van boek 9 'Zekerheden' van het Burgerlijk Wetboek
Wetsvoorstel aangenomen op 15 mei 2025
Voorstel van resolutie betreffende het versterken van de interfederale samenwerking rond veiligheid en defensie in de defensie-innovatie en de defensie-industrie
Voorstel van resolutie aangenomen op 30 april 2025
Wetsvoorstel houdende het toezicht op aanbieders van financiële berichtendiensten
Wetsvoorstel aangenomen op 24 april 2025
Voorstel van resolutie betreffende de hervorming van het sociaal tarief voor energie
Voorstel van resolutie aangenomen op 24 april 2025
Wetsvoorstel betreffende het tijdelijke uitstel van de registratie in de Federal Learning Account
Wetsvoorstel aangenomen op 27 maart 2025
Voorstel van resolutie over de toenemende dreiging ten aanzien van Taiwan
Voorstel van resolutie aangenomen op 20 maart 2025
Voorstel van resolutie betreffende de maatregelen die moeten worden genomen als gevolg van de erkenning dat kinderen illegaal werden geadopteerd in België
Voorstel van resolutie aangenomen op 13 maart 2025
Voorstel van resolutie betreffende concrete maatregelen om herstel te bieden aan de slachtoffers van illegale interlandelijke adopties
Voorstel van resolutie zonder onderwerp op 13 maart 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, en van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzake de mededeling van vertrouwelijke informatie
Wetsvoorstel aangenomen op 13 maart 2025
Voorstel van resolutie betreffende het bewapenen van UAS capaciteiten van Defensie
Voorstel van resolutie aangenomen op 13 februari 2025
Voorstel van resolutie met betrekking tot de atherosclerotische harten vaatziekten (ASCVD's)
Voorstel van resolutie aangenomen op 23 januari 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen met het oog op het uitbreiden van het recht om vergeten te worden
Wetsvoorstel aangenomen op 16 januari 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 mei 2024 houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II voor wat betreft de overheveling van het grondgebied van de voormalige gemeente Meulebeke naar het gerechtelijk kanton Tielt
Wetsvoorstel aangenomen op 12 december 2024
Wetsvoorstel tot verlenging van de overgangsregeling voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % bij afbraak en heropbouw van een woning
Wetsvoorstel aangenomen op 28 november 2024
Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector
Wetsvoorstel aangenomen op 28 november 2024
Wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen om het toedienen van het griepvaccin door apothekers mogelijk te maken
Wetsvoorstel aangenomen op 7 november 2024
Voorstel tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar mogelijke disfuncties in het strafrechtelijk onderzoek 'Operatie Kelk'
Voorstel tot onderzoekscommissie aangenomen op 26 september 2024