Open Vld
Ontdek hoe de partij Open Vld u vertegenwoordigt in het federaal parlement.
111
vragen
10
voorstellen
Leden

Alexia Bertrand (46)

Steven Coenegrachts (40)

Irina De Knop (47)

Sandro Di Nunzio (42)

Katja Gabriëls (50)

Kjell Vander Elst (30)

Paul Van Tigchelt (52)

Alexander De Croo (50)
Activiteit in De Kamer
Bekijk hoe Open Vld denkt over
Het RVT-statuut als belangrijk instrument voor de toegang tot zorg
De verhoogde tegemoetkoming
De verhoogde tegemoetkoming
De ongebreidelde toekenning van het RVT-statuut
Toegang tot zorg en tegemoetkomingen in RVT-statuut
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om kritiek op en hervormingsvoorstellen voor het BIM-statuut (verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg), waar 400.000 extra begunstigden in 5 jaar bijkwamen, volgens critici ten onrechte ook welgestelden (bv. zaakvoerders met luxeauto’s of eigenaars van meerdere woningen). Minister Vandenbroucke belooft strengere controles op inkomen en vermogen (inclusief dividenden, cryptowinst, tweede woningen) en sluit bestuurders met grote vennootschapsbelangen automatisch uit, maar Alexia Bertrand (Open Vld) en Daniel Bacquelaine (MR) werpen hem gebrek aan daadkracht voor, verwijzend naar eerdere niet-nagekomen afspraken en "automatische toekenning zonder noodzaak". Jan Bertels (Vooruit) en Jean-François Gatelier (Les Engagés) steunen de plannen, benadrukkend dat het systeem misbruik moet uitsluiten maar kwetsbaren moet beschermen.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, le nombre de bénéficiaires du statut BIM continue d’augmenter. Nous avons vu les chiffres: plus 400 000 au cours de ces cinq dernières années, sans doute en raison de la paupérisation de la population.
Non, nous ne souhaitons pas remettre en question ce mécanisme, qui participe à l’accessibilité des soins pour certains publics vulnérables et qui doit être préservé. Mais oui, nous voulons évaluer cette mesure afin de trouver une solution aux deux problèmes auxquels nous sommes confrontés aujourd’hui. D’une part, certaines personnes bénéficient du statut BIM alors qu’elles sont dans une situation financière confortable. D’autre part, certaines n’en bénéficient pas alors qu’elles se trouvent dans une situation financière difficile.
Monsieur le ministre, allez ‑ vous é valuer cette mesure, notamment en concertation avec les mutuelles, et r é pondre à ces deux probl è mes, afin de veiller à ce que ce m é canisme, auquel nous tenons, remplisse effectivement son objectif d ’ accessibilit é aux soins, qui constitue un enjeu essentiel?
Monsieur le ministre, vous nous rappelez souvent que chaque euro d é pens é en sant é doit l ’ê tre avec efficience. Or, actuellement, j ’ ai le sentiment que le m é canisme d ’ octroi du BIM n ’ est pas efficient. Il y a quelques semaines, j’ai déposé une proposition de résolution, avec le groupe Les Engagés, visant à garantir que l’intervention majorée soit octroyée à ceux qui en ont réellement besoin. Je me permets de profiter de l'occasion pour vous en remettre une copie, afin de vous aider.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, mijn vader werkte jarenlang als bouwvakker in de Kempen, tot hij langdurig thuis moest blijven met zware rugproblemen. Veel doktersbezoeken, veel ziekenhuiskosten, veel pijn. De verhoogde tegemoetkoming was zijn en mijn redding om de noodzakelijke zorg te krijgen. Dat is maar één verhaal. De verhoogde tegemoetkoming maakt elke dag het verschil voor heel wat gezinnen. Die verhoogde tegemoetkoming zorgt er immers voor dat ze niet de volle pot moeten betalen voor een doktersbezoek of voor geneesmiddelen. Ze zorgt er ook voor dat ze toegang krijgen tot de beste, betaalbare, zorg. Dat is voor ons van Vooruit een absolute prioriteit. Ja, wij zijn er fier op dat we in de vorige regering, met de steun van de toenmalige coalitiepartners, dat statuut versterkt hebben, zodat sommigen nu automatisch recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming. Ze is essentieel om ons gezondheidszorgsysteem voor iedereen toegankelijk te maken.
Even essentieel is dat de steun terechtkomt bij wie die echt nodig heeft, dus niet bij zaakvoerders die zichzelf een minimumloon uitkeren en tegelijkertijd rondrijden met een Porsche van de vennootschap, noch bij mensen die meerdere huizen in het buitenland bezitten. Die voorbeelden komen voor alle duidelijkheid niet van mij. Ze komen van de voorzitter van een Vlaams artsensyndicaat, een huisarts.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Wat zult u doen om dat schrijnende misbruik van onze sociale zekerheid aan te pakken?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, bijna 2,5 miljoen mensen in ons land krijgen via de verhoogde tegemoetkoming tal van sociale voordelen: voor 1 euro naar de dokter, gratis cultuur, gratis sport en bijna gratis op tram en bus. Daar stopt het niet: goedkope kinderopvang, goedkope vuilniszakken, de UiTPAS, verminderde provinciale belastingen enzovoort. 400.000 Brusselaars vallen onder dat systeem. Dat is een op drie. Wie betaalt daarvoor? De andere twee en dat zijn niet de sterkste schouders, maar mensen die hard werken en ook mensen met lage lonen die net meer verdienen dan de drempel voor de verhoogde tegemoetkoming.
U hebt nu nog een toegangspoort tot dat statuut ingevoerd. Aan wie alleenstaand en drie maanden werkloos of ziek is, wordt het statuut automatisch toegekend, op een schoteltje gegeven, of die persoon daar nu nood aan heeft of niet. De verhoogde tegemoetkoming moet zelfs niet worden aangevraagd. ( Tumult )
Het resultaat is 60.000 rechthebbenden erbij in minder dan één jaar tijd en de teller loopt. Mijnheer de minister, dat is onhoudbaar, onbetaalbaar en asociaal beleid, vandaar mijn wetsvoorstel. ( Luid protest van de heer Ronse )
Zwijg eens, mijnheer Ronse, een beetje respect.
Hulp moet terechtkomen bij wie het echt nodig heeft, zoals de papa van de heer Bertels. Dat zijn de juiste mensen. Schaf het anders af.
U zult opwerpen dat wij dat mee hebben goedgekeurd, maar u weet zeer goed, als u van goede trouw bent, mijnheer Ronse, dat ik daar nooit akkoord mee ben gegaan. Ik heb keer op keer gewaarschuwd voor de gevolgen en de budgettaire impact. We zien vandaag dat het budget daarvoor is ontspoord.
Mijnheer de minister, u zei dat u hier niet veel over te vertellen hebt. Blijft u achter het statuut staan? Hoe legt u dat uit?
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, je ne vais pas le répéter: 400 000 BIM en cinq ans, soit à peu près 100 000 BIM supplémentaires chaque année. Alors, je ne veux pas dire que le résultat de votre action sociale pendant cinq ans, c'est 100 000 BIM de plus tous les ans, parce que cela préjugerait de ce que votre action sociale pendant les cinq prochaines années, ce soit de nouveau 500 000 BIM en plus. J'espère quand même qu'à un moment donné, on va prendre la réalité en considération!
Il est nécessaire de veiller à que la solidarité s'exprime vis-à-vis de ceux qui en ont réellement besoin. Il faut lutter contre la banalisation de la solidarité. C'est une valeur essentielle qui n'a rien à voir avec l'assistanat. C'est une valeur essentielle que nous devons défendre aujourd'hui, en évitant notamment les pièges à l'emploi et tout ce qui gravite autour de l'attribution du statut BIM aujourd'hui, qui touche des domaines qui n'ont rien à voir avec la santé (le transport public, les crèches et encore bien d'autres choses). Il faut en revenir à l'essentiel. Et l'essentiel, c'est de faire en sorte que ceux qui ont besoin de la solidarité puissent en bénéficier pleinement. Aujourd'hui, ce n'est plus tout à fait le cas. On est dans un système d'automaticité qui ne permet pas de cibler la solidarité de façon correcte.
Je vous demande donc, monsieur le ministre, d'agir de façon à ce que nous revoyions les critères d'attribution du statut BIM, notamment en matière d'automaticité, qui est une mauvaise méthode. Il faut que ceux qui en ont réellement besoin puissent en bénéficier et que la solidarité soit une valeur capitale. Or, aujourd'hui, le système fait que beaucoup de médecins reçoivent des patients qui sont étonnés eux-mêmes d'être BIM. Ils ne comprennent pas qu'ils le soient. C'est quand même le comble du comble! Les médecins reçoivent aujourd'hui des patients (...)
Frank Vandenbroucke:
Gezondheidszorg moet betaalbaar zijn, betaalbaar voor iedereen en zeker ook voor mensen die het financieel moeilijk hebben.
Daarvoor dient de verhoogde tegemoetkoming, zodat mensen niet wachten om naar de dokter te gaan of om medicamenten te kopen omdat het geld dat zij daarvoor nodig hebben, niet in hun portemonnee zit.
Een deel van de mensen ontvangt dat statuut automatisch,. Dat gebeurt altijd op basis van een volledig inkomensonderzoek. Dat hebben we samen beslist. Dat lijkt me normaal want als mensen een recht hebben, moeten ze dat recht ook kunnen genieten. Dat wordt bovendien elk jaar opnieuw gecontroleerd.
Wat is het probleem? Bij de toekenning van de verhoogde tegemoetkoming wordt geen rekening gehouden met het vermogen. Ook worden niet alle inkomens systematisch aangegeven. Ze blijven dus buiten beschouwing.
Les revenus mobiliers, en particulier, sont un angle mort. En théorie, monsieur Bacquelaine, une personne peut toucher 100 000 euros de dividendes ou réaliser 100 000 euros de plus-value sur des cryptomonnaies et avoir malgré tout droit à l'intervention majorée.
Il faut donc avoir une vision globale de l’ensemble des revenus et du patrimoine des personnes, afin que le droit à l’intervention majorée soit attribué de manière correcte et équitable, et que nous soyons certains qu’il bénéficie aux personnes qui en ont réellement besoin.
Dokter Jos Vanhoof heeft gezegd dat een zaakvoerder van een bouwbedrijf die zichzelf een minimumloon uitkeert, maar strak in het pak rondrijdt met een Porsche van de vennootschap geen verhoogde tegemoetkoming mag krijgen. Ik ben het helemaal eens met hem. Hij krijgt mijn woord dat we dat, met uw steun, tot op de letter zullen uitvoeren.
Ik ben vragende partij om een beter zicht te krijgen op alle inkomens en vermogens, zodat we zeker zijn dat de mensen die ze nodig hebben de verhoogde tegemoetkoming krijgen en de mensen die ze niet nodig hebben ze niet krijgen.
Ik werk aan drie voorstellen die ik op de regeringstafel zal neerleggen. Ten eerste, ik wil dat bij de aanvraag en de verlenging van het recht op verhoogde tegemoetkoming automatisch wordt nagegaan welke roerende inkomens en welk roerend vermogen een gezin heeft, zodat we met die twee correct rekening kunnen houden. Ten tweede, ik stel voor dat bestuurders met een belangrijk belang in een vennootschap automatisch uitgesloten worden van het recht op verhoogde tegemoetkoming. Het kan niet de bedoeling zijn dat iemand die een managementvennootschap bestuurt, en dat misschien heel goed doet, recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming. Ten derde, ik stel voor dat iemand die meer dan één substantieel onroerend vermogen heeft, bijvoorbeeld twee mooie woningen, automatisch wordt uitgesloten.
Mevrouw Bertrand, het automatisch systeem dat u nu aanklaagt, hebt u niet alleen mee goedgekeurd, maar toen ik in de vorige regering herhaaldelijk formeel voorstelde – jawel, mijnheer Van Quickenborne – dat wie twee onroerende inkomens bezit uitgesloten zou worden, hebben u en de MR dat niet gesteund, maar nu bent u anders.
Dus ik vraag uw steun wanneer ik opnieuw zal voorstellen dat wie twee woningen bezit, geen recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming.
Bovendien zijn er ook inkomens waarmee wij rekening moeten houden en waarmee we vandaag geen rekening moeten houden, zoals een doctoraatsbeurs of een flexi-job. Laten we daar ook rekening mee houden, zodat de mensen die het nodig hebben het recht kunnen genieten, beschermd worden en zonder zorgen naar de dokter en apotheker kunnen gaan en zodat wie het niet nodig heeft en de kantjes ervan af loopt, effectief wordt uitgesloten.
Dat is niet zo moeilijk. U kunt dat beslissen, maar daartoe is politieke wil nodig.
De drie voorstellen zal ik aan de regering doen. Ik reken op uw steun, die ik hier zie, niet alleen van de meerderheid maar ook van de oppositie.
Jean-François Gatelier:
Je vous remercie, monsieur le ministre.
Le statut BIM doit en effet aider les plus fragiles, et non ceux qui peuvent se permettre d'acheter une voiture de luxe. J’ai entendu votre réponse. Finalement, vous répondez aux attentes des Engagés. En effet, faire en sorte que les personnes disposant d’un patrimoine global suffisant, les administrateurs de sociétés et les propriétaires de plusieurs biens immobiliers ne bénéficient pas de ce statut contribuera, en partie, à répondre à ce que vivent quotidiennement les soignants avec cette incohérence. Encore dernièrement, j’ai été interpellé par une gynécologue étonnée de voir sa patiente ricaner en ne payant que 3 euros pour une consultation de trois quarts d’heure chez un médecin spécialiste, alors qu’elle venait de régler 70 euros en cash à son ostéopathe. Finalement, tout ce dont les soignants sont témoins, nous pouvons y remédier.
En tout cas, sachez que Les Engagés soutiendront cette future réforme.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik geef u alle steun en ik heb alle vertrouwen in uw aanpak om misbruik door profiteurs hard aan te pakken en een echte vermogenstoets in te voeren, want iedereen verdient de beste zorg, zonder angst voor de factuur. Zorg wordt niet bepaald door de portemonnee. Daarover zijn we het volmondig eens. Zo simpel is het.
Voor Vooruit is dat ook de reden waarom we zitting hebben in de arizonaregering. We zullen elke aanval op ons sociaal systeem afslaan en het blijven verdedigen tegen iedereen die het aanvalt.
Mevrouw Bertrand, puur uit mijn geheugen, bloemen verwelken, schepen vergaan, maar bij Open Vld bleef de liefde voor rijke profiteurs bestaan. Ik hoop echt dat het met Anders. anders wordt.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, u moet het maar durven. U hebt zich niet aan de afspraken gehouden. In de notificatie stond duidelijk dat een rechthebbende systematisch en voorafgaandelijk van de ambtshalve toekenning zou worden uitgesloten, als hij eigenaar van een ander onroerend goed is. U bent uw beloftes niet nagekomen.
Frank Vandenbroucke:
Neen.
Alexia Bertrand:
Dat is absoluut wel zo. Er moesten controles komen en die zijn er niet. Als men iets van de overheid krijgt, moet daar iets tegenover staan. Of men nu een Porsche of een tweede huis in Marokko heeft, dat kan mij niet schelen, het profitariaat moet eruit.
U bent plots wakker geschoten, mijnheer de minister. Ik heb het probleem aangekaart en u bent wakker geschoten. U hebt gisteren nog in Het Laatste Nieuws verklaard dat daar niets over te vertellen valt en dat u niet zult hervormen.(…)
Daniel Bacquelaine:
(…) de ces quelques polémiques. Je pense que la solidarité mérite une gestion rigoureuse de nos données publiques et que cette solidarité doit s'orienter vers ceux qui en ont le plus besoin. On ne peut pas banaliser la solidarité. Et je pense que l'automaticité banalise et dévalue la solidarité. La solidarité sans contrôle crée l'injustice. Il est absolument nécessaire que l'on travaille sur l'analyse des ressources financières de ceux qui prétendent pouvoir bénéficier de statuts particuliers. Parce que, sinon, ce sont tous les autres que l'on dévalorise. Je crois vraiment, monsieur le ministre, qu'il est temps de revoir le système d'attribution du statut BIM dans notre pays. Notez que, quand on interdit des suppléments pour les bénéficiaires de l'intervention majorée, on fragilise toute la chaîne de la médecine ambulatoire. (…)
De overbevolking van de gevangenissen
De onenigheid in de regering en het plan van de premier betreffende het koninklijke genaderecht
De door u voorgestelde langetermijnoplossing voor de overbevolking van de gevangenissen
De impasse in de regering met betrekking tot de aanpak van de overbevolking van de gevangenissen
De aanpak van de overbevolking van de gevangenissen en het verlenen van gratie
Politieke verdeeldheid en oplossingen voor gevangenisoverbevolking en gratieverlening
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bart De Wever (Eerste minister)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie bekritiseert minister Annelies Verlinden scherp voor het falende beleid rond extreme overbevolking in Belgische gevangenissen (13.600 gedetineerden op 11.100 plaatsen, waaronder 600 grondslapers), met beschuldigingen van onmacht, gebrek aan concrete actie en "schandalige onmenselijke omstandigheden" die veiligheid en re-integratie ondermijnen. Khalil Aouasti (PS) en Barbara Pas (VB) wijzen op mislukte noodwetten, geblokkeerde voorstellen (zoals collectieve gratie via De Wever of terugzending van 5.500 niet-Belgen) en wederzijdse regeringsverwijten, terwijl Verlinden benadrukt structurele plannen (extra capaciteit, zorg voor geïnterneerden) maar geen korte-termijnoplossing biedt voor de crisis. Critici zoals Stefaan Van Hecke (Groen) en Sandro Di Nunzio (Anders.) hekelen de "onwil, onkunde en media-gedreven ruzie" binnen de regering en eisen dringende maatregelen, terwijl Verlinden respect voor rechterlijke straffen en samenwerking bepleit, maar geen tastbaar resultaat voorlegt sinds juli 2025. Oppositie en vakbonden dreigen met escalatie, met verwijzingen naar "potentiële doden" en "middeleeuwse toestanden".
Khalil Aouasti:
Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, on dénombre environ 11 000 places dans nos prisons, mais seules 9 000 répondent véritablement aux normes. Nous comptons aujourd'hui 13 400 détenus. En intégrant les 3 200 condamnés qui ne se trouvent toujours pas dans nos prisons, cela représente une surpopulation réelle de 2 400 personnes et une surpopulation carcérale potentielle de 5 600 personnes, 5 600 détenus.
Madame la ministre, la situation est insupportable. C'est du jamais vu et d'une totale indignité! Les acteurs de terrain, les agents pénitentiaires, les experts, l'opposition parlementaire vous implorent chaque semaine d'agir. Et vous, que faites-vous? L'été dernier, vous avez fait voter une supposée "loi d'urgence", qui constitue un échec manifeste. Depuis, vous avez organisé sept kerns visant à traiter de la question de la surpopulation carcérale, mais pour quel résultat? Quelques préfabriqués en projet, l'évocation de prisons à l'étranger et des promesses pour 2035… Pour le reste, rien! Pas une seule avancée! Pire que tout, avec une collègue, vous n'hésitez pas à étaler dans la presse votre impuissance, votre incapacité à faire face à la plus grande crise pénitentiaire de l'Histoire de ce pays.
Derrière ces chiffres, madame la ministre, ce sont des agents pénitentiaires à bout de souffle. Ce sont des détenus qui dorment à même le sol et qui vivent à plusieurs dans neuf mètres carrés, sans intimité, dans une promiscuité totale, sans accès suffisant aux soins de santé. Ce sont des personnes atteintes de troubles mentaux que l'on ne soigne pas dans des annexes psychiatriques. Ce sont des détenus qui ressortent brisés, et donc plus dangereux. Cette situation exige une ministre à la hauteur.
Madame la ministre, il est encore temps d'éviter une nouveau dossier I-Police. Qu'entendez-vous faire?
Barbara Pas:
De regering-De Wever heeft nog steeds geen deftig plan om de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan.
Mevrouw de minister, uw plan bestaat erin om criminelen een korting van tien maanden te geven op een celstraf van vijf jaar. Wie vijf jaar celstraf opgelegd krijgt, moet in dit land toch al behoorlijk wat mispeuteren. Over dat plan geraakt de regering het niet eens.
De premier heeft nu zelf een plan. U hebt dat plan in de media al afgeschoten, waarna u vandaag in de media verkondigt dat de discussie niet in de media moet worden gevoerd.
Collega’s van de N-VA, ik had de premier vandaag hier graag over zijn plan ondervraagd maar hij weigert dat. Ik begrijp dat. Het plan van De Wever rekent op de hulp van zijn ondertussen boezemvriend, Zijne Majesteit. Hij vraagt de Sire deze keer niet om honderd dagen, maar wil wel dat de Koning gratie verleent aan 1.300 veroordeelde criminelen van de meer dan 3.000 criminelen die momenteel zonder enig toezicht thuis zitten te wachten op de uitvoering van hun straf.
Genaderecht komt neer op een kwijtschelding. Dat is geen omzetting in enkelbandjes, maar dat is blijkbaar wel de bedoeling. Ik had hem graag dus gevraagd of hij kwijtschelding dan wel enkelbandjes bedoelt.
Ik had hem ook graag gevraagd hoe de kwijtschelding van gevangenisstraffen, al dan niet met enkelbandjes, voor veroordeelde criminelen die nog niet in de gevangenis zitten, kan helpen om de huidige 545 grondslapers weg te werken.
Mevrouw de minister, u hebt al duidelijk aangegeven dat dat niet het geval is. Ik had graag gehad dat De Wever mij kwam uitleggen wat dan wel de oplossing is, maar hij durft niet.
Mevrouw de minister, mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Hoe zal de regering de overbevolking in de Belgische gevangenissen op korte termijn wel eindelijk aanpakken?
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, we hoorden hier al een aantal cijfers. Ik heb ook die van de beleidsnota erbij genomen. Afgerond zijn er inderdaad 11.100 plaatsen in onze gevangenissen. Er zitten vandaag ongeveer 13.600 gedetineerden in de gevangenissen, van wie 600 grondslapers zijn. Dat wil zeggen dat er 2.500 mensen te veel in de gevangenissen zitten. Daarnaast zijn er nog 3.000 wachtenden die er niet in geraken. U zult het met mij eens zijn dat dit een regelrechte schande is voor ons als land, voor onze justitie en voor onze strafuitvoering.
De belangrijkste vraag die ik u wil stellen, is wat u daar het afgelopen jaar eigenlijk al aan gedaan hebt. Wat hebt u al ondernomen om dat probleem effectief aan te pakken? Het afgelopen jaar is de druk immers alleen maar toegenomen. De vorige regering heeft bijvoorbeeld wel actie ondernomen en een aantal maatregelen genomen. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de 1.400 extra plaatsen die gecreëerd werden, de 70 extra personeelsleden die ingeschakeld werden en het kader dat werd gecreëerd voor de plaatsing van extra containers, goed voor meer dan 1.000 plaatsen. Ook de terugstuurakkoorden, onder andere met Marokko, werden toen door de vorige regering afgesloten, maar worden veel te weinig uitgevoerd. Daarom vraag ik wat u effectief hebt gedaan.
We lezen dat u 1 miljard euro hebt gevraagd. Hoeveel van dat budget zal daadwerkelijk naar extra capaciteit gaan? We vernemen ook dat een aantal collega's binnen de regering in het verleden voorstellen hebben gedaan die bij voorbaat afketst of blokkeert. Uw noodwet heeft, zoals we u gewaarschuwd hadden, geen enkel effect gehad.
Mijn vraag aan u is zeer eenvoudig. Wat hebt u gedaan en wat zult u op de langere termijn doen? Hoe zult u de situatie aanpakken en ombuigen? Zoals mijn collega van het Vlaams Belang zei, circuleert er een voorstel om gratie te verlenen. Is dat de langetermijnvisie waarvoor u staat, waarmee u de tendens zult keren en de overbevolking zult oplossen?
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, hoe lang duurt het nog vóór u en de regering eindelijk iets zullen doen aan de overbevolking in de gevangenissen? Of moeten er eerst doden vallen vooraleer de regering in actie schiet?
Het geduld is op bij iedereen, bij het personeel en de vakbonden, bij mensenrechtenorganisaties, bij de CTRG-commissies, bij de gouverneurs en de burgemeesters, maar ook in het Parlement. Blijkbaar is het geduld ook op in de regering en zelfs bij de Koning, die de regering gisteren een nooit geziene bolwassing heeft gegeven, overigens met goedkeuring van de regering zelf.
De situatie in onze gevangenissen is explosief en onmenselijk met een overbevolking van meer dan 2.500 gedetineerden. Er zijn bijna 600 grondslapers, waarvan sommige soms naast de wc-pot slapen. We mogen niet vergeten dat het nog altijd om mensen gaat. Wie denkt dat gedetineerden beter uit de gevangenis komen als we hen eerst maanden of jaren op een onmenselijke en vernederende manier opsluiten, heeft het fout.
Wat doet de regering? Mekaar met de vinger wijzen, veto's stellen, andere dossiers blokkeren en ruziemaken, maar oplossingen komen er niet. De wederzijdse verwijten zijn stevig, als we de media mogen geloven. Mevrouw de minister, uw collega-ministers uiten heel zware kritiek op u, maar omgekeerd wijst u andere ministers met de vinger. U zegt bijvoorbeeld dat minister Vandenbroucke niets zou doen voor de aanpak van de geïnterneerden. De sfeer in de regering is dus allesbehalve optimaal.
Mevrouw de minister, op u rust een loodzware verantwoordelijkheid. Als een oplossing uitblijft, toont u uw onmacht als minister van Justitie. Wanneer komt er een oplossing? Vindt u echt dat minister Vandenbroucke niets heeft gedaan aan die problematiek?
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, de problematiek van de overbevolking is bekend: er is een tekort van 2.000 plaatsen in de gevangenissen en er zijn bijna 600 grondslapers. Dat is uiteraard problematisch voor de veiligheid van de gevangenen zelf, de cipiers en de andere personeelsleden. Het zet bovendien het principe van re-integratie, re-integratie die het vervolg van de gevangenisstraf moet zijn, op de helling. Het gezegde gaat dat, als men mensen in een gevangenis als beesten behandelt, ze er ook als beesten uitkomen. Dat is net wat we niet willen.
Er moeten dus oplossingen komen. Er circuleren verschillende voorstellen, waaronder een van eerste minister Bart De Wever om over te gaan tot een soort van collectieve gratie. Daarbij zouden 1.300 personen hun door een rechter opgelegde effectieve gevangenisstraf niet moeten uitzitten, maar een enkelband krijgen. Daar heeft cd&v toch wel wat vragen bij. Hoe legt men het uit aan de rechters die iemand tot een gevangenisstraf veroordelen, dat de veroordeelde zijn of haar straf niet moet uitvoeren? Hoe legt men het uit aan slachtoffers dat daders uiteindelijk niet naar de gevangenis moeten?
Bovendien rijst de vraag of de collectieve genade, zelfs als daar voorwaarden aan zijn verbonden en de gevangenisstraf in een straf met enkelband wordt omgezet, de juridische toets zou doorstaan. Helpt zo’n maatregel trouwens het probleem van de grondslapers oplossen? Hoeveel grondslapers zullen er door de collectieve genademaatregel minder zijn? Nul, geen enkele.
Mevrouw de minister, we moeten dus op zoek naar andere oplossingen, naar oplossingen zoals u die op tafel hebt gelegd, oplossingen die effectief en duurzaam zijn. Mevrouw de minister, welke oplossingen ziet u om het probleem aan te pakken?
Annelies Verlinden:
Beste collega’s, voorbij het geblaas en gespin, ook van anonieme bronnen in de pers, wil ik hier graag de precieze toedracht geven van de lopende gesprekken in de regering over de overbevolking in onze gevangenissen.
Als iemand hier voorhoudt dat ik een echte en duurzame oplossing voor de schrijnende situatie van de overbevolking en de grondslapers zou tegenhouden of niet bereid zou zijn tot een compromis, dan vergist die zich. Reeds sinds november heb ik verschillende voorstellen op de regeringstafel gelegd naar aanleiding van de sterke stijging van het aantal gedetineerden in onze gevangenissen, niet het minst van degenen die op een matras moeten slapen. Het gaat om een reeks maatregelen die er samen voor kunnen zorgen dat de druk in onze gevangenissen echt wordt verlicht. De teksten zijn wat Justitie betreft al geruime tijd klaar.
Collega’s, er zijn dus oplossingen. Die vragen wel de moed en de wil om het probleem doortastend aan te pakken. Een voorstel waarbij een uitzonderingsmaatregel wordt genomen en waarbij een enkelband wordt toegekend aan enkele honderden mensen die vandaag niet in onze gevangenissen zitten, is geen oplossing voor de grondslapers in onze gevangenissen vandaag. Dat zou immers niets veranderen aan de situatie van de grondslapers en niets aan de dagelijkse onveiligheid waarin de penitentiaire beambten hun taken moeten uitvoeren. Bovendien geef ik er de voorkeur aan om maximaal de door de rechters uitgesproken straffen te respecteren en te werken binnen de context van de strafuitvoeringsmodaliteiten en organisatorische maatregelen om de overbevolking aan te pakken.
Het gaat mij dus niet om het grote gelijk, beste collega’s. Het gaat mij wel om de aanpak van de straffeloosheid en om de veiligheid en de menswaardigheid in onze gevangenissen. Daarom blijven we aandringen op maatregelen die wel soelaas bieden. De directeurs, de penitentiaire beambten en alle partners van het gevangeniswezen rekenen op ons. Zij hebben terecht recht op perspectief op korte termijn. We mogen hen dus niet wegsturen met pseudo-oplossingen. Ik sta en blijf resoluut aan hun zijde staan en blijf werken aan een resultaat dat hen echt vooruit kan helpen.
Daarom roep ik vandaag opnieuw iedereen op om samen een impactvolle en daadkrachtige oplossing mogelijk te maken. Dat moeten we inderdaad samen doen. Ik kan daar trouwens heel helder over zijn: ik heb niemand verhinderd om aan de slag te gaan met zijn of haar bevoegdheden en op het terrein alle mogelijke maatregelen te nemen die een impact op de overbevolking kunnen hebben.
Je tiens dès lors à rappeler à chacun que le gouvernement a déjà approuvé, le 18 juillet dernier, un plan global visant à lutter contre la surpopulation. Ce plan prévoit une augmentation de la capacité carcérale, avec des infrastructures de soins supplémentaires pour les internés, ainsi qu’une approche plus efficace du retour des condamnés en séjour illégal et le renforcement des services chargés des transfèrements internationaux. Les grandes lignes sont tracées et je ne doute pas que mes collègues et moi-même resterons déterminés à les mettre en œuvre.
Nous ne pouvons pas nous contenter de mesures en deçà de cette ambition.
Collega’s, ik hoef er niemand van te overtuigen dat het probleem complex is. We lopen een marathon om op middellange en op lange termijn extra capaciteit te creëren om de overbevolking aan te pakken. We moeten vandaag echter ook een sprint trekken om de onveiligheid en de onmenselijkheid in de gevangenissen weg te werken, niet omdat het makkelijk is, niet omdat we meedingen naar een schoonheidsprijs, maar wel omdat het absoluut noodzakelijk is.
Het is om die reden dat ik in de voorbije maanden concrete en berekende voorstellen met impact heb voorgelegd. De gesprekken daarover zijn lopende in de regering. Daarbij zijn twee principes belangrijk: ten eerste, de oplossingen moeten structureel en doortastend zijn en, ten tweede, de door rechters uitgesproken straffen moeten maximaal gerespecteerd worden.
Met dat doel voor ogen ben ik ervan overtuigd dat niets ons in de arizonaregering in de weg staat tot een akkoord te komen. De veiligheid van onze samenleving, de rechtszekerheid, de strijd tegen straffeloosheid en het streven naar menswaardige detentieomstandigheden, die onze rechtstaat van ons vraagt, zijn me uitermate dierbaar.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, je vous ai entendue, je vous ai écoutée, mais je n’ai reçu aucune réponse. Votre réponse consiste à dire que, le 18 juillet, vous avez fait voter des textes. Le 18 juillet, nous comptions 12 900 détenus dans nos prisons. Aujourd’hui, 29 janvier 2026, nous en comptons 13 626. Autrement dit, entre le 18 juillet et aujourd’hui, votre plan de lutte contre la surpopulation carcérale a lamentablement échoué. Alors, madame la ministre, j’entends des appels à tout le monde – voilà donc ce qu'on peut appeler une majorité de cohésion – à vous soutenir, après sept kern, avec 13 600 détenus, avec de l'indignité, avec la reconnaissance, de votre propre aveu, de la présence de personnes avec des troubles mentaux ou de grande précarité. Madame la ministre, je vais vous dire une seule chose: il n’y a pas un problème que l’inaction finisse par résoudre. Et j’ai bien peur, en réalité, que cet adage s’applique à votre gouvernement.
Barbara Pas:
Deze regering heeft duidelijk geen plan. Ze focust graag op het buitenland, maar de eerste prioriteit zou de veiligheid van de burgers in België zelf moeten zijn. Veroordeelde criminelen vrij laten rondlopen ondergraaft de veiligheid van burgers. Daarmee lacht men de slachtoffers vierkant uit. Zo'n 70 % van de gedetineerden recidiveert. U bent de mening toegedaan dat de straffen van de rechters gerespecteerd moeten worden, maar u wilt zelf wel strafkorting geven. De Wever wil zelfs dat 1.300 veroordeelde criminelen hun gevangenisstraf niet eens moeten uitzitten. Dat valt niet uit te leggen. Weet u wat u moet doen? U moet 5.500 niet-Belgische gedetineerden terugsturen en het genaderecht afschaffen. Dat is een praktijk die volledig achterhaald is en alleen nog thuishoort bij middeleeuwse koningen en Romeinse keizers.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, ik denk dat de Anders.-fractie de eerste is om te erkennen dat dit een complex probleem is dat niet eenvoudig op te lossen valt. Uw antwoorden stellen ons echter niet gerust. Zoals altijd brengt u in uw gekende stijl zeer verbindende, warme boodschappen en legt u allerlei plannen op tafel. De realiteit is echter dat u het afgelopen jaar niets hebt gerealiseerd, u hebt niets gedaan en dat typeert u. Ik vraag me oprecht af wat u als minister klaarkrijgt, want er beweegt niets. Wanneer u zegt een dossier in handen te nemen, blijft het liggen en gebeurt er absoluut niets mee. U hebt nog enkele jaren om te tonen dat het anders kan. Ik geloof er niet meer in, maar u hebt nog een aantal jaren om te tonen dat dit geen verloren legislatuur voor Justitie hoeft te zijn. Communiceer dus geen plannen in de media, maar ga samenzitten met uw collega-ministers en zorg ervoor dat er actie wordt ondernomen op het terrein.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. Ik vraag mij af of dat antwoord namens de regering was of namens uzelf. Ik twijfel. U verwijst naar collega’s in de regering als oorzaak van de blokkering maar dat is al te gemakkelijk. U draagt als minister van Justitie immers in de eerste plaats een verpletterende verantwoordelijkheid. Het is echter ook een collectieve verantwoordelijkheid van de hele regering.
Ik stel alleen vast dat er vandaag geen oplossingen zijn. Is dat onmacht, onkunde of onwil? Ik vrees dat het een mix van de drie is. De toestand is echter vooral schandalig. Collega’s, wij hebben eerder al voorgesteld om een koninklijk commissaris tegen de overbevolking aan te stellen. De regering kan het niet oplossen. De minister kan het niet oplossen. Geef het dan uit handen. Dat is nog het enige wat rest. Doe echter vooral iets.
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, ik dank u voor de antwoorden. Het is inderdaad een heel complexe situatie. Ik ben blij dat de heer Di Nunzio dat ook erkent. Mijnheer Di Nunzio, het zou u echter sieren, mocht u erkennen dat de situatie mede is gecreëerd door de twee vorige ministers van Justitie. Wat de oplossingen betreft, wij moeten inderdaad een duurzame oplossing vinden om het aantal grondslapers naar beneden te halen en vooral om de toestand in de gevangenissen te verbeteren. Mevrouw de minister, er zijn heel wat mogelijkheden, zoals u hebt aangehaald, onder andere bijkomende capaciteit, waaraan u dag in dag uit werkt. Daarvoor hebt u ook de steun nodig van de andere regeringsleden. Wij hopen dat u die steun vindt en dat wij op die manier vooruitgang kunnen boeken in het dossier.
De spoorstaking
De zoveelste treinstaking
De spoorstaking
Treinstakingen en spoorprotesten
Gesteld door
N-VA
Dorien Cuylaerts
Open Vld
Irina De Knop
PS
Dimitri Legasse
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Dorien Cuylaerts en Irina De Knop bekritiseren de herhaalde spoorstakingen (32 in een jaar) als disproportioneel en schadelijk voor reizigers, eisen hervorming van het verouderde statutaire statuut (levenslange jobzekerheid) en waarschuwen dat de NMBS zonder modernisering in 2032 niet zal overleven door Europese liberalisering. Minister Crucke bevestigt dat de hervorming (einde statutaire aanwervingen, behoud bestaande rechten) doorgaat zoals gepland—geen heronderhandeling ondanks afgewezen syndicale akkoorden—en benadrukt dat concurrentie onvermijdelijk is, maar ontkent privatisering en belooft publieke controle. Dimitri Legasse (vakbond) beschuldigt de regering van een "aanval op arbeidersrechten", stelt dat de hervorming de NMBS verzwakt en wijst op onderbetaald, overwerkt personeel (2.000 agressies/jaar), terwijl De Knop een wetsvoorstel indient voor minimale dienstverlening (50% treinen, eventueel met personeelsopvordering) om reizigersleed te beperken. Crucke houdt vast aan het Europese tijdpad (2032) en verwerpt verdere onderhandelingen, ondanks Legasses bewering dat de plannen neerkomen op "stiekeme privatisering".
Dorien Cuylaerts:
Goedemiddag, mijnheer de minister. De treinreiziger wordt opnieuw gepest. Na 30 dagen staking op een jaar vraag ik me af wat de vakbonden nog willen bereiken. Draagvlak en begrip lijken hun doel, maar telkens is het de reiziger die de prijs moet betalen.
Laat me duidelijk zijn: de overgrote meerderheid van het spoorpersoneel werkt vandaag en zij verdienen respect en grote dank. Het is echter die kleine minderheid die het land telkens blokkeert met hun stakingen.
Deze keer gaat de staking over het statuut van het spoorpersoneel, met de vaste benoeming, een statuut dat al meer dan 100 jaar oud is. Wie statutair is, is quasi levenslang zeker van werk, met een aantrekkelijk loon. Statutairen moeten al best wat op hun kerfstok hebben om ontslagen te kunnen worden. We zijn een van de weinige landen waar nieuw personeel nog wordt aangeworven volgens dat statuut uit de vorige eeuw. Laten we eerlijk zijn, dat heeft zijn tijd gehad.
Hervormingen zijn broodnodig en het is hoog tijd dat de vakbonden dat gaan inzien en beginnen te beseffen. Tegen 2032 moet ons spoor immers klaar zijn voor de vrije spoormarkt. We moeten daarvoor vandaag beginnen met hervormen. Doen we dat niet, dan zal de NMBS niet klaar zijn en zal de concurrentie de NMBS verpletteren. In 2032 zullen er dan helaas geen NMBS-treinen meer rondrijden. Is dat wat de vakbonden willen?
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister: hoe moet het nu verder en hoe zult u de broodnodige hervormingen doorvoeren? De reiziger rekent op u. Dank u wel.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, wij zitten midden in de zoveelste stakingsweek van de spoorbonden, de 32ste treinstaking in minder dan een jaar. De nieuwe actie is al aangekondigd. In februari staan er opnieuw drie stakingsdagen gepland. Ik verneem dat de directie er alles aan doet om dat te voorkomen.
Vandaag kreeg de CEO het eindelijk over haar lippen dat die nieuwe staking disproportioneel is. Wij zeggen dit al maanden. Men leidt de NMBS immers naar de afgrond, met reputatieschade, met reizigers die definitief afhaken en met een bedrijf dat voortdurend in crisismodus zit. Sommige bonden spreken over een definitieve vertrouwensbreuk.
Mijnheer de minister, terwijl hier in Brussel ruzie wordt gemaakt tussen uzelf, de directie en de bonden, staat de reiziger stil. De reiziger is absoluut de dupe van wat hier gebeurt. Ik wil u een verhaal vertellen over een pendelaar, Lars, een student die ik heel goed ken. Vandaag kwam hij te laat. Hij moest een trein nemen die een uur later reed. De trein die wel kwam, zat eivol. Ze zaten als sardientjes in een blik. Tot in de toiletten toe stonden er mensen, om toch maar met die ene trein op hun bestemming te geraken.
Het is goed dat u een vuist maakt tegen de vakbonden, mijnheer de minister. We hebben gehoord dat u dat doet, maar dat is niet genoeg. U moet in actie schieten. U moet stoppen met het overdreven geloof in de sociale dialoog. U moet de personeelsleden echt enthousiasmeren voor een toekomstvisie. We hebben nood aan een inspirerende leider die de liberalisering van het spoor waarmaakt.
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister. Hoe gaat u de reiziger opnieuw centraal stellen?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, cette semaine, tous les syndicats du rail – absolument tous – ont fait grève, et pas de gaieté de cœur, contrairement à ce que d'aucuns semblent croire, mais parce que les cheminots n'ont jamais été aussi durement attaqués par un gouvernement.
Monsieur le ministre, ouvrez les yeux. Vous rendez-vous vraiment compte de ce qu'est le métier de cheminot? Devoir se lever tôt le matin, revenir tard le soir, réparer les voies, travailler de nuit et par tous les temps, accompagner les usagers, avoir la responsabilité de conduire quelque 2 000 voyageurs, devoir subir 2 000 agressions par an, affronter un management toxique qui épuise les agents.
La situation est grave. Vous nous le disiez encore lors de la dernière commission et lors des précédentes. Vous nous le rappelez d'ailleurs à chaque commission, en parlant tantôt de Securail, tantôt d'HR Rail.
Mais que décidez-vous finalement pour les 28 000 travailleurs des chemins de fer? Vous décidez de casser le droit des travailleurs, de détruire la démocratie sociale. Vous décidez de préparer la fameuse privatisation souhaitée par vos alliés, qui viennent encore de s'exprimer. En outre, vous décidez de faire 700 millions d'euros d'économies dans le rail.
Derrière tout cela, c'est toujours la même chose. Toujours la même chose. Ces gouvernements, c’est pareil. Les services publics sont attaqués de toutes parts, ne sont pas respectés et les syndicats sont même méprisés. Pas moins de respect pour les travailleurs que pour les navetteurs.
Monsieur le ministre, arrêtez de faire semblant de prendre la défense des navetteurs et de les opposer aux cheminots! Sans cheminots, pas de trains. Avec vos réformes contre les travailleurs et vos économies sur le rail, absolument tout le monde sera perdant.
Monsieur le ministre, allez-vous enfin renouer le dialogue avec les syndicats? Allez-vous enfin développer des contre-propositions?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, permettez-moi de commencer par rappeler l’essentiel.
Oui, les voyageurs sont les premiers touchés par cette nouvelle semaine de perturbations. Je veux leur dire que je regrette profondément les désagréments subis. Une grève de cinq jours, dans le contexte actuel, est déraisonnable. Heureusement, deux trains IC sur trois roulent et seuls 15 % des agents participent aux arrêts de travail.
Il y a un temps pour tout, et le temps de la renégociation est désormais dépassé. Depuis près d’un an, nous avons mené un dialogue intensif. À deux reprises, nous avons signé des accords avec des organisations syndicales. Ces accords ont été librement négociés, librement signés. À deux reprises, la base a choisi de les rejeter. C’est son droit, mais c’est aussi le rôle du gouvernement de dire qu'il prend ses responsabilités et avance.
Cela ne signifie pas la fin du dialogue social pour d’autres chantiers – notamment en ce qui concerne le recrutement, l'attractivité des emplois et la prévention des risques psychosociaux –, mais cela signifie clairement qu’il n’y aura pas de renégociation sur ces points. Je veux être explicite: la modernisation de la gestion du personnel et la contractualisation pour les nouveaux engagements ne seront plus renégociées. Nous avons négocié pendant des mois et conclu deux accords dûment signés par les représentants syndicaux.
Vous me demandez d’ouvrir les yeux. Ouvrez-les! Ces accords ont été signés par les syndicats. En avril, en octobre et dans une première version signée, ils acceptaient de mettre fin complètement aux recrutements statutaires à partir du 1 er janvier. La seconde fois, cela ne concernait plus que certaines professions. Et cela a également été refusé.
Moi, quand je signe un accord, je représente le gouvernement. Je prends mes responsabilités, et je les prendrai jusqu’au bout. Vous l’avez bien compris.
Ik wil de vele werknemers bedanken die ondanks de spanningen de openbare dienstverlening blijven verzekeren en te maken hebben met de onzekerheid en de druk die de situatie meebrengt.
Het is onze plicht om de toekomst van het Belgische spoor te verzekeren. Die toekomst is duidelijk. In 2032 moet de markt voor personenvervoer per spoor anders worden georganiseerd. Het volledige monopolie van de NMBS zal dan gewoonweg niet meer mogelijk zijn. Dit is geen Belgisch initiatief, maar een verplichting die voortvloeit uit een Europese verordening uit 2007, waarvan België alle mogelijkheden tot uitstel benut heeft. Deze deadline is niet theoretisch. Hij bepaalt vandaag al de strategische keuzes die nodig zijn om de continuïteit te verzekeren en de openbare dienst te versterken binnen het Europese wetgevingskader dat ons wordt opgelegd.
Je confirme que la réforme suivra le calendrier prévu: fin des engagements statutaires pour les nouveaux entrants selon les modalités arrêtées, sans impact pour le personnel statutaire actuellement statutaire. Nous ne reviendrons pas sur ce cap qui conditionne la capacité des chemins de fer à tenir sa place en 2032.
Het dossier ligt bij de Raad van State, die eind februari zijn advies zal uitbrengen. Daarna zullen de teksten opnieuw aan de regering worden voorgelegd, alvorens terug te keren naar het Parlement voor de inwerkingtreding, zoals gepland. Ik wil niet dat spoorwegmedewerkers morgen hun job verliezen omdat ons systeem nog niet flexibel of innovatief genoeg is, omdat we niet hebben geanticipeerd op de komst van concurrentie. Concurrentie komt er niet alleen van private exploitanten, maar ook van buitenlandse openbare exploitanten, zoals de SNCF of Deutsche Bahn. Het is onze plicht ervoor te zorgen dat de NMBS zowel klanten als overheden kan overtuigen om gebruik te maken van haar diensten in België, maar ook om morgen concurrerend te zijn op buitenlandse markten. Ik wil u er ook aan herinneren dat andere historische publieke Belgische operatoren dezelfde evolutie hebben doorgemaakt toen hun sector werd opengesteld voor concurrentie. Ik denk aan bpost en Proximus, die zich hebben aangepast.
Vandaag zijn er drie prioriteiten: een betrouwbare openbare dienstverlening garanderen, de budgettaire houdbaarheid verzekeren en ons onmiddellijk voorbereiden op de deadline van 2032. We zullen de liberalisering niet ondergaan en we spreken niet over privatisering. We zullen ons voorbereiden door de veiligheid, de kwaliteit van de dienstverlening en de volledige naleving van de verworven rechten te garanderen. Ik herhaal het nogmaals, want het is belangrijk dat de spoorwegen voor 100 % in publieke handen blijven. Ik zal dit tot het einde doen, stakingen of niet.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik deel uw analyse. Voor mij is het heel duidelijk en die boodschap moet ook duidelijk zijn voor de reiziger: er gaat te veel belastinggeld naar het spoor en de belastingbetaler mag dan ook verwachten dat die treinen rijden, vandaag, morgen, maar zeker ook in 2032. Ik wil de vakbonden dan ook oproepen om eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen, om mee na te denken over die toekomst en die mee voor te bereiden, in het belang van de NMBS, maar ook van het personeel en van de reiziger. Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Het debat is gevoerd. De kaarten liggen op tafel. Het is tijd om de NMBS nu opnieuw op de rails te krijgen, met respect voor wie werkt, maar ook met duidelijke keuzes voor de toekomst. Beste vakbonden, de speeltijd is voorbij.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil eerst en vooral het personeel van de NMBS dat wel werkt proficiat wensen. Ik heb begrepen dat dat de grote meerderheid is en het is belangrijk om dat ook te vermelden.
Mijnheer de minister, wij twijfelen niet aan uw goede intenties, maar u moet verder gaan dan enkel de juiste analyse maken. Het is belangrijk dat u de reiziger opnieuw centraal stelt. Het is voor ons heel duidelijk dat de gegarandeerde dienstverlening niet volstaat. Vandaar dat wij een wetsvoorstel hebben ingediend om een echte minimale dienstverlening mogelijk te maken, waarbij 50 % van de treinen altijd rijdt. Op die manier hoeven de mensen niet meer als sardientjes in een blik te reizen, maar kunnen ze op een menswaardige en degelijke manier op hun werk geraken. Als dat nodig zou blijken, dan moet dat maar met opvordering van personeel. Zover willen wij ook gaan. Het is genoeg geweest, het is tijd om de reiziger opnieuw centraal te stellen. Het moet echt anders.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, vous ne préparez pas à l'avenir. Permettez-moi de vous le dire, vous cassez la machine, vous cassez les travailleurs, et maintenant vous vous attaquez même au droit de grève. Sans travailleurs et avec toutes ces économies, les chemins de fer n'arriveront pas à l'heure en 2032. Détrompez-vous! Cessez de dire qu'il ne s'agit pas d'une privatisation, car c'en est une! Les exemples étrangers nous montrent à quel point cela ne fonctionne pas. Regardez le Royaume-Uni! Monsieur le ministre, vous parlez de budget réaliste et, dans le même temps, vous parlez de 700 millions d'économies. On savait que ce gouvernement n'avait absolument aucune ambition pour le climat, on sait maintenant que les chemins de fer ne sont pas non plus une priorité. Je ne vous remercie pas.
De Einsteinrekening en het idee van een wet-Cooreman-De Clercq 2.0
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Di Nunzio bekritiseert dat de regering beleggen ontmoedigt met extra taksen (effecten-, meerwaarde-, exittaks) en stelt dat spaargeld door inflatie collectief verarmt, terwijl zijn Einsteinrekening (fiscaal voordelig beleggen voor minderjarigen, tot €100/maand) volgens hem economische groei en welvaart zou stimuleren. Minister Jambon wijst op lopende fiscaliteitshervormingen (afschaffing van 6 taksen, vereenvoudiging personenbelasting) en aankomende maatregelen zoals een beurstaksherziening en taxshelters voor start-ups, maar benadrukt dat Di Nunzio’s voorstel niet in het regeerakkoord staat. Di Nunzio repliceert dat Jambons plannen te complex en onvoldoende zijn en dringt aan op adoptie van zijn model, verwijzend naar het eerdere succes van de wet Cooreman-De Clercq om beleggen te democratiseren.
Voorzitter:
Collega Di Nunzio heeft een vraag over de Einsteinrekening, niet met de telescoop te verwarren. De heer Di Nunzio doet zijn vestje uit. Het wordt een gespierde tussenkomst.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, collega’s, ik sta hier vandaag omdat ik graag een bekentenis wil doen. Ik wil uit de kast komen als belegger. Ik ben een belegger, een kleine belegger weliswaar. Ik beleg voor mezelf, maar vooral ook voor mijn gezin en voor mijn kinderen. Ik moet eerlijk toegeven, mijnheer de minister, dat ik mij daarin niet gesteund voel door u en door de regering, helaas. Beleggen is als het ware het nieuwe roken geworden. Het is iets wat wordt ontmoedigd, naar beneden wordt gehaald en tegengewerkt. Elk voorstel dat u en uw regering doen, komt neer op het heffen van taksen, taks op taks. Het gaat om de verdubbeling van de effectentaks, de creatie van die draak van een wet van een meerwaardetaks en de invoering van een nieuwe taks, de exittaks.
Dat gebeurt terwijl er 300 miljard euro op de spaarrekeningen staat, geld dat minder opbrengt dan de inflatie, waardoor we collectief verarmen. Ik moet zeggen dat ik dat niet begrijp. Beleggers begrijpen dat ook niet, en jongeren die massaal hun weg vinden richting crypto- en andere beleggingen begrijpen dat evenmin.
Mijnheer de minister, het kan anders. Anders! In plaats van te belasten, kunt u het ook fiscaal aantrekkelijk maken. U hebt het ongetwijfeld gezien: wij hebben de Einsteinrekening als voorstel gelanceerd. Met die rekening willen we het fiscaal aantrekkelijk maken voor mensen om te beleggen voor hun minderjarigen, tot 100 euro per maand. Als we dat doen van 0 tot 65 jaar, genereren we een bedrag van 1,4 miljoen euro. Dat geld gaat naar starters en naar goede bedrijven en geeft zuurstof aan onze economie.
Mijnheer de minister, mijn vraag aan u is dan ook zeer eenvoudig. Wat vindt u van ons voorstel? Wat vindt u van de Einsteinrekening?
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, ik zal geen allusies maken op Einstein of citaten aanhalen.
Mijnheer Di Nunzio, naast het voorstel van de Einsteinrekening las ik ook het volgende in de krant: "We vertrekken van een wit blad. Er zijn geen taboes, geen dogma’s. Er moet werk worden gemaakt van een fiscale tabula rasa. We willen komaf maken met te veel codes op de belastingbrief." Ik kan u geruststellen: deze regering doet dat. Anders, punt.
Met de wet lagere kosten was het onze bedoeling om vier taksen af te schaffen. U herinnert zich dat, mijnheer Van Quickenborne. Het zijn er uiteindelijk zes geworden. Bedankt voor uw insteek, want dat heeft de belastingbetaler ongelooflijk veel geld opgebracht. We hebben er zes taksen van gemaakt.
Met de vorige wetsontwerpen maakten we al komaf met allerlei uitzonderingen in onze fiscaliteit: de aftrek voor huisbedienden, de belastingvermindering voor elektrische motorfietsen en de belastingvermindering voor private privaks. Dat waren allemaal verminderingen waarvan betrekkelijk weinig mensen gebruikmaken.
Met de hervorming van de personenbelasting, die we binnenkort in de commissie zullen bespreken, wordt begonnen met de afbouw van allerlei uitzonderingen in onze fiscaliteit, van de huwelijkscoëfficiënt tot de toeslagen op de belastingvrije som. Dat zijn niet altijd prettige maatregelen, maar ze zijn wel noodzakelijk om onze fiscaliteit moderner en eenvoudiger te maken.
Er komt een hervorming en modernisering van de beurstaks, een hervorming van het gereglementeerd sparen en een variant op de wet Cooreman-De Clercq. Daarmee kom ik dicht bij uw vraag. Het gaat om de hervorming van de bestaande taxshelters voor start-ups en scale-ups.
Al die wetsontwerpen zullen nog dit jaar op de regeringstafel besproken worden. Ik kijk dan ook uit naar de steun van de collega’s van Anders, punt, voor die wetsontwerpen.
Over uw idee met betrekking tot de Einsteinrekening, dat uw partij maandag lanceerde, staat uiteraard niets in het regeerakkoord. (…)
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer de minister. Uw spreektijd is om.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U verwijst naar de wet Cooreman-De Clercq. Dat is goed. We moeten mensen inderdaad massaal terug naar de beurs krijgen, zoals dat destijds ook via die wet is gebeurd. U kondigt weliswaar een maatregel aan, maar u doet er niets of alleszins veel te weinig mee. We hebben dat ook gehoord van de experts, toen het in de commissie over de meerwaardetaks ging. U maakt de dingen nodeloos complex en u zorgt ervoor dat investeringen en beleggingen worden afgeremd. Dat is dus exact het tegenovergestelde. Laat ons u helpen om het daadwerkelijk anders te doen. Het voorstel van de Einsteinrekening wordt binnenkort ingediend. Ik zou zeggen: omarm dat, steun dat, kopieer dat desnoods, zorg dat het wordt uitgevoerd. Op die manier maakt u iedereen belegger. Zo zorgt u ervoor dat de mensen meer centen overhouden dan wat hun spaargeld zou opbrengen. Zo zorgt u er ook voor dat er meer geld terechtkomt in onze economie en onze welvaart.
De betrekkingen met de VS, het standpunt van de premier en de bijeenkomst van de Europese Raad
De trans-Atlantische relaties en het Mercosur-handelsakkoord
Het Forum in Davos en het rapport van Oxfam over de concentratie van rijkdom in de wereld
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De industriecrisis en de Antwerpse haven
De trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De trans-Atlantische relaties
De stand van zaken met betrekking tot de trans-Atlantische relaties
Groenland en de trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en het standpunt van Trump over Groenland
De geopolitieke situatie rond Groenland
Internationale betrekkingen, handel en geopolitieke ontwikkelingen
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s reactie op de agressieve Amerikaanse houding onder Trump, met name de dreiging rond Groenland, handelsoorlogen en de ondermijning van Europese soevereiniteit. Kritiek komt van links (PTB, Ecolo-Groen) en rechts (N-VA, MR): Dermagne (PS) noemt de regering hypocriet door harde woorden in Davos niet om te zetten in daden (bv. annuleren F-35-aankoop), Hedebouw (PTB) bekritiseert het "twee maten, twee gewichten"-beleid (Groenland vs. Congo/Palestina), terwijl De Smet (Les Engagés) en Bouchez (MR) juist strategische Europese autonomie eisen via defensie-investeringen en handelsakkoorden (bv. Mercosur). De premier (Bart De Wever) benadrukt dat Europa’s waardigheid "niet te koop" is, maar stelt concrete stappen (bv. Europese kapitaalmarkt, defensie-samenwerking) voorop, zonder de F-35-deal of NAVO-band te breken. Sceptici (bv. Mertens, Almaci) wijzen op gebrek aan mandaat voor deals zoals die met Rutte-Trump en eisen onmiddellijke symbolische actie (F-35-schrapping).
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre: "Reculez, nous irons jusqu'au bout!", "Nous frôlons le point de rupture!", "Un contre tous, tous contre un!". Monsieur le premier ministre, ces mots ne sont pas les miens, de même qu'ils n'ont pas été générés par l'intelligence artificielle. Ces mots, ce sont les vôtres. Ces dernières heures, ils témoignent d'un changement de ton manifeste à l'égard du président américain Donald Trump et de son administration. Vous semblez, monsieur le premier ministre, avoir soudainement trouvé les mots que nous attendions ici depuis des semaines. En tout cas, nous étions nombreux à attendre une expression telle que celle-là. Ce sont des mots forts, presque courageux s'ils avaient été prononcés plus tôt, comme si, enfin, la menace de Trump et de son administration vous sautaient aux yeux après des décennies d'atlantisme béat. Ces mots, nous ne les avions jamais entendus de la part de votre gouvernement au sein de ce Parlement. Pourtant, cela fait longtemps que les lignes rouges ont été franchies par Trump et son administration: Venezuela, Ukraine, Groenland, et j'en passe.
Cependant, monsieur le premier ministre, ces mots vont-ils résonner jusque dans ces murs ou bien vous êtes-vous laissé griser par l'air des Alpes suisses? Surtout, monsieur le premier ministre, vont-ils enfin se traduire en actes gouvernementaux? Vont-ils être partagés par l'ensemble de l'Arizona? Prenons votre parti: le ministre de la Défense, atlantiste béat et meilleur ambassadeur de l'industrie de la défense américaine, va-t-il enfin accepter de remettre en cause l'achat de nouveaux F-35? Quid de votre groupe au Parlement européen, qui a voté contre la suspension de l'accord commercial extorqué par les É tats-Unis à la faiblesse des dirigeants européens? En quelques mots, allez-vous passer de la parole aux actes? Quelle sera la position de votre gouvernement?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, in Davos was er deze week veel volk, veel contacten, veel speeches, goede, minder goede en slechte. Denk aan die spreker die met drie uur vertraging is aangekomen, maar nog net op tijd om 72 minuten over zichzelf te spreken en Groenland met IJsland te verwarren. Er was ook een spreker die zeer sterk sprak over de nieuwe internationale orde en over interne hervormingen. Het had u kunnen zijn, mijnheer de premier, maar ik heb het nu over Mark Carney, de Canadese premier, die intussen thuis de meerwaardebelasting heeft afgeschaft en de taksen heeft verlaagd om investeringen aan te trekken.
Dan was er uw speech. Sterk, ik meen het. " We have to wake up ,” zei u terecht. " If you back down now, you lose your dignity ." Wie zich als een vod laat behandelen, zal ook als een vod behandeld worden. U hebt gelijk. “ We need new alliances ." Net daarom, mijnheer de premier, is Mercosur zo belangrijk. En ja, " maybe Europe at different speeds ". Ik wil er één zin aan toevoegen: " The proof of the pudding is in the eating ."
Mijnheer de premier, internationaal klinkt u sterk en duidelijk, maar thuis lijkt het soms moeilijker om iedereen mee te krijgen. Dat hebben we gisteren nog gezien. Drie van uw coalitiepartners hebben in het Europees Parlement Mercosur doorgestuurd naar het Europees Hof. Het resultaat is twee jaar vertraging. Ze hebben export, jobs en nieuwe partners geblokkeerd. Uw Duitse collega, bondskanselier Merz, heeft deze ochtend zeer klare taal gesproken. Het is genoeg geweest. Duitsland past Mercosur voorlopig toe.
Mijn vraag is heel eenvoudig, mijnheer de premier. Zal België doen zoals Duitsland? Zult u Mercosur voorlopig toepassen, ja of nee?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, j’espère que votre déplacement à Davos s’est bien passé et que vous avez pu profiter du voyage en avion pour examiner en profondeur le rapport d’Oxfam sur les inégalités. Les conclusions sont vertigineuses et, chaque année, elles dépassent l’entendement. Que découvre-t-on cette année? Une accumulation de richesses jamais vue auparavant. Entre 2020 et 2025, la richesse des milliardaires a doublé alors que la moitié de l’humanité vit aujourd’hui dans la pauvreté.
Le rapport contient également des éléments concernant la Belgique, qui devraient vous intéresser. On y découvre notamment l’apparition de six nouveaux milliardaires dans notre pays. Nous comptons aujourd’hui dix-sept milliardaires qui possèdent à eux seuls une richesse équivalente à celle de l’ensemble des Wallons réunis.
Ces grandes fortunes ne se contentent pas d’accumuler des produits de luxe ou de s’adonner à des loisirs dispendieux qui détruisent la planète. Aujourd’hui, elles ne se cachent même plus d’essayer de déstabiliser des régimes et des États qui ne les intéressent pas ou qui les dérangent.
S’agit-il de tous les milliardaires? Non, "not all milliardaires", il est vrai. Cette année, une surprise est venue de Davos. Je ne parle pas des lunettes du président Macron, mais bien de la tribune de 400 milliardaires et millionnaires qui appellent les chefs d’État réunis à Davos à faire davantage contribuer leurs semblables et à instaurer un système de taxation plus juste.
Monsieur le premier ministre, allez-vous, comme vous l’avez fait dans d’autres dossiers, tenir tête à ces milliardaires, prendre la tête d’un front pour aller jusqu’au bout, comme vous l’avez déclaré, afin que chacun contribue à l’effort que vous demandez à l’ensemble des Belges, ou allez-vous céder au lobby des multinationales américaines et les exonérer de l’impôt minimum?
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre de Belgique, enfin, l'élite européenne, les partis traditionnels belges sont en train de lever le voile de naïveté profonde qu'il y avait par rapport à l'impérialisme américain depuis des années.
Depuis des années, le PTB dit que l'impérialisme américain est le principal danger au niveau de la planète sur le plan des guerres et de l’économie. De nombreuses polémiques sont intervenues: "Non, au PTB, vous êtes naïfs, vous êtes campés, etc." Regardez ce qui se passe! Regardez ce qui se passe devant nos yeux! L'impérialisme américain est effectivement un danger.
Et je vais vous dire pourquoi nous avons une bonne boussole pour analyser la géopolitique? Pour deux raisons.
D'une part, en tant que parti marxiste, nous analysons clairement les contradictions économiques. D'ailleurs, hier, vous avez cité Gramsci; vous avez même cité Lénine. C'est la bonne direction, monsieur le premier ministre! Ce sont les bonnes clés d'analyse. Nous analysons qu'aujourd'hui, une puissance impérialiste, menacée dans son déclin économique, va essayer de compenser son retard économique sur la Chine et d'autres pays par la puissance militaire. Voilà le danger de l'impérialisme américain aujourd'hui.
D'autre part, le PTB a raison parce qu'il met les lunettes des pays du Sud. Vous avez raison d'appeler aujourd'hui à la défense de la souveraineté nationale du Groenland. Vous avez raison! Mais, si nous appelons l'Europe à défendre la souveraineté nationale du Groenland, pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple congolais? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple cubain? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple vénézuélien? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour les peuples africains, d'Amérique latine et d'Asie? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple iranien? Pourquoi, collègues, ne le faisons-nous pas pour le peuple palestinien? Pourquoi ce deux poids deux mesures? Telle est la question qui nous est posée!
Au PTB, nous écoutons évidemment tous ces pays du Sud qui vivent déjà sous la dictature et le joug de l'impérialisme américain depuis des dizaines d'années et qui en ont marre de cet ordre mondial. J'espère, collègues, que l'Europe va se réveiller! (…)
Voorzitter:
Dat brengt ons naadloos bij collega Mertens.
Peter Mertens:
Mijnheer de premier, ik heb maar één vraag: met welk mandaat heeft Mark Rutte onderhandeld over Groenland?
De NAVO is uiteraard geen vastgoedbedrijf dat hier en daar stukken land kan verkopen. Het komt uiteindelijk de mensen in Groenland zelf toe om te beslissen over de toekomst van Groenland. De NAVO heeft geen enkele bevoegdheid, hoe dan ook, om maar iets te onderhandelen over Groenland.
Ik lees dat er gezegd wordt dat Rutte en Trump niet hebben gesproken over kwesties inzake soevereiniteit. Nochtans, alles wat naar buiten komt, zegt het tegendeel.
Ten eerste, de VS zouden militaire basissen krijgen als autonoom grondgebied van de Verenigde Staten, naar het model van de Britse basissen op Cyprus. Vanaf die basissen vertrekken trouwens dagelijks vliegtuigen naar Gaza. Amerikaans grondgebied!
Ten tweede, de VS zouden ook inspraakrecht krijgen bij alle investeringen in Groenland, en zelfs een vetorecht om bepaalde investeringen tegen te gaan.
Ten derde, het zou ook om mineralen gaan. Trump zei zelf na de deal dat hij er niet veel over wilde zeggen, maar het ging in ieder geval over veiligheid en over mineralen, en hij noemde het "een fantastische deal voor ons". Trump geeft dus zelf toe dat het ook over de toegang tot mineralen gaat.
Kortom, militaire basissen, investeringsveto’s en toegang tot mineralen. Trump hoeft maar een klein beetje te blaffen, een beetje te dreigen met economische tarieven en sancties tegen de Europese Unie, en de Europese Unie gaat plat op de buik.
U hebt gisteren terecht gesproken over de waardigheid van de Europese Unie, maar waar in die deal, waarover Mark Rutte onderhandelde met Donald Trump, zit de waardigheid van de Europese Unie?
Daarom heb ik maar één vraag: met welk mandaat is Mark Rutte daar eigenlijk gaan onderhandelen met Trump? Was dat een mandaat van de Europese Unie? Zo ja, waar staat dat mandaat op papier? Waar zijn de grenzen van dat mandaat? (…)
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, moeten wij nu opgelucht zijn? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen geweld wil gebruiken tegen Groenland? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen extra tarieven meer wil toepassen? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat België geen doelwit is? Het antwoord is natuurlijk neen.
Er was ooit een minister van Buitenlandse Zaken die opmerkte dat diplomatie met Trump hetzelfde is als de film 50 First Dates . Dat is het verhaal van een man die verliefd wordt op een vrouw met kortetermijngeheugenverlies. Elke dag opnieuw moet hij zijn best doen om haar te overtuigen dat hij de juiste is. Met Trump is dat net hetzelfde. Wij weten nooit waar wij de volgende dag staan.
Dat zorgt ervoor dat de Verenigde Staten geen betrouwbare bondgenoot zijn en dat Trump een gevaar is voor onze economie en voor onze koopkracht. Dat gevaar is na gisteren niet verdwenen. De onzekerheid waarin hij ons meesleept, heeft immers gevolgen voor onze economie door minder investeringen, minder consumptie en hogere tarieven. Dat mogen en kunnen Europa en België niet aanvaarden. Onze welvaart mag niet afhangen van het humeur van Donald Trump.
Net daarom is het heel belangrijk dat Europa met één stem spreekt, dat wij samenwerken en dat wij werken aan onze veiligheid, onze economie en onze democratie. Daarom is die top vanavond zo belangrijk.
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, er werd gisteren gesproken met Trump. Wat nog belangrijker is, is de hiernavolgende vraag. Wat zal er vanavond worden aangegeven op de Europese top?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous dis très sincèrement bravo. Enfin, une prise de parole claire et forte de rupture avec Donald Trump et l’intimidation insupportable qu’il impose aux Européens! Franchement, il était temps. Entre votre ministre des Affaires étrangères et son chèvrechoutisme plus ou moins engagé, entre votre ministre de la Défense qui fait le groupie sur les réseaux sociaux avec des drapeaux américains, et votre président du MR, qui a des étoiles dans les yeux lorsqu’il lit le plan de sécurité nationale de M. Trump, qu’il aurait pu écrire lui-même, je vous le rappelle, il était grand temps que l’Arizona se dote d’un cap clair. Ce cap clair, c’est qu’en 1949, nous avons décidé de rejoindre une alliance de pays libres et non un pacte de Varsovie dominé par une superpuissance. Ce cap, je vous invite vraiment à le tenir.
Il ne faut pas être naïf une minute sur la soi-disant volte-face de M. Trump sur le Groenland, hier. C’est le problème quand on est dans une relation toxique avec un pervers narcissique: dès qu’il arrête de frapper, dès qu’il arrête de menacer, on croit qu’il faut être soulagé. Non, pas du tout. Le rapport de force ne fait que commencer. J’ai une question importante à ce sujet.
Vous êtes le chef d’un gouvernement, vous êtes le chef de la diplomatie d’un État membre de l’OTAN. Le secrétaire général de l’OTAN nous annonce un accord-cadre. Avez-vous été consulté? Avez-vous donné un mandat? Par hasard, savez-vous ce qu’il y a dans cet accord-cadre? Sinon, cela pose problème.
J’ai également une demande. Je crois que nous serons tous d’accord sur ce point. Le fond du problème est l’indépendance de l’Europe, son indépendance en matière de défense, d’industrie et d’énergie. Ma demande est toujours la même depuis un an, depuis l’arrivée de votre gouvernement. Renoncez au contrat visant à acheter 11 F-35 supplémentaires. Vous devez le faire, il n’y a pas d’autre solution. Même un vassal heureux ne peut pas payer un milliard d’euros pour entretenir sa cage. Vous devez renoncer à cette commande.
Els Van Hoof:
Mijnheer de premier, velen van ons hebben gisteren naar de toespraak van president Trump in Davos geluisterd. Wij hebben allen gevoeld hoe de vrieskou in Groenland of Davos in het niets verdwijnt bij Trumps kille dreigementen. De oude wereldorde is dood en begraven. Nostalgie is geen strategie meer, of we dat nu willen of niet. De Canadese premier verwoordde dat ook zeer duidelijk in zijn schitterende toespraak. Voor cd&v zijn er drie lessen te trekken.
Ten eerste zijn de VS geen betrouwbare bondgenoot meer. Europa mag zich niet langer overleveren aan de grillen van een pestkop of monster. Internationaal recht en soevereiniteit moeten primeren op het recht van de sterkste.
Ten tweede moet Europa zijn tanden laten zien. Door de Europese eensgezindheid van de lidstaten, maar ook door het feit dat heel wat tegenmaatregelen werden geopperd, hebben de VS eindelijk begrepen dat Europa belangrijk is voor hun economie.
Ten derde staat Europa misschien alleen, maar totaal niet geïsoleerd. We moeten werken aan onze Europese defensiesamenwerking. We moeten minder afhankelijk worden van onbetrouwbare partners. Tegelijkertijd moeten we ook allianties uitbouwen met andere democratieën, zoals Canada, Australië en Japan. Er zijn veel mogelijkheden en daar moeten we gebruik van maken om te evolueren naar een nieuwe wereldorde.
Ik heb vandaag nog een belangrijke vraag over de Europese top. Het blijft belangrijk dat we Europese tegenmaatregelen voorbereiden, want een voorbereide Europese Unie is er twee waard. Die maatregelen kunnen dan worden ingezet wanneer dat noodzakelijk is.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, nous pouvons réellement constater que lorsque l’émotion gouverne, c’est la bêtise qui règne. Nous avons vu le débat public passer d’une naïveté en puissance à une agressivité sans puissance.
Aujourd’hui, l’heure n’est certainement pas à la lâcheté, mais elle n’est pas davantage à la bravade. Nous devons apporter une réponse intelligente face à la situation mondiale. Cette réponse intelligente passe uniquement par la souveraineté européenne.
Certains vous ont parlé de mettre les lunettes du Sud. Pour ma part, je vais simplement mettre les lunettes de l’Europe, de l’Occident, des démocraties libérales. Si aujourd’hui nous achetons des F ‑ 35, c ’ est parce qu ’ il n ’ existe aucun avion europ é en aussi performant. Nous devons le construire.
Si aujourd’hui nous achetons autant à la Chine, c’est parce que des logiques "bobo" nous ont conduits à détruire notre industrie. Si aujourd’hui nous devons commercer avec des pays arabes ou avec la Russie, c’est parce que nous avons fait croire aux gens que des moulins à vent allaient nous garantir notre sécurité énergétique.
Aujourd’hui, il ne sert à rien de parler de Trump car ce n’est pas lui qui a porté atteinte à la souveraineté européenne. Ce sont les choix d’une série de partis politiques de cette Assemblée, au cours des 30 dernières années, qui nous ont affaiblis.
Nous devons retrouver de la force. Nous devons retrouver de la puissance. Pour cela, nous devons également savoir où se situent nos intérêts. Et oui, monsieur Hedebouw, nos intérêts sont au sein de l’OTAN. En 2029, M. Trump ne sera plus là mais vos amis chinois et russes continueront à constituer des menaces durables pour l’Union européenne, pour les démocraties libérales et pour l’Occident. Nous devons donc nous mettre clairement en marche!
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, j'entends que vous dites "Résiste et mords!" C'est ce que vous avez fait, et je vous en félicite, avec le ministre des Affaires étrangères à vos côtés.
Cela ne date pas d'hier, puisque depuis plusieurs mois, vous avez fait preuve de fermeté et vous avez mis en avant la puissance du droit international. La crédibilité, la force internationale de notre pays s'est renforcée, que ce soit lorsqu'il a fallu résister dans le dossier des avoirs russes gelés ou lors des prises de position concernant Gaza.
Cette fermeté, vous l'avez à nouveau exprimée dès l'annonce des premières menaces douanières et du chantage de Donald Trump concernant sa volonté d'annexer le Groenland.
Nous ne pouvons, mesdames, messieurs, accepter que la loi du plus fort l'emporte sur le droit des plus faibles. Les alliances ne peuvent se limiter à un tas de transactions. Nos libérateurs d'hier, alliés de l'Europe depuis des décennies, seraient-ils devenus nos adversaires? Pire, en voulant annexer un territoire européen – eh oui, on touche à la souveraineté européenne, monsieur Bouchez – veulent-ils devenir nos ennemis? Voilà la question que nous devons nous poser.
Le recul de Donald Trump face à la riposte de l'Europe ne peut que nous réjouir. Croire qu'il en restera là serait faire preuve de grande naïveté. Résister et mordre, comme vous l'avez dit, nous pouvons le faire, mais de façon structurée. Nous devons préparer, au travers d'actions fortes, comme cela a été dit par ma collègue, dans le cadre de transactions structurées entre les États-Unis et l'Europe, toute une série d'éléments pour pouvoir riposter le cas échéant.
Monsieur le premier ministre, est-il vrai que le Danemark a accepté de céder quelques petites parties du territoire de l'Alaska aux USA, comme l'a rapporté le New York Times ? Quel était le mandat donné à M. Rutte?
La Maison-Blanche, par ailleurs, annonçait que la Belgique avait rejoint le Conseil de la paix. Pouvez-vous nous confirmer que c'est simplement une fake news de plus? Je vous remercie.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de eerste minister, de oude wereldorde is dood. Zelfs na de bocht van Trump gisteren in Davos is die oude wereldorde dood. Het is lelijk zaken doen met hem en zijn vazallen. Al lijkt de militaire dreiging voor Groenland vandaag verdwenen, wie weet wat zijn driftbui van morgen zal brengen.
De naïviteit van veel westerse leiders, inclusief in deze regering, is nu hopelijk echt weg. Hopelijk heeft Theo begrepen dat hij niet zo aan het handje van daddy moet lopen en hebben sommige regeringsleiders begrepen dat plezierreisjes naar Qatar misschien toch niet het beste idee zijn.
Onze bondgenoten bevinden zich elders. In Canada, dat een heldere tussenweg heeft getoond, en bij de Amerikaanse burgers die zich vandaag verzetten tegen ICE, tegen de dreigementen, tegen Powell en tegen de kortzichtige economische en buitenlandse politiek van Trump. Nog nooit vond een president in de VS zo weinig steun bij de eigen bevolking. De Californische gouverneur heeft nagels met koppen geslagen toen hij de westerse leiders pathetisch noemde.
Naar aanleiding van de handelsheffingen vroeg ik u op 3 april 2025 in het halfrond om de antidwangmaatregelen op de Europese tafel te leggen. U hebt dat weggewuifd.
De vraag is nu hoe ons land en hoe u zich vanavond zult opstellen, verder in de feiten. Zult u maximaal tegengewicht bieden, met zo weinig mogelijk nadelen voor onze bevolking en onze bedrijven?. Wanneer zult u de internationale orde ondubbelzinnig verdedigen, of het nu gaat om Netanyahu die in ons land landt, om het veroordelen van de inval in Venezuela of om de Vredesraad?
We hebben meer hefbomen dan we denken en er is er een die we op korte termijn kunnen inzetten, met name die extra F-35's. Annuleer die aankoop. Die aankoop is waanzin. De annulering daarvan is een quick win die Trump en de zijnen raakt waar het pijn doet. Dat is een taal die hij begrijpt. Na een jaar van vergoelijken en sussen (…)
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, deze week bracht een geopolitieke rollercoaster. Op maandag wilde hij een land binnenvallen. Op dinsdag wilde hij het kopen. Op woensdag wilde hij het terugpakken, omdat het ooit van hen was. Woensdagavond sprak u met de Amerikaanse president en hopla er is hoop, er is een oplossing in de maak. Chapeau, niemand doet het u na.
Alle gekheid op een stokje. De bezorgdheid van de Groenlanders en de Denen moet bijzonder groot geweest zijn. De bezorgdheid van ons allen was ook zeer groot. U hebt terecht een rode lijn getrokken, want een volk is niet te koop. De Denen zijn niet te koop, de Groenlanders niet en Europa al zeker niet.
Europa mag op het internationale toneel absoluut meer smoel krijgen. Daarover zijn we het helemaal eens. We moeten het internationale recht en de internationale verdragen respecteren en er vooral voor pleiten dat die gerespecteerd worden en blijven.
Maar, even belangrijk is de NAVO-alliantie, die ons al decennialang stabiliteit in de regio biedt. Ook daar moeten we een loyale partner zijn. Ook daar moeten we samen opkomen voor de rechten, de soevereiniteit en de territorialiteit van de volkeren en van onze Europese regio. Dat moeten we overal doen en met alle middelen die we hebben.
Mijnheer de premier, mijnheer de vicepremier, wat is onze rol? Hoe ziet u de optimale rol voor ons land in die allianties, binnen Europa en binnen de NAVO, om nu samen met de Denen en de Amerikanen het traject naar nieuwe stabiliteit uit te stippelen?
Bart De Wever:
Même en quinze minutes, on peut dire beaucoup, monsieur le président! Je dispose de la moitié du temps que Trump m'a accordé, chers collègues. Je pense que cela sera suffisant pour vous.
Merci pour vos questions. Je vais y répondre conjointement avec le ministre des Affaires étrangères, car certaines d'entre elles relèvent spécifiquement de ses compétences.
Ces derniers jours en Suisse, j'ai eu de nombreux contacts avec plusieurs dirigeants d'entreprise de premier plan, issus de grandes sociétés internationales, ainsi qu'avec des responsables politiques du monde entier. Cela ne vous surprendra pas: une certaine tension flottait dans l'air en Suisse. La menace renouvelée d'une guerre commerciale et la crainte d'une rupture au sein de l'Alliance atlantique suscitaient une grande inquiétude.
Het is volstrekt onaanvaardbaar dat het staatshoofd van een bondgenoot de soevereiniteit van een andere bondgenoot bedreigt. Denemarken en het Groenlandse volk hebben het onvervreemdbare recht op hun territoriale soevereiniteit. Zij en alleen zij hebben daarover finaal een mandaat te geven.
De boodschap die ik in Davos heb gegeven, was dan ook duidelijk. De Verenigde Staten zijn veruit de allersterksten in de NAVO, maar onze waardigheid is niet te koop. Wij zijn geen slaven.
De Arctische veiligheid belangt ons allemaal aan, maar de voorgestelde oplossing zal binnen de NAVO worden beoordeeld en binnen de NAVO worden uitgevoerd.
Heureusement, hier et aujourd'hui, il est apparu clairement que, pour l’instant, tant la menace militaire que les restrictions commerciales envisagées ont finalement été écartées. Cela constitue un point positif. Personne n’a à gagner d’une nouvelle guerre commerciale, ni l’Europe, ni les États-Unis. Les droits de douane conduisent toujours au même résultat: la destruction de la prospérité pour toutes les parties concernées. Nous avons donc pour l’instant échappé à une véritable catastrophe. Il est impératif de tirer des leçons de ce qu’il s’est produit.
Dans un monde idéal, les liens entre l’Europe et les États-Unis resteront étroits à l’avenir et nous continuerons, ensemble, dans un esprit de bonne entente, à bâtir la prospérité et la paix pour nos peuples liés par l’histoire. C’est en tout cas ce que je veux. Mais nous ne vivons pas dans le monde tel que nous le souhaitons, nous vivons dans le monde tel qu’il est réellement. La leçon est que nous, les Européens, devons être prêts à affronter des épisodes de tempête. Nous devons réapprendre à nous débrouiller seuls. Redresser la tête. Nous devons avoir une réponse prête lorsque nous sommes soumis à des pressions de la part de grandes puissances, d’où qu’elles viennent.
Canada’s eerste minister en intussen goede vriend Mark Carney gaf daarover inderdaad een zeer treffende toespraak. Het viel mij op dat hij daarin verwees naar de Melische dialoog van Thucydides, net zoals ik dat in New York deed: de sterken doen wat ze kunnen, de zwakken ondergaan wat ze moeten. Dat is niet de wereld die wij willen. De lidstaten van Europa zijn vandaag op zichzelf echter niet opgewassen tegen de druk van grootmachten die wel in die richting willen gaan. We staan echter niet alleen. Daarover wil ik het vanavond in de Europese Raad hebben. Niet over Trump, maar daarover. Over het feit dat we samen een te duchten handelsblok zijn en dat we die troef moeten durven uitspelen.
We hebben een eengemaakte markt, maar het is hoog tijd om die eengemaakte markt nu eindelijk af te werken. Het is tijd voor een eengemaakte kapitaalmarkt, zodat grotere volumes aan investeringen kunnen worden gegenereerd en bedrijven op ons continent kunnen blijven groeien, in plaats van noodgedwongen te verhuizen naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. We weten dat de Europese Unie op dat vlak traag en complex is. Daarom moet functionele integratie mogelijk zijn. Landen met dezelfde strategische economische belangen moeten sneller en dieper kunnen integreren.
Het is hoog tijd dat we militair opnieuw ferm op eigen benen gaan staan, leunend op een efficiënte en Europese defensie-industrie. Dat zal echter niet van vandaag op morgen gebeuren. Daar moeten we realistisch in zijn. We moeten er wel zo snel mogelijk naartoe evolueren.
Het is tijd om werk te maken van een gediversifieerde waaier aan strategische partnerschappen, gebaseerd op wederzijds respect en gestuurd op maximale vrijhandel. Dat kan inderdaad met middle powers zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Australië. Wat mij betreft zeer graag ook met Zuid-Amerika en met India, zoals commissievoorzitter von der Leyen dat in Davos aankondigde. Europa heeft het potentieel om een baken van stabiliteit, respect en welvaart te zijn. Onze honorering van gemaakte afspraken en onze voorspelbaarheid zouden van ons de meest aantrekkelijke partner ter wereld moeten maken. Onze buren willen graag lid worden van de Europese Unie. Dan moeten we echter wel dringend ons huiswerk maken, niet louter voor acute problemen op korte termijn, crisis na crisis na crisis. We moeten structureel werken. Innovatie, productiviteit en competitiviteit moeten centraal staan in alles wat we doen. Daarom maken we met onze regering in ons land alvast werk van lagere brutoloonkosten, een verlaging van de energiekosten voor de industrie, een stevig pakket aan maatregelen voor administratieve vereenvoudiging en structureel overleg met bedrijven en stakeholders onder de vlag van MAKE 2030. We proberen ook Europa in diezelfde richting te duwen.
In die geest ben ik volgende week maandag in Hamburg voor de North Sea Summit. Op 11 februari vindt daarom ook voor de derde keer de European Industry Summit plaats in de Antwerpse handelsbeurs. Op 12 februari komt op mijn vraag een informele Europese Raad in Alden Biesen bij elkaar met slechts één agendapunt: de Europese competitiviteit. Wij moeten dit momentum grijpen om welvaartcreatie opnieuw centraal te stellen en om weerbaar te worden. Dat is de hoofdboodschap die ik heb meegenomen uit al mijn contacten in Davos en dat is ook de boodschap die ik straks zal meegeven aan mijn Europese collega's.
De nood aan Europese daadkracht was de voorbije decennia nooit zo groot als vandaag. Het is nu aan ons om op het appel te zijn. Ik dank u.
Maxime Prévot:
Beste Kamerleden, de top van Davos bleek niet zonder verrassingen. De premier heeft het al gezegd, terwijl we oorspronkelijk dachten dat de oorlog in Oekraïne de gesprekken zou domineren, waren het uiteindelijk de verbale escalatie en de dreigementen van president Trump over Groenland die de aandacht trokken.
We waren aangekomen met een gevoel van urgentie. We vertrekken met de indruk dat er mogelijk een akkoord in de maak is en dat de druk, althans tijdelijk, afneemt, zowel op militair als op handelsvlak. Het is nog te vroeg om in detail te reageren op een akkoord waarvan de contouren nog niet bekend zijn. De Denen en de Groenlanders zullen het als eersten moeten bestuderen, gevolgd door alle NAVO-bondgenoten en de lidstaten van de EU.
Mais une chose est déjà certaine, cette séquence nous enseigne beaucoup.
Première leçon face à la brutalité – parfois – et à l’imprévisibilité – souvent – du président américain, notre ligne doit être immuable: garder la tête froide et resserrer les rangs. Sur la forme de nos messages, contrairement à ce que certains ont envie de croire ou de fantasmer, répondre sur le même ton ne mène nulle part. Monter dans l’invective, frôler l’insulte, c’est alimenter l’escalade. Les Européens doivent rester unis, cohérents et fermes. Être ferme ne signifie pas devoir crier fort. Nous devons opposer l’ordre au chaos de manière inlassable.
Deuxième leçon: garder son sang-froid ne signifie ni faiblesse ni concession. Sur le fond, les messages doivent être très clairs. Ils le sont, et ils ont été répétés à Davos et bien avant, y compris dans cette enceinte et dans la presse internationale, par mes soins. Le Groenland n’est ni à prendre, ni à vendre. C’est une ligne rouge et cela a été répété. Notre solidarité est totale à l’égard du Danemark, comme le sera aussi notre prise de responsabilité en matière d’accroissement de la sécurité de la région arctique. Le ministre de la défense s’y emploie.
De boodschap inzake Groenland moeten de Europeanen met één stem uitdragen: als u volhardt, zullen wij reageren; als u een handelsoorlog wilt, zullen wij u op gelijke voet behandelen.
Het bijeenroepen van een vergadering van de Europese Raad vanavond heeft reeds een duidelijk signaal gegeven van onze gedeelde bezorgdheden en van het urgentiegevoel dat ons drijft.
Die boodschap lijkt president Trump te hebben begrepen, aangezien hij gisteren aankondigde af te zien van zijn dreiging met tariefverhogingen voor bepaalde bondgenoten.
Ik herhaal nogmaals dat wij eensgezindheid en vastberadenheid moeten tonen.
Troisième leçon: ne nous laissons pas bercer par l'apparente accalmie. La pression retombe aujourd'hui, sans qu'il soit exclu que ce soit pour mieux revenir demain sur le Groenland, sur l'Ukraine ou sur un autre sujet. L'imprévisibilité va demeurer. Les tensions et menaces entre alliés ont atteint un tel sommet qu'il en restera des traces durables dans notre façon de penser et d'agir.
Plus fondamentalement, cette parenthèse de calme ne résout en rien nos propres vulnérabilités. Dans le fond, l'enjeu n'est pas de réagir à chaque soubresaut en provenance de Washington, de Moscou ou d'ailleurs, même si nous y sommes bien contraints, mais de regarder en face nos propres responsabilités et, comme l'a souligné le premier ministre, de préparer davantage notre palette d'outils de réaction pour ne pas entreprendre, quelque peu groggys, un processus quand nous nous situons au pic des tensions.
Je vous le disais ici la semaine dernière, chers collègues: l'Union européenne est forte quand elle est unie, et seulement quand elle est unie. Sans cette unité, elle ne pourra pas être un acteur géopolitique majeur. C'est aussi l'un des principaux défis pour l'Union européenne, un défi qui risque de devenir existentiel si nous ne prenons pas davantage la mesure de la nécessité de notre cohésion et que nous succombions aux tentations de relations plus bilatérales et hors du droit. La superpuissance américaine ne peut pas avoir comme pendant la superdépendance européenne.
Onze absolute prioriteit moet het versterken van de Unie zijn, niet de vluchtige verontwaardiging.
De premier en ikzelf zijn ervan overtuigd dat we moeten investeren in onze strategische autonomie, in de sleutelsectoren die onze veiligheid en onze welvaart bepalen. We moeten investeren in onze afschrikkingscapaciteiten. We moeten investeren in onze veerkracht. Alleen zo zullen we ophouden kwetsbaar te zijn voor de onvoorspelbaarheid van de wereld en voor de chantage, die sommigen niet schuwen.
De schijnbare ontspanning van de voorbije uren mag onze vastberadenheid op dat vlak geenszins ondermijnen. We kunnen het ons niet langer permitteren om die boodschap te negeren.
Quant à votre question connexe, madame Schlitz, sans en diminuer l'importance, le rapport d'Oxfam, publié voici quelques jours, rappelle l'importance de rester attentif aux difficultés vécues par une partie de la population.
Qu'un fossé se creuse dans la plupart des pays du monde entre les plus riches et les moins riches, c'est une réalité. Que des disparités subsistent aussi en Belgique, c'est aussi une réalité. Nous devons y accorder une réelle attention et ce gouvernement continue à œuvrer pour que ces inégalités ne se creusent pas davantage.
Quant à la question de la participation prétendue de la Belgique au Board of Peace, monsieur Lutgen, tel qu'erronément annoncé par la Maison-Blanche, nous confondant peut-être avec le Belarus, je confirme officiellement que les modalités de gouvernance et de statut ainsi que la tentation de substitution à l'ordre international multilatéral régi par les Nations Unies s'éloignent effectivement de nos standards et ne nous permettraient pas de souscrire à l'initiative en l'état actuel des choses, encore moins en ayant convié à ce Board of Peace des personnalités comme M. Poutine.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, ce que je craignais est malheureusement arrivé. Après vos propos virils, engagés, presque courageux, tenus il y a quelques heures à Davos, nous entendons ici les manifestations d’un double discours, d’une divergence de vues, de la part de ceux qui pensent que l’incident est clos et que, s’il ne l’est pas immédiatement après le départ de M. Trump de la présidence en 2029 – du moins s’il daigne quitter la Maison ‑ Blanche –, il y aura, selon eux, un retour au business as usual .
Je n’y crois pas. Nous sommes ici face à un changement majeur de doctrine internationale des États ‑ Unis, à un changement majeur dans la relation entre les É tats ‑ Unis et le reste du monde, et singuli è rement vis ‑ à ‑ vis des pays de l ’ Union europ é enne.
À ceux qui pensent que ce n’est qu’un mauvais moment à passer, à ceux qui pensent qu’il fera à nouveau beau demain, je dis que c’est de la candeur, une candeur qui confine à la connerie. Ce serait vraiment de la connerie de s’inscrire dans cette voie ‑ l à .
À ceux qui disent aussi que la faiblesse des Européens est due à la lubie de quelques "écolos bobos", à certains penseurs divers et variés, à des rêveurs, je rappelle qu'elle est avant due aux chantres de l'ultralibéralisme, à ceux qui affirmaient qu’il fallait aller produire à bas coût, dans des conditions inacceptables, pour vendre ici au même prix et engranger des marges importantes.
Il faut joindre les actes à la parole, et notamment soutenir l’industrie européenne, soutenir la réindustrialisation, et donc faire un (…)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, Davos is belangrijk en ik denk dat sommige partijen dat voor de eerste keer beseffen. Internationale woorden zijn ook belangrijk, maar wat uiteindelijk telt, is wat we híer doen. U hebt een unieke kans om uw woorden in daden om te zetten. U hebt gezegd: " We need new alliances. That is what Mercosur is all about ." Dat betekent nieuwe partnerschappen. Dat is heel belangrijk voor onze bedrijven. Dat is geen detail, het gaat over exports en jobs, maar uw coalitiepartners saboteren en blokkeren dat.
U hebt leiderschap nodig om hen te overtuigen en u krijgt daarvoor vanavond een unieke kans op de Europese Top. Volg Duitsland. Ik hoop dat u deze avond aan uw Europese partners zult aankondigen dat wij, net zoals Duitsland, Mercosur voorlopig zullen toepassen. Dat is de boodschap.
Inzake de eengemaakte kapitaalmarkt hebt u helemaal gelijk wanneer u zegt dat wij die echt nodig hebben, maar volg dan Mark Carney. Stop met de belastingen, stop met al die taksen. Mark Carney heeft de meerwaardebelasting net afgeschaft, maar wat doet deze regering? U verdubbelt de effectentaks voor de beleggers, u voert een bankentaks in, u verhoogt de roerende voorheffing met 20 % en u voert een meerwaardetaks in. Stop met al die taksen en stimuleer investeringen.
Sarah Schlitz:
Merci pour vos réponses.
Ce rapport n’est en effet pas anodin. Ce débat est tentaculaire, mais ce rapport, qui est publié chaque année à dessein juste avant le sommet de Davos, est essentiel en termes de lecture de l’état du monde et des rapports de force, mais également des dangers en termes de déstabilisation de nos démocraties et de l’État de droit. Aujourd'hui, on ne peut pas continuer à laisser ces grandes fortunes tenter de déstabiliser nos démocraties et ici en particulier les démocraties européennes. Ils ne se cachent même plus, ils le disent: ils vont continuer à essayer d’influencer les élections démocratiques en Europe, à travers le rachat de médias et de réseaux sociaux. Eh bien, oui, il est temps de les arrêter.
La semaine dernière, nous avons eu des auditions au sujet de votre taxation des plus-values. Les experts ont émis des critiques très fortes sur cette taxation, qui passerait à côté de ses objectifs. Prenez les choses en main, intégrez les recommandations des experts et faites en sorte que cette taxation touche réellement sa cible. Ne restons plus l’exception européenne qui refuse d’aller chercher cet argent là où il est. Faites en sorte de renforcer cette taxe en adoptant par exemple l’amendement que nous avons déposé, qui permettrait d’aller chercher 1,5 milliard chaque année pour le budget de l’État.
Raoul Hedebouw:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Y a-t-il effectivement eu une étude approfondie de ce document de sécurité stratégique américain? Avez-vous lu ce document que M. Boucher aurait pu écrire lui-même?
Que dit-il? D’une part, il y est confirmé, noir sur blanc, le rétablissement de la doctrine Monroe, c’est-à-dire un projet néocolonial pour l’ensemble du continent latino-américain. D’autre part, il y est écrit, noir sur blanc, que l’objectif est la destruction de l’Union européenne.
Pourtant, ici, certains ministres continuent de dire que tout ira bien, que cela va passer, qu’il était simplement moins fâché aujourd’hui. Voyez-vous l’enjeu stratégique qui se joue actuellement? L’impérialisme américain l’affirme explicitement. Son objectif est la destruction de l’ordre existant, et nous continuons à regarder comme si de rien n’était.
Ce que Trump et l’impérialisme américain font aujourd’hui avec le Groenland, ils le font depuis des décennies avec les pays du Sud. Sept cents bases militaires à travers le monde, des interventions militaires répétées, le dollar comme monnaie dominante qui conditionne les économies mondiales, une banque centrale américaine dotée d’un pouvoir antidémocratique considérable. C’est cet ordre mondial qui est en train de s’effondrer sous nos yeux.
La question, monsieur le premier ministre, est donc de savoir quelle Union européenne nous voulons construire. Une autonomie européenne n’a de sens que si elle ne consiste pas à suivre aveuglément les États-Unis dans leurs interventions et dans cet ordre mondial néo-impérialiste. Cette voie n’est pas tenable.
Il faut au contraire tendre la main aux pays du Sud et construire une véritable Union européenne en symbiose avec les peuples du monde, mais pas (…).
Peter Mertens:
Oké, over Groenland zijn er twee lezingen. De ene lezing zegt dat we content zijn omdat de Verenigde Staten van geweld hebben afgezien. Dat zou komen omdat de Europese Unie wakker is geworden en heel sterk is. Dat is een lezing die ik absoluut niet begrijp en ook niet zie.
De andere lezing is dat het niet aan Ursula von der Leyen ligt dat er geen geweld is gebruikt. Het ligt ook niet aan koning Filip en dat gesprek van een kwartier dat er geen geweld zal worden gebruikt. Het ligt zelfs niet aan de Europese Raad. Het ligt aan de deal die Mark Rutte heeft gesloten met Trump.
Men zegt hier dat Groenland niet wordt uitverkocht. Die deal verkoopt Groenland echter onder onze ogen uit aan de Verenigde Staten. Het gaat over grondgebied dat aan Trump wordt gegeven. Het gaat over mineralen die aan Trump worden gegeven. Het gaat over controle die aan Trump wordt gegeven. Zelfs investeringsveto’s worden in die deal toegekend.
Mijn vraag was eenvoudig, maar u hebt er niet op geantwoord. Welk mandaat heeft Mark Rutte gekregen van de Europese Unie? Mark Rutte is nergens verkozen. Integendeel, hij is gebuisd in Nederland. Hij heeft Nederland achtergelaten in een chaos. Vervolgens heeft hij een job gekregen bij de NAVO. Nergens is hij verkozen. Welk mandaat heeft hij van de Europese Unie gekregen om stukken Groenland te verpatsen? Hij heeft geen mandaat gekregen. Voor onze ogen verkopen we stukken Europa uit. We spreken hier grote taal, maar terzelfder tijd zijn we Europa aan het uitverkopen aan de Verenigde Staten.
Oskar Seuntjens:
Premier, u zei dat onze waardigheid niet te koop is. Ik meen dat het goed is dat u dat zegt. In een wereld die op zijn kop lijkt te staan, snakken mensen naar een duidelijk signaal, naar een Europa dat een vuist maakt en niet achteruit deinst. Een vuist maakt tegen mensen die het niet echt menen met democratie, die het niet echt menen met mensenrechten.
Daar moeten we vooral niet hypocriet over zijn. Vandaag staan wij 1.000 % achter de Groenlanders. En tegelijkertijd verzetten we ons ook tegen andere autocraten. Tegen Poetin, die Oekraïne is binnengevallen, zoals u terecht zei, mijnheer de minister. Dat mogen we niet vergeten. Tegen Netanyahu die de Palestijnen onderdrukt. Tegen de Chinezen, die de Oeigoeren in opvoedingskampen steken.
Consequent moeten we, keer op keer, onze normen en waarden uitdragen. Consequent. Dat is onze sterkte. Dat is hoe we het verschil kunnen maken.
François De Smet:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Premier, vous parlez encore d’un monde idéal, avec une pointe de regret que je comprends. Moi aussi, je suis une forme d’atlantiste frustré. Mais le premier Trump aussi, nous pensions que ce serait une parenthèse. Vous l’avez vous-même dit à Davos: le retournement des États-Unis ne date pas des présidences Trump. Il est structurel. Il est stratégique.
Dans ce monde rempli d’imprévisible – monsieur le ministre, j’ai beaucoup aimé que vous ameniez cette notion, parce qu’elle est très vraie – il y a une seule certitude: c’est que nous sommes dans un monde d’empires en résurgence, et que nous sommes trop faibles pour l’instant.
Nous, politiques, faisons en général de bons programmes. Nous nous disons que tout est prévisible et, en fait, nous passons une grande partie de notre temps à combattre la force de l’imprévisible.
La seule manière de combattre ici l’imprévisible, c’est de devenir plus forts – en effet, premier, vous avez raison –, de multiplier des partenariats avec d’autres pays: avec le Canada, avec l’Australie, avec l’Inde, etc.
Cela laisse aussi penser que, entre nous, le nationalisme comme force politique en Europe n’a pas beaucoup d’avenir, paraît daté. Il n’est pas exclu, premier, que d’ici 2029, vous soyez devenu complètement fédéraliste. C’est tout le mal que je vous souhaite.
Els Van Hoof:
Ik ben blij met uw sterke antwoorden want een voorbereide Europese Unie is er twee waard.
Het is een goede zaak dat werd afgezien van een handelsoorlog of militair geweld. Niettemin is waakzaamheid geboden want er zijn diepe wonden geslagen in de trans-Atlantische relaties. Dat moeten wij onder ogen durven zien. Ze helen niet in één nacht.
Ik ben blij dat zowel de premier als de minister zich hebben aangesloten bij de punten die voor cd&v belangrijk zijn. Europa moet zijn tanden laten zien voor het behoud van zijn waarden. Wij moeten steunen op betrouwbare bondgenoten, onze strategische autonomie uitwerken en allianties aangaan met nieuwe democratieën.
Als wij de voorbije week één zaak duidelijk hebben kunnen merken, dan is het wel dat, als wij een internationale wereldorde willen die niet gebaseerd is op dreigementen maar op internationaal recht, wij daar zelf aan moeten werken. Wij mogen ons niet uit elkaar laten spelen want dat is de strategie waarop Poetin speelt, waarop Xi speelt en waaraan Trump op zijn manier ook meewerkt. Wij moeten vooruitgaan met eensgezindheid, vastberadenheid en daadkracht.
Dat begint vanavond op de Europese top. Ik hoop dan ook dat op die top Europese tegenmaatregelen worden voorbereid die kunnen worden ingezet wanneer nodig.
Georges-Louis Bouchez:
Henry Kissinger, dans les années 1970, disait déjà: "Les États-Unis n’ont ni alliés, ni ennemis, juste des intérêts." Certains viennent de découvrir aujourd'hui comment fonctionnait la politique internationale. En fait, aujourd'hui, c'est un peu plus rapide. C'est certainement beaucoup plus brutal. Cela a certainement des conséquences beaucoup plus fortes, mais il n'y a rien de neuf. Il faut arrêter de regarder le monde tel qu'on voudrait qu'il soit. On doit le regarder tel qu'il est. D'ailleurs, le premier ministre parle d'élargir nos alliés. C'est la raison pour laquelle nous devons signer des accords de libre-échange. C'est la raison pour laquelle nous devrions d'ailleurs signer un accord de libre-échange avec l'Afrique, parce qu'il y a là un enjeu essentiel pour les générations futures.
Mais je voudrais aussi prendre l'opposition à témoin. Vous effectuez presque aujourd'hui des danses de la pluie en espérant l'autonomie et la force de l'Europe. Mais pourquoi ne soutenez-vous pas alors nos réinvestissements dans la défense? C'est un passage obligé pour l'autonomie européenne. Pourquoi nous avez-vous bloqués quand nous avons voulu prolonger le nucléaire sous le précédent gouvernement? C'était essentiel pour l'autonomie énergétique. Allez-vous nous suivre si nous voulons supprimer des réglementations afin de permettre à l'industrie de s'installer? Allez-vous nous suivre pour baisser les impôts pour relancer la compétitivité? Allez-vous nous suivre dans des choix politiques courageux qui permettront enfin d'atteindre ce que nous aurions dû atteindre depuis longtemps: la souveraineté européenne?
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie.
Je suis heureux d'apprendre que la Maison-Blanche a confondu la Biélorussie avec la Belgique et je suis désolé d'avoir confondu l'Alaska et le Groenland dans mon intervention.
Je ne sais pas lequel de vous deux résiste et mord le plus. Toujours est-il que personne ne pourra contester ici que la voix de la Belgique est plus forte sur le plan européen et international qu'elle ne l'était voici un, deux ou trois ans, ou même plus loin dans le temps. Pour ma part, c'est une bonne surprise.
Au travers des deux interventions, oui, il est possible d'exprimer fermement et sans s'agiter les intérêts économiques de la Belgique et de l'Union européenne, en rappelant que le droit international constitue une boussole absolue – comme vous l'avez démontré dans de nombreux dossiers et à l'occasion de plusieurs enjeux.
De même, vous rappelez que notre autonomie stratégique est essentielle et qu'il convient d'y travailler à l'échelle européenne. Vous avez, du reste, engagé le gouvernement sur cette voie: autonomie de la défense, autonomie énergétique, autonomie au plan de la santé et de l'alimentation. À ce dernier titre, la production agricole européenne doit être soutenue pour que nous ne soyons pas dépendants demain. Nous sommes déjà suffisamment dépendants pour ne pas le devenir encore davantage.
C'est sur cette voie de la fermeté, en suivant la stratégie qu'applique votre gouvernement, que la Belgique, aujourd'hui plus forte, se renforcera encore et que l'Union européenne, dans son unité, fera résonner la voix de celles et ceux qui se tiennent du côté du droit international.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de premier, u zegt dat onze waardigheid niet te koop is. Hoe geloofwaardig is dat als u 1,5 miljard euro uitgeeft aan elf extra F-35’s? Met mooie woorden en retoriek gaan we het niet halen. Alleen uw daden tellen. Annuleer die aankoop van die extra F-35’s. Put your money where your mouth is . Dat is ook wat Trump doet. Hij onderneemt actie. Er zit methode in zijn waanzin. Die waanzin is te lezen in zijn nationale veiligheidsstrategie, waarin hij zegt dat hij het verzet tegen Europa zal leiden. Die waanzin wordt gedreven door het eigenbelang van een klein clubje superrijken dat de democratie wil vervangen door dwang en daar nog lof voor eist ook. Hij is daar zelf een voorbeeld van, of het nu gaat om olie, mineralen, vaarroutes, schimmige crypto- of techplatformen, ook in Europa. In die waanzin moeten we met een koel hoofd alternatieven uitwerken en vastberaden neen durven zeggen. Het enige instrument dat u vandaag op korte termijn zo concreet kunt inzetten, gebruikt u niet. Als u ongebonden, autonoom en met rechte rug uw waardigheid wilt behouden, dan doet u ook po dat vlak wat mogelijk is. Het is ongelooflijk dat u zelfs op dat vlak vandaag niet thuis geeft.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, zelfs in dergelijke crisissen schuwt men de grote en ook heel vaak loze woorden niet. Ik heb de woorden respect, loyauteit en waardigheid vaak gehoord, maar dat zijn geen losse zinnetjes of vage begrippen. Het is een engagement, een attitude.
Een sterk Europa heeft inderdaad respect voor internationaal recht en soevereiniteit. Een sterk Europa heeft loyauteit voor nieuwe en oude allianties en voor elkaar. Een sterk Europa heeft een smoel en zal aan de onderhandelingstafel aanwezig zijn wanneer het gaat om vrede voor Oekraïne. Een sterk Europa geeft ons de identiteit die we nodig hebben om er te staan in de wereld, om aan handel te doen en om onze volgende generaties te beschermen.
Dat is wat sterk leiderschap met zich meebrengt en daar kan ik absoluut op u tweeën en op de arizonaregering rekenen, waarvoor dank.
Voorzitter:
Dank u, mevrouw Depoorter, en alle sprekers en de twee ministers. Mijnheer Hedebouw , de heer Bouchez heeft uw naam genoemd, maar niet op een wijze die aanleiding geeft tot een persoonlijk feit.
Het initiatief van Europese regeringsleiders om troepen naar Groenland te sturen
De situatie met betrekking tot Groenland
De situatie in Groenland
De dreigende taal van de VS richting Groenland
Het buitenlandbeleid van president Trump
Internationale spanningen en buitenlandbeleid rond Groenland
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Politici bekritiseren unaniem de agressieve Amerikaanse druk op Groenland (o.a. annexatiepogingen door Trump) als een directe bedreiging van het internationaal recht, de NAVO-geloofwaardigheid en Europese soevereiniteit, waarbij ze België en de EU oproepen tot onmiddellijke, gecoördineerde actie in plaats van afwachten. Vander Elst (N-VA), Van den Heuvel (CD&V) en De Smet (Open Vld) eisen een Europese troepenmacht (waaraan België moet deelnemen) en een "rode lijn" tegen Trump, terwijl Almaci (Groen) en Boukili (PTB) de VS beschuldigen van imperialisme en waarschuwen voor het ineenstorten van de NAVO als Europa niet weerstand biedt. Minister Prévot (MR) benadrukt diplomatie en NAVO-samenwerking, maar stelt dat een Belgisch troepenverzoek nog niet is ingediend – wat kritiek uitlokt over dralen en "leeg praat" zonder concrete stappen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer minister, de situatie in Groenland is hallucinant. Het internationaal recht wordt niet eens herschreven, het wordt rechtstreeks in de vuilnisbak gegooid. Dat China en Rusland dat al jaren doen, verbaast mij eerlijk gezegd niet, maar dat de Verenigde Staten, een bondgenoot, een partnerland en in wezen een bevriende natie, zo driest te werk gaan tegen een eigen bondgenoot, Groenland en Denemarken, is ongezien. Europa staat daarbij voor een duidelijke keuze. Ofwel doen we wat we al jaren en decennia doen: afwachten, achteroverleunen, toekijken en zien hoe een en ander zich verder ontwikkelt. Ofwel ondernemen we actie, ageren we in plaats van te reageren en nemen we eindelijk het voortouw met Europa.
Mijnheer de minister, ik kies resoluut voor dat tweede Europa, een Europa dat ageert en actie onderneemt, dat tegen Trump in het Witte Huis zegt: tot hier en niet verder. Dat is het Europa dat we nodig hebben. Een aantal landen heeft vandaag die keuze al gemaakt. Frankrijk, Duitsland, Zweden, Noorwegen en Denemarken zullen militaire troepen stationeren in Groenland. België maakt daar op dit moment geen deel van uit. Voor mij en voor mijn fractie zou dat wel het geval moeten zijn. We moeten deel uitmaken van een dergelijke troepenmacht en als België onze steun uitspreken voor onze Europese bondgenoten. Het is tijd om te stoppen met aan de zijlijn te staan. België is een stichtend land van de Europese Unie en van de NAVO. We liggen in het hart en het centrum van Europa. We moeten mee een Europees blok vormen, mijnheer de minister.
In essentie heb ik dan ook maar één vraag, aangezien wachten geen optie meer is: blijven we met België wachten, of gaan we (…)
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, what a difference a day makes. Gisteren meende u in de commissie nog optimistisch dat de soep niet zo heet gegeten zou worden als ze opgediend wordt, want uw contact met de ministers in Amerika was constructiever dan de woorden van Trump. Een dag na het topoverleg, waar de Groenlanders beledigingen naar hun hoofd geslingerd kregen, is het heel duidelijk voor Denemarken en voor Groenland: de VS zijn geen millimeter van hun standpunt geweken.
De acties van ICE, de slabakkende economie, de druk op Powell, de Epsteinfiles, het zijn allemaal dossiers waarmee Trump in nauwe schoentjes zit in eigen land, maar ondertussen slaat hij wild om zich heen en dreigt hij elke keer met dwang ten aanzien van landen of externen die hem niet geven wat hij wil.
De VS blijven volhouden, Groenland moet koste wat het kost geannexeerd worden, en ze zullen niet opgeven.
De vraag is nu: bent u nog even optimistisch als gisteren, of hebt u nu door dat Europa en ons land eindelijk een streep dienen te trekken?
Andere Europese leiders hebben die boodschap sneller begrepen dan u gisteren, sneller dan ons land. Ze hebben al een troepenmacht opgebouwd. De VS mogen in Groenland nu al economisch en militair het maximale doen wat ze willen doen, maar als Trump zijn plannen doorzet, zal dat het einde van de NAVO betekenen. Dan zal dat het einde zijn van de internationale orde. In dat geval: good luck, Taiwan, en good luck, Baltische staten en Oekraïne.
Mijn vragen zijn eenvoudig: zult u verder toekijken? Wat is het plan van deze regering? Maar vooral, wake up and smell the coffee . Met deze Trump is het moeilijk onderhandelen. Elke toegift is een teken van zwakte. Het is tijd om onze rug te rechten, om te tonen dat we verenigd zijn en zeggen: tot hier, maar niet verder!
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, of de Groenlanders dat nu willen of niet, Groenland wordt Amerikaans, althans volgens Trump. Is dat de wereld die we willen, een wereld waarin alleen het recht van de sterkste absoluut geldt, waar brute macht en dreigementen de lijnen uitzetten en de uitkomst van conflicten bepalen?
Trump kijkt al langer op die manier naar de wereld. De internationale rechtsorde is niet langer van tel, eigen moraliteit volstaat, en dan is het natuurlijk bang afwachten bij Trump. De taal die Trump spreekt, is immers niet de taal van een bondgenoot. Een gepaste reactie is dan ook absoluut noodzakelijk. Mijnheer de minister, België kan daarin niet achterblijven.
Wat moet die reactie dan zijn? Voor cd&v is het heel duidelijk: Europa, Europa en nogmaals Europa. Deze crisis is een kans om te laten zien dat wij als Europeanen nog wel in staat zijn om een duidelijke vuist te maken. Alle lidstaten van de Europese gemeenschap moeten solidair zijn met Groenland en met Denemarken. Denemarken is al decennialang een van de loyaalste partners binnen de NAVO. Wij als Europa mogen geen versnipperd signaal geven, maar moeten een sterk collectief signaal geven. We moeten zeggen: hier is een dikke rode lijn en wat Trump zegt en doet kan absoluut niet.
Mijnheer de minister, Groenland wordt de lakmoesproef voor de Europese weerbaarheid en voor de Europese geloofwaardigheid. Het is absoluut nodig dat Europa hier een dikke rode lijn trekt, niet in verdeelde slagorde waarbij elk land apart een antwoord formuleert. Als we hier geen dikke rode lijn trekken, gaat in de toekomst iedereen over ons heen lopen. Welke rol (…)
François De Smet:
Monsieur le ministre, c'est la troisième fois en une semaine que nous échangeons sur le Groenland. J'en suis ravi et, à ce rythme-là, nous pourrons bientôt publier un livre d'entretiens, même si j'avoue que je commence à trouver intrigant le fait que le premier ministre échappe constamment à cette discussion parce qu'il s'agit ni plus ni moins de la fin possible de l'Alliance atlantique.
Hier soir, vous nous disiez que, selon les informations que vous aviez recueillies à Washington, une opération armée n'était pas envisagée. Vous vous êtes même aventuré à dire que, tout compte fait, il ne fallait pas prendre M. Trump au pied de la lettre, ce que je trouve extrêmement audacieux.
Pour montrer comment les chose évoluent, la semaine dernière, votre collègue Theo Francken se moquait en commission d'un collègue député parce qu'il avait osé demander dans une question écrite si l'envoi de troupes était envisagé par la Belgique. Aujourd'hui, nous constatons que la France, l'Allemagne, la Suède et la Norvège annoncent l'envoi de troupes. Et je pense également qu'il faudrait sérieusement songer à s'y joindre.
La question reste la même: qu'allons-nous faire si les États-Unis prennent de force le Groenland? Et vous ne répondez toujours pas clairement à cette question, parce que la réponse est que l'Alliance atlantique s'effondrera. Et vous devriez au moins dire cela. Ce que Trump essaye de faire, c'est transformer l'OTAN en Pacte de Varsovie. Le Pacte de Varsovie alliait un très gros partenaire hyper puissant, l'URSS, et une série de vassaux qui lui obéissaient. Je suis désolé, monsieur le ministre, mais ce n'est pas pour cela que la Belgique a signé en 1949, lorsque nous avons fondé l'Alliance.
Il faut se réveiller. Cessons de nous comporter, cessons de penser, cessons de parler comme si nous ne pouvions pas survivre hors de la sphère d'influence des puissants. Si nous voulons garder l'Alliance, il va falloir sortir de l'emprise. Voilà ce que j'aimerais vous entendre enfin dire.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, on voit que le premier ministre essaie d'éviter le débat coûte que coûte. C'est la deuxième fois qu'il fuit les débats internationaux quand cela concerne les États-Unis. Je pense qu'il a peur d'émettre la moindre critique vis-à-vis des États-Unis.
