party
N-VA Hoe stemt de partij N-VA in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers en welke vragen stellen zij?

N-VA

Ontdek hoe de partij N-VA u vertegenwoordigt in het federaal parlement.

Activiteit in De Kamer

Bekijk hoe N-VA denkt over

mobiliteit en transport

De spoorstaking
De zoveelste treinstaking
De spoorstaking
Treinstakingen en spoorprotesten

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 29 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Dorien Cuylaerts en Irina De Knop bekritiseren de herhaalde spoorstakingen (32 in een jaar) als disproportioneel en schadelijk voor reizigers, eisen hervorming van het verouderde statutaire statuut (levenslange jobzekerheid) en waarschuwen dat de NMBS zonder modernisering in 2032 niet zal overleven door Europese liberalisering. Minister Crucke bevestigt dat de hervorming (einde statutaire aanwervingen, behoud bestaande rechten) doorgaat zoals gepland—geen heronderhandeling ondanks afgewezen syndicale akkoorden—en benadrukt dat concurrentie onvermijdelijk is, maar ontkent privatisering en belooft publieke controle. Dimitri Legasse (vakbond) beschuldigt de regering van een "aanval op arbeidersrechten", stelt dat de hervorming de NMBS verzwakt en wijst op onderbetaald, overwerkt personeel (2.000 agressies/jaar), terwijl De Knop een wetsvoorstel indient voor minimale dienstverlening (50% treinen, eventueel met personeelsopvordering) om reizigersleed te beperken. Crucke houdt vast aan het Europese tijdpad (2032) en verwerpt verdere onderhandelingen, ondanks Legasses bewering dat de plannen neerkomen op "stiekeme privatisering".

Dorien Cuylaerts:

Goedemiddag, mijnheer de minister. De treinreiziger wordt opnieuw gepest. Na 30 dagen staking op een jaar vraag ik me af wat de vakbonden nog willen bereiken. Draagvlak en begrip lijken hun doel, maar telkens is het de reiziger die de prijs moet betalen.

Laat me duidelijk zijn: de overgrote meerderheid van het spoorpersoneel werkt vandaag en zij verdienen respect en grote dank. Het is echter die kleine minderheid die het land telkens blokkeert met hun stakingen.

Deze keer gaat de staking over het statuut van het spoorpersoneel, met de vaste benoeming, een statuut dat al meer dan 100 jaar oud is. Wie statutair is, is quasi levenslang zeker van werk, met een aantrekkelijk loon. Statutairen moeten al best wat op hun kerfstok hebben om ontslagen te kunnen worden. We zijn een van de weinige landen waar nieuw personeel nog wordt aangeworven volgens dat statuut uit de vorige eeuw. Laten we eerlijk zijn, dat heeft zijn tijd gehad.

Hervormingen zijn broodnodig en het is hoog tijd dat de vakbonden dat gaan inzien en beginnen te beseffen. Tegen 2032 moet ons spoor immers klaar zijn voor de vrije spoormarkt. We moeten daarvoor vandaag beginnen met hervormen. Doen we dat niet, dan zal de NMBS niet klaar zijn en zal de concurrentie de NMBS verpletteren. In 2032 zullen er dan helaas geen NMBS-treinen meer rondrijden. Is dat wat de vakbonden willen?

Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister: hoe moet het nu verder en hoe zult u de broodnodige hervormingen doorvoeren? De reiziger rekent op u. Dank u wel.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, wij zitten midden in de zoveelste stakingsweek van de spoorbonden, de 32ste treinstaking in minder dan een jaar. De nieuwe actie is al aangekondigd. In februari staan er opnieuw drie stakingsdagen gepland. Ik verneem dat de directie er alles aan doet om dat te voorkomen.

Vandaag kreeg de CEO het eindelijk over haar lippen dat die nieuwe staking disproportioneel is. Wij zeggen dit al maanden. Men leidt de NMBS immers naar de afgrond, met reputatieschade, met reizigers die definitief afhaken en met een bedrijf dat voortdurend in crisismodus zit. Sommige bonden spreken over een definitieve vertrouwensbreuk.

Mijnheer de minister, terwijl hier in Brussel ruzie wordt gemaakt tussen uzelf, de directie en de bonden, staat de reiziger stil. De reiziger is absoluut de dupe van wat hier gebeurt. Ik wil u een verhaal vertellen over een pendelaar, Lars, een student die ik heel goed ken. Vandaag kwam hij te laat. Hij moest een trein nemen die een uur later reed. De trein die wel kwam, zat eivol. Ze zaten als sardientjes in een blik. Tot in de toiletten toe stonden er mensen, om toch maar met die ene trein op hun bestemming te geraken.

Het is goed dat u een vuist maakt tegen de vakbonden, mijnheer de minister. We hebben gehoord dat u dat doet, maar dat is niet genoeg. U moet in actie schieten. U moet stoppen met het overdreven geloof in de sociale dialoog. U moet de personeelsleden echt enthousiasmeren voor een toekomstvisie. We hebben nood aan een inspirerende leider die de liberalisering van het spoor waarmaakt.

Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister. Hoe gaat u de reiziger opnieuw centraal stellen?

Dimitri Legasse:

Monsieur le ministre, cette semaine, tous les syndicats du rail – absolument tous – ont fait grève, et pas de gaieté de cœur, contrairement à ce que d'aucuns semblent croire, mais parce que les cheminots n'ont jamais été aussi durement attaqués par un gouvernement.

Monsieur le ministre, ouvrez les yeux. Vous rendez-vous vraiment compte de ce qu'est le métier de cheminot? Devoir se lever tôt le matin, revenir tard le soir, réparer les voies, travailler de nuit et par tous les temps, accompagner les usagers, avoir la responsabilité de conduire quelque 2 000 voyageurs, devoir subir 2 000 agressions par an, affronter un management toxique qui épuise les agents.

La situation est grave. Vous nous le disiez encore lors de la dernière commission et lors des précédentes. Vous nous le rappelez d'ailleurs à chaque commission, en parlant tantôt de Securail, tantôt d'HR Rail.

Mais que décidez-vous finalement pour les 28 000 travailleurs des chemins de fer? Vous décidez de casser le droit des travailleurs, de détruire la démocratie sociale. Vous décidez de préparer la fameuse privatisation souhaitée par vos alliés, qui viennent encore de s'exprimer. En outre, vous décidez de faire 700 millions d'euros d'économies dans le rail.

Derrière tout cela, c'est toujours la même chose. Toujours la même chose. Ces gouvernements, c’est pareil. Les services publics sont attaqués de toutes parts, ne sont pas respectés et les syndicats sont même méprisés. Pas moins de respect pour les travailleurs que pour les navetteurs.

Monsieur le ministre, arrêtez de faire semblant de prendre la défense des navetteurs et de les opposer aux cheminots! Sans cheminots, pas de trains. Avec vos réformes contre les travailleurs et vos économies sur le rail, absolument tout le monde sera perdant.

Monsieur le ministre, allez-vous enfin renouer le dialogue avec les syndicats? Allez-vous enfin développer des contre-propositions?

Jean-Luc Crucke:

Chers collègues, permettez-moi de commencer par rappeler l’essentiel.

Oui, les voyageurs sont les premiers touchés par cette nouvelle semaine de perturbations. Je veux leur dire que je regrette profondément les désagréments subis. Une grève de cinq jours, dans le contexte actuel, est déraisonnable. Heureusement, deux trains IC sur trois roulent et seuls 15 % des agents participent aux arrêts de travail.

Il y a un temps pour tout, et le temps de la renégociation est désormais dépassé. Depuis près d’un an, nous avons mené un dialogue intensif. À deux reprises, nous avons signé des accords avec des organisations syndicales. Ces accords ont été librement négociés, librement signés. À deux reprises, la base a choisi de les rejeter. C’est son droit, mais c’est aussi le rôle du gouvernement de dire qu'il prend ses responsabilités et avance.

Cela ne signifie pas la fin du dialogue social pour d’autres chantiers – notamment en ce qui concerne le recrutement, l'attractivité des emplois et la prévention des risques psychosociaux –, mais cela signifie clairement qu’il n’y aura pas de renégociation sur ces points. Je veux être explicite: la modernisation de la gestion du personnel et la contractualisation pour les nouveaux engagements ne seront plus renégociées. Nous avons négocié pendant des mois et conclu deux accords dûment signés par les représentants syndicaux.

Vous me demandez d’ouvrir les yeux. Ouvrez-les! Ces accords ont été signés par les syndicats. En avril, en octobre et dans une première version signée, ils acceptaient de mettre fin complètement aux recrutements statutaires à partir du 1 er janvier. La seconde fois, cela ne concernait plus que certaines professions. Et cela a également été refusé.

Moi, quand je signe un accord, je représente le gouvernement. Je prends mes responsabilités, et je les prendrai jusqu’au bout. Vous l’avez bien compris.

Ik wil de vele werknemers bedanken die ondanks de spanningen de openbare dienstverlening blijven verzekeren en te maken hebben met de onzekerheid en de druk die de situatie meebrengt.

Het is onze plicht om de toekomst van het Belgische spoor te verzekeren. Die toekomst is duidelijk. In 2032 moet de markt voor personenvervoer per spoor anders worden georganiseerd. Het volledige monopolie van de NMBS zal dan gewoonweg niet meer mogelijk zijn. Dit is geen Belgisch initiatief, maar een verplichting die voortvloeit uit een Europese verordening uit 2007, waarvan België alle mogelijkheden tot uitstel benut heeft. Deze deadline is niet theoretisch. Hij bepaalt vandaag al de strategische keuzes die nodig zijn om de continuïteit te verzekeren en de openbare dienst te versterken binnen het Europese wetgevingskader dat ons wordt opgelegd.

Je confirme que la réforme suivra le calendrier prévu: fin des engagements statutaires pour les nouveaux entrants selon les modalités arrêtées, sans impact pour le personnel statutaire actuellement statutaire. Nous ne reviendrons pas sur ce cap qui conditionne la capacité des chemins de fer à tenir sa place en 2032.

Het dossier ligt bij de Raad van State, die eind februari zijn advies zal uitbrengen. Daarna zullen de teksten opnieuw aan de regering worden voorgelegd, alvorens terug te keren naar het Parlement voor de inwerkingtreding, zoals gepland. Ik wil niet dat spoorwegmedewerkers morgen hun job verliezen omdat ons systeem nog niet flexibel of innovatief genoeg is, omdat we niet hebben geanticipeerd op de komst van concurrentie. Concurrentie komt er niet alleen van private exploitanten, maar ook van buitenlandse openbare exploitanten, zoals de SNCF of Deutsche Bahn. Het is onze plicht ervoor te zorgen dat de NMBS zowel klanten als overheden kan overtuigen om gebruik te maken van haar diensten in België, maar ook om morgen concurrerend te zijn op buitenlandse markten. Ik wil u er ook aan herinneren dat andere historische publieke Belgische operatoren dezelfde evolutie hebben doorgemaakt toen hun sector werd opengesteld voor concurrentie. Ik denk aan bpost en Proximus, die zich hebben aangepast.

Vandaag zijn er drie prioriteiten: een betrouwbare openbare dienstverlening garanderen, de budgettaire houdbaarheid verzekeren en ons onmiddellijk voorbereiden op de deadline van 2032. We zullen de liberalisering niet ondergaan en we spreken niet over privatisering. We zullen ons voorbereiden door de veiligheid, de kwaliteit van de dienstverlening en de volledige naleving van de verworven rechten te garanderen. Ik herhaal het nogmaals, want het is belangrijk dat de spoorwegen voor 100 % in publieke handen blijven. Ik zal dit tot het einde doen, stakingen of niet.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, ik deel uw analyse. Voor mij is het heel duidelijk en die boodschap moet ook duidelijk zijn voor de reiziger: er gaat te veel belastinggeld naar het spoor en de belastingbetaler mag dan ook verwachten dat die treinen rijden, vandaag, morgen, maar zeker ook in 2032. Ik wil de vakbonden dan ook oproepen om eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen, om mee na te denken over die toekomst en die mee voor te bereiden, in het belang van de NMBS, maar ook van het personeel en van de reiziger. Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Het debat is gevoerd. De kaarten liggen op tafel. Het is tijd om de NMBS nu opnieuw op de rails te krijgen, met respect voor wie werkt, maar ook met duidelijke keuzes voor de toekomst. Beste vakbonden, de speeltijd is voorbij.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik wil eerst en vooral het personeel van de NMBS dat wel werkt proficiat wensen. Ik heb begrepen dat dat de grote meerderheid is en het is belangrijk om dat ook te vermelden.

Mijnheer de minister, wij twijfelen niet aan uw goede intenties, maar u moet verder gaan dan enkel de juiste analyse maken. Het is belangrijk dat u de reiziger opnieuw centraal stelt. Het is voor ons heel duidelijk dat de gegarandeerde dienstverlening niet volstaat. Vandaar dat wij een wetsvoorstel hebben ingediend om een echte minimale dienstverlening mogelijk te maken, waarbij 50 % van de treinen altijd rijdt. Op die manier hoeven de mensen niet meer als sardientjes in een blik te reizen, maar kunnen ze op een menswaardige en degelijke manier op hun werk geraken. Als dat nodig zou blijken, dan moet dat maar met opvordering van personeel. Zover willen wij ook gaan. Het is genoeg geweest, het is tijd om de reiziger opnieuw centraal te stellen. Het moet echt anders.

Dimitri Legasse:

Monsieur le ministre, vous ne préparez pas à l'avenir. Permettez-moi de vous le dire, vous cassez la machine, vous cassez les travailleurs, et maintenant vous vous attaquez même au droit de grève. Sans travailleurs et avec toutes ces économies, les chemins de fer n'arriveront pas à l'heure en 2032. Détrompez-vous! Cessez de dire qu'il ne s'agit pas d'une privatisation, car c'en est une! Les exemples étrangers nous montrent à quel point cela ne fonctionne pas. Regardez le Royaume-Uni! Monsieur le ministre, vous parlez de budget réaliste et, dans le même temps, vous parlez de 700 millions d'économies. On savait que ce gouvernement n'avait absolument aucune ambition pour le climat, on sait maintenant que les chemins de fer ne sont pas non plus une priorité. Je ne vous remercie pas.

Europa

De inschrijving van het IRGC op de Europese lijst van terroristische organisaties

Gesteld door

N-VA Darya Safai

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 29 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Darya Safai bekritiseert het Iraanse regime en de IRGC als "terroristen" die massamoorden pleegden (60.000 doden, 250 executies) en eist sluiting van de Iraanse ambassade in België als "spionnennetwerk", ondanks de late EU-terreurlijstplaatsing. Jean-Luc Crucke bevestigt dat België en de EU de IRGC willen sanctiëren en op de terreurlijst zetten, samen met 11 entiteiten en 17 personen, wegens mensenrechtenschendingen en steun aan Rusland, maar benadrukt dat druk "binnen internationaal recht" moet blijven. Safai herhaalt haar oproep tot ambassadesluiting, verwijzend naar Duitse claims dat het regime "in laatste dagen" verkeert en roemt het "vastberaden" Iraanse verzet dat volgens haar "zal winnen".

Darya Safai:

Meer dan 60.000 doden in amper twee dagen, 60.000 levens uitgewist, meer dan 300.000 mensen opgesloten, meer dan 250 executies tot vandaag, dat alles was mogelijk omdat het regime van de ayatollahs zijn geld in de IRGC heeft gepompt. Het IRGC zijn geen soldaten, het IRGC is geen veiligheidsdienst. Het zijn terroristen, collega’s. Zij schoten met sluipschutters op jongeren, op vrouwen en op kinderen. Alsof dat nog niet genoeg was, werden slachtoffers die al gewond waren en al op een ziekenhuisbed lagen, met een laatste kogel in het voorhoofd afgemaakt. Dat is pure, kille massamoord, een misdaad tegen de menselijkheid.

Jarenlang hebben we gevraagd om de IRGC op de Europese terreurlijst te plaatsen. We hebben gewaarschuwd dat de massamoord kon worden voorkomen. Vandaag is het eindelijk zover, maar het blijft bitter na zoveel pijn en na zoveel verloren levens.

Nu mogen we niet stoppen. Mijnheer de minister, vroeg of laat zullen alle Europese landen met hun nieuwe houding Iraanse ambassades sluiten. Is ons land bereid de Iraanse ambassade, of beter gezegd zijn spionnennetwerk, te sluiten?

Jean-Luc Crucke:

Vanaf het begin veroordeelde minister Prévot de onevenredige en bloedige reactie van de autoriteiten op vreedzame demonstranten, die legitieme eisen hadden en nog steeds hebben. Zij hebben het recht om in een democratie die rechten respecteert, te leven, een democratie waarin mensen hun leiders kunnen zien en kiezen, het recht om in aanvaardbare sociaal-economische omstandigheden vrij te leven, het recht om niet op een misbruikende manier gevangen te worden gezet, het recht om humaan behandeld te worden en niet ter dood veroordeeld te worden.

Onze regering besliste samen met andere Europese lidstaten het initiatief te nemen om de Iraanse Revolutionaire Garde op de Europese terreurlijst te plaatsen en te pleiten voor strengere economische en andere sancties.

Dat is precies wat minister Prévot nu aan het doen is op de Raad Buitenlandse Zaken van de EU.

We hopen dat men daar de noodzakelijke unanimiteit bereikt. Onder de verschillende regimes van de EU werden voor Iran al sancties genomen tegen 373 individuen en 344 entiteiten, inclusief van de Iraanse Revolutionaire Garde. Vandaag hopen we dat de gehele organisatie op de terroristenlijst van de EU wordt geplaatst en dat er sancties worden genomen tegen 11 entiteiten en 17 personen vanwege mensenrechtenschendingen en vanwege militaire steun van Iran aan de Russische agressieoorlog en aan gewapende groepen in de regio. Druk uitoefenen op het Iraanse regime, zoals wij dat doen, is noodzakelijk en moet altijd gebeuren met respect voor het internationaal recht.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. De Duitse bondskanselier Merz zei gisteren dat hij geloofde dat we nu de laatste dagen en weken van het Iraanse regime meemaken. Hij heeft gelijk. Er circuleren talloze videobeelden van mensen die afscheid nemen van hun dierbaren en hun vragen om, als zij niet terugkomen, de vlag verder te dragen en de missie voort te zetten, tot Iran vrij is. De Iraniërs zijn vastberaden, moedig en onverzettelijk. Ze zullen doorgaan tot het einde en ze zullen winnen. Wij moeten hen op alle mogelijke manieren steunen. Alle ambassades van het Iraanse regime in Europa moeten nu gesloten worden, ook bij ons. Die terroristen maken niet alleen Iran onveilig, maar ook ons land.

mobiliteit en transport

De veiligheid in onze stations
De politieaanwezigheid in het station Luik-Guillemins
Veiligheid en politieaanwezigheid in stations

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 22 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Maaike De Vreese bekritiseert dat Securail-agenten en spoorwegpolitie (met bezettingsgraden onder 50% in Vlaanderen) onvoldoende beschermd zijn tegen escalerend geweld—inclusief wapenaanvallen—en eist concrete uitvoering van regeerakkoordmaatregelen, zoals een duidelijke taakverdeling tussen veiligheidsdiensten. Sophie Thémont beschuldigt de regering van bewuste onderfinanciering (o.a. sluiting opvangstructuren, Plan Grand Froid) die sociale nood in stations (bv. Luik-Guillemins) verergert, en noemt de veiligheidsinvesteringen (camera’s, politie-inzet) onvoldoende en neerwaarts gericht op personeelsrechten. Namens minister Quintin belooft Eléonore Simonet versterkt veiligheidscontinuüm (realtime cameratoegang voor lokale politie, 20 extra agenten in Brussel-Zuid, bodycams, betere juridische samenwerking) en gerichte acties (bv. drugscriminaliteit via TECOV-platform), maar De Vreese en Thémont ontkennen de effectiviteit: de eerste wijst op structurele onderbezetting en gebrek aan mandaat voor Securail, de tweede noemt het beleid "volkomen losgekoppeld van de realiteit" en eist budtaire herstelmaatregelen.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, ik sta hier vandaag om de stem te vertolken van alle mensen die in onze treinen en stations instaan voor de veiligheid van de treinreizigers. De veiligheidsagenten van Securail trekken niet voor de eerste keer aan de alarmbel. Deze dienst werd opgericht aan het begin van deze eeuw, maar is in 2025 niet meer aangepast aan de dagelijkse realiteit. De veiligheidsagenten worden immers steeds vaker geconfronteerd met verbale en fysieke agressie. Ze worden zelfs aangevallen met wapens en messen.

Kort na mijn verkiezing als Kamerlid benaderde een veiligheidsagent mij en hij vertrouwde me toe dat hij zich helemaal niet meer veilig voelde. Hij doet zijn job met hart en ziel, maar hij vraagt zich af of hij zijn job nog verder wil doen en of het nog verantwoord is ten opzichte van zijn gezin, aangezien hij vreest dat het vroeg of laat uit de hand zal lopen.

Ook de spoorwegpolitie slaakt een noodkreet, want zij zijn volledig onderbemand, zeker in Vlaanderen. De bezettingsgraad in Brussel bedraagt 110 %, in Wallonië 70 % à 80 % en in Vlaanderen nog geen 50 %. Zowel Securail als de spoorwegpolitie slaken een noodkreet. Minister, het regeerakkoord bevat heel wat maatregelen met betrekking tot deze problematiek. U bent daarmee bezig, maar op basis van wat ik hoor, kan ik alleen maar vaststellen dat dit nog niet doorwerkt op het terrein.

Op welke manier zult u ervoor zorgen dat de maatregelen die deze federale regering voorziet ook voelbaar zijn op het terrein?

Sophie Thémont:

Madame la ministre, nos gares sont un miroir de la société et sont des lieux publics en première ligne face à la politique d’exclusion et antisociale de votre gouvernement. Les coupes dans les services publics tels que la SNCB font mal. Les voyageurs et le personnel des chemins de fer sont inquiets parce que, depuis plusieurs mois, le sentiment d’insécurité en gare de Liège-Guillemins est bien présent, notamment à cause d’une situation psychosociale complexe, avec des personnes en grande détresse sociale et psychologique. Cette situation demande une réponse globale sur le plan sécuritaire et policier, mais pas seulement. Il faut aussi venir en aide à ces personnes.

La situation à Liège n’est qu’un exemple parmi tant d’autres. La fermeture par votre gouvernement de structures d’accueil et la suppression des financements fédéraux au Plan grand froid aggravent encore le problème et laissent une nouvelle fois les bourgmestres, la police locale et le secteur associatif assumer les devoirs du fédéral.

Malgré des interventions ponctuelles, le constat est celui-là. Malgré vos promesses et vos investissements dans des caméras, le gouvernement n’investit pas assez dans la police des chemins de fer (SPC) et préfère s’attaquer au statut du personnel ferroviaire et à ses conditions de travail. La situation chez Securail est catastrophique.

Dans ce contexte lourd, madame la ministre, quelles sont vos réponses quant à la situation en gare de Liège, mais aussi plus globalement en province de Liège, où je suis bourgmestre, et sur l’ensemble du territoire?

Des mesures particulières ont-elles été envisagées ou mises en œuvre par la SPC en collaboration avec Securail afin de renforcer la présence policière ou d’améliorer la coordination avec les autorités locales et les autres acteurs concernés, en ce compris dans une prise en charge psychosociale des personnes? Quelles pistes complémentaires sont-elles envisagées pour assurer un cadre sécurisant et apaisé?

Eléonore Simonet:

Mevrouw De Vreese, madame Thémont, ik wil u eerst namens minister Quintin bedanken voor uw vragen. Hij heeft mij verzocht u zijn antwoord te bezorgen.

Veiligheid op en rond onze stations is een absolute prioriteit. Agressie en geweld tegen reizigers, treinpersoneel, Securail-agenten en andere veiligheidsmedewerkers zijn totaal onaanvaardbaar. Dat tolereren we niet en daar zullen we consequent en kordaat tegen optreden. Onze stations zijn cruciale toegangspoorten tot ons land. Met de regering stellen we één duidelijke prioriteit, iedereen moet zich veilig voelen op het perron, in de trein en in de volledige stationsomgeving. Securail staat in voor de veiligheid van reizigers, personeel en klanten via preventieve patrouilles en zowel statische als mobiele bewaking in stations, treinen en NMBS-gebouwen. Met meer dan 30.000 interventies per jaar is hun rol essentieel.

Daarom wil minister Quintin inzetten op een echt veiligheidscontinuüm tussen de spoorwegpolitie, Securail en de lokale politiediensten. In dat kader werden in 2025 de camerabeelden van de NMBS in realtime toegankelijker gemaakt voor de lokale politiezones. Teneinde de veiligheid van treinreizigers, veiligheidspersoneel en politie in en rond het station Brussel-Zuid te garanderen, worden bijkomend 20 agenten ingezet. In 2026 blijft minister Quintin werken aan een sterke coördinatie van het integrale veiligheidsbeleid voor vervoer- en spoorweginfrastructuur en dat in nauwe samenwerking met de minister van Mobiliteit. Wij werken aan juridische instrumenten om de operationele samenwerking tussen politie en Securail beter te structureren. Om Securail-agenten beter te beschermen tegen agressie en geweld versterken we de uitrusting van de veiligheidsdiensten. Wij willen het gebruik van bodycams veralgemenen voor veiligheidsmedewerkers en treinbegeleiders vooral op kwetsbare lijnen. Met die maatregelen versterken wij de aanwezigheid, verhogen wij de zichtbaarheid en kunnen wij sneller en gerichter ingrijpen.

Madame Thémont, la police des chemins de fer est régulièrement engagée en soutien de Securail, tandis que la police fédérale participe à des opérations coordonnées et visibles dans les zones sensibles, notamment autour de la gare de Liège ‑ Guillemins, afin de lutter contre la criminalit é et le sentiment d ’ ins é curit é . Ces actions compl è tent efficacement le travail de Securail, en particulier lorsque des comp é tences de police administrative ou judiciaire sont requises.

Par ailleurs, la police fédérale mène une lutte ciblée contre les réseaux de trafic de stupéfiants à Liège, y compris dans le périmètre de la gare, notamment via la plateforme TECOV qui facilite l’échange d’informations et la coordination d’actions conjointes sous la direction de la direction de coordination et d'appui (DCA) de Liège.

Enfin, depuis 2025, les opérations "Full Integrated Police Action" (FIPA) Grandes Villes, lancées par le ministre Quintin, renforcent cette approche en ciblant la criminalité violente liée aux stupéfiants ainsi que les phénomènes générateurs d’insécurité.

Naturellement, si vous avez des questions statistiques plus précises, le ministre vous renvoie vers des questions écrites, auxquelles il réservera bien sûr la meilleure attention.

Maaike De Vreese:

Eén ploeg is er in Brugge, die de veiligheid van de stations moet bewaken in heel West-Vlaanderen. Die ploeg wordt dan nog eens opgeroepen naar de andere kant van Vlaanderen, om daar incidenten op te lossen. En dan zijn er de mensen van Securail, veiligheidsagenten die hun werk doen, maar men kan niet verwachten dat veiligheidsagenten, die in de eerste lijn staan, zonder mandaat en zonder middelen, dezelfde job doen als de politie. Daarom is het zo belangrijk de spoorwegpolitie te versterken en ook zeer duidelijk in een taakverdeling te voorzien

De rondzendbrief moet gewijzigd worden, mevrouw de minister, om in een zeer duidelijke taakverdeling te voorzien tussen de lokale politie, de spoorwegpolitie en Securail. Ik meen echt dat we dat die mensen verschuldigd zijn, die dag in, dag uit hun leven op het spel zetten om onze veiligheid te bewaken.

Sophie Thémont:

Madame la ministre, je ne vais pas vous dire merci parce que je ne pense pas avoir reçu de réponses à mes différentes interrogations. Vous dites que, pour vous, la sécurité est une priorité absolue, que des moyens sont mis en place et qu'en plus, ils sont efficaces. Franchement, je crois que vous êtes complètement déconnectée de la réalité. Je vous invite d'ailleurs, avec le ministre Quintin, à venir voir la gare des Guillemins. Vous coupez systématiquement dans les différents budgets, dans les budgets sociaux, dans les services publics, notamment avec les fermetures de guichets. Vous avez un bilan catastrophique. Vous savez également que la police des chemins de fer manque de moyens. Ce sont encore une fois les autorités locales et les zones de police qui doivent pallier le manque d’accomplissement des missions du fédéral, sans en avoir les effectifs et encore moins les budgets. Cette situation devient insoutenable.

klimaat, energie en landbouw

De betrekkingen met de VS, het standpunt van de premier en de bijeenkomst van de Europese Raad
De trans-Atlantische relaties en het Mercosur-handelsakkoord
Het Forum in Davos en het rapport van Oxfam over de concentratie van rijkdom in de wereld
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De industriecrisis en de Antwerpse haven
De trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De trans-Atlantische relaties
De stand van zaken met betrekking tot de trans-Atlantische relaties
Groenland en de trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en het standpunt van Trump over Groenland
De geopolitieke situatie rond Groenland
Internationale betrekkingen, handel en geopolitieke ontwikkelingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 22 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s reactie op de agressieve Amerikaanse houding onder Trump, met name de dreiging rond Groenland, handelsoorlogen en de ondermijning van Europese soevereiniteit. Kritiek komt van links (PTB, Ecolo-Groen) en rechts (N-VA, MR): Dermagne (PS) noemt de regering hypocriet door harde woorden in Davos niet om te zetten in daden (bv. annuleren F-35-aankoop), Hedebouw (PTB) bekritiseert het "twee maten, twee gewichten"-beleid (Groenland vs. Congo/Palestina), terwijl De Smet (Les Engagés) en Bouchez (MR) juist strategische Europese autonomie eisen via defensie-investeringen en handelsakkoorden (bv. Mercosur). De premier (Bart De Wever) benadrukt dat Europa’s waardigheid "niet te koop" is, maar stelt concrete stappen (bv. Europese kapitaalmarkt, defensie-samenwerking) voorop, zonder de F-35-deal of NAVO-band te breken. Sceptici (bv. Mertens, Almaci) wijzen op gebrek aan mandaat voor deals zoals die met Rutte-Trump en eisen onmiddellijke symbolische actie (F-35-schrapping).

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre: "Reculez, nous irons jusqu'au bout!", "Nous frôlons le point de rupture!", "Un contre tous, tous contre un!". Monsieur le premier ministre, ces mots ne sont pas les miens, de même qu'ils n'ont pas été générés par l'intelligence artificielle. Ces mots, ce sont les vôtres. Ces dernières heures, ils témoignent d'un changement de ton manifeste à l'égard du président américain Donald Trump et de son administration. Vous semblez, monsieur le premier ministre, avoir soudainement trouvé les mots que nous attendions ici depuis des semaines. En tout cas, nous étions nombreux à attendre une expression telle que celle-là. Ce sont des mots forts, presque courageux s'ils avaient été prononcés plus tôt, comme si, enfin, la menace de Trump et de son administration vous sautaient aux yeux après des décennies d'atlantisme béat. Ces mots, nous ne les avions jamais entendus de la part de votre gouvernement au sein de ce Parlement. Pourtant, cela fait longtemps que les lignes rouges ont été franchies par Trump et son administration: Venezuela, Ukraine, Groenland, et j'en passe.

Cependant, monsieur le premier ministre, ces mots vont-ils résonner jusque dans ces murs ou bien vous êtes-vous laissé griser par l'air des Alpes suisses? Surtout, monsieur le premier ministre, vont-ils enfin se traduire en actes gouvernementaux? Vont-ils être partagés par l'ensemble de l'Arizona? Prenons votre parti: le ministre de la Défense, atlantiste béat et meilleur ambassadeur de l'industrie de la défense américaine, va-t-il enfin accepter de remettre en cause l'achat de nouveaux F-35? Quid de votre groupe au Parlement européen, qui a voté contre la suspension de l'accord commercial extorqué par les É tats-Unis à la faiblesse des dirigeants européens? En quelques mots, allez-vous passer de la parole aux actes? Quelle sera la position de votre gouvernement?

Alexia Bertrand:

Mijnheer de eerste minister, in Davos was er deze week veel volk, veel contacten, veel speeches, goede, minder goede en slechte. Denk aan die spreker die met drie uur vertraging is aangekomen, maar nog net op tijd om 72 minuten over zichzelf te spreken en Groenland met IJsland te verwarren. Er was ook een spreker die zeer sterk sprak over de nieuwe internationale orde en over interne hervormingen. Het had u kunnen zijn, mijnheer de premier, maar ik heb het nu over Mark Carney, de Canadese premier, die intussen thuis de meerwaardebelasting heeft afgeschaft en de taksen heeft verlaagd om investeringen aan te trekken.

Dan was er uw speech. Sterk, ik meen het. " We have to wake up ,” zei u terecht. " If you back down now, you lose your dignity ." Wie zich als een vod laat behandelen, zal ook als een vod behandeld worden. U hebt gelijk. “ We need new alliances ." Net daarom, mijnheer de premier, is Mercosur zo belangrijk. En ja, " maybe Europe at different speeds ". Ik wil er één zin aan toevoegen: " The proof of the pudding is in the eating ."

Mijnheer de premier, internationaal klinkt u sterk en duidelijk, maar thuis lijkt het soms moeilijker om iedereen mee te krijgen. Dat hebben we gisteren nog gezien. Drie van uw coalitiepartners hebben in het Europees Parlement Mercosur doorgestuurd naar het Europees Hof. Het resultaat is twee jaar vertraging. Ze hebben export, jobs en nieuwe partners geblokkeerd. Uw Duitse collega, bondskanselier Merz, heeft deze ochtend zeer klare taal gesproken. Het is genoeg geweest. Duitsland past Mercosur voorlopig toe.

Mijn vraag is heel eenvoudig, mijnheer de premier. Zal België doen zoals Duitsland? Zult u Mercosur voorlopig toepassen, ja of nee?

Sarah Schlitz:

Monsieur le premier ministre, j’espère que votre déplacement à Davos s’est bien passé et que vous avez pu profiter du voyage en avion pour examiner en profondeur le rapport d’Oxfam sur les inégalités. Les conclusions sont vertigineuses et, chaque année, elles dépassent l’entendement. Que découvre-t-on cette année? Une accumulation de richesses jamais vue auparavant. Entre 2020 et 2025, la richesse des milliardaires a doublé alors que la moitié de l’humanité vit aujourd’hui dans la pauvreté.

Le rapport contient également des éléments concernant la Belgique, qui devraient vous intéresser. On y découvre notamment l’apparition de six nouveaux milliardaires dans notre pays. Nous comptons aujourd’hui dix-sept milliardaires qui possèdent à eux seuls une richesse équivalente à celle de l’ensemble des Wallons réunis.

Ces grandes fortunes ne se contentent pas d’accumuler des produits de luxe ou de s’adonner à des loisirs dispendieux qui détruisent la planète. Aujourd’hui, elles ne se cachent même plus d’essayer de déstabiliser des régimes et des États qui ne les intéressent pas ou qui les dérangent.

S’agit-il de tous les milliardaires? Non, "not all milliardaires", il est vrai. Cette année, une surprise est venue de Davos. Je ne parle pas des lunettes du président Macron, mais bien de la tribune de 400 milliardaires et millionnaires qui appellent les chefs d’État réunis à Davos à faire davantage contribuer leurs semblables et à instaurer un système de taxation plus juste.

Monsieur le premier ministre, allez-vous, comme vous l’avez fait dans d’autres dossiers, tenir tête à ces milliardaires, prendre la tête d’un front pour aller jusqu’au bout, comme vous l’avez déclaré, afin que chacun contribue à l’effort que vous demandez à l’ensemble des Belges, ou allez-vous céder au lobby des multinationales américaines et les exonérer de l’impôt minimum?

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre de Belgique, enfin, l'élite européenne, les partis traditionnels belges sont en train de lever le voile de naïveté profonde qu'il y avait par rapport à l'impérialisme américain depuis des années.

Depuis des années, le PTB dit que l'impérialisme américain est le principal danger au niveau de la planète sur le plan des guerres et de l’économie. De nombreuses polémiques sont intervenues: "Non, au PTB, vous êtes naïfs, vous êtes campés, etc." Regardez ce qui se passe! Regardez ce qui se passe devant nos yeux! L'impérialisme américain est effectivement un danger.

Et je vais vous dire pourquoi nous avons une bonne boussole pour analyser la géopolitique? Pour deux raisons.

D'une part, en tant que parti marxiste, nous analysons clairement les contradictions économiques. D'ailleurs, hier, vous avez cité Gramsci; vous avez même cité Lénine. C'est la bonne direction, monsieur le premier ministre! Ce sont les bonnes clés d'analyse. Nous analysons qu'aujourd'hui, une puissance impérialiste, menacée dans son déclin économique, va essayer de compenser son retard économique sur la Chine et d'autres pays par la puissance militaire. Voilà le danger de l'impérialisme américain aujourd'hui.

D'autre part, le PTB a raison parce qu'il met les lunettes des pays du Sud. Vous avez raison d'appeler aujourd'hui à la défense de la souveraineté nationale du Groenland. Vous avez raison! Mais, si nous appelons l'Europe à défendre la souveraineté nationale du Groenland, pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple congolais? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple cubain? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple vénézuélien? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour les peuples africains, d'Amérique latine et d'Asie? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple iranien? Pourquoi, collègues, ne le faisons-nous pas pour le peuple palestinien? Pourquoi ce deux poids deux mesures? Telle est la question qui nous est posée!

Au PTB, nous écoutons évidemment tous ces pays du Sud qui vivent déjà sous la dictature et le joug de l'impérialisme américain depuis des dizaines d'années et qui en ont marre de cet ordre mondial. J'espère, collègues, que l'Europe va se réveiller! (…)

Voorzitter:

Dat brengt ons naadloos bij collega Mertens.

Peter Mertens:

Mijnheer de premier, ik heb maar één vraag: met welk mandaat heeft Mark Rutte onderhandeld over Groenland?

De NAVO is uiteraard geen vastgoedbedrijf dat hier en daar stukken land kan verkopen. Het komt uiteindelijk de mensen in Groenland zelf toe om te beslissen over de toekomst van Groenland. De NAVO heeft geen enkele bevoegdheid, hoe dan ook, om maar iets te onderhandelen over Groenland.

Ik lees dat er gezegd wordt dat Rutte en Trump niet hebben gesproken over kwesties inzake soevereiniteit. Nochtans, alles wat naar buiten komt, zegt het tegendeel.

Ten eerste, de VS zouden militaire basissen krijgen als autonoom grondgebied van de Verenigde Staten, naar het model van de Britse basissen op Cyprus. Vanaf die basissen vertrekken trouwens dagelijks vliegtuigen naar Gaza. Amerikaans grondgebied!

Ten tweede, de VS zouden ook inspraakrecht krijgen bij alle investeringen in Groenland, en zelfs een vetorecht om bepaalde investeringen tegen te gaan.

Ten derde, het zou ook om mineralen gaan. Trump zei zelf na de deal dat hij er niet veel over wilde zeggen, maar het ging in ieder geval over veiligheid en over mineralen, en hij noemde het "een fantastische deal voor ons". Trump geeft dus zelf toe dat het ook over de toegang tot mineralen gaat.

Kortom, militaire basissen, investeringsveto’s en toegang tot mineralen. Trump hoeft maar een klein beetje te blaffen, een beetje te dreigen met economische tarieven en sancties tegen de Europese Unie, en de Europese Unie gaat plat op de buik.

U hebt gisteren terecht gesproken over de waardigheid van de Europese Unie, maar waar in die deal, waarover Mark Rutte onderhandelde met Donald Trump, zit de waardigheid van de Europese Unie?

Daarom heb ik maar één vraag: met welk mandaat is Mark Rutte daar eigenlijk gaan onderhandelen met Trump? Was dat een mandaat van de Europese Unie? Zo ja, waar staat dat mandaat op papier? Waar zijn de grenzen van dat mandaat? (…)

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, moeten wij nu opgelucht zijn? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen geweld wil gebruiken tegen Groenland? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen extra tarieven meer wil toepassen? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat België geen doelwit is? Het antwoord is natuurlijk neen.

Er was ooit een minister van Buitenlandse Zaken die opmerkte dat diplomatie met Trump hetzelfde is als de film 50 First Dates . Dat is het verhaal van een man die verliefd wordt op een vrouw met kortetermijngeheugenverlies. Elke dag opnieuw moet hij zijn best doen om haar te overtuigen dat hij de juiste is. Met Trump is dat net hetzelfde. Wij weten nooit waar wij de volgende dag staan.

Dat zorgt ervoor dat de Verenigde Staten geen betrouwbare bondgenoot zijn en dat Trump een gevaar is voor onze economie en voor onze koopkracht. Dat gevaar is na gisteren niet verdwenen. De onzekerheid waarin hij ons meesleept, heeft immers gevolgen voor onze economie door minder investeringen, minder consumptie en hogere tarieven. Dat mogen en kunnen Europa en België niet aanvaarden. Onze welvaart mag niet afhangen van het humeur van Donald Trump.

Net daarom is het heel belangrijk dat Europa met één stem spreekt, dat wij samenwerken en dat wij werken aan onze veiligheid, onze economie en onze democratie. Daarom is die top vanavond zo belangrijk.

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, er werd gisteren gesproken met Trump. Wat nog belangrijker is, is de hiernavolgende vraag. Wat zal er vanavond worden aangegeven op de Europese top?

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, je vous dis très sincèrement bravo. Enfin, une prise de parole claire et forte de rupture avec Donald Trump et l’intimidation insupportable qu’il impose aux Européens! Franchement, il était temps. Entre votre ministre des Affaires étrangères et son chèvrechoutisme plus ou moins engagé, entre votre ministre de la Défense qui fait le groupie sur les réseaux sociaux avec des drapeaux américains, et votre président du MR, qui a des étoiles dans les yeux lorsqu’il lit le plan de sécurité nationale de M. Trump, qu’il aurait pu écrire lui-même, je vous le rappelle, il était grand temps que l’Arizona se dote d’un cap clair. Ce cap clair, c’est qu’en 1949, nous avons décidé de rejoindre une alliance de pays libres et non un pacte de Varsovie dominé par une superpuissance. Ce cap, je vous invite vraiment à le tenir.

Il ne faut pas être naïf une minute sur la soi-disant volte-face de M. Trump sur le Groenland, hier. C’est le problème quand on est dans une relation toxique avec un pervers narcissique: dès qu’il arrête de frapper, dès qu’il arrête de menacer, on croit qu’il faut être soulagé. Non, pas du tout. Le rapport de force ne fait que commencer. J’ai une question importante à ce sujet.

Vous êtes le chef d’un gouvernement, vous êtes le chef de la diplomatie d’un État membre de l’OTAN. Le secrétaire général de l’OTAN nous annonce un accord-cadre. Avez-vous été consulté? Avez-vous donné un mandat? Par hasard, savez-vous ce qu’il y a dans cet accord-cadre? Sinon, cela pose problème.

J’ai également une demande. Je crois que nous serons tous d’accord sur ce point. Le fond du problème est l’indépendance de l’Europe, son indépendance en matière de défense, d’industrie et d’énergie. Ma demande est toujours la même depuis un an, depuis l’arrivée de votre gouvernement. Renoncez au contrat visant à acheter 11 F-35 supplémentaires. Vous devez le faire, il n’y a pas d’autre solution. Même un vassal heureux ne peut pas payer un milliard d’euros pour entretenir sa cage. Vous devez renoncer à cette commande.

Els Van Hoof:

Mijnheer de premier, velen van ons hebben gisteren naar de toespraak van president Trump in Davos geluisterd. Wij hebben allen gevoeld hoe de vrieskou in Groenland of Davos in het niets verdwijnt bij Trumps kille dreigementen. De oude wereldorde is dood en begraven. Nostalgie is geen strategie meer, of we dat nu willen of niet. De Canadese premier verwoordde dat ook zeer duidelijk in zijn schitterende toespraak. Voor cd&v zijn er drie lessen te trekken.

Ten eerste zijn de VS geen betrouwbare bondgenoot meer. Europa mag zich niet langer overleveren aan de grillen van een pestkop of monster. Internationaal recht en soevereiniteit moeten primeren op het recht van de sterkste.

Ten tweede moet Europa zijn tanden laten zien. Door de Europese eensgezindheid van de lidstaten, maar ook door het feit dat heel wat tegenmaatregelen werden geopperd, hebben de VS eindelijk begrepen dat Europa belangrijk is voor hun economie.

Ten derde staat Europa misschien alleen, maar totaal niet geïsoleerd. We moeten werken aan onze Europese defensiesamenwerking. We moeten minder afhankelijk worden van onbetrouwbare partners. Tegelijkertijd moeten we ook allianties uitbouwen met andere democratieën, zoals Canada, Australië en Japan. Er zijn veel mogelijkheden en daar moeten we gebruik van maken om te evolueren naar een nieuwe wereldorde.

Ik heb vandaag nog een belangrijke vraag over de Europese top. Het blijft belangrijk dat we Europese tegenmaatregelen voorbereiden, want een voorbereide Europese Unie is er twee waard. Die maatregelen kunnen dan worden ingezet wanneer dat noodzakelijk is.

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, nous pouvons réellement constater que lorsque l’émotion gouverne, c’est la bêtise qui règne. Nous avons vu le débat public passer d’une naïveté en puissance à une agressivité sans puissance.

Aujourd’hui, l’heure n’est certainement pas à la lâcheté, mais elle n’est pas davantage à la bravade. Nous devons apporter une réponse intelligente face à la situation mondiale. Cette réponse intelligente passe uniquement par la souveraineté européenne.

Certains vous ont parlé de mettre les lunettes du Sud. Pour ma part, je vais simplement mettre les lunettes de l’Europe, de l’Occident, des démocraties libérales. Si aujourd’hui nous achetons des F ‑ 35, c ’ est parce qu ’ il n ’ existe aucun avion europ é en aussi performant. Nous devons le construire.

Si aujourd’hui nous achetons autant à la Chine, c’est parce que des logiques "bobo" nous ont conduits à détruire notre industrie. Si aujourd’hui nous devons commercer avec des pays arabes ou avec la Russie, c’est parce que nous avons fait croire aux gens que des moulins à vent allaient nous garantir notre sécurité énergétique.

Aujourd’hui, il ne sert à rien de parler de Trump car ce n’est pas lui qui a porté atteinte à la souveraineté européenne. Ce sont les choix d’une série de partis politiques de cette Assemblée, au cours des 30 dernières années, qui nous ont affaiblis.

Nous devons retrouver de la force. Nous devons retrouver de la puissance. Pour cela, nous devons également savoir où se situent nos intérêts. Et oui, monsieur Hedebouw, nos intérêts sont au sein de l’OTAN. En 2029, M. Trump ne sera plus là mais vos amis chinois et russes continueront à constituer des menaces durables pour l’Union européenne, pour les démocraties libérales et pour l’Occident. Nous devons donc nous mettre clairement en marche!

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, j'entends que vous dites "Résiste et mords!" C'est ce que vous avez fait, et je vous en félicite, avec le ministre des Affaires étrangères à vos côtés.

Cela ne date pas d'hier, puisque depuis plusieurs mois, vous avez fait preuve de fermeté et vous avez mis en avant la puissance du droit international. La crédibilité, la force internationale de notre pays s'est renforcée, que ce soit lorsqu'il a fallu résister dans le dossier des avoirs russes gelés ou lors des prises de position concernant Gaza.

Cette fermeté, vous l'avez à nouveau exprimée dès l'annonce des premières menaces douanières et du chantage de Donald Trump concernant sa volonté d'annexer le Groenland.

Nous ne pouvons, mesdames, messieurs, accepter que la loi du plus fort l'emporte sur le droit des plus faibles. Les alliances ne peuvent se limiter à un tas de transactions. Nos libérateurs d'hier, alliés de l'Europe depuis des décennies, seraient-ils devenus nos adversaires? Pire, en voulant annexer un territoire européen – eh oui, on touche à la souveraineté européenne, monsieur Bouchez – veulent-ils devenir nos ennemis? Voilà la question que nous devons nous poser.

Le recul de Donald Trump face à la riposte de l'Europe ne peut que nous réjouir. Croire qu'il en restera là serait faire preuve de grande naïveté. Résister et mordre, comme vous l'avez dit, nous pouvons le faire, mais de façon structurée. Nous devons préparer, au travers d'actions fortes, comme cela a été dit par ma collègue, dans le cadre de transactions structurées entre les États-Unis et l'Europe, toute une série d'éléments pour pouvoir riposter le cas échéant.

Monsieur le premier ministre, est-il vrai que le Danemark a accepté de céder quelques petites parties du territoire de l'Alaska aux USA, comme l'a rapporté le New York Times ? Quel était le mandat donné à M. Rutte?

La Maison-Blanche, par ailleurs, annonçait que la Belgique avait rejoint le Conseil de la paix. Pouvez-vous nous confirmer que c'est simplement une fake news de plus? Je vous remercie.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de eerste minister, de oude wereldorde is dood. Zelfs na de bocht van Trump gisteren in Davos is die oude wereldorde dood. Het is lelijk zaken doen met hem en zijn vazallen. Al lijkt de militaire dreiging voor Groenland vandaag verdwenen, wie weet wat zijn driftbui van morgen zal brengen.

De naïviteit van veel westerse leiders, inclusief in deze regering, is nu hopelijk echt weg. Hopelijk heeft Theo begrepen dat hij niet zo aan het handje van daddy moet lopen en hebben sommige regeringsleiders begrepen dat plezierreisjes naar Qatar misschien toch niet het beste idee zijn.

Onze bondgenoten bevinden zich elders. In Canada, dat een heldere tussenweg heeft getoond, en bij de Amerikaanse burgers die zich vandaag verzetten tegen ICE, tegen de dreigementen, tegen Powell en tegen de kortzichtige economische en buitenlandse politiek van Trump. Nog nooit vond een president in de VS zo weinig steun bij de eigen bevolking. De Californische gouverneur heeft nagels met koppen geslagen toen hij de westerse leiders pathetisch noemde.

Naar aanleiding van de handelsheffingen vroeg ik u op 3 april 2025 in het halfrond om de antidwangmaatregelen op de Europese tafel te leggen. U hebt dat weggewuifd.

De vraag is nu hoe ons land en hoe u zich vanavond zult opstellen, verder in de feiten. Zult u maximaal tegengewicht bieden, met zo weinig mogelijk nadelen voor onze bevolking en onze bedrijven?. Wanneer zult u de internationale orde ondubbelzinnig verdedigen, of het nu gaat om Netanyahu die in ons land landt, om het veroordelen van de inval in Venezuela of om de Vredesraad?

We hebben meer hefbomen dan we denken en er is er een die we op korte termijn kunnen inzetten, met name die extra F-35's. Annuleer die aankoop. Die aankoop is waanzin. De annulering daarvan is een quick win die Trump en de zijnen raakt waar het pijn doet. Dat is een taal die hij begrijpt. Na een jaar van vergoelijken en sussen (…)

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, deze week bracht een geopolitieke rollercoaster. Op maandag wilde hij een land binnenvallen. Op dinsdag wilde hij het kopen. Op woensdag wilde hij het terugpakken, omdat het ooit van hen was. Woensdagavond sprak u met de Amerikaanse president en hopla er is hoop, er is een oplossing in de maak. Chapeau, niemand doet het u na.

Alle gekheid op een stokje. De bezorgdheid van de Groenlanders en de Denen moet bijzonder groot geweest zijn. De bezorgdheid van ons allen was ook zeer groot. U hebt terecht een rode lijn getrokken, want een volk is niet te koop. De Denen zijn niet te koop, de Groenlanders niet en Europa al zeker niet.

Europa mag op het internationale toneel absoluut meer smoel krijgen. Daarover zijn we het helemaal eens. We moeten het internationale recht en de internationale verdragen respecteren en er vooral voor pleiten dat die gerespecteerd worden en blijven.

Maar, even belangrijk is de NAVO-alliantie, die ons al decennialang stabiliteit in de regio biedt. Ook daar moeten we een loyale partner zijn. Ook daar moeten we samen opkomen voor de rechten, de soevereiniteit en de territorialiteit van de volkeren en van onze Europese regio. Dat moeten we overal doen en met alle middelen die we hebben.

Mijnheer de premier, mijnheer de vicepremier, wat is onze rol? Hoe ziet u de optimale rol voor ons land in die allianties, binnen Europa en binnen de NAVO, om nu samen met de Denen en de Amerikanen het traject naar nieuwe stabiliteit uit te stippelen?

Bart De Wever:

Même en quinze minutes, on peut dire beaucoup, monsieur le président! Je dispose de la moitié du temps que Trump m'a accordé, chers collègues. Je pense que cela sera suffisant pour vous.

Merci pour vos questions. Je vais y répondre conjointement avec le ministre des Affaires étrangères, car certaines d'entre elles relèvent spécifiquement de ses compétences.

Ces derniers jours en Suisse, j'ai eu de nombreux contacts avec plusieurs dirigeants d'entreprise de premier plan, issus de grandes sociétés internationales, ainsi qu'avec des responsables politiques du monde entier. Cela ne vous surprendra pas: une certaine tension flottait dans l'air en Suisse. La menace renouvelée d'une guerre commerciale et la crainte d'une rupture au sein de l'Alliance atlantique suscitaient une grande inquiétude.

Het is volstrekt onaanvaardbaar dat het staatshoofd van een bondgenoot de soevereiniteit van een andere bondgenoot bedreigt. Denemarken en het Groenlandse volk hebben het onvervreemdbare recht op hun territoriale soevereiniteit. Zij en alleen zij hebben daarover finaal een mandaat te geven.

De boodschap die ik in Davos heb gegeven, was dan ook duidelijk. De Verenigde Staten zijn veruit de allersterksten in de NAVO, maar onze waardigheid is niet te koop. Wij zijn geen slaven.

De Arctische veiligheid belangt ons allemaal aan, maar de voorgestelde oplossing zal binnen de NAVO worden beoordeeld en binnen de NAVO worden uitgevoerd.

Heureusement, hier et aujourd'hui, il est apparu clairement que, pour l’instant, tant la menace militaire que les restrictions commerciales envisagées ont finalement été écartées. Cela constitue un point positif. Personne n’a à gagner d’une nouvelle guerre commerciale, ni l’Europe, ni les États-Unis. Les droits de douane conduisent toujours au même résultat: la destruction de la prospérité pour toutes les parties concernées. Nous avons donc pour l’instant échappé à une véritable catastrophe. Il est impératif de tirer des leçons de ce qu’il s’est produit.

Dans un monde idéal, les liens entre l’Europe et les États-Unis resteront étroits à l’avenir et nous continuerons, ensemble, dans un esprit de bonne entente, à bâtir la prospérité et la paix pour nos peuples liés par l’histoire. C’est en tout cas ce que je veux. Mais nous ne vivons pas dans le monde tel que nous le souhaitons, nous vivons dans le monde tel qu’il est réellement. La leçon est que nous, les Européens, devons être prêts à affronter des épisodes de tempête. Nous devons réapprendre à nous débrouiller seuls. Redresser la tête. Nous devons avoir une réponse prête lorsque nous sommes soumis à des pressions de la part de grandes puissances, d’où qu’elles viennent.

Canada’s eerste minister en intussen goede vriend Mark Carney gaf daarover inderdaad een zeer treffende toespraak. Het viel mij op dat hij daarin verwees naar de Melische dialoog van Thucydides, net zoals ik dat in New York deed: de sterken doen wat ze kunnen, de zwakken ondergaan wat ze moeten. Dat is niet de wereld die wij willen. De lidstaten van Europa zijn vandaag op zichzelf echter niet opgewassen tegen de druk van grootmachten die wel in die richting willen gaan. We staan echter niet alleen. Daarover wil ik het vanavond in de Europese Raad hebben. Niet over Trump, maar daarover. Over het feit dat we samen een te duchten handelsblok zijn en dat we die troef moeten durven uitspelen.

We hebben een eengemaakte markt, maar het is hoog tijd om die eengemaakte markt nu eindelijk af te werken. Het is tijd voor een eengemaakte kapitaalmarkt, zodat grotere volumes aan investeringen kunnen worden gegenereerd en bedrijven op ons continent kunnen blijven groeien, in plaats van noodgedwongen te verhuizen naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. We weten dat de Europese Unie op dat vlak traag en complex is. Daarom moet functionele integratie mogelijk zijn. Landen met dezelfde strategische economische belangen moeten sneller en dieper kunnen integreren.

Het is hoog tijd dat we militair opnieuw ferm op eigen benen gaan staan, leunend op een efficiënte en Europese defensie-industrie. Dat zal echter niet van vandaag op morgen gebeuren. Daar moeten we realistisch in zijn. We moeten er wel zo snel mogelijk naartoe evolueren.

Het is tijd om werk te maken van een gediversifieerde waaier aan strategische partnerschappen, gebaseerd op wederzijds respect en gestuurd op maximale vrijhandel. Dat kan inderdaad met middle powers zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Australië. Wat mij betreft zeer graag ook met Zuid-Amerika en met India, zoals commissievoorzitter von der Leyen dat in Davos aankondigde. Europa heeft het potentieel om een baken van stabiliteit, respect en welvaart te zijn. Onze honorering van gemaakte afspraken en onze voorspelbaarheid zouden van ons de meest aantrekkelijke partner ter wereld moeten maken. Onze buren willen graag lid worden van de Europese Unie. Dan moeten we echter wel dringend ons huiswerk maken, niet louter voor acute problemen op korte termijn, crisis na crisis na crisis. We moeten structureel werken. Innovatie, productiviteit en competitiviteit moeten centraal staan in alles wat we doen. Daarom maken we met onze regering in ons land alvast werk van lagere brutoloonkosten, een verlaging van de energiekosten voor de industrie, een stevig pakket aan maatregelen voor administratieve vereenvoudiging en structureel overleg met bedrijven en stakeholders onder de vlag van MAKE 2030. We proberen ook Europa in diezelfde richting te duwen.

In die geest ben ik volgende week maandag in Hamburg voor de North Sea Summit. Op 11 februari vindt daarom ook voor de derde keer de European Industry Summit plaats in de Antwerpse handelsbeurs. Op 12 februari komt op mijn vraag een informele Europese Raad in Alden Biesen bij elkaar met slechts één agendapunt: de Europese competitiviteit. Wij moeten dit momentum grijpen om welvaartcreatie opnieuw centraal te stellen en om weerbaar te worden. Dat is de hoofdboodschap die ik heb meegenomen uit al mijn contacten in Davos en dat is ook de boodschap die ik straks zal meegeven aan mijn Europese collega's.

De nood aan Europese daadkracht was de voorbije decennia nooit zo groot als vandaag. Het is nu aan ons om op het appel te zijn. Ik dank u.

Maxime Prévot:

Beste Kamerleden, de top van Davos bleek niet zonder verrassingen. De premier heeft het al gezegd, terwijl we oorspronkelijk dachten dat de oorlog in Oekraïne de gesprekken zou domineren, waren het uiteindelijk de verbale escalatie en de dreigementen van president Trump over Groenland die de aandacht trokken.

We waren aangekomen met een gevoel van urgentie. We vertrekken met de indruk dat er mogelijk een akkoord in de maak is en dat de druk, althans tijdelijk, afneemt, zowel op militair als op handelsvlak. Het is nog te vroeg om in detail te reageren op een akkoord waarvan de contouren nog niet bekend zijn. De Denen en de Groenlanders zullen het als eersten moeten bestuderen, gevolgd door alle NAVO-bondgenoten en de lidstaten van de EU.

Mais une chose est déjà certaine, cette séquence nous enseigne beaucoup.

Première leçon face à la brutalité – parfois – et à l’imprévisibilité – souvent – du président américain, notre ligne doit être immuable: garder la tête froide et resserrer les rangs. Sur la forme de nos messages, contrairement à ce que certains ont envie de croire ou de fantasmer, répondre sur le même ton ne mène nulle part. Monter dans l’invective, frôler l’insulte, c’est alimenter l’escalade. Les Européens doivent rester unis, cohérents et fermes. Être ferme ne signifie pas devoir crier fort. Nous devons opposer l’ordre au chaos de manière inlassable.

Deuxième leçon: garder son sang-froid ne signifie ni faiblesse ni concession. Sur le fond, les messages doivent être très clairs. Ils le sont, et ils ont été répétés à Davos et bien avant, y compris dans cette enceinte et dans la presse internationale, par mes soins. Le Groenland n’est ni à prendre, ni à vendre. C’est une ligne rouge et cela a été répété. Notre solidarité est totale à l’égard du Danemark, comme le sera aussi notre prise de responsabilité en matière d’accroissement de la sécurité de la région arctique. Le ministre de la défense s’y emploie.

De boodschap inzake Groenland moeten de Europeanen met één stem uitdragen: als u volhardt, zullen wij reageren; als u een handelsoorlog wilt, zullen wij u op gelijke voet behandelen.

Het bijeenroepen van een vergadering van de Europese Raad vanavond heeft reeds een duidelijk signaal gegeven van onze gedeelde bezorgdheden en van het urgentiegevoel dat ons drijft.

Die boodschap lijkt president Trump te hebben begrepen, aangezien hij gisteren aankondigde af te zien van zijn dreiging met tariefverhogingen voor bepaalde bondgenoten.

Ik herhaal nogmaals dat wij eensgezindheid en vastberadenheid moeten tonen.

Troisième leçon: ne nous laissons pas bercer par l'apparente accalmie. La pression retombe aujourd'hui, sans qu'il soit exclu que ce soit pour mieux revenir demain sur le Groenland, sur l'Ukraine ou sur un autre sujet. L'imprévisibilité va demeurer. Les tensions et menaces entre alliés ont atteint un tel sommet qu'il en restera des traces durables dans notre façon de penser et d'agir.

Plus fondamentalement, cette parenthèse de calme ne résout en rien nos propres vulnérabilités. Dans le fond, l'enjeu n'est pas de réagir à chaque soubresaut en provenance de Washington, de Moscou ou d'ailleurs, même si nous y sommes bien contraints, mais de regarder en face nos propres responsabilités et, comme l'a souligné le premier ministre, de préparer davantage notre palette d'outils de réaction pour ne pas entreprendre, quelque peu groggys, un processus quand nous nous situons au pic des tensions.

Je vous le disais ici la semaine dernière, chers collègues: l'Union européenne est forte quand elle est unie, et seulement quand elle est unie. Sans cette unité, elle ne pourra pas être un acteur géopolitique majeur. C'est aussi l'un des principaux défis pour l'Union européenne, un défi qui risque de devenir existentiel si nous ne prenons pas davantage la mesure de la nécessité de notre cohésion et que nous succombions aux tentations de relations plus bilatérales et hors du droit. La superpuissance américaine ne peut pas avoir comme pendant la superdépendance européenne.

Onze absolute prioriteit moet het versterken van de Unie zijn, niet de vluchtige verontwaardiging.

De premier en ikzelf zijn ervan overtuigd dat we moeten investeren in onze strategische autonomie, in de sleutelsectoren die onze veiligheid en onze welvaart bepalen. We moeten investeren in onze afschrikkingscapaciteiten. We moeten investeren in onze veerkracht. Alleen zo zullen we ophouden kwetsbaar te zijn voor de onvoorspelbaarheid van de wereld en voor de chantage, die sommigen niet schuwen.

De schijnbare ontspanning van de voorbije uren mag onze vastberadenheid op dat vlak geenszins ondermijnen. We kunnen het ons niet langer permitteren om die boodschap te negeren.

Quant à votre question connexe, madame Schlitz, sans en diminuer l'importance, le rapport d'Oxfam, publié voici quelques jours, rappelle l'importance de rester attentif aux difficultés vécues par une partie de la population.

Qu'un fossé se creuse dans la plupart des pays du monde entre les plus riches et les moins riches, c'est une réalité. Que des disparités subsistent aussi en Belgique, c'est aussi une réalité. Nous devons y accorder une réelle attention et ce gouvernement continue à œuvrer pour que ces inégalités ne se creusent pas davantage.

Quant à la question de la participation prétendue de la Belgique au Board of Peace, monsieur Lutgen, tel qu'erronément annoncé par la Maison-Blanche, nous confondant peut-être avec le Belarus, je confirme officiellement que les modalités de gouvernance et de statut ainsi que la tentation de substitution à l'ordre international multilatéral régi par les Nations Unies s'éloignent effectivement de nos standards et ne nous permettraient pas de souscrire à l'initiative en l'état actuel des choses, encore moins en ayant convié à ce Board of Peace des personnalités comme M. Poutine.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le premier ministre, ce que je craignais est malheureusement arrivé. Après vos propos virils, engagés, presque courageux, tenus il y a quelques heures à Davos, nous entendons ici les manifestations d’un double discours, d’une divergence de vues, de la part de ceux qui pensent que l’incident est clos et que, s’il ne l’est pas immédiatement après le départ de M. Trump de la présidence en 2029 – du moins s’il daigne quitter la Maison ‑ Blanche –, il y aura, selon eux, un retour au business as usual .

Je n’y crois pas. Nous sommes ici face à un changement majeur de doctrine internationale des États ‑ Unis, à un changement majeur dans la relation entre les É tats ‑ Unis et le reste du monde, et singuli è rement vis ‑ à ‑ vis des pays de l ’ Union europ é enne.

À ceux qui pensent que ce n’est qu’un mauvais moment à passer, à ceux qui pensent qu’il fera à nouveau beau demain, je dis que c’est de la candeur, une candeur qui confine à la connerie. Ce serait vraiment de la connerie de s’inscrire dans cette voie ‑ l à .

À ceux qui disent aussi que la faiblesse des Européens est due à la lubie de quelques "écolos bobos", à certains penseurs divers et variés, à des rêveurs, je rappelle qu'elle est avant due aux chantres de l'ultralibéralisme, à ceux qui affirmaient qu’il fallait aller produire à bas coût, dans des conditions inacceptables, pour vendre ici au même prix et engranger des marges importantes.

Il faut joindre les actes à la parole, et notamment soutenir l’industrie européenne, soutenir la réindustrialisation, et donc faire un (…)

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, Davos is belangrijk en ik denk dat sommige partijen dat voor de eerste keer beseffen. Internationale woorden zijn ook belangrijk, maar wat uiteindelijk telt, is wat we híer doen. U hebt een unieke kans om uw woorden in daden om te zetten. U hebt gezegd: " We need new alliances. That is what Mercosur is all about ." Dat betekent nieuwe partnerschappen. Dat is heel belangrijk voor onze bedrijven. Dat is geen detail, het gaat over exports en jobs, maar uw coalitiepartners saboteren en blokkeren dat.

U hebt leiderschap nodig om hen te overtuigen en u krijgt daarvoor vanavond een unieke kans op de Europese Top. Volg Duitsland. Ik hoop dat u deze avond aan uw Europese partners zult aankondigen dat wij, net zoals Duitsland, Mercosur voorlopig zullen toepassen. Dat is de boodschap.

Inzake de eengemaakte kapitaalmarkt hebt u helemaal gelijk wanneer u zegt dat wij die echt nodig hebben, maar volg dan Mark Carney. Stop met de belastingen, stop met al die taksen. Mark Carney heeft de meerwaardebelasting net afgeschaft, maar wat doet deze regering? U verdubbelt de effectentaks voor de beleggers, u voert een bankentaks in, u verhoogt de roerende voorheffing met 20 % en u voert een meerwaardetaks in. Stop met al die taksen en stimuleer investeringen.

Sarah Schlitz:

Merci pour vos réponses.

Ce rapport n’est en effet pas anodin. Ce débat est tentaculaire, mais ce rapport, qui est publié chaque année à dessein juste avant le sommet de Davos, est essentiel en termes de lecture de l’état du monde et des rapports de force, mais également des dangers en termes de déstabilisation de nos démocraties et de l’État de droit. Aujourd'hui, on ne peut pas continuer à laisser ces grandes fortunes tenter de déstabiliser nos démocraties et ici en particulier les démocraties européennes. Ils ne se cachent même plus, ils le disent: ils vont continuer à essayer d’influencer les élections démocratiques en Europe, à travers le rachat de médias et de réseaux sociaux. Eh bien, oui, il est temps de les arrêter.

La semaine dernière, nous avons eu des auditions au sujet de votre taxation des plus-values. Les experts ont émis des critiques très fortes sur cette taxation, qui passerait à côté de ses objectifs. Prenez les choses en main, intégrez les recommandations des experts et faites en sorte que cette taxation touche réellement sa cible. Ne restons plus l’exception européenne qui refuse d’aller chercher cet argent là où il est. Faites en sorte de renforcer cette taxe en adoptant par exemple l’amendement que nous avons déposé, qui permettrait d’aller chercher 1,5 milliard chaque année pour le budget de l’État.

Raoul Hedebouw:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Y a-t-il effectivement eu une étude approfondie de ce document de sécurité stratégique américain? Avez-vous lu ce document que M. Boucher aurait pu écrire lui-même?

Que dit-il? D’une part, il y est confirmé, noir sur blanc, le rétablissement de la doctrine Monroe, c’est-à-dire un projet néocolonial pour l’ensemble du continent latino-américain. D’autre part, il y est écrit, noir sur blanc, que l’objectif est la destruction de l’Union européenne.

Pourtant, ici, certains ministres continuent de dire que tout ira bien, que cela va passer, qu’il était simplement moins fâché aujourd’hui. Voyez-vous l’enjeu stratégique qui se joue actuellement? L’impérialisme américain l’affirme explicitement. Son objectif est la destruction de l’ordre existant, et nous continuons à regarder comme si de rien n’était.

Ce que Trump et l’impérialisme américain font aujourd’hui avec le Groenland, ils le font depuis des décennies avec les pays du Sud. Sept cents bases militaires à travers le monde, des interventions militaires répétées, le dollar comme monnaie dominante qui conditionne les économies mondiales, une banque centrale américaine dotée d’un pouvoir antidémocratique considérable. C’est cet ordre mondial qui est en train de s’effondrer sous nos yeux.

La question, monsieur le premier ministre, est donc de savoir quelle Union européenne nous voulons construire. Une autonomie européenne n’a de sens que si elle ne consiste pas à suivre aveuglément les États-Unis dans leurs interventions et dans cet ordre mondial néo-impérialiste. Cette voie n’est pas tenable.

Il faut au contraire tendre la main aux pays du Sud et construire une véritable Union européenne en symbiose avec les peuples du monde, mais pas (…).

Peter Mertens:

Oké, over Groenland zijn er twee lezingen. De ene lezing zegt dat we content zijn omdat de Verenigde Staten van geweld hebben afgezien. Dat zou komen omdat de Europese Unie wakker is geworden en heel sterk is. Dat is een lezing die ik absoluut niet begrijp en ook niet zie.

De andere lezing is dat het niet aan Ursula von der Leyen ligt dat er geen geweld is gebruikt. Het ligt ook niet aan koning Filip en dat gesprek van een kwartier dat er geen geweld zal worden gebruikt. Het ligt zelfs niet aan de Europese Raad. Het ligt aan de deal die Mark Rutte heeft gesloten met Trump.

Men zegt hier dat Groenland niet wordt uitverkocht. Die deal verkoopt Groenland echter onder onze ogen uit aan de Verenigde Staten. Het gaat over grondgebied dat aan Trump wordt gegeven. Het gaat over mineralen die aan Trump worden gegeven. Het gaat over controle die aan Trump wordt gegeven. Zelfs investeringsveto’s worden in die deal toegekend.

Mijn vraag was eenvoudig, maar u hebt er niet op geantwoord. Welk mandaat heeft Mark Rutte gekregen van de Europese Unie? Mark Rutte is nergens verkozen. Integendeel, hij is gebuisd in Nederland. Hij heeft Nederland achtergelaten in een chaos. Vervolgens heeft hij een job gekregen bij de NAVO. Nergens is hij verkozen. Welk mandaat heeft hij van de Europese Unie gekregen om stukken Groenland te verpatsen? Hij heeft geen mandaat gekregen. Voor onze ogen verkopen we stukken Europa uit. We spreken hier grote taal, maar terzelfder tijd zijn we Europa aan het uitverkopen aan de Verenigde Staten.

Oskar Seuntjens:

Premier, u zei dat onze waardigheid niet te koop is. Ik meen dat het goed is dat u dat zegt. In een wereld die op zijn kop lijkt te staan, snakken mensen naar een duidelijk signaal, naar een Europa dat een vuist maakt en niet achteruit deinst. Een vuist maakt tegen mensen die het niet echt menen met democratie, die het niet echt menen met mensenrechten.

Daar moeten we vooral niet hypocriet over zijn. Vandaag staan wij 1.000 % achter de Groenlanders. En tegelijkertijd verzetten we ons ook tegen andere autocraten. Tegen Poetin, die Oekraïne is binnengevallen, zoals u terecht zei, mijnheer de minister. Dat mogen we niet vergeten. Tegen Netanyahu die de Palestijnen onderdrukt. Tegen de Chinezen, die de Oeigoeren in opvoedingskampen steken.

Consequent moeten we, keer op keer, onze normen en waarden uitdragen. Consequent. Dat is onze sterkte. Dat is hoe we het verschil kunnen maken.

François De Smet:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Premier, vous parlez encore d’un monde idéal, avec une pointe de regret que je comprends. Moi aussi, je suis une forme d’atlantiste frustré. Mais le premier Trump aussi, nous pensions que ce serait une parenthèse. Vous l’avez vous-même dit à Davos: le retournement des États-Unis ne date pas des présidences Trump. Il est structurel. Il est stratégique.

Dans ce monde rempli d’imprévisible – monsieur le ministre, j’ai beaucoup aimé que vous ameniez cette notion, parce qu’elle est très vraie – il y a une seule certitude: c’est que nous sommes dans un monde d’empires en résurgence, et que nous sommes trop faibles pour l’instant.

Nous, politiques, faisons en général de bons programmes. Nous nous disons que tout est prévisible et, en fait, nous passons une grande partie de notre temps à combattre la force de l’imprévisible.

La seule manière de combattre ici l’imprévisible, c’est de devenir plus forts – en effet, premier, vous avez raison –, de multiplier des partenariats avec d’autres pays: avec le Canada, avec l’Australie, avec l’Inde, etc.

Cela laisse aussi penser que, entre nous, le nationalisme comme force politique en Europe n’a pas beaucoup d’avenir, paraît daté. Il n’est pas exclu, premier, que d’ici 2029, vous soyez devenu complètement fédéraliste. C’est tout le mal que je vous souhaite.

Els Van Hoof:

Ik ben blij met uw sterke antwoorden want een voorbereide Europese Unie is er twee waard.

Het is een goede zaak dat werd afgezien van een handelsoorlog of militair geweld. Niettemin is waakzaamheid geboden want er zijn diepe wonden geslagen in de trans-Atlantische relaties. Dat moeten wij onder ogen durven zien. Ze helen niet in één nacht.

Ik ben blij dat zowel de premier als de minister zich hebben aangesloten bij de punten die voor cd&v belangrijk zijn. Europa moet zijn tanden laten zien voor het behoud van zijn waarden. Wij moeten steunen op betrouwbare bondgenoten, onze strategische autonomie uitwerken en allianties aangaan met nieuwe democratieën.

Als wij de voorbije week één zaak duidelijk hebben kunnen merken, dan is het wel dat, als wij een internationale wereldorde willen die niet gebaseerd is op dreigementen maar op internationaal recht, wij daar zelf aan moeten werken. Wij mogen ons niet uit elkaar laten spelen want dat is de strategie waarop Poetin speelt, waarop Xi speelt en waaraan Trump op zijn manier ook meewerkt. Wij moeten vooruitgaan met eensgezindheid, vastberadenheid en daadkracht.

Dat begint vanavond op de Europese top. Ik hoop dan ook dat op die top Europese tegenmaatregelen worden voorbereid die kunnen worden ingezet wanneer nodig.

Georges-Louis Bouchez:

Henry Kissinger, dans les années 1970, disait déjà: "Les États-Unis n’ont ni alliés, ni ennemis, juste des intérêts." Certains viennent de découvrir aujourd'hui comment fonctionnait la politique internationale. En fait, aujourd'hui, c'est un peu plus rapide. C'est certainement beaucoup plus brutal. Cela a certainement des conséquences beaucoup plus fortes, mais il n'y a rien de neuf. Il faut arrêter de regarder le monde tel qu'on voudrait qu'il soit. On doit le regarder tel qu'il est. D'ailleurs, le premier ministre parle d'élargir nos alliés. C'est la raison pour laquelle nous devons signer des accords de libre-échange. C'est la raison pour laquelle nous devrions d'ailleurs signer un accord de libre-échange avec l'Afrique, parce qu'il y a là un enjeu essentiel pour les générations futures.

Mais je voudrais aussi prendre l'opposition à témoin. Vous effectuez presque aujourd'hui des danses de la pluie en espérant l'autonomie et la force de l'Europe. Mais pourquoi ne soutenez-vous pas alors nos réinvestissements dans la défense? C'est un passage obligé pour l'autonomie européenne. Pourquoi nous avez-vous bloqués quand nous avons voulu prolonger le nucléaire sous le précédent gouvernement? C'était essentiel pour l'autonomie énergétique. Allez-vous nous suivre si nous voulons supprimer des réglementations afin de permettre à l'industrie de s'installer? Allez-vous nous suivre pour baisser les impôts pour relancer la compétitivité? Allez-vous nous suivre dans des choix politiques courageux qui permettront enfin d'atteindre ce que nous aurions dû atteindre depuis longtemps: la souveraineté européenne?

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie.

Je suis heureux d'apprendre que la Maison-Blanche a confondu la Biélorussie avec la Belgique et je suis désolé d'avoir confondu l'Alaska et le Groenland dans mon intervention.

Je ne sais pas lequel de vous deux résiste et mord le plus. Toujours est-il que personne ne pourra contester ici que la voix de la Belgique est plus forte sur le plan européen et international qu'elle ne l'était voici un, deux ou trois ans, ou même plus loin dans le temps. Pour ma part, c'est une bonne surprise.

Au travers des deux interventions, oui, il est possible d'exprimer fermement et sans s'agiter les intérêts économiques de la Belgique et de l'Union européenne, en rappelant que le droit international constitue une boussole absolue – comme vous l'avez démontré dans de nombreux dossiers et à l'occasion de plusieurs enjeux.

De même, vous rappelez que notre autonomie stratégique est essentielle et qu'il convient d'y travailler à l'échelle européenne. Vous avez, du reste, engagé le gouvernement sur cette voie: autonomie de la défense, autonomie énergétique, autonomie au plan de la santé et de l'alimentation. À ce dernier titre, la production agricole européenne doit être soutenue pour que nous ne soyons pas dépendants demain. Nous sommes déjà suffisamment dépendants pour ne pas le devenir encore davantage.

C'est sur cette voie de la fermeté, en suivant la stratégie qu'applique votre gouvernement, que la Belgique, aujourd'hui plus forte, se renforcera encore et que l'Union européenne, dans son unité, fera résonner la voix de celles et ceux qui se tiennent du côté du droit international.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de premier, u zegt dat onze waardigheid niet te koop is. Hoe geloofwaardig is dat als u 1,5 miljard euro uitgeeft aan elf extra F-35’s? Met mooie woorden en retoriek gaan we het niet halen. Alleen uw daden tellen. Annuleer die aankoop van die extra F-35’s. Put your money where your mouth is . Dat is ook wat Trump doet. Hij onderneemt actie. Er zit methode in zijn waanzin. Die waanzin is te lezen in zijn nationale veiligheidsstrategie, waarin hij zegt dat hij het verzet tegen Europa zal leiden. Die waanzin wordt gedreven door het eigenbelang van een klein clubje superrijken dat de democratie wil vervangen door dwang en daar nog lof voor eist ook. Hij is daar zelf een voorbeeld van, of het nu gaat om olie, mineralen, vaarroutes, schimmige crypto- of techplatformen, ook in Europa. In die waanzin moeten we met een koel hoofd alternatieven uitwerken en vastberaden neen durven zeggen. Het enige instrument dat u vandaag op korte termijn zo concreet kunt inzetten, gebruikt u niet. Als u ongebonden, autonoom en met rechte rug uw waardigheid wilt behouden, dan doet u ook po dat vlak wat mogelijk is. Het is ongelooflijk dat u zelfs op dat vlak vandaag niet thuis geeft.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, zelfs in dergelijke crisissen schuwt men de grote en ook heel vaak loze woorden niet. Ik heb de woorden respect, loyauteit en waardigheid vaak gehoord, maar dat zijn geen losse zinnetjes of vage begrippen. Het is een engagement, een attitude.

Een sterk Europa heeft inderdaad respect voor internationaal recht en soevereiniteit. Een sterk Europa heeft loyauteit voor nieuwe en oude allianties en voor elkaar. Een sterk Europa heeft een smoel en zal aan de onderhandelingstafel aanwezig zijn wanneer het gaat om vrede voor Oekraïne. Een sterk Europa geeft ons de identiteit die we nodig hebben om er te staan in de wereld, om aan handel te doen en om onze volgende generaties te beschermen.

Dat is wat sterk leiderschap met zich meebrengt en daar kan ik absoluut op u tweeën en op de arizonaregering rekenen, waarvoor dank.

Voorzitter:

Dank u, mevrouw Depoorter, en alle sprekers en de twee ministers. Mijnheer Hedebouw , de heer Bouchez heeft uw naam genoemd, maar niet op een wijze die aanleiding geeft tot een persoonlijk feit.

veiligheid, justitie en defensie

De ontsnapping van IS-strijders

Gesteld door

N-VA Jeroen Bergers

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 22 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Jeroen Bergers waarschuwt dat de ontsnapping van minstens 120 IS-terroristen uit Koerdische gevangenissen in Syrië – waaronder geradicaliseerde Belgen zoals Hamsa Nmili – een direct gevaar vormt voor België en eist dat de minister alles doet om hun terugkeer te blokkeren, inclusief intrekking van nationaliteit. Minister Prévot bevestigt dat België geen Syriëstrijders repatrieert (19 Belgen zitten nog in kampen), benadrukt dat de situatie "stabiel" is dankzij Koerdische/Syrische controle, en wijst op Amerikaanse plannen om 7.000 gevangenen naar Irak over te brengen. Bergers bekritiseert linkse partijen die repatriëring verdedigen met het argument van betere opvolging, wijzend op het falende toezicht op teruggekeerde Noura Firoud, en dringt aan op verscherpte wetgeving om nationaliteitsverlies definitief te maken. Prévot bevestigt nauwe monitoring maar vermijdt concrete toezeggingen over Bergers' wetsvoorstel voor "dichtmetselen" van repatriëring.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, het is onze plicht om de samenleving tegen nieuwe aanslagen van IS te beschermen. Daarom baart de situatie in Syrië mij heel veel zorgen, want de Koerden bewaakten daar gevangenissen waarin 33.000 mannen en vrouwen van IS voor ons werden bewaakt. De Koerden zijn echter aan het instorten door de aanvallen van het Syrische regime. In die chaos zijn al minstens 120 IS-terroristen ontsnapt.

Tussen de IS-terroristen die in de gevangenissen werden bewaakt, zitten er jammer genoeg ook heel veel die vanuit ons land zijn vertrokken, ook vanuit mijn stad Vilvoorde, onder andere Hamsa Nmili en Caner Cankurtaran. Dat zijn geen doetjes, mijnheer de minister. Dat zijn mensen die hier tientallen jongeren hebben geronseld en hun geesten met hun extremistische ideeën hebben vergiftigd, om daarna zelf voor IS te gaan vechten en zelf aanslagen te plegen. Die tikkende tijdbommen moeten niet terugkomen. Wie onze samenleving verwerpt, wie de wapens tegen onze samenleving opneemt, heeft in onze sociale welvaartsstaat geen plaats meer.

Mijnheer de minister, mijn vraag is heel simpel. Zult u er alles aan doen wat mogelijk is om te vermijden dat die terroristen kunnen terugkomen? Zult u er alles aan doen wat mogelijk is om ervoor te zorgen dat de situatie daar stabiliseert?

Maxime Prévot:

Mijnheer Bergers, de Belgische en Europese steun voor de transitie in Syrië gaat samen met een heel nauwe opvolging van de situatie, die echter zeer problematisch blijft. Dat blijkt vooral uit de hervattingen van de vijandelijkheden in het noordoosten.

Wij veroordelen alle geweld, in het bijzonder tegen de Koerdische minderheid. De transitie in Syrië moet vreedzaam en inclusief zijn en de rechten van alle Syriërs respecteren.

Als gevolg van de gevechten zijn sommige gevangenen ontsnapt. De informatie moet nog worden gecontroleerd, maar een groot deel van hen is al teruggevonden. Het kamp al-Hol en de gevangenis van al-Shaddadi staan al onder controle van Damascus. Het kamp al-Hol blijft in de handen van de Syrian Defence Forces. De situatie is voorlopig stabiel.

Hetzelfde geldt voor de gevangenis van al-Shaddadi. Er zitten nog 19 Belgen in de kampen, waaronder 9 mannen. Het regeerakkoord bepaalt dat in het belang van onze nationale veiligheid, terroristische strijders niet naar ons land kunnen terugkeren.

We volgen de situatie op de voet, in samenwerking met onze veiligheidsdiensten. De VS hebben gisteren aangekondigd dat ze tot 7.000 gevangenen naar veilige detentiecentra in Irak willen overbrengen. We staan in nauw contact met hen in het kader van de internationale coalitie tegen Daesh.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, ik dank u om te bevestigen dat we niet zullen meewerken aan de repatriëring van Syriëstrijders. Het is te hopen dat het in het noordoosten, waar de Koerden nog controle hebben, rustig blijft.

Ik wil graag reageren op veel linkse partijen die zeggen dat we hen net wel moeten terughalen omdat ze hier beter worden opgevolgd. Dat riedeltje spoort niet met de realiteit. Noura Firoud, een Vilvoordse Syriëstrijder, werd in het verleden teruggehaald. Zij heeft hier nog geen vijf maanden onder elektronisch toezicht gestaan en wordt hier niet opgevolgd.

Volgende week stemmen we hier over een wetsontwerp dat de deur sluit en het mogelijk maakt om de nationaliteit van terroristen af te nemen. Die deur moet echter niet alleen dicht, ze moet dichtgemetseld en gebarricadeerd worden. Daarom heb ik samen met collega Koen Metsu een wetsvoorstel geschreven, dat klaar ligt. Het zou fundamenteel onverantwoord zijn om dat in deze tijden niet goed te keuren.

Voorzitter:

Daarmee kan ik de vragenronde afsluiten.

De nieuwe ontwikkelingen rond de protesten in Iran

Gesteld door

N-VA Darya Safai

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 15 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Darya Safai bekritiseert het geweld in Iran, waar volgens mensenrechtenorganisaties 12.000+ doden (inclusief honderden kinderen) vielen tijdens protesten voor een seculier, democratisch Iran, en dringt aan op concreet Westers ingrijpen om het regime te isoleren. Minister Prévot bevestigt Belgische en EU-steun (sancties, veroordeling geweld, overleg over terreurlijst voor Revolutionaire Garde) maar benadrukt dat slachtoffercijfers moeilijk te verifiëren zijn. Safai eist opname van de Revolutionaire Garde op de EU-terreurlijst als symbool en noemt de protesten "onze gezamenlijke strijd" tegen islamitisch extremisme, symbolisch onderstreept door het tonen van de pre-revolutionaire Iraanse vlag. Prévot herhaalt dat België actief lobbyt voor verdere EU-sancties, maar concrete nieuwe maatregelen worden niet genoemd.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, vandaag hebben we het over dappere Iraniërs, die ondanks de massamoorden al voor de derde week op rij de straat op gaan voor een vrij, seculier en democratisch Iran. Deze massamoorden hebben plaatsgevonden onder een totale internet black-out, zodat de wereld het niet kon zien. Sommige mensenrechtenorganisaties spreken al over meer dan 12.000 doden, onder wie honderden minderjarigen. Ik heb al een week lang geen enkel contact meer met mijn familie en weet niet eens of ze nog in leven zijn. Het is voor mij enorm zwaar om hierover te praten, maar ik zie het als mijn plicht om voor hen op te komen.

Op de weinige beelden die dankzij Starlink toch naar buiten komen, zien we vermoorde kinderen in zwarte zakken, waardoor de ouders verplicht zijn om de ritsen open te doen om hun eigen kinderen te identificeren. Ik zie in elk gezicht dat van mijn eigen kind.

Hun strijd is ook de onze. Zij verdienen ons totale engagement. Beeldt u een Iran in waar meisjes hun haar vrij in de wind kunnen laten wapperen, nadat het islamisme definitief verslagen is. Zij zijn onze bondgenoten en als wij hen nu in de steek laten, zal het te laat zijn en dan zal dat een fout zijn die in de geschiedenis van ons land bewaard zal blijven.

Mijnheer de minister, wat kunnen wij concreet betekenen voor deze mensen?

Maxime Prévot:

Dank u, mevrouw Safai. Ik wil nog een keer beginnen met mijn medeleven te betuigen in deze moeilijke tijden.

Gezien de chaotische situatie is het uiterst moeilijk om het exacte aantal slachtoffers vast te stellen. Schattingen lopen uiteen van 2.000 tot meer dan 10.000 doden. Helaas zijn die aantallen hoogstwaarschijnlijk onderschat. Het is evenwel duidelijk dat het gaat om een van de bloedigste repressies in de recente geschiedenis van het land is, zo niet de bloedigste.

De positie van onze regering ten opzichte van de Islamitische Republiek Iran is altijd heel duidelijk geweest. We veroordelen ten zeerste schendingen van mensenrechten en vrouwenrechten en we steunen de oproep van het Iraanse volk tot democratie. Ik sprak duidelijk en publiekelijk uit dat de betogingen van Iraniërs voor hun rechten legitiem waren en bovenal dat het illegale gebruik van geweld niet getolereerd kon worden.

Maandag heb ik de Iraanse ambassadeur in België ontboden om alle geweld dat door het regime is gepleegd, krachtig te veroordelen. Ik coördineer met mijn Europese collega's. De EU heeft al talrijke sancties opgelegd tegen het Iraanse regime die België heeft gesteund of mede heeft gesponsord. België wil evenwel verdere Europese sancties bespreken en nemen. Mijn diensten zijn er al mee bezig op EU-niveau. Het regeringsakkoord kan niet duidelijker zijn over ons standpunt met betrekking tot de opname van de Revolutionaire Garde op de lijst van terroristische groeperingen van de Europese Unie.

Darya Safai:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw steun.

Ik hoop dat we de Revolutionaire Garde van het islamitische regime eindelijk plaatsen waar ze echt thuishoort, namelijk op de Europese terreurlijst. Dat is een belangrijk signaal, zoals ik altijd heb gezegd.

Ik ben ervan overtuigd dat deze dappere Perzische leeuwen de strijd zullen overwinnen. In de strijd tussen duisternis en licht overwint immers uiteindelijk altijd het licht. Laat ons, collega’s, de Iraniërs niet in de steek laten. Laat ons samen blijven tot we allemaal, voor onze eigen waarden en normen, ook in het Westen, hun strijd overwinnen. Dit is namelijk letterlijk onze strijd.

Ik heb ook de echte vlag van de Iraniërs bij voor de minister, de historische vlag, niet de huidige ideologische vlag. Dat is belangrijk om te onthouden.

(Mevrouw Safai toont de vlag aan het halfrond en overhandigt ze aan de minister.)

Voorzitter:

Bedankt, mevrouw Safai.

klimaat, energie en landbouw

De uitspraken van de topman van ENGIE over de toekomst van kernenergie in dit land
De ontmanteling van de kerncentrales en de toekomstige investeringen in kernenergie
De toekomst van kernenergie
De energievoorzieningszekerheid
De toekomst van kernenergie
De toekenning van een sloopvergunning voor de koeltorens van Tihange 1 en 2
De toekomst van kernenergie, ontmanteling en energievoorzieningszekerheid in België

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 15 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Parlementsleden bekritiseren minister Bihet scherp omdat zijn aangekondigde "nucleaire hergeboorte" tot nu toe dode letter blijft: ENGIE sluit verlenging van bestaande centrales (inclusief Tihange 1) en nieuwe investeringen categorisch uit, terwijl Elia waarschuwt voor bevoorradingscrises vanaf 2028 en een tekort van 4,4 GW na 2035 voorspelt. Critici (o.a. De Smet, Ecolo) beweren dat de minister geen concrete onderhandelingen voerde met ENGIE en geen realistisch stappenplan heeft voor SMR’s (pas mogelijk na 2035) of grote centrales (na 2040), ondanks zijn beloften van 4 GW nucleaire capaciteit. Bihet verdedigt zich door te benadrukken dat kernenergie en hernieuwbare energie de "twee onbetwistbare pijlers" zijn van de toekomstige mix, maar erkent impliciet dat ENGIE’s weigering om te investeren en juridische belemmeringen (bv. sloopvergunningen Tihange 1) de plannen frustreeren; hij wijst op infrastructuurprojecten (Ventilus, Boucle du Hainaut) en "werk in uitvoering" zonder tijdsgebonden commitments te geven. Oppositie (N-VA, cd&v) eist dringend een gedetailleerd actieplan, terwijl meerderheidspartijen (o.a. Lejeune, MR) vertrouwen uitspreken maar gebrek aan transparantie bekritiseren.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik ben blijkbaar de eerste in een rij van collega’s, vooral van de meerderheid, die zich stilaan zorgen maken over uw toch wel bescheiden palmares, voorlopig, op het vlak van de aangekondigde nucleaire hergeboorte.

Ik wil u confronteren met enkele actuele feiten. Ten eerste, de CEO van ENGIE Belgium stelde gisteren dat het langer openhouden van de jongste twee centrales en het herstarten van oude reactoren niet meer aan de orde is voor exploitant ENGIE. Heel misschien wil men na 2030 eens spreken met de volgende regering over een mogelijke nieuwe verlenging.

Ten tweede, ENGIE zegt zelf dat een overname door mede-exploitant EDF van de kerncentrales niet aan de orde is. U liet dat nochtans anders uitschijnen in de commissie.

Ten derde is er de Tractebelstudie in opdracht van Elia. Nieuwe grote kerncentrales zouden ten vroegste na 2040 operationeel zijn in dit land en SMR’s niet voor 2035, dan nog op voorwaarde dat u hiervoor dit jaar al concrete stappen zet.

Ten vierde, uw kabinet nam gisteren of vandaag communicatief de vlucht vooruit en bevestigde dat u praat met het Canadese OPG en het Amerikaanse Westinghouse. Mogen we daarover eindelijk iets meer concreets vernemen?

Ondertussen zegt Elia al maandenlang dat we vanaf 2028 stilaan maar zeker naar steeds hoger oplopende bevoorradingsproblemen zullen gaan, met echt grote problemen na 2035, wanneer er geen nieuw verlengingsdossier zou komen en ook de nieuwe offshore-ontwikkelingen niet op kruissnelheid zullen zijn.

Wat is uw reactie op al deze feitelijkheden?

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, dans quelques semaines, tout au plus quelques mois, on va démolir la tour de refroidissement de Tihange 1. C'est un symbole des erreurs du passé. C'est la concrétisation de celles et ceux qui ont voulu casser la filière nucléaire, casser notre autonomie, sans alternative, en nous plongeant dans l'inconnu.

Aujourd'hui, on a demandé à la population de s'investir dans l'électricité, dans les voitures électriques, avec une baisse des accises sur l'électricité et une baisse de la TVA sur les pompes à chaleur. À côté de cela, paradoxalement, on abat une tour et on est de plus en plus en manque d'électricité. Le Parlement a fait son travail. Il a voté la loi de prolongation du nucléaire afin de relancer le secteur pour répondre à nos besoins énormes en énergie. C'est un enjeu capital.

Pendant ce temps-là, ENGIE, notre acteur de référence, continue à dire qu'il ne veut plus investir avec nous dans le nucléaire et a demandé un permis pour démolir cette tour emblématique. Ce constat appelle une question simple mais fondamentale. Quelle est concrètement votre stratégie en matière de développement du nucléaire à moyen et long terme? La modification de la loi à elle seule ne suffira pas.

Plus fondamentalement, qui décide de notre avenir? Est-ce ENGIE à Paris ou nous à Bruxelles? Monsieur le ministre, on a vraiment besoin d'une stratégie de développement nucléaire. Notre population, et surtout nos industries, en ont plus que besoin.

J'ai donc plusieurs questions. Avez-vous déjà pris des contacts avec d'autres opérateurs ou investisseurs potentiels susceptibles de s'engager dans de nouveaux projets nucléaires? Pouvez-vous nous préciser où en sont vos travaux, votre calendrier et vos choix stratégiques en la matière? Existe-t-il une vision claire, des objectifs chiffrés et des projets concrets pour le nucléaire dans le cadre plus large de la transition énergétique?

Monsieur le ministre, on doit ramener cette puissance nucléaire qui faisait la fierté de notre pays. Il y a urgence.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, we worden met heel wat uitdagingen geconfronteerd wat betreft de bevoorradingszekerheid voor de komende jaren. Elia heeft voorspeld dat het verbruik van elektriciteit enkel zal toenemen in de volgende jaren en zeker ook tegen 2050. Tegelijkertijd zegt ENGIE echter de boot te willen afhouden voor verdere levensduurverlengingen van kerncentrales. Nochtans hebben we die stroom absoluut nodig.

Wat voor een verschrikkelijke erfenis hebt u eigenlijk gekregen, mijnheer de minister? Laten we eerlijk zijn, de vorige minister gaf duidelijk aan dat de bevoorradingszekerheid de komende decennia zou worden gegarandeerd. Ze zei zelfs dat kernenergie tegen 2025 gewoonweg overbodig zou zijn. Kijk waar we nu staan. Die groene luchtkastelen zijn vandaag bitter weinig waard. Er was heel veel wind, zeker bij mevrouw Van der Straeten, maar heel weinig resultaat.

Mijnheer de minister, onze burgers en bedrijven hebben recht op bevoorradingszekerheid. Als we welvaart willen creëren, dan moeten we hen die garantie kunnen geven. Dat wil zeggen dat we moeten blijven inzetten op kernenergie op de lange termijn en op de korte termijn. Als we dat niet doen, staat er een lawine aan nieuwe gascentrales klaar om in te schuiven en dat moeten we absoluut trachten te vermijden.

Mijnheer de minister, ik kom tot mijn vragen.

Ten eerste, op welke manier wilt u de bevoorradingszekerheid garanderen in de komende decennia? Ten tweede, welke maatregelen zult u op korte termijn nemen om ervoor te zorgen dat het aandeel van kernenergie kan stijgen in onze energiemix? Ten slotte, welke plannen hebt u op lange termijn voor diezelfde technologie? Ik kijk uit naar uw antwoord.

Christophe Bombled:

Monsieur le ministre, depuis votre entrée en fonction, vous avez défendu une ligne politique claire: ne pas fermer prématurément des options nucléaires valables, éviter tout acte irréversible compromettant nos capacités de production et préserver, dans le cadre de l’abrogation de la loi de sortie du nucléaire, le potentiel nucléaire au ‑ del à de Doel 4 et Tihange 3.

Dans le dossier de Tihange 1, cette position se heurte toutefois à une é volution pr é occupante. En effet, un permis r é gional vient d ’ autoriser la déconstruction des tours de refroidissement à partir de septembre 2026, alors même que vous avez explicitement demandé aux exploitants de s’abstenir de tout acte irréversible sur des installations susceptibles d’être prolongées.

Je souhaite toutefois rappeler un point de procédure important. À ce stade, le gouvernement wallon ne s’est pas prononcé sur ce permis. Les décisions actuelles émanent du fonctionnaire délégué et du fonctionnaire technique du Service public de Wallonie. Le ministre wallon de l’Aménagement du territoire n’interviendra que dans le cadre du recours introduit par la ville de Huy contre ce permis de démolition.

Ce dossier appelle donc du sérieux juridique, du sang ‑ froid et une vision de long terme de notre s é curit é d ’ approvisionnement. Or les trajectoires de neutralit é carbone impliquent un renforcement des capacit é s pilotables bas carbone. Tihange 1 constitue pr é cis é ment une telle capacit é , pour autant qu ’ elle ne soit pas rendue indisponible de mani è re irr é versible. Cette question est par ailleurs indissociable du renforcement du réseau à haute tension, notamment de la Boucle du Hainaut, indispensable tant à l’intégration des renouvelables qu’à la valorisation de nos capacités pilotables.

Monsieur le ministre, pouvez ‑ vous nous expliquer quelle strat é gie vous envisagez pour assurer notre s é curit é d ’ approvisionnement tout en garantissant une transition é nerg é tique r é aliste et d é carbon é e?

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, de uitdagingen voor ons energiebeleid zijn zeer groot. We moeten zorgen voor betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor iedereen en kernenergie maakt daar deel van uit. De schrapping van de wet op de kernuitstap zag u als uw visitekaartje voor een stevige nucleaire heropleving. Bij de start van de regering hebt u ambitieuze doelen gesteld: minstens 4 gigawatt aan kernenergie in de elektriciteitsmix was het vooropgestelde streefdoel.

Wat zien we vandaag? Amper 2 gigawatt aan nucleaire capaciteit en als we niet snel ingrijpen, gaat ook Tihange1 definitief tegen de grond. U weet net zo goed als ik dat nieuwe kerncentrales of kleine modulaire reactoren niet van de ene op de andere dag gebouwd zullen zijn. Los van het verleden, valt dit moeilijk te rijmen met de ambities die u tot nu toe hebt verkondigd.

Voor cd&v gaat het over meer dan cijfers alleen. Het gaat over meer dan één specifieke site. Het gaat over de kern van onze energiebevoorrading en dus over onze strategische autonomie. Het gaat over de vraag of wij onze gezinnen en onze bedrijven van stabiele en betaalbare energie kunnen blijven voorzien, nu en in de toekomst. Vandaag ontbreekt daarover duidelijkheid. We zien ambitie, maar geen routekaart. Zonder extra productiecapaciteit stevent ons land af op een gigantisch bevoorradingstekort door de stijgende vraag naar elektriciteit.

Mijnheer de minister, waar blijft de nucleaire strategie?

François De Smet:

Monsieur le ministre, avec l’Arizona, sur le nucléaire, on allait voir ce qu’on allait voir. Après 25 années de dictature écologiste, votre parti, le MR, allait enfin revenir au pouvoir et sauver la filière nucléaire. Oui, je sais que c’est n’importe quoi, mais c’est le résumé de la campagne électorale.

Un an plus tard, votre bilan: vous avez abrogé la loi de 2003 sur le nucléaire; vous avez aussi abrogé la loi de 2003 sur le nucléaire; et vous avez abrogé la loi de 2003 sur le nucléaire. Je suis un peu injuste, vous avez aussi laissé éteindre deux réacteurs.

Si on écoute les déclarations du CEO d'ENGIE, l’avenir n’a pas l’air plus souriant. Votre gouvernement prétendait étudier la prolongation de Tihange 1. Pour ENGIE, je cite: "Tihange 1 est une discussion du passé". Une telle hypothèse est jugée impensable, faute de combustible et de place sur un réseau désormais saturé par les centrales au gaz.

Pire, alors que vous avez dit déplorer les actions irréversibles, la Région wallonne a octroyé les permis de démolition pour les tours de refroidissement de Tihange 1 et 2. Comment pouvez-vous prétendre sauver ces outils alors que vous laissez l’exploitant aller jusqu’à leur destruction physique?

Ensuite – et cela m’inquiète encore davantage – concernant la prolongation de Doel 4 et Tihange 3, vous annoncez, comme ce devrait en effet être le cas, porter leur exploitation à 20 ans au lieu des 10 initialement négociés. Là aussi, ENGIE est catégorique: l’accord signé est de 10 ans et le groupe refuse d’investir un euro de plus dans une prolongation supplémentaire, jugeant la question prématurée et hors de sa stratégie actuelle.

Le plus grave pour moi, monsieur le ministre, est que le CEO d'ENGIE affirme qu’aucune négociation n’a eu lieu entre le gouvernement et lui-même sur la prolongation du moindre réacteur.

En résumé, l’Arizona a laissé se déconnecter deux réacteurs, autant que la Vivaldi, et nous n’avons pas le début d’une idée de notre capacité nucléaire après 2035.

Monsieur le ministre, le CEO d'ENGIE dit-il vrai? Confirmez-vous qu’en un an, vous n’avez lancé aucune négociation sur la prolongation des réacteurs? De quelle énergie nucléaire la Belgique disposera-t-elle en 2035? Serez-vous le ministre de la fin du nucléaire?

Mathieu Bihet:

Beste Kamerleden, sta mij toe om u vooreerst mijn beste wensen over te maken, met bovenal een stralende gezondheid.

In al uw vragen merk ik een rode lijn op: de competitiviteit.

Je ne vais pas vous ennuyer en rappelant que le gouvernement a décidé, à la fin de l'année dernière, d'introduire à la fois une mesure temporaire et une mesure structurelle pour soutenir notre industrie à forte intensité énergétique. Je souhaite plutôt vous parler d'une troisième mesure qui bénéficie non seulement à cette industrie, mais également aux PME et aux indépendants: la capacité décarbonée.

De bevoorradingszekerheid kan enkel maar gegarandeerd worden zonder dogma's en op een doordachte manier, door te luisteren naar alle stakeholders en door met hun input een evenwichtige strategie uit te werken. Dat is waar dit regeerakkoord voor staat.

Notre mix énergétique décarboné devra reposer, aujourd'hui comme à l'avenir, sur deux piliers incontestables: les énergies renouvelables et l'énergie nucléaire. Comme cela a été évoqué, la place du renouvelable, en particulier de l'éolien offshore, est incontestable. L'accord de gouvernement est clair sur la zone Princesse Elisabeth, mais ce gouvernement s'engage également à accélérer la maximalisation du potentiel énergétique en mer du Nord et de manière économiquement efficiente. Nous poursuivons ce rôle de pionniers.

La place de l'énergie nucléaire dans un mix énergétique, chers collègues, est devenue incontestable. Il s'agit surtout à l'échelle belge d'une rupture avec le passé, un passé qui a longtemps méconnu, ignoré, voire décrédibilisé le rôle pionnier de la Belgique. Reconstruire et ancrer un écosystème nucléaire afin d'éviter de reproduire les erreurs du passé en des temps géopolitiquement incertains demande du temps. Il s'agit de reconstruire l'ensemble de la chaîne de valeur, du combustible aux déchets, de préserver et d'élargir les connaissances, mais aussi de les valoriser afin de trouver des mécanismes de financement qui soutiennent la compétitivité sans dégrader le pouvoir d'achat. Il faudra favoriser la coopération entre les différentes entités du pays dans le respect des compétences de chacun.

Wat de capaciteit betreft, hebben we geen tijd. We anticiperen en werken dag na dag opdat de beschikbare middelen efficiënt worden ingezet. Op korte termijn is de verlenging van de openingsduur van de bestaande reactoren een no-brainer. Op middellange en langere termijn hebben we nog steeds een grote capaciteit nodig, aangevuld met SMR's. Daarvoor bestaat interesse; dat valt niet op een koude steen. Er wordt naar België gekeken om die reactoren hier mee te realiseren.

Mais, jusqu'à présent, tout le monde n'est pas convaincu qu'il s'agit de la voie à suivre. Je suis donc quelque peu surpris que certains d'entre vous aient été surpris par les déclarations du CEO d'ENGIE dans la presse. La stratégie d'ENGIE, qui met avant tout l'accent sur la décarbonation, ne reflète pas encore le fait que, pour pouvoir décarboner, le renouvelable et le nucléaire doivent aller de pair. J'espère qu'ENGIE en viendra à un moment donné, comme par le passé, à la conviction qu'il convient de mobiliser les actifs nucléaires dont elle dispose, voire de les développer davantage.

Dans ce cadre, vous m'interrogez aussi par rapport à une autorisation octroyée. Cela a été dit non pas par une autorité politique, comme certains ont essayé de le faire croire sur les réseaux sociaux, mais par une autorité administrative. La situation est claire: les accords Phoenix, tels qu'ils sont rédigés aujourd'hui, limitent la marge de manœuvre juridique. Vous comprendrez dès lors la discrétion dont je fais preuve.

Mais, soyez rassurés, tout cela n'entrave absolument pas ma détermination et la détermination de ce gouvernement. Garantir la sécurité et l'approvisionnement, chers collègues, n'est pas seulement une question de capacité. Même avec les meilleures capacités du monde, on ne fera rien sans réseau, tant pour le renouvelable que pour le nucléaire. À ce titre, l'importance de la connexion Ventilus comme de la Boucle du Hainaut est fondamentale, tant pour notre sécurité d'approvisionnement que pour les problèmes de congestion que nous commençons à connaître au Nord et au Sud du pays.

C'est, comme je vous l'ai dit au début, une question de compétitivité. Et, cela, on ne peut le garantir qu'avec une énergie sûre, abordable et durable. Je vous remercie.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, de CEO van ENGIE heeft in de feiten gelijk: niet ENGIE heeft het nucleair tijdperk afgesloten, maar wel de vorige Belgische regeringen, met de N-VA en met cd&v, mevrouw Van Keymolen. Voorlopig bent u, samen met de N-VA en cd&v, nog steeds de uitvoerder van de paars-groene energie-erfenis.

We weten wat dat vandaag op het terrein betekent, namelijk steeds groter wordende energie-import. Wie zal dat hier ontkennen? Er is steeds meer hernieuwbare energieproductie, meer dan nucleaire productie. Gascentrales en batterijparken worden rijkelijk gespijsd door de belastingbetaler via het CRM-ondersteuningsmechanisme.

Waar blijft uw nucleair stappenplan? Zorg eindelijk ook in de realiteit voor een omwenteling op het vlak van nucleaire energie. Ga weg van de groene dogma’s. In plaats van aankondigingen en praatjes, voeg de daad bij het woord.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, j'ai entendu vos réponses, ainsi que les différentes interventions. Les décisions sur le nucléaire sont prises ici. C'est au niveau fédéral qu'on doit décider. Le ministre wallon, avec lequel je sais que vous travaillez, ne pourra s'appuyer que sur la loi. Nous devons décider de la stratégie. Nous en parlons souvent en commission, avec vous. C'est ici que cela se décide, et non dans des cénacles qui se trouvent ailleurs.

Nous restons un peu sur notre faim, mais nous avons confiance en vous. La tour que nous allons développer est le symbole des erreurs du passé, comme tous l'ont répété. Mais j'ai confiance en votre détermination et en votre capacité de déployer un plan précis avec des actions concrètes pour aller de l'avant et vous coordonner avec la région pour nous fournir en électricité et retrouver le nucléaire qu'on avait et cette fierté du passé. Je vous remercie.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, uw antwoord was duidelijk. We hebben een duidelijk plan van aanpak nodig, we hebben dat op korte termijn nodig en we zullen alles uit de kast moeten halen om ervoor te zorgen dat de bevoorradingszekerheid wordt gegarandeerd.

We hadden die stap al veel eerder kunnen zetten, als de vorige regering heel andere beslissingen zou hebben genomen. Toen de N-VA tien jaar geleden voorstelde om naar nieuwe kerncentrales te kijken, zei men bij Open Vld: daar denken we nog niet aan, over ons lijk, breekpunt. Eerlijk gezegd, dat was een foute keuze.

Nu hoor ik iedereen hier in de zaal oproepen om verder te gaan, om kernenergie naar voren te schuiven, want het had al gebeurd moeten zijn. Jammer genoeg denkt men daar alleen maar aan wanneer men in de oppositie zit.

Christophe Bombled:

Monsieur le ministre, vous avez hérité, à la suite d'accords conclus jadis, d'une loi de sortie du nucléaire qui a orienté le système vers le démantèlement. Toutefois, fort heureusement, vous avez choisi une autre voie: celle de la responsabilité, en soutenant l'abrogation de cette loi et en refusant que des décisions techniques irréversibles hypothèquent notre sécurité d'approvisionnement.

Il est essentiel que chacun assume sa part de responsabilité: le fédéral, en maintenant ouvertes les options nucléaires dans le respect des normes de sûreté; le niveau régional, en prenant des décisions cohérentes avec la sécurité d'approvisionnement; les gestionnaires de réseau, en accélérant des projets structurants. Il importe de refuser de détruire ce dont nous pourrions avoir besoin demain et de bâtir les infrastructures qui permettent de concilier sécurité d'approvisionnement, compétitivité et transition climatique ordonnée. Ce qui est rassurant aujourd'hui est que l'énergie soit à présent pilotée par un ministre, et non plus par une lobbyiste à l'agenda caché!

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, ook ik dank u voor uw antwoorden.

Het heeft weinig zin om elkaar de zwartepiet door te schuiven voor wat er in het verleden allemaal gebeurd is. We zijn nu. Het plan moet nu gemaakt worden. Nu moeten er oplossingen komen.

In de wandelgangen wordt u ook wel eens Atomic Boy genoemd. Nu, van atomen weten we dat ze altijd in beweging zijn, maar vandaag zien we nog maar weinig beweging.

Voor cd&v is dit thema te belangrijk om te blijven steken in intenties en in verkenningen. Onze bedrijven en onze gezinnen rekenen op ons voor een zekere en betaalbare energiebevoorrading. Wij rekenen er dan ook op dat u snel een duidelijk plan maakt, en dat we daar snel mee voort kunnen.

François De Smet:

Merci pour votre réponse, monsieur le ministre.

Si je résume vos propos, Engie n'a pas bien lu le programme du MR et l'accord de gouvernement. C'est une possibilité. Une autre réalité est peut-être que le gouvernement et le MR n'ont pas tenu compte des contraintes réelles du terrain, de celles d' Engie et de la réalité opérationnelle, avant de promettre qu'il suffirait d'appuyer sur un bouton pour prolonger tous les réacteurs de ce pays.

Je suis quelque peu troublé par le fait que vous n'avez pas répondu à la question de savoir si le CEO d' Engie dit vrai lorsqu'il affirme qu'il n'y a pas eu de négociation depuis un an. Il faut donc en conclure que c'est bel et bien le cas.

Enfin, je reste inquiet quant à l'approvisionnement à long terme. Vous avez évidemment pris connaissance de l'étude de Tractebel, qui souligne qu'aucun nouveau grand réacteur ne pourrait voir le jour avant 2039, voire 2044, si l'on commençait à le construire dès aujourd'hui. Or, Elia prévoit un déficit d'approvisionnement de 4,4 GW à partir de 2035, moment où nous n'aurons plus de nucléaire si rien ne bouge. Il y a de quoi continuer à être inquiet. Obtenez au moins la prolongation à 20 ans de Doel 4 et Tihange 3!

Voorzitter:

Hierbij sluit ik deze vragensessie af. Ik dank de vragenstellers en de regering.

economie en werk

De Europese top over het concurrentievermogen
De teloorgang van de industrie en met name van de chemiesector in België
De situatie van de chemiesector in België, onder andere bij Vynova Tessenderlo
België en Europa: industrie, chemiesector en concurrentievermogen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 8 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

PS en De Smet bekritiseren dat premier De Wever een urgente parlementaire vraag over de Groenlandse soevereiniteitscrisis (en EU-betrokkenheid) ontwijkt, ondanks zijn medioptredens erover, en wijten dit aan regeringsontwijkgedrag. Intussen domineren industriële noodkreten (Vynova/Tessenderlo) het debat: Keuten (N-VA) en Gielis (CD&V) eisen concrete reddingsacties—energienormen, aandeelhoudersdruk, kortetermijnsteun—om 1.200 banen en 133 jaar chemie-erfgoed te behouden, en bekritiseren het "feestjescircuit" (Davos, Alden Biesen) als leeg retorisch Europa-beleid terwijl bedrijven nu failliet dreigen. De Wever benadrukt Europese competitiviteit als enige oplossing—via energie-unie, handelshervormingen en investeringsplannen (o.a. 11/2-top in Antwerpen)—en verdedigt nationale maatregelen (loonkostendaling, €1mrd energiekorting), maar erkent dat tijdsnood (Vynova-deadline: maart) en EU-traagheid de crisis verergeren. Kritiek blijft: oppositie ziet geen directe actie, slechts intentieverklaringen.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le président, avant toute chose, permettez-moi de vous adresser ainsi qu’à l’ensemble des collègues les meilleurs vœux du groupe PS pour cette année 2026 et, à travers vous, bien entendu, à l’ensemble des collaboratrices et des collaborateurs des services de la Chambre, qui nous permettent – au-delà des attentions particulières réservées à notre collègue Piedboeuf – de travailler dans d’excellentes conditions, malgré le fait que nous les sollicitons bien plus que de raison, souvent d’ailleurs de la faute du gouvernement et de la majorité.

Monsieur le président, au risque de paraître chafouin, permettez-moi de commencer cette première séance plénière de l’année 2026 par un regret. Nous avons déposé une question d’actualité concernant la situation internationale, singulièrement les menaces qui ne sont aujourd’hui plus voilées concernant le principe de souveraineté territoriale du Groenland, et donc de l’Union européenne. Cette question était adressée à monsieur le premier ministre, qui était présent à Paris en début de semaine à un sommet important. Il n’a pas signé la déclaration à l’issue de cette réunion de soutien au Danemark. Aujourd’hui, il est présent mais refuse de répondre à cette question. Je le regrette, monsieur le président.

Quatre groupes parlementaires souhaitaient interroger le premier ministre sur cette question mais le Règlement permet effectivement au gouvernement de renvoyer cette question vers un autre ministre. Nous le regrettons et le dénonçons aujourd’hui, monsieur le président.

Voorzitter:

Je vous remercie, monsieur Dermagne. Votre intervention figurera bien évidemment au compte rendu, mais je ne peux qu'en prendre acte.

François De Smet:

Monsieur le président, meilleurs vœux à vous-même, aux collègues et aux services de la Chambre.

Je n’interviens pas souvent dans ce genre de questionnement, mais j’avais moi aussi posé une question sur la situation internationale au premier ministre. Nous aurons certainement un débat intéressant avec M. Prévot, mais il est tout de même regrettable que le premier n’y participe pas. Je pensais que, comme cela arrive régulièrement dans ce genre de situation, les deux ministres allaient répondre ensemble. La gravité de la situation internationale aurait vraiment mérité cette réponse.

Monsieur le président, vous allez nous dire que le Règlement autorise le gouvernement à choisir quel ministre va répondre. Il me semble que le gouvernement commence un petit peu à abuser de cette manière de faire. Il est quand même difficilement compréhensible que le premier ministre puisse répondre à Terzake sans problème sur le Groenland, le Venezuela et l’actualité internationale, mais qu’il ne trouve pas le temps de le faire ici, alors qu’il est face à la représentation parlementaire.

Je rappelle qu'un Parlement est un lieu où les parlementaires choisissent les questions auxquelles les ministres doivent répondre et non un lieu où les ministres choisissent les questions auxquelles ils ont envie de répondre. Il faudrait que l’Arizona commence à s’en souvenir.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, u organiseert weldra een top rond Europese competitiviteit. Dat initiatief is hoognodig voor de slagkracht van onze industrie en onze bedrijven. Europa staat immers op een kruispunt. Als we economisch en geopolitiek relevant willen blijven, moeten we sterker worden. Dat vergt samenwerking. We moeten aan één zeel trekken, meer verantwoordelijkheid opnemen en leren om zelf onze broek op te houden in een steeds hardere wereld.

U stelde duidelijk dat de grootste uitdaging niet ideologisch, maar economisch is. U wees herhaaldelijk op een stagnerende productiviteit in Europa, een realiteit die we al te vaak ontwijken in het publieke debat. Zonder productiviteitsgroei is er geen duurzame welvaart, zijn we niet in staat om te herverdelen, is er geen strategische autonomie en geen geloofwaardig klimaatbeleid.

U sprak in dat verband over een klavertje vier. De eerste drie blaadjes betreffen competitiviteit, innovatie en productiviteit. Pas wanneer die voorwaarden er zijn en die fundamenten stevig staan, kan het vierde blaadje, de Green Deal , duurzaam en sociaal verantwoord worden uitgerold. Dat is een heldere, maar ook moedige analyse.

Welke concrete agenda wilt u met deze top naar voren schuiven? Welke keuzes zult u op tafel leggen om Europa opnieuw competitiever te maken?

Dat u koos voor een Belgische locatie lag voor de hand, maar waarom koos u voor het idyllische, maar ook machtige Alden Biesen? Kunt u uitleggen waarom de keuze daarop viel?

Dieter Keuten:

Collega’s, ik woon in Tessenderlo. Dat ligt naast de E313 en het Albertkanaal. Dat zijn de aorta’s of de slagaders van onze Vlaamse economie. Ze verbinden Antwerpen met het Duitse Hartland of het Duitse industriegebied.

Al 133 jaar staat op amper 300 meter van onze kerktoren een chemische fabriek. Wat vandaag Vynova heet, noemen wij Looi Chemie. Het bedrijf zit in ons DNA, want al 133 jaar leven wij met de ongemakken maar vooral met de welvaart die die industrie ons brengt.

Vynova Belgium in Tessenderlo is de hoofdzetel van een internationale groep met ook fabrieken in alle buurlanden. Die Vynova Groep verkeert vandaag in grote problemen omdat vanuit Tessenderlo honderden miljoenen euro naar het buitenland zijn gevloeid. Alle reserves zijn op en door de uitzichtloosheid, onder meer op het vlak van de energieprijzen, wil geen enkele bank nog vers geld lenen.

De gevolgen zijn dramatisch. Zevenhonderd gezinnen en vijfhonderd leveranciers, lokale kmo’s, vrezen nu terecht het ergste. De tijd dringt en de mensen uit mijn regio wachten op antwoorden.

Mijnheer de premier, ik heb vier vragen.

Ten eerste, wil deze regering de Vlaamse en Limburgse chemische sector daadwerkelijk redden?

Ten tweede, welke acties uit de werkgroepen van MAKE 2025-2030 kunnen op korte termijn zuurstof bieden?

Ten derde, wanneer wordt de energienorm toegepast, zodat onze industrie opnieuw kan concurreren?

Ten vierde, wat doet u om de aandeelhouder van Vynova te overtuigen om te blijven investeren in Vlaanderen? In Tessenderlo gaat er nu eindelijk iemand naar Frankfurt. Waar wacht u nog op?

Tine Gielis:

Mijnheer de premier, in oktober waarschuwde ik al voor de problemen bij BASF en INEOS. Dat waren toen geen losse incidenten, maar signalen van een dieper probleem in onze industrie. Ik vroeg toen waar de fundamentele koerswijziging voor onze chemie-industrie bleef.

Vandaag staan we hier opnieuw. Met 36 jaar ervaring in de chemiesector op de teller ligt dat mij nauw aan het hart. Deze keer gaat het inderdaad over de site van Vynova, het vroegere Tessenderlo Chemie, op de grens van de Kempen en Limburg, een site die generaties lang stond voor werk en welvaart, een site waarrond een gemeenschap werd gebouwd.

De chemische sector, de moeder van onze industrie en de motor van onze economie, zit in overlevingsmodus. De sector kreunt onder hoge energieprijzen, trage procedures en oneerlijke concurrentie. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor van onze welvaart vormen, stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven groeien en bloeien, en dat ten koste van onze eigen bedrijven en van medewerkers die dag in dag uit het beste van zichzelf geven. Niet met cd&v.

De regering erkende zelf al dat onze industriële competitiviteit structureel verzwakt is. Uw collega verwees naar arbeidskosten, energieprijzen en procedures en sprak over plannen, intenties en trajecten. De realiteit gaat echter sneller dan het beleid. Daarom blijf ik, mijnheer de premier, bij mijn eerdere vraag: waar blijft de fundamentele ommezwaai voor onze industrie? Dank u wel.

Bart De Wever:

Voorzitter, beste collega’s, beste wensen voor het nieuwe jaar.

Chers collègues, mes meilleurs vœux pour le Nouvel An.

Herr Frank, meine besten Wünsche für das neue Jahr.

Leden van de meerderheid, ik wens u alles wat u wenst. Leden van de oppositie, ik wens u alles wat u mij toewenst. Ik hoop dat we er een vruchtbaar jaar van kunnen maken. Ik dank u alvast hartelijk voor de vragen over dit thema, dat me zeer na aan het hart ligt.

Dat de industrie in ons land en in Europa onder druk staat, valt niet te miskennen. Er zijn heel veel slechte tijdingen aangehaald. Er zijn er al heel wat geweest. Het valt te vrezen dat er nog komen. Het is een teken aan de wand dat we voor het eerst sinds heel lang onze productievolumes duidelijk zien dalen en dus een ernstige onderbenutting kennen van onze industriële capaciteit. Dat schreeuwt urgent om bijsturingen.

Wij hebben nationaal werk gemaakt van een verbetering van onze concurrentiekracht door maatregelen om de bruto loonkosten te drukken en door eindelijk vlak voor Kerstmis de lang verwachte energiekorting in te voeren, die over de hele legislatuur onze energie-intensieve bedrijven voor een miljard euro zal ontlasten. Dan gaat het natuurlijk vooral over de petrochemie.

Het is geen evidente maatregel. Het zal u opgevallen zijn dat we niet zo goed bij kas zitten. Maar de regering is zich bewust van de waarde van industrie en zeker van deze industrie voor onze welvaart. We doen het nodige. We doen wat we kunnen.

Samen met de regio’s maken we ook verder werk van vereenvoudiging van de procedures en de regels waar we zelf de controle over hebben. Dat zijn ze niet allemaal, dat weet u. De recente hervorming van het vergunningenbeleid in Vlaanderen – door de goede collega Brouns – is een waardevolle vooruitgang. Die weet ik zeker naar waarde te schatten. Maar het probleem stopt bij uitstek niet aan onze landsgrenzen. Het is een veel breder probleem dat de hele Europese Unie en zeker Noordwest Europa treft. Het is dus een brede grensoverschrijdende aanpak die we nodig hebben als we echt een positieve impact willen hebben op de toekomst van de Europese industrie.

Een vergaande integratie van de Europese markt voor diensten en goederen. Dat is wat we moeten doen. Een waarachtige spaar- en investeringsunie creëren. Dat is wat we moeten doen. De energiemarkt één maken, met investeringen in transnationale infrastructuur. Dat is wat we moeten doen. Talent aantrekken voor onze arbeidsmarkt. Onze markt afschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. En wat mij betreft, ook zoveel mogelijk logische vrijhandelsverdragen afsluiten met de rest van de wereld. Dat lijkt me wat we moeten doen op Europees niveau.

De komende weken zullen belangrijk zijn om de koers in Europa te helpen bepalen.

Eind deze maand is er het Wereld Economisch Forum in Davos. Ik kan u zeggen dat ik die gelegenheid zal aangrijpen om zo veel mogelijk nuttige bijeenkomsten over die thema’s te organiseren, formeel en informeel.

Nog belangrijker dan Davos is Antwerpen. Op 11 februari zal immers de derde Industry Summit in de prachtige Handelsbeurs plaatsvinden. Ik denk, mijnheer Keuten, met alle respect, dat de Schelde de aorta is van de Vlaamse welvaart. Het Albertkanaal is zeker een ader, maar die aorta lijkt mij toch de Schelde te zijn. Ursula von der Leyen zal daar opnieuw zijn. Ik zal haar daar verwelkomen. Daarna zal de top van de Europese industrie in alle transparantie de omzetting van de Antwerp Declaration kunnen evalueren. Dat zal niet mis te verstane boodschappen opleveren.

Ik kan u zeggen dat ik volop bezig ben met relevante bedrijfsorganisaties uit ons eigen land, maar ook uit de ons omringende landen, om die bijeenkomst goed voor te bereiden en er het maximum uit te halen. De hoofdtoon zal ongetwijfeld zijn dat de intentie bestaat om al die zaken om te zetten en dat die met meer urgentie moeten worden aangepakt. Die feedback zullen de Europese regeringsleiders en de voorzitter van de Europese Commissie de volgende dag mee kunnen nemen. De dag erna, op 12 februari, zal António Costa op mijn vraag, die ondersteund werd door andere industrielanden, zoals Duitsland, een informele top organiseren in Alden Biesen. Hij heeft zelf die plek gekozen. Ik had hem die kunnen aanbevelen, maar hij heeft ze zelf gekozen.

Er staat maar één punt op de agenda van die top. Competitiviteit. Wettbewerbsfähigkeit . Een prachtig Duits woord. We zullen daar moeten kijken naar de omzetting van de rapporten van Letta en Draghi. Dat zijn zeer waardevolle documenten. We moeten het warme water niet uitvinden. Alles staat immers op papier. Dat gaat over de gebrekkige werking van onze interne markt. Dat gaat over alles wat ik heb geschetst aan oplossingen voor onze Europese competitiviteit.

De bedoeling is dat de conclusies van die informele top worden omgezet in formele beslissingen op de Europese Raad van maart. Samen met u hoop ik op een krachtig resultaat, want we worden elke dag geconfronteerd met onze tanende geopolitieke zeggenschap en onze economische situatie. Opnieuw werk maken van welvaartsgroei is het begin van de heropbouw van onze relevantie in Europa. Innovatie en een sterke industrie zijn daarbij onmisbaar. U kunt op mij rekenen om hiervoor op Europees niveau aan de kar te trekken. Er is geen andere keuze. It is to mend or to end .

Voorzitter:

Bedankt, premier. Ook voor uw bijzonder keurige timing.

Katrijn van Riet:

Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de eerste minister. Alvast een dikke bravo voor de heer Costa voor de keuze van Alden Biesen, maar ook voor de Antwerpse Handelsbeurs, steeds een topper.

De energiekorting werd net voor het winterreces goedgekeurd. De vereenvoudiging van procedures en regels is meer dan welkom. Onze industrie en onze bedrijven snakken naar al de maatregelen die u hebt opgesomd. Wij hopen dat u een sterk Europa kan doen herrijzen, een Europa waar onze strenge duurzaamheidseisen niet tot ons eigen verval zullen leiden. Daar moeten we echt voor waken. Wij gaan voor een Europa met focus, eensgezindheid, strategie en vooral een ecorealistisch denkvermogen.

Dieter Keuten:

Leuk, een feestje in Davos, een feestje in Alden Biesen, een feestje in de Handelsbeurs, maar wat brengt het ons? Dat zijn allemaal mooie intenties op papier, maar hoe oud is de Antwerp Declaration? Nu gaat u opnieuw discussiëren over de urgentie van de intenties tot omzetting. Wauw.

Mijnheer de premier, er dreigt 133 jaar chemiegeschiedenis verloren te gaan. Tweeduizend gezinnen maken zich zorgen. Wanneer stopt het bloeden? Wanneer stopt de collectieve verarming die bezig is?

De tijd tikt genadeloos. U verwijst naar de Europese raden van maart, maar Vynova heeft tijd tot einde maart om een oplossing te vinden. De site in de Tessenderlo is voor het grootste deel rendabel. Wat Ford was voor Genk, is Vynova voor Tessenderlo. Het is voor ons in de streek totaal onbegrijpelijk dat uw regering zwijgt. Neem uw telefoon op. Laat Diependaele bellen naar Frankfurt. Bel zelf naar Frankfurt. Doe iets voor de Vlaamse welvaart alstublieft. Het is nu of nooit voor Vynova en Tessenderlo.

Tine Gielis:

Mijnheer de premier, u zoekt uw antwoorden vooral op het Europese niveau. Dat boezemt mij vertrouwen in. Intussen tikt de tijd inderdaad weg. De realiteit gaat sneller dan het beleid, zoals ik reeds aangaf. Daarom wil ik erop aandringen dat men in de komende maanden een oplossing zoekt en in dialoog gaat met de werkgevers, zodat Tessenderlo op de grens van de Kempen met Limburg geen spookgemeente zou worden. We moeten de lokale tewerkstelling blijven verankeren. We rekenen daarvoor op u en hopen dat we in de Kempen de chemische cluster kunnen behouden.

kansspelen

De aanpassingen van de kansspelwet

Gesteld door

N-VA Jean-Marie Dedecker

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 8 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Jean-Marie Dedecker beschuldigt ex-minister Van Hecke en de Nationale Loterij (met name topman Jannie Haek) van lobbyisme en discriminerende wetgeving (wet-Van Hecke), die private kansspeloperators benadeelde ten voordele van de Loterij, wat het Grondwettelijk Hof nu als ongrondwettelijk vernietigde. Van Hecke ontkent corruptie, wijst op de behouden verstrengingen (leeftijdsgrens 21+, reclame- en bonusverbod) en eist gelijke regels voor alle spelers, inclusief de Loterij – een standpunt dat minister Clarinval (Economie) bevestigt, maar eerst wacht op bevoegdheidsoverdracht en analyse van het arrest. Bouchez (MR) beaamt de agressieve lobby van de Loterij en pleit voor gelijke behandeling, maar verwerpt een verbodcultuur; Dedecker herhaalt zijn aantijgingen over Haeks invloed en kondigt een eigen wetsvoorstel aan voor gelijk toezicht.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, op 18 februari 2024 kwam een nieuwe kansspelwetgeving tot stand, de zogenaamde wet-Van Hecke. Dat was het resultaat van lobbywerk van de Nationale Loterij, met name van haar opperbaas, de heer Jannie Haek, maar niet alleen bij de heer Van Hecke. Hij heeft toen immers ook de heer Van Quickenborne, die destijds minister was, met 30 miljoen euro aan monopolierente omgekocht om een nieuwe wet uit te vaardigen.

Die wet was een zuivere discriminatie, mijnheer de minister, tussen de private kansspeloperatoren en de Nationale Loterij. Alles werd toegestaan voor de Nationale Loterij, terwijl voor de private operatoren een cumulverbod binnen websites werd ingevoerd, samen met een verstrenging van de regels, een bonusverbod, een verhoging van de leeftijdsgrens en een algemeen reclameverbod. Er bleven nog enkele beperkte uitzonderingen bestaan, onder meer voor het voetbal, mijnheer Bouchez, maar ook die zouden binnenkort verdwijnen, als ik de plannen moet geloven.

Wat gebeurt er dan? Vorige week werd aan minister Beenders de vraag gesteld om de spelersaccounts in te perken. Toen heb ik, beste socialistische vrienden, gezegd dat het beter was één account te bewaren. Dat voorstel hebt u weggestemd. Nu komt uw minister met een andere vraag over de brug.

Er is echter licht aan het einde van de tunnel. Het Grondwettelijk Hof heeft de betrokken wet vernietigd op grond van discriminatie. Die wet discrimineert. De Raad van State zegt dat eveneens. Het Grondwettelijk Hof bevestigt dat standpunt, vandaar mijn vraag aan u, mijnheer de minister.

Zult u het Grondwettelijk Hof volgen? Zult u ook de Raad van State volgen? Er moet nog een bijkomende uitspraak van de Raad van State komen, maar het Grondwettelijk Hof stelt duidelijk dat ook de Nationale Loterij onder het toezicht van de Kansspelcommissie moet vallen. Dat heeft men net proberen te vermijden. De Kansspelcommissie moet immers toezicht houden. De heer Van Hecke – ik zie hem knikken – heeft er op die manier voor gezorgd dat er geen controle meer is op de Nationale Loterij. Die kan iedereen laten spelen en doen wat ze wil.

David Clarinval:

Het regeerakkoord is duidelijk op het vlak van kansspelen. Het voorziet eerst in de overdracht van de Kansspelcommissie van de minister van Justitie naar de minister van Economie en van de FOD Justitie naar de FOD Economie. Zodra deze overdracht is afgerond, zal ik de andere in het regeerakkoord geplande maatregelen geleidelijk aan, in meerdere fases, uitvoeren.

Ten eerste, de hervorming van de Kansspelcommissie. Ten tweede, de modernisering van het regelgevend kader om het hoofd te bieden aan de digitalisering, de opkomst van nieuwe speelvormen en de uitbreiding van het aanbod.

Ten derde, de maatregelen ter bestrijding van illegale kansspelinrichtingen, zowel online als offline, zullen worden geïntensiveerd.

Mijn diensten zijn momenteel het arrest van het Grondwettelijke Hof aan het analyseren. Zodra ik de volledige bevoegdheid op dit gebied heb verworven, zal ik in samenwerking met minister Jambon de wetgeving aanpassen, in overeenstemming met het arrest.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, het Grondwettelijke Hof heeft bepaald dat u tijd hebt tot het einde van het jaar om daar een mouw aan te passen, om een einde te maken aan de discriminatie, om er eindelijk voor te zorgen dat de Nationale Loterij op dezelfde manier als de private spelers wordt behandeld, zodat ze ook onder het toezicht van de Kansspelcommissie valt. Momenteel kan de Kansspelcommissie door dit arrest van het Grondwettelijke Hof zelfs geen straffen meer uitspreken voor wie dit niet opvolgt.

Mijnheer Bouchez, dit geldt ook als u met Royal Francs Borains veel publiciteit wil maken. Volgens mijn interpretatie van de wet kan iedere voetbalclub, iedere wielerclub, iedere judoclub vandaag zeggen: wij gaan publiciteit maken met een private speler.

Persoonlijke feiten

Faits personnels

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de voorzitter, ik ben drie keer genoemd, dus ik denk dat er sprake is van een persoonlijk feit.

Het is steeds hetzelfde liedje met mijnheer Dedecker. Al jaren worden dezelfde beschuldigingen geuit, namelijk dat de heer Haek invloed op mij persoonlijk zou hebben uitgeoefend omdat ik mijn wetsvoorstel in de ene of de andere zin zou hebben aangepakt.

Die aantijgingen komen uit de mond van iemand die spreekt in naam van de private goksector, een sector die alles in het werk heeft gesteld om een wet te vernietigen die democratisch is goedgekeurd.

Mijnheer Dedecker, wat heeft het Grondwettelijk Hof gedaan? Vooraleer u hier uw show komt opvoeren, zou u het arrest beter eens goed lezen. De verstrengingen die in de wet zijn opgenomen, namelijk de verhoging van de leeftijdsgrens van 18 jaar naar 21 jaar, het principieel reclameverbod en het verbod op bonussen, zijn bekrachtigd. Die bepalingen zijn grondwettelijk verklaard en blijven overeind.

Eén artikel is vernietigd, met name het cumulverbod, omdat dat ook expliciet op de loterijen van toepassing moet zijn. Dat is een goede zaak aangezien daar geen meerderheid voor bestond. De overige bepalingen blijven volledig behouden.

Het Grondwettelijk Hof stelt echter dat die verstrengingen ook moeten worden doorgetrokken in de wet op de loterijen. De leeftijdsgrens moet ook daar worden opgetrokken tot 21 jaar en het bonusverbod moet eveneens worden ingevoerd. Dat geldt voor de wet op de loterijen, meer bepaald voor enkele online loterijproducten.

Dat is de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Het gaat om een overwinning voor diegenen die jarenlang hebben gevochten om de sector een halt toe te roepen, ondanks het intensieve lobbywerk van anderen. Ik zal geen namen noemen want dan roept u ook een persoonlijk feit in.

Mijnheer Dedecker, ik ben blij dat wij die strijd samen zullen kunnen voeren. Onze tekst ligt klaar en werd reeds een jaar geleden ingediend om de wet op de loterijen aan te scherpen. Ik reken op uw steun. Als ik de minister goed heb begrepen, zal de regering zich ook conformeren aan het arrest van het Grondwettelijk Hof. Dat is een heel goede zaak.

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le président, je voulais faire une petite correction par rapport à ce qu’a dit M. Dedecker. En fait, il n’y a pas une exception spécifique pour le football. Il y a une exception générale, qui permet effectivement aux produits dérivés des opérateurs de jeux de faire l’objet d’une publicité.

Néanmoins, je voudrais – puisque ce fait personnel me permet de le faire – confirmer les propos qui ont été tenus. Le lobby de la Loterie Nationale est un lobby que je n’ai jamais vu. Les textes n’étaient même pas sortis de la table du gouvernement que les représentants de la Loterie Nationale envoyaient déjà des messages pour les faire modifier. Ils ont eux-mêmes écrit certains des textes discutés.

Je souscris totalement à la demande de M. Dedecker. Le principe, comme d’ailleurs pour l’impôt, est l’égalité devant la loi.

Il est évident que cette vision selon laquelle il faudrait interdire le jeu, l’alcool, le tabac n'est pas celle de mon groupe politique. Nous considérons que les gens ont droit à des libertés. Nous devons cadrer. Nous devons faire de la prévention. Nous devons accompagner. Mais interdire n’est certainement pas la solution. Je vous remercie.

Jean-Marie Dedecker:

Ik denk dat de heer Van Hecke last heeft van politieke schizofrenie. Ik heb het klaar en duidelijk in de wet gelezen. Ik heb niet gesproken over de voorwaarden, hoewel ik akkoord ga met wat de heer Bouchez daarover zegt. Dat is allemaal klaar en duidelijk, die verbodmaatschappij van de heer Van Hecke, waar ik het niet mee eens ben. Wat is er destijds gebeurd, mijnheer Van Hecke? Ik heb gezegd dat men ervoor moet zorgen dat de Nationale Loterij ook onder het toezicht komt van de Kansspelcommissie. U hebt daar niet voor gezorgd. U hebt dat niet gedaan, omdat u in de zak van Jannie Haek zat en dat is het grote probleem. Ik zeg dat iedereen gelijk voor de wet moet zijn. Mijn wetsvoorstel daaromtrent zal voor het einde van deze maand voorgelegd worden. Gelijke monniken, gelijke kappen, maar dat kent men niet bij de groenen, die liever alles kapotmaken.

De moeilijk tot zeer moeilijk toeleidbaren

Gesteld door

N-VA Wouter Raskin

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 8 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Wouter Raskin bekritiseert dat langdurig werklozen zoals zijn vriend Luc—gelabeld als "niet-toeleidbaar"—jarenlang werden verwaarloosd met enkel een uitkering, en pleit voor intensieve begeleiding via OCMW’s om hen alsnog te activeren, ondanks twijfels over hun tewerkstellingskansen. Minister Clarinval verdedigt de hervorming (afschaffing werkloosheidsuitkering na 20 jaar in 2026) en wijst op alternatieven: een beschermingsuitkering (tot 2028) of OCMW-steun, gefinancierd met 300 miljoen euro/jaar vanaf 2026, plus investeringen in sociale economie voor wie nog kan werken. Raskin erkent het beleid maar benadrukt dat het label "niet-toeleidbaar" nooit een excuus mag zijn om op te geven, en ziet in de OCMW’s de sleutel tot maatschappelijke integratie—al zal dat niet voor iedereen slagen. Beide benadrukken de maatschappelijke plicht om deze groep actief te begeleiden, maar verschillen in nadruk: Raskin op individuele trajecten, Clarinval op systeemwijzigingen en financiering.

Wouter Raskin:

Mijnheer de minister, in januari 2026 zullen voor het eerst de mensen die twintig jaar of langer genoten van een werkloosheidsuitkering deze niet meer ontvangen. Die maatregel impacteert heel wat mensen. We moeten eerlijk zijn, een belangrijk deel van die groep zal niet onmiddellijk opnieuw aan de slag geraken, ook al omdat de gewestelijke arbeidsvoorzieningsdiensten hen in het verleden al gelabeld hebben als niet-toeleidbaar.

Zo vergaat het ook mijn oude vriend Luc, mijnheer de minister. Al twintig jaar aan de drank. Hij kreeg maandelijks een werkloosheidsuitkering. Maar dat was het dan ook. Voor de rest keken we niet naar Luc. We lieten hem zitten met al zijn miserie.

Vandaag gaan er stemmen op om Luc toch maar eeuwig in die werkloosheid te houden, alsof hij tot niets anders in staat zou zijn. Ik meen dat dit niet de juiste piste is, mijnheer de minister. Luc – ik ken hem al jaren – verdient het te kunnen rekenen op de expertise en de knowhow die bij uitstek aanwezig is bij de maatschappelijk assistenten, in de OCMW’s, om Luc te begeleiden in tal van levensdomeinen waar hij met problemen kampt en hem tegelijk op basis van concrete afspraken het traject aan te bieden richting activering en wie weet ook ooit tewerkstelling.

Mijn vragen zijn heel eenvoudig, mijnheer de minister. Bent u het met me eens dat we veel te lang weggekeken hebben van mensen als Luc? Bent u het met me eens dat de beslissing die we genomen hebben over de beperking van de werkloosheid in de tijd een opportuniteit is om Luc opnieuw toekomstperspectief te bieden?

David Clarinval:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Raskin, het is een paradox en illustratief voor het werkloosheidsstelsel zoals het voor de hervorming bestond, dat van een groep langdurige werklozen wordt gesteld dat zij niet-toeleidbaar zijn naar de arbeidsmarkt. Voor die doelgroep is de werkloosheidsuitkering niet de gepaste oplossing.

De redenen waarom de regionale diensten deze werklozen niet-toeleidbaar achten, zijn zeer uiteenlopend. Binnen de regering werd afgesproken, samen met mijn collega Rob Beenders, te zorgen voor een oplossing voor de doelgroep van de beschermingsuitkering tegen 2028 die toelaat de beschermingsuitkering af te schaffen vanaf 2028.

Wie niet in aanmerking komt voor de beschermingsuitkering, valt niet uit de boot. Wie zijn recht op een werkloosheidsuitkering verliest en over onvoldoende bestaansmiddelen beschikt, kan terecht bij het OCMW. De regering ondersteunt die rol met een substantiële extra financiering van 26 miljoen euro in 2025 en 300 miljoen euro vanaf 2026. In het kader van de hervorming van de werkloosheidsverzekering investeert de federale regering ook 50 miljoen euro per jaar in een groeipad voor de sociale economie. Zo kan eenieder de ondersteuning vinden die hij of zij nodig heeft en zetten we de poort naar de arbeidsmarkt verder open voor wie nog kan werken.

Wouter Raskin:

Mijnheer de minister, ik hoor dat u voet bij stuk houdt wat betreft het besliste beleid. Dat is goed nieuws. Ik denk dat het belangrijk is te stellen dat we ons er niet mogen bij neerleggen dat mensen het label van niet-toeleidbaar krijgen, zoals in het verleden. We mogen daar niet in berusten. We hebben veel te lang weggekeken van die doelgroep. We hebben veel te lang ons eigen geweten gesust door die mensen een uitkering te geven zonder veel meer. Mijnheer de minister, ik ben ervan overtuigd dat maatschappelijke integratie de weg is die we moeten volgen. Daarbij zijn de geresponsabiliseerde OCMW’s onze eerste en belangrijkste partner. De regering zal die vergeten doelgroep opnieuw oppikken en opnieuw toekomstperspectief bieden. Zal dat altijd lukken? Nee, dat zal niet altijd lukken. Het is echter wel onze maatschappelijke plicht om het te proberen.

veiligheid, justitie en defensie

De aanhoudende vreemdelingenrellen
Het geweld tegen de politie en de hulpdiensten tijdens de oudejaarsnacht
Geweld en rellen tegen overheidsdiensten tijdens onrustige periodes

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 8 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Ortwin Depoortere en Maaike De Vreese bekritiseren de recidiverende rellen op oudejaarsavond (brandstichting, geweld tegen hulpdiensten) door jonge allochtone relschoppers (inclusief kinderen van 10-12) en wijzen op structurele straffeloosheid ondanks "nultolerantie"-retoriek. Depoortere bewerkt dat de multiculturele samenleving mislukt is en pleit voor hardere repressie (opsluiting, schadevergoeding), terwijl De Vreese betere coördinatie (politiefusie Brussel, less lethal weapons voor agenten) en snellere strafvervolging eist. Minister Quintin veroordeelt het geweld, benadrukt verbeterde coördinatie (meer arrestaties in 2023) en preventieve maatregelen (huisarrest, cameranetwerk), maar erkent het zorgenwekkende aandeel minderjarigen en roept op tot strengere justitiële afhandeling—zonder expliciet in te gaan op de culturele of systeemkritiek van de oppositie.

Ortwin Depoortere:

Ik heb even nagekeken, mijnheer de minister, hoeveel keer ik hier nu al gestaan heb om rellen op oudejaarsavond aan te klagen. Sinds ik hier verkozen ben in 2019, heb ik al meer dan tien keer een escalatie van geweld in onze grootsteden moeten aanklagen.

De feiten van dit jaar zijn al even erg. Ik som ze even op. In Brussel werd er massaal brand gesticht, werden de politie en hulpdiensten brutaal aangevallen, raakten meerdere agenten gewond en werd een ambulancier in elkaar geslagen. In totaal ging het om maar liefst 684 politie-interventies.

In Antwerpen waren er, zoals gewoonlijk, vuurpijlen en molotovcocktails, maar zelfs bommen die zo zwaar waren dat DOVO moest tussenkomen. Onder de daders zaten 10- en 11-jarigen. De jammerlijke resultaten waren 101 arrestaties. Van die 101 gearresteerden, moeten er echter welgeteld 3 voor de rechter verschijnen.

Het blijft echter niet alleen bij Brussel en Antwerpen. Er waren immers gelijkaardige taferelen in Gent, in Harelbeke, een dorp in West-Vlaanderen, in Erpe-Mere en in steeds meer kleinere gemeenten en steden, mijnheer Ronse. Dat gebeurt niet alleen met Nieuwjaar, maar ook wanneer de Afrika Cup wordt gespeeld. Als Marokko een voetbalwedstrijd wint, zijn er namelijk rellen, maar als Marokko verliest, zijn er ook rellen.

Ik zie maar twee rode lijnen in het hele discours. Ten eerste zijn we het ondertussen allemaal eens over het daderprofiel. Het gaat in hoofdzaak om jonge, allochtone relschoppers. Ten tweede blijven de antwoorden die ik steeds opnieuw krijg van de opeenvolgende regeringen en ministers dezelfde: nultolerantie. Dat blijft echter bij woorden, want we zien het niet in daden. Er wordt gesproken over overlegmomenten en knuffelmomenten. Ik hoop, mijnheer de minister, dat u dit jaar uit een ander vaatje zult tappen.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, ik stond hier inderdaad ook voor de vakantie om te vragen welke voorbereidingen u zou treffen. Collega's, ik hoop dat ik hier over vijf jaar niet opnieuw sta met hetzelfde riedeltje. Ik hoop dat niet alleen, ik weet het ook. Ik weet dat er deze keer wel heel veel voorbereidingen zijn getroffen. Wij zijn er echter absoluut nog niet.

Wij hebben immers opnieuw de hallucinante beelden gezien. Dat zijn beelden waaraan wij nooit gewend mogen raken. Het zijn taferelen die wij ook moeten durven benoemen. Ze worden ook steeds meer benoemd door heel veel rolmodellen. Een deel allochtone jongeren zet telkens opnieuw de boel op stelten. Ze hebben nul respect voor onze samenleving, voor onze waarden en normen. Ze hebben nul respect voor onze ordediensten, voor onze politie en voor onze brandweer. Voor die groep moeten wij dus ook nultolerantie hanteren. Op dit moment is dat de enige taal die die jongeren nog begrijpen.

Mijnheer de minister, ik maak mij grote zorgen want wij zien de leeftijd ook telkens dalen. Het gaat niet alleen om jongeren. Het gaat ook om kinderen van 11 en 12 jaar. Dat zien wij ook in andere criminaliteitsvormen, bijvoorbeeld bij de drugscriminaliteit. Wij vragen ons dan ook af waar die ouders zijn en waar zij staan met hun ouderlijke verantwoordelijkheid.

De Gold Commander is een goede stap die de zaak in handen heeft genomen in Brussel. Nog veel beter zou natuurlijk de fusie van de politiezones in Brussel zijn. U weet net als ik dat de Gold Commander zelf heeft aangegeven dat hij op een positieve manier wil meewerken aan de fusie, als ze er komt. Dat moet ook het punt voor u zijn de komende maanden om daarvan eindelijk echt werk te maken. Dat zou een echte doorbraak zijn.

Ik had nog veel meer op mijn papier staan, maar ik wil u enkel nog het volgende vragen. Hoe zult u de rellen voorbereiden? Welke lessen hebt u geleerd?

Voorzitter:

De tijdsklok is onverbiddelijk.

Mijnheer de minister, u hebt vier minuten spreektijd.

Bernard Quintin:

Mevrouw De Vreese, mijnheer Depoortere, tijdens de voorbije weken zijn onze politiediensten inderdaad meerdere keren moeten tussenkomen om incidenten en opstootjes te beëindigen. Dat was het geval naar aanleiding van de jaarwisseling, maar ook in de context van sportevenementen in het buitenland. Laat mij duidelijk zijn, ik veroordeel die rellen en dat geweld ondubbelzinnig. Voor die relschoppers mogen we geen enkel excuus zoeken en zeker niet in de uitslag van een voetbalwedstrijd, mijnheer Depoortere.

De geïdentificeerde daders moeten door Justitie met de grootste strengheid worden bestraft, zeker wanneer het gaat om geweld tegen orde- en hulpdiensten, die helaas opnieuw het doelwit waren. Alle beschikbare elementen zullen worden overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten, met het oog op de identificatie van de verantwoordelijken en de vergoeding van de slachtoffers. Het door mij versterkte cameranetwerk zal daarbij helpen. Ik pleit er bovendien voor dat die relschoppers bij toekomstige feestelijke evenementen onder huisarrest worden geplaatst. Wie de regels van de openbare ruimte niet respecteert, heeft daar geen plaats. Burgemeesters kunnen dat doen en moeten dat ook doen.

Op 31 januari was ik aanwezig in het commandocentrum van de politie, maar ook op het terrein, samen met de veiligheids- en hulpdiensten. Op basis van wat mij ter plaatse werd meegedeeld en op basis van de incidentencijfers blijkt dat de situatie in Brussel duidelijk beter onder controle was dan in de voorgaande jaren, omdat we, mevrouw De Vreese, lessen hebben getrokken uit het verleden. Er waren meer mensen op het terrein, een betere coördinatie en snellere interventies. Zoals steeds is de politie opgetreden wanneer dat noodzakelijk was. Er werden 63 personen administratief aangehouden. Daarnaast werden, volgens het parket, 72 personen gerechtelijk gearresteerd. Van hen werden 60 personen ter beschikking gesteld van het parket, onder wie 31 meerderjarigen en 29 minderjarigen. In Antwerpen werden 92 personen administratief aangehouden, onder wie 56 minderjarigen. Daarnaast werden 9 personen gerechtelijk gearresteerd.

Het hoge aandeel minderjarigen onder de relschoppers is bijzonder zorgwekkend en roept ernstige vragen op over hoe zulke jonge mensen tot extreem gewelddadig gedrag kunnen komen. We zijn allemaal jong geweest, sommigen onder ons misschien iets langer dan anderen. Ik kijk niet naar u, mijnheer Depoortere. Zulke daden zouden nooit in ons zijn opgekomen, althans dat hoop ik. Het gaat hier om zware feiten: brandstichting en geweld tegen politie, brandweer en ambulanciers. De incidenten waren niet beperkt tot Brussel en Antwerpen, maar deden zich ook voor in Gent en andere steden en gemeenten. In aanloop naar de jaarwisseling heb ik de lokale overheden opnieuw gewezen op het ruime instrumentarium waarover zij beschikken, waaronder vuurwerkverboden, huisarrest en andere preventieve maatregelen. Iedereen moet daarbij zijn verantwoordelijkheid nemen.

Midden december hebben mijn diensten samen met de betrokken partners overleg gepleegd om een gecoördineerde aanpak tijdens de jaarwisseling te verzekeren. Mijn diensten evalueren het afgelopen oudejaar om ons in de toekomst nog beter voor te bereiden. Ik wil alle betrokken diensten, zowel federale als lokale, danken voor hun inzet en professionele samenwerking. Tot slot wil ik duidelijk zijn: geweld en rellen zijn onaanvaardbaar, ongeacht wie de daders zijn. Hun afkomst of nationaliteit is hier niet van tel. Wat telt, is dat relschoppers consequent en kordaat worden aangepakt. Daarvoor reken ik op Justitie.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik trek andere conclusies. Ten eerste, de multiculturele samenleving is compleet mislukt. Het jarenlange linkse gepamper heeft ervoor gezorgd dat vierde- en vijfdegeneratieallochtonen zich openlijk tegen onze maatschappij met haar normen en waarden afzetten en steeds gewelddadiger worden.

Ten tweede, het dreigt ook het failliet van onze rechtsstaat te worden. De straffeloosheid is totaal. Wie wetten niet afdwingt, heeft geen gezag meer.

Mijnheer de minister, ik wil dat u heldere en duidelijke taal spreekt. Preventie heeft gefaald. Het is tijd voor repressie. Sluit die herrieschoppers op. Laat ze betalen voor de schade. Wie zich gedraagt als een vijand van onze samenleving, moet ook zo worden aangepakt.

Maaike De Vreese:

Minister, daders moeten gevat, geïdentificeerd, maar ook gestraft worden. Dat gebeurt op dit moment onvoldoende. Er is inderdaad niet alleen een gevoel van straffeloosheid, maar het straffen laat ook veel te lang op zich wachten. Collega Van Vaerenbergh heeft de cijfers opgevraagd. Die wijzen er echt wel op dat we daar met een probleem zitten waarop een antwoord moet komen. Voorts moet onze politie zich ook kunnen verdedigen. We zien dat die mensen door daders met vuurwerk worden aangevallen. We zien ook dat ze zich nog altijd niet op een gedegen manier kunnen verdedigen. Defensie heeft less lethal weapons aangekocht. U weet dat ik al een jaar vraag om ervoor te zorgen dat ook de politie zich op een gedegen manier kan verdedigen, mijnheer de minister. Hier zijn drie partijen bij betrokken: Binnenlandse Zaken, Justitie en in de toekomst misschien ook Defensie. Zet die alstublieft samen. Ik hoor op het terrein dat zij vragende partij zijn om de Nationale Veiligheidsraad meer te laten samenkomen. Dat is mijn vraag voor u. Overweegt u dat? Ik zou dat wel doen.

klimaat, energie en landbouw

De boerenbetoging
Het boerenprotest en de voedselsoevereiniteit van België
Het boerenprotest tegen het Mercosur-akkoord
De boerenbetoging
De boerenbetoging
Het boerenprotest
Boerenprotesten en voedselsoevereiniteit in België

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Boerenprotesten in Brussel richten zich tegen het Mercosur-akkoord en strengere EU-regels (Green Deal, stikstof, PAC-bezuinigingen), die volgens hen oneerlijke concurrentie en financiële ondergang veroorzaken door goedkope import met lagere normen en dalende subsidies. Minister Clarinval (Landbouw) benadrukt weliswaar beperkte beschermingsmaatregelen in het akkoord (zoals snelle invoerbeperkingen bij prijsdalingen), maar kritiek blijft dat België zich onthoudt in plaats van actief tegenstemt—wat partijen als VB, CD&V en MR een verraad noemen, terwijl anderen (o.a. Open VLD) kansen in handel zien mits strenge controles. Kernpunt: de sector eist eerlijke handel, minder regeldruk en behoud van voedselautonomie, maar voelt zich genegeerd door zowel EU-beleid als de Belgische onthouding, ondanks ministeriële "garanties". Polarisatie tussen handelsvoorstanders (met voorwaarden) en fel tegenstanders (vrezend dumping en sectorineenstorting) domineert.

Dieter Keuten:

Collega’s, we hebben de betogers allemaal gehoord en gezien. Het Vlaams Belang is tussen hen gaan staan. Opnieuw zijn er tienduizenden radeloze landbouwers uit heel Europa hier in Brussel. Opnieuw. Vorig jaar waren er twee grote boerenprotesten. Toen al was de maat meer dan vol. Dat was echter voor de verkiezingen en dus werden er toen beloftes gemaakt. Vandaag moeten we vaststellen dat die beloftes niet zijn waargemaakt. Onze boeren worden nog steeds verder gewurgd, onder andere door uw regels, mijnheer de minister van Landbouw.

Er zijn de Green Deal, de natuurherstelwetten, de stikstofwetten, de mestbeperkingen en de verplichte labels. En nu wordt ook nog eens de deur opengezet voor goedkope import uit Zuid-Amerika, want de EU wil in allerijl de Mercosurdeal afsluiten, waardoor landbouwproducten geproduceerd volgens normen die ver onder onze standaarden liggen, massaal op onze markt zullen terechtkomen.

Voor de Vlaamse boer is de impact het zwaarst, want rundvee, gevogelte en suiker zijn voor ons zeer belangrijke sectoren, met hoge kosten en lage marges. Het is dan ook onmogelijk om te concurreren tegen import uit landen zonder vergelijkbare normen. De Vlaamse boer betaalt de prijs. Dat staat letterlijk in alle sectoradviezen.

Mijnheer de minister, u zei eerder dat België zich zal onthouden. Een onthouding beschermt echter niemand. Een onthouding betekent dat we niet voor onze boeren kiezen. Mijn vraag is dan ook hoe de regering dit akkoord zelfs maar kan overwegen, terwijl de risico’s voor onze landbouw zo duidelijk en zo groot zijn.

Laat u België aansluiten bij landen die het wel opnemen voor hun boeren, zoals Frankrijk en Polen? Of blijft u vasthouden aan een onthouding waarmee u onze landbouwers in de steek laat?

Benoît Lutgen:

Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, les manifestants réclament, ce jour, deux éléments. Il y a bien sûr l'enjeu du Mercosur mais également la réforme de la politique agricole commune (PAC) prévue par la Commission européenne, avec une réduction drastique des moyens, notamment en subsides et en soutien à l'agriculture; il s'agirait en l'occurrence d'une réduction de 30 %.

La conjonction de ces deux éléments-là, combinée à toute une série d'autres décisions qui ont été prises au niveau européen, qu'elles soient liées à des enjeux du Green Deal ou à des enjeux plus globaux, notamment au travers d'autres traités de libre-échange ces dernières années, montre une chose. D'un côté, on contrôle et surréglemente l'agriculture européenne et, de l'autre, nous ouvrons nos frontières sans possibilité de réel contrôle, avec en outre un sous-financement qui serait prévu au niveau de l'agriculture. Tout ceci aura bien sûr des conséquences dramatiques pour les exploitations agricoles de notre pays, mais également pour la sécurité alimentaire et la souveraineté alimentaire européenne.

J'attire votre attention sur le fait que c'est un enjeu essentiel. On a l'impression qu'on va pouvoir vivre en Europe en ayant de la nourriture européenne jusqu'à la nuit des temps. Les projections montrent très bien que nous risquons d'être dépendants demain. La force de l'agriculture européenne, c'est aussi d'avoir des liens particuliers avec notamment une partie de l'Afrique.

Compte tenu de tous les enjeux liés à la situation en Ukraine et en Russie, compte tenu du risque que 40 % de la production des céréales appartiennent à la Russie demain, monsieur le ministre, quelle est votre mobilisation? Comment avez-vous, ces dernières semaines, mobilisé vos collègues ministres régionaux pour avoir une stratégie au niveau belge afin, d'une part, de limiter au maximum tout ce qui traverse nos frontières européennes et, d'autre part, de défendre notre modèle agricole dans le cadre de la PAC?

Natalie Eggermont:

Mijnheer de minister, de boeren hebben zich vandaag luid en duidelijk laten horen. We konden ze horen tot binnen de muren van het Parlement en ze hebben gelijk. Boeren zijn essentieel. Ze zorgen voor het eten op ons bord. Ze verdienen respect. Ze verdienen ook dat ze hun boterham verdienen met hun werk. Ze werken keihard tot 60, 70 of 80 uur in de week. Ze komen echter vaak niet rond, want ze krijgen geen eerlijke prijs voor hun producten. U betaalt 2,6 euro voor uw pakje friet, maar weet u hoeveel de boer daarvoor krijgt? Hij krijgt 1 eurocent.

De productiekosten voor de boeren zijn de laatste jaren alleen maar gestegen, onder andere door de vele regels die worden opgelegd. De prijzen aan de kassa zijn ook gestegen. Het zijn echter niet de boeren die rijk worden. Dat geld gaat naar de grote spelers van de agro-industrie en de supermarkten, die de prijzen betalen en woekerwinsten maken op de kap van de consumenten en de boeren. Dat is allemaal dankzij het beleid van de politiek.

Daarbij komt nu, de druppel die de emmer deed overlopen, het Mercosurakkoord. De EU gaat een vrijhandelsakkoord aan met Latijns-Amerikaanse landen, allemaal op vraag ook van de agrobusiness, want in die landen zijn de regels minder streng. Men werkt er met goedkope arbeidskrachten. Men kan er allerlei pesticiden en hormonen gebruiken die bij ons verboden zijn.

Die bedrijven gaan daar dus produceren, goedkoper, met verboden producten en dan brengen zij die producten hier terug op de markt. Onze boeren, die aan allerlei regels moeten voldoen, kunnen daarmee niet concurreren, terwijl het water hen nu al aan hun lippen staat.

Begrijp me niet verkeerd. De boeren zijn niet tegen handel, maar ze willen wel dat het eerlijk is. Dat is het Mercosurakkoord niet. Dat akkoord is gemaakt op maat van de agro-industrie en de multinationals. Het wurgt de kleine boeren, zowel hier als in Latijns-Amerika, want ook daar zijn er protesten. De boeren vragen om te stoppen met te rijden voor het grote geld.

Mijn vraag is eenvoudig: zult u luisteren naar de boeren of blijft u de handpop van de agro-industrie?

Leentje Grillaert:

Mijnheer de minister, wij hebben hen allemaal gehoord. Onze landbouwers zijn boos en dat is terecht. De discussies rond Mercosur zijn bekend. De lat voor de Europese boeren wordt steeds hoger gelegd, terwijl de EU producten, die onvoldoende aan onze normen voldoen, toegang wil geven tot onze markt. De consument verwacht hoge kwaliteitsnormen voor elk product, maar die worden met dit akkoord onvoldoende gegarandeerd. Bovendien stelt de Europese Commissie een begroting voor van 2.000 miljard euro, waarvan 22 % wordt beknibbeld op het landbouwbudget. Wanneer we dat allemaal samenvoegen, collega’s, mijnheer de minister, hebben we landbouwers die minder steun krijgen, meer administratie moeten verwerken en daarbovenop nog eens concurrentie krijgen van buiten Europa.

Voor cd&v is dat onaanvaardbaar. Onze landbouwers hebben onze steun nodig, want op deze manier ondergraven we onze voedselzekerheid en onze strategische autonomie. Laten we duidelijk zijn, wij zijn niet tegen handel, absoluut niet, maar handel moet eerlijk zijn. Vrijhandel zonder gelijk speelveld is geen vrijhandel. Er is grote nood aan Europees beleid dat ruimte maakt in plaats van ze dicht te zetten, beleid dat investeringen en initiatief weer mogelijk maakt. Onze jonge boeren vragen rechtszekerheid, maar zij haken massaal af. Wij moeten hun alle kansen geven.

Ik heb daarom een aantal vragen, mijnheer de minister.

Hoe zult u tegemoetkomen aan de bezorgdheden van de landbouwers, zodat we een positief signaal kunnen geven aan de volgende generatie landbouwers? Hoe zult u zich verzetten tegen de afbraak van het landbouwbudget om de competitiviteit van de sector te waarborgen? Zonder boeren is er immers geen voedsel en zonder voedsel is er geen strategische autonomie.

Dank u wel voor uw antwoord.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, jaar na jaar stijgen onze sociale uitgaven. De productiviteit stagneert, de bevolking veroudert en de economie kent een zwakke groei. Er is welvaart nodig. Vrije handel met andere markten die nog niet aangeboord worden, kan wel degelijk welvaart brengen. Zo kunnen we ook ontsnappen aan de toenemende druk van landen zoals China. Vrije handel kan kansen bieden, niet alleen voor onze industrie, maar ook voor zuivelproducten, varkens, aardappelen, groenten, appels en peren.

Wederkerige garanties zijn in dat vrijhandelsakkoord wel degelijk ingebouwd, maar toch willen sommigen die kansen niet grijpen. Dat is in deze uitdagende geopolitieke tijden een gemiste kans. Een nieuw vrijhandelsakkoord staat los van de terechte bezorgdheden van de boeren. De echte druppel die de emmer doet overlopen, zijn de moeilijke en voortdurend veranderende regels, de rechtsonzekerheid en de administratieve overlast.

Men zal de minister en mezelf niet kunnen betichten daar geen oor naar te hebben. We hebben zelf samen gestreden om landbouw- en visserijproducten te redden, zoals de Ardense worst en de garnalen van onze Oostendse vissers.

We zijn zelf geconfronteerd met de kafkaiaanse regels. Op dat vlak moeten stappen worden gezet en is perspectief nodig.

Andere Europese landen hebben dat, samen met pro-boerenbewegingen, begrepen. Zij hebben niet in verspreide slagorde gehandeld, maar hebben voor zichzelf vrijstellingen verkregen op andere regels. Zij zien dat vrije handel ook kansen biedt.

Mijnheer de minister, bent u het met ons eens dat we, net zoals die andere landen, de vrije handel niet kunnen negeren en niet kunnen blijven voortploegen onder onze eigen kerktoren?

Youssef Handichi:

Monsieur le ministre, aujourd’hui plusieurs milliers d’agriculteurs, avec des centaines de tracteurs, sont dans les rues de Bruxelles pour mettre la pression sur l’Europe. Ils viennent exprimer leur colère mais surtout leurs craintes. Leur inquiétude est double: la signature possible dès cette semaine du traité de libre-échange avec le Mercosur et la baisse annoncée du budget de la PAC après 2027.

En ce qui concerne le Mercosur, vous le savez, nous sommes pour le libre-échange. Nous ne voulons pas refermer nos frontières, bien au contraire. Nos entreprises, y compris agricoles, ont besoin de marchés à l’exportation. Elles en sont conscientes et nous le disent. Cependant, le libre-échange ne peut pas signifier ouvrir grand les portes, notamment à la viande bovine produite dans des conditions qui ne sont pas comparables aux nôtres, avec des normes sanitaires, sociales et environnementales bien inférieures.

Nos éleveurs font des efforts au quotidien. Ils respectent des règles strictes. Ils investissent dans la qualité. Ils ne comprennent pas pourquoi ils sont mis en concurrence avec des éleveurs qui ne jouent pas dans la même catégorie. En deux mots, ils craignent une concurrence déloyale. Et cela, je pense que dans ce Parlement, nous en sommes conscients.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous rappeler quels sont les instruments que la Belgique peut activer au sein de l’accord UE-Mercosur pour défendre réellement nos agriculteurs, notamment les éleveurs bovins? Pouvez-vous confirmer que vous soutiendrez une approche exigeante sur le dossier Mercosur afin de protéger nos agriculteurs de tout dumping social, sanitaire et environnemental?

David Clarinval:

Monsieur le président, chers collègues, la manifestation des agriculteurs européens traduit d'une manière générale un malaise profond et structurel. Ce malaise se focalise aujourd'hui plus spécifiquement sur deux sujets: d'une part, le vote relatif à l'accord de libre-échange Mercosur et, d'autre part, la future enveloppe budgétaire prévue par la Commission pour la PAC.

La décision concernant l'accord Mercosur au sein du Conseil européen devrait être prise à la majorité qualifiée. Ce vote devrait intervenir ce vendredi après-midi. Vu les positions différentes adoptées par les différentes entités en Belgique, celle-ci s'abstiendra lors du vote sur cet accord.

J'ai personnellement demandé une analyse approfondie de l'accord Mercosur au SPF é conomie. À la lecture de cette étude, il faut en effet constater qu'au sein de cet accord, il y a des éléments favorables et défavorables. En termes d'éléments favorables, je retiens que sur le plan économique, l'accord Mercosur présente des opportunités pour plusieurs secteurs industriels comme le secteur des plastiques, des machines, du textile ainsi que pour certaines filières agricoles comme les produits laitiers ou les pommes de terre. Toutefois, nous sommes conscients que cet accord comporte des éléments défavorables. En effet, d'autres secteurs comme le sucre ou la viande bovine pourraient ressentir des effets négatifs.

Pour répondre aux inquiétudes persistantes du secteur agricole, la Commission a transmis le 3 septembre aux é tats membres ses propositions officielles relatives à l'accord qui inclut un mécanisme de sauvegarde. Elle a ensuite présenté le 8 octobre une proposition de règlement visant à renforcer la protection des agriculteurs en introduisant de nouvelles mesures permettant de réagir rapidement en cas d'augmentation soudaine des importations en provenance des pays du Mercosur ou de forte baisse des prix.

Die nieuwe procedures zijn er dus op gericht de snelle en doeltreffende uitvoering van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor landbouwproducten te garanderen en omvatten eveneens specifieke bepalingen voor bepaalde gevoelige producten zoals rundvlees, pluimvee, rijst, honing, eieren, look, ethanol en suiker.

Voor mij is het belangrijk te beschikken over een wereldmarkt met eerlijke concurrentie voor al onze economische actoren. De naleving van de fytosanitaire regels is daarbij essentieel. Ik heb daar altijd voor geijverd.

Onze producten voldoen aan strikte eisen op het vlak van onder andere kwaliteit, productiemethodes en dierenwelzijn. Het is onaanvaardbaar dat onze markt zou worden overspoeld door producten die niet aan dezelfde strikte eisen zijn onderworpen en die dus goedkoper of onder oneerlijke sanitaire voorwaarden kunnen worden geproduceerd.

Bovendien veroorzaakt de door de Europese Commissie beoogde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in het kader van het volgend meerjarig financieel kader 2028-2034 ongerustheid. Behalve de mogelijkheid dat de regelingen nog complexer zouden worden, zou het voorstel kunnen leiden tot een aanzienlijke verlaging van het budget dat aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt toegekend, momenteel geraamd op meer dan 20 %. Dat perspectief treedt naar voren op een moment waarop landbouwers worden geconfronteerd met een toenemende prijsvolatiliteit, een steeds sterkere internationale concurrentie en alsmaar strengere milieu- en gezondheidsvereisten.

In die context deel ik de ongerustheid van de landbouwwereld volledig en bevestig ik opnieuw mijn engagement voor een sterk, ambitieus en duidelijk afzonderlijk gemeenschappelijk landbouwbeleid binnen het volgend meerjarig financieel kader. De situatie in de landbouw is immers moeilijk, maar als minister van Landbouw blijf ik mij volledig inzetten om samen met de landbouwers duurzame oplossingen voor hun sector uit te werken.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, wat ik vanmiddag gezien heb, was geen betoging of geen manifestatie. Het leek meer op een dodenmars, een stille wake voor de teloorgang van onze primaire economische sector. De sector is niet overtuigd van de garanties die u opnoemt, van de engagementen die u zegt te willen opnemen. De boeren zijn niet overtuigd. Anders waren ze hier niet, vanmiddag, in Brussel, en ook vanmorgen al.

Zelfs partijen uit uw meerderheid zijn niet overtuigd. Bizar, toch? Ik vraag me echt af hoe cd&v die onthouding uitlegt aan de Boerenbond, aan het Algemeen Boerensyndicaat.

Mevrouw Verkeyn heeft heel terecht vermeld dat andere landen vrijstellingen bekomen hebben. Andere landen hebben met de vuist op de tafel geklopt, maar België niet. België zal zich onthouden.

Wij vragen u luid en duidelijk: onthoud u niet. Doe iets. Stuur Mercosur terug naar de onderhandelingstafel.

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, j'ai peu entendu l'essentiel: la stratégie pour préserver notre autonomie alimentaire. Dans votre engagement, il me semble important de jouer ce rôle fédérateur, de rassembler les ministres régionaux, d'élaborer une stratégie pour la PAC, de défendre un modèle de soutien aux exploitations agricoles de plus petite taille, de défendre notre diversification, de tailler à la hache dans les réglementations et les contrôles qui étouffent le monde agricole et de faire en sorte que, demain, le modèle wallon et belge puisse s'étendre sur la scène européenne et d'améliorer largement les contrôles à nos frontières. Quand on voit qu'on contrôle 0,086 % de colis chinois à l'échelle européenne, poursuivre ces exercices de libre-échange sans contrôle strict à nos frontières n'a strictement aucun sens.

Je vous remercie.

Natalie Eggermont:

Collega's, de tijd is rijp om ons een aantal fundamentele vragen te stellen. Landbouw is vandaag een mondiale business geworden, waarbij een handvol multinationals de plak zwaait en zich verrijkt op kap van de boeren en de consumenten. Dit is geen strijd van onze boeren tegen de boeren in Latijns-Amerika, maar het is een gezamenlijke strijd van iedereen die eerlijke, duurzame handel wil, die kleinschalige landbouw wil verdedigen tegen de macht van de agrobusiness. Ook in Latijns-Amerika komen de boeren immers op straat en verzetten zij zich, want de ravage daar is enorm. Bossen worden gekapt, mensen worden uit hun huis verdreven, huizen worden in brand gestoken en landbouwpercelen worden overgenomen en vervangen door grote sojaplantages.

Het is tijd om fundamenteel van koers te wijzigen, om te kiezen voor samenwerking en eerlijke handel, met respect voor de boeren aan beide kanten.

Mijnheer de minister, dat betekent niet u gewoon onthouden, maar tegenstemmen voor een echte koerswijziging.

Leentje Grillaert:

Collega's, en vooral collega Verkeyn, er moet mij toch iets van het hart. U bent een gewaardeerd collega, zoals u weet. Twee weken geleden hield u hier een vurig pleidooi voor de landbouw. Ik geloof oprecht in uw goede intenties, maar ik stel toch voor dat u de straat oversteekt en naar het Vlaams Parlement gaat, want daar kan mijn partij wel wat meer steun van de andere partijen gebruiken om de landbouwsector echt te steunen.

Voor het overige hoor ik hier veel enerzijds en anderzijds. Ik ben duidelijk: cd&v is tegen Mercosur! (Applaus op verschillende banken)

Mijnheer de minister, ik geloof ook in uw goede intenties, maar het is tijd om de hand aan de ploeg te slaan en te tonen dat u die goede intenties ook echt in de praktijk wil omzetten. Wij rekenen op u, maar vooral de sector rekent op u.

Voorzitter:

Mevrouw Grillaert werd onderbroken door applaus. Mocht dat applaus enkel van haar eigen fractie zijn, dan zou ik dat meerekenen in haar spreektijd, want de fractie kiest wat er gebeurt met de toegekende minuten, maar applaus van andere fracties kan ik haar moeilijk ten kwade duiden.

Charlotte Verkeyn:

Toen ik daarnet naar beneden kwam, echt vlak voor ik moest beginnen, ontving ik een e-mail. Daarin werd mij gevraagd of ik als lokaal bestuurder mijn lokale boeren wilde verwittigen dat er tegen 31 december opnieuw nieuwe Europese regels van kracht zullen zijn waaraan zij moeten voldoen.

Al die regels zijn het probleem. We reguleren ons kapot. Een vrijhandelsakkoord dat gericht is op welvaart vormt niet de kern van het probleem.

Mevrouw Grillaert, ik heb hier zes partijen gehoord die in wezen dezelfde mening delen. Laat dat de enige positieve boodschap zijn die we aan de boeren kunnen meegeven: boeren, u wordt eindelijk gehoord door de politiek.

Youssef Handichi:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement, il y a du positif, et nous allons le soutenir. Il y a quelques points qui sont à améliorer dans les secteurs du sucre et de la viande bovine. Je sais que vous y êtes attentif. Améliorer ce qui doit l'être, vous l'avez dit, c'est réagir rapidement. Nous vous connaissons et savons que vous êtes au boulot. Nous vous faisons donc confiance pour réagir rapidement.

veiligheid, justitie en defensie

Het gesprek met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap over veiligheid
Het opvoeren van de strijd tegen antisemitisme in België
Bestrijding van antisemitisme en veiligheid van de Joodse gemeenschap

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de toenemende antisemitische aanslagen (o.a. Bondi Beach, Joods Museum Brussel) en internationaal terrorisme gericht tegen joden, met vragen over veiligheidsmaatregelen en politieke verantwoordelijkheid. Minister Quintin bevestigt dat de beveiliging van joodse sites onverkort blijft, ondanks geruchten over terugdringing, en benadrukt dat militaire ondersteuning voor Antwerpen nog wacht op regeringsakkoord, terwijl hij miscommunicatie afkeurt die onrust zaait. Freilich en Bacquelaine dringen aan op structurele coördinatie (o.a. een interfederaal antisemitisme-coördinator) en internationale samenwerking, met lokaal leiderschap tegen haat. De kernboodschap: veiligheid is niet onderhandelbaar, maar vereist snelle actie, transparantie en eenheid op alle bestuursniveaus.

Michael Freilich:

Mijnheer de minister, de schutter laadde zijn geweer en begon lukraak te schieten op joodse burgers. Er vielen doden en gewonden. Neen, ik heb het niet over de aanslag een paar dagen geleden in Bondi Beach, maar over de aanval enkele jaren geleden op het Joods museum van België, niet ver hiervandaan. Ik had evengoed kunnen spreken over de aanval op de Tree of Life synagoge in Pittsburgh in 2018 en, dichterbij huis, over de moordende raids op synagogen in Halle (Duitsland) of Manchester (Verenigd Koninkrijk) in oktober, enkele weken geleden.

We hebben vernomen dat de daders van de aanslag in Bondi Beach training kregen van Islamitische Staat. Met andere woorden, de aanslag overstijgt het lokale niveau, het betreft hier internationaal terrorisme. Ook al maakt de joodse gemeenschap slechts 0,2 % uit van de totale Europese bevolking, toch is zij nog altijd een slachtoffer in dit land, in Europa en in de wereld.

Collega's, in de vorige eeuw werd mijn grootvader geviseerd en gedeporteerd om wie hij is. Vandaag worden zijn achterkleinkinderen nog steeds geviseerd om wie ze zijn. Mijnheer de minister, u sprak vandaag met leden van de joodse gemeenschap die zich zorgen maken over het eventueel terugdringen van een aantal maatregelen. Kunt u ons meedelen hoe dat gesprek is verlopen en of u hen hebt kunnen geruststellen?

Daniel Bacquelaine:

Monsieur le ministre, nous avons été émus, choqués, révoltés par l'attentat antisémite perpétré par des terroristes islamistes à Bondi lors de la Fête des lumières. Fêter la lumière est un engagement à combattre l'obscurantisme. Pour les islamistes, la lumière est intolérable, puisqu'ils sont englués dans cet obscurantisme. Fêter la lumière, c'est aussi un engagement à la vigilance, pour être toujours les premiers à défendre les droits et les libertés de toutes les communautés.

Monsieur le ministre, j'ai eu l'occasion de rencontrer le maire de Waverley Council, Will Nemesh, en novembre dernier au séminaire international des maires contre l'antisémitisme, à l'invitation de Anne Hidalgo à l'hôtel de ville de Paris. Je l'ai assuré de notre soutien et de notre solidarité.

Partout, nous assistons à la montée de l'antisémitisme, avec des violences physiques, des intimidations, des injures sur les réseaux sociaux. Cela n'arrête pas, monsieur le ministre! Je connais votre engagement contre l'antisémitisme. Il est nécessaire d'identifier, de surveiller, d'empêcher des individus de nuire à la communauté juive. Quelles sont les instructions données aux services de sécurité en la matière? Comment traquer l'antisémitisme? Quels sont vos liens avec la communauté juive de Belgique, aujourd'hui, pour la rassurer et la protéger?

Voorzitter:

Mijnheer de minister, u krijgt vier minuten tijd.

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, geachte leden, de veiligheid van alle burgers verzekeren, is mijn kerntaak en mijn hoofdverantwoordelijkheid, mijn job, 24 op 7. Dat geldt zeker ook voor de joodse gemeenschap, die sinds de aanslag van 7 oktober 2023 bijzonder geviseerd wordt, des te meer sinds de laffe antisemitische aanslag in Sydney, die ik hier nog eens krachtig wil veroordelen.

La protection des sites liés à la communauté juive sera bel et bien maintenue selon les mêmes standards qu'actuellement, qu'elle soit assurée par la police locale ou par la police fédérale, que ce soit à Anvers ou partout ailleurs en Belgique. C'est clair, c'est net, c'est dit! Elle ne sera évidemment jamais interrompue. Et si cela ne dépendait que de moi, nous pourrions encore la renforcer. Je vais y revenir.

Ik wil heel transparant zijn. Er zijn wel degelijk contacten geweest met de lokale politie van Antwerpen en met de lokale autoriteit.

Mais ces contacts portaient sur l'organisation du dispositif, justement pour en assurer le mieux possible l'efficacité, la continuité et la pérennité dans l'intérêt de tous.

Ik betreur dus oprecht de gedeeltelijke en eenzijdige communicatie via televisie en radio van de afgelopen dagen.

La diffusion de ces informations partielles et partiales n'a fait que causer davantage d'inquiétude au sein de la communauté juive d'Anvers et d'ailleurs.

Mesdames et messieurs les députés, comme vous le savez, afin de mobiliser nos militaires en soutien à nos policiers, nous avons déposé à la table du gouvernement deux protocoles d'accord avec mon collègue de la Défense, Theo Francken.

Een daarvan heeft specifiek betrekking op Antwerpen en wil expliciet de belangen en de veiligheid van de joodse gemeenschap sterker beschermen. Een akkoord laat op zich wachten. Ik betreur dat.

J'espère que cette mesure ô combien cruciale pour la sécurité de toutes et tous pourra aboutir dans les heures à venir. Chacune et chacun doit prendre ses responsabilités, comme vous l’avez dit, monsieur Bacquelaine, pour assurer que la lumière ne soit jamais mise en danger.

Mijnheer Freilich, voor u, voor mij en voor ons allemaal staat één zaak vast. Met de veiligheid van onze burgers mogen er nooit politieke spelletjes gespeeld.

Vanmiddag heb ik op mijn kabinet de vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap ontvangen en aandachtig naar hun bezorgdheden geluisterd.

Cette rencontre s’inscrit dans un dialogue constructif et effectif que nous menons avec eux depuis le début de mon mandat.

Ik heb hun verzekerd dat niet wordt geraakt aan de beveiliging van de joodse belangen en van de joodse gemeenschap of van de bevolking in het algemeen.

Ik roep daarom iedereen op tot sereniteit.

C’est ce que l’on doit pouvoir attendre de tout responsable politique.

Je vous remercie.

Michael Freilich:

Afgelopen zondag was de premier in Antwerpen voor het joods chanoekafeest. In zijn speech verklaarde hij: "Laat er geen enkel misverstand over bestaan: we zullen de volle verantwoordelijkheid opnemen om te waken over de veiligheid van u, van uw kinderen, van uw kleinkinderen hier in deze stad en in dit land."

Mijnheer de minister, ik ben dan ook bijzonder opgelucht met uw aankondiging dat de federale eenheden toch in Antwerpen zullen blijven. In u zie ik dan ook een sterke partner in de strijd tegen racisme, antisemitisme en intolerantie. Ik wil u daarvoor oprecht danken, niet alleen in eigen naam en in naam van mijn fractie, maar bovenal namens alle Antwerpenaren die zich ongerust voelden de voorbije dagen en die vandaag opnieuw opgelucht kunnen ademhalen.

Daniel Bacquelaine:

Monsieur le ministre, merci pour votre engagement ferme. Puis-je vous demander de rappeler à votre collègue, M. Beenders, que j’ai interpellé il y a un mois ici, de respecter de l’accord de gouvernement quant à la désignation d’un coordinateur interfédéral de lutte contre l’antisémitisme? Cela me semble important. Cette lutte contre l’antisémitisme doit se faire à tous les niveaux. Il faut la coordonner, et désigner une personnalité forte qui incarne cette lutte – c’est absolument indispensable aujourd'hui – et qui le fasse en toute indépendance. Je lance un appel aujourd'hui à mes collègues élus locaux pour qu’ils rejoignent le mouvement international des maires contre l’antisémitisme, qui se tient en congrès chaque année, parce que la lutte contre l’antisémitisme doit être menée à tous les niveaux, également au niveau de nos collectivités locales, par l’éducation et l’émancipation. Merci de votre attention.

veiligheid, justitie en defensie

De nationale veiligheidsstrategie van de VS
De Europese reacties op de nieuwe nationale veiligheidsstrategie van de VS
De nationale veiligheidsstrategie van president Trump
De nationale veiligheidsstrategie van de VS
De nationale veiligheidsstrategie van Donald Trump
De beleidstekst van de regering-Trump
Internationale veiligheidsstrategieën en reacties op VS-beleid

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 11 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie die Europa als een verzwakte, gemanipuleerde concurrent afschildert, met openlijke steun voor extreemrechts en ingrepen in Europese politiek. Koen Van den Heuvel, Stéphane Lasseaux en minister Prévot waarschuwen dat Europa moet ontwaken, zijn strategische autonomie moet versterken en zich niet langer blind mag staren op de VS, terwijl Nabil Boukili en Rajae Maouane de strategie zien als imperialistische agressie die Europese soevereiniteit ondermijnt. Sam Van Rooy en Georges-Louis Bouchez (MR) onderschrijven gedeeltelijk de Amerikaanse kritiek op migratie en "civilisatieverval", wat leidt tot felle tegenreacties over racisme en extreemrechtse sympathieën. Minister Prévot pleit voor een lucide, assertieve EU die selectief samenwerkt met de VS maar eigen belangen verdedigt, zonder de trans-Atlantische band volledig te verbreken.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, slaapwandelaars kennen we allemaal. Ze lijken volledig wakker, maar ze negeren heel wat signalen van hun omgeving, en ze hebben nog nauwelijks contact met de realiteit.

Mijnheer de minister, ik hoop dat ons continent niet vol slaapwandelaars zit. Steeds meer komen er signalen van de overkant van de oceaan dat Europa niet langer wordt beschouwd als een trouwe bondgenoot, maar eerder als een concurrent. Voor diegenen die nog mochten twijfelen, de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie is duidelijk. Washington kijkt niet langer naar Europa als een gelijkwaardige partner, maar als een beschaving die op het randje van de zelfvernietiging staat.

Sommigen zeggen dat Trump Europa een spiegel voorhoudt. Misschien hebben ze – weliswaar maar een klein beetje – gelijk. Ik meen dat we hier en daar, op sommige vlakken, een beetje moeten bijkleuren en dat we onze strategie wat moeten aanpassen.

Maar met uitspraken die actief verzet kweken tegen het Europees model, tegen de normen en waarden van Europa, tegen onze democratische rechtsstaat met zijn stevige sociale zekerheid, bevinden de Verenigde Staten zich steeds meer in het gezelschap van Rusland. Die landen willen Europa niet versterken, maar juist verzwakken en strategisch uit elkaar spelen om hun eigen macht en invloed te versterken.

De maskers vallen af, want ze kunnen daarbij rekenen op Europese slippendragers, op de Trumppartijen binnen Europa, die ze willen versterken. Ook daarvoor moeten we waakzaam zijn. Zij willen Europa niet versterken, maar juist verzwakken. ( Applaus )

We mogen niet langer slaapwandelen. We moeten wakker worden. Ik hoop dat België een sterke rol kan spelen om de overige Europese landen te overtuigen (…)

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, le 5 décembre, la Maison-Blanche a publié sa nouvelle note stratégique concernant la sécurité nationale des É tats-Unis. C'est un véritable bouleversement. Les É tats-Unis sont-ils encore les amis de l'Europe? En effet, dans cette note, on trouve la volonté de détruire l'Union européenne, la volonté de remplacer des régimes centristes – tels qu'ils se placent dans beaucoup de pays européens – par des partis d'extrême droite, et la volonté de s'accorder avec la Russie et la Chine au détriment de l'Europe.

Quelles sont les réactions européennes? Défendons-nous avec force nos intérêts, nos valeurs? Non, non parce qu'il y a les aveugles, les autruches qui se cachent la tête dans le sable, ceux qui considèrent que ce document n'est qu'un document politique sans conséquences et que tout va rentrer dans l'ordre. Les lâches, les lâches qui se taisent pour ne pas vexer ou contredire "big daddy", par peur de représailles. Les MAGA européens – y compris dans notre pays – qui trouvent que l'administration Trump a raison de remettre en cause nos valeurs fondamentales.

Monsieur le ministre, qu'attendez-vous pour défendre le projet européen de Jean Monnet, Robert Schuman ou Paul-Henri Spaak face à ces agressions verbales et commerciales venues d'outre-Atlantique? Comment expliquez-vous ce silence radio côté européen? L'urgence n'est-elle pas de renforcer notre action commune?

Monsieur le ministre, pour que nos citoyens respectent notre Union européenne, nos dirigeants doivent porter fièrement la bannière bleue et ses douze étoiles d'or.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la nouvelle stratégie de sécurité nationale de Donald Trump est un document majeur, pas seulement parce qu'il définit les priorités américaines, mais parce qu'il dévoile, sans ambiguïté, un impérialisme américain assumé.

Les États-Unis y expliquent, noir sur blanc, comment ils comptent maintenir leur domination sur le monde. Cela commence par l'Amérique latine. Pour Trump, cette région n'est rien d'autre que l'arrière-cour des États-Unis. Nous le voyons clairement aujourd'hui, avec l'agression contre le Venezuela sous des faux prétextes. Je rappelle ici que vous avez dit, par le passé, que vous souteniez les prétextes avancés par M. Trump.

Au Moyen-Orient et en Afrique, le message est tout aussi clair. Ce qui intéresse Washington, ce sont les ressources et les matières premières.

Mais Trump veut aussi vassaliser l'Europe, la mettre au service de l'économie et des multinationales américaines. Washington nous pousse à acheter encore plus d'armes américaines, à rester dépendants en matière énergétique et industrielle, et prétend même décider avec qui nous devons commercer ou non.

Ils soutiennent ouvertement l'extrême droite en Europe et ne cachent plus vouloir influencer les élections dans les pays européens en faveur de leurs intérêts, au détriment des intérêts des peuples européens. C'est une attaque contre notre souveraineté, monsieur le ministre. Ils veulent déstabiliser l'Europe en misant sur la division et en montant les États les uns contre les autres. Nous assistons à une attaque frontale.

Monsieur le ministre, la dernière fois que je vous ai interrogé sur l'agression américaine au Venezuela, vous avez insisté sur le fait que vous partagez les mêmes inquiétudes que M. Trump, et sur le fait qu’il s’agit d’alliés.

Alors, je vous pose la question aujourd'hui: face à cette hostilité, considérez-vous toujours les États-Unis comme des alliés? Comme ministre des Affaires étrangères, quelles mesures allez-vous prendre pour protéger notre pays contre l'agression américaine?

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ambtgenoten, we herinneren ons allemaal de geweldige speech van de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance dit jaar in München en enkele maanden later lazen we de reportage van het Franse magazine Le Figaro , dat kopte: ‘Reis naar Belgistan , hoe België islamiseert’.

De nieuwe veiligheidsstrategie van de VS bevat nu een even treffende als zorgwekkende analyse over Europa, die luidt als volgt: "Door de aanhoudende massa-immigratie en demografische omwenteling" – sommigen zouden de term ontvolking durven te gebruiken – "staat Europa op het punt om zijn beschaving kwijt te geraken. Over enkele decennia zal de meerderheid van de bevolking van bepaalde NAVO-lidstaten waarschijnlijk uit niet-Europeanen bestaan en dus zal het de vraag zijn of zij hun plek in de wereld of hun band met de VS nog steeds hetzelfde zien als de landen die zich ooit bij de NAVO aansloten. Onvermijdelijk zal de toekomst van een natie worden bepaald door de mensen die een land toelaat binnen zijn grenzen, met name in welke aantallen en vanwaar ze komen. Het tijdperk van de massa-immigratie moet eindigen."

De VS waarschuwt dus dat, bij gelijkblijvend oikofoob en globalistisch weg-met-onsbeleid, Europa zal blijven islamiseren en uiteindelijk Eurabië zal worden, een waarschuwing die vele islamcritici reeds gaven, waaronder Bat Ye'or in haar gelijknamig boek. Ik raad iedereen aan om het eens te lezen.

Mijnheer de minister, deelt u deze analyse? Zo neen, waarom niet? In hoeverre zal het regeringsbeleid rekening houden met die nieuwe veiligheidsstrategie van de Verenigde Staten?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, il y a quelques jours, une importante note de la Maison- Blanche est sortie. Elle décrit l'Europe comme un continent en disparition civilisationnelle. C'est une vision catastrophiste. On y lit tout mais surtout n'importe quoi, sans la moindre étude sérieuse, mais avec une intention claire: affaiblir l'Union européenne, faire reculer l'État de droit, démanteler nos protections sociales et climatiques et, surtout, encourager la montée de l'extrême droite.

Le plus choquant, c'est que certains, dans le gouvernement Arizona, applaudissent. On entend le président du premier parti francophone dire: "C'est un rapport que j’aurais pu écrire moi-même." On entend un ministre fédéral dire que Trump a parfaitement raison. Soyons clairs, quand ce président de parti et ce ministre disent qu'ils se reconnaissent dans ce texte, ce n'est pas innocent. Ils valident une stratégie américaine qui appelle clairement à cultiver la résistance à l'intérieur des pays européens, pour influencer nos choix politiques. C'est très grave parce que c'est de l'ingérence. C'est un problème politique majeur. Surtout, se rend-on compte de ce qu'ils valident? On parle d'un président, Trump, qui fait arrêter des familles sur leur lieu de travail, qui démonte toutes les politiques climatiques, qui attaque frontalement le droit des femmes, des minorités, des migrants, des personnes trans. Est-ce cela le modèle que l'Arizona veut amener ici? Est-ce cela, votre vision?

Monsieur le ministre, ceci vous met face à une responsabilité claire. Mes questions sont simples. Comment la diplomatie belge analyse-t-elle cette note qui assume clairement vouloir intervenir dans les dynamiques politiques européennes? Quelles garanties pouvez-vous donner quant à la protection de notre souveraineté, face à une vision qui cherche à affaiblir nos institutions et à pousser l'extrême droite dans nos parlements? Nous en avons eu la démonstration juste avant. Comment va-t-on rappeler à l'administration américaine que la coopération transatlantique ne peut pas se construire au détriment des droits humains, de l'État de droit et de l'action climatique?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, we hebben nota genomen van het nieuw nationaal veiligheidsplan van de Verenigde Staten, dat nogal fel is ten opzichte van Europa en dat Europa behoorlijk bekritiseert. Het geeft vooral duiding bij het standpunt dat Europa de nationale soevereiniteit en identiteit van de Verenigde Staten in gevaar zou brengen. Het rapport is een aanval op de ideologie binnen Europa.

Sta me echter toe duidelijk te stellen dat de Verenigde Staten een essentiële partner zijn en blijven voor ons land en onze bevolking op het vlak van economie, veiligheid en defensie, maar ook op het vlak van geopolitieke stabiliteit.

De ideologische aanval die wij vandaag voelen, werpt een nieuw licht op onze trans-Atlantische relatie. Er is de heel belangrijke NAVO-samenwerking en de bilaterale samenwerking, maar ook het besef dat Europa heel krachtig moet optreden in een wereld die wordt gekenmerkt door grote stress, grote spanningen en heel veel crisissen.

Het feit dat wij niet langer een strategische partner worden genoemd, baart mij de meeste zorgen.

Mijnheer de minister, hoe leest u dat rapport?

Collega's, veel belangrijker dan te beweren dat de Amerikanen het niet goed zouden weten of niet goed doen, vind ik de positie van ons als maatschappij, van ons land en van Europa. Dat is eigenlijk de vraag die ik hier vandaag wil stellen.

Mijnheer de minister, na lezing van dat rapport, welke antwoorden formuleren we om als land maar ook als continent Europa krachtdadig op te treden op zowel diplomatiek als economisch en geopolitiek niveau?

Voorzitter:

Mijnheer de minister, er zijn heel wat vragen gesteld. U hebt vijf minuten spreektijd om te reageren.

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les parlementaires, je vous remercie pour vos questions.

Comme vous, j'ai évidemment pris connaissance du contenu de la stratégie de sécurité nationale des États-Unis. Bien entendu, je partage votre stupéfaction, votre indignation, parfois même votre condamnation quant aux analyses qu'elle véhicule du continent européen, à commencer par la thèse d'un prétendu effacement civilisationnel et par l'affirmation explicite des États-Unis de vouloir soutenir certains acteurs politiques européens pour résister aux tendances qualifiées de "négatives" en matière de migration, de liberté d'expression et d'identité. Ce serait des interférences inacceptables et c'est déjà un choc de valeurs. Mais soyons clairs, ce document, pour brutal qu'il soit, ne constitue pas une surprise.

Die strategie weerspiegelt in feite volledig de lijn van het optreden van vicepresident Vance tijdens de conferentie van München afgelopen februari en komt overeen met de verschillende boodschappen die de regering-Trump ons doorgeeft. De gesprekken die ik onlangs had met de Deputy Secretary of State, de heer Landau, vertoonden dezelfde accenten.

Il n'en demeure pas moins que nous conservons des intérêts communs. C'est pourquoi je plaide, depuis le début, pour une approche lucide. Plus qu'un choc, cette stratégie américaine doit être un électrochoc.

We moeten absoluut uit de comfortabele ontkenning stappen, waarin wij ons al veel te lang hebben genesteld en die blijft voortduren ondanks de harde klappen van de afgelopen maanden. Niet alles in die tekst is overigens onjuist. De EU verliest op economisch, militair, politiek en diplomatiek vlak. Het is tijd om ons te herpakken.

Nous devons impérativement prendre nos responsabilités. Nous avons trop longtemps vécu sur nos acquis, nous pensant sous la protection indéfinie de l'Oncle Sam. Cette époque est révolue. L'Europe doit se reprendre en main. Il ne s'agit pas tant de réagir vis-à-vis des États-Unis, mais plutôt d'agir entre Européens.

Europa moet zich profileren als een onafhankelijk machtsblok in een multipolaire wereld door bepaalde essentiële lijnen te verdedigen.

Il faut préserver l'unité et la cohésion européenne face aux tentatives américaines de bilatéraliser les relations. Je rappelle d'ailleurs que le fonctionnement optimal de l'Union européenne est considéré comme un intérêt vital de la Belgique dans notre propre stratégie nationale de sécurité.

We moeten een strategische autonomie opbouwen door de opkomst van een Europese pijler binnen de NAVO te versnellen en door onze economische soevereiniteit, onze concurrentiekracht, onze energieautonomie te verdedigen en door de regelgevende autonomie van de EU te behouden.

Il faut maintenir évidemment le cap sur le soutien indéfectible à l'Ukraine, et aussi veiller à protéger notre cohésion sociale, nos processus démocratiques contre toute tentative d'interférence ou d'ingérence, quelle qu'en soit l'origine. Nous entrons donc dans une ère de coopération à géométrie variable. Nous sommes alliés sur certains dossiers, rivaux sur d'autres.

De Verenigde Staten blijven een onmisbare partner waarmee wij moeten blijven zoeken naar mogelijkheden tot samenwerking waar dat mogelijk is. De strijd tegen georganiseerde misdaad en in het bijzonder tegen drugshandel vormt een gedeelde prioriteit. Het beheer van migratiestromen met respect voor onze fundamentele waarden is eveneens een convergentiepunt. Thema's die verband houden met defensie, de strijd tegen terrorisme, evenals onze nauwe economische banden blijven onderwerpen waarover het essentieel is de dialoog voort te zetten.

We moeten onze eigen belangen en waarden met assertiviteit, vastberadenheid en helderheid verdedigen. Tevens moeten we de diversificatie van onze partnerschappen versnellen.

J'entends proposer à l'ensemble des membres du gouvernement de souscrire à cette vision stratégique plus volontariste et lucide pour garantir la cohérence de notre action vis-à-vis de Washington. Nous avons, avec les États-Unis d'Amérique, une histoire commune, forgée dans le sang et la solidarité. Cette histoire, nous devons chercher à la préserver et nous devons l'utiliser comme un tremplin pour réinventer un destin conjoint à défaut de pouvoir toujours être commun. L'allié d'hier sera encore celui de demain. Les États-Unis ont changé. À nous d'en faire autant.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Wij mogen niet langer blindelings op veiligheidsgaranties van de Verenigde Staten rekenen. Dan zijn we aan het slaapwandelen. Europa moet ontwaken en opstaan, zoals u hebt gezegd. België moet daar als middelgroot land binnen Europa echt een grote rol in spelen. Ik roep u en de voltallige Belgische regering op om die rol op te nemen. We hebben die rol in het verleden gespeeld. Heel wat bekende Belgische politici hebben daaraan bijgedragen en daarmee naam gemaakt binnen Europa. Het is tijd om dat nu opnieuw te doen. We merken dat binnen grote Europese landen af en toe de nationale belangen overwegen, zeker op defensievlak. België moet daar tegen vechten en een voorbeeld vormen. Ik moedig u dan ook aan om die rol op te nemen en wens u daarbij heel veel succes.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour les réponses que vous nous apportez. En effet, nous ne devons plus compter uniquement sur l'Oncle Sam. Il faut impérativement défendre notre civilisation européenne, celle qui est née de notre histoire tragique – vous l'avez citée –, une civilisation ouverte au monde, une civilisation basée sur le droit international et la coopération entre États, une civilisation basée sur un État de droit et sur des droits humains, une civilisation où chacun est respecté, une civilisation qui soutient les plus faibles.

Monsieur le ministre, comme précisé dans ma question, il est important et urgent, je persiste et je signe, de consolider la défense de ces valeurs et de renforcer courageusement et avec conviction notre action commune avec les pays européens qui en ont la volonté, mais aussi notre autonomie collaborative. J'en ai toujours été convaincu et, pour que ce message puisse être entendu outre-Atlantique, je le dirai en anglais: vous êtes the right person in the right place.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, votre réponse est décevante. Vous faites un constat moyennement bon, mais vous en tirez les mauvaises conséquences. Vous dites, par exemple, qu'on partage la lutte contre la drogue avec les Etats-Unis. Quand on intercepte un pétrolier vénézuélien au large des côtes vénézuéliennes, est-ce pour lutter contre la drogue? C'est écrit noir sur blanc, c'est pour s'accaparer les richesses vénézuéliennes et c'est pour asseoir sa domination sur le monde.

Ce dont on a besoin, monsieur le ministre, c'est de sortir de la domination américaine et non pas de construire une autre Union européenne des États-Unis bis . Il nous faut construire une Europe qui tend la main vers le reste du monde, une Europe de coopération avec les autres peuples, pas une Europe de course à l'armement. Nous avons besoin d'une Europe de coopération et de travail avec les autres peuples. Il nous faut tendre la main aux peuples du Sud plutôt que de rester sous la domination américaine. Cette logique ne fonctionne pas.

Sam Van Rooy:

Zwaar beveiligde wintermarkten in plaats van kerstmarkten en een verminkte zogenaamde kerststal in Brussel, jihadisten die naar België kunnen komen en hier vrij rondlopen, de voortdurende instroom van fundamentalistische moslims, openlijke oproepen tot jihadistische terreur, sterk geïslamiseerde scholen en wijken, steeds meer moskeeën en Koranscholen, toenemende islamitische sluierdracht en honderdduizenden moslims op ons grondgebied met verwerpelijke islamitische opvattingen over vrouwen, niet-moslims, ex-moslims en homoseksuelen, infiltratie door de Moslimbroederschap en Hamas enzovoort, als de regering niet inziet dat de Verenigde Staten gelijk hebben en dat de massa-immigratie moet worden gestopt, zal onze eigen beschaving over enkele decennia inderdaad niet meer bestaan.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

Je suis d'accord sur le fait que ce n'est pas une surprise. Qui est d'ailleurs surpris par les propos de Donald Trump? Par contre, ce qui m'étonne, c'est que des membres éminents de votre coalition gouvernementale applaudissent la note de Trump. Ce qui me surprend, c'est que vous ne convoquiez pas l'ambassadeur des États-Unis pour lui tenir les mêmes propos. Que vous ne convoquiez pas le ministre de la Défense pour lui dire que ce n'est pas OK de valider cette note, ou le président du premier parti francophone pour lui dire que ce n'est pas correct d'avoir une alliance et… (Interruption hors micro par M. Bouchez)

Voorzitter:

Mevrouw Maouane heeft nog een half minuut tijd.

Rajae Maouane:

Maintenant qu'il est revenu du Qatar, il peut peut-être passer au cabinet. (Brouhaha)

Georges-Louis Bouchez:

(…)

Voorzitter:

Collega's, mag ik u vragen om niet vanuit de stoeltjes te spreken zodanig dat de spreker die het woord heeft onverstaanbaar wordt. (Applaus)

Rajae Maouane:

En parlant de surprise, qui est surpris que M. Bouchez interrompe encore une fois des femmes qui parlent?

Georges-Louis Bouchez:

(…)

Rajae Maouane:

Oui, vous aurez votre droit de parole.

On ne peut pas être aussi incendiaire avec Donald Trump et ne pas convoquer ces membres de la coalition gouvernementale.

Je voudrais clarifier une chose. Je vous ai entendu dire que vous étiez d'accord, que vous aviez un point de convergence avec la pratique ou la lutte migratoire des États-Unis? Voilà qui éclaire la politique de l'Arizona! Cela m'inquiète encore plus.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, we zijn een klein volk, maar we zijn pragmatisch, assertief, dapper en we laten ons niet zomaar destabiliseren. U hebt dat in uw antwoord ook niet laten gebeuren.

Het is inderdaad essentieel dat we ons aanpassen aan nieuwe geopolitieke situaties en dat we vooruitgaan in ons economisch beleid, in ons defensiebeleid en in onze strategische autonomie. We moeten duidelijk maken waar we voor staan en onze stem in de NAVO durven te verheffen. Het is ook essentieel dat we samen met onze partners, de Europese lidstaten, ons een visie op de toekomst eigen maken die ons sterk maakt en stabiliteit biedt aan onze bedrijven, niet alleen in relatie met de VS, maar ook in relatie met andere landen waar we nieuwe markten aanboren, essentieel voor de welvaart voor ons land, denk maar aan de stemming over Mercosur.

Voorzitter:

Monsieur Bouchez, je vous donne la parole pour un fait personnel.

Fait personnel

Persoonlijk feit

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le président, je tiens seulement à apporter deux éléments. Mme Maouane était en effet très impatiente de pouvoir m'entendre. Je trouve particulièrement choquant d'entendre dans l'Assemblée d'un pays qui est une démocratie libérale des gens qui soutiennent le régime de M. Maduro, dont le pays devrait être l'un des plus riches du monde grâce à ses réserves de pétrole. Or, aujourd'hui, M. Maduro fait tirer sur sa population qui meurt de faim et se rebelle contre cela.

Pour le reste, m adame Maouane, oui, j'assume complètement que j'aurais pu écrire ce rapport, non pas pour les visées que vous me prêtez. Comme vous parlez beaucoup de mon voyage au Qatar, je vous conseille vivement de voyager un peu plus. Cela vous ouvrirait l'esprit et vous réaliseriez à quel point l'Europe est actuellement en perte de vitesse à l'échelle mondiale. Oui, ce rapport dit vrai lorsqu'il indique que l'Europe produisait 25 % de la richesse mondiale et qu'elle n'en produit plus que 14 %. Oui, ce rapport dit vrai lorsqu'il dénonce le fait que l'Europe n'est plus capable de prendre des décisions. Oui, madame, ce rapport dit vrai lorsqu'il dénonce le fait que l'Europe est en train de disparaître de la scène internationale.

Meyrem Almaci:

(…)

Georges-Louis Bouchez:

Je connais votre habitude, madame Almaci. Quand on voit votre bilan à la présidence de votre parti, vous feriez mieux de vous montrer très modeste!

Alors, oui, j'assume pleinement que ce n'est pas faire allégeance à Trump. Ce doit être le wake-up call dont l'Europe a enfin besoin et que votre formation politique a empêché, ainsi que celles de toute la gauche. ( Applaudissements nourris sur les bancs du Vlaams Belang et de l'Open Vld )

Eh bien, oui! Cela ne me pose aucun problème. La vérité, c'est votre bilan que nous voyons aujourd'hui!

Voorzitter:

Vous avez la parole, madame Maouane.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le président.

J'allais répondre, mais je crois que les applaudissements de l'extrême droite constituent la meilleure des réponses aux propos de M. Bouchez. C'est la meilleure des réponses! Georges-Louis Bouchez, le président du MR, reçoit une standing ovation du Vlaams Belang. Je crois que ça se passe de commentaires!

Je pensais que M. Bouchez allait prendre la parole pour s'excuser de m'avoir encore une fois interrompue. Je pensais qu'il allait s'excuser d'interrompre encore une fois quelqu'un qui a la parole et qui dit quelque chose qui lui déplaît. Malheureusement, il ne le fait pas. Mais je n'en suis pas vraiment surprise.

Monsieur Bouchez, si vous aimez tant le Qatar, qui est pour vous ce modèle de démocratie, rejoignez vos Frères musulmans là-bas!

(Mevrouw Almaci vraagt het woord)

Voorzitter:

U bent niet bij naam genoemd. U kunt moeilijk een persoonlijk feit inroepen, als u niet genoemd bent.

Sofie Merckx:

Monsieur le président, je ne souhaite pas introduire un fait personnel, mais je trouve simplement très particulière la manière dont la réunion se déroule. Il suffit que quelqu’un soit présent sans être inscrit au débat et qu’il crie sur une personne, en l'empêchant ainsi de continuer à s’exprimer, pour entraîner un fait personnel. Vous devriez plutôt rappeler à l’ordre la personne qui a crié afin qu’elle cesse de le faire. Je suis désolée, il ne s'agit pas d'un fait personnel.

Moi aussi, je pourrais crier durant toute la plénière jusqu’à ce qu’on cite mon nom pour obtenir cinq minutes de parole. Ce n’est pas une façon de procéder ! Lorsqu'on veut intervenir dans un débat, il faut s’inscrire. Un fait personnel n’existe que lorsqu’il s’agit réellement de propos tenus à l’égard d’une personne, pas quand on interrompt la séance.

Voorzitter:

Ik heb mevrouw Maouane de 30 seconden gegeven die haar door onderbrekingen werden ontnomen. Dat betekent dat zij haar hele uiteenzettingen heeft kunnen doen. Ik heb kunnen vaststellen dat mevrouw Maouane de heer Bouchez in het debat betrokken heeft. Sommige collega's – ik spreek in het algemeen – vinden er een zeker plezier in om, ofwel persoonlijke feiten uit te lokken, ofwel om daar gebruik van te maken om zich bijkomend in het debat te mengen. Ik moet daarbij een heel dunne lijn bewandelen. Niet elke manier van naamvermelding volstaat, anders zouden we hier oeverloos debatteren. Bovendien kan de betrokkene – dit is het gevolg van het uitlokken van een persoonlijk feit - ook daarna weer het woord nemen. Misschien moeten we eens nadenken over die formule in het Reglement, want er wordt daar veelvuldig misbruik van gemaakt. Ik heb geoordeeld dat hier sprake was van een persoonlijk feit. Mevrouw Maouane heeft de kans gekregen om daarop te reageren. Dat betekent ook dat ik u geen persoonlijk feit toesta, mevrouw Almaci. Uw naam is genoemd, maar uw fractie heeft de tijd gekregen om haar zeg te doen . Ik vrees dat, wanneer u een persoonlijk feit krijgt toegewezen, de heer Bouchez daarna twee minuten krijgt om daarop te reageren, waarna vervolgens weer een andere naam kan volgen. We zullen daar paal en perk aan stellen. De twee fracties hebben uitgebreid van gedachten kunnen wisselen. Ik ga nu over tot de orde van de dag.

gezondheid en welzijn

De extra financiering van de ziekenfondsen
Het miljardenvermogen van de ziekenfondsen
De ziekenfondsen
De ziekenfondsen
Het vermogen van de ziekenfondsen
Financiering en vermogen van ziekenfondsen

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 11 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Oppositiepartijen (N-VA, MR, LDD) vallen de ziekenfondsen scherp aan omwille van hun 6,1 miljard euro vermogen (opgebouwd met belastinggeld en vrijgesteld van fiscale lasten), commerciële activiteiten (hotels, vastgoed, verzekeringen) en belangenverstrengeling (politieke zuilen, vakbonden). Zij eisen afschaffing of strenge hervorming, wijzend op oneerlijke concurrentie, gebrek aan transparantie en Europese alternatieven waar de overheid rechtstreeks uitbetaalt. Minister Vandenbroucke (Vooruit) verdedigt het systeem: de reserves zijn wettelijk verplicht voor solidariteit en patiëntenzekerheid, en de fondsen worden aangesproken op efficiëntie (150 miljoen besparingen, fraudebestrijding). Hij werpt tegen dat critici privatisering van de gezondheidszorg nastreven en herinnert aan eerdere politieke steun voor de huidige regels. De polarisatie blijft: oppositie ziet misbruik en zuilendwang, Vandenbroucke solidariteitsmodel en regeerakkoord als onwrikbaar.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, de ziekenfondsen zijn ongelooflijk actief. Hotels uitbaten, kastelen bezitten, met Lamborghini’s en Bugatti’s voor de deur, blijkbaar. En dan nog grote muziekfestivals organiseren. Dat laatste stond niet in het zeer uitgebreide dossier van HLN , maar u kent dat festival waarschijnlijk, mijnheer de minister. Misschien bent u er geweest? Les Solidarités, dat kent u toch? Een peperduur evenement voor 60.000 mensen. De BTW zal wat duurder worden, maar ik meen dat dit niet zo erg zal zijn voor Les Solidarités. Big business!

Opgelet, ik ben de eerste om te pleiten voor ondernemerschap, maar dan wel met privégeld. Een verborgen vermogen van maar liefst 6,1 miljard euro. Een jaarlijkse winst van 1,45 miljard. 0 euro belastingen! Dat is gewoon ondenkbaar voor een gewone onderneming. Maar voor de socialisten van Vooruit is dat geen probleem. Hier ons elke week de les komen spellen over de eerlijke bijdrage van iedereen, maar als de kameraden in het vizier komen, wordt het plots heel stil.

Geen vraag. Niet vanwege de N-VA. Die komt deze week met een plan: weg met de ziekenfondsen. Maar Arizona heeft nog maar twee weken geleden 17 miljoen extra aan de ziekenfondsen gegeven, bovenop de 1,3 miljard die ze jaarlijks ontvangen van de overheid. Wat is het dan?

Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag voor u vandaag. Vindt u het normaal dat de ziekenfondsen in dit land op een berg geld van 6 miljard euro zitten?

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, deze week werden we van onze sokken geblazen door een verbijsterend bericht. De vijf grootste mutualiteiten in dit land hebben 6,1 miljard euro aan kapitaal opgebouwd. Dat is om van te duizelen. Instellingen die feitelijk een overheidsjob doen, namelijk het uitbetalen van ziektekosten en zorguitkeringen, slagen erin om fortuinen op te bouwen.

Er gaan geen twee dagen voorbij of uw administratieve diensten en dus uzelf als bevoegd minister komen op een ontstellend negatieve manier in beeld. Frauduleuze thuisverpleegkundigen en apothekers, fraude met invaliditeits- en werkloosheidsuitkeringen, te veel gefactureerde diensten in ziekenhuizen, sociale woningen aan NAVO-personeelsleden en nu de ziekenfondsen.

Hun vermogen van 6,1 miljard euro is belegd in obligaties, aandelen en vastgoed. Hotels, kastelen, vakantiedomeinen in het buitenland, aandelen in ketens van apotheken, zorgwinkels, opticiens, softwarebedrijven, dat is wat men een gedifferentieerde vermogensportefeuille noemt. De Christelijke Mutualiteit heeft een vermogen van 2,4 miljard euro, de socialistische mutualiteit Solidaris maar 1,4 miljard euro. Hier blijkt dat de verwevenheid van Solidaris met het ABVV de financiële toestand ondoorzichtig maakt.

Mijnheer de minister, ik heb enkele vragen voor u.

Vindt u het nog steeds aanvaardbaar dat uitbetalingsinstellingen ook commerciële activiteiten ontwikkelen? Zou het niet beter zijn dat die betalingen rechtstreeks door de overheid gebeuren?

Vindt u niet dat de financiële overschotten van deze instellingen terug naar de overheid zouden moeten vloeien? Zijn dat geen sterke schouders?

Vindt u de belangenverstrengeling tussen de vakbond en het ziekenfonds in uw socialistische zuil ethisch verantwoord?

Ten slotte, wat gaat u eindelijk doen aan al dat gesjoemel en die onfrisse praktijken?

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, wie krijgt er elk jaar meer dan een miljard om zijn taken uit te voeren en krijgt daarboven ook nog eens een grote bonus, gewoon om te doen wat er van hem wordt verwacht? De ziekenfondsen. Wie wordt er gecontroleerd door een controleorgaan waarin hijzelf zetelt en hij dus tegelijkertijd rechter en partij is? De ziekenfondsen. Wie kan zijn leden verplichten een aanvullende verzekering te nemen, waarin zaken zitten als homeopathie en wellness, met de bedoeling om zoveel mogelijk leden te werven en dus zoveel mogelijk belastinggeld binnen te rijven? De ziekenfondsen. Wie bepaalt mee de tarieven, terugbetalingen en supplementenplafonds en heeft er alle belang bij om daarvoor ook extra verzekeringspakketten te verkopen? De ziekenfondsen. Wie heeft een verzekeringsmaatschappij, strijkt meer dan een miljard euro winst op en hoeft daarop geen euro belasting te betalen? De ziekenfondsen.

Dat is nog maar het topje van de ijsberg. Het loopt de spuigaten uit. Een ziekteverzekering beheerd door ziekenfondsen is iets wat men niet zo vaak ziet, maar een systeem van politiekgekleurde ziekenfondsen die elkaar beconcurreren om zoveel mogelijk leden aan te trekken, is echt uniek in Europa. Dat leidt tot politieke belangenvermenging, onvoldoende transparantie en ziekenfondsen die hun eigen belangen boven de belangen van hun leden en de patiënten stellen.

Dat het anders kan, bewijzen heel veel landen. Daar wordt de ziekteverzekering helemaal niet beheerd door de ziekenfondsen. In veel van die landen liggen de administratiekosten van die ziekteverzekering bovendien een pak lager. Het wordt hoog tijd dat we dit systeem ook bij ons in vraag durven te stellen. Deze regering neemt al maatregelen om de ziekenfondsen meer te responsabiliseren, maar dat is niet genoeg. Mijnheer de minister, bent u het daarmee eens?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, vorige week spraken we hier over de graaicultuur binnen uw beleid. Die graaicultuur betrof toen de thuisverpleging en twee dagen later de apothekers. Vandaag staan we hier dankzij een waakzame journalist, de heer Jeroen Bossaert, voor de graaicultuur binnen onze ziekenfondsen.

De ziekenfondsen hebben meer geld in hun kluizen dan de Nationale Bank van België. Samen hebben ze een eigen vermogen van 6,1 miljard euro, waarvan 5,2 miljard euro in beleggingen. Mochten ze dat bedrag vandaag in het begrotingsgat storten, dan had u geen problemen meer en dan had premier De Wever zijn begroting in evenwicht.

Het is ook niet verwonderlijk dat grootste mutualiteit de christelijke mutualiteit is. Het Parlement heeft soms nog een geheugen. Vijftien jaar geleden stonden we hier voor de Arcospaarders. Er verdween 1,4 miljard euro van 800.000 mensen, die waren opgelicht ten eeuwigen dage.

Het gaat niet enkel over de christelijke zuil. Ook de socialistische zuil is vertegenwoordigd. Solidaris beschikt over 1,1 miljard euro in de kas.

Wat verandert er, wat is er veranderd ten opzichte van toen? Niets is veranderd. Het zijn de ideologische en de politieke zuilen die zichzelf verzorgen. Dat gebeurde bij de banken, dat gebeurt bij de ziekenfondsen en dat blijft maar voortduren.

Intussen betalen wij 1,28 miljard euro belastinggeld voor werk dat de overheid zelf kan uitvoeren. In 21 van de 27 Europese landen worden alle uitbetalingen immers door de overheid zelf verricht.

Bovendien bestaat er oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld in de hospitalisatieverzekeringen. Geen van de ziekenfondsen betaalt immers belastingen, hoewel ze hospitalisatieverzekeringen aanbieden. Ze realiseren 1,45 miljard euro winst, terwijl een privébedrijf of een privéverzekeraar wel belastingen moet betalen.

Mijnheer de minister, hoelang zal die graaicultuur nog duren?

Daniel Bacquelaine:

Monsieur le ministre, comme vous le saviez sans doute déjà, les mutuelles possèdent un patrimoine financier et immobilier de plus de 6 milliards. Elles pourraient à ce titre figurer au palmarès des grandes fortunes de ce pays.

Obligations, actions, comptes à terme, résidences-services, crèches, hôpitaux, pharmacies, boutiques d'optique, plateformes de consultation médicale, sociétés de logiciels, hôtels en Belgique et à l'étranger, sociétés d'assurance hospitalisation – et j'en passe. On est là bien loin de la gestion des remboursements et des missions sociales de santé publique.

Pourtant, le paradoxe est qu’on entend que les mutuelles n'auraient pas les moyens de contrôler efficacement les maladies de longue durée. Paradoxe encore, on entend que les mutuelles n'auraient pas les moyens de contrôler la situation matérielle justifiant l'octroi du statut BIM.

Monsieur le ministre, allez-vous laisser perdurer les conflits d'intérêts, totalement inacceptables, dans lesquels se trouvent les mutuelles lorsqu'elles sont à la fois organe de contrôle et prestataire de soins ou lorsqu'elles sont membres des organes décisionnels du budget de l’INAMI, qui indiquent les affectations des dépenses de santé?

Allez-vous accepter plus longtemps que l'argent de l'État, des patients et des contribuables destiné à la santé soit utilisé pour gonfler un patrimoine et pour développer des activités étrangères au soutien des malades et à la santé publique?

N'est-il pas temps, aujourd'hui, de revoir fondamentalement le rôle des mutuelles – comme prévu dans l'accord de gouvernement – et de transférer la gestion de l'assurance obligatoire à l’INAMI? N'est-il pas urgent de confier le contrôle des mutuelles à un organisme indépendant des mutualités elles-mêmes?

Je pense qu'il est vraiment temps de prendre ce dossier à bras-le-corps, monsieur le ministre.

Frank Vandenbroucke:

Geachte Kamerleden, degenen die vandaag in de pers alweer aan de klaagmuur staan tegen de ziekenfondsen, zijn welbekend. Hun argumenten zijn compleet versleten.

Alles wat hier gezegd is, over de fiscaliteit, de premies en de zogezegd oneerlijke concurrentie, is veertien jaar geleden al uitvoerig bepleit door Assuralia met dure advocatenkantoren, en werd volledig weerlegd door het Grondwettelijk Hof. Ik denk niet dat ik dat hoef te herhalen.

Waarom blijven ze aan de klaagmuur staan? Ze willen duidelijk meer private verzekeringen in de gezondheidszorg. Ze willen meer vrijheid om supplementen te vragen aan patiënten, zonder onderscheid. Ze willen meer markt, minder solidariteit.

Laten we eens een dossier publiceren over de Verenigde Staten. Daar verloopt het als volgt: duurdere gezondheidszorg, minder betaalbaar, slechtere gezondheid. Dat is niet wat wij willen. Wij willen solidariteit. De ziekenfondsen moeten die organiseren.

Als ik kritisch ben tegenover de ziekenfondsen, druk op hen uitoefen en vraag dat ze beter doen, dan is dat om méér solidariteit te organiseren, sterker op te treden tegen supplementen, mijnheer Bacquelaine, en efficiënter op te treden tegen fraude van bijvoorbeeld een thuisverpleegkundige. Daarvoor moeten de ziekenfondsen 100 miljoen euro borg staan, inderdaad. Ze moeten meer mensen terug aan het werk helpen. Daarop zullen we hen financieel afrekenen. Zij moeten zorgen voor solidariteit. Dat is het model waarvoor ze staan. Die verwachtingen en eisen zijn in het regeerakkoord opgenomen.

Overigens, mijnheer Bacquelaine, u weet heel goed dat we nog eens 150 miljoen euro aan besparingen vragen van de ziekenfondsen. We vragen die niet aan een andere organisatie in de gezondheidszorg, noch aan de private verzekeraars.

Vervolgens is er het verhaaltje over de reserves. Beste Kamerleden toch, wat zijn dat voor simplistische slogans! De wet, die u zelf mee tot stand hebt gebracht, eist dat zij reserves aanleggen. De ziekenfondsen móeten die reserves aanleggen ter beveiliging van hun verplichtingen tegenover de patiënten. U hebt die wetgeving allen mee gemaakt. Mevrouw Bertrand, u hebt in de vorige regeerperiode samen met mij de wetgeving op de ziekenfondsen verstrengd. Mijnheer Bacquelaine, u was daarmee heel blij. Zelfs de voorzitster van de N-VA, in haar toenmalige rol als oppositielid, heeft die artikelen mee goedgekeurd en was heel tevreden.

Echt waar, mevrouw Gijbels, uw voorzitster, mevrouw Valerie Van Peel, vond het heel goed. Nochtans zat ze toen in de oppositie.

Wij hebben wetgeving tot stand gebracht om de controle te verstrengen, want dat was nodig, en we vonden dat heel goed. Die wetgeving legt reserves op, om solidariteit te ondersteunen. Dat is dus volstrekt normaal.

Geachte Kamerleden, ik wil er bijzonder duidelijk over zijn. Er bestaat zoiets als het regeerakkoord. Mevrouw Gijbels, u hebt hier over zaken gesproken die helemaal niet in het regeerakkoord staan. Dat zal dus niet gebeuren. Hetzelfde geldt voor wat de heer Bacquelaine zegt.

Monsieur Bacquelaine, en politique, la parole donnée, cela existe! Et cela vaut, du reste, pour tous les dossiers! J'espère que le MR est un parti de la parole donnée, également dans les autres dossiers qui sont en discussion aujourd'hui. Dans tous les dossiers!

Beste Kamerleden, de inzet is solidariteit. Ik zal nu waarschijnlijk in de replieken nog eens die litanie van goedkope verhalen moeten aanhoren. Ik ga nog eens moeten luisteren naar al die clichés over de ziekenfondsen. Ik zal rustig luisteren, ik zal het regeerakkoord uitvoeren en ik zal vechten voor solidariteit.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, ik heb maar één conclusie als ik naar u luister. U vindt die situatie perfect normaal en wij begrijpen er niks van. De mensen die dat niet normaal vinden, snappen er gewoon niets van.

U beschuldigt iedereen van leugens: de journalisten, uw collega's van de coalitie, van de MR, van de N-VA. U wilt dat de sterke schouders bijdragen, maar u zwijgt als het over de ziekenfondsen gaat.

Ik heb ook een vraag voor de N-VA. Mevrouw Gijbels, u hebt hier veel vragen gesteld, maar wie heeft net een mooie kerstbonus aan de ziekenfondsen gegeven? Dat is de arizonaregering, die 17 miljoen euro extra gaf.

Dit is hetzelfde verhaal als met de Hulpkas voor de werkloosheidsuitkeringen, mijnheer de minister. Dat zal het volgende verhaal in de Kamer zijn. De Hulpkas moet de werkloosheidsuitkeringen uitbetalen, in de plaats van de vakbonden. Doe iets aan de ziekenfondsen.

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, uw antwoord is even hallucinant als het vermogen van de mutualiteiten. Het is onbegrijpelijk. U bent al vijf jaar minister met dezelfde bevoegdheid, maar u bakt er helemaal niks van. Tientallen miljarden euro's worden door uw diensten uitbetaald, maar zelden of nooit gecontroleerd. U spreekt over strengere controles, maar blijkbaar werken die niet. Fraude en mistoestanden worden gewoon niet aangepakt. Interne audits gebeuren niet of duren jaren. Uw organisaties draaien vierkant en onprofessioneel. Telkens vraagt u extra geld aan de belastingbetaler om dat alles te maskeren.

U zou beter de stal in uw eigen departement eens uitkuisen en echte besparingen realiseren door de geldverspillende mutualiteiten en vakbonden aan te pakken. De sterkste schouders, weet u wel? Ik vermoed dat dat moeilijk zal liggen bij uw partijvoorzitter, Conner Rousseau, wiens mama de plak zwaait bij Solidaris.

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, politieke kleur, ziekenfondsen die ook nog eens vastgoed beheren, eigen verzekeringen kunnen verkopen, participeren in polyklinieken, optiekzaken, apotheken en medische apps, en tegelijkertijd aan tafel zitten waar beslissingen worden genomen over de financiering van onze gezondheidszorg, dat kan niet werken. Nagenoeg elk ander land organiseert dat anders en bovendien goedkoper.

Dat wij ooit een verstrenging van de controles op de ziekenfondsen hebben goedgekeurd, is logisch. Dat u dat als argument gebruikt, kan ik echt niet begrijpen.

Mijnheer de minister, probeer er eens vanop afstand naar te kijken. Dan zult u zien dat ons systeem not done is en ouderwets is, dat er enorme risico’s van belangenvermenging zijn. Dat moet stoppen.

Mijnheer de minister, wij hebben een plan. Ik hoop nog steeds altijd dat een parlementair debat mogelijk is, dat de geesten zullen rijpen en dat we geleidelijk kunnen overgaan tot een afschaffing van de ziekenfondsen als publieke uitbetaler.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, u zou het woord solidariteit nog niet mogen spellen en ik weet niet of u het überhaupt kunt spellen. Zolang men in dit land ofwel liberaal ofwel socialistisch ofwel katholiek kan zijn, zal er niets veranderen.

De heer Moons heeft gelijk. Zolang de moeder van de partijvoorzitter voorzitter is van de raad van bestuur van de socialistische mutualiteit, zal er niets veranderen. Dat is al jaren het geval. Daar zit de belangenvermenging. Men moet niet spreken over solidariteit, maar over belangenvermenging. Er zal niets veranderen, daarvan ben ik honderd procent zeker.

Mijnheer de minister, ik heb heel uw beleidsperiode op Volksgezondheid meegemaakt, de covidperiode, het Medista-schandaal en de universiteit met 65 miljoen. Als u nog één keer het woord solidariteit uitspreekt, zal ik ook eens burlen vanuit het publiek.

Daniel Bacquelaine:

Si j'entends bien, monsieur le ministre, vous trouvez normal qu'à partir de l'argent public dévolu chaque année aux mutualités, l'argent des contribuables et des cotisants des mutualités, on constitue progressivement un capital de 6,1 milliards. Vous trouvez cela normal. Moi, j'ai un problème avec ça, et avec la triple casquette d'organisations qui sont à la fois des acteurs publics, des acteurs privés et des acteurs politiques. C'est inconcevable dans une démocratie qui fonctionne selon des canevas et des règles correctes. Il faut clarifier cela; c'est ce que nous demandons. Nous demandons une clarification, et que chacun reste dans son rôle. Il n'est pas normal, me semble-t-il, au moment où l'on demande des efforts à tout le monde, où l'on réclame des taxes de temps en temps à la population, qu'un secteur y échappe et continue à jouir de privilèges particuliers. C'est le cas des mutualités aujourd'hui.

gezondheid en welzijn

De extra financiering van de ziekenfondsen
Het miljardenvermogen van de ziekenfondsen
De ziekenfondsen
De ziekenfondsen
Het vermogen van de ziekenfondsen
Financiering en vermogen van ziekenfondsen

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 11 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Oppositiepartijen (N-VA, MR, LDD) vallen de ziekenfondsen scherp aan omwille van hun 6,1 miljard euro vermogen (opgebouwd met belastinggeld en vrijgesteld van fiscale lasten), commerciële activiteiten (hotels, vastgoed, verzekeringen) en belangenverstrengeling (politieke zuilen, vakbonden). Zij eisen afschaffing of strenge hervorming, wijzend op oneerlijke concurrentie, gebrek aan transparantie en Europese alternatieven waar de overheid rechtstreeks uitbetaalt. Minister Vandenbroucke (Vooruit) verdedigt het systeem: de reserves zijn wettelijk verplicht voor solidariteit en patiëntenzekerheid, en de fondsen worden aangesproken op efficiëntie (150 miljoen besparingen, fraudebestrijding). Hij werpt tegen dat critici privatisering van de gezondheidszorg nastreven en herinnert aan eerdere politieke steun voor de huidige regels. De polarisatie blijft: oppositie ziet misbruik en zuilendwang, Vandenbroucke solidariteitsmodel en regeerakkoord als onwrikbaar.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, de ziekenfondsen zijn ongelooflijk actief. Hotels uitbaten, kastelen bezitten, met Lamborghini’s en Bugatti’s voor de deur, blijkbaar. En dan nog grote muziekfestivals organiseren. Dat laatste stond niet in het zeer uitgebreide dossier van HLN , maar u kent dat festival waarschijnlijk, mijnheer de minister. Misschien bent u er geweest? Les Solidarités, dat kent u toch? Een peperduur evenement voor 60.000 mensen. De BTW zal wat duurder worden, maar ik meen dat dit niet zo erg zal zijn voor Les Solidarités. Big business!

Opgelet, ik ben de eerste om te pleiten voor ondernemerschap, maar dan wel met privégeld. Een verborgen vermogen van maar liefst 6,1 miljard euro. Een jaarlijkse winst van 1,45 miljard. 0 euro belastingen! Dat is gewoon ondenkbaar voor een gewone onderneming. Maar voor de socialisten van Vooruit is dat geen probleem. Hier ons elke week de les komen spellen over de eerlijke bijdrage van iedereen, maar als de kameraden in het vizier komen, wordt het plots heel stil.

Geen vraag. Niet vanwege de N-VA. Die komt deze week met een plan: weg met de ziekenfondsen. Maar Arizona heeft nog maar twee weken geleden 17 miljoen extra aan de ziekenfondsen gegeven, bovenop de 1,3 miljard die ze jaarlijks ontvangen van de overheid. Wat is het dan?

Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag voor u vandaag. Vindt u het normaal dat de ziekenfondsen in dit land op een berg geld van 6 miljard euro zitten?

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, deze week werden we van onze sokken geblazen door een verbijsterend bericht. De vijf grootste mutualiteiten in dit land hebben 6,1 miljard euro aan kapitaal opgebouwd. Dat is om van te duizelen. Instellingen die feitelijk een overheidsjob doen, namelijk het uitbetalen van ziektekosten en zorguitkeringen, slagen erin om fortuinen op te bouwen.

Er gaan geen twee dagen voorbij of uw administratieve diensten en dus uzelf als bevoegd minister komen op een ontstellend negatieve manier in beeld. Frauduleuze thuisverpleegkundigen en apothekers, fraude met invaliditeits- en werkloosheidsuitkeringen, te veel gefactureerde diensten in ziekenhuizen, sociale woningen aan NAVO-personeelsleden en nu de ziekenfondsen.

Hun vermogen van 6,1 miljard euro is belegd in obligaties, aandelen en vastgoed. Hotels, kastelen, vakantiedomeinen in het buitenland, aandelen in ketens van apotheken, zorgwinkels, opticiens, softwarebedrijven, dat is wat men een gedifferentieerde vermogensportefeuille noemt. De Christelijke Mutualiteit heeft een vermogen van 2,4 miljard euro, de socialistische mutualiteit Solidaris maar 1,4 miljard euro. Hier blijkt dat de verwevenheid van Solidaris met het ABVV de financiële toestand ondoorzichtig maakt.

Mijnheer de minister, ik heb enkele vragen voor u.

Vindt u het nog steeds aanvaardbaar dat uitbetalingsinstellingen ook commerciële activiteiten ontwikkelen? Zou het niet beter zijn dat die betalingen rechtstreeks door de overheid gebeuren?

Vindt u niet dat de financiële overschotten van deze instellingen terug naar de overheid zouden moeten vloeien? Zijn dat geen sterke schouders?

Vindt u de belangenverstrengeling tussen de vakbond en het ziekenfonds in uw socialistische zuil ethisch verantwoord?

Ten slotte, wat gaat u eindelijk doen aan al dat gesjoemel en die onfrisse praktijken?

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, wie krijgt er elk jaar meer dan een miljard om zijn taken uit te voeren en krijgt daarboven ook nog eens een grote bonus, gewoon om te doen wat er van hem wordt verwacht? De ziekenfondsen. Wie wordt er gecontroleerd door een controleorgaan waarin hijzelf zetelt en hij dus tegelijkertijd rechter en partij is? De ziekenfondsen. Wie kan zijn leden verplichten een aanvullende verzekering te nemen, waarin zaken zitten als homeopathie en wellness, met de bedoeling om zoveel mogelijk leden te werven en dus zoveel mogelijk belastinggeld binnen te rijven? De ziekenfondsen. Wie bepaalt mee de tarieven, terugbetalingen en supplementenplafonds en heeft er alle belang bij om daarvoor ook extra verzekeringspakketten te verkopen? De ziekenfondsen. Wie heeft een verzekeringsmaatschappij, strijkt meer dan een miljard euro winst op en hoeft daarop geen euro belasting te betalen? De ziekenfondsen.

Dat is nog maar het topje van de ijsberg. Het loopt de spuigaten uit. Een ziekteverzekering beheerd door ziekenfondsen is iets wat men niet zo vaak ziet, maar een systeem van politiekgekleurde ziekenfondsen die elkaar beconcurreren om zoveel mogelijk leden aan te trekken, is echt uniek in Europa. Dat leidt tot politieke belangenvermenging, onvoldoende transparantie en ziekenfondsen die hun eigen belangen boven de belangen van hun leden en de patiënten stellen.

Dat het anders kan, bewijzen heel veel landen. Daar wordt de ziekteverzekering helemaal niet beheerd door de ziekenfondsen. In veel van die landen liggen de administratiekosten van die ziekteverzekering bovendien een pak lager. Het wordt hoog tijd dat we dit systeem ook bij ons in vraag durven te stellen. Deze regering neemt al maatregelen om de ziekenfondsen meer te responsabiliseren, maar dat is niet genoeg. Mijnheer de minister, bent u het daarmee eens?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, vorige week spraken we hier over de graaicultuur binnen uw beleid. Die graaicultuur betrof toen de thuisverpleging en twee dagen later de apothekers. Vandaag staan we hier dankzij een waakzame journalist, de heer Jeroen Bossaert, voor de graaicultuur binnen onze ziekenfondsen.

De ziekenfondsen hebben meer geld in hun kluizen dan de Nationale Bank van België. Samen hebben ze een eigen vermogen van 6,1 miljard euro, waarvan 5,2 miljard euro in beleggingen. Mochten ze dat bedrag vandaag in het begrotingsgat storten, dan had u geen problemen meer en dan had premier De Wever zijn begroting in evenwicht.

Het is ook niet verwonderlijk dat grootste mutualiteit de christelijke mutualiteit is. Het Parlement heeft soms nog een geheugen. Vijftien jaar geleden stonden we hier voor de Arcospaarders. Er verdween 1,4 miljard euro van 800.000 mensen, die waren opgelicht ten eeuwigen dage.

Het gaat niet enkel over de christelijke zuil. Ook de socialistische zuil is vertegenwoordigd. Solidaris beschikt over 1,1 miljard euro in de kas.

Wat verandert er, wat is er veranderd ten opzichte van toen? Niets is veranderd. Het zijn de ideologische en de politieke zuilen die zichzelf verzorgen. Dat gebeurde bij de banken, dat gebeurt bij de ziekenfondsen en dat blijft maar voortduren.

Intussen betalen wij 1,28 miljard euro belastinggeld voor werk dat de overheid zelf kan uitvoeren. In 21 van de 27 Europese landen worden alle uitbetalingen immers door de overheid zelf verricht.

Bovendien bestaat er oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld in de hospitalisatieverzekeringen. Geen van de ziekenfondsen betaalt immers belastingen, hoewel ze hospitalisatieverzekeringen aanbieden. Ze realiseren 1,45 miljard euro winst, terwijl een privébedrijf of een privéverzekeraar wel belastingen moet betalen.

Mijnheer de minister, hoelang zal die graaicultuur nog duren?

Daniel Bacquelaine:

Monsieur le ministre, comme vous le saviez sans doute déjà, les mutuelles possèdent un patrimoine financier et immobilier de plus de 6 milliards. Elles pourraient à ce titre figurer au palmarès des grandes fortunes de ce pays.

Obligations, actions, comptes à terme, résidences-services, crèches, hôpitaux, pharmacies, boutiques d'optique, plateformes de consultation médicale, sociétés de logiciels, hôtels en Belgique et à l'étranger, sociétés d'assurance hospitalisation – et j'en passe. On est là bien loin de la gestion des remboursements et des missions sociales de santé publique.

Pourtant, le paradoxe est qu’on entend que les mutuelles n'auraient pas les moyens de contrôler efficacement les maladies de longue durée. Paradoxe encore, on entend que les mutuelles n'auraient pas les moyens de contrôler la situation matérielle justifiant l'octroi du statut BIM.

Monsieur le ministre, allez-vous laisser perdurer les conflits d'intérêts, totalement inacceptables, dans lesquels se trouvent les mutuelles lorsqu'elles sont à la fois organe de contrôle et prestataire de soins ou lorsqu'elles sont membres des organes décisionnels du budget de l’INAMI, qui indiquent les affectations des dépenses de santé?

Allez-vous accepter plus longtemps que l'argent de l'État, des patients et des contribuables destiné à la santé soit utilisé pour gonfler un patrimoine et pour développer des activités étrangères au soutien des malades et à la santé publique?

N'est-il pas temps, aujourd'hui, de revoir fondamentalement le rôle des mutuelles – comme prévu dans l'accord de gouvernement – et de transférer la gestion de l'assurance obligatoire à l’INAMI? N'est-il pas urgent de confier le contrôle des mutuelles à un organisme indépendant des mutualités elles-mêmes?

Je pense qu'il est vraiment temps de prendre ce dossier à bras-le-corps, monsieur le ministre.

Frank Vandenbroucke:

Geachte Kamerleden, degenen die vandaag in de pers alweer aan de klaagmuur staan tegen de ziekenfondsen, zijn welbekend. Hun argumenten zijn compleet versleten.

Alles wat hier gezegd is, over de fiscaliteit, de premies en de zogezegd oneerlijke concurrentie, is veertien jaar geleden al uitvoerig bepleit door Assuralia met dure advocatenkantoren, en werd volledig weerlegd door het Grondwettelijk Hof. Ik denk niet dat ik dat hoef te herhalen.

Waarom blijven ze aan de klaagmuur staan? Ze willen duidelijk meer private verzekeringen in de gezondheidszorg. Ze willen meer vrijheid om supplementen te vragen aan patiënten, zonder onderscheid. Ze willen meer markt, minder solidariteit.

Laten we eens een dossier publiceren over de Verenigde Staten. Daar verloopt het als volgt: duurdere gezondheidszorg, minder betaalbaar, slechtere gezondheid. Dat is niet wat wij willen. Wij willen solidariteit. De ziekenfondsen moeten die organiseren.

Als ik kritisch ben tegenover de ziekenfondsen, druk op hen uitoefen en vraag dat ze beter doen, dan is dat om méér solidariteit te organiseren, sterker op te treden tegen supplementen, mijnheer Bacquelaine, en efficiënter op te treden tegen fraude van bijvoorbeeld een thuisverpleegkundige. Daarvoor moeten de ziekenfondsen 100 miljoen euro borg staan, inderdaad. Ze moeten meer mensen terug aan het werk helpen. Daarop zullen we hen financieel afrekenen. Zij moeten zorgen voor solidariteit. Dat is het model waarvoor ze staan. Die verwachtingen en eisen zijn in het regeerakkoord opgenomen.

Overigens, mijnheer Bacquelaine, u weet heel goed dat we nog eens 150 miljoen euro aan besparingen vragen van de ziekenfondsen. We vragen die niet aan een andere organisatie in de gezondheidszorg, noch aan de private verzekeraars.

Vervolgens is er het verhaaltje over de reserves. Beste Kamerleden toch, wat zijn dat voor simplistische slogans! De wet, die u zelf mee tot stand hebt gebracht, eist dat zij reserves aanleggen. De ziekenfondsen móeten die reserves aanleggen ter beveiliging van hun verplichtingen tegenover de patiënten. U hebt die wetgeving allen mee gemaakt. Mevrouw Bertrand, u hebt in de vorige regeerperiode samen met mij de wetgeving op de ziekenfondsen verstrengd. Mijnheer Bacquelaine, u was daarmee heel blij. Zelfs de voorzitster van de N-VA, in haar toenmalige rol als oppositielid, heeft die artikelen mee goedgekeurd en was heel tevreden.

Echt waar, mevrouw Gijbels, uw voorzitster, mevrouw Valerie Van Peel, vond het heel goed. Nochtans zat ze toen in de oppositie.

Wij hebben wetgeving tot stand gebracht om de controle te verstrengen, want dat was nodig, en we vonden dat heel goed. Die wetgeving legt reserves op, om solidariteit te ondersteunen. Dat is dus volstrekt normaal.

Geachte Kamerleden, ik wil er bijzonder duidelijk over zijn. Er bestaat zoiets als het regeerakkoord. Mevrouw Gijbels, u hebt hier over zaken gesproken die helemaal niet in het regeerakkoord staan. Dat zal dus niet gebeuren. Hetzelfde geldt voor wat de heer Bacquelaine zegt.

Monsieur Bacquelaine, en politique, la parole donnée, cela existe! Et cela vaut, du reste, pour tous les dossiers! J'espère que le MR est un parti de la parole donnée, également dans les autres dossiers qui sont en discussion aujourd'hui. Dans tous les dossiers!

Beste Kamerleden, de inzet is solidariteit. Ik zal nu waarschijnlijk in de replieken nog eens die litanie van goedkope verhalen moeten aanhoren. Ik ga nog eens moeten luisteren naar al die clichés over de ziekenfondsen. Ik zal rustig luisteren, ik zal het regeerakkoord uitvoeren en ik zal vechten voor solidariteit.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, ik heb maar één conclusie als ik naar u luister. U vindt die situatie perfect normaal en wij begrijpen er niks van. De mensen die dat niet normaal vinden, snappen er gewoon niets van.

U beschuldigt iedereen van leugens: de journalisten, uw collega's van de coalitie, van de MR, van de N-VA. U wilt dat de sterke schouders bijdragen, maar u zwijgt als het over de ziekenfondsen gaat.

Ik heb ook een vraag voor de N-VA. Mevrouw Gijbels, u hebt hier veel vragen gesteld, maar wie heeft net een mooie kerstbonus aan de ziekenfondsen gegeven? Dat is de arizonaregering, die 17 miljoen euro extra gaf.

Dit is hetzelfde verhaal als met de Hulpkas voor de werkloosheidsuitkeringen, mijnheer de minister. Dat zal het volgende verhaal in de Kamer zijn. De Hulpkas moet de werkloosheidsuitkeringen uitbetalen, in de plaats van de vakbonden. Doe iets aan de ziekenfondsen.

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, uw antwoord is even hallucinant als het vermogen van de mutualiteiten. Het is onbegrijpelijk. U bent al vijf jaar minister met dezelfde bevoegdheid, maar u bakt er helemaal niks van. Tientallen miljarden euro's worden door uw diensten uitbetaald, maar zelden of nooit gecontroleerd. U spreekt over strengere controles, maar blijkbaar werken die niet. Fraude en mistoestanden worden gewoon niet aangepakt. Interne audits gebeuren niet of duren jaren. Uw organisaties draaien vierkant en onprofessioneel. Telkens vraagt u extra geld aan de belastingbetaler om dat alles te maskeren.

U zou beter de stal in uw eigen departement eens uitkuisen en echte besparingen realiseren door de geldverspillende mutualiteiten en vakbonden aan te pakken. De sterkste schouders, weet u wel? Ik vermoed dat dat moeilijk zal liggen bij uw partijvoorzitter, Conner Rousseau, wiens mama de plak zwaait bij Solidaris.

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, politieke kleur, ziekenfondsen die ook nog eens vastgoed beheren, eigen verzekeringen kunnen verkopen, participeren in polyklinieken, optiekzaken, apotheken en medische apps, en tegelijkertijd aan tafel zitten waar beslissingen worden genomen over de financiering van onze gezondheidszorg, dat kan niet werken. Nagenoeg elk ander land organiseert dat anders en bovendien goedkoper.

Dat wij ooit een verstrenging van de controles op de ziekenfondsen hebben goedgekeurd, is logisch. Dat u dat als argument gebruikt, kan ik echt niet begrijpen.

Mijnheer de minister, probeer er eens vanop afstand naar te kijken. Dan zult u zien dat ons systeem not done is en ouderwets is, dat er enorme risico’s van belangenvermenging zijn. Dat moet stoppen.

Mijnheer de minister, wij hebben een plan. Ik hoop nog steeds altijd dat een parlementair debat mogelijk is, dat de geesten zullen rijpen en dat we geleidelijk kunnen overgaan tot een afschaffing van de ziekenfondsen als publieke uitbetaler.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, u zou het woord solidariteit nog niet mogen spellen en ik weet niet of u het überhaupt kunt spellen. Zolang men in dit land ofwel liberaal ofwel socialistisch ofwel katholiek kan zijn, zal er niets veranderen.

De heer Moons heeft gelijk. Zolang de moeder van de partijvoorzitter voorzitter is van de raad van bestuur van de socialistische mutualiteit, zal er niets veranderen. Dat is al jaren het geval. Daar zit de belangenvermenging. Men moet niet spreken over solidariteit, maar over belangenvermenging. Er zal niets veranderen, daarvan ben ik honderd procent zeker.

Mijnheer de minister, ik heb heel uw beleidsperiode op Volksgezondheid meegemaakt, de covidperiode, het Medista-schandaal en de universiteit met 65 miljoen. Als u nog één keer het woord solidariteit uitspreekt, zal ik ook eens burlen vanuit het publiek.

Daniel Bacquelaine:

Si j'entends bien, monsieur le ministre, vous trouvez normal qu'à partir de l'argent public dévolu chaque année aux mutualités, l'argent des contribuables et des cotisants des mutualités, on constitue progressivement un capital de 6,1 milliards. Vous trouvez cela normal. Moi, j'ai un problème avec ça, et avec la triple casquette d'organisations qui sont à la fois des acteurs publics, des acteurs privés et des acteurs politiques. C'est inconcevable dans une démocratie qui fonctionne selon des canevas et des règles correctes. Il faut clarifier cela; c'est ce que nous demandons. Nous demandons une clarification, et que chacun reste dans son rôle. Il n'est pas normal, me semble-t-il, au moment où l'on demande des efforts à tout le monde, où l'on réclame des taxes de temps en temps à la population, qu'un secteur y échappe et continue à jouir de privilèges particuliers. C'est le cas des mutualités aujourd'hui.

De maatregelen ter voorbereiding van de oudejaarsnacht

Gesteld door

N-VA Maaike De Vreese

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 11 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Maaike De Vreese dringt aan op strengere maatregelen tegen jaarwisselrellen (verbod gezichtsbedekking, preventief huisarrest voor bekende relschoppers) en duidelijkere bevoegdheden voor politie, met steun aan lokale besturen via bestaande expertise (bv. Antwerpen). Minister Quintin bevestigt operationele voorbereidingen (overleg met Crisiscentrum, politie, gouverneurs), benadrukt wettelijke opties (huisarrest, vuurwerkverbod) en belooft hard optreden tegen geweld, met nadruk op samenwerking tussen lokale en federale diensten. De Vreese kritiseert dat daders meer beschermd lijken dan hulpdiensten en pleit voor een gezamenlijke harde aanpak. Quintin stelt verantwoordelijkheid en straffe sancties centraal om de openbare orde te garanderen.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, er komt een zeer gezellige periode aan voor ons allen. Collega’s, de kerstkalkoen komt binnenkort op tafel. Dat is een gezellige periode waar we allemaal naar uitkijken, behalve onze politiediensten en onze burgemeesters, want voor hen hangt over deze periode een sombere schaduw.

Op oudejaarsavond vorig jaar veranderde Brussel immers in een waar inferno. We weten dat we voorbereid moeten zijn, mijnheer de minister. We moeten goed voorbereid zijn en stappen ondernemen. Wij pleiten daarom ten eerste voor een verbod op gezichtsbedekkende kledij. We moeten daders absoluut kunnen identificeren.

Daarnaast pleiten we voor het toepassen van preventieve maatregelen zoals huisarrest, zeker voor degenen die vorig jaar in Brussel de boel volledig op stelten hebben gezet. We vragen eveneens een duidelijk mandaat voor onze politiediensten. Zij moeten kunnen optreden. Het kan niet dat ze moeten toekijken. Ze moeten de middelen krijgen om doortastend op te treden. Mijnheer de minister, bent u daarop voorbereid?

Onze burgemeesters, onze schepenen en onze lokale politiediensten bereiden zich ook voor. Zij willen wel maatregelen nemen, maar hebben daarvoor ondersteuning nodig. Die ondersteuning kan worden gegeven. Heel wat van onze lokale politiediensten zijn voorstander van preventief huisarrest. Daarvoor moeten dan wel de nodige procedures worden voorzien of verduidelijkt. De expertise die al is uitgebouwd, bijvoorbeeld in Antwerpen, kan ertoe leiden dat er duidelijkheid komt en dat er procedures zijn die overeind blijven. Mijnheer de minister, hoe zult u de lokale besturen en de lokale politie daarbij ondersteunen?

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, beste mevrouw De Vreese, 31 december is voor de meeste landgenoten het moment om in alle rust de overgang naar het nieuwe jaar te vieren. Zoals u zei, is het voor onze orde- en veiligheidsdiensten echter geen feestnacht. Het is een nacht van paraatheid en hard werk, vaak ver weg van familie. Ik wil daarom eerst en vooral mijn diepste respect uitspreken voor alle politiemensen, brandweerlieden, ambulanciers en alle publieke diensten die op oudejaarsavond aan het werk zullen zijn.

Ik heb mijn diensten reeds gevraagd om alle noodzakelijke maatregelen en operationele plannen voor oudejaarsnacht te maken. Volgende week overleg ik ook nog met het Nationaal Crisiscentrum, de politie, de brandweer en onze gouverneurs. De autoriteiten doen er alles aan om incidenten te voorkomen.

Ik wil zeer duidelijk zijn: taferelen zoals in de voorbije jaren in Brussel en andere plaatsen wil ik niet zien, met name rellen, brandstichting, vernielingen van handelszaken en het publiek domein en aanvallen op politie- en hulpdiensten. We zijn op de hoogte van het arrest van de Raad van State, maar dat belet de burgemeester niet om de wettelijke instrumenten te gebruiken, zoals het huisarrest en de avondklok om gekende geweldplegers te stoppen. De burgemeester mag bijvoorbeeld ook vuurwerk verbieden.

Geweld tijdens de jaarwisseling hoort niet thuis in onze steden en gemeenten. Ik zal nooit toelaten dat een kleine groep de openbare orde verstoort.

Tot slot roep ik iedereen op zijn of haar verantwoordelijkheid te nemen. Wie toch de openbare orde verstoort, zal streng worden aangepakt en nog strenger wanneer politie- en hulpdiensten worden geviseerd. Ook justitie zal daarin haar rol volledig opnemen. Oudejaarsnacht moet een feest blijven en daar zullen we samen – en ik benadruk samen, de lokale en federale politie en alle andere diensten – voor zorgen.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, uiteindelijk belanden wij in een vreemde situatie waarbij het meer wordt opgenomen voor de daders, die één nacht moeten thuisblijven maar die de boel al herhaaldelijk op stelten hebben gezet, dan voor de hulpdiensten en de ordediensten, die voor onze veiligheid moeten zorgen. Dat mogen wij niet laten gebeuren. Wij moeten samen een vuist maken tegen alle crapuul dat ieder jaar opnieuw de boel op stelten zet. Dat betekent inderdaad het lokale en het federale niveau, het Nationaal Crisiscentrum en de federale politie, onze lokale politiediensten, u als minister en onze burgemeesters. Laat ons dit jaar heel hard dat signaal geven.

economie en werk

Euroclear
Euroclear
Euroclear
De beslissing van de EU met betrekking tot Euroclear
Euroclear
De toespraak van de eerste minister in het Paleis voor Schone Kunsten
Het EU-plan voor de Russische tegoeden
De impact van de activatie van de Russische tegoeden bij Euroclear op de Belgische begroting
De bevroren Russische tegoeden en Oekraïne
Bevroren Russische tegoeden, Euroclear en impact op EU en België

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 4 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës verzet tegen het Europese plan om bevroren Russische tegoeden (€250 miljard) bij Euroclear te gebruiken voor Oekraïne, tenzij aan drie harde voorwaarden wordt voldaan: volledige risicomutualisering, liquiditeitsgaranties voor Euroclear en een billijke lastenverdeling tussen alle EU-landen. Premier De Wever benadrukt dat België niet alleen het financiële risico (juridische claims, Russische tegenmaatregelen) kan dragen en wijst op het gevaar voor de financiële stabiliteit, terwijl hij de loyaliteit aan Oekraïne en Europa bevestigt, maar geen "blanco cheque" geeft. Critici zoals Dedecker en Bouchez steunen het verzet maar waarschuwen voor Russische intimidatie en het verlies van vertrouwen in België als financieel centrum, terwijl Hedebouw (PTB) en Vermeersch (Vlaams Belang) de EU beschuldigen van roekeloosheid en een gevaarlijke precedent te scheppen. Di Nunzio kaart aan dat De Wever in Bozar zei dat "Ruslands nederlaag niet wenselijk is", wat diplomatieke verwarring zaait, maar de premier ontkent elke verschuiving in België’s pro-Oekraïne-standpunt. Kernpunt: België eist waterdichte Europese garanties voordat het instemt, anders riskeren financiële instorting, juridische claims en geopolitieke escalatie.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, u hebt onze vraag onterecht samengevoegd met andere vragen. Collega Di Nunzio wil een vraag stellen over de volgende uitspraak van de premier in de Bozar: "Het is niet wenselijk dat Rusland de oorlog verliest." Alle andere vragen gaan over Euroclear. Daarom hebt u onze vraag daaraan onterecht toegevoegd. Wij verzoeken dat de vraag van collega Di Nunzio apart wordt behandeld.

Voorzitter:

Mevrouw Bertrand, de titel is "De uitspraken van de premier over de oorlog in Oekraïne". Het lijkt me dat dat er enigszins in past. Ik kan me vergissen, maar dat lijkt me toch te passen in het kader van de andere vragen.

Mijnheer de premier, ik nodig u uit om vooraan plaats te nemen. De heer Van der Donckt is de eerste vraagsteller.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, ik hoor wat u zegt, maar alle andere vragen hadden als titel "Euroclear". Onze vraag gaat niet over Euroclear, voor alle duidelijkheid.

Wim Van der Donckt:

Mijnheer de eerste minister, collega's, van de grootste ondernemer in dit land tot de hardwerkende arbeider, iedere Belg zal de gevolgen voelen als Europa lichtzinnig omspringt met de Russische tegoeden bij Euroclear.

Wat vandaag nog wordt voorgesteld als een louter technisch financieel debat, kan morgen uitmonden in economische schade, sociale onrust en geopolitieke escalatie. Dat is helaas geen doemdenken. Nog deze ochtend verscheen een duidelijke waarschuwing van voormalig Russisch president Medvedev, die de woorden casus belli in de mond nam, aanleiding voor oorlog.

De boodschap is overduidelijk, de situatie is ernstig. De gevolgen kunnen België rechtstreeks en aanzienlijk treffen. Laat dat even bezinken. Tegen die achtergrond is het opvallend hoe Commissievoorzitter Ursula von der Leyen stellig zegt dat bijna alle Belgische bezwaren zouden zijn weggewerkt. Bijna, dat is geen detail, het is net de kern van het probleem, want wat vandaag ontbreekt, is een sluitende, afdwingbare en collectieve garantiestelling. Europese solidariteit mag geen holle slogan zijn. De voorstellen die nu op tafel liggen, blijven te vaag en te vrijblijvend. Het gaat hier over honderden miljarden euro's. Dat is het equivalent van het pensioen van alle Belgen samen gedurende verschillende jaren.

Mijnheer de eerste minister, gelukkig blijven u en uw regering in deze moeilijke situatie standvastig. Ik heb dan ook maar één vraag. Kunt u het belang van uw terechte verzet toelichten in deze Kamer, het hart van onze democratie?

Jean-Marie Dedecker:

Premier, ik heb er geen enkel probleem mee om het spaarvarken van 185 miljard euro van de Russen en Poetin te laten slachten. Ik heb daar mijn redenen voor. Ten eerste, het is het geld van de Russische maffia en van de kleptocratie van de bende stelende oligarchen. Ten tweede, Poetin heeft zelf alle Westerse bedrijven geannexeerd, zonder één euro schadeloosstelling. Ten derde, hij heeft voor duizenden miljarden euro schade in Oekraïne aangericht en mensen vermoord.

Ik kom dan bij het belangrijkste punt. Als wij het niet verbeurdverklaren, gaat die andere maffialeider, Trump, ermee aan de haal, want ik heb gezien dat het een onderdeel is van zijn 28 puntenplan voor de vrede. Hij wil de helft van die middelen inpalmen en de andere helft aan zijn maffiavriend in Rusland teruggeven.

Ik ben het echter voor 100 % eens met u, premier, dat u spijkerharde garanties moet krijgen, zeker wanneer uw arm straks door de Europese mandarijnen wordt omgewrongen. De laffe houding van Europa is al jaren bekend. We hebben een kort geheugen. Misschien waren sommigen nog niet geboren, maar in 1994, bij de onafhankelijkheid van Oekraïne, was dat land de derde grootste nucleaire macht ter wereld. De Amerikanen hebben de kernwapens voor 4 miljard dollar opgekocht en aan Rusland teruggegeven.

Daar stond één voorwaarde tegenover, met name dat Europa, Frankrijk, Duitsland, Engeland en de Amerikanen bescherming aan de Oekraïners zouden bieden. Twintig jaar later stonden de Russen in de Krim. Wat hebben de Duitsers gedaan? Schröder, de voorzitter van Gazprom, zei: wir schaffen das. Wat hebben we gedaan? Niets. We hebben over ons heen laten lopen in Europa.

Als u geld geeft, als u geld moet geven, vraag dan spijkerharde garanties, want ik vertrouw niemand in deze zaak.

Koen Van den Heuvel:

Collega’s, wat zich rond Euroclear afspeelt, duwt ons land in het oog van een storm. De Europese Commissie blijft aandringen op een lening voor Oekraïne, gefinancierd door de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear.

Laat mij echter duidelijk zijn: voor ons is het onmogelijk dat we dat zonder ijzersterke garanties toelaten. Ik denk niet dat we daardoor asociaal of onredelijk zijn. Als dit doorgaat, is het immers niet alleen nefast voor de financiële stabiliteit van ons land, maar ook voor de financiële stabiliteit van de hele eurozone. Ik heb het dan nog niet gehad over de financiële geloofwaardigheid van ons land. Wie zal immers nog investeren of zijn geld beleggen in een land dat zich niet aan de afspraken houdt?

Voor ons is het dan ook duidelijk: wij zien geen enkele reden waarom België dit risico alleen moet dragen. Wij geven geen blanco cheque die nefast zal zijn voor elke Belgische belastingbetaler. Voor cd&v is het duidelijk, wij hebben nood aan Europese samenwerking, zeker om de vele uitdagingen van de 21 ste eeuw aan te pakken en om Oekraïne te steunen tegen de Russische tirannie. Dat mag echter niet betekenen dat België te veel alleen moet dragen. Dat is niet de Europese samenwerking die wij willen.

Beste collega’s, dit dossier vraagt eensgezindheid. Dit dossier overstijgt alle partijgrenzen. Dit is de strijd van de voltallige Belgische regering, want dit dossier belangt het hele land aan. Beste premier, beste minister Prévot, cd&v roept u duidelijk op om te volharden en te weerstaan aan de buitenlandse druk, zelfs wanneer die de volgende dagen intenser wordt. Zonder ijzersterke (...)

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, 65 milliards d'euros russes sont actuellement gelés, et 193 milliards immobilisés. On parle d'un montant total de 250 milliards d'euros sur notre territoire, soit beaucoup plus que le budget du gouvernement fédéral pour une année.

Les propositions de la Commission européenne de saisir ces actifs ou de les utiliser comme garantie comportent au moins trois risques majeurs pour notre pays. Le premier est un risque financier, puisque, à tous les coups, nous perdrions sur le plan juridique si la Russie devait entamer des actions. Ce serait un précédent inédit et une violation de la propriété privée, qui ne se justifie pas dans ce cas.

Le deuxième est un risque politique, un risque pour notre réputation. Comment faire encore confiance à la Belgique si, lorsque des avoirs étrangers se situent dans notre pays, ils peuvent être confisqués quelle que soit la situation? Cela engage le futur d'Euroclear sur notre territoire.

Il y a enfin un dernier risque sécuritaire, puisque des représailles seraient à craindre pour notre pays, qui n'est pas un belligérant dans ce conflit, en tous les cas à ce stade.

Par ailleurs, monsieur le premier ministre, aujourd'hui, l'Europe veut mobiliser des moyens de manière légitime, mais est totalement absente du processus politique qui doit conduire à un cessez-le-feu et à la paix. En outre, l'Ukraine est sujette à des faits de corruption extrêmement graves.

Alors, aujourd'hui, nous voulons affirmer à quel point notre soutien à l'Ukraine est total, mais il ne peut pas être aveugle et irresponsable.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, vous avez raison de tenir tête à la Commission européenne et à Ursula von der Leyen. Cette pression exercée sur notre pays est vraiment intolérable. Elle l’est parce que le danger est multiple si nous acceptons cette décision de confisquer les avoirs russes détenus ici par Euroclear.

Pourquoi est-elle dangereuse? Je suis franchement d’accord avec votre raisonnement, elle est dangereuse pour la Belgique car ce sont bien nous qui devrons payer. Les autres pays européens ne donnent aucune garantie.

Elle est aussi dangereuse pour la stabilité de tout le système financier européen. Quel pays du monde sera prêt à investir ici si, en fonction des intérêts géostratégiques européens, nous décidons de confisquer les avoirs? C'est fou! Cela reviendrait à dire, par exemple, que nous confisquons les avoirs de la Russie mais pas ceux des Israéliens.

Je suis votre raisonnement, cette stabilité est importante. Ici, on entend dire à légère que la stabilité de l’économie mondiale importe peu, mais ce sont les travailleurs qui vont en payer le prix. Monsieur le premier ministre, vous avez raison, nous ne pouvons pas mettre en danger tout le système économique qui est basé sur la confiance et sur la sécurité juridique.

Par ailleurs, le jusqu’au-boutisme de la guerre est aussi un danger. C’est clair! Cela fait des années que nous répétons que l’idée selon laquelle davantage d’armes et davantage de guerres pourraient créer la paix est illusoire. Cela n’arrivera pas.

Plutôt que de laisser à Trump la possibilité de tout négocier au profit des multinationales américaines, réfléchissons un instant à notre autonomie stratégique européenne. Cessons de courir derrière les Américains et derrière la guerre. Cela ne fonctionnera pas ainsi!

Dans ce sens, monsieur le premier ministre, nous vous soutenons et nous espérons que les autres partis maintiendront également leur soutien car la pression sera énorme.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de eerste minister, mijn vraag gaat niet over Euroclear. Daar zijn we het over eens. Ze gaat wel over het volgende.

"Qui croit vraiment que la Russie va perdre en Ukraine? C'est une fable, une illusion totale. Ce n'est même pas souhaitable qu'elle perde."

Wie gelooft er echt dat Rusland de oorlog in Oekraïne zal verliezen? Dat is een fabel. Het is een illusie. Het is zelfs niet wenselijk dat Rusland verliest. Dat waren uw woorden in Bozar op maandagavond tijdens de Grandes Conférences Catholiques. Ik was stomverbaasd, mijnheer de eerste minister, om te moeten lezen in de Franstalige pers dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland verliest.

We zitten intussen in het vierde jaar van de oorlog tegen Oekraïne. België heeft de Russische agressie van bij de invasie, van meet af aan scherp veroordeeld. Voor ons is Oekraïne een vrij, een soeverein en een onafhankelijk land en geen deel van Rusland. U zei evenwel dat het niet wenselijk is dat Rusland de oorlog in Oekraïne verliest. U stelde bovendien dat het een fabel is te geloven dat Rusland kan verliezen. Onvoorstelbaar.

Daarnaast sprak u ook over rechtstreekse boodschappen vanuit Moskou ten aanzien van ons land en ten aanzien van uzelf dat u het voor de eeuwigheid zou voelen als Russische tegoeden in beslag zouden worden genomen. Ik heb daaromtrent een aantal vragen voor u, meneer de minister.

Ten eerste, sprak u namens uzelf of namens ons land toen u die uitlatingen deed?

Ten tweede, kunt u bevestigen dat het standpunt van België ongewijzigd blijft?

Ten derde, wanneer u spreekt over dreigementen, wat is de exacte inhoud van die dreigementen? Hoe hebben die dreigementen u bereikt? En vooral, en niet onbelangrijk, heeft die intimidatie vanuit Moskou de positie van ons land beïnvloed?

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de premier, men zegt wel eens dat de Europese Unie geen ideologie heeft. Nochtans heeft de Europese Commissie een talent dat heel wat communistische economen jaloers zou maken, want ze kan een onteigening verkopen als solidariteit. Communisten pakten vroeger tractoren en landbouwgronden af; Europa pakt gewoon 190 miljard euro. De communisten hadden nog de eerlijkheid om te zeggen dat ze uw bezittingen kwamen afpakken. De Commissie verpakt het als een Oekraïneplan.

Europa wil de geblokkeerde tegoeden bij Euroclear gebruiken als onderpand voor leningen aan Oekraïne. Dat houdt gigantische risico’s in voor de burgers in dit land. Niet alleen wijst Rusland erop dat dit een oorlogsdaad is. Ook de Europese Centrale Bank weigert mee te stappen in dat juridische drijfzand. Dat wil wel iets zeggen, collega’s. Eén verkeerde zet en het vertrouwen in Euroclear, het eurosysteem en het financiële systeem stort in. Experts waarschuwen bovendien dat België in het ergste scenario zelfs failliet kan gaan wanneer Rusland stappen zet en wij moeten terugbetalen. Het gaat om een som die overeenkomt met een derde van de volledige economie van dit land.

Europa luistert niet naar die terechte bezorgdheden. In plaats daarvan zoekt de Europese bemoeibrigade van de Europese Commissie nu een manier om dit land buitenspel te zetten door de unanimiteitsregels te omzeilen. Met andere woorden, uw Europese schoonmoeder, Ursula von der Leyen, wil u schaakmat zetten. Ze wil uw veto en daarmee de bescherming van de belastingbetaler in dit land gewoon uitschakelen.

Mijnheer de premier, de vraag is eenvoudig, maar dringend. Kunt u ons garanderen dat u niet zult buigen voor uw Europese schoonmoeder?

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de premier, we zitten in vieze papieren. Er hangt een zwaard van Damocles boven ons hoofd, een zwaard dat ons mogelijk heel hard kan treffen, zowel op financieel als op juridisch vlak. U eist hiervoor onvoorwaardelijke solidariteit van de andere Europese landen en dat is zeer terecht. U hebt daarin gelijk.

Er is echter een aspect aan deze problematiek dat ervoor zorgt dat de andere landen hun stekels opzetten. Elk jaar krijgt ons land 1,2 miljard euro extra inkomsten omwille van de Russische miljarden die bij Euroclear staan. Dat is geld dat we niet ontvangen op basis van onze eigen economie, maar dat we alleen krijgen omdat Oekraïne zich, met een grote menselijke kostprijs, verweert tegen de Russische illegale invasie en vecht voor de democratie in Europa.

Dat is het enige geld dat ons land bijdraagt aan de strijd in Oekraïne en dan nog zonder veel transparantie. Het geld wordt verstopt in het grote budget van Defensie, met de belofte dat het zal worden gebruikt voor militaire steun aan Oekraïne. Er was een afspraak met Europa om dat geld in een Europees fonds voor Oekraïne te storten, zodat voor iedereen transparantie bestaat over de besteding ervan, maar u doet dat niet. Natuurlijk irriteert dat de andere lidstaten. Het betekent ook dat ons land tot op vandaag nog geen enkele euro aan eigen middelen heeft besteed aan hulp voor Oekraïne, in tegenstelling tot de andere Europese landen. Ook dat irriteert de andere lidstaten.

Waarom investeert ons land geen eigen middelen in de strijd tegen Rusland en in de verdediging van onze democratie? Los dat probleem op, toon solidariteit en dan zal het begrip van de andere landen voor onze situatie groeien.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, j'ai déjà dit voici quinze jours que j'étais solidaire de votre position, mais je sens quand même une petite musique qui est en train de monter et qui m'inquiète. "Pourquoi se bat-on?" demandent certains. Eh bien, on se bat pour qu'une nation européenne nommée "Ukraine" reste libre – libre de son destin – et respectée dans ses frontières, pour que ses civils cessent d'être bombardés chaque jour, pour qu'en 2025 les frontières en Europe ne puissent pas être changées par la force parce que, sinon, ce serait la défaite du droit international. On se bat pour que la Russie de M. Poutine comprenne qu'elle ne peut pas attaquer ses voisins, terroriser ses opposants et perturber les démocraties européennes en imaginant qu'elles resteront sans réaction. On ne soutient pas l'Ukraine par simple devoir moral, mais parce qu'il s'agit aussi de notre sécurité et que la guerre hybride, qu'on le veuille ou non, a déjà commencé. C'est pour toutes ces raisons que le soutien à l'Ukraine est essentiel. Il ne s'agit pas tellement de les rendre forts sur le théâtre de la guerre, mais de les rendre forts pour qu'ils puissent négocier la paix.

Donc, comme je l'ai déjà dit ici, je comprends que la Belgique demande de manière préférentielle un emprunt européen, comme ce fut le cas pour le covid. Je comprends qu'à défaut, la Belgique réclame des garanties extrêmement fortes et qu'elle ne soit pas toute seule à devoir en payer d'éventuelles conséquences. Cependant, prenons garde: ne véhiculons pas le doute et le défaitisme, par exemple en déclarant que la Russie ne perdra jamais cette guerre.

Dès lors, monsieur le premier ministre, ma demande est très claire. Oui, obtenez les garanties pour protéger notre pays et partager les risques. Mais, dans le même temps, réitérons clairement notre soutien à l'Ukraine et disons avec force que les intimidations de M. Poutine ne fonctionnent pas.

Voorzitter:

Bedankt, collega’s. Merci, chers collègues.

Mijnheer de premier, u krijgt zoals gezegd iets meer spreektijd voor uw antwoord. Ook de vraagstellers zullen wat meer tijd krijgen voor hun replieken.

Bart De Wever:

Merci, chers collègues, pour vos questions.

Il s'agit en effet d'une question extrêmement importante pour ce pays, une question que je soulève depuis déjà un certain temps au niveau européen. L'utilisation des avoirs immobilisés chez Euroclear pourrait avoir des conséquences potentiellement néfastes, tant pour ce pays que pour l'Europe dans son ensemble. Il existe de nombreuses objections légitimes concernant la légalité d'une telle opération, ainsi que sur les conséquences pour la confiance dans notre système financier et dans l'euro en tant que monnaie de réserve.

Indépendamment encore de toutes ces objections, le gouvernement a toujours posé trois conditions claires avant même d'envisager d'approuver une telle opération. La première condition est une mutualisation de l'ensemble des risques. La Belgique ne peut et n'acceptera jamais d'assumer seule les risques d'une telle opération. Il est important ici de préciser qu'il s'agit du risque total. En vertu des accords bilatéraux existants de protection des investissements, les indemnités pour l'expropriation illégale peuvent en effet largement dépasser la valeur des actifs et inclure des intérêts composés ainsi que des bénéfices non réalisés. Pour nous, les garanties doivent donc, dès le premier jour, couvrir toutes les obligations financières potentielles.

De tweede voorwaarde is een liquiditeits- en risicobescherming. Euroclear moet kunnen beschikken over de betrokken middelen voor het geval dat en op het moment dat het nodig zou zijn.

Een eerste mogelijk geval doet zich voor als het bedrijf het voorwerp zou worden van Russische tegenmaatregelen – dat zal zeker gebeuren – waarvan de financiële schade gedekt zal moeten worden, onmiddellijk. Ik zwijg dan nog over de tegenmaatregelen die Rusland of met Rusland bevriende landen zouden kunnen opleggen tegen anderen, burgers of bedrijven uit dit land of andere lidstaten van Europa.