Les menaces contre le Groenland ne cessent de se poursuivre. La réunion d'hier n'a rien arrangé. Au contraire, elle a démontré la contradiction fondamentale qui existe entre le Danemark et l'administration américaine.
Soyons clairs, monsieur le ministre, l'affaire du Groenland ne tombe pas du ciel. Elle s'inscrit dans la nouvelle stratégie de sécurité américaine qui veut s'accaparer et contrôler l'ensemble de l'hémisphère occidental, du sud de l'Argentine jusqu'au Groenland. Tout cela pour servir les intérêts économiques et géostratégiques de l'impérialisme américain. Cet impérialisme, aujourd'hui, menace la souveraineté même des États européens et les intérêts de l'Union européenne.
Face à cette situation, que fait l'Europe? On observe une certaine hésitation, parce que le droit international est à géométrie variable: quand ce sont nos alliés, on est soft ; quand ce sont nos adversaires, on est dur. Avec une telle attitude, on perd toute crédibilité.
Monsieur le ministre des Affaires étrangères de la Belgique, qu'allez-vous faire si le Groenland est envahi par les États-Unis? Que faites-vous pour éviter toute agression américaine contre le Groenland? Quels leviers sont mis en place, qu'ils soient économiques, politiques ou diplomatiques, au niveau européen pour empêcher cette agression et ce renforcement de l'impérialisme américain?
Maxime Prévot:
Chers collègues, je vous le disais hier en commission, lors d'un long débat sur le sujet: le Groenland n'est pas à vendre. C'est la position sans équivoque des autorités danoises et groenlandaises. C'est aussi la position sans équivoque de la Belgique, de l'Union européenne et des autres alliés au sein de l'OTAN.
Aucune démarche hostile à l'égard du Groenland n'est acceptable ni ne sera acceptée.
Dat is de boodschap die ik vorige week in Washington heb overgebracht.
Gisteren vond er een ontmoeting plaats tussen Denemarken, Groenland en de Verenigde Staten. Zoals de Deense minister van Buitenlandse Zaken het samenvatte, hebben de partijen agreed to disagree . Ze hebben echter een dialoog opgestart en dat is het belangrijkste. Dialoog is en moet immers de enige weg blijven om tegemoet te komen aan de Amerikaanse veiligheidszorgen.
Mevrouw Almaci, gisteren was ik niet naïef optimistisch. Ik zei dat volgens mijn informatie een vijandige militaire actie niet aan de orde leek te zijn. Dat betekent niet dat de VS hun voornemen om hun belangen ter plaatse te behartigen hebben opgegeven.
Mijn Deense collega spreekt de hoop uit dat de werkgroep die zal worden opgericht tot een aanvaardbare oplossing zal komen. Denemarken wil dit probleem in eerste instantie bilateraal aanpakken, maar weet dat het kan rekenen op de volledige steun van zijn bondgenoten.
Nous continuerons donc à soutenir pleinement les Danois, avec lesquels nous entretenons des contacts étroits. Du reste, chaque semaine, une réunion du Conseil de l’Atlantique Nord (CAN), c’est ‑ à ‑ dire l ’ ensemble des ambassadeurs pr é sents à l ’ OTAN, offre l ’ occasion d ’ en d é battre.
Cette r é gion, nous le savons, rev ê t une importance strat é gique et s é curitaire majeure. La Russie y voit un espace clé pour sa projection de puissance, tandis que la Chine affiche l’ambition de devenir une grande puissance polaire d’ici 2030. L’Alliance atlantique constitue indubitablement le cadre approprié pour une coopération efficace, en complément des accords bilatéraux existant depuis 1951 entre le Danemark et les États ‑ Unis. Elle offre toutes les possibilit é s de r é soudre ces diff é rents probl è mes par le dialogue. L ’ adh é sion r é cente de la Su è de et de la Finlande a d ’ ailleurs consid é rablement renforcé la posture de l’OTAN dans la région ainsi que la crédibilité de sa dissuasion.
Des clarifications sur les mesures concrètes envisagées sont évidemment attendues dans les prochaines semaines.
De aankondigingen van ontplooiingen of de versterking van de aanwezigheid door bepaalde bondgenoten, met name Frankrijk en Duitsland, passen in de logica van collectieve verantwoordelijkheid en bijdragen aan de Euro-Atlantische veiligheid. Ze illustreren de bereidheid van de Europese bondgenoten om hun deel bij te dragen aan de stabiliteit van de noordelijke flank binnen het kader van de NAVO.
Wat betreft de vraag of België soldaten naar Groenland zal sturen, bekijkt Defensie al welke steun België zou kunnen leveren. Het is echter nog te vroeg om te communiceren over de mogelijke middelen die zouden kunnen worden ingezet. Wij hebben daarvoor nog geen verzoek ontvangen, noch op bilateraal, noch op Europees of NAVO-niveau. Mocht dat wel het geval zijn, dan zou de beslissing om al dan niet aan deze missie deel te nemen door de regering worden genomen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
U kijkt na of wij steun kunnen leveren. U hebt de vraag nog niet gekregen. Ik ben blij dat u hebt aangegeven dat wij absoluut een bondgenoot zijn in de strijd. Wat echter nog beter zou zijn, is proactief onze hulp aanbieden aan Groenland, om samen met die landen opnieuw een voortrekkersrol te kunnen spelen op het Europese toneel. Opkomen voor onze bondgenoten en met Europa opnieuw een blok vormen, dat is essentieel. Wij liggen in het hart van Europa en wij moeten die rol opnieuw durven spelen.
Uw minister van Defensie, Theo Francken, zegt heel graag " Belgium is back ". Mijnheer de minister, walk the talk . Neem uw verantwoordelijkheid. Toon aan dat Belgium back is en zorg ervoor dat België zijn steentje kan bijdragen aan de veiligheid in heel Europa.
Meyrem Almaci:
Zoals zo vaak zijn de woorden van deze regering vaak forser dan de werkelijke acties die ze onderneemt.
Mijnheer de minister, wist u dat 71 % van de Amerikanen tegen de annexatie van Groenland zijn? Zijn eigen bevolking steunt hem niet. Wie hem wel steunt zijn miljardairs zoals Bezos en Bill Gates, die miljarden hebben geïnvesteerd in mijnbouwbedrijven die actief zijn in Groenland: Amaroq, KoBold. Dat is geen toeval.
Trump verandert systematisch de democratie voor de belangen van het grote geld. Hij grijpt in de internationale orde in door dwang. Aan die dwang mogen wij niet toegeven, niet met ons land. Kom met een plan en maak uw woorden waar. Het is hoog tijd.
Koen Van den Heuvel:
In Groenland staat er heel wat op het spel: de internationale rechtsorde, de geloofwaardigheid van de NAVO en ook de Europese geloofwaardigheid. Voor ons is het heel duidelijk: geen versnipperd beleid, geen versnipperd antwoord, maar een sterke, collectieve respons en een dikke rode lijn om te zeggen dat het zo niet verder kan. Voor ons is het heel duidelijk, wij moeten in België opnieuw meer dan ooit onze internationale verantwoordelijkheid opnemen. Als we ook aan die sterke defensieve geloofwaardigheid willen bouwen, dan kunnen wij als land niet achterblijven. Voor ons is het duidelijk, met cd&v steunen wij het absoluut dat er Belgische troepen naar Groenland worden gestuurd, in samenspraak met de andere Europese bondgenoten.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Ne soyons pas naïfs! Moi, je ne peux pas articuler décemment les mots "Trump", "Groenland" et "groupe de travail" dans le même univers conceptuel. Cet homme n’est pas le genre de gars à faire des groupes de travail, monsieur le ministre. C’est quelqu'un qui ne comprend que la force et l’intimidation. Si la séquence commence avec le Venezuela – un racket – pour se poursuivre par le Groenland, c’est pour dire: "Regardez ce que je suis capable de faire!"
Il est urgent que nous fassions partie des pays européens qui l’ont compris et qui comprennent qu’il faut répondre, évidemment pas par de la force pure et simple, mais en montrant que nous n’avons pas peur, que nous sommes capables, nous aussi, d’envoyer des troupes de reconnaissance au Groenland, et que nous faisons partie des pays européens qui ne se laissent pas impressionner – parce qu’il n’attend que cela, comme une brute en cour de récréation.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous nous dites que l’Europe est un allié des États-Unis. Je vous rappelle juste que les États-Unis n’ont pas d’alliés. Ils n’ont que des intérêts. Aujourd'hui, ils agissent seulement dans leur intérêt. Si l’Europe veut agir et progresser, elle doit sortir de l’emprise de l’impérialisme américain. Il est absolument nécessaire aujourd'hui de se tourner vers le reste du monde, de travailler dans le dialogue et la diplomatie, avec les autres peuples, dans un principe de sécurité collective, pour assurer la sécurité et la progression de tous les peuples du monde. Car aujourd'hui, ce qui se pose, c’est l’intérêt de l’impérialisme américain. Les Américains n’agissent pas pour leur sécurité nationale. C’est la sécurité mondiale qui est menacée par l’impérialisme américain. L’Europe doit changer de lunettes, regarder le reste du monde et se libérer de cet impérialisme américain!
De start-up Aikido en de nood aan meer unicorns in België
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sandro Di Nunzio (N-VA) bekritiseert het huidige regeringbeleid dat volgens hem ondernemerschap en investeringen afschrikt door belastingen zoals de meerwaardetaks, en pleit voor fiscale stimulansen (zoals de historische wet Cooreman-De Clercq) om meer Belgische unicorns zoals Aikido te ondersteunen met lokaal kapitaal. Minister Jan Jambon (N-VA) benadrukt weliswaar structurele hervormingen zoals de verhoging van de investeringsaftrek en het aantrekkelijker maken van het expatstelsel, maar Di Nunzio stelt dat deze maatregelen onvoldoende zijn en het huidige fiscaal beleid succes afstraft. De kern van de discussie draait om de tegenstrijdige visie op hoe groei te stimuleren: minder belasten (Di Nunzio) versus budgettaire herverdeling met gerichte hervormingen (Jambon).
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, u las wellicht ook de voorpagina van De Tijd . Ons land heeft er een nieuwe unicorn bij, met Aikido. Dat is een unicorn met een waardering van 1 miljard euro of dollar, naargelang hoe die waardering wordt bekeken.
Aikido, een cybersecuritybedrijf uit het Gentse, maakt mij als bijna-Gentenaar heel trots, zeker ook als we zien wat daar in het Gentse gebeurt rond het Wintercircus en alles wat daar naar boven komt. Bedrijven zoals Showpad maar ook andere unicorns die uit die biotoop zijn voortgesproten, zijn iets om trots op te zijn.
In tegenstelling tot wat de parlementsleden aan de linkerzijde menen, komen die bedrijven en die verhalen niet zomaar uit de lucht vallen. Ze zijn het resultaat van hard werk, van bloed, zweet en tranen.
Ik ben blij om te zien dat er nog veel jongeren zijn die goede ideeën hebben, initiatief nemen en ook risico’s durven nemen. Dat is iets wat wij moeten toejuichen en stimuleren, want dat creëert jobs en welvaart.
Dat gebeurt nog te weinig. Wanneer het echt aankomt op grote bedragen, is er vooral nood aan buitenlands geld. Dat is ongelooflijk jammer. Wij hebben veel meer nood aan binnenlands geld om die bedrijven vooruit te helpen, aan Europees en Belgisch geld om dat te stimuleren. Daarom richt ik mij vandaag tot u met de volgende vragen.
Wat is het beleid van de regering? De regering zet de laatste weken en maanden vooral in op het motto taks, taks, taks, met een verdubbeling van de effectentaks, een nieuwe exittaks en als kers op de taart de meerwaardetaks. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig. Welk beleid zult u met de regering voeren, in het bijzonder op fiscaal vlak, om ervoor te zorgen dat wij meer dergelijke parels en meer unicorns hebben in ons land, liefst gefinancierd met Belgisch geld?
Jan Jambon:
Beste mijnheer Di Nunzio, eerst en vooral wil ik het bedrijf Aikido gelukwensen. Chapeau, het is fijn dat er in dit land unicorns worden gecreëerd en verder kunnen groeien en bloeien. Dat is schitterend werk.
U verwijst naar het Wintercircus in Gent. Twee jaar geleden hebben we daar Flanders Technology opgestart, bij de opening van het Wintercircus. Het is mij zeer bekend.
U verwijst naar taksen. We staan met deze regering inderdaad voor een gigantische budgettaire uitdaging en vragen van iedereen een bijdrage. Tegelijkertijd voeren we ook hervormingen door. Collega Clarinval werkt aan een flexibele arbeidsmarkt. Collega Vandenbroucke werkt aan de activering van langdurig werklozen. Zelf neem ik ook mijn verantwoordelijkheid. De investeringsaftrek werd verhoogd en versterkt. Het expatstelsel werd aantrekkelijker gemaakt. We hervormen de beurstaks en willen spaargeld activeren. Dat is een volgend project waarmee ik zal komen, meer bepaald omdat we spaargeld willen omzetten in investeringsgeld. En ga zo maar door, die opsomming is niet exhaustief. Dat zijn structurele hervormingen, die we tijdens deze legislatuur uitrollen en waarmee we verder zullen gaan.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, uw antwoord heb ik goed gehoord, maar uw verhaal klopt helaas niet. Ik heb gisterennamiddag ook de experts gehoord in de commissie voor Financiën over de meerwaardetaks. Daar hoorde ik dat het beleid inzake de meerwaardetaks investeringen afschrikt, ondernemerschap fnuikt en succes afstraft. Dat is exact het tegenovergestelde van wat u moet doen om kapitaal aan te trekken en om groei en investeringen te stimuleren. U moet doen zoals in het verleden ook is gebeurd, bijvoorbeeld met de wet Cooreman-De Clercq, namelijk fiscale maatregelen nemen die investeringen stimuleren. Dat is iets waarvan u ook werk moet maken, zodat dat effectief gebeurt. Mijnheer de minister, mijn boodschap aan u is zeer eenvoudig. Stop met ondernemerschap weg te belasten. Stop daarmee. Kom met slimme fiscale maatregelen die ervoor zorgen dat unicorns kunnen worden gerealiseerd en dat we meer jobs en meer welvaart creëren.
De verhoging van de werkgeversbijdragen
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Steven Coenegrachts bekritiseert minister Vandenbroucke voor de "kafkaïeske" centenindex (gedeeltelijke indexering boven €4.000) en de verhoging van de werkgeversbijdrage (van 25% naar onbekend percentage), die hij ziet als een permanente belastingverhoging om loonmatiging te "betonneren" (art. 67 programmawet). Hij waarschuwt ook voor looneisen via vakbonden door de ontstane chaos. Vandenbroucke ontkent dit en belooft een netto-verlaging van 200 miljoen euro in 2026 (via structurele verminderingen en loonplafonds), benadrukkend dat de centenindex "zuurstof" voor bedrijven is en de loonnorm ongewijzigd blijft. Coenegrachts houdt vol dat de verhoging permanent is en de "tijdelijke" indexsprong een misleiding, citeert de wetstekst en noemt het beleid "een schande".
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, collega’s, een nieuw jaar, nieuwe taksen en nieuwe kafka, met dank aan Arizona.
Mijnheer de minister, u herinnert zich de discussie van eind vorig jaar over de btw en de bijhorende chaos. U zei toen dat diepvriespizza goedkoper mocht worden en verse pizza duurder. Begin dit jaar zagen we de chaos rond de meerwaardetaks. Die is enkel goed voor boekhouders en advocaten, die ervoor kunnen zorgen dat mensen daar onderuit raken.
Vandaag zitten we met de centenindex. Wat een kafka is dat. Wie onder de 4.000 euro zit, krijgt een volledige indexering. Wie daarboven zit, krijgt slechts een gedeeltelijke indexering. De opbrengst is ook niet voor de bedrijven. Nee, 50 % is voor de bedrijven en 50 % voor de heer Vandenbroucke, dus voor de Staat. Die regeling, mijnheer de minister, was en is zo ingewikkeld dat u die zelf vergeten was toen u ze in de studio van Terzake moest gaan uitleggen.
Vandaag moet die regeling echter concreet worden gemaakt. Die centenindex moet worden uitgevoerd. Dat betekent dat de werkgeversbijdrage omhoog moet. Ik durf te zeggen, collega’s, dat dit de liberalen zowel in de meerderheid als in de oppositie pijn doet, omdat we daar hard voor hebben gewerkt. Onder minister De Block is die bijdrage immers van 33 % naar 25 % gebracht. Vandaag gaat u die dus opnieuw verhogen, mijnheer de minister. De eerste vraag is dan ook met hoeveel. Gaat die van 25 % naar 26 %, naar 27 %, naar 28 % of nog hoger? Welk percentage wordt het, mijnheer de minister?
In alle chaos die u creëert, gaat er bovendien een achterdeur open voor de vakbonden, namelijk de mogelijkheid om loonsverhogingen te vragen en de loonnorm ter discussie te stellen om meer loon af te dwingen. Het VBO waarschuwt daarvoor en ook Voka doet dat. Wat gaat u doen om hen gerust te stellen? Dank u wel.
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer Coenegrachts, het jaar 2026 zal een jaar zijn waarin de werkgeversbijdragen zullen worden verminderd. Punt aan de lijn. Ik verheug mij daarover als socialist, want wat men graag ziet, mensen die aan het werk zijn, moet men zo weinig mogelijk belasten.
De centenindex betekent concreet dat er zuurstof voor de bedrijven bijkomt. Er is inderdaad ook een bijdrage voor overheden en voor de sociale zekerheid, maar bedrijven zullen daar hun voordeel mee doen. We gaan inderdaad de loonnormwet niet aanpassen. Dat is punt een.
Punt twee, als ik naar de rest van het beleid kijk, dan kan ik u zeggen, met de cijfers in de hand, dat we in het jaar 2026 per saldo de patronale bijdrage met ongeveer 200 miljoen euro zullen verminderen: dus minder bijdragen, minder bijdragen, minder bijdragen. Waarom? Ten eerste, omdat we de structurele bijdragevermindering versterken. Dat is een voordeel van 260 miljoen euro. Ten tweede, omdat we een loonplafond op de sociale bijdrage invoeren. Dat is opnieuw 20 miljoen euro.
Ja, er zijn natuurlijk ook een paar andere maatregelen, bijvoorbeeld met betrekking tot de fameuze arbeidsduurvermindering, iets wat helaas nooit goed gemarcheerd heeft. Daar stoppen we mee. Er zijn ook nog een paar andere maatregelen waar we correcties aanbrengen, zoals de plusplannen, waar we een sterk stijgende uitgave milderen.
Als ik die cijfers samentel - ik kan u al die cijfers bezorgen - dan zullen we volgend jaar per saldo de patronale bijdrage voor onze bedrijven met 200 miljoen euro verminderen. Daarnaast is de centenindex zuurstof voor de bedrijven. Ik heb daar als socialist geen problemen mee. Wat u vertelt, klopt langs geen kanten.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, de vraag was wat er gebeurt met het percentage op die werkgeversbijdrage. Het antwoord was niks. U hebt daar niet op geantwoord en ik begrijp waarom. U zegt dat het positief is voor de bedrijven. Ik snap dat een indexsprong positief is voor de bedrijven, maar die indexsprong is tijdelijk. De centenindex is tijdelijk. Het percentage dat u invoert voor die werkgeversbijdrage is hoger en permanent. Il n'y a que le provisoire qui dure . Collega's, dit is een wolf in schaapsvacht. Hij gaat dit permanent verhogen. Dat staat in artikel 67 van uw programmawet: ter consolidatie van de loonmatiging. Het staat er letterlijk twee keer in: ter consolidatie, ter betonnering van de loonmatiging. U doet de werkgeversbijdragen permanent omhoog en het gaat slechts heel even omlaag. Dat is een schande.
Het verbod op radicale organisaties en het advies van de Raad van State
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Paul Van Tigchelt steunt het opvolgen van extremistische groeperingen via de OCAD-lijst, maar bekritiseert het regeringsvoorstel om groeperingen te verbieden als een gevaarlijk hellend vlak en inbreuk op pers-, menings- en verenigingsvrijheid, gesteund door kritiek van de Raad van State. Minister Bernard Quintin verdedigt het voorstel als grondwettelijk en noodzakelijk voor nationale veiligheid, met tijdelijke administratieve verboden gebaseerd op inlichtingenrapporten en recht op beroep bij de Raad van State, maar benadrukt dat meningen of vreedzaam protest nooit worden verboden. Van Tigchelt herhaalt zijn wantrouwen in politieke discretie en roept Quintin op zijn liberale principes hoog te houden, zonder dat de regering arbitrair groeperingen kan verbieden. Quintin bevestigt de prioriteit van veiligheid binnen een open democratie, met gerichte maatregelen tegen bewezen bedreigingen.
Paul Van Tigchelt:
Monsieur le ministre, mes meilleurs vœux pour vous et vos proches.
U wilt extremistische groeperingen aanpakken. Dat is een strijd die we samen voeren. Er is in onze samenleving geen plaats voor geweld en extremisme. Op de OCAD-lijst, die we in volle terreurcrisis ontwikkelden, hebben we staatsgevaarlijke personen geplaatst. U hebt aangekondigd ook groeperingen op die lijst te willen zetten om ze beter te kunnen opvolgen en aanpakken. Dat is een goede evolutie.
Tot daar echter het goede nieuws. U ging verder en kwam ook met een wetsontwerp om dergelijke groeperingen te verbieden. Hiermee - daarvoor heb ik u van bij het begin gewaarschuwd - begeeft u zich op een gevaarlijk hellend vlak. U legt de bevoegdheid om die groeperingen te verbieden immers bij een politiek orgaan, zijnde de regering, de ministerraad, die op basis van onduidelijke criteria een duim omhoog of omlaag moet geven. Hoeveel vertrouwen ik ook in u persoonlijk heb, mijnheer de minister, wie zit er morgen aan de knoppen?
Ook de Raad van State was heel kritisch in zijn advies van 31 december 2025. Ik heb het genoegen gehad om dat advies van 113 bladzijden te mogen lezen. De Raad waarschuwt uitdrukkelijk voor een inperking van de vrijheid van meningsuiting en van de persvrijheid en ook voor een onwettelijke inbreuk op de vrijheid van vereniging.
Mijnheer de minister, ik ben blij dat u hebt aangegeven het ontwerp te zullen aanpassen. U neemt de kritiek ter harte en dat siert u als liberaal. Ik verneem graag concreet hoeveel groeperingen er intussen op die OCAD-lijst staan en wat u concreet zult doen om tegemoet te komen aan de fundamentele kritieken op uw wetsontwerp.
Bernard Quintin:
Mijnheer Van Tigchelt, ook mijn beste wensen aan u en aan iedereen. Zoals u weet, heeft de regering de duidelijke ambitie om onze democratie en onze burgers te beschermen.
De Raad van State speelt een cruciale rol in de rechtsstaat. Als minister verwelkom en respecteer ik het grondig advies dat werd uitgebracht, zoals ik altijd heb gezegd en gedaan. De Raad van State zegt dat een definitieve ontbinding van organisaties met rechtspersoonlijkheid een zaak is voor de justitie. Die beslissing zou sneller moeten worden genomen dan vandaag. Dat laatste voeg ik eraan toe. Het advies bevestigt dat het mechanisme in het wetsontwerp dat ik verdedig in overeenstemming is met de Grondwet en met de fundamentele vrijheden van onze burgers.
Concreet zal er snel kunnen worden ingegrepen door de activiteiten van organisaties die een ernstig, actueel en bewezen bedreiging vormen voor de nationale veiligheid voor een bepaalde periode te verbieden. De procedure zal duidelijk, objectief en met respect voor de rechtsstaat zijn. Elke beslissing om een administratief verbod op te leggen, zal uitsluitend worden genomen op basis van de rapporten van de inlichtingendiensten en kan steeds worden aangevochten bij de Raad van State.
De regering zal nooit verenigingen verbieden omwille van hun mening, noch burgers het recht ontzeggen om vreedzaam te betogen. Ik heb dat al gezegd en ik bevestig dat nogmaals. België is een vrij land en een open democratie, maar wij zullen nooit maar dan ook nooit verenigingen op ons grondgebied dulden die een bedreiging vormen voor onze samenleving, onze waarden en onze nationale veiligheid en die bovendien in het buitenland verboden zijn.
Dat is de kern van de liberale democratie waarvoor wij staan, want het waarborgen van de orde en veiligheid op ons grondgebied is de eerste opdracht van de politieke macht en van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en u kunt daarvoor op mij rekenen.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden. Ze zijn wat mij betreft duidelijk een stap in de goede richting. U weet dat ik veel vertrouwen heb in u. We zullen dit nauwlettend opvolgen, dat weet u. Op 25 september hebben we daarover ook gediscussieerd in de plenaire vergadering. Toen heb ik al gewaarschuwd voor de gevaren van dit wetsontwerp. Ik heb toen bovendien verwezen naar de slagzin van uw partij: fier d’être liberal . Ik heb u toen gevraagd dat ook te tonen. Ik vraag u om dat verder te tonen, want – en daar gaat het om – wij willen niet leven in een samenleving waarin het de regering is – deze of een volgende – die bepaalt welke groepering kan bestaan en welke niet. Daarvoor rekenen we op u. Dank u wel, mijnheer de minister.
De niet-toeleidbaren en de beperking van de werkloosheid in de tijd
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
Duur van werkloosheid en uitkeringsbeperkingen
Gesteld door
Groen
Jeroen Van Lysebettens
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 18 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Jeroen Van Lysebettens bekritiseert minister Clarinval omdat diens hervorming 10.000 chronisch zieken en kwetsbaren zonder uitkering laat vallen, terwijl ze willen werken maar door het systeem in de steek gelaten worden—hij eist een directe uitbreiding van het statuut voor niet-toeleidbaren. Clarinval verdedigt de hervorming door te stellen dat niet-toeleidbaren tijdelijk via leefloon en OCMW-steun opgevangen worden en belooft een alternatief systeem pas in 2028, wat Van Lysebettens "broddelwerk" noemt. Van Quickenborne (Open Vld) steunt de tijdsbeperking op werkloosheidsuitkeringen maar hamert op ontvetting: hij wil vakbonden en ziekenfondsen digitaliseren om miljarden te besparen, aangezien hun huidige financiering (o.a. 200 miljoen/jaar voor uitkeringsadministratie) inefficiënt is. Clarinval bevestigt dat de administratiekosten slechts 10% dalen (20-27 miljoen) ondanks 33% minder werklozen, maar belooft verdere evaluatie—terwijl Van Quickenborne dit onvoldoende vindt en pleit voor radicale bezuinigingen op "oude structuren".
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, vandaag lezen we op de voorpagina van De Standaard het verhaal van mevrouw Doucy. Zij is meer dan 20 jaar werkloos en zal door uw beleid haar uitkering verliezen. Nochtans wou ze werken, volop zelfs. Ze werkte jarenlang, elke dag, tot ze thuis kwam en volledig uitgeput was. Ze werkte deeltijds, maar de vermoeidheid bleef. Na een jaar van medische tests en onderzoeken luidde de conclusie dat ze volgens de VDAB te ziek is om te werken, maar volgens het RIZIV niet ziek genoeg is.
Er bereiken ons talrijke getuigenissen van mensen die hard hebben gewerkt tot ze niet meer konden. Het gaat om mensen met chronische aandoeningen, mensen met autisme, die daardoor geen plek vonden op de arbeidsmarkt en vaak zelfs niet zelfstandig kunnen wonen. De verhalen verschillen, maar de conclusie is dezelfde: die mensen willen werken, maar zijn slachtoffer van een systeem dat niet werkt. Alleen al in Vlaanderen verkeren er zowat 10.000 mensen in die situatie. Een groot deel van hen zal binnenkort zonder uitkering vallen, zonder perspectief en zonder hoop.
Nochtans kunt u dat oplossen door de uitzondering voor niet-toeleidbare jongeren uit te breiden naar die personen. Dat is een concrete oplossing voor een concreet probleem. U weet dat die oplossingen bestaan; uw coalitiepartners hebben u daar bovendien op gewezen. Vorige week heb ik zelf een wetsvoorstel ingediend.
U onderneemt echter geen actie. Over twee weken zullen die mensen, die door chronische ziekten of andere beperkingen niet kunnen werken, hun uitkering verliezen. Ze verdwijnen niet, maar zullen door de arizonaregering in bittere armoede belanden. Is dat het plan achter uw beleid: Arizona als armoedemotor van België?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, wij zijn de enige oppositiepartij die uw beperking van de werkloosheid in de tijd steunt. We zijn dus constructief, vooral omdat die beperking werklozen activeert en arbeidstekorten worden ingevuld. Dat is een goede zaak.
Mijnheer de minister, we hebben wel altijd gezegd dat, als u die hervorming wil laten lukken, de beperking in de tijd aan een ontvettingsoperatie gekoppeld moet worden. Vandaag betalen de vakbonden de werkloosheidsuitkeringen uit. Dat gebeurt in geen enkel land. Dat kost de belastingbetaler meer dan 200 miljoen euro per jaar. De logica is dus dat hoe meer werklozen er zijn, hoe meer dotaties er volgen. Dat is het businessmodel van onze vakbonden.
Mijnheer de minister, er is daarvoor een simpele oplossing. Doe zoals in alle Europese landen en digitaliseer het systeem. Dan kunt u de vakbonden afschaffen, want dan zijn ze niet meer nodig.
Dat is voor de arizonaregering echter misschien iets te hoog gegrepen. J’ai donc une deuxième suggestion . Puisque le nombre de chômeurs diminuera d’un tiers , maak ik mij de volgende bedenking. Een derde minder werklozen betekent ook een derde minder dossiers en dus een derde minder dotaties aan de vakbonden. Dat denk ik dan toch.
Daarom heb ik drie eenvoudige vragen.
Ten eerste, mijnheer de minister, goede minister van Arbeid en de eerste liberale minister op het departement Werk sinds 1924, wat is de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd op het aantal dossiers?
Ten tweede, wat is de impact daarvan op de dotaties aan de vakbonden?
Ten derde, ook als er inderdaad een derde minder dossiers te behandelen zijn, zouden de dotaties naar verluidt toch niet met een derde afnemen. Klopt dat of niet? Ik hoor graag wat u daar eventueel aan wilt doen.
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de bevoegde regionale arbeidsbemiddelingsdienst erkent al wie geconfronteerd wordt met duurzame psychomedische en sociale problemen die elke inschakeling in de reguliere of aangepaste arbeidsmarkt onmogelijk maken, als niet-toeleidbare werkzoekende. Dat statuut, dat in 2019 werd ingevoerd, legt een paradox bloot. Personen van wie is vastgesteld dat zij niet in staat zijn om te werken, worden langdurig in de werkloosheidsverzekering gehouden, terwijl die verzekering net is bedoeld als een activerend systeem naar werk. Met oog voor die menselijke en sociale realiteit heeft de regering beslist het systeem van de beschermingsuitkeringen voorlopig te behouden, zodat ik samen met mijn collega Beenders een alternatieve oplossing kan uitwerken die het mogelijk maakt het stelsel vanaf 2028 te vervangen.
Ik beklemtoon dat wij niemand aan zijn lot overlaten. Personen die hun recht op werkloosheidsuitkeringen verliezen en niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken, zullen een beroep kunnen doen op het leefloon met begeleiding door de OCMW’s. Daarom voorziet de regering ook in een substantiële compensatie voor de OCMW’s en zal zij jaarlijks 50 miljoen euro investeren in een groeipad voor de sociale economie. Op die manier wordt ook meer perspectief geboden op werk voor wie geen toegang heeft tot de reguliere arbeidsmarkt.
Mijnheer Van Quickenborne, mijn administratie verwacht een daling van het aantal fysieke eenheden met 108.295 fysieke eenheden in 2026 en met 143.660 fysieke eenheden in 2027 ten opzichte van een situatie zonder werkloosheidshervorming. Het valt ook op te merken dat de hervorming gepaard gaat met een aanzienlijke vereenvoudiging van de regelgeving en dat ze anticipeert op de efficiëntiewinsten als gevolg van de implementatie van eGov 3.0.
De RVA kent een vergoeding toe voor de administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen. De vaststelling van die vergoeding en de verdeling over de uitbetalingsinstellingen is gebaseerd op het koninklijk besluit van 16 september 1990 tot vaststelling van de vergoeding van de administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen belast met de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen.
Op basis daarvan schat de administratie dat de administratiekosten in 2026 en 2027 zullen dalen met respectievelijk 20 en 27 miljoen. Het verschil tussen de aanzienlijke daling van het aantal vergoede werklozen en de relatief beperkte afname van de administratiekosten vloeit voort uit de huidige berekeningsmethodiek, waarbij volumeschommelingen slechts in beperkte mate doorwerken in de vaststelling van de vergoeding.
De financiering en de werking van de uitbetalingsinstellingen blijven een aandachtspunt. In dat kader zal ik de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd dan ook zorgvuldig opvolgen en, indien nodig, nagaan of bijsturingen aangewezen zijn, op basis van objectieve evaluaties.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, dit is exemplarisch voor het broddelwerk van Arizona. Men voert iets in, men dompelt de mensen onder in onzekerheid en in 2028 zal men eens kijken wat de gevolgen zijn. Dat is toch niet te doen?
Bijkomend ziet u het OCMW als oplossing voor alles wat er dan misloopt. Iedereen die nergens terechtkan moet in de bijstand. Dat is geen oplossing voor deze mensen. De OCMW's zelf vragen om specifieke oplossingen voor specifieke problemen. U voorziet inderdaad extra financiering, maar die zal ook broodnodig zijn, want de vloedgolf die op ons afkomt, is niet te onderschatten.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, eigenlijk zegt u dat er in 2026 een daling met 20 miljoen zal zijn en in 2027 een met 27 miljoen. Op de totale massa is dat een daling van ongeveer 10 %, terwijl het aantal werklozen daalt met 33 %. Het is een stap, maar het is een te kleine stap.
Je sais que mon collègue M. Bouchez dit toujours: "Au nom de ma formation politique, il n'y aura pas de nouvelles taxes".
Mag ik u een tip geven voor de volgende begrotingsrondes, die er ongetwijfeld aankomen? Luister ook naar wat het IMF zegt. Bespaar op de oude structuren. De ziekenfondsen in ons land krijgen jaarlijks 1,4 miljard euro om een job te doen die een app in 3 seconden kan doen.
Exact hetzelfde geldt voor de vakbonden.
Collega's, in de plaats van taks, taks, taks, zou ik zeggen: ontvet, ontvet, ontvet. Dat moeten we doen. Dank u.
Voorzitter:
Dank u wel, collega Van Quickenborne. Ook bedankt voor de gezondheidstip die u ons meegegeven heeft. Met het oog op de eindejaarsfeesten is dat niet fout.
De alarmsignalen met betrekking tot de erkenning van buitenlandse artsen
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 18 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Vandenbroucke verdedigt het huidige systeem voor buitenlandse artsen (diploma-, zeden- en tuchtchecks), maar erkent dat 8.000 jaarlijkse EU-waarschuwingen over geschorste artsen niet actief worden gecontroleerd, ondanks dat 20+ landen dat wel doen. De Knop kaart scherp aan dat dit patiënten in gevaar brengt en wijst op structurele nalatigheid, terwijl de minister belooft het IMI-systeem te verbeteren en de Toezichtscommissie te versterken. Kernpunt: België negeert kritieke alerts, terwijl andere landen ze wel gebruiken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, het jaar is bijna ten einde. Het eindigt zoals het was begonnen, namelijk met een nieuw schandaal in uw departement. Wij lezen iedere week in een ander artikel over misbruiken in de sector, gaande van het donorschandaal tot het schandaal over het feit dat zeventien auto's op kosten van het RIZIV werden gekocht. Vandaag gaat het over het feit dat in het buitenland geschorste artsen hier zonder problemen voort kunnen werken.
Nochtans waren er eerder al alarmsignalen. Wij hebben de problematiek immers al besproken in de commissievergadering van 21 oktober 2025. Nieuw zijn de cijfers. Vanuit het buitenland ontvangt u via een Europese databank maar liefst 8.000 meldingen per jaar. Bij elke waarschuwing zou er een alarm moeten afgaan. Dat zou ik ten minste verwachten. Die alarmen worden echter niet bekeken, zelfs geen enkele keer. De informatie komt niet van mij maar van uw woordvoerder van de FOD Volksgezondheid. Met 98 % van alle waarschuwingen over artsen die mogelijk misbruik hebben gepleegd of mogelijk zijn geschorst, doen wij dus helemaal niets.
Ik probeer mij dan voor te stellen hoe een en ander in de praktijk verloopt. Ik beeld mij een noodcentrale in met overal rode lichtjes maar niemand kijkt naar het scherm. Andere landen daarentegen, zoals Nederland, Zweden en Spanje, lezen alle berichten en gaan daar wel mee aan de slag.
Dat is niet goed. Het is niet goed voor de geloofwaardigheid van artsen. Het is niet goed voor u. Het is ook ronduit gevaarlijk voor de patiënten. Nochtans hebt u altijd de mond vol van de kwaliteit van de zorg. Kunt u mij toelichten wat u nu echt in dat dossier voor de patiënt doet?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw De Knop, wie in ons land als arts wil starten, moet bewijzen dat hij of zij over de juiste diploma's beschikt en een bewijs van goed gedrag en zeden voorleggen en er mogen geen tuchtmaatregelen zijn. Sinds kort is ook een taalcertificaat nodig. Dat wordt gecheckt, ook bij wie uit het buitenland komt.
De attesten worden afgeleverd door de bevoegde instanties van het land van herkomst, in veel gevallen equivalent aan onze administratie. Het is juist dat we daarvoor niet altijd het IMI-systeem gebruiken. U kon in De Tijd ook lezen dat lang niet alle lidstaten van de Europese Unie dat systeem gebruiken of correct gebruiken. Dat heeft inderdaad te maken met de structuur van het systeem. Het is geen eenvoudig dashboard met alarmlichtjes.
Tot 2024 waren het de deelstaten die dat controleerden. Zoals u ook kon lezen in De Tijd , bleek bij nazicht een positief attest aanwezig dat dateert van na het inbrengen van de alert. Het lijkt er dus op dat de Franse Gemeenschap geen reden had om aan de echtheid daarvan te twijfelen. Ik lees, net als u, ook in De Tijd dat de Zweedse administratie naar eigen zeggen aan de betrokkene nooit een dergelijk attest heeft afgeleverd. Mijn administratie doet nu opnieuw navraag bij de Zweedse collega's hoe nu echt de vork in de steel zit.
Meer in het algemeen wil ik zeggen dat elk vermoeden van inbreuk moet gemeld worden bij de Toezichtscommissie en dat we die moeten versterken. Ik pleit bij de bevoegde Europese directeur-generaal, mevrouw Gallina, om het IMI-systeem beter en beter hanteerbaar te maken, zodat de alerts gemakkelijker te raadplegen zijn. Tegelijkertijd moeten we in eigen boezem kijken en ons afvragen hoe we parallel en op een efficiëntere manier kunnen proberen hiervan een echte databank te maken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u antwoordt naast de kwestie door in te gaan op één casus. U weet heel goed dat het hier gaat over veel meer dan één casus. Het gaat over 8.000 waarschuwingen per jaar over artsen die in het buitenland geschorst worden. Uw diensten krijgen daarvan proactief een melding. Het minste wat u zou kunnen doen, vooraleer artsen een visum krijgen, is nagaan in de IMI-databank of zij geschorst zijn. Dat lijkt mij simple comme bonjour . Men moet het gewoon willen doen. U zegt dat niet alle landen daarmee werken. Meer dan 20 Europese landen, en niet van de minste, werken daar wel mee. Dus u kunt daar al mee beginnen.
U, mijnheer de minister, die zo gefocust bent op het controleren en het inperken van vrijheden van artsen en zorgverleners, laat echte fraudeurs ongemoeid. Op die manier ondergraaft u de verantwoordelijkheid van artsen en stelt u de patiënten bloot aan enorme risico's. (Rumoer)
Voorzitter:
U ziet dat er ook nog een leven is naast de micro.
De berekening door de minister van Financiën van de extra btw-ontvangsten uit meeneemmaaltijden
De verhoging van de btw en van de accijnzen op bepaalde producten
Btw- en accijnswijzigingen en financiële berekeningen door de minister van Financiën
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 18 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Van Quickenborne en Hedebouw kritiseren de absurde btw-verhoging op meeneemmaaltijden (12% vs. 6% voor supermarktproducten), zoals verse pizza’s, broodjes en kerstbûches, die ze onlogisch, onuitvoerbaar en belastingtechnisch chaotisch noemen—met name voor bakkers en horeca. Jambon bevestigt dat de maatregel (uitgesteld tot 1 maart) 222 miljoen moet opbrengen (gebaseerd op FOD-ramingen), maar benadrukt dat de details nog in overleg zijn, terwijl hij een FAQ belooft voor "klaarheid". Critici hameren op het gebrek aan visie (snelle, slecht doordachte belastingverhoging op werkenden) en het politieke amateurisme, terwijl Jambon vasthoudt aan de plannen—zonder concrete oplossingen voor de praktische absurditeiten.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, leg eens uit aan een bakker dat er ’s ochtends 6 % btw moet worden betaald wanneer men een pistolet komt halen, terwijl op diezelfde pistolet, wanneer die ’s middags met beleg wordt verkocht, 12 % btw van toepassing is. Leg ook eens uit dat een pizzabakker die zelf een pizza bereidt en die laat afhalen daarop 12 % btw moet aanrekenen, terwijl diezelfde pizza, wanneer die diepgevroren in de supermarkt wordt verkocht, onder het tarief van 6 % btw valt.
Collega’s, straks is het kerstfeest. Ik wens u allemaal een kerstbuche toe. Wanneer men die kerstbuche binnenkort bij de meesterbakker gaat halen, collega Dedecker, betaalt men 12 % btw. Wordt die in de supermarkt gekocht, dan bedraagt het tarief slechts 6 %.
J'ai entendu notre collègue M. Bouchez parler d'une taxe de 12 % sur le salé et d'une taxe de 6 % sur le sucré!
Dit is Kafka in het kwadraat! Ik weet wat de minister zal zeggen. De minister zal zeggen: mijnheer Van Quickenborne, dat zijn modaliteiten; we zijn daar nog over aan het discussiëren.Maar, mijnheer de minister, het is nu eind december en die belastingverhoging start begin volgend jaar. De bakkers en de beenhouwers vragen duidelijkheid.
U, de heer Bouchez, cd&v en zelfs Vooruit hadden beloofd de winkelkar niet duurder te maken. Maar ze zal duurder worden met dit soort maatregelen.
Mijnheer de minister, er is één modaliteit waarover niet gediscussieerd kan worden, die 222 miljoen euro. Ik heb in de onderwerpregel van mijn vraag expliciet die vraag gesteld.
Voorzitter, u hebt dat gezien, en de minister wist dat die vraag zou komen.
Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk maar één vraag voor u: kunt u ons eens uitleggen, educatief als u bent, hoe u komt tot die 220 miljoen euro opbrengst uit de btw-verhoging voor meeneemmaaltijden? Als ik die vraag stel aan uw collega’s van het kernkabinet, zeggen ze: we weten het niet, en we hebben de indruk dat de heer Jambon het zelf ook niet weet.
Verlos ons van die vraag, mijnheer de minister.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre des Finances, mais quelle créativité en Belgique! Vous faites preuve d'une créativité sans bornes pour aller chercher des taxes chez les travailleurs! Des jours de réunion pour arriver à des solutions splendides. Quelle puissance!
Vous avez discuté au sein du kern et vous avez décidé de faire passer la TVA à 12 % sur tout ce qui est à emporter. Ça veut dire, monsieur le ministre, que dans la même grande surface, si vous achetez une belle pizza fraîche, vous paierez 12 % et si vous achetez la même pizza congelée, vous paierez 6 %. Je ne sais pas comment le fisc va faire! Les contrôleurs regarderont et diront: "Oh, la mozzarella, elle est fondue, là c'est 12 %, monsieur. Là elle n'est pas fondue, c'est bon." C'est incroyable!
Kippetje aan het spit: 12 %. Datzelfde kippetje, toktok, nog niet aan het spit: 6 % btw. Echt waar! Hoe kunt u dat uitleggen?
Les croissants, les amis! Pour le croissant acheté à 8 h 30, le taux de TVA sera à 6 %. Pour le même croissant acheté à midi, elle sera à 12 %. Mais c'est fou ça!
Et qu'est-ce qu'on fait avec le croissant qu'on a acheté le matin et qu'on ne mange qu'à midi? On le paye combien? Ça, c'est le MR. Ça, c'est Les Engagés. Ça, c'est la N-VA.
C'est incroyable! Quand il s'agit de faire payer les travailleurs, vous faites des réunions de travail, et il en résulte des trucs tels que la planète entière va se moquer de nous. C'est incroyable! Il n'y a qu'en Belgique qu'on peut faire ça!
Savez-vous pourquoi vous êtes obligés de prendre des décisions pareilles? Parce qu'il y a une chose que vous refusez de faire. Faire payer les travailleurs pour aller à la salle de sport, on augmente la TVA. Idem pour les accises sur l'essence, le diesel. On fait payer en plus. Pareil pour le gaz, on fait payer en plus. On rend tout plus cher. Mais il y a une petite couche qui ne paye pas plus, les super-millionnaires. C'est ce tabou qui vous fait prendre aujourd'hui des décisions qui font de nous la risée du monde entier.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, als er geen vraag wordt gesteld, wat word ik dan verondersteld te doen? Het was eigenlijk puur show. Er was geen vraag. Dan heb ik mijn tweede blad met het antwoord voor de heer Hedebouw niet nodig, want er is geen vraag.
Het onderwerp dat hier wordt uitgesponnen, met alle mogelijke egards en beelden, is eigenlijk nog ter bespreking binnen de regering. Ik hoop dat we dit morgen kunnen afronden, maar dat zal een beetje van de Europese top afhangen. Anders zal het maandag of dinsdag zijn. Ik ga dus niet vooruitlopen op wat we binnen de meerderheid nog moeten goedkeuren.
De regering heeft inderdaad beseft dat de vooropgestelde btw-hervorming zorgt voor de nodige onzekerheden in heel wat sectoren. Er zijn er hier een paar opgesomd. We hebben dan ook beslist om dit tot 1 maart uit te stellen. Dat is inderdaad nog altijd het begin van het jaar, maar het is toch al niet meer 1 januari. De enveloppe van de bomma is dan al lang neergelegd. We wachten dus nog twee maanden langer.
Voorts bekijkt mijn administratie hoe er zo snel mogelijk een FAQ bij de publicatie van het KB inzake de btw-aanpassing kan worden gepubliceerd. Op die manier kunnen we maximale klaarheid bieden voor vele prangende vragen.
Mijnheer Van Quickenborne, u stelde mij wel een concrete vraag. Voor de budgettaire ontvangsten hebben we ons gebaseerd, zoals altijd, op een raming van de FOD Financiën. De FOD Financiën heeft een fiche opgesteld, waarin staat dat er volgens de huidige ontwerpteksten een extra ontvangst van 361,5 miljoen euro is.
De lijn waar u het over hebt, is eigenlijk de lijn van takeaway en de btw-verlaging voor de niet-alcoholische dranken. De btw-verlaging voor de niet-alcoholische dranken bedraagt volgens dezelfde raming van de FOD Financiën 139,7 miljoen euro, dus 140 miljoen euro. As we die twee getallen samen in rekening brengen, komen we aan 221,8 miljoen euro. Dat bedrag werd dus ingeschreven in de begroting, op basis van berekeningen van de FOD Financiën.
Mijnheer Hedebouw, wat ik voor u had voorbereid, is misschien voor volgend jaar.
Vincent Van Quickenborne:
Collega's, dat is interessant. De minister zegt nu voor de eerste keer dat die netto 222 miljoen euro inderdaad gebaseerd is op het voorstel dat nu op tafel ligt. Dat betekent 12 % voor de verse pizza en 6 % voor de diepvriespizza, 6 % voor de croissants 's morgens en 12 % voor de croissants 's middags.
Mijnheer de minister, als u straks zegt dat het wordt beperkt tot enkel de horeca, dan zal het geen 222 miljoen euro zijn, maar veel minder. Dan zal uw budgettaire tabel een fictie blijken te zijn. Dat is de realiteit. U doet hier aan vogelpik, want de budgettaire tabel klopt niet meer. Die zal niet meer kloppen, tenzij u al die absurditeiten invoert. Dat is de realiteit.
U zegt dat u dat zult oplossen met een FAQ. Ha! Dat wordt de plezantste FAQ die we ooit gelezen hebben. (Gelach)
Nu, de Q is een mooie letter, dat weet ik, maar een FAQ van (…), dat gaat niet. Mijnheer de minister, doe ons een plezier: stop met al die Kafka, stop met al die zever. U zinkt weg in het btw-moeras. Stop ermee!
Raoul Hedebouw:
U gaat dus echt verder met al dat btw-gedoe? Ik had echt gedacht dat u zich na een beetje kritiek zou bedenken. Dat is immers in 24 uur besloten. Met de index was dat ook zo. De regering kon ook niet antwoorden op de vragen daarover. Wat een amateurisme! Waarom dat amateurisme? Omdat u gewoon op die paar dagen snel besloten hebt om 1,3 miljard euro binnen te halen via indirecte belastingen. U wist niet goed hoe of wanneer enzovoort, maar u had wel beslist om dat geld daar te halen. Daarom is er zoveel amateurisme, mijnheer de minister. Dat is het probleem. U gaat met een FAQ komen, maar wat gaat u daarin zetten? Misschien dat er een beetje bijgepast moet worden? Rien n'est clair dans votre réforme. La seule chose qui vous unit tous, c'est d'essayer de faire payer les gens, c'est d'aller chercher l'argent chez ces gens-là. Vous n'êtes pas capables de développer vos réformes. Cela fait des semaines que nous attendons que votre accord soit un peu plus clair. Cela fait des semaines que nous débattons. Vous ne savez pas répondre. Et c'est la raison pour laquelle, dans les semaines à venir, vous allez avoir beaucoup de pression à gérer, monsieur le ministre, et vous allez reculer sur votre réforme.
De extra financiering van de ziekenfondsen
Het miljardenvermogen van de ziekenfondsen
De ziekenfondsen
De ziekenfondsen
Het vermogen van de ziekenfondsen
Financiering en vermogen van ziekenfondsen
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Oppositiepartijen (N-VA, MR, LDD) vallen de ziekenfondsen scherp aan omwille van hun 6,1 miljard euro vermogen (opgebouwd met belastinggeld en vrijgesteld van fiscale lasten), commerciële activiteiten (hotels, vastgoed, verzekeringen) en belangenverstrengeling (politieke zuilen, vakbonden). Zij eisen afschaffing of strenge hervorming, wijzend op oneerlijke concurrentie, gebrek aan transparantie en Europese alternatieven waar de overheid rechtstreeks uitbetaalt. Minister Vandenbroucke (Vooruit) verdedigt het systeem: de reserves zijn wettelijk verplicht voor solidariteit en patiëntenzekerheid, en de fondsen worden aangesproken op efficiëntie (150 miljoen besparingen, fraudebestrijding). Hij werpt tegen dat critici privatisering van de gezondheidszorg nastreven en herinnert aan eerdere politieke steun voor de huidige regels. De polarisatie blijft: oppositie ziet misbruik en zuilendwang, Vandenbroucke solidariteitsmodel en regeerakkoord als onwrikbaar.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, de ziekenfondsen zijn ongelooflijk actief. Hotels uitbaten, kastelen bezitten, met Lamborghini’s en Bugatti’s voor de deur, blijkbaar. En dan nog grote muziekfestivals organiseren. Dat laatste stond niet in het zeer uitgebreide dossier van HLN , maar u kent dat festival waarschijnlijk, mijnheer de minister. Misschien bent u er geweest? Les Solidarités, dat kent u toch? Een peperduur evenement voor 60.000 mensen. De BTW zal wat duurder worden, maar ik meen dat dit niet zo erg zal zijn voor Les Solidarités. Big business!
Opgelet, ik ben de eerste om te pleiten voor ondernemerschap, maar dan wel met privégeld. Een verborgen vermogen van maar liefst 6,1 miljard euro. Een jaarlijkse winst van 1,45 miljard. 0 euro belastingen! Dat is gewoon ondenkbaar voor een gewone onderneming. Maar voor de socialisten van Vooruit is dat geen probleem. Hier ons elke week de les komen spellen over de eerlijke bijdrage van iedereen, maar als de kameraden in het vizier komen, wordt het plots heel stil.
Geen vraag. Niet vanwege de N-VA. Die komt deze week met een plan: weg met de ziekenfondsen. Maar Arizona heeft nog maar twee weken geleden 17 miljoen extra aan de ziekenfondsen gegeven, bovenop de 1,3 miljard die ze jaarlijks ontvangen van de overheid. Wat is het dan?
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag voor u vandaag. Vindt u het normaal dat de ziekenfondsen in dit land op een berg geld van 6 miljard euro zitten?
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze week werden we van onze sokken geblazen door een verbijsterend bericht. De vijf grootste mutualiteiten in dit land hebben 6,1 miljard euro aan kapitaal opgebouwd. Dat is om van te duizelen. Instellingen die feitelijk een overheidsjob doen, namelijk het uitbetalen van ziektekosten en zorguitkeringen, slagen erin om fortuinen op te bouwen.
Er gaan geen twee dagen voorbij of uw administratieve diensten en dus uzelf als bevoegd minister komen op een ontstellend negatieve manier in beeld. Frauduleuze thuisverpleegkundigen en apothekers, fraude met invaliditeits- en werkloosheidsuitkeringen, te veel gefactureerde diensten in ziekenhuizen, sociale woningen aan NAVO-personeelsleden en nu de ziekenfondsen.
Hun vermogen van 6,1 miljard euro is belegd in obligaties, aandelen en vastgoed. Hotels, kastelen, vakantiedomeinen in het buitenland, aandelen in ketens van apotheken, zorgwinkels, opticiens, softwarebedrijven, dat is wat men een gedifferentieerde vermogensportefeuille noemt. De Christelijke Mutualiteit heeft een vermogen van 2,4 miljard euro, de socialistische mutualiteit Solidaris maar 1,4 miljard euro. Hier blijkt dat de verwevenheid van Solidaris met het ABVV de financiële toestand ondoorzichtig maakt.
Mijnheer de minister, ik heb enkele vragen voor u.
Vindt u het nog steeds aanvaardbaar dat uitbetalingsinstellingen ook commerciële activiteiten ontwikkelen? Zou het niet beter zijn dat die betalingen rechtstreeks door de overheid gebeuren?
Vindt u niet dat de financiële overschotten van deze instellingen terug naar de overheid zouden moeten vloeien? Zijn dat geen sterke schouders?
Vindt u de belangenverstrengeling tussen de vakbond en het ziekenfonds in uw socialistische zuil ethisch verantwoord?
Ten slotte, wat gaat u eindelijk doen aan al dat gesjoemel en die onfrisse praktijken?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, wie krijgt er elk jaar meer dan een miljard om zijn taken uit te voeren en krijgt daarboven ook nog eens een grote bonus, gewoon om te doen wat er van hem wordt verwacht? De ziekenfondsen. Wie wordt er gecontroleerd door een controleorgaan waarin hijzelf zetelt en hij dus tegelijkertijd rechter en partij is? De ziekenfondsen. Wie kan zijn leden verplichten een aanvullende verzekering te nemen, waarin zaken zitten als homeopathie en wellness, met de bedoeling om zoveel mogelijk leden te werven en dus zoveel mogelijk belastinggeld binnen te rijven? De ziekenfondsen. Wie bepaalt mee de tarieven, terugbetalingen en supplementenplafonds en heeft er alle belang bij om daarvoor ook extra verzekeringspakketten te verkopen? De ziekenfondsen. Wie heeft een verzekeringsmaatschappij, strijkt meer dan een miljard euro winst op en hoeft daarop geen euro belasting te betalen? De ziekenfondsen.
Dat is nog maar het topje van de ijsberg. Het loopt de spuigaten uit. Een ziekteverzekering beheerd door ziekenfondsen is iets wat men niet zo vaak ziet, maar een systeem van politiekgekleurde ziekenfondsen die elkaar beconcurreren om zoveel mogelijk leden aan te trekken, is echt uniek in Europa. Dat leidt tot politieke belangenvermenging, onvoldoende transparantie en ziekenfondsen die hun eigen belangen boven de belangen van hun leden en de patiënten stellen.
Dat het anders kan, bewijzen heel veel landen. Daar wordt de ziekteverzekering helemaal niet beheerd door de ziekenfondsen. In veel van die landen liggen de administratiekosten van die ziekteverzekering bovendien een pak lager. Het wordt hoog tijd dat we dit systeem ook bij ons in vraag durven te stellen. Deze regering neemt al maatregelen om de ziekenfondsen meer te responsabiliseren, maar dat is niet genoeg. Mijnheer de minister, bent u het daarmee eens?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, vorige week spraken we hier over de graaicultuur binnen uw beleid. Die graaicultuur betrof toen de thuisverpleging en twee dagen later de apothekers. Vandaag staan we hier dankzij een waakzame journalist, de heer Jeroen Bossaert, voor de graaicultuur binnen onze ziekenfondsen.
De ziekenfondsen hebben meer geld in hun kluizen dan de Nationale Bank van België. Samen hebben ze een eigen vermogen van 6,1 miljard euro, waarvan 5,2 miljard euro in beleggingen. Mochten ze dat bedrag vandaag in het begrotingsgat storten, dan had u geen problemen meer en dan had premier De Wever zijn begroting in evenwicht.
Het is ook niet verwonderlijk dat grootste mutualiteit de christelijke mutualiteit is. Het Parlement heeft soms nog een geheugen. Vijftien jaar geleden stonden we hier voor de Arcospaarders. Er verdween 1,4 miljard euro van 800.000 mensen, die waren opgelicht ten eeuwigen dage.
Het gaat niet enkel over de christelijke zuil. Ook de socialistische zuil is vertegenwoordigd. Solidaris beschikt over 1,1 miljard euro in de kas.
Wat verandert er, wat is er veranderd ten opzichte van toen? Niets is veranderd. Het zijn de ideologische en de politieke zuilen die zichzelf verzorgen. Dat gebeurde bij de banken, dat gebeurt bij de ziekenfondsen en dat blijft maar voortduren.
Intussen betalen wij 1,28 miljard euro belastinggeld voor werk dat de overheid zelf kan uitvoeren. In 21 van de 27 Europese landen worden alle uitbetalingen immers door de overheid zelf verricht.
Bovendien bestaat er oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld in de hospitalisatieverzekeringen. Geen van de ziekenfondsen betaalt immers belastingen, hoewel ze hospitalisatieverzekeringen aanbieden. Ze realiseren 1,45 miljard euro winst, terwijl een privébedrijf of een privéverzekeraar wel belastingen moet betalen.
Mijnheer de minister, hoelang zal die graaicultuur nog duren?
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, comme vous le saviez sans doute déjà, les mutuelles possèdent un patrimoine financier et immobilier de plus de 6 milliards. Elles pourraient à ce titre figurer au palmarès des grandes fortunes de ce pays.
Obligations, actions, comptes à terme, résidences-services, crèches, hôpitaux, pharmacies, boutiques d'optique, plateformes de consultation médicale, sociétés de logiciels, hôtels en Belgique et à l'étranger, sociétés d'assurance hospitalisation – et j'en passe. On est là bien loin de la gestion des remboursements et des missions sociales de santé publique.
Pourtant, le paradoxe est qu’on entend que les mutuelles n'auraient pas les moyens de contrôler efficacement les maladies de longue durée. Paradoxe encore, on entend que les mutuelles n'auraient pas les moyens de contrôler la situation matérielle justifiant l'octroi du statut BIM.
Monsieur le ministre, allez-vous laisser perdurer les conflits d'intérêts, totalement inacceptables, dans lesquels se trouvent les mutuelles lorsqu'elles sont à la fois organe de contrôle et prestataire de soins ou lorsqu'elles sont membres des organes décisionnels du budget de l’INAMI, qui indiquent les affectations des dépenses de santé?
Allez-vous accepter plus longtemps que l'argent de l'État, des patients et des contribuables destiné à la santé soit utilisé pour gonfler un patrimoine et pour développer des activités étrangères au soutien des malades et à la santé publique?
N'est-il pas temps, aujourd'hui, de revoir fondamentalement le rôle des mutuelles – comme prévu dans l'accord de gouvernement – et de transférer la gestion de l'assurance obligatoire à l’INAMI? N'est-il pas urgent de confier le contrôle des mutuelles à un organisme indépendant des mutualités elles-mêmes?
Je pense qu'il est vraiment temps de prendre ce dossier à bras-le-corps, monsieur le ministre.
Frank Vandenbroucke:
Geachte Kamerleden, degenen die vandaag in de pers alweer aan de klaagmuur staan tegen de ziekenfondsen, zijn welbekend. Hun argumenten zijn compleet versleten.
Alles wat hier gezegd is, over de fiscaliteit, de premies en de zogezegd oneerlijke concurrentie, is veertien jaar geleden al uitvoerig bepleit door Assuralia met dure advocatenkantoren, en werd volledig weerlegd door het Grondwettelijk Hof. Ik denk niet dat ik dat hoef te herhalen.
Waarom blijven ze aan de klaagmuur staan? Ze willen duidelijk meer private verzekeringen in de gezondheidszorg. Ze willen meer vrijheid om supplementen te vragen aan patiënten, zonder onderscheid. Ze willen meer markt, minder solidariteit.
Laten we eens een dossier publiceren over de Verenigde Staten. Daar verloopt het als volgt: duurdere gezondheidszorg, minder betaalbaar, slechtere gezondheid. Dat is niet wat wij willen. Wij willen solidariteit. De ziekenfondsen moeten die organiseren.
Als ik kritisch ben tegenover de ziekenfondsen, druk op hen uitoefen en vraag dat ze beter doen, dan is dat om méér solidariteit te organiseren, sterker op te treden tegen supplementen, mijnheer Bacquelaine, en efficiënter op te treden tegen fraude van bijvoorbeeld een thuisverpleegkundige. Daarvoor moeten de ziekenfondsen 100 miljoen euro borg staan, inderdaad. Ze moeten meer mensen terug aan het werk helpen. Daarop zullen we hen financieel afrekenen. Zij moeten zorgen voor solidariteit. Dat is het model waarvoor ze staan. Die verwachtingen en eisen zijn in het regeerakkoord opgenomen.
Overigens, mijnheer Bacquelaine, u weet heel goed dat we nog eens 150 miljoen euro aan besparingen vragen van de ziekenfondsen. We vragen die niet aan een andere organisatie in de gezondheidszorg, noch aan de private verzekeraars.
Vervolgens is er het verhaaltje over de reserves. Beste Kamerleden toch, wat zijn dat voor simplistische slogans! De wet, die u zelf mee tot stand hebt gebracht, eist dat zij reserves aanleggen. De ziekenfondsen móeten die reserves aanleggen ter beveiliging van hun verplichtingen tegenover de patiënten. U hebt die wetgeving allen mee gemaakt. Mevrouw Bertrand, u hebt in de vorige regeerperiode samen met mij de wetgeving op de ziekenfondsen verstrengd. Mijnheer Bacquelaine, u was daarmee heel blij. Zelfs de voorzitster van de N-VA, in haar toenmalige rol als oppositielid, heeft die artikelen mee goedgekeurd en was heel tevreden.
Echt waar, mevrouw Gijbels, uw voorzitster, mevrouw Valerie Van Peel, vond het heel goed. Nochtans zat ze toen in de oppositie.
Wij hebben wetgeving tot stand gebracht om de controle te verstrengen, want dat was nodig, en we vonden dat heel goed. Die wetgeving legt reserves op, om solidariteit te ondersteunen. Dat is dus volstrekt normaal.
Geachte Kamerleden, ik wil er bijzonder duidelijk over zijn. Er bestaat zoiets als het regeerakkoord. Mevrouw Gijbels, u hebt hier over zaken gesproken die helemaal niet in het regeerakkoord staan. Dat zal dus niet gebeuren. Hetzelfde geldt voor wat de heer Bacquelaine zegt.
Monsieur Bacquelaine, en politique, la parole donnée, cela existe! Et cela vaut, du reste, pour tous les dossiers! J'espère que le MR est un parti de la parole donnée, également dans les autres dossiers qui sont en discussion aujourd'hui. Dans tous les dossiers!
Beste Kamerleden, de inzet is solidariteit. Ik zal nu waarschijnlijk in de replieken nog eens die litanie van goedkope verhalen moeten aanhoren. Ik ga nog eens moeten luisteren naar al die clichés over de ziekenfondsen. Ik zal rustig luisteren, ik zal het regeerakkoord uitvoeren en ik zal vechten voor solidariteit.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik heb maar één conclusie als ik naar u luister. U vindt die situatie perfect normaal en wij begrijpen er niks van. De mensen die dat niet normaal vinden, snappen er gewoon niets van.
U beschuldigt iedereen van leugens: de journalisten, uw collega's van de coalitie, van de MR, van de N-VA. U wilt dat de sterke schouders bijdragen, maar u zwijgt als het over de ziekenfondsen gaat.
Ik heb ook een vraag voor de N-VA. Mevrouw Gijbels, u hebt hier veel vragen gesteld, maar wie heeft net een mooie kerstbonus aan de ziekenfondsen gegeven? Dat is de arizonaregering, die 17 miljoen euro extra gaf.
Dit is hetzelfde verhaal als met de Hulpkas voor de werkloosheidsuitkeringen, mijnheer de minister. Dat zal het volgende verhaal in de Kamer zijn. De Hulpkas moet de werkloosheidsuitkeringen uitbetalen, in de plaats van de vakbonden. Doe iets aan de ziekenfondsen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, uw antwoord is even hallucinant als het vermogen van de mutualiteiten. Het is onbegrijpelijk. U bent al vijf jaar minister met dezelfde bevoegdheid, maar u bakt er helemaal niks van. Tientallen miljarden euro's worden door uw diensten uitbetaald, maar zelden of nooit gecontroleerd. U spreekt over strengere controles, maar blijkbaar werken die niet. Fraude en mistoestanden worden gewoon niet aangepakt. Interne audits gebeuren niet of duren jaren. Uw organisaties draaien vierkant en onprofessioneel. Telkens vraagt u extra geld aan de belastingbetaler om dat alles te maskeren.
U zou beter de stal in uw eigen departement eens uitkuisen en echte besparingen realiseren door de geldverspillende mutualiteiten en vakbonden aan te pakken. De sterkste schouders, weet u wel? Ik vermoed dat dat moeilijk zal liggen bij uw partijvoorzitter, Conner Rousseau, wiens mama de plak zwaait bij Solidaris.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, politieke kleur, ziekenfondsen die ook nog eens vastgoed beheren, eigen verzekeringen kunnen verkopen, participeren in polyklinieken, optiekzaken, apotheken en medische apps, en tegelijkertijd aan tafel zitten waar beslissingen worden genomen over de financiering van onze gezondheidszorg, dat kan niet werken. Nagenoeg elk ander land organiseert dat anders en bovendien goedkoper.
Dat wij ooit een verstrenging van de controles op de ziekenfondsen hebben goedgekeurd, is logisch. Dat u dat als argument gebruikt, kan ik echt niet begrijpen.
Mijnheer de minister, probeer er eens vanop afstand naar te kijken. Dan zult u zien dat ons systeem not done is en ouderwets is, dat er enorme risico’s van belangenvermenging zijn. Dat moet stoppen.
Mijnheer de minister, wij hebben een plan. Ik hoop nog steeds altijd dat een parlementair debat mogelijk is, dat de geesten zullen rijpen en dat we geleidelijk kunnen overgaan tot een afschaffing van de ziekenfondsen als publieke uitbetaler.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, u zou het woord solidariteit nog niet mogen spellen en ik weet niet of u het überhaupt kunt spellen. Zolang men in dit land ofwel liberaal ofwel socialistisch ofwel katholiek kan zijn, zal er niets veranderen.
De heer Moons heeft gelijk. Zolang de moeder van de partijvoorzitter voorzitter is van de raad van bestuur van de socialistische mutualiteit, zal er niets veranderen. Dat is al jaren het geval. Daar zit de belangenvermenging. Men moet niet spreken over solidariteit, maar over belangenvermenging. Er zal niets veranderen, daarvan ben ik honderd procent zeker.
Mijnheer de minister, ik heb heel uw beleidsperiode op Volksgezondheid meegemaakt, de covidperiode, het Medista-schandaal en de universiteit met 65 miljoen. Als u nog één keer het woord solidariteit uitspreekt, zal ik ook eens burlen vanuit het publiek.
Daniel Bacquelaine:
Si j'entends bien, monsieur le ministre, vous trouvez normal qu'à partir de l'argent public dévolu chaque année aux mutualités, l'argent des contribuables et des cotisants des mutualités, on constitue progressivement un capital de 6,1 milliards. Vous trouvez cela normal. Moi, j'ai un problème avec ça, et avec la triple casquette d'organisations qui sont à la fois des acteurs publics, des acteurs privés et des acteurs politiques. C'est inconcevable dans une démocratie qui fonctionne selon des canevas et des règles correctes. Il faut clarifier cela; c'est ce que nous demandons. Nous demandons une clarification, et que chacun reste dans son rôle. Il n'est pas normal, me semble-t-il, au moment où l'on demande des efforts à tout le monde, où l'on réclame des taxes de temps en temps à la population, qu'un secteur y échappe et continue à jouir de privilèges particuliers. C'est le cas des mutualités aujourd'hui.
De uitspraak van de eerste minister waarin hij de Koning 50 dagen de tijd vraagt
De belofte dat werken meer moet lonen
De verhoging van de nettolonen door fiscale maatregelen
Hervormingen in arbeid, fiscaliteit en politieke besluitvorming
Gesteld door
Open Vld
Steven Coenegrachts
PTB
Sofie Merckx
VB
Lode Vereeck
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Steven Coenegrachts en Sofie Merckx (oppositie) kritiseren de regering voor onduidelijkheid en vertraging bij de uitvoering van het regeerakkoord, met name over fiscale maatregelen (btw, indexatie, meerwaardebelasting) en koopkrachtverlies door belastingverhogingen die vooral werknemers en gepensioneerden treffen. Jan Jambon (vicepremier) verdedigt het beleid door te benadrukken dat koopkracht vanaf 2026 stijgt (via belastinghervormingen, maaltijdcheques en kinderbijslag), maar erkent dat details nog worden uitgewerkt—wat Lode Vereeck (N-VA) en Merckx tegenwerpen als bewijs van gebrek aan concrete plannen en oneerlijke lastenverdeling. De kern: ondernemers en burgers eisen duidelijkheid, terwijl de oppositie het akkoord afschildert als onrechtvaardig en onaf.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, het stormt al enkele weken in Arizona, vandaag over de mutualiteiten, maar eigenlijk al drie weken over iets waarover u en de premier waren komen beloven dat er een definitief akkoord was. Het is in dat opzicht maar goed dat de premier ooit 50 dagen tijd is gaan vragen aan de koning, want op die manier heeft hij nog twee weken over om effectief tot een definitief akkoord te komen.
De werven die openliggen, mijnheer de vice-eersteminister, noemt u de losse eindjes. Modaliteiten, denk ik, zult u dadelijk zeggen. In die losse eindjes zijn er twee soorten, collega’s.
Er is de eerste soort, de punten die Vooruit belangrijk vindt. Neem de meerwaardebelasting. Vorige week was daar discussie over. Wanneer gaat ze in? Is dat met terugwerkende kracht? Slaan we een jaar over? In de regering is er een freelancer, de heer Bouchez, en die zei bij Villa Politica dat dat niet kan en dat het tegen de beginselen van de fiscale wetgeving ingaat om dat met terugwerkende kracht te doen, dus slaat de regering een jaar over. Geen 24 uur later besliste de regering om het in maart goed te keuren en het toch met terugwerkende kracht in te voeren. Als de socialisten iets belangrijk vinden, dan kan het snel gaan.
Er is echter ook een tweede categorie, de zaken die de socialisten niet graag hebben, zoals de verhoging van de btw op hotels, zeer specifiek. Zij maken een akkoord met u, bellen vervolgens naar Vlaams minister Depraetere en laten haar een brief schrijven om te vragen of dat toch niet een jaar kan worden uitgesteld. Collega’s, ik ben wel een beetje ontgoocheld, want over de gasfactuur heeft minister Depraetere geen brief gestuurd, maar ieder zijn prioriteiten, natuurlijk.
Mijnheer de vicepremier, de vraag is heel eenvoudig: wanneer kunt u eindelijk duidelijkheid geven? Wanneer komt er zekerheid voor ondernemers? Wanneer gaat u knopen doorhakken? Dank u wel.
Sofie Merckx:
Mijnheer Jambon, mijn eerste vraag is: waar is de eerste minister? Deze ochtend las ik namelijk in de krant dat het kernkabinet gisteren opnieuw vergaderd heeft over de losse eindjes van het regeerakkoord, maar dat er geen witte rook was. Ik wilde dus aan de eerste minister vragen hoe het nu zit in de regering en of er een akkoord is, maar blijkbaar wil de eerste minister niet komen en stuurt hij u.
Le 24 novembre, vous avez annoncé en grande pompe qu’il y avait un accord. Deux semaines et demie plus tard, nous n’avons toujours aucune précision. Il est clair que les 9,5 milliards ont été calculés aux doigt mouillé.
Vous étiez toutefois d’accord sur deux points. Premièrement, vous avez voulu envoyer la facture aux travailleurs et travailleuses de ce pays par le biais d’augmentations de TVA et d’accises, ainsi qu’évidemment par une attaque en règle contre l’indexation de nos salaires et de nos pensions. Deuxièmement, vous avez voulu faire ombre à la mobilisation sociale en cours.
Pour le reste, malgré nos questions, nous n’avons pas eu de réponses. Je vais donc vous les reposer. Vous avez décidé de plafonner l’indexation des salaires au-delà de 4 000 euros brut par mois. Comment allez-vous calculer ces 4 000 euros brut? Les primes de nuit, les primes de fin d’année et les pécules de vacances seront-ils inclus? Comment ferez-vous, par exemple, pour une personne qui travaille à mi-temps? Vous ne savez pas répondre à cette question; en tout cas, M. Clarinval n'a pas su y répondre hier. Pourtant, vous avez inscrit 883 millions d’euros dans le tableau budgétaire. Expliquez-moi comment vous avez fait ce calcul car je ne comprends pas tout!
Monsieur Jambon, le 1 er janvier 2026 approche. Normalement, les salaires de centaines de milliers de personnes doivent être complètement indexés. Cependant, vous avez du retard sur votre planning. Pouvez-vous au moins me confirmer qu’au 1 er janvier tous les salaires seront intégralement indexés?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, er is een ijzeren wet in de politiek, misschien zelfs een gouden regel, en dat is dan dat men moet proberen om de prioritaire voorstellen aan het begin van een legislatuur te realiseren. Als die op het einde van een legislatuur komen, dan is er ofwel geen geld meer, ofwel is uw coalitiepartner niet meer van plan om nog veel toe te geven.
Ik hield mijn hart dus vast toen ik in het regeerakkoord las dat de lastenverlaging op arbeid – die wij natuurlijk steunen, want we zijn het zwaarst belaste land ter wereld – pas in 2029 zou worden uitgevoerd. Als er nog geld is, denk ik dan meteen. Dat zullen we zien.
In die zin was het goed dat de heer Bouchez, die de bui al zag hangen, op een bepaald moment zei dat we dat naar voren gingen trekken en dat al in 2026 en 2027 zouden doen. Wat blijkt nu echter uit dat begrotingsakkoord? Dat komt niet naar voren, het gaat naar achteren, nog na deze regering, naar 2030 voor het laatste miljard.
Wat mogen de mensen nu eigenlijk verwachten? De premier spreekt altijd over 1.000 euro die er netto bij zou komen. Volgens mij is dat gedeeld door 12 ongeveer 85 euro netto per maand, maar volgens de heer Ronse, de N-VA-fractieleider, is dat 150 euro netto per maand. Over hoeveel geld gaat het nu precies? Hoeveel mogen de mensen verwachten en wanneer mogen ze dat verwachten? Als er 1 miljard, een kwart, is doorgeschoven naar 2030, moet ik dan een kwart van die 85 euro nemen en zullen de mensen in 2029 dus gemiddeld 65 euro netto mogen verwachten?
Ik heb nog 10 seconden spreektijd, dus u mag mij ook de indexsprong uitleggen voor mensen die niet via de spilindex werken, want ik kan niet goed volgen.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, collega's, zoals na elk groot politiek akkoord volgt er een fase waarin de details nader moeten worden uitgewerkt. Dat was onder Vivaldi nooit het geval. Dat was een politiek akkoord en de dag daarna lagen alle teksten en wetteksten klaar, uitgewerkt tot in de details. Dat was altijd het geval.
Wij werken de details nog nader uit en dat is niet ongewoon. Op dit moment lopen daarover nog gesprekken binnen de regering. Daarom past het mij niet om vooruit te lopen op beslissingen die nog moeten worden genomen. Ik herhaal evenwel graag dat het gaat om de praktische uitwerking. De grote lijnen liggen vast, de principes zijn helder. Daarover hebben wij hier in het Parlement ook een groot debat gevoerd.
Ten eerste, de maatregelen moeten opbrengen wat in de begroting is ingeschreven. Dat betekent dat er weinig ruimte is voor talrijke uitzonderingen.
Ten tweede, de centenindex moet ondanks de technische complexiteit zodanig worden georganiseerd dat iedereen ongeveer dezelfde inspanning levert.
Zodra de regering tot een akkoord komt, zal het Parlement zoals altijd zijn rol spelen bij de behandeling van de wetsontwerpen. Ik verwijs dan ook graag naar de bevoegde commissies, waar dat debat ten gronde zal kunnen plaatsvinden.
Mijnheer Coenegrachts, ik kan u geruststellen. Wij brengen alle akkoorden in uitvoering. Wij keuren bijvoorbeeld hier in het Parlement straks hopelijk de wet diverse bepalingen goed.
Contrairement à ce que vous essayez de faire croire, madame Merckx, ce gouvernement renforce bien le pouvoir d'achat, et cela dans un contexte budgétaire difficile, où nous demandons à chacun de consentir à un effort. Mais nous continuons à soutenir les personnes qui travaillent.
Permettez-moi de vous rafraîchir la mémoire. La réforme fiscale entrera en vigueur l'an prochain, en 2026. Grâce à l'augmentation du bonus à l'emploi, le salaire minimum progressera de 50 euros net. Avec le relèvement progressif de la quotité exemptée d'impôt, chacun aura un revenu net plus élevé; même pour un salaire médian, par exemple 3 700 euros, le gain restera positif. En tenant compte de l'inflation, cela représentera déjà environ 100 euros par an l'année prochaine, tout en percevant l'indexation complète. Avec un enfant à charge, ce gain monte à environ 165 euros. À cela s'ajoute la hausse du chèque-repas. Avec 200 jours de travail par an et un chèque repas de 10 euros, cela représente 400 euros supplémentaires de pouvoir d'achat. Au total, dès l'an prochain, cela représente environ 500 euros de pouvoir d'achat en plus.
Bovendien zullen alleenstaanden reeds in 2028 de bijzondere bijdrage sociale zekerheid verlaagd zien, wat kan oplopen tot een maximale winst van 365 euro. Ook zal de maximale waarde van de maaltijdcheque opnieuw stijgen.
Overuren, flexi-jobs en studentenarbeid worden makkelijker en interessanter gemaakt, om iedereen die wil werken, ook toe te laten te werken. Iedereen moet aan de slag.
Kortom, deze regering doet wat moet. Saneren en hervormen om de rampzalige budgettaire situatie recht te trekken. Ja, wij vragen een inspanning van de bevolking, daar kan niemand omheen, maar iedereen die werkt wordt beschermd en zal er tijdens deze legislatuur nog op vooruitgaan.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor de moed en zelfopoffering om hier wel te komen antwoorden op de vragen, in plaats van de eerste minister. Hij heeft u achtergelaten met een 'bescheten commissie', zoals wij thuis zeggen.
U hebt zich heel ijverig van uw taak gekweten. Wanneer u hier komt uitleggen dat het normaal is om op 21 juli een zomerakkoord af te sluiten en op 11 december nog steeds over de details te discussiëren, zijn we in de geschiedenis toch verkeerd bezig. Ik denk dat Yves Leterme dat nooit voor elkaar gekregen heeft.
U noemt het losse eindjes en details, maar voor ondernemers zijn dat geen details, mijnheer de minister. Dat is de essentie van ondernemen. Dat raakt aan de kern van hun zaak. U creëert onzekerheid terwijl de economie in brand staat. Terwijl de wereld doordraait, draait uw regering rondjes over de btw.
Alstublieft, de ondernemers vragen om duidelijkheid, om een energiekorting en om duidelijkheid over de nachtarbeid. Make it happen . Ga aan tafel zitten en sluit een akkoord.
Sofie Merckx:
Monsieur Jambon, vous nous dites que le pouvoir d'achat va être amélioré sous ce gouvernement, mais qui paie la TVA sur les frites? Le travailleur ne la paie-t-il pas? Qui va payer les accises sur le gaz? Ce ne sont pas les travailleurs? Bien sûr que si! De qui allez-vous raboter l'indexation des salaires? Quels sont les salaires qui augmenteront moins que prévu? Ce ne sont pas ceux des travailleurs? Bien sûr que si, et même des travailleurs qui travaillent très dur. Quant aux retraités qui touchent plus de 2 000 euros brut, n'ont-ils pas travaillé toute leur vie pour mériter cette pension? Si! C'est leur pouvoir d'achat que vous diminuez. Puis, vous parlez de 2030. Entre-temps, les loyers, les minervaux, les taxes communales, etc., les gens n'en verront pas la couleur.
Ensuite, ce qui se passe n'est pas normal. Non, vous n'avez pas trouvé de véritable accord. Vous n'êtes pas forts. Les gens doivent le savoir: rien n'est voté. Le mouvement social n'est pas à l'arrêt, malgré tout, et annonce déjà de nouvelles actions. Nous y serons présents (…)
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, werken moet lonen, al is dat op zich nominaal geen doel. Het doel is dat men daarmee meer koopkracht krijgt. Het is namelijk niet interessant om enkel meer nettoloon op de rekening te krijgen als alles duurder wordt. Wanneer we de optelsom van alle belastingen maken, zien we dat er reeds beslist is om 3,9 miljard euro aan belastingen toe te voegen, terwijl er in totaal 3,8 miljard euro aan lastenverlagingen zijn. Ik heb het dan nog niet over de indexsprong. Dit is dus geen vestzak-broekzakoperatie, u zit gewoon in de zakken van de mensen. Ik kan nu al zeggen dat gescheiden mensen die met aardgas verwarmen armer zullen worden en geen klein beetje! Gezinnen waar een huismoeder of huisvader werkt, zullen eveneens armer worden. En dan heb ik het nog niet over de Vlaamse maatregelen. Daarnaast nog een punt. Het voordeel van de indexsprong gaat niet naar de bedrijven. U roomt dat voor de helft af. Zij zullen dus belastingen betalen op een loon dat niet wordt uitbetaald, dat niet bestaat! Op die manier zal de belastingdruk uiteraard stijgen.
Euroclear
Euroclear
Euroclear
De beslissing van de EU met betrekking tot Euroclear
Euroclear
De toespraak van de eerste minister in het Paleis voor Schone Kunsten
Het EU-plan voor de Russische tegoeden
De impact van de activatie van de Russische tegoeden bij Euroclear op de Belgische begroting
De bevroren Russische tegoeden en Oekraïne
Bevroren Russische tegoeden, Euroclear en impact op EU en België
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 4 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Belgiës verzet tegen het Europese plan om bevroren Russische tegoeden (€250 miljard) bij Euroclear te gebruiken voor Oekraïne, tenzij aan drie harde voorwaarden wordt voldaan: volledige risicomutualisering, liquiditeitsgaranties voor Euroclear en een billijke lastenverdeling tussen alle EU-landen. Premier De Wever benadrukt dat België niet alleen het financiële risico (juridische claims, Russische tegenmaatregelen) kan dragen en wijst op het gevaar voor de financiële stabiliteit, terwijl hij de loyaliteit aan Oekraïne en Europa bevestigt, maar geen "blanco cheque" geeft. Critici zoals Dedecker en Bouchez steunen het verzet maar waarschuwen voor Russische intimidatie en het verlies van vertrouwen in België als financieel centrum, terwijl Hedebouw (PTB) en Vermeersch (Vlaams Belang) de EU beschuldigen van roekeloosheid en een gevaarlijke precedent te scheppen. Di Nunzio kaart aan dat De Wever in Bozar zei dat "Ruslands nederlaag niet wenselijk is", wat diplomatieke verwarring zaait, maar de premier ontkent elke verschuiving in België’s pro-Oekraïne-standpunt. Kernpunt: België eist waterdichte Europese garanties voordat het instemt, anders riskeren financiële instorting, juridische claims en geopolitieke escalatie.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, u hebt onze vraag onterecht samengevoegd met andere vragen. Collega Di Nunzio wil een vraag stellen over de volgende uitspraak van de premier in de Bozar: "Het is niet wenselijk dat Rusland de oorlog verliest." Alle andere vragen gaan over Euroclear. Daarom hebt u onze vraag daaraan onterecht toegevoegd. Wij verzoeken dat de vraag van collega Di Nunzio apart wordt behandeld.
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand, de titel is "De uitspraken van de premier over de oorlog in Oekraïne". Het lijkt me dat dat er enigszins in past. Ik kan me vergissen, maar dat lijkt me toch te passen in het kader van de andere vragen.
Mijnheer de premier, ik nodig u uit om vooraan plaats te nemen. De heer Van der Donckt is de eerste vraagsteller.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, ik hoor wat u zegt, maar alle andere vragen hadden als titel "Euroclear". Onze vraag gaat niet over Euroclear, voor alle duidelijkheid.
Wim Van der Donckt:
Mijnheer de eerste minister, collega's, van de grootste ondernemer in dit land tot de hardwerkende arbeider, iedere Belg zal de gevolgen voelen als Europa lichtzinnig omspringt met de Russische tegoeden bij Euroclear.
Wat vandaag nog wordt voorgesteld als een louter technisch financieel debat, kan morgen uitmonden in economische schade, sociale onrust en geopolitieke escalatie. Dat is helaas geen doemdenken. Nog deze ochtend verscheen een duidelijke waarschuwing van voormalig Russisch president Medvedev, die de woorden casus belli in de mond nam, aanleiding voor oorlog.
De boodschap is overduidelijk, de situatie is ernstig. De gevolgen kunnen België rechtstreeks en aanzienlijk treffen. Laat dat even bezinken. Tegen die achtergrond is het opvallend hoe Commissievoorzitter Ursula von der Leyen stellig zegt dat bijna alle Belgische bezwaren zouden zijn weggewerkt. Bijna, dat is geen detail, het is net de kern van het probleem, want wat vandaag ontbreekt, is een sluitende, afdwingbare en collectieve garantiestelling. Europese solidariteit mag geen holle slogan zijn. De voorstellen die nu op tafel liggen, blijven te vaag en te vrijblijvend. Het gaat hier over honderden miljarden euro's. Dat is het equivalent van het pensioen van alle Belgen samen gedurende verschillende jaren.
Mijnheer de eerste minister, gelukkig blijven u en uw regering in deze moeilijke situatie standvastig. Ik heb dan ook maar één vraag. Kunt u het belang van uw terechte verzet toelichten in deze Kamer, het hart van onze democratie?
Jean-Marie Dedecker:
Premier, ik heb er geen enkel probleem mee om het spaarvarken van 185 miljard euro van de Russen en Poetin te laten slachten. Ik heb daar mijn redenen voor. Ten eerste, het is het geld van de Russische maffia en van de kleptocratie van de bende stelende oligarchen. Ten tweede, Poetin heeft zelf alle Westerse bedrijven geannexeerd, zonder één euro schadeloosstelling. Ten derde, hij heeft voor duizenden miljarden euro schade in Oekraïne aangericht en mensen vermoord.
Ik kom dan bij het belangrijkste punt. Als wij het niet verbeurdverklaren, gaat die andere maffialeider, Trump, ermee aan de haal, want ik heb gezien dat het een onderdeel is van zijn 28 puntenplan voor de vrede. Hij wil de helft van die middelen inpalmen en de andere helft aan zijn maffiavriend in Rusland teruggeven.
Ik ben het echter voor 100 % eens met u, premier, dat u spijkerharde garanties moet krijgen, zeker wanneer uw arm straks door de Europese mandarijnen wordt omgewrongen. De laffe houding van Europa is al jaren bekend. We hebben een kort geheugen. Misschien waren sommigen nog niet geboren, maar in 1994, bij de onafhankelijkheid van Oekraïne, was dat land de derde grootste nucleaire macht ter wereld. De Amerikanen hebben de kernwapens voor 4 miljard dollar opgekocht en aan Rusland teruggegeven.
Daar stond één voorwaarde tegenover, met name dat Europa, Frankrijk, Duitsland, Engeland en de Amerikanen bescherming aan de Oekraïners zouden bieden. Twintig jaar later stonden de Russen in de Krim. Wat hebben de Duitsers gedaan? Schröder, de voorzitter van Gazprom, zei: wir schaffen das. Wat hebben we gedaan? Niets. We hebben over ons heen laten lopen in Europa.
Als u geld geeft, als u geld moet geven, vraag dan spijkerharde garanties, want ik vertrouw niemand in deze zaak.
Koen Van den Heuvel:
Collega’s, wat zich rond Euroclear afspeelt, duwt ons land in het oog van een storm. De Europese Commissie blijft aandringen op een lening voor Oekraïne, gefinancierd door de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear.
Laat mij echter duidelijk zijn: voor ons is het onmogelijk dat we dat zonder ijzersterke garanties toelaten. Ik denk niet dat we daardoor asociaal of onredelijk zijn. Als dit doorgaat, is het immers niet alleen nefast voor de financiële stabiliteit van ons land, maar ook voor de financiële stabiliteit van de hele eurozone. Ik heb het dan nog niet gehad over de financiële geloofwaardigheid van ons land. Wie zal immers nog investeren of zijn geld beleggen in een land dat zich niet aan de afspraken houdt?
Voor ons is het dan ook duidelijk: wij zien geen enkele reden waarom België dit risico alleen moet dragen. Wij geven geen blanco cheque die nefast zal zijn voor elke Belgische belastingbetaler. Voor cd&v is het duidelijk, wij hebben nood aan Europese samenwerking, zeker om de vele uitdagingen van de 21 ste eeuw aan te pakken en om Oekraïne te steunen tegen de Russische tirannie. Dat mag echter niet betekenen dat België te veel alleen moet dragen. Dat is niet de Europese samenwerking die wij willen.
Beste collega’s, dit dossier vraagt eensgezindheid. Dit dossier overstijgt alle partijgrenzen. Dit is de strijd van de voltallige Belgische regering, want dit dossier belangt het hele land aan. Beste premier, beste minister Prévot, cd&v roept u duidelijk op om te volharden en te weerstaan aan de buitenlandse druk, zelfs wanneer die de volgende dagen intenser wordt. Zonder ijzersterke (...)
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, 65 milliards d'euros russes sont actuellement gelés, et 193 milliards immobilisés. On parle d'un montant total de 250 milliards d'euros sur notre territoire, soit beaucoup plus que le budget du gouvernement fédéral pour une année.
Les propositions de la Commission européenne de saisir ces actifs ou de les utiliser comme garantie comportent au moins trois risques majeurs pour notre pays. Le premier est un risque financier, puisque, à tous les coups, nous perdrions sur le plan juridique si la Russie devait entamer des actions. Ce serait un précédent inédit et une violation de la propriété privée, qui ne se justifie pas dans ce cas.
Le deuxième est un risque politique, un risque pour notre réputation. Comment faire encore confiance à la Belgique si, lorsque des avoirs étrangers se situent dans notre pays, ils peuvent être confisqués quelle que soit la situation? Cela engage le futur d'Euroclear sur notre territoire.
Il y a enfin un dernier risque sécuritaire, puisque des représailles seraient à craindre pour notre pays, qui n'est pas un belligérant dans ce conflit, en tous les cas à ce stade.
Par ailleurs, monsieur le premier ministre, aujourd'hui, l'Europe veut mobiliser des moyens de manière légitime, mais est totalement absente du processus politique qui doit conduire à un cessez-le-feu et à la paix. En outre, l'Ukraine est sujette à des faits de corruption extrêmement graves.
Alors, aujourd'hui, nous voulons affirmer à quel point notre soutien à l'Ukraine est total, mais il ne peut pas être aveugle et irresponsable.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, vous avez raison de tenir tête à la Commission européenne et à Ursula von der Leyen. Cette pression exercée sur notre pays est vraiment intolérable. Elle l’est parce que le danger est multiple si nous acceptons cette décision de confisquer les avoirs russes détenus ici par Euroclear.
Pourquoi est-elle dangereuse? Je suis franchement d’accord avec votre raisonnement, elle est dangereuse pour la Belgique car ce sont bien nous qui devrons payer. Les autres pays européens ne donnent aucune garantie.
Elle est aussi dangereuse pour la stabilité de tout le système financier européen. Quel pays du monde sera prêt à investir ici si, en fonction des intérêts géostratégiques européens, nous décidons de confisquer les avoirs? C'est fou! Cela reviendrait à dire, par exemple, que nous confisquons les avoirs de la Russie mais pas ceux des Israéliens.
Je suis votre raisonnement, cette stabilité est importante. Ici, on entend dire à légère que la stabilité de l’économie mondiale importe peu, mais ce sont les travailleurs qui vont en payer le prix. Monsieur le premier ministre, vous avez raison, nous ne pouvons pas mettre en danger tout le système économique qui est basé sur la confiance et sur la sécurité juridique.
Par ailleurs, le jusqu’au-boutisme de la guerre est aussi un danger. C’est clair! Cela fait des années que nous répétons que l’idée selon laquelle davantage d’armes et davantage de guerres pourraient créer la paix est illusoire. Cela n’arrivera pas.
Plutôt que de laisser à Trump la possibilité de tout négocier au profit des multinationales américaines, réfléchissons un instant à notre autonomie stratégique européenne. Cessons de courir derrière les Américains et derrière la guerre. Cela ne fonctionnera pas ainsi!
Dans ce sens, monsieur le premier ministre, nous vous soutenons et nous espérons que les autres partis maintiendront également leur soutien car la pression sera énorme.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de eerste minister, mijn vraag gaat niet over Euroclear. Daar zijn we het over eens. Ze gaat wel over het volgende.
"Qui croit vraiment que la Russie va perdre en Ukraine? C'est une fable, une illusion totale. Ce n'est même pas souhaitable qu'elle perde."
Wie gelooft er echt dat Rusland de oorlog in Oekraïne zal verliezen? Dat is een fabel. Het is een illusie. Het is zelfs niet wenselijk dat Rusland verliest. Dat waren uw woorden in Bozar op maandagavond tijdens de Grandes Conférences Catholiques. Ik was stomverbaasd, mijnheer de eerste minister, om te moeten lezen in de Franstalige pers dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland verliest.
We zitten intussen in het vierde jaar van de oorlog tegen Oekraïne. België heeft de Russische agressie van bij de invasie, van meet af aan scherp veroordeeld. Voor ons is Oekraïne een vrij, een soeverein en een onafhankelijk land en geen deel van Rusland. U zei evenwel dat het niet wenselijk is dat Rusland de oorlog in Oekraïne verliest. U stelde bovendien dat het een fabel is te geloven dat Rusland kan verliezen. Onvoorstelbaar.
Daarnaast sprak u ook over rechtstreekse boodschappen vanuit Moskou ten aanzien van ons land en ten aanzien van uzelf dat u het voor de eeuwigheid zou voelen als Russische tegoeden in beslag zouden worden genomen. Ik heb daaromtrent een aantal vragen voor u, meneer de minister.
Ten eerste, sprak u namens uzelf of namens ons land toen u die uitlatingen deed?
Ten tweede, kunt u bevestigen dat het standpunt van België ongewijzigd blijft?
Ten derde, wanneer u spreekt over dreigementen, wat is de exacte inhoud van die dreigementen? Hoe hebben die dreigementen u bereikt? En vooral, en niet onbelangrijk, heeft die intimidatie vanuit Moskou de positie van ons land beïnvloed?
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, men zegt wel eens dat de Europese Unie geen ideologie heeft. Nochtans heeft de Europese Commissie een talent dat heel wat communistische economen jaloers zou maken, want ze kan een onteigening verkopen als solidariteit. Communisten pakten vroeger tractoren en landbouwgronden af; Europa pakt gewoon 190 miljard euro. De communisten hadden nog de eerlijkheid om te zeggen dat ze uw bezittingen kwamen afpakken. De Commissie verpakt het als een Oekraïneplan.
Europa wil de geblokkeerde tegoeden bij Euroclear gebruiken als onderpand voor leningen aan Oekraïne. Dat houdt gigantische risico’s in voor de burgers in dit land. Niet alleen wijst Rusland erop dat dit een oorlogsdaad is. Ook de Europese Centrale Bank weigert mee te stappen in dat juridische drijfzand. Dat wil wel iets zeggen, collega’s. Eén verkeerde zet en het vertrouwen in Euroclear, het eurosysteem en het financiële systeem stort in. Experts waarschuwen bovendien dat België in het ergste scenario zelfs failliet kan gaan wanneer Rusland stappen zet en wij moeten terugbetalen. Het gaat om een som die overeenkomt met een derde van de volledige economie van dit land.
Europa luistert niet naar die terechte bezorgdheden. In plaats daarvan zoekt de Europese bemoeibrigade van de Europese Commissie nu een manier om dit land buitenspel te zetten door de unanimiteitsregels te omzeilen. Met andere woorden, uw Europese schoonmoeder, Ursula von der Leyen, wil u schaakmat zetten. Ze wil uw veto en daarmee de bescherming van de belastingbetaler in dit land gewoon uitschakelen.
Mijnheer de premier, de vraag is eenvoudig, maar dringend. Kunt u ons garanderen dat u niet zult buigen voor uw Europese schoonmoeder?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de premier, we zitten in vieze papieren. Er hangt een zwaard van Damocles boven ons hoofd, een zwaard dat ons mogelijk heel hard kan treffen, zowel op financieel als op juridisch vlak. U eist hiervoor onvoorwaardelijke solidariteit van de andere Europese landen en dat is zeer terecht. U hebt daarin gelijk.
Er is echter een aspect aan deze problematiek dat ervoor zorgt dat de andere landen hun stekels opzetten. Elk jaar krijgt ons land 1,2 miljard euro extra inkomsten omwille van de Russische miljarden die bij Euroclear staan. Dat is geld dat we niet ontvangen op basis van onze eigen economie, maar dat we alleen krijgen omdat Oekraïne zich, met een grote menselijke kostprijs, verweert tegen de Russische illegale invasie en vecht voor de democratie in Europa.
Dat is het enige geld dat ons land bijdraagt aan de strijd in Oekraïne en dan nog zonder veel transparantie. Het geld wordt verstopt in het grote budget van Defensie, met de belofte dat het zal worden gebruikt voor militaire steun aan Oekraïne. Er was een afspraak met Europa om dat geld in een Europees fonds voor Oekraïne te storten, zodat voor iedereen transparantie bestaat over de besteding ervan, maar u doet dat niet. Natuurlijk irriteert dat de andere lidstaten. Het betekent ook dat ons land tot op vandaag nog geen enkele euro aan eigen middelen heeft besteed aan hulp voor Oekraïne, in tegenstelling tot de andere Europese landen. Ook dat irriteert de andere lidstaten.
Waarom investeert ons land geen eigen middelen in de strijd tegen Rusland en in de verdediging van onze democratie? Los dat probleem op, toon solidariteit en dan zal het begrip van de andere landen voor onze situatie groeien.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, j'ai déjà dit voici quinze jours que j'étais solidaire de votre position, mais je sens quand même une petite musique qui est en train de monter et qui m'inquiète. "Pourquoi se bat-on?" demandent certains. Eh bien, on se bat pour qu'une nation européenne nommée "Ukraine" reste libre – libre de son destin – et respectée dans ses frontières, pour que ses civils cessent d'être bombardés chaque jour, pour qu'en 2025 les frontières en Europe ne puissent pas être changées par la force parce que, sinon, ce serait la défaite du droit international. On se bat pour que la Russie de M. Poutine comprenne qu'elle ne peut pas attaquer ses voisins, terroriser ses opposants et perturber les démocraties européennes en imaginant qu'elles resteront sans réaction. On ne soutient pas l'Ukraine par simple devoir moral, mais parce qu'il s'agit aussi de notre sécurité et que la guerre hybride, qu'on le veuille ou non, a déjà commencé. C'est pour toutes ces raisons que le soutien à l'Ukraine est essentiel. Il ne s'agit pas tellement de les rendre forts sur le théâtre de la guerre, mais de les rendre forts pour qu'ils puissent négocier la paix.
Donc, comme je l'ai déjà dit ici, je comprends que la Belgique demande de manière préférentielle un emprunt européen, comme ce fut le cas pour le covid. Je comprends qu'à défaut, la Belgique réclame des garanties extrêmement fortes et qu'elle ne soit pas toute seule à devoir en payer d'éventuelles conséquences. Cependant, prenons garde: ne véhiculons pas le doute et le défaitisme, par exemple en déclarant que la Russie ne perdra jamais cette guerre.
Dès lors, monsieur le premier ministre, ma demande est très claire. Oui, obtenez les garanties pour protéger notre pays et partager les risques. Mais, dans le même temps, réitérons clairement notre soutien à l'Ukraine et disons avec force que les intimidations de M. Poutine ne fonctionnent pas.
Voorzitter:
Bedankt, collega’s. Merci, chers collègues.
Mijnheer de premier, u krijgt zoals gezegd iets meer spreektijd voor uw antwoord. Ook de vraagstellers zullen wat meer tijd krijgen voor hun replieken.
Bart De Wever:
Merci, chers collègues, pour vos questions.
Il s'agit en effet d'une question extrêmement importante pour ce pays, une question que je soulève depuis déjà un certain temps au niveau européen. L'utilisation des avoirs immobilisés chez Euroclear pourrait avoir des conséquences potentiellement néfastes, tant pour ce pays que pour l'Europe dans son ensemble. Il existe de nombreuses objections légitimes concernant la légalité d'une telle opération, ainsi que sur les conséquences pour la confiance dans notre système financier et dans l'euro en tant que monnaie de réserve.
Indépendamment encore de toutes ces objections, le gouvernement a toujours posé trois conditions claires avant même d'envisager d'approuver une telle opération. La première condition est une mutualisation de l'ensemble des risques. La Belgique ne peut et n'acceptera jamais d'assumer seule les risques d'une telle opération. Il est important ici de préciser qu'il s'agit du risque total. En vertu des accords bilatéraux existants de protection des investissements, les indemnités pour l'expropriation illégale peuvent en effet largement dépasser la valeur des actifs et inclure des intérêts composés ainsi que des bénéfices non réalisés. Pour nous, les garanties doivent donc, dès le premier jour, couvrir toutes les obligations financières potentielles.
De tweede voorwaarde is een liquiditeits- en risicobescherming. Euroclear moet kunnen beschikken over de betrokken middelen voor het geval dat en op het moment dat het nodig zou zijn.
Een eerste mogelijk geval doet zich voor als het bedrijf het voorwerp zou worden van Russische tegenmaatregelen – dat zal zeker gebeuren – waarvan de financiële schade gedekt zal moeten worden, onmiddellijk. Ik zwijg dan nog over de tegenmaatregelen die Rusland of met Rusland bevriende landen zouden kunnen opleggen tegen anderen, burgers of bedrijven uit dit land of andere lidstaten van Europa.
Een tweede mogelijk geval is dat het bedrijf de tegoeden aan de Russische centrale bank moet terugbetalen. Dat kan het gevolg zijn van rechtspraak of arbitrage en het kan eventueel het gevolg zijn van een vredesakkoord. Het is uiteraard in die zin dat u mijn woorden moet begrijpen. Die oorlog zal op een gegeven moment stoppen. Tegoeden gaan verloren als landen in de klassieke militaire zin een oorlog verliezen. Ik meen dat niemand in de Kamer gelooft dat dit het einde van de oorlog zal zijn, en dus moeten we er ernstig rekening mee houden dat bij een eventueel vredesakkoord er ook een beschikking zal zijn over die tegoeden. Dat is het enige wat ik heb gezegd. Ik vind het beneden alles dat het uit de context wordt getrokken. (Applaus)
Als er mensen zijn die het een goed idee vinden dat een kernmacht militair onder de voet wordt gelopen, met alle gevolgen van dien, moeten ze dat hier vooral zeggen. Dat getuigt van weinig geopolitiek inzicht.
Alleszins, als Euroclear met een liquiditeitsprobleem komt te zitten, heeft dat gigantische gevolgen voor de globale financiële markt. Dat werd onlangs nog bevestigd door de voorzitter van de ECB, die overigens zelf weigert om het risico van zo’n reparation loan te dekken. Al het nodige geld, de nodige liquiditeiten, moet er dus zijn, onmiddellijk, ter beschikking.
De derde voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een billijke lastenverdeling. Het is niet meer dan logisch dat alle lidstaten die over Russische staatsactiva beschikken, in die operatie bijdragen. Men moet die middelen proportioneel en pro rata opvragen bij alle betrokken instellingen binnen het Europees grondgebied en idealiter ook ruimer dan het Europese grondgebied, zoals Lagarde aanbeveelt, met name in betrokken landen die behoren tot de coalition of the willing.
Het voorstel dat de Europese Commissie gedaan heeft, zet wel degelijk stappen in de richting van onze drie voorwaarden, maar voldoet nog niet aan de minimumvoorwaarden die ik zopas heb geschetst, en derhalve kan dat voorstel niet rekenen op de goedkeuring van onze regering en van ons land. (Applaus)
Wij stellen absoluut geen onredelijke eisen. Ieder land in onze situatie zou exact dezelfde eisen stellen. Dat wordt mij ook telkens zo toevertrouwd door menig regeringsleider rond de Europese tafel. Wij zijn bovendien constructief over de fond van de zaak en wijzen op mogelijke alternatieven om in de financiering van Oekraïne te voorzien.
Er mag immers geen enkele twijfel over bestaan. Ons land staat pal achter Oekraïne en wil het nodige doen om dat land sterker en verder te ondersteunen.
Ik betreur het derhalve ten zeerste dat er internationaal allerlei insinuaties en fakenieuws circuleren die ons proberen onder druk te zetten door het tegendeel te beweren. Ik betreur nog meer dat hier één fractie meent op die kar te moeten springen.
Wij zijn loyale Europeanen. Wij staan loyaal achter Oekraïne. Wij zullen altijd kiezen voor vrede, vrijheid en democratie. Wij zijn bereid om daarvoor offers te brengen. Men mag van dit land echter niet het onmogelijke vragen. Dat is de houding van de regering en ik hoop daarvoor de steun te krijgen van het voltallig Parlement. ( Applaus )
Wim Van der Donckt:
Dank u voor dat krachtige antwoord, mijnheer de eerste minister. Als N-VA’er had ik ook niets anders van u verwacht.
Collega’s, dit is hoe echt leiderschap eruitziet: opkomen voor onze werknemers, onze bedrijven, onze spaarders en onze welvaart, onze veiligheid. Dat is exact wat u doet, mijnheer de eerste minister.
Laat u niet afleiden door goedkope spot, valse insinuaties alsof we losers zouden zijn en karikaturale verwijzingen naar onder meer Don Quichot. Zulke opmerkingen dienen het inhoudelijke debat absoluut niet.
Ik geef u een raad. Blijf uzelf, rustig en standvastig. In dezen mag u zelfs koppig zijn. We rekenen op u.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de eerste minister, ik ben het honderd procent eens met uw standvastigheid en met uw argumenten. Het is perfect mogelijk om voor die bedragen een herstellening aan Oekraïne te geven, op één voorwaarde: dat al die landen van de coalition of the willing – wat een fantastisch woord – die ook over ontzettend veel geld beschikken, dat ook consequent doen. Inzake de coalition of the willing , er staat 28 miljard van de Russen in Japan, 15 miljard in Canada, 10 miljard in Luxemburg, 27 miljard in het Verenigd Koninkrijk, 19 miljard in Frankrijk en zelfs 4 miljard in Amerika.
U hebt gelijk, premier. We mogen de dreiging van de unanimiteit van die Europese mandarijnen, die schrik hebben van Orbán en Fico in Slovakije, nooit aanvaarden. Als zij een herstellening geven, moeten we een solidaire borgstelling voor de terugbetaling van die lening tekenen. Ik denk dat Oekraïne daarmee wel gediend kan zijn.
We mogen niet vergeten dat Oekraïne vandaag de grenzen van onze vrijheid en van Europa verdedigt. Dat vergeten wij te vaak.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Voor ons is het heel duidelijk. We moeten pal achter Oekraïne blijven staan en we moeten blijven geloven in de Europese samenwerking, niet alleen voor Oekraïne, maar voor de vele andere uitdagingen. Maar dat mag inderdaad niet blindelings gebeuren. We zijn daarmee niet asociaal of onredelijk, zoals ik daarnet al heb gezegd. De financiële gezondheid en financiële stabiliteit van ons land en van Europa is in het geding en dat is ook heel belangrijk voor elke inwoner van ons land. Wij zeggen daarom heel duidelijk dat dit dossier niet zonder garanties kan passeren. U hebt ze opgesomd: gelijke risicoverdeling, voldoende liquiditeitsvereisten voor Euroclear en een gelijk speelveld, want ook de andere landen met bevroren Russische tegoeden moeten mee in het bad. Dat zijn geen overdreven eisen. Ik kan u alleen maar aansporen om te volharden en om de druk te weerstaan.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie. Finalement, on a pu entendre plus ou moins les mêmes discours dans le chef de pas mal d'intervenants. Mais il ne faut pas se tromper, on n'a pas tous le même objectif. Quand le PTB est d'accord avec vous, c'est parce qu'en fait, il ne souhaite pas réellement la défaite de la Russie, compte tenu d'une certaine histoire et d'une certaine approche de l'Occident.
Il faut être bien clair ici, nous voulons une Russie la plus faible possible pour aller négocier la paix. Qu'on ne se trompe pas, la guerre sera une guerre d'usure, parce que la Russie l'a débutée non pas en Ukraine en 2022 mais en Géorgie en 2009. Son objectif est de contrôler les cinq mers à l'ouest de la Russie, de reconstituer un empire et une zone d'influence qui va nous toucher via des cyberattaques, la présence de drones ou toute autre influence politique. On devra être fort, on devra mobiliser des moyens. C'est la raison pour laquelle ce gouvernement investit fortement dans la Défense, afin de protéger nos concitoyens.
Dans le même temps, monsieur le premier ministre, comme je le disais, on doit aussi être totalement partie prenante du processus politique qui mettra un terme à cette guerre. Il n'est pas normal de devoir mobiliser tant de moyens et d'apprendre via la presse ce que Donald Trump a négocié. C'est une nouvelle fois le reflet de la faiblesse européenne que nous devons corriger par la défense, l'industrie et notre souveraineté/autonomie.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, zoals ik eerder al heb gezegd, steunen we u uiteraard in het verzet tegen de Europese Commissie, die vandaag vraagt om alle Russische tegoeden in beslag te nemen.
Ik was wel graag dieper ingegaan op de vraag wat de strategie van de Europese Raad precies is. Bestaat dat debat in de Europese Raad? Waar wil men naartoe? Wat is het idee over de plaats van Europa in de wereld? Het idee dat we al onze contracten op financieel vlak zomaar aan de kant zouden schuiven, is toch te gek voor woorden? Wat zullen andere landen dan denken? We leven toch niet meer in de periode van de koningen? Wat zullen andere landen denken wanneer we beslissen om dat geld gewoon in beslag te nemen? Dan zullen ze hun eigen banken en structuren op poten zetten.
In welke wereld leven we? Ik heb de indruk dat er in de Europese Raad nog altijd het idee leeft van la grande Europe qui domine le monde, avec les États-Unis d’Amérique .
Dat is gedaan, beste collega's. De wereld is aan het kantelen. We moeten met Europa onze eigen weg volgen. Dat zal natuurlijk gebeuren met uitgestrekte hand naar de landen in het zuiden.
Ziet u niet dat onze economie eraan kapotgaat? De Amerikanen moedigen Europa aan om ermee door te gaan. Ondertussen gaat Europa gewoon de afgrond in, economisch, sociaal en militair. Zo maken ze Europa kapot.
Dat de eerste minister zegt dat we waarschijnlijk niet zullen winnen, is meteen een schandaal. Dat is nochtans wat op het terrein gebeurt. Kijk wat er gebeurt. We moeten zelf diplomatie bedrijven op basis van onze eigen visie.
Sandro Di Nunzio:
Ik juich uw ondubbelzinnige verklaring hier dat ons standpunt ten opzichte van Oekraïne niet is gewijzigd, toe. Het was uiteraard te verwachten dat u de uitspraken van maandagavond zou afdoen als een fait divers en dat u die tot irrelevante opmerkingen zou proberen te herleiden. Het was te verwachten dat u ons zou verwijten de zaken uit de context te trekken. Een ding is echter duidelijk, mijnheer de eerste minister, u hebt die woorden wel degelijk uitgesproken. U hebt gezegd dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland zou verliezen. U hebt dat letterlijk zo gesteld.
Wij willen u met onze opmerkingen niet in een bepaalde hoek plaatsen. Wij willen enkel aangeven dat uw verklaring ongelooflijk belangrijk is. U moet beseffen dat uw woorden, die ongehoord zijn, tellen. U bent premier van dit land. Of u hier spreekt of in een kleinere zaal, dat heeft altijd een weerslag. Uw uitspraak is niet alleen nadelig voor onze diplomatieke positie, maar u voedt daarmee ook de Russische propagandamachine. Die gebruikt dat om ons land weg te zetten als bondgenoot van Rusland. Dat moet u absoluut vermijden. U mag in het dossier niet uit de bocht gaan. U speelt als premier op een ander niveau in de wereld. U moet helder en duidelijk blijven communiceren wat ons standpunt is, zoals u dat hier hebt geformuleerd, namelijk dat we de mensen in Oekraïne en hun strijd steunen en dat we ons tegen de illegale invasie door Rusland verzetten.
Wouter Vermeersch:
Collega's, als Viktor Orbán zich als enige in Europa verzet en een vuist maakt tegen Europa, dan schreeuwt het Parlement moord en brand. Nu zouden we bijna smeken om een premier met de daadkracht en ruggengraat van Orbán. Het belang van het dossier voor de belastingbetaler kan niet worden overschat: vergelding vanuit Rusland, het breken van het internationaal vertrouwen, het ondermijnen van het financiële systeem en zelfs het faillissement van dit land, als we moeten terugbetalen. Voor dat laatste hebben we de Russen zelfs niet nodig.
Mijnheer de premier, u bent al zeer goed bezig om dit land naar de afgrond te brengen. U en ik, wij hier allemaal, hebben op de schoolbanken geleerd dat Europa voor welvaart en vrede moet zorgen. Vandaag houdt Europa zich bezig met het maken van schulden en het stoken van oorlog. Euroclear ligt in België, in Vlaanderen. Dus wij, Vlamingen moeten beslissen over de geblokkeerde tegoeden en niet Ursula von der Leyen of de Europese Commissie.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de premier, de Verenigde Staten hebben hun steun aan Oekraïne ingetrokken. Europa moet de hele zaak nu zelf financieren en dat is precies de kern van het probleem waarover we het hier vandaag hebben. De meest logische oplossing voor dat probleem is dat Europa dat geld leent op de financiële markten en het dan aanwendt voor de steun aan Oekraïne. De Hongaarse premier Orbán verhindert dat. Ons land mag niet het slachtoffer worden van de collaboratie van Orbán met Rusland. Dat is niet aanvaardbaar.
Als we willen dat Europa solidair is met ons land, zullen we zelf ook uit de pijp moeten komen. U hebt herhaald dat ons land loyaal achter Oekraïne staat en ik ben daarvan overtuigd; ik twijfel daar niet aan. Dat moet echter ook blijken uit daden. Als we onze democratie echt willen verdedigen, zal ons land eindelijk eigen middelen moeten vrijmaken om de Russische agressor tegen te houden. De begroting van 2026 komt eraan. Toon aan de Europese collega’s dat we aan de juiste kant staan. Toon dat ook wij de nodige middelen inzetten om Oekraïne te steunen. Dat zijn we verplicht aan Oekraïne, dat zijn we verplicht aan onze democratie en dat zijn we verdomme verplicht aan onszelf.
François De Smet:
Merci monsieur le premier ministre d'avoir rappelé le soutien clair de notre pays à l'Ukraine. C'était évident – et vous l'aviez déjà formulé –, mais je crois qu'il était nécessaire de le rappeler maintenant. J'espère que le message sera arrivé auprès des autres pays européens et de la presse européenne. Deuxièmement, ne soyons pas naïfs à propos des objectifs de M. Poutine. Son objectif premier est de semer la discorde entre nous, dans nos pays et entre pays européens. En conséquence, la meilleure réponse à lui apporter est de parvenir à un accord. Vous avez raison de tenir jusqu'au bout, mais il faut absolument que les Européens aboutissent à un accord qui permette de libérer cet argent pour l'Ukraine, d'une manière ou d'une autre. J'espère avec vous que les autres pays membres de l'Union comprendront qu'ils devront prendre leur juste part de la charge et du risque. Sinon, nous ne serons simplement pas à la hauteur de la tâche que l'histoire nous donne aujourd'hui.