Een tweede mogelijk geval is dat het bedrijf de tegoeden aan de Russische centrale bank moet terugbetalen. Dat kan het gevolg zijn van rechtspraak of arbitrage en het kan eventueel het gevolg zijn van een vredesakkoord. Het is uiteraard in die zin dat u mijn woorden moet begrijpen. Die oorlog zal op een gegeven moment stoppen. Tegoeden gaan verloren als landen in de klassieke militaire zin een oorlog verliezen. Ik meen dat niemand in de Kamer gelooft dat dit het einde van de oorlog zal zijn, en dus moeten we er ernstig rekening mee houden dat bij een eventueel vredesakkoord er ook een beschikking zal zijn over die tegoeden. Dat is het enige wat ik heb gezegd. Ik vind het beneden alles dat het uit de context wordt getrokken. (Applaus)

Als er mensen zijn die het een goed idee vinden dat een kernmacht militair onder de voet wordt gelopen, met alle gevolgen van dien, moeten ze dat hier vooral zeggen. Dat getuigt van weinig geopolitiek inzicht.

Alleszins, als Euroclear met een liquiditeitsprobleem komt te zitten, heeft dat gigantische gevolgen voor de globale financiële markt. Dat werd onlangs nog bevestigd door de voorzitter van de ECB, die overigens zelf weigert om het risico van zo’n reparation loan te dekken. Al het nodige geld, de nodige liquiditeiten, moet er dus zijn, onmiddellijk, ter beschikking.

De derde voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een billijke lastenverdeling. Het is niet meer dan logisch dat alle lidstaten die over Russische staatsactiva beschikken, in die operatie bijdragen. Men moet die middelen proportioneel en pro rata opvragen bij alle betrokken instellingen binnen het Europees grondgebied en idealiter ook ruimer dan het Europese grondgebied, zoals Lagarde aanbeveelt, met name in betrokken landen die behoren tot de coalition of the willing.

Het voorstel dat de Europese Commissie gedaan heeft, zet wel degelijk stappen in de richting van onze drie voorwaarden, maar voldoet nog niet aan de minimumvoorwaarden die ik zopas heb geschetst, en derhalve kan dat voorstel niet rekenen op de goedkeuring van onze regering en van ons land. (Applaus)

Wij stellen absoluut geen onredelijke eisen. Ieder land in onze situatie zou exact dezelfde eisen stellen. Dat wordt mij ook telkens zo toevertrouwd door menig regeringsleider rond de Europese tafel. Wij zijn bovendien constructief over de fond van de zaak en wijzen op mogelijke alternatieven om in de financiering van Oekraïne te voorzien.

Er mag immers geen enkele twijfel over bestaan. Ons land staat pal achter Oekraïne en wil het nodige doen om dat land sterker en verder te ondersteunen.

Ik betreur het derhalve ten zeerste dat er internationaal allerlei insinuaties en fakenieuws circuleren die ons proberen onder druk te zetten door het tegendeel te beweren. Ik betreur nog meer dat hier één fractie meent op die kar te moeten springen.

Wij zijn loyale Europeanen. Wij staan loyaal achter Oekraïne. Wij zullen altijd kiezen voor vrede, vrijheid en democratie. Wij zijn bereid om daarvoor offers te brengen. Men mag van dit land echter niet het onmogelijke vragen. Dat is de houding van de regering en ik hoop daarvoor de steun te krijgen van het voltallig Parlement. ( Applaus )

Wim Van der Donckt:

Dank u voor dat krachtige antwoord, mijnheer de eerste minister. Als N-VA’er had ik ook niets anders van u verwacht.

Collega’s, dit is hoe echt leiderschap eruitziet: opkomen voor onze werknemers, onze bedrijven, onze spaarders en onze welvaart, onze veiligheid. Dat is exact wat u doet, mijnheer de eerste minister.

Laat u niet afleiden door goedkope spot, valse insinuaties alsof we losers zouden zijn en karikaturale verwijzingen naar onder meer Don Quichot. Zulke opmerkingen dienen het inhoudelijke debat absoluut niet.

Ik geef u een raad. Blijf uzelf, rustig en standvastig. In dezen mag u zelfs koppig zijn. We rekenen op u.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de eerste minister, ik ben het honderd procent eens met uw standvastigheid en met uw argumenten. Het is perfect mogelijk om voor die bedragen een herstellening aan Oekraïne te geven, op één voorwaarde: dat al die landen van de coalition of the willing – wat een fantastisch woord – die ook over ontzettend veel geld beschikken, dat ook consequent doen. Inzake de coalition of the willing , er staat 28 miljard van de Russen in Japan, 15 miljard in Canada, 10 miljard in Luxemburg, 27 miljard in het Verenigd Koninkrijk, 19 miljard in Frankrijk en zelfs 4 miljard in Amerika.

U hebt gelijk, premier. We mogen de dreiging van de unanimiteit van die Europese mandarijnen, die schrik hebben van Orbán en Fico in Slovakije, nooit aanvaarden. Als zij een herstellening geven, moeten we een solidaire borgstelling voor de terugbetaling van die lening tekenen. Ik denk dat Oekraïne daarmee wel gediend kan zijn.

We mogen niet vergeten dat Oekraïne vandaag de grenzen van onze vrijheid en van Europa verdedigt. Dat vergeten wij te vaak.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.

Voor ons is het heel duidelijk. We moeten pal achter Oekraïne blijven staan en we moeten blijven geloven in de Europese samenwerking, niet alleen voor Oekraïne, maar voor de vele andere uitdagingen. Maar dat mag inderdaad niet blindelings gebeuren. We zijn daarmee niet asociaal of onredelijk, zoals ik daarnet al heb gezegd. De financiële gezondheid en financiële stabiliteit van ons land en van Europa is in het geding en dat is ook heel belangrijk voor elke inwoner van ons land. Wij zeggen daarom heel duidelijk dat dit dossier niet zonder garanties kan passeren. U hebt ze opgesomd: gelijke risicoverdeling, voldoende liquiditeitsvereisten voor Euroclear en een gelijk speelveld, want ook de andere landen met bevroren Russische tegoeden moeten mee in het bad. Dat zijn geen overdreven eisen. Ik kan u alleen maar aansporen om te volharden en om de druk te weerstaan.

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie. Finalement, on a pu entendre plus ou moins les mêmes discours dans le chef de pas mal d'intervenants. Mais il ne faut pas se tromper, on n'a pas tous le même objectif. Quand le PTB est d'accord avec vous, c'est parce qu'en fait, il ne souhaite pas réellement la défaite de la Russie, compte tenu d'une certaine histoire et d'une certaine approche de l'Occident.

Il faut être bien clair ici, nous voulons une Russie la plus faible possible pour aller négocier la paix. Qu'on ne se trompe pas, la guerre sera une guerre d'usure, parce que la Russie l'a débutée non pas en Ukraine en 2022 mais en Géorgie en 2009. Son objectif est de contrôler les cinq mers à l'ouest de la Russie, de reconstituer un empire et une zone d'influence qui va nous toucher via des cyberattaques, la présence de drones ou toute autre influence politique. On devra être fort, on devra mobiliser des moyens. C'est la raison pour laquelle ce gouvernement investit fortement dans la Défense, afin de protéger nos concitoyens.

Dans le même temps, monsieur le premier ministre, comme je le disais, on doit aussi être totalement partie prenante du processus politique qui mettra un terme à cette guerre. Il n'est pas normal de devoir mobiliser tant de moyens et d'apprendre via la presse ce que Donald Trump a négocié. C'est une nouvelle fois le reflet de la faiblesse européenne que nous devons corriger par la défense, l'industrie et notre souveraineté/autonomie.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, zoals ik eerder al heb gezegd, steunen we u uiteraard in het verzet tegen de Europese Commissie, die vandaag vraagt om alle Russische tegoeden in beslag te nemen.

Ik was wel graag dieper ingegaan op de vraag wat de strategie van de Europese Raad precies is. Bestaat dat debat in de Europese Raad? Waar wil men naartoe? Wat is het idee over de plaats van Europa in de wereld? Het idee dat we al onze contracten op financieel vlak zomaar aan de kant zouden schuiven, is toch te gek voor woorden? Wat zullen andere landen dan denken? We leven toch niet meer in de periode van de koningen? Wat zullen andere landen denken wanneer we beslissen om dat geld gewoon in beslag te nemen? Dan zullen ze hun eigen banken en structuren op poten zetten.

In welke wereld leven we? Ik heb de indruk dat er in de Europese Raad nog altijd het idee leeft van la grande Europe qui domine le monde, avec les États-Unis d’Amérique .

Dat is gedaan, beste collega's. De wereld is aan het kantelen. We moeten met Europa onze eigen weg volgen. Dat zal natuurlijk gebeuren met uitgestrekte hand naar de landen in het zuiden.

Ziet u niet dat onze economie eraan kapotgaat? De Amerikanen moedigen Europa aan om ermee door te gaan. Ondertussen gaat Europa gewoon de afgrond in, economisch, sociaal en militair. Zo maken ze Europa kapot.

Dat de eerste minister zegt dat we waarschijnlijk niet zullen winnen, is meteen een schandaal. Dat is nochtans wat op het terrein gebeurt. Kijk wat er gebeurt. We moeten zelf diplomatie bedrijven op basis van onze eigen visie.

Sandro Di Nunzio:

Ik juich uw ondubbelzinnige verklaring hier dat ons standpunt ten opzichte van Oekraïne niet is gewijzigd, toe. Het was uiteraard te verwachten dat u de uitspraken van maandagavond zou afdoen als een fait divers en dat u die tot irrelevante opmerkingen zou proberen te herleiden. Het was te verwachten dat u ons zou verwijten de zaken uit de context te trekken. Een ding is echter duidelijk, mijnheer de eerste minister, u hebt die woorden wel degelijk uitgesproken. U hebt gezegd dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland zou verliezen. U hebt dat letterlijk zo gesteld.

Wij willen u met onze opmerkingen niet in een bepaalde hoek plaatsen. Wij willen enkel aangeven dat uw verklaring ongelooflijk belangrijk is. U moet beseffen dat uw woorden, die ongehoord zijn, tellen. U bent premier van dit land. Of u hier spreekt of in een kleinere zaal, dat heeft altijd een weerslag. Uw uitspraak is niet alleen nadelig voor onze diplomatieke positie, maar u voedt daarmee ook de Russische propagandamachine. Die gebruikt dat om ons land weg te zetten als bondgenoot van Rusland. Dat moet u absoluut vermijden. U mag in het dossier niet uit de bocht gaan. U speelt als premier op een ander niveau in de wereld. U moet helder en duidelijk blijven communiceren wat ons standpunt is, zoals u dat hier hebt geformuleerd, namelijk dat we de mensen in Oekraïne en hun strijd steunen en dat we ons tegen de illegale invasie door Rusland verzetten.

Wouter Vermeersch:

Collega's, als Viktor Orbán zich als enige in Europa verzet en een vuist maakt tegen Europa, dan schreeuwt het Parlement moord en brand. Nu zouden we bijna smeken om een premier met de daadkracht en ruggengraat van Orbán. Het belang van het dossier voor de belastingbetaler kan niet worden overschat: vergelding vanuit Rusland, het breken van het internationaal vertrouwen, het ondermijnen van het financiële systeem en zelfs het faillissement van dit land, als we moeten terugbetalen. Voor dat laatste hebben we de Russen zelfs niet nodig.

Mijnheer de premier, u bent al zeer goed bezig om dit land naar de afgrond te brengen. U en ik, wij hier allemaal, hebben op de schoolbanken geleerd dat Europa voor welvaart en vrede moet zorgen. Vandaag houdt Europa zich bezig met het maken van schulden en het stoken van oorlog. Euroclear ligt in België, in Vlaanderen. Dus wij, Vlamingen moeten beslissen over de geblokkeerde tegoeden en niet Ursula von der Leyen of de Europese Commissie.

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de premier, de Verenigde Staten hebben hun steun aan Oekraïne ingetrokken. Europa moet de hele zaak nu zelf financieren en dat is precies de kern van het probleem waarover we het hier vandaag hebben. De meest logische oplossing voor dat probleem is dat Europa dat geld leent op de financiële markten en het dan aanwendt voor de steun aan Oekraïne. De Hongaarse premier Orbán verhindert dat. Ons land mag niet het slachtoffer worden van de collaboratie van Orbán met Rusland. Dat is niet aanvaardbaar.

Als we willen dat Europa solidair is met ons land, zullen we zelf ook uit de pijp moeten komen. U hebt herhaald dat ons land loyaal achter Oekraïne staat en ik ben daarvan overtuigd; ik twijfel daar niet aan. Dat moet echter ook blijken uit daden. Als we onze democratie echt willen verdedigen, zal ons land eindelijk eigen middelen moeten vrijmaken om de Russische agressor tegen te houden. De begroting van 2026 komt eraan. Toon aan de Europese collega’s dat we aan de juiste kant staan. Toon dat ook wij de nodige middelen inzetten om Oekraïne te steunen. Dat zijn we verplicht aan Oekraïne, dat zijn we verplicht aan onze democratie en dat zijn we verdomme verplicht aan onszelf.

François De Smet:

Merci monsieur le premier ministre d'avoir rappelé le soutien clair de notre pays à l'Ukraine. C'était évident – et vous l'aviez déjà formulé –, mais je crois qu'il était nécessaire de le rappeler maintenant. J'espère que le message sera arrivé auprès des autres pays européens et de la presse européenne. Deuxièmement, ne soyons pas naïfs à propos des objectifs de M. Poutine. Son objectif premier est de semer la discorde entre nous, dans nos pays et entre pays européens. En conséquence, la meilleure réponse à lui apporter est de parvenir à un accord. Vous avez raison de tenir jusqu'au bout, mais il faut absolument que les Européens aboutissent à un accord qui permette de libérer cet argent pour l'Ukraine, d'une manière ou d'une autre. J'espère avec vous que les autres pays membres de l'Union comprendront qu'ils devront prendre leur juste part de la charge et du risque. Sinon, nous ne serons simplement pas à la hauteur de la tâche que l'histoire nous donne aujourd'hui.

economie en werk

Euroclear
Euroclear
Euroclear
De beslissing van de EU met betrekking tot Euroclear
Euroclear
De toespraak van de eerste minister in het Paleis voor Schone Kunsten
Het EU-plan voor de Russische tegoeden
De impact van de activatie van de Russische tegoeden bij Euroclear op de Belgische begroting
De bevroren Russische tegoeden en Oekraïne
Bevroren Russische tegoeden, Euroclear en impact op EU en België

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 4 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës verzet tegen het Europese plan om bevroren Russische tegoeden (€250 miljard) bij Euroclear te gebruiken voor Oekraïne, tenzij aan drie harde voorwaarden wordt voldaan: volledige risicomutualisering, liquiditeitsgaranties voor Euroclear en een billijke lastenverdeling tussen alle EU-landen. Premier De Wever benadrukt dat België niet alleen het financiële risico (juridische claims, Russische tegenmaatregelen) kan dragen en wijst op het gevaar voor de financiële stabiliteit, terwijl hij de loyaliteit aan Oekraïne en Europa bevestigt, maar geen "blanco cheque" geeft. Critici zoals Dedecker en Bouchez steunen het verzet maar waarschuwen voor Russische intimidatie en het verlies van vertrouwen in België als financieel centrum, terwijl Hedebouw (PTB) en Vermeersch (Vlaams Belang) de EU beschuldigen van roekeloosheid en een gevaarlijke precedent te scheppen. Di Nunzio kaart aan dat De Wever in Bozar zei dat "Ruslands nederlaag niet wenselijk is", wat diplomatieke verwarring zaait, maar de premier ontkent elke verschuiving in België’s pro-Oekraïne-standpunt. Kernpunt: België eist waterdichte Europese garanties voordat het instemt, anders riskeren financiële instorting, juridische claims en geopolitieke escalatie.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, u hebt onze vraag onterecht samengevoegd met andere vragen. Collega Di Nunzio wil een vraag stellen over de volgende uitspraak van de premier in de Bozar: "Het is niet wenselijk dat Rusland de oorlog verliest." Alle andere vragen gaan over Euroclear. Daarom hebt u onze vraag daaraan onterecht toegevoegd. Wij verzoeken dat de vraag van collega Di Nunzio apart wordt behandeld.

Voorzitter:

Mevrouw Bertrand, de titel is "De uitspraken van de premier over de oorlog in Oekraïne". Het lijkt me dat dat er enigszins in past. Ik kan me vergissen, maar dat lijkt me toch te passen in het kader van de andere vragen.

Mijnheer de premier, ik nodig u uit om vooraan plaats te nemen. De heer Van der Donckt is de eerste vraagsteller.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, ik hoor wat u zegt, maar alle andere vragen hadden als titel "Euroclear". Onze vraag gaat niet over Euroclear, voor alle duidelijkheid.

Wim Van der Donckt:

Mijnheer de eerste minister, collega's, van de grootste ondernemer in dit land tot de hardwerkende arbeider, iedere Belg zal de gevolgen voelen als Europa lichtzinnig omspringt met de Russische tegoeden bij Euroclear.

Wat vandaag nog wordt voorgesteld als een louter technisch financieel debat, kan morgen uitmonden in economische schade, sociale onrust en geopolitieke escalatie. Dat is helaas geen doemdenken. Nog deze ochtend verscheen een duidelijke waarschuwing van voormalig Russisch president Medvedev, die de woorden casus belli in de mond nam, aanleiding voor oorlog.

De boodschap is overduidelijk, de situatie is ernstig. De gevolgen kunnen België rechtstreeks en aanzienlijk treffen. Laat dat even bezinken. Tegen die achtergrond is het opvallend hoe Commissievoorzitter Ursula von der Leyen stellig zegt dat bijna alle Belgische bezwaren zouden zijn weggewerkt. Bijna, dat is geen detail, het is net de kern van het probleem, want wat vandaag ontbreekt, is een sluitende, afdwingbare en collectieve garantiestelling. Europese solidariteit mag geen holle slogan zijn. De voorstellen die nu op tafel liggen, blijven te vaag en te vrijblijvend. Het gaat hier over honderden miljarden euro's. Dat is het equivalent van het pensioen van alle Belgen samen gedurende verschillende jaren.

Mijnheer de eerste minister, gelukkig blijven u en uw regering in deze moeilijke situatie standvastig. Ik heb dan ook maar één vraag. Kunt u het belang van uw terechte verzet toelichten in deze Kamer, het hart van onze democratie?

Jean-Marie Dedecker:

Premier, ik heb er geen enkel probleem mee om het spaarvarken van 185 miljard euro van de Russen en Poetin te laten slachten. Ik heb daar mijn redenen voor. Ten eerste, het is het geld van de Russische maffia en van de kleptocratie van de bende stelende oligarchen. Ten tweede, Poetin heeft zelf alle Westerse bedrijven geannexeerd, zonder één euro schadeloosstelling. Ten derde, hij heeft voor duizenden miljarden euro schade in Oekraïne aangericht en mensen vermoord.

Ik kom dan bij het belangrijkste punt. Als wij het niet verbeurdverklaren, gaat die andere maffialeider, Trump, ermee aan de haal, want ik heb gezien dat het een onderdeel is van zijn 28 puntenplan voor de vrede. Hij wil de helft van die middelen inpalmen en de andere helft aan zijn maffiavriend in Rusland teruggeven.

Ik ben het echter voor 100 % eens met u, premier, dat u spijkerharde garanties moet krijgen, zeker wanneer uw arm straks door de Europese mandarijnen wordt omgewrongen. De laffe houding van Europa is al jaren bekend. We hebben een kort geheugen. Misschien waren sommigen nog niet geboren, maar in 1994, bij de onafhankelijkheid van Oekraïne, was dat land de derde grootste nucleaire macht ter wereld. De Amerikanen hebben de kernwapens voor 4 miljard dollar opgekocht en aan Rusland teruggegeven.

Daar stond één voorwaarde tegenover, met name dat Europa, Frankrijk, Duitsland, Engeland en de Amerikanen bescherming aan de Oekraïners zouden bieden. Twintig jaar later stonden de Russen in de Krim. Wat hebben de Duitsers gedaan? Schröder, de voorzitter van Gazprom, zei: wir schaffen das. Wat hebben we gedaan? Niets. We hebben over ons heen laten lopen in Europa.

Als u geld geeft, als u geld moet geven, vraag dan spijkerharde garanties, want ik vertrouw niemand in deze zaak.

Koen Van den Heuvel:

Collega’s, wat zich rond Euroclear afspeelt, duwt ons land in het oog van een storm. De Europese Commissie blijft aandringen op een lening voor Oekraïne, gefinancierd door de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear.

Laat mij echter duidelijk zijn: voor ons is het onmogelijk dat we dat zonder ijzersterke garanties toelaten. Ik denk niet dat we daardoor asociaal of onredelijk zijn. Als dit doorgaat, is het immers niet alleen nefast voor de financiële stabiliteit van ons land, maar ook voor de financiële stabiliteit van de hele eurozone. Ik heb het dan nog niet gehad over de financiële geloofwaardigheid van ons land. Wie zal immers nog investeren of zijn geld beleggen in een land dat zich niet aan de afspraken houdt?

Voor ons is het dan ook duidelijk: wij zien geen enkele reden waarom België dit risico alleen moet dragen. Wij geven geen blanco cheque die nefast zal zijn voor elke Belgische belastingbetaler. Voor cd&v is het duidelijk, wij hebben nood aan Europese samenwerking, zeker om de vele uitdagingen van de 21 ste eeuw aan te pakken en om Oekraïne te steunen tegen de Russische tirannie. Dat mag echter niet betekenen dat België te veel alleen moet dragen. Dat is niet de Europese samenwerking die wij willen.

Beste collega’s, dit dossier vraagt eensgezindheid. Dit dossier overstijgt alle partijgrenzen. Dit is de strijd van de voltallige Belgische regering, want dit dossier belangt het hele land aan. Beste premier, beste minister Prévot, cd&v roept u duidelijk op om te volharden en te weerstaan aan de buitenlandse druk, zelfs wanneer die de volgende dagen intenser wordt. Zonder ijzersterke (...)

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, 65 milliards d'euros russes sont actuellement gelés, et 193 milliards immobilisés. On parle d'un montant total de 250 milliards d'euros sur notre territoire, soit beaucoup plus que le budget du gouvernement fédéral pour une année.

Les propositions de la Commission européenne de saisir ces actifs ou de les utiliser comme garantie comportent au moins trois risques majeurs pour notre pays. Le premier est un risque financier, puisque, à tous les coups, nous perdrions sur le plan juridique si la Russie devait entamer des actions. Ce serait un précédent inédit et une violation de la propriété privée, qui ne se justifie pas dans ce cas.

Le deuxième est un risque politique, un risque pour notre réputation. Comment faire encore confiance à la Belgique si, lorsque des avoirs étrangers se situent dans notre pays, ils peuvent être confisqués quelle que soit la situation? Cela engage le futur d'Euroclear sur notre territoire.

Il y a enfin un dernier risque sécuritaire, puisque des représailles seraient à craindre pour notre pays, qui n'est pas un belligérant dans ce conflit, en tous les cas à ce stade.

Par ailleurs, monsieur le premier ministre, aujourd'hui, l'Europe veut mobiliser des moyens de manière légitime, mais est totalement absente du processus politique qui doit conduire à un cessez-le-feu et à la paix. En outre, l'Ukraine est sujette à des faits de corruption extrêmement graves.

Alors, aujourd'hui, nous voulons affirmer à quel point notre soutien à l'Ukraine est total, mais il ne peut pas être aveugle et irresponsable.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, vous avez raison de tenir tête à la Commission européenne et à Ursula von der Leyen. Cette pression exercée sur notre pays est vraiment intolérable. Elle l’est parce que le danger est multiple si nous acceptons cette décision de confisquer les avoirs russes détenus ici par Euroclear.

Pourquoi est-elle dangereuse? Je suis franchement d’accord avec votre raisonnement, elle est dangereuse pour la Belgique car ce sont bien nous qui devrons payer. Les autres pays européens ne donnent aucune garantie.

Elle est aussi dangereuse pour la stabilité de tout le système financier européen. Quel pays du monde sera prêt à investir ici si, en fonction des intérêts géostratégiques européens, nous décidons de confisquer les avoirs? C'est fou! Cela reviendrait à dire, par exemple, que nous confisquons les avoirs de la Russie mais pas ceux des Israéliens.

Je suis votre raisonnement, cette stabilité est importante. Ici, on entend dire à légère que la stabilité de l’économie mondiale importe peu, mais ce sont les travailleurs qui vont en payer le prix. Monsieur le premier ministre, vous avez raison, nous ne pouvons pas mettre en danger tout le système économique qui est basé sur la confiance et sur la sécurité juridique.

Par ailleurs, le jusqu’au-boutisme de la guerre est aussi un danger. C’est clair! Cela fait des années que nous répétons que l’idée selon laquelle davantage d’armes et davantage de guerres pourraient créer la paix est illusoire. Cela n’arrivera pas.

Plutôt que de laisser à Trump la possibilité de tout négocier au profit des multinationales américaines, réfléchissons un instant à notre autonomie stratégique européenne. Cessons de courir derrière les Américains et derrière la guerre. Cela ne fonctionnera pas ainsi!

Dans ce sens, monsieur le premier ministre, nous vous soutenons et nous espérons que les autres partis maintiendront également leur soutien car la pression sera énorme.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de eerste minister, mijn vraag gaat niet over Euroclear. Daar zijn we het over eens. Ze gaat wel over het volgende.

"Qui croit vraiment que la Russie va perdre en Ukraine? C'est une fable, une illusion totale. Ce n'est même pas souhaitable qu'elle perde."

Wie gelooft er echt dat Rusland de oorlog in Oekraïne zal verliezen? Dat is een fabel. Het is een illusie. Het is zelfs niet wenselijk dat Rusland verliest. Dat waren uw woorden in Bozar op maandagavond tijdens de Grandes Conférences Catholiques. Ik was stomverbaasd, mijnheer de eerste minister, om te moeten lezen in de Franstalige pers dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland verliest.

We zitten intussen in het vierde jaar van de oorlog tegen Oekraïne. België heeft de Russische agressie van bij de invasie, van meet af aan scherp veroordeeld. Voor ons is Oekraïne een vrij, een soeverein en een onafhankelijk land en geen deel van Rusland. U zei evenwel dat het niet wenselijk is dat Rusland de oorlog in Oekraïne verliest. U stelde bovendien dat het een fabel is te geloven dat Rusland kan verliezen. Onvoorstelbaar.

Daarnaast sprak u ook over rechtstreekse boodschappen vanuit Moskou ten aanzien van ons land en ten aanzien van uzelf dat u het voor de eeuwigheid zou voelen als Russische tegoeden in beslag zouden worden genomen. Ik heb daaromtrent een aantal vragen voor u, meneer de minister.

Ten eerste, sprak u namens uzelf of namens ons land toen u die uitlatingen deed?

Ten tweede, kunt u bevestigen dat het standpunt van België ongewijzigd blijft?

Ten derde, wanneer u spreekt over dreigementen, wat is de exacte inhoud van die dreigementen? Hoe hebben die dreigementen u bereikt? En vooral, en niet onbelangrijk, heeft die intimidatie vanuit Moskou de positie van ons land beïnvloed?

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de premier, men zegt wel eens dat de Europese Unie geen ideologie heeft. Nochtans heeft de Europese Commissie een talent dat heel wat communistische economen jaloers zou maken, want ze kan een onteigening verkopen als solidariteit. Communisten pakten vroeger tractoren en landbouwgronden af; Europa pakt gewoon 190 miljard euro. De communisten hadden nog de eerlijkheid om te zeggen dat ze uw bezittingen kwamen afpakken. De Commissie verpakt het als een Oekraïneplan.

Europa wil de geblokkeerde tegoeden bij Euroclear gebruiken als onderpand voor leningen aan Oekraïne. Dat houdt gigantische risico’s in voor de burgers in dit land. Niet alleen wijst Rusland erop dat dit een oorlogsdaad is. Ook de Europese Centrale Bank weigert mee te stappen in dat juridische drijfzand. Dat wil wel iets zeggen, collega’s. Eén verkeerde zet en het vertrouwen in Euroclear, het eurosysteem en het financiële systeem stort in. Experts waarschuwen bovendien dat België in het ergste scenario zelfs failliet kan gaan wanneer Rusland stappen zet en wij moeten terugbetalen. Het gaat om een som die overeenkomt met een derde van de volledige economie van dit land.

Europa luistert niet naar die terechte bezorgdheden. In plaats daarvan zoekt de Europese bemoeibrigade van de Europese Commissie nu een manier om dit land buitenspel te zetten door de unanimiteitsregels te omzeilen. Met andere woorden, uw Europese schoonmoeder, Ursula von der Leyen, wil u schaakmat zetten. Ze wil uw veto en daarmee de bescherming van de belastingbetaler in dit land gewoon uitschakelen.

Mijnheer de premier, de vraag is eenvoudig, maar dringend. Kunt u ons garanderen dat u niet zult buigen voor uw Europese schoonmoeder?

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de premier, we zitten in vieze papieren. Er hangt een zwaard van Damocles boven ons hoofd, een zwaard dat ons mogelijk heel hard kan treffen, zowel op financieel als op juridisch vlak. U eist hiervoor onvoorwaardelijke solidariteit van de andere Europese landen en dat is zeer terecht. U hebt daarin gelijk.

Er is echter een aspect aan deze problematiek dat ervoor zorgt dat de andere landen hun stekels opzetten. Elk jaar krijgt ons land 1,2 miljard euro extra inkomsten omwille van de Russische miljarden die bij Euroclear staan. Dat is geld dat we niet ontvangen op basis van onze eigen economie, maar dat we alleen krijgen omdat Oekraïne zich, met een grote menselijke kostprijs, verweert tegen de Russische illegale invasie en vecht voor de democratie in Europa.

Dat is het enige geld dat ons land bijdraagt aan de strijd in Oekraïne en dan nog zonder veel transparantie. Het geld wordt verstopt in het grote budget van Defensie, met de belofte dat het zal worden gebruikt voor militaire steun aan Oekraïne. Er was een afspraak met Europa om dat geld in een Europees fonds voor Oekraïne te storten, zodat voor iedereen transparantie bestaat over de besteding ervan, maar u doet dat niet. Natuurlijk irriteert dat de andere lidstaten. Het betekent ook dat ons land tot op vandaag nog geen enkele euro aan eigen middelen heeft besteed aan hulp voor Oekraïne, in tegenstelling tot de andere Europese landen. Ook dat irriteert de andere lidstaten.

Waarom investeert ons land geen eigen middelen in de strijd tegen Rusland en in de verdediging van onze democratie? Los dat probleem op, toon solidariteit en dan zal het begrip van de andere landen voor onze situatie groeien.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, j'ai déjà dit voici quinze jours que j'étais solidaire de votre position, mais je sens quand même une petite musique qui est en train de monter et qui m'inquiète. "Pourquoi se bat-on?" demandent certains. Eh bien, on se bat pour qu'une nation européenne nommée "Ukraine" reste libre – libre de son destin – et respectée dans ses frontières, pour que ses civils cessent d'être bombardés chaque jour, pour qu'en 2025 les frontières en Europe ne puissent pas être changées par la force parce que, sinon, ce serait la défaite du droit international. On se bat pour que la Russie de M. Poutine comprenne qu'elle ne peut pas attaquer ses voisins, terroriser ses opposants et perturber les démocraties européennes en imaginant qu'elles resteront sans réaction. On ne soutient pas l'Ukraine par simple devoir moral, mais parce qu'il s'agit aussi de notre sécurité et que la guerre hybride, qu'on le veuille ou non, a déjà commencé. C'est pour toutes ces raisons que le soutien à l'Ukraine est essentiel. Il ne s'agit pas tellement de les rendre forts sur le théâtre de la guerre, mais de les rendre forts pour qu'ils puissent négocier la paix.

Donc, comme je l'ai déjà dit ici, je comprends que la Belgique demande de manière préférentielle un emprunt européen, comme ce fut le cas pour le covid. Je comprends qu'à défaut, la Belgique réclame des garanties extrêmement fortes et qu'elle ne soit pas toute seule à devoir en payer d'éventuelles conséquences. Cependant, prenons garde: ne véhiculons pas le doute et le défaitisme, par exemple en déclarant que la Russie ne perdra jamais cette guerre.

Dès lors, monsieur le premier ministre, ma demande est très claire. Oui, obtenez les garanties pour protéger notre pays et partager les risques. Mais, dans le même temps, réitérons clairement notre soutien à l'Ukraine et disons avec force que les intimidations de M. Poutine ne fonctionnent pas.

Voorzitter:

Bedankt, collega’s. Merci, chers collègues.

Mijnheer de premier, u krijgt zoals gezegd iets meer spreektijd voor uw antwoord. Ook de vraagstellers zullen wat meer tijd krijgen voor hun replieken.

Bart De Wever:

Merci, chers collègues, pour vos questions.

Il s'agit en effet d'une question extrêmement importante pour ce pays, une question que je soulève depuis déjà un certain temps au niveau européen. L'utilisation des avoirs immobilisés chez Euroclear pourrait avoir des conséquences potentiellement néfastes, tant pour ce pays que pour l'Europe dans son ensemble. Il existe de nombreuses objections légitimes concernant la légalité d'une telle opération, ainsi que sur les conséquences pour la confiance dans notre système financier et dans l'euro en tant que monnaie de réserve.

Indépendamment encore de toutes ces objections, le gouvernement a toujours posé trois conditions claires avant même d'envisager d'approuver une telle opération. La première condition est une mutualisation de l'ensemble des risques. La Belgique ne peut et n'acceptera jamais d'assumer seule les risques d'une telle opération. Il est important ici de préciser qu'il s'agit du risque total. En vertu des accords bilatéraux existants de protection des investissements, les indemnités pour l'expropriation illégale peuvent en effet largement dépasser la valeur des actifs et inclure des intérêts composés ainsi que des bénéfices non réalisés. Pour nous, les garanties doivent donc, dès le premier jour, couvrir toutes les obligations financières potentielles.

De tweede voorwaarde is een liquiditeits- en risicobescherming. Euroclear moet kunnen beschikken over de betrokken middelen voor het geval dat en op het moment dat het nodig zou zijn.

Een eerste mogelijk geval doet zich voor als het bedrijf het voorwerp zou worden van Russische tegenmaatregelen – dat zal zeker gebeuren – waarvan de financiële schade gedekt zal moeten worden, onmiddellijk. Ik zwijg dan nog over de tegenmaatregelen die Rusland of met Rusland bevriende landen zouden kunnen opleggen tegen anderen, burgers of bedrijven uit dit land of andere lidstaten van Europa.

Een tweede mogelijk geval is dat het bedrijf de tegoeden aan de Russische centrale bank moet terugbetalen. Dat kan het gevolg zijn van rechtspraak of arbitrage en het kan eventueel het gevolg zijn van een vredesakkoord. Het is uiteraard in die zin dat u mijn woorden moet begrijpen. Die oorlog zal op een gegeven moment stoppen. Tegoeden gaan verloren als landen in de klassieke militaire zin een oorlog verliezen. Ik meen dat niemand in de Kamer gelooft dat dit het einde van de oorlog zal zijn, en dus moeten we er ernstig rekening mee houden dat bij een eventueel vredesakkoord er ook een beschikking zal zijn over die tegoeden. Dat is het enige wat ik heb gezegd. Ik vind het beneden alles dat het uit de context wordt getrokken. (Applaus)

Als er mensen zijn die het een goed idee vinden dat een kernmacht militair onder de voet wordt gelopen, met alle gevolgen van dien, moeten ze dat hier vooral zeggen. Dat getuigt van weinig geopolitiek inzicht.

Alleszins, als Euroclear met een liquiditeitsprobleem komt te zitten, heeft dat gigantische gevolgen voor de globale financiële markt. Dat werd onlangs nog bevestigd door de voorzitter van de ECB, die overigens zelf weigert om het risico van zo’n reparation loan te dekken. Al het nodige geld, de nodige liquiditeiten, moet er dus zijn, onmiddellijk, ter beschikking.

De derde voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een billijke lastenverdeling. Het is niet meer dan logisch dat alle lidstaten die over Russische staatsactiva beschikken, in die operatie bijdragen. Men moet die middelen proportioneel en pro rata opvragen bij alle betrokken instellingen binnen het Europees grondgebied en idealiter ook ruimer dan het Europese grondgebied, zoals Lagarde aanbeveelt, met name in betrokken landen die behoren tot de coalition of the willing.

Het voorstel dat de Europese Commissie gedaan heeft, zet wel degelijk stappen in de richting van onze drie voorwaarden, maar voldoet nog niet aan de minimumvoorwaarden die ik zopas heb geschetst, en derhalve kan dat voorstel niet rekenen op de goedkeuring van onze regering en van ons land. (Applaus)

Wij stellen absoluut geen onredelijke eisen. Ieder land in onze situatie zou exact dezelfde eisen stellen. Dat wordt mij ook telkens zo toevertrouwd door menig regeringsleider rond de Europese tafel. Wij zijn bovendien constructief over de fond van de zaak en wijzen op mogelijke alternatieven om in de financiering van Oekraïne te voorzien.

Er mag immers geen enkele twijfel over bestaan. Ons land staat pal achter Oekraïne en wil het nodige doen om dat land sterker en verder te ondersteunen.

Ik betreur het derhalve ten zeerste dat er internationaal allerlei insinuaties en fakenieuws circuleren die ons proberen onder druk te zetten door het tegendeel te beweren. Ik betreur nog meer dat hier één fractie meent op die kar te moeten springen.

Wij zijn loyale Europeanen. Wij staan loyaal achter Oekraïne. Wij zullen altijd kiezen voor vrede, vrijheid en democratie. Wij zijn bereid om daarvoor offers te brengen. Men mag van dit land echter niet het onmogelijke vragen. Dat is de houding van de regering en ik hoop daarvoor de steun te krijgen van het voltallig Parlement. ( Applaus )

Wim Van der Donckt:

Dank u voor dat krachtige antwoord, mijnheer de eerste minister. Als N-VA’er had ik ook niets anders van u verwacht.

Collega’s, dit is hoe echt leiderschap eruitziet: opkomen voor onze werknemers, onze bedrijven, onze spaarders en onze welvaart, onze veiligheid. Dat is exact wat u doet, mijnheer de eerste minister.

Laat u niet afleiden door goedkope spot, valse insinuaties alsof we losers zouden zijn en karikaturale verwijzingen naar onder meer Don Quichot. Zulke opmerkingen dienen het inhoudelijke debat absoluut niet.

Ik geef u een raad. Blijf uzelf, rustig en standvastig. In dezen mag u zelfs koppig zijn. We rekenen op u.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de eerste minister, ik ben het honderd procent eens met uw standvastigheid en met uw argumenten. Het is perfect mogelijk om voor die bedragen een herstellening aan Oekraïne te geven, op één voorwaarde: dat al die landen van de coalition of the willing – wat een fantastisch woord – die ook over ontzettend veel geld beschikken, dat ook consequent doen. Inzake de coalition of the willing , er staat 28 miljard van de Russen in Japan, 15 miljard in Canada, 10 miljard in Luxemburg, 27 miljard in het Verenigd Koninkrijk, 19 miljard in Frankrijk en zelfs 4 miljard in Amerika.

U hebt gelijk, premier. We mogen de dreiging van de unanimiteit van die Europese mandarijnen, die schrik hebben van Orbán en Fico in Slovakije, nooit aanvaarden. Als zij een herstellening geven, moeten we een solidaire borgstelling voor de terugbetaling van die lening tekenen. Ik denk dat Oekraïne daarmee wel gediend kan zijn.

We mogen niet vergeten dat Oekraïne vandaag de grenzen van onze vrijheid en van Europa verdedigt. Dat vergeten wij te vaak.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.

Voor ons is het heel duidelijk. We moeten pal achter Oekraïne blijven staan en we moeten blijven geloven in de Europese samenwerking, niet alleen voor Oekraïne, maar voor de vele andere uitdagingen. Maar dat mag inderdaad niet blindelings gebeuren. We zijn daarmee niet asociaal of onredelijk, zoals ik daarnet al heb gezegd. De financiële gezondheid en financiële stabiliteit van ons land en van Europa is in het geding en dat is ook heel belangrijk voor elke inwoner van ons land. Wij zeggen daarom heel duidelijk dat dit dossier niet zonder garanties kan passeren. U hebt ze opgesomd: gelijke risicoverdeling, voldoende liquiditeitsvereisten voor Euroclear en een gelijk speelveld, want ook de andere landen met bevroren Russische tegoeden moeten mee in het bad. Dat zijn geen overdreven eisen. Ik kan u alleen maar aansporen om te volharden en om de druk te weerstaan.

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie. Finalement, on a pu entendre plus ou moins les mêmes discours dans le chef de pas mal d'intervenants. Mais il ne faut pas se tromper, on n'a pas tous le même objectif. Quand le PTB est d'accord avec vous, c'est parce qu'en fait, il ne souhaite pas réellement la défaite de la Russie, compte tenu d'une certaine histoire et d'une certaine approche de l'Occident.

Il faut être bien clair ici, nous voulons une Russie la plus faible possible pour aller négocier la paix. Qu'on ne se trompe pas, la guerre sera une guerre d'usure, parce que la Russie l'a débutée non pas en Ukraine en 2022 mais en Géorgie en 2009. Son objectif est de contrôler les cinq mers à l'ouest de la Russie, de reconstituer un empire et une zone d'influence qui va nous toucher via des cyberattaques, la présence de drones ou toute autre influence politique. On devra être fort, on devra mobiliser des moyens. C'est la raison pour laquelle ce gouvernement investit fortement dans la Défense, afin de protéger nos concitoyens.

Dans le même temps, monsieur le premier ministre, comme je le disais, on doit aussi être totalement partie prenante du processus politique qui mettra un terme à cette guerre. Il n'est pas normal de devoir mobiliser tant de moyens et d'apprendre via la presse ce que Donald Trump a négocié. C'est une nouvelle fois le reflet de la faiblesse européenne que nous devons corriger par la défense, l'industrie et notre souveraineté/autonomie.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, zoals ik eerder al heb gezegd, steunen we u uiteraard in het verzet tegen de Europese Commissie, die vandaag vraagt om alle Russische tegoeden in beslag te nemen.

Ik was wel graag dieper ingegaan op de vraag wat de strategie van de Europese Raad precies is. Bestaat dat debat in de Europese Raad? Waar wil men naartoe? Wat is het idee over de plaats van Europa in de wereld? Het idee dat we al onze contracten op financieel vlak zomaar aan de kant zouden schuiven, is toch te gek voor woorden? Wat zullen andere landen dan denken? We leven toch niet meer in de periode van de koningen? Wat zullen andere landen denken wanneer we beslissen om dat geld gewoon in beslag te nemen? Dan zullen ze hun eigen banken en structuren op poten zetten.

In welke wereld leven we? Ik heb de indruk dat er in de Europese Raad nog altijd het idee leeft van la grande Europe qui domine le monde, avec les États-Unis d’Amérique .

Dat is gedaan, beste collega's. De wereld is aan het kantelen. We moeten met Europa onze eigen weg volgen. Dat zal natuurlijk gebeuren met uitgestrekte hand naar de landen in het zuiden.

Ziet u niet dat onze economie eraan kapotgaat? De Amerikanen moedigen Europa aan om ermee door te gaan. Ondertussen gaat Europa gewoon de afgrond in, economisch, sociaal en militair. Zo maken ze Europa kapot.

Dat de eerste minister zegt dat we waarschijnlijk niet zullen winnen, is meteen een schandaal. Dat is nochtans wat op het terrein gebeurt. Kijk wat er gebeurt. We moeten zelf diplomatie bedrijven op basis van onze eigen visie.

Sandro Di Nunzio:

Ik juich uw ondubbelzinnige verklaring hier dat ons standpunt ten opzichte van Oekraïne niet is gewijzigd, toe. Het was uiteraard te verwachten dat u de uitspraken van maandagavond zou afdoen als een fait divers en dat u die tot irrelevante opmerkingen zou proberen te herleiden. Het was te verwachten dat u ons zou verwijten de zaken uit de context te trekken. Een ding is echter duidelijk, mijnheer de eerste minister, u hebt die woorden wel degelijk uitgesproken. U hebt gezegd dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland zou verliezen. U hebt dat letterlijk zo gesteld.

Wij willen u met onze opmerkingen niet in een bepaalde hoek plaatsen. Wij willen enkel aangeven dat uw verklaring ongelooflijk belangrijk is. U moet beseffen dat uw woorden, die ongehoord zijn, tellen. U bent premier van dit land. Of u hier spreekt of in een kleinere zaal, dat heeft altijd een weerslag. Uw uitspraak is niet alleen nadelig voor onze diplomatieke positie, maar u voedt daarmee ook de Russische propagandamachine. Die gebruikt dat om ons land weg te zetten als bondgenoot van Rusland. Dat moet u absoluut vermijden. U mag in het dossier niet uit de bocht gaan. U speelt als premier op een ander niveau in de wereld. U moet helder en duidelijk blijven communiceren wat ons standpunt is, zoals u dat hier hebt geformuleerd, namelijk dat we de mensen in Oekraïne en hun strijd steunen en dat we ons tegen de illegale invasie door Rusland verzetten.

Wouter Vermeersch:

Collega's, als Viktor Orbán zich als enige in Europa verzet en een vuist maakt tegen Europa, dan schreeuwt het Parlement moord en brand. Nu zouden we bijna smeken om een premier met de daadkracht en ruggengraat van Orbán. Het belang van het dossier voor de belastingbetaler kan niet worden overschat: vergelding vanuit Rusland, het breken van het internationaal vertrouwen, het ondermijnen van het financiële systeem en zelfs het faillissement van dit land, als we moeten terugbetalen. Voor dat laatste hebben we de Russen zelfs niet nodig.

Mijnheer de premier, u bent al zeer goed bezig om dit land naar de afgrond te brengen. U en ik, wij hier allemaal, hebben op de schoolbanken geleerd dat Europa voor welvaart en vrede moet zorgen. Vandaag houdt Europa zich bezig met het maken van schulden en het stoken van oorlog. Euroclear ligt in België, in Vlaanderen. Dus wij, Vlamingen moeten beslissen over de geblokkeerde tegoeden en niet Ursula von der Leyen of de Europese Commissie.

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de premier, de Verenigde Staten hebben hun steun aan Oekraïne ingetrokken. Europa moet de hele zaak nu zelf financieren en dat is precies de kern van het probleem waarover we het hier vandaag hebben. De meest logische oplossing voor dat probleem is dat Europa dat geld leent op de financiële markten en het dan aanwendt voor de steun aan Oekraïne. De Hongaarse premier Orbán verhindert dat. Ons land mag niet het slachtoffer worden van de collaboratie van Orbán met Rusland. Dat is niet aanvaardbaar.

Als we willen dat Europa solidair is met ons land, zullen we zelf ook uit de pijp moeten komen. U hebt herhaald dat ons land loyaal achter Oekraïne staat en ik ben daarvan overtuigd; ik twijfel daar niet aan. Dat moet echter ook blijken uit daden. Als we onze democratie echt willen verdedigen, zal ons land eindelijk eigen middelen moeten vrijmaken om de Russische agressor tegen te houden. De begroting van 2026 komt eraan. Toon aan de Europese collega’s dat we aan de juiste kant staan. Toon dat ook wij de nodige middelen inzetten om Oekraïne te steunen. Dat zijn we verplicht aan Oekraïne, dat zijn we verplicht aan onze democratie en dat zijn we verdomme verplicht aan onszelf.

François De Smet:

Merci monsieur le premier ministre d'avoir rappelé le soutien clair de notre pays à l'Ukraine. C'était évident – et vous l'aviez déjà formulé –, mais je crois qu'il était nécessaire de le rappeler maintenant. J'espère que le message sera arrivé auprès des autres pays européens et de la presse européenne. Deuxièmement, ne soyons pas naïfs à propos des objectifs de M. Poutine. Son objectif premier est de semer la discorde entre nous, dans nos pays et entre pays européens. En conséquence, la meilleure réponse à lui apporter est de parvenir à un accord. Vous avez raison de tenir jusqu'au bout, mais il faut absolument que les Européens aboutissent à un accord qui permette de libérer cet argent pour l'Ukraine, d'une manière ou d'une autre. J'espère avec vous que les autres pays membres de l'Union comprendront qu'ils devront prendre leur juste part de la charge et du risque. Sinon, nous ne serons simplement pas à la hauteur de la tâche que l'histoire nous donne aujourd'hui.

klimaat, energie en landbouw

De vogelgriep

Gesteld door

N-VA Lotte Peeters

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 4 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Lotte Peeters wijst op de hernieuwde opflakkering van vogelgriep in België en Europa (ook bij wilde dieren en huisdieren) en de groeiende bezorgdheid over mogelijke dier-mens-overdracht, dringend om scherpere maatregelen en betere communicatie naar hobbyhouders. Minister Clarinval bevestigt 9 uitbraken bij professionele bedrijven en 2 bij hobbyhouders, benadrukt strikte zones, ophokplicht en ruimen/desinfectie (kosten gedekt door FAVV), en erkent het risico op zoönose—hoewel menselijke besmetting nog uitblijft. Peeters hamert op betere voorlichting voor particuliere pluimveehouders en samenwerking met Volksgezondheid om een eventuele menselijke overdracht voor te zijn. Clarinval signaleert hoge insleepkans via wilde vogels maar gaat niet in op concrete aanscherping of interdepartementaal overleg.

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, in mei mocht ik u feliciteren met het behalen van de vogelgriepvrije status in ons land. We hadden het eindelijk even onder controle. Die euforie was jammer genoeg van korte duur.

Weelde, Houthulst, Dilsen-Stokkem, Kinrooi, Pelt, Gembloux. In oktober en november werden bijna dagelijks pluimveebedrijven getroffen door de vogelgriep. Het bleef daar ook niet bij. Er zijn tal van besmette wilde vogels, in Limburg was er een vos met symptomen en in Nederland stierven zelfs acht kittens aan de ziekte.

Het Europees Gezondheidsinstituut kondigde vandaag in een rapport aan dat het bezorgd is over een mogelijke overdracht van het virus van dier op mens. Dit alles heeft ertoe geleid dat de maatregelen in België werden aangescherpt en dat een periode van verhoogd risico van kracht is. Blinde paniek is nergens voor nodig, collega's. Ons grondig voorbereiden blijft echter van cruciaal belang, zowel voor onze economie als voor onze volksgezondheid. Ik heb hierover de volgende vragen.

Zult u de bestaande maatregelen verder aanscherpen? Zo ja, zal dit duidelijk worden gecommuniceerd op de overheidswebsite, vooral naar mensen die kippen of ander pluimvee in de tuin houden? Staat u daarnaast al in overleg met uw collega-minister bevoegd voor Volksgezondheid, voor het geval er toch een overdracht van het virus op de mens zou plaatsvinden?

David Clarinval:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Peeters, u hebt gelijk. Er zijn momenteel heel veel uitbraken van hoogpathogene vogelgriep. Voor de professionele bedrijven zijn er sinds de eerste uitbraak dit najaar in Otegem op 22 oktober 2025 negen uitbraken vastgesteld, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Er zijn ook twee besmettingen vastgesteld net over de grens met Nederland. Bij de hobbyhouders zijn er tot nu toe, sinds het najaar van 2025, twee gevallen vastgesteld.

Bij het vaststellen van een haard bij een professioneel bedrijf bakent het FAVV de besmettings- en beschermingszone af in een straal van drie kilometer en een bewakingszone in een straal van tien kilometer. In beide zones gelden specifieke maatregelen, waarvan de belangrijkste de ophokplicht, de verplichting om de dieren binnen te voeren en te drenken samen met een transportverbod zijn. In geval van besmetting dienen de stallen te worden geruimd en moeten reiniging en desinfectie worden uitgevoerd. De kosten daarvan worden gedragen door de crisisreserve van het FAVV. De vergoeding voor de geruimde dieren wordt betaald vanuit het Sanitair Fonds op basis van de recente waardetabellen.

Het virus circuleert bij wilde vogels en wordt op die manier verspreid. Er is een heel hoog risico op insleep van vogelgriep uit de omgeving. Vogelgriep is een zoönose en kan dus worden overgedragen op de mens. Dat is nog niet gebeurd, maar wordt zorgvuldig opgevolgd. Ook huisdieren kunnen worden besmet. In 2024 werd een besmetting vastgesteld bij twee katten die in nauw contact leefden met een besmet bedrijf.

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is goed dat u maatregelen neemt en de situatie van nabij opvolgt. Vooral communicatie is belangrijk. Er worden maatregelen genomen, maar ik zie vooral dat mensen die kippen houden in de tuin niet goed weten hoe ze zichzelf en hun dieren voldoende kunnen beschermen. Zoals u zelf ook aangaf, is er in Europa gelukkig nog geen overdracht naar de mens, maar het is toch belangrijk dat ons land zich daarop voorbereidt. Vandaar ook mijn expliciete vraag om daarvoor samen met de minister van Volksgezondheid de nodige voorbereidingen te treffen.

Het grensoverschrijdend gedrag van een gynaecoloog in Tienen
De klachten over een gynaecoloog
Klachten over grensoverschrijdend gedrag van een gynaecoloog in Tienen

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 4 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Nawal Farih en Frieda Gijbels kaarten aan dat het klachtsysteem in de zorg faliekant tekortschiet, vooral na schokkende getuigenissen over grensoverschrijdend gedrag door een gynaecoloog, waarbij slachtoffers de Federale Toezichtcommissie niet kennen of vinden en provinciale antennes (lokaal, sneller) volgens Farih effectiever zouden zijn. Minister Vandenbroucke bevestigt dat de betrokken arts onmiddellijk is geschorst na media-aanklachten, erkent dat de commissie geen eerdere meldingen ontving (ondanks signalen bij Vlaamse instanties) en belooft snel betere afstemming tussen meldpunten en modernisering van het klachtrecht, met nadruk op patiëntveiligheid. Gijbels en Farih hameren op nood aan zichtbare, laagdrempelige klachtkanalen en herstel van vertrouwen, terwijl Vandenbroucke concrete stappen aankondigt maar de provinciale oplossing (Farih) niet omarmt.

Nawal Farih:

Mijnheer de minister, sommige dossiers kruipen letterlijk onder ons vel, niet altijd omdat ze complex zijn, maar omdat ze bijzonder pijnlijk zijn. De voorbije dagen hebben we gigantisch veel getuigenissen gehoord van vrouwen die helaas in contact zijn gekomen met een zorgverstrekker op een manier die nooit, maar dan ook nooit toelaatbaar is of hoort in een zorgrelatie.

Daardoor stellen we natuurlijk heel wat vragen over de controle en over de mogelijkheid tot het indienen van klachten. Voor de organisatie van dat systeem kijken we naar de Federale Toezichtcommissie. Iedereen zou moeten weten dat men daar een klacht kan indienen, maar we beseffen dat dit onvoldoende bekend is bij patiënten en burgers en dat zelfs ziekenhuizen er niet altijd voldoende gebruik van maken.

Wanneer ik terugdenk aan de vrouwen die vandaag naar buiten durven komen en het verhaal dat ze brengen, voel ik plaatsvervangende schaamte, omdat we als politiek veel beter moeten doen voor hen. In een kwetsbare periode waarin ze een zwangerschapstraject doorlopen, zorg nodig hebben en met veel vragen zitten, hebben ze, zonder dat ze goed durfden te reageren, momenten meegemaakt die niemand zou mogen meemaken in de zorg.

Mijn vraag is dan ook eenvoudig. Hoe lang was de Federale Toezichtcommissie hiervan op de hoogte? Wat is daarmee gebeurd? Waarom gaan we niet terug naar de provinciale antennes, die veel dichter bij de ziekenhuizen en artsen staan, sneller signalen kunnen opvangen en sneller kunnen reageren, zodat we veel slagkrachtiger kunnen zijn in het belang van alle patiënten?

Frieda Gijbels:

Het betreft meldingen over één gynaecoloog. Het zijn spijtig genoeg altijd enkelingen, een paar rotte appels die de boel verzieken voor de grote meerderheid van de zorgverstrekkers die het wel degelijk goed voor hebben met hun patiënten. We kunnen nog kilo’s wetteksten produceren en bladzijden regels bedenken en het hebben over de kwaliteit van de zorg en de patiëntenrechten. Dat heeft allemaal geen zin als de burger niet weet waar hij terechtkan wanneer hij een klacht heeft over ons zorgsysteem, wanneer hij iets heeft meegemaakt dat niet klopt.

Ik vind het erg dat zoveel vrouwen een slechte ervaring hebben gehad bij hun gynaecoloog. Ik vind het nog veel erger dat ze daarmee zijn blijven rondlopen en niet wisten waar ze een klacht konden neerleggen. Pas toen iemand de weg had gevonden naar een klachteninstantie, ontstond er een tsunami van meldingen. Dat spreekt echt voor zich. Natuurlijk is iedereen onschuldig tot het tegendeel is bewezen en alles moet nog worden onderzocht. Dat ons klachtensysteem niet deugt, mijnheer de minister, lijkt mij evenwel duidelijk. Want eerlijk gezegd, wie kent de Federale Toezichtcommissie? Wie vindt de Federale Toezichtcommissie? Ik heb die commissie vandaag ingetikt op Google en kwam terecht op een pagina die niet werkt. Gelukkig werkte het Vlaamse meldpunt voor grensoverschrijdend gedrag wél. Daar zijn die klachten dan ook binnengekomen.

Het is niet voor niets, mijnheer de minister, dat wij als Arizona een verbetering van het klachtrecht in het regeerakkoord hebben geschreven. Dat is nodig. Het grote verschil komt er pas wanneer de zaken die we ons hebben voorgenomen, ook worden uitgevoerd.

Ik heb enkele vragen. Wanneer komt er een duidelijk meldpunt voor patiënten? Hoe staat het met de Federale Toezichtcommissie? Werkt die nu naar behoren? Hoe ziet u de modernisering van het klachtrecht? Tot slot, uiteraard de vraag waar we allemaal mee zitten, namelijk wat zit er nog onder de waterlijn?

Frank Vandenbroucke:

Dank u wel, collega's. Een praktijk van een dokter is bij uitstek een plek waar mensen zich heel kwetsbaar voelen en zich ook kwetsbaar moeten tonen. Artsen moeten daarmee met de hoogst mogelijke standaarden omgaan. Als wat de voorbije twee weken in de pers verschenen is juist is, of ongeveer juist is, dan is dat niets minder dan walgelijk en schandelijk. Ik denk dat we het daarover eens zijn.

De beroepsgroep en ook de ziekenhuizen moeten nadenken over hoe ze omgaan met integriteitsproblemen en hoe ze het vertrouwen bij patiënten kunnen herstellen. Er is ook een cruciale verantwoordelijkheid voor de politiek en de overheid. Dankzij dappere getuigenissen in De Morgen heb ik dit dossier onmiddellijk aan de Toezichtcommissie bezorgd. Bij de Toezichtcommissie was op dat moment nog geen enkele melding over deze arts binnengekomen. Ik heb hetzelfde gedaan bij de Orde der Artsen.

Op dit moment vind ik dat de veiligheid van patiënten absoluut primeert. Uit voorzorg is deze arts daarom bij hoogdringendheid, via een daarvoor bestaande procedure bij de Toezichtcommissie, geschorst. Die beslissing is dinsdagavond genomen. Een dergelijke schorsing, waarbij de betrokken arts niet wordt gehoord, heeft een maximumtermijn van acht dagen, zodat het principe van het wederwoord kan worden gerespecteerd. Alle betrokken instanties, de Toezichtcommissie, de Orde, de meldpunten en ook het parket moeten nu zeer grondig en zonder dralen hun werk doen met betrekking tot dit dossier en de klachten die er zijn.

Ik kan niet op het resultaat van dit onderzoek vooruitlopen, maar ik denk dat we uit deze situatie moeten leren. Dat houdt onder meer verband met de organisatie van het klachtrecht, met de wijze waarop de meldpunten met elkaar communiceren en hoe ze communiceren met de Toezichtcommissie over alle beleidsniveaus heen. Ik zal daarover met de ziekenhuizen moeten spreken, met de meldpunten en met de collega's in de deelstaten die daarvoor bevoegd zijn. Ik vind dit bijzonder belangrijk. Inderdaad, mevrouw Gijbels, we moeten echt ter harte nemen wat in het regeerakkoord reeds is aangekondigd.

Ik heb van mevrouw Demir vernomen dat het meldpunt nog in overleg was met de betrokkene over de vraag of en hoe de klacht aan de Toezichtcommissie zou worden bezorgd. Dat proces was nog lopende.

Mevrouw Demir heeft begin oktober het groeiend aantal dossiers, ook in de zorgsector, voor het eerst in algemene zin aangekaart via mijn beleidscel bij de administratie. Er waren daarvoor nog geen pogingen ondernomen om met de federale administratie hierover te spreken. Het heeft een paar weken geduurd, maar het contact wordt nu gelegd. De Vlaamse en de federale administraties zullen nu nadenken over het op punt stellen van de communicatie. Een bredere evaluatie is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat patiënten overal goed terechtkunnen en er geen dossiers bij één contactpunt blijven liggen. Voor mij staan de integriteit en de veiligheid van de patiënten voorop. Ik vind het uiterst belangrijk dat wij ons huiswerk maken en dit klachtrecht echt op punt stellen. Ik ga ook investeren (…)

Nawal Farih:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik hoor u graag uw antwoord eindigen met investeren in en versterken van de Toezichtcommissie, maar ik wil toch nog een pleidooi houden voor de provinciale antennes, want die werken en hebben altijd gewerkt. Als u het mij vraagt, dan zouden we daar terug naartoe moeten gaan. Voor cd&v blijft nabijheid cruciaal. Er zijn grenzen aan het centraliseren, want we zien dat centralisatie vertraging oplevert en dat patiënten de weg niet vinden. Wij pleiten voor meer nabijheid en stellen voor dat u opnieuw kijkt naar de provinciale antennes.

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, het is niet moeilijk te begrijpen dat er geen meldingen waren bij de Federale Toezichtcommissie, want ze is onvindbaar. Dat orgaan zou toezicht moeten houden op onze kwaliteitswet en op de patiëntenrechten en ik vind het bijzonder jammer dat daar niet meer aandacht naar is gegaan. Ik hoor u echter graag zeggen dat u werk wilt maken van een verbetering van ons klachtrechtsysteem. We moeten het vertrouwen van patiënten in ons zorgsysteem herstellen, want er is daarmee de laatste tijd wel een en ander aan de hand geweest. Het heeft geen zin om patiënten en zorgverstrekkers tegen elkaar op te zetten. We moeten ervoor zorgen dat alles opnieuw functioneert en dat de bestaande systemen – we hebben er genoeg – met elkaar praten en op punt worden gesteld, zodat de patiënten een stem krijgen en een rol kunnen spelen in hun verzorging.

economie en werk

Het principeakkoord tussen bpost en Temu
De deal tussen bpost en Temu
bpost en Temu samenwerkingsakkoord

Gesteld aan

Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)

op 4 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Unizo en Comeos bekritiseren de deal tussen bpost en Temu, die volgens hen oneerlijke concurrentie, onveilige Chinese producten (o.a. giftig speelgoed) en uitbuiting bevordert, terwijl lokale handelaars en auteursrechten in het gedrang komen. Minister Vanessa Matz bevestigt dat bpost autonoom handelt maar erkent de bezorgdheden over normschending en oneerlijke concurrentie, na een constructief overleg met sectoren en collega-minister Simonet. Geen concrete garanties werden gegeven, wel beloofde men de dialoog voort te zetten in januari 2026, terwijl hoorzittingen met bpost en handelsfederaties gepland zijn. Kritici, zoals Nele Daenen en Lieve Truyman, eisen strengere bescherming voor consumenten, lokale bedrijven en intellectuele eigendom, met nadruk op de rol van de overheid als waakhond.

Nele Daenen:

"Een kaakslag voor Belgische handelaars die de regels wel naleven", zo luidde de reactie van Unizo en Comeos op de deal tussen bpost en de Chinese webshop Temu. Eerlijk gezegd kan ik dat begrijpen, mevrouw de minister. De deal wordt beklonken net op het moment dat de federale regering extra maatregelen neemt tegen de toevloed van spotgoedkope pakjes uit China, pakjes met onveilige tot zelfs giftige producten die niet voldoen aan onze Europese veiligheidsnormen, om nog maar te zwijgen van de achter die goedkope producten liggende pure uitbuiting met ondraaglijke werktijden van 18 uur per dag voor een hongerloon.

Bpost zet de deur helemaal open voor gevaarlijk kinderspeelgoed met giftige stoffen in onze Vlaamse huiskamers. Wie is hier de grote winnaar? Dat is Temu, de Chinese webshop die vorig jaar nog zijn winst verdubbelde tot honderden miljoenen euro's.

De deal roept heel wat vragen op, mevrouw de minister, over de gevolgen voor al onze lokale handelaars, voor onze kunstenaars wier illustraties Temu illegaal overneemt, en vooral voor consumenten op het vlak van veiligheid en gezondheid. Bpost is nog steeds een overheidsbedrijf en mensen verwachten van een sterke overheid dat ze ook hen beschermt.

U had daarom afgelopen week een overleg met de handelsfederaties en bpost. In de media konden we lezen dat dat overleg heel goed en constructief verliep. Ik heb daarom maar één vraag voor u. Kreeg u garanties over de samenwerking tussen bpost en Temu en de impact hiervan op onze economie, op onze bedrijven en op onze consumenten?

Lieve Truyman:

Mevrouw de minister, elke dag komen er meer dan 4 miljoen pakjes toe in ons land en 91 % daarvan zijn Chinese pakjes. Veel producten zijn niet veilig en vaak gaat het om namaakproducten.

Met de pakjestaks zet de arizonaregering de eerste stap in de strijd tegen die tsunami aan Chinese pakjes. Dat is een noodzakelijke stap om de oneerlijke concurrentie tegen te gaan.

Terwijl Temu een van die Chinese verkoopplatforms is die zorgen voor een economisch onevenwicht op onze Belgische markt, sloot bpost enkele dagen na de bekendmaking van de maatregel van de regering echter een overeenkomst met Temu. Dat doet heel wat vragen rijzen. Mevrouw de minister, speelt u daarin een rol? Beschikt bpost over de nodige mandaten om die overeenkomst te sluiten? Hebt u begrip voor de bezorgdheden van Comeos en UNIZO? We hebben begrepen dat u gisteren samenzat met de sectorfederaties UNIZO en Comeos en dat bpost daar ook bij aanwezig was. Wat is het resultaat van dat overleg?

Vanessa Matz:

Collega’s, ik heb net zoals u in de pers kennisgenomen van het samenwerkingsprotocol tussen bpost en Temu. Bpost is een autonoom overheidsbedrijf, dat zijn eigen operationele keuzes maakt. Op dat vlak kom ik niet tussenbeide.

Gisteren hebben de commissies voor Mobiliteit en voor Economie beslist om hoorzittingen te organiseren met bpost, de handelsfederaties en SFPIM, zodat zij hun standpunten kunnen toelichten. Op mijn initiatief hebben wij gisteren ook samengezeten met bpost, de handelsfederaties en collega-minister Simonet. Dat was een constructief en open overleg. De handelsfederaties uitten hun bezorgdheid over de groeiende oneerlijke concurrentie als gevolg van de komst van producten op de Europese markt die niet altijd aan de Europese normen voldoen. Ik deel die bezorgdheid.

Bpost benadrukte dat het samenwerkingsproject met Temu gericht is op het verzekeren van de lokale handel via lokale en pan-Europese leveringen.

De verschillende partijen hebben beslist de dialoog voort te zetten tijdens een volgende vergadering in januari 2026.

Nele Daenen:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik juich uw initiatief om gelet op de talrijke bezorgdheden met bpost in overleg te gaan, alvast toe. Iemand betaalt immers de prijs voor die goedkope, giftige producten. Een sterke overheid moet daarom onze bedrijven en onze consumenten beschermen. Daaraan geven wij onze volledige steun.

De Vooruitfractie rekent erop dat u het dossier blijft opvolgen omwille van al onze lokale handelaars, al onze consumenten en onze veiligheid en gezondheid.

Voorzitter:

Mevrouw Daenen heeft haar eerste vraag gesteld tijdens de plenaire vergadering. (Applaus)

Lieve Truyman:

Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. Inderdaad, de massale instroom van spotgoedkope Chinese pakjes toont aan dat onze markt door oneerlijke concurrentie wordt overspoeld. Bovendien plegen deze platformen schaamteloos inbreuk op eigendomsrechten en auteursrechten. Denk maar aan pedagogische voorleesboekjes.

Collega's, we mogen deze focus absoluut niet verliezen. We moeten erop toezien dat onze handelaars en ondernemers een eerlijke kans krijgen, dat onze kinderen veilig speelgoed onder de kerstboom vinden en dat onze auteurs en ondernemingen beschermd blijven. Als David tegen Goliath, zo gaan wij de strijd aan.

Voorzitter:

Hiermee werd de laatste vraag van dit vragenuurtje gesteld. Bedankt, mevrouw de minister. Ik sluit hierbij het vragenuurtje af.

gezondheid en welzijn

De rol van de RIZIV-inspectiediensten en de ziekenfondsen in het voorkomen van sociale fraude
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV en de sociale fraude
Het plafond op verstrekkingen van thuisverpleegkundigen en de vrijwaring van het vrij beroep
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
Toezicht en fraudebestrijding door RIZIV en ziekenfondsen, controles en regelgeving thuisverpleging

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 20 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een thuisverpleegkundige fraudeerde acht jaar lang voor 3,5 miljoen euro (90+ gefactureerde consulten/dag, luxeleven met 17 Porsches), terwijl waarschuwingen sinds 2017 (RIZIV, mutualiteiten) werden genegeerd en pas na mediadruk actie kwam—te laat en te zwak. Minister Vandenbroucke verdedigt zich met "nieuwe maatregelen" (omgekeerde bewijslast, plafonds, RIZIV-nummers intrekken), maar oppositie en sector wijzen op structureel falen: controles bestonden al, werden niet toegepast, en eerlijke verpleegkundigen lijden reputatieschade terwijl fraudeurs ongestraft bleven. Kern: systeemfaal door laks toezicht, politieke vertraging en gebrek aan daadkracht, ondanks herhaalde signalen.

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de minister, elke dag zetten duizenden thuisverpleegkundigen zich met hart en ziel voor hun patiënten in. De job van die mensen werd deze week door een extreme fraudeur besmeurd. Aan al die mensen die hun job goed en eerlijk doen, zijn we het verplicht om duidelijkheid te scheppen.

Dat die fraude kon gebeuren, dat het jarenlang aan de gang was, dat het geweten was, is hallucinant, onaanvaardbaar en moet worden aangepakt. We kunnen alleen maar vaststellen dat u na de feiten, opnieuw, zeer reactief reageert. In een schijnbare opwelling kondigt u plots een breed pakket aan. Dat u actie onderneemt, is goed, doe dat gericht en zorgvuldig, maar opnieuw loopt u achter de feiten aan en treedt u pas op wanneer er een schandaal in de pers komt.

In die case stonden alle knipperlichten aan. Het was pijnlijk duidelijk. Meer dan 90 verplegingen per dag, dag in, dag uit, week na week, jaar na jaar, dat is gewoonweg fysiek niet mogelijk en moet er zo snel mogelijk worden uitgehaald, zeker als er plots zeventien Porsches voor de deur staan.

Hoe kon dat gebeuren, mijnheer de minister? De mutualiteiten trokken bij het RIZIV al in 2017 aan de alarmbel. Vandaag wordt er ingegrepen. In 2020 sprak het RIZIV al over meer dan een miljoen euro fraude. U schreef er deze zomer een brief over aan de artsen, maar u grijpt niet in op het terrein.

Uw huidige maatregelen verscherpen opnieuw de controle, terwijl dat niet het probleem was. Er is niets gebeurd met wat er uit de controle kwam. Waarom niet?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, ik ken veel zelfstandig thuisverpleegkundigen en u wellicht ook. Ik ken er weliswaar geen die met een Ferrari rijdt, laat staan 17 Ferrari’s. Ze laten zich evenmin rondvliegen in een helikopter of gaan op een jacht op reis. Neen, het zijn mensen die om 05.00 uur opstaan, dan hun eerste patiënten zien en die men om 22.00 uur nog eens tegenkomt, omdat ze dat laatste spuitje of dat laatste pilletje toch nog zijn gaan toedienen. Het zijn ondernemers. Het zijn zelfstandigen.

De bom in de sector was dan ook bijzonder groot toen het nieuws over die frauduleuze verpleegster aan het licht kwam. Het is crimineel. Er is ook sprake van afpersing van patiënten. Dat kunnen we niet tolereren, dat moeten we aanpakken. Daarover zijn we het absoluut eens.

Wat ik echter niet uitgelegd krijg, is dat een organisatie als het RIZIV, met een budget van 40 miljard euro, met 1.200 medewerkers, van wie 243 bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de alarmsignalen, die er waren, die bekend waren, niet krachtdadig heeft gebruikt, dat het niet onmiddellijk is opgetreden. Ik kan dat niet uitleggen, mijnheer de minister, want ik begrijp het niet.

Er zijn drempelwaarden. We willen het ondernemerschap van de zelfstandigen niet beknotten. Er is een drempelwaarde, er is een V-waarde. Die verpleegster heeft die waarden tientallen keren overschreden, maar toch werd niet tot actie overgegaan, hoewel dat mogelijk was. Ze werd slechts één keer geschorst, de derde-betalersregeling werd geschorst. Pas na zes jaar is men naar de arbeidsauditeur gestapt. Het heeft gewoon veel te lang geduurd. Ondertussen kon die verpleegster blijven frauderen. Ze heeft zich aangesloten bij een groepering, maar ook die kan worden geschorst.

Mijnheer de minister, kunt u mij en al die mensen die te goeder trouw werken, uitleggen hoe dat onder de radar kon blijven?

Nawal Farih:

Mijnheer de minister, acht jaar lang werd er gefraudeerd binnen onze sociale zekerheid en dat voor een bedrag van 3,5 miljoen euro. Dat geld dient voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, voor de zieken, voor de patiënten die extra zorg nodig hadden en voor de oudere mensen die thuis extra hulp nodig hadden.

Ik vind het degoutant en ik ben enorm boos dat dat zo lang heeft kunnen aanslepen. Al die tijd kon die verpleegkundige onze sociale zekerheid bestelen en zichzelf verwennen met luxewagens, luxereisjes en luxehandtassen, terwijl kwetsbare mensen haar vertrouwden voor hun verzorging. Ik hoef u niet te vertellen dat die problematiek vandaag breed uitgesmeerd wordt in de media. Het imago van de zorgsector staat op het spel. Als ik vandaag twee slachtoffers moet benoemen, dan is het ten eerste de zorgsector zelf, terwijl nochtans heel veel zorgverstrekkers dag en nacht op pad zijn om duizenden patiënten te helpen, en ten tweede de patiënt. Oudere mensen durven vandaag hun deur niet meer opendoen omdat ze schrik hebben van de persoon die hen zorg komt bieden. Het vertrouwen is helemaal weg.

Mijnheer de minister, ik heb heel veel vragen die vandaag onbeantwoord blijven. De ziekenfondsen zeggen dat ze hun controlefunctie hebben opgenomen, het RIZIV zegt dat het alle middelen waarover het beschikt heeft ingezet. Zo werd de derde-betalersregeling geschorst en werden er financiële sancties uitgevaardigd. De grote vraag is hoelang het kabinet al op de hoogte was. Wat hebt u gedaan om die diefstal te stoppen?

Julie Taton:

Monsieur le ministre, la fraude sociale est, malheureusement, présente partout. Lorsqu'une faille apparaît dans notre système, l'être humain a tendance à en abuser. Le plus triste dans cette histoire est qu'à force d'en abuser, on finit par le fragiliser, alors que ce système est, au départ, censé nous aider.

Cette fois-ci, il est question d'une infirmière indépendante – ma collègue Nawal me semble en avoir bien parlé à l'instant, car elle a employé les bons mots – qui aurait facturé plus de 90 consultations par jour. Cela lui aurait permis de gagner et détourner beaucoup d'argent. On parle de plusieurs millions d'euros – soit un montant que notre sécurité sociale n'a pas reçu. Ces faits mettent à nouveau tristement en lumière un mauvais fonctionnement du contrôle, étant donné que la limite raisonnable pour pratiquer de bons soins de santé s'élève à une vingtaine de consultations journalières.

En réaction à cette affaire, monsieur le ministre, vous avez annoncé vouloir fixer un plafond du nombre de patients par jour pour un soignant à domicile. Oui, il faut prendre des mesures contre la fraude, et elles doivent être prises rapidement. Pour autant, il nous paraît essentiel de garantir une bonne concertation avec le secteur des infirmiers à domicile, car celui-ci souffre en ce moment et est mis sous pression. Il ne faut surtout pas l'abandonner.

Mes questions, monsieur le ministre, seront très simples. Il semblerait que l'INAMI avait déjà reçu un signalement en 2017 pour des soupçons de fraude. Manifestement, il n'y a pas eu de suivi. Comment pouvez-vous l'expliquer? Comment évaluez-vous ce dispositif de suivi? Combien de dossiers en ce domaine sont-ils ouverts par l'INAMI?

Vous avez annoncé plusieurs mesures relatives au plafonnement des prestations. À ce titre, envisagez-vous vraiment une concertation avec le secteur? Vous dites aussi souhaiter renforcer le contrôle des mutuelles. Or elles sont juge et partie puisque certaines offrent des services de soins à domicile. Tous les infirmiers seront-ils logés à la même enseigne et égaux face à ces contrôles?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, hoeveel hoofdstukken moeten we nog toevoegen aan het blunderboek van het RIZIV? U bent al zes jaar de verantwoordelijke minister. Twee maanden geleden zei collega Ronse hier dat er 12.000 langdurig zieken in het buitenland verblijven, van Pattaya tot Benidorm, die nooit gecontroleerd worden. Een maand geleden spraken we hier ook over het RIZIV: 529.000 langdurig zieken, 150.000 mensen met lage rugpijn – een bevolking zonder ruggengraat blijkbaar – en 195.000 mensen met psychische problemen. Verder zijn 260.000 mensen arbeidsongeschikt tot aan hun pensioen. Vervolgens ging de FOD eens controleren en toen bleek dat 16,7 % terecht arbeidsongeschikt was, 27,2 % onterecht en bij 55,6 % werd de erkenning ingekort.

Een week geleden vernamen naar aanleiding van een televisie-uitzending dat iemand die acht jaar geleden over een hondendrol is uitgegleden sindsdien thuisblijft met een ziekte-uitkering. Wat doet het RIZIV? Niets. Wat horen we nu? Acht jaar lang lichtte de verpleegkundige Stefanie Sander uit het landelijke Houthulst de boel op. Acht jaar! Al sinds het eerste jaar, 2017, zijn er klachten over 14.475 aangerekende prestaties. Er wordt gecontroleerd en er wordt in beroep gegaan. Wat gebeurt er vervolgens? Niks. De vrouw in kwestie moest een bedrag terugbetalen, maar dat deed ze niet. Wat doet het RIZIV daaraan? Niks.

Bent u dan Calimero, mijnheer de minister? U bent al zes jaar verantwoordelijkheid voor het RIZIV en ik zeg u wat er in één à twee maanden in het Parlement al werd aangekaart. Begin uw werk te doen.

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, ons land werd deze week opgeschrikt door een fraudeschandaal van een thuisverpleegkundige dat zijn gelijke niet kent. Een dame slaagde erin om gedurende acht jaar miljoenen euro’s ten onrechte aan te rekenen aan het RIZIV en de mutualiteiten. Er was sprake van facturatie van niet-geleverde prestaties, tot meer dan een miljoen euro per jaar. Ze zette patiënten ook onder druk en foefelde met identiteitskaarten.

Blijkbaar bestaat die fraude reeds sinds 2017, toen het RIZIV een controleonderzoek instelde en op dat moment reeds fraude vaststelde. Toch kon die persoon haar frauduleuze praktijken verderzetten zonder verdere controle door het RIZIV en kon ze er een zeer luxueus leven op nahouden. Blijkbaar hebben de controlemechanismen van uw diensten helemaal niet gewerkt. Dit betreft echt een structureel falen van het beleid. Het gaat trouwens om een voortzetting van jarenlang falend beleid, ook van uw voorgangers.

Onze partij en ook de sector zelf waarschuwen al vele jaren voor dergelijke misbruiken. Ze vragen betere datagedreven detectie, objectieve monitoring en tijdige interventies. Al die waarschuwingen werden door de zogenoemde beleidspartijen vakkundig straal genegeerd. Integendeel, door uw geplande aanpak stigmatiseert u nu zelfs de vele duizenden hardwerkende thuisverpleegkundigen.

Daarom heb ik een aantal vragen.

Hoe is het mogelijk dat dergelijke fraude gedurende acht jaar onder de radar is gebleven, terwijl er al lang voldoende signalen aanwezig waren? Welke controles zijn uitgevoerd? Welke signalen werden er gemist en door wie? Waarom werd er niets ondernomen door het RIZIV, het ziekenfonds of uw administratie en is het pas op het moment waarop een arbeidsauditeur het dossier naar zich toetrekt dat de bal aan het rollen gaat? Hoe zult u er verder voor zorgen dat de correct werkende thuisverpleegkundigen niet langer reputatieschade ondervinden van dergelijke fraudeurs? Sinds wanneer was u op de hoogte van deze hallucinante praktijken? Wat hebt u gedaan en welke acties hebt u ondernomen?

Voorzitter:

Collega's, mag ik het woord geven aan de heer Bertels? (Rumoer)

Mijnheer Bertels, u hebt recht op twee minuten spreektijd.

Jan Bertels:

Collega's, wat wij de voorbije dagen konden lezen, moet ons allemaal verontwaardigen. Ik ben blij dat u die verontwaardiging deelt. Een thuisverpleegkundige die voor miljoenen fraudeert, dat kunnen wij niet aanvaarden. Het systeem werd en wordt daardoor van binnenuit ondergraven, op verschillende manieren.

Zij zette patiënten onder druk om hun identiteitskaart onder de deurmat of in de brievenbus te leggen. Lag er geen identiteitskaart klaar, dan werd de medicatie stopgezet of werd daarmee gedreigd. Op die manier kon ze tot 90 patiënten per dag zien. Zij factureerde bezoeken en streek zelfs premies op die voor haar patiënten of voor zorgkundigen bedoeld waren. Ze waren niet voor haar bestemd, maar zij streek ze toch op.

Sancties werden omzeild. Het RIZIV trad wel degelijk op, zij het misschien niet hard genoeg. Daarover kunnen wij discussiëren. Het streed echter wel met de middelen die wij, wetgevers, het hebben gegeven. Die wapens volstaan niet. Ik hoop dat wij het daar nu allemaal over eens zijn en blijven.

Ook de wapens die het RIZIV aan het ministerie van Financiën geeft om te innen, volstaan niet. Er wordt niet genoegd gedaan met de verslagen die het RIZIV aan het parket bezorgt. Wij moeten daar eerlijk over zijn. Daar wordt niet genoeg mee gedaan. Ook op dat vlak moeten er prioriteiten worden gesteld met betrekking tot socialefraudebestrijding. Fraude is immers onaanvaardbaar. Alle hardwerkende thuisverpleegkundigen komen daardoor in een slecht daglicht. Daarom moeten wij het systeem hervormen en een handhavingsplan opstellen en uitvoeren.

Voorzitter:

Ik geef het woord aan de vicepremier om te antwoorden. Hij heeft daarvoor vijf minuten spreektijd.

Frank Vandenbroucke:

Geachte Kamerleden, fraude is diefstal, of het nu om fiscale fraude of sociale fraude gaat, het is in feite een vorm van gangsterisme in de ziekteverzekering. Dat is diefstal. Het is intriest voor talloze hardwerkende thuisverpleegkundigen die het beste voor hebben met hun patiënten. Dat is de reden waarom we keihard moeten optreden.

Is de inspectie van het RIZIV opgetreden? Ja, onmiddellijk. Ik zal de gedetailleerde tijdslijn bezorgen aan het secretariaat van de Kamer. Onmiddellijk nadat moedige mensen uit de omgeving van die thuisverpleegkundige in 2017 hadden gemeld dat er iets niet in orde was, is een onderzoek gestart. Dat is een moeizaam onderzoek waarbij men patiënten thuis moet opzoeken om vast te stellen dat er inderdaad is gefraudeerd. Enkele maanden later werd een proces-verbaal opgesteld. Er is een zware boete opgelegd en onterecht verkregen geld werd teruggevorderd, waarvan een deel werd terugbetaald. Men is die zaak blijven opvolgen. Na nieuwe klachten is men opnieuw opgetreden. Al meer dan twee en een half jaar geleden werd, na sterk aandringen, het parket aan zet gebracht. Het RIZIV is dus opgetreden, onmiddellijk en herhaaldelijk, maar met wapens die tegenover dat soort gangsterisme veel te zwak zijn. Dat is toch juist?!

Maar nu wordt het interessant. Wilt u de wapens tegen dat soort diefstal versterken of niet? Dat is de vraag voor u. Wilt u de middelen versterken om dat soort diefstal aan te pakken of niet? Dat is absoluut nodig.

Overigens, mijnheer Van Lysebettens, dat is allemaal reeds beslist en we gaan het uitvoeren. Om te beginnen wordt de bewijslast omgekeerd, zodat men niet talloze patiënten thuis moet opzoeken om te bewijzen dat er is gefraudeerd. Wanneer een zelfstandig thuisverpleegkundige voor meer dan 229.000 euro aan facturen indient, meer dan tweemaal zoveel als het gemiddelde van een hardwerkende voltijds verpleegkundige, dan mag men om uitleg vragen, zodanig dat de betrokkene moet bewijzen dat hij of zij niet fraudeert. Dat is beslist. Die wetgeving, mijnheer Van Lysebettens, is al tot stand gebracht, dat koninklijk besluit is meer dan een jaar geleden gepubliceerd en we zullen het vanaf nu toepassen. Ja, dat is onder Vivaldi beslist, mét u beslist, en is vanaf nu van toepassing.

Ten tweede, collega’s van het Vlaams Belang, u vraagt wanneer ik van het geval op de hoogte was, maar ik heb tegenover mevrouw Sneppe maanden geleden net het voorbeeld van die frauderende zelfstandige gegeven om tegen uw weerstand in de wapens aan te scherpen. U wilde niet dat we het nummer zouden kunnen intrekken. U vond dat vreselijk. (rumoer en protest in de zaal)

Ik heb met handen en voeten uitgelegd dat het nodig is om dat soort draaimolen te stoppen, door het nummer waarop men factureert gewoon in te trekken. Ik heb van op dit spreekgestoelte het voorbeeld gegeven aan mevrouw Sneppe, om haar te overtuigen.

Ten derde, we moeten ook de patiënten wapenen. We zullen er dus systematisch voor zorgen dat vanaf nu de patiënten geïnformeerd worden, ook wanneer men in derde-betaler factureert, ook in de thuisverpleging.

Morgen ligt op de ministerraad een wetsontwerp voor waarbij onder meer de mutualiteiten voor 100 miljoen euro borg zullen moeten staan voor acties tegen fraude. Dat ligt klaar. We hebben dus niet gewacht.

Het punt is dat men de samenleving moet willen wapenen tegen diefstal. De flauwe en leugenachtige verhalen die ik hier bij de voorgaande mondelinge vraag gehoord heb, dat we zogezegd in de rekeningen zouden gaan kijken, dat zijn leugens.

U liegt. U liegt om diefstal mogelijk te laten zijn. Daarmee beschermt u niet de gewone burger, maar wel drugscriminelen die geld witwassen. Wie u beschermt, als u tegen het principe van de plafonds bent, zijn gangsters in de ziekteverzekering.

Geachte Kamerleden, u zult kleur moeten bekennen, u allemaal, in de meerderheid en in de oppositie. Zult u de inspectie de wapens geven op te treden (…)

Jeroen Van Lysebettens:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.

Over twee zaken zijn we het eens: fraude is diefstal en het RIZIV heeft ten minste een probleem gesignaleerd. Bij andere partijen maken ze van een Porsche Queen een raadslid.

U hebt mij echter op een aantal punten verkeerd begrepen. Mijn punt was niet dat er geen beslissing is genomen, mijn punt is dat beslissingen niet worden uitgevoerd. Het RIZIV heeft sinds 2020 weet van die zaak van miljoenenfraude en toch kan en mag de persoon in kwestie blijven voortdoen. U zegt dat men onmiddellijk ingrijpt, maar we zijn vijf jaar later.

Ik stel vast dat het hier hetzelfde is als met fraude in andere domeinen: u zit met het sleepnet achter de kleine garnalen en de grote vissen zwemmen ongehinderd verder. Dat is hier zo. Dat zal straks ook zo zijn bij de arbeidsmarktfraude die de heer Mertens aankaart (…)

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, iedereen wist het, maar de wapens, die er zijn, zijn gewoon niet gebruikt. De wapens zijn er, maar ze zijn niet voldoende gebruikt. Er is te lang gewacht. Een inspecteur kan na een melding meteen overgaan tot een onderzoek. Dat onderzoek kan leiden tot een schorsing van de derde-betalersregel en vervolgens kan men onmiddellijk naar de arbeidsauditeur stappen. Dat is niet gebeurd, mijnheer de minister. Er zit zes jaar tussen! Zes jaar!

Ik heb weet van fraudedossiers van 50.000 euro – dat is het gemiddelde van de fraudedossiers – en die worden onmiddellijk afgehandeld. Hoe komt het dat het hier om miljoenen euro's gaat en dat men zoveel geduld heeft gehad met die mevrouw? Dat is schandalig.

Nawal Farih:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het was een luid antwoord. Er zat veel passie in. Het gaat hier over het belastinggeld van hardwerkende mensen. Mensen gaan ervan uit dat het belastinggeld goed beheerd wordt en dat het voor de juiste zaken wordt ingezet. In de sociale zekerheid zijn dat de meest kwetsbaren, hulpbehoevende ouderen, die zich vaak niet kunnen verweren.

U zegt dat alle middelen zijn gebruikt. Uw collega, Jan Bertels, zegt dat ze misschien niet hard genoeg zijn ingezet. Wel, ik ben het daar volledig mee eens. Er had veel straffer en veel sneller moeten worden gereageerd.

Als u het hebt over de strijd tegen fraude, dan zult u in cd&v een partner vinden, of het nu gaat over fiscale fraude, fraude met managementvennootschappen, sociale fraude of het aangehaalde type fraude: het moet sneller, harder en u moet (…)

Julie Taton:

À mon tour de vous dire merci pour ces réponses, monsieur le ministre, qui étaient très vivantes. Je suis assez d'accord avec mes collègues. Je voudrais juste ajouter qu'il est très important pour nous de défendre la profession libérale des infirmiers, et de les rassurer. La fraude est là, nous l'avons bien compris. Vous allez la combattre, c'est sûr. Mais il faut aussi rassurer le secteur, il faut l'écouter, échanger avec les infirmiers et leur faire passer le message que nous ne sommes pas contre eux. Nous n'allons pas faire la chasse aux infirmiers, mais nous allons faire la chasse à la fraude. Il y a beaucoup de travail.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, u bent de grootste calimero van dit halfrond. U maakt mevrouw Sneppe hier verwijten – ik heb haar niet te verdedigen - maar zij zit in de oppositie en heeft niets te zeggen. U bent degene die zijn werk niet heeft gedaan. U hoeft het ook niet politiek te spelen, want mevrouw Sanders stond in 2018 op de lijst van de socialisten voor de verkiezingen. Stop daar dus mee.

Waarover gaat het hier? U bent zes jaar minister en nu zegt dat u iets gaat doen, dat u gaat ingrijpen. Gedurende zes jaar hebt u het door de vingers gezien, hebt u gekeken naar de mensen die een pint te veel drinken of een sigaret te veel roken, maar de fraude bij het RIZIV... Hoeveel controleurs heeft het RIZIV trouwens? Ze hebben er 243. Hoeveel controles hebben die uitgevoerd in 2023? Ik zal het u zeggen, het waren er precies 705. Dat zijn drie controles per persoon in een jaar tijd. En u beweert dat u uw werk hebt gedaan. Proficiat.

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, u wordt kwaad. Dat is normaal als uw onbekwaamheid op deze manier geëtaleerd wordt. Ik denk dat dat inderdaad normaal is. U reageert nooit vooraf, steeds na de feiten. U spreekt over diefstal, maar de mogelijke maatregelen zijn wel degelijk beschikbaar. Er moet geen verharding plaatsvinden. U hebt tweeënhalf jaar gewacht om de auditeur in te lichten. Hoe is dat mogelijk? Er moet dus geen verharding van de maatregelen komen.

Mijnheer de minister, hoeveel moet er nog gebeuren voordat u zelf uw conclusies trekt? Er was een overfinanciering van het covid-testplatform voor 60 miljoen euro. Daarna was er de vernietiging van miljoenen ongebruikte covidvaccins. Vervolgens de donatie van vervallen geneesmiddelen aan Oekraïne, de Medista-affaire, de artsenstaking, het donorschandaal en nu het fraudedossier van thuisverpleegkundigen. Het zou passend zijn mocht u de eer aan uzelf houden.

Jan Bertels:

Collega's, stop met fraudeurs en bedriegers goed te praten. Ze zit bij jullie. Ik heb begrepen dat we niet moeten rekenen op het Vlaams Belang. Laten we als Parlement ons werk doen. Laten we die fraude aanpakken.

( Rumoer in het halfrond )

Voorzitter:

Ik vraag om de klok even te stoppen. Collega's, de heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels:

Laten we die fraude aanpakken en laten we eindelijk beslissen om het mogelijk te maken een RIZIV-nummer te schorsen wanneer er een vermoeden van fraude is. Late we dat doen. Het Parlement kan dat, dus doe het gewoon.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Dominiek Sneppe:

Mijnheer de minister, ik zal niet roepen zoals u, maar proberen zeer rustig te blijven.

Het eerste persoonlijk feit dat u aanhaalde, was dat u het voorbeeld hebt gegeven van die dame. U hebt inderdaad een voorbeeld gegeven van een frauderende verpleegkundige. Ik ben natuurlijk Madame Blanche niet.

Frank Vandenbroucke:

(…)

Dominiek Sneppe:

Dat hebt u er niet bij gezegd en dat doet overigens niet ter zake. Ik ben geen Madame Blanche, ik kan dat niet weten. U zit aan de knoppen als minister. U zit aan de knoppen van het RIZIV, niet ik. Ik kan toch niet weten dat er ergens in dit land een verpleegkundige aan het frauderen is? Uw voorbeeld gaat dus niet op.

U wist het nochtans en u had dan beter haar naam genoemd, dan hadden we onmiddellijk kunnen optreden. Dat hebt u echter nagelaten. Zeven à acht jaar hebt u nagelaten daar iets aan te doen en nu wijst u in onze richting. Sorry, u bent in de fout gegaan en niemand anders dan u.

Ik kom tot het andere persoonlijk feit. Mijnheer de minister, fraude moet worden aangepakt. Dat klopt, collega Bertels. Als u die grondig aanpakt en zoals het moet, dan zult u in het Vlaams Belang een partner vinden. Wat stellen we echter vast? De bestaande fraudebestrijdingsmiddelen zijn gewoon niet gebruikt. Ze zijn niet ten volle uitgeput. Nu komt u met iets anders op de proppen, iets wat u eigenlijk al heel lang in gedachten hebt. U misbruikt deze problematiek nu om alweer uw gedacht door te drukken. Mijnheer de minister, ik wist al van bij het begin dat het afpakken van die RIZIV-nummers in de kaderwet zou komen, want zo zit u nu eenmaal in elkaar: uw gedacht en dat van niemand anders.

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Sneppe, voor alle duidelijkheid, ik heb dat voorbeeld gegeven zonder te weten over wie het ging. Dat zegt men niet. Ik wist niet dat het om een vrouwelijke verpleegkundige ging. Ik wist niet over wie het ging. Dit is een anoniem voorbeeld. Ik heb u er zo drie gegeven. Ik wist niet dat die dame nog op de lijst van mijn partij en uw partij had gestaan. Dat heeft inderdaad geen belang. Uw partij heeft daarin zeer correct opgetreden. Daar gaat het niet over. Het punt is onze verantwoordelijkheid. U bent hier voortduren tussengekomen om te zeggen dat het opschorten van die RIZIV-nummers een slecht idee was en u herhaalt dat hier weer. Ik zeg u dat u dit soort draaimolen, met gangsters die altijd opnieuw beginnen met facturen te sturen, niet kan stoppen zonder de wettelijke basis om die betalingen stop te zetten. Degenen in dit halfrond die niet willen dat RIZIV-nummers worden opgeschort bij zo’n grote fraude, die beschermen de dieven. Ze beschermen de dieven! Als u de dieven wilt pakken, dan moet u daarvoor de nodige wapens hebben. Wij zullen daarom die RIZIV-nummers opschorten, werken met plafonds en de bewijslast omkeren. Ik hoor hier allerlei loze argumenten van u en van anderen in de oppositie. Die loze argumenten dienen enkel om de dieven te beschermen. Dat is onze verantwoordelijkheid, ervoor zorgen dat dit niet gebeurt.

gezondheid en welzijn

De rol van de RIZIV-inspectiediensten en de ziekenfondsen in het voorkomen van sociale fraude
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV en de sociale fraude
Het plafond op verstrekkingen van thuisverpleegkundigen en de vrijwaring van het vrij beroep
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
Toezicht en fraudebestrijding door RIZIV en ziekenfondsen, controles en regelgeving thuisverpleging

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 20 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een thuisverpleegkundige fraudeerde acht jaar lang voor 3,5 miljoen euro (90+ gefactureerde consulten/dag, luxeleven met 17 Porsches), terwijl waarschuwingen sinds 2017 (RIZIV, mutualiteiten) werden genegeerd en pas na mediadruk actie kwam—te laat en te zwak. Minister Vandenbroucke verdedigt zich met "nieuwe maatregelen" (omgekeerde bewijslast, plafonds, RIZIV-nummers intrekken), maar oppositie en sector wijzen op structureel falen: controles bestonden al, werden niet toegepast, en eerlijke verpleegkundigen lijden reputatieschade terwijl fraudeurs ongestraft bleven. Kern: systeemfaal door laks toezicht, politieke vertraging en gebrek aan daadkracht, ondanks herhaalde signalen.

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de minister, elke dag zetten duizenden thuisverpleegkundigen zich met hart en ziel voor hun patiënten in. De job van die mensen werd deze week door een extreme fraudeur besmeurd. Aan al die mensen die hun job goed en eerlijk doen, zijn we het verplicht om duidelijkheid te scheppen.

Dat die fraude kon gebeuren, dat het jarenlang aan de gang was, dat het geweten was, is hallucinant, onaanvaardbaar en moet worden aangepakt. We kunnen alleen maar vaststellen dat u na de feiten, opnieuw, zeer reactief reageert. In een schijnbare opwelling kondigt u plots een breed pakket aan. Dat u actie onderneemt, is goed, doe dat gericht en zorgvuldig, maar opnieuw loopt u achter de feiten aan en treedt u pas op wanneer er een schandaal in de pers komt.

In die case stonden alle knipperlichten aan. Het was pijnlijk duidelijk. Meer dan 90 verplegingen per dag, dag in, dag uit, week na week, jaar na jaar, dat is gewoonweg fysiek niet mogelijk en moet er zo snel mogelijk worden uitgehaald, zeker als er plots zeventien Porsches voor de deur staan.

Hoe kon dat gebeuren, mijnheer de minister? De mutualiteiten trokken bij het RIZIV al in 2017 aan de alarmbel. Vandaag wordt er ingegrepen. In 2020 sprak het RIZIV al over meer dan een miljoen euro fraude. U schreef er deze zomer een brief over aan de artsen, maar u grijpt niet in op het terrein.

Uw huidige maatregelen verscherpen opnieuw de controle, terwijl dat niet het probleem was. Er is niets gebeurd met wat er uit de controle kwam. Waarom niet?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, ik ken veel zelfstandig thuisverpleegkundigen en u wellicht ook. Ik ken er weliswaar geen die met een Ferrari rijdt, laat staan 17 Ferrari’s. Ze laten zich evenmin rondvliegen in een helikopter of gaan op een jacht op reis. Neen, het zijn mensen die om 05.00 uur opstaan, dan hun eerste patiënten zien en die men om 22.00 uur nog eens tegenkomt, omdat ze dat laatste spuitje of dat laatste pilletje toch nog zijn gaan toedienen. Het zijn ondernemers. Het zijn zelfstandigen.

De bom in de sector was dan ook bijzonder groot toen het nieuws over die frauduleuze verpleegster aan het licht kwam. Het is crimineel. Er is ook sprake van afpersing van patiënten. Dat kunnen we niet tolereren, dat moeten we aanpakken. Daarover zijn we het absoluut eens.

Wat ik echter niet uitgelegd krijg, is dat een organisatie als het RIZIV, met een budget van 40 miljard euro, met 1.200 medewerkers, van wie 243 bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de alarmsignalen, die er waren, die bekend waren, niet krachtdadig heeft gebruikt, dat het niet onmiddellijk is opgetreden. Ik kan dat niet uitleggen, mijnheer de minister, want ik begrijp het niet.

Er zijn drempelwaarden. We willen het ondernemerschap van de zelfstandigen niet beknotten. Er is een drempelwaarde, er is een V-waarde. Die verpleegster heeft die waarden tientallen keren overschreden, maar toch werd niet tot actie overgegaan, hoewel dat mogelijk was. Ze werd slechts één keer geschorst, de derde-betalersregeling werd geschorst. Pas na zes jaar is men naar de arbeidsauditeur gestapt. Het heeft gewoon veel te lang geduurd. Ondertussen kon die verpleegster blijven frauderen. Ze heeft zich aangesloten bij een groepering, maar ook die kan worden geschorst.

Mijnheer de minister, kunt u mij en al die mensen die te goeder trouw werken, uitleggen hoe dat onder de radar kon blijven?

Nawal Farih:

Mijnheer de minister, acht jaar lang werd er gefraudeerd binnen onze sociale zekerheid en dat voor een bedrag van 3,5 miljoen euro. Dat geld dient voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, voor de zieken, voor de patiënten die extra zorg nodig hadden en voor de oudere mensen die thuis extra hulp nodig hadden.

Ik vind het degoutant en ik ben enorm boos dat dat zo lang heeft kunnen aanslepen. Al die tijd kon die verpleegkundige onze sociale zekerheid bestelen en zichzelf verwennen met luxewagens, luxereisjes en luxehandtassen, terwijl kwetsbare mensen haar vertrouwden voor hun verzorging. Ik hoef u niet te vertellen dat die problematiek vandaag breed uitgesmeerd wordt in de media. Het imago van de zorgsector staat op het spel. Als ik vandaag twee slachtoffers moet benoemen, dan is het ten eerste de zorgsector zelf, terwijl nochtans heel veel zorgverstrekkers dag en nacht op pad zijn om duizenden patiënten te helpen, en ten tweede de patiënt. Oudere mensen durven vandaag hun deur niet meer opendoen omdat ze schrik hebben van de persoon die hen zorg komt bieden. Het vertrouwen is helemaal weg.

Mijnheer de minister, ik heb heel veel vragen die vandaag onbeantwoord blijven. De ziekenfondsen zeggen dat ze hun controlefunctie hebben opgenomen, het RIZIV zegt dat het alle middelen waarover het beschikt heeft ingezet. Zo werd de derde-betalersregeling geschorst en werden er financiële sancties uitgevaardigd. De grote vraag is hoelang het kabinet al op de hoogte was. Wat hebt u gedaan om die diefstal te stoppen?

Julie Taton:

Monsieur le ministre, la fraude sociale est, malheureusement, présente partout. Lorsqu'une faille apparaît dans notre système, l'être humain a tendance à en abuser. Le plus triste dans cette histoire est qu'à force d'en abuser, on finit par le fragiliser, alors que ce système est, au départ, censé nous aider.

Cette fois-ci, il est question d'une infirmière indépendante – ma collègue Nawal me semble en avoir bien parlé à l'instant, car elle a employé les bons mots – qui aurait facturé plus de 90 consultations par jour. Cela lui aurait permis de gagner et détourner beaucoup d'argent. On parle de plusieurs millions d'euros – soit un montant que notre sécurité sociale n'a pas reçu. Ces faits mettent à nouveau tristement en lumière un mauvais fonctionnement du contrôle, étant donné que la limite raisonnable pour pratiquer de bons soins de santé s'élève à une vingtaine de consultations journalières.

En réaction à cette affaire, monsieur le ministre, vous avez annoncé vouloir fixer un plafond du nombre de patients par jour pour un soignant à domicile. Oui, il faut prendre des mesures contre la fraude, et elles doivent être prises rapidement. Pour autant, il nous paraît essentiel de garantir une bonne concertation avec le secteur des infirmiers à domicile, car celui-ci souffre en ce moment et est mis sous pression. Il ne faut surtout pas l'abandonner.

Mes questions, monsieur le ministre, seront très simples. Il semblerait que l'INAMI avait déjà reçu un signalement en 2017 pour des soupçons de fraude. Manifestement, il n'y a pas eu de suivi. Comment pouvez-vous l'expliquer? Comment évaluez-vous ce dispositif de suivi? Combien de dossiers en ce domaine sont-ils ouverts par l'INAMI?

Vous avez annoncé plusieurs mesures relatives au plafonnement des prestations. À ce titre, envisagez-vous vraiment une concertation avec le secteur? Vous dites aussi souhaiter renforcer le contrôle des mutuelles. Or elles sont juge et partie puisque certaines offrent des services de soins à domicile. Tous les infirmiers seront-ils logés à la même enseigne et égaux face à ces contrôles?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, hoeveel hoofdstukken moeten we nog toevoegen aan het blunderboek van het RIZIV? U bent al zes jaar de verantwoordelijke minister. Twee maanden geleden zei collega Ronse hier dat er 12.000 langdurig zieken in het buitenland verblijven, van Pattaya tot Benidorm, die nooit gecontroleerd worden. Een maand geleden spraken we hier ook over het RIZIV: 529.000 langdurig zieken, 150.000 mensen met lage rugpijn – een bevolking zonder ruggengraat blijkbaar – en 195.000 mensen met psychische problemen. Verder zijn 260.000 mensen arbeidsongeschikt tot aan hun pensioen. Vervolgens ging de FOD eens controleren en toen bleek dat 16,7 % terecht arbeidsongeschikt was, 27,2 % onterecht en bij 55,6 % werd de erkenning ingekort.

Een week geleden vernamen naar aanleiding van een televisie-uitzending dat iemand die acht jaar geleden over een hondendrol is uitgegleden sindsdien thuisblijft met een ziekte-uitkering. Wat doet het RIZIV? Niets. Wat horen we nu? Acht jaar lang lichtte de verpleegkundige Stefanie Sander uit het landelijke Houthulst de boel op. Acht jaar! Al sinds het eerste jaar, 2017, zijn er klachten over 14.475 aangerekende prestaties. Er wordt gecontroleerd en er wordt in beroep gegaan. Wat gebeurt er vervolgens? Niks. De vrouw in kwestie moest een bedrag terugbetalen, maar dat deed ze niet. Wat doet het RIZIV daaraan? Niks.

Bent u dan Calimero, mijnheer de minister? U bent al zes jaar verantwoordelijkheid voor het RIZIV en ik zeg u wat er in één à twee maanden in het Parlement al werd aangekaart. Begin uw werk te doen.

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, ons land werd deze week opgeschrikt door een fraudeschandaal van een thuisverpleegkundige dat zijn gelijke niet kent. Een dame slaagde erin om gedurende acht jaar miljoenen euro’s ten onrechte aan te rekenen aan het RIZIV en de mutualiteiten. Er was sprake van facturatie van niet-geleverde prestaties, tot meer dan een miljoen euro per jaar. Ze zette patiënten ook onder druk en foefelde met identiteitskaarten.

Blijkbaar bestaat die fraude reeds sinds 2017, toen het RIZIV een controleonderzoek instelde en op dat moment reeds fraude vaststelde. Toch kon die persoon haar frauduleuze praktijken verderzetten zonder verdere controle door het RIZIV en kon ze er een zeer luxueus leven op nahouden. Blijkbaar hebben de controlemechanismen van uw diensten helemaal niet gewerkt. Dit betreft echt een structureel falen van het beleid. Het gaat trouwens om een voortzetting van jarenlang falend beleid, ook van uw voorgangers.

Onze partij en ook de sector zelf waarschuwen al vele jaren voor dergelijke misbruiken. Ze vragen betere datagedreven detectie, objectieve monitoring en tijdige interventies. Al die waarschuwingen werden door de zogenoemde beleidspartijen vakkundig straal genegeerd. Integendeel, door uw geplande aanpak stigmatiseert u nu zelfs de vele duizenden hardwerkende thuisverpleegkundigen.

Daarom heb ik een aantal vragen.

Hoe is het mogelijk dat dergelijke fraude gedurende acht jaar onder de radar is gebleven, terwijl er al lang voldoende signalen aanwezig waren? Welke controles zijn uitgevoerd? Welke signalen werden er gemist en door wie? Waarom werd er niets ondernomen door het RIZIV, het ziekenfonds of uw administratie en is het pas op het moment waarop een arbeidsauditeur het dossier naar zich toetrekt dat de bal aan het rollen gaat? Hoe zult u er verder voor zorgen dat de correct werkende thuisverpleegkundigen niet langer reputatieschade ondervinden van dergelijke fraudeurs? Sinds wanneer was u op de hoogte van deze hallucinante praktijken? Wat hebt u gedaan en welke acties hebt u ondernomen?

Voorzitter:

Collega's, mag ik het woord geven aan de heer Bertels? (Rumoer)

Mijnheer Bertels, u hebt recht op twee minuten spreektijd.

Jan Bertels:

Collega's, wat wij de voorbije dagen konden lezen, moet ons allemaal verontwaardigen. Ik ben blij dat u die verontwaardiging deelt. Een thuisverpleegkundige die voor miljoenen fraudeert, dat kunnen wij niet aanvaarden. Het systeem werd en wordt daardoor van binnenuit ondergraven, op verschillende manieren.

Zij zette patiënten onder druk om hun identiteitskaart onder de deurmat of in de brievenbus te leggen. Lag er geen identiteitskaart klaar, dan werd de medicatie stopgezet of werd daarmee gedreigd. Op die manier kon ze tot 90 patiënten per dag zien. Zij factureerde bezoeken en streek zelfs premies op die voor haar patiënten of voor zorgkundigen bedoeld waren. Ze waren niet voor haar bestemd, maar zij streek ze toch op.

Sancties werden omzeild. Het RIZIV trad wel degelijk op, zij het misschien niet hard genoeg. Daarover kunnen wij discussiëren. Het streed echter wel met de middelen die wij, wetgevers, het hebben gegeven. Die wapens volstaan niet. Ik hoop dat wij het daar nu allemaal over eens zijn en blijven.

Ook de wapens die het RIZIV aan het ministerie van Financiën geeft om te innen, volstaan niet. Er wordt niet genoegd gedaan met de verslagen die het RIZIV aan het parket bezorgt. Wij moeten daar eerlijk over zijn. Daar wordt niet genoeg mee gedaan. Ook op dat vlak moeten er prioriteiten worden gesteld met betrekking tot socialefraudebestrijding. Fraude is immers onaanvaardbaar. Alle hardwerkende thuisverpleegkundigen komen daardoor in een slecht daglicht. Daarom moeten wij het systeem hervormen en een handhavingsplan opstellen en uitvoeren.

Voorzitter:

Ik geef het woord aan de vicepremier om te antwoorden. Hij heeft daarvoor vijf minuten spreektijd.

Frank Vandenbroucke:

Geachte Kamerleden, fraude is diefstal, of het nu om fiscale fraude of sociale fraude gaat, het is in feite een vorm van gangsterisme in de ziekteverzekering. Dat is diefstal. Het is intriest voor talloze hardwerkende thuisverpleegkundigen die het beste voor hebben met hun patiënten. Dat is de reden waarom we keihard moeten optreden.

Is de inspectie van het RIZIV opgetreden? Ja, onmiddellijk. Ik zal de gedetailleerde tijdslijn bezorgen aan het secretariaat van de Kamer. Onmiddellijk nadat moedige mensen uit de omgeving van die thuisverpleegkundige in 2017 hadden gemeld dat er iets niet in orde was, is een onderzoek gestart. Dat is een moeizaam onderzoek waarbij men patiënten thuis moet opzoeken om vast te stellen dat er inderdaad is gefraudeerd. Enkele maanden later werd een proces-verbaal opgesteld. Er is een zware boete opgelegd en onterecht verkregen geld werd teruggevorderd, waarvan een deel werd terugbetaald. Men is die zaak blijven opvolgen. Na nieuwe klachten is men opnieuw opgetreden. Al meer dan twee en een half jaar geleden werd, na sterk aandringen, het parket aan zet gebracht. Het RIZIV is dus opgetreden, onmiddellijk en herhaaldelijk, maar met wapens die tegenover dat soort gangsterisme veel te zwak zijn. Dat is toch juist?!

Maar nu wordt het interessant. Wilt u de wapens tegen dat soort diefstal versterken of niet? Dat is de vraag voor u. Wilt u de middelen versterken om dat soort diefstal aan te pakken of niet? Dat is absoluut nodig.

Overigens, mijnheer Van Lysebettens, dat is allemaal reeds beslist en we gaan het uitvoeren. Om te beginnen wordt de bewijslast omgekeerd, zodat men niet talloze patiënten thuis moet opzoeken om te bewijzen dat er is gefraudeerd. Wanneer een zelfstandig thuisverpleegkundige voor meer dan 229.000 euro aan facturen indient, meer dan tweemaal zoveel als het gemiddelde van een hardwerkende voltijds verpleegkundige, dan mag men om uitleg vragen, zodanig dat de betrokkene moet bewijzen dat hij of zij niet fraudeert. Dat is beslist. Die wetgeving, mijnheer Van Lysebettens, is al tot stand gebracht, dat koninklijk besluit is meer dan een jaar geleden gepubliceerd en we zullen het vanaf nu toepassen. Ja, dat is onder Vivaldi beslist, mét u beslist, en is vanaf nu van toepassing.

Ten tweede, collega’s van het Vlaams Belang, u vraagt wanneer ik van het geval op de hoogte was, maar ik heb tegenover mevrouw Sneppe maanden geleden net het voorbeeld van die frauderende zelfstandige gegeven om tegen uw weerstand in de wapens aan te scherpen. U wilde niet dat we het nummer zouden kunnen intrekken. U vond dat vreselijk. (rumoer en protest in de zaal)

Ik heb met handen en voeten uitgelegd dat het nodig is om dat soort draaimolen te stoppen, door het nummer waarop men factureert gewoon in te trekken. Ik heb van op dit spreekgestoelte het voorbeeld gegeven aan mevrouw Sneppe, om haar te overtuigen.

Ten derde, we moeten ook de patiënten wapenen. We zullen er dus systematisch voor zorgen dat vanaf nu de patiënten geïnformeerd worden, ook wanneer men in derde-betaler factureert, ook in de thuisverpleging.

Morgen ligt op de ministerraad een wetsontwerp voor waarbij onder meer de mutualiteiten voor 100 miljoen euro borg zullen moeten staan voor acties tegen fraude. Dat ligt klaar. We hebben dus niet gewacht.

Het punt is dat men de samenleving moet willen wapenen tegen diefstal. De flauwe en leugenachtige verhalen die ik hier bij de voorgaande mondelinge vraag gehoord heb, dat we zogezegd in de rekeningen zouden gaan kijken, dat zijn leugens.

U liegt. U liegt om diefstal mogelijk te laten zijn. Daarmee beschermt u niet de gewone burger, maar wel drugscriminelen die geld witwassen. Wie u beschermt, als u tegen het principe van de plafonds bent, zijn gangsters in de ziekteverzekering.

Geachte Kamerleden, u zult kleur moeten bekennen, u allemaal, in de meerderheid en in de oppositie. Zult u de inspectie de wapens geven op te treden (…)

Jeroen Van Lysebettens:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.

Over twee zaken zijn we het eens: fraude is diefstal en het RIZIV heeft ten minste een probleem gesignaleerd. Bij andere partijen maken ze van een Porsche Queen een raadslid.

U hebt mij echter op een aantal punten verkeerd begrepen. Mijn punt was niet dat er geen beslissing is genomen, mijn punt is dat beslissingen niet worden uitgevoerd. Het RIZIV heeft sinds 2020 weet van die zaak van miljoenenfraude en toch kan en mag de persoon in kwestie blijven voortdoen. U zegt dat men onmiddellijk ingrijpt, maar we zijn vijf jaar later.

Ik stel vast dat het hier hetzelfde is als met fraude in andere domeinen: u zit met het sleepnet achter de kleine garnalen en de grote vissen zwemmen ongehinderd verder. Dat is hier zo. Dat zal straks ook zo zijn bij de arbeidsmarktfraude die de heer Mertens aankaart (…)

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, iedereen wist het, maar de wapens, die er zijn, zijn gewoon niet gebruikt. De wapens zijn er, maar ze zijn niet voldoende gebruikt. Er is te lang gewacht. Een inspecteur kan na een melding meteen overgaan tot een onderzoek. Dat onderzoek kan leiden tot een schorsing van de derde-betalersregel en vervolgens kan men onmiddellijk naar de arbeidsauditeur stappen. Dat is niet gebeurd, mijnheer de minister. Er zit zes jaar tussen! Zes jaar!

Ik heb weet van fraudedossiers van 50.000 euro – dat is het gemiddelde van de fraudedossiers – en die worden onmiddellijk afgehandeld. Hoe komt het dat het hier om miljoenen euro's gaat en dat men zoveel geduld heeft gehad met die mevrouw? Dat is schandalig.

Nawal Farih:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het was een luid antwoord. Er zat veel passie in. Het gaat hier over het belastinggeld van hardwerkende mensen. Mensen gaan ervan uit dat het belastinggeld goed beheerd wordt en dat het voor de juiste zaken wordt ingezet. In de sociale zekerheid zijn dat de meest kwetsbaren, hulpbehoevende ouderen, die zich vaak niet kunnen verweren.

U zegt dat alle middelen zijn gebruikt. Uw collega, Jan Bertels, zegt dat ze misschien niet hard genoeg zijn ingezet. Wel, ik ben het daar volledig mee eens. Er had veel straffer en veel sneller moeten worden gereageerd.

Als u het hebt over de strijd tegen fraude, dan zult u in cd&v een partner vinden, of het nu gaat over fiscale fraude, fraude met managementvennootschappen, sociale fraude of het aangehaalde type fraude: het moet sneller, harder en u moet (…)

Julie Taton:

À mon tour de vous dire merci pour ces réponses, monsieur le ministre, qui étaient très vivantes. Je suis assez d'accord avec mes collègues. Je voudrais juste ajouter qu'il est très important pour nous de défendre la profession libérale des infirmiers, et de les rassurer. La fraude est là, nous l'avons bien compris. Vous allez la combattre, c'est sûr. Mais il faut aussi rassurer le secteur, il faut l'écouter, échanger avec les infirmiers et leur faire passer le message que nous ne sommes pas contre eux. Nous n'allons pas faire la chasse aux infirmiers, mais nous allons faire la chasse à la fraude. Il y a beaucoup de travail.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, u bent de grootste calimero van dit halfrond. U maakt mevrouw Sneppe hier verwijten – ik heb haar niet te verdedigen - maar zij zit in de oppositie en heeft niets te zeggen. U bent degene die zijn werk niet heeft gedaan. U hoeft het ook niet politiek te spelen, want mevrouw Sanders stond in 2018 op de lijst van de socialisten voor de verkiezingen. Stop daar dus mee.

Waarover gaat het hier? U bent zes jaar minister en nu zegt dat u iets gaat doen, dat u gaat ingrijpen. Gedurende zes jaar hebt u het door de vingers gezien, hebt u gekeken naar de mensen die een pint te veel drinken of een sigaret te veel roken, maar de fraude bij het RIZIV... Hoeveel controleurs heeft het RIZIV trouwens? Ze hebben er 243. Hoeveel controles hebben die uitgevoerd in 2023? Ik zal het u zeggen, het waren er precies 705. Dat zijn drie controles per persoon in een jaar tijd. En u beweert dat u uw werk hebt gedaan. Proficiat.

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, u wordt kwaad. Dat is normaal als uw onbekwaamheid op deze manier geëtaleerd wordt. Ik denk dat dat inderdaad normaal is. U reageert nooit vooraf, steeds na de feiten. U spreekt over diefstal, maar de mogelijke maatregelen zijn wel degelijk beschikbaar. Er moet geen verharding plaatsvinden. U hebt tweeënhalf jaar gewacht om de auditeur in te lichten. Hoe is dat mogelijk? Er moet dus geen verharding van de maatregelen komen.

Mijnheer de minister, hoeveel moet er nog gebeuren voordat u zelf uw conclusies trekt? Er was een overfinanciering van het covid-testplatform voor 60 miljoen euro. Daarna was er de vernietiging van miljoenen ongebruikte covidvaccins. Vervolgens de donatie van vervallen geneesmiddelen aan Oekraïne, de Medista-affaire, de artsenstaking, het donorschandaal en nu het fraudedossier van thuisverpleegkundigen. Het zou passend zijn mocht u de eer aan uzelf houden.

Jan Bertels:

Collega's, stop met fraudeurs en bedriegers goed te praten. Ze zit bij jullie. Ik heb begrepen dat we niet moeten rekenen op het Vlaams Belang. Laten we als Parlement ons werk doen. Laten we die fraude aanpakken.

( Rumoer in het halfrond )

Voorzitter:

Ik vraag om de klok even te stoppen. Collega's, de heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels:

Laten we die fraude aanpakken en laten we eindelijk beslissen om het mogelijk te maken een RIZIV-nummer te schorsen wanneer er een vermoeden van fraude is. Late we dat doen. Het Parlement kan dat, dus doe het gewoon.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Dominiek Sneppe:

Mijnheer de minister, ik zal niet roepen zoals u, maar proberen zeer rustig te blijven.

Het eerste persoonlijk feit dat u aanhaalde, was dat u het voorbeeld hebt gegeven van die dame. U hebt inderdaad een voorbeeld gegeven van een frauderende verpleegkundige. Ik ben natuurlijk Madame Blanche niet.

Frank Vandenbroucke:

(…)

Dominiek Sneppe:

Dat hebt u er niet bij gezegd en dat doet overigens niet ter zake. Ik ben geen Madame Blanche, ik kan dat niet weten. U zit aan de knoppen als minister. U zit aan de knoppen van het RIZIV, niet ik. Ik kan toch niet weten dat er ergens in dit land een verpleegkundige aan het frauderen is? Uw voorbeeld gaat dus niet op.

U wist het nochtans en u had dan beter haar naam genoemd, dan hadden we onmiddellijk kunnen optreden. Dat hebt u echter nagelaten. Zeven à acht jaar hebt u nagelaten daar iets aan te doen en nu wijst u in onze richting. Sorry, u bent in de fout gegaan en niemand anders dan u.

Ik kom tot het andere persoonlijk feit. Mijnheer de minister, fraude moet worden aangepakt. Dat klopt, collega Bertels. Als u die grondig aanpakt en zoals het moet, dan zult u in het Vlaams Belang een partner vinden. Wat stellen we echter vast? De bestaande fraudebestrijdingsmiddelen zijn gewoon niet gebruikt. Ze zijn niet ten volle uitgeput. Nu komt u met iets anders op de proppen, iets wat u eigenlijk al heel lang in gedachten hebt. U misbruikt deze problematiek nu om alweer uw gedacht door te drukken. Mijnheer de minister, ik wist al van bij het begin dat het afpakken van die RIZIV-nummers in de kaderwet zou komen, want zo zit u nu eenmaal in elkaar: uw gedacht en dat van niemand anders.

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Sneppe, voor alle duidelijkheid, ik heb dat voorbeeld gegeven zonder te weten over wie het ging. Dat zegt men niet. Ik wist niet dat het om een vrouwelijke verpleegkundige ging. Ik wist niet over wie het ging. Dit is een anoniem voorbeeld. Ik heb u er zo drie gegeven. Ik wist niet dat die dame nog op de lijst van mijn partij en uw partij had gestaan. Dat heeft inderdaad geen belang. Uw partij heeft daarin zeer correct opgetreden. Daar gaat het niet over. Het punt is onze verantwoordelijkheid. U bent hier voortduren tussengekomen om te zeggen dat het opschorten van die RIZIV-nummers een slecht idee was en u herhaalt dat hier weer. Ik zeg u dat u dit soort draaimolen, met gangsters die altijd opnieuw beginnen met facturen te sturen, niet kan stoppen zonder de wettelijke basis om die betalingen stop te zetten. Degenen in dit halfrond die niet willen dat RIZIV-nummers worden opgeschort bij zo’n grote fraude, die beschermen de dieven. Ze beschermen de dieven! Als u de dieven wilt pakken, dan moet u daarvoor de nodige wapens hebben. Wij zullen daarom die RIZIV-nummers opschorten, werken met plafonds en de bewijslast omkeren. Ik hoor hier allerlei loze argumenten van u en van anderen in de oppositie. Die loze argumenten dienen enkel om de dieven te beschermen. Dat is onze verantwoordelijkheid, ervoor zorgen dat dit niet gebeurt.

economie en werk

De pensioenen van het onderwijzend personeel in het kader van de pensioenhervorming
De pensioenhervorming
Het pensioen van het onderwijzend personeel
De vertraging en onduidelijkheden bij de uitvoering van de pensioenhervorming
De pensioenopnameleeftijd en het pensioenbedrag
Pensioenen onderwijzend personeel, hervorming, uitvoeringsproblemen, leeftijd en bedrag

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 20 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De pensioenhervorming van minister Jambon wordt fel bekritiseerd omdat ze leraren, ambtenaren en jongere generaties zwaar treft (tot €500/mnd minder pensioen, 21% verlies voor jongeren) terwijl hoge inkomens en banken gespaard blijven. Critici – waaronder oppositie en vakbonden – wijzen op onbetaalbaarheidclaims die volgens hen onterecht zijn (kosten stijgen met 0,07% PIB/jaar) en eisen belasting op rijken in plaats van besparingen op werknemers, met een tweede algemene staking (24-26/11) als protest. Jambon verdedigt de hervorming als noodzakelijk voor "betaalbaarheid" en benadrukt geleidelijke invoering, maar onduidelijkheid, vertraging (goedkeuring pas na 2025) en gebrek aan transparantie verergeren het wantrouwen, met duizenden in onzekerheid over hun toekomstige pensioen.

Ludivine Dedonder:

Mais qu'est-ce qu'on pourrait mettre en solde ce mois-ci? Ce n'est pas simple, parce que vous avez déjà pris des milliards chez les malades, des milliards chez les pensionnés et parce que le MR ne veut pas toucher aux multimillionnaires ni aux banques. Mais vous avez peut-être une petite idée.

C'est vrai que Les Engagés vous ont dit que travailler avec les enfants, c'était chouette, que c'était une récompense en soi et que ça n'avait pas besoin de plus. Et vous l'avez votre solde du mois: ce sont les enseignants. Vous irez chercher dans la poche des enseignants, chez les plus âgés mais surtout chez les plus jeunes. Pour les enseignants, nés entre 1965 et 1970, moins 60 euros par mois. Pour les bacheliers nés dans les années 80, jusqu'à moins 350 euros par mois. Pour les masters, moins 500 euros par mois. Quant à ceux nés dans les années 90, une perte de pension pouvant monter à 21 %.

Alors c'est vrai que c'est le Black Friday, mais chez vous, ça ne se traduit jamais par un gain de pouvoir d'achat. Non, avec ce gouvernement, c'est toujours moins d'argent en poche, c'est toujours travailler plus longtemps dans des conditions toujours plus précaires. Vous, vous bradez les travailleurs, métier après métier, et aujourd'hui, c'est le métier d'enseignant que vous dégradez, que vous méprisez; ce métier déjà en pénurie, avec des salaires d'entrée bas, et maintenant une pension que vous voulez amputer fortement.

En procédant de la sorte, comment pensez-vous encore attirer des jeunes dans cette profession? Comment pensez-vous garder des enseignants motivés? Et quel message envoyez-vous à notre jeunesse, celle qui évolue déjà difficilement dans un contexte anxiogène, qui recherche des repères, des professeurs rassurants qui donnent un sens aux études qu'elle suit et qui lui donnent un avenir? Aujourd'hui, vous l'attaquez, et vous offrez à toutes et tous un avenir sombre.

Kim De Witte:

Mijnheer de minister, afgelopen weekend hebt u op de grote geldbeurs, hier in Tour & Taxis, een discours gehouden. Wat u daar zei, heeft mij en veel andere mensen verbaasd. U zei dat wij vandaag boven onze stand leven, dat wij op dieet moeten en dat wij soberder moeten gaan leven.

Mijnheer de minister, wie zijn die wij? Gaat dat over de 4 op 10 vrouwen met een pensioen onder de armoedegrens in ons land? Gaat dat over de gemiddelde werknemer met een loon van 2.400 euro en een pensioentje van 1.500 euro? Of gaat dat over u en uw collega's met een loon van 10.000 euro, een woontoelage van 1.000 euro, een pensioen van 5.000 à 6.000 euro?

Wij leven niet boven onze stand, mijnheer de minister. U leeft boven onze stand, u en de oververmogenden die u blijft beschermen.

Mijnheer de minister, ook uw uitspraak dat u de welvaartsstaat zult redden, klopt van geen kanten. U zult niks redden, mijnheer de minister; u zult de welvaartsstaat in snel tempo afbreken! Daarom komt er een tweede algemene staking in zeven maanden, tegen de diefstal van de pensioenen, tegen de diefstal van de pensioenen van de ambtenaren, tegen de afbraak van de lonen van werknemers die 's nachts en 's morgens vroeg in ploegen werken en tegen de pensioenmalus voor werknemers die niet tot 67 jaar kunnen werken.

Mijnheer de minister, zes concrete maatregelen in uw regeerakkoord breken het pensioen van de werknemers met een gemiddeld pensioen van 1.523 euro af. Vindt u dat zij boven hun stand leven?

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, les chiffres viennent de tomber. Votre réforme des pensions va coûter environ 300 euros par pensionné, prof, par mois. Pour les jeunes, ce montant pourrait atteindre 500 euros de moins par mois.

Franchement, je pense que les directeurs d'école, à l'heure qu'il est, se seraient bien passés de cette nouvelle annonce. Ce secteur connaît déjà de grosses difficultés à recruter. Un jeune prof sur trois quitte cette profession dans les cinq premières années. C’est un secteur dans lequel, quand on commence avec plein d'étoiles dans les yeux, on se rend compte qu'on est obligé, pour pouvoir compléter son horaire, de faire trois, quatre, cinq écoles différentes; qu'on est mis au chômage deux mois par an parce qu'on ne nous paie pas pendant l'été.

Aujourd'hui, ce que vous leur dites, c'est qu'ils n'en font pas encore assez. En Fédération Wallonie-Bruxelles, on nous avait pourtant annoncé des grandes mesures pour soutenir ce secteur. Résultat, un an plus tard, qu’apprenons-nous? Les profs vont devoir travailler deux heures de plus par semaine, sans aucune compensation. Mille cinq cents jobs vont passer à la trappe. J'ai vu la semaine dernière des profs pleurer dans les salles des profs.

Je ne sais pas ce qui vous passe par la tête. Les profs étaient-ils vraiment dans votre ligne de mire pendant la campagne électorale, quand vous avez fait de grandes promesses? Je n'en ai pas le sentiment. Aujourd'hui, nous avons l'impression qu’ils sont responsables de tous les maux de ce pays, aux côtés des soignants et des pensionnés.

Ne pas investir dans l'enseignement, c'est ne pas investir dans le futur. C'est très tarte à la crème, monsieur le ministre, mais je ne sais pas dans quelle langue le dire: quand on décide de sous-financer l'enseignement, on n’investit pas dans l'avenir. On ne soutient pas ces personnes qui, chaque jour, s'occupent de vos enfants, leur donnent un enseignement de qualité et leur permettent de trouver leur voie, de s'insérer dans la société et de trouver un boulot qui leur conviendra plus tard.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous confirmer ces chiffres? (…)

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, weet u het eigenlijk zelf nog? Uw pensioenhervorming begint te lijken op de kroniek van een aangekondigde dood. Wat u eerst afdeed als losse eindjes, blijkt intussen een dossier vol fundamentele knelpunten te zijn: de malus, de al dan niet gelijkstelling van ziekteperiodes, de grote impact op vrouwen en jonge leerkrachten die hun toekomstig pensioen met honderden euro's per maand zien verdampen, om nog maar te zwijgen van de gebrekkige communicatie. De Federale Pensioendienst kan de nieuwe regels al maandenlang niet verwerken, omdat de regering ze zelf niet kent. Burgers krijgen standaard het antwoord: we kunnen niets zeggen, zolang de maatregelen niet goedgekeurd zijn. Dat is geen verwijt aan de Pensioendienst, maar wel een schandvlek op uw beleid. En dan is er nog de vrees dat uw pensioenhervorming alsnog een verkapte besparingsmaatregel wordt in het begrotingsakkoord, waarvan we nog steeds niet weten wanneer dat er komt.

Mijnheer de minister, de Vlaming wordt hier terecht ongerust van. Er zijn voortdurende wisselende cijfers en scenario's. Vandaag weten duizenden mensen niet eens wanneer ze mogen stoppen met werken, laat staan hoeveel pensioen ze zullen krijgen. Het minste wat u hun verschuldigd bent, is duidelijkheid en eerlijkheid. Van een felle naar een geleidelijke pensioenhervorming, waar knelt het schoentje? Waarom zit dat dossier muurvast? Wanneer zal uw hervorming in definitieve, begrijpelijke en werkbare vorm worden gecommuniceerd, zodat de burgers eindelijk weten waar ze aan toe zijn?

Axel Ronse:

Net zoals ik is de minister bang van wat er vandaag uit de mond van sommigen komt. Collega's, ik was per ongeluk uitgenodigd op een samenkomst met Paul Magnette en Raoul Hedebouw, die vandaag niet aanwezig is, omdat hij opblaasbare vliegtuigjes is gaan opblazen. Daar was ook Sarah Schlitz aanwezig ter vervanging van de twee aftredende voorzitters van Ecolo. Zij verklaarden dat ze het pensioenprobleem zouden oplossen en dat ze een beter plan hebben dan Jan Jambon. Zij zouden tout le monde qui glisse sur un caca, pour le reste de sa vie en invalidité zetten en de beperking van de werkloosheid in de tijd weer ongedaan maken.

En wat zouden ze doen om de pensioenen te betalen? De pensioenen kosten 70 miljard euro per jaar, collega's, terwijl de bijdragen maar goed zijn voor 40 miljard, wat dus betekent dat er jaarlijks een gat is van 30 miljard euro. Welnu, Raoul Hedebouw belooft een eenvoudige oplossing: hij zal de honderden miljardairs die hier wonen, zoals in de Rue de Dison in Verviers, belasten. Tax the rich . Hij zou die aan 50 à 60 % belasten. Dan is, volgens hem, het hele pensioenprobleem opgelost. Dat was uw oplossing. Wanneer mensen u op straat aanspreken, mijnheer Boukili, en zij u vragen comment va-t-on payer nos pensions , dan antwoordt u: t ax the rich; tax the rich .

Terwijl België de kortste loopbanen van heel Europa kent, de gelijkgestelde periodes er gigantisch zijn en sommige Waalse steden geen financiering meer – Belfius waarschuwde al dat er geen geld meer was - voor lopende uitgaven krijgen, blijft u de mensen wijsmaken dat hun pensioenen betaalbaar zullen zijn, zodra u een of andere rijkentaks zult invoeren. Het is gewoon crimineel dat u dat nog aan de mensen wijs durft te maken.

Minister, doe voort. U hebt onze volledige steun. ( Rumoer op de banken )

Voorzitter:

Collega’s, we zijn hier niet op een speelplaats. We zijn hier in het Parlement. Gelieve het woord te voeren wanneer u het woord gekregen hebt. Het is nu aan de minister.

Jan Jambon:

Mijnheer de voorzitter, collega's, elke dag geven duizenden leerkrachten het beste van zichzelf binnen en buiten de klasuren om onze kinderen vooruit te helpen. Iedereen hier in het halfrond zal het ermee eens zijn dat hun maatschappelijke rol essentieel is en dat die rol respect, een correcte verloning en een eerlijk pensioen verdient.

C'est précisément pour cette raison que nous devons veiller à ce que leur pension reste financièrement viable pour eux-mêmes et en particulier pour les générations qu'ils forment. Dans le même temps, nous voulons moderniser et harmoniser le système, et éviter de futures inégalités en garantissant un traitement égal entre les différents régimes de pension existants.

Permettez-moi d'apporter trois remarques importantes concernant les chiffres cités ici sur la perte importante de pension. Pour les enseignants proches de la retraite, l'impact sera très limité, grâce au caractère très progressif de la réforme. Pour ceux qui ont aujourd'hui plus de 60 ans, il s'agit de moins d'1 %. Pour les plus de 55 ans, il s'agit de 1 à 4 %. La pleine ampleur de nos réformes ne se fera réellement sentir que dans 35 ans.

Avec notre réforme des pensions, nous voulons surtout encourager un changement de comportement, de sorte que les jeunes enseignants qui débutent devront travailler plus longtemps, réduisant ainsi l'impact financier sur le montant de leur pension. Ceux qui souhaitent continuer à travailler après l'âge de la retraite seront également récompensés grâce au bonus pension. Même après la réforme, la pension légale des enseignants restera nettement plus élevée que celle des salariés ou des indépendants. Nous le faisons consciemment, en compensation de l'absence d'avantages extralégaux – chèques repas, voitures de société, assurance hospitalisation, etc.

Voor de meeste ambtenaren schaffen we de verhogingscoëfficiënt af. Omdat we echter weten dat leraren een specifieke opdracht hebben, behouden we voor hen wel een verhogingscoëfficiënt. Dat zorgt ervoor dat een carrière van 40 jaar telt voor 41 jaar, waardoor zij in de feiten een jaar vroeger met pensioen kunnen gaan.

Meer algemeen herhaal ik dat de grootste onrechtvaardigheid tegenover onze jongeren zou zijn dat wij, de huidige politieke klasse, de noodzakelijke pensioenhervormingen niet uitvoeren. Dat verplicht ons om de stijging van de vergrijzingskosten beheersbaar te maken. Op die manier vrijwaren wij onze welvaart en redden we de sociale zekerheid.

Mevrouw Samyn, op de vraag over de vertraging die is opgetreden bij de tweede lezing van de pensioenwet, kan ik antwoorden dat de goedkeuring ervan in het Parlement voor eind 2025 inderdaad niet meer haalbaar is. Ik wil u echter tegelijk geruststellen. Onze pensioenhervorming en onze pensioenwet staan of vallen niet met de goedkeuring ervan voor 31 december 2025. In de pensioenwet staan hoofdzakelijk maatregelen die pas vanaf 2027 in werking zullen treden. Slechts enkele hervormingen in de pensioenwet zouden volgens plan starten in januari 2026. De nieuwe bonus-malus zal dus inderdaad pas later in werking kunnen treden, maar de budgettaire en inhoudelijke impact van dat uitstel is relatief beperkt. De hervorming zal inderdaad in het Parlement moeten worden goedgekeurd vooraleer we heel concreet via de Pensioendienst de informatie kunnen verstrekken.

Ludivine Dedonder:

Vous dites vouloir changer leur comportement pour qu'ils travaillent plus, plus longtemps, pour gagner moins. Ce que je constate, en fait, c'est que ce gouvernement n'a que du mépris pour les travailleurs, en lieu et place de la reconnaissance et de la récompense. Ce que je constate, c'est que ce gouvernement avait promis 500 euros de plus aux travailleurs et qu'il auront, avec vos chiffres, 500 euros de moins.

Cela fait 40 ans qu'on nous dit que les pensions sont impayables, et elles sont toujours payées. Le coût des pensions, vous le savez, augmentera de 1,8 % du PIB d'ici 2050. Cela représente 0,07 % par an. Ensuite il sera stable, puis diminuera.

Oui, c'est un choix de société, un choix de récompense du travail que nous portons. Nous espérions que vous le porteriez aussi. Les personnes qui seront en rue espèrent aussi que vous le portiez.

Kim De Witte:

Mijnheer Ronse, mijnheer de minister, u zegt dat men moet ophouden de mensen iets wijs te maken. Er zijn echter opnieuw mooie voorbeelden gegeven van wat u de mensen zelf wijsmaakt. U stelde daarnet dat wij de kortste loopbanen van heel Europa hebben. Europa zegt nochtans dat de werkende mensen in ons land 38,5 jaar bijdragen voor hun pensioen, terwijl het Europees gemiddelde 36,3 jaar is. Wij hebben dus niet de kortste loopbanen. U verwart de zaken.

Mijnheer de minister, ten tweede, u zegt dat de maatregel enkel geldt voor mensen die zeer laat op pensioen gaan. De Studiecommissie voor de Vergrijzing zegt echter dat werknemers die in 2040 op pensioen gaan, al 7 % verliezen.

Dat betekent 100 euro minder op een gemiddeld pensioen van 1.523 euro, mijnheer de minister. Werknemers verliezen 7 %, ambtenaren verliezen 6 %.

Tot slot, de pensioenen zijn betaalbaar als we de welvaart eerlijker verdelen.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, nous avons tous en tête au moins un prof qui a cru en nous quand nous étions à l'école et qui a façonné une partie de ce que nous sommes. Je trouve incroyable qu'en étant tous passés par là, on choisisse de leur dire – et essayez de tous y penser! – "En plus de la dévalorisation de votre métier, des conditions difficiles qui l'accompagnent et des difficultés dans les premières années de votre carrière pendant lesquelles vous avez dû vous battre pour obtenir vos heures et être nommés, vous allez travailler plus longtemps pour une pension moindre." C'est dégoûtant et c'est une véritable trahison à l'égard de personnes qui ont déjà des carrières bien entamées et qui, à présent, ne peuvent pas changer la façon dont les cartes sont déjà distribuées. Monsieur le ministre, revoyez votre copie et allez chercher l'argent là où il se trouve, s'il vous plaît!

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, me geruststellen doet u niet. Geef toe, u weet het op dit moment niet, de Pensioendienst overigens ook niet, en de toekomstig gepensioneerden al zeker niet.

Uw zogenaamde hervorming dreigt voor duizenden mensen uit te draaien op honderden euro minder per maand. Dat is een deel van de huur, dat is de water- en de energiefactuur off dat kleine extraatje dat men zich eindelijk wou permitteren.

Dan kom ik tot uw communicatie. Via sociale media kondigt uw kabinet doodleuk aan dat u nog een beleidsadviseur Pensioenen zoekt die moet meewerken aan de pensioenhervorming van Arizona. Voor een hervorming die allang in het Parlement had moeten liggen, bent u nu nog altijd op zoek naar experts. Sorry, dat is waanzin!

U bent in feite Lalieux 2.0, met beloften, vertraging, onduidelijkheid, en duizenden mensen in onzekerheid. Zo gaat men niet om met het pensioen van mensen. Dat is geen beleid meer. Het is geknoei op de kap van wie heel zijn leven keihard gewerkt heeft.

Axel Ronse:

De gemiddelde loopbaan in ons land duurt 34,5 jaar. Dat komt doordat zoveel mensen in ons land aan de dop of op de ziekenkas zitten, door onze lage activiteitsgraad.

Als men denkt dat wij elk jaar 30 miljard euro – een bedrag dat stijgt door de vergrijzing – voor de pensioenen kunnen blijven betalen door met minder mensen te werken, met slogans als tax the rich of andere vorte slogans om mensen leugens wijs te maken, dan dwaalt men. Wie denkt dat we daarmee de pensioenen kunnen financieren, nodig ik uit om mee te gaan naar Wallonië, naar enkele centrumsteden die verdorie geen centen meer ontvangen voor hun lopende uitgaven. Dat betekent geen budget meer voor woon-zorgcentra, fini, onderhoud van straten, fini.

Gaan we dat laten gebeuren met onze pensioenen? Zullen we tegen de mensen zeggen dat het fini is met hun pensioen? Nee. Dankzij Jan Jambon zullen we ervoor zorgen dat mensen ten minste nog een deftig pensioen behouden. Dank u, Jan.

(…): (…)

Voorzitter:

Hij heeft uw naam toch niet genoemd? Hij heeft geen namen genoemd. (Tumult)

Ik geef het woord aan de heer Boukili.

Ik verzoek iedereen om het doorzichtig trucje om zichzelf extra spreektijd te geven, achterwege te laten, ook al wordt er maar al te graag op ingegaan.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Nabil Boukili:

Monsieur le président, je tenais à réagir au petit cirque que M. Ronse vient de nous faire pour présenter la N-VA et M. Jambon comme les sauveurs des pensions.

C’est pourtant la N-VA qui creuse le déficit des pensions. Le tax shift a coûté des milliards aux travailleurs. Vous avez créé ce trou-là pour faire des cadeaux aux grandes entreprises. Vos collègues du MR et vous-même devez supprimer ces cadeaux aux grandes entreprises.

Monsieur Ronse, il faut taxer les plus riches. Mais vous préférez taxer les travailleurs via une augmentation de la TVA. Voilà votre politique!

Si vous vous attaquez à nos pensions et à la classe travailleuse, c’est aussi pour financer votre course à l’armement demandée par M. Trump. Votre ministre Francken dit d’ailleurs lui-même que notre sécurité sociale est trop "obèse" et qu’il faut y puiser de l’argent pour acheter des F-35.

Nous ne sommes pas d’accord avec ce projet de société. C’est pour cette raison que nous serons dans la rue avec les travailleurs les 24, 25 et 26 novembre, pour contrer votre politique antisociale.

Axel Ronse:

Mijnheer Boukili, ik ben blij dat u mij aanspreekt. Ik ben ook blij dat u hier bent en niet op de markt vliegtuigjes opblaast om te vergelijken. Tegen de mensen die nu gaan staken, zegt u dat wij 34 miljard uitgeven aan vliegtuigen en dat dit meer is dan dat er moet bijgepast worden bij de pensioenen. Wij passen nu al 30 miljard extra bij voor pensioenen. Mijnheer Boukili, hoeveel is 30 maal 5? Dat is 150 miljard. Dat is bijna vijf keer meer dan voor de aankoop van vliegtuigen .

Wat zal er gebeuren als wij niets doen? Kent u de vergrijzing? Dat wil zeggen dat er minder mensen werken om het pensioen van meer mensen te betalen. U komt uit Wallonië. Er zijn daar gemeenten … Oh, u komt uit Brussel, oei. C’est encore pire à Bruxelles. Daar is 40 à 50 % van de mensen in de beroepsactieve leeftijd niet aan het werk.

Wat gaat u de mensen blijven wijsmaken? Gaat u ze blijven meepakken naar de villawijken en hen zeggen "Les gens qui habitent là payeront votre pension. Si on supprime les avions militaires, votre pension sera payée"?

Kunt u zich 's avonds in de spiegel bekijken et luidop zeggen dat u opkomt voor de werkende klasse die gaat travakken?

"Jacqueline, qui a glissé sur le caca, ne doit pas travailler jusqu'à sa pension. Cela ne pose aucun souci." Wat zegt u dan? "Le chômage, si on est au pouvoir, sera de nouveau illimité. Pas de souci. Et ce sont les gens qui habitent dans les belles villas qui paieront les pensions!"

Mijnheer Boukili, dat zijn sprookjes. Dat zijn even dwaze sprookjes als dat F-16- of F-35-vliegtuigje dat u opblaast. Weet u wat er met u zou gebeuren als u aan de macht komt? Heel onze pensioenfactuur zou letterlijk opgeblazen zijn. Ik blij dat Jan er is.

Voorzitter:

U bent blij dat hij er is, maar hij gaat vertrekken.

veiligheid, justitie en defensie

De grootschalige sociale fraude bij detacheringen
De Panoreportage over sociale dumping
De sociale fraude bij detacheringen
Onderzoek naar fraude, sociale dumping en misstanden bij detacheringen en uitzendwerk

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 20 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om systematische uitbuiting en sociale fraude in de bouwsector, met schijnconstructies, onderbetaalde arbeiders en criminele ketens die verantwoordelijkheid ontwijken. Minister Beenders belooft 300 extra inspecteurs, strengere boetes en betere registratie van gedetacheerden, maar kritiek (o.a. van Mertens en Vanrobaeys) benadrukt dat ketenverantwoordelijkheid (bovenaan *en* onderaan) ontbreekt en echte systeemverandering uitblijft. Partijen wijzen elkaar hypocrisie aan: liberalen en rechts blokkeren harde maatregelen tegen "grote vissen", terwijl de minister zijn eigen wetsvoorstel over boetes zou hebben ondermijnd. Kernpunt: zonder retroactieve ketenverantwoordelijkheid en internationale samenwerking blijft uitbuiting structureel mogelijk.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, de Panoreportage van gisteren ging door merg en been. Ze ging niet over een eenmalig feit maar over een jarenlang goed georganiseerd systeem van uitbuiting. Elke keer hoor ik dan: maar hoe kan dat nu. En toch gebeurt het, keer op keer. Ik hoef niet ver in de tijd terug te gaan om voorbeelden te vinden. Ingestort schoolgebouw in Antwerpen; vijf arbeiders laten het leven; hun familie wacht nog op vergoeding. Borealis, 55 slachtoffers van mensenhandel op een werf in de haven van Antwerpen. Maar ook hier om de hoek, renovatie van het hoofdkwartier van het Vlaams Belang; arbeiders met voor 220.000 euro achterstallig loon. En vandaag opnieuw.

Elke keer opnieuw krijgen we gruwelijke verhalen van uitbuiting te horen. Mensen komen hierheen en hopen op werk, veiligheid en een beter leven, maar het eindigt in een nachtmerrie. Ze zijn onderbetaald; moeten 350 euro dokken voor een bed in een krot, presteren werkdagen van 22 uur en als ze een ongeval krijgen, worden ze gewoon gedumpt als afval.

Terwijl zij kapotgaan, rinkelen de kassa’s voor de tussenpersonen en postbedrijven, die via witwasconstructies fortuinen verdienen. En niemand krijgt daar vat op.

Het eeuwige excuus van de grote vissen luidt dan dat ze van niets wisten. Wie gelooft dat nog? Hun businessmodel is niet meer of niet minder gebaseerd op uitbuiting. Hoe moet een lokale aannemer, een transportbedrijf, daartegen opboksen?

Mijnheer de minister, u hebt een plan klaar met 300 extra inspecteurs, strengere straffen, meer internationale samenwerking. Ik heb maar één vraag aan u. Hoe zult u komaf maken met de eindeloze keten van schijnconstructies en hoe zult u alle werknemers op onze arbeidsmarkt beschermen?

Peter Mertens:

Stel, u bent bouwvakker en u werkt aan een school in België. U krijgt amper vijf euro per uur. U hebt geen enkele bescherming. U krijgt een ongeval. U breekt alle ribben. U wordt naar het ziekenhuis gebracht. Daar blijkt dat uw baas vergeten is u te verzekeren. U wordt opgepikt en vervolgens als een hond in de straten van België gedumpt, zonder medische nazorg, zonder loon en zonder documenten. We kennen dat verhaal. De overheid heeft daar weet van. Wat gebeurt er echter? Ik heb een ongelooflijk déjà-vugevoel: in 2021 gebeurde precies hetzelfde. Vier jaar na het ongeval bij de bouw van een school in Antwerpen is er fundamenteel niets veranderd.

Dergelijke feiten gebeuren nog steeds onder onze neuzen. Het gaat om arbeiders die onze scholen en onze rusthuizen bouwen, die onze wegen aanleggen of renoveren. De werf van de eeuw, de Oosterweelverbinding, wordt uitgevoerd door een keten van onderaannemingen waar onderfinanciering, onderverloning en uitbuiting schering en inslag zijn.

Er is dus niet alleen meer controle nodig, wat trouwens al tien jaar wordt beloofd. Het gaat ook om de verantwoordelijkheden in de ketens. Het gaat niet alleen om de kleine cowboys onderaan de keten, maar ook om de grote bedrijven bovenaan de keten, die ermee wegkomen. Dat betekent dat het om een systeem gaat. Om dat aan te pakken, moeten we niet alleen onderaan de ladder ingrijpen, maar ook bovenaan. Wij moeten het systeem zelf veranderen. Dat kan alleen als er ketenverantwoordelijkheid is, wat vandaag niet het geval is.

Antwoord mij dus niet voor de tiende keer hier in het Parlement dat er ketenverantwoordelijkheid is, want ze is er niet. Betrokkenen krijgt nauwelijks een verwittiging. Wij moeten echte ketenverantwoordelijkheid invoeren, die retroactief werkt. Dan zal het snel gedaan zijn. Als werkgevers worden verplicht de lonen van de werknemers van onderaannemers die failliet en zelfs frauduleus failliet gaan, te garanderen en te betalen, zal het systeem snel verdwijnen.

Daarom stel ik na tien jaar opnieuw mijn vraag. Zal het Parlement al dan niet retroactiviteit invoeren?

Wouter Raskin:

Mijnheer de minister, in Pano gisteren kwamen de uitwassen van het systeem van detachering aan bod, de fraude en de sociale dumping, die dodelijk zijn voor de eerlijke concurrentie van de vele bonafide kleine en grote bedrijven en de sociale zekerheid ondermijnen. Bovendien zijn er zeer veel mensen betrokken in de massale fraude met A1-attesten en stijgen de cijfers al jaren.

Vanmorgen stelde u op de radio optimistisch – zo bent u en dat siert u ook trouwens – dat het goed komt en dat er meer zal worden ingezet op handhaving. Overeenkomstig het regeerakkoord komen er extra inspecteurs. Dat is goed en dat steunen wij. Ik wil toch van de gelegenheid gebruikmaken om u te vragen zich niet rijk te rekenen op basis van de extra inspecteurs. Het recente rapport van het Rekenhof herinnerde eraan hoe vorige regeringen voor een gelijkaardige uitdaging stonden en dat het niet zo evident is om te eindigen met netto meer inspecteurs, alleen al door de natuurlijke afvloei door pensionering die deze legislatuur al oploopt tot 90 VTE's volgens de SIOD. Dat is geen mirakeloplossing, maar een deel van de oplossing.

Wat is uw plan om, tegemoetkomend aan de kritiek van het Rekenhof, de uitdaging inzake bijkomend personeel het hoofd te bieden? Welke andere sporen ziet u om het probleem op te lossen?

Rob Beenders:

Geachte Kamerleden, de Pano -reportage van gisteren maakt zeer duidelijk waarom we met deze regering keihard willen blijven strijden tegen sociale fraude. We doen dat net om te vermijden dat de arbeiders die we gisteren op televisie zagen, in zulke schrijnende omstandigheden in ons land moeten werken.

Detachering is door bepaalde malafide, criminele ondernemers uitgegroeid tot een doorgeschoten economisch businessmodel. Daarbij zien we dat de meest kwetsbaren de hoogste prijs betalen. Alle risico’s worden, via ketens van onderaanneming en grensoverschrijdende constructies waardoor verantwoordelijkheden verdwijnen, doorgeschoven naar een verhaal waarbij de winst moet worden verdeeld, om uiteindelijk niets meer over te houden dat aan de werknemer kan worden gegeven. Dat kan niet en dat mag niet. Daar zullen we tegen blijven strijden.

Dat systeem holt de rechten van werknemers uit en creëert daarnaast extreme afhankelijkheid, doordat huisvesting, werk en uitbetaling van het loon volledig in handen van criminelen liggen. Vermits zij zich dan ook nog in een land bevinden waar ze de taal niet spreken, beseffen we allemaal dat het om slachtoffers gaat en dat ze vogels voor de kat zijn.

Die werknemers hebben een sterke overheid nodig om hen te beschermen. Ondernemers die frauderen, buiten niet alleen die mensen uit, maar zorgen er ook voor dat ondernemers die het wel goed voor hebben en het spel wel eerlijk spelen, worden weggeconcurreerd. Dat laten we met deze regering niet toe.

In de eerste drie kwartalen van dit jaar voerden de sociale inspectiediensten samen al 10.717 gemeenschappelijke controles uit, waarvan 2.436 in de bouwsector. In totaal werden er al 109.000 individuele onderzoeken gevoerd door de verschillende sociale inspectiediensten, wat aangeeft hoe complex de strijd tegen sociale fraude is.

Ook dat bleek gisteren uit de Pano -reportage,. Sommige leden zijn selectief in hun beschrijving van wat ze gisteren gezien hebben, maar de controles die in de reportage getoond werden, tonen aan dat de overheid niet afwezig is. U hebt gisteren gezien dat we op veel fronten strijden tegen detachering. De controlediensten waren op televisie, ze waren aanwezig. Ze gaven aan waar de pijnpunten zich situeren en dat zijn net de zaken waarop deze regering zal inzetten. Er komen 300 extra inspecteurs, op basis van een behoefteanalyse, met de bedoeling om netto meer inspecteurs te hebben.

Die behoefteanalyse is klaar en we zullen ervoor zorgen dat de sociale, fiscale en gerechtelijke diensten versterkt worden. We zullen het aantal ketens beperken en het aantal controles de volgende jaren systematisch verhogen. We zullen de boetes verhogen.

Mijnheer Mertens, ik vind het enigszins hypocriet dat u hier de witte ridder speelt, terwijl uw partij in de commissie, waar we vorige week de verhoging van de boetes voor sociale fraude hebben besproken, alles heeft gedaan om dat te vertragen. Ik vind dat hypocriet, want als u het echt goed voorhebt met de strijd tegen sociale fraude, dan stemt u in met mijn ontwerp om de boetes met 25 % te verhogen. U hebt dat niet gedaan.

(Applaus)

Geachte leden, voor de duidelijkheid wil ik zeggen dat internationale arbeiders nodig zijn. Als we willen dat hier huizen worden gebouwd en infrastructuurwerken plaatsvinden, hebben we die mensen nodig. Detachering is niet verkeerd als iedereen zich aan de regels houdt.

België zal daarin het voortouw blijven nemen. We zetten in op arbeidsrechtelijke regularisatie. Dat betekent dat we werknemers garanderen dat ze minstens het Belgisch minimumloon ontvangen en beschermd worden door onze arbeidsregels.

Als we weten dat een op de twee gedetacheerde personen in België actief is in de bouw, wil ik dat iedereen zich registreert wanneer men een bouwwerf betreedt en opnieuw wanneer men die werf verlaat. Op die manier kunnen we de stromen beter in kaart brengen en kan die registratie ervoor zorgen dat efficiëntere controles plaatsvinden. Dat brengt eveneens de ondoorzichtige constructies in kaart. Die registratiesystemen zijn absoluut noodzakelijk. De bijbehorende wetgeving is momenteel in de maak.

Daarnaast doen we ook internationaal wat nodig is. Ik weet niet of u het weet, maar België behoort op Europees niveau tot de top inzake controlesystemen. Wij voeren internationale controles uit om ervoor te zorgen dat misbruiken inzake detachering worden aangepakt. Het afgelopen jaar werkten we samen met Slovenië, Portugal, Malta en Polen om als koploper initiatieven te blijven nemen op het vlak van gezamenlijke Europese controles. We zullen dat nog meer doen. Laat het duidelijk zijn: wie fraudeert, steelt middelen van mensen die de middelen echt nodig hebben.

Ik roep u allemaal op om de verontwaardiging aan de kant te schuiven en de voorstellen en ontwerpen die in het Parlement ter zake worden ingediend te steunen, zodat sociale fraude echt kan worden aangepakt.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Een arbeidsmarkt moet alle werknemers en eerlijke werkgevers beschermen, niet de valsspelers.

Toch moet mij iets van het hart. Open Vld heeft hier de voorbije weken 45 uur getoeterd om dergelijke rijke fraudeurs te beschermen. 45 uur! Maar nu? Nu blijft het stil.

Ik ben dat echter gewoon. Telkens opnieuw, ook op Europees niveau, wanneer het erom gaat om de grote vissen verantwoordelijk te stellen, blijft het stil. Bij de liberalen, Vlaams Belang, de N-VA en cd&v blijft het stil om de grote vissen aan te pakken. Alle verantwoordelijkheid gaat dan naar de kleintjes, naar de arbeiders die worden uitgebuit.

Voor Vooruit is het duidelijk: we moeten fraude aan de bron aanpakken, de grote vissen aanpakken en de kleintjes beschermen. Alleen zo werken we aan een eerlijke arbeidsmarkt.

Peter Mertens:

Mijnheer de minister, ik heb een vraag gesteld en u hebt er voor de zoveelste keer voor gekozen om daar niet op te antwoorden, namelijk: wat met ketenverantwoordelijkheid? Ik ben een grote fan – u zou dat weten als u al meerdere jaren in het Parlement aanwezig was – van meer controles. Ik ben een grote fan van hogere boetes.

Ik ben echter ook voorstander van wat mensen op het terrein zeggen: we moeten ketenverantwoordelijkheid hebben, we moeten ook de opdrachtgever van bouwwerken kunnen aanspreken. Daar gaat het over. Het is een en-enverhaal. Het is niet toevallig dat de bouwfederatie precies dat tweede wil tegenhouden. Daarvoor wijkt u.

Als u dan een wetsvoorstel hebt voor meer controle, zullen we voorstemmen. Als u een wetsvoorstel hebt voor hogere boetes, zullen we eveneens voorstemmen. De beste manier om dat wetsvoorstel te ondermijnen, is echter om in datzelfde wetsvoorstel een clausule opnemen waarmee u de boetes voor iedereen verhoogt. Dat was immers de inzet van uw wetsontwerp.

U hebt die wet zelf kapotgemaakt. U hebt elk draagvlak voor die wet kapotgemaakt. Ik vraag mij af voor wie, op wiens verzoek, u dat wetsontwerp op die manier hebt ondermijnd. Shame on you !

Wouter Raskin:

Mijnheer de minister, dank u voor het antwoord. Het is jammer dat de gewaardeerde collega Vanrobaeys hier even uit de bocht gaat. U weet beter dan wie ook dat u op ons kunt rekenen in de strijd tegen de sociale fraude. Mevrouw Vanrobaeys is er niet altijd bij wanneer we elkaar treffen in de commissie, maar u weet zeer goed dat dit de strijd is die we moeten voeren.

Ik zeg alleen: laten we ook out of the box denken. Het moet meer zijn dan wat het vandaag is. Ik pleit opnieuw voor een integratie van de inspectiediensten. Een efficiëntere inzet van middelen maakt alles goedkoper. Een efficiëntere inzet van mensen biedt het hoofd aan de uitdaging die het Rekenhof u heeft voorgeschreven. Dat is in het allergrootste belang van onze sociale zekerheid, van onze strijd voor eerlijke concurrentie en van onze strijd tegen moderne slavernij en uitbuiting. Dat is de strijd die we moeten voeren. Als de kameraden nog eens oproepen om te betogen in Brussel, laat dat dan onze strijd zijn, collega's.

Anja Vanrobaeys:

(…)

Voorzitter:

Mevrouw Vanrobaeys, hier is duidelijk verwezen naar een interventie van u daarnet aan het adres van de N-VA. Ik denk niet dat we hier van een persoonlijk feit kunnen spreken. We zullen het fenomeen correct proberen te behandelen, maar dit is een uitbreiding. Het gaat over een directe confrontatie tussen twee collega's die hier het woord hadden.

internationale politiek en migratie

De bij de aanvallen van 7 oktober 2023 betrokken Hamas-jihadist die nu in België woont
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (1)
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (2)
Hamas-aanhangers betrokken bij 7 oktober 2023 in Europa opgedoken en actief bij pro-Palestina protesten

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 20 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Mohaned al-Khatib, een Palestijnse man die op sociale media de Hamas-aanvallen van 7 oktober 2023 verheerlijkte en nu in België verblijft dankzij een Grieks vluchtelingenstatuut, maar wiens asielaanvraag hier werd afgewezen. Minister Van Bossuyt bevestigt dat hij in beroep is en niet uitgezet kan worden zolang de procedure loopt, terwijl Van Rooy (N-VA) eist dat hij en "jihadisten" massaal worden gedeporteerd en de Schengenzone verlaten. Freilich (N-VA) nuanceert dat er geen bewijs is dat al-Khatib Hamas-lid was, maar benadrukt wel de nood aan strengere screening van Palestijnse asielzoekers, die door een vorige regeringsbeslissing massaal naar België komen. De kern: asielbeleid, veiligheidsrisico’s en de omgang met extremistische profielen binnen Schengen.

Sam Van Rooy:

Ambtsgenoten, minister, dit keer gaat het niet over de jihadist Mohammed Khatib van Samidoun die in onze samenleving de geesten vergiftigt met antisemitisme en de verheerlijking van dodelijke jihadistische terreur, maar wel over Mohaned al-Khatib. Hij is een Hamas-jihadist die betrokken was bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël. In video-opnames van die massaslachting is hij lachend te zien op Israëlisch grondgebied. Juichend van blijdschap filmde hij het antisemitische bloedbad en hij poseerde trots met hooggeplaatste Hamasterroristen.

Vandaag loopt dat misselijkmakende tuig gewoon vrij rond op ons grondgebied. Hij was te zien op pro-Hamasdemonstraties in Brussel en in Gent. Op zijn sociale media verheerlijkt hij openlijk de martelingen, verkrachtingen en moorden van 7 oktober 2023, net zoals trouwens talrijke Palestijnen en andere moslims op ons grondgebied. Hij is daarin helaas zeker niet de enige. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum overhandigde over deze Mohaned al-Khatib dit document van 65 pagina's waarin hij wordt beschreven volgens wat hij is: een moorddadige, jihadistische Hamasterrorist. ( Sam Van Rooy toont een document )

Minister, ik heb twee vragen.

Ten eerste, hoe is het mogelijk dat zo'n moordlustige jihadist zich op ons grondgebied bevindt en dan ook nog openlijk dodelijke jihadistische terreur verheerlijkt?

Ten tweede, wordt hij opgespoord en direct het land uitgezet?

Michael Freilich:

Mevrouw de minister, op 7 oktober, toen in alle vroegte vanuit Gaza raketten werden afgevuurd op Israël en honderdduizenden gezinnen naar de schuilkelders moesten vluchten, terwijl op datzelfde ogenblik in Israëlische steden niet heel ver van de grens families werden afgeslacht en iets verder op een festivalweide jongeren werden verkracht, gekidnapt en vermoord, zat een zekere Mohaned al-Khatib te vieren. Hoe weten we dat? Hij plaatste een video op zijn sociale media.

Even fastforwarden naar vandaag, want twee jaar later is diezelfde man is in België. Voor alle duidelijkheid, dat is niet uw schuld, mevrouw de minister, en ook niet die van mijn partij of van deze regering. Hoe komt het trouwens dat meer dan de helft van alle Palestijnse asielaanvragen in de Europese Unie in ons land worden ingediend? Ik heb het antwoord opgezocht. Dat is de verdienste – als men het zo mag noemen - van de vorige regering. Op 8 maart 2023 werd een besluit aangenomen, waarbij behandeling van alle aanvragen van de Palestijnen als groep werd versoepeld. Als één land in Europa dat zo doet, dan krijgt men natuurlijk dergelijke situaties.

Er zijn trouwens heel veel andere groepen in de wereld waarvoor dat niet werd gedaan, zoals de jezidi's, de Oeigoeren, de Koerden en de Grieks-Cyprioten. Enkel aan de Palestijnen werd toen duidelijk gemaakt dat ze hier allemaal welkom zijn. Nogmaals, men kan voor of tegen die beslissing zijn, maar als slechts één land dat doet in een Europese context, dan krijgt men problemen.

Terug naar Mohaned al-Khatib. Ik heb gehoord dat uw diensten zijn aanvraag hebben afgewezen. Kunt u dat bevestigen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Rooy, mijnheer Freilich, het is eerst en vooral belangrijk om een misverstand recht te zetten dat ik vooral afleid uit berichten op sociale media. De man waarvan sprake beschikt namelijk niet over een beschermingsstatuut in België.

Mijnheer Freilich, ik kan ook zeggen dat elke aanvraag van een Palestijn individueel wordt beoordeeld door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.

Over het concrete dossier kan ik u mededelen dat de betrokkene als Palestijn op 4 maart 2025 in Griekenland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Hij heeft daar twee dagen later het statuut van erkend vluchteling gekregen. Op basis van dat statuut kan hij binnen de Schengenzone reizen.

Op 7 april 2025 heeft hij in België opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend. Zoals gebruikelijk voor elke verzoeker werden over hem controles uitgevoerd door de Dienst Vreemdelingenzaken in de Europese databank Eurodac en in het Visuminformatiesysteem. Er werden ook screenings gevraagd aan de Veiligheid van de Staat, de ADIV en de politiediensten. Op het moment van zijn aanvraag bij de DVZ was de persoon nog niet gekend bij de veiligheidsdiensten.

Op 25 september 2025 heeft het CGVS geoordeeld dat zijn verzoek om internationale bescherming niet-ontvankelijk was, omdat hij al een erkenning had gekregen in Griekenland. Hij heeft echter op 7 oktober 2025 tegen die negatieve beslissing beroep aangetekend bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat beroep is momenteel hangende.

Zoals u weet, werkt een dergelijk beroep opschortend, wat betekent dat eventuele andere procedures of het afleveren van een bevel om het grondgebied te verlaten op pauze worden gezet. Dat kunnen wij dus niet doen zolang de procedure bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen loopt.

Momenteel heeft de betrokkene opvang in een centrum van Fedasil. Het is pas sinds de inwerkingtreding van onze crisismaatregelen op 2 augustus 2025 dat Fedasil de opvang weigert van verzoekers die al een status hebben gekregen in een andere lidstaat.

Mocht een gelijkaardige situatie zich vandaag voordoen, dan zou de man in de regel geen opvang krijgen.

Zodra het mogelijk is, stel ik uiteraard alles in het werk om deze persoon terug te brengen naar Griekenland. In tussentijd is het in de eerste plaats aan de veiligheidsdiensten om verder te onderzoeken of de beschuldigingen die geuit worden op onder meer de sociale media waarheidsgetrouw zijn. Daar kan ik vanuit mijn bevoegdheid natuurlijk geen uitspraken over doen. Het zijn mijn collega’s, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken, die in eerste instantie aan zet zijn om verdere onderzoeken te voeren inzake het veiligheidsaspect, als dat opportuun zou zijn.

Sam Van Rooy:

Minister, u hebt het weer eens aangetoond, we moeten uit de Schengenzone. U moet Mohaned al-Khatib niet terugsturen naar Griekenland, maar naar Gaza, waar hij thuishoort.

Jihadisten, jihadisten in spe, verheerlijkers van dodelijke jihadistische terreur, ze komen elke dag België vrolijk binnengewandeld. Wat zeg ik? Ze worden door deze regering zelfs het land binnengehaald, binnengevlogen, minister.

Deze regering zou dringend schoonmaak moeten houden in het hele land. De honderdduizenden – want daar gaat het om – salafisten, moslimfundamentalisten, verheerlijkers van jihadistische terreur, verheerlijkers en aanhangers van Hamas en van Hezbollah, zouden manu militari dit land uitgezet moeten worden.

Tot slot, minister, laat geen Palestijn meer binnen, want met hun sharia en met hun jihadopvattingen horen ze hier niet thuis.

Michael Freilich:

Voor alle duidelijkheid, er is geen enkele informatie, noch bij onze veiligheidsdiensten, noch bij de buitenlandse veiligheidsdiensten, dat Mohaned al-Khatib lid is of was van Hamas. Dat is heel belangrijk om de bangmakerij tegen te gaan. Er is geen bewijs dat hij bij Hamas was. Ik meen dat de Mossad als geen ander weet wie daar wel of niet bij hoort.

Wat we wel weten, is dat die man Hamas steunde op de sociale media. Zo zijn er heel veel. En inderdaad moeten we ons de vraag stellen of we zo’n massa mensen naar hier kunnen krijgen en of we genoeg middelen hebben om die mensen te screenen, ja of neen? Dat is iets waar deze regering zich in de komende weken en maanden over moet buigen.

Mevrouw de minister, ik heb goed begrepen dat uw diensten hem geen toelating willen geven om hier als vluchteling te zijn. Hij gaat daartegen in beroep. Ik ben blij dat u nu een strenger maar rechtvaardiger asielbeleid op gang trekt. Dank u wel.

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Freilich. Daarmee hebt u het slotwoord gesproken van deze vragenronde. Ik dank alle deelnemers, ook die van de regering.

internationale politiek en migratie

De bij de aanvallen van 7 oktober 2023 betrokken Hamas-jihadist die nu in België woont
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (1)
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (2)
Hamas-aanhangers betrokken bij 7 oktober 2023 in Europa opgedoken en actief bij pro-Palestina protesten

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 20 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Mohaned al-Khatib, een Palestijnse man die op sociale media de Hamas-aanvallen van 7 oktober 2023 verheerlijkte en nu in België verblijft dankzij een Grieks vluchtelingenstatuut, maar wiens asielaanvraag hier werd afgewezen. Minister Van Bossuyt bevestigt dat hij in beroep is en niet uitgezet kan worden zolang de procedure loopt, terwijl Van Rooy (N-VA) eist dat hij en "jihadisten" massaal worden gedeporteerd en de Schengenzone verlaten. Freilich (N-VA) nuanceert dat er geen bewijs is dat al-Khatib Hamas-lid was, maar benadrukt wel de nood aan strengere screening van Palestijnse asielzoekers, die door een vorige regeringsbeslissing massaal naar België komen. De kern: asielbeleid, veiligheidsrisico’s en de omgang met extremistische profielen binnen Schengen.

Sam Van Rooy:

Ambtsgenoten, minister, dit keer gaat het niet over de jihadist Mohammed Khatib van Samidoun die in onze samenleving de geesten vergiftigt met antisemitisme en de verheerlijking van dodelijke jihadistische terreur, maar wel over Mohaned al-Khatib. Hij is een Hamas-jihadist die betrokken was bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël. In video-opnames van die massaslachting is hij lachend te zien op Israëlisch grondgebied. Juichend van blijdschap filmde hij het antisemitische bloedbad en hij poseerde trots met hooggeplaatste Hamasterroristen.

Vandaag loopt dat misselijkmakende tuig gewoon vrij rond op ons grondgebied. Hij was te zien op pro-Hamasdemonstraties in Brussel en in Gent. Op zijn sociale media verheerlijkt hij openlijk de martelingen, verkrachtingen en moorden van 7 oktober 2023, net zoals trouwens talrijke Palestijnen en andere moslims op ons grondgebied. Hij is daarin helaas zeker niet de enige. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum overhandigde over deze Mohaned al-Khatib dit document van 65 pagina's waarin hij wordt beschreven volgens wat hij is: een moorddadige, jihadistische Hamasterrorist. ( Sam Van Rooy toont een document )

Minister, ik heb twee vragen.

Ten eerste, hoe is het mogelijk dat zo'n moordlustige jihadist zich op ons grondgebied bevindt en dan ook nog openlijk dodelijke jihadistische terreur verheerlijkt?

Ten tweede, wordt hij opgespoord en direct het land uitgezet?

Michael Freilich:

Mevrouw de minister, op 7 oktober, toen in alle vroegte vanuit Gaza raketten werden afgevuurd op Israël en honderdduizenden gezinnen naar de schuilkelders moesten vluchten, terwijl op datzelfde ogenblik in Israëlische steden niet heel ver van de grens families werden afgeslacht en iets verder op een festivalweide jongeren werden verkracht, gekidnapt en vermoord, zat een zekere Mohaned al-Khatib te vieren. Hoe weten we dat? Hij plaatste een video op zijn sociale media.

Even fastforwarden naar vandaag, want twee jaar later is diezelfde man is in België. Voor alle duidelijkheid, dat is niet uw schuld, mevrouw de minister, en ook niet die van mijn partij of van deze regering. Hoe komt het trouwens dat meer dan de helft van alle Palestijnse asielaanvragen in de Europese Unie in ons land worden ingediend? Ik heb het antwoord opgezocht. Dat is de verdienste – als men het zo mag noemen - van de vorige regering. Op 8 maart 2023 werd een besluit aangenomen, waarbij behandeling van alle aanvragen van de Palestijnen als groep werd versoepeld. Als één land in Europa dat zo doet, dan krijgt men natuurlijk dergelijke situaties.

Er zijn trouwens heel veel andere groepen in de wereld waarvoor dat niet werd gedaan, zoals de jezidi's, de Oeigoeren, de Koerden en de Grieks-Cyprioten. Enkel aan de Palestijnen werd toen duidelijk gemaakt dat ze hier allemaal welkom zijn. Nogmaals, men kan voor of tegen die beslissing zijn, maar als slechts één land dat doet in een Europese context, dan krijgt men problemen.

Terug naar Mohaned al-Khatib. Ik heb gehoord dat uw diensten zijn aanvraag hebben afgewezen. Kunt u dat bevestigen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Rooy, mijnheer Freilich, het is eerst en vooral belangrijk om een misverstand recht te zetten dat ik vooral afleid uit berichten op sociale media. De man waarvan sprake beschikt namelijk niet over een beschermingsstatuut in België.

Mijnheer Freilich, ik kan ook zeggen dat elke aanvraag van een Palestijn individueel wordt beoordeeld door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.

Over het concrete dossier kan ik u mededelen dat de betrokkene als Palestijn op 4 maart 2025 in Griekenland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Hij heeft daar twee dagen later het statuut van erkend vluchteling gekregen. Op basis van dat statuut kan hij binnen de Schengenzone reizen.

Op 7 april 2025 heeft hij in België opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend. Zoals gebruikelijk voor elke verzoeker werden over hem controles uitgevoerd door de Dienst Vreemdelingenzaken in de Europese databank Eurodac en in het Visuminformatiesysteem. Er werden ook screenings gevraagd aan de Veiligheid van de Staat, de ADIV en de politiediensten. Op het moment van zijn aanvraag bij de DVZ was de persoon nog niet gekend bij de veiligheidsdiensten.

Op 25 september 2025 heeft het CGVS geoordeeld dat zijn verzoek om internationale bescherming niet-ontvankelijk was, omdat hij al een erkenning had gekregen in Griekenland. Hij heeft echter op 7 oktober 2025 tegen die negatieve beslissing beroep aangetekend bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat beroep is momenteel hangende.

Zoals u weet, werkt een dergelijk beroep opschortend, wat betekent dat eventuele andere procedures of het afleveren van een bevel om het grondgebied te verlaten op pauze worden gezet. Dat kunnen wij dus niet doen zolang de procedure bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen loopt.

Momenteel heeft de betrokkene opvang in een centrum van Fedasil. Het is pas sinds de inwerkingtreding van onze crisismaatregelen op 2 augustus 2025 dat Fedasil de opvang weigert van verzoekers die al een status hebben gekregen in een andere lidstaat.

Mocht een gelijkaardige situatie zich vandaag voordoen, dan zou de man in de regel geen opvang krijgen.

Zodra het mogelijk is, stel ik uiteraard alles in het werk om deze persoon terug te brengen naar Griekenland. In tussentijd is het in de eerste plaats aan de veiligheidsdiensten om verder te onderzoeken of de beschuldigingen die geuit worden op onder meer de sociale media waarheidsgetrouw zijn. Daar kan ik vanuit mijn bevoegdheid natuurlijk geen uitspraken over doen. Het zijn mijn collega’s, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken, die in eerste instantie aan zet zijn om verdere onderzoeken te voeren inzake het veiligheidsaspect, als dat opportuun zou zijn.

Sam Van Rooy:

Minister, u hebt het weer eens aangetoond, we moeten uit de Schengenzone. U moet Mohaned al-Khatib niet terugsturen naar Griekenland, maar naar Gaza, waar hij thuishoort.

Jihadisten, jihadisten in spe, verheerlijkers van dodelijke jihadistische terreur, ze komen elke dag België vrolijk binnengewandeld. Wat zeg ik? Ze worden door deze regering zelfs het land binnengehaald, binnengevlogen, minister.

Deze regering zou dringend schoonmaak moeten houden in het hele land. De honderdduizenden – want daar gaat het om – salafisten, moslimfundamentalisten, verheerlijkers van jihadistische terreur, verheerlijkers en aanhangers van Hamas en van Hezbollah, zouden manu militari dit land uitgezet moeten worden.

Tot slot, minister, laat geen Palestijn meer binnen, want met hun sharia en met hun jihadopvattingen horen ze hier niet thuis.

Michael Freilich:

Voor alle duidelijkheid, er is geen enkele informatie, noch bij onze veiligheidsdiensten, noch bij de buitenlandse veiligheidsdiensten, dat Mohaned al-Khatib lid is of was van Hamas. Dat is heel belangrijk om de bangmakerij tegen te gaan. Er is geen bewijs dat hij bij Hamas was. Ik meen dat de Mossad als geen ander weet wie daar wel of niet bij hoort.

Wat we wel weten, is dat die man Hamas steunde op de sociale media. Zo zijn er heel veel. En inderdaad moeten we ons de vraag stellen of we zo’n massa mensen naar hier kunnen krijgen en of we genoeg middelen hebben om die mensen te screenen, ja of neen? Dat is iets waar deze regering zich in de komende weken en maanden over moet buigen.

Mevrouw de minister, ik heb goed begrepen dat uw diensten hem geen toelating willen geven om hier als vluchteling te zijn. Hij gaat daartegen in beroep. Ik ben blij dat u nu een strenger maar rechtvaardiger asielbeleid op gang trekt. Dank u wel.

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Freilich. Daarmee hebt u het slotwoord gesproken van deze vragenronde. Ik dank alle deelnemers, ook die van de regering.

economie en werk

De inactiviteitsvallen
De opvolging en begeleiding van langdurig werklozen
Maatschappelijke begeleiding en herintegratie van werklozen, valkuilen en trajecten

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 13 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de hervorming van de sociale zekerheid en werkloosheidsuitkeringen, met scherpe tegenstellingen tussen strengere voorwaarden (N-VA, Clarinval) en behoud van solidariteit met fraude- en misbruikbestrijding (Vooruit). Clarinval verdedigt zijn hervormingen—zoals tijdsbeperkte uitkeringen en een kadaster voor sociale bijstand—om afhankelijkheid te doorbreken, maar benadrukt dat kwetsbaren beschermd moeten blijven, terwijl Ronse (N-VA) het vorige beleid afschildert als een "25-jarig wanbeleid" dat inactiviteit beloonde en nu een begrotingstekort van 40 miljard (2029) dreigt. Vanrobaeys (Vooruit) eist gelijke aanpak van alle misbruiken (ook fiscale fraude) en betere samenwerking tussen federale en regionale overheden om mensen daadwerkelijk naar werk te begeleiden, zonder de sociale zekerheid als geheel te ondermijnen.

Axel Ronse:

Mijnheer de minister Clarinval, beste David, we hebben elkaar exact een jaar geleden leren kennen, tijdens de regeringsonderhandelingen. Ik zag u wel af en toe in Villa Politica , maar ik kende u eigenlijk niet goed, maar er was meteen een klik. Wat een machtige mens, dacht ik. Op het vlak van de arbeidsmarkt, de flexibilisering van de arbeidsmarkt, de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, de uitkeringennorm is onze visie identiek. Ik dacht, dat is een topper, die zou eigenlijk bij de N-VA kunnen zitten.

Ik vroeg me af hoe u zich moet hebben gevoeld in de vivaldiregering, toen u de uitkeringen mee moest verhogen, toen werkloosheid gemakkelijker werd gemaakt, toen eigenlijk het omgekeerde werd gedaan van wat wij met de arizonaregering realiseren. Ik vroeg me af: qui vous a forcé en Vivaldi, monsieur David Clarinval?

De N-VA heeft u bevrijd, met de arizonaregering. Er is de uitkeringennorm, de werkloosheidsuitkeringen worden beperkt in de tijd, de pensioenen worden hervormd. We doen er alles aan om ervoor te zorgen dat er geen rue de Dison meer is.

Weet immers, bij de start van de vivaldiregering il y avait une grande fête dans la rue de Dison, plus d'allocations, chômage plus facile . Met de arizonaregering is dat gedaan. Ik hoop dat er hier geen enkele collega is die vindt dat iemand die over een hondenstront is uitgegleden en al acht jaar bij de ziekenkas zit, daar tot aan haar pensioen moet blijven. Het zou onvergeeflijk zijn als wij dat normaal zouden vinden.

De rekening van 25 jaar politiek immobilisme, van het stimuleren van inactiviteit, is gigantisch groot. Het zijn wij die deze rekening nu moeten betalen. In Vlaanderen zeggen we: on en a marre, c'est fini avec la merde . Wie naar die RTL-reportage kijkt, heeft geen zin meer om naar het toilet te gaan.

Mijnheer de minister, it's time to choose. Kiest u voor onze hervormingen, ja of neen?

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, dinsdag was het in Aalst jaarmarkt. Toen ik voor het Volkshuis stond, zei iemand tegen mij: "Anja, heb jij de reportage van Deborsu gezien? Ja, zo is het gemakkelijk, maar voor hen ga ik niet elke dag mijn knoppen afdraaien en afdokken."

Collega’s, die reportage heeft veel mensen geraakt, ook mij. Zulke excessen ondermijnen onze solidariteit en onze sociale zekerheid. Dit systeem is bedoeld om de mensen die het zwaar hebben in het leven te beschermen, maar het is tegelijkertijd ook de bedoeling dat wie kan werken, meedoet en bijdraagt. Wij van Vooruit, de grondleggers van onze sociale zekerheid, staan pal achter die solidariteit.

Op dezelfde jaarmarkt kwam ik een vrouw tegen die een week eerder de diagnose borstkanker had gekregen. Ze zei: "Gelukkig woon ik in België. Als ik in Amerika zou wonen, met Trump, zou ik mijn behandeling niet kunnen betalen."

Daarom draait het. Onze sociale zekerheid redt letterlijk levens, maar als we die overeind willen houden, moet iedereen een eerlijke bijdrage leveren.

Er zijn drempels – kinderopvang, opvolging, mensen jarenlang loslaten zonder begeleiding –, maar dat zijn regionale bevoegdheden, waar nog werk aan is, ook in Wallonië. Mijnheer de minister, de federale overheid zet stappen, maar moet de samenwerking versterken en nog meer coördineren, zodat iedereen in elk gewest dezelfde plichten en kansen heeft.

Mijnheer de minister, op 14 oktober vond er een overleg plaats. Zult u ervoor zorgen dat er meer op samenwerking wordt ingezet, zodat niemand wordt losgelaten en mensen daadwerkelijk worden vastgepakt en begeleid naar meer kansen en werk?

David Clarinval:

Mevrouw Vanrobaeys, mijnheer Ronse, de reportage die werd uitgezonden door RTL heeft veel reacties uitgelokt. Ik begrijp de emotie, want ze raakt aan wat ons het meest dierbaar is: sociale rechtvaardigheid en vertrouwen in ons systeem van solidariteit.

Laten we echter duidelijk zijn, ik weiger de karikatuur te aanvaarden die erin zou bestaan alle begunstigden van sociale bijstand te bestempelen als fraudeurs. Het merendeel van die mensen is effectief op zoek naar werk en ze lijden eronder als ze geen werk hebben. We zijn het allemaal eens over het feit dat kwetsbare mensen moeten worden beschermd, maar het is ook onze plicht om de solidariteit te verdedigen tegen misbruik. De reportage heeft onaanvaardbaar gedrag aan het licht gebracht, of het nu gaat om verduistering via de OCMW’s, de werkloosheidsuitkeringen of de uitkeringen voor langdurige ziekte, solidariteit mag geen toevluchtsoord worden voor fraude. Ze moet synoniem blijven met rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid.

Zoals het regeerakkoord bepaalt, zullen gezonde mensen die in staat zijn om te werken niet langer kunnen genieten van overdreven voordelige en eeuwigdurende stelsels die hen ontmoedigen om aan de slag te gaan. We moeten ervoor zorgen dat het altijd voordeliger is om te werken dan niet te werken. Het is net in die geest dat ik op amper vijf maanden tijd, vanaf het moment dat ik mijn functie opnam, een historische hervorming van de werkloosheidsuitkeringen heb doorgevoerd, die de solidariteit handhaaft maar een einde maakt aan het systeem van afhankelijkheid. Deze hervorming transformeert ons huidige stelsel in een echte werkloosheidsverzekering. Ze beschermt, ze responsabiliseert en ze moedigt de terugkeer naar werk aan. Solidariteit is geen inactiviteit, het is een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin ook een rol is weggelegd voor de minister die bevoegd is voor maatschappelijke integratie en voor langdurig zieken.

Het regeerakkoord voorziet in de creatie van een kadaster van de sociale bijstand en in een meer systematische controle om de coherentie en de transparantie van de sociale bescherming te versterken. Het gaat erom te garanderen dat elke euro aan solidariteit ten goede komt aan diegenen die daar echt nood aan hebben, waarbij een terugkeer naar een aangepaste activiteit actief wordt begeleid. Het doel is niet te stigmatiseren, maar te responsabiliseren en het frauduleuze gedrag te bestraffen van diegenen die de middelen van de samenleving misbruiken.

Deze regering maakt vastberaden werk van structurele en rechtvaardige hervormingen voor ons land. Ons doel is duidelijk: de sociale zekerheid versterken zonder de koopkracht te verzwakken. Daarom, beste collega's, ben ik gekant tegen elke belastingverhoging en elk verlies aan inkomsten voor wie werkt. Ons sociaal model is iets om fier op te zijn. Het moet synoniem blijven met waardigheid, niet met afhankelijkheid. Trouw aan het regeerakkoord en aan de geest van het liberalisme moderniseren wij onze sociale staat zonder afstand te doen van de solidariteit, maar door haar opnieuw zin te geven: diegenen beschermen die het nodig hebben en iedereen aanmoedigen om bij te dragen aan de collectieve inspanning.

Dank u voor uw aandacht.

Axel Ronse:

De reportage die we gezien hebben is het gevolg van 25 jaar lang een liberale narcist te kunnen vinden om aan het hoofd van een regering het PS-beleid uit te voeren: mensen inactief houden. Oh, je ne veux pas me lever trop tôt. Je suis déjà tranquille depuis huit ans, je ne veux plus bosser. Daar moet nu een einde aan komen! Alles staat op papier om dat te beëindigen, ook wat betreft langdurig zieken. Het probleem is dat de rekeningen door dat gortige beleid gedurende 25 jaar zodanig de pan zijn uit geswingd dat we afstevenen op een tekort van bijna 40 miljard euro in 2029.

Wij in Vlaanderen willen dat dat stopt en daar zal een prijs voor moeten worden betaald, een prijs die wij nooit hebben gekozen en waarvoor wij altijd hebben gewaarschuwd. Als men echter wil dat onze begroting in evenwicht is en alle excessen van 25 jaar wanbeleid worden opgeruimd, dan zal men die prijs ook moeten betalen. Dus zet alstublieft door en laat Bart gewoon verder werken.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, onze sociale zekerheid is een van de mooiste verwezenlijkingen in ons land. Ze is echter ook kwetsbaar. Het is uiteraard geen probleem om misbruiken te benoemen. De excessen moeten eruit, maar dan wel de excessen aan alle zijden. Zowel wie ten onrechte uitkeringen ontvangt als wie profiteert van subsidies of wie fiscale achterpoortjes misbruikt, moet worden aangepakt. Alleen als iedereen een eerlijke bijdrage levert, kunnen we onze sociale zekerheid overeind houden. U stelt dat u een einde wilt maken aan die afhankelijkheid. Als u het echt meent, pak dat dan vast. Werk samen en schuif het niet door naar de sociale werkers, maar neem het echt op met de regio’s, zodat wij de betrokkenen nooit meer loslaten, voor hen zorgen, hen ondersteunen en effectief begeleiden naar meer kansen en naar werk.

veiligheid, justitie en defensie

Het gebrek aan coördinatie door de premier in het veiligheidsbeleid m.b.t. de drones
De dronedreiging
Onvoldoende premiercoördinatie en groeiende dronerisico's in nationaal veiligheidsbeleid

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 13 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met een acute hybride dreiging door drones die kritieke infrastructuur (o.a. Zaventem) en militaire doelen saboteren, terwijl de coördinatie tussen Defensie, Binnenlandse Zaken en de Nationale Veiligheidsraad falen vertoont. Ondanks aankondigingen (droneregister, 50 miljoen euro voor counterdronemiddelen, NASC-centrum tegen 2026) en buitenlandse steun (DU, FR, UK, VS) ontbreekt effectieve samenwerking: verouderde middelen, onbenutte gespecialiseerde teams (die zelfs met ontslag bedreigd worden) en drones blijven ongehinderd vliegen, terwijl politiek gekibbel en vertragingen (o.a. door vorige beleidskeuzes) de crisis verergeren.

Matti Vandemaele:

Ik had deze vraag eigenlijk aan de premier gericht, maar de minister van Defensie zit hier nu voor mij

U zei vorige week in de commissie dat 90 % van de bevoegdheden met betrekking tot de toestanden met de drones niet bij u ligt, maar bij de minister van Binnenlandse Zaken en bij de premier als coördinator van de Nationale Veiligheidsraad. De premier stuurde vandaag echter zijn kat. (Protest bij de N-VA) Ik geef toe, hij is er daarstraks wel even geweest.

De minister van Binnenlandse Zaken komt voorlopig niet verder dan de aankondiging dat er een droneregister zal komen, alsof criminelen en buitenlandse mogendheden met slechte bedoelingen netjes hun drone zullen registreren voordat ze naar hier komen.

Collega’s, het management van de crisis lijkt wel de kolderbrigade. Ik heb foto’s doorgekregen waarop te zien is dat onze diensten werken met verrekijkers uit 1944. Onze jammers werken niet. Het gespecialiseerde counterdroneteam was men zelfs volledig vergeten; u wist niet meer dat het bestond. Ook uw donkerste moment van de nacht wordt intussen tot ver in het buitenland belachelijk gemaakt.

Mijnheer de minister, uw communicatie getuigt van weinig omzichtigheid. U bent een beetje de olifant in de porseleinwinkel. Ik hoor dat u voor die vrijpostige communicatie door uw eigen diensten op de vingers bent getikt. U maakt vooral boel. U maakt ook boel met het counterdroneteam. U zegt dat zij niets kunnen wat uw diensten niet kunnen en dat zij veel te klein zijn. Zij moesten zich maar komen aanbieden. Intussen vernemen wij dat die mensen door hun eigen oversten zelfs met ontslag worden bedreigd omdat zij publiek durfden te spreken.

Mijnheer de minister, wanneer zult u samenwerken? Wanneer zal de premier coördineren? Wanneer zult u het luchtruim en onze bevolking tegen deze gebeurtenissen beschermen?

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, we worden geconfronteerd met een zeer ernstige hybride dreiging van aanvallen op ons land, met cyberaanvallen en ook met veel dreigingen van drones die over militaire doelwitten vliegen, maar vooral ook over civiele doelwitten als luchthavens, met het specifieke doel die luchthavens plat te leggen. Dat is natuurlijk zeer ernstig. Het is een gevaar voor onze kritieke infrastructuur, maar ook voor onze economie. De Vlaamse luchthaven van Zaventem, de op een na grootste economische motor van het land, wordt bewust gesaboteerd. Er moeten dus maatregelen genomen worden om onze kritieke infrastructuur, onze civiele doelen en onze economie te beveiligen.

De huidige wet op de kritieke infrastructuur schetst een duidelijke samenwerking, waarbij in de eerste plaats gekeken wordt naar de uitbater van de kritieke infrastructuur, naar het Crisiscentrum, naar de politie en naar SkeyDrone. If all else fails , wordt er ook gekeken naar Defensie.

Het is belangrijk dat er grondig wordt samengewerkt om die hybride dreiging aan te pakken. Door elkaar met de vinger te wijzen zullen we er immers niet komen. Het is echt in het belang van ons land, van onze economie, dat we die uitdaging aanpakken. We zijn hier in het Parlement bijna unaniem overeengekomen een gemeenschappelijke vergadering van de commissies voor Mobiliteit, Binnenlandse Zaken en Defensie te organiseren teneinde dit probleem te bespreken en voor oplossingen te zorgen.

Mijn oproep aan u, mijn oproep aan de volledige regering is om samen te werken, te zorgen voor oplossingen en maatregelen te nemen.

Theo Francken:

Ik ben altijd blij als ik hier mag zijn. De premier heeft me gevraagd deze vraag van hem over te nemen. Hij heeft zijn kat niet gestuurd, want hij was hier daarnet. De heer Quintin is niet in het land, die is verontschuldigd.

Dames en heren, de recente meldingen van drones boven zowel civiele als militaire installaties tonen aan dat de hybride dreiging tegen ons land reëel en ernstig is. Het gebruik van drones in de buurt van onder meer luchthavens en luchtmachtbasissen vormt niet alleen een veiligheidsrisico, maar raakt ook rechtstreeks aan onze nationale veiligheid en welvaart.

De aanpak van deze dreiging is een gedeelde verantwoordelijkheid. Binnen hun bevoegdheid staan de politiediensten en de diensten van Mobiliteit in voor de detectie, de opvolging en de handhaving. Ze waken over de civiele luchtvaartveiligheid. Defensie werkt nauw met hen samen, onder meer via informatie-uitwisseling, technische ondersteuning en verhoogde paraatheid op onze militaire kwartieren.

Na de drone-incidenten van dinsdag kwam de Nationale Veiligheidsraad op donderdag 6 november samen, onder het voorzitterschap van de eerste minister. Sindsdien volgt het Nationaal Crisiscentrum de situatie versterkt op. In dit centrum zijn alle bevoegde overheden vertegenwoordigd, waaronder de FOD Mobiliteit, de FOD Binnenlandse Zaken en het ministerie van Defensie, via verbindingsofficieren die instaan voor de coördinatie en opvolging tussen de verschillende departementen. Daarnaast staat de Chef Defensie, generaal Vansina, in permanent contact met de commissaris-generaal van de politie, hoofdcommissaris Snoeck. Ook op politiek niveau wordt de situatie opgevolgd via verschillende werkvergaderingen tussen de betrokken kabinetten.

In de Nationale Veiligheidsraad en de ministerraad van vorige week werden bijkomende maatregelen goedgekeurd.

Ten eerste worden counterdroneteams op diverse plaatsen in het land ingezet om de infrastructuur te beveiligen. Het droneteam van de federale politie werd in deze operatie aanvankelijk niet ingeschakeld, aangezien hun capaciteit niet werd aangeboden door de federale politie.

Ten tweede moet tegen 1 januari 2026 het Nationaal Veiligheidscentrum NASC in Bevekom volledig operationeel zijn. Dat centrum, opgericht door de vorige regering, is een zeer goed initiatief, maar het is nog niet volledig operationeel. Er is immers nog wat werk aan en dat zullen we nu voltooien. Dat centrum zal instaan voor een betere bewaking en bescherming van het Belgische luchtruim en ons land voorbereiden op toekomstige uitdagingen inzake luchtveiligheid. Op korte termijn wordt ook voorzien in de aankoop en levering van bijkomende counterdronemiddelen door Defensie. Dat behoort tot het pakket van 50 miljoen euro dat uiteindelijk vrijdagavond laat werd goedgekeurd.

Daarnaast heeft Defensie de steun ingeroepen van counterdroneteams uit onze buurlanden: Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Ik heb de Duitse teams bezocht, gisteren de Britse en ik zal ook de Franse zo snel mogelijk bezoeken. Zij hebben positief gereageerd en zijn momenteel met specifieke middelen actief op Belgisch grondgebied. Zij helpen ons nu dus al zeer goed. Ook de Verenigde Staten hebben intussen hun hulp aangeboden. Momenteel bekijken we samen met hen hoe, waar en wanneer we deze nieuwe capaciteit het best kunnen inzetten.

Parallel hiermee heeft de ministerraad, op voorstel van de minister van Mobiliteit, bijkomende maatregelen genomen in het domein van de mobiliteit. De focus ligt daarbij op het versterken van de nationale detectiecapaciteit, de coördinatie tussen de betrokken actoren en de actualisering van de regelgeving.

Namens de regering wil ik mijn oprechte dank uitspreken aan al onze medewerkers bij skeyes, de politie, Defensie, Luchtvaart en Mobiliteit voor hun grote flexibiliteit en professionaliteit in deze moeilijke omstandigheden. Hun inzet garandeert de veiligheid van ons luchtruim. In tijden van nood leert men zijn vrienden kennen. Ook onze buurlanden – en binnenkort ook de Verenigde Staten – verdienen onze dank voor hun snelle en doeltreffende hulp.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ik heb een sterk déjà-vugevoel. Ik heb hier uw collega Quintin al verschillende keren ondervraagd over het drugsgeweld in Brussel. We horen dan altijd heel mooie woorden over actieplannen, samenwerkingen en overleg. Op het terrein gebeurt er echter heel weinig. Het maakt heel weinig verschil. Ook vandaag zijn er opnieuw incidenten.

Ik heb het gevoel dat wij bij deze tweede grote binnenlandse veiligheidscrisis dezelfde paden bewandelen. Er wordt veel gecommuniceerd en overlegd, maar ondertussen blijven de drones gewoon over ons vliegen.

Het moet mij toch van het hart. U stelt hier opnieuw dat de federale politie, meer bepaald de speciale counterdrone-eenheid, zich niet heeft aangeboden. Het is toch een probleem dat er in onze veiligheidsarchitectuur een dienst is die precies is opgericht om dergelijk interventies uit te voeren, maar dat bij niemand blijkbaar een belletje rinkelt (…)

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is heel belangrijk dat er maatregelen worden genomen. U hebt die maatregelen ook aangekondigd. Collega's, het verbaast me wel enigszins dat ik hier leden van Groen hoor klagen dat het te lang duurt en dat er te veel vertraging is. Het is immers door de doctrinaire houding van Groen tijdens de vorige legislatuur dat niet werd geïnvesteerd in dronetechnologie. De huidige minister heeft daarvoor toen gewaarschuwd. Het is door de doctrinaire houding van Groen dat onze drones niet bewapend zijn. Dankzij de resolutie van de heer Peter Buysrogge zetten we dat nu recht, maar er is veel tijd verloren gegaan door die groene doctrinaire houding in dat dossier, maar ook in andere dossiers. Mijn boodschap is dan ook heel duidelijk: geen avonturen, laat Bartje en Arizona verder besturen!

klimaat, energie en landbouw

De energieafhankelijkheid van onze bedrijven en de impact op ondernemen en innovatie

Gesteld door

N-VA Bert Wollants

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 13 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Bert Wollants dringt aan op dringende actie tegen de exploderende energiekosten (stijging netkosten +80%) die bedrijven en welvaart bedreigen, en eist concrete oplossingen voor eind 2025 in plaats van leeg beloftengoed. Minister Bihet bevestigt een driedelige aanpak (energienormen, taxshift, netinvesteringen) met Europese randvoorwaarden (geen nadeel voor andere gebruikers, koppeling aan decarbonisatie), maar benadrukt dat competitiviteit en koopkracht hand in hand moeten gaan. Wollants houdt vol dat vertraging onaanvaardbaar is en waarschuwt voor banenverlies en wegblijvende investeringen, terwijl de minister complexiteit erkent maar samenhangende stappen belooft. Urgente afstemming tussen industriebehoud, energietransitie en Europese regels blijft de kernspanning.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, de energiekosten swingen de pan uit. Dat betekent dat een groot aantal bedrijven het water aan de lippen staat. Deze regering heeft zich geëngageerd om daar iets aan te doen, om in te grijpen.

Laat ons eerlijk zijn, een stijging met 80 % van de netkosten is niet zomaar draagbaar. Daar moet dus iets aan gebeuren. Iedereen is het er eigenlijk over eens dat die kosten moeten worden aangepast en dat we absoluut moeten ingrijpen.

Mijnheer de minister, de stunt van de vorige regering om snelsnel een regeling te treffen, blijkt nu aan elkaar te hangen met spuug en paktouw. Daar moet een grondig antwoord op komen. Het kan dus niet bij woorden blijven, het moet ook over daden gaan. U moet dus ook heel erg hard aan de slag gaan om tot een oplossing te komen, want het duurt allemaal al veel te lang.

Er liggen een aantal oplossingspistes op tafel waaraan moet worden voortgewerkt. Dat mag echter niet het einde van het verhaal zijn. We moeten aan de slag met die pistes. Energiekosten die torenhoog zijn bedreigen immers onze industrie en ons maatschappelijk weefsel. Daar moet dringend iets aan gebeuren.

We moeten ter zake vooruitgang boeken. We hebben er vertrouwen in dat u er alles aan doet om dat te realiseren, maar we moeten absoluut vooruitgaan. Wij willen ook daden zien.

Daarom heb ik enkele vragen.

Hoe wilt u ervoor zorgen dat er zo snel mogelijk resultaat wordt geboekt, zodat onze bedrijven en onze welvaart worden beschermd?

Kunt u zich ertoe engageren om vóór eind 2025 duidelijkheid te scheppen voor een aantal bedrijven, zodat zij weten wat zij kunnen verwachten en hun toekomst hier kunnen verzekeren?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Wollants, zoals u weet, is de kern van het regeerakkoord de versterking van de competitiviteit van onze bedrijven, met behoud van de koopkracht van de gezinnen. Om dat te bereiken moeten we op verschillende elementen inzetten. Ten eerste, een energienorm voor onze energie-intensieve bedrijven; ten tweede, een pragmatische taxshift op energieproducten; en ten derde, massale investeringen in de capaciteit en het net.

Wat de energienorm betreft, de oorspronkelijke piste kon niet worden uitgevoerd omdat de wettelijke basis nooit bij de Europese Commissie werd aangemeld. Daarom liggen er, zoals u weet, binnen de regering twee nieuwe pistes op tafel. We mogen daarbij niet vergeten dat het regeerakkoord duidelijk bepaalt dat die steun geen nadeel mag vormen voor andere netgebruikers en dat ze gekoppeld moet worden aan inspanningen op het vlak van decarbonisatie.

De oplossing is dus geen of-of-, maar een en-enaanpak: zowel competitiviteit als koopkracht, zowel ondersteuning als investeringen en zowel rationaliteit als ambitie om onze industriële basis te versterken, de werkgelegenheid te behouden en de energietransitie te verzekeren.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, het is bijzonder belangrijk dat we nu eindelijk snelheid maken. De vorige regering heeft op dat vlak enorm veel tijd verloren en heeft ervoor gezorgd dat we in een heel nadelige positie zijn terechtgekomen. Dat moeten we nu rechttrekken. Dit is iets waarmee we aan de slag moeten gaan, maar het is dringend.

Ik begrijp dat het complex is, maar we moeten hier voortgang maken, want de industrie zit daarop te wachten. We zien dat er vandaag al jobs verloren gaan en dat het moeilijk is om investeringen aan te trekken. We moeten dat omdraaien. Onze welvaart hangt daarvan af.

Ik zal u daarom blijven aanmoedigen opdat we eindelijk een lans breken voor de industrie die de welvaart in dit land en in Vlaanderen vooruithelpt.

Voorzitter:

Hiermee sluiten we het vragenuurtje af. Collega's, er rest u nog ongeveer een kwartier om uw stem uit te brengen voor de aanduiding van een Nederlandstalig plaatsvervangend lid van het Comité I.

klimaat, energie en landbouw

De belangen van onze boeren

Gesteld door

N-VA Charlotte Verkeyn

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 6 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Charlotte Verkeyn kaart de uitbuiting van boeren aan via wurgcontracten, monopoliedruk en armoede (25% leeft onder de grens), met gevolgen voor drinkwater en lokale economieën, en pleit voor structurele maatregelen zoals afdwingbare gedragscodes, korte ketens en producentenorganisaties. Minister Clarinval bevestigt lopend onderzoek door Economische Inspectie naar eenzijdige contractwijzigingen en agressieve praktijken in de aardappelsector, met drie PV’s opgesteld, en wijst op aanpassingen aan de gedragscode door Belgapom. Verkeyn benadrukt dat het probleem sectorbreed is en roept op tot federaal initiatief en politieke steun voor haar voorstellen, nu klachten eindelijk zijn ingediend. De kern: systeemfalen vraagt om dringende actie tegen machtsmisbruik en voor eerlijke inkomens.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, collega’s, u hoort het: ik sta hier met een gebrek aan stem. Toch wil ik die gebrekkige stem graag inzetten voor een groep die effectief een gebrek aan stem heeft.

Collega's, gisteren werd in een Panoreportage een schrijnende problematiek pijnlijk duidelijk gemaakt. Vandaag, anno 2025, zijn boeren quasi lijfeigenen geworden. Met wurgcontracten, door oneerlijke concurrentie en door de druk van monopolies – wat ruikt naar machtsmisbruik –, worden zij gepusht om steeds meer te produceren voor minder geld. Van het pak friet van 2,60 euro krijgt de boer slechts 0,01 euro.

Ik zal mijn stem gebruiken voor mensen die moeilijk kunnen spreken, want er heerst een angstcultuur. Ik weet waarover ik spreek; mijn grootouders waren namelijk zelf landbouwers. Ook onze burgers in de Westhoek dreigen getroffen te worden door deze problematiek, want hun drinkwater komt in gevaar. Het is dus ernstig.

Ik heb de afgelopen maanden met boeren en landbouworganisaties gesproken. Er zijn maatregelen die wij in hun plaats kunnen nemen en ik heb daarvoor een aantal initiatieven uitgewerkt, mijnheer de minister. Ik heb u daarover ook vragen gesteld. Intussen leeft 25 % van onze boeren in armoede.

Ik denk dat we iets moeten doen, zoals oneerlijke concurrentie aanpakken, ervoor zorgen dat een producentenorganisatie kan ontstaan, de korte keten integreren in overheidsopdrachten en de afgesloten gedragscode juridisch afdwingbaar maken.

Mijn stem zal ik blijven inzetten voor onze vissers en voor onze boeren. Mijnheer de minister, hoe zet u uw stem in?

David Clarinval:

Mevrouw Verkeyn, ik werd al eerder op de hoogte gebracht van mogelijke onregelmatigheden in de Belgische aardappelsector en heb enkele weken geleden het initiatief genomen om de Economische Inspectie te interpelleren.

Ook in de Panoreportage van gisteren waren er meerdere getuigenissen over mogelijke problemen tussen de aardappeltelers en de afnemers. De Economische Inspectie onderzoekt momenteel verschillende klachten over de praktijen van Belgische spelers in de aardappelsector ten aanzien van boeren. Daarbij wordt met name gefocust op de eenzijdige wijziging van contracten, agressieve handelspraktijken en laattijdige betalingen.

Dit onderzoek is complex en impliceert het verzamelen en analyseren van talrijke stukken, het verhoren van actoren uit de sector en getuigenissen van landbouwers. Ik ben blij u te kunnen melden dat er al drie processen-verbaal werden opgesteld en verstuurd, wat de eerste stap is naar eventuele sancties.

Omdat het onderzoek nog aan de gang is, kan ik uiteraard geen concrete uitspraken doen over het dossier. Het is niet de bedoeling om de hele sector in diskrediet te brengen, maar zoals steeds moet er opgetreden worden als de goede praktijken niet worden gerespecteerd.

Ik werd op de hoogte gebracht van het feit dat Belgapom momenteel bezig is met de aanpassing van de gedragscode, om de zaken te verduidelijken op het vlak van prijsoffertes en de aanvaarding ervan, wat ik alleen kan toejuichen.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, ik wil hier vooral een pleidooi houden, niet enkel gericht tot u, maar ook tot de collega’s, want het gaat veel verder dan de aardappelindustrie. Het is pas nu, omdat het ABS eindelijk de moed heeft gehad om een klacht in te dienen, dat ermee aan de slag wordt gegaan. Ik vind het onze plicht – ook federaal, vanuit onze verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordigers – om initiatieven te nemen. Het gaat hier om zelfstandigen die recht hebben op eerlijke concurrentie en op hun voortbestaan. Ik heb het al gezegd: de afgelopen maanden heb ik u daarover vragen gesteld. Ik heb ook een aantal ideeën op papier gezet die ik zal voorstellen. Ik wil aan alle collega’s vragen om die mee te onderschrijven en te steunen, want de problematiek gaat wel degelijk veel dieper dan onze aardappelindustrie. Ik dank u.

veiligheid, justitie en defensie

De conclusies van de Nationale Veiligheidsraad inzake de dronedreiging
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De schending van ons luchtruim door drones en de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De hybride aanvallen tegen België
De Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
Beslissingen en bijeenkomsten van de Nationale Veiligheidsraad over dronedreiging, luchtruimschendingen en hybride aanvallen in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Bart De Wever (Eerste minister)

op 6 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De drone-incidenten boven Belgische luchthavens, militaire bases en kritieke infrastructuur worden gezien als gecoördineerde hybride aanvallen, waarschijnlijk afkomstig van Russische actoren, gericht op intimidatie en destabilisatie. De Nationale Veiligheidsraad besliste tot een driedelige strategie (detectie, identificatie, neutralisatie), met versterkte samenwerking tussen Defensie, politie en inlichtingendiensten, een centraal meldsysteem voor drones (operationeel vanaf 2026) en juridische duidelijkheid over neerhalen van drones, maar concrete middelen voor civiele beveiliging ontbreken nog. Kritiek richt zich op jarenlange onderinvestering in luchtruimbeveiliging, gebrek aan eenheid van commando (bevoegdheidsversnippering tussen Defensie en politie) en vertraagde actie (pas reactie na acute crisis). Partijen eisen transparantie over daders, versnelde uitvoering (nu pas plannen voor 2026) en betere coördinatie, terwijl de regering benadrukt kalmte en Europese samenwerking te zoeken.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, drones, drones, drones! Meer nog dan de stilstand van de regering waren zij de voorbije dagen hét gespreksonderwerp.

Er is economische schade, er heerst ongerustheid, angst en verwarring. Dat is uiteraard precies de bedoeling van degenen die drones op ons afsturen. Het betreft geen spionage, zoals ik de minister van Defensie enkele dagen geleden hoorde zeggen. Het zou namelijk bijzonder slechte spionage zijn uit een goedkope B-film. Het is pure provocatie, intimidatie en angstzaaierij, en dat lijkt me typerend voor de agressieve houding van de Russen de voorbije maanden, mijnheer de minister.

Het is daarom goed, zeer goed zelfs, dat u de premier hebt gevraagd om de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Het is bizar dat u dat zelf moest vragen. Even bizar is het dat de premier tot begin september heeft gewacht om de Nationale Veiligheidsraad, het hoogste veiligheidsorgaan van ons land, voor de eerste keer samen te roepen, terwijl de dreigingen zich blijven opstapelen. Nu zijn dan inderdaad de provocaties in de lucht begonnen.

De bevolking, mijnheer de minister, heeft recht op antwoorden en ik hoop dat u die hier zult geven. Dat is belangrijk.

Ten eerste, wat hebben de inlichtingen- en veiligheidsdiensten u meegedeeld, voor zover u dat hier kunt delen? Hebben zij een verklaring gegeven voor de acuut toegenomen aanvallen? Hebben zij verwezen naar iets als Euroclear of naar uitspraken van bepaalde leden van de regering?

Ten tweede, hebben onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten advies gegeven over onze houding en communicatie ten opzichte van Rusland? Zijn daarover afspraken gemaakt?

Ten derde, zijn er afspraken gemaakt tussen politie en Defensie over de detectie, identificatie en neutralisatie, mijnheer de minister? Belangrijker nog dan de aankoop van het juiste materieel is eenheid van commando; dat is de essentie. Zeg het ons, mijnheer de minister.

Maaike De Vreese:

Om heel evidente redenen, met name de aanwezigheid van de Europese instellingen, de NAVO en Euroclear, zijn wij een aantrekkelijk doelwit. Als er iemand klaar moet zijn om zich tegen drones te wapenen, dan zijn wij het. Het is dan ook positief dat de Nationale Veiligheidsraad samenkwam. We moeten voorbereid zijn en een plan van aanpak hebben.

Collega's, tot nu toe was er geen plan. Onder de vivaldiregering hebben we veel kostbare tijd verloren. Cruciaal is wie welke taken opneemt en op welke manier men zal samenwerken. Defensie heeft een federaal antidroneplan uitgewerkt voor militaire domeinen, maar het burgergebied, de kritieke infrastructuur en onze luchthavens ressorteren tot uw bevoegdheid. Er is een politionele aanpak nodig. Onze lokale politiediensten worden momenteel overstelpt met meldingen en zij moeten ondersteund worden. We moeten zo snel mogelijk het luchtbewakingscentrum, waar alle betrokken diensten samenkomen, volledig operationeel krijgen. Dat werkt. We doen dat al in Zeebrugge met het Maritiem Informatiekruispunt. Wat voor de zee kan, kan ook voor de lucht.

De incidenten tonen een duidelijke nood aan een gecoördineerde aanpak aan, niet alleen nationaal maar ook grensoverschrijdend. Bovendien is juridische duidelijkheid nodig. Of de politie een drone uit de lucht mag halen, mag geen vraagstuk zijn. In deze tijden moet dat een evidentie zijn.

Minister, hoever staat u met uw plannen?

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, nous sommes évidemment frappés par ces attaques inédites de drones sur notre territoire. Depuis maintenant 10 jours, des bases militaires et des aéroports ont été survolés. D'autres infrastructures suivront, parce que cela ne va sans doute pas s'arrêter.

Les Belges doivent-ils être impressionnés par ces attaques vraisemblablement russes? Non, mais il faut les prendre au sérieux. C'est ce que vous avez fait en mobilisant le Conseil national de sécurité (CNS). Ce dernier est le bras armé protecteur au sommet de l'État. Pour rappel, il s'est réuni dans le cadre des attentats, du covid ou de la crise énergétique liée à la guerre en Ukraine. C'est donc vraiment l'organe adapté à la réponse. Il réunit le kern, l'ensemble des ministres régaliens et les services de renseignement. Dès lors, je vous remercie de l'avoir mobilisé.

Vous allez nous donner des informations relatives aux diagnostics mais aussi au traitement envisagé face à cette menace: identification, détection, destruction.

Je tiens à souligner que nous venons de loin en la matière, même si nous ne partons pas de zéro. Comme vous, j'ai observé l'expertise dans un certain nombre de pays européens, en France en particulier. Elle a eu de très bons résultats s'agissant de la protection de son espace aérien durant les Jeux olympiques.

Au-delà des décisions du CNS, allez-vous rencontrer un certain nombre de vos homologues étrangers?

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, er is nog steeds geen begroting, maar deze keer heeft de regering geluk. De drones die boven ons land vliegen, vormen een ernstige bedreiging voor onze veiligheid, en voor de regering komt die bliksemafleider op het juiste moment. Plots gaat het immers niet meer over haar totale falen of over de gaten in de begroting, maar wel over de gaten in ons luchtruim.

En dan komt het veiligheidstheater, waar niemand nog de regie in handen heeft. In de Strategische Visie van minister Francken komt het woord drone amper voor, en als het er al in staat, dan is het voor 2032. Bovendien is de detectie gebaseerd op radiofrequentie, een techniek die vandaag al duidelijk achterhaald is. En heel stoer verklaart minister Francken dat hij Moskou wel zal aanpakken, maar ons eigen luchtruim blijft onbeveiligd.

De waarheid is simpel: het probleem vandaag is niet alleen de overvliegende drones, het probleem is dat de regering onvoldoende heeft geïnvesteerd in ons luchtruim en in onze veiligheid, noch in detectie, noch in neutralisatie. Alles wat nu komt, is achterhaald en veel te laat. De regering-De Wever bespaart liever op onze mensen, maar voor politieke showtjes, zoals de Theo Francken F-35-show, is er wel altijd geld.

Mijnheer de minister, wie zit hierachter? Welke bewijzen hebt u daarvan? De conclusie van minister Francken na de Nationale Veiligheidsraad was dat we het luchtruim wel vanaf januari zullen versterken. Waarom gebeurt dat pas vanaf januari? Wat met de komende maanden? Zijn onze mensen nog wel echt veilig?

Franky Demon:

Sinds 30 oktober is het duidelijk dat onze veiligheid wordt bedreigd door drones boven kazernes en luchthavens. Er zijn cyberaanvallen op onze systemen en fake news zaait verwarring bij onze burgers. Dit is geen toeval meer, dit is georganiseerd. Daarom moeten wij ons ook beter gaan organiseren. Voor cd&v kan ons antwoord zich niet beperken tot het militaire aspect. Veiligheid is veiligheid. Wat we investeren in defensie moet ook onze binnenlandse veiligheid versterken. De dreiging stopt niet aan de kazernepoort, zoveel is duidelijk. Het kan niet zijn dat wanneer een drone over een militaire basis vliegt Defensie daarvoor bevoegd is, maar zodra die drone zich daarbuiten bevindt, hij onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester valt.

Defensie, politie, inlichtingsdiensten en lokale besturen moeten als één team werken, met dezelfde informatie en dezelfde strategie. We moeten voorbereid zijn. Daarom is een duidelijk plan van aanpak, met afspraken tussen Defensie, binnenlandse besturen en lokale besturen, meer dan ooit nodig. Dat plan moet waterdicht zijn. Het defensiebudget is er. Zorg ervoor dat die middelen ook de politie en de civiele veiligheid versterken, want veiligheid is overal noodzakelijk. De Russen houden ook geen rekening met het verschil tussen Kleine-Brogel, Brussels Airport of Oostende.

Welke afspraken heeft de Nationale Veiligheidsraad gemaakt om met een zo breed mogelijk plan een zo breed mogelijke aanpak te realiseren, zodat alle locaties in ons land beschermd blijven?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ons land is deze week het slachtoffer van een aanval in de hybride oorlog, zoveel is duidelijk. Er zijn drones boven onze militaire domeinen, drones boven onze luchtmachtbasissen en drones boven onze nationale luchthaven in Zaventem. Daarnaast zijn er al een hele week cyberaanvallen en is er al een hele week beïnvloeding op sociale media.

Beste collega's, dit is niet onschuldig. De cyberaanvallen schaden onze koopkracht en onze zorginstellingen. Een stilgelegde luchthaven kost onze economie handenvol geld. De combinatie van drones en vliegtuigen is ronduit gevaarlijk. Dit kan leiden tot ongelukken.

Het is heel duidelijk – ik herhaal het –, iemand is ons hier aan het testen en pesten. Het is ook duidelijk dat we ons niet mogen laten intimideren, dat we het hoofd koel moeten houden, kalm moeten blijven en dit vooral gecoördineerd moeten aanpakken. Daarom ben ik heel blij dat de Nationale Veiligheidsraad vandaag is samengekomen.

Mijnheer de minister, ik heb slechts één heel eenvoudige vraag voor u. Kunt u toelichten wat daar werd beslist om de veiligheid van ons allen te verbeteren?

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, ces derniers jours, notre pays a connu des survols de nos aéroports et de nos installations militaires par des drones, des cyberattaques et des opérations de désinformation.

Soyons clairs, la Belgique subit actuellement une série d'attaques hybrides coordonnées, venant probablement d'une puissance étrangère. Pourquoi? Parce que nous soutenons l'Ukraine, parce que nous hébergeons l'OTAN et l'Union européenne, parce que nous sommes des fervents défenseurs de la démocratie et de la liberté.

L'objectif de ces actions: nous intimider, nous obliger à changer de politique. Quelle prétention, quelle hubris! Du duc d'Albe à Joseph II, de Napoléon à Guillaume d'Orange, du Kaiser à Adolf Hitler, beaucoup ont cru pouvoir faire plier définitivement le peuple belge. Non, nous n'avons pas plié. De tout cela résulte notre devise: l'union fait la force.

En ces temps de trouble, ces mots doivent résonner. Nous devons reconnaître que nous avons été dépourvus face à l'intrusion des drones. C'est clair. Nous payons trop d'années de négligence de la mission fondamentale de l'État: assurer la sécurité de la population face aux menaces internes et externes.

Sans défense active, pas de paix. Notre État va faire face, avec ses alliés de l'OTAN et de l'Union européenne. Nous développons un plan stratégique d'ampleur et nous procurons les moyens qui permettront de protéger nos infrastructures essentielles et militaires et de faire face à ce nouveau type de menace. Préparer et assurer face aux attaques hybrides sera un des enjeux essentiels des prochaines années.

Monsieur le ministre, nos citoyens sont inquiets. Un Conseil national de sécurité s'est réuni en urgence ce matin. Il a pris des mesures positives pour faire face à la situation. Néanmoins, la protection de notre espace aérien et des infrastructures critiques face à la menace de drones demande des mesures structurelles à moyen terme. Quelles mesures sont-elles envisagées pour assurer la protection de toutes nos infrastructures critiques – j'insiste sur le mot "toutes" – et dans quel délai?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, il est évident que les événements que nous connaissons depuis quelque temps – à savoir des drones qui survolent des zones sensibles – constituent un danger, notamment pour nos aéroports. Du reste, en 2024, 31 000 drones avaient déjà été signalés au-dessus de zones sensibles. Donc, le problème n'est pas récent.

Nous nous heurtons à un véritable problème de réglementation, puisque 200 000 drones ont déjà été vendus dans le Benelux et que seuls 37 000 pilotes ont été enregistrés. J'aimerais dès lors savoir ce qui est prévu à cet égard.

À votre sortie du Conseil national de sécurité, monsieur le ministre, vous avez appelé au calme. Je ne peux que vous rejoindre sur ce point: nous devons en effet garder la tête froide. Il ne serait d'aucune utilité de céder à la panique, et il faut éviter de prendre rapidement des décisions malencontreuses ou qui rateraient leur cible. Entre-temps, nous devons attendre les résultats de l'enquête. Ce dont nous avons besoin avant tout est de connaître la vérité. S'agit-il de simples signalements? Concernent-ils uniquement des drones? M. Francken avait en effet indiqué que certains signalements visaient des avions qui volaient à basse altitude.

Par conséquent, des éclaircissements sont nécessaires. Quels drones étaient impliqués? Qui les pilotait? Et dans quel but? La seule chose dont nous soyons certains, pour l'instant, monsieur le ministre, est que nous ne savons pas grand-chose. Nous devons examiner la situation avant de tirer des conclusions.

Monsieur le ministre, vu qu'une enquête est en cours, disposez-vous déjà d'éléments susceptibles d'éclaircir aujourd'hui la situation?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, y a-t-il encore un pilote dans l'avion Belgique? Y a-t-il encore un ministre fédéral de l'Intérieur dans ce pays? Votre gouvernement est incapable d'adopter un budget mais aussi d'assurer la sécurité des Belges sur terre et dans les airs. Les trafiquants de drogue prennent le pays en otage. Quel est votre réponse en tant que chef de la police? Des policiers en plus? Non. Des moyens en plus pour la Justice? Non. Mais vous téléphonez à Theo Francken et vous lui dites: "Refile-moi tes jeunes recrues du service volontaire pour les mettre dans la rue dès 2027". Il faut arrêter ces improvisations ou ces formes de sparadraps. Vous êtes ministre, nous avons besoin d'action, monsieur le ministre.

Face aux drones qui survolent nos infrastructures critiques – aéroports, casernes, camps militaires, centrales nucléaires, etc. –, c'est rebelotte! Pendant que des drones prennent le ciel belge à l'assaut, on ne vous voit pas. Ce sont des camionnettes de la police locale, mes petits policiers locaux – je suis également bourgmestre – qui ont dû littéralement courser ces drones alors qu'ils s'évanouissaient dans la nature. C'est quand même un comble. C'est le pays de Magritte. Je n'arrête pas de le répéter.

La fermeture de nos aéroports bruxellois et liégeois cette semaine a créé un chaos sécuritaire une fois de plus. Éviter de tels survols relève de votre responsabilité et de celle du ministre Crucke également. Cela fait des semaines que ces incidents se multiplient et il aura fallu en arriver là pour qu'enfin, eindelijk , le premier ministre convoque ce matin un Conseil national de sécurité.

Je n'ai qu'une question à vous poser, parce qu'au-delà de la question de savoir qui se cache derrière ces drones, il faut évidemment faire toute la lumière et surtout garantir la sécurité de nos concitoyens et de nos sites critiques. Monsieur le ministre, qu'a-t-il enfin été décidé au Conseil national de sécurité pour assurer la sécurité des Belges et de nos infrastructures civiles?

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos très nombreuses questions sur ce sujet.

Mardi soir, plusieurs vols de drones ont été constatés au-dessus de plusieurs aéroports, celui de Zaventem – qui n'est pas seulement un aéroport civil, mais aussi militaire avec celui de Melsbroek – ainsi que ceux de Liège et Anvers. Des vols de drones ont également été constatés au-dessus de plusieurs bases militaires et installations critiques et sensibles. Il s'agissait d'une action organisée, concertée par ce qu'on appelle en langage diplomatique "des acteurs inamicaux".

Naar aanleiding van deze gebeurtenissen heb ik de eerste minister gevraagd de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Die vergadering heeft vanochtend plaatsgevonden. Ze gaf ons allereerst de kans de rapporten van de veiligheidsdiensten te analyseren. Ik wil hier graag hun uitstekende werk en hun goede samenwerking benadrukken.

Je n'entrerai évidemment pas dans les détails pour des raisons de sécurité évidentes. Ce Conseil national de sécurité a permis de continuer et de faire aboutir une bonne partie du travail déjà entamé depuis plusieurs mois entre administrations et cabinets responsables, contrairement à ce que j'ai pu entendre.

À la suite du CNS de ce matin, je vous confirme notre stratégie en trois axes: détecter, identifier et neutraliser. Au niveau de la détection, face à une menace qui évolue de jour en jour, nos installations doivent être modernisées et renforcées pour être toujours plus performantes.

Dit valt onder de verantwoordelijkheid van Defensie, maar ook die van skeyes, die allebei over zeer specifieke expertise, financiële middelen en toestellen beschikken.

Mijn collega van Defensie heeft ons vanmorgen een voorstel gepresenteerd om de middelen van het leger op dit vlak te versterken. Die middelen zullen uiteraard ook voor de beveiliging van onze kritieke en gevoelige sites kunnen worden ingezet, zowel op civiel als op militair vlak, zoals in het regeerakkoord werd bepaald.

C'est ce que nous appelons, dans le langage convenu, le dual use de ces moyens.

Je vous confirme par ailleurs que le Conseil national de sécurité a décidé d'adapter, en fonction du plan stratégique de la Défense, le Centre national de sécurité de l'espace aérien (NASC), situé à Beauvechain, d'ici le 1 er janvier 2026. Lorsqu'un drone est détecté, il faut pouvoir l'identifier. Nous avons donc décidé la mise en place d'un système d'enregistrement de drones et de leurs opérateurs plus large et plus performant que le système actuel, et ce, sous la houlette du ministre de la Mobilité. Cela doit nous permettre d'opérer beaucoup plus rapidement la distinction entre une utilisation agréée et une utilisation potentiellement malveillante, ainsi que de faciliter l'identification des opérateurs de drones.

Une fois détecté et identifié, et s'il est avéré que le drone représente un danger, il faut pouvoir le neutraliser. Sans préjudice des obligations des acteurs privés, les drones suspects sur l'ensemble du territoire national peuvent, lorsque cela est jugé nécessaire pour des raisons de sécurité, d'intégrité territoriale et de souveraineté ou pour la protection du droit à la vie, être neutralisés, selon le cas, par une intervention policière ou militaire, en veillant à prévenir et à limiter autant que possible les dommages collatéraux.

Pour ce qui concerne le reste de l'espace public, la police a un rôle central à jouer, qu'elle soit fédérale ou locale. Il n'y a pas de petite police, monsieur Lacroix. J'ai demandé d'adapter et de renforcer le cadre de contrôle et d'intervention de la police à ce phénomène. Celui-ci permettra à nos forces de l'ordre d'intervenir justement dans un cadre solide et clair, implémenté tant au niveau de la police fédérale que locale ainsi que par le Centre de crise national.

Nous évaluerons les moyens matériels et humains nécessaires pour la lutte contre les drones en nous appuyant également sur les moyens renforcés de l'armée.

Dit moet het mogelijk maken om sneller het onderscheid te maken tussen recreatief gebruik en potentieel vijandig gebruik en om de identificatie van droneoperatoren te vergemakkelijken.

Met betrekking tot de kritieke en gevoelige infrastructuur en de militaire sites zullen de expertise en de bijkomende middelen van het leger ons in staat stellen om ons arsenaal aanzienlijk te versterken.

Tegelijkertijd zullen we deze kwestie ook op Europees niveau aankaarten. Ik ben in gesprek met landen die recent met dezelfde problematiek werden geconfronteerd, met name Denemarken, Duitsland en Nederland, en met de Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken, de heer Brunner. Mijn diensten hebben ook contact gehad met Polen, Duitsland, Denemarken en Litouwen.

Enfin, je peux vous annoncer que le sujet sera à l'agenda du Conseil Justice et Affaires intérieures des 8 et 9 décembre prochains à Bruxelles.

J'aimerais ici terminer par un message clair. Nous comprenons évidemment l'inquiétude que ce phénomène peut représenter et certainement dans le contexte international. Ce gouvernement et l'ensemble des services de l'État prennent les choses en main avec calme et détermination et dans le cadre d'une communication maîtrisée. Nous pourrons pour cela nous appuyer sur une stratégie coordonnée et une volonté sans faille. Je vous remercie.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw gedetailleerd antwoord. Ik heb drie opmerkingen.

Ten eerste, we hebben nood aan één baas in het luchtruim. Boven de kazerne is Defensie bevoegd, maar eenmaal het kazerneterrein verlaten, moet het werk door de combi of helikopter worden uitgevoerd. Dat is onwerkbaar.

Ten tweede, u hebt terecht verwezen naar de internationale aanpak. Het is heel goed dat u die initiatieven neemt. Er werd verwezen naar het Maritiem Informatiekruispunt, maar ik kan u meer vertellen, collega De Vreese. De vorige regering heeft geïnvesteerd in het North Sea Platform. Dat is een platform om op een beveiligde manier informatie in realtime uit te wisselen.

Ten derde, we weten allemaal dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is om een dergelijk toestel te neutraliseren. We beschikken echter over een groot voordeel. Onze privésector, dus onze bedrijfswereld, is klaar om met ons te experimenteren. Wij hebben DronePort in Sint-Truiden. Ga daarmee alstublieft aan de slag. Dat is een opportuniteit voor onze veiligheid.

Maaike De Vreese:

Collega’s, nog niet zo lang geleden associeerden we drones met iets dat we onder de kerstboom legden als cadeautje, als speelgoed voor onze kinderen. Nu bevinden we ons in een volledig andere situatie, waarbij we moeten wensen dat onder de kerstboom voor onze veiligheid en voor onze inlichtingendiensten antidronecapaciteit klaarligt.

Mijnheer de minister, daarvoor moeten we de krachten bundelen. Dat hoeft inderdaad niet allemaal vanuit de overheid te komen. We hebben heel wat mooie technologiebedrijven die klaarstaan om samen te werken, niet alleen met onze politiediensten, maar ook met Defensie.

De tijd is rijp om die krachten te bundelen, want de uitdagingen op dat vlak zijn heel erg groot.

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, nous ne devons donc pas avoir peur. Nous devons prendre cela au sérieux.

Nous aurions sans doute pu être un peu mieux protégés, monsieur Lacroix. Si, en matière de lutte contre les drones, au niveau du département de la Défense, sous la précédente législature, davantage d’initiatives avaient été prises, peut-être serions-nous mieux protégés. Votre intervention est un peu fort de café, monsieur Lacroix; je pense, en effet, que votre parti a une grosse responsabilité en la matière.

Pour terminer, monsieur le ministre, j’appelle tout de même de mes vœux – au-delà de ce que vous avez provoqué aujourd'hui, c'est-à-dire la coordination des moyens de réaction – la mise en place dans notre pays d'un seul département anti-drones. C’est ainsi que cela fonctionne dans les autres pays. Selon moi, c’est ainsi que nous devrons fonctionner. Par ailleurs, pour faire la transparence également pour les Belges, je demanderai au Comité R un rapport sur l’origine de la menace.

Britt Huybrechts:

Minister, van geen zakenkabinet en geen orde op zaken gaan jullie naar meer taksen voor de Vlaming, naar een peperduur migratiebeleid met gaten, naar gaten in ons luchtruim en in onze veiligheid.

Eigenlijk is er maar één ding dat u en uw collega-minister Francken nu nog kunnen doen: neem de verantwoordelijkheid op voor jullie falend beleid, de gemiste investeringen en achterhaalde beslissingen, en neem ontslag.

Maar kijk, de goede vriend van Bart De Wever, de Koning, gelooft misschien nog in jullie. De bevolking echter allang niet meer.

Als ik deze foto zie, meen ik dat u er zelf niet meer in gelooft. De drones vliegen in het rond, maar de regering blijft hangen.

Franky Demon:

Mijnheer de minister, u gaf het vanmorgen zelf al aan, en u herhaalde het op het einde van uw antwoord: de kalmte bewaren is belangrijk.

Naast kalmte is er ook nood aan voorzichtigheid. We dienen onze woorden zorgvuldig te wikken en te wegen. We hoeven niet alle kaarten op tafel te leggen wanneer we weten dat we in het oog gehouden worden. We moeten beseffen dat elke uitspraak, van mij, van u en van uw collega’s, tegen ons gebruikt kan worden. Laten we vooral dus geen olie op het vuur gooien. Laten we samenwerken aan een gemeenschappelijke nationale strategie om ons te wapenen tegen die nieuwe hybride dreiging.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.

Ik wil mijn repliek beginnen met een vraag aan de collega’s van zowel de N-VA als de MR. Stop alstublieft met naar het verleden te verwijzen, stop alstublieft met naar Vivaldi te verwijzen. Dit gaat over onze veiligheid. Dit overstijgt regeringen. Dit overstijgt partijbelangen. Het NASC is opgericht onder minister Dedonder, onder de vivaldiregering. Dus, alstublieft, de situatie is veel te ernstig om er politieke spelletjes van te maken.

Mijnheer de minister, we moeten dat nauwgezet blijven opvolgen, gecoördineerd en gedisciplineerd. Ik en mijn fractie hebben althans alle vertrouwen in onze diensten, alle vertrouwen in ons defensiepersoneel, alle vertrouwen in ons politiepersoneel. We weten immers wat we hier verdedigen: we verdedigen onze welvaartsstaat, we verdedigen onze democratische waarden, we verdedigen onze solidariteit.

Stéphane Lasseaux:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je voudrais ici témoigner de toute la confiance qu'on peut porter à l'ensemble de nos forces armées, soit à notre Défense, qui fait face aux ennemis extérieurs; confiance en notre sécurité intérieure et interne telle qu'elle est sainement sollicitée; confiance en nos services de renseignement qui, chaque jour, sont sur la brèche; confiance en notre diplomatie qui travaille sans relâche au renforcement de nos alliances; aussi et certainement confiance en nos citoyens qui soutiennent cette assemblée et, par elle, l'action du gouvernement.

Tous ensemble, nous devons faire en sorte que, toutes et tous, nous puissions protéger une démocratie que nous défendons et certainement aussi nos libertés.

Je voudrais dire à tous: restons vigilants , keep calm and carry on. C'est ce qu'on disait lors du dernier conflit mondial, mais c'est ainsi que nos adversaires connaîtront la défaite. Nous ne plierons pas, l'union fait la force, rassemblons-nous tous, ici, ensemble, pour pouvoir défendre notre Belgique.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, j'attendais une réponse sur l'avancée de l'enquête et s'il y avait des éléments déjà disponibles pour pouvoir dissiper un peu le flou dans lequel on est aujourd'hui.

Avant de prendre des décisions et avant d'agir, il faut d'abord établir la vérité et savoir ce qui se passe concrètement pour ne pas prendre des mauvaises décisions, pour ne pas faire de mauvais investissements et ne pas céder à la panique. Parce que la panique peut être instrumentalisée par ceux qui ont d'autres intérêts, par les marchands d'armes qui veulent vendre tous azimuts leurs armes, par les défenseurs de la course à l'armement, qui vont utiliser cet épisode pour renforcer leur idée d'achats militaires. Donc, nous devons rester calmes, garder la tête froide et ne pas agir dans la précipitation, mais agir seulement quand on est sûr des informations que nous avons.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, le collègue Weydts demandait au collègue Ducarme d'être fair-play. C'est attendre l'impossible, c'est comme attendre un budget pour l'Arizona.

Cela étant dit, monsieur le ministre, c'est magnifique, uitstekend, proficiat! Bonne nouvelle, bonne nouvelle! On va enfin interdire les drones illégaux, c'est magnifique! Et on a obtenu 50 millions d'euros, mais qui ne concernent que les sites militaires. Rien pour le civil, rien pour la police fédérale, pas un euro pour l'Intérieur. En tant que petit bourgmestre d'une petite commune avec une petite police qui n'est pas équipée pour lutter contre les drones, je dis que ma petite police locale, que je chéris, va devoir être en état d'alerte devant la centrale nucléaire de Tihange si un survol des drones se manifeste. Vous trouvez ça normal? Moi, pas. C'est le job de la police fédérale, c'est votre travail, agissez!

Voorzitter:

We zijn aan het einde van het vragenuurtje gekomen. We gaan nu over tot het wetgevend werk. Uw dienaar zal nu plaatsnemen in het halfrond. Ik verlaat dus deze hoge, neutrale positie en vraag aan collega Reuter om voor te zitten. Voorzitter: Florence Reuter, ondervoorzitster Président: Florence Reuter, vice-présidente.

economie en werk

Het banenverlies in de Antwerpse chemiesector
De impact van het grote aantal collectieve ontslagen op de industriesector
De wake-upcall voor de eurocraten inzake onze industriële toekomst
De malaise in de industrie
De verslechterende economische situatie en de dalende koopkracht
De crisis in de Europese industrie, banenverlies, economische neergang en dalende koopkracht

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 23 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de crisis in de Belgische industrie, met name de 600 ontslagen bij BASF Antwerpen, symbool voor structurele achteruitgang door hoge energiekosten, loonkosten, Europese regeldrift en gebrek aan competitiviteit. Critici (N-VA, cd&v, PVV, PTB) hekelen de passiviteit van minister Clarinval (MR)—geen concrete maatregelen, te trage hervormingen, afhankelijkheid van dure energie-importen—terwijl hij arbeidskostenverlaging, energienormen en het "Make 2025-2030"-plan als oplossingen naar voren schuift, maar zonder tastbaar resultaat. Europa’s bureaucratie en het ontbreken van een Belgisch industriebeleid verergeren de neergang, met oproepen tot deregulering, publieke energinievesteringen en snellere hervormingen. De oppositie eist directe actie en verantwoordelijkheid, terwijl de regering blokkeert op budgettaire twisten en gebrek aan urgentie.

Steven Coenegrachts:

De regering staat stil, de eerste slachtoffers vallen: 600 jobs weg bij BASF. 600 persoonlijke en familiale drama’s. En het zullen niet de laatste zijn.

Ik weet dat na mij collega’s van de N-VA en cd&v komen, die zullen zeggen: Europa moet meer doen. Maar, minister, de vraag is wat u al hebt gedaan. Wat heeft Arizona al gedaan? Op één iets na is het antwoord heel gemakkelijk, namelijk niets. Niets voor de bedrijven, niets voor de industrie, niets voor onze jobs en onze welvaart. Veel geblaat, maar heel weinig wol.

Nochtans, minister, wist u vanaf dag één wat het grote struikelblok van onze energie-intensieve bedrijven, van onze industrie, is: de hoge energiefactuur. Vanaf dag één wist u ook wat de oplossing daarvoor is: een korting op de energiefactuur. Dat lag allemaal klaar. Alles was voorbereid. Maar u deed daar niets mee. Het is schuldig verzuim.

Ondertussen wachten we in dit Parlement op flexibelere nachtarbeid, op meer overuren, op de pensioenhervorming. Ik zal het hier zelfs niet hebben over de begroting. Mijnheer de minister, uw regering staat stil, de slachtoffers vallen. Wat zult u doen?

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, met meer dan 36 jaar ervaring in de chemiesector heb ik zelf gezien hoe een toonaangevende werkgever in de Kempen, ooit een bron van welvaart voor honderden gezinnen, vandaag vecht om te overleven. Een bedrijf dat niet alleen directe, maar ook talloze indirecte jobs mogelijk maakte. Een bedrijf waar we als Belgen trots op mogen, maar vooral ook moeten zijn.

Vandaag verdwijnen er bij BASF 600 banen, niet door een gebrek aan expertise, maar door een nieuwe realiteit die de sector treft. De hele industrie gaat gebukt onder hoge energiekosten, trage procedures en een torenhoge loonkost. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor zijn van onze welvaart stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese ondernemingen groeien en bloeien en dat ten koste van onze eigen bedrijven. Niet met cd&v.

Besturen is voor cd&v meer dan bijsturen, maar wel investeren in onze mensen en bedrijven en investeren in economische groei, zodat iedereen er beter van wordt, zodat we onze jobs hier kunnen houden en opnieuw kunnen meespelen met de grote spelers. Daarom hebben we nood aan een fundamentele omzwaai voor onze industrie. Op een economisch kerkhof kan men geen sociaal of duurzaam beleid voeren.

Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat België zijn concurrentiekracht herwint en dat onze industriële werkgevers opnieuw vertrouwen krijgen om in ons land te investeren?

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, het weerbericht van vandaag luidt code geel voor het binnenland en code oranje voor de kust, maar voor onze economie luidt het code rood.

Transportbedrijven moeten aantonen dat elke liter brandstof mensenrechtenproof is. Onze eigen chocoladeproducenten riskeren boetes als hun cacaoleveranciers in Ghana niet voldoen aan Europese klimaatnormen. Ik denk aan de dopjes op de flesjes en aan de regels – tot voor kort – over hoe krom bananen mochten zijn. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van de regeldrift van Europa.

Europa is elke voeling met de realiteit kwijt. Het is dan ook logisch dat de Verenigde Staten en Qatar dreigen de gaskraan dicht te draaien en dat BASF 600 jobs schrapt en dat allemaal door richtlijnen bedacht door eurocraten zonder voeling met de werkvloer. De eigen regulering duwt de Europese industrie in zwaar weer: geen energiezekerheid, torenhoge energie- en loonkosten en daarbovenop een administratieve nachtmerrie.

We moeten niet denken dat we als Europese Unie de wereld kunnen reguleren. It is time to wake up from this European-centrist illusion . Onze concurrenten investeren in groei, terwijl wij investeren in idealisme zonder realiteitszin.

Mijnheer de minister, zult u binnen de Europese Raad op tafel slaan en pleiten voor meer economisch realisme, voor deregulering en voor minder rapportverstikking? Geef onze industrie zuurstof en vertrouwen. Dank u.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, 600 jobs verdwijnen bij BASF in Antwerpen. Opnieuw een groot industrieel bedrijf in België dat afdankt. En ik, ik weet wat dat is om afgedankt te worden. Na jarenlang hard werken in de fabriek, plotseling aan de deur te worden gezet, dat snijdt diep. We hebben Arlanxeo gehad, we hebben Agfa gehad, ExxonMobil, Total, Evonik, Covestro, Ineos. De maakindustrie, het kloppende hart van onze welvaart, dat bloedt dood.

Rechts komt hier al jaren toeteren dat de loonkost het probleem is. Mijnheer de minister, mijnheer Ronse, wat zegt het Federaal Planbureau? De energiekost is te hoog. Wat zegt chemiefederatie Essenscia? De energiekost, dat is het probleem. Als we uit de crisis willen geraken, dan zullen we die energietransitie wel zelf in eigen handen moeten nemen. Dan moeten we stoppen met die vuile deals te sluiten met Trump om het duurste en meest schadelijke schaliegas te importeren vanuit de VS. Dan moeten we afstappen van het versleten, liberale model waar ENGIE Electrabel zowel de productie als de prijs bepaalt. Wij hebben echt nood aan een grootschalig publiek investeringsplan voor hernieuwbare energie en om ons elektriciteitsnetwerk te moderniseren. Dat is de toekomst voor onze industrie.

Ik heb één duidelijke vraag voor u, mijnheer de minister. Heeft onze industrie eigenlijk volgens u nog een toekomst in België? Zo ja, bent u bereid af te stappen van het liberale energiemodel en te gaan voor echte publieke investeringen?

Sophie Thémont:

Monsieur le vice-premier ministre, aujourd'hui, c'est la crise, mais c'est aussi la crise pour les travailleurs, pour les familles, pour les pensionnés et pour les étudiants. Par quoi répondez-vous? Par une crise au sein du gouvernement. Savez-vous ce qui se passe? Au MR, vous êtes tétanisés parce que vous vous rendez compte que vous ne savez pas tenir vos promesses de campagne. On croyait qu'on allait avoir affaire à des ingénieurs. Aujourd'hui, on a des amateurs sans cœur. Qui supporte les efforts budgétaires aujourd'hui? Les pensionnés, les familles et la classe moyenne.

Vous avez été incapables de vous mettre d'accord sur un chiffre pour le budget; incapables de produire ici une déclaration politique il y a dix jours; incapables de doter le pays d'un cap; incapables d'augmenter le revenu de 500 euros; incapables d'offrir des perspectives d'emploi et de reprise aux entreprises; incapables de relancer l'industrie. Vous l'avez vu à Anvers aujourd'hui, l'entreprise BASF va supprimer 600 emplois d'ici 2028.

Après sept mois, vous avez raboté les pensions, bidouillé l'index, augmenté les soins de santé, augmenté le minerval, augmenté le prix de l'immobilier, supprimé les primes de nuit et tout va devenir plus cher. Vous avez trahi la classe moyenne et les pensionnés.

J'ai quand même une petite chose à vous dire. Ce n'est pas moi qui le dit, mais la presse, et quelqu'un de chez vous sous le couvert de l'anonymat. Votre paralysie au MR vient du fait que vous avez un peu les chocottes, monsieur Clarinval, que la classe moyenne se venge aujourd'hui. J'ai une simple question pour vous, à titre personnel. À combien estimez-vous l'effort que doit faire ce gouvernement?

David Clarinval:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, de intentie van BASF om tegen 2028 600 jobs te schrappen, bijna één job op vijf op de site in Antwerpen, is een duidelijk signaal: het gaat steeds slechter met onze industrie. Volgens de informatie waarover ik beschik, zullen er geen gedwongen economische ontslagen plaatsvinden, conform de akkoorden die met de sociale partners over de werkzekerheid zijn gesloten. BASF wijst erop dat de onderneming er alles aan zal doen om de transitie naar een andere job te bevorderen. Ik moedig uiteraard directie en vakbonden aan om een serene sociale dialoog te blijven voeren met oog voor oplossingen voor de betrokken werknemers.

BASF is helaas geen alleenstaand geval. Wat er vandaag gebeurt, toont een structurele verzwakking van de industriële competitiviteit van ons land aan. Volgens het Federaal Planbureau blijft het aandeel van de industrie in onze economie dalen. Het aandeel van de maakindustrie in de toegevoegde waarde van België is gedaald van 20 % in 1995 naar 12 % in 2023, een daling met bijna de helft. Het aantal jobs is afgenomen van 680.000 in 1995 tot 510.000 in 2023, ofwel 170.000 jobs minder. Die evolutie is niet houdbaar als we onze productieve basis, onze jobs en ons vermogen om waarde te creëren, willen behouden.

Ik heb het al herhaaldelijk gezegd. Competitiviteit is mijn prioriteit, zij is geen optie, zij is een voorwaarde voor onze welvaart. Zonder competitiviteit zijn er geen investeringen, geen innovatie en geen duurzame werkgelegenheid.

De regering heeft al concrete maatregelen genomen. Ten eerste verlagen wij de arbeidskosten met bijna 1 miljard euro tegen 2029. Ten tweede, samen met minister Bihet maak ik werk van de energienorm om de energiekosten te beheersen. Die kosten wegen immers zwaar op onze industriële sectoren, waaronder de chemie- en metaalindustrie.

Ten derde zullen mijn verschillende hervormingen van de arbeidsmarkt het bovendien mogelijk maken om de beschikbare talenten te mobiliseren en onze regels aan de economische en sociale realiteit aan te passen.

Onze beslissingen gaan in de goede richting, maar ze volstaan niet. We moeten verder en sneller gaan om de competitiviteit van onze economie te herstellen. Dat is de bedoeling van het plan Make 2025-2030. Dat plan wil onze industrie duurzaam versterken dankzij een nauwe samenwerking tussen de overheid en de economische partners. We moeten ook structurele hervormingen nastreven, met name op fiscaal vlak. Het doel is duidelijk. We willen snelle, meetbare en nuttige resultaten bereiken voor onze ondernemingen.

De competitiviteit wordt echter niet alleen in België bepaald, maar ook op Europees niveau. Daar gaat het echter niet snel genoeg. Mario Draghi zei ook al dat als Europa niet sneller wordt, het een risico loopt op slow agony , een trage verslechtering van zijn globale economische positie.

Aujourd'hui, un an après la remise du rapport Draghi, ce sont à peine 11 % des propositions dudit rapport qui sont mises en œuvre. Nous sommes trop lents, trop fragmentés, trop contraints par notre propre bureaucratie. On l'a encore vu hier avec le vote sur le CSRD et CS3D. C'est un échec regrettable.

La Belgique dispose d'atouts pour redevenir un acteur industriel fort en Europe. Ce travail exige de la cohérence et des mesures fortes. La compétitivité se construit pas à pas, réforme après réforme. C'est cette direction que le gouvernement fédéral doit poursuivre avec pragmatisme, avec constance et avec la conviction qu'une économie forte reste la meilleure garantie d'un modèle économique social solide.

L'annonce de BASF nous rappelle que chaque jour compte. C'était d'ailleurs tout le message qui avait été donné lors de la déclaration d'Anvers pour un pacte industriel européen. Et ce message doit évidemment aussi se traduire dans les discussions budgétaires que nous menons actuellement.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, wij horen nu al maanden aan een stuk dezelfde beloften en voorstellen, maar de vraag is wat u al hebt uitgevoerd. Wat hebt u al concreet gemaakt? Wat hebt u al veranderd? Welke wetteksten hebt u hier al ingediend? Over welke wetsontwerpen mogen wij stemmen? Wij staan klaar om die met onze fractie te steunen, maar hier ligt niets voor.

Collega’s, ik hoorde de voorbije uren in de wandelgangen heel wat speculatie over de val van de regering, maar waarover zou u vallen? U hebt nog niets beslist. Er is niets om over te vallen. Terwijl alle alarmbellen afgaan, doet u niets. Het is code rood, zei mevrouw Van Riet, maar wat doet u? U staat stil. U speelt verstoppertje achter de rug van Europa, dat het maar moet oplossen, mijnheer de minister. Kies voor actie.

Tine Gielis:

Dank u wel, mijnheer de minister. U geeft aan dat u een pact voor ogen hebt, waarmee u aan de slag zult gaan. Dat stelt mij al enigszins gerust, want we hebben in de media een duidelijk signaal gekregen.

We verwachten van u als minister dat u een katalysator voor een reset van de Belgische industrie zult zijn met het oog op het opkrikken van de concurrentiekracht. Dat is ook wat de bedrijven, de werknemers en de gezinnen van u verwachten. U zult daarvoor in cd&v zeker een bondgenoot vinden.

Wij kijken uit naar uw plan van aanpak waarmee we aan de slag kunnen, een plan dat onze industrie opnieuw vertrouwen en rechtszekerheid moet geven.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, we mogen niet langer de bureaucratische klucht van de Europese Commissie over ons heen laten komen. Onze motor van productiviteit en innovatie sputtert. Het beetje flexibiliteit dat we momenteel nog hebben op onze arbeidsmarkt, volstaat niet meer.

Ik ben blij dat u het Europees dogmatisch idealisme erkent en het wil vervangen door economisch pragmatisme, voor we een koffietafel voor onze industrie moeten organiseren.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, “Het gaat steeds slechter met onze industrie”, dat zijn uw woorden en u hebt gelijk. Dat staat toch in schril contrast met wat de heer Bouchez daarnet is komen verkondigen.

Het gaat slecht met onze industrie. Maar wat zult u eraan doen? U hebt geen enkel plan. U hebt daar geen enkel antwoord op gegeven. We blijven afhankelijk van gas uit de VS, we blijven afhankelijk van het liberale beleid. Elke job die vanaf vandaag verloren gaat door de hoge energiekosten, is uw verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van de regering. U staat ernaar te kijken en doet gewoon niet.

Het is duidelijk: u moet investeren; u moet de energiemarkt in eigen handen nemen. Dit zien we immers in het buitenland: waar men de energiemarkt in eigen handen neemt, presteert de economie veel beter.

Sophie Thémont:

Monsieur le ministre, je ne vais pas vous remercier pour vos réponses puisque vous n’avez répondu à rien. Je vous avais pourtant posé une seule question. Le premier ministre est absent, et vous, vous êtes complètement silencieux. Vous dites vouloir relancer l’économie. Je voudrais quand même vous rappeler que la Belgique, aujourd'hui, bat à nouveau un record de faillites. En septembre, il y a eu 1 219 faillites. C’est du jamais vu depuis 2013. C’est une augmentation de 2 % par rapport à 2024, et cela représente 2 542 emplois perdus. Vous qui venez avec toutes vos mesures, vous qui voulez augmenter le taux d’emploi à 80 %, vous ne répondez même pas aujourd'hui aux travailleurs et aux travailleuses de BASF qui vont se retrouver sur le carreau sans perspective. Laissez-moi quand même avoir une pensée pour eux. On le voit, vous êtes complètement perdu. Ce gouvernement est sans cohésion et sans boussole. Je vous l’ai déjà dit et je vous le redis: vous n’êtes absolument pas le ministre du travail.

economie en werk

Het uitblijven van de begroting en de daaruit voortvloeiende regeringscrisis
De begroting
De begroting
De begrotingscrisis
De aanslepende regeringscrisis en het uitblijven van een begroting
De begroting 2026 en het begrotingstekort
Het uitstel van de State of the Union en de begrotingsbesprekingen
Begrotingscrisis, uitblijvende begroting 2026 en aanslepende regeringsinstabiliteit

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 23 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De fiscale hervorming en begrotingscrisis in België dompelt de regering in chaos: ondanks de Europese eis van minimaal 10 miljard euro aan besparingen/inkomsten, zakken de ambities van 20 naar mogelijk niets, door blokkades, ideologische tegenstellingen (links vs. rechts) en gebrek aan structurele maatregelen. Alternatieven zoals belasten van superrijken, aanpakken van fiscale fraude of stoppen met fossiele subsidies (potentieel miljarden opbrengst) worden genegeerd ten voordele van besparingen op pensioenen, gezondheidszorg en sociale uitkeringen, wat massaal protest uitlokt (140.000 betogers) en de welvaartsstaat bedreigt. De regering-Van Peteghem benadrukt “doen wat nodig is”, maar concrete plannen ontbreken, terwijl de oppositie (Groen, PVDA, N-VA) onrechtvaardige lastenverdeling en gebrek aan visie aanklaagt—met als risico voorlopige twaalfden en verdere schuldopbouw. Italië wordt als voorbeeld gesteld (tekort teruggedrongen van 9% naar 3% BBP), maar België’s politieke versnippering en kortetermijndenken maken herstel onwaarschijnlijk.

Barbara Pas:

Mijnheer de minister, u moet toch een déjà-vugevoel hebben bij uw vele pogingen tot fiscale hervorming onder Vivaldi met de lekken, de veto’s, de niet-gehaalde deadlines en de steeds kleiner wordende bedragen? Van vele miljarden euro’s ging het toen naar 6 miljard euro, vervolgens naar 2 miljard euro, daarna naar 1,6 miljard euro en 1 miljard euro, om uiteindelijk op helemaal niets te eindigen. Mijnheer Ronse, Vivaldi had dan tenminste nog de State of the Union tijdig klaar. Het is inderdaad historisch dat wij daarop nu zo lang moeten wachten.

Ook nu lijkt het wel op een limbodans waarbij de stok steeds lager wordt gelegd. Eerst was er sprake van een inspanning van meer dan 20 miljard euro, vervolgens 20 miljard euro, daarna de volgens u noodzakelijke 16 à 16,5 miljard euro en nu is het nog 10 miljard euro. Zelfs dat lijkt niet te lukken.

Echter, 10 miljard euro is het minimum dat Europa oplegt. Dat is geen oplossing. Dat zorgt niet voor orde op zaken. Met dat bedrag blijft de overheidsschuld gewoon oplopen. In dat geval zullen wij de volgende jaren opnieuw geen tijdige State of the Union krijgen en zal de miljardenoefening telkens opnieuw moeten gebeuren. U kunt dan telkens opnieuw een btw-verhoging op tafel leggen.

Nochtans zijn er landen die er wél in slagen. Neem nu bijvoorbeeld Italië, dat altijd het zieke broertje van Europa is geweest. Dat land is nu echter op weg naar herstel. Het begrotingstekort werd op enkele jaren tijd teruggebracht van 9 % naar 3 % van het bruto binnenlands product. In 2026 zal het tekort onder die 3 % dalen. Meloni heeft natuurlijk niet voor de socialisten gekozen, maar voor een stabiele rechtse regering. Dat maakt wel een verschil.

De huidige regering is aan het surplacen om nog over de steile col te geraken. Binnen de tijdslimiet aankomen, lukt niet meer. Mijn vraag aan u is dan ook de volgende.

Is er een bezemwagen in aantocht? Bent u intussen bezig met het voorbereiden van voorlopige twaalfden?

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de minister, de leider van uw regering, Bart De Wever, schetst een doembeeld voor de toekomst. We staan aan de rand van de afgrond. De welvaartsstaat zal volledig instorten en ons land zal collectief verzeilen in armoede. Hij zegt echter: geen paniek, er is een oplossing, mijn oplossing. We gaan de pensioenen verlagen, we besparen op de gezondheidszorg, we viseren de vrouwen, de werkzoekenden en de zieken. Als we dat doen, dan kunnen we ons land redden. Dat is niet leuk, maar er is geen alternatief. There is no alternative.

Wel, daarmee ben ik het fundamenteel oneens. Er zijn wél alternatieven en we hebben die hier al geformuleerd. Maak werk van een degelijke bijdrage van de extreemrijken. Stop met de overdreven subsidiëring van fossiele brandstoffen. Zorg ervoor dat misbruik van managementvennootschappen wordt aangepakt. Dat zal miljarden opleveren. Mil-jar-den!

Mijnheer de minister, wij zijn niet de enigen die dat zeggen. Het ACV zegt net hetzelfde. Beweging.net zegt net hetzelfde. Net als wij stellen zij dat er wél alternatieven zijn. Zij smeken u, minister van de christendemocraten, zij zijn bastions van de christendemocratie, om die alternatieven op te pakken en te verdedigen.

Mijnheer de minister, stel dat er binnenkort nieuwe verkiezingen plaatsvinden en u gaat campagne voeren in De Pinte. Wat zult u dan zeggen aan uw kiezers? Zult u de boodschap van uw eerste minister verdedigen? Zult u zeggen dat er geen alternatief is en dat u een mandaat vraagt om opnieuw hetzelfde te proberen of zult u zeggen dat er wél alternatieven zijn en dat u op zoek zult gaan naar partners met wie u die alternatieven kunt uitwerken?

Mijnheer de minister, zijn er alternatieven, ja of nee? Dank u wel.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, dit zijn de bedragen die genoemd worden: 20 miljard euro, 16,6 miljard, 10 miljard, 6 miljard en dan opnieuw 10 miljard, of uiteindelijk niets. De regering goochelt met cijfers, wellicht omdat men niet kan toveren met resultaten.

Alle gekheid op een stokje, wat een chaos. U krijgt de begroting voor 2026 niet rond, u krijgt de meerjarenbegroting niet rond en, nog erger, u krijgt de hervormingen van het lente-, paas- en zomerakkoord niet rond. Ondertussen zijn we midden in de herfst.

Wat is het gevolg hiervan? We dreigen naar voorlopige twaalfden te moeten gaan, waarschijnlijk voor drie maanden, alsof we in lopende zaken zouden zitten. Mevrouw Pas zei dat dat een déjà vu is, maar het is du jamais vu . De zaken zijn niet lopend, ze zijn struikelend.

Ondertussen, mijnheer de minister, horen we u niet. Er is een radiostilte, terwijl de onzekerheid bij de mensen blijft groeien, over hun pensioenen, hun koopkracht, hun loon en de extra belastingen. Zonder akkoord, mijnheer de minister, geen hervorming en zonder hervorming, geen toekomst.

Onze fractie wil geen geld, mijnheer de minister. Wij willen duidelijkheid en vooral perspectief. Wie betaalt immers de factuur? Dat zijn altijd dezelfden: de mensen die werken, sparen en ondernemen, de middenklasse. Vandaag weten zij het niet meer. Komt er een btw-verhoging? Wordt het leven duurder? Welke belastingen zult u nog allemaal uitvinden? Komt de pensioenhervorming er nog of volgt er opnieuw uitstel of, nog erger, mijnheer de minister, afstel?

François De Smet:

Monsieur le ministre, je crois qu'il faut être honnête. Cela fera plaisir à M. Ronse: le constat de départ du premier ministre est juste. On ne peut pas continuer avec de tels niveaux de dette et de déficit. On ne peut pas continuer, que ce soit pour nous ou pour les générations ultérieures.

Le fond du problème, malheureusement, c'est que pour faire passer des mesures difficiles, il faut deux choses. Il faut que les mesures puissent être ressenties comme justes, et il faut un cap. L’Arizona n'a ni l'un, ni l'autre.

Il y avait un chemin, pourtant, pour ce gouvernement. Vous auriez pu la jouer à la Churchill. Vous auriez pu dire: "Ce sera dur. Il y aura du sang, de la sueur et des larmes, mais nous allons y arriver."

Mais ce n'est pas du tout le chemin que vous avez choisi. Vous avez préféré faire du Margaret Thatcher. Vous avez préféré nous dire: "Debout, bande de feignasses. Vous, les chômeurs qui, certainement, chômez tous depuis 20 ans sans aucun contrôle, réveillez-vous. Allez prendre cet emploi, même si cet emploi n'existe pas, même si vous n'êtes pas formés pour. Debout, les 520 000 malades de longue durée qui, certainement, faites tous semblant grâce à des médecins de complaisance. Levez-vous et allez travailler également."

Le message, c'est: "Regardez, nous avons trouvé le moyen d'exonérer de cotisations patronales les revenus au-delà de 240 000 euros et de faire un cadeau de 75 millions d'euros par an, mais nous allons quand même couper dans vos pensions, dans le plan Grand froid ou dans d'autres aides sociales".

Autrement dit, votre message jusqu'ici est tout sauf juste. Résultat: à ce stade, vous avez zéro cap budgétaire, vous avez une crise et vous avez quand même 120 000 personnes dans la rue. Bravo, les ingénieurs!

Monsieur le ministre, j’ai une seule question. Vous êtes supposé y répondre ici pour tout le gouvernement – et donc bonne chance. L'Arizona va-t-elle enfin réussir à se mettre à la hauteur des enjeux?

Il est temps pour ce gouvernement d'être clair, mais plus encore, il est temps pour lui d'être juste.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, dit land is ziek, langdurig ziek, vooreerst letterlijk. Het was net nog aan de orde. Er zijn 526.000 langdurig zieken. Daarvan is slechts één op zes tot zijn pensioen ziek verklaard, gerechtvaardigd ziek. De dag dat men daar iets aan wil doen, staan de mutualiteiten echter op hun achterste poten en staken de vakbonden. De vakbonden zijn tegenwoordig immers meer geïnteresseerd in het profitariaat dan in het proletariaat.

Wat ik ook zie, mijnheer de minister, is dat de toestand hopeloos is, maar voor sommige politieke partijen nog altijd niet ernstig. Ook voor politieke partijen die vandaag deel uitmaken van de meerderheid.

Ik zal nog een ziekte noemen. De pensioenkassen zijn leeg, ze zijn in palliatieve zorg. En waarom zijn ze vandaag in palliatieve zorg? Omdat we de pensioenen opgesoupeerd hebben.

Ik vind het jammer dat de heer Vandenbroucke al weg is. Ik wou hem nog eens herinneren aan zijn Zilverfonds. Er is 15 miljard in de zee gegooid in Oostende en men heeft gewacht tot het er in Nieuwpoort weer uitkwam, maar het is er niet uitgekomen. De pensioenkassen zijn leeggeroofd. Maar wie zet vandaag zijn voet dwars tegen de pensioenhervorming? De linkse kant.

Het gaat niet alleen over de pensioenhervorming. 25 jaar waren de liberalen aan de macht. Mijnheer Van Quickenborne, ik hoor u graag bezig, maar u bent er mee een oorzaak van. De heer De Croo is vijf jaar minister van Pensioenen geweest. 25 jaar aan de macht, maar er is geen enkele belastingdiscipline waarin België geen kampioen is.

We zitten nu in dat conclaaf. We horen dat er iets moet worden gedaan aan de belastingen. Maar dan zet iedereen zijn voet dwars. Wat zijn eerlijke belastingen, mevrouw Bertrand? Wel, dat zijn belastingen op het verbruik.

Mijnheer de minister, doe voort. Doe voort. Ik vraag u voort te doen. Ik vraag eigenlijk om minimaal 10 miljard te besparen. Het gaat om de toekomst van onze kinderen. Want al die mensen die hier zitten met boter op (…)

Voorzitter:

Dank u, mijnheer Dedecker.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de minister, u raakt er niet uit. De onderhandelingen blijven maar duren. Het was de bedoeling dat het anders zou verlopen dan in het verleden, maar op de radio wordt gezegd dat er een crisis is in de regering en dat u er niet uit raakt.

Wat is er aan de hand? Het eerste punt, dat zwaar moet wegen aan de onderhandelingstafel, is de druk van 140.000 betogers. U durft gewoon geen beslissingen te nemen, omdat u de druk van buitenaf voelt. Dat is ook normaal, want niemand heeft gestemd voor een btw-verhoging, een nieuwe pensioendiefstal en een pensioenleeftijd op 67 met een pensioenmalus. U voelt dus de druk.

Wat ik niet begrijp, mijnheer de minister, is dat er alleen maar wordt gezegd dat er geen alternatief is. There is no alternative. Tina, Tina, Tina, there is no alternative . Waarvoor dienen ministers dan? Als er geen alternatief is en u kunt niets anders beslissen, waarvoor wordt u dan betaald?

C'est toujours la même chose: il n'y a pas d'alternative. On ne sait rien faire d'autre. Mais pourquoi paie-t-on les ministres, alors, s'il n'y a pas d'alternative? C'est la question.

De heer De Wever zegt: Tina, there is no alternative, en heeft het over Margaret Thatcher . Onder Thatcher waren er echter twee recessies in Groot-Brittannië, er was een stijgende ongelijkheid, de werkloosheid steeg, er was de-de-industrialisatie in het land. Dat is het bilan van Margaret Thatcher. En u wilt dat gewoon toepassen in België. Komaan, waarmee bent u bezig?

Er zijn alternatieven. Laten we het even hebben over de taxshift, met 8 miljard minder voor de sociale zekerheid. Wie heeft dat goedgekeurd? De N-VA. Rechts graaft gewoon een gat. Ga het geld halen bij de superrijken. Dat is nog een alternatief. Stop echter geld te halen bij de gepensioneerden en de werkende klasse. Dat mag niet meer. Het volk is boos.

Mijnheer de minister, daarom vraag ik u wanneer u eindelijk met een deftig sociaal budget naar hier zult komen.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, ce n'est pas qu'on est déçu de vous voir, mais on aurait préféré pouvoir poser toutes nos questions au premier ministre.

Soit. Ici, tout ce qu'on sait au Parlement, ce sont des choses qu'on lit dans la presse ou qu'on sent, à travers notamment les annulations de commissions ou certaines choses qu'on entend dans les couloirs.

Tout d'abord, pouvez-vous nous dire combien de milliards vous voulez trouver? On entend parfois 20, parfois 10, parfois 6 milliards. Pouvez-vous nous dire quels sont les objectifs que vous vous êtes fixés au niveau budgétaire?

Nous savons aussi qu'il y a des tensions, je pense que c'est assez évident. Quand on entend que ça va être la "mère des batailles", jusqu'au finish, et que la réunion se termine à 18 h 00, on imagine qu'il y a dû y avoir quelques prises de bec, on ne sait pas entre qui et qui. Pouvez-vous nous dire, sur une échelle de 1 à 10, à quel niveau de tension se trouve le gouvernement?

On voit beaucoup d'idées passer. Il y a eu l'idée d'un saut d'index. On parlait d'abord d'un saut d'index pour tout le monde. Et puis, juste pour les allocataires sociaux. Pour rappel, dans les allocataires sociaux, il y a aussi les pensionnés. Allez-vous aussi faire un saut d'index pour les pensions? Est-ce que c'est ça l'idée? Et pour les fonctionnaires? Je pense qu'ils ont quand même déjà fait leur part.

Est-ce que ce sont de nouveau les mêmes qui vont être mis à contribution? Ou allez-vous enfin aller chercher l'argent là où il se trouve? Un malus pension plus rapide, pour les pensionnés? Ou une taxe sur les millionnaires? Ça, c'est une bonne idée, mais c'est directement hors de question.

Certains sont plus discrets. Pourriez-vous nous dire s'ils sont aussi discrets dans les négociations qu'ils le sont dans la presse? Comment cela se passe-t-il concrètement?

Par ailleurs, on n'entend jamais parler de la crise climatique, alors qu'on sait qu'elle va nous coûter bonbon! Pouvez-vous me dire si cette thématique apparaît quand même sur la table du gouvernement?

Vincent Van Peteghem:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, de regering heeft een gezamenlijke doelstelling: de welvaart van de huidige generatie en van de toekomstige generaties beschermen. Dat is wat onze burgers en onze ondernemingen, terecht, van ons verwachten.

De toekomst van onze welvaart, van onze economie, van onze veiligheid hangt af van de keuzes die we de komende dagen zullen maken. De oefening die voor ons ligt, is dan ook complex en uitdagend, want het is ook een erfenis waarvoor ieder van ons verantwoordelijkheid draagt, een erfenis uit tijden waar men gemakzuchtig één begrotingsjaar, één begrotingsoefening vooruitkeek. Door die aanpak zitten we vandaag in een context waar de rentelasten als een loden ketting rond de federale hals hangen.

Nous risquons en effet de consacrer près de 40 % de notre déficit aux intérêts dans quelques années.

De huidige regering wil het anders doen en neemt haar verantwoordelijkheid om di uitdaging structureel en met de blik op de langere termijn aan te pakken. De doelstelling is dan ook helder en staat in de regering ook niet ter discussie. Wat Europa van ons vraagt, zal het minimum zijn, maar de weg daarnaartoe vraagt tijd.

Nous avons besoin de mesures structurelles, qui tendent à renforcer le marché du travail, l'économie et notre sécurité, à maîtriser les coûts du vieillissement, à garantir des revenus équitables dans notre État-providence, et à lutter contre le gaspillage. Personne ne nie qu'un tel exercice comporte une dimension idéologique. Cependant, l'idéologie doit inspirer et non paralyser.

We moeten doen wat nodig is, niet wat gemakkelijk is. Wie vandaag niet doorpakt, zet onze economische groei en de ruimte om te investeren, op een zijspoor.

Nous devons faire ce qui est nécessaire, et non ce qui est facile. Si, aujourd’hui, nous reportons des choix difficiles, nous le paierons bientôt cash en termes de pouvoir d’achat, de compétitivité et de prospérité. Protéger notre État-providence est la mission la plus importante de notre génération.

De bescherming van onze welvaartsstaat is de belangrijkste opdracht van onze generatie. Als we vandaag geen geloofwaardige koers uitzetten, riskeren we een samenleving waarin het ieder voor zich is, veel sneller dan men zou denken. Dat kan en zal ik nooit aanvaarden. Daarom roep ik iedereen op om de komende dagen de juiste stappen te zetten: eerst over de eigen schaduw en vervolgens samen naar een begroting die geloofwaardig, sociaal rechtvaardig en economisch duurzaam is.

Barbara Pas:

De regering zou dit land financieel op orde zetten. Zelfs als er een akkoord van 10 miljard aan extra belastingen en besparingen op kap van de Vlamingen zou komen, dan slaagt u daar nog niet in. Veel van zijn eigen programma opofferen om aan een akkoord te geraken, kan Bart De Wever niet meer. Er zat immers al niet veel in. Toch staan er een groot aantal oplossingen in het N-VA-verkiezingsprogramma, oplossingen die ook in ons programma terug te vinden zijn, zoals de responsabilisering door een splitsing van de sociale zekerheid en door fiscale autonomie.

Mijnheer de minister, vorige week zei uw partijgenoot en voormalig minister Koen Geens het letterlijk in een interview: “Fiscale autonomie is een must.” U zegt dat er gedaan moet worden wat nodig is. Welnu, doe wat nodig is. Leg dat eens op tafel en stop met uw geknoei.

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de minister, u zegt: we moeten doen wat nodig is. Daarmee suggereert u dat er alternatieven bestaan, maar vervolgens komt daar niets van in huis bij de onderhandelingen over de maatregelen.

Vorige week zei Bart De Wever hier in het halfrond: “Als we geen moeilijke beslissingen kunnen nemen, dan zijn we niet capabel om te besturen.” Dat is echter niet wat hij bedoelde. Hij bedoelde: als jullie niet in staat zijn om mijn wil als wet te aanvaarden, dan zijn we niet capabel om te besturen.

Mijnheer de minister, verlos u van dat juk. Spreek u duidelijk uit over die alternatieven: bijdragen van de extreem rijken, stoppen met het misbruik van managementgenootschappen en stoppen met fossiele subsidies. Vecht daarvoor, want dat is wat ik hoor op straat en dat is waar Groen voor staat.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, wat blijft er over van uw beloftes? U zou het tekort terugdringen naar minder dan 3 %. Uw recepten zijn echter linkse recepten! U wilt de flexi-jobs onmogelijk maken, de studentenjobs zwaarder belasten en de ondernemers harder aanpakken. Dat zijn recepten om de groei kapot te maken!

U moet snoeien in de uitgaven, want het probleem van de begroting zit aan de uitgavenkant. Kijk naar de groeinorm en de gezondheidszorg. Kijk naar de langdurig zieken, de grootste fraude van de laatste jaren in ons land. Moeten de vakbonden de werkloosheidspremies nog uitbetalen? Focus op de kerntaken van de overheid. Voer de energienorm uit. Schrap de onnodige regels voor de kmo’s. Daarvoor zult u in ons een partner vinden. We steunen alles wat de groei kan aanzwengelen en de productiviteit kan stimuleren. Belasten is echter geen (...)

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie. On n'a rien appris, sauf qu'il y a toujours un ministre du Budget Arizona. C'est déjà ça!

La question classique en politique est de savoir s'il faut gouverner selon son électorat ou en fonction de l'intérêt général. Et le problème de votre gouvernement, ce sont ceux qui font entendre leur voix. Ceux qui sont le plus audibles sont ceux qui s'adressent toujours à leur seul électorat et ne veulent pas prendre de responsabilités pour toute la population. Et c'est ce qui vous pose problème. C'est le moment pour chacun de s'élever et de prendre toutes ses responsabilités. Celui qui refusera tout accord en se disant "je m'en fiche, tant que j'ai 30 % des électeurs qui votent pour moi", celui-là sera responsable de la crise.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, u gaf een mooi sermoen. Ik begrijp echter dat u niets kunt vertellen. Het conclaaf moet eerst worden beëindigd.