De golf aan faillissementen en de toestand van onze economie
De sluiting van Carrefourvestigingen en het toenemend aantal faillissementen
De mogelijke sluiting van Carrefourvestigingen
Het belang van het sociaal overleg in het kader van de crisis in de hypermarktsector
Economische crisis, faillissementen en sociaal overleg in de detailhandel
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 4 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden kritiseren minister Clarinval scherp omdat zijn regering volgens hen te traag en onvoldoende concreet reageert op de golf aan faillissementen (recordniveau), massale ontslagen (o.a. Agfa, Carrefour, Leen Bakker) en de-industrialisering, terwijl bedrijven en kmo’s verzanden in hoge kosten, Europese regeldrift en energiekosten. De minister verdedigt zich met beloften over toekomstige maatregelen (1 miljard euro lagere sociale lasten, 300 miljoen euro energiekorting, loonkostverlaging via geïndexeerd plafond) en benadrukt lopende studies en overleg met sociale partners, maar critici zoals Coenegrachts en Van Lommel noemen dit "leeg gepraat" en eisen onmiddellijke, tastbare actie in plaats van rapporten voor 2026. Sophie Thémont (PTB) en Anne Pirson (Les Engagés) hameren op de precarisering in de grootdistributie (franchising, ontslagen, zondagswerk) en dringen aan op strengere bescherming van werknemers via sociale concertatie, terwijl Thémont de regering beschuldigt van "exploitatiebevorderend beleid". Clarinval houdt vol dat structurele oplossingen tijd nodig hebben, maar de oppositie gelooft hem niet meer en ziet een regering die speelt met economische levens (vgl. "vogelpik"-metafoor) terwijl bedrijven ten onder gaan.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik weet niet goed hoe ik in het Carrefour-rijtje terecht ben gekomen, al zal ik mijn best doen creatief te zijn en eveneens een vraag over Carrefour te stellen. Mijn vraag gaat echter over vogelpik.
Vogelpik is een zeer populair spel. Het is altijd goed dat politici voeling houden met de samenleving. Nu hebben we echter vernomen, mijnheer de minister, dat u ook in het kernkabinet vogelpik speelt.
Gaat de meerwaardebelasting in op 1 januari of niet? Jan Jambon gooit een pijltje. Gaat het ticket van Pairi Daiza van 6 naar 12 %? De heer Clarinval gooit een pijltje. Blijft het ticket van de Zoo van Antwerpen op 0 %? De heer De Wever mag gooien. Naar een alternatieve film tegen 6 %, naar een Disneyfilm met de kinderen tegen 12 %: het dartsbord zal beslissen.
Mijnheer de minister, terwijl u vogelpik speelt, gaan er jobs verloren. Mensen verliezen hun inkomen. Vandaag werden bij Agfa-Gevaert 145 ontslagen aangekondigd. Bedrijven gaan dicht en andere hebben het moeilijk, terwijl u over mekaar rolt over de prijs van filmtickets. Shame on you .
Mijnheer de minister, wanneer zult u actie ondernemen om de jobs van mensen te beschermen? Wanneer gaat de energiefactuur voor bedrijven eindelijk omlaag? Wanneer zult u zich daadwerkelijk bekommeren om de economie?
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de minister, er zijn in dit Parlement mensen die alles wat jullie doen ongelooflijk fantastisch vinden en zichzelf heel graag bezig horen. Dat kenmerkt de Wetstraat. Politiek personeel dat de voeling met de buitenwereld volledig kwijt is en van zichzelf vindt dat het ongelooflijk goed bezig is.
Maar niets is minder waar, minister. Kijk hoe het gesteld is met de ondernemingen in ons land. Soms gaat het over geruchten, zoals in het geval van Carrefour. In andere gevallen spreken we over concreet jobverlies of nog erger.
Het gaat trouwens allang niet meer over de kroonjuwelen die hun activiteiten afbouwen of die verdwijnen, het gaat ook over kmo’s die elke dag opnieuw getroffen worden. Dat wordt vertaald in recordaantallen faillissementen. Ik heb u daar al over ondervraagd, maar u blijft altijd naast de kwestie antwoorden.
Het aantal faillissementen is in de jongste tien jaar nog nooit zo hoog geweest als nu. Los daarvan daalt de industriële activiteit in ons land jaar na jaar. U en uw premier blijven zich echter scharen achter de Europese Unie, die met haar regeldrift en waanzinnigheid onze bedrijven kapotmaakt. Denk aan de verwoede pogingen van de Europese Unie onze bedrijven op te zadelen met allerhande rapporteringsverplichtingen, waarvoor ze een leger medewerkers in dienst moeten nemen. Denk maar aan Peppol, dat u door de strot van al die bedrijven wil blijven duwen om na Money Control straks ook aan invoice control te doen. De afleveringen over het leven in het Big Brotherhuis zijn er haast niks tegen.
Mijnheer de minister, mijn vraag is heel duidelijk. Wat zult u doen om het tij van deze leegloop en deze golf van faillissementen te keren?
Sophie Thémont:
Monsieur le vice-premier ministre, on commence déjà à voir les publicités des grandes enseignes avec les guirlandes de Noël, les cageots d'huîtres, les bouteilles de mousseux. En face, il y a les annonces inquiétantes de Carrefour: les boules de Noël, mais surtout la boule au ventre. C'est la dixième saison d'une série noire: Makro, Delhaize, Cora, maintenant Carrefour. À chaque fois, c'est le même scénario. Des patrons qui engrangent des bénéfices d'un côté et des milliers de travailleurs plongés dans l'angoisse de l'autre côté.
À la veille de Saint-Nicolas et de Noël et au milieu de vos réformes sociales violentes – augmentation de la TVA, saut d'index –, toutes ces familles se demandent si elles vont devoir encore être plus flexibles, si elles vont devoir perdre leur job, si elles retrouveront du boulot, mais surtout assez vite pour échapper au couperet. Tout cela dans un secteur où les licenciements collectifs, les restructurations, les franchises mettent de plus en plus de travailleurs dans d'énormes difficultés. Tout cela dans un secteur qui veut généraliser les ouvertures le dimanche et tard le soir, D'ailleurs, je voulais vous remercier parce que je trouve cela super sympa pour les femmes. Encore une fois, que vont-elles faire de leurs enfants le dimanche? Tout cela dans un secteur où on engage de plus en plus d'étudiants, de personnes en intérim ou avec des contrats précaires. La grande distribution traite les travailleurs comme de la lessive en promotion, et cela me met en colère.
Les travailleurs ce ne sont pas des produits qu'on brade ou qu'on jette quand ils sont gênants. Et vous, que faites-vous? Vous faites des réformes qui encouragent toujours plus ces grandes enseignes à mépriser celles et ceux grâce à qui elles s'enrichissent.
Monsieur le ministre, vous voulez valoriser le travail. Dès lors, quelles mesures prenez-vous pour corriger le tir et protéger les travailleurs?
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, on dit toujours qu'une information en chasse une autre. Hier, on apprenait la faillite de Leen Bakker, avec la perte de 250 emplois. Je ne vais pas dire que cette mauvaise nouvelle est passée inaperçue, mais c'est vrai que l'annonce d'une vente possible des activités de Carrefour en Belgique a vite pris le dessus sur l'actualité. Ce n'est pas une simple rumeur, c'est vraiment un séisme potentiel dans un secteur qui a déjà été ébranlé par les restructurations successives: Delhaize avant-hier, Mestdagh hier, Cora en début d'année et maintenant Carrefour.
Hier, en quelques heures, en quelques minutes même, des milliers de familles ont été plongées dans l'incertitude alors qu'elles sortent de plusieurs années de tensions sociales. Il faut se rendre à l'évidence, la grande distribution est en train de changer de visage: effritement du modèle des hypermarchés, concurrence salariale exacerbée depuis les franchisations, automatisation accélérée, pression logistique et marges en chute libre. Ces transformations interrogent la capacité de notre marché du travail à absorber ces chocs et ces changements.
Dans ce contexte, Les Engagés veulent rappeler une chose simple, à savoir que la concertation sociale n'est pas un décor, c'est un garde-fou, un amortisseur, un pilier. Sans ce dialogue, ce secteur court à la casse sociale et c'est inacceptable, monsieur le ministre. Ce pays a besoin de clarté, de prévisibilité et de fermeté.
Monsieur le ministre, quelles actions structurantes le gouvernement entend-il mener pour accompagner la transformation du marché de l'emploi dans la grande distribution? Surtout, des contacts ont-ils déjà été pris avec les partenaires sociaux et avec la direction de Carrefour Belgique pour garantir transparence, stabilité et dialogue?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, geachte Kamerleden, net zoals u heb ik kennisgenomen van de berichten in de pers over een mogelijk vertrek van Carrefour uit de Belgische markt, wat de werknemers begrijpelijkerwijs ongerust heeft gemaakt.
Ik merk evenwel op dat de directie van Carrefour België die informatie snel heeft tegengesproken. Zij bevestigde dat de groep niet van plan is om het land te verlaten. Men herhaalde dat Carrefour al enige tijd opnieuw rendabel is.
Ik volg de situatie al meerdere jaren van zeer nabij op, reeds van in de vorige legislatuur, samen met mijn regeringscollega's. Ik zal waakzaam blijven en tot actie overgaan wanneer dat nodig is.
De handels- en distributiesector wordt geconfronteerd met grote structurele uitdagingen: marges die onder druk staan, toegenomen concurrentie, hoge operationele kosten en de snelle opkomst van de e-commerce. Daarbij komen de reeds lang lopende gesprekken tussen de sociale partners over de structuur van de paritaire comités. Die onderhandelingen boeken weinig vooruitgang.
J'ai donc récemment demandé une étude auprès du SPF Emploi, Travail et Concertation sociale ainsi qu'auprès du Conseil Central de l'Économie (CCE), en vue d'objectiver la situation actuelle du commerce, des impacts que cela a sur leur compétitivité. Je les ai également invités à proposer des pistes de solutions. Le but est que le tout soit présenté et discuté avec les acteurs du secteur au milieu de l'année 2026. Il est essentiel que la concertation sectorielle apporte rapidement des solutions.
J'ajoute que nous entretenons des contacts réguliers avec l'ensemble des acteurs du secteur de la distribution afin d'entendre leurs préoccupations et d'identifier avec eux les leviers d'action les plus efficaces. J'ai d'ailleurs encore moi-même rencontré, voici une dizaine de jours à peine, le patron de Carrefour Belgique.
En ce qui concerne vos questions plus générales concernant les faillites en Belgique, messieurs Coenegrachts et Van Lommel, la Belgique est en effet confrontée à un contexte économique difficile. Nous avons atteint un pic de faillites ces derniers mois, particulièrement en novembre, un mois qui concentre traditionnellement davantage de décisions judiciaires. On ne peut nier cette situation économique difficile et c'est précisément pour y répondre que le gouvernement a pris des mesures.
Et ce sont des mesures fortes. La première consiste en un milliard d'euros de réduction de cotisations sociales qui vont s'étaler dans le courant des années à venir. La seconde, c'est une réforme de la norme énergétique qui sera mise en œuvre l'année prochaine et une diminution de 300 millions d'euros des coûts électriques pour l'ensemble des acteurs. Mais ce sont aussi plus de 800 millions d'euros d'ajustement grâce à l'indexation plafonnée pour alléger le coût salarial au sein des entreprises. Permettez-moi par ailleurs de rappeler que je mène aussi des réformes nombreuses et importantes du marché du travail qui permettront d'apporter de véritables améliorations en termes de compétitivité.
Ces mesures sont en train d'être exécutées. Cela prend effectivement du temps. Toutes ne sont pas encore implémentées, certaines sont implémentées en phases. Mais je suis certain que toutes ces mesures porteront leurs fruits dans le courant de l'année prochaine et permettront de diminuer drastiquement le nombre de faillites en Belgique dans les années futures.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor de eervolle vermelding in uw antwoord, maar ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag.
Wat is er nu aan van dat zogenaamd akkoord? U zegt dat het wat tijd in beslag neemt, maar wij hebben er vorige week heel wat tijd aan besteed. We hebben twee dagen lang gediscussieerd over uw akkoord!
Vandaag werd het duidelijk. ceci n’est pas un accord . Het is een vals akkoord! Gezien het tempo waarmee uw regering zaken verduidelijkt, valt aan te nemen dat we pas tegen het carnavalsakkoord zullen weten wat u nu eigenlijk beslist hebt.
Ondertussen verliezen we tijd. Ondertussen verliezen mensen hun job en hun inkomen. U zegt dat u een studie zult laten uitvoeren, maar dat zal niet genoeg zijn.
Wij verwachten concrete maatregelen. Concrete maatregelen die zuurstof geven aan onze industrie, onze bedrijven, onze kmo’s en de zelfstandigen, maak daar alstublieft werk van.
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de minister, u hebt vandaag opnieuw geen krachtig signaal de wereld ingestuurd. Uw regering zit ondertussen bijna een jaar in het zadel. Wat hebt u concreet gerealiseerd om echt iets te doen aan de toestroom van faillissementen of om de de-industrialisering van Vlaanderen aan te pakken? U overlegt wel met de gewesten, maar resultaten zien we niet. Waar blijft uw fameuze kmo-plan, waar we al bijna een jaar op wachten en dat werd beloofd? We hebben er niets van gezien.
Mijnheer de minister, uw geloofwaardigheid begint een probleem te worden. U blijft de Vlamingen behandelen als uitgeperste citroenen die u vervolgens op de grond gooit om het laatste sap uit de zeste te stampen. Het begrotingscircus van vorige week toonde nogmaals aan dat deze regering een aanslag pleegt op iedereen die in dit land werkt, spaart en onderneemt. Dat is wat Arizona kenmerkt.
Sophie Thémont:
Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie.
Permettez-moi de douter fortement des propos de Carrefour puisque, depuis la franchisation des magasins Delhaize, excusez-moi, mais tout est possible en Belgique. En réfléchissant un tout petit peu, je me dis qu'il n'y a jamais de fumée sans feu.
Si vous avez lu la presse, vous aurez vu que Brico comptait franchiser 10 magasins pour alléger ses finances. Là encore, cela se soldera par des pertes d'emplois. Dans la grande distribution, on voit bien que la franchise devient la norme.
Monsieur le ministre, je vous invite plutôt à dire à Carrefour et à toutes les grandes multinationales qu'elles doivent arrêter de jouer au Monopoly avec la vie de leurs salariés. Elles ne peuvent ériger leur recherche de profit en modèle de société. Le monde ne leur appartient pas, monsieur le ministre. Votre rôle consiste à valoriser le travail. Or, en l'occurrence, vous valorisez l'exploitation.
Anne Pirson:
Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie de vos réponses. Vous vous êtes montré rassurant au sujet de la position de Carrefour. Pour ma part, je suis un peu moins rassurée au regard de l'histoire et de la situation générale de la grande distribution. Nous nous permettons d'insister sur la nécessité d'anticiper les mutations du secteur: l'automatisation, la concurrence salariale, etc. Les Engagés apprécient grandement votre engagement en faveur de la concertation sociale. Donc, nous ne pouvons que vous encourager à poursuivre le contact régulier avec les partenaires sociaux pour garantir que la voix des travailleurs soit pleinement entendue. À la mi-2026, nous serons attentifs aux solutions qui devraient être exposées. Pour nous, c'est bien à présent que se joue la capacité de notre marché du travail à absorber ces chocs sans produire de nouvelle casse sociale. Merci encore, monsieur le ministre.
Het van de Koning gekregen uitstel van 50 dagen en het wantrouwen binnen de regering
De begroting
De begroting
Het uitstel van de begroting 2026
De begrotingsonderhandelingen
Politieke spanningen, koninklijk uitstel en vertraagde begrotingsonderhandelingen 2026
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie valt premier Bart De Wever hard aan voor stilstand in de begrotingsonderhandelingen, ondanks zijn belofte om met "50 dagen" het roer radicaal om te gooien: geen concreet akkoord, verloren miljarden door vertraging (minstens €1 miljard extra tekort), en gebrek aan transparantie, terwijl het begrotingstekort het grootste van de eurozone dreigt te worden. Kritiek spitst zich toe op oneerlijke lastenverzwaring (BTW-verhoging, indexsprong, pensioenhervorming) die koopkracht en middenklasse raakt, terwijl alternatieven zoals belasting op grootvermogens, fraudebestrijding (€16 miljard potentieel) en eindigen fiscale uitzonderingen voor lucht- en zeetransport (€4 miljard) genegeerd worden. De Wever ontwijkt concrete antwoorden, benadrukt discretie tijdens onderhandelingen en belooft een akkoord voor Kerstmis, maar wekt weinig vertrouwen door herhaalde uitstelretoriek en gebrek aan zichtbare vooruitgang, terwijl sociale onrust groeit (aankomende stakingen) en de oppositie constructieve voorstellen (minder migratiekosten, afbouw fossiele subsidies) inbrengt die onbenut blijven. De credibiliteitscrisis diept zich uit door tegenstrijdigheden (bv. asielbudget stijgt ondanks "streng beleid") en interne coalitietwisten die de stilstand verergeren.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de eerste minister, u bent gestart als nieuwkomer, als nieuwe premier met veel ambitie. U zou het rotten stoppen en de stilstand doorbreken. U hebt daarmee de lat heel hoog gelegd. Ik kan dat waarderen, want de ambitie voor ons land móet hoog liggen.
Ik ben zelf ook een nieuwkomer in het Parlement en als nieuw parlementslid heb ik ook veel ambitie, maar wat ik vandaag zie, is een complete stilstand. Dat kunt u helaas niet ontkennen. U vroeg de Koning om 50 dagen en ik dacht, net als iedereen, dat we meteen het grote werk zouden zien. Maar wat zien we op vandaag? Geen piloot in de cockpit, alleen kapers op uw vliegtuig. Geen kapitein, maar enkel een schaduwpremier die in uw nek staat te hijgen.
U zegt dat u in stilte werkt, maar over de begroting horen we niets. Er is zelfs nog geen kernkabinet bijeengeroepen. Uw regering spreekt over historische beslissingen die in de maak zijn en over historische oefeningen, maar we zien geen resultaten. U legt de lat hoog, maar u kijkt ernaar en gaat er zelfs niet onder. U blijft stilstaan. En dan heb ik het nog niet over uw eigen ploeg: partijvoorzitters die u moeten komen redden, schoonvaders waarvan u niet weet of ze zullen meehelpen en collega’s van wie ik mij afvraag of ze nog wel met u meewillen.
Mijnheer de premier, u bent anderhalf jaar aan zet en we zitten aan dag 15 van de 50 dagen. Doorbreek de stilstand. Ik heb een heel simpele vraag voor u. Waar staat u nu en wat hebt u tot nog toe concreet gedaan?
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, vous avez du mal. Vous cherchez 10 milliards et vous ne trouvez pas. Vous ne trouvez pas pour une raison simple, c’est que vous ne regardez pas au bon endroit.
Vous ne regardez que dans les poches des travailleurs et des pensionnés. Mais il n’y a plus rien dans les poches des travailleurs et des pensionnés. Vous avez déjà tout pris. Trois Belges sur quatre nous disent que depuis que vous êtes premier ministre, leur pouvoir d'achat a diminué.
Il y a d'autres possibilités, monsieur le premier ministre. Nous vous avons fait des propositions. Demandez une contribution aux grandes fortunes; cela rapporte 6 milliards. Luttez efficacement contre la fraude fiscale; cela rapporte 3 milliards. Augmentez les salaires; cela rapporte 4 milliards. Demandez qu'on regarde un peu dans les aides aux entreprises. Nous dépensons 10 milliards de plus que les pays voisins. On trouvera bien 1,5 milliard. Demandez une contribution aux banques et au secteur de l’énergie, qui font des grands bénéfices; cela rapportera aussi 1,5 milliard.
Vous voyez, en quelques secondes, je vous ai trouvé 16 milliards. C'est donc possible.
Comme je veux vraiment vous aider, je vais encore vous donner une autre piste. Il y a en ce moment une discussion au niveau européen sur une directive portant sur les avantages fiscaux dont profitent le transport aérien et le transport maritime. Ces secteurs ne payent aucune taxe sur le carburant. C'est une perte de plus de 4 milliards pour la Belgique. Vous avez le pouvoir de dire non, monsieur le premier ministre. Vous connaissez ces compagnies de transport maritime. Pour la plupart, elles sont basées à Anvers.
Eh bien, dites non au Conseil européen. Dites qu'il n'est pas normal que quand le Belge fait son plein, la moitié de ce qu'il paie va dans les caisses de l'État; mais quand ces compagnies maritimes ou aériennes prennent du kérosène, elles ne paient absolument rien. Cela rapportera 4 milliards et vous serez tout près de votre objectif.
Voorzitter:
Merci monsieur Magnette. Il est dommage que vous n'ayez que deux minutes.
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, à part de votre chat Maximus, qui est très actif sur les réseaux sociaux et très sympathique, on n'a pas beaucoup de nouvelles de ce qui se passe au gouvernement.
Nous avons récemment appris que vous invitiez les présidents de partis, ce qui veut dire que vous renégociez tout. Ce sera ma première question. Renégociez-vous aussi, par exemple, la réforme des pensions et la réforme du marché du travail?
Pendant que le gouvernement patauge et n'a pas l'air d'avancer, les gens, eux, ne restent pas les bras croisés. Après la grande manifestation où on était 140 000 dans les rues, quatre jours d'action se préparent. On commence le dimanche, consacré aux droits des femmes; après, les services publics et les enseignants enchaînent; le mercredi, il y aura une grève générale.
Une grève générale, cela vous embête, mais les gens, quand ils sont en grève, ils veulent vous envoyer deux messages. Le premier message, monsieur le premier ministre, c'est que sans eux, sans tous les gens qui, tous les jours, travaillent dans nos hôpitaux, qui vont sur les chantiers, qui travaillent dans nos services publics, qui vont dans les usines, ce pays ne fonctionne pas. Ce sont eux qui créent la richesse. Et le deuxième message, c'est qu'ils ne sont pas d'accord avec que tout ce que vous avez proposé jusqu'ici, les nouveaux plans, augmenter la TVA, chipoter à l'indexation des salaires, la réforme des pensions et la réforme du marché du travail avec les primes de nuit. Ils ne sont pas d'accord avec ça.
Monsieur le premier ministre, au lieu de rester entre vous, de discuter entre vous au 16 rue de la Loi, avec votre chat, peut-être devriez-vous sortir. Allez-vous enfin écouter les gens qui se mobilisent dans la rue?
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, uit de jongste vooruitzichten van de Europese Commissie blijkt dat België volgend jaar het grootste tekort van de ganse Eurozone zal kennen. In 2027 zal het tekort op dat van Polen na zelfs het grootste van gans Europa worden. De cijfers worden dus nog slechter dan de eerdere ramingen van het Monitoringcomité of de Nationale Bank.
Bovendien kunnen we vaststellen dat de regering-De Wever ondanks de aanhoudende verslechtering van die cijfers geen vooruitgang boekt in de onderhandelingen. De aangekondigde zoektocht naar 10 miljard euro lijkt muurvast te zitten, besprekingen stokken, deadlines werden overschreden en van de eerder gevraagde 50 dagen blijven nog slechts 35 dagen over.
Aan de voordeur van de Wetstraat 16 gebeurt dus niets, maar aan de achterdeur is er meer activiteit. Vrijdag, collega’s, verscheen op de aftandse website van deze Kamer in alle stilte een aanpassing van de uitgavenbegroting. Uw ministers willen nog snel wat budgetten aanpassen voor de komst van de voorlopige twaalfden.
Hoewel uw regering het strengste asielbeleid ooit zou voeren, blijkt uit de aangepaste begroting dat het asielbudget nogmaals wordt verhoogd. Zo stijgt de dotatie aan Fedasil nog verder, terwijl we al aan een recordbedrag zaten. Ook in de provisies zien we extra uitgaven voor asielzoekers, minder geld voor politie en justitie en, hoe kan het ook anders, opnieuw meer geld voor de Europese Unie.
Mijnheer de premier, hoe zit het nu met die onderhandelingen? Twee weken geleden zei u hier: "Onze situatie verdraagt geen uitstel meer. We mogen ons niet laten verlammen. We moeten doorpakken, zo niet dreigen we in een spiraal terecht te komen van oplopende rente en stijgende rente." Het is echter net dat wat nu gebeurt. Hoe ziet u uw verpletterende verantwoordelijkheid?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de premier, op 6 november, nota bene op dezelfde dag waarop u 50 dagen uitstel vroeg aan de Koning, zei u in dit halfrond: "De budgettaire situatie is zeer ernstig. We kunnen ons geen uitstelgedrag veroorloven." Vorige week voegde u daar het volgende aan toe: "Het is vaak wanneer u niets ziet dat het meeste gebeurt. Als u iets ziet, is het meestal iets wat we liever niet laten zien. Veel kan ik daarover niet zeggen, want elk woord is er een te veel."
Welnu, mijnheer de premier, uw coalitiepartners zijn het daar niet mee eens. Vorige week werd de helft van de Villa Politica -uitzending gekaapt door de voorzitter van de MR. Uw andere coalitiepartners schuimen eveneens de studio’s af. Op die manier geven zij eigenlijk toe dat er weinig gebeurt. We naderen eind november en van uw 50 dagen zijn er 14 verstreken. Er blijven er nog 36 over, vandaag inbegrepen. Ondertussen horen we geen enkel idee van uw meerderheid dat richting een oplossing gaat. Wat we wel horen van uw meerderheid, is hoe het probleem groter wordt gemaakt. De fractieleider van uw eigen partij heeft hier vorige week gezegd dat de vertraging van de begroting een kost heeft van minstens 1 miljard euro, boven op de oefening die u reeds aan het maken bent.
Mijnheer de premier, u gaat het rotten van de begroting stoppen. Om dat te doen, laat u de zaken nog meer rotten. Ik moet zeggen dat ik blij ben dat u mijn huisarts niet bent, want uw behandelingen zijn een beetje speciaal.
Kunt u bevestigen dat het uitstel van de begroting minstens 1 miljard euro zal kosten? Draagt u de politieke verantwoordelijkheid voor dit oplopend begrotingstekort?
Bart De Wever:
Chers collègues, merci pour ces questions.
Monsieur Magnette, en quelques secondes, vous avez décrit toutes les solutions aux problèmes que nous avons. Il est fort dommage que vous ne les ayez pas appliquées pendant que vous étiez au pouvoir dans le gouvernement Vivaldi! Quand on regarde le budget que vous nous avez laissé, c'est vraiment dommage, car vous aviez toutes ces solutions.
Mijnheer Di Nunzio, u bent welkom in het huis hier. Ik apprecieer het echt dat u, als Open Vld'er, onderstreept dat het na een Open Vld-premier echt wel tijd is om het rotten nu te stoppen. Ik apprecieer die eerlijkheid. Dat is de eerlijkheid van een nieuwkomer.
U hebt het vorige week niet gehoord en dus herhaal ik het: politiek is heel vaak een slecht toneelstuk en als men geluk heeft, wordt het goed geacteerd. Afgelopen week zien we meer acteurs dan vorige week om hetzelfde stuk op te voeren, terwijl het stuk er niet beter op is geworden.
Het is u ongetwijfeld bekend dat ik op dit moment onderhandelingen voer. Ik moet daarover discreet zijn en moet de discretie trachten te handhaven. Dat is al moeilijk genoeg. Voor wie eraan zou twijfelen, ik ben er elke dag intens mee bezig. Ik ben eigenlijk blij dat de werkzaamheden grotendeels onder de waterlijn blijven; naar de huidige normen inzake politieke discretie kan ik me daar alleen al over verheugen.
Het zou natuurlijk – die opinie deel ik met u, vandaar het toneelstuk – beter zijn om ook het resultaat te kunnen voorstellen aan het huis hier, wat dat ook moge worden. Sowieso zal dat voor Kerstmis gebeuren.
Dès qu'un accord aura été conclu, je me présenterai devant vous à la Chambre afin de répondre, en toute transparence, à l'ensemble de vos questions.
Tot dan zult u daar toch nog op moeten wachten.
Sandro Di Nunzio:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de eerste minister, maar net als vorige week krijgen we geen antwoorden. We zien zogezegd niets, omdat u in stilte zou werken, maar volgens mij is het, omdat er niets gebeurt. Er gebeurt niets. Er is stilstand. Het dramatische is – en we hebben dit ook gehoord van collega Vanbesien – dat, zelfs als u een akkoord bewerkstelligt, er meer dan 1 miljard euro verloren is gegaan. Dat is doodzonde.
Onze fractie – ik herhaal het – reikt u de hand, als u goede voorstellen hebt waarover u geen akkoord kunt bereiken in uw regering. Kom ermee naar het Parlement. We zijn bereid u te helpen en die voorstellen te steunen.
We hebben zelf ook voorstellen ingediend, onder andere inzake de energiekorting voor de bedrijven, flexibele nachtarbeid, flexibele overuren, flexi-jobs in alle sectoren. We doen dat ten behoeve van onze economie en voor de mensen in ons land. Doorbreek de stilstand en maak er werk van.
Voorzitter:
Dank u wel, collega. U hebt hiermee uw eerste parlementaire vraag gesteld van een ongetwijfeld lange reeks. ( Applaus )
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, je pense que vous vous êtes trompé de réponse. Vous avez lu celle de la semaine dernière, ou bien celle de la semaine d'avant, ou de la semaine encore avant. Chaque semaine, c'est le même cinéma. Vous ne répondez à aucune question et vous faites des petites blagues, des petites blagues comme vous en faites sur les réseaux sociaux. Mais, vos petites blagues, monsieur le premier ministre, elles ne font plus rire personne. Et elles ne font pas rire les Belges, parce qu'on voit bien quel jeu il y a derrière.
La semaine dernière, votre ministre des Finances est venu ici en disant "On va augmenter la TVA sur le gaz, parce que c'est une mesure pour le climat." Mais le climat, il a bon dos. Quand c'est pour faire payer les familles et augmenter les factures de gaz, c'est la faute du climat. Mais, quand on vous dit ici "Faites payer les grands pollueurs, faites payer les transporteurs maritimes basés à Anvers", là non, tout d'un coup on ne les fait plus payer.
Monsieur le premier ministre, votre cirque, tout le monde l'a compris et personne n'est dupe.
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, c'est vraiment incroyable! Je vous ai demandé si vous alliez tenir compte des quatre jours d'action et de grève qui s'annoncent ainsi que des travailleurs et travailleuses de ce pays qui vous disent qu'ils ne sont pas d'accord. Et vous ne pipez pas un mot là-dessus, c'est juste scandaleux!
Mais bon, on savait déjà, les gens le savaient, que ce gouvernement est contre les travailleurs et les travailleuses, et pas du tout pour les travailleurs et les travailleuses. Or des solutions par rapport à ce que vous proposez, il en existe effectivement: arrêtez de donner des cadeaux aux entreprises sans compter, allez chercher l'argent chez les plus riches et arrêtez l'armement!
De toute façon, monsieur le premier ministre, même si vous ne voulez pas les écouter, les gens seront dans la rue la semaine prochaine et ils se feront entendre. Sachez-le!
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, begin november vroeg u 50 dagen aan uw goede vriend, de Koning van België. Ondertussen zijn we twee weken later en u hebt opnieuw tijd verloren zonder enige vooruitgang, zonder akkoord. Het wordt alleen maar erger. Afgelopen week werd duidelijk dat Brussel afstevent op een shutdown en België op het grootste tekort van de hele eurozone, zelfs van heel Europa. U hebt het vaak over een col buiten categorie, maar onder u en uw regering zitten we in de afdaling. We rijden zonder remmen de afgrond in.
Wat zien we? Uw regering vraagt via begrotingsaanpassingen dit jaar nog meer geld voor asielzoekers en met haar voorstellen voor nieuwe belastingen, btw-verhoging en indexsprongen ondergraaft zij verder de koopkracht van de Vlamingen. U doet exact hetzelfde als de regering-De Croo. Het Vlaams Belang wil net het omgekeerde: minder migratie, zodat er meer geld is voor meer koopkracht.
Dieter Vanbesien:
Premier, ik zou mezelf niet zijn, als ik niet met constructieve oplossingen kwam. Ik heb ze al eerder voorgesteld, maar u hebt het belang van herhaling zonet aangegeven. Ik zal daarom mijn oplossingen herhalen, zodat u ze niet vergeet. Misschien bent u er in alle luwte reeds mee aan de slag gegaan, wie weet. Laat uw klavertjevier los. Laat de btw-verhoging, de indexsprong, de besparingen in de gezondheidszorg en de harde aanpak van langdurig zieken los. Die mayonaise pakt niet. Onderzoek daarentegen alternatieven. Sluit de achterpoortjes waarlangs de inkomsten wegvloeien. Bouw de fossiele subsidies af. Houd de bedrijfssubsidies tegen het licht en zorg er voor dat ook de hoogste inkomens op eenzelfde manier bijdragen als de middenklasse. Ziedaar mijn constructieve bijdrage aan de moeilijke opdracht. Gratis en voor niets.
Het wantrouwen van de regering in de burgers
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Irina De Knop valt de *"Arizonaregering"* aan voor overdreven controlemaatregelen (bankrekeningen scannen via *Money Control*, centrale doktersdatabank) die alle burgers als verdachten behandelen en privacy schenden. Bart De Wever verdedigt de plannen als noodzakelijke fraudebestrijding met "respect voor privacy", maar ontwijkt concrete antwoorden. Van Quickenborne noemt *Money Control* disproportioneel (vergelijkbaar met camera’s in elke woning) en eist een standpunt, waarna De Wever persoonlijke aanvallen maakt in plaats van inhoudelijk te reageren. Kernconflict: vertrouwen vs. alomtegenwoordige overheidscontrole.
Irina De Knop:
Mijnheer de eerste minister, wantrouwen is wat uw regering bindt en nog samenhoudt. Het is duidelijk dat de arizonaregering haar greep op de burgers wil vergroten. Ze kijkt naar bedrijven, naar ondernemers en naar verenigingen. De huidige regering moeit zich zowat met alles en iedereen. Voor de arizonaregering is iedereen verdacht tot het tegendeel is bewezen.
Money Control bewijst dat. U wilt kijken in de bankrekening van elf miljoen Belgen, ongeacht of er al dan niet een vermoeden van fraude is. Ouders die een centje aan hun kinderen willen geven, kunnen dus maar beter opletten. Zij zullen immers nog meer controle krijgen.
Dat socialisten met de heer Vandenbroucke voorop dat willen doen, begrijpen wij. Wij begrijpen echter niet dat u daarin meegaat.
Money Control is nog niet goedgekeurd en de volgende controleoperatie ligt al klaar. Uw minister van Volksgezondheid bereidt in het geheim al een nieuw project voor. Deze keer gaat het om dokterscontrole. Alle voorschriften van alle Belgen en van alle dokters moeten in één databank; nog meer sancties en nog meer verboden.
Arizona moeit zich dus met zowat alles. De overheid leest uw berichten mee, kijkt naar uw bankrekening en controleert uw ziektebriefjes.
Mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Wat zal het volgende zijn?
Bart De Wever:
Mevrouw De Knop, bedankt voor uw vraag. We kunnen lang spreken over het onderwerp, maar ik heb de tijd noch de gember om dat vol te houden. Ik denk ook dat het debat over het CAP in de commissie wordt gevoerd en nog verder zal worden gevoerd, maar ik kan me vergissen. Het laatste woord is daarover nog niet gevallen. U kunt de minister van Financiën daarover zeker ondervragen.
Wat de intenties van de minister van Volksgezondheid betreft – hij is in de zaal –, ik zou nooit over hem in de derde persoon durven spreken, toch niet in zijn aanwezigheid, maar ik weet dat hij wordt gedreven door het verlangen dat wij in het halfrond hier allemaal zouden moeten delen, namelijk de strijd tegen fraude.
Ik hoef u geen feiten uit de actualiteit aan te halen om te bewijzen dat er enige marge voor verbetering bestaat op het vlak van de strijd tegen fraude in de ziekteverzekering, maar de minister zal dat zelf wel toelichten. ( Protest van de heer Van Quickenborne )
Mijnheer Van Quickenborne, de frustratie is ingegeven doordat er in uw zes jaar onvoldoende is gebeurd. Daarin hebt u zeer gelijk. ( Protest van de heer Van Quickenborne )
Maar mijnheer Van Quickenborne, u ziet in alle uitspraken reden voor een persoonlijk feit. Ik denk eerlijk gezegd dat u ook een persoonlijk probleem hebt. ( Hilariteit ) Het ontbreekt mij zeker aan de tijd en nog meer aan de gember om daarop in te gaan.
Mevrouw De Knop, de strijd tegen fraude vinden wij in ieder geval belangrijk. Ik kan u geruststellen in algemene termen; uw vraag was ook in algemene termen gesteld. Wij handelen steeds met respect voor de privacy en dat bij alle beleidsvoorstellen, ongeacht van welk niveau die mogen komen, of ze nu van het federale niveau komen waar we zelf beslissen, dan wel van Europa. Bij het nemen van beslissingen staat het algemeen belang voorop en in dat algemeen belang moeten de rechten van het individu altijd ten volle worden gerespecteerd. Voor mij is dat de evidentie zelve.
Irina De Knop:
Mijnheer de eerste minister, het ontbreekt u aan gember, maar blijkbaar ook aan inspiratie om te antwoorden op de grond van mijn vraag. Tax, tax, tax was het eerst, en nu is het control, control, control . Dat is het enige wat we zien. Overal zien we controle, overal wantrouwen. Heb nu toch eens vertrouwen in de mensen. Heb vertrouwen in burgers, in bedrijven, in dokters.
Natuurlijk is de strijd tegen fraude belangrijk, maar hij mag niet het doel op zich zijn. Het volstaat, mijnheer de eerste minister, om uw minister van Volksgezondheid tot de orde te roepen en te vragen dat hij die fraude aanpakt, als die zich voordoet. Het is volledig verkeerd om iedereen weg te zetten als fraudeur en dat is exact wat Arizona doet. Wij zullen blijven strijden voor vrijheid en vertrouwen.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik vraag het woord voor een persoonlijk feit.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u kunt bij het woord gember geen persoonlijk feit inroepen. Ik denk niet dat de eerste minister daarnet uw naam heeft genoemd.
Vincent Van Quickenborne:
Hij heeft mijn naam wel genoemd in de tweede repliek.
Voorzitter:
Een persoonlijk feit betekent dat de heer Van Quickenborne kan reageren en dat de premier daar dan op kan repliceren. Mijnheer Van Quickenborne, ik geef u het woord voor een persoonlijk feit.
Vincent Van Quickenborne:
Vooreerst dank ik u, mijnheer de eerste minister, dat u teruggekomen bent naar de Kamer. Ik apprecieer dat u niet bent weggelopen.
Mijnheer de eerste minister, ik heb geen persoonlijk probleem. Ik vind die insinuatie beneden alle peil. Ik heb wel een probleem met het feit dat u en uw regering de bankrekening van 11 miljoen Belgen permanent willen controleren.
Dat is het probleem en dat is de reden waarom ik gisteren en eergisteren veertig uren lang het woord heb gevoerd, zodat de burgers van ons land dat voorstel kennen en zodat de burgers van ons land weten dat u dat voorstel steunt. Ik heb dat gedaan met de diepste overtuiging dat fraude natuurlijk moet worden aangepakt, elke vorm van fraude, sociale fraude, fiscale fraude en ook fraude zoals die van een thuisverpleegster. Dat is evident. Doch, alles moet proportioneel zijn.
We hebben in de zaal hier allemaal een probleem met huiselijk geweld, evident, en we strijden daartegen. Dat is evenwel geen reden om in elk huis en in elke kamer een camera te plaatsen om ertegen te strijden.
Mijnheer de eerste minister, daarnet heeft collega De Knop u een vraag gesteld: wat vindt u van money control . U hebt er zelfs niet op geantwoord.
De burgers van ons land weten intussen wat er op het spel staat. De burgers van ons land weten dat dat een grove schending van hun privacy is. De burgers van ons land weten dat het principe van onschuld van tafel gegooid wordt.
Mijnheer de minister, ik zie dat u wilt antwoorden. Ik zie dat u aan het kijken bent. Wat vindt u van money control ? Bent u daarvoor of bent u daartegen? Vindt u het gelegitimeerd dat de overheid zonder beperking de bankrekening van 11 miljoen Belgen permanent controleert? Vindt u dat gepermitteerd?
Bart De Wever:
Ik verwijs de collega naar het antwoord dat ik heb gegeven. Ik heb daar niets aan toe te voegen. Als ik het heb over een persoonlijk probleem, betreft het vooral een gedragsprobleem. Ik probeer mijn kinderen goed op te voeden. Mijnheer Van Quickenborne, wanneer ik u hier in de Kamer observeer, zie ik dat u zich in een permanente staat van grote opwinding bevindt met gesticulaties en grote uithalen. Dat is voor mij geen volwassen gedrag. Ik gedraag mij zo niet. Een normaal volwassen persoon gedraagt zich niet op die manier. Ik vind dat een persoonlijk probleem. Dat is mijn inschatting. Als u zich beledigd voelt, verontschuldig ik mij daarvoor. Dan trek ik die woorden graag terug.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt een persoonlijk feit ingeroepen, geen politiek feit.
De uitspraak van de eerste minister waarin hij de Koning 50 dagen de tijd vraagt
Het kerstakkoord
De politieke onderhandelingen en tijdslijn voor regeringsvorming na het kerstakkoord
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie (Open Vld/PVDA) valt premier De Wever aan wegens passiviteit in de begrotingsonderhandelingen: na 7 van de 50 gevraagde dagen is er geen zichtbare vooruitgang, terwijl energiecrises, koopkrachtverlies en onzekerheid bij burgers en bedrijven escaleren. Vooruit (Rousseau) stelt btw-verhoging (21%→22%) en indexherziening voor, wat PVDA afwijst als "antisociaal" (300€/jaar extra kost, loonverlies voor hogere inkomens). De Wever ontkent stilstand, benadrukt geheim overleg om tegen 2029 de EU-begrotingsnorm te halen, en waarschuwt: geen verlenging, geen lagere ambitie—maar weigert details te geven. Coenegrachts (Open Vld) diende een relanceplan in (energiekorting, flexibere arbeid) en beschuldigt de regering van "chronisch uitstel" en leegloop, terwijl Merckx (PVDA) dreigt met massale stakingen als de maatregelen doorgaan.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, u bent vorige week naar de Koning gegaan. U hebt daar 50 dagen gevraagd. Vandaag zijn we één week verder en er is niets gebeurd, niets veranderd. U hebt niets gedaan. Nochtans had u deze week geen excuus. Er was geen gastcollege dat u moest geven, geen museum in Egypte dat u moest openen, geen gespreksavond bij een lokale UNIZO-afdeling. Er was geen excuus en toch deed u niets, premier.
De klok tikt nochtans verder, voor uw regering – dat vind ik minder belangrijk – en voor onze bedrijven, die gebukt gaan onder de dure energiecontracten. Ze tikt verder voor kleine zelfstandigen, die het water vaak al aan de lippen staat. De klok tikt verder voor al die mensen die bezorgd zijn over hun job en hun inkomen, die zich afvragen of ze in de toekomst nog hun gezin zullen kunnen onderhouden. Al die mensen, premier, liet u deze week in de steek door niets te doen.
Wij bij Open Vld hebben wél verder gewerkt. Wij hebben dit weekend gewerkt. Wij hebben op de brugdag gewerkt. Wij hebben op 11 november gewerkt. Vandaag, collega's, ligt hier een relanceplan dat ik zal indienen. Het voorziet in een korting op de energiefactuur. Het zorgt voor flexibelere nachtarbeid, voor meer overuren, voor meer flexi-jobs in alle sectoren. Misschien, collega's, kunnen wij in dit Parlement samen meer bereiken dan de regering.
Premier, wanneer schiet u in actie? Wanneer roept u het kernkabinet samen? Wanneer komen er oplossingen? Wanneer begint u aan de begroting van dit land?
Voorzitter:
Mevrouw Merckx, ik wou zeggen dat u het over hetzelfde thema zou hebben, maar ik weet niet of dat het kerstakkoord is. U hebt twee minuten om er iets van te maken.
Sofie Merckx:
"De meest sociale manier om de btw te verhogen, is om het tarief van 21 % op te trekken naar 22 %." Wie heeft dat dit weekend gezegd? Conner Rousseau. Dat was nog niet alles, want hij heeft ook gezegd dat hij bereid is om de indexering van de lonen te herbekijken.
Vooruit, wat is er gebeurd met u? Vooruit, de partij van de index. Alles moest erdoor, maar de index zou gered worden. De partij van de koopkracht, u ijverde steeds voor de koopkracht en nu zult u de btw verhogen. U zet nu zelf de deur open voor die maatregelen. Waar zijn uw rode lijnen?
Laat ons eens kijken naar de index. U stelt voor dat personen die meer dan een bepaald loon zouden verdienen, een bedrag zouden krijgen in plaats van 1 %. Daardoor zou een chemiearbeider die volcontinu werkt wel eens 60 euro per maand kunnen verliezen. Hoe u het ook draait of keert, dat is een koopkrachtvermindering voor wie boven dat plafond zou zitten. Wat betreft de btw op luxeproducten, de auto repareren, kledij kopen of een internet- of gsm-abonnement, dat zijn tegenwoordig allemaal luxeproducten. Dat zou de gezinnen 300 euro per jaar meer kunnen kosten. Er is helemaal niets sociaals aan het verhogen van de btw of aan het morrelen aan de index.
Mijnheer de premier, het is nog maar de vraag of er een akkoord zal komen, maar ik denk dat u wel blij bent met een partij als Vooruit die deze maatregelen op tafel legt. Mijn vragen aan u zijn dus of de btw-verhoging vandaag op tafel ligt en wat u wilt doen met de index.
Bart De Wever:
Geachte Kamerleden, ik zei, bij wijze van humor uiteraard, aan de heer Coenegrachts zonet dat politiek slecht theater is en dat, als men geluk heeft, het goed wordt geacteerd. Ik denk dat we een voorbeeld hebben gezien van beide.
Ik vond uw act geslaagd, mijnheer Coenegrachts. Die was direct tot mij gericht en zeer persoonlijk. U doet alsof u een heel plan hebt uitgewerkt en legt een hoop papier neer. Dat is knap gespeeld.
Mevrouw Merckx, u bracht echt slecht theater. Als ik naar buiten was gewandeld, had u dat zelfs niet opgemerkt, denk ik. Als u vragen wilt stellen aan Vooruit, dan kunt u Conner Rousseau bellen en met hem een koffie gaan drinken, maar u moet mij niet als een decorstuk in de coulissen gebruiken om uw gifpijlen op iemand anders af te sturen. Dat is nogal goedkoop, want ik kan alleen antwoorden namens de regering, niet namens Vooruit. Dat is dus niet alleen slecht theater, het is ook echt slecht gespeeld, in mijn ogen.
Geachte leden, u weet zeer goed dat ik er niet te veel woorden kan aan vuilmaken. We hebben 50 dagen gevraagd – en die onszelf ook toegekend, laat ons eerlijk zijn – om een akkoord te sluiten over een meerjarenbudget. Ik kan er niet genoeg op drukken: de uitdaging is niet het budget voor 2026, want dat is heel gemakkelijk. De echte uitdaging is het respecteren van de Europese uitgavennorm in het perspectief van 2029.
Hebben we de afgelopen dagen niets gedaan? Hoe durft u zoiets zeggen! Het is vaak als u niets ziet, dat het meeste gebeurt, want als u iets ziet, is het meestal iets wat we liever niet laten zien. Laten we eerlijk zijn. We hebben uiteraard de afgelopen dagen wel gewerkt om nieuwe stappen vooruit te kunnen zetten in de hoop dat akkoord te kunnen smeden, maar veel kan ik er uiteraard niet over zeggen. Elk woord is er een te veel. Het zou ongelooflijk zijn mocht elke partner van de meerderheid dat adagium ter harte nemen, dat elk woord op dit moment er één te veel is. Ik weet dat ik me illusies maak, maar ik kan het maar proberen.
Ik zal alleszins als eerste minister het goede voorbeeld geven op beide vlakken. Ten eerste hard doorwerken en ten tweede niets toevoegen aan de verklaring die ik vorige week al heb afgelegd in het Parlement.
De ambitie van de oefening kent u. Die ambitie blijft ongewijzigd. Het is wel heel belangrijk om dat te benadrukken. De termijn waarbinnen we tot een akkoord moeten komen, zal niet opnieuw worden verlengd. Dat is wellicht het belangrijkste. De ambitie kan niet naar beneden worden bijgesteld en we kunnen er niet langer over doen dan tot het einde van het jaar. Als het sneller kan, zullen we trouwens zeker niet wachten tot kerst. Mijnheer de voorzitter, u gelieve dus niet over een kerstakkoord te spreken, want het kan eerder.
(…) : (…)
Bart De Wever:
Hij heeft dat gezegd. Ik ben niet doof, hij heeft daarover gesproken. Het is echter uiteraard niet de plicht van de voorzitter om mij te helpen, een plicht waarvan hij zich overigens elke week grondig kwijt.
Mijnheer Coenegrachts, als het akkoord dus sneller kan worden gesloten, des te beter, maar de inspanning kan zeker niet minder worden.
We zijn het onze burgers verplicht om een ernstig begrotingsakkoord te sluiten. Daarom roep ik, net zoals vorige week, de partijen van de meerderheid op om daaraan constructief mee te werken. Zo niet, dan zullen wij daarover verantwoording moeten afleggen, niet alleen aan het Parlement – daarover maak ik mij niet te veel zorgen –, maar vooral aan de burgers. Ik denk niet dat zij het ons zouden vergeven als we er een potje van maken.
Sta me dus toe om in afwachting daarvan, er alles aan te doen om met ernst, verantwoordelijkheid en discretie een akkoord op de best mogelijke termijn alle kans op slagen te geven.
Steven Coenegrachts:
Dank u, premier.
Wat u van mijn act vindt en wat ik van die van u vind, is totaal onbelangrijk. Wat wel belangrijk is, is wat u doet met de 50 dagen. U hebt die 50 dagen gekregen om te werken, premier. Dat zijn geen vakantiedagen. U hebt 50 werkdagen gekregen.
Ik begrijp nu dat u in het geheim met uw regering voortwerkt aan een akkoord. In het geheim. Dat moeten dan heel interessante besprekingen zijn, want uw minister van Buitenlandse Zaken zit deze maand 13 dagen in het buitenland. Er zal in het geheim dus veel vooruitgang geboekt zijn.
Neen, premier, de waarheid is: u vertoont uitstelgedrag. Al maanden vertoont u uitstelgedrag. Het is symptomatisch voor deze regering. Herinnert u zich het zomerakkoord nog? U zei toen: dit is historisch. Ik ben Dehaene, zei u. Maar wat hebt u al uitgevoerd van dat zomerakkoord? Nul komma nul nul. Dus, premier, alstublieft, de balans van uw regering is een enkele hervorming. That’s it. Roep uw ploeg samen en los dit op!
Sofie Merckx:
Veuillez m'écouter attentivement, monsieur le premier ministre, car c'est à vous que je m'adresse. Apprenez, monsieur le premier ministre, que ce qui est sur la table aujourd'hui, à savoir augmenter la TVA sur les soi-disant produits de luxe tels qu'une visite chez le garagiste, un achat de vêtements ou de meubles, ce n'est pas du luxe. C'est imbuvable. Par ailleurs, toucher à l'indexation des salaires n'est pas une bonne idée non plus. Nous étions 140 000 dans les rues de Bruxelles le 14 octobre. Trois jours d'action sont en préparation, trois jours de grève, où l'on sera encore plus nombreux et enthousiastes. Nous avons déjà pu faire en sorte d'éviter la diminution des pensions et la suppression des primes de nuit le 1 er janvier. Nous poursuivrons le combat pour vous faire reculer.
De geplande belastingverhoging voor kleine zelfstandigen
De fiscale maatregelen en de verhoging van de btw op gas
Fiscale wijzigingen en belastingverhogingen voor kleine zelfstandigen en energieverbruik
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kjell Vander Elst kritiseert nieuwe belastingverhogingen op vennootschappen die kleine zelfstandigen (bakkers, loodgieters) raken, terwijl ze volgens hem de economische ruggengraat vormen, en beschuldigt de regering van ondernemersvijandig beleid. Minister Jan Jambon benadrukt steun voor zelfstandigen (ondernemersaftrek, premieverlagingen) maar bevestigt budgettaire noodzaak (10 miljard tegen 2029) en EU-verplichtingen (hogere TVA op gas), met belofte van "rechtvaardige verdeling". Hugues Bayet (PS) valt de regering aan voor aantasting van basisrechten (verwarming, voeding) via TVA-verhogingen en eist belasting op surwinsten banken/multinationals en paradijs fiscale bestrijding (8 miljard alternatief). Jambon ontwijkt concrete plannen, wijzend op lopende onderhandelingen, maar Vander Elst houdt vol: *"Straf profiteurs, niet de hardwerkers."*
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, collega's, België is een land van kleine zelfstandigen: bakkers, beenhouwers, loodgieters en dakwerkers. Het zijn allemaal mensen die de handen uit de mouwen steken en die de ruggengraat van onze economie vormen. 90 % van al die ondernemingen zijn kleine zelfstandigen.
Toch slagen we er keer op keer in om die groep weg te zetten als een bende profiteurs. Eerst waren er de socialisten van Vooruit, die met Charles en Henri het beeld ophingen dat de kleine zelfstandigen slapend rijk worden vanuit hun buitenverblijf of aan hun zwembad. Intussen sluit cd&v zich aan bij die beeldvorming. Ze heeft blijkbaar een groot probleem met vennootschappen, met flexi-jobs en met studentenarbeid. Mijnheer de minister, ook uw partij slikt taks, na taks, na taks.
Op de voorpagina van De Tijd vanmorgen werd ik opnieuw geconfronteerd met een belastingverhoging voor die kleine zelfstandigen, voor die bakkers, beenhouwers, dakwerkers en loodgieters. Dat zijn hardwerkende mensen, die vaak niet van negen tot vijf werken, maar langer bezig zijn. Zij steken eerder van vijf tot negen de handen uit de mouwen, elke dag opnieuw. Zij worden nu opnieuw getroffen door dat voorstel van belastingverhoging op de vennootschappen.
Mijnheer de minister, u weet zeer goed dat startende ondernemers moeten sparen en lenen om hun zaak op te starten. Zij moeten een vennootschap oprichten. Dat is de doelgroep die u met die maatregel treft. Zo wilt u die ondernemers afstraffen. Die maatregel zal het ondernemerschap in ons land fnuiken.
Mijnheer de minister, zult u echt die kleine zelfstandigen, de mensen die wel de moeite doen op te staan en te gaan werken, viseren met die belastingverhoging?
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, je vois que vous avez bien dormi après notre tour du monde fiscal d'hier en commission. Je voudrais dès lors en profiter pour revenir sur l'essentiel, la question que tous les Belges se posent: comment allez-vous faire pour trouver ces 10 milliards d'euros qu'il vous manque dans le trou budgétaire que vous avez créé?
Excusez-moi, mais on nous avait promis un gouvernement d'ingénieurs. Or, on voit quand même tous que vous avez séché les cours de maths. Vous n'avez pas de solution, si ce n'est d'encore et toujours aller chercher de l'argent dans les poches des travailleurs, des pensionnés, avec un petit saut d'index par-ci – ce n'est jamais que 30 000 euros sur la carrière d'un travailleur –, avec une augmentation de la TVA sur l'eau, le pain, les légumes – on sait tous que le caddie n'a pas augmenté. Et, maintenant, le scoop: à l'aube de l'hiver, après la taxation des chaudières, on nous dit que vous allez augmenter la TVA sur le gaz. Mais c'est bien sûr! Comment on n'y avait pas pensé plus tôt, monsieur le ministre? Sérieusement, puis-je vous rappeler que se nourrir et se chauffer sont des droits essentiels?
On a vraiment l'impression que le seul objectif de ce gouvernement est d'appauvrir les gens, de faire en sorte qu'ils ne vivent pas dignement et qu'ils se crèvent au travail. Et tout ça pourquoi? Probablement pour vos amis des banques et des multinationales.
Vous vous dites le gouvernement du pouvoir d'achat, mais, en fait, vous êtes juste le gouvernement de la perte du pouvoir d'achat. Car, oui, vos décisions vont appauvrir les travailleurs, les pensionnés, les familles. Elles vont étouffer la consommation et donc ralentir la croissance. Et, si vous ne me croyez pas, monsieur le ministre, je peux vous dire que tous les travailleurs, eux, l'ont bien compris. Leur consommation ne va pas augmenter avec les 500 euros net par mois que vous leur avez promis. Ils n'en verront pas un euro.
Monsieur le ministre, ma question est simple. Alors que l'hiver arrive, augmenterez-vous vraiment la facture énergétique des ménages ou irez-vous enfin chercher l'argent sur les surprofits des entreprises énergétiques et des banques ou bien auprès de ces sociétés qui planquent leur pognon dans des paradis fiscaux?
Monsieur le ministre, vous le savez, de l'argent en Belgique, il y en a. Ayez le courage d'aller le chercher là où il est!
Jan Jambon:
Mijnheer Van der Elst, ik wil eerst en vooral benadrukken dat deze regering zich meer dan ooit bewust is van de belangrijke rol die kleine en wat grotere zelfstandigen in onze economie spelen. Dat blijkt ook uit het beleid dat we voeren. Zo komt er een ondernemersaftrek, schrappen we de belastingvermeerdering voor onvoldoende voorafbetalingen en verdwijnt de premietaks voor de pensioenovereenkomst voor zelfstandigen. Ik ben het helemaal met u eens wanneer u zegt dat zelfstandigen ontzettend belangrijk zijn voor de slagkracht van onze economie en dus voor het behoud van onze welvaart. Wij staan aan de kant van de zelfstandigen.
Het is geen geheim dat deze regering voor enorm zware budgettaire uitdagingen staat. Het zal iedereen nu stilaan wel duidelijk zijn dat om de begroting op koers te houden, we een inspanning moeten leveren die tegen 2029 ongeveer 10 miljard euro bedraagt. Het is onze bedoeling om tot een evenwichtige en rechtvaardige oplossing te komen, waarbij we rekening houden met de draagkracht van de gezinnen, de werknemers, de zelfstandigen en de ondernemers. Wie beweert dat men een dergelijke oefening kan maken zonder naar de inkomstenzijde te kijken, is volgens mij niet realistisch.
Pour ce qui est de la question de M. Bayet, je dis et je répète que je ne ferai aucun commentaire concernant les négociations qui doivent être menées au sein du gouvernement. Les discussions budgétaires ont leur place au sein même du gouvernement, afin de préserver pleinement l’intégrité de ce dialogue. Ce que je peux vous confirmer, en revanche, c’est que de nombreuses pistes sont à l’étude, y compris en matière de fiscalité.
Monsieur Bayet, votre question concerne également des éléments liés à la TVA. Nous devons naturellement nous conformer à la réglementation européenne, laquelle nous impose de porter le taux de TVA sur le gaz naturel au taux standard d’ici 2030 au plus tard. Cette obligation découle d’une directive européenne du 5 avril 2022. La décision n'a donc pas été prise récemment mais au cours de la législature précédente, avec un soutien au niveau européen.
C’est dans ce cadre que nous examinons aujourd’hui comment et quand cette adaptation peut être introduite de manière socialement responsable, en tenant compte du pouvoir d’achat des ménages ainsi que de la compétitivité de nos entreprises. Chaque décision sera soigneusement pesée, en prenant en considération leur réalité et la nécessité de maintenir un climat favorable aux entreprises.
Kjell Vander Elst:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister.
U zegt dat u aan de kant van de zelfstandige ondernemers staat. Uw premier zei dat ook, vóór de verkiezingen: er komen geen nieuwe belastingen, zeker niet voor de hardwerkende Vlamingen en ondernemingen. Ondertussen ligt er echter toch weer een voorstel op tafel.
Mijnheer de minister, u schiet op de verkeerde groep. Dat u, onder druk van links en de socialisten van Vooruit, hier niet met heel veel applaus opkomt voor de kleine zelfstandigen, kan ik nog begrijpen, maar laat hen op zijn minst toch gerust. Laat de mensen die moeite doen om op te staan, om te gaan werken, om een kleine zaak uit te bouwen, om wat succes op te bouwen, ondernemen. Straf hen niet af met bijkomende belastingen. Focus op waar het geld wel te halen is, bij het profitariaat, bij mensen die niet opstaan, bij mensen die wel tot tien uur in hun bed willen blijven liggen, bij mensen die de welvaartstaat afbreken, bij mensen die profiteren van het systeem. Focus daarop en laat de ondernemers gerust.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, vous dites ne faire aucun commentaire, ce qui m'étonne car depuis le début de ce gouvernement, nous en apprenons plus dans les journaux que dans les réponses du gouvernement, que ce soit en commission ou en plénière. Soit, l'histoire jugera. Vos efforts ne sont en réalité pas si nombreux. Ce que vous faites, c'est vous attaquer véritablement à des droits essentiels: le droit de se chauffer, le droit de manger, le droit de vivre dignement. Ce n'est pas normal. Vous vous attaquez à la TVA, l'impôt le plus injuste qui soit au monde, alors que d'autres solutions concrètes et réalistes existent. Mes collègues socialistes et moi-même en avons déposé un bon nombre, et elles sont chiffrées: huit milliards d'euros sans toucher à la poche des travailleurs ou des pensionnés. Il s'agit simplement de demander aux banques un effort supplémentaire, comme on le fait en Espagne, d'interdire aux Belges de verser leur argent dans des paradis fiscaux, comme on le fait en France, et de faire contribuer un peu plus justement les milliardaires et les multinationales. Vous le voyez, monsieur le ministre, les solutions existent. Allez chercher l'argent là où il est et, si vous le faites (…)
Het resultaat van de audiëntie bij de Koning
Het resultaat van de audiëntie bij de Koning
Het resultaat van de audiëntie bij de Koning
Het resultaat van de audiëntie bij de Koning
Het resultaat van de audiëntie bij de Koning
Het resultaat van de audiëntie bij de Koning
Het resultaat van de audiëntie bij de Koning
Uitslag en gevolg van de koninklijke audiëntie
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 6 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische regering staat onder zwaar vuur door het falen om een begroting op tijd af te ronden, wat leidt tot een historische chaos: een noodbegroting, vier gemiste deadlines, oplopende schulden en stilstand in hervormingen. Oppositie en coalitiepartners hekelen het gebrek aan leiderschap, de onrechtvaardige lastenverdeling (middelklasse en werkenden betalen, rijken worden gespaard) en het uitblijven van beloofde maatregelen zoals fiscale autonomie, sociale zekerheidshervormingen en klimaatdoelstellingen. Premier De Wever verdedigt de vertraging als een bewuste keuze om structurele problemen aan te pakken, maar erkent dat harde, impopulaire maatregelen onvermijdelijk zijn—wat massale ontevredenheid en stakingen uitlokt. Vertrouwen in de regering is verdampt; de oproep klinkt om eindelijk keuzes te maken: ofwel radicale hervormingen (met alternatieven zoals fraudebestrijding en miljonairsbelasting), ofwel collectief ontslag.
Barbara Pas:
Een regering hebt u nog, geloofwaardigheid niet meer, mijnheer de premier. De regeringspartijen schuiven de zwartepiet naar elkaar door, maar u had de timing volledig zelf in handen. Als het erom gaat de Vlaamse zaak belachelijk te maken of de Belgische puinhoop te verdedigen, dan lacht u graag met deadlines. U hebt inmiddels zelf vier deadlines gemist en nu gaat u voor de vijfde keer uw eigen kookwekkertje opwinden, om het te laten aflopen bij de kerstkalkoen. U bent hopeloos te laat, mijnheer de premier. Het rotten stopt niet. De begroting ontspoort ondertussen verder, de schuldgraad loopt op en dat treft iedereen die spaart, werkt en onderneemt.
Collega Ronse zal uw verklaring, uw wanhopige verklaring van daarnet, ongetwijfeld fantastisch en historisch vinden, en deze regering doet inderdaad iets historisch. Een regering in volle bevoegdheid die moet teruggrijpen naar een noodbegroting, dat is ongezien. Die blamage is inderdaad historisch en bijzonder pijnlijk voor een premier die er zijn prioriteit van heeft gemaakt om budgettair orde op zaken te stellen en daarvoor al de rest overboord heeft gegooid.
Gelooft u zelf, mijnheer de premier, dat een een-tweetje tussen de premier van België en de Koning van België op iemand indruk maakt? Gelooft u zelf dat nu plots wél zal lukken wat telkens mislukt is? U zegt: "Sire, geef mij 50 dagen." U hebt als premier al 276 dagen verknoeid.
Mijnheer de premier, vindt u dat u nog het vertrouwen, het mandaat hebt om nog maar eens een rondje Belgische chaos te organiseren, om nog maar eens te bekijken hoe men de mensen pijn kan doen? Of zult u eindelijk pogen om echt orde op zaken te stellen en te doen wat u de kiezer hebt beloofd: fiscale autonomie en de splitsing van de sociale zekerheid?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, het zal u misschien verbazen, maar onze fractie had u hier vandaag graag met een goed akkoord gezien.
Onze economie heeft het moeilijk, onze industrie staat onder druk en er heerst grote onzekerheid bij de bedrijven en bij de burgers. Wat verwachten zij van u? Zij verwachten daadkracht, beslissingen en duidelijkheid. Wat krijgen zij in de plaats? Zij krijgen een website van de overheid, namelijk de pensioenwebsite, die aankondigt dat ze niet meer moeten bellen omdat de medewerkers het zelf niet meer weten.
Het is zelfs nog erger, want u hebt daarnet zelf gezegd dat er in 2025 geen begroting meer komt en dat er geen hervormingen komen. Dat betekent stilstand.
Hebt u uw prioriteiten eigenlijk juist bepaald? Waar liggen die eigenlijk? Liggen ze in een museum in Egypte, in een aula in Gent of op een UNIZO-bijeenkomst in Maarkedal? Door uw uitstelgedrag en door te laat te beginnen, brengt u de regering en ons land in een coma, zoals topeconoom Geert Noels dat vanochtend heeft verwoord.
Wij hebben echter een voorstel. Als de regering er niet uit geraakt, kom dan gewoon met uw hervormingen naar het Parlement. Onze fractie voert constructief oppositie. Wij zullen die hervormingen steunen, zoals wij dat nu al hebben gedaan met de beperking van de werkloosheidsuitkeringen. Die maatregel hebben wij mee goedgekeurd. Het is uw enige realisatie tot nu toe.
Er zijn nog hervormingen die wij bereid zijn te steunen om onze economie te versterken, zoals meer overuren voor mensen die meer willen werken, nachtarbeid versoepelen zodat bedrijven niet langer wegtrekken en de flexi-jobs uitbreiden om de mensen meer netto-inkomen te geven.
Mijnheer de eerste minister, hebt u eigenlijk nog de leiding over dit land? Bent u nog de piloot in de cockpit of zijn er kapers aan boord van uw toestel?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, je pense qu'il est temps d'arrêter de vous voiler la face. Vous êtes enlisé dans une crise historique. On n'avait plus vu des douzièmes provisoires pour un gouvernement de plein exercice depuis les années 1980. Il faut regarder la réalité en face.
Franchement, je ne vous comprends pas. Il y a dix jours, vous lanciez un ultimatum. "Le 6 novembre, si je n'ai pas d'accord, j'irai chez le Roi", sous-entendu, je rendrai mon tablier, je rendrai ma démission. Et puis c'est devenu, au fil du temps, "j'irai le 6 novembre chez le Roi goûter si le café est un peu meilleur que la dernière fois". Il était bon ce café, d'ailleurs, monsieur le premier ministre? Ce n'est pas sérieux. Et vous venez nous exposer une situation en moins de quatre minutes.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous nous dire où en est véritablement votre gouvernement aujourd'hui? Il y a neuf mois, on peut avouer que ça démarrait plutôt bien. Vous aviez réussi à mettre en place des coalitions symétriques à tous les niveaux de pouvoir. Vous aviez seulement cinq partis dans votre gouvernement, au lieu de sept sous la Vivaldi. Il y avait une magnifique "bromance" entre vous et le président du MR, avec Maxime Prévot qui tenait la chandelle. Tout était réuni pour y arriver. Et là, patatras, c'est la catastrophe!
Monsieur le premier ministre, vous vous fixez des objectifs énormes, vous l'avez dit vous-même, mais vous ne vous donnez pas les moyens de les atteindre. Vous n'allez pas chercher l'argent là où il se trouve. Où sont les propositions pour lutter contre la fraude fiscale, par exemple? Nous attendons donc que vous vous tourniez enfin vers les vraies solutions pour atteindre vos objectifs, monsieur le premier ministre.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, deze week werd duidelijk dat de klimaatdoelstellingen niet gehaald zullen worden. Er vliegen onbekende drones boven ons land en de begroting kleurt bloedrood. Dit is geen moment voor geruzie, maar voor leiderschap.
Mensen gaan elke dag naar hun werk en zetten zich in voor de toekomst van dit land. Iedereen timmert mee aan dit land, behalve uw regering. Het enige wat jullie doen, is ruziemaken. Al weken wordt gesproken over het scenario om naar de Koning te gaan. Wat nu, mijnheer de eerste minister? U bent net bij de Koning geweest. Moet de Koning u nu op een teambuilding sturen om dat binnen vijftig dagen rond te krijgen?
Mijnheer de premier, uw regering speelt met de toekomst van dit land. Al maanden wordt verkondigd – dat zijn uw woorden – dat we voor een zware opdracht staan. U noemt het een col buiten categorie, maar als u elkaar voortdurend stokken in de wielen steekt, raakt u nooit boven op die col en zelfs niet op de Kemmelberg, mocht u dat proberen.
Collega’s, deze regering beloofde bij de start dat ze de begroting op orde zou stellen. Dat was uw grote doelstelling. Voor u was de uitslag van de verkiezingen uitstekend. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië kon een centrumrechtse – eigenlijk rechtse – meerderheid worden gevormd. Dat was uw gedroomde coalitie. Waar staat die gedroomde coalitie vandaag? Wat Arizona tot nu toe heeft gedaan, is zwaar besparen op pensioenen, op zieken, op het openbaar vervoer, op uitkeringen en op ontwikkelingssamenwerking. Intussen ging de begroting nog verder in het rood.
Collega’s, dit is inderdaad ongezien. Een regering met volle bevoegdheid die op het einde van het jaar geen begroting heeft en op voorlopige twaalfden moet overschakelen. Dat is bijzonder gênant en bovendien een echte primeur.
Nu vraagt u garanties om verder te doen. Welke garanties vraagt u, premier? Hebt u die gekregen?
Raoul Hedebouw:
Premier, het uitstellen van al uw antisociale maatregelen is een grote overwinning voor de sociale beweging. Het uitstellen van een indexsprong, het uitstellen van opnieuw maatregelen tegen langdurig zieken en het uitstellen van alle andere plannen die op tafel lagen, zoals de btw-verhoging, zijn een overwinning voor de sociale beweging. Zo'n 140.000 mensen hebben betoogd. De regering bereikt geen akkoord omdat ze die druk voelt.
U moet niet enkel terugkomen op het toekomstige akkoord, maar ook op het zomerakkoord. Door de pensioenmalus uit dat zomerakkoord zouden tienduizenden mensen 200 à 300 euro minder pensioen krijgen omdat ze niet tot 67 jaar konden werken. Het uitstel van dat akkoord is een overwinning voor duizenden mensen. Mijnheer de eerste minister, mijnheer Jambon, ik verzoek u om de website mypension.be aan te passen zodat duidelijk wordt dat die duizenden mensen niet getroffen zullen worden door uw pensioenmalus. Dat is vandaag immers beslist en dat is goed nieuws.
Het is ook goed nieuws voor de mensen die ’s nachts werken in de logistiek en hun nachtpremies dreigden te verliezen. Ook dat plan is van tafel geveegd en uitgesteld. Dat is een overwinning voor de sociale beweging. De reden daarvoor, beste arizonapartijen, is dat er geen maatschappelijk draagvlak bestaat voor uw maatregelen. Er is geen draagvlak. U hebt gezegd dat werken meer zou lonen. Le travail allait plus rapporter . Echter, niets daarvan is waar. De mensen vragen om betere werkomstandigheden. De mensen vragen om een eerlijke fiscaliteit, maar niets daarvan lag op de tafel van Arizona.
Mijnheer de minister, u denkt dat het over 50 dagen gemakkelijker zal zijn, maar er komen drie stakingsdagen; om niet enkel uitstel te bekomen, maar om al uw plannen te doen stopzetten. Daar gaat het om.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, huit mois pour s’installer, dix mois pour plomber le pays.
Pourtant, on allait voir ce qu’on allait voir. La droite allait tout réformer. Dix mois plus tard, votre bilan, le bilan de votre gouvernement, monsieur le premier ministre, est une véritable catastrophe. Déficit doublé, baisse du pouvoir d'achat pour les travailleurs – qui ne verront jamais les 500 euros promis lors de la campagne –, des taxes déguisées, des médicaments qui coûtent plus cher, des faillites à la pelle, une augmentation du chômage et une sécurité défaillante.
Votre bilan, monsieur le premier ministre, mesdames et messieurs les ministres, c'est l'inefficacité et l'injustice. Le bâton pour les travailleurs, les cadeaux pour les plus fortunés.
Cette crise illustre aussi l'échec de votre méthode, monsieur le premier ministre; votre incapacité à tenir les délais et à boucler les projets. Toujours pas de taxe sur les plus-values boursières. Rien en vue pour faire contribuer les grandes fortunes et les épaules les plus larges. Rien de sérieux pour lutter efficacement contre la grande fraude fiscale.
Ce gouvernement, monsieur le premier ministre, n'a pas de projet, pas de cap. Rien pour améliorer la vie des gens, la vie des travailleurs, des travailleuses. Le brouillard total.
Aujourd'hui, vous nous demandez 50 jours de plus pour faire ce que vous n'êtes pas parvenu à faire pendant 10 mois.
On nous avait promis des ingénieurs. Nous avons droit à des amateurs; parce qu'aujourd'hui, une chose est sûre: les comptes n'y sont pas. Les comptes ne sont pas bons. Les travailleurs continueront à être pressés comme des citrons. Il n'y aura pas, pour eux, de cadeau sous votre sapin de Noël.
Catastrophe budgétaire, pouvoir d'achat en ruine, chaos sécuritaire. Voilà le vrai visage de vos politiques. On appelle ça la faillite, pas la réforme. Monsieur le premier ministre, vous vous rêviez Winston Churchill; nous nous sommes réveillés avec Boris Johnson.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, croyez-le ou non, je ressens une vraie empathie pour vous. Jamais, même dans vos pires cauchemars, vous ne vous êtes dit qu'un jour vous devriez défendre la stabilité du gouvernement fédéral du royaume de Belgique face, en plus, à des forces du désordre et du chaos bizarrement représentées aujourd'hui par le MR.
Jamais vous n'auriez cru un jour être dépassé par votre droite par un parti francophone qui, pendant que vous vous échinez à prendre des mesures que vous n'avez fondamentalement – je le sais – pas envie de prendre, va faire la leçon au patronat flamand. Comme si d'ailleurs, chers collègues, il n'y avait qu'un seul parti dans ce pays qui n'aime pas les impôts, comme si tous les autres, même la N-VA, étaient des partis pro-taxes. J'y reviendrai tout à l'heure dans l'interpellation sur le fond.
Mais le MR n'est pas le seul responsable. Vous avez une grande part de responsabilité parce que c'est votre gouvernement. C'est vous qui avez choisi vos partenaires. C'est vous aussi qui avez choisi votre méthode. Quand vous vous êtes installé, tout le monde vous a dit, par exemple, que votre trajectoire budgétaire était bâtie sur du sable et qu'on n'arriverait jamais aux 7,5 milliards d'effets retours. Les efforts à faire en dépenses, la dégradation du contexte budgétaire ne sont pas des excuses suffisantes. Au mieux, vous allez être le premier gouvernement de l'histoire à être contraint de faire passer des douzièmes provisoires tout en étant de plein exercice. Au pire, vous serez un gouvernement de passage, qui n'aura accompli aucune grande réforme et qui n'aura qu'un seul bilan: des intentions, des gesticulations et des divisions.
Nous avons entendu votre nouvel ultimatum: un budget sous le sapin ou le sapin tout court.
J'ai une seule question. Quel est, selon vous, le prix de cette crise? Vous l'avez dit, les réformes vont être suspendues. Combien les citoyens, les entreprises et les associations vont-ils devoir payer pour l'absence de budget, pour l'absence de réformes et de résultats de ce gouvernement?
Voorzitter:
Ook de heer Dedecker zal over dit thema nog een vraag stellen.
Jean-Marie Dedecker:
Premier, collega’s, mocht ik vandaag partijvoorzitter zijn, lid van de uitvoerende macht of minister, dan zou ik ontzettend veel last hebben van plaatsvervangende schaamte. Het gat in de begroting is zo groot dat men er met een drone moet over vliegen. We worden bedreigd door een natie, maar we kunnen die drones zelfs niet uit de lucht halen, en straks moeten we beslissen over de Euroclearmiljarden.
We zitten te discussiëren over de kleur van het bluswater terwijl het huis in brand staat. De toestand is hopeloos, maar blijkbaar nog altijd niet ernstig.
Ik hoor het hier van iedereen, ook van de oppositie en weet ik veel. Jullie zijn bijna allemaal aan de macht geweest – behalve de communisten, gelukkig, anders was het hier Venezuela; dat geluk hebben we wel gehad. Allemaal! Mijnheer Van Quickenborne, ik zag 25 jaar lang ononderbroken liberalen in de regering. Toch zijn we kampioen in alle belastingen die er bestaan.
Mijnheer Bouchez, u hebt gelijk dat u de belastingen niet wilt verhogen. U hebt gelijk, maar jullie zijn mee verantwoordelijk. Er is geen ministerpost die jullie niet bezet hebben. Die van Financiën bijvoorbeeld, al heeft Reynders meer op de lotto gespeeld dan voor de financiën gezorgd.
Het gaat niet alleen over die kant, want ik zie jullie wel lachen ter linkerzijde. Ik zie minister Vandenbroucke zitten. Dat doet mij eens plezier. 70 miljard hebben we nodig voor de pensioenen. Maar jullie hebben de pensioenkassen geplunderd, mijnheer Vandenbroucke, uitvinder van het Zilverfonds. 15 miljard is in rook opgegaan. Jullie hebben de pensioenkassen van Proximus en dergelijke meer geplunderd. Dat jullie dan vandaag jullie verantwoordelijkheid ontvluchten, vind ik beschamend.
Ik vind beschamend wat hier aan het gebeuren is. Ik zetel hier lang genoeg. Ik heb ze allemaal de revue zien passeren. Maar dit heb ik nog niet meegemaakt.
Als jullie nu niet beseffen dat het kwart over twaalf is, wel, neem dan collectief ontslag. Ga naar de kiezer en vraag eens (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Dedecker.
Mijnheer de eerste minister, u hebt vijf minuten antwoordtijd.
Bart De Wever:
Geachte vraagstellers van de oppositie en Jean-Marie – een beetje hybride –, de ontgoocheling dat de begroting nog niet in orde is, is normaal. Die begrijp ik. Geloof mij, niemand is meer ontgoocheld dan ikzelf. Het verwijt dat we er niet aan gewerkt zouden hebben, mevrouw Bertrand, is onterecht. Dat kan ik u verzekeren. Vooral omdat we voor het jaar 2026 eigenlijk geen problemen hadden. We moesten geen enkele bijkomende maatregel nemen met hetgeen we al gerealiseerd hadden. Als we dat werkstuk hadden ingediend bij Europa, zouden we sowieso groen licht krijgen. We hadden het ons dus heel gemakkelijk kunnen maken. Ik had hier in oktober zonder problemen een State of the Union kunnen afleggen, sans problème , maar ook sans gêne .
Dat hebben we niet gedaan, bewust niet. Als ik hier vandaag met lege handen sta – en met grote kopzorgen, dat geef ik toe –, dan is het omdat we samen hebben besloten om de problemen onder ogen te zien. Oppositiepartijen die onder Vivaldi verantwoordelijkheid hebben gedragen, bijvoorbeeld in de 16 of op de post van Begroting, zijn bijzonder slecht geplaatst om nu commentaar te geven.
De radicale partijen in de oppositie kunnen zich vandaag vrolijk maken, maar dat is eerlijk gezegd meestal het enige wat ze kunnen. Dat draagt niet veel bij. (Protest op de banken van het Vlaams Belang) U kunt zich vrolijk maken, wat roepen, maar dat is alles wat u kunt, wat u ooit gekund hebt en wat u ooit zult kunnen. Dat draagt niets bij.
Inhoudelijk blijf ik bij wat ik in mijn verklaring heb gesteld. Ex malis eligere minima , zegt men in het Latijn. Wie de keuze heeft tussen slechte opties, moet altijd het minste kwaad kiezen.
C'est le choix qui s'offre à nous aujourd'hui pour trouver une réponse à nos défis budgétaires. Et ce choix est devenu inévitable. Les mesures qui doivent être prises ne sont agréables pour personne, mais elles doivent être prises pour assurer l'avenir de tous les citoyens de ce pays. Ce gouvernement est donc confronté à une tâche extrêmement difficile, une tâche que de nombreux politiciens ont négligée par le passé.
Wij zullen in de komende weken verder werken om tot een oplossing te komen voor de grote uitdaging waarvoor wij staan. Ik kan alleen maar alle partijen van de meerderheid oproepen om dat met de nodige sérieux te doen, anders zal de burger ons dat nooit vergeven – en terecht.
Barbara Pas:
Premier, terwijl uw coalitiepartijen elkaar met stoere verklaringen, veto’s en zelfs scheldpartijen bestoken, trippelt uw kat Maximus door de ambtswoning. U zegt dat die rust brengt. Dat klopt. Het is nog nooit zo rustig geweest. Er is geen begroting, geen hervorming, geen State of the Union en geen beleid, tenzij wanbeleid. U bent nu mee verantwoordelijk voor het Belgische wanbeleid dat u altijd zelf aanklaagde.
U had gelijk toen u toen zei dat men de Titanic op Belgisch niveau niet meer kan repareren. Toch maakt u nu de fout om dat toch te proberen in de plaats van te vervangen. Maak eindelijk werk van wat u de kiezer hebt beloofd. Maak eindelijk werk van meer autonomie voor Vlaanderen.
U zegt dat niemand meer ontgoocheld is dan uzelf. Dat klopt niet. Heel veel van uw kiezers zijn veel meer ontgoocheld dan u.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, de heer Dedecker heeft gelijk: het huis staat in brand. Maar de brandweer is nog niet in zicht. Integendeel, men blijft afwachten. U hebt ons vandaag gezegd dat er de komende 140 dagen totale stilstand is: vijftig dagen plus nog drie maanden zonder een volwaardige begroting. Na meer dan een jaar zult u slechts één realisatie kunnen voorleggen.
De tijd tikt en de factuur groeit, beste collega’s. De situatie wordt steeds erger en de inspanning wordt groter met de dag. Wie zal de factuur betalen? Dat zijn altijd dezelfde mensen: de mensen die werken, sparen en ondernemen. De middenklasse zal de factuur betalen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, peut-être votre appel sera-t-il entendu et aurez-vous un accord pour Noël. Mais, monsieur le premier ministre, les citoyens n'attendent pas que vous mettiez sous le sapin de nouveaux cadeaux pour les plus riches. Les citoyens n'ont pas voté pour travailler plus avec une pension moindre. Les citoyens n'ont pas voté pour que les infirmières, qui sont déjà 83 % à dire qu'elles se sentent en mauvaise santé, soient encore plus acculées dans leur travail.
Aujourd'hui, écoutez ce que les citoyens vous disent. Soyez à l'écoute des problèmes, des difficultés, des défis à relever et, surtout, arrêtez de répéter sans cesse que la situation est difficile. Cela, je pense que tout le monde l'a compris. Par contre, mettre en place des mesures qui ne touchent que la majorité de la population, en préservant les plus riches, cela ne va pas. Aujourd'hui, les citoyens sont d'accord de faire des efforts si tout le monde fait des efforts et de façon proportionnelle. Voilà le message que les gens souhaitent vous envoyer, monsieur le premier ministre.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, u verklaarde in Gent dat ons land boven de afgrond hangt, maar dat klopt niet. Het is uw regering die boven de afgrond hangt.
U hebt nu extra tijd gekregen, namelijk vijftig dagen. Collega's, de klok tikt ongenadig. Echter, vijftig dagen is voldoende tijd om het over een andere boeg te gooien. De keuzes die de regering tot nu toe heeft gemaakt, zijn immers hard en onrechtvaardig voor de gewone mens.
Ik wil nogmaals beklemtonen dat er alternatieven bestaan. De heer Van Peteghem weet dat. Er lekt geld uit de begroting, bij de managementvennootschappen, in de auteursrechten, in de fiscale fraude, die gigantisch is en waar miljarden te vinden zijn. De regering kan fossiele subsidies afbouwen en een miljonairsbelasting invoeren. De alternatieven die niet raken aan de gewone mens, liggen voor het grijpen.
Mijnheer de premier, over vijftig dagen is het 26 december 2025. In Engeland is het die dag Boxing Day, zijnde de dag waarop cadeautjes worden gegeven. De burgers zijn nu al bezorgd over wat zij zullen aantreffen onder uw kerstboom. Denk daar maar eens goed over na.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, les mesures ne seront agréables pour personne. C'est cela, le problème de votre table de négociations: cette vérité-là n'a pas été dite pendant la campagne électorale. Pendant celle-ci, vous avez dit que les gens allaient être mieux payés, que le travail allait être valorisé, qu'il allait y avoir beaucoup de positif pour le monde du travail. Or, ici, la vérité a été dite: tout le monde va payer, tout le monde va douiller! Ce ne sera agréable pour personne. Votre problème est là: qui allez-vous faire payer?
Des alternatives existent. Non, tout le monde ne doit pas payer. Allez chercher l'argent chez les super-riches, allez rechercher tous les cadeaux que vous avez offerts pour définancer la sécurité sociale. Huit milliards en moins dans la sécu avec votre tax shift à l'époque! Arrêtez de dire que tout le monde doit payer! Ce n'est pas vrai, car ce n'est pas la crise pour tout le monde. Pourquoi ne vous en sortez-vous pas lorsque vous vous retrouvez à table? Parce qu'il vous est impossible d'avouer publiquement que vous avez menti pendant la campagne électorale. Donc, vous êtes bloqué (…)
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, vous nous racontez systématiquement la même fable mais les travailleurs, eux, ont bien compris qu'ils ont été trompés par les partis de cette majorité lors de la campagne électorale.
Vous êtes aussi le roi de la métaphore et de la comparaison mais, aujourd'hui, vous êtes nu, les mains vides: pas de budget, rien pour les travailleuses et les travailleurs, aucune perspective d'amélioration. Rien sous le sapin – ou, comme l'a dit François De Smet, le sapin tout court. La seule perspective pour celles et ceux qui travaillent, c'est de travailler plus pour gagner moins. Ces gens-là savent que ce sont eux qui vont continuer à payer les politiques injustes et inefficaces portées par votre gouvernement: les travailleuses et les travailleurs de la classe moyenne, à qui nous devons le respect, monsieur le premier ministre.
François De Smet:
Merci monsieur le premier ministre. Je n'ai pas reçu de réponse, pourtant ma question était intéressante. L'information du report à Noël, nous la connaissions avant que vous arriviez. Mais la nouvelle, c'est que toutes vos réformes sont concentrées dans les 50 jours de désert de l'Arizona, que vous venez d'expliquer.
Que va-t-il se passer? Combien cela va-t-il réellement coûter aux citoyens? Je trouve cela assez léger.
Je comprends que vous vouliez absolument éviter d'être un nouveau De Croo. On vous dépeint parfois comme – peut-être – le nouveau Dehaene. Permettez-moi de vous dire que, pour l'instant, cela ressemble surtout à du Leterme.
Jean-Marie Dedecker:
Premier, ik heb twee oplossingen voor uw probleem. Ten eerste belt u naar uw collega in Taiwan. Tijdens de Aziatische crisis eind jaren 90, een grote crisis, zat er een gat in hun begroting van 8 %. Alle departementen moesten besparen, met uitzondering van Defensie. Dat is uitstekend gelukt, want vandaag is het een Aziatische tijger. Ten tweede, wat uw deadline betreft, u gaat naar de Koning en vraagt hem om de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Daar brengt u al die onderhandelaars in onder en zet hen op water en brood. Desnoods haalt u het dak eraf, zodat het binnen regent, en u komt pas naar buiten wanneer u een beslissing hebt genomen. Tot genoegen. Ik dank u.
De conclusies van de Nationale Veiligheidsraad inzake de dronedreiging
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De schending van ons luchtruim door drones en de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De hybride aanvallen tegen België
De Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
Beslissingen en bijeenkomsten van de Nationale Veiligheidsraad over dronedreiging, luchtruimschendingen en hybride aanvallen in België
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Bart De Wever (Eerste minister)
op 6 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De drone-incidenten boven Belgische luchthavens, militaire bases en kritieke infrastructuur worden gezien als gecoördineerde hybride aanvallen, waarschijnlijk afkomstig van Russische actoren, gericht op intimidatie en destabilisatie. De Nationale Veiligheidsraad besliste tot een driedelige strategie (detectie, identificatie, neutralisatie), met versterkte samenwerking tussen Defensie, politie en inlichtingendiensten, een centraal meldsysteem voor drones (operationeel vanaf 2026) en juridische duidelijkheid over neerhalen van drones, maar concrete middelen voor civiele beveiliging ontbreken nog. Kritiek richt zich op jarenlange onderinvestering in luchtruimbeveiliging, gebrek aan eenheid van commando (bevoegdheidsversnippering tussen Defensie en politie) en vertraagde actie (pas reactie na acute crisis). Partijen eisen transparantie over daders, versnelde uitvoering (nu pas plannen voor 2026) en betere coördinatie, terwijl de regering benadrukt kalmte en Europese samenwerking te zoeken.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, drones, drones, drones! Meer nog dan de stilstand van de regering waren zij de voorbije dagen hét gespreksonderwerp.
Er is economische schade, er heerst ongerustheid, angst en verwarring. Dat is uiteraard precies de bedoeling van degenen die drones op ons afsturen. Het betreft geen spionage, zoals ik de minister van Defensie enkele dagen geleden hoorde zeggen. Het zou namelijk bijzonder slechte spionage zijn uit een goedkope B-film. Het is pure provocatie, intimidatie en angstzaaierij, en dat lijkt me typerend voor de agressieve houding van de Russen de voorbije maanden, mijnheer de minister.
Het is daarom goed, zeer goed zelfs, dat u de premier hebt gevraagd om de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Het is bizar dat u dat zelf moest vragen. Even bizar is het dat de premier tot begin september heeft gewacht om de Nationale Veiligheidsraad, het hoogste veiligheidsorgaan van ons land, voor de eerste keer samen te roepen, terwijl de dreigingen zich blijven opstapelen. Nu zijn dan inderdaad de provocaties in de lucht begonnen.
De bevolking, mijnheer de minister, heeft recht op antwoorden en ik hoop dat u die hier zult geven. Dat is belangrijk.
Ten eerste, wat hebben de inlichtingen- en veiligheidsdiensten u meegedeeld, voor zover u dat hier kunt delen? Hebben zij een verklaring gegeven voor de acuut toegenomen aanvallen? Hebben zij verwezen naar iets als Euroclear of naar uitspraken van bepaalde leden van de regering?
Ten tweede, hebben onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten advies gegeven over onze houding en communicatie ten opzichte van Rusland? Zijn daarover afspraken gemaakt?
Ten derde, zijn er afspraken gemaakt tussen politie en Defensie over de detectie, identificatie en neutralisatie, mijnheer de minister? Belangrijker nog dan de aankoop van het juiste materieel is eenheid van commando; dat is de essentie. Zeg het ons, mijnheer de minister.
Maaike De Vreese:
Om heel evidente redenen, met name de aanwezigheid van de Europese instellingen, de NAVO en Euroclear, zijn wij een aantrekkelijk doelwit. Als er iemand klaar moet zijn om zich tegen drones te wapenen, dan zijn wij het. Het is dan ook positief dat de Nationale Veiligheidsraad samenkwam. We moeten voorbereid zijn en een plan van aanpak hebben.
Collega's, tot nu toe was er geen plan. Onder de vivaldiregering hebben we veel kostbare tijd verloren. Cruciaal is wie welke taken opneemt en op welke manier men zal samenwerken. Defensie heeft een federaal antidroneplan uitgewerkt voor militaire domeinen, maar het burgergebied, de kritieke infrastructuur en onze luchthavens ressorteren tot uw bevoegdheid. Er is een politionele aanpak nodig. Onze lokale politiediensten worden momenteel overstelpt met meldingen en zij moeten ondersteund worden. We moeten zo snel mogelijk het luchtbewakingscentrum, waar alle betrokken diensten samenkomen, volledig operationeel krijgen. Dat werkt. We doen dat al in Zeebrugge met het Maritiem Informatiekruispunt. Wat voor de zee kan, kan ook voor de lucht.
De incidenten tonen een duidelijke nood aan een gecoördineerde aanpak aan, niet alleen nationaal maar ook grensoverschrijdend. Bovendien is juridische duidelijkheid nodig. Of de politie een drone uit de lucht mag halen, mag geen vraagstuk zijn. In deze tijden moet dat een evidentie zijn.
Minister, hoever staat u met uw plannen?
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous sommes évidemment frappés par ces attaques inédites de drones sur notre territoire. Depuis maintenant 10 jours, des bases militaires et des aéroports ont été survolés. D'autres infrastructures suivront, parce que cela ne va sans doute pas s'arrêter.
Les Belges doivent-ils être impressionnés par ces attaques vraisemblablement russes? Non, mais il faut les prendre au sérieux. C'est ce que vous avez fait en mobilisant le Conseil national de sécurité (CNS). Ce dernier est le bras armé protecteur au sommet de l'État. Pour rappel, il s'est réuni dans le cadre des attentats, du covid ou de la crise énergétique liée à la guerre en Ukraine. C'est donc vraiment l'organe adapté à la réponse. Il réunit le kern, l'ensemble des ministres régaliens et les services de renseignement. Dès lors, je vous remercie de l'avoir mobilisé.
Vous allez nous donner des informations relatives aux diagnostics mais aussi au traitement envisagé face à cette menace: identification, détection, destruction.
Je tiens à souligner que nous venons de loin en la matière, même si nous ne partons pas de zéro. Comme vous, j'ai observé l'expertise dans un certain nombre de pays européens, en France en particulier. Elle a eu de très bons résultats s'agissant de la protection de son espace aérien durant les Jeux olympiques.
Au-delà des décisions du CNS, allez-vous rencontrer un certain nombre de vos homologues étrangers?
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, er is nog steeds geen begroting, maar deze keer heeft de regering geluk. De drones die boven ons land vliegen, vormen een ernstige bedreiging voor onze veiligheid, en voor de regering komt die bliksemafleider op het juiste moment. Plots gaat het immers niet meer over haar totale falen of over de gaten in de begroting, maar wel over de gaten in ons luchtruim.
En dan komt het veiligheidstheater, waar niemand nog de regie in handen heeft. In de Strategische Visie van minister Francken komt het woord drone amper voor, en als het er al in staat, dan is het voor 2032. Bovendien is de detectie gebaseerd op radiofrequentie, een techniek die vandaag al duidelijk achterhaald is. En heel stoer verklaart minister Francken dat hij Moskou wel zal aanpakken, maar ons eigen luchtruim blijft onbeveiligd.
De waarheid is simpel: het probleem vandaag is niet alleen de overvliegende drones, het probleem is dat de regering onvoldoende heeft geïnvesteerd in ons luchtruim en in onze veiligheid, noch in detectie, noch in neutralisatie. Alles wat nu komt, is achterhaald en veel te laat. De regering-De Wever bespaart liever op onze mensen, maar voor politieke showtjes, zoals de Theo Francken F-35-show, is er wel altijd geld.
Mijnheer de minister, wie zit hierachter? Welke bewijzen hebt u daarvan? De conclusie van minister Francken na de Nationale Veiligheidsraad was dat we het luchtruim wel vanaf januari zullen versterken. Waarom gebeurt dat pas vanaf januari? Wat met de komende maanden? Zijn onze mensen nog wel echt veilig?
Franky Demon:
Sinds 30 oktober is het duidelijk dat onze veiligheid wordt bedreigd door drones boven kazernes en luchthavens. Er zijn cyberaanvallen op onze systemen en fake news zaait verwarring bij onze burgers. Dit is geen toeval meer, dit is georganiseerd. Daarom moeten wij ons ook beter gaan organiseren. Voor cd&v kan ons antwoord zich niet beperken tot het militaire aspect. Veiligheid is veiligheid. Wat we investeren in defensie moet ook onze binnenlandse veiligheid versterken. De dreiging stopt niet aan de kazernepoort, zoveel is duidelijk. Het kan niet zijn dat wanneer een drone over een militaire basis vliegt Defensie daarvoor bevoegd is, maar zodra die drone zich daarbuiten bevindt, hij onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester valt.
Defensie, politie, inlichtingsdiensten en lokale besturen moeten als één team werken, met dezelfde informatie en dezelfde strategie. We moeten voorbereid zijn. Daarom is een duidelijk plan van aanpak, met afspraken tussen Defensie, binnenlandse besturen en lokale besturen, meer dan ooit nodig. Dat plan moet waterdicht zijn. Het defensiebudget is er. Zorg ervoor dat die middelen ook de politie en de civiele veiligheid versterken, want veiligheid is overal noodzakelijk. De Russen houden ook geen rekening met het verschil tussen Kleine-Brogel, Brussels Airport of Oostende.
Welke afspraken heeft de Nationale Veiligheidsraad gemaakt om met een zo breed mogelijk plan een zo breed mogelijke aanpak te realiseren, zodat alle locaties in ons land beschermd blijven?
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ons land is deze week het slachtoffer van een aanval in de hybride oorlog, zoveel is duidelijk. Er zijn drones boven onze militaire domeinen, drones boven onze luchtmachtbasissen en drones boven onze nationale luchthaven in Zaventem. Daarnaast zijn er al een hele week cyberaanvallen en is er al een hele week beïnvloeding op sociale media.
Beste collega's, dit is niet onschuldig. De cyberaanvallen schaden onze koopkracht en onze zorginstellingen. Een stilgelegde luchthaven kost onze economie handenvol geld. De combinatie van drones en vliegtuigen is ronduit gevaarlijk. Dit kan leiden tot ongelukken.
Het is heel duidelijk – ik herhaal het –, iemand is ons hier aan het testen en pesten. Het is ook duidelijk dat we ons niet mogen laten intimideren, dat we het hoofd koel moeten houden, kalm moeten blijven en dit vooral gecoördineerd moeten aanpakken. Daarom ben ik heel blij dat de Nationale Veiligheidsraad vandaag is samengekomen.
Mijnheer de minister, ik heb slechts één heel eenvoudige vraag voor u. Kunt u toelichten wat daar werd beslist om de veiligheid van ons allen te verbeteren?
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, ces derniers jours, notre pays a connu des survols de nos aéroports et de nos installations militaires par des drones, des cyberattaques et des opérations de désinformation.
Soyons clairs, la Belgique subit actuellement une série d'attaques hybrides coordonnées, venant probablement d'une puissance étrangère. Pourquoi? Parce que nous soutenons l'Ukraine, parce que nous hébergeons l'OTAN et l'Union européenne, parce que nous sommes des fervents défenseurs de la démocratie et de la liberté.
L'objectif de ces actions: nous intimider, nous obliger à changer de politique. Quelle prétention, quelle hubris! Du duc d'Albe à Joseph II, de Napoléon à Guillaume d'Orange, du Kaiser à Adolf Hitler, beaucoup ont cru pouvoir faire plier définitivement le peuple belge. Non, nous n'avons pas plié. De tout cela résulte notre devise: l'union fait la force.
En ces temps de trouble, ces mots doivent résonner. Nous devons reconnaître que nous avons été dépourvus face à l'intrusion des drones. C'est clair. Nous payons trop d'années de négligence de la mission fondamentale de l'État: assurer la sécurité de la population face aux menaces internes et externes.
Sans défense active, pas de paix. Notre État va faire face, avec ses alliés de l'OTAN et de l'Union européenne. Nous développons un plan stratégique d'ampleur et nous procurons les moyens qui permettront de protéger nos infrastructures essentielles et militaires et de faire face à ce nouveau type de menace. Préparer et assurer face aux attaques hybrides sera un des enjeux essentiels des prochaines années.
Monsieur le ministre, nos citoyens sont inquiets. Un Conseil national de sécurité s'est réuni en urgence ce matin. Il a pris des mesures positives pour faire face à la situation. Néanmoins, la protection de notre espace aérien et des infrastructures critiques face à la menace de drones demande des mesures structurelles à moyen terme. Quelles mesures sont-elles envisagées pour assurer la protection de toutes nos infrastructures critiques – j'insiste sur le mot "toutes" – et dans quel délai?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, il est évident que les événements que nous connaissons depuis quelque temps – à savoir des drones qui survolent des zones sensibles – constituent un danger, notamment pour nos aéroports. Du reste, en 2024, 31 000 drones avaient déjà été signalés au-dessus de zones sensibles. Donc, le problème n'est pas récent.
Nous nous heurtons à un véritable problème de réglementation, puisque 200 000 drones ont déjà été vendus dans le Benelux et que seuls 37 000 pilotes ont été enregistrés. J'aimerais dès lors savoir ce qui est prévu à cet égard.
À votre sortie du Conseil national de sécurité, monsieur le ministre, vous avez appelé au calme. Je ne peux que vous rejoindre sur ce point: nous devons en effet garder la tête froide. Il ne serait d'aucune utilité de céder à la panique, et il faut éviter de prendre rapidement des décisions malencontreuses ou qui rateraient leur cible. Entre-temps, nous devons attendre les résultats de l'enquête. Ce dont nous avons besoin avant tout est de connaître la vérité. S'agit-il de simples signalements? Concernent-ils uniquement des drones? M. Francken avait en effet indiqué que certains signalements visaient des avions qui volaient à basse altitude.
Par conséquent, des éclaircissements sont nécessaires. Quels drones étaient impliqués? Qui les pilotait? Et dans quel but? La seule chose dont nous soyons certains, pour l'instant, monsieur le ministre, est que nous ne savons pas grand-chose. Nous devons examiner la situation avant de tirer des conclusions.
Monsieur le ministre, vu qu'une enquête est en cours, disposez-vous déjà d'éléments susceptibles d'éclaircir aujourd'hui la situation?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, y a-t-il encore un pilote dans l'avion Belgique? Y a-t-il encore un ministre fédéral de l'Intérieur dans ce pays? Votre gouvernement est incapable d'adopter un budget mais aussi d'assurer la sécurité des Belges sur terre et dans les airs. Les trafiquants de drogue prennent le pays en otage. Quel est votre réponse en tant que chef de la police? Des policiers en plus? Non. Des moyens en plus pour la Justice? Non. Mais vous téléphonez à Theo Francken et vous lui dites: "Refile-moi tes jeunes recrues du service volontaire pour les mettre dans la rue dès 2027". Il faut arrêter ces improvisations ou ces formes de sparadraps. Vous êtes ministre, nous avons besoin d'action, monsieur le ministre.
Face aux drones qui survolent nos infrastructures critiques – aéroports, casernes, camps militaires, centrales nucléaires, etc. –, c'est rebelotte! Pendant que des drones prennent le ciel belge à l'assaut, on ne vous voit pas. Ce sont des camionnettes de la police locale, mes petits policiers locaux – je suis également bourgmestre – qui ont dû littéralement courser ces drones alors qu'ils s'évanouissaient dans la nature. C'est quand même un comble. C'est le pays de Magritte. Je n'arrête pas de le répéter.
La fermeture de nos aéroports bruxellois et liégeois cette semaine a créé un chaos sécuritaire une fois de plus. Éviter de tels survols relève de votre responsabilité et de celle du ministre Crucke également. Cela fait des semaines que ces incidents se multiplient et il aura fallu en arriver là pour qu'enfin, eindelijk , le premier ministre convoque ce matin un Conseil national de sécurité.
Je n'ai qu'une question à vous poser, parce qu'au-delà de la question de savoir qui se cache derrière ces drones, il faut évidemment faire toute la lumière et surtout garantir la sécurité de nos concitoyens et de nos sites critiques. Monsieur le ministre, qu'a-t-il enfin été décidé au Conseil national de sécurité pour assurer la sécurité des Belges et de nos infrastructures civiles?
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos très nombreuses questions sur ce sujet.
Mardi soir, plusieurs vols de drones ont été constatés au-dessus de plusieurs aéroports, celui de Zaventem – qui n'est pas seulement un aéroport civil, mais aussi militaire avec celui de Melsbroek – ainsi que ceux de Liège et Anvers. Des vols de drones ont également été constatés au-dessus de plusieurs bases militaires et installations critiques et sensibles. Il s'agissait d'une action organisée, concertée par ce qu'on appelle en langage diplomatique "des acteurs inamicaux".
Naar aanleiding van deze gebeurtenissen heb ik de eerste minister gevraagd de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Die vergadering heeft vanochtend plaatsgevonden. Ze gaf ons allereerst de kans de rapporten van de veiligheidsdiensten te analyseren. Ik wil hier graag hun uitstekende werk en hun goede samenwerking benadrukken.
Je n'entrerai évidemment pas dans les détails pour des raisons de sécurité évidentes. Ce Conseil national de sécurité a permis de continuer et de faire aboutir une bonne partie du travail déjà entamé depuis plusieurs mois entre administrations et cabinets responsables, contrairement à ce que j'ai pu entendre.
À la suite du CNS de ce matin, je vous confirme notre stratégie en trois axes: détecter, identifier et neutraliser. Au niveau de la détection, face à une menace qui évolue de jour en jour, nos installations doivent être modernisées et renforcées pour être toujours plus performantes.
Dit valt onder de verantwoordelijkheid van Defensie, maar ook die van skeyes, die allebei over zeer specifieke expertise, financiële middelen en toestellen beschikken.
Mijn collega van Defensie heeft ons vanmorgen een voorstel gepresenteerd om de middelen van het leger op dit vlak te versterken. Die middelen zullen uiteraard ook voor de beveiliging van onze kritieke en gevoelige sites kunnen worden ingezet, zowel op civiel als op militair vlak, zoals in het regeerakkoord werd bepaald.
C'est ce que nous appelons, dans le langage convenu, le dual use de ces moyens.
Je vous confirme par ailleurs que le Conseil national de sécurité a décidé d'adapter, en fonction du plan stratégique de la Défense, le Centre national de sécurité de l'espace aérien (NASC), situé à Beauvechain, d'ici le 1 er janvier 2026. Lorsqu'un drone est détecté, il faut pouvoir l'identifier. Nous avons donc décidé la mise en place d'un système d'enregistrement de drones et de leurs opérateurs plus large et plus performant que le système actuel, et ce, sous la houlette du ministre de la Mobilité. Cela doit nous permettre d'opérer beaucoup plus rapidement la distinction entre une utilisation agréée et une utilisation potentiellement malveillante, ainsi que de faciliter l'identification des opérateurs de drones.
Une fois détecté et identifié, et s'il est avéré que le drone représente un danger, il faut pouvoir le neutraliser. Sans préjudice des obligations des acteurs privés, les drones suspects sur l'ensemble du territoire national peuvent, lorsque cela est jugé nécessaire pour des raisons de sécurité, d'intégrité territoriale et de souveraineté ou pour la protection du droit à la vie, être neutralisés, selon le cas, par une intervention policière ou militaire, en veillant à prévenir et à limiter autant que possible les dommages collatéraux.
Pour ce qui concerne le reste de l'espace public, la police a un rôle central à jouer, qu'elle soit fédérale ou locale. Il n'y a pas de petite police, monsieur Lacroix. J'ai demandé d'adapter et de renforcer le cadre de contrôle et d'intervention de la police à ce phénomène. Celui-ci permettra à nos forces de l'ordre d'intervenir justement dans un cadre solide et clair, implémenté tant au niveau de la police fédérale que locale ainsi que par le Centre de crise national.
Nous évaluerons les moyens matériels et humains nécessaires pour la lutte contre les drones en nous appuyant également sur les moyens renforcés de l'armée.
Dit moet het mogelijk maken om sneller het onderscheid te maken tussen recreatief gebruik en potentieel vijandig gebruik en om de identificatie van droneoperatoren te vergemakkelijken.
Met betrekking tot de kritieke en gevoelige infrastructuur en de militaire sites zullen de expertise en de bijkomende middelen van het leger ons in staat stellen om ons arsenaal aanzienlijk te versterken.
Tegelijkertijd zullen we deze kwestie ook op Europees niveau aankaarten. Ik ben in gesprek met landen die recent met dezelfde problematiek werden geconfronteerd, met name Denemarken, Duitsland en Nederland, en met de Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken, de heer Brunner. Mijn diensten hebben ook contact gehad met Polen, Duitsland, Denemarken en Litouwen.
Enfin, je peux vous annoncer que le sujet sera à l'agenda du Conseil Justice et Affaires intérieures des 8 et 9 décembre prochains à Bruxelles.
J'aimerais ici terminer par un message clair. Nous comprenons évidemment l'inquiétude que ce phénomène peut représenter et certainement dans le contexte international. Ce gouvernement et l'ensemble des services de l'État prennent les choses en main avec calme et détermination et dans le cadre d'une communication maîtrisée. Nous pourrons pour cela nous appuyer sur une stratégie coordonnée et une volonté sans faille. Je vous remercie.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw gedetailleerd antwoord. Ik heb drie opmerkingen.
Ten eerste, we hebben nood aan één baas in het luchtruim. Boven de kazerne is Defensie bevoegd, maar eenmaal het kazerneterrein verlaten, moet het werk door de combi of helikopter worden uitgevoerd. Dat is onwerkbaar.
Ten tweede, u hebt terecht verwezen naar de internationale aanpak. Het is heel goed dat u die initiatieven neemt. Er werd verwezen naar het Maritiem Informatiekruispunt, maar ik kan u meer vertellen, collega De Vreese. De vorige regering heeft geïnvesteerd in het North Sea Platform. Dat is een platform om op een beveiligde manier informatie in realtime uit te wisselen.
Ten derde, we weten allemaal dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is om een dergelijk toestel te neutraliseren. We beschikken echter over een groot voordeel. Onze privésector, dus onze bedrijfswereld, is klaar om met ons te experimenteren. Wij hebben DronePort in Sint-Truiden. Ga daarmee alstublieft aan de slag. Dat is een opportuniteit voor onze veiligheid.
Maaike De Vreese:
Collega’s, nog niet zo lang geleden associeerden we drones met iets dat we onder de kerstboom legden als cadeautje, als speelgoed voor onze kinderen. Nu bevinden we ons in een volledig andere situatie, waarbij we moeten wensen dat onder de kerstboom voor onze veiligheid en voor onze inlichtingendiensten antidronecapaciteit klaarligt.
Mijnheer de minister, daarvoor moeten we de krachten bundelen. Dat hoeft inderdaad niet allemaal vanuit de overheid te komen. We hebben heel wat mooie technologiebedrijven die klaarstaan om samen te werken, niet alleen met onze politiediensten, maar ook met Defensie.
De tijd is rijp om die krachten te bundelen, want de uitdagingen op dat vlak zijn heel erg groot.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous ne devons donc pas avoir peur. Nous devons prendre cela au sérieux.
Nous aurions sans doute pu être un peu mieux protégés, monsieur Lacroix. Si, en matière de lutte contre les drones, au niveau du département de la Défense, sous la précédente législature, davantage d’initiatives avaient été prises, peut-être serions-nous mieux protégés. Votre intervention est un peu fort de café, monsieur Lacroix; je pense, en effet, que votre parti a une grosse responsabilité en la matière.
Pour terminer, monsieur le ministre, j’appelle tout de même de mes vœux – au-delà de ce que vous avez provoqué aujourd'hui, c'est-à-dire la coordination des moyens de réaction – la mise en place dans notre pays d'un seul département anti-drones. C’est ainsi que cela fonctionne dans les autres pays. Selon moi, c’est ainsi que nous devrons fonctionner. Par ailleurs, pour faire la transparence également pour les Belges, je demanderai au Comité R un rapport sur l’origine de la menace.
Britt Huybrechts:
Minister, van geen zakenkabinet en geen orde op zaken gaan jullie naar meer taksen voor de Vlaming, naar een peperduur migratiebeleid met gaten, naar gaten in ons luchtruim en in onze veiligheid.
Eigenlijk is er maar één ding dat u en uw collega-minister Francken nu nog kunnen doen: neem de verantwoordelijkheid op voor jullie falend beleid, de gemiste investeringen en achterhaalde beslissingen, en neem ontslag.
Maar kijk, de goede vriend van Bart De Wever, de Koning, gelooft misschien nog in jullie. De bevolking echter allang niet meer.
Als ik deze foto zie, meen ik dat u er zelf niet meer in gelooft. De drones vliegen in het rond, maar de regering blijft hangen.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, u gaf het vanmorgen zelf al aan, en u herhaalde het op het einde van uw antwoord: de kalmte bewaren is belangrijk.
Naast kalmte is er ook nood aan voorzichtigheid. We dienen onze woorden zorgvuldig te wikken en te wegen. We hoeven niet alle kaarten op tafel te leggen wanneer we weten dat we in het oog gehouden worden. We moeten beseffen dat elke uitspraak, van mij, van u en van uw collega’s, tegen ons gebruikt kan worden. Laten we vooral dus geen olie op het vuur gooien. Laten we samenwerken aan een gemeenschappelijke nationale strategie om ons te wapenen tegen die nieuwe hybride dreiging.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik wil mijn repliek beginnen met een vraag aan de collega’s van zowel de N-VA als de MR. Stop alstublieft met naar het verleden te verwijzen, stop alstublieft met naar Vivaldi te verwijzen. Dit gaat over onze veiligheid. Dit overstijgt regeringen. Dit overstijgt partijbelangen. Het NASC is opgericht onder minister Dedonder, onder de vivaldiregering. Dus, alstublieft, de situatie is veel te ernstig om er politieke spelletjes van te maken.
Mijnheer de minister, we moeten dat nauwgezet blijven opvolgen, gecoördineerd en gedisciplineerd. Ik en mijn fractie hebben althans alle vertrouwen in onze diensten, alle vertrouwen in ons defensiepersoneel, alle vertrouwen in ons politiepersoneel. We weten immers wat we hier verdedigen: we verdedigen onze welvaartsstaat, we verdedigen onze democratische waarden, we verdedigen onze solidariteit.
Stéphane Lasseaux:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je voudrais ici témoigner de toute la confiance qu'on peut porter à l'ensemble de nos forces armées, soit à notre Défense, qui fait face aux ennemis extérieurs; confiance en notre sécurité intérieure et interne telle qu'elle est sainement sollicitée; confiance en nos services de renseignement qui, chaque jour, sont sur la brèche; confiance en notre diplomatie qui travaille sans relâche au renforcement de nos alliances; aussi et certainement confiance en nos citoyens qui soutiennent cette assemblée et, par elle, l'action du gouvernement.
Tous ensemble, nous devons faire en sorte que, toutes et tous, nous puissions protéger une démocratie que nous défendons et certainement aussi nos libertés.
Je voudrais dire à tous: restons vigilants , keep calm and carry on. C'est ce qu'on disait lors du dernier conflit mondial, mais c'est ainsi que nos adversaires connaîtront la défaite. Nous ne plierons pas, l'union fait la force, rassemblons-nous tous, ici, ensemble, pour pouvoir défendre notre Belgique.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, j'attendais une réponse sur l'avancée de l'enquête et s'il y avait des éléments déjà disponibles pour pouvoir dissiper un peu le flou dans lequel on est aujourd'hui.
Avant de prendre des décisions et avant d'agir, il faut d'abord établir la vérité et savoir ce qui se passe concrètement pour ne pas prendre des mauvaises décisions, pour ne pas faire de mauvais investissements et ne pas céder à la panique. Parce que la panique peut être instrumentalisée par ceux qui ont d'autres intérêts, par les marchands d'armes qui veulent vendre tous azimuts leurs armes, par les défenseurs de la course à l'armement, qui vont utiliser cet épisode pour renforcer leur idée d'achats militaires. Donc, nous devons rester calmes, garder la tête froide et ne pas agir dans la précipitation, mais agir seulement quand on est sûr des informations que nous avons.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, le collègue Weydts demandait au collègue Ducarme d'être fair-play. C'est attendre l'impossible, c'est comme attendre un budget pour l'Arizona.
Cela étant dit, monsieur le ministre, c'est magnifique, uitstekend, proficiat! Bonne nouvelle, bonne nouvelle! On va enfin interdire les drones illégaux, c'est magnifique! Et on a obtenu 50 millions d'euros, mais qui ne concernent que les sites militaires. Rien pour le civil, rien pour la police fédérale, pas un euro pour l'Intérieur. En tant que petit bourgmestre d'une petite commune avec une petite police qui n'est pas équipée pour lutter contre les drones, je dis que ma petite police locale, que je chéris, va devoir être en état d'alerte devant la centrale nucléaire de Tihange si un survol des drones se manifeste. Vous trouvez ça normal? Moi, pas. C'est le job de la police fédérale, c'est votre travail, agissez!