Ik hoor u heel graag opmerken dat iedereen over zijn schaduw moet springen. Ik heb echter een oplossing voor als dat niet gebeurt. In feite was deze speech voor de eerste minister bedoeld. Ik zal de oplossing evenwel geven.

Ik weet dat u een katholiek mens bent. U komt alleszins uit de katholieke zuil, hoewel ik weet dat uw partijvoorzitter de Heilige Drievuldigheid niet meer kent, maar hij kan er wel uitleg over geven.

Wat is er gebeurd in het Vaticaan in de dertiende eeuw? Toen kwam men ook niet uit het conclaaf. Na twee jaar en negen maanden werden de deelnemers eerst op water en brood gezet, maar het lukte nog niet. Vervolgens is het dak weggenomen van de Sixtijnse kapel. Wat gebeurde er? De deelnemers bevielen van de oplossing.

Laten we desnoods dus het dak wegnemen van de Wetstraat 16, dan krijgen we een oplossing.

Voorzitter:

Collega Dedecker, mij wordt verteld dat het daar binnenregent. U bent dus al gedeeltelijk op uw wenken bediend.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de minister, u zegt dat het probleem is dat de regeringen in het verleden steeds slechts één begrotingsoefening vooruit dachten, maar in 2015 was er iemand die daar anders over dacht en dat was Bart De Wever. Op de vraag in een interview in 2015 waarom de taxshift ondergefinancierd is, antwoordt hij: “Het klopt dat de taxshift niet voldoende gefinancierd is. Men heeft doelbewust gekozen om niet alles mee te rekenen. Dat dringt op termijn een infernale besparingslogica op en dus komt men terecht bij de overheidsuitgaven waar ze nog zitten: de sociale zekerheid.”

Beste collega's, dat betekent dat rechts een strategie bedacht heeft om een put van 8 miljard euro te graven, met als doel een besparingslogica in de sociale zekerheid. Dat heeft Bart De Wever gezegd. Over twee begrotingsronden zal de sociale zekerheid voor langdurig zieken en gepensioneerde worden aangevallen. Dat noemt men strategisch nadenken. Dat is een slechte, antisociale strategie.

Sarah Schlitz:

Merci monsieur le ministre pour votre réponse. Je ne m'attendais pas à cela, mais je vous entends lancer un véritable cri du cœur à vos partenaires de majorité. Nos questions ne portaient pas vraiment sur cela, mais c'est tout de même assez intéressant à entendre. Vous leur faites un appel à la responsabilité, vous les appelez à prendre des décisions difficiles. J'espère que ce message a été entendu. J'imagine bien que ces discussions doivent être un véritable enfer, rempli de guerres d' ego . Franchement, je ne voudrais pas être à votre place. Par contre, je voudrais vous dire que responsabilité et décisions difficiles ne riment pas forcément avec le fait de faire mal à l'ensemble de la population, surtout à ceux qui ont bossé toute leur vie et à ceux qui contribuent déjà énormément au budget de l'État et à l'effort national. Il y a des alternatives, monsieur le ministre. On peut aller chercher 13 milliards dans les énergies fossiles, on peut aller chercher 30 milliards dans la lutte contre la fraude fiscale et ainsi de suite. Allez-y, monsieur le ministre!

De militie Code Rood

Gesteld door

N-VA Jeroen Bergers

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 23 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om gewelddadige acties van extreemlinkse groepen zoals Code Rood, die bedrijven vandaliseerden en als "private militie" worden bestempeld, terwijl 81% van Belgische bedrijven vreest voor soortgelijke aanvallen. Minister Quintin belooft betere coördinatie tussen veiligheidsdiensten en strengere toepassing van bestaande wetten, maar wacht nog op juridisch advies voor een verbod op radicale organisaties, terwijl N-VA (Bergers) eist dat geweld harder wordt bestraft en lakse burgemeesters worden gepasseerd via artikel 11. Hedebouw (PVDA) distantieert zich van het geweld maar verdedigt vreedzame betogers, terwijl Bergers hem verwijten blijft maken dat hij extreemlinks geweld onvoldoende afwijst. Kernpunt: polarisatie over straffeloosheid vs. proportionele reactie, met focus op handhavings tekortkomingen en politieke verantwoordelijkheid.

Jeroen Bergers:

Collega’s, iedereen heeft de verschrikkelijke beelden gezien van de gebeurtenissen in Charleroi en Brussel, waar Code Rood en andere extreemlinkse organisaties vandalisme hebben gepleegd en specifiek bedrijven hebben geviseerd. Uit het Global Security Report, dat vandaag in de krant staat, blijkt dat 81 % van de Belgische bedrijven vreest dat extreemlinks het ook op hen gemunt heeft en ook bij hen schade zal aanrichten.

Mijnheer de minister, Code Rood gedraagt zich steeds meer als een private militie. Private milities zijn vandaag bij wet verboden. We moeten er dus over waken dat de straffeloosheid van die extreemlinkse activisten niet blijft duren. De N-VA-fractie is dan ook heel blij dat in Antwerpen 28 van die extremisten preventief werden opgepakt en een nacht in de cel hebben moeten doorbrengen toen ze onderweg waren naar Charleroi. Eigenlijk zouden al die actievoerders, al die extremisten, moeten worden gearresteerd en de gevolgen van hun daden dragen.

Mijnheer de minister, u kondigde gisteren op Twitter een pakket maatregelen aan tegen Code Rood en tegen extreemlinks. Welke maatregelen zult u nemen?

Daarnaast wil ik ook een warme oproep doen. De N-VA-fractie steunt onze politiemensen en staat achter hen. Ik roep u op om hetzelfde te doen. Wanneer lakse burgemeesters in Brussel of Charleroi weigeren op te treden, kunt u via artikel 11 van de wet op het politieambt zelf het stuur van de lokale politiezone overnemen, om ervoor te zorgen dat deze extremisten worden gearresteerd en vervolgd.

Bernard Quintin:

Mijnheer Bergers, ik heb inderdaad gisteren een vergadering gehad met enkele diensten en de politie. Ik heb hen gevraagd om de acties van Code Rood grondig te evalueren en deze groep beter op te volgen. U zult begrijpen dat ik niet in detail kan treden over concrete elementen of bijkomende maatregelen. Wel kan ik u meegeven dat ik sterk heb benadrukt dat de informatievergaring en de coördinatie tussen de veiligheidsdiensten – waaronder de federale politie, de lokale politiezones en de inlichtingendiensten – verder moeten worden versterkt, met alle respect voor de verschillende ministeriële bevoegdheden.

Wat de juridische kwalificatie van een private militie betreft, is de wet van 1934 zeer duidelijk. Het gebruik van geweld voor politieke doeleinden volstaat niet. Er moet bovendien sprake zijn van de intentie om de politie of het leger te vervangen in de uitoefening van hun gezagstaken.

Het is ondertussen duidelijk dat Code Rood zich niet langer beperkt tot vreedzame acties. Deze acties brengen de veiligheid van medeburgers in het gedrang en leiden tot materiële schade die niet te verantwoorden is. Het is aan justitie om de wettelijke sancties die nu al voorzien zijn, effectief toe te passen wanneer dat nodig is. Misschien gebeurt dat tot nu toe te weinig.

Wat betreft het reeds meerdere keren genoemde wetsvoorontwerp inzake het verbod op radicale organisaties, zoals u weet, wacht ik op het advies van de Raad van State. Zodra dat advies is ontvangen, zal het wetsvoorontwerp in tweede lezing aan de regering worden voorgelegd en het verdere wetgevingsproces doorlopen. Al deze elementen zijn belangrijk in het kader van het herzieningswerk van het veiligheidskader dat ik samen met alle bevoegde diensten uitvoer en dat meer dan nodig is. Dank u.

Jeroen Bergers:

Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.

Wij verwachten in ieder geval dat, wanneer er een volgende keer – en die zal er jammer genoeg komen – opnieuw gewelddadige acties van Code Rood plaatsvinden, er echt concrete maatregelen worden genomen en dat de straffeloosheid niet blijft duren.

Wat ik echter niet begrijp, collega’s, is dat niet iedereen in dit Huis dat geweld kan veroordelen. Collega Hedebouw, na de betoging waren wij met Jong N-VA op stap om de rommel van de vakbonden op te ruimen. Voor de Dienst Vreemdelingenzaken lag het vol met pancarten van de PVDA. Toen u niet één, niet twee, maar vijf keer – vijf keer, collega – in De Zevende Dag de vraag kreeg om dat geweld te veroordelen, kon u het niet.

Mark, de arbeider van ArcelorMittal, van wie de auto is vernield door Code Rood, en Nancy, de poetsvrouw van de Dienst Vreemdelingenzaken, die werd geïntimideerd door antifa: waarom steunt u hen niet? Waarom zit u met de peut om dat geweld te veroordelen, collega Hedebouw? Doe dat eens, collega Hedebouw.

Voorzitter:

Iets zegt mij dat hier een persoonlijk feit werd uitgelokt. Wenst u te reageren, collega Hedebouw?

Persoonlijk feit

Fait personnel

Raoul Hedebouw:

De betoging zelf was niet van Code Rood, toch? Die vond een week later plaats. Dan hebt u blijkbaar niet gevolgd? Code Rood was in Charleroi.

Voor onze betoging heb ik duidelijk gezegd dat we dat totaal hebben veroordeeld. De uitzending was de week voor de betoging, dus ik kon daar niet op reageren. Uiteraard hebben wij het geweld veroordeeld. Wij staan ook niet achter de acties van die betoging. Wij steunen wel de 140.000 mensen die vreedzaam betoogd hebben. Daarover zit u met de peut . Dat kan ik wel begrijpen.

Die 140.000 mensen hebben echter niets te maken met wat er aan het einde van de betoging is gebeurd. Als dat uw bedoeling is, is dat politiek erg laf. Steekt u nu al die mensen uit de werkende klasse die zijn komen betogen, de brandweermannen, de mensen uit de zorgsector, de openbare diensten en de jongeren in dezelfde zak met Code Rode? Zo moet de N-VA niet beginnen.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de voorzitter, ik hoor hier dat collega Hedebouw zegt dat Code Rood niet aanwezig was bij de betoging in Brussel. Ik nodig u uit, collega Hedebouw, om zelf de sociale media van Code Rood te bekijken, waarop zij trots zeggen dat zij tijdens die nationale betoging mee zouden relschoppen in Brussel.

Ik nodig u ook uit om op de hoogte te blijven van de dossiers van het vandalisme dat door extreemlinks, door uw achterban, wordt gepleegd. In De Zevende Dag hebt u vijf keer de vraag gekregen of u extreemlinks geweld kunt veroordelen. U kreeg het daar niet over uw lippen en nu komt het er voorzichtig uit. U zoekt echter een heleboel excuses.

Ik heb het niet gehad over de 80.000 mensen die aan het betogen waren, geen 140.000. Ik had het wel over antifa, de CCC, Code Rood en extreemlinks die een betoging kapen om geweld aan te richten en zei u dat niet kunt veroordelen. Ik vind dat frappant.

Voorzitter:

Bedankt, collega’s.

economie en werk

Het moment waarop Brussel onder federale curatele geplaatst zal worden

Gesteld door

N-VA Jean-Marie Dedecker

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 9 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Dedecker en De Wever kaarten fraude en malgoverno in Brussel aan: creatieve boekhouding (1,6–2 mjd tekort, 15,6 mjd schuld), oplichterij en gevolgen voor heel België (ratingverlaging, hogere rentelasten), maar juridisch ingrijpen is onmogelijk zonder staatshervorming. Bertrand verdedigt de structurele oorzaken (decennialang slecht beleid) en wijst op eigen federale tekorten (5,5%), terwijl De Wever de PS verantwoordelijk houdt en eist dat Brussel zelf orde op zaken stelt. Kern: Brussel als financieel zwart gat, maar geen directe oplossing binnen huidige bevoegdheden.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de premier, het is ongeveer zes maanden geleden dat ik u hier heb gevraagd om Brussel onder curatele te plaatsen. U hebt toen geantwoord dat dat juridisch niet mogelijk was gezien de staatshervorming en dat u enkel kon ingrijpen als het gewest geld zou vragen. Mijnheer de premier, nood breekt wet.

Volgens Eurostat is Brussel niet alleen de criminele hoofdstad van Europa, maar nu ook de sjoemelhoofdstad van Europa. Terwijl u vraagt om de broekriem aan te spannen, gooit men in Brussel het geld door ramen en deuren. Ze gooien het geld in Molenbeek in de Zenne en wachten in Schaarbeek tot het boven komt drijven, maar het komt niet boven drijven.

Wat de Brusselse regering een creatieve boekhouding noemt, is in feite zuivere oplichting, collega's. Ik geef enkele voorbeelden: het negeren en onderwaarderen van bestaande schulden, het meetellen van toekomstige leningen zonder zekerheid dat men ze zal krijgen – voor een bedrag van 1 miljard euro – en het meetellen van toekomstige, niet-opgevraagde kredieten bij de Europese Investeringsbank als liquiditeiten. Heren van de PS, mijnheer Dermagne, il faut calculer, ce sont des mensonges , des mensonges, comme vous avez dit tantôt .

Het tekort bedraagt niet 1,2 miljard euro, zoals bedrogen werd voorgesteld, maar tussen 1,6 en 2 miljard euro op amper 6,5 miljard euro aan uitgaven. En maar liegen en maar liegen – met een schuldenberg van 15,6 miljard euro. Kortom, dat is fraude en oplichting. Het Rekenhof weigert zelfs de begroting na te kijken.

Collega’s, ik zie u allemaal kijken. Iedereen heeft hier boter op het hoofd – niet u, mijnheer de premier, en u ook niet, dat weet ik. En de Open Vld, die 25 jaar lang de minister van Begroting heeft geleverd... Ik dacht eerst dat het mevrouw sjoemelpoedel El Kaouakibi was die de begroting had opgesteld, maar het blijkt Sven Gatz te zijn, die een gat in zijn hand heeft. Mijnheer de premier, hoe (…)

Bart De Wever:

Goede collega, lieve Jean-Marie, de politieke crisis in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest brengt inderdaad een malgoverno aan het licht dat al vele jaren aan de gang is. U, anderen en ook het Rekenhof hebben de afgelopen jaren inderdaad herhaaldelijk aan de kaak gesteld dat er iets niet klopte met de Brusselse rekeningen. Het deksel is inderdaad van de beerput gevlogen: cijfers werden opgesmukt, voorwaardelijke leningen werden ingeschreven, investeringssteun werd als liquiditeit geboekt en nog te beslissen maatregelen werden als verworven opgenomen. Ik heb daar veel inspiratie uit gehaald om de federale begroting op een pijnloze manier te saneren. Beste collega’s, laten we er geen doekjes om winden. Daar bestaat een woord voor, namelijk oplichterij.

Mevrouw Bertrand, u vroeg zonet waaraan de burgers deze sanering hebben verdiend. Wel, aan dat soort praktijken. Het is zoals Alice Nahon zei: “’ t Is goed in 't eigen hert te kijken ”. U hoeft dat niet als een persoonlijk feit te beschouwen, want het gaat over een partijgenoot van u, maar als u dat persoonlijk opvat, zal ik u niet tegenhouden. Er is daar een begrotingstekort van 1,6 miljard euro, een kwart van de Brusselse ontvangsten. Indien de federale overheid een begrotingstekort van 25 % zou hebben, konden we de tent wel sluiten. Brussel heeft een schuldenput van 15,6 miljard euro en binnenkort volgt wellicht ook een verlaging van de kredietwaardigheid. Dat is een financiële situatie die u niet kunt uitleggen aan Vlaanderen en Wallonië, die wel inspanningen leveren om hun rekeningen op orde te krijgen.

Jean-Marie, ik denk dat het in eerste instantie aan de Brusselaars zelf is om dit aan te pakken, want in ons institutioneel kader is er geen voogdij voorzien. Als een regering niet doet wat ze moet doen, heeft men wel instrumenten om in te grijpen, maar niet om het vacuüm dat ze heeft gecreëerd op te vullen. We zijn er dus nog lang niet. De meest voor de hand liggende oplossing is dat men eindelijk de institutionele evenwichten in Brussel respecteert, collega’s van de PS, en dat men eindelijk werk maakt van een regering met degelijke partijen en de zaak oplost.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de premier, het zou in principe niet zo erg zijn, mochten al die andere regeringen, onder andere de federale regering, er niet onder lijden. Vorige keer hebben de ratingbureaus de rating verlaagd, met ook gevolgen voor Vlaanderen en Wallonië. Vrijdag komen er nieuwe ratings uit. We trachten de rentelast op de overheidsschuld te verminderen, maar door de situatie in Brussel, door het malgoverno dat heerst in Brussel, wordt heel het land slachtoffer.

Grijp dus in, via een nieuwe staatshervorming, zodat we ook iets te zeggen hebben. In Brussel heerst het malgoverno.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, ik heb u niet gevraagd waaraan de burgers die sanering hebben verdiend. We weten allemaal dat er grote uitdagingen zijn. U kunt best eens luisteren naar uw minister van Begroting. Die zei eergisteren in de commissie dat de staat van de begroting niet te wijten is aan deze regering, maar ook niet aan de vorige. Die is te wijten aan decennialang beleid waarin men alleen naar de volgende begroting keek. Dat is het probleem.

Waaraan hebben de burgers dit verdiend? Waaraan hebben de burgers uw politieke keuzes verdiend? Het gaat niet over de sanering die moet er komen. Over die politieke keuzes spreekt u echter niet. U hebt wel heel lang gesproken over Brussel, maar niet over uw eigen begroting. U leidt eigenlijk de eerste hervormingsregering die het gat groter zal maken, groter dan ten opzichte van het begin van de ambtstermijn. U gaat naar een tekort van 5,5 %, terwijl dat in 2024 nog 2,8 % bedroeg. Dat zijn de feiten.

Met betrekking tot Brussel, u hebt gezien dat Frédéric De Gucht de zaken op orde wil brengen. Hij benoemt de problemen en wil de zaken op orde zetten. Dat is hetgeen wij nu in Brussel aan het doen zijn.

Bart De Wever:

Mevrouw Bertrand, ik wens u en uw partij succes bij de sanering van Brussel. Verder kan ik alleen zeggen dat ik blij ben dat we eindelijk een federale minister van Begroting hebben die naam waardig. Dat is eigenlijk alles wat ik eraan kan toevoegen.

Chinese namaakproducten

Gesteld door

N-VA Charlotte Verkeyn

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 9 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Clarinval benadrukt dat namaakproducten (400.000 in beslag genomen in 2024) een topprioriteit zijn, met strengere controles via de taskforce E-commerce en zware straffen (boetes tot €800.000, 5 jaar cel), maar Verkeyn wijst op de onhaalbare opgave: 183 douaniers voor 408 miljoen pakjes/jaar—een structurele oplossing is dringend nodig om oneerlijke Chinese concurrentie en veiligheidsrisico’s tegen te gaan.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, 408 miljoen, dat is het aantal pakjes met Chinese namaakproducten dat jaarlijks in ons land aankomt. Laten we eerlijk zijn, vaak gaat het om brol, spotgoedkope pakjes met daarin dikwijls gevaarlijk speelgoed, namaakkledij en zelfs illegale producten.

Ik hoor het hier graag dat, nu de wereld in brand staat, beleidsmakers op elk niveau in deze woelige tijden dagelijks de baan op gaan om investeringen van rechtmatige bedrijven in ons land aan te trekken. Tegelijkertijd worden we voortdurend bedreigd door wereldspelers die zich schuldig maken aan oneerlijke concurrentie.

Mijnheer de minister, nu is het moment om in te grijpen voor het de spuigaten uitloopt. Zo lezen we ook de afgelopen week in allerlei krantenberichten. Anderzijds, we leven niet onder de kerktoren. Wie wordt er niet eens verleid om iets op het internet te bestellen? Bovendien zorgen rechtmatige e-commercebedrijven voor extra werkgelegenheid.

Er is dus nood aan een evenwicht. We zijn voor eerlijke concurrentie en absoluut tegen het pesten van onze consumenten. Tegelijk moeten onze lokale ondernemers worden beschermd. Mijnheer de minister, hoe zult u op korte termijn onze markt beschermen en zorgen voor eerlijke concurrentie?

David Clarinval:

Mevrouw Verkeyn, namaakproducten schaden de eerlijke concurrentie voor onze ondernemers en brengen de veiligheid van de burgers in gevaar, en ik heb het niet over de veggieburgers, het onderwerp van de vorige vraag.

De strijd tegen namaakproducten is daarom een topprioriteit voor de Economische Inspectie. In 2024 nam de FOD Economie meer dan 400.000 namaakproducten in beslag. Dat is een verdubbeling in vergelijking met 2023. Het ging vooral om speelgoed, parfum en wasproducten.

Mijn inspecteurs controleren zowel fysieke winkels als webwinkels. Als de inspectie namaakproducten opspoort, moeten de merkhouders voor de vernietiging of recyclage betalen. Ze kunnen niet ontsnappen aan die verantwoordelijkheid, ook niet wanneer ze de goederen eerder hebben toegelaten. Er staan strenge straffen op de verkoop van namaakproducten. De boetes kunnen oplopen tot 800.000 euro en een gevangenisstraf tot vijf jaar.

De taskforce E-commerce, die ik heb opgericht, zal inzetten op versterkte controles op non-conforme producten uit China, inclusief namaakproducten. U mag erop rekenen dat ik als minister van Economie al mijn bevoegdheden zal inzetten om de Belgische economie en de burgers tegen namaakproducten te beschermen.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. We hebben van een zeer ernstig onderwerp iets luchtigs gemaakt. Men zou er bijna de draad bij verliezen, maar het kan mij eigenlijk worst wezen. U hebt het over de controles, maar op dit moment moeten onze douanediensten met 183 personeelsleden 408 miljoen pakjes per jaar controleren. Dat is onmogelijk. We worden echt bedreigd. We willen er geen open oorlog van maken, maar we moeten onder ogen zien dat de betrokken bedrijven ons oneerlijke concurrentie aandoen en een ongelijk speelveld voor onze ondernemingen creëren. Ik hoop dan ook op een snelle, globale aanpak en niet alleen op een pakjestaks.

economie en werk

De investeringen van Amazon en Google en de aantrekkelijkheid van België voor ondernemingen
De investering van Amazon en de zelfstandige handelszaken
De competitiviteit van België
De impact van buitenlandse techinvesteringen en de Belgische ondernemingsaantrekkelijkheid, concurrentievermogen

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Eléonore Simonet (Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s)

op 9 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Amazon (1 miljard euro) en Google (5 miljard euro) investeren massaal in België, wat 6 miljard aan directe investeringen, duizenden (in)directe jobs (waaronder 800 hooggekwalificeerde) en 1,5 miljard jaarlijkse PIB-groei oplevert, dankzij arbeidsmarkthervormingen (flexibiliteit, nachtarbeid) en vereenvoudigde regelgeving. Minister Clarinval benadrukt dat deze investeringen lokaal ondernemerschap stimuleren (32% van Belgische PME’s verkoopt online, boven EU-gemiddelde) en kleine handelaren beschermen via een *e-commerce taskforce* (o.a. heffing op niet-EU-colis), maar waarschuwt dat verdere innovatie (AI, digitalisering) en concurrentiekracht cruciaal blijven. Kernpunt: *België positioneert zich als Europese digitale hub, maar moet balans vinden tussen grote investeerders en behoud van lokaal MKB.*

Florence Reuter:

Monsieur le ministre, les premiers résultats de la mission économique belge en Californie sont déjà positifs. Je ne sais pas si ce sont les petits pas de danse de la princesse Astrid sur Stromae qui ont fait mouche, mais, en tout cas, deux géants américains annoncent investir en Belgique: Amazon pour un milliard d'euros – donc plus que sur les dix dernières années – et Google pour cinq milliards d'euros pour les deux années à venir.

C’est évidemment une bonne nouvelle. La Belgique renforce ainsi son économie et se positionne en leader européen du numérique. De plus, autre bonne nouvelle, ces investissements créeront de l'emploi. Nous parlons déjà de 400 emplois directs pour l’un, et de 300 pour l’autre, auxquels devraient s’ajouter des milliers d'emplois indirects. C’est tout bénéfice pour notre pays.

Monsieur le ministre, en savez-vous plus sur ces accords? Pouvez-vous déjà nous détailler le contenu de ces investissements et de ces accords? Quelles sont vos estimations en termes d'emplois indirects? S’agissant de notre économie, on évoque plus d'un milliard et demi d'euros par an de retombées sur le PIB ces deux prochaines années. Pouvez-vous nous confirmer ces chiffres-là? Ces géants américains parlent aussi, et notamment Amazon, de collaborations étroites avec les entreprises belges en termes de partenariats locaux, mais aussi de soutien aux commerces locaux et aux entreprises locales. Je vous remercie de nous donner des précisions sur ces excellentes nouvelles.

Aurore Tourneur:

Monsieur le ministre, la mission économique en Californie nous annonce qu’Amazon va investir un milliard d’euros sur trois ans en Belgique. Pourquoi? Pour livrer des colis en moins de 24 heures ou même les livrer dans la journée. C’est ce que veulent les consommateurs. À eux de voir si c’est bien ou moins bien pour le bien commun; à eux de juger.

À première vue, c’est tout de même une super bonne nouvelle. J’espère que cette bonne nouvelle en sera une pour les trois Régions du pays.

C’est une bonne nouvelle, mais j’ai pensé à mon dimanche matin. Savez-vous pourquoi, monsieur le ministre? D’abord, j’ai pensé à mes collègues socialistes qui, la semaine dernière, ont dit que les députés de la majorité étaient totalement déconnectés de la réalité. Savez-vous ce que je fais, monsieur le ministre, le dimanche matin? Après avoir été dans la pluie et le vent cueillir les légumes, je les vends à la ferme, au comptoir. J'y vends des produits de terroir, puisque mon compagnon est agriculteur. J’ai donc pensé à tous ces petits agriculteurs et à ces petits commerçants et j'ai entendu qu’Amazon voulait un partenariat avec les petits commerçants.

Monsieur le ministre, les questions que je voulais vous poser étaient adressées à la ministre Simonet. Quelles mesures d'accompagnement prévoyez-vous pour les petits commerçants, pour qu’ils puissent tirer profit d’un partenariat avec Amazon? Comment vous assurez-vous qu’il s’agira bien d’emplois de qualité?

Lieve Truyman:

Mijnheer de minister, in het Draghirapport over de competitiviteit van Europa, dat vorig jaar werd gepubliceerd, wordt vastgesteld dat Europa sinds het begin van de 21 e eeuw met een vertraagde economische groei kampt ten opzichte van de Verenigde Staten en China. Ook ons land kreeg in het rapport een slechte beoordeling. Hoge energieprijzen en energieonzekerheid, zware loonlasten, te veel regelgeving en de recente Amerikaanse heffingen belemmeren onze bedrijven om te groeien en te innoveren. Ook op het vlak van de digitale revolutie staat Europa nog in de kinderschoenen. Indien wij niets ondernemen, dreigen wij onze industrie te verliezen.

Niets doen is echter niet het handelsmerk van de arizonaregering. Intussen hebben wij ervoor gezorgd dat de administratieve regels worden vereenvoudigd en maakt de regering daar werk van. De arbeidsmarkt wordt flexibeler, wat vertrouwen inboezemt bij investeerders. Dat vertrouwen wordt beloond, want Amazon en Google investeren samen 6 miljard euro in ons beleid. Die investering is een teken van vertrouwen in het arizonabeleid. Ze creëert veel werkgelegenheid en geeft zuurstof aan onze economie en welvaart. Niettemin mogen wij niet achteroverleunen en denken dat wij er al zijn. Wij moeten er alles aan doen om het ondernemersklimaat opnieuw te laten bloeien.

Mijnheer de minister, hoe schat u de impact van die investeringen op onze economie in?

Hoe kunnen wij andere vergelijkbare investeringen aantrekken, zodat innovatie nog meer wordt gestimuleerd?

David Clarinval:

Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, ik verheug mij over de grote investeringen die Amazon, goed voor 1 miljard, en Google, goed voor 5 miljard, hebben aangekondigd. Dat is uitstekend nieuws voor onze economie. Dankzij de investering van Google alleen al komen er 300 directe, hooggekwalificeerde en voltijdse jobs en ongeveer 15.000 indirecte jobs bij.

Donc, madame Reuter, je réponds directement à votre question en vous confirmant les chiffres que vous y avez évoqués: ils sont tous exacts.

Die investeringen komen er niet bij toeval. Enerzijds zetten zowel de gewestelijke als federale entiteiten van ons land zich al lang in om die resultaten te behalen.

D'autre part, nos réformes, notamment celle du marché du travail de nuit, produisent des résultats concrets et créent des conditions favorables pour attirer dans notre pays des investissements qui, auparavant, auraient été tout simplement réalisés à l'étranger. Il est évidemment préférable d'accueillir dans notre pays des entreprises qui, sinon, se seraient installées à nos portes.

Madame Tourneur, vous avez raison: ce n'est pas pour autant que nous devons oublier nos commerçants dans les magasins physiques et, en particulier, les petits artisans. Ces derniers se servent, du reste, de plus en plus du commerce numérique. Près d'un tiers des entreprises belges vendent en ligne, et même 32 % des PME. Ce taux est largement supérieur à la moyenne européenne, qui atteint 23 %.

En tant que ministre de l' É conomie, j'encourage donc ce type d'initiative. Tout récemment, j'ai encore pu échanger avec l'entreprise Amazon qui propose, d’ailleurs, sans cesse plus de solutions à nos PME.

Par ailleurs, nous continuons à soutenir les PME et les indépendants dans la croissance de leurs points de vente physiques et en ligne. Au sein de la task force e-commerce que nous avons récemment instituée, nous défendons les petits commerçants contre la concurrence déloyale des colis en provenance de l'étranger. Nous proposons plusieurs initiatives qui vont dans ce sens et, notamment, une taxe de deux euros sur les petits colis en provenance des pays non européens. La croissance et l'innovation progressent ensemble avec une économie locale robuste.

Mesdames et messieurs les députés, ces investissements confirment que les réformes que nous entreprenons à l'échelle fédérale débouchent sur des résultats concrets et permettent de contribuer à nos objectifs de compétitivité, de croissance et de création d'emplois, sans pour autant pénaliser nos commerçants que nous soutenons, par ailleurs, sans relâche. Je vous remercie de votre attention.

Florence Reuter:

Monsieur le ministre, je suis heureuse de vous entendre évoquer la task force e-commerce que vous avez mise en place, qui a pour objectif de soutenir le commerce de proximité et nos artisans locaux qui sont les acteurs locaux les plus importants. Je viens d'une commune où le commerce est phare et occupe une place extrêmement importante et il est donc primordial de les défendre.

Vous l'avez dit aussi, les réformes et les investissements qui sont annoncés ici montrent qu'il faut travailler ensemble. Ces partenariats sont fondamentaux pour redresser notre économie et créer de l'emploi. Ils profiteront au final à nos entreprises, à nos PME, à nos commerçants et à nos entreprises locales, qui se verront prospérer davantage et permettront évidemment de créer de l'emploi.

Aurore Tourneur:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Le nombre d'emplois est déjà très prometteur. Je pense qu'il est vraiment important d'assurer le bien-être au travail parce que pour les Engagés, l'économie doit toujours être accompagnée d'humanisme et de justice sociale. Les commerces, ce n'est pas que les colis, c'est aussi le contact humain.

Quant à mes amis socialistes, je les invite dimanche matin. Inutile de venir en costume, prenez directement vos bottes!

Lieve Truyman:

Mijnheer de minister, we moeten er inderdaad verder op inzetten om ons land op de kaart te zetten als digitale speler en zo onze bedrijven te ondersteunen bij innovatie, ontwikkeling en productie. AI is de technologie van de toekomst, dus het is des te belangrijker dat ons land mee op die trein zit. Ik heb het volste vertrouwen in u als minister van Economie en in deze regering, die opnieuw het ondernemerschap omarmt. Onze ondernemingen zijn de motor van onze samenleving. Inderdaad, deze regering omarmt het ondernemerschap.

internationale politiek en migratie

Het staakt-het-vuren in Gaza
De onderschepping op zee en het akkoord over een staakt-het-vuren in het Midden-Oosten
Het staakt-het-vuren in Gaza
De humanitaire situatie in Gaza en de diplomatieke ontwikkelingen
De hulpvloot voor Gaza
Oorlog en vrede in Gaza: staakt-het-vuren, humanitaire hulp, diplomatie en maritieme onderscheppingen

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 9 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België discussieert de fragiele wapenstilstand in Gaza en eist onmiddellijke humanitaire hulp, vrijlating van gijzelaars en Belgen gedetineerd door Israël, maar blijft kritisch over Israël’s betrouwbaarheid (eerdere schendingen, voortgezette bombardementen en blokkade). Sancties, wapenembargo’s en erkenning van Palestina (bij vrijlating gijzelaars en uitsluiting Hamas) worden bevestigd, maar de tweestatenoplossing en einde bezetting blijven centrale eisen—diplomatie moet druk op Israël handhaven, terwijl activisten (zoals flotilles) Israël’s systematische schendingen van internationaal recht aanklagen. Voorzichtig optimisme, maar structurele gerechtigheid en ontmanteling van apartheid/kolonisatie ontbreken nog in het akkoord.

Achraf El Yakhloufi:

Na twee jaar van genocide en oorlog is het eindelijk zover: er ligt een vredesakkoord op tafel. Dat akkoord vraagt een staakt-het-vuren, de vrijlating van gijzelaars en de toelating van humanitaire hulp. Eindelijk.

De oorlog van vandaag heeft echter al meer dan 67.000 doden geëist. Dat zijn oma’s en opa’s, papa’s en mamma’s, en veel te veel kinderen die hadden kunnen bijdragen aan dat land. Ook de mensen die vandaag in Gaza leven, zonder voedsel, drinkbaar water of medicijnen, moeten wij helpen. Dat is bijzonder belangrijk, mijnheer de minister. We moeten voor hen zorgen, want Gaza ligt vandaag in puin en de weg naar vrede is nog heel lang.

Ik hoor vanuit Europa positieve signalen, bijvoorbeeld van mevrouw von der Leyen en van de Verenigde Naties, maar die zullen niet volstaan. We moeten ook nog voorzichtig zijn, collega’s, mijnheer de minister. We moeten echt waakzaam blijven, want premier Netanyahu heeft in het verleden al bewezen dat hij een staakt-het-vuren kan negeren om nadien verder te bombarderen. Er staan vrachtwagens met voedsel, medicijnen en drinkbaar water aan de grenzen van Gaza. Ze raken er niet binnen. Alleen al de Verenigde Naties hebben 170.000 ton hulp klaarstaan.

Mijnheer de minister, in Vooruit hebt u een bondgenoot – dat weet u – die bereid is druk uit te oefenen op Israël en te pleiten voor sancties. Dat heeft al geloond. België was namelijk een van de eerste landen die humanitaire hulp mogelijk maakten, een van de eerste landen die zich engageerden voor de erkenning van Palestina en een van de eerste landen die sancties tegen Israël invoerden.

Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw zo’n dag. Ik vraag u: wat gaat u vandaag doen voor de Gazanen? Dank u wel.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, qui a dit ce matin en parlant des flottilles: "Cette démarche, aussi noble soit-elle, ne donne de toute manière pas de résultat, si ce n'est de permettre à certains parfois de se valoriser par une vidéo"? C'est vous, monsieur le ministre. Je vous le dis clairement, vos propos sont une honte. C'est une honte pour le courage de Aude, Mohamed, Youssef, Anne, Bénédicte, Fadwa, Yassine et Dan. Ces femmes et ces hommes ont eu le courage que la Belgique n'a pas eu: prendre des risques pour tenter de briser le blocus de Gaza, pour faire parvenir de l'aide humanitaire là où une population entière crève de faim.

Votre rôle n'est pas de juger, monsieur le ministre, mais d'agir pour leur libération immédiate et de dénoncer haut et fort les violations du droit international commises par Israël. Israël bafoue encore une fois le droit maritime et arrête illégalement des citoyens.

Oui, un cessez-le-feu a été annoncé. Mais ce cessez-le-feu, c'est le strict minimum, et encore, il faut qu'il soit respecté. Il ne doit pas faire oublier deux années de génocide et de bombardements sur des civils, la famine organisée, les journalistes assassinés, les enfants massacrés, les hôpitaux pulvérisés, les secouristes abattus. On n'oubliera pas l'horreur imposée par Israël au peuple palestinien sous le regard complice des gouvernements du monde entier.

Ce que réclament les Palestiniens, c'est une justice réelle: une Palestine véritablement décolonisée où les Palestiniens peuvent exercer leur droit au retour, où les terres sont restituées à la population palestinienne. Ce que nous voulons, c'est une véritable fin de l'occupation israélienne, pas seulement une trêve.

Monsieur le ministre, quid des Belges qui sont encore détenus illégalement par Israël? Quelles actions concrètes entreprenez-vous pour leur libération? On a vu que la députée Bénédicte Linard est bien rentrée. Que pouvez-vous dire sur le traitement de ces Belges par l'armée israélienne? La semaine dernière, je vous demandais ce que vous alliez faire par anticipation. Force est de constater que vous n'avez pas suffisamment anticipé. Le cessez-le-feu, c'est le minimum. Mais, qu'on soit clair, les sanctions actuelles contre Israël doivent être maintenues même si elles restent insuffisantes et il en faut d'autres plus fortes et plus dures (…)

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, hoeveel hoop kan een mens nog hebben na zoveel wanhoop, na zoveel lijden, na zoveel geweld, na uithongering? Is er eindelijk een terugkeer naar de menselijkheid, zowel voor Gazanen als voor de gijzelaars en hun families? Ook u bent voorzichtig positief, maar het stoppen van het lijden betekent nog geen echte vrede. Wat zal er met Gaza gebeuren na deze eerste fase? Wordt het een koloniale vrijhandelszone naar het voorbeeld van Trump of Netanyahu? Komt er een bezetting zoals op de Westelijke Jordaanoever na de Osloakkoorden? Dat zou werkelijk een vergissing zijn, want de kern en de oorzaak van dat conflict is het ontbreken van een Palestijnse staat en het negeren van het internationaal recht.

Echte vrede vraagt toekomstperspectief voor de Palestijnen en gerechtigheid voor alle oorlogsmisdaden. België mag daarom niet op zijn lauweren rusten.

In september bereikten wij inderdaad een ambitieus akkoord, een stevig pakket aan maatregelen. Dat akkoord moet verder worden uitgevoerd. Er moet bijkomende humanitaire steun komen. Gisteren werd al een versterking van het wapenembargo aangekondigd, in overleg met de deelstaten. Daarnaast moet er een invoerverbod komen op producten uit de nederzettingen zolang de bezetting aanhoudt. Ook moet er een koninklijk besluit komen voor de formele erkenning van Palestina. Ik hoop alvast dat één voorwaarde daarvoor spoedig wordt vervuld, namelijk de vrijlating van de gijzelaars.

Mijnheer de minister, welke rol zal België verder spelen bij de uitvoering van het akkoord dat wij in september hebben bereikt en bij het bevorderen van een duurzame vrede?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, deze nacht bereikte ons hoopvol nieuws: zowel Hamas als de regering-Netanyahu zouden instemmen met een eerste fase van een vredesplan. Volgens de Engelse pers zou dat ondertussen ook zijn ondertekend.

Het is inderdaad essentieel dat de gijzelaars, die nu al twee jaar gescheiden zijn van hun familie, worden vrijgelaten. Het is ook essentieel dat Palestijnen worden vrijgelaten en kunnen terugkeren naar hun familie, maar uiteraard is ook de zuurstof die een staakt-het-vuren zou kunnen geven aan de bevolking in Gaza heel erg belangrijk en vooral het feit dat we dan eindelijk de humanitaire hulp, waar we al maanden voor strijden, naar de mensen kunnen brengen, in een eerste fase.

We zijn het er echter allemaal over eens dat dit niet het einde is. We hebben als arizonaregering de New York Declaration ondertekend en pleiten voor een tweestatenoplossing, voor het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voor veiligheid voor de Israëli’s en voor een duurzame vrede, voor een toekomst.

Het is aan die toekomst dat we samen willen werken, vandaar mijn vraag aan u, mijnheer de minister. Hoe zult u, in Europa en in alle mogelijke gremia, concreet meehelpen aan de transitie naar een duurzame vrede, aan de democratische transitie die de Palestijnen nodig hebben en aan de veiligheid die de Israëli’s nodig hebben om in het Midden-Oosten eindelijk een toekomst te creëren voor al die gezinnen en kinderen die al zoveel jaren lijden? Ik dank u.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la deuxième flottille vers Gaza, qui apportait de l'aide humanitaire au peuple gazaoui, a été interceptée par l'armée israélienne. Les passagers qui étaient dans cette flottille ont été arrêtés par l'armée israélienne.

Depuis quand, quand on apporte de la nourriture, des médicaments à un peuple affamé, assiégé, occupé, on commet un crime au point de se faire arrêter par l'armée coloniale israélienne? Et, au lieu de soutenir cette flottille, monsieur le ministre, vous avez déclaré que leur action était inutile.

Alors, allez-vous exiger la libération des passagers de cette flottille? Et, si oui, qu'allez-vous mettre en place pour faire pression sur l'État d'Israël pour exiger leur libération?

Cette flottille agit là où vos gouvernements ont échoué. C'est parce que vous, vous avez été incapables de prendre des mesures pour mettre fin au blocus et mettre fin au génocide que la société civile se mobilise. Que ce soit avec la flottille ou avec les mobilisations dans le monde entier. Que ce soit aux États-Unis, ici en Europe et dernièrement aux Pays-Bas: 250 000 personnes, du jamais vu, pour exiger la fin du génocide!

Et cette pression a payé, dans le sens où on a un cessez-le-feu. Un cessez-le-feu comme une bouffée d'oxygène pendant ce génocide. Mais il ne faut pas être naïf. Israël a rompu par deux fois le cessez-le-feu auparavant. Et ce cessez-le-feu n'est pas un accord de paix. Parce que ce cessez-le-feu ne met pas fin à l'occupation, ne met pas fin à la colonisation. Il ne fera pas justice au peuple palestinien, il ne met pas fin à l'apartheid. Ce qu'il faut aujourd'hui, c'est plus que jamais maintenir la pression et la mobilisation, pour exiger un embargo militaire et économique contre l'État génocidaire.

Maxime Prévot:

Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, het is inderdaad een belangrijke en langverwachte dag. Ondanks de beschuldigingen van inactiviteit en het feit dat sommigen de indruk wekken dat diplomatie niet werkt, is, zoals ik vorige week al verklaarde, diplomatie de beste manier om een staakt-het-vuren in Gaza tot stand te brengen, volledige toegang voor humanitaire hulp te verkrijgen, de onmiddellijke vrijlating van de gijzelaars te bewerkstelligen en uiteindelijk een duurzame oplossing te vinden met twee staten, die vreedzaam naast elkaar leven. Van die doelstellingen en prioriteiten maken mijn diensten en ikzelf al maanden intensief werk.

Ik heb u mijn mening gegeven over het vredesplan voor Gaza dat door president Trump werd voorgesteld. Het is niet perfect, maar het heeft het voordeel dat het bestaat. Ik verwelkom de aankondiging van een akkoord tussen Israël en Hamas over de eerste fase van dat plan. Dat opent de deur om verschillende van onze eisen te realiseren. Ik waardeer de inspanningen en de behaalde resultaten van de Amerikaanse diplomatie, met steun van andere sleutelspelers zoals Qatar, Egypte en Turkije.

La Belgique reste prête à soutenir la mise en œuvre effective de ce plan, via notre aide humanitaire et via notre aide au développement mais aussi via notre soutien politique. Nous sommes également en faveur d’une force internationale de stabilisation à Gaza et d’un soutien à l’Autorité palestinienne. Ces sujets seront d'ailleurs discutés aujourd'hui à Paris entre quelques pays. Nous suivons les débats de près. Notre position est connue. Notre diplomatie va continuer à s’impliquer pour œuvrer à des solutions concrètes afin de cheminer vers une solution pacifique à deux États.

Une certaine vigilance reste néanmoins de mise. Nous devons faire preuve d’un optimisme prudent. Je veux croire en cet accord, car c’est celui qui depuis longtemps semble le plus nous rapprocher d’une fin durable des hostilités. Mais en début d’année déjà, un accord avait été approuvé par le Hamas et par Israël, et nous avons vu que la trêve avait été interrompue par Israël et que les bombardements avaient repris. C’est pourquoi j’encourage toutes les parties à vraiment saisir cette nouvelle opportunité sur le chemin de la paix et à fournir sincèrement les efforts nécessaires jusqu’au bout. On sait que des écarts par rapport aux balises négociées ouvriraient le risque d’un nouvel embrasement de la région. Le ministre Smotrich, par exemple, a déjà déclaré qu’une fois les otages libérés, il souhaitait qu’Israël poursuive la guerre à Gaza.

Ondanks bemoedigend nieuws zetten we onze inspanningen voort. Het is op dit moment absoluut niet aan de orde om passief te blijven. Het akkoord van de ministerraad van 12 september over de door mij ingediende maatregelen en sancties wordt momenteel uitgevoerd. Het is nog te vroeg om gas terug te nemen, zeker nu er nog geen massale humanitaire toegang tot Gaza is en er vanochtend nog bombardementen plaatsvonden.

Gisteren heb ik samen met de gewesten een akkoord bereikt waardoor het Belgische wapenembargo tegen Israël en Palestina verder wordt versterkt door de maatregelen ook van toepassing te maken op wapens in transit. Die lacune moest nog worden opgevuld en dat is nu gebeurd.

Wat betreft het verbod op de invoer van producten uit nederzettingen, nieuwe evacuaties van zieke kinderen uit Gaza en een reeks rechthebbenden en sancties tegen Hamas en tegen gewelddadige kolonisten, boeken wij eveneens vooruitgang.

Met betrekking tot de erkenning van Palestina mag men verwachten dat België, na de politieke aankondigingen in New York, binnenkort zal overgaan tot de tweede juridische fase door middel van een koninklijk besluit, aangezien de twee te vervullen voorwaarden, de vrijlating van alle gijzelaars en het feit dat terroristische organisaties zoals Hamas zijn uitgesloten van het bestuur van Palestina, zich lijken te realiseren. Wij volgen die aspecten nauwgezet op en zodra beide voorwaarden zijn vervuld, zal ik onmiddellijk een besluit aan de ministerraad voorleggen.

Notre gouvernement et nos diplomates restent mobilisés à 100 % pour dénoncer et débloquer l'aide humanitaire, puisqu'il est impératif qu'elle parvienne rapidement aux populations civiles à Gaza. Cela reste la priorité!

Je déplore dès lors que, depuis plusieurs jours, nos diplomates doivent aussi concentrer d'importants efforts pour fournir aux membres des différentes flottilles – qui se sont mis en danger – l'assistance consulaire nécessaire. Nous le faisons évidemment avec professionnalisme et sans faille, mais je le redis: ce n'est pas efficace, puisque le non-respect du droit international par Israël – que nous pouvons déplorer – empêche ces flottilles d'arriver à bon port.

Concentrons-nous donc sur l'urgence: l'aide humanitaire à procurer à Gaza.

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoorde een paar heel belangrijke dingen. U zei dat het een belangrijke dag is en dat we inspanningen zullen blijven leveren.

Dat zal heel belangrijk zijn, want de humanitaire hulp is essentieel voor alle mensen in Gaza. De hulp omvat voedsel, drinkbaar water en medicijnen. U weet dat u aan ons een partner hebt.

Maar ik ben ook blij te horen dat u mijn bezorgdheden meeneemt, bezorgdheden dat we sancties moeten blijven nemen tegen Netanyahu, dat we streng moeten blijven, dat we de kwestie moeten blijven opvolgen.

Voor mij en mijn partij is het heel duidelijk: wij hebben altijd de kant gekozen van de onschuldige slachtoffers, en dat zullen we ook altijd blijven doen.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement un accord de cessez-le-feu, c'est une bonne chose pour la libération des otages tant israéliens que palestiniens. Mais on ne doit pas être naïf: Israël doit retirer obligatoirement ses troupes et arrêter la colonisation. L'aide humanitaire doit entrer, c'est urgent.

C'est pour ça que les gens ont embarqué sur les flottilles, pour casser ce blocus illégalement imposé par Israël. Ils n'y sont pas allés pour faire des photos sur des bateaux mais bien pour casser le blocus. Vous ne m'avez, par contre, pas répondu par rapport aux personnes qui sont toujours détenues illégalement par Israël. On attend que tous les Belges soient relâchés, rentrent sains et saufs et qu'Israël soit sanctionné pour le traitement inhumain qu'il leur fait subir. Ce sont, je le rappelle, des personnes qui n'avaient qu'un seul but, casser le blocus imposé par Israël.

Els Van Hoof:

Het is voor cd&v ook duidelijk dat we vooral geen gas mogen terugnemen in Gaza, zeker niet wat betreft het Belgische akkoord dat in september werd bereikt.

Ook António Guterres was vannacht zeer duidelijk. Hij zei dat er een geloofwaardig pad moet komen naar een einde van de bezetting en naar de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen. Dat leidt naar de oplossing van het conflict. Zolang de bezetting voortduurt, moet België ook met dat akkoord doorgaan. U hebt het zelf ook herhaald. De importban uit de nederzettingen moeten worden gerealiseerd, evenals de formele erkenning van de Palestijnse staat. Het is tijd dat de tweestatenoplossing niet langer een droom is voor de Palestijnen, maar echt realiteit wordt.

Kathleen Depoorter:

Zoals u zegt, mijnheer de minister, moeten we elke kans op hoop en vrede grijpen. Wij steunen u dan ook voluit in de acties die u zult ondernemen.

Het is essentieel, collega’s, dat wij blijven pleiten voor de tweestatenoplossing, dat we blijven werken aan het zelfbeschikkingsrecht en dat we ervoor zorgen dat Hamas daadwerkelijk wordt ontmanteld en geen toegang tot de politieke macht in Gaza krijgt. Het is eveneens van belang dat de gijzelaars naar huis kunnen terugkeren en dat de wapens volledig zwijgen in de Gazastrook.

Er moet ook aan de bezette gebieden worden gewerkt. U hebt het ook gezegd, mijnheer de minister. Wij pleiten, samen met u en de arizonaregering, voor vrede, voor toekomst en voor het zwijgen van de wapens.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, vous avez parlé de diplomatie. Quand il s'agit d'autres pays, vous prenez directement des sanctions, mais lorsqu'il s'agit d'Israël, "on fait de la diplomatie". Je vous dis une chose, monsieur le ministre: si, aujourd'hui, Israël commet un génocide et impose un blocus, c'est parce qu'il a reçu le soutien politique, économique et militaire de l'Union européenne, y compris la Belgique, et des É tats-Unis. Voilà la réalité! Votre réponse, monsieur le ministre, est soit de l'hypocrisie soit de la complicité. Vous avez parlé du plan de paix de Trump. Ce n'en est pas un. C'est du colonialisme qui s'ajoute à la colonisation. C'est donc ainsi que vous considérez le peuple palestinien? Avoir une administration dirigée par Trump, avec le criminel de guerre Blair et le bourreau génocidaire Netanyahu? Ce sont eux qui vont décider pour le peuple palestinien? Celui-ci mérite l'autodétermination et son indépendance!

economie en werk

De aanpak van de langdurig werklozen

Gesteld door

N-VA Eva Demesmaeker

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 2 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Eva Demesmaeker kaart aan dat de socialistische vakbond in Brussel taalvaardigheid en misbruik van lange opleidingen om uitkeringen te rekken als kernprobleem ziet bij 2.200 langdurig werklozen (waarvan slechts 17 Nederlandstalig). Minister Clarinval benadrukt dat de hervorming van werkloosheidsuitkeringen (met tijdslimieten vanaf 2026) 33-42% uitstroom naar werk moet bevorderen, niet opleidingsmisbruik, en wijst op regionale verantwoordelijkheid (Brussel) voor effectief opleidingsbeleid. Demesmaeker beaamt de nood aan snelle arbeidsinschakeling maar waarschuwt voor vangnetmisbruik, pleit voor strenge controle op "kleine lettertjes". Kern: werk boven uitkeringen, met focus op taaldrempels en opleidingsfraude dichten.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, de socialistische vakbond in Brussel is wakker geschoten en heeft het begrepen. De socialistische vakbond heeft begrepen dat taal misschien wel eens een belangrijk element zou kunnen zijn.

We hebben immers vastgesteld dat er 2.200 mensen langer dan 20 jaar werkloos zijn. Van die 2.200 mensen zijn slechts 17 mensen Nederlandstalig. Slechts 17! De mevrouw van de vakbond zegt nu dat dit komt omdat die mensen tweetalig zijn en daardoor sneller werk vinden. Men is dus 20 jaar werkloos en taal blijkt een belangrijk element te zijn. 20 jaar lang heeft men dus de kans gehad om die taal te leren en nu pas schiet men wakker.

Wat mij vooral verontrust, is dat de vakbond nog iets anders heeft begrepen. De socialistische vakbond heeft namelijk de kleine lettertjes gelezen. Daarin staat dat er misschien een oplossing zou kunnen liggen in de lange opleidingen. Voor die vakbond draait het nu dus niet om die werklozen naar de meest geschikte opleiding te leiden, maar wel om hen richting een opleiding te leiden die ervoor zorgt dat men zo lang mogelijk van die uitkering kan genieten.

Daarover maak ik mij enorm veel zorgen. Dat is volgens mij een net dat we moeten sluiten. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat mensen door de socialistische vakbond in Brussel geleid worden naar opleidingen die zo lang mogelijk duren om zo lang mogelijk van die uitkering te kunnen genieten. Mijnheer de minister, kunt u mijn zorgen daarover wegnemen?

David Clarinval:

Mevrouw Demesmaeker, de hervorming van de werkloosheid heeft een duidelijk doel: een snellere terugkeer naar de arbeidsmarkt voor langdurig werklozen. Door de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd stemt ons land zich eindelijk af op het beleid dat in meerdere buurlanden wordt gevoerd. Zoals u weet, zullen de eerste uitsluitingen gebeuren vanaf 1 januari 2026. Er zijn evenwel uitzonderingen voorzien voor wie voorafgaand aan 1 januari 2026 een opleiding gestart is voor een knelpuntberoep, wetende dat de gemiddelde duur van deze opleidingen in 2024 ongeveer 9 maanden bedroeg.

Het doel van de hervorming is niet om de uitgeslotenen in de richting van het OCMW te duwen of om hen constant in opleiding te houden, maar wel om hun werkelijke terugkeer naar een job te bevorderen. De relevantie en efficiëntie inzake reactivering werden trouwens bevestigd door het Federaal Planbureau in zijn regionale vooruitzichten. Het valideert de raming van de regering van een uitstroompercentage naar werk van 33 % op nationaal niveau. Voor Wallonië en vooral voor Brussel is het vooruitzicht zelfs nog beter, met respectievelijk 34 % en 42 %. Volgens het Federaal Planbureau zouden deze cijfers met de tijd nog moeten verbeteren, zoals we trouwens ook hebben vastgesteld wat betreft de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkeringen. Het uitstroompercentage naar werk dat daaruit voortvloeide, bedroeg volgens de RVA in 2015 31 % en bereikte in 2018 al 54 %.

Wat betreft uw vraag over Brussel, het opleidingsbeleid is een regionaal beleid. Ik hoop dat er binnenkort een regering komt in Brussel die dat beleid ernstig zal nemen.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, u hebt gelijk, we moeten die mensen zo snel mogelijk richting werk proberen te krijgen. We zijn trouwens goed bezig. In dat interview zag ik verontwaardiging bij veel mensen. Oei, ik wist niet dat ik al aan twintig jaar zat. Oei, dat is de eerste keer dat men mij zegt dat ik een opleiding kan volgen om zo meer kans te maken op de arbeidsmarkt. Dat toont volgens mij aan dat we goed bezig zijn. Zorg echter ook voor de kleine lettertjes, zorg ervoor dat het vangnet gesloten blijft, zodat we zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen. Dat is de sociaalste maatregel die we kunnen nemen en het is wat we moeten doen om de rekening op orde te krijgen.

gezondheid en welzijn

De 'recente vaststellingen' van de minister in de groep van de langdurig zieken
De strijd tegen 'valse' langdurig zieken
De langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
Beleid, uitdagingen en trends rond langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 2 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het schandalig hoge aantal langdurig zieken in België (500.000, vergelijkbaar met Duitsland maar met 8x minder inwoners), waaruit massale fraude en misbruik blijkt: steekproeven tonen dat 80% van de tot-pensioen-zieken onterecht is verklaard, met miljardenverspilling (€15-16 mjd/jaar) als gevolg. Minister Vandenbroucke erkent het probleem en kondigt strengere controles, begeleiding naar werk en financiële sancties voor ziekenfondsen aan, maar krijgt kritiek: de oppositie (o.a. PTB) beschuldigt hem ervan 5 miljard te willen besparen op kwetsbaren (zoals poetshulpen met €1.300/mnd) in plaats van rijken te belasten, terwijl rechts (o.a. MR) hem laxiteit en vertraging verwijten. Kernpunt: systeemfaal door gebrek aan controles en werkbare arbeidsomstandigheden, met polarisatie tussen "fraude bestrijden" (regering/rechts) en "sociale rechtvaardigheid" (links).

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, in ons land zijn er evenveel langdurig zieken als in Duitsland, terwijl er acht keer zoveel Duitsers zijn. Er zit dus fundamenteel iets verkeerd; dat is heel duidelijk. Van de half miljoen langdurig zieke werknemers blijken er maar liefst 300.000 thuis ziek te zitten tot aan hun pensioen.

Afgelopen week raakte het resultaat van de steekproef van het RIZIV bekend. Bij een derde van alle gecontroleerden werd het regime van arbeidsongeschiktheid onmiddellijk stopgezet. Van de werknemers die tot aan hun pensioen thuis ziek zijn gezet, blijkt, met uitzondering van wie echt ongeneeslijk ziek is, dat meer dan acht op de tien gevallen onterecht zijn. Bovendien kreeg 55 % daarbovenop nog eens een inkorting van de invaliditeit.

Mijnheer de minister, dat is meer dan een symptoom van een falend beleid. Dat gaat over misbruik. Onder uw beleid als socialist is het aantal langdurig zieken enorm toegenomen en swingen de kosten de pan uit. We spreken dit jaar, dames en heren, over 15 miljard euro. Ik heb de tabel bij mij en het is overduidelijk: het gaat om maar liefst drie keer het budget voor de werkloosheid. Dit is uw bilan: na vijf jaar als minister van Volksgezondheid is het aantal langdurig zieken van 440.000 gestegen naar een half miljoen! U kunt niet zeggen dat u dat niet wist.

Op een ogenblik dat onze regering uitblinkt in het uitvinden van nieuwe belastingen en taksen, is het bijzonder wrang dat daarvoor miljarden de deur blijven uitvliegen. Mijn vraag is duidelijk. (…)

Florence Reuter:

Monsieur le ministre, cela fait de nombreuses, trop nombreuses années que l'on dit vouloir s'attaquer au problème des malades de longue durée. En réalité, ces dix dernières années, le nombre de malades de longue durée a doublé. On est à plus de 500 000 personnes, ce qui représente 10 % de la population active. Ce nombre est supérieur au nombre de chômeurs dans notre pays.

Certes, les personnes qui sont malades et ne peuvent plus travailler doivent se soigner et prendre le temps de le faire; cela s'appelle la solidarité. Mais pour qu'il y ait cette solidarité et qu'elle soit finançable, il faut que les contrôles soient stricts, que les personnes qui sont capables de travailler puissent retourner au travail et qu'on lutte également contre les abus.

Or, les résultats de l'analyse menée par l'INAMI sur un échantillon analysé sont accablants, puisque sur les 768 000 personnes considérées comme invalides jusqu'à leur retraite, seuls 16 % sont réellement complètement invalides et répondent aux critères. Plus de 25 % ont perdu leur invalidité; elles peuvent retourner purement et simplement travailler. Je le redis, ce sont des chiffres accablants.

L'accord de gouvernement précise qu'il faut s'attaquer au problème en prenant des mesures pour lutter notamment contre ces abus, mais également en accompagnant les personnes afin qu'elles puissent retourner travailler selon leurs capacités, bien évidemment.

Monsieur le ministre, quelles mesures supplémentaires envisagez-vous pour prendre ce problème à bras-le-corps?

Sofie Merckx:

Monsieur le ministre, le gouvernement cherche de l'argent. Cela fait 40 ans qu'on fait des économies. Cette semaine, l'idée suivante a surgi. Au lieu de toujours chercher l'argent chez les mêmes, on pourrait pour une fois le puiser là où il y en a: chez les ultra-riches. Taxer les riches! C'est une idée que le PTB défend depuis des années. Elle a atterri sur la table du gouvernement. Magnifique! Cependant, c'était sans compter sur le veto immédiat du MR, les libéraux. Pas question de toucher à leurs amis, les ultra-riches! Ils sont donc venus avec une contre-proposition qui consiste en une économie de 5 milliards d'euros sur les malades de longue durée. C'est la moitié de ce que coûtent aujourd'hui les malades qui sont chez eux depuis plus d'un an. Voilà ce que vous proposez. Cela signifie que vous voulez retirer l'allocation à la moitié des gens qui sont indemnisés par la mutuelle.

Donc, pour vous, les libéraux, pas question de demander 0,6 % à vos amis les multimillionnaires – parce que c'est bien la proposition qui figure sur la table –, mais vous voulez aller chercher 5 milliards chez les malades de longue durée. Savez-vous combien de revenus perçoit un malade de longue durée? Tout à l'heure, j'ai encore téléphoné à une dame qui est à la maison depuis plus d'un an et qui travaille dans les titres-services; elle a 1 300 euros par mois. Comment osez-vous?

Monsieur le ministre, ma question est donc très claire: irez-vous chercher 5 milliards d'euros chez les malades de longue durée?

Axel Ronse:

In de voorbije vijf jaar heb ik af en toe naar Villa Politica gekeken, naar een vergadering van de Kamer. Ik vroeg me af of ik, als ik minister Vandenbroucke in het echt tegenkwam, hem dan wel leuk zou vinden.

Ik vond dat u nooit lachte, mijnheer de minister. Ik meende dat u een strenge kwade man was. Maar sinds ik hier ben, zie ik een verloste Frank Vandenbroucke, iemand die kan lachen, iemand die opnieuw werkvreugde heeft, iemand die verlost is van de PS en van Open Vld, iemand die eindelijk kan doen wat gedaan moet worden.

Mijnheer de minister, u hebt vastgesteld dat in dit land verdorie 260.000 mensen tot hun pensioen zijn ingeschreven als zieken. U wist in de voorbije vijf jaar al: daar zit iets niet goed, daar stinkt iets. Maar u mocht het niet controleren. Van Quickenborne zei: doe dat niet; blijf daar af. Magnette zei: non, lache ça, monsieur Vandenbroucke . De Croo zei: non, je suis le premier ministre, laisse tout à l' aise, monsieur Vandenbroucke .

Maar nu bent u lid van Arizona: Vandenbroucke, go, go! En inderdaad, Vandenbroucke checkt een en ander.

1.800 mensen die tot hun pensioen ziek verklaard waren, werden gecontroleerd. Raad eens hoeveel er onterecht ziek verklaard waren? Meer dan de helft! Mevrouw Gabriëls, ik ben geen zeveraar. Lees de studie. Meer dan de helft werd onterecht ziek verklaard tot zijn pensioen. Van een vierde van die mensen is de uitkering onmiddellijk ingetrokken.

Plegen de ziekenfondsen fraude? Is het totale incompetentie? Ik weet het niet. Maar het Parlement heeft recht op de waarheid, want er wordt geld weggesmeten van mensen die werken, van arbeiders die dag en nacht hun kas afdraaien.

Mijnheer de minister, wat is volgens u (…)?

Frank Vandenbroucke:

Dat zoveel mensen uitvallen door ziekte en zo lang afwezig blijven van het werk, is een gezondheidsprobleem bij uitstek en wat mij betreft het belangrijkste gezondheidsprobleem van deze tijd. We moeten dat aanpakken en we pakken dat ook aan.

Ik wil toch even teruggaan in de tijd. Een eerste golf van maatregelen, die ik in de vorige regering heb genomen, bestond erin het contact met werknemers die in het stelsel van ziekte en invaliditeit instroomden, mogelijk te maken, vanuit de bekommernis dat er misschien ook moet worden uitgekeken naar hun mogelijkheden om weer aan het werk te gaan. Dat is immers soms voor de gezondheid en het herstel van de betrokkene zeer belangrijk. Daarom heb ik, achter de blinde muur van de ziekenfondsen, een kleine groep van terug-naar-werkcoördinatoren die dat contact zijn beginnen te organiseren, geïnstalleerd. Dit was de allereerste stap: opnieuw contact leggen met mensen die we uitsluiten uit de samenleving.

De tweede stap had te maken met mijn vaststelling vrij snel dat de vorige minister van Volksgezondheid een situatie had gecreëerd waarbij mensen zonder enige vorm van controle tot aan hun pensioen op arbeidsongeschiktheid konden blijven. Ik heb dat vastgesteld. Ik zeg daar verder niets over; ik heb daar nooit veel over gezegd. ( Protest )

Mevrouw De Knop, in het vivaldiregeerakkoord stond daar niets over, maar ik heb aan de ziekenfondsen gezegd dat ze vanaf dat moment in de vierde maand, in de zevende maand, in de elfde maand persoonlijk contact moesten opnemen en dat zij in principe nooit meer een erkenning van arbeidsongeschiktheid tot aan het pensioen zouden verlenen. Zij zouden nog een erkenning van één jaar, twee jaar of vijf jaar verlenen en uitzonderlijk nog iemand tot aan het pensioen als arbeidsongeschikt kunnen erkennen. Wij moesten die deur dus sluiten. Het regeerakkoord had dat niet gevraagd; niemand had mij dat gevraagd, maar ik vond het rechtvaardig en goed om dat zo te doen.

Nu volgt er een derde golf maatregelen, door de arizonaregering beslist, waarbij we iedereen, bedrijfsartsen, werkgevers en behandelend artsen, mee in het bad trekken om het contact en de ondersteuning te organiseren en de nodige perspectieven te bieden, zodat die werknemers weer aan het werk kunnen gaan.

Er is een vierde golf van maatregelen nodig. Niemand heeft mij dat gevraagd, ook mijn arizonacollega’s niet, want dat staat niet in het regeerakkoord van Arizona. Ik heb gemeend dat het nuttig is om te onderzoeken hoe het zit met de lopende erkenningen tot aan het pensioen en inderdaad, dat zit niet goed. Dat verschilt ook van ziekenfonds tot ziekenfonds. Daarom zullen we de ziekenfondsen daarop ook financieel aanspreken. Wanneer men zijn werk niet goed doet - dat blijkt ook uit de steekproeven die ik heb laten uitvoeren en die verder lopen -, dan zal men dat voelen. Iedereen zal mee in het bad gaan.

De vierde golf van maatregelen, die ik nodig vind, houdt in dat werknemers niet langer dan één jaar in invaliditeit kunnen zijn zonder garantie op begeleiding, ondersteuning en hulp. Dat betekent inderdaad ook dat er een grondig gesprek moet komen over de vraag of iemand eventueel nog aan het werk kan en wat die arbeidsongeschiktheid concreet betekent.

Laten we trouwens niet defaitistisch zijn. Van het fameuze half miljoen mensen zijn er ondertussen, ook dankzij het beleid, waarvoor mevrouw De Block overigens ook verdienste toekomt, al honderdduizend deeltijds weer aan het werk.

Er werd verwezen naar Duitsland. Dat is een zeer interessant voorbeeld. Daar is men strenger dan hier. Dat mag. Ik ben voor streng en rechtvaardig, maar wel voor iedereen, ook voor de werkgevers. Zij betalen daar al heel lang zes weken zelf. Zij hebben al heel wat verplichtingen die werkgevers hier nu beginnen te krijgen en waarover men klaagt en zaagt.

Ik ben dus voor streng en rechtvaardig, maar wel voor iedereen. En iedereen moet mee in bad om werknemers die een gezondheidsprobleem hebben, nieuwe kansen te geven. Daarover gaat het.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, u bent ondertussen meer dan vijf jaar bevoegd, bijna zes jaar zelfs.

Mijnheer Ronse, uw collega naast u heeft vijf jaar lang het ontslag gevraagd van collega Vandenbroucke en nu komt u hier een bloemlezing houden? Ook in de politiek moeten we nog een beetje correct en coherent blijven. Kom mij nu dus niet vertellen dat het de vorige premier is die ervoor gezorgd heeft dat het aantal zieken zo exponentieel is gestegen! We hebben evenveel langdurig zieken als in Duitsland. Duitsland telt echter acht keer zoveel inwoners als België. Dat is dus dramatisch. We hebben meer mensen nodig die werken.

Ik hoor van uw regeringspartijen dat u dit mag en moet aanpakken, mijnheer de minister. Mensen in een vergeetput steken, dat is immers pas asociaal. We moeten die mensen activeren, begeleiden en helpen…

Florence Reuter:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Vous avez évoqué l'Allemagne. Il est vrai qu'elle compte huit fois plus d'habitants que chez nous mais le même nombre de malades de longue durée. Il y a donc un problème.

Nous avons parlé de solidarité, mais en parlant de solidarité, il faut aussi parler de responsabilité. L'un ne va pas sans l'autre.

Je vous sens enthousiaste, motivé, déterminé sur la question. Aujourd'hui, nous ne sommes plus dans la Vivaldi, nous avons un gouvernement volontariste. C'est sans doute cette orientation-là qu'il faut prendre. Je voudrais d’ailleurs rappeler que le budget consacré aux maladies, qu’elles soient de courte ou de longue durée, par l’INAMI s’élève aujourd’hui à 16 milliards d’euros. Si rien n’est fait, nous allons droit dans le mur. Ce sera, à l’horizon 2030, 19 milliards d’euros au minimum.

Il est donc effectivement temps de prendre le problème à bras-le-corps. Vous pourrez nous avoir avec vous, évidemment, pour le régler.

Sofie Merckx:

Mijnheer de minister, u hebt niet op mijn vraag geantwoord, of u denkt dat u 5 miljard euro kunt vinden door op de langdurig ziekten te besparen. Ik heb u ook in de media horen zeggen dat er bij de MR enige rekenkundige fouten waren gemaakt.

Met betrekking tot het aantal langdurig zieken wordt er veel te weinig gesproken over hoe men ervoor kan zorgen dat het werk werkbaar is. Kijk bijvoorbeeld naar de sector van de poetshulpen, waar 11 % van de mensen langdurig ziek is. Dat is 8 % meer dan in andere sectoren. Toen de sociale inspectie naging of de wet op het welzijn op het werk daar werd gerespecteerd, bleek dat 9 bedrijven op 10 niet in orde waren. Hoe wilt u dat mensen niet ziek worden, als zelfs de wet op het welzijn op het werk niet wordt gerespecteerd?

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, ik wil u een hart onder de riem steken. Ik zie op de websites en de sociale media van de communisten zeer lelijke zaken over u verschijnen: Vandenbroucke perst langdurig zieken uit, hij is geen socialist. Dat is niet waar.

Stel u voor dat de heer Magnette arbeider is, dat hij ’s nachts zijn kas afdraait, dat de heer Bouchez zich onterecht ziek laat verklaren en dat de heer Magnette een derde van zijn loon aan de heer Bouchez moet afstaan, die onterecht ziek is. Dat is niet sociaal. Dat is asociaal. Dat is niet wat een socialist zou willen. Geen enkele socialist die het goed voorheeft met de sociale zekerheid kan dat willen.

Als wij onze sociale zekerheid willen opbouwen en versterken en willen dat mensen er opnieuw in geloven, dan moet u doen wat u nu doet. Ik vind dat u alle steun van het hele Parlement verdient. Ook de communisten zouden voor u mogen applaudisseren, want u verdient dat. Dank u wel, minister.

Persoonlijke feiten

Faits personnels

Voorzitter:

De heer Ronse is uitgebreid in het citeren van collega’s. In zijn repliek heb ik niets onheus teruggevonden. In zijn vraag heeft hij echter twee collega’s een bepaald verwijt gemaakt of een bepaalde bedoeling in de schoenen geschoven en zij wilden daarop reageren.

Ik geef het woord aan de heer Van Quickenborne voor een persoonlijk feit.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de voorzitter, ik dank u om u de regels te respecteren. Ik apprecieer dat.

Mijnheer Ronse gedraagt zich als Comical Ronse en neemt een loopje met de waarheid. Wat is de waarheid? Minister Vandenbroucke is al zes jaar bevoegd en verantwoordelijk voor dit departement. In die zes jaar is het aantal langdurig zieken met 55 % toegenomen, een record in Europa. Zoals veel mensen stel ik mij de vraag waarom u daar in die zes jaar niets aan hebt gedaan. Waarom hebt u laten betijen? Waarom hebt u die mensen niet gecontroleerd? Was het om de ziekenfondsen te beschermen of hebt u iets anders (…)

Voorzitter:

Mijnheer Van Quickenborne, ik heb hier geen reactie op de woorden van de heer Ronse gehoord. Dit is niet de toepassing van het Reglement met betrekking tot het persoonlijk feit. U hebt zich tot de minister gericht. Ik geef de heer Ronse het woord, zodat hij u kan antwoorden. Mijnheer Van Quickenborne, ik pas het Reglement toe. De veroorzaker van het persoonlijk feit heeft de ruimte om te reageren.

Axel Ronse:

Mijnheer Van Quickenborne, u zegt dat u een groot deel van die zes jaar vicepremier was en dat u in de ministerraad en het kernkabinet op uw tong hebt moeten bijten toen het regeerakkoord werd opgesteld, omdat u vond dat minister Vandenbroucke zo slecht bezig was. U hebt zes jaar lang de vreselijkste tijd van uw leven beleefd.

Ik begrijp dat u in die periode weinig kon lachen, maar ik zal u de waarheid vertellen. U hebt toen een regering gevormd en uw ziel verkocht aan de PS om op het vlak van hervormingen helemaal niets te doen. Als er één iemand was die toen wel iets wilde doen, dan was het wel minister Vandenbroucke. Hij heeft toen immers stappen gezet met betrekking tot de langdurig zieken die effectief verder gingen dan het regeerakkoord. Nu is hij bevrijd en kan hij all the way gaan. Ik verzeker u dat wij ervoor zullen zorgen dat er geen eurocent meer naar het profitariaat gaat. Dat dient een sociaal doel: het versterken van onze sociale zekerheid. Arizona, here we are .

Voorzitter:

Mijnheer Van Quickenborne, u bent een kenner van het Reglement. Dan zou u toch moeten weten dat een persoonlijk feit aanleiding geeft tot een tussenkomst van 5 minuten voor beide sprekers samen. Mijnheer Ronse en u zijn heel terughoudend geweest. U kunt het Reglement erop nalezen, want het verbaast mij dat u nu verbaasd kijkt.

Voorzitter:

J’ai aussi une demande de fait personnel de M. Magnette.

Paul Magnette:

Monsieur le président, on connaît les caricatures de la droite.

Monsieur Ronse, quand on vous entend, on a l’impression que tous les malades sont des tire-au-flanc, des fainéants, des tricheurs. Il y a une question que vous ne vous posez jamais: pourquoi sont-ils malades?

Vous ne vous posez jamais cette question, parce que vous n’avez jamais travaillé durement comme eux. Vous n’avez jamais nettoyé deux, trois maisons par jour en prenant le bus entre chaque maison. Vous n’avez jamais fait une garde de nuit avec 30 patients. Vous n’avez jamais déchargé des bagages ou des colis en pleine nuit. Vous n’avez jamais travaillé dans la pluie et le vent sur un chantier. Vous ne savez pas ce que c’est, ce travail si dur. C’est cela qui, malheureusement, rend les gens malades.

Et vous, que faites-vous? Au lieu de les aider, vous aggravez les choses. Vous venez avec des heures supplémentaires, de la flexibilité, des flexi-jobs, de la concurrence entre les salariés et les étudiants. Faire travailler tout le monde jusqu’à 67 ans, quelles que soient les conditions de travail! C’est vous qui allez créer des dizaines de milliers de malades de longue durée en plus.

Alors, monsieur, à la place de votre mépris, ce que ces travailleuses et travailleurs méritent, c’est notre respect et notre gratitude!

Axel Ronse:

Mijnheer Magnette, dit Parlement is uitgerust met tolken, goede tolken. Ik raad u aan toch naar de tolken te luisteren. Dan zou u begrepen hebben wat ik zei. Ik raad u ook aan de studies te lezen die het RIZIV heeft gemaakt. Wat ik gezegd heb, is dat er een studie geweest is over een steekproef bij 1.800 mensen die tot hun pensioen als ziek ingeschreven zijn en dat daaruit ondubbelzinnig bleek dat één vierde onterecht ziek verklaard is. Eén vierde. En meer dan de helft ervan was onterecht ziek verklaard tot zijn pensioen. U vindt dat normaal? U vindt dat oké? U vindt dat normaal voor een arbeider? Trouvez-vous normal que quelqu'un qui travaille sur un chantier dans la pluie ou à l'usine la nuit doive payer pour quelqu'un qui n'est pas vraiment malade, jusqu'à sa pension? Non! Nee, zo kijken wij niet naar onze sociale zekerheid. Wij willen dat er meer middelen gaan naar de mensen die werkelijk ziek zijn. Wij willen dat er meer geld gaat naar de sociale zekerheid, naar een arbeider van wie de dochter zelfmoordneigingen heeft en aan wie gezegd wordt dat er een lange wachtlijst is. Wat moet die persoon wel niet denken als hij hoort dat meer dan de helft van de 1.800 gecontroleerde mensen onterecht als ziek werd ingeschreven? Is dat socialisme? Is dat solidariteit? Ik zou diep beschaamd zijn in uw plaats, mijnheer Magnette.

gezondheid en welzijn

De toegang tot RIZIV-nummers

Gesteld door

N-VA Frieda Gijbels

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 2 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Frieda Gijbels kritiseert dat Vlaamse artsenstudenten strenge quota en toelatingsexamens ondergaan, terwijl Wallonië 54% meer startplaatsen toekent en buitenlandse diploma’s (zelfs van veroordeelde criminelen) te gemakkelijk worden erkend, wat oneerlijk en schadelijk is voor de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg. Minister Vandenbroucke benadrukt dat quota nodig zijn voor kwalitatieve opleidingen en wijst op hogere afvalcijfers in Wallonië, maar geeft toe dat een akkoord over een uniforme "verliesformule" (toelatingsberekening) faalt door Vlaams verzet tegen overleg. Gijbels kaatst de schuld terug: Vlaanderen hanteert wel transparante regels, terwijl Wallonië oneerlijk voordeel geeft en eist dringend federale correctie om de overschotten (1000+ overtollige artsen) en oneerlijke concurrentie aan te pakken.

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, een RIZIV-nummer is in dit land een ticket om aan de slag te kunnen gaan als dokter of tandarts. Dat ticket is van goudwaarde. We reiken die tickets dan ook niet gemakkelijk uit. Men moet eerst een zeer moeilijk examen doorlopen, en alleen de besten mogen aan de opleiding beginnen, in een poging om na een lange studie en stages zo'n ticket te bemachtigen. We zijn zo spaarzaam met die tickets omdat we de kwaliteit en de betaalbaarheid van onze gezondheidszorg willen behouden.

Dat geldt echter blijkbaar niet voor wie een buitenlands diploma heeft. Dan zijn die tickets blijkbaar heel wat minder schaars. Ze worden bijna op een presenteerblaadje aangereikt, zelfs aan veroordeelde criminelen, zoals we vandaag in de krant lezen.

Ook in Wallonië is het blijkbaar veel minder moeilijk om de studies voor arts of tandarts te mogen aanvatten. Maar liefst 512 studenten extra mogen beginnen aan hun studie tot arts, wat 54 % meer is dan het federale quotum. Voor tandartsen gaat het zelfs om 72 % extra. Dat gebeurt ondanks alle overtallen die al een kwarteeuw worden opgestapeld. Dat is dus niet eerlijk, mijnheer de minister.

Drie jaar geleden maakte u zich sterk dat er een akkoord was bereikt, dat er een einde zou komen aan de overtallen en dat de quota zouden worden gerespecteerd. Van dat akkoord blijkt heel weinig in huis te zijn gekomen. Er is weliswaar een toelatingsexamen, maar verder lijken ze grotendeels hun voeten eraan te vegen.

Mijnheer de minister, wat denkt u van die cijfers over de startquota? Waarom mogen zoveel studenten beginnen aan hun studie? Wat kunt u er zelf aan doen? Zult u de spons erover vegen of hebt u toch nog een stok achter de deur?

Wat zult u doen met de buitenlandse dokters en tandartsen (…)

Frank Vandenbroucke:

Geachte Kamerleden, we moeten zorgen voor voldoende artsen, niet te veel en niet te weinig. Dat is belangrijk om opleidingen te kunnen aanbieden die goed georganiseerd en van goede kwaliteit zijn. Dat is ook van belang voor de betrokken beroepen zelf. Dat is ook belangrijk voor de zorg voor de mensen. Daarom bepalen wij die fameuze federale quota, die vastleggen hoeveel artsen na hun basisopleiding van zes jaar een opleiding tot huisarts of arts-specialist mogen beginnen.

Ik heb tijdens de vorige legislatuur inderdaad een historisch akkoord bereikt waardoor nu ook in de Franstalige Gemeenschap een beperking wordt gehanteerd op de toegang tot die opleidingen. Eindelijk, zou ik zeggen.

Om te bepalen hoeveel studenten mogen starten aan de basisopleiding, moeten de gemeenschappen uiteraard inschatten hoeveel studenten in de loop van de studie zullen afhaken. Per definitie ligt het startquotum dus hoger dan het uiteindelijk quotum voor het aantal studenten dat de basisopleiding zal voltooien. Daarvoor worden inschattingen gemaakt en die verschillen inderdaad tussen de Franstalige en de Vlaamse kant. Aan Franstalige kant haken meer studenten af en slagen minder studenten tijdens de basisopleiding.

Ik heb tijdens de vorige legislatuur gevraagd om daarover een grondig overleg te plegen en afspraken te maken. Dat is de zogenaamde verliesformule. De Vlaamse minister van Onderwijs wilde dat echter helemaal niet. Hij wilde daarover geen overleg en wilde geen afspraken maken om het akkoord volledig af te ronden.

Ik hoop dat de huidige Vlaamse minister van Onderwijs wel bereid zal zijn om afspraken te maken over die verliesformule. Ik hoop dat we van elkaar zullen begrijpen waarom de formule in Franstalig België anders is dan in Vlaanderen en waarom ze misschien moet worden gelijkgetrokken; daarvoor ben ik wel te vinden. (…)

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, u kunt de schuld toch niet in de schoenen schuiven van de Vlamingen, die zich al zo lang houden aan die toelatingsexamens en die ook een heel transparante deperditieformule – die verliesformule waarover u het hebt – gebruiken? Dat is totaal niet transparant in Wallonië. U maakte zich sterk dat er een akkoord was, maar dat akkoord blijkt heel weinig waard te zijn. Ik vind dat bijzonder pijnlijk voor onze Vlaamse studenten, die alle moeite van de wereld doen om een diploma te behalen om arts of tandarts te kunnen worden. Ze zien dat het aan de andere kant van de taalgrens veel makkelijker blijkt te zijn om aan die studie te beginnen en dat men met een buitenlands diploma hier zomaar in hetzelfde beroep kan stappen, terwijl zij daarvoor zo hard moeten vechten. Daarom vraag ik u om in te grijpen, mijnheer de minister. Dat kan niet blijven duren. Ik hoop dat er echt een stok achter de deur is die u kunt gebruiken, want dat sleept al jarenlang aan. Er zijn al meer dan duizend artsen te veel (…)

economie en werk

De miljonairstaks
De Zucmanbelasting
De miljonairstaks
Vermogensbelasting voor superrijken, progressieve belasting op groot vermogen en vermogensongelijkheid

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 2 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de ongelijkheid in belastingdruk tussen rijken en arbeiders, met scherpe tegenstellingen: linkse partijen (Mertens, Magnette) eisen een miljonairstaks om de 1% rijksten eindelijk te belasten en de lasten voor gepensioneerden, zieken en werkenden te verlichten, terwijl ze de regering beschuldigen van een beleid dat armen verder verarmt (bv. pensioenverlagingen, besparingen op zieken). Rechts (Jambon, Dedecker) verwerpt nieuwe belastingen, wijst op België’s al hoge belastingdruk en stelt dat hervormingen en economische groei (via ondernemers, werkbeloning) de oplossing zijn—niet "rijkentaksen" die volgens hen contraproductief zijn (vlucht van kapitaal, minder investeringen). Concreet resultaat: de regering wijst de miljonairstaks af en blijft focussen op bezuinigingen, terwijl de oppositie mobiliseert voor protest.

Peter Mertens:

"De 1 % rijksten wordt niet belast en een gewone mens betaalt tot 50 % op zijn loon." Dat is een citaat van een voorzitter van een regeringspartij, de heer Conner Rousseau, op Instagram. Hij voegde daaraan toe, mijnheer de minister: "Een miljonairsbijdrage is logisch, toch?"

Inderdaad, dat is logisch. In 2008 heb ik het een miljonairstaks genoemd. Al 17 jaar voeren wij campagne voor een miljonairstaks, omdat het logisch is en niet meer dan logisch.

Ik had vandaag dan ook verwacht dat Vooruit met hand en tand zijn eigen voorstel zou verdedigen in het Parlement, maar ik zie hen niet in dit debat. Het is een beetje vreemd om dat voorstel in de pers te verdedigen, maar in het Parlement te zwijgen over de miljonairstaks op het moment waarop het ertoe doet.

Vooruit geeft echter wel toe dat de effectentaks en de meerwaardebelasting van Arizona de 1 % helemaal niet raken en eigenlijk een soort Zwitserse kaas zijn. Dat betekent een kaas met meer gaten dan kaas. Het trekt dus op niets. Dat is een toegift van Vooruit, maar wij hebben dat al vanaf het begin gezegd.

Dat heeft echter een gevolg. Men kan immers niet aan de ene kant zeggen dat de 1 % niet wordt belast en aan de andere kant het geld halen bij bijvoorbeeld langdurig zieke mensen die zich kapot hebben gewerkt, wier rug kapot is, die reuma hebben. Men kan niet zeggen dat de 1 % rijksten de dans ontspringt, maar het geld wel halen bij de gepensioneerden. Nee, als men zoals Vooruit zegt dat de 1 % rijksten de dans ontspringt, dan moet er ook boter bij de vis komen. Dan moet er ook een echte miljonairstaks komen, vandaar mijn vraag. Ligt die miljonairstaks van Vooruit nu echt op de tafel de komende dagen of is het alleen maar praat voor de vaak, mijnheer de minister?

Paul Magnette:

Monsieur le ministre, trois Belges sur quatre nous disent que, depuis l'arrivée de votre gouvernement, leur pouvoir d'achat s'est dégradé. Tous les jours, en ouvrant les journaux, nous voyons les faillites qui se multiplient, le chômage qui part à la hausse, les déficits qui s'aggravent et qui creusent la dette.

Tout cela n'est pas le fruit du hasard mais bien le résultat de votre politique. Vous prenez 1 500 euros aux pensionnés. Les malades et les invalides vont perdre 1 000 euros par an. Les travailleurs voient que tout augmente sauf leur salaire. Maintenant, vous vous lancez dans une chasse aux malades. Alors oui, dans ce contexte, les Belges ont peur. Ils voient que tout va mal, que l'économie tourne mal. Ils ne savent pas de quoi demain sera fait. Ils s’inquiètent que vous puissiez prendre des mesures encore pires.

Ils se serrent la ceinture. Ce sont les petits indépendants, les commerçants, les maraîchers et les restaurateurs qui paient. Demain, toute l'économie ira plus mal encore.

Monsieur le ministre, il est possible de faire autrement! Vous pouvez ne pas diminuer les revenus des pensionnés, des malades et des invalides, tout en améliorant les salaires. Vous pouvez aussi et surtout faire enfin contribuer les gros patrimoines. En Belgique, un travailleur paie en moyenne 40 % d’impôt sur ses revenus alors qu'un détenteur de grand patrimoine, lui, ne paye qu'à peine la moitié. C’est un "deux poids deux mesures" de plus en plus insupportable. Il est donc temps que ce "deux poids deux mesures" cesse. La loi, elle est prête. Je l'ai déposée. Il n'y a plus qu'à la voter.

Monsieur le ministre, êtes-vous enfin prêt à instaurer en Belgique une véritable équité fiscale entre toutes les sources de revenus et à faire payer leur juste dû aux détenteurs de grands patrimoines?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, Jean-Baptiste Colbert was de financiële raadgever van Lodewijk XIV. Hij zei ooit dat de kunst van belastingen heffen erin bestaat de gans zo te plukken dat men veel pluimen heeft, maar weinig gesis veroorzaakt. Hier kakelt en sist iedereen.

Gisteren zette ik de tv op en zag ik in Terzake een joepie zitten met een groen hemdje van Coco Chanel, die een nieuwe taks aankondigde. In onze populistische afgunstmaatschappij werd die nieuwe taks meteen de miljonairstaks genoemd. Dan zit het namelijk onmiddellijk goed om afgunst op te wekken. Ik hoorde Raoul Hedebouw kraaien en hij viel uit zijn hangmat van plezier, want it's in the pocket .

De voorzitter van de socialisten, een zekere Conner Rousseau, zei dat er een extra taks komt op alle financiële bezittingen en spaarboekjes boven een miljoen euro. Spaargeld, mijnheer de minister, is wat men overhoudt nadat men zijn hele leven de helft van zijn inkomen aan de fiscus heeft gegeven. Spaargeld is wat men overhoudt nadat men een overheidsbeslag van 45 % heeft overleefd.

Daarnaast zei de socialist dat de aandelen van de kleine mens, bijvoorbeeld van een beenhouwer, zouden worden belast wanneer de waarde van zijn vennootschap het miljoen euro overschrijdt. Hup, weer in the pocket ! Ik ken de socialisten een beetje. Ze zitten alleen in hun eigen zakken als het 25 graden vriest; anders zitten ze in andermans zakken.

Mijnheer de minister, we zijn al belastingkampioen in alles. Wat moeten we nog slikken? We moeten de meerwaardebelasting nog slikken – dat is dus een belasting op de winst – en nu wil Rousseau ook ons kapitaal nog afpakken. Ik kan u zeggen dat die rijkentaks een vals gegeven is. Die werd in 12 OESO-landen ingevoerd in 1999 en vandaag zijn er nog slechts 3 over: in Spanje, Noorwegen en Zwitserland.

Jan Jambon:

Collega's, de laatste vraag van de heer Dedecker was wat ik zou doen. Ik wil dat toch nog even herhalen.

Voorzitter:

Dat is bij deze opgenomen in het Verslag.

(…)

Jan Jambon:

Dat heb ik daarnet op uw vraag gedaan. Die was immers gericht aan de eerste minister. Deze vraag is aan mij gesteld. U had ook beter hier gestaan.

Ik begrijp, collega’s, dat er partijen zijn die minder rijken willen. De politiek van deze regering bestaat er echter in dat er vooral minder armen zouden zijn.

Je vais le dire également en français, parce que c'est important. Je comprends que certains partis veulent qu'il y ait moins de riches. Nous, nous voulons surtout moins de pauvres!

Et nous le faisons en récompensant le travail, l'épargne et l'esprit d'entreprise, en menant une politique d'activation afin que les gens aient la capacité de se prendre en charge. Soutenons les entreprises et l'ensemble des réformes, ce qu'on a rechigné à faire depuis des décennies dans ce pays.

Ook van de meest vermogenden vragen wij al een billijke bijdrage voor de verbetering van de budgettaire situatie van dit land. Ik merk echter dat velen creatief zijn in het bedenken van nieuwe belastingen, terwijl wij al een van de meest belaste landen ter wereld zijn. Ik hoor daarentegen heel weinig voorstellen voor hervormingen en besparingen.

De regering werkt momenteel aan de opmaak van de begroting voor 2026. Dat is een aartsmoeilijke opdracht. Daarover is iedereen het eens. Het gaat om un col hors catégorie . Ik ga dus niet reageren op elk ballonnetje dat dagelijks wordt opgelaten over belastingen of besparingen, want dat zou niet constructief zijn. De echte begrotingsbesprekingen vinden plaats rond de tafel van de regering en niet op de voorpagina's van kranten of op sociale media. Het resultaat van die besprekingen zal de eerste minister hier in het Parlement komen toelichten.

Peter Mertens:

De regering zal dus niets doen. Ze zal de rijken buiten schot laten en de armen nog armer maken. Dat is het beleid van deze regering.

U hebt het over hervormingen. Ik zal u nog een ander voorstel doen, namelijk nagaan hoeveel cadeaus dit land elk jaar geeft aan de grootste ondernemingen. Ik zal u het getal noemen. Wij geven 16 miljard euro aan de grootste ondernemingen onder de vorm van kortingen, vrijstellingen en vermindering van sociale bijdragen. Dat valt niet uit te leggen.

Het gevolg daarvan is dat er te weinig middelen zijn voor de gepensioneerden, dat er te weinig middelen zijn voor de langdurig zieken en dat er te weinig middelen zijn voor de werklozen. U duwt hen allemaal verder de dieperik in. U maakt hen allemaal armer omdat u een gigantische cadeaupolitiek voert ten aanzien van de grote ondernemingen en omdat u weigert om zelfs maar te debatteren over een miljonairstaks. Shame on you .

Op 14 oktober 2025 zal hier in Brussel een heel grote betoging plaatsvinden tegen dat rijkenbeleid van de arizonaregering.

Paul Magnette:

Vous êtes vraiment très mal placé pour parler de la pauvreté. Le gouvernement précédent a sorti 250 000 personnes de la pauvreté, et nous sommes en fiers. Vous allez plonger des dizaines de milliers d’hommes et de femmes dans la pauvreté, et vous devriez en avoir honte.

La lutte contre la pauvreté ne devrait pas être que l’affaire des socialistes et de la gauche. Cela devrait être une affaire qui concerne tous les hommes et les femmes qui ont un minimum d’humanité et un tout petit peu de cœur.

Enlevez vos œillères! Regardez autour de vous. L’Espagne fait tout l’inverse de ce que vous faites. Vous diminuez les pensions; elle augmente les pensions.  Vous gelez les salaires; elle augmente les salaires. Elle taxe les grandes fortunes et les grands patrimoines. L’Espagne, aujourd'hui, monsieur Jambon, est l’un des pays dans la zone euro qui a le taux de croissance le plus élevé et le déficit le plus bas.

Tirez-en des leçons! Faites ce qui marche! Faites ce qui est juste et efficace au lieu de vous enfermer dans votre idéologie mortifère!

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer Magnette, als er geen geld meer in de pot zit, is het omdat u het gedurende 20, 30 jaar hebt verkwist. Ik wil ook een einde maken aan de holle populistische frasen. Mijnheer Mertens, de 1 % rijksten van het land betalen 13 % van de personenbelasting. De 10% rijksten betalen zelfs de helft van alle personenbelastingen. Wat doen we? We zijn in alle belastingdisciplines, ik herhaal het nogmaals, olympisch kampioen. De belastingdruk op kapitaal bedraagt 41 %, op arbeid 40 %, en die druk blijft maar toenemen. Binnenkort komt daar nog de meerwaardetaks bij. Wat wilt u vervolgens doen? Als u de kip met de gouden eieren slacht, dan hebt u in de toekomst geen eieren meer en kunt u er geen meer bakken.

economie en werk

Het Monitoringcomité
De begroting 2026
Het Monitoringcomité en de begroting
Evaluatie en financiële planning 2026 door het Monitoringcomité

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 25 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de verslechterde Belgische begroting en de verantwoordelijkheid voor het groeiende tekort, waarbij de regering benadrukt dat er licht verbetering is bij ongewijzigd beleid, maar structurele problemen (hoge defensie-investeringen, tegenvallende inkomsten, erfschulden en rentelasten) de vooruitgang beperken. De oppositie (PVDA/N-VA) valt de regering hard aan: ze wijten het falen aan dure defensieplannen (€34 mjd), belastingcadeaus aan rijken, en het ontbreken van echte hervormingen, terwijl ze taboes zoals migratiekosten, EU-bijdragen en regionale transfers willen aankaarten. Merckx (PVDA) eist hogere belastingen voor ultrarijken en waarschuwt voor bezuinigingen op pensioenen, onderwijs en kinderbijslag, terwijl Vermeersch (N-VA) radicale besparingen op asiel, ontwikkelingssamenwerking en politiek wenselijk acht. Minister Van Peteghem (CD&V) houdt vast aan een "ambitieus hervormingspakket" om de welvaartsstaat te beschermen, maar erkent dat rentelasten (40% van het tekort in 2030) en decennialang slecht beleid de kernproblemen zijn—zonder concrete maatregelen te noemen. De regering ontkent kortetermijnschuld maar biedt geen duidelijk antwoord op de oppositie-eisen.

Steven Vandeput:

Deze regering heeft als belangrijkste opdracht onze begroting onder controle te krijgen. Voor de begrotingswerkzaamheden voor het volgende jaar is het, zoals steeds, klassiek dat die starten met een aantal rapporten, waaronder ook het zeer belangrijke rapport van het Monitoringcomité. Daarover hebben we al in de media kunnen lezen. We hebben kunnen vaststellen dat er inderdaad een aantal zaken zijn die niet helemaal lopen zoals gewenst. Iedereen mag zijn eigen lezing hebben van dat rapport van het Monitoringcomité. Wij zijn evenwel geen negativisten, geen optimisten, wij zijn realisten.

Feit één is dat het rapport van het Monitoringcomité vaststelt dat er bij ongewijzigd beleid verbetering is. Dat is de realiteit. Is die verbetering zo groot als we wensen? Nee, maar er is verbetering zichtbaar.

Feit twee, waaraan danken we het achterblijven van de verhoopte grotere resultaten dan we vandaag kunnen vaststellen? Dat heeft drie oorzaken. Door de geopolitieke toestand zijn er meer investeringen in defensie. Er zijn tegenvallende fiscale inkomsten en er zijn interestlasten die niet het gevolg zijn van het beid van deze regering, maar van dat van de vorige. De schulden van het verleden, de tekorten van het verleden, zijn de schulden van vandaag. De interesten van vandaag moeten nu eenmaal betaald worden.

Mijnheer de minister, eigenlijk zit het allemaal niet mee, maar we mogen daarom het hoofd niet laten hangen. Daarom wil ik u één vraag stellen. De grote voorwaarde van deze regering, namelijk om de begroting in de goede richting te duwen, is dat (…)

Sofie Merckx:

Monsieur le ministre, le Comité de monitoring a sorti ses chiffres. Le déficit budgétaire est plus grand que prévu il y a quelques mois. Franchement, ce n'est pas très étonnant. Nous le disons depuis des mois, vous avez décidé d'investir 34 milliards dans la Défense d'ici 2035. Nous avons dit dès le début que cette dépense était énorme. C'est même plus que ce que nous coûte le vieillissement d'ici 2050. Déjà là, vous avez menti en disant qu'il n'y avait pas d'argent.

La deuxième chose est la suivante. Quand vous avez commencé, vous avez dit: "Nous, la droite, nous allons gérer le pays et le budget". Mais cela aussi, c'est un mensonge depuis le départ. Si la droite gérait bien les finances publiques, nous l'aurions su depuis longtemps. Depuis combien d'années le MR a-t-il géré le ministère des Finances? Vous l'avez eu énormément d'années. Ne se rappelle-t-on plus de M. Reynders? Qui a fait le tax shift du gouvernement Michel? Ce sont 8 milliards par an qui ne sont pas financés. Il est normal, bien sûr, que cela n'ait pas d'effet.

Donc, monsieur le ministre, qu'allez-vous faire pour mettre le budget en ordre? Allez-vous regarder du côté des recettes? Allez-vous, par exemple, aussi taxer les ultra-riches? Merci.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer Vandeput, neem mij niet kwalijk, maar de cijfers van het Monitoringcomité zijn vernietigend voor uw regering. Ze tonen nogmaals aan dat de begroting van de regering-De Wever te optimistisch was en zelfs misleidend.

De begroting van België behoort tot de slechtste van de eurozone en zakt steeds verder weg. Uw regering zal in deze regeerperiode meer dan 150 miljard euro aan de staatsschuld toevoegen. De collega's van de VLD zullen het graag horen, want de regering-De Wever doet het nog slechter dan de regering-De Croo.

Het volgende zullen zij misschien minder graag horen, maar de heer De Wever is eigenlijk een tweede Verhofstadt. De N-VA wordt een soort tweede Open VLD, want de trukendoos van Verhofstadt wordt de komende dagen bovengehaald, namelijk zaken buiten de begroting houden, eenmalige maatregelen, de verkoop van kroonjuwelen, nieuwe belastingen, collega's van de MR, het achteruitschuiven van uitgaven en het vooruitschuiven van inkomsten. Kortom, het is rommelen in de Belgische marge.

Mijnheer de minister, mijn vraag is heel duidelijk. Is uw regering bereid om de komende maanden eindelijk de taboes op tafel te leggen?

Ik heb het over de miljardentransfers naar Wallonië, de miljardenfactuur van de migratie, voor asiel alleen al 1,1 miljard euro in 2025. Wij bungelen achteraan in de rij van de ontwikkelde landen. Wij hebben zelf geen geld meer. Zullen wij geld blijven uitgeven aan ontwikkelingshulp in het buitenland tot wij uiteindelijk zelf een ontwikkelingsland worden? Ik heb het ook over een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers en over het eindelijk op tafel leggen van onze miljardenbijdrage aan de geldverslindende Europese Unie. Zullen wij eindelijk besparen op het veel te vette politieke systeem in dit land?

Kortom, zullen deze taboes eindelijk op tafel komen?

Vincent Van Peteghem:

Collega’s, het rapport van het Monitoringcomité is duidelijk: er wacht ons een stevige opdracht. Vandaag heb ik verschillende collega’s horen wijzen op wie de oorzaak was van dat tekort. De oorzaak van het tekort ligt voor alle duidelijkheid niet binnen één legislatuur, zeker niet binnen de huidige legislatuur, zoals de oppositie graag verkondigt. Wanneer men een aantal parameters in het rapport van het Monitoringcomité bekijkt, blijkt bijvoorbeeld dat de primaire uitgaven voor het eerst in decennia onder controle zijn. Bovendien kondigt het rapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing aan dat het met de maatregelen van deze regering op lange termijn lukt om de pensioenkost onder controle te houden. Dat zijn geen hoeraberichten, maar louter feitelijke vaststellingen.

Evengoed ligt een deel van de oorzaak bij de vorige regering. Wat we vandaag constateren is een decennialange erfenis van een gebrek aan lange termijnvisie. Het is een erfenis uit tijden waarin men de luxe had enkel bezig te kunnen zijn met de begroting van het volgende jaar, zonder naar de lange termijn te kijken. Die tijd is vandaag voorbij.

De rentelasten hangen als een loden ketting rond de federale hals. Indien er niets wordt gedaan, dan zal in 2030 40 % van het federaal tekort naar rente gaan. Dat is meer dan een zin in het rapport. Die cijfers hebben concrete impact op onze huishoudens, bestuurskamers en ondernemingen. Elke euro die naar rente vloeit, kan niet worden besteed aan zorg, competitiviteit of veiligheid.

Collega’s, de belangrijkste opdracht van deze generatie is het beschermen van onze welvaartsstaat. Als we vandaag geen geloofwaardige koers uitzetten, riskeren we een samenleving waarin het ieder voor zich zal worden. Dat scenario kan sneller werkelijkheid worden dan men denkt, en ik kan en zal dat niet aanvaarden.

We hebben niet alleen een verplichting tegenover onze eigen inwoners, maar ook tegenover Europa en de financiële markten. Het minste teken van vrijblijvendheid in ons begrotingsbeleid vertaalt zich in hogere rente en verlies aan geloofwaardigheid. Net dat is ons hoogste goed.

Om onze begroting op het pad van structurele verbetering op middellange termijn te zetten, moeten we vandaag ingrijpen, met een ambitieus pakket aan maatregelen met impact en hervormingen. Dat is mijn engagement, dat is onze plicht en dat is het project waar deze regering zich achter schaart.

Steven Vandeput:

Mijnheer de minister, ik heb uw antwoord heel goed beluisterd en stel samen met u en met allen – ook met degenen die dat niet graag toegeven – vast dat de hervormingstrein het station heeft verlaten en reeds eerste resultaten toont.

De vraag zal zijn in welke mate uw regering, onze regering, erin zal slagen om nog meerdere wagons aan die hervormingstrein te hangen. Dat zal immers de enige manier zijn om onze begroting onder controle te krijgen. Het zal ook de enige manier om degenen die werken, sparen, ondernemen of dat hebben gedaan en aan degenen die na ons komen de garantie te geven dat ook zij zullen kunnen rekenen op de welvaart die wij vandaag kennen. Dat is onze opdracht, dat is onze plicht.

Sofie Merckx:

Monsieur le ministre, vous dites qu'il importe de parler du déficit budgétaire, parce qu'il entraîne des conséquences sur nos concitoyens. Pour ma part, je vous réponds que les économies que vous êtes en train de faire ou que vous voulez encore faire à tous les étages vont déboucher sur de réelles conséquences pour nos concitoyens.

Quand j'entends aujourd'hui qu'on va encore décider de nouvelles économies sur les pensions, je vous le demande: comment les gens vont-ils se débrouiller pour survivre? Quand j'entends ce matin qu'on prévoit encore 300 millions d'euros d'économies dans l'enseignement, dans l'avenir de nos enfants, je suis scandalisée! Et je le suis également quand je vois qu'on veut même économiser dans les allocations familiales! Moi, je dis "stop"!

Oui, il faut regarder du côté des recettes. Votre problème est que vous accordez des cadeaux fiscaux à tire-larigot, en l'occurrence avec les cotisations sociales pour les plus hauts salaires. Vous videz notre sécurité sociale. Voilà le problème de ce gouvernement! Et vous ne regardez pas là où vous pouvez regarder. En effet, il y a de l'argent. Ce bête débat ne se déroule pas seulement ici mais aussi (…)

Voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Merckx.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, de trein van Bart De Wever rijdt recht de afgrond in. Bart De Wever beloofde orde op zaken te stellen en het rotten te stoppen, maar het rotten gaat gewoon door. Daar dreigen de Vlamingen in de komende maanden en weken voor te moeten opdraaien. Daarom moeten de taboes nu op tafel komen. Schrap alle uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking en klimaatfinanciering. Voer een asielstop in en bespaar eindelijk op migratie. Maak een aparte sociale zekerheid voor alle gelukszoekers die telkens naar dit land komen. Bespaar op de geldverspilling door Europa en de politiek. Dat zou eindelijk orde op zaken zijn, beste N-VA-collega’s. Stop de verkwisting en stop met OCMW te spelen voor de hele wereld, in plaats van de factuur door te sturen naar onze mensen.

economie en werk

Het misbruik van subsidies en fiscale voordelen bij het contract voor de persdistributie

Gesteld door

N-VA Jean-Marie Dedecker

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 25 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Jean-Marie Dedecker kaart aan hoe foutieve krantenbedelingscontracten (bpost, PPP Belgium, ANP) en misbruikte subsidies (50 miljoen/jaar voor mediagroepen zoals DPG en Mediahuis) leiden tot chronische distributiestoringen (tienduizenden abonnees zonder krant) en klachtenafhandeling die faliekant faalt, terwijl belastingkredieten onterecht naar niet-presterende distributeurs vloeien. Minister Jan Jambon erkent de problemen, pleit voor een evaluatie van beide systemen (bpost/AMP) en belooft het dossier op te nemen in de aankomende begrotingsonderhandelingen, maar neemt geen directe actie. Dedecker dringt aan op onmiddellijke stopzetting, wijzend op ceo-uitspraken (AMP, PPP) die pas in 2026/2027 herstel beloven en absurde "oplossingen" (abonnementverlengingen zonder levering), met de eis dat Jambon zijn collega-minister dwingt het faalbeleid te beëindigen.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, dankzij het parlementaire speurwerk van de heer Freilich werd twee jaar geleden een einde gemaakt aan het gesjoemel met het krantenbedelingscontract met bpost van 175 miljoen euro per jaar.

De heer Dermagne schreef toen een nieuwe aanbesteding uit, die werd gewonnen door PPP Belgium. Ook met dat contract werd weer gesjoemeld, waarna het vernietigd werd. Daarna kwam een zeer duister contract tot stand, waarin in een uittredingsvergoeding van 75 miljoen euro voor bpost werd ingeschreven. Voor het overige bleef de inhoud bijzonder onduidelijk. Een deel van dat contract betrof een belastingkrediet. Dat behoort niet tot de bevoegdheid van de minister van bpost, maar wel tot die van de minister van Financiën. Het contract voorziet in een belastingkrediet van 50 miljoen euro per jaar, bestemd voor de uitgevers, de grote mediagroepen, zoals DPG Media, Mediahuis en SudPresse. Zij zijn echter in dezelfde fout vervallen. Ook distributeurs die niet konden instaan voor de verspreiding, zoals PPP Belgium en ANP, een volle dochter van bpost, trekken vandaag dat geld naar zich toe. Het is een ramp.

Mijnheer de minister, het is werkelijk een ramp. Duizenden abonnees worden al een jaar lang niet bediend, elke dag opnieuw. Het is alsof blinden en slechtzienden de kranten ronddragen. Als men op straat nog iemand tegenkomt die het wel doet, is dat iemand die wel de weg naar België heeft gevonden, maar blijkbaar niet die naar de brievenbussen. Het ergste is bovendien dat men met zijn klachten bij de doven en de slechthorenden terechtkomt. Wie belt, belandt in een eindeloze keuzemenu zonder ooit een antwoord te krijgen. Wanneer men dan bij het achtste punt belandt, krijgt men van de uitgevers te horen: stuur maar een e-mail. Dat gebeurt elke dag, voor tienduizenden klanten in het land. Stop die subsidies (…)

Jan Jambon:

Vooreerst, ik ben zelf ook een uitgesproken tegenstander van staatssteun aan bedrijven, die gewoon hun werk moeten doen. De klachten waarover u spreekt, bereiken mij uiteraard ook. Ik denk dat het goed is om een evaluatie van de twee systemen, het systeem via bpost en het systeem via AMP, te maken.

Vorige sprekers, waaronder een minister, wezen er al op dat we de volgende weken voor een enorme begrotingsoefening staan. Alle voorstellen komen daarbij op tafel. Ik ben ervan overtuigd dat ook rond het krantenbedelingscontract nog een woordje zal worden gewisseld.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, ik denk dat er geen tijd meer is, vandaar dat ik die vraag vandaag stel. Ik lees de reacties van de CEO’s van die bedrijven. Volgens de heer Mathieu Goedefroy van AMP zal het tot eind 2026 duren, vooraleer alles in orde is. U kunt op uw kranten wachten tot in 2027. De heer Paul Geens van PPP zegt net hetzelfde. Wat krijgt men als antwoord, als men eindelijk gehoor vindt voor zijn klacht? De uitgevers antwoorden dat men het abonnement zal verlengen. Men zal dus het abonnement verlengen, maar men ontvangt niet eens de krant! Mijnheer de minister, stop dat. Onderzoek dat niet langer, want het probleem duurt nu al een jaar. Maak er een einde aan. Zeg tegen uw collega, de minister van bpost, om ermee op te houden. Het lukt toch niet.

veiligheid, justitie en defensie

De bescherming van slachtoffers van familiaal geweld
De drievoudige moord in Roeselare
De drievoudige moord in Roeselare
Maatschappelijke impact, preventie en juridische aanpak van familiaal geweld en extreme gevallen zoals Roeselare

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 25 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Afghaanse man, eerder veroordeeld voor familiaal geweld maar met een lichte straf (1 jaar, half voorwaardelijk) en zonder effectief toezicht, pleegde een drievoudige moord in Roeselare, ondanks een lopend contactverbod. Sophie De Wit dringt aan op snelle goedkeuring van haar wetsvoorstel voor gps-tracking van daders en slachtoffers (slachtofferapplicatie) om herhaling te voorkomen, terwijl Alexander Van Hoecke de te lage straffen, gebrek aan uitzetting van criminelen en taalbarrières (geen begeleiding door onvoldoende Nederlands) hekelt als systeemfalen. Minister Annelies Verlinden belooft strafverzwaringen, gespecialiseerde rechtbanken, betere slachtofferbescherming (mobiel alarm, gps) en verbeterde communicatie tussen justitie en lokale besturen, maar erkent dat onmiddellijke aanhouding bij voorwaardelijke straffen niet mogelijk was. De discussie draait om systeemtekorten in preventie, strafuitvoering en migratiabeleid, met urgente oproepen tot concrete maatregelen.

Voorzitter:

Collega's, gelieve respect op te brengen voor degene die het woord heeft. Dat is nu mevrouw De Wit.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, collega’s, een Afghaanse man werd vorige week veroordeeld wegens familiaal geweld tot een gevangenisstraf van één jaar, waarvan de helft met uitstel. Er gold een contactverbod gedurende de beroepstermijn, die nog liep, maar het heeft niet mogen baten. Afgelopen zondag is hij aan een dodelijke raid begonnen. Uiteindelijk heeft hij zijn partner, een kennis en de buurman om het leven gebracht.

Uiteraard roept dat opnieuw heel wat vragen op, ook over de werking van Justitie. Uiteraard zijn we dan verontwaardigd, ik ook. Het zal maar uw moeder, uw vriend, uw broer, uw zus of uw vader zijn. Die verontwaardiging is terecht, alweer, want dit is helaas niet de eerste keer.

Verontwaardiging volstaat echter niet. Daarvoor zijn wij hier, collega’s: als politici moeten we proberen het verschil te maken. Dat is wat ik probeer te doen. In het regeerakkoord hebben we een uitgebreid luik geschreven over een betere bescherming van slachtoffers. Daarin staan heel wat maatregelen en een daarvan is de slachtofferapplicatie. Bij een contact- of plaatsverbod kan er een gps-systeem gekoppeld worden aan zowel het slachtoffer als aan de dader. Wanneer iemand dat plaatsverbod schendt of te dicht in de buurt komt, wordt een signaal verstuurd en kunnen de instanties ingrijpen. Op die manier weet men dat, en de dader weet dat hij gevolgd wordt.

Mevrouw de minister, collega’s, naast de verontwaardiging die er vandaag opnieuw is, ligt er ook een wetsvoorstel op tafel. We hebben dat in januari al ingediend en de adviezen zijn al gevraagd. Wat ik u hier vandaag eigenlijk alleen maar wil vragen – aan u allen – is uw steun. Kunnen we dat wetsvoorstel, dat de wettelijke basis biedt voor wat vandaag al een proefproject is, alstublieft snel goedkeuren? Zo hoeven er niet nog meer drama’s te gebeuren. Ik dank u.

Alexander Van Hoecke:

Drie verschillende moorden door een reeds veroordeelde Afghaan binnen enkele uren tijd. Mohamed K. is een man die sinds 2015 in ons land verblijft, geen woord Nederlands spreekt en al veroordeeld werd voor brutaal intrafamiliaal geweld. Vorige zomer moest de politie ter plaatse komen nadat zijn eigen dertienjarige zoon in paniek bij de buren had aangebeld. Ter plaatse constateerde de politie dat zijn vrouw verwondingen had aan handen, armen en hoofd. De vier kinderen waren in het gezicht geslagen met een broeksriem, een gsm-oplader of een plastic kabel.

Welke straf kreeg Mohamed K. daarvoor? Eén jaar cel, waarvan de helft met uitstel. We weten allemaal wat dat betekent, want deze regering kiest er heel duidelijk voor om celstraffen van zes maanden of minder niet uit te voeren.

Nog frappanter was dat aan die geheel voorwaardelijke straf geen voorwaarden waren gekoppeld, want Mohamed K. sprak onvoldoende Nederlands. Volgens de rechter zou dat niet werkbaar zijn. Donderdag werd die straf, of het complete gebrek aan straf, uitgesproken. Zondag vermoordde Mohamed K. drie mensen in koelen bloede in Roeselare.

Mevrouw de minister, ik weet eerlijk gezegd niet waar ik moet beginnen met mijn vragen hierover. Ik heb twee essentiële vragen voor u vandaag.

Ten eerste, wat gaat u onmiddellijk ondernemen om ervoor te zorgen dat veroordeelde criminelen niet vrij kunnen rondlopen en effectief een straf krijgen?

Ten tweede, wellicht de belangrijkste vraag, wat deed die Afghaan in godsnaam nog in ons land?

Nathalie Muylle:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mij aan mijn tekst houden. Dat is niet mijn gewoonte, maar de omstandigheden zijn dan ook buitengewoon.

Onze stad werd zondag getroffen door dramatische gebeurtenissen. Een man van Afghaanse origine heeft achtereenvolgens zijn ex-partner, een kennis en een vroegere buur neergestoken. Onze eerste gedachten gaan uit naar de slachtoffers, hun familie en vrienden. Onze Roeselaarse gemeenschap blijft verweesd achter. Hoe is dat kunnen gebeuren? Dergelijk geweld hoort niet thuis in onze stad.

Onze inwoners vragen zich terecht af hoe iemand die nauwelijks een week geleden is veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar voor ernstige feiten van intrafamiliaal geweld zomaar vrij kan rondlopen. In het vonnis werd geen voorwaarde van begeleiding opgelegd, omdat de man geen Nederlands spreekt. Ook van elektronisch toezicht was geen sprake.

Mevrouw de minister, hoe kunnen wij dergelijke situaties aanpakken en voorkomen? Moet de wetgeving niet worden aangepast om ervoor te zorgen dat bij intrafamiliaal geweld in de mogelijkheid wordt voorzien om iemand aan te houden bij veroordelingen van kortere duur, zoals dat vandaag kan bij seksuele delicten?

Als waarnemend burgemeester heb ik dit weekend vanuit de eerste lijn moeten vaststellen dat de pushberichten van de kranten veel sneller en veel gedetailleerder kwamen dan de informatie waarover wij als lokaal bestuur beschikten.

Uiteraard is er begrip voor een correct wettelijk kader. Uiteraard is er ook respect voor het geheim van het onderzoek. Ik hoop echter dat u begrijpt dat de bevolking zich in een beangstigende situatie richt tot de burgemeester en het lokale bestuur voor informatie. Er moet een betere doorstroming komen tussen de onderzoeksrechter die het onderzoek leidt, het parket en het lokale bestuur.

Dat zijn de twee vragen die onze burgemeester u maandag na de gemeenteraad ook per brief heeft gesteld. Ik kijk uit naar uw antwoord.

Annelies Verlinden:

Collega's, laat me beginnen met het betuigen van mijn diepste meeleven met de familie en de vrienden, en zeker ook de kinderen van de slachtoffers, net als met de hele gemeenschap. Wat in Roeselare is gebeurd, is een tragedie die niemand onberoerd laat.

Levens zijn verwoest, de lokale gemeenschap is ontredderd en bovendien situeren de feiten zich in een context van intrafamiliaal geweld. Het gaat om geweld op een plek die voor iedereen als de meest veilige plek zou moeten aanvoelen. Daarom moeten zowel onze boodschappen als ons optreden kordaat en resoluut zijn.

We moeten alles doen wat binnen onze controle is om dergelijke drama's te vermijden. Het gerechtelijk onderzoek naar de feiten loopt en ik zal dat uiteraard op de voet volgen, want het is ook voor mij van belang om precies te weten waarom en hoe die feiten zijn kunnen gebeuren. De lokale en federale politie, het parket en de onderzoeksrechter hebben alles op alles gezet om de verdachte zo snel mogelijk te lokaliseren.

Ik wil hen danken voor hun daadkracht en ik wil ook de waarnemend burgemeester en de burgemeester van Roeselare danken voor hun waardig optreden de afgelopen dagen. Wat ik verder kan duiden over de feiten, is dat de verdachte op 29 juli door de raadkamer werd vrijgelaten onder voorwaarden, waaronder een contactverbod. In tegenstelling tot wat in sommige media werd gesuggereerd, is dat contactverbod nog altijd van kracht.

Op 18 september sprak de correctionele rechtbank van West-Vlaanderen zich vervolgens uit over eerdere feiten, maar dat vonnis was nog niet definitief op het ogenblik van de feiten, omdat de beroepstermijn van 30 dagen nog loopt. Daardoor bleven weliswaar de voorwaarden van de voorlopige invrijheidsstelling van 29 juli, met name ook het contactverbod, van toepassing. De op 18 september opgelegde straf voor de eerdere feiten bedraagt een jaar, waarvan de helft met uitstel en een geldboete.

Ik begrijp dat daarbij ook rekening werd gehouden met het blanco strafregister en met de huidige context van de verdachte. De maximale strafmaat werd toegepast door de rechtbank, het contactverbod liep nog, het vonnis was nog niet definitief en een onmiddellijke aanhouding is inderdaad in dat geval niet voorzien.

Collega's, niemand kan helemaal uitsluiten dat zulke feiten ooit nog zullen gebeuren, maar mijn vastberadenheid daarentegen is bijzonder groot. De daders van intrafamiliaal en van zwaar geweld moeten kordaat worden gestraft, ook en precies omdat we het leed aan en het onrecht van de slachtoffers zeer ernstig moeten nemen. Daarnaast moet ook de omkadering bij seksueel en intrafamiliaal geweld door onze partners toereikend worden gemaakt, ook op het vlak van integratie en verplichte begeleiding in justitiehuizen en andere. Net zoals in de vorige legislatuur maken we van de strijd tegen intrafamiliaal geweld en seksueel geweld een prioriteit.

Daarom voorziet het nieuwe Strafwetboek in strafverzwaringen en in nieuwe strafbaarstellingen. We zorgen ook, mevrouw De Wit, voor een brede uitrol van het mobiel stalkingalarm en de gps-toepassingen in overleg met de gemeenschappen die ook een bevoegdheid hebben in dezen. We kunnen uw wetsvoorstel daarbij zeker in aanmerking nemen.

Daarnaast investeren we in parketcriminologen om de werking van de veilige huizen te versterken vanuit het budget van Justitie. We richten ook gespecialiseerde kamers op bij de rechtbanken voor intrafamiliaal geweld en voor seksueel geweld. Daarnaast willen we de verplichte inschakeling van de DAVO bij intrafamiliaal geweld bekijken om zo ook economisch geweld tegen te gaan, wat vaak samengaat met intrafamiliaal geweld.

Ik wil graag nog even terugkomen op de terechte bezorgdheden vanuit Roeselare omtrent de communicatie vanwege Justitie in de eerste uren. De zoektocht naar het juiste evenwicht tussen enerzijds het verlenen van transparantie omtrent de beschikbare informatie met het oog op het scheppen van vertrouwen en het geruststellen van de bevolking en anderzijds de bescherming van het onderzoek en het veilige optreden van de veiligheidsdiensten waardoor enige terughoudendheid geboden kan zijn, is wezenlijk. Vorige week nog had ik overleg met de woordvoerders van de zetel en het openbaar ministerie om het gepaste handelingskader voor dat soort gevallen verder uit te diepen. Deze casus toont aan hoezeer dat nodig is.

We moeten ook allemaal een vuist maken tegen lekken vanuit de bevoegde diensten naar de pers, die de communicatie vanuit lokale en bovenlokale besturen kunnen doorkruisen. Geweld, van welke aard ook, verplicht ons samen te werken en samen te blijven investeren in Justitie en in een passende omkadering voor slachtoffers, zoals met het mobiel stalkingalarm en de gps-toepassing, en zo ook onze binnenlandse veiligheid te dienen. We moeten dat doen voor de slachtoffers, voor de nabestaanden en uiteindelijk ook voor onze hele samenleving. Ik maak er alvast werk van.

Sophie De Wit:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.

Samen maken we er werk van. Ons wetsvoorstel werd in januari ingediend. We hebben inmiddels ook de adviezen ontvangen van de Vlaamse Gemeenschap. Ik kijk dus naar de voorzitter van de commissie voor Justitie. Laten we er gewoon aan beginnen, want die controle en die dwangmaatregelen zijn wel degelijk nodig. Alleen een voorwaarde opleggen, is niet voldoende. Er zijn immers te veel incidenten. U zegt terecht dat we niet alles kunnen vermijden. Dat klopt. We kunnen evenwel proberen de gaten in het net op zoveel mogelijk plaatsen te dichten. De slachtofferapplicatie is daartoe een middel.

Collega's, ik ga ervan uit dat u dat allemaal heel snel zult steunen. Ik dank u.

Alexander Van Hoecke:

Drie verschillende moorden in een paar uur tijd hadden voorkomen kunnen worden. Drie mensenlevens en de levens van tientallen nabestaanden hadden niet verwoest moeten worden. Wat deed die Afghaan, die in 2015 naar hier werd gehaald onder Theo Francken en die zijn vrouw en kinderen mishandelde, in hemelsnaam nog in ons land?

Buitenlandse criminelen uitzetten in plaats van ze fopstrafjes geven, dat is geen onmogelijkheid, dat is een beleidskeuze. Criminelen tout court niet vrijlaten na een veroordeling, maar ze effectief bestraffen, dat is een beleidskeuze. Dat zijn de beleidskeuzes die u maakt en die jammer genoeg op deze manier nog veel slachtoffers zullen eisen.

Mevrouw de minister, u draagt hier een loodzware verantwoordelijkheid.

Nathalie Muylle:

Mevrouw de minister, er zijn in dit dossier heel veel mitsen en maren . Hadden we maar… Was dit maar gebeurd... Deze keer ging het om een vrouw die de moed had om weg te gaan van haar partner, een buur die zijn burgerplicht heeft gedaan en een kennis die het verschrikkelijk vond en afstand nam, omdat iemand zijn gezin sloeg. U hebt terecht een aantal goede maatregelen opgenoemd en ik hoop dat u die ook kunt realiseren. Er komt een cruciale periode aan, namelijk de begroting. U vraagt bijkomende middelen en ik hoop dat u die zult krijgen, want elk slachtoffer van intrafamiliaal geweld is er een te veel.

economie en werk

De dreigende teloorgang van de industrie
De dreigende teloorgang van onze (duurzame) economie
Het concurrentievermogen van de Europese economie en de maatregelen voor België
De uitdagingen voor Belgische industrie, duurzame economie en Europees concurrentievermogen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 18 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Vlaamse industrie verkeert in diepe crisis door hoge energiekosten, overregulering, loonlasten en Europese concurrentienadelen, wat leidt tot massale afdankingen, geannuleerde investeringen (bv. ExxonMobil’s €100M recyclageproject) en bedrijfsvertrek (GSK naar de VS). Premier De Wever erkent de structurele problemen—energie, fiscale druk (OCDE-Pillar 2), regeldruk en "gold-plating"—en wijst op Europese afhankelijkheid, maar belooft nationale maatregelen (loonlastenverlaging, Make 2030, minder bureaucratie) en hoopt op een versnelde Europese koerswijziging (Clean Industrial Deal). Kritiek blijft hard: de oppositie ziet geen concrete vooruitgang, terwijl bedrijven blijven vertrekken en de geloofwaardigheid van de regering onder vuur ligt. Kernvraag: kan België/Europa de deïndustrialisering en ecologische achteruitgang (bv. mislukte recyclage-investeringen) stoppen zonder radicale beleidsshift op kosten, regelgeving en fiscale concurrentie?

Reccino Van Lommel:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, onze Vlaamse industrie verkeert in crisis. Dat zeg ik niet alleen, dat zeggen ook experten. Dat begint hoe langer, hoe meer aan de oppervlakte te komen: onzekerheid, uitgestelde investeringen, lege orderboeken, cashflowproblemen. Op de koop toe beginnen werkgevers die in de afgelopen jaren een strijd hebben gevoerd om talent aan te trekken, stelselmatig personeel af te danken. Het gaat lang niet meer alleen over de hoge energiekosten, de regelneverij en andere kosten, maar ook over de afwachtende houding van ons land. Onze industrie kijkt lijdzaam toe op de acties van de industriële grootmachten, zoals China of de Verenigde Staten.

Er wordt hier als een konijn voor een lichtbak naar anderen, zoals Ursula von der Leyen, gekeken om het probleem op te lossen, maar, premier, zo werkt het helemaal niet. Het gaat hier over de survival of the fittest . Ik weiger genoegen te nemen met het argument dat de industrie in onze buurlanden het ook moeilijk heeft en dat dat ons ontslaat van actie. Ik weiger genoegen te nemen met een Europese Unie die er met haar maatregelen jarenlang voor heeft gezorgd dat onze industrie kapotgaat.

De toestand is precair. ExxonMobil is met zijn nieuws vandaag slechts een van de vele voorbeelden in de rij van industriële bedrijven die hier geen toekomst meer zien. Mijn vragen zijn daarom heel duidelijk, mijnheer de premier. Zult u blijven wachten op Ursula of zult u nu actie ondernemen om te vermijden dat Vlaanderen morgen een industrieel kerkhof wordt?

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, bent u ervan op de hoogte dat er 1 miljoen ton aan capaciteit voor plasticrecyclage is verdwenen in Europa de voorbije twee jaar? Faillissement na faillissement kleurt een deel van die groene sector bloedrood. ExxonMobil maakt nu bekend dat het een investering van 100 miljoen euro voor chemische recyclage in de havens on hold zet.

Er komt een enorme plasticberg op ons af door de Europese exportban van plasticafval naar Azië en door het feit dat zeer goedkope, gesubsidieerde virgin plastic grondstoffen vanuit Azië onze markt overspoelen, grondstoffen die trouwens niet aan dezelfde strenge regels voldoen als onze Europese recyclaten. Dan is er nog de onzekerheid over de berekening van het recyclagepercentage, wat ExxonMobil nu doet steigeren, om nog maar te zwijgen van het feit dat de bouw van zo’n fabriek voor chemische recyclage een zeer grote investering vergt en het proces bijzonder energie-intensief is.

Mijnheer de eerste minister, hoe zult u ervoor zorgen dat we onze eigen capaciteit niet laten wegconcurreren? Hoe kunnen we innovatie, zoals die van ExxonMobil, aantrekken in plaats van afstoten, zoals nu gebeurt? Zult u in overleg treden met de Europese Commissie om de enorme regellast aan te pakken?

Mathieu Michel:

Monsieur le premier ministre, j'étais très heureux d’avoir la chance d’aller à Walibi, finalement, pour vous voir, monsieur Bart "De Wavre".

Comme vous le savez, pas très loin de Wavre, une entreprise extraordinaire, qui s'appelle GSK, a décidé d'investir plus de 20 milliards d'euros aux États-Unis. Son but est certainement d'y développer à la fois la recherche et le développement, mais aussi les chaînes de production. Cela constitue un signal d'alarme assez important sur le fait qu'aujourd'hui, certains de nos fleurons – des entreprises qui nourrissent la prospérité de notre territoire – sont en train de lorgner vers d'autres endroits pour investir. Cela doit nous alerter car l'entreprise GSK est un pilier historique du secteur pharmaceutique qui pèse pour plus de 25 % de nos exportations.

Alors que l’Europe – et la Belgique en particulier – appliquent loyalement les principes de Pillar 2 de l’OCDE, afin de garantir une imposition minimale de 15 % sur les multinationales, au détriment notamment de notre secteur pharmaceutique, les États-Unis, eux, multiplient les mesures protectionnistes et douanières, sans pour autant appliquer avec la même rigueur ces principes de réforme fiscale mondiale. Le rapport Draghi sonnait d'ailleurs déjà l'alarme par rapport aux besoins d'une véritable stratégie de compétitivité européenne.

Dans ce cadre, monsieur le premier ministre, pouvez-vous me dire quelle analyse le gouvernement tire-t-il de la décision de GSK et d'autres d'investir ailleurs, mais surtout de ses impacts potentiels sur l'écosystème pharmaceutique belge? Disposez-vous d'une évaluation consolidée de l'impact cumulé de Pillar 2 et des mesures fiscales américaines? Quelles mesures concrètes le gouvernement envisage-t-il pour renforcer la compétitivité de nos filières stratégiques prioritaires? Dans ce contexte, la Belgique va-t-elle continuer à adhérer de façon loyale à ce pilier aussi appelé Pillar 2, qui aujourd'hui, s'additionne effectivement aux difficultés des entreprises pour la compétitivité? Je vous remercie, monsieur le premier ministre.

Bart De Wever:

Monsieur le président, chers collègues, j'ai reçu hier une haute délégation du siège d'ExxonMobil, en provenance de Houston. Leur message était très clair, et se retrouve aujourd'hui également dans la presse: si aucune mesure n'est prise pour améliorer le climat entrepreneurial et d'investissement en Europe, il deviendra très difficile d'assurer l'avenir de l'industrie ici. Les signaux de ces derniers mois et années sont très clairs: volumes en baisse, taux d'utilisation des capacités historiquement bas, annonces de fermetures d'installations, et ainsi de suite.

Avant-hier encore – et ce n'est pas un hasard –, j'ai reçu le PDG de TotalEnergies sur le même sujet, M. Pouyanné.

Voor hem zijn er nog anderen langsgekomen. U sprak over GSK en over de farmasector. Als oud-burgemeester van Antwerpen heb ik het geluk de meeste van die bedrijfsleiders en CEO's zeer goed te kennen en veel onder hen persoonlijke vrienden te mogen noemen. Persoonlijke vrienden laten ook wel eens the backside of the envelope zien en die ziet er niet goed uit.

Chers collègues, nous connaissons tous les causes. Je les ai déjà mentionnées à plusieurs reprises ici. Les coûts salariaux trop élevés, les coûts énergétiques beaucoup trop élevés, les difficultés liées aux permis, la pression réglementaire gigantesque et depuis cette année, un environnement commercial très incertain. Dans une certaine mesure, nous sommes nous-mêmes responsables en Europe. Certaines règles et lois sapent tout simplement la viabilité des projets d'investissement.

Het is dus voor mij geen verrassing dat ExxonMobil zijn geplande investeringen voorlopig – daar druk ik op –, heeft opgeschort, zowel in Antwerpen als in Rotterdam. Ik zag dat van ver aankomen. Het probleem is dus niet beperkt tot België alleen. Was dat maar het geval, dan konden we het ook alleen oplossen.

Het gaat om 100 miljoen euro aan investeringen die on hold staan en die zullen worden afgeblazen, als we in dit land en in Europa niet doen wat nodig is. Vooral de Lage Landen, met twee wereldhavens, Rotterdam en de Port of Antwerp-Bruges, worden door die industriële impasse zeer zwaar getroffen. Ik kan niet genoeg beklemtonen dat de verliezen die we daardoor lijden, niet louter economisch zijn, al zouden Groen en links graag horen van degrowth. Het verlies is namelijk ook ecologisch van aard. De investering die ExxonMobil bijvoorbeeld pauzeert, gaat namelijk om een fabriek die plastic afval chemisch zou moeten recycleren volgens de meest moderne standaarden. Er zijn nog andere duurzaamheidsinvesteringen die om dezelfde reden niet doorgaan, zoals bij ArcellorMittal. Ik kan een hele lijst maken van projecten die om economische redenen niet doorgaan. We zijn dus bijzonder slecht bezig wat onze economie, onze werkgelegenheid en de ecologische transitie betreft, tenzij men Europa wilt decarboniseren door het te deïndustrialiseren, maar dan moet men dat maar eens openlijk zeggen.

Sinds het begin van mijn ambtstermijn en ook al lang daarvoor pleit ik voor een Europese strategie om die problematiek aan te pakken. De geesten rijpen zichtbaar. Tegen mijn natuur in ben ik hoopvol. Er waait een andere wind door Europa, en die zou, in tegenstelling tot de Europese traditie, sneller tot resultaten kunnen leiden dan wij denken of gewend zijn. Ik hoop het en ik werk er hard aan.

We kijken uit naar de opvolging van de Clean Industrial Deal van de Europese Commissie en de industrie-versterkende plannen. Overal waar ik kom in Europa, hamer ik daarop; dat zal u wellicht zijn opgevallen. Dat ontslaat ons echter niet van de plicht om in ons eigen land te doen wat we zelf kunnen: een verstandiger energiebeleid zonder dogma’s. Vanmorgen was ik nog in Dessel en Mol. We willen zonder dogma’s een specifiek beleid voeren tegen de hoge energiekosten. We werken ook aan meer competitieve loonlasten. We doen wat we kunnen. De noodzakelijke arbeidsmarkthervormingen zullen hopelijk dit jaar allemaal door het Parlement worden goedgekeurd. Daarnaast is er het Make 2030-initiatief, waarbij de sectoren en de regio’s samen met ons moeten zorgen voor minder complexiteit en groeiversterkende maatregelen. De economie reageert daar heel positief op en dat mag ook gezegd worden.

In het regeerakkoord is bovendien het principe opgenomen dat wij een fout, die de afgelopen decennia zo vaak werd gemaakt, niet meer willen herhalen: de traditie van gold-plating in ons land, en overigens niet alleen in ons land. De staat van onze industrie, zowel in ons land als in Europa, zal een blijvend aandachtspunt zijn van de regering en van mezelf, dag na dag, tot er beterschap komt en, wat mij betreft, liever vandaag dan morgen.

Reccino Van Lommel:

Premier, na zeven maanden regering-De Wever zie ik eigenlijk geen verandering voor onze industrie. Ik zie alleen maar bedrijven die het steeds moeilijker krijgen en elders investeren. Ik zie bedrijven die uit noodzaak gewaardeerde medewerkers afdanken.

Tegelijk zie ik een regering die zich bezighoudt met buitenlandse conflicten. Ondertussen bent u verknocht aan de Belgische macht, zoals destijds de heer Verhofstadt of de heer De Croo. U kunt als zelfverklaard Vlaams-nationalist dan wel blij worden van een staande ovatie op een congres van de Waalse liberalen of de grapjas uithangen bij Europese ontmoetingen. Onze Vlaamse industrie heeft geen reden om blij te zijn, als uw oplossingen uitsluitend in de Europese Unie worden gezocht. Het is bloedserieus, premier. Uw geloofwaardigheid wordt echt wel problematisch.

Red onze industrie, niet morgen of overmorgen, maar vandaag.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.

U stemt mij al enigszins optimistischer. We maken samen werk van de Clean Industrial Deal en we vermijden gold-plating. We moeten er gewoon voor zorgen dat Europa de eigen werkgelegenheid niet bant door een strenge regelgeving. Hoe kan immers van een vrije markt met een gelijk speelveld worden gesproken, als de spelregels verschillen voor veel te veel spelers?

Geef onze industrie de broodnodige ademruimte. Meer heb ik daaraan niet toe te voegen.

Mathieu Michel:

Merci pour votre réponse, monsieur le premier ministre. Il est évidemment essentiel – je pense que vous vous en rendez compte, comme tous les gouvernements doivent s'en rendre compte – que nous prenions conscience de l'ampleur de ce qui est en train de se jouer. Nous devons absolument mobiliser toutes nos énergies et toutes nos intelligences pour rendre notre économie plus compétitive. À l'heure où nous nous interrogeons sur les nécessités de mener des réformes en profondeur, il ne faut pas oublier que notre capacité à soutenir notre modèle social dépend directement de la compétitivité de ces entreprises, également sur la scène internationale. C'est pourquoi je suis convaincu qu'il est essentiel de la renforcer et aussi probablement de s'interroger sur une certaine forme de naïveté que nous avons pu développer, notamment sur notre loyauté en matière de fiscalité à l'international. C'est le cas, à mon sens, de Pillar 2.

gezondheid en welzijn

Een eerlijke bijdrage van de farma-industrie
De teloorgang van de farma-industrie
De begrotingsgesprekken en de volksgezondheid
Financiële verantwoordelijkheid, uitdagingen en budgettaire impact van de farmaceutische sector op volksgezondheid

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 18 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de eerlijke bijdrage van de farmaceutische industrie aan de betaalbaarheid van de gezondheidszorg, waarbij Vooruit (Bertels) pleit voor een verplichte winstafdracht (80 miljoen euro besparing) om explosieve geneesmiddelenkosten te beteugelen en solidariteit te waarborgen. Oppositie (De Knop, N-VA) waarschuwt dat lineaire bezuinigingen innovatie en patiëntentoegang bedreigen en de sector—een economische troef—ondermijnen, terwijl coalitiepartner Depoorter (Open Vld) dialoog en afgewogen maatregelen eist, met kritiek op het ontbreken van overleg bij de ministeriële aankondiging. Minister Vandenbroucke verdedigt de noodzaak van ingrijpen (prijsverlagingen, remgeldhervorming, voorschrijfbeleid) om verspilling tegen te gaan en prioriteiten zoals tandzorg en zorgpersoneel te financieren, met een ultieme heffing op de industrie bij budgetoverschrijding, maar benadrukt dat creatieve sectorvoorstellen nog steeds mogelijk zijn.

Jan Bertels:

Collega’s, iedereen weet dat we voor moeilijke budgettaire jaren staan. We moeten hervormen om de rekeningen van ons land op orde te brengen, om zo de koopkracht van onze bevolking te beschermen, onze sociale zekerheid veilig te stellen voor de toekomst en onze gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Dat vraagt een inspanning van iedereen. Mensen begrijpen dat en zijn bereid hun steentje bij te dragen. Ik hoor op straat wel steeds dat zij dat willen doen op voorwaarde dat iedereen een inspanning levert. Die mensen hebben gelijk. Voor Vooruit is het de normaalste zaak van de wereld dat ook de sterkste schouders eerlijk bijdragen. Elk zijn deel is niks te veel.

Wij willen de facturen in onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar houden. Daarom is het van groot belang dat ook de grote farmaceutische industrie haar duit in het zakje doet. Die industrie verricht goed werk, vaak letterlijk van levensbelang. Maar waar eindigen de macht en de winst van sommige farmaceutische bedrijven? Wat vinden wij nog aanvaardbaar? Verhalen zoals dat van baby Pia liggen nog vers in het geheugen. De stabiele hoge winstcijfers tonen aan dat de sector de voorbije jaren goed geboerd heeft. Van die industrie mogen we dan ook een eerlijke bijdrage verwachten om onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar te houden. De industrie weet dat zelf ook.

Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat die industrie een eerlijke bijdrage levert aan onze gezondheidszorg?

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, welkom terug, een nieuw parlementair jaar en een nieuwe aanval van Vooruit. Ditmaal zijn het de farmaceutische bedrijven die het gelag moeten betalen. We zijn dat van Vooruit gewoon. Mensen die ondernemen, die het land zuurstof geven, die investeren in gezondheid en economie, het zijn jullie natuurlijke vijanden.

Mijnheer de minister, zoals we dat enigszins van u gewend zijn, u gaat eenzijdig en zonder overleg 80 miljoen euro aan inkomsten weghalen bij die sector. Ik heb goed geluisterd naar wat u zei over hervormen, maar dit is niet hervormen. Dit lijkt eerder op het uitroeien van een sector. Laat ons daarover eens nadenken, mijnheer de minister. Wat levert de strategie die u voert economisch gezien op? Wat levert de strategie die u voert ons op het vlak van de gezondheidsdoelstellingen op?

We zijn zeer ongerust en ik heb begrepen dat premier De Wever even ongerust is als wij. Dit betreft immers een sector waar ons land vandaag internationaal koploper is. Hier worden geneesmiddelen ontwikkeld. Hier worden klinische studies uitgevoerd. Dat alles leidt ertoe – of moet ik zeggen leidde ertoe - dat patiënten in België snel toegang kregen tot nieuwe geneesmiddelen. Door de acties die u onderneemt en door het pleidooi dat u voert, mijnheer Bertels, zorgt u er echter voor dat de sector echt op de helling komt te staan met het beleid dat de minister voert.

Weet u dat slechts in 50 % van de gevallen waarin innovatieve geneesmiddelen worden aangeboden, dit ook effectief leidt tot terugbetaling? Dat is slecht voor de innovatie, dat is slecht voor de bedrijven, maar vooral slecht voor de patiënten die daar nood aan hebben en geen toegang krijgen tot innovatieve geneesmiddelen. Wat is daarvoor uw remedie, mijnheer de minister?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de farmaceutische industrie is hoogwetenschappelijk, levensreddend en zeer belangrijk voor de welvaart van ons land.

Deze ochtend las ik in de krant een brief waarin bezorgdheid wordt geuit over een door u aangekondigde besparingsmaatregel van 80 miljoen euro. Dat die besparing er zou komen, was bekend. De sector werd ook gevraagd om voorstellen in te dienen. Die voorstellen zijn ingediend en vervolgens geanalyseerd, onder meer door het RIZIV en het Verzekeringscomité. De voorstellen blijken niet toereikend te zijn.

Mijnheer de minister, de brief kwam dan toch als een verrassing, want het betrof een lineaire maatregel, een besparing zonder meer. Wij hebben samen al een lange weg afgelegd en zijn het niet altijd volledig eens met elkaar, maar wij maken wel deel uit van dezelfde coalitie. Het is dus onze taak om samen zowel de kwaliteit van de gezondheidszorg als het gezondheidsbudget te bewaken.

Ik stel mij de vraag, gelet op het feit dat de begrotingsconclaven en -gesprekken nog moeten beginnen, of u niet enigszins voorbarig bent geweest. Hoe is die brief tot stand gekomen en verstuurd? Ik had graag van u vernomen welke voorstellen niet weerhouden zijn door het RIZIV en door uw diensten. Hebt u deze voorstellen besproken met uw collega’s in het kernkabinet? Met andere woorden, gaat het hier om een aankondiging van een besparing die door de regering is beslist of niet? Ten slotte, mijnheer de minister, in het regeerakkoord is opgenomen dat wij alle maatregelen in dialoog met de farmaceutische sector zouden nemen. Is er opnieuw plaats voor dialoog om die maatregelen af te kloppen? Dank u wel.

Frank Vandenbroucke:

Geachte leden, we investeren zeer belangrijke sommen geld in de gezondheidszorg: volgend jaar 1,5 miljard euro extra. Het is belangrijk dat die investeringen goed terechtkomen, daar waar de noden echt zijn. Ze mogen zeker niet opgaan aan verspilling.

Als we het kraantje gewoon laten openstaan, loopt het water weg in de verkeerde richting. We moeten dus ingrijpen. Een zeer belangrijk probleem is dat we voor een echte explosie van de uitgaven voor geneesmiddelen staan. Dat mogen we niet laten gebeuren. Anders gaat een groot deel van het extra geld daarnaartoe en komt het niet terecht bij tandzorg of geestelijke gezondheidszorg. We zullen het dan ook niet kunnen aanwenden om te investeren in het zorgpersoneel.

We hebben in februari in de regering de afspraak gemaakt – die staat ook op papier – dat we een belangrijke inspanning zouden vragen aan de farmaceutische industrie. In de regering is afgesproken dat we onder meer aan de farmaceutische industrie zouden vragen om met voorstellen te komen om op een verstandige manier te besparen in dat budget, ten belope van 80 miljoen euro. Als er geen goede voorstellen komen, zullen we op een lineaire manier de prijzen die wij vanuit de sociale zekerheid aan de farmaceutische industrie betalen, verminderen. Dat is afgesproken in de regering.

Er is voortdurend uitvoerig overleg met de farmaceutische industrie. Die heeft voorstellen ingediend en de administratie van het RIZIV heeft het resultaat van het onderzoek daarvan meegedeeld aan het Verzekeringscomité. De voorstellen zijn echter ofwel absoluut niet wenselijk, omdat ze ertoe zullen leiden dat bepaalde geneesmiddelen van de markt zullen verdwijnen, ofwel niet uitvoerbaar op korte termijn. Daarom val ik terug op de afspraak die we samen gemaakt hebben. We kiezen daarmee voor een eenvoudige maatregel: de prijzen die we aan de farmaceutische industrie betalen, zullen overal een klein beetje verlaagd worden.

Dat is in verhouding tot een budget van 6,8 miljard euro volgend jaar. Dat is precies geen bijzonder grote inspanning.

Inderdaad, we moeten wel verder durven denken. We moeten af van een bepaald soort pillenverslaving. We zijn kampioenen in het gebruik van cholesterolremmers. Die worden veel te veel gebruikt. We zijn ook kampioenen in het gebruik van maagzuurremmers. Die worden ook veel te veel gebruikt. Al het geld dat wij betalen voor maagzuurremmers gaat niet naar de geestelijke gezondheidszorg, niet naar tandzorg en zal niet geïnvesteerd worden in het zorgpersoneel. Daar moet dus worden ingegrepen. Dat is de reden waarom we enerzijds tegen de artsen zeggen dat er meer moet worden gesproken over het voorschrijfgedrag. Anderzijds willen we ook een signaal geven aan de burger dat dat geld kost aan de samenleving. Om die reden herzien we ook categorieën van het remgeld. Ik heb daarbij geen taboes. Het is zoals de premier daarnet zei, ik kan dat letterlijk herhalen: ʺ Dit is een beleid zonder dogma’s en zonder taboes ʺ .

Bovendien is het belangrijk, vermits we inderdaad heel wat maatregelen moeten nemen en het gros van die maatregelen gericht zal zijn op het tegengaan van een explosie in het geneesmiddelenbudget, dat we de garantie hebben dat we daarin zullen slagen. Er is in de regering dus ook afgesproken dat de farmaceutische industrie in haar geheel een spijkerharde garantie moet geven. Als de maatregelen onvoldoende zijn en het afgesproken budget van 6,8 miljard euro overschreden wordt, dan zal de industrie dat tekort zelf helpen dekken met een heffing op haar omzet. Dat is inderdaad een inspanning, maar een inspanning die vermeden kan worden als de farmaceutische bedrijven zelf met creatieve en geloofwaardige voorstellen komen. Die hebben we tot nu toe nog niet gezien. Daarom zal ik het regeerakkoord en de afspraken in de regering stipt uitvoeren.

Jan Bertels:

Mijnheer de minister, overleg is nodig, maar overleg moet ook tot resultaten leiden.

Mevrouw De Knop, natuurlijk steunen wij onze farmaceutische industrie. In België krijgen patiënten goede zorgen, zelfs de beste zorgen, en daar draagt de farmaceutische sector toe bij. Het budget voor de terugbetaalde geneesmiddelen is de voorbije jaren met 2 miljard euro gestegen. Natuurlijk dragen wij daartoe bij. Om nader in te gaan op wat eerder is opgemerkt, wij geven ook innovatieondersteuning, heel veel zelfs, aan de farmaceutische industrie. Het gaat om honderden miljoenen euro voor innovatie.

Mevrouw De Knop, er is echter één groot verschil en ik ben blij dat dat hier duidelijk gemaakt is. Wij willen dat van de grote winsten een deel terugvloeit naar de bevolking om te investeren in de gezondheidszorg. Dat is solidariteit en de farmaceutische industrie weet dat ook. Zij is het daarmee eens. Daarover verschillen wij van mening. Wij zijn solidair, u bent dat niet.

Voorzitter:

Wellicht is het toeval, of niet, maar mevrouw De Knop heeft nu het woord.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

De conclusie is duidelijk en is iedere keer dezelfde. Deze week is de farmaceutische sector de boeman; de vorige weken waren het de artsen. Het is heel duidelijk, het model van uw partij is een model van afgunst.

U blijft de actoren in de gezondheidszorg beschouwen als vijanden in plaats van ze te zien als partners. Wij kunnen u dat evenwel niet kwalijk nemen, want dat is hoe u en uw partij naar de wereld kijken, namelijk de ondernemer aan zijn zwembad en de arts die fraudeert.

Eén zaak is duidelijk, namelijk dat de patiënt daar niet beter van wordt. In plaats van u te richten op politieke profilering, zou u beter een beleid voeren dat inzet op innovatie, dat ervoor zorgt dat de medicijnen beschikbaar blijven en dat België aan de top blijft op het vlak van klinische onderzoeken.

Dat komt de patiënt ten goede en daarom ben ík wel solidair.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de uitdagingen zijn groot. Dat we de overconsumptie van medicijnen moeten aanpakken, daar zijn we het absoluut over eens. Dat we het budget in balans moeten proberen te houden, daarover zijn we het ook eens. Het is inderdaad de patiënt om wie het draait. Het gaat om die therapie, die toegang tot therapie, die toegang tot innovatie, maar ook die toegang tot generische geneesmiddelen die nu vaak ontbreken. We moeten ervoor zorgen dat de farmaceutische sector overeind blijft. Ook dat hebt u aangehaald. Als er dan voorstellen komen vanuit de sector, vind ik het essentieel dat we die gezamenlijk bekijken. Samen weten we altijd een beetje meer dan alleen. Als we daarover samen kunnen debatteren, kunnen we ook beslissingen nemen die er daadwerkelijk voor zorgen dat die toegankelijkheid behouden blijft en de betaalbaarheid voor de ganse maatschappij gegarandeerd is.

gezondheid en welzijn

De pensioendiefstal
De pensioenhervorming
Het vervroegd pensioen en de gevolgen van perioden van langdurige ziekte en moederschapsrust
Financiële gevolgen van pensioenwijzigingen, -diefstal, vervroegd uittreden en loopbaanonderbrekingen

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 18 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De pensioenhervorming met bonus-malussysteem stuit op felle kritiek omdat het kwetsbare groepen (langdurig zieken, laaggeschoolden, zorgverleners) onevenredig treft: zij riskeren tot 25% pensioenverlies door onvrijwillige loopbaanonderbrekingen (ziekte, mantelzorg), terwijl gelijkgestelde periodes (moederschapsverlof, palliatief verlof) pas onder druk werden meegerekend. Minister Jambon benadrukt dat de hervorming betaalbaarheid moet garanderen via een geleidelijke invoering (volledig effect pas over 15 jaar) en correcties voor ziekte, maar critici noemen de maatregelen onrechtvaardig (straffend voor wie vroeg startte in zware jobs) en intergenerationeel oneerlijk (jongeren betalen de rekening). De sociale onrust en desinformatie over de impact blijven groot, met een polarisatie tussen "noodzakelijke hervorming" (N-VA) en "elitaire strafmaatregel" (oppositie).

Kim De Witte:

"Moeten we bang zijn voor de pensioenmalus?" Dat is de cover van Knack van vandaag. Moeten we bang zijn voor de pensioenmalus, mijnheer de minister? Wat denkt u? U bent blijkbaar niet bang. Collega’s van de N-VA, moeten we bang zijn voor de pensioenmalus? U bent ook niet bang. Collega’s van Vooruit, moeten we bang zijn voor de pensioenmalus? U bent eveneens niet bang. Natuurlijk bent u niet bang, want hier blijven zitten tot 67 jaar is niet moeilijk. Ik begrijp dus dat u niet bang bent.

Veel mensen zijn echter terecht bang voor de pensioenmalus. Een op de twee vrouwen en een op de vier mannen zouden immers met die malus kunnen worden geconfronteerd. Ze zouden tot een vierde van hun pensioen kunnen verliezen. Dat is enorm. Ik begrijp dus dat veel mensen bang zijn.

Wij verzetten ons daarom vanaf dag één tegen die maatregel, omdat hij ingrijpend, onrechtvaardig en elitair is. Hij is onrechtvaardig en elitair omdat hij mensen die vroeg zijn begonnen te werken in een zwaar beroep straft, terwijl hij mensen die later begonnen te werken in een minder zwaar beroep beloont. Dat is niet aanvaardbaar.

Onder druk van de sociale beweging heeft uw regering al stappen achteruit gezet. Tijdelijke werkloosheid hebt u terecht uit de malus geschrapt. Dat is terecht, want mensen kunnen daarvoor niet kiezen. Ook kortstondige periodes van ziekte hebt u geschrapt. Het probleem blijft echter bestaan bij de ernstige periodes van ziekte. Het gaat dan over mensen met kanker, reuma of peesproblemen.

Mijnheer de minister, de ziektecorrectie die u wilt invoeren, is peanuts. Mensen die tot 67 jaar moeten werken, zouden dan slechts tot 66 jaar moeten werken. Zult u een echte ziektecorrectie invoeren en ziekte volledig gelijkstellen voor de berekening van de malus? Ik dank u.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, wij wachten met een visadempje op uw pensioenhervorming. U hervorming bevat een bonus-malussysteem dat pas binnen 15 jaar ten volle effect zal hebben. Dat betekent dat de huidige generatie gepensioneerden grotendeels wordt ontzien, terwijl de rekening wordt doorgeschoven naar de jongeren.

Daarnaast was er in uw eerste ontwerp de onaanvaardbare uitsluiting van moederschapsrust bij het vervroegd pensioen na een loopbaan van 42 jaar. Zo zouden vrouwen per kind bijna een volledig jaar langer moeten werken om recht te hebben op vervroegd pensioen. Pas na zware publieke druk lijkt u nu terug te krabbelen. U zou dit rechtzetten, en dat is meer dan terecht. Wat echter met gelijkgestelde periodes, zoals vaderschapsverlof, pleegverlof of mantelzorg?

Het rapport van het Rekenhof was bovendien ronduit vernietigend. De regering-De Wever zou de cijfers op orde zetten, maar niets is minder waar. Volgens het Rekenhof is uw hervorming zonder extra belastingen of uitzonderlijke maatregelen niet houdbaar, en dat terwijl de belastingdruk in België nu al tot de hoogste ter wereld behoort.

Mijnheer de minister, u noemt uw pensioenmalus een motiverende maatregel. Wat met langdurig zieken, mantelzorgers en ouders die zorgen voor hun gezin? Zult u in uw hervorming rekening houden met deze kwetsbare groepen?

Wanneer komt er duidelijkheid over het meetellen van alle gelijkgestelde periodes?

Hoe garandeert u dat deze hervorming echt intergenerationeel rechtvaardig is en geen lege doos, die de betaalbaarheid en de haalbaarheid van ons pensioensysteem ondermijnt?

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wat we vandaag doen, is ongezien; helaas geldt dat ook voor de pensioenuitgaven. We besteden jaarlijks 70 miljard euro aan pensioenen, waarvan 30 miljard euro telkens opnieuw moet worden bijgepast. Elk klein kind kan inzien dat dit op lange termijn onhoudbaar is. Als we willen dat wie elke dag hard werkt en veel belastingen betaalt, en wie na ons komt, later ook nog een pensioen heeft, moeten we nu hervormen.

Collega De Witte spreekt over angst. Ik heb dezelfde angst als we niet zouden hervormen. Indien we niet hervormen, weet ik niet of we later nog een pensioen zullen hebben. Wat we nu doen, is noodzakelijk en u doet dat op een redelijke manier. Ik hoor dat er veel vraagstukken zijn. Wat we vandaag doen, is zeer redelijk. We houden rekening met moederschapsrust. We houden ook rekening met palliatief verlof. Periodes van gewaarborgd loon worden gelijkgesteld met gewerkte dagen. Wie langdurig ziek is en pas op 66 jaar met pensioen gaat, zal geen euro verliezen ten opzichte van vandaag. Er is helaas dagelijks gigantisch veel desinformatie over een thema dat voor iedereen van groot belang is.

Mijnheer de minister, onze fractie heeft eigenlijk maar één vraag voor u: zet door met uw hervorming en doe dat op een redelijke manier, zoals u elke dag opnieuw doet. Er is immers een oorverdovende, stilzwijgende meerderheid die u elke dag opnieuw steunt.

Jan Jambon:

Beste collega's, mevrouw Samyn, u hebt gevraagd wanneer er eindelijk duidelijkheid zal worden geschapen. In het zomerakkoord hebben we de eerste lezing van de pensioenhervorming gedaan. De wettelijk verplichte sociale concertatie is momenteel bezig. Hierna gaat het dossier terug naar de regering voor een tweede lezing. Daarna moet het advies van de Raad van State worden ingewonnen. Vervolgens komt het dossier opnieuw naar de regering voor een derde lezing. Daarna zal het naar het Parlement worden gebracht. Dan zult u volledige inzage hebben, tot in alle details, en dan zullen we de pensioenhervorming in de commissie kunnen bespreken. We hebben al vaak over de pensioenhervorming gedebatteerd.

Mijnheer De Witte, ik stel vast dat N-VA-fractievoorzitter Ronse u op ManiFiesta niet heeft kunnen overtuigen, in tegenstelling tot collega De Wever, die bij de MR wel indruk heeft kunnen maken. Hij zal dus nog een tweede poging moeten ondernemen. Alle gekheid op een stokje, dit is een belangrijk onderwerp. Het gaat om de verhouding tussen langdurige ziekte en het bonus-malussysteem.

Het bonus-malussysteem heeft betrekking op mensen die minder lang werken dan de wettelijke pensioenleeftijd. Dat hoeft niet noodzakelijk 66 of straks 67 jaar te zijn. Mensen die 42 tot 44 jaar hebben gewerkt kunnen onder bepaalde voorwaarden vervroegd met pensioen blijven gaan. Wie nog vroeger met pensioen gaat, zal een deel van het pensioen moeten inleveren. Daarbij worden een heel aantal gelijkgestelde periodes in aanmerking genomen.

Wat de langdurig zieken betreft: omdat men minstens 35 jaar moet hebben gewerkt, is het bijvoorbeeld in het stelsel van 42 jaar mogelijk om op 60 jaar met pensioen te gaan, zelfs na een langdurige ziekte van zeven jaar. Dat vormt geen enkel probleem. Voor een langere ziekteperiode hebben we reeds een correctie ingevoerd: de periode die men langer moet werken, zal worden aangepast in functie van de duur van de ziekte. Dat is een van de basisprincipes van onze hervorming, de pensioenen in lijn brengen met de periode waarin men effectief heeft gewerkt. Daar gaat het over. We voeren dus die ziektecorrectie door.

Mevrouw Samyn, periodes van tijdelijke werkloosheid en alle zorgverloven, zoals moederschapsrust, ouderschapsverlof, palliatief verlof enzovoorts, worden in ons voorstel gelijkgesteld met gewerkte periodes, ook in het bonus-malussysteem. Dat betekent dat ook deeltijds werkende vrouwen of mannen die zorg hebben opgenomen voor hun kinderen of andere gezinsleden, zonder malus vervroegd met pensioen kunnen gaan. Dat geldt ook voor tijdelijke werkloosheid.

U sprak ook over het budgettaire plaatje. Ik heb dat eigenlijk niet zo goed begrepen, want de Vergrijzingscommissie heeft de pensioenhervorming die wij hebben voorgesteld, doorgerekend. Wat wij vooropgesteld hebben in het regeerakkoord, namelijk dat we met de pensioenhervorming nog tijdens deze legislatuur rond de 2,4 miljard euro zouden besparen, is bevestigd. Die delta loopt in de jaren na de legislatuur nog verder op. Met deze pensioenhervorming realiseren we dus twee zaken. We zorgen ervoor dat de pensioenen op de lange termijn betaalbaar blijven en we zorgen ervoor dat het budgettaire plaatje iets minder uitdagend is. Dat is werk voor de volgende weken.

Kim De Witte:

Mevrouw Demesmaeker, met één ding ben ik het eens: er is heel veel desinformatie over onze pensioenen.

Mijnheer de minister, u hebt nu net weer het voorbeeld gegeven. U zegt dat men 7 jaar ziek kan zijn.

Wel, ik geef een concreet voorbeeld van een poetsvrouw die 32 jaar voltijds en 10 jaar halftijds gewerkt heeft. In die 10 jaar was ze 8 keer 2 weken ziek. Wel, zij krijgt de malus. Ze is vier maanden ziek geweest: 8 keer 2 weken.

Jan Jambon:

Hoeveel langer moet ze werken om die malus te vermijden?

Kim De Witte:

Maar ze kan niet langer werken, dat is net het punt. Als men als poetsvrouw 32 jaar voltijds gewerkt heeft en daarna nog 10 jaar halftijds, dan is men opgewerkt. Dat is het punt. U zegt dat men dan nog 3 jaar verder moet werken om dat op te lossen, maar dat lukt niet.

Mensen kiezen er niet voor, mijnheer de minister, om ziek te zijn. Men kiest daar niet voor. Ik ben liever 5 jaar aan het werken dan 5 jaar aan het vechten tegen kanker. U bestraft mensen die ziek zijn. Onze sociale zekerheid moet hen beschermen.

Ellen Samyn:

In plaats van te motiveren, straft u af en raakt u bovendien aan het pensioen van de gewone Vlaming. Vlaanderen heeft met een werkzaamheidsgraad van 80 % nochtans geen pensioenprobleem. U weet waar het probleem ligt. Dat ligt al decennialang in Wallonië. De huidige asociale regering schuift niettemin de factuur door naar wie wel bijdraagt, namelijk naar de Vlaming.

Mijnheer de minister, dan is er nog de uitsluiting van moederschapsverlof in uw eerste ontwerp. Waar zat u met uw gedachten? Welke boodschap geeft u aan vrouwen die werk en gezin combineren? Krijgen zij de boodschap dat zij worden gestraft omdat zij kinderen krijgen? Moederschap is geen vakantie. Net als vaderschap, pleegzorg of mantelzorg betekent moederschap keiharde inzet met maatschappelijke waarde.

Het Vlaams Belang wil geen lege hervormingsdoos die jongeren en gezinnen treft, maar een rechtvaardig systeem dat inzet beloont en zorgzaamheid erkent. Stop met straffen en begin met waarderen.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Mijnheer De Witte, ik heb voor u nog een vraag, in verband met het voorbeeld dat u gaf. Ik stel me echter de volgende vraag. Stel dat mevrouw opnieuw kan gaan werken. Wat is er dan mis mee om haar opnieuw te laten gaan werken, als zij dat kan? Als zij dat niet kan, kan zij naar het RIZIV stappen en een uitkering krijgen. Dan blijft ze in ziekteverlof en zal na de leeftijd van 66 jaar met pensioen kunnen gaan en daarbij geen euro verliezen.

economie en werk

Jobs jobs jobs
De nood aan samenwerking en gegevensuitwisseling m.b.t. de beperking van de werkloosheid in de tijd
Samenwerking en datadeling voor werkgelegenheid, werkloosheidsbeperking en banencreatie

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met een structurele mismatch op de arbeidsmarkt: 176.500 vacatures (vooral voltijds) staan tegenover 320.000 werkzoekenden en 526.000 langdurig arbeidsongeschikten (Europees record), terwijl tienduizenden werklozen in steden als Charleroi (18.000), Moeskroen (3.000) en Molenbeek (9.000) thuiszitten ondanks lokale tekorten. De werkloosheidshervorming stuitert op slechte samenwerking tussen overheden (federaal, gewesten, OCMW’s), wat leidt tot administratieve chaos en gebrek aan effectieve begeleiding, ondanks beloftes over gegevensuitwisseling en taskforces. Critici benadrukken dat activering zonder maatwerk faalt: werkgevers trekken buitenlandse krachten aan terwijl lokale werklozen onbenut blijven, en kwetsbare groepen dreigen tussen wal en schip te vallen door te late of ontbrekende ondersteuning. De regering zet in op hervormingen vanaf 2025 (activering, omscholing, fiscale neutraliteit), maar de praktische uitvoering en menselijke begeleiding blijven kritische knelpunten.

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, ik ben in de war. Er gebeuren hier zeer vreemde dingen. Ik woon in Kortrijk. Daar zijn heel wat vacatures en wij krijgen mensen uit Rijsel, Frankrijk, maar in Moeskroen marcheert een en ander precies niet. Ik heb onderzocht of dat in de rest van het land ook zo is. Welnu, in Molenbeek zetten ze 230 vrijwilligers in om het vuil van de straten te halen en te zorgen voor netheid. En wat met Charleroi? Als men op reis vertrekt via de luchthaven van Charleroi, krijgt men van Ryanair een bericht om vroeg genoeg naar de luchthaven te komen, omdat er een acuut personeelstekort is. Nochtans zitten er in Charleroi 18.000 personen voltijds thuis met een uitkering, in Moeskroen zijn er 3.000 en in Molenbeek 9.000. De 9.000 Molenbekenaars die een uitkering ontvangen, hebben het blijkbaar zo druk dat er vrijwilligers moeten worden ingezet om het huisvuil op te halen. In Charleroi hebben de 18.000 personen die thuiszitten, het blijkbaar zo druk dat men in de luchthaven geen personeel meer vindt om controles uit te voeren. In Moeskroen is het juist hetzelfde. Dat is toch bizar?

Men kan dat wat Charleroi betreft nog begrijpen: mensen zijn er bang om buiten te komen, want Denis Ducarme loopt daar rond. Hoe is dat echter mogelijk in al die andere steden? Mijnheer de minister, kunt u mij dat mysterie uitleggen?

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, afgelopen week heeft de federale overheid via de RVA de eerste brieven verstuurd naar de werklozen van wie de uitkering in januari stopt. Ik vind die brief vrij hard: uw uitkering stopt; u kunt de VDAB contacteren; maar let op voor uw gezondheidszorg en uw kinderbijslag. Normaal gezien zou er ook een brief van de Vlaamse overheid komen. De VDAB moet die mensen naar werk begeleiden. Alleen weet niemand wanneer hij zal komen. Dan zijn er nog de lokale overheden. De OCMW's varen blind. Maar we weten wel dat duizenden mensen daar zullen aankloppen voor een leefloon.

Mijnheer de minister, ik vind dat kafkaiaans. Ik heb er geen andere woorden voor. De betrokkenen verliezen zich in brieven en loketten, terwijl het doel van de hervorming net is mensen te helpen. Mensen die al twintig jaar aan de kant staan, hebben meer dan ooit nood aan zorgbegeleiding en ondersteuning. Een sterke overheid zorgt daarvoor. Vandaag botsen de overheden echter met elkaar, terwijl ze smeken om samenwerking om hun job goed te kunnen doen: begeleiding bieden.

Het kan ook anders. In Turnhout is de wachttijd voor een leefloon met de helft verminderd, door gegevensuitwisseling. Daardoor hebben de maatschappelijk werkers tijd voor wat er echt toe doet: mensen begeleiden en vooruithelpen. Dat is samenwerking. Dat is menselijk.

Ik heb voor u maar één eenvoudige vraag, mijnheer de minister. Zult u ook voor de werkloosheidshervorming inzetten op samenwerking: één traject, één databank, zodat werklozen effectief aan een job worden geholpen in plaats van dat ze zich verliezen in een administratief kluwen.

Voorzitter:

De vragen werden trouwens gericht aan de minister van Werk, Economie en Landbouw en zullen beantwoord worden door minister Quintin.

Bernard Quintin:

Mijn collega David Clarinval heeft zich vandaag verontschuldigd. Hij heeft mij gevraagd om u het volgende mee te delen. Mijnheer Ronse, het zal geen antwoord over de steden alleen zijn, maar een meer algemeen antwoord.

België hinkt achterop op het vlak van de werkzaamheidsgraad: 70,3 % van de 20- tot 64-jarigen werkt tegenover 75,8 % in Europa. Tegelijkertijd zijn er meer dan 526.000 langdurig arbeidsongeschikten. Dat is een Europees record. Hun re-integratie vormt dus een grote uitdaging. Daarnaast zijn er 320.000 werkzoekenden en 176.500 vacatures, wat wijst op een structurele mismatch.

De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid bevestigt dat België zwaar getroffen wordt door een tekort aan arbeidskrachten. Die moeilijkheden, samen met de stijgende rente, beperken onze budgettaire marge en vereisen snelle hervormingen: activering van inactieven, opleiding en omscholing, het aantrekkelijker maken van werken, een flexibelere arbeidsmarkt en de re-integratie van langdurig zieken.

Sinds het begin van de legislatuur werden al belangrijke maatregelen genomen om de arbeidsmarkt dynamischer te maken, met effecten die vanaf 2025 worden verwacht. Ze passen in een deugdzame driehoek: activering, ondersteuning en responsabilisering. Nieuwe maatregelen zullen di basis binnenkort aanvullen. De federale regering wil zo een deugdzame cirkel creëren waarbij meer jobs bijdragen aan het budgettaire herstel via hogere fiscale inkomsten en lagere sociale uitgaven, zonder de fiscale druk te verhogen. Economische groei blijft de krachtigste hefboom voor gezonde overheidsfinanciën.

Mevrouw Vanrobaeys, de succesvolle hervorming van de werkloosheidsverzekering, die wij voorstaan, vergt een intense en nauwe samenwerking met alle betrokken actoren: de federale administratie, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling, de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen, de private uitbetalingsinstellingen en de OCMW’s.

De voorbije maanden vonden dan ook diverse overlegmomenten plaats op alle niveaus om de goede samenwerking te faciliteren. De problematiek van de gegevensuitwisseling met de regio’s kwam uitvoerig aan bod tijdens de vijf bijeenkomsten van de interministeriële conferentie Werk. Het onderwerp kwam ook aan bod tijdens verschillende vergaderingen van het beheerscomité van de RVA. De gegevensuitwisseling met de OCMW’s kwam eveneens regelmatig aan bod, bij uitstek tijdens de drie bijeenkomsten van de taskforce die door mijn collega Van Bossuyt werd georganiseerd en die de OCMW-federaties en de RVA samenbrengt in het kader van de werkloosheidshervorming.

Zodra een einddatum van het recht op uitkeringen voor een individuele werkloze wordt bepaald, is die informatie ook zichtbaar voor de OCMW’s en de gewestelijke diensten via de daartoe afgesproken elektronische gegevensstromen. Er wordt structureel gewerkt aan de uitbreiding en de integratie van de gegevensstromen om een goede begeleiding te garanderen. Dat omvat zowel de optimalisatie van de huidige consultatiesystemen als de voorbereiding van bijkomende gegevensstromen richting OCMW’s en lokale sociale diensten.

De OCMW’s, hun federaties, de POD Maatschappelijke Integratie en de bemiddelingsdiensten kunnen, indien nodig, bijkomende machtigingen vragen. Alle actoren zijn daarvan op de hoogte en kunnen de nodige acties ondernemen.

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, er zijn in dit land heel veel openstaande jobs, meer dan 165.000. Het betreft geen deeltijdse jobs; 85 % daarvan betreft voltijdse jobs. In mijn provincie pleiten de werkgevers ervoor om kortgeschoolde mensen van buiten Europa aan te trekken, terwijl er in Moeskroen - hou u vast - 3.000 personen langdurig werkloos zijn, thuis zitten, op leefloon, om nog maar te zwijgen van Charleroi en andere steden. Dat moet stoppen. We worden het West-Romeinse Rijk in verval, als we daarmee doorgaan. Arbeiders die ploegenarbeid verrichten, die hun kas afdraaien om dergelijk systeem te blijven financieren, pikken dat niet langer.

Mijnheer de minister, de regering zal pas succesvol zijn, als we al die mensen aan het werk krijgen. Ik heb maar één slotwoord voor al die Walen en Brusselaars die op het moment thuiszitten: vous êtes les bienvenus, nous avons beaucoup de places vacantes, venez chez nous.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. De heer Ronse spreekt over jobs, jobs, jobs. Daar is iedereen voorstander van. Alleen, de kansen op die jobs, jobs, jobs vergroten wanneer men begeleiding biedt op maat. De mensen rekenen daarvoor net op een sterke overheid, federaal, regionaal en lokaal. Dat vraagt samenwerking en maatwerk. Daarom hebben de regeringen met Vooruit ook extra middelen uitgetrokken, federaal en regionaal, voor de maatwerkbedrijven. Nu ziet men dat er vrije plaatsen zijn, maar dat de toeleiding hapert. Dat is echt een gemiste kans. Mijnheer de minister, ik hoor u verwijzen naar bijeenkomsten van de interministeriële conferentie en van taskforces. Ik heb echter de indruk dat het vooral een oefening op papier is en dat de mensen verloren lopen door loketten en brieven. Vandaar mijn oproep: neem de regie, zorg ervoor (...)

gezondheid en welzijn

De aanpak van de schietpartijen en de geldstromen in het kader van de war on drugs
Het drugsgeweld in Brussel
Het drugsgeweld, de straffeloosheid en de draaideurcriminaliteit in Brussel
De inzet van gemengde patrouilles van militairen en politieagenten in Brussel
Het ‘Plan Grote Steden’
Maatschappelijke en veiligheidsmaatregelen tegen drugsgerelateerd geweld, straffeloosheid en criminaliteit in Brussel

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 18 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De recordaantal schietincidenten en druggerelateerd geweld in Brussel en Antwerpen domineert de discussie, met kritiek op het falend federale beleid dat te eenzijdig inzet op zichtbare repressie (meer politie/militairen) zonder de financiële en logistieke kern van de drugscriminaliteit aan te pakken. Minister Quintin verdedigt zijn Plan Grote Steden (extra onderzoekers, camera’s, ANPR-koppeling, BELFI-acties) en belooft snelle inzet van militairen in hotspots, maar oppositie en magistratuur wijzen op gebrek aan concrete resultaten, coördinatiechaos (ontbrekende taskforce, trage justitiehervormingen) en structurele tekorten (vacatures, gebrek aan gespecialiseerde eenheden). De roep om een integrale aanpak—van witwassen en drugsgeld tot gevangenisnetwerken—blijft onbeantwoord, terwijl de symbolische inzet van militairen als zwaktebod wordt afgedaan.

François De Smet:

Monsieur le ministre, cet été fut sans doute le pire été de fusillades de notre histoire récente; avec des victimes, des quartiers dans la peur, des balles perdues qui, un jour ou l'autre, vont aussi toucher des innocents.

À tel point que Julien Moinil, notre procureur du Roi de Bruxelles, a convoqué en urgence une conférence de presse pour réveiller et fustiger le monde politique, tous niveaux confondus – soyons honnêtes – mais en pointant d'abord du doigt le fédéral, et en soulignant à quel point le fédéral ne lui donne pas assez de moyens pour agir.

Le message de ce gouvernement en la matière est connu. Il est exclusivement et surtout sécuritaire, karcher, binaire, un peu MR. Il consiste surtout à essayer de mettre du bleu ou du kaki dans les rues.

Faisons pourtant le constat ensemble, un constat que j'invite à faire: oui, on arrête de plus en plus de personnes. On a arrêté plus de 7 000 personnes dans les rues récemment. Pourtant, les fusillades continuent. Pourquoi? Parce que les petits dealers que nous arrêtons sont de la chair à canon. Parfois nous n'avons pas la place pour les contenir et nous devons les relâcher; parfois nous les gardons. Dans tous les cas, ils sont remplacés extrêmement rapidement, parce que la machine qui se trouve derrière eux a une puissance financière et corruptive extraordinaire et les remplace du jour au lendemain.

Tant que vous ne frapperez pas les têtes, tant qu'on ne frappera pas les portefeuilles, nous allons remplir simplement le tonneau des Danaïdes. Je n'ai aucun plaisir à le dire. Vous avez de l'ambition pour nettoyer les rues, mais je ne vois pas l'ambition dans votre gouvernement pour s'attaquer réellement à la criminalité financière et au blanchiment d'argent.

Nous avons proposé un parquet national financier. On nous a dit non, alors qu'en France cela marche et ça rapporte des milliards. Nous avons proposé un secrétariat d'État à la lutte contre la criminalité financière. Cela marche ailleurs, mais on nous a dit non également.

Je ne dis pas que vous ne faites rien, mais nous ne gagnerons pas cette guerre avec juste du bleu ou du kaki dans les rues. Nous la gagnerons quand les gains de la cocaïne seront anéantis, et là-dessus nous ne voyons rien. Je vous remercie.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, 63 schietpartijen, 7 doden en 28 gewonden. Brussel staat momenteel in de top drie van hoofdsteden met de meeste schietincidenten. Dan heb ik het nog niet over de granaten in Antwerpen.

Het gaat echter over wijken waar mensen wonen, pleinen waar zelfstandigen winkels uitbaten en parken waar kinderen spelen. Het gaat over straten waar mensen wonen, leven en werken. Het lijkt alsof we het geweld in onze hoofdstad en in Antwerpen allemaal normaal zijn beginnen te vinden.

Mijnheer de minister, ik stel vast dat u regelmatig op het terrein gaat en dat is uiteraard goed. Ik hoor en zie evenwel vooral veel aankondigingen van u, van uw collega's Francken en Verlinden en ook van de premier. Dagelijks lees ik nieuwe aankondigingen in de pers. Tezelfdertijd zegt de procureur van Brussel echter dat er naar hem geluisterd wordt, maar dat hij niets krijgt. Dat vind ik hemeltergend.

Daarom vraag ik u vandaag geen nieuwe aankondigingen. Ik vraag u vandaag alleen een engagement en een concrete timing. Wanneer zult u uitvoeren wat u hebt beloofd? Wanneer komen de extra handen en ogen er? Wanneer wordt het camerasysteem in Brussel op punt gesteld? Wanneer zult u samen met uw collega Verlinden actie ondernemen, zodat drugsnetwerken niet langer vanuit de gevangenis aangestuurd worden? Wanneer komen de drugsbehandelingskamers er? Er wordt ook veel gesproken over samenwerking, maar wanneer komt die taskforce er? De premier heeft met veel bombarie aangekondigd dat er een taskforce zou komen die alles zou oplossen, maar sindsdien heb ik niets meer van die taskforce gehoord. Kortom, wanneer krijgen de mensen hun straten, pleinen en parken terug? Dank u wel.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik verwijs naar de uitlatingen van de korpschef van de zone Brussel HOOFDSTAD Elsene, Michel Goovaerts, die bij u goed bekend is en die aan de alarmbel heeft getrokken omwille van de situatie in Brussel: een toenemende drugsplaag, gepaard met drugsgeweld. Ik citeer hem, mijnheer de minister: "Een dosis coke vind je al voor vijf euro. Vijf euro, dan is het geen product meer voor de happy few. Dat is de Colruytmethode: massaal en goedkoop". Een volgend citaat: "Het is vandaag veel makkelijker om via sociale media een wapen te kopen. Vroeger moest je iemand kennen in het milieu. Nu volstaat een berichtje."

Het zijn citaten, mijnheer de minister, die wij niet zomaar naast ons neer kunnen leggen. We moeten vaststellen dat steeds meer jongeren, soms al van 12, 13 jaar oud, in de criminaliteit belanden. Ook de feiten van geweld spreken voor zich. Op 12 augustus stond de teller al op 57 schietincidenten in 2025, waarvan meer dan 60 % gelinkt is aan de criminaliteit. Illegalen die misdrijven plegen, komen steevast vrij. Die groep maakt een steeds groter deel uit van de gevangenispopulatie. Op die manier is het dweilen met de kraan open voor onze politiediensten.

Mijnheer de minister, hoe zit het met die taskforce van de premier? Waar zijn de resultaten? Waar zijn de oplossingen? Is deze regering eigenlijk nog geïnteresseerd in de binnenlandse veiligheid, in plaats van nu al maandenlang te palaveren over buitenlandse veiligheid?

Maaike De Vreese:

Minister, het is geen goed teken als men militairen moet inzetten op straat. Het doet mij terugdenken aan de periode na de verschrikkelijke aanslagen. Het wil zeggen dat de situatie ernstig is, dat ze niet onder controle is. Men doet dit immers niet voor zijn plezier, omdat men het leuk vindt, maar wel omdat de noodzaak er is in een zeer kritieke situatie.

De rampzalige veiligheidssituatie in Brussel is het gevolg van jarenlang malgoverno door de PS. Die burgemeesters steken nu nog altijd de kop in het zand. De sense of urgency om een Brusselse regering te vormen is er nog altijd niet. We need to take back control. Daarvoor zijn hervormingen zeer belangrijk, waaronder vooreerst de eenmaking van de Brusselse politiezones, extra cameranetwerken, de activering van het Kanaalplan en uw Plan Grote Steden en de inzet van specifieke politieteams. De federale politie moet hervormen. Blauw moet meer op straat.

Defensie staat klaar met een juridisch kader dat ervoor zorgt dat militairen op straat effectief kunnen optreden. Wat veel te vaak ontbreekt – ik wil dat nogmaals aanhalen – is de verantwoordelijkheid van de drugsgebruiker. Aan elk lijntje en aan elke pil kleeft bloed. Er zijn al veel te veel doden gevallen. Minister, ik hoop dat u blijft wijzen op die verantwoordelijkheid. U hebt onze volledige steun in de strijd tegen de drugscriminaliteit.

Hoever staat u met de uitwerking van uw grote plan?

Paul Van Tigchelt:

De problemen zijn u bekend, mijnheer de minister, want u gaat regelmatig op het terrein en dat siert u. U toont zo uw betrokkenheid. U weet ook dat het geen gemakkelijke strijd is. Een mirakeloplossing bestaat niet. Ik weet wel en u weet ook dat we een overheid nodig hebben die kort op de bal speelt. De drugsmaffia past zich aan, de overheid moet zich ook constant aanpassen. Op dat vlak is het inderdaad zo, mijnheer de minister, dat we wachten op concrete maatregelen. Daarvan is hier al melding gemaakt.

Ik kan u geruststellen, collega Vandemaele, de taskforce georganiseerde criminaliteit bestaat en komt samen, maar heeft nog geen resultaten, geen concrete maatregelen opgeleverd. Ik zeg dat niet, maar de procureur van Brussel en andere actoren op het terrein.

Een tweede voorbeeld. In het regeerakkoord is er sprake van een structurele versterking op korte termijn van de federale gerechtelijke politie van Brussel en Antwerpen. Ik heb daar de voorbije maanden regelmatig vragen over gesteld, maar daar is geen sprake meer van.

Een derde voorbeeld. De minister van Justitie – want u staat er niet alleen voor, mijnheer de minister – heeft deze zomer tweemaal verklaringen afgelegd in de pers. De eerste verklaring was dat zij een taskforce strafuitvoering heeft opgericht, die met aanbevelingen zal komen in 2028. Dat was de eerste aankondiging. De tweede aankondiging van de minister was dat zij 1 miljard euro extra nodig heeft.

Er zijn dus geen concrete hervormingen, geen concrete maatregelen. Daar wachten we nog op. Misschien moet u ook eens spreken met de premier. Hij was de burgemeester van Antwerpen. In Antwerpen zijn snelleresponsteams, quick response forces , opgericht. Dat zijn teams van hypergespecialiseerde politieagenten. Die agenten zijn zinvoller dan militairen, want die militairen zijn volgens mij een zwaktebod, een teken van onmacht, los van de discussie wanneer en met welk mandaat ze zouden worden ingezet.

Welke concrete maatregelen zult u nemen? Wat is er afgesproken binnen de Nationale Veiligheidsraad?

Bernard Quintin:

Mesdames et messieurs les députés, l'été à Bruxelles, mais pas seulement à Bruxelles, a été difficile. Plus de 20 fusillades ont été à déplorer, dont certaines en plein jour, ce qui est une évolution remarquable, au sens premier du terme. J'ai tenu à me rendre auprès des habitants des quartiers concernés, pour les écouter, d'abord; pour leur garantir le plein soutien et l'engagement de ce gouvernement aussi. Car oui, ce gouvernement agit – we werken – pour les Bruxellois, les Bruxelloises et pour l'ensemble des Belges.

C'est la raison pour laquelle j'ai, depuis sept mois, déployé un large arsenal de mesures destinées à lutter contre le narcotrafic dans notre pays. Je pense tout d'abord au renforcement constant de la police judiciaire fédérale (PJF), singulièrement à Bruxelles, qui se poursuit en deux temps. Au travers d'abord d'un renforcement temporaire direct de 31 enquêteurs pour parer à l'urgence de la situation et répondre directement aux demandes légitimes du procureur du Roi, auquel on fait dire beaucoup de choses, mais avec lequel je suis en contact permanent. Mais aussi via un renforcement structurel, puisqu'aux 720 membres du personnel actuel de la PJF Bruxelles s'ajouteront 40 nouveaux enquêteurs d'ici fin novembre.

Il y a actuellement encore 30 postes vacants. Le recrutement des forces de police n'est pas une difficulté qu'à Bruxelles. Celle-ci se pose dans tout le pays et, non, ça n'est pas une question de moyens financiers, c'est une question de choix politiques. Et je pense avoir démontré ces sept derniers mois que mes choix politiques en la matière sont clairs. Comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire, j'aimerais bien avoir une imprimante 3D et, chaque fois qu'on me demande des policiers, appuyer pour en avoir 50 par-ci, 100 par-là, 60 par-là. Si quelqu'un a cette machine, de grâce, prêtez-la moi!

Mais, en attendant qu'elle soit créée, nous devons renforcer l'attractivité du métier. C'est la raison pour laquelle je tiendrai un conclave dédié à la question en novembre, qui débouchera sur des décisions à court, moyen et long termes pour pouvoir recruter plus rapidement.

Mijnheer Vandemaele, mijnheer Depoortere, ik maak ook 20 miljoen euro vrij voor de installatie van camera's. Hiermee zullen we de lokale en de gerechtelijke overheden ondersteunen om nieuwe camera's te plaatsen op alle plekken waar dat nodig is.

Zoals u weet, zijn we al gestart met de koppeling van alle ANPR-camera's in het hele land aan één enkel systeem, zelfs in West-Vlaanderen. We hebben ook de 8.000 camera's van de NMBS toegankelijk gemaakt voor alle ordediensten, federaal en lokaal.

Ik denk ook aan de grootschalige controleacties die door de federale overheid worden uitgevoerd in samenwerking met de lokale politie, de zogenaamde FIPA-acties, en tot slot aan de zogenaamde BELFI-acties in de strijd tegen louche handelszaken die dienen als dekmantel voor witwaspraktijken, le blanchissement .

Met deze maatregelen van mijn Plan Grote Steden willen we de strijd tegen drugscriminelen en georganiseerde criminaliteit in onze steden opvoeren. Het zijn geen ballonnetjes, zoals gezegd wordt, maar concrete maatregelen waar we met de verschillende niveaus samen aan zullen werken. Dat is de enige manier om de oorlog tegen de drugshandel te winnen, du producteur au consommateur .

Mevrouw De Vreese, mijnheer Van Tigchelt, jullie vragen me naar de inzet van militairen in onze straten. Samen met de minister van Defensie werken we aan de inzet van politie en militairen samen in bepaalde hotspotzones van Brussel en elders in het land indien dat nodig zou zijn. Mijn bedoeling is dat dit zo snel mogelijk kan gebeuren, want de situatie in onze hoofdstad laat geen uitstel toe.

Ik heb gisteren nog overlegd met collega Francken om de modaliteiten van deze gemengde patrouilles vast te leggen.

Enfin, monsieur De Smet, d'abord vous ne m’aurez jamais entendu prononcer le nom d'une quelconque marque de machine à eau sous pression, mais vous m'interrogez sur la lutte contre le blanchiment d'argent et la nécessité d'attaquer les trafiquants au niveau du portefeuille.

L'intention du gouvernement est claire. À travers l'approche Follow the Value , nous voulons réinvestir les produits financiers captés dans la lutte contre le trafic de drogue au service de la sécurité de nos concitoyens. Ce travail avance à un rythme soutenu, en étroite collaboration avec le Commissariat national "drogues". Nous aurons donc l'occasion d'évoquer cela à nouveau en commission dans les prochaines semaines.

Il existe deux éléments supplémentaires. Concernant le parquet financier, je voudrais quand même signaler qu'il n'y a pas d'unanimité au sein du pouvoir judiciaire, entre autres chez les procureurs généraux, pour penser que c'est une bonne idée. Je ne dis pas qu'il ne faut pas renforcer la lutte contre cela, mais il ne faut pas non plus faire dire aux magistrats ce qu'ils ne disent pas forcément.

Et le deuxième élément dont je voulais parler, je pense que je l'ai oublié, mais je profite des dix dernières secondes pour dire que chaque mesure se trouve dans un ensemble. Je dis souvent qu'on prend une mesure, on la sort du contexte et on l’analyse pour dire que ce n'est pas suffisant. Je peux faire la même chose, mais moi je travaille à l'ensemble des mesures pour lutter contre le crime organisé.

Voorzitter:

Wie witwast, wast wit. Het is inderdaad geen evidentie.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.

Vous annoncez beaucoup de mesures, même si toutes ne dépendent pas de vous. Plusieurs collègues vous ont interrogé au sujet de la fameuse task force annoncée par le premier ministre. Vous n’avez rien dit à ce sujet. Pour éviter que des efforts ne soient gaspillés de part et d'autre, il serait judicieux que le gouvernement agisse en ce domaine.

Je me réjouis de l'annonce relative aux 31 enquêteurs, mais vous savez comme moi que cela ne suffira pas à remplir le cadre. C'est pourquoi M. Moinil s'en émeut. En tout cas, c'est un début. J'insiste pour que ces policiers soient spécialisés.

À défaut de parquet financier, j'insiste aussi sur la nécessité de renforcer des services qui se trouvent déjà à votre disposition. Je pense ainsi à l'Office central de lutte contre la délinquance économique et financière (OCDEFO), qui réclame notamment de l'aide dans son expertise numérique afin de suivre l'argent là où il se trouve.

Enfin, s'agissant de l'armée dans les rues, nous voyons bien que cela relève d'une communication en mode "football panique". Vous allez déployer du kaki, alors que ces gens vont être obligés d'appeler la police. Cette disposition vise à rassurer la population et à produire de la communication, mais ce n'est pas cela qui empêchera certains de se tirer dessus à coup de Kalachnikov.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U bent gaan luisteren, ook in de buurten. Dat wordt erg geapprecieerd. Dat was een belangrijk signaal van uw kant.

U merkt zelf op dat bij de maatregelen alles aan elkaar vasthangt. Wij mogen er niet één maatregel uithalen. Dat klopt.

Onze minister van Justitie zal echt wel een tandje moeten bijsteken om samen met u tot oplossingen te komen. Ik had gehoopt dat de taskforce dé plaats zou zijn waar de premier dergelijke zaken zou coördineren. Daarover heb ik in uw antwoord echter weinig gehoord.

Ik haal een aantal elementen uit uw antwoord, onder meer de inzet van militairen. Als de minister van Binnenlandse Zaken militairen op straat inzet, betekent dat het failliet van uw beleid. Er bestaat geen mooier signaal om duidelijk te maken dat u het opgeeft.

Binnenlandse veiligheid behoort altijd te worden verzekerd door politiemensen. Daarom moeten wij vermijden dat onopgeleide personen zonder kader op straat worden ingezet. Zij hebben daar trouwens ook niet voor gekozen. Dat is de foute weg.

Geef de straten en pleinen terug aan de Brusselaars en aan de Antwerpenaren.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, collega's, gelooft nog iemand de huidige regering?

Ik zal u een aantal maatregelen van het Vlaams Belang meegeven waardoor de regering wat geloofwaardigheid kan winnen. Ten eerste, richt gespecialiseerde eenheden op binnen de politie en richt een drugsagentschap op. Ten tweede, benut het crimineel drugsgeld en herinvesteer dat in handhaving. Richt daarvoor een drugsfonds op. Ten derde, voer de razzia's tegen drugsbendes op. Jaag die bendes op en maak hen het dealen onmogelijk. Ten vierde, zet de criminele illegalen uit ons land. De enige draaideur die zij zouden moeten kennen, is de draaideur op de luchthaven van Zaventem.

Mijnheer de minister, met andere woorden, het is tijd om recht en orde te herstellen.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, dit zal inderdaad met een algemeen plan moeten gebeuren, met mensen die ter plaatse actief zijn om de drugsproblematiek aan te pakken. Ik bedoel voornamelijk meer blauw op straat en u weet dat u daarvoor ook heel wat capaciteit moet vrijmaken. Ik weet dat dit enorme inspanningen vergt van de federale politie, maar zij moeten daar zelf toe in staat zijn. Als we militairen inzetten op het terrein en als zij een meerwaarde moeten betekenen, moeten zij ook een juridisch kader hebben waarbinnen zij kunnen optreden. We zeggen van de politie dat zij geen sitting ducks mogen zijn, maar dat geldt zeker ook voor onze militairen.

Mijnheer de minister, u komt vaak op het terrein. U verwees even naar West-Vlaanderen alsof het de Far West was. Ook daar kampen we echter met drugscriminaliteit. Ik nodig u uit om op bezoek te komen. Ik ben er zeker van dat onze sheriff, gouverneur Decaluwé, u met veel plezier zal ontvangen.

Voorzitter: Eric Thiébaut.

Président: Eric Thiébaut.

Paul Van Tigchelt:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw concrete antwoorden. De vraag die hier vandaag rijst, is of we genoeg doen. Kan het beter, kan er meer? Ja, dat kan. We moeten een tandje bijsteken. We kunnen beter. Ik wil u alleen nog waarschuwen: wees voorzichtig met het uitbesteden van veiligheid. Veiligheid is immers een kerntaak van de overheid. Besteed die niet uit aan het leger en ook zeker niet aan de vrouwen zelf. Collega Beenders, ik heb uw voorstel gehoord om vrouwen uit te rusten met pepperspray. Het is echter de overheid die zorgt voor de veiligheid. Pas tot slot ook alstublieft op met uw wetsontwerp waarmee u het mogelijk wil maken dat de regering groeperingen buiten de wet stelt. Ik vraag u dat als liberalen onder elkaar. Gooi de Grondwet niet in de vuilbak. Artikel 27 van de Grondwet, de vrijheid van vereniging, is heilig. Het is niet aan de regering om zulke maatregelen te nemen. Alstublieft, stop daarmee en trek dat wetsontwerp in.

gezondheid en welzijn

De protestacties van de vapeshops

Gesteld door

N-VA Lotte Peeters

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 17 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Vandenbroucke bevestigt plannen voor een smaakverbod op vapes (geïnspireerd door Nederlands succes) en wacht op advies van de Hoge Gezondheidsraad (eind oktober), gevolgd door Europese afstemming, ondanks waarschuwingen over illegale uitwijk. Hij benadrukt versterkte handhaving (40.000 inbeslagname, 6.000 webpagina’s gesloten) maar pleit voor Europese samenwerking, omdat lokale actie onvoldoende is tegen grensoverschrijdende illegale verkoop. Peeters onderschrijft de noodzaak van strengere regels én handhaving, wijzend op milieu-overlast, jeugdverslaving en oneerlijke concurrentie voor legale winkels. De focus ligt op versneld optreden tegen zowel smaakjes als illegale stromen.

Lotte Peeters:

Mijnheer de voorzitter, "minister Vandenbroucke verwijst u door naar het illegale circuit". Die boodschap stond op affiches te lezen in meer dan honderd Belgische vapewinkels. Zij sloten eergisteren de deuren uit protest tegen het smaakverbod op elektronische sigaretten. Volgens hen zou zo’n verbod ertoe leiden dat nog meer mensen hun toevlucht nemen tot illegale vapes.

Dat vapen schadelijk is, werd hier al meermaals duidelijk gemaakt, zeker met betrekking tot minderjarigen. Dan spreken we nog niet eens over de illegale varianten, waarbij we niet weten wat erin zit. Ondertussen bestaat het verbod op wegwerpvapes een half jaar en heel wat ouders, jeugdwerkers, politiezones en lokale besturen zullen het beamen, ze zijn niet verdwenen. Ze duiken nog steeds overal op in het straatbeeld.

Jongeren schaffen zich massaal goedkope wegwerpvapes online aan of verkrijgen ze bij bepaalde fysieke handelszaken die zich niet aan de regels houden. Zes maanden na het verbod heerst er dan ook heel wat frustratie over het feit dat de bestaande regelgeving niet handhaafbaar lijkt te zijn. Met lede ogen moeten we toezien hoe minderjarigen blijven rondlopen met vapes en dan vooral met de illegale, oncontroleerbare wegwerpvarianten, die een nog groter veiligheidsrisico inhouden.

Naar aanleiding van de protestactie eergisteren, maar ook van de talrijke bezorgdheden een half jaar na het verbod op wegwerpvapes, heb ik dan ook volgende vragen voor u, mijnheer de minister.

Hoe ver staat u in het proces met betrekking tot een mogelijke smaakbeperking op vapes?

Hoe wilt u vermijden dat naar het illegale circuit wordt uitgeweken eens die regelgeving er effectief is?

Welke extra handhavingsmaatregelen zult u dan treffen om illegale varianten uit onze straten te weren?

Frank Vandenbroucke:

De vape-industrie heeft maar een doelstelling, namelijk een nieuwe generatie jongeren en zelfs kinderen verslaafd maken aan nicotine. Dat is hun enige criminele doelstelling.

We moeten er alles aan doen om dat onmogelijk te maken. We hebben de wegwerpvapes verboden, we hebben vapes met allerlei tierlantijntjes verboden en ik denk dat we het voorbeeld van andere landen moeten volgen door ook de smaakjes eruit te halen. Het Nederlandse voorbeeld is heel succesvol. 22 % van de mensen die werden geënquêteerd, zegt gestopt te zijn met vapen door het smaakjesverbod. We moeten dit dus doen. Ik heb de Hoge Gezondheidsraad om een advies gevraagd, zoals de wet mij dat voorschrijft. Ik heb gevraagd om tegen eind oktober een advies voor een definitieve regeling te krijgen, die ik dan ook nog Europees zal moeten voorleggen.

We moeten doorzetten. Het eeuwige argument, de eeuwige dooddoener van de tabaksindustrie en nu ook van de vape-industrie, is dat er dan illegale verkoop zou ontstaan. Dat is hun eeuwige dooddoener, hun laatste strohalm. Is er een probleem van illegale verkoop? Zeer zeker. Doen we daar iets aan? Zeer zeker. Weet u dat we sinds het begin van dit jaar al 40.000 illegale vapes in beslag hebben genomen en al 6.000 webpagina's hebben gesloten?

We moeten dit echter op Europees niveau aanpakken. Mijn inspectiediensten doen hun uiterste best, maar ik probeer met een aantal gelijkgestemde landen te komen tot een Europese aanpak. Voor een klein land als België, met buurlanden waar de online verkoop wettelijk is toegelaten, is dat immers een moeilijke strijd. We moeten doorzetten en ons niet laten afschrikken door de klassieke dooddoeners van deze industrie. We moeten doorzetten en de inspectie en de strijd tegen illegale verkoop ten top voeren.

Lotte Peeters:

Het is goed te horen dat er stappen worden gezet in de beperking van smaken of het smaakverbod voor vapes en dat er ook wordt gewerkt aan de handhaving van de regelgeving. Als burgemeester ontvang ik veel signalen over de overlast die illegale vapes met zich meebrengen. Wegwerpvarianten belanden in de natuur. Jonge kinderen worden ermee gespot op speelterreinen. Daarnaast is er ook de terechte frustratie van handelszaken die zich wel aan de bestaande wetgeving houden, maar die zien dat er toch nog massaal illegale producten circuleren. Wij blijven er daarom op hameren dat regelgeving belangrijk is, maar dat die altijd gepaard moet gaan met stevige, doortastende handhaving.

economie en werk

De impact van de belastinghervorming op de gezinnen
De impact van de begrotingshervorming op de gezinnen
De fiscale hervorming
Fiscale en begrotingshervorming: impact op gezinnen

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 17 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De belastinghervorming met verhoging van de belastingvrije som (kost: 3,5 mjd) en fiscale gelijkheid per kind botst op kritiek omdat eerdere plannen grote gezinnen met een gehandicapt kind (tot -5.800 euro/jaar) zouden benadelen—hoewel minister Jambon nu belooft dat gehandicapte kinderen *wel* voor twee tellen. CD&V en Open Vld eisen meer netto-inkomen (via lagere sociale bijdragen, werkbonus) en geen nieuwe taksen, terwijl Jambon bevestigt dat de hervorming budgetneutraal en werkgerelateerd moet zijn, met uitvoering in 2026. De discussie draait om prioriteiten: lastenverlichting *vs.* begrotingsneutraliteit, met verwijten over partijpolitiek blokkeren (Open Vld) en tegenstrijdige beloftes (regering).

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, met het zomerakkoord probeert u ook de belastinghervorming af te ronden, onder meer door de belastingvrije som te verhogen.

Ik wil u toch herinneren aan wat uw kabinetschef daarover eerder heeft gezegd. De heer Wesley De Visscher zei dat het verhogen van de belastingvrije som nonsens is. Waarom? Ten eerste, het heeft nauwelijks een impact op het inkomen van mensen. Ten tweede, het is een zeer dure maatregel, die 3,5 miljard euro zou kosten. Ten derde, als u mensen echt wilt aanzetten tot werken, dan zijn er betere methoden, zoals de afschaffing van belastingtarieven. Dat hebben wij met de vorige regering gedaan, samen met collega Bouchez. We hebben toen drie tarieven afgeschaft. De laatste keer was dat trouwens met de N-VA. Toch volhardt u in de boosheid en gaat u de belastingvrije som verhogen.

Wat blijkt nu echter? Om die belastingvrije som te verhogen en de factuur te betalen, wordt een nieuwe taks ingevoerd. Na twintig arizonataksen komt er een nieuwe taks, meer bepaald op gehandicapte kinderen. Grote gezinnen met een gehandicapt kind zullen de prijs betalen. Vandaag is een gehandicapt kind goed voor een toeslag van twee kinderen. Als dat het derde kind in een groot gezin is, is dat 11.140 euro. Met uw hervorming gaat dat naar een forfait, mijnheer de minister. In dat geval levert het gehandicapte derde kind in een groot gezin nog slechts 5.300 euro op. Dat is een achteruitgang voor die gezinnen.

Het gevolg daarvan is dat de grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen zullen betalen. Een alleenstaande ouder met drie kinderen, waarvan het derde kind een handicap heeft, zal duizenden euro’s meer aan belastingen moeten betalen. Mijnheer de minister, ik dacht dat u de belastingen voor de mensen wou verlagen.

Monsieur Bouchez, diminuer les taxes, pas augmenter les taxes.

Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Waarom wilt u grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen laten betalen?

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, een kind kan opgroeien bij een gehuwd koppel waarvan beide ouders werken, bij een gehuwd koppel waarvan een van de ouders werkt, bij een alleenstaande of in een nieuw samengesteld gezin. Datzelfde kind wordt in die vier situaties fiscaal ongelijk behandeld. Datzelfde kind zal voor de fiscus namelijk ofwel duurder, ofwel goedkoper zijn. Dat is niet afhankelijk van het kind, maar van hoe de ouders willen samenleven en zich organiseren.

Het regeerakkoord stelt terecht dat we dat moeten herdenken, want anno 2025 is dat niet meer verdedigbaar. Er moet aandacht komen voor fiscale gelijkheid in de gezinsfiscaliteit, voor alleenstaanden, voor kleine gezinnen. Daarnaast moeten werkende ouders, ondernemende ouders, worden beloond.

Er circuleren nu een aantal suggesties en ontwerpen. Ik wil benadrukken dat aan de situatie van kinderen met een beperking, naar wat ik hoor, niet wordt geraakt. Er worden wel suggesties gedaan over allerlei goede zaken, zoals een stevige verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus, een verhoging van de maaltijdcheques en de ondernemersaftrek.

Mijnheer de minister, klopt het dat de plannen en ontwerpen die u in uw hoofd hebt, gericht zijn op een fiscaal gelijkere behandeling van onze kinderen en op het doen lonen van werken?

Steven Matheï:

Mijnheer de minister, wie werkt, moet netto meer overhouden. Punt. Die strijd voert cd&v al jaren, denk maar aan de uitwerking van de fiscale blauwdruk van Vincent Van Peteghem, de meest verregaande fiscale hervorming van de afgelopen decennia. Een aantal belangrijke krachtlijnen daarvan zijn inmiddels opgenomen in het regeerakkoord.

Vandaag is het money time . Het is money time voor de regering om een aantal beslissingen te nemen, maar ook money time voor de hardwerkende mensen, de hardwerkende middenklasse. Tal van hervormingen worden aangebracht en uitgewerkt, waarvan de fiscale hervorming een belangrijke is.

Voor cd&v staan daarbij drie zaken voorop. Ten eerste, meer netto op het einde van de maand, niet alleen voor mensen met een lager inkomen, maar ook voor de hardwerkende middenklasse, uit te voeren door de belastingvrije som op te trekken. Ten tweede, cd&v vindt het essentieel dat gezinnen met kinderen niet benadeeld worden. Ten derde, er moet specifieke aandacht zijn voor singles, in het bijzonder alleenstaande ouders. Zij hebben het financieel moeilijker, omdat ze dezelfde kosten alleen moeten dragen, terwijl ze op fiscaal vlak proportioneel het zwaarst belast worden. Daar moet iets aan veranderen. Dat kan bijvoorbeeld door de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, de zogenaamde crisisbelasting, te verlagen.

Mijnheer de minister, alles ligt op tafel. Het regeerakkoord zegt duidelijk dat er getrancheerd moet worden. We weten dat ons land veel belastingen kent. Als we daaraan iets willen veranderen, dan moeten we dat niet doen door nieuwe belastingen, zoals een defensiebelasting, in het leven te roepen, maar door een echte belastinghervorming uit te werken. Die belastinghervorming ligt nu op tafel.

Mijnheer de minister, zal met die belastinghervorming worden gegarandeerd dat het netto-inkomen van de hardwerkende Vlaming op het einde van de maand toeneemt?

Jan Jambon:

Geachte Kamerleden, enkelen onder u baseren zich verkeerdelijk op interne werkdocumenten en trekken foute conclusies uit wat daarin staat.

Ik voer, zoals steeds, loyaal het regeerakkoord uit. Mijnheer Matheï, het antwoord op uw vraag is daarom eigenlijk zeer simpel: ja, dat is de bedoeling van de hele belastinghervorming. Ik kan daar kort over zijn.

Met deze regering streven wij naar een samenlevingsneutrale fiscaliteit waarin elk kind zo veel mogelijk gelijk wordt behandeld. Ik citeer daarvoor graag het regeerakkoord: "De regering wil elk kind zo veel mogelijk gelijk behandelen. De toeslag op de belastingvrije som zal worden gemoderniseerd en meer in lijn worden gebracht met de hedendaagse sociologische realiteit. In de toekomst zal ieder kind dezelfde toeslag krijgen tot een bepaald plafondbedrag. Deze hervorming is budgetneutraal. Daarnaast wordt de toeslag op de belastingvrije som voor alleenstaande ouders enkel toegekend aan werkelijk alleenstaande ouders."

Wat de precieze hervorming betreft, zolang het werk nog niet is afgerond, geef ik daarover nog geen details. Dat zal in de komende uren en dagen verder uitgewerkt worden. Zodra de regering daarover beslist heeft, komt de tekst naar buiten voor adviezen, daarna volgt een tweede lezing en wordt het wetsontwerp ingediend in het Parlement.

De regering meent het ernstig met het doen lonen van werk. Daar gaat het in essentie over. Daarom voorzien we een stevige verhoging van de belastingvrije som. We voorzien ook een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus voor de laagste lonen en een verhoging van de maaltijdcheques. Mijnheer Van Quickenborne, het moet u als muziek in de oren klinken dat de ondernemersaftrek voor zelfstandigen zonder vennootschap er komt, boven op het belastingkrediet, dat wordt opgetrokken tot maar liefst 7.500 euro. Daarnaast zal ook de belastingvermeerdering bij onvoldoende voorafbetalingen verdwijnen. Die principes vormen ons kompas.

Ik kan één ding heel duidelijk stellen en ik wil ook dat dat zeer duidelijk genoteerd wordt. Een gehandicapt kind zal voor twee blijven gelden. Daarin is geen wijziging voorzien en daarover is elke partij binnen de meerderheid het eens.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord, ook voor het laatste deel, want daar maakt u een serieuze bocht. In de tekst die tot nu toe voorlag, was het forfait voor een gehandicapt kind 2.650 euro. Dat is de realiteit. Nu maakt deze regering een bocht, goed, inderdaad gelukkig op tijd, om ervoor te zorgen dat er niemand op achteruitgaat. Maar dan moet u er wel op toezien dat effectief niemand erop achteruitgaat, ook niet grote gezinnen met een gehandicapt kind.

Maar wat is dat altijd met die taksen in deze regering? Taks, taks, taks. Daarnet zei de heer Matheï dat er geen defensietaks mag komen, maar minister Van Peteghem zei deze week dat een defensietaks mogelijk is.

Collega's, hervorm. Voor hervormingen vindt u in ons een partner. Hervorm, maar stop met die taksen, die taksen, en die taksen. Stop daarmee!

Charlotte Verkeyn:

Ik vermoed dat sommigen vanmiddag nog niet gegeten hebben, tenzij een broodje aap.

Mijnheer de minister, laat u niet van de wijs brengen. Degenen die hier nu staan te kraaien over een hervorming voor kleine gezinnen, zullen morgen kraaien dat we niet genoeg doen voor de alleenstaanden, en overmorgen dat we niet genoeg doen tegen het begrotingstekort.

Voor zulke personen bestaat een woord, dat zijn windhanen.

Mijnheer de minister, blijf maar mooi op uw rechte stok zitten, en ga ervoor.

Voorzitter:

Mijnheer Matheï, hebt u ook verwijzingen naar het dierenrijk?

Steven Matheï:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Voor ons is de fiscale hervorming een absolute prioriteit. Ik dank u ook voor de aandacht voor de gezinnen met kinderen, ook voor kinderen met een beperking, en natuurlijk ook voor de lastenverlaging. Collega Van Quickenborne, in deze fiscale hervorming zit een lastenverlaging. In de vorige regering, niet zo lang geleden, onder leiding van een liberale premier, lag een doorgedreven fiscale hervorming op tafel, met lastenverlaging, maar die werd tegengehouden. De partijpolitieke stratego ging voor op de centen van de mensen. Nu realiseren we die fiscale hervorming, mét die lastenverlaging, vanaf januari 2026. Dat is het verschil tussen uw partij, Open Vld, en onze partij, cd&v. Wij doen het, jullie blokkeren.

De strijd met ongelijke wapens in de sector van de e-commerce
De drie miljoen goedkope Chinese pakjes die elke dag in België aankomen
Chinese concurrentie in de Belgische e-commerce sector

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 10 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

PTB beschuldigt MR-minister Bihet van ontwijkend gedrag over verborgen energietaksverhogingen (ETS 2, tot €400 extra), die in zijn eigen beleidsverklaring stonden maar waarover hij weigert antwoord te geven. MR-voorzitter Bouchez ontkent leugens, noemt ETS 2 een EU-maatregel die zijn partij afwijst als schadelijk voor middenklasse en industrie, en pleit voor opschorting of afschaffing. De discussie verschuift naar de overspoeling door goedkope, onveilige Chinese e-commercepakketjes (3 miljoen/dag), die oneerlijke concurrentie, jobverlies en gezondheidsrisico’s veroorzaken. Minister Clarinval kondigt een taskforce, strengere controles, een EU-heffing (€2/pakje) en afschaffing nachtarbeidsverbod aan om Belgische bedrijven en consumenten te beschermen, maar Soete (Vooruit) dringt aan op snellere actie en wijst op het Franse voorbeeld (boetes van €40 miljoen).

Raoul Hedebouw:

Monsieur le président, je comptais interpeller le ministre de l'Énergie aujourd'hui. Il apparaît dans une étude que les citoyens et travailleurs en Belgique devraient débourser 200, 300 ou 400 euros supplémentaires de taxes sur leur facture énergétique.

Le MR nous a dit qu'il n'y aurait plus de taxe supplémentaire et pourtant il y aura quand même 200, 300 ou 400 euros de taxes en plus. Vu qu'il s'agit d'une taxe sur l'énergie, je pensais poser la question au ministre de l'Énergie, M. Bihet. Et cela tombe bien, c'est un ministre MR! Il nous a répondu que cela ne relevait pas de sa compétence. En Belgique, les citoyens doivent savoir que le ministre de l'Énergie n'est pas compétent pour les taxes sur l'énergie.

Nous nous sommes dit qu'il était mal à l'aise et ne voulait pas répondre. À nouveau, ils sont pris dans un mensonge et n'ose pas venir répondre au PTB. Nous avons décidé de consulter la déclaration de politique gouvernementale du ministre. Y avait-il mentionné cette taxe sur l'énergie? Et que vois-je en page 11 de sa déclaration de politique générale? Il est stipulé: "En outre, il faut tenir compte des futures augmentations de prix dues, par exemple, à l'ETS 2", qui est le fameux mécanisme d'augmentation des taxes." Et un peu plus loin, en page 13: " É tant donné la mise en place des tarifications carbone et leur impact sur le prix des combustibles et des carburants….".

Monsieur le président, nous avons donc un ministre MR qui, dans sa déclaration de politique générale, dit qu'"il va augmenter les taxes sur l'énergie", mais qui, quand le PTB demande de l'interroger sur le sujet, répond "non, non, non, j'ai peur de venir répondre". Je trouve cela inacceptable! Le peuple a le droit de savoir. Il a le droit d'avoir les explications des ministres MR qui augmentent les taxes et continuent de mentir à la figure des gens.

(Applaudissements)

(Applaus)

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur Hedebouw, vous avez pris la parole sur l'ordre des travaux. J'en fais de même. J'ai bien compris le gimmick selon lequel il y a un mensonge. Il n'y a pas de mensonge! Les choses sont très simples. ETS 2 est un mécanisme européen qui a été décidé de façon globale et qui ne vise pas que l'énergie, mais également la question de la construction. Il est donc logique que le ministre des Finances réponde. De toute façon, toutes les réponses du gouvernement, je l'ai déjà dit, engagent l'ensemble des membres du gouvernement et pas uniquement celui qui répond. C'est une règle de base dans le fonctionnement gouvernemental.

Par ailleurs, je vais vous faire plaisir parce que nous allons être camarades de lutte. Figurez-vous que ma formation politique est totalement opposée à cet ETS 2 qui sera une catastrophe pour les classes moyennes! C'est la raison pour laquelle Cécile Neven du Gouvernement wallon s'est déjà prononcée sur le sujet. Déjà 17 pays européens demandent à minima le report de ETS 2. Ne faites pas croire ce qu'il n'est pas! La volonté du Mouvement réformateur, c'est que ce mécanisme a minima soit postposé voire, si cela ne tient qu'à nous, disparaisse complètement parce qu'il ne sauvera pas la planète, mais il tuera notre industrie et nos classes moyennes.

Voorzitter:

Collega's, los van de discussie, waarin ik als voorzitter volkomen neutraal blijf en geen standpunt inneem, stel ik vast dat wij hier geconfronteerd worden met iets wat toch niet ongebruikelijk is, namelijk het feit dat de regering beslist wie het antwoord geeft. Mijnheer Hedebouw, ik stel dat vast. Tegelijk ga ik ervan uit dat de minister die wel antwoordt, dat doet namens de hele regering, inclusief de MR-ministers in die regering. Wij beschikken niet over wapens om daarin in te grijpen en ik wil overgaan tot de vragensessie.

Mijnheer Hedebouw, u hebt uw punt gemaakt en ik heb ook collega Bouchez de kans gegeven om daarop te reageren, maar we zullen daarover geen debat organiseren. Ik heb u het woord verleend, omdat u daar recht op hebt, maar ik vrees dat de kwestie die u aansnijdt, verder geen gevolg krijgt, aangezien de regering heeft beslist dat de minister van Financiën op die vraag zal antwoorden.

Lieve Truyman:

Mijnheer de minister, collega's, het is zomer, het strand roept, de festivals beleven hoogdagen en om de wei te betreden, kan men heel gemakkelijk op een advertentie van een Chinees bedrijf klikken en zeer vlot een paar goedkope, kleurrijke sandalen bestellen.

(Mevrouw Truyman toont een pakje)

Voilà, dit is een van de 3 miljoen pakjes van Chinese webwinkels zoals Temu of Shein die ons land elke dag binnenkomen. We worden overspoeld. Het koopgedrag van de consument is de afgelopen jaren aanzienlijk veranderd. Steeds vaker worden producten online besteld. Van over de hele wereld overspoelen pakjes ons land. Dat is een gemak voor de consument, maar wel een gevaar voor onze economie, zeker wanneer deze…

Excuseer, collega's Hedebouw en Merckx, ik denk niet dat u graag onderbroken wordt. Ik heb een verleden in het onderwijs, dus ik heb graag dat alle mondjes dicht zijn. Goed afgesproken? Dank u wel.

Collega's, van over de hele wereld overspoelen pakjes ons land. Dat is een gemak voor de consument, maar wel een gevaar voor onze economie, zeker wanneer deze bedrijven werken met andere arbeidsvoorwaarden en niet voldoen aan de Europese kwaliteitsnormen. Ze gebruiken giftige stoffen, materialen die hier niet mogen worden toegepast of verkopen gewoonweg nepproducten.

Een gelijk speelveld kan men dat absoluut niet meer noemen. Onze bedrijven moeten een onmogelijke strijd uitvechten en dat moeten we een halt toeroepen. Doen we dat niet, dan verhuizen ondernemingen naar landen met interessantere arbeidsvoorwaarden en creëren we menselijke drama’s voor werknemers, gezinnen en bedrijven. Daardoor verliezen we welvaart en koopkracht.

Mijnheer de minister, hoe zult u de e-commercesector in ons land (…)

Voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Truyman.

Jeroen Soete:

Mijnheer de minister, spotgoedkope pakketjes overspoelen onze markt. Shein, uitgesproken als She-in, Temu, AliExpress, het zijn slechts enkele van de spelers. Onze douane heeft er de handen mee vol: drie miljoen pakketjes, elke dag.

We kopen met z’n allen steeds meer. Ons land is een logistieke draaischijf. Dat hoge aantal pakketjes valt niet alleen te verklaren door die factoren. Het komt ook voort uit het businessmodel van veel van die spelers om zo veel mogelijk te werken met kleine, individuele zendingen, zodat ze op die manier invoerheffingen kunnen ontwijken. Dat is onhoudbaar.

Die pakketjes zijn niet alleen spotgoedkoop, mijnheer de minister, ook de kwaliteit laat vaak te wensen over. Het gaat zelfs zover dat de producten vaak giftig en gevaarlijk zijn. Zo vond onze douane al giftige stoffen in kinderspeelgoed. Kinderspeelgoed dat onze kinderen elke dag in hun handen vasthouden, blijkt vaak giftig en van ondermaatse kwaliteit te zijn. Dat is onaanvaardbaar, collega's.

U zou het misschien graag vaker zien gebeuren, mijnheer de minister, maar in dit land trekken werkgevers, werknemers en consumentenorganisaties nu aan hetzelfde zeel, want ze hebben een gezamenlijke oproep gelanceerd voor een gelijk speelveld en voor veilige producten.

Wij zijn een partij voor de mensen die hard werken en een partij van de zorg. Daarom steunen wij deze oproep. Onze Belgische bedrijven houden zich immers wel aan de Europese regels. Zij kunnen onmogelijk concurreren met valsspelers die hun spotgoedkope producten hier dumpen.

Mijnheer de minister, wat zult u doen om onze jobs, onze bedrijven en onze consumenten te beschermen?

David Clarinval:

Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, ik ben mij ten volle bewust van de ernst van de situatie in de handelssector in het algemeen. Wat we hier vaststellen, is een structureel en diep onrechtvaardig onevenwicht. We worden geconfronteerd met een systeem waarbij sommige buitenlandse platformen de regels omzeilen en onze markten overspoelen met niet-conforme, niet-belaste en soms zelfs gevaarlijke producten.

Onze eigen ondernemingen daarentegen respecteren de Europese regels, die vaak tot de strengste ter wereld behoren. Het aantal dergelijke pakjes neemt enorm toe. In 2024 zijn er bijna een miljard via België gepasseerd. Deze enorme toevloed ontsnapt al te vaak aan elke vorm van effectieve controle. Dat model vernietigt jobs, schaadt innovatie en stelt onze burgers bloot aan gevaarlijke producten. Het leidt tot oneerlijke concurrentie voor onze ondernemingen.

Mevrouw Truyman, mijnheer Soete, ik steun het Europese voorstel volledig om een bijdrage van 2 euro per pakje in te voeren. Dat draagt namelijk bij aan eerlijkere concurrentie. We kunnen dat bedrag eventueel zelf nog verhogen, maar het is slechts een eerste stap. Ik zal zeer binnenkort een taskforce samenroepen die alle betrokken actoren – waaronder onder andere de douane – rond de tafel zal brengen.

Maatregelen zijn alleen efficiënt als ze op een gecoördineerde manier worden uitgewerkt. De taskforce zal krachtige maatregelen moeten ontwikkelen om dergelijke praktijken te bestrijden, de controles te versterken, de samenwerking tussen de autoriteiten te verbeteren en niet-conforme producten snel uit de handel te nemen.

Bovendien, mevrouw Truyman, moeten we op het vlak van e-commerce met gelijke wapens kunnen strijden. Daarom heeft de regering zich ertoe verbonden het verbod op nachtarbeid af te schaffen en een versoepeling te voorzien van de procedures om die in te voeren, met behoud van koopkracht voor de bestaande werknemers. De huidige regels inzake nachtarbeid in België vormen een enorme rem op de ontwikkeling van deze sector op ons grondgebied.

In het algemeen hebben wij nood aan duidelijke regels, verscherpte controles en strenge sancties om de competitiviteit van onze ondernemingen en onze jobs te vrijwaren, maar ook om de consumenten te beschermen.

Ik dank u voor uw aandacht.

Lieve Truyman:

Mijnheer de minister, u bent een hervormer. Het is goed te vernemen dat de nachtarbeid ook wordt ingevoerd voor de e-commerce en aanverwante sectoren. Onze partij heeft een voorstel ingediend om ook de openingsuren te verruimen, een van de belangrijke maatregelen om onze arbeidsmarkt moderner en flexibeler te maken.

Daarmee zorgen wij ervoor dat klanten in eigen land kunnen gaan winkelen en niet worden aangetrokken door de grenzen om daar te winkelen. Daarbij zetten wij in op extra werkgelegenheid en geven wij onze handel meer slagkracht, zodat hij concurrentiëler wordt, ook ten opzichte van de e-commerce.

Er is nog een hele weg af te leggen, maar stap voor stap creëren wij een aantrekkelijker klimaat. Wij laten onze ondernemers niet in de steek, want zij staan in voor onze welvaart en voor de koopkracht van ons allemaal.

Jeroen Soete:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

De richting die u aangeeft is de juiste, maar nu komt het er vooral op aan om vaart te maken. Het is niet de eerste keer dat een dergelijke oproep wordt gelanceerd. Het is niet vijf voor twaalf maar vijf na twaalf. Maar liefst 40 % van de effectief gecontroleerde pakketjes blijkt niet in orde te zijn. Wij zullen dus inderdaad slimmer en beter moeten controleren, maar dat zal niet voldoende zijn. Onze bedrijven houden zich wel aan de regels en een deel van de verantwoordelijkheid ligt inderdaad bij …

David Clarinval:

(…).

Jeroen Soete:

Les Chinois, oui.

Wij kunnen echter ook zelf meer doen. Kijk maar naar Frankrijk. De Fransen hebben het heft zelf in handen genomen en de Chinese brolshops een significante boete opgelegd van 40 miljoen euro. Als eerste Europese land heeft Frankrijk daarmee een krachtig signaal gegeven.

Voorzitter:

Ik kan alleen mijn tevredenheid uitspreken over de goede samenwerking tussen de uitvoerende en de wetgevende macht. Ik hoop dat dat ook het geval is bij de vraag van de heer Tonniau. Ik weet niet of de minister ook bij die vraag als souffleur fungeert.

internationale politiek en migratie

De opschorting van de associatieovereenkomst met Israël
De EU-top over de associatieovereenkomst met Israël
De opschorting van de associatieovereenkomst met Israël
De associatieovereenkomst tussen de EU en Israël
De bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juli
EU-Israël associatieovereenkomst discussies.

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 10 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België staat onder zware druk om het EU-associatieakkoord met Israël op te schorten wegens beschuldigingen van genocide in Gaza, massale hongersnood (2 miljoen risico’s), en systematische schendingen van mensenrechten—inclusief gedwongen verplaatsingen naar "gesloten kampen" en blokkade van hulp. 70% van de Belgen en 100.000 betogers eisen sancties, terwijl de regering weifelt: minister Prévot erkent schendingen maar wacht op EU-voorstellen (15 juli), zonder garantie op opschorting, ondanks CIJ-adviezen over illegale bezetting en Belgische initiatieven voor strengere controles op Israëlische producten. Kritiek spitst zich toe op Belgiës dubbele rol: enerzijds morele veroordeling (o.a. "genocide"), anderzijds gebrek aan daadkracht—zoals een wapenembargo (via Antwerpen transiteren munitie voor Israël) of eenzijdige opschorting van het akkoord, mogelijk met gekwalificeerde EU-meerderheid. Compliciteit door inactiviteit is het centrale verwijt, met Ierland en Spanje als voorbeeld van proactief EU-leiderschap. De regering benadrukt humanitaire prioriteiten (toegang hulp, staakt-het-vuren) en wacht op Kallas’ voorstellen, maar parlementariërs en activisten eisen onmiddellijke economische/politieke druk—zoals handhaving artikel 2 (mensenrechtenclausule) en stopzetting van militaire/wetenschappelijke samenwerking. Symbolische stappen volstaan niet terwijl "alle rode lijnen" zijn overschreden. Kernvraag: Zal België op 15 juli in de EU-Raad leiderschap tonen (opschorting eisen) of zich verschansen achter procedures, terwijl de crisis escaleert?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, la situation est apocalyptique. Israël est responsable d'un des génocides les plus cruels de l'histoire moderne. Ces mots terribles sont ceux de Francesca Albanese, la rapporteuse spéciale de l'ONU et c'est la réalité insupportable du génocide en cours à Gaza.

Des bébés tués, brûlés vifs par les bombes, des corps mutilés, des hôpitaux débordés, sans médicaments, sans électricité. Des secouristes, des médecins abattus. Quasiment plus une seule goutte d'eau potable. Pendant qu'au MR, on raconte qu'on peut encore aller au resto pépouze à Gaza, un rapport de l'ONU dit pourtant que la quasi-totalité de la population est à haut risque de famine. Si la Belgique et l'Europe ne font rien, d'ici septembre, ce sont deux millions de personnes qui risquent de crever de faim. Et pendant ce temps-là, l'Union européenne continue de coopérer avec Israël comme si de rien n'était. Pour notre premier ministre, l'accord d'association entre Israël et l'Union européenne n'a rien à voir avec le génocide.

Mais si, il faut suspendre immédiatement cet accord! Face à un génocide en cours, c'est le minimum! Ce n'est même pas des sanctions, c'est juste le minimum. Et apparemment, c'est déjà trop pour notre premier ministre. Les Belges n'en peuvent plus de la lâcheté de leur gouvernement. Les Belges n'acceptent plus qu'on salisse l'image de notre pays. Ils étaient plus de 100 000 dans les rues de Bruxelles. 69 % des Belges demandent des sanctions contre l'État d'Israël et contre sa folie meurtrière. On ne peut pas être ferme contre la Russie et lâche avec Israël.

M. le ministre Prévot a une responsabilité. Pas seulement quand il s'exprime à titre personnel, en interview, mais surtout quand il parle au nom de la Belgique. Alors je vous pose la question, monsieur Quintin – vous n'êtes pas monsieur Prévot: est-ce que la Belgique sera, oui ou non, du bon côté de l'histoire le 15 juillet prochain, au Conseil des Affaires étrangères, en exigeant, et en obtenant, la fin de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza gaat gewoon door. Eerst waren er de bombardementen, waarbij ook ziekenhuizen en scholen onder vuur kwamen te liggen. Ook de toegang tot voedsel, water en medicijnen werd ingezet als wapen.

Nu is er echter een volgende stap. Israël kondigde maandag aan dat het 2 miljoen Palestijnen wil onderbrengen in een gesloten kamp. U hoort het goed, in een gesloten kamp. Het is duidelijk dat alle rode lijnen zijn overschreden. Mensenrechten worden continu geschonden. Elke dag zijn er nieuwe oorlogsmisdaden.

Als we associatieakkoorden sluiten met mensenrechten als voorwaarde, dan moeten we ook een rode lijn trekken als die mensenrechten geschonden worden. Dat krachtige signaal, mijnheer de minister, gaf het Parlement al met onze resolutie, maar het is nu onze plicht om alles te doen om dit drama te stoppen en om Israël op zijn verantwoordelijkheid te wijzen.

Op de top van 20 mei steunde België het initiatief van Nederland om een formeel onderzoek in te stellen om na te gaan of er oorlogsmisdaden worden gepleegd. Het rapport is inmiddels gepubliceerd en is vernietigend, maar toch zijn er geen maatregelen genomen tegen Israël.

Mijnheer de minister, Europa zal volgende week een duidelijk standpunt moeten innemen in de Raad Buitenlandse Zaken. Niet u, maar minister Prévot zal daar aanwezig zijn. Ik vraag u dus uitdrukkelijk: zal België daar pleiten voor maatregelen tegen Israël? Ik dank u.

Staf Aerts:

Collega's, een stad bouwen om honderdduizenden Palestijnen in onder te brengen, dat is het nieuwe plan van Israël. Als een gesloten zone, wat betekent dat wie binnen is, er niet meer uit geraakt. Ik vind het heel pijnlijk om te zeggen, maar dat lijkt toch op een concentratiekamp.

Ondertussen laten de Europese regeringsleiders Israël maar begaan. Gisteren verstopte premier De Wever zich in de commissie achter procedures en achter mevrouw Kallas. Hij zei dat het nu aan haar is om een stap te zetten, maar zelf nam hij geen standpunt in.

Er zijn ondertussen al 57.000 doden. Israël bombardeert ziekenhuizen, blokkeert alle noodhulp en gebruikt honger als een wapen. Er sterven daar kinderen van de honger. De Belgen vragen een heel duidelijk signaal. Met 100.000 kwamen ze naar Brussel om een rode lijn te trekken tegen dat Israëlisch geweld. Zeventig procent van de Belgen steunt economische sancties tegen Israël. Zal de Belgische regering luisteren naar dat signaal?

Volgende week staat het associatieakkoord op de agenda. Dat akkoord opschorten betekent zoveel als een boycot van Israël en dat is wat nodig is. De handelsrelaties moeten worden stopgezet. De universiteiten smeken daar ook om, want op die manier kunnen zij hun samenwerking met Israëlische universiteiten stopzetten. Ierland en Spanje hebben al het goede voorbeeld gegeven en trekken de Europese kar. Zal België dat ook doen? Het is hoog tijd dat we mee aan die Europese kar trekken, want alle rode lijnen zijn overschreden.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, 110 000 personnes ont manifesté voici un mois pour dire: "Stop au génocide!" Elles ont manifesté pour signifier au gouvernement belge, le vôtre, que sa complicité et son inaction étaient inacceptables. Quelques jours plus tard s'est tenu un Sommet européen visant à se demander s'il fallait suspendre l'Accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Il ne s'agit pas simplement d'un accord économique comme on en conclurait avec n'importe quel pays; c'est un accord qui offre à Israël un accès privilégié au marché européen. Ce texte comprend un article 2 qui impose que "les pays contractants doivent respecter les droits humains et le droit international". On s'est donc demandé si Israël les respectait, alors qu'un génocide est en cours… Une réunion est prévue le 15 juillet.

Entre-temps, le ministre israélien de la Défense a déclaré envoyer 600 000 Gazaouis dans un camp de concentration. Cela nous rappelle les pires heures de notre Histoire. Je m'attendais à un sursaut d'indignation… au lieu de rire, monsieur le ministre! Pourtant, il n'y eut aucune réaction!

Ma question est très simple, monsieur le ministre. À l'occasion de la réunion du 15 juillet, quelle position le gouvernement Arizona défendra-t-il? Ne dissimulez pas votre complicité derrière l'Union européenne en prétendant qu'un accord à l'unanimité est nécessaire. Non! Pour suspendre une relation économique, il suffit d'une majorité qualifiée. Allez-vous suspendre cet accord d'association?

Voorzitter:

Merci, monsieur Boukili.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, de crisis in Gaza is tragisch en onmenselijk. Mensen die naar een hulppost gaan om eten te krijgen, worden doodgeschoten. Kinderen ontberen onderwijs en psychologische begeleiding, zo bevestigt UNICEF. Zij hebben daar nochtans nood aan. Vrouwen hebben geen toegang tot contraceptie en moeten bevallen in erbarmelijke omstandigheden, zonder hygiënische voorzieningen. De situatie is onmenselijk.

Met collectieve verontwaardiging alleen komen wij er niet. Wij hebben nood aan acties. Wij hebben geen nood aan symbolische maatregelen, maar aan initiatieven die een daadwerkelijke impact hebben. Een staakt-het-vuren is hoogst noodzakelijk. Het is ook hoogst noodzakelijk dat de gijzelaars naar huis worden teruggebracht, naar hun geliefden in Israël. Het is eveneens absoluut noodzakelijk dat meer humanitaire hulp tot in Gaza geraakt, zodat daar opnieuw een menswaardige situatie kan worden gecreëerd.

Mijnheer de minister, hier in het Parlement hebben wij een resolutie goedgekeurd. De minister van Buitenlandse Zaken heeft het duidelijke mandaat gekregen, niet alleen van het Parlement, maar ook van de regering, om samen met de Europese collega's van de andere lidstaten te pleiten voor acties die impact hebben op het terrein, die maken dat humanitaire hulp effectief tot bij de Gazanen geraakt en die bijdragen aan een diplomatieke uitweg voor de uitzichtloze situatie. Mevrouw Kallas heeft zojuist verklaard dat zij een goed constructief gesprek heeft gehad met de Israëlische autoriteiten en dat de humanitaire hulp effectief zal worden opgeschaald.

Ik heb één vraag voor u. Welk mandaat heeft de minister van Buitenlandse Zaken in de Europese Raad? Wat is de positie van ons land?

Voorzitter:

De vragen werden gericht aan de minister van Buitenlandse Zaken, maar minister Quintin zal namens de minister antwoorden.

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers, namens de minister van Buitenlandse Zaken meld ik u het volgende. Samen met 16 lidstaten heeft België tijdens de bijeenkomst van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie op 20 mei opgeroepen tot een onderzoek naar de naleving door Israël van artikel 2 van het Associatieverdrag tussen de EU en Israël. Dat artikel bepaalt dat de overeenkomst gebaseerd is op het respect door beide partijen van de mensenrechten en de democratische beginselen.

Lors de la réunion du Conseil du 23 juin, la Haute représentante de l'Union européenne, Mme Kallas, a présenté le résultat de cet examen. Ce dernier révèle qu'il y a bel et bien eu des violations graves sur le terrain.

Suite à cela, comme le prévoit la procédure fixée dans l'accord, Mme Kallas a été chargée de "proposer des mesures appropriées" pour utiliser les termes de l'accord. La Haute représentante va présenter, aujourd'hui même, toutes les options possibles. Elles seront discutées à la réunion du Conseil du mardi 15 juillet.

Mme Kallas s'est, par ailleurs, entretenue, ces dernières semaines, avec les autorités israéliennes, - comme cela a été indiqué - pour les inciter notamment à permettre un accès complet et sans obstacle de l'aide humanitaire. Selon une communication de la Haute représentante intervenue en ce début d'après-midi, un accord semble avoir été conclu, dont nous nous réservons le droit d'analyser les contours.

Nos objectifs prioritaires doivent rester d'obtenir un accès humanitaire sans aucune restriction et un cessez-le-feu. Les blocages actuels ainsi que le système mis en place via le Gaza Humanitarian Foundation (GHF) doivent cesser.

Au-delà de l'aide humanitaire, le droit international, y compris le droit international des droits humains, exclut les déplacements forcés de population, l'occupation illégale d'un territoire, les attaques contre des civils et protège spécifiquement les enfants.

Toutes ces violations doivent donc cesser. Il ne pourra pas y avoir de place pour l'impunité.

De regering zal zich buigen over de verschillende opties die door Kaja Kallas op tafel zijn gelegd. Onze positie op dinsdag zal afhangen van deze voorstellen en van de evolutie van de situatie. België zal nooit afwijken van de volledige naleving van het internationaal humanitair recht door alle partijen.

Permettez-moi d’ailleurs de rappeler que la Belgique a, avec huit autres États membres et à son initiative, envoyé une lettre à Mme Kallas appelant à mettre le droit européen en conformité avec l’avis rendu par la Cour internationale de Justice il y a un an.

Dat advies erkende op zeer duidelijke wijze dat de bezetting door Israël van de Palestijnse gebieden illegaal is en dat er actie moet worden ondernomen, ook met betrekking tot de invoer van producten uit die gebieden. Minister Prévot heeft gisteren persoonlijk met mevrouw Kallas gesproken en heeft vandaag onze ambassadeur bij de EU, net als verschillende andere lidstaten, de opdracht gegeven om stappen te ondernemen bij de Europese Commissie om te verzekeren dat er opvolging aan wordt gegeven.

La Belgique est déjà pionnière dans la mise en œuvre effective de la politique de différenciation entre le territoire d'Israël tel que reconnu et les colonies illégales. Nous effectuons notamment des contrôles renforcés sur certains produits en provenance d'Israël. Il est, néanmoins, probable que l'avis de la Cour internationale de Justice (CIJ) nous oblige à aller plus loin.

C'est une analyse qui doit avoir lieu au niveau européen pour des questions de compétences et d'efficacité. "J'ai bien pris note des déclarations de l'Irlande", dit le ministre. Une interdiction par un seul pays n'aurait, ceci dit, que peu d'impact et risquerait de détourner le problème.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vous faire le porte-voix de de M. Prévot, mais je dois avouer avoir du mal à suivre la position du gouvernement. M. Prévot évoque le terme de génocide, mais uniquement à titre personnel. M. De Wever, de son côté, s’oppose à toute sanction contre Israël. Et pendant ce temps, le MR bloque systématiquement chaque initiative visant à sanctionner le gouvernement israélien.

Nous n'en pouvons plus de ce mauvais sketch de Good Cop/Bad Cop . C'est d'une indécence totale. Il ne doit y avoir qu'une seule ligne: briser le blocus, arrêter le génocide et sanctionner l'État d'Israël. Toute autre ligne, tout autre positionnement nous rend complices de ce génocide qui se vit en direct. Je vois le malaise de certains quand je dis génocide mais je le dis et le redis: génocide, messieurs!

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, laat het duidelijk zijn dat de gruwel en de waanzin in Gaza moeten stoppen. Er zijn tienduizenden doden, 2 miljoen mensen lijden honger en kinderen sterven de hongerdood. Handel drijven met een land dat mensenrechten schendt aan de lopende band, is onaanvaardbaar. België moet volgende week op de top een duidelijke voortrekkersrol opnemen en op zoek gaan naar een meerderheid voor maatregelen tegen Israël. Vooruit rekent daarop, en wij niet alleen, ook 70 % van de Belgen wil dat er maatregelen worden genomen.

Mijnheer de minister, de rode lijnen waarover men spreekt, zijn al lang niet meer te tellen.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ofwel is het standpunt sinds gisteren geëvolueerd, ofwel was er sprake van een botsing tussen persoonlijke meningen. Het is in dit debat moeilijk om dat onderscheid te maken.

Ik ben in elk geval tevreden dat er wordt aangedrongen op meer actie en op een sterker Europees optreden. Tegelijkertijd zal dat niet volstaan. We moeten daadwerkelijk mee het voortouw nemen. We moeten mee bekendstaan als pionier. Dat betekent dat we met andere lidstaten mee de kar moeten trekken, om ervoor te zorgen dat Israël niet langer met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. Intussen kunnen we ook in België het een en ander doen.

De heer Francken vindt het nog steeds aanvaardbaar dat de Israëlische defensie-industrie een voorkeurspartner is van het Belgisch leger. Ik begrijp dat niet. Er is hier in België nog altijd geen ban op producten uit de bezette gebieden. We kunnen dat hier zelf al aanpakken. Eén land is niet genoeg, twee is beter, drie is beter, vier is beter. Stap voor stap moeten we de druk op Israël opvoeren. Alle rode lijnen zijn immers al overschreden.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, votre réponse aurait été audible il y a un an. Aujourd'hui, c’est beaucoup trop tard pour ce genre de réponse molle.

Ce que vous cachez, ce que vous ne dites pas, c’est que vous êtes complice de ce qui se passe à Gaza. Le gouvernement belge et l’Union européenne sont complices, aujourd'hui, du génocide à Gaza. 30 % des importations d’armes par Israël viennent de l’Allemagne, de l’Union européenne, du port d’Anvers. Des conteneurs qui contiennent des munitions pour les chars, du matériel pour les chars utilisés pour génocider les Palestiniens en Palestine, transitent par le port d’Anvers.

En fait, nous sommes complices! Nous laissons le génocide se dérouler devant nos yeux, et nous ne prenons aucune mesure. Pour un embargo militaire, il n’y a pas besoin d’une unanimité de l’Europe. Nous pouvons le décider ici, en Belgique. Pourquoi ne le faites-vous pas? Non, vous laissez les armes passer pour tuer les Palestiniens, parce qu’Israël est votre allié. Vous êtes complice du génocide.

Kathleen Depoorter:

Het gaat over mensen, over de mensenrechten, over het humanitair recht, over de families van gijzelaars, die nog altijd geen nieuws hebben, over de moeders in Gaza, die geen eten hebben voor hun kinderen. Daar gaat het over. Het is onze verantwoordelijkheid om de vrede, de vrijlating van de gijzelaars en een betere humanitaire hulp te bewerkstelligen. Dit is, mijnheer de minister, het mandaat dat wij als Parlement aan de minister van Buitenlandse Zaken hebben gegeven: samen met Europese collega’s op zoek gaan naar maatregelen die impact hebben, naar een weg naar vrede, naar een weg naar humanitaire hulp. Het is positief dat uit het gesprek dat intussen plaats heeft gevonden, blijkt dat de grenzen opengaan en dat er meer vrachtwagens met hulpgoederen de Gazanen zullen bereiken. Wij zullen de minister absoluut steunen in alle stappen naar vrede en naar respect voor het humanitair recht.

klimaat, energie en landbouw

Het rapport over gewelddadige extremisten
De infiltratie van het CIIB door de moslimbroederschap
De toenemende radicalisering
De vaststelling dat een deel van de klimaatbeweging steeds extremer en zelfs levensgevaarlijk wordt
Extremistische infiltratie, radicalisering en geweld

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 10 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om radicalisering en geweld bij klimaatactivisten (o.a. Code Rood, Anuna De Wever) en islamistische organisaties (o.a. CIIB/Frères musulmans), waarbij parlementsleden de minister dringen tot hardere maatregelen: verboden op extremistische groepen, stopzetting van overheidsfinanciering, en verscherpte wetgeving tegen radicalisering. De minister bevestigt dat hij werkt aan een juridisch kader om radicale organisaties te ontbinden en een opvolgingsmechanisme (GGB T.E.R.), maar benadrukt dat de rechtsstaat centraal blijft. Kritiek richt zich op laxisme tegenover klimaatgeweld (sabotage, levensgevaar) en subsidies aan extremistische netwerken, met name van Ecolo en N-VA. Dringendheid en partijoverschrijdende steun voor strengere aanpak worden bepleit, maar partijen als Groen/PVDA worden verweten geweld te bagatelliseren.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het OCAD heeft een rapport gepubliceerd dat een toch wel zorgwekkende evolutie van de klimaatbeweging schetst, van een positieve activistische beweging die het beste voor heeft met de planeet naar een links-extremistische beweging die geweld niet schuwt. Klimaatprinses Anuna belichaamt die radicalisering eigenlijk nog het best. Eerst wilde ze gewoon niet naar school; nu wil ze pijpleidingen opblazen. Ik vraag mij alvast af wat de volgende stap is. Ik denk dat we die stap moeten vermijden, we moeten vermijden dat er slachtoffers vallen.

Dit is geen fantasie en dat hebben we eigenlijk al gezien. De voorbije weken werd bij OIP in Doornik voor meer dan 1 miljoen euro aan schade aangericht, bij een privébedrijf. Leveringen voor het Oekraïense leger werden daarbij beschadigd, waardoor er vertraging is en dat vanwege de onwetendheid van deze activisten. Ook in Brussel en in Gent zijn levensbedreigende situaties ontstaan door de roekeloosheid van deze linkse extremisten.

Collega’s, de samenleving moet duidelijk maken dat we geweld nooit accepteren. Activisme en debat zijn prima en goed, maar bij geweld trekken we de lijn, dat accepteren we niet, uit welke hoek het ook komt.

Mijnheer de minister, wij konden uitgebreid lezen over dat rapport in de media, maar parlementsleden hebben het niet ontvangen. Het is belangrijk dat wij dat kunnen inkijken om onze job ernstig te kunnen uitvoeren. Zult u er bij het OCAD op aandringen dat dit rapport openbaar wordt? Welke maatregelen zult u nemen tegen deze radicalisering en tegen dit geweld?

Zult u ook een studie laten uitvoeren naar de financieringsstromen van deze links-extremistische bewegingen? Zeker de financieringsstromen die vanuit de overheid komen, moeten we droogleggen.

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, vous le sentez et vous le voyez comme moi, les gens en ont assez. Il ne se passe pas une semaine sans que je doive vous interpeller sur les Frères musulmans, l'islamisme ou le radicalisme qui continuent de prospérer dans notre pays. Les citoyens veulent que ce gouvernement, face aux ennemis de la démocratie, soit un gouvernement d'action.

Hier encore, dans la presse, on lisait que le CIIB – le Collectif pour l'inclusion et contre l'islamophobie en Belgique – sous couvert de lutte contre le racisme, serait en réalité, selon la Sûreté de l'État, un prolongement des Frères musulmans en Belgique. Et pourtant, ce collectif a été grassement subventionné pendant des années par les pouvoirs publics. M. Gilkinet l'a soutenu, probablement parce que certains fondateurs de ce mouvement étaient des proches d'Ecolo. M. Dardenne l'a subventionné, et l'Union européenne également.

Il est temps, monsieur le ministre, de faire en sorte que plus un centime d'argent public ne soit encore versé aux amis des Frères musulmans. Car oui, chez Ecolo, vous avez dans vos rangs des mandataires qui ont cofondé ce qui s'appelait à l'époque le CCIB. Oui, vous êtes donc en partie complices de la composante frériste qui, comme le rappelait déjà un rapport en 2022, fait peser une menace sur notre pays.

Monsieur le ministre, je vous demande de veiller, comme nous y veillons ici à la Chambre – et je remercie les collègues –, à ce que votre département et nos services luttent contre la tendance frériste qui continue de se développer dans notre pays.

Franky Demon:

Mijnheer de minister, ik maak me grote zorgen, want het OCAD spreekt over dreigingen. Mijnheer de minister, ik voel me liever niet bedreigd en ik zie mijn kinderen liever niet opgroeien tussen dreigingen. Ik meen dat dit voor andere gezinnen ook zo is. Het OCAD waarschuwt nu voor een zorgwekkende radicalisering binnen de klimaatbeweging. De protesten worden steeds gewelddadiger. Bij een recente actie van Code Rood in de Gentse haven werden installaties vernield en ontstond er zelfs ontploffingsgevaar.

De klimaatbetogers brachten levens in gevaar. Dat men een punt wil maken en dat men vreedzaam wil protesteren, tot daar aan toe, maar dat er sprake is van geweld en van het in gevaar brengen van mensenlevens, dat is voor ons een brug te ver. Of het nu gaat over jihadistisch extremisme, radicalisering binnen de klimaatbeweging of rechtsextremisme, voor cd&v zijn geweld en extreem gedrag gewoon geen opties, niet van rechts, niet van links, niet van geitenwollensokken, niet van religieus fanatisme. Onze rechtsstaat moet zich daar absoluut tegen verzetten.

Na de aanslagen van 2016 heeft ons land vele stappen gezet tegen dergelijke dreigingen. Wat ons betreft, versterken we die aanpak. Daarbij zijn evenwichten nodig. Bepaalde gevaarlijke radicale organisaties moeten gewoon verboden worden, mijnheer de minister, zonder het grondwettelijk recht op vereniging uit het oog te verliezen.

Ik heb dan maar ook één vraag voor u. Wat plant u te doen om deze samenleving en onze rechtsstaat te beschermen tegen (…)

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Demon.

Uit de commissie is ook een vraag meegenomen van collega Van Rooy.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, wie ogen in het hoofd heeft of naar het Vlaams Belang luistert, wist het natuurlijk al langer: de klimaathysterische beweging of toch zeker een deel daarvan wordt extremer en gevaarlijker, zelfs levensgevaarlijk. Dat blijkt nu ook uit een rapport van terreurwaakhond OCAD.

In dat rapport worden onder meer Anuna De Wever en extreemlinkse groeperingen zoals Code Rood genoemd. Zij laten zich, niet het minst, inspireren door de gifgroene Greta Thunberg, die tegenwoordig ook steun betuigt aan die andere groene terreurideologie, namelijk die van Hamas en Hezbollah, die eveneens alsmaar meer voet aan de grond krijgt in ons land. Ja, dames en heren, dit land wordt steeds gezelliger.

Het OCAD-rapport wijst ook op de grote schade die klimaatactivisten aanrichten en nog zouden kunnen aanrichten, indien er geen actie wordt ondernomen. Het gaat om vandalisme aan voertuigen, kunstwerken en bedrijfsinfrastructuur, om blokkades en bezettingen van wegen, sportwedstrijden en luchthavens, evenals sabotage met zware maatschappelijke en economische gevolgen. Bij de klimaatbeweging zijn dergelijke acties al lang ingeburgerd, omdat men het klimaattuig in dit land met fluwelen handschoenen aanpakt. Wat zeg ik? Het wordt zelfs gestimuleerd en gesubsidieerd. Het gebruik van geweld en terreur wordt daardoor nu door steeds meer klimaatactivisten als aanvaardbaar beschouwd. Het OCAD waarschuwt de regering dat er zelfs al dodelijke slachtoffers hadden kunnen vallen. Mijnheer de minister, we mogen dus nog van geluk spreken, maar het valt te vrezen dat het niet zal blijven duren.

Welke maatregelen neemt u tegen die klimaatterreur?

Bernard Quintin:

Messieurs les députés, j'ai pris connaissance d'une note émanant de la Sûreté de l'État concernant les liens entre le CIIB et les Frères musulmans. Monsieur Ducarme, vous m'interrogiez déjà il y a deux semaines en séance plénière sur un sujet similaire. Je dirais que cette itération permet à tout le monde de prendre conscience de la menace que représentent ces organisations radicales, quelles que soient leur origine ou leur idéologie d'ailleurs, lorsqu'elles visent fondamentalement à séparer des parties de la population du reste de la société.

Cela me permet de rappeler ici que même si pour certaines organisations ou nébuleuses, le terrorisme n'est pas en soi un outil de leur politique, elles en créent tout de même le terreau favorable et doivent donc à ce titre être combattues. Cette note démontre, pour autant que de besoin, que nos services prennent cette menace au sérieux, et je tiens une nouvelle fois à les en remercier. J'ai également appris que la commission parlementaire de suivi du Comité R avait demandé une actualisation du rapport mené par ce même Comité en 2022, et je soutiens pleinement cette démarche.

Vous l'avez dit, l'ASBL CIIB est le pendant français du CCIF, organisation dissoute en France après l'assassinat du professeur Samuel Paty. J'ai déjà eu l'occasion de m'exprimer très clairement sur le sujet.

Mijnheer Bergers, mijnheer Demon, zoals u weet werk ik momenteel aan een ontwerptekst die een juridisch kader moet bieden om radicale organisaties te verbieden of te ontbinden.

Mijn voorstel bestaat erin om op basis van objectieve criteria de mogelijkheid te voorzien tot een administratief verbod op de ontbinding van rechtspersonen of feitelijke verenigingen. Dat lijkt mij een doeltreffende manier om te reageren op een realiteit die zich steeds nadrukkelijker manifesteert.

Het is vanzelfsprekend, en ik benadruk dat graag opnieuw, dat de fundamentele principes van de rechtstaat centraal blijven staan in die aanpak. Er moet dus steeds ruimte zijn voor tegenspraak alvorens een administratieve beslissing wordt bevestigd. Uiteraard blijven ook de gebruikelijke rechtsmiddelen van kracht.

De voorgelegde tekst wordt momenteel besproken tussen de verschillende kabinetten van deze regering. U zult dus begrijpen dat ik om die redenen nu niet verder kan ingaan op de inhoudelijke details.

Enkele weken geleden heb ik hier overigens al aangekondigd dat radicale organisaties die een gevaar vormen voor onze nationale veiligheid voortaan in de GGB T.E.R. kunnen worden opgenomen. Dat betekent dat elke vereniging die in die databank wordt geregistreerd, wordt opgevolgd binnen het kader van de T.E.R.-strategie door de lokale taskforce, waarin alle veiligheidsdiensten vertegenwoordigd zijn.

Il n'entre pas encore dans les prérogatives du gouvernement – même si j'estime que cela pourrait être le cas – de demander aux services de sécurité, sur base de leur propre rapport, une analyse approfondie sur des organisations précises.

En définitive, ce seront évidemment ces mêmes services qui prendront toujours la décision finale d'inscription ou non dans la Banque de données commune "Terrorisme, Extrémisme, Processus de Radicalisation" (BDC T.E.R.). C'est la manière dont ce système fonctionne, et je tiens à le préserver ainsi.

Je sais, par contre, que nous partageons toutes et tous un même objectif, qui est que l'autorité publique dispose des outils adéquats et efficaces pour lutter sans détour contre ceux et celles – de quelque extrême ils ou elles se revendiquent d'ailleurs – qui menacent notre sécurité, notre vivre ensemble et donc fondamentalement notre État de droit.

Je sais pouvoir compter sur tous les partenaires pour donner à l'autorité publique les outils efficaces, toujours dans le respect de l' État de droit – et pour le préserver d'ailleurs –, pour lutter sans détour contre celles et ceux qui menacent notre sécurité et notre vivre ensemble.

Il n'y a pas de place pour la haine sur notre sol!

Je vous remercie.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Het is zeer goed dat u aan een wetsontwerp werkt om dergelijke organisaties te verbieden. Dat moet wat onze fractie betreft liever vandaag dan morgen worden goedgekeurd. Daarom werken wij ook zelf aan een tekst om organisaties zoals Samidoun, Code Rood en het CCIB te verbieden. Dat is zeer dringend.

Het frappantste aan deze hele situatie – we hebben het daarnet gezien en ook in de commissie voor Binnenlandse Zaken – is dat sommige collega's van de PVDA en van Groen gewelddadig klimaatextremisme het liefst met de mantel der liefde bedekken. Ook in de krant hebben we gelezen dat Mieke Vogels geweld liever met de mantel der liefde bedekt. Dat kan niet, collega's. Wanneer er geweld is, moet dat worden veroordeeld, ook wanneer het uit de eigen rangen komt.

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, nous avons pu obtenir grâce au soutien des collègues, tous partis confondus, de la commission de suivi de nos services de renseignement – monsieur le président, vous étiez présent – l'actualisation du rapport sur la menace que font peser sur notre pays les Frères musulmans. J'avais déjà obtenu le rapport de 2022.

Monsieur le ministre, ne donnez plus un euro pour les amis des Frères musulmans dans notre pays. C'est évidemment essentiel. Aujourd'hui, pour notre pays, la plus grande menace est la menace islamiste, même s'il y en a d'autres. Beaucoup d'espoirs reposent sur vos épaules et nous attendons naturellement qu'avec le gouvernement à vos côtés, vous puissiez nous doter des outils essentiels à la lutte contre les radicalismes.

Franky Demon:

Mijnheer de minister, ik heb een groot hart voor de planeet en voor ons klimaat. Iedereen wil dat de toekomstige generaties een schone planeet ter beschikking krijgen. Dat bereikt men echter niet door leidingen te saboteren en ontploffingsgevaar te veroorzaken. Stel u voor dat dat verkeerd was afgelopen.

Ik denk niet dat u hier nog zou staan, mevrouw van Ecolo. U schudt het hoofd. Ja, ik heb het tegen u.

De gevolgen zouden onvoorstelbaar en ongezien zijn. Groen fundamentalisme is ook een vorm van fundamentalisme. Het is voor mij even onaanvaardbaar als alle andere vormen van extremisme.

Blijf dit nauwgezet opvolgen, mijnheer de minister, en zorg er alstublieft voor dat er geen ongelukken gebeuren. Wij wachten alvast uw ontwerp af in de commissie.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, er zijn drie grote problemen die ervoor zorgen dat klimaatactivisten in dit land steeds gevaarlijker worden. Ten eerste, als de daders van klimaatvandalisme of -geweld al worden opgepakt, komen ze er vanaf met een fopstrafje. Ten tweede, de dwaze CO ₂ -hysterie, waar ook deze regering en de facto elke politieke partij, behalve het Vlaams Belang, aan meedoen. Ten derde, de subsidies met belastinggeld die de traditionele partijen vrolijk uitdelen aan klimaattuig zoals Code Rood. Ja, mijnheer Bergers, dat geldt ook voor uw partij, de N-VA, die met de Vlaamse regering klimaatterreur sponsort met minstens 230.000 euro per jaar. Jullie zouden zich moeten schamen.

economie en werk

Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en een hoger netto-inkomen
De meerwaardebelasting
De akkoorden in het kernkabinet over de meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Meerwaardebelasting en kabinetsakkoorden

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 3 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De meerwaardebelasting (10% op beurswinst) wordt fel bekritiseerd omdat ze niet de superrijken (top 1%) raakt—door slimme constructies en vrijstellingen—maar wel de middenklasse, spaarders en familiebedrijven, terwijl de opbrengst (500 miljoen) onzeker is en de administratieve lasten hoog. Premier De Wever verdedigt de maatregel als onderdeel van een breder pakket (fiscale hervorming, lagere lasten op arbeid, pensioenhervorming) met vrijstellingen (10.000–30.000 euro/jaar) om "kleine spaarders" te ontzien, maar critici noemen het een symbolische trofee voor Vooruit, zonder echte herverdeling. De oppositie hamert op oneerlijke belastingdruk (België is al kampioen in lasten op arbeid *en* kapitaal) en waarschuwt dat de werkende klasse opnieuw de rekening betaalt—zonder zicht op de beloofde netto-loonstijging (tot 1.900 euro/jaar). CD&V benadrukt dat de hervorming enkel acceptabel is *als* die loonstijging erkomt, maar sceptici zien geen concreet plan om de sterkste schouders écht te laten bijdragen.

Lode Vereeck:

Mijnheer de eerste minister, maandenlang hebt u Conner Rousseau het hof gemaakt om in de regering te stappen, maar wie smost met een sos, is de klos. Na een ezelsdracht van dertien maanden heeft de bromance een ongewenst en lelijk gedrocht opgeleverd, de meerwaardebelasting. Uw maten zeggen dat het een lelijk gedrocht is, maar dat het geld zal opleveren. Nee, het gat in uw begroting wordt zelfs groter dan onder Vivaldi. Uw maten sussen dan: ah, maar wacht, Bart en Conner hebben ook een schoon kindje, de beperking van de werkloosheid in de tijd. Maar nee, dat is een pestkopje dat vooral oudere mensen en mantelzorgers treft. Uw maten zeggen dan: Bart en Conner plannen nog een schoon kindje in 2029, het staat vandaag al in de krant, meer netto uit bruto. Maar is daar geld voor?

Uw meerwaardebelasting discrimineert tussen kleine spaarders en grote beleggers, laat de sterkste schouders ongemoeid, maakt waardevolle dingen zoals familiebedrijven kapot en belast mensen die na vijf jaar en één dag met verlies verkopen, oftewel minwaarde. Dat is compleet absurd. U wilde de goede huisvaders redden, maar u ligt onder de sloef van Conner. U bent geplooid voor de postjes. Bart, Jan, Theo en Anneleen mogen fijn Belgische ministers blijven spelen op de kap van de Vlamingen, die werken, sparen of een familiebedrijf uit de grond stampen.

Mijn vraag aan u is wat SPQA echt betekent. Is dat a) syndicaat voor politieke quatsch en absurde belastingen of b) sossenknechtjes en postjespakkers voor fiscale quasi-afpersing?

Ik kijk uit naar uw antwoord.

Alexia Bertrand:

De meerwaardetaks: er werd acht maanden over onderhandeld en daarna waren er nog vijf maanden en een ganse nacht nodig om de modaliteiten vast te leggen. De kogel is nu echter door de kerk. De meerwaardetaks treft de middenklasse, niet de 1 % rijksten. Daarover is iedereen het eens. Ik zeg dat niet, alle experts zeggen dat. Doe de krant maar open: Ellen Vermorgen van De Tijd , Michel Maus, Herman De Knijf van de Fiscale Hogeschool, Bruno Colmant, Stijn Fockedey, Mark Delanote, Ive Rosseel van het ACV en Jürgen Ingels.

Ouders die sparen voor hun kinderen gaan betalen. Mijnheer De Wever, u had toch beloofd dat wie langer dan tien jaar spaart vrijgesteld was? U hebt uw belofte ingeslikt onder druk van de socialisten!

De opbrengst is ook totaal onzeker. Uw vicepremier, de heer Jambon, heeft echter al een plan B klaar: meer van hetzelfde. Ik heb deze ochtend gelezen in Het Laatste Nieuws dat als het niet voldoende opbrengt, er opnieuw naar dezelfde doelgroep zal worden gekeken om na te gaan hoe dat kan worden opgelost. In dezelfde doelgroep, serieus? De middenklasse, de hardwerkende middenklasse? De mensen die elke dag vroeg opstaan, die een spaarpotje opbouwen? Volgens minister Jambon is dat logisch, want, zo luidt zijn verklaring, die mensen hoeven niet na te gaan of ze op het einde van de maand kunnen rondkomen. Gewone werkende mensen mogen dus gerust worden gepluimd. Is uw minister socialist geworden, mijnheer de premier?

Mijnheer de premier, u zou het huis op orde zetten, maar u bouwt gewoon een zoveelste fiscale koterij en zorgt voor administratieve rompslomp op de kap van wie werkt, spaart en onderneemt. Zijn dat de grote hervormingen? Mijn vraag is dan ook eenvoudig: treft deze taks de juiste doelgroep, ja of nee?

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de premier, u hebt de Belgen in de luren gelegd. U hebt ze gefopt. Maandag was er een akkoord over de meerwaardebelasting. Eindelijk was er een manier om de sterkste schouders een grotere bijdrage te laten leveren. Ik zeg bewust, een grotere bijdrage en niet een grote bijdrage. Het gaat over, ocharme, 500 miljoen euro, tegenover een bijdrage van 8 miljard euro van de gepensioneerden en de werklozen, maar goed, het zou gebeuren.

Wat blijkt nu? Het is niet waar. Het klopt niet. Het akkoord was nog niet droog of het regende commentaren van experts en specialisten. Die commentaar is redelijk eenduidig: de echte rijken, de multimiljonairs en de miljardairs, zullen geen cent betalen.

Mijnheer de premier, ik heb het hier ooit gehad over twee fictieve vrienden, Fernand Muts en Marc Toecke. Wel, ik heb hen deze week fictief gebeld. Wat blijkt? Ze zijn tevreden. Het is niet voor ons, zeggen ze. Well done , dikke duim.

Ive Marx vat het scherp samen: “Het is een solidariteitsbijdrage voor de sterkste schouders, behalve dan voor de allersterkste.” De meerwaardebelasting treft niet de top 1 %, zegt ook professor Maus. Volgens Maus zou Marc Coucke – dat is geen fictief persoon – ook met deze wet niet getroffen worden bij de verkoop van Omega Pharma met een meerwaarde van anderhalf miljard euro en dat moest toch de bedoeling zijn.

Dat is onaanvaardbaar, mijnheer de premier. Hoe gaat uw regering ervoor zorgen dat de 1 % grootste vermogens toch zullen bijdragen?

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, savez-vous quel est le problème avec votre taxe sur les plus-values? Vous ne taxez pas les riches, vous taxez ceux qui essayent de le devenir. Vous ne taxez pas le patrimoine, vous taxez l'investissement et l'effort.

On savait déjà que ce gouvernement Arizona n'était pas social. Voilà qu'on découvre qu'il n'est pas non plus libéral, parce que jamais un gouvernement libéral ne taxerait ainsi le risque, l'investissement et l'effort. Vous n'allez pas toucher les grandes fortunes pour une raison simple, c'est que les grandes fortunes, les grandes familles en général, elles gardent leurs actions, elles les transfèrent à leurs héritiers. Ce que vous allez toucher, c'est la classe moyenne, dont on a besoin, qui investit, qui crée de l'emploi.

Pour ma part, je n'ai pas de problème à ce qu'on taxe davantage les revenus du patrimoine et du capital. Mais il y avait d'autres moyens de le faire. Vous auriez pu, par exemple, simplement majorer votre taxation sur les comptes-titres, augmenter sa base fiscale jusqu'aux actions nominatives. C'est ce que proposait, par exemple, Bruno Colmant. Mais non, au lieu de ça, au lieu de choisir la simplicité, vous ajoutez un étage entier à la tour de Babel qu'est déjà la fiscalité belge, en y ajoutant une complexité et en enrichissant les seuls qui se frottent vraiment les mains, à savoir les fiscalistes. Et vous le faites pourquoi? Parce qu'il fallait un trophée à Vooruit.

Votre gouvernement n'est ni libéral ni social, c'est une étagère avec des trophées symboliques et idéologiques. Un trophée pour le MR, la limitation du chômage à deux ans; un trophée pour la N-VA, le milliard pour les avions de chasse; et un trophée pour Vooruit, la taxe sur les plus-values. On n'a pas encore le trophée centriste, c'est peut-être parce que c'est vous l'étagère. On verra.

J'ai trois questions très simples, monsieur le premier ministre. Où allez-vous chercher votre rendement de 500 millions que, pour l'instant, personne ne trouve? A-t-il été calculé de la même manière que vos 8 milliards d'effets retour? Que répondez-vous aux banques qui vous disent qu'il est absolument impossible d'être prêt au 1 er janvier prochain? Et, surtout, quand allez-vous vous attaquer au vrai problème fiscal de ce pays, à savoir les charges assommantes sur le travail pour les salariés et pour les indépendants?

Steven Matheï:

Mijnheer de eerste minister, met het akkoord over de meerwaardebelasting is er een belangrijke stap gezet. Het is een evenwicht akkoord, waarin de sterke schouders een eerlijke bijdrage leveren en de hardwerkende middenklasse die elke maand wat geld opzijzet; wordt gespaard dankzij de verhoogde vrijstelling, waarvoor cd&v verantwoordelijk is. De meerwaardebelasting draagt, ten slotte, ook nog bij aan de begroting.

Collega’s, waar het voor de mensen echt om draait, is meer nettoloon op het einde van de maand. Dat betekent een lastenverlaging. Dat is exact de reden waarom cd&v deel uitmaakt van de huidige regering, namelijk voor een fatsoenlijke fiscale hervorming.

Die hervorming ligt ook op tafel. De plannen zijn er om ervoor te zorgen dat een alleenstaande tot 1.200 euro netto meer krijgt en een gezin tot 1.900 euro meer. Dat komt neer op meer dan 100 euro extra per maand.

Dat verschil zullen de gezinnen echt voelen, bijvoorbeeld wanneer ze hun maandelijkse energiefactuur moeten betalen of een uitstapje met de kinderen organiseren en betalen. Die bedragen kunnen het verschil maken. De lastenverlaging moet er dan ook snel komen.

Voor cd&v is het heel duidelijk. De meerwaardebelasting is onlosmakelijk verbonden met een lastenverlaging. Wij vragen een eerlijke bijdrage van de sterkste schouders. Tegelijkertijd moet de werkende middenklasse de extra centen op het einde van de maand kunnen zien.

Mijnheer de eerste minister, alles ligt op tafel. De regering heeft zich geëngageerd om voor 21 juli aanstaande een fiscale hervorming te lanceren. Er is met andere woorden een momentum.

Bent u van plan om dat momentum te grijpen, zodat er ook zekerheid is voor de hardwerkende middenklasse onder de vorm van een extraatje op het einde van de maand?

Jean-Marie Dedecker:

We zijn gejost en gesost, mijnheer de premier. In het labyrint van onze belastingkoterij heeft men na lang zoeken een nieuw soort belasting ontdekt: de meerwaardebelasting op aandelen. In feite is het een chantagebelasting. Naar verluidt zou er immers geen regering gevormd zijn als de socialistische tollenaars van Vooruit deze nieuwe belasting niet mochten invoeren. Socialisten staan traditioneel dicht bij de mensen – vooral om in hun zakken te kunnen zitten. Voor u, mijnheer de premier, was het dus kiezen tussen de pest en de cholera.

Louter uit ideologische motieven slaat men nu het spaarvarken van de middenklasse stuk met een linkse trofeemaatregel. Het was een ware zoektocht om nog een belastingdiscipline te vinden waarin we niet op het podium staan. Met 52,6 % zijn we sinds de regering-Verhofstadt, al 25 jaar, lang kampioen in de lasten op arbeid. Met 39 % belasting op kapitaal zijn we ook vice-Europees kampioen. Met een overheidsbeslag van 56 % – een van de hoogste ter wereld – roomt de overheid al meer dan de helft van onze welvaart af. Het is echter nooit genoeg. Het zijn zotten die werken, maar blijkbaar ook zotten die sparen en beleggen.

In de jaren '80 werd de aankoop van Belgische aandelen, via de wet Cooreman-De Clercq, fiscaal aftrekbaar gemaakt. Dat werd een groot succes. Heel wat geld vond toen zijn weg naar ondernemingen, wat leidde tot de creatie van 90.000 nieuwe jobs. Het dwaallicht Verhofstadt schafte deze regeling af. De heer Cooreman was een CVP’er. Het is dus hypocriet dat de christelijke arbeidersbeweging vandaag nog durft pleiten voor een meerwaardebelasting.

Het ACW – of het huidige Beweging.net – moet nog altijd 1,4 miljard euro vergoeden aan haar 800.000 Arcospaarders, aan wie ze ten onrechte aandelen verkochten als waren het spaarboekjes. Van die boeren lust ik geen eieren. Als men een werkzaamheidsgraad van 80 % wil behalen, mijnheer de premier, voert u beter een nieuwe wet Cooreman-De Clercq in.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le premier ministre, vous tenez donc votre deal plus-value. J'aurais sincèrement pu vous féliciter. Pourtant, ce n'est pas l'euphorie, car votre taxe loupe complètement sa cible. Même votre rendement de 500 millions est remis en question.

La question n'est pas "qui va payer?", mais plutôt "qui ne va pas payer?". Un entrepreneur qui fait 2 millions de plus-value ne paiera que 12 500 euros. Les vraies grosses fortunes, comme d'habitude avec l'Arizona, les milliardaires ne paieront pas. Pour eux, on trouve des exceptions et des exemptions. Pendant ce temps-là, tous les citoyens de ce pays remplissent leur déclaration fiscale ces jours-ci. Ils sont loin de posséder 2 millions, mais, eux, ils paient des impôts: 40 % Et pourtant, ils bossent tous les jours. Or, pour eux, rien n'est prévu pour augmenter leur pouvoir d'achat! Au contraire, ils devront travailler plus longtemps pour gagner encore moins.

Et ce n'est pas tout, parce que vous avez conclu un marché. Et, dans ce marché, il y a en contrepartie l'achat de 11 F-35 pour un coût de 2 milliards. Il faudra bien que quelqu'un paie ce super deal. Nous avons entendu Maxime Prévot parler d'une nouvelle taxe et votre ministre du Budget annoncer qu'il faudrait encore faire des économies. C'est la classe moyenne, encore et toujours elle, qui va devoir passer à la caisse. C'est déjà elle qui porte le poids des réformes de l'Arizona. Ce ne sont ni les grandes fortunes ni les multinationales. Non! Avec vous, ce sont les familles, les travailleurs et les retraités qui passent à la caisse.

Monsieur le premier ministre, pourquoi tant d'exceptions? Pourquoi des taux si faibles? Pourquoi une taxe aussi ridicule pour les gros actionnaires? Qui va la payer? En reverrez-vous le rendement à la lumière des déclarations des économistes, fiscalistes et institutions de ce pays?

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de eerste minister, als historicus bent u volgens mij stiekem heel trots, want de voorbije week gaat de geschiedenisboeken in met een historisch akkoord over de meerwaardetaks op aandelen. Ik had er mijn hemd voor moeten strijken!

Ik hoor de mensen hier spottend lachen. Maar ze zijn jaloers, want het is een historisch akkoord. De FOD Financiën was heel duidelijk.

Er is vandaag een kleine groep mensen die van geld nog meer geld maken. Als er in de wettekst geen achterpoortjes werden gecreëerd, konden we de superrijken effectief eindelijk doen bijdragen. Met Vooruit hebben we dus superhard gevochten om alle achterpoortjes dicht te metselen, opdat mensen met een goede boekhouder of rijke families de dans niet konden ontspringen.

U mag ermee lachen, maar leg het maar eens uit aan de werknemers in de zorg, die nachtshiften draaien of aan de werknemers in de bouw, die hun rug kapotwerken, dat ze bijna de helft van hun loon moeten afstaan, terwijl tegelijk een klein groepje miljoenen winst maakt op aandelen, maar niets bijdraagt.

Ik schrik er natuurlijk niet van dat partijen als Open Vld hun rijke vriendjes willen beschermen. Daar schrik ik niet van. Waar mensen wel van schrikken, is dat het Vlaams Belang als een wolf in schaapsvacht opkomt voor de elite en het gewone volk negeert. Het contrast met de regering kan niet groter zijn.

Uw regering, mijnheer de eerste minister, zal hervormen om onze toekomst te beschermen en om in de zorg van onze burgers en in hun koopkracht te kunnen investeren.

Mijnheer de eerste minister, mijn vraag is eenvoudig: wanneer komt dat schitterende ontwerp naar de Kamer?

Sofie Merckx:

Nous venons encore de l'entendre, l'accord de l'Arizona n'aurait jamais vu le jour sans une contribution des super riches, parce que tout le monde doit faire un effort.

Mais depuis le début, nous avions vu clair. Nous avions vu que les super riches allaient échapper à cet impôt; et maintenant que nous avons vraiment l'accord et les détails, monsieur De Wever, nous voyons clairement, comme les autres collègues l'ont déjà dit, que les super riches, justement, sont épargnés.

N'avez-vous pas lu Michel Maus de la VUB qui dit que les riches ne paient pas beaucoup d'impôts sur le revenu des personnes physiques? Leur richesse est structurée en sociétés. Isabel Albers: " De realiteit is dat de one percent toch ontsnapt ". Et Bruno Colmant: "Cette taxe ne touchera pas les plus fortunés".

Monsieur le premier ministre, comment réagissez-vous à ce qui est dit par des experts, par des fiscalistes, par des opinion makers selon lesquels, justement, le 1 % arrivera encore à éluder cet impôt?

Ce qui est clair aujourd'hui, c'est que cette taxe sur les plus-values n'est rien d'autre qu'un symbole. M. Jambon l'a clairement mis sur Twitter. Ce n'est rien d'autre qu'un symbole pour faire passer l'ensemble des mesures antisociales de ce gouvernement. Un symbole qui ne touche donc pas les super riches.

Monsieur le premier ministre, pouvez-vous me confirmer que suite à cet accord sur la taxe des plus-values, les partis comme Vooruit, Les Engagés et le cd&v vous donnent le feu vert pour acheter 11 F-35; qu'ils vous donnent le feu vert pour la réforme des pensions avec le malus pension; qu'ils vous donnent le feu vert, de manière générale, pour faire de ce gouvernement un gouvernement de la casse sociale?

Voorzitter:

Heel wat vragen, mijnheer de eerste minister. Dat geeft u recht op vijf minuten om er antwoord op te geven.

Bart De Wever:

Collega's, voor een wetgever is het maken van schone kindjes niet gemakkelijk, behalve dan voor de voorzitter van dit Huis. Dat spreekt voor zich.

Ik ben zelf geen one percenter . Ik ben de zoon van een spoorwegarbeider. Ik ben niet thuis in die leefwereld. Ik heb thuis wel geleerd hoe men een hemd moet strijken en dat men dat ook in zijn broek kan steken, mijnheer Seuntjens.

(Gelach en applaus)

Van de wereld van de zeer rijken ken ik echter weinig. Ik noteer de collectieve ambitie van de hele oppositie. Het is mij opgevallen dat het vooral zij zijn die voor het rendement moeten zorgen. Ik begrijp dat en heb uw raadgevingen ter zake, mevrouw Bertrand, goed aangehoord en kijk er ook verder naar uit.

Chers collègues, j'ai compris qu'une première discussion a eu lieu mardi en commission des Finances et que celle-ci se poursuivra lors des prochaines séances.

Je ne peux que vous donner les grandes lignes de cet accord qui, comme vous le savez, doit encore passer en première lecture au Conseil des ministres. S'ensuivront un avis du Conseil d'État et une seconde lecture. Les plus impatients d'entre vous devront encore prendre leur mal en patience pour voir arriver le texte final au Parlement.

L'accord sur la taxation des plus-values fait partie de l'accord de gouvernement, mais aussi et surtout d'un vaste ensemble de réformes sur lesquelles les cinq partis de la coalition se sont mis d'accord. Ce sont des réformes dont ce pays a cruellement besoin si on veut le remettre sur les rails, arrêter le pourrissement budgétaire et protéger notre prospérité.

Wij hervormen de arbeidsmarkt om zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. Wij hervormen de pensioenen om deze in de toekomst betaalbaar te houden. En wij voeren ook een fiscale hervorming door om de brutoloonlast te verlagen en het netto-inkomen van werknemers te verhogen, in het bijzonder voor de lage en middeninkomens. Werken moet lonen. Het verschil tussen werken en niet werken moet 500 euro of meer bedragen. Mijnheer Matheï, die ambitie zullen wij gestalte geven. Meer mensen aan het werk voor een beter loon, dat betekent meer welvaart en een financieel gezonder land.

Om de koopkracht van de werkenden te versterken, voorziet het regeerakkoord inderdaad in een belasting van 10 % op de meerwaarde. Dames en heren, in een land waar de fiscale druk al bijzonder hoog is, heeft de regering een duidelijke keuze gemaakt. De gewone spaarder en de hardwerkende kleine zelfstandige mogen niet het slachtoffer worden van bijkomende lasten. Zij verdienen respect en bescherming, geen bestraffing. Zoals vastgelegd in het regeerakkoord, voeren we vanaf 1 januari 2026 een evenwichtige meerwaardebelasting in. Het algemene principe daarvan is helder: een tarief van 10 % op effectief gerealiseerde meerwaarde, met de mogelijkheid om minwaarde in hetzelfde jaar af te trekken.

We voorzien bovendien een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon. Na vijf jaar zonder gebruik van deze vrijstelling loopt dat bedrag op tot 15.000 euro. Voor een koppel betekent dat dus een vrijstelling van 30.000 euro.

Bovendien wordt dat bedrag geïndexeerd. Dus stellen dat deze belasting de middenklasse zeer zwaar zal treffen, lijkt mij zeer zwaar overdreven.

Voor wie minstens 20 % van een onderneming bezit, voorzien we een vrijstelling tot 1 miljoen euro. Zo zorgen we ervoor dat de kleine zelfstandige, die zijn of haar levenswerk, of het levenswerk van een koppel, wil overdragen of verkopen aan het einde van de carrière, fiscaal niet zal worden bestraft. Laat het ook duidelijk zijn, deze belasting geldt niet voor pensioenspaarproducten, zoals pensioensparen of groepsverzekeringen.

De opbrengst van deze maatregel, zoals ingeschreven in onze begrotingstabel, werd bevestigd. Het gaat om 250 miljoen euro in 2026, oplopend tot 500 miljoen euro in 2030. Die middelen zullen we inzetten om de lasten te verlagen, met name de lasten op arbeid, in het bijzonder voor mensen die werken voor een laag of gemiddeld inkomen. Dat lijkt mij zeer rechtvaardig, want wie elke ochtend vroeg opstaat en bijdraagt aan onze samenleving, verdient meer waardering. Dat is inderdaad de belofte van deze regering en die belofte zullen we houden. Voor het parlementair reces zal de minister van Financiën deze belastingverlaging nog in eerste lezing voorleggen aan de ministerraad.

Lode Vereeck:

Mijnheer de eerste minister, altijd als we vragen stellen over de meerwaardebelasting, krijgen we antwoorden over de personenbelasting. Ik begrijp dat niet.

Het blijft een feit dat u in het zwaarst belaste land de enige belasting zult invoeren die we nog niet hadden, de ultieme trofee voor socialisten en communisten, een meerwaardebelasting op kap van de Vlaamse spaarders en familiebedrijven en niet van de superrijken.

Men zegt weleens dat het gemakkelijker is een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een socialist voorbij een zak geld, maar vandaag is het gemakkelijker om een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een N-VA'er voorbij een postje als minister, burgemeester of schepen. U hebt dan ook de ruggengraat van een hotdog.

Er is echter ook goed nieuws. Ook u hebt een trofee gewonnen, die ik u mag overhandigen. U bent de winnaar, na Guy Verhofstadt en Alexander De Croo, van de wisseltrofee belgicistische-socialistische schoothondjes. Proficiat.

( De heer Vereeck overhandigt een trofee aan de eerste minister )

Voorzitter:

Er volgt nog een reeks replieken. Als iedereen een geschenk voor u heeft, mijnheer de premier, zult u langs de deontologische commissie moeten.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, een land kan alleen goed functioneren met een sterke middenklasse. U hebt ook ondernemers en bedrijven nodig. Ze zijn de motor van onze economie en tewerkstelling; dat ziet u trouwens ook in uw stad. Laat ons fier op hen zijn.

De heer Dedecker had het over 25 jaar. Open Vld heeft die taks inderdaad 25 jaar lang tegengehouden omdat ze altijd de middenklasse treft. Het zijn altijd dezelfden die betalen, mijnheer Dedecker. Wat de PS nooit gelukt is in de regering, krijgt ze cadeau van u, mijnheer De Wever, en waarom? Omdat u gezwicht bent voor een trofee van Vooruit.

Mijnheer Seuntjes, u zult uw debatfiches moeten aanpassen, want de heer Bouchez zegt het zelf: als men rendement wilt, dan moet men een brede belastingbasis aanspreken, dus de middenklasse.

Ik eindig met Willy De Clercq. Dat was een liberaal, mijnheer Dedecker. Wat u doet (…)

Voorzitter:

Mevrouw Bertrand, iedereen zal die woorden van Willy De Clercq op Google kunnen opzoeken.

Dieter Vanbesien:

Collega's, de rijkste 10 % van ons land bezit samen 1.632 miljard euro. Van dat gigantisch vermogen vraagt deze regering een bijdrage van 500 miljoen euro. Het is een schande hoe de regering de sterkste schouders keer op keer beschermt. Het is een schande dat de gewone mensen, die onze samenleving draaiende houden, telkens opnieuw het gelag betalen. Deze regering zit in de verkeerde zakken.

Wat blijkt vandaag? Zelfs die beperkte bijdrage raakt de rijkste 1 % niet eens. Opnieuw zit de regering in de verkeerde zakken. Als de fiscale experts gelijk krijgen dat die maatregel niet opgaat voor de allergrootsten, dan blijft er maar één conclusie over: het is tijd voor een echte vermogensbelasting: eenvoudig, eerlijk, zonder achterpoortjes. Alleen op die manier kan deze regering de belofte aan de Belgen nakomen.

Voorzitter:

Collega Vanbesien, bedankt voor die suggestie.

François De Smet:

Merci pour vos réponses, monsieur le premier ministre.

Pourquoi cet impôt n'existait-il pas jusqu'ici en Belgique alors qu'il existe dans un grand nombre de pays? Il n'existait pas parce qu'en Belgique, il y avait – et il y a toujours – une immense taxation des charges sur le travail.

Donc, dès le moment où vous choisissez d'ajouter cet impôt, la moindre des choses aurait été de faire un vrai tax shift et de diminuer les charges sur le travail. Ce n'est pas ce que vous faites; vous le ferez peut-être, si tout va bien, dans deux ou trois ans, où chaque Belge aura peut-être 100 euros environ par mois.

Votre réforme de l'emploi est d'abord une réforme du chômage, vous en êtes très fier, vous l'avez à nouveau rappelé. L'une des faiblesses de cette réforme, outre le fait que vous sanctionnez évidemment les chômeurs beaucoup plus tôt, est que vous ne créez pas l'emploi, vous n'avez pas de stratégie industrielle. Là encore, vous sanctionnez les entrepreneurs, ceux qui doivent créer, ceux qui doivent investir, et vous rendez encore plus difficile, demain, la possibilité d'atteindre vos objectifs en termes de taux d'emploi.

Steven Matheï:

Dank u wel, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoorden. Meer nettoloon op het einde van de maand, dat houdt de mensen bezig. Dat is op zich logisch, want veel werknemers uit de hardwerkende middenklasse geven de helft van hun loon af. Meer nettoloon is ook een absolute prioriteit van cd&v. Het staat in het regeerakkoord en ik ben blij dat u dat daarnet opnieuw hebt onderschreven en ook een timing hebt opgegeven, die aantoont dat u er snel werk van zult maken.

Als we op 1 januari 2026 een lastenverlaging willen doorvoeren, dan moet er voor 21 juli een akkoord zijn. Wij zullen daarvoor strijden, want dat zijn we verschuldigd aan de hardwerkende middenklasse.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de eerste minister, u had zich er gemakkelijker van af kunnen maken met een verdubbeling van de hoogste beurstaks ter wereld, die al van toepassing is, namelijk 1,32%. Dan had de brol van de heer Bouchez niet hoeven te worden ingevoerd. Op dividenden betalen we al 30 % roerende voorheffing. We hebben een Reynderstaks van 30 %, een kaaimantaks van 30 %, een uitzonderlijke meerwaardebelasting op aandelen van 33 % en nu nog eens 10 % meerwaardebelasting.

Ik heb het lastig met de hypocrisie hier. Zo is het dankzij uw partij, mevrouw Dedonder, dat we de hoogste kapitaalbelasting van Europa hebben. Ik heb ook al gewezen op de strapatsen van cd&v. Over sommigen spreek ik niet meer, want die verkiezen gelijke armoede boven ongelijke rijkdom. Dat is voor mij niet het probleem. En wat verkondigde het Vlaams Belang vóór de verkiezingen in een interview in De Tijd ? Weet u het nog? Ik zal niet kijken naar collega Vereeck, want hij komt ook van LDD, waar hij is weggelopen - het was te goed bij ons. In zijn verkiezingsprogramma voor de verkiezingen pleitte die partij voor 25 % meerwaardebelasting. ( Tumult )

Ludivine Dedonder:

(…)

Voorzitter:

Collega's, mag ik u vragen om te luisteren naar mevrouw Dedonder?

Ludivine Dedonder:

Monsieur le premier ministre, en n'en disant mot, vous confirmez que la taxe ne touchera pas les plus fortunés. C'était certainement votre intention. Cette taxe ne touchera pas les milliardaires. Vous confirmez ainsi que les factures seront bien émises sur le dos de tous les Belges, sauf celui des plus riches.

Vous dites que cela fait partie d'un ensemble de réformes comprenant notamment celles du chômage, du marché du travail et des pensions. Cela confirme bien que tout se fait sur le dos de la classe moyenne, des travailleurs, des pensionnés et des malades. Quand je vous pose la question relative aux 11 F-35, qui font partie, comme vous l'avez dit vous-même, de ce deal sur les plus-values, je n'ai pas de réponse. Il faudra encore trouver deux milliards sur le dos des travailleurs.

Cela caractérise bien ce gouvernement. Depuis le début, vous vous acharnez sur les travailleurs alors que vous prétendez vouloir les récompenser. Ils n'auront pas 500 euros supplémentaires, mais devront en payer 500!

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de voorzitter, andere landen doen het allang. Hier wordt er ook allang om geschreeuwd. De huidige regering met Vooruit doet het ook effectief. Wij zorgen ervoor dat in de moeilijke tijden die het vandaag zijn ook de superrijken een eerlijke bijdrage zullen leveren.

Er wordt hier veel gelachen met belachelijke trofeetjes, maar daar gaat het niet om. Het gaat niet om trofeeën, het gaat om rechtvaardigheid. Op een moment waarop de wereld in brand staat, vragen wij van iedereen een eerlijke bijdrage.

Daarom is, zoals andere leden al opmerkten, de volgende stap dat mensen die elke dag werken op het einde van de maand netto meer kunnen overhouden. Mijnheer de eerste minister, daarvoor hebt u onze steun. Wij zullen verder hervormen om onze toekomst te beschermen en werkende mensen erop vooruit te laten gaan.

Sofie Merckx:

Mijnheer de premier, wij hebben u met minstens vijf parlementsleden gevraagd wat uw antwoord is op de analyses die de afgelopen dagen overal werden gemaakt en die stelden dat de superrijken niet zullen betalen. U mag trouwens ook naar mij luisteren. Ik zie namelijk dat u gezellig keuvelt met de heer Vereeck. Ik had echter van u ook geen antwoord verwacht. Mijnheer Seuntjes, hoe kan uw partij daarin meegaan? Cd&v, hoe kunt u dat? De sterkste schouders zullen de dans ontspringen! Met uw riedeltje dat de superrijken zullen bijdragen en dat alles eerlijk is, maakt u misbruik van dat symbool om mee te stappen op die asociale hervormingstrein. U helpt de werkende mensen immers niet! Wat u doet is (…)

gezondheid en welzijn

De staking van de zorgverstrekkers
De artsenstaking
De artsenstaking
De stakingsaanzegging van BVAS
Stakingen in de zorgsector

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 3 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De zorgsector protesteert massaal (staking op 7 juli) tegen minister Vandenbrouckes plannen om supplementen te plafonneren en fraude harder aan te pakken, zonder duidelijke hervorming van de nomenclatuur (terugbetalingstarieven) of voldoende overleg. De minister benadrukt dat hij al 7x overlegde, een lijst met aanpassingen voorstelde (o.a. behoud conventiepartieel) en een half miljard extra in tandzorg investeerde, maar artsen voelen zich niet gehoord, vrezen tweedeling in zorg en eisen meer vertrouwen, transparantie en autonomie. De kern van het conflict: tariefzekerheid voor patiënten vs. vrijheid en financiële leefbaarheid voor zorgverleners, met als dieptepunt gebroken vertrouwen door geforceerde maatregelen zonder draagvlak. De staking is een radicale waarschuwing dat de sector geen eenzijdige oplossingen accepteert.

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, ik ben ooit in de politiek gestapt omdat ik het wilde opnemen voor mijn patiënten. Ik wilde ijveren voor een betere terugbetaling van hun behandelingen. Ik ben parodontoloog, een van die medische disciplines waarvoor er bijzonder lage terugbetalingstarieven voorzien zijn. Ik heb het altijd heel oneerlijk gevonden dat mijn patiënten zoveel moesten betalen voor de behandeling van een tandvleesontsteking, om te voorkomen dat ze hun tanden zouden verliezen.

Een hervorming van de nomenclatuur of een herijking van die tarieven is dan ook dringend nodig. Zonder zo’n hervorming zijn sommige disciplines genoodzaakt supplementen te vragen om hun praktijk draaiende te houden. Over die nood aan hervorming zijn we het dan ook volledig eens.

We zijn het echter niet eens, mijnheer de minister, met het feit dat u die supplementen wettelijk wil plafonneren, terwijl er nog geen duidelijkheid is over hoe de hervorming van de nomenclatuur er in de toekomst zal uitzien en of de nieuwe tarieven dan wel toereikend zullen zijn. Dat er ongerustheid bestaat over die kaderwet, is voor de N-VA dan ook zeer begrijpelijk.

Dit was overigens niet wat wij voor ogen hadden toen we onze handtekening zetten onder het regeerakkoord. Het vrije beroep is niet iets wat we moeten bestrijden. Hervormingen zijn nodig om onze zorg kwaliteitsvol, betaalbaar en duurzaam te houden. Dat moeten we wel samen doen, samen met de zorgverstrekkers, want zij zijn het best geplaatst om in te schatten wat de gevolgen van die hervormingen op het terrein kunnen zijn.

Mijnheer de minister, zijn er gesprekken lopende met de zorgverstrekkers en wat is het verdere verloop daarvan? U hebt aangegeven dat u openstaat voor aanpassingen aan het ontwerp van kaderwet. Zijn er al aanpassingen gebeurd en kunt u daar nu al iets over meedelen?

Jean-François Gatelier:

Monsieur le ministre, ce 7 juillet, les médecins et les dentistes, ainsi que d'autres soignants par solidarité, mèneront une grève générale, un fait rarissime, du jamais vu depuis 60 ans. En tant que médecin et député pour Les Engagés, je comprends pleinement les craintes et la colère qui montent dans le corps médical.

L'enquête menée par plusieurs journaux spécialisés est sans appel: huit médecins sur dix rejettent l'avant-projet de loi. Notre mouvement partage la volonté de moderniser notre système de santé, d'y apporter de la transparence et de l'efficacité. Nous avons tous connaissance de situations qui vont trop loin, qui ne sont pas soutenables et auxquelles il faut remédier. Il ne s'agit toutefois pas de faire à n'importe quel prix, ni contre ceux qui le font vivre au quotidien. Nous plaidons pour une réforme équilibrée, qui donne un cap politique sans dévoyer la démocratie sanitaire.

L'accord de gouvernement donne une orientation qui devra se matérialiser. Il s'agit cependant de placer le curseur au bon endroit pour les mesures qui y sont prévues. Votre réforme impose, sans concertation suffisante, un plafonnement des suppléments d'honoraires. Cette mesure, dite de justice sociale, frappera de manière inéquitable nos hôpitaux, et dans l'absence d'une réforme préalable du financement hospitalier, affaiblira les établissements, menacera la pérennité de l'offre de soins et désorganisera profondément les pratiques. Oui à des règles claires, non à la suppression de toute souplesse, comme le conventionnement partiel. Oui à la responsabilisation, non au retrait du numéro INAMI sans garantie procédurale solide.

Réformer, c'est dialoguer, écouter, construire avec les soignants. Si ce projet reste figé, il fracturera durablement la relation entre l' É tat et les médecins. Les Engagés défendront toujours une santé publique co-construite, humaine et respectueuse du terrain.

Monsieur le ministre, je n'ai qu'une question: que répondez-vous aux médecins qui exprimeront leurs craintes ce 7 juillet?

Julie Taton:

Monsieur le ministre, nous serons d'accord sur un point, à savoir que nous ne sommes pas prêts d'oublier cette date du 7 juillet 2025. Cela fait plus de 20 ans, comme l'a rappelé mon collègue qui a même parlé de plus de 60 ans, que le secteur médical ne s'était plus mobilisé pour manifester sa colère, mais aussi ses inquiétudes et son incompréhension.

Nous en connaissons les raisons, qui ont déjà été développées à plusieurs reprises dans cet hémicycle. Mes collègues viennent également de relever les points qui fâchent. Les réformes doivent être entreprises, mais le problème est qu'elles font peur, parce qu'elles menacent l'équilibre, l'avenir du secteur et la qualité des soins. Comment comptez-vous garantir l'autonomie des praticiens, la valorisation de leur métier, le financement sain de nos hôpitaux? Comment éviter cette médecine à deux vitesses, qui est déjà en train de s'installer petit à petit? Nous pouvons parler aussi du choix, de la liberté et de la vie des patients et des soignants.

Monsieur le ministre, vous avez aussi prévu quelque chose d'assez sympathique sur le papier en souhaitant un système beaucoup plus lisible, juste et transparent. Le problème est que la confiance a été rompue. Cette grève du 7 juillet en apporte la preuve éclatante.

Pouvez-vous nous expliquer concrètement comment vous allez vous y prendre pour rétablir un dialogue constructif et apaisé avec l'ensemble des représentants du monde médical? Quelles garanties pouvez-vous nous apporter pour que la réforme soit entreprise dans l'intérêt commun, en préservant la qualité, la liberté, mais aussi l'accès de tous aux soins?

Irina De Knop:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, maandag is het zover: voor het eerst in 25 jaar staken onze artsen, niet omdat ze dat willen, maar omdat ze moeten. Als er één beroepsgroep is voor wie staken niet in het DNA zit, dan zijn het wel onze artsen.

Zij kunnen niet anders. U mag dan wel verklaren dat u vier, vijf of zes keer met hen hebt gesproken en naar hen hebt geluisterd, maar uw methode werkt niet. Zo eenvoudig is het. U kunt tien keer overleggen, maar het probleem is niet dat u het niet hoort, maar dat u niet luistert.

Ondertussen zien wij dat de stakingsoproep alsmaar meer gehoor vindt. Iedere dag opnieuw sluiten nieuwe zorgverleners zich aan bij de stakerslijst: radiologen, orthopedisten, dermatologen, oncologen en noem maar op. Zelfs het universitair ziekenhuis van de UGent en heel wat huisartsen en tandartsen hebben zich intussen bij hen aangesloten.

Niettemin weigert u bij te sturen. Ik heb u hier vorige week via een motie gevraagd uw kaderwet zo diep mogelijk in een lade te leggen en van methode te veranderen. Wat zien wij echter? U gaat koppig door.

Ik heb voor u drie concrete vragen. Meent u dat alle zorgverstrekkers die komende maandag staken, dat ook zouden doen, mochten zij een alternatief zien?

Welke initiatieven hebt u de voorbije weken genomen om de gemoederen te bedaren en echt te luisteren? Wat heeft dat opgeleverd?

Ten slotte, zult u iets wijzigen aan uw methode en uw kaderwet bijsturen?

Frank Vandenbroucke:

Chers collègues, nous investissons dans les soins de santé pour assurer des soins de qualité, des soins abordables, pour une rémunération correcte de tous les prestataires, pour un financement adéquat et suffisant pour les hôpitaux, pour la sécurité tarifaire. En même temps, vous m'avez demandé de renforcer la lutte contre les fraudes, même si elles sont marginales dans le système. Un premier avant-projet de loi est en discussion.

Concernant la concertation, tout d'abord, ce soir je verrai pour la septième fois les syndicats des médecins, qui incluent les syndicats des dentistes. J'ai déposé hier une longue liste de changements dans le texte en question. Une longue liste d'amendements significatifs, comme je l'avais annoncé, entre autres concernant le conventionnement partiel. J'ai dit que s'il y avait une autre solution pour accroître la lisibilité et la transparence pour les patients en maintenant ce système de conventionnement partiel, ce serait bon pour moi. J'ai donc fait circuler une longue liste d'amendements, dont nous discuterons ce soir. La concertation est réelle, elle s'organise.

Je serais évidemment ravi si mes collègues organisaient la concertation de la même façon sur les pensions avec les syndicats des ouvriers et sur la flexibilité du marché du travail. J'imagine que ce sera le cas.

Donc, ce soir, pour la septième fois, une longue liste d'amendements, portant sur des questions assez importantes, sera discutée. Je comprends aussi tous les soucis.

Collega's, laat ik duidelijk zijn, de gezondheidszorg staat onder druk, in een vergrijzende samenleving. Huisartsen staan onder druk en hebben meer steun nodig. Kinderartsen en psychiaters zouden beter vergoed moeten worden. Spoeddiensten worden overspoeld. We hebben de voorbije jaren een half miljard meer geïnvesteerd in de tandzorg. Ik wil echter wel dat de verantwoordelijken in de sector dat geld ook gebruiken voor de grootste noden. Dat wil ik ook. En wij zullen nog investeren in tandzorg.

De sector staat dus onder grote druk. Hervormingen zijn absoluut nodig. Ik begrijp dat er vandaag onrust is. Eerlijk gezegd, er zijn ook heel veel misverstanden en sommige zaken begrijp ik ook niet, collega's. Ik begrijp niet dat een vakbond een staking organiseert en zegt dat patiënten zullen worden geweigerd, omdat het onaanvaardbaar is dat wij frauduleuze facturen willen tegenhouden van jammer genoeg soms ook fraudeurs en oplichters in het systeem. Omdat we die facturen niet meer willen betalen, organiseert men een staking tegen patiënten. Dat is toch moeilijk te begrijpen. Omdat wij binnen de drie jaar echte excessen en overdrijvingen in supplementen, die boven op facturen komen, willen beperken, een staking organiseren tegen patiënten, is moeilijk te begrijpen. Ik begrijp dat alvast niet.

Daarover gaat het dus. Het gaat over tariefzekerheid voor patiënten. Het gaat over een correcte vergoeding voor artsen en voor tandartsen. Absoluut.

Mevrouw Gijbels, vorige legislatuur - u zat toen in de oppositie - hebben wij de terugbetaling voor tandartsen verhoogd van 950 miljoen euro naar 1,5 miljard, een toename van een half miljard euro. Ik wil het mogelijk maken dat men niet alleen nog meer kan investeren, maar ook – dit is om uw probleem op te lossen – dat men flexibelere tarieven kan werken. Daarover zegt niemand iets. Dat wil ik mogelijk maken. Dat zijn oplossingen, voor u en voor uw patiënten. Laten we daarover het overleg organiseren.

Organiseer toch geen staking, omdat men frauduleuze facturen niet langer wil betalen. Ik heb gelezen dat dat een rode lijn is voor een vakbond. Dat kan toch niet. Organiseer geen staking, omdat men binnen de drie jaar een limiet wil stellen aan absolute excessen, waardoor een bevalling in het ene ziekenhuis drie keer duurder is dan in het andere. Daar bent u het toch mee eens? U hebt dat immers in het regeerakkoord laten opnemen. Meer zelfs, ik moet dat probleem onmiddellijk aanpakken; ik doe het met vertraging. Dus (…)

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, voor alle duidelijkheid, als wij ijveren voor betere terugbetalingen, dan gaat het niet over betere terugbetalingen voor de artsen of de tandartsen, maar wel voor de patiënten. Ik wil de puntjes op de i zetten. Wij zijn het er volledig mee eens dat er hervormingen nodig zijn en dat er moet worden gestreden tegen fraude.

Daarvoor hebben we echter iedereen nodig. Ik hoop dat er geluisterd wordt. Het is essentieel dat het wederzijds vertrouwen opnieuw wordt opgebouwd. Ik denk ook dat we daar nog niet zijn. Ik hoop dat er constructief voort wordt gewerkt en dat we binnen de contouren van het regeerakkoord blijven.

Wat het staken betreft, komende maandag zal er actie worden gevoerd. Staken is niet natuurlijk voor een zorgverstrekker. Het is gelukkig ook heel uitzonderlijk. Het wijst op een grote bezorgdheid. Ik hoop dat patiënten er niet te veel last van zullen hebben en dat mijn collega-zorgverstrekkers er alles aan zullen doen om de uitgestelde zorg zo snel mogelijk in te halen.

Jean-François Gatelier:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

Nous partageons au moins un point commun: je suis tout à fait d'accord avec vous sur le fait qu'il faut réformer nos soins de santé. Cela coûte de plus en plus cher. Je suis heureux de vous entendre dire que vous avez procédé à des concertations sept fois. Je vous en ai parlé de manière personnelle en vous disant quand même qu'un syndicat n'avait pas été informé avant le 3 juin. Dommage que la communication n'ait pas été suffisante, en tout cas pour tous. Enfin, passons sur cela. Nous allons essayer d'améliorer les choses.

Vous parlez de concertation. Je suis d'accord avec vous. Il faut de la concertation pour les pensions. Je renvoie aussi la balle: il faudrait également se concerter dans le secteur de l'emploi.

Continuons à réformer parce que, effectivement, il y a des abus, mais il ne faut pas faire payer à toute une profession les quelques abus qui restent finalement très rares. C'est comme les suppléments d'honoraires ultra excessifs; ils restent extrêmement rares, et la profession a vraiment le sentiment d'être stigmatisée.

En médecine, Hippocrate nous a légué un principe simple: primum non nocere . Premièrement, ne pas nuire. Et votre réforme, en l'état actuel, risque de nuire.

Julie Taton:

Merci beaucoup, monsieur le ministre, pour vos réponses.

J'ai envie de relever un point par rapport à tout ce qui vient d'être dit. Vous avez dit que la question était aussi d'avoir une rémunération correcte. Mais qu'entendez-vous par là? Cela reste quelque peu subjectif par rapport au travail de ces professionnels. Je pense que s'ils prennent le temps de faire un jour de grève, compte tenu de leurs responsabilités, c'est qu'il y a un vrai souci.

Nous sommes ravis d'entendre que vous allez encore prendre le temps, pour une septième fois, de communiquer et d'échanger avec eux. La concertation est clairement la clé. Nous avons vraiment besoin de ce secteur.

Irina De Knop:

"Wat nu op tafel ligt, laten wij niet passeren. Nonkel Frank is dingen aan het doen die niet afgesproken waren. Ik snap dat de artsen dit niet pikken." Vooraleer u boos wordt op mij, mijnheer de minister, dat zijn niet mijn uitspraken, maar die van uw coalitiepartner, de N-VA. Tussen haakjes, die had in plaats van zo te brullen in de media en te piepen in het Parlement, perfect mijn motie vorige week kunnen goedkeuren. Daarin staat – ik lees het nog eens voor -: "We vragen het ontwerp van kaderwet in te trekken."

Mijnheer de minister, ik verneem dat u punten en komma's in de kaderwet wijzigt en die telkens opnieuw blijft voorleggen. Dat is het beste bewijs dat u eigenlijk niet luistert.

Het is niet zomaar een staking, mijnheer de minister. Het is een waarschuwing.

Voorzitter:

Ik heb goed nieuws, collega’s. De mogelijkheid om deel te nemen aan de geheime stemmingen wordt met een half uur verlengd. Sommigen hebben niet de mogelijkheid gehad om te stemmen, dus die mogelijkheid wordt hen nu geboden. U zult daar ongetwijfeld gebruik van maken.

mobiliteit en transport

De hittegolf en het klimaatplan dat op zich laat wachten
Het Belgische klimaatplan
Het treinverkeer in extreme weersomstandigheden
De hittegolf en de klimaatambities van België en Europa
De klimaatdoelstellingen 2040 en het Belgische klimaatplan
De tijdens de hittegolf afgeschafte P-treinen
Klimaatplannen, hittegolven, treinverkeer, klimaatambities, klimaatdoelstellingen.

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie), Bart De Wever (Eerste minister)

op 3 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De klimaaturgentie staat centraal in een felle kritiek op minister Crucke (Klimaat), die volgens oppositiepartijen het dossier verwaarloost door prioriteiten zoals koopkracht en defensie voorop te stellen—terwijl België achterloopt met het Nationaal Energie-Klimaatplan (PNEC) (deadline juni 2024 gemist) en hittegolven dodelijke gevolgen hebben voor kwetsbare groepen. Critici hekelen symbolische maatregelen (bv. CO₂-taks voor gezinnen) en uitgestelde investeringen (windenergie, spoorinfrastructuur), terwijl de NMBS faalt met verouderd materieel en gecancelde treinen tijdens extreme hitte, wat pendelaars naar de auto drijft. Crucke verdedigt zich door te wijzen op Europese flexibiliteit (90% reductiedoel 2040 met koolstofcompensatie) en coördinatieproblemen tussen gewesten, maar belooft het PNEC voor september 2024 in te dienen—zonder concrete oplossingen voor sociale ongelijkheid (hitte-arme huishoudens) of systeemverandering (publieke investeringen vs. marktafhankelijkheid). Kernpunt: klimaatbeleid ontbeert urgentie en rechtvaardigheid, terwijl de crisis levens kost.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, "le climat n'est plus une priorité": c’est ce que je vous ai entendu dire cette semaine sur La Première. Vous regrettez peut-être, mais vous l’avez dit!

Franchement, nous savions déjà que les partis de l’Arizona abandonnaient l’ensemble de leurs promesses et de leurs priorités de campagne. Je ne reviendrai pas sur les 500 euros supplémentaires de pouvoir d’achat. Le climat était aussi dans votre programme, monsieur Crucke. Le climat, monsieur le ministre du Climat!

J’ai donc été consternée par vos propos, d’autant plus qu’au même moment, les Belges étaient littéralement en train de mourir de chaud. On a vu, partout dans le pays, des températures record, des personnes cloîtrées chez elles, des personnes en souffrance, de nombreux trains supprimés et des orages violents.

Comme nous le savons, ces pics de chaleur sont clairement liés aux émissions de carbone. Ce que nous attendons d’un ministre du Climat, c’est qu’il se batte et qu’il obtienne des avancées. Or, avec le retour des droites au pouvoir, les enjeux climatiques – qui sont aussi des enjeux sociaux – sont aujourd’hui totalement sacrifiés. Ceux qui en paient le prix sont les ménages à revenus modestes, les locataires et les pensionnés les plus sensibles aux hausses de température.

Nous le constatons en Wallonie avec votre réforme brutale des primes à l’isolation, pour laquelle les familles vous remercient ! Nous le voyons également à l’échelle européenne, où la Commission a revu à la baisse son objectif de réduction des émissions pour 2040, et où les États membres pourront désormais acheter des crédits carbone dans les pays du Sud au lieu de faire eux-mêmes les efforts nécessaires.

Maintenant, c’est au niveau fédéral que tous les plans semblent malheureusement bloqués. Je songe notamment au Plan national Énergie-Climat, pour lequel la Belgique a été mise en demeure le 12 mars dernier. Où en est-on, monsieur le ministre? Avez-vous soumis le Plan social pour le climat à la Commission européenne? Avez-vous pris connaissance d'une étude qui dit que les Wallons seront les plus touchés par le système des quotas carbone? Que faites-vous pour les protéger? Vous augmentez aussi la TVA sur les chaudières au gaz et au mazout et ce sont encore les Wallons qui vont payer.

Monsieur le ministre, il fait peut-être un peu moins chaud aujourd’hui, mais l’urgence climatique est bien là. Quelles sont les solutions de ce gouvernement face aux enjeux climatiques?

Natalie Eggermont:

Collega's, het was ongezien deze warm deze week. Maandagochtend kreeg ik het eerste berichtje op mijn telefoon van iemand die in een maatwerkbedrijf werkt. Er was een collega flauwgevallen en afgevoerd, maar extra pauzes werden geweigerd.

Wij hadden geluk want we hebben airco in het Parlement, maar heel veel mensen hebben hard gewerkt in de hitte, in de fabrieken, met veiligheidsvest, helm, schoenen, alles erop en eraan, of buiten in de volle zon, in de bouw. Al mijn respect voor die mensen. Zij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering. Ze zijn het ook beu om telkens het belerende vingertje van de politiek te zien.

Een metallo vertelde mij: “Wij moeten doorwerken in de hitte, en ondertussen komt men ons zeggen dat we met de elektrische fiets naar het werk moeten gaan of dat we onder de douche moeten plassen voor het klimaat. Intussen huurt Jeff Bezos Venetië af voor een bruiloft en laat hij 200 van zijn vrienden overkomen met de privéjet. Wij moeten wel met de fiets naar het werk om het klimaat te redden."

De huidige hittegolf is geen uitzondering meer. Dit is het nieuwe normaal, collega's. Voor veel jongeren is dat de toekomstvisie die ze van de politici vandaag meekrijgen. Wat doet de politiek dan? Ik heb een collage gemaakt. Men gaat afwachten.

Er is nog altijd geen Belgisch klimaatplan. De deadline is opnieuw gemist. Weten jullie wanneer die deadline was? Dat was 30 juni 2024, een jaar geleden. De ambities gaan dus achteruit. Gisteren, midden in de hittegolf, versoepelde de Europese Commissie haar klimaatdoelstellingen. Daar hadden ze blijkbaar ook last van de hitte. Deze week werd ook beslist dat investeringen in een nieuw windmolenpark op zee tot minstens 2032 worden uitgesteld.

Wat lukt er dan wel? De invoering van een Europese koolstoftaks voor Belgische gezinnen, die kan oplopen tot 650 euro per gezin per jaar. Voor dergelijke maatregelen zijn de traditionele partijen altijd te vinden, om in de zakken van de mensen te zitten. Dat is geen klimaatbeleid, dat is asociaal pestbeleid.

Mijnheer de minister, wat gaat u doen om verantwoordelijkheid te nemen voor het klimaat, zonder in de zakken van de mensen te zitten?

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, de voorbije dagen was het puffen. Het was snikheet, dat hebben we allemaal gevoeld. Temperaturen liepen op tot 38 graden. Het was de warmste 1 juli ooit. Historisch dus eigenlijk. Wie met de trein moest reizen, heeft het geweten. Ik gooi het enigszins over een andere boeg, want mijn vragen gaan uiteraard over de treinen.

De treinen die vandaag rijden, zijn te oud, te onbetrouwbaar en te krap. Het resultaat daarvan is treinen zonder airco, veel afgeschafte treinen en haltes die zomaar worden overgeslagen, dat alles zonder duidelijke communicatie. Erger nog, de reizigers zitten opeengepakt als sardienen in een blik. Bij de huidige hitte is dat niet alleen oncomfortabel, maar ronduit gevaarlijk.

Wat creëert de NMBS daarmee? Wel, mensen die afhaken. Wanneer men letterlijk zit weg te smelten in de trein, dan begint men natuurlijk naar de auto te kijken en dan neemt men die gewoon weer. Dat terwijl in het openbaredienstcontract staat dat we 30 % meer reizigers op de trein moeten krijgen tegen 2032. Hoe valt die situatie nog uit te leggen?

Het is trouwens bijzonder toepasselijk, want vorige week lag de aanbesteding voor de nieuwe treinstellen op tafel bij de NMBS. De raad van bestuur besliste het dossier on hold te zetten. De voorkeur ging opnieuw uit naar het Spaanse bedrijf CAF, ondanks eerdere kritiek en het arrest van de Raad van State. Daardoor dreigt Alstom, met vestigingen in Brugge en Charleroi, opnieuw uit beeld te verdwijnen. Net nu is de nood aan nieuwe treinstellen nochtans bijzonder groot.

Mijnheer de minister, hittegolven kunnen we niet stoppen. Wat we wél kunnen doen, is zorgen voor modern en betrouwbaar materieel en niet pas binnen tien jaar. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig: kunt u toelichten wat de stand van zaken is in het aanbestedingsdossier?

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, les températures s'affolent. L'été est suffoquant. On vient encore de l'entendre, le seuil symbolique de 1,5°C a été dépassé. Nous souffrons tous de la chaleur et les scientifiques parlent aussi d'un dépassement de 3°C dans les scénarios les plus pessimistes.

Les risques sur la santé des plus vulnérables, l'impact de la sécheresse sur l'agriculture, nos forêts qui se dégradent, l'impact sur la biodiversité et même sur notre mobilité, la liste des impacts du réchauffement climatique sur notre vie est longue. L'épisode de chaleur que nous vivons cette semaine est un rappel supplémentaire, un énième rappel à l'urgence d'actions concrètes. Si certains veulent oublier le climat, lui, il ne vous oublie pas, comme vous le rappelez souvent.

Alors, comment avancer pour répondre à tous ces enjeux? Il faut plus que jamais développer une politique durable dans tous les domaines de façon transversale. Durable sur le plan budgétaire, le gouvernement y travaille. Durable sur le plan économique, l'appel des entreprises wallonnes pour un objectif clair montre que la demande des entreprises est bien réelle. Durable sur le plan des émissions carbone, vos efforts pour enfin aboutir à un plan climat vont dans ce sens.

Mais il ne suffit pas d'être volontariste. Il faut agir finement pour que la transition prenne en compte nos réalités territoriales et financières.

Monsieur le ministre, j'ai trois questions dans cette optique de répondre au réchauffement climatique et de nous faire avancer dans le bon sens. Que pensez-vous des objectifs de réduction de gaz à effet de serre que la Commission européenne a présentés hier? N'y a-t-il pas un risque finalement que ces objectifs s'enlisent à force de compromis et de flexibilité? Comment avance le Plan national Énergie-Climat dont on vient de parler? Le précédent gouvernement, je le rappelle, n'avait pas su aboutir et la Belgique traîne toujours ce dossier depuis trop longtemps. Enfin, quels sont vos objectifs pour faire de la transition un levier social qui diminue les inégalités plutôt que de les renforcer?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, hier encore Bruxelles étouffait: 38 degrés sur la Grand-Place. La science l'affirme: sans actions fortes, ces températures extrêmes seront la norme. Quand il y a le feu, on ne demande pas aux pompiers de faire une pause. Or, face à l'urgence, votre gouvernement temporise et regarde les flammes monter.

Malheureusement, le dérèglement climatique tue. Chaque été, ce sont des dizaines de milliers de personnes qui meurent à cause des vagues de chaleur. Et ce sont toujours les mêmes qui en payent le prix: les ouvriers sur les chantiers, des livreurs à vélo, des aînés coincés dans des logements surchauffés, les travailleurs d'usine. Les précaires crèvent en silence pendant que le gouvernement perd du temps.

La Commission européenne vient d'annoncer d'ailleurs un objectif de moins 90 % d'émissions nettes d'ici à 2040. Alors, je suis d'accord, sur le papier, ça claque! Mais dans les faits, c'est rempli de passe-droits – crédits carbone à l'étranger, transfert d'efforts entre secteurs –, avec une trajectoire molle jusqu'en 2035. Résultat: on annonce l'ambition, mais on organise l'inaction. Mettre du vert sur des politiques qui foncent droit dans le mur, ce n'est pas du progrès, c'est du sabotage.

Monsieur le ministre Crucke, vous avez qualifié ce texte d'équilibré. Moi, j'y vois une ambition au rabais, et je suis sûre que Jean-Luc sera d'accord avec moi. Pendant ce temps, en pleine canicule, la Belgique souffle sa première bougie de retard pour son Plan national é nergie-Climat (PNEC) – retardé par la Flandre, dois-je le rappeler? Nous sommes derniers de la classe avec la Pologne, et je trouve ça un peu honteux. Je pense que vous pouvez être d'accord avec moi.

Monsieur le ministre, je vous pose des questions simples. La Belgique soutiendra-t-elle, oui ou non, enfin un vrai objectif climatique ambitieux, à savoir une réduction de 90 % des émissions ici, sans tricher avec des crédits carbone à l'autre bout du monde? Quand et comment le gouvernement arrêtera-t-il officiellement sa position sur l'objectif 2040 et sur l'objectif intermédiaire de 2035? Quelle est votre feuille de route concrète – date, état, arbitrages interrégionaux – pour déposer enfin un PNEC crédible et compatible avec l'accord de Paris?

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, dames en heren, als trouwe pendelaar heb ik deze week een nieuwe term geleerd: de saunatrein. Een saunatrein is een oudere trein zonder airconditioning die tweemaal per dag uitrijdt en tussendoor geparkeerd staat onder de volle zon. Voor het comfort van de reizigers en het personeel laat de NMBS die trein uitzonderlijk niet rijden bij extreme weersomstandigheden.

De NMBS verwijst dus naar het comfort, maar dat moeten we met een grote korrel zout nemen. Onze pendelaars hebben deze week immers extra hard gezweet, meer dan wie ook. Naast hittestress moesten ze ook afrekenen met treinstress. Ze zagen namelijk de ene trein na de andere geschrapt worden, waardoor van comfort helemaal geen sprake meer was. Wie was de pineut? Onze hardwerkende middenklasse, die elke dag pendelt naar het werk, want die middenklassers krijgen helaas geen hitteverlof van hun baas.

Mijnheer de minister, ik hou mijn hart alvast vast voor de winter die voor de deur staat. Dan leer ik wellicht een nieuwe term kennen: de iglotrein. Die term kan alvast ingeroepen worden als het te koud wordt.

Pendelaars in de kou laten staan – of in dit geval in de hitte – is voor cd&v helemaal niet oké. Ik pleit hier al langer voor een stipte dienstverlening van het openbaar vervoer. Dat zou een topprioriteit moeten zijn. Het moet het speerpunt vormen van uw beleid. Of het nu te koud of te warm is, probeer dat maar eens uit te leggen aan Jan Modaal die gewoon op zijn werk moet raken. Er is nood aan een beleid dat werkt bij elke weersomstandigheid.

Jean-Luc Crucke:

Monsieur le président, chers collègues, je me permettrai de commencer, car sinon je manquerais à toute civilité et à toute amitié, par souhaiter à Mme Maouane un merveilleux anniversaire, malgré les chaleurs que l'on connaît.

(Applaudissements)

(Applaus)

Madame Meunier, je suis certain que vous m'avez lu rapidement. Peut-être avez-vous cru, en prenant un mot, traduire une pensée qui n'est pas la mienne. Ce que j'ai dit, et je le maintiens, c'est qu'aujourd'hui, pour un certain nombre de personnes, peut-être, malheureusement majoritaires, la fin du mois et la dérégulation de notre géostratégie sont devenues à ce point des priorités qu'effectivement, parfois, elles ne mettent plus en premier lieu le climat. Ce n'est pas parce que je constate que c'est ainsi que je partage cette idée et que je considère qu'il n'y a pas lieu d'adopter encore une vitesse surdimensionnée en la matière. Mais être aveugle face à cela, c'est ne pas pouvoir objectiver une réponse.

On m'a posé des questions sur la planification, le Plan national é nergie-Climat. Comme je l'ai dit, et je le répète, ma collègue Melissa Depraetere dans le gouvernement flamand fait un travail qui n'avait pas été fait précédemment. Elle s'est engagée à le terminer pour fin juin, début juillet. Je n'ai aucune raison de penser qu'elle n'y arrivera pas et je la soutiens complètement.

En ce qui concerne le fédéral, nous pourrons décider également avant le 21 juillet. Je rappelle quand même que ce qui est en rade, c'est le précédent PNEC, qui a été recalé par l'Europe. C'est bien pour cela qu'on a dû s'y atteler. Je me suis engagé vis-à-vis du commissaire européen à déposer personnellement les quatre études ou projets avant le 21 juillet, et je le ferai. Il faudra ensuite faire ce qu'on appelle le réguler, ce qui sera fait par l'administration. Au mois de septembre, tout sera déposé. Rien n'est changé dans le timing.

S'agissant du Plan social Climat, vous avez raison, nous sommes en retard. Mais 26 des 27 pays européens sont en retard. Seule la Suède l'a remis. Les mesures sont connues tant par les Régions que par le fédéral. Nous devons encore nous coordonner, nous concerter, et arbitrer le pourcentage, la division des recettes entre les uns et les autres. J'ai reçu mandat du gouvernement pour qu'au nom du fédéral, je puisse négocier une fourchette de 10 à 20 % pour le fédéral. Cela me semble important parce que certaines compétences, tant au niveau économique, par rapport aux micro-entreprises, sur un plan fiscal, que vis-à-vis des citoyens, sur les aides sociales directes, ne relèvent que du fédéral. Je crois donc que les Régions pourront comprendre cela aussi.

Gisteren heeft de Europese Commissie, weliswaar met enige vertraging, ambitieus haar voorstel voor de klimaatdoelstellingen voor 2040 voorgesteld. Er wordt gestreefd naar een vermindering van de netto-uitstoot met 90 %, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese wetenschappelijke raad voor het klimaat. Dat voorstel voorziet ook in drie flexibiliteitsmechanismen: een beperkte openstelling voor internationale kredieten, erkenning van permanente binnenlandse opslag en intersectorale flexibiliteit. Die doelstelling voor 2040 zal duidelijkheid en zichtbaarheid bieden aan onze burgers en bedrijven, die langetermijninvesteringen moeten kunnen plannen. Ik denk dus dat ons land die voorstellen kan volgen.

De gevolgen van de hittegolf beperken zich echter niet tot de gezondheid. Ook onze infrastructuur heeft eronder geleden. U hebt het zelf gemerkt en ik ook. Ik heb maandagavond namelijk meer dan drie uur nodig gehad om thuis te geraken.

Sinds 15 mei is het plan voor hittegolven en ozonpieken op nationaal niveau van kracht. Ondanks de inspanningen waren de verstoringen aanzienlijk. Ik heb de NMBS en Infrabel gevraagd om snel een gedetailleerd verslag en gestructureerd actieplan voor te leggen om dat soort van storingen te voorkomen.

Les perturbations observées sur notre réseau ferroviaire ne sont ni isolées ni propres à la SNCB. Elles s'inscrivent dans des tendances plus larges. En Belgique, plusieurs incidents ont été constatés. Lundi soir, un train est resté bloqué à Wuustwezel, en province d'Anvers. Il s'agissait d'un train néerlandais opérant sur notre réseau. Mardi, un train de marchandises est tombé en panne à Haecht. Des dommages ont également été constatés à la caténaire à Neerpelt et à Mol. Ces incidents sont qualifiés de mineurs. Pour ma part, ils ne le sont pas.

In Frankrijk heeft de hittegolf geleid tot vertragingen en afgelastingen in de treindienst. In heel Europa laten spoorweginfrastructuren beperkingen zien bij extreme weersomstandigheden.

Tout cela signifie qu'effectivement, plus que jamais, la Belgique – mais pas seulement elle – doit considérer que ces événements ne sont pas dus au hasard, mais qu'ils sont dus au réchauffement climatique. C'est donc avec confiance, mais détermination (…)

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, j'entends vos explications, mais je ne peux pas admettre qu'un ministre du Climat se résigne à déplorer que le climat ne soit plus une priorité. Ce n'est pas compréhensible, ni par moi ni par personne, à part peut-être par Trump ou d'autres climatosceptiques. Surtout quand on vit un épisode comme celui de cette semaine, où les températures étaient record. Cela semble être votre devoir, en tant que ministre du Climat, de ramener ce débat au premier plan.

Ce retrait des politiques climatiques nous paraît être une erreur pour les entreprises, parce que si on veut remettre l'Europe sur la carte, il faut au contraire miser sur la transition. Et c'est une erreur pour les citoyens, en particulier les plus fragiles, parce que ce sont eux, dans les quartiers denses, dans les passoires énergétiques, qui souffrent le plus des pics de chaleur.

Ensuite, je dois vous dire que les marchés internationaux du carbone nous inquiètent. J'attends, de ce point de vue, une position ferme de la Belgique sur l'objectif 2040. Je ne manquerai pas de revenir sur ce sujet en commission.

Natalie Eggermont:

Dank u wel, mijnheer de minister.

Ik meen dat we tot de kern van het probleem moeten gaan. We kunnen het klimaatprobleem niet oplossen met de recepten die we tot hiertoe hebben toegepast, namelijk verder vertrouwen op de markt en op de investeringen van de privébedrijven. Maar dat recept blijft u wel herhalen.

Hoe komt dat? Privé-investeringen gaan natuurlijk naar waar winst te halen is en de fossielebrandstofindrustrie windt er ook helemaal geen doekjes om dat ze zullen blijven investeren in fossiele brandstoffen. British Petrol, één van de grote spelers heeft het dit jaar nog gezegd. Ze schroeven de ambities voor hernieuwbare energie terug en gaan terug naar olie en gas.

Superveel winsten hebben de energiebedrijven gemaakt door de crisis in Oekraïne. Die winst is gegaan naar nieuwe investeringen in olie en gas en naar de aandeelhouders. Dus nee, de markt zal het probleem niet oplossen. We hebben grootschalige publieke investeringen nodig, investeringen in isolatie en openbaar vervoer, in hernieuwbare energie. Die komen er niet. Jullie vinden ineens miljarden, maar ze gaan niet naar het klimaat, ze gaan naar oorlog.

Een goede raad die nu circuleert op de sociale media is de volgende: stay cool, stay hydrated, and fight capitalism!

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, ik zou u willen danken voor uw antwoord, maar ik heb op mijn vraag helaas geen antwoord gekregen.

De realiteit duldt geen uitstel. Treinstellen van meer dan 50 jaar oud laten rijden zonder airco op dagen met 38°C, dat is niet meer verantwoord. We moeten dringend investeren in modern materiaal dat bestand is tegen de uitdagingen, ook tegen extreme hitte.

Maar het gaat niet alleen over goede treinen. Het gaat ook over een goed beleid. Wanneer we voor zo'n grote investering staan, moeten we kansen creëren voor jobs in eigen land. In Brugge en in Charleroi werken vandaag duizenden mensen in de spoorindustrie.

Zoals collega Maaike De Vreese al een aantal keren heeft aangekaart, is de tewerkstelling in Brugge van groot belang, zowel voor de regio als voor de toekomst van onze industrie. Nu is het moment om te kiezen voor goede treinen en voor maximale werkgelegenheid in eigen land.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour l'annonce des progrès que vous avez accomplis dans le Plan Énergie-Climat et qui prouvent que le climat se situe bien au centre de vos priorités.

Vous avez aussi rappelé la nécessité de réconcilier économie et écologie. Ce n'est pas toujours simple, mais je sais que vous y travaillez. De même, vous avez indiqué la difficulté de faire avancer l'agenda environnemental face aux conflits et aux populismes. J'estime qu'il en va de notre responsabilité collective. Chez Les Engagés, nous voulons avancer. Il faudra le faire avec nos entreprises et nos concitoyens, comme vous venez de le dire, au moyen d'une planification coordonnée et responsable.

Les politiques climatiques et environnementales qui punissent et attaquent la qualité de vie de nos concitoyens n'ont fait qu'encourager une levée de boucliers contre les politiques climatiques ambitieuses. Aujourd'hui, nous devons tous être unis, au lieu de nous diviser, dans le combat climatique. Vous y travaillez énormément, afin que nous gagnions ce combat.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, chers collègues, merci pour vos bons vœux! Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.

Je ne vous apprends rien, mais 95 % des décès dus aux événements climatiques extrêmes sont causés par la chaleur. Avant-hier, une femme est morte à la plage, tandis qu'un homme est décédé voici quelques jours sur un chantier. Ce sont chaque fois des publics très vulnérables qui sont touchés.

Monsieur Crucke, j'étais triste de vous entendre dire à la radio, même si c'était pour le regretter, que le climat n'était pas une priorité. Ce n'est pas ce que pensent une majorité de Belges puisque, selon un sondage, 80 % d'entre eux estiment que le climat doit constituer une priorité. Les milliards accordés à la Défense devraient plutôt servir à la transition juste.

Monsieur le ministre, j'ai une suggestion à vous soumettre. Avoir quitté le MR vous a fait du bien. Avoir rejoint Les Engagés était ambitieux, mais peut-être pas assez. Alors, j'invite Jean-Luc à rejoindre les verts, le parti pour lequel la fin du monde et les fins de mois forment le même combat.

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik heb vooral goed naar u geluisterd en stel vast dat u vanuit verschillende invalshoeken werk wilt maken van een robuuste dienstverlening op het spoor. We zullen u daarin alle vertrouwen moeten geven en in overleg moeten treden met verschillende actoren en stakeholders, zodat we samen kunnen werken aan een fundamentele aanpak. Het gaat daarbij om een goede infrastructuur, kwalitatief personeel en duidelijke communicatie met de reizigers. Ook de spelregels verdienen aandacht, want die moeten we misschien aanpassen om de capaciteit van het spoornet optimaal te benutten. In dat verband zal ik binnenkort een resolutie indienen. U zult daar in de commissie nog meer over horen. Voor cd&v is het belangrijk: te koud of te warm mag geen spelregel zijn voor Jan Modaal, die moet kunnen rekenen op een stipte en betrouwbare spoorwegdienstverlening. We geven u dan ook alle vertrouwen om daar de komende maanden werk van te maken. Dank u wel.

klimaat, energie en landbouw

De door het Grondwettelijk Hof onder de fiscale uitzonderingen gelegde bom
De terugvordering van bedrijfsvoorheffing in de tuinbouw na de vernietigde vrijstellingsregeling
Fiscale uitzonderingen en terugvorderingen in de tuinbouw.

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 26 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Grondwettelijk Hof vernietigde een covid-steunmaatregel voor fruittelers als illegale staatssteun, waardoor sectoren mogelijk 5 miljard euro aan niet-aangemelde fiscale voordelen (flexi-jobs, voetbalclubs, expats, etc.) moeten terugbetalen, met risico’s voor rechtse koteriepolitiek en systeemstabiliteit. Minister Jambon blokkeerde nieuwe aanvragen en zoekt sectorgerichte oplossingen, maar benadrukt dat flexi-jobs en expatregelingen veilig zijn omdat ze breed toepasbaar zijn. Vanbesien (Vooruit) pleit voor een radicale fiscale hervorming (gelijke belasting op arbeid/vermogen) om koterijen af te schaffen, terwijl Verkeyn (N-VA) de schuld legt bij de vorige regering die de maatregel niet bij Europa aanmeldde. Structurele onzekerheid blijft, met dreigende claims en lobby-invloed als kernprobleem.

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de minister, u hebt ongetwijfeld vernomen dat het Grondwettelijk Hof enkele weken geleden een specifieke steunmaatregel ten voordele van fruittelers heeft vernietigd. Het betreft een maatregel die werd genomen in het kader van de covidcrisis, om ervoor te zorgen dat het fruit geplukt kon worden, aangezien men destijds geen beroep kon doen op reguliere plukkers.

Het Hof oordeelt dat het gaat om illegale staatssteun. In Europa geldt dat de overheid geen gunstmaatregelen mag verlenen aan een specifieke sector. Het gevolg is dat de fruittelers dat geld nu moeten terugbetalen aan de overheid.

Die uitspraak legt mogelijk een zware bom onder ons belastingsysteem, aangezien in de voorbije decennia tal van gelijkaardige maatregelen zijn ingevoerd die mogelijk hetzelfde lot beschoren zijn.

Ons belastingsysteem hangt aan elkaar van fiscale koterijen. Het is duidelijk dat dat niet duurzaam is en dat het ons in de problemen zal brengen. De lobby weegt te zwaar door in ons land. Ik geef een voorbeeld. De professionele voetbalclubs krijgen al heel lang dergelijke voorkeursbehandelingen. Voor RSC Anderlecht kan men dat nog enigszins begrijpen, maar niet voor clubs als Club Brugge en Standard Luik. De flexi-jobs vormen een ander voorbeeld. Ook dat systeem houdt een voorkeursbehandeling in voor specifieke sectoren. Wat gebeurt er indien de horeca-uitbaters morgen al dat geld moeten terugbetalen?

Mijnheer de minister, hebt u een plan om al die bestaande maatregelen in kaart te brengen, teneinde een oplossing te zoeken zodat er geen rampen gebeuren?

Deze regering zal nog een aantal fiscale koterijen bijbouwen, met hetzelfde risico. Zult u de uitvoering daarvan stopzetten en een alternatief zoeken dat wel rechtszekerheid biedt?

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, ik zou niet graag in uw schoenen staan, want er zijn heel wat fiscale kopzorgen. Met de vernietiging van een regeling in de tuinbouwsector werd er een fiscale splinterbom gedropt. Wat is er aan de hand? Tuinbouwwerkgevers mochten een deel van de bedrijfsvoorheffing voor zich houden in plaats van die door te storten. Helaas werd die regeling door de toenmalige regering, de vivaldiregering , niet als staatssteun aangemeld. Nu zitten we met de gebakken peren, want de gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. Onder meer de uitbreiding van de flexi-jobs komt daardoor in het gedrang, evenals de investeringsaftrek, de expatregeling, de regeling voor het voetbal, waarnaar collega Vanbesien al verwees, en ook de regeling voor studentenjobs. Wat gaan we daarmee doen? Ik weet het alvast niet.

Het wordt echter nog erger, want in het verleden zijn meerdere gelijkaardige systemen ingevoerd. Denk maar aan de maatregelen voor onderzoek en ontwikkeling, nachtarbeid, ploegenarbeid en de baggerscheepvaart. Men heeft de factuur daarvan berekend en die komt – collega’s, houd u vast – neer op 5 miljard euro aan fiscale kopzorgen, te wijten aan een vergetelheid van Vivaldi.

Mijnheer de minister, zijn die kopzorgen terecht? Is er een oplossing?

Jan Jambon:

Beste Kamerleden, voorafgaand wil ik verduidelijken dat de vernietigde maatregel een reeds bestaande maatregel was. De maatregel voor de fruit- en groenteteelt dateerde namelijk van 2023, tamelijk recentelijk dus. U herinnert zich dat zeker en vast, mijnheer Vanbesien, want uw partij heeft die maatregel mee goedgekeurd in het Parlement.

Wij hebben inderdaad kennisgenomen van het arrest van het Grondwettelijk Hof, op 12 juni. Daaropvolgend heb ik meteen actie ondernomen. Sindsdien is het niet meer mogelijk om nieuwe aangiftes in te dienen voor de groente- en fruitsector.

Voor het jaar 2024 gaat het over 21,4 miljoen euro en voor het jaar 2025 is het tot dusver 5,2 miljoen euro. Dat is zeker niet niets.

Voor de getroffen sectoren is mijn administratie nu op zoek naar een oplossing. We zullen de betrokken bedrijven contacteren, zodat ze zeer snel duidelijkheid krijgen. Binnen de FOD Financiën werd een speciaal team opgericht om alles goed op te volgen. Daarnaast nodigen we morgen ook de sectorfederaties en andere betrokken organisaties uit, om te luisteren naar hun vragen en hun zorgen. Op basis van die insteken willen we zo snel mogelijk zorgen voor heldere communicatie ten aanzien van die bedrijven.

Tot slot, we analyseren uiteraard of dat arrest gevolgen kan hebben voor andere fiscale regelingen. Ik kan daar het volgende al over zeggen. Voor de flexi-jobs is er vooralsnog geen probleem. Dat systeem bestaat al lang en het staat volgens ons stevig. Ook voor de expats is er weinig kans op plots wegvallen. In beide gevallen gaat het om algemene, brede maatregelen, die niet gericht zijn op één sector.

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de minister, u spreekt vooral over de actie die u al hebt ondernomen in het kader van de fruitteelt, wat uiteraard heel goed is, maar het gaat mogelijk om een veel groter probleem, zoals collega Verkeyn ook zei. Zij spreekt over een grootteorde van 5 miljard. Dat is iets helemaal anders. U stelt dat er geen probleem is met de flexi-jobs, maar ik ben daar niet zo zeker van. Het gaat om staatssteun aan een sector en als die niet goedgekeurd werd door Europa, kan dat tot een gelijkaardig probleem leiden.

We weten dat rechtse partijen graag belastingen uithollen. Dat is geen verrassing. Daarom bouwen ze koterij op koterij. Vooruit gaat daarin mee.

De enige oplossing voor dat probleem is een grondige fiscale hervorming. Wij stellen voor om inkomsten uit arbeid en vermogen op dezelfde manier te belasten. Een euro is een euro. Dan houden mensen netto meer over en kunnen al die koterijen worden afgeschaft. Mijnheer de minister, als u zo’n plan zou voorleggen, zou ik het zelfs steunen.

Voorzitter:

Ik voel iets groeien tussen de heer Vanbesien en de heer Jambon, maar de toekomst zal dat uitwijzen.

Charlotte Verkeyn:

Collega Vanbesien, met alle respect, maar die maatregel, trouwens een goede maatregel, werd ingevoerd onder de vorige regering, met uw partij in de regering. Uw regering vergat die maatregel echter aan te melden, waardoor wij nu met de gebakken peren zitten en opnieuw met ons gat op de blaren moeten zitten.

Mijnheer de minister, ik hoop echt dat u dat opgelost krijgt, want het is bijzonder spijtig. Heel wat zuurstof voor ondernemers en voor mensen die willen werken, dreigt daarmee in het gedrang te komen. Ik zou niet graag in uw schoenen staan en dat allemaal hele dagen moeten meemaken. Ik wens u veel succes.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, er staat vandaag een vijftiental vragen aan u geagendeerd, misschien is dat de reden waarom collega Verkeyn niet in uw schoenen zou willen staan.

economie en werk

De fraude met pensioenen
De fraude met pensioenen
Pensioenfraude

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 26 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Belgisch-Marokkaans echtpaar ontving jarenlang ten onrechte honderdduizenden euro’s aan IGO (inkomensgarantie voor ouderen) terwijl ze permanent in Marokko verbleven, blootgelegd na 20 klokkenluiderbrieven, wat structurele controletekorten aantoont. Minister Jambon kondigt strengere maatregelen aan (meldplicht buitenlands verblijf, verkorte verblijfsduur, schrapping vrijstellingen, 5-jarige verblijfsvoorwaarde) om fraude tegen te gaan, maar concrete wetgeving moet nog komen. Samyn en Raskin benadrukken het gebrek aan proactieve controles, het misbruik door niet-bijdragers en het risico voor draagvlak sociale zekerheid, terwijl ze verwijzen naar eerdere versoepelingen onder PS-bewind. Kernpunt: het IGO-systeem is te kwetsbaar voor fraude en vereist dringend verstrengde handhaving en wettelijke aanpassingen.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, dit had een aflevering kunnen zijn in de reeks ‘Absurdistan’.

Een Belgisch-Marokkaans echtpaar ontving jarenlang een inkomensgarantie voor ouderen, terwijl het volgens verschillende media permanent in Marokko verbleef. De schade voor onze sociale zekerheid – en dus voor de belastingbetaler – zou intussen zijn opgelopen tot honderdduizenden euro's. Wat deze zaak pas echt hallucinant maakt, is dat de Federale Pensioendienst pas in actie kwam na 20 brieven van een anonieme klokkenluider. 20 brieven, collega's! Hoeveel alarmsignalen zijn er nodig vooraleer het systeem reageert?

Dit dossier roept fundamentele vragen op, niet alleen over de controlemechanismen bij de Pensioendienst, maar ook over het gemak waarmee toegang wordt verkregen tot onze sociale rechten. Mensen die hier nooit hebben bijgedragen, genieten wel van voorrechten waarvoor onze mensen heel hun leven lang moeten werken.

Mijnheer de minister, gaat het hier om een eenmalig geval? Is er inmiddels een onderzoek gestart naar mogelijke andere gevallen van fraude? Worden de controles uitgebreid en verstrengd? Wordt pensioenfraude ondertussen systematischer opgespoord?

Wouter Raskin:

Mijnheer de vice-eersteminister, gisteren las ik, scrollend over HLN.be , dat een echtpaar uit Marokko jaren onterecht een IGO-uitkering kreeg. Het gaat om honderdduizenden euro onterechte pensioenrechten. Het zijn mensen die via gezinshereniging hier beland zijn, die succesvol een naturalisatieprocedure doorlopen hebben en die daarna, met evenveel succes, een IGO aangevraagd hebben en die gekregen hebben. En dit ondanks het feit dat ze al die tijd in Marokko woonden en wonen.

We zijn dit te weten gekomen dankzij een medeburger die de personen in kwestie verklikt heeft. Niet één keer, maar twintig keren. Twintig keer heeft die medeburger aan de alarmbel moeten trekken.

Eergisteren vroeg ik aan de heer Beenders hoe het zit met de Sociale Inspectie? Hij zei dat de Federale Pensioendienst geen eigen sociale inspectiedienst heeft en ook niet structureel betrokken is bij de SIOD. Toen ik in mijn repliek opmerkte dat het klikkende burgers zijn die zulke zaken aan het licht brengen, zweeg hij, maar knikte hij wel bevestigend.

Dit is niet oké. Dit is sociale fraude. De overheid is vandaag niet in staat die te ondervangen. We zijn afhankelijk van klikkende burgers om ze te zien. Ik herinner mij de periode onder de Zweedse regering. In die periode werd 80 % van de gerechtigden gecontroleerd.

Mijnheer de vice-eersteminister, ik voer hier geen pleidooi voor een copy-paste van wat er toen gebeurde, maar ik ben er wel van overtuigd dat het beter kan dan nu. Mijn vraag is heel eenvoudig. Bent u bereid om samen met uw collega, de heer Beenders, een oplossing voor dit soort fraude uit te werken?

Jan Jambon:

Beste collega’s, ten eerste geef ik graag nogmaals de contouren weer van het zogenaamde IGO, het systeem van inkomensgarantie voor ouderen. Zoals het woord het zelf zegt, gaat het om het garanderen van een minimuminkomen voor gepensioneerde 65-plussers. Het betreft dus geen wettelijk pensioen dat men zelf heeft opgebouwd via bijdragen tijdens de loopbaan. Het is geen pensioen waarvoor sociale bijdragen zijn betaald.

Wat is het dan wel? Het is een vorm van sociale bijstand voor 65-plussers die over onvoldoende eigen middelen beschikken om in hun levensonderhoud te voorzien. Dat betekent dat deze inkomensgarantie niet bedoeld is voor mensen die feitelijk niet in ons land wonen. Zij behoren niet tot de doelgroep van deze sociale maatregel. Ze zou dus niet exporteerbaar mogen zijn naar het buitenland, maar moet gekoppeld zijn aan de voorwaarde dat men in België verblijft.

Om de middelen te laten gaan naar wie er echt recht op heeft en niet naar wie manifest fraudeert, hebben we in het regeerakkoord extra maatregelen voorzien, want we weten dat er fraude voorkomt bij het IGO. Wat zijn die extra maatregelen? Ten eerste eisen we een verplichte melding van verblijf in het buitenland. Ten tweede korten we de toegestane verblijfsduur in het buitenland in. Ten derde schrappen we een aantal vrijstellingen op de controle hiervan. Ten vierde voeren we een voorafgaande verblijfsvoorwaarde van minstens vijf jaar in. Die voorwaarde houdt een ononderbroken, werkelijk en wettelijk verblijf op ons grondgebied in. Als daaraan niet is voldaan, zal het recht op sociale bijstand niet worden geopend. Na de goedkeuring van de structurele pensioenhervorming zal ik met voorstellen naar het Parlement komen om die maatregelen in wetgeving om te zetten.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, wij moeten voorlopig nog wachten op uw initiatieven. Deze affaire roept niet alleen vragen op over de controlemechanismen bij de dienst Pensioenen, maar ook over het gemak waarmee sommigen dit land binnenkomen en nog meer over het gemak waarmee sommigen nog steeds Belg kunnen worden, om zich vervolgens voor honderdduizenden euro’s door de belastingbetaler te laten alimenteren, ook al hebben ze nooit één euro bijdrage geleverd aan de kassen waaruit zij nu graaien en spreken ze zelfs geen enkele landstaal. Il faut le faire . Het is dan ook niet verwonderlijk dat België een magneet is en blijft voor gelukszoekers uit alle windstreken. Zeker in tijden van crisis en besparingen is dit ongehoord, onverantwoord en onbegrijpelijk.

Wouter Raskin:

Mijnheer de vice-eersteminister, zoals ik al zei, de controle kan zeker beter. Ik verwees al naar de Zweedse periode. Helaas hebben we samen moeten vaststellen dat mevrouw Lalieux van de PS in de vorige legislatuur het systeem opnieuw heeft versoepeld. U verwijst naar het regeerakkoord en zegt dat u de hand aan de ploeg zult slaan. Het is uiteraard cruciaal dat de middelen voorbehouden blijven aan wie deze echt nodig heeft, willen wij het maatschappelijk draagvlak voor sociale bijstand en bij uitbreiding onze sociale zekerheid overeind houden. Ik heb uw engagement gehoord. Wij hebben alle vertrouwen.

De verlenging van het verlaagde btw-tarief in de bouw
Het btw-tarief van 6 % voor sloop en heropbouw
Herstel en Bouw btw-tariefverlenging

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 26 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De 6% btw-maatregel voor sloop- en heropbouw—goed voor 48.000 euro besparing per woning—wordt geblokkeerd door politieke vertraging (PS, Groen/Ecolo, PVDA, Vlaams Belang), waardoor duizenden gezinnen onverwacht 21% moeten betalen en in financiële nood komen. Minister Jambon en CD&V benadrukken de rechtsonzekerheid en onnodige kosten voor burgers, terwijl oppositiepartijen werkloosheidsherziening als pressiemiddel inzetten. Verkeyn en Matheï hekelen het "politiek spel" dat betaalbaar wonen en middenklasse schaadt, ondanks klaarliggende oplossingen. Kernpunt: partijbelang primeert op burgers, met directe gevolgen voor 5.000 woningen per jaar.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik begin met een getuigenis: "Het is een schande. We worden er ziek van. Alles stond klaar voor ons dossier 6 % btw op onze woning. Nu wacht wellicht de gerechtsdeurwaarder". Een gelijkaardige getuigenis horen we bij vele burgers. Dat alles is het gevolg van een amourette gisteren – eerlijk gezegd, een vertragingsmanoeuvre – met als inzet het dossier over de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Door politieke spelletjes kregen duizenden gezinnen en ondernemers die van een welverdiende vakantie wilden genieten met hun welverdiende centen en misschien nog een postkaart met daarop "Groeten uit Salou" wilden versturen, gisteren een andere boodschap. Ze kregen een postkaart vanuit het Parlement, met de groeten van de PS, de PVDA, de groenen en het Vlaams Belang. Bedankt voor die postkaart, collega's. Echt, bedankt.

De groenen hebben de mond vol van betaalbaar wonen, maar de 6 % btw voor wie renoveert? Ze mogen het op hun buik schrijven.

Collega's van de PVDA, u praat graag over de centen van de mensen. Wel, mijnheer Hedebouw, met uw 9.000 euro per maand in de pocket, zult u die mensen betalen? ( Tumult op de banken )

Collega's van het Vlaams Belang, ook bedankt. Geen verlof voor pleegouders vanaf 1 juli.

Collega’s van de PS, merci. Ook wie te goeder trouw is voor de fiscus, zal nu boetes betalen. Laat de mensen maar betalen!

Mijn vraag is heel simpel en heel duidelijk. Wat zullen wij al die mensen vertellen over wat er na 1 juli gebeurt, mijnheer de minister?

Steven Matheï:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de Vlaming is geboren met een baksteen in de maag. Dat klinkt misschien als een cliché, maar het is niet minder waar. Iedereen kent immers wel een gezin dat op het punt staat een appartement te kopen of een oud huis heeft gekocht en dat wil slopen om een echte thuis te creëren. Maar het moet ook financieel haalbaar zijn. Net daarom is het btw-tarief van 6 % voor sloop en heropbouw een heel belangrijke maatregel.

Met die maatregel verduurzamen wij onze woningen. Wij zorgen bovendien voor meer woningen om het woningtekort aan te pakken. Wij zorgen er, ten slotte, ook voor dat onze middenklasse, onze gezinnen überhaupt nog een woning kunnen verwerven. Weet immers dat met de maatregel gemiddeld 48.000 euro per woning wordt bespaard. Dat maakt het verschil voor onze gezinnen en onze middenklasse om al dan niet een eigen woning te kunnen verwerven.

De 6 %-btw-maatregel is niet zomaar uit de lucht komen gevallen. Ook cd&v heeft daar hard voor gestreden. Alles ligt op tafel om die maatregel zelfs uit te breiden en in de programmawet te verankeren. Het kon dus allemaal heel eenvoudig zijn, ware het niet dat alles door politieke spelletjes op de lange baan wordt geschoven. Daardoor heeft een gezin dat een optie heeft genomen op een appartement en op 6 % btw rekende, pech. Het zal 21 % moeten betalen met dank aan de PS, aan Ecolo-Groen, aan het Vlaams Belang en aan de PVDA. Iedereen wordt daarvoor bedankt. U laat de mensen in de steek in plaats van uw verdomde verantwoordelijkheid te nemen. ( Luid rumoer op de banken )

Voorzitter:

Vooreerst vraag ik de leden die menen vanuit de zaal te moeten brullen, niet alleen de parlementaire regels te volgen, maar ook te wachten tot zij zelf het woord krijgen. Zij kunnen het woord vragen. Wanneer men bij hun fractie echter meent dat er over het thema geen vragen hoeven te worden gesteld, hoeven ze evenmin tussendoor te roepen en te brullen.

Mijnheer de minister, u hebt het woord.

Jan Jambon:

Beste collega’s, net als u heb ik gisteren moeten vaststellen dat door het uitstel van de stemming over de programmawet een aantal zeer tastbare maatregelen in het voordeel van de mensen, onder meer de verlaging van de btw op sloop en heropbouw, nu worden uitgesteld. De maatregel is nochtans goed voor een gemiddelde belastingbesparing van 48.000 euro op een woning, waarvoor er een totaalbudget van 250 miljoen euro ter beschikking is. Op jaarbasis gaat het om ongeveer 5.000 woningen. We kunnen dus wekelijks ongeveer honderd bouwers niet geven waarop ze eigenlijk recht hebben.

Collega’s, eerlijk gezegd, ik vind het onwaarschijnlijk dat dat gebeurt. Ik vind dat bijzonder betreurenswaardig. Dat jaagt mensen op kosten. Het creëert rechtsonzekerheid. Dat kan toch nooit de bedoeling van het Parlement zijn.

Dat linkse partijen graag belastingen verhogen en zeker niet graag belastingen verlagen, had ik kunnen verwachten, maar dat een rechts-radicale partij politieke spelletjes meespeelt en daarmee ook de beperking van de werkloosheid in de tijd tegenhoudt, dat gaat mijn petje te boven.

Charlotte Verkeyn:

Ik kon het eigenlijk niet beter zeggen.

Voor mij is het dossier des te gevoeliger, omdat de verlenging van de 6 % btw dossier het eerste wetsvoorstel was dat ik hier ter stemming kon voorleggen. Ik weet heel goed hoe het uitstel van de maatregel goed voor 48.000 euro, de mensen in hun dagelijks leven raakt en welke kopzorgen dat met zich brengt. Ik denk dat velen in het Parlement soms vergeten dat wij ook ooit moesten starten. Ik betreur ten zeerste de politieke spelletjes en de vertragingsmanoeuvres. Meer nog, ik kan er niet bij dat er zelfs een amoureuze entente bestaat. De tegenstanders konden ook gewoon tegenstemmen, als ze het er niet eens mee waren. Uitstel hoefde niet.

Steven Matheï:

Mijnheer de voorzitter, mijn teleurstelling is erg groot, niet in de minister, maar in een heel aantal collega's. Zijn we nu echt op het punt gekomen dat wij, politici, liever gezinnen in de steek laten dan dat we onze verantwoordelijkheid nemen? Is dat de weg die sommigen onder ons willen inslaan? Dat zal niet met ons zijn! Leg dat immers maar uit aan de mensen die daardoor in de financiële problemen zullen komen!

veiligheid, justitie en defensie

De NAVO-top in Den Haag
De NAVO-top in Den Haag
De resultaten van de NAVO-top
Het standpunt van België bij de NAVO
De NAVO-top en het defensiebudget
De NAVO-top in Den Haag
De nieuwe NAVO-uitgavennorm en de top van 24 juni
De NAVO-top
De NAVO-top in Den Haag
De op de NAVO-top van 24 en 25 juni genomen beslissingen
NAVO-top Den Haag, beslissingen en defensiebudget

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Theo Francken (Minister van Defensie)

op 26 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De NAVO-top leidde tot een 5%-norm (3,5% defensie + 1,5% veiligheid/cyber/infrastructuur) tegen 2035, met 2% in 2029 als eerste mijlpaal, maar België ontwijkt concrete financiering en schuift de last door naar toekomstige regeringen. Kritiek focust op onrealistische budgetten (34 miljard nodig, onduidelijke dekking), gebrek aan Europese defensiesamenwerking (versnipperde aankopen, geen strategie) en sociale gevolgen (besparingen op zorg/pensioenen, belastingverhogingen). Partijen zijn verdeeld: rechts en centrum willen realistisch investeren in personeel/cyberveiligheid, links noemt het onderworpenheid aan de VS en een wapenwedloop, terwijl Europa’s strategische autonomie onderbelicht blijft.

Voorzitter:

Collega's, verschillende vragen werden ingediend ter attentie van de premier, maar het is u bekend dat hij momenteel niet aanwezig kan zijn wegens Europese verplichtingen.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, gisteren was het eindelijk zover: de langverwachte NAVO-top vond plaats. Alle lidstaten zijn eensgezind naar buiten gekomen. Dat was ook nodig, want als dat niet was gebeurd, had maar één iemand champagne ontkurkt: Poetin in het Kremlin.

De NAVO-top heeft geleid tot realistische doelstellingen. Voor Vooruit was het vanaf het begin erg duidelijk: we willen absoluut investeren in onze veiligheid en defensie, maar wel op een realistische manier. 5 % was en is voor ons land immers onhaalbaar.

Laten we de focus daarom verleggen van de percentages naar wat eerder is afgesproken, namelijk dat ons land opnieuw een betrouwbare partner kan worden binnen de NAVO door verstandig te investeren in onze defensie. Ik heb zelf deelgenomen aan twee buitenlandse NAVO-missies, dus ik weet hoe belangrijk het is om te investeren in goed en veilig materieel voor onze mensen, in degelijke infrastructuur om mee te werken en in waardering voor de opofferingen die ons personeel brengt.

Vooruit roept ook al maanden op om te investeren in onze cyberveiligheid. Onze banken, overheidsinstellingen en ziekenhuizen worden nu immers al maandenlang geteisterd door cyberaanvallen uit Rusland. Die moeten we echt prioritair aanpakken.

Het allerbelangrijkste voor Vooruit is echter dat we investeren in ons personeel. Wat is men namelijk met het beste materieel en met al die nieuwe capaciteiten voor onze defensie als men geen personeel heeft om dat materieel te bedienen? We weten dus wat nodig is qua investeringen in onze veiligheid.

Mijnheer de minister, zult u, net als Vooruit, de focus leggen op de hybride dreiging vanuit Rusland en op ons personeel, dat we broodnodig hebben?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, al een halve eeuw lang financieren we onze welvaart ook met middelen die oorspronkelijk bestemd waren voor onze veiligheid. Het gevolg daarvan is een doorgeschoven – een doorgesnoven – verzorgingsstaat en een krakkemikkig leger. Onze kazernes zijn ruïnes. Het cliëntelisme heeft geleid tot een tewerkstellingsproject van de politieke partijen, waardoor zelfs de personeelsbezetting van het leger niet op punt staat. Er staan momenteel 127 pantservoertuigen te roesten omdat een minister de verkeerde munitie heeft besteld. We zijn zelfs nooit onze NAVO-verplichtingen nagekomen, terwijl het NAVO-hoofdkwartier zich in Brussel bevindt.

Plots komt er dan een bullebak overgevlogen uit New York, een narcistische bully met, cru gesteld, de mentaliteit van een maffiabaas. Wat zegt die man bij aankomst? “ I can make you an offer you can’t refuse. ” Kent u The Godfather? Die zei dat ook. Vervolgens kust onze slijmjurk, de voorzitter van de NAVO, de ring van die man. Ook onze 32 regeringsleiders slaan de hielen tegen elkaar en likken de kont van die narcistische Amerikaan, uit vrees dat die capo hen zal bestraffen.

Ik heb op zich niets tegen het principe van de 5 %-norm, daar gaat het mij niet om. Zeg me wel hoe u die zult bereiken en om hoeveel geld het gaat. Ik hoor alle partijen daarover al ruziën nog vooraleer hij is teruggevlogen. Moeten er meer F-35's worden gekocht? Nog ander materieel? Over welk bedrag gaat het?

Mijnheer de minister, over hoeveel geld gaat het? Hoe zult u dat realiseren? Zal men daarvoor met een creatieve boekhouding moeten werken?

Mathieu Michel:

Monsieur le ministre, malgré une situation budgétaire qui rend les réformes indispensables, la Belgique a réaffirmé que l'OTAN constitue un socle fondamental pour la sécurité de notre pays. Nous devons être un partenaire loyal, fiable et pleinement engagé au sein de l'Alliance. Dire non à l'OTAN, ce serait faire preuve d'un oubli historique inquiétant mais, plus que tout, ce serait faire preuve d'une naïveté coupable car, aujourd'hui, il ne s'agit pas d'opposer sécurité et solidarité. En voici la preuve par les chiffres: 120 milliards d'euros pour notre sécurité d'ici 2034, 1 200 milliards d'euros pour la solidarité (soins de santé, pensions et aides sociales).

Oui, n'en déplaise à certains, ce gouvernement renforce notre modèle social en lui donnant les moyens de fonctionner mais aussi les moyens de survivre. Nous faisons aujourd'hui ce que tout pays responsable doit faire: protéger ses citoyens sans renoncer à ses valeurs fondamentales et à son modèle social

Protéger ses citoyens est évidemment essentiel. Aussi, je salue la décision historique d'intégrer jusqu'à 1,5 % du PIB en dépenses de sécurité élargies. Vous savez que c'est une grande attention pour ce qui me concerne. Les guerres de demain seront différentes de celles d'hier. Et, aujourd'hui, ce ne sont plus uniquement les dépenses militaires qui comptent. C'est un élément fondamental. Cette évolution appelle à une gouvernance renforcée, au-delà du seul ministère de la Défense, et qui intègre les entités fédérées.

Selon nous, le ministre de la Sécurité devrait être chargé de développer et soumettre une vision stratégique de la sécurité intérieure en lien avec ce 1,5 % de sécurité transversale. Monsieur le ministre, comment voyez-vous concrètement l'évolution de cette coordination intergouvernementale avec, à côté de cette vision stratégique de défense, une véritable vision stratégique de sécurité transversale?

Philippe Courard:

Monsieur le président, monsieur le ministre, cela va coûter 6 000 euros par ménage aux Belges. Deux jours d’escapade à La Haye, et voilà qu’il faut trouver 34,2 milliards d’euros.

Comment les trouver? J’y reviendrai dans un instant. Soyons clairs, je ne suis pas stupide et me rends compte que des moyens supplémentaires sont nécessaires. Il faut bien entendu se défendre. L’Europe et la Belgique doivent répondre aux menaces qui nous entourent. Nous ne devons pas nier la situation géopolitique, mais pas à n’importe quel prix et n'importe comment, monsieur le ministre. Nous ne devons pas dépenser pour dépenser, et certainement pas en faisant porter la charge à nos concitoyens de manière anormale.

Votre politique est paradoxale. Vous préconisez des économies. Il n'y a pas assez d'argent pour la sécurité sociale. Les malades et les pensionnés doivent faire des efforts. Les services publics doivent se serrer la ceinture. Le pouvoir d’achat recule. Les personnes malades et en situation de handicap sont oubliées. Cependant, lorsqu’il s’agit de trouver des milliards, cela se fait en quelques heures. Nous verrons comment, mais ils sont jugés nécessaires.

Pourquoi n'avez-vous pas adopté la position plus raisonnable du premier ministre espagnol? Comment allez-vous financer ces milliards? Le ministre Prévot évoque une nouvelle taxe, le président du MR évite soigneusement le sujet. Allez-vous vendre nos entreprises publiques? Allez-vous faire comme votre prédécesseur, M. Steven Vandeput, avec qui les estimations de montants sont passées de 1,5 milliard à 15 milliards? Je m’interroge et j'aimerais des réponses à ces questions. Comment allez-vous financer ces milliards? Quelles sont vos recettes? Quelles sont vos solutions? Une véritable inquiétude règne au sein de la population. Oui, un effort est envisageable, mais pas au détriment de notre population.

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik vond het afgelopen week vooral gênant om te zien hoe de Europese leiders achter president Trump aanliepen om hem toch maar zo veel mogelijk te pleasen, met als top of the bill natuurlijk de uitspraak van secretaris-generaal Rutte: proficiat, mijnheer de president, u hebt Europa doen betalen en het is maar goed ook." Gênant, gênant.

Het was echter ook hier gênant en dat was het daarnet nog. De 5 %-norm is immers belachelijk, krankzinnig, het is collectieve hysterie. Mijnheer de minister, dat verklaarden uw coalitiepartners. Cd&v, Vooruit en de MR, u bent gerold, want de 5 %-norm is wel degelijk beslist afgelopen week.

Dan hoor ik in de wandelgangen dat dat niet erg is, want dat percentage moet pas tegen 2035 worden gehaald. Het is dus niet aan ons, maar aan de volgende generatie om dat te betalen. Het is aan de volgende regering om het probleem op te lossen, terwijl men vandaag zelfs nog niet weet hoe men volgend jaar de 2 % zal financieren.

Wat zien we ondertussen wel? Wie draait op voor de besparingen? De 55-plusser, de pendelaar, wie zorgkrediet opneemt, zij zullen de rekening moeten betalen en daar zullen alleen maar nog mensen bij komen.

5 % defensie-uitgaven blijft echter waanzinnig veel. In 2035 komt dat nog steeds overeen met het volledige budget van Justitie, de politie, de NMBS, Energie en Klimaat samen, maar dat is niet alles. Als de NAVO 5 % uitgeeft, dan geeft ze meer uit dan wat vandaag de hele wereld, dus inclusief Israël, Rusland en India, uitgeeft aan defensie. Ik vind dat onbetaalbaar en dom. Dat is geen investering in meer veiligheid, dat is een investering in een wapenwedloop waarin u ons allemaal meesleurt.

Mijn vraag is en blijft dus: wie zal dat in godsnaam betalen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, er heerst bij de coalitiepartners een soort kumbayastemming. Iedereen is tevreden. U bent tevreden, want u hebt een NAVO-akkoord over de 5 %-norm. Belgium is back on track . Dat ik dat uitgerekend van u moet horen, vind ik bijzonder. Ook Vooruit en cd&v zijn tevreden, want er is een akkoord bij de NAVO, terwijl men daar eigenlijk niets mee zal doen. 2% defensie-uitgaven is het plafond, 5% blijft stupide, belachelijk en onzinnig. Ook de eerste minister is tevreden, want hij heeft de uitvoering van de norm over tien jaar kunnen uitsmeren; men kan dat dus voor zich uitschuiven. Après nous le déluge .

Mijnheer de minister, wat is er nu echt afgesproken in de regering? Is er een groeipad richting 3,5% militaire uitgaven in de komende jaren of gaat het, zoals collega Dedecker heeft gezegd, over een creatieve boekhouding? Hoe zult u dat betalen?

Terwijl alle ogen gericht waren op de NAVO-top, bent u naar buiten gekomen met uw investeringsplan van 34 miljard euro, 34 miljard euro aan belastinggeld. De krijtlijnen daarvan hebben we voor het eerst moeten zien op X, op sociale media. Een debat in het Parlement is voorlopig niet nodig. Democratische controle is voorlopig ook niet nodig. Mijnheer de minister, u was tot voor kort zelf nog oppositielid. U zou tegen die werkwijze gefulmineerd hebben. Ik hoop dan ook dat u zeer snel naar het Parlement komt om daar uitleg over te geven.

Mijnheer de minister, wanneer komt u naar het Parlement om uw investeringsplan in de commissie en in de plenaire vergadering te bespreken?

Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, iedereen heeft hier opnieuw de mond vol van Europese samenwerking, maar wat hebt u al ondernomen om de Europese pijler bij de NAVO uit te bouwen?

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de kogel is door de kerk. Alea iacta est , zou uw premier declameren. De NAVO-top in Den Haag resulteerde in een akkoord om de 5 %-norm te bereiken tegen uiterlijk 2035. Het gaat daarbij om 3,5 % harde defensie-uitgaven en 1,5 % ruimere veiligheidsuitgaven. Spanje, dat protest aantekende tegen die waanzinnige 5 %-norm, is erin geslaagd de tekst te laten versoepelen: niet meer wij, maar de bondgenoten zullen 5 % uitgeven.

Collega’s, mijnheer de minister, dat kan worden gelezen als een vrijstelling. Blijkbaar moesten de lidstaten zich dus niet allemaal gedwee neerleggen bij de ijzeren NAVO-wetten. De vrijstelling geldt echter niet enkel voor Spanje. De tekst is immers van toepassing op alle lidstaten. Echter, zelfs als het bij die 2 % zou blijven, staan wij in dit land alvast voor gigantische problemen. De financiële rampspoed zal immers nog drastisch toenemen, indien de huidige regering haar belofte van 5 % op de NAVO-top wil nakomen.

Ik kom bij mijn vragen.

U maakt zich sterk dat u in 2025 de 2 % kunt bekostigen. Wij weten echter allemaal dat daar Verhofstadtgewijs veel kunst- en vliegwerk voor nodig was. De hamvraag blijft natuurlijk de volgende. Ten eerste, hoe wilt u de 2 %-norm structureel financieren tijdens de huidige legislatuur? Hoe staat u tegenover de nieuwe defensietaks die uw minister Prévot voorstelde?

Ten tweede, het blijft bij 2 % tijdens de huidige legislatuur. Hoe zal het groeipad er vanaf 2029 echter uitzien om naar 2,5 % te gaan tegen 2034? Hoe plant u die enorm steile klim naar 3,5 %?

Nu volgt de vraag van 1 miljard euro. Zal u bijkomende F-35’s (…)

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, de NAVO-Top is inderdaad achter de rug. De teerling is geworpen. Wij van cd&v zijn toch blij. We hebben een aantal pleidooien gehouden voor meer realisme in dit debat en achteraf moeten we toch toegeven dat dit er was. Er zit voldoende flexibiliteit in het pad naar de toekomst. Wat voor ons een prioriteit is en wat we enkele weken geleden al heel duidelijk hadden gesteld, was dat er niet meer dan 2 % gevraagd zou worden in deze legislatuur. Dat is binnengehaald en daar zijn we blij om.

Heel belangrijk ook is hoe we dat pak geld, dat toch nog altijd meer is dan in de vorige jaren, zullen besteden. Voor ons moet dat op een efficiënte en slimme manier. Dat wil zeggen dat niet elk land apart, maar samen investeren in een sterke Europese pijler. Recente studies tonen immers aan dat een gedeelde standaardisatie binnen Europa en gezamenlijke aankopen ons tientallen miljarden zou besparen. In deze budgettaire tijden moeten we daar toch rekening mee houden.

Voor ons is het heel duidelijk. We houden al wekenlang een sterk pleidooi voor minder versnippering en meer standaardisatie. Minder naast elkaar werken, maar echt durven investeren in een sterke Europese pijler. We vinden dat een constante opdracht. Nu mag het in Den Haag wel allemaal koek en ei geweest zijn, met een sterk Atlantisch geloof, maar de basistrend is dat Europa toch meer in eigen sterkte moet investeren. Vandaar dat we geloven in een sterke Europese defensie-unie. We moeten daar niet morgen, maar vandaag werk van maken.

Mijnheer de minister, dat is dan ook onze vraag. Kunnen we rekenen op u en op deze regering om volop te investeren in de versterking van die Europese pijler, in een sterke Europese defensie-unie? Die is immers absoluut nodig voor de toekomst.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de minister, wat een vernedering! Hoe is het mogelijk? Komaan, die 34 Europese eerste ministers luisterden allemaal naar Trump. Onze woordvoerder Mark Rutte stuurde dan een mooi berichtje over hoe die Europese elite vernederd werd door Trump. Hij zegt in zijn berichtje dat het werkelijk buitengewoon was wat Trump deed, iets wat niemand van hen durfde doen, dat hij vliegt naar een volgende succes. Donald, je hebt ons op een heel erg belangrijk moment gebracht. Je zult iets bereiken dat geen enkele andere Amerikaanse president in decennia heeft kunnen verwezenlijken. Donald, Donald, Donald, Europa gaat zwaar betalen, zoals het hoort Donald, en het zal jouw overwinning zijn. Oh, fantastisch.

Magnifique! Regardez ça, cette soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain! C'est du cirage de chaussures industriel. Donald, ne t'inquiète pas, au karcher on nettoie le bazar. C'est incroyable! Et quelle est la prochaine étape, chers amis? La prochaine étape, Donald Trump nous l'a annoncée.

Wat zei Donald Trump? Kiss my ass, dat is de volgende etappe.

Mais comment peut-on accepter cela?

Zoals Rutte zegt, Europa zal zwaar betalen.

L'Europe va payer! Et qui va payer? Ce sont les travailleurs!

De mensen moeten werken tot 67 jaar om hier 2 % van het bbp aan te kunnen besteden. Nu komt er 3,7 % bij en niemand zegt iets. Dat is hypocriet.

Mijn vraag is heel duidelijk, mijnheer de minister. Spanje heeft gezegd geen 5 % te zullen bijdragen. Wat is uw standpunt? Besteden we hier 5 % aan of niet?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, beste collega’s, al jaren hebben veel Europese landen, waaronder België, nagelaten om deftig in defensie te investeren. Vanuit het idee dat vrede vanzelfsprekend is, deden die landen aan free riding binnen het NAVO-bondgenootschap. Ze rekenden op de Verenigde Staten om hun eigen veiligheid te garanderen. Nu de VS zich meer op de Indo-Pacific richt, moet Europa zelf meer inspanningen leveren.

Nog voor de aanvang van de NAVO-top bereikten de verschillende lidstaten een principeakkoord over de nieuwe NAVO-norm van 5 % van het bbp. Die geldt voor elke bondgenoot. Concreet gaat het om 3,5 % voor strikt militaire uitgaven en 1,5 % voor defensiegerelateerde domeinen, waaronder infrastructuur en cyberveiligheid. Onze regering verklaarde te mikken op een stapsgewijze opbouw: 2 % tegen 2029, 2,5 % tegen 2034 en 3,5 % tegen 2035.

Mijnheer de minister, op de jongste NAVO-top in Den Haag besprak u de uiteindelijke maatregelen die nodig zijn. Kunt u bevestigen dat de NAVO-norm van 5 % werd vastgelegd? Wat is het tijdsperspectief? In welke modaliteiten wordt voorzien? Welke mijlpalen moeten worden behaald? Welk standpunt hebt u in naam van de regering verdedigd?

Theo Francken:

Vooreerst, de uitspraak op X was redelijk pijnlijk.

Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, de eerste minister heeft gisteren op de NAVO-top duidelijke taal gesproken. Als founding father van de NAVO zal België zich solidair tonen met onze bondgenoten. Dat doen we niet voor de mooie ogen van mister Trump, noch uit angst voor zijn grillen. We doen het om een heldere reden, namelijk om als Europese democratieën zelf te kunnen instaan voor onze eigen veiligheid.

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, klopt het niet dat de lat voor defensie-uitgaven wordt opgetrokken naar 5 % van het bbp. Het gaat om 3,5 %, de resterende anderhalve procent betreffen uitgaven in onder meer infrastructuur en brede veiligheid, die vandaag al grotendeels worden gedaan, onder andere ook door de regio’s.

De nieuwe norm komt niet uit de lucht gevallen. Veel bondgenoten behalen die nu al, van de Verenigde Staten over Polen tot Scandinavische en Baltische staten. Dat ook wij die norm nu onderschrijven, is een kwestie van solidariteit en verantwoordelijkheid.

Mesdames et messieurs, la nouvelle norme ne signifie pas que nous devrons atteindre cet objectif demain. Il y a des objections budgétaires à cela, mais aussi des objections pratiques. Si tous les États membres de l'Union européenne dépensaient soudainement 3,5 % de leur PIB pour la défense, il serait impossible pour l'industrie de suivre le rythme des commandes. Le résultat en serait des délais de livraison d'armes et de munitions de 10 ans ou plus, et des prix inacceptables.

Nous avons soulevé tous ces points lors de la concertation diplomatique qui a précédé le sommet de l'OTAN, avec succès. Les États membres disposeront d'un délai de 10 ans (non pas 7 ans) pour atteindre la nouvelle norme, sans augmentation annuelle obligatoire de 0,2 %. L'objectif sera également réévalué en 2029.

Ik beklemtoon dat dat niet de verdienste van Spanje was, maar wel van onze diplomatie. Dat land koos voor de fanfare, wij kozen voor discretie. Hulde aan onze NAVO-ambassadrice, mevrouw Petridis, en haar hele team.

Dames en heren, als politici hebben wij de verantwoordelijkheid om op een serene manier aan de burger uit te leggen waarom de versterking van onze krijgsmacht noodzakelijk is. Sommigen onder ons doen uitschijnen dat er helemaal geen dreiging bestaat. Dat gebeurt dan met lacherige clichés als: er zullen toch nooit Russische tanks door Brussel denderen. Dat is onverantwoord, want daarover gaat het uiteraard totaal niet.

Waarover gaat het dan wel? Ons land komt automatisch in een staat van oorlog met Rusland, als Poetin ook maar één vierkante kilometer van een andere NAVO-lidstaat zou bezetten. Dat vloeit voort uit onze verplichtingen onder het NAVO- en EU-Verdrag. Dat scenario is helaas niet ondenkbaar. Het Poetinregime maakt geen geheim van zijn langetermijnambitie om de Baltische staten, waar omvangrijke Russische minderheden wonen, opnieuw in zijn machtssfeer op te nemen. Onze Baltische provincies, zo noemt Dmitry Medvedev, de voorzitter van de Russische Veiligheidsraad, die EU-lidstaten steevast.

Degenen die volhouden dat Rusland die ambitie niet koestert, beweerden drie jaar geleden ook dat Rusland Oekraïne nooit binnen zou vallen. Bovendien negeren zij volledig dat Rusland vandaag al volop een hybride oorlog tegen Europa voert, ook tegen ons land, dagelijks. Hoe kan men dan nog volharden in de stelling dat er van Rusland geen bedreiging uitgaat?

Tegelijkertijd moeten we nu al rekening houden met de heroriëntering van de Amerikaanse aanwezigheid in Europa naar de Stille Oceaan en Oost-Azië. Meer dan ooit moet Europa klaarstaan om het stuur van de veiligheidsarchitectuur van ons continent zelf in handen te nemen.

Dames en heren, alleen krachtige Europese legers kunnen de veiligheid en onafhankelijkheid van Europa verzekeren. Die hebben we vandaag niet, na decennia van bezuinigingen en afbouw. We moeten ze heropbouwen. Dat is onze verantwoordelijkheid en daar zijn we volop mee bezig.

De nieuwe strategische visie voorziet in een investering van 34 miljard euro, waarvan 27 miljard euro in nieuwe militaire capaciteiten in de komende tien jaar. Ook in het personeel zullen we fors investeren, want zij zijn het kloppende hart van elke defensie, van elke krijgsmacht. Er komt 50 miljard euro op tafel over die tien jaar.

Die inspanningen leveren we niet om oorlog te voeren, maar precies om oorlog te vermijden, want de vrede bewaren zal ons niet lukken door zwakheid te tonen. Daarin zullen we alleen slagen als we samen kracht uitstralen.

Ten slotte, het klopt dat er nog geen officiële beslissing in de Ministerraad is, maar ik heb afgesproken met voorzitter Buysrogge om (…)

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw het verschil duidelijk geworden tussen de communisten van de PVDA en Vooruit. De communisten van de PVDA zijn niet bezig met de veiligheid van de mensen. Wij willen wel investeren in de veiligheid van onze mensen en ook in de veiligheid van mensen die hun eigen veiligheid niet kunnen kopen, zoals de superrijken dat wel kunnen.

Als de wereld in brand staat, dan mag men niet aan de kant blijven staan, dan moet men blussen en zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat is wat Vooruit doet. De PVDA wil aan de kant blijven staan. De PVDA wil Poetin bestrijden met een boeket bloemen. De PVDA wil uit de NAVO stappen. Beste vrienden, dat is niet alleen naïef, dat is ook gevaarlijk. Vooruit zal wel investeren in onze veiligheid.

Jean-Marie Dedecker:

Collega’s, ik ben het een beetje beu om de les gespeld te worden door links en door de communisten. Ik lik de schoenen van Trump niet, dat is een maffioso, hij likt die van Poetin.

Wij hebben ons vergist. Laten wij het even hebben over de ideologie van uw regime, namelijk het communistische regime. Honderd miljoen doden in de wereld. Nu is er het regime van de heer Poetin, het neocommunisme. Dat gevaar staat terug voor de deur. In 1989 hebben wij ons vergist. We dachten dat de vrede gekomen was, maar neen. Extreemrechts kwam op, dat roept om een grote leider, net als u.

Wat moeten wij nu doen? Opnieuw betalen voor onze veiligheid. Omdat psychopaat Poetin nu voor de deur staat, moeten wij nu opnieuw inleveren op onze welvaart. Denk daar eens over na, mijnheer Hedebouw. Het is de schuld van uw regimes dat we ons vandaag opnieuw moeten bewapenen.

Mathieu Michel:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Quoi qu'en pensent certains, nous ne sommes plus dans une ère d'insouciance. Nous sommes entrés dans un temps de bascule où la sécurité n'est plus une donnée implicite de nos sociétés et est redevenue un combat. Cette sécurité a toujours été la première des libertés. C'est elle qui conditionne tout le reste: la démocratie, l'économie, la solidarité, l'éducation, la culture. Sans sécurité, rien ne tient et nous le découvrons avec brutalité une fois encore, après des années où nous avons cru que notre mode de vie était définitivement protégé, presque éternel même. Certains aujourd'hui affichent de façon lancinante cette naïveté coupable.

Ce que nous sommes en train de défendre aujourd'hui, c'est notre façon de vivre, notre humanité, nos libertés et ce fragile équilibre que des générations ont bâti avant nous. Alors oui, c'est un moment historique et nous avons le devoir, au-delà des discours politiques, d'être au rendez-vous.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, je ne suis pas rassuré par vos réponses. Pourquoi céder à l'instable M. Trump? Où est le projet européen dans ce que vous proposez? Et l'armée européenne intégrée? On n'en parle pas du tout.

Quid du retour pour nos entreprises? C'est aussi un sujet que nous n'avons pas traité et qui est important. On ne va pas reproduire les erreurs du passé – je l'espère en tous cas. Comment allez-vous financer cela? Pas de réponse, sinon qu'on va le faire sur dix ans et que la charge sera donc reportée sur les générations futures. C'est exactement la technique que vous avez critiquée ces dernières années. Il reste donc beaucoup de questions, à moins peut-être que la fusion avec les Pays-Bas proposée par M. De Wever soit une réponse.

Concernant la taxe proposée par M. Prévot, pas de réponse non plus. Où allez-vous chercher l'argent? Nous sommes terriblement inquiets. Votre gouvernement d'ingénieurs nous fait très peur, monsieur le ministre.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik had maar één vraag gesteld, namelijk wie dat zal betalen, maar u hebt er weer niet op geantwoord, net als in de commissie. Ik had mijn vraag gericht aan de premier, in de hoop nu wel een antwoord te krijgen op de vraag wie die rekening zal betalen. Ik weet immers dat u dat niet interesseert. U wilt gewoon zoveel mogelijk geld kunnen uitgeven aan wapens en u ligt niet echt wakker van wie dat zal betalen.

U zegt dat die 5 % of 3,5 %, welk percentage u ook neemt, niet zomaar uit de lucht komt vallen. Ik wil toch even de geschiedenis schetsen. Het is ondertussen drie jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. In december zegt secretaris-generaal Rutte dat 3 % een mooie ambitie zou zijn. In februari zegt deze regering dat 2 % tegen 2029 wel voldoende zou zijn. Trump schudt iets uit zijn mouw en opeens is het 3,5 % of 5 %.

Ik hoor cd&v en Vooruit zich hier opnieuw verzetten, maar die partijen hebben zich niet verzet, België is akkoord gegaan met die 5 % en we hebben het aan ons been.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Over de NAVO-norm blijft het alle kanten opschieten. Ik hoor hier weer verzet tegen die 5 % en hoor dat 2 % het plafond wordt genoemd. Over die NAVO-norm van 5 % is momenteel niets duidelijk. De enige zekerheid is dat de rekening betaald zal worden door de volgende regeringen en de volgende generaties.

Ook over de Europese defensie heb ik heel weinig gehoord, behalve dat we het stuur moeten vastnemen, maar als men het stuur vastneemt, moet men wel weten welke richting het met die Europese defensie uit moet. In Europa worden vandaag 19 soorten tanks, 27 soorten fregatten en torpedojagers en 20 soorten gevechtsvliegtuigen geproduceerd. Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Maak werk van een Europese strategie en zorg ervoor dat die markten op elkaar zijn afgestemd, zodat we een Europees blok kunnen vormen en strategisch en onafhankelijk kunnen handelen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, de 2 % voor deze legislatuur is enkel begroot voor dit jaar. Wat met de structurele financiering voor de komende jaren? Geen antwoord. Defensietaks? Geen antwoord. Er zijn wel historische plannen om geld uit te geven, maar vooralsnog geen idee waar dat geld vandaan moet komen.

Toch hebt u in Den Haag 5 % beloofd tegen 2035. Operatie schone schijn, zo noem ik die NAVO-top, want zelfs met uw maximale flexibiliteit dreigt u ons verder in de schulden te steken en die schulden zullen natuurlijk vooral door de Vlaming worden betaald.

Haal dus het geld voor die 2 % waar u het moet halen. Bespaar op ontwikkelingshulp, op de asielfactuur, op het politieke systeem en op onze bijdrage aan de EU. Ik dank u.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Laat ons duidelijk zijn, de dreiging is er. Niets doen is absoluut geen optie, maar het is ook belangrijk dat we het draagvlak bij onze mensen behouden, vandaar ons pleidooi sinds weken voor een realistisch en flexibel tijdspad. Dat is er nu, waarvoor dank aan de regering en aan onze diplomatie.

Op die manier kunnen we ook de lagere schoolmaniertjes van mensen als collega Hedebouw gemakkelijker weerleggen. Sketches geven om dat draagvlak te ondermijnen, wij doen daar niet aan mee. Stop alstublieft met die vijfdecolonnemanieren.

Nu is het echter ook absoluut nodig om verder te gaan. Naast het budget moet er ook worden geïnvesteerd in een echte Europese pijler, zodat Europa strategisch kan zijn en op eigen benen kan staan. Ik moedig u aan, samen met de regering, om echt werk te maken van een Europese defensie-unie en van een sterke Europese defensie-industrie.

Raoul Hedebouw:

Chers collègues, on a visiblement fait mal en pointant du doigt la soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain – les Macron, les Bart De Wever, tous ces gouvernements européens qui étaient effectivement à la remorque complète de Trump. C'est bien cela le problème. Votre problème, ce n'est pas le contenu du SMS. C'est qu'il a été révélé au monde. Voilà ce qui pose problème avec ce SMS.

Cette soumission est réelle et ne va pas nous apporter de la sécurité – pour ceux qui se poseraient la question de notre structure de sécurité. L'impérialisme américain est là pour déstabiliser le monde. Qu'est-ce que vous croyez? Que se passe-t-il aujourd'hui avec le génocide du peuple palestinien? On laisse faire. On laisse même transiter les armes. Cela va-t-il nous apporter de la sécurité? Vous êtes contents dans votre coin mais, les bombardements illégaux contre l'Iran, savez-vous ce que cela veut dire? No rules ! La loi du plus fort. C'est l'ouverture vers une troisième guerre mondiale.

Et vous croyez qu'on va y arriver? On entend aujourd'hui que les troupes américaines iront dans le Pacifique. Que va-t-il se passer? Une guerre Chine-Amérique? Allez l'Europe!

Darya Safai:

In de huidige geopolitieke toestand hebben we geen andere keuze dan te investeren in onze veiligheid en defensie. De verhoging van het budget zal gradueel verlopen en over 10 jaar gespreid zijn. We creëren bovendien opportuniteiten voor de Belgische industrie. Als founding father van het sterkste defensiebondgenootschap ooit herstellen wij daarmee ook onze betrouwbaarheid als bondgenoot.

We doen dat niet voor president Trump, collega’s. We doen dat voor de vrede, voor onze veiligheid en die van ons nageslacht. We mogen de veiligheid van Europa niet langer verwaarlozen door gewoon verder te gaan als freeriders. Het zal veel inspanningen vergen, maar we zijn blij dat deze regering er werk van maakt.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Voorzitter:

Collega Vandeput liet mij weten gebelgd te zijn, en wel door de uitspraken van de heer Courard, die hem bepaalde zaken voor de voeten heeft geworpen.

Steven Vandeput:

Mijnheer de voorzitter, als 'gebelgd zijn' betekent dat iemand verontwaardigd is, dan moet ik bekennen dat ik dat deels wel ben. Het is immers de zoveelste keer dat de PS uit het rapport van het Rekenhof over de landcapaciteit fout citeert en echte beschuldigingen uit.

Dat doet mij denken aan vroeger. Toen wij met vriendjes speelden en iemand iets kapotgemaakt had, werd gevraagd wie dat had gedaan. De eerste die ontkende, was meestal de dader. Op die manier gaat het ook bij de PS.

Ik heb gezien wat de PS voor defensie kan betekenen. Het kan betekenen dat defensie wagens heeft waar een gewone mens niet in kan. Nog een mogelijkheid is dat aangekochte helikopters ondertussen aan de grond staan, omdat ze gewoon onbetaalbaar zijn. Ook kunnen obussen worden aangekocht die niemand kan gebruiken, zelfs het Belgische leger zelf niet. Dat is de houding van de PS.

Opnieuw kan ik u melden dat het Rekenhof in zijn rapport duidelijk stelt dat de government-to-governmentafspraak die met Frankrijk werd gemaakt, opportuun was. Ter zake was er volledige transparantie over het bedrag van 1,5 miljard euro aan materieelaankopen. Destijds zijn zowel de mensen als de onderhoudskosten opgenomen in de langetermijnbudgetten.

Feit is wel dat na mij opnieuw iemand van PS-signatuur werd aangesteld, die de zaak kennelijk helemaal in het honderd heeft laten lopen. De PS die wij kennen, draagt meestal geen zorgen voor wat zij overgedragen krijgt en al zeker niet voor wat ze moet overdragen. Daarnaast wijst de PS telkens opnieuw naar Vandeput, die nochtans niets anders gedaan heeft dan een government-to-governmentcontract te sluiten. Ik vraag mij daarom af wat de PS in dezen te verbergen heeft.

Voorzitter:

Je voudrais demander à M. Courard de réagir, mais il n'est plus ici.

Er werd ook verwezen naar mevrouw Dedonder. Ik geef haar één minuut om te reageren.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le président, je ne comprends pas pourquoi je ne dispose que d'une minute.

Monsieur Vandeput, vous dites que vous n'avez rien fait d'autre. Je dirais plutôt que vous n'avez rien fait du tout! Vous avez laissé les factures au gouvernement précédent. Vous avez acheté les F-35 sans prévoir le personnel nécessaire ni les infrastructures pour les abriter. Vous avez sous-budgété le quartier de l'état-major. Concernant la frégate, rien n’a été prévu: un milliard de déficit.

Vous n'avez rien fait du tout et aujourd’hui vous répétez les mêmes erreurs. Vous allez acheter américain. Vous n'allez absolument pas investir dans le développement économique de notre pays et de l'Europe. Vous n'allez pas soutenir les industries. Vous allez faire travailler le personnel jusqu'à 67 ans. Dans vos 34 milliards, il n'y a même pas un euro pour s'occuper du personnel!

À votre place, je ne donnerais pas de leçons, monsieur "qui n'a même pas atteint 1 % de PIB".

Steven Vandeput:

Dat was mooi ingestudeerd. Ik zal niet reageren op die klinkklare nonsens. Wij erfden Defensie destijds in een staat waarin ze niet capabel was te doen wat moest. We hebben het tij proberen te keren door in mensen en materieel te investeren. Ik vertrouw erop dat deze regering opnieuw zal doen wat nodig is om Defensie slagkrachtig te maken en om de verwachte bijdrage te leveren. Mevrouw Dedonder, u hebt veel gezegd, maar nog altijd niet geantwoord op mijn vraag: wat hebt u te verbergen? Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes met uw strategisch plan.

veiligheid, justitie en defensie

De NAVO-top in Den Haag
De NAVO-top in Den Haag
De resultaten van de NAVO-top
Het standpunt van België bij de NAVO
De NAVO-top en het defensiebudget
De NAVO-top in Den Haag
De nieuwe NAVO-uitgavennorm en de top van 24 juni
De NAVO-top
De NAVO-top in Den Haag
De op de NAVO-top van 24 en 25 juni genomen beslissingen
NAVO-top Den Haag, beslissingen en defensiebudget

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Theo Francken (Minister van Defensie)

op 26 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De NAVO-top leidde tot een 5%-norm (3,5% defensie + 1,5% veiligheid/cyber/infrastructuur) tegen 2035, met 2% in 2029 als eerste mijlpaal, maar België ontwijkt concrete financiering en schuift de last door naar toekomstige regeringen. Kritiek focust op onrealistische budgetten (34 miljard nodig, onduidelijke dekking), gebrek aan Europese defensiesamenwerking (versnipperde aankopen, geen strategie) en sociale gevolgen (besparingen op zorg/pensioenen, belastingverhogingen). Partijen zijn verdeeld: rechts en centrum willen realistisch investeren in personeel/cyberveiligheid, links noemt het onderworpenheid aan de VS en een wapenwedloop, terwijl Europa’s strategische autonomie onderbelicht blijft.

Voorzitter:

Collega's, verschillende vragen werden ingediend ter attentie van de premier, maar het is u bekend dat hij momenteel niet aanwezig kan zijn wegens Europese verplichtingen.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, gisteren was het eindelijk zover: de langverwachte NAVO-top vond plaats. Alle lidstaten zijn eensgezind naar buiten gekomen. Dat was ook nodig, want als dat niet was gebeurd, had maar één iemand champagne ontkurkt: Poetin in het Kremlin.

De NAVO-top heeft geleid tot realistische doelstellingen. Voor Vooruit was het vanaf het begin erg duidelijk: we willen absoluut investeren in onze veiligheid en defensie, maar wel op een realistische manier. 5 % was en is voor ons land immers onhaalbaar.

Laten we de focus daarom verleggen van de percentages naar wat eerder is afgesproken, namelijk dat ons land opnieuw een betrouwbare partner kan worden binnen de NAVO door verstandig te investeren in onze defensie. Ik heb zelf deelgenomen aan twee buitenlandse NAVO-missies, dus ik weet hoe belangrijk het is om te investeren in goed en veilig materieel voor onze mensen, in degelijke infrastructuur om mee te werken en in waardering voor de opofferingen die ons personeel brengt.

Vooruit roept ook al maanden op om te investeren in onze cyberveiligheid. Onze banken, overheidsinstellingen en ziekenhuizen worden nu immers al maandenlang geteisterd door cyberaanvallen uit Rusland. Die moeten we echt prioritair aanpakken.

Het allerbelangrijkste voor Vooruit is echter dat we investeren in ons personeel. Wat is men namelijk met het beste materieel en met al die nieuwe capaciteiten voor onze defensie als men geen personeel heeft om dat materieel te bedienen? We weten dus wat nodig is qua investeringen in onze veiligheid.

Mijnheer de minister, zult u, net als Vooruit, de focus leggen op de hybride dreiging vanuit Rusland en op ons personeel, dat we broodnodig hebben?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, al een halve eeuw lang financieren we onze welvaart ook met middelen die oorspronkelijk bestemd waren voor onze veiligheid. Het gevolg daarvan is een doorgeschoven – een doorgesnoven – verzorgingsstaat en een krakkemikkig leger. Onze kazernes zijn ruïnes. Het cliëntelisme heeft geleid tot een tewerkstellingsproject van de politieke partijen, waardoor zelfs de personeelsbezetting van het leger niet op punt staat. Er staan momenteel 127 pantservoertuigen te roesten omdat een minister de verkeerde munitie heeft besteld. We zijn zelfs nooit onze NAVO-verplichtingen nagekomen, terwijl het NAVO-hoofdkwartier zich in Brussel bevindt.

Plots komt er dan een bullebak overgevlogen uit New York, een narcistische bully met, cru gesteld, de mentaliteit van een maffiabaas. Wat zegt die man bij aankomst? “ I can make you an offer you can’t refuse. ” Kent u The Godfather? Die zei dat ook. Vervolgens kust onze slijmjurk, de voorzitter van de NAVO, de ring van die man. Ook onze 32 regeringsleiders slaan de hielen tegen elkaar en likken de kont van die narcistische Amerikaan, uit vrees dat die capo hen zal bestraffen.

Ik heb op zich niets tegen het principe van de 5 %-norm, daar gaat het mij niet om. Zeg me wel hoe u die zult bereiken en om hoeveel geld het gaat. Ik hoor alle partijen daarover al ruziën nog vooraleer hij is teruggevlogen. Moeten er meer F-35's worden gekocht? Nog ander materieel? Over welk bedrag gaat het?

Mijnheer de minister, over hoeveel geld gaat het? Hoe zult u dat realiseren? Zal men daarvoor met een creatieve boekhouding moeten werken?

Mathieu Michel:

Monsieur le ministre, malgré une situation budgétaire qui rend les réformes indispensables, la Belgique a réaffirmé que l'OTAN constitue un socle fondamental pour la sécurité de notre pays. Nous devons être un partenaire loyal, fiable et pleinement engagé au sein de l'Alliance. Dire non à l'OTAN, ce serait faire preuve d'un oubli historique inquiétant mais, plus que tout, ce serait faire preuve d'une naïveté coupable car, aujourd'hui, il ne s'agit pas d'opposer sécurité et solidarité. En voici la preuve par les chiffres: 120 milliards d'euros pour notre sécurité d'ici 2034, 1 200 milliards d'euros pour la solidarité (soins de santé, pensions et aides sociales).

Oui, n'en déplaise à certains, ce gouvernement renforce notre modèle social en lui donnant les moyens de fonctionner mais aussi les moyens de survivre. Nous faisons aujourd'hui ce que tout pays responsable doit faire: protéger ses citoyens sans renoncer à ses valeurs fondamentales et à son modèle social

Protéger ses citoyens est évidemment essentiel. Aussi, je salue la décision historique d'intégrer jusqu'à 1,5 % du PIB en dépenses de sécurité élargies. Vous savez que c'est une grande attention pour ce qui me concerne. Les guerres de demain seront différentes de celles d'hier. Et, aujourd'hui, ce ne sont plus uniquement les dépenses militaires qui comptent. C'est un élément fondamental. Cette évolution appelle à une gouvernance renforcée, au-delà du seul ministère de la Défense, et qui intègre les entités fédérées.

Selon nous, le ministre de la Sécurité devrait être chargé de développer et soumettre une vision stratégique de la sécurité intérieure en lien avec ce 1,5 % de sécurité transversale. Monsieur le ministre, comment voyez-vous concrètement l'évolution de cette coordination intergouvernementale avec, à côté de cette vision stratégique de défense, une véritable vision stratégique de sécurité transversale?

Philippe Courard:

Monsieur le président, monsieur le ministre, cela va coûter 6 000 euros par ménage aux Belges. Deux jours d’escapade à La Haye, et voilà qu’il faut trouver 34,2 milliards d’euros.

Comment les trouver? J’y reviendrai dans un instant. Soyons clairs, je ne suis pas stupide et me rends compte que des moyens supplémentaires sont nécessaires. Il faut bien entendu se défendre. L’Europe et la Belgique doivent répondre aux menaces qui nous entourent. Nous ne devons pas nier la situation géopolitique, mais pas à n’importe quel prix et n'importe comment, monsieur le ministre. Nous ne devons pas dépenser pour dépenser, et certainement pas en faisant porter la charge à nos concitoyens de manière anormale.

Votre politique est paradoxale. Vous préconisez des économies. Il n'y a pas assez d'argent pour la sécurité sociale. Les malades et les pensionnés doivent faire des efforts. Les services publics doivent se serrer la ceinture. Le pouvoir d’achat recule. Les personnes malades et en situation de handicap sont oubliées. Cependant, lorsqu’il s’agit de trouver des milliards, cela se fait en quelques heures. Nous verrons comment, mais ils sont jugés nécessaires.

Pourquoi n'avez-vous pas adopté la position plus raisonnable du premier ministre espagnol? Comment allez-vous financer ces milliards? Le ministre Prévot évoque une nouvelle taxe, le président du MR évite soigneusement le sujet. Allez-vous vendre nos entreprises publiques? Allez-vous faire comme votre prédécesseur, M. Steven Vandeput, avec qui les estimations de montants sont passées de 1,5 milliard à 15 milliards? Je m’interroge et j'aimerais des réponses à ces questions. Comment allez-vous financer ces milliards? Quelles sont vos recettes? Quelles sont vos solutions? Une véritable inquiétude règne au sein de la population. Oui, un effort est envisageable, mais pas au détriment de notre population.

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik vond het afgelopen week vooral gênant om te zien hoe de Europese leiders achter president Trump aanliepen om hem toch maar zo veel mogelijk te pleasen, met als top of the bill natuurlijk de uitspraak van secretaris-generaal Rutte: proficiat, mijnheer de president, u hebt Europa doen betalen en het is maar goed ook." Gênant, gênant.

Het was echter ook hier gênant en dat was het daarnet nog. De 5 %-norm is immers belachelijk, krankzinnig, het is collectieve hysterie. Mijnheer de minister, dat verklaarden uw coalitiepartners. Cd&v, Vooruit en de MR, u bent gerold, want de 5 %-norm is wel degelijk beslist afgelopen week.

Dan hoor ik in de wandelgangen dat dat niet erg is, want dat percentage moet pas tegen 2035 worden gehaald. Het is dus niet aan ons, maar aan de volgende generatie om dat te betalen. Het is aan de volgende regering om het probleem op te lossen, terwijl men vandaag zelfs nog niet weet hoe men volgend jaar de 2 % zal financieren.

Wat zien we ondertussen wel? Wie draait op voor de besparingen? De 55-plusser, de pendelaar, wie zorgkrediet opneemt, zij zullen de rekening moeten betalen en daar zullen alleen maar nog mensen bij komen.

5 % defensie-uitgaven blijft echter waanzinnig veel. In 2035 komt dat nog steeds overeen met het volledige budget van Justitie, de politie, de NMBS, Energie en Klimaat samen, maar dat is niet alles. Als de NAVO 5 % uitgeeft, dan geeft ze meer uit dan wat vandaag de hele wereld, dus inclusief Israël, Rusland en India, uitgeeft aan defensie. Ik vind dat onbetaalbaar en dom. Dat is geen investering in meer veiligheid, dat is een investering in een wapenwedloop waarin u ons allemaal meesleurt.

Mijn vraag is en blijft dus: wie zal dat in godsnaam betalen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, er heerst bij de coalitiepartners een soort kumbayastemming. Iedereen is tevreden. U bent tevreden, want u hebt een NAVO-akkoord over de 5 %-norm. Belgium is back on track . Dat ik dat uitgerekend van u moet horen, vind ik bijzonder. Ook Vooruit en cd&v zijn tevreden, want er is een akkoord bij de NAVO, terwijl men daar eigenlijk niets mee zal doen. 2% defensie-uitgaven is het plafond, 5% blijft stupide, belachelijk en onzinnig. Ook de eerste minister is tevreden, want hij heeft de uitvoering van de norm over tien jaar kunnen uitsmeren; men kan dat dus voor zich uitschuiven. Après nous le déluge .

Mijnheer de minister, wat is er nu echt afgesproken in de regering? Is er een groeipad richting 3,5% militaire uitgaven in de komende jaren of gaat het, zoals collega Dedecker heeft gezegd, over een creatieve boekhouding? Hoe zult u dat betalen?

Terwijl alle ogen gericht waren op de NAVO-top, bent u naar buiten gekomen met uw investeringsplan van 34 miljard euro, 34 miljard euro aan belastinggeld. De krijtlijnen daarvan hebben we voor het eerst moeten zien op X, op sociale media. Een debat in het Parlement is voorlopig niet nodig. Democratische controle is voorlopig ook niet nodig. Mijnheer de minister, u was tot voor kort zelf nog oppositielid. U zou tegen die werkwijze gefulmineerd hebben. Ik hoop dan ook dat u zeer snel naar het Parlement komt om daar uitleg over te geven.

Mijnheer de minister, wanneer komt u naar het Parlement om uw investeringsplan in de commissie en in de plenaire vergadering te bespreken?

Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, iedereen heeft hier opnieuw de mond vol van Europese samenwerking, maar wat hebt u al ondernomen om de Europese pijler bij de NAVO uit te bouwen?

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de kogel is door de kerk. Alea iacta est , zou uw premier declameren. De NAVO-top in Den Haag resulteerde in een akkoord om de 5 %-norm te bereiken tegen uiterlijk 2035. Het gaat daarbij om 3,5 % harde defensie-uitgaven en 1,5 % ruimere veiligheidsuitgaven. Spanje, dat protest aantekende tegen die waanzinnige 5 %-norm, is erin geslaagd de tekst te laten versoepelen: niet meer wij, maar de bondgenoten zullen 5 % uitgeven.

Collega’s, mijnheer de minister, dat kan worden gelezen als een vrijstelling. Blijkbaar moesten de lidstaten zich dus niet allemaal gedwee neerleggen bij de ijzeren NAVO-wetten. De vrijstelling geldt echter niet enkel voor Spanje. De tekst is immers van toepassing op alle lidstaten. Echter, zelfs als het bij die 2 % zou blijven, staan wij in dit land alvast voor gigantische problemen. De financiële rampspoed zal immers nog drastisch toenemen, indien de huidige regering haar belofte van 5 % op de NAVO-top wil nakomen.

Ik kom bij mijn vragen.

U maakt zich sterk dat u in 2025 de 2 % kunt bekostigen. Wij weten echter allemaal dat daar Verhofstadtgewijs veel kunst- en vliegwerk voor nodig was. De hamvraag blijft natuurlijk de volgende. Ten eerste, hoe wilt u de 2 %-norm structureel financieren tijdens de huidige legislatuur? Hoe staat u tegenover de nieuwe defensietaks die uw minister Prévot voorstelde?

Ten tweede, het blijft bij 2 % tijdens de huidige legislatuur. Hoe zal het groeipad er vanaf 2029 echter uitzien om naar 2,5 % te gaan tegen 2034? Hoe plant u die enorm steile klim naar 3,5 %?

Nu volgt de vraag van 1 miljard euro. Zal u bijkomende F-35’s (…)

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, de NAVO-Top is inderdaad achter de rug. De teerling is geworpen. Wij van cd&v zijn toch blij. We hebben een aantal pleidooien gehouden voor meer realisme in dit debat en achteraf moeten we toch toegeven dat dit er was. Er zit voldoende flexibiliteit in het pad naar de toekomst. Wat voor ons een prioriteit is en wat we enkele weken geleden al heel duidelijk hadden gesteld, was dat er niet meer dan 2 % gevraagd zou worden in deze legislatuur. Dat is binnengehaald en daar zijn we blij om.

Heel belangrijk ook is hoe we dat pak geld, dat toch nog altijd meer is dan in de vorige jaren, zullen besteden. Voor ons moet dat op een efficiënte en slimme manier. Dat wil zeggen dat niet elk land apart, maar samen investeren in een sterke Europese pijler. Recente studies tonen immers aan dat een gedeelde standaardisatie binnen Europa en gezamenlijke aankopen ons tientallen miljarden zou besparen. In deze budgettaire tijden moeten we daar toch rekening mee houden.

Voor ons is het heel duidelijk. We houden al wekenlang een sterk pleidooi voor minder versnippering en meer standaardisatie. Minder naast elkaar werken, maar echt durven investeren in een sterke Europese pijler. We vinden dat een constante opdracht. Nu mag het in Den Haag wel allemaal koek en ei geweest zijn, met een sterk Atlantisch geloof, maar de basistrend is dat Europa toch meer in eigen sterkte moet investeren. Vandaar dat we geloven in een sterke Europese defensie-unie. We moeten daar niet morgen, maar vandaag werk van maken.

Mijnheer de minister, dat is dan ook onze vraag. Kunnen we rekenen op u en op deze regering om volop te investeren in de versterking van die Europese pijler, in een sterke Europese defensie-unie? Die is immers absoluut nodig voor de toekomst.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de minister, wat een vernedering! Hoe is het mogelijk? Komaan, die 34 Europese eerste ministers luisterden allemaal naar Trump. Onze woordvoerder Mark Rutte stuurde dan een mooi berichtje over hoe die Europese elite vernederd werd door Trump. Hij zegt in zijn berichtje dat het werkelijk buitengewoon was wat Trump deed, iets wat niemand van hen durfde doen, dat hij vliegt naar een volgende succes. Donald, je hebt ons op een heel erg belangrijk moment gebracht. Je zult iets bereiken dat geen enkele andere Amerikaanse president in decennia heeft kunnen verwezenlijken. Donald, Donald, Donald, Europa gaat zwaar betalen, zoals het hoort Donald, en het zal jouw overwinning zijn. Oh, fantastisch.

Magnifique! Regardez ça, cette soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain! C'est du cirage de chaussures industriel. Donald, ne t'inquiète pas, au karcher on nettoie le bazar. C'est incroyable! Et quelle est la prochaine étape, chers amis? La prochaine étape, Donald Trump nous l'a annoncée.

Wat zei Donald Trump? Kiss my ass, dat is de volgende etappe.

Mais comment peut-on accepter cela?

Zoals Rutte zegt, Europa zal zwaar betalen.

L'Europe va payer! Et qui va payer? Ce sont les travailleurs!

De mensen moeten werken tot 67 jaar om hier 2 % van het bbp aan te kunnen besteden. Nu komt er 3,7 % bij en niemand zegt iets. Dat is hypocriet.

Mijn vraag is heel duidelijk, mijnheer de minister. Spanje heeft gezegd geen 5 % te zullen bijdragen. Wat is uw standpunt? Besteden we hier 5 % aan of niet?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, beste collega’s, al jaren hebben veel Europese landen, waaronder België, nagelaten om deftig in defensie te investeren. Vanuit het idee dat vrede vanzelfsprekend is, deden die landen aan free riding binnen het NAVO-bondgenootschap. Ze rekenden op de Verenigde Staten om hun eigen veiligheid te garanderen. Nu de VS zich meer op de Indo-Pacific richt, moet Europa zelf meer inspanningen leveren.

Nog voor de aanvang van de NAVO-top bereikten de verschillende lidstaten een principeakkoord over de nieuwe NAVO-norm van 5 % van het bbp. Die geldt voor elke bondgenoot. Concreet gaat het om 3,5 % voor strikt militaire uitgaven en 1,5 % voor defensiegerelateerde domeinen, waaronder infrastructuur en cyberveiligheid. Onze regering verklaarde te mikken op een stapsgewijze opbouw: 2 % tegen 2029, 2,5 % tegen 2034 en 3,5 % tegen 2035.

Mijnheer de minister, op de jongste NAVO-top in Den Haag besprak u de uiteindelijke maatregelen die nodig zijn. Kunt u bevestigen dat de NAVO-norm van 5 % werd vastgelegd? Wat is het tijdsperspectief? In welke modaliteiten wordt voorzien? Welke mijlpalen moeten worden behaald? Welk standpunt hebt u in naam van de regering verdedigd?

Theo Francken:

Vooreerst, de uitspraak op X was redelijk pijnlijk.

Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, de eerste minister heeft gisteren op de NAVO-top duidelijke taal gesproken. Als founding father van de NAVO zal België zich solidair tonen met onze bondgenoten. Dat doen we niet voor de mooie ogen van mister Trump, noch uit angst voor zijn grillen. We doen het om een heldere reden, namelijk om als Europese democratieën zelf te kunnen instaan voor onze eigen veiligheid.

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, klopt het niet dat de lat voor defensie-uitgaven wordt opgetrokken naar 5 % van het bbp. Het gaat om 3,5 %, de resterende anderhalve procent betreffen uitgaven in onder meer infrastructuur en brede veiligheid, die vandaag al grotendeels worden gedaan, onder andere ook door de regio’s.

De nieuwe norm komt niet uit de lucht gevallen. Veel bondgenoten behalen die nu al, van de Verenigde Staten over Polen tot Scandinavische en Baltische staten. Dat ook wij die norm nu onderschrijven, is een kwestie van solidariteit en verantwoordelijkheid.

Mesdames et messieurs, la nouvelle norme ne signifie pas que nous devrons atteindre cet objectif demain. Il y a des objections budgétaires à cela, mais aussi des objections pratiques. Si tous les États membres de l'Union européenne dépensaient soudainement 3,5 % de leur PIB pour la défense, il serait impossible pour l'industrie de suivre le rythme des commandes. Le résultat en serait des délais de livraison d'armes et de munitions de 10 ans ou plus, et des prix inacceptables.

Nous avons soulevé tous ces points lors de la concertation diplomatique qui a précédé le sommet de l'OTAN, avec succès. Les États membres disposeront d'un délai de 10 ans (non pas 7 ans) pour atteindre la nouvelle norme, sans augmentation annuelle obligatoire de 0,2 %. L'objectif sera également réévalué en 2029.

Ik beklemtoon dat dat niet de verdienste van Spanje was, maar wel van onze diplomatie. Dat land koos voor de fanfare, wij kozen voor discretie. Hulde aan onze NAVO-ambassadrice, mevrouw Petridis, en haar hele team.

Dames en heren, als politici hebben wij de verantwoordelijkheid om op een serene manier aan de burger uit te leggen waarom de versterking van onze krijgsmacht noodzakelijk is. Sommigen onder ons doen uitschijnen dat er helemaal geen dreiging bestaat. Dat gebeurt dan met lacherige clichés als: er zullen toch nooit Russische tanks door Brussel denderen. Dat is onverantwoord, want daarover gaat het uiteraard totaal niet.

Waarover gaat het dan wel? Ons land komt automatisch in een staat van oorlog met Rusland, als Poetin ook maar één vierkante kilometer van een andere NAVO-lidstaat zou bezetten. Dat vloeit voort uit onze verplichtingen onder het NAVO- en EU-Verdrag. Dat scenario is helaas niet ondenkbaar. Het Poetinregime maakt geen geheim van zijn langetermijnambitie om de Baltische staten, waar omvangrijke Russische minderheden wonen, opnieuw in zijn machtssfeer op te nemen. Onze Baltische provincies, zo noemt Dmitry Medvedev, de voorzitter van de Russische Veiligheidsraad, die EU-lidstaten steevast.

Degenen die volhouden dat Rusland die ambitie niet koestert, beweerden drie jaar geleden ook dat Rusland Oekraïne nooit binnen zou vallen. Bovendien negeren zij volledig dat Rusland vandaag al volop een hybride oorlog tegen Europa voert, ook tegen ons land, dagelijks. Hoe kan men dan nog volharden in de stelling dat er van Rusland geen bedreiging uitgaat?

Tegelijkertijd moeten we nu al rekening houden met de heroriëntering van de Amerikaanse aanwezigheid in Europa naar de Stille Oceaan en Oost-Azië. Meer dan ooit moet Europa klaarstaan om het stuur van de veiligheidsarchitectuur van ons continent zelf in handen te nemen.

Dames en heren, alleen krachtige Europese legers kunnen de veiligheid en onafhankelijkheid van Europa verzekeren. Die hebben we vandaag niet, na decennia van bezuinigingen en afbouw. We moeten ze heropbouwen. Dat is onze verantwoordelijkheid en daar zijn we volop mee bezig.

De nieuwe strategische visie voorziet in een investering van 34 miljard euro, waarvan 27 miljard euro in nieuwe militaire capaciteiten in de komende tien jaar. Ook in het personeel zullen we fors investeren, want zij zijn het kloppende hart van elke defensie, van elke krijgsmacht. Er komt 50 miljard euro op tafel over die tien jaar.

Die inspanningen leveren we niet om oorlog te voeren, maar precies om oorlog te vermijden, want de vrede bewaren zal ons niet lukken door zwakheid te tonen. Daarin zullen we alleen slagen als we samen kracht uitstralen.

Ten slotte, het klopt dat er nog geen officiële beslissing in de Ministerraad is, maar ik heb afgesproken met voorzitter Buysrogge om (…)

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw het verschil duidelijk geworden tussen de communisten van de PVDA en Vooruit. De communisten van de PVDA zijn niet bezig met de veiligheid van de mensen. Wij willen wel investeren in de veiligheid van onze mensen en ook in de veiligheid van mensen die hun eigen veiligheid niet kunnen kopen, zoals de superrijken dat wel kunnen.

Als de wereld in brand staat, dan mag men niet aan de kant blijven staan, dan moet men blussen en zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat is wat Vooruit doet. De PVDA wil aan de kant blijven staan. De PVDA wil Poetin bestrijden met een boeket bloemen. De PVDA wil uit de NAVO stappen. Beste vrienden, dat is niet alleen naïef, dat is ook gevaarlijk. Vooruit zal wel investeren in onze veiligheid.

Jean-Marie Dedecker:

Collega’s, ik ben het een beetje beu om de les gespeld te worden door links en door de communisten. Ik lik de schoenen van Trump niet, dat is een maffioso, hij likt die van Poetin.

Wij hebben ons vergist. Laten wij het even hebben over de ideologie van uw regime, namelijk het communistische regime. Honderd miljoen doden in de wereld. Nu is er het regime van de heer Poetin, het neocommunisme. Dat gevaar staat terug voor de deur. In 1989 hebben wij ons vergist. We dachten dat de vrede gekomen was, maar neen. Extreemrechts kwam op, dat roept om een grote leider, net als u.

Wat moeten wij nu doen? Opnieuw betalen voor onze veiligheid. Omdat psychopaat Poetin nu voor de deur staat, moeten wij nu opnieuw inleveren op onze welvaart. Denk daar eens over na, mijnheer Hedebouw. Het is de schuld van uw regimes dat we ons vandaag opnieuw moeten bewapenen.

Mathieu Michel:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Quoi qu'en pensent certains, nous ne sommes plus dans une ère d'insouciance. Nous sommes entrés dans un temps de bascule où la sécurité n'est plus une donnée implicite de nos sociétés et est redevenue un combat. Cette sécurité a toujours été la première des libertés. C'est elle qui conditionne tout le reste: la démocratie, l'économie, la solidarité, l'éducation, la culture. Sans sécurité, rien ne tient et nous le découvrons avec brutalité une fois encore, après des années où nous avons cru que notre mode de vie était définitivement protégé, presque éternel même. Certains aujourd'hui affichent de façon lancinante cette naïveté coupable.

Ce que nous sommes en train de défendre aujourd'hui, c'est notre façon de vivre, notre humanité, nos libertés et ce fragile équilibre que des générations ont bâti avant nous. Alors oui, c'est un moment historique et nous avons le devoir, au-delà des discours politiques, d'être au rendez-vous.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, je ne suis pas rassuré par vos réponses. Pourquoi céder à l'instable M. Trump? Où est le projet européen dans ce que vous proposez? Et l'armée européenne intégrée? On n'en parle pas du tout.

Quid du retour pour nos entreprises? C'est aussi un sujet que nous n'avons pas traité et qui est important. On ne va pas reproduire les erreurs du passé – je l'espère en tous cas. Comment allez-vous financer cela? Pas de réponse, sinon qu'on va le faire sur dix ans et que la charge sera donc reportée sur les générations futures. C'est exactement la technique que vous avez critiquée ces dernières années. Il reste donc beaucoup de questions, à moins peut-être que la fusion avec les Pays-Bas proposée par M. De Wever soit une réponse.

Concernant la taxe proposée par M. Prévot, pas de réponse non plus. Où allez-vous chercher l'argent? Nous sommes terriblement inquiets. Votre gouvernement d'ingénieurs nous fait très peur, monsieur le ministre.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik had maar één vraag gesteld, namelijk wie dat zal betalen, maar u hebt er weer niet op geantwoord, net als in de commissie. Ik had mijn vraag gericht aan de premier, in de hoop nu wel een antwoord te krijgen op de vraag wie die rekening zal betalen. Ik weet immers dat u dat niet interesseert. U wilt gewoon zoveel mogelijk geld kunnen uitgeven aan wapens en u ligt niet echt wakker van wie dat zal betalen.

U zegt dat die 5 % of 3,5 %, welk percentage u ook neemt, niet zomaar uit de lucht komt vallen. Ik wil toch even de geschiedenis schetsen. Het is ondertussen drie jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. In december zegt secretaris-generaal Rutte dat 3 % een mooie ambitie zou zijn. In februari zegt deze regering dat 2 % tegen 2029 wel voldoende zou zijn. Trump schudt iets uit zijn mouw en opeens is het 3,5 % of 5 %.

Ik hoor cd&v en Vooruit zich hier opnieuw verzetten, maar die partijen hebben zich niet verzet, België is akkoord gegaan met die 5 % en we hebben het aan ons been.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Over de NAVO-norm blijft het alle kanten opschieten. Ik hoor hier weer verzet tegen die 5 % en hoor dat 2 % het plafond wordt genoemd. Over die NAVO-norm van 5 % is momenteel niets duidelijk. De enige zekerheid is dat de rekening betaald zal worden door de volgende regeringen en de volgende generaties.

Ook over de Europese defensie heb ik heel weinig gehoord, behalve dat we het stuur moeten vastnemen, maar als men het stuur vastneemt, moet men wel weten welke richting het met die Europese defensie uit moet. In Europa worden vandaag 19 soorten tanks, 27 soorten fregatten en torpedojagers en 20 soorten gevechtsvliegtuigen geproduceerd. Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Maak werk van een Europese strategie en zorg ervoor dat die markten op elkaar zijn afgestemd, zodat we een Europees blok kunnen vormen en strategisch en onafhankelijk kunnen handelen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, de 2 % voor deze legislatuur is enkel begroot voor dit jaar. Wat met de structurele financiering voor de komende jaren? Geen antwoord. Defensietaks? Geen antwoord. Er zijn wel historische plannen om geld uit te geven, maar vooralsnog geen idee waar dat geld vandaan moet komen.

Toch hebt u in Den Haag 5 % beloofd tegen 2035. Operatie schone schijn, zo noem ik die NAVO-top, want zelfs met uw maximale flexibiliteit dreigt u ons verder in de schulden te steken en die schulden zullen natuurlijk vooral door de Vlaming worden betaald.

Haal dus het geld voor die 2 % waar u het moet halen. Bespaar op ontwikkelingshulp, op de asielfactuur, op het politieke systeem en op onze bijdrage aan de EU. Ik dank u.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Laat ons duidelijk zijn, de dreiging is er. Niets doen is absoluut geen optie, maar het is ook belangrijk dat we het draagvlak bij onze mensen behouden, vandaar ons pleidooi sinds weken voor een realistisch en flexibel tijdspad. Dat is er nu, waarvoor dank aan de regering en aan onze diplomatie.

Op die manier kunnen we ook de lagere schoolmaniertjes van mensen als collega Hedebouw gemakkelijker weerleggen. Sketches geven om dat draagvlak te ondermijnen, wij doen daar niet aan mee. Stop alstublieft met die vijfdecolonnemanieren.

Nu is het echter ook absoluut nodig om verder te gaan. Naast het budget moet er ook worden geïnvesteerd in een echte Europese pijler, zodat Europa strategisch kan zijn en op eigen benen kan staan. Ik moedig u aan, samen met de regering, om echt werk te maken van een Europese defensie-unie en van een sterke Europese defensie-industrie.

Raoul Hedebouw:

Chers collègues, on a visiblement fait mal en pointant du doigt la soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain – les Macron, les Bart De Wever, tous ces gouvernements européens qui étaient effectivement à la remorque complète de Trump. C'est bien cela le problème. Votre problème, ce n'est pas le contenu du SMS. C'est qu'il a été révélé au monde. Voilà ce qui pose problème avec ce SMS.

Cette soumission est réelle et ne va pas nous apporter de la sécurité – pour ceux qui se poseraient la question de notre structure de sécurité. L'impérialisme américain est là pour déstabiliser le monde. Qu'est-ce que vous croyez? Que se passe-t-il aujourd'hui avec le génocide du peuple palestinien? On laisse faire. On laisse même transiter les armes. Cela va-t-il nous apporter de la sécurité? Vous êtes contents dans votre coin mais, les bombardements illégaux contre l'Iran, savez-vous ce que cela veut dire? No rules ! La loi du plus fort. C'est l'ouverture vers une troisième guerre mondiale.

Et vous croyez qu'on va y arriver? On entend aujourd'hui que les troupes américaines iront dans le Pacifique. Que va-t-il se passer? Une guerre Chine-Amérique? Allez l'Europe!

Darya Safai:

In de huidige geopolitieke toestand hebben we geen andere keuze dan te investeren in onze veiligheid en defensie. De verhoging van het budget zal gradueel verlopen en over 10 jaar gespreid zijn. We creëren bovendien opportuniteiten voor de Belgische industrie. Als founding father van het sterkste defensiebondgenootschap ooit herstellen wij daarmee ook onze betrouwbaarheid als bondgenoot.

We doen dat niet voor president Trump, collega’s. We doen dat voor de vrede, voor onze veiligheid en die van ons nageslacht. We mogen de veiligheid van Europa niet langer verwaarlozen door gewoon verder te gaan als freeriders. Het zal veel inspanningen vergen, maar we zijn blij dat deze regering er werk van maakt.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Voorzitter:

Collega Vandeput liet mij weten gebelgd te zijn, en wel door de uitspraken van de heer Courard, die hem bepaalde zaken voor de voeten heeft geworpen.

Steven Vandeput:

Mijnheer de voorzitter, als 'gebelgd zijn' betekent dat iemand verontwaardigd is, dan moet ik bekennen dat ik dat deels wel ben. Het is immers de zoveelste keer dat de PS uit het rapport van het Rekenhof over de landcapaciteit fout citeert en echte beschuldigingen uit.

Dat doet mij denken aan vroeger. Toen wij met vriendjes speelden en iemand iets kapotgemaakt had, werd gevraagd wie dat had gedaan. De eerste die ontkende, was meestal de dader. Op die manier gaat het ook bij de PS.

Ik heb gezien wat de PS voor defensie kan betekenen. Het kan betekenen dat defensie wagens heeft waar een gewone mens niet in kan. Nog een mogelijkheid is dat aangekochte helikopters ondertussen aan de grond staan, omdat ze gewoon onbetaalbaar zijn. Ook kunnen obussen worden aangekocht die niemand kan gebruiken, zelfs het Belgische leger zelf niet. Dat is de houding van de PS.

Opnieuw kan ik u melden dat het Rekenhof in zijn rapport duidelijk stelt dat de government-to-governmentafspraak die met Frankrijk werd gemaakt, opportuun was. Ter zake was er volledige transparantie over het bedrag van 1,5 miljard euro aan materieelaankopen. Destijds zijn zowel de mensen als de onderhoudskosten opgenomen in de langetermijnbudgetten.

Feit is wel dat na mij opnieuw iemand van PS-signatuur werd aangesteld, die de zaak kennelijk helemaal in het honderd heeft laten lopen. De PS die wij kennen, draagt meestal geen zorgen voor wat zij overgedragen krijgt en al zeker niet voor wat ze moet overdragen. Daarnaast wijst de PS telkens opnieuw naar Vandeput, die nochtans niets anders gedaan heeft dan een government-to-governmentcontract te sluiten. Ik vraag mij daarom af wat de PS in dezen te verbergen heeft.

Voorzitter:

Je voudrais demander à M. Courard de réagir, mais il n'est plus ici.

Er werd ook verwezen naar mevrouw Dedonder. Ik geef haar één minuut om te reageren.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le président, je ne comprends pas pourquoi je ne dispose que d'une minute.

Monsieur Vandeput, vous dites que vous n'avez rien fait d'autre. Je dirais plutôt que vous n'avez rien fait du tout! Vous avez laissé les factures au gouvernement précédent. Vous avez acheté les F-35 sans prévoir le personnel nécessaire ni les infrastructures pour les abriter. Vous avez sous-budgété le quartier de l'état-major. Concernant la frégate, rien n’a été prévu: un milliard de déficit.

Vous n'avez rien fait du tout et aujourd’hui vous répétez les mêmes erreurs. Vous allez acheter américain. Vous n'allez absolument pas investir dans le développement économique de notre pays et de l'Europe. Vous n'allez pas soutenir les industries. Vous allez faire travailler le personnel jusqu'à 67 ans. Dans vos 34 milliards, il n'y a même pas un euro pour s'occuper du personnel!

À votre place, je ne donnerais pas de leçons, monsieur "qui n'a même pas atteint 1 % de PIB".

Steven Vandeput:

Dat was mooi ingestudeerd. Ik zal niet reageren op die klinkklare nonsens. Wij erfden Defensie destijds in een staat waarin ze niet capabel was te doen wat moest. We hebben het tij proberen te keren door in mensen en materieel te investeren. Ik vertrouw erop dat deze regering opnieuw zal doen wat nodig is om Defensie slagkrachtig te maken en om de verwachte bijdrage te leveren. Mevrouw Dedonder, u hebt veel gezegd, maar nog altijd niet geantwoord op mijn vraag: wat hebt u te verbergen? Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes met uw strategisch plan.

onderwijs, cultuur en religie

De terugkeer van een haatprediker
De risico's i.vm. de terugkeer van imam Toujgani en de verkrijging van de Belgische nationaliteit
De terugkeer van een islamitische haatprediker naar ons land
Terugkeer haatpredikers, risico's en Belgische nationaliteit

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bart De Wever (Eerste minister)

op 19 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de terugkeer van haatprediker Mohamed Toujgani, die ondanks zijn extremistische uitspraken (o.a. oproepen tot jodenhaat, polygamie, kindhuwelijken) en veiligheidsrisico’s via een rechterlijke beslissing de Belgische nationaliteit verkreeg en terugkeerde naar België. Minister Verlinden bevestigt dat de regering de nationaliteitswetgeving zal verstrengen (o.a. taal- en integratie-eisen) en veiligheidsdiensten hem nauwlettend volgen, maar kan de rechterlijke uitspraak niet ongedaan maken. Oppositieleden (Bergers, Bouchez, Van Hoecke) eisen snellere intrekking van nationaliteit/verblijfsrecht voor extremisten, kritiseren de passiviteit van de regering en waarschuwen voor veiligheidsrisico’s, terwijl ze benadrukken dat Belgische waarden en veiligheid voorop moeten staan.

Jeroen Bergers:

Mevrouw de minister, iedereen kent het spelletje Wie is het? Welnu, raadt u wie ik ben. Ik ben in Marokko geboren en in 1980 naar België gekomen, maar ik spreek nog altijd geen enkele landstaal. Ik ben imam geworden. Mijn standpunt is dat meisjes vanaf negen jaar kinderen moeten baren. Ik ben voorstander van polygamie. Ik vind dat joden verbrand moeten worden. Vanuit de moskee waar ik imam ben, zijn de terroristen die de aanslagen in Parijs en Brussel hebben gepleegd, vertrokken. Over mij heeft de Veiligheid van de Staat een rapport opgesteld waarin staat dat ik wellicht een spion uit Marokko ben en dat ik banden met de Moslimbroederschap heb. Om die reden heeft collega Mahdi, toen hij staatssecretaris was, terecht het verblijfsrecht van die persoon ingetrokken.

Denkt iemand hier in het Parlement dat ik een Belg ben en dat ik recht op de Belgische nationaliteit zou hebben? Ik denk het niet. Toch heeft Mohamed Toujgani, na het oordeel van het Hof van Cassatie, de Belgische nationaliteit gekregen. Hij is afgelopen maandag in het gezelschap van een verkozene van Team Fouad Ahidar - hoe kan het ook anders - teruggekeerd naar ons land. Dat is een probleem voor onze veiligheid, want, laat het duidelijk zijn, die man is geen doetje, hij vormt een gevaar voor de openbare orde.

Mevrouw de minister, wat is uw analyse van het arrest? Wat is er volgens u misgelopen in de communicatie tussen de Veiligheid van de Staat en het gerecht? Welke maatregelen wilt u nemen om onze nationaliteit beter af te schermen en onze veiligheid beter te garanderen, zodat zulke haatpredikers niet naar ons land kunnen terugkeren?

Georges-Louis Bouchez:

Le fameux Mohamed Toujgani s'est rendu coupable d'avoir dit "Détruis-les tous!" en parlant des juifs, en disant également que les juifs étaient une insulte à Dieu. Ce monsieur est un prédicateur de haine et, comme l'a indiqué mon prédécesseur, grâce au travail de Sammy Mahdi, il avait été expulsé du pays en 2021 car un rapport de la Sûreté de l’État disait de lui qu'il était un danger actuel, réel et sérieux pour notre pays.

Par un effet de magie, il a réussi à devenir belge, figurez-vous, en 2025. Il avait introduit sa demande en 2019. Ce monsieur ne parle pas l'une des langues nationales. Alors, madame la ministre, je sais que nous sommes dans une Assemblée où certains, pour des raisons électorales et communautaristes, en sont presque – attendez quelques jours, cela ne va pas tarder – à défendre le régime des mollahs. J'aimerais quand même que tous, collectivement, nous puissions nous dire que notre nationalité a une valeur, que la Belgique représente quelque chose, que nous sommes une communauté de principe, une communauté qui partage des valeurs fondamentales.

C'est la raison pour laquelle, et en vue de protéger notre pays, mes questions seront très simples. Des mesures de sécurité spécifiques vont-elles encadrer M. Toujgani à partir de son retour en Belgique?

Je voudrais ensuite vous indiquer que ma formation politique déposera un changement de règle pour l'obtention de la nationalité belge, pour que celle-ci ne puisse plus être obtenue si l'on n'a pas réussi son parcours d'intégration qui comprend la réussite d'un examen dans l'une de nos trois langues nationales.

Enfin, il faut que cette Assemblée puisse donner la nationalité belge mais aussi la reprendre à celles et ceux qui trahissent nos valeurs. C'est à ce prix qu'on fera respecter la Belgique.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, er is geen superlatief die kan beschrijven hoe gedegouteerd ik was door de beelden van wat er zich afgelopen maandag in de luchthaven van Zaventem afspeelde. De extremistische haatprediker Mohamed Toujgani, die in 2021 zijn verblijfsvergunning kwijtspeelde, landde triomfantelijk in ons land. Hij werd er door een welkomstcomité van radicale moslims en – hoe kon het ook anders – een Brussels gemeenteraadslid van de lokale islamitische partij, Team Fouad Ahidar, onthaald.

Ik onderstreep dat Toujgani zijn verblijfsvergunning kwijtspeelde, omdat hij opriep tot het verbranden van joden. Hij is zijn vergunning kwijt, omdat hij jarenlang haatpreekte in een moskee gefrequenteerd door zo goed als elke jihadist die het land ooit voortbracht.

Collega’s, wie denkt er in hemelsnaam dat een dergelijk individu het recht zou moeten hebben om terug te keren naar ons land? Blijkbaar denken sommige rechters daarover zo. Ik alleszins niet. Mijn vraag gaat evenwel niet over de rechterlijke macht. Mijn vraag gaat over u, mevrouw de minister, en over de regering, kortom over de uitvoerende macht.

Een maand geleden, nog voor de landing in Zaventem van Toujgani, stelde ik, overigens als enige, de vraag wat u zou ondernemen om dat te verhinderen. Het antwoord was duidelijk: niets, nougatbollen. Er was zelfs geen bijkomend rapport van de Veiligheid van de Staat. U zou niets ondernemen. Mijn vraag is bijgevolg heel eenvoudig, want het is dezelfde vraag van toen. Wanneer zult u eindelijk uw verantwoordelijkheid nemen? Wanneer stopt die nalatigheid? De belangrijkste vraag is wanneer we het biljet enkele reis terug naar Marokko van Toujgani mogen verwachten.

Annelies Verlinden:

Chers collègues, il ne m'appartient pas de commenter une décision de justice. Cependant, je tiens à préciser que le procureur général près la cour d'appel de Bruxelles a introduit un recours en cassation contre la décision d'octroi de la nationalité belge prise par la cour d'appel de Bruxelles dans son arrêt du 31 juillet 2024.

Dans son arrêt du 24 avril 2025, la Cour de cassation de Belgique a rejeté le pourvoi en cassation et M. Toujgani a dès lors obtenu la nationalité belge. Un titre d'identité belge lui a donc été délivré et les Affaires étrangères lui ont ainsi délivré un passeport.

Ik heb net als u op maandag 16 juni via de pers vernomen dat de betrokkene met die identiteitsdocumenten teruggekeerd is naar België. Hij heeft immers ten gevolge van die beslissingen de Belgische nationaliteit.

Voorts kan ik u verzekeren, mijnheer Bouchez, dat we specifieke maatregelen hebben besproken, dat de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdiensten en alle platformen die in het kader van de strategie TER extremisme en terrorisme bestrijden, de situatie zullen opvolgen, en dat de nodige veiligheidsmaatregelen genomen zullen worden, indien onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten daar voldoende aanwijzingen voor zien.

Ik ben het ook volkomen met u eens, mijnheer Bouchez, dat onze nationaliteit waardevol is en de toekenning ervan geen vanzelfsprekendheid mag zijn. Daarom zal de regering samen met het Parlement de komende maanden zo snel mogelijk de wetgeving inzake de toekenning van nationaliteit, inclusief de strafprocedure en de sancties, verstrengen, zodat de toekenning van de nationaliteit geen vanzelfsprekendheid is maar wel een toegangsticket tot een rechtsstaat met normen en waarden, die we tot elke prijs moeten verdedigen.

Jeroen Bergers:

Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de minister. Voor mij zijn er twee dingen duidelijk. Ten eerste, in Brussel, in onze hoofdstad, willen nog steeds partijen als de PS, de PTB en Ecolo met Team Fouad Ahidar, de bondgenoten van de haatzaaiers, een regering op de been brengen. Arrête ce sketch! Dat is niet in het belang van de Brusselaar.

Ten tweede, ik zal een wetsvoorstel dat het makkelijker moet maken de nationaliteit en het verblijfsrecht af te pakken van wie een gevaar is voor de openbare veiligheid en of veroordeeld is voor terrorisme en dat ik samen met collega Metsu heb voorbereid, indienen en hopelijk kunnen we het snel behandelen.

Ik roep alle collega's op daar werk van te maken, want de burger verwacht van ons actie. Onze Grondwet, onze nationaliteit moeten iets waard zijn. We moeten onze samenleving beveiligen.

Georges-Louis Bouchez:

Madame la ministre, je voulais vous remercier pour votre volontarisme par rapport au changement de règles sur l’adoption de la nationalité. Vous l’avez compris, mon groupe sera moteur dans vos démarches. Nous espérons qu’elles interviendront rapidement.

Je voudrais également signaler un autre élément, c’est que souvent, nous sommes timorés. Nous n’osons pas intervenir sur des questions de radicalisme religieux. Je voudrais inviter les collègues à prendre exemple sur ce qui se fait dans de nombreux pays arabes. Regardez la manière dont les radicaux sont traités dans les Émirats. Regardez la manière dont le Maroc traite l’islamisme radical. Si nous pouvions avoir les mêmes principes, nous aurions un vivre ensemble beaucoup plus agréable.

À ce titre, je voudrais déjà répondre à ceux qui invoqueront systématiquement le racisme, comme l’a fait Catherine Moureaux lorsque Sammy Mahdi a évacué ce prêcheur de haine. Il n’y a pas de racisme à vouloir du vivre ensemble. Il y a au contraire de l’irresponsabilité à laisser les radicaux parler au nom des autres.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, Toujgani is een haatprediker die oproept joden te verbranden. Hij heeft zelf twee vrouwen. Hij stelt dat meisjes op negenjarige leeftijd geslachtsrijp zijn en uitgehuwelijkt mogen worden. Hij vindt dat moslims niet mogen stemmen, want dan zouden ze meewerken aan een regering van ongelovigen. Hij zou zelfs in opdracht van de Marokkaanse overheid hebben gespioneerd in ons land. Voor de verkiezingen klonk het allemaal heel stoer. Collega Bergers speelt graag Wie is het? . Wel, wie ging dit ook alweer op de onderhandelingstafel leggen? Wie ging ervoor zorgen dat Toujgani nooit naar ons land zou terugkeren? Dat was Theo Francken. De realiteit is dat Toujgani maandag triomfantelijk is geland in ons land. U deed niets, mevrouw de minister. Ik heb u een maand geleden, nog voor hij weer in het land was, gevraagd wat u ging doen. Waar bent u in godsnaam mee bezig? Ik heb geen antwoord gekregen op de belangrijkste vraag. Wanneer staat die (…)

klimaat, energie en landbouw

De gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten voor de beschikbaarheid en de prijs van energie
De opschorting van de uitbating van twee gasvelden door Israël n.a.v. het conflict Israël-Iran
Energiecrisis in het Midden-Oosten door Israël-Iran conflict

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 19 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De escalerende conflicten in het Midden-Oosten (met name rond Iran en het Straat van Hormuz) bedreigen Belgiës energielevering (20% olie, 30% LNG) en drijven prijzen op, wat de koopkracht en bedrijfscompetitiviteit onder druk zet, terwijl de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (€13,3 mjd aan subsidies) klimaatdoelen ondermijnt. Minister Bihet benadrukt acute marktreacties maar zet in op langetermijnresilientie: versterkte strategische voorraden, diversificatie (kernenergie + hernieuwbaar), en Europese samenwerking (RePowerEU) om afhankelijkheid van fossiel—met name Russisch gas—te verminderen, aangevuld met een nieuwe Hoge Raad voor Energiebevoorrading voor scenario-planning. Frank en Wollants eisen concrete stappen: snelle afbouw fossiele subsidies, versnelling van de energietransitie (kern + groen), en crisisparaatheid (voorraden, infrastructuur) om prijsstijgingen en wintertekorten te voorkomen, met nadruk op soevereiniteit en klimaatverplichtingen. De kernboodschap: korte termijn = marktmonitoring en buffermaatregelen; lange termijn = radicale verschuiving naar eigen, duurzame energie om geopolitieke kwetsbaarheid en klimaatschade te breken.

Luc Frank:

Sehr geehrter Herr Präsident, sehr geehrter Herr Minister, ich weiß, Sie schätzen es sehr, wenn ich die Gelegenheit nutze, mit Ihnen ein wenig Deutsch zu sprechen. Aber damit auch die Kollegen es verstehen …

Je vais poser la question en français.

Monsieur le ministre, au Proche-Orient, le conflit avec l'Iran prend une nouvelle ampleur. Il touche directement vos compétences, à savoir la garantie de l'approvisionnement énergétique de notre pays. Le détroit d'Ormuz véhicule 20 % du pétrole mondial et 30 % du gaz naturel liquéfié. Cet approvisionnement risque d'être impacté par le conflit. Le prix du pétrole a déjà augmenté légèrement ces derniers jours. Or, on sait que ce prix influence directement le prix des autres énergies. Les fluctuations de prix des énergies fossiles ont une influence directe sur notre portefeuille. Les guerres en Ukraine ou au Proche-Orient ont systématiquement rappelé une chose: notre dépendance aux énergies fossiles. L'inventaire fédéral des subsides aux énergies fossiles montrent des résultats inquiétants: 13,3 milliards. Cela représente une augmentation par rapport à l'année passée.

Monsieur le ministre, quels sont les risques des conflits en cours au Proche-Orient sur l'approvisionnement énergétique de la Belgique, sur les prix dans l'immédiat et sur l'approvisionnement pour l'hiver prochain? Quelle est votre action pour anticiper les pires scénarios comme le blocage du détroit d'Ormuz? Quelles sont les mesures concrètes que vous comptez prendre pour diminuer les subsides fédéraux aux combustibles fossiles? Quelle est votre action pour nous sortir de la dépendance à ces combustibles pour un prix énergétique plus durable et cohérent avec nos engagements climatiques?

Voorzitter:

Ich danke Ihnen sehr, Herr Kollege Frank.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, wij weten natuurlijk dat het conflict in het Midden-Oosten op heel veel vlakken een effect heeft. Ook op energiegebied kan het ons duur te staan komen. Israël heeft bijvoorbeeld twee van zijn drie gasvelden in de Middellandse Zee stilgelegd. Wij hebben onmiddellijk de reactie van de markt gezien: de prijzen zitten opnieuw aan 40 euro per megawattuur, hoewel het eigenlijk bijna zomer is. Ook op het vlak van olie zien wij een aantal effecten. De voorbije dagen is de olieprijs fel gestegen, wat uiteraard slecht nieuws is. Zeker indien de leveringszekerheid in het gedrang zou komen, zullen de prijzen nog aanzienlijk verder stijgen. Experts waarschuwen dat dat ook zou kunnen gebeuren.

Wij hebben natuurlijk ook enige ervaring met oorlogsprijzen en de gevolgen daarvan. Die effecten hebben we onmiddellijk gemerkt voor onze energiebevoorrading maar ook voor de facturen van gezinnen en bedrijven, die daar het slachtoffer van zijn. Wij betalen in zekere zin nog altijd oorlogsprijzen voor aardgas als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Niemand zit te wachten op een verdere stijging van de aardgas- of olieprijzen.

Wij willen daar toch iets aan doen. Onze gezinnen en bedrijven zitten absoluut niet te wachten op die stijgingen. Deze regering wil uiteraard de zaken onder controle houden en de koopkracht van onze burgers en de competitiviteit van onze ondernemingen beschermen.

Daarom heb ik een aantal vragen voor u.

Ten eerste, welke effecten meent u in dat verband waar te nemen op de energieprijzen? Ten tweede, acht u het aangewezen om u met uw collega’s, de Europese energieministers, over de problematiek te buigen om na te gaan hoe Europa zich tegen die effecten kan wapenen? Ten derde, hoe wil u het dossier in zijn geheel verder aanpakken?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Wollants, mein lieber Freund Herr Frank, de situatie in het Midden-Oosten herinnert ons eraan hoe kwetsbaar de geopolitieke evenwichten zijn en in welke mate energie een strategische hefboom blijft in deze spanningen.

Pour vous répondre très concrètement, il y a des réactions immédiates des marchés à la montée des tensions. Bien que les stocks physiques soient actuellement suffisants, les marchés restent extrêmement sensibles à l'incertitude. Nous suivons la situation de près avec mon administration.

Mais soyons lucides, la vraie question, c'est celle de notre résilience, car nos concitoyens n'attendent pas des discours alarmistes ou des discours naïfs, ils attendent des réponses concrètes, des choix clairs, et c'est ce que nous faisons.

Ten eerste verhogen we onze bevoorradingszekerheid door de bescherming van onze kritieke infrastructuur, de versterking van onze strategische voorraad en de voorbereiding op verschillende crisisscenario's.

Ten tweede diversifiëren wij onze energiebronnen, niet morgen, maar vandaag. Kernenergie en hernieuwbare energie zijn geen tegenstanders. Het zijn twee pijlers van onze stabiele, soevereine en koolstofarme energiemix.

Comme le disait hier notre collègue, M. Dubois, à cette même place – je l'ai écouté avec beaucoup d'attention, presque religieusement –, un grand pas a d'ores et déjà été franchi dans la transition énergétique avec la modification de la loi sur le nucléaire. Il faut désormais marquer l'essai, prolonger les centrales tout en développant les énergies renouvelables. Et je suis très heureux que nous partagions cette vision.

Troisièmement, nous intensifions notre coopération internationale. Je me suis rendu cette semaine au Conseil européen de l'Union européenne à Luxembourg ainsi qu'à Oslo pour consolider nos partenariats tant avec nos pays voisins qu'avec la Norvège. Notre position centrale en Europe nous oblige également à être un acteur des solutions, et pas uniquement un acteur des dépendances.

Comme vous le savez, nous voulons réduire graduellement notre dépendance aux énergies fossiles et par-là même augmenter notre autonomie stratégique. À cet égard, la Belgique soutient pleinement les objectifs contenus dans la feuille de route RePowerEU .

Notre volonté collective reste claire: mettre fin à notre dépendance aux énergies fossiles russes. Cela demande une planification rigoureuse mais également des mesures concrètes qu'il est primordial de mettre en œuvre pour éviter de remplacer une dépendance par une autre.

Tot slot richten wij de Hoge Raad voor Energiebevoorrading op, een autonoom orgaan dat de risico's op lange termijn zal analyseren en scenario's uitwerken en dat zal helpen om doordachte beslissingen te nemen, los van de emotie van het moment.

Messieurs les députés, la crise au Moyen-Orient s'ajoute à plusieurs tensions géopolitiques qui, depuis plusieurs années, déstabilisent le marché de l'énergie. Face à cette incertitude, il faut maintenir le cap, celui d'une réponse stratégique, lucide mais surtout souveraine. Je vous remercie de votre attention.

Luc Frank:

Zunächst einmal vielen herzlichen Dank für Ihre Antwort.

Il faut agir avec cohérence, assurer un approvisionnement énergétique basé sur les énergies durables, comme vous l'avez indiqué, tout en réorientant nos subsides vers les alternatives respectueuses du climat. Dans ce contexte, le ministre du Climat, ici présent, a annoncé prendre des initiatives concrètes auprès du ministre des Finances et du gouvernement afin de diminuer les subsides fédéraux alloués aux énergies fossiles. J'espère, monsieur le ministre de l' Énergie, que vous allez vous joindre à ces initiatives.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We moeten inderdaad bekijken hoe we met de situatie omgaan. Dat wordt trouwens niet alleen een verhaal van korte, maar ook een van de lange termijn. Op de lange termijn moeten we inzetten op andere energiebronnen, bronnen die we zelf veel meer onder controle hebben. Dat is de absolute weg voorwaarts en daarmee moeten we aan de slag gaan.

We moeten nauwlettend de situatie in de gaten houden en inzetten op de verhoging van onze bevoorradingszekerheid. Dat kan onder andere door maatregelen te nemen in verband met onze voorraden en het energietransport. Wij moeten absoluut onze burgers en bedrijven beschermen omwille van de koopkracht en de competitiviteit.

Voorzitter:

Daarmee sluiten wij het vragenuurtje.

economie en werk

Het rapport van het Planbureau over het regeringsbeleid inzake werkgelegenheid en begroting
Het rapport van het Planbureau over de begrotingsdoelstellingen
De resultaten en korte- en middellangetermijnperspectieven v.d. regering een jaar na de verkiezingen
Het rapport van het Planbureau over het begrotingstekort
Rapport Planbureau: regeringsbeleid, begroting, verkiezingsresultaten

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 12 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De oppositie valt premier De Wever hard aan omdat zijn begrotingsbeleid faliekant mislukt: het Planbureau, de Nationale Bank en het Rekenhof ontmaskeren zijn onrealistische doelstellingen (80% werkgelegenheid, 3% tekort) en voorspellen een tekort van 6% in 2030, hoger dan onder Vivaldi, door gebrek aan structurele hervormingen, stijgende schuldrentes en tegenvallende groei. Critici hekelen zijn "ideologische saneringen" (kortere werkloosheidsuitkeringen, uitsluiting 55-plussers) die kwetsbaren raken zonder echte jobcreatie of investeringen in gezondheid, AI of industrie, terwijl koopkracht kelderd door inflatie en indexatie-inperking. De Wever erkent de grimmige realiteit (hoge schulden, handelsoorlogen, defensiekosten) en benadrukt noodzakelijke pijnmaatregelen om het "zinkende schip" te redden, maar oppositie en meerderheid botsen: Vandeput (N-VA) eist doorzettingsvermogen, Dermagne (PS) en Pas (VB) wijzen op gebroken beloftes (500€ netto extra, autonomie) en sociaal onrecht, terwijl De Smet (DéFI) waarschuwt voor armoedestijging door te bruuske bezuinigingen zonder visie.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, après la Banque nationale de Belgique, après la Cour des comptes, c'est au tour du Bureau fédéral du Plan d'assassiner votre trajectoire budgétaire. Votre taux d'emploi de 80 %: irréaliste! Ce sera 74 %, si on a de la chance. Vos effets retours: du vent! Ça, on le savait déjà, sauf à imaginer un monde parallèle où vos flexijobs ramèneraient 8 milliards d'euros. Et le plus beau, c'est la maîtrise de l'endettement, qui, je m'en souviens, était le gros point de programme de la N-VA en campagne. Visiblement, le seul débat sera de savoir si on aura 5 ou 6 % en 2030.

Alors, je sais à peu près ce que vous allez me répondre. Vous me direz: "Oui, mais, monsieur De Smet, ce rapport dit aussi que nos mesures vont dans le bon sens, simplement qu'elles sont encore insuffisantes par rapport à la gravité de la situation." Et c'est là que je vous réponds déjà que, moi, ce qui m'intéresse, c'est ce qui revient dans chacun de ces rapports: le manque de souffle, le manque de projets, le manque de créations dans ce gouvernement.

Vous avez une politique de chômage, mais vous n'avez pas de politique de l'emploi. Vous avez une politique des sanctions, mais vous n'avez pas de politique de formation. Vous avez une politique de contrôle des médecins et des malades, mais vous n'avez pas de politique de santé mentale et de lutte contre le burn-out. En gros, vous faites de l'idéologie, mais vous ne faites pas de la politique.

Monsieur le premier ministre, où est la politique de création d'emploi de l'Arizona? Où est la politique industrielle de l'Arizona? Où est la politique de travail sur l'intelligence artificielle? Nous avons appris maintenant que vous allez finalement exclure 35 000 personnes de plus de 55 ans dont la plupart ne sont pas au chômage depuis 20 ans. Qu'allez-vous dire à ces personnes? Allez-vous leur dire qu'elles doivent toutes devenir infirmières ou exercer des flexijobs? Il y a un impensé majeur.

Ma question est toute simple, monsieur le premier ministre. Quand cesserez-vous de faire de l'idéologie et quand commencerez-vous à faire de la politique?

Steven Vandeput:

Mijnheer de eerste minister, de Kamer is al enkele weken ernstig aan het werk aan uw eerste begroting. Gisteren hebben we kennis kunnen nemen van het rapport van het Planbureau met de economische vooruitzichten. Zoals de heer De Smet al aanhaalde, bevat dat rapport een aantal serieuze uitdagingen.

Sta mij toe te zeggen, als iemand die een jaar geleden naar de verkiezingen trok met een programma gericht op het creëren en beschermen van onze welvaart, dat een aantal aspecten van dat rapport mij bemoedigend in de oren klonken. Het Planbureau berekent dat we 263.000 jobs zullen creëren. We stellen vast dat de primaire uitgaven effectief zullen worden teruggedrongen. De koopkracht wordt ondersteund. Er wordt een duidelijke verwijzing gemaakt naar de verantwoordelijkheid op verschillende beleidsniveaus. Het volgende is mogelijks het allerbelangrijkste, zeker voor entiteit I. Ik citeer het Planbureau: “Globaal gezien krimpt de omvang van de publieke sector aanzienlijk, wat duidelijk afwijkt van de ontwikkelingen in de vorige legislatuur.”

Er zijn uiteraard ook een aantal aangehaalde uitdagingen. Ten eerste is er Trump. Daarnaast staat de wereldeconomie onder druk, wat bijgevolg ook ons bruto binnenlands product en daarmee onze economische groei onder druk zet. Het Planbureau zegt dan ook dat de getroffen maatregelen weliswaar bemoedigend zijn, maar niet zullen volstaan.

Mijnheer de premier, ik heb twee zeer duidelijke vragen voor u. Wat is uw reactie op dat rapport? Mogen we erop rekenen dat u zult doen wat de mensen van u verwachten?

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le premier ministre, il fait 28 degrés aujourd'hui à Bruxelles. Vous avez donc de la chance. Vous avez de la chance parce que, après à peine quatre mois, vous avez été systématiquement déshabillé par toutes les instances indépendantes chargées de surveiller l'orthodoxie budgétaire de ce pays.

Les mots même des différents acteurs tranchent avec leur réserve habituelle. La Cour des comptes: déshabillé. La Banque nationale de Belgique: déshabillé. Pas plus tard qu'hier, le Bureau fédéral du Plan: déshabillé. Un véritable strip poker, monsieur le premier ministre. Malheureusement, vos dettes de jeu, ce sont les plus faibles, une grande partie de la population belge, qui vont devoir les éponger.

Ces organismes indépendants, je l'ai dit, vous ont totalement déshabillé. Tous pointent le manque de rigueur budgétaire de vos accords et de vos promesses. La vérité, comme le disent la Cour des comptes, la Banque nationale et le Bureau fédéral du Plan, c'est que vos mesures irréfléchies, vos mesures d'idéologue plongent ce pays dans la faillite, en creusant encore plus le déficit et en le portant à près de 6 %.

Des mesures inefficaces, en plus d'être des mesures injustes. Il n'y a plus, monsieur le premier ministre, que quelques membres de votre majorité, dans des capsules vidéo, pour encore essayer de faire croire à la population que son pouvoir d'achat va augmenter. Nous avons entendu, il y a quelques heures: 1 200 euros par an de pouvoir d'achat. Vous noterez que nous sommes loin des 500 euros nets en plus par mois pour tous les travailleurs et toutes les travailleuses.

Ces travailleurs et ces travailleuses voient aujourd'hui le prix du caddie qui augmente, le bidouillage lié à l'indexation automatique des salaires et des allocations ainsi que la perspective de travailler plus longtemps pour une moindre retraite.

Monsieur le premier ministre, mes questions sont simples. Où sont passées vos promesses? Où sont passées vos promesses de revaloriser le travail ? Où sont passées vos promesses de (...)

Barbara Pas:

Mijnheer de eerste minister, al van de eerste dag dat uw regering in het zadel zat, heb ik gezegd dat de regering-De Wever Vivaldi 2.0 is: meer van hetzelfde en geen kentering in het beleid. Ik moet die stelling echter nuanceren. Volgens het Planbureau doet de regering-De Wever het nog slechter dan Vivaldi. Bij ongewijzigd beleid, vivaldibeleid dus, loopt het begrotingstekort op tot 5,8 % van het bbp. Bij gewijzigd beleid, uw beleid dus, wordt dat maar liefst 6,2 % van het bbp. De Wever doet het dus nog slechter dan De Croo. Il faut le faire .

De 3% die u ooit beloofd hebt, valt in de verste verte niet meer te bespeuren. Nochtans, mijnheer de premier, was budgettair orde op zaken stellen de inzet van uw regering. Daar was het allemaal om te doen. Daarvoor hebt u zelfs uw grote verkiezingsbelofte ‘confederalisme of niets’ in de vuilbak gegooid.

Ik hoor de heer Vandeput zeggen dat de primaire uitgaven toch dalen. Dat is niet moeilijk als u de miljarden aan defensie-uitgaven Verhofstadtgewijs buiten de begroting houdt en als u geen rekening houdt met de intrestlasten op een schuld die u zelf met 124 miljard laat oplopen. Dat zijn niet mijn cijfers, maar wel die van het Rekenhof.

Wat het verslechterende economische klimaat betreft, dat hebt u deels aan uzelf te danken met uw steun aan de Europese Green Deal.

Het Planbureau en de Nationale Bank roepen vandaag op tot extra maatregelen om de begroting op orde te krijgen. In plaats van IMF te spelen voor Brussel, zou u beter IMF gaan spelen voor uzelf.

Concreet, welke extra maatregelen gaat u nemen? Wat kunnen de mensen nog verwachten? Lagere pensioenen, hogere belastingen? Wat zal het zijn?

Bart De Wever:

Mijnheer de tijdelijke voorzitter, ik moet eerst iets zeggen over uw inleiding betreffende de echte voorzitter van ons Parlement. Uw inleiding klonk misschien vriendelijk, maar feitelijk was ze sardonisch. U hebt hem 24 maanden ouderschapsverlof toegewenst, terwijl u weet dat deze regering het brugpensioen gaat afschaffen. U probeert vlak voor de meet nog iemand in het brugpensioen te duwen.

Peter, ik weet dat je live kijkt. Ik heb je verdedigd. Als ik jou was, zou ik toch maar niet te lang wegblijven.

S'agissant des questions, deux rapports ont récemment été publiés, notamment par la Banque nationale et le Bureau fédéral du Plan. Les conclusions des deux rapports allaient dans le même sens.

Permettez-moi de commencer par quelques lueurs d'espoir. Grâce à une diminution structurelle des dépenses, nous parvenons à stabiliser le déficit primaire et même à le faire légèrement diminuer dans les années à venir.

De plus, en matière de croissance et d'emploi, de pouvoir d'achat et de compétitivité, les prévisions sont prudemment positives, contrairement à ce que certains ont prétendu. Cependant, je ne suis pas connu pour édulcorer les vérités difficiles et je ne le ferai pas non plus en tant que premier ministre. La vérité est qu'il y aura encore beaucoup d'efforts à fournir. En plus de notre déficit primaire, le budget s'est alourdi par une charge d'intérêts qui ne cesse de croître, un lourd héritage que nous devons malheureusement supporter en raison d'une gestion imprudente de la dette par le passé.

Nous avons aussi les dépenses supplémentaires en matière de défense. Pour être clair, celles-ci ne nous amènent qu'au strict minimum. En effet, la norme de 2 % que nous atteindrons enfin cette année sera déjà dépassée lors du sommet de l'OTAN dans deux semaines. Ces nouvelles dépenses peuvent être temporairement exclues de notre objectif budgétaire européen mais elles restent des dettes supplémentaires qui devront être remboursées.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, wordt onze open economie zwaar getroffen door de dreiging van een handelsoorlog. Ook dat bezwaart onze begroting heel erg. Tegen 2030 zou het neerkomen op een verschil van bijna 1 % van het bbp of bijna 6 miljard euro in geld van vandaag. Dat is enorm. Dan is er nog het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarvan het oplopend tekort ook in de cijfers zit, dat al een jaar geen regering heeft, totaal mismeesterd is en ons ook nu nog te schande maakt door geld te gaan bedelen bij Europese instellingen.

De situatie maakt dat we ons de komende tijd mogen verwachten aan bijzonder kritische ratingbureaus, die ongetwijfeld signalen zullen uitsturen richting ons land om vooral te volharden en eventueel te versterken in de geplande hervormingen. Voor sommigen zal deze analyse zwartgallig klinken, maar het is de bittere realiteit waarvoor we staan. And I hate to say I told you so .

Het wordt tijd dat alle overheden in dit land naar die realiteit beginnen handelen. Ik heb gezien dat minister Clarinval enkele vragen vanuit de oppositie zal krijgen over de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Ongetwijfeld zullen er sprekers zijn die de regering zware hardvochtigheid zullen verwijten en die verwijten zullen komen van exact dezelfde partijen die mij nu vragen stellen over het zorgwekkende begrotingstekort. Sorry, beste collega’s, maar het is het een of het is het ander. Wie dat niet erkent, is onvoldoende doordrongen van de ernst van de situatie en maakt er zich ten aanzien van de burgers van af met fantasieverhalen.

De realiteit is dat de geplande hervormingen die we nu moeten doorvoeren nog maar het begin zijn van een tienjarig traject dat onvermijdelijk voor ons ligt om de financiën van dit land opnieuw op orde te krijgen. Elk jaar opnieuw – inderdaad, ik ben mij daar zeer van bewust –, bij elke begrotingscontrole opnieuw, zal de regering aan de bak moeten om het zinkende schip weer naar de oppervlakte te krijgen. Ik ben er mij ten volle van bewust dat dit geen pleziertochtje zal worden, maar de verantwoordelijkheidszin noopt ons om die tocht de komende jaren aan te gaan, want als we onze welvaart op lange termijn willen veiligstellen, beste collega’s, dan is er echt geen enkel ander alternatief.

Dank u wel.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie de vos réponses.

Je ne vous dis pas qu'il ne fallait rien faire; je dis que certains remèdes sont parfois tellement violents qu'ils risquent de tuer le patient. Si vous le tuez, vous aurez perdu. Dans les 300 000 chômeurs que compte ce pays, il n'y a pas que des fainéants ou des gens qui sont au chômage depuis 20 ans. Certains ne trouvent réellement pas d'emploi, simplement parce qu'il n'est pas créé. Ce n'est, certes, pas nécessairement à l'autorité de tout entreprendre pour créer des emplois, mais elle peut offrir des opportunités en termes de formation et de développement de filières. Je n'ai rien entendu de tout cela dans votre réponse.

Parmi les 526 000 personnes qui sont malades de longue durée depuis plus d'un an, il n'y a pas que des gens qui restent dans leur lit par plaisir; il en est d'autres qui ne trouvent pas de sens à leur travail. Là encore, je ne vois pas ce que fait l'Arizona.

En conclusion, prenez-y garde: à force d'administrer des remèdes trop brutaux et trop violents qui ne sont pas compris par la population, je crains que, bientôt, le taux de pauvreté n'explose bien avant que le taux d'emploi ne commence à frémir.

Steven Vandeput:

Mijnheer de eerste minister, collega’s, opdracht nummer 1 van Arizona – zo staat het ook in het regeerakkoord – is het duurzaam onder controle krijgen van onze begroting. Zonder begroting is er immers geen beleid, ook niet voor de toekomst. Dat is zo. Zonder een begroting op orde zullen onze kinderen betalen voor wat wij vandaag hebben nagelaten

Mevrouw Almaci, u lacht, maar u zou zich moeten schamen.

In elk geval roep ik de leden van de meerderheid op om de hervormingstrein die stilaan op gang komt en waarvan ook het Planbureau duidelijk aangeeft dat hij effect zal hebben, te laten voortdenderen.

Mijnheer de eerste minister, we rekenen op u om orde op zaken te stellen. Onze kinderen zullen er wel bij varen.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le premier ministre, non seulement vous êtes nu, déshabillé par tous les observateurs avisés de ce pays, mais vous êtes aussi amnésique: toutes les promesses de campagne faites aux électeurs – revaloriser le travail, réinvestir dans la santé, la justice, la défense et l’intérieur – sont aujourd’hui jetées aux oubliettes.

Vous ne parlez plus, monsieur le premier ministre, de l’augmentation du pouvoir d’achat. Vous ne parlez plus de revaloriser le travail et de tenir votre promesse: permettre à celles et ceux qui travaillent de gagner 500 euros nets de plus par mois.

Vous ne dites pas non plus que les mesures supplémentaires frapperont principalement la classe moyenne, comme 95 % de l’effort sollicité par ce gouvernement.

Des promesses jetées aux oubliettes (…)

Barbara Pas:

Uw regering zou budgettair orde op zaken stellen, maar dat lukt niet. Met de regering-De Wever lopen de begrotingstekorten nog hoger op dan tijdens het vivaldibeleid. Dat is onvoorstelbaar. Uw eerste begroting die u hier voorlegt, spiegelt niet eens het strengste, maar wel het duurste migratiebeleid ooit. Er gaat 1,1 miljard euro naar asielopvang. Dat is een record. U zegt nu letterlijk mijnheer de premier, dat u zult blijven proberen om het zinkende schip drijvende te houden. Vroeger zei u nochtans dat de federale Titanic niet meer te redden viel. Als u echt orde op zaken wilt stellen, mijnheer De Wever, dan is fiscale autonomie en de splitsing van de sociale zekerheid nodig. Maak daar werk van. Op de verkiezingsavond zei u letterlijk: de beste kuur is zelfbestuur. Nog nooit stemden zoveel Vlamingen voor meer autonomie. We hebben ze nodig en u hebt er niets mee gedaan.

veiligheid, justitie en defensie

De NAVO-top en de defensie-uitgaven
Het regeringsstandpunt over de nieuwe NAVO-norm
De NAVO-norm van 5 %
De onenigheid in de regering over de NAVO-norm van 5 %
Het defensiebudget en de NAVO-norm
NAVO-norm en defensiebudget

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 12 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De regering beslist plots en zonder structurele financiering om de defensie-uitgaven naar 5% van het BBP (24 miljard extra) op te trekken—een besluit dat zonder parlementair debat of duidelijke planning lijkt genomen, ondanks eerdere weerstand (inclusief premier De Wever die 3% nog een "horrorscenario" noemde). Critici (oppositie en zelfs coalitiepartners) wijzen op de hypocrisie (geen geld voor zorg/pensioenen, maar wel voor defensie), onhaalbaarheid (2% is al niet structureel gefinancierd) en gebrek aan transparantie, terwijl de premier ontwijkend antwoordt dat de definitieve beslissing na de NAVO-top valt. De drijvende kracht lijkt NAVO-druk (met name de VS en Europese landen die 3,5%+ al halen) en de vrees voor een Amerikaanse terugtrekking, maar concrete plannen en financiering ontbreken. De oppositie noemt het "krijgsbudgetten zonder vredesdividend" en eist een realistisch, langetermijnplan in plaats van politiek opportunisme.

Raoul Hedebouw:

Premier, de ministerraad heeft eergisterenavond een historische beslissing genomen: 5 % van het bruto binnenlands product zal naar defensie gaan. Collega's, ik dacht echt dat dat op een heel groot debat zou uitdraaien vanmiddag, maar dat is helemaal niet het geval. De consensus is zeer groot. Er komt 24 miljard euro extra aan defensie-uitgaven, maar dat leidt hier niet eens tot een groot debat, 24 miljard euro extra voor defensie, maar geen stemming in deze regering. De komende generaties zullen vastgebonden zijn aan een besparingspolitiek.

Het gaat om 24 miljard. Jarenlang werd gezegd dat er geen geld was voor pensioenen. Jarenlang werd gezegd dat er geen geld was voor de gezondheidszorg. Jarenlang werd gezegd dat er geen geld was voor de mensen. Nu is er plots 24 miljard euro. Beste collega's, de vergrijzingskwestie, het afschaffen van het brugpensioen, het moeilijker maken om vervroegd met pensioen te gaan, moeten werken tot 67 jaar, dat alles gebeurt in naam van een verhoging met 2 % van het budget voor de vergrijzing. Nu wordt beslist om het budget met 3 % te verhogen.

Collega's, het is zorgwekkend dat daarover zo’n brede consensus bestaat, dat daarover geen debat plaatsvindt. Twee weken geleden hoorde ik de eerste minister nog zeggen dat het crazy zou zijn om dat te doen. Ik hoorde de heer Sammy Mahdi verklaren dat een militair opbod tot meer oorlog zou leiden. Ik hoorde twee dagen geleden zeggen dat het geld niet aan de bomen groeit. Ik hoorde Conner Rousseau zeggen dat 2 % het maximum was. En eergisteren is iedereen plots overgegaan naar 5 %.

Chers collègues, monsieur le premier ministre, la question est très claire: y aura-t-il un vote sur ces 5 % dans ce Parlement? Pouvez-vous confirmer l'accord de tous les (…)?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, kent u de televisiequiz Hoger, lager ? Ik vermoed van wel. Het programma stamt immers eerder uit uw tijd dan uit de mijne. Het concept is eenvoudig: deelnemers raden of een budget hoger of lager zal zijn. Zelf kende ik het programma niet, maar het is vandaag bijzonder actueel. Uw regering en uw regeringsleden spelen het immers al maanden.

De minister van Defensie, de heer Theo Francken, stelde dat 5 % een logische keuze is. Hij zei dus "hoger". Vervolgens zei de voorzitter van cd&v dat het militair opbod moet stoppen. Hij zei dus "lager". De heer Prévot trok diezelfde avond nog naar de VN om een coalition of the unwilling op de been te brengen, opnieuw "lager". Minister Vandenbroucke was iets genuanceerder. Hij zei dat er nog niets is beslist. We kennen minister Vandenbroucke intussen echter een beetje. Hij zal dus ook wel "lager" zeggen.

Mijnheer de premier, de voorrondes zijn achter de rug. Het spel is intussen gespeeld en nu volgt de finale. U moet die finale spelen, want u vertrekt over twee weken naar de NAVO-top.

Mijnheer de premier, heel concreet vraag ik u wat het wordt, hoger of lager? Volgt u uw collega Francken of volgt u uw andere coalitiepartners?

Darya Safai:

Mijnheer de eerste minister, in het regeerakkoord staat dat de geloofwaardigheid van België binnen de NAVO hersteld moet worden door in versneld tempo de doelstelling van 2 % te behalen. Zoals het er nu uitziet, wordt die standaard niet alleen behaald, maar komen we zelfs iets hoger uit.

Desalniettemin zien de huidige geopolitieke ontwikkelingen er niet goed uit. Eerder werd al in NAVO-middens verklaard dat er een aanzienlijke verhoging zit aan te komen. Een kleine drie weken geleden werd de goedkeuring gegeven voor nieuwe capaciteitsdoelstellingen. Op donderdag 5 juni gaven, in navolging daarvan, de lidstaten hun fiat aan die doelstellingen, die bepalen waarin eenieder moet investeren in de nabije toekomst.

De contouren van de concrete gevolgen zijn vandaag duidelijk. De secretaris-generaal zal voorstellen dat de respectieve NAVO-leden hun defensiegerelateerde uitgaven optrekken tot 5 % van hun bbp. Daarvan zou 3,5 % bestemd zijn voor directe defensie-uitgaven en 1,5 % voor ondersteunende posten als infrastructuur en cyberveiligheid.

De aanhoudende moordende oorlog in Europa maakt dat we geen andere optie hebben dan onze weerbaarheid te verhogen, om zo onze collectieve defensie opnieuw scherp te krijgen.

Mijnheer de premier, kunt u ons uitleggen hoe men ertoe gekomen is om die doelstelling op 5 % vast te leggen? Hoe wilt u het concreet aanpakken?

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, we weten nog niet hoe we voor dit jaar de extra vier miljard euro om de NAVO-norm van 2 % te halen, zullen financieren. Dat is geen uitspraak van een oppositielid of een journalist, maar van uw eigen vicepremier Maxime Prévot, de minister van Buitenlandse Zaken. Hij staat niet alleen met zijn bedenkingen. 'Dromen mag, maar het moet realistisch blijven". "Men goochelt met schattige percentages, maar daarachter gaan gigantische bedragen schuil". "Aan welke boom groeien die miljarden?" Het zijn maar enkele citaten, maar ze maken duidelijk dat niet iedereen in uw regering op dezelfde golflengte zit, en dat ging nog maar over 2 of 2,5 %.

Het weerhield uw minister van Defensie er alvast niet van om vorige week met veel tromgeroffel aan te kondigen dat België zomaar naar 5 % defensie-uitgaven zal gaan. De regering blijkt kritiekloos mee te stappen in het eindeloze opbod dat de NAVO ons oplegt, terwijl er niet eens een plan is om jaarlijks de 2 %-uitgavennorm structureel te realiseren.

Voor 2025 hangt alles al met haken en ogen aan elkaar. U haalt de budgettaire goocheldoos boven: de verkoop van overheidsaandelen en het opbouwen van de schuld ten koste van de komende generaties. Vanaf volgend jaar kunt u kiezen uit nog meer schulden, nieuwe belastingen, nieuwe besparingen, wie zal het zeggen? Er zijn dus veel vragen en veel onduidelijkheden, ook in uw eigen regering, mijnheer de premier.

Kunt u dus voor eens en voor altijd de ruis op de lijn wegwerken en ons duidelijk maken wat nu eigenlijk het officiële regeringsstandpunt is?

Als de regering effectief 5% van het bbp aan defensie wil uitgeven, hoe wilt u dat in godsnaam structureel financieren?

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, wat een chaos in de defensie-uitgaven van ons land. Al vier maanden lang bent u aan het goochelen met miljarden voor defensie, alsof het niets is. Vorige week, op de NAVO-bijeenkomst, vond minister Francken 5 %-defensie-uitgaven voor België helemaal oké. Trump roept, Theo volgt. Maar 5 % is echt te zot om los te lopen. 5 % procent voor defensie is het volledige budget van de federale regering, zonder de sociale zekerheid. Dat omvat dus de uitgaven voor onder andere Justitie, politie, NMBS, energie en klimaat.

Dan blijkt echter dat er helemaal geen akkoord was over die 5 %. Integendeel, verschillende ministers en partijvoorzitters hebben zich daar onmiddellijk tegen verzet, gelukkig maar. Had minister Francken wel een mandaat om op die NAVO-bijeenkomst voor de 5 % te pleiten? Of was dat een soloritje, in de hoop nog eens applaus te krijgen van Trump?

Mijnheer de premier, er is ook nog de lichtzinnige manier waarop de regering omgaat met al die percentages en miljarden. Een maand geleden stuurde u minister Prévot naar een NAVO-bijeenkomst om tegen een verhoging van het defensiebudget te pleiten. U noemde die 3 % zelf een horrorscenario. Wat mij betreft, hebt u daarmee gelijk. Hoe zullen we dat immers betalen? U weet vandaag zelfs nog niet waar u de miljarden zult vinden om volgend jaar 2 % te halen. Zelfs daar hebt u nog geen zicht op. Bij elke toekomstige stijging zal opnieuw geld moeten worden gezocht. Wie zal dat betalen? Wie zult u daarvoor nog verder uitpersen? Zijn dat de politieagenten? Gaat Justitie op de schop? Zullen de pendelaars de rekening moeten betalen? Zijn het de 55-plussers? Vandaag zien al heel wat Belgen de arizonaplannen op zich afkomen en zij weten dat zij de rekening moeten betalen.

Zult u zich op de NAVO-bijeenkomst verzetten tegen die absurde 5 %?

Bart De Wever:

Dank u wel, geachte leden, voor de vragen.

Ik zet graag eerst de feiten op een rijtje. We voorzien dit jaar 2 % van het bbp aan uitgaven voor Defensie. Daarmee komen we een verbintenis na die al in 2014 formeel is aangegaan tijdens de NAVO-top in Wales. Dat was nog onder de regering-Di Rupo. We moeten dus al een aanzienlijke inspanning leveren om te realiseren wat men toen heeft nagelaten en dat is inderdaad al niet evident.

Wat de bestedingen voor de komende jaren betreft, zal de minister van Defensie een strategisch plan voorleggen. Voor alle duidelijkheid, dat plan is in essentie een doorvertaling van beslissingen die al tijdens de vorige legislatuur zijn genomen en die binnen de NAVO al zijn afgeklopt. Het plan omvat capabilities die ons worden opgelegd als gevolg van de eigen beslissingen van de vorige en de huidige regering en de NAVO-verplichtingen. Daarover is dus geen enkele discussie meer mogelijk. De optelsom van die capabilities leidt uiteraard tot budgettaire consequenties. Die capabilities worden nodig geacht als onze bijdrage aan de veiligheid van ons continent.

Met andere woorden, zo'n NAVO-norm komt niet uit de lucht vallen. Het gaat over de kerntaak van overheden, namelijk het veilig houden van hun burgers. Een van de bijdragen die zeker van ons land wordt verwacht – ook daarover is geen discussie meer mogelijk – is het versterken van onze nu al sterke rol in de beveiliging van het Europese luchtruim. Dat zijn zekerheden. Het strategisch plan van de minister van Defensie ligt momenteel ter bespreking voor in de schoot van de regering en zal vervolgens uiteraard zijn weg vinden naar het Parlement voor toelichting en beslissing.

Ik heb al vaak kritiek gekregen op de begrotingssituatie. Ik ben mij er terdege van bewust dat er weinig ruimte is voor nieuwe uitgaven. Die ruimte is er vandaag niet. Wij wilden de 2 %-norm bereiken tegen 2029, maar we moeten dat dit jaar al doen. Dat is een van de factoren die bijdragen tot het slechte rapport dat we krijgen.

Het is dus logisch dat iedereen met een beetje realiteitszin pleit voor voorzichtigheid. Dat hebben wij ook op het internationale toneel consequent gedaan. We hebben onze collega's aangesproken met de boodschap dat dit voor ons heel moeilijk is, niet alleen wat de norm betreft, maar ook inzake de timing. Wanneer moeten we de norm bereiken en volgens welk traject?

Daarover is er momenteel nog geen zekerheid. De komende dagen, tot aan de NAVO-top, zal het diplomatieke verkeer heel druk blijven. De vraag is waar we gaan landen. Waar kunnen we landen? Waarover er valt nog te discussiëren? Over de norm zelf lijkt mij dat heel twijfelachtig, over de modaliteiten hoop ik dat het nog mogelijk is.

Hier werd door sprekers gezegd dat die verhoogde norm ons door Trump wordt gevraagd en dat wij als een knipmes zouden moeten plooien. Dat is uiteraard onjuist. Het grootste probleem lijkt mij op dit moment te zijn dat heel wat Europese landen nu al voorbij de 3,5 % zitten. U weet dat het 3,5 % en 1,5 % is. De tijd ontbreekt om dat toe te lichten, maar u kent het wel. De Scandinavische landen, Denemarken, Polen, steeds meer landen, zitten al voorbij die 3,5 %. Ook Duitsland zal dat zeer zeker doen. Het gevolg is dat die kloof binnen Europa zelf onhoudbaar dreigt te worden. Het zijn precies die landen die ons uitdrukkelijk vragen om bij te benen, zeker de landen die vrezen dat de Verenigde Staten ons als continent de rug lijkt toe te keren. Dat is iets wat ik als Atlantist betreur.

U zult dat wellicht minder betreuren. U roept al de hele tijd dat de VS geen bondgenoot is. Ze zijn dat voor u wellicht nooit geweest of zijn dat niet meer. Laat die illusie varen, zegt u. Stel dat we van dat uitgangspunt vertrekken, dan moet men daar ook consequent in zijn, want dan zal Europa zelf in zijn eigen veiligheid moeten voorzien. In de hypothese dat we morgen niet meer op de Amerikanen kunnen rekenen, is 3,5 % zelfs niet voldoende om de capabilities te ontwikkelen die nodig zijn en waarover we vandaag niet beschikken. Wees dus consequent. Als u het ene zegt, zult u ook het andere moeten zeggen, tenzij u heel andere plannen hebt met de veiligheid van Europa.

Na de NAVO-top in juni, hebben we met de regering afgesproken dat we eerst zullen nagaan wat haalbaar is. Dat is nog niet zeker, dus we moeten voorzichtig zijn. U moet van mij geen definitieve uitspraak verwachten, maar dan zullen we het weten. Dan zullen we samenkomen om te bekijken hoe we een antwoord kunnen bieden op de gevraagde engagementen. Dat zal een antwoord moeten zijn dat oog heeft voor twee zaken die moeilijk te verenigen zijn, enerzijds onze geloofwaardigheid binnen de NAVO als partner, die we pas herwonnen hebben, en anderzijds de geloofwaardigheid van ons begrotingstraject.

Dat wordt een bijzonder moeilijke oefening. Ik verheel dat niet. In tegenstelling tot sommige oppositiefracties beseft deze meerderheid wel degelijk het belang van een gezonde begroting, maar tegelijk ook het belang van veiligheid voor onze burgers en dus ook van een versterkte defensie en van ons lidmaatschap van de NAVO.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de minister, is er eergisteren een vergadering geweest van de vicepremiers? U antwoordt niet op die vraag. U blijft er omheen fietsen, u zegt dat u het nog moet zien en dat de norm nog twijfelachtig is. Die 5 % is toch beslist?

Vous avez topé ainsi, vous avez conclu l'accord pour les 5 %.

U fietst rond de vraag, maar natuurlijk is er een akkoord over die 5 %.

Et cela veut dire en effet beaucoup de choses pour les travailleurs. Pendant des années, le MR nous a dit qu'il n'y avait pas d'argent pour les pensions et que les gens devraient travailler jusqu'à 67 ans! Pendant des années, le MR a dit qu'il n'y avait pas d'argent pour le social! Pendant des années, Les Engagés nous ont fait des promesses pour les soins de santé! Il n'y a rien! Et M. Prévot nous dit même: "Ah! Moi, je ne suis pas favorable à 5 % de la norme". Et puis, quoi? En deux jours, on change d'avis, monsieur Prévot? On opte pour les 5 %, à savoir 24 milliards en plus pour la Défense! Mais à quoi rime ce deux poids deux mesures? Qu'est-ce qui se passe au sein de partis comme le MR et Les Engagés?

Vandaag hebben wij een eerste minister gehoord die beschaamd is over de beslissing inzake de 5 % die hier 48 uur geleden is genomen.

Le vote de ces crédits de guerre ne va pas amener la paix mais va amener (…)

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord. Bijna niemand in dit halfrond stelt de ernst van de veiligheidssituatie in vraag. Ik heb niet veel plezier om met u het spel hoger, lager te spelen. Maar uw regering en uw regeringsleden spelen dat spel al maandenlang. Terwijl de wereld in brand staat en de veiligheidssituatie onder druk staat, moet u beslissingen nemen en knopen doorhakken. Dat moeten bovendien structurele beslissingen op lange termijn zijn. Die 2 % defensie-uitgaven zijn slechts voor dit jaar gefinancierd en niet eens voor volgend jaar, terwijl de minister van Defensie nu al met veel bombarie verkondigt dat 5 % een logische keuze is.

Mijnheer de premier, het belangrijkste is dat u zowel structurele keuzes maakt als een structurele financiering voorziet. Dat verwacht het Parlement van u en dat verdienen zowel Defensie als de burgers van u.

Darya Safai:

Mijnheer de premier, we moeten ons klaarstomen voor de komende uitdagingen. Dat zal effectief veel moed en inzet vergen van ons allemaal, maar het is broodnodig en dringend. Neen, mijnheer Aerts, we moeten het niet doen voor de Verenigde Staten, maar voor onze eigen veiligheid. Het is voor ons eigen continent en ons nageslacht.

Collega’s, tijdens de Koude Oorlog gaf België ook 3,5 % uit aan defensie. We zitten opnieuw in een koude oorlogssituatie, maar met het grote verschil dat de Amerikanen hun militaire aanwezigheid in Europa zullen afbouwen om ze in te zetten in de Indo-Pacific. Het is nu aan ons om daarvoor een oplossing te vinden. Mijnheer Hedebouw, wij wilden het debat aangaan in de commissie, maar u hebt het simpelweg geblokkeerd. U was er toen eigenlijk tegen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de eerste minister, u hebt eigenlijk geen nieuwe antwoorden gegeven, alleen dat voorzichtigheid is geboden. Die mening die delen we alvast.

U verwees ook naar een aantal modaliteiten, zoals de 1,5 % die u wilt halen bij de deelstaten, lees Vlaanderen, en een mogelijke verlenging van de termijn van 7 naar 10 jaar. Momenteel staan wij op 1,3 %. Intussen kleurt de begroting van uw regering bloedrood en toetert uw minister dat het een lieve lust is. Collega's, die 5 % betekent een luttele 30 miljard per jaar.

Mijnheer de eerste minister, u zei hierover zelf onlangs nog dat wat Trump vraagt, compleet crazy is. En nu gaat u het gewoon doen, bij monde van uw minister van Defensie. Dat noem ik pas crazy. Wees alstublieft realistisch, zorg eerst eens voor een structurele financiering van die 2 % en focus op wat echt telt.

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, u pleit hier voor voorzichtigheid en realiteitszin. Misschien moet u toch eens uitleggen aan minister Francken wat dat juist wil zeggen. Op het moment dat er in de regering blijkbaar nog debat aan de gang is, niet lang nadat minister Prévot naar de NAVO-bijeenkomst werd gestuurd om voor niet te veel te gaan, zegt minister Francken dat 5 % voor België helemaal oké is. Dat is geen voorzichtigheid en dat is geen realiteitszin. Dat is blind varen, gewoon blind volgen wat Trump ons dicteert.

Als de NAVO-landen 5 % aan defensie gaan besteden, dan is dat meer dan wat vandaag de hele wereld aan defensie besteedt. Ook dat is geen voorzichtigheid, ook dat is geen realiteitszin.

Dus stop met op de NAVO-top alleen maar mee te doen aan het wedstrijdje wie het stoerst met percentages kan gooien. Neen, we moeten het hebben over hoe we samen onze veiligheid strategisch kunnen versterken. Daarbij hoort ook diplomatie, ook ontwikkelingssamenwerking … ( zonder micro )

Voorzitter:

Collega's, ik heb zelf niet gehoord of er aanleiding voor een persoonlijk feit was, de diensten evenmin. Ik zal dus geen persoonlijk feit toekennen.

economie en werk

Het onder federale curatele plaatsen van Brussel

Gesteld door

N-VA Jean-Marie Dedecker

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 12 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Brussel kampt met een diepe bestuurlijke, financiële en sociale crisis: na een jaar zonder regering stijgen werkloosheid (14,2%), armoede (28% kinderen), criminaliteit en schulden (15,6 miljard, +4,3 miljoen/dag), terwijl partijen zoals Laaouej (PS) weigeren te onderhandelen met Vlaamse partijen. Dedecker en De Wever eisen een curatele of IMF-achtige voorwaarden voor federale steun, met strenge controle op uitgaven en veiligheidsherstel, maar wijzen op structureel falend bestuur ("nongoverno") en gebrek aan verantwoordelijkheidszin bij Franstalige partijen. De Smet (Ecolo) kaatst de schuld terug naar het federaal niveau (asiel, drugscriminaliteit) en benadrukt Brussels economisch belang voor Vlaanderen en Wallonië, maar Dedecker ontkent dit en wijst op lokaal politie- en beleidsfalen (bv. Molenbeek). Kernpunt: Brussel is onbestuurbaar en financieel onhoudbaar, maar oplossingen botsen op politieke blokkades en schuldverschuiving.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de premier, collega's, één jaar na de verkiezingen in Brussel is er nog altijd geen regering. De toestand is er hopeloos, maar blijkbaar nog altijd niet ernstig. Er is sprake van een racistische socialist, een zekere Ahmed Laaouej, die blijkbaar niet wil samenwerken met de Vlamingen. Hij stort liever de boel de dieperik in.

Brussel staat op de rand van een hartinfarct. Ik wil daarover graag een klein woordje uitleg geven. Mijnheer De Smet, u zou nu beter luisteren in plaats van uw leugens over Brussel te blijven verkondigen. Brussel telt 92.000 werklozen. Dat zijn er ongeveer 10.000 per 96.000 kiezers. Een kwart van die werkzoekenden ontvangt al meer dan acht jaar een werkloosheidsuitkering. De werkloosheidsgraad is gestegen naar 14,2 %, dat is 10 % meer dan in Vlaanderen. De werkgelegenheidsgraad is gedaald, ondanks de roep om werkkrachten in alle sectoren, tot nagenoeg 62 %. Bovendien leeft 28 % van de kinderen in Brussel in armoede.

Volgens Eurostat is Brussel ook de roofhoofdstad van Europa. De criminaliteitscijfers zijn schrijnend. Ook sociale fraude – denk aan wat er in Anderlecht gebeurde – tiert er welig. Er zijn wekelijks schietpartijen, u mag het allemaal opsommen.

Dan hebben we het nog niet gehad over het financieel plaatje. Brussel is bankroet. Bankroet! De schulden lopen elke dag op met 4,3 miljoen euro. De Brusselse staatsschuld bedraagt momenteel 15,6 miljard euro, een verdubbeling in vijf jaar tijd. En wat doet men? Niets. Men vormt verdorie nog geen regering!

Wat staat ons morgen waarschijnlijk te wachten? Het kredietagentschap Standard & Poor’s zal de rating van België waarschijnlijk verlagen en de rentelasten, die nu al 400 miljoen euro per (…)

Bart De Wever:

Mijnheer Dedecker, ik dank u voor uw nuchtere vraag vol ontnuchterende feiten. Ik had van u niets anders verwacht. Ik onderschrijf de feiten die u aanhaalt. De situatie in Brussel is zorgwekkend en het betert er niet bepaald op.

Ik heb hier al verschillende keren opgeroepen om een Brusselse regering te vormen die de institutionele spelregels van Brussel respecteert en die de uitdagingen van de hoofdstad eindelijk durft aan te pakken. Brussel heeft nood aan een project gebaseerd op goed bestuur, een project dat derhalve werk maakt van een grondige sanering van de financiën en een daadkrachtige aanpak van de veiligheidsproblematiek. Helaas leeft bij sommige partijen niet eens de bereidheid om een ernstig gesprek aan te gaan over goed bestuur. Ze schamen zich niet, maar ze moesten zich diep schamen.

Ik kijk het zelf met lede ogen aan. Als Brussel niet verder komt dan nongoverno of malgoverno, straalt dat negatief af op ons allemaal. De bedelbrief die het gewest heeft gericht aan de Europese instellingen is een nieuw dieptepunt.

Helaas bestaat er voor een volwaardige federale voogdij over het Brussels gewest geen solide wettelijke basis, zoniet had ik daar al lang voor durven pleiten.

De wet biedt echter wel handvatten, als men bij het federaal niveau zou komen aankloppen, om financieel bij te springen. In die hypothese zouden wij een dergelijke vraag bekijken en, wat mij betreft, er heel duidelijke voorwaarden aan koppelen, net zoals het IMF dat doet voor andere failed states. Wie het niet zover wil laten komen, weet wat hem of haar te doen staat: stel eindelijk een volwaardige regering samen, respecteer de institutionele spelregels en pak de problemen aan.

Jean-Marie Dedecker:

Heren en dames van links, het islamosocialisme heeft de staat op de rand van het bankroet gebracht. Wat doet men wanneer een firma bankroet is? Men plaatst die onder curatele. Men geeft die geen geld meer en zorgt ervoor dat de rekeningen worden betaald. Daarvoor moet men evenwel een regering vormen. Zelfs het Rekenhof weigert al enkele jaren om de rekeningen van Brussel te controleren.

Ik zie dat de heer Bouchez knikt. Bruxelles sous tutelle , dat is volgens mij geen slecht idee.

Daarom vraag ik dat de federale regering, die de grootste geldschieter is van dit land, de rekeningen controleert en enkel geld geeft als de uitgaven gecontroleerd worden.

Fait personnel

Persoonlijk feit

François De Smet:

Monsieur le président, je demande la parole pour un fait personnel car j'ai été interpellé. Ce n'était pas sur le fond, mais je ne peux pas laisser passer le catalogue d'horreurs que le collègue Dedecker a dépeint en m'interpellant. Bruxelles est la capitale de ce pays et est le premier bassin d'emplois, qui profite à la Wallonie et à la Flandre, via les deux Brabant. La plupart des problèmes de Bruxelles ne sont pas dus juste aux Bruxellois. La criminalité, je suis navré de le dire, et singulièrement celle qui vient du narcotrafic, est une question fédérale. Le fait qu'il y a des sans-papiers et des demandeurs d'asile dont le fédéral ne s'occupe pas qui errent parfois dans les rues en étant les victimes du narcotrafic, d'une manière ou d'une autre, relève aussi du fédéral. Bruxelles a besoin d'un gouvernement, mais Bruxelles a aussi besoin de respect. Il est temps que l'Arizona le comprenne.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer De Smet, u schuift de Brusselse problemen steeds op iemand anders af. Kijk eens in eigen boezem en spreek niet over de criminaliteit. Iedere week, nagenoeg iedere dag, is het van dat. Nog vorige week spraken we hier met de minister van Binnenlandse Zaken over het recentste incident. Het is beschamend dat u stelt dat het een probleem van het federaal niveau is. Dat is niet correct. In Molenbeek alleen al zijn er 2.000 agenten, niet van de federale, maar van de lokale politie.

economie en werk

Werkloze 55-plussers die deeltijds hebben gewerkt en toch hun uitkering verliezen
De werkloosheidsuitkeringen van de 55-plussers
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
55-plussers verlies werkloosheidsuitkeringen door deeltijd werk, beperkingen

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Bart De Wever (Eerste minister)

op 12 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de controversiële hervorming van werkloosheidsuitkeringen voor 55-plussers, waarbij slechts 18% aan de uitzonderingsvoorwaarde van 30 gewerkte jaren voldoet—tegen de verwachtingen in. Minister Clarinval (MR) bevestigt dat halftijds werk niet volwaardig meetelt (tenzij gelijkgesteld met voltijds), wat in strijd is met het regeerakkoord en volgens oppositie (Groen, Vooruit) leidt tot "kil, asociaal beleid" dat duizenden in de armoede duwt. N-VA verdedigt de hervorming als noodzakelijk voor activatie en budgettaire duurzaamheid, terwijl kritiek luidt op gebrek aan voorbereiding, impactanalyse en sociale begeleiding. De spanning situeert zich tussen besparingsdrang (regering) en sociale rechtvaardigheid (oppositie), met name voor mantelzorgers en deeltijdwerkers.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de minister, vorige week bleek dat acht op de tien 55-plussers die vandaag werkloos zijn, op termijn hun werkloosheidsuitkering zouden verliezen. Zelfs bij de meerderheid was de verrassing heel groot.

Dat cijfer werd ’s nachts rond drie uur in de commissie gedropt als een dief in de nacht. Slechts 18 % zou onder de uitzondering vallen. Tegelijkertijd werd ook gesust: wie dertig jaar had gewerkt, zou zijn werkloosheidsuitkering niet verliezen. Dat leek een heel goede toegift van Arizona. Ook zouden de jaren van halftijds werk meetellen. Wanneer wij de tekst van de programmawet analyseren, wat blijkt? Het halftijds werk zal niet volwaardig meetellen om aan die dertig gewerkte jaren te komen. Dat betekent in een concreet voorbeeld dat wie twintig jaar voltijds en vervolgens tien jaar halftijds heeft gewerkt, niet aan dertig gewerkte jaren, komt, maar slechts aan vijfentwintig jaar.

Mijnheer de minister, dat is in strijd met het regeerakkoord. Daarin is immers heel letterlijk vermeld dat dertig jaar halftijds werken zou volstaan. Zo staat het alvast niet in de programmawet. Daarover is nu heel veel discussie.

Wat is er aan de hand? Kunt u dat toelichten? Zal iemand die dertig jaar halftijds heeft gewerkt, voldoen aan de voorwaarde van dertig gewerkte jaren? Voldoet wie twintig jaar voltijds en tien jaar halftijds heeft gewerkt, aan de vereiste?

Collega’s, 55-plussers liggen echt wakker van de maatregelen die op hen afkomen. Sommigen hebben zevenentwintig, achtentwintig of negenentwintig jaar gewerkt; anderen hebben werk gecombineerd met zorg, met mantelzorg. Vooral vrouwen hebben een zorgtaak opgenomen en komen net niet aan die dertig jaar. Is dat fair? Voor ons is dat niet fair. Dat is kil, koud, asociaal rechts beleid.

Mijnheer de minister, ik wil van u één duidelijk antwoord op de vraag: telt halftijds werk al dan niet volwaardig mee.

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, uw sociale correctie op de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, de zogenaamde uitzondering voor 55-plussers met minstens 30 jaar beroepsverleden, blijkt een maat voor niets, 55-plussers, een doelgroep die mij na aan het hart ligt. Volgens de cijfers, die u pas zaterdagmorgen ter beschikking stelde, zou slechts 18 % ervoor in aanmerking komen. 50.000 personen verliezen hun uitkering, belanden bij het OCMW of blijven hangen in een arbeidsmarkt die hen al jaren afwijst.

Raar maar waar, ook uw coalitiepartners waren verbaasd dat maar zo weinig mensen zullen kunnen genieten van die uitzondering. U was dan weer verbaasd over hun verbazing. U voert immers enkel het regeerakkoord uit?

Dat getuigt toch van een ronduit amateuristische aanpak. De maatregel wordt erdoor gejaagd zonder grondige doorrekening, zonder transparantie voor uw coalitiepartners en zonder veel overleg met het terrein. Alle betrokken diensten, de RVA, de VDAB, Actiris, Forem, de OCMW's, slaken alarmkreten. Ze zijn gewoon niet klaar. Geen voorbereiding, geen draaiboek, geen begeleiding, geen structurele financiering. Het belangenconflict dat de GGC in Brussel heeft ingeroepen, bevestigt dat zelfs.

Vooruit en cd&v zeggen intussen dat het allemaal wel zal meevallen. Maar hoe sociaal blind kan men zijn? Duizenden mensen in een precaire situatie verliezen straks hun uitkering. Dat gaat fout.

Ten eerste, sinds wanneer wist u dat slechts 18 % van de 55-plussers onder de uitzondering zouden vallen? Hebt u dat bewust verzwegen?

Ten tweede, waarom is er geen voorafgaande sociale en financiële doorrekening gemaakt?

Ten derde, hoe reageert u op het belangenconflict van de GGC, dat wijst op een gebrek aan voorbereiding en middelen?

Ten vierde en tot slot, komt er misschien een bijsturing van de wet, zoals Voorruit suggereert, als blijkt dat duizenden mensen echt in de problemen komen?

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de beperking van de werkloosheid in de tijd is er bijna door. We zijn er bijna. De spanning neemt toe en in de pers wordt om alsmaar meer uitzonderingen gevraagd. Ik lees in de krant dat heel veel mensen schrikken van het aantal werklozen waarop de maatregel een impact heeft. Ik schrik daar eigenlijk niet van. De cijfers tonen mijns inziens maar één zaak aan, namelijk dat we veel te lang getalmd hebben en veel te laks zijn geweest gedurende een lange periode.

De cijfers vertellen ons dat we zeker veel te laks zijn geweest in Brussel en Wallonië, waar het om nog meer werklozen gaat. Die werklozen zijn daar in de vergeetput geduwd. Wij proberen hen daar nu uit te halen. We zullen hen opnieuw een toekomst geven. Uiteraard zal een groep werklozen zich tot het OCMW richten om een leefloon aan te vragen. Daar zullen zij begeleiding en ondersteuning krijgen.

Wat absoluut belangrijk is, is de reden waarom we op die manier hervormen. De hervorming is absoluut noodzakelijk. Eigenlijk vragen we niet zo veel. Wij vragen dat onze bijdragen dienen om degenen die het meest nodig hebben, te beschermen. Dat is niet abnormaal: gigantisch veel mensen zijn werkloos, maar gigantisch veel mensen hebben ook kans op werk, want de vacatures zijn er, in alle landsdelen, voor verschillende functies en voor verschillende niveaus.

Mijn collega zou de hervorming historisch noemen, maar in het buitenland kijkt men met grote ogen naar ons land dat het werkloosheidsstelsel pas nu wordt hervormd en vraagt men zich af hoe men in dit land zo lang steun kan genieten, zonder te moeten bijdragen.

Mijnheer de minister, ik vraag u dus om door te zetten. Ga verder met de hervorming.

David Clarinval:

Ik heb goed nieuws. Volgens een studie van Statbel van deze week zijn voor het eerst meer dan zes op de tien 55-plussers aan het werk. Dat vertegenwoordigt een toename van 7,6 % sinds 2020. Ter herinnering, in 2000 ging het om slechts één op vier 55-plussers. De werkzaamheidsgraad van mensen tussen 20 en 54 jaar bedraagt voortaan 76,2 %. De oorzaken van het verschil tussen de 55-plussers en de rest van de beroepsbevolking zijn complex. Wel is duidelijk dat als we een werkzaamheidsgraad van 80 % willen bereiken, we zoveel mogelijk van die mensen opnieuw aan de slag moeten krijgen. Binnen de Europese Unie bedraagt het gemiddelde al 65 %. In buurlanden zoals Nederland en Duitsland wordt zelfs 75 % gehaald. Het is dus geen utopie, maar daar al realiteit.

Voor 55-plussers die werkloosheidsuitkeringen ontvangen, eisen wij een loopbaan van 30 jaar om de beperking in de tijd niet toe te passen. Voor de berekening van die loopbaan houden we rekening met gewerkte periodes, maar ook met verschillende gelijkgestelde periodes zonder beperking. Het gaat om ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten, moederschaps- en beschermingsverlof, geboorte- en adoptieverlof, pleegouderverlof en pleegzorgverlof, tijdelijke werkloosheid enzovoort.

Werknemers die een voltijdse uitkering aanvragen, moeten dus 30 jaar voltijdse arbeid aantonen, berekend over hun hele loopbaan. Voor werknemers die als deeltijdse werknemer een uitkering aanvragen, zijn er verschillende scenario’s mogelijk. Ofwel heeft de persoon geen gelijkstelling met een voltijdse werknemer aangevraagd om zijn rechten te behouden, waardoor hij een loopbaan van 30 jaar halftijds moet aantonen, of de helft van de normale voorwaarden. Ook daarbij houden we rekening met alle gelijkgestelde periodes die ik daarnet heb vermeld. Ofwel heeft de persoon wél gevraagd te worden gelijkgesteld met een voltijdse werknemer, waardoor ook dan een loopbaan van 30 jaar voltijds moet worden aangetoond. Personen die dat statuut verkrijgen, kunnen dan tijdens hun deeltijdse job een inkomensgarantie-uitkering ontvangen.

Ze kunnen ondanks hun deeltijdse job een werkloosheidsuitkering krijgen zoals een voltijdse werknemer. Ze worden tijden hun deeltijdse job ook als voltijdse werknemer beschouwd voor de opbouw van andere sociale rechten.

In tegenstelling tot wat u zegt, mijnheer Van Hecke, hebben we wel degelijk rekening gehouden met de situatie van de deeltijdse werknemers van 55 jaar en ouder. Onze ambitie is duidelijk: de band versterken tussen sociale bijdragen en sociale rechten. Mijnheer Van Hecke, de pensioenleeftijd ligt niet op 55 jaar. We moeten elke persoon activeren naar een job en dat is vooral een kwestie van gelijkheid, waardigheid en collectieve verantwoordelijkheid.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de minister, ik dank u. Heeft iemand de uitleg van de minister goed begrepen over de 55-plussers die 30 jaar halftijds hebben gewerkt? Voldoen ze nu aan de voorwaarden van 30 jaar gewerkte jaren? Welk bedrag zullen ze dan ontvangen? Het was een zeer warrige uitleg, maar het regeerakkoord is heel duidelijk. De voorwaarde was namelijk 30 jaar halftijdse arbeid om in aanmerking te komen voor 30 jaar gewerkte jaren. Uw antwoord stelt absoluut niet gerust. Ik stelde u een concrete vraag. Zal iemand die 30 jaar halftijds heeft gewerkt, recht hebben op die uitzondering? Is het antwoord ja of neen? Het antwoord is duidelijk neen. Ze zullen er niet aan voldoen.

Kurt Moons:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het was inderdaad heel onduidelijk, maar ik ga enkel voort op de 18 % die u zelf hebt aangegeven. Onze partij pleit al jaren voor een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkering, maar dan wel op een sociaal verantwoorde manier, met aandacht voor specifieke doelgroepen met specifieke behoeften, zoals 55-plussers, mantelzorgers en mensen die zich omscholen naar knelpuntberoepen. Deze regering doet echter iets helemaal anders. Deze maatregel wordt ingevoerd zonder veel overleg, zonder voorbereiding, zonder voorafgaande impactanalyse, zonder een realistisch plan van aanpak. Prutswerk of, zoals mijn collega zou zeggen, brol.

Een maatregel die 50.000 mensen zonder uitkering zet omdat ze net geen 30 jaar loopbaan kunnen aantonen is geen sociale correctie, maar wel een blinde besparing, zonder begeleiding, zonder kansen, zonder realiteitszin. Dit is besparingsdrang op kap van de zwaksten. Dit is een feitelijke ramp.

Eva Demesmaeker:

Collega Van Hecke, u verspreidt hier fake news. Mocht u aanwezig geweest zijn in de commissie, dan had u het antwoord gehoord. De collega heeft hier duidelijk op geantwoord: iemand die gedurende 30 jaar minstens 156 dagen per jaar heeft gewerkt, zal een halftijdse werkloosheidsuitkering krijgen. Dat is het antwoord dat u daar zou hebben gekregen.

De komende maanden zullen we nog heel veel uitzonderingen horen, nog heel veel casussen die onrechtvaardig blijken te zijn, maar we mogen niet blijven hangen in dat fake news. Wie werkt, draagt bij en verdient onze steun. We zitten met scheefgegroeide financiën. We kennen het verhaal en we moeten die tanker keren. Dat doen we niet door de werkende mensen nog meer uit te persen, maar wel door te hervormen. Die hervormingen liggen nu voor en wat u doet, is fake news verspreiden. U bent een pyromaan en wij moeten de brandjes blussen.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Voorzitter:

Collega's, wij hebben de video bekeken van de tussenkomst van collega Safai en we hebben inderdaad vastgesteld dat de heer Hedebouw recht heeft op een persoonlijk feit. Ik zal dan ook correct zijn en hem daarvoor 2,5 minuten spreektijd toekennen.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de voorzitter, ik wil eerst en vooral zeggen dat ik het heel erg vind dat het Vlaams Belang – u zit nog geen uur op de stoel van de voorzitter – nu al beslist om het woord af te nemen van de PVDA, de echte sociale oppositiepartij die de dingen duidelijk durft te zeggen. Ik vind dat democratisch gezien heel erg. En toch gaan wij door, want censuur accepteren we niet. Wij gaan door, zeker en vast. De stem van het volk zal blijven klinken.

Dan wil ik natuurlijk ook reageren op mevrouw Safai, die beweert dat wij geen vergadering van de commissie zouden willen. Ten eerste, de vraag voor een commissievergadering over de 5 %-norm op maandag komt van de PVDA-fractie. Wij hebben dat verzoek ingediend. Ten tweede, u hebt een debat voorzien van anderhalf uur met drie ministers over een bedrag van 24 miljard euro. We stellen vandaag echter vast dat de ministers zelf niet goed weten of er nu een akkoord is of niet.

Un accord à 24 milliards. C'est oui, c’est non, 5 %?

Daarom vraagt mijn fractie of we een langer debat kunnen voeren. Kunnen we eventueel, voor een bedrag van 24 miljard euro, een debat houden van 3 uur?

En nu komt de N-VA zeggen dat zo’n debat niet mogelijk is. Dát is pas fake news. U hebt zelf gezien hoe uw eerste minister het niet kon uitleggen. Hij twijfelde; 5 %, ja of nee.

Wij gaan echter door met onze strijd. Die miljarden komen immers uit de zakken van de werkende klasse en daar gaan wij niet mee akkoord. Dat is duidelijk!

Voorzitter:

Mijnheer Hedebouw, de censuur gaat zodanig ver dat ik u volledig netjes laat uitspreken en zelfs de moeite doe om u extra het woord te geven.

Mevrouw Safai, ik denk dat u graag nog wenst te antwoorden.

Darya Safai:

Mijnheer Hedebouw, u bent nooit geïnteresseerd in wat er binnen de NAVO gebeurt. U wilt zelfs niet gewoon meekomen om te luisteren om te vernemen waarom dat geld nodig is. Dat is geen geheim. U wilt zelfs geen deel uitmaken van het NAVO-parlement. Dat is toch vreemd, niet? Ik wil ook nog iets zeggen over de debatten. U zegt voortdurend dat er niet zoveel geld moet worden uitgegeven, want dat dat allemaal voor niets nodig is. Ik zeg u echter: als u gewoon meekomt luisteren, dan hoort u waarom dit geld broodnodig is. Het gaat om onze veiligheid. Harde veiligheid is niet minder belangrijk dan zachte veiligheid of sociale zekerheid. Wij willen trouwens de sociale zekerheid nu helemaal niet aantasten. U komt echter gewoon nooit luisteren naar wat wij vertellen. Wij wilden namelijk wel degelijk een debat organiseren. Ook de voorzitter van de commissie voor Landsverdediging, de heer Buysrogge, wilde dat formeel regelen. Wij hebben dat ook gedaan. Het gaat echter over 16 juni en het debat gaat door op de 18 juni. Uiteraard kunnen wij dat niet urenlang organiseren. De heer Buysrogge zoekt echter een ander moment om dat debat toch te laten doorgaan. We zullen dat blijven proberen, want het is nodig; niet als gevolg van Amerikaanse opdrachten of wat dan ook, maar voor onze veiligheid.

gezondheid en welzijn

De kaderwet waarmee de deur opengezet wordt naar staatsgeneeskunde
De noodzaak van overleg in het kader van de hervorming van de gezondheidszorg
De ereloonsupplementen
Het risico voor de medische vrije beroepen in het kader van het voorontwerp van kaderwet
De ongerustheid bij de artsen
Het voorontwerp van kaderwet
Hervorming Gezondheidszorg en Medische Beroepen.

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 12 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Vandenbroucke ontkent dat zijn hervorming van de gezondheidszorg leidt tot staatsgeneeskunde en benadrukt dat de therapeutische vrijheid en conventiekeuze behouden blijven, maar de oppositie en coalitiepartners beschuldigen hem van top-down beleid, gebrek aan overleg en een autoritaire aanpak die artsen demotiveert en patiënten in gevaar brengt. De kern van het conflict draait om ereloonsupplementen (symptoom) versus structurele hervormingen (nomenclatuur, ziekenhuisfinanciering, eerlijke vergoedingen), waarbij de minister belooft eerst de tarieven te herzien (2026-2028) alvorens supplementen aan te pakken—maar artsen voelen zich niet gehoord en vrezen voor wachtlijsten, bureaucratie en kwaliteitsverlies. De sfeer is grimmig, met dreigende stakingen en een diep wantrouwen tussen sector en overheid, terwijl alle partijen claimen dezelfde doelen (betaalbare, kwaliteitsvolle zorg) na te streven. De concertatiekloof en haastige communicatie verergeren de polarisatie, met als inzet wie de regie over de zorg behoudt: de politiek of de beroepsgroep.

Irina De Knop:

"Ik sta perplex van uw vraag. U ziet echt spoken," zo luidde uw antwoord tijdens een vragenuurtje, eind maart, mijnheer de minister. U deed er zelfs een beetje lacherig over. Maar voor mij en ook voor heel veel mensen in de sector was het toen al bittere ernst. Ook toen al was duidelijk dat het pad naar staatsgeneeskunde ingeslagen was. U was formeel: daar was niets van aan. Meer dan 25.000 artsen hadden het absoluut bij het verkeerde eind. Ze zagen spoken. Mijnheer de minister, u gaat met een hele sector in conflict om uw model, dat van socialistische staatsgeneeskunde, door te duwen.

Het is ook schandalig hoe u artsen aanvalt. U focust nu in al uw interventies op de ereloonsupplementen. Dat doet het goed bij uw achterban. Maar u weet zeer goed, mijnheer de minister – u bent intelligent - dat die slechts een symptoom zijn. De echte uitdaging is een hervorming van het ziekenhuislandschap, de financiering en de nomenclatuur. Maar daar begint u niet mee. Daar hebt u het bijna niet over. Volgens collega Bertels is het trouwens allemaal in kannen en kruiken.

Mijnheer de minister, u hebt vandaag een hele sector tegen u. Zou het kunnen dat er echt iets grondig fout is met uw beleid? Of zien we opnieuw spoken?

Kiest u nu echt voor ruzie met een beroepsgroep die niet ruziemaken, maar mensen helpen in zijn DNA heeft? Drijft u het zover dat het tot een staking komt, mijnheer de minister?

Jean-François Gatelier:

Monsieur le ministre, je m'exprime aujourd'hui en tant que médecin généraliste mais aussi au nom de nombreux soignants interpellés, comme moi, par votre avant-projet de loi-programme. Ce texte, qui touche au cœur de notre système de santé, suscite autant de questions sur le fond que sur la méthode employée.

Vous le savez, les soins de santé sont une priorité pour les Engagés. Nous avons défendu et obtenu le refinancement, même dans un contexte budgétaire extrêmement tendu, parce que nous croyons qu'une médecine de qualité, accessible à tous est un pilier essentiel de justice sociale.

Oui, nous soutenons le renforcement du conventionnement, la limitation des suppléments, le recours au tiers payant. Oui, nous partageons le besoin de simplification et de meilleure coordination, pour des médecins devant les patients, pas devant leurs écrans.

Mais toute réforme, aussi légitime soit-elle, ne peut être menée sans concertation. Et aujourd'hui, plusieurs organisations représentatives du secteur disent n'avoir pas été consultées avant la communication publique de votre projet. C'est là que le bât blesse.

Si la réforme est nécessaire, elle doit être coconstruite. La politique responsable, c'est écouter ceux qui vivent les réalités du terrain et non décider en huis clos, toutes écoutilles fermées. La politique, ce n'est pas faire la leçon, c'est tirer des leçons.

Monsieur le ministre, nos médecins, nos soignants sont déjà sous tension. Ils veulent être entendus, pas mis devant le fait accompli. Leur implication est une condition sine qua non à la réussite de toute réforme. Sans eux, rien ne tiendra.

Mes questions sont donc simples et essentielles. Allez-vous renforcer la concertation avec les acteurs de terrain afin de garantir une réforme qui réponde à la fois aux besoins des patients et aux réalités quotidiennes du monde médical?

Comment vous engagez-vous à éviter toute dérive vers une uniformisation rigide et une déconnexion des réalités du terrain, que les Engagés refuseront catégoriquement? Nous voulons une réforme juste, construite avec les soignants.

Nawal Farih:

Mijnheer de minister, de ereloonsupplementen waren de voorbije dagen een belangrijk thema. De afbouw ervan staat ook in het regeerakkoord. Er is echter een belangrijke maar. Het is belangrijk dat men, wanneer men een doelwit heeft, onderweg eerst de obstakels wegwerkt. Mijnheer de minister, u kent die obstakels. Het gaat om de manier waarop artsen vandaag worden vergoed, die vaak niet in overeenstemming is met de realiteit, en om de ziekenhuisfinanciering, die helaas niet duurzaam is en zelfs de kwaliteit in het gedrang kan brengen. Voor cd&v is het uiteraard belangrijk dat de betaalbaarheid voor elke patiënt wordt gegarandeerd. Het kan voor ons niet dat een patiënt die honderden euro’s extra kan betalen, voorrang voor een consultatie op een patiënt die dat niet kan, krijgt.

We moeten wel beginnen bij het begin. De dominoblokjes moeten in de juiste volgorde vallen. Er zijn nog heel wat hervormingen waarop de sector en de patiënten wachten. Het is dan ook niet aanvaardbaar dat vandaag een conflict escaleert ten koste van zeer kwetsbare patiënten. Het is niet aanvaardbaar dat patiënten de krant vandaag openslaan en lezen over een mogelijke staking, terwijl ze zich in een van de meest kwetsbare periodes van hun leven bevinden.

Daarom wil ik hier toch beklemtonen, mijnheer de minister, dat het belangrijk is om met respect voor de sector het overleg aan te gaan. Er moet respect zijn voor alle actoren aan tafel: de ziekenhuizen, de zorgverstrekkers en de patiënten, die niet het slachtoffer mogen worden. Ik roep u dan ook op tot overleg en hoop dat u snel tot een akkoord kunt komen. Mijn vraag is dan ook helder: wat heeft het overleg van vanochtend met de artsenorganisaties opgebracht?

Daniel Bacquelaine:

Monsieur le ministre, nous avons souvent mis en avant la performance de notre système de soins. Il est fondé sur l'autonomie professionnelle, la liberté de choix et la responsabilisation de tous les acteurs.

Depuis la publication de votre avant-projet, nous percevons des inquiétudes très fortes quant au sens des réformes proposées et quant à leur compatibilité avec l'accord de gouvernement. Rarement les prestataires de soins ont ressenti un tel sentiment, un tel climat de déconsidération. Vous avez déjà réagi en affirmant que sans réforme, il ne sera pas possible de maintenir des soins de qualité accessibles à tous. Sans doute avez-vous raison, mais encore faut-il alors que ces réformes aillent dans le bon sens.

Ce n'est pas le cas de la suppression du conventionnement partiel, qui aboutirait à réduire le nombre de conventionnés et allongerait les délais pour obtenir un rendez-vous, suite à la suppression de nombreuses consultations. Ce n'est pas le cas non plus de la suppression et de la limitation des primes INAMI aux seuls conventionnés qui transforme ces incitants à la qualité et à l'innovation en vulgaires outils de pression. Ce n'est pas le cas non plus du plafonnement extrême du supplément d'honoraires, qui ne peut s'envisager sans la réforme de la nomenclature, sans la réforme du financement des hôpitaux, à moins de provoquer des difficultés financières majeures pour un très grand nombre d'entre eux. Ce n'est pas le cas non plus d'une mesure visant à lier le financement des organisations professionnelles au nombre de membres conventionnés, mesure qui bafoue l'indépendance des syndicats et qui pousse un libéral à rappeler l'importance du droit syndical à un ministre socialiste. Ce n'est pas non plus le cas lorsqu'on utilise l'indexation des prestations comme moyen de pression.

Les prestataires de soins ont le sentiment d'assister à une dérive autoritaire de la gestion du système de santé et à une difficulté d'établir une réelle concertation.

Monsieur le ministre, comment comptez-vous rétablir un climat de confiance avec les prestataires de soins? Quand allez-vous présenter les réformes indispensables reprises dans l'accord de gouvernement?

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, steeds meer mensen zijn ongerust omdat ze moeilijk een dokter vinden. We horen regelmatig dat men het gevoel heeft dat er hogere prijzen worden gevraagd of dat er minder wordt terugbetaald. Ook de dokters zijn vandaag ongerust, omdat ze vrezen dat de voorstellen die in het voorontwerp van kaderwet staan de leefbaarheid van hun beroep in gevaar zullen brengen en dus ook de zorg voor hun patiënten.

De uitdagingen zijn vandaag inderdaad niet min. We moeten de juiste recepten vinden om onze zorg betaalbaar te houden en daarover moeten we met alle belanghebbenden samen nadenken. Dit voorontwerp van kaderwet zorgt voor veel onrust, ook omdat een aantal maatregelen niet in het regeerakkoord staan. Ik denk bijvoorbeeld aan het beperken van de supplementen voor ambulante zorgen voor wie niet geconventioneerd is. Voor sommige disciplines kan dat grote problemen opleveren, omdat de officiële tarieven niet zijn aangepast aan de werkelijke kosten van de behandelingen. Ook dat is niet ten bate van de patiënten. Ook een aantal andere voorgestelde maatregelen kunnen voor ongewensten effecten zorgen, zoals het verdwijnen van de partiële conventie. We moeten erover waken dat er daardoor geen vlucht van artsen uit de ziekenhuizen ontstaat.

Mijnheer de minister, de ongerustheid bij de artsen is bijzonder groot. Er is zelfs sprake van stakingsbereidheid. Dat is iets wat ik in mijn carrière als zorgverstrekker nog nooit heb meegemaakt. Ik denk echter dat we dezelfde doelstellingen hebben. We willen namelijk een kwaliteitsvolle en duurzame gezondheidszorg. De patiënt is degene waarrond het moet draaien. Ook dokters en andere zorgverstrekkers hebben diezelfde doelstelling, daar ben ik voor 100 % van overtuigd.

Bent u bereid om te luisteren naar hun bezorgdheden? Zult u de constructieve voorstellen die worden geformuleerd door de zorgverleners meenemen?

Dominiek Sneppe:

Mijnheer de minister, uw zogenaamde hervormingswet zet de medische wereld in rep en roer. U belooft een modernisering van de gezondheidszorg, maar in de praktijk krijgen we iets totaal anders. Het gaat om een door en door centralistisch model waarin u, als hoofdrolspeler, de tarieven, de afspraken en het ritme van de zorgverlening bepaalt, zonder ruimte te laten voor een echte dialoog en zonder regionale autonomie.

Een golf van terechte onrust trekt momenteel door de zorgsector. Het regent open brieven en opiniestukken van bezorgde zorgverleners. Men voelt zich niet gehoord. Men verliest het vertrouwen. Uw hervorming staat voor een afbraak van onze kwaliteitsvolle zorg. Uw hervorming is een machtsgreep. In die zin gaat het inderdaad om een hervorming, maar ze houdt geen verbetering in.

Zorgverleners worden verplicht zich te conformeren aan centrale regels, met sancties als ze daarvan afwijken. Het overlegmodel wordt uitgehold. De vrijheid van conventie wordt gerelativeerd. U kunt bovendien binnenkort het RIZIV-nummer van tegendraadse zorgverleners afnemen. Dat zagen we reeds tijdens de coronacrisis. Wie het overheidsnarratief durfde te betwisten, werd kaltgestellt, gebroodroofd. Hallucinant en vooral dictatoriaal. U doet dat onder het mom van efficiëntie en toegankelijkheid.

We weten evenwel waar dat toe leidt: ellenlange wachtlijsten, burn-outs bij artsen, een bureaucratisch monster dat zorg op maat onmogelijk maakt. Dat zijn geen doembeelden, mijnheer de minister, dat is de realiteit in landen die die weg reeds zijn opgegaan, zoals het Verenigd Koninkrijk, zoals Nederland.

Twee vragen, mijnheer de minister. Wie wordt er beter van deze hervorming? De patiënt op de wachtlijst, de overwerkte zorgverlener of uzelf en uw kabinet, de technocraat in Brussel? Een tweede vraag, die misschien al half is beantwoord, is of dat alles eigenlijk wel doorgesproken is met alle coalitiepartners.

Frank Vandenbroucke:

Collega's, deze regering moet belangrijke hervormingen doorvoeren op het vlak van werkloosheid, pensioenen, arbeidsmarkt en gezondheidszorg. Die laatste is een sector waarin we ook zeer sterk investeren. Het betreft hervormingen die van iedereen inspanningen vragen. Zoals steeds bij ingrijpende hervormingen ontstaat er veel onrust en zijn er veel vragen. Daarom is zeer goed overleg nodig. Dat zal deze regering moeten organiseren, zowel wat betreft de arbeidsmarkt en de pensioenen als zeker ook de gezondheidszorg.

Het doel is duidelijk, namelijk betaalbare gezondheidszorg en een eerlijke, correcte vergoeding voor zorgverleners, met name artsen. We zijn al bijna drie jaar bezig met de voorbereiding van een fundamentele hervorming en verbetering van de artsenvergoedingen. We gaan de erelonen volledig herbekijken en in evenwicht brengen. Het kan niet dat kinderartsen, jeugdpsychiaters of geriaters systematisch minder goed worden bedeeld dan bijvoorbeeld radiologen of nefrologen.

We treffen daarvoor al drie jaar lang voorbereidingen. We hebben focusgroepen opgericht met talloze artsen en specialisten die daarover aan tafel zitten. Dat proces is lopende. Ik zal ook heel 2026 besteden aan overleg en onderhandelingen over een beter en eerlijk systeem van erelonen.

Collega's, natuurlijk is er iets dat daarmee samenhangt. Als de erelonen, de officiële tarieven, echt het anker en de spil van het systeem moeten zijn, dan moet men het natuurlijk ook eens zijn over de mate waarin daarvan kan worden afgeweken en over de manier waarop daarover wordt onderhandeld. Dat brengt ons bij de vraag naar het conventiemodel en de visie op ereloonsupplementen.

Alles wat het regeerakkoord daarover voorstelt en wat ik hier probeer in uitvoering te brengen, moet volgens het regeerakkoord tegen eind 2025 als wetgeving klaar liggen. Dat proberen we te realiseren. Tegelijkertijd heb ik aan de betrokken artsen gezegd dat de hervorming van het conventiemodel en de ereloonsupplementen iets is dat pas vanaf 2028 van kracht zal worden.

We moeten inderdaad eerst heel veel tijd en energie steken in eerlijke en correcte erelonen, echter op voorwaarde dat we het er op voorhand over eens zijn dat dit het anker van het systeem is. Als men het daar op voorhand niet over eens is, dan weet men eigenlijk niet waarover men overlegt en onderhandelt.

Mevrouw De Knop, u ziet dus inderdaad spoken. Er verandert echt niets aan het zelfstandige karakter van de meeste artsen, niets aan de therapeutische vrijheid, niets aan het besluitvormingsmodel in de Medicomut. Wat daarover verteld wordt, is gewoon onjuist, want daar verandert niets aan. Integendeel, de vrije keuze voor de conventie blijft behouden. Integendeel, ik stel voor dat de geconventioneerde arts meer flexibiliteit en vrijheid krijgt in zijn tarieven en niemand vermeldt dat. Dat is nochtans wat ik voorstel. Daar verandert dus niets aan.

Van staatsgeneeskunde is geen sprake en ik ben daar alleszins hartgrondig tegen, net zoals mevrouw Sneppe. Ik zou meteen een petitie ondertekenen waarin werd vastgesteld dat een minister eigenhandig artsen van de rol kan schrappen. Dat is totaal van de pot gerukt, want dat staat nergens. Ik denk wel dat als een arts bijvoorbeeld ernstig verslaafd is – wat soms gebeurt, net zoals bij andere mensen in de samenleving – en een gevaar vormt voor zijn patiënten, men moet kunnen zeggen dat die arts niet langer mag factureren. Anders blijven patiënten denken dat die arts nog steeds actief is.

Collega's, de overdrijvingen of excessen inzake supplementen bij een kleine minderheid moeten eruit. Men krijgt het niet uitgelegd dat een bevalling in het ene ziekenhuis 700 euro aan ereloonsupplementen betekent en in een ander ziekenhuis 2.200 euro. Men kan evenmin uitleggen dat een appendicitis in het ene ziekenhuis 450 euro aan ereloonsupplementen kost en in een ander ziekenhuis 2.500 of 3.500 euro. Daar moeten we afspraken over maken, met de bedoeling goede en betaalbare zorg te garanderen.

Par ailleurs, la concertation est organisée. Je l’ai initiée de manière informelle en avril. L’architecture de cette proposition, certes sans les détails et les chiffres, a été présentée à tous les acteurs à ce moment-là.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. We hebben afgesproken dat we de spreektijden vandaag strikt respecteren.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, volgens u zie ik spoken. Welnu, ik meen dat u liegt. Als u verklaart dat de vrijheid van artsen niet aan banden wordt gelegd met uw nieuwe kaderwet, dan liegt u.

U hervormt niet; u zoekt ruzie. U bouwt geen bruggen; u blaast ze op. U luistert niet; u duwt uw visie gewoon door. En dan zouden wij, in de oppositie, spoken zien? Uw collega's van de arizonapartijen zien in dat geval ook spoken. Ik heb namelijk heel goed geluisterd naar wat zij u hier hebben gevraagd.

Het is inderdaad juist dat dringend werk moet worden gemaakt van een correcte vergoeding. Begin daar dan mee! Daar wachten we net op. We wachten op een hervorming van de lonen, niet op wat hier nu gebeurt.

Dat de N-VA meewerkt aan die staatsgeneeskunde die wij nu (…)

Jean-François Gatelier:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos explications, même si elles ont été écourtées.

Je ne reviendrai pas sur le fond de votre avant-projet, parce qu'il me faudrait au moins 30 ou 40 minutes et que M. le président n'est pas prêt à me les accorder. Cela dit, je tiens absolument à insister sur la forme. Les acteurs de terrain demandent à être consultés. J'ai entendu que vous parliez du mois d'avril. En tout cas, il m'est revenu que certains syndicats n'avaient pas été informés avant le 3 juin. Cela met quelque peu le feu aux poudres. Il faut absolument consulter le secteur, car cette réforme l'inquiète véritablement.

Ce qui est en jeu, monsieur le ministre, ce n'est pas simplement une réforme budgétaire ou administrative, mais une nouvelle vision de la médecine – sur laquelle je suis prêt à travailler avec vous, parce qu'il est vrai qu'il faut voir les choses différemment. Oui, cette réforme est nécessaire, mais elle ne doit pas être pragmatique; elle doit être respectueuse et tenir compte des acteurs du terrain.

Monsieur le ministre, vous pouvez compter sur moi et Les Engagés, mais les médecins et les soignants le peuvent également pour que nous servions de relais déterminé s'ils sont mis de côté.

Nawal Farih:

Mijnheer de minister, afgaande op uw antwoord lijkt het enigszins op een gecreëerd conflict. Daarnet, tijdens mijn vraagstelling, heb ik gezegd dat het belangrijk is om de dominostenen op de juiste manier te laten vallen. In uw antwoord hoor ik nu dat dat inderdaad de wijze is waarop u te werk wilt gaan.

Het is dan wel zonde en jammer dat er in de pers werd geschreeuwd, geroepen en getierd dat de ereloonsupplementen zouden worden beperkt, zonder te spreken over de broodnodige hervormingen die daaraan moeten voorafgaan. Het is zonde dat de zorgsector vandaag in chaos verkeert. Het is zonde dat patiënten vandaag met heel wat angst zitten.

Mijnheer de minister, ik hoop oprecht dat u dat rechtzet en dat u het afgesproken tempo aanhoudt: eerst de duurzame hervormingen, daarna verdergaan.

Daniel Bacquelaine:

Monsieur le ministre, (…) pas contre tout ce qui est repris dans l'accord de l'Arizona. Mais ce n'est pas exactement ce qui se trouve dans votre projet. Et cela, pour nous, n'est pas acceptable. Démolir le conventionnement partiel serait une grave erreur pour l'organisation des soins. Limiter les suppléments à des taux que vous fixez dès maintenant, en dehors de la réforme de la nomenclature, en dehors de la réforme du financement des hôpitaux, ne repose sur aucun fondement! Voilà ce que nous regrettons.

Nous assistons aujourd'hui à un découragement et à un désengagement des professions de santé, à un moment où on doit augmenter l'attractivité de ces professions. Et c'est un grave problème. Il faut absolument que l'on rétablisse une collaboration correcte avec le corps médical et que l'on évite des dérives bureaucratiques et coercitives.

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, het is niet goed als er een tweespalt tussen burgers en zorgverstrekkers ontstaat. Er moet vertrouwen zijn, ook ten aanzien van de regering. We willen geen staking. U wilt geen staking, ik wil geen staking; patiënten willen geen staking en eigenlijk willen de zorgverstrekkers dat zelf ook niet. We kunnen er alleen samen uitkomen en dat is echt in het belang van onze patiënten.

Mijnheer de minister, natuurlijk moet misbruik eruit, moet verspilling eruit, maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. Ik ben ervan overtuigd dat u ook de zorg op een juiste manier op de rails wilt zetten, waarbij we behouden wat vandaag bewezen heeft goed te werken, zoals de vrijheid van het beroep van de zorgverstrekker.

Er zal nog heel wat overleg nodig zijn over de gevolgen van de hervorming op het terrein. Ik wil ook aandringen om dat in de juiste volgorde af te werken. Ik vraag u om intensief overleg met de zorgsector te voeren. De N-VA zal haar werk doen in het overleg tussen de kabinetten. We hopen van harte dat dit op een heel constructieve (…)

Dominiek Sneppe:

Mijnheer de minister, ze liegen, geen staatsgeneeskunde, het zijn misverstanden, angsten, ingegeven door desinformatie. Wat roept u nog meer in? Met alle respect, het wantrouwen komt niet van een of andere obscure groep op sociale media, maar komt van het terrein zelf, van artsen, verpleegkundigen, specialisten, patiëntenverenigingen. Zij voelen wat u blijkbaar niet ziet of niet wilt zien: de patiënt wordt van die hervormingen de dupe. De patiënt verdient een zorgverlener die tijd mag nemen, die mag nadenken, die vrij mag handelen om zorg op maat te bieden. De zorgverlener verdient vertrouwen van de patiënt, maar zeker ook van u, van de overheid. Deze regering maakt van artsen bureaucraten en van patiënten nummers. Onze patiënten verliezen. Onze zorgverleners verliezen. Vlaanderen betaalt. Stop deze waanzin.

economie en werk

Burn-outs

Gesteld door

N-VA Eva Demesmaeker

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 5 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De alarmerende stijging van burn-outs, vooral bij jongeren (<34 jaar), en de grote regionale verschillen (langere uitval in Wallonië/Brussel vs. Vlaanderen) onderstrepen een structureel falen in preventie en re-integratie, met zware gevolgen voor individuen en de sociale zekerheid. Minister Vandenbroucke wijt de toename bij jongeren aan werkdruk, digitale altijd-bereikbaarheid en vervagende privé-werkgrenzen, en zet in op vroegtijdige opvang via Fedris, samenwerking met werkgevers/artsen en betere psychologische zorgtoegang, maar erkent dat systeemverandering nodig is. Demesmaeker benadrukt dat burn-out geen definitief eindpunt mag zijn en dringt aan op versnelde begeleiding, werkbaar werk en gelijke kansen per regio, met focus op voorkómen van langdurige uitval—vooral bij jongeren—om herintreding te vergemakkelijken. De kernvraag—hoe preventie, regionale ongelijkheid en re-integratie structureel te verbeteren—blijft onbeantwoord, ondanks urgente oproepen tot actie.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, een half miljoen werknemers zit al langer dan een half jaar ziek thuis, waarvan 40 % met een psychische aandoening. Het overgrote deel van dat percentage zit thuis met een depressie of een burn-out. Die cijfers zijn deze week meermaals in de pers verschenen en verontrusten ons enorm.

Wat echter ook is toegenomen, is de kostprijs van de daarmee gepaard gaande uitkeringen. Die prijs is gigantisch toegenomen. Dat treft niet alleen de betrokkenen, maar natuurlijk ook het hele systeem van de sociale zekerheid, waarop daardoor een gigantische druk komt te liggen.

Ons verontrust ook enorm de jonge leeftijd van werknemers met een burn-out. We hebben gezien dat de groep jongeren jonger dan 34 jaar enorm is gestegen. Voor het eerst is de stijging het grootst bij die groep jongeren, groter dan bij de groep 60-plussers.

Ook de regionale verschillen zijn volledig onderbelicht gebleven. Ze zijn duidelijk gemaakt in het onderzoek van het IMA en het RIZIV. Bijvoorbeeld, meer werknemers met een burn-out in Wallonië belanden sneller en langer in een langdurige ziekte dan de werknemers in Vlaanderen. Ook in Brussel is dat het geval. Het lijkt dus dat in het zuiden van het land de kans op herstel kleiner is. Misschien gaan mensen in Vlaanderen sneller opnieuw aan de slag.

Het is in ieder geval schrijnend dat zoveel werknemers met een burn-out volledig uitvallen. Dat betekent dat wij hen niet op tijd hebben kunnen helpen. De cijfers moeten een wake-upcall zijn, want voor een sociaal systeem als het onze is dat belangrijk. Het moet beter en rechtvaardiger.

Ik heb dan ook een aantal vragen voor u. Hoe zult u ervoor zorgen dat een burn-out in de toekomst niet meer tot een volledige uitval leidt? Hoe wilt u specifiek de groep jongeren aanpakken? Hoe verklaart u de regionale verschillen?

Frank Vandenbroucke:

Ik denk dat de stijging van het aantal burn-outs, dat bij jonge mensen wordt geregistreerd, inderdaad een zorgwekkende tendens is. We moeten ons afvragen hoe dat komt. We kunnen moeilijk ontkennen dat jonge mensen, zeker aan het begin van hun loopbaan, vaak onder sterke druk staan en dat er veel verwachtingen zijn. Jongeren leven bovendien in een digitale omgeving waarin voortdurend wordt gevraagd dat ze aan staan. Het vervagen van de grens tussen het privéleven en het werk vormt een grote moeilijkheid die tot mentale belasting leidt. Laten we die realiteit onder ogen zien en nagaan wat we daaraan kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat we blijven inzetten op toegankelijke psychologische zorg.

In dat kader rol ik, samen met Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s, een project uit dat zich richt op alle economische sectoren en ook op de non-profitsector. Daarbij worden mensen snel opgepikt wanneer er sprake is van burn-out en snel begeleid, met de bedoeling dat ze tijdig naar de werkvloer kunnen terugkeren. Dat project bestaat al, het werkt goed en we moeten daarop blijven inzetten.

Ik denk ook dat werkgevers een verantwoordelijkheid hebben, niet alleen om te zorgen voor werkbaar werk, maar ook om snel contact te zoeken met mensen die uitvallen. Natuurlijk is er daarnaast ook de bredere vraag wat we moeten doen met de groep die inmiddels is uitgevallen. U weet dat we het beleid inzake de re-integratie van mensen die langdurig ziek zijn op alle mogelijke manieren willen versterken. Daarbij zullen we een beroep doen op behandelende artsen, werkgevers, externe preventiediensten en ziekenfondsen. We moeten inderdaad met z'n allen aan de slag om dit belangrijke probleem aan te pakken.

Laat ons inderdaad nadenken over het soort samenleving waarin jonge mensen vandaag hun weg moeten zoeken in hun job. Laat ons als samenleving nadenken over hoe we dat proces beter kunnen laten verlopen.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, dit moet een alarmsignaal zijn. Een burn-out mag geen eindpunt zijn. Zonder de juiste begeleiding blijkt dit echter nog vaak het geval te zijn en die tendens moeten we proberen om te keren. Dit regeerakkoord zet in op weer aan de slag te gaan. We moeten investeren in wat werkt: snelle begeleiding, werkbaar werk en opvolging van wie dreigt uit te vallen, voor het te laat is. Dat is van cruciaal belang. Mensen willen niet liever dan opnieuw werken. Hoe langer mensen thuisblijven, hoe moeilijker het wordt om hen weer aan de slag te krijgen. Zeker bij jongeren moeten we snel ingrijpen. U hebt de regionale verschillen niet verklaard, maar ik hoop dat dit nog opgehelderd zal worden. Het mag immers niet uitmaken in welk gewest iemand woont. Iedereen heeft recht op dezelfde kans op herstel en op een terugkeer naar werk.

economie en werk

De uitspraken van de kabinetschef van de minister van Financiën
De lezing van de kabinetschef van de minister van Financiën
De uitspraken van de kabinetschef van de minister van Financiën
De lezing van de kabinetschef van de minister van Financiën
De uitspraken van de kabinetschef van de minister van Financiën
Communicatie van kabinetschef van minister van Financiën

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 28 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De kabinetschef van Jambon wordt beschuldigd van fiscale voorkennis en minachtende uitspraken tijdens een lezing in Brugge, waar hij gedetailleerde, niet-publieke informatie over de programmawet (o.a. meerwaardebelasting, DBI-aftrek) prijsgaf—veel meer dan het regeerakkoord dekte—en coalitiepartners en belastingbetalers belachelijk maakte. De oppositie eist zijn ontslag, wijst op deontologische schendingen en leugens tegen het Parlement, terwijl N-VA het afdoet als politieke heksenjacht en het "voluntarisme" verdedigt. Jambon handhaaft zijn vertrouwen in de kabinetschef, verwijst naar de Deontologische Commissie, maar ontkent niet dat gevoelige regeringsdetails werden gelekt. De kloof in de coalitie diept zich uit, met wantrouwen over wie de fiscale hervorming eigenlijk dient: burgers of elites.

Jan Jambon:

Oei!

(…) : (…)

Voorzitter:

Ik hoop het niet, mijnheer Ronse. Ik hoop dat het water niet gebroken is. Ik controleer even mijn gsm … Nee, het water is niet gebroken. (Hilariteit)

(…) : (…)

Voorzitter:

Nee, het is ook niet onbevlekt ontvangen.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, gisteren heeft uw kabinetschef een toelichting gegeven in de commissie voor Financiën over de beruchte lezing in Brugge. Hij verklaarde daarbij dat hij zich in Brugge enkel had gebaseerd op het regeerakkoord en op publiek beschikbare teksten. Intussen hebben wij de opname van de lezing ontvangen en volledig beluisterd – ruim twee uur lang. Daaruit blijkt duidelijk dat uw kabinetschef veel meer details heeft vermeld dan wat in het regeerakkoord staat. Hij heeft dus eigenlijk gelogen. Hij heeft niet de waarheid verteld. Zo sprak hij over de meerwaardebelasting en zaken die beslist zijn, zoals de werklozen die 200 euro meer belasting zullen moeten betalen, carried interest , debit en andere details die in de programmawet zijn opgenomen.

Ik stelde u daarover vragen in de commissie voor Financiën op 25 februari en 29 april. Telkens antwoordde u dat ik geduld moest hebben en dat de programmawet naar het Parlement zou komen, waar hij dan besproken kon worden. Mijnheer de minister, wij hebben de programmawet nog altijd niet ontvangen. Intussen worden alle details gelekt door die man in Brugge.

Er is echter meer aan de hand. Mijnheer de minister, hebt u de opname al beluisterd? Hebt u gehoord hoe uw kabinetschef spreekt over de belastingbetalers? Hij zegt namelijk om hen eens te jossen, om in de zakken te zitten van de belastingbetaler. De toon waarmee hij spreekt over collega-ministers is al even opmerkelijk. Minister Van Peteghem wordt beschuldigd van hypocrisie. Over minister Vandenbroucke wordt gezegd dat hij geen plezier heeft in het leven en dat hij daarom de hervorming van de accijnzen op alcohol zou blokkeren.

Collega’s, hij verklaart ook dat de belastinghervorming van Arizona nonsens is. Die belastingvrije som optrekken, is nonsens. Dat zegt uw kabinetschef, mijnheer de minister.

Collega’s, ik heb maar twee vragen. Ten eerste, heeft uw kabinetschef gisteren de waarheid gesproken, of heeft hij gelogen? Ten tweede, wat vindt u van zijn uitspraken dat de belastinghervorming van Arizona nonsens is?

Lode Vereeck:

Mijnheer de minister, toen gisteren bekend raakte dat uw kabinetschef een lezing had gegeven over de programmawet kreeg ik een heel sterk déjà-vugevoel. Tien jaar geleden moest de kabinetschef van uw voorganger, Johan Van Overtveldt, immers na amper acht maanden opstappen omdat hij lezingen en advies had gegeven over fiscale wetgeving die er zat aan te komen.

Gisteren beweerde u bij hoog en bij laag dat dit nu niet het geval was. Uw kabinetschef zou alleen een spreekbeurt hebben gegeven over het regeerakkoord dat publiek beschikbaar was. Dat klopt dus niet. Na amper negen minuten begon uw kabinetschef twee uur lang te praten over de programmawet, waarbij hij heel veel informatie deelde die niet bekend was, zelfs niet in het Parlement.

Dat toont weinig respect voor het Parlement en voor de democratische besluitvorming, maar geeft de deelnemers tegen betaling ook fiscale voorkennis. Ik vind dat gortig. Ik geef twee voorbeelden. De vrijstelling van 10.000 euro in de meerwaardetaks blijkt overdraagbaar. Wie 5.000 euro meerwaarde heeft, betaalt geen meerwaardetaks en is het jaar daarop vrijgesteld voor 15.000 euro. Ik wist dat niet. Wie 1 euro meerwaarde heeft, is het jaar daarop vrijgesteld voor 19.999 euro. Dat is allemaal handig om op voorhand te weten. De participatievoorwaarde voor de DBI-aftrek, waarover ik u gisteren nog ondervroeg, wordt niet opgetrokken van 2,5 naar 4 miljoen. Handig om dat op voorhand te weten.

Mijnheer de minister, ik heb drie vragen voor u. Kunt u bevestigen dat de vrijstelling op de meerwaardetaks overdraagbaar is? Is dat jaarlijks of cumuleerbaar? Beseft u na een nachtje slapen ondertussen dat er een ernstig deontologisch probleem is op uw kabinet? Wat zult u daaraan doen? Het VBO heeft ondertussen al een persbericht uitgegeven over de programmawet. Wie is daar gaan spreken?

Sofie Merckx:

Mijnheer de minister, we hebben het gisteren gehad over de conferentie, de lezing, die uw kabinetschef tegen betaling gaf aan een club van fiscalisten. Eerlijk gezegd, gisteren is daarover gelogen. Ten eerste hebt u gezegd dat er geen fiscaal advies werd gegeven. Welnu, ik heb gisterenavond ook geluisterd naar de conferentie van de heer De Visscher. Wat heeft hij gezegd over de meerwaardebelasting? Die 20 % procent moet volgens de wettekst in familieverband beschouwd worden. Als twee zussen elk 15 % bezitten, is dat samen meer dan 20 % en hebben ze recht op een vrijstelling van niet één maar twee miljoen euro. Als dat geen fiscaal advies is, dan weet ik het niet meer.

U hebt ook aangegeven dat er niets is gezegd dat niet in het Parlement is aangehaald. De collega’s hebben al verschillende elementen vermeld, maar ik heb er zelf ook nog één gevonden. Er is veel gezegd over de onderhandelingen over de meerwaardebelasting. Er is gezegd: ʺ Ja, dat was een heel theater, en uiteindelijk zijn ze er uitgeraakt en hebben ze iets op papier gezet. Ik heb de foto trouwens nog op mijn WhatsApp staan ʺ . Dat papiertje waarover de heer Bouchez het had, bestaat dus wel. Kunnen wij ook die foto krijgen, mijnheer Jambon?

Tot slot vraag ik me af of wij gisteren wel de correcte powerpointpresentatie hebben gekregen. Op een bepaald moment sprak de heer De Visscher over de verschillende tarieven en zei hij over de meerwaardebelasting dat 2,25 %, geen tikfout was enzovoort. In de powerpointpresentatie die wij hebben ontvangen, zit helemaal geen slide over die 2,25 %. Mijnheer Jambon, kunt u vandaag eindelijk naar waarheid antwoorden op die vragen?

Axel Ronse:

De kloof tussen de bubbel van de Wetstraat en de dorpsstraat is nog nooit zo groot geweest. Wat een kneuterigheid. Een kabinetschef krijgt een uitnodiging om aan een groep cursisten en zelfstandige ondernemers, dus geen select publiek maar zelfstandige, noeste West-Vlaamse werkers, gratis en onbezoldigd enige uitleg te geven over fiscaliteit en de fiscale hervorming. Hij doet dat met heel veel plezier en laat het achterste van zijn tong zien.

Collega’s, als er twee waarden zijn die ik hoog in het vaandel draag, dan is het wel ‘wees voluntaristisch’ en ‘wees authentiek’. Voluntaristisch zijn wij. Tegenover iedereen die wil connecteren met het arizonaverhaal, zullen wij dat verhaal te land, ter zee en in de lucht verdedigen en aan hen vertellen.

Hoe kan ik hier uitleggen aan mijn vrienden, mijn ouders en om het even wie dat wij hier in het Parlement al twee dagen staan te leuteren, dat een ex-vicepremier en een ex-partijvoorzitster twee uur lang naar een audiofragment luisteren, intens luisteren naar wat er allemaal wordt verteld, waarna ze glunderen dat zij de betrokkene kunnen pakken?

Dat is werkelijk te belachelijk en te ridicuul voor woorden. Het is een Parlement totaal onwaardig dat een integere kabinetschef die ingaat op de vraag om voor een vormingsinstituut te spreken, daarvoor geen eurocent vraagt en bij die gelegenheid vrijuit spreekt, twee dagen lang aan de schandpaal wordt genageld. Collega’s, schaam u. Schaam u diep.

Mijnheer de minister, aan u heb ik maar één oproep. Ik doe die oproep trouwens aan de hele arizonaploeg. Blijf voluntaristisch en authentiek ons arizonaverhaal te land, ter zee en in de lucht verdedigen, want het is een ijzersterk verhaal.

Meyrem Almaci:

Massaal voluntaristisch applaus. Tout va bien, madame la marquise . 160 euro betalen om exclusief te kunnen horen dat werklozen 200 euro minder zullen krijgen. De spreker verkneukelend horen zeggen dat het uitpersen van al die mensen veel geld zal opbrengen voor de begroting.

Collega's, u hebt de opname van de kabinetschef zelf kunnen beluisteren of u hebt in de krant de letterlijke uitspraken kunnen nalezen. Hij sprak over marginalen, dat zei hij effectief. Hij sprak over te rade gaan bij VOKA en zei dat VOKA zijn baas is. Hij stelde niet te veel te willen doen met betrekking tot de ‘vervennootschappelijking’. Hij sprak over de fetisjen van anderen aan tafel.

Wie dit beluisterd of nagelezen heeft, kan één ding vaststellen. Wie nu nog volhoudt dat deze lezing gewoon ging over het regeerakkoord, houdt de bevolking voor idioten, houdt de andere regeringspartijen voor idioten, houdt de journalisten en experts voor idioten, houdt heel dit halfrond voor idioten.

Een kabinetschef spreekt namens de minister. Hij sprak minachtend over ontelbare mensen van vlees en bloed, mensen die ziek zijn, mensen met een handicap, mensen die scheiden en het stopte niet. Hij sprak laatdunkend over coalitiepartners, maakte parlementsleden, journalisten en burgers belachelijk. En dat allemaal met de onvoorwaardelijke steun van de vice-eersteminister.

Wie dacht dat de MR de saboteur in deze regering was, kan die illusie nu wel opbergen. Het rot zit in het departement dat de portemonnee vasthoudt van al onze burgers, in het hart van het kabinet Financiën. Dat kabinet rijdt voor de sterksten en zoekt manieren om maatregelen tegen fraude uit te hollen, om de DBI-aftrek te milderen en de meerwaardebelasting te saboteren. Terwijl de heer De Wever hier een show opvoert over alcohol in de cafetaria, wil men via een achterpoortje sterke drank goedkoper maken. Uw kabinetschef rijdt voor de sterksten. Wat zijn het regeerakkoord en dit Parlement eigenlijk nog waard?

Mijnheer de minister van Financiën, blijft u achter de woorden van uw kabinetschef staan? (…)

Jan Jambon:

We gaan verder waar we gebleven waren in de commissievergadering, gisteren. Daar hebben ikzelf en mijn kabinetschef uitleg gegeven over de lezing die hij eerder deze week gehouden heeft. We hebben heel wat onwaarheden kunnen rechtzetten, meen ik. Onwaarheden zoals dat hij zou betaald zijn voor die lezing. Fake news! Dat is absoluut niet waar. Toch is dat beweerd, gisteren in de commissie.

Er werd ook beweerd dat we informatie zouden achterhouden op die lezing. Mevrouw Merckx, met de hand op het hart, de PowerPointpresentatie die gisteren verdeeld is, is de PowerPointpresentatie die daar gebruikt is. We hebben én die PowerPointpresentatie én de e-mail én de audiotape van de lezing gegeven. Volledige transparantie! Ik wist natuurlijk goed dat op het moment dat we die vrijgaven de oppositie als schriftgeleerden aan tekstexegese zou doen en zou zoeken naar iets negatiefs om het dan uit te vergroten en tot ongelooflijke vormen op te pompen. Daarom heb ik gisteren gezegd, en herhaal ik hier vandaag, dat we geen enkel probleem hebben met de vraag wat de Federale Deontologische Commissie erover denkt. Ik meen dat die vraag daarnet gesteld is.

Daarom zal ik nu niet op de inhoud ingaan. Dat is voor de Federale Deontologische Commissie en het advies van die Federale Deontologische Commissie zullen we ter harte nemen en implementeren. Voor de rest zeg ik u, tot slot, dat ik nog 100 % vertrouwen heb in mijn kabinetschef en in al mijn medewerkers. Ik ben niet het soort baas dat problemen uit de weg gaat en zijn medewerkers onder de trein gooit. Ze hebben mijn vertrouwen.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, het probleem is dat uw kabinetschef gisteren de waarheid niet heeft verteld. Hij heeft het Parlement voorgelogen. Hij verklaarde dat hij daar alleen over het regeerakkoord heeft gesproken, maar dat klopt niet. Dat is het probleem.

Over een tweede punt hebt u niets gezegd en de heer Ronse evenmin, met reden. Hij heeft coalitiepartners beledigd, waaronder cd&v'ers, zoals minister Van Peteghem, oud-minister van Financiën, die voor de verhoging van de belastingvrije som streed. Uw kabinetschef noemde dat echter nonsens. Minister Vandenbroucke kreeg gelijkaardige opmerkingen. Dat zijn net de coalitiepartners met wie u de komende dagen rond de tafel moet gaan zitten om het belangrijkste dossier, dat over de meerwaardebelasting, af te ronden.

Collega's, het wantrouwen zit in de ploeg. Weet u wie de prijs daarvoor zal betalen? Niet de kabinetschef, zelfs niet de minister, maar de middenklasse. De middenklasse zal de factuur betalen voor het geklooi en geklungel van u en uw kabinet.

Lode Vereeck:

Mijnheer de minister, mijnheer Ronse, een kabinetschef is geen consultant. Hij vertegenwoordigt de minister en spreekt namens hem. Een betalende lezing door een kabinetschef over aanstaande wetgeving is geen storm in een glas water maar een ernstig probleem, zowel deontologisch als op het vlak van fiscale voorkennis. Gisteren noemde mevrouw Verkeyn het nog een storm in een glas water en u sprak van een shitshow en een sketch. Wij hebben onmiddellijk gevraagd om de deontologische commissie in te schakelen. Gelukkig volgt u ons daarin.

Mijnheer de minister, uw kabinetschef sprak bijzonder neerbuigend over de ministers Vandenbroucke en Van Peteghem, over journalisten die er niets van begrijpen en over een professor fiscale blauwdruk. Ik herinner mij een minister die andere ministers uitmaakte voor uit teflon en beton opgetrokken gevoelloze karikaturen. Zij verloor haar gezag en bakte er niets meer van. Ik vrees dat ook uw kabinetschef niet langer kan functioneren. Neem uw verantwoordelijkheid.

Sofie Merckx:

Mijnheer de minister, u antwoordt natuurlijk niet op de concrete feiten omdat u gisteren niet de waarheid hebt gesproken. Het is toch normaal dat wij ons werk doen en dat wij concrete antwoorden op concrete vragen willen. Ik blijf dus bij mijn vraag om die foto te krijgen.

Wat mij het meest choqueert, is hoe mijnheer Ronse en de N-VA hiermee omgaan. In Vlaanderen zijn er mensen die investeren op de beurs, die miljoenen bezitten, die veel aandelen hebben of bedrijfsleiders zijn. Zij vinden het normaal dat ze op hun wenken bediend worden, niet alleen door fiscalisten, maar ook rechtstreeks door de mensen van de kabinetten van de N-VA. Zij vinden dat normaal, maar de gewone mensen die weer zo veel moeten betalen als ze hun belastingbrief krijgen, die vinden dat niet normaal, mijnheer Ronse.