Voorzitter:
We zijn aan het einde van het vragenuurtje gekomen. We gaan nu over tot het wetgevend werk. Uw dienaar zal nu plaatsnemen in het halfrond. Ik verlaat dus deze hoge, neutrale positie en vraag aan collega Reuter om voor te zitten. Voorzitter: Florence Reuter, ondervoorzitster Président: Florence Reuter, vice-présidente.
Het banenverlies in de Antwerpse chemiesector
De impact van het grote aantal collectieve ontslagen op de industriesector
De wake-upcall voor de eurocraten inzake onze industriële toekomst
De malaise in de industrie
De verslechterende economische situatie en de dalende koopkracht
De crisis in de Europese industrie, banenverlies, economische neergang en dalende koopkracht
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de crisis in de Belgische industrie, met name de 600 ontslagen bij BASF Antwerpen, symbool voor structurele achteruitgang door hoge energiekosten, loonkosten, Europese regeldrift en gebrek aan competitiviteit. Critici (N-VA, cd&v, PVV, PTB) hekelen de passiviteit van minister Clarinval (MR)—geen concrete maatregelen, te trage hervormingen, afhankelijkheid van dure energie-importen—terwijl hij arbeidskostenverlaging, energienormen en het "Make 2025-2030"-plan als oplossingen naar voren schuift, maar zonder tastbaar resultaat. Europa’s bureaucratie en het ontbreken van een Belgisch industriebeleid verergeren de neergang, met oproepen tot deregulering, publieke energinievesteringen en snellere hervormingen. De oppositie eist directe actie en verantwoordelijkheid, terwijl de regering blokkeert op budgettaire twisten en gebrek aan urgentie.
Steven Coenegrachts:
De regering staat stil, de eerste slachtoffers vallen: 600 jobs weg bij BASF. 600 persoonlijke en familiale drama’s. En het zullen niet de laatste zijn.
Ik weet dat na mij collega’s van de N-VA en cd&v komen, die zullen zeggen: Europa moet meer doen. Maar, minister, de vraag is wat u al hebt gedaan. Wat heeft Arizona al gedaan? Op één iets na is het antwoord heel gemakkelijk, namelijk niets. Niets voor de bedrijven, niets voor de industrie, niets voor onze jobs en onze welvaart. Veel geblaat, maar heel weinig wol.
Nochtans, minister, wist u vanaf dag één wat het grote struikelblok van onze energie-intensieve bedrijven, van onze industrie, is: de hoge energiefactuur. Vanaf dag één wist u ook wat de oplossing daarvoor is: een korting op de energiefactuur. Dat lag allemaal klaar. Alles was voorbereid. Maar u deed daar niets mee. Het is schuldig verzuim.
Ondertussen wachten we in dit Parlement op flexibelere nachtarbeid, op meer overuren, op de pensioenhervorming. Ik zal het hier zelfs niet hebben over de begroting. Mijnheer de minister, uw regering staat stil, de slachtoffers vallen. Wat zult u doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, met meer dan 36 jaar ervaring in de chemiesector heb ik zelf gezien hoe een toonaangevende werkgever in de Kempen, ooit een bron van welvaart voor honderden gezinnen, vandaag vecht om te overleven. Een bedrijf dat niet alleen directe, maar ook talloze indirecte jobs mogelijk maakte. Een bedrijf waar we als Belgen trots op mogen, maar vooral ook moeten zijn.
Vandaag verdwijnen er bij BASF 600 banen, niet door een gebrek aan expertise, maar door een nieuwe realiteit die de sector treft. De hele industrie gaat gebukt onder hoge energiekosten, trage procedures en een torenhoge loonkost. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor zijn van onze welvaart stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese ondernemingen groeien en bloeien en dat ten koste van onze eigen bedrijven. Niet met cd&v.
Besturen is voor cd&v meer dan bijsturen, maar wel investeren in onze mensen en bedrijven en investeren in economische groei, zodat iedereen er beter van wordt, zodat we onze jobs hier kunnen houden en opnieuw kunnen meespelen met de grote spelers. Daarom hebben we nood aan een fundamentele omzwaai voor onze industrie. Op een economisch kerkhof kan men geen sociaal of duurzaam beleid voeren.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat België zijn concurrentiekracht herwint en dat onze industriële werkgevers opnieuw vertrouwen krijgen om in ons land te investeren?
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, het weerbericht van vandaag luidt code geel voor het binnenland en code oranje voor de kust, maar voor onze economie luidt het code rood.
Transportbedrijven moeten aantonen dat elke liter brandstof mensenrechtenproof is. Onze eigen chocoladeproducenten riskeren boetes als hun cacaoleveranciers in Ghana niet voldoen aan Europese klimaatnormen. Ik denk aan de dopjes op de flesjes en aan de regels – tot voor kort – over hoe krom bananen mochten zijn. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van de regeldrift van Europa.
Europa is elke voeling met de realiteit kwijt. Het is dan ook logisch dat de Verenigde Staten en Qatar dreigen de gaskraan dicht te draaien en dat BASF 600 jobs schrapt en dat allemaal door richtlijnen bedacht door eurocraten zonder voeling met de werkvloer. De eigen regulering duwt de Europese industrie in zwaar weer: geen energiezekerheid, torenhoge energie- en loonkosten en daarbovenop een administratieve nachtmerrie.
We moeten niet denken dat we als Europese Unie de wereld kunnen reguleren. It is time to wake up from this European-centrist illusion . Onze concurrenten investeren in groei, terwijl wij investeren in idealisme zonder realiteitszin.
Mijnheer de minister, zult u binnen de Europese Raad op tafel slaan en pleiten voor meer economisch realisme, voor deregulering en voor minder rapportverstikking? Geef onze industrie zuurstof en vertrouwen. Dank u.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, 600 jobs verdwijnen bij BASF in Antwerpen. Opnieuw een groot industrieel bedrijf in België dat afdankt. En ik, ik weet wat dat is om afgedankt te worden. Na jarenlang hard werken in de fabriek, plotseling aan de deur te worden gezet, dat snijdt diep. We hebben Arlanxeo gehad, we hebben Agfa gehad, ExxonMobil, Total, Evonik, Covestro, Ineos. De maakindustrie, het kloppende hart van onze welvaart, dat bloedt dood.
Rechts komt hier al jaren toeteren dat de loonkost het probleem is. Mijnheer de minister, mijnheer Ronse, wat zegt het Federaal Planbureau? De energiekost is te hoog. Wat zegt chemiefederatie Essenscia? De energiekost, dat is het probleem. Als we uit de crisis willen geraken, dan zullen we die energietransitie wel zelf in eigen handen moeten nemen. Dan moeten we stoppen met die vuile deals te sluiten met Trump om het duurste en meest schadelijke schaliegas te importeren vanuit de VS. Dan moeten we afstappen van het versleten, liberale model waar ENGIE Electrabel zowel de productie als de prijs bepaalt. Wij hebben echt nood aan een grootschalig publiek investeringsplan voor hernieuwbare energie en om ons elektriciteitsnetwerk te moderniseren. Dat is de toekomst voor onze industrie.
Ik heb één duidelijke vraag voor u, mijnheer de minister. Heeft onze industrie eigenlijk volgens u nog een toekomst in België? Zo ja, bent u bereid af te stappen van het liberale energiemodel en te gaan voor echte publieke investeringen?
Sophie Thémont:
Monsieur le vice-premier ministre, aujourd'hui, c'est la crise, mais c'est aussi la crise pour les travailleurs, pour les familles, pour les pensionnés et pour les étudiants. Par quoi répondez-vous? Par une crise au sein du gouvernement. Savez-vous ce qui se passe? Au MR, vous êtes tétanisés parce que vous vous rendez compte que vous ne savez pas tenir vos promesses de campagne. On croyait qu'on allait avoir affaire à des ingénieurs. Aujourd'hui, on a des amateurs sans cœur. Qui supporte les efforts budgétaires aujourd'hui? Les pensionnés, les familles et la classe moyenne.
Vous avez été incapables de vous mettre d'accord sur un chiffre pour le budget; incapables de produire ici une déclaration politique il y a dix jours; incapables de doter le pays d'un cap; incapables d'augmenter le revenu de 500 euros; incapables d'offrir des perspectives d'emploi et de reprise aux entreprises; incapables de relancer l'industrie. Vous l'avez vu à Anvers aujourd'hui, l'entreprise BASF va supprimer 600 emplois d'ici 2028.
Après sept mois, vous avez raboté les pensions, bidouillé l'index, augmenté les soins de santé, augmenté le minerval, augmenté le prix de l'immobilier, supprimé les primes de nuit et tout va devenir plus cher. Vous avez trahi la classe moyenne et les pensionnés.
J'ai quand même une petite chose à vous dire. Ce n'est pas moi qui le dit, mais la presse, et quelqu'un de chez vous sous le couvert de l'anonymat. Votre paralysie au MR vient du fait que vous avez un peu les chocottes, monsieur Clarinval, que la classe moyenne se venge aujourd'hui. J'ai une simple question pour vous, à titre personnel. À combien estimez-vous l'effort que doit faire ce gouvernement?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de intentie van BASF om tegen 2028 600 jobs te schrappen, bijna één job op vijf op de site in Antwerpen, is een duidelijk signaal: het gaat steeds slechter met onze industrie. Volgens de informatie waarover ik beschik, zullen er geen gedwongen economische ontslagen plaatsvinden, conform de akkoorden die met de sociale partners over de werkzekerheid zijn gesloten. BASF wijst erop dat de onderneming er alles aan zal doen om de transitie naar een andere job te bevorderen. Ik moedig uiteraard directie en vakbonden aan om een serene sociale dialoog te blijven voeren met oog voor oplossingen voor de betrokken werknemers.
BASF is helaas geen alleenstaand geval. Wat er vandaag gebeurt, toont een structurele verzwakking van de industriële competitiviteit van ons land aan. Volgens het Federaal Planbureau blijft het aandeel van de industrie in onze economie dalen. Het aandeel van de maakindustrie in de toegevoegde waarde van België is gedaald van 20 % in 1995 naar 12 % in 2023, een daling met bijna de helft. Het aantal jobs is afgenomen van 680.000 in 1995 tot 510.000 in 2023, ofwel 170.000 jobs minder. Die evolutie is niet houdbaar als we onze productieve basis, onze jobs en ons vermogen om waarde te creëren, willen behouden.
Ik heb het al herhaaldelijk gezegd. Competitiviteit is mijn prioriteit, zij is geen optie, zij is een voorwaarde voor onze welvaart. Zonder competitiviteit zijn er geen investeringen, geen innovatie en geen duurzame werkgelegenheid.
De regering heeft al concrete maatregelen genomen. Ten eerste verlagen wij de arbeidskosten met bijna 1 miljard euro tegen 2029. Ten tweede, samen met minister Bihet maak ik werk van de energienorm om de energiekosten te beheersen. Die kosten wegen immers zwaar op onze industriële sectoren, waaronder de chemie- en metaalindustrie.
Ten derde zullen mijn verschillende hervormingen van de arbeidsmarkt het bovendien mogelijk maken om de beschikbare talenten te mobiliseren en onze regels aan de economische en sociale realiteit aan te passen.
Onze beslissingen gaan in de goede richting, maar ze volstaan niet. We moeten verder en sneller gaan om de competitiviteit van onze economie te herstellen. Dat is de bedoeling van het plan Make 2025-2030. Dat plan wil onze industrie duurzaam versterken dankzij een nauwe samenwerking tussen de overheid en de economische partners. We moeten ook structurele hervormingen nastreven, met name op fiscaal vlak. Het doel is duidelijk. We willen snelle, meetbare en nuttige resultaten bereiken voor onze ondernemingen.
De competitiviteit wordt echter niet alleen in België bepaald, maar ook op Europees niveau. Daar gaat het echter niet snel genoeg. Mario Draghi zei ook al dat als Europa niet sneller wordt, het een risico loopt op slow agony , een trage verslechtering van zijn globale economische positie.
Aujourd'hui, un an après la remise du rapport Draghi, ce sont à peine 11 % des propositions dudit rapport qui sont mises en œuvre. Nous sommes trop lents, trop fragmentés, trop contraints par notre propre bureaucratie. On l'a encore vu hier avec le vote sur le CSRD et CS3D. C'est un échec regrettable.
La Belgique dispose d'atouts pour redevenir un acteur industriel fort en Europe. Ce travail exige de la cohérence et des mesures fortes. La compétitivité se construit pas à pas, réforme après réforme. C'est cette direction que le gouvernement fédéral doit poursuivre avec pragmatisme, avec constance et avec la conviction qu'une économie forte reste la meilleure garantie d'un modèle économique social solide.
L'annonce de BASF nous rappelle que chaque jour compte. C'était d'ailleurs tout le message qui avait été donné lors de la déclaration d'Anvers pour un pacte industriel européen. Et ce message doit évidemment aussi se traduire dans les discussions budgétaires que nous menons actuellement.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, wij horen nu al maanden aan een stuk dezelfde beloften en voorstellen, maar de vraag is wat u al hebt uitgevoerd. Wat hebt u al concreet gemaakt? Wat hebt u al veranderd? Welke wetteksten hebt u hier al ingediend? Over welke wetsontwerpen mogen wij stemmen? Wij staan klaar om die met onze fractie te steunen, maar hier ligt niets voor.
Collega’s, ik hoorde de voorbije uren in de wandelgangen heel wat speculatie over de val van de regering, maar waarover zou u vallen? U hebt nog niets beslist. Er is niets om over te vallen. Terwijl alle alarmbellen afgaan, doet u niets. Het is code rood, zei mevrouw Van Riet, maar wat doet u? U staat stil. U speelt verstoppertje achter de rug van Europa, dat het maar moet oplossen, mijnheer de minister. Kies voor actie.
Tine Gielis:
Dank u wel, mijnheer de minister. U geeft aan dat u een pact voor ogen hebt, waarmee u aan de slag zult gaan. Dat stelt mij al enigszins gerust, want we hebben in de media een duidelijk signaal gekregen.
We verwachten van u als minister dat u een katalysator voor een reset van de Belgische industrie zult zijn met het oog op het opkrikken van de concurrentiekracht. Dat is ook wat de bedrijven, de werknemers en de gezinnen van u verwachten. U zult daarvoor in cd&v zeker een bondgenoot vinden.
Wij kijken uit naar uw plan van aanpak waarmee we aan de slag kunnen, een plan dat onze industrie opnieuw vertrouwen en rechtszekerheid moet geven.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, we mogen niet langer de bureaucratische klucht van de Europese Commissie over ons heen laten komen. Onze motor van productiviteit en innovatie sputtert. Het beetje flexibiliteit dat we momenteel nog hebben op onze arbeidsmarkt, volstaat niet meer.
Ik ben blij dat u het Europees dogmatisch idealisme erkent en het wil vervangen door economisch pragmatisme, voor we een koffietafel voor onze industrie moeten organiseren.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, “Het gaat steeds slechter met onze industrie”, dat zijn uw woorden en u hebt gelijk. Dat staat toch in schril contrast met wat de heer Bouchez daarnet is komen verkondigen.
Het gaat slecht met onze industrie. Maar wat zult u eraan doen? U hebt geen enkel plan. U hebt daar geen enkel antwoord op gegeven. We blijven afhankelijk van gas uit de VS, we blijven afhankelijk van het liberale beleid. Elke job die vanaf vandaag verloren gaat door de hoge energiekosten, is uw verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van de regering. U staat ernaar te kijken en doet gewoon niet.
Het is duidelijk: u moet investeren; u moet de energiemarkt in eigen handen nemen. Dit zien we immers in het buitenland: waar men de energiemarkt in eigen handen neemt, presteert de economie veel beter.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne vais pas vous remercier pour vos réponses puisque vous n’avez répondu à rien. Je vous avais pourtant posé une seule question. Le premier ministre est absent, et vous, vous êtes complètement silencieux. Vous dites vouloir relancer l’économie. Je voudrais quand même vous rappeler que la Belgique, aujourd'hui, bat à nouveau un record de faillites. En septembre, il y a eu 1 219 faillites. C’est du jamais vu depuis 2013. C’est une augmentation de 2 % par rapport à 2024, et cela représente 2 542 emplois perdus. Vous qui venez avec toutes vos mesures, vous qui voulez augmenter le taux d’emploi à 80 %, vous ne répondez même pas aujourd'hui aux travailleurs et aux travailleuses de BASF qui vont se retrouver sur le carreau sans perspective. Laissez-moi quand même avoir une pensée pour eux. On le voit, vous êtes complètement perdu. Ce gouvernement est sans cohésion et sans boussole. Je vous l’ai déjà dit et je vous le redis: vous n’êtes absolument pas le ministre du travail.
Het uitblijven van de begroting en de daaruit voortvloeiende regeringscrisis
De begroting
De begroting
De begrotingscrisis
De aanslepende regeringscrisis en het uitblijven van een begroting
De begroting 2026 en het begrotingstekort
Het uitstel van de State of the Union en de begrotingsbesprekingen
Begrotingscrisis, uitblijvende begroting 2026 en aanslepende regeringsinstabiliteit
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De fiscale hervorming en begrotingscrisis in België dompelt de regering in chaos: ondanks de Europese eis van minimaal 10 miljard euro aan besparingen/inkomsten, zakken de ambities van 20 naar mogelijk niets, door blokkades, ideologische tegenstellingen (links vs. rechts) en gebrek aan structurele maatregelen. Alternatieven zoals belasten van superrijken, aanpakken van fiscale fraude of stoppen met fossiele subsidies (potentieel miljarden opbrengst) worden genegeerd ten voordele van besparingen op pensioenen, gezondheidszorg en sociale uitkeringen, wat massaal protest uitlokt (140.000 betogers) en de welvaartsstaat bedreigt. De regering-Van Peteghem benadrukt “doen wat nodig is”, maar concrete plannen ontbreken, terwijl de oppositie (Groen, PVDA, N-VA) onrechtvaardige lastenverdeling en gebrek aan visie aanklaagt—met als risico voorlopige twaalfden en verdere schuldopbouw. Italië wordt als voorbeeld gesteld (tekort teruggedrongen van 9% naar 3% BBP), maar België’s politieke versnippering en kortetermijndenken maken herstel onwaarschijnlijk.
Barbara Pas:
Mijnheer de minister, u moet toch een déjà-vugevoel hebben bij uw vele pogingen tot fiscale hervorming onder Vivaldi met de lekken, de veto’s, de niet-gehaalde deadlines en de steeds kleiner wordende bedragen? Van vele miljarden euro’s ging het toen naar 6 miljard euro, vervolgens naar 2 miljard euro, daarna naar 1,6 miljard euro en 1 miljard euro, om uiteindelijk op helemaal niets te eindigen. Mijnheer Ronse, Vivaldi had dan tenminste nog de State of the Union tijdig klaar. Het is inderdaad historisch dat wij daarop nu zo lang moeten wachten.
Ook nu lijkt het wel op een limbodans waarbij de stok steeds lager wordt gelegd. Eerst was er sprake van een inspanning van meer dan 20 miljard euro, vervolgens 20 miljard euro, daarna de volgens u noodzakelijke 16 à 16,5 miljard euro en nu is het nog 10 miljard euro. Zelfs dat lijkt niet te lukken.
Echter, 10 miljard euro is het minimum dat Europa oplegt. Dat is geen oplossing. Dat zorgt niet voor orde op zaken. Met dat bedrag blijft de overheidsschuld gewoon oplopen. In dat geval zullen wij de volgende jaren opnieuw geen tijdige State of the Union krijgen en zal de miljardenoefening telkens opnieuw moeten gebeuren. U kunt dan telkens opnieuw een btw-verhoging op tafel leggen.
Nochtans zijn er landen die er wél in slagen. Neem nu bijvoorbeeld Italië, dat altijd het zieke broertje van Europa is geweest. Dat land is nu echter op weg naar herstel. Het begrotingstekort werd op enkele jaren tijd teruggebracht van 9 % naar 3 % van het bruto binnenlands product. In 2026 zal het tekort onder die 3 % dalen. Meloni heeft natuurlijk niet voor de socialisten gekozen, maar voor een stabiele rechtse regering. Dat maakt wel een verschil.
De huidige regering is aan het surplacen om nog over de steile col te geraken. Binnen de tijdslimiet aankomen, lukt niet meer. Mijn vraag aan u is dan ook de volgende.
Is er een bezemwagen in aantocht? Bent u intussen bezig met het voorbereiden van voorlopige twaalfden?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, de leider van uw regering, Bart De Wever, schetst een doembeeld voor de toekomst. We staan aan de rand van de afgrond. De welvaartsstaat zal volledig instorten en ons land zal collectief verzeilen in armoede. Hij zegt echter: geen paniek, er is een oplossing, mijn oplossing. We gaan de pensioenen verlagen, we besparen op de gezondheidszorg, we viseren de vrouwen, de werkzoekenden en de zieken. Als we dat doen, dan kunnen we ons land redden. Dat is niet leuk, maar er is geen alternatief. There is no alternative.
Wel, daarmee ben ik het fundamenteel oneens. Er zijn wél alternatieven en we hebben die hier al geformuleerd. Maak werk van een degelijke bijdrage van de extreemrijken. Stop met de overdreven subsidiëring van fossiele brandstoffen. Zorg ervoor dat misbruik van managementvennootschappen wordt aangepakt. Dat zal miljarden opleveren. Mil-jar-den!
Mijnheer de minister, wij zijn niet de enigen die dat zeggen. Het ACV zegt net hetzelfde. Beweging.net zegt net hetzelfde. Net als wij stellen zij dat er wél alternatieven zijn. Zij smeken u, minister van de christendemocraten, zij zijn bastions van de christendemocratie, om die alternatieven op te pakken en te verdedigen.
Mijnheer de minister, stel dat er binnenkort nieuwe verkiezingen plaatsvinden en u gaat campagne voeren in De Pinte. Wat zult u dan zeggen aan uw kiezers? Zult u de boodschap van uw eerste minister verdedigen? Zult u zeggen dat er geen alternatief is en dat u een mandaat vraagt om opnieuw hetzelfde te proberen of zult u zeggen dat er wél alternatieven zijn en dat u op zoek zult gaan naar partners met wie u die alternatieven kunt uitwerken?
Mijnheer de minister, zijn er alternatieven, ja of nee? Dank u wel.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, dit zijn de bedragen die genoemd worden: 20 miljard euro, 16,6 miljard, 10 miljard, 6 miljard en dan opnieuw 10 miljard, of uiteindelijk niets. De regering goochelt met cijfers, wellicht omdat men niet kan toveren met resultaten.
Alle gekheid op een stokje, wat een chaos. U krijgt de begroting voor 2026 niet rond, u krijgt de meerjarenbegroting niet rond en, nog erger, u krijgt de hervormingen van het lente-, paas- en zomerakkoord niet rond. Ondertussen zijn we midden in de herfst.
Wat is het gevolg hiervan? We dreigen naar voorlopige twaalfden te moeten gaan, waarschijnlijk voor drie maanden, alsof we in lopende zaken zouden zitten. Mevrouw Pas zei dat dat een déjà vu is, maar het is du jamais vu . De zaken zijn niet lopend, ze zijn struikelend.
Ondertussen, mijnheer de minister, horen we u niet. Er is een radiostilte, terwijl de onzekerheid bij de mensen blijft groeien, over hun pensioenen, hun koopkracht, hun loon en de extra belastingen. Zonder akkoord, mijnheer de minister, geen hervorming en zonder hervorming, geen toekomst.
Onze fractie wil geen geld, mijnheer de minister. Wij willen duidelijkheid en vooral perspectief. Wie betaalt immers de factuur? Dat zijn altijd dezelfden: de mensen die werken, sparen en ondernemen, de middenklasse. Vandaag weten zij het niet meer. Komt er een btw-verhoging? Wordt het leven duurder? Welke belastingen zult u nog allemaal uitvinden? Komt de pensioenhervorming er nog of volgt er opnieuw uitstel of, nog erger, mijnheer de minister, afstel?
François De Smet:
Monsieur le ministre, je crois qu'il faut être honnête. Cela fera plaisir à M. Ronse: le constat de départ du premier ministre est juste. On ne peut pas continuer avec de tels niveaux de dette et de déficit. On ne peut pas continuer, que ce soit pour nous ou pour les générations ultérieures.
Le fond du problème, malheureusement, c'est que pour faire passer des mesures difficiles, il faut deux choses. Il faut que les mesures puissent être ressenties comme justes, et il faut un cap. L’Arizona n'a ni l'un, ni l'autre.
Il y avait un chemin, pourtant, pour ce gouvernement. Vous auriez pu la jouer à la Churchill. Vous auriez pu dire: "Ce sera dur. Il y aura du sang, de la sueur et des larmes, mais nous allons y arriver."
Mais ce n'est pas du tout le chemin que vous avez choisi. Vous avez préféré faire du Margaret Thatcher. Vous avez préféré nous dire: "Debout, bande de feignasses. Vous, les chômeurs qui, certainement, chômez tous depuis 20 ans sans aucun contrôle, réveillez-vous. Allez prendre cet emploi, même si cet emploi n'existe pas, même si vous n'êtes pas formés pour. Debout, les 520 000 malades de longue durée qui, certainement, faites tous semblant grâce à des médecins de complaisance. Levez-vous et allez travailler également."
Le message, c'est: "Regardez, nous avons trouvé le moyen d'exonérer de cotisations patronales les revenus au-delà de 240 000 euros et de faire un cadeau de 75 millions d'euros par an, mais nous allons quand même couper dans vos pensions, dans le plan Grand froid ou dans d'autres aides sociales".
Autrement dit, votre message jusqu'ici est tout sauf juste. Résultat: à ce stade, vous avez zéro cap budgétaire, vous avez une crise et vous avez quand même 120 000 personnes dans la rue. Bravo, les ingénieurs!
Monsieur le ministre, j’ai une seule question. Vous êtes supposé y répondre ici pour tout le gouvernement – et donc bonne chance. L'Arizona va-t-elle enfin réussir à se mettre à la hauteur des enjeux?
Il est temps pour ce gouvernement d'être clair, mais plus encore, il est temps pour lui d'être juste.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, dit land is ziek, langdurig ziek, vooreerst letterlijk. Het was net nog aan de orde. Er zijn 526.000 langdurig zieken. Daarvan is slechts één op zes tot zijn pensioen ziek verklaard, gerechtvaardigd ziek. De dag dat men daar iets aan wil doen, staan de mutualiteiten echter op hun achterste poten en staken de vakbonden. De vakbonden zijn tegenwoordig immers meer geïnteresseerd in het profitariaat dan in het proletariaat.
Wat ik ook zie, mijnheer de minister, is dat de toestand hopeloos is, maar voor sommige politieke partijen nog altijd niet ernstig. Ook voor politieke partijen die vandaag deel uitmaken van de meerderheid.
Ik zal nog een ziekte noemen. De pensioenkassen zijn leeg, ze zijn in palliatieve zorg. En waarom zijn ze vandaag in palliatieve zorg? Omdat we de pensioenen opgesoupeerd hebben.
Ik vind het jammer dat de heer Vandenbroucke al weg is. Ik wou hem nog eens herinneren aan zijn Zilverfonds. Er is 15 miljard in de zee gegooid in Oostende en men heeft gewacht tot het er in Nieuwpoort weer uitkwam, maar het is er niet uitgekomen. De pensioenkassen zijn leeggeroofd. Maar wie zet vandaag zijn voet dwars tegen de pensioenhervorming? De linkse kant.
Het gaat niet alleen over de pensioenhervorming. 25 jaar waren de liberalen aan de macht. Mijnheer Van Quickenborne, ik hoor u graag bezig, maar u bent er mee een oorzaak van. De heer De Croo is vijf jaar minister van Pensioenen geweest. 25 jaar aan de macht, maar er is geen enkele belastingdiscipline waarin België geen kampioen is.
We zitten nu in dat conclaaf. We horen dat er iets moet worden gedaan aan de belastingen. Maar dan zet iedereen zijn voet dwars. Wat zijn eerlijke belastingen, mevrouw Bertrand? Wel, dat zijn belastingen op het verbruik.
Mijnheer de minister, doe voort. Doe voort. Ik vraag u voort te doen. Ik vraag eigenlijk om minimaal 10 miljard te besparen. Het gaat om de toekomst van onze kinderen. Want al die mensen die hier zitten met boter op (…)
Voorzitter:
Dank u, mijnheer Dedecker.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, u raakt er niet uit. De onderhandelingen blijven maar duren. Het was de bedoeling dat het anders zou verlopen dan in het verleden, maar op de radio wordt gezegd dat er een crisis is in de regering en dat u er niet uit raakt.
Wat is er aan de hand? Het eerste punt, dat zwaar moet wegen aan de onderhandelingstafel, is de druk van 140.000 betogers. U durft gewoon geen beslissingen te nemen, omdat u de druk van buitenaf voelt. Dat is ook normaal, want niemand heeft gestemd voor een btw-verhoging, een nieuwe pensioendiefstal en een pensioenleeftijd op 67 met een pensioenmalus. U voelt dus de druk.
Wat ik niet begrijp, mijnheer de minister, is dat er alleen maar wordt gezegd dat er geen alternatief is. There is no alternative. Tina, Tina, Tina, there is no alternative . Waarvoor dienen ministers dan? Als er geen alternatief is en u kunt niets anders beslissen, waarvoor wordt u dan betaald?
C'est toujours la même chose: il n'y a pas d'alternative. On ne sait rien faire d'autre. Mais pourquoi paie-t-on les ministres, alors, s'il n'y a pas d'alternative? C'est la question.
De heer De Wever zegt: Tina, there is no alternative, en heeft het over Margaret Thatcher . Onder Thatcher waren er echter twee recessies in Groot-Brittannië, er was een stijgende ongelijkheid, de werkloosheid steeg, er was de-de-industrialisatie in het land. Dat is het bilan van Margaret Thatcher. En u wilt dat gewoon toepassen in België. Komaan, waarmee bent u bezig?
Er zijn alternatieven. Laten we het even hebben over de taxshift, met 8 miljard minder voor de sociale zekerheid. Wie heeft dat goedgekeurd? De N-VA. Rechts graaft gewoon een gat. Ga het geld halen bij de superrijken. Dat is nog een alternatief. Stop echter geld te halen bij de gepensioneerden en de werkende klasse. Dat mag niet meer. Het volk is boos.
Mijnheer de minister, daarom vraag ik u wanneer u eindelijk met een deftig sociaal budget naar hier zult komen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, ce n'est pas qu'on est déçu de vous voir, mais on aurait préféré pouvoir poser toutes nos questions au premier ministre.
Soit. Ici, tout ce qu'on sait au Parlement, ce sont des choses qu'on lit dans la presse ou qu'on sent, à travers notamment les annulations de commissions ou certaines choses qu'on entend dans les couloirs.
Tout d'abord, pouvez-vous nous dire combien de milliards vous voulez trouver? On entend parfois 20, parfois 10, parfois 6 milliards. Pouvez-vous nous dire quels sont les objectifs que vous vous êtes fixés au niveau budgétaire?
Nous savons aussi qu'il y a des tensions, je pense que c'est assez évident. Quand on entend que ça va être la "mère des batailles", jusqu'au finish, et que la réunion se termine à 18 h 00, on imagine qu'il y a dû y avoir quelques prises de bec, on ne sait pas entre qui et qui. Pouvez-vous nous dire, sur une échelle de 1 à 10, à quel niveau de tension se trouve le gouvernement?
On voit beaucoup d'idées passer. Il y a eu l'idée d'un saut d'index. On parlait d'abord d'un saut d'index pour tout le monde. Et puis, juste pour les allocataires sociaux. Pour rappel, dans les allocataires sociaux, il y a aussi les pensionnés. Allez-vous aussi faire un saut d'index pour les pensions? Est-ce que c'est ça l'idée? Et pour les fonctionnaires? Je pense qu'ils ont quand même déjà fait leur part.
Est-ce que ce sont de nouveau les mêmes qui vont être mis à contribution? Ou allez-vous enfin aller chercher l'argent là où il se trouve? Un malus pension plus rapide, pour les pensionnés? Ou une taxe sur les millionnaires? Ça, c'est une bonne idée, mais c'est directement hors de question.
Certains sont plus discrets. Pourriez-vous nous dire s'ils sont aussi discrets dans les négociations qu'ils le sont dans la presse? Comment cela se passe-t-il concrètement?
Par ailleurs, on n'entend jamais parler de la crise climatique, alors qu'on sait qu'elle va nous coûter bonbon! Pouvez-vous me dire si cette thématique apparaît quand même sur la table du gouvernement?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de regering heeft een gezamenlijke doelstelling: de welvaart van de huidige generatie en van de toekomstige generaties beschermen. Dat is wat onze burgers en onze ondernemingen, terecht, van ons verwachten.
De toekomst van onze welvaart, van onze economie, van onze veiligheid hangt af van de keuzes die we de komende dagen zullen maken. De oefening die voor ons ligt, is dan ook complex en uitdagend, want het is ook een erfenis waarvoor ieder van ons verantwoordelijkheid draagt, een erfenis uit tijden waar men gemakzuchtig één begrotingsjaar, één begrotingsoefening vooruitkeek. Door die aanpak zitten we vandaag in een context waar de rentelasten als een loden ketting rond de federale hals hangen.
Nous risquons en effet de consacrer près de 40 % de notre déficit aux intérêts dans quelques années.
De huidige regering wil het anders doen en neemt haar verantwoordelijkheid om di uitdaging structureel en met de blik op de langere termijn aan te pakken. De doelstelling is dan ook helder en staat in de regering ook niet ter discussie. Wat Europa van ons vraagt, zal het minimum zijn, maar de weg daarnaartoe vraagt tijd.
Nous avons besoin de mesures structurelles, qui tendent à renforcer le marché du travail, l'économie et notre sécurité, à maîtriser les coûts du vieillissement, à garantir des revenus équitables dans notre État-providence, et à lutter contre le gaspillage. Personne ne nie qu'un tel exercice comporte une dimension idéologique. Cependant, l'idéologie doit inspirer et non paralyser.
We moeten doen wat nodig is, niet wat gemakkelijk is. Wie vandaag niet doorpakt, zet onze economische groei en de ruimte om te investeren, op een zijspoor.
Nous devons faire ce qui est nécessaire, et non ce qui est facile. Si, aujourd’hui, nous reportons des choix difficiles, nous le paierons bientôt cash en termes de pouvoir d’achat, de compétitivité et de prospérité. Protéger notre État-providence est la mission la plus importante de notre génération.
De bescherming van onze welvaartsstaat is de belangrijkste opdracht van onze generatie. Als we vandaag geen geloofwaardige koers uitzetten, riskeren we een samenleving waarin het ieder voor zich is, veel sneller dan men zou denken. Dat kan en zal ik nooit aanvaarden. Daarom roep ik iedereen op om de komende dagen de juiste stappen te zetten: eerst over de eigen schaduw en vervolgens samen naar een begroting die geloofwaardig, sociaal rechtvaardig en economisch duurzaam is.
Barbara Pas:
De regering zou dit land financieel op orde zetten. Zelfs als er een akkoord van 10 miljard aan extra belastingen en besparingen op kap van de Vlamingen zou komen, dan slaagt u daar nog niet in. Veel van zijn eigen programma opofferen om aan een akkoord te geraken, kan Bart De Wever niet meer. Er zat immers al niet veel in. Toch staan er een groot aantal oplossingen in het N-VA-verkiezingsprogramma, oplossingen die ook in ons programma terug te vinden zijn, zoals de responsabilisering door een splitsing van de sociale zekerheid en door fiscale autonomie.
Mijnheer de minister, vorige week zei uw partijgenoot en voormalig minister Koen Geens het letterlijk in een interview: “Fiscale autonomie is een must.” U zegt dat er gedaan moet worden wat nodig is. Welnu, doe wat nodig is. Leg dat eens op tafel en stop met uw geknoei.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, u zegt: we moeten doen wat nodig is. Daarmee suggereert u dat er alternatieven bestaan, maar vervolgens komt daar niets van in huis bij de onderhandelingen over de maatregelen.
Vorige week zei Bart De Wever hier in het halfrond: “Als we geen moeilijke beslissingen kunnen nemen, dan zijn we niet capabel om te besturen.” Dat is echter niet wat hij bedoelde. Hij bedoelde: als jullie niet in staat zijn om mijn wil als wet te aanvaarden, dan zijn we niet capabel om te besturen.
Mijnheer de minister, verlos u van dat juk. Spreek u duidelijk uit over die alternatieven: bijdragen van de extreem rijken, stoppen met het misbruik van managementgenootschappen en stoppen met fossiele subsidies. Vecht daarvoor, want dat is wat ik hoor op straat en dat is waar Groen voor staat.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, wat blijft er over van uw beloftes? U zou het tekort terugdringen naar minder dan 3 %. Uw recepten zijn echter linkse recepten! U wilt de flexi-jobs onmogelijk maken, de studentenjobs zwaarder belasten en de ondernemers harder aanpakken. Dat zijn recepten om de groei kapot te maken!
U moet snoeien in de uitgaven, want het probleem van de begroting zit aan de uitgavenkant. Kijk naar de groeinorm en de gezondheidszorg. Kijk naar de langdurig zieken, de grootste fraude van de laatste jaren in ons land. Moeten de vakbonden de werkloosheidspremies nog uitbetalen? Focus op de kerntaken van de overheid. Voer de energienorm uit. Schrap de onnodige regels voor de kmo’s. Daarvoor zult u in ons een partner vinden. We steunen alles wat de groei kan aanzwengelen en de productiviteit kan stimuleren. Belasten is echter geen (...)
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie. On n'a rien appris, sauf qu'il y a toujours un ministre du Budget Arizona. C'est déjà ça!
La question classique en politique est de savoir s'il faut gouverner selon son électorat ou en fonction de l'intérêt général. Et le problème de votre gouvernement, ce sont ceux qui font entendre leur voix. Ceux qui sont le plus audibles sont ceux qui s'adressent toujours à leur seul électorat et ne veulent pas prendre de responsabilités pour toute la population. Et c'est ce qui vous pose problème. C'est le moment pour chacun de s'élever et de prendre toutes ses responsabilités. Celui qui refusera tout accord en se disant "je m'en fiche, tant que j'ai 30 % des électeurs qui votent pour moi", celui-là sera responsable de la crise.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, u gaf een mooi sermoen. Ik begrijp echter dat u niets kunt vertellen. Het conclaaf moet eerst worden beëindigd.
Ik hoor u heel graag opmerken dat iedereen over zijn schaduw moet springen. Ik heb echter een oplossing voor als dat niet gebeurt. In feite was deze speech voor de eerste minister bedoeld. Ik zal de oplossing evenwel geven.
Ik weet dat u een katholiek mens bent. U komt alleszins uit de katholieke zuil, hoewel ik weet dat uw partijvoorzitter de Heilige Drievuldigheid niet meer kent, maar hij kan er wel uitleg over geven.
Wat is er gebeurd in het Vaticaan in de dertiende eeuw? Toen kwam men ook niet uit het conclaaf. Na twee jaar en negen maanden werden de deelnemers eerst op water en brood gezet, maar het lukte nog niet. Vervolgens is het dak weggenomen van de Sixtijnse kapel. Wat gebeurde er? De deelnemers bevielen van de oplossing.
Laten we desnoods dus het dak wegnemen van de Wetstraat 16, dan krijgen we een oplossing.
Voorzitter:
Collega Dedecker, mij wordt verteld dat het daar binnenregent. U bent dus al gedeeltelijk op uw wenken bediend.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, u zegt dat het probleem is dat de regeringen in het verleden steeds slechts één begrotingsoefening vooruit dachten, maar in 2015 was er iemand die daar anders over dacht en dat was Bart De Wever. Op de vraag in een interview in 2015 waarom de taxshift ondergefinancierd is, antwoordt hij: “Het klopt dat de taxshift niet voldoende gefinancierd is. Men heeft doelbewust gekozen om niet alles mee te rekenen. Dat dringt op termijn een infernale besparingslogica op en dus komt men terecht bij de overheidsuitgaven waar ze nog zitten: de sociale zekerheid.”
Beste collega's, dat betekent dat rechts een strategie bedacht heeft om een put van 8 miljard euro te graven, met als doel een besparingslogica in de sociale zekerheid. Dat heeft Bart De Wever gezegd. Over twee begrotingsronden zal de sociale zekerheid voor langdurig zieken en gepensioneerde worden aangevallen. Dat noemt men strategisch nadenken. Dat is een slechte, antisociale strategie.
Sarah Schlitz:
Merci monsieur le ministre pour votre réponse. Je ne m'attendais pas à cela, mais je vous entends lancer un véritable cri du cœur à vos partenaires de majorité. Nos questions ne portaient pas vraiment sur cela, mais c'est tout de même assez intéressant à entendre. Vous leur faites un appel à la responsabilité, vous les appelez à prendre des décisions difficiles. J'espère que ce message a été entendu. J'imagine bien que ces discussions doivent être un véritable enfer, rempli de guerres d' ego . Franchement, je ne voudrais pas être à votre place. Par contre, je voudrais vous dire que responsabilité et décisions difficiles ne riment pas forcément avec le fait de faire mal à l'ensemble de la population, surtout à ceux qui ont bossé toute leur vie et à ceux qui contribuent déjà énormément au budget de l'État et à l'effort national. Il y a des alternatives, monsieur le ministre. On peut aller chercher 13 milliards dans les énergies fossiles, on peut aller chercher 30 milliards dans la lutte contre la fraude fiscale et ainsi de suite. Allez-y, monsieur le ministre!
De indexsprong, de btw-verhoging en de andere slechte plannen van de arizonacoalitie
De indexsprong, de btw-verhoging en andere lekken uit het begrotingsoverleg
Het begrotingsoverleg
De kakofonie in de regering over de begroting
Het begrotingsvoorstel van de premier
De begrotingsopmaak en het rapport van het Monitoringcomité
Bezuinigingsplannen, begrotingsconflicten en lekken uit het overleg van de arizonacoalitie
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie valt de regering hard aan voor koopkrachtverlagende maatregelen (indexsprong, hogere BTW op voeding, zorgbezuinigingen, pensioenkortingen) die kwetsbaren treffen, terwijl superrijken en fiscale fraude gespaard blijven. Premier De Wever verdedigt de noodzaak van bezuinigingen (43 miljard tekort in 2029) om een rentecrisis te vermijden, maar ontkent niet dat pijnlijke maatregelen (zoals de indexsprong) nog op tafel liggen—wat het wantrouwen versterkt. Critici wijzen op structurele inkomstenlekken (flexi-jobs, vennootschapsconstructies) en oneerlijke lastenverdeling, terwijl de regering geen alternatieven biedt buiten besparen op gezondheid, pensioenen en middenklasse. De woede groeit (grote betoging aangekondigd), met beschuldigingen van “klassenpolitiek” en “verraad” op verkiezingsbeloftes.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, alors que les partis de votre majorité ont fait campagne, il y a un peu moins d'un an, sur des promesses d'augmentation des salaires et du pouvoir d'achat de la population, sur le nécessaire réinvestissement dans la médecine et nos soins de santé, ces mêmes partis, quelques mois seulement après les élections, ont décidé de bloquer les salaires, de supprimer les primes de nuit pour les travailleurs nocturnes, de raboter les pensions, d'augmenter les prix des médicaments et des visites chez le médecin ou encore, très récemment, de supprimer les budgets visant à la lutte contre la pauvreté.
Aujourd'hui, monsieur le premier ministre, ce n'est pas un col hors catégorie que vous venez de franchir. C'est un sommet! Un sommet de provocation et de déconnexion par rapport aux réalités vécues par une grande partie de notre population. Alors que le prix du caddie explose, alors que de nombreuses familles ont du mal à joindre les deux bouts, alors que de nombreuses mamans solos peinent à garder la tête hors de l'eau, vous, le premier ministre de ce gouvernement MR-N-VA-Les Engagés, proposez un saut d'index. Un saut d'index et une augmentation de la TVA sur les aliments!
Provocation et déconnexion! Provocation, car vous vous attaquez une nouvelle fois au meilleur rempart contre la vie chère: l'indexation automatique des salaires et des allocations sociales. Déconnexion, en proposant d'augmenter le prix de certains aliments alors que le prix du caddie ne cesse de flamber, monsieur le premier ministre. Et, au même moment, nous apprenons que la richesse des milliardaires européens a bondi de 400 milliards d'euros en moins de six mois!
Provocation, déconnexion et injustice, monsieur le premier ministre. Il est temps d'entendre les préoccupations de la population. Il est temps d'enfin prendre (…)
Barbara Pas:
Mijnheer de premier, u wilt de welvaartsstaat redden. Wel, wij delen die ambitie. U zegt dat u een werkzaamheidsgraad van 80 % wilt. Wel, dat is een goede ambitie. Dat willen wij ook.
U negeert echter iets compleet. Vlaanderen heeft al een werkzaamheidsgraad van nagenoeg 80 %. Uit studies van de UGent — u was deze week nog in de stad van licht en liefde — blijkt dat meer dan 44 % van de niet-Europese vreemdelingen in dit land inactief is: ze werken niet en zoeken geen werk. De autochtone Vlaming behaalt dus los die werkzaamheidsgraad van 80 %, mijnheer de premier. Die Vlaming, die al bij de hoogste belastingen ter wereld betaalt, vraagt u nog eens extra inspanningen.
Dankzij doelgerichte lekken weten we dat u eraan denkt de Vlaming te treffen met een indexsprong. Dat zou zorgen voor een lager nettoloon en minder koopkracht. Zeven op de tien Vlamingen geven nu al aan dat hun koopkracht is verslechterd sinds het aantreden van uw regering en toch denkt u eraan dezelfde Vlaming te treffen met btw-verhogingen. Is de winkelkar nog niet duur genoeg? Is de energiefactuur nog niet hoog genoeg? Is de renovatie die u aan de overkant verplicht stelt, nog niet duur genoeg?
U zult wellicht antwoorden dat het nog te vroeg is en dat alles nog beslist moet worden, maar u legt het wel op tafel, mijnheer de premier. Ik vraag u te stoppen met het vragen van extra inspanningen aan de Vlaming, omdat hij al meer dan genoeg heeft bijgedragen. Ik vraag u andere besparingen op tafel te leggen. Wilt u beknibbelen op ontwikkelingssamenwerking, op klimaatfinanciering, op de migratiefactuur of op het politiek systeem? Ik (…)
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, u wilt opnieuw geld halen uit de zakken van de werknemers van dit land. Waarom haalt u het niet rechtstreeks uit uw eigen zakken, bij de politiek of bij de superrijken? Doe dat toch! Waarom haalt u het altijd bij de mensen?
De mensen zeggen dat ze een groot probleem hebben met hun koopkracht en de eerste minister stelt een indexsprong voor. De mensen zeggen dat ze hun winkelkar niet meer kunnen betalen en de eerste minister wil de btw verhogen. De mensen zeggen dat ze hun geneesmiddelen niet meer kunnen betalen en de eerste minister wil in de zorg snoeien. Mijnheer de eerste minister, waarmee bent u bezig?
Onder ons gezegd – hier luistert toch niemand mee – die indexsprong is toch een van de truken van de foor, mijnheer de eerste minister? U weet zelf ook dat die er niet zal komen. Vooruit zal kunnen zeggen dat het tegen de indexsprong is, maar de rest van uw maatregelen zal er wel komen. Die 150 tot 200 euro minder voor gepensioneerden, dat gaat door. Langdurig zieken aanpakken, dat gaat door. De openbare diensten aanvallen, dat gaat door. Alles gaat door.
U luistert niet, mijnheer de eerste minister.
Ik zeg u duidelijk: uw truken van de foor zullen niet werken. Wij zeggen duidelijk, mijnheer de eerste minister, dat wat u nu doet, betekent dat de mensen opnieuw de rekening zullen moeten betalen. Dat kan niet. De gepensioneerden vragen om tot 67 jaar te werken met een malus, dat kan niet en dat mag niet doorgaan.
Uw probleem, mijnheer de minister, is dat er dinsdag een keigrote betoging zal plaatsvinden. Daarom lukt het u niet een akkoord te sluiten. U voelt dat de woede bij de mensen groot is, omdat u hen opnieuw wilt doen betalen. U zegt dat er geen alternatief is, maar dat is er duidelijk wel. Waarom haalt u het geld niet bij de superrijken? Waarom haalt u het altijd bij de werkende mensen? Dat is de vraag waarop ik nu een antwoord wil, mijnheer de eerste minister.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, à ce stade, il n’y a qu’une seule quasi-certitude, c'est que, mardi prochain, vous vous présenterez ici très probablement sans budget. Dans un sens, c'est peut-être une bonne nouvelle, vu ce qu'on entend et ce qui circule.
D'abord, vous n'êtes toujours pas d'accord entre vous sur l'ampleur de l'effort à fournir. Est-ce que ce sera 20 milliards d’euros sur la législature? Est-ce que ce sera 16 milliards d’euros, comme le demande votre ministre du Budget, ou 8 ou 10 milliards d’euros tout de suite, comme le demandent d'autres? On ne connaît pas le réel objectif budgétaire de cet exercice.
Ensuite, sans doute afin de créer un climat de confiance avec vos partenaires et de rassurer la population, vous avez choisi de mettre sur la table deux mesures extrêmement "rassembleuses" et "rassurantes", que sont le saut d'index et l'augmentation de la TVA sur les biens de première nécessité. On connaît tous la technique consistant à lancer des ballons d'essai, à attendre qu'ils retombent et à voir comment réagissent les partenaires.
On a appris des choses. Pour ce qui est du saut d'index, on a vu que le MR est d'accord, tant que cela ne touche que les allocataires sociaux. Chez Les Engagés, c'est encore mieux. Ils ne sont pas contre, ils ne sont pas pour non plus. On verra. Cela dépendra sans doute du résultat des négociations. Mais personne ne peut nier, monsieur le premier ministre, que tout le monde devra faire des efforts.
Mais, pour que ces efforts soient compris comme justes, il faut qu'ils ne touchent pas seulement les plus démunis. Or c'est malheureusement le chemin que vous empruntez. D'autant plus que, pendant ce temps-là, on apprend aussi via votre ministre du Budget, que votre gouvernement n'est pas fichu de faire rentrer correctement les recettes fiscales. C'est ce qui fait l'objet de ma deuxième question.
Monsieur le premier ministre, avant d'aller chercher l'argent dans les poches des plus précarisés, ne feriez-vous pas en sorte que les recettes fiscales qui ne rentrent pas suffisamment, à cause d'une lutte insuffisante contre la fraude et d'une ingénierie fiscale que vous favorisez, rentrent davantage? Voilà ce qui serait beaucoup plus juste.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, de Belg wordt geboren met een baksteen in de maag. Dat weet u ook. Dat is altijd zo geweest. Voor velen is het een droom om een huis te bouwen of te kopen en daarna te renoveren. Mensen werken en sparen daarvoor.
Die droom verandert in een nachtmerrie, mijnheer de premier. Eerst moet men maandenlang op een vergunning wachten. Men krijgt in dit land geen twee stenen op elkaar. Als men dan toch aan de slag kan, veranderen de regels in het midden van het traject. Dat is pure contractbreuk, mijnheer de premier. Het is een arizonagewoonte. Verbouwpremies worden door uw Vlaamse collega's afgeschaft.
Mijnheer de premier, u viseert de kleine zelfstandige die investeert in een appartementje voor later en die daarvoor leent. Hij krijgt een extra factuur. Wat horen al die mensen vandaag? Dat de btw gaat stijgen, dat u de btw wil verhogen.
Ik ga u zeggen wat dat concreet betekent. Iemand die een starterswoning koopt en die voor 300.000 euro verbouwt, gaat een extra factuur van 10.000 euro krijgen. Gaat u zo bouwen en verbouwen stimuleren in ons land? Hoeveel keer zult u die mensen nog in het vizier nemen? Dat is mijn vraag, mijnheer de premier.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, het is weer de tijd van de ballonnetjes. De laatste dagen zijn er veel opgelaten en u laat die voorzitters maar doen, maar ondertussen legt u uw voorstellen op tafel: indexsprong, verhoging btw en verlaging van de groeinorm in de gezondheidszorg.
Dat zijn allemaal voorstellen waarbij de gewone mens betaalt. Die staat voor een duurdere winkelkar, het brood wordt duurder, terwijl op restaurant gaan goedkoper wordt. De indexsprong zorgt voor minder loon en minder pensioen, terwijl de winkelkar duurder wordt. Besparen op de gezondheidszorg betekent meer betalen bij de dokter. U wilt het geld halen bij de mensen die het vaak al niet breed hebben. U zit weer in de verkeerde zakken.
Mijnheer de premier, ik ben er zeker van dat u het laatste rapport van het Monitoringcomité hebt gelezen. Bent u dan niets vergeten in de voorstellen die u op tafel legt? Er zit een enorm gat in de begroting en het probleem is dat er ook een groot lek is aan de inkomstenzijde. Flexi-jobs zorgen immers voor minder inkomsten voor de sociale zekerheid en voor de fiscus en door het misbruik van managementvennootschappen ontsnappen rijke mensen aan het betalen van een eerlijke bijdrage. Zo wordt het gat in de begroting nog groter.
Dat zal ook het geval zijn door misbruik van het fiscaal voordeel van auteursrechten dat uw regering nog wil uitbreiden, maar daarover zwijgt u. Om het gat in de begroting te dichten, ziet u maar een oplossing en dat is niet op zoek gaan naar de oorzaken van het lek, maar wel besparen op de kap van de gewone mensen. De laagste inkomens mogen betalen. Zij moeten betalen, betalen, betalen. Zult u ook voorstellen formuleren om de lekken aan de inkomstenzijde te dichten?
Bart De Wever:
Merci, chers collègues, pour les questions.
Notre gouvernement a débuté avec un budget qui, à politique inchangée, aurait évolué vers un déficit fédéral de 6 % du PIB en 2029, soit 43 milliards d'euros de déficit. Selon le Comité de monitoring, les réformes de ce gouvernement ont déjà amélioré cette prévision structurellement de 0,5 % du PIB d'ici 2029, soit environ 4 milliards d'euros par an.
Sur l'ensemble de la législature, l'accumulation de la dette diminue déjà de 15 milliards d'euros grâce aux réformes décidées. C'est de l'argent que nous n'aurons plus à rembourser plus tard. Et cela, malgré les investissements supplémentaires nécessaires dans la défense qu'on n'avait pas prévus; malgré la réduction d'impôts prévue pour les personnes qui travaillent; malgré les tensions géopolitiques qui pèsent sur la croissance économique; malgré la hausse des charges d'intérêts, tout en tenant peu compte des effets de retour que généreront ces réformes.
Op lange termijn werken die hervormingen nog een hele tijd forser door en realiseren we een structurele verbetering van meerdere procenten van het bbp, wat tientallen miljarden euro’s per jaar betekent. Daar is geen twijfel over. Sociale hervormingen vergen tijd om te renderen. De rit bergop is volgens mij ingezet. Dat was ook hoog tijd, al moeten we nu op korte termijn stevig op de pedalen duwen om ons uit het vizier van de internationale markten te houden en om zeker uit de slipstream van Frankrijk te blijven.
Je sais, monsieur Dermagne, que vous êtes un peu rattachiste dans votre cœur mais, pour l'instant, je pense que nous ferions mieux de nous éloigner de la situation française. Pour l'instant, du moins.
Daarom zoek ik nu als eerste minister naar een consensus over maatregelen om het kortetermijnsaldo fors te verbeteren. Dat is echt noodzakelijk, als we het zuurverdiende belastinggeld van de bevolking op korte termijn of op iets langere termijn – al vrees ik dat het snel zal gaan – niet willen zien verdwijnen naar rente op onze schuld.
Dat is een reëel gevaar. De rentekoers van onze staatsobligaties is in het voorbije jaar al met een zevende gestegen. Morgen komt het ratingbureau Moody’s met een rapport. Ik hoop dat we dankzij de hervormingen die we al in gang hebben gezet, geloofwaardigheid en respijt krijgen, in afwachting van de nieuwe maatregelen, die we nog zullen moeten nemen. Het signaal dat we morgen zeker zullen krijgen, zal alleszins zijn dat we niet mogen afwachten.
Nu geen extra inspanningen leveren zou dus schuldig verzuim zijn. Het zou ons ook niets opleveren. Het zou ons alleen dieper in de problemen brengen. We zouden het bedrag dat we nu moeten saneren, morgen in rente moeten weggeven, in omstandigheden die nog veel slechter zijn dan dewelke waarmee we vandaag al worden geconfronteerd. Er is dus geen keuze. Er is geen alternatief. Wat we nu niet besparen, zullen we aan de financiële markten moeten betalen. En dan nog zullen we op dat moment een inspanning moeten doen in omstandigheden die veel moeilijker zijn. Dat is hoe rentesneeuwballen nu eenmaal werken. Wie iets ouder is en de jaren 80 nog actief beleefd heeft, weet wat dat is. L’effet boule de neige, dat is verschrikkelijk; daar wil men niet onder terechtkomen.
De onderhandelingen, die we nu voeren, zijn dus cruciaal. Ze zijn noodzakelijk. Om ze alle kansen te geven - dit wist u al op voorhand -, zal ik naar de buitenwereld – daar behoort de oppositie ook toe – en naar de pers die hier buiten staat, de discretie handhaven.
Het is belangrijk dat de onderhandelende partijen weten dat ze mij voorstellen kunnen doen en dat ik die hier niet kenbaar zal maken. Ik zal dan ook geen commentaar geven over de lopende onderhandelingen. Ik geef prioriteit aan het halen van een resultaat op een zo kort mogelijke termijn.
J'en appelle aux partis de la majorité à accorder la même priorité. Je comprends que ce n'est pas facile, que cela demande du courage, mais c'est pour cela que nous avons été élus: pour assumer nos responsabilités et réaliser l'assainissement le plus difficile de ce siècle.
Montrons donc aussi vite que possible aux marchés internationaux que notre pays fait ce qu'il faut pour retrouver une santé financière solide. L'accord que nous conclurons à cet effet, je viendrai le défendre ici, en toute transparence et avec plaisir. Je vous remercie.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, la doctrine de votre gouvernement se résume en deux mots: mensonges et trahisons.
Cinq cents euros de plus pour les travailleurs: mensonge. Amélioration du pouvoir d'achat: mensonge. Réduction de l'écart de pension entre les hommes et les femmes: mensonge. Faire de la santé une priorité: mensonge. Améliorer la vie des familles: mensonge. Ne pas toucher à l'index: mensonge. Parce que bidouiller, c'est tromper.
À la place, monsieur le premier ministre, ce sont des trahisons. Des trahisons pour les travailleurs qui travaillent la nuit et qui vont perdre leurs primes; pour les militaires, les cheminots et les enseignants qui travailleront plus longtemps; pour les pensionnés qui voient leur pension diminuer; pour les travailleurs qui vont travailler plus pour gagner moins; et trahison pour les femmes qui sont les premières victimes de vos politiques de régression sociale, monsieur le premier ministre.
Barbara Pas:
De regering ging budgettair orde op zaken stellen. Dat is boerenbedrog, want zelfs uw streefdoel nu blijft een tekort. Daarvoor hebt u al uw communautaire en andere beloftes ingeslikt. U belooft tegen 2029 100 euro meer netto. Dat is boerenbedrog. Met alle maatregelen die nu op tafel liggen, neemt u koopkracht nu al af en niet in 2029.
Mijnheer de premier, bespaar op de politiek. Bespaar op de migratiefactuur. Bespaar op de miljardenbijdrage aan de Europese Unie, op ontwikkelingssamenwerking, op klimaatfinanciering, in de plaats van te besparen op diezelfde Vlamingen, die alweer de hoogste belastingen betalen. U lacht ermee, maar u blijft hen laten betalen om de Waalse en Brusselse putten te blijven vullen. Als u dat doet, rijdt u helemaal niet naar omhoog, maar gaat u heel snel de dieperik in.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, non, ce ne sont pas de bonnes idées! Quelles idées! Aujourd'hui les gens ont un tel problème de pouvoir d’achat, et vous proposez un saut d’index. Les gens rencontrent des problèmes pour aller faire les courses, et que proposez-vous? Augmenter la TVA. Mais dans quelle bulle vivez-vous, monsieur le ministre? C’est fou.
Dat is gewoon crazy.
Mijnheer de eerste minister, hier in de plenaire vergadering moet worden gezegd wie die putten heeft gegraven in het verleden. U hebt dat gedaan. U hebt een ongefinancierde taxshift van 8 miljard euro ingevoerd. Waarom hebt u dat gedaan? Op die vraag hebt u een paar jaar geleden geantwoord. U verklaarde toen dat u die taxshift niet zou financieren omdat het een infernale besparingslogica op gang zou brengen. Dat is de strategie van rechts, putten graven met een graafmachine en vervolgens de gepensioneerden doen betalen. Dat is de bewuste strategie van de N-VA. Daarom zijn de mensen zo kwaad. Ga het geld halen bij de superrijken en niet bij de gewone mensen.
Aan Vooruit vraag ik duidelijk om zich niet op de borst te kloppen dat de partij de index alweer heeft gered. Zij moet gewoon de (…)
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie de vos réponses.
L'aspect essentiel me semble la fin de votre intervention. Dans votre appel à vos partenaires, vous avez dit qu'il fallait fournir des efforts pour les marchés – non pour les citoyens, mais pour les marchés. Nous voyons que votre priorité se situe là.
Bien évidemment, nous ne vous demandons pas d'abattre toutes vos cartes de négociation, mais vous n'avez pas démenti que le saut d'index était envisagé. Il faut donc considérer qu'il est toujours sur la table. Vous n'avez pas démenti non plus qu'une hausse de la TVA sur les biens de première nécessité et de consommation était possible. Il faut donc considérer qu'elle est toujours sur la table. Nous pouvons donc nous attendre absolument à tout avec votre budget. Nous resterons évidemment très vigilants.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, tot nu toe waren het uw ministers, die proefballonnen oplieten. Nu stelt u zelf voor om de btw te verhogen. Dat is precies het probleem. Telkens opnieuw is het de middenklasse die de arizonafactuur moet betalen. We moeten onze burgers net aanmoedigen om te bouwen en te verbouwen. U doet net het tegenovergestelde. Waar hebben die mensen dat eigenlijk aan verdiend? Mijnheer de premier, het is duidelijk: BDW is vandaag btw.
Stefaan Van Hecke:
Dank u wel, mijnheer de premier, voor de samenvatting van uw lezing in Gent. Uw nietszeggende antwoord heeft ons allerminst gerustgesteld. Ondanks dat u daarnet een bril kreeg, blijft u blind voor het jongste rapport van het monitoringcomité, dat stelt dat het probleem zich aan de inkomstenzijde bevindt. U blijft blind voor het feit dat flexi-jobs vandaag niet worden gebruikt waarvoor ze oorspronkelijk waren bedoeld. U blijft blind voor het misbruik van managementvennootschappen en auteursrechten. Dat is geen verrassing, want daarvan profiteren de hoogste inkomens. U blijft blind voor de duurdere winkelkar, die het gevolg zal zijn van de maatregelen die u voorstelt. U blijft blind voor de oproep van zoveel mensen tot een rechtvaardigere bijdrage van de sterkste schouders. De sterkste schouders worden, opnieuw, volledig ontzien. Mijnheer de premier, volgende week vindt en grote betoging plaats. Duizenden mensen zullen de straat opgaan. Ik stel voor dat u en uw regering eens goed naar hen luisteren. U hebt nog tijd, want dinsdag zult u nog niet klaar zijn.
De Europese veggieburger
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kjell Vander Elst kritiseert Europa’s focus op triviale regelgeving (zoals het verbod op *veggieburger* of dopjes aan flessen) terwijl veiligheid, welvaart en strategische dreigingen (Russische drones, handelstarieven, industriële vlucht) worden verwaarloosd, en eist prioriteit voor kerntaken. Minister Clarinval verdedigt het benamingsverbod voor vleesvervangers als noodzakelijk voor consumentenhelderheid en marktordening, maar België heeft nog geen officieel standpunt. Vander Elst blijft staan op zijn punt: Europa’s regeldrift leidt af van urgente crises. De discussie belicht de spanning tussen bureaucratische details en existentiële Europese uitdagingen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, er vliegen momenteel Russische drones door het Europees luchtruim en de industrie kreunt en vertrekt uit Europa. Elke dag is het wakker worden met het risico op nieuwe handelstarieven die op Europa neerdalen. Onze burgers en ondernemers zijn die Europese regelneverij kotsbeu en worden elke dag ontmoedigd door het Europese niveau en door de regeldrift van Europa.
Dat zijn slechts enkele voorbeelden die aantonen dat onze Europese welvaart, onze veiligheid, onze vrijheid en onze toekomst onder druk staan. Op zo’n moment hebben we een sterk Europa nodig, een krachtig Europa met een motor die draait, maar wat krijgen wij vandaag in de plaats? Een Europa dat de veggieburger wil verbieden. Voorlopig mag men de veggieburger nog eten, maar het woord veggieburger mag niet meer.
We krijgen een Europa dat de verplichting oplegt dat het dopje aan een flesje water of cola moet vasthangen. We hebben ook een Europa dat er meer dan een decennium over deed om te beslissen dat een oplader universeel moet zijn. Dat heeft meer dan tien jaar geduurd. We hebben momenteel een Europa dat zich bezighoudt met futiliteiten.
Ik geloof in Europa, maar niet in dat Europa. Europa moet wakker worden en zich bezighouden met de essentie en met kerntaken, namelijk het beschermen van onze veiligheid, vrijheid en welvaart. Europa moet vooral ook de mensen gerust laten met dat soort onnozele futiliteiten en dossiers.
Mijnheer de minister, wat zal het Belgisch standpunt zijn over dat belachelijk dossier? Zult u naar Europa trekken met de boodschap dat Europa zich moet bezighouden met zijn kerntaken?
David Clarinval:
Je ne vais pas saucissonner le dossier, je vous rassure.
Mijnheer Vander Elst, gisteren werd in het Europees Parlement met 355 stemmen voor en 247 tegen beslist om het gebruik van namen als burger en worst te verbieden voor plantaardige producten; een belangrijk dossier in het Europees Parlement.
Men moet weten dat het voedingspatroon in de Europese Unie wijzigt en dat er een groeiende markt is voor vleesvervangers. Dat biedt ook mogelijkheden tot innovatie, wat we moeten ondersteunen. Zowel vlees en producten op basis van vlees als vleesvervangers hebben hun plaats in de huidige markt. Het is echter van belang, zowel voor de consumenten als voor de marktdeelnemers, dat er duidelijkheid wordt gecreëerd over de aard van het product en de daarbij horende vereisten.
Er is een duidelijk onderscheid nodig tussen producten op basis van vlees en vegetarische producten. Ze worden immers niet onder dezelfde omstandigheden of volgens dezelfde voorschriften geproduceerd en hebben niet dezelfde eigenschappen. Naast een betere bescherming van de actoren in de vleesproductiesector zal dat voorstel van het Europees Parlement toelaten om de consumenten beter te informeren, zodat zij de voor hen beste keuze kunnen maken.
Persoonlijk vind ik dat een goede zaak. Duidelijkheid rond de verkoopbenaming is essentieel. Het is ook positief dat dat dossier op Europees niveau wordt aangepakt om een wirwar aan nationale wetgeving te vermijden. België heeft echter nog geen officieel standpunt bepaald in dat dossier.
Voorzitter:
Gelieve die laatste woorden niet te interpreteren als ‘het zal ons worst wezen’.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Dat u de maatregel verdedigt, verbaast mij enorm. Ik had van een liberaal anders verwacht. Eerlijk gezegd, het kan mij niet schelen welke benaming we eraan geven. Het interesseert mij niet of het nu gaat om een veggieburger, een plantaardige schijf of een veggiestick. Wat mij wel kan schelen, is waar Europa zich vandaag, in de huidige tijden, mee bezighoudt. Elk woord en elk detail wil Europa reguleren. Europa moet daarmee ophouden en ik hoop dat u die boodschap meeneemt. Immers, collega’s, terwijl de wereld rondom ons in brand staat, houdt Europa zich bezig met dergelijke futiliteiten. Mijnheer de minister, ik hoop dat u voldoende tijd neemt om Europa duidelijk te maken dat het genoeg is met die bezighouderij, die regeldrift en die randzaken en dat Europa de focus legt op de kern, namelijk veiligheid en welvaart.
De 'recente vaststellingen' van de minister in de groep van de langdurig zieken
De strijd tegen 'valse' langdurig zieken
De langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
Beleid, uitdagingen en trends rond langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
MR
Florence Reuter
PTB
Sofie Merckx
N-VA
Axel Ronse
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het schandalig hoge aantal langdurig zieken in België (500.000, vergelijkbaar met Duitsland maar met 8x minder inwoners), waaruit massale fraude en misbruik blijkt: steekproeven tonen dat 80% van de tot-pensioen-zieken onterecht is verklaard, met miljardenverspilling (€15-16 mjd/jaar) als gevolg. Minister Vandenbroucke erkent het probleem en kondigt strengere controles, begeleiding naar werk en financiële sancties voor ziekenfondsen aan, maar krijgt kritiek: de oppositie (o.a. PTB) beschuldigt hem ervan 5 miljard te willen besparen op kwetsbaren (zoals poetshulpen met €1.300/mnd) in plaats van rijken te belasten, terwijl rechts (o.a. MR) hem laxiteit en vertraging verwijten. Kernpunt: systeemfaal door gebrek aan controles en werkbare arbeidsomstandigheden, met polarisatie tussen "fraude bestrijden" (regering/rechts) en "sociale rechtvaardigheid" (links).
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, in ons land zijn er evenveel langdurig zieken als in Duitsland, terwijl er acht keer zoveel Duitsers zijn. Er zit dus fundamenteel iets verkeerd; dat is heel duidelijk. Van de half miljoen langdurig zieke werknemers blijken er maar liefst 300.000 thuis ziek te zitten tot aan hun pensioen.
Afgelopen week raakte het resultaat van de steekproef van het RIZIV bekend. Bij een derde van alle gecontroleerden werd het regime van arbeidsongeschiktheid onmiddellijk stopgezet. Van de werknemers die tot aan hun pensioen thuis ziek zijn gezet, blijkt, met uitzondering van wie echt ongeneeslijk ziek is, dat meer dan acht op de tien gevallen onterecht zijn. Bovendien kreeg 55 % daarbovenop nog eens een inkorting van de invaliditeit.
Mijnheer de minister, dat is meer dan een symptoom van een falend beleid. Dat gaat over misbruik. Onder uw beleid als socialist is het aantal langdurig zieken enorm toegenomen en swingen de kosten de pan uit. We spreken dit jaar, dames en heren, over 15 miljard euro. Ik heb de tabel bij mij en het is overduidelijk: het gaat om maar liefst drie keer het budget voor de werkloosheid. Dit is uw bilan: na vijf jaar als minister van Volksgezondheid is het aantal langdurig zieken van 440.000 gestegen naar een half miljoen! U kunt niet zeggen dat u dat niet wist.
Op een ogenblik dat onze regering uitblinkt in het uitvinden van nieuwe belastingen en taksen, is het bijzonder wrang dat daarvoor miljarden de deur blijven uitvliegen. Mijn vraag is duidelijk. (…)
Florence Reuter:
Monsieur le ministre, cela fait de nombreuses, trop nombreuses années que l'on dit vouloir s'attaquer au problème des malades de longue durée. En réalité, ces dix dernières années, le nombre de malades de longue durée a doublé. On est à plus de 500 000 personnes, ce qui représente 10 % de la population active. Ce nombre est supérieur au nombre de chômeurs dans notre pays.
Certes, les personnes qui sont malades et ne peuvent plus travailler doivent se soigner et prendre le temps de le faire; cela s'appelle la solidarité. Mais pour qu'il y ait cette solidarité et qu'elle soit finançable, il faut que les contrôles soient stricts, que les personnes qui sont capables de travailler puissent retourner au travail et qu'on lutte également contre les abus.
Or, les résultats de l'analyse menée par l'INAMI sur un échantillon analysé sont accablants, puisque sur les 768 000 personnes considérées comme invalides jusqu'à leur retraite, seuls 16 % sont réellement complètement invalides et répondent aux critères. Plus de 25 % ont perdu leur invalidité; elles peuvent retourner purement et simplement travailler. Je le redis, ce sont des chiffres accablants.
L'accord de gouvernement précise qu'il faut s'attaquer au problème en prenant des mesures pour lutter notamment contre ces abus, mais également en accompagnant les personnes afin qu'elles puissent retourner travailler selon leurs capacités, bien évidemment.
Monsieur le ministre, quelles mesures supplémentaires envisagez-vous pour prendre ce problème à bras-le-corps?
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, le gouvernement cherche de l'argent. Cela fait 40 ans qu'on fait des économies. Cette semaine, l'idée suivante a surgi. Au lieu de toujours chercher l'argent chez les mêmes, on pourrait pour une fois le puiser là où il y en a: chez les ultra-riches. Taxer les riches! C'est une idée que le PTB défend depuis des années. Elle a atterri sur la table du gouvernement. Magnifique! Cependant, c'était sans compter sur le veto immédiat du MR, les libéraux. Pas question de toucher à leurs amis, les ultra-riches! Ils sont donc venus avec une contre-proposition qui consiste en une économie de 5 milliards d'euros sur les malades de longue durée. C'est la moitié de ce que coûtent aujourd'hui les malades qui sont chez eux depuis plus d'un an. Voilà ce que vous proposez. Cela signifie que vous voulez retirer l'allocation à la moitié des gens qui sont indemnisés par la mutuelle.
Donc, pour vous, les libéraux, pas question de demander 0,6 % à vos amis les multimillionnaires – parce que c'est bien la proposition qui figure sur la table –, mais vous voulez aller chercher 5 milliards chez les malades de longue durée. Savez-vous combien de revenus perçoit un malade de longue durée? Tout à l'heure, j'ai encore téléphoné à une dame qui est à la maison depuis plus d'un an et qui travaille dans les titres-services; elle a 1 300 euros par mois. Comment osez-vous?
Monsieur le ministre, ma question est donc très claire: irez-vous chercher 5 milliards d'euros chez les malades de longue durée?
Axel Ronse:
In de voorbije vijf jaar heb ik af en toe naar Villa Politica gekeken, naar een vergadering van de Kamer. Ik vroeg me af of ik, als ik minister Vandenbroucke in het echt tegenkwam, hem dan wel leuk zou vinden.
Ik vond dat u nooit lachte, mijnheer de minister. Ik meende dat u een strenge kwade man was. Maar sinds ik hier ben, zie ik een verloste Frank Vandenbroucke, iemand die kan lachen, iemand die opnieuw werkvreugde heeft, iemand die verlost is van de PS en van Open Vld, iemand die eindelijk kan doen wat gedaan moet worden.
Mijnheer de minister, u hebt vastgesteld dat in dit land verdorie 260.000 mensen tot hun pensioen zijn ingeschreven als zieken. U wist in de voorbije vijf jaar al: daar zit iets niet goed, daar stinkt iets. Maar u mocht het niet controleren. Van Quickenborne zei: doe dat niet; blijf daar af. Magnette zei: non, lache ça, monsieur Vandenbroucke . De Croo zei: non, je suis le premier ministre, laisse tout à l' aise, monsieur Vandenbroucke .
Maar nu bent u lid van Arizona: Vandenbroucke, go, go! En inderdaad, Vandenbroucke checkt een en ander.
1.800 mensen die tot hun pensioen ziek verklaard waren, werden gecontroleerd. Raad eens hoeveel er onterecht ziek verklaard waren? Meer dan de helft! Mevrouw Gabriëls, ik ben geen zeveraar. Lees de studie. Meer dan de helft werd onterecht ziek verklaard tot zijn pensioen. Van een vierde van die mensen is de uitkering onmiddellijk ingetrokken.
Plegen de ziekenfondsen fraude? Is het totale incompetentie? Ik weet het niet. Maar het Parlement heeft recht op de waarheid, want er wordt geld weggesmeten van mensen die werken, van arbeiders die dag en nacht hun kas afdraaien.
Mijnheer de minister, wat is volgens u (…)?
Frank Vandenbroucke:
Dat zoveel mensen uitvallen door ziekte en zo lang afwezig blijven van het werk, is een gezondheidsprobleem bij uitstek en wat mij betreft het belangrijkste gezondheidsprobleem van deze tijd. We moeten dat aanpakken en we pakken dat ook aan.
Ik wil toch even teruggaan in de tijd. Een eerste golf van maatregelen, die ik in de vorige regering heb genomen, bestond erin het contact met werknemers die in het stelsel van ziekte en invaliditeit instroomden, mogelijk te maken, vanuit de bekommernis dat er misschien ook moet worden uitgekeken naar hun mogelijkheden om weer aan het werk te gaan. Dat is immers soms voor de gezondheid en het herstel van de betrokkene zeer belangrijk. Daarom heb ik, achter de blinde muur van de ziekenfondsen, een kleine groep van terug-naar-werkcoördinatoren die dat contact zijn beginnen te organiseren, geïnstalleerd. Dit was de allereerste stap: opnieuw contact leggen met mensen die we uitsluiten uit de samenleving.
De tweede stap had te maken met mijn vaststelling vrij snel dat de vorige minister van Volksgezondheid een situatie had gecreëerd waarbij mensen zonder enige vorm van controle tot aan hun pensioen op arbeidsongeschiktheid konden blijven. Ik heb dat vastgesteld. Ik zeg daar verder niets over; ik heb daar nooit veel over gezegd. ( Protest )
Mevrouw De Knop, in het vivaldiregeerakkoord stond daar niets over, maar ik heb aan de ziekenfondsen gezegd dat ze vanaf dat moment in de vierde maand, in de zevende maand, in de elfde maand persoonlijk contact moesten opnemen en dat zij in principe nooit meer een erkenning van arbeidsongeschiktheid tot aan het pensioen zouden verlenen. Zij zouden nog een erkenning van één jaar, twee jaar of vijf jaar verlenen en uitzonderlijk nog iemand tot aan het pensioen als arbeidsongeschikt kunnen erkennen. Wij moesten die deur dus sluiten. Het regeerakkoord had dat niet gevraagd; niemand had mij dat gevraagd, maar ik vond het rechtvaardig en goed om dat zo te doen.
Nu volgt er een derde golf maatregelen, door de arizonaregering beslist, waarbij we iedereen, bedrijfsartsen, werkgevers en behandelend artsen, mee in het bad trekken om het contact en de ondersteuning te organiseren en de nodige perspectieven te bieden, zodat die werknemers weer aan het werk kunnen gaan.
Er is een vierde golf van maatregelen nodig. Niemand heeft mij dat gevraagd, ook mijn arizonacollega’s niet, want dat staat niet in het regeerakkoord van Arizona. Ik heb gemeend dat het nuttig is om te onderzoeken hoe het zit met de lopende erkenningen tot aan het pensioen en inderdaad, dat zit niet goed. Dat verschilt ook van ziekenfonds tot ziekenfonds. Daarom zullen we de ziekenfondsen daarop ook financieel aanspreken. Wanneer men zijn werk niet goed doet - dat blijkt ook uit de steekproeven die ik heb laten uitvoeren en die verder lopen -, dan zal men dat voelen. Iedereen zal mee in het bad gaan.
De vierde golf van maatregelen, die ik nodig vind, houdt in dat werknemers niet langer dan één jaar in invaliditeit kunnen zijn zonder garantie op begeleiding, ondersteuning en hulp. Dat betekent inderdaad ook dat er een grondig gesprek moet komen over de vraag of iemand eventueel nog aan het werk kan en wat die arbeidsongeschiktheid concreet betekent.
Laten we trouwens niet defaitistisch zijn. Van het fameuze half miljoen mensen zijn er ondertussen, ook dankzij het beleid, waarvoor mevrouw De Block overigens ook verdienste toekomt, al honderdduizend deeltijds weer aan het werk.
Er werd verwezen naar Duitsland. Dat is een zeer interessant voorbeeld. Daar is men strenger dan hier. Dat mag. Ik ben voor streng en rechtvaardig, maar wel voor iedereen, ook voor de werkgevers. Zij betalen daar al heel lang zes weken zelf. Zij hebben al heel wat verplichtingen die werkgevers hier nu beginnen te krijgen en waarover men klaagt en zaagt.
Ik ben dus voor streng en rechtvaardig, maar wel voor iedereen. En iedereen moet mee in bad om werknemers die een gezondheidsprobleem hebben, nieuwe kansen te geven. Daarover gaat het.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u bent ondertussen meer dan vijf jaar bevoegd, bijna zes jaar zelfs.
Mijnheer Ronse, uw collega naast u heeft vijf jaar lang het ontslag gevraagd van collega Vandenbroucke en nu komt u hier een bloemlezing houden? Ook in de politiek moeten we nog een beetje correct en coherent blijven. Kom mij nu dus niet vertellen dat het de vorige premier is die ervoor gezorgd heeft dat het aantal zieken zo exponentieel is gestegen! We hebben evenveel langdurig zieken als in Duitsland. Duitsland telt echter acht keer zoveel inwoners als België. Dat is dus dramatisch. We hebben meer mensen nodig die werken.
Ik hoor van uw regeringspartijen dat u dit mag en moet aanpakken, mijnheer de minister. Mensen in een vergeetput steken, dat is immers pas asociaal. We moeten die mensen activeren, begeleiden en helpen…
Florence Reuter:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Vous avez évoqué l'Allemagne. Il est vrai qu'elle compte huit fois plus d'habitants que chez nous mais le même nombre de malades de longue durée. Il y a donc un problème.
Nous avons parlé de solidarité, mais en parlant de solidarité, il faut aussi parler de responsabilité. L'un ne va pas sans l'autre.
Je vous sens enthousiaste, motivé, déterminé sur la question. Aujourd'hui, nous ne sommes plus dans la Vivaldi, nous avons un gouvernement volontariste. C'est sans doute cette orientation-là qu'il faut prendre. Je voudrais d’ailleurs rappeler que le budget consacré aux maladies, qu’elles soient de courte ou de longue durée, par l’INAMI s’élève aujourd’hui à 16 milliards d’euros. Si rien n’est fait, nous allons droit dans le mur. Ce sera, à l’horizon 2030, 19 milliards d’euros au minimum.
Il est donc effectivement temps de prendre le problème à bras-le-corps. Vous pourrez nous avoir avec vous, évidemment, pour le régler.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, u hebt niet op mijn vraag geantwoord, of u denkt dat u 5 miljard euro kunt vinden door op de langdurig ziekten te besparen. Ik heb u ook in de media horen zeggen dat er bij de MR enige rekenkundige fouten waren gemaakt.
Met betrekking tot het aantal langdurig zieken wordt er veel te weinig gesproken over hoe men ervoor kan zorgen dat het werk werkbaar is. Kijk bijvoorbeeld naar de sector van de poetshulpen, waar 11 % van de mensen langdurig ziek is. Dat is 8 % meer dan in andere sectoren. Toen de sociale inspectie naging of de wet op het welzijn op het werk daar werd gerespecteerd, bleek dat 9 bedrijven op 10 niet in orde waren. Hoe wilt u dat mensen niet ziek worden, als zelfs de wet op het welzijn op het werk niet wordt gerespecteerd?
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, ik wil u een hart onder de riem steken. Ik zie op de websites en de sociale media van de communisten zeer lelijke zaken over u verschijnen: Vandenbroucke perst langdurig zieken uit, hij is geen socialist. Dat is niet waar.
Stel u voor dat de heer Magnette arbeider is, dat hij ’s nachts zijn kas afdraait, dat de heer Bouchez zich onterecht ziek laat verklaren en dat de heer Magnette een derde van zijn loon aan de heer Bouchez moet afstaan, die onterecht ziek is. Dat is niet sociaal. Dat is asociaal. Dat is niet wat een socialist zou willen. Geen enkele socialist die het goed voorheeft met de sociale zekerheid kan dat willen.
Als wij onze sociale zekerheid willen opbouwen en versterken en willen dat mensen er opnieuw in geloven, dan moet u doen wat u nu doet. Ik vind dat u alle steun van het hele Parlement verdient. Ook de communisten zouden voor u mogen applaudisseren, want u verdient dat. Dank u wel, minister.
Persoonlijke feiten
Faits personnels
Voorzitter:
De heer Ronse is uitgebreid in het citeren van collega’s. In zijn repliek heb ik niets onheus teruggevonden. In zijn vraag heeft hij echter twee collega’s een bepaald verwijt gemaakt of een bepaalde bedoeling in de schoenen geschoven en zij wilden daarop reageren.
Ik geef het woord aan de heer Van Quickenborne voor een persoonlijk feit.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om u de regels te respecteren. Ik apprecieer dat.
Mijnheer Ronse gedraagt zich als Comical Ronse en neemt een loopje met de waarheid. Wat is de waarheid? Minister Vandenbroucke is al zes jaar bevoegd en verantwoordelijk voor dit departement. In die zes jaar is het aantal langdurig zieken met 55 % toegenomen, een record in Europa. Zoals veel mensen stel ik mij de vraag waarom u daar in die zes jaar niets aan hebt gedaan. Waarom hebt u laten betijen? Waarom hebt u die mensen niet gecontroleerd? Was het om de ziekenfondsen te beschermen of hebt u iets anders (…)
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik heb hier geen reactie op de woorden van de heer Ronse gehoord. Dit is niet de toepassing van het Reglement met betrekking tot het persoonlijk feit. U hebt zich tot de minister gericht. Ik geef de heer Ronse het woord, zodat hij u kan antwoorden. Mijnheer Van Quickenborne, ik pas het Reglement toe. De veroorzaker van het persoonlijk feit heeft de ruimte om te reageren.
Axel Ronse:
Mijnheer Van Quickenborne, u zegt dat u een groot deel van die zes jaar vicepremier was en dat u in de ministerraad en het kernkabinet op uw tong hebt moeten bijten toen het regeerakkoord werd opgesteld, omdat u vond dat minister Vandenbroucke zo slecht bezig was. U hebt zes jaar lang de vreselijkste tijd van uw leven beleefd.
Ik begrijp dat u in die periode weinig kon lachen, maar ik zal u de waarheid vertellen. U hebt toen een regering gevormd en uw ziel verkocht aan de PS om op het vlak van hervormingen helemaal niets te doen. Als er één iemand was die toen wel iets wilde doen, dan was het wel minister Vandenbroucke. Hij heeft toen immers stappen gezet met betrekking tot de langdurig zieken die effectief verder gingen dan het regeerakkoord. Nu is hij bevrijd en kan hij all the way gaan. Ik verzeker u dat wij ervoor zullen zorgen dat er geen eurocent meer naar het profitariaat gaat. Dat dient een sociaal doel: het versterken van onze sociale zekerheid. Arizona, here we are .
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u bent een kenner van het Reglement. Dan zou u toch moeten weten dat een persoonlijk feit aanleiding geeft tot een tussenkomst van 5 minuten voor beide sprekers samen. Mijnheer Ronse en u zijn heel terughoudend geweest. U kunt het Reglement erop nalezen, want het verbaast mij dat u nu verbaasd kijkt.
Voorzitter:
J’ai aussi une demande de fait personnel de M. Magnette.
Paul Magnette:
Monsieur le président, on connaît les caricatures de la droite.
Monsieur Ronse, quand on vous entend, on a l’impression que tous les malades sont des tire-au-flanc, des fainéants, des tricheurs. Il y a une question que vous ne vous posez jamais: pourquoi sont-ils malades?
Vous ne vous posez jamais cette question, parce que vous n’avez jamais travaillé durement comme eux. Vous n’avez jamais nettoyé deux, trois maisons par jour en prenant le bus entre chaque maison. Vous n’avez jamais fait une garde de nuit avec 30 patients. Vous n’avez jamais déchargé des bagages ou des colis en pleine nuit. Vous n’avez jamais travaillé dans la pluie et le vent sur un chantier. Vous ne savez pas ce que c’est, ce travail si dur. C’est cela qui, malheureusement, rend les gens malades.
Et vous, que faites-vous? Au lieu de les aider, vous aggravez les choses. Vous venez avec des heures supplémentaires, de la flexibilité, des flexi-jobs, de la concurrence entre les salariés et les étudiants. Faire travailler tout le monde jusqu’à 67 ans, quelles que soient les conditions de travail! C’est vous qui allez créer des dizaines de milliers de malades de longue durée en plus.
Alors, monsieur, à la place de votre mépris, ce que ces travailleuses et travailleurs méritent, c’est notre respect et notre gratitude!
Axel Ronse:
Mijnheer Magnette, dit Parlement is uitgerust met tolken, goede tolken. Ik raad u aan toch naar de tolken te luisteren. Dan zou u begrepen hebben wat ik zei. Ik raad u ook aan de studies te lezen die het RIZIV heeft gemaakt. Wat ik gezegd heb, is dat er een studie geweest is over een steekproef bij 1.800 mensen die tot hun pensioen als ziek ingeschreven zijn en dat daaruit ondubbelzinnig bleek dat één vierde onterecht ziek verklaard is. Eén vierde. En meer dan de helft ervan was onterecht ziek verklaard tot zijn pensioen. U vindt dat normaal? U vindt dat oké? U vindt dat normaal voor een arbeider? Trouvez-vous normal que quelqu'un qui travaille sur un chantier dans la pluie ou à l'usine la nuit doive payer pour quelqu'un qui n'est pas vraiment malade, jusqu'à sa pension? Non! Nee, zo kijken wij niet naar onze sociale zekerheid. Wij willen dat er meer middelen gaan naar de mensen die werkelijk ziek zijn. Wij willen dat er meer geld gaat naar de sociale zekerheid, naar een arbeider van wie de dochter zelfmoordneigingen heeft en aan wie gezegd wordt dat er een lange wachtlijst is. Wat moet die persoon wel niet denken als hij hoort dat meer dan de helft van de 1.800 gecontroleerde mensen onterecht als ziek werd ingeschreven? Is dat socialisme? Is dat solidariteit? Ik zou diep beschaamd zijn in uw plaats, mijnheer Magnette.
Het viseren van mensen die werken en ondernemen
De nieuwe belastingen
Fiscale maatregelen voor werkenden, ondernemers en belastinghervormingen
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Van Quickenborne (Open Vld) en Vereeck (VB) kritiseren de plannen voor nieuwe belastingen op managementvennootschappen, vermogen (miljonairstaks) en ondernemers, die ze als een aanval op zelfstandigen en dubbele belasting zien, terwijl N-VA-minister Jambon ontwijkt en de regering besparingen via uitgaven benadrukt. N-VA wordt verweten ondernemers niet te verdedigen, ondanks eerdere beloftes over geen hogere belastingen. Vooruit en cd&v drijven de fiscale verzwaring, met risico op inbreuk op privacy (CAP-databank) en juridische twijfels over dubbele heffing. De begrotingsonderhandelingen blijven onduidelijk, met spanning tussen belastingverhogingen en hervormingsbeloftes.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, we zitten in de laatste rechte lijn naar de begrotingsopmaak en welke voorstellen worden er gedaan? Taks, taks, taks. Bij de heer Van Peteghem zien we een taks op studentenarbeid en een taks op flexi-jobs.
We zien ook dat ondernemers worden geviseerd. De heer Tas heeft dat daarnet weer gedaan. Ik geef het voorbeeld van een jonge starter. Een jonge starter wil een bedrijf overnemen, maar hij heeft geen eigen kapitaal en hij gaat een banklening aan. Om een banklening te krijgen, heeft men echter een vennootschap met een jaarrekening nodig, anders krijgt men geen lening. Er is dus een vennootschap, een managementvennootschap, nodig. Stel dat iemand met veel ervaring zijn diensten op het vlak van management als interim-manager ter beschikking wil stellen. Dat gebeurt steeds meer. Hij krijgt verschillende opdrachten. Hij heeft een managementvennootschap nodig.
Dat zijn allemaal legitieme redenen om vennootschappen, managementvennootschappen, op te richten. Dat weet u, mijnheer de minister. Die mensen kunnen niet rekenen op een vast contract, op een werkloosheidsuitkering of op een ontslagbescherming. Zij moeten dat allemaal zelf bekostigen en zij nemen daar ook zelf de risico’s voor. Die facturen betalen ze uit eigen zak. Dat is de reden waarom zij minder belastingen betalen, mijnheer Tas.
Wat zien we de voorbije dagen, mijnheer de minister? Al die ondernemers worden geviseerd., uiteraard eerst door Vooruit, met die schandalige video over Charles en Henri. Ik wik mijn woorden, maar als Charles en Henri Marokkanen waren geweest, werd u voor racisme aangeklaagd.
Wat we nu zien gebeuren, is dat cd&v exact hetzelfde verhaal begint te brengen. De heer Van Peteghem stelt dat het gebruik van een managementvennootschap een groot probleem is, maar collega’s, de enige Nederlandstalige partij in de regering horen we niet. Minister Jambon, we horen u niet. U komt toch op voor de ondernemers? U steunt hen toch? Ik dacht dat u zou aangeven dat dat de rode lijn is en dat er geen stap verder meer zou mogen worden gedaan. Gisteren stelde ik u daarover een vraag in de commissie en u antwoordde dat u zou verdedigen wat u moet verdedigen.
Mijnheer de minister, ik heb een duidelijke vraag voor u. Wat zult u doen met de aanval op de managementvennootschappen?
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik moet u onderbreken. U hebt twee minuten en vier seconden gesproken. Ik heb u vier seconden te veel gegeven. U zult zelf hebben vastgesteld dat de klok te laat werd gestart. Ik heb dat hier gechronometreerd. Inderdaad, ik heb u te veel tijd gegeven. Dat verwijt neem ik op mij. ( Protest van de heer Van Quickenborne )
Om dat soort discussies tot een minimum te beperken, herinner ik eraan dat de spreektijd twee minuten per vraag bedraagt. Iedereen, ook de heer Van Quickenborne, heeft kunnen vaststellen dat de klok tien seconden te laat werd gestart.
Lode Vereeck:
Collega's, door dat soort discussies heb ik mij alsmaar vaker het gevoel in het Vlaams Parlement te zijn.
Mijnheer de vice-eersteminister, de inkt van uw meerwaardetaks is nog niet droog of daar is de volgende belasting al, namelijk de miljonairstaks. Concreet gaat het om de uitbreiding van de taks op aandelen en effectenrekeningen naar ongeveer alles, van onder andere zichtrekeningen, spaarrekeningen, verzekeringscontracten tot cryptorekeningen en om de drastische verhoging van het belastingtarief, maal twee, maal drie, maal vier.
Om dat mogelijk te maken, moet de fiscus natuurlijk toegang hebben tot alle financiële bezittingen van de mensen. Die zijn opgeslagen in een databank van de Nationale Bank, namelijk het zogenaamde CAP. Uw regering gaat aan de fiscus toelating geven om zonder aanleiding of vermoeden van fraude, achter de rug van de burgers te gaan neuzen in alle rekeningen van alle burgers, ondanks het vernietigende advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Big Tax Brother is watching you. Voorlopig zal dat anoniem gebeuren, maar met de aangekondigde belasting, als die er komt, hoeft zelfs dat niet meer. Mijnheer de vice-eersteminister, u hebt de deur op een kier gezet met uw meerwaardebelasting en met uw CAP. Vooruit trapt ze nu gewoon open.
Mag ik er trouwens aan herinneren dat dubbele belastingen verboden zijn, non bis in idem . Vermogen dat is opgebouwd uit sparen, loon of winst, door te erven of te krijgen, is al eens belast via de personenbelasting, de winstbelasting, de roerende voorheffing en de erfenis- en schenkingsbelasting. Dat is dus eigenlijk niet legaal.
Vice-eersteminister David Clarinval verklaarde onlangs dat nieuwe belastingen no pasaran waren. Vice-eersteminister Van Peteghem leek in een interview bij TerZake wel in te stemmen met hogere belastingen.
Ligt de uitbreiding van de effectentaks zoals voorgesteld door Vooruit, op tafel bij de begrotingsbesprekingen?
Welk standpunt zult u als vice-eersteminister namens de N-VA aan tafel innemen?
Wat is volgens u het effect en de duurzaamheid van dergelijke belastingen?
Erkent u als (…)
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, het was vandaag ook voor mij moeilijk om te volgen. Ik had begrepen dat de twee vragen waren gericht aan de eerste minister en dat ik dus antwoord geef namens de eerste minister. Straks komen er nog een aantal vragen aan bod die aan mij als vice-eersteminister worden gesteld en dan zal ik daarop antwoorden als vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen.
Wat dus de vragen aan de eerste minister betreft, we hebben gisteren hetzelfde thema in de commissie besproken. Ik neem aan dat de commissies ook hun waarde hebben in het Parlement en dat het werk dat daarin wordt verricht, daarna niet opnieuw in de plenaire vergadering moet worden gedaan. Ik zal met veel plezier het antwoord van de premier geven, die ons land in Kopenhagen vertegenwoordigt, op de vragen van de twee gewaardeerde collega's.
De eerste minister begrijpt dat er grote nieuwsgierigheid bestaat bij de betrokken parlementsleden om meer te weten te komen over eventuele nieuwe maatregelen in het kader van de begrotingsbesprekingen. Aangezien de begrotingsbesprekingen en onderhandelingen lopende zijn, heeft het geen enkele zin om dieper in te gaan op uitspraken die in de media verschijnen. Alleszins - daarover is iedereen het eens - zijn de uitdagingen enorm. De regering zal tijdens de komende weken hard werken om oplossingen te formuleren. De doelstelling is daarbij duidelijk: het tekort moet naar beneden. Er is maar één manier om dat te doen, namelijk verder hervormen, verder besparen, met als voornaamste focus de uitgaven, zoals ook is afgesproken in het regeerakkoord. Het resultaat van de oefening zal zoals steeds door de eerste minister in dit Parlement worden toegelicht in de state of the union .
Voorzitter:
Er volgen hierna inderdaad ook vragen die gericht zijn aan de minister van Financiën.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, het antwoord is interessant. Niet alleen minister Jambon, maar ook eerste minister De Wever is niet bereid om ondernemers, managers en managementvennootschappen te verdedigen. Dat is de realiteit. Terwijl de socialisten en cd&v managementvennootschappen aanvallen, laten de heren Jambon en De Wever betijen. Ondernemers kunnen niet meer rekenen op de N-VA. Dat is de realiteit en hoe komt dat? Na de meerwaardetaks is er niet veel meer te verdedigen.
Alle houders van managementvennootschappen zijn boos en ongerust, omdat u laat betijen, mijnheer Jambon. Als u het probleem wil oplossen, schaf dan het tarief van 50 % af. Laat de mensen netto meer overhouden, maak dat verschil kleiner, zorg dat de mensen erop vooruitgaan in plaats van de belastingvrije som te verhogen, waarvan uw eigen kabinet zegt dat het nonsens, verspild geld en niet effectief is. N-VA, kom op voor de ondernemers in plaats van hen af te vallen.
Lode Vereeck:
Soms zegt een non-antwoord natuurlijk ook veel. De premier is duidelijk niet bereid om de miljonairstaks af te schieten. Dus kunnen we ons hart al vasthouden. Voor het Vlaams Belang is het duidelijk. De belastingplichtigen, die in hoofdzaak Vlaamse burgers zijn en voor 80% aan het werk, mogen niet verder worden uitgeperst. In het regeerakkoord staat dat de globale belastingdruk niet mag stijgen. Bovendien zijn het dubbele belastingen, wat volledig uit den boze is. Mijnheer de minister, u bent al eens geplooid voor de socialisten bij de meerwaardebelasting. Probeer u eens aan uw woord te houden. Wij willen graag meewerken aan een grondige fiscale hervorming die de belastingdruk structureel verlaagt, zodat Vlaamse werknemers en bedrijven meer financiële ademruimte krijgen. De beste garantie daarvoor is volledige fiscale en parafiscale autonomie voor Vlaanderen, maar dat lijkt de N-VA ondertussen vergeten te zijn.
Het verruimd inkomensbegrip en de mogelijke samenwerking van de federale regering
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Kjell Vander Elst (N-VA) valt Vooruit aan voor haar "afgunstcampagne" tegen ondernemers (o.a. Charles en Henri) en vraagt minister Jan Jambon (N-VA) of hij mee zal werken aan federale controles op roerende inkomsten voor Vlaamse belastingmaatregelen. Jambon ontwijkt een direct antwoord, benadrukt dat er *nog geen verzoek* is maar sluit samenwerking uit als het op een vermogenskadaster lijkt ("*no fucking way*"). Vander Elst beschuldigt N-VA ervan onder druk van Vooruit alsnog toe te geven, met een kliklijn en extra controles die ondernemers demotiveren. Kern: Vlaamse belastingplannen botsten op federaal verzet, maar N-VA’s houding wankelt.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, de zoveelste afgunstcampagne van de socialisten van Vooruit is begonnen. Het eerste target waren de CEO's, die slapend rijk werden aan het zwembad van hun buitenverblijf. Het tweede target waren de dokters en de advocaten; het waren allemaal foefelaars, allemaal fraudeurs. Het derde target zijn Charles en Henri. Niet Connor en Melissa, maar Charles en Henri, ondernemers, jonge starters, mensen die samen met hun medewerkers iets proberen op te bouwen, uit te bouwen, mensen die eigenlijk respect verdienen. Zij vormen het nieuwe strijdpunt van Vooruit.
Om die nieuwe strijd te voeren, kloppen ze bij u aan. Naast de verklaring op eer worden er ook controles op roerende inkomsten ingevoerd om het verruimd inkomensbegrip in de praktijk vorm te geven. Vlaams minister Ben Weyts, u wel bekend, nuanceerde het gisteren nog op VTM en in HLN met de woorden dat men wel zou zien wat ervan komt, waarna Diependaele in de bres moest springen, want Vooruit stond op zijn achterste poten. Het zal er komen; er komen controles, heeft hij bevestigd.
Mijnheer de minister, om die controles uit te kunnen voeren, moet men bij u zijn. Ik heb dus maar één duidelijke vraag voor u. Stel dat die vraag komt – vergis u niet; ze zal er komen, want Vlaams minister-president Diependaele heeft het bevestigd -, zult u eraan meewerken? Zult u die controlemechanismen opstarten, ja of neen?
Jan Jambon:
Mijnheer Vander Elst, het is fijn om te zien dat federale collega's zich ook bezighouden met wat er in de deelstaten gebeurt. Dat is belangrijk.
Ik heb ook kennisgenomen van de Vlaamse intentie. Voor alle duidelijkheid, het is ook een beleidslijn van de federale overheid dat sociale uitgaven terechtkomen waar ze nodig en verantwoord zijn. Ik denk dat er daarover een algemene consensus bestaat. Ik heb ook begrepen dat de Vlaamse regering voor het verruimde inkomensbegrip verklaringen op eer voorziet en dat zij daarvoor 0 euro aan besparingen in de begroting heeft ingeschreven. Dat zijn twee vaststellingen.
Op het moment heb ik nog geen vraag gekregen van de Vlaamse regering. Het is echter evident dat wanneer mijn goede collega en vriend, Ben Weyts, met mij aan tafel wil zitten in het kader van samenwerkingsfederalisme, wat u ook hoog in het vaandel voert, we dat met veel plezier zullen doen. Laten we wel duidelijk zijn: wanneer er van ons acties die op een of andere manier op een vermogenskadaster zouden kunnen lijken, worden gevraagd, dan zullen we dat niet laten passeren. Daaraan zullen we niet meewerken.
Kjell Vander Elst:
Ik stel u gerust, mijnheer de minister: de vraag zal komen, want minister-president Diependaele heeft dat bevestigd. U geeft in ieder geval een wat warrig antwoord. Immers, toen mijn collega van Quickenborne u op 8 juli dezelfde vraag stelde, hebt u geantwoord no fucking way zou u de wet aanpassen; u zou de gegevens niet delen. Nu voel ik echter alweer dat de bocht naar links is ingezet: er wordt zoveelste controlemechanisme ingevoerd; de zoveelste databank wordt opgericht, onder druk van links en van de Vlaamse regering. Vooruit heeft zijn tweede trofee binnen, mijnheer de minister. De eerste was de meerwaardetaks en de tweede is een federale kliklijn met slechts één doel: ondernemers, startende ondernemers en zelfstandigen controleren, ambeteren en uiteindelijk demotiveren om nog te ondernemen. Van Vooruit had ik dat verwacht. Dat de N-VA daarin meegaat, begrijp ik (…)
Het verbieden van de antifabeweging
Het verbieden van de antifabeweging
Het verbieden van antifa
Het geweld van extreemlinks
Maatschappelijke en politieke discussies over verbod en geweld van extreemlinkse antifa-bewegingen
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 25 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om geweld door Antifa-groepen tijdens een herdenking van Jean Gol en het omstreden regeringsvoorstel om verenigingen zonder rechterlijke tussenkomst te verbieden. Critici (Van Tigchelt, Ribaudo) waarschuwen voor autoritaire afglijding en benadrukken dat ideologieën niet verboden kunnen worden, terwijl voorstanders (Depoortere, Bouchez) Antifa als gewelddadige terreurbeweging willen aanpakken via de antiterreurlijst. Minister Quintin bevestigt hard optreden tegen geweld maar verdedigt zijn wetsontwerp als nodig voor openbare orde, zonder de rechtsstaat te ondermijnen. De spanning spitst zich toe op vrijheid vs. veiligheid, met beschuldigingen van politieke censuur (PVDA) en selectieve verontwaardiging.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, vorige week werd wijlen Jean Gol herdacht. Wat er toen is gebeurd, is ronduit schandalig: zijn graf werd besmeurd, leden van niet de minste politieke partij werden belaagd en politieambtenaren werden fysiek aangevallen. Dat is onaanvaardbaar. De daders moeten worden gevolgd via de OCAD-lijst, worden vervolgd en bestraft.
Ik begrijp dat men naar aanleiding van zo'n incident emotioneel reageert, maar dat men het incident aangrijpt om de Grondwet en uw en mijn vrijheid van vereniging in de vuilnisbak te gooien, gaat voor mij als liberaal niet een brug, maar drie bruggen te ver. Men wil Antifa immers verbieden op basis van een door de ministerraad goedgekeurd wetsontwerp dat de regering de mogelijkheid geeft een vereniging te verbieden.
Op grond van dat wetsontwerp zal de regering, de uitvoerende macht, met een duim omhoog of omlaag een vereniging kunnen toelaten of verbieden. Zo'n wet hoort niet thuis in onze rechtsstaat. Dat is iets voor een autoritaire staat. In een rechtsstaat pakt een rechter verenigingen aan. Ik ben de eerste om verder mee na te denken over wetgeving ter zake. Trouwens, we gaan hierbij ook nog voorbij aan het feit dat Antifa geen vereniging is, maar wel een ideologie. Een ideologie kan niet worden verboden, hoe weinig sympathie we daar ook voor hebben. Men heeft het recht om die mening te verkondigen. Mijn vraag is dus (…)
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre du MR, j'ai entendu votre président de parti réclamer l'interdiction de toutes les organisations antifascistes de Belgique. J'ai entendu le plan du gouvernement pour interdire des organisations pour la Palestine, des organisations qui défendent le climat. Et M. Bouchez a même relayé un tweet qui appelle à dissoudre le parti Ecolo. On est où ici? On est où?
Dans votre projet de loi, vous donnez le pouvoir au gouvernement d'interdire des organisations de manière arbitraire, monsieur le ministre, sans même devoir passer par un juge, sur simple besoin d'un rapport administratif, parce qu'elles seraient jugées soi-disant radicales.
Vous voulez en fait vous accorder à vous-même, monsieur le ministre, ce pouvoir en tant que ministre de l'Intérieur. Et dans quel cadre faites-vous cela? Forcer les gens à travailler toujours plus longtemps pour moins de pension, attaquer le pouvoir d'achat des travailleurs, plonger des centaines de milliers de familles dans la misère, attaquer les malades et détruire nos services publics. Dans ce cadre-là, vous vous donnez un tel pouvoir et, moi, je n'appelle pas cela de la démocratie, monsieur le ministre. Vous voulez pouvoir faire taire celles et ceux qui contestent vos politiques.
Votre projet de loi, c'est une attaque frontale contre nos droits démocratiques, contre le droit d'organisation, contre la liberté d'expression, contre le droit de protester. Alors, ma demande est simple, monsieur le ministre. Au vu des critiques de l'ensemble des organisations en charge de la protection des droits humains, au vu des critiques des observateurs et des acteurs de terrain qui se sont déjà exprimés sur les dangers de votre projet de loi, allez-vous, oui ou non, renoncer à votre projet?
Ortwin Depoortere:
Collega Van Tigchelt, partijen en parlementsleden die vandaag menen dat ze Antifa de hand boven het hoofd moeten houden, vergissen zich. Ik zal u uitleggen waarom. We zien steeds weer dezelfde beelden, mijnheer Van Tigchelt, niet enkel in ons land, maar in heel Europa, beelden van systematiek geweld, vernielingen, aanvallen tegen de politie en vooral van aanvallen tegen politieke tegenstanders, waar de MR vorige week ook het slachtoffer van geworden is en waar het Vlaams Belang al jaren het slachtoffer van is. Ik kan u aan de hand van een lijst aantonen, beste collega's van de PVDA, welk spoor van geweld Antifa de jongste jaren heeft achtergelaten. In 2020 mondde een BLM-mars uit in massale brandstichting met 150 arrestaties. In 2024 werd een conservatieve conferentie in Brussel, NatCon, bedreigd door Antifa. In mei 2025 gooiden bendes met stenen en flessen naar de politie en naar gebouwen en liepen combi's schade op. U raadt het Antifa. Ook voor politieke intimidatie deinst Antifa niet terug. In de afgelopen jaren is het Vlaams Belangsecretariaat meermaals gewelddadig aangevallen, met poging tot brandstichting, waarbij er nog mensen in het gebouw waren. Dat, dames en heren, kan niet door de beugel.
Het is daarom, mijnheer de minister, dat ik durf te vragen Antifa effectief op de antiterreurlijst te plaatsen, goed in de gaten te houden en desnoods te ontbinden.
Georges-Louis Bouchez:
Ce qui est assez extraordinaire dans cette Assemblée, c'est qu'on arrive à voir l'extrême droite et l'extrême gauche défendre les libertés fondamentales. Quand on connaît l'histoire de vos deux idéologies, franchement, c'est le camembert qui dit au Maroilles qu'il pue.
Plus sérieusement, jeudi dernier, nous avions décidé d'un rassemblement en hommage d'une grande personnalité politique, Jean Gol. En face, se tenait un rassemblement organisé par les Jeunes Écologistes, Jeunes CSC, Jeunes FGTB, le Comac, les RedFox. Toutes ces organisations de jeunesse subsidiées, financées avec votre argent, se sont rendues sur cette place. Et ce rassemblement a dégénéré avec des bagarres, des insultes, des jets d'objets, qui ont eu pour conséquence d'envoyer douze policiers à l'hôpital, dont un souffre d'une commotion cérébrale. Au-delà, il y a également eu des militants qui ont été frappés, insultés. Les policiers ont dû batailler avec eux jusqu'à 22 h, en ayant commencé à 17 h.
Alors je pense, monsieur Van Tigchelt, que l'erreur de jugement, c'est qu'on ne souhaite certainement pas interdire la liberté d'expression. Au contraire! Mais, si vous voulez préserver la liberté d'expression, vous devez interdire la violence. Vous devez lutter contre la violence. Et il n'y a aucun compromis à avoir à l'égard des organisations violentes, qu'elles soient d'extrême gauche ou d'extrême droite.
C'est la raison pour laquelle des pays parfaitement démocratiques, à commencer par les Pays-Bas, l'Allemagne et la France, ont pris des dispositions contre les Antifa, car ils ne militent pas pour des droits sociaux. Ils militent pour une révolte. Ils militent pour la désobéissance. Ils militent contre l'ordre public. Et donc, à ce titre-là, monsieur le ministre, je voudrais savoir comment vous comptez intervenir. Vous pouvez déjà agir maintenant, avec la loi de 2024 et la banque de données commune (BDC), mais également avec la loi que vous projetez pour dissoudre les structures violentes.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, à Liège, en effet, le 18 septembre 2025, la violence, la haine et même l'antisémitisme se sont exprimés en plein jour. À ciel ouvert. La tombe de Jean Gol a été profanée en début de journée. Des personnes âgées, entre autres, ont été visées par des jets de projectiles en début de soirée. Certains participants, à l'hommage à Jean Gol, se sont vu taguer leur veste par d'infâmes croix gammées.
Je l'ai dit le soir même et je le répète ici: ce qui s'est déroulé aux abords de l'Université de Liège ce jour-là était une véritable insulte à la démocratie.
Dat was inderdaad schandalig en onaanvaardbaar, mijnheer Van Tigchelt.
Pour que tout le monde prenne la mesure des événements, je rappelle que des croix gammées ont été taguées par de prétendus "antifascistes" sur des vestes. Quel était le tort des personnes agressées? Être membre d'un parti démocratique et se rendre tranquillement à l'hommage prévu à un ministre d' État, un homme dont les valeurs de tolérance, de surcroît, ont toujours été saluées par ses pairs politiques, tous bords confondus.
Face à la gravité de ce qui s'est joué place du Vingt-Août, j'aurais aimé, comme d'autres sans doute, que l'ensemble des forces politiques condamnent avec autant de vigueur que j'en ai entendu aujourd'hui ces débordements. Bien trop nombreux sont celles et ceux qui se sont tus. Certains, voire certaines, semblent même s'être réjouis de ce piétinement de la démocratie. Eh bien, je dois le vous le dire: je trouve cela totalement indigne.
De onderzoeken zijn lopende. Ik heb er alle vertrouwen in dat justitie en de lokale politie van Luik, gesteund door de federale politie, er alles aan zullen doen om de verantwoordelijken te identificeren en de relschoppers te straffen.
Une chose est sûre: les fauteurs de troubles identifiés devront être punis avec sévérité, et certainement pour les coups portés aux civils et aux policiers, dont je rappelle que 12 ont été blessés. Ma politique de tolérance zéro à l'égard de la violence contre les policiers devra trouver à s'appliquer ici aussi.
Dames en heren Kamerleden, met betrekking tot het verbod op de antifabeweging heb ik in de ministerraad een voorontwerp van wet ingediend dat voorziet in de invoering van een specifiek en aangepast wettelijk kader. Dat kader biedt de mogelijkheid, op voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken, om de activiteiten van organisaties en personen die door hun daden en gestructureerde werking een ernstige en actuele bedreiging voor de openbare orde en veiligheid in ons land vormen, na overleg en met de mogelijkheid om naar een rechter te stappen, stop te zetten.
Ce texte va poursuivre son cours et mon intention est de le présenter au Parlement le plus rapidement possible. Je ne vais donc pas ici préempter l'application future de ce texte, mais sachez que quiconque répand la haine dans notre société devra répondre de ses actes.
Et en effet, monsieur Bouchez, la banque de données commune peut aujourd'hui lister tant des personnes que des groupes et associations, à ma demande, en début de mandat. Nous devrons voir dans quelle mesure les Antifa, pour ce qu'ils sont, devraient y être inscrits.
Cela étant dit, et parce que je pense qu'il faut être très clair sur le sujet – et j'ai l'intention de l'être –, en tant que ministre de la Sécurité de l'Intérieur, je ferai tout pour protéger la liberté de pensée, la liberté d'expression, la liberté d'association, la liberté de réunion et la liberté de manifestation. Ce sont des piliers de notre démocratie libérale – j'ose ces mots, monsieur Ribaudo. Protéger ces droits fondamentaux, c'est l'objet même de la loi, avec un grand L. Toutes ces libertés doivent trouver à s'exprimer dans le cadre de la loi, et je mettrai toute mon énergie à la faire respecter.
Je suis, comme ministre de l'Intérieur, responsable de l'ordre et de la tranquillité publics. Il n'y aura, à mes yeux, jamais aucune place dans notre société, ni pour la violence, ni pour celles et ceux qui la sèment, et peu m'importe d'ailleurs que cela émane de gauche, de droite, d'en haut ou d'en bas. La loi, c'est la loi. De wet is de wet .
Paul Van Tigchelt:
Ik dank u, mijnheer de minister. Geweld moet worden aangepakt. Zo eenvoudig is het. Het maakt niet uit of het van links, van rechts of uit jihadistische hoek komt. Geweld is onaanvaardbaar. Dat is niet de kwestie. De kwestie is dat we geweld moeten aanpakken binnen de marges van onze rechtsstaat. Met uw wetsontwerp bevinden we ons op een hellend vlak: vandaag treft het Antifa, morgen kan het de PVDA of het Vlaams Belang zijn. U kunt de grootste tegenstander zijn van hun ideeën, maar we leven in een land waarin zij welkom zijn en in het Parlement hun mening mogen uiten. Dat is de essentie.
Je ne suis pas d'accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu'à la mort pour que vous ayez le droit de le dire . Daarover gaat het: de vrijheid van meningsuiting. Beste vrienden van de MR, fier d'être libéral , toon dat ook.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous parlez de violence, mais la principale violence, c'est celle de vos politiques antisociales. C'est forcer les gens d'aller toujours plus longtemps pour moins de pension, c'est attaquer le pouvoir d'achat des travailleurs et plonger des centaines de familles dans la misère, et attaquer les malades!
Vous parlez de danger, de violence, mais il existe déjà des lois pour poursuivre ceux et celles qui seraient coupables de tels actes.
Les mesures que vous voulez prendre, monsieur le ministre, n'ont pas ce but-là. Elles ont pour but de museler la contestation, comme Trump le fait aux États-Unis, en attaquant les contre-pouvoirs. Vous savez que vos mesures antisociales et antidémocratiques ne passent pas! Vous savez que les gens vont se révolter et vous voulez les bâillonner! C'est cela, ce que vous voulez faire: vous voulez protéger la liberté, mais uniquement quand elle est de votre côté.