Axel Ronse:

Toen mijn stadsgenoot Vincent Van Quickenborne zei dat er wantrouwen in de ploeg heerst, dacht ik even dat hij het over Open Vld had. Hij begint hier druk te doen over kleine opmerkingen die ministers over elkaar maken, maar dan zou ik toch eens in eigen boezem kijken. Collega's, laat ons stoppen met deze platitudes en deze platte politieke show, dat goedkoop drama. Wij hebben het hier over een voluntaristische kabinetschef, een integer man die al zijn hele carrière voor de res publica werkt, die zich daaraan wijdt, dag en nacht, maar u blijft nastampen en goedkope slogans, onwaarheden en platitudes verkondigen. Ik zeg het nogmaals: schaam u diep, oppositie.

Meyrem Almaci:

Ik zou graag hebben dat de kabinetschef zich excuseert voor zijn schaamteloze uitspraak tegenover alle burgers in dit land. Ik zou vooral willen dat de minister dit voluntarisme dat hij heeft tentoongespreid, meebrengt naar de commissie of in het Parlement, waar het hoort. Voor alle duidelijkheid, we zitten hier vandaag niet samen om over koetjes en kalfjes te praten, maar over essentiële informatie. Minister Jambon, het gaat er niet om of u nog vertrouwen hebt, het gaat erom of alle partijen van uw meerderheid, die niet applaudisseren, nog vertrouwen hebben in uw kabinet en in uw kabinetschef. Er zijn vandaag veel dingen geciteerd, maar de woestijn van Arizona vol fata morgana’s en luchtspiegelingen wordt gebruikt om gewone mensen te doen geloven dat het goed voor hen is, om vervolgens in achterkamers met viptickets anderen iets anders te gaan vertellen en hun een voorkeursbehandeling te geven. Voor 160 euro, exclusief btw, een vipticket naar de achterkamers van Arizona, ik vind daar wat van, mijnheer Ronse. Het zegt alles over waar u voor staat.

De verlaging van de maximumsnelheid op de autosnelwegen
De maximumsnelheid op de autosnelwegen
Het behoud van de maximumsnelheid op de autosnelwegen
Snelheidsbeleid op autosnelwegen

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 28 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het voorstel van Vooruit om de maximumsnelheid op autosnelwegen te verlagen van 120 km/u naar 100 km/u, dat door oppositie (Vlaams Belang, CD&V, N-VA) wordt afgewezen als symbolische, betuttelende "pestmaatregel" die automobilisten oneerlijk treft en nauwelijks klimaatwinst oplevert. Critici benadrukken dat handhaving van bestaande regels en aanpak van wegpiraten effectiever zijn dan algemene verlaging, terwijl ze pleiten voor flexibele verhoging naar 130 km/u ’s nachts voor betere doorstroming. Minister Crucke (bevoegd voor Mobiliteit) stelt dat snelheidsbeleid regionaal is, maar wijst op mogelijke klimaat- en veiligheidsvoordelen mits wetenschappelijke impactanalyse, zonder concrete steun voor het voorstel. De meerderheidspartijen (N-VA, CD&V) herhalen hun focus op strengere handhaving in plaats van nieuwe beperkingen.

Frank Troosters:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister, ik zal beginnen met een quizvraagje voor u. Veel mensen die uitgaan, beperken zich tot het drinken van één glas vooraleer zij eventueel achter het stuur van hun wagen kruipen. Nu is er één partij die de grote groep mensen die zich aan de regelgeving houdt, dat ene glas wil afnemen door het invoeren van nultolerantie. Diezelfde partij wil ook een rijbewijs met punten invoeren. Ze wil meer camera’s, hogere boetes en lagere tolerantiemarges. Ze wil zelfs gaan binnenkijken in wagens om de gedragingen van de bestuurder van de wagen te zien.

Over welke partij heb ik het? Ik zie in uw ogen dat u het antwoord niet durft uit te spreken, maar wat u denkt, is juist. Het gaat inderdaad om de automobilisten pestende socialisten van Vooruit.

Nu hebben zij een minister die een voorstel heeft, hoewel zij daar helemaal niet bevoegd voor is. Zij wil de maximumsnelheid op de autostrades verlagen van 120 km per uur naar 100 km per uur, naar analogie van de huidige regelgeving in Nederland. Nederland bekijkt trouwens het terugdraaien van die regelgeving. In nog een aantal andere landen is de maximumsnelheid op de autostrades zelfs 130 km per uur. Hier in Vlaanderen, de kampioen in stilstaan en de recordhouder filevorming, willen de socialisten dat wij op de rem gaan staan wanneer wij dan eens kunnen rijden.

Waarom willen zij dat? De socialisten willen het mondiale klimaatprobleem oplossen door in het een speldenkop grote Vlaanderen op bepaalde tijden bepaalde bestuurders te verplichten om trager te rijden. Het Vlaams Belang staat voor iets heel anders. Wij willen een verhoging van de maximumsnelheid op de autostrades tot 130 km per uur op de uren en momenten waarop dat kan, zoals bijvoorbeeld van 23 u tot 6 u. Bent u bereid om dat voorstel in overweging te nemen in uw beleid?

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, net als de vorige collega moest ik vanmorgen toch twee keren knipperen met mijn ogen toen ik de krant de volgende titel las. Ik zal hem even citeren: een maximumsnelheid van 100 km per uur voor iedereen die ervoor kiest om op de snelweg te rijden. Volgens cd&v gaat het daar om regeltjes, betutteling en pesterijen. Is dat de manier waarop we menen het klimaat te moeten redden?

Mijnheer de minister, u weet het ongetwijfeld ook, er zijn veel Vlamingen die geen andere keuze hebben. Ze moeten 's morgens de snelweg op, op weg naar hun werk of op weg naar de school van hun kinderen. Willen we als overheid die mensen viseren? Ik denk het niet. Die mensen rijden naar het werk met een snelheid van 120 km per uur, een normale snelheid volgens ons. In onze buurlanden ligt ze zelfs nog hoger.

Er is een bepaalde groep mensen die deze snelheidsgrens niet respecteert. We stellen ons de vraag wat dat zal geven bij maximaal 100 km per uur.

Mijnheer de minister, laten we vooral de wegpiraten aanpakken in plaats van een algemene pestmaatregel in te voeren. Men kan ons niet wijsmaken dat wie 's avonds laat vertrekt met een snelheid van 100 km per uur vroeger thuis zou zijn. Dat lijkt ons niet logisch.

Men kan ons ook niet wijsmaken dat men aan koopkracht zou winnen door trager te rijden. Het klopt inderdaad dat men minder verbruikt als men 100 km per uur rijdt. Dat geldt ook voor 30 km per uur. Dat verkopen als een koopkrachtmaatregel kan men ons echter niet wijsmaken.

Er zijn andere maatregelen nodig om het klimaat te redden. Wij denken dan aan investeren in innovatie, een combinatie van kern- en hernieuwbare energie, mensen ondersteunen bij de renovatie van hun woning, elektrische wagens enzovoort. Op die manier alleen, mijnheer de minister, menen wij dat we aan draagvlak en resultaat kunnen werken.

Mijn vraag aan u is of u de vraag naar het verlagen van de maximumsnelheid tot 100 km per uur steunt?

Wouter Raskin:

Vanmorgen werden we wakker met het ballonnetje opgelaten door uw gewestelijke collega, mevrouw Depraetere, die pleitte voor het beperken van de maximumsnelheid op de autosnelwegen tot 100 km per uur. Dat deed me toch even uit bed tuimelen, aangezien het vastleggen van de snelheidslimieten op de autosnelwegen vooral een federale bevoegdheid is.

Ik moest ook onmiddellijk denken aan het arizonaregeerakkoord dat we niet zo lang geleden samen hebben gesloten, waarin we hebben afgesproken om in te zetten op meer en betere handhaving van de bestaande regels en limieten. We zouden inzetten op gedragsverandering bij recidivisten en op een stevige aanpak van hardleerse verkeerscriminelen. Dat was ons plan. We gingen toch niet inzetten op het koeioneren van Jan Modaal, die zich netjes aan de limiet van 120 km per uur houdt. Dat was niet de afspraak, mijnheer de minister.

Wat betreft de handhaving van snelheid en verkeersveiligheid, verwijs ik graag naar de toch wel massale uitrol van trajectcontroles in de afgelopen jaren. Ik heb daar weinig kritiek op. Snelheid moet gehandhaafd worden. De tolerantiemarges worden afgeschaft, net als de quota. We hebben dus al grote stappen gezet en zullen dat blijven doen, want het handhaven inzake overdreven snelheid blijft belangrijk.

Wat deze specifieke maatregel betreft, moeten we echter ook kijken naar het buitenland, om Nederland niet bij naam te noemen. Daar komt men stilaan terug op die keuze. Ik verneem bovendien dat Vias niet echt vragende partij is.

Mijnheer de minister, deelt u mijn analyse? Wat zijn voor u persoonlijk de grote werven op het vlak van verkeersveiligheid?

Jean-Luc Crucke:

Mijnheer de voorzitter, collega's, ik dank u voor de verschillende vragen over de mogelijkheid om de maximumsnelheid op de autosnelwegen te verlagen, met name met het oog op verkeersveiligheid, vermindering van uitstoot en territoriale samenhang.

In de eerste plaats wil ik eraan herinneren dat de kwestie van de maximumsnelheid op de wegen grotendeels onder de bevoegdheid van de gewesten valt, overeenkomstig de gewijzigde bijzondere wet op de institutionele hervorming van 1980. Zo is het vaststellen van snelheidsbeperkingen op het wegennet, met inbegrip van snelwegen, een bevoegdheid van het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Gewest, die elk op hun grondgebied verschillende maximumsnelheden kunnen vastleggen. Er zijn uitzonderingen voor bepaalde wegen in zones van federaal belang, zoals in havengebieden, op militaire toegangswegen enzovoort. Dat verklaart trouwens waarom dit thema niet is opgenomen in het regeerakkoord.

Momenteel zijn er geen federale initiatieven om een algemene verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen op te leggen. Dat gezegd zijnde, het is mijn verantwoordelijkheid als minister van Mobiliteit en Klimaat om aandacht te hebben voor mogelijke synergiën tussen het vervoersbeleid en onze klimaatverbintenissen. Verschillende studies wijzen erop dat een snelheidsverlaging onder bepaalde omstandigheden kan bijdragen tot een vermindering van de CO ₂ -uitstoot, een afname van luchtverontreiniging en lawaai en een verbetering van de verkeersveiligheid.

Alvorens echter een besluit te nemen over dergelijke maatregel, moet er een volledige, transparante en objectieve analyse van de impact worden uitgevoerd. Die moet de gevolgen onderzoeken op het vlak van uitstoot, verkeersveiligheid, reistijd en verkeersdoorstroming, de maatschappelijke aanvaardbaarheid en de economische impact, met name voor de vervoers- en logistieke sector.

Uiteraard sta ik steeds open voor dialoog met mijn regionale collega's en met andere betrokken leden van de federale regering, om indien nodig de voorwaarden te onderzoeken waaronder dergelijke maatregel zou kunnen worden overwogen, binnen een coherent, wetenschappelijk onderbouwd en gecoördineerd kader. Ik heb echter daarstraks gelezen dat mijn Vlaamse collega Annick De Ridder stelt dat dit niet zal gebeuren.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Wie met de socialisten regeert, kan van een aantal zaken zeker zijn: dwaze subsidies, absurde verplichtingen en onnodige belemmeringen en verboden. Eentje daarvan is dus het verlagen van de maximumsnelheid op de autosnelwegen van 120 km per uur naar 100 km per uur. Dat is een symbolische maatregel die de mondiale klimaatproblematiek helemaal niet zal oplossen, maar die de automobilisten alweer eens viseert.

Wij vragen om werk te maken van een rationeel verkeersbeleid dat gericht is op verkeersveiligheid en op een vlotte doorstroming. Daarom pleiten wij dus voor een verhoging van de maximumsnelheid naar 130 km per uur op de autosnelwegen tussen 23.00 uur en 06.00 uur. Maak daar werk van, daarmee zult u de automobilisten plezier doen, maar niet met de kneuterige maatregelen van Vooruit.

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, ik ben blij dat u in dialoog gaat met mevrouw Depraetere, maar ik adviseer u om ook de wetenschappelijke studies erbij te nemen en de resultaten daarvan zeker te raadplegen voor uw analyse. Daaruit blijkt immers dat de winst op het vlak van klimaat te behalen valt door het bestrijden van wegpiraten die de maximumsnelheid van 120 km per uur niet respecteren, eerder dan via het verlagen ervan tot 100 km per uur.

Wij zijn benieuwd naar de uitkomst van het gesprek dat u zult voeren, maar cd&v is absoluut geen voorstander van een pestmaatregel die de burger zal impacteren.

Wouter Raskin:

Mijnheer de minister, u hebt duidelijk geantwoord. Ik verwijs iedereen nogmaals naar het regeerakkoord van de arizonacoalitie. Wij zullen daarmee de verkeersveiligheid verbeteren ten opzichte van het verleden door middel van een betere handhaving van de bestaande limieten, de strijd tegen recidive en de aanpak van hardleerse verkeerscriminelen. Dat zal een wezenlijk verschil maken en het zal aardig wat energie kosten. Ik heb begrepen dat u ook bereid bent om daar uw energie in te steken en dat u die niet zult verdoen aan een ballonnetje dat vanochtend werd opgelaten.

economie en werk

De hervormingen van de regering
De nationale stakingsactie tegen de noodzakelijke sociale hervormingen van de arizonaregering
Nationale reacties op regeringshervormingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De CD&V- en N-VA-leden benadrukken dat de hervormingen (beperkte werkloosheid, fiscale maatregelen, kernenergie, familiekrediet) brede steun genieten bij Vlamingen, ondanks vakbondsprotest, omdat ze eerlijk (sterke schouders dragen zwaarste lasten) en menselijk (koopkrachtbehoud, overgangsmaatregelen) worden uitgevoerd. Premier De Wever bevestigt dit met peilingscijfers, wijst draagvlak voor harde keuzes (begroting, migratie, activering) af als leidraad, en stelt verantwoordelijkheidszin centraal—zonder afleiding door protest of applaus. De meerderheid moedigt aan om ondanks tegenstand koers te houden, met focus op sociale rechtvaardigheid en tijdige uitvoering.

Steven Matheï:

Mijnheer de eerste minister, bij cd&v doen we wat we beloven. We zijn vorig jaar naar de verkiezingen gegaan met tal van hervormingsvoorstellen en -maatregelen. Die zijn ook in het regeerakkoord terechtgekomen en worden nu uitgevoerd. Dat wordt gesmaakt door de Vlaming, dat leren we vandaag in de media. Als we spreken over de verantwoordelijkheid van de politiek, dan gaat het ook over politieke partijen die verantwoordelijkheid nemen en doen wat ze beloven.

We houden woord als het gaat over hervormingen. We beperken de werkloosheid in de tijd. Er komt een fiscale hervorming die ervoor zorgt dat werkende mensen netto meer overhouden aan het eind van de rit. We doen dat echter op een menselijke manier. We behouden de index en de koopkracht en we zorgen voor overgangsmaatregelen. We houden ook rekening met de bezorgdheden van de mensen. Mensen willen veiligheid, willen zich veilig op straat kunnen voortbewegen. De energiebevoorrading moet verzekerd zijn, dat gebeurt door kernenergie. Het familiekrediet geeft aan jonge gezinnen wat ze echt nodig hebben, namelijk tijd voor elkaar.

Het betreft heel veel maatregelen en heel veel hervormingen die worden gesmaakt door de Vlamingen. De meerderheid van de Vlamingen ondersteunt die moeilijke maatregelen.

Mijnheer de eerste minister, bij die maatregelen is er één belangrijk aandachtspunt, namelijk dat de lasten eerlijk verdeeld worden, de sterke schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Dat zal een belangrijk issue zijn in de discussie over de meerwaardebelasting.

Mijnheer de eerste minister, belangrijke hervormingen moeten op een menselijke manier gebeuren, de lasten moeten eerlijk verdeeld worden. Hoe zult u ervoor zorgen dat de sterkste schouders ook de zwaarste lasten zullen dragen, zoals de Vlaming vraagt?

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de eerste minister, de vakbonden die staken, dat is niet nieuw. De regering die hervormt, dat is wel nieuw. De mensen appreciëren dat. Dat blijkt vandaag ook uit de resultaten van de peiling. De kiezer heeft in juni zeer duidelijk gekozen, en wat blijkt nu? Men apprecieert dat ook.

We hervormen de werkloosheid in de tijd. We pakken de langdurig zieken aan. We hervormen het pensioen van alle mensen die na ons komen. Aan de kernuitstap doen we niet meer mee. Dat is verleden tijd. We moeten natuurlijk ook kritisch zijn en kritisch blijven, maar de snelheid waarmee u hervormt, is ongezien: ongeziene hervormingen aan een ongezien tempo.

Dinsdag was er de zoveelste vakbondsactie tegen de hervormingsplannen van deze regering, want vakbonden staken graag. Wat blijkt nu? Er zijn wel degelijk een paar roepers, maar er is ook een grote, stilzwijgende meerderheid die de maatregelen apprecieert. Zij apprecieert wat u doet. Zij apprecieert deze regering. Zij apprecieert u als eerste minister.

Mijnheer de eerste minister, zult u ondanks het protest blijven doorzetten in het belang van iedereen, om het vivaldiboeltje van de vorige ploeg op te ruimen?

Bart De Wever:

Dank u wel voor uw vragen, collega's van de meerderheid, deze keer.

Er werd in opdracht van VRT NWS , De Standaard en RTBF inderdaad een grootschalig onderzoek uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen – dus dat moet wel heel kwalitatief zijn – en de Université Libre de Bruxelles. Dat onderzoek toont aan, in zoverre peilingen betrouwbaar zijn, dat er een brede steun is voor de hervormingen die de regering van plan is door te voeren en doorvoert. Het gaat dan bijvoorbeeld over maatregelen waarop heel veel kritiek is gekomen, zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd. Maatregelen die, zoals u aangeeft, mijnheer Mattheï, meer gericht zijn op wat wij de sterke schouders of sterkste schouders zijn gaan noemen, genieten grote steun bij de bevolking. De resultaten van dat onderzoek stroken met wat ik hier vorige week heb durven beweren, namelijk dat ik voel dat er bij de bevolking een breed draagvlak bestaat voor wat deze regering van plan is en dat de bevolking wel degelijk percipieert dat wij dat trachten te doen op de meest redelijke en rechtvaardige manier mogelijk.

Wat dat laatste betreft, moeten wij hard blijven werken opdat de sociale rechtvaardigheid van het beleid door iedereen naar waarde wordt geschat. Inhoud en perceptie. Dat is een kwestie van het uitvoeren van het regeerakkoord door te werken en ons niet te laten afleiden door allerlei commentaren die we hier elke week van u mogen ontvangen. Ik heb daar geen enkel probleem mee, noch met protest vanuit de samenleving, maar het mag ons niet afleiden van het uitvoeren van het regeerakkoord. Dat is immers nodig.

Ik stel samen met u vast dat de bevolking toch wijzer is dan sommigen hier elke week durven beweren en dat de mensen niet langer geloven in allerlei sprookjes die hun al veel te lang worden verteld. De mensen zijn duidelijk klaar voor een ernstig beleid dat een aantal harde waarheden onder ogen durft te zien en problemen aanpakt op het vlak van begroting – die zijn gigantisch en u zult mij daar nog vaak aan herinneren –, werkloosheid en activering en ook migratie. We zitten niet in goede papieren en er zal heel veel werk moeten worden geleverd door deze regering. Die zal dat doen en blijven doen.

Politici mogen zich nooit laten leiden door peilingen. Een jaar geleden zagen diezelfde peilingen er voor mij niet zo gunstig uit. Toen heb ik me kandidaat gesteld voor de Wetstraat 16 vanuit het idee dat ik daar nooit zou belanden. Kijk, voilà, hier sta ik. Wanneer men zich door peilingen laat leiden, gebeuren er allerlei onverwachte zaken. Peilingen moeten dus niet ons kompas zijn. We moeten evenmin mikken op applaus als maatstaf voor het politieke handelen. Wie zich door peilingen of applaus laat leiden, is misschien heel geschikt om aan politiek te doen – zo zitten er hier velen –, maar misschien niet om een land te besturen.

In de 18 e eeuw zei Edmund Burke: ʺ Your representative owes you, not his industry only, but his judgment; and he betrays, instead of serving you, if he sacrifices it to your opinion. ʺ Dat is een belangrijke uitspraak. Ik ben altijd blij dat ik Burke op de een of andere manier hier in het Parlement kan binnen sleuren. Volgens de wijsheid van Burke moeten we dus als regering vooral proberen koers te houden, maar niet omwille van goede peilingen, want die kunnen snel veranderen, niet omwille van schouderklopjes die we graag zouden krijgen of applaus dat we graag zouden horen, maar omdat het onze verdomde plicht is om verantwoordelijkheidszin te tonen ten aanzien van onze res publica.

Steven Matheï:

Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de eerste minister.

Ik hoor hier heel vaak gejoel en geroep, maar wel van mensen die allemaal aan de zijlijn staan. Wat ons land nodig heeft, zijn hervormingen op het terrein. Deze maatregelen moeten aangepakt worden en ze moeten uitgevoerd worden. Ze zijn noodzakelijk, maar ze moeten ook een zeker draagvlak hebben. Ik meen dat dat heel belangrijk is. Dat draagvlak is belangrijk om belangrijke hervormingen door te voeren. Die hervormingen moeten dus ook eerlijk zijn. Ze moeten evenwichtig zijn. Dat is zeker iets waaraan we verder moeten blijven werken. Achter de moedige maatregelen die genomen moeten worden, zullen wij ten zeerste staan.

Ik sluit me aan, mijnheer de eerste minister, bij uw stelling dat er doorgezet moet worden. De hervormingen moeten consequent aangepakt worden. Ze moeten tijdig en met voldoende ambitie uitgevoerd worden en er moet natuurlijk rekening gehouden worden met de mensen op het terrein en met het draagvlak. De regering is gestart met een duidelijke belofte van verandering en van broodnodige hervormingen. Laten we er samen voor zorgen dat (…)

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de eerste minister, u was zeer graag burgemeester gebleven. Ik snap dat ondertussen wel, maar helaas.

Vandaag werd duidelijk dat de stilzwijgende meerderheid u wel apprecieert in uw nieuwe rol. Ik meen dat ik uit naam van de volledige ploeg mag zeggen dat wij u ook in die rol appreciëren. U zult hier vandaag niet van iedereen applaus krijgen, dat kunnen we van de oppositie niet verwachten. Maar van ons krijgt u alvast een dikke pluim. Doe zo verder. Blijf doorgaan.

Voorzitter:

Het komt me trouwens voor dat hij als burgemeester ook degelijk vervangen is. (Gelach en applaus)

economie en werk

De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
De hervorming van de werkloosheid en de inkomensgarantie-uitkering
Beperking en hervorming werkloosheidsuitkeringen.

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De hervorming van de werkloosheidsuitkering—met een tijdslimiet van twee jaar (ingefaseerd vanaf juli 2025)—moet de sociale zekerheid houdbaar maken en werklozen sneller naar werk of opleiding dirigen, terwijl kwetsbaren (zoals deeltijdwerkers vanaf halftijds) beschermd blijven via onbeperkte garantie-uitkeringen. Brussel vormt een knelpunt: daar ontbreken sancties voor wie niet wil werken en kansen voor wie wel wil, wat de Vlaamse en Waalse arbeidsmarkt onevenredig belast, ondanks het brede politieke akkoord. Minister Clarinval benadrukt geleidelijke invoering, versterkt regionaal begeleidingstraject en financiële steun aan OCMW’s, maar Demesmaeker (N-VA) blijft kritisch op Brussels gebrek aan urgentie, terwijl Hansez (Les Engagés) sociaal overleg en menselijke maat als voorwaarde stelt voor succes. De hervorming is eerste stap naar modernisering van de arbeidswetgeving, met focus op emancipatie via werk.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, we hebben het mandaat van de kiezer gekregen om de sociale zekerheid veilig te stellen. Dat doen we door die terug te brengen naar de essentie, met name inkomenszekerheid voor wie wil maar niet kan werken. Dat is volgens ons echte solidariteit. Tegelijkertijd verlichten we zo ook de druk op al degenen die de boel rechthouden door te werken.

We voeren de meest ambitieuze arbeidsmarkthervorming in decennia uit. Dat is echt nodig, want vandaag stond opnieuw in de krant dat de hardwerkende Belg het minst blijkt te werken, al verschilt het wel naargelang van diens woonplaats. Vanmorgen nog kreeg de topvrouw van Actiris opnieuw niet uitgelegd waarom werklozen die wel kunnen maar niet willen werken, niet gesanctioneerd worden. Vlaanderen en de Brusselse Rand snakken naar arbeidskrachten, zowel hoog- als laagopgeleiden, maar uit Brussel komt vooral zwarte rook: geen kansen voor wie wil werken, geen sancties voor wie zich in de werkloosheid blijft wentelen. Ook die mensen zullen aan het werk moeten als we willen dat de boel op orde wordt gezet.

Gelukkig kwam er vannacht wel witte rook uit de Wetstraat 16, met een akkoord dat op brede steun kan rekenen. Het besef dat werk de sleutel is tot welvaart, lijkt gewestgebonden en lijkt niet door te dringen in Brussel. Brussel staat al langer in brand en dat baart mij eerlijk gezegd echt zorgen, want als de invoering van de werkloosheidsbeperking daar even lang zal duren als de vorming van een regering, zijn we nog niet thuis.

Mijnheer de minister, mijn vraag aan u is simpel. Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat ook in Brussel de noodzakelijke hervorming snel in de praktijk wordt omgezet?

Isabelle Hansez:

Monsieur le ministre, la réforme du chômage bénéficie aujourd'hui d'un soutien majoritaire dans la population, ce n'est pas rien. Ce consensus ne doit toutefois pas occulter les inquiétudes réelles, profondes et légitimes de nombreux citoyens, notamment les femmes seules, les parents d'enfants en situation de handicap et les travailleurs à temps partiel contraint. Pour ces derniers, la réforme n'est pas toujours une promesse d'émancipation. Ils la perçoivent parfois comme un couperet.

C'est précisément pour cette raison que Les Engagés se sont battus et continueront de plaider pour un accompagnement humain, juste et progressif. Nous avons bien soutenu le principe de cette réforme au nom de la soutenabilité de notre sécurité sociale, mais nous avons exigé que cette réforme soit fondée sur l'équité, la nuance et le respect des réalités de terrain.

Nous avons appris que le gouvernement s'était accordé cette nuit sur des mesures qui font écho à nos combats et nous nous en réjouissons.

Concrètement, la réforme du chômage entrera en vigueur le 1 er juillet 2025 avec des effets dès janvier et une mise en œuvre échelonnée jusqu'en juillet 2026. Cette progressivité, c'est nous qui l'avons portée.

Les Engagés ont également obtenu le retrait de la limitation à deux ans de l'allocation de garantie de revenus, une mesure qui aurait été socialement violente. Désormais, les travailleurs à temps partiel, dès le mi-temps, continueront à bénéficier de cette allocation sans limite de durée.

Cependant, pour que cette réforme réussisse pleinement, elle doit reposer sur un socle fort: un vrai dialogue social et non pas une concertation d'apparence, un dialogue structuré, continu et exigeant. Or, les acteurs de terrain expriment de nombreuses inquiétudes: retour non pris en compte, décisions trop rapides, parfois mal comprises ou mal relayées.

Dès lors, monsieur le ministre, pourriez-vous nous apporter plus de précisions sur la décision intervenue cette nuit? En outre, face à l'ampleur de cette réforme, comment entendez-vous garantir dès maintenant un dialogue social réel, nourri et réactif et, surtout, une meilleure compréhension et une appropriation claire (…)?

David Clarinval:

De beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkering tot twee jaar is een revolutionaire en cruciale hervorming van de arbeidsmarkt in België. Onze ambitie is duidelijk: van België een samenleving maken waar iedereen beschermd is, maar ook verantwoordelijk. De hervorming past in een logica van emancipatie en opportuniteiten. Er wordt voorzien in een hogere werkloosheiduitkering in de eerste fase, gevolgd door degressiviteit over twee jaar. Ons land staat budgettair steeds zwaarder onder druk. De hervorming maakt het mogelijk de steun van de overheid te focussen op degenen die daar werkelijk nood aan hebben en voorkomt dat werkzoekenden al te lang afhankelijk zijn. Zij past in een logica van houdbaarheid van de sociale bescherming, doordat we ze op lange termijn vrijwaren in plaats van dat we ze uitputten door het passief beheren van langdurige werkloosheid.

Ons systeem was een van de meest genereuze systemen in Europa. In Duitsland is de standaardduur 12 maanden. In Frankrijk is dat 18 maanden voor werklozen jonger dan 53 jaar. Wij stemmen ons daarop af en we garanderen zo een efficiënt vangnet voor de meest kwetsbaren.

Suite à l'accord de Pâques intervenu en première lecture, nous avons, comme le veut la procédure, interrogé les partenaires sociaux, la Fédération des CPAS, les Régions et le Conseil d'État. Nous avons pris connaissance des différents avis rendus. Suite à cela, j'ai tenu à apporter quelques propositions d'adaptation au texte de la première lecture. Permettez-moi d'en soulever ici trois principales.

Tout d'abord, la mise en phasage de la première vague en trois temps: 1 er janvier, 1 er mars et 1 er avril. Cela permet à l'Office National de l'Emploi (ONEM), aux organismes de paiement, aux Régions et aux centres publics d'action sociale (CPAS) de se préparer dans les meilleures conditions. C'était une demande forte de nos interlocuteurs. Nous y répondons favorablement.

La deuxième adaptation concerne la problématique des allocations de garantie de revenus (AGR). Nous avons décidé de maintenir le caractère illimité dans le temps de ces AGR, à condition qu'elles visent des emplois qui sont au minimum à mi-temps. Cette exception se justifie car nous parlons de personnes qui travaillent, et ce gouvernement a décidé de récompenser les gens qui travaillent. C'est une adaptation de bon sens, qui vise en outre souvent des travailleurs isolés, souvent des femmes avec charge de famille.

Nous avons aussi décidé d'une troisième mesure qui vise à aider les CPAS en leur octroyant un soutien financier dès 2026, mais Mme Van Bossuyt, ma collègue, vous en parlera tout à l'heure.

D'une manière générale, j'aimerais rappeler que le but de notre réforme n'est pas que les personnes exclues du chômage s'orientent vers les CPAS. Non, nous voulons qu'elles s'activent, suivent des formations et retrouvent un emploi.

Les Régions auront également un rôle à jouer. Elles devront offrir un accompagnement renforcé, orienter vers des formations, proposer des emplois concrets.

Mesdames et messieurs les députés, cette réforme n'est qu'une première étape. Le prochain chantier est déjà en préparation: celui de la modernisation de notre droit au travail. Notre objectif est d'offrir un droit du travail adapté aux réalités du XXI e siècle, plus simple, plus souple, plus protecteur pour ceux qui travaillent, plus dynamique pour ceux qui cherchent à entrer sur le marché.

Nous ne retirons rien à ceux qui en ont besoin. Nous donnons à chacun les moyens d'en sortir. C'est une réforme de responsabilité, de justice et de liberté. C'est ainsi que nous rendrons notre modèle social plus juste, plus efficace et plus durable.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.

Ik moet eerlijk toegeven dat mijn bezorgdheden met betrekking tot Brussel nog niet volledig zijn weggenomen, maar ik hoop dat hetgeen u zonet hebt gezegd, ook voor Brussel geldt. Voor de eerste keer in zestien jaar tijd is er een regering met een breed draagvlak in beide landsdelen. Uit de grote peiling blijkt dat onze burgers door dat draagvlak weer meer vertrouwen in de democratie hebben.

Dat besef lijkt in Brussel evenwel nog steeds niet te zijn doorgedrongen. De rest van het land is het beu om te blijven opdraaien voor een gewest dat weigert orde op zaken te stellen. Waarom zouden Brusselaars zich te goed voelen om in Vlaanderen te komen werken, waar wél kansen liggen? Dat soort profitariaat moeten we durven te benoemen en ook aan te pakken. Als we zeggen iedereen aan het werk, dan geldt dat ook voor Brussel.

Isabelle Hansez:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Nous sommes, de toute évidence, rassurés d'entendre de tels propos et de constater l'ouverture aux adaptations possibles après discussion. Nous voulons à notre tour rappeler que la justice sociale reste le ciment de notre vivre ensemble et que le dialogue social en constitue la pierre angulaire. C'est par le dialogue social que les réformes trouvent leur légitimité, leur justesse et leur capacité de s'enraciner durablement dans la réalité du terrain. Nous assumons pleinement la réforme du chômage: elle est nécessaire pour assurer la soutenabilité de notre sécurité sociale et renforcer l'accompagnement vers l'emploi. Mais pour être pleinement réussie, elle doit continuer à s'écrire avec ceux et celles qui la mettront en œuvre, les acteurs de terrain, et avec ceux et celles qu'elle concerne. Les Engagés seront au rendez-vous comme il l'ont été pour le statut d'artiste ou le droit au rebond. En effet, réformer notre système, oui, mais oublier l'humain, le dialogue social et la justice sociale, jamais.

economie en werk

Het plafond-Wijninckx bij de pensioenen van ambtenaren en (Europese) parlementsleden

Gesteld door

N-VA Jean-Marie Dedecker

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Jean-Marie Dedecker kaart aan dat Europarlementsleden en topambtenaren in Europa (met salarissen tot €13.000/maand) vrijgesteld zijn van de wet-Wijninckx en cumulverboden, terwijl lokale mandatarissen wel bijdragen tot 12,5% moeten afstaan – een schending van het principe dat "sterkste schouders de zwaarste lasten dragen". Minister Jan Jambon bevestigt dat Europese pensioenen nu niet meetellen voor het Wijninckx-plafond, maar kondigt aan dat Belgische pensioenen voortaan wel zullen worden afgetopt om binnen het plafond te blijven, conform het regeerakkoord. Dedecker reageert tevreden maar ironisch, terwijl de discussie eindigt met een ludieke noot over parlementsbier en -pudding.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, in de kwarteeuw dat ik hier rondloop, heb ik ongeveer zes keer ingeleverd, hetzij op mijn wedde, hetzij op mijn pensioen. Ik zal niet klagen en ik zal ook niet de populistische toer opgaan, want ik behoor tot de begunstigden die al negen jaar volledig op pensioen hadden kunnen zijn. In plaats daarvan betaal ik nog iedere maand 1.300 euro aan pensioenbijdrage.

Mijn vraag gaat echter niet over mezelf, maar gaat u allen aan. Niemand van u zal hier een pensioenloopbaan van 45 jaar kunnen opbouwen, maar mijn vraag gaat daar niet over. Mijn vraag gaat in principe over de wet-Wijninckx, die op ons wordt toegepast.

De topambtenaren die wij afvaardigen naar Europa en onze Europarlementsleden, die een pak poen verdienen, gemiddeld 13.000 euro per maand, zijn tot op heden niet onderworpen aan de wet-Wijninckx wanneer ze op pensioen gaan. Iedereen levert in, behalve degenen die het meest verdienen, de Europarlementsleden. Zij moeten noch inleveren ten gevolge van de wet-Wijninckx, noch rekening houden met het cumulverbod. Dus het is kassa voor bijvoorbeeld de burgemeester van Hasselt of Aalst. Dat is niet het geval voor de burgemeester van Middelkerke, want die moet betalen; er wordt van zijn wedde afgehouden. Daar is niets op tegen, hij wordt inderdaad goed betaald en kan rustig leven, ook al lijdt hij aan een hartziekte, maar dat is het minste.

Meer nog, ik hoor dat de wet-Wijninckx wordt verstrengd: de af te dragen bijdrage zal van 3 % naar 12,5 % gaan. Voor de Europarlementsleden geldt dat niet, zij kunnen rustig met pensioen gaan na 20 jaar en hun pensioen wordt niet onderworpen aan de wet-Wijninckx.

Mijnheer de minister, de sterkste schouders moeten zogezegd de zwaarste lasten dragen, maar blijkbaar is dat niet zo. Ik hoop oprecht dat u daar iets aan doet.

Jan Jambon:

Mijnheer Dedecker, het klopt inderdaad dat de pensioenen die uitbetaald worden door internationale instellingen zoals het Europees Parlement en de Europese Commissie, niet mee in rekening genomen worden voor het zogenaamde Wijninckxplafond, dat geldt voor alle andere Belgische pensioenen. Tot vandaag bestaat er daarover geen wettelijke verplichting.

Ik heb echter goed nieuws – misschien niet voor sommigen, maar alvast wel voor u –, want binnenkort komen er veranderingen. Conform het regeerakkoord werd in het ontwerp van programmawet, dat nu voorligt en binnenkort in het Parlement wordt ingediend, ingeschreven dat de Federale Pensioendienst voortaan ook de pensioenen van buitenlandse instellingen mee in rekening zal nemen bij de toetsing aan het Wijninckxplafond. Concreet, we kunnen niets afhouden van de Europese pensioenen, maar wel kunnen we de Belgische pensioenen aftoppen om onder het Wijninckxplafond te blijven. U wordt dus op uw wenken bediend.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, met dat antwoord krijg ik geen minuut repliektijd gevuld. Dat ik op mijn wenken bediend word, gebeurt eerlijk gezegd voor de eerste keer in de kwarteeuw dat ik hier rondloop.

Ik heb nog een verrassing voor u. Vandaag betreuren wij de drooglegging van het Parlement. Uit dankbaarheid zal ik als barman straks in het Parlement een Jus de Mer serveren, een prachtig biertje van de brouwerij van Middelkerke. Mijnheer de voorzitter, ook u nodig ik daarvoor uit. Ik heb geen bier bij voor iedereen, want aangezien u allen al geknipt hebt in mijn pensioen, kan ik alleen de vierentwintig eersten tot de toog toelaten.

Voorzitter:

Collega Dedecker, van de weersomstuit zal ik erg graag putten uit de koelkasten van het Voorzitterschap, want die zitten vol met pudding. (Hilariteit)

veiligheid, justitie en defensie

De partnermoord in Eeklo

Gesteld door

N-VA Kathleen Depoorter

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na de partnermoord op Diana (39)—ondanks eerdere politie-interventies en noodopvang voor de dader—eist Kathleen Depoorter onmiddellijke verbetering van risicoanalyses, stalkingsalarmen (directe noodcentrale-koppeling) en een slachtofferapp met locatie-alerts om herhaling te voorkomen. Minister Beenders bevestigt dat gendergeweld prioriteit is, verwijst naar de feminicidewet en een nieuw wetenschappelijk comité om systeemfalen te analyseren, maar belooft geen concrete actie op de voorgestelde maatregelen. Depoorter dringt aan op directe uitvoering—zonder wachttijden bij alarmen of contactverboden—om nieuwe slachtoffers te vermijden, met de nadruk op snelle politie-interventie. Kernpunt: systeemtekorten doden, analyse alleen is onvoldoende—dringende implementatie van technische en procedurele oplossingen is cruciaal.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, Diana, 39 jaar, werd gisteren vermoord door haar partner, vlak nadat ze haar kinderen van 3 en 11 jaar aan de school in Eeklo had afgezet. Partnermoord is de gruwelijkste vorm van intrafamiliaal geweld en toch gebeurt het. In het gezin van Diana had eerder al geweld plaatsgevonden. Ze had zich gemeld bij de politie, die ook had ingegrepen. Haar partner werd ondergebracht in de noodopvang. Toch heeft het niet mogen baten. Diana is gestorven. Ze is niet de enige. Elk jaar sta ik hier wel met een dergelijk verhaal.

Mijn collega Sophie De Wit en ikzelf werken al langer rond het thema en hebben hierover verschillende voorstellen in de Kamer ingediend. We vinden het absoluut noodzakelijk dat er een degelijke risicoanalyse wordt gemaakt wanneer een slachtoffer zich bij de politie meldt. Het risico moet ook worden opgevolgd. Daarnaast is overleg tussen de verschillende hulpdiensten van cruciaal belang. Het stalkingsalarm werkt wel, maar niet altijd. Eigenlijk moet het alarm, zodra een vrouw de knop indrukt, onmiddellijk bij de noodcentrale van de politie afgaan. Een wachtrij is onaanvaardbaar. De hulpdiensten moeten onmiddellijk kunnen optreden. Mijnheer de minister, er moet ook werk worden gemaakt van een ander instrument, een slachtofferapplicatie, een toepassing die aangeeft wanneer een slachtoffer zich in de buurt van een mogelijke dader bevindt, zodat de hulpdiensten meteen kunnen ingrijpen.

Mijnheer de minister, we zijn partners in de regering, maar ook in de strijd tegen intrafamiliaal geweld. Bent u bereid om onze voorstellen mee te nemen wanneer u wetgeving opstelt?

Rob Beenders:

Collega Depoorter, bedankt voor uw vraag. Sta mij toe om ook mijn medeleven te betuigen aan de nabestaanden van Diana, de vrouw die gisteren in Eeklo werd vermoord.

We zijn het er allemaal over eens dat elk slachtoffer van partnergeweld er een teveel is. Helaas, zoals u ook aangaf, betreft het hier geen geïsoleerd geval. De strijd tegen gendergerelateerd geweld is dan ook een absolute prioriteit voor de regering en voor mijn beleid. Het gaat immers om mensenlevens. Slachtoffers moeten een betere bescherming kunnen genieten.

U begrijpt dat ik me over de specifieke zaak niet in detail kan uitspreken, zeker niet over de concrete omstandigheden. Er moet bij de politie zeker worden onderzocht of zij de correcte procedures heeft gevolgd en de regels rond de risico-evaluatie op basis van de omzetbrief heeft nageleefd. Het is aan het Comité P, dat belast is met de controle op de politie, om het dossier verder op te volgen.

In ieder geval moeten we alles doen wat we kunnen om geweld te voorkomen, slachtoffers te beschermen en daders aan te pakken. België was het eerste Europese land met een wettelijk kader ter voorkoming en bestrijding van feminicide. Ik zal de concrete maatregelen in de wet ter zake uitvoeren.

Ingevolge de feminicidewet wordt momenteel het wetenschappelijk comité samengesteld bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. Het comité heeft de opdracht om feminicides en gendergerelateerde dodingen te analyseren en te onderzoeken wat er precies is fout gelopen. Dat moet leiden tot een verdere verbetering van het huidige systeem, dat verantwoordelijk is voor de preventie en de bestrijding van feminicides en van het voorafgaande geweld. Ik wil daarin namelijk net als u zeer duidelijk zijn: we mogen en kunnen gendergerelateerd geweld nooit tolereren.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, elk slachtoffer is er een te veel. We moeten nu actie ondernemen. Natuurlijk moeten we analyseren en onderzoeken. Dat is absoluut noodzakelijk, maar ageren is nog veel belangrijker. Noch u noch ik willen hier over een paar maanden opnieuw staan om weer een andere casus aan te kaarten. We moeten ervoor zorgen dat de stalkingsalarmen werken. Als de knop ingedrukt wordt, moeten onze diensten onmiddellijk ter plaatse kunnen komen. Als een dader in de buurt komt van de persoon voor wie hem of haar een contactverbod is opgelegd, dan moeten de politiediensten onmiddellijk worden ingelicht, zodat zij kunnen ingrijpen. Ik, noch u, noch om het even wie in het halfrond wil nog het verhaal brengen dat kinderen hun moeder of hun vader moeten missen vanwege partnergeweld.

gezondheid en welzijn

De oproep van de OCMW’s tot meer duidelijkheid over de beloofde extra steun
De impact op de OCMW's van de beperking van de werkloosheid in de tijd
De impact van de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
Impact van beleid op OCMW's en werkloosheidsuitkeringen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De OCMW’s waarschuwen voor een overbelasting door de gefaseerde beperking van werkloosheidsuitkeringen (vanaf 2026), die naar schatting 113.000 werklozen (waaronder 35.000+ bij OCMW’s) zonder inkomen dreigt achter te laten, terwijl ze al kampen met te veel administratie, voorschotten op uitgestelde federale uitkeringen en een tekort aan personeel. Minister Van Bossuyt belooft extra middelen vanaf 2026 (geen 2027), gekoppeld aan instroomcompensatie en activeringsresultaten, en wil quick wins zoals versoepelde diplomavereisten voor maatschappelijk werkers en oplossingen voor voorschotproblemen met Vandenbroucke, maar concrete verdeelsleutels en timing ontbreken nog, wat onrust zaait. Kritiekpunt: OCMW’s vrezen onhaalbare begeleidingsdoelen voor een moeilijke doelgroep (die VDAB/Actiris niet activeerde) en eisen meer tijd, geld en mankracht om verdrinking te voorkomen, terwijl oppositie en meerderheid vertrouwen in de hervorming benadrukken maar praktische uitvoering onzeker blijft.

Anja Vanrobaeys:

Mevrouw de minister, de noodkreet van maatschappelijk werkers klinkt steeds luider. Dat kunnen we vaststellen na zestig uren hoorzittingen over de wantoestanden bij het OCMW van Anderlecht, maar ik concludeer dat ook uit mijn gesprekken met maatschappelijk werkers, want ze zeggen mij allemaal dat ze echt aan hun limiet zitten. Ze krijgen steeds meer aanvragen te verwerken. Er is heel veel administratief werk. Ze moeten voorschotten uitbetalen op uitkeringen terwijl er onduidelijkheid blijft bestaan over federale steun. Het water komt hen niet tot aan de lippen, maar ver erboven, zo zeggen ze.

Die situatie raakt de maatschappelijk werkers in het diepste van hun zijn. Zij hebben bewust voor hun job gekozen en ze willen niets liever dan hulp en perspectief bieden aan mensen in armoede. Maar wie zelf aan het verdrinken is, kan anderen niet redden.

In alle steden en gemeenten botsen de OCMW's op hun limieten, op dezelfde structurele problemen. Onze Vooruitschepenen in Gent, Brugge en Turnhout trokken al aan de alarmbel. Zij staan klaar om hun verantwoordelijkheid op te nemen. Ze willen niets liever dan mensen in armoede te begeleiden naar werk. Dat kan echter alleen maar als ze daarvoor extra tijd, middelen en personeel hebben. Alleen op die manier kunnen we er ook voor zorgen dat mensen in armoede de begeleiding krijgen waar ze recht op hebben.

De regering heeft afgelopen nacht beslissingen genomen over de gefaseerde uitrol van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Ik vind het heel verstandig om dat gefaseerd in te voeren. Mevrouw de minister, de vraag die overblijft is of u vandaag duidelijkheid kunt geven over de middelen en de timing die aan de OCMW's beloofd zijn, zodat zij zich tijdig en deftig kunnen voorbereiden op die (…)

Nahima Lanjri:

Collega's, er is een akkoord, de werkloosheidsuitkeringen zullen vanaf 1 januari 2026 beperkt worden in de tijd. Dat is een goede zaak, want werken moet lonen voor cd&v. Deze maatregel wordt ook breed gedragen, in deze regering, maar ook bij de publieke opinie.

Mevrouw de minister, ik vraag me wel af of dit werkbaar zal zijn voor onze OCMW's. Zij zetten zich dag in dag uit in voor de kwetsbaarsten in onze samenleving, en zo hoort het ook. Binnenkort zullen zij echter overspoeld worden met extra werk. We mogen hen en al die maatschappelijk werkers niet laten verdrinken. We weten vandaag al dat er ongeveer 113.000 werklozen zullen uitstromen en dat ongeveer een derde van hen zal aankloppen bij het OCMW. En waarschijnlijk is dat zelfs nog een onderschatting en zullen het er meer zijn in de praktijk.

De OCMW's zeggen dat het onmogelijk is om dan alle sociale onderzoeken binnen de maand te doen. En dus trekken zij aan de alarmbel. Het is dan ook heel goed dat de regering vannacht heeft beslist om die maatregel gefaseerd in te voeren, zodat ze niet allemaal op 1 januari aan de deur van het OCMW staan.

Extra leefloners betekent uiteraard ook extra begeleiding, extra mankracht, extra geld voor al die leeflonen. In het regeerakkoord staat dat er vanaf 2027 ook extra geld zal gaan naar de OCMW's. Al vanaf januari 2026 is er echter nood aan extra geld, want dan zal de eerste groep langdurig werklozen die geen bestaansmiddelen hebben, aankloppen bij het OCMW.

Vanaf dan zullen er meer handen nodig zijn aan het loket om al die mensen te begeleiden. Zullen die extra middelen er zijn vanaf begin 2026 en niet pas vanaf 2027? Ik hoop dat dat zo zal zijn en wij steunen u daarin.

Wouter Raskin:

Mevrouw de minister, de beperking van de werkloosheid in de tijd zal een impact hebben op de OCMW's. We moeten daar heel veel begrip voor hebben. Laat dat heel duidelijk zijn.

Het is een maatregel die niet op zichzelf staat, maar die samenhangt met een aantal andere zaken waarin het regeerakkoord van Arizona voorziet, zoals de responsabilisering van de OCMW's. Zij die zullen doen wat ze horen te doen, namelijk inzetten op maatschappelijke integratie en activering, zullen royaler ondersteund worden. Ik lees in het regeerakkoord ook dat het sanctioneren en het schorsen wordt vergemakkelijkt indien niet voldaan wordt aan de belangrijke voorwaarde van werkbereidheid.

We moeten het grote plaatje bekijken en ik durf hier de suggestie te doen om te kijken naar een aantal oorzaken van de toegenomen werkdruk die losstaan van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Ik zie vandaag dat heel veel OCMW's een soort voorportaal van de sociale zekerheid zijn geworden, waardoor heel wat mensen die wachten op een invaliditeits- of werkloosheidsuitkering noodgedwongen tijdelijk bij het OCMW terechtkomen. De uitbetalingsinstellingen van de sociale zekerheid hebben ten tijde van corona immers hun dienstverlening moeten downsizen, maar die is vandaag nog altijd niet tot hetzelfde niveau teruggebracht. Volgens mij bestaan er nog quick wins die losstaan van de beperking van de werkloosheid in de tijd.

Mevrouw de minister, hebt u begrip voor de terechte bezorgdheden van de OCMW's? Komt er een concreet antwoord? Bent u het met me eens dat er nog andere quick wins zijn die mee de werkdruk kunnen verlagen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Vanrobaeys, mevrouw Lanjri, mijnheer Raskin, ik heb absoluut begrip voor de bezorgdheden in de sector. Net als bij alle andere noodzakelijke grote hervormingen leidt verandering nu tot ongerustheid. Met de gefaseerde invoering, waarover vannacht een akkoord bereikt is, komen we voor een stuk tegemoet aan die bezorgdheden. Bovendien, mevrouw Lanjri, hebben we ervoor gezorgd dat de hervorming van de werkloosheidsuitkering door de beperking in de tijd gelijke tred houdt met de compensatie van de OCMW's voor de instroom aan nieuwe klanten vanaf januari 2026.

Mijn kabinet en ik zijn dagelijks in gesprek met de sector en met de lokale besturen om de impact van de maatregel in kaart te brengen, en ook om te zorgen voor een tijdige communicatie aan de OCMW's wanneer er een akkoord wordt bereikt over de verdeling van de middelen.

De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd blijft inderdaad – u hebt er allemaal naar verwezen – een van de belangrijkste maatregelen van de regering voor de arbeidsmarkt. Er moeten zoveel mogelijk mensen aan het werk om ons systeem betaalbaar te houden.

Dat betekent dat ook zoveel mogelijk leefloners worden geactiveerd. Dat is in hun belang, maar ook in het belang van de samenleving.

Kan ik al een tip van de sluier oplichten over de verdeling van de middelen? We zullen het terugbetalingspercentage voor leeflonen die toegekend zijn aan personen die als gevolg van de hervorming uitgesloten worden van werkloosheidsuitkeringen, verhogen. Met andere woorden, de compensatie zal deels gebaseerd zijn op de instroom uit de werkloosheid.

Daarnaast voorzien we in een compensatie op basis van de inspanningen die de OCMW's via het GPMI leveren, dat is het contract tussen het OCMW en de cliënt, en op basis van de resultaten van de zoektocht naar een duurzame tewerkstelling. We vragen van de OCMW's dus een maximale inzet om die doelgroep te begeleiden en te activeren.

Ik besef dat het om een kwetsbare groep gaat. Precies daarom is de inspannings- en resultaatsverbintenis zo belangrijk. We laten niemand los. Dat is de boodschap die ik aan de OCMW's wil geven.

Verschillende vraagstellers hebben verwezen naar de hoge werkdruk bij de OCMW-medewerkers, onder wie de maatschappelijk werkers. Een van de oorzaken is, zoals de heer Raskin aangaf, het groeiende aantal dossiers waarbij het OCMW een voorschot moet geven op onder andere werkloosheids- of ziekte-uitkeringen, uitkeringen waarvoor OCMW's eigenlijk niet bevoegd zijn.

OCMW’s mogen inderdaad niet, zoals u het terecht noemt, het voorportaal worden, omdat allerlei uitkeringen niet tijdig worden uitbetaald. Dat kost de maatschappelijk werkers heel veel tijd. Die tijd kunnen ze niet besteden aan begeleiding en activering. Samen met bevoegd minister Vandenbroucke bekijk ik in de regering momenteel op welke manier we dat probleem structureel kunnen verlichten.

Voorts wil ik werk maken van een zogenaamde quick win, zoals de heer Raskin het noemt. Ik wil namelijk nog voor de zomer het koninklijk besluit over de diplomavoorwaarden voor maatschappelijk werkers wijzigen. Daardoor zullen de regio’s daarvoor de volle bevoegdheid krijgen. Op die manier wordt een verruiming van de diplomavoorwaarden mogelijk, wat het eenvoudiger moet maken om goede maatschappelijk werkers aan te trekken.

Anja Vanrobaeys:

Mevrouw de minister, het staat vast dat er vanaf 2026 een rechtstreekse compensatie komt en dat er nog een aantal andere maatregelen op til zijn. Daarmee zijn de OCMW’s echter nog niet volledig geholpen. Zij wachten echt op de verdeelsleutel.

Vorige week kondigde u aan dat u 35 miljoen euro aan broodnodige middelen voor de REMI-tool om mensen aan een menswaardig inkomen te helpen, zou bevriezen.

Mevrouw de minister, de cijfers zijn bekend: er zullen duizenden mensen instromen bij het OCMW. Daarom doe ik een warme oproep: pak het dossier vast en leg de verdeelsleutel vast, zodat de OCMW’s weten waar ze aan toe zijn. Dat is ook belangrijk voor alle maatschappelijk werkers, die elke dag keihard hun best doen. Als zij hun werk goed kunnen doen, kunnen ze de broodnodige ondersteuning bieden aan mensen in armoede. Dus pak het dossier vast en maak werk van de verdeelsleutel.

Nahima Lanjri:

Mevrouw de minister, ik ben blij dat u zegt dat u zult ingaan op de vraag en al vanaf begin 2026 in extra middelen zult voorzien zodat de OCMW's hun werk kunnen doen. Het is wel belangrijk te weten dat het hier over de moeilijkste doelgroep van werklozen gaat, waarbij de VDAB, Actiris en Forem er niet in zijn geslaagd om hen te activeren. We vragen dat nu aan de OCMW's. Ik hoop dat men enige clementie heeft en dat men hen ook de nodige middelen geeft om die mensen te activeren. Ik hoop dat ze later op de resultaten worden afgerekend en dat dat niet onmiddellijk gebeurt. De VDAB is hier na 20 jaar niet in geslaagd. Het kan niet zo zijn dat men de OCMW's daar dan onmiddellijk op afrekent.

Ik ben blij dat u ook initiatieven neemt om de werkdruk te verlichten. Ik heb al eerder gevraagd om de voorschotregeling op te lossen en om iets aan de diplomavereiste te doen. Mevrouw de minister, hou de vinger aan de pols en overleg met de OCMW's. Zo komen we er wel.

Wouter Raskin:

Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. U beseft de impact, u hebt begrip voor de ongerustheid en er is contact. Ik blijf ervoor pleiten om het ruimere plaatje te bekijken. Het gaat hier om een combinatie van verschillende arizonamaatregelen, waardoor er een beleid zal worden gevoerd dat, in tegenstelling tot het verleden, activeert in plaats van mensen uitkeringsafhankelijk te maken. Ik heb al vaak moeten terugdenken aan de discussie van destijds over de inschakelingsuitkering voor jongeren. Ongerustheid alom, want al die jongeren gingen bij het OCMW terechtkomen. Wat hebben we gezien, collega's? Veel minder mensen dan toen gevreesd zijn bij het OCMW terechtgekomen. Veel meer jongeren dan we hadden gedacht zijn geactiveerd en zijn aan het werk gegaan. Houd koers, mevrouw de minister. Wij hebben er alle vertrouwen in.

internationale politiek en migratie

Het regeringsstandpunt over Palestina
De prangende situatie in Gaza
De genocide in Gaza
De situatie in Gaza
De prangende situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
Het regeringsstandpunt over de situatie in Gaza.

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 15 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België’s politieke partijen eisen dringend concrete actie tegen Israël’s genocide en hongersnood in Gaza (50.000 doden, massale uithongering, geblokkeerde hulp), maar de regering ontwijkt sancties en schuilt achter vage resoluties en het VN-vredesproces van Macron. Kernpunten: oppositie en meerderheidspartijen (behalve N-VA/MR) dringen aan op onmiddellijke blokkadebreking, sancties, ambassadeurterugtrekking en erkenning Palestina—zonder voorwaarden—terwijl premier De Wever geen bindende stappen aankondigt, slechts "optimisme" toont voor diplomatieke initiatieven. Scherpe kritiek: regeringspassiviteit wordt gelinkt aan medeplichtigheid, met verwijten over dubbele standaarden (vs. Rusland-sancties) en neokoloniale tweestatenretoriek die Gaza’s vernietiging negeert. Noodkreten: "Acte nu, of de geschiedenis zal u veroordelen."

Peter Mertens:

Mijnheer de eerste minister, vandaag stuurde iemand mij een foto door van Rafaet uit Gaza. Ik kan dergelijke foto's eigenlijk niet meer aanzien. Rafaet is een jong meisje, compleet ondervoed. Haar botten steken bijna door haar fragiele huid. Ze is de helft van haar gewicht verloren. Ze is compleet uitgehongerd en ze overleeft op tijmblaadjes en water. Die hongermoord op Rafaet is bewust gepland en uitgevoerd. Men blokkeert sinds een aantal maanden elk transport naar Gaza. Elke vorm van voedsel wordt aan de grens tegengehouden. Er is niets meer.

Vandaag leven meer dan een half miljoen mensen in Gaza in acute hongersnood, volgens de VN. Dat betekent dat wij ver voorbij de fase van veroordeling zijn. Wij zitten in de fase van sancties, want met sancties zet men Israël onder druk, niet met woorden.

Na 19 maanden komt de regering met een vage resolutie. Ten eerste, in die resolutie durft men niet eens het woord genocide te gebruiken. Ten tweede, de resolutie legt zoveel voorwaarden op aan de erkenning van Palestina, dat er tegen dan wellicht geen Gaza meer zal bestaan. Ten derde, de regering maakt de erkenning van Palestina, het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voorwaardelijk. Dat is compleet onwettelijk, zegt elke professor in internationaal recht. Het is een onvoorwaardelijk recht. Ten vierde, de resolutie ademt neokolonialisme uit, waarin Brussel en Parijs komen vertellen wat goed is voor de Palestijnen, terwijl het aan de Palestijnen is om te bepalen wat goed voor hun toekomst is.

Er zijn 50.000 dodelijke slachtoffers. Wanneer komen er eindelijk sancties van de regering, mijnheer de premier?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, duizenden kinderen sterven in Gaza door honger of bombardementen van Israël, ze kunnen geen kant meer op en het blijft maar doorgaan. We kunnen dat niet tolereren en we moeten actie ondernemen.

Afgelopen week was er witte rook. De arizonameerderheidspartijen in het Parlement hebben een akkoord over een voorstel van resolutie rond Gaza. De persberichten en socialmediaposts vlogen de deur uit. Veel tromgeroffel. Veel borstgeklop. Alleen kan ik de collega's van de meerderheid nog niet feliciteren, want ik heb hier in het Parlement nog geen letter tekst gezien.

Zoals dat gaat in de arizonaregering, de inkt is nog niet droog of er is al heel veel discussie over de inhoud en de modaliteiten van de tekst. Blijkbaar zal België, u dus, mijnheer de eerste minister, het aanhoudingsbevel voor Netanyahu moeten respecteren. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?

Blijkbaar zal België optreden in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?

Ook de minister van Buitenlandse Zaken is ineens wakker geworden. Eigenlijk is het voorstel van resolutie dus al achterhaald. Hij zal met een pakket sancties komen tegen Israël. Dat is opnieuw terecht. Zult u dat doen, ja of neen?

Collega's, laten wij immers eerlijk zijn, elke rode lijn wordt overschreden door Israël. We moeten stappen zetten richting erkenning van de staat Palestina en dat moet snel gebeuren, want anders is er binnen de kortste keren geen sprake meer van Palestina.

Mijnheer de eerste minister, wat zult u doen? Staat u aan de zijde van de duizenden onschuldige burgerslachtoffers?

Paul Magnette:

Hier, j'ai rencontré des médecins israéliens, juifs et palestiniens, des bénévoles qui, depuis plus de 30 ans, soignent des Palestiniens en Cisjordanie et à Gaza. Ils dénoncent les violations des droits humains dont ils sont l'objet. Ils m'ont décrit ce qu'ils vivent aujourd'hui. Aujourd'hui, à Gaza, 25 000 personnes sont dans un état de santé critique et doivent être évacuées de toute urgence vers un hôpital, mais le gouvernement israélien les empêche de sortir. Dans les heures et les jours qui viennent, si rien ne change, ces 25 000 personnes vont mourir. Elles s'ajouteront aux 52 000 personnes qui sont déjà mortes sous les bombes de Netanyahu.

Aujourd'hui à Gaza, deux millions de personnes sont au bord de la famine. Depuis plus de 10 semaines, Israël impose un blocus total. Plus rien ne rentre: plus d'eau, plus de nourriture, plus de médicaments. Des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants vont mourir, si rien ne change, dans les semaines et les mois qui viennent.

Le blocus est un instrument du génocide et il faut casser le blocus pour arrêter le génocide en cours. Nous l'avons fait il y a un an, avec nos avions militaires. Nous avons largué des vivres et des médicaments à Gaza. Nous devons le refaire de toute urgence. Il faut casser le blocus de Gaza, envoyer nos avions militaires, larguer des vivres et des médicaments pour éviter une tragédie absolue. Ce n'est plus une question politique. Ce n'est plus une question de gauche ou de droite. Ce n'est même plus une question de droit international. C'est une question de vie ou de mort pour des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants.

Et face au génocide en cours, ne rien faire, c'est être complice. L'histoire vous jugera, monsieur le premier ministre. L'histoire nous jugera. Cassez ce blocus et sauvez ces centaines de milliers de femmes et d'hommes!

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je ne sais pas comment commencer mon intervention tant j'ai l'impression de répéter sans cesse les mêmes choses et de parler dans le vide.

Depuis des semaines, pas un seul camion d'aide n'est entré à Gaza. Pas une goutte d'eau, pas un sachet de farine, pas un médicament. Rien. Des mères mélangent de la nourriture pour bétail avec de l'eau bouillie pour tenter de se nourrir. Des enfants meurent littéralement de faim.

L'ONU évoque une famine délibérée. Médecins Sans Frontières (MSF) parle de charnier. Amnesty International parle de génocide. Monsieur le premier ministre, comme vous aimez les faits, regardons-les!

Plus de 50 000 personnes ont été assassinées, dont une majorité de femmes et d'enfants. Des journalistes sont visés, des hôpitaux bombardés, des quartiers rasés. Des enfants sont enterrés sous les décombres de leur maison. La Cour internationale de Justice, la plus haute juridiction de l'ONU, parle d'un risque plausible de génocide. Ce ne sont pas mes mots mais bien ceux du droit.

Et pourtant, le silence. Le vôtre, celui du monde. Ce qui est grave, ce n'est pas seulement ce silence mais bien le cynisme froid avec lequel vous avez annoncé pouvoir désobéir à un mandat d'arrêt international contre Netanyahu. Nous ne l'oublierons pas!

Un crime de masse est en cours et des gens filment en direct leur propre mort. Ce n'est pas une guerre mais bien l'écrasement d'un peuple. Ce n'est pas une tragédie mais bien un plan délibéré de nettoyage ethnique.

La Belgique, ce pays de droit qui a souvent été du bon côté de l'histoire, se tait aujourd'hui, attend, tergiverse et envisage des mesurettes.

C'est une honte. C'est une rupture historique. C'est un reniement.

Monsieur le premier ministre, au nom de toutes celles et ceux qui n’en peuvent plus d’assister impuissants à ce carnage, quand allez-vous briser le blocus humanitaire par tous les moyens?

Quand allez-vous suspendre les accords économiques avec Israël?

Quand allez-vous rappeler l'ambassadeur belge à Tel Aviv, comme cela a été fait pour la Russie, le Venezuela ou la Birmanie?

Vous parlez de cohérence, alors agissez avec cohérence. Aujourd'hui, il n'y a eu ni embargo, ni gel d'avoirs, ni parole forte. Nous ne constatons que des paroles creuses, des formules vides et des mains qui tremblent.

Pendant que vous tergiversez (...)

Oskar Seuntjens:

Een platgebombardeerde stad, tienduizenden doden en uitgehongerde kinderen terwijl er aan de grens vrachtwagens met voedsel, medicijnen en zelfs babysupplementen staan te wachten, bewust tegengehouden door Israël. Men hoeft maar zijn gsm vast te nemen en men ziet dag na dag de pure horror en het ondraaglijke menselijk lijden. Dit is geen oorlog meer. Dit is een genocide die we live, vanop onze gsm, dag na dag kunnen volgen. Niemand hier zal ooit kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben. Hopelijk zullen we wel kunnen zeggen dat we er alles aan gedaan hebben om op te komen voor al die onschuldige slachtoffers, want men krijgt het niet meer uitgelegd.

Collega’s, het valt niet meer uit te leggen dat als Poetin Oekraïne binnenvalt, we vanaf de eerste dag allemaal samen zeggen hoe schandalig dat is en dat er sancties moeten komen – daar was iedereen het over eens, behalve de communisten van de PVDA –, terwijl we wegkijken wanneer een extreemrechtse zot als Netanyahu een volk platbombardeert. Dat gaat niet en dat is voor Vooruit onaanvaardbaar. Daarom zijn we vanaf de eerste dag opgekomen voor alle onschuldige slachtoffers, ook in de vorige regering, met Frank en Caroline. Er werden toen voedsel en medicijnen gestuurd. Toen Israël de grens sloot, deden ze het via de lucht, met de moed der wanhoop. Het is die moed die we vandaag opnieuw nodig hebben, die zoveel jongeren hebben getoond door afgelopen zondag mee te gaan betogen voor Palestina.

Het is daarom dat we dagenlang onderhandeld hebben voor een sterke resolutie, die pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, die pleit voor humanitaire hulp nu, die pleit voor economische sancties tegen het Israël van Netanyahu. Die spreekt immers maar één taal, hij luistert niet naar mensenrechten en spreekt enkel de taal van het geld.

Dus, mijnheer de premier, het Parlement heeft zijn werk gedaan en het is aan u. We vragen u om niet langer te wachten, want elke seconde telt.

Nawal Farih:

Mijnheer de premier, 50.000 burgerslachtoffers, waarvan 70 % vrouwen en kinderen zijn, en de teller tikt verder. Gisteren 60 extra dodelijke slachtoffers, vandaag 74 extra dodelijke slachtoffers. Collega's, het is nog maar drie uur. Al tweeënhalve maand is er geen toevoer van medicijnen, voedsel noch elektriciteit in de Gazastrook. U zult cd&v vandaag dus niet euforisch horen zijn. Het geweld en het leed duren vandaag nog voort. Al jaren pleit cd&v voor het Palestijnse volk. Al maanden vraagt cd&v actie van de regering.

Vandaag zijn we tot een akkoord gekomen, en ja, we hebben ons moeten kwaad maken, en ja, dat was niet makkelijk. We sluiten ons aan bij het initiatief van Macron, we sluiten ons aan bij het vredesproces in New York en we steunen de erkenning van de staat Palestina in een proces van een tweestatenoplossing.

Wat het internationaal recht betreft, collega's, is cd&v helder en duidelijk. Wij scharen ons als cd&v voor 100 % achter het internationaal recht. Dat betekent dat mensen die oorlogsmisdaden plegen, in ons land zullen worden opgepakt, ook wanneer ze Netanyahu heten.

Premier, wij hebben het werk verricht. Hoe snel zult u met de regering verdere actie ondernemen?

Staf Aerts:

Collega's, ik wil u vragen om even stil te staan en na te denken, want wat gaan we later aan de toekomstige generaties vertellen? Wat hebben wij gedaan om deze gruwel, die elke dag onze huiskamers binnenstroomt, te veroordelen, om die te stoppen? Het is dé gruweldaad van de eenentwintigste eeuw, want de verschrikkelijke beelden blijven maar komen. Meer dan 50.000 burgers zijn vermoord. Kinderen sterven elke dag van de honger. Ziekenhuizen worden gebombardeerd. Er zijn massale volksverhuizingen, want burgers zijn een doelwit op het overgrote deel van de Gazastrook. Er is geen water, er is geen voedsel, er is geen medicatie, want die worden al 10 weken lang door Israël geblokkeerd aan de grenzen.

Wat zullen we onze kleinkinderen later vertellen? Dat we alles gedaan hebben wat we konden? Collega's van de meerderheid, jullie resolutie bevat een lichte communicatieve koerswijziging. Mijnheer de premier, u wordt op de vingers getikt. België moet voortaan uitvoeren wat het Internationaal Strafhof beslist. Wauw! Bravo! Is dat geen evidentie meer? Is dat geen evidentie meer? In de gehele tekst wordt Israël met de fluwelen handschoenen aangepakt. Geen woord over apartheid. Geen woord over genocide. Geen woord over... ja, wel een woord over de erkenning van Palestina, maar er worden zoveel voorwaarden aan gekoppeld dat ze op de lange baan geschoven wordt. We zullen het waarschijnlijk niet meer meemaken. Geen Belgische sancties, geen actie.

Mijnheer de premier, dinsdag komt de Raad Buitenlandse Zaken samen. Daar stelt Nederland voor om maatregelen te nemen en handelsrelaties te blokkeren. Zal België zich daarbij aansluiten?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de voorzitter, collega's, ik bedank iedereen voor de steun die ik heb mogen genieten naar aanleiding van de ziekte die ik heb meegemaakt. Ik hoop dat die steun overeind blijft, ook na mijn eerste tussenkomst hier. ( Hilariteit en applaus )

Voorzitter:

Mijnheer Dedecker, misschien zal niet iedereen ervoor pleiten, maar ik zet de spreekklok voor u opnieuw op twee minuten.

Jean-Marie Dedecker:

Bedankt, mijnheer de voorzitter.

Mijnheer de premier, ik zal u een kattebelletje voorlezen van een onbekend persoon, al weet ik wie het schreef. Het is een prachtig kort verhaal dat weerspiegelt wat ik denk. Ik ben altijd zenuwachtig als het over Gaza gaat.

"Weerzinwekkend zijn de beelden van Gaza. De Israëlische premier Netanyahu is van Gaza het nieuwe Dachau aan het maken. Uithongering en dagdagelijkse bommentapijten zijn de nieuwe verbrandingsovens. Hoe kan de wereld blijven wegkijken van wat daar gebeurt, goed wetende dat het de Joden zijn die het staakt-het-vuren eenzijdig hebben opgezegd om van hun moordrazzia's opnieuw hun dagelijkse bezigheid te maken? En deze keer kan de wereld niet zeggen: wir haben es nicht gewußt ."

Beste collega's wij vieren vandaag 80 jaar bevrijding. Vandaag vieren de Palestijnen – al is "vieren" geen goede woordkeuze – 80 jaar bezetting. De Palestijnen betalen het gelag voor wat de Europeanen de Joodse bevolking aangedaan hebben in de Tweede Wereldoorlog. We hebben de exodus van de Joodse slachtoffers, slachtoffers van de Holocaust, naar Israël georganiseerd. Dat ging ten koste van de Palestijnen, want onmiddellijk werden er 750.000 verdreven met de eerste Nakba in 1948. Sedertdien is er een apartheidsstaat ontstaan, waarvoor we als Europeanen nooit onze verantwoordelijkheid hebben genomen. We hebben mensen opgesloten in de grootste openluchtgevangenis van de wereld. Mensen kunnen er niet uit ontsnappen, kinderen worden er gebombardeerd.

Hoeveel oorlogsmisdaden moeten er nog begaan worden vooraleer we durven zeggen: verdomme, we gaan er iets aan doen, in plaats van nutteloze resoluties?

Voorzitter:

De premier heeft maximaal vijf minuten spreektijd voor zijn antwoord.

Bart De Wever:

Bedankt, collega'sn het is uiteraard niet de eerste keer dat mij in dit halfrond wordt gevraagd naar het standpunt van de regering over het bewuste conflict in het Midden-Oosten. Wat de fundamentele oplossing voor dat conflict betreft, hebben wij een duidelijk regeerakkoord geschreven. Mijn antwoord wat dat betreft, zal alleszins consequent zijn. Ik heb die bewuste tekst hier al een paar keer letterlijk voorgelezen en ga dat niet opnieuw doen. Wat dat betreft verwijs ik naar het verslag voor die antwoorden. Ik zal wel iets zeggen over de nieuwe, recente ontwikkelingen.

Er is binnen dit halfrond een meerderheid die heeft aangekondigd volgende week een resolutie te zullen indienen in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Ongetwijfeld zal die bediscussieerd worden en ook naar de plenaire vergadering komen ter stemming. Van mijn kant denk ik alvast dat die resolutie het juiste kader schetst en dat de regering die resolutie ter harte moet nemen. We zullen daarover dan uiteraard opnieuw spreken in deze vergadering, maar er zijn momenteel nog geen regeringsbeslissingen die ik ter zake kan toelichten.

De komende weken verwachten we ook teksten in het kader van een vredesinitiatief in de aanloop naar de conferentie van de Verenigde Naties van juni, waarnaar door verschillende sprekers is verwezen en waar deze kwestie en het conflict in het Midden-Oosten op de agenda staan. Bovendien staat vooral Frankrijk in contact met verschillende Arabische landen om een oplossing uit te werken in het kader van die VN-conferentie, die dan hopelijk zou moeten kunnen leiden tot een duurzame vrede.

Ik heb de gelegenheid gehad om daarover uitgebreid te spreken met president Macron. Mijn indruk is dat de contouren van zijn vredesinitiatief lijken te stroken met zowel het regeerakkoord als de resolutie die hier uiteindelijk ter stemming zal worden voorgelegd. Ik hoop dat ik dus namens de regering mag zeggen dat wij dit initiatief met enig optimisme tegemoetzien. We zullen zien hoe we dat kunnen ondersteunen en op welke manier we daaraan eventueel kunnen deelnemen. We zullen dat doen op het moment waarop we de teksten daarover hebben gekregen en kunnen doornemen en bespreken in de schoot van de regering.

En ce qui concerne la qualification de la situation, c'est à la Cour internationale de se prononcer, mais cette qualification juridique n'est pas l'essentiel en ce moment car cela ne changera pas la situation instantanément.

L'urgence maintenant, c'est de nous concentrer sur la situation humanitaire et de voir comment y remédier le plus vite possible. Permettez-moi, au nom du gouvernement, de réaffirmer l'horreur largement partagée par chacun d'entre nous face aux images des victimes innocentes touchées par ce conflit. Ces images horribles, notamment celles concernant des enfants, ne peuvent laisser personne dans l'indifférence. Cela me touche évidemment en tant qu'homme politique mais aussi en tant qu'être humain. Elles appellent une solution fortement et largement soutenue par la communauté internationale, une solution qui mette fin le plus rapidement et durablement possible à la souffrance des innocents. Notre gouvernement souhaite contribuer à une telle solution durable. Je vous remercie.

Peter Mertens:

Mijnheer de eerste minister, er zijn twee verschillende zaken. Er is, ten eerste, de erkenning van Palestina. Ik geloof niet in het initiatief van Macron, dat neokolonialisme uitademt en dat tot niets zal leiden.

De andere zaak, net voor onze ogen, is de genocide. Dat is de dringende zaak. Dat is de acute zaak. Een genocide stopt men niet met flauwe resoluties waarin opgewarmde kost wordt geserveerd aan het Parlement. Al 19 maanden lang vragen wij concrete sancties, al 19 maanden lang weigert men dat.

De heren van Vooruit zeggen: "Je krijgt het niet meer uitgelegd." Wel, wat ik niet meer uitgelegd krijg, is dat Vooruit 19 maanden in de regering zit en dat op die 19 maanden niet de minste sanctie is getroffen tegenover Israël, niet de minste, terwijl er 18 pakketten tegenover Rusland werden getroffen. Shame on you . Israël zal enkel buigen onder druk van economische en militaire sancties en niet onder druk van flauwe resoluties van deze regering.

Kjell Vander Elst:

Dank u, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoord. U maakt wel één denkfout. Als hier een resolutie, of die nu onbelangrijk is of niet, wordt goedgekeurd, dan moet u die niet ter harte nemen, maar uitvoeren. Als het Parlement een resolutie goedkeurt, dan moet u die uitvoeren, niet ter harte nemen en zomaar à la tête du client kijken wat u daar wel of niet van kunt uitvoeren.

Ik denk dat we het over één zaak wel eens zijn, namelijk dat het overlijden van onschuldige kinderen in Gaza zo snel mogelijk moet stoppen. Ik hoop trouwens dat we het daar allemaal over eens zijn in dit halfrond, al betwijfel ik dat. Als ik statements en verklaringen lees van een van uw partijgenoten waarin staat – ik citeer – "Het overlijden van een kind is tragisch, maar daarom nog niet moreel onverdedigbaar.", dan keert mijn maag om. Dat is walgelijk. We mogen hier in dit Huis over veel zaken van mening verschillen, maar laten we alstublieft overeenkomen dat we (…)

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, une fois de plus, vous vous contentez de lire votre texte sans apporter aucun élément de réponse. Vous brandissez cette résolution, ce petit bout de papier plein de mots creux, qui n'est que le reflet visible, ici-même, des contradictions de votre coalition. Mais ce que nous attendons de vous, ce sont des actes!

Demain, le 16 mai 2025, l'armée israélienne va envoyer des dizaines de milliers de militaires supplémentaires pour chasser les Palestiniens de la bande de Gaza et leur voler leurs terres. Il y aura encore des milliers et des dizaines de milliers de victimes.

Alors agissez! Agissez maintenant! Rappelez votre ambassadeur! Imposez des sanctions! Brisez le blocus! Faites quelque chose, bon Dieu!

Rajae Maouane:

Monsieur Dedecker, merci pour vos mots. Vous avez un privilège que je n'ai pas, c'est celui de dire les choses de la manière la plus crue et la plus plate sans créer de scandale.

Aujourd'hui, les accusations d'antisémitisme dès lors qu'on dénonce les exactions d'un gouvernement d'extrême droite ne tiennent plus. Aujourd'hui, les condamnations se succèdent, du CCLJ à Jean-Marie Dedecker. Il n'y a aujourd'hui plus que le MR et le Belang, comme par hasard, pour ne pas être du bon côté de l'Histoire.

Monsieur le premier ministre, je ne vous dis pas merci pour vos réponses. Elles sont honteuses. Je ne sais pas ce que nous dirons aux générations suivantes. Je ne sais pas ce que nous pouvons dire. Moi, je n'ai plus que de la honte, et j'ai envie de pleurer aujourd'hui.

Oskar Seuntjens:

Waarvan mijn maag zich omdraait, is dat partijen onder andere de heer El Yakhloufi Achraf van onze partij en mevrouw Farih Nawal, die elke dag keihard voor de Palestijnen opkomen, medeplichtig noemen. Dat partijen zoals de PVDA Rusland en China niet veroordelen voor bijvoorbeeld de genocide op de Oeigoeren, wat dat laatste land betreft, is voor mij verachtelijk, maar ik zal hen nooit medeplichtig noemen, noch hun ideeën als verachtelijk bestempelen.

Hoe moeilijk kan het zijn? Wij komen hier allen op voor de Palestijnen en maken daarvan geen politieke spelletjes ten koste van alle leed dat vandaag in Gaza gebeurt.

Nawal Farih:

Mijnheer de eerste minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. De cd&v zal de lat niet laag leggen: het gaat niet alleen om participeren, maar om effectief uit te voeren. Het conflict met enorm veel burgerslachtoffers is onder onze huid gekropen. Fractieleden van ons hebben dag en nacht aan het dossier gewerkt. Cd&v zal dus niet zomaar toekijken. Wij zullen vragen blijven stellen en zullen blijven wachten tot er actie komt. Indien ze er niet komt, zullen wij wetsvoorstellen over de nodige sancties blijven indienen.

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, collega's, toen ik de afgelopen uren de tekst van het voorstel van resolutie kon inkijken, na alle grote verklaringen in de pers, voelde ik al schaamte, maar nu ik hier het makke antwoord van de eerste minister hoor, dan voel ik nog meer schaamte.

Ik ben blijkbaar niet de enige, want ik heb op de meerderheidsbanken meer applaus gezien voor de uiteenzettingen van de oppositie dan voor de uwe, mijnheer de premier. Dat doet mij nog veel meer vrezen. Waar gaat de regering naartoe? Hoeveel zal het voorstel van resolutie waard zijn, terwijl het nu al niet veel waard is? Staan daar sancties in die België zal opleggen? Neen, die staan er niet in. Wordt daarin gerept over de genocide? Neen, daarover wordt niet gerept. Zal België Palestina erkennen? Neen.

We moeten vandaag echte sancties nemen, Israël en de gruwel moeten gestopt worden. Ga er verdorie mee aan de slag.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de voorzitter, collega's, 25 jaar geleden werd in het Parlement een wet goedgekeurd, zodat wij in dit land oorlogsmisdadigers konden aanhouden en berechten. Herinner u de bloedbaden van Sabra en Shatila en Ariel Sharon. Die wet is dode letter gebleven. Al wie vandaag een grote mond opzet en elkaar de zwartepiet toespeelt, moet weten dat er hier de voorbije 25 jaar niets is gebeurd met betrekking tot Israël. Bij de Verenigde Naties werden meer dan 1.600 resoluties goedgekeurd, maar geen enkele ervan werd uitgevoerd. Wij komen nu opnieuw met een voorstel van resolutie. Ik ga ermee akkoord dat het een stap is in de goede richting, maar denken we eens goed na. Een tweestatenoplossing is onmogelijk geworden. Vandaag wonen er 700.000 Israëlische kolonisten, joodse kolonisten, extremistische kolonisten op Palestijns grondgebied op de Westelijke Jordaanoever en de Knesset, het Israëlisch parlement, (…)

veiligheid, justitie en defensie

De ontsnappingen uit gevangenissen
De ontsnappingen uit gevangenissen
Gevangenisontsnappingen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 15 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De recente golf aan gevangenisontsnappingen (Brugge, Gent, Saint-Hubert) en misbruik van enkelbanden (5% doorgeknipt, 700+ schendingen) ondermijnen het vertrouwen in Justitie, zo benadrukken Sophie De Wit (N-VA) en Paul Van Tigchelt. Minister Verlinden belooft strafbaarstelling van ontsnappingen, extra beveiliging (drones, camera’s) en analyse per incident, maar erkent dat capaciteitsuitbreiding (55 miljoen euro) onvoldoende is voor de regeerakkoorddoelen—kritiek op vorige regeringen inbegrepen. De Wit dringt aan op snelle wetgeving ("quick win") en wijst op structurele nalatigheid, terwijl Van Tigchelt concrete plannen eist voor de extra middelen en vreest voor politiek gekibbel. Alle ontsnapte gevangenen zijn inmiddels ingerekend, maar systeemherstel blijft urgent.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, collega's, bij Justitie is er nooit een saaie dag, elke dag gebeurt er wel iets. Bovenop alle andere gekende problemen is het momenteel blijkbaar in om uit de gevangenis te ontsnappen. Vorige week zaterdag liep er in Brugge iemand de deur uit, maandag maakten twee mannen een gat in de muur van hun cel en gisteren zijn er zes gevangenen in de vrije natuur verdwenen in Saint-Hubert. Met een beetje slechte wil, mevrouw de minister, zou men bijna kunnen zeggen dat men tegenwoordig sneller de gevangenis uit kan lopen dan dat men opgesloten wordt. Ik overdrijf natuurlijk, maar u begrijpt wat ik bedoel.

Trouwens, collega's, misschien weet u het niet, maar 5 % van de enkelbanden wordt doorgeknipt. Dat ging vorig jaar alleen al over 245 personen. Daarnaast worden voorwaarden gelinkt aan de enkelband niet nageleefd. Meer dan 700 personen zijn buiten de cirkel gegaan waar ze mochten komen. Ook dat is ontsnappen. Die situatie mogen we eigenlijk niet aanvaarden, mevrouw de minister. Het is niet goed voor het imago van de overheid en van Justitie. De politiediensten moeten opnieuw het werk doen, terwijl die eigenlijk hun handen al vol hebben. Er ontstaat een gevoel van onveiligheid, een gevoel van straffeloosheid. Bovendien kosten die enkelbanden elke keer opnieuw veel geld.

Het is gek, maar ontsnappen op zich is in dit land niet strafbaar. De N-VA-fractie pleit er al jaren voor om ontsnappen wel strafbaar te maken. Dat werd nu ook eindelijk in het regeerakkoord ingeschreven.

Ik heb enkele eenvoudige vragen. Ik zou graag willen weten of iedereen al gevat is.

Zult u onderzoeken hoe die ontsnappingen konden gebeuren, met de bedoeling die te voorkomen? Ze mogen immers niet voor herhaling vatbaar zijn.

Er is heel veel werk aan de winkel binnen Justitie, maar dit is een quick win. Wij hebben teksten, u ook vermoed ik. Mevrouw de minister, kunnen we die alstublieft zo snel mogelijk bespreken in dit Parlement? Ik dank u.

Paul Van Tigchelt:

Mevrouw de minister, ontsnappingen uit gevangenissen zijn niet fijn voor een minister van Justitie. Ik veronderstel dat het voor sommigen simpel zal zijn en dat het de schuld is van de vorige regering of de vorige minister van Justitie. Nee, het Parlement verdient beter. We weten dat het niet zo simpel is.

Ik weet wel dat er door bepaalde partijen van de arizonaregering hard is geroepen om een kordate strafuitvoering. Intussen zit deze regering, als ik goed heb geteld, 102 dagen in het zadel en gisteren hebben we tot bijna middernacht de beleidsnota van Justitie mogen bespreken. Mevrouw De Wit was daar ook bij, uiteraard. Wat daarin werd aangekondigd aan extra gevangeniscapaciteit voor 2025 is het detentiehuis in Olen en het transitiehuis in Hamme en voor 2026 de gevangenis van Antwerpen. Dat zijn beslissingen van de vorige regering, dames en heren, en wat de gevangenis in Antwerpen betreft, dat is een beslissing van 2008. Als ik mij niet vergis, was Jo Vandeurzen toen minister van Justitie.

Met het paasakkoord werd een noodwet aangekondigd om de uitstroom te verhogen, maar gisteren in de commissie was er bij mijn weten geen sprake meer van die noodwet, laat staan dat er sprake was van concrete plannen voor bijkomende capaciteit door bijvoorbeeld unitbouw. Er was geen concreet stappenplan, geen ambitie. Met de 55 miljoen euro die u hebt gekregen voor de strafuitvoering kunt u inderdaad niet veel bijkomende capaciteit voorzien. Dat is ook wat u gisteren zei in de commissie voor Justitie. Het is onvoldoende om alle ambities uit het regeerakkoord te realiseren.

Mijn vragen, mevrouw de minister, zijn simpel. Net zoals collega De Wit wil ik graag weten wat u kunt zeggen over de omstandigheden van de ontsnapping. Een serieuze bocht, ik geef het toe.

Gaat deze regering nu extra gevangeniscapaciteit voorzien? Wat is het plan met de 55 miljoen euro extra middelen? We mogen dat stilaan weten.

Voorzitter:

Dank u wel, collega Van Tigchelt. Het onderwerp van uw vraag was ontsnappingen uit de gevangenis. Gelukkig hebt u over dat laatste woord toch wel iets gezegd. Over de ontsnappingen ging het wat minder.

Annelies Verlinden:

Mevrouw De Wit en mijnheer Van Tigchelt, gisteren hadden we het bij de bespreking van mijn beleidsnota gedurende tien uur over hetgeen we met de middelen willen doen. Daarover is het laatste woord zeker nog niet gezegd, maar dat we ambitieus zijn in de creatie van capaciteit, onder meer door het inzetten op terugkeer, door het aandacht besteden aan geïnterneerden en door het voorzien in bijkomende plaatsen, staat als een paal boven water. Het is dus iets te kort door de bocht te beweren dat wij geen ambitie op het vlak van capaciteit aan de dag zouden leggen. Integendeel, we zullen in tegenstelling tot vroeger de daad bij het woord voegen.

Wanneer gevangenen uit de gevangenis ontsnappen, roept dat grote bezorgdheid en frustratie op, ook bij mij. Ik ben mij er terdege van bewust dat elke ontsnapping het vertrouwen in het gevangenissysteem kan aantasten. Gisterenavond, tijdens onze bespreking, kwam het bericht van de ontsnapping van de gevangenen in Saint-Hubert. Het vertrouwen en de verantwoordelijkheid die aan gedetineerden met een laag risicoprofiel in een open instelling als Saint-Hubert met het oog op hun re-integratie wordt gegeven, werd in dit geval door een aantal gedetineerden misbruikt.

Mevrouw De Wit, gelukkig konden alle voortvluchtigen dankzij het snelle en accurate optreden van de penitentiaire beambten, justitie en politie, inmiddels worden ingerekend. Dat was ook het geval bij de recente ontsnappingen uit de gevangenissen van Brugge en Gent. In Gent konden de vluchtende gedetineerden nog binnen de gevangenismuren worden gevat.

Na elke ontsnapping en ook pogingen daartoe wordt een onderzoek naar de oorzaken gevoerd, mevrouw De Wit. Alle mogelijkheden tot verbetering worden na die analyse zo snel mogelijk in de praktijk gebracht om nieuwe incidenten te vermijden. Daarnaast worden de betrokken gedetineerden in veel gevallen naar een andere gevangenis overgebracht of aan een ander regime onderworpen. Eveneens wordt geëvalueerd of het algemene regime in de instelling, in dit geval de open gevangenis in Saint-Hubert, moet worden bijgestuurd. Het waarborgen van veiligheid is immers essentieel, ook van degenen die in de gevangenis werken.

Samen met de regering wil ik een vuist tegen het fenomeen, omdat het afbreuk doet aan het vertrouwen in het gevangenissysteem. We werken daarom aan een wettekst om ontsnappingen uit de gevangenis, sabotage van de enkelband en het overtreden van de voorwaarden strafbaar te stellen. De eerste pennentrekken om dat in een wet te gieten, zijn al gezet en hopelijk kunnen we snel de bespreking in de commissie voeren.

Daarnaast zetten we in op de uitbreiding van het aantal extra beveiligde cellen voor gedetineerden met een hoog of een verhoogd ontvluchtingsrisico. We willen ook technologie inzetten, zoals drones en camera's, om het toezicht en de veiligheid in en rond de gevangenissen te versterken.

Onze ambitie is heel duidelijk. Dat hebben we gisteren heel duidelijk besproken. Terwijl de reclassering en de re-integratie in de samenleving in detentie desgevallend al moet kunnen worden voorbereid, zullen we er tegelijkertijd alles aan doen om ontsnappingen te vermijden en streng optreden tegen ontsnappingen en de sabotage van enkelbanden. Dat is voor mij immers ook een onderdeel van een rechtvaardige justitie.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik ben eigenlijk van mijn melk door het schaamteloze bochtenwerk dat ik van uw voorganger heb gehoord. Ik kan daar niet van over. De puinhoop die u moet opruimen, is door hem veroorzaakt. Mijnheer Van Tigchelt, u hebt 15 detentiehuizen beloofd en 2 afgeleverd. Hoeveel gevangenissen hebt u in de steigers gezet voor de volgende regering? Geen enkele.

Mevrouw de minister, er ligt nog veel werk op de plank, maar vele handen maken licht werk. Wij willen u helpen. Onze teksten om ontsnappingen strafbaar te stellen, liggen al klaar en wij kunnen daar volgende week mee naar het Parlement komen. Laten we dat gewoon doen. Dat is een quick win en dan kunt u zich focussen op de andere problemen.

Paul Van Tigchelt:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. De mirakeloplossing bestaat niet en die verwachten we ook niet. Ik moet het gisteren dan toch niet goed gehoord hebben. Ik weet niet wat er zal gebeuren met de 55 miljoen euro. Gaat die naar extra detentiehuizen? Eén detentiehuis kost 15 miljoen euro. Of gaat die naar de prefinanciering van de enkelbanden, zoals door uw Vlaamse collega Demir wordt gevraagd? Het enige wat wij vragen, is concrete acties die overeenstemmen met de door de arizonacoalitie gedane beloftes. Ik heb daarnet het debat over Gaza gevolgd. Ik heb daar geen ploeg gezien, maar wel politieke partijen die een verschillende taal spreken. Ik hoop dat u dat niet zal overkomen bij Justitie, want dat is niet wat Justitie verdient. Ik wens u veel succes.

internationale politiek en migratie

De afschaffing van de terugkeerpremie

Gesteld door

N-VA Maaike De Vreese

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 15 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt bevestigde in Moldavië dat asieltoerisme (met name uit de Romagemeenschap) misbruik maakt van België’s winteropvang en terugkeerpremie (€1.000), terwijl het land veilig is en bijna geen asielverzoeken (≤1%) worden goedgekeurd. Ze kondigde versnelde behandeling van aanvragen, stopzetting van de premie en ontradingscampagnes (online en ter plaatse) aan om smokkelnetwerken te bestrijden en migratie te verminderen. Maaike De Vreese drong aan op uitbreiding van deze maatregelen naar alle visumvrije landen, met strikte voorwaarden voor terugkeerpremies (alleen bij versnelde terugkeer en visumplichtige landen) om misbruik definitief te blokkeren.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, u bent deze week naar Moldavië gegaan. Ik heb heel veel reacties gelezen van mensen die zich afvragen waarom u in godsnaam naar Moldavië ging. Sinds 2020 zien we echter telkenmale de cijfers stijgen van die asielzoekers richting ons land. Telkenmale gebeurt dat ook in de winter. Natuurlijk is dat niet toevallig. Die mensen komen namelijk naar hier voor onze winteropvang. Alsof dat nog niet genoeg is, krijgen ze wanneer ze terugkeren nog een terugkeerpremie van 1.000 euro. Dat zijn geen asielzoekers, dat is asieltoerisme.

Minister, we moeten daar absoluut komaf mee maken. Moldavië is immers een veilig land. Die mensen krijgen hier geen bescherming. Eindelijk maakt u werk van een strikt en streng migratiebeleid. U zet de puntjes op de i.

Wat zien we namelijk nog meer? Een deel van dat geld wordt doorgestort aan mensensmokkelnetwerken en criminele netwerken. We kunnen dit soort asieltoerisme absoluut niet toelaten. Als men de gemiddelde lonen in Moldavië bekijkt, dan betaalt ons land die mensen daarenboven niet enkel een dertiende maand, maar ook nog een veertiende maand. Hoe kan men dat in godsnaam uitleggen aan de belastingbetaler? Dat is niet mogelijk.

Het is dus goed, minister, dat u daar nu komaf mee maakt. Wat hebt u echter nog allemaal geleerd op uw reis in Moldavië? Welke lessen trekt u daaruit? Hoe zult u in de toekomst dergelijke misbruiken verder gaan aanpakken?

Anneleen Van Bossuyt:

Dank u wel voor uw vraag, mevrouw De Vreese. Ik ben deze week inderdaad in Moldavië geweest om het asieltoerisme aan te pakken.

We zien in ons land, zoals u terecht aangaf, in de jongste jaren, sinds 2020, een stijging van het aantal asielaanvragen uit Moldavië. Het zijn er nu ongeveer een duizendtal, vooral uit de Romagemeenschap. Dat is heel vreemd natuurlijk, want Moldavië is een veilig land. Ik heb de cijfers nagegaan. Het aantal erkenningen van mensen uit Moldavië was in de jongste jaren lager dan 1 %. Ze hebben eigenlijk bijna geen kans om hier bescherming te krijgen.

Hun motivering om naar België te komen heb ik trouwens expliciet gehoord in Moldavië, namelijk ons te gulle opvangsysteem. Dat is gewoon een feit. Hierbij spelen twee zaken. Ten eerste, ze komen vooral overwinteren. We zien de piek vooral tijdens de koudere maanden. Zo vermijden ze de hoge energieprijzen in hun land. U weet echter ook dat onze opvang gewoon overvol is. Die kan niet dienen voor mensen die hier gewoon komen overwinteren, die dient voor mensen die echt onze bescherming nodig hebben. Ten tweede is er de terugkeersteun, tot 1.000 euro, die ze kunnen krijgen. Ik heb met mensen van de Moldavische grenspolitie gesproken. Ze erkennen dat daar smokkelnetwerken achter zitten.

Wij willen die illegale migratie drastisch verminderen. We gaan die aanvragen versneld behandelen en we gaan die terugkeersteun meteen stopzetten. Ik zal ook verdere ontradingscampagnes voeren, niet alleen online, maar ook in persoon als het moet. Specifiek wat Moldavië betreft, zullen we in het najaar opnieuw een online ontradingscampagne opstarten.

Maaike De Vreese:

Wat wij hier zien, is gewoon misbruik van het visumvrije reizen. De betrokkenen krijgen er inderdaad nog eens een winteruitkering bovenop.

Mevrouw de minister, Moldavië is echter niet het enige land waaruit mensen visumvrij naar België kunnen reizen. Voor mijn part schaft u de terugkeerpremie voor ieder visumvrij land af. Maak daar komaf mee. Ik wil absoluut dat u dat bekijkt.

Zorg voor heel strikte regels rond de terugkeerpremies, niet langer voor visumvrije landen maar enkel voor visumplichtige landen en enkel en alleen als de premie voor een snellere terugkeer zorgt en ervoor zorgt dat de asielprocedure niet langer gerokken wordt via beroepsprocedures. Bekijk die uitbreiding. Zorg dat daar geen misbruik meer van wordt gemaakt. Zorg dat het asieltoerisme in België absoluut stopt.

Voorzitter:

Daarmee besluiten wij de vragenronde.

economie en werk

De eerste begroting van de arizonaregering
De ratingbureaus en de financiële situatie van ons land
De ontsporing van het begrotingstraject voor 2025
De begroting van de regering-De Wever, de rating van S&P en de kritiek van econoom Gert Peersman
Financiële toestand en begrotingsuitdagingen van de overheid

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 30 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De oppositie valt premier De Wever hard aan over het opgelopen begrotingstekort (4% in 2025, >5% inclusief entiteiten), dat volgens hen het gevolg is van gebrek aan structurele hervormingen, onrealistische "Arizona-maatregelen" (zoals beperkte werkloosheidsuitkeringen) en ongedekte uitgaven (bv. Defensie). De regering verdedigt zich met plannen om het tekort te stabiliseren via werkgelegenheidsgroei en lagere overheidslasten, maar critici wijzen op te optimistische berekeningen, sociale onrust en het ontbreken van een concreet saneringsplan, terwijl ratingbureaus waarschuwen voor vertraging door protest. De kern van het conflict draait om geloofwaardigheid: de oppositie ziet geen moedige keuzes, alleen belastingdruk op Vlamingen en uitgestelde pijn, terwijl De Wever volhardt in zijn koers, ondanks stijgende schulden en sociale weerstand.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de eerste minister, het is moedig dat u er bent. Ik apprecieer dat u komt antwoorden. Ik moet immers bekennen dat het anders zou zijn geweest indien ik de vraag had willen stellen aan uw collega-minister van Begroting. Ik was verrast dat hij niet aanwezig is. Hij toont na twaalf weken al vluchtgedrag. Hij is liever in Spanje op een congres van de Europese Volkspartij. U bent echter aanwezig.

Ik weet al wat u zal antwoorden. U zal antwoorden dat de begrotingssituatie onze fout is, dat ze de schuld is van Vivaldi en dat ze zelfs een persoonlijke fout is. Ikzelf zou de put hebben gecreëerd. Dat is straf. Dat verhaal kunnen wij ondertussen. De heer Ronse zal daar nog een laag boven op leggen en een heel verhaal vertellen. Ik kijk ernaar uit.

Laat ons echter terugkeren naar de feiten. Onder de vorige regering was in 2024 het federaal tekort 2,8 %. De huidige regering, uw regering en uw begroting 2025 vertonen een federaal tekort van 4 %. Wauw. Voor de hele overheid, zijnde het cijfer waarnaar Europa kijkt, zal dat boven 5 % zijn. Ik heb dat berekend met alle entiteiten samen. Het zal boven 5 % liggen.

Had u in uw paasakkoord nog een extra inspanning gedaan en moedige maatregelen getroffen, dan had ik vandaag misschien iets anders aangegeven. Dan had ik een ander discours gehouden. U hebt in het paasakkoord echter niets gedaan en geen enkele financieringsbron gevonden. Uw bron is nul. U geeft een blanco cheque aan Defensie. Die cheque is ongedekt en leidt tot een rampzalige situatie voor de begroting.

Ik heb dus maar één vraag. Wanneer zal u de begroting echt op orde zetten?

Axel Ronse:

Collega's, ik sta hier met een wat ongemakkelijk gevoel. We hebben vandaag een wereldrecord in ontvangst mogen nemen: het wereldrecord belastingen heffen op mensen die werken. Dat melden De Standaard en De Tijd . Als een werkgever 100 euro betaalt, dan roomt de overheid daar meer dan 52 euro van af. Geen enkel land ter wereld is gulziger.

Ik sta hier met een beetje schroom, want eigenlijk, mevrouw Bertrand, komt dat wereldrecord er niet door ons, maar het is geheel de verdienste van u en van uw partij. Toen we de sleutels van dit land kregen, hadden we kunnen denken dat, als een overheid zo gulzig is, alles perfect zou lopen, met voldoende geld voor gevangenissen en voor Defensie, een stevig veiligheidsapparaat… Wat hebben we echter gezien? Alles is ondergefinancierd.

Men zou denken dat wij geen schulden hebben. We hebben een tabel gemaakt en als we het beleid, mevrouw Bertrand en collega's van de Open Vld, gewoon verderzetten, dan gaan we richting – hou u vast – 43 miljard euro minder ontvangsten dan uitgaven. Dat is gigantisch veel.

Er is echter een heel gereputeerd ratingbureau, Standard & Poor's, dat zei dat het een lichtpunt heeft gezien, meer bepaald Arizona. Het lichtpunt wordt belichaamd door eerste minister De Wever. Dat lichtpunt voorziet maatregelen die dit land nooit gekend heeft: de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, het betaalbaar houden van de pensioenen, mensen die langdurig ziek zijn en nog kunnen werken eindelijk aan het werk krijgen en helpen. Standard & Poor's zei dat, als dat kan worden gerealiseerd, het perspectief dan wel positief zal zijn, maar als ze natuurlijk doen wat zovelen ooit in ons land gedaan hebben, dan zal het negatief zijn.

Mijn vraag is dus simpel, mijnheer de eerste minister. Zult u koers houden?

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, quand on y pense, c'est extraordinaire. Vous voilà en place depuis bientôt trois mois. Depuis lors, votre majorité et vous n'avez apporté aucune grande réforme à voter, à part peut-être l'extension des heures de travail étudiant. Malgré cette absence de réforme, vous êtes déjà accueilli, et cueilli, par une agence de notation qui abaisse notre perspective de stable à négative. Voilà de quoi mettre en confiance!

Sans doute, cette agence de notation, comme nous, a vu votre projet de budget 2025, a vu que vous projetiez un déficit à 25,5 milliards, c'est-à-dire 4 % du PIB en 2025, et que les perspectives ne sont pas plus réjouissantes à l'horizon 2029, puisqu'on se dirigerait vers 3,7 %. Dans les deux cas, ce n'est pas du tout ce que vous aviez projeté ni promis.

Alors, c'est de bonne guerre, vous allez nous rappeler que vous avez hérité d'une situation catastrophique. C'est vrai. Vous allez sans doute aussi rappeler que le contexte international, géopolitique, militaire et économique s'est fortement dégradé. C'est vrai aussi.

Mais vous avez déjà votre part de responsabilité dans la situation financière. D'abord parce que vous avez mis huit mois à former un gouvernement. Si vous ne pouvez produire des effets qu'à partir de la moitié de 2025, c'est parce que vous avez pris huit mois pour vous mettre d'accord avec vos partenaires de majorité et les présidents de partis, ce qui constitue une longueur inégalée. Et vous avez perdu du temps. C'est en partie votre faute, car vous animiez ces réunions.

Mais il y a autre chose, à savoir les mirages idéologiques propres à l'Arizona. J'en citerai un seul: les fameux effets retour. Pensez-vous toujours que vous allez produire pour huit milliards d'effets retour pour 2029? Aucun économiste sérieux de ce pays, au Nord comme au Sud, ne dit que c'est possible, parce qu'il y a un différentiel de 400 000 emplois – notamment selon les autorités bancaires – entre vos projections et la réalité probable.

Pourquoi continuer à nous vendre une trajectoire budgétaire bâtie sur du sable? Où emmenez-vous ce pays, à part dans le mur? Y a-t-il, oui ou non, un cap budgétaire réel dans ce pays?

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de premier, de analyses over het parcours van u en uw regering zijn vernietigend, niet alleen bij de verzamelde oppositie in dit Parlement, maar bij iedereen die de cijfers van uw regering grondig heeft doorgenomen.

Ik citeer een aantal krantenkoppen van de afgelopen dagen: "De grote sanering van De Wever staat na drie maanden al stevig op de helling". Of nog: "Het begrotingstekort blijft stijgen. Premier De Wever haalt beloofde 3 % niet en ratingbureaus slaan alarm". "De regering rekent zich rijk. Ze gaat bedrogen uitkomen". "De Wevers' begrotingsbelofte botst op de realiteit". "Dit is niet de grote hervormingsregering, dit is een doorsneeregering".

Mijnheer de premier, u beloofde de Vlaamse kiezer het tekort onder controle te brengen, orde op zaken te stellen en het rotten te stoppen. De realiteit is dat het tekort de komende jaren nog verder oploopt, zelfs als we rekening houden met uw veel te optimistische berekeningen. U geeft massaal extra geld uit en rekent daarvoor op toevalstreffers en eenmalige meevallers, maar de structurele financiering ontbreekt en wordt gemakkelijkheidshalve gewoon doorgeschoven. Dit noemt men dan een hervormingsregering. We zien geen strategisch plan, wel improvisatie, een verkoop van staatseigendommen uit de losse pols. Dan zwijgen we nog over de sociale factuur die straks wordt gepresenteerd om de gaten te dichten die deze coalitie zelf heeft gemaakt.

Mijn vraag is heel simpel, mijnheer de premier. Als u echt het begrotingsroer wil omgooien, waar zijn dan de moedige keuzes? Waar is het grote plan dat wel zal werken?

Bart De Wever:

Chers collègues, il ne s'agit évidemment pas d'un problème nouveau mais bien d'un problème structurel qui a longtemps été balayé sous le tapis. C'est malheureusement l'héritage avec lequel ce gouvernement doit composer.

Le déficit de l'entité 1 attendra cette année 25,5 milliards d'euros, soit environ 4 % du PIB. À politique inchangée, sans les mesures prises par l'Arizona, ce déficit pourrait grimper d'ici à 2029 à quelque 45 milliards d'euros, soit plus de 6 % du PIB, selon les estimations de nos institutions publiques.

Le Fonds monétaire international (FMI) dresse un tableau encore plus sombre: aucun autre pays occidental avec un niveau d'endettement comparable ne connaît une détérioration structurelle aussi dramatique de son budget sans mesures correctives.

Dat is dus het startpunt waarmee we aan de slag moeten gaan. Die erfenis is inderdaad zo rampzalig dat de kredietwaardigheid van ons land onvermijdelijk aangetast is. Het is dan ook ironisch, mevrouw Bertrand, dat u verwijst naar entiteit 2, want daar is het vooral de Brusselse regio die nog bijdraagt tot het rotten en daar is uw partij al jarenlang verantwoordelijk voor de begroting, met alle gevolgen van dien.

Eén ding is glashelder: we kunnen het beleid – hopelijk ook in Brussel, maar zeker hier op het federale niveau – niet ongewijzigd laten. Er moet aan het roer worden gedraaid. We nemen dus maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de explosie van dat begrotingstekort wordt gestopt. Dat is een oefening die niet in de ijle lucht gebeurt. Er zijn immers internationale verplichtingen bijgekomen inzake defensie – die hadden we eigenlijk al, maar we vervulden ze niet en zullen dat nu wel moeten doen – en binnenlandse veiligheid – wat we absoluut willen doen. Dit wordt dus, zoals ik zei in de dag en nacht waarin wij een 40-tal uur hebben gedebatteerd, geen wandeling door het park.

Ik zal het nu hebben over de kritiek van mevrouw Bertrand op de opbrengst van onze maatregelen. Ik heb gelezen - en een andere spreker heeft dat ook aangehaald - dat de heer Peersman wordt ingeroepen als gezagsargument. Hij zegt dat het opbrengstbedrag van de regering per extra gecreëerde job mogelijk een overschatting is. Ik heb in dit Parlement al bij herhaling gezegd dat wij inderdaad nauwgezet die terugverdieneffecten zullen moeten monitoren en eventuele overschattingen zullen moeten dichten. Ik wil er wel op wijzen dat de vorige regering uitging van nog meer opbrengsten per extra job dan deze regering. In die regering was een van de vraagstellers van vandaag zelf minister van Begroting. Ik begrijp dus dat er gezagsargumenten van professoren moeten worden ingeroepen omdat het u zelf aan gezag en geloofwaardigheid ontbreekt.

Ik lees die interviews van professor Peersman trouwens altijd met grote belangstelling, maar ik ben het niet altijd eens met de oplossingen die hij voorstelt, zeker niet als hij zegt dat we extra belastingen moeten heffen om de begrotingsput te dichten. Het overheidsbeslag in dit land, zoals ook aangehaald door de heer Ronse, staat immers reeds op recordhoogte. Ik weet dat het overheidsbeslag onder de vorige regering nog aanzienlijk is gestegen, maar het is niet mijn ambitie om op die weg verder te gaan. Integendeel, het is de ambitie van Arizona om het overheidsbeslag globaal te doen dalen.

Ik kom nu bij de opmerkingen over onze kredietwaardigheid en het rapport van Standard & Poor's. Ik vind dat eigenlijk heel interessant, zeker als men het volledig leest. Ik citeer: "Het akkoord over de begroting van 2025 brengt politieke duidelijkheid en signaleert meer budgettaire voorzichtigheid". Dat is dus toch goed nieuws? De maatregelen die we nemen, worden door de ratingbureaus namelijk positief geëvalueerd. Het is al heel lang geleden dat we dat nog eens hebben gelezen. Onder de vorige regering hebben we dat immers nooit gelezen. Er komt wel nog een belangrijke waarschuwing bij: "De uitvoering van de begroting wordt geconfronteerd met obstakels, waaronder sociaal protest tegen de verlaging van de uitgaven. Daarom is het mogelijk dat de sanering trager verloopt dan gepland". Met andere woorden, de belangrijkste bedenking van dat ratingbureau richt zich niet op de maatregelen van de regering, de belangrijkste vrees is dat de maatregelen niet snel genoeg zullen kunnen worden uitgerold vanwege protest. Ik hoop dus dat degenen die protesteren goed hebben geluisterd naar de oppositie, die gezegd heeft dat het eigenlijk allemaal niets voorstelt.

Dan moet men er ook niet tegen protesteren. Ofwel is het een sociale catastrofe, ofwel stelt het niets voor. Van twee zaken één. Ik moet de internationale markten geruststellen en tracht dat bij dezen ook te doen. We zijn vastberaden om koers te houden. De regering moet de maatregelen uit het regeerakkoord resoluut uitvoeren. We moeten doen wat nodig is om het tij te keren, het saldo te stabiliseren en vooral de begroting op lange termijn structureel gezond te maken. Ik heb het al vaak gezegd en ik zeg het nog eens: er is geen alternatief. Sociaal protest zullen we altijd met empathie benaderen, maar het mag ons niet ervan weerhouden te doen wat nodig is om de welvaart van onze burgers veilig te stellen.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, de begroting ging dé prioriteit van deze regering zijn. Vandaag hoor ik echter dat sanering veel trager zal gaan. U verwijst naar Standard & Poor's, die een negatief vooruitzicht hebben gegeven, terwijl ze uw begroting voor 2025 nog niet eens hadden gezien. Dat wisten ze zelfs niet! Een extra tekort van 8,5 miljard euro!

Wat zien we in die begroting voor 2025, mijnheer Ronse? De lasten op arbeid stijgen in uw begroting voor 2025. Dat is normaal, want de lasten zulen pas tegen het einde van de legislatuur dalen, als ze al ooit dalen. Dat vind ik fenomenaal, mijnheer Ronse! Een extra put van 8,5 miljard op twaalf weken tijd. Uw meerwaardebelasting trekt blijkbaar zelfs op niks en daar willen we ook niks van. Die lijkt nergens op. Volgens de Inspectie van Financiën zult u de extra opbrengsten zelfs niet halen. Dat is fenomenaal!

Axel Ronse:

Mevrouw Bertrand, ik ben een grote fan van u aan het worden. U hebt hier net geschiedenis geschreven, want ik heb nog nooit iemand in het halfrond zichzelf zo hard horen bekritiseren als u uzelf net doet. U hebt het hier over uw eigen begroting, want als we niets doen en het plan-Bertrand-Van Quickenborne blijven volgen, gaan we recht naar de bodem van de zee.

Wij zullen in de eerste plaats uw wereldrecord stopzetten. Wie werkt, moet netto meer verdienen. De overheid moet daar minder van vreten.

Ten tweede, te veel mensen die vandaag kunnen werken, zijn niet aan het werk. We zullen hen allemaal aan het werk krijgen door de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd en door de gelijkgestelde periodes voor pensioenen te hervormen.

Mevrouw Bertrand, hier is een hervormingstrein opgestart, die u nog nooit gezien zult hebben en die met een zeer grote snelheid door het Parlement zal razen. U kunt alleszins op ons rekenen: werken zal lonend worden.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Moi, je crois que les temps sont durs. Et les citoyens le savent. Ils ne sont pas inconscients. Ils ne sont pas idiots. Ils pourraient être sensibles à des accents plus churchilliens que vous pourriez essayer de donner, puisque, en plus, vous êtes historien. Ils peuvent entendre que les temps vont être durs et qu'il faut se mobiliser. Mais ce n'est pas le choix que vous faites.

Des milliers de gens sont inquiets pour leur travail, pour leur pension, à cause des réformes que vous faites. Je ne suis pas à 100 % convaincu que venir leur expliquer, comme vous venez de le faire, que ce serait gentil de ne pas protester dans les rues, parce que Standard & Poor's préférerait que ce ne soit pas le cas, soit la meilleure manière d'inviter nos concitoyens à consentir les efforts nécessaires. Il va falloir, à mon avis, trouver une autre manière d'obtenir l'assentiment de la population, si vous voulez éviter un bain de sang social.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de eerste minister, we staan aan de vooravond van 1 mei. Terwijl de vakbonden elk draagvlak bij de bevolking verliezen door de zoveelste staking, willen wij van Vlaams Belang het hebben over de hardwerkende Vlamingen. Die Vlamingen betalen al de hoogste belastingen, werken meer uren dan de gemiddelde Europeaan en behalen vandaag al een werkzaamheidsgraad van 80 %, ruim voldoende om onze pensioenen te betalen zonder extra belastingen of langer werken.

En toch maant de regering de Vlamingen aan om nog langer te werken voor minder pensioen en dat om de putten van Wallonië en Brussel te vullen. Dat is niet hervormen, dat is straffen. Vroeger kon de N-VA de schuld steken op Verhofstadt, Di Rupo, of De Croo. Vandaag komt het van Bart De Wever zelf, de man die sanering beloofde. Maar die sanering betekent nu het bijkomend belasten en uitmelken van de Vlamingen. Dat is geen beleid, dat is verraad aan de Vlamingen.

Voorzitter:

Mijnheer Van Quickenborne, daarnet werd uw naam genoemd. Maar ik heb geen persoonlijk feit vastgesteld, want het gebeurde naar aanleiding van de vraag van uw fractievoorzitster, die zowel een vraag heeft kunnen stellen als een repliek heeft kunnen geven. ( Protest van de heer Van Quickenborne ) Het aantal keren dat ik collega Bouchez geen recht van antwoord, geen persoonlijk feit, heb toegekend, ligt hoger dan in uw geval.

economie en werk

De stakingsacties van magistraten
De acties van de magistratuur
De actie van de magistraten
De gevolgen van de maatregelen van Arizona voor de magistratuur, de rechtsstaat en de veiligheid
Het protest van de parketmagistraten
De resultaten van het overleg met de magistraten en de open brief van de jonge magistraten
Acties en reacties van magistraten op maatregelen en overleg.

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 30 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De diepe crisis in de rechtsstaat draait om onderfinanciering, pensioenhervormingen en het gebrek aan vertrouwen tussen politiek en magistratuur: magistraten voeren ongekende acties (stakingen, uitgestelde zaken) door chronische onderbezetting, verouderde infrastructuur, onveilige werkomstandigheden en een gevoelde aanval op hun onafhankelijkheid via de geplande pensioenkortingen (tot 30% voor sommigen), die ze zien als een symbolische degradatie van hun statutaire bescherming. De regering (met name ministers Verlinden en Jambon) benadrukt dat extra middelen (o.a. uit het Paasakkoord) en hervormingen onderweg zijn, maar wijst op de erfenis van jarenlange verwaarlozing door vorige regeringen, terwijl ze dialoog blijft eisen ondanks lopende acties – een benadering die oppositie en magistraten te defensief en onvoldoende concreet vinden. Het kernconflict is of de pensioenmaatregel (deels) de druppel was of een afleiding van diepere structurele problemen: overbevolkte gevangenissen, digitale achterstand, onderbetaald personeel en een cultuur van minachting (van beide kanten), waarbij magistraten vrezen voor een exodus en politici de rechtsstaat zien verzwakken door hun acties.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, een rechter die beklaagden naar huis stuurt, is dat een normale rechtsgang of is dat rechtsweigering? Waar is het controlerecht van de wetgevende macht wanneer het openbaar ministerie weigert te antwoorden op parlementaire vragen? Hoe rijmen we een procureur die in financiële zaken enkel nog corruptie wil onderzoeken met artikel 151 van de Grondwet?

De acties van de magistratuur roepen vele vragen op. Ik ben zelf meer dan 20 jaar magistraat geweest en heb zoiets nooit meegemaakt. Magistraten zetten hun rechterlijke macht in om de uitvoerende macht aan te vallen. Maar ook omgekeerd – en ook dat hebben we nooit meegemaakt – zetten politici rechters weg als wereldvreemd, maken ze uitspraken belachelijk, beschimpen ze en hebben ze het over 'werkstrafjes'. Ik denk niet, collega's, dat Montesquieu dat voor ogen had met zijn trias politica.

En de regering zwijgt. Ik hoor de minister van Justitie niet, ik hoor de premier niet en ik hoor u niet. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Af en toe hoor ik iemand natuurlijk wel roepen dat het allemaal de schuld is van de vorige regering, maar u weet dat dat niet klopt. De herfinanciering van Justitie is begonnen en we hebben daar resultaten geboekt. Ik vrees echter dat er de voorbije maanden veel is misgelopen in het overleg en dat de magistraten niet worden gehoord. Ze werden niet gehoord door de onderhandelaars tijdens die zeven maanden onderhandelingen en ze worden blijkbaar ook nu nog niet gehoord. Als ik het namelijk moet geloven, kan er nog steeds geen volledig correcte berekening van de pensioenplannen worden voorgelegd.

Ik heb dus een simpele vraag. Wat zal deze regering doen om het vertrouwen met de rechterlijke macht te herstellen? Dat is immers broodnodig in een rechtsstaat.

Leentje Grillaert:

Collega's, 11.000 plaatsen voor 13.000 veroordeelden. Zelfs mijn jongste dochter van acht jaar weet dat die rekensom niet klopt. De gevolgen zijn ernstig.

Vanuit cd&v staan we pal achter het principe dat er voor straffeloosheid in onze maatschappij geen plaats is. De gevolgen zijn nefast, niet alleen voor het vertrouwen in Justitie, maar ook voor de veiligheid in de samenleving. Mevrouw de minister, u hebt extra middelen gevraagd en ook gekregen voor dit jaar om een aantal extra werven aan te pakken.

Cd&v wil de straffeloosheid aanpakken op een verstandige manier om werk te maken van de werven die u vooropstelt, mevrouw de minister. Die inspanningen verdienen steun, geen sabotage. Het is echt spijtig dat het gevangeniswezen nog meer onder druk wordt gezet door acties die ervoor kunnen zorgen dat het systeem ontspoort, want ook dat kost de samenleving veel. Het gaat niet noodzakelijk over euro's, maar wel over vertrouwen, veiligheid en stabiliteit.

Begrijp me ook niet verkeerd, collega's. Ik hoor andere collega's van alles vertellen. Ik denk dat hun kortetermijngeheugen en hun langetermijngeheugen hun in de steek laten. We moeten de zorgen van de magistratuur niet zomaar wegwuiven. Hun werkomstandigheden zijn vaak schrijnend, met onderbezetting, bedreigingen en gerechtsgebouwen die onvoldoende beveiligd zijn. Magistraten staan voortdurend onder druk door de grote werklast en de complexiteit van procedures en onderzoeken. Ook zij hebben recht op duidelijkheid over hun pensioenen.

Het doel moet echter zijn samen te bouwen aan een Justitie die werkt, beschermt en vertrouwen geeft. Er is maar een weg daarnaartoe en dat is via dialoog, collega's, tussen de politiek en de magistratuur. Daar moeten we aan werken. Mevrouw de minister, ik weet dat u een hardwerkende minister bent (…)

Ismaël Nuino:

Madame la ministre, monsieur le vice-premier, depuis plusieurs jours, un mouvement sans précédent traverse le monde judiciaire. Des grèves ont été annoncées dans plusieurs parquets.

Ce que les magistrats expriment aujourd'hui, c'est un appel au secours. Nous devons être capable de l'entendre. Défendre la magistrature, ce n'est pas défendre des intérêts particuliers mais bien défendre un pouvoir de notre État de droit. Ce sont les juges, les magistrats, les greffiers et tous les autres qui y travaillent et qui empêchent que nos conflits ne dégénèrent en violence. Ils garantissent aussi, dans une société de plus en plus traversée par des tensions, que le droit continue de faire autorité.

Mais il faut le dire clairement aussi, cette mobilisation n'est pas née des dernières annonces. Elle est nourrie par des conditions de travail qui sont intenables depuis des années, des juridictions à bout de souffle, un manque criant de personnel administratif, un arriéré judiciaire qui ne cesse de s'aggraver et des difficultés à attirer de nouveaux talents.

Madame la ministre, la situation dont vous héritez est complexe. J'ai entendu dire que les magistrats attendaient de la concertation. Ce n'est pas cela qu'ils attendent! Depuis des années, ils attendent des actes! Des actes, l'Arizona en amène avec l'accord de gouvernement, avec les accords de Pâques et les millions qui ont été débloqués. Voilà les actes qui vont arriver. Aujourd'hui, les magistrats attendent ces actes. Nous sommes au gouvernement, et c'est précisément ce que nous sommes en train de réaliser. Les accords conclus aujourd'hui sont les plus importants en termes de réinvestissement dans la Justice.

Ils attendent concrètement, ils attendent des actes et c'est ce que nous allons apporter. Vous avez obtenu des moyens supplémentaires, nous vous avons soutenus pour les obtenir.

Concrètement, comment allez-vous utiliser ces moyens supplémentaires? À quelle vitesse? Comment pouvez-vous rassurer ces juridictions et ces parquets, au-delà des seules prisons, pour qu'ils puissent enfin respirer et fonctionner dignement?

La tâche est immense, mais vous pouvez compter sur nous car pour Les Engagés et pour l'Arizona, la Justice est une priorité.

Khalil Aouasti:

Madame la ministre de la Justice, je suis désolé. Le constat est là, la Justice est dans un état déplorable.

Depuis cinq législatures, le département de la Justice est géré par la droite. Avec quel bilan? Magistrats débordés, des justiciables excédés par une attente de plusieurs années avant de voir leur dossier traité, des cadres non remplis, des détenus entassés, des agents pénitentiaires agressés, et aujourd'hui une atteinte inédite à l'attractivité de la profession de magistrat pour laquelle vous peinez déjà à recruter.

L'Arizona s'est faite sur la promesse d'un travail mieux payé et mieux valorisé pour toutes et tous. En lieu et place, pour les magistrats, c'est une réduction de près de 30 % de leur pension qui leur est annoncée. Contrairement à ce qu'on essaie de nous faire croire et à ce qu'a dit le premier ministre, ce n'est pas une question de grosses pensions. Quelle insulte pour la magistrature!

Après des critiques à peine voilées contre le gouvernement des juges, après des tentations exprimées de limiter les fonctions de magistrat à des mandats de cinq ans, en s'attaquant aujourd'hui aux pensions des magistrats, c'est le fonctionnement, l'indépendance de la justice, de ce troisième pouvoir constitutionnel que vous attaquez. Et à travers lui, c'est l'État de droit que vous attaquez.

Aujourd'hui, il y a des lettres ouvertes d'associations représentatives, des cartes blanches signées par 800 magistrats, des sorties dans la presse de chefs de corps, des remises de dossiers à plus d'un an. Et on dit quoi? "Ils n'ont rien compris." "Il y a de l'argent, mais ils n'ont rien compris."

Madame la ministre, la justice n'est pas une institution désincarnée. Pour reprendre les termes de votre propre majorité, les magistrats ne sont pas des fonctionnaires.

Pour que la justice soit efficace, pour qu'elle serve nos justiciables, elle doit être composée d'hommes et de femmes qui sont engagés et motivés dans leurs fonctions. Or cette décision suscitera une vague de départs et la mise en difficulté de la magistrature.

Ma question à tous les deux: quel investissement garantissez-vous dans les droits acquis, dans le service aux justiciables et dans le troisième pouvoir qu'est l'institution judiciaire?

Kristien Van Vaerenbergh:

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, justitie bevindt zich in bijzonder zwaar weer op dit ogenblik. De problemen die worden aangekaart, zijn niet nieuw en spelen al verschillende legislaturen. Onze fractie heeft die in de voorbije legislaturen ook aangekaart. Er is de overbevolking van de gevangenissen, de digitalisering die nog altijd niet het gewenste resultaat oplevert, maar ook het verouderde patrimonium en de jarenlange structurele onderfinanciering. Al deze jarenlange frustraties komen nu samen tot een kookpunt door de aangekondigde hervorming van de pensioenen van de magistraten.

Die plannen leiden tot ongeziene acties bij de magistratuur. Het begon vorige week met de actie van het Openbaar Ministerie, waarbij duizenden gevangenen opnieuw naar de gevangenis worden gestuurd, ondanks de overbevolking. Gisteren hoorden we een politierechter in Gent die zaken een jaar uitstelt. Ook bij het federaal parket in Brussel worden er acties aangekondigd.

Mevrouw de minister, we hebben uiteraard veel respect voor de magistratuur. Heel veel magistraten doen dag in, dag uit hun best om voor justitie te werken, ondanks de moeilijke omstandigheden. Het is echter wel zo dat zij een bijzondere functie hebben. Zij vormen een van de drie machten van ons land. Zij hebben het voorrecht om samen met de andere machten de rechtsstaat vorm te geven. Ik denk dat zij zich met de acties die de laatste weken zijn ondernomen op bijzonder glad ijs begeven.

Mevrouw de minister, op welke manier zult u de situatie ontmijnen? Hoe lopen de gesprekken? Die zijn er de afgelopen dagen immers wel degelijk geweest.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, de magistraten kunnen en willen - en terecht, mevrouw de minister - de slechte financiële en materiële toestand waarin ze moeten werken niet langer aanvaarden. Heel wat jonge magistraten twijfelen nu zelfs aan hun beroepskeuze, ten gevolge van de aangekondigde hervorming. In hun open brief zijn ze duidelijk: "Hoe lang laten we justitie nog verder afbrokkelen voor we reageren en haar de middelen geven om sterk en doeltreffend te zijn?"

Ze hebben voor het beroep van magistraat gekozen uit overtuiging, gedreven door het maatschappelijk belang. Ze willen niet liever dan hun functie met waardigheid en onafhankelijkheid uitoefenen. Dat is vandaag echter onmogelijk geworden. De aangeklaagde wantoestanden bij justitie zijn niet meer te overzien. De digitalisering is niet of nauwelijks ingezet, zo getuigt het rapport van het Rekenhof. In sommige arrondissementen is het een luxe om over een telefoonlijn of een printer te beschikken. Ze moeten werken in beschimmelde kleine bureaus. Middelen om de gebouwen te renoveren of informaticamaterieel aan te kopen zijn er niet. Er is geen budget voor een koffiemachine, nietjesmachine of zelfs toiletpapier.

Daarenboven worden de werkweken steeds langer door de chronische onderbezetting. Er is een personeelstekort van 40 % bij de magistraten om alles binnen een redelijke termijn af te handelen. De werkdruk wordt dan ook onaanvaardbaar.

Hoe lang moeten de magistraten dit nog aanvaarden? Wanneer zal er eindelijk voldoende budget worden vrijgemaakt om dit alles aan te pakken en eindelijk – ook ten aanzien van collega Van Tigchelt - orde op zaken te stellen bij justitie?

Jan Jambon:

Geachte Kamerleden, ik had meer vragen over de pensioenen van de magistraten verwacht. Daarom zal ik mijn antwoord limiteren en de vloer volledig aan mijn goede collega Verlinden laten.

Ik moet wel zeggen dat ik ten zeerste de individuele en collectieve acties van de magistratuur betreur, aangezien we gisteren nog samengezeten hebben voor overleg. Ook vorige week vond reeds overleg plaats en begin mei staat nog overleg gepland. Gisteren hebben we samen de cijfers doorgenomen. We bevinden ons dus volop in overleg. Ik heb een ander begrip van overleg en actievoeren. Als overleg tot niets leidt, kan men actievoeren, maar actievoeren terwijl het overleg nog volop loopt, vind ik raar.

Er is een pensioenhervorming op til en ik vind dat iedereen in die pensioenhervorming moet participeren, iedereen naar eigen kunnen. Niemand staat boven de wet. Dat geldt voor zelfstandigen, voor werknemers, voor ambtenaren, voor ons als politici maar ook voor de magistraten.

Vaak hebben we horen spreken over de indexsprong.

Nous avons entendu beaucoup de choses sur le saut d'index. Examinons les chiffres. Cela ne concerne que les pensions les plus élevées, soit au-dessus de 5 250 euros. Pour la moitié des juges, la pension s'élève à 7 400 euros. Prenons la somme de 7 000 euros, si nous y appliquons un index de 2 %, cela fait 140 euros. Nous allons réduire ces 140 euros pour arriver à 36 euros. Au lieu d'une augmentation de 140 euros, ils percevront une augmentation de 36 euros. Et ça serait une grande attaque vis-à-vis de leur pension! Je ne suis pas d'accord.

In een grote pensioenhervorming moet iedereen een bijdrage leveren, dus ook de magistratuur. Ik hoop echt dat de onrust en het ongenoegen bij deze hooggeplaatste dienaren van de democratie, die beladen zijn met een grote verantwoordelijkheid, in proportie blijven met de beperkte inspanningen die van hen gevraagd worden.

Annelies Verlinden:

Goeiemiddag, collega’s. Collega Van Tigchelt, ik had vanmiddag van veel mensen vragen verwacht, maar niet van u. De nodige dosis lef kan men u alvast niet ontzeggen.

Ce que je retiens de mes nombreux contacts avec la magistrature, c'est que ces actions traduisent aussi et surtout un mécontentement de longue date concernant le financement de la Justice de manière générale.

De rechtsstaat is ons allemaal dierbaar, of zou dat in elk geval moeten zijn. Het is echter heel duidelijk dat hij onder druk staat. Als we willen dat de rechtsstaat overleeft en versterkt, zijn we verplicht erin te investeren.

Het zal niemand ontgaan zijn dat ik van bij mijn aantreden gepleit heb voor onze binnenlandse veiligheid. Ik heb aan de collega's in de federale regering een overzicht bezorgd van de budgettaire behoeften van Justitie, niet enkel voor dit jaar, maar met een noodzakelijk groeipad voor de hele legislatuur.

En examinant de manière globale les tâches qui incombent à la justice et à nos magistrats, force est de constater que leur charge de travail a explosé. Cette situation s'explique par les évolutions sociales dans le domaine du droit des personnes et de la famille, par le recours accru à la justice, par des demandes toujours plus nombreuses en matière de soins et de soutien psychosocial, par la complexité croissante des enquêtes pénales ou encore par le succès remporté dans la lutte contre la criminalité organisée.

Je rejoins donc pleinement les revendications de la justice pour de meilleures conditions de travail, des moyens supplémentaires et des lieux de travail plus sûrs. Dans l'intérêt de notre démocratie, la Justice doit rester un employeur attractif pour les magistrats et elle doit pouvoir continuer à aider les citoyens à des moments souvent déterminants dans leur vie.

De recente beslissing over de automatische indexering van hun pensioenen was duidelijk de druppel die de emmer deed overlopen. Vele magistraten hebben mij bevestigd dat ze solidair willen zijn met de toekomstige generaties en hun recht op een degelijk pensioen zodat er zeker begrip is voor de noodzakelijke toekomstgerichte hervormingen van deze arizonaregering. Ze geven weliswaar aan dat hun onrust groot is vanwege de onzekerheid over de totale omvang van de hervormingen, wat naar ik vermoed ook geldt voor andere beroepsgroepen. Zoals de minister van Pensioenen echter net al heeft aangegeven, worden en zullen de discussies hierover worden verdergezet.

In mijn opdracht als minister van Justitie voorzie ik de komende jaren bijkomende middelen ter versterking van het openbaar ministerie en de hoven en rechtbanken. Ik heb ook van bij het begin de magistratuur betrokken bij alle werkzaamheden. De magistraten weten dus dat hun bezorgdheden ook de mijne zijn, naast de vele andere uitdagingen, zoals het wegwerken van structurele betaalachterstanden – waarover vorige week ook nog uitvoerig bericht is in de media – maar ook de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen, die ons, als we ze niet oplossen, op termijn bijzonder veel geld zal kosten, maar ook de veiligheid van de medewerkers in de gevangenissen.

Je m'entretiendrai étroitement avec la magistrature afin de déterminer comment nous pourrons, dans les mois à venir, agir le plus efficacement possible pour renforcer l'attractivité et le respect de la carrière, mais aussi pour améliorer les conditions de travail, et ce, dans l'intérêt du rôle fondamental que jouent les magistrats dans notre démocratie. Le réalisme et la crédibilité devront ici être nos fils conducteurs communs, car les conséquences du sous-financement qui perdure depuis des années ne peuvent être gommées d'un coup de baguette.

De verhalen die ons van de andere kant van de oceaan bereiken, leren ons hoe belangrijk het is om allemaal ambassadeurs van de rechtsstaat te zijn. De echo’s van die verhalen zouden voor mij als een duidelijke oproep aan iedereen moeten klinken, zeker aan zij die deel uitmaken van een van de drie machten, om ter zake geen enkel compromis te sluiten.

Ik wil dan ook blijven geloven dat ook de magistraten zelf de rechtsstaat vertrouwenwekkend en met zorg zullen blijven behandelen. Ik blijf alvast met hen overleggen en werk in het belang van onze binnenlandse veiligheid samen met en voor hen aan een weg die ons tot oplossingen kan brengen. Ik hou daarbij een quote van Ruth Bader Ginsburg voor ogen: “ Fight for the things that you care about but do it in a way that will lead others to join you. ” Kom op voor wat je belangrijk vindt, maar doe het op een manier die anderen mee in beweging kan brengen.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer en mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Als een open oorlog plaatsvindt tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, heb ik geen lef nodig om hier te spreken, dan is het gewoon mijn plicht als parlementslid om mijn stem te verheffen. Dat heeft niets met meerderheid of oppositie te maken.

Niemand is gebaat bij een oorlog tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, zeker niet de magistraten. Het merendeel van de magistraten – ik kan ervan getuigen – levert meer dan voortreffelijk werk in vaak moeilijke omstandigheden. Ik hoop dat het groeipad, dat door de vorige regering ingeslagen is, wordt aangehouden, want uw regeerakkoord belooft op dat vlak niet veel goeds.

Met het paasakkoord zijn enkele financieringen vooruitgeschoven, maar het gaat niet alleen over extra budget, collega Dillen, we moeten ook hervormen, durven hervormen. Op dat vlak is de vervroegde invrijheidsstelling van criminele illegalen, zoals in het paasakkoord staat, geen goed voorbeeld. Sorry dat ik het zeg.

Leentje Grillaert:

Ik sta een beetje perplex door de repliek van mijn collega, die echt wel wat werk heeft met het kortetermijn- en langetermijngeheugen.

Het heeft volgens mij echt geen zin om hier op de bühne te zeggen dat er een open oorlog heerst. Daarnet heb ik gezegd dat dialoog belangrijk is. We moeten zelf, de magistratuur en de politiek samen, aan de slag om die dialoog te voeren. De retoriek die u aanhoudt, collega, vind ik eigenlijk niet oké en ik denk dat ik daarmee de mening van velen vertolk.

( applaus bij de meerderheid )

Bepaalde bezorgdheden vanuit de magistratuur zijn zeker terecht. Daarvoor moeten we oog en oor hebben, maar de ruis op de lijn moet weg. Van mevrouw en mijnheer de minister hoor ik dat de dialoog plaatsvindt, dat ze samen rond de tafel zitten. Dat is de weg die we moeten bewandelen. De noodkreet is aangekomen en ik heb er alle vertrouwen in, mevrouw en mijnheer de minister, dat u constructief met de magistratuur aan tafel gaat zitten en dat we in deze legislatuur (…)

Ismaël Nuino:

Que les choses soient claires: depuis le départ, l'Arizona a en effet annoncé que nous allions devoir fournir des efforts, oui, pour laisser un É tat viable aux prochaines générations. Mais je ne peux pas entendre dire ici que l'Arizona décide de sacrifier la justice. Ce n'est pas vrai! Comme pour la sécurité et la santé, depuis le début, nous avons annoncé qu'aucune économie ne serait réalisée dans la justice. C'est même un réinvestissement qui a été obtenu pour 2025.

Répétons-le: le plus grand problème des magistrats n'est pas leur pension, mais les nombreux et immenses chantiers qui ont été laissés par le précédent gouvernement. De même, plusieurs mesures qui avaient été prises ont complètement fait craquer le système carcéral. En tout cas, soyons de bon compte, ce n'est pas en trois mois que nous allons résoudre tous les problèmes de la justice. Mais les moyens et la volonté sont là. Voilà enfin un gouvernement qui prend ses responsabilités!

Khalil Aouasti:

Madame et monsieur les ministres, merci pour vos réponses parce qu'au moins on voit que, dans l'Arizona, tout est clair.

Le ministre des Pensions nous dit: "Circulez, il n'y a rien à voir! C'est comme cela, et je ne discute plus. Pas de concertation." La ministre de la Justice nous répond que, pour continuer à faire fonctionner la justice, des concertations seront nécessaires pour que, malgré tout, les audiences puissent se tenir. Nous avons ensuite Les Engagés…

Jan Jambon:

(…)

Khalil Aouasti:

Monsieur le ministre, vous avez répondu; laissez-moi répliquer!

Jan Jambon:

(…)

Khalil Aouasti:

Ik versta wel Nederlands, mijnheer de minister. Geen probleem.

Et puis, donc, nous avons un membre des Engagés qui, lundi par voie de presse, nous a annoncé publiquement: "Je vais écrire au ministre des Pensions pour faire en sorte que les magistrats sortent de la réforme des pensions." Or ce parti nous dit aujourd'hui que le problème n'est pas la pension des magistrats, mais leurs conditions de travail. Mais alors, personne n'a jamais rien compris ici, en fait! Les travailleurs qui devaient gagner 500 euros de plus n'ont rien compris! Les magistrats qui perdent leur pension, non plus! Le monde de la justice n'a rien compris! Les Belges ne comprennent jamais rien avec l'Arizona!

Kristien Van Vaerenbergh:

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Er is inderdaad overleg en we kijken uit naar het verdere verloop daarvan. Zoals de minister van Pensioenen ook zegt, moet deze regering hervormingen doen en iedereen moet een deel ervan op zich nemen, ook de gerechtelijke wereld. Dat is niet meer dan normaal.

Er zijn natuurlijk veel problemen op het vlak van justitie, maar die zijn er niet van vandaag op morgen gekomen, die dateren uit het verleden. Ook de vorige regering heeft daar een aanzienlijke aandeel in.

Ik wens u veel succes met het verdere overleg. Deze regering investeert wel degelijk in justitie. Er komt aanzienlijk wat geld bij, zodat justitie naar behoren kan functioneren in de toekomst. Justitie is immers een kerntaak van de overheid.

Marijke Dillen:

Dank voor uw antwoord. Collega’s, om goed te werken en vertrouwen te verdienen heeft justitie nood aan magistraten die zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Dat is vandaag niet het geval en daar moet verandering in komen. De opeenvolgende regeringen hebben decennialang geen aandacht besteed aan justitie, laat staan hiervoor de nodige budgetten vrijgemaakt. Geen van de vorige ministers heeft aangevoeld hoe hoog de frustraties zaten en zitten bij de magistratuur. Deze regering moet eindelijk werk maken van een duurzaam, toekomstgericht beleid bij justitie, gekoppeld aan voldoende middelen. Daarvoor is veel meer nodig, mevrouw de minister, dan de extra’s die vandaag beloofd worden. Als er een miljard euro kan worden vrijgemaakt voor Oekraïne en vier miljard voor Defensie, dan moet dat ook kunnen voor justitie en politie.

internationale politiek en migratie

De kritiek van Myria op het verstrengen van de regelgeving inzake gezinshereniging in ons land
Het budget voor asielopvang en de kritiek op de maatregelen rond gezinshereniging
Migratiebeleid en kritiek op gezinsherenigingsmaatregelen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 30 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De regering verstrengt gezinshereniging met hogere inkomens- en inburgeringseisen (leeftijd 21+, wachttijden) om asielshoppen en massale instroom (21.000/jaar) tegen te gaan, binnen Europese richtlijnen maar tegen kritiek van Myria (mensenrechtenbezwaar). N-VA verdedigt het beleid als noodzakelijk voor integratie en kostendruk, terwijl Vlaams Belang pleit voor een totale asielstop en afschaffing van Myria, en de regering beschuldigt van prioritering migranten boven gepensioneerden. De minister benadrukt realisme en juridische haalbaarheid, maar oppositie noemt de maatregelen onzichtbaar of ontoereikend. Kern: strenger migratiebeleid vs. mensenrechten en budgettaire keuzes.

Maaike De Vreese:

Minister, het Federaal Migratiecentrum Myria fluit de regering, dus u, terug. Te strenge nieuwe voorwaarden voor gezinshereniging zouden niet conform het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn. Ik vind dat toch zeer straffe kritiek voor een orgaan dat ook betaald wordt door diezelfde federale regering. Straf, zeker daar het schoorvoetend ook moet toegeven dat alles conform de Europese richtlijnen is.

En ja, wij zullen de gezinshereniging fors verstrengen. We doen dat natuurlijk met een reden. Meer dan 21.000 mensen kwamen naar hier via gezinshereniging. Dat heeft natuurlijk een enorme impact op onze samenleving. Wat verwachten we nu van die mensen? We verwachten van die mensen dat ze financieel kunnen instaan voor zichzelf, maar ook voor hun gezin. We verwachten dat ze, als ze naar hier komen, zich integreren, dat ze de taal leren, dat ze onze waarden en normen respecteren

Dat zullen we dan ook doen. We zullen extra voorwaarden koppelen aan de gezinshereniging. We zullen inderdaad vragen dat ze hogere inkomsten kunnen aantonen. We zullen inderdaad, op een later moment, er inburgeringsvoorwaarden aan koppelen. Waarom doen we dat? Om asielshoppen tegen te gaan. Om de heel grote instroom te demotiveren en natuurlijk ook om de impact op onze samenleving te verminderen.

Minister, hoe reageert u nu zelf op de kritiek van Myria? Kunt u nog maar eens bevestigen dat alles conform de Europese richtlijnen en dus ook de mensenrechten is?

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, in dit land verblijven 670.000 mensen op basis van gezinshereniging en 60.000 erkende asielzoekers. Die twee groepen alleen al maken meer dan 6 % van de bevolking uit. Het verzadigingspunt voor nog meer nieuwe immigranten is al lang bereikt. Alleen maar door het strengste beleid van de hele Europese Unie te voeren, zal de toestroom van nieuwe immigranten stoppen, maar u doet net het tegenovergestelde.

Als er te weinig geld is voor asielzoekers, vraagt u immers 40 miljoen euro extra, maar als gepensioneerden niet rond kunnen komen, dan is dat jammer. U bent verkozen om de Vlamingen te vertegenwoordigen, niet om als cashautomaat te fungeren voor de hele wereldbevolking.

De ironie toen ik deze ochtend de krant las, was me niet ontgaan, want het Federaal Migratiecentrum Myria zei dat de geplande verstrengingen van de gezinshereniging te ver gaan en dat ze tegen de mensenrechten zijn. Voor ons gaan ze echter niet ver genoeg. In het wetsontwerp, dat ik bij me heb, beslist de regering om 2,2 miljoen euro subsidies te geven aan Myria. Er is dus niet genoeg geld voor onze gepensioneerden, maar er is wel geld voor linkse migratieclubjes en om hen kritiek te laten geven op het beleid dat u zelf voorstelt.

Mevrouw de minister, zult u een asielstop invoeren zoals Polen? Zult u de gezinshereniging voor erkende asielzoekers stoppen, zoals Oostenrijk wil? Zult u het linkse migratieclubje Myria afschaffen in plaats van te besparen op onze eigen mensen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ik moet eerlijk bekennen dat, elke keer als u komt, ik mij afvraag met wat u mij nu gaat vergelijken? U hebt mij al een zieke koe genoemd, een slijmerige inktvis en nu is het een cashautomaat.

Het is inderdaad zo dat België door de veel te soepele regels inzake gezinshereniging de zwakke schakel van Europa was geworden. Dat is niet zomaar een politieke stelling, dat is de harde realiteit. Het gevolg daarvan is dat we een heel groot aanzuigeffect hebben, dat onze samenleving gewoon niet meer kan dragen. Het is hier gezegd, 21.000 mensen zijn vorig jaar van buiten de Europese Unie via gezinshereniging naar België gekomen.

Mijn boodschap is dan ook glashelder. Wie Europa rondreist, op zoek naar het meest gulle regime, zal dat niet meer in België vinden. Wij verstrengen inderdaad onder meer de regels inzake gezinshereniging aanzienlijk. Eerlijk gezegd, ik vind dat niet meer dan normaal. We verhogen de inkomensgrens waaraan mensen moeten voldoen om hun gezin naar hier te kunnen brengen. Zij moeten inderdaad zelf kunnen voorzien in het onderhoud van die mensen.

Nogmaals, sommigen vinden dat misschien te streng, dat hebben we vandaag kunnen lezen, maar ik vind het niet meer dan normaal dat we dat gaan doen. Men kan niet meer naar hier komen op kosten van onze samenleving. Er komen ook wachttijden van 1 tot 2 jaar. Gezinshereniging zal ook alleen nog mogelijk zijn vanaf 21 jaar. Op die manier willen we kindhuwelijken en gedwongen huwelijken tegengaan. We beschermen dus de allerzwaksten.

Mevrouw De Vreese, ik wil heel graag bevestigen dat dit allemaal binnen het Europees rechterlijk kader gebeurt, wat Myria vandaag trouwens ook zelf in De Standaard zegt. Beste collega's, ook mevrouw Van Belleghem, zij spelen dan misschien hun rol, ik speel mijn rol en dat is de rol van een minister die een streng asiel- en migratiebeleid voert.

Mevrouw Van Belleghem, u verwees ook naar het budget voor opvang. Het is zo, dat zou u beter dan wie ook moeten weten, dat de stijging van de dotatie voor Fedasil een substantiële investering is, maar die dotatie is een technisch gevolg van het begrotingsproces dat nog door de vivaldiregering in juni 2024 is opgemaakt, op basis van het voorgaande jaar.

Dat is de situatie vandaag. Die initiële raming was niet gebaseerd op realistische cijfers. Dat scenario moest dan ook bijgesteld worden. Nogmaals, ik heb van bij de start van mijn ministerschap heel duidelijk gemaakt waar het op stond en waar het op staat. Ik zal er dan ook alles aan doen, samen met deze regering, om de asielfactuur te doen dalen.

Maaike De Vreese:

In de commissie komen partijen met losse flodders, voorstellen die gewoonweg niet realiseerbaar zijn, voorstellen die tegen de Grondwet ingaan, mevrouw Van Belleghem, voorstellen die het beleid dus helemaal niet zouden wijzigen. Wij zullen komen met realistische voorstellen, haalbare voorstellen, voorstellen die stuk voor stuk tijdens de regeringsonderhandelingen afgetoetst werden met topjuristen, mensen die weten waarover ze spreken.

We zullen met die voorstellen de instroom verminderen en gezinshereniging verstrengen. We zorgen voor haalbare realisaties. We doen dat echter ook om die mensen zelfredzaam te maken. Het moet een win-win zijn. We moeten die mensen hier inderdaad volledig integreren. Als we in één ding zullen slagen, dan is het in het strengste asielbeleid ooit. Daarop kunt u dan alleen maar jaloers zijn.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw De Vreese, de heer De Wever heeft zelf gezegd dat de voorstellen die het Vlaams Belang voorstelt, perfect mogelijk zijn en dat u ons daarop niet kunt aanvallen. De heer De Wever zit echter ook in onze zakken. De btw op gas- en stookolieketels stijgt, er komt een meerwaardebelasting, de vliegtaks wordt uitgebreid, gepensioneerden komen niet rond. Het zijn stuk voor stuk belastingen en besparingen op onze eigen mensen.

Voor asielzoekers en voor een stijging van het asielbudget is er wel steeds geld. Door het asielbudget dit jaar met 40 miljoen euro te doen stijgen, geeft u aan de hele wereld de boodschap: “Ach, kom maar naar België, Anneleen Van Bossuyt van de N-VA zal u wel ontvangen, we betalen alles en als het geld op is, dan doen we er nog een schep bovenop.” Mevrouw de minister, laat het duidelijk zijn, daaraan doet het Vlaams Belang nooit mee.

Voorzitter:

Collega’s, met die vraag ronden wij onze vragensessie af. Dat geeft u allemaal de tijd om uw stem nog uit te brengen in zaal 3. Ik meen dat er hier en daar nog een collega was die dat nog niet heeft gedaan. U wordt daartoe dus bij dezen uitgenodigd.

Sofie Merckx:

Mijnheer de voorzitter, vooraleer wij de rest van de agenda aanvatten, wil ik opmerken dat de heer Jambon daarnet effectief heeft beloofd dat hij het rapport van de Inspectie van Financiën over het ontwerp inzake de meerwaardebelasting zou doorgeven aan de Kamerleden. Ik heb net mijn mailbox nog ingekeken. Het rapport zit daar nog niet in.

Ik zou u willen vragen om de minister daarop attent te willen maken, zodat wij het vandaag nog zouden krijgen. Morgen is immers een feestdag. Wij weten ook dat wij het document niet over veertien dagen zullen krijgen. Kan u de vraag doorspelen aan de minister of aan een andere collega, zodat wij het vandaag nog kunnen ontvangen?

Voorzitter:

Ik zal de minister aan zijn woorden herinneren, maar misschien werkt hij morgen wel op de Dag van de Arbeid. Dat kan nooit worden uitgesloten. Ik weet echter niet of hij heeft beloofd dat het rapport vandaag zou worden verstrekt. Ik zal hem door de diensten laten contacteren.

gezondheid en welzijn

De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending 'Generatie vape'
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending over vapes

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 24 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de urgente bestrijding van vapes bij jongeren, die via zoete smaakjes, illegale drugs (zoals *spice*) en misleidende marketing massaal verslaafd raken, met zware gezondheidsrisico’s (nicotine, zware metalen). Minister Vandenbroucke kondigt strengere maatregelen aan: een totaalverbod op smaakjes (behalve tabak/munt), versterkte handhaving (40.000 illegale vapes in beslag genomen), Europese lobby voor grensoverschrijdend verbod, en samenwerking met politie en Binnenlandse Zaken—maar critici (o.a. Van Hoof, Peeters, Bury) wijzen op trage uitvoering (smaakjes waren al in 2021 voorgesteld), gaten in wetgeving (herbruikbare vapes, niet-geüpdatete KB-lijst verboden stoffen) en ideologische tegenstrijdigheden (eis tot druglegalisering ondermijnt anti-vapebeleid). Kernpunt: onmiddellijke actie is nodig om een generatie te redden, maar Europese afstemming en strikt handhaven blijven knelpunten.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, 52 % van de vapende jongeren rookt sigaretten. Het schadebeperkingsnarratief van de industrie – die is ook crimineel – is een rookgordijn geworden. Een rookopstapje in plaats van een rookstopmiddel. De Pano -reportage van gisteren liegt niet. Naast met nicotine worden vapes nu gevuld met naar snoep smakende drugs. Een hele generatie wordt onder onze ogen langzaam verslaafd en vergiftigd.

Ik vraag het namens cd&v al vijf jaar. Ik heb in 2021 een wetsvoorstel op tafel gelegd om de smaakjes te beperken tot maximaal drie, zonder die aantrekkelijke zoetigheid. De Stichting tegen Kanker, Kom op tegen Kanker, de Belgian Respiratory Society, allemaal zijn ze voorstander.

Mijnheer de minister, soms zijn gezond verstand, pragmatisme, en ook het voorzorgsprincipe beter dan een voorzichtig wetenschappelijk advies dat we in 2022 mochten ontvangen van de Hoge Gezondheidsraad. Hoelang wachten we nog? We moeten weer wachten op een advies. Ik heb adviezen over mijn wetsvoorstel gevraagd.

U wou vorig jaar de inspecties versterken en de sancties opvoeren, maar wat zien we? Cannabisvapes, spicevapes, wegwerpvapes. Eraan geraken is letterlijk kinderspel.

Ik hoop dat het u vandaag echt menens is. Mijnheer de minister, wat zult u nu doen, wat zult u vandaag doen, om onze jongeren te beschermen tegen vapen?

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, we hebben gisteren de Pano -reportage gezien. U gaf daar vanochtend al een reactie op in de pers. Ik ben blij te horen dat u even verontwaardigd bent als de talrijke ouders en leerkrachten die met deze problematiek geconfronteerd worden.

Onze jongeren worden steeds meer blootgesteld aan rommel in vapes. Dat moet echt stoppen. Er is al een verbod op het verkopen van wegwerpvapes, maar dat wordt dus duidelijk niet nageleefd. Het gaat over illegale rookmiddelen, waardoor we geen zekerheid meer hebben over de samenstelling van het product. Zo ligt het nicotinegehalte vijf keer hoger dan in een klassieke tabaksigaret en zitten er zware metalen in de dampen, zoals nikkel, lood en zink. Dan hebben we het nog niet over de e-sigaretten die cannabis of synthetische drugs bevatten. Wanneer drugs gecombineerd worden met een aangename fruit- of snoepsmaak weten we gewoon dat er op termijn ongelukken gaan gebeuren, waarschijnlijk ook met heel jonge kinderen.

We hebben de wet al verstrengd, maar we stellen vast dat de situatie er echt niet beter op wordt. Integendeel, het blijft een aantrekkelijk product voor jongeren door de verschillende smaakjes en het is voor jongeren nog te gemakkelijk om aan wegwerp e-sigaretten te geraken, zowel online als via dealers, maar ook gewoonweg in de winkel.

Mijnheer de minister, de regering wil overduidelijk de strijd aangaan met de vapes. U sprak deze ochtend over oplossingen, waaronder samenzitten met de politie, Binnenlandse Zaken en Europa om tot een integrale aanpak te kunnen overgaan. Ik steun die daadkracht, maar vraag mij wel af welke bijkomende maatregelen er op heel korte termijn kunnen worden genomen. De harde realiteit van een nieuwe zogenaamde 'generatie vape' haalt ons immers razendsnel in.

Funda Oru:

Mijnheer de minister, men kan er tegenwoordig niet meer naast kijken en heel wat ouders worden er dagelijks mee geconfronteerd: jonge kinderen die aan de schoolpoort staan te vapen, verleid door fruitsmaakjes, felle kleuren en niet alleen verleid, maar vooral ook verslaafd.

Dat is het werk en de walgelijke tactiek van de tabakslobby. Alle waarden en normen gaan overboord om onze jonge kinderen en jongeren verslaafd te maken. Ze zetten alles op alles om onze toekomstige generaties, onze toekomst, onze jeugd te verleiden, te verzieken en verslaafd te maken. De Pano -documentaire van gisteren was wederom shockerend. Ik wil via deze weg ook de makers expliciet bedanken omdat ze gevaarlijke trends bij jongeren keer op keer onder de loep nemen, want nu blijkt dat die vapes gevaarlijke metalen en spice bevatten, een drug die even verslavend is als heroïne.

Dat zou ons allemaal moeten verontrusten, want we weten ondertussen allemaal wel hoe schadelijk vapes zijn voor jonge mensen, maar dit is gewoon hallucinant en onaanvaardbaar. Bovendien trappen steeds meer jonge kinderen in die val.

Mijnheer de minister, u hebt de voorbije jaren heel wat inspanningen gedaan en ook komaf gemaakt met de vele valstrikken van de tabakslobby, maar toch blijven zij ook innoveren en manieren zoeken om onze kinderen en jongeren te verleiden en verslaafd te maken. U hebt als eerste in Europa wegwerpvapes, lampjes en smartvapes verboden en ook een einde gemaakt aan de online verkoop van vapes, maar toch.

Voor Vooruit is de gezondheid van onze kinderen en jongeren essentieel. Ik heb dus maar één vraag voor u, mijnheer de minister. U hebt al heel wat belangrijke stappen gezet, maar wat zult u nog doen om onze kinderen en jongeren te beschermen tegen de gevaren van vapen en roken? Dank u wel.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, de Panoreportage legde een schokkende realiteit bloot. Minderjarigen dampen synthetische drugs, verpakt als fruitige vapes en verhandeld via sociale media. Het gaat niet enkel over klassieke cannabis of nicotine, maar ook over 'spice', een chemisch gemanipuleerde stof die tot vijftig keer krachtiger is dan THC en even verslavend is als heroïne.

Deze producten circuleren zonder etiket, zonder controle en waarschuwing. Artsen herkennen ze niet, ouders weten van niets en kinderen storten in. Dit alles gebeurt onder uw bevoegdheid. U bent als minister immers bevoegd voor het koninklijk besluit van 1997 dat de lijst van verboden stoffen vastlegt.

U verbiedt graag van alles en nog wat, maar sinds de Europese waarschuwingen van 2022 hebt u geen enkele aanpassing gedaan. Het Europees waarschuwingssysteem meldde in 2022 alleen al 24 nieuwe synthetische cannabinoïden. Ondertussen inhaleren jongeren deze stoffen zonder dat u enige actie ondernam. Waarom hebt u daar de voorbije jaren niets aan gedaan? Zult u dat KB nog actualiseren? U bestempelt cannabis in vapes terecht als gevaarlijk, maar waarom verbiedt u dan niet consequent softdrugs in plaats van ze te legaliseren?

Frank Vandenbroucke:

Mijnheer de voorzitter, collega's, de documentaire van gisteren heeft nogmaals duidelijk gemaakt dat vapes ongezonde en gevaarlijke producten zijn, die eigenlijk gewoon de wereld uit moeten. Daar zijn we ook mee bezig. Het gaat immers om een criminele industrie die een nieuwe generatie van kinderen en jongeren aan nicotine verslaafd wil maken. We moeten alles uit de kast halen om dat te stoppen.

Wij zijn daarmee al begonnen. Wat de producten betreft, hebben we allerlei tierlantijntjes, lichtjes en versieringen verboden. We waren ook de eerste in Europa om wegwerpvapes te verbieden. We hebben ook maatregelen genomen om vapes uit het zicht te halen, want zien roken doet roken. Eind december hebben we een rookverbod ingevoerd, ook voor vapes, op allerlei plekken waar kinderen en jongeren komen, van speelpleinen tot attractieparken en dierentuinen. Sinds 1 april van dit jaar is er ook een uitstalban voor vapes van toepassing. Vapes mogen gewoonweg niet meer in winkels uitgestald worden; ook dat is belangrijk.

Ik denk dat we verder moeten gaan en ik hoop op uw enthousiaste steun wanneer wij het vapen en het roken van klassieke tabaksproducten op terrassen zullen verbieden. Naar mijn opinie is dat echt nodig, want we moeten dat uit het zicht halen van kinderen en jongeren en van mensen in het algemeen.

Iedereen is er vandaag van overtuigd dat we ook de smaakjes moeten aanpakken. Die smaakjes zijn nergens goed voor. Kinderen en jongeren inhaleren nicotine en drugs met de smaak van aardbeien, appels en wat weet ik nog allemaal. Andere ingrediënten zijn pesticiden, nikkel, lood, allerlei zeer ongezonde en gevaarlijke producten. We moeten eerlijk toegeven dat de meningen daarover geëvolueerd zijn. De Hoge Gezondheidsraad adviseerde destijds dat de smaken behouden konden blijven. Ook bij de organisatie Kom Op Tegen Kanker denk ik dat de meningen geëvolueerd zijn. Filip Lardon bijvoorbeeld was vroeger voorstander van het behoud van de smaakjes, maar zegt nu uitdrukkelijk dat ze verboden moeten worden. Ook mijn mening is in die zin geëvolueerd. Ik denk dat we de smaakjes werkelijk volledig moeten verbieden.

Dat verbod zijn we nu aan het uitwerken. Daarbij kunnen we kiezen voor het Deens model, waarbij naast tabaksmaak nog muntsmaak bestaat met het oog op rookstop, ofwel voor het Nederlands model met alleen maar tabaksmaak. Dat zijn we aan het bekijken. Het is technisch niet zo eenvoudig. Ik wil zo snel mogelijk een dossier klaar hebben met een efficiënte en gemakkelijk hanteerbare oplossing en dat dan voorleggen aan Europa.

Ondertussen moeten we inderdaad inzetten op handhaving. We doen dat ook. Mijn inspectie is elke dag op stap. Terwijl we hier debatteren, zijn mijn inspecteurs op stap. We hebben in het eerste trimester van dit jaar 40.000 illegale vapes in beslag genomen. We hebben vorig jaar 6.000 webpagina's gesloten. We doen aan mysteryshoppen waarbij mijn inspecteurs zich als kopers van aanbiedingen op Snapchat voordoen en dealers betrappen. We voeren dus actie en mijn inspectie verricht uiterst goed werk.

De grote moeilijkheid is echter dat men de kwestie Europees niet geregeld kan krijgen, indien men niet in alle landen hetzelfde doet. Helaas zijn er nog heel wat landen waar onlineverkoop is toegelaten, ook rondom ons. De strijd moet, met andere woorden, ook Europees worden gevoerd. Ik heb een tijdje geleden een hele zak vapes meegenomen naar een Europese vergadering waar ik aan al mijn collega’s bevoegd voor volksgezondheid en aan de Europese Commissaris heb getoond wat vapen is: verleidelijk maar levensgevaarlijk. We hebben met elf landen een brief gericht aan de Europese Commissaris waarin we vragen eindelijk werk te maken van de beloofde wetgeving die grensoverschrijdend verkeer en onlineverkoop van die producten in heel Europa verbiedt. De strijd moet dus op Europees niveau worden gevoerd. Wat mij betreft, is die strijd zeer belangrijk.

Ondertussen moeten we inderdaad ook de samenwerking met de politie versterken. Er vindt overleg plaats met de Vaste Commissie van de Lokale Politie. Ook met mijn collega van Binnenlandse Zaken moet ik nagaan wat we bijkomend kunnen doen om al die illegale producten aan te pakken. Inderdaad, alle producten waarover het gaat – ik verbaas mij over uw betoog, mevrouw Bury –, zijn illegaal van het begin tot het einde; ze zijn allemaal verboden. Daarover bestaat geen enkele twijfel. De vraag is hoe we dat verbod zullen handhaven. Ik zal de strijd daartegen voeren, tot die producten uit de wereld zijn. Dat zijn we verplicht aan onze kinderen en jongeren.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de acties en de maatregelen die u voorstelt zijn goed, maar hopelijk zijn ze niet too little too late . Wij hadden inderdaad geen Panoreportage nodig om het vast te stellen. We hadden al iets kunnen ondernemen in 2021. Ik heb vandaag de lijst nog eens bekeken. Die bestaat uit 300 pagina's met producten die we aanvaarden in België. Stuur de inspectie maar eens op pad om dat allemaal te controleren. We hebben het te ver laten komen. Als u het Parlement zijn werk had laten doen, waren de smaakjes nu al beperkt. Dat is de realiteit, die wil ik ook even hier onder ogen brengen. Kom Op Tegen Kanker, Stichting Tegen Kanker en alle andere organisaties hebben het gevraagd.

Ondertussen wordt de sector slapend rijk. In 2025 winnen dergelijke bedrijven 10 miljard euro in Europa op de kap van de gezondheid van onze jongeren. Het is tijd voor actie. Het is tijd voor een lik-op-stukbeleid. Onze jongeren en onze ouders zullen er wel bij varen.

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, u sprak onder andere over Europese samenwerking. Die is noodzakelijk om die onlinehandel in wegwerpvapes aan banden te kunnen leggen. Het gaat echter natuurlijk niet over die digitale handel alleen. Uit de reportage bleek bijvoorbeeld dat winkels hier in Brussel begin deze maand, na drie inspecties van de FOD Volksgezondheid, nog steeds wegwerpvapes aanboden. Dat gebeurt recht onder onze neus. Dan is dat onlineverkoopverbod alleen niet voldoende. Er dienen nog meer controles in winkels te komen. Wij verwachten ook effectieve sluitingen van hardleerse handelaars die zich niet aan die regels houden.

Verder moet er in een versneld tempo werk worden gemaakt van dat verbod op smaken of aroma's in vapes. Hoe minder aantrekkelijk het product is, hoe minder interessant het is voor onze jeugd. Dat is correct. De situatie is zo urgent dat hieraan echt prioriteit moet worden gegeven.

Funda Oru:

Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijk antwoord en de duidelijke inspanning om deze producten uit de wereld te helpen. Collega's, Vooruit zal altijd de kant van onze jongeren en hun gezondheid kiezen. Daarom laten we dit vandaag zeker niet los. We moeten de strijd tegen de tabakslobby samen blijven voeren.

Het is goed dat u gaat overleggen met Binnenlandse Zaken en politie om dit probleem aan te pakken. Het is ook goed dat u dit op de Europese agenda blijft zetten. Dat is nodig in het belang van al onze kinderen en jongeren, voor het beschermen van hun gezondheid. Ik reken erop, en samen met mij veel andere bezorgde ouders, dat u deze strijd blijft opvoeren, mijnheer de minister.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, het gaat wel degelijk ook over opvulbare, herbruikbare vapes waarin een flesje spice kan worden gedruppeld. De herbruikbare vapes zijn niet verboden. Wat u zegt, klopt dus niet. Ik heb u ook niets horen zeggen over het KB. Dat is een belangrijke vraag, maar u zegt daar niets over. Ondanks Europese waarschuwingen tegen de nieuwe gevaarlijke synthetische stoffen sinds 2022, hebt u jarenlang niet ingegrepen. Nu voert u campagne voor een totaalverbod op vapes, maar tegelijk pleit uw partij voor de legalisering van drugs. Dat is geen consequente gezondheidsstrategie. Dat is ideologische schizofrenie. Het is niet meer dan dat. U moet niet verbaasd zijn, wanneer u het gevaar van cannabis relativeert, over de opmars van synthetische rotzooi. Uw partij zaait verwarring.

gezondheid en welzijn

De langdurig zieke werknemers
De toepassing van datamining op doktersattesten van langdurig zieken
Langdurig zieke werknemers, datamining doktersattesten

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 24 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Vandenbroucke verdedigt zijn beleid voor langdurig zieken (529.000 in België) met stimulansen voor re-integratie (aangepast werk, snellere begeleiding) en sancties bij fraude (meldpunt voor misbruik ziekteattesten, steun van artsenorden), terwijl werkgevers strenger worden aangesproken (verplichte trajecten, hogere sociale bijdragen). Tonniau (PVDA) bekritiseert de criminalisering van zieken en artsen en wijst op gebrek aan werkgeversverantwoordelijkheid, terwijl Demesmaeker (N-VA) benadrukt dat begeleiding naar werk (indien mogelijk) solidariteit en welzijn versterkt—niet sancties voor echte patiënten. De kernspanning draait om vertrouwen vs. controle: re-integratie met respect versus strafmaatregelen als hefboom.

Robin Tonniau:

Mijnheer Vandenbroucke, u bent minister van Volksgezondheid. Dan kan men zich al eens de vraag stellen wat een minister van Volksgezondheid moet doen. Dat zijn twee dingen, namelijk ten eerste mensen die ziek zijn helpen genezen en ten tweede mensen die gezond zijn zo lang mogelijk in goede gezondheid houden.

Vandaag zijn er in ons land 526.000 langdurig zieke werknemers. Wat doet u? Werknemers die langdurig ziek zijn sancties opleggen. Wie niet in orde is met zijn papieren, patat, 10 % van zijn uitkering kwijt. Wie twee doktersafspraken mist, patat, zijn hele uitkering kwijt.

Ook de ziekenfondsen neemt u in het vizier. Ze krijgen minder geld, minder financiering, als ze te weinig zieke mensen opnieuw aan het werk zetten.

En de dokters, mijnheer de minister? U voert een kliklijn in voor artsen. Werkgevers kunnen artsen aangeven van wie ze vinden dat ze te veel ziektebriefjes uitschrijven voor hun werkgevers. Artsen, mijnheer de minister! Die moeten er precies op toezien dat hun patiënten genezen. Ze moeten instaan voor de zorg voor hun patiënten, maar u maakt van artsen controleurs en van hun patiënten verdachten.

Daar gaat het om. Dat is het sfeertje dat u creëert. Mensen die hun hele leven lang hun botten hebben afgedraaid, met versleten rug, met pijnlijke polsen, die mensen worden weggezet als profiteurs, als verdachten. Altijd het vingertje naar de mensen!

Mijnheer Vandenbroucke, wanneer gaat u met datzelfde vingertje eens naar de werkgevers wijzen? Waar zijn de plichten van de werkgevers om aangepast werk te voorzien? Waar blijven de sancties voor die werkgevers (…)

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, we kennen allemaal de cijfers. Ons land kent een recordaantal langdurig zieken, veel meer dan andere landen, zoals Duitsland. Dat aantal blijft jammer genoeg ook elke dag stijgen.

Uiteraard moeten we de mensen die echt niet kunnen werken beschermen. Dat staat buiten kijf, maar vandaag laten we ook heel wat mensen los die wel nog perspectief hebben op werk, mits de juiste begeleiding. De afstand tot de arbeidsmarkt wordt voor hen elke dag groter. Als we daar niets aan doen, dreigen we die mensen ook definitief te verliezen. Daarom is het cruciaal dat we werk maken van de juiste begeleiding, met respect voor wie echt ziek is. Dat moet ook onze ambitie zijn: wie nog kan werken, moeten we begeleiden naar werk.

Ik hoor mijn collega van de PVDA zeggen dat we een aantal zaken moeten doen. We moeten de mensen helpen genezen en de mensen die gezond zijn zo lang mogelijk gezond houden, maar u vergeet iets, collega. U vergeet dat men mensen die ziek zijn ook perspectief op werk, toekomst en sociale contacten moet bieden. Dat vergeet u. Werken is meer dan enkel een loonbriefje. Dat vergeet u.

Mijnheer de minister, ik weet dat u werk wil maken van werk. Binnen welke termijn kunnen we die maatregelen verwachten? Waar gaat u het verschil maken?

Frank Vandenbroucke:

Mijnheer Tonniau, ik heb twee weken geleden een lang gesprek gehad met iemand die postbode is geweest, veel problemen heeft gekend, met een ernstige psychiatrische problematiek en die desondanks weer een aangepaste job heeft gevonden bij een andere werkgever. Die man is niet helemaal genezen, maar die is voor een stuk aan het werk. Dat is een prachtig verhaal. Daarover gaat het. Ik sprak met een man die een geschiedenis had van twee jaar ernstige depressie, volledig uitgevallen was en opnieuw een halftijdse job in een klein bedrijf heeft. Dat is prachtig, dat is solidariteit, dat is zorgen voor de gezondheid van mensen. Daar zijn we mee bezig. U bent hier bezig met de ene leugen na de andere, de ene leugen na de andere. (Applaus van de meerderheid)

Zouden wij mensen van wie de papieren niet in orde zijn, hun uitkering afpakken? Wat is dat voor onzin? Als iemand natuurlijk hardnekkig weigert, ondanks aangeboden hulp, ondanks herhaalde vragen, om een formulier in te vullen, dan heeft men wel een probleem om de solidariteit te organiseren. Inderdaad.

Ik zal u nog een ander voorbeeld geven, want u hebt ernaar verwezen. Bent u tegen sociale fraude? Ja, toch? We moeten toch optreden tegen mensen die onderbetaald zijn? Tegen dumping moeten we optreden? Tegen zwartwerk moeten we optreden? Ja, toch? Sinds tien jaar bestaat daar een meldpunt voor, waar vakbonden en werkgevers melding kunnen maken van sociale fraude. Als er nu manifest gefraudeerd wordt met ziekteattesten, zou dat niet gemeld mogen worden door een werkgever? Zou dat niet gemeld mogen worden? Dat is een eigenaardige logica.

Solidariteit en sociale zekerheid, meneer Tonniau, zijn voor ons een kostbaar goed. Wie daarmee fraudeert – of het nu gaat over zwartwerk, onderbetaling, fiscale fraude, sociale fraude, fraude met ziektebriefjes – moet worden aangepakt, omdat we die solidariteit zo belangrijk vinden. (Applaus van de meerderheid)

Als een meldpunt dat al tien jaar bestaat en waar vakbonden ook zeer tevreden over zijn, ook voor die fraude wordt opengesteld, dan is de PVDA plotseling niet meer akkoord. Ik kan u zeggen dat ook de Orde der artsen dat een zeer goed initiatief vindt en dat wij daarover overleggen. Dat kan ik u wel zeggen.

U sprak over de werkgevers, maar u zult op uw wenken worden bediend. In de programmawet die voorligt staat immers een verplichting voor werkgevers om mensen die zes maanden uitgevallen zijn, maar nog mogelijkheden hebben een integratietraject aan te bieden. Dat staat daarin.

Er staat ook een verplichting in die programmawet, die stelt dat men mensen niet langer dan acht weken mag laten wachten voor een gesprek met de arbeidsarts om te kijken wat nog mogelijk is. Werkgevers zullen eveneens verplicht worden om meer te betalen dan vandaag aan de sociale zekerheid als mensen uitgevallen zijn. U zult daar op uw wenken bediend worden. Maar ja, echte solidariteit is niet aan u niet besteed.

Onze opdracht, mijnheer Tonniau, bestaat erin om mensen die uitgevallen zijn wegens ziekte te helpen door te zoeken naar mogelijkheden voor werk. Zoeken naar aangepast werk, desnoods een kleine job, is mensen ook helpen in hun welzijn en gezondheid. Dat is de inzet en daar zullen we voor gaan! (Applaus van de meerderheid)

Robin Tonniau:

Mijnheer Vandenbroucke, het is duidelijk dat het pijn doet wanneer we vertellen hoelang u al op die post zit en hoe ontelbaar veel langdurig zieken erbij zijn gekomen. Vandaag zijn het er 529.000! Dat is niet op het conto te schrijven van de PVDA.

U moet mij hier geen blaasjes wijs maken. Ik heb zelfs 17 jaar in de industrie gewerkt. Mijn werkgever heeft mij vroeger in zo'n traject proberen forceren. Ik vroeg aan mijn werkgever om mij alstublieft aangepast werk te geven zoals mijn arts vroeg. Hij wilde dat echter niet doen en zei dat dat bedrijf met amper 6.000 werkplaatsen geen aangepast werk had. Dat is de realiteit. Het wordt tijd dat u een keer uit uw bubbel stapt.

U maakt van de dokters controleurs. Ik vind het ook schandalig dat er een groot applaus komt van de N-VA wanneer u 529.000 zieke werknemers fraudeurs noemt (…)

Voorzitter:

Bedankt, mijnheer Tonniau. Uw tijd is om.

Eva Demesmaeker:

Collega Tonniau, u zegt dat het pijn doet, maar niets is minder waar. U hebt niet goed geluisterd. Wij zijn enorm trots dat wij met deze ploeg de meest sociale maatregelen nemen die we kunnen nemen. Wie langdurig ziek is en echt niet kan werken, zullen we beschermen. Wie wel nog een toekomstperspectief heeft, omarmen we en begeleiden we; we zullen hun een toekomst geven. Daar zijn wij bijzonder trots op.

Mijnheer de minister, u vindt in ons een bondgenoot. Wij laten langdurig zieken niet vallen; het is aan ons om hen te ondersteunen met trajecten op maat. Dat is eerlijk, dat is menselijk en daar ligt volgens ons de sleutel.

Voorzitter:

Ik had begrepen dat de PVDA een collectivistische partij is, niet de N-VA. Het is niet omdat de N-VA genoemd wordt, dat dat een persoonlijk feit is voor u, natuurlijk. Het noemen van een naam volstaat niet om er een persoonlijk feit van te maken, mijnheer Ronse. Uw naam moet dan in een denigrerende betekenis worden gebruikt. Collega's, er werd vastgesteld dat er nog een reeks afwezigen waren voor de geheime stemming waarvoor ik u heb opgeroepen. U hebt nog de tijd om dat goed te maken. U wordt uitgenodigd om dat nu te doen.

gezondheid en welzijn

De terugbetaling van Eylea

Gesteld door

N-VA Kathleen Depoorter

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 24 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Vandenbroucke handhaaft de ambulante ooginjecties (Eylea) voor patiënten met maculadegeneratie, ondanks een RIZIV-voorstel om deze enkel in ziekenhuizen toe te dienen, omdat nabije zorg en mobiliteit van kwetsbare ouderen (zoals de 78-jarige Griet) voorop staan. Hij verwierp de veiligheidsargumenten van de onafhankelijke commissie en behoudt de lokaal toegankelijke behandeling, in lijn met het regeerakkoord dat zorgnabijheid en keuzevrijheid benadrukt. Depoorter prijst de beslissing als essentieel voor 47.000 patiënten, wijzend op de gegarandeerde veiligheid (24 uur houdbaarheid na koeling) en het belang van zelfstandigheid en minder afhankelijkheid van familie voor transport.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, ik las gisteren in Het Laatste Nieuws het verhaal van Griet, een oudere dame van 78 jaar die lijdt aan leeftijdsgebonden maculadegeneratie. Dat wil zeggen dat haar netvlies aangetast is door een ouderdomsziekte heeft, waardoor ze zwarte vlekjes ziet en dus minder scherp zicht heeft. Dat wil ook zeggen dat ze minder zelfstandig is. Soms is een bus nemen al heel moeilijk. Ze heeft een groter risico op vallen. Het gaat dus om een ernstige ziekte.

Griet is niet alleen. Zo'n 47.000 mensen in ons land lijden aan maculadegeneratie. Gelukkig voor hen bestaat er een terugbetaald medicijn, met name Eylea, dat elke maand in het oog geïnjecteerd moet worden. De patiënten die in de coronaperiode die behandeling moesten krijgen, konden hun spuit halen bij hun huisapotheker. Met die spuit konden ze bij de lokale ambulante oogarts terecht voor de injectie. Dat was heel comfortabel. Sinds het einde van de coronaperiode moeten zij hun spuit bij de ziekenhuisapotheek halen en kunnen ze kiezen om voor de injectie naar het ziekenhuis te gaan dan wel bij hun lokale oftalmoloog in het dorp, dicht bij huis.

Nu zou er bij het RIZIV een voorstel op tafel liggen waardoor Griet naar de ziekenhuisapotheek moet gaan en zich daar ook moet laten injecteren. Maar het is voor haar niet meer mogelijk om zelfstandig daarheen te gaan voor haar behandeling. Daarvoor moet zij een beroep doen op haar familie, die haar een keer per maand naar het ziekenhuis moet brengen.

Mijnheer de minister, we hebben samen het regeerakkoord geschreven en daarin is de toegankelijkheid van de zorg zeer belangrijk. U onderschrijft dat principe. Hoe kijkt u aan tegen het voorstel van het RIZIV en hoe zult u de kwestie als minister van Volksgezondheid aanpakken?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Depoorter, u hebt het probleem goed geschetst. Ik denk dat patiënten niet bepaald naar een ooginjectie uitkijken. Voor wie wat ouder is en minder mobiel, is het inderdaad belangrijk dat zij nabije zorg kunnen genieten.

Tijdens de coronapandemie was er de nieuwigheid dat patiënten ooginjecties met het betreffende medicijn ook ambulant konden krijgen. De Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen heeft nu voorgesteld om die mogelijkheid stop te zetten en de behandeling te laten gebeuren in de ziekenhuiscontext. De commissie heeft argumenten van onder andere veiligheid en bewaring ingeroepen. Ik heb die argumenten bestudeerd, want ik wilde niet over één nacht ijs gaan. De Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen, die natuurlijk een onafhankelijke commissie, heeft me echter niet overtuigd en ik heb beslist dat ik haar advies niet zal volgen. Ik wens dus dat de ambulante behandeling mogelijk blijft en ik heb vertrouwen in de ernst waarmee de ambulante oogartsen die behandeling uitvoeren. Ik wens dus dat het mogelijk blijft dat mensen het geneesmiddel ook ambulant geïnjecteerd kunnen krijgen.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, u neemt de enige juiste beslissing. Nabijheid van zorg, geneesmiddelen halen bij de huisapotheker waar het kan, in de ziekenhuisapotheek waar het moet en ambulante praktijk naast de ziekenhuispraktijk zijn drie pijlers die wij in het arizonaregeerakkoord hebben afgesproken. U bewijst nu ook dat wij erop kunnen vertrouwen dat dat regeerakkoord wordt uitgevoerd. Ik vind het ontzettend belangrijk dat patiënten zoals Griet, patiënten die gemiddeld 79 jaar oud zijn en die een inspuiting van Eylea krijgen, geholpen kunnen worden door hun zorgverstrekkers, heel nabij, op een toegankelijke wijze, en dat die zorg in alle veiligheid kan worden verstrekt. De veiligheid is gegarandeerd, zoals u zelf al aangaf. De spuit Eylea blijft 24 uur goed, zodra die uit het koelkastmilieu is gehaald. Ik ben het absoluut met u eens. U hebt een heel goede beslissing genomen.

internationale politiek en migratie

Het bezoek van de eerste minister aan Oekraïne

Gesteld door

N-VA Peter Buysrogge

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België bevestigt structurele steun van 1 miljard euro per jaar aan Oekraïne na een emotioneel en strategisch bezoek, waarbij defensie-industrieën concrete samenwerkingsafspraken (kennisdeling, productieopschaling) maakten om Oekraïne’s weerbaarheid en Europa’s veiligheid te versterken. De Wever benadrukt dat Oekraïne’s strijd ook Europa’s grensbeveiliging is en roept op tot blijvende militaire en humanitaire steun, terwijl hij Poetin-sympathisanten confronteert met oorlogsmisdaden. Buysrogge dringt aan op langetermijninvesteringen in Belgische defensie en herhaling van dergelijke missies. Kernboodschap: steun aan Oekraïne is *noodzakelijk eigenbelang*.

Peter Buysrogge:

Geachte premier, beste collega's, al meer dan drie jaar woedt er een oorlog in Oekraïne, na de vreselijke invasie van president Poetin. Al meer dan drie jaar verdedigt Oekraïne zich met hand en tand. De afgelopen drie jaar kon het Westen met wisselend succes ondersteuning bieden. Oekraïne heeft het nodig. We moeten hen blijven steunen, in eerste instantie voor de vrijheid en de onafhankelijkheid van Oekraïne zelf, maar ook in ons eigen belang, voor de vrijheid van Europa, ter verdediging van onze grenzen en ter verdediging van onze normen en democratische waarden.

Mijnheer de premier, de afgelopen dagen was u samen met de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie op bezoek in Oekraïne. Uw eerste buitenlandse missie was symbolisch en emotioneel. We konden zien dat het bezoek aan Boetsja bij u een gevoelige snaar raakte.

Ook inhoudelijk was het een belangrijk bezoek. In uw kielzog nam u een aantal prominente industriëlen uit de defensie-industrie mee. Ik ga ervan uit dat zij contacten met de Oekraïense industrie konden leggen. U kondigde ook aan dat er een investeringspakket ter waarde van 1 miljard euro, structureel op jaarbasis, zou worden vastgelegd. Dat is veel structureler dan de vorige regering. Dat is broodnodig, wanneer men ziet dat de aanvallen van Rusland blijven aanhouden. Hopelijk volgen andere landen ook.

Geachte premier, kunt u het Parlement verder over dit bezoek informeren? Wat zijn de resultaten ervan? Wat was het doel om de defensie-industrie mee te nemen? Welke afspraken konden er met president Zelensky worden gemaakt? Welke boodschap hebt u voor uw Europese partners?

Bart De Wever:

Collega, wij werden inderdaad in Boetsja maar ook in Kiev pijnlijk herinnerd aan wat Russische agressie in dat land werkelijk betekent. Boetsja is heel bekend, maar in Kiev heb ik bijvoorbeeld een centrum bezocht waar kinderen worden opgevangen die door het Russische regime waren gekidnapt. Zij hebben mij afgrijselijke verhalen verteld. Een van de kinderen schonk mij een armband die ze daar maken. Ik zal dat kind nooit vergeten. Fracties die vroeger nog overliepen van sympathie voor het regime van Poetin en die vandaag nog opvallend vaak standpunten innemen die Poetin toch goed uitkomen, raad ik aan om dat centrum eens te bezoeken.

Onze steun aan Oekraïne is niet louter symbolisch en mag dat ook niet zijn. De steun vertaalt zich in humanitaire steun en militaire ondersteuning. De Oekraïners vechten niet alleen voor hun eigen veiligheid, maar ook voor die van ons, van heel Europa. Een investering in onze veiligheid rendeert nergens beter dan in een sterk Oekraïens leger in een vrij westers en democratisch Oekraïne. Als dat Oekraïne morgen niet meer bestaat, staat de Russische tsaar aan een gigantisch groot deel van onze buitengrens en de beveiliging daarvan zal ons oneindig meer kosten dan de steun die we nu voorzien.

Onze missie had inderdaad ook als doel de Belgische defensie-industrie sterker in contact te brengen met de Oekraïense. Wij hebben een sterke defensiesector. Die heeft een omzet van 5 miljard en telt 16.000 jobs. Deze zal in de komende tijd belangrijker worden, dat is evident, want Europa gaat zich herbewapenen.

Wij hebben die mensen in contact gebracht met hun Oekraïense homologen en hebben vastgesteld dat Oekraïne inderdaad een indrukwekkende capaciteit heeft opgebouwd, indrukwekkende innovatie realiseert. Kennisdeling is belangrijk, evenals opschaling van de productie in Oekraïne en via Oekraïne, ook voor Europa. Dat zijn zeer interessante mogelijkheden.

Ik ga niet in detail treden, maar ik kan u zeggen dat de bedrijfsleiders zeer enthousiast waren. Op de trein heeft men uren om te praten. Die uren hebben we dan ook gebruikt. Zij zien veel mogelijkheden. Er werden letters of intent ondertekend, dat smaakt naar meer. Zo gaan wij tot onze strategie van peace to strength komen, tot wederzijdse (…)

Peter Buysrogge:

Mijnheer de eerste minister, dank u voor uw antwoord. Het is duidelijk dat het bezoek op u een grote indruk gemaakt heeft. Het is goed dat u het voortouw probeert te nemen in de solidariteit ten aanzien van het Oekraïense volk, niet alleen met woorden maar ook met daden. De resultaten van de defensie-industrie zijn toch niet onbelangrijk. We moeten onze naïviteit laten varen op dat vlak. We willen onze defensie-industrie versterken, zegt toch bijna iedereen. Laten we er dan ook voor zorgen dat er voldoende geïnvesteerd wordt in onze eigen industrie, zodat ze voldoende kansen krijgt. Initiatieven als dit zijn zeker voor herhaling vatbaar. Laat die trein verder rijden, mijnheer de eerste minister.

economie en werk

De Amerikaanse invoerheffingen
De Amerikaanse invoerheffingen
De instabiliteit van de beurskoersen en de gevolgen ervan voor ons land en onze economische actoren
Het handelsbeleid van Donald Trump
Amerikaans handelsbeleid, invoerheffingen, beursinstabiliteit

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de Amerikaanse handelsoorlog en Europa’s reactie, met focus op België’s strategie om economische schade te beperken. De eerste minister benadrukt onderhandelingen en Europese eenheid als sleutel, steunt het uitstel van EU-tegenmaatregelen (90 dagen) en wijst op de noodzaak om eigen concurrentiekracht (MAKE 2030) te versnellen, zonder concrete deadlines. Kritiek komt van populisme-risico’s (Trump’s onvoorspelbaarheid), afhankelijkheid van de VS (energie, wapens) en de oproep tot diversificatie (Azië, Afrika) in plaats van onderwerping. Farmasector, beursonrust en Europese waarden (bv. diversiteit) blijven kwetsbare punten in het debat.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de eerste minister, collega’s, wie biedt meer, wie biedt minder of wie biedt intussen helemaal niets meer met de pauzeknop? Onze economie leek de voorbije dagen echt een tapijtenmarkt. Vergis u echter niet, de Verenigde Staten zijn gefixeerd op hun handelsbalans, willen de productie opnieuw in eigen land en menen daarvoor met de importheffingen echt de trump card te hebben gevonden. Ondertussen komt de rest van de wereld smekend en op blote knieën aan de onderhandelingstafel. Dat is mooi meegenomen.

Wij zijn nu een week later, een week na de eerste bedreigingen. De aanvallen blijven komen. Gisteren was er het bericht dat onze farmasector toch extra geviseerd zou worden. Collega’s, die sector is bezorgd. Angst en paniek zijn echter zelden goede raadgevers. ‘Never let a good crisis go to waste ’ is dat wel.

Mijnheer de eerste minister, het verheugt ons te lezen dat u dezelfde mening bent toegedaan, dat u naast de parallelle weg van de onderhandelde oplossing van de Europese Unie die bezig is, ernaar streeft om onze eigen concurrentiepositie te verstevigen en dat u hebt aangekondigd dat u wil inzetten op het verstevigen van onze concurrentiekracht en op het programma in het regeerakkoord MAKE 2030 . Dat is een heel goed idee.

Ik heb twee vragen, namelijk een vraag over de onderhandelde oplossing en een vraag over MAKE 2030 . Ten eerste, hoe staat u tegenover de onderhandelde oplossing, de nultarieven en de wederzijdse tarieven die worden voorgesteld? Hoe staat u daartegenover? Wat doet u met andere belangrijke sectoren in ons land, zoals de farmasector? Ten tweede, hoe ziet u de versnelde opstart van MAKE 2030 ? Wordt dat effectief een MAKE 2025-2030 ?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, de voorbije dagen zag de kleine belegger zijn pensioenfonds of aandelen verdampen door de grillen van populistische pyromanen. Als de mensen hun beleggings- of aandelenfonds openden, zagen ze bloedrode cijfers, namelijk -5 %, -10 % of -15 %. Het is heel duidelijk: als extremistische populisten met hun spierballen rollen, is de gewone hardwerkende man of vrouw in de straat de dupe.

Bijna 3 miljoen mensen in ons land doen aan pensioensparen. Hard werkend zetten zij een centje opzij om comfortabeler van hun oude dag te kunnen genieten. Dalende beurzen door de grillen van Trump doen deze mensen in onzekerheid leven. Ze liggen daar wakker van. Zeker in tijden van onzekerheid kijken deze mensen naar ons.

Collega's, wij hebben geen nood aan stoere machopraat. We moeten niet agressief of naïef zijn, maar wel slim en assertief. Wij moeten samenzitten, de-escaleren en de ratio laten zegevieren. De welvaart van onze mensen staat op het spel. Daarvoor is een sterk en verenigd Europa nodig, een Europese Unie die zich niet uit elkaar laat spelen door Trump. Het Europese project moet, na een project van vrede, meer dan ooit een project van economische sterkte en economische welvaart voor onze mensen worden.

Beste premier, ik ga ervan uit dat u op deze lijn zit en binnen Europa de spreekbuis wil zijn van de gedachte van Europese welvaart, die zorgt voor meer stabiliteit en voor meer veiligheid in de wereld. (…)

Voorzitter:

Bedankt, collega Van den Heuvel. Uw tijd is om.

Xavier Dubois:

Monsieur le premier ministre, la semaine passée, le président Trump a annoncé sa volonté d'imposer de manière importante quantité de pays en augmentant les droits de douane sur une série de produits, lançant ainsi une sorte de guerre commerciale qui est dommageable pour tout le monde, pour nous et pour les États-Unis également, car elle crée de l'incertitude, de l'instabilité. Elle est dommageable pour notre économie, pour nos banques, nos investisseurs, nos entreprises, nos PME, mais aussi nos citoyens.

À la suite de cette annonce, la Commission européenne a décidé d'une première réplique en imposant aussi des droits de douane pour certains produits particuliers américains, tout en déclarant qu'elle était ouverte à suspendre cette décision en cas d'accord équilibré et juste avec les Américains.

Hier, rétropédalage du président américain, qui annonce qu'il souhaite suspendre cette décision pendant 90 jours pour toute une série de pays, dont les membres de l'Union européenne, mais pas la Chine. Au vu des résultats des marchés financiers de ce matin, on pourrait se dire qu'il s'agit d'une bonne nouvelle, les bourses étant de nouveau dans le vert. Cependant, à moyen et à long terme, l'instabilité est toujours présente, ainsi que l'insécurité, puisque nous ne sommes pas à l'abri d'un nouveau revirement au niveau de la politique commerciale américaine. Et surtout parce qu'il s'agit d'une décision temporaire. Il faut continuer à discuter, à négocier pour défendre notre économie.

Monsieur le premier ministre, quelle est la position du gouvernement par rapport à cette situation instable? Quelles sont les mesures concrètes qui ont été prises pour assurer la stabilité de notre économie? Et surtout, comment la Belgique se positionne-t-elle dans ces négociations de manière concrète pour défendre notre économie?

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, la décision du gouvernement américain du 2 avril d'augmenter les droits de douane pour l'ensemble du monde est une agression internationale majeure. L'objectif de l'impérialisme américain, avec cette violence, est de soumettre les États du monde aux intérêts des Américains et de l'État américain, par la force. Le président Trump n'hésite d'ailleurs pas à s'en vanter, puisqu'il déclare que, depuis la mise en place de ces droits de douane, 70 pays sont venus, je cite, " kissing my as s". Je traduis pour ceux qui ne parlent pas anglais. Cela veut dire: "lécher notre cul".

Monsieur le premier ministre, la Belgique est-elle concernée par cette déclaration? C'est une première question.

Suite à ce léchage de derrière, l'administration américaine a suspendu les mesures pendant 90 jours pour soi-disant négocier. Nous savons qu'il ne s'agit pas d'une vraie négociation, pas plus que d'une vraie suspension, puisque les droits de douane passent de 20 % à 10 %. Il y a toujours 10 % de trop.

De plus, pour que ces droits restent à 10 %, l'Union européenne doit se soumettre et mettre un genou à terre face aux États-Unis. Elle doit acheter pour plus de 350 milliards de dollars de plus de gaz américain. Elle doit aussi acheter des armes américaines pour des milliards de dollars et d'euros, ce que nous ferons payer à nos travailleurs. Cela nous rendra encore plus dépendants des États-Unis, une dépendance qui nuit déjà beaucoup à notre économie aujourd'hui.

Monsieur le premier ministre, deux hypothèses existent et deux possibles choix se posent à nous pour faire face à l'agression américaine. Soit se soumettre et accepter les menaces américaines, soit s'ouvrir sur le reste du monde, sur le Sud global, commercer avec d'autres pays, diversifier notre commerce, notamment en Asie, en Afrique, en Amérique latine (…)

Voorzitter:

Aangezien vier collega's vragen hebben gesteld, krijgt de eerste minister vijf minuten om te antwoorden.

Bart De Wever:

Merci, chers collègues.

Monsieur Boukili, vous avez traduit l'expression " kiss my ass " en français. On vous a demandé de la traduire en néerlandais. Il est sage que vous ne l'ayez pas fait. Je déplore le langage du président Trump. Cela laisse aussi une très mauvaise impression, pour dire le moins...

Mercredi matin, à 6 h – heure belge –, minuit aux É tats-Unis, les droits de douane qu'ils avaient initialement annoncés sont entrés en vigueur. Pour l'Union européenne, cela signifiait à ce moment-là un droit de douane général de 20 % sur nos exportations vers les États-Unis , à l'exception d'une série de produits que j'ai déjà cités la semaine dernière – pour notre pays, la principale exception étant celle des produits pharmaceutiques. Entre-temps, Trump a évoqué la possibilité de le faire sur ces derniers produits. Mais, avec lui, on ne sait jamais!

Koen, u zult week na week pal moeten blijven staan op deze tribune. Ik weet dat u dat kunt.

Hier, il a à nouveau fait une annonce sur les droits de douane en général qui allaient être ramenés immédiatement à 10 %. Cela reste nettement plus élevé que la situation précédente – ce n'est donc pas une suspension totale –, mais les marchés ont réagi pour l'instant avec soulagement, considérant que c'est moins grave que prévu.

L'instabilité des marchés et la position américaine chaotique rendent actuellement impossible toute analyse d'impact à long terme de ces droits de douane. Je comprends que vous posiez des questions, mais il est impossible d'y répondre parce qu'il s'agit plutôt de suivre les choses jour après jour, voire heure après heure.

De verlaging tot 10% geldt voor alle duidelijkheid niet voor de tarieven die de VS afgelopen maand op aluminium, staal en wagens invoerden. Dus, we zijn nog ver van huis.

Als reactie op de initiële tarieven van maart had de Europese Commissie een proportioneel tegenpakket voorbereid, pakket waaraan we hebben meegewerkt en waarover er een akkoord werd bereikt. Het gaat om een pakket goederen ter waarde van 21 miljard, dat gespreid zou worden ingevoerd over drie verschillende data.

Het eerste deel van het pakket zou normaal ingaan op 15 april 2025. Maar de voorzitster van de Europese Commissie heeft zopas laten weten, met steun van alle lidstaten, dat ze de tegenmaatregelen zal uitstellen met 90 dagen. Haar boodschap daarbij luidde: "We want to give negotiations a chance." Die houding van de commissievoorzitster steun ik voor de volle 100%. Ik denk dat het goed is dat wij dus niet zijn ingegaan op de stoere kretologie van sommige fracties hier vorige week, die kreten en stoere verklaringen en maatregelen verwarren met verstandig leiderschap.

U hebt gepleit voor een koel hoofd en een verstandige aanpak. Dat is volgens mij de aanpak van Europa en die is verstandig. Ik denk ook wij nog altijd moeten proberen een zinloze handelsoorlog met alleen verliezers zo snel mogelijk te stoppen en terug te keren naar een evenwicht waarbij alle partijen beter af zijn dan voordien.

Dat is ook de boodschap die ik, zoals ik had aangekondigd, heb meegegeven aan Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. De Verenigde Staten en Europa worden eigenlijk met identiek dezelfde uitdagingen geconfronteerd. Het zou bijzonder dom zijn om die gezamenlijke problemen in conflict en verspreide slagorde aan te pakken in plaats van ze als westerse wereld samen aan te gaan. Als Europeanen zullen we dat zeker samen moeten doen. Dit is een moment om de Europese integratie snel vooruit te doen gaan. Die opportuniteit moeten we grijpen.

We kunnen alleen hopen dat dat soort wijsheid ook de Amerikaanse bondgenoten snel bereikt en hen ervan doordringt. De opening tot onderhandelingen stemmen lichtjes hoopvol. Maar we zijn er bij lange nog niet en zekerheden hebben we absoluut niet.

Tot zo lang is het vooral zaak om als Europeanen lessen te trekken uit het hele debacle, met name dat wij onze eigen interne markt zo snel mogelijk en grondig versterken en ons inderdaad openstellen voor de talloze mogelijkheden tot vrije handel met de rest van de wereld, die naar ons kijkt. Voor vrijheid en Europese welvaart!

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de premier, collega's, allemaal samen pal staan, het been stijf houden om verstandige beslissingen te nemen en daadkrachtig te besturen, dat is inderdaad wat we moeten doen. We hebben te maken met iemand die zeer graag pokert met de wereldeconomie. Het is zaak om in dat pokerspel niemand te overbluffen.

Vorige week hebben we hier een aantal andere oproepen gehoord, maar wij staan allemaal als een blok achter de onderhandelde oplossing en willen anderzijds vooral ook nagaan hoe we onze daadkracht in onze economie kunnen versterken, onder andere via de plannen die de regering op tafel legt. Bedankt om die visie in uw antwoord nogmaals te bevestigen.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, dank u wel voor uw duidelijke antwoord.

Beste collega's, uit de voorbije weken kunnen we twee grote lessen trekken. Allereerst, waar populisten en waar extremisten aan de macht zijn, is de gewone man in de straat de dupe. Zij leiden ons naar nergens. Ten tweede, het antwoord op de groeiende onzekerheid op wereldvlak door geopolitieke spanningen ligt in een meer verenigd, sterker Europa.

Ik ben heel blij, mijnheer de premier, dat u de spreekbuis wilt zijn als eerste minister van de regering en van ons land in Europa om dat verenigde Europa te verdedigen. Geen machogedrag, maar de ratio laten wederkeren om de welvaart van onze mensen te beschermen.

Xavier Dubois:

Merci monsieur le premier ministre pour vos réponses. J'entends effectivement le fait qu'il faut rester vigilant pour continuer à défendre notre économie. Je partage bien entendu cet avis.

Bien sûr, dans ces négociations, il faudra défendre notre économie et notre commerce mais il ne faudra surtout pas oublier la défense de nos valeurs. Et je pense que les tentatives des É tats-Unis ne visent pas que notre commerce mais également, notamment, l'ingérence dans les politiques de nos entreprises. L'initiative visant les politiques en matière de diversité et de protection des minorités n'est pas acceptable.

Je suis convaincu que dans vos discussions, dans vos négociations avec les É tats-Unis, vous n'oublierez pas ces valeurs pour défendre notre économie, notre démocratie et ce qui fait vraiment le sel de notre société, de notre vivre ensemble.

Nabil Boukili:

Merci monsieur le premier ministre, pour vos réponses, même si je n'ai pas eu de réponse à ma question. Vous avez déclaré que nous avons les mêmes défis que les É tats-Unis. C'est très inquiétant et très naïf parce que les É tats-Unis ne connaissent que leurs intérêts et sont prêts à sacrifier tout le monde, l'Europe y compris, pour les défendre. Je vois que vous êtes sur la même ligne que votre collègue, Mme Meloni – qui fait partie du même groupe que la N-VA au Parlement européen –, cette ligne de nous accrocher aux quelques croquettes que nous jettent les É tats-Unis, alors qu'il y a d'autres voies en Europe. M. S á nchez, le premier ministre espagnol, est aujourd'hui en Chine pour diversifier son économie, pour s'ouvrir sur d'autres horizons. Au niveau européen, je vois qu'il y a deux tendances: ceux qui utilisent leur cerveau pour évoluer et ceux qui utilisent leur langue, comme le demande M. Trump.

veiligheid, justitie en defensie

De afschaffing van de nabijheidsbrigades in de Brusselse politiezone Zuid
De anonieme brief van agenten van de politiezone Zuid over de nabijheidsbrigades
Herstructurering politiezone Zuid brigades

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 10 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De opheffing van nabijheidsbrigades in de Brusselse politiezone Midi (Anderlecht, Forest, Sint-Gilles) door PS-burgemeesters in 2021 leidde tot een explosie van druggerelateerd geweld (70% van Brusselse schietpartijen) en verzwakte de preventieve druk op dealers, bevestigt minister Quintin. Hij benadrukt dat nabijheidspolitie cruciaal is in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit, maar dat lokale verantwoordelijken (burgemeesters, korpschef) de beslissing moeten verantwoorden—terwijl hij fusie van Brusselse zones blijft voorstaan om schaalvoordelen en betere coördinatie te realiseren. Parlementsleden eisen een hoorzitting voor de betrokken burgemeesters en wijzen op hun tegenstrijdigheid: enerzijds verzet tegen fusie (met als argument verlies van nabijheidspolitie), anderzijds actieve afschaffing ervan.

Catherine Delcourt:

Monsieur le ministre, les brigades de police de proximité créées pour enrayer le deal de rue et les vols associés ont été supprimées par les bourgmestres PS de la zone de police Midi, qui regroupe les communes de Forest, Saint-Gilles et Anderlecht, cette dernière ayant été le théâtre de nombreuses fusillades à l'issue dramatique.

Ces brigades de proximité jouent un rôle essentiel dans la lutte contre le trafic de drogue, puisque les policiers présents dans ces quartiers exercent une pression constante destinée à déstabiliser le commerce de stupéfiants, à identifier les dealers, à confisquer la marchandise. Tout ceci pour rendre les quartiers aux citoyens et empêcher une installation pérenne de ce commerce illégal et violent aux conséquences désastreuses.

En supprimant certaines brigades de proximité au motif de certains dysfonctionnements constatés ou de pressions de collectifs, on se prive d'un outil essentiel à la lutte contre le trafic de drogue, puisqu'on diminue la présence sur le terrain et la capacité d'action préventive. Le travail de quartier, c'est la base du travail de policier. Lorsque la police n'agit plus de manière résolue face à ce phénomène sur décision des bourgmestres, ce sont les dealers qui prennent possession du territoire, avec toute la violence qui en découle.

Monsieur le ministre, je vous sais respectueux de l'autonomie communale, mais pouvez-vous néanmoins nous donner votre avis sur la situation? Existe-t-il un lien entre la suppression de ces brigades de proximité et l'explosion du nombre de fusillades sur le territoire de la zone de police Midi? Enfin, dans quelle mesure cet état de fait renforce-t-il votre volonté de fusionner les zones de police à Bruxelles?

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, agenten uit de politiezone Brussel Zuid trekken via een anonieme brief aan de alarmbel over de verdwijning van de nabijheidsbrigades. Die nabijheidsbrigades pakten in burger dealers rechtstreeks aan. Zij waren inderdaad niet perfect, maar ze waren wel doeltreffend. Volgens de politieagenten die de anonieme brief stuurden, is het geen toeval dat sinds de schrapping van de nabijheidsbrigades 70 % van de schietpartijen in Brussel in hun zone plaatsvindt.

Het is enorm verontrustend dat mensen die in de frontlinie staan in de strijd tegen de georganiseerde misdaad, anoniem aan de alarmbel moeten trekken, niet uit vrees voor vergelding vanwege de drugsmaffia, maar uit vrees voor vergelding vanwege hun eigen PS-burgemeesters. De drie burgemeesters van die zone staan aan het hoofd van de politie en moeten hun verantwoordelijkheid nemen en voor hun eigen deur vegen.

Mijnheer de minister, schaalvergroting is de oplossing. Die zal zorgen voor een betere solidariteit tussen de wijken en voor meer capaciteit waar die het meeste nodig is, en zal ervoor zorgen dat wanpraktijken zoals deze niet meer mogelijk zijn. Elke dag opnieuw wordt bewezen dat een fusie van de Brusselse politiezones broodnodig en dringend is.

Mijnheer de minister, vindt u het normaal dat agenten via een anonieme brief aan de alarmbel moeten trekken, nadat ook in Anderlecht andere sectoren al anoniem aan de alarmbel trokken?

Zijn de nabijheidsbrigades essentieel in de strijd tegen de georganiseerde misdaad?

Hoe staat het met de invulling van het politiekorps in de zone Brussel Zuid ten opzichte van het theoretisch kader? Wie draagt de verantwoordelijkheid voor de correcte invulling?

Welke schaalvoordelen ziet u specifiek voor de wijken in een fusie van de Brusselse politiezones?

Bernard Quintin:

Madame et monsieur les députés, merci pour vos questions. J'ai donc bien lu l'article.

Ik heb de anonieme brief niet gekregen, maar ik ben wel op de hoogte van de situatie vanaf dag twee van mijn ambtstermijn.

Les choix qui ont été formés l'ont été par les responsables de la zone de police Bruxelles-Midi, qui sont en effet les bourgmestres et le chef de corps, lesquels ont décidé en 2021 de la suppression de ces brigades. Pour le dire très clairement, il me paraît assez évident que supprimer ce qu'on appelle dans le jargon la VIP – Very Irritating Police – n'a certainement pas contribué, pour recourir à un euphémisme, à lutter efficacement contre le trafic de drogue. Il n'y a qu'à voir la situation actuelle dans la zone. La suppression de cette brigade de proximité permet en effet d'avoir des points de deal fixes au lieu d'obliger les dealers à se déplacer et donc de rendre leur travail, si je puis m'exprimer ainsi, plus difficile.

Nabijheidsbrigades zijn essentieel. Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat one size fits all , want de realiteit van elke politiezone verdient een eigen aanpak, maar de nabijheidsbrigades zijn absoluut essentieel in onze strijd tegen drugscriminaliteit.

Ce que je regrette aussi dans la décision qui a été prise en 2021, c'est qu'on a voulu résoudre quelques problèmes ponctuels, qui sont d'ailleurs examinés aujourd'hui par les autorités judiciaires compétentes, en prenant des mesures linéaires générales. Prendre des mesures linéaires générales pour résoudre un problème ponctuel, ce n'est absolument pas ma ligne de travail parce qu'on jette le bébé avec l'eau du bain, comme on dit.

Quels étaient les motifs pour le faire? C'est une question qu'il faut poser aux responsables de la zone de police locale Midi que sont les bourgmestres et le chef de corps.

Je peux ajouter que les renforts fédéraux qui ont été mis à disposition de la zone Midi sont encore là pour une bonne partie, en ce compris le renforcement de la police judiciaire fédérale à Bruxelles par une trentaine d'unités venant d'autres zones. Cela porte ses fruits – et je le dis avec beaucoup de prudence et d'humilité – en termes de sécurité et aussi en termes d'arrestations dans le cadre des fusillades qui ont eu lieu en février et en mars.

De invulling van het politiekorps van die zone is, nogmaals, vooreerst de verantwoordelijkheid van die zone. De precieze cijfers moet ik u later meedelen, want die heb ik nu niet bij.

La fusion amènera en tout cas – c'est l'objectif – une unité de commandement et – c'est aussi essentiel et c'est la dynamique fondamentale que je veux insuffler dans cette fusion – une meilleure répartition des efforts entre capacité d'intervention et police de proximité. Les deux sont absolument nécessaires. Il faut une capacité d'intervention renforcée à Bruxelles, certainement pour la zone Midi. Cela se fera par une mutualisation des efforts mais sans porter atteinte à la police de proximité.

Nabijheidspolitie is absoluut essentieel voor die interventies, maar ook voor de gerechtelijke onderzoeken, om goede inlichtingen te verkrijgen.

Pour moi, cette capacité d'intervention et la police de proximité sont les deux jambes absolument indispensables pour le marathon de la lutte contre le crime organisé.

J'en voudrais de ne pas terminer en saluant les efforts qui sont faits tant par la police locale que par la police fédérale pour lutter contre le crime organisé.

Catherine Delcourt:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. La lutte contre le trafic de drogue passe évidemment par le travail de quartier et de proximité, ce qui s'inscrit pleinement dans votre politique de sécurité globale. Les raisons qui ont poussé à la suppression des brigades de proximité sont trop floues et nécessitent des clarifications. C'est pourquoi une demande d'audition des bourgmestres de la zone de police Midi a été introduite par le MR afin de faire la lumière sur ces choix incompréhensibles.

J'aimerais souligner par ailleurs l'ambivalence entre d'une part un discours qui est opposé à la fusion des zones de police bruxelloises, au motif que dans une grande zone de police unifiée on ne pourrait plus faire de police de proximité, et d'autre part la décision concrète et lourde de conséquences de supprimer les brigades de proximité. Les bourgmestres de la zone Midi qui ont délibérément choisi de dissoudre ces brigades ne peuvent ignorer les conséquences de leur décision. Les responsabilités doivent être prises.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw duidelijke antwoord. Ik denk dat het inderdaad essentieel is dat er nabijheidsploegen zijn in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Het is zeer onduidelijk en betwijfelbaar of die nabijheidsbrigades in de zone Brussel-Zuid om de juiste redenen zijn geschrapt. Het is heel belangrijk dat wij werk maken van de fusie van de Brusselse politiezones. Het is minstens opmerkelijk te noemen dat de zone die daarbij het meeste te winnen heeft zich daar hard tegen verzet en zelfs dreigt om te stoppen met investeren in politie, terwijl schietpartijen in die zone bijna dagelijkse realiteit zijn geworden. De burgemeesters moeten hun eigen verantwoordelijkheid opnemen. Zij moeten voor hun eigen deur vegen. Het is ook daarom dat wij de vraag steunen om de drie burgemeesters uit de zone Brussel-Zuid uit te nodigen voor een hoorzitting in het Parlement. Iedereen moet kiezen tussen eigen machtsspelletjes spelen of de veiligheid van de bevolking dienen. De keuze van Arizona is in elk geval duidelijk.

economie en werk

De door de VS opgelegde importheffingen
De verhoging van de Amerikaanse importheffingen
De Amerikaanse importheffingen
De door Trump gevoerde handelsoorlog
De reactie van België op het agressieve handelsbeleid van de VS
De Amerikaanse importheffingen
De door de importheffingen van Trump geboden opportuniteiten
De Amerikaanse douanerechten
Amerikaans handelsbeleid en -heffingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Trumps importheffingen (20% op EU-producten), die de Belgische economie, koopkracht en jobs bedreigen, met name in exportgerichte sectoren zoals staal en farma. Kernstandpunten: Europa moet onderhandelen met tegenmaatregelen (proportionele tarieven, versterkte interne markt) maar conflict vermijden, terwijl kritiek klinkt op Trumps protectionisme als wapen voor superrijken (tech-oligarchen) en de afhankelijkheid van de VS. Sommigen pleiten voor strategische autonomie (relocalisatie, "Made in Europe", defensie-investeringen), anderen voor globale samenwerking met slachtoffers van Amerikaans imperialisme. Eindpunt: Europa’s eenheid en economische soevereiniteit zijn cruciaal, maar concrete actie ontbreekt.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de eerste minister, extremen bedreigen onze welvaart, dat wordt vandaag nog eens goed duidelijk. De energiecrisis die Poetin ontketende toen hij Oekraïne binnenviel, staat nog vers in ons geheugen. We voelden de effecten onmiddellijk met torenhoge energiefacturen. In veel huizen ging de verwarming lager of zelfs uit.

Ook vandaag zien we tot wat extreme denkbeelden leiden: een ware handelsoorlog, die onze koopkracht bedreigt en onze prijzen zal doen stijgen. Onze staalindustrie kreeg al klappen en nu valt Trump heel Europa en ook de rest van de wereld aan met hoge importtarieven, voor de EU maar liefst 20 % op alle producten.

Dit raakt ons allemaal direct. Voor Vooruit is het dan ook heel duidelijk: we moeten onze mensen en bedrijven zo goed mogelijk helpen, net zoals we dat deden tijdens de energiecrisis. Ook toen namen we maatregelen om de koopkracht van de mensen te beschermen.

De Europese Commissie staat klaar met tegenmaatregelen, maar benadrukt ook het belang van blijven onderhandelen. Mijnheer de eerste minister, deze handelsoorlog zal een direct effect hebben op de koopkracht van iedereen. Mensen rekenen op een sterke overheid.

Zult u met Europa in gesprek gaan om te kijken hoe we onze koopkracht en onze jobs kunnen beschermen?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, het is niet langer wachten op het spelletje Hoger, lager van Trump: het is hoger geworden. Vanaf nu is Liberation Day het symbool van de ware America first -politiek, die de portefeuille van onze ondernemers en onze mensen doet bloeden.

De effecten daarvan zijn dramatisch voor Europa en voor de hele wereld. Collega's, ze zijn echter ook dramatisch voor Amerika en de Amerikanen zelf. Dat is voor ons nog eens heel duidelijk het bewijs van hoe nefast populistische extremisten kunnen zijn voor de gewone man en vrouw in de straat eens ze aan de macht zijn.

In ons land zijn er heel wat sectoren, zoals de farmasector, waarvoor Amerika heel erg belangrijk is. Elke dag werken mensen en bedrijven samen met Amerikaanse bedrijven en die Amerikaanse bedrijven werken ook heel graag samen met ons. Zij doen hun best en het is dan ook onbegrijpelijk dat een Amerikaanse president dit allemaal op het spel durft te zetten.

De vraag is echter welke reactie wij hebben. Speak softly and carry a big stick , dat moet het devies zijn. We moeten onderhandelen, maar als Trump niet luistert moeten we ook tegenmaatregelen durven nemen. Een goede trans-Atlantische samenwerking is in het belang van Europa. Het moet niet zozeer een anti-Amerikaans verhaal worden, het moet een pro-Europees verhaal worden om onze Europese interne markt te versterken en komaf te maken met de belemmeringen en onnodige regeltjes die de Europese handelsroute belemmeren. Ook onze extra 17 miljard euro aan defensie-uitgaven moeten in Europa worden besteed. Meer made in Europe is voor cd&v the way to go .

Beste premier, ik ga er vanuit dat u deze lijn mee zult bewaken en dat u ook een taskforce zult oprichten (...)

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, toen ik gisteravond naar het livebetoog van president Trump luisterde over de importheffingen die de Verenigde Staten zullen heffen, overviel mij een ongemakkelijk gevoel. De supersonische snelheid waarmee de regering-Trump de heffingen wil laten ingaan, maar ook het gebrek aan logica bij de berekening ervan tarten alle verbeelding.

Wij staan dus voor enorme uitdagingen. De Verenigde Staten zijn een van de belangrijkste handelspartners van België. Na de Europese Unie zijn zij zelfs de belangrijkste partner. België, maar zeker ook Vlaanderen, is een heel exportgerichte regio. De heffingen zullen onze regio en ons land dus veel geld kosten. Minder export betekent minder omzet, minder winst, een lagere tewerkstelling en minder groei. Met andere woorden, minder export betekent lagere inkomsten uit belastingen op arbeid en op winst van de bedrijven voor de overheid en veel hoge kosten voor onze eigen bevolking. Volgens VOKA zouden de maatregelen de Belgische economie ongeveer 12 miljard euro kosten.

Moeten wij de demarche van de regering-Trump beschouwen als een onderhandelingspoging van die regering of is het haar werkelijk menens?

Wordt er een spiegelbeeld aan maatregelen getroffen door de Europese Unie? Er was reeds een pakket tegenmaatregelen voorzien op 13 april 2025. Dat pakket lijkt echter nu al achterhaald. Zo snel gaat het tegenwoordig. Wat komt er nu? Wat kunnen wij nu doen in eigen land?

Wij willen geen inflatoire handelsoorlog starten. Zo'n oorlog kent immers enkel verliezers. Wij zijn anderzijds wel van mening dat Europa ook eens de rug mag rechten.

Ik kijk uit naar uw antwoord.

Robin Tonniau:

Mijnheer de premier van België, de VS hebben geen bondgenoten, ze hebben alleen belangen. Al jaren waarschuwen wij met de PVDA tegen het imperialisme van de VS, maar niemand luisterde naar ons. Wij werden hier in een hoekje als anti-Amerikaans weggezet.

‘De VS zijn de belangrijkste partners voor het verdedigen van gedeelde fundamentele waarden en wereldwijde veiligheid.’ Zo staat het in uw regeerakkoord. Het moet dus een pijnlijk ontwaken voor u geweest zijn, mijnheer de premier, als Atlantist in hart en nieren, maar het zal een nog pijnlijker ontwaken voor de gewone hardwerkende mensen zijn geweest, want de werkende mensen in Europa zullen zwaar worden getroffen. Onze industrie kreunde al onder de peperdure energie uit de VS en dat zal nu alleen maar verergeren.

De werkende klasse gaat de rekening twee keer betalen. Niet alleen verliezen zij mogelijk hun werk, als Europa meegaat in de sanctieoorlog zullen ook alle producten hier duurder worden. Trump bedreigt ook alle andere en opkomende economieën. Uiteindelijk blijft niemand gespaard, want ook voor de Amerikanen zelf is dit geen goed nieuws. Ook voor hen zullen de prijzen stijgen. Het is duidelijk wie de prijs betaalt.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is heel onze economie op die van de Amerikanen afgestemd. Nu laten ze Europa vallen, maar laat ons het hoofd koel houden, mijnheer de premier. Laat ons de hand reiken naar de rest van de wereld, naar alle slachtoffers van het Amerikaans imperialisme, maar wel op gelijke voet.

Mijnheer De Wever, hoe zult u de werkende klasse tegen deze handelsoorlog beschermen? Reikt u de hand uit naar het globale zuiden?

Mathieu Michel:

Monsieur le premier ministre, chers collègues, depuis quelques mois, nous voguons de sidération en sidération. Il est effectivement parfois difficile de reconnaître les États-Unis, il est même permis de se demander si le libéralisme a encore cours dans ce pays. En se repliant sur eux-mêmes et en voulant imposer une vision unilatérale des relations mondiales, ils s'éloignent des fondements qui en ont fait le pays de la liberté, de l'ouverture sur le monde et aussi de la diversité culturelle.

Ce repli semble terriblement en contradiction avec les valeurs de tolérance et de progrès qui ont historiquement fait la force des États-Unis. Pire, il induit une relation d'adversité et de méfiance, qui prend de plus en plus des allures d'une nouvelle forme de guerre dont nous sortirons tous perdants, et certainement en Belgique.

Monsieur le premier ministre, disposez-vous déjà d'une première estimation de l'impact direct et indirect des mesures sur l'économie belge, nos entreprises et notre emploi, des secteurs d'activité les plus affectés, mais aussi de la manière dont nous pouvons davantage soutenir nos entreprises en matière de compétitivité?

Il est essentiel que nous travaillions avec l'Europe pour apporter des réponses efficaces et pertinentes, à la fois en termes de négociations avec les États-Unis, de contre-mesures, aussi non tarifaires; mais également via de nouveaux accords à réaliser. On ne répétera jamais assez à quel point les traités de libre-échange sont ce qui nous protège le mieux de ce genre de dynamique.

Enfin, notre unité est indispensable en la matière. Comment allons-nous négocier ensemble pour peser collectivement, au-delà même des 27, sur les discussions à avoir avec les États-Unis?

Meyrem Almaci:

We horen hier iedereen over elkaar buitelen, moord en brand schreeuwend over hoe dom deze handelsoorlog is, maar het zou wel eens kunnen dat er een methode zit in de waanzin. Miskijk u niet in de retoriek in de Rozentuin, maar kijk naar wie belang bij dat alles heeft. Follow the money .

Trumps focus op het opleggen van heffingen aan de wereld is veel minder gedreven door handelsoverwegingen, maar vooral vanuit het eigenbelang van een zeer select clubje superrijken. De invoerheffingen worden daarbij gebruikt als een onderhandelingstactiek om staten rond de tafel te dwingen. Die superrijken rond Trump hebben namelijk knarsetandend gezien hoe 38 OESO landen een minimumbelasting voor multinationals hebben beslist. De techboys hebben gezien dat er een AI-act van kracht is in Europa. Ze zien en ze voelen aan hun water dat de digitaks eraan komt. Daar zijn ze niet van gediend en dus gaat Trump all-in. Hij weet zeer goed dat die handelsoorlog overal ter wereld onder de bevolking slachtoffers zal maken, maar hij is bereid dat te doen, louter om zijn clubje te helpen.

Mijnheer de premier, voor mij is het eenvoudig. Achter die handelsoorlog staat een losgeslagen 1 % die geen enkele democratische belemmering wil. Het is de walgelijke wetteloosheid van een groepje gigarijke mannen, de tech-oligarchen die vinden dat de wereld naar hun pijpen moet dansen en die de rest van de wereld als hun digitale lijfeigenen zien. Het is die groep die de belastingen ontwijkt. Het is die groep die verkiezingen manipuleert, AfD in Duitsland. Het is die groep die op hun platformen vrijelijk haat laat verspreiden tegen vrouwen, tegen minderheden, om voor hun eigen gewin mensen tegen elkaar op te zetten.

Europa heeft nu de kans om voor haar democratische waarden op te staan en duidelijk te maken dat die agenda niet zal passeren. Mijn vraag is dus heel simpel. Zult u in de onderhandelingen namens ons land eisen dat Europa elke uitholling van de OESO-minimumbelasting en de digitaks zal blokkeren? Want we tolereren geen race to the bottom, niet op vlak van democratische rechten en niet op vlak van rechtvaardige belastingen.

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, à chaque crise son opportunité! L'augmentation des droits de douane et la guerre commerciale lancées par les États-Unis remettent en question les principes de fonctionnement du commerce international. Cela aura un coût économique important pour les entreprises et pour les citoyens, des deux côtés de l'Atlantique. Bien avant ces taxes, la majorité a décidé de prendre ses responsabilités, d'agir pour améliorer le quotidien et d'avoir le courage de changer notre société. Nous pouvons et nous devons développer notre pays et l'Europe sur la base de nos propres forces, en affrontant les nombreuses menaces.

Parmi ces menaces, la guerre commerciale nous force à nous détacher de nos pratiques du passé. Par ailleurs, nos pratiques sont également bousculées par la nécessaire lutte contre le changement climatique, et les enjeux peuvent se rejoindre. Les menaces sont là, mais c'est une opportunité pour encourager le développement des circuits courts, du commerce local, de la souveraineté de nos territoires, et le développement d'une industrie européenne forte qui crée de la valeur. Nous devons défendre une Europe cohérente, simplifiée mais ambitieuse, qui favorise la consommation durable, locale et souveraine, notamment en taxant les biens importés qui détruisent notre santé, notre cadre de vie et notre environnement.

Monsieur le premier ministre, je vous invite à agir avec conviction en ce sens. Dans cette guerre commerciale, comment comptez-vous agir avec cohérence pour la souveraineté de nos territoires, en lien avec nos engagements climatiques? Si la transition est une opportunité économique pour de nombreux acteurs, comment le gouvernement va-t-il développer notre territoire, soutenir les entreprises, le pouvoir d'achat, le commerce et les industries dans ce contexte économique?

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, Moi, le reste du monde et les 15 salopards , c'est le titre qu'on pourrait donner à la guerre commerciale menée par Trump. Dans ce mauvais film, en tant que membre de l'Union européenne, nous faisons malheureusement également partie de ces 15 salopards. Mais nous ne sommes évidemment plus à une insulte près.

Après s'être retiré de l'OMS, après avoir trahi ses alliés en Ukraine, après avoir menacé le Groenland, le président Trump lance aujourd'hui une nouvelle offensive en imposant 10 % de droits de douane sur toutes les importations et 20 % sur celles venant de l'Union européenne.

Ce n'est donc pas un jour de libération, mais un jour de plus où Trump joue aux dés sur le dos des travailleurs.

Face à cela, monsieur le premier ministre, pas de panique, mais de la fermeté. Je ne veux évidemment pas vous entendre vous lamenter sur l'impact pour nos entreprises du secteur pharmaceutique ou de la chimie, mais plutôt y voir une opportunité. Une opportunité de relancer notre industrie. Une opportunité de relocaliser notre économie, et peut-être même également de renforcer notre souveraineté industrielle.

Le 27 février, dans cette même assemblée, j'ai interrogé le ministre Clarinval. Qu'avez-vous mis en place, lui demandais-je, depuis? Pour l'instant, malheureusement, monsieur le premier ministre, je ne vois que des mauvaises réponses. Vous limitez les investissements publics de 4 à 3 %. Vous vous apprêtez à vendre des parts de Proximus et bpost. À qui?  Peut-être, demain, à des fonds européens. Et vous persistez, comme un âne qui chute systématiquement sur la même pierre, à vouloir acheter des F-35, renforçant par ailleurs notre dépendance militaire.

Monsieur le premier ministre, on connaît votre admiration sans faille pour les États-Unis. Mais aujourd'hui, quelle est votre analyse de la décision de Trump? Quel sera l'impact pour notre économie? Quelle sera la riposte européenne? Et surtout, quelle sera la réponse concrète de notre gouvernement fédéral?

Bart De Wever:

Chers collègues, nous avons appris hier soir que les États-Unis allaient augmenter leurs droits de douane sur les produits en provenance de l'Union européenne mais aussi du reste du monde.

J'ai regardé une bonne partie de l'annonce du président Trump en direct et je dois reconnaître que c'était plutôt inédit. Les États-Unis relèvent leurs tarifs d'importation à un niveau qui pourrait devenir le plus élevé depuis un siècle. Pour les produits européens en particulier, un tarif général de 20 % est instauré à partir du 9 avril. Cela représente une énorme augmentation du tarif moyen actuel.

En 2024, les États-Unis étaient le principal marché d'exportation de la Belgique après nos pays limitrophes. Nous avons exporté pour environ 33 milliards d'euros vers les États-Unis, soit 5 % de notre PIB. L'impact sera donc considérable pour notre pays. Monsieur Michel, il est encore trop tôt pour le chiffrer précisément. Il est toutefois important de noter qu'à l'heure actuelle, un certain nombre d'exceptions s'appliquent au tarif général; cela concerne entre autres les produits pharmaceutiques, les semi-conducteurs et les métaux précieux. L'exception pour le secteur pharmaceutique est particulièrement pertinente pour notre pays, compte tenu de l'importance de ce secteur dans nos exportations vers les États-Unis.

Donc Koen, pas de souci pour Puurs, tu peux encore exporter ton Viagra! (Rires) .

Men kan niet alles zelf consumeren.

Contrairement à ce que nous avions craint, les nouveaux tarifs ne s'additionnent heureusement pas à ceux qui avaient déjà été introduits ou annoncés sur l'acier et les automobiles. Ce ne sont toutefois que quelques minces rayons de soleil à travers de sombres nuages car, soyons clairs, au final, c'est une véritable catastrophe pour l'économie mondiale!

Ik denk dat het ook voor de Verenigde Staten geen Liberation Day zal blijken, maar een Inflation Day, want de facto gaat het om de grootste belastingverhoging voor de Amerikaanse consumenten in de recente geschiedenis. Volgens economische waarnemers zouden de nieuwe tarieven Joe Sixpack jaarlijks duizenden dollars kunnen kosten. Ik zal hier niet opnieuw Ronald Reagan citeren, ik zou het graag doen, maar deze keer het Amerikaans adagium over handelsoorlogen dat opnieuw waarheid dreigt te worden: ‘ No one ever wins, and consumers always get screwed .’ Het valt te hopen dat de Verenigde Staten dat snel opnieuw zullen inzien en dat de ratio kan wederkeren.

Om die reden ondersteun ik de houding van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die deze week gecommuniceerd heeft en die ik vooraf bilateraal heb kunnen spreken. Logischerwijze zal er een proportioneel Europees pakket aan tegenmaatregelen worden voorzien. Maar evenzeer ondersteun ik voor de volle honderd procent haar doelstelling om zo snel mogelijk toe te werken naar een negotiated solution . Want beste collega's, het atlantisme is ouder en het is groter dan Trump en een oplossing in plaats van een conflict is in ieders belang.

Als ik sommigen hier aanhoor, kunnen ze blijkbaar niet wachten om de strijd aan te gaan. Dan denk ik dat de huidige situatie voor hen maar een aanleiding is. Répondre à la stupidité avec de la stupidité , dat is niet verstandig, collega's, maar sommigen zitten hier blijkbaar te popelen.

Ik zal dat niet doen. Dat is de boodschap die ik morgen zal overbrengen aan secretary of state Marco Rubio ter gelegenheid van zijn bezoek aan Wetstraat 16.

Ik ben natuurlijk niet naïef. Op korte termijn zal dit in dovemansoren vallen. We zullen eerst de realiteit van die tarieven moeten ondergaan, aan de twee kanten, voor men het belang van vrijhandel opnieuw zal weten te waarderen. Ik kan alleen maar hopen, samen met velen onder u, zij het niet allen, dat de Westerse wereld zal afzien van welvaartsvernietigende protectionistische waanzin.

In de tussentijd zullen we er op Europees niveau voor pleiten zo snel mogelijk werk te maken van een versterking van de interne markt. Europe is in this together, meer dan ooit. Laten we daarnaar handelen, elkaar steunen, en onze eigen competitiviteit versterken.

Het lijkt me het uitgelezen moment om als Europa assertief vrijhandelsakkoorden af te sluiten met nieuwe partners over de hele wereld, met landen die vandaag meer dan ooit naar ons kijken. Want als een grootmacht de wereld de rug toekeert, moet Europa meer dan ooit aangeven dat het open for business is .

Ik ben van nature geen optimist, maar: in the midst of every crisis lies great opportunity . Dat is hier door velen ook gezegd. Die crisis zullen we krijgen door de huidige Amerikaanse attitude. Laten we als Europeanen dus de opportuniteiten in die crisis zien en ze trachten te grijpen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.

Inderdaad, geen zonnestralen. Europa was van meet af aan bereid te onderhandelen. Maar het moet tegelijkertijd al klaarstaan om te reageren. Gaan we in dialoog of gaan we in tegenzet? Oplossingen, in plaats van conflicten, zegt u. En ik zeg: oef! Die keuze zal essentieel zijn om onze koopkracht te blijven beschermen. De Verenigde Staten zijn onze vierde handelspartner. We moeten er dus alles voor doen, voor onze jobs en voor onze gezinnen.

In Vooruit, mijnheer de eerste minister, zult u altijd een partner vinden om de koopkracht van de mensen te beschermen. Daar kunt u op rekenen. Laat de ratio terugkeren.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de eerste minister, het is inderdaad duidelijk dat we werk moeten maken van een assertief Europees verhaal. We mogen niet vervallen in een goedkoop en contraproductief anti-Amerikanisme, maar moeten een sterk pro-Europees verhaal schrijven. Wij moeten de belemmeringen tussen de Europese landen afbouwen om die importtarieven te compenseren. Ook moeten we werk maken van strategische autonomie binnen Europa, zeker ook op defensievlak.

Het gaat hier niet alleen over de farma-industrie. U gaf mij daarnet een hint, als u ook nog een beetje van dat geneesmiddel nodig hebt, kunt u mij steeds een appje sturen. Het zal direct geleverd worden, Puurs ligt niet ver van Antwerpen. Geef een belletje en het komt er snel aan.

Voor ons is het heel duidelijk, meer made in Europe is the way to go voor cd&v. Ik hoop dat u daarvan mee werk zult maken.

Voorzitter:

Hij heeft mij meegedeeld dat het aanbod geldt voor iedereen. Hij is steeds beschikbaar om zijn voorraad te delen met de collega's.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, we moeten inderdaad de Europese kaart trekken, maar als ik u goed begrijp, is het ook hoog tijd om extra door te pakken met Arizona. We moeten zo snel mogelijk door middel van arizonamaatregelen de arbeidsmarkt in België hervormen. De loonkost moet dalen voor bedrijven. De nettolonen voor de werknemers moeten stijgen. We moeten mensen aan het werk houden en ze moeten langer werken.

Collega's van dit Parlement, ik roep u op om deze maatregelen later mee te steunen. Mijnheer de eerste minister, Ik wens u heel veel succes met het uitvoeren ervan.

Robin Tonniau:

Mijnheer de premier van België, het is goed dat u de deur naar internationale samenwerking openzet, maar u bent eigenlijk wel super naïef als u denkt dat de VS na Trump van positie zal veranderen. De VS is geen bondgenoot meer en zal dat na Trump ook niet meer worden. Daarom moeten we de banden met de rest van de wereld nu versterken. We moeten inzetten op die internationale relaties met de slachtoffers van het Amerikaans economisch imperialisme.

U blijft de VS gewoon volgen, terwijl we vandaag zien hoe onbetrouwbaar ze zijn. Ze dienen alleen hun eigen belang en ook de belangen van hun wapenindustrie. Arizona wil nog altijd miljarden spenderen aan hun oorlogseconomie. Die F-35's zullen met onze pensioenen worden betaald. Stop daar alstublieft mee, mijnheer de premier.

Mathieu Michel:

Merci pour votre réponse, monsieur le premier ministre.

Il n'est évidemment plus besoin de rappeler à quel point l'Europe doit compter davantage sur elle-même et sur son marché intérieur. Mais surtout, nous ne devons pas répondre à l'isolement par l'isolement. Nous devons dès aujourd'hui renforcer – vous l'avez mentionné – nos coopérations internationales avec celles et ceux qui sont convaincus que le libre-échange est un vecteur de prospérité et de paix qui est essentiel pour soutenir les démocraties dans le monde. Si les é tats-Unis veulent être seuls, eh bien qu'ils le soient!

L'histoire nous a démontré que l'économie de marché et le libre-échange restent à ce jour la meilleure façon de stabiliser les relations internationales et de réduire les risques de conflits. Mais nous ne devons absolument pas oublier que dans un contexte géopolitique déjà compliqué, une guerre commerciale est excessivement tendue pour notre compétitivité. Dès lors, ce marathon qui s'est accéléré très clairement aujourd'hui ne doit pas se faire avec des morceaux de pierre en plus dans le sac à dos de nos entreprises, parce que préserver la compétitivité de nos entreprises, c'est aussi préserver le pouvoir d'achat de nos concitoyens. Alors surtout qu'elles ne soient pas les victimes collatérales de (…)

Meyrem Almaci:

Collega's, weet u wat triest is? Dat het enige wat u, en wellicht alle mensen die nu aan het kijken zijn, zullen onthouden van dit debat het grapje over een blauw pilletje is, terwijl de situatie wel wat meer ernst verdient dan dat.

Mijnheer de premier, ik heb leiderschap gemist, ook in het antwoord. Ik mis daadkracht. U kunt ontwijkend antwoorden en zeggen dat het erg zal worden, maar ik mis een premier die rechtstaat en die niet zal toelaten dat een losgeslagen autocraat onze bedrijven aanvalt en onze bevolking verarmt. Waar is die vechtlust waarmee u zult zeggen dat we de digitaks niet zullen loslaten, dat we de minimumbelasting van de OESO niet zullen loslaten? Waar is de vechtlust waarmee u zult zeggen dat we zullen opkomen voor onze democratische waarden, of het nu Rubio of een andere Amerikaan is die komt. Die daadkracht, waarmee u pal staat voor uw waarden, heb ik daarnet niet gehoord, maar grapjes, die heb ik genoeg gehoord.

Er ontspint zich een debat zonder micro tussen mevrouw Almaci en de heer Bouchez.

Voorzitter:

Mag ik mevrouw Almaci, de heer Bouchez en alle anderen vragen om aandacht te besteden aan de repliek van de heer Dethier?

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse.

La majorité demande un redéploiement de l'économie avec une attention particulière pour notre tissu économique local. Il y a une opportunité claire à utiliser la réplique en droits de douane pour avancer sur nos objectifs climatiques, locaux, d'emploi et surtout de souveraineté.

Notre réponse doit être de continuer à défendre le multilatéralisme et la collaboration. L'Europe doit montrer son unité en restant ferme sur sa souveraineté, ses principes et ses engagements.

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, la décision de Trump est un tournant. Il veut assurément extorquer des concessions à ses alliés qu'il voit désormais comme ses adversaires et votre réponse, malheureusement, n'a pas été à la hauteur. Je m'y attendais. Vous avez parlé d'accords commerciaux débridés. C'est un modèle que nous ne défendons pas. Et puis, vous avez beaucoup ironisé sur le Viagra avec le collègue du cd&v. Si cela pouvait seulement faire durcir votre discours à l'égard de Trump, ce serait déjà une belle avancée, monsieur le premier ministre. Votre fascination pour les États-Unis vous aveugle complètement. Dans ma question, je vous ai dit qu'il fallait faire de cette crise une opportunité, que l'Europe avait le talent nécessaire mais également les moyens pour répondre à cette attaque. Malheureusement, votre réponse a été faiblarde et sans ambition. Malheureusement, sur ce sujet comme pour d'autres, vous n'êtes pas à la hauteur de l'enjeu.

veiligheid, justitie en defensie

Online kindermisbruik

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België nam deel aan Operatie Stream, de grootste Europol-actie ooit tegen Kidflix, een internationaal platform met 1,8 miljoen gebruikers dat kindermisbruikbeelden verspreidde via cryptobetalingen. Minister Verlinden bevestigde Belgische betrokkenheid (zowel gebruikers als politiële inzet), maar kon geen details geven over aantallen verdachten, slachtoffers of concrete acties, aangezien het onderzoek nog loopt en gericht is op betalingsstromen en beeldmateriaal. Van Vaerenbergh benadrukte de nood aan snelle vervolging, betere internationale samenwerking en implementatie van eerdere aanbevelingen uit de onderzoekscommissie misbruik, terwijl Verlinden pleitte voor versterkte EU-maatregelen, strengere verantwoordelijkheid voor techbedrijven en blijvende investeringen in opsporingstechnologie. De kern: grootschalig misbruiknetwerk blootgelegd, maar Belgische rol en resultaten nog onduidelijk—met urgente oproep tot snellere justitiële afhandeling en EU-brede aanpak.

Kristien Van Vaerenbergh:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, gisteren werd bekend dat speurders uit 35 landen het zogenaamde Kidflix hebben opgerold. Dat is een internationaal platform met tienduizenden beelden van kindermisbruik. Het platform werd blijkbaar opgericht in 2021 door een cybercrimineel die daaraan goed heeft verdiend. Volgens Europol werd het al snel een van de meest populaire platformen onder kindermisbruikers. Het gaat over maar liefst 1,8 miljoen gebruikers die er video’s downloadden en streamden in ruil voor cryptomunten.

Via Operatie Stream, de grootste operatie die Europol ooit uitrolde in de strijd tegen kindermisbruik, werden de voorbije weken 1.400 verdachten geïdentificeerd, waarvan er ook 79 effectief werden opgepakt. Bij de operatie waren 35 landen betrokken, waaronder de meeste Europese landen. Blijkbaar was er echter ook een link naar België. Er waren immers ook Belgische gebruikers betrokken bij het dossier.

Mevrouw de minister, kindermisbruik en het maken, bekijken en verspreiden van beelden van kindermisbruik zijn een van de meest gruwelijke misdaden en moeten zo kordaat mogelijk worden aangepakt. Ik heb de hiernavolgende vragen voor u.

Waren ook de Belgische politiediensten betrokken bij het door Europol gecoördineerde onderzoek, Operatie Stream genaamd? Tijdens de operatie werden ook 39 kinderen veiliggesteld. Waren daarbij ook Belgische kinderen betrokken?

Hoeveel dossiers werden doorgestuurd naar de Belgische politiediensten? Werden al verdachten geïdentificeerd en/of opgepakt? Van welke feiten worden zij precies verdacht?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Annelies Verlinden:

Bedankt, collega Van Vaerenbergh. Het doorgedreven speurwerk van internationale politiediensten, waaronder ook Belgische, in het Kidflixonderzoek toont opnieuw pijnlijk aan hoe wijdverspreid kindermisbruik is en hoe eenvoudig beelden van online misbruik kunnen worden verspreid.

Het Kidflixonderzoek loopt onder coördinatie van Europol en er zijn inderdaad mogelijk Belgen betrokken. Ik kan daarover nu geen details geven. Verdere analyse van betalingen via een platform en van de beelden die zouden zijn verspreid, vinden nu plaats. We moeten dit uitzoeken tot op het bot om paal en perk te stellen aan deze vreselijke misdrijven.

Ik heb het al vaker herhaald, in Europa blijft vandaag een grote black box bestaan als het gaat over de circulatie van extreem shockerende beelden van kindermisbruik, vaak met zeer jonge kinderen en baby's. We moeten er alles aan doen om dit te stoppen.

In 2024 ontvingen Europese politiediensten een hallucinant groot aantal meldingen van online kindermisbruik en dat zijn enkel de bekende gevallen. Ondanks het nog steeds groot zijnde dark number , zien we elk jaar opnieuw een stijging van het aantal meldingen. Ik zal dan ook bij mijn Europese collega's blijven aandringen op een versterkte en doortastende aanpak binnen de Europese Unie. Daarom roep ik ook mijn collega, de minister van Binnenlandse Zaken, op om samen met onze Europese partners actief mee te werken aan het Europees kader dat we nodig hebben en op dit moment onderhandelen in de Europese Raad.

We kunnen niet langer aanvaarden dat criminelen zich verschuilen achter de vrijblijvendheid van technologiebedrijven en platformen. We moeten ervoor zorgen dat we grensoverschrijdend de slachtoffers en mogelijke slachtoffers beter beschermen, verdachten opsporen, beelden offline halen en misbruik voorkomen.

Een veilige onlineomgeving is essentieel. In ons eigen land zullen we dan ook onze politiediensten en Justitie blijven ondersteunen in hun strijd tegen kindermisbruik. Dat doen we met investeringen in technologie en wetgeving, zodat we er alles aan kunnen doen om de offline- en onlinewereld voor onze kinderen veilig te maken.

Kristien Van Vaerenbergh:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

1,9 miljoen gebruikers van dergelijke sites is inderdaad gigantisch veel. Het is walgelijk dat er zoveel gebruikers zijn. Ik hoop dat het onderzoek snel en kordaat kan worden gevoerd, zodat de daders snel voor de rechtbank kunnen worden gebracht. Tegen kindermisbruik moet streng worden opgetreden. Ik hoop dat de informatiedoorstroming tussen de verschillende diensten, maar ook tussen de verschillende landen op een goede manier zal gebeuren, want dat blijft een pijnpunt bij Justitie.

Verder hoop ik dat u de strijd tegen kindermisbruik hoog op de agenda zult blijven plaatsen. Wij hebben de vorige legislatuur een onderzoekscommissie misbruik gehad, die een aantal aanbevelingen heeft geformuleerd. Ik hoop dat u die aanbevelingen ook in de praktijk zult omzetten.

Voorzitter:

Collega's, vooraleer ik het woord geef aan de volgende vraagstellers wordt mij meegedeeld dat een aantal collega's zijn stem nog niet heeft uitgebracht. U kunt dat doen in zaal 3.

klimaat, energie en landbouw

Het energie-eiland
De beheersing van de kosten van het energie-eiland
De toekomst van het Prinses Elisabetheiland
De mogelijke vertraging bij de bouw van het energie-eiland
Het energie-eiland
Energie-eiland Project: Uitdagingen, Kosten, Toekomst

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Prinses Elisabetheiland, oorspronkelijk bedoeld als *vlaggenschip van de Belgische energietransitie*, dreigt een financieel fiasco te worden door kostenexplosies (van 2,2 naar 7,5 miljard euro), vooral door de dure DC-verbinding met het VK, wat de energiefacturen van gezinnen (+€27/jaar) en bedrijven (tot €100.000 extra) zwaar belast. Minister Bihet pauzeerde het project om alternatieven te onderzoeken—zoals een goedkopere AC-verbinding of een rechtstreekse Nautilus-link—en eist transparantie, kostbeheersing en herziening van eerdere beslissingen om de last voor burgers en bedrijven te beperken, zonder de energiezekerheid in gevaar te brengen. Kritische stemmen dringen aan op snelle, verantwoorde keuzes (binnen weken) om investeringsonzekerheid bij windparken en vertragingen (500 dagen bij caissonbouw) te voorkomen, terwijl oppositie pleit voor een "light-versie" van het eiland of kernenergie als alternatief om de factuur te drukken.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, het Prinses Elisabetheiland werd ooit aangekondigd als het vlaggenschip van ons energiebeleid. Vandaag riskeert het jammer genoeg eerder een drijvend fiasco te worden. De kostenraming is intussen geëxplodeerd, de kostprijs zou zeker 7 miljard euro bedragen, veel meer dan de oorspronkelijk geraamde 2,2 miljard. Wie gaat dat betalen? Onze gezinnen en onze bedrijven. Er komt tot 27 euro bij op de energiefactuur van een gemiddeld gezin en onze bedrijven zullen tot honderdduizenden euro meer moeten betalen.

Collega's, de manier waarop het project wordt uitgevoerd is cruciaal, niet alleen voor de energietransitie, maar ook voor de bevoorradingszekerheid en energieonafhankelijkheid van ons land. Momenteel is er echter grote onzekerheid. De beslissing over de uitvoering van de tweede fase van het energie-eiland is uitgesteld.

Mijnheer de minister, u zult mij wellicht niet tegenspreken als ik zeg dat onze gezinnen en onze bedrijven nu nood hebben aan betaalbare en betrouwbare energie en niet pas binnen tien jaar. U erfde een complex dossier van uw voorgangster, maar nu is het aan u. Onze energiemix moet zekerheid bieden aan onze bedrijven, maar moet vooral ook betaalbaar blijven. Om onze bevoorradingszekerheid te garanderen is het heel belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over kavel 1 van het eiland.

Mijnheer de minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat de ontwikkeling van de nieuwe offshore windparken geen vertraging oploopt en dat de kosten beheersbaar blijven, zodat het beloofde vlaggenschip geen zinkend schip wordt?

Christophe Bombled:

Monsieur le ministre, le projet d'île énergétique en mer du Nord est un enjeu stratégique majeur pour l'avenir énergétique de notre pays, sa sécurité d'approvisionnement et la compétitivité de notre industrie. Il est essentiel que chaque euro investi serve au mieux l'intérêt général sans précipitation ni décision hâtive aux conséquences financières lourdes.

Vous avez souligné à juste titre que la forte augmentation des coûts initialement prévus, conjuguée aux incertitudes réglementaires et aux choix du passé, justifie une réévaluation approfondie du projet. Suspendre temporairement certaines décisions afin d'explorer toutes les alternatives crédibles et de préserver la capacité de négociation de la Belgique est une démarche de bon sens et de responsabilité. Notre priorité doit être d'assurer une transition énergétique efficace et maîtrisée en veillant à ce que les investissements ne pèsent pas inutilement sur la facture des citoyens et des entreprises. La concertation avec la CREG, la DG Énergie et Elia est essentielle pour garantir une décision éclairée, alignée sur les objectifs de déploiement des énergies renouvelables et de développement des énergies bas carbone.

Monsieur le ministre, pouvez-vous préciser les pistes à l'étude et les critères qui guideront la décision finale du gouvernement?

Voorzitter:

Er werden ook drie vragen gesteld in de commissie hierover. Zij worden toegevoegd.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor Energie. Deze week had u echter veel energie.

Wij hebben in de commissie voor Energie de wet op de kernuitstap teruggedraaid. Daar krijgt een mens energie van. U had ook nog een daadkrachtige beslissing genomen over het energie-eiland. U hebt in dat dossier namelijk terecht de pauzeknop ingedrukt. De kosten ontspoorden immers. De eigen keuzes die Elia maakte, zorgden ervoor dat de factuur ontploft. Uiteindelijk is het altijd de eindgebruiker die via zijn energiefactuur de rekening betaalt.

Mijnheer de minister, de grote vraag is echter wat er zal gebeuren wanneer u de energie vindt om opnieuw de playknop in te drukken. Het energie-eiland is immers een cruciaal dossier voor onze energiebevoorrading, voor de positie van België bij de energiebevoorrading in West-Europa, voor onze connectie met het Verenigd Koninkrijk en voor de aansluiting van de drie betrokken windparken, waarvan voor één park vandaag trouwens een lopende tender is uitgeschreven.

Die onzekerheid weegt ook op de mensen die voor die tender dossiers schrijven en willen meedingen naar de ontwikkeling van die windparken.

Mijnheer de minister, ik heb dus een heel eenvoudige vraag. Wanneer kunnen wij beslissingen van u verwachten over de playknop? Wat zullen die beslissingen betekenen? Welke richting zult u uitgaan?

Voorzitter:

De regering zal het zeker op prijs stellen dat u simpele vragen stelt.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat expliciet dat de regering uiterlijk eind maart een beslissing zou nemen inzake de bouw van de gelijkstroominfrastructuur, zeg maar het luik van de hybride interconnectie, belangrijk voor het derde lot van de Prinses Elizabethzone. Meteen zou er ook een beslissing volgen over de modaliteiten van de geplande Nautillusverbinding met het Verenigd Koninkrijk. Die beslissing is echter ‘met enkele weken’ uitgesteld. U wil vermijden dat er overhaast beslissingen worden genomen. De analyse van de verschillende alternatieve scenario's en de dialoog met de stakeholders vergen blijkbaar wat meer tijd.

Tegelijkertijd, mijnheer de minister, rijzen er nu problemen bij de ruwbouwwerken voor het kunstmatige eiland. Ik veronderstel dat het gaat over de bouw van de caissons in Vlissingen? Die bouw is toch al enige tijd bezig. Het consortium waaraan de werken gegund werden, kampt blijkbaar met extra kosten. Er zouden ook aanzienlijke vertragingen zijn. Sommigen spreken zelfs over 500 dagen extra.

Mijnheer de minister, de tijd tikt. De basisinfrastructuur van het eiland moet opgeleverd zijn voor 31 augustus 2026 wil Elia een beroep kunnen doen op 100 miljoen aan Europese middelen. Ik kom tot mijn vragen.

Welke invloed hebben al deze ontwikkelingen op de lopende tender voor het eerste windpark? Hebt u overleg met de sector over de vele ontwikkelingen in verband met het energie-eiland? Worden de potentiële investeerders, projectontwikkelaars niet stilaan wat afgeschrikt?

Voorzitter:

Het thema zou niet afgerond zijn als niet ook collega Wollants een vraag zou stellen.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, het energie-eiland, en zeker de enorme kostenstijgingen tot bijna 8 miljard euro, blijft de gemoederen beroeren. Die kosten dreigen immers te worden vertaald naar de nettarieven. Dat wil zeggen dat de elektriciteitsgebruikers dat allemaal via hun energiefacturen zullen moeten ophoesten. Bovendien komt dat bovenop de extra nettarieven die ze al sinds januari betalen, die 80 % stijging, waarover onder andere de industrie vandaag trouwens nogmaals aan de alarmbel trekt.

We weten dat dit een erfenis is van uw voorganger en wat voor een. Het regeerakkoord maakt duidelijk dat we daarover in maart een beslissing zouden nemen. We weten ook dat dit over heel veel geld gaat en ook over een aantal evoluties die op dit moment nog aan de gang zijn. Als we een beslissing nemen, moeten we meteen ook de juiste beslissing nemen. Enkele weken extra kunnen dus een heel goede zaak zijn om de juiste kant op te gaan.

Er moeten echter wel knopen worden doorgehakt. Iedereen weet dat het toevoegen van 8 miljard euro aan onze nettarieven onaanvaardbaar is. Daar kunnen we nooit mee akkoord gaan en ik ben het ermee eens dat we een aantal pistes moeten onderzoeken. Voor ons is het duidelijk dat de piste van het hertekenen van de offshore windzones, in combinatie met het ontkoppelen van de verbinding van het Verenigd Koninkrijk met het energie-eiland, waarschijnlijk de beste weg is om te bewandelen en dat we daarop moeten verder werken.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende eenvoudige vragen. Hoe zult u deze kwestie aanpakken? Hoe zult u ervoor zorgen dat de facturen voor onze gezinnen en bedrijven hiervan worden bespaard?

Mathieu Bihet:

Chers collègues, permettez-moi d'abord d'être très clair, ce qui nous occupe aujourd'hui, l'île énergétique, n'est pas un débat sur l'importance des énergies renouvelables. Cette question ne fait aucun doute. Nous sommes tous d'accord sur le fait que nous avons besoin de ce vent en mer, de capacités offshore et d'infrastructures pour transporter l'électricité jusqu'au continent.

Ce qui est sur la table aujourd'hui, c'est un dossier qui, en termes de transparence, de maîtrise des coûts mais aussi de gouvernance, a solidement déraillé ces dernières années.

Ten eerste. Wat zijn de feiten? Bij de aankondiging van de aanleg van het energie-eiland in november 2021 werd de totale kostprijs geraamd op 2,2 miljard euro. In maart vorig jaar was dat 3,6 miljard euro. In oktober werd het 7 miljard en in februari van dit jaar 7,5 miljard. Collega's, hoeveel zal het morgen zijn? De grote boosdoener is de DC-verbinding met het Verenigd Koninkrijk. Net in dat verband is er de meeste onzekerheid, is de complexiteit het grootst en zien we de sterkste kostenstijgingen.

Ik heb dat project niet ontworpen, noch opgestart. Het is echter wel onze verantwoordelijkheid geworden en we nemen de verantwoordelijkheid op. Collega's, op het moment dat we van iedereen inspanningen vragen, kunnen we die niet zomaar onder de mat vegen.

Ten tweede. Het regeerakkoord is ook duidelijk. Ik citeer: "De regering zal een beslissing nemen op basis van de overwegingen van Elia over het al dan niet toewijzen van de DC-contracten en alternatieve pistes onderzoeken, zoals een aansluiting in AC of rechtstreekse verbinding met Nautilus." Die lijn volg ik strikt.

Daarom heb ik bij mijn aantreden alle betrokken actoren samengebracht, Elia, de CREG, mijn administratie en mijn collega van Noordzee, minister Verlinden. Ik vond en vind nog steeds dat we de realiteit onder ogen moeten zien en dat we in het belang van onze burgers en bedrijven hierrond moeten samenwerken. Dat betekent dat we geen overhaaste beslissingen mogen nemen onder tijdsdruk en vooral niet zonder dat alle elementen op de tafel liggen. We willen bovendien geen factuur van miljarden euro's voor de koopkracht van onze gezinnen en de competitiviteit van onze bedrijven. We willen geen blanco cheque, want, collega's, uitstel is geen afstel. Beslissen met een open vizier is essentieel.

Troisièmement, au cours des prochaines semaines, ensemble avec ma collègue en charge de la Mer du Nord, je saisirai le gouvernement en vue de prendre une décision relative à cette île énergétique.

Concernant le retard qui a été évoqué, comme il s'agit d'un contrat entre deux entreprises cotées, il ne m'appartient pas de faire de commentaire ici. Néanmoins, notre décision sera basée sur différents éléments: les analyses techniques et économiques de mon administration, d'Elia et de la CREG et également sur des scénarios alternatifs tels qu'une connexion en courant alternatif (AC) ou une liaison directe avec le Royaume-Uni via le projet Nautilus. Nous examinerons la question sur le plan du contenu et des aspects techniques et financiers, et non pas sur la base de slogans ni de tabous, mais bien dans un souci de responsabilité, de coopération et, surtout, de bon sens.

Chers collègues, comme vous, j'ai lu dans la presse les déclarations du CEO du groupe Elia. Il a rappelé quelle était la situation avant l'été. Je suis d'accord avec M. Gustin lorsqu'il dit:

"We mogen ons echter niet laten gijzelen. Een budget dat opliep tot zowat 7,5 miljard euro, is niet aanvaardbaar."

Ce montant de sept milliards et demi d'euros, il ne le considère pas comme acceptable. Mais je partage aussi son analyse lorsqu'il dit:

"De kosten moeten redelijk zijn, maar we mogen ook niet het kind met het badwater weggooien."

Donc, je retiens deux choses. Premièrement, nous devons revoir les fondements de ce dossier. Deuxièmement, il y a un grave manquement de gouvernance dans ce dossier. Nous adoptons cette approche, mais pas uniquement dans ce dossier. Nous allons également faire en sorte que de tels dérapages ne puissent plus jamais arriver. C'est exactement ce que je suis en train de faire: mettre de l'ordre, dans l'intérêt de la société.

Mais l'île énergétique, chers collègues, est un point stratégique. Ce projet ne peut devenir le symbole d'une explosion des coûts et d'un processus décisionnel défaillant. C'est pourquoi j'opte délibérément pour la transparence, la maîtrise des coûts et surtout la responsabilité. J'opte pour le pouvoir d'achat de nos familles, la compétitivité (…)

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Extra bedenktijd kan zeker zinvol zijn. Wij hebben daar begrip voor, maar die extra bedenktijd moet dan effectief ook leiden tot duidelijke keuzes en concrete stappen. Zonder die keuzes komen er geen nieuwe windparken, geen aansluiting en dus ook geen vooruitgang.

Als de huidige onzekerheid te lang blijft aanslepen, zal dat onze gezinnen, bedrijven en investeerders veel geld kosten. Dat willen we eigenlijk niet. Cd&v wil dat dit project slaagt. We zullen elke stap blijven steunen die leidt tot de betaalbare, betrouwbare en tijdige realisatie van een goede energiemix.

Mijnheer de minister, druk nu niet op de pauzeknop, maar geef een echt startschot.

Voorzitter:

Ik feliciteer mevrouw Phaedra Van Keymolen met haar maidenspeech. ( Applaus )

Christophe Bombled:

Face à l'explosion des coûts et aux incertitudes qui entourent certains choix du passé, la seule attitude responsable est celle du pragmatisme et de la rigueur budgétaire, et certainement pas de la précipitation.

Monsieur le ministre, vous avez raison de suspendre temporairement la décision pour analyser toutes les alternatives. La transition énergétique doit être menée avec ambition mais aussi avec rigueur, intelligence économique et en tenant compte de l'évolution future de la législation sur le nucléaire.

Cependant, nous avons l'impression d'être les victimes des mensonges du passé. D'ailleurs, je commence à partager une idée qui a déjà été évoquée en commission de l'Énergie. Dans ce dossier, il est urgent de démêler le vrai du faux et de déterminer les responsabilités. Il est essentiel de faire toute la clarté, et le Parlement a un rôle à jouer. Si des erreurs ont été commises, elles ne doivent pas être répétées car on ne joue pas à la roulette avec l'argent des Belges!

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Laat uitstel geen afstel zijn. We hebben op termijn beslissingen nodig. We hebben ook die aansluitingen nodig. Anders zal de terechte strijd tegen de hoge transmissienettarieven en de hoge kosten tot minder bevoorradingszekerheid leiden. Dan zal het licht uitgaan en dat mogen we niet aanvaarden. Ik hoop u hier snel terug te zien met meer duidelijkheid, zodat we 's avonds gerust het licht kunnen uitdoen als we gaan slapen.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, als deze regering voluit voor een nucleaire renaissance gaat, dan moet u nu met uw regering in dit dossier durven door te pakken. Dat betekent, zoals uw collega Verlinden in Oostende recent zei, dat u moet gaan voor een energie-eiland light. Dat betekent inderdaad Nautilus in een rechtstreekse verbinding. Dat betekent inderdaad minder productiecapaciteit dan in de dromen van uw voorgangster. Dat betekent meteen ook minder investeringskosten en dus ook een lagere factuur voor onze gezinnen en bedrijven.

Mijnheer de minister, durf te beslissen. Ga eindelijk voluit voor nieuwe nucleaire capaciteit in dit land en reken niet al te veel op een onzeker offshoreverhaal.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Wat u in de komende weken moet doen, is zekerheid bieden aan diegenen die in dit land in offshorewind willen investeren. U moet zekerheid bieden aan diegenen die hun elektriciteitsfactuur niet verder willen zien oplopen. U moet de zekerheid bieden dat de politiek dit dossier opnieuw in handen neemt.

Het is in de vorige legislatuur onder de vorige ministers helemaal de verkeerde kant uitgegaan. Het idee is in de Noordzee gedumpt en vervolgens heeft men het laten gaan: 2,2; 3,6; 7; 7,5. Welnu, laat ons dat dossier terug vastpakken. Ik ben er zeker van dat we er samen voor kunnen zorgen dat dit de juiste richting uitgaat.

Voorzitter:

Ik sluit hierbij de vragenronde af. We kunnen overgaan tot het wetgevend werk.

Internationale adoptie
De resolutie betreffende illegale adopties
Internationale adoptiepraktijken

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 27 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om illegale interlandelijke adopties, met name uit Zuid-Korea en Guatemala, waar slachtoffers te maken kregen met identiteitsfraude, ontvoeringen en vervalste documenten, waardoor ze gescheiden werden van hun biologische ouders. Parlementsleden Depoorter (N-VA) en De Maegd dringen aan op erkenning, excuses, een federaal rapport, een meldpunt, historisch onderzoek en juridische stappen, terwijl minister Prévot (BZ) belooft een concrete tijdlijn voor te leggen en slachtoffers te ondersteunen via diplomatieke kanalen, maar juridische procedures niet kan bespreken. De Maegd benadrukt Belgiës actieve rol in kinderhandel (o.a. via militaire vluchten) en eist institutionele verantwoordelijkheid, terwijl Depoorter illegale adoptie als mensenhandel bestempelt en pleit voor toegang tot archieven en hereniging. De focus ligt op dringende actie, waarheidsvinding en herstel van fundamentele rechten.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, stel je voor: je groeit op in een warm nest, in de wetenschap dat je ouders die uit Chili, Zuid-Korea of Vietnam komen overleden zijn. Plots, na jaren, besef je dat ze leven en dat ze je jarenlang gezocht hebben. Of omgekeerd: je verliest je kind even uit het oog en jaren later komt het tevoorschijn in een buitenlands adoptiegezin. Dat zijn menselijke drama's. Toch worden die drama's beschreven in het rapport van de Zuid-Koreaanse waarheidscommissie over interlandelijke adoptie.

Mijnheer de minister, wat staat er allemaal in dat rapport? Men heeft het over vervalsing van geboorteaktes, vervalsing van overlijdensaktes en vervalsing van identiteit. Het is die identiteit die voor elk individu essentieel is, want elk kind, waar het ook geboren is, heeft het recht om te weten wie zijn ouders zijn.

Dat ondersteunen wij ook met de arizonapartijen. Dat staat in het regeerakkoord en daarom hebben wij hier ook een resolutie goedgekeurd. We willen één meldpunt. We willen dat er historisch onderzoek gebeurt. We willen alle informatie over de adopties beschermen en de slachtoffers bijstaan. Mijnheer de minister, ik heb het volste vertrouwen in het feit dat u het regeerakkoord en ook de resolutie zult uitvoeren, maar toen ik vanmorgen naar Radio 1 luisterde, hoorde ik grote ongerustheid bij de slachtoffers van illegale adoptie.

Mijnheer de minister, kunt u een concrete tijdlijn voor de uitvoering van de resolutie geven? Hoe zult u dat doen? Hoe zult u samen met dit Parlement aan de zijde van de slachtoffers staan?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, comme vous le savez en tant qu'humaniste, la difficile question des adoptions internationales illégales me tient fort à cœur. Il y a quatre ans, aux côtés de plusieurs victimes, j'ai amené ce combat ici au Parlement.

Il y a deux semaines, la Chambre adoptait à l'unanimité l'une de mes résolutions, demandant à votre gouvernement de poursuivre l'effort entrepris par la Vivaldi: reconnaissance officielle des adoptions illégales, modification du Code pénal, maintien de la nationalité et des droits civils en cas d'invalidation de l'adoption par un tribunal.

Hier soir encore en commission, je vous rappelais l'urgence à agir face à l'immense désarroi de centaines de victimes. Je vous disais également – après la condamnation d'une trafiquante d'enfants, Julienne Mpemba, à 10 ans de prison – que la Justice sera à nouveau amenée à se prononcer très prochainement dans le dossier Guatemala, après plus de six années d'instruction et l'inculpation d'autres suspects belges.

Aujourd'hui, monsieur le ministre, l'actualité nous rattrape: nous apprenons que huit personnes adoptées en Belgique, en provenance de Corée du Sud, ont déposé une plainte à l'encontre de l'État belge ainsi que contre deux organisations actives à l'époque. Nous avions longuement auditionné une plaignante, Mme Yung Fierens.

Comme dans tous les autres dossiers que j'ai pu examiner, les faits dénoncés sont extrêmement graves, comme l'a dit ma collègue Depoorter: enlèvements d'enfants, organisation criminelle et falsification de documents. Ces victimes ont vu leurs droits fondamentaux bafoués et leur vie volée. Elles ont été déclarées à tort orphelines, affublées d'une fausse identité, et parfois même déclarées mortes auprès de leurs parents biologiques.

Monsieur le ministre, des pas ont été franchis. Vous vous êtes vous-même engagé à poursuivre ce travail dans le champ de vos compétences. La ministre de la Justice et le premier ministre devront aussi faire leur part de travail. Ce n'est donc pas seulement au premier diplomate du pays que je m'adresse, mais aussi au vice-premier ministre.

Cette plainte démontre que les victimes attendent des excuses ainsi que le rapport fédéral, réclamé depuis 2022.

Monsieur le ministre, comment réagissez-vous à cette plainte? Quelle réponse comptez-vous y apporter? Quel message souhaitez-vous passer à l'ensemble des victimes d'adoptions illégales?

Les départements concernés par l'enquête fédérale ont-ils déjà convenu d'une feuille de route pour aboutir rapidement?

Maxime Prévot:

Mevrouw Depoorter, mijnheer De Maegd, ik besef ten volle hoe buitengewoon pijnlijk en moeilijk de problematiek van de illegale interlandelijke adoptie is voor de slachtoffers, natuurlijk ook voor de slachtoffers uit Zuid-Korea.

Comme j’ai d’ailleurs pu le dire hier en séance de la commission des Relations extérieures, il s’agit d’un sujet pour lequel vous trouverez en moi un allié sincère.

Het departement Buitenlandse Zaken dient dus zeker een rol te spelen om aan het lijden van de betrokkenen tegemoet te komen. Het departement heeft onder mijn voorgangers al heel wat gedaan voor de uitvoering van de resolutie van 9 juni 2022 over dit onderwerp. Ik zal ervoor zorgen dat dit blijft gebeuren na de goedkeuring van de resolutie die midden deze maand in het Parlement werd aangenomen. Binnenkort, in de komende weken, zal ik een voorstel met een precieze agenda kunnen voorleggen.

Comme l’a fait remarquer M. De Maegd, la Justice est le département chef de file dans ce domaine. Les Affaires étrangères demeurent bien entendu à disposition pour prêter leur concours, dans les limites qui sont les nôtres, notamment en termes de compétences et d'archives qui sont à notre disposition et qui peuvent être, reconnaissons-le, également lacunaires.

Grâce au réseau de nos missions à l’étranger, de nombreuses informations utiles ont déjà été recueillies sur les pays d’origine et dans les pays d’origine. Je demanderai à mes services d’examiner la possibilité d’assurer à l’avenir une autre politique en matière de préservation des archives, pour éviter leur destruction précipitée.

Mijn departement legt ook duidelijk de focus op het bijstaan van slachtoffers van illegale adoptie en het leveren van inspanningen ter voorkoming van die praktijken in de toekomst.

Ainsi, les missions diplomatiques belges à l'étranger ont pour tâche permanente, entre autres, de maintenir des contacts étroits avec les différents acteurs de l'adoption dans leur circonscription consulaire, de rester vigilant sur ce sujet sensible et d'apporter, dans leur juridiction, la meilleure assistance possible aux victimes. J'en fais, mevrouw Depoorter, monsieur De Maegd, un point d'honneur. Toutes les victimes doivent pouvoir savoir qu'elles peuvent frapper à la porte des missions et qu'elles y trouveront l'assistance utile.

Monsieur De Maegd, vous me demandez quelle réponse j'entends apporter à la plainte à laquelle il est fait référence dans la presse cette semaine. De façon générale, vous savez qu'il ne m'appartient pas de commenter des procédures judiciaires à quelque stade de la procédure que ce soit.

Bovendien, mevrouw Depoorter, kan ik ook geen commentaar geven over individuele dossiers. Dat weet u. Deze dossiers gaan over het privéleven van de betrokkenen.

Je le répète, mon département continuera toujours à apporter tout son soutien aux victimes en recherche de réponses à ces questions très douloureuses. Et, comme je l'ai dit il y a quelques instants, je reviendrai avec une ligne du temps reprenant les étapes clés permettant de s'assurer du suivi soutenu de l'ensemble de la résolution, conformément à la volonté de l'accord de gouvernement.

Kathleen Depoorter:

Wij van de N-VA-fractie staan 100 % achter de slachtoffers van illegale adoptie. Laten we er inderdaad een erepunt van maken en ze begeleiden in hun zoektocht naar hun identiteit. Kinderen die op een illegale manier geadopteerd zijn, zijn het slachtoffer van mensenhandel. Ze zijn het slachtoffer van criminele organisaties. Dat kunnen we niet dulden.

Ja, we moeten ervoor zorgen dat er één meldpunt is, zodat ze weten waar ze naartoe kunnen, zodat ze de archieven kunnen gebruiken en dat de zoektocht naar hun identiteit, de samensmelting met hun biologische ouders, weer mogelijk wordt. Want wat is er nu belangrijker dan weten waar je vandaan komt? Ook al ben je hier zo goed opgevangen, jij wil weten wie je bent en je hebt daar alle recht toe.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse. Il y a des combats qu'on livre en politique au moyen de chiffres et de dossiers; et puis il en est d'autres qu'on mène avec les tripes, si je puis dire. C'est mon cas depuis quatre ans dans le dossier des adoptions illégales. Notre seule boussole est la justice due à celles et ceux qui ont été privés d'une vérité essentielle: celle de leurs origines. La plainte de ces huit adoptés sud-coréens est la conséquence logique d'un silence trop long, chers collègues, d'une inertie institutionnelle et même d'une forme de déni, car vous parlez de certaines archives consulaires lacunaires. Or celles que j'ai consultées et qui sont ici ne le sont absolument pas, monsieur le ministre – dans le dossier du Guatemala, par exemple. Il y est démontré que l'État belge a joué un rôle actif dans le rapatriement de ces enfants enlevés à leurs parents par nos avions militaires. Nos diplomates, selon ces archives, accueillaient à bras ouverts certains trafiquants d'enfants notoires. Vous pouvez les lire, je vais vous les laisser. Monsieur le ministre, aujourd'hui, les victimes ne demandent pas la lune. Elles demandent d'être reconnues comme telles. Je vous sens volontariste et vous remercie pour ce combat à nos côtés.

gezondheid en welzijn

Spiking
Spiking en veiligheid
Spiking
Spiking
Spiking
De nieuwe reeks verkrachtingen onder invloed van drugs
Spiking, drugs, verkrachting, veiligheid

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 27 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de spiking- en verkrachtingsgolf in Kortrijk (41+ slachtoffers, vooral vrouwen gedrogeerd met ketamine) en de structurele falen in preventie, repressie en slachtofferopvang. Politici eisen strengere straffen (o.a. verzwaring Wet-Lejeune), betere politiecontroles, laagdrempelige aangifte (digitaal/anoniem), sensibilisering (horeca, uitgaanders) en meer middelen voor zorgcentra en politie, maar kritiek blijft dat lokale besturen (Kortrijk) te laat reageerden en daders vaak ongestraft blijven door gebrek aan bewijs en capaciteit. Ministers Verlinden en Quintin beloven integrale aanpak (preventie, opsporing, opvang), maar oppositie noemt dit onvoldoende concreet zonder extra budget of snelle justitiële verbeteringen.

Voorzitter:

Ik zie mevrouw De Vreese niet. Misschien kan de heer Demon eerst zijn vraag stellen?

Franky Demon:

(…) 20 jaar en geniet volop van haar studentenleven. Ze zou zonder zorgen met haar vrienden en vriendinnen moeten kunnen uitgaan en genieten van een drankje. Ik zeg wel degelijk: zou. De verhalen uit Kortrijk tonen aan dat zorgeloos uitgaan jammer genoeg niet vanzelfsprekend is. Uit de cijfers die ik recentelijk heb opgevraagd, blijkt dat het aantal meldingen van aanranding en verkrachting na spiking in de afgelopen jaren verdubbeld is. En die cijfers geven misschien nog maar het topje van de ijsberg weer. Zorg er alstublieft voor dat mensen laagdrempelig en digitaal een aangifte kunnen doen.

Mijnheer de minister, cd&v vraagt een veiligheidsbeleid op maat van de uitgangsbuurten. Zorg ervoor dat de politie zeer laagdrempelig aanspreekbaar is. Voorzie in elke studentenstad in een studentenflik en zet alstublieft ook in op sensibilisering. Werk samen met de horeca en met het middenveld. Er zijn enorm veel goede praktijkvoorbeelden.

Voor wie zich echt niet kan gedragen, meen ik dat we keihard moeten zijn, mevrouw de minister. Maak vandaag indien mogelijk, liever dan morgen, werk van een verstrenging van de Wet-Lejeune voor daders van seksueel misbruik. Het zou onze eigen dochter kunnen zijn, of de dochter van één van de collega's. Ik heb dan ook maar één vraag. Voor cd&v is veilig uitgaan immers een absolute prioriteit. Hoe pakt u samen het fenomeen spiking aan?

Maaike De Vreese:

Ministers, walgelijk, er is maar één woord voor, het is walgelijk en ook zo extreem laf. Collega's, jonge vrouwen worden gedrogeerd om daarna aangerand, verkracht te worden. Meer dan veertig slachtoffers hebben zich ondertussen al gemeld. De omvang van die zaak in Kortrijk is gigantisch groot.

Wat moeten we daarmee doen? Ja, streng straffen, natuurlijk streng straffen. Repressie is het eerste wat in ons opkomt en de daders moeten zeer streng gestraft worden. Daarnaast doen we al zoveel zaken op het vlak van preventie. Denk bijvoorbeeld aan Ask for Angela en ook aan de app 112, die nog veel meer bekend moet geraken. Met de app 112 kunnen slachtoffers met een druk op een knop laten weten dat zij slachtoffer zijn van een incident en via gps weet de politie ook onmiddellijk waar de slachtoffers zich bevinden. Er zijn onder andere door innovatie bovendien al manieren om zelf drugs te detecteren. Een rietje in het glas kan, bijvoorbeeld, aantonen dat er drugs in dat glas zitten. Nog veel belangrijker is dat men veel meer controleert, dat men drugscontroles uitvoert in onze uitgaansbuurten.

Jongeren, ik roep u op om op elkaar te letten, voor elkaar te zorgen, samen uit te gaan en niemand achter te laten in een moeilijke situatie. Weet evenwel dat het nooit jullie schuld is. Het is nooit de schuld van het slachtoffer. Dus doe ook aangifte en zorg ervoor dat de daders er niet zomaar mee wegkomen. Probeer daartoe de moed te vinden om uiteraard andere slachtoffers te voorkomen.

Ministers, gezien de verschrikkelijke omstandigheden en ook gezien de schaal van het fenomeen en de verdubbeling van het aantal slachtoffers, hoe zult u zorgen voor de veiligheid in onze uitgaansbuurten? Hoe zult u die spiking aanpakken?

Funda Oru:

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, een leuke avond verandert in een drama. Je voelt je misselijk. Je weet niet meer waar je bent. Je weet helemaal niks meer. Dat is het effect van spiking. Geen enkele vrouw wil zoiets meemaken, maar helaas is dat vandaag voor heel wat jonge vrouwen nog altijd een realiteit in het uitgaansleven, zoals vandaag bleek in Kortrijk, waar 41 en misschien zelfs meer jonge vrouwen, dochters, vriendinnen, werden aangerand, misbruikt of verkracht.

Wie denkt te helpen door die jonge vrouwen hiervan zelf de schuld te geven, heeft het mis, want iedereen, ook jonge vrouwen, hebben het recht om overal veilig te zijn, zeker ook in het uitgaansleven. Zeggen dat men zijn drankje maar beter in de gaten moet houden, is hetzelfde als zeggen dat men geen korte rokjes meer mag dragen als men uitgaat.

Laat het duidelijk zijn, het zijn de daders die we moeten viseren en niet deze jonge vrouwen. Dat is ook de reden waarom wij inzetten op de omstaandertrainingen, want alleen lossen we dit niet op. Het is aan de samenleving om ervoor te zorgen dat iedereen die zich in een kwetsbare positie bevindt, beschermd is.

Voor Vooruit is het duidelijk dat we deze daders moeten straffen en dat we ervoor moeten zorgen dat iedereen veilig is in het uitgaansleven. Heel belangrijk is ook de eerste opvang van slachtoffers, om te voorkomen dat een dergelijk drama tot een levenslang trauma leidt.

We weten allemaal dat het veel van onze politieagenten vraagt om op een uitgaansavond alle uitdagingen het hoofd te bieden, maar wij verwachten van hen dat ze een goede en deftige steun aan de slachtoffers geven. Zij hebben daar recht op. Zij rekenen dan ook op een sterke overheid en de steun aan onze agenten. Dat is voor ons de solidariteit waarop onze samenleving gebaseerd is.

Mijnheer de minister, mevrouw de minister, wat zal deze regering doen om een betere ondersteuning te geven (…)

Wouter Vermeersch:

Collega De Vreese, ik hoor u graag bezig, maar er moet mij toch iets van het hart. U weet ongetwijfeld dat Kortrijk werd en nog steeds wordt bestuurd door de N-VA, de liberalen en de socialisten. Reeds in de lente van 2022 voerde mijn partij in Kortrijk actie rond spiking en waarschuwde ze voor de gevaren ervan, maar we werden weggelachen en afgewimpeld, ook door uw vertegenwoordigers. Ondertussen zijn er 41 slachtoffers en wellicht nog veel meer.

Als de politieke verantwoordelijken in 2022 kordaat hadden ingegrepen, dan konden veel slachtoffers vermeden worden. Die verantwoordelijken zitten ondertussen allemaal in dit Parlement. Mijnheer de voorzitter, ik zal geen namen noemen om geen persoonlijk feit uit te lokken, maar de fractieleider van de N-VA was op dat moment schepen. De Kortrijkzaan van de Open Vld-fractie was uitvoerend en titelvoerend burgemeester. De zelfverklaarde defensiespecialist van Vooruit was toen ook schepen.

Allemaal dragen ze een verpletterende verantwoordelijkheid. De passiviteit van hun stadsbestuur heeft slachtoffers gemaakt. Het stadsbestuur kan immers lokaal concrete maatregelen nemen om spiking en seksueel geweld tegen te gaan: striktere sancties en handhaving, verhoogd toezicht en politiecontroles, intensievere samenwerking tussen lokale politie en justitie - Kortrijk leverde op dat moment zelfs de minister van Justitie, sensibiliseringscampagnes en een betere ondersteuning van slachtoffers.

Ook federaal kan er veel meer gebeuren. Dit is immers niet louter een Kortrijks probleem. Naast preventie is het cruciaal dat de politie sneller bewijzen verzamelt. Momenteel duren de onderzoeken veel te lang, waardoor daders ongestraft blijven en slachtoffers in de kou blijven staan. Mijnheer de minister, bent u bereid om meer bevoegdheden, middelen en mensen te voorzien om spiking effectiever aan te pakken?

Voorzitter:

Ik behandel een persoonlijk feit nadat de vragen beantwoord zijn. Het komt mij voor dat elke fractie slechts één fractievoorzitter telt.

Mevrouw Eggermont, u hebt het woord.

Natalie Eggermont:

Collega's, probeer het u even voor te stellen: u gaat uit met vriendinnen, drinkt amaretto-icetea en ineens gaat het licht uit. Uw vriendinnen zoeken u overal tevergeefs. Om vijf uur 's ochtends wordt u wakker op straat, opgepakt door de politie en gearresteerd voor openbare dronkenschap. U belandt in de cel. Dat is een waargebeurd verhaal. Later bleek dat meisje het slachtoffer te zijn geworden van spiking. Ze werd gedrogeerd en daarna verkracht.

Er vielen ondertussen al minstens 41 slachtoffers in Kortrijk. Dat is nog maar het topje van de ijsberg voor heel het land. Dat raakt heel veel mensen. Ik kom zelf ook uit Kortrijk. Als vrouw moeten we bang zijn om gewoon iets te gaan drinken met vriendinnen. Ik ben ook mama, ik heb een dochter. Ik vraag me echt af in welke wereld zij moet opgroeien.

Wat mij het meest verontwaardigt is de kloof tussen de ernst van wat er gaande is en de lichtzinnigheid waarmee er daarmee wordt omgegaan. De slachtoffers worden namelijk nog altijd niet serieus genomen, collega's. Ik heb de laatste maanden verhaal na verhaal gehoord van meisjes en vrouwen die aangifte doen en hulp vragen, maar worden weggestuurd. Ze worden onvriendelijk behandeld en niet geloofd. Wist u dat een van die 41 meisjes aangifte had gedaan bij het Rode Kruis? Ze werd weggestuurd. Daarop ging ze naar de politie en werd ze weer weggestuurd.

Wat was de respons van de politiek op dat moment in november, toen we er de eerste keer over discussieerden? "Er moeten geen verdere maatregelen worden genomen", zei de burgemeester van Kortrijk. Wat was de respons van het parket? "Meisjes, zorg voor elkaar." Vandaag wordt dat hier opnieuw gezegd: "Zorg voor elkaar". Alsof het hun verantwoordelijkheid is!

Collega's, die meisjes zijn het slachtoffer. Zij moeten worden beschermd, gehoord en geholpen. De daders moeten aangepakt en gestraft worden en dat is uw verantwoordelijkheid als ministers en hoofd van de politie en justitie.

Mijn vragen zijn dus heel duidelijk. Wanneer gaat u eindelijk wakker worden? Wat gaat u concreet doen om de veiligheid van vrouwen echt de prioriteit te geven die (…)

Voorzitter:

Bedankt, mevrouw Eggermont.

Catherine Delcourt:

Madame la ministre, monsieur le ministre, c'est avec beaucoup d'émotion que j'évoque les 41 victimes, des femmes droguées et violées. Il y a 5 auteurs. Cela se passe à Courtrai.

Mais cela s'est aussi passé ailleurs. Cela s'est passé au cimetière d'Ixelles et au bois de la Cambre. J'avais d'ailleurs interrogé le ministre de la Justice précédent sur ces faits.

Quarante et une victimes. Le chiffre est glaçant. On pourrait presque toutes les connaître par leur prénom. Au fond, elles rejoignent un nombre beaucoup plus important de victimes de violences sexuelles sous soumission – hommes et femmes, d'ailleurs.

On sait que, dans ce genre de cas, il est fondamental de signaler les faits très rapidement, sinon il est difficile de détecter la substance utilisée et d'identifier les auteurs. Il est très important de réagir vite et fermement.

Monsieur le ministre, quelles actions avez-vous entreprises lorsque vous avez eu connaissance de ces faits qui se sont déroulés à Courtrai? Avez-vous pris contact avec les autorités? Des mesures concrètes ont-elles été mises en place sur le terrain pour sécuriser les lieux, pour permettre aux femmes de sortir en toute liberté et en toute sécurité?

Quelle politique comptez-vous mener par rapport à ce phénomène de violences sexuelles, et dans ce cas-ci, sous soumission? Quels conseils peut-on donner aux femmes et aux hommes qui sont victimes de ce genre d'actes et qui ne savent généralement pas ce qu'ils doivent faire? Quels conseils peut-on leur donner pour les inviter à se signaler rapidement et être pris en charge de manière globale, et pour que leur situation soit reconnue et traitée comme il se doit?

Annelies Verlinden:

Collega's, uitgaan, op café gaan en van het nachtleven genieten zou vanzelfsprekend veilig en onbezorgd moeten kunnen gebeuren. Iedereen moet zich veilig voelen om uit te gaan, zonder angst of achterdocht.

De recente berichten uit Kortrijk en eerder uit andere steden in ons land tonen helaas heel pijnlijk aan dat dat nog lang niet altijd het geval is. Tientallen vrouwen werden aangerand en verkracht nadat er clandestien drugs in hun drankje werd gedaan. Wat zij meemaakten is afschuwelijk. Bovendien heeft dat inderdaad een gigantische impact op het hele sociale leven.

Als minister van Justitie, maar ook als mens, raakt mij dat ontzettend. Ik voel mee met alle slachtoffers en alle betrokkenen. Spiking is op zich al een criminele en laffe praktijk. Als dat dan ook nog eens gepaard gaat met seksueel geweld, is dat uiteraard ronduit traumatisch. Het is vreselijk, want wie uitgaat, is geen doelwit. Seksueel geweld mag nooit gebagatelliseerd of geminimaliseerd worden.

Het gerechtelijk onderzoek naar de incidenten in Kortrijk loopt. Er zijn al vaststellingen en arrestaties gedaan. Ik heb er het volste vertrouwen in, aangezien alles in het werk wordt gesteld om alle daders te identificeren en gepast te straffen. Tegelijkertijd moeten de slachtoffers alle mogelijke ondersteuning en bescherming krijgen.

Daders moeten streng worden gestraft. Daarover bestaat niet de minste twijfel. Voor het fenomeen van spiking voorzagen we bij de herziening van het seksueel strafrecht in het bijzonder in een verzwaring van het misdrijf. Indien daders van verkrachting hun slachtoffers weerloos maken door het toedienen van stoffen, staan daar maximumstraffen tot 20 jaar op.

In een rechtvaardige samenleving volstaat het echter niet alleen om daders aan te pakken. We hebben ook de plicht om slachtoffers beter te beschermen, te erkennen en te begeleiden. Wanneer het om seksueel geweld gaat, moeten we hun noden en hun kwetsbaarheid centraal stellen in de manier waarop Justitie, maar ook onze samenleving werkt.

Jongeren geven elkaar tips om veilig uit te gaan: de hand boven het glas houden, zijn of haar drankje meenemen naar het toilet en geen drank van vreemden aanvaarden. Ze zijn goedbedoeld en soms nodig, maar we mogen nooit – dat wil ik ten stelligste onderstrepen – de verantwoordelijkheid voor veiligheid bij de slachtoffers of de uitgaanders leggen. We dragen als samenleving een cruciale rol.

Als minister van Justitie zal ik samen met mijn collega's binnen de huidige regering mijn rol opnemen. Zo blijven we investeren in de zorgcentra na seksueel geweld. We willen die inrichten in het hele land, zodat afstand nooit een aanleiding kan zijn om niet te worden geholpen. We willen ook onderzoeken hoe we de werking van die zorgcentra kunnen verbreden, om ervoor te zorgen dat ook slachtoffers van online seksueel geweld kunnen worden opgevangen. Tevens willen we de mobiele stalkingalarmen en andere technologieën verder uitrollen, zodat slachtoffers zich te allen tijde en overal veilig kunnen voelen.

Bovendien kunnen we slachtoffers pas goed beschermen als adequate sturing van daders het risico per geval beperkt. Dat gaat uiteraard over streng straffen, maar ook over samenwerken met de gefedereerde entiteiten om goed te werken aan de opvolging en begeleiding van seksuele delinquenten. Rechters krijgen bovendien de mogelijkheid om een omgangsverbod van die daders met minderjarigen op te leggen wanneer ze een hoog recidiverisico hebben. We willen ook andere maatregelen invoeren, zoals bijkomende beperking bij elektronisch toezicht, om slachtoffers nog beter te beschermen. Ook zullen we de risicotaxatiesystemen verbeteren, zodat rechters bij hun inschatting van een concreet dossier de beoordeling nog beter en adequater kunnen maken.

Zoals jullie suggereerden, willen we ook de aangiftemogelijkheden zo laagdrempelig mogelijk houden. Dat doen we onder meer door online aangifte mogelijk te maken via Police-on-web. Op die manier kan bovendien anoniem aangifte worden gedaan. Vele slachtoffers willen immers dat het stopt en dat daders niet kunnen hervallen. Daarom zullen we samen ook werken aan een veilige uitgaansbeleving. Ik werk samen met collega Quintin aan een gecoördineerde aanpak met politie en parket.

Het is ook een breder maatschappelijk probleem, dat we samen in handen moeten nemen. Daarom is preventie belangrijk. U sprak al over Ask for Angela en de campagne Appelle Alice . We moeten dergelijke acties blijven doen en feestvierders ook aanzetten om te zorgen voor elkaar, niet omdat zij hun verantwoordelijkheid moeten nemen, maar wel omdat we absoluut voor hun veiligheid willen zorgen. Zorg dragen voor elkaar moeten we samen doen. Het gaat over respect. Het gaat over opvoeding. Het gaat over hoe we met elkaar spreken en omgaan, hoe we zorg dragen voor elkaar, thuis of online, maar zeker ook bij elke feestgelegenheid.

Het zou heel mooi zijn mochten we de feesten en festivals komende zomer zorgeloos tegemoet kunnen treden. (…)

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers, sta mij toe te beginnen met het volgende heel duidelijk te stellen. Deze feiten in Kortrijk en overal in België, zijn onaanvaardbaar en verdienen onze en ook mijn strengste veroordeling. Waarvan akte.

De strijd tegen drugs is mijn topprioriteit. Het regeerakkoord en mijn beleidsverklaring waren duidelijk. Er is geen plaats voor dergelijke criminelen in onze samenleving. U kent de rode draad van mijn politiek op het vlak van druggebruik. We moeten zowel de gebruikers als de producenten van drugs aanpakken, ook in ons land.

Ketamine is sinds de jaren '90 aanwezig in Europa. Volgens het European Union Drugs Agency wordt de meeste in beslag genomen ketamine geïmporteerd uit India, Pakistan en China.

Il n'existe actuellement aucune réglementation européenne uniforme, ce que je déplore. Cela constitue un défi pour la politique européenne en matière de drogue et sa mise en œuvre.

La Belgique a inscrit les questions relatives à la kétamine à l'ordre du jour du programme EMPACT d'Europol dès 2023.

Uit een onderzoek van Sciensano blijkt dat ketamine in de top 4 staat van meest gebruikte drugs, naast cannabis, cocaïne en MDMA. In Kortrijk zou het gaan om spiking waarbij slachtoffers met ketamine zouden zijn verdoofd. Volgens de politie is er ook sprake van zedenfeiten, tegen de wil van slachtoffers in. Er zijn minstens 41 slachtoffers geïdentificeerd, van wie het merendeel vrouwen. De politie heeft inmiddels vijf verdachten opgepakt.

Si la drogue peut être obtenue facilement et à bon marché, il devient plus facile de commettre des délits tels que les délits moraux graves et le dopage. Le slogan du commissariat national aux drogues offre une stratégie claire à cet égard. Lorsque nous misons sur l'offre et brisons le modèle de gain des criminels, nous avons un impact sur les victimes de la criminalité liée à la drogue et sur la consommation des drogues telles que la kétamine.

Een groot struikelblok bij spiking is de bewijslast. Snel reageren is cruciaal, want sporen van drugs verdwijnen vaak al na zes tot acht uur uit het bloed en na twaalf uur uit de urine. Daarom is het cruciaal dat slachtoffers zo snel mogelijk naar een ziekenhuis gaan voor een bloedonderzoek en aangifte doen, zodra er vermoedens zijn van spiking, om een strafonderzoek te starten.

Ce sont des conseils que nous donnons déjà aux victimes et que nous devons amplifier.

Het recent ontwikkelde rietjessysteem aan de hogeschool UCLL in Leuven kan een belangrijke bijdrage leveren aan meer waakzaamheid en weerbaarheid bij potentiële slachtoffers. Het is belangrijk dat we dit soort technische hulpmiddelen aanmoedigen – ik doe dat – maar tegelijkertijd moet het duidelijk blijven, zoals u en mijn collega hebben gezegd, dat de verantwoordelijkheid nooit bij het slachtoffer ligt, nooit. Enkel en alleen de daders zijn verantwoordelijk voor dit misbruik.

Je m'inscris complètement dans la politique intégrale et intégrée qui y est et sera encore menée en concertation avec les différentes parties prenantes de la chaîne de sécurité: prévention, ordre – c'est ma part –, répression et suivi.

Je m'assure que l'action de la police, qu'elle soit fédérale ou qu'il s'agisse des polices locales – avec lesquelles je suis en contact permanent –, soit menée dans un esprit de contribution performant et adéquat. Cela se traduit concrètement dans l'assistance aux victimes – via les centres de prise en charge de violences sexuelles dont j'ai annoncé que nous allions compléter le réseau avec les trois centres qui manquent encore dans le pays –, la recherche, la formation des policiers et policières – nous venons de lancer un module obligatoire pour les policiers et les policières à la formation à l'accueil des victimes de violences sexuelles – et aussi bien sûr la sensibilisation qui existe déjà et sur laquelle on doit encore plus mettre l'accent.

J'ai demandé à mes services de mettre en œuvre une campagne de publicité sur l'application 112 et l'intérêt qu'il y a à la télécharger sur son téléphone et à l'utiliser. Comme je l'ai déjà affirmé à maintes reprises, chaque personne et singulièrement chaque femme, a le droit de sortir où elle veut, quand elle veut et de le faire en toute sécurité. Je m'y emploierai pendant mon mandat.

Maaike De Vreese:

Collega's, ministers, de studententijd zou eigenlijk de tijd moeten zijn dat men mooie herinneringen voor het leven maakt. Voor deze vrouwen wordt dat een traumatische herinnering in hun leven. Als men iets met vriendinnen gaat drinken, moet dat veilig zijn. Dat zou een evidentie moeten zijn.

Wat in Kortrijk en op nog andere plaatsen in dit land is gebeurd, toont aan dat de strijd tegen seksueel geweld tegen vrouwen absoluut niet gestreden is. Integendeel, de spikingproblematiek stijgt nog.

Daarom moeten we inderdaad preventief en repressief optreden, maar we moeten ook voor die slachtoffers zorgen. We moeten ervoor zorgen dat ze goed worden ondersteund, dat zij zich laagdrempelig kunnen aanmelden en dat zij op elk moment in het proces worden ondersteund.

Collega's, wij kunnen het absoluut niet toelaten dat die walgelijke daders het leven van jonge meisjes compleet (…)

Franky Demon:

Dank u wel, ministers. Zoals mevrouw Verlinden duidelijk zei, is de campagne Asking for Angela ook een goed voorbeeld, maar ik denk dat Angela stilaan verschillende gezichten aan het krijgen is. Iedereen kent wel een vriendin, een ouder, een buurmeisje die met het fenomeen te maken heeft gehad.

Onze fractie vraagt hier actie, maar ik vraag dat ook als vader. We kunnen dit niet pikken. We kunnen het probleem alleen samen aanpakken, met een sterk en duidelijk beleid.

Funda Oru:

Mijnheer en mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor de inspanningen om daders strenger te straffen, slachtoffers beter te ondersteunen en het uitgaansleven veiliger te maken. Elke ouder moet erop kunnen rekenen dat zijn kind veilig kan uitgaan. Als jonge mama weet ik hoe het voelt om vol bezorgdheid te wachten op je kind. Minuten duren dan uren.

Het is extra pijnlijk dat het personeel dat zou moeten beschermen, zoals in Kortrijk, de dader blijkt te zijn. Hoe kunnen we van jonge meisjes en van jongeren verwachten dat ze hulp zoeken als ze niet eens meer weten wie ze moeten vertrouwen? Daarom is het personeel in het uitgaansleven essentieel. Voor Vooruit is veiligheid altijd een topprioriteit geweest en zal het dat ook blijven. Iedereen, en zeker jonge meisjes, moeten altijd en overal, zeker tijdens het uitgaan, veilig zijn. Ik sluit af met de woorden van de minister: veiligheid, preventie, orde en opvolging.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer en mevrouw de minister, uw mooie woorden en loze beloftes zullen niet volstaan. De meest vreselijke verhalen blijven maar komen. De politiek neemt dit probleem al jaren niet ernstig. Slechts 1 dossier op 100 leidt tot een effectieve veroordeling van de dader. Verkrachting is in België en in Vlaanderen een misdaad die de facto onbestraft blijft.

Die straffeloosheid is onaanvaardbaar. Onze vrouwen, onze dochters moeten opnieuw veilig kunnen uitgaan. Het Vlaams Belang zal blijven strijden voor een kordate aanpak en voorstellen blijven formuleren, lokaal en nationaal, om onze steden en onze uitgaansbuurten opnieuw veilig te maken. Dit was, is en blijft een absolute topprioriteit.

Natalie Eggermont:

Mijnheer en mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Veel mooie woorden en verklaringen, maar ook heel veel gebrek aan concrete actie en middelen. U zegt nog steeds niet hoe belangrijk het is dat vrouwen voor elkaar zorgen, geen drank aannemen van vreemden en hun hand boven hun glas houden. U verwijst naar de campagne Ask for Angela, waarbij men naar de bar gaat om aan de barman hulp te vragen, maar in dit verhaal zijn de barmannen de daders.

We moeten echt verder gaan dan dat. Er zijn initiatieven voor de politie, maar die kampt met een gebrek aan mankracht en middelen om dat allemaal te kunnen doen. We krijgen zoveel signalen. Er zijn wel trainingen en vormingen, maar er is personeel te kort. Die taken komen bovenop hun takenpakket, terwijl het water hen nu al aan de lippen staat. Dat zal dus niet lukken. Er moeten extra middelen komen. Anders zijn dat loze woorden en daar hebben vrouwen echt niets aan.

Catherine Delcourt:

Madame la ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Monsieur le ministre, on vous sait extrêmement volontaire et actif en matière de lutte contre le trafic de drogue. Et le trafic de drogue, ce sont aussi ces faits de viols sous soumission chimique. Nous ne pouvons pas considérer que c'est un phénomène collatéral, il est au cœur de la lutte contre le trafic de drogue.

Les victimes ont le droit d'être reconnues, prises en charge, aidées, accompagnées. Nous devons en faire une priorité pour la sécurité de tous ceux et de toutes celles qui sortent, qui en profitent, qui vivent et qui doivent pouvoir le faire en toute sécurité. La prévention, la répression – madame la ministre a été claire sur la fermeté et la dureté des peines – et, évidemment, l'accompagnement des victimes doivent être au cœur de votre politique. Je vous remercie d'accorder la priorité à ces faits.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Voorzitter:

Ik heb een vraag gekregen inzake een persoonlijk feit. Het was weliswaar omfloerst meegedeeld, mijnheer de ondervoorzitter van de Kamer, waarmee ik niemand in het bijzonder bedoel, maar ik meen dat de N-VA-fractie maar één fractievoorzitter heeft.

Ik herhaal de regel dat het noemen van een naam niet volstaat voor een persoonlijk feit. In dezen werden verwijten gemaakt die te maken zouden hebben – ik houd me op de vlakte – met het beleid van de betrokkene.

U kent de regels, mijnheer Vermeersch. U krijgt nog de mogelijkheid tot repliek.

Axel Ronse:

Ik ben eigenlijk nog altijd bijzonder geëmotioneerd door de feiten. Ik heb zelden in mijn leven zoiets ergs meegemaakt. Het gaat om twee cafés die vrij bekend zijn in onze stad. Het zijn walgelijke beesten die aan de lopende band onschuldige dames hebben vergiftigd, verdoofd en verkracht. Ze hebben hen vies achtergelaten.

Mijnheer Vermeersch, als zou blijken dat ik als cultuurschepen in de periode tussen 2018 en 2024 ook maar iets meer gedaan kon hebben om de slachtoffers te beschermen, stop ik onmiddellijk met politiek. Onmiddellijk.

Ik meen, collega's, dat we onszelf geen blaasjes mogen wijsmaken. Walgelijke beesten zijn van alle tijden. Wij als politici zullen altijd het beste van onszelf moeten geven en vernieuwend moeten zijn om hen af te stoppen. Ze zullen echter altijd slimmer, vuiler of wat dan ook zijn dan we ons ooit kunnen inbeelden.

Ik zal u zeggen dat we er in Kortrijk nu voor hebben gezorgd dat er 40 extra politieagenten komen en dat er een afzonderlijke drugscel komt om de daders te pakken. Ik stel voor om hierover vooral geen politieke spelletjes te spelen, maar om eendrachtig samen, van links tot rechts, tegenover die walgelijke beesten te staan en er alles aan te doen om ze op te sporen, om ze te straffen en vooral om te verhinderen dat zulke walgelijke beesten nog kunnen doen wat ze gedaan hebben.

Ik zal u alle illusies besparen. Helaas lopen er nog in alle steden en dorpen van dit land zulke beesten rond. Het is onze grootste verantwoordelijkheid om hen te pakken en dergelijk gedrag te vermijden.

Voorzitter:

Mijnheer Vermeersch, wilt u nog repliceren?

Wouter Vermeersch:

Collega Ronse, wijzen op politieke verantwoordelijkheid is geen politieke spelletjes spelen. Als burgemeester en schepenen hebben jullie natuurlijk een collectieve verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de straat, opdat onze vrouwen en dochters veilig over straat kunnen en kunnen uitgaan. In mei 2022, drie jaar geleden beste collega's, hebben wij actie gevoerd rond spiking in onze stad, op de straat vlak voor het stadhuis, zodanig dat u het zeer goed zou zien en weten. We hebben vervolgens ook geïnterpelleerd in de gemeenteraad rond spiking in de stad, maar er zijn geen acties gevolgd. Er is een verpletterende politieke verantwoordelijkheid. Het stadsbestuur heeft die feiten niet aangegrepen om kordaat in te grijpen en heeft drie jaar verloren laten gaan, drie jaar waarin er extra slachtoffers konden worden gemaakt door de beesten die u benoemt. Een stadsbestuur kan wel degelijk acties ondernemen. Ik heb ze ook opgesomd. U kon veel meer controles uitvoeren in de uitgaansbuurt. U kon de politie aansturen en meer sancties treffen. U kon zorgen – zeker de burgemeester kon dat doen, maar u zit samen met haar in het schepencollege – voor een betere samenwerking tussen de lokale politie en justitie. U kon zorgen voor sensibiliseringscampagnes en een betere ondersteuning van de slachtoffers. De collega van de PVDA heeft immers heel juist gezegd dat de slachtoffers onvoldoende gehoord en ondersteund zijn. Het stadsbestuur heeft een verpletterende verantwoordelijkheid, want zijn passiviteit heeft extra slachtoffers gemaakt. Dat is en blijft mijn bewering. Was er drie jaar eerder ingegrepen, dan waren er minder slachtoffers gevallen. U hebt uw verantwoordelijkheid daar niet genomen. Wij zullen als politieke partij geen spelletje spelen daarrond, maar te gepasten tijde zullen we u op die verantwoordelijkheid blijven wijzen.

mobiliteit en transport

Een oproep tot responsabilisering van de vakbonden naar aanleiding van de treinstaking
De treinstakingen
Het syndicaal overleg met betrekking tot de spoorstakingen
De aanhoudende spoorstakingen
De spoorstakingen
De spoorstakingen
Stakingen in spoorsector

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 27 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De herhaalde, gecoördineerde stakingen bij de NMBS (65+ dagen aangekondigd) leggen het spoorvervoer plat, met overvolle treinen, geannuleerde ritten en gegijzelde reizigers als gevolg, terwijl vakbonden protesteren tegen regeringsplannen (pensioenhervorming 55→67 jaar, opheffing HR Rail, besparingen). Minister Crucke benadrukt constructieve gesprekken met drie matige vakbonden en dreigt juridische stappen tegen misbruik van stakingsrecht, maar concrete oplossingen (zoals automatische opening eerste klasse of compensatie zoals een *Sorrypas*) blijven uit, ondanks oproepen tot uitgebreidere minimale dienstverlening en herstel van vertrouwen. Kritiek richt zich op het falend overlegklimaat en het ontbreken van tastbare resultaten, terwijl reizigers en oppositie eisen dat de regering verantwoordelijkheid neemt voor de chaos die voortvloeit uit haar eigen beleid.

Julien Matagne:

Monsieur le ministre, reconnaissons que depuis quelques semaines, le tableau de la SNCB n'est pas très réjouissant: trains supprimés, trains retardés, trains bondés, horaires limités, réseau perturbé, service dégradé, collaborateurs non-grévistes débordés et navetteurs fatigués. Prendre le train est devenu un véritable parcours du combattant. En tant que navetteur presque quotidien, vous en savez quelque chose!

Bien sûr, défendre ses droits est légitime, mais assumer ses devoirs l'est tout autant, surtout lorsqu'il s'agit d'assurer un rôle de service public de qualité. Ces grèves à répétition non coordonnées donnent une impression de surenchère, une surenchère inutile qui ne tient pas compte de la concertation sociale qui vous est chère, qui nous est chère et que vous avez souhaité initier dès le début de votre mandat de ministre.

Monsieur le ministre, quel est l'état d'avancement du dialogue social que vous menez? Je suis d'ailleurs persuadé que vous le menez avec soin. Avez-vous pu rencontrer l'ensemble des organisations sociales concernées?

Il me revient que lors des grèves, la première classe n'est pas systématiquement ouverte à toutes et à tous pour améliorer le confort dans les trains. Pouvez-vous garantir qu'à l'avenir, cette première classe sera ouverte à l'ensemble des voyageurs pour leur confort au quotidien dans nos trains?

Je vous remercie d'avance pour l'ensemble de vos précisions.

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, weet u hoeveel stakingen er voor de komende maanden aangekondigd zijn en over hoeveel stakingsdagen het gaat? Omdat ik vermoed dat u het niet weet, heb ik dat even voor u uitgeteld: 65 dagen staking zijn aangekondigd. Enkele weken geleden stond ik hier al om dat opbod aan stakingen aan te kaarten, maar samen stellen we vast dat de situatie alleen maar escaleert. Ik heb voor mezelf even in kaart gebracht hoe de planning er de volgende maanden zou uitzien. Ik heb een stakingsplanner gemaakt, waarop ik in een roze kleur die 65 stakingsdagen heb aangeduid. Ik geef u dat mee als geheugensteuntje, want ik begrijp dat u ook een actief gebruiker bent van het spoor.

De reizigers zijn het kotsbeu. Ze zien hun vakantie in het water vallen, bijvoorbeeld omdat het vliegtuig gewoonweg niet opstijgt, of ze zijn te laat in de les, omdat ze een verbinding hebben gemist, of ze zien hun kinderen niet meer, omdat ze 's avonds gewoonweg niet tijdig thuis geraken.

Mijnheer de minister, ik bezorg u zo dadelijk de stakingsplanner en ik doe ook drie oproepen. Mijn eerste oproep is gericht tot de vakbonden. Ik moedig de vakbonden aan om verstandig om te springen met het stakingsrecht, want zij dreigen door de gecreëerde chaos het draagvlak te verliezen.

Mijn tweede oproep is gericht tot de NMBS, die ik vraag om de dienstverlening te verbeteren en overleg met de bonden te faciliteren.

Mijnheer de minister, u roep ik op om samen met collega-minister Jambon met de vakbonden te overleggen om duidelijkheid te creëren voor de toekomst. Ik hoop dat u dat ter harte neemt.

Voorzitter:

De volgende vier leden stellen hier een vraag die in de commissie hangende was.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, ik heb een déjà-vugevoel en ik denk u ondertussen ook. Ik sta hier namelijk weer en u zit hier weer.

On pourrait dire que vous le regardez comme les vaches regardent passer le train.

De situatie is echter niet grappig. Ze is heel ernstig, vooral voor de treinreiziger, die elke keer weer het slachtoffer is van de talloze stakingen. Gelukkig is er op initiatief van de liberalen de gegarandeerde dienstverlening, die ervoor zorgt dat er toch enige dienstverlening is, hoewel dat lang niet genoeg is.

We zijn er nog niet van af. We staan nog voor weken van zwaar verstoord spoorverkeer. Het Laatste Nieuws berichtte dat de vakbonden van plan zijn de krachten te bundelen en er nog eens stevig tegenaan te gaan.

Mijnheer de minister, ere wie ere toekomt: u was vorige week echt streng voor de vakbonden en dat was goed. Uw geduld was op en u hebt dat duidelijk getoond. Alle grenzen van de redelijkheid worden dan ook overschreden. Wij kopen daar echter jammer genoeg weinig mee.

Vorige week gaf u aan dat u de juridische mogelijkheden om dat trauma te stoppen laat onderzoeken.

Daarom is mijn vraag ook heel logisch.

Hebt u daar al nieuws over?

Voorbije vrijdag, 21 maart 2025, hebt u meer dan twee uur samengezeten met de vakbonden.

Wat is uit dat overleg gekomen? Dat is een logische vraag.

Hoe evalueert u de gegarandeerde dienstverlening? Wilt u ter zake nog nieuwe initiatieven nemen?

Wij zouden ze toejuichen.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene staking was nog niet eens afgelopen of de andere schoot al bijna uit de startblokken. Deze week wordt opnieuw gestaakt door een kleine vakbond. Diens actie loopt zondagavond af.

Eindelijk, zouden we denken. Het einde is in zicht, maar helaas is niets minder waar: een nieuwe week, een nieuwe staking en zo gaan we nog een tijdje door, zoals de vorige vraagstelster al is aangehaald. Het stopt niet.

De gevolgen zijn genoegzaam gekend en zijn hier al regelmatig aangehaald. Studenten, werknemers en pendelaars geraken niet tijdig of zelfs niet op hun bestemming.

Ik vraag mij af of de vakbonden ook wel eens denken aan de mensen die niet over een auto beschikken of aan de studenten die niet over een kot beschikken of aan wie die geen familie of kennissen heeft om op terug te vallen. Zij geraken nergens; zij zijn geïsoleerd.

Het spoor is er voor iedere reiziger, maar het lijkt er steeds meer op dat de bonden en hun eigen belang centraal staan en niet langer de treinreiziger.

Wij stellen hier elke week opnieuw vragen.

Mijnheer de minister, u doet uw best. U zit met de vakbonden rond te tafel, maar wat haalt het uit? Er verandert helemaal niets. Ze blijven verder doen, zonder gevolg.

Mijn geduld, het geduld van mijn collega's maar ook van vele pendelaars is op. Bij u is dat net hetzelfde. Wij hebben dat vorige week gehoord. U hebt de spoormaatschappijen opgeroepen om juridisch uit te zoeken op welke manier het misbruik van het stakingsrecht kan worden aangepakt.

Mijn vraag is dan ook heel simpel.

Is die oefening intussen gebeurd? Welke stappen zult u nemen om de treinen weer aan het rijden te krijgen?

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, ik feliciteer u. Ik wil u feliciteren, maar bedoel dat wel sarcastisch. U bent nu al de kampioen. U hebt het record van het aantal spoorstakingen tijdens een ambtstermijn overgenomen van uw voorganger. Bovendien loopt de teller van het aantal stakingsdagen nog op. U loopt dus nog uit en lijkt wel de Eddy Merckx van de spoorstakingen.

Dat record kan nog veel hoger worden. Een collega van mij heeft een telling gemaakt. Indien alle aangekondigde spoorstakingen waren uitgevoerd zoals voorzien, zouden we eind augustus 88 spoorstakingsdagen hebben bereikt. Dat zou hebben betekend dat op dat moment een kwart van het jaar zou zijn gestaakt binnen eenzelfde overheidsbedrijf. Dat is ongezien.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Sinds deze ochtend is bekend dat vijf spoorbonden de koppen hebben bijeengestoken. Zij hebben beslist hun acties te coördineren en samen actie te voeren. Dat heeft twee gevolgen, een goed en een slecht gevolg. Het goede is dat het aantal stakingsdagen wat minder zal zijn. Het slechte is dat de impact groter zal zijn wanneer actie wordt gevoerd. De impact zal dan over het hele net worden gevoeld. Vanaf 8 april zullen die bonden elke dinsdag een staking organiseren en om beurt op een bepaalde regio focussen. Op zich is dat dus goed nieuws, maar dat minder zal worden gestaakt, is voor alle duidelijkheid niet uw verdienste.

Mijnheer de minister, die stakingen komen voort uit onvrede bij de spoormensen. We hebben het al gehad over de plannen voor het spoor van de arizonaregering waarvan u deel uitmaakt en over de hervormingen die zij wil doorvoeren. Daarom voeren de bonden actie. Ik benadruk echter dat de acties zich ditmaal niet tegen de NMBS richten maar wel tegen de arizonaregering en tegen u. Daarom worden de treinreizigers gebruikt. Ze worden bijna gegijzeld om bepaalde zaken af te dwingen. Dat kan echt niet langer duren.

Daarom stel ik vandaag opnieuw de vraag die ik al zo vaak heb gesteld.

Hoe zult u het probleem oplossen? Hoe zult u verdere stakingen voorkomen?

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, collega's, vanochtend viel iemand bijna flauw op de trein van Kortrijk naar Brussel, omdat de trein overvol zat. Hij werd letterlijk en figuurlijk rechtgehouden door alerte treinreizigers. Onze collega, de heer Matti Vandemaele, heeft dat vanochtend vastgesteld.

Zelf zat ik ook op een overvolle trein. Ik moest gedurende drie kwartier rechtstaan van Duffel tot Brussel.

Bovendien zijn wij nog de gelukzakken, want heel veel mensen geraakten niet op hun werk en misten belangrijke afspraken. Scholieren die vandaag examens hadden, geraakten niet op school.

De reden zijn de treinstakingen. De treinreiziger is daarvan altijd het grootste slachtoffer. Dat is overduidelijk. De reden van die stakingen is echter de door uw regering gecreëerde onzekerheid bij het personeel over hun statuut. De tweede reden zijn de besparingen en de efficiëntiewinsten die op hen afkomen. Het is nog steeds heel onduidelijk of ze er zullen komen op de kap van het personeel. Wij vermoeden van wel.

De vakbonden reageren daartegen. Ik begrijp dat ze ongerust zijn en reageren. Het is ook goed dat de vakbonden vandaag samenzaten om de acties op elkaar af te stemmen in de hoop dat er dan ook minder hinder is voor de vele treinreizigers. Zij hebben hun portie immers gehad. Het zijn en blijven echter acties tegen de arizonaregering, tegen uw beleid en niet tegen dat van de NMBS.

Voor Groen is de maat vol. Er moet minstens een compensatie worden geboden.

Mijnheer de minister, zult u zorgen voor compensaties?

Wij denken bijvoorbeeld aan een Sorrypas en dus een dag genieten van de trein, om opnieuw het vertrouwen in de trein te herstellen. Het verlengen van de abonnementsduur is ook een optie. Wij verwachten dergelijke zaken van de regering. Er wordt immers gestaakt tegen uw beleid en niet tegen het beleid van de NMBS.

Mijnheer de minister, welke compensaties voor de treinreizigers zult u uitwerken?

Jean-Luc Crucke:

Chers collègues, depuis la prise de fonctions de notre gouvernement, le secteur ferroviaire est, comme vous l'avez signalé, secoué par une série de grèves. Ces mouvements perturbent lourdement le réseau et pénalisent des milliers de citoyens, souvent les plus fragiles. Ces grèves trouvent leur origine en toute grande majorité dans des mesures prises sur la base de l'accord de gouvernement, fruit d'une négociation démocratique et reflétant la volonté d'une majorité politique claire.

De vakbondseisen, ongeacht om welke vakbond het gaat, hebben voornamelijk betrekking op de geleidelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd voor spoorwegpersoneel van 55 jaar naar 67 jaar, de hervorming van de berekening van de pensioenen op basis van de gehele loopbaan in de plaats van de laatste paar jaren en het geplande einde van HR Rail als werkgever van het spoorwegpersoneel.

Si certaines préoccupations sont compréhensibles, elles doivent être traitées dans le cadre d'un dialogue social respectueux et constructif. Je tiens à réaffirmer ici mon attachement indéfectible à la concertation sociale, mais avec des partenaires responsables et représentatifs. C'est pourquoi j'ai entamé d'initiative un dialogue avec la CGSP Cheminots, la CSC-Transcom et la CGSLB, qui ont certes privilégié le dialogue plutôt que la confrontation et qui sont les seules à siéger à la commission nationale paritaire.

Onze gesprekken verlopen goed, in een klimaat van wederzijds respect, dialoog en constructiviteit. We hebben al afspraken gemaakt over belangrijke punten, zoals de geleidelijke overgang van de taken van HR Rail aan overheidsbedrijven en het garanderen van een grotere verantwoordingsplicht. Ik geef er echter de voorkeur aan om in dit stadium discreet te blijven over de details, in overeenstemming met onze toezegging om niet te communiceren totdat de onderhandelingen zijn afgerond.

Met betrekking tot de pensioenen steun ik mijn collega die verantwoordelijk is voor dit dossier. Ik ben bereid om hem te steunen bij het faciliteren van de dialoog met de vakbond, zoals ik hem heb gezegd. Ik heb hem vanmorgen opnieuw aan de telefoon gesproken en hij was heel duidelijk. Hij zal het regeerakkoord toepassen, het gehele akkoord, maar niets meer dan het akkoord. Minister Jambon blijft echter openstaan voor overgangsregelingen. Zijn hand is dan ook uitgestoken naar de vakbond.

Sur le plan financier, il est primordial de souligner les conséquences financières dramatiques que ces grèves entraînent pour la SNCB: pertes de recettes, indemnisation des voyageurs, déviations vers d'autres modes de transport. Ce sont autant d'efforts supplémentaires qui s'imposeront au secteur du rail ultérieurement.

Enfin, pour répondre à la question de M. Matagne, sachez que pour l'heure, les accompagnateurs ont la possibilité de déclasser la première classe en fonction de leur ressenti. Toutefois ce déclassement n'est pas automatique, c'est pourquoi je vais demander à la SNCB d'examiner la possibilité d'un déclassement automatique de la première classe en période de grève, pour autant, bien évidemment, que le besoin s'en fasse sentir. Nos citoyens ne doivent en effet pas être les seuls à subir les effets des actions syndicales.

De regering zal standvastig blijven tegenover de blokkades en gijzelingen op ons spoorwegnet. We zullen blijven opkomen voor een verantwoordelijke en evenwichtige visie op de openbare dienstverlening, waarbij dialoog boven confrontatie gaat. Daarom heb ik, zoals ik vorige week al heb aangekondigd, HR Rail, het juridische HR-instrument voor de spoorwegsector, de opdracht gegeven om voor alle nieuwe stakingsaanvragen alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van stakingsaanzeggingen te weigeren met behulp van de juridische instrumenten die het tot zijn beschikking heeft. Als de vakbonden deze uitspraak weigeren, is het aan hen om naar de rechter te stappen en de genomen beslissing aan te vechten.

Les grèves préalablement programmées, donc celles qui sont prévues au moins jusqu'au 31 mars, ne seront pas requalifiées. Mais gare à la suite! Je ne lâcherai rien. Je reste ouvert à la concertation avec ceux qui souhaitent négocier de manière responsable, mais je n'accepterai jamais que la continuité des services stratégiques soit sacrifiée pour des motifs idéologiques. Les trains doivent avancer, pas les égos.

Julien Matagne:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Ces grèves affectent en effet des dizaines de milliers d'usagers chaque jour. Nous appelons les syndicats à agir avec responsabilité en évitant les actions désordonnées. Il en va de la crédibilité du transport ferroviaire. Aussi, dans un contexte économique morose – et vous avez cité des mesures qui font grincer des dents, mais qui sont certainement des mesures nécessaires –, dans un contexte climatique inquiétant, dans un contexte d'immobilité autour des grandes villes, j'espère que vous réussirez à ramener la sérénité au cœur de notre entreprise ferroviaire.

La concertation sociale est lancée. J'entends que les échanges sont constructifs. Vous êtes sur la bonne voie. Je vous remercie, en tout cas, pour votre investissement.

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, wij zijn ons ervan bewust dat er een zware taak op uw schouders rust, maar u hebt al zeer kordate taal gesproken. U hebt constructief en in alle sereniteit opgeroepen om daarover te overleggen. Wij kunnen u alleen maar het vertrouwen geven en hopen dat u spoedig enig resultaat kan boeken door in dialoog te blijven gaan met de NMBS, met de vakbonden en met uw collega-ministers om iedereen op dezelfde lijn te brengen en weer naar een goed werkend spoorverkeer te evolueren. Dank u voor uw inzet daarvoor.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord, al vind ik wel dat we er niet zo erg veel mee kunnen. Wat u hebt gezegd, is een beetje meer van hetzelfde. Het is zeer duidelijk dat wat we vandaag zien, eigenlijk de beste reclame is voor een echte liberalisering van het spoor. Week na week krijgen we daarvan de bevestiging. Het is echt tijd dat we de reiziger opnieuw centraal stellen en dat we die niet als een soort van vervelende bijkomstigheid zien.

Daarnaast is het toch wel echt nodig om eens grondig te onderzoeken wat we kunnen doen om de minimale dienstverlening uit te breiden om ervoor te zorgen dat meer treinen rijden, ook in het geval van stakingen. Want inderdaad, de komende weken zal de impact nog groter zijn. Ik raad u dus aan om daarvoor en voor de sociale dialoog echt actie te ondernemen. U moet echt op tempo komen opdat de treinreiziger erop kan rekenen dat zijn trein rijdt en niet overvol zit.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, u verwees in uw antwoord naar een constructieve dialoog en naar wederzijds respect. Ik hoop dat de vakbonden ook respect hebben voor de treinreizigers. Wanneer er bijna meer stakingsdagen dan gewone werkdagen bij het spoor zijn, kunnen we immers niet meer spreken over een recht op staken. Dan gaat het duidelijk om misbruik van het stakingsrecht. De treinreizigers moeten daar steeds de prijs voor betalen. Het is nu tijd om daar iets aan te doen. Het land platleggen omdat men zijn goesting niet krijgt, is totaal onverantwoord. Staken mag, daar gaat het eigenlijk niet over, maar wat hier gebeurt, is allesbehalve normaal.

De reizigers zijn elke keer de dupe zijn en sporen noodgedwongen verder. De vakbonden sporen helaas niet meer. Ik kijk uit naar uw overleg met hen en hoop op een goed resultaat.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb ook een beetje een déjà-vugevoel. Wij vragen al heel lang naar concrete oplossingen en ik stel vast dat uw antwoorden evolueren. In het begin was u vrij laks, daarna was u verontwaardigd, dan werd u boos, een paar weken daarna was uw geduld bijna op – intussen is het volledig op -, een week gelezen zou u bestuderen hoe u aan de stakingen een eind kon maken en nu hoor ik weer nieuwe aankondigingen, maar ik zie geen concrete oplossingen. Dat is nochtans wat de treinreizigers willen. Ze willen niet langer gegijzeld zijn in een dispuut tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel.

Treinreizigers willen dat het niet over spoorstakingen, maar over treinbeleid gaat, dat er werk gemaakt wordt van een betrouwbaar openbaar vervoer, betere dienstverlening, minder afgeschafte treinen, grotere stiptheid en meer veiligheid. Dat is ook waar ze recht op hebben. Doe dat alstublieft.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, collega Matagne sust dat u op de goede weg bent, maar ik betwijfel of de treinreiziger daar dezelfde mening over heeft. Ik vind die opmerking zelfs wat cynisch, aangezien u eigenlijk nu al recordhouder bent in aantal stakingsdagen. Ik snap de mindswitch niet helemaal. Laten we immers niet vergeten – ik blijf het herhalen – dat de stakingen niet gericht zijn tegen de NMBS, maar wel tegen de beslissingen van de arizonaregering, tegen de maatregelen die u zult nemen. Daarom komt het u toe om het vertrouwen te herstellen. Ook al restte u nog twintig seconden spreektijd, u nam niet de moeite om te reageren op mijn vraag welke compensatie u zult voorzien voor de treinreizigers. Met Ecolo-Groen denken we duidelijk aan een sorrypas en een verlenging van de treinabonnementen. Zulke compensaties zijn cruciaal om het vertrouwen van de treinreizigers te herstellen. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de treinreiziger zich niet afkeert, want ik denk dat we er allemaal van overtuigd zijn dat de trein nog altijd een heel fijne manier van reizen is, als de treinen rijden, uiteraard.

economie en werk

De werkloosheidsuitkering voor mensen die een opleiding tot een knelpuntberoep volgen
De werkloosheid en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De modaliteiten van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De knelpuntberoepen en de werkloosheidsuitkeringen
Werkloosheidsuitkeringen, Knelpuntberoepen, Tijdsbeperkingen

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 20 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om minister Clarinvals plan om werkloosheidsuitkeringen na twee jaar te beperken, wat knelpuntopleidingen (zorg, onderwijs) in gevaar brengt omdat veel werkzoekenden hun langere opleidingen niet kunnen afmaken. Kritiek komt vooral van Vooruit, cd&v en PS: de maatregel dreigt juist degenen te raken die zich omscholen voor tekortberoepen, terwijl er 170.000 vacatures openstaan—activering zonder uitzonderingen voor opleidingen is contraproductief. Clarinval benadrukt dat de hervorming geen strafmaatregel is maar een "kans" om mensen naar werk te leiden, met overleg met de regio’s en een transitieperiode, maar blijft vaag over concrete oplossingen voor opleidingstrajecten. De tegenstelling ligt tussen een strikte tijdslimiet (N-VA/MR) en flexibiliteit voor omscholers (cd&v/Vooruit/PS), met onduidelijkheid over hoe de regio’s dit zullen invullen.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, collega's, vacatures voor zorgpersoneel en leerkrachten raken niet ingevuld, maar gelukkig volgen heel wat mensen een opleiding voor die knelpuntberoepen. Dat is positief, want ze zijn broodnodig. Nochtans trekt u een streep door hun rekening, mijnheer de minister. Door namelijk de werkloosheidsteun in de tijd te beperken, overigens zonder enig overleg met de regio's, zorgt u ervoor dat werkzoekenden die in een opleiding zitten, die niet kunnen afmaken.

Voor Vooruit is het helder. Uiteraard moeten er meer mensen aan het werk. We moeten meer mensen aan het werk helpen. Net daarom zijn duidelijke afspraken over de hervorming van de werkloosheid zo belangrijk, want het gaat om een groep die net op weg is naar werk. Het gaat om een groep die enorme inspanningen levert. Het gaat om een groep die achteraf een bijdrage aan onze welvaartstaat zal leveren.

Vanmorgen las ik in de krant dat u alle reacties op uw beslissing relativeert: u beweert dat het wel goed zal komen en argumenteert dat men maar 's avonds een opleiding moet volgen; kortom dat men zijn plan moet trekken. Maar wie zal er een opleiding van vier jaar volgen, als u hen na twee jaar zonder inkomen zet? Wie is daarmee geholpen? Dat zijn alvast niet onze kinderen, niet onze senioren en al zeker niet degenen die midden in zo'n opleiding zitten.

Gisteren hoorde ik dat de Vlaamse minister van Werk not amused is. Zij kent de gevolgen voor onze scholen en ziekenhuizen en beseft zeer goed wat de gevolgen zijn voor diegenen die midden in zo'n opleiding zitten. Daarom heeft ze dringend overleg met u gevraagd, terecht.

Mijnheer de minister, ik heb maar een eenvoudige vraag voor u. Wat zult u doen (…)

Sophie Thémont:

Monsieur le ministre, Thomas, 34 ans, deux enfants, a perdu son emploi il y a quelques années et, depuis lors, il est au chômage. Pas facile de joindre les deux bouts, mais il a décidé de reprendre une formation très rapidement en soins infirmiers. C'est vrai, cela prend du temps, mais il était certain de trouver du travail vu la pénurie de personnel dans ce secteur. Aujourd'hui, monsieur le ministre, avec votre mesure d'exclusion des chômeurs de longue durée, il ne sait plus s'il risque de se faire exclure sans finir sa formation. N'avez-vous pas vu que la limitation des allocations de chômage dans le temps pourrait pénaliser aussi les métiers en pénurie? Elle pourrait pénaliser des femmes et des hommes qui ont repris des formations parce qu'on leur a dit qu'elles répondaient à des métiers en pénurie.

Cela ne va pas, monsieur le ministre! Limiter les allocations de chômage dans le temps, c'est mettre en péril le retour à l'emploi. Il faut vraiment rectifier. Et d'ailleurs, je vois que nos collègues de Vooruit et du cd&v veulent revoir votre copie, ainsi que la Flandre. Il ne faut pas de mesures aveugles, monsieur le ministre, pas de slogan et surtout pas d'obstination.

Soutenir les chômeurs pour se former à un métier en pénurie, c'est aussi un incitant à retrouver le chemin du travail et aider des secteurs essentiels. Des milliers de personnes, aujourd'hui, en bénéficient chaque année. Beaucoup de formations sont plus longues qu'une ou deux années: infirmiers, enseignants, menuisiers. Et là, M. Clarinval arrive: plus d'incitants! Quand on est parent, on ne peut pas du jour au lendemain se retrouver aux études sans aucun revenu. Fini la formation et retour à la case départ, et ce n'est pas comme au Monopoly, on ne touche pas 200 euros!

Monsieur le ministre, qu'allez-vous répondre à Thomas et à vos partenaires de majorité qui nous rejoignent pour demander une révision de vos mesures?

François De Smet:

Monsieur le ministre, 100 000, c'est le nombre de personnes bénéficiant d'allocations de chômage qui risquent théoriquement de les perdre après deux ans, une fois que votre réforme sera en place. À côté de cela, il y a 175 000 offres d'emploi, dont de nombreuses concernent des métiers en pénurie.

Dans le monde un peu binaire de l'Arizona, les choses sont évidemment simples. D'un côté, il suffit de couper le robinet et de l'autre, toutes ces personnes vont se transformer comme par magie en enseignants, en soignants, en chauffeurs de bus, en aides-boulangers, en guides touristiques, en assembleurs, en électriciens, en mécaniciens et soudeurs. Je ne vous cite que quelques-uns des métiers en pénurie.

Dans le vrai monde, cela ne se passe évidemment pas ainsi. Sur ces 100 000 personnes, il y a évidemment des fraudeurs mais il y a aussi des personnes qui cherchent un emploi et d'autres qui cherchent à se former. C'est là que le bât blesse dans votre projet.

Pour ma part, je pense qu'une certaine forme de contrainte est nécessaire pour inciter les gens à travailler, mais le couperet pur et simple ne fonctionne pas. L'exclusion n'est pas une politique en soi. L'angle mort de votre politique a un nom: la formation. Nous savons que vous n'aimez pas ce mot, il suffit de voir la jubilation que vous avez à l'idée de mettre fin au Federal Learning Account. C'est bien dommage.

Nous avions proposé de conditionner le bénéfice d'allocation à une obligation de formation. Deux de vos partenaires, le cd&v et Vooruit, proposent une exception à votre limitation du chômage dans le temps pour les personnes qui choisissent de se former dans un métier en pénurie. C'est une bonne idée, précisément parce que nous manquons d'enseignants, de soignants, de gens dans le secteur du care , d'ouvriers dans les métiers techniques, pour lesquels une formation prend souvent un peu plus de deux ans.

Monsieur le ministre, allez-vous convoquer rapidement une Conférence interministérielle sur l'emploi avec les régions pour entamer la phase d'activation?

Allez-vous réfléchir à cette exception afin que votre limitation de chômage dans le temps ne soit pas le couperet qu'elle est pour l'instant mais puisse devenir une vraie mesure d'activation?

Axel Ronse:

Goede kameraden, mes chers camarades , wat een fantastisch mooie dag is het. De zon schijnt, iedereen straalt en ik heb eenmeivibes. Het voelt alsof het vandaag de Dag van de Arbeid is, la Fête du Travail .

Collega's, ik heb dat gevoel dankzij deze minister, David Clarinval. Wat de N-VA-fractie betreft is het vandaag echter David Piëdestal. Deze minister zorgt er immers voor, collega's, dat er maar liefst 100.000 nieuwe werknemers bijkomen, 100.000! Dat zijn 100.000 mensen die al langer dan twee jaar een werkloosheidsuitkering krijgen en jonger zijn dan 55, terwijl er zoveel openstaande vacatures zijn. Deze minister zorgt ervoor dat we niet meer het enige land ter wereld zijn waar men onbeperkt een werkloosheidsuitkering krijgt. Deze minister pakt door! Merci beaucoup , David Piëdestal.

Collega's, eigenlijk zou het elke donderdag 1 mei moeten zijn. Elke donderdag moet het hier feest zijn, la grande fête , omdat we maatregelen nemen die werknemers ten goede komen, des mesures pour les travailleurs . Dit is er zo eentje. Er zijn echter nog van die mooie maatregelen: meer langdurig zieken aan de slag krijgen, meer mensen de kans geven om overuren te doen en de uitbreiding van de flexi-jobs. Er zit namelijk ongelooflijk veel lekkers in dit regeerakkoord voor de werknemers. Collega Hedebouw, dat geeft ons de kans om hier vijf jaar lang de Dag van de Arbeid te vieren. Elke donderdag is het 1 mei in het Parlement.

Minister, mijn vraag is eigenlijk heel eenvoudig: welke mooie zaken komen er de volgende donderdagen aan? Maak ons gelukkig.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, normaal stel ik eerst mijn vraag, maar vandaag begin ik met uw antwoord: modaliteiten.

Modaliteiten zijn de baseline van deze regering geworden. Telkens een aantal partijen niet op dezelfde lijn zitten, meestal over die slechte maatregel, de De Wevertaks, komt men daar immers op terug. Vandaag is het weer van dattum, maar ditmaal over een goede maatregel in het regeerakkoord, namelijk de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.

Bekende proffen twijfelen eraan of die maatregel veel volk aan de slag zal doen gaan. Collega's, deze maatregel gaat echter over rechtvaardigheid. De mensen die dit systeem bekostigen, die de solidariteit betalen, die met overtuiging bijdragen om anderen niet in de armoede te duwen of zonder inkomen te zetten, willen er zeker van zijn dat anderen niet oneindig van die solidariteit gebruikmaken en in de hangmat liggen, terend op het zweet van zij die wel werken.

Mijnheer de minister, de sociale zekerheid moet een vangnet zijn en net daarom is die maatregel broodnodig. Het leek alsof u en uw N-VA-collega de Vooruit'ers overtuigd hadden. Het leek alsof cd&v voortschrijdend inzicht had gekregen. Laten we immers eerlijk zijn, onder Kris Peeters was het anders. Wat blijkt nu? Ze gaan die maatregel uithollen. Er zullen zeker nuttige uitzonderingen zijn en misschien zijn opleidingen een nuttige uitzondering, maar deze maatregel moet sterk genoeg zijn om al die hangmatters uit het systeem te krijgen.

Wat zult u doen om dat te verzekeren?

Florence Reuter:

Monsieur le vice-premier, on le savait. On savait qu'il y aurait des grèves. On savait qu'il y aurait des mensonges, des injures. On savait que le Parti Socialiste ferait pleurer dans les chaumières. On savait tout cela! Mais rien n'était caché. Ce n'était pas une surprise; c'était un point fort de notre programme. La limitation des allocations de chômage dans le temps, c'était une priorité. On n'a rien caché à personne.

Aujourd'hui, il y a des manifestations. Il y a des gr è ves et é norm é ment de cris. Mais on nous a choisis pour mener des réformes. Nous sommes le seul pays européen à permettre d'être au chômage tout au long d'une vie. Pourtant, le chômage, c'est une assurance. Ce n'est pas une allocation à vie mais bien une assurance en cas de coup dur. C'est une assurance qui doit nous permettre de rebondir.

Évidemment, les chiffres font peur et inquiètent la population, surtout en Wallonie d'ailleurs. Et donc forcément l'opposition va jouer là-dessus.

Alors, vous devez rassurer, monsieur le ministre. Vous êtes le premier ministre libéral de l'Emploi depuis un siècle, et nous avons un ministre libéral en Région wallonne. Et ce n'est une surprise pour personne, les chiffres les plus alarmants concernent la Belgique francophone. La moitié des demandeurs d'emploi de plus de deux ans sont en Wallonie.

Monsieur le ministre, avant de vous poser mes questions, qui sont assez simples, je vous invite bien évidemment à poursuivre votre programme, à regarder devant et à redresser ce pays. Confirmez-vous ces chiffres? Confirmez-vous que la situation est effectivement plus inquiétante en Belgique francophone? Et, si ces chiffres sont corrects, j'imagine que vous allez travailler et que vous avez déjà commencé à travailler avec votre homologue en Région wallonne. Quel est l'agenda? Pouvons-nous espérer cette réforme avant l'été?

Nathalie Muylle:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, met cd&v vinden wij dat mensen die keihard hun best doen, beloond moeten worden. Dat is ook de reden waarom we in de regering zijn gestapt. Ik was dan ook verwonderd, toen ik uw woordvoerder in de pers hoorde zeggen dat wie in het derde jaar opleiding start, geen uitkering meer zou moeten krijgen, mijnheer de minister. Is dat belonen? U wilt toch niet dat mensen hun opleiding stopzetten? Nadien hebt u wel gesust dat u de problemen zou oplossen en dat u niemand wilt achterlaten.

In Vlaanderen zijn meer dan 4.000 werklozen gestart met een opleiding die langer dan twee jaar duurt, 4.000 personen die willen werken en op de arbeidsmarkt aan de slag willen en die vacatures voor broodnodige jobs willen invullen. Dat zijn geen hangmatwerklozen, maar mensen die slagen voor een opleiding. Wij moeten hun rechtszekerheid bieden.

Tegelijk onderstreep ik dat wij natuurlijk voorstander zijn van de beperking van de werkloosheidssteun in de tijd. Die maatregel is nodig ter activering: werkzoekenden moeten zo snel mogelijk weer op de arbeidsmarkt aan de slag. Daarom moeten we werkzoekenden aanmoedigen om te kiezen voor opleidingen in knelpuntberoepen en onderzoeken hoe we hen zo snel mogelijk dergelijke vacatures kunnen laten invullen.

Willen wij werkzoekenden snel laten proeven van de arbeidsmarkt, dan is het cruciaal dat kandidaten studeren en werken kunnen combineren. Daar zijn nu al goede voorbeelden van. Wie vandaag kiest voor een opleiding in de zorg, kan na één jaar al aan de slag als zorgkundige op de arbeidsvloer. Men kan vervolgens als zorgkundige verder studeren en zich in de zorg vervolmaken. Een ander voorbeeld is dat van de kandidaat-leerkracht. Het is nu al mogelijk om voor een klas te staan en tegelijk de opleiding tot leraar te volgen. Het komt de deelstaten toe dergelijke systemen te organiseren.

Mijnheer de minister, in dat opzicht is overleg belangrijk en ik heb begrepen dat u dat de komende week aangaat. Met welk plan zult u het overleg met de deelstaten aanvatten?

David Clarinval:

Mesdames et messieurs les députés, je vous confirme ce chiffre de 100 102 chômeurs de moins de 55 ans ayant plus de deux ans de chômage en Belgique. Il m'a été transmis par l'ONEM. Mais il me semble que vous oubliez de parler d'un autre chiffre interpellant, celui des 170 000 emplois vacants, disponibles dès aujourd'hui dans notre pays. Ces 170 000 places n'attendent qu'une seule chose, que les 100 000 personnes concernées viennent les occuper immédiatement. Nous devons en finir avec le paradoxe du chômage illimité dans le temps.

Pour nous, le chômage n'est pas un plan de carrière. Donc, madame Thémont, je trouve votre vision un peu trop fataliste. La nôtre est réaliste et optimiste. Je conteste également le fait que l'exclusion du chômage soit synonyme automatiquement de RIS. Non, il faut remettre les gens à l'emploi. Les Régions devront d'ailleurs faire leur part du travail.

Les Régions doivent prendre leurs responsabilités en matière d'activation et d'accompagnement. J'ajoute qu'une période de transition est prévue. Ses modalités seront discutées au sein du gouvernement afin que toutes les personnes concernées soient prévenues suffisamment tôt.

Il y a quelques années, nos entreprises ne pouvaient pas embaucher, faute de moyens. Aujourd'hui, elles le peuvent, mais elles ne trouvent personne. Cela ne peut plus durer.

De oplossing is de activering van allen die naar de arbeidsmarkt kunnen en moeten terugkeren. Een maatschappij waarin te veel talenten aan de zijlijn blijven staan, berooft zich immers van haar eigen rijkdom. Niemand zal aan zijn lot worden overgelaten, maar iedereen zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Langdurige inactiviteit is niet onvermijdelijk, te veel werkzoekenden blijven ver van de arbeidsmarkt, terwijl er tegelijkertijd vacatures blijven openstaan.

Onze hervorming is duidelijk: iedereen die kan, moet worden begeleid naar een beroepsactiviteit, zelfs op een geleidelijke manier. Het gaat niet om straffen maar om het geven van kansen en wij verwachten van iedereen dat ze die grijpen. Een job is meer dan een inkomen, een job geeft ook waardigheid en is een hefboom voor sociale emancipatie.

Cependant, nous sommes conscients que ces 100 000 chômeurs de longue durée ne pourront pas tous retrouver un emploi, car certains d'entre eux sont en effet très éloignés de l'emploi. Nous en sommes conscients. C'est la raison pour laquelle nous allons prévoir un financement pour les CPAS, afin qu'ils accompagnent ces personnes de façon individualisée, au travers d'un plan d'insertion professionnelle. C'est aussi une manière de prendre ces personnes en considération et de leur offrir un meilleur accompagnement individualisé.

Notre réforme n'est pas punitive. Elle est nécessaire. Elle ne retire rien à ceux qui sont dans le besoin. Elle leur donne les moyens d'en sortir. Elle ne stigmatise personne. Elle responsabilise. C'est ainsi que nous renforcerons notre modèle social, en le rendant plus juste, plus efficace et plus durable.

Concernant vos demandes de prendre en considération les personnes en formation dans un métier en pénurie, madame Vanrobaeys, madame Muylle, monsieur De Smet, j'ai pris acte des demandes de prolongation de chômage qui ont été formulées.

Les projets de textes en cours de rédaction traduisent intégralement l'accord de gouvernement. Les premiers groupes de travail techniques se réuniront dès la semaine prochaine. Le débat devra ensuite être mené au sein du gouvernement, et ensuite au Parlement. Nous ne manquerons évidemment pas d'évoquer vos demandes à cette occasion.

Par ailleurs, j'ai pris l’initiative de rencontrer mes homologues régionaux. J'ai déjà eu l'occasion d'échanger de manière très constructive avec les ministres Jeholet et Clerfayt sur les réformes nécessaires pour répondre aux besoins et aux dynamiques spécifiques des différents territoires du pays. La semaine prochaine, je rencontrerai également à ce sujet – c'était prévu de longue date – la ministre Zuhal Demir. Il est nécessaire d'avoir une politique concertée afin de réformer de manière cohérente des compétences étroitement liées et imbriquées.

Comme je l'ai déjà dit, nous devons tout mettre en œuvre pour réformer le marché de l'emploi et remettre au travail des chômeurs qui ont parfois plus de 20 ans d'inactivité. Cela doit être et cela devra tous nous mobiliser.

Je vous remercie pour votre attention.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.

Eerlijk gezegd, het standpunt van Open Vld … Hoe durft u mensen die een opleiding voor een knelpuntberoep volgen, hangmatters noemen, mijnheer Coenegrachts? Zij doen elke dag keihard hun best.

Voor Vooruit zijn de principes helder. We moeten omkijken naar de mensen die werkloos zijn. We moeten hen vastpakken en begeleiden en zeker niet de mensen die elke dag keihard hun best doen bestraffen. Er moeten inderdaad meer mensen aan de slag, want we hebben ze nodig. Daarom kunnen we ook de principes van het regeerakkoord verdedigen.

Ik ben ook blij, mijnheer de minister, dat u ingaat op de vragen voor overleg, want de zij-instromers hebben zekerheid nodig, niet alleen vandaag maar ook morgen. Vooruit laat hen niet los. We hebben hen broodnodig op de arbeidsmarkt, in ons onderwijs en in de zorg.

Sophie Thémont:

Monsieur le ministre, je ne suis pas fataliste, mais réaliste, et je n'ai certainement pas besoin de vos conseils.

Ici, c'est le retour de la pensée magique et des slogans de M. Clarinval! D'un côté, 100 000 chômeurs et, de l'autre, 170 000 emplois disponibles et, hop, on y va, un petit coup de baguette magique et ce sont les vases communicants. Et, si ça ne suffit pas, un nouveau coup de baguette magique: les CPAS vont trouver des emplois, là où les organismes spécialisés n'en trouvaient pas.

Je pense qu'il faut soutenir les demandeurs d'emploi qui suivent des formations. C'était l'objet de ma question, mais vous faites encore des amalgames, monsieur le ministre. De toute façon, votre réforme du marché du travail va rendre les gens malades! Votre réforme des pensions va décourager les jeunes à devenir profs ou policiers, et vous allez aggraver la pénurie de main-d'œuvre! Vous êtes vraiment le ministre, non du Travail et de l'Économie, mais le ministre des économies!

François De Smet:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

Il n'y a pas 36 solutions. Si vous voulez faire correspondre vos 100 000 chômeurs, d'un côté, et vos 175 000 offres d'emploi – dont un bon tiers relatives à des métiers en pénurie –, de l'autre, vous avez besoin de formations.

J'ai bien écouté les interventions de vos partenaires, et il me semble que les planètes, doucement, s'alignent. Le cd&v vous le demande, Vooruit aussi. La N-VA, on ne sait pas, car M. Ronse a décidé de vous faire un poème, mais Mme Demir, hier, n'avait pas l'air contre non plus.

(…) : (…)

François De Smet:

Si, si, c'était un poème à la gloire du ministre, et c'est très bien.

Pour ce qui est des Engagés, on ne sait pas encore, mais ils finissent en général par rallier le point de vue majoritaire, donc ça devrait aller. Vous allez donc très vite vous retrouver isolé, si vous n'allez pas de l'avant. Dès lors, je vous en prie, prenez cette direction. C'est une question de bon sens. Il est normal de permettre aux gens qui se forment d'avoir un peu plus que deux ans. C'est la direction du progrès, et je vous souhaite de la trouver.

Axel Ronse:

Vooreerst hartelijk dank aan de collega’s van Vooruit en cd&v. Het is fantastisch dat u zo open voor uw mening uitkomt en dat we alles steeds in openheid tegen elkaar kunnen zeggen. Ik weet dat u van uw woord bent en dat u het regeerakkoord tot op de letter zult uitvoeren. Een knelpuntopleiding volgen zal niet langer dan twee jaar combineerbaar zijn met de werkloosheidsuitkering. Die uitkering dient daar ook niet voor.

Het komt vanzelfsprekend de regio’s toe om na te denken over hoe mensen naar knelpuntopleidingen van langer dan twee jaar kunnen worden geleid. Zuhal Demir heeft net die bezorgdheid geuit en gaat daarmee aan de slag. Ze heeft echter op geen enkele manier gevraagd of ge ï nsinueerd dat werkloosheid langer dan twee jaar gecombineerd moet kunnen worden met een opleiding.

Collega Coenegrachts, het is schattig dat u hier kritiek komt geven, terwijl u 26 jaar aan de knoppen hebt gezeten. Men kon de werkloosheidsuitkering in die periode met Open Vld niet beperken in de tijd. Nu zit iemand anders aan de stuurknoppen (…)

Steven Coenegrachts:

Collega Ronse, maak u geen zorgen, ik voel er me even ongemakkelijk bij als u dat ik uw regering complimenten moet geven. Wat de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd betreft, moet ik dat effectief doen.

U omarmt hier de opendebatcultuur en zegt dat men in alle fracties alles mag doen of zeggen wat men wil. Ik vraag me echter af wat u de voorbije acht maanden aan al die tafels hebt besproken. Waarover hebt u het wel gehad? U hebt geen enkele discussie ten gronde gevoerd, niet over de meerwaardebelasting, niet over de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.

Er worden modaliteiten gevraagd aan de linkerkant, er worden modaliteiten gevraagd aan de rechterkant, er worden modaliteiten gevraagd door de gewesten en door de regeringen. Mijnheer de minister, u moet alles doen om ervoor te zorgen dat die modaliteiten alleszins beperkt blijven.

Florence Reuter:

Merci monsieur le vice-premier ministre.

Laissez les loups crier, ils vont continuer à crier encore pendant quelques années, ce n'est pas grave. Vous l'avez dit, il y a 170 000 emplois vacants. Ce sont ces emplois qu'il faut remplir.

Monsieur le ministre Dermagne, quand vous aviez l'Emploi dans vos compétences, vous étiez le premier à citer le Danemark en exemple. Le chômage y est également limité dans le temps.

Bien évidemment, nous allons accompagner les demandeurs d'emploi. Bien évidemment, nous avancerons avec les entités fédérées pour activer les demandeurs d'emploi. Il faut remettre la valeur "travail" au premier plan. Travailler, ce n'est pas une punition, c'est avoir une place dans la société. C'est aussi sur les mentalités qu'il faut agir.

Nathalie Muylle:

Mijnheer de minister, diegenen die een opleiding volgen, zijn ongerust en willen duidelijkheid. Ze hebben een contract gesloten met de overheid over een traject naar werk en willen dat dat gehonoreerd wordt.

Voor ons is het duidelijk. Er zijn vandaag ontzettend veel vacatures in ons land. Alleen al in de zorg geraken meer dan 140.000 vacatures niet ingevuld. Het is dan ook de opdracht van de regering om werklozen zo snel mogelijk naar een job toe te leiden. We zullen hen daarbij moeten helpen en we zullen dat samen met de deelstaten moeten doen. Mijnheer de minister, op ons kunt u rekenen.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Voorzitter:

U weet allen dat wanneer een naam valt, de betrokkene dan geneigd is om een persoonlijk feit in te roepen. Ik probeer dat op een objectieve manier te bekijken. Er was de wens dat de heer Hedebouw bij voortduring 1 mei zou kunnen vieren. Ik kan dat bezwaarlijk een belediging of een negatieve kwalificatie noemen.

Er is een oordeel geveld over het beleid van de heer Dermagne en ik denk dat dat wel een persoonlijk feit is. ( Protest op de banken )

Collega's, het komt de voorzitter toe om te oordelen over het persoonlijk feit of niet en ik denk dat ik daarbij geen onderscheid maak. Mijnheer Hedebouw, u kunt het noemen van uw naam bezwaarlijk een belediging noemen.

Ik wil iedereen nogmaals op het hart drukken dat ze best geen namen noemen. Collega Ronse, ik vermoed dat de heer Hedebouw heel blij is dat u zijn naam hebt genoemd, want dat geeft hem nu de kans om de indruk te wekken dat er een persoonlijk feit is. Ik heb mijn oordeel geveld en de heer Dermagne krijgt het woord.

Pierre-Yves Dermagne:

Je vous remercie, monsieur le président.

Madame Reuter, vous avez une vision simpliste de la vie et de la société. Je ne vais pas crier ici, je vais simplement vous rappeler quelle est la réalité. Il y a effectivement un peu plus de 100 000 demandeurs d'emploi de longue durée. Parmi eux, près des deux tiers ont travaillé les deux années précédentes.

Pas suffisamment pour pouvoir sortir des chiffres du chômage, mais nous ne sommes pas avec des bénéficiaires ravis de recevoir une allocation de chômage. Nous sommes avec des gens qui essayent de retrouver le chemin du travail. Et parmi les 170 000 emplois en pénurie, il y a des emplois d'infirmier et d'infirmière, des emplois d'enseignant et d'enseignantes, de technicien et de technicienne, des emplois qui nécessitent une formation, qui nécessitent un diplôme.

Si vous pensez que, demain, on va former des infirmiers et infirmières ou des enseignants et enseignantes en un an, ce n'est pas le modèle de société que nous, au Parti Socialiste, nous voulons. Nous voulons de l'emploi de qualité, de l'emploi qui rémunère de manière digne celles et ceux qui travaillent, et des emplois qui émancipent, comme M. Clarinval l'a évoqué tout à l'heure, mais en parlant de choses qu'il ne connaît pas.

Florence Reuter:

Vous, vous savez sûrement comment on vit! Mais pour qui vous prenez-vous en donnant des leçons? Pour qui vous prenez-vous? Je n'ai cité aucun nom, monsieur le président.

Pour les socialistes, qui ont enfin perdu les élections et qui enfin se retrouvent dans l'opposition après des années et des décennies d'assistanat, il est peut-être temps de regarder les choses en face. Alors moi, je ne suis sûrement pas fataliste, je suis justement réaliste, mais je suis surtout optimiste. Et je n'ai cité aucun nom.

Voorzitter:

U had wel degelijk de heer Dermagne bij naam genoemd, mevrouw Reuter.

Pierre-Yves Dermagne:

Madame Reuter et vos collègues du MR, dites-moi comment on va former demain une infirmière ou un infirmier en un an!

Florence Reuter:

(…)!

Voorzitter:

Collega's, ik denk dat de diverse standpunten vrij duidelijk zijn gemaakt.

gezondheid en welzijn

De cijfers van het Drugsagentschap van de Europese Unie en het Kanaalplan

Gesteld door

N-VA Jeroen Bergers

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 20 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met het hoogste cocaïnegebruik van Europa en topt ook in MDMA/ketamine, wat zware criminaliteit en maatschappelijke ontwrichting veroorzaakt. Minister Quintin belooft een hernieuwd *Kanaalplan 2.0* (Brussel-Antwerpen-Charleroi) als topprioriteit, gericht op drugshandel, preventie en handhaving, maar geeft nog geen concrete timing. N-VA (Bergers) dringt aan op snelle implementatie en uitbreiding, wijzend op het succes van het vorige plan onder Jambon en het verlies aan veiligheid sinds de afschaffing ervan. De urgentie wordt benadrukt: criminele netwerken winnen terrein, terwijl politiek debat actie vertraagt.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, uit cijfers van het Europees Drugsagentschap blijkt dat er in geen enkel Europees land zoveel cocaïne wordt gebruikt als in ons land. Ook wat betreft MDMA en ketamine staan we jammer genoeg in de top drie.

Beste collega's, het moet duidelijk zijn, die drugs maken onze samenleving kapot en verwoesten individuele mensenlevens. Een kordaat drugsbeleid is dan ook nodig. Dat zal een en-enverhaal zijn: we moeten de hele keten aanpakken van de bronlanden tot de controle op de invoer hier in onze luchthavens en onze zeehavens, en de geldstromen van die criminele organisaties. We moeten die organisaties raken waar het pijn doet. We moeten evenwel ook de criminaliteit in onze straten aanpakken. We moeten de gebruikers preventief benaderen en hen wijzen op hun verantwoordelijkheid in het financieren van die criminaliteit.

Mijnheer de minister, onder Arizona moet het duidelijk zijn dat niet de criminelen de baas zijn van de straten in onze steden, maar wel de ordediensten en dat wie criminele feiten pleegt, daarvoor wordt aangepakt. De feiten, of het nu het onderzoek is, de schietincidenten in Brussel of de aanslagen in Antwerpen, tonen elke week opnieuw duidelijk aan wat een absolute stommiteit Vivaldi heeft begaan door het Kanaalplan van minister Jambon af te schaffen. Dat plan zorgde ervoor dat er meer blauw op de straat was waar dat het meest nodig is, in Brussel en de Vlaamse rand en in Antwerpen alsook dat drugscriminaliteit kordater werd aangepakt.

Mijnheer de minister, mijn vraag aan u is duidelijk. Welke timing stelt u voorop om dat Kanaalplan terug in te voeren? We zullen met de N-VA, met Arizona, met u, immers een kordater veiligheidsbeleid voeren. Welke timing stelt u voorop? Wilt u dat plan ook uitbreiden en versterken? De N-VA-fractie is alvast vragende partij.

Bernard Quintin:

Mijnheer Bergers, de recente cijfers over de hoge concentratie cocaïne in het Brusselse en Antwerpse rioolwater, zoals geapporteerd door het Europees drugsagentschap EUDA en het onderzoeksnetwerk SCORE, bevestigen de uitdaging waarvoor we staan in de strijd tegen drugscriminaliteit, inclusief consumptie. Opvallend is dat de concentratie aan restanten in onze hoofdstad volgens het EUDA verdubbeld is in vergelijking met vorig jaar, waardoor Brussel wat betreft cocaïnegebruik al op de vierde plek in Europa staat. Dat probleem treft niet alleen onze grootsteden, maar heeft een bredere impact op de samenleving en de openbare veiligheid.

Gisteren, tijdens de debatten over de beleidsverklaring in de commissie voor Binnenlandse Zaken, heb ik reeds uitvoerig mijn plan van aanpak uiteengezet voor de komende jaren. De strijd tegen drugs is een topprioriteit voor deze regering en het gaat over de mondigheid van de gebruikers. In dat kader zal er voor Brussel een Kanaalplan 2.0 worden ontwikkeld, zo vlug mogelijk, conform het regeerakkoord, waarbij de strijd tegen drugs centraal zal staan. Interessant is toch te noteren dat het kanaal loopt van Charleroi tot Antwerpen via Brussel.

De boodschap is duidelijk: er is geen plaats voor drugshandel in onze samenleving. De federale regering neemt haar verantwoordelijkheid en voert een doortastend beleid om deze plaag bij de wortel aan te pakken. Dat werd gisteren in de commissie bevestigd en de komende maanden zal dat beleid onverminderd worden doorgezet.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U weet dat ik ontzettend enthousiast ben – men zal ons dat niet verwijten – over deze regering, die eindelijk werk wil maken van een kordaat veiligheidsbeleid. Ik heb er alle vertrouwen in dat u het regeerakkoord zult uitvoeren en dat u werk zult maken van die kordate veiligheidsaanpak. Het moet mij echter wel van het hart dat we in het Parlement heel veel tijd spenderen aan vergaderen en debatteren – dat is belangrijk – en dat criminele organisaties dat niet doen. Zij verliezen geen tijd, maar winnen terrein en dus is het duidelijk dat er een aanpak nodig is. Wat het Kanaalplan betreft, is het geluk dat er al heel wat maatregelen uitgewerkt zijn door minister Jambon destijds en dat zij makkelijk opnieuw kunnen worden geïmplementeerd. Daarom roep ik u nogmaals op om hier snel werk van te maken. Er is al heel veel werk gedaan. We moeten hier het debat voeren, maar het is ook tijd voor actie. De burger verwacht dat van ons.

veiligheid, justitie en defensie

De EU-top van 6 maart over defensie en de steun aan Oekraïne
De Belgische positie in het internationale veiligheidsbeleid
De Europese defensietop na de recente wijzigingen van het Amerikaanse beleid ten aanzien van Oekraïne
Het ReArm Europe-plan, de defensietop van 6 maart en de steun aan Oekraïne
De besluiten en de uitwerking van de EU-top van 6 maart te Brussel
EU-top 6 maart: defensie, Oekraïne-steun, internationaal veiligheidsbeleid

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europese defensieautonomie en financiering na Trumps onbetrouwbare VS-beleid en Poetins agressie, met België onder druk om 4 miljard extra te investeren. Magnette (PS) eist dat Poetin (niet burgers) betaalt en waarschuwt voor dure, inefficiënte Amerikaanse wapenaankopen (bv. F-35’s), terwijl De Wever (N-VA) en Van den Heuvel (CD&V) pleiten voor Europese samenwerking, industriële integratie en strategische autonomie—zonder versnippering of paniek. Critici (Aerts, Ponthier) vrezen ongedekte cheques en escalatie, terwijl Safai (N-VA) het EU-plan *"ReArm Europe"* (800 mjd) als historisch scharniermoment omarmt.

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, l'heure est grave! Depuis son retour à la tête des États-Unis, Donald Trump sème le désordre partout. Il sème le désordre autour des États-Unis avec ses projets d'annexion du Groenland et du Canada. Il sème le désordre au Proche-Orient avec ses projets délirants pour la bande de Gaza et son soutien inconditionnel au gouvernement Netanyahou. Il sème le désordre chez nous avec ses mesures douanières qui menacent notre économie et nos emplois. Et il sème le désordre à nos frontières avec son alliance à peine cachée avec le dictateur Poutine et le lâchage en rase campagne de Zelensky et du peuple ukrainien. Trump met le feu au monde! Il est aujourd'hui la première menace pour notre sécurité.

Les Européens doivent prendre leur sort en main. Ils commencent à le faire timidement. Après l'invasion de l'Ukraine par Poutine, en quelques mois, nous nous sommes débarrassés du gaz russe. Nous devons désormais nous passer des armes américaines. Cela impose, c'est vrai, un investissement massif en matière de sécurité, mais pas à n'importe quelle condition. Il faut d'abord tirer les leçons du passé.

Voici 10 ans, le premier gouvernement MR/N-VA a acheté des avions américains, fasciné par le soutien américain.

Ces F-35 nous ont coûté une fortune, 5 milliards, et peut-être ne décolleront jamais. Et votre ministre de la Défense veut à nouveau investir massivement dans de l'armement américain. Il ne faut pas refaire cette erreur. Les investissements doivent profiter à notre économie et à nos emplois.

Et puis, il y a bien sûr la question que tous les Belges se posent. Qui va payer? Qui va payer? Pour nous, la réponse est très claire. Ce ne doit pas être les travailleurs, ce ne doit pas être les pensionnés. Le responsable de la guerre, c'est Poutine et c'est Poutine qui doit payer.

Ma question est donc claire, monsieur le premier ministre. Êtes-vous prêt à vous rallier aux Européens qui veulent saisir les avoirs (…)

Koen Van den Heuvel:

Beste collega's, vandaag is er grote onzekerheid op wereldvlak, zoals we ook hier al gehoord hebben. Een wispelturige Amerikaanse president, die blijkbaar heel goed bevriend is met de Russische beer, dwingt ons in Europa tot keuzes om de veiligheid van onze gezinnen te waarborgen en de democratie van morgen veilig te stellen. Daarbij moeten we een gezonde ambitie tonen, want de tijd is rijp om als Europeanen onze verantwoordelijkheid op te nemen en onze strategische autonomie binnen Europa te versterken.

De extra veiligheidsinvesteringen in defensie zijn nodig. Daarbij telt niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit. We moeten die middelen op de juiste, de meest efficiënte en strategische manier gebruiken. Het is niet de bedoeling dat we met onze goedgevulde portemonnee wereldwijd gaan shoppen. Ik denk dat we de juiste keuzes moeten maken. Dat wil zeggen dat we komaf moeten maken met de versnippering van de militaire investeringen binnen Europa. Gedaan met twaalf verschillende typen tanks, terwijl Amerika één tank heeft. Wij moeten kiezen voor meer Europese samenwerking, we moeten kiezen voor meer strategische autonomie binnen Europa en we moeten kiezen voor een sterke uitbouw van een goede innovatieve Europese defensie-industrie.

Mijnheer de premier, de voorbije weken nam u regelmatig deel aan Europees topoverleg, en dat zal in de toekomst nog meer gebeuren. Vandaar onze vraag welke boodschap u op Europees niveau zult brengen. Hoe ziet u de versterking van de militaire samenwerking binnen Europa? Hoe ziet u de uitbouw van een innovatieve, sterke Europese defensie-industrie? In welke mate speelt in uw ogen de Atlantische samenwerking daarin nog een versterkende rol?

Voorzitter:

Dan zijn er drie vragen die in de commissie werden ingediend en hier worden toegevoegd. De eerste vraag is van collega Aerts.

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, collega's, ik neem jullie even mee naar mijn keukentafel van afgelopen maandag. Ik heb drie kinderen van 11 jaar, 15 jaar en 17 jaar. De jongste, Kasper, vroeg, heel ongerust: "Zal mijn grote broer, die volgend jaar 18 wordt, naar het leger moeten gaan en moeten gaan vechten in Oekraïne?" Zo ongerust zijn onze kinderen dus aan het worden. Die ongerustheid is er niet alleen bij onze kinderen, maar in onze hele samenleving.

Ik begrijp dat grotendeels, want de vernederende manier waarop Trump Zelensky vorige week in de hoek heeft gezet, tart alle verbeelding. Poetin is al langer een agressor, maar de VS toont zich echt als een ongelooflijk grote onbetrouwbare speler.

Wat ondertussen niet helpt om die onrust te bedaren, zijn politici die opgaan in het opbod, waarbij ze komen met meer miljarden, met F-35's die men wil bijkopen, Amerikaanse dan ook nog, en met drones. Iedereen heeft noodpakketten nodig. Net nog hoorde ik: pas op, want straks staan de Russische troepen hier op de Grote Markt in Brussel.

Dat gaat de onrust niet wegnemen. Neen, wat wij nodig hebben, zijn politici die niet panikeren maar organiseren, die het hoofd koel houden en die doordacht en samen met Europese partners het gesprek aangaan. Dat betekent meer Europese samenwerking, meer samenwerking, want anders gaan we de fouten maken die we al tientallen jaren aan het maken zijn. Elk land investeert in zijn eigen kleine legertje en internationaal staan we nergens. Dat betekent niet alleen investeren in defensie, maar ook in eerlijke vrede en veiligheid. Dat doen we met meer diplomatie, met meer ontwikkelingssamenwerking. Dat is net hetgene waarop u wil gaan besparen.

Mijnheer de eerste minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat we met België volop voor meer Europese samenwerking gaan op al die domeinen van veiligheid?

Darya Safai:

Mijnheer de premier, de 27 lidstaten van de Europese Unie zijn het op de speciale Europese top in Brussel eens geworden over een ambitieus plan voor het versterken van de Europese defensie. Het plan, 'ReArm Europe', is goed voor 800 miljard euro.

Deze top zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop Europa eindelijk wakker werd, de dag waarop wij onze harde veiligheid eindelijk opnieuw ernstig namen en de dag waarop onze defensie ontwaakte. Het is een scharniermoment waarop toekomstige generaties zullen terugkijken.

Nu moeten we belangrijke beslissingen nemen. Wij kunnen Europees wegen, op voorwaarde dat we over onze eigen schaduw heen stappen en met een duidelijke visie naar buiten komen. Een juiste visie vergt ook investeringen in defensie.

Mijnheer de premier, zoals u al eerder hebt gezegd, moeten er miljarden euro worden gezocht. Dat is juist. Ik ben blij dat u zich inzet om zo snel mogelijk de minimumnorm van de NAVO te bereiken en de geloofwaardigheid van dit land te herstellen.

Mijnheer de premier, wat zijn de voornaamste conclusies die u trekt na afloop van de Europese top?

Hoe ziet u de verdere Europese samenwerking en de opbouw van de strategische autonomie?

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, de geopolitieke veranderingen komen in sneltempo voorbij. Eerst was er de aangekondigde terugtrekking van de VS-steun aan Oekraïne en aansluitend daarop vond vorige week de Defensietop plaats, waarop Ursula von der Leyen het ReArm Europe plan lanceerde ten belope van 800 miljard euro. Het merendeel daarvan, 650 miljard, zou moeten komen van extra uitgaven van de lidstaten en de rest van leningen.

Wat vaststaat, is dat de sense of urgency wat betreft de versterking van onze nationale en Europese defensiecapaciteit bij vrijwel iedereen begint te dagen. Intussen ligt er een voorstel tot staakt-het-vuren op tafel, met de steun van de VS en Oekraïne en vernemen we vandaag dat het Russische regime zijn eigen eisen ter zake stelt. In elk geval lijkt de diplomatie het op dit moment te halen van de oorlogsretoriek. Dat verhinderde uw minister van Defensie echter niet om tijdens het bilateraal overleg met president Zelensky maar liefst 1 miljard euro extra militaire steun te beloven.

Er blijven nog veel vragen onbeantwoord over de verdere afwikkeling van dit conflict en ik wil u dan ook graag de volgende vragen stellen. Wat betekent het ReArm Europe plan voor België en de inspanningen of het vlak van defensie? Wat betekent dit voor onze defensie-industrie? Wat als er effectief een staakt-het-vuren komt of op termijn een vredesakkoord? Welke rol zal België dan volgens u moeten spelen?

Bart De Wever:

Monsieur Magnette, je comprends votre manque d’enthousiasme à l’égard de M. Trump, mais dire, en tant que pays membre de l’OTAN, que les États-Unis sont la première menace pour notre sécurité est un non-sens dangereux. Tout comme l’est le fait de dire qu’il suffirait simplement de saisir les avoirs gelés, et je pense que vous le savez. J’appelle tout le monde au calme, à rester serein et à dire moins d’inepties.

Le 6 mars s’est tenu un Conseil européen extraordinaire. L’ordre du jour portait sur deux grands thèmes: l’Ukraine et la défense européenne. Cette réunion faisait suite à la réunion informelle en matière de défense de février, au cours de laquelle il fut question de renforcer la capacité de l’Union européenne à faire face aux menaces sécuritaires actuelles et futures.

Permettez-moi de commencer par les conclusions relatives à la défense. Il est clair que la capacité de défense européenne doit être renforcée. L’Union européenne prévoit dès lors des possibilités pour encourager les États membres à dépenser davantage en matière de défense. Elle présentera des décisions concrètes à ce propos au cours du Conseil européen du 20 mars. Comme je viens de l’exposer, nous devrons en tout cas accélérer l’augmentation de notre budget.

In de Raad hebben alle leiders unaniem de wil uitgesproken om onze strategische afhankelijkheden te verminderen en de kritieke capaciteitsgaten op te vullen. Sommigen menen blijkbaar dat dit heel eenvoudig is, maar het zal tijd vergen. We moeten in de toekomst maximaal op onszelf kunnen rekenen bij bedreigingen van onze veiligheid. Tot zolang zou ik alle anti-Amerikaanse statements eerlijk gezegd achterwege laten. Minstens tot zolang.

Om dat te realiseren, zal de Europese defensie-industrie zich dus maximaal moeten gaan ontplooien. Daarbij zullen inderdaad – mijnheer Van den Heuvel, u hebt dat aangeraakt – moeilijke maar levensnoodzakelijke keuzes gemaakt moeten worden inzake de integratie van die industrie op Europees niveau, en dus ook inzake de integratie van militaire capaciteiten. We weten dat allang. Het is een moeilijke weg, maar de dingen bewegen nu wel heel snel.

Voor de financiering van al die ambities wordt de Europese Investeringsbank vanaf nu niet langer ontmoedigd, maar gestimuleerd om te investeren in de defensiesector. Daarnaast zal er zeker mobilisatie nodig zijn van privékapitaal. Dit onderstreept eens te meer de noodzaak van een kapitaalmarktenunie om investeringen efficiënter en sneller te laten doorstromen. Ook hier, we weten dat allang, vergt dit moeilijke keuzes die vandaag echter snel noodzakelijk worden.

Commissievoorzitter Von der Leyen komt zeer binnenkort, normaal gezien volgende week, met een witboek over de toekomst van de Europese defensie, op basis waarvan de Raad naar ik hoop snel de nodige beslissingen zal kunnen nemen.

En ce qui concerne l'Ukraine, 26 É tats membres de l'Union, à l'exception de la Hongrie, ont réaffirmé leur soutien indéfectible à ce pays et à son intégrité territoriale.

Ik mag eigenlijk hopen dat we daar allemaal achter staan, dat we allemaal achter de steun voor Oekraïne staan; tenzij we tot de vijfde colonne van Poetin zouden behoren.

L'Union continuera de soutenir l'Ukraine par tous les moyens possibles: politiques, financiers, humanitaires et aussi militaires. Et j'en suis fier! En parallèle, l'Union maintiendra la pression sur la Russie grâce aux sanctions et à leur application renforcée. L'objectif reste qu'une Ukraine aussi forte que possible puisse s'asseoir à la table des négociations, parce que c'est clair pour nous et pour l'Union européenne: l'Ukraine doit être pleinement impliquée dans les négociations sur son propre avenir. Cela s'inscrit dans le principe plus large de la paix par la force, peace through strength . Ce n'est qu'en étant fortes qu'une Ukraine et une Europe résilientes pourront obtenir une paix durable et juste.

Al de rest lijkt mij ook naïeve onzin die we hier beter niet zouden vertellen. Op 15 maart zal ik deelnemen aan de virtual of leaders meeting on Ukraine op initiatief van de Britse eerste minister Keir Starmer. Op 20 maart zal ook de Europese Raad opnieuw samenkomen. Oekraïne en defensie zullen opnieuw op de agenda staan, samen met een aantal andere cruciale thema’s, zoals de versterking van de Europese competitiviteit, economische veerkracht, migratie, buitenlandse relaties, het beleid rond oceanen en milieu en de laatste ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Daarnaast zal deze Europese Raad een eerste aanzet geven tot de opmaak van het volgend meerjarig financieel kader, waar ongetwijfeld ook meer ruimte voor defensie zal moeten worden voorzien. Dat is de stand van zaken.

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, votre réponse – comme vous éludez l'essentiel des questions, je ne sais pas si c'en est vraiment une – ne nous rassure pas. Dans une interview récente, vous avez déclaré que vous alliez augmenter les dépenses de 4 milliards et que vous alliez essayer, je cite, de "ne pas faire trop mal aux Belges". Mais vous faites déjà très mal aux Belges!

Vous faites déjà mal aux travailleurs, qui ne toucheront que quelques dizaines d'euros en plus dans quatre ans, et qui devront travailler plus longtemps, pour une plus petite pension. Vous faites mal aux pensionnés qui, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux invalides, aux personnes en situation de handicap, qui eux aussi, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux patients, qui subiront les conséquences de 2 milliards d'économies dans les soins de santé.

Et, aujourd'hui, vous n'apportez aucune réponse à la question de savoir qui va payer. Vous vous cantonnez à des déclarations extrêmement vagues. En vous écoutant, on ne comprend pas qui payera cet effort de guerre. Les Belges ne sont pas responsables des délires de Trump et de Poutine. Ce n'est pas à eux de payer, c'est inacceptable, et nous continuerons à nous y opposer, avec toutes nos forces!

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Het is heel duidelijk, er zal in de toekomst heel wat meer geld naar defensie gaan. Toch is niet enkel de kwantiteit belangrijk, maar ook de kwaliteit. Voor ons is het heel duidelijk: wij willen niet langer een versnippering van militaire investeringen in Europa, maar wel een grotere Europese samenwerking, een grotere strategische autonomie binnen Europa en een sterkere Europese defensie-industrie.

Mijnheer de premier, we kunnen daar misschien als klein land een heel constructieve rol in spelen om het Europese orkest harmonieuzer te laten klinken. Ik wens u daarmee veel succes!

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, collega's, vrede en veiligheid moeten voorop staan. We zullen dus meer moeten investeren in defensie. We kunnen ons immers niet verdedigen tegen Poetin met mes en vork. We moeten wel slim, strategisch en effectief investeren, niet in het wilde weg of holderdebolder.

Premier, ik heb uw oproep goed gehoord. U roept iedereen op om sereen en kalm te blijven, maar ik hoop dat uw minister van Defensie die oproep ook gehoord heeft. Hij is immers ballonnetje na ballonnetje aan het lanceren om het defensiebudget hoger te krijgen.

Waar dat geld vandaan zal komen, is vandaag echter nog niet geweten. Dat is nog een grote ongedekte cheque. Daarover moet echter zeer goed nagedacht worden. Laat ons die cheque ook niet opblazen door alleen maar op een slechte manier te investeren. Volg dus de oproep van de cd&v-collega's om in te zetten op meer efficiëntie en meer samenwerking binnen de Europese Unie. Dat is wat we vandaag absoluut nodig hebben in deze ongeruste wereld.

Darya Safai:

Dank u wel, premier, voor uw antwoorden, voor uw inzet en voor alle maatregelen die u treft voor onze veiligheid en onze toekomst.

Collega’s, in de huidige geopolitieke toestand mogen we geen freerider meer zijn. Wij moeten extra inspanningen leveren voor onze eigen veiligheid als gevolg van het non-beleid van de vorige regering. Nu het nieuwe Amerikaanse bestuur andere beslissingen neemt, komt de beslissing van de Europese Unie op een cruciaal moment voor Oekraïne en de Europese veiligheid. Zoals u zei, is het belangrijk dat we Oekraïne blijven steunen. Dat is trouwens ook goed voor onze eigen vrede en voor de welvaart in Europa.

Collega’s, elke crisis brengt opportuniteiten met zich mee. De huidige moeilijke tijden kunnen ons in staat stellen om ons beter voor te bereiden op de komende uitdagingen. Samen kunnen we die uitdagingen aan.

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, de vredesonderhandelingen die momenteel plaatsvinden en die een sprankeltje hoop op vrede in Oekraïne en op veiligheid in Europa bieden, moeten volgens ons alle kansen krijgen. We moeten dan ook uiterst omzichtig omspringen met beslissingen die een escalatie kunnen uitlokken of die het vredesproces kunnen dwarsbomen. Wat ons betreft, hebben we alle miljarden nodig om eerst onze eigen defensiecapaciteit herop te bouwen en onze samenleving en onze mensen veilig te stellen. Dus versterking van onze eigen defensiecapaciteit, ja. Versterking van onze eigen defensie-industrie, ja. Toekomstige generaties opzadelen met een gigantische schuldenberg via dat ReArm Europe plan, neen. Daartoe zullen een aantal heilige huisjes moeten sneuvelen. De oplossing ligt voor de hand: bespaar snel op migratie, bespaar op de politieke factuur en bespaar op de miljardentransfers.

economie en werk

De impact van de importheffingen van de VS en de tegenmaatregelen die de EU beoogt
De impact van de importheffingen van de VS en de tegenmaatregelen die de EU beoogt
Handelsspanningen tussen de VS en de EU.

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende handelsoorlog met de VS onder Trump, die België en de EU met draconische importtarieven (staal, aluminium, mogelijk auto’s) bedreigt en 0,25–0,7% BBP-groei kan kosten, met zware klappen voor farma, chemie en toeleveranciers. Alle partijen steunen proportionele EU-tegenmaatregelen (heffingen op Amerikaanse producten zoals whisky, boten) en benadrukken europees eenheidsfront, maar waarschuwen voor jobverlies, koopkrachtdaling en economische krimp—zonder winnaars. Vrijhandel en dialoog blijven het doel, maar men eist assertief optreden om EU-belangen te verdedigen, met oog voor eigen veiligheid, industrieherstel en diversificatie van handelspartners. De toon is pragmatisch anti-protectionistisch, met kritiek op Trump maar zonder anti-Amerikaanse retoriek.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, sinds het aantreden van president Trump heeft zich een aardverschuiving voltrokken in de internationale betrekkingen. President Trump heeft de Europese Unie openlijk neergezet als een obstakel voor de Amerikaanse belangen.

De gevolgen zijn nu concreet. De VS loste het eerste schot met draconische importtarieven, waarop Canada en de EU terugsloegen, waardoor er nu een escalerende handelsoorlog dreigt. Dat is logisch. Pestkoppen begrijpen ongelukkig genoeg maar één taal, maar tegelijkertijd blijft de VS een essentiële bondgenoot.

Een recente ING-studie waarschuwde ons al. Amerikaanse heffingen van 25 % zouden België 0,25 % van het bbp kosten, wat door investeringsonzekerheid en afnemend consumentenvertrouwen kan oplopen tot 0,70 %. Dat betekent dus een halvering van onze economische groei. Onze farma- en chemiesector staan in de vuurlinie, samen met andere cruciale exportproducten.

Daarom, mijnheer de premier, mijnheer de minister, heb ik enkele vragen.

Wat is de verwachte impact van de importtarieven? Hoe wil u een verdere escalatie vermijden? Wordt er internationaal overleg gepleegd over het inzetten of aanpassen van economische instrumenten? Ik kijk alvast uit naar uw antwoord.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, de wereld staat in brand. Dat is deze week opnieuw duidelijk geworden. Na een oorlog in Europa is er nu de handelsoorlog met Trump. Met extremen aan de macht is de gewone mens immers steeds het eerste slachtoffer. Ook in België ervaren we de gevolgen. Eerst waren er bizar hoge energieprijzen dankzij Poetin. Vandaag zijn er extreme tarieven op staal en aluminium dankzij Trump. Juist deze industrieën stonden al zeer zwaar onder druk. Als daardoor bij ons jobs verdwijnen, dan raakt dat de koopkracht van de mensen zeer hard.

Voor Vooruit is het zeer duidelijk, we moeten onze mensen en onze bedrijven zo goed mogelijk door deze crisis helpen. Ook tijdens de energiecrisis nam Vooruit maatregelen om mensen hun koopkracht te beschermen. Dat moet nu opnieuw gebeuren. Dit zijn jammer genoeg niet Trumps laatste weken. Het is jammer genoeg geen kwestie van uitzweten. De beurzen dalen vandaag al flink en de kans dat het serieus misgaat, is bijzonder groot.

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, als door die importheffingen mensen hun job verliezen, dan zal dat ook invloed hebben op hun koopkracht. Wat gaat u doen om dat te voorkomen?

Bart De Wever:

De importheffingen zijn een pertinent onderwerp voor ons, want wij zijn een relatief klein land, maar wel een land met een zeer open economie dat leeft van internationale handel. Het debat gaat recht naar ons hart. Na onze buurlanden Duitsland, Nederland en Frankrijk zijn de Verenigde Staten de belangrijkste afzetmarkt voor onze uitvoer: 7,5 % van de totale uitvoer, een handelsstroom van 33 miljard euro. In het bijzonder voor de farmasector, zoals is aangehaald, en de chemische sector zijn de VS een cruciaal exportland. Gisteren heb ik toevallig een aantal zeer belangrijke CEO's uit die twee sectoren ontmoet. Hun bezorgdheid is zeer groot, alsook de verwarring over welke regels er eigenlijk nog gerespecteerd zullen worden. Welk spel wordt hier gespeeld?

Sinds woensdag gelden er alvast Amerikaanse importheffingen op staal, ijzer en aluminium. Nu wordt er ook gedreigd met importheffingen voor de automobielsector. Economen stellen dat de impact daarvan voor ons land relatief beperkt is, maar er zal wel een indirecte impact zijn, omdat heel wat Belgische bedrijven toeleveranciers zijn van de Europese automobielsector. Er is dus reden tot grote bezorgdheid, daarin kan ik u volledig bijtreden. De ING Bank heeft berekend dat een handelsoorlog met de VS onze economische groei met 0,25 % zou fnuiken in het eerste jaar en op termijn met 0,7 %. Dat zijn indrukwekkende cijfers.

De Europese Commissie heeft de Amerikaanse importheffingen beantwoord met een proportioneel tegenpakket dat wij steunen. Het betreft maatregelen die ingaan op 1 april met heffingen op onder meer whisky, boten en motoren. Persoonlijk ben ik geen gebruiker van die drie producten, maar ik veronderstel velen onder u ongetwijfeld wel of toch minstens van een van die producten. Ik ondersteun dat de Commissie provocaties beantwoordt op een beheerste en proportionele manier, in kalmte en sereniteit.

Ik herhaal nogmaals dat ik weinig enthousiast kan zijn over Trump, maar ik zou opletten met wilde anti-Amerikaanse statements. Dat leidt ons nergens toe. We moeten wel het signaal uitzenden dat wij in Europa geen vloermat zijn waar Trump kan overheen lopen. Het is belangrijk dat Commissievoorzitter von der Leyen de juiste toon heeft aangeslagen door expliciet te stellen dat ze openstaat voor de constructieve dialoog die we blijven nastreven met de Verenigde Staten om die nieuwe importheffingen zo snel mogelijk terug te schrappen en in te zetten op vrijhandel in plaats van op protectionisme. Ik ondersteun die boodschap voor 100 %. Een handelsoorlog leidt alleen tot wederzijdse verarming.

Oud-president Ronald Reagan, een van mijn grote jeugdidolen uit de jaren 1980, sprak wijze woorden over handelstarieven: ʺ Higher trade barriers lead to less competition and therefore less quality products paired with rising prices. As a result, people start buying less and then the worst happens. Markets shrink and collapse, businesses and industries shut down and millions of people lose their jobs . ʺ

Ik hoor iemand applaudisseren, blijkbaar zijn er nog fans van Ronald Reagan en dat kan ik alleen maar toejuichen.

Reagan voegde daaraan toe dat hij het als zijn missie beschouwde om zijn land en de wereld voor kortzichtige protectionistische onzin te behoeden. Als premier van dit zeer kleine, maar toch economisch qua export sterke land, zal ik op het Europees en internationaal toneel altijd die boodschap blijven herhalen. Vrijhandel heeft aan het vrije Westen zijn welvaart geschonken.

Laat ons het Europees bondgenootschap uitdiepen in die geest, er is nog enorm veel te winnen. Laten we ook hopen dat we het bondgenootschap met de Verenigde Staten op het pad van de welvaartscreatie kunnen houden. Niemand wordt beter van dreigementen, handelsoorlogen en kortzichtige protectionistische dwaasheid.

Maxime Prévot:

Geachte Kamerleden, met de evolutie van de Amerikaanse positie is de wereld zichzelf aan het hervormen; dat is een feit. Maar zonder apathie of frustratie moeten we actie ondernemen om ons te concentreren op onze prioriteiten, om de middelen te vinden om onszelf te beschermen en om de problemen waarmee we geconfronteerd worden aan te pakken. We hebben zeker een veiligheidsstrategie voor onze economie nodig.

De Amerikaanse maatregelen zijn totaal ongerechtvaardigd en zullen rampzalige gevolgen hebben voor bedrijven en consumenten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. In de context van die ontwikkelingen moeten we vastberaden, pragmatisch en realistisch vooruitkijken. Ik zeg vastberaden, want hoewel onze doelstelling voor de middellange tot lange termijn zeker de de-escalatie is, moeten wij assertief maar proportioneel reageren op de douanerechten en handelsbelemmeringen die de Verenigde Staten op oneerlijke wijze toepassen. Zo kunnen we onze belangen verdedigen.

De Europese Unie heeft snel gereageerd op de aankondiging van tarieven op staal en aluminium met een reactie in twee fases die gekalibreerd, standvastig en niet escalerend is.

Op 1 april laat de EU de opschorting vervallen van de tegenmaatregelen die in 2018 en in 2020 tegen de Verenigde Staten genomen zijn. Die maatregelen waren gericht tegen een hele reeks Amerikaanse producten en veroorzaakten naar schatting 8 miljard euro aan economische schade, vooral in Republikeinse staten.

Medio april zal de EU, na overleg met de industrie- en handelsvertegenwoordigers, een nieuwe reeks tegenmaatregelen opleggen voor Amerikaanse exportproducten, ter waarde van 18 miljard euro, waardoor de totale respons van de EU uitkomt op 26 miljard euro, een bedrag dat gelijk is aan dat van de Amerikaanse tarieven.

In deze krachtmeting zullen Europese eenheid en solidariteit doorslaggevend zijn. Ik geloof in pragmatisme, maar de Amerikanen zijn een historische partner en dat mogen we niet vergeten. Niemand kan een handelsoorlog winnen, maar we moeten beseffen dat de Amerikanen zoveel gedaan hebben.

We zijn niet vervallen in steriel antagonisme door 80 jaar diplomatieke betrekkingen overboord te gooien. Ik heb het over realisme. Immers, het ontwaken van de Europeanen, hoe wreed het ook was, was onvermijdelijk. We hebben te lang onze verantwoordelijkheden ontlopen, in de eerste plaats als het gaat om onze eigen veiligheid. Het is niet alleen een kwestie van voldoen aan Amerikaanse eisen, maar in de eerste plaats van reageren op de noodzaak om onze eigen veiligheid te garanderen, ons sociaal model te beschermen en onze stempel te drukken op een wereld waarvan de contouren razendsnel veranderen.

Tot slot wil ik het hebben over opportuniteiten. We verdedigen een maatschappelijk model dat gebaseerd is op het respect voor de wet en voor bepaalde waarden. Dit is ook een kans om de kring van onze partners te verbreden, samen de mondiale agenda te beïnvloeden in plaats van ons die te laten opleggen.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, ik dank jullie voor het antwoord.

Wij zijn blij dat u de zaak ter harte neemt en om de maatregelen die u al hebt getroffen.

Mijnheer de premier, wij zitten gelukkig op dezelfde golflengte. Van tarieven wordt niemand beter, maar ze houden wel steek wanneer het moet. Ze zijn een zero-sum game . Laten we hopen dat men opnieuw van idee verandert, zoals dat zo vaak gebeurt, maar als het moet, dan moet het. Wij beseffen allemaal dat het om een wake-upcall gaat en dat wij meer moeten focussen op het doen herleven van onze eigen industrie.

Voorzitter:

De neutraliteit van mijn functie verplicht mij geen standpunt in te nemen over de vraag of uw tussenkomst een applaus verdient. Het feit dat dit uw eerste tussenkomst is, verdient dat wel. (Applaus)

Annick Lambrecht:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het is inderdaad vijf voor twaalf. Wie meende dat dit vanzelf over zou gaan, die is eraan voor de moeite. Vooruit is de partij geweest die altijd al de koopkracht van de mensen heeft beschermd en die dat zal blijven doen. Dat is nu immers meer dan nodig. Wat zien wij? Opnieuw zijn het de extremen die de mensen bedreigen, met heel ernstige gevolgen die dag na dag anders zijn. Mijnheer de premier, u sprak over auto’s. Ik hoorde ook spreken over wijn en champagne. Morgen is het alweer iets anders. Het is heel goed dat u zegt dat u zich zal inzetten, ik hoop hier maar met een nog veel luidere stem in Europa, zodat wij de waanzinnige tarieven van Trump kunnen laten schrappen. Mevrouw van Riet heeft het al gezegd: er zijn totaal geen winnaars bij die tarieven, er zijn alleen verliezers. Gelukkig staan wij in het Parlement op dat punt allemaal op één lijn.

onderwijs, cultuur en religie

Het taaltoezicht

Gesteld door

N-VA Jeroen Bergers

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de gebrekkige Nederlandstalige zorg in Brusselse ziekenhuizen, geïllustreerd door het dodelijke geval van baby Cisse waar ouders door taalkundige barrières niet geïnformeerd werden. Minister Quintin bevestigt het regeerakkoord: strengere handhaving van taalwetgeving en tweetalige dienstverlening zijn prioriteiten, met toezicht door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, maar concrete maatregelen blijven vaag. Bergers benadrukt succesvoorbeelden (UZ Jette) en praktische oplossingen (zoals EHBNO-pamfletten) en dringt aan op samenwerking met Vlaamse actoren en snelle actie, gezien de 100+ klachten in vier dagen via het nieuwe meldpunt. De urgentie ligt in basisrechten afdwingen zonder rechtszaken, met brede politieke en sectorwillig, maar nog onvoldoende daadkracht.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, beste collega's, u herinnert zich ongetwijfeld het verhaal van Cisse. Cisse was een baby'tje van 11 maanden oud dat jammer genoeg overleden is. Toen de mug vanuit Brussel in Roosdaal in de Vlaamse rand aankwam, zat daar niemand in die Nederlands sprak. Ook toen Cisse werd overgeplaatst naar het kinderziekenhuis in Brussel, was daar geen enkele arts die in het Nederlands kon vertellen aan de ouders en de grootouders waarom ze hun zoontje waren kwijtgeraakt.

Zulke verhalen breken mijn hart, omdat ik het een ware schande vind dat in 2025 mensen nog altijd niet in het Nederlands kunnen worden geholpen in onze hoofdstad, in Brussel. Dat zorgt ook voor problemen, want mensen kunnen niet duidelijk aan artsen vertellen wat hun symptomen zijn.

Cisse is jammer genoeg echt niet alleen. Vier dagen geleden lanceerde de Vlaamse Volksbeweging samen met minister Ben Weyts een meldpunt voor taalklachten in de zorgsector in Brussel. Op amper vier dagen kwamen er al meer dan 100 klachten binnen. Ik steun de beweging volledig in dat initiatief, maar het is eigenlijk wel jammer dat er rechtszaken nodig zijn om zulke basisrechten af te dwingen, dus het is duidelijk dat de federale overheid ook haar verantwoordelijkheid moet nemen.

Gelukkig is het regeerakkoord duidelijk. Het regeerakkoord stelt duidelijk dat de regering de taalwetgeving strenger zal handhaven en dat ze zal zorgen voor tweetalige dienstverlening in de Brusselse zorginstellingen.

Mijnheer de minister, welke maatregelen wil u nemen om in die tweetalige dienstverlening te voorzien? Hoe gaat u werk maken van een strengere handhaving? Zult u ook contact opnemen met het Vlaamse middenveld, waaronder de Vlaamse artsenorde, en minister Ben Weyts?

Bernard Quintin:

Mijnheer Bergers, als ik me niet vergis, is dit uw eerste actuele vraag in de plenaire vergadering en ik feliciteer u met uw maidenspeech. (Applaus)

Laat me beginnen met te stellen dat taalgebruik een belangrijke kwestie is. Het is een Franstalige bijna-tweetalige die dat zegt. Ik hecht daar veel belang aan.

U zult begrijpen dat ik hier geen uitspraak zal doen over de casus die u aanhaalt.

Het regeerakkoord is duidelijk, patiënten in Brusselse ziekenhuizen moeten kunnen communiceren met de zorgverlener en ook omgekeerd. Dat is essentieel om patiënten de zorg te bieden die ze nodig hebben. In dat kader wil ik erop wijzen dat de regering erop zal toezien dat de wetgeving inzake het gebruik van talen wordt nageleefd, zodat patiënten in de Brusselse ziekenhuizen die onder de wetgeving vallen in hun eigen taal behandeld kunnen worden dankzij tweetalige diensten. Wie daar vandaag klachten over heeft, kan terecht bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.

Ik ben op de hoogte van het initiatief om in Vlaanderen een meldpunt op te richten voor de naleving van de taalwetgeving in Brusselse ziekenhuizen. Een kwaliteitsvolle zorgverlening impliceert een juiste toepassing van de taalwetgeving.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Ik heb er alle vertrouwen in dat u het regeerakkoord correct zult uitvoeren en dat we inzake die taalwetgeving echt wel stappen vooruit zullen zetten.

Dat het anders kan dan in veel ziekenhuizen in Brussel vandaag de dag, bewijst het UZ Jette elke dag, aangezien men daar perfect tweetalig, in het Nederlands en in het Frans, de dienstverlening voorziet.

Afsluiten wil ik graag met een persoonlijke anekdote. Ik ben ooit met TAK, het Taal Aktie Komitee, in een coronatestdorp in Brussel waar men dezelfde problematiek had, eerste hulp bij Nederlandstalige onkunde, EHBNO, gaan uitdelen. Dat lijkt polariserend, het lijkt alsof we daarmee controverse opzochten, maar eigenlijk waren die hulpverleners heel dankbaar, omdat ze eindelijk een pamflet hadden met een aantal basiszinnen in het Frans en de vertaling in het Nederlands, zodat zij de mensen die hulp nodig hadden, konden helpen.

Mijnheer de minister, ik ben ervan overtuigd dat de wil bij de zorgsector aanwezig is, net als bij u en de regering. Het is dus tijd dat we actie ondernemen.

Voorzitter:

Ik wou collega Bergers gelukwensen met zijn eerste tussenkomst, maar dat is niet meer nodig, want dat heeft de minister al gedaan. (Applaus) Op die manier krijgt u wel twee keer applaus, mijnheer Bergers.

veiligheid, justitie en defensie

De keuze van de F-35
De evaluatie van de F-35
Gevechtstoestellen F-35

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De PVDA bekritiseert de aankoop van F-35’s als een Amerikaanse afhankelijkheidsval (kill switches, logistieke controle, sabotage via software/onderdelen) en noemt ze te duur, onbetrouwbaar en strategisch riskant, terwijl minister Francken (N-VA) de F-35 verdedigt als technisch superieur, soeverein inzetbaar en essentieel voor NAVO-interoperabiliteit, met Europese onderhoudsnetwerken als waarborg tegen Amerikaanse dominantie. Buysrogge (N-VA) ontkracht "fake news" over de *kill switch* en benadrukt dat Europese defensieautonomie alleen haalbaar is via meer budget en samenwerking, niet door afzien van de F-35, terwijl Tonniau (PVDA) wijst op groeiend internationaal wantrouwen (Canada, Denemarken, UK) en eist een Europese alternatief om strategische autonomie te garanderen.

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, de PVDA stelt al jaren dat de Belgische regering moet stoppen met de Amerikanen achterna te lopen. Jullie willen echter niet luisteren. Jullie doen gewoon voort. Zelfs met iemand als Trump als president blijven jullie het Amerikaanse imperialisme steunen door de aankoop van F-35-gevechtsvliegtuigen.

Landen als Canada en Denemarken, die vandaag bedreigd worden door de Verenigde Staten, beseffen vandaag pas dat zij met de F-35 het paard van Troje hebben binnengehaald. Wie immers meent zelf te kunnen beslissen wanneer, hoe en vooral tegen wie een F-35 kan worden ingezet, is ofwel naïef, ofwel een stroman van de Verenigde Staten. Mijnheer Francken, welke van beide bent u?

U stelt dat er geen kill switch op de F-35 zit. Mijnheer Francken, in feite zijn er honderden. Elk onderdeel van het proces is en blijft in handen van de Amerikanen: de logistiek, de bewapening, de opleiding, de software en de radarsystemen. De hele technologische en logistieke keten wordt door het Pentagon gecontroleerd. De Amerikanen verkopen ons wapensystemen, maar weigeren de broncodes mee te geven. U weet dat maar al te goed. Kijk naar wat zij doen met de F-16’s in Oekraïne. Zij saboteren de boel vanop afstand.

Er zijn voldoende objectieve criteria om vooral niet te kiezen voor de F-35. Ze zijn niet betrouwbaar, ze zijn de duurste in aankoop, de duurste in gebruik en de duurste in onderhoud. De toeleveringsketen van de reserveonderdelen is bovendien één grote chaos.

Mijnheer de minister, u hebt al gezegd dat u met ons belastinggeld extra F-35’s wil bestellen bij Trump. Worden wij daardoor niet volledig afhankelijk van de Verenigde Staten of is dat net uw bedoeling?

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, ik zal een iets andere toon aanhouden. In 2018 nam de toenmalige regering een belangrijke beslissing over de aankoop van nieuwe jachtvliegtuigen. Er werd gekozen voor de F-35's, die technisch en militair superieur zijn ten opzichte van andere voorliggende Europese projecten. Al van bij het begin verkondigden tegenstanders een hoop fake PVDA-news over technische fouten en zeiden ze dat er van alles fout liep. Telkens kon dat worden weerlegd.

Nu is er sprake van de zogenaamde kill switch , alsof president Trump in het Witte Huis over een of andere knop beschikt om dat toestel onklaar te maken. Het is jammer dat iemand als Elon Musk die geruchten ook voedt. Het is niet alleen belachelijk, maar ook onjuist.

Er doken ook andere mogelijke problemen op deze week, namelijk dat de Amerikanen geen wisselstukken zouden leveren en dat er geen updates van die toestellen zouden gebeuren. Mochten de Amerikanen zoiets doen - Europa kan ook beslissen om geen wisselstukken aan Amerika te leveren, iets waar ik voor alle duidelijkheid niet op aandring - dan zou dat niet alleen de vertrouwensband tussen Amerika en Europa schaden, maar dan zou dat er ook voor zorgen dat geen enkel land nog die F-35 koopt. Ik weet niet of de Amerikaanse industrie daarop zit te wachten.

Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat duidelijk dat er extra jachtvliegtuigen aangekocht zullen worden. Voor ons is dat gewoon een uitbreiding van de F-35-vloot, maar dan moeten er wel duidelijke antwoorden komen op de kwesties die hier nu populistisch worden aangekaart. Bestaat er zo’n kill switch ? Kunt u het fake news van de alliantie Musk-PVDA weerleggen en hoe ziet u de samenwerking in het kader van de F-35 verder verlopen?

Theo Francken:

Geachte Kamerleden Tonniau en Buysrogge, de afgelopen dagen werd er veel fake news verspreid over de F-35. Ik zal uitleggen waarom de F-35 de voor de hand liggende keuze is en blijft voor onze luchtmacht. Het toestel is met voorsprong het beste op de markt, zowel qua prestaties als qua prijs-kwaliteitsverhouding. Het beschikt over geavanceerde stealth- en radarkwaliteiten, waarover geen enkel ander toestel momenteel beschikt. Daarenboven biedt het enorme voordelen qua interoperabiliteit met onze bondgenoten, onder meer qua onderhoud. Maar liefst 13 verschillende Europese landen kozen immers onafhankelijk van elkaar voor die F-35.

Ervaren gevechtspiloten benadrukken keer op keer dat dit gevechtsvliegtuig hun voorkeur geniet in geval van een conflict. Bovendien blijkt uit virtuele oefengevechten dat de F-35 met een ratio van 20 tegen 1 wint tegen andere vliegtuigen zoals de Rafale en de Eurofighter.

Rusland en China zouden niets liever willen dan dat België afziet van de aanschaf van bijkomende exemplaren, gezien deze essentieel zijn voor het behalen van luchtoverwicht. Daarenboven is er in de komende decennia geen Europees alternatief beschikbaar voor de F-35 en is het vanuit logistiek oogpunt onzinnig voor een land als België om twee verschillende types gevechtsvliegtuigen aan te schaffen.

Ik zal nu iets zeggen over de zogenaamde kill switch waarmee de VS vanop afstand onze F-35 zou kunnen lamleggen. Dat is een hoax, dames en heren. Het is een mythe, die in deze woelige tijden wordt aangeblazen door zij die liever niet zien dat dit land een performante luchtmacht heeft of door zij die er commercieel belang bij hebben.

De F-35 is geen uitsluitend Amerikaans programma, maar een multinationaal programma waaraan ook Japan, Zuid-Korea, Australië, Canada en tal van Europese landen deelnemen.

België kan de F-35 op soevereine wijze inzetten voor operationele missies. De F-35 kan volledig autonoom worden gebruikt. Voor langdurig onderhoud en de levering van reserveonderdelen werd voorzien in een samenwerking met andere Europese F-35-gebruikers. Op onze basissen zijn reserveonderdelen beschikbaar, ondersteund door de Europese industrie. Ook zijn er Europese onderhouds- en reparatiefaciliteiten voor onze F-35's, onder meer in Nederland en Italië. Ik was deze week nog bij de Italiaanse minister om onder andere daarover te spreken.

Het partnerschap rond de F-35 creëert zo een wederzijdse afhankelijkheid tussen alle deelnemende landen. Die kan niet eenzijdig worden verbroken zonder gevolgen voor alle gebruikers, inclusief de Amerikaanse. Ten slotte wens ik erop te wijzen dat de insinuatie van zo'n deloyale houding bij de Verenigde Staten inzake de F-35 op niets is gebaseerd. Ondanks forse en soms tegenstrijdige politieke verklaringen uit de Verenigde Staten is er momenteel geen sprake van een Amerikaanse terugtrekking uit de NAVO. Vorige week nog kwam een nieuwe Amerikaanse brigade aan in onze haven van Antwerpen. Laten we allemaal het hoofd wat koeler houden. Dank u.

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, het valt me op dat u uw verklaring in de pers niet meer durft te herhalen. Gaan we F-35's bijbestellen of niet? U hebt het gezegd, in het regeerakkoord staat gevechtsvliegtuigen, los van het feit of dat F-35's zullen zijn. Dat hebt u niet durven te herhalen.

Het klopt, onze bondgenoten en wijzelf hebben F-35's besteld. Maar wat zien we vandaag? Er is overal debat over. We zien dat in Canada, we zien dat in Denemarken, we zien dat in Duitsland, we zien dat in Zwitserland, we zien dat in Turkije. Zelfs in Groot-Brittannië is er een debat over: gaan we verder met die F-35's of kiezen we voor onze eigen Typhoons?

Behalve hier. Hier is het taboe. Hier is het F-35's of niets. U moet echter weten dat als u bij de Amerikanen bestelt, u afhankelijk bent van de Amerikanen. Dan doet u met hun materieel niet wat u wilt. Met andere woorden, als u strategische militaire autonomie wil opbouwen, moet u vooral niet bij de Amerikanen zijn en niet kiezen voor F-35's.

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw duidelijke antwoord en voor het weerleggen van al dat fake news. Ook in het debat met de eerste minister hoorden we daarnet dat de samenwerking met Amerika zowel op economisch vlak als op defensievlak toch wat onder druk staat. Laten we hopen dat de rede snel kan zegevieren aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, bijvoorbeeld ook op het vlak van jachtvliegtuigen. Laten we niet naïef zijn. Laten we werken aan de Europese autonomie. Laten we die pijler verder versterken. Dat kan echter niet anders dan via extra budgetten, extra investeringen in defensie, met een versterkte samenwerking met onze defensie-industrie. Uit de uitleg van daarnet kan ik afleiden dat u op de PVDA niet kunt rekenen, maar op ons alvast wel. Ik kijk uit naar het debat dat we volgende week ongetwijfeld zullen voeren naar aanleiding van uw beleidsverklaring.

gezondheid en welzijn

Een vooruitblik op de volgende week geplande Europese Raad van Defensieministers
Steun aan de economie en de bedrijven gezien de mogelijke verhoging van de Amerikaanse douanerechten
De door Donald Trump gevoerde geopolitiek
De Europese reactie op de verhoging van de douanerechten door de Verenigde Staten
De handelsoorlog met de Verenigde Staten
De door Donald Trump aangekondigde invoerheffingen op Europese producten
De douanerechten en het Europese concurrentievermogen
De grote impact op de farmasector van de Amerikaanse invoertarieven op Europese producten
Oekraïne en de defensie-inspanningen van België
Europese reacties op Amerikaanse handelsbeleid en defensie-strategieën.

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 27 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s strategische autonomie en reactie op de dubbele dreiging van Amerikaanse handelstarieven (25% op EU-producten) en de escalerende defensieverplichtingen (NAVO’s 2%-bbp-eis). De kernpunten: (1) Defensie: België moet dringend het 2%-doel halen (voor de zomer) en structurele financiering regelen, met nadruk op Europese samenwerking binnen de NAVO, maar *concrete plannen en timing ontbreken nog*. (2) Handelsoorlog: De VS bedreigen de EU met tarieven, wat de Belgische export (o.a. farmacie, auto) raakt—Europa moet *eengemaakt en proportioneel* reageren, zonder in een escalatiespiraal te belanden, maar met focus op industriële soevereiniteit (innovatie, herindustrialisering) en diversificatie van handelspartners. (3) Critici (o.a. PTB) waarschuwen voor *blind volgen van de VS* en pleiten voor een *niet-gebonden Europa* dat partnerschappen met het Globale Zuiden zoekt, terwijl anderen (N-VA, CD&V) benadrukken dat *veiligheid (via NAVO) voor welvaart gaat*. Actiepunten: België speelt een *verenigende rol* in de EU, maar *concrete maatregelen* (bv. taskforce, budgetten) blijven vaag—urgentie domineert.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, volgende week vindt er een extra EU-top plaats, over de situatie in Oekraïne en defensie. Dat is absoluut noodzakelijk. De geopolitieke situatie is immers zorgwekkend en verandert razendsnel. De wereld staat in brand en Europa heeft veel te lang aan de zijlijn gestaan, zonder de mond open te doen.

Het is dus hoog tijd om te blussen. Mijnheer de eerste minister, om te blussen heeft men echter blusmateriaal nodig. En laat net daarover, over die structurele middelen en financiering van defensie, bijzonder veel onzekerheid bestaan. Hoe zullen we het Defensiefonds structureel financieren? Nog geen idee. Extra uitgaven voor defensie binnen of buiten de begroting? Nog geen idee. Wat gaat de Europese Unie doen? Gaat zij dat toestaan of niet? Nog geen idee. Er moet duidelijkheid komen, want we verliezen tijd. NAVO-baas Mark Rutte heeft het heel duidelijk gezegd. Die absolute ondergrens van 2 % van het bbp moet er komen nog voor de zomer.

Mijnheer de eerste minister, u bent historicus en ik weet dat u graag over het verleden spreekt. Mea culpa, het is juist dat de voorbije decennia heel veel partijen hier aanwezig, ook die van de Zweedse regering, te weinig hebben geïnvesteerd in defensie. We leven vandaag echter in een andere wereld. De wereld is de voorbije jaren grondig door elkaar geschud en grondig gewijzigd. We moeten dus stoppen met achterom te kijken en moeten vooruitkijken en schakelen.

Ik wil van u weten wat de regering vandaag en in de toekomst zal doen. Wat zal het standpunt van uw regering zijn op de komende EU-top? Hoe en wanneer zult u de 2 % voor defensie halen?

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, votre gouvernement n'a que quelques semaines et déjà, malheureusement, les promesses s'effritent.

Vous aviez promis un taux d'emploi de 80 %, mais, monsieur le premier ministre, vous avez dit cette semaine que ce ne sera pas pour cette législature. Il aurait peut-être fallu être honnête d'emblée, et non pas quelques semaines après le vote de confiance. Vous aviez évoqué les 8 milliards de recettes mais, là aussi, vous avez estimé que les effets retours semblaient incertains. Bref, on l'avait dit, vous ne nous avez pas cru, ces promesses, c'était du vent.

Pendant ce temps-là, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, de l'autre côté de l'Atlantique, le président américain, Donald Trump, lance une guerre économique et annonce que des droits de douane de 25 % sur nos produits pourraient être pratiqués. Face à cela, allez-vous rester passif ou allez-vous avoir une attitude proactive? L'accord de gouvernement parle d'un plan de relance industriel, mais avec moins d'investissements publics – ce que nous déplorons vivement, comme nous vous l'avons dit lors des débats – et peu de vision à long terme.

La Commission européenne, de son côté, propose un pacte pour une industrie propre mais son budget de 100 milliards semble largement insuffisant. Concrètement, avez-vous votre plan pour la relance industrielle? Quel est-il? Soutiendrez-vous nos secteurs stratégiques et nos entreprises? Allez-vous, oui ou non, garantir des emplois de qualité? Une task force a-t-elle été mise en place pour avoir cette vision proactive? Si oui, qui en fait partie? Si cette task force existe, comptez-vous associer les entreprises, les travailleurs, les syndicats, les ONG et la société civile à l'élaboration de cette politique industrielle?

Je vous remercie d'avance de vos réponses.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, pendant des mois, on a mis en garde tous les partis politiques que suivre aveuglément l'impérialisme américain allait détruire l'Europe et notre économie. Pendant des mois, vous avez ri du PTB et de sa vision géopolitique!

Regardez ce qui se passe maintenant! Les Américains sont en train d'humilier l'Europe. Avez-vous vu le comportement de Macron quand il est allé chez Trump? Il était en train de lui cirer les chaussures en lui racontant des petites blagues. C'est pourtant la survie et la stratégie de l'Europe qui sont actuellement en jeu.

Monsieur le premier ministre, je vous avais prévenu que ça n'allait pas marcher.

De Amerikanen gaan altijd voor hun eigen business.

Il suffit d'analyser l'accord sur les minerais. Tout est clair maintenant!

De grondstoffen van Oekraïne gaan direct in de zakken van de Amerikaanse imperialisten!

La situation est similaire en ce qui concerne l'énergie. Les Américains nous ont vendu leur gaz de schiste trois ou quatre fois plus cher pour se faire de l'argent. Nous avons, bien entendu, dit dès le départ qu'il fallait condamner Poutine. C'était évident! Cependant, il fallait aussi défendre les intérêts de l'Union Européenne, ce que vous ne faites pas!

Monsieur le premier ministre, allons-nous continuer à suivre les Américains? La déclaration gouvernementale n'en a d'ailleurs que pour eux. Comment pouvez-vous continuer à être aussi naïfs? Comment pouvez-vous continuer à leur acheter pour des milliards d'armements? Ils ne pensent qu'à l'argent.

Chers collègues, Trump n'est pas un homme de paix. Pourquoi retire-t-il ses troupes aujourd'hui? Pourquoi retire-t-il ses intérêts d'Ukraine? Pour attaquer la Chine? Il le fait pour préparer la guerre de demain!

La question que l'Europe doit se poser est de savoir si nous devons suivre les Américains docilement comme des petits chiens, ou enfin développer une Europe indépendante et stratégique à l'échelle mondiale. C'est de cela dont nous avons besoin.

(…): (…)

Voorzitter:

Mijnheer Hedebouw, u zou het niet op prijs stellen indien uw tussenkomst op deze manier zou worden onderbroken. Ik neem aan dat u dat dan ook niet zult doen voor collega Deborsu.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le premier ministre, l'Union européenne aurait été créée pour entuber les États-Unis. On en apprend tous les jours avec le professeur Trump. Monsieur le premier ministre, connaissant votre amour pour l'histoire, j'imagine que vous avez failli tomber de votre chaise en entendant cela comme nous tous.

Mais au-delà du grotesque, il y a une réalité. Les États-Unis annoncent vouloir taxer à hauteur de 25 % toute une série de produits européens. Cette mesure complètement anti-libérale risque d'avoir un impact direct sur nos entreprises et nos emplois en Belgique et en Europe. À l'heure actuelle, l'Union européenne a une balance commerciale positive avec les États-Unis de 150 milliards sur les biens.

Monsieur le premier ministre, mes questions sont dès lors les suivantes: avez-vous déjà la liste des produits européens qui seraient concernés?

Comment mesurez-vous l'impact de cette décision pour la Belgique? Allez-vous donner des instructions au ministre du Commerce extérieur afin qu'il prenne des mesures, en coopération avec toutes les Régions, pour contrer les effets de cette décision?

Jusqu'à présent, la Commission européenne a préparé des mesures "au cas où". Jugez-vous qu'elles sont suffisamment crédibles et dissuasives pour convaincre le président américain de revenir sur cette décision?

Comment jugez-vous l'unité politique des Européens et la proactivité de la Commission sur ce dossier?

Les États-Unis nous voient désormais comme un adversaire commercial. Nos relations ont changé, dont acte. Quelles sont dès lors vos stratégies pour diversifier notre commerce extérieur au bénéfice de nos entreprises et de notre taux d'emploi? C'est une véritable priorité pour notre groupe.

Je vous remercie déjà pour vos réponses.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, dans son style délicat habituel, M. Trump a annoncé des droits de douane de 25 % sur les produits européens. Nous savions déjà que nous vivions un tournant historique en géopolitique, du point de vue militaire, mais ce tournant est aussi commercial. Nous savons désormais aussi que nous devrons assumer notre défense seuls et sur ce plan-là, comme je l'ai déjà dit, et je n'ai pas de problème à le redire, votre accord de gouvernement va dans le bon sens.

Concernant l'énergie, nous vivons une hyper-dépendance. Nous serions aujourd'hui incapables de nous séparer à la fois du gaz russe et du gaz liquéfié américain. Et sur le plan économique, bien qu'étant le premier marché du monde, la présidence Trump nous confirme avec franchise ce que nous savons déjà: nous sommes des consommateurs de la mondialisation et non plus des acteurs de celle-ci.

Le point faible de l'Europe, chers collègues, a un nom: l'innovation. Nous fermons aujourd'hui notre avant-dernière usine automobile, ce qui nous rappelle que nous avons manqué le virage industriel. Nous, Européens, n'avons créé aucun des outils technologiques qui dirigent le monde aujourd'hui. Nous ne sommes pas les meilleurs en ce qui concerne l'esprit d'entreprise et l'initiative, et nous ne parvenons pas à favoriser l'innovation.

Même votre accord de gouvernement, je le crains, manque le cap. Votre programme est clair: forcer tout le monde à travailler plus sans vraiment gagner plus, que ce soient les demandeurs d'emploi, les malades, les jeunes ou les plus vieux, etc. Très bien, sauf que l'on n'a pas seulement besoin de davantage de travailleurs. On a aussi besoin de davantage d'entrepreneurs, de créateurs, de gens qui peuvent créer de la richesse, créer de l'emploi, prendre des risques en étant encouragés à l'innovation. Sur ce plan-là, votre accord de gouvernement est décevant.

La question qui est le sujet maintenant est de savoir comment faire pour affronter cet allié qui tend à devenir un adversaire, les États-Unis. Comment faire pour s'affirmer davantage comme marché européen, alors que nous sommes le premier marché du monde? Comment défendons-nous nos entreprises? Comment allons-nous faire de ce pays et de ce continent des acteurs clés de l'innovation? Comment faire pour qu'ils redeviennent un véritable poumon industriel, un acteur de l'économie mondiale et non un simple client? Dans l'immédiat comment allons-nous réagir à cette hausse douanière brutale de 25 %?

Meyrem Almaci:

" The European Union was formed in order to screw the United States. That’s the purpose of it. " Die uitspraak is grotesk, zoals we Trump kennen, de man van het recht van de sterkste, die alle regels aan zijn laars lapt.

Na Gaza en Oekraïne richt hij nu de pijlen op de economie van Europa met zijn aankondiging dat hij 25 % invoerheffingen overweegt op auto’s, halfgeleiders, chips en medicijnen. Op de vraag of hij geen schrik had van een forse tegenreactie, antwoordt hij het volgende: " They can try, but they won’t ." We weten al langer dat de huidige president in een alternatieve realiteit leeft. We weten ook dat hij in Europa zijn fans heeft, om onze minister van Defensie niet te noemen, die al meermaals lovend sprak over de man.

"They can try, but they won’t ." Voor ons is het eenvoudig: Yes, we can and we will . Dat is niet van harte, maar als het moet, moet het. Een bullebak als Trump begrijpt immers alleen maar de taal van geld en macht. Ik was tevreden de eerste reactie van Europa te lezen, namelijk dat Europa een partner was, indien de regels werden gevolgd.

De vraag is nu de volgende: wat is de positie van de huidige regering? Immers, handelsoorlogen produceren alleen maar verliezers. Dat is belangrijk om te onthouden met bedrijven als Volvo in ons land en de sterke farmasector. Waakzaamheid is echt geboden.

Hoe zorgen we er dus voor dat de verdeel-en-heersstrategie van Trump bij ons geen voet aan de grond krijgt? Hij heeft immers geprobeerd bij Oekraïne. Hoe zorgen we ervoor dat de expertise, efficiëntie en ontwikkeling hier blijft?

Mijnheer de eerste minister, hebt u al contacten gehad met de collega’s in Europa om één front te vormen? Hebt u al contact gehad met de Wereldhandelsorganisatie? Bent u bereid fors te reageren op de woorden van Trump en op welke manier wilt u dat dan doen in uw hoedanigheid van eerste minister van alle Belgen?

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, cette semaine, les États-Unis ont menacé l'Union européenne de droits de douane de 25 % sur les produits européens.

Au même moment, l'Union européenne a présenté un plan qui a pour ambition d'améliorer la compétitivité des entreprises européennes tout en préservant les objectifs climatiques. L'Europe et la Belgique se trouvent actuellement face à une situation complexe.

D'un côté, la transition vers la neutralité carbone est nécessaire. Nous avons vu les impacts du réchauffement climatique sur notre société. Il est indispensable d'agir. Nous ne sommes pas encore sur la trajectoire de cette neutralité. Il faudra donc redoubler de volontarisme et d'inventivité.

D'un autre côté, comme l'a dit le ministre du Climat, un État en faillite ne peut pas agir pour le climat. Les craintes d'une guerre commerciale et les difficultés d'approvisionnement en énergie plombent la compétitivité des entreprises belges. Il est du devoir de l'ensemble de veiller à préserver nos objectifs climatiques tout en maintenant la compétitivité.

J'aimerais dès lors vous poser deux questions. Comment veillez-vous à préserver les emplois et la compétitivité des entreprises? Comment veillez-vous à soutenir et à aider les entreprises à garder le cap de la neutralité carbone?

Koen Van den Heuvel:

Heren ministers, beste collega's, Trump steekt zijn middenvinger op naar Europa en naar ons en dat mogen we niet onbeantwoord laten. Trump kondigt aan dat hij 25 % invoertarieven op Europese producten zal heffen. Dat is nefast voor Europa en voor onze Belgische economie, want Amerika is nog altijd een heel belangrijke afzetmarkt, de vierde grootste, voor ons. Jaarlijks exporteren we voor meer dan 33 miljard euro goederen naar Amerika.

Vooral de farmasector speelt daarin een belangrijke rol en is verantwoordelijk voor meer dan de helft van die export. Deze sector is van strategisch belang voor de toekomst. Ze innoveert, ze is duurzaam en ze heeft, tegen de industriële trend in, de voorbije vijf jaar 6.000 extra arbeidsplaatsen in de industrie gecreëerd. Deze sector en al onze exportbedrijven mogen we niet in de steek laten, want we zijn in Europa en in België gevoelig voor invoertarieven. Trump probeert op deze manier Amerikaanse bedrijven te dwingen om hun productie vanuit Europa terug naar Amerika te verplaatsen, maar hij ontketent op die manier een wereldwijde handelsoorlog waar niemand bij wint.

We moeten in Europa stevig en onmiddellijk reageren, want we kunnen onze exportbedrijven en onze farmasector op dit moment niet in de steek laten. Collega's, de toekomst van Europa staat op het spel. Met deze Trumpiaanse manier van doen, met een spelletje duimen omhoog-duimen omlaag, probeert men ons lot te bepalen.

Collega's, we moeten sterk genoeg zijn. We moeten met Europa het heft in eigen handen houden. Het is niet Amerika dat de Europese toekomst zal bepalen. Mijnheer Hedebouw, het zijn ook niet uw Chinese vrienden die het lot van Amerika zullen bepalen!

Darya Safai:

Mijnheer de premier, in Saoedi-Arabië zijn gesprekken opgestart tussen de VS en de Russische Federatie over het conflict in Oekraïne. Dat de Europese landen zich gepasseerd voelen, is een understatement. Cruciaal voor het slagen van eender welke oplossing is de aanwezigheid van Oekraïne aan de onderhandelingstafel.

De Amerikaanse regering liet duidelijk verstaan dat Europa niet hoeft te rekenen op Amerikaanse steun en dat de Europese uitgaven voor defensie sterk moeten worden opgeschroefd. De Verenigde Staten dringen er ondertussen op aan dat elke NAVO-lidstaat ongeveer 5 % van het bruto binnenlands product aan defensie zou besteden. Mark Rutte, de secretaris-generaal van de NAVO, dringt erop aan om tegen de zomer 2 % te halen. In de regering wordt er gesproken over het bijsturen van het defensieplan. Afgelopen donderdag verklaarde u dat er miljarden gezocht moesten worden. Dat is een duidelijke boodschap.

Mijnheer de premier, binnen welke termijn moeten volgens u de inspanningen gebeuren? Wat is volgens u een realistische doelstelling? U verklaarde stappen te zetten naar een meer Europees geïntegreerde defensie in de NAVO, onder meer op het vlak van militaire aankopen. Graag krijg ik wat meer duiding over de plannen.

Bart De Wever:

Chers collègues, je vous remercie pour toutes ces questions. Je vais essayer d'y répondre en cinq minutes. Comme vous le savez, mes chers collègues Prévot et Clarinval complèteront ma réponse.

Depuis la séance de la semaine dernière, j'ai eu, comme vous pouvez l'imaginer, de très nombreux contacts internationaux concernant les derniers développements géopolitiques.

Lundi dernier, j'ai participé au sommet sur la sécurité organisé par l'Ukraine où j'ai confirmé la poursuite de notre soutien à l'Ukraine. Mardi après-midi, j'ai eu un entretien téléphonique avec le président Zelensky au cours duquel j'ai réaffirmé et concrétisé ce message. En outre, j'ai eu de nombreux contacts avec les dirigeants européens et le président du Conseil européen. Hier matin, un Conseil européen a eu lieu en vidéoconférence et le président Macron a fait un débriefing sur sa visite à Washington. Vous comprendrez, je l'espère, que je dois rester discret à ce sujet. Je comprends les nombreuses questions très détaillées mais il n'est pas réaliste de développer chaque élément ayant été discuté. Néanmoins, je peux vous dire que la position des partenaires européens reste inchangée.

Premièrement, l'Europe continuera à soutenir l'Ukraine et renforcera sa position dans les négociations de paix car " if you are not at the table you are on the menu " et cela est inacceptable. Deuxièmement, la participation de l'Ukraine et de l'Europe est nécessaire pour parvenir à une paix durable. Troisièmement, l'Europe doit intensifier ses investissements dans la défense. Le temps où notre continent pouvait se reposer sur un dividende de paix est malheureusement révolu. L'Europe doit pouvoir assurer entièrement sa propre sécurité le plus rapidement possible. La Belgique, en tant que membre fondateur de l'Union européenne et de l'OTAN, doit aussi apporter sa contribution. Cela est déjà prévu dans l'accord de gouvernement mais il ne faut pas exclure qu'à court terme, des efforts supplémentaires soient nécessaires.

Ik begrijp uw waarschuwing om niet achterom te kijken, mijnheer Vander Elst,. "Kijk vooral niet achterom" zal waarschijnlijk ook de slagzin worden van uw partij. Dan ziet u namelijk hoe u het hebt nagelaten: rampzalig. We zullen dus een spurtje moeten trekken en dat zal gebeuren.

L'Europe et ses partenaires doivent prendre rapidement des décisions pour renforcer les trois points cruciaux que je viens d'esquisser. Le 6 mars, le Conseil européen se réunira à ce sujet, mais je vous demande de rester très discrets sur cette date, car ma famille pense encore que nous serons ensemble en vacances. C'est la raison pour laquelle je l'ai dit en français. (Rires dans l'assemblée)

Op de bijeenkomst van de Europese Raad gisteren werd afgesproken om een constructieve dialoog met de Verenigde Staten te blijven voeren. Ik begrijp dat collega’s zich opwinden. Er zijn immers wel wat krasse dingen gezegd en hun hart mag koken, maar de consensus onder de Europese regeringsleiders was om het hoofd koel te houden. Vandaag is Keir Starmer in het Witte Huis, morgen is Zelensky aan de beurt. We zullen zien wat het wordt, maar het valt niet te ontkennen dat de verklaringen van de Amerikaanse regering ons zeer ongerust hebben gestemd. Dan gaat het niet alleen over onze Europese partners, maar ook over aantal andere internationale partners, niet het minst Canada.

Uiteraard stelt niemand – ik hoop ook hier niet – het NAVO-bondgenootschap ter discussie, want dat zou buitengewoon dom zijn. Waakzaamheid is zeker geboden. De dreigementen met nieuwe handelstarieven zouden ons als exportnatie ernstige zorgen moeten baren. De Verenigde Staten zijn een zeer belangrijk exportland voor ons. De farmasector, en niet alleen die in Puurs, is zeer afhankelijk van die export. Ik heb gisteren in de marge van de industrietop gesproken met mensen uit die sector en zij zijn bijzonder ongerust. Vooralsnog moeten we een handelsoorlog tussen de meest verweven handelsblokken ter wereld proberen te vermijden. Dat is onze kortetermijndoelstelling.

Madame Deborsu, vous avez de nombreuses questions détaillées sur ce que nous allons faire et comment nous allons réagir. J'en ai parlé hier avec Mme von der Leyen, mais il est encore trop tôt pour élaborer une réponse. Il est toutefois certain que l'Europe devra, le cas échéant, réagir très vite et très clairement.

Tot slot, u leest ongetwijfeld de berichten over een economisch akkoord tussen Oekraïne en de Verenigde Staten. Van die berichten wordt men niet blij. Europa zal in dat licht Oekraïne moeten blijven steunen om het in zijn positie te versterken, en de ontwikkelingen zeer goed moeten opvolgen. Zolang de definitieve modaliteiten van dat akkoord niet bekend zijn, is het evenwel moeilijk om daar precies op te reageren.

Mijnheer de voorzitter, als u mij nog vijf seconden gunt, dan rond ik mijn antwoord af.

Ik doe hier een oproep aan alle fracties in het halfrond om ondubbelzinnig de kant van Europa, de kant van het vrije Westen te kiezen en die te verdedigen.

On peut bien dire que Trump n'est pas un homme de paix, mais vous avez oublié de dire que Poutine est un homme de guerre!

Dat is wel heel belangrijk. ( Luid applaus )

Voorzitter:

Uw interpretatie van vijf seconden is wel bijzonder breed. Dat wordt afgetrokken van de spreektijd van de andere ministers.

Bart De Wever:

Voorzitter, ik kan het ook niet helpen dat er stormachtig applaus is wanneer ik spreek. Dat kost mij spreektijd.

Hoe dan ook moeten we ondubbelzinnig zijn: we moeten de kant van Europa en van het vrije Westen kiezen. We mogen niet naïef zijn. Als kleine en economisch sterke exportnatie is het onze taak vandaag maximaal aan die verbondenheid bij te dragen.

Voorzitter:

Het thema is natuurlijk bijzonder belangrijk. Dat blijkt ook uit de vele interventies erover, maar ik wil de regering toch aanmanen om de tijdslimieten te respecteren.

David Clarinval:

Mesdames et messieurs, chers députés, depuis l'investiture du président Trump, les relations transatlantiques sont mises en effet sous pression. Nos relations commerciales n'y échappent pas. Le président Trump a en effet annoncé son intention d'imposer des tarifs douaniers de 25 % aux importations en provenance de l'Union européenne.

Nous devons veiller à ce que l'on apporte une réponse commune et proportionnée aux décisions prises par l'administration Trump.

Het doel van de Amerikaanse president bestaat erin de vermeende ovenwichtigheden in de handelsbetrekkingen weg te werken. Hij verwijt de Europese Unie normen en regels op te leggen die de toegang tot de Europese markt moeilijker maken voor Amerikaanse producten, terwijl Europese producten genieten van een relatief vrije toegang tot de Amerikaanse markt.

De Verenigde Staten kondigden aan vanaf 12 maart 25 % douanerechten te zullen heffen op de import van staal en aluminium afkomstig uit de Europese Unie. Een volgende ronde maatregelen zou begin april worden aangekondigd.

La présidente de la Commission européenne a exprimé son profond regret face à cette décision et a réaffirmé que l'Union prendrait des contre-mesures fermes et proportionnées pour protéger ses intérêts économiques.

Au niveau belge, dans le cadre du processus de concertation DGE, nous avons initié depuis plusieurs semaines déjà une réflexion afin de définir une position commune, qui se veut assertive et qui tient compte des intérêts belges.

Il faut néanmoins savoir que toutes les mesures américaines ne sont pas encore précisément connues. Par ailleurs, nous attendons encore la proposition que la Commission pourrait faire pour répondre aux mesures américaines annoncées.

La Belgique entretient des relations commerciales fortes avec les États-Unis, tant du côté de l'offre que de la demande. En 2023, les exportations de biens belges vers les États-Unis ont représenté plus de 28 milliards d'euros alors que les importations de biens en provenance des États-Unis s'élevaient à près de 25,8 milliards d'euros.

Sur la base de plusieurs analyses, nos principaux secteurs sensibles ont été identifiés. Il s'agit de la chimie, du secteur pharmaceutique, du secteur métallurgique, de certaines matières critiques, du secteur automobile, des machines et des appareils électroniques.

Dans les semaines à venir, je veillerai, en tant que ministre de l'Économie, avec mon collègue des Affaires étrangères, à défendre au mieux les intérêts stratégiques de la Belgique. Notre position sera largement concertée avec les différentes Régions du pays. Nous veillerons à faire entendre les intérêts des plus petites économies comme la nôtre.

Sur le plan européen, nous plaiderons pour l'unité des États membres face à la politique commerciale menée par le président Trump. Face aux tentatives américaines d'approcher les États membres séparément, il sera en effet essentiel de rester sur la même ligne pour renforcer la cohérence de nos messages et notre position face à l'administration Trump.

Par ailleurs, il me semble aussi urgent de pouvoir développer au niveau européen et belge une stratégie de défense des industries et des entreprises confrontées à la concurrence internationale. Les annonces d'hier, en marge de la conférence d'Anvers sur le Clean Industrial Deal, semblent aller dans le bon sens. Nous devons les mettre en œuvre avec volontarisme et célérité, notamment au travers du plan interfédéral de développement des industries prévu dans notre accord de gouvernement. Je vous remercie pour votre attention.

Maxime Prévot:

Monsieur le président, c'est en ma qualité de ministre des Affaires étrangères et, à ce titre, compétent pour la diplomatie économique et la politique commerciale européenne que je vais compléter les propos du premier ministre et de mon collègue Clarinval.

Les États-Unis sont en train de faire fausse route. En annonçant imposer des droits de douane à tout-va, ils se mettent à dos une bonne partie du monde. Et nous ne voyons aucune justification à l'imposition de tels droits sur nos exportations. Comment peuvent-ils imaginer une seule seconde que cela va leur bénéficier? Comment peut-on penser que l'Union européenne constituerait une menace pour leur sécurité nationale?

De Amerikaanse tarieven zullen economisch contraproductief zijn, vooral gezien de diep geïntegreerde trans-Atlantische toeleveringsketens. Door tarieven op te leggen, zullen de Verenigde Staten hun eigen burgers belasten, de kosten voor hun eigen bedrijven verhogen en de inflatie aanwakkeren. Bovendien zullen de Amerikaanse tarieven waarschijnlijk ontwrichtende effecten hebben op het wereldwijde handelssysteem als geheel.

Die aankondigingen zullen niet onbeantwoord blijven. We moeten echter zeker niet proberen op elke provocatie te reageren. De bedoelingen van president Trump en zijn regering, of ze nu betrekking hebben op Europa, Groenland, Oekraïne of de Gazastrook, kunnen aanleiding geven tot veel berichten op X, die we kunnen betreuren. We moeten echter reageren op tastbare maatregelen, die op dit moment niet erg talrijk zijn.

J'ai demandé à mes services de travailler d'arrache-pied sur comment faire face et redéfinir notre relation avec les États-Unis, tous aspects confondus, le commerce, bien sûr, mais aussi le climat, l'énergie, la diversité, les droits sexuels et reproductifs, le digital, les migrations, l'éthique, la santé, et j'en passe. Ce travail est fait en coordination avec les autres membres du gouvernement et les autres gouvernements du pays. On ne peut pas réagir sur un coup de tête. Ne faisons pas nous-mêmes du Trump en réaction à Trump!

Nous ne devons pas nous arrêter à une posture ébahie, prendre note de chacune des annonces et décisions américaines. Le monde change très vite et nous devons nous montrer proactifs et ne pas seulement agir sur la défensive. Nous devons arrêter la naïveté. Quittons cette posture de victime pour reprendre notre place sur la scène internationale!

We moeten de Europeanen samenbrengen om dit antwoord te bepalen. België moet opnieuw zijn rol als vereniger spelen om een verenigd front te vormen tegenover de nieuwe geopolitieke omwentelingen. We hebben een sterk, veerkrachtig, autonoom en soeverein Europa nodig, dat in staat is de uitdagingen van vandaag en morgen aan te gaan. Dat vereist dat we beter, efficiënter en sneller samenwerken. Een verenigend maar ook assertiever beleid ter verdediging van onze belangen in een wereld waarin de machtsverhoudingen intens zijn, is dan ook precies wat ik sinds mijn aantreden heb gevoerd. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen.

En matière de défense, comme cela a été précisé par le premier ministre, une paix juste, globale et durable en Ukraine ne fera bien sûr pas disparaître la menace russe. Nous devons donc renforcer d'urgence nos capacités industrielles de défense, et nous devons assurer la compétitivité de nos entreprises tous secteurs confondus. Le ministre Clarinval l'a rappelé, nous avons le devoir de protéger nos citoyens et nos entreprises contre ces décisions américaines. Non seulement les protéger, mais agir aussi pour augmenter leur compétitivité.

D atzelfde ambitieniveau moet ons drijven als het gaat om het aangaan van de uitdaging van de klimaattransitie. Ik zal u daaraan ook herinneren wanneer ik mijn beleidsverklaring presenteer, want dat zal een constante zijn in het beleid dat ik plan te voeren.

Dans le même temps, la recherche d'un agenda positif avec la nouvelle administration américaine doit rester notre objectif premier. Nous avons tout à gagner dans un partenariat transatlantique fort. Nous devons rester ouverts aux collaborations avec les autorités américaines sur nos priorités communes en matière de prospérité et de sécurité internationale, notamment. Pensons par exemple à la lutte contre le crime organisé, ou contre les drogues, ou contre les trafics d'êtres humains. J'entends poursuivre les discussions entamées par mon prédécesseur à ce sujet avec le secrétaire d'État Rubio.

La relation de la Belgique avec les États-Unis est la plus importante économiquement hors d'Europe, avec plus de 75 milliards d'échanges par an et des investissements soutenant 250 000 emplois.

Die omwentelingen moeten ons ook uitnodigen om nieuwe bondgenoten te vinden. We moeten partnerschappen op intelligente en consequente manier diversifiëren. Ik dank u.

Kjell Vander Elst:

Bedankt, mijnheer de premier. Ook wij staan aan de kant van Europa en van het vrije Westen. Daarop mag u rekenen.

We moeten dan wel ons deel doen. U hebt niet geantwoord op de vraag hoe we tegen de zomer de 2 % die de NAVO ons oplegt, zullen behalen. U noemt het een sprintje trekken. Ik vrees dat dat niet zal volstaan.

Premier, u hebt een zeer ambitieuze minister van Defensie. Er staan zeer goede zaken op papier, maar het budget moet dan ook wel volgen. We spreken elkaar dus in april tijdens de begrotingsbesprekingen en zullen dan zien of u die woorden zult omzetten in daden.

Patrick Prévot:

Malgré le fait que vous ayez envoyé une armée mexicaine pour me répondre, vous avez scrupuleusement répondu aux questions que je n'avais pas posées.

Monsieur le ministre de l'Économie, en rapport avec la question que j'avais posée concernant la task force , je vous signale qu'il y a eu une action symbolique devant votre SPF en marge d'une réunion sur la politique industrielle. J'espère que vous étiez au courant. Les syndicats et les ONG déploraient le fait qu'ils n'étaient pas invités et que vous aviez choisi quelques entreprises. Ma première demande formelle est que vous les invitiez autour de la table.

Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, il faudra évidemment être beaucoup plus offensifs. Quand on vise 80 % de taux d'emploi – même si personne n'y croit –, il va évidemment falloir mener une politique d'investissements publics beaucoup plus ambitieuse. Le pacte pour une industrie propre s'élève à 100 milliards alors que le rapport Draghi en préconisait 800. Plus que jamais, il faut viser un taux d'investissement public (…)

Voorzitter:

Collega’s, het noemen van een naam volstaat niet om er een persoonlijk feit van te maken.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de premier, u hebt hier geantwoord en u gaat blijkbaar door. Wij zeggen al maanden dat blindelings de Amerikanen volgen Europa kapot zal maken en u gaat daar gewoon mee door. U verstaat niet wat er aan het gebeuren is.

Bien sûr que Poutine est à condamner! Évidemment, il est synonyme de guerre. Poutine, c'est la guerre. Mais le monde libre est-il synonyme de paix? Les bombardements américains au Vietnam, c'est la paix? Les bombardements américains en Libye, en Syrie, c'est la paix? Les bombardements américains en Irak: un million de morts! Un million de morts en Irak, est-ce la paix? Comment peut-on continuer à être aussi naïf?

Vous avez raison, monsieur Prévot. L'Europe doit chercher de nouveaux partenaires. Le Sud global est en train de se réveiller aujourd'hui. Pour la première fois depuis la Deuxième Guerre mondiale, une puissance économique mondiale est en train de se faire dépasser par d'autres puissances du Sud.

Si l'Europe veut survivre, il faut arrêter d'être naïf comme ici aujourd'hui et tendre la main. Une Europe non-alignée doit tendre la main aux pays du Sud pour arrêter d'être naïf et se faire détruire (…)

(De heer Hedebouw maakt zwembewegingen.)

Voorzitter:

Voor het verslag, de heer Hedebouw zwemt terug naar zijn plaats.

Charlotte Deborsu:

En tout cas, Trump est ce qu'il est, mais il aura réalisé un grand exploit aujourd'hui. Réussir à amener la gauche à promouvoir le libre marché et à s'opposer aux taxes douanières, chapeau à lui!

Monsieur le premier ministre, je vous pardonne de ne pas avoir répondu à toutes mes questions, qui étaient peut-être un peu trop précises. Face à cette offensive protectionniste, l'Europe ne peut pas trembler, la Belgique ne peut pas trembler. L'Union européenne a les moyens d'agir et la Belgique doit être à l'avant-garde de cette riposte. Nos entreprises doivent être protégées, nos travailleurs soutenus, notre souveraineté économique défendue et même déployée. Et le meilleur moyen d'y arriver est de mener une réelle stratégie de réindustrialisation de l'Europe, pour plus de souveraineté. L'enjeu est là. Profitons de l'occasion pour enfin nous réveiller. Wake up, Europe!

François De Smet:

Merci pour vos réponses.

Les comparatifs entre MM. Trump et Poutine sont intéressants, parce que je crois qu'ils ont beaucoup de points communs. Ils sont imprévisibles, ils sont dangereux, ils ne respectent que le rapport de force et ils font un pari immodéré sur la faiblesse des Européens. Or, M. Poutine a eu tort, au moins en partie. Les Européens ont été solidaires de l'Ukraine. Nous devons continuer à l'être et nous vous soutiendrons évidemment à ce sujet.

De la même manière, il faut que M. Trump ait tort lorsqu'il parie qu'il peut diviser les Européens, et éventuellement mener des négociations pays par pays. Cela veut dire qu'il ne faudra pas juste répliquer par des droits de douane aussi forts ou par une guerre commerciale. Il faudra surtout devenir aussi forts que les États-Unis et d'autres pays, en termes de recherche et d'innovation, parce qu'il n'y a que dans cette indépendance-là que nous arriverons à ne plus être de simples consommateurs de la mondialisation.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de eerste minister, de samenvatting van uw antwoord was eigenlijk eendracht maakt macht, in België en in Europa. Ik heb u vroeger wel iets anders horen zeggen. Het kan verkeren.

Het klopt natuurlijk wel. Het is in ons aller belang dat we ons nu niet uit elkaar laten spelen en lijdzaam de agressie ondergaan van een man die leeft in zijn eigen realiteit. Het is het moment voor Europa om zelf maatregelen te nemen en te investeren in innovatie, verduurzaming en groene industriële transitie. De groenen geloven in een samenleving waar niet het recht van de sterkste regeert, maar waar iedereen meegetrokken wordt in een partnerschap met een duidelijke koers en humanistische waarden, met een koel hoofd en een warm hart, in Europa, maar ook in ons land.

Wat dat laatste betreft, verdient ook het project van de arizonaregering de nodige verbeteringen, zowel op het vlak van mensbeeld als van onderzoek en investeringen.

Simon Dethier:

Merci, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, pour ces éléments de réponse qui apportent des informations éclairantes quant à l'orientation du gouvernement pour l'avenir.

Préserver la compétitivité des entreprises, c'est permettre aux citoyens, aux commerçants, aux entrepreneurs et aux travailleurs d'exercer leur métier et maintenir l'emploi. Maintenir le cap climatique, c'est veiller à notre avenir aujourd'hui et pour les générations futures. Les changements ne sont jamais faciles à aborder et je tiens à exprimer tout mon soutien et mon respect aux entreprises et aux citoyens qui œuvrent pour développer notre économie, créer des emplois dans un contexte exigeant, instable, incertain et en profond changement. Ne faisons pas du Trump, saisissons les opportunités de la transition climatique pour une économie résiliente et prospère.

Voorzitter:

Je félicite M. Dethier pour sa première intervention.

(Applaus)

(Applaudissements)

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de eerste minister, heren ministers, dank u voor uw zeer stevige antwoorden. Die stemmen mij blij. U ziet volop de ernst van de situatie in. Als cd&v moedigen we u aan opdat België een duidelijke, constructieve rol in de Europese Unie opneemt om een stevig antwoord te formuleren.

Mijnheer de premier, het antwoord mag niet agressief zijn, maar evenmin naïef. Ga voor een slim en assertief Europees antwoord, want onze Belgische export, onze Belgische farmaceutische industrie verdienen dat. We rekenen dus echt op u.

Darya Safai:

Mijnheer de premier, ik ben blij met uw stelling dat wij als Europeanen de rug moeten rechten. Daarom moeten wij, zoals u hebt gezegd, meer investeren in onze defensie. De Europese landen zullen veel meer moeten samenwerken om hun rol in de NAVO te kunnen opnemen. Wij moeten inderdaad Oekraïne blijven steunen. Dat land is immers de poort van Europa. Capitulatie voor een vijand zoals Poetin mag nooit een optie zijn. Voor de N-VA luidt het motto: geen welvaart zonder veiligheid. Samen kunnen wij het aan.

economie en werk

De industrietop in Antwerpen
De industrietop in Antwerpen
De Clean Industrial Deal
Industriële duurzaamheid in Antwerpen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 27 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Europese industrie verkeert in crisis door dalende productie (–9% sinds 2021), hoge energieprijzen, overregulering en globale concurrentie (VS, China), wat leidt tot banenverlies en de-industrialisering. Premier De Wever onderschrijft de Clean Industrial Deal van Von der Leyen (vereenvoudigde regels, lagere energiekosten, innovatie, defensie-industrie) als "stap in de juiste richting", maar benadrukt realisme in klimaatdoelen, kernenergie, minder bureaucratie en Europese samenwerking om concurrentiekracht te herstellen. Kritiek komt van Van Lommel (EU-Green Deal ondermijnt industrie, "wedloop verloren") en Merckx (energieprivatisering faalt, moratorium op sluitingen nodig), terwijl Truyman hoopt op concrete actie om Vlaamse knowhow te behouden. Kernpunt: Europa moet energie-onafhankelijkheid, regeldrukvermindering en strategische investeringen versnellen om niet het "industriële museum" van de wereld te worden.

Lieve Truyman:

Mijnheer de eerste minister, collega's, honderden vertegenwoordigers van de Europese industriesector verzamelden gisteren in de prachtige Antwerpse Handelsbeurs om plannen te smeden om Europa economisch weer op de kaart te zetten. Bijna dag op dag een jaar geleden werd voor het eerst een dergelijke industriële top georganiseerd waarbij 70 CEO's een gezamenlijke verklaring hebben opgesteld met tien aanbevelingen.

Hun oproep was duidelijk: de regeldrift in Europa moet een halt worden toegeroepen, er moet een einde gemaakt worden aan de onsamenhangende regelgeving en overmatige rapportage, alsook moet de grondstoffenzekerheid vergroot en de energie betaalbaar worden.

Von der Leyen heeft gisteren een plan voorgesteld rond vier grote thema's: investeren in innovatie, vereenvoudiging van de administratieve lasten, lagere energieprijzen en het bekampen van de globale concurrentiestrijd. Voor het eerst zou er dus een concreet plan komen om investeringen in de Europese industrie opnieuw in de lift te krijgen en de concurrentiepositie te verstevigen.

Die actie komt geen dag te laat, want de Belgische industrie boert al drie jaar op rij achteruit en ook het aantal werknemers in de industrie neemt af. Minder industrie is minder werkgelegenheid en dus minder welvaart en minder welzijn.

Mijnheer de premier, u was gisteren aanwezig op die top. Wat waren de belangrijkste conclusies? Zult u mee de kar trekken om de Europese economie opnieuw op de kaart te zetten? Welke richting moeten we volgens u uitgaan?

Reccino Van Lommel:

Mijnheer de premier, wie had voor de verkiezingen durven te denken dat u zou meegaan in de naïviteit die de industrie gijzelt in heel Europa, maar ook in Vlaanderen? In uw toespraak haalde u terecht aan dat onze industriële productie ten opzichte van 2021 daalde met maar liefst 9 %. Weet u ook waarom? Omdat de bollebozen in de parlementen vanuit hun ivoren toren niet alleen foute beslissingen nemen, maar ook almaar meer regels opleggen met onhaalbare doelstellingen die maken dat we evolueren richting een industrieel kerkhof.

Dat u gisteren in Antwerpen kon schitteren naast Ursula von der Leyen maakte blijkbaar indruk op de industriële spelers. Nochtans waren zij het die een jaar geleden aan de alarmbel trokken en verwezen naar de hoge energie- en grondstofprijzen voor alle sectoren. Elke dag opnieuw zie ik met de vinger wijzen naar Donald Trump, die de ernst van de zaak echter inziet en zich verzekert van goedkope grondstoffen, iets wat China trouwens al jaren doet, want het koopt alle mijnen op.

U gaat nog steeds mee in het verhaal van een volledig koolstofarme industrie, die door Ursula von der Leyen werd herbevestigd, terwijl alle andere industriële grootmachten lak hebben aan dat fetisjisme. Het resultaat zal zijn dat onze industrie zich volledig uit de markt prijst, wat zich uiteindelijk zal vertalen in minder jobs en minder welvaart, zodat ons land een kneusje zal worden.

Mijnheer de premier, hoe zal dit plan ervoor zorgen dat ons land met behoud van die Green Deal de concurrentie kan aangaan met China, de VS en het Midden-Oosten?

Sofie Merckx:

Mijnheer de eerste minister, het ene bedrijf na het andere sluit in ons land. Vorig jaar ging het onder andere om Van Hool en BelGaN. De chemische industrie doet het eigenlijk ook niet goed en ArcelorMittal investeert niet meer in Europa. Morgen sluit Audi en staan 4.000 mensen op straat. Dat zijn 4.000 sociale drama's. Dat zijn 4.000 mensen die zich zorgen maken over hun toekomst, over hun kinderen.

Het is niet enkel een sociaal drama, het is ook een enorme verspilling. Al die knowhow, al die kennis van die mensen, wordt zomaar in de vuilnisbak gegooid. Er is een echt probleem voor de industriële toekomst van ons land, van Europa. Wat doet de politiek evenwel? Die staat erbij en die kijkt ernaar.

Begin februari kwamen vakbondsleden uit heel Europa bijeen in Brussel om een plan te eisen dat de industrie moet redden. Ze vroegen om een moratorium op de sluiting van essentiële industrieën. Ze vroegen ook dat energie erkend zou worden als een publiek goed, om zo gegarandeerd goedkopere, propere en voldoende energie te krijgen.

Gisteren stelde Ursula von der Leyen de Clean Industrial Deal voor in Antwerpen, een plan om de industrie te redden. Wat wil de Europese Commissie eigenlijk doen? Ze wil de winsten van de energiemultinationals garanderen door ze nog meer staatssteun te geven, in de hoop dat ze zullen investeren. Waarom laten we een cruciale sector als die van de energie in handen van multinationals, als de overheid zelf de risico's moet dekken en we geen enkele garantie hebben dat de nodige investeringen zullen gebeuren?

Als we onze industrie willen redden, mijnheer De Wever, moeten we opnieuw controle krijgen over de energiesector. Waarom zorgt u er niet voor dat er een moratorium komt op het sluiten van essentiële industriële sites? Erkent u dat de hoge energieprijzen de grootste bedreiging vormen voor onze industrie en dat we eigenlijk nood hebben aan echte (…)?

Voorzitter:

Mijnheer de eerste minister, u krijgt vijf minuten om te antwoorden. Hoewel het woord Antwerpen in de vraag vervat is, vraag ik u toch om die spreektijd te respecteren.

Bart De Wever:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn uiterste best doen om de vragen over het belangrijke thema in deze belangrijke stad beknopt te beantwoorden.

Ik kan niet verbergen dat het tot mijn heel grote vreugde was dat de European Industry Summit voor het tweede jaar op rij in Antwerpen in de handelsbeurs heeft plaatsgevonden. U vindt het een prachtige zaal, maar het is meer dan dat. Ze is ook de mother of all stock exchanges , het eerste gebouw in de wereld dat als beurs is gebouwd. Ik zal er niet over uitweiden. Wil u er meer over weten, lees dan Het verhaal van Antwerpen , een bestseller die nog altijd in de boekhandel te verkrijgen is, maar dat geheel terzijde.

Wat mij nog blijer maakte, is dat de zaal echt bomvol zat, nog veel meer dan in 2024, met veel meer deelnemende bedrijven uit alle mogelijk denkbare sectoren. Ook mevrouw von der Leyen, die had beloofd terug te komen, was er en zei onmiddellijk dat zij in 2026 zou terugkomen om een antwoord te geven op de concrete vragen die er waren gesteld over haar Clean Industrial Deal.

We mogen dus trots zijn dat we nu een gastland zijn van een van de belangrijkste economische bijeenkomsten van de industrie wereldwijd. Het is dus gepast om de toenmalige burgemeester van Antwerpen te bedanken, omdat hij daartoe het initiatief heeft genomen. Visionair lokaal leiderschap is heel erg belangrijk.

Dat urgente maatregelen nodig zijn voor de industrie lijkt mij zonneklaar. De industriële productie is in dit land sinds 2021 met 9 % gedaald. Mijnheer Van Lommel, er is dus inderdaad wel enige reden om kritisch te zijn. Die kritiek is vaak terecht, maar mag geen doemdenken worden. U moet niks, maar iedere normale mens zal erkennen dat de Clean Industry Deal van de Europese Commissie alvast wel degelijk een stap in de juiste richting is.

Ik heb de Commissievoorzitster op het hart gedrukt dat continuing efforts uiteraard noodzakelijk zijn en zeker ook concretisering. Dat was ook de reactie van de meeste sectoren daar aanwezig.

Het mooiste compliment dat zij echter heeft gekregen, is dat een aantal sectoren zich afvroegen waarom ze niet geïmpliceerd zijn in haar nieuwe deal. In 2024 zouden de meeste sectoren hebben aangegeven dat zij integendeel graag van het Europese beleid zouden zijn vrijgesteld. Dat is het mooiste compliment en het mooiste bewijs dat het de juiste richting uitgaat.

Mevrouw Merckx, ik heb voor ons land aan een aantal prioriteiten uiting gegeven. Dat is niet de uitvoering van een communistisch programma, maar dat zijn de punten die wij belangrijk achten.

Dat is, ten eerste, een verstandig energiebeleid zonder dogma’s inzake bevoorrading, waarbij kernenergie opnieuw een volwaardige plaats kan innemen in de energiemix. Ik ben ervan overtuigd dat dit de juiste weg is. Ik ben bijzonder verheugd dat de toekomstige Bundeskanzler Merz in Duitsland heeft aangegeven in dezelfde richting te willen gaan. Daarnaast moeten er uiteraard maatregelen komen om de energie-intensieve bedrijven te vrijwaren van onhaalbare prijzen. We gaan alvast in ons federaal regeerakkoord aan de slag met beide elementen.

Ik heb in een adem ook de nood uitgesproken – mijnheer Van Lommel, dat zult u graag horen – aan meer realisme inzake de Europese regelgeving, en in het bijzonder de klimaatregelgeving.

Het tweede punt gaat over minder complexe regelgeving. Twee jaar geleden was ik bij BASF in Ludwigshafen en zag ik de duizenden pagina’s waaraan de petrochemische industrie moet voldoen op vraag van Europa. Dat gebeurt zonder twijfel met goede intenties, maar wat heeft men aan regelgeving als er op den duur niemand meer overblijft om aan die regels te voldoen?

Die boodschap is ook in Europa doorgedrongen. Dat uitte zich al heel concreet in de deregulering, zeker voor kmo's, die mevrouw Von der Leyen heeft voorgesteld. Het is op dat spoor dat ons regeerakkoord verdergaat, en ook dat van de deelstaten in dit land, die ter zake belangrijke bevoegdheden hebben.

Wat het derde punt betreft, de versterkte interne markt, is er een subsidierace bezig tussen de Europese landen. Dat is dom, want elke investering die landt in Europa is een goede investering. Zeker in tijden waar handelsoorlogen dreigen, moeten we dat onszelf niet aandoen.

Het vierde punt is werk maken van een Europese defensie-industrie.

Dat zijn de vier belangrijke punten, waarbij het laatste punt duidelijk is gezien de vorige vraagstelling. Meer investeren in defensie moet verstandig gebeuren: samen, Europees, via een eenmaking van de markten, met meer rendement voor ons geld alsook meer rendement bij de aankooppolitiek die we gezamenlijk moeten voeren.

Tot slot moeten we specifiek werk maken van een competitief beleid inzake loonkosten, want op dat vlak scoort België zeer slecht. Het regeerakkoord voorziet daarvoor in oplossingen, onder andere door lagere lasten op arbeid.

Van nature ben ik geen optimist, maar ik vond dat er gisteren een kritisch optimistische sfeer hing, die ik graag deel. We zijn als Europa niet gedoemd om het museum te worden waar de rest van de wereld komt kijken naar de roem van ons verleden. Indien we de juiste maatregelen nemen, hebben we alle kansen om de industrie van morgen hier een toekomst te geven.

Lieve Truyman:

Bedankt, premier. Ik ben zeer tevreden dat u onze industrie prioritair acht. Voor de Vlaamse welvaart is het namelijk cruciaal dat er blijvend geïnvesteerd wordt in innovatie. Er is hier heel veel knowhow aanwezig en die moeten we maximaal behouden en verder faciliteren. Dit plan is alvast een eerste stap in de goede richting. Nu is het echter tijd voor concrete acties, zowel op Europees niveau als ook hier in België, in Vlaanderen en uiteraard ook in de andere regio's. Ik heb er alvast alle vertrouwen in dat u hieraan de nodige aandacht zal schenken, zodat onze industrie weer zal bloeien.

Voorzitter:

Ook mevrouw Truyman heeft haar eerste parlementaire vraag gesteld in het vragenuurtje.

(Applaus)

(Applaudissements)

Reccino Van Lommel:

Premier, u hoort aan die Europese tafel de belangen te behartigen van onze Vlaamse industrie, die in enkele jaren tijd met 9 % is gekrompen, onze Vlaamse werknemers en hun welvaart. U blijft echter volledig meegaan in de Europese Green Deal, terwijl het Midden-Oosten, China en de VS wel opkomen voor hun industrie en welvaart. Er is een wedloop aan de gang en die dreigen we definitief te verliezen.

Eén ding is alvast duidelijk: u staat niet aan de kant van onze industrie. Sinds u premier bent, bent u helemaal opgegaan in het systeem. Zolang de EU hier de wetten blijft bepalen en u daar niet tegenin gaat, kunnen we onze industrie en dus ook onze welvaart niet redden. We hebben niet meer EU nodig, premier, wel een herindustrialisering van Vlaanderen.

Sofie Merckx:

Mijnheer de premier, u zegt dat u een beetje enthousiast was. Heel enthousiast vond ik u toch niet, maar ik ken u nog niet zo goed. Ik ben alleszins helemaal niet enthousiast. Ik denk dat dit industrieel plan een doekje voor het bloeden is dat het bloeden niet gaat stoppen. We moeten ervoor zorgen dat de bedrijven niet meer uit ons land wegtrekken. Over energie zegt u alleen dat we kernenergie nodig hebben, maar dat is niet het enige probleem. Het probleem is niet welke energie we hebben, maar in welke handen die energie zit. Wat is de les uit de liberalisering van de energiemarkt? Zijn we minder afhankelijk van het buitenland geworden? Neen, we zijn meer afhankelijk geworden van het buitenland. Hebben we lagere prijzen gekregen? Neen, we hebben hogere prijzen gekregen. Met al die kleine maatregelen van vandaag is energie in Europa zeven keer duurder dan in de Verenigde Staten.

mobiliteit en transport

De 9-daagse spoorstaking
De stakingen bij de spoorwegen
De stand van zaken met betrekking tot de 9-daagse spoorstaking
De spoorstakingen
Spoorstakingen van 9 dagen

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 27 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De langdurige spoorstakingen (tot 29 dagen, mogelijk tot juli) van vakbonden—met name kleinere, radicale groepen—lamleggen het openbaar vervoer, met enorme gevolgen voor pendelaars, studenten en het spoorpersoneel dat *wel* wil werken, terwijl de NMBS en regering in gebreke blijven om de crisis op te lossen. De kern van het conflict ligt in onrust over pensioenhervormingen, het HR-statuut en arizonaplannen, waarbij vakbonden hun privileges verdedigen en de regering te traag of onvoldoende communiceert—ondanks tweewekelijks overleg met de grootste bonden (CSC, CGSP). Alternatieve diensten functioneren slecht: treinen vallen uit, reizigers staan uren in de kou, en regio’s raken geheel geïsoleerd. Critici (o.a. CD&V, N-VA) eisen dringend resultaat: concrete compensatie (bv. abonnementsverlenging), breder overleg (ook met kleine vakbonden) en duidelijke regeringstegenmaatregelen om de continuïteit van de spoordienst te garanderen, in plaats van louter symbolische dialoog. De sociale en economische schade dreigt tot diep in 2024 door te woeden zonder ingrijpen.

Tine Gielis:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene vakbond staakt 9 dagen. De andere vakbond staakt 29 dagen. Dames en heren, wie biedt er meer? Het lijkt wel een stakingsopbod. De vraag die we ons hierbij moeten stellen, is hoever dit staat van de dagelijkse realiteit van de treinreiziger. De impact van al die acties op de treinreizigers, de pendelaars, de studenten en de senioren is gigantisch. De staking is volstrekt onverantwoord volgens de cd&v-fractie.

Mijnheer de minister, ik hoop dat uw collega in zijn overleg met de bonden heel duidelijk maakt dat die acties onaanvaardbaar zijn. Ze schaden niet alleen de reizigers, maar ook het vertrouwen in ons openbaar vervoer. Want wie is naast de reizigers ook de dupe? Laten we dat niet vergeten. Dat zijn de vele spoorwegmensen die wel willen werken, die elke dag met veel passie hun job doen, maar die ook aangeven dat het niet altijd evident is om langer te werken. Daarvoor moeten we ook begrip hebben. Sterker nog, we moeten hen daarbij helpen.

Iedereen weet dat er hervormingen nodig zijn. We moeten de mensen geen blaasjes wijs maken, we mogen dat niet ontkennen. Het is dus tijd om in gesprek te gaan en samen te zoeken hoe we kunnen zorgen voor een deftig pensioen enerzijds en tegelijkertijd het werk werkbaar kunnen houden anderzijds. Maar zorg er alstublieft voor dat de reizigers niet langer in de kou staan of het slachtoffer zijn.

Mijnheer de minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat de mensen op hun werk geraken de komende dagen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat onze spoormensen hun werk kunnen blijven doen?

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, elke dag worden honderdduizenden reizigers geraakt door de spoorstakingen: werknemers raken niet op tijd op hun werk, studenten missen lessen, een fijn weekenduitstapje blijkt ineens moeilijk te plannen. Dat is een drama voor de spoorwegen en voor de reizigers. De pendelaars zitten ook met de handen in het haar. Ik heb het zelf ook mogen ervaren. Het is niet zo praktisch om negen dagen lang maar een dag op voorhand zijn rit van een dag later te kunnen plannen.

Als die trein dan komt, dan heeft men geluk, want vaak wordt hij een kwartier voor aankomst toch nog geannuleerd. Eigenlijk valt dat dan nog mee, want er zijn ook delen van het land, zoals de Antwerpse Kempen, West-Vlaanderen en Limburg, van waaruit mensen er helemaal niet meer geraken met de trein.

We mogen echter niet vergeten dat er een reden is waarom er gestaakt wordt. Die stakingen komen niet uit de lucht vallen. Het spoorpersoneel is ongerust over uw plannen met hun pensioen en met hun personeelsstatuut. De onrust is groot, want er lijken de komende maanden nog verschillende stakingsdagen aan te komen. Mijn oproep is dan ook om de staking als een alarmsignaal te zien, want de NMBS moest haar vervoersplan al terugschroeven wegens te weinig personeel. Het is toch overduidelijk dat de stakingen ook duidelijk maken dat de huidige plannen het treinberoep nog minder aantrekkelijk maken, net op een moment dat we meer treinbestuurders nodig hebben.

Vorige week verweet de minister de kleine vakbonden actie te voeren zonder te overleggen. Zijn er ondertussen wel al gesprekken geweest of zijn die gepland? Hoe staat de regering tegenover compenserende maatregelen voor de treinreizigers? Kan het abonnement worden verlengd voor de periode van de stakingen? Tot slot, hoe gaat u ervoor zorgen dat de besparingen (…)

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Aerts.

Dorien Cuylaerts:

Ik sta hier voor de zesde keer dit jaar met een vraag over het spoor. Toevallig is het vandaag de zesde dag van de fameuze negendaagse spoorstaking. U zou zich kunnen afvragen waar ik nog inspiratie haal voor een vraag. Wel, die kleine vakbonden inspireren mij. Ze hebben het toch mooi voor mekaar. Ze maken een compleet zootje van het spoorverkeer, omdat ze het niet eens zijn met de plannen van een democratisch verkozen regering. Ze willen vooral hun onverdedigbaar geworden privileges behouden.

Iedereen kent het resultaat: pendelaars, studenten en andere reizigers geraken niet op hun bestemming. Als zij toch een trein vinden, hebben ze geluk dat ze op die trein geraken, al zitten ze dan op elkaar gepakt als sardienen in een blik. Dat is onaanvaardbaar, we kunnen dat niet langer pikken.

Mijnheer de minister, naast de reizigers is er nog een andere groep die van die situatie de dupe is, met name het spoorwegpersoneel dat er wel voor kiest om te werken. Die personeelsleden krijgen deze dagen alle frustraties en alle klachten over zich heen, terwijl net zij de schade proberen te beperken.

Hoe lang kunnen de vakbonden nog staken zonder rekening te houden met de reizigers? Hoe lang kunnen ze dat volhouden zonder rekening te houden met hun collega’s die ook dupe zijn van de staking?

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, dank u om uw collega Crucke, de minister van Mobiliteit, te vervangen. Ik twijfelde om deze vraag vandaag te stellen, want ik had ze heel graag aan minister Crucke zelf gesteld, maar gezien de spoorellende van de voorbije dagen stel ik ze toch aan u. Het is te belangrijk.

Vorige week ondervroeg ik minister Crucke over de spoorstaking aan de vooravond van de negendaagse spoorstaking. Vandaag is het de zesde dag en heeft de staking al voor veel ellende gezorgd. Er zijn nog veel meer acties door de grote spoorvakbonden aangekondigd, die zelfs tot juli zouden duren. We staan dus door een lange periode van sociale onrust. Er wordt nu zelfs gesproken over een zeer lange staking. Het is duidelijk dat de treinreiziger daarvan het slachtoffer zal worden.

De acties komen er uit onrust over wat men leest over het spoor in de arizonaplannen en het regeerakkoord. Er is dus niemand beter geschikt dan een minister van de arizonaregering om die onrust bij het spoorpersoneel weg te nemen. Ik heb minister Crucke verleden week gevraagd om alles uit de kast te halen om de onrust weg te nemen, zodat de lopende acties mogelijk zouden kunnen worden ingekort of andere aangekondigde acties worden opgeschort.

Mijn vraag is eenvoudig. Wat is er sinds vorige week gebeurd? Is er overleg geweest en met welk resultaat? Ik zie er tot op heden geen, maar is er resultaat? Wat is er gebeurd? Wat mogen we nog verwachten? Op welke manier gaat men ervoor zorgen dat de treinreiziger niet tot juli gegijzeld blijft?

Maxime Prévot:

Mijnheer de voorzitter, geachte Kamerleden, het stakingsrecht is een grondrecht in onze democratie, maar het moet worden uitgeoefend in het kader dat zowel de sociale dialoog als de continuïteit van de openbare diensten respecteert. De negendaagse staking die momenteel de spoorwegsector treft, heeft veel reacties en vragen opgeroepen, met name over de motivatie en de impact ervan op de gebruikers en de economie van het land.

Ik wil u eraan herinneren dat de NMBS en Infrabel autonome overheidsbedrijven zijn. De sociale dialoog binnen die bedrijven is hun verantwoordelijkheid en die van de representatieve vakbonden. Niettemin heeft Jean-Luc Crucke als federale minister van Mobiliteit het initiatief genomen om een regelmatige dialoog te onderhouden met de vertegenwoordigers van het spoorwegpersoneel. Sinds het begin van deze legislatuur heeft hij tweewekelijks vergaderingen georganiseerd met de twee belangrijkste vakbondsorganisaties in de sector, de CSC en de CGSP, om een constante en constructieve uitwisseling te garanderen. Die periodiciteit maakt het mogelijk om een doeltreffende opvolging van de bezorgdheden van het personeel te garanderen en te voorkomen dat spanningen escaleren door een gebrek aan dialoog.

Het is belangrijk op te merken dat die twee vakbonden de geldende procedures hebben gerespecteerd. Ze hebben kennisgevingen ingediend en deelgenomen aan de besprekingen waaruit de bereidheid tot overleg blijkt. Daartegenover hebben andere vakbondsorganisaties, van minderheden, gekozen voor een radicalere oppositiestrategie die zelfs zo ver gaat dat ze het hele spoorwegnet blokkeert. Een dergelijke houding is onaanvaardbaar. Het stakingsrecht mag geen instrument worden van totale blokkade van het land, vooral niet wanneer het wordt uitgeoefend door een minderheid die zeker niet alle spoorwegarbeiders vertegenwoordigt.

De eisen van de vakbond gaan veel verder dan het kader van mobiliteit. Ze hebben betrekking op bredere kwesties, zoals de hervorming van de pensioenen, de reorganisatie van HR Rail of de toekomst van de sociale dialoog in overheidsbedrijven. Die vragen zijn van belang voor de federale overheid in zijn geheel en er zijn besprekingen gaande om evenwichtige antwoorden te geven.

Het regeerakkoord voorziet in hervormingen die op een verantwoorde manier en in overleg worden doorgevoerd. De minister van Mobiliteit verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat de veranderingen worden doorgevoerd met respect voor de werknemers en de continuïteit van de openbare spoorwegdienst.

Om de impact van de staking op de gebruikers te beperken, werd een alternatieve spoordienst opgezet. De NMBS past haar reisplanner dagelijks aan in functie van de beschikbaarheid van het personeel. Passagiers worden uitgenodigd om die informatie te raadplegen om hun reizen zo goed mogelijk te organiseren.

De regering blijft openstaan voor dialoog en zal ervoor zorgen dat de genomen beslissingen zowel de toekomst van het spoor in België verzekeren als het begrotingsevenwicht van het land vrijwaren. Het is van essentieel belang dat alle belanghebbenden hun verantwoordelijkheid nemen en de voorkeur geven aan overleg in plaats van confrontatie. Het is in die geest dat we het werk dat we zijn begonnen, zullen voortzetten.

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

Ik ben blij te vernemen dat uw collega, minister Crucke, kiest voor de dialoog en niet voor de blokkade, en er effectief mee aan de slag gaat, in samenspraak met de NMBS, om zekerheid te bieden aan de pendelaars. Het kan echt niet langer dat werkende mensen op deze manier gegijzeld worden.

Ik hoop dat uw collega-minister het vertrouwen van de pendelaars kan terugwinnen en dat we dergelijke situaties de komende jaren kunnen vermijden. Het spoorpersoneel moet gewaardeerd worden, maar dat geldt ook voor de pendelaars.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, het spoor heeft stabiliteit nodig: zekerheid voor het personeel en voor de treinreizigers. Zonder die stabiliteit zullen stakingen en personeelstekorten hand in hand blijven gaan en elkaar blijven versterken.

In naam van uw collega verwijst u naar de structuur van de NMBS om te zeggen dat het eigenlijk niet aan u is om te overleggen, maar aan de NMBS. Collega’s, we mogen echter niet vergeten dat deze staking niet gericht is tegen de NMBS, maar tegen de beslissing van de arizonaregering. Het is normaal dat de minister zijn verantwoordelijkheid neemt. Wat mij betreft, mag hij die verantwoordelijkheid ruimer nemen, niet enkel met de twee grootste spoorwegvakbonden, maar ook met de andere spoorwegvakbonden. Enkel via overleg kunnen we ervoor zorgen dat die mensen misschien gerustgesteld kunnen worden. Dat zal cruciaal zijn.

Ik begrijp dat mensen ongerust zijn, want op dit moment gaan zowel het personeel als het budget van de NMBS erop achteruit. Voor de rest blijft het een groot vraagteken waar de huidige regering naartoe wil.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoorde onlangs nog de woordvoerder van de OVS in een interview met ATV zeggen dat hij een bondgenoot is en bruggen wil bouwen, dus in dialoog wil gaan. De manier waarop deze asociale actie georganiseerd is, zorgt er echter voor dat de dienstverlening maximaal geïmpacteerd wordt, waardoor niet alleen de reizigers de dupe zijn, maar ook het spoorpersoneel dat wel wil werken en ervoor kiest om de reiziger niet in de steek te laten.

Zaterdag is het complimentendag en onze fractie wil het spoorpersoneel dat blijft doorwerken en zich elke dag inzet voor de treinreiziger een dikke pluim geven. Wij danken hen omdat zij de reiziger niet in de kou laten staan. Zij verdienen oprecht een compliment.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoor u graag zeggen dat u tweewekelijks overleg pleegt met het spoorpersoneel, maar het is het resultaat dat mij interesseert. Ik stel vast dat er de afgelopen dagen, ondanks de minimale dienstverlening, heel veel problemen waren. Een aantal treinen rijdt niet en de reizigers wachten met velen op een andere trein. In Leuven bijvoorbeeld stonden mensen zes rijen dik op het perron te wachten op een trein die al overvol zat. Mensen geraken vanuit Limburg met de trein tot in Brussel, maar zien dan dat er geen enkele trein meer terugrijdt naar hun vertrekstation. Die mensen staan letterlijk in de kou. Dat zijn onaanvaardbare toestanden. De treinreiziger heeft niets aan al die discussies tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel, maar wil zijn trein kunnen nemen. Ik herhaal mijn oproep van vorige week. Ga aan de slag, ga opnieuw in overleg en neem de onrust weg, zodat de treinreizigers geholpen worden.

gezondheid en welzijn

De modaliteiten van het ziektepensioen

Gesteld door

N-VA Eva Demesmaeker

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 27 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Eva Demesmaeker kaart aan dat jonge ambtenaren zoals Wendy (25) te snel en definitief in ziektepensioen worden geduwd, terwijl ze elders nog inzetbaar zijn, en vraagt om hergebruik van hun talenten in plaats van afschrijving. Minister Jambon erkent het structurele probleem (ziektekapitaal + vervroegd pensioen) en kondigt een stop op nieuwe ziektepensioenen vanaf 2026 aan, met focus op re-integratie en werkbaar werk om het systeem uit te faseren. Demesmaeker onderschrijft de noodzaak om talent niet te verspillen en zieke ambtenaren te beschermen *zonder* hen in een "gouden kooi" te duwen. De hervorming moet vergrijzing en vacatures aanpakken door actieve re-integratie in plaats van passieve uitsluiting.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, collega’s, vandaag lezen we in de krant het verhaal van Wendy. Zij kon na een driedubbele enkelbreuk niet meer lopen, had geen toekomst meer bij het leger en werd op 25-jarige leeftijd met pensioen gestuurd. Wendy’s verhaal is geen alleenstaand geval, maar weinige halen de pers. Het vereist immers veel moed om het ziektepensioen in te wisselen voor een nieuwe job buiten de ambtenarij. De recentste cijfers vermelden 87.000 ziektepensioenen. Dat betreft echt niet louter 55-plussers, want er zitten ook zeer veel jonge mensen bij zoals Wendy. Zo’n 126 jonge mensen, geboren in 1990 of later, die dus nog maar aan het begin van hun loopbaan als ambtenaar stonden, werden al gedumpt in het pensioenstelsel.

Mijnheer de minister, dat men werknemers voortijdig definitief afschrijft voor de arbeidsmarkt omdat ze één specifieke job niet meer kunnen uitvoeren, men houdt het niet voor mogelijk, maar het gebeurt nog steeds. We hebben meer Wendy’s, meer mensen nodig die zich niet uit de arbeidsmarkt laten wegduwen, maar die hun talenten gebruiken en opnieuw aan de slag gaan in een andere job. Wendy kan misschien geen militair meer zijn, maar dat betekent niet dat zij niet de kwaliteiten heeft om in een andere job uit te blinken en om daar opnieuw sociale contacten op te bouwen. Zo zijn er velen in onze arbeidsmarkt. We moeten er goed over nadenken of we hen blijven afschrijven voor de vele openstaande vacatures waarvoor hun medische situatie geen obstakel vormt.

Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat we in de komende jaren zulke verhalen niet meer in de krant hoeven te lezen?

Jan Jambon:

Mevrouw Demesmaeker, bedankt voor uw vraag. Het schrijnende geval dat u met ons deelt, is jammer genoeg geen uniek geval. Heel wat jonge ambtenaren worden op die manier op non-actief gesteld. Het systeem waar u over spreekt, hangt samen met het systeem van het ziektekapitaal waarin statutaire ambtenaren het recht hebben om een aantal ziektedagen per jaar op te sparen. Door die dagen op te sparen, kunnen ambtenaren 600 dagen voor hun eigenlijk pensioen al vervroegd met pensioen gaan.

In het geval dat men langdurig ziek is en nog niet voldoende dagen heeft opgespaard, dan kan de werkgever na beraadslaging in een commissie de betreffende ambtenaar op ziektepensioen stellen. Soms gaat dat om heel jonge ambtenaren. Die twee systemen samen vormen een absolute aberratie. Dat was het geval van Wendy. Zij werd op een zeer jonge leeftijd al opgesloten in een zeer laag pensioen.

De vorige federale regering – dat moeten we meegeven – heeft reeds een stap gezet met de omvorming van het definitieve ziektepensioen naar tijdelijke arbeidsongeschiktheid voor ambtenaren. Omdat die regeling nog altijd kan resulteren in een ziekteverlof tot aan het pensioen, zijn we van plan om het grondig te hervormen.

In het nieuwe regeerakkoord zetten we inderdaad een stap verder. Vanaf begin 2026 wordt de instroom in het ziektepensioen van statutaire ambtenaren stopgezet, zodat het stelsel op termijn volledig uitdooft, zowel op federaal en op regionaal als op lokaal niveau. Zo zal het niet langer mogelijk zijn om langdurig zieke ambtenaren in de vergeetput van de ziektepensioenen te dumpen.

Met die hervorming worden alle betrokken overheden voor hun verantwoordelijkheid geplaatst om eerst en vooral te zorgen voor werkbaar werk, maar ook voor de re-integratie van langdurig zieke ambtenaren.

Eva Demesmaeker:

Dank u voor uw zeer duidelijk antwoord, mijnheer de minister. Het mag inderdaad niet dat een ambtenaar wegens een gebrek volledig wordt afgeschreven. Ik onthoud ook dat we de betrokkenen op de arbeidsmarkt moeten re-integreren en wie echt ziek is, blijven beschermen. We mogen geen talent verloren laten gaan. In deze tijd, met een toenemende vergrijzing, is het niet meer te verantwoorden is dat we ambtenaren op dertigjarige leeftijd al met pensioen sturen. We laten degenen die echt ziek zijn, niet in de steek, maar de vele ambtenaren met zovele talenten steken we evenmin in een gouden kooi. We knippen hun de vleugels niet af en houden hen niet klein. Een kooi is immers een strop voor de betrokkenen en het is moeilijk daaraan te ontsnappen. Wij moeten daarentegen de door u aangegeven weg bewandelen. Laten we dat samen met de arizonaregering doen.

gezondheid en welzijn

De bijeenroeping van de Nationale Veiligheidsraad n.a.v. het drugsgeweld in Brussel
Het regeringsbeleid in het licht van de onveiligheid en de drugshandel in Brussel
De schrijnende situatie in Brussel
De nood aan een gecoördineerde actie tegen het toenemende drugsgeweld in Anderlecht
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Het toenemende drugsgeweld in Brussel
De impasse in Brussel
De war on drugs
Het toenemende drugsgeweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Brusselse drugsgeweld en onveiligheid

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 20 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De dramatische drugsoorlog in Brussel, met meerdere dodelijke schietpartijen in twee weken, domineert het debat, waarbij structurele onderfinanciering van politie en justitie (100 ontbrekende onderzoekers, verouderd materieel) en gebrek aan coördinatie tussen lokale, federale en Europese niveaus centraal staan. Premier De Wever belooft een integrale aanpak (van productie tot straatdealers, geldstromen en wapenhandel) via bestaande regeerakkoordplannen (o.a. fusie Brusselse politiezones, Kanaalplan, Stroomplan 2.0), maar critici – waaronder procureurs, politievakbonden en oppositie – wijzen op jarenlange bezuinigingen (MR/N-VA) en eisen concrete middelen nu (meer gespecialiseerde eenheden, betere loon- en werkomstandigheden, sociale preventie). Polarisatie heerst: repressieve partijen (N-VA, Vlaams Belang) pleiten voor hard optreden (legerinzet, razzia’s, strengere straffen), terwijl linkse stemmen (PTB, Vooruit) sociaaleconomische oplossingen (jeugdwerk, armoedebestrijding, alternatieven voor dealers) en langetermijninvesteringen in justitie/politie benadrukken. Brusselse politieke verantwoordelijken (o.a. PS) worden mede schuldig bevonden door nalatigheid (openbare drugspanden, gebrek aan lokale samenwerking), maar federale regeringspartijen ontlopen hun eigen verantwoordelijkheid voor chronisch onderbeleid niet. Uiteindelijk blijft de vraag: wie voert de regie? – met oproepen tot eenheid (Arizona-coalitie) die botsen op wederzijds wantrouwen en partijpolitieke schuldvragen.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de premier, de toestand in Brussel is dramatisch. Ik heb het dan niet enkel over de politieke impasse, maar vooral over de drugsoorlog die volledig uit de hand aan het lopen is. Criminelen lopen rond met oorlogswapens en drugsdealers promoten hun koopwaar publiek.

Voor het geval dat u het nieuws misschien niet zou hebben gevolgd de afgelopen weken, geef ik u even een lijstje mee. Op 5 februari waren er schietpartijen in de Weidestraat en aan metrostation Clemenceau. Op 6 februari was er opnieuw een schietpartij aan Clemenceau met een gewonde. Op 7 februari was er een nieuwe schietpartij in de Peterboswijk met een dodelijk slachtoffer. Op 15 februari was er weer een schietpartij aan metrostation Clemenceau met opnieuw een dodelijk slachtoffer. Op 16 februari was er een schietpartij aan metrostation Sint-Guido en op 18 februari was er een bij een transportbedrijf in Anderlecht. Op 19 februari werden er nog meer aanslagen en schietpartijen aangekondigd via Snapchat.

Ik voeg daar de reacties aan toe van de mensen op het terrein, die moeten instaan voor onze veiligheid. De reacties komen zowel van mensen van Justitie als van de politie. Ik citeer de procureur des Konings, Julien Moinil: "Het is rampzalig. Het is tijd om wakker te worden. De lokale politiezone Zuid moet nu het onderzoek doen met beperkte middelen terwijl er oorlogswapens worden gebruikt." Ik citeer nu de politievakbonden: "De politie is de afgelopen jaren veel te veel verwaarloosd." De korpschef van Brussel-Zuid, Jurgen De Landsheer, voegt eraan toe: "De oplossing kan niet enkel bij de politie liggen."

De hamvraag vandaag is: waar blijft deze regering? Ik kwam niet verder dan wat wollige uitspraken van de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Ik citeer: "We zullen de maatregelen die reeds zijn voege zijn herbekijken, om te zien welke maatregelen eventueel moeten worden versterkt." Mijnheer de premier, waar bent u? Waarom ziet u de ernst van de situatie niet in? Waarom hebt u (…)

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, les Bruxelloises et les Bruxellois sont inquiets, très inquiets! Et moi aussi. On tire dans la rue, on tire à proximité des stations de métro, on tire sur des maisons, et la réponse de votre gouvernement, c'est plus de police. Or vos solutions ne fonctionnent pas. Les fusillades continuent, alors que la police est omniprésente. Nos enfants restent en danger parce que vous ne vous attaquez pas aux réels problèmes, aux véritables causes, et cette situation ne peut plus durer.

Comment en sommes-nous arrivés là, monsieur le premier ministre? J'ai une devinette pour vous. Qui a dit: "ll n'y a pas assez d'enquêteurs, pas assez de policiers de proximité, pas assez de ressources pour la justice, et il y en a marre des effets d'annonce"? Ce n'est pas moi, ce n'est pas un gauchiste, mais il s'agit du procureur du Roi de Bruxelles. Et, comme lui, j'en ai marre des effets d'annonce de la droite.

Encore aujourd'hui, nous payons les conséquences des coupes du gouvernement MR-N-VA dans la justice et dans la police. Rien qu'à Bruxelles, il manque au moins 100 enquêteurs pour la police judiciaire. La police locale, qui connaît le quartier, qui a la confiance du quartier, manque aussi de soutien. Vous avez aussi affaibli les douanes: Anvers, Zaventem, Bierset n'ont plus les moyens humains ou les moyens techniques pour faire face à l'afflux de marchandises illégales.

À Bruxelles, nous subissons les conséquences directes de ce trafic. La précarité alimente la criminalité, en laissant le terrain libre aux narcotrafiquants. Sans perspectives, certains jeunes tombent dans ces réseaux par défaut. Il faut leur offrir des opportunités, il faut leur offrir des perspectives pour lutter contre la misère, le décrochage et l'abandon. La sécurité de toutes et tous est nécessaire et elle exige une réponse forte, une réponse durable; et non des opérations éphémères ou des effets d'annonce.

Alors, monsieur le premier ministre, quelle est votre stratégie à long terme? Allez-vous renforcer la prévention, soutenir les associations, investir dans la santé mentale et les services sociaux pour couper l'herbe sous le pied aux trafiquants?

Allez-vous donner à la police et à la justice plus de moyens pour agir sur le long terme?

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, ik moet er geen tekening bij maken, u hebt de beelden gezien. We hebben allemaal de beelden gezien en die zijn schrijnend. We zagen een man met een kalasjnikov in het Brusselse metrostation Clemenceau.

De voorbije jaren trok u terecht hard aan de alarmbel in Antwerpen. U weet als geen ander wat de impact is van drugsgeweld op wijken, op een stad en op de bewoners. Toen Antwerpen in brand stond, naar aanleiding van één dode, heeft de vorige federale regering onmiddellijk overleg gepleegd met u. Ze heeft alles op alles gezet. Er was onmiddellijk overleg. Wat is er gebeurd? De Nationale Veiligheidsraad kwam samen. De federale politie in Antwerpen werd versterkt met 100 agenten. De scheepvaartpolitie ging van 90 naar 215 agenten. Het parket en de correctionele rechtbank in Antwerpen werden versterkt. We hebben de haven extra beveiligd, met meer controles en meer boots on the ground. Er is een nationale drugscommissaris aangesteld, naar aanleiding van één dode. Dat was ook het juiste om te doen.

Nu zien we zeven schietpartijen en twee dodelijke slachtoffers. Als burgemeester – u weet hoe nauw Antwerpen mij aan het hart ligt – had u gelijk. U verwachtte snelle en kordate actie. Brussel en de rand verwachten dat van u vandaag, als premier. Dat geweld is immers een olievlek. Mijnheer de premier, we hebben u echter niet gezien, we hebben u niet gehoord.

U verwees twee jaar geleden naar het contrast tussen de middelen voor Antwerpen en voor Brussel. U vroeg meer middelen omdat Antwerpen met een crisissituatie kampte. Gaat u vandaag dezelfde logica toepassen voor Brussel? Wat gaat u concreet doen? Er waren zeven schietpartijen, met twee doden, mijnheer de premier.

Brent Meuleman:

Het ene moment loop je rustig naar je vaste metrohalte, kind aan de hand, klaar om aan de dag te beginnen, het volgende moment ben je terechtgekomen in een oorlogszone. Gelach wordt gegil. Dat is niet ver van ons gebeurd, niet lang geleden, hier vlakbij in Brussel.

Mijnheer de eerste minister, het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. In het afgelopen jaar hebben er meer dan 80 schietincidenten plaatsgevonden. Het drugsgeweld word almaar driester, almaar bloediger. Executies op straat, kalasjnikovs die kogels afschieten.

Dat kan niet meer, mijnheer de eerste minister! De mensen verwachten van ons dat er opgetreden wordt. Als het zo fout gaat, stellen we ons de vraag wat we hieraan gaan doen. Gaan we de lokale besturen met de vinger wijzen, zoals minister Verlinden gedaan heeft in de afgelopen week, of gaan we de verantwoordelijkheid opnemen die we kunnen opnemen?

Laat het duidelijk zijn, de lokale besturen spelen een cruciale rol wanneer het gaat over veiligheid. Dat hoeft men mij en alle burgemeesters in het land niet te komen vertellen. Wij weten dat. De verantwoordelijkheid afschuiven en doorverwijzen naar de lokale besturen, dat helpt echter niemand vooruit.

Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Wie veel geld heeft, koopt zijn veiligheid, met hoge poorten, dure alarmsystemen, veel camera's en noem maar op. Wie echter een normale job heeft en in een normale wijk woont, zoals in Anderlecht, die rekent voor zijn veiligheid en voor de veiligheid van zijn kinderen op een sterke overheid. We moeten dus doen wat moet. Ook nu moet de federale gerechtelijke politie ingrijpen. Ook nu moet de justitie drugscriminelen snel opvolgen. Ook nu moeten we haast maken met het samenvoegen van de politiezones in Brussel.

De mensen in Anderlecht vragen (…)

Julien Ribaudo:

Monsieur le premier ministre, sept fusillades en deux semaines! Je voudrais d'abord prendre du temps pour apporter mon soutien aux victimes et à leurs proches, mais aussi aux habitants d'Anderlecht et de Bruxelles qui vivent dans l'angoisse. Il y a un an, jour pour jour, une fusillade éclatait à dix mètres de l'école de mes filles.

Monsieur le premier ministre, la sécurité est un droit, et même un droit fondamental, mais vous échouez à le garantir. Les gros trafiquants de drogue s'enrichissent et se sentent en totale impunité. La priorité doit aller à la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue. Il faut les arrêter. Pour ce faire, il importe de les toucher là où cela leur fait le plus mal: leur portefeuille. Voilà la priorité. Dans ce but, nos services publics doivent pouvoir accomplir leur travail. "Comment voulez-vous que j'arrête des auteurs si je n'ai pas d'enquêteurs spécialisés?" C'est ce qu'a déclaré à la presse le procureur du Roi de Bruxelles, en ajoutant qu'il en avait marre des effets d'annonce. Car, aujourd'hui, oui, vous faites des annonces à propos de moyens supplémentaires. Or ceux-ci sont trop faibles au regard des coupes que vos partis, le MR et la N-VA, ont opérées sous le gouvernement Michel.

Et puis, monsieur le premier ministre, j'ai aussi lu dans l'accord de gouvernement que les renforts seraient surtout destinés à Anvers, mais c'est partout qu'ils sont nécessaires! Cela m'incite à dire que vos moyens sont déjà insuffisants.

Il est essentiel de s'attaquer aux barons de la drogue, mais ces gens vivent de la misère d'autrui. Et vous, vous voulez mettre notre pays au régime pendant dix ans! Comment voulez-vous éradiquer ce fléau si vous ne parlez que d'austérité? Ce n'est pas d'austérité que nous avons besoin, mais d'investissements: dans la jeunesse, dans le travail social, dans la santé et l'enseignement. Il faut donc donner aux travailleurs les moyens de ne pas laisser la jeunesse dans les mains de ces trafiquants.

Monsieur le premier ministre, je reprendrai la question du procureur du Roi: combien d'enquêteurs la police judiciaire fédérale (PJF) va-t-elle recevoir?

Sammy Mahdi:

Mijnheer de eerste minister, in de eerste plaats wil ik u bedanken voor de extra politie, die het de minister van Binnenlandse Zaken meteen mogelijk heeft gemaakt om kordaat op het terrein op te treden. Wij weten allemaal dat er geen magische oplossing bestaat. Er bestaat niet één maatregel die alles oplost, iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen, en dus ook de burgemeesters, de PS-burgemeesters die vandaag in Brussel vzw's hun ding laten doen, die vandaag nalaten pizzeria's waar geen pizza's worden verkocht maar drugs worden verhandeld, te sluiten. Zij moeten optreden en ervoor zorgen dat daaraan iets wordt gedaan.

Als we ervoor willen zorgen dat iedereen zijn deel doet, dan spreekt dat misschien toch in het voordeel van de Nationale Veiligheidsraad, waarbij we niet alleen kijken naar het federale niveau, maar ook naar de regio's. To take back control. Wij moeten weer controle krijgen over onze straten. Er moet een versterking komen van de federale politie en van de federale gerechtelijke politie. Dat zijn allemaal zaken die we federaal kunnen doen

Tegelijkertijd moeten ook de andere politieke niveaus worden geresponsabiliseerd. Kijk naar Brussel momenteel. Hoe kunnen we de strijd tegen drugs voeren, als er gebruikersruimtes zijn, waarvan de Brusselse regering vindt dat het normaal is dat die er zijn? Dat krijg je mij niet uitgelegd.

Er is geen magische oplossing, behalve misschien de volgende: geen gebruiker betekent geen dealer; geen dealer betekent geen schietpartij. Het normaliseren van drugs in onze samenleving moet een halt toegeroepen worden. In films, Netflixseries en ook Vlaamse series wordt drugs overal beschouwd als iets positiefs. Dat moet gestopt worden. En wij moeten op het federale niveau de strijd tegen drugs voeren.

Mijnheer de eerste minister, welke maatregelen zullen wij nemen to take back control over onze straten?

Maaike De Vreese:

Mijnheer de eerste minister, collega's, elk nadeel heb zijn voordeel, zei ooit een groot filosoof. Met de arizonaregering stellen wij orde op zaken, met de neuzen in dezelfde richting, met een minister die onmiddellijk op het terrein was om actie te ondernemen, met een minister van Justitie die onmiddellijk daar was om mee het spoedoverleg in gang te steken.

Brussel is inderdaad al twee weken lang het strijdtoneel van drugsbendes, maar als we dat willen aanpakken, zullen we dat op de verschillende niveaus, van het lokaal niveau tot het internationaal niveau, moeten aanpakken. Dat is wat hier in de discussie ontbreekt.

Kijk naar het arizonaregeerakkoord. Alle maatregelen staan daar al in; we waren ons daarvan al bewust we moeten inderdaad de gerechtelijke politie versterken; we moeten inderdaad de politiezones in het Brusselse fusioneren; we moeten inderdaad de criminelen heel hard straffen en aanpakken; we moeten de focus leggen bij de drugsgebruikers. Zonder drugsgebruikers, geen afzetmarkt. Daar moeten we die criminelen treffen; in the pocket . We moeten hen treffen waar het geld zit. Ook op dat vlak zijn heel wat maatregelen gepland, die in deze legislatuur zullen worden uitgevoerd.

Mijnheer de eerste minister, we kunnen hier inderdaad met de vinger naar iedereen wijze, al degenen die de voorbije decennia volledig in het debat afwezig waren, maar dat mogen we vandaag net niet doen. Vandaag moeten alle neuzen in dezelfde richting.

Mijnheer de eerste minister, hoe zult u die eenstemmigheid tot stand brengen? Hoe zult u het lokaal niveau en het gewest meekrijgen? Hoe zult u de kwestie ook internationaal op de kaart zetten?

Ridouane Chahid:

Monsieur le premier ministre, je vous plains, parce que vous avez des partenaires de majorité qui sont amnésiques. Vous avez un président de parti qui vient nous expliquer ici que ce sont les bourgmestres socialistes qui sont responsables d'une compétence de Justice et d'Intérieur. Un président de parti qui a eu la compétence de la Justice sous l'Arizona; de l'Intérieur sous la Vivaldi, et de la Justice sous la Suédoise.

Qu'avez-vous donc fait pour régler les problèmes en matière de Justice et d'Intérieur? Ça, c'est la vraie question. Aujourd'hui, M. Mahdi, nous avons un procureur du roi qui vous rappelle qu'il manque 100 enquêteurs spécialisés pour résoudre des problèmes de fond. Ça, c'est la vérité mais évidemment le socio-démocrate que vous êtes ne se retrousse pas les manches. Vous rejetez la faute sur les autres. Alors, M. le premier ministre, les prisons débordent, la Justice ne sait plus où donner du pied tellement elle manque de moyens. Aujourd'hui, à la police fédérale, allez y faire un tour, M. Mahdi, il y a des voitures qui ne démarrent pas. Elles ne savent pas démarrer parce qu'elles sont en panne. Elles ne savent pas démarrer parce que vous n'avez pas mis les moyens nécessaires. Cela, c'est la vérité! Mais où étiez-vous quand on a commencé à désinvestir dans la police et la justice pendant quatre ans d'affilée. Ça, c'est la réalité. Aujourd'hui, le cancer de nos quartiers, vous n'y avez pas trouvé de solution. (Vives protestations de MM. Bouchez et Mahdi) Ça c'est la réalité, M. Mahdi, alors ne venez pas rejeter la responsabilité sur les autres! Et ne vous excitez pas, M. Bouchez, votre tour viendra!

Alors, monsieur le premier ministre: Quelle réponse allez-vous donner à la police judiciaire, à la justice? Et surtout, étant donné que l'on sait tous que le problème des narcotrafiquants est un problème européen, allez-vous initier une réunion du Conseil européen sur la matière pour faire en sorte que la lutte contre le trafic de drogue soit une question (...)

(Clameurs échangées hors micro entre M. Bouchez et les bancs du PS)

Voorzitter:

Mijnheer Bouchez en anderen, ik wil er nogmaals op wijzen dat wij ons hier niet op de jaarmarkt van een of andere Waalse gemeente bevinden. Ik heb immers de indruk dat die sfeer stilaan in het Parlement begint door te dringen. Dat kan trouwens ook op Vlaamse jaarmarkten weleens het geval zijn.

Er is hier een bepaalde manier van werken. Die bepaalde manier van werken stelt dat wie zich opgeeft om de vraag te stellen aan de eerste minister, zich op de sprekerslijst laat plaatsen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de heer De Smet, die nu zijn twee minuten spreektijd krijgt.

Ik verzoek u hem gedurende die tijd ook te laten uitspreken.

François De Smet:

Merci, monsieur le président.

Monsieur le premier ministre, nous devons tous être un peu plus humbles dans ce débat. Il en va de même pour vous, monsieur Mahdi! Franchement, si j'étais le président du parti qui a géré la sécurité de ce pays au cours des cinq dernières années, je serais un peu plus humble sur ce sujet. En effet, les fusillades actuelles à Bruxelles résultent principalement de l'échec des deux gouvernements précédents, à savoir la Vivaldi et la Suédoise.

Nous sommes dix à intervenir sur ce sujet aujourd'hui, c'est très bien. Pour ma part, je suis intervenu tout au long de la dernière législature pour tenter d'alerter sur le fait que notre pays devenait un narco-État. Les autorités judiciaires ont fait de même, mais nous n'avons pas été écoutés.

Rappelons les faits. Les problèmes de drogue et de grand banditisme sont d'abord du ressort de la police judiciaire fédérale. Comme les polices judiciaires à Anvers et à Bruxelles n'ont pas assez d'enquêteurs, les polices locales bruxelloises se retrouvent face à des kalachnikovs. Voici la vérité!

Même si vous arrêtez cinq fois, dix fois, vingt fois ces dealers qui se tirent dessus pour un bout de trottoir et pour un territoire, nous savons tous qu'ils seront remplacés du jour au lendemain. Ce phénomène ne pourra pas être endigué si vous ne frappez pas les têtes, si vous ne frappez pas les portefeuilles, si vous ne confisquez pas l'argent, si vous ne confisquez pas les voitures de luxe et si vous ne démantelez pas les réseaux de trafic d'armes, de corruption et de blanchiment d'argent.

Il faut plus de bleus dans les rues, mais il en faut surtout plus derrière les écrans. Je reconnais que cela peut sembler contre-intuitif. Une vision simpliste et populiste du dossier consiste à dire: "Il suffit d'arrêter les gens et il suffit d'avoir des solutions simplistes, comme par exemple la fusion forcée de zones de police." Cela ne marchera pas! Si vous voulez aider les zones de police locale, revoyez la norme de financement – cela tombe bien, c'est prévu dans votre accord – et faites-le vite! Pour le reste, laissez-les tranquilles et aidez plutôt le procureur du Roi de Bruxelles en lui donnant les moyens qu'il demande! Continuez également à apporter votre aide au procureur du Roi d'Anvers! Mais surtout, il est grand temps d'aider les riverains de Bruxelles, fatigués de ce genre d'effets d'annonce, qui veulent être secourus maintenant!

Youssef Handichi:

Monsieur le premier ministre, je suis le dernier à vous poser la question. Je suis le dernier, mais je ne serai pas le premier à faire un jeu de devinettes. Je ne vais pas faire la liste des tirs. La situation est beaucoup trop dramatique. Les gens et les travailleurs dans ces quartiers, monsieur Chahid – je pense que nous venons du même quartier, ou pas très loin –, à Anderlecht, veulent vivre en paix. Ils veulent prendre les transports en commun en sécurité. À 2 h ou à 7 h du matin, ils veulent vivre en paix. Les premières actions qui ont été menées sur le terrain vont dans ce sens-là. Il s'agissait d'apporter une réponse forte.

Monsieur le premier ministre, vous avez une majorité qui vous soutient dans vos actions. Nous soutenons notre ministre de la Sécurité et de l'Intérieur dans les premières actions qui ont été menées. Sont-elles suffisantes? Nous sommes tous d'accord pour dire, non, elles ne le sont pas. C'est la question principale que j'ai à vous poser, monsieur le premier ministre: quelle est la suite de ces actions?

Effectivement, les Bruxellois, les Anderlechtois vous regardent, les trafiquants vous regardent. À un moment donné, on devra cesser cette politique visant à demander qui a fait quoi, et on devra mener des actions concrètes. Il faut taper fort. Tolérance zéro vis-à-vis de ces crapules. Monsieur le premier ministre, nous sommes vraiment impatients de comprendre, de savoir et d'aller chercher ces crapules pour les mettre en prison et assurer la paix à tous les Bruxellois.

Bart De Wever:

Chers collègues, je vais commencer par donner raison à M. De Smet. Face à la criminalité organisée, je pense que tout le monde devrait être humble et serein. Il s'agit d'un fléau mondial et il n'y a pas de réponse facile. C'est la vérité. Comme vous le savez, notre niveau de menace est actuellement au niveau 3 sur une échelle de 4. Les services se trouvent donc déjà dans un état de vigilance renforcée.

Le Conseil national de sécurité est un organe de coordination des politiques et non une entité opérationnelle. Le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur ainsi que la ministre de la Justice sont en contact étroit avec les différents services et le parquet. Ils me tiennent régulièrement informés. Demain, ils feront un nouveau point de la situation lors du Conseil des ministres où, comme vous le savez, siègent également tous les membres permanents du Conseil national de sécurité. Si à un moment donné, nous constatons qu'il est nécessaire de convoquer un Conseil national de sécurité pour une coordination supplémentaire, je ne manquerai évidemment pas de le faire.

Wat we de afgelopen weken hebben gezien aan Clemenceau is helaas geen onbekend tafereel. Het gaat hier over een bendeoorlog, waarbij bendes op straat met elkaar in de clinch gaan en daarbij grof geweld gebruiken. Dat is een tafereel dat helaas in heel wat Europese steden een trieste realiteit is geworden. We zien ook wat er in Nederland gebeurt, namelijk dat het drugsgeweld zich niet meer beperkt tot de steden, maar zich verder verspreidt. Dat is waarvoor ik in mijn vorige bevoegdheid inderdaad altijd heb gewaarschuwd.

Het goede nieuws is dat er deze keer wel een plan klaarligt. Als u zegt dat de Nationale Veiligheidsraad moet bijeenkomen om een plan te maken, dan antwoord ik u van niet, want de bestrijding van de georganiseerde misdaad komt heel uitgebreid aan bod in dit regeerakkoord. Er is een plan en de middelen van de veiligheidsdepartementen zullen ook worden opgedreven.

Het is mijn uitdrukkelijke ambitie om een integrale aanpak uit te rollen ten aanzien van de georganiseerde misdaad en in het bijzonder van de drugscriminelen. U zult begrijpen dat dit mij heel na aan het hart ligt. Het gaat over bronland of productiesite, logistiek, invoerhavens of luchthavens, geldstromen, ondermijning, bendevorming tot en met straatdealers en uiteraard ook over het geweld dat daarmee gepaard gaat. Dat moet allemaal aangepakt worden.

Daarin past het heropnemen van zowel het Kanaalplan als het Stroomplan 2.0 en ook de fusie van de Brusselse politiezones zal bijdragen aan een efficiëntere bestrijding van de georganiseerde misdaad in onze hoofdstad. Ik hoop dus op de medewerking van alle burgemeesters. De lokale politie kan heel veel betekenen, zeker als het gaat over straatbendes en ondermijning. Ik denk dat ik heel goed geplaatst ben om u dat te vertellen. Het is dus zaak om het regeerakkoord resoluut uit te voeren.

Deze problematiek vereist een structurele aanpak. Het geweld dat men vandaag in Brussel ziet, is niet het begin, maar wel het eindresultaat, het trieste gevolg van een lange criminele pijplijn. We moeten de droevige waarheid onder ogen zien, namelijk dat niemand kan beloven dat men dit op korte termijn structureel kan doen stoppen. Sereniteit is in deze echt wel geboden. Als we het structureel willen stoppen, dan zal iedereen moeten meewerken. Elke overheid zal moeten samenwerken.

Ik ben daarvoor – letterlijk – al de wereld rond geweest. Ik heb met havens, overheden, anti-corruptiediensten en Justitie in diverse landen gesproken en de havens verenigd. Er is al zoveel voorbereidend werk verricht en er ligt zoveel klaar. Ik heb altijd goed en nauw samengewerkt met de vorige ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. Er is al enorm veel voorbereid, nationaal en internationaal, waarvan ik nu hoop dat wij de vruchten zullen kunnen plukken. Ik heb tijdens mijn eerste meeting met de heer Costa al gezegd dat dit ook een Europese prioriteit moet worden, anders duwen wij het probleem alleen maar naar elkaar toe. Dat is echter helaas helemaal nog niet het geval. Wij hebben daarvoor iedere overheid nodig.

C’est pourquoi je déplore également qu’il n’y ait toujours pas de gouvernement de plein exercice à Bruxelles pour mettre en œuvre des réformes structurelles de manière décisive avec nous. J’appelle encore une fois chacun à arrêter les jeux politiques et à assumer ses responsabilités pour la sécurité de nos citoyens. Merci.

Ortwin Depoortere:

Wie dacht dat met de N-VA in de regering veiligheid prioriteit nummer 1 zou worden, is eraan voor de moeite. Terwijl Antwerps premier Bart De Wever enkele jaren geleden zelf opriep om het leger in te zetten, blijft het nu oorverdovend stil. Hij gaat liever naar een patserfilm en zegt dat de drugsproblematiek is wat ze is.

Mijnheer de premier, als het u menens is met de veiligheid van onze burgers, dan moet u de oplossingen van het Vlaams Belang in de praktijk omzetten, structureel en op korte termijn. Wij stellen een totaalaanpak voor met inzet van alle veiligheidsdiensten, desnoods ook met het leger, en een versterking van de gespecialiseerde politie-eenheden om de jarenlange onderfinanciering tegen te gaan. Houd desnoods grootschalige razzia's in die wijken, ga van deur tot deur, pak die criminelen op. Zet criminelen die hier illegaal zijn het land uit. Zorg opnieuw voor veilige straten voor onze bevolking!

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.

J'ai été un peu frustrée parce que j'aurais aimé entendre que ce dont on a besoin, ce sont des services publics qui tiennent debout. J'aurais aimé entendre qu'on a besoin d'une police bien formée et présente au quotidien dans les quartiers, d'une justice qui a les moyens d'enquêter et d'un véritable travail de prévention. J'aurais aimé entendre qu'il faut protéger les quartiers, que les quartiers populaires aussi ont droit à la sécurité et que la réponse ne peut pas être seulement répressive.

Malheureusement, votre gouvernement Arizona détricote le statut des policiers et diminue aussi la capacité à recruter des agents et des agentes.

Le procureur du Roi n'a pas demandé plus de police et plus de chefs de police. Il a demandé davantage d'inspecteurs à la police fédérale. Il n'y en avait pas qui étaient disponibles. C'est un vrai problème.

Et, quand j'entends certains partis qui sont au pouvoir depuis 25 ou 30 ans sans discontinuer, je continue à être inquiète et je me demande comment on va faire pour la suite. Parce qu'en fait, la sécurité ne se construit pas à travers des effets d'annonce; elle ne se construit pas à travers des opérations coup de poing, mais à travers de la répression, de la prévention et un travail main dans la main (...)

Alexia Bertrand:

Mijnheer de eerste minister, u hebt veel plannen. Wij willen echter concrete actie. Wij hebben u geholpen met concrete actie in Antwerpen. Welke middelen hebt u opgenomen in uw begrotingstabellen voor 2025 voor de politie? Dat is 26 miljoen euro. Dat staat in schril contrast met de 100 miljoen euro voor 2024, die wij hebben ingeschreven. Mijnheer de eerste minister, wij hebben u geholpen in Antwerpen. In Brussel zien of horen wij u niet. Wij hebben vier keer zoveel middelen uitgetrokken in 2024 dan u voor 2025 inschrijft.

Brent Meuleman:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord en voor uw oproep tot sereniteit. Het Vlaams Belang kan daarvan nog wat leren.

Collega’s, laten we alle theater achterwege laten, want dat komt ten koste van de veiligheid van de mensen. Laat het duidelijk zijn: iedereen moet zijn steentje bijdragen.

Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Hoe brengen mensen hun kinderen in godsnaam naar school, als zij elk moment in een schietpartij terecht kunnen komen? De inwoners van de betrokken wijken voelen zich niet veilig. Net om die reden hebben de regeringspartijen afgesproken dat meer centen en meer middelen naar Justitie en naar politie zullen gaan.

Immers, collega’s, alleen door nu samen op te treden, zullen wij het geweld een halt kunnen toeroepen en ervoor kunnen zorgen dat de mensen opnieuw in leefbare wijken wonen en er veilig kunnen opgroeien.

Julien Ribaudo:

Monsieur le premier ministre, vous avez parlé de sérénité. Alors, moi, je m'amuse de voir la droite s'exciter comme ça sur les bancs, bien que vous ayez eu les dix derniers ministres de l'Intérieur.

Monsieur le premier ministre, vous avez dit avoir un plan. Mais nous vous avons posé des questions concrètes et votre réponse était vague, très vague.

Avez-vous écouté le procureur du Roi hier, quand il a parlé de donner plus de moyens? Les chiffres parlent d'eux-mêmes: à Bruxelles, il manque 137 policiers à la police judiciaire fédérale, sur 722; à Anvers, il en manque 95 sur 508. Et même la police locale, qui doit se charger de la police de proximité, est en sous-effectif. Comment voulez-vous lutter contre le narcotrafic si vous démantelez les services publics et si vous détériorez les conditions de travail de la police?

Monsieur le premier ministre, vous ne pourrez pas lutter efficacement contre le crime organisé, ni garantir la sécurité des citoyens, si vous poursuivez dans cette direction.

Sammy Mahdi:

Dank u, mijnheer de eerste minister. U hebt terecht gezegd dat we verder kordaat moeten optreden.

Mijn laatste boodschap geef ik in het Frans.

Ce message s'adresse à certains jeunes de quartiers.

À toi, petit dealer, qui essaies d'avoir de l'argent facile en trafiquant de la drogue. Toi, le petit dealer, alors que tes grands-parents et tes parents se sont cassé le dos pour travailler dans cette société, aujourd'hui, tu te retournes contre cette société. À toi, petit dealer, qui peut-être écoutes certains partis de gauche qui te disent que tu n'as aucune opportunité dans cette vie, je veux te faire passer un message. C'est qu'il y a deux options. Ou bien tu t'intègres, tu t'investis et tu prends les opportunités qui existent au sein de cette société. Ou bien tu feras face à un pouvoir politique qui ne tolérera pas qu'aujourd'hui, des jeunes menacent la sécurité pour eux-mêmes, pour les autres jeunes de quartiers et pour les parents. Pas avec nous, pas avec ce gouvernement! J'espère que tu l'as bien entendu!

Maaike De Vreese:

Het is fake news, mevrouw Bertrand. U zou beter moeten opletten en even luisteren. U verkoopt hier in het Parlement fake news. Dat weet u. U moet leren optellen. Het gaat om 110 miljoen erbovenop.

Ik kan u één ding zeggen, collega's. De bendes hebben een heel slecht moment uitgekozen. Die criminelen hebben een slecht moment uitgekozen. Want wij zullen er staan. Arizona zal er staan, als één blok. Wij zullen zorgen voor een eenheid van commando. Het is met ons of het is tegen ons. Wie niet horen wil, zal voelen.

We zullen dit allemaal samen doen. Daarom is het zo belangrijk en vraag ik ook die lokale besturen en het gewest om zich achter dat blok te scharen en zich niet weg te steken, maar om de strijd samen met ons aan te gaan.

De voorzitter:

Het zal u bekend zijn, mevrouw Bertrand, dat eventuele tussenkomsten of persoonlijke feiten aan bod komen na afloop van het debat.

Ridouane Chahid:

Monsieur le premier ministre, merci pour les réponses, mais vous n'avez pas répondu à un certain nombre de questions. Au mieux, vous avez lu la déclaration de gouvernement que vous aviez déjà lue il y a quelques jours. Mais la question est la suivante: est-ce vraiment avec 75 millions d'euros que vous allez apporter une réponse face à des narcotrafiquants qui brassent des milliards?

Vous avez parlé de la police locale. Aujourd'hui, les polices locales, les sections locales de recherche se mettent à disposition pour aider la police fédérale, pour faire en sorte de trouver des solutions et de régler des problèmes de fond.

L'appel du procureur du Roi est donc simple. Ce n'est pas une fusion des polices qui va régler le problème, mais c'est engager des enquêteurs. Il manque plus de 100 enquêteurs à la police judiciaire fédérale. C'est ce qu'ils attendent de vous.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, merci pour vos réponses. Il y a de bonnes choses. Mais sur la fusion des zones de police, pour rappel, les six zones bruxelloises font déjà partie du top 12 des zones les plus denses. Si vous les fusionnez de force, vous allez déstructurer une police de proximité, qui est une des rares choses qui fonctionnent dans l'ensemble.

Non seulement les 19 bourgmestres, toutes couleurs confondues, sont contre. Le procureur du Roi vous dit que c'est une mauvaise idée. Le procureur général vous dit que c'est une mauvaise idée.

De grâce, arrêtez avec ce qui ressemble de plus en plus à un nouveau BHV, à un totem communautaire absolument irrationnel, qui n'a pas de plus-value. Arrêtez de vous attaquer aux zones de police; attaquez-vous aux narcotrafiquants.

Youssef Handichi:

Tout d'abord, un petit message au PTB: au lieu de se poser la question de qui a eu quoi comme ministères ces 30 dernières années, peut-on être d'accord sur le fait que vous, vous n'avez jamais rien eu dans les mains? C'est un premier point.

Ensuite, je m'adresse aux camarades de la gauche. Il faudrait peut-être faire la liste de vos compétences et voir où se trouve aujourd'hui M. Vervoort. Il est aux abonnés absents. M. Cumps à Anderlecht fait des effets d'annonce, mais où est la police locale?

Effectivement, nous avons renforcé la présence des bleus. C'est une première réponse qui est nécessaire. Pas du tout de la prévention, mais de la répression. Comme je vous l'ai dit, à un moment donné, la peur doit changer de camp, monsieur le premier ministre. Vous avez une majorité qui vous soutient dans ce sens-là. Merci.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Alexia Bertrand:

Het was uiteraard een persoonlijk feit, mijnheer de voorzitter. Wie vertelt hier nu fake nieuws? Ik heb hier de tabellen. Daar staat voor de ministerraad van 23 oktober 2020: plus 100 miljoen euro in 2024 voor de politie. Bij jullie is dat 26 miljoen euro. Dat is vier keer minder, bovenop natuurlijk. Wij zijn het eens, mijnheer Ronse. Het is 100 miljoen euro bovenop de middelen die voorzien waren. Wij hebben dus vier keer meer gedaan dan wat jullie gaan doen in 2025. Dat is een feit.

Voorzitter:

Het woord is aan mevrouw De Vreese. Het Reglement bepaalt dat de aangesprokene repliektijd krijgt. (Protest op de Open Vld-banken)

Collega's, het zou fijn zijn als u allemaal het Reglement even bekijkt. Ik geef dus het woord aan mevrouw De Vreese.

Maaike De Vreese:

Collega Bertrand, u zou als geen ander de begroting moeten kennen. De verhoging van Vivaldi is natuurlijk mee in de begroting opgenomen. Daar doen we dit nog eens bovenop. Het is natuurlijk jammer en pijnlijk voor Open Vld om dit te horen, maar wij doen het er dus nog bovenop, dit in een context waarin uw partij een desastreuze begroting heeft achtergelaten. U gaat ons nu lesjes leren over de manier waarop wij in veiligheid moeten investeren, terwijl u in de voorbije legislatuur een put hebt achtergelaten. Het is een schande dat u op die manier durft tussen te komen.

Voorzitter:

Ik verwijs even naar artikel 55. Het is altijd toegestaan het woord te vragen voor het beantwoorden van een persoonlijk feit. De toelichting van het persoonlijk feit en het eventuele antwoord van een ander lid of een lid van de regering mogen samen niet meer dan vijf minuten van de tijd in beslag nemen.

economie en werk

De door de NBB uitgevoerde analyse van de begrotingsplannen van de regering-De Wever
De NBB en de begroting
De kritiek van de gouverneur van de Nationale Bank van België op het regeerakkoord
Analyse door NBB van regeringsbegroting en –akkoord

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 20 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De kritiek op de begroting van premier De Wever is vernietigend: experten (Peersman, De Grauwe, Wunsch) en de Nationale Bank noemen de terugverdieneffecten van 8 miljard "ongeloofwaardig" en waarschuwen dat de hervormingen onvoldoende zijn om het tekort (41 miljard in zicht) en de exploderende sociale uitgaven (55% BBP, hoogste ter wereld) te beteugelen. De Wever erkent de gigantische budgettaire uitdaging (vergrijzing, arbeidsongeschiktheid +60%) en belooft het "bloeden te stelpen", maar geeft toe dat één legislatuur niet volstaat—wat oppositie en N-VA-koalitiepartners als verraad aan Vlaamse belangen bestempelen, omdat Vlamingen opnieuw zouden opdraaien voor Waalse tekorten. De kernvraag—of De Wever’s hervormingen structureel volhoubaar zijn of enkel symptoombestrijding—blijft onbeantwoord, terwijl de druk om transparantie (rapporten Planbureau) en versnelde hervormingen toeneemt.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de premier, eerder maakten begrotingsexperts brandhout van uw begrotingstabellen. Ik citeer professor Peersman: "Ik heb het nog nooit zo extreem gezien." Ook de Nationale Bank haalt de cijfers van uw regering stevig onderuit. De gouverneur van de Nationale Bank, Pierre Wunsch, is een aimabel man, maar zijn analyse van uw regeerkakkoord is snoeihard. De hervormingsplannen volstaan gewoonweg niet om de begroting op orde te krijgen. Het is verre van duidelijk of het begrotingstekort zal dalen. De miljarden aan terugverdieneffecten zijn volgens hem zeer onduidelijk. Dit land blijft veel te veel uitgeven, meer dan 55 % van het bbp. Door hoge schulden zullen ook de intrestbetalingen verder toenemen.

Kortom, ook na het aantreden van uw regering blijven de voorzichten heel slecht. De financiële situatie is en blijft onhoudbaar. Bij een nieuwe schok komt dit land mogelijks opnieuw in het vizier van de financiële markten. We waren al een slechte leerling en nu worden we de slechtste leerling van de klas. Landen als Spanje, Portugal en zelfs Griekenland hebben betere cijfers dan u en uw regering. De Bart De Wever van voor de verkiezingen zou vernietigend zijn geweest voor een dergelijke regering.

We kennen het standpunt van Bart De Wever, maar hoe reageert u, mijnheer de eerste minister De Wever?

Axel Ronse:

De Nationale Bank heeft ons vier medailles uitgereikt.

Eerste medaille, België is het gulzigste land van alle niet-communistische regimes ter wereld: 55 % van de waren die we creëren, gaan in de pocket van de overheid.

Tweede medaille, het grootste gat in de hand, schulden maken en op de poef leven.

Derde medaille, België vreet het meeste weg van wat werkgevers betalen aan lonen; weg competitiviteit!

Vierde medaille, medaille voor het land dat de uitkeringen het snelst heeft doen stijgen en dat er vooral ook voor heeft gezorgd dat werken onaantrekkelijk is.

Vier medailles. Wie kunnen we vinden die zo'n land wil leiden, hervormen en terug gezond wil maken? Wie is er zo zot om dat te doen? Ik heb er mijn hoofd over gebroken. Wie? Er is team la lutte sociale , bestaande uit de PS en de PTB. La lutte sociale. C'est scandaleux ce qu'on fait! Zij willen de uitkeringen verder verhogen, den dop onbeperkt in de tijd, niets doen aan activering. On va pour plusieurs médailles!

En dan is er team kookwekkertje. Dat wil nog vijf jaar applaudisseren voor team la lutte sociale . Nog dieper de dieperik in, nog meer medailles!

En dan is er team Arizona. Eindelijk, enfin la réforme , enfin on est là . Dat team heeft gelukkig iemand gevonden die zo zot is om dat land te leiden. En de Nationale Bank zegt tegen die leider dat hij niet genoeg zal hebben aan vijf jaar, dat hij tien of vijftien jaar nodig zal hebben. Eigenlijk zegt de Nationale Bank dat we twintig jaar eerste minister De Wever nodig hebben. (Hilariteit)

Mijnheer de eerste minister, mijn vraag aan u is heel simpel. Bent u bereid om de komende twintig jaar ons land te leiden?

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de eerste minister, met uw toestemming keer ik even terug naar het hier en nu. U zei zelf dat het succes van de regering De Wever I zal bepaald worden door de mate waarin u erin slaagt het gat in de begroting te dichten. Een belangrijk onderdeel daarvan zijn de terugverdieneffecten. U rekent op bijna 8 miljard, een waanzinnig bedrag dat door ons al weken in vraag wordt gesteld. Wij vinden dat totaal niet geloofwaardig.

Ik kan me inbeelden dat het u niet veel doet om kritiek op uw begroting te krijgen van mij en van mijn fractie. Integendeel, u vindt die waarschijnlijk voorspelbaar en u vindt het misschien zelfs een beetje amusant te kunnen sparren met de linkiewinkies die niet willen besparen en die – stel u voor – opkomen voor de zwakkeren in onze samenleving. Die kritiek van ons doet u hoegenaamd geen pijn.

Maar dan kijk ik naar de experts die wat meer onafhankelijk zijn. Professor Economie Gert Peersman: "De regering rekent zich rijk met terugverdieneffecten; ik heb het nog nooit zo extreem gezien." Professor Economie Paul De Grauwe: "Die terugverdieneffecten, dat is een akte van geloof." Professor Arbeidseconomie Stijn Baert: "De regering zal de beoogde doelstellingen niet halen." Nu zegt gouverneur Wunsch van de Nationale Bank dat hij absoluut niet gelooft in de begroting die u wil indienen. De laatste keer dat ik het nagekeken heb, was de heer Wunsch geen lid van een of andere linkse hobbyclub. Als de heer Wunsch die kritiek geeft, doet het dus wel pijn.

Mijnheer de eerste minister, vorige week hebben we u gevraagd om het regeerakkoord te laten doorrekenen door het Federaal Planbureau. U hebt dat geweigerd. U hebt erbij gezegd dat in de loop van de formatie alle scenario's reeds doorgerekend werden door verschillende instanties.

Vandaar mijn vraag aan u: bent u bereid om het rapport over de terugverdieneffecten dat u toen ontvangen hebt te delen met het Parlement, ja of neen?

Bart De Wever:

Wat de Nationale Bank in haar rapport schrijft, is niet nieuw. Dat verslag gaat voor alle duidelijkheid uit van ongewijzigd beleid. Het is een herhaling van wat ze al jaren zegt: er is in dit land een explosie van de sociale uitgaven door de veel te hoge inactiviteit en de vergrijzing en dat maakt ons sociaal systeem onhoudbaar. De vorige spreker zei dat wij de zwakken niet zouden beschermen. Het tegendeel is echter waar: niks doen, is wellicht het ergste wat de zwakken in onze samenleving zou kunnen overkomen.

Er komt nog bij dat de vorige regering, ondanks die realiteit de uitkeringsmassa gevoelig verhoogde. Ik wil toch ook nog eens de cijfers meegeven waarmee we nu van start moeten gaan. Het tekort in België in 2024 is -4,6 % van het bbp of 28 miljard, waarvan 20 miljard op entiteit 1, dat natuurlijk de bulk van de sociale uitgaven moet dragen. Als we het begrotingsbeleid van de vorige regering gewoon zouden voortzetten, zakken wij volgens de Nationale Bank naar een tekort van 41 miljard euro enkel voor entiteit 1. Een tekort van 41 miljard! Dat is een ongezien dieptepunt. Ik mag dus zeggen dat de budgettaire uitdaging waarvoor wij staan, gigantisch is.

Onze eerste doelstelling, die ik ook in mijn regeerverklaring heb vermeld, is het rot te stoppen en het bloeden stelpen. De hervormingen die we daarvoor vooropstellen, zijn naar Belgische normen zeer ambitieus en absoluut noodzakelijk. Recent heeft de Studiecommissie voor de Vergrijzing ingeschat dat de budgettaire kosten van de vergrijzing nog sneller zullen stijgen dan wat in haar vorig verslag vermeld stond. De leeftijdsgebonden uitgaven stijgen in België op lange termijn nog veel sterker dan in de andere Europese landen. Het aantal personen dat meer dan een jaar arbeidsongeschikt is, is de voorbije tien jaar toegenomen met 60 % en zou in 2024 de magische grens van een half miljoen personen hebben overschreden.

Wat de Nationale Bank vandaag zegt, is dat de plannen van Arizona goed zijn en dat ze het rampscenario waarop we afstevenen, zullen vermijden. Maar uiteraard zal er op dit elan nog lang moeten worden doorgegaan, al hoop ik geen twintig jaar, mijnheer Ronse, maar toch langer dan één legislatuur om het nominaal saldo te kunnen verbeteren, wat al een hele uitdaging wordt, en bovenal, het allerbelangrijkste, om dat saldo structureel gezond te krijgen. Dat strookt volgens mij helemaal met wat ik in de regeerverklaring heb gezegd en wat de ambitie van deze regering is. Wij zijn inderdaad vertrokken voor een sanering die we niet op vijf jaar zullen kunnen afronden, want dat is eerlijk gezegd onmogelijk, en dat weet u.

De regering zal de komende jaren bovendien heel strikt de evolutie van de uitgaven moeten opvolgen en de beoogde effecten inderdaad moeten monitoren en indien nodig bijkomende maatregelen nemen. Laten we eerlijk toegeven dat ook de geopolitieke situatie ons kan nopen om nog aanzienlijke bijsturingen te doen. Daarin kunnen we best heel realistisch zijn, want dat komt misschien wel eens heel snel op ons af.

De federale regering heeft in deze oefening uiteraard de grootste rol en zal met ambitieuze hervormingen die rol ook opnemen, maar ik roep uiteraard ook alle andere overheden op om hun verantwoordelijkheid op te nemen en hun financiën op orde te stellen. Daarbij richt ik mij in eerste instantie tot die regio die tot heden heeft nagelaten om een regering te vormen, maar niet heeft nagelaten om enorme tekorten op te stapelen.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de eerste minister, wanneer de rekeningen van België niet kloppen, gaat de rekening uiteindelijk naar de Vlamingen. Dat weet u. U en uw fractie hebben op dat vlak steeds de juiste analyse gemaakt. Wat heeft u en uw partij echter uiteindelijk gedaan? U hebt het Vlaams programma aan de kant geschoven om te kunnen deelnemen aan een Belgische regering. U noemde de Vlaming de meest gepluimde kip van allemaal. Nu staat u op het punt ze verder uit te benen tot op het bot.

U zult wat dat betreft het Vlaams Belang op uw pad treffen en samen met ons een steeds groter wordende groep Vlamingen die het Belgische, Waalse en Brusselse potverteren op de kap van de Vlaamse belastingbetaler beu zijn. Mijnheer de eerste minister, beste N-VA, het is tijd voor echte hervormingen en om Vlaanderen nu eindelijk te bevrijden uit het Belgische financiële moeras.

Axel Ronse:

De Vlaming heeft gestemd om de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd, om ervoor te zorgen dat onze pensioenen betaalbaar zijn en om een gezondheidszorg te hebben die betaalbaar is. De Vlaming heeft ervoor gestemd dat wij hier over vijf jaar, tien jaar of twintig jaar niet meer staan met de vreselijke medailles van een gulzige overheid met een gat in haar hand, maar dat wij hier staan met medailles omdat veel mensen aan het werk zijn, de gezondheidszorg nog altijd betaalbaar is en mensen toegang hebben tot deftig onderwijs.

Team la lutte sociale en team kookwekkertje, als het aan jullie ligt, gaan wij inderdaad nog vijf of tien jaar wachten en gaan wij hen hier weer hun ding laten doen. Dat leidt recht naar de afgrond.

(…) : (…).

Axel Ronse:

Ik kan niet focussen op twee sprekers terwijl ik zelf spreek. Ik zal uw naam niet noemen, want ik wil geen persoonlijk feit uitlokken.

Mijnheer de eerste minister, ik wil gewoon zeggen dat ik hoop dat u er voor de komende vijf, tien of twintig jaar voluit voor gaat. Wij hebben u nodig.

Dieter Vanbesien:

Meneer de premier, vragen over uw regering kunt u niet blijven beantwoorden door een sneer te geven naar een vorige regering. De vragen gaan over uw plannen. Ze gaan over uw bilan. U zegt dat u waarschijnlijk in de loop van de jaren zal moeten bijsturen op basis van veranderende realiteiten en geopolitieke uitdagingen. Maar de terugverdieneffecten die u nu hebt ingeschreven, zijn nu al ongeloofwaardig op basis van uw huidige cijfers en plannen. U start al verkeerd. U bent erin geslaagd een meerderheid te vinden die uw financiële plaatje verdedigt en gelooft. De heer Ronse is een uitstekende luitenant om dat de komende 20 jaar te doen. Maar het feit blijft dat de gouverneur van de Nationale Bank, de heer Wunsch, vandaag brandhout heeft gemaakt van uw begroting. Sta me toe af te ronden met een flauwe woordspeling. Uw financieel beleid is vooral gebaseerd op Wunschful thinking .

mobiliteit en transport

De komende 9-daagse staking bij de NMBS
De staking van het spoorpersoneel
De spoorstakingen
Spoorstakingen bij de NMBS

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 20 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een negendaagse roterende spoorstaking, georganiseerd door kleine vakbonden (OVS, ASTB), treft doelbewust pendelaars, studenten en kwetsbare reizigers, terwijl zelfs grote vakbonden en de NMBS de actie als onverantwoord en onevenredig afwijzen. Minister Crucke (Mobiliteit) benadrukt dat de staking niet overlegd is en belooft dagelijkse communicatie over beperkt treinverkeer (58% op zaterdag, minder op weekdagen), maar stelt dat sociale dialoog met de grote vakbonden (nog niet met stakende partijen) prioriteit heeft, zonder concrete maatregelen tegen toekomstige acties. Oppositieleden (Open Vld, N-VA, Vlaams Belang) eisen hardere maatregelen om herhaling te voorkomen, wijzen op structurele problemen (onbetrouwbaarheid, personeelstekort) en verdedigen de hervormingsplannen van de regering-Arizona, terwijl ze de vakbonden beschuldigen van privilegeverdediging en het gijzelen van werkwillend personeel. De treinreiziger blijft de hoofddupe, met afnemend draagvlak voor de NMBS.

Irina De Knop:

Meneer de minister, ik ben een beetje gevat door de tijdswijziging, maar goed.

We staan aan de vooravond van een treinstaking, dames en heren, van maar liefst negen dagen. Enkele kleinere spoorvakbonden zijn voor een keer wel heel erg creatief geweest. Ze hebben nagedacht over hoe ze de pendelaars zo veel mogelijk kunnen treffen met zo weinig mogelijk inzet van de vakbonden. Daarom staken ze niet één dag, maar negen. Bovendien hebben ze bepaald dat ze één en ander roterend zouden doen, zodat iedereen overal ten lande geraakt wordt door hun actie. Als zelfs het ABVV die actie erover vindt, wil dat wel wat zeggen.

Bij Open Vld vinden we trouwens, net als de NMBS zelf, dat dit totaal onaanvaardbaar, onverantwoord en buiten proportie is. Want wie zal hiervan het slachtoffer zijn? Opnieuw de treingebruiker, de mensen die gaan pendelen, de studenten en zelfs de mensen met een beperking. Nu, die mensen zijn al wat gewend bij het spoor. De treinen komen meestal niet op tijd, zijn meestal veel te laat en zitten overvol, maar dit slaat toch wel alles.

Gelukkig, meneer de minister, hebben we sinds een aantal jaren onder liberale impuls de gegarandeerde dienstverlening. Dat is een klein hulpje. Al zal het voor de NMBS natuurlijk zaak zijn om erop toe te zien dat die gegarandeerde dienstverlening echt gewaarborgd wordt. Aan u zal het zaak zijn om erop toe te zien dat die vakbonden er niet iedere keer opnieuw voor zorgen dat het spoor lam ligt. Vandaar ook mijn vragen aan u, meneer de minister.

Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat die gegarandeerde dienstverlening echt gewaarborgd wordt? Moeten we deze niet uitbreiden om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking ook op hun bestemming geraken?

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, toen ik zes maanden geleden aantrad in het Parlement, had ik nooit verwacht dat de NMBS zo vaak het onderwerp van discussie zou zijn. Hier staan wij echter opnieuw, net als vorige week wegens een nieuwe staking. De twee kleine vakbonden, OVS en ASTB, plannen een staking van maar liefst negen dagen. Ik had gehoopt dat zij na overleg alsnog bij hun zinnen zouden komen, maar helaas is dat niet gebeurd. Zij houden vast aan hun negen dagen. Zij noemen dat een braaf compromis. Ik ben benieuwd of de pendelaars dat ook op die manier zien wanneer zij hun trein alweer zien wegvallen. Zullen zij dat dan ook een braaf compromis vinden? Ik twijfel daaraan.

Het spoorpersoneel dat wel wil werken, wordt immers simpelweg ook gegijzeld door die kleine minderheid. Het zijn immers vooral de treinbestuurders die zullen staken. Dat maakt dat een flink pak treinbegeleiders die dagen zelfs niet zal kunnen werken. De grote vakbonden vinden die staking hallucinant. Laten wij echter niet vergeten dat ook een overgrote meerderheid van het spoorpersoneel wel haar job met passie en toewijding uitvoert. Aan hen willen wij even onze expliciete dank uitspreken. Immers, slechts een handvol vakbondsmilitanten stookt de boel op en sleurt iedereen mee in die staking, die buiten proportie is.

Mijnheer de minister, laat het dus duidelijk zijn. Niemand wil dat dit land geblokkeerd wordt door een kleine vakbond zonder verantwoordelijkheidszin. Welke maatregelen overweegt u om ervoor te zorgen dat dergelijke buitensporige acties niet langer het hele land kunnen platleggen?

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, mijn eerste vraag aan u als nieuwe minister van Mobiliteit is geen aangename. Morgen start een negendaagse spoorstaking, die wordt georganiseerd door de vakbond OVS. Zoals u weet, zijn er bij die vakbond zeer veel treinbestuurders aangesloten. Een treinbestuurder - het woord zegt het al - bestuurt de trein. Als de treinbestuurders actie voeren, dan rijdt de trein niet. Wie gaat daar de dupe van zijn? Dat zijn natuurlijk de treinreizigers.

Het blijft niet bij die actie van OVS. Ook de grote spoorvakbonden ACOD Spoor en ACV-Transcom hebben aangekondigd dat ze heel wat acties zullen voeren, tot zelfs in juli. Daar zullen ook stakingen bij zijn. De eerste staking werd al aangekondigd voor 31 maart.

Zij doen dat omdat ze een signaal willen geven aan u als minister van Mobiliteit, die deel uitmaakt van de arizonaregering. Ze zijn namelijk een beetje ongerust en ontevreden over de plannen van de arizonaregering, waarover ze lezen in het regeerakkoord. Dat maakt dat er een lente en zomer van sociale onrust zal zijn bij het spoor.

De treinreizigers zullen daar de dupe van zijn. Die treinreizigers werden de voorbije jaren al allerminst verwend inzake stiptheid, performantie, betrouwbaarheid en veiligheid. Nu krijgen ze dit er nog bij. Bovendien zorgen die acties ervoor dat het spoor als alternatief vervoermiddel minder aantrekkelijk wordt. Bovendien zullen ook weinig mensen zich geroepen voelen om treinbestuurder te worden, een job waaraan grote nood is.

Ik heb begrepen dat u overlegd hebt met de vakbonden. Daaruit valt alleszins af te leiden dat dit niet heeft geleid tot het opschorten van de aangekondigde acties. Ik hoop dat daar nog beterschap in komt. Mijn bezorgdheid gaat echter vooral uit naar de treinreizigers. Mijnheer de minister, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat zij niet langer de dupe zullen zijn van de sociale onrust die uw arizonaregering bij het spoorpersoneel creëert?

Jean-Luc Crucke:

Geachte collega's, hartelijk dank voor uw vragen over de stakingsactie in de spoorwegsector. Ik heb het al benadrukt in mijn vorige interventie, de NMBS en Infrabel zijn autonome overheidsbedrijven. De sociale dialoog is een bevoegdheid die in de eerste plaats toekomt aan het bestuursorgaan en de sociale partners.

Als minister van Mobiliteit ben ik echter alert voor de gevolgen van deze acties voor de gebruikers en voor het goede verloop van de sociale dialoog.

Wat de status van de huidige staking betreft, is het belangrijk te benadrukken dat het een beweging is, geïnitieerd door een onafhankelijke vakbond. Die acties zijn gericht op bepaalde maatregelen waarin het regeerakkoord voorziet. Volgens de informatie van de NMBS, Infrabel en HR Rail worden deze stakingen als onaanvaardbaar, onverantwoord en onevenredig beschouwd, vooral omdat er geen voorafgaande overlegd werd gevraagd door de initiatiefnemers van de beweging. Ik deel dat standpunt helemaal.

Wat het vervoersaanbod tijdens deze stakingsperiode betreft, geef ik u de beschikbare gegevens voor zaterdag 22 februari. Drie IC-treinen op de vijf en drie L- of S-treinen op de vijf zullen rijden. In totaal zal 58 % van de treinen rijden, vergeleken met een normale zaterdag. De impact van de staking varieert per dag en zal tijdens de weekdagen groter zijn dan tijdens het weekend. De NMBS-reisplanner wordt elke dag vóór een stakingsdag bijgewerkt om de reizigers zo goed mogelijk te informeren over de verkeersomstandigheden. De NMBS is van plan om gedurende de hele sociale beweging dagelijks te communiceren over het beschikbare vervoersaanbod.

Ik benadruk het belang van de sociale dialoog en wijs erop dat overleg de beste manier is om deze problemen aan te pakken. Mijn inzet blijft die van een constructieve en open dialoog, om zowel de continuïteit van de openbare dienstenverlening als het respect voor de werknemers in de spoorwegsector te waarborgen. Het is zeker geen geschenk om met een staking van enkele dagen te leven, maar de slachtoffers van de staking zijn niet alleen degenen die u aanduidt, mevrouw De Knop, maar ook het publieke bedrijf, en wij moeten het publieke bedrijf verdedigen. Dat zal ik ook doen.

Mevrouw Cuylaerts, het overleg is nog niet begonnen, hoewel enkele vakbonden al staken. Het gaat om enkele kleine vakbonden, dat is niet voor alle vakbonden het geval. Dat moet u weten en beseffen. Met de grote vakbonden zal ik het sociaal overleg zeker voortzetten.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, moeten ons ervan bewust zijn dat het draagvlak voor de NMBS bij iedere staking afneemt. Het geduld van de mensen is werkelijk op.

De vakbonden blijven de privileges uit het verleden verdedigen, privileges die absoluut onhoudbaar zijn. Om het in de andere landstaal te zeggen: ça suffit , mijnheer de minister. De vakbonden hebben 8 maanden de tijd gehad het regeerakkoord naar links op te schuiven. Het is genoeg. Trop is te veel.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het is heel duidelijk. De hervormingen zijn absoluut nodig en ik ben dan ook heel tevreden dat de nieuwe regering het lef heeft om verantwoordelijkheid te nemen. De maatregelen hadden al tientallen jaren geleden moeten zijn genomen. Zonder die ingrepen zullen de sociale zekerheid en de pensioenen simpelweg onbetaalbaar worden. De volgende generaties zullen de regering heel dankbaar zijn en ik ben blij dat we met de arizonacoalitie voor het juiste spoor kiezen.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U mag verontwaardigd zijn, maar daar schieten de treinreizigers niets mee op. Uw voorganger, de heer Gilkinet, was een kampioen. Hij heeft namelijk het record gevestigd van het aantal treinstakingen tijdens zijn ministerschap. Dat is een negatief record en ik hoop dat u tijdens uw ministerschap dat record niet zult breken. Het Vlaams Belang verwacht geen negatieve records, maar hoopt dat u deze legislatuur zult zorgen voor positieve records op het vlak van stiptheid, veiligheid en performantie bij het spoor. De treinreizigers mogen absoluut niet de dupe worden van wat er bij het spoor gebeurt. Ik hoop dat u de dialoog kunt voortzetten en ervoor zorgt dat de aangekondigde acties worden opgeschort. De treinreizigers zijn al veel getroffen. Ze moeten sinds februari meer betalen, maar krijgen daarvoor alleen maar meer spoorellende in de plaats. Dat is onaanvaardbaar.

internationale politiek en migratie

De betrekkingen tussen België en Rwanda
De situatie in Congo
Betrekkingen België en Centraal-Afrika

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 20 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België verwerpt de Rwandese beschuldigingen van ingérence en benadrukt zijn neutrale, principiële stand: respect voor internationaal recht, territoriale integriteit van Congo en mensenrechten, met stevige sancties tegen Rwanda (opschorting defensiesamenwerking, mijnbouwakkoorden en financiering) op de EU-agenda van 24 februari. Kernpunt: Rwanda’s steun aan M23-rebellen—verantwoordelijk voor humanitaire crisis (6,5 mln vluchtelingen, plunderingen, folter)—moet stoppen, terwijl ook Congo wordt aangespoord tot governance-hervormingen en dialoog voor een politieke (niet-militaire) oplossing. België, met historische banden, speelt een sleutelrol in internationale druk, maar N-VA eist onmiddellijke opschorting van alle ontwikkelingsgelden aan Rwanda zolang het geweld en plunderingen aanhouden.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, ce 18 février, dans un communiqué baignant dans l'hypocrisie, le gouvernement rwandais a annoncé qu'il suspendait le programme d'aide bilatérale avec la Belgique. Le Rwanda nous accuse donc de politiser le développement, de prendre des mesures punitives unilatérales, de pratiquer une ingérence externe injustifiée et de mettre à mal le processus de médiation dirigé par les Africains. Il va même jusqu'à nous accuser d'orchestrer une campagne agressive, en coopération avec la République démocratique du Congo, pour saboter l'accès du Rwanda au financement du développement. Je ferai remarquer que le Rwanda est le premier exportateur de minerais de haute valeur. Je n'ai rien dit, mais cela signifie qu'il y a de l'argent.

Visiblement, les dirigeants rwandais sont devenus maîtres dans l'art de projeter chez les autres leurs propres pratiques inacceptables, alors qu'ils se rendent eux-mêmes coupables de mesures punitives et d'ingérence extérieure vis-à-vis de leur voisin, à savoir la République démocratique du Congo, sapant ainsi les processus de médiation régionaux.

Monsieur le ministre, que répondez-vous aux accusations fallacieuses proférées par cet É tat qui ne respecte rien? Quelle position avez-vous adoptée après la suspension du programme de coopération bilatérale? Quelles mesures allez-vous demander au Conseil des ministres de l'Union européenne du 24 février? Quelle position allez-vous défendre? Quel est le plaidoyer de la Belgique vis-à-vis des autorités congolaises pour qu'elles participent aussi à une solution pacifique?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, collega's, de situatie in Congo blijft maar escaleren. De M23-rebellen, die gesteund worden door de Rwandese regering, hebben de steden Goma en Bukavu volledig in hun greep en rukken ook verder op naar de rest van het land. Het is dus echt wel een verontrustende situatie.

Er zijn op dit moment ook heel wat vluchtelingen: 6,5 miljoen mensen zijn op de vlucht. Dat destabiliseert de hele regio van de Grote Meren. We horen ook van hulporganisaties dat de gezondheidstoestand heel ernstig is. Kinderen worden eveneens volledig aan hun lot overgelaten; 800.000 kinderen hebben geen toegang tot school, zelfs niet tot voedsel of tot zorg. Ondertussen blijft de Rwandese regering met de steun van die rebellen heel vrolijk verder doen. Ze plundert de rijkdommen van haar buurman, foltert de bevolking en respecteert de territoriale soevereiniteit van Congo absoluut niet.

Een paar weken geleden stond ik hier ook. Toen vroeg ik naar een aantal sancties. Ik vroeg onder andere om de middelen voor ontwikkelingssamenwerking aan Rwanda op te schorten. Nu lijkt het, mijnheer de minister, dat president Kagame die vergadering heeft gevolgd, want hij vraagt net hetzelfde. Dus we hebben een akkoord. Er voltrekt zich echter een humanitaire ramp, dat weten we en dat verklaren we.

Mijnheer de minister, zult u die middelen opschorten? Hoe zult u ze gebruiken? Hoe zult u er concreet mee omgaan?

Maxime Prévot:

Monsieur Kompany, mevrouw Depoorter, hartelijk bedankt voor uw vragen. De situatie ter plaatse is uiterst zorgwekend en onstabiel na de val van Goma, Bukavu en andere steden. Ondanks diplomatieke inspanningen op regionaal en internationaal niveau, wordt er nog steeds gevochten in Noord- en Zuid-Kivu. De M23-rebellen en het Rwandese leger zetten hun offensieven met weinig weerstand voort. Ook de gevolgen voor de regionale stabiliteit staan op het spel. Het geweld tegen burgers en de humanitaire gevolgen daarvan zijn onaanvaardbaar.

S'agissant des réactions rwandaises, je pense qu'il faut regarder les choses de manière factuelle pour ne pas entrer dans des polémiques stériles. Avec quelles lunettes faut-il lire et comprendre la position de la Belgique? La question n'est pas de savoir si nous sommes pour les uns ou contre les autres; nous sommes simplement, constamment et fermement pour la défense du respect du droit international, pour le respect de l'intégrité territoriale, pour le respect des droits humains. C'est notre seul agenda et c'est précisément cela qui explique notre positionnement clair dans les enceintes internationales, sur la région des Grands Lacs, comme aussi d'ailleurs dans le conflit ukrainien ou encore au Moyen-Orient. Et nous ne rougissons pas des positions fortes que nous prenons.

Il serait par ailleurs naïf de croire que nous sommes isolés et que nous soyons le seul pays qui souhaite prendre des mesures. Je note, par exemple, que le groupe international de contact dont nous faisons partie avec les é tats-Unis, la Grande-Bretagne, la Suisse, l'Allemagne, la France, les Pays-Bas et d'autres encore, a pris une position très ferme vis-à-vis du Rwanda, hier, dans son communiqué. Hier, toujours, des voix se sont encore élevées, y compris de pays africains, au Conseil des Nations Unies pour dénoncer la situation et appeler à une réaction de la communauté internationale. Tout ce dossier sera traité, à ma demande, au Conseil Affaires étrangères de lundi prochain, où nous cherchons à avoir une approche collective. J'y défendrai à nouveau l'importance de prendre des sanctions individuelles, de suspendre le dialogue sécurité-défense avec le Rwanda, de suspendre le mémorandum d'entente sur les matières premières critiques ou encore de suspendre le financement de l'armée rwandaise au Mozambique.

Rwanda verwijt ons dat wij de samenwerking tussen de democratische strijdkrachten voor de bevrijding van Rwanda en het Congolese leger niet veroordelen. Niets is absurder, gezien het aantal communiqués dat België over het onderwerp heeft uitgegeven om de situatie aan de kaak te stellen. We hebben ook een groot aantal diplomatieke stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat alle samenwerking onmiddellijk wordt stopgezet. Ook voor ons is haatzaaien tegen een specifieke gemeenschap totaal onaanvaardbaar.

Nous ne manquerons pas non plus de demander à la République démocratique du Congo des réformes en matière de gouvernance et de justice et de souligner l'importance de travailler sur les causes profondes du conflit. En outre, nous sommes très clairs vis-à-vis des autorités congolaises sur le besoin de saisir les opportunités de dialogue au niveau régional et national. Leur responsabilité pour arriver à la paix est également importante. Et je le dis et le répète, il n'y aura pas de solution militaire à ce conflit.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, je crois que, si aujourd'hui les Congolais avaient branché leurs appareils pour écouter et voir peut-être ce qui se passe ici, ils auraient compris que la Belgique peut permettre à tout le monde de faire un pas en avant. Pourquoi la Belgique? Parce que la Belgique est ce pays qui est le mieux placé pour parler avec le Congo depuis longtemps. Tous les autres se sont ajoutés après la Première Guerre mondiale.

Monsieur le ministre, vous semblez connaître l'adage qui dit et qui est chanté en Afrique: "Quand le mensonge prend l'ascenseur, la vérité prend l'escalier. Elle met du temps mais finit toujours par arriver." Nous sommes à l'heure où la vérité est en train d'arriver dans cette histoire de l'Est du Congo.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, dat er diplomatieke oplossingen moeten worden geboden, defensiehulp moet worden stopgezet, dat de mensenrechten moeten worden gerespecteerd en dat er humanitaire hulp moet worden geboden, daarover zijn wij het absoluut eens. Laat het echter helder zijn dat voor de N-VA middelen voor ontwikkelingssamenwerking dienen om samen te werken aan een betere toekomst en aan een betere wereld en niet dienen ter sponsoring van wat er vandaag in Rwanda gebeurt, met name plundering, chaos en foltering.

economie en werk

De nationale betoging
De vakbondsactie van 13 februari
De betoging en het belang van het sociaal overleg
De nationale staking en de vakbondsacties
De nationale stakingsdag
De nationale actie van 13 februari
De betoging in Brussel
De actiedag en het belang van het sociaal overleg
De nationale betoging
De betoging van 13 februari
Nationale actiedag en sociaal overleg

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Bart De Wever (Eerste minister)

op 13 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Een massale betoging van 60.000–100.000 werkenden (verzorgers, leerkrachten, politie, spoorwegpersoneel) protesteert tegen pensioenhervormingen (werken tot 67 jaar, malus voor vroegpensionering), loon- en nachtpremieverlagingen en besparingen op zorg en sociale zekerheid, die ze als oneerlijk en klassenjustitie bestempelen. De regering verdedigt de maatregelen als noodzakelijk voor de toekomst (vergrijzing, begrotingstekort) en benadrukt concertatie met sociale partners, maar oppositie en vakbonden werpen haar gebrek aan alternatieven (bv. belasten van vermogenden) en minachting voor werkenden voor. Kernconflict: *Hervormingsdrang vs. sociale rechtvaardigheid*—met dreigende escalatie (stakingen) en wantrouwen in de regering.

Sophie Thémont:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, il y avait plus de 100 000 travailleurs dans les rues de Bruxelles ce matin. C'était impressionnant. Je crois que je n'ai jamais vu autant de monde en colère dans les rues de Bruxelles.

Je comprends leur colère. Comment ne pas comprendre quand on voit les attaques colossales de votre gouvernement envers le monde du travail; quand on voit à quel point vous les avez trompés avec vos 500 euros de salaire en plus? Jamais on n'avait décidé de brutaliser et d'appauvrir à ce point celles et ceux qui font tourner notre pays, qui le protègent, qui le soignent et qui l'éduquent.

Verts, bleus, rouges, des douaniers aux infirmières, des pompiers aux militaires, des artistes aux policiers, toutes et tous ont crié avec force qu'ils ne veulent pas de vos mesures anti-travail, qu'ils ne veulent pas de votre casse sociale, qu'ils ne veulent pas d'une vie où on se tue au boulot pour recevoir des miettes à 67 ans.

Ce n'étaient pas des "kékés" qui buvaient leur quart de pils, monsieur le ministre! C'étaient des femmes, des hommes, des jeunes, des vieux qui refusent votre gouvernement, les sanctions, les menaces, le mépris pour le travail. Ce sont des familles qui refusent de vivre dans l'angoisse de factures impossibles à payer; qui refusent de payer 95 % de la facture sociale alors qu'on laisse les grandes fortunes bien tranquilles; qui refusent aussi vos milliards d'économies sur les soins de santé, les pensionnés, les services publics et encore les plus fragiles.

Ils ont dit non, monsieur le ministre! Ils ont dit non, monsieur le premier ministre! Et ils ont dit non en masse!

Ma question est très simple: allez-vous entendre ce message très clair de tout un pays?

Raoul Hedebouw:

Nu zullen we het krijgen, mijnheer de eerste minister: 100.000 mensen in de straten! Dat had u waarschijnlijk niet zien aankomen. U wist niet dat er zo veel mensen zouden komen opdagen. 100.000 mensen uit de werkende klasse! Ze kwamen uit veel sectoren. Er waren militairen, brandweerlui, mensen uit de private en de publieke sector, jongeren en minder jonge mensen, vrouwen en mannen uit het zuiden en het noorden van het land. Het was een heel diverse groep. Ook middenveldorganisaties waren aanwezig: klimaatorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties en Amnesty International. Ze waren er allemaal samen om u te vragen wat u bezielt om hen tot 67 jaar te doen werken, en of u het al zelf eens hebt meegemaakt om 's morgens op te staan en vervolgens hard te werken in een bedrijf. Dat kent u bij de N-VA niet, uiteraard niet, want u leeft in een bubbel!

U hoort het niet graag, mijnheer de eerste minister, maar ik zal het u toch zeggen. Het is een schande dat mensen in ons land langer moeten werken voor minder pensioen. Het is een schande!

J'ai vu les travailleurs qui travaillent dans la logistique, dans la distribution. Ils m'ont dit: "Comment Bart De Wever, comment Georges-Louis Bouchez osent nous demander de travailler de 20 h 00 à minuit sans prime de salaire?"

Qu'est-ce que c'est cette bulle, ce fric, ces politiciens remplis de fric qui demandent effectivement aux travailleurs de bosser de plus en plus? Vraiment! La colère est profonde, mais vous vous en foutez, vous êtes dans votre bulle!

Mijnheer de minister, mijn vraag is heel duidelijk. U beslist om een malus van 300 tot 400 euro voor wie niet tot 67 jaar werkt, in te voeren. Trekt u die beslissing in? Zult u bovendien van de nachtpremies van de werkende klasse afblijven?

Aurore Tourneur:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, hier vous avez rencontré avec le kern les partenaires sociaux et, au nom des Engagés pour qui la concertation sociale est vraiment essentielle, nous vous remercions. Je rappelle qu'il a fallu plusieurs semaines au gouvernement précédent pour en faire de même.

Aujourd'hui, des dizaines de milliers de personnes se sont rassemblées à Bruxelles à l'appel des syndicats, exprimant leurs préoccupations face aux défis économiques et sociaux que nous traversons.

Cette mobilisation syndicale n'est pas la première face à la formation d'un nouveau gouvernement, et ce ne sera pas non plus la dernière. Cependant, elle rappelle l'importance du dialogue social. Et nous devons entendre les inquiétudes de la population. Car si nous voulons réformer, nous devons le faire avec tout le monde.