Cela ne marchera pas et j'appelle les gens à sortir dans la rue le 14 octobre contre les politiques de votre gouvernement et contre vos mesures antisociales! (…)
Voorzitter:
Merci, monsieur Ribaudo.
Vooraleer ik het woord geef aan de heer Depoortere, wijs ik erop dat u van op de bank of van waar ook wel aan uw buurman of -vrouw licht ongenoegen kunt laten blijken, maar dat u daarmee de spreker niet mag verhinderen zijn of haar betoog af te ronden. Gelieve daar rekening mee te houden.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, er is inderdaad een verschil tussen de vrije meningsuiting, waar we allemaal achter staan - geloof mij vrij; ik behoor tot een partij die ooit voor de rechtbank werd gedaagd wegens een opinie –, en het geweld van Antifa.
Dat geweld is wat we nu bijna dagelijks meemaken: politieke intimidatie, vandalisme tegen ordediensten en tegen politieke tegenstanders. Antifa is georganiseerd als een terreurbeweging. Behandel Antifa dan ook zo. Zet het op de antiterreurlijst.
Georges-Louis Bouchez:
Quel spectacle lamentable. Normalement, dans cette institution, il aurait dû y avoir une unanimité pour sanctionner ces actes de violence, et pour les condamner. Et qu'a-t-on pu voir? Une députée qui se reconnaîtra, que j'appellerai Mme Fenêtre pour la circonstance, se réjouir des événements. On n'a surtout pas pu voir une série de présidents de partis condamner ces événements alors qu'ils auraient pu se grandir en agissant de la sorte. Et nous avons vu, à cette tribune, il y a quelques instants, un député du PTB qui incitait à la révolte sociale. La manière dont il parle, les mots qu'il utilise ne sont pas des mots en faveur d'un rassemblement pacifiste, mais sont destinés à faire monter la colère sociale. En effet, vous êtes les tenants du désordre, et vous avez la conviction que la révolte passera par la rue et pas par le Parlement. Vous l'avez dit à de multiples reprises! Donc, vous êtes aussi les responsables de ces violences, et s'il arrive quelque chose de grave, vous devrez vous regarder (…)
Voorzitter:
Merci, monsieur Bouchez.
(Applaudissements sur les bancs du MR, de la N-VA et du VB)
Mijnheer Ronse?
Axel Ronse:
Collega's, wat hier net werd gezegd, is totaal ongehoord. Een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger van de PVDA heeft hier nu net de bevolking opgeroepen om zich met geweld te verzetten tegen hervormingen die deze regering voorstelt en die dit Parlement zal goedkeuren (…)
Voorzitter:
Mijnheer Ronse, ik dank u voor uw tussenkomst.
Ik zal het verslag erop nalezen om vast te stellen wat er precies werd gezegd. Ik vel nu geen oordeel, maar indien het inderdaad om een oproep tot geweld ging, dan zal dat uit het verslag worden geschrapt. Ik zeg niet dat het per definitie wordt geschrapt, maar ik zal dat consequent nakijken. Ook het parlementaire debat moet open en vrij worden gevoerd, maar het spreekt voor zich dat dit binnen de regels van de wet moet gebeuren.
Mijnheer Van Quickenborne, ik geef u een minuut spreektijd en daarna is het aan mevrouw Schlitz en de heer Hedebouw.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik wil alleen mijn verbijstering uitdrukken over het feit dat u de heer Ronse het woord verleende. Gaan we nu alle parlementsleden vragen om hun mening te komen verkondigen over wat er net werd gezegd? Gaan wij nu alle parlementsleden de mogelijkheid geven om te zeggen wat goed, minder goed en slecht was? Dat gaat zo niet. U hoort de voorzitter van het hele Parlement te zijn en niet enkel van de N-VA-fractie. Dat is niet gepast.
Voorzitter:
Als ik voorzitter van de N-VA-fractie was geweest, dan had ik u nu niet het woord verleend. Ik heb u het woord verleend omdat mij werd gemeld dat er niet-parlementaire taal zou zijn gebruikt. Als u ooit op een bepaald ogenblik ook die mening bent toegedaan, dan zal ik u ook het woord verlenen.
Sarah Schlitz:
Je ne vais pas me laisser entraîner dans le caniveau dans lequel certains ici essayent de m'emmener. J'aimerais par contre clarifier certains éléments totalement abjects qui ont été dits à mon propos ici. J'ai condamné fermement et à chaque occasion la profanation de la tombe de Jean Gol. C'est un acte antisémite ignoble. Et en tant que secrétaire d'État, j'ai toujours agi contre le racisme et l'antisémitisme. Et ceux qui ont travaillé avec moi ici le savent pertinemment bien.
En revanche, monsieur le ministre, je suis un peu choquée d'entendre que, dans votre rétroacte, vous omettez de mentionner les éléments qui ont été révélés cette semaine par la rectrice de l'ULiège qui nous dit que, lors des premières concertations avec les forces de l'ordre, il est apparu que des risques élevés de perturbations étaient à prendre en compte. Les organisateurs ont décidé d'ignorer ces analyses de risque et refusé les pistes de délocalisation qui auraient permis à l'université ainsi qu'aux forces de l'ordre de mieux gérer la sécurité de l'événement (…)
Voorzitter:
Mevrouw Schlitz, mag ik u en ook de volgende spreker vragen om u enkel op het incident te richten? U hebt dat niet gedaan, maar een nieuwe tussenkomst gehouden. Uw minuut spreektijd was trouwens ook verstreken. Er zijn nog enkele sprekers. Ik zal hun microfoon uitschakelen als het niet over het incident gaat. Voor alle duidelijkheid, het gaat dus over het mogelijke gebruik van niet-parlementaire taal.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le président, pour ce qui est de l'incident, je m'étonne que vous donniez la parole à un député. En effet, si on commence tous à pouvoir intervenir sur toutes les question time , cela ne s'arrêtera pas. Il y a ici un appel d'un député à une manifestation. Il parle de la violence des mesures antisociales prises. Il manquerait plus que ça qu'on ne puisse pas parler de la violence sociale qui est décidée ici par l'exclusion. Ce serait moins grave… Mais je trouve très intéressant d'appuyer la doctrine suivant laquelle l'appel à dénonciation de la violence politique et sociale qui est vécue par les gens aujourd'hui et l'appel à une manifestation soient mis sur pied d'égalité. Cela montre très bien la pente glissante, chers collègues.
Monsieur le président, vous avez donné la parole mais on ne peut pas continuer comme cela. Comprenez-vous ce que je veux dire? On a le droit d'exprimer une prise de position politique ici au Parlement – c'est la moindre des choses – et d'appeler aussi une action. Je rappelle quand même que l'action politique… Nous avons évidemment condamné les violences. Nous l'avons évidemment fait! Ce n'est pas un souci car nous n'étions pas à la manœuvre. Et, comme nous n'étions pas à la manœuvre, nous sommes tranquilles là-dessus (…)
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, ik zal het heel kort houden. Er bestaat zoiets als parlementaire onschendbaarheid. Ik was ontzettend verwonderd toen hier werd geopperd om iemands woorden te laten schrappen uit het Verslag. Elkeen heeft recht op zijn mening, ook de idioot.
De laatste plaats waar die mening ongeschonden mag worden gegeven, is het Parlement. Ik heb hier mensen op de preekstoel weten staan die anderen beschuldigden van diefstal en andere zaken. Men is hier parlementair onschendbaar. Men is verantwoordelijk voor wat men zegt. Wij hebben het over de vrijheid van meningsuiting. Het enige wat hier echter wordt gedaan, is beginnen met elkaar te beteugelen.
Mijnheer de voorzitter, een lid zegt en doet hier wat hij of zij wil, maar is verantwoordelijk voor zijn of haar daden en woorden. Schrappen is echter aan mij niet besteed.
Voorzitter:
Mijnheer Dedecker, ik verwijs naar artikel 66 van het Reglement. Ik heb niet verklaard dat ik schrap, wel dat ik de uiteenzetting zal bekijken.
Uiteraard is ieder lid parlementair onschendbaar, maar dat is heel wat anders dan desgevallend het niet toepassen van artikel 66.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le président, au même titre que vous, je rappelle un point du Règlement: à savoir que la séance de questions sert à obtenir des réponses de la part du gouvernement. Or, dans chacune des interventions du PTB, il y a cet appel à des mouvements de grève, accompagné de propos qui incitent à l'agitation. Pourquoi les membres du PTB agissent-ils ainsi? Parce que cette séance de questions ne vous sert pas à obtenir des réponses du gouvernement, mais bien à filmer vos vidéos Facebook à partir desquelles vous essayez d'agiter la société (…)
Voorzitter:
Merci, monsieur Bouchez. Voor alle duidelijkheid, er is vanzelfsprekend geen enkel verbod op het oproepen tot sociaal verzet. Ik kan u geruststellen dat ik die grens nauwlettend zal bewaken.
De regeringsplannen voor een intrusieve overheid inzake fiscaliteit, gezondheid en communicatie
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexia Bertrand bekritiseert de overheidsplannen voor massale digitale surveillance (centrale ziektebriefjes-databank, AI-bankcontroles via CAP, en WhatsApp-toezicht onder "Chat Control"), die ze als een Orwelliaanse inbreuk op privacy en systeem van algemene verdenking afschildert. Premier De Wever ontkent concrete regeringbeslissingen, benadrukt dat privacy een absolute voorwaarde is bij beleid en verwijst naar bevoegde commissies voor nuance, maar Bertrand wijst op recente besprekingen in Financiën en noemt de plannen wel degelijk actueel. De kern van het conflict: vertrouwen vs. controle, waarbij Bertrand de regering beschuldigt van een "schuldig tot het tegendeel bewezen"-cultuur tegenover burgers, artsen en ondernemers. De Wever houdt vol dat individuele rechten centraal staan, maar Bertrand ziet een structurele verschuiving naar overheidstoezicht.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, ik heet u eerst en vooral welkom terug hier in het halfrond. U ziet er goed en uitgerust uit. Ik zie dat. Daarvoor had ik geen AI-tool of databank nodig.
Collega’s, Arizona is watching you . Jullie hebben ongetwijfeld de klassieker 1984 van George Orwell gelezen. Dat boek wordt stilaan de nieuwe realiteit. Beste burgers, het gaat over uw gezondheid, het gaat over uw geld, het gaat over uw whatsappberichten. Arizona wil weten wat u doet, wanneer u het doet en met wie u communiceert. Het wantrouwen heerst.
Het heerst ook bij minister Vandenbroucke. Hij wil een databank oprichten met alle ziektebriefjes. De privacywaakhond is daar vernietigend over. Die databank betekent een massale centralisatie van ziekte- en gezondheidsgegevens door de overheid.
Bij minister Jambon horen wij hetzelfde verhaal met zijn CAP of Centraal Aanspreekpunt. De overheid kijkt proactief mee in al uw bankrekeningen met behulp van AI. Hoeveel staat er op uw bankrekening? Wat doet u met uw centen? Arizona ziet het.
Dan is er uiteraard ook nog mevrouw Verlinden. Zij wil meelezen in uw whatsappberichten, wat u stuurt en naar wie. Iedereen wordt verdacht. Dat is het nieuwe model.
Mijnheer de premier, ik heb slechts één vraag. Waar gaat het stoppen? Wanneer is het genoeg voor u?
Voorzitter:
Mijnheer de premier, wanneer is het genoeg voor u?
Bart De Wever:
Collega Bertrand, ironie is geen gemakkelijk genre. Ik zou er persoonlijk zuinig mee omgaan.
Dat gezegd zijnde, wij hebben u bevraagd over waar de ingediende, in zeer algemene termen opgestelde vraag eigenlijk precies over ging. Daar is geen antwoord op gekomen. U hebt hier een soort orwelliaans grotesk beeld geschetst van alles wat op ons afkomt. Ik had wel een idee waarover het zou kunnen gaan. U hebt allerlei thema’s aangekaart, zoals hoe we fiscale fraude bestrijden. Hoe we omgaan met excessief voorschrijfgedrag van artsen zat er niet tussen, al had het ook daarover kunnen gaan. Er zijn ook Europese dossiers, dat gaat dan over Chat Control. Dat zijn allemaal zaken die in de lucht hangen, maar waarover de regering nog helemaal niet vergaderd heeft, laat staan dat we die zaken behandeld of goedgekeurd hebben. Namens de regering kan ik u daar dus niets over meedelen. Wat u wel kunt doen, is die totaal verschillende dossiers aan de bevoegde ministers voorleggen in de commissies, zodat zij enige nuance kunnen aanbrengen. Dat zal niet moeilijk zijn bij het beeld dat u hebt geschetst.
Algemeen kan ik u geruststellen en op het hart drukken dat privacy mij zeer nauw aan het hart ligt. Een zeer forse privacytoets zal, wat mij persoonlijk betreft, altijd ingebouwd worden bij eender welk beleidsvoorstel dat wij doen. Bij het nemen van beslissingen in het algemeen belang, dat u enigszins uit het oog bent verloren, speelt dat ook mee. Als wij in functie daarvan beslissingen nemen, zullen wij er uiteraard altijd over waken dat de rechten van het individu maximaal worden gerespecteerd. Dat is voor mij een evidentie.
Alexia Bertrand:
Premier, het gaat uiteraard over privacy en deze plannen zijn veel concreter dan u vandaag laat uitschijnen. We hebben deze gisteren nog besproken in de commissie voor Financiën en Begroting met de heer Jambon, de minister van Financiën. Als liberaal zal ik mij altijd verzetten tegen een samenleving waar de overheid alles en iedereen controleert. U kiest voor wantrouwen: wantrouwen tegenover de artsen, die allemaal zouden frauderen; wantrouwen tegenover de ondernemers die zogezegd aan de rand van hun zwembad liggen; wantrouwen tegenover de burgers die een bankrekening hebben of die whatsappen. Schuldig tot het tegendeel is bewezen, dat is de visie van deze regering.
Een eerlijke bijdrage van de farma-industrie
De teloorgang van de farma-industrie
De begrotingsgesprekken en de volksgezondheid
Financiële verantwoordelijkheid, uitdagingen en budgettaire impact van de farmaceutische sector op volksgezondheid
Gesteld door
Vooruit
Jan Bertels
Open Vld
Irina De Knop
N-VA
Kathleen Depoorter
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de eerlijke bijdrage van de farmaceutische industrie aan de betaalbaarheid van de gezondheidszorg, waarbij Vooruit (Bertels) pleit voor een verplichte winstafdracht (80 miljoen euro besparing) om explosieve geneesmiddelenkosten te beteugelen en solidariteit te waarborgen. Oppositie (De Knop, N-VA) waarschuwt dat lineaire bezuinigingen innovatie en patiëntentoegang bedreigen en de sector—een economische troef—ondermijnen, terwijl coalitiepartner Depoorter (Open Vld) dialoog en afgewogen maatregelen eist, met kritiek op het ontbreken van overleg bij de ministeriële aankondiging. Minister Vandenbroucke verdedigt de noodzaak van ingrijpen (prijsverlagingen, remgeldhervorming, voorschrijfbeleid) om verspilling tegen te gaan en prioriteiten zoals tandzorg en zorgpersoneel te financieren, met een ultieme heffing op de industrie bij budgetoverschrijding, maar benadrukt dat creatieve sectorvoorstellen nog steeds mogelijk zijn.
Jan Bertels:
Collega’s, iedereen weet dat we voor moeilijke budgettaire jaren staan. We moeten hervormen om de rekeningen van ons land op orde te brengen, om zo de koopkracht van onze bevolking te beschermen, onze sociale zekerheid veilig te stellen voor de toekomst en onze gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Dat vraagt een inspanning van iedereen. Mensen begrijpen dat en zijn bereid hun steentje bij te dragen. Ik hoor op straat wel steeds dat zij dat willen doen op voorwaarde dat iedereen een inspanning levert. Die mensen hebben gelijk. Voor Vooruit is het de normaalste zaak van de wereld dat ook de sterkste schouders eerlijk bijdragen. Elk zijn deel is niks te veel.
Wij willen de facturen in onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar houden. Daarom is het van groot belang dat ook de grote farmaceutische industrie haar duit in het zakje doet. Die industrie verricht goed werk, vaak letterlijk van levensbelang. Maar waar eindigen de macht en de winst van sommige farmaceutische bedrijven? Wat vinden wij nog aanvaardbaar? Verhalen zoals dat van baby Pia liggen nog vers in het geheugen. De stabiele hoge winstcijfers tonen aan dat de sector de voorbije jaren goed geboerd heeft. Van die industrie mogen we dan ook een eerlijke bijdrage verwachten om onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar te houden. De industrie weet dat zelf ook.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat die industrie een eerlijke bijdrage levert aan onze gezondheidszorg?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, welkom terug, een nieuw parlementair jaar en een nieuwe aanval van Vooruit. Ditmaal zijn het de farmaceutische bedrijven die het gelag moeten betalen. We zijn dat van Vooruit gewoon. Mensen die ondernemen, die het land zuurstof geven, die investeren in gezondheid en economie, het zijn jullie natuurlijke vijanden.
Mijnheer de minister, zoals we dat enigszins van u gewend zijn, u gaat eenzijdig en zonder overleg 80 miljoen euro aan inkomsten weghalen bij die sector. Ik heb goed geluisterd naar wat u zei over hervormen, maar dit is niet hervormen. Dit lijkt eerder op het uitroeien van een sector. Laat ons daarover eens nadenken, mijnheer de minister. Wat levert de strategie die u voert economisch gezien op? Wat levert de strategie die u voert ons op het vlak van de gezondheidsdoelstellingen op?
We zijn zeer ongerust en ik heb begrepen dat premier De Wever even ongerust is als wij. Dit betreft immers een sector waar ons land vandaag internationaal koploper is. Hier worden geneesmiddelen ontwikkeld. Hier worden klinische studies uitgevoerd. Dat alles leidt ertoe – of moet ik zeggen leidde ertoe - dat patiënten in België snel toegang kregen tot nieuwe geneesmiddelen. Door de acties die u onderneemt en door het pleidooi dat u voert, mijnheer Bertels, zorgt u er echter voor dat de sector echt op de helling komt te staan met het beleid dat de minister voert.
Weet u dat slechts in 50 % van de gevallen waarin innovatieve geneesmiddelen worden aangeboden, dit ook effectief leidt tot terugbetaling? Dat is slecht voor de innovatie, dat is slecht voor de bedrijven, maar vooral slecht voor de patiënten die daar nood aan hebben en geen toegang krijgen tot innovatieve geneesmiddelen. Wat is daarvoor uw remedie, mijnheer de minister?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de farmaceutische industrie is hoogwetenschappelijk, levensreddend en zeer belangrijk voor de welvaart van ons land.
Deze ochtend las ik in de krant een brief waarin bezorgdheid wordt geuit over een door u aangekondigde besparingsmaatregel van 80 miljoen euro. Dat die besparing er zou komen, was bekend. De sector werd ook gevraagd om voorstellen in te dienen. Die voorstellen zijn ingediend en vervolgens geanalyseerd, onder meer door het RIZIV en het Verzekeringscomité. De voorstellen blijken niet toereikend te zijn.
Mijnheer de minister, de brief kwam dan toch als een verrassing, want het betrof een lineaire maatregel, een besparing zonder meer. Wij hebben samen al een lange weg afgelegd en zijn het niet altijd volledig eens met elkaar, maar wij maken wel deel uit van dezelfde coalitie. Het is dus onze taak om samen zowel de kwaliteit van de gezondheidszorg als het gezondheidsbudget te bewaken.
Ik stel mij de vraag, gelet op het feit dat de begrotingsconclaven en -gesprekken nog moeten beginnen, of u niet enigszins voorbarig bent geweest. Hoe is die brief tot stand gekomen en verstuurd? Ik had graag van u vernomen welke voorstellen niet weerhouden zijn door het RIZIV en door uw diensten. Hebt u deze voorstellen besproken met uw collega’s in het kernkabinet? Met andere woorden, gaat het hier om een aankondiging van een besparing die door de regering is beslist of niet? Ten slotte, mijnheer de minister, in het regeerakkoord is opgenomen dat wij alle maatregelen in dialoog met de farmaceutische sector zouden nemen. Is er opnieuw plaats voor dialoog om die maatregelen af te kloppen? Dank u wel.
Frank Vandenbroucke:
Geachte leden, we investeren zeer belangrijke sommen geld in de gezondheidszorg: volgend jaar 1,5 miljard euro extra. Het is belangrijk dat die investeringen goed terechtkomen, daar waar de noden echt zijn. Ze mogen zeker niet opgaan aan verspilling.
Als we het kraantje gewoon laten openstaan, loopt het water weg in de verkeerde richting. We moeten dus ingrijpen. Een zeer belangrijk probleem is dat we voor een echte explosie van de uitgaven voor geneesmiddelen staan. Dat mogen we niet laten gebeuren. Anders gaat een groot deel van het extra geld daarnaartoe en komt het niet terecht bij tandzorg of geestelijke gezondheidszorg. We zullen het dan ook niet kunnen aanwenden om te investeren in het zorgpersoneel.
We hebben in februari in de regering de afspraak gemaakt – die staat ook op papier – dat we een belangrijke inspanning zouden vragen aan de farmaceutische industrie. In de regering is afgesproken dat we onder meer aan de farmaceutische industrie zouden vragen om met voorstellen te komen om op een verstandige manier te besparen in dat budget, ten belope van 80 miljoen euro. Als er geen goede voorstellen komen, zullen we op een lineaire manier de prijzen die wij vanuit de sociale zekerheid aan de farmaceutische industrie betalen, verminderen. Dat is afgesproken in de regering.
Er is voortdurend uitvoerig overleg met de farmaceutische industrie. Die heeft voorstellen ingediend en de administratie van het RIZIV heeft het resultaat van het onderzoek daarvan meegedeeld aan het Verzekeringscomité. De voorstellen zijn echter ofwel absoluut niet wenselijk, omdat ze ertoe zullen leiden dat bepaalde geneesmiddelen van de markt zullen verdwijnen, ofwel niet uitvoerbaar op korte termijn. Daarom val ik terug op de afspraak die we samen gemaakt hebben. We kiezen daarmee voor een eenvoudige maatregel: de prijzen die we aan de farmaceutische industrie betalen, zullen overal een klein beetje verlaagd worden.
Dat is in verhouding tot een budget van 6,8 miljard euro volgend jaar. Dat is precies geen bijzonder grote inspanning.
Inderdaad, we moeten wel verder durven denken. We moeten af van een bepaald soort pillenverslaving. We zijn kampioenen in het gebruik van cholesterolremmers. Die worden veel te veel gebruikt. We zijn ook kampioenen in het gebruik van maagzuurremmers. Die worden ook veel te veel gebruikt. Al het geld dat wij betalen voor maagzuurremmers gaat niet naar de geestelijke gezondheidszorg, niet naar tandzorg en zal niet geïnvesteerd worden in het zorgpersoneel. Daar moet dus worden ingegrepen. Dat is de reden waarom we enerzijds tegen de artsen zeggen dat er meer moet worden gesproken over het voorschrijfgedrag. Anderzijds willen we ook een signaal geven aan de burger dat dat geld kost aan de samenleving. Om die reden herzien we ook categorieën van het remgeld. Ik heb daarbij geen taboes. Het is zoals de premier daarnet zei, ik kan dat letterlijk herhalen: ʺ Dit is een beleid zonder dogma’s en zonder taboes ʺ .
Bovendien is het belangrijk, vermits we inderdaad heel wat maatregelen moeten nemen en het gros van die maatregelen gericht zal zijn op het tegengaan van een explosie in het geneesmiddelenbudget, dat we de garantie hebben dat we daarin zullen slagen. Er is in de regering dus ook afgesproken dat de farmaceutische industrie in haar geheel een spijkerharde garantie moet geven. Als de maatregelen onvoldoende zijn en het afgesproken budget van 6,8 miljard euro overschreden wordt, dan zal de industrie dat tekort zelf helpen dekken met een heffing op haar omzet. Dat is inderdaad een inspanning, maar een inspanning die vermeden kan worden als de farmaceutische bedrijven zelf met creatieve en geloofwaardige voorstellen komen. Die hebben we tot nu toe nog niet gezien. Daarom zal ik het regeerakkoord en de afspraken in de regering stipt uitvoeren.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, overleg is nodig, maar overleg moet ook tot resultaten leiden.
Mevrouw De Knop, natuurlijk steunen wij onze farmaceutische industrie. In België krijgen patiënten goede zorgen, zelfs de beste zorgen, en daar draagt de farmaceutische sector toe bij. Het budget voor de terugbetaalde geneesmiddelen is de voorbije jaren met 2 miljard euro gestegen. Natuurlijk dragen wij daartoe bij. Om nader in te gaan op wat eerder is opgemerkt, wij geven ook innovatieondersteuning, heel veel zelfs, aan de farmaceutische industrie. Het gaat om honderden miljoenen euro voor innovatie.
Mevrouw De Knop, er is echter één groot verschil en ik ben blij dat dat hier duidelijk gemaakt is. Wij willen dat van de grote winsten een deel terugvloeit naar de bevolking om te investeren in de gezondheidszorg. Dat is solidariteit en de farmaceutische industrie weet dat ook. Zij is het daarmee eens. Daarover verschillen wij van mening. Wij zijn solidair, u bent dat niet.
Voorzitter:
Wellicht is het toeval, of niet, maar mevrouw De Knop heeft nu het woord.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De conclusie is duidelijk en is iedere keer dezelfde. Deze week is de farmaceutische sector de boeman; de vorige weken waren het de artsen. Het is heel duidelijk, het model van uw partij is een model van afgunst.
U blijft de actoren in de gezondheidszorg beschouwen als vijanden in plaats van ze te zien als partners. Wij kunnen u dat evenwel niet kwalijk nemen, want dat is hoe u en uw partij naar de wereld kijken, namelijk de ondernemer aan zijn zwembad en de arts die fraudeert.
Eén zaak is duidelijk, namelijk dat de patiënt daar niet beter van wordt. In plaats van u te richten op politieke profilering, zou u beter een beleid voeren dat inzet op innovatie, dat ervoor zorgt dat de medicijnen beschikbaar blijven en dat België aan de top blijft op het vlak van klinische onderzoeken.
Dat komt de patiënt ten goede en daarom ben ík wel solidair.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de uitdagingen zijn groot. Dat we de overconsumptie van medicijnen moeten aanpakken, daar zijn we het absoluut over eens. Dat we het budget in balans moeten proberen te houden, daarover zijn we het ook eens. Het is inderdaad de patiënt om wie het draait. Het gaat om die therapie, die toegang tot therapie, die toegang tot innovatie, maar ook die toegang tot generische geneesmiddelen die nu vaak ontbreken. We moeten ervoor zorgen dat de farmaceutische sector overeind blijft. Ook dat hebt u aangehaald. Als er dan voorstellen komen vanuit de sector, vind ik het essentieel dat we die gezamenlijk bekijken. Samen weten we altijd een beetje meer dan alleen. Als we daarover samen kunnen debatteren, kunnen we ook beslissingen nemen die er daadwerkelijk voor zorgen dat die toegankelijkheid behouden blijft en de betaalbaarheid voor de ganse maatschappij gegarandeerd is.
De aanpak van de schietpartijen en de geldstromen in het kader van de war on drugs
Het drugsgeweld in Brussel
Het drugsgeweld, de straffeloosheid en de draaideurcriminaliteit in Brussel
De inzet van gemengde patrouilles van militairen en politieagenten in Brussel
Het ‘Plan Grote Steden’
Maatschappelijke en veiligheidsmaatregelen tegen drugsgerelateerd geweld, straffeloosheid en criminaliteit in Brussel
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De recordaantal schietincidenten en druggerelateerd geweld in Brussel en Antwerpen domineert de discussie, met kritiek op het falend federale beleid dat te eenzijdig inzet op zichtbare repressie (meer politie/militairen) zonder de financiële en logistieke kern van de drugscriminaliteit aan te pakken. Minister Quintin verdedigt zijn Plan Grote Steden (extra onderzoekers, camera’s, ANPR-koppeling, BELFI-acties) en belooft snelle inzet van militairen in hotspots, maar oppositie en magistratuur wijzen op gebrek aan concrete resultaten, coördinatiechaos (ontbrekende taskforce, trage justitiehervormingen) en structurele tekorten (vacatures, gebrek aan gespecialiseerde eenheden). De roep om een integrale aanpak—van witwassen en drugsgeld tot gevangenisnetwerken—blijft onbeantwoord, terwijl de symbolische inzet van militairen als zwaktebod wordt afgedaan.
François De Smet:
Monsieur le ministre, cet été fut sans doute le pire été de fusillades de notre histoire récente; avec des victimes, des quartiers dans la peur, des balles perdues qui, un jour ou l'autre, vont aussi toucher des innocents.
À tel point que Julien Moinil, notre procureur du Roi de Bruxelles, a convoqué en urgence une conférence de presse pour réveiller et fustiger le monde politique, tous niveaux confondus – soyons honnêtes – mais en pointant d'abord du doigt le fédéral, et en soulignant à quel point le fédéral ne lui donne pas assez de moyens pour agir.
Le message de ce gouvernement en la matière est connu. Il est exclusivement et surtout sécuritaire, karcher, binaire, un peu MR. Il consiste surtout à essayer de mettre du bleu ou du kaki dans les rues.
Faisons pourtant le constat ensemble, un constat que j'invite à faire: oui, on arrête de plus en plus de personnes. On a arrêté plus de 7 000 personnes dans les rues récemment. Pourtant, les fusillades continuent. Pourquoi? Parce que les petits dealers que nous arrêtons sont de la chair à canon. Parfois nous n'avons pas la place pour les contenir et nous devons les relâcher; parfois nous les gardons. Dans tous les cas, ils sont remplacés extrêmement rapidement, parce que la machine qui se trouve derrière eux a une puissance financière et corruptive extraordinaire et les remplace du jour au lendemain.
Tant que vous ne frapperez pas les têtes, tant qu'on ne frappera pas les portefeuilles, nous allons remplir simplement le tonneau des Danaïdes. Je n'ai aucun plaisir à le dire. Vous avez de l'ambition pour nettoyer les rues, mais je ne vois pas l'ambition dans votre gouvernement pour s'attaquer réellement à la criminalité financière et au blanchiment d'argent.
Nous avons proposé un parquet national financier. On nous a dit non, alors qu'en France cela marche et ça rapporte des milliards. Nous avons proposé un secrétariat d'État à la lutte contre la criminalité financière. Cela marche ailleurs, mais on nous a dit non également.
Je ne dis pas que vous ne faites rien, mais nous ne gagnerons pas cette guerre avec juste du bleu ou du kaki dans les rues. Nous la gagnerons quand les gains de la cocaïne seront anéantis, et là-dessus nous ne voyons rien. Je vous remercie.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, 63 schietpartijen, 7 doden en 28 gewonden. Brussel staat momenteel in de top drie van hoofdsteden met de meeste schietincidenten. Dan heb ik het nog niet over de granaten in Antwerpen.
Het gaat echter over wijken waar mensen wonen, pleinen waar zelfstandigen winkels uitbaten en parken waar kinderen spelen. Het gaat over straten waar mensen wonen, leven en werken. Het lijkt alsof we het geweld in onze hoofdstad en in Antwerpen allemaal normaal zijn beginnen te vinden.
Mijnheer de minister, ik stel vast dat u regelmatig op het terrein gaat en dat is uiteraard goed. Ik hoor en zie evenwel vooral veel aankondigingen van u, van uw collega's Francken en Verlinden en ook van de premier. Dagelijks lees ik nieuwe aankondigingen in de pers. Tezelfdertijd zegt de procureur van Brussel echter dat er naar hem geluisterd wordt, maar dat hij niets krijgt. Dat vind ik hemeltergend.
Daarom vraag ik u vandaag geen nieuwe aankondigingen. Ik vraag u vandaag alleen een engagement en een concrete timing. Wanneer zult u uitvoeren wat u hebt beloofd? Wanneer komen de extra handen en ogen er? Wanneer wordt het camerasysteem in Brussel op punt gesteld? Wanneer zult u samen met uw collega Verlinden actie ondernemen, zodat drugsnetwerken niet langer vanuit de gevangenis aangestuurd worden? Wanneer komen de drugsbehandelingskamers er? Er wordt ook veel gesproken over samenwerking, maar wanneer komt die taskforce er? De premier heeft met veel bombarie aangekondigd dat er een taskforce zou komen die alles zou oplossen, maar sindsdien heb ik niets meer van die taskforce gehoord. Kortom, wanneer krijgen de mensen hun straten, pleinen en parken terug? Dank u wel.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de uitlatingen van de korpschef van de zone Brussel HOOFDSTAD Elsene, Michel Goovaerts, die bij u goed bekend is en die aan de alarmbel heeft getrokken omwille van de situatie in Brussel: een toenemende drugsplaag, gepaard met drugsgeweld. Ik citeer hem, mijnheer de minister: "Een dosis coke vind je al voor vijf euro. Vijf euro, dan is het geen product meer voor de happy few. Dat is de Colruytmethode: massaal en goedkoop". Een volgend citaat: "Het is vandaag veel makkelijker om via sociale media een wapen te kopen. Vroeger moest je iemand kennen in het milieu. Nu volstaat een berichtje."
Het zijn citaten, mijnheer de minister, die wij niet zomaar naast ons neer kunnen leggen. We moeten vaststellen dat steeds meer jongeren, soms al van 12, 13 jaar oud, in de criminaliteit belanden. Ook de feiten van geweld spreken voor zich. Op 12 augustus stond de teller al op 57 schietincidenten in 2025, waarvan meer dan 60 % gelinkt is aan de criminaliteit. Illegalen die misdrijven plegen, komen steevast vrij. Die groep maakt een steeds groter deel uit van de gevangenispopulatie. Op die manier is het dweilen met de kraan open voor onze politiediensten.
Mijnheer de minister, hoe zit het met die taskforce van de premier? Waar zijn de resultaten? Waar zijn de oplossingen? Is deze regering eigenlijk nog geïnteresseerd in de binnenlandse veiligheid, in plaats van nu al maandenlang te palaveren over buitenlandse veiligheid?
Maaike De Vreese:
Minister, het is geen goed teken als men militairen moet inzetten op straat. Het doet mij terugdenken aan de periode na de verschrikkelijke aanslagen. Het wil zeggen dat de situatie ernstig is, dat ze niet onder controle is. Men doet dit immers niet voor zijn plezier, omdat men het leuk vindt, maar wel omdat de noodzaak er is in een zeer kritieke situatie.
De rampzalige veiligheidssituatie in Brussel is het gevolg van jarenlang malgoverno door de PS. Die burgemeesters steken nu nog altijd de kop in het zand. De sense of urgency om een Brusselse regering te vormen is er nog altijd niet. We need to take back control. Daarvoor zijn hervormingen zeer belangrijk, waaronder vooreerst de eenmaking van de Brusselse politiezones, extra cameranetwerken, de activering van het Kanaalplan en uw Plan Grote Steden en de inzet van specifieke politieteams. De federale politie moet hervormen. Blauw moet meer op straat.
Defensie staat klaar met een juridisch kader dat ervoor zorgt dat militairen op straat effectief kunnen optreden. Wat veel te vaak ontbreekt – ik wil dat nogmaals aanhalen – is de verantwoordelijkheid van de drugsgebruiker. Aan elk lijntje en aan elke pil kleeft bloed. Er zijn al veel te veel doden gevallen. Minister, ik hoop dat u blijft wijzen op die verantwoordelijkheid. U hebt onze volledige steun in de strijd tegen de drugscriminaliteit.
Hoever staat u met de uitwerking van uw grote plan?
Paul Van Tigchelt:
De problemen zijn u bekend, mijnheer de minister, want u gaat regelmatig op het terrein en dat siert u. U toont zo uw betrokkenheid. U weet ook dat het geen gemakkelijke strijd is. Een mirakeloplossing bestaat niet. Ik weet wel en u weet ook dat we een overheid nodig hebben die kort op de bal speelt. De drugsmaffia past zich aan, de overheid moet zich ook constant aanpassen. Op dat vlak is het inderdaad zo, mijnheer de minister, dat we wachten op concrete maatregelen. Daarvan is hier al melding gemaakt.
Ik kan u geruststellen, collega Vandemaele, de taskforce georganiseerde criminaliteit bestaat en komt samen, maar heeft nog geen resultaten, geen concrete maatregelen opgeleverd. Ik zeg dat niet, maar de procureur van Brussel en andere actoren op het terrein.
Een tweede voorbeeld. In het regeerakkoord is er sprake van een structurele versterking op korte termijn van de federale gerechtelijke politie van Brussel en Antwerpen. Ik heb daar de voorbije maanden regelmatig vragen over gesteld, maar daar is geen sprake meer van.
Een derde voorbeeld. De minister van Justitie – want u staat er niet alleen voor, mijnheer de minister – heeft deze zomer tweemaal verklaringen afgelegd in de pers. De eerste verklaring was dat zij een taskforce strafuitvoering heeft opgericht, die met aanbevelingen zal komen in 2028. Dat was de eerste aankondiging. De tweede aankondiging van de minister was dat zij 1 miljard euro extra nodig heeft.
Er zijn dus geen concrete hervormingen, geen concrete maatregelen. Daar wachten we nog op. Misschien moet u ook eens spreken met de premier. Hij was de burgemeester van Antwerpen. In Antwerpen zijn snelleresponsteams, quick response forces , opgericht. Dat zijn teams van hypergespecialiseerde politieagenten. Die agenten zijn zinvoller dan militairen, want die militairen zijn volgens mij een zwaktebod, een teken van onmacht, los van de discussie wanneer en met welk mandaat ze zouden worden ingezet.
Welke concrete maatregelen zult u nemen? Wat is er afgesproken binnen de Nationale Veiligheidsraad?
Bernard Quintin:
Mesdames et messieurs les députés, l'été à Bruxelles, mais pas seulement à Bruxelles, a été difficile. Plus de 20 fusillades ont été à déplorer, dont certaines en plein jour, ce qui est une évolution remarquable, au sens premier du terme. J'ai tenu à me rendre auprès des habitants des quartiers concernés, pour les écouter, d'abord; pour leur garantir le plein soutien et l'engagement de ce gouvernement aussi. Car oui, ce gouvernement agit – we werken – pour les Bruxellois, les Bruxelloises et pour l'ensemble des Belges.
C'est la raison pour laquelle j'ai, depuis sept mois, déployé un large arsenal de mesures destinées à lutter contre le narcotrafic dans notre pays. Je pense tout d'abord au renforcement constant de la police judiciaire fédérale (PJF), singulièrement à Bruxelles, qui se poursuit en deux temps. Au travers d'abord d'un renforcement temporaire direct de 31 enquêteurs pour parer à l'urgence de la situation et répondre directement aux demandes légitimes du procureur du Roi, auquel on fait dire beaucoup de choses, mais avec lequel je suis en contact permanent. Mais aussi via un renforcement structurel, puisqu'aux 720 membres du personnel actuel de la PJF Bruxelles s'ajouteront 40 nouveaux enquêteurs d'ici fin novembre.
Il y a actuellement encore 30 postes vacants. Le recrutement des forces de police n'est pas une difficulté qu'à Bruxelles. Celle-ci se pose dans tout le pays et, non, ça n'est pas une question de moyens financiers, c'est une question de choix politiques. Et je pense avoir démontré ces sept derniers mois que mes choix politiques en la matière sont clairs. Comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire, j'aimerais bien avoir une imprimante 3D et, chaque fois qu'on me demande des policiers, appuyer pour en avoir 50 par-ci, 100 par-là, 60 par-là. Si quelqu'un a cette machine, de grâce, prêtez-la moi!
Mais, en attendant qu'elle soit créée, nous devons renforcer l'attractivité du métier. C'est la raison pour laquelle je tiendrai un conclave dédié à la question en novembre, qui débouchera sur des décisions à court, moyen et long termes pour pouvoir recruter plus rapidement.
Mijnheer Vandemaele, mijnheer Depoortere, ik maak ook 20 miljoen euro vrij voor de installatie van camera's. Hiermee zullen we de lokale en de gerechtelijke overheden ondersteunen om nieuwe camera's te plaatsen op alle plekken waar dat nodig is.
Zoals u weet, zijn we al gestart met de koppeling van alle ANPR-camera's in het hele land aan één enkel systeem, zelfs in West-Vlaanderen. We hebben ook de 8.000 camera's van de NMBS toegankelijk gemaakt voor alle ordediensten, federaal en lokaal.
Ik denk ook aan de grootschalige controleacties die door de federale overheid worden uitgevoerd in samenwerking met de lokale politie, de zogenaamde FIPA-acties, en tot slot aan de zogenaamde BELFI-acties in de strijd tegen louche handelszaken die dienen als dekmantel voor witwaspraktijken, le blanchissement .
Met deze maatregelen van mijn Plan Grote Steden willen we de strijd tegen drugscriminelen en georganiseerde criminaliteit in onze steden opvoeren. Het zijn geen ballonnetjes, zoals gezegd wordt, maar concrete maatregelen waar we met de verschillende niveaus samen aan zullen werken. Dat is de enige manier om de oorlog tegen de drugshandel te winnen, du producteur au consommateur .
Mevrouw De Vreese, mijnheer Van Tigchelt, jullie vragen me naar de inzet van militairen in onze straten. Samen met de minister van Defensie werken we aan de inzet van politie en militairen samen in bepaalde hotspotzones van Brussel en elders in het land indien dat nodig zou zijn. Mijn bedoeling is dat dit zo snel mogelijk kan gebeuren, want de situatie in onze hoofdstad laat geen uitstel toe.
Ik heb gisteren nog overlegd met collega Francken om de modaliteiten van deze gemengde patrouilles vast te leggen.
Enfin, monsieur De Smet, d'abord vous ne m’aurez jamais entendu prononcer le nom d'une quelconque marque de machine à eau sous pression, mais vous m'interrogez sur la lutte contre le blanchiment d'argent et la nécessité d'attaquer les trafiquants au niveau du portefeuille.
L'intention du gouvernement est claire. À travers l'approche Follow the Value , nous voulons réinvestir les produits financiers captés dans la lutte contre le trafic de drogue au service de la sécurité de nos concitoyens. Ce travail avance à un rythme soutenu, en étroite collaboration avec le Commissariat national "drogues". Nous aurons donc l'occasion d'évoquer cela à nouveau en commission dans les prochaines semaines.
Il existe deux éléments supplémentaires. Concernant le parquet financier, je voudrais quand même signaler qu'il n'y a pas d'unanimité au sein du pouvoir judiciaire, entre autres chez les procureurs généraux, pour penser que c'est une bonne idée. Je ne dis pas qu'il ne faut pas renforcer la lutte contre cela, mais il ne faut pas non plus faire dire aux magistrats ce qu'ils ne disent pas forcément.
Et le deuxième élément dont je voulais parler, je pense que je l'ai oublié, mais je profite des dix dernières secondes pour dire que chaque mesure se trouve dans un ensemble. Je dis souvent qu'on prend une mesure, on la sort du contexte et on l’analyse pour dire que ce n'est pas suffisant. Je peux faire la même chose, mais moi je travaille à l'ensemble des mesures pour lutter contre le crime organisé.
Voorzitter:
Wie witwast, wast wit. Het is inderdaad geen evidentie.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.
Vous annoncez beaucoup de mesures, même si toutes ne dépendent pas de vous. Plusieurs collègues vous ont interrogé au sujet de la fameuse task force annoncée par le premier ministre. Vous n’avez rien dit à ce sujet. Pour éviter que des efforts ne soient gaspillés de part et d'autre, il serait judicieux que le gouvernement agisse en ce domaine.
Je me réjouis de l'annonce relative aux 31 enquêteurs, mais vous savez comme moi que cela ne suffira pas à remplir le cadre. C'est pourquoi M. Moinil s'en émeut. En tout cas, c'est un début. J'insiste pour que ces policiers soient spécialisés.
À défaut de parquet financier, j'insiste aussi sur la nécessité de renforcer des services qui se trouvent déjà à votre disposition. Je pense ainsi à l'Office central de lutte contre la délinquance économique et financière (OCDEFO), qui réclame notamment de l'aide dans son expertise numérique afin de suivre l'argent là où il se trouve.
Enfin, s'agissant de l'armée dans les rues, nous voyons bien que cela relève d'une communication en mode "football panique". Vous allez déployer du kaki, alors que ces gens vont être obligés d'appeler la police. Cette disposition vise à rassurer la population et à produire de la communication, mais ce n'est pas cela qui empêchera certains de se tirer dessus à coup de Kalachnikov.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U bent gaan luisteren, ook in de buurten. Dat wordt erg geapprecieerd. Dat was een belangrijk signaal van uw kant.
U merkt zelf op dat bij de maatregelen alles aan elkaar vasthangt. Wij mogen er niet één maatregel uithalen. Dat klopt.
Onze minister van Justitie zal echt wel een tandje moeten bijsteken om samen met u tot oplossingen te komen. Ik had gehoopt dat de taskforce dé plaats zou zijn waar de premier dergelijke zaken zou coördineren. Daarover heb ik in uw antwoord echter weinig gehoord.
Ik haal een aantal elementen uit uw antwoord, onder meer de inzet van militairen. Als de minister van Binnenlandse Zaken militairen op straat inzet, betekent dat het failliet van uw beleid. Er bestaat geen mooier signaal om duidelijk te maken dat u het opgeeft.
Binnenlandse veiligheid behoort altijd te worden verzekerd door politiemensen. Daarom moeten wij vermijden dat onopgeleide personen zonder kader op straat worden ingezet. Zij hebben daar trouwens ook niet voor gekozen. Dat is de foute weg.
Geef de straten en pleinen terug aan de Brusselaars en aan de Antwerpenaren.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, collega's, gelooft nog iemand de huidige regering?
Ik zal u een aantal maatregelen van het Vlaams Belang meegeven waardoor de regering wat geloofwaardigheid kan winnen. Ten eerste, richt gespecialiseerde eenheden op binnen de politie en richt een drugsagentschap op. Ten tweede, benut het crimineel drugsgeld en herinvesteer dat in handhaving. Richt daarvoor een drugsfonds op. Ten derde, voer de razzia's tegen drugsbendes op. Jaag die bendes op en maak hen het dealen onmogelijk. Ten vierde, zet de criminele illegalen uit ons land. De enige draaideur die zij zouden moeten kennen, is de draaideur op de luchthaven van Zaventem.
Mijnheer de minister, met andere woorden, het is tijd om recht en orde te herstellen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, dit zal inderdaad met een algemeen plan moeten gebeuren, met mensen die ter plaatse actief zijn om de drugsproblematiek aan te pakken. Ik bedoel voornamelijk meer blauw op straat en u weet dat u daarvoor ook heel wat capaciteit moet vrijmaken. Ik weet dat dit enorme inspanningen vergt van de federale politie, maar zij moeten daar zelf toe in staat zijn. Als we militairen inzetten op het terrein en als zij een meerwaarde moeten betekenen, moeten zij ook een juridisch kader hebben waarbinnen zij kunnen optreden. We zeggen van de politie dat zij geen sitting ducks mogen zijn, maar dat geldt zeker ook voor onze militairen.
Mijnheer de minister, u komt vaak op het terrein. U verwees even naar West-Vlaanderen alsof het de Far West was. Ook daar kampen we echter met drugscriminaliteit. Ik nodig u uit om op bezoek te komen. Ik ben er zeker van dat onze sheriff, gouverneur Decaluwé, u met veel plezier zal ontvangen.
Voorzitter: Eric Thiébaut.
Président: Eric Thiébaut.
Paul Van Tigchelt:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw concrete antwoorden. De vraag die hier vandaag rijst, is of we genoeg doen. Kan het beter, kan er meer? Ja, dat kan. We moeten een tandje bijsteken. We kunnen beter. Ik wil u alleen nog waarschuwen: wees voorzichtig met het uitbesteden van veiligheid. Veiligheid is immers een kerntaak van de overheid. Besteed die niet uit aan het leger en ook zeker niet aan de vrouwen zelf. Collega Beenders, ik heb uw voorstel gehoord om vrouwen uit te rusten met pepperspray. Het is echter de overheid die zorgt voor de veiligheid. Pas tot slot ook alstublieft op met uw wetsontwerp waarmee u het mogelijk wil maken dat de regering groeperingen buiten de wet stelt. Ik vraag u dat als liberalen onder elkaar. Gooi de Grondwet niet in de vuilbak. Artikel 27 van de Grondwet, de vrijheid van vereniging, is heilig. Het is niet aan de regering om zulke maatregelen te nemen. Alstublieft, stop daarmee en trek dat wetsontwerp in.
Het zomerakkoord
Het zomerakkoord
Het zomerakkoord 2025 van de regering
Het zomerakkoord
Het eventuele zomerakkoord
Het zomerakkoord van de regering
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie kritiseert het antisociale zomerakkoord van de regering, dat werkenden, gepensioneerden en werklozen zwaar belast via maatregelen zoals pensioenmalus (tot 25% verlies), afschaffing nachtpremies, uitgestelde indexering en beperkte werkloosheidsuitkeringen, terwijl superrijken en grote vermogens gespaard blijven. Premier De Wever verdedigt het akkoord als noodzakelijk voor vergrijzing, belastingverlaging (op termijn) en economische competitiviteit, maar opposanten noemen het ondemocratisch (besloten tijdens parlementaire vakantie) en economisch schadelijk, met geen directe koopkrachtwinst ondanks eerdere beloftes. De financiering van OCMW’s (234 miljoen) voor extra leeflonen blijft onduidelijk, terwijl de meerwaardebelasting (die kleine beleggers raakt) en asociale hervormingen zoals kortere opzegtermijnen de kritiek domineren. De spanning situeert zich tussen bezuinigingsdrang (regering) en sociale onrechtvaardigheid (oppositie), met parlementaire omzeiling als extra twist.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, we maken de finale van het zomerakkoord mee. Het is D-day voor twee hervormingen die wij vanuit de oppositie steunen, namelijk de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd en de pensioenhervorming.
Ik wil u er vandaag aan herinneren dat u de politieke prijs daarvoor al hebt betaald. U hebt ministerraad na ministerraad taks na taks na taks moeten invoeren, met als summum de enige belasting die in dit land nog niet bestond, de meerwaardebelasting, ingevoerd ten koste van de middenklasse. Ik maak mij daar zorgen over, mijnheer de eerste minister, want ik lees dat Vooruit en cd&v op één lijn zitten, de lijn van meer belastingen en meer uitzonderingen.
De vraag is dan ook heel simpel, mijnheer de eerste minister. Kunt u ons geruststellen? Kunt u ons geruststellen dat u werken meer zult laten lonen? Kunt u ons geruststellen dat de defensietaks er niet komt? Kunt u ons geruststellen dat het idee van staatsgeneeskunde naar de prullenmand wordt verwezen? Kunt u ons geruststellen dat u eindelijk zult stoppen met taksen, taksen en nog eens taksen?
Mijnheer de eerste minister, u hebt beloofd dat de kleine man, de meeste Vlamingen, uw beleid niet zouden voelen. Stel ons alsjeblieft gerust.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, u onderhandelt over een zomerakkoord, maar ik stel mij toch wel vragen over de timing daarvan. Het is in België de gewoonte geworden dat al die antisociale wetten erdoor worden gejaagd als de mensen met vakantie zijn. Dat is echt typisch de gang van zaken in ons land.
Het is zelfs nog erger, want wanneer zal men tot de afronding van dat akkoord komen? Enkele uren na het sluiten van het Parlement? Het is duidelijk dat er in het Parlement geen vragen meer mogen worden gesteld over het akkoord, waarover vannacht nog zal worden onderhandeld. Dat is gewoon totaal ondemocratisch. Men heeft dit expres zo gedaan, collega's. Is dat niet erg? Ja, dat is erg. Waarom gaat men zo te werk? Omdat dit akkoord zo onevenwichtig is.
We wisten vorige week al dat de superrijken niet aan de meerwaardebelasting zouden bijdragen. Wat ligt er dan op de tafel? Dat het volk zal moeten betalen.
Wat weten we? Vandaag gaan we stemmen over een uitgestelde indexering van twee maanden op de pensioenen, wat neerkomt op een verlies van 70 euro bij elke indexaanpassing.
We weten dat vandaag de regeling voor het nachtwerk goedgekeurd zal worden, waarna de nachtpremies weggenomen zullen worden van de werkende klasse tussen 20 uur en middernacht. Zal daarover niet onderhandeld worden? Nee, natuurlijk niet.
Allemaal aanvallen.
We weten dat de heer Jambon de pensioenmalus vandaag nog erger wil maken. Dit wil zeggen, beste collega's, dat een vrouw van 62 jaar die gedurende haar carrière 43 jaar deeltijds gewerkt heeft, 10 % minder pensioen zal krijgen. Dat wisten we al. Wat Jambon nu wil, is dat het 20 % minder wordt. 328 euro minder voor die gepensioneerde vrouw. Een schande! Een schande!
En dat maakt dit akkoord zo onevenwichtig. Zo antisociaal. De superrijken zullen niets moeten betalen, maar de werkende klasse, de gepensioneerden, de werklozen zullen moeten betalen.
Mijnheer de eerste minister, kan dat nog rechtgetrokken worden deze nacht? Of gaat u door met uw koel antisociaal beleid?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, encore quelques heures de réunion, quelques heures d'efforts et normalement vous aurez bouclé votre accord d'été, ce qui vous permettra de réaliser ce que je sais être l'un de vos plus vieux rêves: pouvoir célébrer la fête nationale comme premier ministre du Royaume de Belgique. Et ce, 195 ans après que les fondateurs de ce pays ont bouté hors de nos contrées les troupes néerlandaises du roi Guillaume I er d'Orange-Nassau. Qui l'eût cru?
Vous êtes tellement attaché à ce pays – je parle de la Belgique évidemment – que vous avez décidé d'en conserver la pire des traditions, le grand accord pêle-mêle où on empile les dossiers sensibles, éparpillés qui doivent tous aboutir en même temps. Et vous allez emballer pêle-mêle la taxation des plus-values qui doit punir ceux qui investissent, la réforme des soins de santé qui va punir les médecins et les soignants, la fusion des zones de police qui va punir les Bruxellois, l'achat des F-35 qui va accroître notre dépendance technologique vis-à-vis des États-Unis et vous réussissez même à ajouter des dossiers aussi essentiels que le Plan national Énergie-Climat ou même, a-t-on lu, les visites domiciliaires. Le tout, emballé en cette période très particulière juste après la fin de la session parlementaire et juste avant que la moitié du pays parte en vacances.
Alors, indépendamment des dossiers de fond, monsieur le premier ministre, cette manière de procéder pose problème. Est-il normal – vous n'êtes pas le premier à le faire – qu'on se retrouve à boucler un paquet de réformes à ce point importantes dans ce timing qui vous permet de tabler à la fois sur les vacances parlementaires et les vacances des citoyens? Est-ce une saine manière de travailler?
Et puis, voici une question plus concrète. Théoriquement, vous sortez à l'instant d'un kern convoqué à midi, qui est supposé avoir entériné l'accord sur la dotation complémentaire des CPAS, censée permettre que les effets dévastateurs de la réforme du chômage et de l'emploi de M. Clarinval puissent être compensés. Pouvez-vous au moins maintenant nous dire s'il y a un accord pour financer pour plus de 234 millions les CPAS de ce pays? Je vous remercie pour votre réponse claire et nette sur ce point.
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, naar goede Belgische traditie blijven de regeringsonderhandelingen gewoon doorlopen. Dat resulteert altijd in nachtelijk gemarchandeer en slappe akkoorden, waarbij elke partij wel een trofeetje binnenhaalt, maar die fundamenteel niets veranderen. Dat de N-VA bij zulke onderhandelingen tegelijkertijd plat op de buik kan gaan en de broek kan afsteken, daarvan hebben we deze week al een staaltje gezien bij de Brusselse regeringsonderhandelingen.
U wilt nog een aantal knopen doorhakken en de timing, midden in het mosselseizoen, is veelzeggend. Er is sprake van een compensatie voor de OCMW’s, die meer leeflonen zullen moeten bekostigen, aangezien de werkloosheidsuitkeringen in de tijd beperkt worden. Les Engagés zou de programmawet straks zelfs niet goedkeuren zonder die compensatie. Is dat punt al afgeklopt?
Uiteraard moet werken lonen, maar de plannen voor de pensioenhervorming zijn hoogst asociaal. De huismoeders, huisvaders en mantelzorgers, mensen die een belangrijke sociale bijdrage leveren, zullen de dupe zijn.
Dan is er nog de meerwaardebelasting. Gaat u werkelijk door met die draak van een zogenoemde Jambontaks, die vooral de Vlamingen treft, kleine beleggers discrimineert, superrijken ongemoeid laat en vanaf 2031 zelfs ook minwaarden belast? Hoe zit het met de technische opmerkingen die nog moesten worden uitgeklaard? Worden de banken en de accountants, ondanks hun geheimhoudingsplicht, ingezet als spionnen voor de fiscus, ja of nee?
Als u vannacht of morgenochtend tot een zomerakkoord komt – het is reces – zult u dat dan, zoals het hoort, eerst in het Parlement bespreken of zult u zich beperken tot een eenzijdige toelichting via een persconferentie?
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre du Royaume de Belgique, dans quelques jours, nous serons le 21 juillet, qui est encore aujourd'hui le jour de la fête nationale dans ce pays. Pourtant, cette année, monsieur le premier ministre, mesdames et messieurs les parlementaires de la majorité, le cœur ne sera pas à la fête pour de nombreuses concitoyennes et de nombreux concitoyens belges.
Cette année, ce qui sera au programme des festivités du 21 juillet – si tant est que vous mettiez un point final à ce prétendu accord d'été –, c'est un feu d'artifice de mesures brutales et injustes, un défilé d'attaques sur notre modèle social, et vous, monsieur le premier ministre, Bart 1 er en roi de la casse sociale.
Quand nous voyons ce qui est sur la table du gouvernement, ce que nous entendons, les bruits de couloirs, ce que nous lisons dans la presse sur ce qui figure aujourd'hui sur la table de négociation et ce qui n'y figure plus, nous comprenons que les cœurs ne soient pas à la fête pour de nombreuses et de nombreux Belges.
L'ambition affichée pendant la campagne d'augmenter le pouvoir d'achat des Belges est partie en fumée. Les 500 euros supplémentaires promis aux travailleuses, aux travailleurs et à la classe moyenne ont également fondu comme neige au soleil. Avec les achats compulsifs de votre ministre de la Défense, les familles de ce pays n'auront pas 500 euros en plus, mais bien 500 euros en moins par mois.
Que dire encore des enseignants qui vont voir leur pension diminuer? Que dire des travailleurs de nuit qui vont perdre leurs primes? Puis, bouquet final, cerise sur le gâteau – pour être bien certain de gâcher l'été des Belges –, nous apprenons qu'un malus pension pourra faire perdre jusqu'à un quart du montant de la pension pour des milliers de travailleurs, que de très nombreux médicaments vont voir leur prix quadrupler, etc.
Monsieur le premier ministre, il est encore temps d'arrêter la machine. Il est encore temps d'entendre la rue, d'entendre les Belges. Allez-vous donc revoir votre (...)
Bart De Wever:
Het klopt dat we op het moment in de regering werken om nog vóór het zomerreces een aantal belangrijke hervormingen in eerste lezing af te kloppen. Als dat lukt, gaan we naar de grootste sociaal-economische hervorming in dit land van deze eeuw. U zult begrip hebben voor het feit, of net geen begrip, n' importe ¸ dat ik in de context van de lopende onderhandelingen geen grote uitspraken kan doen over wat er op tafel ligt. Ik zal er ook geen kleine uitspraken over doen. Ik zal er helemaal niets over zeggen.
Er is hier veel onzin verteld vanop de kansel: aan de ene kant ging het over taksen, taksen, taksen en aan de andere kant noemde men het beleid koel en neoliberaal. Beide kunnen niet waar zijn, dat beseft u zelf ook wel. Het is het een of het ander en waarschijnlijk geen van beide.
Wie het regeerakkoord heeft gelezen, weet ongeveer waaraan hij of zij zich mag verwachten. Het gaat om noodzakelijke maatregelen waarmee we, ten eerste, de vergrijzingsfactuur kunnen verlichten, die als een strop rond de hals van dit land hangt. De Studiecommissie voor de Vergrijzing was wat dat betreft bemoedigend over de geplande maatregelen. We zullen de vergrijzingsfactuur op lange termijn eindelijk onder controle krijgen. Dat gebeurt veel te laat, maar beter laat dan nooit.
Ten tweede zullen we deze legislatuur de belastingen verlagen voor wie werkt, mijnheer Coenegrachts, en zeker voor wie dat doet aan een laag of gemiddeld loon. Er zullen dus net minder taksen zijn.
Ten derde maken we onze economie aantrekkelijker via een verlaging van de loonlasten en via competitieve versoepelingen op onze arbeidsmarkt.
Ten vierde verbeteren we eveneens onze veiligheidssituatie en verstrengen we ons asiel- en migratiebeleid.
Dat is waaraan u zich mag verwachten, als we de nacht doorkomen. Van mij mag het ook vanavond al gebeuren, niet, collega-ministers? Het zal wel voor vannacht of morgenvroeg zijn; we zullen zien.
Zoals steeds zult u, het Parlement, de maatregelen uitgebreid kunnen bespreken, als de regering met wetsontwerpen komt.
Si nous aboutissons tout à l'heure ou, probablement, plutôt demain, ce sera déjà le deuxième grand accord conclu par le gouvernement au cours de ses six premiers mois au pouvoir. Comme vous le savez, un accord de Pâques sur le budget 2025 a déjà été conclu voici trois mois. L'essentiel de celui-ci, la loi-programme, sera voté tout à l'heure, malgré de nombreuses manœuvres regrettables. Cela signifie, entre autres, que les allocations de chômage pourront ainsi enfin être limitées dans le temps; ensuite, que la TVA sur la démolition et la reconstruction pourra également être réduite et, enfin, que la nationalité ne pourra plus être accessible à bas prix. Je pense que ce sont des réformes à saluer une par une. Poursuivons donc notre travail dans l'intérêt de tous nos concitoyens.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, u hebt gezegd dat u veel onzinnige zaken over taksen hebt gehoord. Ik ben het met u eens, die taksen zijn inderdaad onzinnig, maar ze zijn wel bittere realiteit voor de degenen die ze betalen. Uw meerwaardebelasting, uw carried interest tax , die worden wel betaald door bedrijven en door echte mensen.
Ik was ongerust en u hebt mij niet kunnen geruststellen. Over lastenverlagingen heb ik weinig gehoord. Ik weet wat het regeerakkoord belooft: misschien op het einde van de rit, ergens in de verre toekomst wordt een beetje van de belastingverhogingen tenietgedaan. Wij willen die nú al zien, we willen die deze maand al zien, want de economie heeft echt zuurstof nodig.
Mijnheer de premier, recht uw rug, stap naar de regeringstafel en kies de kant tegen de taksen, taksen, taksen en voor de mensen die sparen, die werken en die ondernemen.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, vous nous confirmez donc que ce gouvernement, comme tous les gouvernements de ces dernières années, profite des vacances pour vite faire passer un ensemble de mesures antisociales. C'est profondément antidémocratique. Vous profitez du fait que les gens ne sont pas là pour faire passer tout cela. Vous profitez du fait que ce Parlement va fermer. C'est foncièrement antidémocratique. Les gens le disent souvent.
(…) : (…)
Raoul Hedebouw:
C'est la vérité! Vous n'aimez pas entendre cela.
Ten tweede, mijnheer de eerste minister, hebt u het rapport van de Vergrijzingscommissie gelezen? Daarin staat duidelijk dat de pensioenmalus vijftig procent van de vrouwen zal treffen. De N-VA ontkent, maar het staat zwart op wit in het rapport.
Leden van cd&v, Vooruit en Les Engagés, hoe durft u?
Cinquante pour cent des femmes seront touchées par ce malus pension, et vous laissez faire.
Het is een onevenwichtig, antisociaal akkoord en daarom zullen we op 14 oktober (…)
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, de uitleg werd net buiten de micro gezegd, maar ik meen dat de datum hier al eerder vernoemd is. De trouwe luisteraars kennen die al.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour vos réponses. Je comprends que vous soyez en pleine négociation mais je pense qu'on était en droit d'attendre un peu plus. Vous vous êtes contenté de réciter l'accord de gouvernement – que nous commençons tous à connaître. Je suis surpris que vous ne puissiez même pas nous répondre sur la compensation octroyée aux CPAS parce qu'à cette heure-ci, cela devrait déjà être réglé – même si on a bien entendu les doutes exprimés par le ministre du Budget.
Cela ne me surprend pas car ce dossier, c'est un peu votre mauvaise conscience! Si la politique de l'Arizona sur la réforme du chômage fonctionnait, il ne serait dès lors pas nécessaire de refinancer les CPAS puisque tout le monde retrouverait un emploi. Mais vous savez que ce ne sera pas le cas!
Ce qui sera intéressant à observer, c'est que plus vous craignez que cette réforme ne fonctionne pas et crée des exclus, plus vous aurez besoin de refinancer les CPAS. Nous saurons donc bientôt, lorsque le vrai montant sera dévoilé, à quel point vous estimez réellement vos chances de réussite. Nous, nous savons que cette réforme produira surtout des exclus et pas assez de travailleurs.
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, voor de verkiezingen beweerde u steevast dat er in ons land geen federale regering meer kon worden gevormd die onze welvaart kan redden. U zei toen letterlijk: "Ik geloof niet meer in federale hervormingen. Wij doen daar niet meer aan mee." Vandaag kijkt u uit naar 21 juli en doet u exact het tegenovergestelde. U zult begrijpen dat ik, en velen met mij, daar niet in geloof en er ook niet aan meedoe.
Uw pensioenhervorming is asociaal. Ze treft mantelzorgers en huismoeders, terwijl de pensioenen binnen Vlaanderen nochtans perfect betaalbaar zijn. Dat kan zonder Jambontaks en andere belastingverhogingen. Wat in uw zomerakkoord, en eigenlijk al in uw regeerakkoord, had moeten staan, is fiscale autonomie en de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid. Met wat u vandaag doet, beperkt u zich tot gebroddel in de marge. U weet dat, en dat is misschien nog het meest verwerpelijke.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, vous avez confirmé mon impression et ma crainte que ce 21 juillet ne soit pas la fête nationale pour la Belgique et pour les Belges. Ce ne sera pas en raison de la météo. Je ne sais pas quel temps il fera. Je ne sais s’il va pleuvoir. Je ne sais pas si nous aurons cette fameuse drache nationale. En tout cas, ce qui est certain, c’est que nous aurons une drache sociale, qui va s’abattre sur des millions de Belges. Votre gouvernement des droites, avec vos complices du MR et des Engagés, organise un défilé de mesures injustes et contraires aux intérêts des travailleurs. Avec votre réforme fiscale, personne n’aura les 500 euros nets en plus par mois promis pendant la campagne. Avec votre réforme des pensions, ce seront des centaines d’euros en moins et des années de travail en plus pour toute une série de travailleurs et de travailleuses. Avec votre réforme du marché du travail, ce seront des primes de nuit qui s’envolent, des préavis rabotés ou des jours de congé supprimés. Avec votre taxe sur la maladie, ce seront des millions de Belges qui devront payer jusqu’à quatre fois plus (…)
De impact van de belastinghervorming op de gezinnen
De impact van de begrotingshervorming op de gezinnen
De fiscale hervorming
Fiscale en begrotingshervorming: impact op gezinnen
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
N-VA
Charlotte Verkeyn
CD&V
Steven Matheï
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De belastinghervorming met verhoging van de belastingvrije som (kost: 3,5 mjd) en fiscale gelijkheid per kind botst op kritiek omdat eerdere plannen grote gezinnen met een gehandicapt kind (tot -5.800 euro/jaar) zouden benadelen—hoewel minister Jambon nu belooft dat gehandicapte kinderen *wel* voor twee tellen. CD&V en Open Vld eisen meer netto-inkomen (via lagere sociale bijdragen, werkbonus) en geen nieuwe taksen, terwijl Jambon bevestigt dat de hervorming budgetneutraal en werkgerelateerd moet zijn, met uitvoering in 2026. De discussie draait om prioriteiten: lastenverlichting *vs.* begrotingsneutraliteit, met verwijten over partijpolitiek blokkeren (Open Vld) en tegenstrijdige beloftes (regering).
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, met het zomerakkoord probeert u ook de belastinghervorming af te ronden, onder meer door de belastingvrije som te verhogen.
Ik wil u toch herinneren aan wat uw kabinetschef daarover eerder heeft gezegd. De heer Wesley De Visscher zei dat het verhogen van de belastingvrije som nonsens is. Waarom? Ten eerste, het heeft nauwelijks een impact op het inkomen van mensen. Ten tweede, het is een zeer dure maatregel, die 3,5 miljard euro zou kosten. Ten derde, als u mensen echt wilt aanzetten tot werken, dan zijn er betere methoden, zoals de afschaffing van belastingtarieven. Dat hebben wij met de vorige regering gedaan, samen met collega Bouchez. We hebben toen drie tarieven afgeschaft. De laatste keer was dat trouwens met de N-VA. Toch volhardt u in de boosheid en gaat u de belastingvrije som verhogen.
Wat blijkt nu echter? Om die belastingvrije som te verhogen en de factuur te betalen, wordt een nieuwe taks ingevoerd. Na twintig arizonataksen komt er een nieuwe taks, meer bepaald op gehandicapte kinderen. Grote gezinnen met een gehandicapt kind zullen de prijs betalen. Vandaag is een gehandicapt kind goed voor een toeslag van twee kinderen. Als dat het derde kind in een groot gezin is, is dat 11.140 euro. Met uw hervorming gaat dat naar een forfait, mijnheer de minister. In dat geval levert het gehandicapte derde kind in een groot gezin nog slechts 5.300 euro op. Dat is een achteruitgang voor die gezinnen.
Het gevolg daarvan is dat de grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen zullen betalen. Een alleenstaande ouder met drie kinderen, waarvan het derde kind een handicap heeft, zal duizenden euro’s meer aan belastingen moeten betalen. Mijnheer de minister, ik dacht dat u de belastingen voor de mensen wou verlagen.
Monsieur Bouchez, diminuer les taxes, pas augmenter les taxes.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Waarom wilt u grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen laten betalen?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, een kind kan opgroeien bij een gehuwd koppel waarvan beide ouders werken, bij een gehuwd koppel waarvan een van de ouders werkt, bij een alleenstaande of in een nieuw samengesteld gezin. Datzelfde kind wordt in die vier situaties fiscaal ongelijk behandeld. Datzelfde kind zal voor de fiscus namelijk ofwel duurder, ofwel goedkoper zijn. Dat is niet afhankelijk van het kind, maar van hoe de ouders willen samenleven en zich organiseren.
Het regeerakkoord stelt terecht dat we dat moeten herdenken, want anno 2025 is dat niet meer verdedigbaar. Er moet aandacht komen voor fiscale gelijkheid in de gezinsfiscaliteit, voor alleenstaanden, voor kleine gezinnen. Daarnaast moeten werkende ouders, ondernemende ouders, worden beloond.
Er circuleren nu een aantal suggesties en ontwerpen. Ik wil benadrukken dat aan de situatie van kinderen met een beperking, naar wat ik hoor, niet wordt geraakt. Er worden wel suggesties gedaan over allerlei goede zaken, zoals een stevige verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus, een verhoging van de maaltijdcheques en de ondernemersaftrek.
Mijnheer de minister, klopt het dat de plannen en ontwerpen die u in uw hoofd hebt, gericht zijn op een fiscaal gelijkere behandeling van onze kinderen en op het doen lonen van werken?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, wie werkt, moet netto meer overhouden. Punt. Die strijd voert cd&v al jaren, denk maar aan de uitwerking van de fiscale blauwdruk van Vincent Van Peteghem, de meest verregaande fiscale hervorming van de afgelopen decennia. Een aantal belangrijke krachtlijnen daarvan zijn inmiddels opgenomen in het regeerakkoord.
Vandaag is het money time . Het is money time voor de regering om een aantal beslissingen te nemen, maar ook money time voor de hardwerkende mensen, de hardwerkende middenklasse. Tal van hervormingen worden aangebracht en uitgewerkt, waarvan de fiscale hervorming een belangrijke is.
Voor cd&v staan daarbij drie zaken voorop. Ten eerste, meer netto op het einde van de maand, niet alleen voor mensen met een lager inkomen, maar ook voor de hardwerkende middenklasse, uit te voeren door de belastingvrije som op te trekken. Ten tweede, cd&v vindt het essentieel dat gezinnen met kinderen niet benadeeld worden. Ten derde, er moet specifieke aandacht zijn voor singles, in het bijzonder alleenstaande ouders. Zij hebben het financieel moeilijker, omdat ze dezelfde kosten alleen moeten dragen, terwijl ze op fiscaal vlak proportioneel het zwaarst belast worden. Daar moet iets aan veranderen. Dat kan bijvoorbeeld door de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, de zogenaamde crisisbelasting, te verlagen.
Mijnheer de minister, alles ligt op tafel. Het regeerakkoord zegt duidelijk dat er getrancheerd moet worden. We weten dat ons land veel belastingen kent. Als we daaraan iets willen veranderen, dan moeten we dat niet doen door nieuwe belastingen, zoals een defensiebelasting, in het leven te roepen, maar door een echte belastinghervorming uit te werken. Die belastinghervorming ligt nu op tafel.
Mijnheer de minister, zal met die belastinghervorming worden gegarandeerd dat het netto-inkomen van de hardwerkende Vlaming op het einde van de maand toeneemt?
Jan Jambon:
Geachte Kamerleden, enkelen onder u baseren zich verkeerdelijk op interne werkdocumenten en trekken foute conclusies uit wat daarin staat.
Ik voer, zoals steeds, loyaal het regeerakkoord uit. Mijnheer Matheï, het antwoord op uw vraag is daarom eigenlijk zeer simpel: ja, dat is de bedoeling van de hele belastinghervorming. Ik kan daar kort over zijn.
Met deze regering streven wij naar een samenlevingsneutrale fiscaliteit waarin elk kind zo veel mogelijk gelijk wordt behandeld. Ik citeer daarvoor graag het regeerakkoord: "De regering wil elk kind zo veel mogelijk gelijk behandelen. De toeslag op de belastingvrije som zal worden gemoderniseerd en meer in lijn worden gebracht met de hedendaagse sociologische realiteit. In de toekomst zal ieder kind dezelfde toeslag krijgen tot een bepaald plafondbedrag. Deze hervorming is budgetneutraal. Daarnaast wordt de toeslag op de belastingvrije som voor alleenstaande ouders enkel toegekend aan werkelijk alleenstaande ouders."
Wat de precieze hervorming betreft, zolang het werk nog niet is afgerond, geef ik daarover nog geen details. Dat zal in de komende uren en dagen verder uitgewerkt worden. Zodra de regering daarover beslist heeft, komt de tekst naar buiten voor adviezen, daarna volgt een tweede lezing en wordt het wetsontwerp ingediend in het Parlement.
De regering meent het ernstig met het doen lonen van werk. Daar gaat het in essentie over. Daarom voorzien we een stevige verhoging van de belastingvrije som. We voorzien ook een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus voor de laagste lonen en een verhoging van de maaltijdcheques. Mijnheer Van Quickenborne, het moet u als muziek in de oren klinken dat de ondernemersaftrek voor zelfstandigen zonder vennootschap er komt, boven op het belastingkrediet, dat wordt opgetrokken tot maar liefst 7.500 euro. Daarnaast zal ook de belastingvermeerdering bij onvoldoende voorafbetalingen verdwijnen. Die principes vormen ons kompas.
Ik kan één ding heel duidelijk stellen en ik wil ook dat dat zeer duidelijk genoteerd wordt. Een gehandicapt kind zal voor twee blijven gelden. Daarin is geen wijziging voorzien en daarover is elke partij binnen de meerderheid het eens.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord, ook voor het laatste deel, want daar maakt u een serieuze bocht. In de tekst die tot nu toe voorlag, was het forfait voor een gehandicapt kind 2.650 euro. Dat is de realiteit. Nu maakt deze regering een bocht, goed, inderdaad gelukkig op tijd, om ervoor te zorgen dat er niemand op achteruitgaat. Maar dan moet u er wel op toezien dat effectief niemand erop achteruitgaat, ook niet grote gezinnen met een gehandicapt kind.
Maar wat is dat altijd met die taksen in deze regering? Taks, taks, taks. Daarnet zei de heer Matheï dat er geen defensietaks mag komen, maar minister Van Peteghem zei deze week dat een defensietaks mogelijk is.
Collega's, hervorm. Voor hervormingen vindt u in ons een partner. Hervorm, maar stop met die taksen, die taksen, en die taksen. Stop daarmee!
Charlotte Verkeyn:
Ik vermoed dat sommigen vanmiddag nog niet gegeten hebben, tenzij een broodje aap.
Mijnheer de minister, laat u niet van de wijs brengen. Degenen die hier nu staan te kraaien over een hervorming voor kleine gezinnen, zullen morgen kraaien dat we niet genoeg doen voor de alleenstaanden, en overmorgen dat we niet genoeg doen tegen het begrotingstekort.
Voor zulke personen bestaat een woord, dat zijn windhanen.
Mijnheer de minister, blijf maar mooi op uw rechte stok zitten, en ga ervoor.
Voorzitter:
Mijnheer Matheï, hebt u ook verwijzingen naar het dierenrijk?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Voor ons is de fiscale hervorming een absolute prioriteit. Ik dank u ook voor de aandacht voor de gezinnen met kinderen, ook voor kinderen met een beperking, en natuurlijk ook voor de lastenverlaging. Collega Van Quickenborne, in deze fiscale hervorming zit een lastenverlaging. In de vorige regering, niet zo lang geleden, onder leiding van een liberale premier, lag een doorgedreven fiscale hervorming op tafel, met lastenverlaging, maar die werd tegengehouden. De partijpolitieke stratego ging voor op de centen van de mensen. Nu realiseren we die fiscale hervorming, mét die lastenverlaging, vanaf januari 2026. Dat is het verschil tussen uw partij, Open Vld, en onze partij, cd&v. Wij doen het, jullie blokkeren.
De budgettaire situatie
De begrotingscontrole 2025
Begrotingsbeheer 2025
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem verdedigt zijn langetermijnbegrotingsbeleid (focus op 2030) met structurele hervormingen (pensioenen, arbeidsmarkt) om de welvaartsstaat te behouden, ondanks kritiek op acute tekorten (5,4%→6%) en uitblijvende juli-controle. Oppositie (Bertrand, Vermeersch) hekelt gebrek aan korte-termijnactie, wijst op stijgende schuld, ontbrekende financiële dekking (bv. F-35’s, Jambontaks) en noemt het Monitoringcomité-rapport een "natte dweil" voor de regering. Van Peteghem belooft politieke beslissingen volgende week op basis van dat rapport, maar ontkent niet dat 2024-cijfers slecht blijven. Vermeersch koppelt de crisis aan een pleidooi voor Vlaamse onafhankelijkheid als oplossing voor "ontspoorde" Belgische begroting.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, u bent geen tafelspringer, u bent niet de man die het hoge woord voert. Als u dan een straffe uitspraak doet, dan valt die wel op. Dat hebt u de laatste weken een paar keer gedaan.
Bij het paasakkoord hebt u gezegd dat alle defensie-uitgaven gecompenseerd zullen moeten worden. Wat is daarvan gekomen? Tot nog toe niets, geen enkele cent is structureel gefinancierd. Een paar weken later zei u in het Parlement meermaals dat er een begrotingscontrole zou plaatsvinden in juli. Het is nu juli en ik maak mij zorgen, want ik hoor of zie niets meer over een begrotingscontrole.
Ik maak mij nog meer zorgen, omdat ik in de pers lees dat u niet wakker ligt van de begroting 2025. Daardoor denk ik dat er zeker geen begrotingscontrole komt in juli, hoewel een rapport van het Monitoringcomité op komst is, meer bepaald vanavond, volgens wat ik vernomen heb.
Ik neem niet vaak risico's, maar ik doe een voorspelling. Het tekort zal stijgen, richting de 6 % voor huis België. De schuldgraad zal stijgen. Hoe weet ik dat? Ik heb geen glazen bol, maar dat is puur de vertaling van uw keuzes, van de keuzes van Arizona. Ik lees trouwens in de pers dat het rapport van het Monitoringcomité de regering als een natte dweil in het gezicht zal slaan. De spaghettibeslissingen die eraan komen, brengen bovendien een grote factuur met zich mee, aangezien alles gekoppeld is.
Mijnheer de minister, zult u de komende dagen uw rol als minister van Begroting opnemen?
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, gisteren deed zich tijdens de bespreking van het ontwerp van programmawet een opmerkelijk moment voor. Minister Jambon verklaarde doodleuk dat er in juli helemaal geen begrotingscontrole meer zal plaatsvinden. Kunt u dat bevestigen? Eerder verklaarde u immers nog dat er in juli een begrotingscontrole moest komen om de impact van de maatregelen te monitoren en snel te kunnen bijsturen.
Mijnheer de minister, we zouden stilaan compassie beginnen te krijgen met u. Al uw collega's in de regering negeren u. De regering-De Wever heeft nog acht knopen te ontwarren voor 21 juli, namelijk, ten eerste, de afwerking van de meerwaardebelasting of de Jambontaks, ten tweede, extra geld voor de OCMW’s na de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, ten derde, het bijbestellen van de omstreden F-35’s, ten vierde, consensus bereiken over de pensioenhervorming, ten vijfde, de fiscale hervorming, waar u zelf niet in geslaagd bent, ten zede, maatregelen inzake de arbeidsmarkt, ten zevende, de ereloonsupplementen, en ten achtste, de fusie van de Brusselse politiezones. Dat zijn dus acht knopen, maar de begroting zit daar blijkbaar niet meer bij.
Toch moeten we geen compassie of mededogen hebben met u, want u vindt uw eigen beleidsdomein blijkbaar zelf niet zo belangrijk. U ligt er namelijk niet wakker van. Ik citeer u uit een interview deze week: “Ik lig niet echt wakker van de begroting, toch niet van die van dit jaar.” Dat komt dan van een regering die orde op zaken zou stellen en het rotten zou stoppen.
Volgens de pers is er bovendien een nieuw rapport van het Monitoringcomité op komst, dat nogmaals de problematische begrotingstoestand zou blootleggen, inderdaad een zoveelste natte dweil in het gezicht van u en uw regering.
Klopt dat, mijnheer de minister, en wanneer schiet u eindelijk wakker?
Voorzitter:
De decibels hebben u zeker wakker geschud, mijnheer de minister.
Vincent Van Peteghem:
Geachte Kamerleden, ik raad u aan om, naast het lezen van titels, ook eens de inhoud van de artikels in Knack te lezen. U zou beter een abonnement nemen, want dan kunt u heel duidelijk lezen dat ik wel wakker lig van de begroting, en zeker van die van 2030 en daarna. Ik weet namelijk dat dat de manier is waarop dit land opnieuw op de rails kan worden gebracht. Door structurele inspanningen kunnen we opnieuw garanderen dat we onze welvaartsstaat, waarop we allemaal zo trots zijn, behouden. Daarvoor moeten we werk maken van een solide begrotingsbeleid. Dat is exact wat deze regering doet. We doen geen knip-en-plakwerk zoals in het verleden vaak het geval was, maar nemen maatregelen die op middellange en lange termijn dit land opnieuw op de rails zullen brengen.
Zelfs onze meest kritische waarnemers erkennen dat. Als men bijvoorbeeld kijkt naar de evolutie van de primaire uitgaven en naar de evolutie van onze belastingdruk, ziet men dat die dalen ten opzichte van het bbp. In tegenstelling tot de vorige beleidsperiode, waarin pensioenhervormingen nog geld kostten, zorgen we er nu voor dat we duurzame hervormingen doorvoeren in onze arbeidsmarkt en pensioenen, waardoor onze vergrijzingskosten op kruissnelheid afnemen met 1,9 % van het bbp. Dat is ongezien in dit land.
Ik ben echter ook realistisch en eerlijk. Ik weet dat de effecten van de maatregelen die vandaag worden genomen, niet onmiddellijk zichtbaar zullen zijn in de cijfers van dit jaar. Ze vergen tijd. De keuzes die we vandaag maken, zullen op termijn wel het verschil maken en ervoor zorgen dat we onze welvaartsstaat kunnen beschermen.
Mijnheer Vermeersch, dat u twee weken geleden de trukendoos hebt bovengehaald om al die maatregelen te vertragen, was onverantwoord, maar dat zal onze regering niet tegenhouden om te doen wat noodzakelijk is.
Voor alle duidelijkheid, ik besef uiteraard dat elk begrotingsjaar telt. We nemen dan ook onze verantwoordelijkheid, ook op korte termijn. Mevrouw Bertrand, het rapport van het Monitoringcomité zal inderdaad in de loop van de dag verschijnen. Op basis van dat rapport zullen we vanaf morgen de politieke oefening aanvatten en onze verantwoordelijkheid opnemen.
Daarbij horen ook beslissingen die we volgende week nog zullen moeten nemen, structurele beslissingen die een structurele impact op onze begroting zullen hebben.
Deze regering neemt dus haar verantwoordelijkheid. Als er één ding is waarvan ik wakker lig, dan is het wel de toekomst van onze welvaartsstaat, de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Daarvoor zetten wij de stappen die noodzakelijk zijn.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, u had drie prioriteiten: begroting, begroting, begroting, maar over een begrotingscontrole rept u met geen woord.
Beste collega's, deze regering zal een record breken. Nooit in de laatste 25 jaar is het tekort groter geweest dan 5,4 %, behalve tijdens de covidperiode. U gaat dat record breken, mijnheer de minister.
We zullen aandachtig kijken naar het tekort en de voorspellingen van het Monitoringcomité voor 2030. Zelf kijk ik liever naar 2029, want dat is uw laatste regeringsjaar, maar we kunnen samen naar 2030 kijken. Ik voorspel u dat het tekort zal stijgen en de schuld buiten controle zal zijn. Read my lips .
Wouter Vermeersch:
Collega’s, we staan aan de vooravond van 11 juli, onze Vlaams-nationale feestdag. De begrotingssituatie van dit land ontspoort. Ook de regering-De Wever wil en kan die ontsporing niet vermijden. We betalen met zijn allen de hoogste belastingen ter wereld en toch is de staatskas leeg. We krijgen zowat de laagste pensioenen van Europa en er heerst straffeloosheid bij justitie. De onveiligheid stijgt en onze grenzen zijn zo lek als een zeef. Daarom is het tijd om het roer in dit land om te gooien, want meer Vlaanderen betekent minder belastingen en meer ruimte voor hogere pensioenen. Met Vlaams zelfbestuur kunnen we eindelijk kiezen voor een rechtvaardige justitie, een kordaat veiligheidsbeleid en strenge migratie. Wij blijven daarom strijden voor een eigen Vlaamse staat, waar we opnieuw baas worden over onze eigen centen en onze eigen toekomst. Vlaanderen vrij en België barst!
De accijnsverlaging voor elektriciteit
De koolstoftaks
De taxshift om elektriciteit goedkoper te maken met het oog gericht op de transitie
Belastingmaatregelen voor energie en klimaat.
Gesteld door
Open Vld
Steven Coenegrachts
PTB
Raoul Hedebouw
Les Engagés
Xavier Dubois
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de koolstoftaks (ETS2) en de vraag of de opbrengst moet leiden tot een *taxshift* (belastingverschuiving van elektriciteit naar fossiele brandstoffen) of een *taxcut* (pure lastenverlichting op elektriciteit). Coenegrachts (N-VA) en Dubois (PS) dringen aan op snelle verlaging van accijnzen op elektriciteit via ETS2-gelden, terwijl Hedebouw (PTB) de taks als sociale straf afwijst en pleit voor publieke investeringen in renovatie. Minister Jambon (N-VA) belooft een gecontroleerde taxshift *zonder nettokosten* voor burgers, maar stelt concrete maatregelen uit tot na impactstudies en interfederale afstemming, zonder duidelijke timing.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, in Vlaanderen heeft men gisteren gedebatteerd over het klimaatplan of toch het plan dat daarvoor moet doorgaan. Een element daarin is het weghalen van taksen uit de energiefactuur, meer bepaald uit de elektriciteitsfactuur, via de Europese koolstoftaks en de middelen die zo worden verkregen.
Twee dagen geleden heeft de CREG hier in dit huis verklaard dat ook de federale overheid taksen uit de energiefactuur kan halen. De CREG stelt dat het wenselijk zou zijn om een verschuiving door te voeren van de elektriciteitsfactuur naar de gasfactuur, de stookoliefactuur, de propaangasfactuur. Mijnheer de minister, als we een koolstoftaks opgelegd krijgen vanuit Europa en de burgers moeten die betalen, dan is een taxshift volgens mij geen optie dan moet het een taxcut zijn.
Concreet, hoe kunt u de heffingen, de accijnzen op elektriciteit, verlagen? Kunt u daarvoor de middelen uit ETS2, de koolstoftaks, inzetten? De weg vooruit is immers het stimuleren van elektriciteitsverbruik, weg van fossiele brandstoffen. Dat betekent echter niet dat we alle gezinnen die met gas verwarmen extra kosten moeten opleggen. We kunnen perfect met die koolstoftaks de elektriciteitsfactuur verlagen. U kunt dat doen. U hebt daar een of ander zeer cryptisch zinnetje over opgenomen in uw regeerakkoord.
Wanneer zult u die maatregel uitvoeren? Wanneer zullen de belastingen, de accijnzen op elektriciteit, omlaag gaan voor de mensen?
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, de rechtse partijen zeiden tijdens de campagne dat er geen belastingen zouden bijkomen. Lap, wat blijkt nu, de Nationale Bank heeft berekend dat de koolstoftaks, een belasting die u wilt invoeren, 250 à 400 euro per jaar zal kosten aan een gezin. Hop, meer belastingen. Of het nu gaat over stookolie, gas, benzine of diesel, men moet gewoon bijbetalen. Een liter diesel zal 19 cent meer kosten, een liter benzine 17 cent. Belastingen, belastingen, belastingen.
Ils nous avaient pourtant promis le contraire! Le MR, en campagne, disait: "pas de taxes supplémentaires". En réalité, cela entraînera un surcoût annuel de 250 à 400 euros via la taxe carbone.
Aujourd’hui, pour convaincre le peuple, monsieur Georges-Louis Bouchez affirme que c'est l'Europe qui nous impose ces taxes. Nous avons alors vérifié ce que le MR a voté au niveau européen. Ah bien oui, nous n'allons quand même pas nous moquer de gens! Le PTB a donc fouillé et trouvé la réponse dans les archives du Parlement européen. En date du 18 avril 2023, M. Olivier Chastel, eurodéputé MR, a voté en faveur de cette taxe. Mme Frédérique Ries, eurodéputée MR, aussi.
Voilà comment les libéraux mentent au peuple! Ils viennent affirmer ici que c'est l’Europe qui en a décidé ainsi, alors qu’au niveau du Parlement européen, ils ont voté en faveur de cette taxe carbone. Non, monsieur Georges-Louis Bouchez, ces mensonges ne passeront plus!
Voorzitter:
Uw poging om een persoonlijk feit uit te lokken is jammerlijk mislukt!
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je viens ici avec de vraies questions.
Hier soir, nous avons discuté durant des heures de la loi-programme, qui contient toute une série de mesures fiscales. Parmi celles-ci, certaines concernent la fiscalité environnementale. C'est le cas pour la fin de la TVA à 6 % sur les chaudières. Une baisse de la TVA sur les pompes à chaleur devrait suivre. Ce sont des premières mesures, certes, mais elles restent largement insuffisantes. Il faut aller beaucoup plus loin pour que l’électricité coûte réellement moins cher. Nous avons des marges de manœuvre.
Du côté du gouvernement flamand, une décision a été prise, il faut le souligner: un tax shift a été décidé, déplaçant près de 362 millions d’euros des factures d’électricité vers le gaz ou le mazout.
Au niveau fédéral, nous avons des marges de manœuvre: les accises et toute une série de taxes qui pèsent sur l’électricité. En termes de prix, l’électricité s’élève à 50 euros par mégawattheure, contre 10 euros pour le gaz et 2 euros pour le mazout.
La différence est énorme et il faut vraiment la réduire. Il y a également des objectifs de tax shift pour l'énergie au niveau fédéral.
Monsieur le ministre, quels sont les plans du gouvernement en la matière? Quelle est le planning? Quel est le timing? Quels outils allez-vous mettre en œuvre de manière concrète pour faire en sorte que l'énergie durable, l'électricité, soit accessible pour tout un chacun? Je pense que c'est absolument nécessaire dans le contexte dans lequel nous vivons. J'attends de vous des réponses précises, monsieur le ministre.
Voorzitter:
Mijnheer Dubois, u toont aan dat het uw eerste legislatuur is, want u hebt vragen gesteld tijdens het vragenuurtje. Er zijn oudere collega's die die gewoonte niet meer hebben.
Jan Jambon:
Collega’s, wat betreft de accijnsverlaging, citeer ik graag het regeerakkoord. Het is altijd goed om te vertrekken van het regeerakkoord: "De regering zal de impact van de invoering van ETS2 bestuderen en de modaliteiten onderzoeken van een taxshift op energieproducten – elektriciteit, gas, stookolie – zodat deze kan bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. De regering zal deze taxshift vervolgens uitvoeren zonder de gemiddelde factuur van de gezinnen en ondernemers te verhogen. Daarnaast wordt het accijnstarief op elektriciteit voor onze ondernemingen verlaagd naar het Europese minimum."
De regering heeft besloten prioriteit te geven aan de verlaging van de btw op de sloop en heropbouw van sleutel-op-de-deurwoningen. U weet dat. We hebben daar gisteren over gedebatteerd. Dat is een maatregel van circa 250 miljoen euro op kruissnelheid en betekent een belastingverlaging van 48.000 euro voor een gemiddelde woning.
Wat betreft de verlaging van de energiekosten heeft minister Bihet al initiatieven genomen om de transmissienettarieven te verlagen.
En ce qui concerne cette réduction des accises, l’objectif est d’adopter une approche réfléchie et tournée vers l’avenir en matière de fiscalité énergétique. Avant la mise en œuvre concrète de cette réforme, une étude approfondie de l’impact et de la faisabilité est nécessaire, comme l’accord de gouvernement le demande. Cette étude a déjà été lancée, mais aucune date de fin précise n’a encore été fixée.
Cet exercice se veut équilibré, socialement juste et économiquement viable. Nous misons sur une large concertation avec toutes les parties prenantes concernées afin de parvenir à une réforme soutenue, en cohérence avec d’autres lignes de politique.
Ik zal het regeerakkoord, zoals steeds, getrouw en loyaal omzetten.
Monsieur Hedebouw, en ce qui concerne l’ETS2, ce sujet doit encore être discuté en détail au sein du gouvernement. Il est donc prématuré de tirer des conclusions ou de faire des anticipations.
Nous mettrons en œuvre l’accord de gouvernement, tant en matière de climat et d’énergie que de compétitivité et de pouvoir d'achat. Nous devons élaborer une vision et une stratégie à long terme, en collaboration avec les Régions.
Ce plan doit allier pragmatisme et ambition. Nous ancrerons ensuite ce plan dans un pacte énergie interfédéral, dans lequel chacun assumera ses responsabilités et exécutera la vision basée sur le Plan Énergie-Climat, que chacun aura adopté.
Les informations de la Banque nationale concernant l’ETS2 ainsi que les déclarations des ministres wallon et flamand de l’Énergie montrent à quel point cet exercice sera délicat.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik hoor u spreken over een taxshift en niet over een taxcut . Nochtans hoeft die koolstoftaks geen belastingverhoging te zijn. Als de opbrengst voor 100 % terugvloeit naar de burgers via een verlaging van de elektriciteitsfactuur, dan is dat geen belastingverhoging. Dan geven we dat terug aan de burger en is het een nuloperatie. U kunt dat doen.
De heer Bouchez kan dat doen. Dan hoeft men geen verband te leggen met Raoul Hedebouw van de communisten. Dan kan men gewoon op regionaal niveau – waar de MR de minister-president levert –, op Vlaams niveau – eveneens met een minister-president van de N-VA –, en op federaal niveau – waar u de accijnzen beheert – beslissen om de volledige opbrengst van de koolstoftaks onder ETS 2 rechtstreeks terug te geven aan de burger.
Dus geef het geld alstublieft terug aan de mensen die het ook hebben betaald.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer Jambon, u zegt dat de modaliteiten nog besproken moeten worden, maar in uw tabellen hebt u de miljoenen van ETS 2 al meegerekend. Hoe komt dat? Het principe om het geld te gaan halen, staat dus al vast. De vraag is alleen nog hoe het precies zal verlopen. Neen, zo kan het niet langer, mijnheer de minister.
Het principe – en dat is het belangrijkste – …
Je ne crois pas, monsieur le ministre, dans des punitions fiscales pour changer le comportement des gens via des taxes. On a vu ce que cela a apporté en France avec le mouvement des Gilets jaunes. On a vu comment les couches populaires paient de plus en plus. Il faut plutôt investir dans les services publics, investir dans des plans de rénovation. Les 800 milliards qu'on va maintenant mettre dans la guerre au niveau de l'Europe, il faut les mettre dans des plans de transition verte. Mais il ne faut pas sanctionner les gens par des impôts parce que c'est socialement injuste et, surtout, les gens ne vont pas l'accepter, comme en France et un peu partout en Europe.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, il faut effectivement sortir de l'écologie punitive qui a été menée trop longtemps par des gouvernements précédents. C'est important. Je vous remercie pour votre réponse, mais celle-ci est insuffisante. Il faut aller beaucoup plus loin. J'entends qu'une étude est en cours. Je serais très intéressé d'avoir le cahier des charges de celle-ci pour voir ce qui est demandé et, surtout, si on tiendra compte des différences sociales, des différences territoriales. Ce n'est pas la même chose si on est en zone urbaine ou en zone rurale. Il est absolument important de tenir compte de ces éléments-là. Quoi qu'il en soit, l'objectif que l'on doit poursuivre tous ensemble, c'est de réduire le prix de cette électricité pour toute la population pour avoir vraiment une énergie durable accessible à toutes et à tous.
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en een hoger netto-inkomen
De meerwaardebelasting
De akkoorden in het kernkabinet over de meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Meerwaardebelasting en kabinetsakkoorden
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De meerwaardebelasting (10% op beurswinst) wordt fel bekritiseerd omdat ze niet de superrijken (top 1%) raakt—door slimme constructies en vrijstellingen—maar wel de middenklasse, spaarders en familiebedrijven, terwijl de opbrengst (500 miljoen) onzeker is en de administratieve lasten hoog. Premier De Wever verdedigt de maatregel als onderdeel van een breder pakket (fiscale hervorming, lagere lasten op arbeid, pensioenhervorming) met vrijstellingen (10.000–30.000 euro/jaar) om "kleine spaarders" te ontzien, maar critici noemen het een symbolische trofee voor Vooruit, zonder echte herverdeling. De oppositie hamert op oneerlijke belastingdruk (België is al kampioen in lasten op arbeid *en* kapitaal) en waarschuwt dat de werkende klasse opnieuw de rekening betaalt—zonder zicht op de beloofde netto-loonstijging (tot 1.900 euro/jaar). CD&V benadrukt dat de hervorming enkel acceptabel is *als* die loonstijging erkomt, maar sceptici zien geen concreet plan om de sterkste schouders écht te laten bijdragen.
Lode Vereeck:
Mijnheer de eerste minister, maandenlang hebt u Conner Rousseau het hof gemaakt om in de regering te stappen, maar wie smost met een sos, is de klos. Na een ezelsdracht van dertien maanden heeft de bromance een ongewenst en lelijk gedrocht opgeleverd, de meerwaardebelasting. Uw maten zeggen dat het een lelijk gedrocht is, maar dat het geld zal opleveren. Nee, het gat in uw begroting wordt zelfs groter dan onder Vivaldi. Uw maten sussen dan: ah, maar wacht, Bart en Conner hebben ook een schoon kindje, de beperking van de werkloosheid in de tijd. Maar nee, dat is een pestkopje dat vooral oudere mensen en mantelzorgers treft. Uw maten zeggen dan: Bart en Conner plannen nog een schoon kindje in 2029, het staat vandaag al in de krant, meer netto uit bruto. Maar is daar geld voor?
Uw meerwaardebelasting discrimineert tussen kleine spaarders en grote beleggers, laat de sterkste schouders ongemoeid, maakt waardevolle dingen zoals familiebedrijven kapot en belast mensen die na vijf jaar en één dag met verlies verkopen, oftewel minwaarde. Dat is compleet absurd. U wilde de goede huisvaders redden, maar u ligt onder de sloef van Conner. U bent geplooid voor de postjes. Bart, Jan, Theo en Anneleen mogen fijn Belgische ministers blijven spelen op de kap van de Vlamingen, die werken, sparen of een familiebedrijf uit de grond stampen.
Mijn vraag aan u is wat SPQA echt betekent. Is dat a) syndicaat voor politieke quatsch en absurde belastingen of b) sossenknechtjes en postjespakkers voor fiscale quasi-afpersing?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Alexia Bertrand:
De meerwaardetaks: er werd acht maanden over onderhandeld en daarna waren er nog vijf maanden en een ganse nacht nodig om de modaliteiten vast te leggen. De kogel is nu echter door de kerk. De meerwaardetaks treft de middenklasse, niet de 1 % rijksten. Daarover is iedereen het eens. Ik zeg dat niet, alle experts zeggen dat. Doe de krant maar open: Ellen Vermorgen van De Tijd , Michel Maus, Herman De Knijf van de Fiscale Hogeschool, Bruno Colmant, Stijn Fockedey, Mark Delanote, Ive Rosseel van het ACV en Jürgen Ingels.
Ouders die sparen voor hun kinderen gaan betalen. Mijnheer De Wever, u had toch beloofd dat wie langer dan tien jaar spaart vrijgesteld was? U hebt uw belofte ingeslikt onder druk van de socialisten!
De opbrengst is ook totaal onzeker. Uw vicepremier, de heer Jambon, heeft echter al een plan B klaar: meer van hetzelfde. Ik heb deze ochtend gelezen in Het Laatste Nieuws dat als het niet voldoende opbrengt, er opnieuw naar dezelfde doelgroep zal worden gekeken om na te gaan hoe dat kan worden opgelost. In dezelfde doelgroep, serieus? De middenklasse, de hardwerkende middenklasse? De mensen die elke dag vroeg opstaan, die een spaarpotje opbouwen? Volgens minister Jambon is dat logisch, want, zo luidt zijn verklaring, die mensen hoeven niet na te gaan of ze op het einde van de maand kunnen rondkomen. Gewone werkende mensen mogen dus gerust worden gepluimd. Is uw minister socialist geworden, mijnheer de premier?
Mijnheer de premier, u zou het huis op orde zetten, maar u bouwt gewoon een zoveelste fiscale koterij en zorgt voor administratieve rompslomp op de kap van wie werkt, spaart en onderneemt. Zijn dat de grote hervormingen? Mijn vraag is dan ook eenvoudig: treft deze taks de juiste doelgroep, ja of nee?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de premier, u hebt de Belgen in de luren gelegd. U hebt ze gefopt. Maandag was er een akkoord over de meerwaardebelasting. Eindelijk was er een manier om de sterkste schouders een grotere bijdrage te laten leveren. Ik zeg bewust, een grotere bijdrage en niet een grote bijdrage. Het gaat over, ocharme, 500 miljoen euro, tegenover een bijdrage van 8 miljard euro van de gepensioneerden en de werklozen, maar goed, het zou gebeuren.
Wat blijkt nu? Het is niet waar. Het klopt niet. Het akkoord was nog niet droog of het regende commentaren van experts en specialisten. Die commentaar is redelijk eenduidig: de echte rijken, de multimiljonairs en de miljardairs, zullen geen cent betalen.
Mijnheer de premier, ik heb het hier ooit gehad over twee fictieve vrienden, Fernand Muts en Marc Toecke. Wel, ik heb hen deze week fictief gebeld. Wat blijkt? Ze zijn tevreden. Het is niet voor ons, zeggen ze. Well done , dikke duim.
Ive Marx vat het scherp samen: “Het is een solidariteitsbijdrage voor de sterkste schouders, behalve dan voor de allersterkste.” De meerwaardebelasting treft niet de top 1 %, zegt ook professor Maus. Volgens Maus zou Marc Coucke – dat is geen fictief persoon – ook met deze wet niet getroffen worden bij de verkoop van Omega Pharma met een meerwaarde van anderhalf miljard euro en dat moest toch de bedoeling zijn.
Dat is onaanvaardbaar, mijnheer de premier. Hoe gaat uw regering ervoor zorgen dat de 1 % grootste vermogens toch zullen bijdragen?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, savez-vous quel est le problème avec votre taxe sur les plus-values? Vous ne taxez pas les riches, vous taxez ceux qui essayent de le devenir. Vous ne taxez pas le patrimoine, vous taxez l'investissement et l'effort.
On savait déjà que ce gouvernement Arizona n'était pas social. Voilà qu'on découvre qu'il n'est pas non plus libéral, parce que jamais un gouvernement libéral ne taxerait ainsi le risque, l'investissement et l'effort. Vous n'allez pas toucher les grandes fortunes pour une raison simple, c'est que les grandes fortunes, les grandes familles en général, elles gardent leurs actions, elles les transfèrent à leurs héritiers. Ce que vous allez toucher, c'est la classe moyenne, dont on a besoin, qui investit, qui crée de l'emploi.
Pour ma part, je n'ai pas de problème à ce qu'on taxe davantage les revenus du patrimoine et du capital. Mais il y avait d'autres moyens de le faire. Vous auriez pu, par exemple, simplement majorer votre taxation sur les comptes-titres, augmenter sa base fiscale jusqu'aux actions nominatives. C'est ce que proposait, par exemple, Bruno Colmant. Mais non, au lieu de ça, au lieu de choisir la simplicité, vous ajoutez un étage entier à la tour de Babel qu'est déjà la fiscalité belge, en y ajoutant une complexité et en enrichissant les seuls qui se frottent vraiment les mains, à savoir les fiscalistes. Et vous le faites pourquoi? Parce qu'il fallait un trophée à Vooruit.
Votre gouvernement n'est ni libéral ni social, c'est une étagère avec des trophées symboliques et idéologiques. Un trophée pour le MR, la limitation du chômage à deux ans; un trophée pour la N-VA, le milliard pour les avions de chasse; et un trophée pour Vooruit, la taxe sur les plus-values. On n'a pas encore le trophée centriste, c'est peut-être parce que c'est vous l'étagère. On verra.
J'ai trois questions très simples, monsieur le premier ministre. Où allez-vous chercher votre rendement de 500 millions que, pour l'instant, personne ne trouve? A-t-il été calculé de la même manière que vos 8 milliards d'effets retour? Que répondez-vous aux banques qui vous disent qu'il est absolument impossible d'être prêt au 1 er janvier prochain? Et, surtout, quand allez-vous vous attaquer au vrai problème fiscal de ce pays, à savoir les charges assommantes sur le travail pour les salariés et pour les indépendants?
Steven Matheï:
Mijnheer de eerste minister, met het akkoord over de meerwaardebelasting is er een belangrijke stap gezet. Het is een evenwicht akkoord, waarin de sterke schouders een eerlijke bijdrage leveren en de hardwerkende middenklasse die elke maand wat geld opzijzet; wordt gespaard dankzij de verhoogde vrijstelling, waarvoor cd&v verantwoordelijk is. De meerwaardebelasting draagt, ten slotte, ook nog bij aan de begroting.
Collega’s, waar het voor de mensen echt om draait, is meer nettoloon op het einde van de maand. Dat betekent een lastenverlaging. Dat is exact de reden waarom cd&v deel uitmaakt van de huidige regering, namelijk voor een fatsoenlijke fiscale hervorming.
Die hervorming ligt ook op tafel. De plannen zijn er om ervoor te zorgen dat een alleenstaande tot 1.200 euro netto meer krijgt en een gezin tot 1.900 euro meer. Dat komt neer op meer dan 100 euro extra per maand.
Dat verschil zullen de gezinnen echt voelen, bijvoorbeeld wanneer ze hun maandelijkse energiefactuur moeten betalen of een uitstapje met de kinderen organiseren en betalen. Die bedragen kunnen het verschil maken. De lastenverlaging moet er dan ook snel komen.
Voor cd&v is het heel duidelijk. De meerwaardebelasting is onlosmakelijk verbonden met een lastenverlaging. Wij vragen een eerlijke bijdrage van de sterkste schouders. Tegelijkertijd moet de werkende middenklasse de extra centen op het einde van de maand kunnen zien.
Mijnheer de eerste minister, alles ligt op tafel. De regering heeft zich geëngageerd om voor 21 juli aanstaande een fiscale hervorming te lanceren. Er is met andere woorden een momentum.
Bent u van plan om dat momentum te grijpen, zodat er ook zekerheid is voor de hardwerkende middenklasse onder de vorm van een extraatje op het einde van de maand?
Jean-Marie Dedecker:
We zijn gejost en gesost, mijnheer de premier. In het labyrint van onze belastingkoterij heeft men na lang zoeken een nieuw soort belasting ontdekt: de meerwaardebelasting op aandelen. In feite is het een chantagebelasting. Naar verluidt zou er immers geen regering gevormd zijn als de socialistische tollenaars van Vooruit deze nieuwe belasting niet mochten invoeren. Socialisten staan traditioneel dicht bij de mensen – vooral om in hun zakken te kunnen zitten. Voor u, mijnheer de premier, was het dus kiezen tussen de pest en de cholera.
Louter uit ideologische motieven slaat men nu het spaarvarken van de middenklasse stuk met een linkse trofeemaatregel. Het was een ware zoektocht om nog een belastingdiscipline te vinden waarin we niet op het podium staan. Met 52,6 % zijn we sinds de regering-Verhofstadt, al 25 jaar, lang kampioen in de lasten op arbeid. Met 39 % belasting op kapitaal zijn we ook vice-Europees kampioen. Met een overheidsbeslag van 56 % – een van de hoogste ter wereld – roomt de overheid al meer dan de helft van onze welvaart af. Het is echter nooit genoeg. Het zijn zotten die werken, maar blijkbaar ook zotten die sparen en beleggen.
In de jaren '80 werd de aankoop van Belgische aandelen, via de wet Cooreman-De Clercq, fiscaal aftrekbaar gemaakt. Dat werd een groot succes. Heel wat geld vond toen zijn weg naar ondernemingen, wat leidde tot de creatie van 90.000 nieuwe jobs. Het dwaallicht Verhofstadt schafte deze regeling af. De heer Cooreman was een CVP’er. Het is dus hypocriet dat de christelijke arbeidersbeweging vandaag nog durft pleiten voor een meerwaardebelasting.
Het ACW – of het huidige Beweging.net – moet nog altijd 1,4 miljard euro vergoeden aan haar 800.000 Arcospaarders, aan wie ze ten onrechte aandelen verkochten als waren het spaarboekjes. Van die boeren lust ik geen eieren. Als men een werkzaamheidsgraad van 80 % wil behalen, mijnheer de premier, voert u beter een nieuwe wet Cooreman-De Clercq in.
Ludivine Dedonder:
Monsieur le premier ministre, vous tenez donc votre deal plus-value. J'aurais sincèrement pu vous féliciter. Pourtant, ce n'est pas l'euphorie, car votre taxe loupe complètement sa cible. Même votre rendement de 500 millions est remis en question.
La question n'est pas "qui va payer?", mais plutôt "qui ne va pas payer?". Un entrepreneur qui fait 2 millions de plus-value ne paiera que 12 500 euros. Les vraies grosses fortunes, comme d'habitude avec l'Arizona, les milliardaires ne paieront pas. Pour eux, on trouve des exceptions et des exemptions. Pendant ce temps-là, tous les citoyens de ce pays remplissent leur déclaration fiscale ces jours-ci. Ils sont loin de posséder 2 millions, mais, eux, ils paient des impôts: 40 % Et pourtant, ils bossent tous les jours. Or, pour eux, rien n'est prévu pour augmenter leur pouvoir d'achat! Au contraire, ils devront travailler plus longtemps pour gagner encore moins.
Et ce n'est pas tout, parce que vous avez conclu un marché. Et, dans ce marché, il y a en contrepartie l'achat de 11 F-35 pour un coût de 2 milliards. Il faudra bien que quelqu'un paie ce super deal. Nous avons entendu Maxime Prévot parler d'une nouvelle taxe et votre ministre du Budget annoncer qu'il faudrait encore faire des économies. C'est la classe moyenne, encore et toujours elle, qui va devoir passer à la caisse. C'est déjà elle qui porte le poids des réformes de l'Arizona. Ce ne sont ni les grandes fortunes ni les multinationales. Non! Avec vous, ce sont les familles, les travailleurs et les retraités qui passent à la caisse.
Monsieur le premier ministre, pourquoi tant d'exceptions? Pourquoi des taux si faibles? Pourquoi une taxe aussi ridicule pour les gros actionnaires? Qui va la payer? En reverrez-vous le rendement à la lumière des déclarations des économistes, fiscalistes et institutions de ce pays?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de eerste minister, als historicus bent u volgens mij stiekem heel trots, want de voorbije week gaat de geschiedenisboeken in met een historisch akkoord over de meerwaardetaks op aandelen. Ik had er mijn hemd voor moeten strijken!
Ik hoor de mensen hier spottend lachen. Maar ze zijn jaloers, want het is een historisch akkoord. De FOD Financiën was heel duidelijk.
Er is vandaag een kleine groep mensen die van geld nog meer geld maken. Als er in de wettekst geen achterpoortjes werden gecreëerd, konden we de superrijken effectief eindelijk doen bijdragen. Met Vooruit hebben we dus superhard gevochten om alle achterpoortjes dicht te metselen, opdat mensen met een goede boekhouder of rijke families de dans niet konden ontspringen.
U mag ermee lachen, maar leg het maar eens uit aan de werknemers in de zorg, die nachtshiften draaien of aan de werknemers in de bouw, die hun rug kapotwerken, dat ze bijna de helft van hun loon moeten afstaan, terwijl tegelijk een klein groepje miljoenen winst maakt op aandelen, maar niets bijdraagt.
Ik schrik er natuurlijk niet van dat partijen als Open Vld hun rijke vriendjes willen beschermen. Daar schrik ik niet van. Waar mensen wel van schrikken, is dat het Vlaams Belang als een wolf in schaapsvacht opkomt voor de elite en het gewone volk negeert. Het contrast met de regering kan niet groter zijn.
Uw regering, mijnheer de eerste minister, zal hervormen om onze toekomst te beschermen en om in de zorg van onze burgers en in hun koopkracht te kunnen investeren.
Mijnheer de eerste minister, mijn vraag is eenvoudig: wanneer komt dat schitterende ontwerp naar de Kamer?
Sofie Merckx:
Nous venons encore de l'entendre, l'accord de l'Arizona n'aurait jamais vu le jour sans une contribution des super riches, parce que tout le monde doit faire un effort.
Mais depuis le début, nous avions vu clair. Nous avions vu que les super riches allaient échapper à cet impôt; et maintenant que nous avons vraiment l'accord et les détails, monsieur De Wever, nous voyons clairement, comme les autres collègues l'ont déjà dit, que les super riches, justement, sont épargnés.
N'avez-vous pas lu Michel Maus de la VUB qui dit que les riches ne paient pas beaucoup d'impôts sur le revenu des personnes physiques? Leur richesse est structurée en sociétés. Isabel Albers: " De realiteit is dat de one percent toch ontsnapt ". Et Bruno Colmant: "Cette taxe ne touchera pas les plus fortunés".
Monsieur le premier ministre, comment réagissez-vous à ce qui est dit par des experts, par des fiscalistes, par des opinion makers selon lesquels, justement, le 1 % arrivera encore à éluder cet impôt?
Ce qui est clair aujourd'hui, c'est que cette taxe sur les plus-values n'est rien d'autre qu'un symbole. M. Jambon l'a clairement mis sur Twitter. Ce n'est rien d'autre qu'un symbole pour faire passer l'ensemble des mesures antisociales de ce gouvernement. Un symbole qui ne touche donc pas les super riches.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous me confirmer que suite à cet accord sur la taxe des plus-values, les partis comme Vooruit, Les Engagés et le cd&v vous donnent le feu vert pour acheter 11 F-35; qu'ils vous donnent le feu vert pour la réforme des pensions avec le malus pension; qu'ils vous donnent le feu vert, de manière générale, pour faire de ce gouvernement un gouvernement de la casse sociale?
Voorzitter:
Heel wat vragen, mijnheer de eerste minister. Dat geeft u recht op vijf minuten om er antwoord op te geven.
Bart De Wever:
Collega's, voor een wetgever is het maken van schone kindjes niet gemakkelijk, behalve dan voor de voorzitter van dit Huis. Dat spreekt voor zich.
Ik ben zelf geen one percenter . Ik ben de zoon van een spoorwegarbeider. Ik ben niet thuis in die leefwereld. Ik heb thuis wel geleerd hoe men een hemd moet strijken en dat men dat ook in zijn broek kan steken, mijnheer Seuntjens.
(Gelach en applaus)
Van de wereld van de zeer rijken ken ik echter weinig. Ik noteer de collectieve ambitie van de hele oppositie. Het is mij opgevallen dat het vooral zij zijn die voor het rendement moeten zorgen. Ik begrijp dat en heb uw raadgevingen ter zake, mevrouw Bertrand, goed aangehoord en kijk er ook verder naar uit.
Chers collègues, j'ai compris qu'une première discussion a eu lieu mardi en commission des Finances et que celle-ci se poursuivra lors des prochaines séances.