Notre gouvernement a pris un engagement clair, celui d'être un gouvernement de réforme. Mais une réforme ne se décrète pas. Elle ne pourra se construire qu'avec les partenaires sociaux. Et nous le prouvons dans les faits. Dans l'accord de gouvernement, les termes "partenaires sociaux" apparaissent 41 fois.

Nous devons aussi être clairs avec nos concitoyens. L'opposition, fidèle à ses habitudes, simplifie à outrance la réalité et alimente les craintes, en diffusant des contre-vérités. Or, il est de notre devoir d'expliquer avec pédagogie les enjeux auxquels nous faisons face et les solutions que nous proposons. Oui, nous devons prendre des décisions courageuses. Oui, elles ont un impact. Mais cet impact est mesuré, réfléchi et il vise un seul objectif: remettre notre pays sur les rails pour une justice sociale et une économie forte et durable.

Monsieur le premier ministre, pouvez-vous nous expliquer comment s'est déroulée la rencontre avec les partenaires sociaux et quelles sont les intentions du gouvernement par rapport à la concertation sociale? Vous-même l'avez souligné, l'effort pour remettre ce pays sur les rails doit être un effort collectif. Il ne peut se faire que si chacun – gouvernement, employeurs et travailleurs – avance dans la même direction. Plus que jamais, l'union fait la force!

Axel Ronse:

Collega’s, ik ben teleurgesteld. Ik heb het regeerakkoord doorgenomen. Welke maatregelen nemen we? We voeren familiekrediet in; we verhogen de minimumlonen en we behouden de automatische indexering. Collega’s, bovendien zullen voor de eerste keer in de geschiedenis van dit land mensen op 60-jarige leeftijd een volledig pensioen kunnen genieten, indien ze 42 jaar hebben gewerkt. Collega’s, ik had verwacht dat de vakbonden meer mensen op straat zou krijgen om dat beleid toe te juichen. Dat is immers sociaal beleid. Ik heb echter gemerkt dat wordt gemanifesteerd tegen de plannen van de nieuwe regering.

Ik heb het regeerakkoord nogmaals tot in de puntjes doorgenomen. Ik heb mij daarbij afgevraagd wie nu slechter af is door het regeerakkoord. Collega's, een van mijn Waalse vriendinnen heeft 33 jaar lang gestempeld. Ze krijgt netto 220 euro meer pensioen dan haar vriendin, die haar hele leven haar kas heeft afgedraaid. Welnu ze is erop uitgekomen dat ze slechter af zal zijn door het regeerakkoord!

Dankzij het huidige regeerakkoord moet wie elke dag zijn kas afdraait, bakkers, slagers, verplegers, leerkrachten, niet bijdragen aan een systeem dat ervoor zorgt dat mensen hun leven lang kunnen stempelen. Het huidige regeerakkoord zorgt ervoor dat werken wordt beloond. De huidige regering is de regering van de werkende mens. Er was nooit eerder een regeerakkoord dat ervoor zorgt dat werken zo sterk zal lonen.

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de vice-eersteminister, u hebt gisteren samengezeten met de Groep van Tien. Wat is uit dat overleg voortgekomen?

Sammy Mahdi:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, we moeten begrip hebben voor het feit dat mensen vandaag op straat komen, zich vragen stellen en soms ook vragen krijgen die gebaseerd zijn op het fake news dat sommige partijen hier verspreiden. Tegelijkertijd moeten we wel serieus blijven wanneer sommige spoorvakbonden van plan zijn om negen dagen lang te staken, negen dagen lang elke treinreiziger gijzelen en negen dagen lang mensen die naar school of het werk moeten, in de kou laten staan.

Ik weet niet hoe een spoorvakbond kan verdedigen dat het spoorpersoneel op zijn 55ste met pensioen kan gaan, terwijl een 62-jarige verpleegkundige in de kou op een perron staat te wachten. Ik weet niet hoe men aan een 18-jarige die klaarstaat om aan zijn leven te beginnen, kan uitleggen dat hij misschien geen pensioen zal krijgen vanwege de 500 miljard euro schulden waarvoor we een oplossing moeten vinden en dat op hetzelfde moment mensen weigeren om langer te werken dan 55.

Welke boodschap geven we aan hen als de spoorvakbonden beslissen dat het spoorpersoneel negen dagen zal staken? Wie moet het dan oplossen? Een volgende generatie? Zijn zij het die de belastingen zullen moeten betalen en het allemaal zullen moeten oplossen? Ik denk het niet. Voor cd&v is dat totaal onverantwoord gedrag.

Er werd hier al gezegd dat we een aantal heel belangrijke zaken hebben gerealiseerd, rekening houdend met de opmerkingen van de burgers. De index is beschermd, de werkende mensen zullen meer nettoloon overhouden en we hebben respect voor wie zorg draagt voor een ander. Dat is wat deze regering doet.

In tegenstelling tot sommige politici en sommige vakbonden die negen dagen willen staken, denken wij ook aan de volgende generatie, aan een generatie die nog hoopt om een deftig pensioen te hebben na een lange carrière waarin ze hard hebben gewerkt. Dat is wat we doen. Mijnheer de premier, we zullen dat samen met de sociale partners moeten doen. Hoe zult u die grote hervormingen realiseren en tegelijkertijd een goed overleg hebben met de sociale partners?

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, d'abord, soyons honnêtes: oui, il faut entreprendre des réformes importantes dans ce pays, des réformes qui n'ont pas été faites depuis 25 ans, y compris par vos deux partis. Il est impossible de ne pas réformer maintenant la fiscalité, le marché de l'emploi ou les pensions. On ne peut pas accepter d'avoir encore un taux d'emploi aussi bas, d'avoir un demi-million de personnes en incapacité de travail et de vivre dans le pays le plus taxé du monde en ce qui concerne le travail.

Néanmoins, messieurs, ce n'est pas une raison pour réformer ce pays à coups de tronçonneuse. Contre quoi exactement manifestent ces dizaines et dizaines de milliers de personnes qui battent le pavé? Bien sûr, contre vos mesures, contre la quasi-disparition de l'enveloppe bien-être, contre la fragilisation des pensions et des classes moyennes, dont un grand nombre d'enseignants, de policiers, d'infirmières. Cela devrait quand même vous parler. Ces gens manifestent également contre la précarisation des femmes. On ne le dira jamais assez: les femmes sont la première victime du gouvernement Arizona, à cause de votre réforme des pensions et du fait qu'elles ont des carrières espacées. Vous me direz: "C'est de leur faute, elles n'avaient qu'à être autour de la table des négociations."

Ces personnes manifestent aussi, à mon avis, contre d'autres choses. Contre un sentiment d'arrogance, contre un sentiment de mépris, contre l'impression que leur sort a été décidé sur un tableur Excel à trois heures du matin et que leur vie n'est qu'une variable d'ajustement. Et, surtout, elles manifestent contre un sentiment d'injustice. En effet, si tout le monde reconnaît qu'il faut trouver des économies, tous les analystes sérieux, les journalistes – et pas seulement de l'opposition – considèrent que le plus gros des économies se fera sur le dos des classes moyennes et des allocataires sociaux.

Donc, messieurs les ministres, vous n'avez pas encore démontré que vos réformes étaient justes, parce que vos chiffres indiquent qu'elles ne le sont pas. De même, vous n'avez pas encore démontré qu'elles feraient l'objet de concertations, puisque même si l'expression "concertation sociale" est présente à six reprises dans votre accord, il est néanmoins précisé qu'on s'en passerait en l'absence de décision. Comment allez-vous restaurer cette confiance qui n'existe déjà plus? Comment montrerez-vous que la concertation sociale n'est pas une variable d'ajustement?

Steven Coenegrachts:

Collega's, vandaag betogen er 60.000 mensen. Ze trekken door de straten van Brussel. De politie telt correct. Die mensen zijn ongerust, want de pensioenen raken de mensen in hun hart. Protesten zijn van alle tijden, collega's. Hervormingen wekken weerstand op. Dat was ook zo toen minister Van Quickenborne de pensioenen heeft hervormd. Dat was ook zo toen de regering-Michel de pensioenen heeft hervormd.

Wat vandaag anders is, is het zelfvertrouwen van de vakbonden, de zelfzekerheid, die 60.000 rechte ruggen die vandaag door de straten van Brussel marcheren. Dat is ook logisch. Als je ziet wat er tussen de formateursnota en het regeerakkoord op 8 maanden tijd naar links is opgeschoven, dan hebben de bonden daar alle redenen toe. De rechtspersoonlijkheid stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het belasten van de vakbondspremies stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het aanpassen van de index stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. De meerwaardebelasting stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. De contractbreuk van de tweedeverblijvers stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. Daarvoor was een betoging met 30.000 mensen voldoende, weliswaar onder de aanvoer van de heer Seuntjens.

Mijnheer De Wever, hoe garandeert u ons dat u ook dit keer niet zult capituleren tegenover de bonden? Wat garandeert ons dat u het deze keer wel zult volhouden, dat u zult opkomen voor die 5 miljoen mensen die vandaag wel zijn gaan werken: de bouwvakkers op de werf, de leraren in de klas, de verplegers die wel aan het ziekenhuisbed staan? Wanneer zult u stoppen met toegeven? Welke garanties kunnen we daarvoor krijgen?

Voorzitter:

Mijnheer Seuntjens, u werd als het ware al naar hier geroepen.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, de mensen zijn vandaag ongerust. Dat begrijp ik ook. Men moet het nieuws maar bekijken om te zien dat de wereld in de fik staat. Vergis u niet, het zijn altijd de extremen die het vuur aansteken, die mensen tegen elkaar opzetten, die fake nieuws verspreiden en die vooral wegduiken in plaats van mensen echt te beschermen, terwijl de mensen oplossingen vragen.

Ik heb al goed geluisterd. Hoeveel concrete oplossingen om de mensen te beschermen, hoorden we van het Vlaams Belang en de PVDA tijdens de betogen van daarnet en in het investituurdebat, dat langer dan 40 uur duurde? Hoeveel? Geen enkele.

Ik zal een voorbeeld geven, collega's. Ik heb vanochtend mijn trein gemist en liep een half uur rond in Antwerpen-Berchem. Ik heb daar met veel mensen gesproken. Veel mensen spraken me aan. Geen fictieve voorbeelden, maar echte mensen. Weet u wat zij zeiden? (Tumult) Ik snap dat sommige collega's ongerust zijn.

Echt waar, délégués van de vakbond zeiden mij: "Gelukkig neemt Vooruit wel zijn verantwoordelijkheid." Iedereen weet dat er iets moet gebeuren. De mensen die op straat komen, weten dat, maar wat ze vragen, is dat dat rechtvaardig gebeurt. Dat is exact wat de regering doet. Mensen die op 18 jaar starten, mogen vanaf nu op 60 jaar met pensioen. De minimumlonen gaan omhoog, collega's, en de index – de beste bescherming voor de koopkracht van de mensen – blijft overeind.

Meneer de eerste minister, we zullen vandaag moeten hervormen. Iedereen weet dat. We zullen dat doen met de sociale partners. U hebt gisteren met hen een gesprek gehad. Hoe zullen we die belangrijke hervormingen de komende jaren met hen doorvoeren?

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, je trouve qu'on vit dans une drôle de démocratie. Figurez-vous qu'hier soir, deux leaders syndicaux ont refusé de débattre face à moi sur un plateau de télévision et ils sont aujourd'hui quelques centaines à crier en dessous des fenêtres de mon bureau. C'est particulier! J'aurais pu être devant eux à ce moment-là.

Je parle de quelques centaines effectivement car les chiffres de la police n'annoncent pas 100 000 – je suis désolé de vous décevoir – mais 60 000 manifestants. Et je tiens quand même à rappeler à cette Assemblée que nous avons en Belgique 48 000 fonctions syndicales si vous prenez les conseils d'entreprise ou les CPPT. Cela veut simplement dire que ce sont leurs employés qui sont aujourd'hui effectivement dans la rue pour une bonne partie.

Pour le reste, monsieur le premier ministre, je ne peux pas accepter que vous soyez tout le temps dans cette posture d'empêcher les réformes parce que ces réformes sont indispensables pour nos enfants. Alors, si vous avez un peu de sens de responsabilité politique, allez voir maintenant vos enfants et expliquez-leur qu'il ne faut rien changer, qu'il faut continuer à dépenser l'argent qu'on n'a pas et que la conséquence de cela, c'est que ces enfants n'auront pas le même niveau de bien-être que vous parce que vous aurez privilégié votre petit succès électoral. Vous gagnez la même chose que moi, monsieur Hedebouw! Vous avez privilégié votre petit succès électoral plutôt que l'intérêt général.

Alors, oui, monsieur le premier ministre, ces réformes sont des réformes courageuses qui vont libérer le travail, qui vont garantir la sécurité, qui vont faire en sorte d'avoir la sécurité d'approvisionnement énergétique qu'on n'avait pas avec d'autres. Ma demande aujourd'hui, au nom du Mouvement Réformateur, est très claire, c'est de pouvoir agir vite avec le respect de chacun mais de ne surtout pas se détourner du cap qui a été fixé car c'est l'avenir de notre pays qui se joue sous ce gouvernement. Vous aurez notre plein soutien.

Sarah Schlitz:

Monsieur le président, visiblement, on a déjà eu la réponse de l'autre premier ministre. Je me réjouis d'entendre la réponse du premier ministre officiel.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, vous nous avez expliqué en long et en large la semaine dernière à quel point la Belgique va mal. Vous nous avez dit qu'il fallait mettre tout le monde au régime. Mais mettez-vous vraiment tout le monde au régime avec cette réforme, au sujet de laquelle vous prétendez que nous n'avons pas le choix? Est-ce que les ouvriers d'Audi Forest méritent de ne plus avoir de pension anticipée? Est-ce que les cuisinières du Lunch Garden de Fléron qui ont été virées du jour au lendemain méritent de ne plus avoir un chômage complet, et d'avoir un droit au chômage qui sera raboté dans deux ans? Est-ce que les travailleurs dans la logistique méritent de ne plus recevoir de primes pour le travail qu'ils prestent la nuit? Est-ce qu'une dame qui vient de perdre son mari ne mérite plus de toucher une pension de survie?

C'est cela, le projet contre lequel ces 100 000 personnes ont manifesté aujourd'hui dans les rues. Elles sont aussi venues dire non à un projet qui est injuste, brutal et qui est un choix politique. Oui, chers collègues, vous avez fait un choix. C'est une décision que vous prenez de toucher à la classe moyenne, de toucher aux malades, de toucher aux pensionnés et de ne pas toucher, ou à peine, aux plus grosses fortunes, aux épaules les plus larges. Cette contribution de 10 % sur les plus-values, c'est encore trop pour vos amis. C'est encore trop de contribuer de manière minime à cet effort gigantesque, titanesque que vous demandez pourtant à l'ensemble de la population.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, allez-vous enfin écouter les inquiétudes de la population ou allez-vous continuer à nier la réalité, à nier les craintes et les peurs de l'ensemble des citoyens, notamment de ceux qui ont manifesté aujourd'hui, mais aussi de tous ceux qui nous envoient des messages et qui s'inquiètent de leur sort et de l'avenir de leurs enfants?

Bart De Wever:

Collega's, ik wil beginnen met een opmerking die me geraakt heeft, namelijk de bewering dat de onderhandelaars in een bubbel zouden leven en geen voeling zouden hebben met de werkende mensen. Dat komt niet overeen met de ervaring die ik in de afgelopen maanden met de collega’s heb opgedaan. Het is ook zeker niet mijn persoonlijke achtergrond. Zo’n sfeerschepping vind ik allesbehalve onschuldig en ik betreur dat dit wordt gezegd.

Chers collègues, nous faisons face à de grands défis. Cela vaut pour nous tous, le gouvernement et les responsables politiques, mais aussi pour les représentants de la société civile. Hier midi, le kern a rencontré les syndicats et les organisations patronales du Groupe des 10. Nous sommes une semaine après le vote de confiance, ce qui montre une rapidité sans précédent! Mon gouvernement tend donc clairement la main aux partenaires sociaux, précisément pour parler des réformes nécessaires. Mais aucun d'entre nous n'est naïf: cela n'empêchera pas certaines organisations de s'opposer aux réformes de ce gouvernement, notamment dans les rues, et, dans ce pays, c'est permis!

Je peux d'ailleurs comprendre que les citoyens se posent des questions, en particulier les fonctionnaires. C'est pourquoi nous prévoyons également des mesures transitoires afin d'éviter des changements trop brusques. Mais le besoin de réformes est indiscutable. Personne ne peut le nier. À ceux qui oseraient le faire, je pose la question suivante: quelle est votre alternative? Je parle bien sûr d'une alternative crédible, et pas de slogans gratuits.

De feiten zijn wat ze zijn. In de jaren 1990 waren er in dit land nog vier actieve mensen voor elke 65-plusser. Vandaag zijn het er nog drie. Tegen 2060 zal dat cijfer zakken naar twee.

Weldra – dat betekent nog in dit decennium – zullen er meer 67-jarigen in dit land wonen dan 18-jarigen. Als we onze sociale stelsels niet snel aanpassen aan die realiteit, stevenen we dit decennium af op het grootste begrotingstekort van heel Europa en dan wordt onze sociale welvaartstaat, zo bezongen door sommigen, volstrekt onhoudbaar, onbetaalbaar. We gaan recht op een ramp af voor de koopkracht van de werknemers en de concurrentiekracht van onze bedrijven. Dat is glashelder.

We zouden dus allemaal aan hetzelfde zeel moeten trekken. De inspanningen die deze regering doet – laten we heel eerlijk zijn – zullen immers alleen volstaan om het budgettaire rotten te stoppen en hopelijk om ons saldo structureel gezond te krijgen.

Dat is een doelstelling die we eigenlijk met zijn allen zouden moeten ondersteunen. Daarom zeg ik u wat ik gisteren ook aan de sociale partners heb gezegd en roep iedereen op om alstublieft verantwoordelijkheidszin te tonen. Dat betekent dat we boodschappen moeten brengen die niet altijd aangenaam zijn, dat we moeilijke keuzes moeten durven verdedigen. Als u dat niet kunt, bent u misschien niet geschikt om maatschappelijk leiderschap op te nemen. Laten we wel wezen, de wereld van vandaag ziet er immers niet vriendelijk uit voor Europa. Onze vastberadenheid is broodnodig.

Ik heb zelfs een oppositiepartij horen oproepen om niet te capituleren, dat wil zeggen om dit akkoord uit te voeren. Dat is mijn oproep aan de hele samenleving, mijn oproep aan het middenveld dat vandaag op straat is gekomen. Laten we ons niet verliezen of verzanden in een conflictmodel, waarbij men tegen beter weten in het onvermijdelijke nog maar eens probeert uit te stellen. Het zal geen zoden aan de dijk brengen. Het zal alleen onze welvaart schaden, in een tijd waarin die al heel zwaar onder druk staat.

Assurons-nous ensemble que notre État providence reste solide et durable afin que les générations futures puissent également en bénéficier.

David Clarinval:

Je vous remercie pour vos réponses, mais quel mépris envers le monde du travail! Les manifestants qui étaient dans la rue aujourd'hui n'auraient donc rien compris! Vous ne savez vraiment pas comment vivent les gens! Comment une femme seule avec deux enfants fera-t-elle pour survivre si elle doit travailler 48 heures par semaine, y compris le dimanche et la nuit? Vous êtes complètement dans un autre monde!

Á ceux qui en appellent au sens de l'État, j'ai envie de demander pour qui ils se prennent. Quel État digne de ce nom décide de pulvériser à ce point ceux qui le font tenir debout?

Les travailleurs ne vont sûrement pas se laisser faire par votre rouleau compresseur. Ils l'ont montré aujourd'hui comme ils l'ont rarement fait. Croyez-moi, ce n'est qu'un début et nous serons à leurs côtés!

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, cette voix des 100 000 travailleurs qui étaient présents à Bruxelles aujourd'hui, qui a circulé dans ce Parlement, qui est venue vous dire: "Vous, la droite, c'est facile, vous vivez effectivement dans une bulle"… Que sont venus nous dire ces gens?

Monsieur le premier ministre, vous venez de nous dire que c'est difficile pour tout le monde, qu'on doit tous tirer du même côté. Non, monsieur le premier ministre! Il y a des super-riches qui, aujourd'hui, vont vivre leur vie tranquillement et il y a les travailleurs que vous allez faire travailler de plus en plus longtemps. C'est ça qui ne va pas!

U zegt dat er geen alternatief is, maar uw taxshift heeft een gat van 9 miljard euro gegraven. Wat is het alternatief? Dat is het alternatief natuurlijk!

Je vais conclure par le message suivant. On a tous vu que ces présidents de parti étaient hyper défensifs aujourd'hui. Vous avez les chocottes! Et je dis aux travailleurs aujourd'hui: les lois ne sont pas votées, elles ne sont pas encore introduites. Gardez votre fierté, on va les faire reculer! Rien n'est joué! Regardez-les! Ils ont les chocottes!

Aurore Tourneur:

Ik dank u, mijnheer de premier en mijnheer de minister, voor uw antwoorden.

Notre gouvernement va réformer ce pays et il le fera avec une méthode qui repose, comme vous l’avez montré, sur l’écoute et la concertation. Nous allons réformer ce pays parce que nous le devons si nous voulons garantir un avenir à nos enfants.

Nous allons réformer ce pays malgré les fake news et l’hypocrisie que je n’arrête pas d’entendre. Quand j’entends et que je lis le PS qui reproche à ce gouvernement tous les malheurs du monde alors que ce gouvernement n’est en place que depuis six jours, je vous dis: personne n’est dupe de votre hypocrisie et de votre bilan.

Si nous devons prendre nos responsabilités avec des décisions impactantes, c’est à cause de votre bilan. Alors assumez-le modestement et ne jetez pas d’huile sur le feu; parce qu’être un homme ou une femme politique, c’est être responsable et pondéré. Merci au gouvernement de montrer l’exemple!

Axel Ronse:

Les Engagés sont engagés aujourd'hui!

Collega Hedebouw, 100.000 mensen? 60.000 mensen! Weet u hoeveel mensen la vraie lutte voeren, de echte strijd? 4.800.000! 4.800.000 mensen zijn vandaag aan het werk en vragen zich af wat u hier allemaal zit uit te kramen, of u inactiviteit aan het promoten bent, dan wel of u voor welvaart zult zorgen, ook voor onze kinderen en voor onze grootouders.

Mijnheer Hedebouw, u vergist zich. Wij zijn niet bang, wel integendeel. We hebben immers nog nooit zo veel steun gevoeld van de hele bevolking als vandaag. Ga maar eens kijken bij de arbeiders, de leerkrachten en zelfs op de trein bij de treinbegeleiders. Ze steunen ons! La lutte continue!

Sammy Mahdi:

Mijnheer de premier, sommige linkse partijen uit de oppositie hebben de indruk gewekt dat het een keuze is om onze hervormingen door te voeren. Beste vrienden van de PS, het is echter geen keuze om de werkloosheid te beperken in de tijd. Het is een absolute must om mensen aan het werk te zetten! Beste vrienden van de PVDA-PTB, het is ook geen keuze om ervoor te zorgen dat wie werkt, een hoger pensioen heeft dan wie niet werkt. Het is een absolute must om dat te doen! De communistische hemel waaruit het geld valt, bestaat immers alleen in uw Facebookposts, niet in de werkelijkheid.

Dus ja, er zijn twee types politici, namelijk de roepers, die veel fake news vertellen en die niet de moed hebben om grote hervormingen uit te voeren, en de moedige politici, die denken aan de toekomstige generatie en ervoor willen zorgen dat de sociale zekerheid beschermd wordt voor onze kinderen en kleinkinderen. Aan u om te kiezen van welke groep u deel wilt uitmaken. Ik kan al raden welke groep dat zal zijn. Succes! Wij zullen de moed (…)

Voorzitter:

Mijnheer Mahdi, uw tijd is om.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Je parlais d'arrogance et de mépris. Le mépris, par exemple, c'est de considérer que les dizaines et dizaines de milliers de personnes – soixante ou cent mille, peu importe – qui sont dans les rues seraient là parce qu'elles seraient quasi toutes employées d'organisations syndicales. À quoi sert-il, sincèrement, de dire des choses pareilles? Si, vraiment, votre but est d'œuvrer pour les générations futures – mais je crois que cela intéresse aussi ceux qui manifestent –, il est temps d'arrêter de cliver et il est plus que temps de fédérer.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de premier, ik voel me vandaag enigszins de andere oppositie en ik vrees dat dat de volgende vier jaar zo zal zijn. U hebt het echter goed begrepen: niet capituleren, luidt onze boodschap. We zijn daar, eerlijk waar, ongerust over. Uw trackrecord van de voorbije 8 maanden toont aan dat u telkens naar links bent opgeschoven. Het regeerakkoord voorziet in overgangsmaatregelen tot 2062. Dat is dus nog 37 jaar. Laat die periode alstublieft niet opschuiven naar sint-juttemis. Wij zullen u aan uw woord houden: hervorm, verander niet van positie, pak de zaken aan en zwak de ambitie niet af. Doe voort en versaag niet! Courage, mijnheer de premier! (Rumoer)

Oskar Seuntjens:

Ik ben een van de jongste Kamerleden, maar voel me soms wel een van de meest volwassene in de plenaire zaal.

Mijnheer de premier, ik vind het best grappig, want de oppositie bewijst exact het punt dat ik vandaag wil maken. Mensen zijn holle woorden en slogans beu. Als we het echt menen en willen dat mijn generatie en toekomstige generaties ook kunnen rekenen op een sterke sociale zekerheid, dan moeten we durven te hervormen. Dat is ook net de reden waarom er vandaag wel een draagvlak is voor de nieuwe regering. Daarom kwamen vandaag ook mensen op straat die blij zijn met de regeringsdeelname van Vooruit. Wij zullen immers hervormen. Het is belangrijk dat we meedoen, want wij zorgen ervoor dat er op een sociale een rechtvaardige manier hervormd zal worden.

Collega’s , de mensen kunnen op ons rekenen. Wij zullen verder blijven strijden voor eerlijke, belangrijke en nodige hervormingen.

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, le problème, c'est que certains écrivent leur sketch de réplique avant votre réponse. Donc, la réplique ne correspond pas du tout à la réponse.

Par contre, monsieur le premier ministre, je voudrais faire une concession, car nous avons oublié d'intégrer à cet accord de gouvernement un plan beaucoup plus ambitieux pour la lutte contre la maladie d'Alzheimer. En effet, quand j'entends le Parti Socialiste, je me dis que ces gens n'ont jamais gouverné. Quel dommage, car ils ont tant d'idées! Quand j'entends les écologistes, je me dis que ces gens n'avaient pas de ministre ces cinq dernières années, quel dommage! Quand j'entends le PTB, je me dis que ces gens n'ont jamais refusé d'aller au pouvoir.

Alors, la feuille blanche de M. Dermagne, c'est votre bilan à vous tous. Et c'est pour ça qu'aujourd'hui nous sommes obligés de faire des réformes, pour sauver la sécurité sociale! Car la sécurité sociale sera sauvée par le travail, et pas par la grève! (Brouhaha)

Sarah Schlitz:

J'espère que nous ne vous dérangeons pas trop. Sinon, n'hésitez pas à le dire, au cas où nous n'aurions pas encore compris! Monsieur Bouchez, nous vous retournons le compliment. Vous étiez un partenaire de la majorité dans le précédent gouvernement. Vous avez passé votre temps à bloquer l'ensemble des réformes qui étaient sur la table, et vous êtes au pouvoir depuis 25 ans sans discontinuer. Vous n'avez pas de leçon à donner! Monsieur le premier ministre, vous déclarez la guerre aux Belges, et puis vous leur demandez de ne pas riposter. C'est une blague! Et nous devrions vous remercier de ne pas avoir touché à l'index! Oh, mais merci… Et puis quoi encore? Oui, vous avez décidé de déclarer la guerre et, non, les Belges ne vont pas se laisser tondre sans riposter, monsieur le premier ministre!

mobiliteit en transport

De aangekondigde spoorstakingen

Gesteld door

N-VA Dorien Cuylaerts

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 13 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De nieuwe mobiliteitsminister benadrukt dialoog met vakbonden over noodzakelijke NMBS-hervormingen (HR Rail, pensioenen, besparingen), maar wijst overdreven stakingen (9 dagen door OVS) af als onaanvaardbaar en schadelijk voor pendelaars. Hij bevestigt een eerste gesprek met syndicalisten, maar stelt dat sociale onderhandelingen primair bij NMBS/Infrabel liggen—de overheid grijpt niet in, tenzij het openbaar belang in het gedrang komt. Kritiek blijft op het gebrek aan respect van vakbonden voor reizigers en misbruik van ziektecertificaten, terwijl de minister minimale dienstverlening wil versterken zonder het stakingsrecht aan te tasten. N-VA eist hardere stellingname tegen "privileges", MR pleit voor balans tussen protestrecht en werkbaarheid spoor.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, allereerst wil ik u feliciteren en veel succes wensen met uw nieuwe functie. Met Mobiliteit in uw portefeuille rust er weliswaar een last op uw schouders. In de eerste plaats is er crisis bij de NMBS, die efficiënter gemaakt moet worden. Daarnaast moet het vertrouwen van de pendelaars opgekrikt worden.

Bij dat laatste aspect wil ik even stilstaan, want de kleine spoorvakbond OVS krijgt het maar weer eens voor mekaar, zoals daarnet al werd aangehaald. Naast de nationale stakingen plant die bond ook nog eens een staking van maar liefst negen dagen. Dat is eigenlijk buiten proportie, het is onaanvaardbaar. Het toont totaal geen respect voor de pendelaars. Daarenboven ondergraaft een dergelijke staking ook het vertrouwen in onze spoorwegen. Waarom doet de vakbond dat? De reden is uiteraard blijvend verzet tegen de noodzakelijke hervormingen. Die vakbond vindt de pensioenhervorming, flexibilisering of de afbouw van HR Rail niet nodig.

Gelukkig is onder impuls van N-VA tijdens de Zweedse regering de minimale dienstverlening ingevoerd, wat maakt dat er tijdens die negen dagen nog wel enkele treinen zullen rijden. Dat mag echter geen excuus zijn om op onze lauweren te rusten. Integendeel, de pendelaars verdienen zekerheid. Waar de vorige minister nog vrolijk meehuppelde met de betogers, verwachten wij van u een serieuze aanpak. In de media hebben we gelezen dat u met de vakbonden al afspraken gemaakt hebt om samen te zitten.

Mijnheer de minister, heeft dat gesprek met de vakbonden al plaatsgevonden? Zo ja, hoe is het verlopen? Zo neen, wanneer zal het plaatsvinden? Wat zult u concreet ondernemen zodat het voor de vakbonden heel duidelijk wordt dat zulke acties niet kunnen?

Gilles Foret:

Ce mardi, un syndicat de cheminots a déposé un préavis de grève de neuf jours pour la fin février. Préavis de grève que les directions de la SNCB et d'Infrabel ont qualifié de prématuré et disproportionné. Cette annonce, qui s'ajoute à une série de mobilisations ayant déjà fortement perturbé le rail, suscite de vives inquiétudes auprès des usagers qu'ils soient travailleurs, étudiants ou bien des entreprises dépendant du fret ferroviaire.

Alors que notre nouveau gouvernement annonçait des investissements ambitieux pour moderniser l'infrastructure, améliorer la ponctualité et garantir un service de qualité aux citoyens, nous craignons une multiplication des grèves qui interroge sur l'état du dialogue social au sein des entreprises du rail. Il est essentiel que ces discussions entre directions et syndicats se déroulent dans un cadre constructif et responsable afin d'épargner les usagers du rail. Cette mobilisation s'accompagne également d'une polémique sur l'usage abusif par certains de certificats médicaux lors de périodes de grève. Cette pratique, si elle est avérée réelle, pose un problème et met en péril la transparence des mouvements sociaux.

Dès lors, quelles initiatives comptez-vous prendre pour assurer un dialogue social constructif et éviter les conflits à répétition? Comment entendez-vous renforcer la mise en œuvre du service garanti qu'un de vos prédécesseurs, François Bellot, avait mis en œuvre pour assurer la continuité du transport ferroviaire lors des journées de grève? Et enfin, quelles mesures prendrez-vous pour éviter les abus liés aux certificats médicaux en période de mobilisation sociale et garantir une gestion rigoureuse de l'absentéisme? Je vous remercie.

Jean-Luc Crucke:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Cuylaerts, mijnheer Foret, ik zou het kort kunnen houden, door te stellen dat ik uw redenering volg. Dat zou een kort antwoord opleveren.

Je vous remercie pour vos questions.

Ik wil er ten eerste aan herinneren dat de NMBS en Infrabel onafhankelijke overheidsbedrijven zijn. Het is dus niet aan de minister van Mobiliteit om zich te bemoeien met de sociale dialoog, die de relatie tussen het management en de vakbonden regeert. Hooguit heb ik de rol van doorgeefluik tussen beiden.

Je vais néanmoins vous répondre un peu plus précisément. Le droit à l'expression, d'une manière générale, m'est cher. En ce sens, le droit de grève est un mode d'expression démocratique et je tiens sincèrement à ce qu'il le reste.

Overdrijven is geen recht meer.

Toutefois, vous me connaissez, je suis un homme de dialogue. Aussi ai-je proposé, comme vous l'avez rappelé, aux représentants syndicaux qui ont tiré la sonnette d'alarme il y a quelques jours, de les rencontrer afin d'échanger sur leurs craintes. Quelles sont ces craintes?

U kent ze: de toekomst van HR Rail, het statuut van het personeel, het budgettaire traject met 250 miljoen euro besparingen tegen 2029, de sociale dialoog, de toekomst van de pensioenen, de impact van de pensioenmalus en dies meer.

Ik kan absoluut nog niet antwoorden op de vragen. De regering is vandaag nog maar tien dagen gevormd. Ik verdiep mij nog in de dossiers. U weet dat ik een man van de dialoog ben, maar ook een man van de dossiers.

Cependant, j'ai tenu à les rassurer. Quand je dis cela, je les ai quittés il y a à peine une heure. Nous avons dialogué honnêtement et de façon approfondie pendant deux heures afin de les rassurer sur la teneur de l'accord de gouvernement. J'appliquerai cet accord, tout l'accord et rien que l'accord, mais je le ferai en bonne intelligence avec les partenaires sociaux, les directions et les syndicats. Le dialogue social doit se poursuivre entre la SNCB et Infrabel, d'une part, et les syndicats, d'autre part.

En tout cas, ce que je ne veux pas, c'est que des tensions se fassent sentir à propos d'accords de principe, avant même que le travail n'ait commencé. Je comprends que les efforts soient difficiles sur papier, mais ils sont nécessaires. Si nous voulons garder une situation budgétaire tenable pour notre pays, il en va de l'avenir de nos finances publiques, et donc de l'avenir de nos enfants. Je suis sûr que les gestionnaires et les gens de raison comprendront que c'est ce que nous faisons. Et, s'il y a, en termes sociaux, des abus dans l'emploi de mécanismes de protection, il appartient bien évidemment à l'entreprise de prendre toutes les mesures nécessaires pour faire respecter les droits, mais aussi les obligations, des uns et des autres. Mon engagement est d'être clair avec tout le monde, mais aussi d'être sérieux avec tout un chacun.

Eerst en vooral moet er een dialoog zijn, maar als een organisatie het publiek bedrijf op het spel zet, dan zeg ik drie keer nee.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

De vakbonden blijven maar om solidariteit vragen voor hun situatie, maar tonen zelf geen greintje respect voor de pendelaars. Integendeel, ze zullen hen negen dagen gijzelen. U geeft aan voor dialoog te zijn, wat ik alleen maar kan toejuichen. Alleen zo komen we verder, maar het moet ook heel duidelijk worden meegedeeld dat dergelijke asociale vakbondsacties onaanvaardbaar zijn. Het gaat niet meer over rechten, zoals u zelf zegt, maar wel over privileges. Die privileges zijn echter niet langer houdbaar. De pendelaar moet de prijs betalen. Het is goed dat er nu een regering is die eindelijk moed toont en de nodige maatregelen neemt om ons land letterlijk en figuurlijk opnieuw op de rails te krijgen.

Gilles Foret:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour les éléments de réponse et pour votre engagement dans la poursuite d’un dialogue social constructif. Ce que nous regrettons, c’est qu’il y ait eu, avant la mise en place du gouvernement, des grèves préventives, et puis, aujourd'hui, des grèves prématurées. L’important, c’est ce dialogue social, et de pouvoir avoir un équilibre entre le droit de la grève et le droit de celles et ceux qui veulent se rendre sur leur lieu de travail, sur leur lieu de soin, sur leur lieu d’apprentissage. Il importe, en tant que ministre de la Mobilité, d’y veiller, dans tout le respect de l’autonomie des entreprises du rail. Quant au service garanti, il sera important de le renforcer et de veiller à ce que, lors de mouvements de grève, les travailleurs puissent bénéficier de la continuité du service ferroviaire. Nous verrons ensemble, en commission de la Mobilité, comment évaluer le service aujourd'hui et comment le faire évoluer pour le bien de tous, dans le respect du dialogue social. Je vous remercie, et bon travail!

veiligheid, justitie en defensie

De situatie in de DRC
De situatie in de DRC
De situatie in Oost-Congo
De situatie in de DRC
De situatie in Congo
De oorlog in de Democratische Republiek Congo
De situatie in de Democratische Republiek Congo
De geopolitieke focus van Europa in Afrika
Conflicten en geopolitiek in Centraal-Afrika

Gesteld aan

Bernard Quintin, Alexander De Croo (Eerste minister)

op 30 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische politiek wordt scherp bekritiseerd voor haar passiviteit in het conflict in Oost-Congo, waar Rwanda (via M23-rebellen) systematisch etnische zuiveringen, verkrachtingen als oorlogswapen en plundering van Congolese mineralen pleegt, met 7 miljoen ontheemden en decennia van straffeloosheid als gevolg. Terwijl België en de EU snelle sancties en wapembargo’s eisen tegen Rusland in Oekraïne, blokkeert economisch en strategisch belang (kobalt, coltan) concrete actie tegen Rwanda, ondanks bewijzen van Rwandese agressie en schendingen van internationaal recht—wat door parlementsleden wordt afgedaan als "twee maten en twee gewichten". De regering belooft diplomatieke druk (o.a. via VN, EU-sancties, herziening van minerale akkoorden en militaire steun aan Rwanda) en humanitaire hulp, maar critici—onder meer Congolese diaspora en oppositiepartijen—eisen onmiddellijke sancties, een totaal embargo op "Rwandese" mineralen (die de facto uit Congo komen) en stopzetting van alle EU-financiering aan Kagame’s regime, met de dreiging dat Bukavu het volgende doelwit is. Kernpunt: zonder eind aan westerse hypocrisie en economische afhankelijkheid van Congolese grondstoffen zal de crisis—met Rwanda als centrale dader—voortduren.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, chaque jour qui passe en République démocratique du Congo, ce sont des vies qui sont brisées dans un silence complice. La prise de Goma par les rebelles du M23 soutenus par le Rwanda n'est pas qu'un fait militaire. C'est un crime contre l'humanité, voire un génocide qui se déroule sous nos yeux. Ce sont des femmes violées, utilisées comme armes de guerre. Ce sont des villages détruits, des familles arrachées, plus de sept millions de personnes déplacées. Ce sont des civils bombardés dans des camps de réfugiés. Ce sont des enfants qui grandissent dans le chaos et dans la peur.

Pourtant, que fait la communauté internationale? Eh bien, elle ne fait pas grand-chose.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, l'Europe a su sanctionner la Russie pour son agression en Ukraine, et c'est très bien. Mais pourquoi n'y arrive-t-elle pas quand c'est le Rwanda? Il est temps d'arrêter ce deux poids deux mesures insupportable. Le droit international doit être une boussole de Kiev à Kinshasa en passant par Gaza. Les discours ne suffisent plus. Nous demandons que la Belgique et l'Union européenne prennent des mesures fermes et immédiates. Nous demandons des sanctions ciblées contre les dirigeants rwandais impliqués dans ce conflit. Nous demandons un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais qui sont, en réalité, des minerais de sang pillés au Congo. Nous demandons un soutien à la justice internationale. Nous devons répondre aux appels de la société civile du Congo. Il ne peut y avoir de paix sans justice, et tant que l'impunité régnera, les massacres continueront.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, quand allons-nous enfin passer des paroles aux actes? Quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle prendre pour stopper ce massacre et protéger les populations civiles de l'Est du Congo? Quand la Belgique ordonnera-t-elle la fin du massacre et exigera le retrait des troupes rwandaises, comme le réclamait d'ailleurs l'ambassadeur de la République démocratique du Congo que nous avons rencontré hier? La Belgique sera-t-elle au premier plan aux Nations Unies (l'ONU) pour réclamer des sanctions contre le Rwanda?

Michel De Maegd:

Messieurs les ministres, chers collègues, je vais aller droit au but. Pardonnez-moi ce cri de rage, mais le peuple congolais en crève, au sens propre comme au sens figuré! Les femmes de l'Est du Congo sont mutilées et violées, l'arme de guerre la plus immonde. Elles en crèvent, à petit feu ou sous les balles du M23. Les enfants de l'Est du Congo, sans eau ni électricité, sans de quoi subsister dignement, n'ont-ils droit à un autre destin que celui d'enfants soldats? Les hommes de l'Est du Congo n'ont-ils comme seul avenir que de survivre dans la peur et la perpétuelle violence, au gré des groupes rebelles qui s'affrontent dans une indifférence quasi générale? Alors oui, cela fait des décennies que les Congolais de l'Est en crèvent, qu'ils soient de Goma, du Nord ou du Sud-Kivu, qu'ils survivent dans d'innombrables camps de réfugiés ou dans des villes et villages dans lesquels "vivre" veut d'abord dire "survivre". Au nom de mon groupe, je veux avoir une pensée sincère pour ces femmes, ces enfants et ces hommes qui, chers collègues, nous attendent.

Monsieur le ministre des Affaires étrangères, monsieur le premier ministre, je sais qu'en tant qu'amis fervents de l'Afrique, vous partagez mon désarroi. Hier en commission, nous recevions l'ambassadeur de la RDC, qui a adressé quatre demandes à la Belgique: ordonner la fin des hostilités et le retrait des troupes rwandaises de la RDC; mettre en place un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais et introduire une traçabilité dès le sol congolais; plaider auprès de l'Union européenne pour revoir les accords militaires et économiques avec le Rwanda; plaider pour un registre complet des armes vendues à celui-ci.

Messieurs les ministres, dans quelle mesure pouvons-nous répondre à ces demandes? Quels sont les leviers que nous pouvons immédiatement actionner pour éviter de nouveaux massacres? L'Union européenne annonce une aide humanitaire d'urgence de 60 millions d'euros, insuffisants certes, mais comment garantir que cette aide atteigne les populations touchées? Et puis, enfin, messieurs les ministres, pouvez-vous dresser un bilan de la sécurité de nos ressortissants dans la région et de nos équipes diplomatiques en RDC? Nous savons en effet que plusieurs ambassades ont été attaquées.

Pierre Kompany:

Monsieur le président, je suis fier d’être ici devant deux représentants du pays, qui travaillent et connaissent le Congo. Je connais le Congo, mais je ne peux pas prétendre le connaître nécessairement mieux que vous.

Des questions se posent. Le pays qui souffre, c’est le Congo. Des questions se posent. Pourquoi cela a-t-il duré tant d’années sans que des êtres humains – comme nous, qui sommes ici les représentants du peuple – aient débattu de ce problème et aient mis un terme, il y a longtemps, à ce que nous vivons aujourd'hui?

Je me le demande, et je vous le demande, monsieur le ministre des Affaires étrangères. Je sais que le premier ministre couvre tout. La Belgique va-t-elle soutenir l’adoption de sanctions contre le Rwanda au sein du Conseil de sécurité des Nations Unies? Avez-vous des contacts sur ce sujet avec les États actuellement membres du Conseil de sécurité?

La Belgique va-t-elle demander, au sein de l’Union européenne, la suspension de tous les accords avec le Rwanda et la suspension des financements accordés par l’Union? Ils sont accordés y compris par le biais de la Facilité européenne pour la paix – étonnant!

Quel soutien la Belgique va-t-elle elle-même donner à la MONUSCO et aux troupes africaines de la SADC qui défendent la République démocratique du Congo? Quelles actions diplomatiques les Affaires étrangères mettent-elles en œuvre pour rétablir la paix?

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous interpelle évidemment sur les événements dramatiques en cours à l'Est de la République démocratique du Congo, notamment la prise de Goma par le M23 soutenu par l'armée rwandaise. Je vous pose tout de suite la question. Pourquoi autant d'inaction? Pourquoi laisse-t-on faire?

Waarom laten wij hen gewoon doen? In Oekraïne komen wij direct tussen: sancties, het leger, wapens enzovoort, alles erop en eraan. Als het echter over Congo gaat, gebeurt er niets. Waarom?

C'est cela la question! Tout le monde sait ici que l'armée rwandaise ne pourrait pas se permettre cela sans le soutien de l'impérialisme américain. Sans le soutien des États-Unis d'Amérique, c'est impossible. Vous le savez. Vous regardez par terre parce que vous le savez. Un petit pays comme cela ne peut pas intervenir chez son voisin sans un appui occidental important.

Il y a aujourd'hui des protocoles d'accord entre l'Union européenne et le Rwanda. Le protocole sur les minerais stratégiques est signé. Ce sont des accords favorables à l'Union européenne et au Rwanda. On aide le Rwanda. Il y a des accords entre l'armée rwandaise et les institutions européennes. Pourquoi? Pourquoi tant d'hypocrisie? C'est la question qui est posée aujourd'hui par les peuples africains et par le peuple congolais.

Va-t-on faire sauter ces protocoles? Le PTB a proposé de faire sauter ces protocoles. Tous les partis traditionnels belges ont voté contre, ils ont voté pour le maintien de ce partenariat stratégique. Pourquoi? Business! Les minerais, le cobalt, le coltan, le cuivre. Business, business, business! C'est pour cela que vous ne voulez pas intervenir.

Monsieur le ministre, va-t-on enfin soutenir le peuple congolais, soutenir l'intégrité territoriale de ce pays, ne pas appliquer le deux poids deux mesures? Quand ça nous arrange, on ferme les yeux parce qu'il y a de l'argent, et quand ça ne nous arrange pas, on intervient aussi, parce que là aussi il y a de l'argent. Les droits humains ne sont pas à géométrie variable. C'est une question de principes, monsieur le ministre.

Els Van Hoof:

Minister Quintin, ik merk het ook aan u, de oorlog in Oost-Congo raakt u persoonlijk. U was destijds kandidaat-speciaal gezant van de EU voor de Grote Meren. U werd geweigerd door Rwanda.

Dood, vernieling, plundering en seksueel geweld, het raakt mij ook als vrouw, al decennialang. Moeders en dochters worden verkracht en dokter Mukwege herstelt. Dat is het cynische spel vandaag in Oost-Congo. Het Rwandese regime ligt er niet wakker van. Het heeft een onverzadigbare honger naar grondstoffen. Opportunistische rebellen als die van M23 helpen hen. Dat zijn de recepten van het Rwandese imperialisme.

Poetin inspireert, mijnheer Hedebouw, en de Congolese bevolking crepeert. België kan niet langer toekijken. Maandag zei u het al, mijnheer de minister: woorden volstaan echt niet meer.

Hoe kunnen we vanuit de EU het geweld veroordelen en tegelijkertijd toch grondstoffen importeren uit Rwanda? Hoe kunnen we vrolijk een WK wielrennen organiseren in de straten van Kigali in Rwanda? De Belgische kritische houding leidt al langer tot ruis op de diplomatieke lijn met Rwanda, maar dat zal Kagame worst wezen. Only money talks .

Het is hoog tijd om een ethische en morele grens te trekken. De Congolese ambassadeur vroeg dat gisteren ook. Wij steunen hem. Leg een embargo op voor de Rwandese grondstoffen. Ze zijn trouwens niet van Rwanda, ze komen uit Oost-Congo. Herroep de Europese militaire en economische samenwerking. Er moeten sancties komen!

Daarom is mijn vraag aan u, mijnheer de eerste minister en mijnheer de minister: welke concrete maatregelen stellen wij voor aan de Europese Unie? Welke bilaterale maatregelen nemen wij zelf? Ik merk dat Duitsland en het VK kijken naar hun ontwikkelingssamenwerking. U moet natuurlijk de Rwandese bevolking niet straffen, maar er is wel een heroriëntatie nodig.

François De Smet:

Messieurs les ministres, les combats qui ont repris il y a quelques semaines dans l'Est du Congo ont déjà fait de trop nombreuses victimes et ont jeté des centaines de milliers de personnes sur les routes. Et, comme toujours, ce sont les civils qui payent le prix principal, en premier lieu les femmes et les enfants.

Mais, en réalité, nous le savons, voilà des décennies que l'Est du Congo est abandonné, dans un conflit meurtrier par intermittence et qui est, en fait, tout simplement, le conflit le plus meurtrier de l'histoire moderne. Alors, oui, on doit pouvoir cibler les responsables principaux: le M23, bien sûr, qui est le principal groupe paramilitaire qui terrorise la région, mais aussi ses soutiens et, en premier lieu, le Rwanda de M. Paul Kagame qui, dès l'instant où il choisit de soutenir et d'armer ces milices, porte aussi la responsabilité de leurs exactions. Et puis, il y a la communauté internationale, dont l'inaction et le silence ne sont plus possibles.

Que peut faire, que doit faire la Belgique? DéFI vous demande, monsieur le premier ministre, d'abord dans les mots les plus clairs et les plus durs, de condamner les responsables de ces exactions, à savoir le M23 et le Rwanda. Mais il faut aussi ajouter, en effet, des armes plus dures. Il faut qu'on parle d'embargo sur les armes, il faut qu'on puisse parler de sanctions économiques, et nous pourrions aussi demander – nous vous le demandons – que l'Union européenne suspende et rompe dès que possible le partenariat sur l'extraction des minerais entre l'Union européenne et le Rwanda.

Je n'oublie pas l'aspect humanitaire. En ce moment-même, des centaines de milliers de personnes sont isolées, notamment parce que la prise de l'aéroport de Goma rend les accès difficiles. La Belgique peut participer à l'ouverture d'un corridor humanitaire. Et puis, il faudra tôt ou tard que, dans cette région meurtrie, vienne l'heure de la justice. La Cour pénale internationale (CPI) a repris des enquêtes et des activités. C'est très bien, et nous devons les soutenir. Tous les démocrates doivent soutenir le fait que, quels qu'ils soient, les responsables des viols et des meurtres soient poursuivis parce qu'au Congo comme ailleurs, il n'y aura pas de paix sans justice.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Messieurs les ministres, la peur! La peur! Voilà l'état de la population de Goma et de l'Est du Congo. Mais on ne peut pas dire qu'ils ne sont pas habitués à cette situation car cela fait 30 ans que le Kivu et l'Est de la RDC se sentent en insécurité. Trente ans que des factions rebelles soutenues par le Rwanda pillent, violent, tuent, sèment la terreur dans les zones rurales! Trente ans qu'il y a des millions de déplacés! Trente ans qu'il y a des millions de morts!

Pourquoi, monsieur le ministre? C'est pour la richesse du sous-sol de cette région, pour des minerais – oui, monsieur le ministre, vous m'avez bien entendue! – pour que nous puissions rouler dans nos belles voitures électriques, pour que nous puissions utiliser nos smartphones. Trente ans, monsieur le ministre, et nous n'avons voulu rien voir. La Communauté internationale est silencieuse. Pourquoi? Monsieur le ministre, le Congo, c'est trop loin! L'Ukraine, c'est à côté! Ce sont nos voisins! C'est beaucoup plus facile. Et puis, les Rwandais sont des personnes sérieuses. Ils sont considérés comme des partenaires stables. C'est un régime autoritaire avec un président élu à 99 % des voix mais c'est un régime stable. Belligérant mais stable! Parce que, surtout, on a besoin d'or, de diamants, de cobalt, de coltan. Oui, j'ose le dire, monsieur le ministre. Nous sommes restés silencieux. J'apprécie toutefois votre sortie volontariste de cette semaine. Je devais quand même vous le dire.

Comment la Belgique compte-t-elle agir? Quelles solutions diplomatiques sont envisagées pour éviter ce bain de sang et sauver cette population qui a trop souffert? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre ce protocole de coopération sur les matières critiques avec le Rwanda qui sont pillées en RDC? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre la coopération militaire?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, de crisis in Oost-Congo, een van de vergeten conflicten, duurt al dertig jaar en het is pas sinds vorige week met de val van Goma dat de internationale gemeenschap eindelijk tot actie oproept.

De M23-terreurgroepen hebben de miljoenenstad, een economisch knooppunt aan de rand van Rwanda, al jaren in hun greep. We zien er een vicieuze cirkel van mensenrechtenschade en van terreur, waaraan de staat Rwanda deelneemt. Het land financiert de rebellen immers. Die houden zich ook niet in. Vrouwen worden verkracht, kinderen worden vermoord, mensen verdwijnen. Er is geen voedsel. Er zijn geen geneesmiddelen. De ziekenhuizen liggen vol. De humanitaire crisis is op het moment enorm.

De greep van de M23-rebellen en van Rwanda op Oost-Congo wordt ook alleen maar groter, omdat zij het slagveld uitbreiden. Zij trekken ook naar het zuiden, naar Bukavu.

De mensen in Congo zijn angstig en boos. Zij komen op straat, want zij voelen zich in de kou gelaten. Wij, de westerse overheden, praten immers nog altijd met de militaire regimes in Rwanda. Wij blijven ook financieren. Wij financieren niet alleen het leger, maar besteden ook 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking in Rwanda.

Mijnheer de minister, is dit niet het moment waarop wij onze hulp ter discussie moeten stellen? U hebt gepleit voor concrete acties. Welke acties zijn dat? Wat hebt u aan uw Europese collega’s gevraagd?

Voorzitter:

Mevrouw Depoorter, u eindigt net als de andere sprekers keurig op tijd, waarvoor mijn dank.

Alexander De Croo:

Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions relatives à la situation dans l'Est du Congo, situation dramatique depuis bien trop longtemps.

En effet, cela fait des décennies que les conflits sont quotidiens dans cette région. Malheureusement, la situation a empiré récemment.

La réaction de la Belgique a été très claire. Elle a demandé à l'ensemble des partis de faire tout le nécessaire pour veiller à une désescalade. Le Rwanda doit arrêter son soutien au M23. Cela a été documenté partout et il est important que le message soit très clair. Mais du côté congolais, il y a aussi des choses à faire: arrêter les discours haineux, tenter de restaurer l'autorité dans la région. Il y a bien des efforts à faire des deux côtés.

Le point principal est d'arrêter l'ingérence dans l'Est du Congo depuis le Rwanda. J'ai eu l'occasion de m'entretenir avec le président Félix Tshisekedi hier au sujet d'actions que nous pourrions entreprendre pour mobiliser la communauté internationale. De plus, s'agissant de la situation à Kinshasa, je lui ai demandé d'agir avec fermeté pour faire cesser les attaques contre l'ambassade belge et les ambassades d'autres pays. Il m'a assuré qu'il ferait tout ce qui est nécessaire pour calmer la situation à Kinshasa. On voit aujourd'hui que ce genre de manifestations se produit moins souvent qu'auparavant.

Avant de donner la parole au ministre des Affaires étrangères concernant les actions internationales et notre position par rapport à des sanctions, je rappellerai que la Belgique a toujours été très critique, notamment concernant le protocole européen sur les minerais. La Belgique a d'emblée alerté sur le fait que ce n'était pas une bonne idée. Malheureusement, nous le voyons aujourd'hui, nous avions raison d'émettre de nombreuses questions au sujet de cet accord.

Dans un contexte plus large, la position internationale de la Belgique a toujours été de respecter le droit international et la souveraineté d'un pays, position que nous affichons partout.

Concernant ce qui se passe en Ukraine, cela a été notre position. Nous avons dit que la souveraineté et l'intégrité d'un pays devaient être respectées. Concernant ce qui se passe au Proche-Orient, nous avons toujours été clairs. Les lois internationales et les conventions doivent être respectées. Pour ce qui se passe au Congo, le même raisonnement s'applique. L'intégrité du pays doit être respectée. Les ingérences auxquelles nous assistons de la part du Rwanda ou de groupes soutenus par le Rwanda au Congo sont insupportables. Nous ferons tout pour les arrêter et pour sauver les vies de ceux qui vivent pour l'instant des moments extrêmement pénibles et difficiles.

Bernard Quintin:

Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, j'ai décidé de revenir anticipativement de ma mission officielle au Maroc pour pouvoir répondre à vos vives inquiétudes. Ce n'est que normal car la situation actuelle en RDC nous mobilise pleinement.

Wij volgen de situatie minuut per minuut en zijn in permanent contact met onze ambassade, de Belgische gemeenschap, de Congolese autoriteiten en onze internationale partners.

La prise de Goma constitue une violation supplémentaire, claire et nette du droit international et, en plus, du cessez-le-feu conclu via le processus de Luanda.

Nous ne restons ni silencieux ni inactifs, madame Maouane, je puis vous l'assurer. Lundi, j'ai appelé mes homologues européens à prendre des mesures concrètes. J'ai évoqué explicitement les dossiers suivants, mevrouw Depoorter: le MoU sur les matières premières critiques – pour répondre aussi à Mme Mutyebele –, la Facilité européenne pour la paix dite "Cabo Delgado", la suspension du dialogue sécuritaire avec le Rwanda, monsieur De Smet. Il faut trouver un compromis à l'échelle européenne, parce que c'est à ce niveau-là que nous aurons un impact significatif.

Monsieur Kompany, s'agissant des Nations Unies, j'ai pris contact, dès dimanche dernier, avec mes homologues européens qui siègent au Conseil de sécurité afin de faire passer nos messages et pour que soit nommé le Rwanda dans son agression.

Ondertussen heb ik de Rwandese zaakgelastigde al door mijn FOD laten ontbieden en heb ik het reisadvies voor Rwanda laten aanpassen. Alle reizen naar de parken in het westen van het land worden afgeraden. Het doel is om de druk op de partijen, vooral Rwanda, op te voeren. De Rwandese autoriteiten mogen zich niet onaantastbaar voelen, als ze het internationaal recht aan hun laars lappen.

C'est la seule façon de les ramener autour de la table des négociations afin de travailler à une solution pacifique, comme on a pu le constater en 2012. J'ai partagé ce point de vue de modus operandi avec mon homologue américain, Marco Rubio, hier soir.

Il y a urgence. Kigali a déjà communiqué publiquement qu'elle compte prendre Bukavu. Mais soyons clairs, comme l'a dit le premier ministre, les autorités congolaises doivent aussi prendre leurs responsabilités: rétablir l'autorité sur l'Est de la RDC, mettre fin aux discours de haine et mettre fin à la coopération avec des groupes armés, singulièrement les FDLR, comme nous le demandons systématiquement dans chacun des contacts que nous avons avec toutes les autorités congolaises.

Monsieur De Maegd, en effet, il faut s'attaquer aux racines de ce conflit qui dure depuis plus de 30 ans.

De gevolgen voor de bevolking zijn inderdaad afschuwelijk, mevrouw Van Hoof.

Ce conflit me parle personnellement, puisque je le suis depuis de nombreuses années déjà et que j'en ai vu de mes propres yeux les conséquences innommables il y a déjà 20 ans.

Wat de situatie in Kinshasa betreft, veroordeel ik ten zeerste de aanvallen op onze ambassade en die van onze partners. Zodra ik op de hoogte werd gebracht van de situatie, heb ik onmiddellijk contact opgenomen met de Congolese autoriteiten en hen gevraagd om in te grijpen. Die interventie heeft geleid tot een terugkeer van de rust.

Sans la présence et l’intervention de nos militaires qui ont protégé notre équipe sur place, nous aurions un autre débat aujourd'hui. Je tiens ici à les remercier sincèrement, comme je tiens à remercier notre personnel à Kinshasa ainsi que mes services à Bruxelles qui ont géré avec beaucoup de sang-froid une situation explosive.

De veiligheid van het personeel van de ambassade en de Belgische gemeenschap is zoals steeds onze prioriteit. We nemen sindsdien bijkomende veiligheidsmaatregelen en passen ons reisadvies aan in functie van de evolutie.

Je suis pleinement mobilisé, tout comme le SPF Affaires étrangères, afin de tout mettre en œuvre pour faire cesser les combats dans l'Est de la RDC.

Le droit international, comme cela a été rappelé par le premier ministre, doit être respecté et défendu partout, en tout temps et en tous lieux. La Belgique joue et continuera à jouer pleinement son rôle dans la promotion de la paix et de la sécurité dans la région.

Rajae Maouane:

Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses.

Je dois dire qu'elles me laissent un peu sur ma faim. Je trouve que la réponse de la Belgique n'est pas à la hauteur de la situation. La Belgique a une responsabilité historique dans ce pays et dans cette région. On ne demande pas aux agresseurs de désescalader. On dit aux agresseurs d'arrêter de violer le droit international. On fait en sorte de sanctionner les agresseurs.

Je suis révoltée, je dois le dire, par l'hypocrisie que j'entends parfois, de ceux qui prêchent la paix tout en fermant les yeux sur des crimes, par opportunisme politique ou par intérêt économique. L'heure aujourd'hui n'est plus aux déclarations, aussi fortes soient-elles. Il faut des actions. Nous exigeons des sanctions dès maintenant. Nous exigeons un embargo et nous exigeons la justice.

Michel De Maegd:

Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses franches et déterminées.

Je voudrais insister sur les responsabilités de chacun, toujours au détriment des populations de l'Est du Congo. C'est indéniable pour le Rwanda. Je le dis depuis des années. Il fait fi de toute règle internationale au travers du M23, pour s'accaparer des minerais du Congo, et aujourd'hui, pour violer, de façon flagrante, la souveraineté de la RDC. C'est tout aussi indéniable pour d'autres pays voisins qui, avec d'autres rebelles, s'assurent de leur part du gâteau. C'est encore indéniable pour le pouvoir en place à Kinshasa, miné par la corruption endémique, et dont les discours vigoureux peinent à masquer les énormes défaillances quand il s'agit de protéger son peuple avec une armée en perdition.

Soyons francs, que dire de l'Europe et de sa réalpolitique? En effet, pour ne pas se faire damer le pion sur cet échiquier morbide, les adversaires occidentaux mais aussi, soyons honnêtes, monsieur Hedebouw, chinois, indiens, turcs et, demain, russes, prennent aussi leur part du gâteau, encore et toujours sur le dos des populations congolaises.

Pierre Kompany:

Monsieur le président, je suis vraiment fier d'être ici, tout simplement parce que je suis d'origine congolaise. J'en ai presque les larmes aux yeux.

Monsieur le premier ministre, vous avez parlé des discours de haine. Pensez quand même un seul instant que ce peuple congolais a une générosité qui dépasse le monde. Il a reçu tous ceux qui, aujourd'hui, deviennent les agresseurs. Des bourses d'études ont été distribuées à la peine des enfants congolais. La plupart des gens que vous voyez, qui font le Rwanda et qui sont du côté congolais ont souvent étudié avec des bourses d'études congolaises que les Congolais n'ont pas eues. Alors, remettons les choses en place: le Rwanda doit remercier le Congo au lieu de faire ce qu'il fait avec l'argent du monde entier.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre de Belgique, monsieur le ministre des Affaires étrangères de Belgique, Frantz Fanon, un grand militant panafricain disait que "l'Afrique a la forme d'un revolver dont la gâchette se trouve au Congo". Et je pense qu'il a raison. Le but des puissances occidentales aujourd'hui est d'avoir un Congo faible pour qu'il n'y ait plus de gâchette, pour avoir un continent africain faible devant les puissances mondiales. Voilà ce qui se joue aujourd'hui, le but étant d'avoir une balkanisation du pays.

On n'a pas eu de réponse, monsieur De Maegd, à la question de savoir pourquoi les États-Unis d'Amérique soutiennent Kagame depuis le début. Vous le savez! C'est là où tout le monde se tait car l'échiquier mondial se joue à coups de millions de morts. C'est cela qu'il faut dénoncer aujourd'hui et c'est pour cela qu'il y a de l'impunité. J'aurais espéré aujourd'hui que la Belgique dise stop: "Stop, United States! Stop!" Mais non, business, business, business! C'est un problème. On mène le combat contre (…)

Els Van Hoof:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, het is goed dat wij concrete voorstellen hebben voorgelegd aan de Europese Unie, maar nu moeten wij doorpakken, er is nog niets gebeurd. Tolereren wij in Oost-Congo wat wij niet tolereren in Oekraïne? Dat is de vraag waarvoor wij staan.

U sprak ook over de haat die vandaag heerst bij de Congolezen. Is het echter niet normaal dat die mensen boos zijn na zoveel straffeloosheid? MONUSCO staat daar al jarenlang naar te kijken en kan niets ondernemen wegens het beperkte mandaat. De Congolezen zijn terecht boos. Er wordt gewerkt met twee maten en twee gewichten. Dat aanvaarden zij niet meer. Het is ook heel terecht dat ze dat niet meer aanvaarden.

Er wordt Kigali weinig of niets in de weg gelegd. Dat moet veranderen. Gaan wij vandaag tolereren dat het internationaal recht word opgeofferd op het altaar van geld en grondstoffen? Misschien valt Bukavu binnenkort. Het is tijd voor sancties en acties. Wij moeten niet alleen naar de Verenigde Staten kijken, wij moeten vooral ook kijken naar onszelf. Ik vertrouw op u, heren ministers.

François De Smet:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Trois choses. D’abord, attention quand même au relativisme. Bien sûr que tout ne va pas bien au Congo. C’est évident. Mais dans cette histoire, il y a quand même très clairement un agresseur et un agressé. L’agresseur, c’est le Rwanda. L’agressé, c’est la République démocratique du Congo.

Ensuite, huit partis se sont succédé à cette tribune, et pratiquement tout le monde a demandé de hausser le ton sur les sanctions économiques et sur les sanctions sur les armes. Cela veut dire que ce gouvernement et le suivant – s’il advient – ont un mandat extrêmement clair de cette Assemblée et auront un soutien pour aller en ce sens.

Enfin, vous n’avez pratiquement pas évoqué le volet humanitaire. On parle de 400 000 personnes qui se trouvent sur les routes. Si la Belgique, d’autres démocraties et les ONG n’aident pas très rapidement, cela va devenir très vite une catastrophe humanitaire.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Moi, je vais vous parler un peu de ma famille qui est coincée à Goma sans eau et sans électricité, de la fille que mon frère a adoptée dans cette mauvaise situation. Je vais vous parler de mes nombreuses visites à Panzi où j’ai vu des enfants emmenés parce qu’ils ont été violés, des petites filles de un an, des mamans complètement désorientées.

Alors maintenant, il est temps d’agir. Le temps est aux actes. On doit dire au M23 de se retirer. On doit dire au Rwanda de se retirer. La Belgique ne doit plus rester passive. Il faut que nous puissions préserver l’intégrité territoriale de la RDC. Surtout, nous devons imposer des sanctions fermes contre le Rwanda.

Une réponse humanitaire et diplomatique urgente est nécessaire, messieurs les ministres. La paix doit être rétablie en RDC, et les crimes doivent cesser.

Je voudrais également présenter toutes mes condoléances aux familles de ces soldats de la MONUSCO et des FARDC qui sont tombés au front.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het militaire regime van Rwanda aarzelt niet om bij zijn buurman de minerale rijkdommen te gaan plunderen en om daar de bevolking te gaan verkrachten en te folteren.

We mogen vandaag niet aarzelen om daadkrachtig op te treden en om te pleiten voor een opbouw van de humanitaire hulp in Oost-Congo, maar we mogen ook niet aarzelen om te herevalueren hoe we de 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking zullen besteden. De 500.000 mensen op de vlucht hebben nood aan hulp. We mogen ook niet aarzelen in de herevaluatie van onze omgang met de middelen die naar het Rwandese leger gaan, want met die middelen worden de M23-rebellen betaald.

De aarzeling moet voorbij zijn, de stilte moet worden gebroken. Dank u.

Voorzitter:

Collega's, wij hebben nog 25 minuten de tijd om onze stem uit te brengen, maar nog niet heel veel mensen hebben dat gedaan, dus u bent daartoe uitgenodigd.

economie en werk

De bankautomaten

Gesteld door

N-VA Charlotte Verkeyn

Gesteld aan

Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)

op 30 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De bankautomatencrisis escaleert door weinig beschikbare geldautomaten en druk van Batopin op lokale besturen om gratis locaties af te staan, terwijl het bedrijf bij de overheid klaagt over een tekort aan plekken. Minister Dermagne bevestigt dat de uitrol van 580 automaten (eind 2024) vertraging oplopen en stelt voor om het huidige protocol uit te breiden, maar wijst de N-VA-oplossing (automaten in winkels) door naar Binnenlandse Zaken. Verkeyn benadrukt de praktische weerstand bij gemeenten en pleit voor snelle steun aan het N-VA-wetsvoorstel om ondernemers zelf automaten te laten plaatsen. De evaluatie van het probleem verschuift naar eind 2025, terwijl lokale noden nu al urgent zijn.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, de bankautomatencrisis blijft onze gemoederen beroeren. Ik start graag met een citaat van een noodkreet van een lokaal bestuur, u welbekend, want het werd aan u toegestuurd: "Ik schrijf u om mijn bezorgdheid te uiten over het beperkt aantal beschikbare geldautomaten. Dit zorgt voor moeilijkheden en overlast. Na meerdere contacten door ons, samen met onze schepen, met Batopin, ook met verschillende voorstellen van diverse locaties in de stad zitten wij nog steeds te wachten op resultaten."

Ik hoop dat we vandaag een reactie krijgen, want het probleem is actueel. Heel wat lokale besturen hebben afgelopen week bevestigd dat er niet enkel gronden tekort zijn om er bankautomaten te plaatsen, maar vooral dat ze onder druk worden gezet door Batopin, een commercieel concern, om gratis en voor niets overheidsgebouwen daarvoor ter beschikking te stellen. Het kan toch niet dat hetzelfde concern bij u komt klagen met de drogreden dat men geen locaties vindt?

Mijnheer de minister, de problemen zijn bekend. Er rest mij maar een vraag, namelijk: wat moet er gebeuren? De N-VA heeft een oplossing in de vorm van een wetsvoorstel dat ondernemers en zelfstandigen toestaat zelf een bankautomaat in hun zaak te installeren. Wat is uw visie daarop? In de Wetstraat hebben we toch een plicht om te luisteren en oplossingen te zoeken voor de problemen in de Dorpstraat.

Pierre-Yves Dermagne:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Verkeyn, in 2023 werd een protocol gesloten tussen de federale overheid, Febelfin en Batopin over de beschikbaarheid van de ATM's. De uitrol ervan is volop bezig, met moeilijkheden op het terrein. Batopin sprak omwille van inspraak van lokale besturen meer dan 400 gemeenten aan.

Volgens informatie van de Nationale Bank van België waren op 31 oktober 2024 in totaal 521 cashpunten van Batopin operationeel. Eind 2024 zouden 580 cashpunten operationeel moeten zijn geweest, maar de recentste cijfers werden nog niet officieel geverifieerd. Tegen het einde van 2025 zouden alle geplande cashpunten van Batopin operationeel moeten zijn. De uitrol van de automaten zal worden geëvalueerd eind 2025, dus door de volgende regering. Het staat de regering vrij om te bekijken of bijkomende inspanningen noodzakelijk zijn om aan alle lokale probleemsituaties tegemoet te komen.

Persoonlijk ben ik voorstander om verder te kunnen gaan dan de verplichtingen die in het protocol zijn vastgelegd. Daar heb ik hier en in de regering altijd voor gepleit. Ik sta ook open voor de voorstellen van de N-VA rond de beschikbaarheid van cashpunten bij handelaars en in winkels. De vraag daarover moet u echter stellen aan mijn collega van Binnenlandse Zaken, die bevoegd is voor de materie.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, ik heb ook een vraag ingediend aan haar gericht. Het siert u enorm dat u ook in de komende periode in gelijk welke positie het voorstel zult steunen en dat u de problemen erkent waarmee elk lokaal bestuur zit en die ook de burger heeft, als hij geen toegang meer heeft tot wat toch een basisbankdienst zou moeten zijn.

Ik heb wel een kleine correctie. Het is wel degelijk trekken en sleuren voor een lokaal bestuur; onderschat dat niet. Ik kan daar zelf van getuigen. Wij hebben verantwoordelijken met stokken naar ons stadhuis moeten krijgen, hen rondleiden en er ten zeerste bij hen op moeten aandringen dat zij toch een bankautomaat zouden voorzien, en dan nog was het zeer moeilijk. Ik hoop dus dat wij allemaal samen voor het wetsvoorstel van de N-VA gaan, zodat onze ondernemingen het zelf kunnen doen.

Voorzitter:

Mevrouw Verkeyn, ik zal uw oproep niet kwalificeren als een oproep tot geweld, hoewel u met stokken te werk gaat.

mobiliteit en transport

De toegankelijkheid van de treinen

Gesteld door

N-VA Dorien Cuylaerts

Gesteld aan

Georges Gilkinet

op 30 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Gilkinet benadrukt dat toegankelijkheid van treinen zijn toprioriteit is, maar erft verouderd, ontoegankelijk materieel uit vorige regeringen, met een vervangingsplan (50% in 10 jaar) en kleine verbeteringen zoals stations en reservatiesystemen—onvoldoende volgens critici. Dorien Cuylaerts wijst op concrete mislukkingen (bv. station Tielen, slechts 2 toegankelijke Kempen-stations) en prioriteitsverschuivingen (480 miljoen voor Bergen vs. achterstallige inclusie), waarna ze het beleid als "gefalied" bestempelt. Gilkinet kaart ook toekomstige bezuinigingsrisico’s (Arizona-plannen) aan die de vooruitgang bedreigen. Kernpunt: beloftes botsen met een structureel ontoegankelijk systeem, terwijl kwetsbare reizigers de dupe blijven.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, deze week werd het weer pijnlijk duidelijk hoe ontoegankelijk onze treinen nog steeds zijn voor mensen met een beperking. We zagen het verhaal van de paralympiër Francis Rombouts, die de NMBS voor de rechter daagt wegens discriminatie. Hij kan de trein in het station van Tielen niet nemen omdat daar een hoogteverschil is tussen het perron en de trein. Daardoor geraakt hij niet op zijn wekelijkse training in Gent en dreigt zijn deelname aan de Paralympische Spelen in 2028 in het water te vallen.

Tielen is geen alleenstaand geval. In mijn regio, de Kempen, zijn er slechts twee stations toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Dat is onaanvaardbaar. De beloftes blijven zich opstapelen, maar de realiteit blijft pijnlijk achter. U beloofde de reizigers in de afgelopen jaren meer en zij hebben meer gekregen: meer afschaffingen, meer vertragingen en sinds kort ook meer overvolle treinen.

Hoewel de belastingbetalers jaarlijks elk maar liefst 750 euro bijdragen aan de spoorwegen, krijgen zij steeds minder waar voor hun geld. In tegenstelling daarmee staat het nieuwe station van Bergen. Dat prestigeproject wordt morgen ingehuldigd. U zult daar een toespraak houden met een kritische noot, werd gezegd in de commissie. Dat station heeft een prijskaartje van 480 miljoen euro. En terwijl er honderden miljoenen euro naar prestigeprojecten gaan, blijven de mensen met een beperking in de kou staan.

Mijn vraag is heel eenvoudig. Bent u tevreden over de resultaten van uw beleid?

Voorzitter:

Dat zullen wij vernemen van de minister.

Georges Gilkinet:

Mevrouw Cuylaerts, uw vraag gaat over een essentieel onderwerp, namelijk de toegankelijkheid. Toegankelijke treinen waren vanaf dag één van mijn aantreden een absolute prioriteit. Mobiliteit moet immers inclusief zijn. Niemand mag in de kou blijven staan, zeker niet de meest kwetsbaren onder ons.

De situatie die ik erfde, was onvoldoende. Het materieel dat voor ons werd gekocht, onder andere tijdens de N-VA-MR-regering, was namelijk niet geschikt voor personen met een beperkte mobiliteit. Een trein heeft daarbij een levensduur van veertig jaar. Dat verandert nu, treinen worden vervangen. De helft van het rollend materieel wordt binnen een periode van tien jaar vernieuwd dankzij het nieuwe contract met de NMBS, inclusief M7-dubbeldektreinen en toekomstige bestedingen aan integrale, toegankelijke rijtuigen.

Wij hebben het reservatiesysteem verbeterd en de verkoopautomaten en reizigersinformatie toegankelijker gemaakt. Datzelfde geldt voor stations en perrons op verschillende plaatsen in ons land. Is dat genoeg? Neen. Is er nog veel te doen? Jazeker.

Het is volkomen gerechtvaardigd dat reizigersverenigingen en of iedere andere belanghebbende druk blijven uitoefenen. Ik wil zelfs beklemtonen dat wij die mensen en verenigingen nodig hebben om zaken in beweging te zetten en om bovenal mensen te beschermen, zeker nu de dorre woestijn van Arizona eraan zit te komen. Om zaken op lange termijn te veranderen, moet toegankelijkheid een prioriteit blijven. Dat lees ik niet in de arizonanota’s. De middelen moeten ook op peil blijven. Ik lees het tegenovergestelde in de begrotingstabellen van Arizona.

Er ligt dus veel werk op de plank voor u en de andere arizonapartijen op dit moment van de waarheid. (…)

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Helaas was dat antwoord toch weer voorspelbaar. U blijft herhalen dat uw beleidsplannen oké waren, maar de werkelijkheid op het terrein spreekt dat regelrecht tegen. Door uw beleid kunnen mensen als Francis hun activiteiten niet terdege uitvoeren. Uiteraard hebt u uw paraplu weer opengetrokken door te blijven verwijzen naar het verleden en naar een toekomstige regering. Het is heel duidelijk dat uw beleid heeft gefaald. Het is mij op die korte tijd nog meer duidelijk dat u uw trein gemist hebt.

gezondheid en welzijn

De aanpak van het grootschalige misbruik van ziekte-uitkeringen in het buitenland

Gesteld door

N-VA Axel Ronse

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 23 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België betaalt 12.000 langdurig zieke uitkeringsgerechtigden in het buitenland (waarvan 7.000 al >4 jaar), vaak zonder controle of re-integratiepogingen, wat onrechtvaardig en onverklaarbaar is voor hardwerkende belastingbetalers. Minister Vandenbroucke benadrukt dat Europese regels dit verplichten voor EU-landen, maar erkent jarenlange controletekorten en aankomende strengere richtlijnen voor ziekenfondsen, ook voor niet-EU-landen met afspraken. Ronse blijft kritisch: vertrouwen in het systeem verdwijnt als er geen daadwerkelijke controles of re-integratie plaatsvinden, zelfs niet bij fraude, en pleit voor radicale hervorming. De kern: onhoudbare uitkeringen zonder tegenprestatie, met halve maatregelen die het probleem niet oplossen.

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, als nieuw parlementslid ga ik te rade bij ervaren collega’s, zo ook bij de collega die u het hoogst inschat, Kathleen Depoorter. Ik heb in haar dossiers mogen snuffelen en ben tot de hallucinante vaststelling gekomen dat wij eigenlijk geen enkel probleem hebben in dit land omdat het blijkbaar stinkend rijk is. Dit land kan het zich namelijk permitteren om 12.000 mensen voltijds door de ziekenkas te laten betalen terwijl ze in het buitenland wonen, onder meer aan de Costa del Sol, in Pattaya en aan de Franse Rivièra. We kunnen daardoor op geen enkele manier controleren of die mensen terug aan de slag gaan, laat staan dat het ons interesseert om hen weer aan het werk te krijgen.

Mijnheer de minister, dat is toch hallucinant! Hoe krijgen we dit uitgelegd aan de fabrieksarbeider die elke dag keihard werkt en zijn centen op die manier in rook ziet opgaan? Hoe leggen we dit uit aan de zelfstandige ondernemer, de bakkers en de slagers die 80 uur per week werken en belastingen betalen? Waar gaan die belastingen naartoe? Ze gaan naar 12.000 mensen in het buitenland die al langer dan een jaar ziek zijn. Daarbij zijn er 7.000 die al meer dan vier jaar ziek zijn. Hoe slecht leven moet het wel niet zijn in het buitenland?

Mijnheer de minister, zelfs al zou er een Thaise mutualiteit bestaan en controles doen, hoe gaat u die mensen dan terug aan het werk krijgen? Zult u zelf naar de Costa del Sol of naar Pattaya gaan? Leg het ons alstublieft uit.

Frank Vandenbroucke:

Wij zijn niet alleen gelukkig een redelijk welvarend land, we hebben ook internationale verplichtingen. Wij zijn verplicht, om te beginnen door Europese wetgeving, om iemand die een uitkering heeft, bijvoorbeeld voor invaliditeit, toe te laten zich in een ander Europees land te vestigen. Die Europese verplichting bestaat al tientallen jaren, dus dat dienen wij toe te laten. Als een arbeider ziek wordt en ziek blijft en die arbeider wil tijdelijk of zelfs voor lange tijd naar een ander Europees land, dan zegt de Europese wetgeving dat wij dat moeten toelaten.

Eigenlijk moeten we dus een onderscheid maken tussen de landen. De genoemde verplichting geldt voor Europese landen, maar we hebben ook afspraken met landen buiten Europa. Daarnaast zijn er ook niet-Europese landen waarmee we geen afspraken hebben, maar daarvoor gelden in toenemende mate strikte regels. Men kan bijvoorbeeld niet zomaar verhuizen naar een land buiten Europa waarmee we geen afspraken hebben. Die afspraken houden in dat wij moeten kunnen blijven controleren of iemand effectief arbeidsongeschikt is en wij moeten uitkeringsgerechtigden ook kunnen betrekken bij ons werk van re-integratie. Aangezien wij dat moeten kunnen doen, bestaan daar afspraken over.

Dat betekent nog niet dat alles goed loopt. Ik heb inderdaad vele jaren stilstand ontdekt, tien jaar stilstand in dit domein toen ik daaraan begon. Dat heb ik onder meer opgepakt door een hervorming van het contacteren door de ziekenfondsen van mensen met een langdurige ziekte. Ik heb daar een werkgroep opgezet en er zijn een aantal afspraken gemaakt, omdat ik inderdaad vond dat de ziekenfondsen dat onvoldoende controleren en daarin onvoldoende optreden wanneer nodig. Samengevat, de werkgroep heeft nu een aantal richtlijnen afgeklopt en die zullen heel binnenkort goedgekeurd worden door het Beheerscomité. Die richtlijnen zullen de medische adviseurs van de mutualiteiten stimuleren om dat veel beter te bekijken.

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, ik hoor zonet van u dat de Europese regelgeving het verplicht en dat er nauwelijks gecontroleerd wordt, laat staan opgetreden, terwijl u wel die intentie hebt. Dat is positief, want we krijgen niet meer uitgelegd aan de mensen die werken en ondernemen hoe dit land functioneert. We krijgen die mensen niet meer mee. Hoe kunnen ze immers de werking van dit land vertrouwen als ze zien dat mensen gewoon jaren aan een stuk in Pattaya en aan de Costa del Sol kunnen wonen, een ziekte-uitkering krijgen en zelfs niet eens gecontroleerd worden? Ik vraag me trouwens af op welke manier men iemand terug aan het werk kan helpen als men zou vaststellen dat een persoon die aan de Costa del Sol woont oneigenlijk ziek is. Zullen de mensen van onze ziekenkas dan werkelijk naar de Costa del Sol gaan? Ik geloof het niet. Laten we heel die boel hervormen, collega’s. Het is dringend tijd.

veiligheid, justitie en defensie

De dossiers over jihadistische terreur waarbij minderjarigen betrokken zijn
Het jaarverslag van de Veiligheid van de Staat (VSSE)
Jihadistische terreur en jaarverslag VSSE

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 23 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de alarmerende toename van jihadistische radicalisering onder minderjarigen (1 op 3 verdachten is jonger dan 18, met een jongste van 13), waarbij drie kwart van de terreurdossiers islamitisch geïnspireerd is—een scherpe oververtegenwoordiging ten opzichte van 8% moslims in België. Minister Van Tigchelt wijt de versnelde radicalisering aan sociale media en extremistische echokamers, benadrukt versterkte inlichtingendiensten (verdubbeld personeel, nieuwe bevoegdheden) en disruptieve acties (zoals de aanhouding van een 14-jarige rechts-extremist die dag), maar waarschuwt voor *lone actors* die onder de radar blijven. Safai eist ontneming van nationaliteit voor terugkerende IS-strijders (FTF’ers) en strengere maatregelen, terwijl Van Rooy de Koran en islamitische leer als bron van geweld aanhaalt en kritiseert dat facilitering van islam en lichte straffen het probleem verergeren. De focus ligt op preventie, snelle interventie en zero-tolerance voor terreurverheerlijking, met onduidelijkheid over concrete straffen voor de recent opgepakte Brusselse jihadcellen (18-jarige + drie minderjarigen).

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, volgens cijfers van de Veiligheid van de Staat is niet minder dan één persoon op drie die de voorbije drie jaar een gewelddadige aanslag in België wilden plegen minderjarig. De jongste was amper 13 jaar. Ze doen vooral ook aan verheerlijking van geweld en kunnen – ik citeer de Veiligheid van de Staat – "levensgevaarlijk" zijn.

Soms plannen ze ook effectief een aanslag. Zo wilde recent een terreurcel van moslimextremisten een jihadaanslag plegen op een concert in Brussel. Deze islamitische terreurcel bestond uit een 18-jarige en drie minderjarigen. In maar liefst drie gevallen op vier, de overgrote meerderheid dus, gaat het om jihadistische moslimjongeren, dit terwijl ongeveer 8 % van de bevolking in dit land moslim is. De oververtegenwoordiging van jonge moslims in zaken van radicalisering en terreur is dus gigantisch. In 2024 was er trouwens in heel Europa een sterke toename van het aantal jihadistische dossiers en arrestaties.

Mijnheer de minister, wat is uw reactie op deze zorgwekkende bevindingen?

Hoe komt het volgens u dat de daders in terreurdossiers vaak minderjarig zijn en steeds jonger worden?

Hoe komt het volgens u dat in terreurdossiers de islamitische jihad enorm oververtegenwoordigd is?

Wat gebeurt er precies met minderjarige, soms piepjonge, moslims die jihadterreur verheerlijken?

Mijn laatste vraag is heel belangrijk voor onze veiligheid. Welke straffen riskeren of kregen de 18-jarige en de drie minderjarige moslims die een jihadaanslag probeerden te plegen op een concert in Brussel?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten trekken aan de alarmbel. Terwijl alle ogen op Rusland gericht zijn wanneer het gaat over dreiging van spionage en sabotage, kunnen wij uit het jaarverslag van de Veiligheid van de Staat afleiden dat de belangrijkste terreurdreiging in ons land nog steeds uit de hoek van het islamisme komt.

Er was in 2024 een sterke toename van het aantal jihadistische dossiers en arrestaties. De Veiligheid van de Staat werd ook in toenemende mate geconfronteerd met dossiers over minderjarigen. Bijna één persoon op drie die tussen 2022 en 2024 gewelddadige acties in België beraamden, was jonger dan 18 jaar. Het gemiddelde was 16 jaar. De jongste persoon was amper 13 jaar oud.

Een andere bezorgdheid van de Veiligheid van de Staat vormen de foreign terrorist fighters (FTF) in Syrië. Het is een grote bekommernis dat die onder de radar zouden terugkeren naar België. Hun eventuele terugkeer, in combinatie met meer geradicaliseerde profielen hier bij ons, vormt een zeer gevaarlijke cocktail. Het is aan ons om onze samenleving hiertegen te beschermen.

Vandaar twee vragen aan u, mijnheer de minister. Welke concrete maatregelen werden er genomen tegen de toenemende mate van radicalisering bij minderjarigen?

Heeft de regering contacten gehad met de nieuwe autoriteiten (…)

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, collega's, we hebben deze discussie enkele weken geleden deels gevoerd in de commissie voor Justitie, maar dat was inderdaad voor de bekendmaking van het rapport van de Veiligheid van de Staat.

Mevrouw Safai, welke concrete maatregelen hebben we de voorbije legislatuur genomen? Dat zijn er nogal wat. Het belangrijkste is dat we het personeel van onze inlichtingendienst hebben verdubbeld. We hebben die dienst ook nieuwe wettelijke middelen in de strijd tegen het terrorisme gegeven. Dat is zeer belangrijk, dat is historisch en dat was ook broodnodig, want een sterke inlichtingendienst is geen luxe, maar een noodzaak. We waren op dat vlak het kneusje van de klas. Die tijd is voorbij. Onze inlichtingendienst is geprofessionaliseerd en dat was broodnodig. Dat blijkt ook uit het recente jaarverslag.

De Veiligheid van de Staat heeft haar handen vol, onder meer met de dreiging van extremisten op ons eigen grondgebied, niet in Syrië, niet in Irak, maar hier. We zien daar inderdaad een verontrustende toename van het aantal minderjarigen. U hebt het ook gezegd. Eén persoon op drie die in beeld komen is minderjarig. Hoe komt dat? Het is moeilijk om daar één verklarende factor voor te geven, maar wat zeker speelt, zijn de social media. We zien dat het radicaliseringsproces van dergelijke jongeren veel sneller verloopt dan vroeger. We spreken over maanden, soms over weken, maar soms zelfs over dagen. De ideologie is slechts een flinterdun jasje. Het verloop van het brainwashen van die jongeren via de extremistische echokamers gaat soms bijzonder snel.

Drie op de vier zijn van jihadistische strekking. Een kwart handelt uit rechts-extremisme of, wat ook in opgang is, een anti-establishment ideologie. Van linksextremisme is er momenteel minder sprake. De ideologie van het jihadistisch salafisme is verre van dood. IS en Al Qaida zijn niet dood. De propaganda, zowel oude als nieuwe, is nog steeds prominent aanwezig. IS heeft nog steeds vele fanboys, maar ook fangirls, die op het internet aanwezig zijn en die erin slagen om jongeren mee te slepen.

De OCAD-lijst telt momenteel een zeshonderdtal personen. Het merendeel daarvan is van de jihadistisch-salafistische strekking. Er staat ook nog een groot aantal foreign terrorist fighters op die lijst.

Wat wij moeten doen om problematische radicalisering tegen te gaan, is snel en disruptief optreden. Dat is wat de diensten doen, wat zij de voorbije maanden en jaren verschillende malen gedaan hebben. Zij treden snel en disruptief op. Wanneer op de sociale media berichten worden opgevangen over de aankoop van wapens of over het gebruik van geweld, aarzelen zij niet en treden zij op.

Collega’s, dat is ook vanmorgen nog gebeurd. Vanmorgen nog werd een 14-jarige jongen – zeg maar jongetje – van schijnbaar rechts-extremistische signatuur opgepakt. Hij zou een aanslag hebben willen plegen op een moskee.

De nachtmerrie van onze diensten blijft natuurlijk die ene lone actor , die niet op tijd op de radar komt. Daarom is het cruciaal dat alle betrokken partners alert zijn en blijven. We hebben daarvoor de LIVC's opgericht en daar…

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, collega’s, ik citeer de Koran, soera 8, vers 12: "Ik zal terreur zaaien in het hart van de ongelovigen. Sla hun hoofd af, vermink al hun ledematen." De Koran en ook de Hadith roepen herhaalde malen op tot het minachten, haten, veroveren en doden van de niet-moslim. Uiteraard is niet elke moslim een fundamentalist of een terrorist, dat zou er nog maar aan mankeren.

Mijnheer de minister, wat ik echter niet hoor in uw betoog, is dat wie de islam massaal blijft binnenhalen en faciliteren en wie fopstrafjes geeft aan moslimfundamentalisten, het probleem alleen maar erger zal maken. Het is immers een wet van Meden en Perzen: wie islam zaait, zal sharia en haat blijven oogsten.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Het is een heel goede zaak dat de Veiligheid van de Staat de problematiek heel nauwkeurig opvolgt. Collega’s, dat zouden wij in het Parlement ook moeten doen. Dat is immers een belangrijke zaak voor de toekomst. Ik weet niet of de vivaldiregering van plan is de FTF’ers al dan niet terug naar hier te brengen. Ik wil echter absoluut benadrukken dat zij bij ons geen plaats hebben. Zij hebben ervoor gekozen ons land te verlaten en elders samen met de IS en andere islamisten de oorlog aan te gaan om het Westen te vernietigen. Hun nationaliteit moet worden afgenomen, zodat zij niet en nooit meer kunnen terugkeren.

economie en werk

De door Defensie toegekende dienstvrijstelling voor deelneming aan de betoging op 13 februari
De dienstvrijstelling voor militairen die op 13 februari willen betogen
De deelname van militairen aan de betoging van 13 februari
Het functioneren van minister Dedonder
De verzuchtingen van de militairen met betrekking tot hun statuut
De dienstvrijstelling voor militairen die op 13 februari aan de betoging willen deelnemen
De deelneming van militairen aan de pensioenbetoging
Dienstvrijstelling militairen voor betoging 13 februari, militaire statuut, functioneren minister Dedonder

Gesteld aan

Ludivine Dedonder, Alexander De Croo (Eerste minister)

op 23 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Dedonder (PS) verleende collectieve dienstvrijstelling aan Defensiepersoneel om te betogen tegen de geplande pensioenhervormingen van de onderhandelende partijen (MR, N-VA, Vooruit, cd&v), wat heftige kritiek uitlokte: oppositie en coalitiegenoten (waaronder premier De Croo) beschuldigen haar van machtsmisbruik in lopende zaken, budgettaire onverantwoordelijkheid (€5 miljoen) en het politiseren van het apolitieke leger, terwijl militairen traditioneel geen stakingsrecht hebben. Dedonder verdedigt haar beslissing als luisteren naar sociale onrust over pensioenkortingen en langere loopbanen voor militairen—wiens unieke statuut (24/7 beschikbaarheid, gevaren) volgens haar ondermijnd wordt door de geplande hervormingen, met risico’s voor werving en operationele capaciteit. Critici, zoals Francken (N-VA) en Ducarme (MR), eisen intrekking en dreigen met een vertrouwensmotie, terwijl Hedebouw (PTB) de betoging als legitiem verzet tegen "antisociale Arizona-plannen" omarmt. De kern van het conflict draait om de grens tussen democratisch protest en institutionele neutraliteit: mag een demissionaire minister militairen mobiliseren tegen een toekomstige regering? Dedonder benadrukt vrijheid van meningsuiting, tegenstanders zien partijdige manipulatie en veiligheidsrisico’s—met als onderliggende spanning de toekomst van Defensie in een context van dalende budgets, verouderd materieel en geopolitieke dreigingen (NAVO-eisen, Russische activiteit). De symbolische strijd—tussen respect voor militairen en politieke instrumentalisering—escaleert naar een constitutionele crisis, met dreigende juridische stappen en een polariserend debat over wie het leger eigenlijk dient: de staat, de regering, of de samenleving.

Denis Ducarme:

"Trop de testostérone, cela bousille les neurones!", "Blanche-Neige", "De Croo crosse Dedonder". La Force aérienne nous dirait peut-être que cela vole un peu trop bas, et elle aurait raison.

Madame la ministre, sans agressivité, aucune, sans personnalisation, je vais vous dire pourquoi, de notre point de vue, votre décision visant un octroi de dispense collective au personnel de la Défense pose six gros problèmes sur le plan démocratique.

Tout d'abord, pour ce qui est de la concertation, vous avez des prérogatives qui sont les vôtres. Néanmoins, nous sommes en affaires courantes et un certain nombre de ministres vous reprochent légitimement de ne pas avoir concerté cette décision.

Le fait que nous soyons en période d'affaires courantes implique une attitude de prudence et le premier ministre, lui-même, estime que vous n'avez pas respecté l'esprit des affaires courantes.

En outre, madame la ministre, vous êtes ministre démissionnaire depuis les dernières élections et vous plaidez contre les réformes qu'un autre gouvernement prépare et prenez position politiquement comme ministre. Vous transgressez pleinement votre devoir de réserve car vous n'avez plus la légitimité politique et vous poussez finalement à la grève. C'est le quatrième point qui pose problème car les personnes qui ne veulent pas faire grève devront faire une démarche administrative tandis que celles qui feront grève ne devront faire aucune démarche administrative.

C'est un problème au-delà du cinquième point, la prudence budgétaire. Avez-vous seulement une idée, madame la ministre, de ce que cette dispense de travail coûte? Cinq millions d'euros, madame la ministre! Cinq millions d'euros! Vous êtes dans l'obligation d'une prudence budgétaire.

Par ailleurs, vous (…)

Franky Demon:

Mevrouw de minister, de vivaldiregering is nog niet weg en er vallen al enkele PS-lijken uit de kast. Eerst was er de uitkeringsfraude in Anderlecht, dan kwamen de scheurtjes in de pantservoertuigen van Flahaut en nu is dit er. Intussen bent u al meer dan vier jaar minister van Defensie en men mag van u verwachten dat u een aantal basisprincipes kent.

Ten eerste hebben militairen door hun statuut nu eenmaal geen stakingsrecht, een recht dat ik overigens volledig onderschrijf. Dat heeft te maken met de eigenheid van hun job.

Ten tweede zijn militairen politiek neutraal. Ze dienen het land en niet de partij die de minister van Defensie levert, gelukkig maar.

Laat net deze twee principes nu als het ware de basis zijn van uw beslissing, die mijns inziens platgestampt is. U ontkent zelfs niet eens dat ze dient om militairen te laten betogen in Brussel. Uw beslissing is met andere woorden politiek geïnspireerd en komt volgens mij neer op het misbruiken van militairen voor uw eigen politieke agenda. Daar bestaat een woord voor: machtsmisbruik. U vindt bovendien dat u die beslissing kunt nemen in lopende zaken. Me dunkt bent u daar nu helemaal niet meer bevoegd voor en ook eerste minister De Croo vindt dit.

Wij vragen u klaar en duidelijk maar een ding: trek uw beslissing in om alle militairen een dag dienstontheffing te verlenen.

Raoul Hedebouw:

Madame la ministre, les partis MR et Les Engagés sont en train de négocier un accord. Les notes sont en train de sortir avec tout ce qu'il y a dans cet accord. Je vais citer ce qu'elles comprennent parce que le monde du travail a le droit de savoir.

Sabotage de l'indexation des salaires, invoering van een pensioenmalus om iedereen langer te laten werken voor minder pensioen, fin des régimes de prépension, afbreken van de pensioenen van de werknemers in de publieke sector, travail intérimaire à durée indéterminée – allez le MR et le cdH! –, honderden miljoenen besparen op onze gezondheidszorg en publieke diensten, non-indexation des allocations sociales, afschaffing van de nachtpremies tussen 20 uur en middernacht – N-VA, daar gaan jullie allemaal voor! –, attaques violentes contre les travailleurs malades et sans emploi, suppression de l'interdiction du travail du dimanche, maatregelen om het sociaal protest de mond te snoeren – Vooruit, willen jullie daarvoor gaan? Komaan, zeg! – en lachwekkend kleine bedragen voor de superrijken.

Chers collègues, les travailleurs sont en colère avec de telles mesures.

Il y aura plein de monde le 13 février à Bruxelles. Et vous avez les chocottes! Bien sûr, regardez l'arrogance de la droite!

Les militaires belges demandent du respect. Leur métier n'est pas reconnu comme pénible par le MR. N'avez-vous pas honte, monsieur Ducarme? N'avez-vous pas honte de ne pas avoir du respect pour les militaires? Ils demandent le droit de dénoncer le fait que vous voulez les faire travailler plus longtemps, pour moins de salaire. Monsieur Ducarme, vous devriez avoir honte! Ils doivent bosser 24 heures pour gagner 12 heures de salaire! Êtes-vous d'accord avec cela? C'est incroyable! Et au lieu de les respecter, le MR veut leur interdire d'exprimer leur voix, d'exprimer leur désaccord avec votre mesure de mépris! Moi je dis qu'ils ont le droit de manifester le 13 février à Bruxelles et ils seront nombreux!

Madame la ministre, pouvez-vous garantir que ce droit est donné à tous les travailleurs belges? Pouvez-vous garantir que le droit est donné aux militaires de dire au MR et aux Engagés qu'ils ne veulent pas de leur plan de pension?

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO Mark Rutte deed volgende uitspraken: "Verhuis naar Nieuw-Zeeland of leer Russisch spreken." We horen alle dagen alarmsignalen alom over hybride oorlogvoering, over de vele cyberaanvallen – met de commissie bezochten we gisteren het Cyber Command – , over sabotageacties – gisteren werd een schip in Het Kanaal tegengehouden door de Britten op basis van een mogelijke sabotage- of spionageactie van een Russische schaduwvloot –, de melding van Donald Trump om 5 % van het bbp aan de NAVO te spenderen terwijl Rutte spreekt over 3,5 %.

In België is de situatie redelijk dramatisch. We kregen het nieuws van de Piranha's met de scheurtjes, van de kanonnen die tot het einde van het jaar niet inzetbaar zijn. We hebben het verhaal van de Pandur en het verhaal van het budget, met een daling van 1,29 %, terwijl de hele wereld investeert in defensie. De daling van het defensiebudget is onverantwoord en de situatie is zeer ernstig: geen zware kanonnen, geen zware artillerie, geen drones – dankzij de resolutie van Peter Buysrogge komt er na jaren werk eindelijk bewapening op onze drones – en geen luchtafweergeschut. Onze Belgische strijdkrachten zijn niet klaar voor de toekomst en er moet dringend meer geïnvesteerd worden.

Mevrouw de minister, wat doet u? U neemt de beslissing om te gaan betogen tegen de volgende regering, die er nog niet is, en haar pensioenplannen, die er nog niet zijn. Ik begrijp dat u inzit met het pensioenstelsel van de militairen, ik zit er ook mee in. Het is belangrijk dat we onze militairen goed omkaderen, een goed statuut geven, maar na vele jaren van stilstand moet er over die harmonisering van de pensioenstelsels ook gesproken kunnen worden.

Mevrouw de minister, uw beslissing voor die dienstvrijstelling is niet genomen binnen de regering. Wat zult u doen en wat is uw standpunt in de regering morgen op de (…).

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, op 13 februari wordt opnieuw een manifestatie georganiseerd ter bescherming van de openbare diensten. Tussen de manifestanten zullen net als vorige keer vele militairen zitten. De pensioenplannen van de onderhandelende arizonapartijen hangen hen immers als een zwaard van Damocles boven het hoofd. De pensioenleeftijd zou opgetrokken worden en ze zouden beduidend langer moeten werken voor een gevoelig lager pensioenbedrag. De tweede pensioenpijler wordt hen ontzegd en gedurende de loopbaan zijn de omstandigheden van die aard dat een militair voor veel gepresteerde uren, in opdracht of op training, niet vergoed wordt. Als de plannen zoals ze nu voorliggen worden uitgevoerd, hoeft het dus niet te verbazen dat het geduld van de militairen met hun gekende can-domentaliteit langzaam maar zeker op geraakt.

Het Vlaams Belang heeft het volste begrip voor de militairen die zich verzetten tegen deze plannen en hun stem willen laten horen, maar in plaats van een algemene dienstvrijstelling aan te kondigen, had uw partij de militairen de voorbije decennia misschien beter wat meer versterkt.

Dat er nu tussen de uittredende vivaldiregering en de onderhandelende arizonapartijen politieke spelletjes worden gespeeld op de kap van onze militairen is voor ons totaal onaanvaardbaar. Mevrouw de minister, het blijkt overigens over een eenzijdig genomen beslissing te gaan, want de inkt van uw persbericht was nog niet droog of u werd al teruggefloten door premier De Croo.

Mevrouw de minister, ik heb maar een vraag voor u: hoe verantwoordt u uw keuze?

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, eerst en vooral, welkom terug. Het is een tijdje geleden dat we u hier hebben gezien. Het is ook een tijdje geleden dat u aanwezig bent geweest in de commissie voor Landsverdediging. Gelukkig is die commissie niet blijven stilzitten en is zij wel blijven werken. Ik had u bijna als vermist opgegeven, maar ik heb u gelukkig teruggezien op de betoging. Ik heb vernomen dat u mee hebt betoogd. Hier was u dus niet.

Vorige week heb ik de boodschap gebracht dat de Russen aanwezig zijn in onze Noordzee. Er bevinden zich bijzonder veel Russische schepen in de Noordzee voor onze Belgische kust. De NAVO bombardeert ons ondertussen met oproepen om ons deel te doen binnen de NAVO-instelling en onze defensie-uitgaven fors op te krikken.

Men zou denken dat dat voer genoeg was voor een debat met de minister van Defensie, maar het bleef muisstil. Nee, uw enige antwoord op alle problemen waarmee onze Defensie momenteel kampt, is een algemene dienstvrijstelling voor heel het leger. Op 13 februari heeft het land volgens u blijkbaar geen leger nodig. Nee, u hebt het leger nodig om te gaan betogen.

Mevrouw de minister, ik hoop dat u beseft dat u onze militairen inzet voor politieke spelletjes. Welk signaal denkt u nu immers te geven aan de bevolking? U geeft het leger een dagje verlof, u maakt zich snel nog even populair op het moment dat u in de oppositie moet duiken. Hoe denkt u dat dat internationaal wordt bekeken? Hoe denkt u dat de NAVO naar ons kijkt? Denkt u nu echt dat de bevolking en onze militairen dat politieke spelletje niet doorzien?

Ik heb maar een vraag voor u, mevrouw de minister. Hoe haalt u het in uw hoofd om in lopende zaken op zo’n platte manier aan zelfbediening te doen?

Philippe Courard:

Madame la ministre, je m'étonne quelque peu de voir le désarroi de certains partis par rapport à une décision qui, somme toute, semble évidente. Nous vivons une situation particulière. Nous sommes bientôt prêts à inaugurer le gouvernement qui va faire le plus mal dans l'histoire de la Belgique. Il va s'attaquer aux pensions, aux malades, aux plus faibles, et il va surtout s'attaquer à la classe moyenne, cette classe moyenne auprès de laquelle on a fait beaucoup de publicité pendant la campagne électorale. Cette classe moyenne va bientôt savoir à quel point elle va être mangée, tellement son pouvoir d'achat sera différent de celui qui a été promis. Soyons patients quelques jours ou quelques semaines.

Mais on n'est pas là pour parler de cela, mais bien des militaires. Ces femmes et ces hommes, ce personnel de la Défense travaillent sans compter leurs heures et n'ont pas le même statut que les autres travailleurs parce que leurs missions sont spécifiques; ce sont des gens qui risquent leur vie et qui font des missions délicates. L'avenir ne s'annonce pas rose. Dès demain, les choses seront encore plus compliquées pour ce personnel. Comme l'a dit M. Francken et d'autres, il y a des échéances qui font peur. Et nous devrons, demain, pouvoir compter sur ces femmes et sur ces hommes.

Et que leur dit-on pour les encourager à poursuivre leur investissement, à poursuivre ce travail au service de notre pays, et à nous défendre? On leur dit: "Vous allez travailler dix ans de plus, comme tout le monde. Vous le méritez!" C'est scandaleux! Nous ne pouvons pas, au Parti Socialiste, accepter une telle attitude. C'est donc un minimum de permettre à ces femmes et à ces hommes de manifester, de crier leur désarroi, de vous rappeler ce qu'ils font et le service qu'ils rendent à la population. Cela ne changera probablement pas les choses, puisqu'il y a une majorité importante pour décider autrement. Je ne vois vraiment pas pourquoi on s'offusque ici de donner cette possibilité aux militaires.

Madame la ministre, cette manifestation va-t-elle créer un problème de sécurité collective? (…)

Ludivine Dedonder:

Geachte leden, de dienstontheffing is een reactie op een schriftelijke vraag van het VSOA-Defensie, dat de bezorgdheid bij het personeel van Defensie vertolkt over hun toekomst, hun gevoel niet te worden gehoord en de behoefte om naar hen te luisteren.

Ik heb op die vraag positief gereageerd na een zorgvuldige evaluatie van de impact op basis van een gedetailleerd advies van Defensie. In overeenstemming met het arbeidsreglement kan een dergelijke collectieve dienstontheffing door de minister van Defensie worden toegekend. Ik heb er ook over gewaakt dat de werking van ons departement gewaarborgd blijft. De essentiële missies voor de veiligheid van ons land worden uiteraard zonder enige onderbreking voortgezet. De beslissing kan ook worden herzien indien zich op nationaal of internationaal grondgebied een crisissituatie voordoet die het optreden van Defensie vereist.

Ik wil eraan herinneren dat een dienstontheffing elk personeelslid toelaat om een vrije dag te nemen. Dat geeft de vrijheid om zelf te kiezen en, indien gewenst, zijn of haar mening te laten horen zonder te staken.

Deze beslissing kadert volledig in mijn project van de voorbije jaren waarin ik het personeel, de drijvende kracht van elke organisatie, tot centrale prioriteit heb gemaakt. Door de sociale dialoog te herstellen en in overleg samen te werken, zijn we erin geslaagd om het departement weer een positief elan te geven. Dat heeft ongetwijfeld geleid tot een sterk toegenomen aantrekkingskracht, zoals blijkt uit het recordaantal sollicitanten en een percentage van ontslagen op eigen vraag dat tot de laagste op de arbeidsmarkt behoort. Naar aanleiding van die bezorgdheden, met name de optrekking van de pensioenleeftijd en de verlaging van het pensioenbedrag, heb ik al een aantal Kamervragen kunnen beantwoorden. Ook ik ben bezorgd.

Le régime préférentiel de pension des militaires s'explique par la nature même de leur métier et par un régime de travail unique. Qui, aujourd'hui, accepte d'être disponible 24 heures en étant rémunéré la moitié? Qui accepte de limiter ses droits civiques? Qui accepte d'être envoyé à tout moment dans des régions instables au risque de sa vie et de passer des mois loin de sa famille pour garantir notre sécurité à toutes et tous? Ce régime préférentiel de pension est l'engagement que l'État a pris pour compenser ces sacrifices individuels et familiaux, pour apurer la dette qu'il a envers les hommes et femmes de la Défense.

Si vous touchez au régime de pension sans adapter les conditions de travail, vous vous retrouverez inévitablement devant des difficultés sur le plan de l'attrait et face à des démissions, donc confrontés à un problème d'opérationnalité qui compromettra la sécurité de notre pays et de nos concitoyens. Si je sors quelque peu du cadre de vos questions, c'est pour vous montrer que les préoccupations ne sont certainement pas que d'ordre individuel ou de confort personnel, mais qu'elles portent bien sur des enjeux de sécurité nationale dans un contexte où l'on a besoin, plus que jamais, de se sentir protégés.

Je tenais également à vous dire que, selon moi, bien gouverner un pays revient à prendre des décisions adaptées, tout d'abord en écoutant et en entendant pour mesurer la portée des choix que l'on prendra. Aujourd'hui, je fais le désolant constat d'une divergence de vues politiques quant à ce droit à la liberté d'expression dans le chef du personnel de la Défense. J'ai reçu un courrier du premier ministre, auquel je répondrai bien évidemment. Quant à l'avis demandé aux services de la Chambre, j'en prendrai connaissance lorsqu'il sera disponible.

C'en est manifestement devenu une affaire d' État. Ma réponse positive à la demande de dispense qui m'a été adressée traduit ma compréhension des inquiétudes du personnel, que j'ai toujours soutenu et défendu, et, fidèle à mes valeurs, mon choix de les laisser, s'ils le souhaitent, exprimer leur voix dans le respect de la dignité – avec l'espoir, surtout, qu'ils soient entendus. Je me dis que tout l'arsenal politique et juridique qui est déployé aujourd'hui pour m'obliger à retirer cette dispense et, ainsi, empêcher, tant que faire se peut, le personnel de (…)

Denis Ducarme:

Ce qui se passe est assez grave sur le plan démocratique, parce que vous explosez le devoir de réserve lié au fait que vous êtes ministre démissionnaire. Vous utilisez les moyens mis à disposition par l' É tat pour porter, alors que vous êtes ministre démissionnaire, une politique d'ordre partisan.

Regardez les visages de vos collègues parlementaires du Parti Socialiste. Regardez-les, ils sont vraiment impatients que vous les rejoigniez sur les bancs de l'opposition socialiste. Mais allez-y! Là, vous pourrez défendre vos convictions! Comme ministre, vous avez un devoir de réserve.

Soyons très clairs: si vous n'avez pas retiré votre disposition dans les 24 heures, le Mouvement Réformateur demandera votre démission.

Franky Demon:

Mevrouw de minister, collega's, op dit moment wordt volop onderhandeld, ook over de pensioenen. Uiteraard hebben wij respect voor de pensioenrechten van de hardwerkende mensen, onze partij is daar absoluut heel gevoelig voor. Wij zullen daarvoor tot op het laatste moment vechten, weliswaar aan de onderhandelingstafel.

Militairen hier misbruiken voor politieke doeleinden zal ons zeker en vast niet helpen. Er zal bespaard moeten worden en dat zal niet aangenaam zijn, maar wij hebben hier begrip voor de militairen. Wij luisteren naar hun bezorgdheden. We zijn er zeker van dat zij het land dienen vanuit een engagement. Wij vragen dan ook om respectvol met hen om te gaan.

Raoul Hedebouw:

Maar enfin! Die nota's zijn uitgelekt en bevatten een hele lijst aanvallen tegen de werkende klasse in België, maar de werkende klasse zou niet mogen reageren? Keigrote aanvallen tegen onze militairen, die langer zullen moeten werken voor minder pensioen, maar die militairen zouden allemaal moeten zwijgen? Waar is jullie respect?

Mijnheer Francken, hoe durft u? Militairen gaan op missie en werken hard, maar voor de N-VA is dat blijkbaar geen probleem: steeds langer werken en een lager pensioen. Ze zouden bovendien allemaal moeten zwijgen. Hoe durft u het zwijgen op te leggen aan de militairen? Hoe durven jullie hen dat recht te ontnemen? Zij zullen zelf wel beslissen of ze opdagen voor een betoging.

Zijn jullie misschien bang, zitten jullie met de peut bij de N-VA, bij alle rechtse partijen? Zijn jullie bang dat er duizenden en duizenden mensen in Brussel zullen betogen? Wel, jullie hebben gelijk, want op 13 februari zullen tienduizenden mensen in Brussel zeggen: no way met die antisociale maatregelen van Arizona!

Theo Francken:

Mevrouw de minister, ik merk heel veel testosteron op in de zaal, langs alle kanten. Dat is interessant. De neuronen ontploffen.

Mijnheer Hedebouw, ik zit niet met de peut , helemaal niet. Ik vind dat militairen absoluut moeten kunnen zeggen dat ze niet akkoord gaan met iets; daarover gaat het niet. Het gaat over het feit dat bijna 200 jaar geleden werd afgesproken dat militairen niet kunnen staken. Dit wordt nu omzeild door de PS, op een in mijn ogen laaghartige manier. Het gebeurt vlak voor het einde van de periode, net voor een nieuwe ploeg begint, met een regeerakkoord waarin rekening wordt gehouden met die bekommernissen, mevrouw de minister. U zult het nog zien, wij zullen met een akkoord komen dat wel degelijk die evenwichten bewaart, maar dat ook een stuk hervormend en ambitieus is.

Ik heb absoluut respect voor onze militairen. Moeten ze zich kunnen uitdrukken? Absoluut, met heel veel plezier. Maar we moeten wel respect hebben voor het feit dat dit al 200 jaar zo is.

Mevrouw de minister, hetgeen u hebt gedaan (…)

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, de socialistische bazen blijven verbazen. Defensie wordt al decennia uitgekleed en uitgemolken, niet het minst door uw eigen partij, de PS. Net voor het doek valt over Vivaldi lijkt u nu plots een finaal slotspektakel te willen opvoeren. In tijden van enorm uitdagende geopolitieke spanningen is dat onverantwoordelijk.

Ik benadruk hier nogmaals dat het Vlaams Belang de bekommernissen en bezorgdheden van onze militairen ten volle deelt.

Voor de onderhandelende partijen heb ik nog volgende boodschap. Het militair beroep is zeer specifiek. De aantrekkelijkheid van dat beroep staat enorm onder druk en verdient daarom alle aandacht. Militairen staan dagelijks klaar voor onze veiligheid, op gevaar voor eigen lijf en leden. Zorg ervoor dat zij recht hebben (…)

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, u bent nu nog altijd verantwoordelijk voor de werking van ons leger. U bent nog steeds minister van Defensie, maar nu gedraagt u zich als een vakbondsmilitante. Terwijl Rusland in onze Noordzee aanwezig is, terwijl ons militair materieel met haken en ogen aan elkaar hangt, misbruikt u uw functie in lopende zaken, misbruikt u onze militairen, voor een zaak: pure populistische zelfbediening.

Ik heb zeer veel respect voor onze militairen. Ik heb zelfs respect voor hun bezorgdheden. Maar wat u vandaag doet, is cliëntelisme van de bovenste plank. Shame on you .

Philippe Courard:

Madame la ministre, merci. Merci pour tous les efforts que vous avez faits pendant cinq ans pour favoriser le déploiement du personnel militaire et civil. Dix mille personnes ont été engagées, c'est du jamais vu. On doit saluer ces efforts mais, comme cela a été dit, examiner le problème. Est-ce grave, sur le plan démocratique? Oui, c'est grave, d'empêcher les militaires de s'exprimer. C'est grave d'empêcher des Belges de pouvoir partager les difficultés, de s'opposer à des choses inouïes qui vont nuire gravement à la sécurité et à la paix. L'Arizona veut mitrailler le statut de nos militaires. Nous ne l'accepterons pas et nous serons aux côtés des militaires, vous pouvez compter sur le Parti Socialiste.

mobiliteit en transport

De staking bij de NMBS en de gegarandeerde dienstverlening
De staking van 13 januari
De spoorstaking van 12 en 13 januari 2025
Spoorstakingen en dienstverlening bij NMBS januari 2025

Gesteld aan

Georges Gilkinet

op 16 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de spoorstaking tegen het pensioen- en hervormingsplan "Arizona", waarbij 70% van het SNCB-personeel meedeed, wat leidde tot grote verstoringen ondanks een alternatief vervoersplan (1/3 IC-treinen, 1/5 lokale verbindingen). Minister Gilkinet verdedigt het behoud van het speciale statuut voor spoorwegpersoneel (vroegpensioen op 55, zware arbeidsomstandigheden) en steunt de protesten, terwijl Cuylaerts (N-VA) het statuut oneerlijk en onhoudbaar noemt en Foret (MR) pleit voor verbetering van het "service garanti"-systeem om reizigers beter te beschermen. Jacquet (PTB) benadrukt de slechte arbeidsomstandigheden en onderinvestering als oorzaak van het conflict.

Voorzitter:

De vragen nrs. 56001679C van mevrouw Jacquet en 56001763C van mevrouw Cuylaerts, ingediend in de commissie, worden toegevoegd aan deze vraag.

Gilles Foret:

Monsieur le président, chers collègues, monsieur le vice-premier ministre, ce début de semaine a été marqué par une énième grève, une grève nationale qualifiée de préventive contre les futures réformes de notre système de pension. Une fois encore, cette action a eu des répercussions très importantes sur de nombreux travailleurs, sur des étudiants en période d'examens mais aussi sur les citoyens devant se rendre sur leur lieu de soins. Une fois encore, des milliers d'utilisateurs du rail n'ont pas pu compter sur leur mode de déplacement quotidien et indispensable.

L'objet de mon interpellation ne sera pas de vous demander votre avis sur le positionnement de votre parti ou le vôtre sur le bien-fondé des revendications des grévistes ou sur la légitimité du droit de grève – qui demeure un droit fondamental. Je voudrais revenir sur le service garanti qui a été mis en place par votre prédécesseur, François Bellot, dans une loi que, selon moi, vous n'avez pas votée à l'époque.

Quel bilan pouvons-nous dresser sur la mise en œuvre de ce service garanti lors des dernières grèves de lundi? Quel est le pourcentage de grévistes du côté de la SNCB et d'Infrabel? Dans quelle proportion ce plan de transport a-t-il pu être mis en place lundi? Y a-t-il une certaine équité sur le territoire ou y a-t-il des disparités dans son application? Le trafic de fret ou le trafic international ont-ils été perturbés?

Enfin, il importe pour le futur de savoir comment ce service garanti est évalué. Comment peut-on le faire progresser? Comment peut-on le consolider pour qu'il soit encore plus efficace pour permettre à chacune et à chacun de se rendre sur son lieu de travail, sur son lieu d'enseignement malgré les mouvements de grève? Je vous remercie de nous répondre et de nous dire si vous avez déjà engagé la réflexion et l'évaluation de ce système.

Farah Jacquet:

Monsieur le président, monsieur le ministre, comme ma collègue l'a dit tout à l'heure, plus de 30 000 personnes étaient dans les rues de Bruxelles ce lundi pour dire non au plan Arizona. Il y avait des professeurs, des pompiers, des puéricultrices, etc. ainsi que des cheminots! Oui, les cheminots sont solidaires de cette action. Et moi, je tiens à féliciter les cheminots, les travailleurs et les syndicats pour cette belle mobilisation de lundi. C'était vraiment magnifique!

Et qu'ont dit les travailleurs dans les rues ce lundi? Ils ne peuvent plus travailler jusqu'à 67 ans, ils ne peuvent pas terminer leurs mois avec des salaires bloqués, ils souffrent du manque d'investissements dans nos services publics. Avez-vous bien compris ce message? C'est bien pour cette raison qu'il y a eu un préavis de grève.

Comme ex-accompagnatrice de train, je pense évidemment à nos chemins de fer, aux travailleurs et aux usagers. Bien sûr! Le MR, Les Engagés et la N-VA veulent réduire les investissements prévus dans le rail et rendre la vie impossible aux usagers, supprimer le statut des travailleurs, limiter leur droit à partir à la retraite avant qu'ils ne soient usés par leur travail et couper dans leurs primes de nuit! Et après, ce sera quoi? On va travailler gratuitement?

Comme ils l'ont montré, ils ne se laisseront pas faire!,Ils peuvent compter sur nous, PTB, pour relayer leur combat et nous opposer à ce gouvernement de casseurs!

Mes questions sont les suivantes. Pensez-vous qu'en réduisant les droits des travailleurs, comme le veut l'Arizona, les métiers du rail seront plus attirants, alors qu'on peine déjà à recruter? Pensez-vous sincèrement qu'en réduisant les investissements dans (…)

Dorien Cuylaerts:

Mevrouw Jacquet, met een micro hoeft u niet te roepen, men verstaat u sowieso al.

Mijnheer de minister, staken is een fundamenteel recht in onze democratische samenleving en dat respecteren wij allemaal. Toch wil ik vandaag uw aandacht vragen voor de manier waarop de vakbonden van het spoorpersoneel keer op keer gebruik of misbruik maken van dat recht. Afgelopen maandag werden opnieuw honderdduizenden reizigers de dupe van stakingen bij het spoor. Nochtans geniet het spoorpersoneel in ons land een uitzonderlijk statuut, waarbij ik toch even wil stilstaan.

Het statuut biedt talrijke voordelen, zoals werkzekerheid, de mogelijkheid om op 55 jaar met pensioen te gaan en een royaal pensioen, een regeling waar heel veel werknemers en zelfstandigen alleen maar van kunnen dromen. Het is echter niet langer van deze tijd en het is financieel ook niet meer houdbaar, zo blijkt.

Tegelijkertijd is het spoor cruciaal voor veel burgers. Mensen moeten op hun werk geraken en studenten moeten hun examens kunnen afleggen. Deze staking legde het land letterlijk en figuurlijk plat en heeft heel veel reizigers gegijzeld.

Mijnheer de minister, in eerste instantie wilde ik polsen naar uw visie in dit dossier, maar ik zag maandag in de media dat u meteen uw wagonnetje had aangehaakt bij de betogers en vrolijk meestapte met de menigte.

Mijn vraag is dus hoelang we deze wanverhoudingen nog kunnen tolereren en hoe u uw steun voor de hoge eisen van de vakbonden rijmt met de noodzaak van eerlijke, duurzame en vooral broodnodige hervormingen.

Georges Gilkinet:

Chers collègues, ce lundi, effectivement, les travailleurs, notamment des chemins de fer, ont été très nombreux à marquer leur opposition aux projets de la future majorité Arizona. Permettez-moi d'être d'emblée très clair: je suis et je serai à leurs côtés pour défendre un service public ferroviaire de qualité et des conditions de travail soutenables.

Beaucoup de sujets sont effectivement de nature à inquiéter les cheminots et d'autres travailleurs: la remise en cause de la trajectoire budgétaire et des ambitions pour le train décidées sous cette législature, le risque de faire à nouveau du train la variable d'ajustement budgétaire de l'État fédéral, la volonté de certains de régionaliser le rail mais aussi les mesures très injustes annoncées par la future majorité en matière de pensions.

Het spoorwegpersoneel vormt de hoeksteen van ons spoorsysteem. Hun werk is niet evident: onregelmatige werktijden, werken in kou of warmte, heel vroeg ’s ochtends of heel laat ’s avonds werken, ook tijdens het weekend, en veranderingen die moeten worden doorgevoerd om de spoorwegdienst te verbeteren. Ik sta aan hun zijde.

Les conditions spécifiques d'accès à la pension des conductrices et des conducteurs de la SNCB se justifient. Elles tiennent compte de la pénibilité de leurs conditions de travail avec des services très matinaux ou très tardifs, irréguliers, y compris le week-end et les jours fériés, avec de grosses responsabilités. C'est pour cette raison que je les ai toujours défendues, y compris face aux attaques au sein de l'actuelle majorité Vivaldi.

Chers collègues, monsieur Foret, la meilleure grève est celle qu'on aura pu éviter, en continuant à investir et à transformer le rail belge, en entendant les inquiétudes des travailleuses et des travailleurs et en y répondant.

Je constate que leurs craintes ne sont pas apaisées. Elles sont plutôt attisées par les déclarations des partenaires de la potentielle future majorité. Face à ce manque de considération, je suis aux côtés des travailleuses et des travailleurs du rail.

Monsieur Foret, je dois vous préciser qu'en cas de grève, la loi prévoit non pas un service minimum, comme incorrectement annoncé par certains, mais bien un plan de transport alternatif. Elle exige que le personnel essentiel annonce sa participation à la grève au moins 72 heures avant le début de celle-ci.

Sur les 6 500 conducteurs et accompagnateurs de la SNCB, c'est-à-dire ceux que la SNCB a consultés pour connaître leur intention de participer ou non à la grève, 70 % ont exprimé leur intention de se mettre en grève. C'est le chiffre le plus élevé de ces dernières années. Les grèves contre le futur gouvernement Arizona sont bien plus suivies que celles qu'a connues le gouvernement Vivaldi.

Le service est alors organisé sur une base volontaire, le droit de grève étant, vous l'avez tous répété, un droit essentiel dans une démocratie.

Niemand ontkent de ongemakken en moeilijkheden die een staking voor reizigers veroorzaakt. Ik denk vooral aan de studenten die zich hebben moeten organiseren om hun examen af te leggen. Vanaf afgelopen zondag werd er een alternatief vervoersplan opgesteld om reizigers een, zij het beperkt, aanbod aan te bieden. Ongeveer een op de drie treinen op de IC-verbindingen en ongeveer een op de vijf lokale L- en S-verbindingen reden. Hier en daar rees een probleem, maar over het algemeen werd het aangekondigde alternatieve vervoersplan goed nageleefd.

Een dergelijke reorganisatie van het aanbod is zeer complex en vergt veel werk. Ik wil de medewerkers van Infrabel en de NMBS bedanken voor de gedrevenheid die ze hebben getoond.

J'espère maintenant que ces inquiétudes – qui ne sont d'ailleurs pas seulement celles des cheminots, mais aussi de l'ensemble des travailleurs, des enseignants, du personnel des services publics – seront entendues par les partis qui négocient un futur accord gouvernemental, monsieur Foret, madame Cuylaerts. Parce que notre monde a besoin de services publics efficaces et d'une sécurité sociale forte, parce qu'il existe des alternatives au désert que nous annonce la future coalition Arizona, des alternatives qui passent par des réformes équilibrées et surtout beaucoup plus justes que ce qui est sur la table.

Gilles Foret:

Monsieur le président, je me joins évidemment aux différents intervenants pour remercier les travailleurs du rail qui ont pu assurer un service garanti ce lundi. C'est important, car il faut que notre pays continue à tourner, que la mobilité soit possible parce que des gens en ont besoin.

Pour cette raison, je souhaitais intervenir aujourd'hui à propos du service garanti, qui a sept ans. Il avait alors été mis en place par votre prédécesseur, François Bellot. Il importe d'évaluer ce service, de voir comment on peut l'améliorer, en respectant le droit de chacune et de chacun. C'est un équilibre, et il faut que celles et ceux qui ont besoin de ce moyen de transport puissent en bénéficier, de manière équitable sur l'ensemble du territoire. Je serai très vigilant, avec mes collègues, lors de cette mandature, sur le fait de le faire évoluer. Nous déposerons une proposition de loi en ce sens.

Farah Jacquet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Pour ce qui est de mon intonation, si tout le monde arrêtait de parler pendant que l'orateur s'exprime à la tribune, je pense que cela irait déjà mieux. Sinon, il conviendrait peut-être d'investir dans les soins de santé pour les appareils auditifs car personne ne m’empêchera de parler!

J’entends qu’on s’attaque au statut des travailleurs. Comme vous, monsieur le ministre, les travailleurs ne veulent pas de ces mesures Arizona. Vous venez d'en parler.

Mais qu’en est-il du statut des députés? Parce que c’est vous, les privilégiés, pas les cheminots! Pas les travailleurs! Là, on n’entend rien. Des salaires de 9 000 euros brut, des pensions à 8 000 euros. Mais non, rien, silence! De cela, on ne peut pas parler. Pour vous, c’est normal. J’ai envie de dire: regardez dans votre assiette avant de regarder dans celle des autres!

Dorien Cuylaerts:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Afgelopen zondag las ik op X het verhaal van een moeder die een hotel moest boeken om haar zoon tijdig op zijn examen te krijgen. Dat is een ingrijpende keuze, veroorzaakt door een treinstaking. Gelukkig bestaat er sinds 10 jaar een gegarandeerde minimumdienstverlening, die onder de Zweedse regering onder impuls van de N-VA werd goedgekeurd. Dankzij die maatregel zijn er maandag toch heel wat mensen op hun bestemming geraakt. Wij willen het spoorpersoneel natuurlijk ook bedanken, maar u pleit voor het behoud van het statuut. Hoe legt u dat uit aan andere mensen die tewerkgesteld zijn in een ander statuut? Het getuigt niet meteen van een solidaire houding. We vragen solidariteit, maar dan geldt dat ook wel voor iedereen. Mijnheer de minister, hoe u zich hier manifesteert in dit hele gebeuren is op zijn minst opvallend te noemen. U gaat zij aan zij met de betogers. U lijkt echt wel het spoor bijster.

veiligheid, justitie en defensie

De straffeloosheid ten aanzien van straatcriminelen en het gebrek aan informatie bij justitie

Gesteld door

N-VA Jean-Marie Dedecker

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 16 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Dedecker hekelt de structurele straffeloosheid bij jaarlijkse rellen in Brussel (36 gerechtelijke aanhoudingen op duizenden incidenten, geen strafcijfers bekend) en de falende justitiële actie, waaronder het 25 jaar ongebruikte snelrecht door bekentenisvereisten, ondanks herhaalde beloftes. Minister Van Tigchelt erkent het systeemfalen (prioriteit ordeherstel, zwak Brussels parket, politieke vertraging bij procureur-beneming) en wijst op extra middelen, maar bevestigt dat daders amper vervolgd worden door gebrek aan arrestaties en juridische haken. Dedecker stelt dwangheropvoeding (3 maanden isolatie in kazernes) voor als alternatief voor de ineffectieve strafrechtelijke aanpak, benadrukkend dat burgers en hulpdiensten de gevolgen dragen. Kern: justitie en politiek falen al 15+ jaar, terwijl geweld tegen autoriteiten onnemend blijft.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, telkens als tijdens silvesternacht de hoofdstad in brand staat, krijgen we drie scenario's.

In eerste instantie horen we de vergoelijkingslobby, die met heel wat jeukwoorden zegt dat het over kansarme jongeren gaat, alsof het om de chiro van Zillebeke gaat, terwijl het in feite – laat het me zo zeggen – over echt multicultureel schorriemorrie gaat met de mentaliteit van een hyena, die zelfs schiet op onze pompiers en onze ambulanciers.

Een tweede scenario is de politiek. Dat hebben we hier vorige week meegemaakt. De ministers struikelen over elkaar om te zeggen dat er 140 aanhoudingen plaatsvonden. Een week later blijken vier daarvan gerechtelijke aanhoudingen te zijn. Maar oké, we zijn terug vertrokken. Dat scenario speelt zich al vijftien jaar af.

Dat brengt me bij het derde scenario. Het derde scenario is de doofpotoperatie. Het ebt weg. Wat gebeurt er nu, wat is er deze week gebeurd? Iemand vraagt aan het Brusselse gerecht hoeveel gerechtelijke aanhoudingen er zijn gebeurd. Men weet dat het om 36 gerechtelijke aanhoudingen gaat op een heel jaar. Duizenden politie-interventies, duizenden pompiersinterventies, 36 gerechtelijke aanhoudingen. Als vervolgens gevraagd wordt hoeveel van die aangehouden mensen gestraft zijn, krijgt men geen antwoord. De procureur des Konings, nog maar pas in functie, moet daarvoor eerst zijn toestemming geven. Nog een argument is dat het te arbeidsintensief is om dat op te zoeken. In derde instantie durft men dan nog te zeggen dat het laakbaar is om die vraag te stellen. Waarmee zijn we bezig?

Mijnheer de minister, mijn eerste vraag is dan ook hoeveel mensen gestraft zijn. Mijn tweede vraag gaat over snelrecht, waarover mevrouw Van Vaerenbergh u al een vraag stelde in de commissie voor Justitie. Het snelrecht is in de Kamer goedgekeurd in maart 2000. Ik zat hier toen als jonge vent. Nu, 25 jaar later, zegt u dat het snelrecht niet gebruikt kan worden omdat betrokkenen eerst moeten bekennen. Waarmee zijn we bezig?

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, collega, ik begrijp uw frustratie. Helaas of gelukkig maar – het is maar hoe men het bekijkt – ben ik niet de woordvoerder van het parket van Brussel. Vorige week ging het er ook over, ik moet het niet herhalen. Schieten met vuurwerk en bazooka's naar de politie, brandweer en hulpdiensten: van welke lobby men ook is, dat is onaanvaardbaar. We zijn het er hier allemaal over eens dat die daders moeten worden gestraft. Het zou er nog aan moeten mankeren. Er werd daaromtrent door velen hard geroepen. De vraag is evenwel, hoe we dat waar gaan maken.

Ik wil het vanop een afstand bekijken. Op het ogenblik van de feiten concentreerde de politie zich vooral op het herstel van de openbare orde. Dat was de absolute prioriteit. Er zijn weinig gerechtelijke arrestaties gebeurd. Die zijn nochtans nodig om daders te vervolgen. De politie is nu bezig met het identificeren van daders.

U verwijst naar dat snelrecht met aanhouding. Het is juist dat er dan een bekentenis moet zijn. Dat is er gekomen om tegemoet te komen aan de kritiek van het Arbitragehof. Ik zie dat bij Arizona een nieuw voorstel op tafel ligt. We kunnen daarin verder gaan. We zullen zien hoe het Grondwettelijk Hof daarover uiteindelijk oordeelt.

Alleszins, we hebben Justitie meer middelen gegeven. Maar – dat wil ik hier ook gezegd hebben en dat mag gezegd zijn – het Brusselse parket is een zorgenkind, is lang een zorgenkind geweest, mijnheer Dedecker. En ik zeg dat niet om mijn paraplu op te steken, ik probeer feiten te geven. We weten dat in 2014 de regeling voor de aanduiding van die procureur werd vernietigd.

Sindsdien werd er politiek getalmd. Er was een communautaire impasse. We hebben die kunnen doorbreken en het resultaat is dat na vier jaar een procureur ad interim, tegen zijn of haar goesting, er een nieuwe procureur is en het is geen Chinese vrijwilliger. Het is iemand die moet zorgen voor een heldere communicatie, voor eenheid van commando. Wij hebben dat kader ook opgevuld. (…)

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, ik was parlementslid toen het in maart 2000 werd goedgekeurd. Het werd vernietigd door het Grondwettelijk Hof, of beter, het Grondwettelijk Hof zei dat er voorwaarden bij moesten komen, onder andere de bekentenis. Dat was in 2002. Het is nu 2025. Hoeveel ministers van Justitie zijn er de revue gepasseerd? Er is daarmee niets gebeurd. Het was elke keer hetzelfde riedeltje, namelijk dat ze gestraft zullen worden. Er wordt niet gestraft. Men durft zelfs zeggen dat er niet gestraft wordt. Vermits er niet gestraft wordt, stel ik volgende oplossing voor. We gaan die mensen heropvoeden. Er moet een heropvoedingstraject komen, waarbij ze drie maanden uit de maatschappij worden gehaald. Er zijn genoeg kazernes die leegstaan. Dan kunnen ze leren wat gezag is, wat hiërarchie is, wat drie maanden zonder drugs is, wat geweld is. Mevrouw Lalieux, u bent van Brussel, ik kan nog een beetje uitweiden over Samusocial en dergelijke. Wij zijn het beu. En de bevolking is het beu!

veiligheid, justitie en defensie

De maffiapraktijken in Brussel
De maffiapraktijken in Brussel
Maffiapraktijken in Brussel

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 16 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De escalerende criminaliteit in Brussel—met openlijke drugshandel, geweld, onbestrafte daders en overbelaste politie/Justitie—doet inwoners zelf bewijsmateriaal verzamelen, terwijl ze zich onveilig en in de steek gelaten voelen door lokale (PS-)besturen en een falend beleid. Minister Verlinden benadrukt federale investeringen (500 miljoen euro), intensieve politieacties (hotspots, GAS-boetes, arrestaties) en samenwerking met Justitie, maar wijst op tekortschietend lokaal en gewestelijk optreden, verergerd door de aanslepende regeringsvorming, en waarschuwt tegen eigenrichting door burgers. Oppositieleden Demesmaeker (N-VA) en Depoortere (VB) eisen radicale maatregelen: nultolerantie voor criminele illegalen (opsluiting + uitzetting), een geïntegreerde Brusselse politiezone en concrete plannen in plaats van "halve maatregelen", met de stelling dat de rechtsstaat al is uitgehold en dringend herstel nodig heeft.

Eva Demesmaeker:

Mevrouw de minister, na de recente oudejaarsrellen met de vuurwerkbazooka’s, de afpersingsverhalen in Molenbeek van een filmploeg en de brandbrief bij de financiële instellingen in de Naamsepoort, lezen we nu in de kranten dat buurtbewoners zelf foto’s en filmpjes maken van de drugsdealers, die zij dan via WhatsApp naar de politie doorsturen. De situatie in Brussel loopt uit de hand. Ze is schrijnend. Het gaat niet langer over geïsoleerde elementen. Nochtans gaat het om onze hoofdstad, het uitstalbord van ons land voor de buitenwereld.

Welk beeld schetsen we wanneer criminaliteit de bovenhand krijgt, inwoners zich niet meer veilig voelen, niet in de eigen buurt en evenmin op weg naar het werk, opgepakte criminelen na enkele uren alweer worden vrijgelaten en op vrije voeten staan, de politie zich machteloos voelt en Justitie met werk overstelpt wordt? Dan verliezen we het vertrouwen in onze rechtsstaat.

Daarom wil ik u twee cruciale vragen stellen.

Ten eerste, welke concrete signalen geeft u in verband met het huidige Brusselse beleid? Staat u met de beleidsmensen aldaar in contact? Legt u hun maatregelen op?

Ten tweede, hoe ondersteunt u de lokale politiezones in hun streven om de controle in die buurten te herwinnen?

Ortwin Depoortere:

Mevrouw de minister, de situatie in Sint-Gillis is volledig uit de hand gelopen. Buurtbewoners getuigen over "jongeren" die op klaarlichte dag openbaar in de straten drugs dealen, gewapend met messen. Uiteraard wendt men zich dan tot de eerste contactpersoon. Dat is de PS-baron in Sint-Gillis, maar daar krijgen de buurtbewoners nul op het rekest. Het gevolg is dat ze dan maar zelf het heft in handen nemen. Wie kan ze ongelijk geven?

Het profiel van de jongeren is al even duidelijk. Ik citeer de perswoordvoerder van de Brusselse politiezone Zuid, want anders word ik nog beschuldigd van racisme: "Het gaat meestal om illegalen, om mensen die een bevel hebben om het grondgebied te verlaten. We zien er soms die 37 van die bevelen hebben. Dan contacteren wij de Dienst Vreemdelingenzaken, maar dan is er een volgend probleem: de asielcentra zitten vol. De politie kan niets doen."

Het is maar één symptoom van de Brusselse hellhole , want in 2024 waren er maar liefst 90 schietpartijen in Brussel, soms met dodelijke afloop. De onveiligste stations in ons land situeren zich in Brussel, met name Brussel-Zuid, Brussel-Noord en Brussel-Centraal. Over de rellen op oudejaar hebben wij vorige week en gisteren in de commissie al gedebatteerd.

We moeten dus toch durven toe te geven, mevrouw de minister, dat het beleid wat de strijd tegen de onveiligheid in Brussel betreft faalt en er een tandje moet worden bijgestoken. Als de lokale politie de veiligheid van haar burgers niet meer kan garanderen en als de federale overheid tekortschiet in die taken, dan moet er toch iets gebeuren. Ik hoop dat u vandaag met concrete maatregelen komt om de problemen in Brussel voorgoed op te lossen.

Annelies Verlinden:

Collega's, de straten van Brussel behoren inderdaad toe aan de Brusselaars, de bezoekers en de pendelaars, en niet aan drugscriminelen van uiterst bedenkelijk allooi.

In de strijd tegen de drugshandel en druggerelateerd geweld verdienen de noodkreten van de buurtbewoners van de verschillende geïdentificeerde hotspots absoluut opvolging. Vorig jaar ging ik in gesprek met de vertegenwoordigers van de buurtcomités om samen na te denken over en te werken aan oplossingen om de leefbaarheid in hun wijken te verbeteren. Op federaal niveau namen we vanuit Binnenlandse Zaken onze verantwoordelijkheid door van de strijd tegen de drugshandel een topprioriteit te maken. Daarbij investeerden we maar liefst 500 miljoen euro extra in de federale gerechtelijke politie in Brussel, de scheepvaartpolitie en het drugscommissariaat.

Sta me toe te wijzen op de verantwoordelijkheid van de beleidsmakers in Brussel, zowel de lokale besturen als het gewest. De lokale besturen moeten doortastend optreden. Wat mij betreft, mag dat doortastender zijn dan in het verleden het geval was. Ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft in dat verband een bevoegdheid en zou met een door het federaal Parlement aangenomen wet nog meer verantwoordelijkheid kunnen krijgen. De aanslepende Brusselse regeringsvorming komt volgens mij in elk geval de veiligheid van de buurtbewoners, de buurtcomités en de handelaars niet ten goede.

De politie is alleszins paraat, 24/7. Zo voerde de lokale politie Zuid tijdens een zomeractie maar liefst 661 interventies uit gericht op druggerelateerde fenomenen, met niet minder dan 626 processen-verbaal. Daarbij werden niet minder dan 607 administratieve en 840 gerechtelijke druggerelateerde aanhoudingen uitgevoerd.

Uiteraard stopt het werk niet bij die zomeractie. Voortdurend worden er GAS-boetecampagnes georganiseerd, zijn er horecacontroles, worden er drugs, wapens en cashgeld in beslag genomen en zijn er ook identiteitscontroles en arrestaties.

Om de drugshandel te bestrijden, werkt de politie met hotspots volgens het principe van de very irritating police . De lokale politie krijgt bijstand van de federale politie en er wordt prioritair in capaciteit en middelen voorzien. Dat de acties en operaties die in het verleden werden ondernomen wel degelijk effect sorteren, blijkt ook uit de impact ervan. Dankzij de informatie die wordt aangeleverd door buurtbewoners of klachten wordt de beeldvorming versterkt en verschuiven hotspots, wat uiteraard tot een wijziging van de aanpak noopt.

Uiteraard werkt de federale gerechtelijke politie samen met Justitie om de bovenstructuren met grote internationale netwerken aan te pakken en voert ze onderzoeken die de drugscriminelen raken in hun verdienmodel. Dat moet absoluut een prioriteit blijven. Ook voor Justitie is dat een prioriteit. Kortom, politie en Justitie werken onvermoeibaar samen.

Ik begrijp echter ook dat buurtbewoners bezorgd zijn om hun wijk en dat zij tastbare oplossingen willen omwille van de leefbaarheid in hun wijken. De lokale besturen moeten daarom te allen tijden bereikbaar en beschikbaar zijn voor die zorgen en hun niet de rug toekeren. Ik kan alvast bevestigen dat heel wat Brusselse politiekorpsen, waaronder het korps van de politiezone Zuid, onmiddellijk aan de slag gaan met de meldingen en informatie die de buurtbewoners met hen delen en op basis daarvan ook hun acties en hun interventies plannen.

Ik sluit me wel graag aan bij de boodschap van de lokale politiezone Zuid, namelijk dat politiewerk aan de politie toekomt. Het wordt ten zeerste verwelkomd dat relevante informatie wordt gedeeld, zodat interventies gericht kunnen worden uitgevoerd, maar in het belang van de veiligheid van de mensen zelf kan het niet de bedoeling zijn om zelf achter verdachten aan te gaan en zichzelf in onveilige situaties te brengen.

Er wordt nog steeds gewerkt – dat zal ook zo blijven – op fenomenen die een invloed hebben op de leefbaarheid van de wijken. De uitdagingen zijn groot, reden te meer dat de strijd tegen drugshandel een prioriteit moet blijven. (…)

Eva Demesmaeker:

Mevrouw de minister, dank voor uw antwoord.

Het klopt inderdaad dat er een grote verantwoordelijkheid ligt bij het lokale beleid, bij de lokale bevoegdheden. Die is verpletterend, daar kunnen we niet omheen. Brussel is echter een tikkende tijdbom. Als we niet ingrijpen, stevenen we af op een onomkeerbare situatie waarin de criminaliteit de bovenhand neemt en de rechtsstaat zal worden uitgehold.

Het is tijd dat er een krachtig, duidelijk plan komt, geen halve maatregelen. De mensen die in die wijk wonen, verdienen geen woorden maar daden, vooraleer ze zelf het heft in eigen handen nemen. Vandaag lijkt het immers zo dat de criminaliteit in Brussel vaak onbestraft blijft. Het is geen vijf voor twaalf wat Brussel betreft, ik denk dat twaalf uur al lang voorbij is.

Ortwin Depoortere:

Mevrouw de minister, het Vlaams Belang heeft hier als veiligheidspartij bij uitstek al jarenlang op gehamerd. We zullen dat blijven doen omdat de situatie aansleept. De situatie verbetert niet, integendeel. We moeten dan ook zorgen voor meer middelen en meer ondersteuning in de strijd tegen onveiligheid en tegen drugs, maar ook in de strijd tegen illegaliteit. Het is tijd voor nultolerantie, echte nultolerantie. Het is tijd om criminele illegalen op te pakken, op te sluiten en het land uit te zetten. Het is tijd ook om de verantwoordelijkheden van de lokale baronieën in Brussel voor het blok te zetten. Het is tijd voor een eengemaakte politiezone in Brussel. Ik weet, mevrouw de minister, dat u daar ook voorstander van bent. Voeg de daad nu eens bij het woord. Het is geen vijf voor twaalf, het is vijf na twaalf.

internationale politiek en migratie

De piekende asielcijfers
De asielcrisis
Asielproblematiek

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie), Alexander De Croo (Eerste minister)

op 16 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De asielcrisis in België (40.000 aanvragen in 2024, +12% vs. 2023) domineert het debat: oppositie (Van Belleghem, Safai) hekelt het falend beleid—recordaantallen, overbelaste opvang (2.800 op straat), en het ontbreken van effectieve maatregelen, terwijl buurlanden de instroom wel beperken. Staatssecretaris De Moor wijst op externe oorzaken (Gaza, Syrië) en benadrukt Europese oplossingen (migratiepact, grenzen, akkoorden met Tunesië) plus nationale stappen (beperkte opvang voor wie elders al bescherming heeft, versnelde procedures), maar erkent dat snelle fixes onrealistisch zijn. Politieke blokkade (onderhandelingen *arizonapartijen* vastgelopen, links pleit voor *meer* opvang) en kritiek op het vivaldibeleid (België te aantrekkelijk door soepel systeem) ondermijnen vertrouwen in herstel. Kern: systeem crasht, maar structurele hervorming en politieke eenheid ontbreken.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, collega's, Ninove telt 40.000 inwoners. Beeld u nu eens in dat alle inwoners van Ninove asiel aanvragen, in één jaar tijd. Concreet zou dat dus willen zeggen dat men alle inwoners van Ninove een gratis dak boven het hoofd en eten moet geven, moet helpen met de asielprocedure en kosteloos moet voorzien van een advocaat. Wel, er waren in 2024 in dit land 40.000 asielaanvragen en dus 40.000 keer bed, bad, brood.

U antwoordde gisteren in de commissie dat het aantal asielaanvragen in december toch verrassend hoger lag dan verwacht. Mevrouw de staatssecretaris, onder welke steen hebt u het afgelopen jaar geleefd? Maand na maand stijgen de asielcijfers; dat weet ondertussen iedereen. Het enige wat daaraan nog verrassend is, is het feit dat u verrast bent.

Ik vraag u niet meer welke maatregelen u zult nemen om de toestroom van asielzoekers te beperken, want het heeft geen zin. U kondigt altijd nieuwe maatregelen aan, maar u voert ze nooit uit. Ik vraag u dus vandaag alleen nog om een beetje zelfreflectie. Leg ons nu eens alstublieft uit waar het volgens u het afgelopen jaar is misgegaan.

Darya Safai:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, collega's, gisteren hebben we de cijfers ontvangen van het aantal asielaanvragen in 2024. Het gaat om het hoogste aantal in tien jaar tijd. In 2024 hebben bijna 40.000 mensen een verzoek ingediend voor internationale bescherming, bijna 12 % meer dan het jaar voordien, en met een piek in de maand oktober, toen meer dan 4.000 mensen een verzoek indienden, het hoogste cijfer sinds het najaar van 2015. Het aantal asielzoekers in België is sinds 2021 opnieuw de hoogte ingegaan. In 2024 telde Fedasil een recordaantal opvangplaatsen, meer dan 36.000. Toch staan er nog ruim 2.800 alleenstaande mannen op de wachtlijst. Vandaag slapen mensen op straat. Terwijl wij geen opvang kunnen voorzien voor de mensen die nu al hier zijn, blijven er nog mensen naar dit land komen.

Nochtans dalen de asielcijfers in onze buurlanden. Weet u hoe dat komt? De reden is dat onze buurlanden maatregelen nemen tegen een hoge, oncontroleerbare instroom. Van ons land kan ik alleen maar zeggen dat ons systeem totaal crasht en dat wij het niet meer onder controle hebben.

Mevrouw de staatssecretaris, ik heb daarom vandaag maar één vraag. Hoe verklaart u dat de ons omringende landen er wel in slagen om hun asielaanvragen significant terug te dringen, maar België niet?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, u vraagt me waar het het afgelopen jaar is misgelopen. Ik zal het u zeggen. Het is de afgelopen jaren misgelopen in Gaza, Syrië, Afghanistan en Eritrea, en dat zien we in onze asielstatistieken. Dan spreek ik nog niet over hoe het is misgelopen in Oekraïne, want ook vanuit Oekraïne blijven er mensen toekomen in ons land.

Collega's, ik ben het met u eens, er komen te veel asielzoekers naar ons land. Daar zijn ook mensen bij die geen bescherming nodig hebben. De voorbije drie jaar samen gaat het om meer dan 110.000 mensen. Dat is onhoudbaar, maar wie beweert dat we op een paar weken tijd nog enkele opvangplaatsen bij moeten creëren om dit snel op te lossen, dwaalt. Wie beweert dat men met een vingerknip de instroom omlaag kan krijgen, maakt de mensen ook iets wijs.

Wat kunnen we wel doen? Ten eerste, het antwoord zal vooral Europees zijn. Iets anders beweren is onzin. We moeten onze buitengrenzen beter versterken en daar bepalen wie kans maakt op bescherming en wie niet. Met het migratiepact zetten we daar een belangrijke stap in de juiste richting. Ons land zal dat pact versneld implementeren. Ook de akkoorden die de Europese Unie sluit met landen, bijvoorbeeld aan de zuidgrens, zoals Tunesië, hebben hun effect. Ze beginnen te werken. Het aantal oversteken over de Middellandse Zee is gedaald. Het aantal illegale binnenkomsten in de hele Europese Unie is in 2024 met 38 % gedaald. Er was heel veel kritiek op die akkoorden, maar we zien dat ze werken.

Dat de druk op ons land zo groot blijft, komt dus vooral door de asielaanvragen van mensen die dat elders ook al hebben gedaan. Er vragen heel wat mensen asiel aan die dat niet voor het eerst doen, die dat ook al in andere Europese landen hebben gedaan. Daarom moeten we, ten tweede, ook op nationaal vlak blijven doen wat we kunnen doen. Ik heb bijvoorbeeld recent beslist om de opvang te beperken van mensen die al bescherming genieten in een ander Europees land, omdat het rechtvaardig is om dat te doen. Daarnaast moeten we ingrijpen in de procedure. Mensen die al bescherming krijgen, hebben die niet opnieuw nodig. We stellen daarom ook alles in het werk om de huidige, te ruime rechtspraak over deze materie te wijzigen. Dat doen we bijvoorbeeld door cassatieberoep aan te tekenen of door verduidelijking te vragen aan het Hof van Justitie in Europa.

Ons land wil solidair zijn en bescherming bieden aan wie dat nodig heeft, maar het is gewoon niet rechtvaardig dat we opnieuw opvang en bescherming moeten geven aan degenen die al in een ander Europees land kunnen wonen en werken en daar een toekomst kunnen uitbouwen.

We nemen dus wel degelijk concrete maatregelen. We kondigen die niet alleen aan, we nemen ook maatregelen om de instroom naar beneden te krijgen. Ik hoop dat we met de arizonapartijen snel tot een akkoord kunnen komen om op die weg verder te gaan.

Francesca Van Belleghem:

Mocht de regering niet ontslagnemend zijn, mevrouw de staatssecretaris, dan had elke partij hier vandaag, van links tot rechts, uw ontslag gevraagd. In de media hoor ik al 221 dagen dat de arizonapartijen aan het onderhandelen zouden zijn over het strengste asielbeleid ooit. Gisteren heb ik echter mijn hoop daarop definitief begraven, want toen heeft de linkse partij Vooruit in de commissie voor Binnenlandse Zaken gepleit voor meer opvangplaatsen voor asielzoekers. Dat is dus het strengste asielbeleid ooit. Dat is niet mogelijk als er een partij aan tafel zit die pleit voor meer asielzoekers.

Beste cd&v'ers, beste N-VA'ers, jullie kiezen de verkeerde partners en jullie weten dat ook.

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, u zegt dat deze mensen hier zijn omdat het is misgelopen in Gaza. Mijn vraag is echter waarom ze bijna allemaal naar België komen. Dat komt door het vivaldibeleid, dat dit land veel aantrekkelijker maakte voor Palestijnen dan andere landen. Eén ding is zeker: het beleid van de vivaldiregering verderzetten is geen optie. De asielinstroom blijft torenhoog en mensen slapen op straat. We moeten dat aanpakken. Er is nood aan een diepgaande hervorming van ons asielsysteem. We moeten inzetten op legale en gecontroleerde migratie, tegen de illegale migratie via de maffia van mensensmokkelaars.

Voorzitter:

Hiermee sluiten we de mondelinge vragen af.

veiligheid, justitie en defensie

De rellen op oudejaarsavond
De rellen in Brussel
De rellen in Brussel
Het geweld in de steden tijdens de oudejaarsnacht 2024
Stedelijke onrust oudejaarsnacht 2024

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister), Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 9 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende oudjaarsrellen in Brussel, gekenmerkt door geweld tegen hulpdiensten, brandstichting en molotovcocktails, vooral door allochtone jongeren, met 70 verbrande auto’s en 1.758 politie-interventies. Critici (o.a. N-VA, Vlaams Belang) wijten het aan falend beleid, gebrek aan repressie, ouderlijk falen en multiculturele mislukking, en eisen strengere straffen, snellere vervolging, politiebewapening en nationaliteitsontneming voor recidivisten. De regering (De Croo, Verlinden) erkent de ernst van de situatie, benadrukt repressie (huisarrest, identificatie daders) én preventie (ouderlijke verantwoordelijkheid, sociale integratie), maar wijst op structurele oorzaken zoals normvervaging, marginalisering en falend opvoedingsklimaat. Ketenaanpak en samenwerking tussen lokale/federale overheden worden essentieel geacht, maar concrete oplossingen blijven vaag.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, collega's, nieuws is vluchtig en de gewenning is groot, ook voor de voorbije rellen, maar toch moeten we het debat daarover voeren. Er zijn daarvoor een aantal redenen. Ten eerste, het is ook dit jaar weer volledig uit de hand gelopen en nochtans waren de voortekenen al duidelijk. Sommige burgemeesters hadden een avondklok ingesteld of een huisarrest opgelegd, maar op sociale media waren er ook openlijke bedreigingen van allochtone relschoppers aan het adres van de politie te lezen. Er was ook de in mijn ogen te vriendelijke vraag via de media om alstublieft geen hulpdiensten aan te vallen.

Ten tweede, het debat vandaag en volgende week in de commissie moet resulteren in doortastende maatregelen, want de rellen zijn aan het escaleren. De ernst kan niet ontkend worden. Ik geef u een aantal cijfers. In Brussel werden 70 auto's in brand gestoken, dubbel zoveel als vorig jaar. Er waren 663 hulpdienstinterventies en 1.758 politie-interventies en er werden molotovcocktails naar brandweer en politie gegooid.

Ten derde, we zien een herhaling van de feiten. De rellen worden gewelddadiger en er is daarbij een rode draad: het gaat steevast over allochtone jongeren. Eigenlijk zou men de vraag kunnen stellen of daar veel recidivisten bij zitten, maar cijfers daarover heb ik nog niet gekregen.

In naam van de politie en op verzoek van de hulpdiensten vraag ik u hoe u escalatie zult vermijden en wat u zult ondernemen om dat soort rellen definitief een halt toe te roepen.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, de situatie op oudejaarsnacht was onder controle. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van burgemeester Close op de nieuwjaarsreceptie voor de politiediensten. Zeg dezelfde woorden eens aan al die mensen van wie de auto is uitgebrand. Vraag hun eens of het onder controle was. Ik ben er vast van overtuigd dat het antwoord anders zou klinken en dat is maar goed ook. We mogen dit niet wegrelativeren. We mogen dit niet gewoon worden. Eigenlijk zou er hier vandaag van elke partij iemand moeten staan.

De situatie was hallucinant: molotovcocktails, vuurwerkbommen. Onze politiediensten werden aangevallen en nog triestiger: ook onze brandweermannen en onze hulpdiensten. Wie is daarvan het slachtoffer? De gewone man op de straat. Er gebeurden 160 arrestaties en dan horen we heel voorzichtige cijfers van 7 mensen die zouden worden vervolgd.

Ondanks de voorbereidingen van de politiediensten – ik ben er zeker van dat zij de professionaliteit en de wil hebben om dat aan te pakken – is de situatie volledig uit de hand gelopen. In Brussel zien we de gevolgen van bestuurlijke versnippering en van een jarenlang links, laks beleid. Op federaal vlak is er van snelrecht, van kordaat aanpakken, van effectieve bestraffing geen enkele sprake. Het erge en het frustrerende is dat we dat jaar na jaar kunnen voorspellen. We zien dat aankomen. We zien de ernst daarvan in. We zien het steeds gewelddadiger worden.

Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, wat hebt u, wat heeft de vivaldiregering ondernomen om te vermijden dat het dit jaar zou gebeuren? Welke instructies hebt u als minister van Binnenlandse Zaken gegeven? Hoe evalueren jullie deze nacht? Was die nacht volgens jullie onder controle?

Franky Demon:

Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, het zal u maar overkomen: politie- of brandweermannen die op oudejaar voor hun inzet worden bedankt met molotovcocktails. Toch is dat op verschillende plekken weer gebeurd, onder andere in onze hoofdstad Brussel. Tijdens de oudejaarsnacht moest dat daar weer gebeuren. Onaanvaardbaar!

Twaalf- tot veertienjarigen staan onder het ouderlijk gezag, punt. Ik ben opgevoed met de gedachte dat de feestdagen gezellige familiemomenten moeten zijn, maar in onze hoofdstad uiten sommige jongeren hun goede voornemens blijkbaar liever door de straat op te trekken en andermans auto in brand te steken of door naar voorbijrijdende trams te schieten met vuurwerkkanonnen.

Als de ouders dat laten gebeuren, mogen we ook niet verbaasd zijn dat bepaalde burgemeesters de verantwoordelijkheid van die ouders gaan overnemen. Het is goed om vast te stellen dat er in Brussel een eengemaakt politiecommando was op oudejaar, want begin vorig jaar nam het Parlement een wet aan waarin de minister-president bij dit soort crisissen de aansturing voor opdrachten van bestuurlijke politie kan overnemen. Door bepaalde vivaldiregeringspartijen konden die uitvoeringsbesluiten echter niet worden omgezet. Het is duidelijk tijd dat dat wel gebeurt. Daarom hoop ik dat de komende arizonaregering ervoor zal zorgen dat we die verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Ik heb dan ook maar twee vragen voor u beiden. Hoe kijkt u naar deze problematiek en wat kunnen we doen om (…)

Catherine Delcourt:

Monsieur le premier ministre, madame la ministre, la nuit du Nouvel An, certains individus ont choisi d'adresser leurs vœux à la population en incendiant des véhicules. Ils ont aussi choisi de souhaiter la bonne année aux services de secours et d'intervention en les canardant, notamment à l'aide de feux d'artifice. Le nombre d'interventions policières et des pompiers est tout à fait remarquable pour une nuit qui doit être une nuit de fête. Les pompiers et les ambulanciers qui ont été la cible de ces attaques ont dû, pour certains, interrompre leurs interventions, donc l'aide qu'ils devaient apporter à la population, pour se mettre à l'abri et se protéger dans l'attente du secours de la police. Bien évidemment, cette situation me préoccupe, tant à l'égard des citoyens que des services de secours – qui sont là pour nous protéger, garantir la sécurité et protéger des vies. Cela me semble tout à fait inacceptable.

Les questions que j'ai envie de vous poser sont les suivantes. Quel bilan global tirez-vous de ces faits sur le plan des interventions policières et des services de secours, et pas seulement à Bruxelles, puisque nous savons que d'autres villes ont aussi été la cible de ce genre d'attaques? Par ailleurs, quelles mesures le gouvernement prend-il pour renforcer très efficacement et significativement la protection de ceux qui nous protègent, à savoir les services de secours? Il est essentiel qu'ils puissent travailler en étant sûrs et en étant protégés. Enfin, existe-t-il un dispositif multidisciplinaire permettant aux services de secours, pompiers et ambulanciers, d'alerter en temps réel la police afin qu'elle puisse intervenir immédiatement face à de tels actes?

Alexander De Croo:

Ik zal deze vraag samen met de minister van Binnenlandse Zaken beantwoorden.

Laat me eerst en vooral mijn dank uitspreken aan de ordediensten en de hulpverleners die in zeer moeilijke omstandigheden, in onterecht moeilijke omstandigheden, hun werk gedaan hebben. Die mensen doen hun job. Zij zorgen ervoor dat wij veilig eindejaar kunnen vieren. Ze doen dat ook op een moment dat ze eigenlijk angst voor hun eigen leven moeten hebben, angst voor hun eigen gezondheid moeten hebben. Dat is iets wat we nooit mogen aanvaarden. We mogen nooit aanvaarden dat hulpverleners of ordediensten op die manier geviseerd worden. We mogen nooit aanvaarden dat zij het doelwit worden van relschoppers die elke vorm van normbesef verloren zijn.

De ordediensten hebben doortastend opgetreden. Dat is mede te danken aan de investeringen die in de voorbije jaren plaatsgevonden hebben, bijvoorbeeld de investeringen in de versterking van het parket van Brussel. Die hebben hun vruchten afgeworpen, maar het is duidelijk, wanneer men kijkt naar hoe de zaken vorige week verlopen zijn, dat dit niet voldoende is.

Ja, de identificatie van daders is aan de gang. Ja, personen zullen worden vervolgd. Repressie als deze is nodig. Op momenten als dit, als onze samenleving onder druk staat, als er geweld is ten opzichte van burgers die gewoon samen oudjaar willen vieren, moeten we de mogelijkheid hebben repressief op te treden. Dan is in mijn ogen huisarrest voor minderjarigen die verdacht worden of die recidivedaden gepleegd hebben, een maatregel die mogelijk moet zijn. Dergelijke maatregelen moeten wel zorgvuldig gebruikt worden.

Soyons clairs, la répression seule n'est pas la solution au problème auquel nous sommes confrontés. Si nous avons besoin d'agir, il faut pouvoir agir.

We hebben getoond dat repressie een rol kan spelen, maar repressie alleen zal nooit de oplossing zijn. Iedereen moet zijn rol spelen.

Mijnheer Demon, u sprak over de verantwoordelijkheid van de ouders. Ik ben het volledig eens met wat u daarover zei. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om ervoor te zorgen dat hun kinderen, of andere familieleden, niet zomaar geweld plegen op straat. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders, die avond maar eigenlijk ook de avonden ervoor, om ervoor te zorgen dat die klaarblijkelijke normvervaging niet kan optreden.

Ook de lokale besturen moeten hun rol spelen. In de brede zin moeten de sociale diensten hun rol spelen. Zij moeten ervoor zorgen dat mensen begrijpen dat we een samenleving hebben waarin we respect hebben voor elkaar. We hebben geen samenleving waarin iedereen dezelfde ideeën moet hebben, maar we moeten respect hebben voor elkaar en we moeten ervoor zorgen dat oudjaar op een vredevolle en rustige manier kan worden gevierd. Er mag uitbundig gevierd worden, maar nooit met geweld.

We kunnen inderdaad nooit gewenning ten opzichte van zoiets aanvaarden. Als repressie nodig is, moet repressie beschikbaar zijn en moet die doeltreffend zijn. We moeten er als samenleving echter voor zorgen dat vooral jongeren nooit in een situatie terechtkomen waarin ze zoveel normvervaging hebben dat ze geloven dat wat zij doen, gerechtvaardigd is of iets is waarop ze fier moeten zijn. De samenleving mag zoiets nooit aanvaarden.

Annelies Verlinden:

Collega's, ik sluit me graag aan bij de woorden van dank van onze eerste minister, die u allen ongetwijfeld deelt, voor onze brandweerlieden, hulpverleners en politiemensen, die zich hebben ingezet voor essentieel werk bij de overgang van oud naar nieuw, niet alleen in onze grote steden, maar overal in het land. Uiteraard verdienen zij enkel tomeloze respect voor hun inzet. We mogen als maatschappij nooit aanvaarden dat veiligheidsdiensten en hulpverleners het slachtoffer worden van geweld of agressie en we kunnen evenmin aanvaarden dat straatmeubilair of persoonlijke bezittingen zoals op straat geparkeerde wagens door vandalen en relschoppers worden vernield.

Het geweld en de vernielingen tijdens de nieuwjaarsnacht veroordeel ik in de meest strenge bewoordingen. Ze zijn verwerpelijk en walgelijk en horen onder geen enkel beding thuis in onze samenleving. De criminele relschoppers maken bovendien door hun gedrag een hele groep jongeren die zich wel keurig gedragen, te schande.

Verschillende misdadigers en relschoppers werden de voorbije week dankzij de inzet van onze politiediensten al geïdentificeerd en moeten wat mij betreft nu snel en adequaat worden gestraft door justitie. De politie zal ook alles doen wat in haar macht ligt om nog meer criminelen te identificeren, zodat ook zij gestraft kunnen worden voor hun onaanvaardbare gedrag.

Bij een nieuw jaar horen wensen, geen rellen. Helaas is januari 2025 echter geen uitzondering geworden in de geschiedenis van rellen bij oudjaar. Om dat weerzinwekkende gedrag de wereld uit te helpen, hebben we een ketenaanpak nodig, collega's. Het is daarom goed dat tal van lokale overheden preventief maatregelen hebben genomen. Ook de lokale en federale hulp- en veiligheidsdiensten hebben de aanpak voor oudejaarsnacht grondig voorbereid met concrete actieplannen. Zo werden ook ouders van wie kinderen eerder bij onlusten betrokken waren, aangeschreven.

Waar ouders niet de verantwoordelijkheid namen om hun kinderen weg te houden van crimineel of onaanvaardbaar gedrag, zagen lokale bestuurders zich genoodzaakt om bestuurlijke maatregelen te nemen met een duidelijke signaalfunctie. Het is echter te vroeg om te beoordelen welke precieze impact die maatregelen hadden op het aantal bestuurlijke en gerechtelijke arrestaties en incidenten. We dienen uiteraard ook de finale wettigheidsbeoordeling van de maatregelen bij de Raad van State af te wachten.

Het is onze overtuiging dat we moeten blijven zoeken naar effectieve en proportionele maatregelen om dergelijke rellen te vermijden. Dat maakt voor mij een wezenlijk onderdeel uit van het programma voor veiligheid voor de volgende regering. Het onderwerp komt ook aan bod in de besprekingen van de arizonaformatie.

Alleen politietussenkomsten op het ogenblik van de feiten en de opvolging en bestraffing door justitie zijn onvoldoende om de oorzaken van het probleem aan te pakken. Daarom moeten er het hele jaar inspanningen worden geleverd. De vaststelling is immers dat politie en justitie in actie moeten komen, omdat andere mechanismen geen afdoende resultaat hebben geboekt. Nog te veel jongeren worden niet opgevoed in verantwoordelijkheid, nog te veel jongeren in bepaalde buurten worden niet bereikt met bestaande initiatieven rond jongerennetwerk, buurtwerk op preventie. Nog te veel jongeren leven in marginale omstandigheden en vinden ondanks de onderwijskansen geen aansluiting bij de maatschappij. De noodzakelijke, scherpe, strenge en snelle veroordeling van crimineel gedrag neemt niet weg dat we ons als maatschappij en als politici moeten blijven buigen over de aanpak van de oorzaken van de problematieken.

De rellen op oudejaarsnacht zijn het symptoom van een dieper maatschappelijk probleem. Ik ben er dan ook over verheugd dat, ondanks de simplistische slogans en de gemakkelijke politieke recuperatie af en toe, naast straffen ook dat aspect onder andere in de pers de afgelopen dagen aandacht heeft gekregen. Ik citeer een onderzoeksjournalist: "Hoe zijn we hier als samenleving in beland? In een maatschappij waar een vader en moeder autoriteit hebben over hun zoon of dochter heeft een burgemeester niet naar een huisarrest of avondklok te grijpen."

Comme le dit l'adage, it takes a village to raise a child . Si un certain groupe de jeunes a emprunté une mauvaise voie et semble peu réceptif voire carrément insensible à une politique proactive, nous devons avant tout les sanctionner. Mais nous devons aussi avoir le courage de regarder plus loin, car se contenter d'appliquer des sanctions plus sévères ou d'armer notre police différemment ne constitue pas une solution globale et durable.

Permettez-moi d'insister une nouvelle fois sur la responsabilité des parents. Jurgen De Landsheer, chef de corps de la zone de police de Bruxelles-Midi a expliqué que la mesure préventive prise à Cureghem était "un signal pour les parents". Le vivre ensemble, chers collègues, est une valeur dont l'apprentissage commence à la maison. C'est en effet dans nos foyers que nous transmettons les normes et les valeurs à respecter. Une société peut prendre autant de mesures qu'elle le souhaite, mais si nous ne partageons pas (…)

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de premier, mevrouw de minister, uw antwoorden maken voor mij enkele zaken duidelijk, namelijk vooreerst het failliet van de oude politieke klasse die deze explosieve situatie, waartegen niet met harde hand werd opgetreden, jarenlang heeft laten aanslepen. Uw zachte aanpak leidt tot erger. Daarnaast is er het failliet van de multiculturele samenleving, die door massa-immigratie volledig ontspoord is. Het zijn steeds weer allochtonen die lak hebben aan onze normen en wetten en steeds gewelddadiger tekeer gaan.

We moeten het bijgevolg drastisch anders aanpakken. We moeten onze politie voldoende uitrusten zodat ze met gelijke wapens kunnen optreden. We moeten de daders strenger straffen, want er zijn er nu amper zeven die een vervolging genieten. Vervolgens moeten we de allochtone relschoppers, van wie sommigen de dubbele nationaliteit hebben, hun Belgische nationaliteit afnemen en terugsturen naar hun land van herkomst.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de premier, het beleid heeft gefaald. We moeten de volgende legislatuur kordaat optreden. Er moeten heldere richtlijnen komen van de minister van Binnenlandse Zaken maar ook een effectieve bestraffing en snelrecht door justitie. Een volledig arsenaal van preventieve maar ook repressieve maatregelen moet worden toegepast. We moeten als een blok achter onze politiediensten staan. Die moeten zich kunnen beschermen en kunnen bewapenen, ze mogen geen sitting duck zijn.

Het gaat voor mij veel verder dan enkel die ene nacht. Het gaat ook over de verloederde probleemwijken waar heel wat criminaliteit heerst. We kennen die wijken en we moeten daar lokaal maar ook federaal veel harder ingrijpen. Jongeren moeten effectief naar school gaan en gaan werken. De ouders moeten op hun ouderlijke verantwoordelijkheden gewezen worden.

Franky Demon:

Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

Ik blijf erop hameren: wanneer het om minderjarige daders gaat, ligt een enorme verantwoordelijkheid bij de ouders. Zij moeten ervoor zorgen dat hun pubers de oudejaarsnacht in vrede vieren in plaats van hulpverleners aan te vallen en vernielingen aan te richten. Wanneer de ouders dat niet kunnen, dan moeten de burgemeesters in hun plaats komen.

Mijnheer de eerste minister, u sprak over het maken van een helder kader voor onze burgemeesters. Ik kan het wat dat betreft alleen met u eens zijn. Op dat vlak ligt er een taak voor de volgende regering.

Catherine Delcourt:

Monsieur le premier ministre, madame la ministre, je suis assez déçue par la réponse. J'entends parler d'estompement de la norme alors qu'on est face à une violation de droits évidente. Les auteurs doivent être identifiés, poursuivis, punis. On ne peut pas être laxiste par rapport à une situation comme celle-là. Et, surtout, j'aurais voulu davantage entendre parler des services de secours qui ont été victimes. Moi, je pense à eux pour le moment. Je pense aux policiers, aux pompiers, aux ambulanciers, à tous ceux qui consacrent toute leur énergie à leur vie professionnelle pour protéger les citoyens, pour nous protéger. Il y a encore beaucoup de travail à faire pour leur permettre d'agir en toute sécurité face à des actes qui sont totalement insensés.

mobiliteit en transport

De malaise bij de NMBS

Gesteld door

N-VA Dorien Cuylaerts

Gesteld aan

Georges Gilkinet

op 9 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Dorien Cuylaerts (oppositie) valt minister Gilkinet aan omdat zelfs zijn zusterpartij Groen met een petitie zijn mislukte spoorbeleid (onhaalbare beloften, slechte dienstverlening, stakingen) afwijst, wat zijn isolatie blootlegt. Gilkinet schuift de schuld op de toekomstige "Arizona-meerderheid" en benadrukt weliswaar beperkte vooruitgang (nieuwe treinen, stations), maar erkent tekortkomingen in het vervoersplan, waarschuwt voor verdere verslechtering door bezuinigingen en verdedigt zijn langetermijnvisie. Cuylaerts pareert dat vijf jaar loze beloften de reiziger teleurstellen en spot met Groens ommezwaai, vraagt retorisch of Gilkinet zijn eigen beleid nu ook afwijst. Kern: *spoorcrisis als symptoom van falend beleid en politieke tweespalt*.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, sinds een aantal maanden reis ik met de trein naar Brussel. De voorbije dagen circuleert er echter iets vreemds in de stations van de NMBS. Het gaat om een flyer, die oproept om een petitie te tekenen tegen het huidige spoorbeleid. (Toont flyer.) De flyer roept op die manier op om druk te zetten op de minister van Mobiliteit.

Op zich is er niets mis met een flyer en zeker niet met een petitie tegen het spoorbeleid. Wat echter heel speciaal is aan de flyer, is dat hij van uw zusterpartij Groen komt, zijnde de partij waarmee u al jaren een fractie vormt hier in het halfrond en een partij die al jaren uw spoorbeleid verdedigt. Zij keert nu haar kar. Mijnheer de minister, dat is een wake-upcall die kan tellen. Wat blijkt immers? Niemand maar dan ook niemand, zelfs uw eigen partij niet, staat achter uw spoorbeleid.

Zij hebben gelijk. We hebben daarvoor gewaarschuwd. Mijn voorganger heeft tijdens de vorige legislatuur herhaaldelijk opgemerkt dat uw plannen onhaalbaar waren: meer treinen, elk half uur een trein, meer nachttreinen en meer weekendtreinen. U beloofde meer. De reiziger kreeg echter minder. Bovendien wordt komende zondag 12 januari 2025 gestaakt. Alweer is de reiziger de dupe alsook de studenten, die in de examenperiode zitten.

Het is tijd voor eerlijkheid. De reiziger heeft nood aan een efficiënt en vraaggestuurd aanbod, alsook aan een betrouwbare dienstverlening.

Mijnheer de minister, ik heb een heel eenvoudige vraag. Bent u bereid eindelijk werk te maken van een haalbare dienstverlening of blijft u halsstarrig vasthouden aan een beleid dat de reizigers blijft teleurstellen?

Georges Gilkinet:

Collega, ik ben wat verrast door uw vraag. Als er vandaag een malaise bestaat binnen de NMBS en Infrabel, dan is dat vooral te wijten aan de plannen van de toekomstige arizonameerderheid en aan het in vraag stellen van het vele werk en de projecten waaraan ik als minister van Mobiliteit vier jaar lang heb gewerkt voor de reiziger, voor extra middelen voor het spoor, om meer treinen in betere omstandigheden te laten rijden met een duidelijk visie op lange termijn.

Wat is de situatie vandaag? Er zijn positieve zaken: er rijden nieuwe treinen, er zijn nieuwe toegankelijke stations, er bestaan nieuwe internationale verbindingen naar buurlanden en ook vandaag rijden de treinen overal ondanks de sneeuwval overal in België. Er zijn ook zeker objectieve moeilijkheden op het spoor: overbezetting op bepaalde lijnen, concurrentie met het internationaal verkeer, minder treinen sinds 15 december tussen Antwerpen en Brussel.

Het is geen geheim dat ik niet helemaal tevreden ben met het nieuwe vervoersplan van de NMBS. Er is namelijk nog marge voor verbetering. Echter, verbetering kan alleen met respect voor de doelstellingen van het nieuwe beheerscontract en op voorwaarde dat de volgende meerderheid het contractueel vastgelegde investeringsritme handhaaft, het tegenovergestelde van wat Arizona voorbereidt. De arizonaplannen voor het spoor zullen de door u aangehaalde malaise alleen maar verder doen toenemen, ook in andere sectoren. Het is logisch dat dit tot grote onrust leidt bij het spoorwegpersoneel. Hierdoor zullen ook files blijven toenemen, waarvan de gevolgen nu catastrofaal zijn.

Vandaar mijn oproep (…)

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb jammer genoeg maar een minuut om te antwoorden. Ik kan alleen maar vaststellen dat er de voorbije vijf jaar niets is gekomen van een betere dienstverlening voor de reizigers. Het is bij loze beloften gebleven en de reiziger blijft in de kou staan. U bent verbaasd over mijn vraag, maar ik ben verbaasd over uw zusterpartij Groen. Zij heeft u al die jaren ingedekt en elke kritiek op uw beleid weggewuifd, maar kijk nu, de rollen zijn omgekeerd. De partij wisselt het geweer van schouder en start zelfs een petitie tegen de groene minister. Daaruit blijkt voortschrijdend inzicht. Mijnheer de minister, ik heb nog een eenvoudige vraag voor u. Hebt u die petitie al ondertekend? Ik zou denken van wel, want u lijkt volledig ontspoord in dit dossier.

mobiliteit en transport

De naleving van de taalwetgeving
De naleving van de taalwetgeving
Het gebruik der talen door de treinbegeleiders van de NMBS
Taalnaleving door NMBS-treinbegeleiders

Gesteld aan

Georges Gilkinet

op 19 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de strikte handhaving van de taalwetgeving bij de NMBS na een incident waarbij een treinbegeleider in Vilvoorde reizigers in zowel Nederlands als Frans begroette. Eva Demesmaeker (N-VA) en Sammy Mahdi (CD&V) verdedigen de wet als fundamenteel voor de Nederlandse taal- en cultuuridentiteit, waarschuwen voor verdere versoepeling (leidend tot eentaligheid Frans) en kritiseren de NMBS voor het misbruiken van het voorval om de regels te ondermijnen. François De Smet (Défi) en minister Gilkinet (Ecolo) pleiten voor pragmatisme en meertaligheid in de praktijk, zolang de regionale taal prioriteit behoudt, en zien vriendelijkheid en toegankelijkheid als essentieel voor moderne dienstverlening. De spanning toont de communautaire tegenstelling tussen juridische striktheid en sociaal-culturele flexibiliteit.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben opgelucht en misnoegd tegelijk. Ik ben opgelucht, want we hebben de voorbije dagen kunnen ontdekken dat de NMBS vriendelijk en hardwerkend personeel heeft, dat elke dag in de frontlinie staat, het aanspreekpunt is voor vele frustraties. Er zijn de voorbije weken heel veel frustraties bijgekomen. Tegelijkertijd ben ik enorm misnoegd, want helaas is de laatste dagen ook duidelijk geworden hoeveel belang de NMBS en u, mijnheer de minister, hechten aan onze taalwetgeving.

Laat er geen misverstand over bestaan, ik sta hier vandaag niet om de treinbegeleider die zich versprak bij een hartelijke begroeting, met het vingertje te wijzen. Een vergissing is begrijpelijk en wordt ook vergeven. Vriendelijkheid wordt geapprecieerd, maar de reactie van de NMBS is onjuist. De NMBS maakt gebruik van deze situatie om op te roepen om onze taalwetgeving minder streng te respecteren en dat gaat te ver. Onze taalwetgeving is geen vodje papier, het gaat over de fundamentele waarborg van onze rechten en culturele identiteit.

Wanneer zal dit stoppen? Wanneer gaat u eindelijk onze taalwetgeving respecteren?

Sammy Mahdi:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, een treinconducteur zegt bonjour en goedendag in de mooiste stad van Vlaanderen, in Vilvoorde. Dat is op zich een banaal gegeven. Het is geen ramp en het is al helemaal geen misdrijf. Het zou goed zijn als mensen vaker goedendag zeggen op straat. Het zou fijn zijn als er meer respect is voor elkaar. De man met pek en veren overladen, is het laatste dat we moeten doen.

Mijnheer de minister, u moeten we daarentegen wel met pek en veren overladen. Schaamteloos maakt u misbruik van dit voorval om te pleiten voor het herzien van de taalwetgeving. Schaamteloos maakt u gebruik van dit voorval om het Nederlands en het belang van het Nederlands in Vlaanderen helemaal weg te duwen.

Jaarlijks vestigen duizenden mensen zich in Vlaanderen. Wij proberen er in Vlaanderen voor te zorgen dat de mensen die naar Vlaanderen komen de taal leren, zich integreren, deel kunnen uitmaken van onze Vlaamse gemeenschap. En u zegt dat de taalwetgeving misschien moet worden herbekeken. Die vervreemding in de samenleving mag u bij u proberen te organiseren, maar niet in Vlaanderen. Het enige dat we vragen, is respect voor het Nederlands, zodat mensen hun kansen kunnen benutten.

De volgende spreker staat klaar, met een brede glimlach. De heer François De Smet van Défi denkt nu al dat hij een bondgenoot heeft gevonden voor de rechten van de Franstaligen in Vlaanderen, in de Vlaamse Rand. Dan kunnen ze eindelijk weer Frans spreken in Vlaanderen en dan moeten ze zich niet aanpassen en één gezamenlijke gemeenschap vormen.

Mijnheer de minister, vindt u het normaal dat men in Vlaanderen in het Frans bediend wordt? Wat bezielt u om de taalwetgeving in vraag te stellen en hier communautaire spelletjes te spelen?

François De Smet:

Monsieur le président, monsieur le ministre, je remercie le collègue Mahdi pour le teasing . Nous vivons une période assez morose et il se produit parfois des événements terribles. En effet, il semble que du côté de Vilvorde, un accompagnateur de train ait osé dire "bonjour". Il aurait même osé dire "goeiemorgen, bonjour" aux voyageurs.

Que lui a-t-il pris? Ce contrôleur s'est-il dit qu'il allait envahir la Flandre? S'est-il dit qu'il allait tenter de franciser les quelques voyageurs qui se trouvaient là? Je ne crois pas. Je crois qu'il a simplement fait preuve de courtoisie, de politesse et que c'est très bien ainsi. Son seul crime est sans doute d'avoir oublié que, dans quelques situations, les lois linguistiques sont peut-être appliquées en dépit du bon sens.

Moi, je crois qu'il est temps de changer de siècle. Un "bonjour" dans un train, monsieur Mahdi, ce n'est pas une convocation électorale. Ce n'est pas quelque chose d'officiel. Ce n'est que de la bonne entente. Vraiment! Quant à votre réaction, que la N-VA monte sur le sujet, je le comprends mais que vous montiez sur ce sujet, alors que cela fait six mois que vous devriez être en train de faire un gouvernement et que très objectivement on a autre chose à faire, cela montre que le nationalisme est quelque chose de poreux, malheureusement. Cela montre que le "tradinationalisme" peut avoir de l'influence même sur des esprits aussi brillants et rationnels que le vôtre. Je ne vous cache pas que cela m'inquiète pour la future Arizona.

Monsieur le ministre, je trouve que c'est une peccadille qui ne devrait même pas être traitée ici, si ce n'est qu'il y a la réaction de la SNCB qui me semble intéressante.

Monsieur le ministre, comptez-vous diligenter une enquête interne sur cet incident? Je suppose que non. Par contre, en tant que ministre, vous avez le pouvoir d'interroger la fameuse Commission permanente de Contrôle linguistique sur une série de choses. Peut-être pourriez-vous lui demander si, dans un certain nombre de cas, il serait vraiment grave que, de Knokke à Durbuy, on fasse des annonces en français et en néerlandais et pourquoi pas en anglais dans tout ce pays? (…)

Georges Gilkinet:

Goeiendag, bonjour. Chers collègues: je pense qu'un bonjour n'a jamais tué personne, que du contraire.

Vanochtend nog had ik het genoegen om reizigers te mogen begroeten op de eerste trein van de nieuwe verbinding tussen Parijs en Brussel. Ja, onze Nederlandse, Franse, Duitse, Luxemburgse en zelfs Britse buren nemen de trein om ons mooi land te bezoeken en er zijn ook Vlamingen die elke dag de trein nemen naar Wallonië en Brussel en Franstaligen die de trein nemen naar Vlaanderen en Brussel.

Et je le constate chaque jour quand je prends le train. Ce matin encore, entre Namur et Bruxelles, des accompagnateurs de train font de leur mieux pour être au service des voyageurs et les informer, qu'ils soient usagers quotidiens ou touristes; qu'ils soient Flamands en Wallonie, francophones en Flandre ou citoyens étrangers.

En tant que voyageur, et surtout en tant que ministre de la Mobilité, je trouve ça bien! Ce que nous attendons de la SNCB au 21 e siècle, c'est d'offrir un accueil de qualité à tous les voyageurs en veillant à leur sécurité et en leur communiquant une information aussi bonne, complète et compréhensible que possible.

Als het op een vriendelijke manier gebeurt, is het nog beter. Ik wil iemand citeren die u goed kent, mijnheer Mahdi, de CEO van de NMBS: "Dank aan onze treinbegeleiders om professioneel en enthousiast met onze reizigers te communiceren en voor hun goeiedag, bonjour , guten Tag, en nog een goed aantal meer. Informatie, veiligheid, en controle zijn essentieel; men kan niemand ooit genoeg een fijne dag toewensen." Ik moet u zeggen dat ik deze mening deel. Het choqueert mij absoluut niet dat een treinbegeleider de reizigers in het Nederlands en in het Frans begroet in Vilvoorde.

Si des voyageurs flamands sont accueillis en français et en néerlandais à Durbuy ou à Dinant, cela ne me choque pas.

Als hij Franstalige reizigers in het Frans en in het Nederlands begroet in Oostende, choqueert mij dat ook niet.

Plaider pour appliquer de façon souple et pour dépoussiérer une législation datant du siècle dernier pour qu’elle soit plus en phase avec la société d’aujourd'hui me semble être simplement une question de bon sens.

Dat lijkt me een kwestie van gezond verstand, veel meer dan een strikte, blinde toepassing van de taalwetgeving in het kader van het spoorvervoer, waarvoor sommigen pleiten.

Ik wil duidelijk zijn. De NMBS moet uiteraard voorrang blijven geven aan het gebruik van de taal van de regio waarin zij opereert om de passagiers te informeren. Het zou echter volledig gepast zijn, mocht zij ook in andere talen, waaronder de nationale talen, met hen kunnen communiceren om hen met respect te informeren. Dat zou ook bijdragen aan de aantrekkelijkheid van onze regio’s op het kruispunt van Europa.

Certains se disent attachés au multilinguisme dans ce pays. Je le suis. Depuis le début de la législature, je m'exprime, en Flandre comme en Wallonie, en néerlandais et en français. Au lieu de courir après les collègues nationalistes, je vous invite plutôt à vous réjouir que, tout en respectant la langue du territoire dans lequel elles se trouvent, des personnes au service de la société accueillent les citoyens dans plusieurs langues. C'est dans cette diversité que se trouve notre richesse.

Je pense que si nous étions plus nombreux à agir de la sorte, notre société se porterait mieux. En attendant, permettez-moi de m'étonner que certains considèrent que c'est la priorité du jour, alors qu'ils ont aussi un gouvernement à former! Permettez-moi également de souhaiter beaucoup de plaisir à leurs futurs potentiels partenaires!

Dames en heren, goeiemiddag, bon après-midi.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, u maakt er een karikatuur van. Nogmaals, het gaat hier niet over de treinbegeleider die gewoon vriendelijk wou zijn en zich versprak. Het gaat om de reactie van de NMBS nadien, die oproept tot een versoepeling van de taalwetgeving.

Laat ik duidelijk zijn. Ik ben van de Brusselse Rand, zoals sommigen hier, en wij weten tot wat versoepeling leidt. Dat leidt tot taalfaciliteiten en die leiden uiteindelijk tot eentaligheid, waarbij het Nederlands niet meer van belang is en waarbij Nederlandstaligen cruciale informatie missen als de hulpdiensten hen niet begrijpen. Het leidt er ook toe dat Nederlandstaligen niet met hun bestuur kunnen communiceren.

Mijnheer de minister, ik heb het grootste respect voor ons spoorpersoneel, maar ik verwacht van u hetzelfde voor onze taal en onze identiteit.

Sammy Mahdi:

Mijnheer de minister, u verstopt zich achter de treinbegeleider om zelf voorstellen te doen voor de aanpassing van de taalwetgeving. Daarmee hebt u uiteindelijk uw eerlijke mening gegeven, namelijk dat er een soepelere wetgeving moet komen. Iedereen weet heel goed wat dat betekent.

Mijnheer de minister, ik zal mij meteen na de vraag inderdaad met belangrijke zaken bezighouden, maar ik geef u toch nog een tip mee. Wat voor mij belangrijk is, is dat u zich focust op uw taak: ervoor zorgen dat de treinen op tijd rijden. Als u dan toch niet meer in het Parlement bent, had u, in plaats van anderen de les te spellen, er de voorbije vijf jaar voor kunnen zorgen dat de kinderen in de scholen in Franstalig België verplicht Nederlands leren. Daarvoor had u kunnen zorgen. Het is een pure schande dat kinderen in het Franstalig onderwijs vandaag niet verplicht zijn om Nederlands te leren. Dan komt u ons hier de les spelen. Dag en bedankt. Bij deze de boodschap die ik graag meedeel. (Luid protest)

Rustig, collega's aan de linkerzijde, het komt allemaal goed. Ik weet dat het pijn doet, maar dat is niet erg. Sta me toe uit te spreken (…)

François De Smet:

Merci monsieur le ministre, pour votre réponse. Je pense que si une recommandation vient de la SNCB elle-même – qui, elle, ne favorise ni les francophones ni les flamands –, il faut quand même l'écouter. J'ai une anecdote. Cela se sait peut-être, j'ai un seul collaborateur parlementaire. Il s'appelle Christophe et je le salue. Il me racontait l'anecdote suivante. Hier, il a pris le train. Il a le bonheur d'habiter une commune appelée Jurbise dans le Hainaut. Son train s'arrête à Huizingen. Pour laisser passer des trains à grande vitesse, ce qui se fait fréquemment sur cette ligne, le conducteur de train fait quelque chose qui est visiblement interdit, mais à mon avis, cela se fait souvent. Il explique d'abord en néerlandais, mais aussi en français, la raison pour laquelle le train est arrêté quelques minutes. C'est simplement une question de sécurité, et il le fait aussi pour rassurer les voyageurs. Est-ce grave que cette annonce soit faite dans les deux langues? Cela va-t-il vraiment empêcher des gens d'apprendre le néerlandais ou le français? Je ne crois pas. Il est temps de passer à ce siècle-ci, d'encourager un maximum le bilinguisme et surtout d'être cohérent. L'emploi des langues dans les transports en commun peut se faire en deux, trois ou quatre langues, ça ne tuera personne!

gezondheid en welzijn

Het beperkte gebruik van de vouchers voor het Terug-naar-werkfonds
De re-integratie van langdurig zieken via een terug-naar-werktraject
Terug-naar-werkbeleid voor langdurig zieken

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 19 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België telt evenveel langdurig zieken (500.000 personen, kost: 23 miljard/jaar) als Duitsland, ondanks goedbedoelde maar weinig effectieve maatregelen—zoals een boete van €1.800 voor ontslag om medische redenen, waar slechts 23 van 3.000 ontslagen werknemers gebruik van maakten. Minister Vandenbroucke erkent dat de doelgroep te beperkt was (alleen medische overmacht) en verruimt vanaf april naar alle invaliden, maar benadrukt dat werkgevers, ziekenfondsen en langdurig zieken zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen—met positieve signalen (meer progressieve wedertewerkstelling en informele trajecten). Oppositie (Ronse, N-VA) en meerderheid (Vanrobaeys, sp.a) eisen strengere, bindende maatregelen—geen vrijblijvendheid, maar actieve begeleiding op maat via VDAB/Forem/Actiris—met druk op werkgevers om re-integratie te prioriteren. Samenwerking tussen politiek en private sector (uitzendkantoren) moet tanden geven aan het beleid.

Axel Ronse:

Collega's, ik geef u een schrijnend cijfer: België telt evenveel langdurig zieken, dus personen die langer dan een jaar ziek thuiszitten, als het grote Duitsland. Onvoorstelbaar! Dat kost ons 23 miljard euro per jaar en het gaat over meer dan een half miljoen mensen. Dat is ontzettend veel.

Mijnheer de minister, ere wie ere toekomt, u hebt in de voorbije vijf jaar meer dan wie ook geprobeerd een aantal maatregelen te nemen om dat aantal terug te dringen Dat zijn goedbedoelde maatregelen, maar volgens mij papieren maatregelen, zonder tanden.

Ik heb er een aantal van geanalyseerd. Zo moet een bedrijf dat iemand wegens medische overmacht ontslaat, een boete van 1800 euro betalen. Die boete dient om een fonds te stijven dat ervoor moet zorgen dat wie ontslagen wordt wegens medische overmacht, met een soort cheque een begeleiding kan aankopen om opnieuw aan de slag te gaan. Dat fonds had in april al meer dan 5 miljoen euro opgehaald. Welnu, weet u hoeveel mensen gebruik hebben gemaakt van die vorm van begeleiding? Ik heb het vandaag gecheckt: dat zijn er 23 van de 3.000 werknemers die sindsdien wegens medische overmacht werden ontslagen.

Mijn vraag is eigenlijk heel eenvoudig. Wat is de reden dat het aantal mensen dat gebruikmaakt van die begeleiding, zo beperkt is?

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, het overkomt heel wat werknemers die langdurig op het werk uitvallen, dat ze na een periode van ziekte terug aan het werk willen, maar niet goed weten hoe ze daaraan moeten beginnen. Eigenlijk willen ze graag aan de slag, maar de vraag is hoe. Zij worden vaak van het kastje naar de muur gestuurd, van de personeelsdienst naar de arbeidsgeneeskundige dienst naar de hr-dienst. Dat is onaanvaardbaar.

Het is goed dat u werk hebt gemaakt van een oplossing voor het probleem, dat er terug-naar-werktrajecten worden aangeboden en coaches de langdurig zieken persoonlijk begeleiden en samen met de werkgevers nagaan welk werk nog haalbaar is. Dat is belangrijk, want werken is belangrijk om zich goed en gelukkig te voelen; het is meer dan alleen geld verdienen. Voor veel mensen is het zelfs een passie. Hoe langer men ziek thuis zit, hoe moeilijker het is om weer aan het werk te gaan. Mijnheer de minister, u hebt wat dat betreft – ere wie ere toekomt; de vorige spreker zei het ook al – een stap vooruit gezet en hebt opnieuw kansen gegeven aan langdurig zieken om weer en met betere begeleiding aan het werk te gaan.

Ook de werkgevers hebben daarin een verantwoordelijkheid. Men kan niet constant werknemers oppompen om dan, nadat ze ziek uitvallen, ze af te voeren en ervan uit te gaan dat men niets meer met hen kan doen. Het is goed dat er sancties zijn. Beter nog, de opbrengsten van die sancties worden geïnvesteerd in preventie en werkbaar werk. Dat is solidariteit, mijnheer de minister.

Welke evolutie ziet u vandaag?

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de werkhervattingspremies? Hoe zorgen we ervoor dat werknemers daarvan effectief gebruikmaken?

Frank Vandenbroucke:

Mijnheer Ronse, we hebben inderdaad een maatregel genomen die zich specifiek richt op actie die georganiseerd wordt vanuit de private sector met private actoren. Dat idee is gegroeid bij Federgon, waarna wij dat hebben opgepikt en dan hebben beslist om de private sector te betrekken bij het bieden van kansen aan langdurig zieken om weer werk te vinden. We hebben die doelgroep eerst zeer nauw afgebakend tot mensen van wie het contact verbroken werd wegens medische overmacht. Zij zijn definitief ongeschikt verklaard in de context van hun bedrijf. We wilden die doelgroep via private actoren, bijvoorbeeld uitzendkantoren, acties aanbieden om ze kansen te bieden om weer werk te vinden.

Misschien zijn we wat te voorzichtig geweest. We hebben reeds voorzien dat in een tweede fase, vanaf 1 april, de doelgroep zeer sterk verruimd zal worden naar iedereen in invaliditeit. Voorlopig hebben we de doelgroep om budgettaire redenen zeer sterk ingeperkt. Voorlopig is de maatregel geen groot succes, maar toch denk ik dat we daar verder aan moeten werken.

Er is misschien ook nog werk aan het aanbod. Tot nu toe hebben een tiental organisaties zich ingeschreven en een erkenning gekregen om een initiatief op 439 locaties te ontwikkelen. Ik wil de private sector nog even de kans geven om daar een rol in te spelen.

Ik kijk ook uit naar de effecten van de verruiming van de doelgroep naar alle mensen in invaliditeit. Dan komt inderdaad de hele fameuze groep van langdurige zieken in aanmerking. Ik ben het echter volledig met u eens dat de beperkte reactie hierop en op een aantal andere maatregelen aantoont dat heel het beleid in de breedte moet worden versterkt en dat we nog veel meer zullen moeten inzetten op krachtige maatregelen die mensen nieuwe kansen geven.

Mevrouw Vanrobaeys, ik ben het met u eens dat we maximaal een beroep zullen moeten doen op de verantwoordelijkheid van de betrokken langdurig zieken, de ziekenfondsen, de preventieadviseurs-arbeidsartsen en de werkgevers. De verantwoordelijkheid van de werkgever is nu eenmaal cruciaal wanneer men iemand "ontslaat" en zijn of haar contract wegens medische overmacht verbreekt. Ook de werkgever zal meer moeten inzetten op re-integratie.

Er zijn inderdaad ook een aantal gunstige evoluties. Ik zal niet alle cijfers geven, want dat zou te veel vragen. Zo is er een aanzienlijke verbetering van het aantal werknemers die in progressieve wedertewerkstelling zijn ingestapt, een verbetering die zich blijft doorzetten. Ook het aantal personen dat zich bij de diensten voor arbeidsbemiddeling aanmeldt, is fors toegenomen, net zoals het aantal werknemers die zich gewoon tot hun werkgever richten met de vraag om een nieuwe kans te krijgen, de zogenoemde informele trajecten bij werkgevers, waarrond we niet veel regels bepalen.

Ik denk dus dat de zaken in beweging zijn. We mogen hierover zeker niet defaitistisch zijn, maar we zullen inderdaad een krachtiger beleid moeten voeren dat nog meer dan vroeger op de verantwoordelijkheid van eenieder, ook van de werkgever, een beroep zal moeten doen om werknemers die getroffen zijn door ziekte, echt kansen te geven om opnieuw aan de slag te gaan.

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, u zegt eigenlijk op een heel beleefde manier dat u met de vivaldicoalitie niet de partners had om echt tanden te geven aan de maatregelen die u neemt. Wel, ik heb goed nieuws voor u: aan ons hebt u een warme partner om dat wel te doen. We zullen dat de komende maanden ook uitwerken. Ik kijk daar ongelofelijk hard naar uit, want het is broodnodig: 23 miljard euro, 500.000 werknemers die meer dan een jaar lang ziek thuis zijn. Er zijn heel wat mensen die goede redenen hebben om thuis te zijn, maar ook heel wat mensen bij wie er nog potentieel is om te gaan werken.

We moeten af van de vrijblijvendheid. Zodra iemand langdurig ziek is, moeten we bekijken wat die persoon nog kan doen. Op die basis moeten we, met de VDAB, Forem en Actiris, die persoon responsabiliseren en activeren richting werk. Is dat niet bij dezelfde werkgever, dan bij een andere. Laten we daar samen werk van maken, mijnheer de minister, zodat de maatregelen die u hebt genomen, effectief tanden krijgen.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik noteer dat alsmaar meer werknemers de weg naar de re-integratie terugvinden, uiteraard via verschillende trajecten, wat u ook hebt aangeduid, en op verschillende manieren. Dat pad moeten we blijven bewandelen want re-integratie kan alleen maar op maat. Er is geen one size fits all -oplossing. Samen kunnen we op die manier de tanker keren. Dat kan, mijnheer Ronse, door iedereen op diens verantwoordelijkheid te wijzen, ook de werkgevers, die bereid moeten zijn mensen die ziek zijn geweest, opnieuw een job aan te bieden. Wij, socialisten, zullen altijd aan de zijde staan van degenen die elke dag hard hun best doen. Wij zullen altijd aan de zijde staan van de langdurig zieken en hun de nodige begeleiding en ondersteuning geven, zodat zij opnieuw aan de slag kunnen en doen wat zij zo graag zouden willen doen.

internationale politiek en migratie

Het standpunt van de regering over Syrië en het lot van de Syrische vluchtelingen in België
De toestand in Syrië
De toestand in Syrië
De toestand in Syrië
De voorwaarden voor een nieuwe samenwerking met Syrië
De toestand in Syrië
De evolutie van de toestand in Syrië
De toestand in Syrië
Syrische crisis en gevolgen voor België

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister), Bernard Quintin

op 12 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na de val van Assad’s regime in Syrië heerst onzekerheid over de toekomst: terwijl sommigen (o.a. Vlaams Belang, N-VA) pleiten voor onmiddellijke terugkeer van Syrische vluchtelingen en strenge maatregelen (zoals in Oostenrijk), waarschuwen anderen (o.a. Groen, cd&v) voor premature terugzendingen gezien de instabiele veiligheidssituatie, bombardementen en opkomst van extremistische groepen (HTS, ex-Al Qaida). De regering bevestigt dat terugkeer nu niet aan de orde is, zetten asielaanvragen *on hold* en benadrukt gecoördineerde EU-actie voor stabiliteit, mensenrechten en straffeloosheidbestrijding, maar bereidt zich wel voor op toekomstige, veilige terugkeer bij stabilisatie. Kernpunten conflict: veiligheid (terreurdreiging, Syriëstrijders), moraal (vluchtelingenbescherming vs. politiek misbruik) en geopolitiek (vreemde inmenging, Israëlische bombardementen, rol EU). Critici vrezen dat haastige beslissingen (statuten intrekken, gezinshereniging stoppen) mensenrechten schenden en de fragiele transitie in Syrië ondermijnen.

Matti Vandemaele:

Geachte premier, mijnheer Quintin, welkom.

Het zijn bijzondere tijden in Syrië. Na meer dan een halve eeuw kan het Syrische volk eindelijk opnieuw dromen van vrijheid. Op het moment dat het zijn bevrijding viert, wordt het al getrakteerd op een serie aanvallen en bommen van andere landen. Als bevrijdingscadeau kan dat tellen.

In ons land hebben we dan het Vlaams Belang dat meteen moord en brand begint te schreeuwen over alle Syriërs die hier werden opgevangen en nu zo snel mogelijk moeten terugkeren. Ik moet u zeggen dat ik daardoor gedegouteerd ben. Op een moment dat er nog geen duidelijkheid is over hoe het land Syrië zich verder zal ontwikkelen, op een moment dat er nog dagelijks bombardementen zijn, is het choquerend dat men nu al mensen wil terugsturen. Het toont eens te meer aan dat het voor het Vlaams Belang alleen maar gaat over een antivluchtelingenagenda.

Ook mevrouw de Moor deed uitspraken. Het is de mening van onze fractie dat we op dit moment terughoudend moeten zijn en ons beter niet tot grote uitspraken laten verleiden, zeker als we in rekening brengen welke gruwel daar de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden.

Mijnheer de eerste minister, ten eerste, bent u het met mij eens dat het vandaag niet aan de orde is om Syrische vluchtelingen terug te sturen? Ten tweede, kunt u bevestigen dat mensen die als vluchteling werden erkend en een bijdrage aan onze welvaartsstaat leveren ook niet moeten vrezen om te worden teruggestuurd? Ten derde, bent u van mening dat het CGVS de autoriteit is om te bepalen wie al dan niet bescherming moet krijgen, en niet de stem van een of andere politicus?

Barbara Pas:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de vicepremier, het regime van de Syrische tiran Al-Assad is verleden tijd en dat is maar goed ook.

Dat heeft onmiskenbaar gevolgen voor Europa, zeker op het vlak van asiel en migratie. In Nederland, mijnheer Vandemaele, werd gisteren in het Parlement een motie goedgekeurd om snel werk te maken van de terugkeer van Syrische vluchtelingen. Oostenrijk heeft ondertussen aangekondigd dat alle toegekende statuten zullen worden herbekeken. De gezinshereniging van erkende Syrische vluchtelingen wordt daar opgeschort en de diensten hebben daar nu al de opdracht gekregen om een terugkeerprogramma uit te werken. Waarom heeft de Belgische regering nog geen concrete initiatieven genomen? Mohammed al-Bashir, de nieuwe interimpremier van Syrië, heeft immers zelf al de Syriërs die gevlucht zijn, opgeroepen om terug te keren naar hun land.

Gisteren vernamen wij dat een achttal Belgen betrokken is bij HTS. Het gaat om landgenoten die jaren geleden al naar Syrië zijn getrokken. Ik hoorde minister Van Tigchelt vandaag op de radio zeggen dat het best mogelijk is dat een aantal van hen een jihadistische ideologie aanhangt, maar desondanks maakt hij zich niet ongerust, want "HTS heeft voorlopig geen internationale agenda”. HTS wordt door de Europese Unie nog altijd als een terroristische organisatie beschouwd en dat is toch niet niks. Mijnheer Quintin, u hebt daarover als nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zelfs nog wereldvreemdere verklaringen gedaan. U weet niet of die personen nog zullen radicaliseren en terugkeren naar ons land.

Weet het OCAD om wie het precies gaat en wat zij daar al die jaren in Syrië hebben gedaan? Waren zij actief bij IS? Zijn er daarvan ondertussen veroordeeld? Zult u hen hier zomaar opnieuw binnenlaten?

Darya Safai:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, de oorlog in Syrië heeft meer dan 600.000 doden geëist en miljoenen mensen ontheemd. Nu het regime van Al-Assad is gevallen, hopen sommigen dat aan dat verhaal een einde zal komen, maar in werkelijkheid is het slechts het begin van een nieuw en gevaarlijk hoofdstuk. Het land is nog even verdeeld als gisteren.

HTS mag Al Qaida en IS publiek hebben afgezworen, het is nog steeds de erfgenaam van de gevreesde Al-Nusrabrigade. Sommige naïeve media beweren dat de groep gematigd is. Niets is minder waar. Het gaat om islamisten, die de sharia willen implementeren. Minderheden, christenen, Koerden en vrouwen zijn weer kwetsbaarder dan ooit tevoren. Een machtsvacuüm opent de deur voor nieuwe migratiestromen en de heropleving van extremistische groeperingen.

Mijnheer de eerste minister, het conflict raakt ook ons in België. Syriëstrijders bevinden zich nog steeds in de regio. Sommigen blijven loyaal aan de jihadistische groepen, terwijl anderen zouden kunnen proberen terug te keren. Dat vormt een directe bedreiging voor onze nationale veiligheid, vandaar mijn vragen aan u.

Welke concrete maatregelen neemt u om terugkerende Syriëstrijders te identificeren en de dreiging voor België te beperken?

Hoe zal België actief bijdragen aan de stabiliteit van de regio, zowel politiek als humanitair?

Franky Demon:

Mijnheer de premier, na 54 jaar is de tirannie van de familie Assad in Syrië eindelijk voorbij. Ik vind dat natuurlijk een bijzonder goede zaak, maar laten wij vooral niet te snel euforisch worden. De vraag is welk regime er in de plaats komt. De internationale gemeenschap, met name ook de Europese Unie, moet nu haar verantwoordelijkheid nemen in de begeleiding van Syrië op de weg naar een veilig en democratisch land.

De afgelopen jaren vluchtten heel wat Syriërs naar Europa, ook naar ons land. Staatssecretaris de Moor heeft werkelijk kordaat gereageerd door de beoordeling van de lopende aanvragen van Syriërs on hold te zetten, tot er meer duidelijkheid is. De afgelopen tien jaar kregen 35.000 Syriërs bescherming in ons land, van wie ongeveer een derde de afgelopen vijf jaar. Een vluchtelingenstatus is niet noodzakelijk voor altijd. Als de situatie duurzaam verbetert en de stabiliteit weerkeert, kunnen voor cd&v de statussen opnieuw individueel beoordeeld worden. Daarvoor is het nu echter nog te vroeg.

Het is belangrijk dat ons land zich op internationaal niveau inspant om nu samenwerking en informatie-uitwisseling met Syrië te versterken. We moeten op Europees niveau pleiten voor een gemeenschappelijke aanpak.

Ik heb dan ook drie misschien wel gemakkelijke vragen voor u. Ten eerste, steunt u de door staatssecretaris uitgezette beleidslijn aangaande de manier waarop ons land met de Syrische vluchtelingen zal omgaan?

Ten tweede, welke rol ziet u voor ons land en de EU? (…)

Voorzitter:

Collega's, ik wens in herinnering te brengen dat de spreektijd om een vraag te stellen, twee minuten bedraagt.

Ismaël Nuino:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, nous avons tous suivi avec attention les événements qui se sont passés ces derniers jours en Syrie.

Nous devons nous réjouir de la chute du régime de Bachar al-Assad. Ce fut une dictature qui, avec celle de son père, aura duré plus de cinq décennies. Depuis 2011, ce régime barbare a causé la mort de 500 000 personnes et provoqué le déplacement de plus de 10 millions de personnes. Ce régime a incarné l'une des pires violations des droits humains de notre époque.

Comme l'histoire nous l'a malheureusement montré, la chute d'un tel régime peut créer une profonde instabilité. Nous avons vu que les périodes de transition peuvent mener à une grande instabilité, notamment après la chute des régimes de Saddam Hussein et de Mouammar Kadhafi par exemple. Dans un contexte géopolitique très tendu, la Syrie ne fait pas exception.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, quelle est la position officielle de la Belgique face aux récents et derniers événements qui se sont passés en Syrie?

Notre diplomatie a-t-elle eu ou prévoit-elle d'avoir des contacts avec les autorités de transition syriennes qui semblent se mettre en place?

La Belgique compte-t-elle demander à la nouvelle haute représentante de l'Union européenne, Kaja Kallas, d'engager l'Union dans un dialogue actif avec ces nouveaux dirigeants? Le Conseil des Affaires étrangères (CAE) de ce 16 décembre pourrait être une bonne opportunité pour mettre ce sujet à l'agenda.

La Belgique va-t-elle proposer, avec l'Union européenne, une feuille de route politique et diplomatique claire afin d'accompagner la Syrie vers la stabilité?

Enfin, comme vous l'avez également déjà exprimé, monsieur le ministre, l'intégrité territoriale de la Syrie doit être garantie. Nous observons cependant déjà des actions militaires, notamment israéliennes, sur le territoire syrien. Quel regard portez-vous sur ces actions en cours?

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je tenais à vous interroger sur la situation en Syrie et au Moyen-Orient de manière générale. Nous avons vu ce qu'il s'est passé en Syrie: la chute du régime autoritaire de Bachar al-Assad, qui est une bonne nouvelle pour le peuple syrien. Mais nous sommes encore beaucoup à être inquiets de l'avenir de la Syrie et de la souveraineté du peuple syrien.

De nombreuses puissances sont impliquées en Syrie et on remarque une ingérence de plusieurs forces sur le terrain, avec les bombardements américains, la présence de puissances régionales comme le Qatar, l'Arabie saoudite, la Turquie et Israël, qui est responsable de plus de 500 bombardements en deux ou trois jours. Ce dernier pays profite de la situation pour étendre sa présence sur le sol syrien, notamment au niveau du plateau du Golan, qui est illégalement occupé. Il est fou qu'Israël puisse se permettre d'agir de manière meurtrière en étant complètement impuni, alors que ce pays est accusé de génocide et que son chef d'État est poursuivi pour crime de guerre.

Monsieur le premier ministre, pour sortir du chaos dans cette région, nous avons besoin de plusieurs choses. Tout d'abord, il faut mettre fin au génocide à Gaza, garantir l'aide humanitaire pour les Palestiniens et mettre en place un appareil de sanctions contre cet État impuni et source d'instabilité dans la région.

Deuxièmement, il faut garantir la protection et les droits du peuple syrien et de toutes les forces syriennes qui œuvrent à la construction d'une Syrie nouvelle et unifiée, dans le respect de la diversité culturelle et religieuse, et à un gouvernement fort et souverain. Pour cela, il faut aussi mettre fin à toute ingérence étrangère sur le sol syrien. Il faut que les forces américaines, israéliennes, turques et saoudiennes sortent de la Syrie.

(Brouhaha)

Voorzitter:

Collega's, ik stel voor dat wij de spreekster van MR de ruimte geven. Ik wil nog eens iedereen die zich niet kan inhouden erop wijzen dat hun interrupties niet in het verslag worden opgenomen en dus eigenlijk volkomen overbodig zijn. Deze interrupties zullen geen spoor nalaten in de geschiedenis.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, depuis votre entrée en fonction dont je me félicite, vous vous êtes déjà exprimé sur la situation en Syrie, encore ce matin. Je note avec grande satisfaction la fin d'un régime dynastique et cruel.

Nous nous situons, pour moi, dans la continuité des "Printemps arabes" qui ont débuté en 2011. Ils avaient suscité énormément d'espoir en un avenir meilleur. Mais soyons honnêtes, certaines espérances sont loin d'avoir été exaucées. Ne répétons pas les erreurs du passé. Il me semble essentiel que la communauté internationale soit unie, malgré ses divergences. Nous devons soutenir une transition politique ambitieuse pour le bien des Syriens et la stabilité de la région. En outre, la Belgique a des intérêts de sécurité à faire valoir, notamment quant au suivi des combattants de Daech incarcérés en territoire contrôlé par les autorités kurdes.

Monsieur le ministre, j'ai quatre questions à vous poser.

Premièrement, comment surmonter les obstacles juridiques qui pèsent sur le groupe HTC qui, je le rappelle, est reconnu comme une organisation terroriste? Or nous nous devons d'établir un dialogue politique avec eux pour favoriser une transition pacifique.

Deuxièmement, comment trouver un équilibre subtil entre l'aide de la communauté internationale et la non-ingérence étatique des puissances voisines de la Syrie?

Troisièmement, comment contribuer à la lutte contre l'impunité des autorités de l'ancien régime, puisque les victimes méritent une reconnaissance de leurs souffrances ainsi qu'un procès équitable de leurs bourreaux?

Quatrièmement, la lutte contre Daech n'est malheureusement pas terminée. Les autorités kurdes se doivent d'être soutenues afin de maintenir incarcérés les combattants radicaux. Rappelons que des Belges en font partie. Dès lors, comment soutenir nos services compétents, monsieur le ministre, afin d'assurer la sécurité de notre pays?

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, ce mois de décembre a vu un événement historique se produire en Syrie: la fin du régime des al-Assad. Cinquante-quatre ans de règne sanguinaire marqués par la répression et les violences les plus brutales, des violences en partie inspirées par les méthodes du nazi Aloïs Brunner, qui est l'un des principaux responsables de la solution finale, le projet d'extermination des Juifs en Europe. Ce moment signe la fin d'une dictature qui a plongé le peuple syrien dans l'horreur absolue. Les images de l'emblématique et terrifiante prison de Saidnaya où des enfants et des prisonniers retrouvent la liberté sont absolument bouleversantes. Ce moment ouvre une période de soulagement d'abord, mais aussi d'interrogations.

La chute d'Assad est sans aucun doute une étape importante pour le peuple syrien et potentiellement pour l'avenir de la région. Les défis sont nombreux et nous nous devons d'accompagner cette transition démocratique et inclusive en Syrie, mais sans confisquer cette transition et cette révolution. La Belgique, en tant qu'acteur international engagé pour la paix et la justice, a toujours plaidé pour une solution politique en Syrie. Nous avons soutenu des résolutions aux Nations Unies et contribué à des aides humanitaires.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, cet événement rappelle à quel point les aspirations des peuples pour la liberté et pour la dignité sont extrêmement puissantes, même après des décennies d'oppression. Mais ces espoirs nécessitent un soutien international fort pour éviter que les différentes puissances coloniales occidentales ou d'autres puissances de la région ne confisquent la révolution du peuple syrien. Un nouveau régime se met doucement en place entre espoirs et interrogations.

Comment la Belgique compte-t-elle se positionner par rapport au régime qui se met en place? Au sein de l'Union européenne, quel rôle spécifique la Belgique envisage-t-elle de jouer pour contribuer à la reconstruction d'une Syrie engagée sur la voie des réformes? Dans ce contexte de bouleversement, quels moyens la Belgique déploie-t-elle pour protéger les populations civiles dans une région qui est déjà sous haute tension à cause du comportement de voyou et de génocidaire de l'État d'Israël? Merci pour vos réponses.

Alexander De Croo:

Mijnheer de voorzitter, samen met miljoenen Syriërs zijn wij blij dat er een einde is gekomen aan 53 jaar dictatuur in Syrië.

Vele sprekers hebben de nadruk gelegd op de meer dan 500.000 Syriërs die het leven hebben gelaten. Niet iedereen is echter blij dat Assad vertrekt. Mevrouw Pas, u noemt Assad hier een tiran. Uw woorden zijn echter goedkoop. De heer Dewinter betreurt dat een van de grootste oorlogsmisdadigers van de voorbije eeuw vertrekt. Hij betreurt dat.

Mevrouw Pas, misschien moet u eens duidelijk maken aan wiens kant u staat. Staat u aan de kant van een Vlaams Parlementslid van u, van iemand die vandaag durft te zeggen dat hij betreurt dat een van de grootste oorlogsmisdadigers moet vertrekken of neemt u hier afstand van zijn woorden? Daarover moet u misschien eens duidelijkheid geven. (Applaus)

Il est vrai que la situation sur le terrain reste très instable. Ce qui compte aujourd'hui, c'est que la transition puisse se dérouler d'une façon pacifique et que vienne en Syrie un pouvoir qui soit représentatif et en ligne avec la résolution 2254 du Conseil de sécurité des Nations Unies. L'intégrité territoriale de la Syrie doit être respectée et les bombardements qui ont lieu aujourd'hui doivent cesser au plus vite.

Ik wil graag ingaan op een aantal vragen die werden gesteld.

De voorbije tien jaar zijn honderdduizenden Syrische vluchtelingen naar Europa gekomen. Ook in ons land hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen. We hebben internationale bescherming gegeven aan mensen die getiranniseerd worden en uit een land komen waar mensenrechten absoluut niet gerespecteerd worden. Wij hebben dus onze verantwoordelijkheid opgenomen en voldaan aan onze verplichting om bescherming te bieden.

Als land hebben we echter ook de opdracht om op een gecoördineerde manier ervoor te zorgen dat mensen veilig terug kunnen keren naar hun thuisland als de situatie stabiliseert. Dat is logisch en ligt volledig in lijn met internationale verdragen. Vandaag is dat nog niet het geval. De situatie is namelijk nog zeer instabiel. Zodra de situatie stabiel is, moeten we dat op een menselijke manier samen met andere Europese landen doen. We moeten vandaag daarvoor de nodige voorbereidingen treffen.

De regering heeft inderdaad beslist om de lopende aanvragen on hold te zetten. Dat lijkt mij volledig logisch. Volgende week is er ook een Europese Raad. We moeten daar samen kijken op welke manier we gecoördineerd die voorbereidingen kunnen treffen.

Ons land en onze samenleving hebben daarvoor een enorme inspanning geleverd. Wij hebben onze verantwoordelijkheid opgenomen. Het is dan ook nu aan ons om er samen met de internationale gemeenschap alles aan te doen opdat Syrië zo snel mogelijk een stabiel land kan worden, dat opnieuw opgebouwd kan worden door de duizenden Syriërs die hier ook ervaring hebben opgedaan. We moeten ervoor zorgen dat ze op een veilige manier naar hun thuisland kunnen terugkeren om het te kunnen heropbouwen en een vredevolle samenleving te kunnen zijn.

Bernard Quintin:

Monsieur le président, mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos questions qui me donnent l’opportunité de m’exprimer pour la première fois devant vous. Je suis bien conscient de l’honneur que cela représente.

En 53 ans, le régime des Assad s’est rendu coupable d’atrocités et de nombreux crimes contre son propre peuple. Vous avez parlé de la prison. C’est un régime qui n’a pas hésité à gazer plusieurs fois sa propre population.

Sa chute amène une lueur d’espoir pour le pays. La joie des Syriennes et des Syriens prouve qu’ils veulent envisager l’avenir avec optimisme. Je pense que nous devons aussi prendre le temps de partager cette joie avec eux. Il sera maintenant important que tous les acteurs impliqués contribuent à une paix durable en Syrie, respectueux de toutes les communautés qui composent le pays, y compris et surtout les minorités.

Bien qu’il soit encore trop tôt pour tirer de grandes conclusions, les signaux exprimés publiquement sont plutôt positifs pour les Syriennes et les Syriens. Les nouveaux dirigeants syriens devront nous démontrer, à nous certes, mais surtout et avant tout à leur population, qu’ils peuvent garantir une transition politique pacifique et inclusive. Nous évaluerons leurs actes, et pas seulement leurs paroles.

We volgen de situatie op de voet en hebben contacten binnen de Europese Unie, maar ook met landen in de regio, om informatie uit te wisselen. De hele internationale gemeenschap moet samenwerken. Na de goedkeuring van een verklaring van de EU 27 over Syrië deze week, zullen we de kwestie maandag ook bespreken tijdens de Raad Buitenlandse Zaken met mevrouw Kallas, de nieuwe Hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HRVP). Het is belangrijk om onze krachten te bundelen voor de heropbouw van Syrië, voor de coördinatie van de humanitaire hulp en voor het respect van de mensenrechten en de minderheden in het land.

La restauration de la souveraineté, de l'unité, de l'indépendance et de l'intégrité territoriale de la Syrie sont des éléments primordiaux. Nous appelons toutes les parties à éviter une nouvelle escalade militaire.

La Belgique restera également engagée pour que les crimes commis en Syrie ne restent pas impunis. Le mécanisme international, impartial et indépendant pour la Syrie (IIIM) aura un rôle clé à jouer.

J'aurai très prochainement un contact avec mon homologue turc.

Er is voor volgende week in Brussel ook een ontmoeting gepland met mijn Libanese en Jordaanse collega’s.

Concernant la question des foreign terrorist fighters , comme vous le savez, la position du gouvernement a été arrêtée par le Conseil national de sécurité en 2021 qui a défini des critères d'éligibilité au rapatriement. Sur cette base, des rapatriements d'enfants accompagnés de mères ont eu lieu. Si une nouvelle décision de ce type devait être prise, elle devrait l'être avec l'ensemble du gouvernement.

Mesdames et messieurs, honorables députés, une Syrie stable qui se reconstruit dans la concorde et l'unité bénéficiera non seulement aux Syriennes et aux Syriens mais aussi à tous les pays du Moyen-Orient et contribuera – nous l'espérons – à la sécurité et à la stabilité de la région et bien au-delà d'ailleurs. C'est ce que je souhaite. C'est ce que nous souhaitons et nous continuerons à encourager cette voie.

Voorzitter:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie et donne maintenant la parole aux orateurs qui disposent chacun d'une minute pour leur réplique.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, de situatie is duidelijk nog instabiel en erg gevaarlijk. Ik herhaal dan ook mijn pleidooi om momenteel terughoudend te zijn. Het Syrische volk smacht al decennialang naar stabiliteit en vrijheid. Het is ook onze plicht om het Syrische volk daarin te steunen.

Ik heb een laatste boodschap voor het Vlaams Belang. Ik heb hier een foto van uw goede vriend, mensen van het Vlaams Belang, de partij die op de koffie ging bij Al-Assad. Uw partij heeft dat regime gelegitimeerd en ondersteund. Als het dus over Syrië gaat, kunt u het best een toontje lager zingen en zou u misschien beter gewoon zwijgen.

Barbara Pas:

Ik ben zeer duidelijk geweest over de tiran Al-Assad. Wij hebben allang afstand genomen van die zaken, mijnheer Vandemaele. Ik ben evenwel niet zo naïef als vicepremier De Sutter om te denken dat daar in Syrië een democratie in de plaats zal komen.

U noemt mijn woorden goedkoop, mijnheer de premier, maar ik vind het zeer goedkoop om als premier van een zevende partijtje zonder democratisch draagvlak jarenlang verantwoordelijk te zijn voor een desastreus migratiebeleid en dan vandaag niet op mijn pertinente vragen te willen antwoorden.

Mijn vragen en mijn standpunten zijn politiek legitiem. In andere landen wordt uitgevoerd wat wij vandaag vragen. Maak u geen illusies, een meerderheid van die 35.000 Syrische vluchtelingen zal niet vrijwillig terugkeren. Wij vragen u om maatregelen zoals in Oostenrijk te nemen, om de gezinshereniging van Syrische vluchtelingen op te schorten, om de vrijwillige terugkeer van Syriërs te faciliteren en om het vluchtelingenstatuut in te trekken (…)

Darya Safai:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, Assad was een monster, laat daar geen twijfel over bestaan. We moeten echter zeer waakzaam zijn voor de mensen die hem nu opvolgen. Ik toon u een foto van de heer Al-Jolani, de leider van HTS. Hier ziet u de vlag van Jabhat al-Nusra, Al Qaida en hier is de foto van Al-Jolani met de HTS-vlag. Ze hebben allebei dezelfde islamkleuren en dragen het opschrift ‘geen andere god dan Allah en geen andere profeet dan Mohammed’. Ze willen de sharia invoeren. Ze beweren de vrouwen niets te zullen opleggen, maar daar heb ik mijn twijfels bij, ik geloof daar niets van. Khomeini beweerde hetzelfde na de Iraanse Revolutie in 1979. (…)

Franky Demon:

Mijnheer de premier, we zitten duidelijk op dezelfde lijn. Het is goed dat u verder wilt inzetten op de voorbereiding en de coördinatie op Europees niveau. Ik ben blij dat u ermee kunt lachen, mijnheer de premier. Ik hoop dat uw woorden ook overeenstemmen met uw daden, want de EU moet het momentum grijpen om samen met de Syriërs te bouwen aan een democratisch land, dat op termijn een stabiele partner in de regio moet zijn.

Mijnheer de premier, ik wil u nog één ding vragen. HST, de militie die heeft geholpen Assad te verdrijven, staat vandaag nog op de terreurlijst van de EU. Wij roepen u op om samen met de collega’s duidelijke voorwaarden af te spreken op basis waarvan we met dergelijke organisaties in gesprek kunnen gaan. De belangrijkste opdracht is voor ons de stabiliteit en de rust in dat land te laten terugkeren.

Ismaël Nuino:

Monsieur le ministre, monsieur le premier ministre, tout ce qu'il faut retenir, c'est que nous allons avoir besoin d'une réponse de l'Union européenne qui soit coordonnée, forte et rapide parce qu'il est malheureusement à craindre que dans les années à venir nous ayons très peu d'aide et de soutien de nos voisins outre-Atlantique. L'Union européenne doit donc être au rendez-vous.

Alors, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, loin de l'outrance et des simplismes et face à une situation qui est excessivement complexe, la prudence est de mise aujourd'hui. La prudence n'est pas une faiblesse mais une exigence en premier lieu pour notre sécurité, pour la reconstruction de la Syrie, pour qu'elle retrouve son indépendance, sa souveraineté, et que surtout les Syriens retrouvent ce pour quoi ils se sont tant battus: leur liberté.

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, vous avez rappelé qu'il faut arrêter tout bombardement aujourd'hui. Arrêter la violence sur le sol syrien est la première chose à faire. Il faut aussi garantir l'intégrité territoriale de la Syrie, condition indispensable pour espérer une stabilité. Mais il faut surtout, et je le répète ici, arrêter toute ingérence étrangère sur le sol syrien. Il faut garantir la souveraineté du peuple syrien dans sa diversité religieuse et ethnique. C'est une condition indispensable si on veut avoir une lueur d'espoir dans cette région pétrie de violence. Aujourd'hui, il faut cesser cette violence. Et cela passe par la souveraineté du peuple syrien et l'arrêt de toute ingérence étrangère en Syrie.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses détaillées. La fin de ce régime tyrannique est, on l’a dit et redit, une opportunité. Certes, elle suscite d’autres interrogations mais il y a enfin de l’espoir, et c’est ce que j’ai envie de retenir. Cette fois-ci, je veux que nous ne rations pas le coche.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Nous avons une responsabilité énorme, historique pour accompagner au mieux cette transition et qu’elle soit la plus pacifique et la plus inclusive possible, toujours à l’écoute des revendications du peuple syrien, quelle que soit la religion ou l’origine ethnique. Quand j’entends certains ici regretter à demi-mot le régime al-Assad, je me demande dans quel monde on vit. Pourtant, malgré la situation instable sur place, malgré des tensions religieuses, malgré des tensions ethniques, malgré une situation géopolitique régionale totalement instable avec Israël qui a envahi le plateau syrien du Golan, l’Europe et, dans son sillage, la Belgique, ont déjà annoncé suspendre les demandes d’asile des réfugiés syriens. C’est une décision qui n’honore pas l’Europe et qui ne nous honore pas.

mobiliteit en transport

Het vervoersplan van de NMBS
Het nieuwe vervoersplan van de NMBS
Het verdwijnen van de rechtstreekse treinverbinding tussen het Waasland en Brussel vanaf 15 december
NMBS vervoersplannen, treinverbinding Waasland-Brussel

Gesteld aan

Georges Gilkinet

op 12 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De NMBS-hervorming prioriteert internationale hogesnelheidstreinen ten koste van binnenlandse pendelaars, die kampen met geschrapte rechtstreekse verbindingen (bv. Sint-Niklaas-Brussel), onhaalbare overstappen en overvolle treinen, ondanks eerdere beloftes van betere dienstverlening. Minister Gilkinet erkent de problemen, wijst naar de autonomie van de NMBS en zijn eigen annulatie van het eerste plan, maar biedt geen concrete oplossing—behalve een oproep aan de toekomstige regering om de herfinanciering veilig te stellen, wat oppositiepartijen als N-VA en cd&v afdoen als verantwoordingsontwijking. Kritiek spitst zich toe op de structurele achterstelling van binnenlandse reizigers ten opzichte van internationaal verkeer (bv. Amsterdam-Brussel, nieuwe Groningen-verbinding), terwijl pendelaars—die bewust voor de trein kiezen—nu gedwongen worden de auto te nemen, wat de files, klimaatdoelen en het vertrouwen in de NMBS verder ondermijnt. De minister ontkent zijn beleidsfaling, maar de oppositie eist onmiddellijke herstelling van de prioriteitsregels en een realistisch plan dat de dagelijkse mobiliteitsnoden centraal stelt.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, internationale spoorverbindingen met onder andere hogesnelheidstreinen zijn belangrijk, daar is iedereen het over eens, maar dat die voorrang krijgen op de mobiliteitsnoden van de eigen inwoners, is onbegrijpelijk.

De nieuwe vervoersregeling van de NMBS, die aanstaande zondag ingaat, veroorzaakt onrust over heel Vlaanderen, van Limburg tot West-Vlaanderen. Dagelijkse planningen worden overhoopgehaald door onhaalbare overstappen, geschrapte treinen en verdwenen verbindingen. Zo verliest Sint-Niklaas een rechtstreekse verbinding met Brussel, net zoals het station Mortsel-Oude-God, dat ook een trein richting Brussel per uur zal verliezen. Dat zijn maar enkele voorbeelden, terwijl er net meer aanbod beloofd was. Hoe zult u dat uitleggen aan de reizigers? Dat alles komt natuurlijk boven op de vertragingen en de problemen die we vandaag al kennen.

Mijnheer de minister, wie betaalt de prijs van dat beleid? Dat zijn de hardwerkende mensen die elk jaar gemiddeld 700 euro aan belastinggeld betalen aan het treinvervoer. Daarbovenop moeten zij dan ook nog hun ticketjes of hun abonnement betalen. Die mensen rekenen op vlot en betrouwbaar openbaar vervoer. Vaak kiezen ze bewust voor de trein om bij te dragen aan de groenere toekomst, die u ook zo belangrijk vindt. Door dat soort beslissingen jaagt u hen echter weer regelrecht de auto in. Dat is best straf voor een Ecolominister. Mijn vraag is dan ook simpel. Zult u dat rechttrekken of zult u onze inwoners in de kou laten staan?

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, ook ik trek vandaag aan de alarmbel. Wij van cd&v vinden het onaanvaardbaar dat de binnenlandse treinreizigers, de pendelaars die elke die elke dag naar en van hun werk reizen, nu achtergesteld worden tegenover de internationale reizigers, die ons land vluchtig met de trein doorkruisen. De inzet van meer capaciteit op de internationale verbinding tussen Brussel en Amsterdam zal namelijk zeker een impact hebben op de binnenlandse verbindingen, aangezien internationale verbindingen nog altijd prioriteit krijgen op de treinen die de pendelaars hier elke dag van en naar hun werk nemen. Vandaar dat de organisatie TreinTramBus en onze cd&v-collega's op diverse locaties in Vlaanderen heel wat acties hebben ondernomen.

En daar blijft het niet bij. Gisteren vernamen wij nog dat een Nederlandse maatschappij een nieuwe aanvraag voor bijkomende treinen vanuit België naar Groningen heeft ingediend. Ook die zullen ongetwijfeld een impact hebben.

Ik ben een rasechte Kempenaar. In de Kempen is het spoornet nu al erg verzadigd. Ik ben dus heel bezorgd over de impact van de extra buitenlandse treinen voor mijn regio.

Mijnheer de minister, in november sneuvelde het filerecord opnieuw. Zullen wij pendelaars, die dus een alternatief voor de auto gebruiken om zich van en naar het werk te verplaatsen en op die manier files helpen beperken, in de kou laten staan? Onze eigen binnenlandse reizigers moeten kunnen rekenen op een betrouwbare verbinding.

In april kwam de problematiek al zeer uitgebreid aan bod in een hoorzitting. Hebt u intussen al initiatieven genomen om de prioriteitsregels te wijzigen en ervoor te zorgen dat de binnenlandse verbindingen niet achtergesteld worden ten opzichte van de buitenlandse verbindingen?

Voorzitter:

We komen nu tot een vraag van collega Van Hoecke die in de commissie niet aan de orde kwam, maar verwezen werd naar onze plenaire vergadering.

Alexander Van Hoecke:

Mijnheer de minister, vanaf volgende week zal er voor duizenden pendelaars heel wat veranderen in dit land.

Voor reizigers uit verschillende landsdelen zal het een pak moeilijker en omslachtiger worden om op hun einddoel te geraken. In tientallen stations zal het vervoersplan van de NMBS voor problemen zorgen bij de pendelaars. Gisteren nog waarschuwden de gemeenten Asse, Lebbeke, Merchtem en Opwijk voor overvolle treinen richting Brussel door dit vervoersplan.

In het Waasland zullen pendelaars die opstappen in de stations van Sint-Niklaas, Belsele, Sinaai, het wonderschone Lokeren en Zele geen rechtstreekse verbinding meer hebben met onze hoofdstad, Brussel. Hun lijn wordt in twee geknipt in Dendermonde, met alle gevolgen van dien. Limburg wordt nog stiefmoederlijker behandeld in dit vervoersplan dan in het verleden al het geval was. Dat zal zorgen voor gemiste overstappen, treinen die te traag zullen rijden en treinen die zullen wachten op een vorige trein vol pendelaars die een overstap zullen moeten maken. Er zal met andere woorden heel veel ochtendlijke miserie zijn.

Voor de getroffen pendelaars is er geen goede kant aan dit vervoersplan. Er zit ook geen enkele visie achter, het zal zorgen voor meer frustratie bij de reizigers en uiteindelijk ook voor minder reizigers en een gedaald vertrouwen in de NMBS. Mijnheer de minister, herinnert u zich nog dat dit werd aangekondigd als het meest ambitieuze vervoersplan ooit?

Mijnheer de minister, wat zult u ondernemen om te verhinderen dat dit vervoersplan volgende week zoals voorspeld een nachtmerrie wordt voor veel pendelaars? Wat zult u als minister van Mobiliteit ondernemen om ervoor te zorgen dat die duizenden getroffen pendelaars opnieuw vertrouwen kunnen hebben in het openbaar vervoer?

Georges Gilkinet:

Geachte collega’s, bedankt voor uw vragen over het zeer belangrijke onderwerp van de dienstverlening per spoor die de NMBS maandag aan het grote aantal treingebruikers in ons land zal aanbieden. Ik heb, eerst en vooral, alle begrip voor de mensen die de gewijzigde dienstverlening en in het bijzonder de verdwijning van rechtstreekse verbindingen naar Brussel en andere grote steden betreuren. Iedereen wil logischerwijze directe en snelle treinverbindingen ter beschikking hebben.

Als lid van dit Parlement krijgt u maandag de kans om uw vragen in de commissie voor Mobiliteit direct aan de NMBS-vertegenwoordigers te stellen. Als autonoom overheidsbedrijf is de NMBS, en haar raad van bestuur, in de eerste plaats verantwoordelijk voor het vervoersplan. Elk jaar in december past de NMBS haar vervoersplan aan op basis van het beschikbare materieel en personeel en de treinpannes, maar ook op basis van haar nieuwe openbaredienstcontract met de Staat, dat voorziet in een geleidelijke toename over tien jaar van het aantal treinen dat dagelijks en wekelijks rijdt. Ook dit jaar deed de NMBS dat in het nieuwe vervoersplan. De door de NMBS gemaakte keuzes hebben geleid tot meer treinen op het spoor, tot een verbetering voor veel passagiers, maar ook tot een verslechtering voor anderen, zoals in de gevallen die u hebt genoemd.

Het zal u niet ontgaan zijn dat ik als bevoegd minister niet helemaal tevreden was met het voorstel van de NMBS. Ik heb zelfs besloten om de eerste beslissing van de NMBS te annuleren, wat niet elke dag of elk jaar gebeurt. De NMBS heeft vervolgens een nieuw vervoersplan opgesteld en ter goedkeuring aan de regering voorgelegd. Mijn administratie, de FOD Mobiliteit, is momenteel dat plan aan het analyseren. Daarna zal het plan op de agenda van de ministerraad worden gezet.

Het klopt dat de NMBS onderhevig is aan externe beperkingen.

Als minister verwacht ik echter dat de NMBS de beste service biedt aan iedereen. Wij hebben als regering, en ik als minister in het bijzonder, meer dan ons deel gedaan door een nieuw contract met de NMBS en Infrabel te ondertekenen en zo een aanzienlijke herfinanciering te garanderen.

Als u, net als ik, wilt dat het aantal treinen in de toekomst toeneemt en dat de dienst nog verbetert, dan komt het de toekomstige regering toe om de verplichtingen inzake herfinanciering na te komen en ervoor te zorgen dat de NMBS eveneens haar engagement naleeft. Mevrouw Cuylaerts en mevrouw Gielis, als potentieel deel van een nieuwe meerderheid is dat het beste antwoord dat u kunt geven aan de passagiers wier ontevredenheid u hier vandaag hebt doorgegeven.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, u verschuilt zich achter het feit dat de NMBS een autonoom bedrijf is. Uiteindelijk is het nog altijd een overheidsbedrijf en dus draagt u mee de verantwoordelijkheid.

Voorts vind ik dat u praatjes verkoopt. U wilde destijds een ruimer treinaanbod zonder dat u daarbij rekening hield met de vervoersvraag en de situatie op het terrein, denk maar aan de aanwervingsproblemen rond het boordpersoneel. Al die factoren moeten mee in rekening worden gebracht. De malaise is een rechtstreeks gevolg en het resultaat van uw desastreuze beleid. Het is jammer dat ik het weer moet aanhalen.

Ik kan me alleszins niet van de indruk ontdoen dat de NMBS hier een stukje weerstand tegen uw onrealistische plannen biedt. Wie is hier opnieuw de dupe van? Dat zijn de reizigers. Zopas verwees u naar de toekomstige regering. Voor de N-VA is de maat vol (…)

Tine Gielis:

Mijnheer de minister, ik betreur ten zeerste dat u nog geen initiatief hebt genomen met betrekking tot de prioritering van het internationale transport op het nationale. In de praktijk betekent dat dus dat de internationale toeristen voorrang zullen krijgen op onze eigen pendelaars. Onze pendelaars, studenten en senioren zijn voor cd&v de prioriteit en wij zullen voor hen blijven strijden.

Alexander Van Hoecke:

Mijnheer de minister, u zegt nu eigenlijk dat dit vervoersplan zorgt voor meer treinen, dat het een verbetering is voor veel passagiers en dat men voor alle problemen een mail moet sturen naar de NNBS. U komt hier doodleuk zeggen dat er geen problemen zijn waaraan u iets kunt doen, terwijl u als minister van Mobiliteit ook kunt zien dat een hele regio zijn rechtstreekse verbinding met onze hoofdstad ontzegd wordt. Pendelaars worden aan hun lot overgelaten en moeten zich maar behelpen. De impact zal ook breder zijn dan alleen die getroffen stations. Er zullen meer pendelaars op een beperkt aantal treinen gepropt worden en treinen zullen vaker moeten wachten. Ik hoop vurig - en dan richt ik mij ook tot de sprekers van cd&v en N-VA - dat dit op de agenda van de volgende regering geplaatst zal worden. Mijnheer de minister, uw aankondigingsbeleid heeft in de praktijk alvast tot één ding geleid, namelijk een dalend vertrouwen en een minder performant openbaar vervoer in dit land.

gezondheid en welzijn

De oproep van de ziekenhuisdirecteurs om de zorgsector te hervormen
De ziekenhuisfinanciering
De oproep van de ziekenhuisdirecteurs en de nood aan hervormingen
De financiële situatie van de ziekenhuizen in 2023
De ziekenhuisfinanciering
Ziekenhuisfinanciering en hervorming

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 12 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische gezondheidszorg staat aan de rand van een diepe crisis door financiële tekorten, personeelstekort en inefficiënties, blijkt uit een rapport van ziekenhuisdirecteurs dat 16,6 miljard euro verspilling aan kaart brengt door prestatiegeneeskunde (onnodige scans, langdurige opnames) en gebrek aan preventie, digitalisering en resultaatgerichte zorg. Minister Vandenbroucke erkent de noodzaak van hervormingen (minder bedden, meer dagzorg, kwaliteitsfinanciering) en investeringen (5.100 extra VTE’s via het Zorgpersoneelfonds, betere lonen), maar de oppositie (o.a. N-VA, Vlaams Belang) wijst op falend beleid: ondanks recordbudgetten verslechteren de problemen, met sluitingen, ontslagen (bv. HELORA-groep) en een overbelast personeel. De politieke tegenstellingen zijn scherp: rechtse partijen eisen besparingen, splitsing van de gezondheidszorg en aanpak verspillingen (met name in Wallonië), terwijl linkse partijen waarschuwen voor Arizona-bezuinigingen (loonblok, premiekortingen) die de sector verder ondermijnen. Vakbonden kondigen maandelijkse acties aan tegen de "afbraakregering". Kernpunt: Hervorm *nu* (minder prestatiedrang, meer preventie/tech) of riskeer instorting – maar geld alleen lost niets op zonder structurele verandering.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, we stevenen af op een diepe crisis in onze gezondheidszorg. We moeten veranderen om te overleven. Mijnheer de minister, dat staat in dit rapport. Dat is de noodkreet van de Belgische ziekenhuizen vandaag. We moeten hervormen. We moeten nu hervormen. Dat is de diagnose en die is al lang duidelijk. Uw remedie, die linkse recepten, ze werken niet, mijnheer de minister. De sector vandaag, de studie van PwC, eerder nog het IMF, allemaal hebben ze dezelfde duidelijke conclusie: meer is niet het antwoord.

Ook ik heb u hier al een aantal keren diezelfde boodschap gebracht. Er wordt hier ook met groeivoeten gegoocheld: 2, 2,5, 3 %, en dat op 40 miljard per jaar. Geen klein bedrag als u het mij vraagt. Het lijkt wel alsof we hier op een voddenmarkt staan te zwaaien met al die percentages.

Wat moeten we wel doen? Inzetten op preventie, op efficiëntie, op nieuwe technologie. Dat is niet alleen goed voor de patiënt, maar we kunnen op die manier ook nog eens 5 miljard euro per jaar besparen, mijnheer de minister, gewoon door goed in te zetten op preventie, door een andere vorm van gezondheidszorg aan te bieden. Zorg voor een gezondheidszorg die klaar is voor de toekomst. Dat is de vraag vanuit de sector en dat is de vraag aan ons, of beter gezegd, aan u en aan uw arizonacollega's.

Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen.

Voorzitter:

Collega's, alsjeblieft, mag ik respect vragen voor de spreker? Mevrouw De Knop, u heeft nog enkele seconden om af te ronden.

Irina De Knop:

Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen op hun taak. Neem maatregelen tegen de overconsumptie en zorg voor samenwerking tussen ziekenhuizen. Dat is wat de sector vraagt, mijnheer de minister.

Dominiek Sneppe:

Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trekken aan de alarmbel. Hun rapport over de toekomst van de Belgische gezondheidszorg stelt glashelder vast wat wij al jaren weten: ons zorgsysteem staat onder druk en is niet langer houdbaar. In plaats van noodzakelijke hervormingen door te voeren, blijven wij vastzitten in oude structuren die niet werken. Wij blijven onterecht vasthouden aan het verouderde fee-for-servicemodel dat niet gericht is op de uitkomst van de zorg maar op het aantal geleverde diensten. Dat zorgt voor een verspilling van middelen en het zorgt voor een stijging van de kosten. Volgens het rapport van de ziekenhuisdirecteurs gaat het om een verspilling van 16,6 miljard. 16,6 miljard, laat dat even doordringen.

Wij moeten dus weg van het prestatiegerichte model om te kunnen evolueren naar een resultaatgericht model, aldus de ziekenhuisdirecteurs. Een zorgmodel dat zich dus richt op het verbeteren van de patiëntresultaten in plaats van op de kosten voor het bereiken van dit resultaat.

Ook de digitalisering van ons zorgsysteem moet veel beter en veel sneller. De verschillende systemen moeten op elkaar afgestemd worden zodat de verschillende zorgverstrekkers gemakkelijker kunnen communiceren.

Tot slot, zoals wij allen ook weten, moet er meer ingezet worden op preventie. Keer op keer wordt preventie genoemd als de oplossing voor de toegenomen zorgvraag en voor de stijgende kosten, maar de middelen blijven ondermaats.

Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trappen met hun rapport heel wat open deuren in, maar het is goed dat zij er nog eens op wijzen, en dat ze een aantal door de sector gedragen voorstellen naar voren schuiven.

Ik heb dan ook twee vragen voor u. Wat bent u van plan met dat rapport? Hoe zult u paal en perk stellen aan de verspilling van 16,6 miljard euro?

Jan Bertels:

Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs hebben vanmorgen een belangrijk rapport verspreid. Ze brachten een dubbele boodschap. Ten eerste vroegen ze om te blijven hervormen. Blijven hervormen, mevrouw De Knop. Ten tweede uitten ze terecht hun zorgen over het tekort aan zorgpersoneel. Als we op ziekenhuisbezoek gaan of als we zelf in het ziekenhuis terechtkomen, voelen we dit allemaal aan. Patiënten vragen handen aan het bed. De druk op het zorgpersoneel zal alleen toenemen en daar moeten we iets aan doen.

Die regering met socialisten – ik weet niet of jullie daarbij waren – heeft al maatregelen genomen met het Zorgpersoneelfonds en heeft een sociaal akkoord uitgevoerd. We hebben toen het moeilijk ging maatregelen genomen, tegen de wind in, bijvoorbeeld bij de verpleegkundeopleidingen. Zijn we er al? Nee, absoluut niet. Moet we verdergaan? Absoluut. Stilstaan is achteruitgaan en we kunnen ons geen stilstand veroorloven.

We moeten dit samen met het terrein doen en vooruitgaan om ervoor te zorgen dat we een kwalitatieve, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg kunnen blijven aanbieden, zoals de ziekhuisdirecteurs vragen. Dat hebben we nodig. In het verleden hebben we daarvoor met alle actoren een toekomstagenda uitgewerkt en zeer ruim onderzocht welke maatregelen er genomen konden worden, met innovatie, andere methodes en nieuwe technologieën.

Mijnheer de minister, hoe gaat u verder werken aan de uitvoering van die toekomstagenda?

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, dat de ziekenhuizen door zwaar weer gaan, is helaas geen nieuws. Jaar na jaar zijn wij getuige van de precaire financiële situatie van de ziekenhuizen. 2023 werd afgesloten met een globaal verlies van 174 miljoen. Ook de personeelsproblematiek blijft aanslepen en er worden afdelingen in de ziekenhuizen gesloten.

Nochtans wordt er sinds vorige legislatuur via het Zorgpersoneelfonds 400 miljoen per jaar extra uitgetrokken om ervoor te zorgen dat er meer mensen aan de slag gaan en blijven in de zorg. Afgelopen week kreeg ik cijfers van uw kabinet waaruit blijkt dat het Zorgpersoneelfonds helemaal niet heeft gezorgd voor 5.000 extra voltijdse equivalenten, waarvan u steeds beweert dat ze er zijn. Er is zelfs een daling van het aantal verpleegkundigen in de ziekenhuizen ten opzichte van 2019. Bij de zorgkundigen is er slechts een beperkte toename.

Het is niet verwonderlijk dat de personeelsdirecteurs nu aan de alarmbel trekken. Ze beseffen goed dat er al heel veel geld gaat naar de gezondheidszorg en vragen eigenlijk ook niet om extra geld, maar wel om een echte aanpak van de problematiek. Hun verzuchtingen zijn ook niet nieuw. Ze vragen om te focussen op de kwaliteit van de zorg door te meten, de kosten tegen de baten af te wegen en goede praktijken uit te wisselen en toe te passen. Ze vragen om meer transparantie in de financiering van de zorg en dringen erop aan om een einde te maken aan de versnippering van het zorglandschap.

Mijnheer de minister, deelt u de analyse van de ziekenhuisdirecteurs?

Hoe komt het dat, terwijl er onder de vivaldiregering meer geld dan ooit naar de zorg is gegaan, de problemen er groter dan ooit zijn?

Natalie Eggermont:

Mijnheer de minister, de zorgsector is in crisis. Vandaag, een maand nadat het zorgpersoneel massaal op straat kwam, trekken de ziekenhuisdirecteurs aan de alarmbel.

Volgens hen dreigt er een existentiële crisis, als we een aantal belangrijke problemen niet aanpakken. Als we de vergrijzing het hoofd willen bieden, moet het budget voor de zorg jaar na jaar stijgen. We hebben daarvoor de groeinorm, die vandaag onder vuur ligt. Heel wat zorgpersoneel verlaat de zorgsector wegens de hoge werkdruk, de flexibiliteit en de moeilijke combinatie tussen werk en gezin, wat leidt tot een personeelstekort. Het personeel is op. Voorts is er de ernstige financiële situatie van onze ziekenhuizen.

Je ne sais pas, chers collègues, si vous voyez à quel point la situation est grave aujourd'hui. Nous voyons même un nombre important de licenciements dans le secteur. C’est du jamais vu! Le groupe HELORA, dont fait partie l’hôpital de Jolimont à La Louvière, a annoncé le licenciement de 60 personnes, juste avant les fêtes. C’est révoltant. Cela va encore augmenter la pression sur ceux qui restent. Ils n’en peuvent plus. Nous sommes à 100 % avec ceux et celles qui sont touchés et leurs familles.

De situatie is dus ernstig en de sector kijkt naar de volgende regering voor oplossingen. Wat heeft de arizonaregering echter in petto voor de zorgsector? Tekorten aan budget! De groeinorm, die nu al te laag is, ligt nog verder onder vuur, want de rechtse partijen willen op de zorg besparen. Dat is onaanvaardbaar.

Daarnaast zal de druk op het personeel verder toenemen. Het personeel zal harder moeten werken voor minder loon, door een loonblokkering. De rechtse partijen raken aan de premies voor nacht- en weekendwerk. Dat is een regelrechte aanval op hardwerkende zorgpersoneelsleden. Zij moeten langer werken voor minder pensioen en meer flexibilisering. Er komt binnenkort een echt vergiftigd geschenk onder de kerstboom. Dat heeft de vakbond meteen gezegd.

Mijnheer de minister, u zit mee aan de onderhandelingstafel. Gaat u ermee akkoord dat wat op tafel ligt in de arizonaregering, haaks staat op de noden van de zorgsector? Wat zult u daaraan doen?

Frank Vandenbroucke:

Het rapport dat vanochtend gepubliceerd werd over de ziekenhuizen is een uitstekend rapport. Het verwijst immers naar een reeks lopende hervormingen en geeft aan welke hervormingen nog nodig zijn. Die moeten allemaal gebeuren. Het is dus een uitstekend rapport.

Mevrouw De Knop, u spreekt over 'linkse recepten'. Ik denk dat het rapport dan wel vol staat met 'linkse recepten'. U moet dat echter eens goed bekijken, want ik zie dat niet zo. Het rapport staat gewoon vol met goede recepten die we moeten uitvoeren. Het is dus een uitstekend rapport.

Vervolgens denk ik dat de gezondheidszorg voor zeer grote uitdagingen staat in een ouder wordende samenleving, waarin er meer behoefte is aan zorg en waarin men personeel tekortkomt. We moeten dus blijven investeren en hervormen in de gezondheidszorg. We hebben al geïnvesteerd. Mevrouw Gijbels, ongetwijfeld niet voldoende, maar het Zorgpersoneelfonds heeft gezorgd voor 5.100 extra mensen in de ziekenhuizen, geteld in voltijdse equivalenten. Er was misschien verwarring over cijfers die ik heb gegeven, maar er zijn dus 5.100 extra mensen dankzij dat fonds. Het loon waarmee men vandaag begint te werken als verpleegkundige, zorgkundige of administratief medewerker, is ook aanzienlijk beter dan dat waarmee men vijf jaar geleden begon.

We moeten echter blijven investeren. Het is inderdaad vaak investeren in mensen. Investeren in mensen, collega's, mevrouw De Knop, kost geld. Dus ook in een volgende regering moet er wat mij betreft een betekenisvolle investering kunnen gebeuren in een nieuw sociaal akkoord voor het zorgpersoneel om de lonen en arbeidsomstandigheden te verbeteren. Een nieuw sociaal akkoord, mijnheer Bertels, zou ook moeten worden geïnspireerd door een overleg dat we gedurende vele maanden achter de schermen hebben gevoerd met de werkgevers en de vakbonden van de sector. We hebben daarbij een toekomstagenda op punt gesteld, die onder meer de nadruk legt op de kwaliteit van het werk, de rol van technologie, de digitalisering en de vermindering van onnodige lasten. Die toekomstagenda ligt dus klaar en ik wens dat de volgende regering een betekenisvol budget heeft om die toekomstagenda ook om te zetten in een sociaal akkoord.

We moeten echter ook hervormen in het beroep. Verpleegkunde moet interessanter en aantrekkelijker worden. Verpleegkundigen moeten meer dan vandaag dingen kunnen doen waar ze perfect toe bekwaam zijn. Er moeten minder onnodige lasten zijn voor hen en ze moeten minder werk doen dat ook door andere mensen kan gebeuren. Dat is maar één voorbeeld.

We moeten ook hervormen in de organisatie van de ziekenhuizen. Het rapport zegt heel terecht dat de huidige financiering van de ziekenhuizen er vaak gewoon toe aanzet dat men onderzoeken vermenigvuldigt. Er gebeuren te veel CT-scans. Hoe vaak moeten wij dat nog zeggen? Dat staat ook in het rapport. Wij moeten dus weg van de prestatiegeneeskunde, mevrouw De Knop. Dat staat in dat rapport waar u zo mee hebt gezwaaid. Dat staat erin.

Dat betekent bijvoorbeeld dat wij, als het gaat over scans, de ziekenhuizen het geld zullen geven dat nodig is op basis van de behoeften van de bevolking die zij bedienen. Wij kunnen niet de eindeloze vermenigvuldiging van onderzoeken en prestaties blijven financieren. Dat staat in het rapport. Is dat links, is dat rechts? Neen, dat is gewoon modern.

Zo zullen we nog andere dingen in de financiering ook moeten hervormen. Wij moeten veel meer financieren op basis van kwaliteit. Dat staat ook in het rapport. Wij moeten verder verschuiven naar een dagziekenhuis, ook om verpleegkundigen niet nodeloos nachtenlang te laten werken met loutere surveillanceopdrachten omdat mensen in een ziekenhuis verblijven. Meer en meer mensen kunnen thuis verblijven. Dat moeten wij ook doen.

Ik wil ten slotte nog iets toevoegen dat niet in het rapport staat, omdat ik alles wil zeggen. Wij moeten niet alleen verder verschuiven naar daghospitalisatie. Er is te veel beddenhuis. Wij moeten nadenken over welk aantal bedden waar mensen overnachten nog nodig zal zijn op de lange termijn en hoe wij die bedden meer kunnen inzetten voor mensen die langdurige zorg nodig hebben en minder voor het soort acute zorg waarvoor mensen vandaag nog in een ziekenhuis overnachten. Wij zullen dus ook moeten durven concentreren, ook in het belang van het verpleegkundig personeel. Wij moeten dus durven hervormen.

Ik rond af. De vorming van een nieuwe regering is een moment waarop men een zeer (…)

Voorzitter:

Uw tijd is ook op, mijnheer de minister.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, uw antwoord vat samen wat wij net hebben gezegd: u wil meer, meer, meer… Ik heb gehoord dat er meer geld nodig is om de mensen nog beter te belonen. Ik deel de conclusie dat mensen waar voor hun geld moeten krijgen of goed betaald moeten worden voor verricht werk. (Minister Vandenbroucke protesteert.)

Dat vergt echter een hervorming. U moet daar nu niet aan beginnen. Wat hebt u de afgelopen vijf jaar gedaan? U bent er niet in geslaagd om te hervormen. We moeten opnieuw meer geld uitgeven. Blijkbaar mag de waarheid niet worden gezegd. (Rumoer)

Ik maakte geen deel uit van die regering. Ik stel vast… (Hilariteit)

Voorzitter:

U hebt gereageerd op tussenkomsten. Dat telt mee voor uw minuut van repliek. Het staat iedereen vrij de beschikbare minuut te gebruiken zoals hij of zij dat wil.

Dominiek Sneppe:

Mijnheer de minister, werven, werven en nog eens werven, maar 16,6 miljard euro verspilling, dat is niet niets. Laat me even focussen op die verspillingen. Laten we man en paard noemen. Waar vooral liggen de verspillingen? Het is typerend dat geen enkele Franstalige collega hierover een vraag stelt, want de verspillingen liggen natuurlijk vooral in het zuiden van het land. Daar zien we hogere ereloonsupplementen, langere en meer ziekenhuisopnames, minder eerstelijnszorg, meer specialistische zorg, minder digitalisering, minder preventie.

Op preventie moeten we inderdaad vooral inzetten, maar ook daar zien we andere prioriteiten. We zien ook dat de kosten vooral voor de gemeenschappen zijn en de baten voor het federale niveau. Jarenlange Vlaamse solidariteit brengt dus niets op.

Graag wil ik hier een boodschap herhalen die men – hallo N-VA – mee kan nemen naar de onderhandelingen. Stop die verspilling en maak werk van de volledige splitsing van de gezondheidszorg, zodat elke gemeenschap niet alleen haar eigen prioriteiten kan bepalen (…)

Jan Bertels:

Collega's, als socialisten hebben wij geïnvesteerd in de gezondheidszorg en hebben wij die hervormd. Dat zullen we gewoon blijven doen, als het van ons afhangt. Wij zullen blijven strijden tegen inefficiënties. Wij zullen ervoor zorgen dat er een nieuwe, andere financiering komt die veel meer patiëntgericht is, voor patiëntgerichte zorg, geïntegreerde zorg rond de patiënt.

Van sommige uitspraken die ik hier hoor, val ik van mijn stoel. Daarom hoop ik dat als wij die hervormingen doorvoeren, de eerste kleine of grote belangengroep die een probleem opwerpt, niet vertolkt wordt door u, mevrouw De Knop, om die hervorming in het Parlement tegen te houden. Daar hoop ik dan echt op. In dat opzicht stel ik voor dat u ook doet wat u net zei. Houd het niet tegen. Keur een begroting voor de gezondheidszorg goed en dan kunnen die mensen verder hervormen. Nu blokkeert u die gewoon.

Frieda Gijbels:

Collega Eggermont, ik kan u geruststellen. Wij willen niet besparen in de zorg, maar we vinden wel dat geld goed en verstandig moet worden besteed. Geld alleen is echter niet genoeg. We hebben vooral correcte data, een correcte analyse nodig. We moeten zorgen voor zorgkwaliteit. Dat moet voorop staan.

Mijnheer de minister, we hebben al zo vaak gevraagd naar meer transparantie, naar meer data en naar meer data-uitwisseling. Het is heel illustratief dat uw antwoord op mijn vraag naar het aantal extra voltijdse equivalenten in de ziekenhuizen in tegenspraak is met wat u in de pers verkondigt. Ik vind die 5.000 extra voltijdse equivalenten niet terug in uw antwoord op mijn vraag. Daarin is er maar sprake van 1.000 extra zorgkundigen en zelfs van 110 minder verpleegkundigen in de ziekenhuizen. Dat illustreert hoe fout het zit en hoe weinig zicht wij hebben op het systeem van onze gezondheidszorg.

Natalie Eggermont:

Collega Gijbels, het is misschien eens de moeite om het interview van uw collega Francken in Humo te lezen, waarin hij er wél voor pleit om te besparen in de sociale zekerheid om dat geld te kunnen gebruiken voor Defensie. Dat is interessante lectuur. Mijnheer de minister, u hebt niet echt geantwoord op mijn vraag wat we zullen doen met de maatregelen van Arizona. Het is duidelijk dat u niet wilt luisteren, maar wij zullen u doen luisteren. Morgen, op vrijdag 13 december, is er een eerste vakbondsactie gepland tegen de afbraakregering die eraan komt. Het is de eerste actie van vele, want er zal elke maand een actie zijn. De vakbonden zeggen neen tegen de afbraakregering, neen tegen besparen in onze zorg en op de sociale zekerheid, neen tegen de aanvallen op onze lonen en pensioenen en neen tegen meer flexibilisering. Wij zullen er zijn, want we kunnen en moeten Arizona tegenhouden. Het is nog niet te laat om de juiste kant te kiezen, mijnheer de minister.

gezondheid en welzijn

Witwaspraktijken via producten van de Nationale Loterij
Fraudebestrijding en de producten van de Nationale Loterij
Fraudebestrijding en de producten van de Nationale Loterij
Fraudebestrijding en de producten van de Nationale Loterij
Het vermoeden van witwasserij via de Nationale Loterij
Fraudebestrijding en witwaspraktijken via Nationale Loterij-producten

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)

op 5 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om vermoedens van witwassen via de Nationale Loterij door ex-minister Didier Reynders, waarbij kritiek wordt geuit op slechte controles, gebrek aan transparantie en een dubbele standaard tussen de overheidsloterij en private spelers. De Loterij claimt detectiesystemen te hebben, maar parlementsleden betwijfelen hun effectiviteit gezien de tienjarige duur van de praktijken en het enkele melding in vijf jaar. Vincent Van Peteghem (minister) benadrukt strengere EU-regels en samenwerking met justitie, maar oppositie eist versnelde onderzoeken, opheffing van Reynders’ onschendbaarheid en gelijke regels voor alle kansspelactoren. Systematische corruptie in de politiek (Kazachgate, Qatargate) en zwakke anti-witwasmaatregelen staan centraal.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de minister, u kent wellicht de beruchte slogan van de Nationale Loterij: Word schandalig rijk . Iemand heeft dat blijkbaar iets te letterlijk genomen. Als het klopt wat er nu in de media verschijnt, dan heeft Didier Reynders, MR-boegbeeld, 20 jaar minister, 5 jaar eurocommissaris, de Nationale Loterij gebruikt om zijn zwart geld wit te wassen. We zijn natuurlijk ook allemaal nieuwsgierig naar de oorsprong van dat zwart geld, maar ik denk dat we dat niet snel te weten zullen komen. U kunt echter in elk geval wel al in actie schieten.

We weten dat criminele milieus graag gebruikmaken van gokproducten om geld wit te wassen. Daarvoor wordt al jaren gewaarschuwd. Ik heb hier de voorbije jaren al heel wat zien passeren in het dossier van de gokindustrie, maar dat de Nationale Loterij, een overheidsbedrijf, ook als witwasmachine kan worden gebruikt, tart elke verbeelding.

Hoe kan het dat men e-tickets zomaar met cash geld kan kopen? Dat is niet alleen zo in de krantenwinkels en de verkooppunten van de Nationale Loterij, maar ook aan de kassa van grootwarenhuizen. Dat is toch de kat bij de melk zetten. Meer zelfs, de poort staat wagenwijd open voor misbruik. Dat is op zich al een eerste achterpoortje dat gemakkelijk zou kunnen worden gesloten.

De Nationale Loterij zegt natuurlijk dat hun detectiesysteem heeft gewerkt. Volgens de onderzoeksjournalist die het verhaal naar buiten heeft gebracht, zou de witwasoperatie echter mogelijk al tien jaar duren. Kunt u dat bevestigen? Als het inderdaad zo lang heeft geduurd, werkt dat detectiesysteem dan wel voldoende? Vindt u het zelf ook niet vreemd dat de heer Reynders de enige zou zijn geweest die deze truc gebruikte, want er zijn volgens de Nationale Loterij geen andere gevallen bekend?

Mijnheer de minister, welke acties zult u hiertegen ondernemen?

Lode Vereeck:

Mijnheer de minister, gok- en kansspelen zijn in dit land streng gereglementeerd om het hoofd te bieden aan twee problemen: gokverslaving en witwassen van zwart- en crimineel geld.

Witwassen is altijd laakbaar en moet aangepakt worden, maar dat de overheid hiervoor wordt ingeschakeld, is afschuwelijk en een klap voor het vertrouwen in onze overheden. Nu zie ik één lichtpuntje, namelijk dat het misbruik wel degelijk ontdekt is door de Nationale Loterij.

Mijnheer de minister, hoe gebeurt die controle? Gebeurt die manueel of visueel, dus op het zicht, of gebeurt dat met een dataminingtechniek, een algoritme dat op zoek gaat naar uitschieters in een bestand? Ik stel die vraag omdat het vreemd is dat de Nationale Loterij, die quasi een monopolie heeft in deze sector, op vijf jaar tijd maar één melding heeft gedaan bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking.

Vandaar mijn tweede vraag. Is er maar één keer misbruik vastgesteld, wat onmogelijk is gezien de omvang van het quasi monopolie, of is er maar één keer melding gemaakt? Dat is een belangrijk verschil, want in dat laatste geval is er misschien gewoon sprake van een afrekening tussen de politieke top van de Nationale Loterij, dus tussen de heer Jannie Haek, een socialist, en de heer Didier Reynders, een liberaal.

Ten derde genieten wij als parlementsleden onschendbaarheid. Dat is ook het geval voor de heer Reynders. Bij mijn weten wordt die onschendbaarheid altijd snel opgeheven wanneer er een onderzoek door of een vraag van het parket komt. Waarom is er in dit geval zo lang gewacht, namelijk tot de heer Reynders eurocommissaris af was?

Tot slot, in deze sector lijken mij twee maten en twee gewichten te worden gehanteerd. De private sector wordt streng gereglementeerd en binnenkort zelfs nog strenger. Wat verantwoordt die uitzonderingspositie van de Nationale Loterij? Waarom zijn niet alle spelers, publiek en privaat, aan dezelfde reglementering onderworpen? Bent u bereid om dat recht te trekken?

Sofie Merckx:

Monsieur le ministre, Win for Life! On savait déjà que l'ancien ministre des Finances et éminent politicien du parti libéral, M. Reynders, gagne à la loterie depuis trente ans: ministre durant vingt ans – ce qui signifie qu'il a gagné durant toute cette période près de 20 000 euros par mois – et commissaire européen ces cinq dernières années, soit un salaire mensuel de 30 000 euros.

Hier, nous apprenions que M. Reynders est soupçonné d'avoir blanchi de l'argent en – tenez-vous bien! – achetant des billets à la Loterie Nationale! On croirait franchement à une blague belge mais non, il semble que ces soupçons sont bien réels. L'enquête judiciaire doit évidemment suivre son cours pour voir si oui ou non il est coupable.

D'après moi, cette affaire nous met face à trois éléments.

Premièrement, toute la vérité doit être faite et l'immunité parlementaire dont bénéficie M. Reynders ne peut faire obstacle à cette enquête car lorsqu'un simple citoyen est soupçonné, il ne bénéficie pas d'immunité parlementaire.

Deuxièmement, nous apprenons que cette pratique aurait duré pendant dix ans et on se demande donc si les mécanismes de contrôle par rapport à la Loterie Nationale sont suffisants.

Troisièmement, je crois que nous avons un vrai problème avec l'argent en politique en Belgique. Ce n'est ni la première ni, apparemment, la dernière affaire. Le GRECO, le gendarme européen, a déjà critiqué la Belgique à plusieurs reprises car nous ne sommes pas en règle s'agissant de la lutte contre la corruption en politique. Nous n'avons par exemple ni déclaration de patrimoine public, contrairement à d'autres pays, ni registre des lobbies.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, onze blauwe smurf is nog eurocommissaris voor Justitie geweest en ook minister van Financiën. Hij was indertijd zelfs bevoegd voor de Nationale Loterij. Hij heeft blijkbaar gesmurft met producten van de Nationale Loterij om zwart geld wit te wassen.

Het is precies vier weken geleden dat ik hier stond om de toestand bij de Nationale Loterij aan te klagen omdat de toxische leider ervan, een zekere Jannie Haek, voor de correctionele rechtbank moest verschijnen wegens het organiseren van illegale praktijken. Zes maanden geleden stond ik hier, met mijn collega Christoph D'Haese, aan te klagen dat diezelfde man 30 miljoen gestort had in de kas van de overheid om te ontsnappen aan elke controle op de Nationale Loterij.

Hoewel iedereen daartegen was – ook de heer Van Hecke – valt de Nationale Loterij niet onder de kansspelwetgeving. Wij vroegen dat nochtans, maar het werd niet aanvaard. Tot wat dat kan leiden, zien we nu: de Nationale Loterij verkoopt producten die ertoe leiden dat men geld kan witwassen. Met dat zwart geld verdient men geld, meer dan wat men aan de belastingen betaalt, namelijk de helft van het inkomen. Koop dus maar lotjes van Subito of Win for Life. Men kan ze zelfs bij de begrafenisondernemer krijgen. Er zijn liefst 7.000 verkooppunten. Men koopt dus een lotje en men krijgt zijn geld terug, tot 78 %

Nadien gebeurt er echter niets. Er komt geen enkele controle. In dit geval was er waarschijnlijk een klokkenluider bij de Nationale Loterij die dat aan het licht heeft gebracht. Het probleem is redelijk groot, maar ik kan er nog niet over uitweiden. Een klokkenluider heeft het gezegd.

Geen enkel van de privégokbedrijven kan er nog aan uit. Geen enkel. Er werden 332 klachten ingediend. Waarom? Wie op de zwarte lijst staat, kan zo'n bedrijf zelfs niet binnen. Als men op die zwarte lijst staat, kan men echter wel elke week 120.000 euro inzetten op de Lotto. Dat is de Nationale Loterij (…)

Voorzitter:

Dank u collega, maar wanneer komt uw vraag?

Khalil Aouasti:

Monsieur le ministre, Didier Reynders, l'un des plus hauts dignitaires libéraux, ancien vice-premier ministre en charge notamment des Finances et de la Lutte contre le blanchiment d'argent, ancien ministre des Affaires étrangères, ancien commissaire européen en charge de la Justice et du respect de l'État de droit, serait impliqué dans une affaire de blanchiment d'argent.

Avant toute chose, rappelons que, contrairement à certains et à ce qu'on a pu entendre dans cet hémicycle il n'y a pas si longtemps, nous ne prenons pas des éléments partiels pour des faits. Didier Reynders, comme chacun, bénéficie de la présomption d'innocence.

Monsieur le ministre, néanmoins, les éléments divulgués, s'ils venaient à être confirmés, sont importants en ce qu'il est question de détournement d'une somme importante. Selon la presse, cette somme correspondrait à un nombre à six chiffres et aurait été blanchie depuis près d'une décennie. La presse explique que l'affaire aurait été divulguée à la suite du signalement de la Loterie Nationale elle-même, qui dispose d'outils pour débusquer les pratiques de blanchiment.

Monsieur le ministre, avez-vous été mis au courant avant la sortie dans la presse du signalement opéré par la Loterie Nationale? Si oui, depuis quand? Pouvez-vous nous expliquez quels sont les indices repérés par la Loterie pour signaler un comportement suspect? Qui la Loterie Nationale a-t-elle prévenu? Le parquet? La CTIF? Vous-même?

En tant que ministre des Finances, que vous ayez eu l'information en amont ou en lisant la presse, avez-vous entrepris des démarches? Avez-vous par exemple saisi l'Inspection spéciale des impôts? Selon la presse, la Loterie Nationale n'aurait réalisé qu'un seul signalement en cinq ans. Quid des casinos? Quid des opérateurs privés?

Le rapport annuel de la CTIF de 2023 stipule qu'il y aurait eu 322 signalements par des établissements de jeux de hasard. Confirmez-vous ces chiffres? Quelle en est l'évolution à travers le temps?

Vincent Van Peteghem:

Mijnheer de voorzitter, collega's, u beseft natuurlijk dat ik mij in mijn antwoord bij momenten op voorwaardelijke wijze zal uitspreken, omdat het gerechtelijk onderzoek nog lopende is. Laat me van in het begin ook direct duidelijk zijn: de strijd tegen al wie fraude pleegt of geld witwast, kunnen we niet hard genoeg voeren.

Het is niet nieuw dat potentiële fraudeurs en witwassers een grote creativiteit aan de dag leggen om geld wit te wassen en daarbij ook hun blik werpen op de kansspelsector.

Les opérateurs de jeux de hasard ont donc l'obligation, en vertu de la loi anti-blanchiment, de signaler et de prévenir le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme.

Die verplichtingen zijn ook van toepassing op de Nationale Loterij

De Nationale Loterij neemt overigens maatregelen om witwaspraktijken via haar loterijspelen te verhinderen. Ten eerste is de loterij bijzonder transparant over zowel het terugbetalingspercentage als over de winstkans. Die transparantie is nodig om spelers te wijzen op het karakter van het loterijspel en tevens een belangrijke maatregel in de strijd tegen verslaving.

Ten tweede, zowel voor stortingen als voor uitbetalingen hanteert de loterij limieten die lager liggen dan in de private kansspelsector. Wie vandaag geld wil storten op een onlinespelrekening van de loterij, of dat nu met e-tickets dan wel per overschrijving gebeurt, botst op een standaardlimiet van 200 euro per week. Die limiet kan tot maximaal 500 euro gebracht worden, mits een wachttijd wordt inachtgenomen.

Troisièmement, les joueurs qui utilisent des e-vouchers sont, comme tous les joueurs en ligne, identifiés par la Loterie Nationale, sur la base de leurs données du Registre national.

Collega’s, de combinatie van begrenzing, lage uitbetalingspercentages en online identiteitscontroles maken dat loterijspelen vandaag heel wat minder aantrekkelijk zijn om te worden misbruikt voor frauduleus geldgewin.

Uiteraard blijft waakzaamheid echter geboden. Ook op dat punt neemt de Nationale Loterij haar verantwoordelijkheid. Hoewel het door de beperkingen om lage bedragen ging, heeft het forensische systeem van de Nationale Loterij het afwijkende spelgedrag en de verdachte stromen immers geïdentificeerd. Bovendien heeft de Nationale Loterij ook tijdig melding gemaakt aan de bevoegde instanties.

De Nationale Loterij zal ook steeds haar volledige samenwerking verlenen aan elk lopend gerechtelijk onderzoek, niet enkel om mogelijk witwassen aan het licht te brengen, maar ook om waar mogelijk te helpen de bron van dergelijke zwarte geldstromen te detecteren.