Je ne peux que vous donner les grandes lignes de cet accord qui, comme vous le savez, doit encore passer en première lecture au Conseil des ministres. S'ensuivront un avis du Conseil d'État et une seconde lecture. Les plus impatients d'entre vous devront encore prendre leur mal en patience pour voir arriver le texte final au Parlement.
L'accord sur la taxation des plus-values fait partie de l'accord de gouvernement, mais aussi et surtout d'un vaste ensemble de réformes sur lesquelles les cinq partis de la coalition se sont mis d'accord. Ce sont des réformes dont ce pays a cruellement besoin si on veut le remettre sur les rails, arrêter le pourrissement budgétaire et protéger notre prospérité.
Wij hervormen de arbeidsmarkt om zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. Wij hervormen de pensioenen om deze in de toekomst betaalbaar te houden. En wij voeren ook een fiscale hervorming door om de brutoloonlast te verlagen en het netto-inkomen van werknemers te verhogen, in het bijzonder voor de lage en middeninkomens. Werken moet lonen. Het verschil tussen werken en niet werken moet 500 euro of meer bedragen. Mijnheer Matheï, die ambitie zullen wij gestalte geven. Meer mensen aan het werk voor een beter loon, dat betekent meer welvaart en een financieel gezonder land.
Om de koopkracht van de werkenden te versterken, voorziet het regeerakkoord inderdaad in een belasting van 10 % op de meerwaarde. Dames en heren, in een land waar de fiscale druk al bijzonder hoog is, heeft de regering een duidelijke keuze gemaakt. De gewone spaarder en de hardwerkende kleine zelfstandige mogen niet het slachtoffer worden van bijkomende lasten. Zij verdienen respect en bescherming, geen bestraffing. Zoals vastgelegd in het regeerakkoord, voeren we vanaf 1 januari 2026 een evenwichtige meerwaardebelasting in. Het algemene principe daarvan is helder: een tarief van 10 % op effectief gerealiseerde meerwaarde, met de mogelijkheid om minwaarde in hetzelfde jaar af te trekken.
We voorzien bovendien een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon. Na vijf jaar zonder gebruik van deze vrijstelling loopt dat bedrag op tot 15.000 euro. Voor een koppel betekent dat dus een vrijstelling van 30.000 euro.
Bovendien wordt dat bedrag geïndexeerd. Dus stellen dat deze belasting de middenklasse zeer zwaar zal treffen, lijkt mij zeer zwaar overdreven.
Voor wie minstens 20 % van een onderneming bezit, voorzien we een vrijstelling tot 1 miljoen euro. Zo zorgen we ervoor dat de kleine zelfstandige, die zijn of haar levenswerk, of het levenswerk van een koppel, wil overdragen of verkopen aan het einde van de carrière, fiscaal niet zal worden bestraft. Laat het ook duidelijk zijn, deze belasting geldt niet voor pensioenspaarproducten, zoals pensioensparen of groepsverzekeringen.
De opbrengst van deze maatregel, zoals ingeschreven in onze begrotingstabel, werd bevestigd. Het gaat om 250 miljoen euro in 2026, oplopend tot 500 miljoen euro in 2030. Die middelen zullen we inzetten om de lasten te verlagen, met name de lasten op arbeid, in het bijzonder voor mensen die werken voor een laag of gemiddeld inkomen. Dat lijkt mij zeer rechtvaardig, want wie elke ochtend vroeg opstaat en bijdraagt aan onze samenleving, verdient meer waardering. Dat is inderdaad de belofte van deze regering en die belofte zullen we houden. Voor het parlementair reces zal de minister van Financiën deze belastingverlaging nog in eerste lezing voorleggen aan de ministerraad.
Lode Vereeck:
Mijnheer de eerste minister, altijd als we vragen stellen over de meerwaardebelasting, krijgen we antwoorden over de personenbelasting. Ik begrijp dat niet.
Het blijft een feit dat u in het zwaarst belaste land de enige belasting zult invoeren die we nog niet hadden, de ultieme trofee voor socialisten en communisten, een meerwaardebelasting op kap van de Vlaamse spaarders en familiebedrijven en niet van de superrijken.
Men zegt weleens dat het gemakkelijker is een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een socialist voorbij een zak geld, maar vandaag is het gemakkelijker om een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een N-VA'er voorbij een postje als minister, burgemeester of schepen. U hebt dan ook de ruggengraat van een hotdog.
Er is echter ook goed nieuws. Ook u hebt een trofee gewonnen, die ik u mag overhandigen. U bent de winnaar, na Guy Verhofstadt en Alexander De Croo, van de wisseltrofee belgicistische-socialistische schoothondjes. Proficiat.
( De heer Vereeck overhandigt een trofee aan de eerste minister )
Voorzitter:
Er volgt nog een reeks replieken. Als iedereen een geschenk voor u heeft, mijnheer de premier, zult u langs de deontologische commissie moeten.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, een land kan alleen goed functioneren met een sterke middenklasse. U hebt ook ondernemers en bedrijven nodig. Ze zijn de motor van onze economie en tewerkstelling; dat ziet u trouwens ook in uw stad. Laat ons fier op hen zijn.
De heer Dedecker had het over 25 jaar. Open Vld heeft die taks inderdaad 25 jaar lang tegengehouden omdat ze altijd de middenklasse treft. Het zijn altijd dezelfden die betalen, mijnheer Dedecker. Wat de PS nooit gelukt is in de regering, krijgt ze cadeau van u, mijnheer De Wever, en waarom? Omdat u gezwicht bent voor een trofee van Vooruit.
Mijnheer Seuntjes, u zult uw debatfiches moeten aanpassen, want de heer Bouchez zegt het zelf: als men rendement wilt, dan moet men een brede belastingbasis aanspreken, dus de middenklasse.
Ik eindig met Willy De Clercq. Dat was een liberaal, mijnheer Dedecker. Wat u doet (…)
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand, iedereen zal die woorden van Willy De Clercq op Google kunnen opzoeken.
Dieter Vanbesien:
Collega's, de rijkste 10 % van ons land bezit samen 1.632 miljard euro. Van dat gigantisch vermogen vraagt deze regering een bijdrage van 500 miljoen euro. Het is een schande hoe de regering de sterkste schouders keer op keer beschermt. Het is een schande dat de gewone mensen, die onze samenleving draaiende houden, telkens opnieuw het gelag betalen. Deze regering zit in de verkeerde zakken.
Wat blijkt vandaag? Zelfs die beperkte bijdrage raakt de rijkste 1 % niet eens. Opnieuw zit de regering in de verkeerde zakken. Als de fiscale experts gelijk krijgen dat die maatregel niet opgaat voor de allergrootsten, dan blijft er maar één conclusie over: het is tijd voor een echte vermogensbelasting: eenvoudig, eerlijk, zonder achterpoortjes. Alleen op die manier kan deze regering de belofte aan de Belgen nakomen.
Voorzitter:
Collega Vanbesien, bedankt voor die suggestie.
François De Smet:
Merci pour vos réponses, monsieur le premier ministre.
Pourquoi cet impôt n'existait-il pas jusqu'ici en Belgique alors qu'il existe dans un grand nombre de pays? Il n'existait pas parce qu'en Belgique, il y avait – et il y a toujours – une immense taxation des charges sur le travail.
Donc, dès le moment où vous choisissez d'ajouter cet impôt, la moindre des choses aurait été de faire un vrai tax shift et de diminuer les charges sur le travail. Ce n'est pas ce que vous faites; vous le ferez peut-être, si tout va bien, dans deux ou trois ans, où chaque Belge aura peut-être 100 euros environ par mois.
Votre réforme de l'emploi est d'abord une réforme du chômage, vous en êtes très fier, vous l'avez à nouveau rappelé. L'une des faiblesses de cette réforme, outre le fait que vous sanctionnez évidemment les chômeurs beaucoup plus tôt, est que vous ne créez pas l'emploi, vous n'avez pas de stratégie industrielle. Là encore, vous sanctionnez les entrepreneurs, ceux qui doivent créer, ceux qui doivent investir, et vous rendez encore plus difficile, demain, la possibilité d'atteindre vos objectifs en termes de taux d'emploi.
Steven Matheï:
Dank u wel, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoorden. Meer nettoloon op het einde van de maand, dat houdt de mensen bezig. Dat is op zich logisch, want veel werknemers uit de hardwerkende middenklasse geven de helft van hun loon af. Meer nettoloon is ook een absolute prioriteit van cd&v. Het staat in het regeerakkoord en ik ben blij dat u dat daarnet opnieuw hebt onderschreven en ook een timing hebt opgegeven, die aantoont dat u er snel werk van zult maken.
Als we op 1 januari 2026 een lastenverlaging willen doorvoeren, dan moet er voor 21 juli een akkoord zijn. Wij zullen daarvoor strijden, want dat zijn we verschuldigd aan de hardwerkende middenklasse.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de eerste minister, u had zich er gemakkelijker van af kunnen maken met een verdubbeling van de hoogste beurstaks ter wereld, die al van toepassing is, namelijk 1,32%. Dan had de brol van de heer Bouchez niet hoeven te worden ingevoerd. Op dividenden betalen we al 30 % roerende voorheffing. We hebben een Reynderstaks van 30 %, een kaaimantaks van 30 %, een uitzonderlijke meerwaardebelasting op aandelen van 33 % en nu nog eens 10 % meerwaardebelasting.
Ik heb het lastig met de hypocrisie hier. Zo is het dankzij uw partij, mevrouw Dedonder, dat we de hoogste kapitaalbelasting van Europa hebben. Ik heb ook al gewezen op de strapatsen van cd&v. Over sommigen spreek ik niet meer, want die verkiezen gelijke armoede boven ongelijke rijkdom. Dat is voor mij niet het probleem. En wat verkondigde het Vlaams Belang vóór de verkiezingen in een interview in De Tijd ? Weet u het nog? Ik zal niet kijken naar collega Vereeck, want hij komt ook van LDD, waar hij is weggelopen - het was te goed bij ons. In zijn verkiezingsprogramma voor de verkiezingen pleitte die partij voor 25 % meerwaardebelasting. ( Tumult )
Ludivine Dedonder:
(…)
Voorzitter:
Collega's, mag ik u vragen om te luisteren naar mevrouw Dedonder?
Ludivine Dedonder:
Monsieur le premier ministre, en n'en disant mot, vous confirmez que la taxe ne touchera pas les plus fortunés. C'était certainement votre intention. Cette taxe ne touchera pas les milliardaires. Vous confirmez ainsi que les factures seront bien émises sur le dos de tous les Belges, sauf celui des plus riches.
Vous dites que cela fait partie d'un ensemble de réformes comprenant notamment celles du chômage, du marché du travail et des pensions. Cela confirme bien que tout se fait sur le dos de la classe moyenne, des travailleurs, des pensionnés et des malades. Quand je vous pose la question relative aux 11 F-35, qui font partie, comme vous l'avez dit vous-même, de ce deal sur les plus-values, je n'ai pas de réponse. Il faudra encore trouver deux milliards sur le dos des travailleurs.
Cela caractérise bien ce gouvernement. Depuis le début, vous vous acharnez sur les travailleurs alors que vous prétendez vouloir les récompenser. Ils n'auront pas 500 euros supplémentaires, mais devront en payer 500!
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, andere landen doen het allang. Hier wordt er ook allang om geschreeuwd. De huidige regering met Vooruit doet het ook effectief. Wij zorgen ervoor dat in de moeilijke tijden die het vandaag zijn ook de superrijken een eerlijke bijdrage zullen leveren.
Er wordt hier veel gelachen met belachelijke trofeetjes, maar daar gaat het niet om. Het gaat niet om trofeeën, het gaat om rechtvaardigheid. Op een moment waarop de wereld in brand staat, vragen wij van iedereen een eerlijke bijdrage.
Daarom is, zoals andere leden al opmerkten, de volgende stap dat mensen die elke dag werken op het einde van de maand netto meer kunnen overhouden. Mijnheer de eerste minister, daarvoor hebt u onze steun. Wij zullen verder hervormen om onze toekomst te beschermen en werkende mensen erop vooruit te laten gaan.
Sofie Merckx:
Mijnheer de premier, wij hebben u met minstens vijf parlementsleden gevraagd wat uw antwoord is op de analyses die de afgelopen dagen overal werden gemaakt en die stelden dat de superrijken niet zullen betalen. U mag trouwens ook naar mij luisteren. Ik zie namelijk dat u gezellig keuvelt met de heer Vereeck. Ik had echter van u ook geen antwoord verwacht. Mijnheer Seuntjes, hoe kan uw partij daarin meegaan? Cd&v, hoe kunt u dat? De sterkste schouders zullen de dans ontspringen! Met uw riedeltje dat de superrijken zullen bijdragen en dat alles eerlijk is, maakt u misbruik van dat symbool om mee te stappen op die asociale hervormingstrein. U helpt de werkende mensen immers niet! Wat u doet is (…)
Het uitstel van maatregelen ten gevolge van de vertraagde stemming over de programmawet
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Premier De Wever verdedigde het uitblijven van de btw-verlaging voor sloop-heropbouw (van 21% naar 6%) door politiek blokkering van de oppositie (inclusief VB, PS, Ecolo) bij de programmawet, die ook andere hervormingen bevat zoals beperking werkloosheidsuitkeringen en nationaliteitsregels. Coenegrachts beschuldigde hem van politieke wraak door bewust geen koninklijk besluit te nemen, waardoor duizenden gezinnen vanaf 1 juli 15% meer betalen, en eiste een oplossing in de volgende ministerraad. De Wever beloofde de maatregel woensdag alsnog door te voeren, maar wees de schuld af naar de oppositie. Kern: vertraging door politieke patstelling, burgers betalen de prijs.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, ik heb eigenlijk een heel eenvoudige vraag. Vorige vrijdag was er ministerraad en u hebt daar geen beslissing genomen, geen koninklijk besluit goedgekeurd dat ervoor zorgt dat de btw voor sloop en heropbouw van 21 naar 6 % gaat. U had dat kunnen doen, maar het is niet gebeurd.
De vraag is dus waarom dat niet is gebeurd. U wist immers dat vanaf 1 juli jonge gezinnen die letterlijk bouwen aan hun toekomst, aan hun huis, vanaf dan van hun aannemer een factuur krijgen met 21 % btw in plaats van 6 %. Dat is 15 % erbij. U weet dat mensen die wat ouder zijn; van wie de kinderen het huis uit zijn en die willen verhuizen naar een appartement in het stadscentrum vanaf 1 juli ook 15 % extra betalen. U wist dat, en toch hebt u op de ministerraad van vrijdag geen enkele beslissing genomen. U hebt de btw op 21 % gelaten.
Ik vraag mij heel eerlijk gezegd af waarom u dat ene besluit, die ene handtekening, die ene pennentrek waarmee u dat probleem voor die mensen had kunnen oplossen, niet hebt genomen. Waarom hebt u die mensen in de steek gelaten? Waarom hebt u hen in de rechtsonzekerheid gestort? Waarom, mijnheer de premier, waarom hebt u dat gedaan?
Bart De Wever:
Ik dank u, collega Coenegrachts.
We zijn vorige week in dit halfrond allemaal getuige geweest van een bijzonder triest schouwspel tijdens de debatten over de programmawet. Ik zal het belang van de diepgaande hervormingen van dit land niet opnieuw herhalen, dat deed ik in mijn vorige tussenkomst al. Toch vond de oppositie het nodig – of toch velen onder hen – om alle mogelijke kunstgrepen aan te wenden, met een verbijsterende coalitie van extreemlinks en extreemrechts, geholpen door de PS en Ecolo.
Bien étonnés de se retrouver ensemble, je suppose, mais je n'en suis pas sûr.
Hun enige doel is het blokkeren van de hervormingen waarvoor onze burgers iets meer dan een jaar geleden uitdrukkelijk gestemd hebben. Tot spijt van wie het benijdt, in het noorden maar ook in het zuiden hebben de mensen gekozen voor verandering, een verandering die zeer duidelijk ook de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd inhield.
Alle recente peilingen wijzen erop dat die maatregel op enorme steun kan rekenen in de samenleving, in het noorden en in het zuiden. De programmawet bevat een belangrijk pakket hervormingen die noodzakelijk zijn voor het saneren van de overheidsfinanciën. Maar ze gaat verder dan dat. Ze bevat ook een reeks maatregelen die een directe en concrete impact hebben op het dagelijks leven van onze medeburgers.
Ik denk dan aan het recht op ouderschapsverlof voor pleegouders, de verlaging van de btw van 21 % naar 6 % voor sloop en heropbouw en aan het fors duurder maken van het verkrijgen van de Belgische nationaliteit. Ik had niet verwacht dat dit door bepaalde fracties geblokkeerd zou worden, maar kijk eens aan. Dankzij Vlaams Belang blijft het verkrijgen van de Belgische nationaliteit spotgoedkoop.
Mijnheer Coenegrachts, het debat over de programmawet zal woensdag in dit halfrond worden hervat. De meerderheid zal ervoor zorgen dat die bepalingen zo snel mogelijk in werking zullen treden, zodat niemand slachtoffer zal zijn van deze vertraging. Daar ben ik echt wel zeker van. Die hervormingen zijn noodzakelijk. Stilstaan is geen optie. Ik nodig u dus allen uit tot verantwoordelijk gedrag.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, u weet dat wij verantwoordelijk geweest zijn, vorige week, dus u mag kwaad zijn op de linkse oppositie. Los daarvan, u hebt niet geantwoord op mijn vraag. Waarom hebt u vrijdag niet dat koninklijk besluit genomen, wat veel mensen uit de miserie zou hebben geholpen? U hebt dat niet gedaan. En dat is eigenlijk wat in uw antwoord zat. U hebt dat niet gedaan uit politieke wraak. U wou Vlaams Belang eens leren wie de baas is. Dat hebt u gedaan, vrijdag. U hebt dat gedaan ten koste van heel veel mensen. Heel veel mensen die aan het bouwen zijn, heel veel mensen die een woning willen kopen. Die moeten nu 15 % extra betalen, dankzij uw politieke wraak, dankzij dit politieke spel dat u wil spelen met uw regering. Mijnheer de eerste minister, u krijgt morgen een herkansing in uw ministerraad. Neem uw verantwoordelijkheid. Los dit op voor de mensen.
De staking van de zorgverstrekkers
De artsenstaking
De artsenstaking
De stakingsaanzegging van BVAS
Stakingen in de zorgsector
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De zorgsector protesteert massaal (staking op 7 juli) tegen minister Vandenbrouckes plannen om supplementen te plafonneren en fraude harder aan te pakken, zonder duidelijke hervorming van de nomenclatuur (terugbetalingstarieven) of voldoende overleg. De minister benadrukt dat hij al 7x overlegde, een lijst met aanpassingen voorstelde (o.a. behoud conventiepartieel) en een half miljard extra in tandzorg investeerde, maar artsen voelen zich niet gehoord, vrezen tweedeling in zorg en eisen meer vertrouwen, transparantie en autonomie. De kern van het conflict: tariefzekerheid voor patiënten vs. vrijheid en financiële leefbaarheid voor zorgverleners, met als dieptepunt gebroken vertrouwen door geforceerde maatregelen zonder draagvlak. De staking is een radicale waarschuwing dat de sector geen eenzijdige oplossingen accepteert.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, ik ben ooit in de politiek gestapt omdat ik het wilde opnemen voor mijn patiënten. Ik wilde ijveren voor een betere terugbetaling van hun behandelingen. Ik ben parodontoloog, een van die medische disciplines waarvoor er bijzonder lage terugbetalingstarieven voorzien zijn. Ik heb het altijd heel oneerlijk gevonden dat mijn patiënten zoveel moesten betalen voor de behandeling van een tandvleesontsteking, om te voorkomen dat ze hun tanden zouden verliezen.
Een hervorming van de nomenclatuur of een herijking van die tarieven is dan ook dringend nodig. Zonder zo’n hervorming zijn sommige disciplines genoodzaakt supplementen te vragen om hun praktijk draaiende te houden. Over die nood aan hervorming zijn we het dan ook volledig eens.
We zijn het echter niet eens, mijnheer de minister, met het feit dat u die supplementen wettelijk wil plafonneren, terwijl er nog geen duidelijkheid is over hoe de hervorming van de nomenclatuur er in de toekomst zal uitzien en of de nieuwe tarieven dan wel toereikend zullen zijn. Dat er ongerustheid bestaat over die kaderwet, is voor de N-VA dan ook zeer begrijpelijk.
Dit was overigens niet wat wij voor ogen hadden toen we onze handtekening zetten onder het regeerakkoord. Het vrije beroep is niet iets wat we moeten bestrijden. Hervormingen zijn nodig om onze zorg kwaliteitsvol, betaalbaar en duurzaam te houden. Dat moeten we wel samen doen, samen met de zorgverstrekkers, want zij zijn het best geplaatst om in te schatten wat de gevolgen van die hervormingen op het terrein kunnen zijn.
Mijnheer de minister, zijn er gesprekken lopende met de zorgverstrekkers en wat is het verdere verloop daarvan? U hebt aangegeven dat u openstaat voor aanpassingen aan het ontwerp van kaderwet. Zijn er al aanpassingen gebeurd en kunt u daar nu al iets over meedelen?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, ce 7 juillet, les médecins et les dentistes, ainsi que d'autres soignants par solidarité, mèneront une grève générale, un fait rarissime, du jamais vu depuis 60 ans. En tant que médecin et député pour Les Engagés, je comprends pleinement les craintes et la colère qui montent dans le corps médical.
L'enquête menée par plusieurs journaux spécialisés est sans appel: huit médecins sur dix rejettent l'avant-projet de loi. Notre mouvement partage la volonté de moderniser notre système de santé, d'y apporter de la transparence et de l'efficacité. Nous avons tous connaissance de situations qui vont trop loin, qui ne sont pas soutenables et auxquelles il faut remédier. Il ne s'agit toutefois pas de faire à n'importe quel prix, ni contre ceux qui le font vivre au quotidien. Nous plaidons pour une réforme équilibrée, qui donne un cap politique sans dévoyer la démocratie sanitaire.
L'accord de gouvernement donne une orientation qui devra se matérialiser. Il s'agit cependant de placer le curseur au bon endroit pour les mesures qui y sont prévues. Votre réforme impose, sans concertation suffisante, un plafonnement des suppléments d'honoraires. Cette mesure, dite de justice sociale, frappera de manière inéquitable nos hôpitaux, et dans l'absence d'une réforme préalable du financement hospitalier, affaiblira les établissements, menacera la pérennité de l'offre de soins et désorganisera profondément les pratiques. Oui à des règles claires, non à la suppression de toute souplesse, comme le conventionnement partiel. Oui à la responsabilisation, non au retrait du numéro INAMI sans garantie procédurale solide.
Réformer, c'est dialoguer, écouter, construire avec les soignants. Si ce projet reste figé, il fracturera durablement la relation entre l' É tat et les médecins. Les Engagés défendront toujours une santé publique co-construite, humaine et respectueuse du terrain.
Monsieur le ministre, je n'ai qu'une question: que répondez-vous aux médecins qui exprimeront leurs craintes ce 7 juillet?
Julie Taton:
Monsieur le ministre, nous serons d'accord sur un point, à savoir que nous ne sommes pas prêts d'oublier cette date du 7 juillet 2025. Cela fait plus de 20 ans, comme l'a rappelé mon collègue qui a même parlé de plus de 60 ans, que le secteur médical ne s'était plus mobilisé pour manifester sa colère, mais aussi ses inquiétudes et son incompréhension.
Nous en connaissons les raisons, qui ont déjà été développées à plusieurs reprises dans cet hémicycle. Mes collègues viennent également de relever les points qui fâchent. Les réformes doivent être entreprises, mais le problème est qu'elles font peur, parce qu'elles menacent l'équilibre, l'avenir du secteur et la qualité des soins. Comment comptez-vous garantir l'autonomie des praticiens, la valorisation de leur métier, le financement sain de nos hôpitaux? Comment éviter cette médecine à deux vitesses, qui est déjà en train de s'installer petit à petit? Nous pouvons parler aussi du choix, de la liberté et de la vie des patients et des soignants.
Monsieur le ministre, vous avez aussi prévu quelque chose d'assez sympathique sur le papier en souhaitant un système beaucoup plus lisible, juste et transparent. Le problème est que la confiance a été rompue. Cette grève du 7 juillet en apporte la preuve éclatante.
Pouvez-vous nous expliquer concrètement comment vous allez vous y prendre pour rétablir un dialogue constructif et apaisé avec l'ensemble des représentants du monde médical? Quelles garanties pouvez-vous nous apporter pour que la réforme soit entreprise dans l'intérêt commun, en préservant la qualité, la liberté, mais aussi l'accès de tous aux soins?
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, maandag is het zover: voor het eerst in 25 jaar staken onze artsen, niet omdat ze dat willen, maar omdat ze moeten. Als er één beroepsgroep is voor wie staken niet in het DNA zit, dan zijn het wel onze artsen.
Zij kunnen niet anders. U mag dan wel verklaren dat u vier, vijf of zes keer met hen hebt gesproken en naar hen hebt geluisterd, maar uw methode werkt niet. Zo eenvoudig is het. U kunt tien keer overleggen, maar het probleem is niet dat u het niet hoort, maar dat u niet luistert.
Ondertussen zien wij dat de stakingsoproep alsmaar meer gehoor vindt. Iedere dag opnieuw sluiten nieuwe zorgverleners zich aan bij de stakerslijst: radiologen, orthopedisten, dermatologen, oncologen en noem maar op. Zelfs het universitair ziekenhuis van de UGent en heel wat huisartsen en tandartsen hebben zich intussen bij hen aangesloten.
Niettemin weigert u bij te sturen. Ik heb u hier vorige week via een motie gevraagd uw kaderwet zo diep mogelijk in een lade te leggen en van methode te veranderen. Wat zien wij echter? U gaat koppig door.
Ik heb voor u drie concrete vragen. Meent u dat alle zorgverstrekkers die komende maandag staken, dat ook zouden doen, mochten zij een alternatief zien?
Welke initiatieven hebt u de voorbije weken genomen om de gemoederen te bedaren en echt te luisteren? Wat heeft dat opgeleverd?
Ten slotte, zult u iets wijzigen aan uw methode en uw kaderwet bijsturen?
Frank Vandenbroucke:
Chers collègues, nous investissons dans les soins de santé pour assurer des soins de qualité, des soins abordables, pour une rémunération correcte de tous les prestataires, pour un financement adéquat et suffisant pour les hôpitaux, pour la sécurité tarifaire. En même temps, vous m'avez demandé de renforcer la lutte contre les fraudes, même si elles sont marginales dans le système. Un premier avant-projet de loi est en discussion.
Concernant la concertation, tout d'abord, ce soir je verrai pour la septième fois les syndicats des médecins, qui incluent les syndicats des dentistes. J'ai déposé hier une longue liste de changements dans le texte en question. Une longue liste d'amendements significatifs, comme je l'avais annoncé, entre autres concernant le conventionnement partiel. J'ai dit que s'il y avait une autre solution pour accroître la lisibilité et la transparence pour les patients en maintenant ce système de conventionnement partiel, ce serait bon pour moi. J'ai donc fait circuler une longue liste d'amendements, dont nous discuterons ce soir. La concertation est réelle, elle s'organise.
Je serais évidemment ravi si mes collègues organisaient la concertation de la même façon sur les pensions avec les syndicats des ouvriers et sur la flexibilité du marché du travail. J'imagine que ce sera le cas.
Donc, ce soir, pour la septième fois, une longue liste d'amendements, portant sur des questions assez importantes, sera discutée. Je comprends aussi tous les soucis.
Collega's, laat ik duidelijk zijn, de gezondheidszorg staat onder druk, in een vergrijzende samenleving. Huisartsen staan onder druk en hebben meer steun nodig. Kinderartsen en psychiaters zouden beter vergoed moeten worden. Spoeddiensten worden overspoeld. We hebben de voorbije jaren een half miljard meer geïnvesteerd in de tandzorg. Ik wil echter wel dat de verantwoordelijken in de sector dat geld ook gebruiken voor de grootste noden. Dat wil ik ook. En wij zullen nog investeren in tandzorg.
De sector staat dus onder grote druk. Hervormingen zijn absoluut nodig. Ik begrijp dat er vandaag onrust is. Eerlijk gezegd, er zijn ook heel veel misverstanden en sommige zaken begrijp ik ook niet, collega's. Ik begrijp niet dat een vakbond een staking organiseert en zegt dat patiënten zullen worden geweigerd, omdat het onaanvaardbaar is dat wij frauduleuze facturen willen tegenhouden van jammer genoeg soms ook fraudeurs en oplichters in het systeem. Omdat we die facturen niet meer willen betalen, organiseert men een staking tegen patiënten. Dat is toch moeilijk te begrijpen. Omdat wij binnen de drie jaar echte excessen en overdrijvingen in supplementen, die boven op facturen komen, willen beperken, een staking organiseren tegen patiënten, is moeilijk te begrijpen. Ik begrijp dat alvast niet.
Daarover gaat het dus. Het gaat over tariefzekerheid voor patiënten. Het gaat over een correcte vergoeding voor artsen en voor tandartsen. Absoluut.
Mevrouw Gijbels, vorige legislatuur - u zat toen in de oppositie - hebben wij de terugbetaling voor tandartsen verhoogd van 950 miljoen euro naar 1,5 miljard, een toename van een half miljard euro. Ik wil het mogelijk maken dat men niet alleen nog meer kan investeren, maar ook – dit is om uw probleem op te lossen – dat men flexibelere tarieven kan werken. Daarover zegt niemand iets. Dat wil ik mogelijk maken. Dat zijn oplossingen, voor u en voor uw patiënten. Laten we daarover het overleg organiseren.
Organiseer toch geen staking, omdat men frauduleuze facturen niet langer wil betalen. Ik heb gelezen dat dat een rode lijn is voor een vakbond. Dat kan toch niet. Organiseer geen staking, omdat men binnen de drie jaar een limiet wil stellen aan absolute excessen, waardoor een bevalling in het ene ziekenhuis drie keer duurder is dan in het andere. Daar bent u het toch mee eens? U hebt dat immers in het regeerakkoord laten opnemen. Meer zelfs, ik moet dat probleem onmiddellijk aanpakken; ik doe het met vertraging. Dus (…)
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, voor alle duidelijkheid, als wij ijveren voor betere terugbetalingen, dan gaat het niet over betere terugbetalingen voor de artsen of de tandartsen, maar wel voor de patiënten. Ik wil de puntjes op de i zetten. Wij zijn het er volledig mee eens dat er hervormingen nodig zijn en dat er moet worden gestreden tegen fraude.
Daarvoor hebben we echter iedereen nodig. Ik hoop dat er geluisterd wordt. Het is essentieel dat het wederzijds vertrouwen opnieuw wordt opgebouwd. Ik denk ook dat we daar nog niet zijn. Ik hoop dat er constructief voort wordt gewerkt en dat we binnen de contouren van het regeerakkoord blijven.
Wat het staken betreft, komende maandag zal er actie worden gevoerd. Staken is niet natuurlijk voor een zorgverstrekker. Het is gelukkig ook heel uitzonderlijk. Het wijst op een grote bezorgdheid. Ik hoop dat patiënten er niet te veel last van zullen hebben en dat mijn collega-zorgverstrekkers er alles aan zullen doen om de uitgestelde zorg zo snel mogelijk in te halen.
Jean-François Gatelier:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Nous partageons au moins un point commun: je suis tout à fait d'accord avec vous sur le fait qu'il faut réformer nos soins de santé. Cela coûte de plus en plus cher. Je suis heureux de vous entendre dire que vous avez procédé à des concertations sept fois. Je vous en ai parlé de manière personnelle en vous disant quand même qu'un syndicat n'avait pas été informé avant le 3 juin. Dommage que la communication n'ait pas été suffisante, en tout cas pour tous. Enfin, passons sur cela. Nous allons essayer d'améliorer les choses.
Vous parlez de concertation. Je suis d'accord avec vous. Il faut de la concertation pour les pensions. Je renvoie aussi la balle: il faudrait également se concerter dans le secteur de l'emploi.
Continuons à réformer parce que, effectivement, il y a des abus, mais il ne faut pas faire payer à toute une profession les quelques abus qui restent finalement très rares. C'est comme les suppléments d'honoraires ultra excessifs; ils restent extrêmement rares, et la profession a vraiment le sentiment d'être stigmatisée.
En médecine, Hippocrate nous a légué un principe simple: primum non nocere . Premièrement, ne pas nuire. Et votre réforme, en l'état actuel, risque de nuire.
Julie Taton:
Merci beaucoup, monsieur le ministre, pour vos réponses.
J'ai envie de relever un point par rapport à tout ce qui vient d'être dit. Vous avez dit que la question était aussi d'avoir une rémunération correcte. Mais qu'entendez-vous par là? Cela reste quelque peu subjectif par rapport au travail de ces professionnels. Je pense que s'ils prennent le temps de faire un jour de grève, compte tenu de leurs responsabilités, c'est qu'il y a un vrai souci.
Nous sommes ravis d'entendre que vous allez encore prendre le temps, pour une septième fois, de communiquer et d'échanger avec eux. La concertation est clairement la clé. Nous avons vraiment besoin de ce secteur.
Irina De Knop:
"Wat nu op tafel ligt, laten wij niet passeren. Nonkel Frank is dingen aan het doen die niet afgesproken waren. Ik snap dat de artsen dit niet pikken." Vooraleer u boos wordt op mij, mijnheer de minister, dat zijn niet mijn uitspraken, maar die van uw coalitiepartner, de N-VA. Tussen haakjes, die had in plaats van zo te brullen in de media en te piepen in het Parlement, perfect mijn motie vorige week kunnen goedkeuren. Daarin staat – ik lees het nog eens voor -: "We vragen het ontwerp van kaderwet in te trekken."
Mijnheer de minister, ik verneem dat u punten en komma's in de kaderwet wijzigt en die telkens opnieuw blijft voorleggen. Dat is het beste bewijs dat u eigenlijk niet luistert.
Het is niet zomaar een staking, mijnheer de minister. Het is een waarschuwing.
Voorzitter:
Ik heb goed nieuws, collega’s. De mogelijkheid om deel te nemen aan de geheime stemmingen wordt met een half uur verlengd. Sommigen hebben niet de mogelijkheid gehad om te stemmen, dus die mogelijkheid wordt hen nu geboden. U zult daar ongetwijfeld gebruik van maken.
De meerwaardetaks
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en minderwaarden
Belasting op toegevoegde waarde
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PTB
Sofie Merckx
VB
Lode Vereeck
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de omstreden meerwaardetaks, die volgens critici (o.a. Van Quickenborne, N-VA) de middenklasse raakt in plaats van de superrijken, doordat de vrijstelling voor langetermijnsparen (10 jaar) verdwijnt—tegen eerdere beloftes in. Sofie Merckx (PVDA) benadrukt dat de Nationale Bank aantoont dat de 1% rijksten onvoldoende belast worden (29% vs. 40-50% voor de middenklasse) en pleit voor een miljonairsbelasting. Minister Jambon (N-VA) bevestigt dat onderhandelingen lopen, maar ontwijkt concrete antwoorden, terwijl Vereeck (Vlaams Belang) de taks een "beleidsramp" noemt en pleit voor fiscale autonomie in plaats van nieuwe belastingen. De politieke spanning tussen coalitiepartners (met name N-VA vs. Vooruit) en oppositie over wie de lasten draagt, blijft onopgelost.
Voorzitter:
U krijgt een vijftiental vragen vandaag, mijnheer de minister. Misschien is dat de reden waarom collega Verkeyn niet in uw schoenen zou willen staan.
Er zijn dingen die nooit voorbijgaan, bijvoorbeeld vragen van de heer Van Quickenborne over de meerwaardetaks.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, collega’s, als we de insiders en journalisten mogen geloven, staan we aan de vooravond van een belangrijk weekend waarin mogelijk een akkoord wordt bereikt over de meerwaardetaks.
Wat nu al zeker is, is dat de chantage van Vooruit gewerkt heeft. Ondanks de dure beloften en de plechtige eden die men hier heeft gezworen – onder meer de heer Bertels, die vorige week nog zei dat de meerwaardetaks enkel de sterkste schouders zou treffen, het hoogste percentiel – blijkt nu dat de vrijstelling van 10 jaar, mijnheer de minister, die u in uw ontwerp had opgenomen, verdwenen is.
Wie is daar het slachtoffer van? De mensen die op lange termijn sparen. Veel mensen. Ik heb het al gehad over Wouter De Bodt, de leraar economie die elke maand 200 euro spaart voor zijn dochtertje, 20 jaar lang, maar ik wil het ook hebben over Ella. Ella is een jonge studente die mij heeft gemaild. Zij heeft een studentenjob en legt elke maand 100 euro opzij, waarmee ze belegt in ETF’s. Dat zijn aandelenkorven. Zo probeert ze op lange termijn ook een deel van haar woning te betalen.
Welnu, collega’s, Wouter, Ella… Het gaat ook om Franstaligen in dit land, mijnheer Bouchez. Het gaat om honderdduizenden mensen die aan langetermijnsparen doen en die de meerwaardetaks – een middenklassetaks eigenlijk – zullen moeten betalen. Het zal dus niet de heer Coucke zijn – met alle respect voor hem – die de taks zal betalen, het zullen de gewone spaarders zijn die de taks zullen moeten betalen. Helaas is dat de realiteit.
Collega’s, mijnheer de minister, aan de vooravond van dit belangrijke akkoord dat mogelijk binnen de regering zal worden gesloten – misschien ook met de betrokkenheid van de partijvoorzitters van de zogenaamde arizonacoalitie – wil ik u één vraag stellen.
Wouter, Ella, alle honderdduizenden Belgen die aan langetermijnsparen doen: zijn dat volgens u de sterkste schouders? Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, er is al veel gezegd over de meerwaardebelasting. De heer Van Quickenborne heeft het al goed toegelicht. Iets wat hij misschien echter niet heeft gelezen en ik deze week wél, is de studie van de Nationale Ban van België over de inkomensongelijkheid in ons land. Zoals elke ochtend heb ik ook vanochtend alle editorialen* in de kranten gelezen, waaronder die van Het Nieuwsblad . Wat schrijft Het Nieuwsblad over de studie van de Nationale Bank van België? Ik citeer: “De Nationale Bank concludeert dat het verhaal van N-VA en MR dat de sterkste schouders de zwaarste lasten betalen een fabel is. Het is een realiteit dat superrijken te weinig de kas spekken. Het kan niet langer in een hoek gezet worden als een ideologisch hersenspinsel van de PVDA.”
Wat zegt die studie van de Nationale Bank van België aan? Ze toont met cijfers aan dat de ongelijkheid in ons land groter is dan u steeds beweert. De inkomsten van de 1 % superrijken worden slechts voor 29 % belast, terwijl de gewone mensen 40 % à 50 % van hun inkomsten afstaan via belastingen. U weigert natuurlijk de superrijken te laten betalen, ook via de meerwaardebelasting, die de aandelen in vennootschappen niet zal raken. Ze richt zich immers uitsluitend op particulieren.
Mijnheer de minister van Financiën, wat is uw reactie op de studie van de Nationale Bank van België? U bent immers de minister die het begrotingstekort moet dichten en op zoek moet gaan naar nieuwe inkomsten. Wat vindt u van die studie? Wat is uw besluit daarover? Bevestigt u dat u tegen 1 juli 2025 een akkoord wil bereiken over de meerwaardebelasting? Hoe zit het met de verschillende uitzonderingen?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, u weigerde tijdens de bespreking van de programmawet in de commissie op vragen over de meerwaardebelasting te antwoorden. Zonder die rode trofee wordt de programmawet nochtans niet eens uitgevoerd. Alles staat of valt ermee. Wat zitten wij hier dan eigenlijk te doen? Het Parlement heeft recht op een degelijke uitleg.
in de pers vernemen we nu dat de goede huisvaders die hun aandelen langer dan 10 jaar bijhouden niet worden vrijgesteld van een meerwaardebelasting. U, mijnheer Bouchez, mijnheer De Wever, bent voor de socialisten door de knieën gegaan.
Nog is het niet genoeg, want er is nog altijd geen akkoord. Blijkbaar wil Vooruit de Vlamingen die werken en sparen nog meer pijn doen, niet de superrijken, want zij gaan deze belasting niet betalen. Dat beseft iedereen.
Mijnheer Van den Heuvel, hoe zit het met de vrijstelling voor kleine beleggers? Wordt het 10.000 euro of 20.000 euro, zoals uw voorzitter Sammy Mahdi wil? Gaat cd&v soms ook door de knieën voor de socialisten?
Mevrouw Verkeyn, als er geen vrijstelling komt voor aandelen die langer dan 10 jaar in bezit zijn, de trofee van N-VA waarmee u in de commissie altijd loopt te stoefen, welke andere maatregelen ziet u dan om de Vlaamse middenklasse te ontzien?
Mijnheer El Yakhloufi, hoe zit het met beleggersfamilies? Tellen verre familieleden nu mee voor dat aanmerkelijk belang van 20 %? Uw voorzitter zegt van niet. Hij houdt niet van grootooms en achternichten. Minister Jambon zegt van wel. Wie heeft er gelijk?
Minister Jambon, voor u heb ik twee vragen. Noblesse oblige. Ten eerste, wat wordt de referentiedatum? Als de prijs van een aandeel op 31 december 2025 wordt vastgelegd en een aandeel wordt daarna verkocht tegen een hogere prijs maar lager dan de aandeelprijs, dan wordt er een belasting op een minwaarde geheven. Dat is toch van de pot gerukt.
Ten tweede, wordt de Reynderstaks nu afgeschaft of betalen wij straks dubbele belastingen op meerwaarden uit obligatiefondsen?
Jan Jambon:
Dank aan de habitués, die mij hier en in de commissie regelmatig diezelfde vraag stellen. U kent mijn antwoord, ik hoef het eigenlijk niet te geven. De meerwaardebelasting maakt een essentieel deel uit van het regeerakkoord, een regeerakkoord dat veel structurele hervormingen bevat en waar ook een deel van de inspanning door de sterkste schouders zal worden gedragen.
Mijnheer Vereeck, we zijn volop bezig met het kalibreren van de meerwaardebelasting en met te zorgen dat er daarover een akkoord komt binnen de regering. Zodra dat akkoord er is en de teksten door de regering zijn besproken, zullen we daarmee naar het Parlement komen en kunnen we daarover tot in de details discussiëren, zoals ik al 100 keer heb beloofd.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, u gaat erop vooruit, want u antwoordt nu al zonder papier. Dat is heel positief. U zegt dat erover wordt gediscussieerd, maar die discussie gaat één bepaalde richting uit, namelijk naar links. De knieval over die 10 jaar hebt u nu al gemaakt, maar het is nog niet genoeg voor de socialisten. Het moet nog meer zijn.
M. Bouchez a dit cette semaine encore: "Pas de nouvelles taxes!" Mais alors, quelle est donc cette nouvelle taxe? C'est une nouvelle taxe, monsieur Bouchez. C'est une nouvelle taxe!
De heer Mahdi zegt dat ze de middenklasse niet gaan treffen, maar die taks treft die middenklasse net wel midscheeps. Dan is er nog de grote goeroe, de heer De Wever, die zegt dat iedereen die langer dan 10 jaar spaart, wordt vrijgesteld. Het is een ingeslikte belofte, dat is de realiteit. Collega’s, wie zal het slachtoffer zijn van die meerwaardebelasting? Ik zeg het u nu al, de middenklasse. Die zal betalen.
Sofie Merckx:
Dat u niet zou antwoorden op de vraag over de onderhandelingen binnen de regering, had ik verwacht. Mijnheer Jambon, normaal gezien, als een studie van de Nationale Bank stelt dat de ongelijkheid in ons land toeneemt en dat de superrijken telkens de dans ontspringen, dan had ik toch wel verwacht dat u daarop zou reageren. Als de PVDA dat zegt, dan zet u het opzij. Als wetenschappelijke studies dat zeggen, dan zet u het opzij. Als ook de Nationale Bank het echter zegt, de Nationale Bank zelf - dat zijn geen linkse mannen, zelfs dan wil u het niet inzien.
Het is dus duidelijk dat die meerwaardebelasting de superrijken niet zal treffen. Als u snel tot een akkoord wil komen morgenavond en als u enkel die 1% wilt treffen, dan is er een heel simpele oplossing, een miljonairsbelasting die de rijkste 1% treft. Die moeten ook bijdragen.
Lode Vereeck:
De meerwaardebelasting in kwestie is nu al een administratieve en financiële flop en daarenboven een beleidsmatige ramp. Welk genie heeft bedacht dat het koppelen van de aankoop van legervliegtuigen aan goede fiscale regelgeving tot iets positiefs zou leiden? Dat is brol in het kwadraat en perfect voorspelbaar, want de regering, en met name de N-VA, maakt een dubbele fout.
Ten eerste, een nieuwe belasting in het zwaarst belaste land ter wereld, enkel om een begrotingsprobleem wat te dempen en het ego van de socialisten wat te strelen, dat is waanzin. Een meerwaardebelasting kan enkel worden ingevoerd in het kader van een structurele fiscale hervorming. Ik roep de regering dan ook op om die brol af te voeren en werk te maken van een duale inkomstenbelasting.
Ten tweede, de N-VA lijkt haar eigen analyse dat België niet te hervormen valt, vergeten te zijn. Zelfbestuur is de beste kuur om Vlaanderen en Wallonië uit het financiële moeras te halen. Volledige fiscale regionale autonomie stelt de politieke leiders voor hun verantwoordelijkheid en zorgt ervoor dat de burgers... (…)
Voorzitter:
Ik dacht dat u nog iets zou zeggen, maar dat is ingeslikt. ( rumoer in de zaal ) Ik heb niet de indruk dat de heer Van Quickenborne, die natuurlijk heel graag zou willen antwoorden... Ja, mijnheer Van Quickenborne, ik ken u. U probeert een persoonlijk feit uit te lokken, omdat u weet dat u daarop mag reageren. Ik heb echter geen denigrerende uitspraak gehoord. U ziet dat de heer Van Quickenborne zelfs gretiger is om toch nog het woord te kunnen nemen gedurende enkele minuten. Het spijt me. Monsieur Bouchez, je ne pense pas qu'il y ait eu énonciation de votre nom.
De NAVO-top in Den Haag
De NAVO-top in Den Haag
De resultaten van de NAVO-top
Het standpunt van België bij de NAVO
De NAVO-top en het defensiebudget
De NAVO-top in Den Haag
De nieuwe NAVO-uitgavennorm en de top van 24 juni
De NAVO-top
De NAVO-top in Den Haag
De op de NAVO-top van 24 en 25 juni genomen beslissingen
NAVO-top Den Haag, beslissingen en defensiebudget
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Theo Francken (Minister van Defensie)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NAVO-top leidde tot een 5%-norm (3,5% defensie + 1,5% veiligheid/cyber/infrastructuur) tegen 2035, met 2% in 2029 als eerste mijlpaal, maar België ontwijkt concrete financiering en schuift de last door naar toekomstige regeringen. Kritiek focust op onrealistische budgetten (34 miljard nodig, onduidelijke dekking), gebrek aan Europese defensiesamenwerking (versnipperde aankopen, geen strategie) en sociale gevolgen (besparingen op zorg/pensioenen, belastingverhogingen). Partijen zijn verdeeld: rechts en centrum willen realistisch investeren in personeel/cyberveiligheid, links noemt het onderworpenheid aan de VS en een wapenwedloop, terwijl Europa’s strategische autonomie onderbelicht blijft.
Voorzitter:
Collega's, verschillende vragen werden ingediend ter attentie van de premier, maar het is u bekend dat hij momenteel niet aanwezig kan zijn wegens Europese verplichtingen.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, gisteren was het eindelijk zover: de langverwachte NAVO-top vond plaats. Alle lidstaten zijn eensgezind naar buiten gekomen. Dat was ook nodig, want als dat niet was gebeurd, had maar één iemand champagne ontkurkt: Poetin in het Kremlin.
De NAVO-top heeft geleid tot realistische doelstellingen. Voor Vooruit was het vanaf het begin erg duidelijk: we willen absoluut investeren in onze veiligheid en defensie, maar wel op een realistische manier. 5 % was en is voor ons land immers onhaalbaar.
Laten we de focus daarom verleggen van de percentages naar wat eerder is afgesproken, namelijk dat ons land opnieuw een betrouwbare partner kan worden binnen de NAVO door verstandig te investeren in onze defensie. Ik heb zelf deelgenomen aan twee buitenlandse NAVO-missies, dus ik weet hoe belangrijk het is om te investeren in goed en veilig materieel voor onze mensen, in degelijke infrastructuur om mee te werken en in waardering voor de opofferingen die ons personeel brengt.
Vooruit roept ook al maanden op om te investeren in onze cyberveiligheid. Onze banken, overheidsinstellingen en ziekenhuizen worden nu immers al maandenlang geteisterd door cyberaanvallen uit Rusland. Die moeten we echt prioritair aanpakken.
Het allerbelangrijkste voor Vooruit is echter dat we investeren in ons personeel. Wat is men namelijk met het beste materieel en met al die nieuwe capaciteiten voor onze defensie als men geen personeel heeft om dat materieel te bedienen? We weten dus wat nodig is qua investeringen in onze veiligheid.
Mijnheer de minister, zult u, net als Vooruit, de focus leggen op de hybride dreiging vanuit Rusland en op ons personeel, dat we broodnodig hebben?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, al een halve eeuw lang financieren we onze welvaart ook met middelen die oorspronkelijk bestemd waren voor onze veiligheid. Het gevolg daarvan is een doorgeschoven – een doorgesnoven – verzorgingsstaat en een krakkemikkig leger. Onze kazernes zijn ruïnes. Het cliëntelisme heeft geleid tot een tewerkstellingsproject van de politieke partijen, waardoor zelfs de personeelsbezetting van het leger niet op punt staat. Er staan momenteel 127 pantservoertuigen te roesten omdat een minister de verkeerde munitie heeft besteld. We zijn zelfs nooit onze NAVO-verplichtingen nagekomen, terwijl het NAVO-hoofdkwartier zich in Brussel bevindt.
Plots komt er dan een bullebak overgevlogen uit New York, een narcistische bully met, cru gesteld, de mentaliteit van een maffiabaas. Wat zegt die man bij aankomst? “ I can make you an offer you can’t refuse. ” Kent u The Godfather? Die zei dat ook. Vervolgens kust onze slijmjurk, de voorzitter van de NAVO, de ring van die man. Ook onze 32 regeringsleiders slaan de hielen tegen elkaar en likken de kont van die narcistische Amerikaan, uit vrees dat die capo hen zal bestraffen.
Ik heb op zich niets tegen het principe van de 5 %-norm, daar gaat het mij niet om. Zeg me wel hoe u die zult bereiken en om hoeveel geld het gaat. Ik hoor alle partijen daarover al ruziën nog vooraleer hij is teruggevlogen. Moeten er meer F-35's worden gekocht? Nog ander materieel? Over welk bedrag gaat het?
Mijnheer de minister, over hoeveel geld gaat het? Hoe zult u dat realiseren? Zal men daarvoor met een creatieve boekhouding moeten werken?
Mathieu Michel:
Monsieur le ministre, malgré une situation budgétaire qui rend les réformes indispensables, la Belgique a réaffirmé que l'OTAN constitue un socle fondamental pour la sécurité de notre pays. Nous devons être un partenaire loyal, fiable et pleinement engagé au sein de l'Alliance. Dire non à l'OTAN, ce serait faire preuve d'un oubli historique inquiétant mais, plus que tout, ce serait faire preuve d'une naïveté coupable car, aujourd'hui, il ne s'agit pas d'opposer sécurité et solidarité. En voici la preuve par les chiffres: 120 milliards d'euros pour notre sécurité d'ici 2034, 1 200 milliards d'euros pour la solidarité (soins de santé, pensions et aides sociales).
Oui, n'en déplaise à certains, ce gouvernement renforce notre modèle social en lui donnant les moyens de fonctionner mais aussi les moyens de survivre. Nous faisons aujourd'hui ce que tout pays responsable doit faire: protéger ses citoyens sans renoncer à ses valeurs fondamentales et à son modèle social
Protéger ses citoyens est évidemment essentiel. Aussi, je salue la décision historique d'intégrer jusqu'à 1,5 % du PIB en dépenses de sécurité élargies. Vous savez que c'est une grande attention pour ce qui me concerne. Les guerres de demain seront différentes de celles d'hier. Et, aujourd'hui, ce ne sont plus uniquement les dépenses militaires qui comptent. C'est un élément fondamental. Cette évolution appelle à une gouvernance renforcée, au-delà du seul ministère de la Défense, et qui intègre les entités fédérées.
Selon nous, le ministre de la Sécurité devrait être chargé de développer et soumettre une vision stratégique de la sécurité intérieure en lien avec ce 1,5 % de sécurité transversale. Monsieur le ministre, comment voyez-vous concrètement l'évolution de cette coordination intergouvernementale avec, à côté de cette vision stratégique de défense, une véritable vision stratégique de sécurité transversale?
Philippe Courard:
Monsieur le président, monsieur le ministre, cela va coûter 6 000 euros par ménage aux Belges. Deux jours d’escapade à La Haye, et voilà qu’il faut trouver 34,2 milliards d’euros.
Comment les trouver? J’y reviendrai dans un instant. Soyons clairs, je ne suis pas stupide et me rends compte que des moyens supplémentaires sont nécessaires. Il faut bien entendu se défendre. L’Europe et la Belgique doivent répondre aux menaces qui nous entourent. Nous ne devons pas nier la situation géopolitique, mais pas à n’importe quel prix et n'importe comment, monsieur le ministre. Nous ne devons pas dépenser pour dépenser, et certainement pas en faisant porter la charge à nos concitoyens de manière anormale.
Votre politique est paradoxale. Vous préconisez des économies. Il n'y a pas assez d'argent pour la sécurité sociale. Les malades et les pensionnés doivent faire des efforts. Les services publics doivent se serrer la ceinture. Le pouvoir d’achat recule. Les personnes malades et en situation de handicap sont oubliées. Cependant, lorsqu’il s’agit de trouver des milliards, cela se fait en quelques heures. Nous verrons comment, mais ils sont jugés nécessaires.
Pourquoi n'avez-vous pas adopté la position plus raisonnable du premier ministre espagnol? Comment allez-vous financer ces milliards? Le ministre Prévot évoque une nouvelle taxe, le président du MR évite soigneusement le sujet. Allez-vous vendre nos entreprises publiques? Allez-vous faire comme votre prédécesseur, M. Steven Vandeput, avec qui les estimations de montants sont passées de 1,5 milliard à 15 milliards? Je m’interroge et j'aimerais des réponses à ces questions. Comment allez-vous financer ces milliards? Quelles sont vos recettes? Quelles sont vos solutions? Une véritable inquiétude règne au sein de la population. Oui, un effort est envisageable, mais pas au détriment de notre population.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik vond het afgelopen week vooral gênant om te zien hoe de Europese leiders achter president Trump aanliepen om hem toch maar zo veel mogelijk te pleasen, met als top of the bill natuurlijk de uitspraak van secretaris-generaal Rutte: proficiat, mijnheer de president, u hebt Europa doen betalen en het is maar goed ook." Gênant, gênant.
Het was echter ook hier gênant en dat was het daarnet nog. De 5 %-norm is immers belachelijk, krankzinnig, het is collectieve hysterie. Mijnheer de minister, dat verklaarden uw coalitiepartners. Cd&v, Vooruit en de MR, u bent gerold, want de 5 %-norm is wel degelijk beslist afgelopen week.
Dan hoor ik in de wandelgangen dat dat niet erg is, want dat percentage moet pas tegen 2035 worden gehaald. Het is dus niet aan ons, maar aan de volgende generatie om dat te betalen. Het is aan de volgende regering om het probleem op te lossen, terwijl men vandaag zelfs nog niet weet hoe men volgend jaar de 2 % zal financieren.
Wat zien we ondertussen wel? Wie draait op voor de besparingen? De 55-plusser, de pendelaar, wie zorgkrediet opneemt, zij zullen de rekening moeten betalen en daar zullen alleen maar nog mensen bij komen.
5 % defensie-uitgaven blijft echter waanzinnig veel. In 2035 komt dat nog steeds overeen met het volledige budget van Justitie, de politie, de NMBS, Energie en Klimaat samen, maar dat is niet alles. Als de NAVO 5 % uitgeeft, dan geeft ze meer uit dan wat vandaag de hele wereld, dus inclusief Israël, Rusland en India, uitgeeft aan defensie. Ik vind dat onbetaalbaar en dom. Dat is geen investering in meer veiligheid, dat is een investering in een wapenwedloop waarin u ons allemaal meesleurt.
Mijn vraag is en blijft dus: wie zal dat in godsnaam betalen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, er heerst bij de coalitiepartners een soort kumbayastemming. Iedereen is tevreden. U bent tevreden, want u hebt een NAVO-akkoord over de 5 %-norm. Belgium is back on track . Dat ik dat uitgerekend van u moet horen, vind ik bijzonder. Ook Vooruit en cd&v zijn tevreden, want er is een akkoord bij de NAVO, terwijl men daar eigenlijk niets mee zal doen. 2% defensie-uitgaven is het plafond, 5% blijft stupide, belachelijk en onzinnig. Ook de eerste minister is tevreden, want hij heeft de uitvoering van de norm over tien jaar kunnen uitsmeren; men kan dat dus voor zich uitschuiven. Après nous le déluge .
Mijnheer de minister, wat is er nu echt afgesproken in de regering? Is er een groeipad richting 3,5% militaire uitgaven in de komende jaren of gaat het, zoals collega Dedecker heeft gezegd, over een creatieve boekhouding? Hoe zult u dat betalen?
Terwijl alle ogen gericht waren op de NAVO-top, bent u naar buiten gekomen met uw investeringsplan van 34 miljard euro, 34 miljard euro aan belastinggeld. De krijtlijnen daarvan hebben we voor het eerst moeten zien op X, op sociale media. Een debat in het Parlement is voorlopig niet nodig. Democratische controle is voorlopig ook niet nodig. Mijnheer de minister, u was tot voor kort zelf nog oppositielid. U zou tegen die werkwijze gefulmineerd hebben. Ik hoop dan ook dat u zeer snel naar het Parlement komt om daar uitleg over te geven.
Mijnheer de minister, wanneer komt u naar het Parlement om uw investeringsplan in de commissie en in de plenaire vergadering te bespreken?
Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, iedereen heeft hier opnieuw de mond vol van Europese samenwerking, maar wat hebt u al ondernomen om de Europese pijler bij de NAVO uit te bouwen?
Annick Ponthier:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de kogel is door de kerk. Alea iacta est , zou uw premier declameren. De NAVO-top in Den Haag resulteerde in een akkoord om de 5 %-norm te bereiken tegen uiterlijk 2035. Het gaat daarbij om 3,5 % harde defensie-uitgaven en 1,5 % ruimere veiligheidsuitgaven. Spanje, dat protest aantekende tegen die waanzinnige 5 %-norm, is erin geslaagd de tekst te laten versoepelen: niet meer wij, maar de bondgenoten zullen 5 % uitgeven.
Collega’s, mijnheer de minister, dat kan worden gelezen als een vrijstelling. Blijkbaar moesten de lidstaten zich dus niet allemaal gedwee neerleggen bij de ijzeren NAVO-wetten. De vrijstelling geldt echter niet enkel voor Spanje. De tekst is immers van toepassing op alle lidstaten. Echter, zelfs als het bij die 2 % zou blijven, staan wij in dit land alvast voor gigantische problemen. De financiële rampspoed zal immers nog drastisch toenemen, indien de huidige regering haar belofte van 5 % op de NAVO-top wil nakomen.
Ik kom bij mijn vragen.
U maakt zich sterk dat u in 2025 de 2 % kunt bekostigen. Wij weten echter allemaal dat daar Verhofstadtgewijs veel kunst- en vliegwerk voor nodig was. De hamvraag blijft natuurlijk de volgende. Ten eerste, hoe wilt u de 2 %-norm structureel financieren tijdens de huidige legislatuur? Hoe staat u tegenover de nieuwe defensietaks die uw minister Prévot voorstelde?
Ten tweede, het blijft bij 2 % tijdens de huidige legislatuur. Hoe zal het groeipad er vanaf 2029 echter uitzien om naar 2,5 % te gaan tegen 2034? Hoe plant u die enorm steile klim naar 3,5 %?
Nu volgt de vraag van 1 miljard euro. Zal u bijkomende F-35’s (…)
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, de NAVO-Top is inderdaad achter de rug. De teerling is geworpen. Wij van cd&v zijn toch blij. We hebben een aantal pleidooien gehouden voor meer realisme in dit debat en achteraf moeten we toch toegeven dat dit er was. Er zit voldoende flexibiliteit in het pad naar de toekomst. Wat voor ons een prioriteit is en wat we enkele weken geleden al heel duidelijk hadden gesteld, was dat er niet meer dan 2 % gevraagd zou worden in deze legislatuur. Dat is binnengehaald en daar zijn we blij om.
Heel belangrijk ook is hoe we dat pak geld, dat toch nog altijd meer is dan in de vorige jaren, zullen besteden. Voor ons moet dat op een efficiënte en slimme manier. Dat wil zeggen dat niet elk land apart, maar samen investeren in een sterke Europese pijler. Recente studies tonen immers aan dat een gedeelde standaardisatie binnen Europa en gezamenlijke aankopen ons tientallen miljarden zou besparen. In deze budgettaire tijden moeten we daar toch rekening mee houden.
Voor ons is het heel duidelijk. We houden al wekenlang een sterk pleidooi voor minder versnippering en meer standaardisatie. Minder naast elkaar werken, maar echt durven investeren in een sterke Europese pijler. We vinden dat een constante opdracht. Nu mag het in Den Haag wel allemaal koek en ei geweest zijn, met een sterk Atlantisch geloof, maar de basistrend is dat Europa toch meer in eigen sterkte moet investeren. Vandaar dat we geloven in een sterke Europese defensie-unie. We moeten daar niet morgen, maar vandaag werk van maken.
Mijnheer de minister, dat is dan ook onze vraag. Kunnen we rekenen op u en op deze regering om volop te investeren in de versterking van die Europese pijler, in een sterke Europese defensie-unie? Die is immers absoluut nodig voor de toekomst.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, wat een vernedering! Hoe is het mogelijk? Komaan, die 34 Europese eerste ministers luisterden allemaal naar Trump. Onze woordvoerder Mark Rutte stuurde dan een mooi berichtje over hoe die Europese elite vernederd werd door Trump. Hij zegt in zijn berichtje dat het werkelijk buitengewoon was wat Trump deed, iets wat niemand van hen durfde doen, dat hij vliegt naar een volgende succes. Donald, je hebt ons op een heel erg belangrijk moment gebracht. Je zult iets bereiken dat geen enkele andere Amerikaanse president in decennia heeft kunnen verwezenlijken. Donald, Donald, Donald, Europa gaat zwaar betalen, zoals het hoort Donald, en het zal jouw overwinning zijn. Oh, fantastisch.
Magnifique! Regardez ça, cette soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain! C'est du cirage de chaussures industriel. Donald, ne t'inquiète pas, au karcher on nettoie le bazar. C'est incroyable! Et quelle est la prochaine étape, chers amis? La prochaine étape, Donald Trump nous l'a annoncée.
Wat zei Donald Trump? Kiss my ass, dat is de volgende etappe.
Mais comment peut-on accepter cela?
Zoals Rutte zegt, Europa zal zwaar betalen.
L'Europe va payer! Et qui va payer? Ce sont les travailleurs!
De mensen moeten werken tot 67 jaar om hier 2 % van het bbp aan te kunnen besteden. Nu komt er 3,7 % bij en niemand zegt iets. Dat is hypocriet.
Mijn vraag is heel duidelijk, mijnheer de minister. Spanje heeft gezegd geen 5 % te zullen bijdragen. Wat is uw standpunt? Besteden we hier 5 % aan of niet?
Darya Safai:
Mijnheer de minister, beste collega’s, al jaren hebben veel Europese landen, waaronder België, nagelaten om deftig in defensie te investeren. Vanuit het idee dat vrede vanzelfsprekend is, deden die landen aan free riding binnen het NAVO-bondgenootschap. Ze rekenden op de Verenigde Staten om hun eigen veiligheid te garanderen. Nu de VS zich meer op de Indo-Pacific richt, moet Europa zelf meer inspanningen leveren.
Nog voor de aanvang van de NAVO-top bereikten de verschillende lidstaten een principeakkoord over de nieuwe NAVO-norm van 5 % van het bbp. Die geldt voor elke bondgenoot. Concreet gaat het om 3,5 % voor strikt militaire uitgaven en 1,5 % voor defensiegerelateerde domeinen, waaronder infrastructuur en cyberveiligheid. Onze regering verklaarde te mikken op een stapsgewijze opbouw: 2 % tegen 2029, 2,5 % tegen 2034 en 3,5 % tegen 2035.
Mijnheer de minister, op de jongste NAVO-top in Den Haag besprak u de uiteindelijke maatregelen die nodig zijn. Kunt u bevestigen dat de NAVO-norm van 5 % werd vastgelegd? Wat is het tijdsperspectief? In welke modaliteiten wordt voorzien? Welke mijlpalen moeten worden behaald? Welk standpunt hebt u in naam van de regering verdedigd?
Theo Francken:
Vooreerst, de uitspraak op X was redelijk pijnlijk.
Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, de eerste minister heeft gisteren op de NAVO-top duidelijke taal gesproken. Als founding father van de NAVO zal België zich solidair tonen met onze bondgenoten. Dat doen we niet voor de mooie ogen van mister Trump, noch uit angst voor zijn grillen. We doen het om een heldere reden, namelijk om als Europese democratieën zelf te kunnen instaan voor onze eigen veiligheid.
In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, klopt het niet dat de lat voor defensie-uitgaven wordt opgetrokken naar 5 % van het bbp. Het gaat om 3,5 %, de resterende anderhalve procent betreffen uitgaven in onder meer infrastructuur en brede veiligheid, die vandaag al grotendeels worden gedaan, onder andere ook door de regio’s.
De nieuwe norm komt niet uit de lucht gevallen. Veel bondgenoten behalen die nu al, van de Verenigde Staten over Polen tot Scandinavische en Baltische staten. Dat ook wij die norm nu onderschrijven, is een kwestie van solidariteit en verantwoordelijkheid.
Mesdames et messieurs, la nouvelle norme ne signifie pas que nous devrons atteindre cet objectif demain. Il y a des objections budgétaires à cela, mais aussi des objections pratiques. Si tous les États membres de l'Union européenne dépensaient soudainement 3,5 % de leur PIB pour la défense, il serait impossible pour l'industrie de suivre le rythme des commandes. Le résultat en serait des délais de livraison d'armes et de munitions de 10 ans ou plus, et des prix inacceptables.
Nous avons soulevé tous ces points lors de la concertation diplomatique qui a précédé le sommet de l'OTAN, avec succès. Les États membres disposeront d'un délai de 10 ans (non pas 7 ans) pour atteindre la nouvelle norme, sans augmentation annuelle obligatoire de 0,2 %. L'objectif sera également réévalué en 2029.
Ik beklemtoon dat dat niet de verdienste van Spanje was, maar wel van onze diplomatie. Dat land koos voor de fanfare, wij kozen voor discretie. Hulde aan onze NAVO-ambassadrice, mevrouw Petridis, en haar hele team.
Dames en heren, als politici hebben wij de verantwoordelijkheid om op een serene manier aan de burger uit te leggen waarom de versterking van onze krijgsmacht noodzakelijk is. Sommigen onder ons doen uitschijnen dat er helemaal geen dreiging bestaat. Dat gebeurt dan met lacherige clichés als: er zullen toch nooit Russische tanks door Brussel denderen. Dat is onverantwoord, want daarover gaat het uiteraard totaal niet.
Waarover gaat het dan wel? Ons land komt automatisch in een staat van oorlog met Rusland, als Poetin ook maar één vierkante kilometer van een andere NAVO-lidstaat zou bezetten. Dat vloeit voort uit onze verplichtingen onder het NAVO- en EU-Verdrag. Dat scenario is helaas niet ondenkbaar. Het Poetinregime maakt geen geheim van zijn langetermijnambitie om de Baltische staten, waar omvangrijke Russische minderheden wonen, opnieuw in zijn machtssfeer op te nemen. Onze Baltische provincies, zo noemt Dmitry Medvedev, de voorzitter van de Russische Veiligheidsraad, die EU-lidstaten steevast.
Degenen die volhouden dat Rusland die ambitie niet koestert, beweerden drie jaar geleden ook dat Rusland Oekraïne nooit binnen zou vallen. Bovendien negeren zij volledig dat Rusland vandaag al volop een hybride oorlog tegen Europa voert, ook tegen ons land, dagelijks. Hoe kan men dan nog volharden in de stelling dat er van Rusland geen bedreiging uitgaat?
Tegelijkertijd moeten we nu al rekening houden met de heroriëntering van de Amerikaanse aanwezigheid in Europa naar de Stille Oceaan en Oost-Azië. Meer dan ooit moet Europa klaarstaan om het stuur van de veiligheidsarchitectuur van ons continent zelf in handen te nemen.
Dames en heren, alleen krachtige Europese legers kunnen de veiligheid en onafhankelijkheid van Europa verzekeren. Die hebben we vandaag niet, na decennia van bezuinigingen en afbouw. We moeten ze heropbouwen. Dat is onze verantwoordelijkheid en daar zijn we volop mee bezig.
De nieuwe strategische visie voorziet in een investering van 34 miljard euro, waarvan 27 miljard euro in nieuwe militaire capaciteiten in de komende tien jaar. Ook in het personeel zullen we fors investeren, want zij zijn het kloppende hart van elke defensie, van elke krijgsmacht. Er komt 50 miljard euro op tafel over die tien jaar.
Die inspanningen leveren we niet om oorlog te voeren, maar precies om oorlog te vermijden, want de vrede bewaren zal ons niet lukken door zwakheid te tonen. Daarin zullen we alleen slagen als we samen kracht uitstralen.
Ten slotte, het klopt dat er nog geen officiële beslissing in de Ministerraad is, maar ik heb afgesproken met voorzitter Buysrogge om (…)
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw het verschil duidelijk geworden tussen de communisten van de PVDA en Vooruit. De communisten van de PVDA zijn niet bezig met de veiligheid van de mensen. Wij willen wel investeren in de veiligheid van onze mensen en ook in de veiligheid van mensen die hun eigen veiligheid niet kunnen kopen, zoals de superrijken dat wel kunnen.
Als de wereld in brand staat, dan mag men niet aan de kant blijven staan, dan moet men blussen en zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat is wat Vooruit doet. De PVDA wil aan de kant blijven staan. De PVDA wil Poetin bestrijden met een boeket bloemen. De PVDA wil uit de NAVO stappen. Beste vrienden, dat is niet alleen naïef, dat is ook gevaarlijk. Vooruit zal wel investeren in onze veiligheid.
Jean-Marie Dedecker:
Collega’s, ik ben het een beetje beu om de les gespeld te worden door links en door de communisten. Ik lik de schoenen van Trump niet, dat is een maffioso, hij likt die van Poetin.
Wij hebben ons vergist. Laten wij het even hebben over de ideologie van uw regime, namelijk het communistische regime. Honderd miljoen doden in de wereld. Nu is er het regime van de heer Poetin, het neocommunisme. Dat gevaar staat terug voor de deur. In 1989 hebben wij ons vergist. We dachten dat de vrede gekomen was, maar neen. Extreemrechts kwam op, dat roept om een grote leider, net als u.
Wat moeten wij nu doen? Opnieuw betalen voor onze veiligheid. Omdat psychopaat Poetin nu voor de deur staat, moeten wij nu opnieuw inleveren op onze welvaart. Denk daar eens over na, mijnheer Hedebouw. Het is de schuld van uw regimes dat we ons vandaag opnieuw moeten bewapenen.
Mathieu Michel:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Quoi qu'en pensent certains, nous ne sommes plus dans une ère d'insouciance. Nous sommes entrés dans un temps de bascule où la sécurité n'est plus une donnée implicite de nos sociétés et est redevenue un combat. Cette sécurité a toujours été la première des libertés. C'est elle qui conditionne tout le reste: la démocratie, l'économie, la solidarité, l'éducation, la culture. Sans sécurité, rien ne tient et nous le découvrons avec brutalité une fois encore, après des années où nous avons cru que notre mode de vie était définitivement protégé, presque éternel même. Certains aujourd'hui affichent de façon lancinante cette naïveté coupable.
Ce que nous sommes en train de défendre aujourd'hui, c'est notre façon de vivre, notre humanité, nos libertés et ce fragile équilibre que des générations ont bâti avant nous. Alors oui, c'est un moment historique et nous avons le devoir, au-delà des discours politiques, d'être au rendez-vous.
Philippe Courard:
Monsieur le ministre, je ne suis pas rassuré par vos réponses. Pourquoi céder à l'instable M. Trump? Où est le projet européen dans ce que vous proposez? Et l'armée européenne intégrée? On n'en parle pas du tout.
Quid du retour pour nos entreprises? C'est aussi un sujet que nous n'avons pas traité et qui est important. On ne va pas reproduire les erreurs du passé – je l'espère en tous cas. Comment allez-vous financer cela? Pas de réponse, sinon qu'on va le faire sur dix ans et que la charge sera donc reportée sur les générations futures. C'est exactement la technique que vous avez critiquée ces dernières années. Il reste donc beaucoup de questions, à moins peut-être que la fusion avec les Pays-Bas proposée par M. De Wever soit une réponse.
Concernant la taxe proposée par M. Prévot, pas de réponse non plus. Où allez-vous chercher l'argent? Nous sommes terriblement inquiets. Votre gouvernement d'ingénieurs nous fait très peur, monsieur le ministre.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik had maar één vraag gesteld, namelijk wie dat zal betalen, maar u hebt er weer niet op geantwoord, net als in de commissie. Ik had mijn vraag gericht aan de premier, in de hoop nu wel een antwoord te krijgen op de vraag wie die rekening zal betalen. Ik weet immers dat u dat niet interesseert. U wilt gewoon zoveel mogelijk geld kunnen uitgeven aan wapens en u ligt niet echt wakker van wie dat zal betalen.
U zegt dat die 5 % of 3,5 %, welk percentage u ook neemt, niet zomaar uit de lucht komt vallen. Ik wil toch even de geschiedenis schetsen. Het is ondertussen drie jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. In december zegt secretaris-generaal Rutte dat 3 % een mooie ambitie zou zijn. In februari zegt deze regering dat 2 % tegen 2029 wel voldoende zou zijn. Trump schudt iets uit zijn mouw en opeens is het 3,5 % of 5 %.
Ik hoor cd&v en Vooruit zich hier opnieuw verzetten, maar die partijen hebben zich niet verzet, België is akkoord gegaan met die 5 % en we hebben het aan ons been.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Over de NAVO-norm blijft het alle kanten opschieten. Ik hoor hier weer verzet tegen die 5 % en hoor dat 2 % het plafond wordt genoemd. Over die NAVO-norm van 5 % is momenteel niets duidelijk. De enige zekerheid is dat de rekening betaald zal worden door de volgende regeringen en de volgende generaties.
Ook over de Europese defensie heb ik heel weinig gehoord, behalve dat we het stuur moeten vastnemen, maar als men het stuur vastneemt, moet men wel weten welke richting het met die Europese defensie uit moet. In Europa worden vandaag 19 soorten tanks, 27 soorten fregatten en torpedojagers en 20 soorten gevechtsvliegtuigen geproduceerd. Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Maak werk van een Europese strategie en zorg ervoor dat die markten op elkaar zijn afgestemd, zodat we een Europees blok kunnen vormen en strategisch en onafhankelijk kunnen handelen.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, de 2 % voor deze legislatuur is enkel begroot voor dit jaar. Wat met de structurele financiering voor de komende jaren? Geen antwoord. Defensietaks? Geen antwoord. Er zijn wel historische plannen om geld uit te geven, maar vooralsnog geen idee waar dat geld vandaan moet komen.
Toch hebt u in Den Haag 5 % beloofd tegen 2035. Operatie schone schijn, zo noem ik die NAVO-top, want zelfs met uw maximale flexibiliteit dreigt u ons verder in de schulden te steken en die schulden zullen natuurlijk vooral door de Vlaming worden betaald.
Haal dus het geld voor die 2 % waar u het moet halen. Bespaar op ontwikkelingshulp, op de asielfactuur, op het politieke systeem en op onze bijdrage aan de EU. Ik dank u.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Laat ons duidelijk zijn, de dreiging is er. Niets doen is absoluut geen optie, maar het is ook belangrijk dat we het draagvlak bij onze mensen behouden, vandaar ons pleidooi sinds weken voor een realistisch en flexibel tijdspad. Dat is er nu, waarvoor dank aan de regering en aan onze diplomatie.
Op die manier kunnen we ook de lagere schoolmaniertjes van mensen als collega Hedebouw gemakkelijker weerleggen. Sketches geven om dat draagvlak te ondermijnen, wij doen daar niet aan mee. Stop alstublieft met die vijfdecolonnemanieren.
Nu is het echter ook absoluut nodig om verder te gaan. Naast het budget moet er ook worden geïnvesteerd in een echte Europese pijler, zodat Europa strategisch kan zijn en op eigen benen kan staan. Ik moedig u aan, samen met de regering, om echt werk te maken van een Europese defensie-unie en van een sterke Europese defensie-industrie.
Raoul Hedebouw:
Chers collègues, on a visiblement fait mal en pointant du doigt la soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain – les Macron, les Bart De Wever, tous ces gouvernements européens qui étaient effectivement à la remorque complète de Trump. C'est bien cela le problème. Votre problème, ce n'est pas le contenu du SMS. C'est qu'il a été révélé au monde. Voilà ce qui pose problème avec ce SMS.
Cette soumission est réelle et ne va pas nous apporter de la sécurité – pour ceux qui se poseraient la question de notre structure de sécurité. L'impérialisme américain est là pour déstabiliser le monde. Qu'est-ce que vous croyez? Que se passe-t-il aujourd'hui avec le génocide du peuple palestinien? On laisse faire. On laisse même transiter les armes. Cela va-t-il nous apporter de la sécurité? Vous êtes contents dans votre coin mais, les bombardements illégaux contre l'Iran, savez-vous ce que cela veut dire? No rules ! La loi du plus fort. C'est l'ouverture vers une troisième guerre mondiale.
Et vous croyez qu'on va y arriver? On entend aujourd'hui que les troupes américaines iront dans le Pacifique. Que va-t-il se passer? Une guerre Chine-Amérique? Allez l'Europe!
Darya Safai:
In de huidige geopolitieke toestand hebben we geen andere keuze dan te investeren in onze veiligheid en defensie. De verhoging van het budget zal gradueel verlopen en over 10 jaar gespreid zijn. We creëren bovendien opportuniteiten voor de Belgische industrie. Als founding father van het sterkste defensiebondgenootschap ooit herstellen wij daarmee ook onze betrouwbaarheid als bondgenoot.
We doen dat niet voor president Trump, collega’s. We doen dat voor de vrede, voor onze veiligheid en die van ons nageslacht. We mogen de veiligheid van Europa niet langer verwaarlozen door gewoon verder te gaan als freeriders. Het zal veel inspanningen vergen, maar we zijn blij dat deze regering er werk van maakt.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
Collega Vandeput liet mij weten gebelgd te zijn, en wel door de uitspraken van de heer Courard, die hem bepaalde zaken voor de voeten heeft geworpen.
Steven Vandeput:
Mijnheer de voorzitter, als 'gebelgd zijn' betekent dat iemand verontwaardigd is, dan moet ik bekennen dat ik dat deels wel ben. Het is immers de zoveelste keer dat de PS uit het rapport van het Rekenhof over de landcapaciteit fout citeert en echte beschuldigingen uit.
Dat doet mij denken aan vroeger. Toen wij met vriendjes speelden en iemand iets kapotgemaakt had, werd gevraagd wie dat had gedaan. De eerste die ontkende, was meestal de dader. Op die manier gaat het ook bij de PS.
Ik heb gezien wat de PS voor defensie kan betekenen. Het kan betekenen dat defensie wagens heeft waar een gewone mens niet in kan. Nog een mogelijkheid is dat aangekochte helikopters ondertussen aan de grond staan, omdat ze gewoon onbetaalbaar zijn. Ook kunnen obussen worden aangekocht die niemand kan gebruiken, zelfs het Belgische leger zelf niet. Dat is de houding van de PS.
Opnieuw kan ik u melden dat het Rekenhof in zijn rapport duidelijk stelt dat de government-to-governmentafspraak die met Frankrijk werd gemaakt, opportuun was. Ter zake was er volledige transparantie over het bedrag van 1,5 miljard euro aan materieelaankopen. Destijds zijn zowel de mensen als de onderhoudskosten opgenomen in de langetermijnbudgetten.
Feit is wel dat na mij opnieuw iemand van PS-signatuur werd aangesteld, die de zaak kennelijk helemaal in het honderd heeft laten lopen. De PS die wij kennen, draagt meestal geen zorgen voor wat zij overgedragen krijgt en al zeker niet voor wat ze moet overdragen. Daarnaast wijst de PS telkens opnieuw naar Vandeput, die nochtans niets anders gedaan heeft dan een government-to-governmentcontract te sluiten. Ik vraag mij daarom af wat de PS in dezen te verbergen heeft.
Voorzitter:
Je voudrais demander à M. Courard de réagir, mais il n'est plus ici.
Er werd ook verwezen naar mevrouw Dedonder. Ik geef haar één minuut om te reageren.
Ludivine Dedonder:
Monsieur le président, je ne comprends pas pourquoi je ne dispose que d'une minute.
Monsieur Vandeput, vous dites que vous n'avez rien fait d'autre. Je dirais plutôt que vous n'avez rien fait du tout! Vous avez laissé les factures au gouvernement précédent. Vous avez acheté les F-35 sans prévoir le personnel nécessaire ni les infrastructures pour les abriter. Vous avez sous-budgété le quartier de l'état-major. Concernant la frégate, rien n’a été prévu: un milliard de déficit.
Vous n'avez rien fait du tout et aujourd’hui vous répétez les mêmes erreurs. Vous allez acheter américain. Vous n'allez absolument pas investir dans le développement économique de notre pays et de l'Europe. Vous n'allez pas soutenir les industries. Vous allez faire travailler le personnel jusqu'à 67 ans. Dans vos 34 milliards, il n'y a même pas un euro pour s'occuper du personnel!
À votre place, je ne donnerais pas de leçons, monsieur "qui n'a même pas atteint 1 % de PIB".
Steven Vandeput:
Dat was mooi ingestudeerd. Ik zal niet reageren op die klinkklare nonsens. Wij erfden Defensie destijds in een staat waarin ze niet capabel was te doen wat moest. We hebben het tij proberen te keren door in mensen en materieel te investeren. Ik vertrouw erop dat deze regering opnieuw zal doen wat nodig is om Defensie slagkrachtig te maken en om de verwachte bijdrage te leveren. Mevrouw Dedonder, u hebt veel gezegd, maar nog altijd niet geantwoord op mijn vraag: wat hebt u te verbergen? Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes met uw strategisch plan.
De gevolgen voor de lokale besturen van de toevloed aan leefloondossiers
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd (uit het regeerakkoord) leidt tot 600 miljoen euro extra kosten voor OCMW’s (door 60.000 verwachte leefloondossiers), terwijl de begroting slechts 234 miljoen euro voorziet. Minister Van Bossuyt belooft doelgerichte compensatie vanaf 2026 (mogelijk al in 2025) en structurele oplossingen voor vertragingen in uitkeringen, maar ontkent een 100% compensatie—wat Gabriëls (N-VA) een "koude douche" voor lokale besturen noemt, gezien het gat van 600 miljoen en ontbrekende duidelijkheid voor gemeentelijke planning. De oppositie blokkeerde de wetswijziging, terwijl de meerderheid de maatregel nodig acht voor tewerkstelling en begrotingshoudbaarheid.
Katja Gabriëls:
Mevrouw de minister, gisteren hadden we hier in de Kamer een interessant debat. Dat ging over een belangrijke maatregel uit het regeerakkoord, meer bepaald de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. U weet dat mijn partij daar al jaren een fervente voorstander van is en dat wij die maatregel dus absoluut steunen.
De bedoeling is uiteraard om zoveel mogelijk mensen die kunnen werken aan de slag te krijgen en om de vele openstaande vacatures in te vullen. Alleen rijzen er toch heel wat vragen over de concrete uitwerking van die maatregel en vooral over de gevolgen ervan voor de lokale besturen. Jullie gaan ervan uit dat een derde van de betrokken werklozen opnieuw werk zal vinden, dat een derde zich zal wenden tot het OCMW voor een leefloon en dat een derde uit de statistieken zal verdwijnen. Dat zijn natuurlijk veronderstellingen, jullie hebben uiteraard geen glazen bol.
Het probleem is echter, mevrouw de minister, dat de veronderstellingen en de berekeningen die daaruit volgen totaal niet kloppen. Dat is gisteren ook duidelijk gesteld. Een derde nieuwe leefloondossiers, dat komt neer op 60.000 extra mensen voor de OCMW’s. Dat betekent dus 900 miljoen euro aan extra kosten voor de lokale besturen, terwijl er in de begroting slechts 234 miljoen euro is voorzien.
We kregen hier gisteren evenwel goed nieuws van de heer Ronse, die er vandaag niet is. De fractieleider van de N-VA heeft ons gerustgesteld. Hij verklaarde dat al die werklozen terecht zullen komen in het warme bad van de lokale besturen. Hij zei ook: ʺ Ik garandeer u, de gemeenten zullen die factuur niet betalen. ʺ Daarnaast zei hij dat ongeveer een vijfde van het werk bovendien zal worden overgenomen door de federale overheid.
Mijn eenvoudige vraag aan u, mevrouw de minister, is dus of u kunt bevestigen wat hier gisteren door uw eigen fractieleider werd gezegd, met name dat er 100 % compensatie komt. Welke taken zullen de FOD’s overnemen van de OCMW’s?
Anneleen Van Bossuyt:
Dank u wel voor uw vraag, mevrouw Gabriëls. U hebt het terecht gezegd: de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd is een noodzakelijke hervorming. België is een van de laatste landen waar men die uitkering onbeperkt in de tijd kan krijgen. Dat is op termijn uiteraard niet houdbaar. Het is dan ook een blamage, collega's, dat die wetswijziging gisteren werd geblokkeerd door zowat alle partijen uit de oppositie, maar niet door uw partij.
Hoe dan ook, ik ben mij absoluut bewust van de impact op de OCMW’s en dus op de lokale besturen. Daarom voorzien we een doelgerichte compensatie vanaf 2026. We onderzoeken bovendien of we zelfs al middelen kunnen voorzien in 2025. Die compensatie ondersteunt de OCMW’s rechtstreeks om de instroom op te vangen. Daarnaast zal ze ook de OCMW’s die inzetten op zowel begeleiding als duurzame tewerkstelling belonen. Er zijn dus verschillende criteria op basis waarvan de compensatie zal worden bepaald.
Ik wil ook een structureel probleem aankaarten. Onder andere de heer Ronse had het daarover. Het gaat om het groeiend aantal dossiers waarin OCMW’s moeten tussenkomen omdat andere uitkeringen – dan denk ik bijvoorbeeld aan werkloosheids- of ziekte-uitkeringen – te laat worden uitbetaald. Dat is onaanvaardbaar. OCMW’s mogen geen vangnet worden voor de vertragingen elders in het systeem. Die vertragingen zorgen enkel voor extra werklast, vandaar dat ik samen met minister Vandenbroucke en minister Clarinval bekijk hoe we dat kunnen opvangen.
Ik begrijp dat mensen ongeduldig worden en dat er speculaties ontstaan, maar ik wil oproepen tot rust. Een regeling is onderweg. We zullen alle betrokkenen tijdig en correct informeren.
Katja Gabriëls:
Mevrouw de minister, dat is iets minder straffe taal. U spreekt over een doelgerichte compensatie, maar dat is uiteraard geen volledige compensatie. U kunt natuurlijk niet dezelfde goednieuwsshow brengen als gisteren, want u moet dan opnieuw op zoek naar 600 miljoen euro extra in de begroting. Deze maatregel zal Arizona 2 miljard euro opleveren, maar daardoor stuurt u een factuur van 600 miljoen euro naar de lokale besturen. Il faut le faire . Alle gemeenten zijn bezig met de meerjarenplanning en we proberen ook lokaal ernstig werk te leveren. Ik spreek hier namens alle burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters. Het is uw taak om zo vlug mogelijk duidelijkheid te scheppen. De heer Ronse vergeleek de OCMW’s en lokale besturen met een warm bad. Wel, ik kan u zeggen dat uw aanpak voor de OCMW’s vooral een koude douche zal worden.
Voorzitter:
Daarmee besluiten het Vragenuurtje voor vandaag.
De versnelde lastenverlaging die de heer Bouchez voorstelt
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 19 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Steven Coenegrachts (N-VA) dringt aan op versnelde belastingverlagingen (oorspronkelijk gepland voor 2029), verwijzend naar Bouchez’ (MR) kritiek op het huidige beleid en de nood aan koopkrachtmaatregelen om werk te stimuleren en competitiviteit te versterken, maar vreest dat de budgettaire ruimte ontbreekt door het oplopende tekort. Minister Jan Jambon bevestigt dat de fiscale hervorming voor de zomer in ontwerp wordt ingediend en belooft Bouchez’ voorstellen te onderzoeken, maar koppelt dit strikt aan budgettaire haalbaarheid, zonder concrete maatregelen te noemen. Coenegrachts kaart aan dat socialistisch verzet (o.a. Rousseau) lastenverlagingen zal blokkeren en eist dat N-VA en MR hun centrumrechtse beleid daadwerkelijk uitvoeren in plaats van toe te geven aan linkse druk. De kernspanning draait om de tijdigheid en politiek-dragvlak voor belastingverlagingen binnen de huidige begrotingskaders.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, we hebben de afgelopen twee dagen over de begroting voor 2025 gesproken. Dat waren twee dagen lang gesprekken over belastingverhogingen. Het lijkt me tijd om het ook eens te hebben over belastingverlagingen. U denkt nu wellicht dat het eigenlijk veel te vroeg is. Wie kennis heeft genomen van het regeerakkoord en die tabel begrijpt dat die belastingverlagingen pas voor 2029 zijn.
Gelukkig heeft de heer Bouchez afgelopen weekend een interview gegeven. Hij sprak daarin over heel wat zaken, zoals over de 5 % van het bpp voor Defensie – stupide volgens hem –, over mensen die te veel kinderen hebben, wat volgens hem niet kan. Mea culpa trouwens, ik verwacht binnenkort mijn vijfde kind. Hij had het ook over iets veel belangrijkers, namelijk lastenverlagingen. Die zijn belangrijk, maar daarvan moet ik u niet overtuigen. Ze stimuleren werk, vergroten het verschil tussen wel en niet werken, helpen onze internationale competitiviteit te verbeteren en vormen een duurzame oplossing voor de begroting.
De heer Bouchez is terecht bezorgd daarover. Ik begrijp dat, want met het oplopend begrotingstekort is de kans bijzonder klein dat er in 2029 effectief een lastenverlaging zal worden doorgevoerd. Het risico bestaat dat mensen verstoken blijven van die belastingverlagingen. De deal die deze regering gesloten heeft, namelijk starten met veel belastingverhogingen en eindigen met een kleine verlaging, staat op de helling.
Gelet op de verklaringen van de heer Bouchez, heb ik de volgende vragen voor u. Welke maatregelen zult u opnemen in de begroting voor 2026? Gaat het om een verhoging van de belastingvrije som? Is het die jobbonus waarover u sprak? Hebt u nog een ander lumineus idee in de pijplijn zitten? Welke lastenverlaging voorziet u?
Voorzitter:
Ik dank u ook om mijn inhaalbeweging meteen weer ongedaan te maken. Ik begrijp dat ik binnenkort opnieuw eentje achter zal staan.
Jan Jambon:
Mijnheer Coenegrachts, ik ben een beetje in dubio of ik het beter doe dan u, of niet. Ik heb zelf vier kinderen en met ons samengesteld gezin komen we aan zeven kinderen en tien kleinkinderen. Ik weet niet of ik het beter doe dan u, maar dat terzijde. Dat was immers niet de essentie van uw opmerking.
Ik kom tot de essentie van uw opmerking.
Ten eerste, wat de timing van de fiscale hervorming betreft, we zullen voor de zomer de ontwerpteksten in de regering indienen. In eerste lezing, u weet hoe het gaat. We hebben de ambitie om voor het einde van het jaar die belastinghervorming in het Parlement ineens voor al de komende jaren in te dienen.
Ik heb ook kennisgenomen van het interessante en veelzijdige interview van de heer Bouchez. Hij heeft daarin de suggestie gedaan om de koopkrachtmaatregelen wat sneller door te voeren. Wij staan altijd open voor koopkrachtverbeterende maatregelen. Ik ga ervan uit dat de voorstellen van de heer Bouchez op de regeringstafel zullen komen en we zullen dan bekijken hoe we de lasten na jullie passage in de regering binnen de budgettaire marge kunnen opruimen. We zullen die met veel interesse bekijken.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik heb vijf eigen kinderen. Ik meen dat ik het beter doe, maar ook dit geheel terzijde. U was goed bezig met dat antwoord, maar u noemde het uiteindelijk een suggestie binnen de budgettaire marge. Ik hoop dat we allemaal samen bezorgd zijn over wat daarvan zal komen. U weet, dat de voorzitter van de socialisten, de heer Rousseau, al heel lang zegt dat hij boven zijn gewicht bokst. Wel, ja, het zal weer gebeuren. Hij zal weer boven zijn gewicht boksen. Er zal weer niets komen van die lastenverlaging. Dat is opmerkelijk, want de heer Bouchez heeft in datzelfde interview gezegd dat hij eindelijk zou stoppen met het uitvoeren van het beleid van anderen, wat hij blijkbaar veel te lang gedaan heeft. Daar ben ik het trouwens mee eens. Kortom, ik vraag aan de N-VA en aan de MR om te stoppen met het uitvoeren van dat socialistisch beleid. Voer effectief een centrumrechts beleid.
De mate waarin het vroegere kabinet van de minister op de hoogte was van de situatie in Aalter
De vraag naar algehele transparantie over de situatie in Aalter
Kennis en transparantie over Aalter bij vorige kabinet
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 19 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie beschuldigt minister Annelies Verlinden (cd&v) en haar kabinet van verborgen houden van systematische discriminatie in Aalter, waar burgemeester De Crem (cd&v) mensen met vreemde namen jarenlang onrechtmatig liet wachten op een adres—toegespitst op racisme en doofpotpolitiek. Ondanks bewijs dat haar adjunct-kabinetschef en topambtenaren op de hoogte waren, ontkent Verlinden kennis te hebben gehad, wijst ze verantwoordelijkheid af (bevoegdheid lag bij lokale overheden/FOD) en blokkeert ze hoorzittingen, wat de oppositie ziet als verregaande onwil tot transparantie. De kern: cd&v weigert openheid over betrokkenheid bij structurele discriminatie, terwijl de oppositie eist dat Verlinden verantwoordelijkheid neemt—ofwel voor actieve verdoezeling, ofwel voor grove nalatigheid in haar eigen kabinet.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, hier staan we weer. Het is intussen de vierde keer en het verhaal is genoegzaam bekend. Als u een vreemde familienaam hebt in Aalter, laat cd&v-burgemeester De Crem u tot negen keer langer wachten alvorens hij u een adres toekent.
Gisteren ontvingen we documenten waaruit blijkt dat uw kabinet minstens vier keer op de hoogte werd gebracht van het probleem. Eerder had u het in de plenaire vergadering over een klein administratief dossier dat aan het onthaal was blijven liggen of iets dergelijks, maar dat is niet wat wij lezen in die mails. Ik lees dat uw administratie spreekt over een toevloed aan dossiers. Er is sprake van een urgentie van de situatie en van systematische weigeringen. In die mails wordt gesproken over een liability , wat wil zeggen dat u verantwoordelijk bent, mevrouw de minister, en dat soort mails blijft niet liggen aan het onthaal. Dat soort mails wordt altijd onmiddellijk geëscaleerd naar de minister.
We weten ondertussen ook dat de mails zijn toegekomen bij uw adjunct-kabinetschef. U zei dat ze ergens in de lage regionen waren beland, maar dat klopt niet. Ze zijn toegekomen bij uw adjunct-kabinetschef en bij de kabinetschef van uw collega de Moor. Tot op het hoogste niveau binnen uw kabinet was men dus op de hoogte.
Gisteren ontvingen we documenten, niet van u, niet van uw kabinet, maar van de administratie Binnenlandse Zaken. Blijkbaar wil cd&v ons de informatie waar we om vragen, niet geven.
Mevrouw de minister, daarom vraag ik u nogmaals of u bereid bent om mee te gaan en een hoorzitting toe te staan. Uw partij, cd&v, weigert dat immers op dit moment. U maakt het ons onmogelijk om ons werk te doen. Wij willen een hoorzitting. Wij willen dat u eindelijk openheid schept over de situatie. Daarom vraag ik het u nogmaals, voor de vierde keer, en u kunt antwoorden met ja of nee. Wist u het? Wist u het? Heeft uw adjunct-kabinetschef het u gezegd en bent u bereid om ons de informatie te geven (…)
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, ik sta hier echt niet graag, maar u laat mij weinig keuze. U hebt parlementsleden, waaronder mezelf, verweten een intentieproces te voeren tegen u. Ik vind dat een heel straffe bewering, want het volstaat om te kijken naar de feiten in het dossier, zoals we enkele weken geleden ook al hebben gedaan tijdens de interpellatie.
U zei hier dat de omvang van het dossier voor uw kabinet niet duidelijk was en dat de voorzitster van de FOD u daarover niet heeft aangesproken and that's it.
Mevrouw de minister, ik kan u verzekeren dat dit geen intentieproces tegen u is. Ik vraag u welk normaal denkend mens tot een andere conclusie zou komen dan dat er ofwel sprake is van een doofpotoperatie ofwel van verregaand amateurisme op uw kabinet en van een kabinetscultuur van 'wat niet weet, niet deert'. Ik wil een rondvraag organiseren in het Parlement, misschien best anoniem, want anders zouden de leden van de meerderheid zich wat geremd voelen. Ik weet zeker dat het merendeel het eens zal zijn met die redenering.
Die hoorzittingen worden wellicht ook geweigerd omdat men weet dat die u in verlegenheid kunnen brengen. U krijgt de gelegenheid om voor transparantie te zorgen via die hoorzittingen, maar die worden geweigerd onder het valse voorwendsel van de forensische audit in Vlaanderen.
Daarom kunnen wij niet anders dan u vandaag opnieuw vragen te stellen en geven wij u vandaag opnieuw de kans om te antwoorden.
Mevrouw de minister, ik heb een heel punctuele vraag. Hebt u, zoals ik veronderstel, ondertussen gesproken met uw voormalige adjunct-kabinetschef? Wat heeft hij wel en wat niet gedaan? Was uw kabinetschef op de hoogte? Met wie werd er over dat dossier gesproken? Vooral, wat vindt u van het feit dat de adjunct-kabinetschef het dossier in een kast gelegd blijkt te hebben?
Annelies Verlinden:
(…) me opnieuw over Aalter naar aanleiding van de brief van de Kamervoorzitter van 5 juni 2025 aan minister Quintin en mezelf. Omdat ik zelf geen minister van Binnenlandse Zaken meer ben, nam ik contact op met minister Quintin om de administratie te verzoeken alle beschikbare informatie te bezorgen. Ik kan als minister immers geen instructie geven aan een administratie die niet langer onder mijn bevoegdheid valt. Bovendien garandeert die aanpak de objectiviteit van de informatiegaring. Onmiddellijk na de ontvangst van de informatie hebben minister Quintin en ikzelf, samen met de gezamenlijke brief, alle beschikbare informatie meegedeeld.
De insinuaties over een gebrek aan transparantie zijn dus ongegrond, mijnheer Vandemaele. Alle informatie die de FOD Binnenlandse Zaken beschikbaar heeft gesteld, werd immers op een digitale drager aan het Parlement bezorgd.
Uit die informatie blijkt dat er niets is veranderd ten opzichte van mijn antwoord drie weken geleden: niet mijn waardekader, niet mijn wereldbeeld, niet mijn intenties om verantwoordelijkheid te nemen, niet mijn medewerking aan het Parlement, niet de informatie die mij bekend was en waarover ik herhaaldelijk het Parlement heb ingelicht en niet de transparantie die ik heb geboden van bij aanvang over mijn rol in dat dossier.
Ik veroordeel nog steeds ten zeerste elke vorm van racisme en discriminatie. Eenieder die zich daaraan schuldig maakt, moet terechtgewezen worden. Dat is precies wat gebeurt met de audit door het Vlaams Agentschap Binnenlands Bestuur en met het strafrechtelijk onderzoek door het parket in Oost-Vlaanderen. Het is voor mij als minister van Justitie wezenlijk dat de voogdij en gerechtelijke diensten op een adequate en onafhankelijke wijze hun rol kunnen spelen. Ik heb daarin het volste vertrouwen – u ook, veronderstel ik.
Daarnaast herhaal ik dat beslissingen over de toekenning van een hoofdverblijfplaats toekomen aan de lokale overheden en dat de federale administraties enkel de opdracht hebben om de beroepen te behandelen tegen individuele beslissingen. Op geen enkel moment is daarin de interventie van een kabinet of van een minister voorzien.
Overigens stelt de FOD Binnenlandse Zaken in een schrijven van 8 april 2025 aan de Vlaamse administratie dat als ze zou vaststellen dat een gemeente de regels discriminatoir toepast, de FOD Binnenlandse Zaken het dossier aan de Vlaamse administratie zou kunnen overmaken.
Welnu, dat is in dezen niet gebeurd. In die omstandigheden is het dan ook logisch dat de e-mails alleen tussen medewerkers circuleerden en dat er geen verdere berichten werden verstuurd van de FOD Binnenlandse Zaken aan het kabinet.
Het is evenmin onlogisch dat ik, aangezien ook de voorzitter van de FOD pas na de Pano -reportage werd ingelicht, evenmin op de hoogte was. De omvang, zoals voorgesteld in die reportage, is nooit op dezelfde manier meegedeeld.
Collega Vandemaele, ik heb u gehoord, ook vanochtend, en u vindt het klaarblijkelijk betamelijk om de strafste bewoordingen te gebruiken ten aanzien van mijn persoon.
Collega Van Tigchelt, u leek mij tijdens een vorige vergadering van het Parlement te beschuldigen van een misdrijf. Ik ga daar niet licht over.
Gezien de uitdagingen bij Justitie kan ik mij echter niet veroorloven om mij te laten afleiden door theatrale uiteenzettingen. Ik doe aan politiek vanuit een oprechte overtuiging. Ik doe aan politiek met respect voor elke mens, ongeacht afkomst of overtuiging, en met respect voor de afspraken die we in de samenleving en het Parlement hebben gemaakt, zonder ook maar enige toegeving te doen aan onze fundamentele waarden. Dat is mijn opdracht, dat is de verantwoordelijkheid die ik draag, en daarin zal ik op geen enkel ogenblik enige toegeving doen.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, met alle respect, uw antwoord is echt hallucinant. Wij hebben informatie gevraagd aan Binnenlandse Zaken en aan uw kabinet. Van de eerste hebben wij de informatie gekregen, van de tweede niet.
Voor de cd&v is het allerbelangrijkste dat de zaak de doofpot ingaat. Mocht de cd&v discriminatie belangrijk vinden, zou ze handelen. Pieter De Crem mag echter op zijn burgemeestersstoel blijven zitten van jullie. Jullie willen geen hoorzitting en wij mogen geen informatie krijgen. Jullie doen alles om de doofpot dicht te houden.
Met alle respect, dat is gewoon niet ernstig. Uw adjunct-kabinetschef wist het. Het bestaat niet dat u het niet wist. Mevrouw de minister, niemand hier in de zaal gelooft u. Het kan niet wat u hier verklaart.
Ik vraag het u dus nogmaals. Indien u absoluut overtuigd bent van uw eigen gelijk, wat mag – ik ben ook overtuigd van mijn eigen gelijk –, laat ons dan een hoorzitting organiseren (…)
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, het is aan collega Quintin om de documenten van de administratie over te maken en het is aan u om intern mailverkeer van uw kabinet over te maken. Ofwel wist u het en dan hebt u gelogen en dan hebt u een groot probleem. Ofwel wist u het niet en dan heeft het hoogste niveau op uw kabinet deze informatie voor u achtergehouden. Bovendien blijkt dan ook dat u niet spreekt met uw voormalige collega van Asiel en Migratie, want die was wel op de hoogte. Ook dan hebt u dus een groot probleem. De essentie is dat als u het echt meent dat u structureel racisme nooit onder de mat zou vegen, u geen hoorzittingen zou weigeren. Dan nodigt u zichzelf immers uit voor die hoorzittingen. Als u het echt meent met de bewering dat u geen structureel racisme accepteert, neemt u de verantwoordelijkheid voor wat uw kabinet heeft gedaan – of in dit geval niet heeft gedaan. Dit dossier gaat niet over u. Dit dossier gaat niet over mij. Dit dossier gaat over tientallen mensen van wie de rechten systematisch zijn geschonden. En daar moeten we iets aan doen.
De NAVO-top en de defensie-uitgaven
Het regeringsstandpunt over de nieuwe NAVO-norm
De NAVO-norm van 5 %
De onenigheid in de regering over de NAVO-norm van 5 %
Het defensiebudget en de NAVO-norm
NAVO-norm en defensiebudget
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De regering beslist plots en zonder structurele financiering om de defensie-uitgaven naar 5% van het BBP (24 miljard extra) op te trekken—een besluit dat zonder parlementair debat of duidelijke planning lijkt genomen, ondanks eerdere weerstand (inclusief premier De Wever die 3% nog een "horrorscenario" noemde). Critici (oppositie en zelfs coalitiepartners) wijzen op de hypocrisie (geen geld voor zorg/pensioenen, maar wel voor defensie), onhaalbaarheid (2% is al niet structureel gefinancierd) en gebrek aan transparantie, terwijl de premier ontwijkend antwoordt dat de definitieve beslissing na de NAVO-top valt. De drijvende kracht lijkt NAVO-druk (met name de VS en Europese landen die 3,5%+ al halen) en de vrees voor een Amerikaanse terugtrekking, maar concrete plannen en financiering ontbreken. De oppositie noemt het "krijgsbudgetten zonder vredesdividend" en eist een realistisch, langetermijnplan in plaats van politiek opportunisme.
Raoul Hedebouw:
Premier, de ministerraad heeft eergisterenavond een historische beslissing genomen: 5 % van het bruto binnenlands product zal naar defensie gaan. Collega's, ik dacht echt dat dat op een heel groot debat zou uitdraaien vanmiddag, maar dat is helemaal niet het geval. De consensus is zeer groot. Er komt 24 miljard euro extra aan defensie-uitgaven, maar dat leidt hier niet eens tot een groot debat, 24 miljard euro extra voor defensie, maar geen stemming in deze regering. De komende generaties zullen vastgebonden zijn aan een besparingspolitiek.
Het gaat om 24 miljard. Jarenlang werd gezegd dat er geen geld was voor pensioenen. Jarenlang werd gezegd dat er geen geld was voor de gezondheidszorg. Jarenlang werd gezegd dat er geen geld was voor de mensen. Nu is er plots 24 miljard euro. Beste collega's, de vergrijzingskwestie, het afschaffen van het brugpensioen, het moeilijker maken om vervroegd met pensioen te gaan, moeten werken tot 67 jaar, dat alles gebeurt in naam van een verhoging met 2 % van het budget voor de vergrijzing. Nu wordt beslist om het budget met 3 % te verhogen.
Collega's, het is zorgwekkend dat daarover zo’n brede consensus bestaat, dat daarover geen debat plaatsvindt. Twee weken geleden hoorde ik de eerste minister nog zeggen dat het crazy zou zijn om dat te doen. Ik hoorde de heer Sammy Mahdi verklaren dat een militair opbod tot meer oorlog zou leiden. Ik hoorde twee dagen geleden zeggen dat het geld niet aan de bomen groeit. Ik hoorde Conner Rousseau zeggen dat 2 % het maximum was. En eergisteren is iedereen plots overgegaan naar 5 %.
Chers collègues, monsieur le premier ministre, la question est très claire: y aura-t-il un vote sur ces 5 % dans ce Parlement? Pouvez-vous confirmer l'accord de tous les (…)?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, kent u de televisiequiz Hoger, lager ? Ik vermoed van wel. Het programma stamt immers eerder uit uw tijd dan uit de mijne. Het concept is eenvoudig: deelnemers raden of een budget hoger of lager zal zijn. Zelf kende ik het programma niet, maar het is vandaag bijzonder actueel. Uw regering en uw regeringsleden spelen het immers al maanden.
De minister van Defensie, de heer Theo Francken, stelde dat 5 % een logische keuze is. Hij zei dus "hoger". Vervolgens zei de voorzitter van cd&v dat het militair opbod moet stoppen. Hij zei dus "lager". De heer Prévot trok diezelfde avond nog naar de VN om een coalition of the unwilling op de been te brengen, opnieuw "lager". Minister Vandenbroucke was iets genuanceerder. Hij zei dat er nog niets is beslist. We kennen minister Vandenbroucke intussen echter een beetje. Hij zal dus ook wel "lager" zeggen.
Mijnheer de premier, de voorrondes zijn achter de rug. Het spel is intussen gespeeld en nu volgt de finale. U moet die finale spelen, want u vertrekt over twee weken naar de NAVO-top.
Mijnheer de premier, heel concreet vraag ik u wat het wordt, hoger of lager? Volgt u uw collega Francken of volgt u uw andere coalitiepartners?
Darya Safai:
Mijnheer de eerste minister, in het regeerakkoord staat dat de geloofwaardigheid van België binnen de NAVO hersteld moet worden door in versneld tempo de doelstelling van 2 % te behalen. Zoals het er nu uitziet, wordt die standaard niet alleen behaald, maar komen we zelfs iets hoger uit.
Desalniettemin zien de huidige geopolitieke ontwikkelingen er niet goed uit. Eerder werd al in NAVO-middens verklaard dat er een aanzienlijke verhoging zit aan te komen. Een kleine drie weken geleden werd de goedkeuring gegeven voor nieuwe capaciteitsdoelstellingen. Op donderdag 5 juni gaven, in navolging daarvan, de lidstaten hun fiat aan die doelstellingen, die bepalen waarin eenieder moet investeren in de nabije toekomst.
De contouren van de concrete gevolgen zijn vandaag duidelijk. De secretaris-generaal zal voorstellen dat de respectieve NAVO-leden hun defensiegerelateerde uitgaven optrekken tot 5 % van hun bbp. Daarvan zou 3,5 % bestemd zijn voor directe defensie-uitgaven en 1,5 % voor ondersteunende posten als infrastructuur en cyberveiligheid.
De aanhoudende moordende oorlog in Europa maakt dat we geen andere optie hebben dan onze weerbaarheid te verhogen, om zo onze collectieve defensie opnieuw scherp te krijgen.
Mijnheer de premier, kunt u ons uitleggen hoe men ertoe gekomen is om die doelstelling op 5 % vast te leggen? Hoe wilt u het concreet aanpakken?
Annick Ponthier:
Mijnheer de premier, we weten nog niet hoe we voor dit jaar de extra vier miljard euro om de NAVO-norm van 2 % te halen, zullen financieren. Dat is geen uitspraak van een oppositielid of een journalist, maar van uw eigen vicepremier Maxime Prévot, de minister van Buitenlandse Zaken. Hij staat niet alleen met zijn bedenkingen. 'Dromen mag, maar het moet realistisch blijven". "Men goochelt met schattige percentages, maar daarachter gaan gigantische bedragen schuil". "Aan welke boom groeien die miljarden?" Het zijn maar enkele citaten, maar ze maken duidelijk dat niet iedereen in uw regering op dezelfde golflengte zit, en dat ging nog maar over 2 of 2,5 %.
Het weerhield uw minister van Defensie er alvast niet van om vorige week met veel tromgeroffel aan te kondigen dat België zomaar naar 5 % defensie-uitgaven zal gaan. De regering blijkt kritiekloos mee te stappen in het eindeloze opbod dat de NAVO ons oplegt, terwijl er niet eens een plan is om jaarlijks de 2 %-uitgavennorm structureel te realiseren.
Voor 2025 hangt alles al met haken en ogen aan elkaar. U haalt de budgettaire goocheldoos boven: de verkoop van overheidsaandelen en het opbouwen van de schuld ten koste van de komende generaties. Vanaf volgend jaar kunt u kiezen uit nog meer schulden, nieuwe belastingen, nieuwe besparingen, wie zal het zeggen? Er zijn dus veel vragen en veel onduidelijkheden, ook in uw eigen regering, mijnheer de premier.
Kunt u dus voor eens en voor altijd de ruis op de lijn wegwerken en ons duidelijk maken wat nu eigenlijk het officiële regeringsstandpunt is?
Als de regering effectief 5% van het bbp aan defensie wil uitgeven, hoe wilt u dat in godsnaam structureel financieren?
Staf Aerts:
Mijnheer de premier, wat een chaos in de defensie-uitgaven van ons land. Al vier maanden lang bent u aan het goochelen met miljarden voor defensie, alsof het niets is. Vorige week, op de NAVO-bijeenkomst, vond minister Francken 5 %-defensie-uitgaven voor België helemaal oké. Trump roept, Theo volgt. Maar 5 % is echt te zot om los te lopen. 5 % procent voor defensie is het volledige budget van de federale regering, zonder de sociale zekerheid. Dat omvat dus de uitgaven voor onder andere Justitie, politie, NMBS, energie en klimaat.
Dan blijkt echter dat er helemaal geen akkoord was over die 5 %. Integendeel, verschillende ministers en partijvoorzitters hebben zich daar onmiddellijk tegen verzet, gelukkig maar. Had minister Francken wel een mandaat om op die NAVO-bijeenkomst voor de 5 % te pleiten? Of was dat een soloritje, in de hoop nog eens applaus te krijgen van Trump?
Mijnheer de premier, er is ook nog de lichtzinnige manier waarop de regering omgaat met al die percentages en miljarden. Een maand geleden stuurde u minister Prévot naar een NAVO-bijeenkomst om tegen een verhoging van het defensiebudget te pleiten. U noemde die 3 % zelf een horrorscenario. Wat mij betreft, hebt u daarmee gelijk. Hoe zullen we dat immers betalen? U weet vandaag zelfs nog niet waar u de miljarden zult vinden om volgend jaar 2 % te halen. Zelfs daar hebt u nog geen zicht op. Bij elke toekomstige stijging zal opnieuw geld moeten worden gezocht. Wie zal dat betalen? Wie zult u daarvoor nog verder uitpersen? Zijn dat de politieagenten? Gaat Justitie op de schop? Zullen de pendelaars de rekening moeten betalen? Zijn het de 55-plussers? Vandaag zien al heel wat Belgen de arizonaplannen op zich afkomen en zij weten dat zij de rekening moeten betalen.
Zult u zich op de NAVO-bijeenkomst verzetten tegen die absurde 5 %?
Bart De Wever:
Dank u wel, geachte leden, voor de vragen.
Ik zet graag eerst de feiten op een rijtje. We voorzien dit jaar 2 % van het bbp aan uitgaven voor Defensie. Daarmee komen we een verbintenis na die al in 2014 formeel is aangegaan tijdens de NAVO-top in Wales. Dat was nog onder de regering-Di Rupo. We moeten dus al een aanzienlijke inspanning leveren om te realiseren wat men toen heeft nagelaten en dat is inderdaad al niet evident.
Wat de bestedingen voor de komende jaren betreft, zal de minister van Defensie een strategisch plan voorleggen. Voor alle duidelijkheid, dat plan is in essentie een doorvertaling van beslissingen die al tijdens de vorige legislatuur zijn genomen en die binnen de NAVO al zijn afgeklopt. Het plan omvat capabilities die ons worden opgelegd als gevolg van de eigen beslissingen van de vorige en de huidige regering en de NAVO-verplichtingen. Daarover is dus geen enkele discussie meer mogelijk. De optelsom van die capabilities leidt uiteraard tot budgettaire consequenties. Die capabilities worden nodig geacht als onze bijdrage aan de veiligheid van ons continent.
Met andere woorden, zo'n NAVO-norm komt niet uit de lucht vallen. Het gaat over de kerntaak van overheden, namelijk het veilig houden van hun burgers. Een van de bijdragen die zeker van ons land wordt verwacht – ook daarover is geen discussie meer mogelijk – is het versterken van onze nu al sterke rol in de beveiliging van het Europese luchtruim. Dat zijn zekerheden. Het strategisch plan van de minister van Defensie ligt momenteel ter bespreking voor in de schoot van de regering en zal vervolgens uiteraard zijn weg vinden naar het Parlement voor toelichting en beslissing.
Ik heb al vaak kritiek gekregen op de begrotingssituatie. Ik ben mij er terdege van bewust dat er weinig ruimte is voor nieuwe uitgaven. Die ruimte is er vandaag niet. Wij wilden de 2 %-norm bereiken tegen 2029, maar we moeten dat dit jaar al doen. Dat is een van de factoren die bijdragen tot het slechte rapport dat we krijgen.
Het is dus logisch dat iedereen met een beetje realiteitszin pleit voor voorzichtigheid. Dat hebben wij ook op het internationale toneel consequent gedaan. We hebben onze collega's aangesproken met de boodschap dat dit voor ons heel moeilijk is, niet alleen wat de norm betreft, maar ook inzake de timing. Wanneer moeten we de norm bereiken en volgens welk traject?
Daarover is er momenteel nog geen zekerheid. De komende dagen, tot aan de NAVO-top, zal het diplomatieke verkeer heel druk blijven. De vraag is waar we gaan landen. Waar kunnen we landen? Waarover er valt nog te discussiëren? Over de norm zelf lijkt mij dat heel twijfelachtig, over de modaliteiten hoop ik dat het nog mogelijk is.
Hier werd door sprekers gezegd dat die verhoogde norm ons door Trump wordt gevraagd en dat wij als een knipmes zouden moeten plooien. Dat is uiteraard onjuist. Het grootste probleem lijkt mij op dit moment te zijn dat heel wat Europese landen nu al voorbij de 3,5 % zitten. U weet dat het 3,5 % en 1,5 % is. De tijd ontbreekt om dat toe te lichten, maar u kent het wel. De Scandinavische landen, Denemarken, Polen, steeds meer landen, zitten al voorbij die 3,5 %. Ook Duitsland zal dat zeer zeker doen. Het gevolg is dat die kloof binnen Europa zelf onhoudbaar dreigt te worden. Het zijn precies die landen die ons uitdrukkelijk vragen om bij te benen, zeker de landen die vrezen dat de Verenigde Staten ons als continent de rug lijkt toe te keren. Dat is iets wat ik als Atlantist betreur.
U zult dat wellicht minder betreuren. U roept al de hele tijd dat de VS geen bondgenoot is. Ze zijn dat voor u wellicht nooit geweest of zijn dat niet meer. Laat die illusie varen, zegt u. Stel dat we van dat uitgangspunt vertrekken, dan moet men daar ook consequent in zijn, want dan zal Europa zelf in zijn eigen veiligheid moeten voorzien. In de hypothese dat we morgen niet meer op de Amerikanen kunnen rekenen, is 3,5 % zelfs niet voldoende om de capabilities te ontwikkelen die nodig zijn en waarover we vandaag niet beschikken. Wees dus consequent. Als u het ene zegt, zult u ook het andere moeten zeggen, tenzij u heel andere plannen hebt met de veiligheid van Europa.
Na de NAVO-top in juni, hebben we met de regering afgesproken dat we eerst zullen nagaan wat haalbaar is. Dat is nog niet zeker, dus we moeten voorzichtig zijn. U moet van mij geen definitieve uitspraak verwachten, maar dan zullen we het weten. Dan zullen we samenkomen om te bekijken hoe we een antwoord kunnen bieden op de gevraagde engagementen. Dat zal een antwoord moeten zijn dat oog heeft voor twee zaken die moeilijk te verenigen zijn, enerzijds onze geloofwaardigheid binnen de NAVO als partner, die we pas herwonnen hebben, en anderzijds de geloofwaardigheid van ons begrotingstraject.
Dat wordt een bijzonder moeilijke oefening. Ik verheel dat niet. In tegenstelling tot sommige oppositiefracties beseft deze meerderheid wel degelijk het belang van een gezonde begroting, maar tegelijk ook het belang van veiligheid voor onze burgers en dus ook van een versterkte defensie en van ons lidmaatschap van de NAVO.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, is er eergisteren een vergadering geweest van de vicepremiers? U antwoordt niet op die vraag. U blijft er omheen fietsen, u zegt dat u het nog moet zien en dat de norm nog twijfelachtig is. Die 5 % is toch beslist?
Vous avez topé ainsi, vous avez conclu l'accord pour les 5 %.
U fietst rond de vraag, maar natuurlijk is er een akkoord over die 5 %.
Et cela veut dire en effet beaucoup de choses pour les travailleurs. Pendant des années, le MR nous a dit qu'il n'y avait pas d'argent pour les pensions et que les gens devraient travailler jusqu'à 67 ans! Pendant des années, le MR a dit qu'il n'y avait pas d'argent pour le social! Pendant des années, Les Engagés nous ont fait des promesses pour les soins de santé! Il n'y a rien! Et M. Prévot nous dit même: "Ah! Moi, je ne suis pas favorable à 5 % de la norme". Et puis, quoi? En deux jours, on change d'avis, monsieur Prévot? On opte pour les 5 %, à savoir 24 milliards en plus pour la Défense! Mais à quoi rime ce deux poids deux mesures? Qu'est-ce qui se passe au sein de partis comme le MR et Les Engagés?
Vandaag hebben wij een eerste minister gehoord die beschaamd is over de beslissing inzake de 5 % die hier 48 uur geleden is genomen.
Le vote de ces crédits de guerre ne va pas amener la paix mais va amener (…)
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord. Bijna niemand in dit halfrond stelt de ernst van de veiligheidssituatie in vraag. Ik heb niet veel plezier om met u het spel hoger, lager te spelen. Maar uw regering en uw regeringsleden spelen dat spel al maandenlang. Terwijl de wereld in brand staat en de veiligheidssituatie onder druk staat, moet u beslissingen nemen en knopen doorhakken. Dat moeten bovendien structurele beslissingen op lange termijn zijn. Die 2 % defensie-uitgaven zijn slechts voor dit jaar gefinancierd en niet eens voor volgend jaar, terwijl de minister van Defensie nu al met veel bombarie verkondigt dat 5 % een logische keuze is.
Mijnheer de premier, het belangrijkste is dat u zowel structurele keuzes maakt als een structurele financiering voorziet. Dat verwacht het Parlement van u en dat verdienen zowel Defensie als de burgers van u.
Darya Safai:
Mijnheer de premier, we moeten ons klaarstomen voor de komende uitdagingen. Dat zal effectief veel moed en inzet vergen van ons allemaal, maar het is broodnodig en dringend. Neen, mijnheer Aerts, we moeten het niet doen voor de Verenigde Staten, maar voor onze eigen veiligheid. Het is voor ons eigen continent en ons nageslacht.
Collega’s, tijdens de Koude Oorlog gaf België ook 3,5 % uit aan defensie. We zitten opnieuw in een koude oorlogssituatie, maar met het grote verschil dat de Amerikanen hun militaire aanwezigheid in Europa zullen afbouwen om ze in te zetten in de Indo-Pacific. Het is nu aan ons om daarvoor een oplossing te vinden. Mijnheer Hedebouw, wij wilden het debat aangaan in de commissie, maar u hebt het simpelweg geblokkeerd. U was er toen eigenlijk tegen.
Annick Ponthier:
Mijnheer de eerste minister, u hebt eigenlijk geen nieuwe antwoorden gegeven, alleen dat voorzichtigheid is geboden. Die mening die delen we alvast.
U verwees ook naar een aantal modaliteiten, zoals de 1,5 % die u wilt halen bij de deelstaten, lees Vlaanderen, en een mogelijke verlenging van de termijn van 7 naar 10 jaar. Momenteel staan wij op 1,3 %. Intussen kleurt de begroting van uw regering bloedrood en toetert uw minister dat het een lieve lust is. Collega's, die 5 % betekent een luttele 30 miljard per jaar.
Mijnheer de eerste minister, u zei hierover zelf onlangs nog dat wat Trump vraagt, compleet crazy is. En nu gaat u het gewoon doen, bij monde van uw minister van Defensie. Dat noem ik pas crazy. Wees alstublieft realistisch, zorg eerst eens voor een structurele financiering van die 2 % en focus op wat echt telt.
Staf Aerts:
Mijnheer de eerste minister, u pleit hier voor voorzichtigheid en realiteitszin. Misschien moet u toch eens uitleggen aan minister Francken wat dat juist wil zeggen. Op het moment dat er in de regering blijkbaar nog debat aan de gang is, niet lang nadat minister Prévot naar de NAVO-bijeenkomst werd gestuurd om voor niet te veel te gaan, zegt minister Francken dat 5 % voor België helemaal oké is. Dat is geen voorzichtigheid en dat is geen realiteitszin. Dat is blind varen, gewoon blind volgen wat Trump ons dicteert.
Als de NAVO-landen 5 % aan defensie gaan besteden, dan is dat meer dan wat vandaag de hele wereld aan defensie besteedt. Ook dat is geen voorzichtigheid, ook dat is geen realiteitszin.
Dus stop met op de NAVO-top alleen maar mee te doen aan het wedstrijdje wie het stoerst met percentages kan gooien. Neen, we moeten het hebben over hoe we samen onze veiligheid strategisch kunnen versterken. Daarbij hoort ook diplomatie, ook ontwikkelingssamenwerking … ( zonder micro )
Voorzitter:
Collega's, ik heb zelf niet gehoord of er aanleiding voor een persoonlijk feit was, de diensten evenmin. Ik zal dus geen persoonlijk feit toekennen.
De kaderwet waarmee de deur opengezet wordt naar staatsgeneeskunde
De noodzaak van overleg in het kader van de hervorming van de gezondheidszorg
De ereloonsupplementen
Het risico voor de medische vrije beroepen in het kader van het voorontwerp van kaderwet
De ongerustheid bij de artsen
Het voorontwerp van kaderwet
Hervorming Gezondheidszorg en Medische Beroepen.
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Vandenbroucke ontkent dat zijn hervorming van de gezondheidszorg leidt tot staatsgeneeskunde en benadrukt dat de therapeutische vrijheid en conventiekeuze behouden blijven, maar de oppositie en coalitiepartners beschuldigen hem van top-down beleid, gebrek aan overleg en een autoritaire aanpak die artsen demotiveert en patiënten in gevaar brengt. De kern van het conflict draait om ereloonsupplementen (symptoom) versus structurele hervormingen (nomenclatuur, ziekenhuisfinanciering, eerlijke vergoedingen), waarbij de minister belooft eerst de tarieven te herzien (2026-2028) alvorens supplementen aan te pakken—maar artsen voelen zich niet gehoord en vrezen voor wachtlijsten, bureaucratie en kwaliteitsverlies. De sfeer is grimmig, met dreigende stakingen en een diep wantrouwen tussen sector en overheid, terwijl alle partijen claimen dezelfde doelen (betaalbare, kwaliteitsvolle zorg) na te streven. De concertatiekloof en haastige communicatie verergeren de polarisatie, met als inzet wie de regie over de zorg behoudt: de politiek of de beroepsgroep.
Irina De Knop:
"Ik sta perplex van uw vraag. U ziet echt spoken," zo luidde uw antwoord tijdens een vragenuurtje, eind maart, mijnheer de minister. U deed er zelfs een beetje lacherig over. Maar voor mij en ook voor heel veel mensen in de sector was het toen al bittere ernst. Ook toen al was duidelijk dat het pad naar staatsgeneeskunde ingeslagen was. U was formeel: daar was niets van aan. Meer dan 25.000 artsen hadden het absoluut bij het verkeerde eind. Ze zagen spoken. Mijnheer de minister, u gaat met een hele sector in conflict om uw model, dat van socialistische staatsgeneeskunde, door te duwen.
Het is ook schandalig hoe u artsen aanvalt. U focust nu in al uw interventies op de ereloonsupplementen. Dat doet het goed bij uw achterban. Maar u weet zeer goed, mijnheer de minister – u bent intelligent - dat die slechts een symptoom zijn. De echte uitdaging is een hervorming van het ziekenhuislandschap, de financiering en de nomenclatuur. Maar daar begint u niet mee. Daar hebt u het bijna niet over. Volgens collega Bertels is het trouwens allemaal in kannen en kruiken.
Mijnheer de minister, u hebt vandaag een hele sector tegen u. Zou het kunnen dat er echt iets grondig fout is met uw beleid? Of zien we opnieuw spoken?
Kiest u nu echt voor ruzie met een beroepsgroep die niet ruziemaken, maar mensen helpen in zijn DNA heeft? Drijft u het zover dat het tot een staking komt, mijnheer de minister?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, je m'exprime aujourd'hui en tant que médecin généraliste mais aussi au nom de nombreux soignants interpellés, comme moi, par votre avant-projet de loi-programme. Ce texte, qui touche au cœur de notre système de santé, suscite autant de questions sur le fond que sur la méthode employée.
Vous le savez, les soins de santé sont une priorité pour les Engagés. Nous avons défendu et obtenu le refinancement, même dans un contexte budgétaire extrêmement tendu, parce que nous croyons qu'une médecine de qualité, accessible à tous est un pilier essentiel de justice sociale.
Oui, nous soutenons le renforcement du conventionnement, la limitation des suppléments, le recours au tiers payant. Oui, nous partageons le besoin de simplification et de meilleure coordination, pour des médecins devant les patients, pas devant leurs écrans.
Mais toute réforme, aussi légitime soit-elle, ne peut être menée sans concertation. Et aujourd'hui, plusieurs organisations représentatives du secteur disent n'avoir pas été consultées avant la communication publique de votre projet. C'est là que le bât blesse.
Si la réforme est nécessaire, elle doit être coconstruite. La politique responsable, c'est écouter ceux qui vivent les réalités du terrain et non décider en huis clos, toutes écoutilles fermées. La politique, ce n'est pas faire la leçon, c'est tirer des leçons.
Monsieur le ministre, nos médecins, nos soignants sont déjà sous tension. Ils veulent être entendus, pas mis devant le fait accompli. Leur implication est une condition sine qua non à la réussite de toute réforme. Sans eux, rien ne tiendra.
Mes questions sont donc simples et essentielles. Allez-vous renforcer la concertation avec les acteurs de terrain afin de garantir une réforme qui réponde à la fois aux besoins des patients et aux réalités quotidiennes du monde médical?
Comment vous engagez-vous à éviter toute dérive vers une uniformisation rigide et une déconnexion des réalités du terrain, que les Engagés refuseront catégoriquement? Nous voulons une réforme juste, construite avec les soignants.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, de ereloonsupplementen waren de voorbije dagen een belangrijk thema. De afbouw ervan staat ook in het regeerakkoord. Er is echter een belangrijke maar. Het is belangrijk dat men, wanneer men een doelwit heeft, onderweg eerst de obstakels wegwerkt. Mijnheer de minister, u kent die obstakels. Het gaat om de manier waarop artsen vandaag worden vergoed, die vaak niet in overeenstemming is met de realiteit, en om de ziekenhuisfinanciering, die helaas niet duurzaam is en zelfs de kwaliteit in het gedrang kan brengen. Voor cd&v is het uiteraard belangrijk dat de betaalbaarheid voor elke patiënt wordt gegarandeerd. Het kan voor ons niet dat een patiënt die honderden euro’s extra kan betalen, voorrang voor een consultatie op een patiënt die dat niet kan, krijgt.
We moeten wel beginnen bij het begin. De dominoblokjes moeten in de juiste volgorde vallen. Er zijn nog heel wat hervormingen waarop de sector en de patiënten wachten. Het is dan ook niet aanvaardbaar dat vandaag een conflict escaleert ten koste van zeer kwetsbare patiënten. Het is niet aanvaardbaar dat patiënten de krant vandaag openslaan en lezen over een mogelijke staking, terwijl ze zich in een van de meest kwetsbare periodes van hun leven bevinden.
Daarom wil ik hier toch beklemtonen, mijnheer de minister, dat het belangrijk is om met respect voor de sector het overleg aan te gaan. Er moet respect zijn voor alle actoren aan tafel: de ziekenhuizen, de zorgverstrekkers en de patiënten, die niet het slachtoffer mogen worden. Ik roep u dan ook op tot overleg en hoop dat u snel tot een akkoord kunt komen. Mijn vraag is dan ook helder: wat heeft het overleg van vanochtend met de artsenorganisaties opgebracht?
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous avons souvent mis en avant la performance de notre système de soins. Il est fondé sur l'autonomie professionnelle, la liberté de choix et la responsabilisation de tous les acteurs.
Depuis la publication de votre avant-projet, nous percevons des inquiétudes très fortes quant au sens des réformes proposées et quant à leur compatibilité avec l'accord de gouvernement. Rarement les prestataires de soins ont ressenti un tel sentiment, un tel climat de déconsidération. Vous avez déjà réagi en affirmant que sans réforme, il ne sera pas possible de maintenir des soins de qualité accessibles à tous. Sans doute avez-vous raison, mais encore faut-il alors que ces réformes aillent dans le bon sens.
Ce n'est pas le cas de la suppression du conventionnement partiel, qui aboutirait à réduire le nombre de conventionnés et allongerait les délais pour obtenir un rendez-vous, suite à la suppression de nombreuses consultations. Ce n'est pas le cas non plus de la suppression et de la limitation des primes INAMI aux seuls conventionnés qui transforme ces incitants à la qualité et à l'innovation en vulgaires outils de pression. Ce n'est pas le cas non plus du plafonnement extrême du supplément d'honoraires, qui ne peut s'envisager sans la réforme de la nomenclature, sans la réforme du financement des hôpitaux, à moins de provoquer des difficultés financières majeures pour un très grand nombre d'entre eux. Ce n'est pas le cas non plus d'une mesure visant à lier le financement des organisations professionnelles au nombre de membres conventionnés, mesure qui bafoue l'indépendance des syndicats et qui pousse un libéral à rappeler l'importance du droit syndical à un ministre socialiste. Ce n'est pas non plus le cas lorsqu'on utilise l'indexation des prestations comme moyen de pression.
Les prestataires de soins ont le sentiment d'assister à une dérive autoritaire de la gestion du système de santé et à une difficulté d'établir une réelle concertation.
Monsieur le ministre, comment comptez-vous rétablir un climat de confiance avec les prestataires de soins? Quand allez-vous présenter les réformes indispensables reprises dans l'accord de gouvernement?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, steeds meer mensen zijn ongerust omdat ze moeilijk een dokter vinden. We horen regelmatig dat men het gevoel heeft dat er hogere prijzen worden gevraagd of dat er minder wordt terugbetaald. Ook de dokters zijn vandaag ongerust, omdat ze vrezen dat de voorstellen die in het voorontwerp van kaderwet staan de leefbaarheid van hun beroep in gevaar zullen brengen en dus ook de zorg voor hun patiënten.
De uitdagingen zijn vandaag inderdaad niet min. We moeten de juiste recepten vinden om onze zorg betaalbaar te houden en daarover moeten we met alle belanghebbenden samen nadenken. Dit voorontwerp van kaderwet zorgt voor veel onrust, ook omdat een aantal maatregelen niet in het regeerakkoord staan. Ik denk bijvoorbeeld aan het beperken van de supplementen voor ambulante zorgen voor wie niet geconventioneerd is. Voor sommige disciplines kan dat grote problemen opleveren, omdat de officiële tarieven niet zijn aangepast aan de werkelijke kosten van de behandelingen. Ook dat is niet ten bate van de patiënten. Ook een aantal andere voorgestelde maatregelen kunnen voor ongewensten effecten zorgen, zoals het verdwijnen van de partiële conventie. We moeten erover waken dat er daardoor geen vlucht van artsen uit de ziekenhuizen ontstaat.
Mijnheer de minister, de ongerustheid bij de artsen is bijzonder groot. Er is zelfs sprake van stakingsbereidheid. Dat is iets wat ik in mijn carrière als zorgverstrekker nog nooit heb meegemaakt. Ik denk echter dat we dezelfde doelstellingen hebben. We willen namelijk een kwaliteitsvolle en duurzame gezondheidszorg. De patiënt is degene waarrond het moet draaien. Ook dokters en andere zorgverstrekkers hebben diezelfde doelstelling, daar ben ik voor 100 % van overtuigd.
Bent u bereid om te luisteren naar hun bezorgdheden? Zult u de constructieve voorstellen die worden geformuleerd door de zorgverleners meenemen?
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, uw zogenaamde hervormingswet zet de medische wereld in rep en roer. U belooft een modernisering van de gezondheidszorg, maar in de praktijk krijgen we iets totaal anders. Het gaat om een door en door centralistisch model waarin u, als hoofdrolspeler, de tarieven, de afspraken en het ritme van de zorgverlening bepaalt, zonder ruimte te laten voor een echte dialoog en zonder regionale autonomie.
Een golf van terechte onrust trekt momenteel door de zorgsector. Het regent open brieven en opiniestukken van bezorgde zorgverleners. Men voelt zich niet gehoord. Men verliest het vertrouwen. Uw hervorming staat voor een afbraak van onze kwaliteitsvolle zorg. Uw hervorming is een machtsgreep. In die zin gaat het inderdaad om een hervorming, maar ze houdt geen verbetering in.
Zorgverleners worden verplicht zich te conformeren aan centrale regels, met sancties als ze daarvan afwijken. Het overlegmodel wordt uitgehold. De vrijheid van conventie wordt gerelativeerd. U kunt bovendien binnenkort het RIZIV-nummer van tegendraadse zorgverleners afnemen. Dat zagen we reeds tijdens de coronacrisis. Wie het overheidsnarratief durfde te betwisten, werd kaltgestellt, gebroodroofd. Hallucinant en vooral dictatoriaal. U doet dat onder het mom van efficiëntie en toegankelijkheid.
We weten evenwel waar dat toe leidt: ellenlange wachtlijsten, burn-outs bij artsen, een bureaucratisch monster dat zorg op maat onmogelijk maakt. Dat zijn geen doembeelden, mijnheer de minister, dat is de realiteit in landen die die weg reeds zijn opgegaan, zoals het Verenigd Koninkrijk, zoals Nederland.
Twee vragen, mijnheer de minister. Wie wordt er beter van deze hervorming? De patiënt op de wachtlijst, de overwerkte zorgverlener of uzelf en uw kabinet, de technocraat in Brussel? Een tweede vraag, die misschien al half is beantwoord, is of dat alles eigenlijk wel doorgesproken is met alle coalitiepartners.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, deze regering moet belangrijke hervormingen doorvoeren op het vlak van werkloosheid, pensioenen, arbeidsmarkt en gezondheidszorg. Die laatste is een sector waarin we ook zeer sterk investeren. Het betreft hervormingen die van iedereen inspanningen vragen. Zoals steeds bij ingrijpende hervormingen ontstaat er veel onrust en zijn er veel vragen. Daarom is zeer goed overleg nodig. Dat zal deze regering moeten organiseren, zowel wat betreft de arbeidsmarkt en de pensioenen als zeker ook de gezondheidszorg.
Het doel is duidelijk, namelijk betaalbare gezondheidszorg en een eerlijke, correcte vergoeding voor zorgverleners, met name artsen. We zijn al bijna drie jaar bezig met de voorbereiding van een fundamentele hervorming en verbetering van de artsenvergoedingen. We gaan de erelonen volledig herbekijken en in evenwicht brengen. Het kan niet dat kinderartsen, jeugdpsychiaters of geriaters systematisch minder goed worden bedeeld dan bijvoorbeeld radiologen of nefrologen.
We treffen daarvoor al drie jaar lang voorbereidingen. We hebben focusgroepen opgericht met talloze artsen en specialisten die daarover aan tafel zitten. Dat proces is lopende. Ik zal ook heel 2026 besteden aan overleg en onderhandelingen over een beter en eerlijk systeem van erelonen.
Collega's, natuurlijk is er iets dat daarmee samenhangt. Als de erelonen, de officiële tarieven, echt het anker en de spil van het systeem moeten zijn, dan moet men het natuurlijk ook eens zijn over de mate waarin daarvan kan worden afgeweken en over de manier waarop daarover wordt onderhandeld. Dat brengt ons bij de vraag naar het conventiemodel en de visie op ereloonsupplementen.
Alles wat het regeerakkoord daarover voorstelt en wat ik hier probeer in uitvoering te brengen, moet volgens het regeerakkoord tegen eind 2025 als wetgeving klaar liggen. Dat proberen we te realiseren. Tegelijkertijd heb ik aan de betrokken artsen gezegd dat de hervorming van het conventiemodel en de ereloonsupplementen iets is dat pas vanaf 2028 van kracht zal worden.
We moeten inderdaad eerst heel veel tijd en energie steken in eerlijke en correcte erelonen, echter op voorwaarde dat we het er op voorhand over eens zijn dat dit het anker van het systeem is. Als men het daar op voorhand niet over eens is, dan weet men eigenlijk niet waarover men overlegt en onderhandelt.
Mevrouw De Knop, u ziet dus inderdaad spoken. Er verandert echt niets aan het zelfstandige karakter van de meeste artsen, niets aan de therapeutische vrijheid, niets aan het besluitvormingsmodel in de Medicomut. Wat daarover verteld wordt, is gewoon onjuist, want daar verandert niets aan. Integendeel, de vrije keuze voor de conventie blijft behouden. Integendeel, ik stel voor dat de geconventioneerde arts meer flexibiliteit en vrijheid krijgt in zijn tarieven en niemand vermeldt dat. Dat is nochtans wat ik voorstel. Daar verandert dus niets aan.
Van staatsgeneeskunde is geen sprake en ik ben daar alleszins hartgrondig tegen, net zoals mevrouw Sneppe. Ik zou meteen een petitie ondertekenen waarin werd vastgesteld dat een minister eigenhandig artsen van de rol kan schrappen. Dat is totaal van de pot gerukt, want dat staat nergens. Ik denk wel dat als een arts bijvoorbeeld ernstig verslaafd is – wat soms gebeurt, net zoals bij andere mensen in de samenleving – en een gevaar vormt voor zijn patiënten, men moet kunnen zeggen dat die arts niet langer mag factureren. Anders blijven patiënten denken dat die arts nog steeds actief is.
Collega's, de overdrijvingen of excessen inzake supplementen bij een kleine minderheid moeten eruit. Men krijgt het niet uitgelegd dat een bevalling in het ene ziekenhuis 700 euro aan ereloonsupplementen betekent en in een ander ziekenhuis 2.200 euro. Men kan evenmin uitleggen dat een appendicitis in het ene ziekenhuis 450 euro aan ereloonsupplementen kost en in een ander ziekenhuis 2.500 of 3.500 euro. Daar moeten we afspraken over maken, met de bedoeling goede en betaalbare zorg te garanderen.
Par ailleurs, la concertation est organisée. Je l’ai initiée de manière informelle en avril. L’architecture de cette proposition, certes sans les détails et les chiffres, a été présentée à tous les acteurs à ce moment-là.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. We hebben afgesproken dat we de spreektijden vandaag strikt respecteren.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, volgens u zie ik spoken. Welnu, ik meen dat u liegt. Als u verklaart dat de vrijheid van artsen niet aan banden wordt gelegd met uw nieuwe kaderwet, dan liegt u.
U hervormt niet; u zoekt ruzie. U bouwt geen bruggen; u blaast ze op. U luistert niet; u duwt uw visie gewoon door. En dan zouden wij, in de oppositie, spoken zien? Uw collega's van de arizonapartijen zien in dat geval ook spoken. Ik heb namelijk heel goed geluisterd naar wat zij u hier hebben gevraagd.
Het is inderdaad juist dat dringend werk moet worden gemaakt van een correcte vergoeding. Begin daar dan mee! Daar wachten we net op. We wachten op een hervorming van de lonen, niet op wat hier nu gebeurt.
Dat de N-VA meewerkt aan die staatsgeneeskunde die wij nu (…)
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos explications, même si elles ont été écourtées.
Je ne reviendrai pas sur le fond de votre avant-projet, parce qu'il me faudrait au moins 30 ou 40 minutes et que M. le président n'est pas prêt à me les accorder. Cela dit, je tiens absolument à insister sur la forme. Les acteurs de terrain demandent à être consultés. J'ai entendu que vous parliez du mois d'avril. En tout cas, il m'est revenu que certains syndicats n'avaient pas été informés avant le 3 juin. Cela met quelque peu le feu aux poudres. Il faut absolument consulter le secteur, car cette réforme l'inquiète véritablement.
Ce qui est en jeu, monsieur le ministre, ce n'est pas simplement une réforme budgétaire ou administrative, mais une nouvelle vision de la médecine – sur laquelle je suis prêt à travailler avec vous, parce qu'il est vrai qu'il faut voir les choses différemment. Oui, cette réforme est nécessaire, mais elle ne doit pas être pragmatique; elle doit être respectueuse et tenir compte des acteurs du terrain.
Monsieur le ministre, vous pouvez compter sur moi et Les Engagés, mais les médecins et les soignants le peuvent également pour que nous servions de relais déterminé s'ils sont mis de côté.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, afgaande op uw antwoord lijkt het enigszins op een gecreëerd conflict. Daarnet, tijdens mijn vraagstelling, heb ik gezegd dat het belangrijk is om de dominostenen op de juiste manier te laten vallen. In uw antwoord hoor ik nu dat dat inderdaad de wijze is waarop u te werk wilt gaan.
Het is dan wel zonde en jammer dat er in de pers werd geschreeuwd, geroepen en getierd dat de ereloonsupplementen zouden worden beperkt, zonder te spreken over de broodnodige hervormingen die daaraan moeten voorafgaan. Het is zonde dat de zorgsector vandaag in chaos verkeert. Het is zonde dat patiënten vandaag met heel wat angst zitten.
Mijnheer de minister, ik hoop oprecht dat u dat rechtzet en dat u het afgesproken tempo aanhoudt: eerst de duurzame hervormingen, daarna verdergaan.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, (…) pas contre tout ce qui est repris dans l'accord de l'Arizona. Mais ce n'est pas exactement ce qui se trouve dans votre projet. Et cela, pour nous, n'est pas acceptable. Démolir le conventionnement partiel serait une grave erreur pour l'organisation des soins. Limiter les suppléments à des taux que vous fixez dès maintenant, en dehors de la réforme de la nomenclature, en dehors de la réforme du financement des hôpitaux, ne repose sur aucun fondement! Voilà ce que nous regrettons.
Nous assistons aujourd'hui à un découragement et à un désengagement des professions de santé, à un moment où on doit augmenter l'attractivité de ces professions. Et c'est un grave problème. Il faut absolument que l'on rétablisse une collaboration correcte avec le corps médical et que l'on évite des dérives bureaucratiques et coercitives.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, het is niet goed als er een tweespalt tussen burgers en zorgverstrekkers ontstaat. Er moet vertrouwen zijn, ook ten aanzien van de regering. We willen geen staking. U wilt geen staking, ik wil geen staking; patiënten willen geen staking en eigenlijk willen de zorgverstrekkers dat zelf ook niet. We kunnen er alleen samen uitkomen en dat is echt in het belang van onze patiënten.
Mijnheer de minister, natuurlijk moet misbruik eruit, moet verspilling eruit, maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. Ik ben ervan overtuigd dat u ook de zorg op een juiste manier op de rails wilt zetten, waarbij we behouden wat vandaag bewezen heeft goed te werken, zoals de vrijheid van het beroep van de zorgverstrekker.
Er zal nog heel wat overleg nodig zijn over de gevolgen van de hervorming op het terrein. Ik wil ook aandringen om dat in de juiste volgorde af te werken. Ik vraag u om intensief overleg met de zorgsector te voeren. De N-VA zal haar werk doen in het overleg tussen de kabinetten. We hopen van harte dat dit op een heel constructieve (…)
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, ze liegen, geen staatsgeneeskunde, het zijn misverstanden, angsten, ingegeven door desinformatie. Wat roept u nog meer in? Met alle respect, het wantrouwen komt niet van een of andere obscure groep op sociale media, maar komt van het terrein zelf, van artsen, verpleegkundigen, specialisten, patiëntenverenigingen. Zij voelen wat u blijkbaar niet ziet of niet wilt zien: de patiënt wordt van die hervormingen de dupe. De patiënt verdient een zorgverlener die tijd mag nemen, die mag nadenken, die vrij mag handelen om zorg op maat te bieden. De zorgverlener verdient vertrouwen van de patiënt, maar zeker ook van u, van de overheid. Deze regering maakt van artsen bureaucraten en van patiënten nummers. Onze patiënten verliezen. Onze zorgverleners verliezen. Vlaanderen betaalt. Stop deze waanzin.
Het negatieve advies van de Raad van State aangaande de 'echtscheidingstaks'
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jambon verdedigt de verlaging van de aftrekbaarheid van onderhoudsgeld (van 80% naar 50%)—ook voor bestaande echtscheidingsovereenkomsten—als onderdeel van het regeerakkoord, ondanks kritiek van de Raad van State en contractbreuk-verwijten. Coenegrachts (Open Vld) hekelt de maatregel als pijnlijke inbreuk op rechtszekerheid, die gezinsconflicten heropent en kwetsbare gezinnen extra belast, terwijl hij cd&v hypocrisie verwijt voor hun selectieve "gezinsvriendelijke" beleid. Jambon belooft aanpassingen na Raadsadvies, maar houdt vast aan de basisprincipes van het regeerakkoord, met definitieve beslissing in het parlementair debat. Kern: economisch beleid botsen met sociale en juridische gevolgen voor gescheiden gezinnen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik sta hier vandaag niet om het te hebben over cijfertjes of percentages, ook niet over modaliteiten, maar wel over mensen, over kinderen en gezinnen. Ik wil het hebben over gezinnen die na een moeilijke periode opnieuw rust en evenwicht gevonden hadden. U zet dat evenwicht vandaag echter opnieuw op de helling met een van uw twintig arizonataksen, die collega Van Quickenborne haarfijn heeft geïdentificeerd, meer bepaald de echtscheidingstaks.
U zult immers de aftrekbaarheid van het onderhoudsgeld terugbrengen van 80 naar 50 % en dat voert u niet alleen voor de nieuwe, maar ook voor de bestaande overeenkomsten door. Dat is dus zonder meer contractbreuk, een contractbreuk van de meest pijnlijke soort, omdat heel veel van die overeenkomsten in consensus gemaakt zijn en bovendien in de meest moeilijke, emotionele omstandigheden tot stand zijn gekomen. Het openbreken van die overeenkomsten strooit zout in wonden die nog niet helemaal geheeld zijn. Het zal kinderen opnieuw de speelbal maken tussen hun ouders. U brengt akkoorden aan het wankelen en verplicht mensen terug rond de tafel te gaan zitten. Ook de Raad van State heeft gezegd dat die maatregel de rechtszekerheid aantast. Wat is een overeenkomst waard als u met een vingerknip de spelregels kunt wijzigen?
Mijnheer de minister, er is dus maar één echte vraag: wanneer begraaft u die maatregel en wanneer zorgt u ervoor dat die enkel geldt voor nieuwe echtscheidingsovereenkomsten?
Jan Jambon:
Mijnheer Coenegrachts, zoals u weet, ben ik een trouwe uitvoerder van het regeerakkoord. De maatregel die u noemt, gaat uit van de bepalingen die opgenomen zijn in het globaal akkoord.
We hebben de eerste lezing gehad en het advies van de Raad van State ontvangen. U weet dat de regering zich vervolgens opnieuw over het akkoord buigt, het advies van de Raad van State in acht neemt en bekijkt hoe het wetsontwerp meer solide kan worden gemaakt, zodat het de proef van de Raad van State doorstaat. Met dat werk zijn we momenteel bezig.
Het ontwerp zal in tweede lezing aangenomen worden, maar natuurlijk binnen het kader van het regeerakkoord, zoals het beschreven is in het regeerakkoord, dat we trouw zullen uitvoeren. Het wetsontwerp zal daarna naar het Parlement komen, en dan kunnen we daar uitgebreid over debatteren.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u blijft loyaal aan het regeerakkoord, maar u zou beter loyaal zijn aan al de mensen die u treft met uw maatregelen. Deze regering wil de aftrekbaarheid van onderhoudsgelden verlagen en die verlaging toepassen op bestaande afspraken. Dat is contractbreuk. U doet niet alleen dat, en u doet dat niet voor het eerst. U doet dat voor de tweede woning en ook voor de carried interest . Het wordt de baseline van deze regering: "Arizona, wij breken uw contract." Dat is deze regering. Dat heeft grote gevolgen, want het brengt spanningen in gezinnen en het rijt oude wonden open. Wat mij aan deze kille regering het meest opvalt, is eigenlijk de rol van cd&v, de zelfverklaarde gezinspartij, die blijkbaar enkel opkomt voor de traditionele gezinnen. Die krijgen een half miljard om twee jaar thuis aan de haard te zitten, maar de alleenstaanden en de gebroken gezinnen zijn niet welkom in uw herberg. Zij kunnen wel rekenen op Open Vld.
De 20 arizonataksen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 5 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexia Bertrand hekelt de "Arizonataksen" die de middenklasse zwaar treffen (o.a. alimentatie, leningen, spaarplannen) en waarschuwt dat de voorgestelde meerwaardebelasting 4,4 miljoen kleine spaarders (die jaarlijks €1.000 opzijzetten) bedreigt, ondanks regeringsbeloftes dat "gewone spaarders" gespaard zouden blijven. Minister Jambon verdedigt de noodzaak van bezuinigingen (€23 mjd, waarvan 1/3 via nieuwe belastingen) en belooft fiscale koterij en onnodige aftrekposten aan te pakken, maar ontwijkt concrete garanties voor spaarders. Bertrand concludeert dat niemand gerustgesteld is en dat de regering ook kleine spaarders blijft targeten. De kernspanning draait om wie de lasten draagt: middenklasse vs. "superrijken".
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, in het leven zijn er niet veel zekerheden, maar dankzij Arizona is er toch nog één zekerheid: de middenklasse betaalt de factuur: plus 700 euro alimentatietaks voor gescheiden mensen, plus 1.500 euro voor mensen die geld lenen om een appartementje in Middelkerke te kopen, plus 2.000 euro voor mensen die vanaf de geboorte van hun kinderen sparen tot ze volwassen zijn. Dat zijn slechts drie voorbeelden van de twintig arizonataksen, want ik heb maar twee minuten spreektijd.
We dachten dat we alles al gezien hadden. Alsof het nog niet volstond en alsof nog niet voldoende mensen ongerust waren, moesten we dit weekend vernemen dat er nog eens 4,4 miljoen mensen ongerust zijn, namelijk de mensen die sparen voor hun toekomst, de mensen die sparen voor hun pensioen, omdat de meerwaardebelasting net hen zou treffen. We hebben van alles gehoord, we weten niet wat het zal zijn, maar gelukkig kwam de heer Rousseau gisteren in het VRT-journaal het regeerakkoord toelichten en duidelijkheid scheppen. Hij zei dat de taksen de gewone spaarder niet zullen treffen.
Wie is de gewone spaarder? Ik heb het berekend en De Tijd heeft het bevestigd : dat zijn de mensen die 1.000 euro per jaar opzijzetten, hun zuurverdiende centen, om te sparen voor hun toekomst. Blijkbaar zijn mensen die per jaar 1.000 euro opzijzetten gewone spaarders. Zijn zij de superrijken voor deze regering? Want dat zijn de mensen die de meerwaardebelasting zouden moeten betalen. Er is niets van aan dat de gewone spaarder wordt vrijgesteld.
Kunt u die mensen geruststellen, mijnheer de minister? U bent minister van Financiën en ook minister van Pensioenen, een perfecte combinatie. Kunt u die 4,4 miljoen mensen geruststellen en bevestigen dat hun pensioen niet getroffen zal worden door de meerwaardebelasting?
Jan Jambon:
Mevrouw Bertrand, u had met uw vraag moeten aansluiten bij de volgende vraag. Straks komt de meerwaardebelasting aan bod. Inzake de meerwaardebelasting zal ik straks de twee volgende vraagstellers antwoorden.
Mevrouw Bertrand, u weet beter dan wie ook in welke desastreuze budgettaire situatie we verzeild zijn. U weet dat beter dan wie ook. Binnen de arizonaregering hebben we dan ook gezegd dat die situatie aangepakt moet worden: we zullen een saneringsoperatie uitvoeren – toen wisten we nog niets over de stijging van de defensie-uitgaven – van 23 miljard.
We hebben ook gezegd hoe we dat zouden doen. Twee derde ervan zal via hervormingen gebeuren, ingrijpende hervormingen, zoals u zelf net hebt gezegd. Van het ene derde dat overblijft, zal één derde inderdaad een vorm van nieuwe inkomsten zijn. Dat is één negende van de totale oefening die we moeten uitvoeren.
We schrappen onder andere een aantal aftrekposten, sommige aftrekposten die veel mensen raken, maar ook aftrekposten waarvan men zich afvraagt hoe die er in godsnaam gekomen zijn, aftrekposten waarvan vier of vijf mensen gebruikmaken. Die fiscale koterij gaat de laan uit.
We zullen opkuisen wat we van de vorige regering – ik zal geen namen noemen – geërfd hebben. Dat zullen we met veel overtuiging doen, mevrouw Bertrand.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, namens die 4,4 miljoen mensen, mensen die sparen voor hun toekomst, mensen die al 8 % belasting betalen. Niemand is gerustgesteld, u houdt nog iedereen in het vizier. Namens die 4,4 miljoen mensen dank ik u, mijnheer de minister.
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, opleidingen en Actiris
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Steven Coenegrachts (N-VA) kritiseert minister Clarinval omdat de beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd wordt uitgehold door uitzonderingen voor opleidingen, ingevoerd onder druk van Vooruit, wat de hervorming ondermijnt. Clarinval verdedigt de maatregel als tijdelijk (tot 2025) en noodzakelijk voor knelpuntsectoren zoals zorg, met een hoog tewerkstellingsrendement (85%), en benadrukt dat het de hervorming versterkt. Coenegrachts blijft sceptisch en roept N-VA en MR op harder op te komen voor de oorspronkelijke plannen, met steun uit de oppositie. Kern: spanning tussen strikte hervormingsdoelen en sociale/praktische uitzonderingen.
Steven Coenegrachts:
Voorzitter, ik ben nog nooit tussen de mazen van uw net gevallen.
Mijnheer de minister, u had het eerder deze week over het uitbreiden van de flexi-jobs. Een goede maatregel. U had het ook over het beperken in de tijd van de ontslagtermijnen. Ook een goede maatregel. U had het eerder al over het koninginnenstuk van deze regering, het beperken van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Dat zijn goede hervormingen die wij vanuit de oppositie willen steunen, want ze brengen ons land in de moderne wereld. Ze hervormen de arbeidsmarkt. Ze maken die flexibeler en ze helpen ook het budget op orde te krijgen.
Natuurlijk moeten ze dan ook correct worden uitgevoerd, mijnheer de minister. In het begin, vlak na het regeerakkoord, waren we altijd op ons gemak, want de huistheoloog van Arizona, Axel Ronse, zei altijd: het regeerakkoord is heilig, het is de bijbel, het is onaantastbaar.
Wij hebben dat toen geloofd, tot de eerste test kwam, namelijk het brugpensioen, de SWT-regeling die met een vingerknip uitgesteld werd, zonder slag of stoot. Toen had Vooruit natuurlijk bloed geroken en het vroeg om ook de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd uit te hollen door er uitzonderingen op te maken. Eerst vroegen ze die voor de opleidingen voor knelpuntberoepen en nu voor alle opleidingen. De heer Ronse stond hier toen op het spreekgestoelte, en hij zei: nee, daar komt niets van. Twee jaar werkloos, geen dag langer.
Zoals altijd, mijnheer de minister, als de N-VA en Vooruit een conflict hebben in deze regering, winnen de socialisten. Er komt dus een uitzondering voor opleidingen. Dat heeft Actiris, de Brusselse VDAB, ertoe genoopt te zeggen tegen al haar cliënten: ga snel in opleiding, niet om snel een job te vinden, maar gewoon om langer aan de dop te kunnen blijven staan. Werkloosheid als een studiebeurs heeft mijn fractievoorzitter het genoemd.
Dat noopt me, mijnheer de minister, tot deze ene vraag: waarom staat u toe dat uw paradepaardje, uw koninginnenstuk, wordt uitgehold door de socialisten?
David Clarinval:
Mijnheer Coenegrachts, de hervorming van de werkloosheid streeft een duidelijk doel na, namelijk een snelle en duurzame terugkeer naar werk bevorderen. U verwijst naar de mogelijkheid om het recht op uitkeringen te verlengen voor werkzoekenden die een opleiding volgen voor een knelpunt- of zorgberoep. Ik herinner u eraan dat dit een uitdrukkelijke vraag was van de gewesten, niet alleen van Brussel maar ook van het Vlaams Gewest.
U vreest dat deze maatregel de efficiëntie van de hervorming zal aantasten. Dat is echter niet het geval en wel om twee duidelijke redenen. Ten eerste eindigen de globale maatregelen op 31 december 2025. Voor opleidingen die voor die datum zijn aangevat, is er een uitstel van het einde van het recht voorzien, als overgangsmaatregel en onder voorwaarden. Zo vermijden we dat mensen die al actief bezig zijn met hun re-integratie abrupt zonder werkloosheidsuitkering vallen. Ten tweede, de structurele uitzondering op de beperking in de tijd is gerechtvaardigd door het ernstige tekort in de sector, waardoor de continuïteit van de zorg in het gedrang komt.
Deze maatregel is ook efficiënt, want 85 % van de mensen die deze opleiding gevolgd hebben, zijn een jaar later nog steeds aan de slag. Deze aanpassingen zijn niet in strijd met de hervorming maar versterken die juist, doordat ze de inspanningen richten op cruciale sectoren.
Ik dank u voor uw aandacht.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u maakt een interessante bocht en u onderbouwt die op een fijne manier, maar ik ben niet de enige die gelooft dat die uitbreiding naar opleidingen of die uitholling door die uitzondering voor de opleidingen tot een uitholling van de hervorming zal leiden. De heer Ronse zei hier: "Het moet maar twee jaar zijn en geen dag langer, want anders hollen wij het regeerakkoord uit." Hij heeft gelijk.
Collega’s, zeker collega's van MR en N-VA, recht de rug en strijd voor die overtuiging. Zorg dat die hervormingen er echt komen. U zou dit land op orde zetten, u zou het rotten stoppen. Op budgettair vlak hebt u alle ambities al opgegeven. Zorg dat dit niet gebeurt met die hervormingen. Die zijn nodig, wij hebben ze nodig. Uw coalitiepartners steunen u niet, maar wij doen vanuit de oppositie met u mee.
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Coenegrachts, ongetwijfeld ook voor uw aanbod.
De uitspraken van de kabinetschef van de minister van Financiën
De lezing van de kabinetschef van de minister van Financiën
De uitspraken van de kabinetschef van de minister van Financiën
De lezing van de kabinetschef van de minister van Financiën
De uitspraken van de kabinetschef van de minister van Financiën
Communicatie van kabinetschef van minister van Financiën
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kabinetschef van Jambon wordt beschuldigd van fiscale voorkennis en minachtende uitspraken tijdens een lezing in Brugge, waar hij gedetailleerde, niet-publieke informatie over de programmawet (o.a. meerwaardebelasting, DBI-aftrek) prijsgaf—veel meer dan het regeerakkoord dekte—en coalitiepartners en belastingbetalers belachelijk maakte. De oppositie eist zijn ontslag, wijst op deontologische schendingen en leugens tegen het Parlement, terwijl N-VA het afdoet als politieke heksenjacht en het "voluntarisme" verdedigt. Jambon handhaaft zijn vertrouwen in de kabinetschef, verwijst naar de Deontologische Commissie, maar ontkent niet dat gevoelige regeringsdetails werden gelekt. De kloof in de coalitie diept zich uit, met wantrouwen over wie de fiscale hervorming eigenlijk dient: burgers of elites.
Jan Jambon:
Oei!
(…) : (…)
Voorzitter:
Ik hoop het niet, mijnheer Ronse. Ik hoop dat het water niet gebroken is. Ik controleer even mijn gsm … Nee, het water is niet gebroken. (Hilariteit)
(…) : (…)
Voorzitter:
Nee, het is ook niet onbevlekt ontvangen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, gisteren heeft uw kabinetschef een toelichting gegeven in de commissie voor Financiën over de beruchte lezing in Brugge. Hij verklaarde daarbij dat hij zich in Brugge enkel had gebaseerd op het regeerakkoord en op publiek beschikbare teksten. Intussen hebben wij de opname van de lezing ontvangen en volledig beluisterd – ruim twee uur lang. Daaruit blijkt duidelijk dat uw kabinetschef veel meer details heeft vermeld dan wat in het regeerakkoord staat. Hij heeft dus eigenlijk gelogen. Hij heeft niet de waarheid verteld. Zo sprak hij over de meerwaardebelasting en zaken die beslist zijn, zoals de werklozen die 200 euro meer belasting zullen moeten betalen, carried interest , debit en andere details die in de programmawet zijn opgenomen.
Ik stelde u daarover vragen in de commissie voor Financiën op 25 februari en 29 april. Telkens antwoordde u dat ik geduld moest hebben en dat de programmawet naar het Parlement zou komen, waar hij dan besproken kon worden. Mijnheer de minister, wij hebben de programmawet nog altijd niet ontvangen. Intussen worden alle details gelekt door die man in Brugge.
Er is echter meer aan de hand. Mijnheer de minister, hebt u de opname al beluisterd? Hebt u gehoord hoe uw kabinetschef spreekt over de belastingbetalers? Hij zegt namelijk om hen eens te jossen, om in de zakken te zitten van de belastingbetaler. De toon waarmee hij spreekt over collega-ministers is al even opmerkelijk. Minister Van Peteghem wordt beschuldigd van hypocrisie. Over minister Vandenbroucke wordt gezegd dat hij geen plezier heeft in het leven en dat hij daarom de hervorming van de accijnzen op alcohol zou blokkeren.
Collega’s, hij verklaart ook dat de belastinghervorming van Arizona nonsens is. Die belastingvrije som optrekken, is nonsens. Dat zegt uw kabinetschef, mijnheer de minister.
Collega’s, ik heb maar twee vragen. Ten eerste, heeft uw kabinetschef gisteren de waarheid gesproken, of heeft hij gelogen? Ten tweede, wat vindt u van zijn uitspraken dat de belastinghervorming van Arizona nonsens is?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, toen gisteren bekend raakte dat uw kabinetschef een lezing had gegeven over de programmawet kreeg ik een heel sterk déjà-vugevoel. Tien jaar geleden moest de kabinetschef van uw voorganger, Johan Van Overtveldt, immers na amper acht maanden opstappen omdat hij lezingen en advies had gegeven over fiscale wetgeving die er zat aan te komen.
Gisteren beweerde u bij hoog en bij laag dat dit nu niet het geval was. Uw kabinetschef zou alleen een spreekbeurt hebben gegeven over het regeerakkoord dat publiek beschikbaar was. Dat klopt dus niet. Na amper negen minuten begon uw kabinetschef twee uur lang te praten over de programmawet, waarbij hij heel veel informatie deelde die niet bekend was, zelfs niet in het Parlement.
Dat toont weinig respect voor het Parlement en voor de democratische besluitvorming, maar geeft de deelnemers tegen betaling ook fiscale voorkennis. Ik vind dat gortig. Ik geef twee voorbeelden. De vrijstelling van 10.000 euro in de meerwaardetaks blijkt overdraagbaar. Wie 5.000 euro meerwaarde heeft, betaalt geen meerwaardetaks en is het jaar daarop vrijgesteld voor 15.000 euro. Ik wist dat niet. Wie 1 euro meerwaarde heeft, is het jaar daarop vrijgesteld voor 19.999 euro. Dat is allemaal handig om op voorhand te weten. De participatievoorwaarde voor de DBI-aftrek, waarover ik u gisteren nog ondervroeg, wordt niet opgetrokken van 2,5 naar 4 miljoen. Handig om dat op voorhand te weten.
Mijnheer de minister, ik heb drie vragen voor u. Kunt u bevestigen dat de vrijstelling op de meerwaardetaks overdraagbaar is? Is dat jaarlijks of cumuleerbaar? Beseft u na een nachtje slapen ondertussen dat er een ernstig deontologisch probleem is op uw kabinet? Wat zult u daaraan doen? Het VBO heeft ondertussen al een persbericht uitgegeven over de programmawet. Wie is daar gaan spreken?
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, we hebben het gisteren gehad over de conferentie, de lezing, die uw kabinetschef tegen betaling gaf aan een club van fiscalisten. Eerlijk gezegd, gisteren is daarover gelogen. Ten eerste hebt u gezegd dat er geen fiscaal advies werd gegeven. Welnu, ik heb gisterenavond ook geluisterd naar de conferentie van de heer De Visscher. Wat heeft hij gezegd over de meerwaardebelasting? Die 20 % procent moet volgens de wettekst in familieverband beschouwd worden. Als twee zussen elk 15 % bezitten, is dat samen meer dan 20 % en hebben ze recht op een vrijstelling van niet één maar twee miljoen euro. Als dat geen fiscaal advies is, dan weet ik het niet meer.
U hebt ook aangegeven dat er niets is gezegd dat niet in het Parlement is aangehaald. De collega’s hebben al verschillende elementen vermeld, maar ik heb er zelf ook nog één gevonden. Er is veel gezegd over de onderhandelingen over de meerwaardebelasting. Er is gezegd: ʺ Ja, dat was een heel theater, en uiteindelijk zijn ze er uitgeraakt en hebben ze iets op papier gezet. Ik heb de foto trouwens nog op mijn WhatsApp staan ʺ . Dat papiertje waarover de heer Bouchez het had, bestaat dus wel. Kunnen wij ook die foto krijgen, mijnheer Jambon?
Tot slot vraag ik me af of wij gisteren wel de correcte powerpointpresentatie hebben gekregen. Op een bepaald moment sprak de heer De Visscher over de verschillende tarieven en zei hij over de meerwaardebelasting dat 2,25 %, geen tikfout was enzovoort. In de powerpointpresentatie die wij hebben ontvangen, zit helemaal geen slide over die 2,25 %. Mijnheer Jambon, kunt u vandaag eindelijk naar waarheid antwoorden op die vragen?
Axel Ronse:
De kloof tussen de bubbel van de Wetstraat en de dorpsstraat is nog nooit zo groot geweest. Wat een kneuterigheid. Een kabinetschef krijgt een uitnodiging om aan een groep cursisten en zelfstandige ondernemers, dus geen select publiek maar zelfstandige, noeste West-Vlaamse werkers, gratis en onbezoldigd enige uitleg te geven over fiscaliteit en de fiscale hervorming. Hij doet dat met heel veel plezier en laat het achterste van zijn tong zien.
Collega’s, als er twee waarden zijn die ik hoog in het vaandel draag, dan is het wel ‘wees voluntaristisch’ en ‘wees authentiek’. Voluntaristisch zijn wij. Tegenover iedereen die wil connecteren met het arizonaverhaal, zullen wij dat verhaal te land, ter zee en in de lucht verdedigen en aan hen vertellen.
Hoe kan ik hier uitleggen aan mijn vrienden, mijn ouders en om het even wie dat wij hier in het Parlement al twee dagen staan te leuteren, dat een ex-vicepremier en een ex-partijvoorzitster twee uur lang naar een audiofragment luisteren, intens luisteren naar wat er allemaal wordt verteld, waarna ze glunderen dat zij de betrokkene kunnen pakken?
Dat is werkelijk te belachelijk en te ridicuul voor woorden. Het is een Parlement totaal onwaardig dat een integere kabinetschef die ingaat op de vraag om voor een vormingsinstituut te spreken, daarvoor geen eurocent vraagt en bij die gelegenheid vrijuit spreekt, twee dagen lang aan de schandpaal wordt genageld. Collega’s, schaam u. Schaam u diep.
Mijnheer de minister, aan u heb ik maar één oproep. Ik doe die oproep trouwens aan de hele arizonaploeg. Blijf voluntaristisch en authentiek ons arizonaverhaal te land, ter zee en in de lucht verdedigen, want het is een ijzersterk verhaal.
Meyrem Almaci:
Massaal voluntaristisch applaus. Tout va bien, madame la marquise . 160 euro betalen om exclusief te kunnen horen dat werklozen 200 euro minder zullen krijgen. De spreker verkneukelend horen zeggen dat het uitpersen van al die mensen veel geld zal opbrengen voor de begroting.
Collega's, u hebt de opname van de kabinetschef zelf kunnen beluisteren of u hebt in de krant de letterlijke uitspraken kunnen nalezen. Hij sprak over marginalen, dat zei hij effectief. Hij sprak over te rade gaan bij VOKA en zei dat VOKA zijn baas is. Hij stelde niet te veel te willen doen met betrekking tot de ‘vervennootschappelijking’. Hij sprak over de fetisjen van anderen aan tafel.
Wie dit beluisterd of nagelezen heeft, kan één ding vaststellen. Wie nu nog volhoudt dat deze lezing gewoon ging over het regeerakkoord, houdt de bevolking voor idioten, houdt de andere regeringspartijen voor idioten, houdt de journalisten en experts voor idioten, houdt heel dit halfrond voor idioten.
Een kabinetschef spreekt namens de minister. Hij sprak minachtend over ontelbare mensen van vlees en bloed, mensen die ziek zijn, mensen met een handicap, mensen die scheiden en het stopte niet. Hij sprak laatdunkend over coalitiepartners, maakte parlementsleden, journalisten en burgers belachelijk. En dat allemaal met de onvoorwaardelijke steun van de vice-eersteminister.
Wie dacht dat de MR de saboteur in deze regering was, kan die illusie nu wel opbergen. Het rot zit in het departement dat de portemonnee vasthoudt van al onze burgers, in het hart van het kabinet Financiën. Dat kabinet rijdt voor de sterksten en zoekt manieren om maatregelen tegen fraude uit te hollen, om de DBI-aftrek te milderen en de meerwaardebelasting te saboteren. Terwijl de heer De Wever hier een show opvoert over alcohol in de cafetaria, wil men via een achterpoortje sterke drank goedkoper maken. Uw kabinetschef rijdt voor de sterksten. Wat zijn het regeerakkoord en dit Parlement eigenlijk nog waard?
Mijnheer de minister van Financiën, blijft u achter de woorden van uw kabinetschef staan? (…)
Jan Jambon:
We gaan verder waar we gebleven waren in de commissievergadering, gisteren. Daar hebben ikzelf en mijn kabinetschef uitleg gegeven over de lezing die hij eerder deze week gehouden heeft. We hebben heel wat onwaarheden kunnen rechtzetten, meen ik. Onwaarheden zoals dat hij zou betaald zijn voor die lezing. Fake news! Dat is absoluut niet waar. Toch is dat beweerd, gisteren in de commissie.
Er werd ook beweerd dat we informatie zouden achterhouden op die lezing. Mevrouw Merckx, met de hand op het hart, de PowerPointpresentatie die gisteren verdeeld is, is de PowerPointpresentatie die daar gebruikt is. We hebben én die PowerPointpresentatie én de e-mail én de audiotape van de lezing gegeven. Volledige transparantie! Ik wist natuurlijk goed dat op het moment dat we die vrijgaven de oppositie als schriftgeleerden aan tekstexegese zou doen en zou zoeken naar iets negatiefs om het dan uit te vergroten en tot ongelooflijke vormen op te pompen. Daarom heb ik gisteren gezegd, en herhaal ik hier vandaag, dat we geen enkel probleem hebben met de vraag wat de Federale Deontologische Commissie erover denkt. Ik meen dat die vraag daarnet gesteld is.
Daarom zal ik nu niet op de inhoud ingaan. Dat is voor de Federale Deontologische Commissie en het advies van die Federale Deontologische Commissie zullen we ter harte nemen en implementeren. Voor de rest zeg ik u, tot slot, dat ik nog 100 % vertrouwen heb in mijn kabinetschef en in al mijn medewerkers. Ik ben niet het soort baas dat problemen uit de weg gaat en zijn medewerkers onder de trein gooit. Ze hebben mijn vertrouwen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, het probleem is dat uw kabinetschef gisteren de waarheid niet heeft verteld. Hij heeft het Parlement voorgelogen. Hij verklaarde dat hij daar alleen over het regeerakkoord heeft gesproken, maar dat klopt niet. Dat is het probleem.
Over een tweede punt hebt u niets gezegd en de heer Ronse evenmin, met reden. Hij heeft coalitiepartners beledigd, waaronder cd&v'ers, zoals minister Van Peteghem, oud-minister van Financiën, die voor de verhoging van de belastingvrije som streed. Uw kabinetschef noemde dat echter nonsens. Minister Vandenbroucke kreeg gelijkaardige opmerkingen. Dat zijn net de coalitiepartners met wie u de komende dagen rond de tafel moet gaan zitten om het belangrijkste dossier, dat over de meerwaardebelasting, af te ronden.
Collega's, het wantrouwen zit in de ploeg. Weet u wie de prijs daarvoor zal betalen? Niet de kabinetschef, zelfs niet de minister, maar de middenklasse. De middenklasse zal de factuur betalen voor het geklooi en geklungel van u en uw kabinet.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, mijnheer Ronse, een kabinetschef is geen consultant. Hij vertegenwoordigt de minister en spreekt namens hem. Een betalende lezing door een kabinetschef over aanstaande wetgeving is geen storm in een glas water maar een ernstig probleem, zowel deontologisch als op het vlak van fiscale voorkennis. Gisteren noemde mevrouw Verkeyn het nog een storm in een glas water en u sprak van een shitshow en een sketch. Wij hebben onmiddellijk gevraagd om de deontologische commissie in te schakelen. Gelukkig volgt u ons daarin.
Mijnheer de minister, uw kabinetschef sprak bijzonder neerbuigend over de ministers Vandenbroucke en Van Peteghem, over journalisten die er niets van begrijpen en over een professor fiscale blauwdruk. Ik herinner mij een minister die andere ministers uitmaakte voor uit teflon en beton opgetrokken gevoelloze karikaturen. Zij verloor haar gezag en bakte er niets meer van. Ik vrees dat ook uw kabinetschef niet langer kan functioneren. Neem uw verantwoordelijkheid.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, u antwoordt natuurlijk niet op de concrete feiten omdat u gisteren niet de waarheid hebt gesproken. Het is toch normaal dat wij ons werk doen en dat wij concrete antwoorden op concrete vragen willen. Ik blijf dus bij mijn vraag om die foto te krijgen.
Wat mij het meest choqueert, is hoe mijnheer Ronse en de N-VA hiermee omgaan. In Vlaanderen zijn er mensen die investeren op de beurs, die miljoenen bezitten, die veel aandelen hebben of bedrijfsleiders zijn. Zij vinden het normaal dat ze op hun wenken bediend worden, niet alleen door fiscalisten, maar ook rechtstreeks door de mensen van de kabinetten van de N-VA. Zij vinden dat normaal, maar de gewone mensen die weer zo veel moeten betalen als ze hun belastingbrief krijgen, die vinden dat niet normaal, mijnheer Ronse.
Axel Ronse:
Toen mijn stadsgenoot Vincent Van Quickenborne zei dat er wantrouwen in de ploeg heerst, dacht ik even dat hij het over Open Vld had. Hij begint hier druk te doen over kleine opmerkingen die ministers over elkaar maken, maar dan zou ik toch eens in eigen boezem kijken. Collega's, laat ons stoppen met deze platitudes en deze platte politieke show, dat goedkoop drama. Wij hebben het hier over een voluntaristische kabinetschef, een integer man die al zijn hele carrière voor de res publica werkt, die zich daaraan wijdt, dag en nacht, maar u blijft nastampen en goedkope slogans, onwaarheden en platitudes verkondigen. Ik zeg het nogmaals: schaam u diep, oppositie.
Meyrem Almaci:
Ik zou graag hebben dat de kabinetschef zich excuseert voor zijn schaamteloze uitspraak tegenover alle burgers in dit land. Ik zou vooral willen dat de minister dit voluntarisme dat hij heeft tentoongespreid, meebrengt naar de commissie of in het Parlement, waar het hoort. Voor alle duidelijkheid, we zitten hier vandaag niet samen om over koetjes en kalfjes te praten, maar over essentiële informatie. Minister Jambon, het gaat er niet om of u nog vertrouwen hebt, het gaat erom of alle partijen van uw meerderheid, die niet applaudisseren, nog vertrouwen hebben in uw kabinet en in uw kabinetschef. Er zijn vandaag veel dingen geciteerd, maar de woestijn van Arizona vol fata morgana’s en luchtspiegelingen wordt gebruikt om gewone mensen te doen geloven dat het goed voor hen is, om vervolgens in achterkamers met viptickets anderen iets anders te gaan vertellen en hun een voorkeursbehandeling te geven. Voor 160 euro, exclusief btw, een vipticket naar de achterkamers van Arizona, ik vind daar wat van, mijnheer Ronse. Het zegt alles over waar u voor staat.
De stijgende onrust bij de artsen
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Vandenbroucke (Volksgezondheid) botst met artsensyndicaten die hem monoloog, wantrouwen en salamitechniek verwijten, met klachten over gedwongen beleidsvolging, afhankelijke financiering en demonisering (bv. meldpunt ziektebriefjes). Hij benadrukt noodzakelijke hervormingen en dialoog, maar de sector ziet geen structurele oplossingen (bv. uitgestelde nomenclatuurhervorming) en vreest een duurzaam tekort van €500 miljoen in 2026. De kern: conflict tussen topdown-beleid en sectorweerstand, met risico op verder vertrouwenverlies en zorgondermijning.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u bent 100 dagen ver in uw tweede termijn als minister van Volksgezondheid. U hebt dus al vijf jaar de tijd gehad om aan een vertrouwensband met onze zorgverstrekkers te bouwen. Althans, ik zou denken dat zij ondertussen uw natuurlijke partners zijn.
Jammer genoeg moeten we vaststellen dat dat niet zo is, mijnheer de minister. De artsen voelen zich niet gehoord. Dat lazen we gisteren nog eens in een persbericht van de artsensyndicaten. Het was niet het eerste persbericht; het zal wellicht ook niet het laatste zijn. Het klinkt ondertussen echt wel als een noodkreet.
Ik citeer uit hun bericht: "Waar een dialoog zou moeten plaatsvinden, wordt gebotst op een monoloog." Ik denk dat het over u gaat, mijnheer de minister.
Voor ons is het heel duidelijk. Het fundamentele probleem waar de artsen tegen aanbotsen, is uw model van conflict en wantrouwen. Ik begrijp niet dat u niet kiest voor een model van samenwerking. U had al ruzie met de huisartsen. U holt hun functie uit. U zorgt ervoor dat de teleconsultaties worden afgeschaft.
Nu verplaatst het zich naar de artsensyndicaten. Niet voor niets hebben zij hun krachten gebundeld en hebben zij een persbericht uitgestuurd waarin ze vijf rode lijnen trekken ten opzichte van het beleid dat u voert. Als u het mij vraagt, is dat redelijk harde taal voor een doorgaans zachte sector.
Mijnheer de minister, mijn vraag is duidelijk. Zult u het conflict blijven opzoeken, vanuit uw eigen grote gelijk? Of zult u eindelijk stoppen met preken en spreken?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw De Knop, we moeten investeren in onze gezondheidszorg, maar we moeten ook hervormen, en grondig hervormen. Als we de dingen op hun beloop laten, zal het geld niet terechtkomen waar de grootste noden zich bevinden. Als we ruimte willen creëren om aan nieuwe noden tegemoet te komen, is hervorming echt noodzakelijk. Daarover spreek ik.
Sinds het aantreden van de nieuwe regering heb ik al verschillende keren op het hoogste niveau samengezeten met vertegenwoordigers van alle artsenorganisaties. Ik heb hun overigens al maanden geleden gevraagd om met voorstellen te komen en ik heb geluisterd naar die voorstellen. Voor zover er voorstellen zijn, zal ik daarop voortbouwen. Ik zal die dialoog ook voortzetten, want die is absoluut noodzakelijk.
Ik denk overigens dat ook de achterban van de artsenorganisaties die mening deelt. We moeten samen investeren in de gezondheidszorg en samen hervormen. Niemand kan zich daaraan onttrekken, de politiek niet, maar ook de artsenorganisaties niet. De uitnodiging om met voorstellen te komen, om daar samen werk van te maken en erover te overleggen, blijft dus gelden. We zullen op dat pad verdergaan.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, de sector zegt nee tegen uw salamitechniek. U wilt duidelijk een voorafname doen door het conventiemodel gewoon door te duwen, zonder de nomenclatuur en de ziekenhuissector te hervormen. De artsensyndicaten verwijten u trumpiaans gedrag, omdat u hun financiering afhankelijk wilt maken van de mate waarin ze uw beleid volgen. Niet ik zeg dat, zij zeggen dat, mijnheer de minister. U wilt een meldpunt voor foutieve ziektebriefjes, u demoniseert de artsen, u holt een functie uit die nochtans cruciaal is in onze gezondheidszorg. Inderdaad, het tekort voor 2026 loopt inmiddels op tot een half miljard euro; dat lazen we vandaag nog in de kranten. Op die manier zal het gezondheidsbeleid niet op een duurzame manier hervormd kunnen worden. Of wilt u misschien een gezondheidszorg zonder artsen, mijnheer de minister?
De reactie van België op de maatregelen van president Macron tegen de moslimbroederschap
De moslimbroederschap en de islamisering in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de toestand in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de gevolgen voor België
Belgische reacties op Franse maatregelen tegen Moslimbroederschap, islamisering
Gesteld door
Open Vld
Paul Van Tigchelt
VB
Sam Van Rooy
MR
Denis Ducarme
DéFI
François De Smet
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de dreiging van de moslimbroederschap en islamistisch extremisme in België, met name hun infiltratie in instellingen en de zwakke reactie van de overheid. Van Tigchelt en Ducarme benadrukken dat België een Europees knooppunt is voor de moslimbroeders en dringen aan op snelle wetgeving om extremistische groepen te verbieden, terwijl Van Rooy een hardere lijn eist, inclusief migratiebeperking. Minister Quintin bevestigt dat er gewerkt wordt aan juridische tools om radicale organisaties (zoals Samidoun) te ontbinden, maar waarschuwt voor juridische hordes, terwijl De Smet pleit voor een eigen Belgisch rapport en balans tussen veiligheid en grondrechten. Critici (o.a. Van Tigchelt) vragen om activering van de Nationale Veiligheidsraad en een duidelijker onderscheid tussen moslims en islamisten.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, ik had mijn vraag eigenlijk aan de premier willen stellen, maar om de een of andere reden krijg ik hem niet te pakken als het gaat over de veiligheid van het land. Ik hoop dat de premier intussen begrepen heeft dat België groter is dan Antwerpen. Dat zeg ik uiteraard met alle sympathie voor u, minister Quintin.
Mijnheer de minister, de moslimbroederschap is een van de fabrieken van het islamisme. Volgens onze veiligheidsdiensten is het een politieke stroming die onze democratie wil vernietigen om hier de sharia te installeren. Ik heb het Franse rapport gelezen. Ik hoop dat u het ook gelezen hebt. Het is verontrustend. De moslimbroeders zijn hun mars door onze instellingen begonnen. Er wordt tientallen keren naar ons land verwezen.
Ik kan u zeggen dat we in de voorbije jaren al maatregelen hebben genomen tegen die zogenaamde fabrieken van het islamisme. We hebben de Moslimexecutieve ontbonden. We hebben een imam die in het Franse rapport genoemd wordt het land uitgewezen, meer dan twee jaar geleden. Zijn naam staat op pagina 18 van het rapport, collega Van Rooy.
We hebben een strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering uitgerold, een strategie om radicalisering in de kiem te smoren. De premier zei enkele weken geleden nog dat ze goed functioneert, toch in Antwerpen. Dat kan ik beamen, ze functioneert goed in Antwerpen, maar helaas is België groter dan Antwerpen.
In Frankrijk heeft president Macron de hand aan de ploeg geslagen en zijn Nationale Veiligheidsraad bijeengeroepen. Daarom mijn vragen aan deze regering. Hebben onze diensten kennisgenomen van dit rapport? Is er overleg met Frankrijk? En vooral, bestaat de Nationale Veiligheidsraad nog in dit land? Deze regering zit nu meer dan 100 dagen in het zadel en de Nationale Veiligheidsraad is nog steeds niet samengekomen. Is veiligheid een issue voor deze regering?
Sam Van Rooy:
Mijnheer de voorzitter, dames en heren, het islamisme, zoals u het noemt, mijnheer Van Tigchelt, de politieke islam, is een flagrant pleonasme, omdat de islam in de eerste plaats politiek is. Dat zeg niet ik, maar wel de Algerijnse auteur Hamid Zanaz. En hij kan het weten.
De islamitische jihad wordt door jihadisten, oftewel beroepsmoslims, op diverse manieren gevoerd. Dat gebeurt op illegale wijze, namelijk met geweld en terreur, en op legale wijze, namelijk via immigratie, via het onderwijs en via de culturele, academische, juridische en politieke weg. Het gaat om vrome moslims wier loyaliteit niet bij ons, bij onze samenleving ligt, maar wel bij het Turkse Diyanet of bij jihadistische terreurorganisaties zoals Hezbollah, Islamitische Staat en Hamas, of bij de Iraanse ayatollahs of salafistische of islamfundamentalistische organisaties zoals inderdaad de moslimbroederschap, waaruit nota bene ook de genocidale jihadisten van Hamas zijn voortgekomen.
Hun doel is om onze samenleving te islamiseren en alles en iedereen te onderwerpen aan de regels en wetten van de islam. Het motto van de moslimbroederschap luidt: Allah is ons doel, de profeet Mohammed is onze leider, de koran is onze wetgeving, jihad is ons pad, sterven voor Allah is onze allergrootste hoop.
Dankzij een zorgwekkend rapport is de Franse president Macron eindelijk wakker geschoten. Hij kondigt nu voorstellen aan tegen de infiltratie van beroepsmoslims en dus tegen de islamisering van Frankrijk.
Mijnheer de minister, aangezien deze regering Macron blijkbaar graag volgt, welke voorstellen legt u op tafel tegen jihadistische infiltratie van onder andere de moslimbroederschap en tegen de islamisering van onze (…)
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre de la Sécurité, j'ai été membre de la commission Attentats terroristes. C'est une mission qui vous change un homme à vie. Nous avions eu du courage. Nous avons pris des recommandations en matière de sécurité, contre le terrorisme et également contre le radicalisme. Mais il aura fallu attendre ce gouvernement de réformes pour qu'enfin des dispositions soient prises pour nous permettre en Belgique de dissoudre des groupes radicaux extrémistes. Cela me fait donc vous parler des Frères musulmans. Ceux-ci jouent sur les mots: ils ne sont pas musulmans; ils sont islamistes. Et nous devons lutter contre cette menace qui est une vraie mine sous notre socle commun des valeurs, sous notre vivre ensemble et qui remet en question la cohésion de notre société.
Au niveau du MR, nous n'avons pas attendu pour demander un rapport à nos propres services de renseignement. Je l'avais fait avec mon collègue Dallemagne en 2022. À l'époque, ce rapport sur les Frères musulmans était déjà alarmant. Aujourd'hui, le rapport français est accablant. Et les Français ont raison: nous sommes un carrefour du frérisme en Europe.
Je vous demande, monsieur le ministre, en tant que ministre de la Sécurité, de mettre tout en œuvre pour nous doter des outils qui permettent de protéger notre société, toute notre société, en ce compris nos amis musulmans, de la menace islamiste. J'espère donc que vous pourrez très rapidement venir avec ce projet qui nous permettra de réagir et d'être enfin à la hauteur face à une menace telle que celle des Frères musulmans.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je voudrais tenter de concilier vigilance et nuance dans ce débat.
D'abord, il faut en effet absolument distinguer l'islam de l'islamisme. Il faut rappeler que l'écrasante majorité des concitoyens musulmans de ce pays vivent leur foi de manière tout à fait paisible et sans opposition avec la société.
À côté de cet islam, il n’y a pas un, mais plusieurs islamismes. Il y a un islamisme violent, djihadiste, qu'on ne connaît que trop bien. Il y a une frange salafiste, non violente, mais qui est plutôt dans la séparation avec la société. Et il y a un entrisme des Frères musulmans, dont le projet n'est pas violent non plus, mais vise culturellement, oserais-je même dire lentement, démocratiquement, à faire en sorte que notre société soit la plus compatible possible avec les préceptes musulmans les plus rigoureux.
Que nous dit ce rapport? Que la Belgique est, en effet, le carrefour européen de la mouvance frériste. Qu'ils y auraient développé un maillage étroit d'associations. Plusieurs associations, une dizaine de mosquées, 200 activistes, cinq écoles, etc.
On y lit surtout que la Belgique est considérée comme fragile pour trois raisons: le morcellement de l'action publique, l'ambivalence supposée de notre neutralité, et le fait que la classe politique y est vue comme relativement légère sur le sujet.
La Sûreté de l'État a déjà parlé des Frères musulmans dans un rapport. Elle n'y voit pas une menace immédiate, mais une menace à long terme. Je fais partie de ceux qui pensent que la Sûreté de l'État devrait davantage investiguer les menaces à très long terme.
Ma demande vise en premier lieu à mieux connaître l'adversaire. Ma demande formelle à vous aujourd'hui, monsieur le ministre, c'est que la Belgique se dote de son propre rapport. Prenons connaissance du rapport français et vérifions-en toutes les allégations. Ce rapport, il ne faut ni s'asseoir dessus, ni le prendre, si j'ose dire, comme parole d'Évangile. Il faut vérifier chacune des allégations et se doter de notre propre expertise, parce que nous avons face à nous un ennemi insidieux, long, et qui nous connaît beaucoup plus que nous ne le connaissons.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, comme vous j'ai pris connaissance du rapport français concernant l'entrisme des Frères musulmans en France et son chapitre consacré à la Belgique, à savoir le chapitre 2.2 et, surtout, 2.2.2.1.
Nous prenons évidemment le contenu de ce rapport très au sérieux.
Naar aanleiding van de publicatie van het rapport heb ik onmiddellijk mijn diensten bevraagd. De Veiligheid van de Staat en het OCAD volgen zoals altijd de ontwikkelingen op de voet. Zij lieten me gisteren weten dat er geen nieuwe elementen zijn met betrekking tot bijkomende radicalisering in ons land. Dat wil niet zeggen dat het niet zorgwekkend is, maar er is geen nieuw nieuws.
Ik kan u verzekeren dat er binnen het kader van de nationale strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering voortdurend toezicht wordt gehouden op ideologische stromingen die onze liberale democratie trachten te ondermijnen en die een vruchtbare voedingsbodem vormen voor extremisme.
Je serai ici le plus clair possible: il n'y a pas de place dans notre pays pour l'extrémisme et le radicalisme, qu'ils soient islamistes ou d'une quelconque autre nature. Pas de place pour les prêcheurs de haine qui divisent nos sociétés et menacent notre vivre ensemble, très singulièrement dans nos institutions publiques. Pour qu'il n'y ait aucun doute, je range évidemment les Frères musulmans dans cette catégorie.
Ik herhaal het ook in het Nederlands, voor alle duidelijkheid: er is in ons land geen plaats voor extremisme of radicalisme, of het nu islamistisch is of van welke aard dan ook. Er is geen plaats voor haatpredikers die onze samenleving willen verdelen en het samenleven bedreigen. Dat geldt ook binnen onze democratische instellingen. Voor alle duidelijkheid, ik reken de moslimbroederschap tot deze categorie.
C'est pourquoi je peux d'ores et déjà vous annoncer que mes services, conformément à l'accord de gouvernement, travaillent activement et promptement à la mise en place d'un cadre juridique permettant enfin d'interdire des organisations radicales, dangereuses – à commencer par Samidoun, comme c'est indiqué dans l'accord de gouvernement –, en raison de leur lien avec le djihadisme, le terrorisme ou la propagation de l'antisémitisme ou du racisme dans notre pays.
Mais nous devons être clairs, nous ne devons ni nous tromper ni nous mentir. Par exemple, quand on nous parle des Frères musulmans, on ne parle pas ici d'une association des Frères musulmans, quel que soit son statut, mais bien d'une nébuleuse, d'une stroming , monsieur Van Tigchelt. Nous devons donc établir une législation précise pour qu'elle soit efficace, afin d'éviter que certaines organisations ou associations appartenant entre autres à cette nébuleuse des Frères musulmans passent entre les mailles du filet. Je l'ai dit et je le répète, ce travail est actuellement en cours depuis le début de mon mandat, il y a un peu plus de trois mois.
J'ai pris aujourd'hui contact avec mon homologue français, M. Retailleau, pour échanger sur le sujet et pour le rassurer sur le fait que nous prenons évidemment la situation tout aussi au sérieux que dans l'Hexagone, conscients d'ailleurs des liens dans un sens comme dans l'autre. Les services belges sont évidemment aussi en contact constant avec les autres services de renseignement et de sécurité européens et au-delà.
En conclusion, en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, je peux vous assurer de la pleine et entière vigilance de ce gouvernement. Et j'ai bien entendu votre troisième point, monsieur De Smet. Pas de mollesse, il faut le faire de manière extrêmement résolue. C'est le moment de le faire.
Je peux vous assurer de la volonté ferme et résolue de ce gouvernement d'agir pour la sécurité de tous nos concitoyens, monsieur Ducarme. Nous ne laisserons pas l'extrémisme prendre racine dans notre pays.
Paul Van Tigchelt:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw heldere en duidelijke antwoorden.
Ik verzoek u toch om de premier te vragen om de Nationale Veiligheidsraad eindelijk eens bijeen te roepen.
Ten tweede, de ontbinding van islamistische of extremistische groeperingen. Ik wil u waarschuwen. We proberen dat al 20 jaar in dit Parlement en telkens botsen we daarbij op onze Grondwet, op de grondwettelijke rechten en vrijheden. Daar moeten we omzichtig mee omspringen.
Ten derde, last but not least, over onze Grondwet gesproken, ik ben blij met uw tussenkomst en ook met die van de heren Ducarme en De Smet, want u maakt het onderscheid tussen moslims en islamisten. Er is één persoon die dat niet doet en dat is collega Van Rooy. Van die boer geen eieren, collega Van Rooy. Niet alle moslims zijn extremisten. Ik hoop dat we in dit halfrond afstand kunnen nemen van dat soort ranzige uitspraken.
Sam Van Rooy:
Terwijl de moslimbroederschap zelfs in diverse moslimlanden allang verboden is, kan die hier in Belgistan al decennia vrij opereren, rekruteren en infiltreren. De talrijke bondgenoten en vrienden van Hamas in deze regering en in dit Parlement zijn ook de bondgenoten en vrienden van de moslimbroederschap.
Het is dus geen toeval dat deze regering zogenaamde islamofobie wil bestrijden. Het probleem is bovendien nog veel groter, want ondertussen zijn er zeker al honderd salafistische organisaties en 400.000 moslimfundamentalisten op ons grondgebied. Steeds meer van onze wijken en scholen islamiseren en lijken op Marokko, Turkije, Afghanistan of Somalië.
Mijnheer de minister, verbied niet alleen de moslimbroederschap, maar verbied elke islamiserende organisatie. Stop de massa-immigratie van moslims. Zet alle (…)
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui est à la hauteur des attentes.
Nous avons longtemps été trop lents et trop naïfs par rapport à la menace radicale. Nous avons parfois même été les idiots utiles de l'islamisme dans notre pays.
Beaucoup de démocraties libérales voisines, comme la France ou l'Allemagne, ont mis en place un dispositif de dissolution des groupes extrémistes et radicaux.
Il faut donc agir rapidement. Vous avez compris que, pour le Mouvement Réformateur, il faut agir rapidement face à la menace. La position des libéraux francophones est claire: il faudra dissoudre l'ensemble des organisations liées à la mouvance des Frères musulmans.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui va dans le bon sens. Nous sommes et devons rester une démocratie libérale. Je ne doute pas que, dans les mesures juridiques que vous mettrez en œuvre, vous veillerez évidemment à ne pas entraver la liberté d’association et de conviction. Il faudra faire en sorte que seules les associations dangereuses soient éventuellement dissoutes. Mais, à côté de l'interdiction ou de la dissolution d'associations, un autre volet mérite notre attention. En effet, il convient aussi de promouvoir le vivre ensemble, de lutter contre le prosélytisme, de travailler sur la neutralité, notamment celle des services publics, y compris en matière d’apparence. Cela implique même d’oser un peu plus en portant haut un principe que j’ai parfois l’impression d’être seul à défendre ici: la laïcité.
Het regeringsstandpunt over Palestina
De prangende situatie in Gaza
De genocide in Gaza
De situatie in Gaza
De prangende situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
Het regeringsstandpunt over de situatie in Gaza.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s politieke partijen eisen dringend concrete actie tegen Israël’s genocide en hongersnood in Gaza (50.000 doden, massale uithongering, geblokkeerde hulp), maar de regering ontwijkt sancties en schuilt achter vage resoluties en het VN-vredesproces van Macron. Kernpunten: oppositie en meerderheidspartijen (behalve N-VA/MR) dringen aan op onmiddellijke blokkadebreking, sancties, ambassadeurterugtrekking en erkenning Palestina—zonder voorwaarden—terwijl premier De Wever geen bindende stappen aankondigt, slechts "optimisme" toont voor diplomatieke initiatieven. Scherpe kritiek: regeringspassiviteit wordt gelinkt aan medeplichtigheid, met verwijten over dubbele standaarden (vs. Rusland-sancties) en neokoloniale tweestatenretoriek die Gaza’s vernietiging negeert. Noodkreten: "Acte nu, of de geschiedenis zal u veroordelen."
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, vandaag stuurde iemand mij een foto door van Rafaet uit Gaza. Ik kan dergelijke foto's eigenlijk niet meer aanzien. Rafaet is een jong meisje, compleet ondervoed. Haar botten steken bijna door haar fragiele huid. Ze is de helft van haar gewicht verloren. Ze is compleet uitgehongerd en ze overleeft op tijmblaadjes en water. Die hongermoord op Rafaet is bewust gepland en uitgevoerd. Men blokkeert sinds een aantal maanden elk transport naar Gaza. Elke vorm van voedsel wordt aan de grens tegengehouden. Er is niets meer.
Vandaag leven meer dan een half miljoen mensen in Gaza in acute hongersnood, volgens de VN. Dat betekent dat wij ver voorbij de fase van veroordeling zijn. Wij zitten in de fase van sancties, want met sancties zet men Israël onder druk, niet met woorden.
Na 19 maanden komt de regering met een vage resolutie. Ten eerste, in die resolutie durft men niet eens het woord genocide te gebruiken. Ten tweede, de resolutie legt zoveel voorwaarden op aan de erkenning van Palestina, dat er tegen dan wellicht geen Gaza meer zal bestaan. Ten derde, de regering maakt de erkenning van Palestina, het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voorwaardelijk. Dat is compleet onwettelijk, zegt elke professor in internationaal recht. Het is een onvoorwaardelijk recht. Ten vierde, de resolutie ademt neokolonialisme uit, waarin Brussel en Parijs komen vertellen wat goed is voor de Palestijnen, terwijl het aan de Palestijnen is om te bepalen wat goed voor hun toekomst is.
Er zijn 50.000 dodelijke slachtoffers. Wanneer komen er eindelijk sancties van de regering, mijnheer de premier?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, duizenden kinderen sterven in Gaza door honger of bombardementen van Israël, ze kunnen geen kant meer op en het blijft maar doorgaan. We kunnen dat niet tolereren en we moeten actie ondernemen.
Afgelopen week was er witte rook. De arizonameerderheidspartijen in het Parlement hebben een akkoord over een voorstel van resolutie rond Gaza. De persberichten en socialmediaposts vlogen de deur uit. Veel tromgeroffel. Veel borstgeklop. Alleen kan ik de collega's van de meerderheid nog niet feliciteren, want ik heb hier in het Parlement nog geen letter tekst gezien.
Zoals dat gaat in de arizonaregering, de inkt is nog niet droog of er is al heel veel discussie over de inhoud en de modaliteiten van de tekst. Blijkbaar zal België, u dus, mijnheer de eerste minister, het aanhoudingsbevel voor Netanyahu moeten respecteren. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Blijkbaar zal België optreden in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Ook de minister van Buitenlandse Zaken is ineens wakker geworden. Eigenlijk is het voorstel van resolutie dus al achterhaald. Hij zal met een pakket sancties komen tegen Israël. Dat is opnieuw terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Collega's, laten wij immers eerlijk zijn, elke rode lijn wordt overschreden door Israël. We moeten stappen zetten richting erkenning van de staat Palestina en dat moet snel gebeuren, want anders is er binnen de kortste keren geen sprake meer van Palestina.
Mijnheer de eerste minister, wat zult u doen? Staat u aan de zijde van de duizenden onschuldige burgerslachtoffers?
Paul Magnette:
Hier, j'ai rencontré des médecins israéliens, juifs et palestiniens, des bénévoles qui, depuis plus de 30 ans, soignent des Palestiniens en Cisjordanie et à Gaza. Ils dénoncent les violations des droits humains dont ils sont l'objet. Ils m'ont décrit ce qu'ils vivent aujourd'hui. Aujourd'hui, à Gaza, 25 000 personnes sont dans un état de santé critique et doivent être évacuées de toute urgence vers un hôpital, mais le gouvernement israélien les empêche de sortir. Dans les heures et les jours qui viennent, si rien ne change, ces 25 000 personnes vont mourir. Elles s'ajouteront aux 52 000 personnes qui sont déjà mortes sous les bombes de Netanyahu.
Aujourd'hui à Gaza, deux millions de personnes sont au bord de la famine. Depuis plus de 10 semaines, Israël impose un blocus total. Plus rien ne rentre: plus d'eau, plus de nourriture, plus de médicaments. Des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants vont mourir, si rien ne change, dans les semaines et les mois qui viennent.
Le blocus est un instrument du génocide et il faut casser le blocus pour arrêter le génocide en cours. Nous l'avons fait il y a un an, avec nos avions militaires. Nous avons largué des vivres et des médicaments à Gaza. Nous devons le refaire de toute urgence. Il faut casser le blocus de Gaza, envoyer nos avions militaires, larguer des vivres et des médicaments pour éviter une tragédie absolue. Ce n'est plus une question politique. Ce n'est plus une question de gauche ou de droite. Ce n'est même plus une question de droit international. C'est une question de vie ou de mort pour des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants.
Et face au génocide en cours, ne rien faire, c'est être complice. L'histoire vous jugera, monsieur le premier ministre. L'histoire nous jugera. Cassez ce blocus et sauvez ces centaines de milliers de femmes et d'hommes!
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je ne sais pas comment commencer mon intervention tant j'ai l'impression de répéter sans cesse les mêmes choses et de parler dans le vide.
Depuis des semaines, pas un seul camion d'aide n'est entré à Gaza. Pas une goutte d'eau, pas un sachet de farine, pas un médicament. Rien. Des mères mélangent de la nourriture pour bétail avec de l'eau bouillie pour tenter de se nourrir. Des enfants meurent littéralement de faim.
L'ONU évoque une famine délibérée. Médecins Sans Frontières (MSF) parle de charnier. Amnesty International parle de génocide. Monsieur le premier ministre, comme vous aimez les faits, regardons-les!
Plus de 50 000 personnes ont été assassinées, dont une majorité de femmes et d'enfants. Des journalistes sont visés, des hôpitaux bombardés, des quartiers rasés. Des enfants sont enterrés sous les décombres de leur maison. La Cour internationale de Justice, la plus haute juridiction de l'ONU, parle d'un risque plausible de génocide. Ce ne sont pas mes mots mais bien ceux du droit.
Et pourtant, le silence. Le vôtre, celui du monde. Ce qui est grave, ce n'est pas seulement ce silence mais bien le cynisme froid avec lequel vous avez annoncé pouvoir désobéir à un mandat d'arrêt international contre Netanyahu. Nous ne l'oublierons pas!
Un crime de masse est en cours et des gens filment en direct leur propre mort. Ce n'est pas une guerre mais bien l'écrasement d'un peuple. Ce n'est pas une tragédie mais bien un plan délibéré de nettoyage ethnique.
La Belgique, ce pays de droit qui a souvent été du bon côté de l'histoire, se tait aujourd'hui, attend, tergiverse et envisage des mesurettes.
C'est une honte. C'est une rupture historique. C'est un reniement.
Monsieur le premier ministre, au nom de toutes celles et ceux qui n’en peuvent plus d’assister impuissants à ce carnage, quand allez-vous briser le blocus humanitaire par tous les moyens?
Quand allez-vous suspendre les accords économiques avec Israël?
Quand allez-vous rappeler l'ambassadeur belge à Tel Aviv, comme cela a été fait pour la Russie, le Venezuela ou la Birmanie?
Vous parlez de cohérence, alors agissez avec cohérence. Aujourd'hui, il n'y a eu ni embargo, ni gel d'avoirs, ni parole forte. Nous ne constatons que des paroles creuses, des formules vides et des mains qui tremblent.
Pendant que vous tergiversez (...)
Oskar Seuntjens:
Een platgebombardeerde stad, tienduizenden doden en uitgehongerde kinderen terwijl er aan de grens vrachtwagens met voedsel, medicijnen en zelfs babysupplementen staan te wachten, bewust tegengehouden door Israël. Men hoeft maar zijn gsm vast te nemen en men ziet dag na dag de pure horror en het ondraaglijke menselijk lijden. Dit is geen oorlog meer. Dit is een genocide die we live, vanop onze gsm, dag na dag kunnen volgen. Niemand hier zal ooit kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben. Hopelijk zullen we wel kunnen zeggen dat we er alles aan gedaan hebben om op te komen voor al die onschuldige slachtoffers, want men krijgt het niet meer uitgelegd.
Collega’s, het valt niet meer uit te leggen dat als Poetin Oekraïne binnenvalt, we vanaf de eerste dag allemaal samen zeggen hoe schandalig dat is en dat er sancties moeten komen – daar was iedereen het over eens, behalve de communisten van de PVDA –, terwijl we wegkijken wanneer een extreemrechtse zot als Netanyahu een volk platbombardeert. Dat gaat niet en dat is voor Vooruit onaanvaardbaar. Daarom zijn we vanaf de eerste dag opgekomen voor alle onschuldige slachtoffers, ook in de vorige regering, met Frank en Caroline. Er werden toen voedsel en medicijnen gestuurd. Toen Israël de grens sloot, deden ze het via de lucht, met de moed der wanhoop. Het is die moed die we vandaag opnieuw nodig hebben, die zoveel jongeren hebben getoond door afgelopen zondag mee te gaan betogen voor Palestina.
Het is daarom dat we dagenlang onderhandeld hebben voor een sterke resolutie, die pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, die pleit voor humanitaire hulp nu, die pleit voor economische sancties tegen het Israël van Netanyahu. Die spreekt immers maar één taal, hij luistert niet naar mensenrechten en spreekt enkel de taal van het geld.
Dus, mijnheer de premier, het Parlement heeft zijn werk gedaan en het is aan u. We vragen u om niet langer te wachten, want elke seconde telt.
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, 50.000 burgerslachtoffers, waarvan 70 % vrouwen en kinderen zijn, en de teller tikt verder. Gisteren 60 extra dodelijke slachtoffers, vandaag 74 extra dodelijke slachtoffers. Collega's, het is nog maar drie uur. Al tweeënhalve maand is er geen toevoer van medicijnen, voedsel noch elektriciteit in de Gazastrook. U zult cd&v vandaag dus niet euforisch horen zijn. Het geweld en het leed duren vandaag nog voort. Al jaren pleit cd&v voor het Palestijnse volk. Al maanden vraagt cd&v actie van de regering.
Vandaag zijn we tot een akkoord gekomen, en ja, we hebben ons moeten kwaad maken, en ja, dat was niet makkelijk. We sluiten ons aan bij het initiatief van Macron, we sluiten ons aan bij het vredesproces in New York en we steunen de erkenning van de staat Palestina in een proces van een tweestatenoplossing.
Wat het internationaal recht betreft, collega's, is cd&v helder en duidelijk. Wij scharen ons als cd&v voor 100 % achter het internationaal recht. Dat betekent dat mensen die oorlogsmisdaden plegen, in ons land zullen worden opgepakt, ook wanneer ze Netanyahu heten.
Premier, wij hebben het werk verricht. Hoe snel zult u met de regering verdere actie ondernemen?
Staf Aerts:
Collega's, ik wil u vragen om even stil te staan en na te denken, want wat gaan we later aan de toekomstige generaties vertellen? Wat hebben wij gedaan om deze gruwel, die elke dag onze huiskamers binnenstroomt, te veroordelen, om die te stoppen? Het is dé gruweldaad van de eenentwintigste eeuw, want de verschrikkelijke beelden blijven maar komen. Meer dan 50.000 burgers zijn vermoord. Kinderen sterven elke dag van de honger. Ziekenhuizen worden gebombardeerd. Er zijn massale volksverhuizingen, want burgers zijn een doelwit op het overgrote deel van de Gazastrook. Er is geen water, er is geen voedsel, er is geen medicatie, want die worden al 10 weken lang door Israël geblokkeerd aan de grenzen.
Wat zullen we onze kleinkinderen later vertellen? Dat we alles gedaan hebben wat we konden? Collega's van de meerderheid, jullie resolutie bevat een lichte communicatieve koerswijziging. Mijnheer de premier, u wordt op de vingers getikt. België moet voortaan uitvoeren wat het Internationaal Strafhof beslist. Wauw! Bravo! Is dat geen evidentie meer? Is dat geen evidentie meer? In de gehele tekst wordt Israël met de fluwelen handschoenen aangepakt. Geen woord over apartheid. Geen woord over genocide. Geen woord over... ja, wel een woord over de erkenning van Palestina, maar er worden zoveel voorwaarden aan gekoppeld dat ze op de lange baan geschoven wordt. We zullen het waarschijnlijk niet meer meemaken. Geen Belgische sancties, geen actie.
Mijnheer de premier, dinsdag komt de Raad Buitenlandse Zaken samen. Daar stelt Nederland voor om maatregelen te nemen en handelsrelaties te blokkeren. Zal België zich daarbij aansluiten?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik bedank iedereen voor de steun die ik heb mogen genieten naar aanleiding van de ziekte die ik heb meegemaakt. Ik hoop dat die steun overeind blijft, ook na mijn eerste tussenkomst hier. ( Hilariteit en applaus )
Voorzitter:
Mijnheer Dedecker, misschien zal niet iedereen ervoor pleiten, maar ik zet de spreekklok voor u opnieuw op twee minuten.
Jean-Marie Dedecker:
Bedankt, mijnheer de voorzitter.
Mijnheer de premier, ik zal u een kattebelletje voorlezen van een onbekend persoon, al weet ik wie het schreef. Het is een prachtig kort verhaal dat weerspiegelt wat ik denk. Ik ben altijd zenuwachtig als het over Gaza gaat.
"Weerzinwekkend zijn de beelden van Gaza. De Israëlische premier Netanyahu is van Gaza het nieuwe Dachau aan het maken. Uithongering en dagdagelijkse bommentapijten zijn de nieuwe verbrandingsovens. Hoe kan de wereld blijven wegkijken van wat daar gebeurt, goed wetende dat het de Joden zijn die het staakt-het-vuren eenzijdig hebben opgezegd om van hun moordrazzia's opnieuw hun dagelijkse bezigheid te maken? En deze keer kan de wereld niet zeggen: wir haben es nicht gewußt ."
Beste collega's wij vieren vandaag 80 jaar bevrijding. Vandaag vieren de Palestijnen – al is "vieren" geen goede woordkeuze – 80 jaar bezetting. De Palestijnen betalen het gelag voor wat de Europeanen de Joodse bevolking aangedaan hebben in de Tweede Wereldoorlog. We hebben de exodus van de Joodse slachtoffers, slachtoffers van de Holocaust, naar Israël georganiseerd. Dat ging ten koste van de Palestijnen, want onmiddellijk werden er 750.000 verdreven met de eerste Nakba in 1948. Sedertdien is er een apartheidsstaat ontstaan, waarvoor we als Europeanen nooit onze verantwoordelijkheid hebben genomen. We hebben mensen opgesloten in de grootste openluchtgevangenis van de wereld. Mensen kunnen er niet uit ontsnappen, kinderen worden er gebombardeerd.
Hoeveel oorlogsmisdaden moeten er nog begaan worden vooraleer we durven zeggen: verdomme, we gaan er iets aan doen, in plaats van nutteloze resoluties?
Voorzitter:
De premier heeft maximaal vijf minuten spreektijd voor zijn antwoord.
Bart De Wever:
Bedankt, collega'sn het is uiteraard niet de eerste keer dat mij in dit halfrond wordt gevraagd naar het standpunt van de regering over het bewuste conflict in het Midden-Oosten. Wat de fundamentele oplossing voor dat conflict betreft, hebben wij een duidelijk regeerakkoord geschreven. Mijn antwoord wat dat betreft, zal alleszins consequent zijn. Ik heb die bewuste tekst hier al een paar keer letterlijk voorgelezen en ga dat niet opnieuw doen. Wat dat betreft verwijs ik naar het verslag voor die antwoorden. Ik zal wel iets zeggen over de nieuwe, recente ontwikkelingen.
Er is binnen dit halfrond een meerderheid die heeft aangekondigd volgende week een resolutie te zullen indienen in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Ongetwijfeld zal die bediscussieerd worden en ook naar de plenaire vergadering komen ter stemming. Van mijn kant denk ik alvast dat die resolutie het juiste kader schetst en dat de regering die resolutie ter harte moet nemen. We zullen daarover dan uiteraard opnieuw spreken in deze vergadering, maar er zijn momenteel nog geen regeringsbeslissingen die ik ter zake kan toelichten.
De komende weken verwachten we ook teksten in het kader van een vredesinitiatief in de aanloop naar de conferentie van de Verenigde Naties van juni, waarnaar door verschillende sprekers is verwezen en waar deze kwestie en het conflict in het Midden-Oosten op de agenda staan. Bovendien staat vooral Frankrijk in contact met verschillende Arabische landen om een oplossing uit te werken in het kader van die VN-conferentie, die dan hopelijk zou moeten kunnen leiden tot een duurzame vrede.
Ik heb de gelegenheid gehad om daarover uitgebreid te spreken met president Macron. Mijn indruk is dat de contouren van zijn vredesinitiatief lijken te stroken met zowel het regeerakkoord als de resolutie die hier uiteindelijk ter stemming zal worden voorgelegd. Ik hoop dat ik dus namens de regering mag zeggen dat wij dit initiatief met enig optimisme tegemoetzien. We zullen zien hoe we dat kunnen ondersteunen en op welke manier we daaraan eventueel kunnen deelnemen. We zullen dat doen op het moment waarop we de teksten daarover hebben gekregen en kunnen doornemen en bespreken in de schoot van de regering.
En ce qui concerne la qualification de la situation, c'est à la Cour internationale de se prononcer, mais cette qualification juridique n'est pas l'essentiel en ce moment car cela ne changera pas la situation instantanément.
L'urgence maintenant, c'est de nous concentrer sur la situation humanitaire et de voir comment y remédier le plus vite possible. Permettez-moi, au nom du gouvernement, de réaffirmer l'horreur largement partagée par chacun d'entre nous face aux images des victimes innocentes touchées par ce conflit. Ces images horribles, notamment celles concernant des enfants, ne peuvent laisser personne dans l'indifférence. Cela me touche évidemment en tant qu'homme politique mais aussi en tant qu'être humain. Elles appellent une solution fortement et largement soutenue par la communauté internationale, une solution qui mette fin le plus rapidement et durablement possible à la souffrance des innocents. Notre gouvernement souhaite contribuer à une telle solution durable. Je vous remercie.
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, er zijn twee verschillende zaken. Er is, ten eerste, de erkenning van Palestina. Ik geloof niet in het initiatief van Macron, dat neokolonialisme uitademt en dat tot niets zal leiden.
De andere zaak, net voor onze ogen, is de genocide. Dat is de dringende zaak. Dat is de acute zaak. Een genocide stopt men niet met flauwe resoluties waarin opgewarmde kost wordt geserveerd aan het Parlement. Al 19 maanden lang vragen wij concrete sancties, al 19 maanden lang weigert men dat.
De heren van Vooruit zeggen: "Je krijgt het niet meer uitgelegd." Wel, wat ik niet meer uitgelegd krijg, is dat Vooruit 19 maanden in de regering zit en dat op die 19 maanden niet de minste sanctie is getroffen tegenover Israël, niet de minste, terwijl er 18 pakketten tegenover Rusland werden getroffen. Shame on you . Israël zal enkel buigen onder druk van economische en militaire sancties en niet onder druk van flauwe resoluties van deze regering.
Kjell Vander Elst:
Dank u, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoord. U maakt wel één denkfout. Als hier een resolutie, of die nu onbelangrijk is of niet, wordt goedgekeurd, dan moet u die niet ter harte nemen, maar uitvoeren. Als het Parlement een resolutie goedkeurt, dan moet u die uitvoeren, niet ter harte nemen en zomaar à la tête du client kijken wat u daar wel of niet van kunt uitvoeren.
Ik denk dat we het over één zaak wel eens zijn, namelijk dat het overlijden van onschuldige kinderen in Gaza zo snel mogelijk moet stoppen. Ik hoop trouwens dat we het daar allemaal over eens zijn in dit halfrond, al betwijfel ik dat. Als ik statements en verklaringen lees van een van uw partijgenoten waarin staat – ik citeer – "Het overlijden van een kind is tragisch, maar daarom nog niet moreel onverdedigbaar.", dan keert mijn maag om. Dat is walgelijk. We mogen hier in dit Huis over veel zaken van mening verschillen, maar laten we alstublieft overeenkomen dat we (…)
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, une fois de plus, vous vous contentez de lire votre texte sans apporter aucun élément de réponse. Vous brandissez cette résolution, ce petit bout de papier plein de mots creux, qui n'est que le reflet visible, ici-même, des contradictions de votre coalition. Mais ce que nous attendons de vous, ce sont des actes!
Demain, le 16 mai 2025, l'armée israélienne va envoyer des dizaines de milliers de militaires supplémentaires pour chasser les Palestiniens de la bande de Gaza et leur voler leurs terres. Il y aura encore des milliers et des dizaines de milliers de victimes.
Alors agissez! Agissez maintenant! Rappelez votre ambassadeur! Imposez des sanctions! Brisez le blocus! Faites quelque chose, bon Dieu!
Rajae Maouane:
Monsieur Dedecker, merci pour vos mots. Vous avez un privilège que je n'ai pas, c'est celui de dire les choses de la manière la plus crue et la plus plate sans créer de scandale.
Aujourd'hui, les accusations d'antisémitisme dès lors qu'on dénonce les exactions d'un gouvernement d'extrême droite ne tiennent plus. Aujourd'hui, les condamnations se succèdent, du CCLJ à Jean-Marie Dedecker. Il n'y a aujourd'hui plus que le MR et le Belang, comme par hasard, pour ne pas être du bon côté de l'Histoire.
Monsieur le premier ministre, je ne vous dis pas merci pour vos réponses. Elles sont honteuses. Je ne sais pas ce que nous dirons aux générations suivantes. Je ne sais pas ce que nous pouvons dire. Moi, je n'ai plus que de la honte, et j'ai envie de pleurer aujourd'hui.
Oskar Seuntjens:
Waarvan mijn maag zich omdraait, is dat partijen onder andere de heer El Yakhloufi Achraf van onze partij en mevrouw Farih Nawal, die elke dag keihard voor de Palestijnen opkomen, medeplichtig noemen. Dat partijen zoals de PVDA Rusland en China niet veroordelen voor bijvoorbeeld de genocide op de Oeigoeren, wat dat laatste land betreft, is voor mij verachtelijk, maar ik zal hen nooit medeplichtig noemen, noch hun ideeën als verachtelijk bestempelen.
Hoe moeilijk kan het zijn? Wij komen hier allen op voor de Palestijnen en maken daarvan geen politieke spelletjes ten koste van alle leed dat vandaag in Gaza gebeurt.
Nawal Farih:
Mijnheer de eerste minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. De cd&v zal de lat niet laag leggen: het gaat niet alleen om participeren, maar om effectief uit te voeren. Het conflict met enorm veel burgerslachtoffers is onder onze huid gekropen. Fractieleden van ons hebben dag en nacht aan het dossier gewerkt. Cd&v zal dus niet zomaar toekijken. Wij zullen vragen blijven stellen en zullen blijven wachten tot er actie komt. Indien ze er niet komt, zullen wij wetsvoorstellen over de nodige sancties blijven indienen.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, collega's, toen ik de afgelopen uren de tekst van het voorstel van resolutie kon inkijken, na alle grote verklaringen in de pers, voelde ik al schaamte, maar nu ik hier het makke antwoord van de eerste minister hoor, dan voel ik nog meer schaamte.
Ik ben blijkbaar niet de enige, want ik heb op de meerderheidsbanken meer applaus gezien voor de uiteenzettingen van de oppositie dan voor de uwe, mijnheer de premier. Dat doet mij nog veel meer vrezen. Waar gaat de regering naartoe? Hoeveel zal het voorstel van resolutie waard zijn, terwijl het nu al niet veel waard is? Staan daar sancties in die België zal opleggen? Neen, die staan er niet in. Wordt daarin gerept over de genocide? Neen, daarover wordt niet gerept. Zal België Palestina erkennen? Neen.
We moeten vandaag echte sancties nemen, Israël en de gruwel moeten gestopt worden. Ga er verdorie mee aan de slag.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, collega's, 25 jaar geleden werd in het Parlement een wet goedgekeurd, zodat wij in dit land oorlogsmisdadigers konden aanhouden en berechten. Herinner u de bloedbaden van Sabra en Shatila en Ariel Sharon. Die wet is dode letter gebleven. Al wie vandaag een grote mond opzet en elkaar de zwartepiet toespeelt, moet weten dat er hier de voorbije 25 jaar niets is gebeurd met betrekking tot Israël. Bij de Verenigde Naties werden meer dan 1.600 resoluties goedgekeurd, maar geen enkele ervan werd uitgevoerd. Wij komen nu opnieuw met een voorstel van resolutie. Ik ga ermee akkoord dat het een stap is in de goede richting, maar denken we eens goed na. Een tweestatenoplossing is onmogelijk geworden. Vandaag wonen er 700.000 Israëlische kolonisten, joodse kolonisten, extremistische kolonisten op Palestijns grondgebied op de Westelijke Jordaanoever en de Knesset, het Israëlisch parlement, (…)
De ontsnappingen uit gevangenissen
De ontsnappingen uit gevangenissen
Gevangenisontsnappingen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De recente golf aan gevangenisontsnappingen (Brugge, Gent, Saint-Hubert) en misbruik van enkelbanden (5% doorgeknipt, 700+ schendingen) ondermijnen het vertrouwen in Justitie, zo benadrukken Sophie De Wit (N-VA) en Paul Van Tigchelt. Minister Verlinden belooft strafbaarstelling van ontsnappingen, extra beveiliging (drones, camera’s) en analyse per incident, maar erkent dat capaciteitsuitbreiding (55 miljoen euro) onvoldoende is voor de regeerakkoorddoelen—kritiek op vorige regeringen inbegrepen. De Wit dringt aan op snelle wetgeving ("quick win") en wijst op structurele nalatigheid, terwijl Van Tigchelt concrete plannen eist voor de extra middelen en vreest voor politiek gekibbel. Alle ontsnapte gevangenen zijn inmiddels ingerekend, maar systeemherstel blijft urgent.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, collega's, bij Justitie is er nooit een saaie dag, elke dag gebeurt er wel iets. Bovenop alle andere gekende problemen is het momenteel blijkbaar in om uit de gevangenis te ontsnappen. Vorige week zaterdag liep er in Brugge iemand de deur uit, maandag maakten twee mannen een gat in de muur van hun cel en gisteren zijn er zes gevangenen in de vrije natuur verdwenen in Saint-Hubert. Met een beetje slechte wil, mevrouw de minister, zou men bijna kunnen zeggen dat men tegenwoordig sneller de gevangenis uit kan lopen dan dat men opgesloten wordt. Ik overdrijf natuurlijk, maar u begrijpt wat ik bedoel.
Trouwens, collega's, misschien weet u het niet, maar 5 % van de enkelbanden wordt doorgeknipt. Dat ging vorig jaar alleen al over 245 personen. Daarnaast worden voorwaarden gelinkt aan de enkelband niet nageleefd. Meer dan 700 personen zijn buiten de cirkel gegaan waar ze mochten komen. Ook dat is ontsnappen. Die situatie mogen we eigenlijk niet aanvaarden, mevrouw de minister. Het is niet goed voor het imago van de overheid en van Justitie. De politiediensten moeten opnieuw het werk doen, terwijl die eigenlijk hun handen al vol hebben. Er ontstaat een gevoel van onveiligheid, een gevoel van straffeloosheid. Bovendien kosten die enkelbanden elke keer opnieuw veel geld.
Het is gek, maar ontsnappen op zich is in dit land niet strafbaar. De N-VA-fractie pleit er al jaren voor om ontsnappen wel strafbaar te maken. Dat werd nu ook eindelijk in het regeerakkoord ingeschreven.
Ik heb enkele eenvoudige vragen. Ik zou graag willen weten of iedereen al gevat is.
Zult u onderzoeken hoe die ontsnappingen konden gebeuren, met de bedoeling die te voorkomen? Ze mogen immers niet voor herhaling vatbaar zijn.
Er is heel veel werk aan de winkel binnen Justitie, maar dit is een quick win. Wij hebben teksten, u ook vermoed ik. Mevrouw de minister, kunnen we die alstublieft zo snel mogelijk bespreken in dit Parlement? Ik dank u.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, ontsnappingen uit gevangenissen zijn niet fijn voor een minister van Justitie. Ik veronderstel dat het voor sommigen simpel zal zijn en dat het de schuld is van de vorige regering of de vorige minister van Justitie. Nee, het Parlement verdient beter. We weten dat het niet zo simpel is.
Ik weet wel dat er door bepaalde partijen van de arizonaregering hard is geroepen om een kordate strafuitvoering. Intussen zit deze regering, als ik goed heb geteld, 102 dagen in het zadel en gisteren hebben we tot bijna middernacht de beleidsnota van Justitie mogen bespreken. Mevrouw De Wit was daar ook bij, uiteraard. Wat daarin werd aangekondigd aan extra gevangeniscapaciteit voor 2025 is het detentiehuis in Olen en het transitiehuis in Hamme en voor 2026 de gevangenis van Antwerpen. Dat zijn beslissingen van de vorige regering, dames en heren, en wat de gevangenis in Antwerpen betreft, dat is een beslissing van 2008. Als ik mij niet vergis, was Jo Vandeurzen toen minister van Justitie.
Met het paasakkoord werd een noodwet aangekondigd om de uitstroom te verhogen, maar gisteren in de commissie was er bij mijn weten geen sprake meer van die noodwet, laat staan dat er sprake was van concrete plannen voor bijkomende capaciteit door bijvoorbeeld unitbouw. Er was geen concreet stappenplan, geen ambitie. Met de 55 miljoen euro die u hebt gekregen voor de strafuitvoering kunt u inderdaad niet veel bijkomende capaciteit voorzien. Dat is ook wat u gisteren zei in de commissie voor Justitie. Het is onvoldoende om alle ambities uit het regeerakkoord te realiseren.
Mijn vragen, mevrouw de minister, zijn simpel. Net zoals collega De Wit wil ik graag weten wat u kunt zeggen over de omstandigheden van de ontsnapping. Een serieuze bocht, ik geef het toe.
Gaat deze regering nu extra gevangeniscapaciteit voorzien? Wat is het plan met de 55 miljoen euro extra middelen? We mogen dat stilaan weten.
Voorzitter:
Dank u wel, collega Van Tigchelt. Het onderwerp van uw vraag was ontsnappingen uit de gevangenis. Gelukkig hebt u over dat laatste woord toch wel iets gezegd. Over de ontsnappingen ging het wat minder.
Annelies Verlinden:
Mevrouw De Wit en mijnheer Van Tigchelt, gisteren hadden we het bij de bespreking van mijn beleidsnota gedurende tien uur over hetgeen we met de middelen willen doen. Daarover is het laatste woord zeker nog niet gezegd, maar dat we ambitieus zijn in de creatie van capaciteit, onder meer door het inzetten op terugkeer, door het aandacht besteden aan geïnterneerden en door het voorzien in bijkomende plaatsen, staat als een paal boven water. Het is dus iets te kort door de bocht te beweren dat wij geen ambitie op het vlak van capaciteit aan de dag zouden leggen. Integendeel, we zullen in tegenstelling tot vroeger de daad bij het woord voegen.
Wanneer gevangenen uit de gevangenis ontsnappen, roept dat grote bezorgdheid en frustratie op, ook bij mij. Ik ben mij er terdege van bewust dat elke ontsnapping het vertrouwen in het gevangenissysteem kan aantasten. Gisterenavond, tijdens onze bespreking, kwam het bericht van de ontsnapping van de gevangenen in Saint-Hubert. Het vertrouwen en de verantwoordelijkheid die aan gedetineerden met een laag risicoprofiel in een open instelling als Saint-Hubert met het oog op hun re-integratie wordt gegeven, werd in dit geval door een aantal gedetineerden misbruikt.
Mevrouw De Wit, gelukkig konden alle voortvluchtigen dankzij het snelle en accurate optreden van de penitentiaire beambten, justitie en politie, inmiddels worden ingerekend. Dat was ook het geval bij de recente ontsnappingen uit de gevangenissen van Brugge en Gent. In Gent konden de vluchtende gedetineerden nog binnen de gevangenismuren worden gevat.
Na elke ontsnapping en ook pogingen daartoe wordt een onderzoek naar de oorzaken gevoerd, mevrouw De Wit. Alle mogelijkheden tot verbetering worden na die analyse zo snel mogelijk in de praktijk gebracht om nieuwe incidenten te vermijden. Daarnaast worden de betrokken gedetineerden in veel gevallen naar een andere gevangenis overgebracht of aan een ander regime onderworpen. Eveneens wordt geëvalueerd of het algemene regime in de instelling, in dit geval de open gevangenis in Saint-Hubert, moet worden bijgestuurd. Het waarborgen van veiligheid is immers essentieel, ook van degenen die in de gevangenis werken.
Samen met de regering wil ik een vuist tegen het fenomeen, omdat het afbreuk doet aan het vertrouwen in het gevangenissysteem. We werken daarom aan een wettekst om ontsnappingen uit de gevangenis, sabotage van de enkelband en het overtreden van de voorwaarden strafbaar te stellen. De eerste pennentrekken om dat in een wet te gieten, zijn al gezet en hopelijk kunnen we snel de bespreking in de commissie voeren.