Chers collègues, nous sommes également confrontés à ce défi croissant au niveau politique. Sous la présidence belge, un nouveau règlement et une nouvelle directive anti-blanchiment ont été adoptés. Cette nouvelle réglementation ne fait pas seulement entrer le secteur des cryptomonnaies, qui présente des risques de blanchiment, dans le champ d'application, mais elle renforce également les règles et les obligations pour les fournisseurs de jeux.

De strijd tegen fraude en witwassen is immers de strijd van onze samenleving tegen mensen die door misleiding en misbruik aan hun verplichtingen willen ontsnappen. De in de pers geschetste feiten tonen aan dat die strijd elke dag moet worden voortgezet, zonder enig onderscheid.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de minister, u legt uit dat de loterijspelen minder aantrekkelijk zijn door de ingebouwde grendels. Dat belet echter niet dat men met kleinere bedragen gedurende vele jaren een heel groot bedrag kan witwassen. De vraag rijst waarom die grendels en die controlemechanismen niet hebben gewerkt. U hebt daar geen duidelijk antwoord op gegeven. We zullen daar later op terugkomen.

Collega’s, we zouden er bijna compassie mee hebben: een Europees commissaris met een loontje van amper 20.000 euro per maand die blijkbaar nog extra geld nodig heeft om te kunnen leven. Het verbaast me niet van de heer Reynders. In 2011 heb ik gezien hoe hij op een ongeziene manier de afkoopwet door het Parlement heeft gejaagd. Die wet stelt grote fraudeurs in staat om aan Justitie te ontsnappen door een geldsom te betalen.

We hebben Kazachgate gehad waarin MR-prominenten de hoofdrol speelden. De cirkel is rond. Het enige waarin Reynders niet is geslaagd, is een naamsverandering: van MR, mouvement réformateur, naar MB, mouvement du blanchiment .

Voorzitter:

We kunnen tijdelijk geen beroep doen op de aftelklok om de spreektijd te volgen. Ik ben daarom verplicht enige tolerantie aan de dag te leggen totdat het tijdsein is hersteld.

Lode Vereeck:

Mijnheer de minister, uw antwoord stelt me niet gerust. U blijft erbij dat er op vijf jaar tijd maar een melding en dus een geval van misbruik zou zijn geweest. Dat is onmogelijk.

Collega’s, het vermoeden van onschuld is een basisprincipe van de rechtsstaat. Aangezien het dossier over de mogelijke witwaspraktijken echter gelekt is en het een bekende politicus in België en de EU betreft, straalt dit zeer negatief af op het politieke bestel. Omdat het een voormalig minister van Financiën en oud-eurocommissaris van Justitie betreft, die de strijd tegen corruptie en witwassen moest leiden, willen wij dat dit snel en krachtdadig wordt aangepakt. Het moet vooral snel gaan om het vertrouwen van de bevolking in onze instellingen te herstellen. Het gerecht is echter niet bepaald snel in dit soort zaken. Denk maar aan Qatargate met de honderdduizenden euro’s aan cash steekpenningen die bij PS-europarlementsleden werden gevonden. We wachten nog steeds op een eventuele veroordeling in die zaak. Er moet dus snel een uitspraak komen. (…)

Voorzitter:

De klok is intussen hersteld. U hebt dus pech, want uw minuut is op. U bent zo in uw tekst opgegaan dat u niet hebt gemerkt dat de technologie hersteld was.

Sofie Merckx:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse même si elle ne comportait pas beaucoup de détails sur l'affaire précise.

Je voulais tout d'abord faire remarquer qu'il y a deux semaines, il y a eu soupçon de fraude au CPAS d'Anderlecht, et que là, le MR était sur le pont. Mais aujourd'hui, quand il s'agit de votre propre parti, on ne dit rien et on n'entend rien.

On a déjà eu le Kazakhgate, le Qatargate. Aujourd'hui on a le Subitogate. Il est clair qu'en Belgique on a un vrai problème avec la corruption en politique.

(…) : (…)

Sofie Merckx:

Vous connaissez le GRECO. Vous n'aimez pas quand on dit cela. Vous êtes fort silencieux en tous cas. On ne vous entend pas sur M. Reynders.

Le PTB va redéposer une proposition de loi. Ce sont des recommandations du GRECO pour la lutte contre la corruption et contre les conflits d'intérêts en politique, que ce soit au niveau du patrimoine ou au niveau du lobby. Il faut vraiment que cela change.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, sorry, maar ik zal het niet over de heer Reynders hebben. Ik zit hier immers al een kwarteeuw en als ik iedereen die in verdenking is gesteld, moet opnoemen dan zou ik een halfuur nodig hebben.

Ik zal het hebben over de Nationale Loterij. In de regeringsonderhandelingen is er sprake van het afschaffen van de Kansspelcommissie. Het enige orgaan dat controles uitvoert, wilt u nu afschaffen in het kader van de onderhandelingen over een nieuwe regering. De Nationale Loterij ontsnapt daar al jaren aan. Zij doet waarin zij goesting heeft en verkoopt 22 soorten krasloten. Morgen komt er waarschijnlijk een rush op de krasloten, want zij maken zwart geld wit. Dat is het gevolg van wat Reynders doet, maar u doet niets. U wacht af en u zult in de regeringsonderhandelingen bekijken wat zij die dat aanklagen, zij die controle uitoefenen op de private sector waar quasi niets meer gebeurt… Die mensen wilt u niet toelaten bij de Nationale Loterij. Geef daar eens uitleg (…)

(Applaus van de PVDA-PTB-fractie)

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Dedecker.

Ik heb de indruk dat, als we collega Dedecker een regering zouden laten vormen, dat iets sneller zou gebeuren, want hij weet bizarre coalities tot stand te brengen. Misschien meldt zelfs collega Aouasti zich aan. Dat zullen we nu vaststellen.

Khalil Aouasti:

Monsieur le ministre, argent et politique: il n’en faut pas plus, finalement, pour que l’image du politique soit à nouveau ternie. Il convient donc de traiter cette affaire avec diligence et célérité. Avec célérité car il ne faudrait pas que cette affaire jette l’opprobre sur la Loterie, qui est connue pour apporter un soutien important aux bonnes causes, au tissu social et associatif, qu’il s’agisse de clubs sportifs, de culture, d’actions de solidarité ou autres. Mais avec diligence aussi car il n’est pas exclu, en fonction des développements de l’affaire et des accords de gouvernement – dont on apprend finalement certains passages aujourd'hui –, que nous ayons à nous revoir ici-même afin de faire la pleine lumière sur celle-ci et sur votre politique en matière de lutte contre la fraude. Cela inclut l’analyse des outils mis en place par les opérateurs privés et par la Loterie Nationale, qui doivent permettre de mettre en œuvre des procédures efficaces devant rendre impossible toute fraude telle que celle qui a été dénoncée. Je vous remercie.

gezondheid en welzijn

Nieuwe wantoestanden bij een Brussels OCMW
Nieuwe onthullingen in een Pano-reportage
Nieuwe ontwikkelingen bij Brusselse OCMW's

Gesteld aan

Karine Lalieux

op 5 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om fraude en misbruik van federale energiesteun door het OCMW Anderlecht, waar subsidies ten onrechte werden toegekend (o.a. aan overledenen, buitenlanders en daklozen) om budgetten op te maken en toekomstige middelen veilig te stellen. Minister Lalieux veroordeelt de praktijken, bevestigt lopende controles en een spoedinspectie volgende week, maar verdedigt de verhoging van het fonds (een Vivaldi-beslissing) als noodzakelijk door de energiecrisis. Oppositieleiders Raskin (CD&V) en Van den Heuvel (cd&v) eisen terugvordering van het geld, een onderzoekscommissie en scherper optreden, wijzend op systematische fraude en PS-cliëntelisme die het sociaal draagvlak ondermijnen.

Wouter Raskin:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik dacht dat ik alles gezien had, maar was dat even naïef? Na de recente Pano -reportage komen er vandaag nieuwe feiten van misbruik van energiesteun aan het licht. Federaal geld werd onder uw verantwoordelijkheid zonder duidelijke reden en grondig onderzoek toegewezen aan personen die dat geld hopelijk nodig hadden, maar ook aan een overledene, iemand die in het buitenland woont en daklozen.

Nadat we de afgelopen dagen en weken kennis konden nemen van het ingenieuze systeem van het PS-cliëntelisme in het Brusselse, in het bijzonder in Anderlecht, doen de feiten het vermoeden rijzen dat het OCMW van Anderlecht een systeem opzet om de federale Staat op te lichten, want in tegenstelling tot veel andere OCMW‘s, die uw royale subsidie voor energiesteun niet opgebruikt kregen, lukte dat in Anderlecht zonder enig probleem. Blijkbaar was het de bedoeling om het geld koste wat kost op te maken om zo voor het jaar nadien een nieuwe royale stroom aan federaal geld te verzekeren. Een normaal mens houdt het allemaal niet meer voor mogelijk, mevrouw de minister.

Ik heb drie vragen. Staat u nog steeds achter de beslissing van destijds om de energiesteun fors te verhogen?

Bent u bereid toe te geven dat de toenmalige beslissing de deur voor misbruik opent, zeker voor zieke organisaties, zoals onder andere het OCMW van Anderlecht?

Hoe verklaart u dat het federaal geld waarvoor u verantwoordelijk bent, terechtkomt bij mensen die er geen recht op hebben?

Koen Van den Heuvel:

Mevrouw de minister, collega’s, het vorige PS-schandaal is nog niet volledig uitgeklaard of het volgende duikt al op. Blijkbaar wordt niet alleen sinterklaas gespeeld met leeflonen. Ook energiesteun kan blijkbaar dienen als cadeautje van de Sint. Morgen komt de Sint in alle huiskamers in ons land. Blijkbaar is hij de rest van het jaar echter actief als onderaannemer voor PS-OCMW’s in Brussel.

Mevrouw de minister, op een moment waarop heel veel gezinnen nood hebben aan echte energiesteun, hollen uw collega’s het draagvlak voor die steun uit. Het is immers echt belangrijk dat er voldoende draagvlak is voor een stevig sociaal beleid. Het is dan ook echt nodig dat het OCMW-geld gaat naar wie het echt nodig heeft en niet naar wie bijvoorbeeld in het buitenland woont. Dergelijke uitholling is echt beschamend.

Sommigen opperen dat het maar over 70 euro voor alleenstaanden en over 160 euro voor gezinnen gaat. Wanneer echter alles wordt samengeteld, komen we direct uit op meer dan een half miljoen euro. Daarmee kan de brave belastingbetaler echt niet lachen.

Voor cd&v is het dus heel duidelijk. Dat geld, dat onterecht is uitgekeerd, moet worden teruggevorderd. Het is ook heel erg belangrijk dat u ter zake uw verantwoordelijkheid neemt.

Mevrouw de minister, mijn vraag is dan ook heel eenvoudig: Hoe en wanneer bent u van plan dat probleem echt aan te pakken?

Voorzitter:

Mevrouw de minister, u hebt vier minuten spreektijd om beide vraagstellers tevreden te stellen.

Karine Lalieux:

Collega's, net als u heb ik kennisgenomen van nieuwe revelaties over onregelmatigheden bij de toekenning van steun uit het gas- en elektriciteitsfonds.

Dergelijke praktijken zijn uiteraard onaanvaardbaar. De niet-naleving van de wettelijke regels is nefast voor de solidariteit. Volgens het artikel worden er forfaitaire bedragen toegekend, wat niet is toegestaan. Dat staat duidelijk in de circulaires over het gebruik van het fonds. Het artikel heeft het ook over geantidateerde beslissingen. Als dat het geval is, is er duidelijk sprake van fraude.

Tot slot, maatschappelijk werkers moeten, zoals bij alle subsidies, de toekenning ervan verantwoorden. De toekenning van de steunmaatregelen wordt door de POD MI gecontroleerd volgens een vastgelegde procedure. In het jaar na de toekenning van de steunmaatregelen worden de dossiers budgettair gecontroleerd. Het jaar daarop worden ze gecontroleerd door inspecteurs tijdens een inspectie ter plaatse.

De gedetailleerde inspectie is nog niet gebeurd voor de dossiers die in het VRT-artikel worden vermeld. Zoals ik heb aangekondigd, zullen inspecteurs volgende week alle dossiers van het OCMW van Anderlecht ter plaatse onderzoeken, ook de gevallen waarvan nu sprake is. Ik heb mijn dienst ook gevraagd om de dossiers uit de VRT-reportage in detail te analyseren.

Pour ce qui est de l'augmentation significative du Fonds gaz et électricité, je tiens à dire que cette décision a été prise par l'ensemble des partis de la Vivaldi. En effet, comme vous ne l’ignorez pas, nous vivons une crise énergétique, avec une augmentation importante des factures de gaz et d’électricité. Par ailleurs, le fonds aide également des indépendants et des travailleurs. C'était donc une décision de la Vivaldi d’indexer le fonds et d’y consacrer de l’argent supplémentaire.

Vergeet evenmin dat het arbeidsauditoraat een onderzoek is gestart om na te gaan of er sprake is van fraude. Laat er geen twijfel over bestaan, elke vorm van sociale fraude moet streng veroordeeld worden.

Wouter Raskin:

Mevrouw de minister, ik heb er maar één woord voor en dat is chaos. Terwijl een OCMW symbool zou moeten staan voor stabiliteit en sociaal beleid, staat het OCMW van Anderlecht voor chaos. De benoeming van de OCMW-voorzitter recent is daar een illustratie van. De geprefereerde PS-kandidaat was gecontesteerd en haalde het niet. Iemand met een ander kleurtje, iemand die met het onderzoek wil meewerken, komt op de stoel te zitten en de PS-burgemeester van Anderlecht werpt op dat de man zo snel mogelijk aan de kant moet. Wat een cynische machtsspelletjes zijn dat toch en daarvan zijn opnieuw de allerzwaksten het grootste slachtoffer. Ziedaar het socialisme van de PS in Brussel!

Collega's, de onderste steen moet bovenkomen. Wie nog niet overtuigd is dat er een onderzoekscommissie moet worden opgericht, vraag ik waar men nog op wacht.

Koen Van den Heuvel:

Mevrouw de minister, ik blijf na uw antwoord toch een beetje op mijn honger. Ik verwacht een straffer en proactiever beleid, want de wantoestanden ondergraven echt het sociaal draagvlak voor een stevig sociaal beleid en voor een warme en solidaire samenleving. Voor cd&v is het heel duidelijk: de wantoestanden in het OCMW van Anderlecht moeten met alle middelen en tot op het bot onderzocht worden.

De perikelen rond prins Laurent

Gesteld door

N-VA Jean-Marie Dedecker

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 28 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Jean-Marie Dedecker kritiseert prins Laurent omwille van zijn jaarlijkse dotatie van €388.000 (naast gratis huisvesting en andere voordelen), zijn eis van €50 miljoen voor Libische projecten (onder UN/EU-sancties) en weigering ziekenhuiskosten te betalen, ondanks zijn ruime inkomsten. Premier De Croo bevestigt dat de dotatie gebonden is aan verplichtingen (waardigheid, discretie) die Laurent niet nakomt, maar benadrukt dat geen uitzondering voor hem geldt en dat bevroren Libische middelen niet vrijgegeven kunnen worden. Dedecker stelt sarcastisch voor Laurent naar Italië uit te wijzen na diens uitspraak over "geen Belgisch bloed". De Croo wijst op de private verzekeringsmogelijkheid voor zijn gezondheidszorg.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de premier, in 2001 werd hier in de Kamer, onder het voorzitterschap van uw vader, Herman De Croo, aan prins Laurent een dotatie toegekend die intussen 388.000 euro per jaar bedraagt. "In de pocket", zou Raoul Hedebouw zeggen. Daarnaast werd de prins ook senator van rechtswege, kreeg hij gratis kost en inwoon in Villa Clémentine op kosten van de Koninklijke Schenking en was er ook nog wat geld van de zeemacht voor meubels en huisraad. Zijn vader heeft dat laatste achteraf terugbetaald. De bedoeling was dat hij zich van politiek zou onthouden en dat hij niet afhankelijk zou zijn van het KINT, een of andere vzw die zich bezighield met duurzame ontwikkeling en hondjes en katjes. De prins heeft zich in het begin niet aan die voorwaarden gehouden.

De prins vraagt vandaag 50 miljoen euro omdat hij boompjes heeft geplant bij Khadaffi in Libië en stelt dat de regering zijn vordering hindert.

De prins, die 32.333 euro per maand krijgt – "in de pocket", zou de heer Hedebouw zeggen – zou uit zijn ziekenhuisbed zijn gejaagd omdat men vreesde dat hij de rekening niet zou kunnen betalen. Ik vraag me dus af of die man niet voldoende geld heeft om zijn ziekenhuisrekening te betalen. Hij vraagt nu dat de sociale zekerheid, waaraan hij nooit ook maar 1 euro heeft bijgedragen, dat voor hem zou betalen.

De rekeningen van de prins worden jaarlijks gecontroleerd door het Rekenhof en komen in principe bij u terecht. Daarna moeten die aan mijn waarde collega Peter De Roover worden bezorgd. Gebeuren die controles? Graag ook een antwoord op mijn eerste twee vragen.

Alexander De Croo:

Mijnheer Dedecker, u bent een kenner van onze monarchie. U hebt heel goed geschetst wat het evenwicht is. Die dotatie werd geregeld door de wet van 2013. Tegenover lid zijn van het koninklijk huis staan een aantal verplichtingen, met name de waardigheid naleven met betrekking tot het ambt, discretie in publieke uitingen en ons land vertegenwoordigen op een aantal evenementen in België en daarbuiten. Iedereen heeft het recht om afstand te doen van die dotatie en die verplichtingen. Ik heb tot nog toe geen bericht gekregen van de prins dat hij daarvan afstand zou willen doen.

Een aantal van zijn uitlatingen zijn niet correct. Hij zegt de enige in dit land te zijn die onder die verplichtingen valt. Dat klopt niet. Die regeling geldt voor iedereen die een dotatie krijgt. Prins Laurent is niet de enige in ons land die een dotatie krijgt. Ik stel vast dat bij anderen die een dotatie krijgen het naleven van die verplichtingen minder tot discussie leidt.

Wat betreft uw eerste vraag over de middelen, het gaat over Libische middelen die onder sanctie staan van de Verenigde Naties en de Europese Unie. Ik heb al meermaals een antwoord gegeven op die vraag. Wij kunnen geen enkele actie ondernemen wat betreft de middelen die onder die sancties geblokkeerd staan. Die positie werd al meermaals bevestigd door de Verenigde Naties en de Europese Unie.

Wat betreft uw vraag over de toegang tot de gezondheidszorg, de regeling zoals die nu bestaat, moet het mogelijk maken om bijdragen te doen tot bijvoorbeeld een private verzekering, die ervoor moet zorgen dat ziekenhuis- en andere kosten worden gedekt.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de premier, ik heb nog een element aan te brengen.

Onze zeurprins heeft gezegd dat er geen Belgisch bloed door zijn aderen stroomt, wel Duits en Italiaans. We weten dat de man villa Sofia bezit op Panarea, een Eolisch eilandje. Hij heeft dat gekocht in 2002 – de heer Van Quickenborne herinnert zich dat ongetwijfeld nog heel goed. Ik stel voor, aangezien de man graag Italiaan wordt, dat u belt naar Meloni om voor hem asiel aan te vragen in Italië. Zeg haar dat we een politieke vluchteling uit België hebben, of een koninklijke vluchteling uit België, en vraag haar of prins Laurent naar Italië mag migreren.

Bedankt voor uw aandacht.

Voorzitter:

Dat brengt ons naadloos bij het RIZIV-budget voor 2025, het onderwerp van de volgende reeks vragen.

gezondheid en welzijn

De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De onthulling van sociale fraude bij het OCMW van Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De socialebijstandsfraude bij het OCMW van Anderlecht
Het schandaal bij het OCMW van Anderlecht
De fraude bij het OCMW van Anderlecht
Leefloonfraude
De Pano-reportage over het OCMW van Anderlecht
De problemen bij het OCMW van Anderlecht
Fraude en schandalen bij het OCMW van Anderlecht

Gesteld aan

Karine Lalieux

op 21 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om wijdverspreid cliëntelisme, fraude en wanbeheer bij het OCMW Anderlecht, waar leeflonen zonder controle werden toegekend aan mensen zonder recht, terwijl kwetsbaren in de kou bleven. Inspectierapporten (2019-2023) waarschuwden herhaaldelijk, maar minister Lalieux (PS) ondernam onvoldoende actie, ondanks federale bevoegdheid—kritiek linkt dit aan politieke bescherming van PS-bestuurders die trots "klantenpolitiek" verdedigen. Oplossingen (terugvordering gelden, strengere controles, betere werkomstandigheden voor overbelaste maatschappelijk werkers) blijven vaag; oppositie eist harde sancties, transparantie en een audit van *alle* Brusselse OCMW’s om vertrouwen in het systeem te herstellen. Kernpunt: misbruik ondermijnt sociale solidariteit en speelt extremisme in de kaart.

Sammy Mahdi:

Mevrouw de minister, beeldt u zich eens in dat u een gewone hulpbehoevende man of vrouw bent die bij het OCMW aanklopt, maar die in Brussel toevallig niet op de PS stemt – dat kan gebeuren – of die toevallig niet de beste vriend is van de OCMW-voorzitter. Beeldt u zich in dat u ook nog eens geconfronteerd wordt met mensen die zich wel in die positie bevinden en die voorsteken in de wachtrij, die dankzij mails vanwege de voorzitter voorrang krijgen en die duizenden euro’s krijgen, terwijl anderen in de kou blijven staan.

Volgens de PS in Brussel stelt dat helemaal geen probleem, integendeel. Gisteren zei iemand van de PS op tv: ʺ Oui, je suis clientéliste et je suis fier de l’être parce que je suis socialiste. ” Men is er trots op dat men publiek geld, bedoeld voor mensen die echt in nood zijn, gebruikt als politicus om het eigen kiesvee te bedienen. Il faut le faire, zo handelen, met een brede glimlach!

Ik wil de Parti Socialiste nooit meer horen spreken over sociale afbraak. Duizenden euro’s uitdelen zonder controle, dat is sociale afbraak. Geld geven aan wie er geen recht op heeft, dat is sociale afbraak. Mensen die geen steun behoeven, geld geven en laten voorsteken in de rij, en tegelijkertijd mensen met echte behoeftes in de kou laten staan, dat is sociale afbraak.

Het meest wraakroepende is dat uw diensten dat wisten. Ik verwijs naar het inspectieverslag van het OCMW van Anderlecht 2023, waarin staat dat de inspectiedienst rechtstreeks via diverse kanalen is aangesproken naar aanleiding van de reeds gekende problematiek.

Mijn vraag is duidelijk. Uw diensten waren op de hoogte van de toestand. Waarom hebt u niets gedaan? Tegen wanneer zal het geld worden teruggevorderd? Hoe gaan we er samen voor zorgen dat het cliëntelisme van PS-besturen in Brussel een halt wordt toegeroepen?

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, weet u wat mensen denken en zeggen als zij die reportage hebben gezien? 't Zijn zotten die werken. Ik weet niet of die uitdrukking bestaat in het Frans, maar het komt erop neer dat er mensen zijn in ons land die keihard werken, terwijl ze zien dat andere mensen er de kantjes van af lopen. Dat is bewezen in de Pano -reportage in Anderlecht, uw geboortestad. Het gaat om fraude en cliëntelisme. De mensen worden daar boos van.

Het gaat over veel geld. In ons land wordt meer dan 2 miljard euro aan leeflonen betaald aan 164.000 leefloners. Dat aantal omvat de inwonersaantallen van Hasselt en Kortrijk gecombineerd. Natuurlijk kunnen we niet al die mensen over dezelfde kam scheren. De essentie is wel dat de echt arme mensen van dat beleid de dupe zijn.

Het ergste is dat de alarmbellen in Anderlecht al jarenlang afgaan. Collega Mahdi verwijst naar het verslag van 2023, maar ook in 2019, in 2020 en in 2022 stond dat letterlijk geschreven, mevrouw Lalieux. Ik citeer: "Maand na maand, jaar na jaar krijgen mensen een leefloon zonder opvolging."

Mevrouw de minister, u was bevoegd. U had het onder uw ogen, maar u hebt niets gedaan. Waarom niet? Is de reden dat de burgemeester en de OCMW-voorzitter van PS-signatuur zijn? Is de reden dat het om uw kiezers gaat? Houdt u vast aan de cultuur om alles besloten te houden? Ik voel in u een zekere vorm van schaamte over wat daar gebeurd is. Het is niet aanvaardbaar.

Mevrouw de minister, ik heb maar twee vragen voor u. Ten eerste, kunt u met de hand op het hart beloven dat dit enkel in Anderlecht is gebeurd, of doet datzelfde fenomeen zich ook in andere gemeenten voor? Ten tweede, waarom hebt u na al die rapporten helemaal niets gedaan?

François De Smet:

Madame la ministre, comme beaucoup ici, j'ai vu ce reportage accablant. Des journalistes parviennent sans difficulté à se faire verser un revenu d'intégration sociale, sans enquête sociale et sans même résider dans la commune d'Anderlecht.

Un président de CPAS nous a livré la définition la plus pure du clientélisme qu'on ait vu depuis très longtemps. En effet, quand on aime les gens, quand on veut les aider, il semble normal pour certains d'aider "un peu plus" ceux qui sont venus les voir.

Ce qui m'a le plus marqué, c'est le témoignage des assistants sociaux – témoignage anonyme car ils veulent peut-être échapper à des rétorsions de leur hiérarchie. Ces assistants sociaux sont en réalité piégés et coincés: ils doivent pour beaucoup traiter 200 dossiers chacun.

Ils sont tellement débordés qu'ils n'arrivent pas à effectuer des vérifications, notamment d'emploi et de domicile. Même quand ils proposent des refus d'allocation d'intégration, ils risquent d'être court-circuités par leur hiérarchie ou leur président de CPAS. Cela provoque une charge supplémentaire et, évidemment, un découragement.

Madame la ministre, il faut être très courageux pour être travailleur social au CPAS d'Anderlecht aujourd'hui. Je pense à eux.

Pour la cohésion sociale, c'est aussi très décourageant. Nous sommes dans une période dans laquelle chaque euro compte. Des affaires de ce genre-là sont terribles parce qu'elles sont dénigrantes pour tous ceux qui ont besoin de cette aide sociale et qui n'arrivent pas à l'obtenir rapidement, peut-être parce qu'ils ne connaissent pas les bonnes personnes.

C'est décourageant aussi pour tous ceux qui contribuent au système, les travailleurs qui, à la sueur de leur front, alimentent le système et qui se disent: à quoi bon? Malheureusement, on le sait, la fraude sociale alimente aussi en retour, hélas, la légitimation de la fraude fiscale, les deux étant évidemment inacceptables. C'est désastreux pour la société toute entière.

Madame la ministre, que saviez-vous de ce phénomène avant l'émission? Vous avez dit ce matin en radio qu'il y avait des rapports d'inspection diligentés. En effet, ils existent depuis trois ans. Qu'avez-vous fait depuis? À votre connaissance, des cas similaires existent-ils dans d'autres communes et d'autres CPAS?

Anja Vanrobaeys:

Mevrouw de minister, uw deel doen en uw deel krijgen, is niet meer dan normaal. Dat betekent dat men gaat werken wanneer men dat kan en dat men ondersteuning krijgt wanneer men daar nood aan heeft. Het is daarom dat Vooruit altijd heeft gestreden voor een deftig leefloon, want dat beschermt de mensen tegen extreme armoede.

Als men zegt te strijden voor een deftig leefloon, dan moet men ook strijden tegen al die misbruiken en daar knelt vandaag het schoentje. De Pano -reportage van deze week, die ik schokkend vind, toonde hoe mensen in Anderlecht schaamteloos misbruik maken van dat systeem. Laat het duidelijk zijn, het gaat niet alleen over maatschappelijk werkers die overbelast zijn door te veel aanvragen of over het bewust misbruiken van een systeem om uitkeringen toe te kennen, het gaat ook over politici die wetens en willens niet luisteren naar de negatieve adviezen van hun maatschappelijk werkers. Die maatschappelijk werkers hebben ten einde raad aan de alarmbel getrokken omdat er van bovenaf niet naar hen werd geluisterd.

Mevrouw de minister, de reactie van sommigen was veelzeggend. Denken dat men mensen vooruithelpt door hen ongegrond een uitkering te geven, vind ik hallucinant. Dat gaat niet. Wij vinden dat men mensen beschermt door hen een leefloon toe te kennen, maar ook door te strijden tegen valsspelers, hoe schrijnend sommige verzonnen verhalen ook lijken.

Ik heb maar een vraag voor u. Er werden al jarenlang inspectieverslagen opgesteld en u zegt dat u de controles hebt opgedreven. Wat zijn de resultaten daarvan en vooral, wat zult u doen opdat zoiets nooit meer kan gebeuren?

Ellen Samyn:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de Pano -reportage van dinsdag over de wantoestanden bij het OCMW van Anderlecht was ontluisterend, maar tegelijkertijd ook weinig verrassend. Corruptie, geldverspilling en wanbeheer zijn natuurlijk niet nieuw in Brussel, zeker niet als er socialisten bij betrokken zijn. Herinner u de Samusocialaffaire van ongeveer 7 jaar geleden, waaruit bleek dat uw partijgenoot Yvan Mayeur de corruptie en de vriendjespolitiek binnen Samusocial en het OCMW van Brussel organiseerde. Mevrouw de minister, u verdedigde de heer Mayeur toen nog in de pers: "Denk maar aan de OCMW's die dankzij Mayeur veel efficiënter samenwerken." Een uitspraak die vandaag kan tellen.

Wij vrezen dat het wanbeheer en cliëntelisme helaas niet alleen bij het OCMW in Anderlecht zal te vinden zijn, maar bij het merendeel van de Brusselse OCMW's. Het wordt maatschappelijk assistenten opzettelijk onmogelijk gemaakt om hun werk goed te doen. Wij vernemen van verschillende personeelsleden van de Brusselse OCMW's dat zij van hun politieke bazen een bevel tot het verlaten van het grondgebied moeten aanvaarden als een geldig identiteitsbewijs, om recht op steun te krijgen. Dat is hallucinant.

Mevrouw de minister, hoe verklaart u dat maar liefst 52,2 % van de leeflonen naar niet-Belgen gaat?

Wat zult u ondernemen opdat in dit land, waar werkende mensen meer dan de helft van hun loon afgeven aan de overheid, deze overheid eindelijk verantwoord omgaat met dat geld en het niet gebruikt voor cliëntelisme en electorale bediening?

Klopt het dat uw kabinet de Inspectie van Financiën toegang heeft geweigerd tot de OCMW-dossiers?

Wanneer zult u eindelijk een eerste aanzet geven om de 19 Brusselse OCMW's te fusioneren?

Isabelle Hansez:

Madame la ministre, les révélations sur les pratiques du CPAS d'Anderlecht sont profondément choquantes. Les témoignages confirmés par cette enquête journalistique révèlent des failles systématiques: absence de contrôle, octroi d'allocations à des personnes qui ne résident pas dans la commune et pressions politiques flagrantes. Ces dérives à la fois éthiques et administratives entachent la confiance des citoyens envers nos institutions publiques et posent la question d'un usage abusif de l'argent public. Elles jettent également un discrédit important sur le travail, pourtant essentiel, accompli quotidiennement par les travailleurs sociaux pour permettre à chacun et chacune de vivre dignement.

Le rapport 2023 du SPP Intégration sociale avait pourtant déjà mis en évidence ces manquements graves, mais il semble qu'aucune mesure concrète n'en ait découlé. Ces dérives clientélistes n'ont donc pas été endiguées.

Madame la ministre, pouvez-vous nous indiquer combien de contrôles ont lieu dans ce CPAS et dans les autres CPAS du royaume par les services du SPP Intégration sociale? Vous dites que vous étiez au courant de certains dysfonctionnements mais vous et votre cabinet étiez-vous au courant de ceux-ci? Comment est-ce possible que de telles situations puissent perdurer malgré les évaluations critiques des services fédéraux? Combien d'autres CPAS pourraient-ils être concernés par des pratiques similaires? Et surtout, quelles mesures envisagez-vous pour garantir un suivi rigoureux des recommandations des rapports d'évaluation pour éviter que ces derniers ne restent lettre morte?

L'inaction politique et la gestion hasardeuse des fonds publics au CPAS d'Anderlecht alimentent un sentiment d'injustice et de défiance croissante envers nos institutions. Chaque euro dilapidé ou utilisé sans contrôle rigoureux fragilise un peu plus la crédibilité de notre démocratie sociale. La réponse politique doit être à la hauteur des enjeux et la transparence doit être complète sur ces faits.

Florence Reuter:

Madame la ministre, on croyait avoir quasiment tout vu dans les dérives et dans la mauvaise gouvernance, mais le reportage de la VRT est édifiant: des pratiques et des dysfonctionnements qui sont tout à fait inacceptables, des enquêtes sociales incomplètes ou totalement inexistantes, pas de visites domiciliaires, l’intervention du politique dans les dossiers, des revenus d’intégration octroyés à des personnes qui n’habitent ni dans la commune, ni même dans le pays, et des adresses fictives.

Tout simplement… Que dire? C’est choquant. C’est juste tout simplement choquant, révoltant. Il s’agit d’argent public, de l’argent du contribuable. Certains travaillent dur pour financer la solidarité. C’est d’autant plus révoltant que, finalement, l’aide sociale ne va pas aux plus vulnérables, à ceux qui en ont réellement besoin.

Madame la ministre, mes questions sont simples. Connaissiez-vous l’ampleur de ces fraudes? Ce phénomène s’étend-il à d’autres communes?

Vous déclarez que le CPAS d’Anderlecht fait l’objet d’une enquête depuis 2021 déjà. Qu’est-ce qui a été mis en place, puisqu’on connaissait vraisemblablement tous ces dysfonctionnements?

Enfin, madame la ministre, fallait-il vraiment attendre un reportage de la VRT pour agir? Des outils de contrôle existent.  Vous avez la compétence sur ces contrôles, sur le SPP Intégration sociale. Par ailleurs, 75 % du budget viennent du fédéral. Alors il faut prendre les choses en main! J’attends vos réponses.

Nadia Moscufo:

Madame la ministre, depuis mercredi, après le reportage de la VRT, il y a beaucoup de discussions autour du fonctionnement et des dysfonctionnements du CPAS d'Anderlecht, et c'est bien compréhensible. Tout service qui travaille avec la population doit pouvoir fonctionner correctement, dans le respect de la loi, avec des procédures et des critères clairs, et sans clientélisme. Donc, s'il y a abus, si des personnes reçoivent une aide sociale sans y avoir droit, s'il y a eu passe-droit, c'est inacceptable et il faut faire toute la lumière à ce sujet.

Le reportage montrait aussi la surcharge de travail du personnel du CPAS d'Anderlecht. J'en profite, au nom de mon groupe, pour transmettre toute ma solidarité à tous ces travailleurs qui, au quotidien, travaillent dans une situation intenable. Ils ont plusieurs fois dénoncé cette situation avec leur organisation syndicale. Dans le reportage, un travailleur disait ceci: "Parfois, on se retrouve facilement avec 200 dossiers par personne. Ce n'est vraiment pas possible. Cela devient une charge mentale très dure." Notez qu'avec 200 dossiers par personne, il est impossible de faire ce travail humainement. En effet, derrière chaque dossier, il y a des êtres humains, des familles, des enfants dans des situations complexes et dans une grande précarité.

Alors, madame la ministre, j'ai deux questions à vous poser. Qu'allez-vous faire concrètement pour faire toute la lumière sur la situation au CPAS d'Anderlecht? Et qu'allez-vous faire pour répondre au cri d'alarme du personnel et garantir que tous les CPAS de tout le pays puissent remplir correctement leurs missions?

Wouter Raskin:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, wat we zagen in de tv-reportage, was ongezien: keiharde bewijzen van fraude en van politieke inmenging bij de toekenning van steundossiers en een gewezen voorzitter die zich socialist noemt, " je m’en fous " antwoordt op de beschuldiging van cliëntelisme en er zelfs prat op gaat! Ik vraag mij af wat de leden van Vooruit daarover denken. Maar goed, dat is niet mijn zaak.

Mevrouw de minister, door de uitstekende reportage van Pano heeft iedereen kunnen vaststellen wat er aan de hand is en ligt de zaak open. Dergelijke malversaties, boven op de uitdagingen van vandaag maken dat elk OCMW-beleid onbetaalbaar wordt en dat bevestigt de noodzaak tot responsabilisering van de OCMW’s. Wij moeten dringend kwalitatieve en kwantitatieve parameters uitwerken die ons toelaten de goede en de slechte leerlingen in de klas te onderscheiden. OCMW’s die op aanklampende begeleiding, op activering en op sociale integratie inzetten, moeten een bonus krijgen. De andere moeten tegen een malus aanlopen.

Mevrouw de minister, dat verhaal vertellen wij al heel lang, ook al worden wij uitgescholden als asocialen door degenen die eigenlijk stilletjes in een hoek zouden moeten kruipen en zich schamen. Ik heb tientallen vragen. Ze zullen voor de vergadering komende woensdag zijn. Vandaag stel ik er twee.

Ten eerste, hoe verklaart u dat u die wanpraktijken niet hebt gezien, terwijl de verslagen van de inspectie daar al jaren op wijzen?

Ten tweede, bent u na het bekijken van de reportage van oordeel dat er strafbare feiten zijn gepleegd? Zo ja, overweegt u juridische stappen tegen degenen die ze zouden hebben gepleegd?

Caroline Désir:

Madame la ministre, moi aussi, j'ai regardé ce fameux reportage de la VRT. Je puis vous dire que j'ai également été choquée, et même extrêmement choquée. Comment est-il possible d'accorder un revenu d'intégration sans même vérifier que la personne vive bel et bien sur le territoire de la commune ni mener l'enquête sociale indispensable à la vérification des ressources dont dispose le demandeur? Comment est-il possible que des procédures et réglementations, pourtant très claires et très strictes, ne soient pas respectées?

Octroyer une aide sans respecter les conditions légales est évidemment gravissime, et nous le dénonçons sans équivoque. Mais j'insiste sur le fait que ces dysfonctionnements ne doivent pas venir remettre en cause le travail accompli par des centaines de travailleurs sociaux qui s'acquittent de leur job avec une véritable conscience professionnelle et dans des circonstances extrêmement difficiles. Ils ne doivent pas non plus remettre en cause l'absolue nécessité des CPAS.

Madame la ministre, comme cela a été dit, il est absolument indispensable de faire toute la lumière sur cette affaire. Voici donc les questions que je souhaitais vous adresser. De quelles informations disposez-vous concernant les faits reprochés au CPAS d'Anderlecht? Quelles compétences le fédéral exerce-t-il en la matière, au regard de celles de la COCOM et de la commune? Le cas d'Anderlecht est-il isolé? Qu'en est-il des procédures de contrôle et des sanctions possibles dans de telles situations?

Pour la suite, madame la ministre, il importe de se poser les bonnes questions afin d'éviter de nouveaux dysfonctionnements. Comment alléger la charge de travail des assistants sociaux? Comment renforcer les effectifs et attirer davantage de travailleurs sociaux dans ces institutions? Comment, tout simplement, continuer à soutenir les CPAS?

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, er moet mij toch iets van het hart. In Anderlecht doen elke dag tientallen maatschappelijk werkers hun stinkende best voor wie echt nood heeft aan steun. Elke dossierbehandelaar heeft er tot 200 dossiers. Ter vergelijking, in Kortrijk, waar ik woon, zijn dat er gemiddeld 50. Door die manier van werken komt wie echt nood aan steun heeft, achteraan de rij en wordt hij of zij heel traag of zelfs niet geholpen. Of de maatschappelijk werker nu 120 dan wel 200 dossiers per jaar moet behandelen, dat aantal is te hoog om degelijk werk af te leveren. Daardoor staat de deur wagenwijd open voor fraude en daar wordt nog een sausje van politieke inmenging over gegoten, zoals men kon zien in Pano . Een voorzitter van een bijzonder comité vindt bijvoorbeeld dat hij persoonlijk moet interveniëren in dossiers en bepaalde mensen voortrekken. Er is geen enkele controle op wat daar gebeurt en de inspectieverslagen zijn ronduit vernietigend.

Mevrouw de minister, hebt u die verslagen gelezen? Zo ja, waarom hebt u dan niets ondernomen? Waarom heeft de overheid daar niets mee gedaan? Komt dat misschien omdat u het eens bent met de betrokken voorzitter van het bijzonder comité, een partijgenoot van u? Ik wil hem even citeren: “Ik kan begrijpen dat men in Vlaanderen verontwaardigd is, u kunt mij cliëntelisme verwijten, maar ik ben een socialist en ik heb mensen geholpen en ik ben daar trots op.” Grijpt u daarom niet in? Mijn fractie vraagt zich dat af. Waarom laat u betijen, waarom grijpt u niet in?

Karine Lalieux:

Monsieur le président, chers collègues, je ne vais pas y aller par quatre chemins: ce que nous avons vu dans ce reportage est totalement inacceptable. Il est inacceptable d'utiliser l'argent public pour des personnes qui n'en ont pas besoin. Il est illégal de dépenser les moyens dédiés à l'aide sociale sans que cela ne soit justifié. C'est d'ailleurs la raison pour laquelle la loi prévoit des contrôles et que tous les montants indûment versés doivent être remboursés.

De regels en procedures die in de wet zijn bepaald, garanderen de eerlijkheid tussen burgers. De niet-naleving ervan moet worden veroordeeld en bestraft.

Pour rappel, toute demande au CPAS suppose un premier rendez-vous avec une assistante sociale au cours duquel sont exposés les documents et les conditions nécessaires, un deuxième rendez-vous sur la base de ces documents pour vérifier si les conditions sont remplies, une visite sur place pour vérifier que la personne y vit réellement. Si toutes ces conditions sont remplies, la demande est transmise au bureau spécial ou au Comité spécial de l'action sociale où la majorité et l'opposition sont représentées et qui est le seul habilité à prendre des décisions. Si les procédures sont respectées, aucune interférence politique n'est donc possible – je dis bien "si elles sont respectées" – puisque la loi prévoit très précisément les critères, les procédures et les délais.

Le SPP Intégration sociale vérifie que les conditions d'octroi du revenu d'intégration sociale par les CPAS sont respectées. Les CPAS sont en outre soumis à la tutelle des entités fédérées, en l'occurrence la COCOM, qui contrôle le fonctionnement général du CPAS, notamment les moyens humains, l'organisation et d'autres indicateurs.

Le CPAS d'Anderlecht, comme d'autres, a fait l'objet de tels contrôles. Ceux-ci ont permis d'identifier des manquements qui ont conduit à un contrôle renforcé sur base annuelle, ce qui n'était pas le cas dans d'autres CPAS.

Ces manquements sont de deux ordres. Premièrement, il y a le non-respect des délais légaux pour octroyer ou non le revenu d'intégration sociale. Le service d'inspection a déjà pris une décision de sanctionner le CPAS en cas d'octroi du revenu de CPAS hors délai. Le deuxième manquement porte sur les enquêtes sociales insuffisantes ou inexistantes. Quand le contrôle conduit à constater que les règles n'ont pas été respectées, les montants indus sont réclamés au CPAS et doivent être remboursés.

La fraude sociale est en effet inacceptable comme toute forme de fraude parce qu'elle est illégale et sape la confiance du public dans notre système de solidarité.

J'ai donc pris la décision d'aller au-delà en renforçant les contrôles. Alors que les contrôles ont normalement lieu sur la base d'un échantillon, j'ai demandé que les contrôles soient systématiques au niveau du CPAS d'Anderlecht.

J'ai aussi demandé au SPP Intégration sociale de vérifier si d'autres CPAS rencontrent des problèmes similaires et, dans ce cas, de renforcer les contrôles. Ces manquements – que, je le répète, je condamne avec la plus grande fermeté – doivent être dénoncés et les montants doivent être remboursés. Mais nous devons aussi veiller à ce que de tels faits ne se reproduisent pas. Ceci relève de la compétence des CPAS et de la tutelle des communes, qui sont en première ligne, mais aussi du gouvernement fédéral et des gouvernements régionaux, ici la COCOM.

Il faut aussi rappeler que les lacunes dans le respect de l'application des procédures sont dues à un manque de moyens humains, vous l'avez souligné. Il faudra donc continuer à renforcer les effectifs du CPAS pour leur permettre de traiter les dossiers dans les délais et dans le respect le plus strict des procédures. Même si cela ne relève pas de ma compétence, la COCOM devra également exercer sa tutelle de manière rigoureuse afin de vérifier que les moyens mis à disposition des CPAS sont mis en œuvre de la manière la plus efficace et efficiente possible.

Ni les personnes en difficulté ni les agents des CPAS – qui font un travail difficile avec une grande conscience professionnelle – ne doivent être les victimes de ces manquements.

Chers collègues, comme l'a dit M. Raskin, nous nous rencontrerons mercredi prochain après-midi et vous aurez tous les détails sur ces constats au CPAS d'Anderlecht. Je vous remercie.

Sammy Mahdi:

Mevrouw de minister, als ik zo heftig gereageerd heb, is dat omdat ik mijn stad graag zie. Ik ben daar geboren. Sommigen zeiden dat zij verbaasd waren, maar ik ben helaas niet verbaasd. Ik was graag verbaasd geweest, maar dit is de realiteit die al jarenlang gaande is.

U zegt dat er regels bestaan. Ja en neen. Er zijn regels die beter kunnen. Er zouden alarmbellen moeten afgaan wanneer in een bepaalde gemeente de maatschappelijke dienst een beslissing neemt, maar de politiek toch iets anders beslist. Dan moeten er bij u meteen alarmbellen afgaan. Die klachten moeten bij u terechtkomen.

Wij moeten ervoor zorgen dat het geld meteen teruggevorderd wordt. Dit is niet nieuw. Dit heeft ook politieke redenen. De politiek moet er iets aan doen, op het federale niveau, op het regionale niveau en op het lokale niveau. Ik meen echter ook dat iedere partij een ernstige bestuursvergadering moet houden en bekijken welk model ze hanteert en op welke manier ze daarmee de sociale zekerheid onderuithaalt.

Vincent Van Quickenborne:

Mevrouw de minister, uw antwoord was hallucinant. U hebt een tekst voorgelezen, u hebt de regels beschreven. Geen schuldinzicht, geen excuses, het is de fout van de anderen.

Mevrouw de minister, u had zoveel meer kunnen doen. U had de OCMW-voorzitter en de burgemeester van Anderlecht publiekelijk op de vingers kunnen tikken. U had uw mensen naar het OCMW van Anderlecht kunnen sturen om die fraudepraktijken te stoppen. U had zelfs kunnen luisteren naar de mensen van uw inspectie, die u uitdrukkelijk gevraagd hebben hen meer macht te geven om op te treden. U doet er echter niets aan.

Uw antwoord, mevrouw de minister, bewijst dat u dit niet ter harte neemt. U kunt wel verwijzen naar de hoorzitting van volgende week woensdag, maar als u als minister met zo'n attitude vier jaar lang hebt bestuurd, bent u het niet waard geweest. Dit is een schandaal, maar u reageert alsof het niets is. Schandalig!

François De Smet:

Merci pour votre réponse, madame la ministre.

Si je comprends bien, dans ces rapports datant d'il y a trois ans, les problèmes avaient été identifiés. Des rapports supplémentaires ont été rédigés, des montants réclamés, mais le problème n'a pas été réglé. Le reportage de Pano est en effet relativement récent.

Je commence à voir que cela va nous mener à un grand jeu belge, à savoir le renvoi de la balle entre l'État fédéral, la COCOM, la commune et le CPAS d'Anderlecht.

Il existe visiblement un "shopping" d'aide sociale, malheureusement. Je comprends qu'il est légitime, pour certaines personnes, de faire semblant qu'on est domicilié dans une commune alors qu'on ne l'est pas, de faire semblant qu'on est isolé alors qu'on est en couple. Et, si le jeu est malheureusement aussi largement répandu, c'est que, parfois, il fonctionne et que le clientélisme reste une réalité. Il faut y mettre fin immédiatement.

Anja Vanrobaeys:

Mevrouw de minister, ik vind uw antwoord zeer teleurstellend. U drijft de controle pas op na de reportage en steekt zich weg achter de oppositie in het bijzonder comité. Dat is onaanvaardbaar voor ons.

Iedere socialist, maar dan ook iedere socialist, zou hier razend van moeten worden. Als men rechtse partijen argumenten wil geven om onze solidariteit, onze sociale zekerheid af te breken, moet u immers gewoon doorgaan op deze manier.

Dat zal echter niet gebeuren met Vooruit! Wij staan namelijk achter alle gewone mensen die wel hulp nodig hebben, maar we willen ook strijden tegen valsspelers die het systeem misbruiken en de politici die dat gewoon toelaten.

Mevrouw de minister, treed op. Dat is uw taak. Wacht geen minuut langer! Ga aan de slag! We kunnen niet wachten, want de mensen verdienen beter!

Ellen Samyn:

Mevrouw de minister, dit krijgt u niet uitgelegd: een stem op de PS in ruil voor een leefloon, à la tête du client. Uiteraard zijn die wantoestanden in Anderlecht niet alleen de schuld van de PS. Ook Vooruit, MR, Ecolo-Groen, Open Vld, DéFI en de PVDA-PTB zijn namelijk vertegenwoordigd in de raad voor maatschappelijk welzijn van Anderlecht. Ofwel zijn ook deze partijen op de hoogte van deze wantoestanden, ofwel doen ze er hun werk niet.

Mevrouw de minister, dit is meer dan kafkaiaans, dit is pure waanzin! Ga eindelijk met de grove borstel door de Brusselse OCMW's, verplicht hen te fusioneren en stop met ons geld uit te delen aan wie er geen recht op heeft! Vlaams Belang vraagt een volledige audit van de Brusselse OCMW's en vooral ook van uw diensten. De socialistische augiasstal moet eindelijk dringend worden uitgemest!

Isabelle Hansez:

Madame la ministre, vous affirmez que la situation était connue, que les services ont contrôlé les faits, et que tout est désormais sous contrôle. Cependant, si cela est vrai, comment expliquer que des manquements aussi graves aient pu se produire malgré cette vigilance annoncée?

Il est indéniable que le temps est venu d’une profonde remise en question des mécanismes ayant conduit à ces dysfonctionnements. Ce n’est pas seulement une question de procédures, mais de confiance envers nos institutions. Sans des mesures correctives concrètes, ces dysfonctionnements continueront à alimenter la défiance citoyenne. Nous aurions donc voulu entendre des engagements clairs et des actions précises pris par le précédent gouvernement pour garantir que cette situation ne se reproduise plus.

Je tiens à préciser, comme nous l’avons mentionné dans notre intervention, que nous n’émettons aucun reproche à l’encontre des travailleurs sociaux qui accomplissent un travail remarquable au quotidien. Remettre en question leur probité ou leur dévouement n’a jamais été l’objet de nos propos. Nous sommes pleinement conscients de la lourdeur de leur tâche. Toutefois, les manquements identifiés, ainsi que toute forme d’ingérence politique, doivent être pris au sérieux.

Florence Reuter:

Madame la ministre, vos explications ne suffisent pas. Nous connaissons tous les conditions pour avoir droit à une allocation sociale. Aujourd'hui, même les travailleurs sociaux sont révoltés, indignés. Ils n’osent même pas témoigner en public.

J’ai du mal à entendre qu’un CPAS, qui est soumis à un contrôle, qu’il soit social, financier ou juridique, en arrive là aujourd'hui, alors que vous dites vous-même que des enquêtes étaient déjà en cours.

J’ai du mal à entendre aujourd'hui encore un ancien président de CPAS dire: "Vous pouvez parler de clientélisme, mais moi, je suis socialiste, je suis fier de l’être, et je suis content de faire plaisir aux gens." Mais ce n’est pas comme ça qu’on aide les gens qui en ont besoin! C’est de l’argent public! Combien de fois faudra-t-il dire que cet argent doit aller à ceux qui en ont véritablement besoin?

Mon groupe demandera toute la lumière sur ces dysfonctionnements. Rendez-vous mercredi!

Nadia Moscufo:

Madame la ministre, j'ai bien entendu votre réponse. Mon groupe suivra la situation de près, notamment la semaine prochaine pendant la commission des Affaires sociales.

Si nous voulons résoudre les problèmes des CPAS, il faut vraiment améliorer les conditions de travail, avec moins de dossiers à gérer par travailleur. Nous estimons que vous n'en avez pas fait assez à ce niveau-là. La droite n'a pas non plus de solution à ce problème. Les plans du gouvernement MR et Les Engagés prévoient d'ailleurs d'exclure les travailleurs du chômage après deux ans. Ces personnes vont se retrouver au CPAS. Cela aggravera encore la situation alors que nous aurons besoin de plus d'assistants sociaux pour accompagner ces personnes dans leurs recherches d'emploi.

Je crains que la droite, sous prétexte de dysfonctionnements au CPAS d'Anderlecht – qui doivent évidemment être résolus –, remette en question l'ensemble de notre système de solidarité sociale. Nous n'allons pas laisser passer cela!

Wouter Raskin:

Collega’s, voor alle duidelijkheid, dit is geen kritiek op al die sociale diensten die elke dag keihard hun stinkende best doen. Het is kritiek op de zieke bedrijfscultuur die ingebakken zit bij de Brusselse PS. Het is geen eenmalig feit, maar het is systematisch. Ik herinner me dat u hier ook moest komen uitleggen dat u het niet zo gemeend had toen u zei dat al die Belirismiddelen naar de PS-burgemeesters moesten gaan.

Mevrouw de minister, ook nu lijkt u eindelijk het zonlicht gezien te hebben, maar hetgeen vandaag bovenkomt staat al jaren op papier. U komt er vandaag zelfs niet toe om uw OCMW-voorzitter met klem te veroordelen. U bent veel te soft.

Ik kan er niets aan doen en u moet me verontschuldigen, mevrouw de minister, maar ik zal het toch zeggen: u mist de ethiek om met publieke middelen om te gaan. U ondergraaft het draagvlak voor sociaal beleid in de samenleving en degenen die u meent te verdedigen zijn er het grootste slachtoffer van. En kameraden (…)

Caroline Désir:

Madame la ministre, merci de vous engager à faire toute la lumière sur cette situation inacceptable. Faire la lumière, oui, et sanctionner là où c'est nécessaire, évidemment. Il faut contrôler plus encore, là où on constate des illégalités. Vous avez donc raison de systématiser ces contrôles. Nous en reparlerons en commission des Affaires sociales.

J'entends, madame la ministre, que chaque niveau de pouvoir devra agir à son niveau, et qu'il faudra que la COCOM prenne également ses responsabilités via une mise sous tutelle du CPAS d'Anderlecht et via un audit approfondi de l'ensemble des CPAS.

La fraude sociale comme la fraude fiscale sont pour nous inacceptables. Inacceptables dans l'absolu, bien sûr, mais aussi parce que cela mine la confiance envers notre système de solidarité. J'insiste encore une fois sur le fait que les dysfonctionnements que nous dénonçons tous aujourd'hui avec la plus grande fermeté ne doivent pas avoir pour conséquence de stigmatiser les CPAS.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, u hebt in de eerste ronde van iedereen verontwaardiging gehoord. In de tweede ronde waren wij allemaal, behalve de PS, ontgoocheld over uw antwoord. Met verontwaardiging alleen zullen wij er echter niet komen. Er is nood aan actie. Het is in het belang van de cliënten, van de mensen die wel echt hulp nodig hebben, dat we het systeem terug op de rails krijgen. Dat is ook in het belang van de maatschappelijke werkers, die elke dag opnieuw aan de slag gaan om die ambities waar te maken.

Ik verwacht van u als socialist dat u ons model met hand en tand verdedigt. Dat kan alleen maar als men ook het cliëntelisme veroordeelt, bij naam noemt en zegt dat dit absoluut niet kan.

Ik heb vandaag van u geen enkele oplossing gehoord. Ik hoop dat we volgende week in de hoorzitting wel tot oplossingen kunnen komen, zodat we dit nooit meer moeten doen.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, collega's, dank u. Dit zal zoals gezegd volgende week ook in de commissie uitgebreid worden behandeld.

internationale politiek en migratie

De asielcrisis

Gesteld door

N-VA Darya Safai

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 21 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met een recordstijging (20%) asielaanvragen (4.400 in oktober), vooral door Syriërs (+40%), terwijl buurlanden zoals Nederland dalingen zien door strengere maatregelen. Staatssecretaris De Moor erkent de crisis, benadrukt dat veel aanvragers geen recht hebben op bescherming (bv. al status elders in EU) en kondigt nieuwe maatregelen aan om instroom te beperken, maar ontkent dat gezinnen met kinderen zonder opvang vallen—alleen afgewezenen worden niet meer opgevangen. Safai eist een "operationele pauze" (tijdelijk stoppen met nieuwe asieldossiers) en strenger beleid, wijzend op capaciteitsgebrek en noodzaak van een functionerende regering voor structurele oplossingen. Kern: asielstroom is onbeheersbaar zonder drastische beleidswijziging en Europese samenwerking.

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, deze week publiceerde het CGVS de asielstatistieken voor oktober. Het aantal asielaanvragen steeg in een maand tijd met 20 %. Bijna 4.400 mensen hebben asiel aangevraagd. Het is onmogelijk om voor al die mensen opvang te creëren. Er lagen al mensen op straat, nu zien we ook kinderen en gezinnen op straat. Het is de eerste keer dat we kinderen geen dak boven het hoofd kunnen bieden.

Onze buurlanden kennen deze stijging niet. In Nederland daalde het aantal asielaanvragen in oktober zelfs. Weet u waarom? Nederland heeft noodmaatregelen genomen. Nederland kondigde ook aan strenger te zullen beslissen over Syrische asieldossiers. U hebt daarentegen geen enkele maatregel genomen, waardoor het aantal asielaanvragen van Syriërs in België met 40 % steeg.

Ook het aantal positieve beslissingen van het CGVS is erg sterk gestegen in oktober. Toen hebben 1.800 mensen een definitieve positieve beslissing ontvangen. Zij kunnen hier dus blijven. Die mensen hebben ook nood aan huisvestiging, het OCMW, noem maar op.

Mevrouw de staatssecretaris, het is hoog tijd om toe te geven dat het niet meer gaat. Dit trekken wij niet meer, zeker niet in dit tempo. Wat gaat u ondernemen om deze crisis aan te pakken?

Nicole de Moor:

Mevrouw Safai, uw vraag over het hoge aantal asielaanvragen in ons land is terecht. Zoals ik al langer zeg, is dat aantal te hoog en moet de instroom omlaag. Ik denk dat - bijna - iedereen in dit halfrond erachter staat dat we mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en vervolging moeten beschermen.

Wat vooral problematisch is, is dat er heel veel mensen in onze asielprocedure zitten terwijl ze daar helemaal niet in thuishoren. Heel wat mensen hebben bijvoorbeeld al een beschermingsstatus gekregen in een ander Europees land. Dat gaat om enkele honderden per maand en dat aantal stijgt. Verder zijn er ook heel wat nationaliteiten bij die nauwelijks tot geen kans maken om als vluchteling erkend te worden. Ik verzet mij daar al langer tegen.

Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie hebben we het Europese migratiepact goedgekeurd en nu zijn we volop bezig met de uitrol ervan. Ondertussen mogen we echter zeker niet stilzitten, want ook in deze periode van lopende zaken kunnen we het ons niet permitteren om de pauzeknop in te drukken wat betreft het migratiebeleid. Ik zal binnenkort met maatregelen komen om de groeiende groep van mensen die al een beschermingsstatus hebben aan te pakken. We moeten maatregelen blijven nemen om de instroom omlaag te krijgen.

Mevrouw Safai, het gerucht doet vandaag inderdaad de ronde dat we geen gezinnen met kinderen meer zouden kunnen opvangen. Ik moet dat echt tegenspreken. Dat is niet waar. Ik kan daarover heel stellig zijn. Alle gezinnen met kinderen die vandaag asiel aanvragen en die opvang nodig hebben, worden ook effectief opgevangen. Er zijn echter ook gezinnen met kinderen die al een asielprocedure doorlopen hebben en die geen recht op opvang hebben omdat ze een bevel om het grondgebied te verlaten hebben gekregen. Zij worden niet opgevangen, maar moeten terugkeren naar hun land van herkomst.

We moeten ervoor zorgen dat er minder mensen in die asielprocedure terechtkomen en in de val van mensensmokkelaars trappen. We moeten dat samen aanpakken in Europa, zodat die asielprocedure opnieuw kan werken.

Darya Safai:

Dank u wel voor uw antwoord.

Wat tot nu toe gedaan is, is niet genoeg. We hebben nood aan een operationele pauze. U moet aan de DVZ vragen tijdelijk te stoppen met asielloketten. We hebben zelfs geen ruimte voor de bestaande asielaanvragen.

Intussen moeten wij werken aan een strenger asielbeleid. Dat hebben we nodig, want we hebben geen andere oplossing dan het strenger te maken.

Ons land moet een regering hebben. We moeten daar harder aan werken. We hebben verschillende keren samengezeten over een strenger asielbeleid. We hebben dat nu nodig. Laten we nu landen.

Voorzitter:

Ik wil nog even opmerken dat mevrouw Yigit daarnet haar eerste tussenkomst hier heeft gehouden. Ik heb daaraan geen aandacht besteed omdat ze al in de Senaat zetelde, maar hier was het daarnet dus haar maidenspeech. (Applaus)

economie en werk

De werking van de taskforce n.a.v. de aangekondigde sluiting van Audi
De sluiting van Audi
Het overleg bij Audi Brussel
De sluiting van Audi Vorst
Audi Vorst sluiting, taskforce, overleg

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 14 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De sluiting van Audi Brussel en het verraad door de directie—die ondanks beloftes, loonoffers en omscholing van werknemers geen overnemer zocht en de site zonder transparantie sluit—domineert de discussie. Premier De Croo benadrukt dat de regering via een *taskforce* (met deelstaten en vakbonden) sociaal plan en herbestemming van de site afdwong, maar kritiek blijft: te laat, te zwak, met geen concrete industriële toekomst voor 6.000 betrokken werknemers (Audi + toeleveranciers). Structurele oorzaken—Europese concurrentiezwakte (Chinese subsidie, energiekosten), verouderd arbeidsrecht en gebrek aan strategisch industriebeleid—worden aangekaart, met oproepen tot dwingende maatregelen (terugvorderen subsidies, parlementaire enquête) en snelle hervormingen. Symboolcrisis: Audi’s sluiting illustreert hoe multinationals werknemers en overheden machteloos achterlaten, terwijl de maakindustrie in Europa instort.

Anja Vanrobaeys:

Collega's, ze hebben alles gegeven. Ze hebben loon ingeleverd, ze hebben uren geflexibiliseerd en ze hebben zich omgeschoold. Ze krijgen daarvoor echter niets terug. De werknemers van Audi worden aan de kant geschoven. Nu de ontknoping nadert, wordt het extra zuur. De directie van Audi wil immers enkel het minimum geven aan werknemers die alles hebben gegeven, om daarna zo snel mogelijk hun biezen te pakken. Dat is onaanvaardbaar.

Collega's, welke lessen trekken wij hieruit? Voor socialisten is het helder. De werknemers van Audi en hun toeleveranciers verdienen de beste bescherming. Ze verdienen niet alleen de letter van de wet-Renault, maar ook de geest, en een sterke overheid, die tussenkomt wanneer het lastig wordt.

Mijnheer de premier, het is goed dat u hier vandaag bent. In de commissie was u namelijk al even afwezig als de directie van Audi. Dat is jammer. We hadden gisteren immers een debat en daar werden de lessen getrokken uit deze situatie door VOKA en uw partij. Die lessen waren dat er meer flexibiliteit moet zijn, dat er meer druk moet zijn op arbeiders die elke dag keihard werken en dat het voorbeeld moet worden gevolgd van andere landen die hun arbeiders de grond in duwen.

Wie hier denkt te kunnen concurreren met een race to the bottom heeft het mis. Dat gebeurt niet met ons. Hervormingen moeten dienen om gewone, werkende mensen te beschermen, niet de grote multinationals.

Mijnheer de premier, ik heb slechts één vraag voor u. Wat hebt u de afgelopen maanden gedaan om te tonen dat u het serieus meent met het personeel van Audi? De resultaten zijn er immers niet.

Khalil Aouasti:

Monsieur le président, la semaine passée, les collègues considéraient qu’il n’y avait aucune urgence à mettre en place une commission d’enquête qui nous permettrait enfin d’examiner la manière dont les offres de reprise d’Audi ont été traitées par la direction. On nous indiquait qu’il fallait laisser la direction travailler et ne pas perturber le processus. Avec quel résultat? À peine quelques jours plus tard, à savoir ce mardi, la direction d'Audi nous a annoncé qu’elle abandonnait purement et simplement toute recherche de repreneur. L’annonce est donc officielle: il s’agit d’une fermeture sans repreneur, laissant plusieurs milliers de travailleuses et de travailleurs sur le carreau.

Monsieur le premier ministre, les exemples de violence économique se multiplient ces dernières années. Licenciements collectifs, franchisages, délocalisations, sous-traitances en cascade, ces modes de gestion n’ont qu’un seul objectif: le profit. Aujourd’hui, cette violence économique se double d’une opacité totale puisqu’Audi refuse de venir s’expliquer au Parlement; Audi refuse de répondre à nos questions, sauf à en imposer le cadre; Audi refuse de fournir les critères de refus aux partenaires sociaux et aux autorités; Audi refuse d’inclure les sous-traitants dans son plan social. Autant dire, monsieur le premier ministre, qu’Audi témoigne d’un mépris total pour les travailleuses et les travailleurs, pour notre économie et, plus grave encore, pour nos institutions.

Alors, après avoir broyé des milliers de travailleurs et absorbé des millions d’aide publique; après avoir fait croire que la production serait prolongée jusqu’en 2027; après avoir fait croire que des scénarios alternatifs étaient sur la table; après avoir fait croire qu’elle étudiait sérieusement des offres de repreneurs, la direction d’Audi ferme l’usine sans même fournir d’explication.

Monsieur le premier ministre, où en est la task force que vous avez mise sur pied? Pourquoi ne s’est-elle plus réunie? Quand va-t-elle se réunir? Quel contacts avez-vous avec la direction d’Audi? Comment pouvez-vous – comment peut-on – encore tolérer cette attitude?

Robin Tonniau:

Mijnheer de premier, deze week hebben we vernomen dat de laatste kandidaat-overnemer van de site van Audi Vorst heeft afgehaakt. De zoektocht geleid door de directie van Audi is compleet intransparant verlopen, zonder actieve opvolging. Daarom vermoed ik dat Audi ons van het begin af aan om de tuin heeft geleid. Men had nooit de intentie een overnemer of een nieuw project voor de site van Audi Vorst te vinden. Waarom zou Audi zijn beste en modernste fabriek verkopen aan de concurrentie?

Vier maanden geleden maakt Audi zijn herstructureringsplannen bekend. Daarna volgden vier maanden van angst en onzekerheid voor de werknemers van Audi en alle toeleveringsbedrijven. Zij vragen de regering al vier maanden om in te grijpen, om mee te zoeken naar een overnemer of om op zoek te gaan naar een nieuw industrieel project. Wat heeft de regering echter gedaan? Helemaal niets. Ze geeft de macht aan Audi om te beslissen over de toekomst van de duizenden werknemers van Audi Brussel en van de industriële site.

Ik wil mijn solidariteit betuigen aan de werknemers van Audi Brussel en de toeleveringsbedrijven, maar ook aan de délégués. Het geweld waarmee die laatsten gisteren werden geconfronteerd, kunnen we niet aanvaarden. De werknemers verdienen het respect van het management.

In september kwamen tienduizenden werknemers op straat om de regering te vragen werk te maken van een industriële strategie. Mijnheer de premier, wanneer gaat u er eindelijk aan beginnen?

Axel Ronse:

Premier, ik denk in naam van alle collega’s te spreken wanneer ik zeg dat we heel intens meeleven met de 3.000 werknemers in Audi Vorst en met de meer dan 3.000 werknemers bij de toeleveranciers. Die mensen verdienen al ons respect. Een paar jaar geleden waren zij nog carrossier. Ondertussen zijn ze omgeschoold tot producent van autobatterijen in een van de meest innovatieve plants in West-Europa. Zij hebben heel veel waarde aan de productie toegevoegd.

Ik ben steeds terughoudend als ik een vraag stel in lopende zaken. In dezen kunnen we echter wel drie vragen stellen.

Allereerst roep ik op om erop toe te zien dat de rechten van de betrokken werknemers worden erkend en gerespecteerd bij de uitwerking van het sociaal plan. Ze moeten de juiste premies krijgen en correct worden behandeld. We hebben redenen om ervan uit te gaan dat die directie niet altijd even correct handelt. Ik druk me dan nog zacht uit.

Een tweede punt, gisteren is er tijdens een discussie in het Vlaams Parlement gesteld dat we nog steeds met een zeer krappe arbeidsmarkt kampen. Heel veel van die werknemers zijn ontzettend gewild op onze arbeidsmarkt. Laten we die mensen dan ook niet in een vergeetput gooien, laten we geen SWT toepassen. Met de regionale diensten voor de arbeidsmarkt, zoals de VDAB, zouden we zo snel mogelijk moeten nagaan hoe we die werknemers kunnen herscholen en naar ander werk leiden.

Er is nog een derde punt. Bestaat er nog enige kans, zelfs maar een waterkansje, dat er voor die site een overnemer of een andere activiteit kan worden gevonden? We moeten die vraag uitentreuren blijven stellen en die piste steeds blijven onderzoeken.

Alexander De Croo:

Mijnheer de voorzitter, collega's, we leven allemaal mee met de duizenden werknemers van Audi in Brussel en de toeleveranciers. Het gaat om mensen die hoogopgeleid zijn en die jarenlang hebben gewerkt in een van de meest performante fabrieken van ons land op het gebied van elektrische voertuigen. De verschillende overheden in ons land hebben daar ook in geïnvesteerd, opdat zij opleidingssteun zouden kunnen krijgen.

Depuis son entrée en fonction, ce gouvernement est resté en contact avec Audi, avec laquelle il a signé une lettre d'intention (LOI) en 2020 en rapport avec des exercices d'accompagnement et d'entraînement.

Zodra we in februari 2024 wisten dat er slecht nieuws op komst was, hebben wij onmiddellijk contact opgenomen met de directie van Audi. Ik heb ook contact gehad met de CEO van Audi AG om met hem te bekijken hoe we ervoor konden zorgen dat de mogelijkheden, de talenten en de werkkracht waarover we hier beschikken, zo goed mogelijk zouden worden gevaloriseerd. Men heeft toen gezegd dat we een LOI moesten opstellen. We hebben dat samen met de deelstaten gedaan in juni, nog voor de verkiezingen.

À ce moment-là, nous avons malheureusement constaté que les choses s'accéléraient et qu'Audi et Volkswagen se trouvaient dans une situation assez difficile, puisque leurs usines fermaient ici, mais également en Allemagne.

Sindsdien is de taskforce meerdere malen samen geweest, op 16 juli, op 9 oktober, steeds om te spreken met de directie en de vakbonden.

Er zijn twee doelstellingen. De eerste doelstelling was om te zorgen voor een correct sociaal plan. Inderdaad, het is onze verantwoordelijkheid en de verantwoordelijkheid van de minister van Werk om erop toe te zien dat de wet-Renault en de andere regels in ons land correct worden nageleefd en dat we door het afsluiten van een sociaal plan de mensen de sociale bescherming kunnen geven waarop ze recht hebben.

Ik betreur dat dit de voorbije dagen op een steeds grimmigere manier is verlopen. Het is een inspanning van beide kanten, de vakbond en de directie, om ervoor te zorgen dat de onderhandelingen op een correcte manier kunnen verlopen. De wetgeving in ons land is duidelijk. De wetgeving moet worden gerespecteerd.

Le deuxième élément important, c'est qu'outre les travailleurs d'Audi et les sous-traitants, nous n'oublions pas non plus le site. C'est un site industriel qui a un potentiel. S'il s'avère qu'il n'y a pas de repreneur, nous devrons analyser de quelle manière conserver un avenir industriel pour ce site à Bruxelles.

Het is mijn bedoeling om de taskforce zo snel mogelijk opnieuw samen te roepen. Belangrijke spelers hierin zijn de deelstaten, want economische reconversie is een bevoegdheid van de deelstaten. Vooral het Brusselse Gewest zal de leiding moeten nemen, maar ik reken natuurlijk ook op het Waalse Gewest en het Vlaamse Gewest. Er moet worden bekeken op welke manier we daar industriële activiteit kunnen behouden. We moeten dat doen samen met de directie van Audi. Trouwens, op de taskforcevergaderingen van juni en oktober heb ik de directie steeds gezegd dat het normaal is dat de verantwoordelijkheid om een overnemer te vinden bij Audi ligt, maar dat wij op een bepaald moment samen aan tafel zouden gaan zitten om te bekijken hoe een industriële toekomst voor de site kan worden voorzien. Ik ben van plan om zo snel mogelijk die taskforce samen te roepen.

Men zegt hier nu dat deze regering niet aan de kant van de werknemers van Audi gestaan heeft. Dat is onjuist. Deze regering heeft vanaf het begin aan hun kant gestaan. Zodra wij het slechte nieuws hoorden, hebben we er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat zij hun kansen maximaal zouden kunnen verdedigen. Men staat hier echter tegenover een ongeziene situatie in de Europese automobielmarkt, met overal sluitingen van fabrieken, met een heel andere vraag naar voertuigen. Audi Brussel is daarvan vandaag het slachtoffer. Dat wil echter niet zeggen dat er geen industriële toekomst is.

Mijnheer Ronse, u geeft het aan, er is nog steeds krapte op de arbeidsmarkt. We zullen samen met de VDAB en de andere diensten alles op alles moeten zetten om die mensen om te scholen, om ervoor te zorgen dat ze naast het sociaal akkoord, waarop ze recht hebben, ook de kans krijgen om opnieuw aan de slag te gaan. Dat is een verantwoordelijkheid voor iedereen. Ook moeten we ervoor zorgen dat er in Brussel industriële activiteit op die site kan blijven. Ik ga de komende dagen een taskforce samenroepen om dat samen met de deelstaten te doen.

Anja Vanrobaeys:

Wij hopen alleszins dat de komende taskforce meer succes heeft dan de voorbije. Ook gisteren in het Vlaams Parlement werd gezegd dat het geld dat aan Audi werd gegeven voor opleidingen, teruggevorderd kan worden. Dat kan in financieel opzicht, maar het kan ook onder de vorm van die site. Dat laatste is belangrijk, want op die site worden de groene auto's van de toekomst gebouwd.

Wat is de oorzaak? In Europa hebben we veel te lang gedaan alsof we gewoon maar verder konden borrelen, terwijl we vandaag weggeconcurreerd worden door overgesubsidieerde Chinese wagens. Dat krijgt men als men vandaag een spel speelt met de regels van morgen. De wereld verandert, er worden muren opgetrokken, er wordt valsgespeeld. Dat is allemaal ten koste van gewone, werkende mensen.

Om die reden is het hoog tijd voor een sterk Europa, maar ook voor een federale regering, weliswaar een federale regering die rechtvaardige hervormingen doorvoert, zodat iedereen erop kan vooruitgaan.

Khalil Aouasti:

Monsieur le premier ministre, je pense qu'il faut cesser d'être conciliant et cesser d'attendre que ces grands groupes respectent les r è gles du jeu car ils ne respectent que leurs actionnaires et ne raisonnent qu'en dividendes.

Pour l'avenir du site, il faut désormais contraindre la direction d'Audi à venir s'expliquer, que ce soit à la task force ou ici, au Parlement. Audi est redevable de millions d'euros; elle est également redevable socialement face à ses travailleuses et travailleurs.

Au-del à de la task force , je soumettrai à la commission de l' É conomie, la semaine prochaine, la demande de tenir cette commission d'enquête le plus rapidement possible. Et j'espère que toutes celles et ceux, de tous les bancs – puisque j'entends aujourd'hui que même la N-VA s'inqui è te du sort des plus de 3 000 travailleuses et travailleurs – qui s'offusquent de l'attitude d'Audi voteront notre texte pour qu'enfin toute la transparence soit faite dans ce Parlement.

Robin Tonniau:

Mijnheer de eerste minister, vandaag gaat het niet meer louter over Audi en zelfs niet over de automobielsector, maar over de hele maakindustrie. Die verkeert in crisis.

De onderbenutting van de productiecapaciteit in de chemiesector is bijvoorbeeld historisch. Die is eigenlijk onhoudbaar. Agfa-Gevaert kondigt vandaag een ontslagronde aan waarbij 530 jobs worden vernietigd; een mokerslag voor onze Belgische economie. De investeringen voor groen staal bij ArcelorMittal, het vroegere Sidmar, zijn nog altijd niet toegekend aan de site in Gent. Wat we wel al weten, is dat ArcelorMittal ondertussen bekijkt hoe het zijn investeringen buiten Europa kan doen, waar de energiekosten vele malen lager zijn, om dan nadien die producten te importeren in Europa. ArcelorMittal maakte in de afgelopen drie jaar in Europa 10 miljard euro winst. Laten we die winst investeren in onze economie, in onze staalsector van de toekomst.

Axel Ronse:

Mijnheer de eerste minister, heel West-Europa staat in brand. Heel onze maakindustrie staat in brand. Agfa-Gevaert is al genoemd. Er zijn echter ook kansen. We kunnen hier, zoals de collega's gevraagd hebben, commissievergaderingen en hoorzittingen organiseren, of wat dan ook, maar er is slechts één iets wat we echt kunnen doen, namelijk ons arbeidsrecht hervormen. Ons arbeidsrecht is ouder dan dit gebouw. Ons arbeidsrecht is ouder dan de optelsom van de leeftijden van iedereen die hier zit. Ons arbeidsrecht is het meest rigide van heel de wereld, op Noord-Korea en Venezuela na. Daar ligt het kalf gebonden. Wat wij moeten doen, is zo snel mogelijk de formateursnota in de praktijk omzetten, want dat is het lichtpunt om uit de crisis te geraken. Als dat niet lukt, dan moeten wij hier, in plaats van academici uit te nodigen en hoorzittingen te organiseren, zelf aan het werk gaan, zoals mijn collega Charlotte Verkeyn, die gisteren een mijlpaal heeft bereikt inzake de hervorming van de btw op sloop. Laten we aan de slag gaan en het arbeidsrecht (…)

economie en werk

De relatie tussen de fiscus en ondernemers

Gesteld door

N-VA Charlotte Verkeyn

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)

op 14 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De horecasector kritiseert de absurde fiscale forfaitaire regeling (o.a. pinten per biervat) en de wantrouwende, onbereikbare houding van de fiscus, die ondernemers als potentiële fraudeurs behandelt. Minister Van Peteghem erkent het probleem, belooft betere bereikbaarheid (via individuele codes) en een mildere controleanpak (minder boetes bij onbedoelde fouten), maar benadrukt dat de forfaitaire regeling vrijwillig is en in 2028 verdwijnt. Een nieuw KB voor 2024 wordt overwogen na vernietiging door de Raad van State. Kernpunt: nood aan klantvriendelijkheid en vertrouwen in de fiscus, zonder extra kosten.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, het aantal verkochte gekookte eieren of het aantal kopjes koffie dat men uit een kilogram koffiebonen kan halen, dat is wat onze fiscus bezighoudt, via het koninklijk besluit van 15 mei 2022. Collega's, weet u echter ook hoeveel pinten men kan tappen uit een vat bier? Wie er het dichtstbij zit, krijgt 30 punten. Het zou een plezante vraag zijn voor De Slimste Mens .

Mijnheer de minister, voor de horecasector is het echter reeds lang niet meer plezant. Tientallen jaren heeft de sector gestreden tegen dergelijke absurditeiten. Het sluitstuk voor de 1.700 kleine caféhouders die onder die regeling vallen, is dat de Raad van State opnieuw een koninklijk besluit heeft vernietigd.

Belangrijk is het volgende. Daarin wordt de houding van de fiscus ten aanzien van ondernemers belicht: onbegrip, gebrek aan overleg, gebrek aan empathie. Dat is voor ons het belangrijkste aspect van de absurde situatie waarin we zijn beland. Er komen heel veel signalen bij elk van ons terecht over ondernemers die op een bepaalde manier door de fiscus met argwaan worden behandeld. Die argwaan dat elke ondernemer een potentiële fraudeur is, helpt niet aan de economie van ons land.

Gezien de specifieke situatie na de vernietiging, wat is uw stappenplan? Wat zult u ondernemen om een constructievere houding ten aanzien van onze ondernemers te bekomen vanwege de fiscus?

Vincent Van Peteghem:

Mevrouw Verkeyn, uw bekommernis is terecht. Het is mijn overtuiging dat de administratie beschikbaar en bereikbaar moet zijn voor elke belastingplichtige. Dat contact is sinds enige tijd moeilijker geworden. Wij zijn ons daarvan bewust en gaan daar ook mee aan de slag.

Ik geef een voorbeeld. Vanaf begin volgend jaar zal elke belastingplichtige via een individuele code op zijn aangifte veel sneller bij de behandelende ambtenaar terechtkunnen. Ook algemene vragen zullen veel beter en veel efficiënter kunnen worden beantwoord, zodat men de weg vindt naar de bevoegde diensten.

Daarnaast werken wij aan een betere vertrouwensrelatie inzake fiscale controles, die er toch ook moet zijn. Het kan bijvoorbeeld niet zo zijn dat er bij een onbedoelde fout onmiddellijk een belastingverhoging wordt toegepast. Het doel moet altijd een correcte belastingheffing zijn, niet dat wij zoveel mogelijk boetes proberen te innen omdat er fouten zijn gebeurd.

Ik ga nu heel concreet in op de situatie inzake de pintjes. Ik kan daar bondig over zijn. Het gaat om een forfaitaire regeling. Niemand is verplicht om die forfaitaire regeling toe te passen. Die regeling is er gekomen na overleg van mijn kabinet met de bevoegde diensten en de sectororganisaties. Er werd beslist om een steekproefsgewijs onderzoek uit te voeren. Daar is weinig gevolg aan gegeven door de sector, voor alle duidelijkheid, maar het is wel zo dat daar is uitgekomen dat er 183 pinten in een vat zitten. Dat KB is nu inderdaad vernietigd en we zullen bekijken wat de mogelijkheden zijn om voor de periode 2024 aan een nieuw KB te werken.

De forfaitaire regeling is een keuze van de uitbater zelf. Men moet dat niet doen. Voor alle duidelijkheid, vanaf 1 januari 2028 valt die forfaitaire regeling ook weg (…)

Charlotte Verkeyn:

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik kan daar veel op antwoorden, maar ik heb maar één minuut, dus ik zal me beperken tot de essentie. Ik bedank u omdat u de erkenning van het probleem in essentie wilt aanvaarden en omdat u eraan wilt werken. We hebben in ons land nood aan klantvriendelijkheid ten aanzien van onze ondernemers. We hebben dat ook gehoord toen collega Ronse tussenbeide kwam over het vorige probleem. Mijnheer de minister, klantvriendelijkheid kost geen geld. Het kost gewoon van alle partijen een beetje menselijkheid. Ik meen dat we daar echt naar moeten streven. We hebben tal van handvesten ter bescherming van de rechten, maar over de rechtsbescherming van de belastingplichtige die te goeder trouw is, moeten we echt eens nadenken.

gezondheid en welzijn

De zorgwekkende stijging van het middellange en langdurige ziekteverzuim bij jonge werknemers
De stijging van het aantal langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
De stijging van het aantal langdurig zieken
De langdurig zieken
Stijging langdurig ziekteverzuim onder werknemers

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 14 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de alarmerende stijging (tot 42%) van langdurig ziekteverzuim bij jonge werknemers (25-34 jaar) en arbeiders, veroorzaakt door sedentariteit, digitale vermoeidheid, burn-outs, werkdruk en precaire contracten, met een maatschappelijke kost van 13 miljard euro per jaar. Minister Vandenbroucke erkent gedeeltelijk succes (bv. 16% deeltijdse herintegraties) maar benadrukt dat preventie (werkbaarheid, re-integratie, psychologische zorg) en sectorale actieplannen ontbreken, terwijl werkgevers te weinig verantwoordelijkheid nemen. Kritiek punt is dat beleid te laat en fragmentarisch is: werkdruk, flexibele contracten en kinderopvang blijven onopgelost, met regionale verschillen (Wallonië loopt sterk achter). Strengere sancties, snellere re-integratie en een holistische aanpak (fysiek/mentaal welzijn, thuiswerkregels) worden geëist. Conclusie: structurele hervormingen zijn nodig, met focus op preventie, werkgeversplichten en generatiegerichte oplossingen, maar de huidige maatregelen volstaan niet.

Aurore Tourneur:

Monsieur le ministre, la digitalisation constante et croissante du travail et la sédentarisation qui y est liée, suscitent une série d’inquiétudes au sujet de la santé physique et mentale des travailleurs, et principalement celle des jeunes adultes.

De récentes analyses effectuées par Securex indiquent une augmentation de l’absentéisme de moyenne et de longue durée. Celui-ci a même atteint des records au premier semestre de cette année en Belgique, avec, chez les jeunes de 25 à 34 ans, une augmentation de 26 % pour les absences de moyenne durée et de 42 % pour les absences de longue durée, par rapport à 2022.

Cette tendance serait liée au mode de vie plus sédentaire de ces jeunes, marquée par une utilisation importante des technologies numériques, une mobilité réduite et une augmentation des symptômes liés au burn-out. Les experts préconisent la mise en place d’une approche différenciée, prenant en compte les spécificités et les besoins de chaque groupe d’âge, afin d’obtenir un environnement de travail plus propice à la santé et à l’engagement.

Mijnheer de minister, bent u verrast door die cijfers? Bevestigen uw diensten deze bevindingen in uw statistieken?

Welke maatregelen hebt u tijdens uw zittingsperiode genomen voor deze specifieke groep? Wat stelt u voor om negatieve gevolgen van sedentarisatie en digitale vermoeidheid voor de gezondheid van jonge werknemers te bestrijden? Welk preventie- of ondersteuningsbeleid moeten we inzetten om bedrijven te helpen om meer evenwichtige werkomgevingen te creëren die de fysieke en mentale gezondheid en het welzijn van hun werknemers bevorderen en om praktijken aan te passen aan de realiteit van elke generatie werknemers?

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, het aandeel langdurig zieken blijft toenemen. We zien dat al langer en dat blijkt vandaag opnieuw uit een studie die Securex gepubliceerd heeft.

Het feit dat het aandeel jongeren zo sterk toeneemt, moet voor ons absoluut een wake-upcall zijn. We merken dat de langdurige afwezigheid bij hen met 42 % is toegenomen op twee jaar tijd. We mogen deze jonge mensen niet aan hun lot overlaten. We willen hen niet in een vergeetput laten van uitkeringen en inactiviteit. Dat is namelijk in de eerste plaats dramatisch voor die mensen zelf, want door langdurig afwezig te zijn op het werk raken ze steeds verder geïsoleerd en komen ze steeds meer in de problemen.

Het is echter ook een enorm maatschappelijk probleem, met een kostprijs van 8,2 miljard euro. Ook dat kunnen we ons niet veroorloven. Er zijn maatregelen genomen door de regering, maar het is heel duidelijk dat die niet volstaan. We moeten bovendien ook vaststellen dat in Vlaanderen de dienstencheques en de kinderopvang duurder worden. Dat zal absoluut niet helpen om de combinatie van werk en gezin beter te maken en zal er ook niet voor zorgen dat we die jonge mensen kunnen helpen.

Het bilan na vier jaar is eigenlijk te mager. Iedereen doet van alles, ook de werkgevers, maar de resultaten blijven uit. We zullen de komende jaren uit een heel ander vaatje moeten tappen voor de mensen in kwestie, maar ook voor de werkgevers. (…)

Kim De Witte:

Mijnheer de minister, het aantal langdurig zieken explodeert. We zitten aan meer dan 500.000 zieken. Dat is meer dan één werkende op de tien in ons land.

Mijnheer de minister, u zei dat u het probleem zou aanpakken. Dat zei u vier jaar geleden. U zou een stroomstoot geven aan het aantal gere-integreerden. Wat zien we vier jaar later echter? Het probleem is gewoon erger geworden. Het is erger geworden.

Collega’s, ik hoor de rechtse partijen al luidop dromen van meer sanctioneren en meer responsabiliseren. Gaan we het probleem daarmee echter oplossen?

Ik wil u één reactie voorlezen van een zorgwerkster, die ik vandaag las in Het Laatste Nieuws . U weet nog dat vorige week 30.000 zorgwerkers op straat zijn gekomen. De dame schrijft het volgende: “Heb je de werkdruk in de zorg al eens gevoeld? Iedereen bij ons sukkelt met fysieke klachten. De werkdruk is waanzinnig hoog. Meer doen met minder mensen is de algemene trend hier en in vele andere sectoren.” Mijnheer de minister, in wat die dame schrijft, herkennen heel veel mensen zich. De experts bevestigen dat ook.

Wat zijn de belangrijke problemen van de langdurig zieke? Dat zijn ten eerste spier- en gewrichtsziekten, vooral bij arbeiders: kapotte ruggen, kapotte knieën, kapotte armen. Het gaat om mensen die op gewerkt zijn. Ten tweede gaat het over werkstress en burn-out, vooral bij jongeren. De trend is stijgend bij jongeren. De oorzaak is de hyperflexibiliteit, met nulurencontracten, blijvende interimcontracten en flexi-jobs. Ten derde gaat het over langer werken en het verdwijnen van de mogelijkheid van rustpauzes. Dat is absurd. Wij moeten altijd langer werken maar jullie schrappen het tijdskrediet, de loopbaanonderbreking en dus de systemen die langer werken mogelijk maken.

Collega’s, het is heel straf dat in de nota voor de volgende regering dezelfde recepten op tafel liggen.

Mijnheer de minister, (…)

Kristien Verbelen:

Geachte minister, de sterke stijging in de laatste jaren van het aantal werknemers die omwille van gezondheidsproblemen in langdurige ziekte terechtkomen, is en blijft zorgwekkend. De teller staat ondertussen op een half miljoen. Vooral het aantal werknemers dat langer dan een jaar afwezig is, is bijzonder onrustwekkend.

Dat is geen cijfer om licht op te vatten. Dat wil zeggen dat we hier met een samenleving zitten die er niet in slaagt om mensen gezond en werkbaar aan het werk te houden. Het Vlaams Belang waarschuwt er al jaren voor dat als het beleid niet wordt aangepast, dit aantal tegen 2035 tot 600.000 kan oplopen.

De oorzaken zijn divers. Psychosociale problemen zoals een burn-out spelen zeker een grote rol, maar ook de kwestie van de zware beroepen blijft onopgelost. Niemand kan zwaar werk waarvan men letterlijk en figuurlijk kromgebogen is, uitoefenen tot zijn of haar 67 jaar. Wat extra zorgwekkend is, ook jongeren zijn steeds vaker langdurig afwezig wegens medische redenen.

Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de begeleidingstrajecten en de rol van de terug-naar-werkcoördinatoren? Hoe wordt deze problematiek in lopende zaken opgevolgd? Vond er al overleg met de collega's van de deelstaten plaats om te komen tot een gecoördineerde aanpak?

Nathalie Muylle:

We hebben in de cijfers inderdaad gezien dat de stijging nog nooit zo sterk is geweest. Twee groepen springen daarbij in het oog. Enerzijds zijn er de arbeiders, bij wie de jobonzekerheid steeds meer begint door te wegen, en anderzijds zijn er de jonge mensen, die veel thuis zijn, wat zorgt voor mentale en fysieke klachten. Burn-out verdient zeker onze aandacht.

Anderzijds heb ik hier de positieve impact bij de groep van 55-plussers nog niet horen vermelden. De maatregelen die we samen hebben genomen voor het terug-naar-werkproject, met meer controle, meer inzetten op re-integratie en een veel snellere heroriëntering, hebben gewerkt. Dat is voor ons de juiste weg.

Ik kom terug op de jonge mensen. We moeten vaststellen dat voor hen veel minder makkelijk oplossingen worden gevonden. Onze maatschappij is sterk veranderd, maar toch zijn bepaalde oude structuren nog intact. Ik neem het voorbeeld van mijn dochter. Zij heeft drie kleine kinderen die om 15 uur aan de school opgehaald moeten worden. Een ziek kind kan niet naar de kinderopvang. Grootouders, zoals ik, zijn nog heel actief op de arbeidsmarkt, waardoor voor de jonge ouders een sociaal netwerk wegvalt. De sociale media leggen grote druk op de jonge gezinnen. Ze moeten hobby’s hebben, zich ontspannen, sporten.

Wij, politici, moeten ervoor zorgen dat we de jonge mensen veerkrachtig maken en dat we hun kansen geven. Dat gaat over de combinatie van een job met een gezin, dat gaat over eerstelijnspsychologische zorg, over welzijn, over recht op deconnectie. Daar ligt voor ons ook een taak weggelegd.

Hoe kijkt u naar die recente cijfers van Securex?

Axel Ronse:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben eventjes in de cijfers gedoken voor de voorbije tien jaar en heb gekeken naar het aantal mensen dat langer dan één jaar ziek is. In Vlaanderen is het aantal gestegen van 180.000 naar 224.000. Dat is veel, dat is een stijging met 44.000. In Brussel is het aantal gestegen van 24.000 naar 44.000. Dat is bijna een verdubbeling. In Wallonië – houdt u vast, collega's – is het aantal gestegen van 100.000 naar 196.000. Dat is een stijging met 96.000. Dat is een stijging van bijna 100 %. Om u een idee te geven, ik heb een bescheiden Waalse stad opgezocht met 96.000 inwoners. Mons heeft 96.000 inwoners. Dat is dus heel de populatie van Mons in tien jaar tijd. Weet u wat dat ons kost, meer dan 500.000 mensen die een jaar of langer ziek thuiszitten? Dat kost ons 13 miljard euro per jaar!

Collega's, als we het hier hebben over het budget en het zoeken van oplossingen: het is dáár dat we ze moeten vinden. Ik heb een aantal oplossingen die u misschien rechts zult noemen, maar ik heb ook een aantal oplossingen die links noch rechts zijn. Het gaat dan over aangepaste contracten. Laat iemand die een jaar lang ziek is bij zijn werkgever testen voor een geschiktheidsattest, zonder opzegvergoeding, zonder sociaal passief en met behoud van zijn uitkering. In plaats van dat een dokter zegt hoelang men niet kan gaan werken, stelt hij wat men nog wél kan doen.

Als dit de voorbije jaren was ingevoerd, hadden we veel meer geld overgehad om mensen te helpen die het echt nodig hebben. Ik vind het ongelooflijk jammer dat het zo is. Maar goed, wij kijken vooruit. Wij bouwen aan een nieuwe regering.

Mijnheer de minister, ik heb niet de gewoonte om in lopende zaken fundamentele vragen te stellen. Kunt u echter verklaren waarom de cijfers in Wallonië en Vlaanderen zo ontzettend hard van elkaar verschillen?

Frank Vandenbroucke:

Collega’s, mensen die door ziekte getroffen zijn, moeten zo goed als mogelijk worden geholpen om te genezen. Mensen die door ziekte getroffen worden, moeten ook alle kansen krijgen om ondanks die ziekte weer aan het werk te kunnen gaan in een passende job wanneer dat mogelijk is. Dat is een essentieel recht van mensen en het is vaak een kwestie van gezondheid.

De cijfers van Securex zijn interessant omdat ze aantonen dat een deel van ons beleid, dat problemen van mensen die op wat oudere leeftijd langdurig ziek zijn achteraf aanpakt, succesvol blijkt, maar het is helaas niet voldoende. Op dat vlak verbeteren de cijfers. Langs de andere kant stellen we vast dat er bij die jonge groep mensen in de samenleving van alles gebeurt waardoor de uitval door ziekte toeneemt.

We moeten dus vechten om de kansen van de mensen die slachtoffer van ziekte zijn geworden te verbeteren. We moeten echter ook voorkomen dat mensen lang uitvallen.

Collega’s, we boeken enige successen. Op dit ogenblik is 16 % van de groep langdurig zieken deeltijds weer aan het werk. Op één dag zijn er meer dan 100.000 van die fameuze groep van 500.000 weer voor een stuk aan het werk. Daar zit beweging in. Op één jaar zijn dat 140.000 mensen van wie er steeds meer doorstromen naar volledige tewerkstelling. Is dat voldoende? Nee, maar het is wel goed.

Mijnheer Ronse, ik kan u hier geen gedetailleerde analyse geven over de reden waarom de cijfers in Wallonië nog slechter geëvolueerd zijn dan in Vlaanderen. Ongetwijfeld heeft dat alles te maken met de sociaal-economische context in Wallonië. Het is wel belangrijk te vermelden dat de barometer van ons beleid aantoont dat het aantal doorverwijzingen van langdurig zieken naar Forem, de Waalse arbeidsbemiddelingsdienst, spectaculair toeneemt. Bij wijze van uitzondering mogen Vlamingen ook eens iets goeds zeggen over Wallonië, want Forem is volledig on target wat betreft de afspraken tussen het RIZIV en Forem. De groep die wordt doorverwezen groeit snel, zelfs spectaculair. Dat is weliswaar een inhaalbeweging.

De VDAB komt met de allerlaatste cijfers nu ook on target . Het feit dat dit tijd heeft gevraagd, ligt niet alleen aan de VDAB, maar ook aan het RIZIV en aan het hele beleid. Nu – en dat staat nog niet op onze barometer – worden er eindelijk 1.000 mensen per maand doorverwezen door het RIZIV naar de VDAB. We zijn daar dus on target .

U hoort me niet zeggen dat dit voldoende is. Binnen de batterij aan maatregelen die we ontwikkeld hebben, is er meer actie nodig op het terrein. Ik geef één voorbeeld. We geven nu een kleine financiële sanctie aan bedrijven die heel veel mensen dumpen in langdurige ziekte. We verzamelen daarmee een aantal miljoen euro. Het is de uitdrukkelijke vraag aan werkgevers en werknemers om binnen hun sectoren afspraken te maken om dat geld te gebruiken om ervoor te zorgen dat mensen minder uitvallen. Er is echter nog geen enkele cao gesloten en dat stelt mij zeer teleur. Ik roep dus werkgevers en werknemers in de sectoren op om dat geld te gebruiken. Dat ligt daar, want het komt binnen door de penalisering. Ze moeten dat gebruiken om actie te ondernemen. Er is dus meer actie nodig binnen de bestaande maatregelen die we hebben genomen. De maatregelen moeten ook absoluut versterkt worden op alle fronten tijdens de volgende regeerperiode.

Je crois que vous avez absolument raison, madame. Il est vrai qu'il faut aussi réfléchir à ce débat de société: la qualité du travail, l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée, la condition des jeunes travailleurs (hommes et femmes) et la difficulté de concilier les responsabilités d'un ménage avec le travail.

Nous avons pris des mesures importantes pendant la législature dans le cadre du deal pour l'emploi. Nous avons également amélioré le congé parental.

Ik ben het eens met mevrouw Muylle dat kinderopvang essentieel is, maar dat debat moeten we natuurlijk in de regionale parlementen voeren. Ik ben alleszins blij dat de Vlaamse regering zwaar inzet op kinderopvang en ga ook akkoord met de andere zaken die u hebt genoemd, mevrouw Muylle.

Wat we doen in de eerstelijnspsychologische zorg, voorkomt dat mensen langdurig uitvallen. We hebben daar het bewijs van in de cijfers. (…)

Voorzitter:

U moet stoppen, mijnheer de minister, want ik heb de micro uitgezet.

Aurore Tourneur:

Je vous remercie pour vos réponses, monsieur le ministre. Comme on dit, er is nog veel werk aan de winkel . Pour tout ce qui touche à la technologie et à la jeunesse, il serait souhaitable d'avoir un cadre de prévention adapté, une modification des pratiques managériales et aussi des conditions de travail qui doivent évoluer en même temps que ces technologies.

Einstein disait: "Il est hélas devenu évident aujourd'hui que notre technologie a dépassé notre humanité".

We kunnen niet toestaan dat de technologie een tempo dicteert dat de menselijke gezondheid niet kan bijhouden.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, dit is een debat waard en dat moet zeker voortgezet worden. U wijst erop dat er al veel beleid is gevoerd, maar tegelijk zegt u dat het onvoldoende is. Daar ben ik het absoluut mee eens. U hebt echter wel vier jaar de tijd gehad om beleid te voeren. In die zin ontgoochelt het antwoord mij een klein beetje.

Volgens ons is zeker een grondige analyse van het gevoerde beleid nodig, op wetenschappelijke basis, zodat we echt de oorzaken aan de basis van de langdurige ziekten kunnen aanpakken. Misschien is het nodig om restrictiever te zijn ten aanzien van werkgevers, ziekenfondsen en huisartsen, maar mogelijk betekent het ook dat we als overheid veel meer preventieve maatregelen moeten nemen, zoals gesuggereerd in de studie van Securex, inzake thuiswerk, sedentair gedrag en (…)

Kim De Witte:

Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat we de maatregelen op alle fronten moeten versterken, maar waar is het debat over de werkdruk? Waar zijn de maatregelen om de werkdruk die te hoog is – er moet altijd meer worden gedaan met minder mensen – in te perken? We kunnen geen debat voeren over langdurig zieken als we het debat over de werkdruk niet voeren. Waar is het debat over altijd maar langer werken? De vorige regering zei dat alle bruggepensioneerden zouden worden geschrapt en al die oudere werknemers zijn erbij gekomen in de ziekteverzekering. We hebben niks opgelost, niks. Die bruggepensioneerden kostten ons zelfs minder dan de zieken.

Waar is het debat over de plichten van de werkgevers? Negen werkgevers op de tien hebben zelfs geen actieplan over langdurig zieken. Ik hoor daarover geen discussie of strenge sancties. Wel, mijnheer de minister, als u niet wilt dat wij hier over een maand of een jaar opnieuw staan om nog eens te spreken over (…)

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, helaas moet ik vaststellen dat de huidige aanpak van de vivaldiregering tekortschiet. De maatregelen die u aanhaalt, zijn onvoldoende en inefficiënt om het aantal langdurig zieken effectief terug te dringen. Het Vlaams Belang pleit voor een positieve aanpak waarin vooral wordt gekeken naar wat mensen wel nog kunnen, in plaats van hen langdurig aan de zijlijn te laten staan.

Daarom pleiten wij ook voor een splitsing van de sociale zekerheid. Wij willen komaf maken met de onkunde van het Belgische beleid. Wij willen klemtonen leggen waar wij vinden dat het nodig is en eigen middelen in eigen mensen steken.

Voorzitter:

Dank u wel, collega Verbelen, voor uw eerste tussenkomst in de plenaire vergadering. (Applaus)

Nathalie Muylle:

Mijnheer de minister, ik ga helemaal akkoord, we moeten zorgen voor meer beleid. De recepten daarvoor liggen vandaag op tafel. We moeten echt meer middelen inzetten inzake controleartsen en arbeidsartsen, ook voor de attractiviteit van dat beroep. De re-integratie moet wat ons betreft sneller gebeuren. We moeten geen drie maanden wachten, maar moeten sneller inzetten op re-integratie. We moeten ook aan de responsabilisering werken, zowel van werknemers als van werkgevers. Het cruciaalste is misschien nog dat we ervoor moeten zorgen dat mensen niet uitvallen. We hebben samen ook de arbeidsparticipatietoeslag ingevoerd, om mensen te begeleiden, zodat ze niet kunnen uitvallen, door hen veel sneller te heroriënteren en ervoor te zorgen dat het werk werkbaar is. Daar zijn heel veel oplossingen voor.

Er is dus heel wat werk. Ik heb de indruk dat dit niet het laatste debat hierover zal zijn, maar voor ons zijn de recepten duidelijk. We moeten ervoor zorgen dat mensen langer op de werkvloer blijven.

Voorzitter:

Er was daarnet enige opwinding op de banken van de PVDA. De heer De Witte heeft effectief zijn eerste interventie gehouden in dit halfrond. (Applaus) Maar hij had zijn talenten natuurlijk al vertoond in het Vlaams Parlement. Vandaar dat ik zijn maidenspeech hier zo niet genoemd heb.

Mijnheer De Witte, toch welkom in deze plenaire vergadering

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, ik heb nooit het genoegen gehad hier met hem te debatteren, maar u deed me denken aan de heer Verhofstadt in zijn meest optimistische dagen. U zei dat de maatregelen van de regering goed gewerkt hebben, maar er zijn 160.000 langdurig zieken bij gekomen. Daar kunnen we toch niet tevreden over zijn? U zei dat in Wallonië on target is, maar er is daar een verdubbeling van het aantal langdurig zieken, namelijk 96.000. Het equivalent van de bevolking van Mons is erbij gekomen. U zei dat het aan de sociaaleconomische toestand ligt, maar het ligt daar niet aan, het ligt aan de complete laksheid van de ziekenfondsen daar, aan het voorschrijfgedrag en aan het complete gebrek aan verantwoordelijkheid voor publieke middelen en financiën. Als wij daar hier in het Parlement iets aan willen doen, dan is het vijf voor twaalf. Ik zeg het nogmaals, laten we alstublieft zo snel mogelijk de supernota in praktijk omzetten. Anders sta ik hier volgende week met een batterij aan wetsvoorstellen om het aantal langdurig zieken te verminderen.

gezondheid en welzijn

De strijd tegen hiv
De strijd tegen hiv
HIV-bestrijding

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 7 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De stijging van hiv-besmettingen (13% in 2023, 665 nieuwe gevallen) baart zorgen, ondanks beschikbare preventie zoals PrEP (preventiepil), die nu enkel via hiv-centra wordt voorgeschreven—een drempel voor kwetsbare groepen. Oppositie (Depoorter, Van Hoof) eist dat huisartsen PrEP mogen voorschrijven om toegankelijkheid te vergroten, wijzend op taboes, wachtlijsten en het succes van huisartsen bij hiv-diagnoses. Minister Vandenbroucke benadrukt dat PrEP-opvolging al versoepeld is (na eerste consult in hiv-centrum) en dat onverzekerden nu toegang krijgen via medische centra, maar erkent dat condoomgebruik daalt en sensibilisering cruciaal blijft. Hij wijst op het nationaal hiv-plan (tot 2026) met extra budget, maar ontwijkt een directe toezegging voor huisartsvoorschriften, wat de oppositie als vermijding van verantwoordelijkheid ziet.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, voor het derde jaar op rij stijgt het aantal nieuwe hiv-besmettingen en in 2023 moesten 665 patiënten horen dat ze met hiv besmet zijn. Dat zijn er 13 per week, 13 % meer dan het jaar ervoor. Dan kunnen we ons vragen stellen bij ons beleid, want een hiv-besmetting is niet niets. Die zet een leven immers on hold en zorgt ervoor dat men heel veel taboes moet doorbreken en levenslang medicatie moet nemen. We hebben een lange weg afgelegd en we hebben goede medicatie die de patiënten in leven houdt, maar we kunnen hiv niet genezen.

Wat zegt Sciensano in zijn rapport? Dat we nieuwe hiv-besmettingen moeten proberen te voorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat u dat weet. Wat kunnen we daarvoor doen? We kunnen beter sensibiliseren, want de groepen die op dit moment worden getroffen zijn divers. We kunnen sensibiliseren om meer condooms te gebruiken en informeren over hoe een dergelijke seksueel overdraagbare aandoening wordt doorgegeven. Ook sneller testen is heel belangrijk, een vroege diagnose is er op vandaag nog niet. We kunnen ook zorgen voor een betere toegankelijkheid tot medicatie. Er bestaat medicatie die men profylactisch kan nemen en die terugbetaald wordt wanneer een hiv-centrum daarvoor een terugbetalingsattest verstrekt. Volgens Sciensano is die medicatie echter niet toegankelijk genoeg. Die zouden we breder aan onze patiënten moeten kunnen aanleveren. Onze patiënten zouden de weg naar de terugbetaling gemakkelijker moeten vinden.

Er is een objectieve en snelle weg voor terugbetaling en dat is via de huisarts. Bent u bereid om ervoor te zorgen dat meer patiënten een eerste voorschrift voor PrEP kunnen krijgen via de huisarts?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, mijn collega heeft reeds de cijfers geciteerd.

Vorig jaar kregen 665 personen het verdict van hiv, wat neerkomt op maar liefst twee personen per dag. Dat is enorm, het is een stijging van 13 % en we zien dat die stijging zich de laatste drie jaar voortzet. Ook al is hiv niet langer een doodvonnis, het stigma blijft en de gevolgen zijn enorm. Het wordt een chronische ziekte en preventie blijft het codewoord. We horen dat er een preventiepil PrEP is, sinds 2017 terugbetaald, die al door bijna 9.000 personen wordt gebruikt. Dat is zeer goed.

Enerzijds stellen we vast dat er een condoommoeheid heerst, anderzijds blijkt dat de PrEP-pil te weinig toegankelijk is, zeker voor kwetsbare personen door praktische drempels. Het is ook een taboe, want men moet zich begeven naar een hiv-referentiecentrum. Zeker voor kwetsbare personen is dat een hoge drempel. Bovendien stellen we vast, dat lazen we ook al de vorige jaren, dat er regelmatig wachtlijsten zijn voor die hiv-referentiecentra.

Wat cd&v vraagt is heel gewoon: maak zorg nabij. Zorg dat het stigma wordt doorbroken. Daarom vinden we heel concreet dat de preventiepil PrEP moet kunnen worden voorgeschreven door de huisarts. Dit werd concreet al enkele keren gevraagd door collega Nawal Farih. Ook dit jaar werd een resolutie aangenomen, voorgesteld door cd&v en unaniem goedgekeurd in de Senaat, waarin dit ook heel concreet werd gevraagd en ondersteund door uw partij.

Mijn vraag is heel concreet. U kondigde op een bepaald moment aan dat soepele voorwaarden nodig zijn voor het voorschrijfgedrag, maak hier alstublieft werk van en zorg ervoor dat PrEP kan worden voorgeschreven door de huisarts. Hoe kan men er anders voor zorgen dat minder mensen met hiv besmet worden?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Depoorter, mevrouw Van Hoof, we hebben een aantal jaren een duidelijke daling gezien van het aantal hiv-infecties. Helaas is wat we de voorbije jaren zien niet goed, het aantal infecties stijgt opnieuw. We moeten dus absoluut opnieuw aanknopen met een actie die het mogelijk maakt dat de infecties dalen. We zien immers dat enerzijds het gebruik van PrEP aanzienlijk toeneemt, terwijl anderzijds andere soa’s, zoals gonorroe, toenemen. Daarover moeten we wel even nadenken.

Gezondheidsexperts stellen dat PrEP op dit ogenblik een succesverhaal is. Er zijn echter een paar andere problemen die zich steeds duidelijker manifesteren, zoals het dalende condoomgebruik. Daarop moeten wij dus inzetten.

Wij hebben samen met de deelstaten een nationaal hiv-plan uitgewerkt, dat tot 2026 loopt. Het gaat uit van de vaststelling dat elke besmetting er één te veel is. We hebben op federaal niveau een miljoen euro extra uitgetrokken voor dat plan, boven op het bedrag van 13 à 14 miljoen euro dat het RIZIV daarvoor al inschrijft. Het plan is twee jaar geleden helemaal op punt gesteld samen met alle betrokkenen, ook de patiënten. We hebben dat gedaan samen met de collega’s van de deelstaten, zoals mevrouw Crevits in Vlaanderen. Met een hele batterij acties zetten wij in op preventie, op testen, op goede zorg en op levenskwaliteit. Dat gaat van het blijvend sensibiliseren inzake seksuele gezondheid tot zelfs het systematisch contacteren en opnieuw oproepen van patiënten die niet voor hun follow-up opdagen.

PrEP is heel belangrijk als preventieve hiv-behandeling. PrEP wordt ook terugbetaald. De versoepelingen die zijn gevraagd, zijn ondertussen gerealiseerd, ze zijn er. Voor een intake gaat een patiënt naar een hiv-referentiecentrum. Dat is logisch, daar zit de expertise. Daarna kan die patiënt bij de huisarts terecht voor de hele opvolging. We hebben die versoepeling mogelijk gemaakt. Dat was daarvoor niet mogelijk, men moest altijd terug naar de specialist in het referentiecentrum. Die versoepeling is een groot succes, want het gebruik van PrEP neemt aanzienlijk toe.

Het volgende probleem, waarop mevrouw Van Hoof heeft gewezen, is het feit dat er bijzonder kwetsbare mensen zijn die zelfs niet verzekerd zijn. Ook daar kan ik u zeggen dat we eindelijk een oplossing hebben, want zeer recent heeft het Verzekeringscomité beslist om de medische en sociale centra voor sekswerkers een extra opdracht te geven, namelijk: PrEP ook toedienen aan mensen die niet verzekerd zijn. Dat is buitengewoon belangrijk. Daarmee is een laatste duidelijk drempel van financiële toegankelijkheid weggewerkt. Ik geloof dat de duidelijk stijgende cijfers van het gebruik van PrEP verder in die richting zullen evolueren.

Laten we het debat dus niet te veel toespitsten op PrEP. Dat is op zichzelf een succesverhaal, maar het volstaat absoluut niet. We moeten inzetten op seksuele en relationele vorming en op het gebruik van voorbehoedsmiddelen, want hiv is een ziekte die men kan vermijden, zoals u zegt, maar als men ze heeft, is het een levenslang probleem. Scholen, organisaties op het terrein, maar ook socialemediakanalen, moeten dus volop op sensibilisering blijven inzetten.

We hebben ter zake een goede samenwerking met de collega's in de deelstaten, die op het vlak van de sensibilisering hun rol spelen. Ik zal dat verder opvolgen en bespreken met de collega's in de deelstaten. In die zin zijn de cijfers die vandaag gepubliceerd zijn een belangrijk signaal en een wake-upcall.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, we hebben een plan nodig, maar u gaat in uw antwoord uw verantwoordelijkheid uit de weg. Als minister van Volksgezondheid bent u bevoegd voor de terugbetaling van het medicijn PrEP, dat een hiv-besmetting kan voorkomen. Zoals u hebt gezegd, moet een patiënt zich nu naar een hiv-centrum begeven. Dat is echter een drempel. Dat eerste contact, dat doorbreken van het taboe, nemelijk zeggen dat men tot een risicogroep behoort, willen die patiënten met hun huisarts bespreken.

Als u kijkt naar het aantal hiv-diagnoses, ziet u dat de helft door de huisarts wordt gesteld. Geloof dus in de huisarts, geef hem vertrouwen en geef uw patiënten de zorg die ze nodig hebben, dicht bij huis.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, collega's, het hiv-actieplan is inderdaad heel belangrijk: we moeten opsporen, testen en behandelen. Preventie is echter het codewoord. PrEP speelt daarin een heel belangrijke rol. Er zijn inderdaad zaken versoepeld, maar de drempel blijft bestaan. Ik zie een jongere nog niet gemakkelijk naar een hiv-referentiecentrum gaan. De huisarts moet dus PrEP kunnen voorschrijven. Ik begrijp niet waarom dat niet mogelijk kan worden gemaakt. Het is het eerste middel dat men moet gebruiken ter preventie. De huisarts is daartoe de beste manier, zeker nu men vaststelt dat hiv-besmettingen zich niet beperken tot de homogemeenschap. Het is veel diverser geworden, er zijn nieuwe besmettingen in alle leeftijdscategorieën en ook de heterogemeenschap wordt ermee geconfronteerd. We moeten vanaf nu een dam oprichten. Op 1 december is het Wereldaidsdag. We moeten dat lintje met trots kunnen dragen. Zorg er dus voor dat ook de huisarts PrEP kan voorschrijven.

economie en werk

De verlenging van het mandaat van de CEO van Proximus ondanks de slechte beursresultaten

Gesteld door

N-VA Michael Freilich

Gesteld aan

Petra De Sutter (Minister van Overheidsbedrijven en Ambtenarenzaken)

op 7 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Michael Freilich kritiseert minister Petra De Sutter voor het slechte beursresultaat van Proximus (waardeverlies van 7 miljard euro in 5 jaar, -75%), terwijl buurlanden als Nederland en Duitsland wel groei boeken, en vraagt waarom de CEO (Boutin) stiekem zes jaar verlengd werd zonder prestatiedruk. De Sutter verdedigt de verlenging door te wijzen op strategische investeringen (5G, glasvezel, 6 miljard euro) en operationele groei (3% in Q3), maar geeft toe dat de beurskoers lijdt onder kortetermijndruk en een vierde operator. Freilich blijft ontevreden, stelt dat buitenlandse concurrentenzelfde uitdagingen beter aanpakken, en eist dat De Sutter haar focus legt op het herstel van Proximus’ waarde in plaats van op "wereldproblemen" zoals Trump of het Midden-Oosten.

Michael Freilich:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, u bent minister van Overheidsbedrijven, beursgenoteerde overheidsbedrijven. Wij hebben niet zoveel dergelijke overheidsbedrijven, het zijn er twee, namelijk Proximus en bpost.

Wij weten allemaal hoe fantastisch bpost het gedaan heeft, hoe de beurskoers opgeveerd is en hoe de contracten werden onderhandeld. Laten wij dan kijken naar Proximus. Telecom is een mooie branche, een mooie sector, maar wel een heel andere sector. Vijf jaar geleden, bij het begin van de vorige legislatuur, bedroeg de beurswaarde van Proximus 9,3 miljard euro. Vandaag bedraagt die 2,2 miljard euro. 7 miljard euro ging in rook op. De beurskoers is gedaald met meer dan 75 %. Laten wij eens kijken naar onze buurlanden. KPN in Nederland heeft +30 % verwezenlijkt in vijf jaar. Deutsche Telekom in Duitsland heeft +80 % gerealiseerd. Dat verschil is enorm.

U zult nu zeggen dat u geen CEO bent maar minister. Dan nog, u controleert de raad van bestuur. U kunt de CEO toch wel een aantal belangrijke vragen stellen. U hebt de voorbije zomer, in juni of juli, het mandaat van de heer Guillaume Boutin, de CEO van Proximus, dat nog een jaar liep, stiekem, in lopende zaken laten verlengen met zes jaar. In plaats van die man onder druk te zetten en te zeggen dat hij iets moet doen aan de beurskoers van het bedrijf, geeft u hem nog eens zes jaar carte blanche. Leg dat eens uit. Het bedrijf Proximus is van ons allemaal, het gaat om ons geld, en dat gaat nu de dieperik in. U staat erbij, u kijkt ernaar en geeft nog een duwtje. Leg dat eens uit.

Petra De Sutter:

Mijnheer Freilich, u stelt een zeer actuele vraag, want op 25 juli werd inderdaad het mandaat van de heer Guillaume Boutin als CEO van Proximus door de voltallige raad van bestuur verlengd op aanbeveling van het benoemingscomité. U kent de procedure, u weet hoe dat gaat en wie welk mandaat heeft. De motivatie om dat te doen, is in de eerste plaats de erkenning van de visie en de excellente uitvoering van de strategische transformatie van het bedrijf, wat heeft geleid tot groei, zowel in België als internationaal.

U kijkt alleen naar de beurskoers, maar u moet ook naar andere cijfers kijken. Ik zal ze u geven. De raad van bestuur verwijst naar de heel belangrijke opdracht voor de heer Boutin inzake de fameuze uitrol van het mobiele 5G-netwerk en het vaste fibernetwerk waarin heel wat investeringen en versnellingen moesten optreden. De verlenging van het mandaat van de heer Boutin moet ook toelaten om de continuïteit te garanderen met een focus op de uitvoering van de strategie.

Het klopt – ik stel dat natuurlijk ook vast – dat de beurskoers van Proximus al enkele jaren nogal onder druk staat. Dat heeft voor een stuk te maken met de belangrijke investering van 6 miljard euro over meerdere jaren in het glasvezelnetwerk. Op korte termijn heeft dat natuurlijk een impact op de vrije kasstroom en op de uit te keren winsten, maar het is tegelijkertijd ook een langetermijninvestering over meerdere decennia die zowel het bedrijf als de klanten op lange termijn ten goede zal komen.

Daarnaast is er nog een andere externe factor die u ook zeer goed kent, namelijk de komst van de vierde operator op de Belgische markt. Toch legt Proximus echt wel sterke operationele en financiële resultaten voor. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de aankondiging van de resultaten van het derde kwartaal met een groei van 3 %.

Michael Freilich:

Mevrouw de minister, u overtuigt mij niet. Nederland en Duitsland hebben ook een uitrol van 5G en glasvezel en daar doen ze het veel beter. U communiceert graag en vaak via sociale media, onder andere op Twitter, vandaag X. U communiceert over alle problemen van de wereld: dat Trump een slechterik is, dat u het probleem in het Midden-Oosten zult oplossen. Vandaag, godbetert, hebt u het over een resolutie in het Duitse Parlement waarbij u aangeeft hoe het moet stemmen. Over Proximus vind ik op uw sociale media echter helemaal niets terug. Vandaar mijn simpele vraag. U bent minister, u wordt daarvoor betaald. Doe uw job. Focus niet op alle andere problemen in de wereld, focus hier op de welvaart van de Vlaming, van alle Belgen. Zorg ervoor dat de aandelen van Proximus en van bpost kunnen stijgen. Dat is uw job. U wordt ervoor betaald. Do your work!

veiligheid, justitie en defensie

De gevolgen van de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten
De herverkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten
De politieke gevolgen van de verkiezingen in de Verenigde Staten
De verkiezingen in de Verenigde Staten
De verkiezing van Donald Trump
De Amerikaanse verkiezingen
Amerikaanse presidentsverkiezingen en politieke impact.

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 7 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De herverkiezing van Donald Trump als Amerikaanse president dompelt Europa in een strategische crisis: zijn protectionisme, NAVO-scepticisme en pro-Russische houding (met risico’s voor Oekraïne) dwingen de EU tot drastische autonomie op defensie (meer investeringen), energie (kernenergie + hernieuwbaar) en economie (minder afhankelijkheid van VS/China). Terwijl sommigen paniek zaaien over democratische terugval en extremisme, benadrukken anderen de noodzaak van Europese soevereiniteit—zonder de transatlantische band te verbreken, maar wel met eigen industriële, militaire en diplomatieke slagkracht. België, met een caretaker-regering, riskeert achterop te raken door interne vertraging, terwijl de EU onder druk staat om unanimiteit te tonen in steun aan Oekraïne, handelsspanningen en een multipolaire wereldorde waar de VS niet langer de Europese belangen garandeert. Kernboodschap: Europa moet volwassen worden—nu.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, ik weet niet of u de voorbije dagen veel tijd hebt gehad om u voor te bereiden op de vergadering van vandaag; u hebt dat alleszins gedaan, en met verve, voor een andere vragenronde.

François De Smet:

Monsieur le président, madame la ministre, le peuple américain a parlé. Il l’a fait clairement, et il a choisi une nouvelle fois d’envoyer à la présidence un personnage autocrate, outrancier et qui a déjà mis en danger les institutions démocratiques. Mais il l’a fait démocratiquement et souverainement, et nous devons en prendre acte.

Le message me paraît clair. Le nationalisme et le populisme ne sont pas des parenthèses de l’Histoire. Ce sont des courants structurants. Ceux qui veulent combattre ces courants doivent sortir de leur bulle et en prendre acte, là aussi.

Il me semble que cette élection est un séisme pour le monde, et donc pour l’Europe. Cela doit être un réveil pour l’Europe, sur trois plans.

D’abord, sur la question de l’industrie et de l’économie. Je rappelle que nous sommes en train de fermer notre avant-dernière industrie automobile. Voulons-nous continuer à être les simples consommateurs d’une mondialisation décidée par les Américains et la Chine, ou voulons-nous une place dans le cockpit?

Ensuite, il y a l’énergie. La guerre en Ukraine l’a montré: l’Europe est extrêmement dépendante aux énergies fossiles en général. Nous savons qu’une Europe plus indépendante demain doit absolument reposer sur un pilier renouvelable et un pilier nucléaire.

Enfin, il y a la question de la défense. C’est ma principale question, madame la ministre. Un crash test va arriver très vite: c’est la question de l’Ukraine. Nous savons que M. Trump a l’intention de sacrifier l’Ukraine. Nous ne le voyons pas, d’ailleurs, prendre une décision qui pourrait contrarier M. Poutine de manière générale.

Allons-nous abandonner l’Ukraine? Nous, les Européen, et nous, la Belgique. Allons-nous abandonner ce peuple qui, depuis deux ans, fait face à l’impérialisme de M. Poutine? Allons-nous suivre le mouvement des Américains qui vont très probablement se retirer? Ou allons-nous, au contraire, profiter de ce moment, en nous disant que nous n’allons pas abandonner les Ukrainiens, que nous allons au contraire rehausser notre investissement et enfin faire en sorte que cet investissement soit à la hauteur de nos mots, car, malheureusement, nous avons beaucoup de grands principes, mais nos moyens, l’aide financière, l’aide militaire à l’Ukraine, ne suffisent pas?

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, ik wil u in de eerste plaats feliciteren met uw hoorzitting van gisteren. Als Eurocommissaris voor Paraatheid en Crisisbeheer zult u uw handen vol hebben. Dat blijkt ook sinds gisteren. Donald Trump is immers verkozen als Amerikaans president met een zeer sterk mandaat van de Amerikaanse bevolking. Ik weiger echter mee te gaan in de paniekzaaierij. De wereld zal van vandaag op morgen niet ineens vergaan. De Verenigde Staten zijn een belangrijke bondgenoot van België en de Europese Unie. De strategische en economische banden tussen ons land en Amerika zijn sterk. Die zijn er vandaag en die zullen er in de toekomst ook nog steeds zijn.

We mogen echter niet naïef zijn. De Verenigde Staten en Trump zullen ons met de neus op een aantal zaken duwen. Een van die zaken is dat wij onvoldoende investeren in onze defensie en in onze veiligheid. Wij zijn freeriders in het NAVO-partnerschap en dat moet stoppen. Trump heeft daarin voor de volle 100 % gelijk. We moeten meer investeren in onze defensie, beter samenwerken met de Europese lidstaten om onze veiligheid te garanderen en we moeten af van het imago dat wij het kleine broertje van de Verenigde Staten zijn. Kortom, ons continent moet volwassen worden en de Europese Unie moet haar verantwoordelijkheid nemen.

Mevrouw de minister, hoe ziet u de samenwerking met Amerika de komende jaren en wat is voor u de belangrijkste uitdaging voor de toekomst?

Michel De Maegd:

Madame la ministre, les électeurs américains l'ont décidé, et de façon incontestable: Donald Trump sera le prochain président des États-Unis. Cela soulève bien des inquiétudes en Europe. Dans le même temps, vous le savez, nous sommes viscéralement attachés à une relation transatlantique constructive, au bénéfice des deux partenaires. Cela ne doit donc pas occulter la nécessité primordiale pour les Européens de développer leur autonomie stratégique. C'est crucial pour constituer une relation équilibrée dans laquelle chacun puisse se respecter et se retrouver.

J'aimerais donc vous poser quelques questions sur les perspectives d'avenir de cette relation dans un contexte géopolitique mondial des plus tendus et des plus complexes.

Madame la ministre, comment analysez-vous les résultats de cette élection et ses conséquences sur les intérêts de la Belgique aux États-Unis? La Belgique et l'Europe peuvent craindre un impact sérieux sur leur commerce extérieur, et donc sur notre croissance économique. Comment peut-on y faire face?

La sécurité européenne, le rôle de l'OTAN, la poursuite de l'aide à l'Ukraine restent des enjeux primordiaux. Comment les Européens vont-ils assumer leurs responsabilités et rester des acteurs respectés en la matière?

On connaît la proximité politique entre Donald Trump et le premier ministre israélien Benjamin Netanyahu. Comment le message européen peut-il rester audible et crédible afin de parvenir à une paix régionale et à une solution à deux États?

Enfin, madame la ministre, l'élection de Donald Trump doit plus que jamais accélérer l'approfondissement du projet européen, accélérer notre autonomie stratégique. Nous devons renforcer l'Union, assumer nos responsabilités en termes de sécurité, d'énergie, de commerce international mais aussi de politique étrangère. Comment l'Union européenne s'est-elle préparée à ce défi, et comment la Belgique va-t-elle y contribuer?

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, depuis hier, nous avons à la tête d'une des plus grandes puissances de ce monde un véritable danger. Donald Trump a gagné largement les élections et a bénéficié d'un soutien populaire massif. C'est, du reste, un large soutien que nous n'imaginions même pas. Rendez-vous compte: 20 % des hommes noirs ont voté pour un raciste décomplexé; 54 % des latinos ont voté pour un homme qui n'a pas hésité à dire que des immigrés mangent des chats et des chiens; 52 % des femmes blanches ont voté pour un misogyne, un violeur et un homme qui veut supprimer leurs droits les plus élémentaires comme celui de disposer de leur corps et le droit à l'avortement. Nous espérions la victoire de Kamala Harris, mais il n'en sera pas ainsi.

Les États-Unis , le pays de la liberté, retombent aux mains du conservatisme et de l'obscurantisme. Nous recommençons une traversée glaçante et glaciaire, axée sur le protectionnisme, l'augmentation des droits de douane, le repli sur soi et la diffusion de la haine de ceux qui sont différents. Nous débutons une période violente, durant laquelle la recherche de la paix ne sera pas la priorité. Je pense à l'Ukraine et aux Palestiniens.

Nous sommes des démocrates, nous respectons bien entendu le résultat des urnes, mais notre responsabilité est immense. Toute faiblesse doit être exclue, de même que toute passivité. Nous devons mettre fin à cet extrémisme de droite, à ce terreau pour le populisme, car nous nous situons sur une faille, un point de basculement violent, une période sans scrupule.

Madame la ministre, dans ce moment que je qualifierais d'historique, la Belgique s'est-elle exprimée à l'annonce de l'élection de Trump? Comment envisagez-vous nos futures relations bilatérales et multilatérales?

Raoul Hedebouw:

Madame la ministre des Affaires étrangères de Belgique, l'élection de Donald Trump est une mauvaise chose pour la classe ouvrière et la classe travailleuse américaine. Son programme est clair. C'est le programme du pourcent les plus riches. Il est lui-même un milliardaire fini. Il a lui-même gagné sa campagne en recevant le soutien d'Elon Musk, le big business de la big tech , la communication des plus riches. Il a lui-même, quand il était d'ailleurs président, organisé mille milliards de cadeaux fiscaux aux grandes multinationales. Il a exclu huit millions de travailleurs américains du paiement des heures supplémentaires. Il s'est opposé à l'augmentation du salaire minimum. C'est donc une mauvaise choses pour les travailleurs américains.

Mais cette victoire a évidemment aussi été possible par la défaite cuisante du parti démocrate qui, lui aussi, est le parti de Wall Street et qui, lui aussi, n'a plus su écouter les travailleurs et a organisé réellement la perte de pouvoir d'achat des travailleurs. Comme le dit Bernie Sanders, le parti démocrate a été confronté au fait que, si le parti démocrate a abandonné la classe travailleuse, évidemment, la classe travailleuse a abandonné le parti démocrate.

Se pose maintenant la question pour toutes les forces sociales du monde, pas uniquement aux États-Unis, de savoir ce que nous allons faire. Qu'allons-nous faire ici en Europe, madame la ministre des Affaires étrangères? Continuerons-nous à suivre les Américains?

Zullen wij alweer de schoothondjes zijn van de Amerikanen en de NAVO? Zullen wij alweer blindelings de imperialistische operaties van Amerika in Afghanistan, in Irak en in Syrië volgen?

Ou prendrons-nous notre vraie politique indépendante? C'est la question que j'avais posée pendant la campagne électorale. Allons-nous suivre notre propre voie et tendre la main aux peuples du Sud, tendre la main solidaire plutôt que de suivre la politique guerrière des Américains? Voilà la question!

Anneleen Van Bossuyt:

Goedemiddag, mevrouw de minister. Proficiat met uw verkiezing als Europees commissaris. Ik hoop dat u van die positie zult gebruikmaken om de belangen van Europa en de Verenigde Staten te vrijwaren.

Afgelopen dinsdag werd een nieuwe Amerikaanse president verkozen. Wij horen dat sommigen hier in het halfrond daar een probleem mee hebben. Het is niet de kandidaat geworden die zij hoopten dat het ging worden. Wij als democraten respecteren echter de keuze van het Amerikaanse volk.

Volgens ons is het nu vooral essentieel dat wij onze relatie met de Verenigde Staten in de veranderde context blijven versterken. Wij hebben elkaar meer dan ooit nodig. De Verenigde Staten behoren tot onze belangrijkste handelspartners. Het beleid van de nieuwe Amerikaanse regering zal ook gevolgen hebben voor onze Europese economie. De economische band tussen de Verenigde Staten en Europa is immers zeer sterk. Denk maar aan sectoren als chemie, energie, industrie, technologie en zelfs landbouw. Eventuele veranderingen in het Amerikaanse handelsbeleid zullen direct voelbaar zijn in onze economie. Stel dat de Verenigde Staten een zeer protectionistische koers varen, dan heeft dat een directe invloed op onze export en zal dat ook onze inflatie aanwakkeren.

Daarnaast zijn er geopolitieke uitdagingen. Donald Trump heeft al gezegd dat NAVO-partners die hun defensiedoelen niet halen, minder steun zullen krijgen. Wij, als rode lantaarn wat dat betreft, moeten daar toch aandacht voor hebben.

Mevrouw de minister, hoe zal, ten eerste, dit land zich in de toekomst positioneren ten opzichte van de Verenigde Staten?

Ten tweede, hoe ziet u de effecten op onze geopolitieke relaties, onze handelsrelaties, onze economische relaties en onze veiligheidsbelangen?

Hadja Lahbib:

Mesdames et messieurs les députés, j'entends vos avis. Cette maison permet à chacun de s'exprimer sur le vote qui a été émis hier matin de façon démocratique par les électeurs américains. Je ne me permettrai pas de juger, en tant que ministre des Affaires étrangères, ce choix démocratique. Le premier ministre a d'ailleurs félicité Donald Trump au nom de la Belgique.

Tout le monde se demande quelles seront les conséquences de cette élection. Les États-Unis, l'Europe et la Belgique ont toujours été des partenaires économiques intenses. Ce sont des centaines de milliers d'emplois et les échanges économiques entre nos deux continents représentent évidemment un chiffre d'affaires très important. Ce sont aussi des relations diplomatiques, stratégiques qui sont essentielles.

Nous devons absolument continuer à renforcer cette relation transatlantique à tous les niveaux, autour des valeurs démocratiques de l'État de droit et du multilatéralisme, qui est de plus en plus mis en danger avec les nombreuses violations du droit international auxquelles nous assistons actuellement.

Dans le même temps, l'Union européenne doit prendre son destin en main, peu importe finalement le résultat outre-Atlantique. Il est important de ne pas rester spectateurs des évolutions mondiales et de ne pas être dépendants d'un contexte international. Nous devons continuer à renforcer notre autonomie stratégique à tous les niveaux. Je pense au secteur de l'énergie, à notre politique de Défense, à notre politique industrielle mais aussi à la lutte contre toutes nos formes de dépendances stratégiques, qu'elles soient au niveau de la Défense, de la sécurité sanitaire ou encore de notre compétitivité.

Vous m'avez questionnée sur notre Défense et en particulier sur l'OTAN.

In de NAVO zijn de Verenigde Staten een belangrijke en betrouwbare partner, net als de 31 andere lidstaten. Wij blijven sterk geloven in de onderlinge duurzame banden. Onze collectieve veiligheid kan er alleen maar wel bij varen.

Le Conseil européen va d'ailleurs mener ce soir à Budapest un débat sur les relations transatlantiques et leur impact sur la sécurité et la géopolitique, notamment s'agissant des conflits qui nous occupent le plus. En ce qui concerne l'Ukraine, notre position est que tout processus de paix ne peut avoir lieu qu'en impliquant étroitement l'Ukraine et en prenant en compte ses préoccupations légitimes.

In Boedapest zullen de Europese leiders ook ingaan op de mondiale uitdagingen, waaronder de klimaatveranderingen.

Mesdames et messieurs les députés, dans un monde instable, plein de défis, où les crises deviennent la norme, l'Europe doit plus que jamais se montrer unie et prendre son destin en main, pour garantir sa propre souveraineté, son autonomie stratégique et pour faire demeurer ce projet de paix et de prospérité qui fait la fierté de quelques 450 millions d'Européens.

François De Smet:

Merci pour votre réponse, madame la ministre.

Je ne peux pas m'empêcher d'être inquiet – parce que nous vivons des moments difficiles, historiques et en face de cela, nous avons un gouvernement qui est en affaires courantes, qui n'est donc pas encore plein et légitime.

Moi aussi, je vous félicite pour votre confirmation au sein de la Commission européenne et je vous souhaite un bon travail là-bas. Or, votre départ marque aussi le fait que ce gouvernement va devenir un vaisseau fantôme, comme c'était le cas déjà lorsque Charles Michel et Didier Reynders sont partis. Nous avons d'un côté Trump, nous avons l'Ukraine, nous avons le climat, nous avons une possible récession et, d'un autre côté, nous avons des partis de l'Arizona dont on ne comprend pas très bien où ils en sont. Certains font des notes, d'autres diffusent les notes, les troisièmes contestent les notes. Vous avez des gens qui se disputent sur les tableaux budgétaires, vous avez des gens qui vont voir le Roi et qui ne sont pas d'accord à cinq. Je pense qu'il est grand temps que nous nous hissions à la hauteur des enjeux, parce que le monde, lui, n'attend pas.

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord.

Eén zaak is glashelder: de Europese Commissie en de Europese Unie zullen sterk uit de startblokken moeten schieten.

Ik herhaal dat het schrikbeeld en de paniekzaaierij, die hier door verschillende partijen opnieuw zijn tentoongespreid, ons geen stap vooruitbrengen. Wij moeten onze rug rechten. Europa moet een sterk blok vormen.

Ook ons land moet verantwoordelijkheid opnemen. Door het getreuzel van de onderhandelende arizonapartijen verliezen we tijd. Die luxe hebben we niet. De prioriteit voor ons land moet zijn dat we investeren in defensie en in onze veiligheid, nu meer dan ooit.

Michel De Maegd:

Merci, madame la ministre, pour vos réponses

Le retour de Donald Trump à la Maison-Blanche marque, il est vrai, un tournant décisif, mais je ne partage évidemment pas les outrances et la vision quelque peu caricaturale des communistes. En effet, à les écouter, on se demande pourquoi les Américains ont voté pour Donald Trump, en réalité. Ceci étant dit, c'est un signal d'alarme pour l'Europe. Elle ne peut plus être dépendante de Washington et d'un président imprévisible, et qui ne vise au final que l'intérêt américain.

Défense, énergie, commerce, nouvelles technologies: nous devons renforcer d'urgence notre autonomie. C'est une question de souveraineté mais c'est aussi, chers collègues, une question de survie du projet européen. L'Union européenne s'est construite dans les crises, comme celles qu'elle traverse aujourd'hui, avec notamment la guerre en Ukraine. Ces crises doivent être le marchepied d'une Europe beaucoup plus forte. Nous devons être maîtres de notre destin, un destin lié à nos alliés, bien sûr, mais qui ne dépend pas de leur seul bon vouloir. Alliés oui, aliénés non: ce serait le début de la fin.

Dans un autre registre, madame la ministre, permettez-moi, au nom de mon groupe, de vous féliciter pour votre accession à la Commission européenne.

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, je vous remercie.

Ce que Trump et ses alliés, Milei, Orban, Meloni, Le Pen, Wilders et j'en passe et pas des meilleurs, espèrent, c'est notre résignation. Mais il y a quelque chose qui ne nous manquera jamais à nous, socialistes: c'est la résolution, c'est le courage et la fidélité.

Je l'affirme avec une forme de solennité car le moment est historique, mais aussi et surtout avec une conviction inébranlable: nous, socialistes, serons toujours en première ligne pour défendre la démocratie et les libertés. Nous, socialistes, serons toujours en première ligne pour défendre les droits des femmes et le droit à l'avortement. Nous, socialistes, serons toujours en première ligne pour défendre les minorités et les personnes LGBTQIA+. Nous, socialistes, serons en première ligne pour protéger la santé et la protection sociale. Nous, socialistes, serons en première ligne aux côtés des Palestiniens et des Ukrainiens et de tous ceux qui souffrent.

L'espoir est toujours plus fort que la peur. La justice triomphe toujours de la haine.

Raoul Hedebouw:

Madame la ministre, comment peut-on être aussi naïf? Donald Trump dit clairement qu'il va se battre à fond pour les intérêts impérialistes américains, et uniquement ceux-là, et votre conclusion politique est qu'il faut renforcer les relations transatlantiques! Mais combien de temps allons-nous encore nous faire berner en croyant naïvement que les Américains défendent les intérêts des Européens? Les Américains défendent l'impérialisme américain. Quand ils disent qu'ils soutiennent Netanyahu au moyen de milliards de dollars en armement, que fait l'Union européenne? Elle se met au garde-à-vous. Que fait-elle lorsque les États-Unis d'Amérique annoncent qu'ils vont bombarder l'Afghanistan, la Libye, la Syrie? Elle se met au garde-à-vous! Quand les Américains nous vendent un gaz très cher pour des milliards d'euros aux dépens de notre industrie, que fait-elle? Elle se met au garde-à-vous.

Combien de temps allons-nous encore croire que cela peut continuer? Tendons la main à tous les pays du Sud qui, aujourd'hui, n'acceptent plus l'ordre (…)

Anneleen Van Bossuyt:

Collega’s, de Amerikaanse kiezer heeft gekozen en we moeten die democratische keuze respecteren. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar geloof mij: als men uitgescholden, uitgejouwd en bespuwd wordt, terwijl men een duidelijk mandaat van de kiezer heeft gekregen, dan beseft men dat dat voor sommigen in onze samenleving niet meer zo vanzelfsprekend is. (Applaus en staande ovatie op de banken van de N-VA)

economie en werk

De toekomst van studentenarbeid
De verhoging van het aantal uren studentenarbeid
Toekomst studentenarbeid en -uren

Gesteld aan

Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)

op 24 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de toekomst van studentenarbeid vanaf 2025, waar de huidige tijdelijke verhoging van 600 uren (vs. 475 uren) dreigt terug te vallen naar de oude regeling. Van Quickenborne en Ronse pleiten voor behoud of uitbreiding van de 600 uren, wijzend op het succes voor studenten, werkgevers en vaardigheidsontwikkeling, terwijl minister Dermagne benadrukt dat de evaluatie nog loopt en waarschuwt voor risico’s voor studiesucces en jongerenwerkloosheid. Concrete actie wordt gevraagd via wetsvoorstellen, met kritiek op het ontbreken van urgentie bij de regering.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de vice-eersteminister, studentenarbeid is populair in ons land. Sinds kort bedraagt het aantal studentenjobs meer dan een miljoen in ons land. Dat is een goede zaak. Studenten kunnen immers een cent bijverdienen, namelijk 3.000 euro gemiddeld per studentenjob. Een dergelijke job is ook belangrijk omdat studenten op die manier skills aanleren. Mijn eerste studentenjob was het vullen van cementzakken en het inpakken van matrassen. Ik weet niet wat uw eerste studentenjob was.

Studentenarbeid is ook belangrijk voor de werkgevers. Vandaag doen 72.000 zelfstandigen en ondernemers een beroep op studentenarbeid. Zij kunnen bijvoorbeeld op onregelmatige uren meer mensen inzetten, ook bijvoorbeeld bij een zondagopening, dankzij studentenarbeid.

Mijnheer de minister, dat is niet toevallig. Het succes van de studentenarbeid is er omdat de voorbije 25 jaar de studentenarbeid systematisch is versoepeld en hervormd en bepaalde zaken mogelijk zijn gemaakt. Toen ik begon in de politiek mochten studenten maximaal twintig dagen werken tijdens de zomer. Dat aantal is verhoogd en is inmiddels 600 uur geworden. Studenten kunnen gemakkelijk via de applicatie Student@Work checken hoeveel uur zij nog kunnen werken.

Er is vandaag echter ook veel onzekerheid. Iedereen stelt zich immers de vraag wat de situatie zal worden vanaf 2025. Zal de student sneller aan zijn maximumaantal uren geraken? Kan hij of zij zijn of haar studentenjob nog uitvoeren? Wordt desgevallend de kinderbijslag bedreigd?

Mijn vraag is dus heel eenvoudig.

Mijnheer de minister, wat is de situatie voor de studentenarbeid vanaf 1 januari 2025? Bent u bereid een eventueel initiatief ter zake te steunen?

Axel Ronse:

Mijnheer de voorzitter, collega's, ik heb boules de Berlin verkocht op het strand in De Haan – niet in Middelkerke, mijnheer Dedecker. Ik heb ijsjes verkocht op het strand. Ik heb in de McDonalds gewerkt. Ik heb in de Volvofabriek gewerkt.

Ik heb toen nooit begrepen waarom ik als student niet meer mocht werken, hoewel ik dat wou. Het is immers op die plaatsen dat ik mijn sociale vaardigheden heb geleerd. (Gelach) Ik weet niet waar ik ze heb afgeleerd, maar hier zal ik ze ongetwijfeld opnieuw opbouwen.

Collega’s, dit is zo belangrijk. Geen enkele student begrijpt waarom het aantal uren studentenarbeid beperkt is. Minister Dermagne, een van de weinige vivaldimaatregelen die ik fantastisch vond was de verhoging van het aantal uren studentenarbeid van 475 uur naar 600 uur.

Collega Van Quickenborne, ik begrijp niet dat de regering destijds heeft beslist om die beslissing voor slechts twee jaar te laten gelden. Vanaf 1 januari 2025 zal de oude regeling weer van kracht zijn.

Mijnheer de minister, u hebt gezegd dat u zou evalueren of de verhoging van het aantal uren studentenarbeid niet marktverstorend zou werken en een invloed zou hebben op de examenresultaten. Ik vraag u niet om nieuw beleid te voeren, behoede ons daarvoor. We vragen alleen of die evaluatie klaar is en of het klopt dat die verhoging naar 600 uur absoluut niet markt- of examenverstorend heeft gewerkt.

Voorzitter:

Dank u, collega Ronse. Ik weet niet of het door u geoogste applaus instemmend was, maar u hebt het meer dan verdiend.

Pierre-Yves Dermagne:

Mijnheer Van Quickenborne, mijnheer Ronse, dank voor uw vragen. Het was misschien wel de eerste KV Kortrijkploeg in de Kamer.

Het aantal uren dat studenten kunnen werken aan verminderde sociale bijdragen bedraagt 475 uur per jaar sinds 2017. Boven deze drempel kunnen zij natuurlijk nog steeds werken, maar dan zijn er normale bijdragen verschuldigd. Voor 2023 en 2024 heeft de vivaldiregering, mijnheer Van Quickenborne, beslist om het quotum tijdelijk te verhogen tot 600 uur per jaar. Die beslissing maakte deel uit van een groter geheel met andere dossiers en ze werd samen met de sociale partners genomen. Het komt de volgende regering met volheid van bevoegdheid toe om te beslissingen over een eventuele aanpassing van het aantal voordelige studentenuren. Om een cijfer te geven: in 2023 presteerde een student gemiddeld 216 uren. Men kan zich dus de vraag stellen of een verhoging wel nodig is, maar de vraag staat open.

Belangrijk daarbij is dat de maatregel eerst grondig wordt geëvalueerd, zoals ook voorzien in het koninklijk besluit, samen met de sociale partners. De minister van Sociale Zaken, Frank Vandenbroucke, en ik hebben onze verschillende administraties belast met de evaluatie van zowel de sociale als de werkgerelateerde aspecten. Die evaluatie wordt momenteel afgerond.

Tot slot, wil ik enkele overwegingen meegeven. Ten eerste, het is misschien gewoon een bedenking, maar studenten zijn in de eerste plaats studenten en geen reguliere werknemers. Zij moeten ook nog voldoende tijd hebben om zich aan hun studie te wijden. Ten tweede, een te genereus quotum kan ook negatieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheidskansen van jonge werklozen die vaak laaggeschoold zijn en zelfs van jonge afgestudeerden voor wie het belangrijk is om te beginnen werken.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, eerst en vooral, kijk naar de evolutie van de arbeidsmarkt. Het aantal vaste jobs groeit in ons land, het aantal flexijobs groeit in ons land en het aantal studentenjobs groeit in ons land. Wij moeten de groei ondersteunen, wij moeten hervormingen ondersteunen, wij moeten de mensen vrij laten als zij willen werken. Laat de mensen die willen werken, werken en kijk naar de mensen die niet willen werken. Dat moeten wij doen.

Er moet iets gebeuren. Collega Ronse, ik reik u de hand – wij doen dat vaak samen – om samen met andere partijen in het Parlement, zeker de hervormingspartijen, de 600 uur ook volgend jaar te garanderen. Dat mag voor mij zelfs onbeperkt zijn. Ik heb daarover een wetsvoorstel ingediend dat vorige week in overweging is genomen. Ik heb aan de voorzitter van de commissie voor Sociale Zaken gevraagd om dat met spoed te behandelen.

Voor de rest, collega's van de arizonacoalitie, maak voort. Wij zijn 137 dagen bezig. Uw coalitie is aangewezen om te starten. Ook hier dreigen studenten het slachtoffer van te worden, dus maak voort met die regering. Intussen kunnen wij mijn wetsvoorstel behandelen.

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, ik vind uw antwoord compleet waanzinnig. U zegt dat, als men studenten 600 uur per jaar laat werken en zelf de vrije keuze laat om dat te doen, dat de examenresultaten en het welzijn in gevaar brengt. 600 uur werken, komaan! Laat ons minstens verwachten dat de studenten die keuze zelf kunnen maken, en laat ons die pampervisie op mensen en die negatieve visie over werk compleet achterwege laten. Ik zie vooral dat er nog geen evaluatie is. Per student wordt er gemiddeld 216 uur gewerkt. Het behouden of minstens het optrekken van die 600 uur wordt hier door niemand als een probleem gezien. Nochtans tikt de klok, het is bijna januari 2025. Mijn wetsvoorstel ligt klaar. Ik reken erop dat het kamerbreed wordt goedgekeurd. Op de studenten!

technologie, communicatie en media

De problemen met het onderzoeksschip Belgica
Het onderzoeksschip Belgica
Onderzoeksschip Belgica problemen

Gesteld aan

Thomas Dermine

op 24 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het onderzoeksschip Belgica 2 (54 miljoen euro, cruciaal voor marien onderzoek, visquota en internationale verplichtingen) ligt al maanden stil na een eenzijdige contractbreuk door Franse uitbater Genavir (6 juni 2024), dat ook een klacht indiende tegen de Belgische Staat en weigert onderhoud te plegen, terwijl juridische procedures lopen. De regering in lopende zaken zoekt haastig een oplossing (o.a. via Defensie), maar concrete stappen ontbreken, wat leidt tot grote schade: verlies aan wetenschappelijke data (waterkwaliteit, biodiversiteit, windenergie), lagere EU-visquota (inkomensverlies vissers), internationaal gezichtsverlies en dagelijkse belastingverspilling—terwijl het exploitatiemodel en financiering al jaren falen, blijkt uit kritische rapporten. Oppositie (Soete, Gijbels) eist dringend heropstart en wijst op structurele nalatigheid, gebrek aan verantwoordelijkheid en de nood aan een volwaardige regering om de impasse te doorbreken, maar krijgt geen geruststellend antwoord. Kernprobleem: politiek en juridisch vastgelopen dossier met zware economische, wetenschappelijke en reputatieschade, terwijl noodoplossingen (bijv. tijdelijke uitwijk) nog onduidelijk zijn.

Jeroen Soete:

Mijnheer de minister, wat is er aan de hand met de Belgica? Het is een vraag die veel vissers in Oostende zich vandaag stellen. Wij hebben gigantisch veel geïnvesteerd in een hightech onderzoeksschip, de Belgica. Het is een paradepaardje voor het wetenschappelijk onderzoek op zee. Vandaag ligt dat schip echter stil, al maanden. Het is een dead ship . Ik hoor en lees dat het moeilijk is. Er is een conflict met de uitbater. Eerlijk gezegd, daar heeft niemand een boodschap aan. Er moet een oplossing komen.

De Noordzee en de blauwe economie zijn nu heel belangrijk, belangrijker dan ooit en net nu ligt een belangrijke schakel stil. Voor het meten van de waterkwaliteit, de biodiversiteit en de samenwerking met de windenergiesector steunen alle actoren in de blauwe economie op het onderzoek dat verricht werd door de Belgica. De onderzoeksinstellingen maken zich dan ook grote zorgen.

De vissers maken zich echter ook grote zorgen. De Belgica doet metingen van het visbestand en die metingen vormen de basis voor de visquota. Als er geen metingen gebeuren, vaardigt Europa lagere visquota uit. Dat betekent minder visvangst, minder inkomen voor onze vissers. De nood om snel te schakelen en de Belgica opnieuw op zee te krijgen is heel groot, niet alleen voor onze Vlaamse vissers maar ook voor alle onderzoeksinstellingen, vaak met wereldfaam, die baanbrekend onderzoek verrichten.

Wat zult u, de regering of uw collega doen om ervoor te zorgen dat de Belgica zo snel mogelijk opnieuw uitvaart?

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, ons nieuw onderzoeksschip Belgica 2 werd in 2022 met heel veel bombarie boven het doopvont gehouden. Het zou letterlijk ons nieuw vlaggenschip voor marien wetenschappelijk onderzoek worden. Het schip zou ons beter in staat stellen om de verplichte metingen uit te voeren en onze internationale verplichtingen na te komen.

Het was en is een enorm goed uitgerust schip dat 54 miljoen heeft gekost. Het bevat een enorm groot laboratorium met de laatste nieuwe technologische snufjes. Het is dus op-en-top in orde. Hoe is het zo kunnen misgaan? Nog geen twee jaar later ligt dat schip voor anker en vaart het niet meer uit.

Ondertussen zijn nog allerlei andere problemen opgedoken, onder andere met betrekking tot onwettige contracten. Ik heb staatssecretaris Dermine daar reeds eerder over ondervraagd. Blijkbaar zijn die problemen nog niet echt opgelost. De toestand is integendeel nog verergerd. De Franse uitbater Genavir blijkt ondertussen de stekker uit de samenwerking te hebben getrokken. Bovendien heeft hij een klacht ingediend tegen de Belgische Staat.

Het stilliggen van het schip is een enorm probleem in het licht van ons wetenschappelijk onderzoek en van onze internationale verplichtingen. Daarnaast heeft het uiteraard ook een enorme impact op onze begroting. Er wordt belastinggeld verspild.

Waarom is dat uitvaarverbod uitgevaardigd? Waarom heeft de uitbater het contract stopgezet? Klopt het dat er een klacht loopt tegen de Belgische Staat? Wat zijn de gevolgen van het stilleggen van het schip? Hoeveel kost ons dat per dag? Wat zijn de gevolgen voor het wetenschappelijk onderzoek en onze internationale verplichtingen? Is er in uitwijkmogelijkheden voorzien?

Pierre-Yves Dermagne:

Mevrouw Gijbels, mijnheer Soete, Bedankt voor uw vragen.

Ik lees het antwoord voor dat staatssecretaris Thomas Dermine mij heeft bezorgd.

De private exploitant Genavir die instaat voor de bemanning heeft op 6 juni 2024 het contract eenzijdig opgezegd. Sindsdien ligt het schip in de marinebasis van Zeebrugge. De Belgica is inderdaad van cruciaal belang voor het marien onderzoek, maar ook om de naleving van de nationale en internationale verplichtingen van ons land te garanderen. Deze beide belangrijke missies komen vandaag in het gedrang. Iedereen is zich ten volle bewust van de grote impact hiervan.

Parallel aan de juridische procedure die Genavir heeft aangespannen, werd door de regering in lopende zaken op verschillende manieren verder gewerkt om de Belgica zo snel als mogelijk opnieuw maritiem onderzoek te kunnen laten doen. Er wordt gesproken met meerdere partijen, waaronder Defensie, maar het is nog te vroeg om uitsluitsel te geven over welke oplossing er zal worden gevonden.

Op de lopende juridische procedures kan ik hier niet verder ingaan. Wel wil ik vermelden dat om schade aan en achteruitgang van het vaartuig te beperken BELSPO Genavir via een gerechtelijke procedure wil dwingen om minimaal periodiek onderhoud aan de Belgica uit te voeren.

Jeroen Soete:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U zult ongetwijfeld begrijpen dat onze bezorgdheid door uw antwoord niet weggenomen is. U kunt misschien een briefje meenemen naar Bergen, geloof ik.

Wij zitten in een impasse, dat klopt. Wij hebben een regering in lopende zaken. Dat is exact wat mij zorgen baart. Laten wij alstublieft een regering van varende zaken maken die ervoor zorgt dat de Belgica opnieuw vaart, alstublieft.

Frieda Gijbels:

Mijnheer de minister, uw antwoord is inderdaad niet erg geruststellend. Het ergste van alles is dat deze kwestie al zo lang aansleept. Het exploitatiemodel heeft nooit op punt gestaan, de financiering klopte gewoon niet. Ik heb begin dit jaar de rapporten van de Inspectie van Financiën opgevolgd. Die liegen er niet om. Deze kwestie is met te veel nonchalance behandeld. Er is een enorme verspilling van belastinggeld op dit moment. Elke dag dat het schip stilligt verliezen wij geld, mijnheer de minister. Dan spreek ik nog niet over het onderzoek dat niet kan plaatsvinden en over het gezichtsverlies dat wij lijden tegenover andere landen. Ik hoop echt dat er in uitwijkmogelijkheden is voorzien. Anders neem ik het u ten zeerste kwalijk.

klimaat, energie en landbouw

Oplossingen voor de explosie van de kosten voor het energie-eiland
De hoge kostprijs van het energie-eiland en de impact ervan op de energiefactuur
De kostprijs van het energie-eiland
De overschrijding van het geraamde budget voor het energie-eiland
Kosten en budget van het energie-eiland

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 24 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende kosten (van 2 naar 7-8 miljard euro) van het geplande Prinses Elisabeth-eiland in de Noordzee, bedoeld als energieknoopunt voor windenergie, maar nu een financiële dreiging voor burgers en bedrijven via stijgende elektriciteitstarieven (+80%). Kritiekpunten: gebrek aan transparantie van minister Van der Straeten (CREG-waarschuwingen sinds maart/mei genegeerd), technisch falen (gelijkstroomdeel als hoofdboosdoener), en alternatieven zoals kernenergie (Van Rooy) of platformen in plaats van een eiland. De minister belooft herEvaluatie en kostendruk, maar oppositie eist opschorting en volledige openbaarheid van cijfers, vreest doorberkening aan consumenten en wijst op Deens voorbeeld (project stopgezet).

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, u wilde in de Noordzee het eerste energie-eiland ter wereld creëren. Uw droom van een energie-eiland wordt stilaan een financiële nachtmerrie. De geraamde kosten bedroegen initieel iets meer dan 2 miljard euro, maar vandaag zijn die al opgelopen tot 7 miljard euro. De CREG heeft u een brief gestuurd over die kostenexplosie. Hoewel ik u daarover tweemaal een vraag heb gesteld, wilde u daar niet eerlijk over zijn. U wilde enkel kwijt dat u daarover niet veel kon zeggen en dat de uiteindelijke kostprijs moeilijk te becijferen was. Ik begin stilaan te begrijpen waarom.

Wat moeten we dan wel doen? Het grootste probleem situeert zich in het gelijkstroomdeel van het eiland. Iedere verantwoordelijke bestuurder weet dan ook dat daar nu moet worden ingegrepen om ervoor te zorgen dat we die kostenexplosie kunnen voorkomen. De gevolgen zijn immers niet min. We weten nu al dat de tarieven van Elia immens zullen stijgen met 80 %. Als die cijfers en ramingen werkelijkheid worden, dan komt daar nog eens een gigantische stijging bovenop en dit op de kap van de elektriciteitsfacturen van onze burgers en bedrijven.

Mevrouw de minister, volgens verschillende bronnen bent u sinds maart of mei op de hoogte van die kostenstijgingen. Waarom bent u daarover niet eerlijk en transparant geweest ten opzichte van het Parlement? We weten dat het probleem zich situeert in het gelijkstroomdeel van het eiland en daar moet worden ingegrepen om die extra kosten te vermijden. Indien men dat wil doen, moet men minstens overwegen om dat deel on hold te zetten. Bent u daartoe bereid?

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, naast de batterijparken en windmolenparken is het zogeheten energie-eiland een van de vele nieuwe, dwaze, peperdure constructies in het kader van de zogenaamde energietransitie ofwel de groene waanzin als gevolg van de klimaathysterie. Dat megalomane energie-eiland, dat maar liefst 12 hectare groot zou worden, vervuilt onze zee, net zoals de windmolenparken. Bovendien brengt het in verhouding zeer weinig energie op. De energiedichtheid van windmolens behoort immers tot de allerlaagste. Zij nemen veel ruimte in, kosten veel aan grondstoffen en leveren in verhouding daartoe zeer weinig energie op.

Weet u wat wel een hoge energiedichtheid heeft en ook nog eens zo goed als CO 2 -vrij is? Juist, kernenergie, de energiebron die u en uw partij al decennia bestrijden, helaas met succes, met dank aan de traditionele partijen. Als wij 20 jaar geleden een kerninstap in plaats van een kernuitstap hadden beslist, dan hadden wij vandaag al die problemen niet.

Dat gigantische energie-eiland voor onze mooie Vlaamse kust zou oorspronkelijk 2,2 miljard euro kosten, maar nu weten wij dat het wel tot 8 miljard euro zou kunnen kosten. Daarom heeft Denemarken de plannen voor zo'n energie-eiland ondertussen al opgeborgen. Onze industrie trekt vandaag aan de alarmbel en vraagt om dit project on hold te zetten en te herbekijken, want als het plan wordt doorgezet, zal de energiefactuur voor onze gezinnen en onze bedrijven de komende jaren exploderen en opnieuw peperduur worden. Mevrouw de minister, hoe zult u dat voorkomen?

Koen Van den Heuvel:

Mevrouw de minister, het Prinses Elisabetheiland zou het paradepaardje van het federale energiebeleid worden, want het innovatieve project zou beantwoorden aan de drie pijlers van elk gezond en ambitieus energiebeleid: de betaalbaarheid en de bevoorrading zouden worden gegarandeerd en er zou worden ingezet op een duurzame energietransitie. Helaas moeten we na enkele jaren vaststellen dat het kostenplaatje enorm toeneemt en dat het project misschien in het water zal vallen.

Het project werd aanvankelijk geraamd op 2 miljard, ondertussen is er al sprake van 7 of 8 miljard. Er wordt blijkbaar niet op een miljard gekeken, en dat is wel spijtig want het zal doorgerekend worden in de factuur van onze bedrijven en onze gezinnen. Dat is heel erg belangrijk. We weten allemaal dat onze maakindustrie en industrie het heel moeilijk hebben op concurrentieel vlak maar ook op het vlak van energieprijzen. Er valt niet mee te lachen. Ik denk dat al de aanwezige partijen hier de betaalbaarheid in het oog willen houden. We moeten er dan ook ernstig werk van maken.

Dat brengt mij bij de verantwoordelijkheid. Waarom is er gekozen voor die vorm van eiland? Zijn de alternatieven voldoende onderzocht? De problematiek van de gelijkstroom is al door collega Wollants geformuleerd. Er rijzen echter nog een aantal vragen in verband met de transparantie. Er wordt gegoocheld met cijfers als 6, 7 of 8 miljard. Hoeveel zal het nu zijn? Wordt het scherp in het oog gehouden? Wat is de impact op de kostprijs voor andere projecten zoals Ventilus en Boucle-du-Hainaut? Voor ons kan het absoluut niet dat het doorgerekend wordt aan (…).

Mathieu Bihet:

Madame la ministre, il est souvent rappelé que le rôle de cette île énergétique est de permettre à notre politique énergétique de marcher sur deux jambes: d'une part, le nucléaire, et d'autre part, l'éolien offshore.

La presse nous apprend aujourd'hui le dérapage, le carambolage budgétaire, autour de cette île énergétique: plus on en parle, plus elle coûte cher. Aujourd'hui, la presse nous apprend également que plusieurs avertissements et plusieurs courriers ont été adressés à votre cabinet.

Madame la ministre, quelle a été votre réaction? Pourquoi n'y a-t-il pas eu de communication de ces différents éléments au Parlement?

Par ailleurs, nous savons que le coût de cette île énergétique sera répercuté sur la facture des ménages et sur celle des entreprises. Qu'en est-il? Pouvez-vous nous rassurer sur ce point?

Ce dossier en appelle malheureusement d'autres: les différents dossiers du plan de relance qui sont contenus dans notre plan qui a été remis à la Commission européenne et estampillés du label de l'énergie. Nous pensons notamment à la dorsale hydrogène qui est malheureusement en train d'aller également tout doucement dans le mur.

Madame la ministre, voilà mes différentes questions sur la facture énergétique et sur votre action. Finalement, quel héritage allez-vous laisser à votre successeur?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer Van den Heuvel, ik beantwoord eerst uw vraag naar waarom en hoe er voor dat eiland is gekozen. De keuze is gemaakt in december 2021, inderdaad, monsieur Bihet, dans le cadre du plan de relance, om ons land te positioneren als energiehub. Het was inderdaad de bedoeling ons energiebeleid te richten op bevoorradingszekerheid, betaalbaarheid en aanvoer van groene elektriciteit naar ons land. Het eiland combineerde en combineert nog steeds die drie elementen.

Het gaat om een innovatieve infrastructuur die ervoor zorgt dat we grote hoeveelheden elektriciteit naar ons land kunnen trekken. Mijnheer Van Rooy, het is niet niks. Het gaat over 30 terawattuur tegen 2030-2035. Wanneer men vandaag pleit om de stekker uit dat project te trekken, houdt dat in dat 30 tot 40 % van de elektriciteit die we tegen 2035 nodig hebben niet beschikbaar zal zijn.

Mijnheer Francken, ik heb er geen probleem mee om na te gaan of andere projecten op dezelfde termijn dezelfde elektriciteit kunnen leveren voor een lagere prijs. Dat moet dan bewezen worden.

Hoe is de beslissing genomen, mijnheer Van den Heuvel? We hebben een vergelijking gemaakt tussen het eiland en de platformen. Op basis van die analyse is gebleken dat het eiland de beste keuze was. De CREG heeft dat toen in haar advies bestempeld als een aanvaardbare toekomstgerichte investering. Men zal blijvend moeten opvolgen of het eiland effectief die baten oplevert en goedkoper blijft dan de platformen.

U kent het vervolg, met de oorlog in Oekraïne, de inflatie en de kostprijsstijgingen. In alle sectoren en voor alle technologieën, ook buiten de energiesector, werd men met die kostprijsstijgingen geconfronteerd.

Mijnheer Wollants, het klopt niet dat ik niet eerlijk ben geweest in het Parlement. U hebt me hier twee weken geleden en deze week vragen gesteld en ik heb in mijn antwoord aan u geciteerd uit de brief die ik reeds in de zomer aan de CREG stuurde.

U hebt mij gevraagd wat ik heb gedaan op het moment dat de CREG mij meedeelde te vermoeden dat er een prijsstijging zat aan te komen, die we, zoals ik al zei, overal zien. Ik heb toen aan Elia gevraagd om dat opnieuw te bekijken. Ik heb de CREG geantwoord dat die prijsstijgingen inderdaad heel zorgwekkend zijn en gevraagd welke oplossingen zij daarvoor zien en hen om alternatieven en andere designelementen gevraagd.

Die evaluatie is op dit moment aan de gang. Ik heb namelijk niet gewacht tot er artikels in de kranten verschenen, ik heb geageerd op het moment waarop dit aan de orde was. Daardoor is er op dit moment een versterkte dialoog tussen de CREG en Elia om die nieuwe kostenbatenanalyse te maken. Ik zeg u dit als minister in lopende zaken, maar niet in belopende zaken. Ik laat de zaken niet op hun beloop. Ik zeg u vandaag dat het eiland geen euro meer mag kosten dan nodig is en dat de baten de kosten moeten overstijgen.

We zullen wel een analyse maken op alle fronten. We zullen kijken naar de kosten en naar de opbrengsten en dan opnieuw evalueren of dit de beste oplossing is. Het energiebeleid in dit land moet een beleid zijn van energiezekerheid en betaalbaarheid. Grote hoeveelheden elektriciteit naar ons land brengen, waardoor de prijs voor elektriciteit daalt, is altijd een goede zaak. Dat mag niet tenietgedaan worden door een te grote stijging van de transmissietarieven. Dat is ook de reden waarom ik de CREG heb gevraagd om met oplossingen te komen zodat dit niet op de factuur wordt doorgerekend.

Zolang als u nodig hebt om een regering te vormen, kunt u op mij rekenen om dat dossier elke dag te blijven opvolgen.

Cela sera mon héritage pour mon successeur, monsieur Bihet. Mon successeur ne trouvera pas le bordel mais des dossiers en ordre sur lesquels il pourra statuer.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, dank u dat u al één lid van de volgende regering hebt aangeduid, namelijk collega Bihet. Maar misschien verandert het nog.

Bert Wollants:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister, maar eerlijk gezegd, de transparantie was ver zoek. Ik heb u gevraagd wat de huidige kostenraming is. U hebt daar niet op geantwoord.

Ik heb het in mijn volgende vraag anders geformuleerd en gevraagd of het klopt het dat die kostenraming ondertussen 7 miljard euro bedraagt. U hebt mij geantwoord dat dit moeilijk te zeggen is.

U bent niet eerlijk geweest. Dat wil zeggen dat wij actie moeten ondernemen om ervoor te zorgen dat die kosten onder controle blijven. Ik heb u vandaag gevraagd na te gaan of het mogelijk is het gelijkstroomgedeelte nog niet uit te voeren. Dan kunnen de eerste parken zonder problemen aangesloten worden. Maar wat hebt u daarop geantwoord? Helemaal niets.

U bent daar niet transparant over. U houdt dingen achter. Ik vind het ongehoord dat u in lopende zaken op deze manier omgaat met het Parlement terwijl de kosten op zo'n gigantische manier toenemen. Er komt bijna 5 miljard euro bij. 5 miljard euro die gevonden moet worden in de zakken van alle (…)

Sam Van Rooy:

Mevrouw Van der Straeten, u lijkt wel een personage uit Het Eiland . Niemand gelooft u nog. Drie jaar geleden zei u dat de kernuitstap de energieprijs niet zou verhogen, integendeel. Enkele maanden later zei u, in een bijzonder gênant optreden in De Afspraak op VRT Canvas: "Ik kan dit niet uitdrukken in percentages; ik kan niet zo goed absolute getallen omzetten naar procenten."

Wel, mevrouw Van der Straeten, dat hebt u in de voorbije jaren inderdaad bewezen. U bent een ramp voor onze energievoorziening. U bent een ramp voor onze energiefactuur. Kortom, u bent een ramp voor de bedrijven en de gezinnen in Vlaanderen.

U bent 24 jaar geleden afgestudeerd als Afrikanist. Zoek alstublieft uw toekomst in dat vakgebied, en bij voorkeur ook op één of ander eiland.

Koen Van den Heuvel:

Mevrouw de minister, ik moet eerlijk zeggen dat ik ook een beetje op mijn honger blijf zitten. Wij kunnen enkel constateren dat de kostprijs van 2 naar 8 miljard gaat. Dat is dus maal vier.

Als dat in een bedrijf gebeurt, of voor een privé-investering, worden er toch ook vragen gesteld. Niemand heeft dat graag. Wij kunnen niet tot de orde van de dag overgaan bij zulke cijfers, bij zo'n verveelvoudiging. Daarom vinden wij dat we toch een beetje onze tijd moeten nemen en alles mooi op een rijtje zetten, want dit kunnen wij niet onmiddellijk begrijpen.

Voor mijn partij is het heel duidelijk, onze bedrijven en gezinnen mogen niet het slachtoffer worden van dit mismanagement.

Mathieu Bihet:

Madame la ministre, on n'en sait pas plus concernant le coût total de cette île énergétique. Ni sur le dossier du plan de relance. À propos de l'impact sur la facture des ménages et des entreprises, vous dites que vous avez demandé à la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG) de veiller à ce qu'il n'y en ait pas. Alors, qui va payer? Cela non plus, on ne le sait pas. Tout part à vau-l'eau en cette fin de mandat, madame la ministre, et vous semblez rester au balcon, en attendant péniblement que votre mandat se termine. Nous demandons que soient communiqués les différents documents sur le plan de relance, ainsi que les courriers adressés à votre cabinet par la CREG. Nous demandons également la convocation à la rentrée de la commission de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat pour pouvoir faire la clarté et avoir un débat sur ce sujet. Je vous remercie.

klimaat, energie en landbouw

De versnelde vergroening van het bedrijfswagenpark

Gesteld door

N-VA Wouter Raskin

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 17 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Zakia Khattabi verdedigde haar Europese oproep voor versnelde vergroening van bedrijfswagenparken, wijzend op Belgiës voortrekkersrol (44% CO₂-daling sinds 2021) en regeringssteun via het Klimaatplan, terwijl Wouter Raskin (N-VA) haar bevoegdheidsoverschrijding in lopende zaken aanwakkerde en haar aanklaagde voor "aanvallen op Vlaamse welvaart" door extra druk op de sector. Khattabi benadrukte Europese solidariteit, Raskin kaartte politieke polarisatie aan en riep Open VLD op Ecolo tegen te houden. Kernconflict: klimaatambitie vs. institutionele en economische weerstand.

Wouter Raskin:

Mevrouw Khattabi, deze vraag had ik aan de eerste minister gericht, omdat ze mijns inziens pertinent is.

Onlangs schreef u, samen met uw collega Gilkinet en enkele Europese collega's, mevrouw von der Leyen en de Europese Commissie een brief waarin u met aandrang vroeg dat zij het komende werkjaar nieuw wetgevend werk in werking zou doen treden dat lidstaten bijkomend verplicht om de vergroening van het bedrijfswagenpark te versnellen. Dat deed u op het moment dat het in de betrokken sector alle hens aan dek was om zich aan de gewijzigde fiscaliteit rond bedrijfswagens aan te passen. Dat heeft de sector ook goed en zonder morren gedaan. Weldra zal meer dan 50 % van de nieuw ingeschreven bedrijfswagens emissievrij zijn. Maar terwijl de sector probeert te bekomen van die aanpassing, pleit u alweer voor nieuw beleid!

Bovendien ondertekent u, net zoals minister Gilkinet, de brief niet in persoonlijke naam, maar als minister van België, en dat terwijl de regering in lopende zaken is. Kortom, u stelt de vraag in naam van de lidstaat België. Mevrouw de minister, is uw actie doorgesproken in de regering?

Ik ben van oordeel dat u uw boekje te buiten bent gegaan. Bent u daarom van plan om een nieuw schrijven te richten aan mevrouw von der Leyen om u te excuseren en om haar mee te delen dat u buiten uw bevoegdheid trad?

Zakia Khattabi:

Ik heb inderdaad een brief ondertekend waarin ik de Europese Commissie oproep om een initiatief te nemen om bedrijfswagenparken groener te maken. Die brief is volledig in lijn met de beslissingen die al werden genomen door de federale regering, evenals met het ontwerp van Nationaal Energie- en Klimaatplan. Trouwens, federale maatregelen op dat gebied zullen ook de gewesten helpen om hun klimaatdoelstellingen te bereiken en de kosten te vermijden die gepaard gaan met de aankoop van emissierechten.

De Belgische automarkt draagt ook zijn steentje al bij. De gemiddelde CO 2 -uitstoot van nieuwe wagens daalt in ons land namelijk beduidend sneller dan elders in Europa. Tussen 2019 en 2023 is de uitstoot van nieuwe wagens in België met meer dan 40 % gedaald. In de meeste andere EU-lidstaten ligt dat cijfer veel lager. Het Europese gemiddelde daalde immers met slechts 27 %. Het is het bedrijfswagenpark dat vergroent. In vergelijking met 2021 is de uitstoot van nieuwe bedrijfswagens met 44 % gedaald, wat een derde meer is dan bij alle verkochte nieuwe wagens en vier keer meer dan bij de nieuwe wagens gekocht door particulieren.

Ik vind het vreemd dat u niet alleen een effectief klimaatbeleid in twijfel trekt, maar ook pleit tegen Europese solidariteit bij de inspanningen die op dat gebied worden geleverd. Om dezelfde klimaatdoelstellingen te bereiken, zullen de andere Europese landen het Belgische voorbeeld moeten volgen, vandaar het initiatief.

Wouter Raskin:

Mevrouw Khattabi, ik pleitte hier en nu nergens voor. U legt mij woorden in de mond. U mag zo overtuigd zijn van uw zaken als u wilt, maar u bepleit hier nieuw beleid, hoewel u in lopende zaken zit. Dat geldt ook voor minister Gilkinet. Na de aanval op DHL enkele weken geleden is er nu de aanval op de bedrijfswagenmarkt. Keer op keer valt u de Vlaamse welvaart aan. Ik had mijn vraag willen stellen aan de eerste minster, maar die is er niet. Ik richt mij dus tot de paar Open Vld'ers die hier nog resten. Beste mensen, die Ecolo'ers vallen onze welvaart dag in dag uit aan; stop hen alstublieft! ( Protest van de Ecolo-Groenfractie )

gezondheid en welzijn

De Dag tegen kanker en het recht om vergeten te worden
De Dag tegen kanker en het recht om vergeten te worden
Roze oktober en oncologische zorg
Breast Kanker Bewustzijn en Zorg

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 17 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Op de Dag tegen Kanker benadrukken parlementsleden de noodzaak om het ‘recht om vergeten te worden’ voor ex-kankerpatiënten verder uit te breiden, met name naar reisannulerings- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, en de meldingsplicht af te schaffen (zoals in Frankrijk/Nederland). Minister Vandenbroucke bevestigt de verkorting van wachttijden (van 10 naar 5 jaar) en wetenschappelijke studies voor ziekte-specifieke termijnen (bv. borst-/schildklierkanker), maar stelt verdere uitbreiding afhankelijk van nieuwe regering en KCE-onderzoek (2025). Critici vragen snellere actie, betere toegang tot vroege opsporing (bv. mammografie tot 74 jaar) en financiële steun (protheses, hoofdbedekking). Kernpunt: rechtvaardigheid en herintegratie van ex-patiënten blijft onvoldoende gerealiseerd.

Anneleen Van Bossuyt:

Collega Bertels verwees er al naar, het is vandaag de Dag tegen kanker. We kennen wel allemaal iemand die op dit moment tegen kanker aan het vechten is, of die eraan gestorven is.

Jammer genoeg worden mensen nadat ze kanker overwonnen hebben, toch nog met problemen geconfronteerd. Bijvoorbeeld, als ze een bepaalde verzekering willen aangaan, is dat soms heel moeilijk. Vandaar dat in 2019 het recht om vergeten te worden is ingevoerd, waardoor ex-kankerpatiënten bijvoorbeeld een schuldsaldoverzekering kunnen aangaan zonder dat ze een extra medische premie moeten betalen.

In de vorige legislatuur hebben we dit recht om vergeten te worden kunnen uitbreiden, onder meer naar de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ook hebben we de termijn waarbinnen het recht om vergeten te worden ingaat, teruggebracht van 10 jaar naar 5 jaar. Vandaag willen wij een pleidooi houden om het recht om vergeten te worden nog verder uit te breiden. We hebben ter zake een concreet wetsvoorstel op tafel gelegd. Gisteren hebben we het nog in de commissie voor Economie toegelicht.

We willen het recht om vergeten te worden graag uitbreiden naar de reisannuleringsverzekering, opdat ex-kankerpatiënten zorgeloos op vakantie kunnen gaan. Daarnaast willen we van het recht om vergeten te worden een echt recht om vergeten te worden maken door de meldingsplicht af te schaffen. Nu zijn zij nog steeds verplicht te melden dat ze ooit kanker hebben gehad.

In Frankrijk, Nederland en Luxemburg is die afschaffing al het geval. Vandaar onze vraag, mijnheer de minister: bent u bereid die uitbreiding te onderzoeken?

Irina De Knop:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, zoals hier net terecht vermeld is, krijgen elke dag negen mensen in ons land het moeilijke nieuws en verdict dat ze kanker hebben. Niet alleen is de ziekte zelf heel slecht nieuws, ingrijpend op het leven van mensen en hun familie, minstens even erg is het feit dat wanneer men genezen wordt verklaard die ziekte de patiënt jarenlang blijft achtervolgen. Dat merken bijvoorbeeld personen die een verzekering willen afsluiten.

Mede onder impuls van onze fractie is in de vorige legislatuur de zogenaamde wet betreffende het recht om vergeten te worden ingevoerd. Dat heeft ervoor gezorgd dat mensen opnieuw een schuldsaldoverzekering kunnen afsluiten na een bepaalde termijn. In een volgende stap hebben we er samen in het Parlement voor gezorgd dat het recht om vergeten te worden ook kan worden ingevoerd voor de verzekering gewaarborgd inkomen.

Natuurlijk is het werk niet af. We vernemen dat bij bepaalde vormen van kanker, onder meer borstkanker, de verzekering gewaarborgd inkomen nog steeds niet afgesloten kan worden. Ook horen we dat er nog heel wat issues bestaan over de termijn, meer in het bijzonder over de datum waarop de termijn eigenlijk ingaat. Dat is voor mensen na hun ziekte natuurlijk bepalend.

Mijnheer de minister, wij vragen dan ook heel duidelijk hoe u de wet van 2022 evalueert. Welke bijsturingen zijn volgens u nog nodig? Kunt u meedelen hoeveel mensen reeds konden gebruikmaken van die regeling, waardoor zij dus opnieuw een verzekering konden afsluiten? Waar zitten er nog hiaten?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, chaque année, 11 000 femmes sont touchées par le cancer du sein en Belgique. Au total, une femme sur huit sera concernée au cours de sa vie. Heureusement, le taux de guérison est de plus en plus élevé, surtout lorsque la maladie est diagnostiquée à un stade précoce. Néanmoins, c'est une annonce qui bouleverse leur vie quotidienne: traitements médicaux, effets secondaires, conséquences sur la vie privée et professionnelle, craintes pour l'avenir et j'en passe.

Il est évidemment nécessaire de garantir aux milliers de femmes touchées par le cancer du sein l'accès aux meilleurs soins. Si la qualité des soins est indispensable, leur accessibilité géographique et financière l'est tout autant. En effet, il n'est pas rare qu'il faille attendre plusieurs semaines, voire plusieurs mois, avant d'obtenir un rendez-vous pour une mammographie. Or, comme vous le savez, plus le délai est long, plus les chances de guérison s'amenuisent.

Monsieur le ministre, mon groupe se réjouit évidemment du développement des cliniques du sein et d'avoir obtenu la diminution de la TVA sur les soutiens-gorges et maillots de bain adaptés aux prothèses mammaires. Il se félicite également, et j'ai travaillé sur ce sujet sous la précédente législature, d'avoir mis fin aux surprimes des assurances. Cela dit, il faut naturellement aller plus loin.

Monsieur le ministre, selon vous, quelles mesures doivent-elles être prises pour garantir une prise en charge de qualité à toutes ces femmes et diminuer les délais d'attente pour une mammographie? Un nouveau Plan cancer, contenant un volet spécialement dédié au cancer du sein, est-il envisagé?

Et puis, monsieur le ministre, il faut dépister plus tôt et à plus grande fréquence. Nous savons que 30 % des cancers du sein sont détectés chez des femmes de plus de 70 ans. Elles non plus ne doivent pas être oubliées. La France, l'Espagne, la Suède et les Pays-Bas prévoient déjà depuis plusieurs années un dépistage jusqu'à 74 ans accomplis. Notre pays compte-t-il suivre cet exemple?

Frank Vandenbroucke:

Geachte leden, tijdens mijn bezoek aan het UZ Brussel vanmiddag, kon ik het belang ervaren niet alleen van een goed georganiseerde en betaalbare ziekteverzekering voor patiënten met kanker, maar ook van de warme solidariteit van de hele samenleving, omdat de gevolgen van kanker natuurlijk niet stoppen als de behandeling stopt. Men draagt de ziekte vaak een leven lang mee. Zo getuigden mensen vanmiddag en ik neem die getuigenissen echt mee.

Dat betekent dat we nog meer moeten doen rond het recht om een ziekte te laten vergeten. U wees er al op, mevrouw Van Bossuyt, dat we daaromtrent in de vorige legislatuur belangrijke stappen vooruit hebben gezet. Zo hebben we het in de praktijk gemakkelijker gemaakt voor patiënten die een chronische ziekte hebben gehad, om toegang te krijgen tot een schuldsaldoverzekering voor een hypotheek of een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ietwat concreter, in 2022 hebben we een algemene verbetering tot stand gebracht. Het komt erop neer dat de termijn al is verkort tot 8 jaar voor de schuldsaldo- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Vanaf 1 januari zal die termijn maximaal 5 jaar zijn voor iedereen. Die is voor mensen jonger dan 21 jaar vandaag al maximaal 5 jaar. Dat is een heel belangrijke stap vooruit.

Daarnaast hebben we een programma ontwikkeld waarbij we, op basis van wat de wetenschap ons leert, geval per geval, in specifieke, kortere termijnen voorzien. We hebben, bijvoorbeeld, voor bepaalde borstkankers een onderzoek laten doen waaruit duidelijk bleek dat de termijnen konden worden ingekort, en dat is ook zo sinds 2023. Daardoor hebben jaarlijks zowat 5.000 vrouwen gemakkelijker toegang tot een lening voor een woning.

We gaan verder op die weg. Er loopt nu bij het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg een studie over schildklierkanker en ik hoop dat die studie wetenschappelijk de uitspraak dat de ziekte na een aantal jaar achter de rug is, zal ondersteunen, zodat de betrokkenen toegang krijgen tot een schuldsaldo- en een arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Mevrouw Van Bossuyt, mevrouw De Knop, ik ben echt heel blij met uw verklaring dat u verdere vooruitgang wilt. Ik ben absoluut zelf ook vragende partij van een uitbreiding, zowel wat het type verzekering als wat de algemene termijnen betreft, en dus de voortzetting van het wetenschappelijke programma waarbij we ziekte per ziekte en soort kanker per soort kanker bekijken. Zodra het Parlement onder een nieuwe regering aan de slag gaat, sta ik daar helemaal voor open.

Monsieur Prévot, plusieurs mesures récentes ont été importantes en ce qui concerne la prise en compte du cancer du sein. Vous savez que nous avons décidé de concentrer en partie les épisodes les plus délicats en matière de traitement du cancer du sein, particulièrement la mise au point d'un plan de traitement et les interventions chirurgicales, en garantissant la proximité pour le suivi des traitements. Nous avons également décidé de mieux rembourser les soins dentaires des personnes atteintes d'un cancer ainsi qu'un remboursement allant jusqu' à 120 euros pour l'achat d'un accessoire couvrant la tête pour les personnes qui perdent leurs cheveux.

La prévention est évidemment essentielle, et à ce sujet, le dépistage est crucial. La Commission européenne a renforcé ce débat en disant qu'il fallait considérer un élargissement des groupes cibles du dépistage. Il y a à vrai dire des arguments pour et contre, c'est un débat nuancé. Afin de mettre en balance les avantages et inconvénients d'une telle extension, une étude du KCE a été lancée pour évaluer l'efficacité clinique et le rapport coût/efficacité d'un dépistage élargi. Cette étude portera d'ailleurs aussi sur la nomenclature, ce qui a également une importance concrète en la matière. La publication de cette étude est attendue pour la fin de l'année 2025. Il faudra donc patienter car le KCE a beaucoup de pain sur la planche. Cette étude fournira une base cruciale au prochain gouvernement, tant au niveau fédéral qu'aux entités fédérées, pour décider de l'opportunité d'une telle extension.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U toont bereidheid om het toepassingsgebied van het recht om vergeten te worden uit te breiden naar andere verzekeringsvormen, zoals de reisannulatieverzekering, die wij genoemd hebben.

Ik had graag de openheid gezien om er een echt recht om vergeten te worden van te maken door de meldingsplicht af te schaffen, zoals dat in onze buurlanden is gebeurd. Het gaat niet alleen om een aanpassing van de regels, maar ook om rechtvaardigheid en menselijkheid. Ex-kankerpatiënten hebben gevochten en overwonnen. Zij moeten alle kansen krijgen om hun leven opnieuw op te bouwen.

Irina De Knop:

Dank u voor uw antwoord, waar veel goede elementen in zitten. U hebt onderstreept wat de wetgeving vandaag reeds toelaat. Ik onthoud dat we opnieuw moeten kijken naar het moment waarop de wachttermijn ingaat, aangezien dat voor mensen cruciaal is. Ik onthoud dat uitbreiding naar andere kankervormen mogelijk moet zijn en dat daartoe een versnelling binnen het gevoerde kankeronderzoek nodig is. De mensen die nu ziek zijn of ziek geweest zijn, willen nu een oplossing.

Tot slot moeten we bekijken hoe we er samen voor kunnen zorgen dat ook andere verzekeringen, zoals het gewaarborgd inkomen voor mensen die borstkanker hebben gehad, opnieuw gewaarborgd kunnen worden. Op deze Dag tegen kanker blijft er jammer genoeg nog werk aan de winkel.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je vous remercie également pour avoir refait un instantané de la situation et rappelé surtout ce qui a pu être fait singulièrement sous le précédent gouvernement. Néanmoins, la lutte contre le cancer doit demeurer une priorité de l'agenda politique à tous les niveaux de pouvoir. On doit dépister plus. On doit dépister mieux. On doit garantir le remboursement des traitements les plus innovants. On doit réduire les temps d'attente pour réaliser une mammographie mais on doit aussi rembourser davantage les prothèses capillaires, les chapeaux, les bandeaux, etc. Pour cela, monsieur le ministre, il faut des moyens. J'espère dès lors que le gouvernement Arizona décidera de faire de nos soins de santé une réelle priorité en fixant une norme de croissance qui répond véritablement aux besoins des patients et du secteur.

mobiliteit en transport

De dienstregeling van de NMBS
Het vervoersplan van de NMBS
De dienstregeling van de NMBS
De impact van het gedeeltelijke uitstel van de uitvoering van het vervoersplan 2023-2026 van de NMBS
De recente beslissing van de NMBS om de uitvoering van vervoersplan 2023-2026 uit te stellen
NMBS vervoersplan 2023-2026 en dienstregeling.

Gesteld aan

Georges Gilkinet

op 8 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De NMBS schort haar beloofde uitbreiding van het treinaanbod (december 2024) op door acute tekorten aan treinbestuurders en netwerkcapaciteit, ondanks het beheerscontract (43 mjd investering) dat meer treinen afdwong. Minister Gilkinet (Ecolo) handhaaft het contract strikt, dreigt met sancties en eist naleving, maar de NMBS houdt vol dat de plannen onhaalbaar zijn zonder extra personeel, wat leidt tot verzuurde verhoudingen en geschrapte verbindingen (bv. Brussel-Sint-Niklaas, Antwerpen-Brussel). Kritiek uit alle hoeken: oppositie en vakbonden wijzen op chronisch onderbezet personeel, overwerkte medewerkers en realiteitsvreemd beleid, terwijl Gilkinet blijft hameren op contractuele verplichtingen en toekomstige concurrentie (2032). De ministerraad moet nu een geactualiseerd, haalbaar plan goedkeuren, maar de praktische oplossingen (werving, werkomstandigheden) blijven uit, terwijl reizigers en werknemers de dupe zijn.

Frank Troosters:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister, welk verhaal schrijft u? In december, over twee maanden dus, zou normaal gezien het nieuwe vervoersplan van de NMBS in werking moeten treden waarmee het aanbod verhoogd zou worden. Meer treinen, dat stemde u gelukkig. Een toename van het aantal treinen was lange tijd de rode draad in uw beleid, aangezien u meende dat mensen hierdoor de overstap van vervuilende wagens naar de trein zouden maken. Elke kritische opmerking of vraag van de oppositie over de haalbaarheid, later ook van de meerderheid gleed van u af als water van een eend. Er moesten meer treinen komen, ook als daardoor lokaal piekuurtreinen geschrapt werden. Dat was geen probleem voor u. Zo werden in Limburg per week 25 piekuurtreinen geschrapt tussen Hasselt en Genk.

Het wegvallen van de rechtstreekse treinverbinding tussen Brussel en Sint-Niklaas vanaf december, waarover ik u in februari een vraag stelde, vond u dat ook geen probleem. Het was geen probleem voor u dat treinreizigers in Sint-Niklaas, Zele, Belsele, Sinaai en Lokeren in de kou blijven staan, zolang er maar meer treinen kwamen.

Enkele weken geleden stelde de NMBS plots dat ze dat plan niet zou kunnen uitvoeren wegens een gebrek aan capaciteit op het net en door onvoldoende treinbestuurders. Toen werd u plots wel boos en dreigde u met sancties tegen de NMBS. U zei zelfs dat u gebruik zou maken van de regeringscommissaris, wat mogelijk is via de wet op de overheidsbedrijven, om die beslissing te schorsen. Dat hebt u ook gedaan en dat is redelijk ongezien. Hierdoor is de relatie met de NMBS behoorlijk verzuurd. De NMBS verklaarde zich niets van de minister aan te trekken en bij haar beslissing te blijven. Daardoor zal alles beslecht worden in de ministerraad.

Wat zult u in de ministerraad zeggen? Wat mogen de treinreizigers verwachten en hoe gaat u verder werken met de NMBS?

Farah Jacquet:

Monsieur le ministre, un train sur sept est soit supprimé, soit en retard. Les gens arrivent donc en retard au travail ou se lèvent parfois plus tôt afin de prendre le train précédent pour être certains d'arriver à l'heure au travail. Dans d'autres cas, ils préfèrent malheureusement la voiture. En tant que ministre, vous aviez promis que la situation s'améliorerait, mais aujourd'hui nous apprenons qu'il n'y aura pas de trains supplémentaires par manque de personnel. La situation ne va donc pas s'améliorer, ni pour les usagers, ni pour le personnel. Cela vous étonne? Moi, cela ne m'étonne pas. J'ai travaillé pendant 18 ans aux chemins de fer et je pense donc savoir de quoi je parle. Il n'y a pas assez de personnel. On supprime des postes et les autres collègues doivent les remplacer. Les conducteurs ne savent pas prendre congé et on a du mal à recruter du personnel. Vous savez, à l'origine, nous ne sommes pas engagés au chemins de fer pour supprimer des trains, mais bien pour les faire rouler.

Qu'ont fait le gouvernement et la direction de la SNCB? Vous avez poussé à toujours plus de productivité et les moyens ne suivent pas. Le personnel tourne donc forcément sur lui-même et est à bout. Les travailleurs n'ont plus de congés et la pression managériale est constante. Soit ils tombent malade car leur corps est à bout, soit ils quittent simplement l'entreprise. Comment voulez-vous, aujourd'hui, assurer l'offre dans de pareilles conditions et l'élargir demain? C'est juste impossible. Quelles seront les victimes? Les usagers et les cheminots!

Qu'allez-vous faire pour valoriser le statut des cheminots? Cette valorisation est indispensable pour pouvoir recruter du personnel. Si on veut ensuite renforcer l'offre de train et enfin répondre aux besoins (…)

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, laat ik beginnen met een compliment. Uw spoorbeleid is perfect wat wij verwachten van uw partij, Ecolo, namelijk onrealistisch en fundamentalistisch. Dat heeft schrijnende gevolgen voor de treinreizigers. Ik kan als voorbeeld mezelf geven. Ik ben nog maar pas aan het reizen per trein en ik heb al vaker staan wachten dan dat ik met de trein gereisd heb, door veelvuldige afschaffingen en door heel veel vertragingen.

U bent nu al weken verwikkeld in een patstelling met de NMBS, omdat u haar een ambitieus opschalingsplan wil opleggen op een moment waarop ze een chronisch en een acuut personeelstekort heeft. Een tekort aan treinbestuurders, bedoel ik daarmee.

Uw groene idealen botsen voor de zoveelste keer met de feitelijke haalbaarheid ervan. Nu legt de NMBS de bal weer in uw kamp. Ze vraagt u dringend een nieuw, haalbaar, treinaanbod voor te leggen aan de ministerraad. Ze wil immers kunnen voortwerken.

Echter, in plaats van snel te handelen, kiest u ervoor te vertragen, net zoals de treinen vertragen. U kiest ervoor tijd te rekken bij het opmaken van een analyse door de FOD Mobiliteit.

Mijnheer de minister, ik meen dat het genoeg geweest is. Stel u alstublieft nederig op en luister naar de mensen op het terrein. Zij hebben nood aan realisme. De groene luchtkastelen van een minister die electoraal geen slagkracht meer heeft, kunnen zij missen.

Zult u een nieuw plan voorleggen aan de ministerraad? Of niet? Zowel de politiek als de treinreizigers zijn uw vertragingen grondig beu.

Xavier Dubois:

Monsieur le président, chers collègues, monsieur le ministre, il y a un peu plus d’un mois, la SNCB a décidé du report de la seconde phase de son plan de transport 2023-2026. Nous l’avons évoqué il y a deux semaines: en réaction, vous avez en quelque sorte sorti l’artillerie lourde. Vous avez demandé au commissaire du gouvernement de suspendre cette décision, que vous avez ensuite vous-même annulée.

Bien entendu, nous regrettons fortement le report de l’augmentation de l’offre de trains, mais il convient d’admettre qu’il est difficile de faire rouler des trains sans conducteur à bord.

Suite à cela, nous avons appris la semaine passée que la SNCB a décidé de confirmer cette décision de report de son plan de transport. Elle justifie cette décision en mettant en avant que lorsque ce plan de transport a été présenté en 2023, il était assorti de conditions d’augmentation du nombre de personnes et du nombre de sillons.

Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer que ces conditions avaient bien été présentées lorsque vous avez présenté cette augmentation du plan de transport au Conseil des ministres?

Allez-vous présenter auprès du Conseil des ministres la demande de la SNCB de valider cette modification du plan de transport? Allez-vous le faire? Quand allez-vous le faire? Si ce n’est pas le cas, quelles solutions allez-vous proposer? Allez-vous proposer finalement que des trains soient créés et que ceux-ci soient ensuite annulés faute de conducteur à bord?

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, voor ons, ecologisten, is het duidelijk: de meest ecologische keuze moet ook de meest logische keuze zijn. Daar hoort ook een sterk openbaar vervoer bij. Dat is cruciaal.

Vergeten we niet dat er voor het eerst sinds 12 jaar weer een beheerscontract op tafel ligt. Bovendien heeft de NMBS zelf meegeschreven aan dat ambitieuze beheerscontract. In ruil daarvoor is de minister met 43 miljard euro over de brug gekomen. Als de NMBS die ambities eenzijdig en zonder overleg in de prullenmand dreigt te gooien, dan vind ik het normaal dat de minister in opstand komt. Wat is een beheerscontract anders nog waard?

De NMBS schroeft niet alleen haar beloftes terug, neen, er wordt ook ingegrepen, zonder overleg, in het huidige treinaanbod. Tussen Antwerpen en Brussel wordt een op vier IC-treinen geschrapt. Vanaf januari kan men in Antwerpen dus een half uur op een trein naar Brussel staan wachten. In het IC-station in Mortsel, de dichtstbevolkte stad van Vlaanderen, wordt het treinaanbod gehalveerd tot een trein per uur, en dat terwijl de stad Mortsel zich helemaal op een snelle verbinding naar Brussel heeft georiënteerd.

Ook in de andere provincies delen de treinreizigers in de klappen. Waarom? Omdat de NMBS ook beslist heeft om een internationale trein, waarop geen enkele binnenlandse reiziger kan opstappen, voor te laten gaan. Collega's, voor ons is het duidelijk. Wij zeggen ja tegen meer internationale treinen, maar niet ten koste van volle binnenlandse treinen.

Mijnheer de minister, hoe kunnen we voorkomen dat het binnenlandse treinverkeer, de binnenlandse treinreizigers, de dupe zijn van meer internationale treinen?

Voorzitter:

Mijnheer de minister, u hebt vijf minuten om te antwoorden.

Georges Gilkinet:

Collega's, dank u voor uw vragen over de toekomstige dienstverlening van de NMBS. De kwestie die de voorbije weken in mijn gesprekken met de NMBS naar voren is gekomen, is de naleving van het openbaredienstcontract van de NMBS dat in december 2022 met de Belgische Staat werd gesloten.

L'un des points fondamentaux de ce contrat, si pas le point fondamental, est de progressivement faire rouler davantage de trains sur le réseau belge, notamment en soirée, le week-end, entre et autour des grandes villes, pour offrir un meilleur service aux voyageurs et donc attirer davantage de voyageurs vers le mode de transport le plus respectueux de l'environnement et le plus sûr.

Cette augmentation progressive de l'offre de trains qui s'est traduite par une évolution de la courbe de production inscrite dans le contrat de service public de la SNCB permettra également de réaliser des gains d'efficience via, notamment, un meilleur amortissement du matériel roulant. C'est donc une question centrale.

In de beslissing van 7 september, die ik nietig heb verklaard, heeft de raad van bestuur van de NMBS eenzijdig besloten om de productiecurve, die wij met kennis van zaken en zwart op wit in het contract hadden vastgelegd voor na december 2024, ter discussie te stellen. Een contract is een wederzijdse verbintenis tussen partijen. Een partij alleen kan de voorwaarden van haar verplichtingen niet herzien. Na mijn optreden is dat rechtgezet. De NMBS herbevestigt haar engagement om de in het contract vastgelegde doelstellingen te respecteren en verbindt zich ertoe alles in het werk te stellen om het nodige personeel aan te werven. In overeenstemming met het contract en het Europese kader vraagt de NMBS anderzijds aan de regering om de wijzigingen aan het vervoersplan goed te keuren.

Ce sont deux modifications essentielles, entre les décisions de septembre et celles d'octobre: confirmer les objectifs de production en trains-kilomètres et respecter la procédure qui prévoit qu'une des deux parties ne peut pas unilatéralement remettre en cause ses engagements.

Anderzijds bevestigt de NMBS dat ze niet in staat is om de nieuwe verbindingen aan te bieden die gepland waren voor december 2024. Dat komt deels door werken aan de infrastructuur – wij investeren daarin –, maar vooral door moeilijkheden bij het aanwerven van de bestuurders die daarvoor nodig zijn. Ik kan begrip hebben voor dat laatste. Niemand is gehouden tot het onmogelijke.

Het dossier volgt nu verder de procedure, waarbij de FOD Mobiliteit de beslissing zal analyseren, met inbegrip van de gevolgen van de door de NMBS genomen opties voor de interne diensten in België. Vervolgens zal de regering het al dan niet goedkeuren.

Mais j'en reviens à la question essentielle du respect, par la SNCB, et demain par le futur gouvernement, du contrat de dix ans signé en décembre 2022. Le respect de ce contrat est de première importance. D'abord pour les voyageurs concernés qui attendent un service accessible, robuste et étendu, un service sur lequel ils peuvent compter. Ensuite pour l'entreprise elle-même, qui doit s'adapter au cadre européen et se préparer, que vous le vouliez ou non, à l'ouverture à la concurrence en 2032. Faire l'autruche n'est pas une option. La meilleure façon d'être prêts à ce changement de paradigme est de respecter le plus strictement possible la courbe de production et d'efficience que nous avons négociée et qui a été acceptée par les deux parties, car elle est la clé de voûte de l'amélioration attendue du service ferroviaire.

Être du côté des travailleurs de la SNCB, comme je le suis depuis quatre ans, c'est d'abord lui donner les moyens d'engager de nouveaux collaborateurs – les moyens sont là. Mais c'est surtout mettre en place les conditions du succès, afin de réussir ce basculement et d'assurer l'avenir de nos entreprises ferroviaires.

Dat is ook van fundamenteel belang voor de Belgische economie.

C'est la raison pour laquelle je me battrai jusqu'au bout, et au-delà, en faveur du train, en étant très souvent aligné avec nos deux entreprises ferroviaires et leurs dirigeants; parfois un peu moins, dès lors qu'ils ne feraient pas tout ce qui est nécessaire pour respecter leur part de contrat. Je pense que, jusqu'à la fin, c'est mon devoir de ministre de tout mettre en œuvre pour éviter cet enterrement de première classe des ambitions que j'ai défendues avec le reste du gouvernement depuis quatre ans pour faire du train la colonne vertébrale de la mobilité.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, u hebt geen 43 miljard gegeven, maar 43 miljard beloofd, die iemand anders zal moeten geven, maar die allicht niet voorhanden zal zijn. Daarnaast lijkt het mij dat in de beheersovereenkomst ook wel wat bepalingen staan die de NMBS toelaten om van bepaalde afspraken af te wijken.

De cirkel lijkt me wel rond. U bent uw mandaat begonnen met een hevige ruzie met de NMBS over de sluiting van de loketten, waarbij de CEO u op een ongeziene wijze met een open brief in de media aan de schandpaal heeft genageld. Nu lijkt u uw ambtstermijn ook af te sluiten met een stevige ruzie.

Eigenlijk is een van uw groene ballonnetjes doorprikt. De toekomst zou weleens kunnen uitwijzen dat meer van die ballonnen of mogelijk zelfs alles van tafel moet. Dat zou betekenen dat we onder uw ministerschap vier jaar stilstand hebben gehad. Dat is niet waar de treinreiziger en het NMBS-personeel op zaten te wachten.

Farah Jacquet:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses, si j'ose dire.

Vous répétez toujours la même chose: vous dites que vous voulez quand même y arriver. Mais la situation s'aggrave. Tous ces trains ne sont pas supprimés pour rien! Ce n'est pas par plaisir que les conducteurs et les accompagnateurs le font. Il n'y a pas assez de personnel, dans quelle langue devons-nous le dire? Vous n'écoutez pas les travailleurs! À moins que vous n'ayez une nouvelle idée et que certaines personnes, ici présentes, n'arrêtent leur mandat pour aller postuler aux chemins de fer. Peut-être qu'alors ils travailleront enfin convenablement. Il faut écouter les gens.

Voorzitter:

Merci, chère collègue. C'était votre première intervention dans cet hémicycle. (Applaudissements)

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, dit is eenzelfde slecht scenario als uw plan om de Boeing 777 van DHL op Zaventem te verbieden. De kiezer heeft u afgestraft, u bent zelfs niet meer verkozen tot Kamerlid en toch slaagt u erin om vuurtjes te blijven stoken, als een echte pyromaan. Ik vroeg het eerder al in de commissie: kunt u de treinreiziger een plezier doen, onmiddellijk stoppen met uw spelletjes, een correcte overdracht van uw dossiers voorbereiden en dan de Wetstraat verlaten, alstublieft?

Voorzitter:

Mevrouw Cuylaerts, ik feliciteer u met uw maidenspeech. (Applaus)

Xavier Dubois:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse qui me déçoit une nouvelle fois. Vous mettez en avant le contrat qu'il faut respecter, c'est entendu, mais il convient également de regarder la réalité en face: si les moyens ne sont pas l à , si les outils ne sont pas disponibles pour mettre en œuvre l'obligation, on ne peut pas demander de réaliser l'impossible.

Vous dites que la SNCB fait l'autruche, mais vous faites en quelque sorte de même en vous cachant derrière ce contrat de service public. Je pense qu'il est maintenant temps d'avancer et de trouver des solutions, il ne suffit plus de dire que nous allons analyser et que nous verrons bien. Il faut mettre en œuvre ces solutions, faire en sorte que les trains soient l à , que l'offre de trains soit effectivement augmentée afin de répondre aux besoins de l'ensemble de la population qui souhaite venir travailler en train, qui souhaite tout simplement vivre.

J'espère donc que l'analyse du SPF interviendra rapidement et que vous proposerez rapidement au Conseil des ministres les moyens nécessaires pour mettre en œuvre cet objectif important d'augmenter l'offre de trains.

Staf Aerts:

Collega's, we kunnen niet blijven wachten op meer ambities voor het spoor, tot elke trein stipt rijdt. We moeten daarvan nu al werk maken. Ik hoor echter dat er besparingen bij de NMBS op de onderhandelingstafels liggen. Daarmee zullen de treinen dus niet stipter of frequenter rijden. Daarmee maken we de treinreiziger toch niet gelukkig? Voor mij is het heel duidelijk: we moeten samen met de NMBS ambitieus zijn en blijven. We mogen de drukke binnenlandse treinen niet opofferen voor een extra internationale trein waar de binnenlandse reiziger geen baat bij heeft. Nieuwe treinreizigers overtuigt men met meer en stiptere treinen en niet met het tegenovergestelde.

gezondheid en welzijn

Het toenemende gebruik van e-sigaretten onder minderjarigen
Het groeiende gebruik van e-sigaretten
Het groeiende gebruik van e-sigaretten
Toenemend e-sigarettengebruik onder jongeren

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 8 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de alarmerende stijging van vapen onder jongeren, met name door agressieve marketing (smaakjes, kleuren, goedkope wegwerpproducten) die nicotineverslaving normaliseert en verdoezelt als "gezond alternatief". Minister Vandenbroucke kondigt verstrengde maatregelen aan (verbod op wegwerpe-sigaretten per 2025, uitstalverbod, verkoopbeperkingen op festivals/supermarkten) en belooft hardere handhaving (sancties, winkelSluitingen), maar erkent dat smaakbeperking (geïnspireerd door Nederland) en betere controle op onlineverkoop/reclame nog nodig zijn. Oppositie (Vooruit, CD&V) dringt aan op snellere actie, met name reductie van 7.000+ smaakjes en betere bescherming tegen verslaving, terwijl cijfers tonen dat 25% van de minderjarigen al vapet.

Funda Oru:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de geur van wafels, watermeloen of zelfs suikerspin in de slaapkamer van je kind, elke week ruikt men wel iets anders, niet omdat je twaalfjarige heeft besloten om in de slaapkamer te snoepen – dat komt ook wel voor –, maar omdat hij of zij vapet. De realiteit vandaag is dat steeds meer jongeren en zelfs kinderen vapen, jongens en meisjes. Uit het vandaag gepubliceerde onderzoek blijkt dat meisjes een inhaalbeweging hebben gemaakt en dat zij zelfs meer vapen dan jongens.

De eerste genderkloof die we in ons land aanpakken, is die van de nicotineverslaving. Dat kan tellen. De tabakslobby hanteert zeer sluwe praktijken met onder andere vrolijke kleuren, feestlichtjes en goedkope producten die niet zijn bedacht om vijftigers van hun sigaretten af te helpen, maar om onze kinderen en jongeren voor de rest van hun leven verslaafd te maken.

Wij socialisten bij Vooruit, wij staan voor de bescherming van onze kinderen, zij aan zij met ouders, die zich zorgen maken, en zij aan zij met jongeren en kinderen die onbewust in de val trappen en voor de rest van hun leven verslaafd geraken.

Mijnheer de minister, u pakte de voorbije jaren al die valstrikken van de tabaksindustrie aan. We zijn zelfs voorloper in Europa door geen vrolijke kleuren en geen goedkope wegwerpproducten te aanvaarden. Als een twaalfjarige een wegwerpvape kan kopen met zijn zakgeld, is er iets grondig mis in onze samenleving.

Het onderzoek toont dat er nog werk aan de winkel is en dat veel jongeren het vapen associëren met een gezond alternatief voor het roken. Helaas heeft vapen een schoon en veilig imago. Dat toont nogmaals aan hoe sluw de tabaksindustrie is. Mijnheer de minister, wat is de volgende stap? Wat kunnen we nog meer doen om onze kinderen te beschermen?

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, als voormalig leerkracht had ik de indruk dat alsmaar meer jongeren begonnen te vapen. Die indruk werd gisteren bevestigd door het resultaat van de leerlingenbevraging van het VAD. Daaruit bleek dat het klassieke roken gelukkig is afgenomen – dat kunnen wij alleen maar toejuichen –, maar dat het gebruik van vapes bij jongeren opnieuw toeneemt.

Het gebruik van e-sigaretten is een groot gevaar voor onze jongeren, zoals collega Oru daarnet al aangaf, en moet aan banden worden gelegd. In de bevraging las ik dat negen op de tien Vlaamse jongeren wel degelijk de wetgeving rond de verkoop van tabaksproducten kennen, maar dat ze toch nog aan die middelen raken.

Ik heb vandaag dan ook een concrete vraag voor u, mijnheer de minister. Welke extra maatregelen zult u nemen opdat jongeren die middelen niet meer kunnen aankopen?

Els Van Hoof:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de cijfers van het VAD zijn wederom onrustwekkend, want bijna 25 % van de jongeren onder de 18 heeft reeds gevapet.

Dat is geen verrassing voor mij. Reeds meer dan vijf jaar geleden heb ik een wetsvoorstel ingediend om de smaakjes van de vapes, een rage die overgewaaid is uit de VS en de UK, te beperken. Verslaving werkt overal en dat weet de sector perfect. Vapes worden voorgesteld als een rookstopmiddel om mensen te helpen met het stoppen met roken, maar niets is minder waar. We merken heel duidelijk dat het voor jongeren een cool gadget is, een soort modeaccessoire dat past of moet passen bij de outfit.

Al lang geleden heb ik gepleit voor maatregelen. U hebt al enkele maatregelen uitgevaardigd om dat sluipend gif tegen te gaan. Een van de maatregelen is een verbod op de wegwerpsigaret vanaf 2025. Dat is een goede maatregel, maar toch blijkt in de UK dat die maatregel wordt omzeild. Neem toch een effectieve maatregel, bijvoorbeeld door het aantal smaakjes te beperken. In een kamer kan het naar wafels en pannenkoeken ruiken, terwijl er in realiteit iemand vapet. Waarom moeten er 7.000 smaakjes bestaan? We weten heel goed dat vapes worden verkocht als een soort snoepgoed om het aantrekkelijk te maken bij jongeren. Samen met dat zogenaamd snoepgoed wordt ook een nicotineverslaving verkocht. Dat is toxisch, zowel voor lichaam als geest. Dat is voor ons onaanvaardbaar.

Mijnheer de minister, daarom vraag ik u wanneer u cd&v zult volgen in de vraag naar een beperking van het aantal smaakjes. De Stichting Tegen Kanker stelt dat eveneens voor. Ik denk dat we in gang moeten schieten, ofwel aan de onderhandelingstafel, ofwel in het Parlement.

Frank Vandenbroucke:

Mijnheer de voorzitter, collega's, roken maakt ziek en roken veroorzaakt heel veel overlijdens. In de voorbije jaren hebben we daarom bijkomende maatregelen genomen, eigenlijk in een voortdurende strijd tegen de tabakslobby en tegenwoordig ook tegen de vapelobby, om ervoor te zorgen dat meer mensen worden aangezet om te stoppen met roken en daarnaast om ervoor te zorgen dat minder jonge mensen beginnen te roken. Dat is bijzonder belangrijk.

Vapes zijn inderdaad ongezond vanwege de nicotine, die erin zit, die verslavend is voor jonge mensen en ook schadelijk voor hun ontwikkeling. We willen vapes inderdaad krachtig aanpakken.

Om te beginnen hebben we al de gewone vapes minder aantrekkelijk gemaakt door het verbod dat we hebben ingevoerd op lichtjes en andere accessoires die deze producten aantrekkelijk moeten maken. We hebben verder ook de marketing rond de smaakjes en geurtjes aangepakt.

Op 1 januari 2025 zal België het eerste land van de Europese Unie zijn waar wegwerpvapes verboden zullen worden. Op diezelfde datum gaat er ook een verkoopverbod in op sigaretten en vapes bij tijdelijke evenementen, zoals festivals. Op 1 april 2025 gaat een verkoopverbod in van sigaretten en vapes in supermarkten die groter zijn dan 400 m², alsook een volledig uitstalverbod, zowel voor sigaretten als vapes, in eender welk soort winkel. Dat is bijzonder belangrijk.

Wat moeten we verder doen? We moeten deze strijd zeker verderzetten. Om te beginnen moeten we handhaving doen. Ik ben ontsteld door de onverantwoordelijkheid van wat er helaas gebeurt in winkels en cafés, waar ondanks verbodsbepalingen toch nog sigaretten en vapes aan minderjarigen worden verkocht. Ik hoorde gisteren mevrouw De Greve van Comeos op VTM zeggen dat het toch niet zo simpel is om te zien wie jonger is dan 18 jaar. De wet is echter bijzonder duidelijk voor de leden van Comeos. Als men denkt dat iemand jonger dan 25 is, dan is men verplicht om een identiteitskaart te vragen en te checken of die persoon meerder- of minderjarig is. Dat zegt de wet en dat is dus wat men moet doen. Ik zal Comeos tot de orde roepen omdat ik wil dat men ook enige maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt in winkels, supermarkten en eender waar dergelijke producten nog verkocht kunnen worden.

Moeten we nog verdere maatregelen nemen? Absoluut, daar ben ik ten zeerste van overtuigd, ook wat betreft de plaatsen waar gerookt wordt. Wat de smaakjes betreft, mevrouw Van Hoof, heb ik in een eerste beweging het advies van de experts van de Hoge Gezondheidsraad gevolgd, die zeiden dat we die smaakjes zo moesten laten. Wat nu in Nederland gebeurt, is inspirerend en ik denk dat we dat opnieuw moeten bekijken. Ik ben dus absoluut voorstander om daarin verder te gaan.

Wij hebben de strijd opgevoerd, zowel tegen tabak als tegen vapes. Er is echter nog een hele weg te gaan. Het is een strijd die ook op het terrein gevoerd moet worden. Wie niet horen wil, zal voelen. We zullen verder gaan met de inspecties en we gaan de inspecties versterken. We gaan ook krachtiger optreden, met sancties, tot en met het sluiten van winkels die de wet overtreden.

Funda Oru:

Mijnheer de minister, zolang jongeren kunnen zeggen dat het lekker smaakt, mogen wij niet verbaasd zijn dat vapen populair blijft. We hadden de trend van de sigaretten gekeerd. Vandaag slaat de tabakslobby opnieuw toe.

Vooruit zal steeds de kant kiezen van onze jongeren, dus ook als het gaat over nicotineverslaving. We namen al tal van maatregelen, maar wij laten dit onderwerp niet los. Stilstand in dit dossier leidt tot meer verslaving. En dus gaan we voort. Ik weet het als moeder, dit kan men als ouder niet alleen oplossen en als kind ook niet. Wij hebben onze keuze gemaakt, nu is het aan de volgende regering om verder te gaan.

Voorzitter:

Mevrouw Oru, ik feliciteer u met uw maidenspeech. (Applaus)

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, er is inderdaad heel wat wetgevend werk voorafgegaan aan deze jongerenproblematiek, maar 26 % is in mijn ogen toch nog te veel. 26 % van de jongeren komt voor 18 jaar in contact met een e-sigaret. Dat moet veranderen. Ik ben blij om hier vandaag te vernemen dat er extra ingezet zal worden op controle en handhaving. Waarvoor dank.

Voorzitter:

Mevrouw Peeters, ik feliciteer u met uw maidenspeech. Den bompa zal trots zijn. (Applaus)

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, inderdaad, heel wat maatregelen zijn al genomen onder de vorige regering. Het schort echter nog aan handhaving en controle, en zeker de onlinereclame is een groot probleem. Ook aan de onlineverkoop schort er iets. Wij moeten daar zeker iets aan doen. Cd&v pleit uiteindelijk voor wat echt nodig is, namelijk het beperken van het aantal exotische smaakjes. U zegt dat België in de EU het eerste land is met maatregelen. Dat klopt, maar eigenlijk weten wij al uit het Verenigd Koninkrijk dat de reglementering inzake de wegwerp-e-sigaret gemakkelijk omzeild wordt. We moeten dus drastischere maatregelen nemen. We moeten het aantal smaakjes beperken en we moeten ervoor zorgen dat jongeren niet verslaafd raken. We zien immers dat er vandaag heel wat chemicaliën in zitten waarvan we het resultaat nog niet kennen. Dat moet verder worden onderzocht. Laten we dus gaan voor het verder beperken van het aantal smaakjes, ook onder de volgende regering, en nu aan de onderhandelingstafel, om onze jongeren te beschermen.

economie en werk

De taskforce Audi
De dreigende sluiting van Audi Vorst
Audi's toekomst in Vlaanderen

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 3 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De sluiting van Audi Vorst (3.000 directe + 1.000 indirecte jobs) en het gebrek aan een concreet reddingsplan domineren de discussie: PVDA eist een moratorium op sluiting en dringt aan op actief zoeken naar een overnemer (die Audi volgens hen bewust blokkeert), terwijl De Croo benadrukt dat de taskforce (met gewesten en sociale partners) onderzoekt hoe de site behouden kan blijven, maar Audi’s gebrek aan transparantie en eerdere beloftes (zoals uitstel tot december) de inspanningen ondermijnen. Ronse (N-VA) wijst politiek gekibbel af en pleit voor samenwerking tussen alle overheden om met het 1,3 miljard euro sluitingsbudget een overnemer te lokken, ondanks Audi’s afgeschreven fabriek en weinig hoopvolle vooruitzichten. Kernpunt: wie neemt verantwoordelijkheid—de overheid of het bedrijf—om de industriële toekomst van Vorst te garanderen?

Robin Tonniau:

Mijnheer de eerste minister, ik ben blij u hier vandaag te zien, maar waar was u gisteren? Gisteren hadden wij in de commissie een belangrijke hoorzitting met de vakbonden van Audi en van de toeleveringsbedrijven.

De commissieleden hebben de fabriek bezocht en we hebben de vakbonden al twee keer gehoord in het Parlement. Iedereen is het erover eens dat de site in Vorst niet mag sluiten.

De vraag is wie er beslist over de toekomst van die fabriek. We weten nu dat de directie van Audi niet te vertrouwen is. Ze saboteert elk toekomstplan. Eigenlijk wil ze geen overnemer en wil ze geen jobs redden. Ze laat de fabriek liever kapotgaan dan ze te verkopen aan een concurrent.

Het is niet aan Audi om te beslissen over de toekomst van de site. Het is aan u als eerste minister en als hoofd van de taskforce om een overnemer te vinden. Tot die dag, tot die overnemer is gevonden, mag de fabriek in Vorst niet sluiten.

Dat hebben we gisteren ook gehoord in de commissie. Iedereen zei geen sluiting te willen, maar niemand heeft een plan, behalve de PVDA. Wij hebben een voorstel voor een moratorium op de sluiting van de nog twee resterende autofabrieken in ons land ingediend en het is klaar om het ter stemming voor te leggen.

Het is schandalig hoe men hier lacht met de miserie van de 4.000 werknemers in Vorst. U lacht ermee, maar wat is úw plan, mijnheer Ronse?

Mijnheer de premier, bent u bereid om uw verantwoordelijkheid te nemen en te zoeken naar een overnemer? Hoe zult u de sluiting van Audi Brussel tegenhouden, tot er een overnemer is gevonden?

Voorzitter:

Collega Tonniau, u hebt de volgende spreker al meteen via een persoonlijk feit aangekondigd.

Axel Ronse:

Mijnheer de voorzitter, de 3.000 medewerkers van Audi Vorst en de vele medewerkers van de onderaannemers verdienen meer dan dit soort goedkoop en plat theater.

Ik heb veel respect voor alle collega's. Gisteren hebben we onder de deskundige leiding van collega Almaci de hele namiddag vergaderd met de sociale partners en ministers Dermagne en Van Petegehem over de toekomst van de site. Die toekomst ziet er somber uit: de Volkswagengroep ziet geen toekomst meer in de site. Dat is heel helder. De sociale partners zijn al aan het nadenken over wat er moet gebeuren met de 1,3 miljard euro die door Audi is gereserveerd om de sluiting te regelen.

Gisteren zag ik een parlement dat van links tot rechts, met uitzondering van de PVDA, alle meningsverschillen en ideologische verschillen opzij wil zetten ten voordele van de werknemers van Audi. Het is daarbij eigenlijk niet relevant of een eerste minister in lopende zaken gisteren aanwezig was op een gedachtewisseling of niet. Dat is van geen enkel belang voor het lot van al die medewerkers.

En dan dat hocus pocus over een moratorium! Onze economie is blijkbaar eigenlijk iets heel eenvoudigs: indien het slecht gaat met een fabriek, lossen we dat op door aan de eerste minister te vragen te verbieden om te sluiten. Collega's, de medewerkers hebben meer nodig dan dat soort toestanden.

Ik heb meer respect voor linkse partijen zoals Groen en Ecolo, die, toen we bij de directie van Audi waren, zijn blijven zitten en blijven praten. U blijft slechts zolang de camera's draaien, mijnheer van de PVDA. Wij werken echter aan oplossingen.

Volgende week, op 9 oktober, komt de taskforce samen. We moeten realistisch zijn: het perspectief is niet goed. Mijnheer de premier, mijn enige vraag is of u nog mogelijkheden ziet om een overnemer voor de site te vinden.

Alexander De Croo:

Collega's, laat me eerst ingaan op wat de heer Ronse gezegd heeft: dit moet inderdaad geen steekspel zijn tussen politieke partijen over wie er in dit Parlement aanwezig was en of er toen camera’s waren of niet. Het enige wat telt, is de industriële toekomst van de site in Vorst en de industriële toekomst van ons land. De industrie in België en in Europa staat onder grote druk. Iedereen zal een inspanning moeten leveren om de industriële toekomst en de jobs van de werknemers in die industrie te kunnen behouden.

Mijn regering heeft vanaf het begin contact gehouden met Audi Brussel. We hebben de eerste LOI met Audi Brussel in december 2020 gesloten, samen met de gewestregeringen. We wilden onderzoeken op welke manier we meer inspanningen konden doen om ervoor te zorgen dat werknemers meer opleidingen zouden krijgen. Dat heeft ertoe geleid dat die duizenden werknemers bij Audi Brussel bij de best opgeleiden zijn op vlak van het fabriceren van zero-emission voertuigen.

Toen er in de eerste maanden van dit jaar slecht nieuws kwam, ben ik meteen gaan samenzitten met de directie van Audi Brussel en wereldwijd om een industriële toekomst op die site te kunnen behouden. Er werd ons toen gezegd dat er geen beslissing zou worden genomen voor december van dit jaar. Uiteindelijk bleek dat niet juist te zijn. Ik had eerlijk gezegd meer verwacht van de samenwerking met de directie van Audi en haar transparantie. Wij hebben samen met de gewestregeringen vanaf het begin gevraagd wat wij konden doen om daar een industriële toekomst te behouden. Daarop heeft Audi aangegeven dat wij een LOI dienden te sluiten voor de verkiezingen. Dat hebben we gedaan, hoewel dat niet evident was. Toen werd ons gezegd dat er geen beslissing zou vallen voor november, maar uiteindelijk blijkt dat er toch al beslissingen werden genomen.

Ik heb die taskforce dus opnieuw samengeroepen om open kaart te kunnen spelen.

Eerst en vooral moeten de bepalingen in de wet-Renault gerespecteerd worden. Daarnaast draagt iedereen een verantwoordelijkheid. Als overheid hebben we de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat verplichtingen nagekomen worden. We hebben de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat we hier in West-Europa een aantrekkelijke locatie kunnen blijven voor industriële activiteiten. Ook de werkgever, ook Audi, heeft een sociale verantwoordelijkheid voor de duizenden werknemers in de fabriek en voor de duizend werknemers bij onderaannemers die het beste van zichzelf hebben gegeven en heel veel inspanningen hebben geleverd.

Vandaag is het de opdracht om te bekijken hoe wij een industriële toekomst in Vorst kunnen behouden. Dat is de verantwoordelijkheid van overheden, maar ook van industriële bedrijven zoals Audi. De voorbije maanden ben ik heel vaak met hen in contact geweest. Soms heb ik antwoorden gekregen, maar niet altijd de antwoorden die ik nodig had om beleid te kunnen voeren. Ik hoop dat eindelijk het moment is gekomen dat men de koppen bij elkaar kan steken en de handen ineen kan slaan om na te gaan hoe we die duizenden werknemers van Audi in Vorst een toekomst kunnen bieden.

Robin Tonniau:

Mijnheer Ronse, u verwijt mij politiek theater, terwijl ik enkel mijn job probeer te doen. Mijn ex-collega’s verdienen respect en een parlement dat zijn best doet om de fabriek te redden. Dat probeer ik vandaag te doen door teksten en wetsvoorstellen in te dienen om die fabriek en die jobs te redden. Als ik naar de poort ga en mijn ex-collega’s bel en zie, willen zij namelijk actie en verwachten zij iets van ons.

Vandaag sta ik hier dan ook om de premier te ondervragen en hem ertoe aan te zetten actie te ondernemen en zelf naar een overnemer te zoeken, want de Audidirectie zal het niet doen voor ons. Niemand vertrouwt die mensen nog, want ze hebben er geen baat bij om een concurrent in hun heel moderne fabriek binnen te laten. Zo zouden ze immers nog meer concurrentie krijgen. We moeten met andere woorden zelf onze verantwoordelijkheid opnemen.

Mijnheer de premier, zoek een overnemer. Wij zullen ons voorstel voor een moratorium hard verdedigen.

Axel Ronse:

Er is alleszins een positieve evolutie, want de PVDA staat nu ook mee op de lijn om een overnemer voor de site te zoeken. Het is in die mindset dat we moeten blijven. Het is een site waarin de Volkswagengroep niet eens zes jaar geleden meer dan een miljard euro heeft geïnvesteerd. Wij mogen die site niet loslaten. We moeten samenwerken, onder meer met de Vlaamse, de Brusselse en de Waalse regering, met FIT, AWEX en BIE. Ze moeten allen daarbij worden betrokken aangezien ze de nodige internationale contacten hebben. De agenda van de Volkswagengroep om een overnemer te vinden is een andere dan de onze. Een potentiële overnemer kan een concurrent zijn van de Volkswagengroep. Heel de site is al afgeschreven. Ze is echter cruciaal voor ons. Ikzelf, de regering in lopende zaken, de nieuwe mogelijke coalitie, de deelstaatregeringen, iedereen van links tot rechts, we moeten allemaal aan hetzelfde zeel trekken en voluit gaan voor een overnemer. Er is mogelijk een opportuniteit, want er is 1,3 miljard euro voorzien voor de sluiting. Dat kan misschien helpen om een overnemer te vinden.

economie en werk

Het gebrek aan controles op de wettelijke cashverplichting
Betalen met cash
Cashbetalingen
De controles van de Economische Inspectie op de cashverplichting van zelfstandigen
Cashbetalingen en controle op cashverplichting

Gesteld aan

Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)

op 3 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de wettelijke verplichting voor ondernemingen om contant geld te aanvaarden, die slecht wordt nageleefd en nauwelijks gecontroleerd (slechts 1 PV en 11 waarschuwingen in maanden). Vooruit, sp.a en N-VA benadrukken het recht op cashbetalingen voor kwetsbare groepen en eisen strengere handhaving, sensibilisering en steun voor ondernemers bij cashverwerking, terwijl Open Vld de controles als een "heksenjacht" bestempelt die zelfstandigen onnodig belast. Minister Dermagne wijst op de jonge wetgeving (sinds maart) en pleit voor geleidelijke handhaving, maar erkent dat meer middelen en controles nodig zijn. Kernpunt: de spanning tussen consumentenkeuze en praktische lasten voor ondernemers, met een oproep tot evenwichtige oplossingen.

Jeroen Soete:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, Vooruit heeft de voorbije jaren een felle strijd gevoerd om meer bankautomaten te plaatsen in de buurt van de mensen. Dat doen wij omdat het belangrijk is dat mensen altijd aan hun eigen geld kunnen en dat zij er altijd voor kunnen kiezen om cash te betalen.

Mijnheer de minister, daarom zijn wij ook blij met de inspanning die werd geleverd om te zorgen voor een betere spreiding van de bankautomaten. U zult het echter ongetwijfeld met mij eens zijn: wat schieten we op met een betere spreiding van bankautomaten en een betere toegang tot het geld, wanneer we vervolgens moeten vaststellen dat mensen niet meer kunnen kiezen waar en wanneer ze hun eigen geld uitgeven?

Mijnheer de minister, we zien recent immers een nieuw fenomeen van handelszaken die cashless werken en waar mensen dus niet meer met hun cashgeld terechtkunnen. Nochtans heeft de huidige regering een wettelijke verplichting opgelegd. Voor Vooruit is het duidelijk: het is een recht om te kiezen of men met cash of met de kaart betaalt.

Onze vraag aan u is heel eenvoudig. Mijnheer de minister, hoe zult u erop toezien dat voornoemd recht gewaarborgd blijft?

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, met cash betalen blijkt een probleem te zijn. Er is een spanningsveld tussen de consumenten en sommige ondernemers. Enerzijds zijn het de consumenten die druk voelen omdat ze niet meer met cash voor hun brood, hun koffie of hun spaghetti kunnen betalen. Anderzijds voelen de ondernemers de druk om alsmaar meer elektronische betaalmiddelen te introduceren omdat het hen niet gemakkelijk wordt gemaakt om nog met cashgeld te werken, dat te verwerken en het te deponeren.

Er is een verordening die het wettelijk verplicht maakt om cashgeld te aanvaarden, maar de niet-naleving ervan werd gedoogd. We hebben dan een interne wet gemaakt met hetzelfde doel, maar opnieuw blijkt het niet aanvaarden van cashgeld te worden gedoogd. Er werden 360 klachten in de eerste helft van dit jaar ontvangen, tegenover 316 in heel 2023. Er werd ook slechts één pv opgesteld.

Begrijp ons niet verkeerd. Wij zijn niet voor het bemoeilijken van het leven van ondernemingen. Wij zijn niet voor een klopjacht. Wij zijn ook niet voor het bemoeilijken van het leven van de mensen. Wij willen oplossingen. Ook de consumentenorganisaties hebben vanmorgen stevige kritiek geleverd op het feit dat hieraan niet veel wordt gedaan.

Mijnheer de minister, bent u bereid om, na de kritiek van vanmorgen, te sensibiliseren en daarnaast ook het meldpunt onder de aandacht te brengen, zodat onze inspecteurs gericht kunnen controleren? Welke maatregelen nam u tot op heden om onze ondernemingen te steunen in het verwerken van aanvaardbaar cashgeld, zodat het basisprobleem opgelost is, zodat die keuze-evidentie daadwerkelijk een evidentie is?

Leentje Grillaert:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wat we gelezen hebben, beroert ons duidelijk allemaal. Acht maanden geleden heeft de Kamer een wet goedgekeurd waardoor de consument te allen tijde met cashgeld kan betalen. Ondernemingen zijn verplicht om cashgeld te aanvaarden. Ook de overheid kan onder de definitie van een onderneming vallen, als ik denk aan bijvoorbeeld de exploitatie van een zwembad, de verkoop van huisvuilzakken of een betaling in een bibliotheek.

Cashbetalingen mogen enkel geweigerd worden met veiligheidsredenen als motivatie en die weigering moet worden meegedeeld.

Ook ik ga graag de stad in en ik moet zeggen dat het aantal bordjes 'no cash, cards only' – om het in het mooi Nederlands te zeggen – niet meer te tellen is. Met andere woorden, de verplichting wordt niet nageleefd. Nu blijkt ook dat de verplichting amper wordt gecontroleerd, laat staan gesanctioneerd, mijnheer de minister. Tot dusver werd nog maar één proces-verbaal opgesteld en zijn nog maar elf waarschuwingen uitgeschreven.

Mijnheer de minister, cashgeld is en blijft een wettelijk betaalmiddel. De consument moet steeds de keuze hebben om ofwel elektronisch ofwel met cashgeld te betalen. Onze partij heeft altijd nagestreefd dat iedereen toegang heeft tot cashgeld, maar men moet er vervolgens ook nog mee kunnen betalen. Wij willen dat de aandacht daarvoor levendig blijft, want wij willen de groep mensen die niet meer meekan met de digitale sneltrein niet achterlaten.

Mijnheer de minister, de verplichting is meer dan een halfjaar van kracht. Het Parlement heeft zijn werk gedaan. De Economische Inspectie heeft nu instrumenten om mee aan de slag te gaan. Het komt er nu op aan dat de wet wordt nageleefd en uitgevoerd. Dat is uw taak. Wij kijken naar u en ik dank u bij voorbaat voor de oplossing die u in uw antwoord zult aanreiken.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, onze zelfstandige retailers zijn kruispunten waar mensen elkaar tegenkomen. Dat is belangrijk voor het sociale weefsel. Dat heeft in al onze verkiezingsprogramma's gestaan.

De zelfstandigen hebben het moeilijk. Zij kampen met de inflatie en met de hoge loonkosten. Er bestaat een wirwar aan regels en het is eigenlijk niet te verklaren waarom er hier zo voor gepleit wordt om een heksenjacht tegen de ondernemers te beginnen door de Economische Inspectie op pad te sturen met een vergrootglas en met een boeteboekje. Tot 40.000 euro boete als men bij hen niet met cash kan betalen.

Mijn ouders en mijn broer hebben een krantenwinkel. Zij vragen of wij daar in Brussel niets anders te doen hebben. Hebben wij daar echt geen andere prioriteiten? Is er niets anders in onze economie dat problematisch is? Is er niets anders waardoor de Economische Inspectie een gelijk speelveld kan garanderen? Wat gebeurt er inzake controle op buitenlandse webshops? Wat gebeurt er inzake de controle op verkoop met verlies? En ga zo maar door.

Mijnheer de minister, waarom wordt er zoveel energie gestoken in die heksenjacht tegen zelfstandigen?

Pierre-Yves Dermagne:

Mijnheer de voorzitter, geachte leden, allereerst wil ik u eraan herinneren dat het op mijn initiatief was dat een wet werd aangenomen die de Algemene Directie Economische Inspectie de middelen geeft om toezicht te houden op het ontvangen van zowel contante als elektronische betalingen bij alle handelaars. Dat is gebaseerd op een eenvoudig principe, mijnheer Soete: consumenten moeten altijd kunnen kiezen tussen een cash- of een elektronische betaling.

Ik hoor uw kritiek en wil daar graag op antwoorden. Zo is er maar één PV opgemaakt naar aanleiding van 117 controles. Dat komt voornamelijk omdat de wetgeving bepaalt dat een onderneming pas kan worden bestraft na een eerste waarschuwing en de bepaling slechts sinds eind maart van dit jaar van kracht is. Daarnaast is er kritiek op het feit dat ondernemingen de verplichtingen kunnen omzeilen door veiligheidsredenen in te roepen, maar de voorwaarden om contant geld te weigeren zijn wettelijk beperkt. Een detailhandelaar mag bijvoorbeeld contante betalingen om veiligheidsredenen weigeren, maar enkel tijdelijk, voor de periode die nodig is om maatregelen te nemen om zijn veiligheid te garanderen.

Tot slot moet ik u eraan herinneren dat ik, toen ik deze maatregel wilde invoeren, eerst door geen enkele andere partij in de vivaldimeerderheid werd gesteund. Na veel aandringen hebben wij een compromis bereikt om de Algemene Directie Economische Inspectie de capaciteit te geven om deze verplichtingen te controleren. Is dat te weinig, is dat te veel? Misschien wel, misschien niet. Vandaag ligt de macht alleszins bij het Parlement. Er zijn misschien te weinig controles, maar meer controles vragen mensen op het terrein en middelen.

Jeroen Soete:

Mijnheer de minister, collega's, ik denk dat niemand hier oproept tot een heksenjacht. De wetgeving is relatief nieuw. Ze dateert nog maar van zes maanden geleden. Het is dus evident dat er nog niet veel controles hebben kunnen plaatsvinden.

Ik denk dat we het volgende moeten doen. Er is absoluut nood aan bijkomende sensibilisering. Niet alle kleine zelfstandigen met een winkeltje checken immers elke dag het Belgisch Staatsblad, waardoor ze zouden weten dat het effectief verplicht is om cash te aanvaarden. Ik denk dat er vandaag nog veel mensen zijn die dat niet weten en de wet dus niet bewust overtreden.

Als men een wet uitvaardigt, moet men die natuurlijk ook handhaven. Samen met sensibilisering moeten we dus ook controleren, met een waarschuwingsbrief. Tegen de hardleerse winkeliers, die blijven weigeren, zal er uiteraard moeten worden opgetreden.

Voorzitter:

Ik dank collega Soete, die zich voor het eerst tot dit gremium heeft gericht. (Applaus)

Collega Verkeyn, u hebt het woord voor uw repliek.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, ik begrijp uit uw antwoord dat ook u geen klopjacht wilt, maar wel een oplossing voor het probleem. Ik denk dat de meesten dat ook willen. Waarschijnlijk komen de liberalen niet meer zoveel buiten, maar mochten ze dat doen, dan zouden ze horen dat de zelfstandigen die wel nog cash willen aanvaarden het moeilijk hebben omdat ze dat geld niet kunnen deponeren. Wat dat betreft, blijf ik wat op mijn honger zitten na uw antwoord.

Het Parlement zal op dat vlak alleszins heel wat werk leveren om het leven van iedereen te verbeteren.

Voorzitter:

Mevrouw Verkeyn, u hebt hiermee de spits afgebeten van wat ongetwijfeld een briljante parlementaire carrière zal worden. (Applaus)

Collega Grillaert, u hebt het woord.

Leentje Grillaert:

Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik had er iets meer van verwacht, maar we zullen als Parlement de hand aan de ploeg slaan en ervoor zorgen dat iedereen met cash kan betalen en niet alleen cash kan ontvangen.

De wet is er uiteraard niet zomaar gekomen, maar is het gevolg van klachten en het ontbreken van actiemiddelen voor de Economische Inspectie om op te treden. Nu de middelen in de wet zijn voorzien, mag ze geen dode letter blijven. Het is belangrijk dat er wordt opgetreden en dat de overheid er zich aan houdt. Niet iedereen is mee met de digitale sneltrein. We willen dat iedereen mee is en ook kan betalen.

Ik ben een beetje geschrokken door de uitspraak van mijn collega van Open Vld hier. Ik heb zelfs het woord heksenjacht gehoord. Niemand wil een heksenjacht. Iedereen wil dat de wet wordt nageleefd.

Steven Coenegrachts:

Welk land is België geworden? In Antwerpen krijgt men boetes van de zedenpolitie wanneer men met een te korte short rondloopt, in Vlaanderen krijgt men boetes wanneer de kinderen niet presteren op school en op federaal niveau wanneer men niet met briefjes van 20 betaald wil worden. Collega’s, laat mensen ondernemen. Stop met verbieden, stop met beboeten. Respecteer de mensen die investeren in ons sociaal weefsel, dat u allemaal zo belangrijk vond in uw verkiezingsprogramma. Ondersteun de mensen die investeren. Vandaag laat u die mensen los, laat u die in de steek. U legt uw vergrootglas op hen en geeft hun boetes in plaats van hen te motiveren en te stimuleren. Ik denk dat we beter kunnen.

gezondheid en welzijn

De door de Nationale Loterij veroorzaakte gokproblematiek

Gesteld door

N-VA Jean-Marie Dedecker

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)

op 26 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Jean-Marie Dedecker kritiseert minister Van Peteghem voor het monopolie en kindgerichte reclame van de Nationale Loterij, die ondanks de nieuwe kansspelwetgeving buiten regulering valt en gokverslaving bij minderjarigen stimuleert (12-jarigen kopen krasloten, 1/3 speelt al). De minister belooft beperkende maatregelen (stop nieuwe Woohoo-spelen, afstoten sportweddenschappen, verlieslimieten) en strengere controles, maar Dedecker noemt dit dode beloftes: de Loterij blijft voorkeursbehandeling genieten, terwijl 1.083 illegale online gokkers actief zijn en kindreclame ongestraft doorgaat. Kern: gelijke regulering en reclameverbod eist Dedecker, minister wijst op geleidelijke stappen zonder concrete actie op reclame.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, een half jaar geleden stond ik hier in het kader van de wijziging van de kansspelwetgeving. De aanleiding daartoe was dat Jannie Haek, de toxische leider van de Nationale Loterij, 30 miljoen euro extra in de bodemloze put van de vorige vivaldiregering had gestort. De regering begon natuurlijk te dansen op de tonen van de Nationale Loterij.

De Nationale Loterij kreeg allereerst het monopolie voor het maken van reclame. Ze deden dat zeer goed, ze richtten zich zelfs tot de kinderen. Mijnheer Van Hecke, u herinnert zich dat ik toen heb gezwaaid met de reclame waarmee de Loterij kinderen intoxiceert om te gokken. Ik heb daarvoor gewaarschuwd. Vorige week trok het VAD, het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, aan de alarmbel. Zelfs kinderen van 12 jaar beginnen namelijk al krasloten te kopen. Een derde van alle minderjarigen heeft al gespeeld met dat verslavende product.

Wanneer stopt dat monopolie van de Nationale Loterij en mag ze niet langer reclame maken, net zoals de rest?

Ten tweede heb ik er eveneens op gewezen dat de Nationale Loterij onder de kansspelwetgeving moest vallen. Wat hebben u en alle andere ministers gedaan? Ervoor gezorgd dat de Nationale Loterij niet onder de kansspelwetgeving valt, hoewel ze allerhande kansspelen online organiseert. Op 17 september heeft de Brusselse raadkamer de toxische leider en de Nationale Loterij doorverwezen naar de correctionele rechtbank voor het organiseren van gokspelen.

Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor de Nationale Loterij. Wat gaat u hiermee doen?

Vincent Van Peteghem:

Mijnheer Dedecker, ik stel uw aandacht voor de Nationale Loterij en voor de gokproblematiek bijzonder op prijs. Het is dan ook belangrijk om het evenwicht tussen de kanaliserende opdracht van de Nationale Loterij en het beperken van het risico van gokverslaving in het oog te blijven houden. Daarom zijn we dan ook continu in overleg met de Nationale Loterij om dat evenwicht te beschermen en te versterken.

Wat de Woohoospelen betreft, heb ik al eerder laten weten mij heel wat vragen te stellen bij de look-and-feel ervan en bij de manier waarop die spelen in de markt werden en worden gezet. Het resultaat van dat overleg leidde tot een aantal beperkende maatregelen, onder andere een stop op nieuwe spelvarianten, de halvering van het maximale aantal speelbeurten, de detectie van problematisch spelgedrag en ook een beperking van het maximale verliesbedrag.

Voor Scooore heb ik een traject laten opstarten om alle sportweddenschappen van de Nationale Loterij af te stoten. Sportweddenschappen zijn gokspelen, geen loterijspelen en die horen dus niet thuis bij de Nationale Loterij.

Tot slot blijven we ook hameren en focussen op een strenge en regelmatige controle van de verkoop van loterijproducten, zowel fysiek als online.

Mijnheer Dedecker, u vindt in mij dus een bondgenoot in de strijd tegen de gokverslaving. We hebben daarvoor al stappen gezet. Ik ben er ook van overtuigd dat een volgende regering nog verdere stappen kan zetten, zowel bij de Nationale Loterij als bij de private goksector.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, u spreekt een beetje zoals de paus: "Het zal veranderen." We hebben net de kansspelwetgeving veranderd. We hebben erover gefulmineerd. We hebben gevraagd om de Nationale Loterij te behandelen zoals alle anderen, maar ze kreeg een voorkeursbehandeling. Nu zegt u echter dat u het gaat veranderen en dat er iets zal gedaan worden aan de Woohoo games. Het zijn er 64. Sedert de invoering van de wet zijn er al 1.083 nieuwe zwarte onlinegokkers. Wat doet u echter? U belooft om verder te doen. Ik heb hier de dagvaarding bij van de toxische leider van de Nationale Loterij, de heer Jannie Haek. Hij werd gedagvaard omdat hij tot vandaag onlinegokspelen organiseert. Wat zegt u dan? U zegt dat u er iets aan gaat doen. U gaat het beperken. Ik heb u echter niets horen zeggen over de beperking van de reclame. Ik heb ze hier bij, de reclame bestemd voor kinderen, gemaakt door onze Nationale Loterij, waarvoor u verantwoordelijk bent. Stop dit en behandel ze zoals de rest!

veiligheid, justitie en defensie

De overbevolking van de Antwerpse gevangenis
De vervroegde vrijlatingen en het verlengd penitentiair verlof in het kader van de overbevolking
Gevangenisoverbevolking en vervroegde vrijlatingen Antwerpen

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 26 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Antwerpse gevangenis kampt met extreme overbevolking (700 gedetineerden op 439 plaatsen), wat leidde tot een staking door cipiers die de deuren slotten voor nieuwe gevangenen, met risico’s voor veiligheid en justitie (zoals vrijlating van gevaarlijke verdachten). Minister Van Tigchelt claimt een tijdelijke oplossing (60 overplaatsingen, deuren heropend) en wijst op capaciteitsuitbreidingen, maar kritiek blijft hard: structurele maatregelen ontbreken, en het versoepelen van penitentiair verlof (zonder voorwaarde van "gunstig verloop") wordt gezien als zwak beleid dat de strafwaardigheid ondermijnt. De oppositie hamert op gefailleerd justitiebeleid, met loze beloftes en gebrek aan respect voor vonnissen, terwijl de crisis dreigt te escaleren. Kortetermijnfixes (politiecellen, verlofversoepeling) maskeren het falend langetermijnbeheer.

Sophie De Wit:

Mijnheer de minister, de Antwerpse cipiers zijn het beu. De gevangenis heeft slechts 439 plaatsen voor 700 gedetineerden, waardoor een aantal van hen op de grond moet slapen. Er zijn tal van incidenten en de infrastructuur laat behoorlijk te wensen over. De cipiers hebben gezegd dat het gedaan moet zijn en hebben de deuren gesloten. Men verwacht dat men de deuren dichtdoet in een gevangenis, maar de deuren werden wel gesloten voor beide kanten. Er wordt immers niemand meer binnengelaten, behalve indien een andere gedetineerde de gevangenis verlaat.

Dat is problematisch voor onze politie- en gerechtelijke diensten, zeker in Antwerpen, aangezien het daar een arresthuis betreft. Indien iemand aangehouden moet worden, dan is dat dringend en acuut. Dat gaat nu echter niet meer. Mijnheer de minister, een illegale inbreker moest hierdoor worden vrijgelaten, waarna die weer verder kan doen. Een pleger van familiaal geweld verklaarde bij zijn aanhouding zijn slachtoffer opnieuw te zullen slaan zodra hij wordt vrijgelaten. Zo iemand kan geen enkelband krijgen of onder voorwaarden worden vrijgelaten. Wat moet men daarmee dan doen?

De politie en het openbaar ministerie zoeken naar oplossingen, bijvoorbeeld door politiecellen te gebruiken, maar dat kan slechts tijdelijk soelaas bieden. Ze zitten met de handen in het haar. Andere gevangenissen geven ook niet thuis indien hun verzocht wordt om gevangenen over te nemen. Het DG EPI heeft niet meteen een oplossing en op uw kabinet vinden ze ook niet meteen een partner, maar dit is wel het resultaat van uw beleid en dat van voormalig minister Van Quickenborne. Wat nu? U beseft toch dat er hierdoor slachtoffers kunnen vallen en dat gevaarlijke mensen vrijgelaten zullen moeten worden?

Mijnheer de minister, hoe zult u dit oplossen of vindt u het allemaal prima zo?

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, de overbevolking in onze gevangenissen blijft maar aanslepen. Met de bouw van detentiehuizen, transitiehuizen en FPC’s zouden u en uw voorganger deze aanslepende problematiek oplossen. De gemaakte beloftes werden echter jammer genoeg niet gerealiseerd. De cipiers zijn dit meer dan beu en daarom voeren ze opnieuw acties, ditmaal in de gevangenis van Antwerpen, waar het personeel heeft beslist geen nieuwe gedetineerden meer toe te laten.

Het personeel, mijnheer de minister, heeft het gevoel actief deel te nemen aan foltering. Als gevolg daarvan neemt ook de agressie tegen de cipiers steeds extremere gevolgen aan. Met deze actie wil het personeel zeggen dat vol vol en genoeg genoeg is.

U hebt trouwens al een begin van oplossing gegeven. Helaas, mijnheer de minister, was het niet de juiste. Het penitentiaire verlof verlengen om de uitstroom uit de gevangenissen te versnellen, was namelijk in mei al gebeurd, maar dat was voor u blijkbaar nog niet voldoende. Via de media hebben we immers vernomen dat u ook dit nog eens wilt versoepelen. De voorwaarde dat men eerst een gunstig penitentiair verlof moet hebben gerealiseerd – dus een penitentiair verlof dat goed verlopen is – zou nu wegvallen. Dat is onbegrijpelijk, mijnheer de minister. Een straf moet een straf zijn. Oud-minister Van Quickenborne is hier vandaag niet, maar herinner u zijn heel straffe uitspraken, zoals "15 dagen zijn 15 dagen en moeten worden uitgezeten". Dat was allemaal in het begin van de vorige legislatuur, bij de aankondiging van uw 'straffe justitie'.

Hoe kunt u deze maatregel verantwoorden? Hoe zult u garanderen dat deze vervroegd vrijgelatenen goed zullen worden opgevolgd? Ook daar loopt het immers dikwijls mis.

Paul Van Tigchelt:

De gevangenis van Antwerpen heeft afgelopen maandag, vier dagen geleden, de deuren gesloten. De eis van de cipiers was dat de bevolking moest zakken tot 600 gedetineerden. Er verbleven op dat ogenblik iets meer dan 660 gedetineerden. Zoals we hebben begrepen, was dat een spontane actie van het personeel, waarvoor ik als verantwoordelijke minister begrip heb.

We hebben sindsdien, in overleg met de vakbonden en het personeel van de gevangenis van Antwerpen, maatregelen genomen om de gevangenis te ontlasten. Ik had dat ook gezegd. In totaal zijn er sinds maandag meer dan 60 gedetineerden overgebracht naar andere gevangenissen. Gisteren, woensdag, werden er bijvoorbeeld nog 34 overplaatsingen uitgevoerd in samenwerking tussen het gevangeniswezen, de federale politie en de directie Beveiiging (DAB). Ik wil hen daarvoor bedanken, want dat is geen evidente operatie.

Sinds gisteravond, woensdagavond dus, zijn de deuren weer geopend en kunnen er opnieuw aangehouden verdachten worden ondergebracht in de Begijnenstraat. Er zijn intussen geen verdachten in vrijheid gesteld als gevolg van dit probleem.

Wat u hebt aangehaald, mevrouw De Wit, klopt. Er zijn inderdaad afspraken gemaakt met de politie om sommigen – tijdelijk – langer dan voorzien in een politiecel onder te brengen. Dat gebeurde dus uitzonderlijk en dat moet zo blijven.

De voorbije legislatuur hebben we, zoals u weet, de capaciteit fors verhoogd. We moeten die nog opdrijven voor onder meer de detentiehuizen. We hebben ook maatregelen getroffen om het plaatstekort aan te pakken.

Mevrouw Dillen, u verwijst naar het penitentiaire verlof. We zijn een regering in lopende zaken. Ik neem dus geen nieuw beleid, maar pas het bestaande beleid toe. Sinds maart passen we de regeling voor het verlengde penitentiaire verlof (VPV) aan. Dat is een bestaande techniek. Het is de bedoeling dat de gedetineerde dat penitentiaire verlof gebruikt om zich voor te bereiden op het strafeinde. Dat verlof wordt geëvalueerd en kan worden ingetrokken, als de gedetineerde zich niet aan de regels houdt.

Sophie De Wit:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord, al is het wel een beetje pappen en nathouden. Dankzij de inspanningen van het personeel zelf is er sinds gisteren opnieuw wat plaats, al zegt het personeel dat 630 het maximum is en dat daarna de deuren opnieuw onherroepelijk dichtgaan. Momenteel zitten er bij de onderzoeksrechter al 14 personen klaar. Een halve dag later zitten we dus al aan de helft. Dit is geen oplossing. U brengt niet alleen de veiligheid, maar ook het gerechtelijke en politionele werk in gevaar.

Als we evolueren naar een land waar er eerst iemand buiten moet – die al gevaarlijk werd geacht – alvorens er weer iemand naar binnen kan, dan is het hek helemaal van de dam. Dan heeft het beleid gefaald. Dan hebben u en uw voorganger met heel veel loze beloftes een departement in volle crisis achtergelaten. Ik herhaal wat ik vorige week al heb gezegd: wat een puinhoop!

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of de regels nu versoepeld worden door de voorwaarde van eerst een gunstig penitentiair verlof te hebben doorlopen. Ik stel vast dat het in ons land blijkbaar veel gemakkelijker is om de gevangenis te verlaten dan erin te worden opgesloten. U zult dat nu opnieuw vergemakkelijken door die veranderingen in het penitentiaire verlof in het kader van de bestrijding van de overbevolking. Dat getuigt niet van respect voor de uitspraken van onze strafrechters. Dat getuigt niet van een krachtdadige of straffe justitie waar uw voorganger, en nu ook u, steeds de mond van vol had. Dat is niet de oplossing waar de burger op zit te wachten.

economie en werk

De sociale gevolgen van de herstructurering bij Audi
Audi Vorst
Audi
De toekomstperspectieven na de sluiting van de Audifabriek te Brussel
Audi
De herstructurering bij Audi Brussels en de sociale impact op de werknemers en de onderaannemers
Audi Vorst
Audi
De Belgische autosector
De impact van Audi's herstructurering op de Belgische autosector

Gesteld aan

Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)

op 19 september 2024

Bekijk antwoord

veiligheid, justitie en defensie

De erbarmelijke staat van de gerechtelijke dossiers en de gerechtsgebouwen
De erbarmelijke staat van de gerechtelijke dossiers en de gerechtsgebouwen
De erbarmelijke staat van de gerechtelijke dossiers en de gerechtsgebouwen
Verwaarlozing van gerechtelijke infrastructuur en dossiers.

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 19 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het falend justitiebeleid dat slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016 acht jaar na dato nog steeds laat wachten op schadevergoeding door personeelstekort, verwaarloosde gebouwen en slecht archiefbeheer—met weggerotte dossiers en uitgestelde vonnissen als gevolg. Minister Van Tigchelt erkent de problemen, wijst op investeringen in personeel (138 magistraten, 140 griffiers) en digitalisering, maar schuift verantwoordelijkheid voor efficiëntie naar de rechterlijke orde en de Regie der Gebouwen; oppositie noemt dit onvoldoende en eist directe oplossingen voor slachtoffers die "in de kou staan". Kritiek richt zich op decennia wanbeleid (over alle partijlijnen heen) en het gebrek aan empathie voor slachtoffers, terwijl de minister benadrukt dat structurele hervormingen (minder gebouwen, betere archivering) tijd vragen maar lopende zaken nu prioriteit moeten krijgen. De oppositie dringt aan op snelle actie—"een TGV in plaats van een boemeltrein"—en erkenning van systeemfalen, met de vrees dat de aankomende regering (arizonacoalitie) de puinhoop moet opruimen.

Sophie De Wit:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wanneer we het over Justitie hebben, verslikken we ons weleens in onze koffie. Een incidentje meer of minder, daar schrikken we niet van.

Ik wil het vandaag even met u hebben over Nijvel en Brussel. In Nijvel vallen archiefkasten om, lekt een dak, zijn dossiers beschimmeld en heeft de griffier te weinig personeel om dat allemaal aan te kunnen. Dat is geen probleem, want de collega's uit Brussel snellen wel te hulp. Die Brusselse griffiers moeten daarvoor evenwel hun eigen werk laten liggen en dat is wel een probleem, want daar ligt belangrijk werk op de plank. Zij moeten een arrest schrijven in een heel belangrijke zaak, namelijk het proces over de aanslagen, met betrekking tot de schadevergoeding voor alle nabestaanden van alle slachtoffers. Die mensen wachten al acht jaar. Toch wordt dat arrest nu voor onbepaalde tijd uitgesteld, omdat men aan het helpen is in Nijvel. Na acht jaar wachten wordt dat nu on hold gezet .

Mijnheer de minister, mijn verbazing werd nog groter toen ik gisteren uw reactie daarop las. U zei dat het pijnlijk en bizar was. U sprak over slecht beheer en u zou uitleg vragen. Ik verslikte mij opnieuw in mijn koffie, en niet omdat u het pijnlijk vindt, want dat vind ik zelf ook. Die situatie is inderdaad heel pijnlijk en krijgen we niet uitgelegd. Ik verslikte mij evenwel vanwege uw vermanend vingertje en uw opmerking over slecht beheer en de aankondiging dat u uitleg zou vragen. U bent immers zelf de minister van Justitie. U bent bevoegd. Het personeelstekort op de griffie moet u dus oplossen. Eerst was de heer Van Quickenborne bevoegd en daarna u. Dat is nog steeds het geval in lopende zaken. Laten we eerlijk zijn, het tekort aan personeel en de toestand van de gebouwen bij Justitie is niet per ongeluk na 9 juni ontstaan. Dat is een gevolg van het beleid dat voordien werd gevoerd.

Ik hoop dat u die verantwoordelijkheid wilt opnemen. Ik hoop echt dat u meer zult doen dan alleen maar met het vingertje zwaaien en wat uitleg vragen.

Jinnih Beels:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, beste collega's, houdt het dan nooit op? Dat is wat de slachtoffers van de aanslagen in Zaventem zich vandaag opnieuw afvragen. Zij stellen zich die vraag, niet omdat we twijfelen over hun leed of hun oprechtheid, maar wel omdat er documenten beschimmeld zijn. Dat overkomt niet alleen hen. Een moordenaar zal niet veroordeeld worden omdat documenten in verband met zijn zaak onleesbaar zijn geworden. Een gebouw staat op instorten door slecht onderhoud en ook daarin gaan archieven verloren door schimmel. Dat is een rechtsstaat onwaardig. Papier kan vergaan, maar het leed van de slachtoffers blijft.

Dergelijke uitwassen staan niet op zichzelf. Papier vergaat niet van de ene op de andere dag. Oplossingen komen er dus ook niet van vandaag op morgen. Ik verwacht niet dat u met een zwaai van uw toverstok een gloednieuw gerechtsgebouw zult doen oprijzen, want ik ben realistisch genoeg en besef bovendien dat de regering in lopende zaken zit.

Personeelsleden en griffies moeten echter onmogelijke keuzes maken omdat zij werken in abominabele toestanden. Ze helpen elkaar, waardoor zij het nog erger maken voor de slachtoffers, die opnieuw in de kou komen te staan. Dat is een vicieuze cirkel. Voor Vooruit is dat onaanvaardbaar. Slachtoffers komen op de eerste plaats.

Mijnheer de minister, wat zult u doen om de slachtoffers, die vandaag opnieuw met vragen zitten, te helpen? Wanneer zal voor hen recht geschieden? Wat zult u doen opdat hun leed niet langer aansleept? In lopende zaken past u op de meubelstukken, maar op dit moment zijn die meubelstukken essentiële documenten om rechtspraak mogelijk te maken. Zorg er alstublieft voor dat voor die slachtoffers recht geschiedt.

Alexander Van Hoecke:

Mijnheer de minister, gisteren heeft een collega u een vraag gesteld over een crimineel die op de mostwantedlijst stond en die nu vrijuit gaat en aan zijn straf ontsnapt omdat zijn dossier letterlijk is weggerot. Nu dreigt opnieuw een enorm belangrijk en emotioneel dossier de mist in te gaan. Door een instorting op de griffie werd een aantal griffiers in allerijl naar het uitgeleefde justitiepaleis in Nijvel gestuurd. Daardoor slaagt de Brusselse griffie er niet in om het dossier van de schadevergoedingen voor de slachtoffers van de gruwelijke aanslagen van 22 maart 2016 tijdig af te werken. Slachtoffers zullen dus maanden, misschien zelfs jaren, moeten wachten op een uitspraak over hun schadevergoeding. Dat is opnieuw een zware blamage voor Justitie, maar vooral een ramp voor de slachtoffers. Zij torsen dit proces nu al jaren mee als een zware last op hun schouders.

Mijnheer de minister, we moeten eerlijk zijn: dit is een erfenis van decennia wanbeleid op Justitie door achtereenvolgende socialistische, liberale en christendemocratische ministers van Justitie. Mijn vraag aan u is dan ook erg eenvoudig. Kunt u toelichting geven over hoe dat in hemelsnaam is kunnen gebeuren?

Paul Van Tigchelt:

Collega's, hoe meer aandacht voor Justitie, hoe beter. Justitie heeft immers decennialang niet de aandacht gekregen die nodig was. Ik zal eerst de feiten opsommen.

We zijn de problemen de voorbije legislatuur niet uit de weg gegaan. Integendeel, we hebben hard gewerkt aan een betere Justitie. We zijn er nog niet, maar ik geef de feiten. We hebben geïnvesteerd in personeel: er zijn netto 138 magistraten bij gekomen. Het kader is daarmee voor 97 % ingevuld. We hebben het aantal parketjuristen, referendarissen en criminologen verdubbeld. Er zijn 140 griffiers bij gekomen. Ook het hof van beroep in Brussel is versterkt met 9 magistraten en 7 griffiers.

Deze extra mensen moeten vervolgens efficiënt worden ingezet. Dat is een taak van de rechterlijke orde zelf. Dat is de autonomie die we beslist hebben. Zo is bijvoorbeeld het hof van beroep in Antwerpen er de voorbije jaren in geslaagd om de achterstand weg te werken. Dat was niet alleen mogelijk door die extra mensen, maar ook door hervormingen die de eerste voorzitter daar heeft doorgevoerd. Dat ging over het personeel.

Nu zal ik het hebben over de gebouwen. U verwijst terecht allen naar de problematiek van de gerechtsgebouwen. Ook daar is een inhaalbeweging gestart. Die is zelfs al gestart voor deze regering. Toch blijft het een frustratie van elke minister van Justitie dat hij of zij afhangt van de Regie der Gebouwen en de bevoegde minister of staatssecretaris.

Er zijn ook nog steeds te veel gerechtsgebouwen in dit land. Er zijn er meer dan 200. Op dat vlak is Nijvel en wat daar in de steigers staat een goed voorbeeld. Daar zullen alle diensten gegroepeerd worden in één gebouw. Dat vergt echter tijd, dat weten we. Dat is alleszins the way to go .

Door de slechte staat van de gebouwen – ik ga de problemen niet uit de weg – zijn er op sommige plaatsen inderdaad problemen met de archieven. Het feit dat criminelen vrijuit gaan als gevolg van slecht bewaarde dossiers is onaanvaardbaar. De oplossing daarvoor is evident, namelijk digitalisering. We hebben de wet gewijzigd, waardoor digitale archieven mogelijk geworden zijn. Voor de archieven van het verleden, de kilometers aan dossiers, werkt men in Antwerpen al samen met een privébedrijf dat al meer dan 2,5 kilometer archief heeft ondergebracht in een speciaal uitgeruste site.

Mijnheer de voorzitter, collega's, net als u ben ik gisteren wakker geworden met het bericht dat de uitspraak over de schadevergoeding voor de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016 zou worden uitgesteld omdat één griffier van Brussel naar Nijvel is gestuurd. Het is bizar dat een zaak die in december 2023 werd ingeleid, in april 2024 werd gepleit en voor uitspraak werd gesteld op 24 september, een week daarvoor plots wordt uitgesteld. Het valt moeilijk uit te leggen hoe door het verplaatsen van één persoon honderden slachtoffers in de kou worden gezet, nota bene in wat men het proces van de eeuw noemt. Dat getuigt van weinig empathie met de slachtoffers en doet vragen rijzen over het management ter zake, waarvoor niet de minister, maar wel de voorzitter van het hof van beroep bevoegd is. Uiteraard respecteer ik te allen tijde de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, maar hier gaat het over beheer. Daarom heb ik het College van de hoven en rechtbanken om uitleg gevraagd.

Collega's, dit is vooral heel jammer voor al die magistraten en medewerkers van Justitie die het beste van zichzelf geven en Justitie wel degelijk doen werken, met empathie voor slachtoffers. Het is onze taak om verder te werken aan een betere Justitie. Daarvoor kunt op mij rekenen, binnen de bevoegdheden die ons eigen zijn. Mijn fractie zal snel wetsvoorstellen indienen voor een betere evaluatie en tucht van magistraten, conform de aanbevelingen van de Hoge Raad voor de Justitie na het drama-Julie Van Espen.

Collega's, ik kan ten slotte alleen hopen dat Justitie ook de nodige aandacht zal krijgen van de arizonacoalitie die in de steigers staat. Ik hoor en lees verklaringen vanuit Arizona zelf waarin die coalitie al wordt vergeleken met een boemeltrein. Ik hoop dat dit niet klopt, want een boemeltrein is niet wat Justitie nodig heeft.

Sophie De Wit:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.

Ja, het is pijnlijk. Ja, het is bizar. Ja, het is onaanvaardbaar voor de slachtoffers en hun familie. Daarover ben ik het met u eens. Als u dan echter zegt dat u hard hebt gewerkt en wijst naar de rechterlijke orde en de Regie der Gebouwen, dan vind ik dat een beetje flauw, mijnheer de minister. Uw verantwoordelijkheid stopt niet in lopende zaken. U moet niet stoppen met werken op 9 juni. De regering stopt niet na de verkiezingen. Werk dus voort.

Over één ding ben ik het met u eens: er mag dringend een nieuwe regering komen. Maar potverdorie, die zal nogal een puinhoop mogen opruimen!

Jinnih Beels:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord.

Rechtszekerheid is een fundament van de rechtsstaat, dat weet u ook. U hebt zeker en vast uw best gedaan en u hebt allerlei initiatieven genomen, maar na alles wat de slachtoffers hebben meegemaakt, hebben zij recht op erkenning.

Een sterke overheid, mijnheer de minister, zorgt ook voor die erkenning. Ik moet echter vaststellen dat de overheid nu ter zake faalt. Wij kunnen de zwartepiet wel naar elkaar doorschuiven, maar dat is niet de bedoeling. De bedoeling is om effectief te zoeken naar oplossingen, om de problemen van de huidige slachtoffers op te lossen en ook die van de slachtoffers van toekomstige zaken.

Ik nodig u uit om daar in lopende zaken toch nog werk van te maken. Voor Vooruit is rechtszekerheid fundamenteel belangrijk. Wij schuiven aan de onderhandelingstafel aan om te onderhandelen over rechtszekerheid. Wij willen van de boemeltrein van Justitie een tgv maken, mijnheer de minister. De slachtoffers en hun nabestaanden verdienen het dat wij elke dag opnieuw voor hen strijden en hen erkennen in hun slachtofferschap.

Voorzitter:

Ook collega Beels heeft zich voor het eerst tot dit gremium gericht.

(Applaus)

(Applaudissements)

Alexander Van Hoecke:

Mijnheer de minister, het is onaanvaardbaar en bizar, daarover ben ik het 100 % met u eens, maar de uitvoerende macht heeft hier natuurlijk ook een verantwoordelijkheid.

Dit is Justitie absoluut onwaardig. Ik denk dat iedereen nog weet waar hij of zij was op het moment van de gruwelijke aanslagen van 2016. Niemand durfde toen echter te vermoeden dat wij het op 19 september 2024, meer dan 8 jaar later, nog steeds zouden hebben over het proces daarover.

Eén zaak is opnieuw heel pijnlijk duidelijk geworden, namelijk dat de slachtoffers van die gruwelijke aanslagen in de steek worden gelaten door Justitie. Zij zijn de echte slachtoffers en ze zijn bijlange niet alleen. U moet zich dus niet afvragen waarom de burger absoluut geen vertrouwen meer heeft in Justitie.

Voorzitter:

Jawel, ook collega Van Hoecke was hier voor zijn eerste keer aan het woord. (Applaus) (Applaudissements)

Wetsvoorstel (935)

Wetsvoorstel betreffende de verwerking van persoonsgegevens, bij deelname aan een overleg georganiseerd op grond van artikel 458ter van het Strafwetboek

Wetsvoorstel aangenomen op 8 januari 2026

Wetsvoorstel (485)

Wetsvoorstel betreffende de verwerking van persoonsgegevens, bij deelname aan een overleg georganiseerd op grond van artikel 458ter van het Strafwetboek

Wetsvoorstel zonder onderwerp

Wetsvoorstel (1195)

Wetsvoorstel houdende diverse dringende begrotingsbepalingen inzake gezondheidszorg

Wetsvoorstel aangenomen op 18 december 2025

Wetsvoorstel (907)

Wetsvoorstel tot wijziging van diverse bepalingen voor wat betreft de invoering van de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en van de beschadiging of sabotage van een enkelband

Wetsvoorstel

Wetsvoorstel (1213)

Wetsvoorstel houdende wijziging van de artikelen 368 en 368/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en wijziging betreffende de jaarlijkse taks op de kredietinstellingen

Wetsvoorstel aangenomen op 18 december 2025

Voorstel van resolutie (1047)

Voorstel van resolutie over de oorlog, de hongersnood en de mensenrechtenschendingen in Soedan

Voorstel van resolutie aangenomen op 18 december 2025

Wetsvoorstel (1198)

Wetsvoorstel tot wijziging van de programmawet van 18 juli 2025 betreffende de toepassingsmodaliteiten van de tijdelijke beperking van de indexering van de wettelijke pensioenen

Wetsvoorstel aangenomen op 18 december 2025

Voorstel tot wijziging reglement (1167)

Voorstel tot wijziging van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers wat betreft de verplichte raadpleging van de commissie voor de Comptabiliteit bij de oprichting van dotatiegerechtigde instellingen of bij de wijziging van hun takenpakket

Voorstel tot wijziging reglement aangenomen op 11 december 2025

Wetsvoorstel (1197)

Wetsvoorstel tot verlenging van het verminderingsmechanisme van de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur ten voordele van het goederenvervoer per spoor, zoals vastgesteld in titel 6 van de programmawet van 27 december 2021

Wetsvoorstel aangenomen op 11 december 2025

Wetsvoorstel (973)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving betreffende de vergoedingspensioenen en de wetgeving betreffende de herstelpensioenen ingevolge daden van terrorisme

Wetsvoorstel aangenomen op 4 december 2025

Wetsvoorstel (1189)

Wetsvoorstel tot bekrachtiging van koninklijke besluiten inzake inkomstenbelastingen

Wetsvoorstel aangenomen op 4 december 2025

Wetsvoorstel (1065)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen om de forfaitaire bedragen te bevriezen en de indexering van de financiering van de politieke partijen op te heffen

Wetsvoorstel aangenomen op 20 november 2025

Wetsvoorstel (295)

Wetsvoorstel tot uitlegging van de artikelen 1, 3, 8, 10 en 13 van de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek

Wetsvoorstel zonder onderwerp

Wetsvoorstel (707)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek, teneinde een wettelijk mechanisme in te voeren voor de declassificatie van geheime gegevens

Wetsvoorstel aangenomen op 6 november 2025

Voorstel van resolutie (373)

Voorstel van resolutie betreffende de publicatie van het Belgische hoofdstuk van de NAVO Defence Planning Capability Review (DPCR)

Voorstel van resolutie aangenomen op 23 oktober 2025

Wetsvoorstel (654)

Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en het Wetboek der registratie-, hypotheeken griffierechten voor wat betreft de fiscale neutraliteit bij zusterfusies

Wetsvoorstel aangenomen op 23 oktober 2025

Wetsvoorstel (296)

Wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzake de retributie ter financiering van het centraal register collectieve schuldenregelingen

Wetsvoorstel aangenomen op 23 oktober 2025

Voorstel van resolutie (238)

Voorstel van resolutie betreffende de oprichting van TreinPunten

Voorstel van resolutie aangenomen op 16 oktober 2025

Wetsvoorstel (949)

Wetsvoorstel betreffende het versturen van een sensibiliseringsbrief inzake de gewijzigde veiligheidssituatie waarvoor de toegang tot bepaalde informatiegegevens van het Rijksregister van natuurlijke personen aan het ministerie van Landsverdediging noodzakelijk is

Wetsvoorstel aangenomen op 9 oktober 2025

Voorstel van resolutie (206)

Voorstel van resolutie betreffende het kwalificeren van het Islamitische Revolutionaire Garde Korps (IRGC) van Iran als een terroristische organisatie

Voorstel van resolutie aangenomen op 17 juli 2025

Wetsvoorstel (920)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 november 2023 betreffende het statuut van bewindvoerder over een beschermde persoon

Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025

Wetsvoorstel (944)

Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector

Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025

Wetsvoorstel (942)

Wetsvoorstel betreffende het tijdelijke uitstel van de registratie in de Federal Learning Account

Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025

Wetsvoorstel (191)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens wat betreft het verwerven en gebruiken van geluiddempers en nachtkijkers

Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025

Voorstel tot herziening (558)

Voorstel tot herziening van de Grondwet teneinde de evaluatie van korpschefs in de magistratuur mogelijk te maken

Voorstel tot herziening

Wetsvoorstel (784)

Wetsvoorstel betreffende het tijdelijke uitstel van de registratie in de Federal Learning Account

Wetsvoorstel aangenomen op 27 maart 2025

Wetsvoorstel (656)

Wetsvoorstel tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, wat de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat betreft

Wetsvoorstel aangenomen op 13 maart 2025

Voorstel tot wijziging reglement (657)

Voorstel tot wijziging van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers ingevolge de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, wat de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft

Voorstel tot wijziging reglement aangenomen op 13 maart 2025

Wetsvoorstel (688)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, en van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzake de mededeling van vertrouwelijke informatie

Wetsvoorstel aangenomen op 13 maart 2025

Voorstel tot wijziging reglement (637)

Voorstel tot wijziging van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers, met het oog op technische aanpassingen in verband met de commissie voor de opvolging van de militaire missies en de commissie belast met de controle op de legeraankopen en -verkopen

Voorstel tot wijziging reglement aangenomen op 13 februari 2025

Voorstel tot wijziging reglement (650)

Voorstel tot wijziging van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers tot vervanging van artikel 163quater, betreffende de deelname van de Kamerleden aan de werkzaamheden

Voorstel tot wijziging reglement aangenomen op 13 februari 2025

Voorstel van resolutie (370)

Voorstel van resolutie betreffende het bewapenen van UAS capaciteiten van Defensie

Voorstel van resolutie aangenomen op 13 februari 2025

Voorstel van resolutie (145)

Voorstel van resolutie met betrekking tot de atherosclerotische harten vaatziekten (ASCVD's)

Voorstel van resolutie aangenomen op 23 januari 2025

Wetsvoorstel (302)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen met het oog op het uitbreiden van het recht om vergeten te worden

Wetsvoorstel aangenomen op 16 januari 2025

Wetsvoorstel (572)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen voor wat betreft een besparing op de partijdotaties

Wetsvoorstel aangenomen op 19 december 2024

Wetsvoorstel (539)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 mei 2024 houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II voor wat betreft de overheveling van het grondgebied van de voormalige gemeente Meulebeke naar het gerechtelijk kanton Tielt

Wetsvoorstel aangenomen op 12 december 2024

Wetsvoorstel (291)

Wetsvoorstel tot verlenging van de overgangsregeling voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % bij afbraak en heropbouw van een woning

Wetsvoorstel aangenomen op 28 november 2024

Wetsvoorstel (297)

Wetsvoorstel tot opheffing van de wet van 20 oktober 2023 tot oprichting en het beheer van de 'Federal Learning Account'

Wetsvoorstel aangenomen op 28 november 2024

Voorstel tot onderzoekscommissie (228)

Voorstel tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar mogelijke disfuncties in het strafrechtelijk onderzoek 'Operatie Kelk'

Voorstel tot onderzoekscommissie aangenomen op 26 september 2024