Daarnaast zetten we in op de uitbreiding van het aantal extra beveiligde cellen voor gedetineerden met een hoog of een verhoogd ontvluchtingsrisico. We willen ook technologie inzetten, zoals drones en camera's, om het toezicht en de veiligheid in en rond de gevangenissen te versterken.
Onze ambitie is heel duidelijk. Dat hebben we gisteren heel duidelijk besproken. Terwijl de reclassering en de re-integratie in de samenleving in detentie desgevallend al moet kunnen worden voorbereid, zullen we er tegelijkertijd alles aan doen om ontsnappingen te vermijden en streng optreden tegen ontsnappingen en de sabotage van enkelbanden. Dat is voor mij immers ook een onderdeel van een rechtvaardige justitie.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben eigenlijk van mijn melk door het schaamteloze bochtenwerk dat ik van uw voorganger heb gehoord. Ik kan daar niet van over. De puinhoop die u moet opruimen, is door hem veroorzaakt. Mijnheer Van Tigchelt, u hebt 15 detentiehuizen beloofd en 2 afgeleverd. Hoeveel gevangenissen hebt u in de steigers gezet voor de volgende regering? Geen enkele.
Mevrouw de minister, er ligt nog veel werk op de plank, maar vele handen maken licht werk. Wij willen u helpen. Onze teksten om ontsnappingen strafbaar te stellen, liggen al klaar en wij kunnen daar volgende week mee naar het Parlement komen. Laten we dat gewoon doen. Dat is een quick win en dan kunt u zich focussen op de andere problemen.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. De mirakeloplossing bestaat niet en die verwachten we ook niet. Ik moet het gisteren dan toch niet goed gehoord hebben. Ik weet niet wat er zal gebeuren met de 55 miljoen euro. Gaat die naar extra detentiehuizen? Eén detentiehuis kost 15 miljoen euro. Of gaat die naar de prefinanciering van de enkelbanden, zoals door uw Vlaamse collega Demir wordt gevraagd? Het enige wat wij vragen, is concrete acties die overeenstemmen met de door de arizonacoalitie gedane beloftes. Ik heb daarnet het debat over Gaza gevolgd. Ik heb daar geen ploeg gezien, maar wel politieke partijen die een verschillende taal spreken. Ik hoop dat u dat niet zal overkomen bij Justitie, want dat is niet wat Justitie verdient. Ik wens u veel succes.
De eerste begroting van de arizonaregering
De ratingbureaus en de financiële situatie van ons land
De ontsporing van het begrotingstraject voor 2025
De begroting van de regering-De Wever, de rating van S&P en de kritiek van econoom Gert Peersman
Financiële toestand en begrotingsuitdagingen van de overheid
Gesteld door
Open Vld
Alexia Bertrand
N-VA
Axel Ronse
DéFI
François De Smet
VB
Wouter Vermeersch
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie valt premier De Wever hard aan over het opgelopen begrotingstekort (4% in 2025, >5% inclusief entiteiten), dat volgens hen het gevolg is van gebrek aan structurele hervormingen, onrealistische "Arizona-maatregelen" (zoals beperkte werkloosheidsuitkeringen) en ongedekte uitgaven (bv. Defensie). De regering verdedigt zich met plannen om het tekort te stabiliseren via werkgelegenheidsgroei en lagere overheidslasten, maar critici wijzen op te optimistische berekeningen, sociale onrust en het ontbreken van een concreet saneringsplan, terwijl ratingbureaus waarschuwen voor vertraging door protest. De kern van het conflict draait om geloofwaardigheid: de oppositie ziet geen moedige keuzes, alleen belastingdruk op Vlamingen en uitgestelde pijn, terwijl De Wever volhardt in zijn koers, ondanks stijgende schulden en sociale weerstand.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, het is moedig dat u er bent. Ik apprecieer dat u komt antwoorden. Ik moet immers bekennen dat het anders zou zijn geweest indien ik de vraag had willen stellen aan uw collega-minister van Begroting. Ik was verrast dat hij niet aanwezig is. Hij toont na twaalf weken al vluchtgedrag. Hij is liever in Spanje op een congres van de Europese Volkspartij. U bent echter aanwezig.
Ik weet al wat u zal antwoorden. U zal antwoorden dat de begrotingssituatie onze fout is, dat ze de schuld is van Vivaldi en dat ze zelfs een persoonlijke fout is. Ikzelf zou de put hebben gecreëerd. Dat is straf. Dat verhaal kunnen wij ondertussen. De heer Ronse zal daar nog een laag boven op leggen en een heel verhaal vertellen. Ik kijk ernaar uit.
Laat ons echter terugkeren naar de feiten. Onder de vorige regering was in 2024 het federaal tekort 2,8 %. De huidige regering, uw regering en uw begroting 2025 vertonen een federaal tekort van 4 %. Wauw. Voor de hele overheid, zijnde het cijfer waarnaar Europa kijkt, zal dat boven 5 % zijn. Ik heb dat berekend met alle entiteiten samen. Het zal boven 5 % liggen.
Had u in uw paasakkoord nog een extra inspanning gedaan en moedige maatregelen getroffen, dan had ik vandaag misschien iets anders aangegeven. Dan had ik een ander discours gehouden. U hebt in het paasakkoord echter niets gedaan en geen enkele financieringsbron gevonden. Uw bron is nul. U geeft een blanco cheque aan Defensie. Die cheque is ongedekt en leidt tot een rampzalige situatie voor de begroting.
Ik heb dus maar één vraag. Wanneer zal u de begroting echt op orde zetten?
Axel Ronse:
Collega's, ik sta hier met een wat ongemakkelijk gevoel. We hebben vandaag een wereldrecord in ontvangst mogen nemen: het wereldrecord belastingen heffen op mensen die werken. Dat melden De Standaard en De Tijd . Als een werkgever 100 euro betaalt, dan roomt de overheid daar meer dan 52 euro van af. Geen enkel land ter wereld is gulziger.
Ik sta hier met een beetje schroom, want eigenlijk, mevrouw Bertrand, komt dat wereldrecord er niet door ons, maar het is geheel de verdienste van u en van uw partij. Toen we de sleutels van dit land kregen, hadden we kunnen denken dat, als een overheid zo gulzig is, alles perfect zou lopen, met voldoende geld voor gevangenissen en voor Defensie, een stevig veiligheidsapparaat… Wat hebben we echter gezien? Alles is ondergefinancierd.
Men zou denken dat wij geen schulden hebben. We hebben een tabel gemaakt en als we het beleid, mevrouw Bertrand en collega's van de Open Vld, gewoon verderzetten, dan gaan we richting – hou u vast – 43 miljard euro minder ontvangsten dan uitgaven. Dat is gigantisch veel.
Er is echter een heel gereputeerd ratingbureau, Standard & Poor's, dat zei dat het een lichtpunt heeft gezien, meer bepaald Arizona. Het lichtpunt wordt belichaamd door eerste minister De Wever. Dat lichtpunt voorziet maatregelen die dit land nooit gekend heeft: de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, het betaalbaar houden van de pensioenen, mensen die langdurig ziek zijn en nog kunnen werken eindelijk aan het werk krijgen en helpen. Standard & Poor's zei dat, als dat kan worden gerealiseerd, het perspectief dan wel positief zal zijn, maar als ze natuurlijk doen wat zovelen ooit in ons land gedaan hebben, dan zal het negatief zijn.
Mijn vraag is dus simpel, mijnheer de eerste minister. Zult u koers houden?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, quand on y pense, c'est extraordinaire. Vous voilà en place depuis bientôt trois mois. Depuis lors, votre majorité et vous n'avez apporté aucune grande réforme à voter, à part peut-être l'extension des heures de travail étudiant. Malgré cette absence de réforme, vous êtes déjà accueilli, et cueilli, par une agence de notation qui abaisse notre perspective de stable à négative. Voilà de quoi mettre en confiance!
Sans doute, cette agence de notation, comme nous, a vu votre projet de budget 2025, a vu que vous projetiez un déficit à 25,5 milliards, c'est-à-dire 4 % du PIB en 2025, et que les perspectives ne sont pas plus réjouissantes à l'horizon 2029, puisqu'on se dirigerait vers 3,7 %. Dans les deux cas, ce n'est pas du tout ce que vous aviez projeté ni promis.
Alors, c'est de bonne guerre, vous allez nous rappeler que vous avez hérité d'une situation catastrophique. C'est vrai. Vous allez sans doute aussi rappeler que le contexte international, géopolitique, militaire et économique s'est fortement dégradé. C'est vrai aussi.
Mais vous avez déjà votre part de responsabilité dans la situation financière. D'abord parce que vous avez mis huit mois à former un gouvernement. Si vous ne pouvez produire des effets qu'à partir de la moitié de 2025, c'est parce que vous avez pris huit mois pour vous mettre d'accord avec vos partenaires de majorité et les présidents de partis, ce qui constitue une longueur inégalée. Et vous avez perdu du temps. C'est en partie votre faute, car vous animiez ces réunions.
Mais il y a autre chose, à savoir les mirages idéologiques propres à l'Arizona. J'en citerai un seul: les fameux effets retour. Pensez-vous toujours que vous allez produire pour huit milliards d'effets retour pour 2029? Aucun économiste sérieux de ce pays, au Nord comme au Sud, ne dit que c'est possible, parce qu'il y a un différentiel de 400 000 emplois – notamment selon les autorités bancaires – entre vos projections et la réalité probable.
Pourquoi continuer à nous vendre une trajectoire budgétaire bâtie sur du sable? Où emmenez-vous ce pays, à part dans le mur? Y a-t-il, oui ou non, un cap budgétaire réel dans ce pays?
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, de analyses over het parcours van u en uw regering zijn vernietigend, niet alleen bij de verzamelde oppositie in dit Parlement, maar bij iedereen die de cijfers van uw regering grondig heeft doorgenomen.
Ik citeer een aantal krantenkoppen van de afgelopen dagen: "De grote sanering van De Wever staat na drie maanden al stevig op de helling". Of nog: "Het begrotingstekort blijft stijgen. Premier De Wever haalt beloofde 3 % niet en ratingbureaus slaan alarm". "De regering rekent zich rijk. Ze gaat bedrogen uitkomen". "De Wevers' begrotingsbelofte botst op de realiteit". "Dit is niet de grote hervormingsregering, dit is een doorsneeregering".
Mijnheer de premier, u beloofde de Vlaamse kiezer het tekort onder controle te brengen, orde op zaken te stellen en het rotten te stoppen. De realiteit is dat het tekort de komende jaren nog verder oploopt, zelfs als we rekening houden met uw veel te optimistische berekeningen. U geeft massaal extra geld uit en rekent daarvoor op toevalstreffers en eenmalige meevallers, maar de structurele financiering ontbreekt en wordt gemakkelijkheidshalve gewoon doorgeschoven. Dit noemt men dan een hervormingsregering. We zien geen strategisch plan, wel improvisatie, een verkoop van staatseigendommen uit de losse pols. Dan zwijgen we nog over de sociale factuur die straks wordt gepresenteerd om de gaten te dichten die deze coalitie zelf heeft gemaakt.
Mijn vraag is heel simpel, mijnheer de premier. Als u echt het begrotingsroer wil omgooien, waar zijn dan de moedige keuzes? Waar is het grote plan dat wel zal werken?
Bart De Wever:
Chers collègues, il ne s'agit évidemment pas d'un problème nouveau mais bien d'un problème structurel qui a longtemps été balayé sous le tapis. C'est malheureusement l'héritage avec lequel ce gouvernement doit composer.
Le déficit de l'entité 1 attendra cette année 25,5 milliards d'euros, soit environ 4 % du PIB. À politique inchangée, sans les mesures prises par l'Arizona, ce déficit pourrait grimper d'ici à 2029 à quelque 45 milliards d'euros, soit plus de 6 % du PIB, selon les estimations de nos institutions publiques.
Le Fonds monétaire international (FMI) dresse un tableau encore plus sombre: aucun autre pays occidental avec un niveau d'endettement comparable ne connaît une détérioration structurelle aussi dramatique de son budget sans mesures correctives.
Dat is dus het startpunt waarmee we aan de slag moeten gaan. Die erfenis is inderdaad zo rampzalig dat de kredietwaardigheid van ons land onvermijdelijk aangetast is. Het is dan ook ironisch, mevrouw Bertrand, dat u verwijst naar entiteit 2, want daar is het vooral de Brusselse regio die nog bijdraagt tot het rotten en daar is uw partij al jarenlang verantwoordelijk voor de begroting, met alle gevolgen van dien.
Eén ding is glashelder: we kunnen het beleid – hopelijk ook in Brussel, maar zeker hier op het federale niveau – niet ongewijzigd laten. Er moet aan het roer worden gedraaid. We nemen dus maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de explosie van dat begrotingstekort wordt gestopt. Dat is een oefening die niet in de ijle lucht gebeurt. Er zijn immers internationale verplichtingen bijgekomen inzake defensie – die hadden we eigenlijk al, maar we vervulden ze niet en zullen dat nu wel moeten doen – en binnenlandse veiligheid – wat we absoluut willen doen. Dit wordt dus, zoals ik zei in de dag en nacht waarin wij een 40-tal uur hebben gedebatteerd, geen wandeling door het park.
Ik zal het nu hebben over de kritiek van mevrouw Bertrand op de opbrengst van onze maatregelen. Ik heb gelezen - en een andere spreker heeft dat ook aangehaald - dat de heer Peersman wordt ingeroepen als gezagsargument. Hij zegt dat het opbrengstbedrag van de regering per extra gecreëerde job mogelijk een overschatting is. Ik heb in dit Parlement al bij herhaling gezegd dat wij inderdaad nauwgezet die terugverdieneffecten zullen moeten monitoren en eventuele overschattingen zullen moeten dichten. Ik wil er wel op wijzen dat de vorige regering uitging van nog meer opbrengsten per extra job dan deze regering. In die regering was een van de vraagstellers van vandaag zelf minister van Begroting. Ik begrijp dus dat er gezagsargumenten van professoren moeten worden ingeroepen omdat het u zelf aan gezag en geloofwaardigheid ontbreekt.
Ik lees die interviews van professor Peersman trouwens altijd met grote belangstelling, maar ik ben het niet altijd eens met de oplossingen die hij voorstelt, zeker niet als hij zegt dat we extra belastingen moeten heffen om de begrotingsput te dichten. Het overheidsbeslag in dit land, zoals ook aangehaald door de heer Ronse, staat immers reeds op recordhoogte. Ik weet dat het overheidsbeslag onder de vorige regering nog aanzienlijk is gestegen, maar het is niet mijn ambitie om op die weg verder te gaan. Integendeel, het is de ambitie van Arizona om het overheidsbeslag globaal te doen dalen.
Ik kom nu bij de opmerkingen over onze kredietwaardigheid en het rapport van Standard & Poor's. Ik vind dat eigenlijk heel interessant, zeker als men het volledig leest. Ik citeer: "Het akkoord over de begroting van 2025 brengt politieke duidelijkheid en signaleert meer budgettaire voorzichtigheid". Dat is dus toch goed nieuws? De maatregelen die we nemen, worden door de ratingbureaus namelijk positief geëvalueerd. Het is al heel lang geleden dat we dat nog eens hebben gelezen. Onder de vorige regering hebben we dat immers nooit gelezen. Er komt wel nog een belangrijke waarschuwing bij: "De uitvoering van de begroting wordt geconfronteerd met obstakels, waaronder sociaal protest tegen de verlaging van de uitgaven. Daarom is het mogelijk dat de sanering trager verloopt dan gepland". Met andere woorden, de belangrijkste bedenking van dat ratingbureau richt zich niet op de maatregelen van de regering, de belangrijkste vrees is dat de maatregelen niet snel genoeg zullen kunnen worden uitgerold vanwege protest. Ik hoop dus dat degenen die protesteren goed hebben geluisterd naar de oppositie, die gezegd heeft dat het eigenlijk allemaal niets voorstelt.
Dan moet men er ook niet tegen protesteren. Ofwel is het een sociale catastrofe, ofwel stelt het niets voor. Van twee zaken één. Ik moet de internationale markten geruststellen en tracht dat bij dezen ook te doen. We zijn vastberaden om koers te houden. De regering moet de maatregelen uit het regeerakkoord resoluut uitvoeren. We moeten doen wat nodig is om het tij te keren, het saldo te stabiliseren en vooral de begroting op lange termijn structureel gezond te maken. Ik heb het al vaak gezegd en ik zeg het nog eens: er is geen alternatief. Sociaal protest zullen we altijd met empathie benaderen, maar het mag ons niet ervan weerhouden te doen wat nodig is om de welvaart van onze burgers veilig te stellen.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, de begroting ging dé prioriteit van deze regering zijn. Vandaag hoor ik echter dat sanering veel trager zal gaan. U verwijst naar Standard & Poor's, die een negatief vooruitzicht hebben gegeven, terwijl ze uw begroting voor 2025 nog niet eens hadden gezien. Dat wisten ze zelfs niet! Een extra tekort van 8,5 miljard euro!
Wat zien we in die begroting voor 2025, mijnheer Ronse? De lasten op arbeid stijgen in uw begroting voor 2025. Dat is normaal, want de lasten zulen pas tegen het einde van de legislatuur dalen, als ze al ooit dalen. Dat vind ik fenomenaal, mijnheer Ronse! Een extra put van 8,5 miljard op twaalf weken tijd. Uw meerwaardebelasting trekt blijkbaar zelfs op niks en daar willen we ook niks van. Die lijkt nergens op. Volgens de Inspectie van Financiën zult u de extra opbrengsten zelfs niet halen. Dat is fenomenaal!
Axel Ronse:
Mevrouw Bertrand, ik ben een grote fan van u aan het worden. U hebt hier net geschiedenis geschreven, want ik heb nog nooit iemand in het halfrond zichzelf zo hard horen bekritiseren als u uzelf net doet. U hebt het hier over uw eigen begroting, want als we niets doen en het plan-Bertrand-Van Quickenborne blijven volgen, gaan we recht naar de bodem van de zee.
Wij zullen in de eerste plaats uw wereldrecord stopzetten. Wie werkt, moet netto meer verdienen. De overheid moet daar minder van vreten.
Ten tweede, te veel mensen die vandaag kunnen werken, zijn niet aan het werk. We zullen hen allemaal aan het werk krijgen door de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd en door de gelijkgestelde periodes voor pensioenen te hervormen.
Mevrouw Bertrand, hier is een hervormingstrein opgestart, die u nog nooit gezien zult hebben en die met een zeer grote snelheid door het Parlement zal razen. U kunt alleszins op ons rekenen: werken zal lonend worden.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Moi, je crois que les temps sont durs. Et les citoyens le savent. Ils ne sont pas inconscients. Ils ne sont pas idiots. Ils pourraient être sensibles à des accents plus churchilliens que vous pourriez essayer de donner, puisque, en plus, vous êtes historien. Ils peuvent entendre que les temps vont être durs et qu'il faut se mobiliser. Mais ce n'est pas le choix que vous faites.
Des milliers de gens sont inquiets pour leur travail, pour leur pension, à cause des réformes que vous faites. Je ne suis pas à 100 % convaincu que venir leur expliquer, comme vous venez de le faire, que ce serait gentil de ne pas protester dans les rues, parce que Standard & Poor's préférerait que ce ne soit pas le cas, soit la meilleure manière d'inviter nos concitoyens à consentir les efforts nécessaires. Il va falloir, à mon avis, trouver une autre manière d'obtenir l'assentiment de la population, si vous voulez éviter un bain de sang social.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de eerste minister, we staan aan de vooravond van 1 mei. Terwijl de vakbonden elk draagvlak bij de bevolking verliezen door de zoveelste staking, willen wij van Vlaams Belang het hebben over de hardwerkende Vlamingen. Die Vlamingen betalen al de hoogste belastingen, werken meer uren dan de gemiddelde Europeaan en behalen vandaag al een werkzaamheidsgraad van 80 %, ruim voldoende om onze pensioenen te betalen zonder extra belastingen of langer werken.
En toch maant de regering de Vlamingen aan om nog langer te werken voor minder pensioen en dat om de putten van Wallonië en Brussel te vullen. Dat is niet hervormen, dat is straffen. Vroeger kon de N-VA de schuld steken op Verhofstadt, Di Rupo, of De Croo. Vandaag komt het van Bart De Wever zelf, de man die sanering beloofde. Maar die sanering betekent nu het bijkomend belasten en uitmelken van de Vlamingen. Dat is geen beleid, dat is verraad aan de Vlamingen.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, daarnet werd uw naam genoemd. Maar ik heb geen persoonlijk feit vastgesteld, want het gebeurde naar aanleiding van de vraag van uw fractievoorzitster, die zowel een vraag heeft kunnen stellen als een repliek heeft kunnen geven. ( Protest van de heer Van Quickenborne ) Het aantal keren dat ik collega Bouchez geen recht van antwoord, geen persoonlijk feit, heb toegekend, ligt hoger dan in uw geval.
De stakingsacties van magistraten
De acties van de magistratuur
De actie van de magistraten
De gevolgen van de maatregelen van Arizona voor de magistratuur, de rechtsstaat en de veiligheid
Het protest van de parketmagistraten
De resultaten van het overleg met de magistraten en de open brief van de jonge magistraten
Acties en reacties van magistraten op maatregelen en overleg.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De diepe crisis in de rechtsstaat draait om onderfinanciering, pensioenhervormingen en het gebrek aan vertrouwen tussen politiek en magistratuur: magistraten voeren ongekende acties (stakingen, uitgestelde zaken) door chronische onderbezetting, verouderde infrastructuur, onveilige werkomstandigheden en een gevoelde aanval op hun onafhankelijkheid via de geplande pensioenkortingen (tot 30% voor sommigen), die ze zien als een symbolische degradatie van hun statutaire bescherming. De regering (met name ministers Verlinden en Jambon) benadrukt dat extra middelen (o.a. uit het Paasakkoord) en hervormingen onderweg zijn, maar wijst op de erfenis van jarenlange verwaarlozing door vorige regeringen, terwijl ze dialoog blijft eisen ondanks lopende acties – een benadering die oppositie en magistraten te defensief en onvoldoende concreet vinden. Het kernconflict is of de pensioenmaatregel (deels) de druppel was of een afleiding van diepere structurele problemen: overbevolkte gevangenissen, digitale achterstand, onderbetaald personeel en een cultuur van minachting (van beide kanten), waarbij magistraten vrezen voor een exodus en politici de rechtsstaat zien verzwakken door hun acties.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, een rechter die beklaagden naar huis stuurt, is dat een normale rechtsgang of is dat rechtsweigering? Waar is het controlerecht van de wetgevende macht wanneer het openbaar ministerie weigert te antwoorden op parlementaire vragen? Hoe rijmen we een procureur die in financiële zaken enkel nog corruptie wil onderzoeken met artikel 151 van de Grondwet?
De acties van de magistratuur roepen vele vragen op. Ik ben zelf meer dan 20 jaar magistraat geweest en heb zoiets nooit meegemaakt. Magistraten zetten hun rechterlijke macht in om de uitvoerende macht aan te vallen. Maar ook omgekeerd – en ook dat hebben we nooit meegemaakt – zetten politici rechters weg als wereldvreemd, maken ze uitspraken belachelijk, beschimpen ze en hebben ze het over 'werkstrafjes'. Ik denk niet, collega's, dat Montesquieu dat voor ogen had met zijn trias politica.
En de regering zwijgt. Ik hoor de minister van Justitie niet, ik hoor de premier niet en ik hoor u niet. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Af en toe hoor ik iemand natuurlijk wel roepen dat het allemaal de schuld is van de vorige regering, maar u weet dat dat niet klopt. De herfinanciering van Justitie is begonnen en we hebben daar resultaten geboekt. Ik vrees echter dat er de voorbije maanden veel is misgelopen in het overleg en dat de magistraten niet worden gehoord. Ze werden niet gehoord door de onderhandelaars tijdens die zeven maanden onderhandelingen en ze worden blijkbaar ook nu nog niet gehoord. Als ik het namelijk moet geloven, kan er nog steeds geen volledig correcte berekening van de pensioenplannen worden voorgelegd.
Ik heb dus een simpele vraag. Wat zal deze regering doen om het vertrouwen met de rechterlijke macht te herstellen? Dat is immers broodnodig in een rechtsstaat.
Leentje Grillaert:
Collega's, 11.000 plaatsen voor 13.000 veroordeelden. Zelfs mijn jongste dochter van acht jaar weet dat die rekensom niet klopt. De gevolgen zijn ernstig.
Vanuit cd&v staan we pal achter het principe dat er voor straffeloosheid in onze maatschappij geen plaats is. De gevolgen zijn nefast, niet alleen voor het vertrouwen in Justitie, maar ook voor de veiligheid in de samenleving. Mevrouw de minister, u hebt extra middelen gevraagd en ook gekregen voor dit jaar om een aantal extra werven aan te pakken.
Cd&v wil de straffeloosheid aanpakken op een verstandige manier om werk te maken van de werven die u vooropstelt, mevrouw de minister. Die inspanningen verdienen steun, geen sabotage. Het is echt spijtig dat het gevangeniswezen nog meer onder druk wordt gezet door acties die ervoor kunnen zorgen dat het systeem ontspoort, want ook dat kost de samenleving veel. Het gaat niet noodzakelijk over euro's, maar wel over vertrouwen, veiligheid en stabiliteit.
Begrijp me ook niet verkeerd, collega's. Ik hoor andere collega's van alles vertellen. Ik denk dat hun kortetermijngeheugen en hun langetermijngeheugen hun in de steek laten. We moeten de zorgen van de magistratuur niet zomaar wegwuiven. Hun werkomstandigheden zijn vaak schrijnend, met onderbezetting, bedreigingen en gerechtsgebouwen die onvoldoende beveiligd zijn. Magistraten staan voortdurend onder druk door de grote werklast en de complexiteit van procedures en onderzoeken. Ook zij hebben recht op duidelijkheid over hun pensioenen.
Het doel moet echter zijn samen te bouwen aan een Justitie die werkt, beschermt en vertrouwen geeft. Er is maar een weg daarnaartoe en dat is via dialoog, collega's, tussen de politiek en de magistratuur. Daar moeten we aan werken. Mevrouw de minister, ik weet dat u een hardwerkende minister bent (…)
Ismaël Nuino:
Madame la ministre, monsieur le vice-premier, depuis plusieurs jours, un mouvement sans précédent traverse le monde judiciaire. Des grèves ont été annoncées dans plusieurs parquets.
Ce que les magistrats expriment aujourd'hui, c'est un appel au secours. Nous devons être capable de l'entendre. Défendre la magistrature, ce n'est pas défendre des intérêts particuliers mais bien défendre un pouvoir de notre État de droit. Ce sont les juges, les magistrats, les greffiers et tous les autres qui y travaillent et qui empêchent que nos conflits ne dégénèrent en violence. Ils garantissent aussi, dans une société de plus en plus traversée par des tensions, que le droit continue de faire autorité.
Mais il faut le dire clairement aussi, cette mobilisation n'est pas née des dernières annonces. Elle est nourrie par des conditions de travail qui sont intenables depuis des années, des juridictions à bout de souffle, un manque criant de personnel administratif, un arriéré judiciaire qui ne cesse de s'aggraver et des difficultés à attirer de nouveaux talents.
Madame la ministre, la situation dont vous héritez est complexe. J'ai entendu dire que les magistrats attendaient de la concertation. Ce n'est pas cela qu'ils attendent! Depuis des années, ils attendent des actes! Des actes, l'Arizona en amène avec l'accord de gouvernement, avec les accords de Pâques et les millions qui ont été débloqués. Voilà les actes qui vont arriver. Aujourd'hui, les magistrats attendent ces actes. Nous sommes au gouvernement, et c'est précisément ce que nous sommes en train de réaliser. Les accords conclus aujourd'hui sont les plus importants en termes de réinvestissement dans la Justice.
Ils attendent concrètement, ils attendent des actes et c'est ce que nous allons apporter. Vous avez obtenu des moyens supplémentaires, nous vous avons soutenus pour les obtenir.
Concrètement, comment allez-vous utiliser ces moyens supplémentaires? À quelle vitesse? Comment pouvez-vous rassurer ces juridictions et ces parquets, au-delà des seules prisons, pour qu'ils puissent enfin respirer et fonctionner dignement?
La tâche est immense, mais vous pouvez compter sur nous car pour Les Engagés et pour l'Arizona, la Justice est une priorité.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre de la Justice, je suis désolé. Le constat est là, la Justice est dans un état déplorable.
Depuis cinq législatures, le département de la Justice est géré par la droite. Avec quel bilan? Magistrats débordés, des justiciables excédés par une attente de plusieurs années avant de voir leur dossier traité, des cadres non remplis, des détenus entassés, des agents pénitentiaires agressés, et aujourd'hui une atteinte inédite à l'attractivité de la profession de magistrat pour laquelle vous peinez déjà à recruter.
L'Arizona s'est faite sur la promesse d'un travail mieux payé et mieux valorisé pour toutes et tous. En lieu et place, pour les magistrats, c'est une réduction de près de 30 % de leur pension qui leur est annoncée. Contrairement à ce qu'on essaie de nous faire croire et à ce qu'a dit le premier ministre, ce n'est pas une question de grosses pensions. Quelle insulte pour la magistrature!
Après des critiques à peine voilées contre le gouvernement des juges, après des tentations exprimées de limiter les fonctions de magistrat à des mandats de cinq ans, en s'attaquant aujourd'hui aux pensions des magistrats, c'est le fonctionnement, l'indépendance de la justice, de ce troisième pouvoir constitutionnel que vous attaquez. Et à travers lui, c'est l'État de droit que vous attaquez.
Aujourd'hui, il y a des lettres ouvertes d'associations représentatives, des cartes blanches signées par 800 magistrats, des sorties dans la presse de chefs de corps, des remises de dossiers à plus d'un an. Et on dit quoi? "Ils n'ont rien compris." "Il y a de l'argent, mais ils n'ont rien compris."
Madame la ministre, la justice n'est pas une institution désincarnée. Pour reprendre les termes de votre propre majorité, les magistrats ne sont pas des fonctionnaires.
Pour que la justice soit efficace, pour qu'elle serve nos justiciables, elle doit être composée d'hommes et de femmes qui sont engagés et motivés dans leurs fonctions. Or cette décision suscitera une vague de départs et la mise en difficulté de la magistrature.
Ma question à tous les deux: quel investissement garantissez-vous dans les droits acquis, dans le service aux justiciables et dans le troisième pouvoir qu'est l'institution judiciaire?
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, justitie bevindt zich in bijzonder zwaar weer op dit ogenblik. De problemen die worden aangekaart, zijn niet nieuw en spelen al verschillende legislaturen. Onze fractie heeft die in de voorbije legislaturen ook aangekaart. Er is de overbevolking van de gevangenissen, de digitalisering die nog altijd niet het gewenste resultaat oplevert, maar ook het verouderde patrimonium en de jarenlange structurele onderfinanciering. Al deze jarenlange frustraties komen nu samen tot een kookpunt door de aangekondigde hervorming van de pensioenen van de magistraten.
Die plannen leiden tot ongeziene acties bij de magistratuur. Het begon vorige week met de actie van het Openbaar Ministerie, waarbij duizenden gevangenen opnieuw naar de gevangenis worden gestuurd, ondanks de overbevolking. Gisteren hoorden we een politierechter in Gent die zaken een jaar uitstelt. Ook bij het federaal parket in Brussel worden er acties aangekondigd.
Mevrouw de minister, we hebben uiteraard veel respect voor de magistratuur. Heel veel magistraten doen dag in, dag uit hun best om voor justitie te werken, ondanks de moeilijke omstandigheden. Het is echter wel zo dat zij een bijzondere functie hebben. Zij vormen een van de drie machten van ons land. Zij hebben het voorrecht om samen met de andere machten de rechtsstaat vorm te geven. Ik denk dat zij zich met de acties die de laatste weken zijn ondernomen op bijzonder glad ijs begeven.
Mevrouw de minister, op welke manier zult u de situatie ontmijnen? Hoe lopen de gesprekken? Die zijn er de afgelopen dagen immers wel degelijk geweest.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, de magistraten kunnen en willen - en terecht, mevrouw de minister - de slechte financiële en materiële toestand waarin ze moeten werken niet langer aanvaarden. Heel wat jonge magistraten twijfelen nu zelfs aan hun beroepskeuze, ten gevolge van de aangekondigde hervorming. In hun open brief zijn ze duidelijk: "Hoe lang laten we justitie nog verder afbrokkelen voor we reageren en haar de middelen geven om sterk en doeltreffend te zijn?"
Ze hebben voor het beroep van magistraat gekozen uit overtuiging, gedreven door het maatschappelijk belang. Ze willen niet liever dan hun functie met waardigheid en onafhankelijkheid uitoefenen. Dat is vandaag echter onmogelijk geworden. De aangeklaagde wantoestanden bij justitie zijn niet meer te overzien. De digitalisering is niet of nauwelijks ingezet, zo getuigt het rapport van het Rekenhof. In sommige arrondissementen is het een luxe om over een telefoonlijn of een printer te beschikken. Ze moeten werken in beschimmelde kleine bureaus. Middelen om de gebouwen te renoveren of informaticamaterieel aan te kopen zijn er niet. Er is geen budget voor een koffiemachine, nietjesmachine of zelfs toiletpapier.
Daarenboven worden de werkweken steeds langer door de chronische onderbezetting. Er is een personeelstekort van 40 % bij de magistraten om alles binnen een redelijke termijn af te handelen. De werkdruk wordt dan ook onaanvaardbaar.
Hoe lang moeten de magistraten dit nog aanvaarden? Wanneer zal er eindelijk voldoende budget worden vrijgemaakt om dit alles aan te pakken en eindelijk – ook ten aanzien van collega Van Tigchelt - orde op zaken te stellen bij justitie?
Jan Jambon:
Geachte Kamerleden, ik had meer vragen over de pensioenen van de magistraten verwacht. Daarom zal ik mijn antwoord limiteren en de vloer volledig aan mijn goede collega Verlinden laten.
Ik moet wel zeggen dat ik ten zeerste de individuele en collectieve acties van de magistratuur betreur, aangezien we gisteren nog samengezeten hebben voor overleg. Ook vorige week vond reeds overleg plaats en begin mei staat nog overleg gepland. Gisteren hebben we samen de cijfers doorgenomen. We bevinden ons dus volop in overleg. Ik heb een ander begrip van overleg en actievoeren. Als overleg tot niets leidt, kan men actievoeren, maar actievoeren terwijl het overleg nog volop loopt, vind ik raar.
Er is een pensioenhervorming op til en ik vind dat iedereen in die pensioenhervorming moet participeren, iedereen naar eigen kunnen. Niemand staat boven de wet. Dat geldt voor zelfstandigen, voor werknemers, voor ambtenaren, voor ons als politici maar ook voor de magistraten.
Vaak hebben we horen spreken over de indexsprong.
Nous avons entendu beaucoup de choses sur le saut d'index. Examinons les chiffres. Cela ne concerne que les pensions les plus élevées, soit au-dessus de 5 250 euros. Pour la moitié des juges, la pension s'élève à 7 400 euros. Prenons la somme de 7 000 euros, si nous y appliquons un index de 2 %, cela fait 140 euros. Nous allons réduire ces 140 euros pour arriver à 36 euros. Au lieu d'une augmentation de 140 euros, ils percevront une augmentation de 36 euros. Et ça serait une grande attaque vis-à-vis de leur pension! Je ne suis pas d'accord.
In een grote pensioenhervorming moet iedereen een bijdrage leveren, dus ook de magistratuur. Ik hoop echt dat de onrust en het ongenoegen bij deze hooggeplaatste dienaren van de democratie, die beladen zijn met een grote verantwoordelijkheid, in proportie blijven met de beperkte inspanningen die van hen gevraagd worden.
Annelies Verlinden:
Goeiemiddag, collega’s. Collega Van Tigchelt, ik had vanmiddag van veel mensen vragen verwacht, maar niet van u. De nodige dosis lef kan men u alvast niet ontzeggen.
Ce que je retiens de mes nombreux contacts avec la magistrature, c'est que ces actions traduisent aussi et surtout un mécontentement de longue date concernant le financement de la Justice de manière générale.
De rechtsstaat is ons allemaal dierbaar, of zou dat in elk geval moeten zijn. Het is echter heel duidelijk dat hij onder druk staat. Als we willen dat de rechtsstaat overleeft en versterkt, zijn we verplicht erin te investeren.
Het zal niemand ontgaan zijn dat ik van bij mijn aantreden gepleit heb voor onze binnenlandse veiligheid. Ik heb aan de collega's in de federale regering een overzicht bezorgd van de budgettaire behoeften van Justitie, niet enkel voor dit jaar, maar met een noodzakelijk groeipad voor de hele legislatuur.
En examinant de manière globale les tâches qui incombent à la justice et à nos magistrats, force est de constater que leur charge de travail a explosé. Cette situation s'explique par les évolutions sociales dans le domaine du droit des personnes et de la famille, par le recours accru à la justice, par des demandes toujours plus nombreuses en matière de soins et de soutien psychosocial, par la complexité croissante des enquêtes pénales ou encore par le succès remporté dans la lutte contre la criminalité organisée.
Je rejoins donc pleinement les revendications de la justice pour de meilleures conditions de travail, des moyens supplémentaires et des lieux de travail plus sûrs. Dans l'intérêt de notre démocratie, la Justice doit rester un employeur attractif pour les magistrats et elle doit pouvoir continuer à aider les citoyens à des moments souvent déterminants dans leur vie.
De recente beslissing over de automatische indexering van hun pensioenen was duidelijk de druppel die de emmer deed overlopen. Vele magistraten hebben mij bevestigd dat ze solidair willen zijn met de toekomstige generaties en hun recht op een degelijk pensioen zodat er zeker begrip is voor de noodzakelijke toekomstgerichte hervormingen van deze arizonaregering. Ze geven weliswaar aan dat hun onrust groot is vanwege de onzekerheid over de totale omvang van de hervormingen, wat naar ik vermoed ook geldt voor andere beroepsgroepen. Zoals de minister van Pensioenen echter net al heeft aangegeven, worden en zullen de discussies hierover worden verdergezet.
In mijn opdracht als minister van Justitie voorzie ik de komende jaren bijkomende middelen ter versterking van het openbaar ministerie en de hoven en rechtbanken. Ik heb ook van bij het begin de magistratuur betrokken bij alle werkzaamheden. De magistraten weten dus dat hun bezorgdheden ook de mijne zijn, naast de vele andere uitdagingen, zoals het wegwerken van structurele betaalachterstanden – waarover vorige week ook nog uitvoerig bericht is in de media – maar ook de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen, die ons, als we ze niet oplossen, op termijn bijzonder veel geld zal kosten, maar ook de veiligheid van de medewerkers in de gevangenissen.
Je m'entretiendrai étroitement avec la magistrature afin de déterminer comment nous pourrons, dans les mois à venir, agir le plus efficacement possible pour renforcer l'attractivité et le respect de la carrière, mais aussi pour améliorer les conditions de travail, et ce, dans l'intérêt du rôle fondamental que jouent les magistrats dans notre démocratie. Le réalisme et la crédibilité devront ici être nos fils conducteurs communs, car les conséquences du sous-financement qui perdure depuis des années ne peuvent être gommées d'un coup de baguette.
De verhalen die ons van de andere kant van de oceaan bereiken, leren ons hoe belangrijk het is om allemaal ambassadeurs van de rechtsstaat te zijn. De echo’s van die verhalen zouden voor mij als een duidelijke oproep aan iedereen moeten klinken, zeker aan zij die deel uitmaken van een van de drie machten, om ter zake geen enkel compromis te sluiten.
Ik wil dan ook blijven geloven dat ook de magistraten zelf de rechtsstaat vertrouwenwekkend en met zorg zullen blijven behandelen. Ik blijf alvast met hen overleggen en werk in het belang van onze binnenlandse veiligheid samen met en voor hen aan een weg die ons tot oplossingen kan brengen. Ik hou daarbij een quote van Ruth Bader Ginsburg voor ogen: “ Fight for the things that you care about but do it in a way that will lead others to join you. ” Kom op voor wat je belangrijk vindt, maar doe het op een manier die anderen mee in beweging kan brengen.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer en mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Als een open oorlog plaatsvindt tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, heb ik geen lef nodig om hier te spreken, dan is het gewoon mijn plicht als parlementslid om mijn stem te verheffen. Dat heeft niets met meerderheid of oppositie te maken.
Niemand is gebaat bij een oorlog tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, zeker niet de magistraten. Het merendeel van de magistraten – ik kan ervan getuigen – levert meer dan voortreffelijk werk in vaak moeilijke omstandigheden. Ik hoop dat het groeipad, dat door de vorige regering ingeslagen is, wordt aangehouden, want uw regeerakkoord belooft op dat vlak niet veel goeds.
Met het paasakkoord zijn enkele financieringen vooruitgeschoven, maar het gaat niet alleen over extra budget, collega Dillen, we moeten ook hervormen, durven hervormen. Op dat vlak is de vervroegde invrijheidsstelling van criminele illegalen, zoals in het paasakkoord staat, geen goed voorbeeld. Sorry dat ik het zeg.
Leentje Grillaert:
Ik sta een beetje perplex door de repliek van mijn collega, die echt wel wat werk heeft met het kortetermijn- en langetermijngeheugen.
Het heeft volgens mij echt geen zin om hier op de bühne te zeggen dat er een open oorlog heerst. Daarnet heb ik gezegd dat dialoog belangrijk is. We moeten zelf, de magistratuur en de politiek samen, aan de slag om die dialoog te voeren. De retoriek die u aanhoudt, collega, vind ik eigenlijk niet oké en ik denk dat ik daarmee de mening van velen vertolk.
( applaus bij de meerderheid )
Bepaalde bezorgdheden vanuit de magistratuur zijn zeker terecht. Daarvoor moeten we oog en oor hebben, maar de ruis op de lijn moet weg. Van mevrouw en mijnheer de minister hoor ik dat de dialoog plaatsvindt, dat ze samen rond de tafel zitten. Dat is de weg die we moeten bewandelen. De noodkreet is aangekomen en ik heb er alle vertrouwen in, mevrouw en mijnheer de minister, dat u constructief met de magistratuur aan tafel gaat zitten en dat we in deze legislatuur (…)
Ismaël Nuino:
Que les choses soient claires: depuis le départ, l'Arizona a en effet annoncé que nous allions devoir fournir des efforts, oui, pour laisser un É tat viable aux prochaines générations. Mais je ne peux pas entendre dire ici que l'Arizona décide de sacrifier la justice. Ce n'est pas vrai! Comme pour la sécurité et la santé, depuis le début, nous avons annoncé qu'aucune économie ne serait réalisée dans la justice. C'est même un réinvestissement qui a été obtenu pour 2025.
Répétons-le: le plus grand problème des magistrats n'est pas leur pension, mais les nombreux et immenses chantiers qui ont été laissés par le précédent gouvernement. De même, plusieurs mesures qui avaient été prises ont complètement fait craquer le système carcéral. En tout cas, soyons de bon compte, ce n'est pas en trois mois que nous allons résoudre tous les problèmes de la justice. Mais les moyens et la volonté sont là. Voilà enfin un gouvernement qui prend ses responsabilités!
Khalil Aouasti:
Madame et monsieur les ministres, merci pour vos réponses parce qu'au moins on voit que, dans l'Arizona, tout est clair.
Le ministre des Pensions nous dit: "Circulez, il n'y a rien à voir! C'est comme cela, et je ne discute plus. Pas de concertation." La ministre de la Justice nous répond que, pour continuer à faire fonctionner la justice, des concertations seront nécessaires pour que, malgré tout, les audiences puissent se tenir. Nous avons ensuite Les Engagés…
Jan Jambon:
(…)
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, vous avez répondu; laissez-moi répliquer!
Jan Jambon:
(…)
Khalil Aouasti:
Ik versta wel Nederlands, mijnheer de minister. Geen probleem.
Et puis, donc, nous avons un membre des Engagés qui, lundi par voie de presse, nous a annoncé publiquement: "Je vais écrire au ministre des Pensions pour faire en sorte que les magistrats sortent de la réforme des pensions." Or ce parti nous dit aujourd'hui que le problème n'est pas la pension des magistrats, mais leurs conditions de travail. Mais alors, personne n'a jamais rien compris ici, en fait! Les travailleurs qui devaient gagner 500 euros de plus n'ont rien compris! Les magistrats qui perdent leur pension, non plus! Le monde de la justice n'a rien compris! Les Belges ne comprennent jamais rien avec l'Arizona!
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Er is inderdaad overleg en we kijken uit naar het verdere verloop daarvan. Zoals de minister van Pensioenen ook zegt, moet deze regering hervormingen doen en iedereen moet een deel ervan op zich nemen, ook de gerechtelijke wereld. Dat is niet meer dan normaal.
Er zijn natuurlijk veel problemen op het vlak van justitie, maar die zijn er niet van vandaag op morgen gekomen, die dateren uit het verleden. Ook de vorige regering heeft daar een aanzienlijke aandeel in.
Ik wens u veel succes met het verdere overleg. Deze regering investeert wel degelijk in justitie. Er komt aanzienlijk wat geld bij, zodat justitie naar behoren kan functioneren in de toekomst. Justitie is immers een kerntaak van de overheid.
Marijke Dillen:
Dank voor uw antwoord. Collega’s, om goed te werken en vertrouwen te verdienen heeft justitie nood aan magistraten die zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Dat is vandaag niet het geval en daar moet verandering in komen. De opeenvolgende regeringen hebben decennialang geen aandacht besteed aan justitie, laat staan hiervoor de nodige budgetten vrijgemaakt. Geen van de vorige ministers heeft aangevoeld hoe hoog de frustraties zaten en zitten bij de magistratuur. Deze regering moet eindelijk werk maken van een duurzaam, toekomstgericht beleid bij justitie, gekoppeld aan voldoende middelen. Daarvoor is veel meer nodig, mevrouw de minister, dan de extra’s die vandaag beloofd worden. Als er een miljard euro kan worden vrijgemaakt voor Oekraïne en vier miljard voor Defensie, dan moet dat ook kunnen voor justitie en politie.
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting van de regering-De Wever
Belastingbeleid regering-De Wever
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draaide om twee hoofdthema’s: (1) een politieke strijd over wie (Clarinval of Vandenbroucke) een parlementaire vraag over de algemene indexatiebedreiging en concertatie sociale moest beantwoorden, waarbij de oppositie de regering beschuldigde van ontwijkend gedrag door de vraag te verschuiven naar Vandenbroucke (soortelijk zorgsector) in plaats van Clarinval (breder sociaal overleg). (2) Een felle kritiek op de geplande meerwaardebelasting, waarbij oppositiepartijen (Open Vld, PVDA, Vlaams Belang) de regering (met name Vooruit) verweten de belasting zodanig uit te hollen (bv. vrijstelling na 10 jaar) dat alleen de middenklasse – niet de superrijken – ze zal betalen, terwijl de regering benadrukte dat de technisch-juridische uitwerking nog lopende is en het regeerakkoord gerespecteerd zal worden.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, ainsi que je l'ai évoqué avec vous avant le début de cette séance, notre groupe, par l'intermédiaire de Patrick Prévot, avait déposé une question à l'adresse du ministre de l'Emploi et de l'Économie, M. Clarinval, qui est parmi nous cet après-midi. Cette question a été réorientée par le gouvernement vers le ministre Frank Vandenbroucke alors que l'objet de la question de M. Prévot est bien plus large que l'impact d'une non-indexation pour les travailleurs du secteur des soins santé, bien que cela reste un point d'attention particulier pour le groupe socialiste. Mais au-delà de cela, sa question porte davantage sur la concertation sociale et en tant que ministre de l'Emploi, M. Clarinval est aussi ministre de la concertation sociale. Nous souhaiterions, d'autant plus que M. Clarinval est présent parmi nous cet après-midi, que la question de M. Prévot lui soit posée. Si M. Clarinval a besoin d'un temps de préparation pour affiner sa réponse avec le ministre Vandenbroucke, M. Prévot est disposé à attendre, à passer son tour et à intervenir plus tard.
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, ik weet niet of de regering daar iets aan toe te voegen heeft. In ieder geval is mij meegedeeld dat minister Vandenbroucke namens de regering antwoordt. Over meer gegevens beschik ik niet.
Het klopt inderdaad dat die vraag van uw fractie gericht was aan minister Clarinval. Het komt de regering toe te bepalen wie een vraag beantwoordt. Uit uw eigen ministeriële periode weet u dat vragen soms worden doorgeschoven. Ik kan alleen aan de regering vragen om in de mate van het mogelijke, zonder erover te kunnen oordelen of het mogelijk is, respect op te brengen voor de wensen van de Kamer en van de fracties die een vraag willen stellen. Daar eindigt mijn bevoegdheid.
Pierre-Yves Dermagne:
J'entends vos remarques, mais donnons la parole au ministre Clarinval, qui est présent. Son expression non verbale indiquait qu'il était disposé à répondre à la question de M. Prévot. Pétri des certitudes qui sont les siennes, il ne devrait pas avoir de difficulté ou de peur à répondre à une question de M. Prévot.
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, het probleem met de interpretaties van lichaamstaal is dat die interpretaties een redelijke breedte hebben. Ik sluit niet uit dat uw interpretatie de juiste is, al meende ik de lichaamstaal anders te lezen. Ik stel in ieder geval vast dat minister Clarinval slechts beperkte inspanningen levert om het woord te vragen.
David Clarinval:
Je veux bien répondre à cette question, mais elle porte spécifiquement sur les soins de santé. C'est mon collègue Frank Vandenbroucke qui est en charge de cette matière. Il a accepté d'y répondre. Si l'intitulé de la question avait été plus large, englobant par exemple la concertation sociale, j'y aurais sans doute répondu. Cependant, dans ce cas précis, mon collègue Vandenbroucke y répondra.
Si M. Prévot veut m'interroger la semaine prochaine ou plus tard, je n'aurai aucun problème à lui répondre. Il faut tâcher d'être plus précis dans les titres des questions car, dans ce cas-ci, Frank Vandenbroucke et moi-même avions compris que la question concernait les soins de santé.
Pierre-Yves Dermagne:
Je vais mettre ça sur le compte d'une mauvaise information du ministre Clarinval. Le texte et le titre précis de la question portent sur les menaces sur l'indexation de manière générale, pas uniquement dans les soins de santé, et visent notamment la concertation sociale.
Par ailleurs, comme vous le savez, les questions d'actualité se font aussi de manière spontanée et ne nécessitent pas de document écrit. Un champ plus ou moins large peut donc exister entre le moment où le titre de la question a été déposé et le moment où la question est posée.
Dans ce cas précis, les questions de M. Prévot sont adressées au ministre Clarinval et visent ses compétences. Il vient en outre de dire qu'il était disposé à y répondre.
N'allongeons pas le délai! Vous n'avez quand même pas peur de répondre à cette question-là, monsieur Clarinval?
David Clarinval:
Le ministre Vandenbroucke a prévu une réponse.
Pierre-Yves Dermagne:
(…)
Voorzitter:
Ik denk dat u uw punt hebt gemaakt. De vraag was inderdaad aan de heer Clarinval gericht. De formulering van de vraag is wat ze is. Dat heeft een zekere beperking. Laat het nogmaals een argument zijn om de vraag zo gedetailleerd mogelijk in de titel op te nemen. Dan is het wellicht duidelijker.
Sofie Merckx:
Je voudrais appuyer le propos de M. Dermagne. Il est fréquent que des questions soient renvoyées vers un autre membre du gouvernement quand le ministre est indisponible, mais aussi que des questions soient jointes. La proposition de M. Dermagne vise à ce que les ministres répondent ensemble. Si un groupe pose une question à un ministre précis, c'est pour une raison précise. Ici, le débat ne porte pas seulement sur l'indexation des salaires du personnel soignant, mais aussi de l'ensemble des travailleurs. Que devient ce mécanisme d'indexation, qui relève de la compétence de M. Clarinval? Le bon compromis serait donc que les deux ministres répondent ensemble aux deux questions.
Patrick Prévot:
Monsieur le président, je ne dirais pas qu'il s'agit d'un grave précédent, parce que, malheureusement, nous vivons des précédents chaque semaine. Mais, en matière de contrôle de l'action gouvernementale, cela pose vraiment un problème.
Ma question, comme l'a dit mon chef de groupe, est beaucoup plus large que celle des soins de santé. Si j'ai adressé cette question à M. Clarinval, c'est parce que nous avons été contactés par d'autres secteurs, notamment les universités, et qu'il est chargé de la concertation sociale. Je souhaiterais dès lors qu'il puisse répondre personnellement à cette question. Son cabinet n'est pas loin, et il a une équipe de collaboratrices et de collaborateurs de haut niveau. Il n'est pas sot de penser qu'un ministre, qui est à disposition du Parlement, comme tous les membres du gouvernement, puisse répondre à une question de contrôle de l'action gouvernementale. Son cabinet est le plus proche du Parlement, et M. Clarinval est ici présent.
Essayons de joindre les questions; M. Vandenbroucke répondra sur la partie soins de santé, s'il le souhaite, et M. Clarinval sur le reste de ses compétences. Sinon, ce n'est pas M. Clarinval qui va chagriner M. Vandenbroucke, mais ce sont les secteurs qui nous ont contactés qui vont être chagrinés de ne pas avoir, encore une fois, une réponse complète à leur question.
Pierre-Yves Dermagne:
Je voudrais apporter un dernier élément de précision. Entre le moment du dépôt de la question, un peu avant 11 h, et le moment où nous nous sommes parlé en début de séance, il y a aussi eu des contacts entre le groupe PS, les services et le cabinet du ministre Clarinval pour préciser que le périmètre de la question allait au-delà de l’indexation des salaires dans le secteur des soins de santé.
L’information a été transmise. Des e-mails ont été échangés. Je ne vais pas les lire. Nous avons déjà eu un précédent il y a quelques jours. Mais je vous indique que ces échanges ont bien eu lieu et que ces précisions ont bien été transmises au cabinet du ministre.
Mais faisons bref procès. Le ministre est là. Il a dit qu’il était disposé à répondre à la partie qui le concernait, et qu’on joigne donc la réponse du ministre Clarinval à celle du ministre Vandenbroucke.
Voorzitter:
Ik denk niet gehoord te hebben heb dat hij bereid zou zijn er hier vandaag op te antwoorden. Dat is mijns inziens niet gezegd.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le président, je voudrais simplement rappeler aux collègues que toutes les réponses qui sont apportées ici, quel qu'en soit l'auteur, engagent le gouvernement dans son ensemble et que celui-ci reste maître d'envoyer le représentant qu'il souhaite pour répondre aux questions. Donc, nous pourrions clore le débat et maintenir l'ordre du jour.
Chers collègues, quand M. Vandenbroucke répond – rassurez-vous –, c'est moins bon pour vos vidéos Facebook, mais cela engage tout autant le gouvernement que si c'était David Clarinval ou n'importe quel autre ministre qui répondait.
Par conséquent, je vous demanderai, monsieur le président, de mettre un terme à ce débat qui nous fait perdre du temps inutilement. Je vous remercie.
Voorzitter:
Collega’s, de diverse standpunten zijn meegedeeld. Ik heb daar alle begrip voor. Elk antwoord van de regeringsleden komt evenwel van de regering en vertegenwoordigt de volledige regering.
Dan nodig ik nu de premier en de heer Van Quickenborne uit om naar hier te komen, voor een eerste reeks vragen, over de meerwaardebelasting.
Mevrouw De Knop, u wilt terugkomen op het vorige punt? Het debat is eigenlijk gesloten. Ik kan niet terugkomen op de vaststelling die ik geformuleerd heb.
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, ik had u graag het woord gevraagd, maar u ging te snel over naar het volgende agendapunt.
Als liberaal en vrijzinnige ben ik verbouwereerd over de minuut stilte die wij hier namens de Kamer van volksvertegenwoordigers hebben gehouden voor een kerkelijke vorst. Het gaat om een conservatieve kerkelijke vorst die absoluut geen respect had voor vrouwenrechten en holebi’s en die met name mensen die abortus plegen, moordenaars heeft genoemd.
Voor hem hebben wij hier daarnet een minuut stilte gehouden. Ik wens mij daar persoonlijk van te distantiëren. (Applaus bij sommige leden)
Voorzitter:
Dat hebt u dan bij deze gedaan.
Het is redelijk ongebruikelijk dat rouwhuldes op die manier worden aangevuld. Het is echter uw vrijheid om uw mening daarover te ventileren.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik heb een vraag over de meerwaardebelasting. De teksten zijn intussen bekend. Het zijn geen vijgen na Pasen, het zijn belastingen na Pasen.
Waarvoor wij gewaarschuwd hebben, wordt nu duidelijk, mijnheer de eerste minister. Eerst was er sprake van een solidariteitsbijdrage, een tijdelijke crisisbijdrage, maar dat blijkt nu een platte belasting te zijn. Er was ook sprake van om dat door de sterkste schouders te laten betalen, maar nu blijkt dat de gewone middenklasse die belasting zal moeten betalen. Mensen die een verzekeringscontract afsluiten, zullen die belastingen moeten betalen. Mensen met een tak 21-spaarregeling zullen die belastingen moeten betalen. Mensen die actief zijn in beleggingsfondsen, dat zijn honderdduizenden Belgen, zullen die belastingen moeten betalen. Jonge mensen, studenten die hun spaarcenten meer willen laten renderen met ETF's, trackers die de beurs volgen, zullen die belastingen moeten betalen. Het zijn dus niet de sterkste schouders, maar de gewone schouders die de belastingen zullen moeten betalen, mijnheer de eerste minister.
Wat ook duidelijk is, is dat de vrijstellingen die door verschillende partijen werden gevraagd er niet komen. De vrijstelling van 20.000 euro, die door de heer Mahdi werd gevraagd, staat er niet in. De vrijstelling onder de 20 %, gevraagd door de heer Bouchez, staat er niet in. Eén vrijstelling staat er wel in en dat is de vrijstelling die u hebt gevraagd, mijnheer de eerste minister. U hebt daar zelf over gezegd: het staat niet in het regeerakkoord, maar we gaan het toch doen. Dat is de vrijstelling voor mensen die hun producten langer dan 10 jaar aanhouden. Dat is een goede vrijstelling, want dat beschermt mensen die goede huisvaders zijn. Daarover heeft de heer Seuntjens al gezegd: dat staat niet in het regeerakkoord, dat gaan we niet doen.
Mijnheer de eerste minister, ik heb één eenvoudige vraag voor u. Die vrijstelling van 10 jaar, komt die er of komt die er niet?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de eerste minister, u bent ondertussen geland met uw paasakkoord. Het wordt dus tijd het eens te hebben over de vijgen na Pasen die het akkoord niet gehaald hebben.
Een meerwaardebelasting die als doel heeft de rijken ook iets te doen bijdragen, is zo'n vijg. Die staat niet in uw paasakkoord. De rijken kunnen nog even op hun twee oren slapen. Maar die vijg gaat niet weg, natuurlijk. Uw minister van Financiën heeft vandaag in de pers laten weten dat hij die belasting verder zal uithollen. Wie tien jaar lang zijn aandelen bijhoudt, wordt vrijgesteld. U noemde die mensen enkele weken geleden "de brave huisvaders."
Maar wie zijn die brave huisvaders die zulke grote bedragen meer dan tien jaar kunnen missen? Laat ik als voorbeeld twee fictieve vrienden nemen, Fernand Muts en Marc Toucke. Beiden hebben ze heel veel geld. Ze beleggen een deel ervan in aandelen, maar ze hebben genoeg ander geld, zodat ze er tien jaar lang kunnen afblijven. Na die tien jaar verkopen ze hun aandelen met een winst van 1 miljard euro. Hoeveel moeten deze brave huisvaders daar dan op bijdragen? Niets! Nul! Vrijgesteld!
De echte brave huisvader die zijn spaargeld even parkeert in aandelen, om het daarna weer op te nemen omdat hij een huis wil kopen of een trouwfeest wil organiseren, die moet die taks wel betalen. Het effect van uw uitholling is dus dat de sterkste schouders hun bijdrage kunnen ontlopen maar dat de gewone man in de straat moet betalen. Nog maar eens.
Mijnheer de eerste minister, enkele weken geleden hebt u voor de camera's verklaard dat deze uitholling er zou komen. Daarna hebt u moeten toegeven dat u voor uw beurt had gesproken. Vandaag doet uw minister van Financiën dezelfde uitspraken. Mijn vraag aan u is of u kunt bevestigen dat ook uw minister van Financiën voor zijn beurt heeft gesproken.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega's, gewone werkende mensen betalen tot wel 50 % belastingen. Wie het zich daarentegen kan veroorloven om heel veel aandelen te kopen en daar een enorme winst opmaakt en meerwaarde int, betaalt daar vandaag nul euro belasting op. Dat is toch niet normaal, zeker in deze tijden. Daar moeten we eerlijk over zijn. In deze tijden is het niet aanvaardbaar dat er niet wordt belast. Men vraagt aan iedereen een bijdrage, maar aan die grote vermogens niet. Dat kan niet.
Voor Vooruit is het al langer duidelijk: iedereen moet een bijdrage leveren, ook de grote vermogens, degenen die een grote meerwaarde op aandelen boeken, de sterkste schouders dus, zeker wanneer de regering moeilijke beslissingen moet nemen om het land op orde te stellen en een inspanning vraagt van de gewone mensen. Dan moeten de sterkste schouders absoluut bijdragen.
De beslissing om een meerwaardebelasting in te voeren, is historisch. Na jaren gezever legt de arizonaregering met Vooruit eindelijk een meerwaardebelasting op. Een dergelijke belasting bestaat trouwens al in onze buurlanden, voor alle duidelijkheid. Voor ons is het de logica zelve dat als gewone werkende mensen een inspanning moeten leveren, ook de allerrijksten een bijdrage moeten doen.
Mijnheer de premier, het is goed dat er een concreet voorstel ter uitwerking van de laatste modaliteiten op tafel ligt. Laat het duidelijk zijn, in Vooruit zult u altijd een partner vinden om de modaliteiten volgens de afspraak in het regeerakkoord concreet uit te werken. Dat regeerakkoord, dat ik hier bij mij heb, is heel duidelijk: het enige onderscheid in ons regeerakkoord is gebaseerd op het aanmerkelijk belang.
Mijnheer de premier, een gelijke verdeling van de inspanningen is voor onze fractie, voor Vooruit essentieel. Wij staan te popelen om het wetsonderwerp rond de meerwaardebelasting te bespreken in het Parlement. Wanneer mogen we die bespreking verwachten?
Sofie Merckx:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega's, de meerwaardebelasting was het symbooldossier dat moest aantonen dat niet alleen van de bevolking een inspanning werd gevraagd, maar van iedereen, ook van de superrijken. Van bij het begin was het echter duidelijk dat de superrijken niet zouden moeten bijdragen en dat ze de dans zouden ontspringen, want zij bezitten aandelen in vennootschappen en moeten daarvoor niet betalen via de personenbelasting. Van bij het begin was het ook duidelijk dat er heel veel ruzie was in de regering over de uitvoeringsmodaliteiten. Op basis van wat er gelekt is, kunnen we toch wel stellen dat hetgeen er op tafel lag, nog verder wordt uitgehold en rijst de vraag wat er van het oorspronkelijk voornemen nog overblijft.
Ik vat even samen wat de regering doet. Als het erop aankomt om de mensen langer te doen werken en een pensioenmalus op te leggen, dan gaat iedereen akkoord. Als het erop aankomt om te sjoemelen met de indexering, onder andere van de pensioenen, dan gaat iedereen akkoord. Als het erop aankomt om te jagen op de langdurig zieken en de dokters, dan gaat iedereen akkoord, ook Vooruit. Maar als het erop aankomt om een kleine bijdrage te vragen van de superrijken, dan is het kot te klein.
Mijnheer de premier, het is duidelijk dat hetgeen er op tafel ligt, steeds meer uitholt wat er eigenlijk moet gebeuren en het ziet er helemaal niet naar uit dat de superrijken een bijdrage zullen moeten leveren. Van bij het begin was het al duidelijk: 23 miljard voor de gewone mensen, 500 miljoen voor de superrijken. Kunt u mij garanderen dat de meerwaardebelasting (…)
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, doet u het nog graag, dit land redden? Uw minister heeft dat goed bekeken: een Jambonnetje lossen en dan naar het buitenland vertrekken.
Wat we vandaag op tafel zien liggen, is niet zomaar een wetsontwerp. Neen, het is het zoveelste bewijs van een regering die bij het minste vervalt in openlijke discussie. Het zogenaamd paasakkoord is nog niet koud of het gekibbel binnen uw regering begint opnieuw. Dit wetsontwerp is niets anders dan knip- en plakwerk om de ideologische brokken binnen deze meerderheid te lijmen. Vooruit blijft tot vandaag op dit spreekgestoelte luid roepen dat het regeerakkoord glashelder is, maar blijkbaar was dat akkoord zo vaag dat nu elke partij haar eigen waarheid in de teksten van Jambon leest.
Ondertussen zitten de hardwerkende en sparende Vlamingen met de dreiging van een nieuwe belasting die de ene dag wordt opgepookt en de andere dag weer wordt geminimaliseerd. Neem nu cd&v, dat enkele weken geleden nog terecht verwees naar de onderwijzer, de goede huisvader, die voor zijn dochtertje elke maand iets opzijzette en pleitte voor een vrijstelling tot 20.000 euro, maar nu in het kader van de defensie-uitgaven weer komt pleiten voor meer inkomsten uit diezelfde meerwaardebelasting. Wat is het nu? Of neem nu uw N-VA, mijnheer de premier. Het papiertje van Bouchez is blijkbaar teruggevonden. U zei voor de camera's dat er een vrijstelling komt voor wie zijn aandelen tien jaar bijhoudt. Dat is een goede zaak, maar een vergissing volgens sommigen binnen uw regering, een bewuste toegeving volgens anderen.
Alleen al de toelichting bij dit wetsontwerp bestaat uit ruim 50 pagina's. Ze staat vol met ingewikkelde bijsturingen, uitzonderingen en ronduit lachwekkende berekeningen, tot in de vierde graad bij familie. Hopeloos complex! Zijn dat de eerlijke belastingen, is dat de rechtvaardige fiscaliteit die u de kiezer hebt beloofd?
Bart De Wever:
Geachte leden, sommige leden hebben gesproken over fictieve vrienden. Misschien hebben ze geen andere vrienden. Ik weet het niet, dus het is mogelijk. Alleszins is het hier vooralsnog wel een fictief debat, want, zoals u allen weet, er is nog geen wetsontwerp over het onderwerp in de Kamer ingediend.
De collega van Vooruit verklaart te popelen, samen met alle andere vooral Nederlandstalige collega's. Ik snap dat. De arizonacoalitie heeft veel enthousiasme voor het debat in het huis hier gebracht. Dat is goed, maar de waarheid is dat het overleg over de modaliteiten van de meerwaardebelasting nog lopende is in de regering en zich op het moment nog maar op het technische niveau afspeelt.
Behoudens wat de minister van Financiën enkele weken geleden hier is komen duiden aan het Parlement op basis van de tekst van het regeerakkoord, is er dus namens de regering vandaag geen extra commentaar te geven over dit onderwerp, want men kan hier alleen namens de regering spreken – u hebt dat in het inleidende debat samen vastgesteld – en er is nog geen standpunt van de regering over het onderwerp. Er is nog geen wetsontwerp dat als vrucht van die consensus in het huis hier is ingediend.
Het gaat hier over werkdocumenten, die hun weg hebben gevonden naar de pers. Dat is altijd jammer, want dan krijgt men allerlei premature bespiegelingen en die bespiegelingen zijn politiek uiteraard nuttig. Ik heb er ook. Als u mijn persoonlijke mening over het onderwerp wilt kennen, geef ik u die graag in de koffiekamer. Dan kunnen wij spreken van mens tot mens, maar hier kan ik alleen als eerste minister spreken. U kunt daar met mij, zoals u weet, enkel koffie drinken of, als ik zeer goed geluimd ben, misschien een cola zero, maar niks anders. Laat dat duidelijk zijn. Ik wens u allen trouwens ook toe dat het binnenkort alleen nog maar dat zal zijn.
Zodra het wetsontwerp ingediend is – we zullen daarmee komen dans les meilleurs délais –, dan zullen in eerste instantie de minister van Financiën en ook ik ter beschikking staan voor alle vragen, die u daarover kunt stellen, maar dat is op het moment nog te vroeg.
Voorzitter:
Mijnheer de eerste minister, ik heb hier ooit Montesquieu geciteerd, de vader van de scheiding der machten. Ik wil u dat nog even in herinnering brengen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik merk toch enige schroom in uw antwoord. U hebt ook zelf gezegd dat indien u hiermee uw ding mocht doen, u waarschijnlijk andere dingen zou doen dan wat in het regeerakkoord staat. U hebt natuurlijk wel een punt.
Wie zal die meerwaardebelasting namelijk betalen, mijnheer El Yakhloufi? Alle mensen die keihard werken. Het zijn niet de werklozen en de uitkeringstrekkers die de meerwaardebelasting zullen betalen. Het zijn de mensen die werken, die die meerwaardebelasting zullen betalen en dat is de essentie.
Mijnheer de eerste minister, we hebben met de Vlaamse liberalen 25 jaar die belasting tegengehouden en u weet waarom. We hebben die belasting in de Zweedse regering ook samen bestreden. Dat weet u ook nog zeer goed. Nu we uit de regering zijn, zult u die gewoon invoeren.
Ik weet waarom u niet graag persconferenties organiseert. U voelt namelijk een zekere schaamte voor deze maatregelen en ik begrijp u.
Dieter Vanbesien:
Collega's, de vrienden van Vooruit roepen hier al maanden dat ze ervoor gekozen hebben om in deze regering te stappen, omdat ze een aantal belangrijke linkse trofeeën hebben kunnen binnenhalen. Er komt een meerwaardebelasting, zodat de sterkste schouders een eerlijke bijdrage zullen leveren, en de koopkracht zal worden beschermd, want er wordt niet geraakt aan de automatische indexering.
Wat is echter het bilan na drie maanden? De meerwaardetaks heeft het paasakkoord niet gehaald en ze zal fel worden uitgehold, zodat de echt sterke schouders de dans kunnen ontlopen. Ook de automatische indexering wordt uitgehold en onder andere het zorgpersoneel is daarvan de dupe.
Enkele maanden geleden zei Conner Rousseau dat we moesten stoppen met Arizona een centrumrechtse regering te noemen. Mijnheer El Yakhloufi, uw voorzitter heeft gelijk, dit is geen centrumrechtse regering, maar een pure rechtse regering.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer Van Quickenborne, ik hoor het u graag zeggen, want na 25 jaar liberalen aan de macht zijn de belastingen voor gewone mensen inderdaad te hoog. Dat is omdat u geen bijdrage van die sterkste schouders durfde en wilde vragen. Het is een schande. Deze regering zal daarin verandering brengen.
Mijnheer de eerste minister, hetgeen u zegt, is juist. Ik vind het wel jammer dat we het via de pers moesten vernemen, maar er ligt nog geen wetsontwerp klaar.
Wel stel ik het volgende vast als het gaat over de oppositie. Ik vind het zelfs amusant en bijzonder. Er is Open Vld, die na 25 jaar nu klaagt over te veel belastingen, maar men mag zeker niet raken aan die rijke vriendjes. Mijnheer Van Quickenborne, ik geloof dat uw vrienden meer dan 10.000 euro winst maken.
Dan is er de PVDA, heel bijzonder, die zegt geen belastingen op kapitaal, want blijkbaar hebben de kiezers van de PVDA meer dan 10.000 euro winst op meerwaarde. U zou Karl Marx nog eens moeten lezen, dat moet u zeker nog eens doen.
En dan is er het Vlaams Belang. (…)
Voorzitter:
Ik dank u voor deze literatuurtip. Het was gisteren boekendag.
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, het idee dat iedereen zal moeten bijdragen, is een ballonnetje dat meer en meer doorprikt wordt. Dat geldt ook voor het riedeltje dat het geld op is en dat we daarom moeten besparen. In uw paasakkoord hebt u 4 miljard gevonden voor Defensie, dat is dan weer geen probleem. En dan is er het riedeltje dat de werkende mensen zouden beloond worden. Waar is de 500 euro die beloofd werd aan de werkende mensen? Waar is die? U wilt zelfs chipoteren aan de index. Dat is wat u wilt doen.
En ik heb Marx goed gelezen. Wij hebben Marx goed gelezen. Weet u wat wij weten? Meer en meer mensen zien in dat dit een afbraakregering is. Meer en meer mensen zijn kwaad op deze regering. Meer en meer mensen komen op straat tegen de regering. Dat is hetgeen wij komende zondag ook gaan doen. We komen op straat tegen deze afbraakregering en voor vrede.
Voorzitter:
Mijnheer Vermeersch, gaat u ook uw weekendplannen uit de doeken doen? Wij wachten in spanning.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de eerste minister, uw regering heeft duidelijk last van incontinentie. Lekken alom. De politieke discussie binnen uw regering, vandaag opnieuw, zorgt voor fiscale onzekerheid, een onzekerheid die verstikkend is voor het vertrouwen van diegenen die werken, ondernemen, sparen en beleggen in dit land. Dat zijn vooral de Vlamingen. De teksten die nu uitlekken zijn geen eerlijke, rechtvaardige, of coherente fiscaliteit. Dit is politiek kladwerk. De vraag is dus of die Jambontaks zal falen bij de juridische toets dan wel een economische en begrotingsflop zal worden. Wij van Vlaams Belang verdedigen de belangen van die hardwerkende, ondernemende, sparende en beleggende Vlamingen. Wij zullen ons tegen deze zoveelste nieuwe belasting op de kap van die Vlamingen verzetten.
De verontrustende signalen uit de (Antwerpse) chemiesector
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische chemiesector – met name de petrochemische cluster in Antwerpen – verkeert in diepe crisis door dalende productie (65% capaciteitsbezetting), krimpende werkgelegenheid en gebrek aan nieuwe investeringen, ondanks enkele duurzame projecten in aanbouw. De Wever erkent de urgentie, wijst op hoge energiekosten, loonkosten en trage vergunningsprocedures, en belooft loonlastverlaging (via het paasakkoord) en kortingen op transmissienettarieven, maar benadrukt dat Europa sectorspecifieke maatregelen moet nemen. Coenegrachts dringt aan op onmiddellijk federale actie, kritiseert het ontbreken van het beloofde *MAKE 2030-plan* en eist concrete stappen om de sector te redden, zoals onder De Croo’s leiding. De kernboodschap: zonder snelle, gecoördineerde inspanningen (energiekostendaling, vereenvoudigde regelgeving, Europese steun) dreigt de sector – cruciaal voor welvaart en klimaattransitie – definitief in te storten.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, de chemiesector zit in zwaar weer. De capaciteitsbezetting staat vandaag op amper 65 %. Dat is het laagste peil sinds de crisis van begin jaren 80. De toegevoegde waarde van de sector is op vijf jaar tijd met 29 % gedaald. Afgelopen week kwam het nieuws dat ook de werkgelegenheid voor het eerst in tien jaar is gedaald. Die sector staat garant voor export, investeringen, technologische innovatie en stabiele en goedbetaalde jobs voor veel mensen. Net die sector staat dus vandaag onder druk.
Mijnheer de eerste minister, u bent titelvoerend burgemeester van Antwerpen. U kent de mensen die daar werken. U kent de bedrijven die daar actief zijn. De urgentie is u dus duidelijk.
Het is net daarom onbegrijpelijk dat de sense of urgency niet uit de daden van uw regering blijkt en dat er van federale actie geen spoor te bekennen is. Mijnheer de eerste minister, waar blijft uw MAKE 2030-plan, dat in het regeerakkoord werd aangekondigd? Waar blijft dat KB om de elektriciteitsfactuur voor bedrijven te verlagen? Wanneer zult u uw trekkersrol in Europa om de Clean Industrial Deal, die te vaag is, concreet te maken, opnemen? Mijnheer de eerste minister, waar blijft uw industrieel beleid?
Bart De Wever:
Goede collega, ik dacht dat u zou verwijzen naar de zeer negatieve aankondiging die we afgelopen week hebben gekregen, met name dat TotalEnergies een oude stoomkraker zal sluiten. Dat is een stoomkraker van de jaren zestig, uit de oertijd van de petrochemie.
Op zich is dat misschien niet onverwacht, maar het echt negatieve signaal, waar u ook naar verwijst, is dat er geen nieuwe investeringen worden aangekondigd. De sector is aan het consolideren. Dat is het begin van krimp en veel erger. Ook al gaan daar niet onmiddellijk jobs verloren, globaal is de periode van groei achter de rug. Dat is een serieuze verwittiging met betrekking tot de macro-economische omstandigheden waarin die sector in heel Europa verkeert. Voor ons land is dat slecht nieuws, want Antwerpen heeft de grootste petrochemische cluster van de wereld, na Houston in Texas.
Er is ook goed nieuws, want er zijn nieuwe installaties in aanbouw. Voor de eerste keer in twintig jaar tijd worden in Europa grassrootsinstallaties gebouwd en nog wel in Antwerpen. Het betreft duurzame installaties, waarvoor op sommige banken geen applaus klinkt. Vandaag wordt toch wel het bewijs geleverd dat die installaties ook oudere installaties uit de markt duwen, zoals eigenlijk altijd is voorspeld.
U hebt gelijk dat die sector met problemen kampt. De petrochemische nijverheid is cruciaal voor onze welvaart, voor de klimaattransitie – zonder petrochemie zal die niet lukken – en uiteraard voor ons economische weefsel. We moeten die sector in Europa behouden, in het bijzonder in ons land. We moeten werken aan een competitieve omgeving. De problemen zijn bekend: energiekosten, loonkosten, vergunningsprocedures, met daarbovenop nog geopolitieke onzekerheid en handelsonzekerheid.
De Clean Industrial Deal is niet toevallig in Antwerpen aangekondigd. Ik heb vertrouwen in die deal. Er moeten nog sectorspecifieke maatregelen vanuit Europa komen en wij moeten uiteraard doen wat wij moeten doen. We zullen de loonlasten verlagen en in het paasakkoord wordt daarvoor in een heel stevig budget voorzien. Niet iedereen was daarover enthousiast.
Specifiek voor de sector komt er dit jaar nog de korting op de transmissienettarieven. Uiteraard moeten ook de vergunningsprocedures in dit land samen met de regio's, maar ook in Europa vereenvoudigd worden. Het is inderdaad vijf voor twaalf.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, de signalen van de sector zijn inderdaad dramatisch. Het is nog erger dan de waarschuwing van de kanarie in de koolmijn: de mijn staat vandaag op instorten. De chemiesector is de spreekwoordelijke vogel in de hand. Die sector moeten we koesteren. Er is wel een momentum voor de defensie-industrie, maar eerlijk gezegd gaat het daarbij om vogels in de lucht. Er is in ons land een sector die welvaart en innovatie creëert en die ons op de wereldkaart zet. Die sector moeten wij ondersteunen. Mijnheer de premier, zet uw schouders onder de chemiesector, net zoals Alexander De Croo dat als eerste minister deed. De fundamenten liggen er. Bouw daarop verder. Pak nu door. Zorg ervoor dat er in Antwerpen nog een toekomst is voor de chemiesector.
De verlenging en uitbreiding van de regeling inzake overuren
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Van Quickenborne benadrukt het succes van vrijwillige, belastingvrije overuren (50% stijging) door vorige regeringsmaatregelen, maar waarschuwt dat het systeem eind juni vervalt zonder duidelijkheid voor werkgevers (bv. horeca) en werknemers. Clarinval bevestigt een nieuwe regeling (360 uur voor alle sectoren, 450 uur voor horeca, met gedeeltelijk bruto=netto) en belooft spoedige finalisering, maar Van Quickenborne dringt aan op onmiddellijke beslissing in de ministerraad (morgen) om uitstel—en dus afstel—te voorkomen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, door al het nieuws over stakingen zouden we bijna vergeten dat er in ons land nog mensen zijn die willen werken. Er zijn ook mensen die meer willen werken dan de klassieke 38 uren. Vanochtend bleek uit cijfers van Liantis dat het aantal mensen dat vrijwillig overuren presteert in ons land de voorbije tijd met 50 % is gestegen. Heel veel meer mensen presteren vrijwillig overuren, omdat ze dat willen doen.
Collega's, dat is geen toeval, dat is het resultaat van een bewuste politiek van de vorige regering. Wij hebben er toen op aangedrongen om het systeem van vrijwillige overuren systematisch te verhogen en mogelijk te maken. Het gaat hier over goede overuren, want de mensen die deze overuren presteren, betalen geen belastingen, betalen geen sociale lasten. Dat kan zonder administratieve lasten en zonder poespas. Vandaar het succes.
Mijnheer de minister, het probleem is dat het systeem eind juni afloopt. Men kijkt nu naar u, want men stelt zich vragen. Bijvoorbeeld in de horeca wil men de zomerplanning opstellen. Daar vraagt men zich af of vrijwillige overuren nog mogelijk zullen zijn of niet.
UNIZO trekt aan de alarmbel en vraagt zich af wat er zal gebeuren. Wij hebben nog geen teksten gezien. Er is nog geen advies gevraagd aan de Nationale Arbeidsraad. Goed, er staat daarover wel iets in het regeerakkoord, maar teksten in een regeerakkoord zijn nog geen realiteit.
Op minder dan 100 dagen van 1 juli stellen heel veel sectoren en mensen die willen werken, zich vragen. Zal er nog een systeem komen van uitgebreide vrijwillige overuren? Mijnheer de minister, kunt u hier en nu duidelijk vertellen dat werknemers en ook werkgevers vanaf 1 juli zullen kunnen blijven genieten van een systeem van uitgebreide vrijwillige overuren?
David Clarinval:
Mijnheer Van Quickenborne, het regeerakkoord voorziet in een structurele, uniforme en flexibele algemene regeling van 180 uur voor fiscaalvriendelijke overuren, met een lastenverlaging voor de werkgever en een belastingvermindering voor de werknemer. Wat de vrijwillige overuren betreft, voeren we een aantrekkelijk systeem in van 360 uur van toepassing in alle sectoren en 450 uur in de horeca. Voor respectievelijk 240 uur in alle sectoren en voor 360 uur in de horeca zal het principe gelden dat bruto gelijk is aan netto.
Ik heb aandachtig kennisgenomen van de conclusies van de Liantisstudie, die aantoont dat het aantal overuren de voorbije drie jaar met de helft is toegenomen, vooral door het gebruik van relance-uren. De studie preciseert dat een van de voornaamste redenen voor die toename het tekort op de arbeidsmarkt is. Ik wil benadrukken dat de relance-uren vrijwillige overuren zijn die enkel gepresteerd kunnen worden met het uitdrukkelijke akkoord van de werknemer. Met die verhoging van het aantal vrijwillige overuren willen wij ondernemingen meer flexibiliteit en de nodige ruimte geven om het hoofd te kunnen bieden aan operationele behoeften. Gelijklopend daarmee zullen werknemers een extra fiscaalvriendelijk inkomen kunnen genieten.
Wij finaliseren momenteel de teksten in verband met de praktische modaliteiten van die hervorming. Binnenkort zal ik die aan de regering voorleggen. Ik werk aan die teksten samen met mijn collega Jambon. We proberen meer mensen vlug aan de slag te krijgen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, morgen is er een belangrijke ministerraad. Het wordt blijkbaar een beslissende kern, waar een aantal knelpunten op tafel zullen liggen. Ik hoop dat het dossier in kwestie ook deel uitmaakt van die knelpunten en dat er definitief over kan worden beslist. U weet immers dat in de politiek alles aan elkaar hangt. Het risico is echter dat als zaken aan elkaar hangen, een belangrijk dossier weleens van de tafel dreigt te vallen, bijvoorbeeld het dossier van de overuren. Er is geen tijd te verliezen. Doe dus niet zoals met de brugpensioenen en het SWT, waar u alles opnieuw uitstelt. Ik heb gehoord dat het personeel van Cora zal kunnen gebruikmaken van het SWT. U ziet dus dat uitstel tot afstel leidt. Zorg er ook voor dat er een beslissing komt. Mijnheer de minister, de mensen verwachten morgen een duidelijk antwoord van u. Wij zijn minder dan 100 dagen verwijderd van 1 juli 2025. De mensen willen duidelijkheid. Komen die overuren er nu al dan niet? U zult morgen het antwoord moeten geven, na die beslissende ministerraad.
De gevolgen van de afschaffing van het echtscheidingspensioen
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Beenders ontkent plannen om 420.000 echtscheidingspensioenen (vooral van vrouwen) af te schaffen, noemt berichtgeving in *Het Laatste Nieuws* foutief en belooft geen achteruitgang voor gescheiden vrouwen, maar wil wel overstappen naar een pensioensplit (eerlijker, maar vrijwillig). Bertrand waarschuwt dat dit nieuwe systeem vrouwen benadeelt, omdat het afhankelijk is van toestemming bij huwelijk en geen automatische bescherming biedt voor wie thuisblijft voor kinderen—terwijl het huidige echtscheidingspensioen dat wel doet. De kern: geen directe afschaffing, maar risico op zwakkere rechten door een vrijwillig alternatief dat vrouwen kwetsbaarder maakt.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik had niet verwacht dat ik op een week tijd twee keer het spreekgestoelte zou moeten bestijgen om de rechten van de vrouwen in dit land te verdedigen. Vorige week ging het over het moederschapsverlof. Die periode zou tijdens werkloosheid plots niet meer meetellen om pensioenrechten op te bouwen. De minister heeft dat ontkend, maar achteraf bleek wel dat een dergelijke regeling in een versie van de tekst opgenomen was. Dat toont aan hoe waakzaam we moeten zijn. Vandaag gaat het over het echtscheidingspensioen. 420.000 mensen in dit land dreigen hun echtscheidingspensioen te verliezen. Acht op de tien daarvan zijn vrouwen.
De onderliggende redenering is, zo lees ik in de pers, dat scheiden loont. Nee, mijnheer de minister, scheiden loont niet. Scheiden is lijden. Scheiden is een drama voor heel veel mensen. Scheiden is vooral heel duur. Ik begrijp dus niet dat u een algemene regel zou invoeren om enkele misbruiken, waarvan er zelfs wordt gezegd dat wij ze niet hard kunnen maken, aan te pakken. Dat staat ook in het Laatste Nieuws vanochtend.
Vandaar mijn vragen aan u, meneer de minister. Zal de regel echt in werking treden? Zult u iedereen straffen op basis van een aantal uitzonderingen, die u zelfs niet kunt bewijzen? Wordt het voorstel morgen in het superkernkabinet besproken?
Rob Beenders:
Mevrouw Bertrand, u bent kennelijk een selectieve lezer van Het Laatste Nieuws . Het is daarom goed dat wij hier kunnen verduidelijken wat in de krant heeft gestaan en vooral wat in het regeerakkoord staat en wat de huidige regering wil veranderen.
Wij zijn niet tegen de vrouwen; wij zullen de regeling niet oneerlijker maken; wij zullen geen 400.000 gezinnen pijn doen door de echtscheidingspremie af te pakken. Dat zullen wij absoluut niet doen.
Laat ik duidelijk zijn over het bericht in Het Laatste Nieuws : de krant was fout en heeft dat ook letterlijk toegegeven in een artikel van vanmiddag. ( Protest )
Lees de krant. Er staat letterlijk in dat in de gedrukte krant een fout stond. Ik wil het hier herhalen. Wij moeten immers hier een beleid voeren en niet in de krant. Ik bevestig dus namens de hele regering dat wij niet zullen raken aan de 420.000 echtscheidingspensioenen. Er is dus geen reden tot bezorgdheid.
Dat neemt niet weg dat het stelsel van het echtscheidingspensioen wel bijzonder is. Mevrouw Bertrand, wanneer u van mening bent dat wij iets moeten doen voor personen in een scheidingsprocedure en dat wij vrouwen moeten beschermen wanneer zij een heel moeilijke periode doormaken, dan moet u toegeven dat dat stelsel niet het meest faire statuut is. Het is bijvoorbeeld niet geldig voor ambtenaren, hoewel ambtenaren ook kunnen scheiden en vrouwen ook schade kunnen ondervinden.
Het is dus goed wat de regering doet, namelijk hervormen en zorgen dat wij naar een pensioensplit evolueren die voor iedereen eerlijker is en niet alleen voor bijvoorbeeld niet-ambtenaren. Wij willen evolueren naar een stelsel waaraan ook de ex-partner bijdraagt ingeval de andere partner, meestal de vrouw, thuisblijft om bijvoorbeeld voor de kinderen te zorgen. Het regeerakkoord tekent voor ons de juiste weg, die van een eerlijke hervorming. Maak u zich dus geen zorgen: wij zullen de vrouwen in dat verhaal niet achterlaten.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik ben blij met uw antwoord. Het is de tweede keer dat er iets in de krant staat dat ons veel zorgen baart.
Ik herinner iedereen aan het principe van het echtscheidingspensioen. Dat is er voor uit de echt gescheiden vrouwen die er bewust voor gekozen hebben om thuis te blijven om hun kinderen op te voeden en tijdens die periode dus geen pensioenrechten hebben kunnen opbouwen. U stelt een ander systeem voor, de pensioensplit, maar dat is een vrijwillig systeem waarvoor men kiest op het moment dat men het huwelijkscontract voor de notaris sluit. De man of de vrouw – het is meestal de man -, moet daar wel mee instemmen. Dat is een fundamenteel ander systeem dan het echtscheidingspensioen. Ik vraag iedereen dus om waakzaam te blijven, want alle vrouwen zullen door het nieuwe systeem worden getroffen.
Voorzitter:
Hiermee is de vragensessie afgerond.
De voorbereidende NAVO-top en het traject voor de defensie-uitgaven naar 2 % en meer
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kjell Vander Elst (N-VA) dringt aan op structurele defensie-investeringen (2% NAVO-norm) en kritiseert de regering voor tijdelijke boekhoudtrucs en gebrek aan concrete plannen, terwijl coalitiepartijen hervormingen en verkoop staatsdeelnemingen blokkeren. Premier De Wever bevestigt dat 2% dit jaar gehaald wordt en dat er miljarden extra nodig zijn, maar wijst op lopende onderhandelingen over financiering en mogelijke verscherpte NAVO-eisen (zelfs 5%), met focus op steun aan Oekraïne als sleutelinvestering. Vander Elst blijft sceptisch en eist duidelijke, permanente budgetkeuzes in plaats van "luchtkastelen" en uitstel. De urgentie is hoog: de NAVO-deadline en veiligheidsrisico’s dwingen tot snelle, transparante beslissingen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de eerste minister, de NAVO vormt de hoeksteen van onze veiligheid. Wij moeten in dat partnerschap als land ons deel doen. Hier staat naast u uw grootste bondgenoot vanuit de oppositie voor bijkomende defensie-investeringen.
Enkele weken geleden stelde ik u hier dezelfde vraag en antwoordde u dat we een spurtje zouden trekken voor onze defensie-uitgaven. Ik steun u in uw zoektocht naar bijkomende middelen. Laat een zaak wel duidelijk zijn: ik steun uw zoektocht naar structurele budgetten. Met eenmalige goocheltrucs zullen we er niet geraken en dat is precies wat u momenteel met uw regering aan het doen bent. U bouwt budgettaire luchtkastelen.
Als het gaat over structurele budgetten voor Defensie, hoor ik alleen maar veto's: voor hervormingen of besparingen in de sociale zekerheid, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, geldt een veto van Vooruit, voor de verkoop van overheidsparticipaties, de kroonjuwelen van de Belgische Staat, is er het veto van Les Engagés, en ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Het enige wat echt concreet is, zijn boekhoudkundige truken van de foor om allerlei uitgaven ineens onder de koepel van defensie-uitgaven te brengen. Dat zijn geen structurele defensie-investeringen. Daar worden ons leger en dus ook de veiligheid van onze burgers niet beter van.
Mijnheer de eerste minister, de tijd dringt. Volgende week moet u uw ei leggen. Welke keuzes zult u maken om de defensie-uitgaven structureel en zo snel mogelijk te verhogen?
Bart De Wever:
Collega Vander Elst, het regeerakkoord had al een pad uitgetekend om de huidige NAVO-norm van 2 % tegen 2029 te halen. Het is geen groot geheim dat op het moment in de coalitie en in de regering wordt besproken hoe we dat een pak sneller moeten doen. We hebben geen keuze. Het moet. Dat betekent dus dat er vele miljarden euro's aan nieuwe uitgaven moeten komen, waarvoor inderdaad afspraken over de financiering moeten worden gemaakt. Dat vergt een grondige bespreking. Die is nog niet afgerond. Ik zal graag antwoorden op uw kritiek, zodra dat akkoord rond is. Wij werken naar de deadline om het budget te kunnen indienen bij de NAVO. Daarna zullen alle vragen transparant worden beantwoord, niet alleen over de financieringswijze, maar ook over de plannen om die middelen te besteden.
U zegt dat u mijn grootste bondgenoot bent. Ik ben blij dat te vernemen. Ik hoop dat dat voor alle leden van uw partij ook zo is, want dat is niet altijd even duidelijk. Ik herinner me immers nog een radio-interview uit 2015 met mevrouw Rutten, met wie ik samen in de Zweedse coalitie zat. Zij vroeg zich in dat interview af waarom we drie militaire componenten, namelijk de luchtmacht, landmacht en zeemacht, nodig hadden en of we niet zonder de marine konden. Ik hoop dat uw volledige partij geëvolueerd is wat dat betreft.
De neuzen van de arizonacoalitie staan op dat vlak wel in dezelfde richting. Wij zullen in ieder geval 2 % dit jaar realiseren, daar zijn we het allemaal over eens. Wij spreken ook al over de zeer waarschijnlijke eventualiteit dat de NAVO ons de komende zomer een nog strakkere norm zal opleggen. We moeten rekening houden met die mogelijkheid. De heer Rubio is er morgen en hij spreekt over 5 %. Ik hoop dat het dat percentage niet wordt, maar het lijkt me bijna zeker dat het meer dan 2 % wordt.
Binnen dat kader willen wij onze bilaterale militaire hulp in Oekraïne behouden en, indien mogelijk, opdrijven. De beste investering in onze veiligheid is een sterk Oekraïens leger. Daar hebben we ons onlangs in Parijs ook voor geëngageerd.
Met het oog op een duurzame vrede en met het oog op de vrijwaring van het multilateralisme en de principes van het charter van de Verenigde Naties zullen we doen wat we moeten doen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. U verwijst graag naar het verleden, maar dat had ik verwacht, aangezien u historicus bent. Als ik u een raad mag geven, zet die plaat af. U hebt gezegd dat u een spurtje voor de defensie-uitgaven zou trekken, maar momenteel bent u aan het zigzaggen tussen excuses en uitvluchten. Defensie heeft geen boodschap aan uw budgettaire luchtkastelen, maar heeft nood aan structurele en doordachte investeringen. Dat is wat militairen verdienen, dat is wat Defensie van u verwacht. Mijnheer de premier, Pasen komt eraan. Het is tijd om uw ei te leggen.
De vrijwillige zwangerschapsafbreking
Het 35-jarige bestaan van de wet Lallemand-Michielsen
De 35ste verjaardag van de abortuswet
De abortuswet
Het recht op abortus
De toegang tot vrijwillige zwangerschapsafbreking
Recht op zwangerschapsafbreking
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de dringende modernisering van de Belgische abortuswet, 35 jaar na de originele depenalisering, waar wetenschappers unaniem pleiten voor 18 weken termijn (ipv 12 of 14), afschaffing van de vernederende wachttijd van 6 dagen en volledige decriminalisering—maar de regering-Arizona blokkeert dit door politieke koehandel (cd&v eist 14 weken als "maximale concessie") en weigert een vrij parlementair debat. Critici hekelen de hypocrisie van het uitbesteden van late abortussen aan Nederland (400 vrouwen/jaar) en het negeren van wetenschappelijk en maatschappelijk consensus, terwijl premier De Croo en minister Verlinden consensus en "serene dialoog" als voorwaarde stellen—wat tegenstanders zien als gijzeling door conservatieven en een achteruitgang ten opzichte van 1990, toen het parlement nog vrij kon stemmen. De kernvraag: zal de regering het wetenschappelijk onderbouwde voorstel (18 weken, geen wachttijd) doorvoeren, of blijft het bij een minimaal compromis (14 weken) dat slechts 20% van de vrouwen in Nederland helpt? Oppositie eist vrij stemrecht in het parlement; de meerderheid houdt vast aan partijdiscipline en "maatschappelijke rust", ondanks de urgentie en ethische plicht om vrouwenautonomie te waarborgen.
Irina De Knop:
Mijnheer de premier, dag op dag 35 jaar geleden keurde dit Huis eindelijk de abortuswet goed. Dat was een verdienste van een liberale senator, mevrouw Lucienne Herman-Michielsens, die voor dat dossier keihard heeft gevochten. De Koning zette er zelfs een stap voor opzij. Historisch.
Het werk is jammer genoeg niet af. Dat zeggen ook de experts in hun wetenschappelijk rapport unaniem: schaf de wachttijd van zes dagen af en verleng de abortustermijn tot 18 weken. Maar niets van dat alles. Arizona schuift het duidelijk op de lange baan. Dat is heel erg opmerkelijk, want nog voor de regeringsvorming heeft Vooruit zelfs een voorstel van de PS weggestemd om de regeringsvorming alle kans op slagen te geven. Wij gingen er dus ook van uit dat dit verankerd zou worden in jullie regeerakkoord. Maar nee, niets van dat.
Erger nog, wat krijgen we nu in de plaats? Een tapijtenmarkt, alles wat Vooruit niet wilde. Cd&v sprak onmiddellijk een ultimatum uit: 14 weken en geen dag langer. Nietwaar, mevrouw Farih? Vooruit heeft zo stilaan haar bocht ingezet, door te stellen dat elke vooruitgang een vooruitgang is. Laten we ernstig blijven, mijnheer de premier, mevrouw de minister, die 14 weken, dat is geen oplossing, dat is geen vooruitgang. Hoogstens is het een tjevenoplossing. Tegenwoordig moeten namelijk ruim 400 vrouwen naar Nederland en met die oplossing kunnen we slechts 20 % van hen helpen.
Mijnheer de premier, hoe zult u ervoor zorgen dat die angel eruit geraakt? Hoe zorgen we voor een oplossing (…)
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, madame la ministre, il y a 35 ans jour pour jour, le 3 avril 1990, était promulguée la loi dépénalisant partiellement l'avortement en Belgique. Même si des sanctions pénales demeuraient encore pour les femmes et les médecins, même si les femmes devaient encore attester d'un état de détresse, même si on leur imposait encore un délai de réflexion bien trop long, la loi Lallemand-Michielsen a été une grande avancée dans l'histoire de notre pays pour le droit des femmes à disposer de leur corps. C'était une grande avancée aussi dans ce Parlement, qui avait pu travailler librement sur ce sujet.
Votre parti, madame la ministre, avait combattu cette proposition de loi, mais à la loyale. Car, souvenez-vous, monsieur le premier ministre, votre prédécesseur Wilfried Martens avait laissé ce Parlement travailler.
Sous la précédente législature, le cd&v a voulu que des scientifiques se penchent sur la question. Très bien! Et pourtant, quand ce rapport académique adopté à l'unanimité a été présenté au Parlement en 2023, vous l'avez simplement balayé d'un revers de la main, alors qu'il était le fruit d'un travail mené par 35 expertes et experts, francophones et néerlandophones, médecins, juristes, psychologues, spécialistes de la philosophie et des sciences sociales, issus de toutes les universités du pays.
Ce rapport recommande notamment l'allongement du délai à 18 semaines – pas 14 semaines, 18 semaines! –, la suppression du délai de réflexion, l'inscription de l'IVG dans les législations relatives à la santé, l'amélioration de l'accès à la contraception également. Et ce rapport est la réponse à toutes les femmes qui doivent aujourd'hui se rendre aux Pays-Bas pour avorter, parce qu'elles sont encore considérées comme des criminelles dans notre pays.
Monsieur le premier ministre, madame la ministre, mon groupe vient de redéposer une proposition de loi pour transposer l'intégralité des recommandations formulées par les experts, parce que nous ne pouvons pas aller en dessous de ce compromis scientifique. Ma question est donc simple. Allez-vous enfin laisser ce Parlement travailler à la modernisation de la loi relative à l'IVG, comme cela a été possible il y a 35 ans?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, madame la ministre, il y a 35 ans, ce Parlement accomplissait un geste historique en considérant une fois pour toutes que le droit des femmes à disposer de leur corps pouvait l'emporter sur d'autres valeurs de conception de la vie, aussi respectables soient-elles. Pourtant – on le voit aux États-Unis –, le droit à l'avortement peut très facilement et très rapidement être remis en cause.
Il existe une demande forte ici en Belgique depuis des années pour clôturer le travail de dépénalisation. Une demande forte pour faire en sorte que l'IVG soit sortie du Code pénal, pour ôter cette épée de Damoclès qui plane toujours sur les femmes et sur les soignants. Une demande forte pour porter le délai légal de 12 à 18 semaines – 18 semaines, cela ne vient pas de nulle part mais d'un consensus scientifique établi par des universités, non seulement au-delà des disciplines mais aussi des obédiences connues dans ce pays. Une demande forte pour supprimer ce délai de six jours de réflexion obligatoire et infantilisant pour les femmes. En fait, une demande forte pour aider les centaines de femmes qui, chaque année, sont contraintes de franchir une frontière, d'aller aux Pays-Bas et de subir un avortement tardif.
Voilà des années que ce dossier est bloqué. On a d'abord eu, en 2019-2020, la saga des renvois au Conseil d'État et de la flibuste par certains partis – N-VA, cd&v, Les Engagés. On a ensuite eu le gel de la Vivaldi parce que le cd&v en faisait une condition de participation. On a maintenant cet accord Arizona où on trouve deux lignes: une ligne qui indique qu'il faudra poursuivre le débat sociétal – débat qui me semble déjà terminé depuis longtemps – et une ligne qui explique qu'il faudra un consensus au sein des partenaires de la majorité.
Quel sera ce débat sociétal? Quel est le délai dans lequel vous comptez avancer? Est-il vrai que vous avez l'intention de faire un compromis à la petite semaine sur le nombre de semaines autorisé pour avorter? Ce serait à mon avis un recul bien difficile à accepter.
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, madame la ministre, elle avait 40 ans et était enceinte de 16 semaines. Elle se trouvait dans mon cabinet de consultation en face de moi, m'a regardée dans les yeux et m'a dit: "Sophie, j'ai une fille de 18 ans. Je l'ai élevée toute seule. Je ne peux pas, je ne veux pas." J'ai dû lui répondre qu'il était interdit en Belgique de pratiquer une IVG. Nous avons contacté le planning familial. Elle a rassemblé 1 000 euros et, comme 400 femmes chaque année en Belgique, elle est partie aux Pays-Bas pour faire une IVG. Voilà la réalité.
Aujourd'hui, cela fait exactement 35 ans que la Chambre votait la loi qui autorisait l'IVG. C'aurait dû être normalement un jour de fête. Après des années de combat, après des années d'IVG clandestines, après que des médecins avaient été emprisonnés, le droit des femmes et le mouvement féministe récoltaient enfin une victoire! Cependant, ce n'est pas un jour de fête pour moi, parce que 400 femmes se rendent encore aux Pays-Bas et qu'on impose encore aujourd'hui six jours de délai d'attente aux femmes avant de pouvoir recourir à une IVG. Et des sanctions pénales sont toujours prévues dans la loi.
Pourtant, il existe un rapport d'experts de plus de 152 pages – ce n'est donc pas un petit avis! – émanant de huit universités différentes qu'ont signé des gynécologues et des philosophes de toute obédience. Ils disent clairement qu'il faut allonger le délai à 18 semaines et supprimer le délai d'attente. Puis, l'accord du gouvernement Arizona a été conclu. Malgré les promesses faites pendant les élections, comme celles de Vooruit qui en avait fait un thème de campagne, celles du MR qui avait indiqué que le vote serait libre et celles des Engagés qui en ont aussi parlé, on refuse de laisser le Parlement s'exprimer. De nouveau, on a créé dans l'accord de gouvernement un blocage qui empêche toute avancée.
Ma question est: de quoi avez-vous peur et pourquoi (…)
Petra De Sutter:
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, vrouwen die voor een vrijwillige zwangerschapsafbreking kiezen, komen uit alle lagen van de samenleving. Ze zijn jaarlijks met bijna 20.000 in ons land. Een vrouw op vijf laat ooit in haar leven een abortus uitvoeren.
Vandaag is de Belgische abortuswet exact 35 jaar oud. De pijnpunten van die wet zijn reeds lang bekend. Elk jaar moeten meer dan 400 vrouwen naar Nederland om de abortuszorg te krijgen die ons land hen weigert omdat ze meer dan 12 weken zwanger zijn. Ze doen dat op eigen kosten, vaak met een hoge emotionele belasting en veel stress. Die wettelijke termijn moet naar omhoog.
Daarnaast is er de bedenktijd van zes dagen die door zowat iedereen als betuttelend en vernederend wordt ervaren. Een studie van Anna Wallays van de UA toont aan dat dit in de praktijk vaak langer is om praktische redenen. De meeste vrouwen zijn overtuigd als ze zich aanbieden en hebben die paternalistische bedenktijd niet nodig.
Ondanks de sterke argumenten voor de wetswijziging blijft er significante politieke tegenstand bestaan, met name van uw beide partijen. Cd&v heeft de wetswijziging om ideologische redenen in de vorige regeerperiode tegengehouden. Het compromis dat uw regering naar verluidt voorbereidt komt niet tegemoet aan de aanbevelingen van de expertencommissie, met name de termijn optrekken tot 18 weken, de bedenktijd schrappen, de verplichte informatie over adoptie en strafrechtelijke sancties, de toegankelijkheid verbeteren voor vrouwen zonder toegang tot de reguliere gezondheidszorg.
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, daarom vind ik dat dit een belangrijk ethisch thema is dat het Parlement toebehoort, waar parlementsleden zich in eer en geweten over dit onderwerp, dat alle vrouwen aanbelangt, kunnen uitspreken.
Mijn vraag is heel eenvoudig. Zal de arizonaregering, waarvan het kernkabinet en alle voorzitters van de partijen mannen zijn, doen wat nodig is voor deze bijzondere vorm van zorg voor vrouwen?
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour vos questions.
Le principe de l'interruption volontaire de grossesse est un principe que personne au sein du gouvernement ne remet en cause. Il s'agit cependant d'une question délicate sur laquelle nombre d'entre vous au sein de cette Assemblée se sont sans doute forgé leur propre opinion, chacun selon son cadre éthique et/ou son expérience de vie personnelle.
Historiquement, l'introduction ou la modification de la législation sur l'avortement n'a jamais été une tâche facile. De nombreux collègues ont d'ailleurs évoqué l'année 1990, lorsque cette question a profondément secoué le pays. Il me semble que ce n'est pas un chemin que nous souhaitons emprunter à nouveau. Il serait plus sain pour notre société d'adopter une législation sur ce type de questions éthiques relatives à la vie et à la mort avec le consensus le plus large possible.
Respect voor elkaars visie lijkt mij in dat opzicht cruciaal. Het zal ons immers nergens brengen als beide zijden van dit debat elkaar voortdurend culpabiliseren met opzwepende en morele termen. Hier is geen juist of fout. De wettelijke omkadering van een ethisch dilemma voorstellen als een zwart-witdiscussie is niet ernstig. Dat gezegd zijnde ben ik ervan overtuigd dat in dit dossier een opening kan worden gevonden voor een wetswijziging, die hopelijk een brede consensus rond zich zal verzamelen. Om resultaten te boeken, is het aan ons allemaal om dit debat vooral zo sereen mogelijk te voeren.
Tijdens de formatie voelde ik als toenmalig formateur alvast de bereidheid daartoe met de meerderheidspartijen. Ik heb sindsdien geen enkele aanwijzing gekregen dat die bereidheid er niet meer zou zijn. Mijn verwachting is dus dat de meerderheidspartijen binnen afzienbare tijd met een voorstel naar de Kamer zullen komen en dat er ook op andere ethische thema's concrete vooruitgang zal worden geboekt, zoals voorzien in het regeerakkoord.
Het komt me echter voor dat niet dit vragenuurtje op donderdag, maar wel de bevoegde commissie het geschikte platform is om al die voorstellen ten gronde te bespreken, op zoek te gaan naar de grootst mogelijke consensus en stappen vooruit te zetten die bijdragen tot maatschappelijke rust, in plaats van politieke exploitatie en maatschappelijke onrust. Ik dank u.
Annelies Verlinden:
Collega's, abortus is zonder twijfel een van de thema's die de diepste emoties oproept. Het raakt immers aan de meest fundamentele persoonlijke overtuigingen over leven, zelfbeschikking, gezondheid en ethiek. Precies daarom is het belangrijk dat we dit debat over leven in de meest kwetsbare vorm onderbouwd voeren met respect voor eenieder en voor elkaars inzichten en met de gepaste omzichtigheid en sereniteit.
Je tiens à être claire quant à la vision de ce gouvernement. Comme l'a déjà dit le premier ministre, l'accord de gouvernement ne laisse planer aucun doute. Le gouvernement poursuivra le débat de société sur l'IVG, et ce, sur la base du rapport du comité d'experts indépendants désigné à cet effet. Cela signifie que dans la période à venir, avec les partis de la majorité et dans le respect des sensibilités et des convictions de chacun, nous prendrons le temps d'écouter, de réfléchir et, si possible, d'aboutir à des conceptions soutenues. La sensibilité de ce sujet ne permet pas qu'il fasse l'objet d'une simple discussion pour savoir qui a raison et qui a tort.
Je ne peux donc pas anticiper aujourd'hui l'issue de ces débats. Mais il est essentiel pour moi que nous continuions à rechercher l'équilibre délicat entre le droit à l'autodétermination et la protection de l'enfant à naître, dans toute sa vulnérabilité. Il s'agit avant tout d'une question politique et idéologique à laquelle doivent répondre les partis de cet hémicycle et qui ne peut être résolue simplement en soumettant automatiquement un rapport d'experts – et je le dis avec le plus grand respect pour tous les experts. J'attends donc avec impatience un débat réfléchi à ce sujet au Parlement.
Een maatschappelijk debat over abortus dringt zich op. Daartoe roepen ook verschillende onderzoekers van de KU Leuven op in hun positiepaper, een oproep die ik samen met mijn collega's in de federale regering ter harte neem en ten volle ondersteun.
In het verlengde van het debat rijst ook de vraag over de rol van bepaalde anti-abortusgroeperingen. Hieromtrent wil ik opnieuw aangeven dat abortus een recht is. We hebben in ons land al afspraken en regels gemaakt, die overigens in lijn zijn met deze van vele andere Europese landen. Vrouwen die van het recht op abortus willen gebruikmaken, moeten dat kunnen doen binnen het bestaand kader, zonder angst of stigmatisering. Elke vorm van intimidatie of poging om dat recht in de praktijk te verhinderen, is zowel in feiten als in rechte onaanvaardbaar.
Tegelijk leven we in een rechtsstaat waarin vrijheid van meningsuiting een fundamenteel en te vrijwaren beginsel is. Ook wie tegenstander is van abortus of mogelijke wijzigingen aan het geldende afsprakenkader heeft het recht om zijn of haar mening te uiten, zelfs wanneer dat op plastische wijze gebeurt. Zolang iemand bij het uiten van een mening binnen de grenzen van de wet blijft, ben ik als minister van Justitie de laatste om het recht op vrije meningsuiting te bestrijden, ook al ben ik het fundamenteel oneens met de inhoud van de mening.
Cette liberté d'expression s'accompagne aussi d'une responsabilité. Lorsque des opinions fortes sont exprimées, il est important que tous les citoyens aient accès à des informations fiables de la part des pouvoirs publics afin de pouvoir faire des choix éclairés.
En ce qui concerne la diffusion d'informations, je voudrais ajouter que des informations pertinentes portant sur la réglementation sont disponibles sur le site du SPF Santé publique.
U vroeg ook naar de verlenging van de duur van de bedenktijd, een onderdeel van de huidige wetgeving dat ook aanleiding geeft tot debat. Wetenschappelijke inzichten kunnen daarbij mijns inziens een rol spelen. We zullen dan ook het nodige doen om wetenschappers te bevragen, zodat hun bevindingen ter zake hier in aanmerking genomen kunnen worden.
Ik wil tot slot onderstrepen dat ik hier spreek als minister van Justitie en als vertegenwoordiger van de voltallige regering. De gesprekken over dit ethische thema zullen worden gevoerd zoals afgesproken, met respect voor de rol van het Parlement en met het nodige en gepaste evenwicht tussen de overtuigingen van eenieder. Rechtszekerheid, wetenschappelijke expertise en maatschappelijke dialoog.
Irina De Knop:
Mevrouw Verlinden, ik heb die studie van de KUL ook gelezen. Voor u me van iets verdenkt, ik heb daar gestudeerd. Maar die studie had evengoed in 1965 geschreven kunnen zijn.
Mijnheer De Wever, u zei dat we niet moeten polariseren in dit dossier. U hebt dat natuurlijk nooit gedaan in uw politieke carrière… Maar u hebt gelijk, dit dossier heeft dat niet nodig. Ik ga volledig mee in uw voorstel. Laten we dit in de commissie ernstig aanpakken.
Er moeten wel een paar dingen van mijn hart. Het maatschappelijk debat is al gevoerd. De conclusies zijn al duidelijk. Ons wetsvoorstel ligt klaar in de Kamercommissie om daar goedgekeurd te worden. Laten we de politieke moed hebben opnieuw geschiedenis te schrijven. Laten we dat voorstel goedkeuren!
Caroline Désir:
Madame la ministre, j'entends dans votre réponse un immense mépris envers tous ces experts qui ont mené un travail scientifique remarquable, étayé et consensuel ainsi qu'envers toutes ces femmes que vous continuez à culpabiliser.
Pour le PS, le corps des femmes ne peut pas continuer à faire l'objet de marchandages politiques cyniques. C'est une véritable honte! Assumez vos choix et continuez à vous opposer, comme vous l'avez toujours fait dans ce débat, mais laissez le Parlement travailler!
Monsieur le premier ministre, vous disiez que chacun de nous s'était sans doute forgé sa propre conviction. Certainement! Dès lors, arrêtez de prendre vos collègues en otage! Je pense évidemment à vos collègues de Vooruit, mais aussi à vos collègues du MR et des Engagés. Ces derniers avaient, pendant la campagne, annoncé une liberté de vote totale sur l'IVG, mais nous ne les entendons pas aujourd'hui.
Laissez-les au moins voter l'urgence sur notre texte tout à l'heure!
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, madame la ministre, il y a un an, j'ai participé à un débat avec le président du MR. Il disait: "Ne vous en faites pas, nous profiterons des affaires courantes car, à ce moment-là, le Parlement sera libre et cette législation sera votée en octobre 2024". Tout le monde sait ce qu'il en est advenu.
Vous voulez le consensus le plus large possible. J'ai une super idée pour vous: laissez ce Parlement décider et voter librement! Vous obtiendrez ainsi le consensus le plus large possible!
C'est tout de même incroyable de constater que ce Parlement est aujourd'hui moins libre qu'il ne l'était en 1990, sous Wilfried Martens. À cette époque-là, les partis pouvaient voter en toute liberté.
Ce n'est pas l'accord de gouvernement qui nous sépare de la résolution de ce dossier, mais bien la particratie que vous avez réinstallée et ressuscitée. C'est très triste!
Sofie Merckx:
Mijnheer de premier, u zegt dat u niet gepolariseerd hebt rond dat thema. Nee, u hebt geblokkeerd. Nog voordat er een regering was gevormd, hebt u iedereen gezegd dat ze dat niet mochten goedkeuren. Mijnheer de premier, u hebt het graag over de waarheid, wel, de waarheid is dat het wetenschappelijk rapport er is. Het maatschappelijk debat is afgerond. Het is niet zomaar een adviesje, het is een wetenschappelijk rapport waarover consensus bestaat.
De waarheid is dat vrouwen abortus plegen, ondanks de wet. De hypocrisie bestaat erin die vrouwen naar Nederland te laten gaan en de ogen daarvoor te sluiten. Respect betekent niet in de plaats van vrouwen beslissen wanneer zij al dan niet abortus mogen plegen. Respect is de vrouwen zelf laten beslissen. Respect is in plaats van over aantal weken een koehandel te beginnen, het Parlement en iedereen hier in eer en geweten vrij te laten stemmen.
Petra De Sutter:
Ik hoor voortdurend dat er enerzijds wetenschappers zullen geraadpleegd worden en anderzijds dat het om een ethisch debat zou gaan. Men moet toch eens beslissen waarover het gaat. Ik wil u echt wel laten nadenken en ook advies laten vragen aan wetenschappers over wat nu exact de verschillen zijn op ethisch en op medisch-technisch vlak tussen 14 en 18 weken, waarbij 14 uw compromisvoorstel is. Er circuleert daarover zoveel foute informatie dat die vraag echt gesteld moet worden. Wat we nu doen, is uw ethische ongemak exporteren naar Nederland, dat is wat wij doen, niet onze verantwoordelijkheid nemen, niet vrouwen hun eigen beslissingen laten nemen. De gijzeling in dit dossier die we binnen Vivaldi hebben gekend, wordt gewoon voortgezet. Dat is bijzonder jammer. Wij creëren geen onrust. Wij vragen in dit dossier gewoon om de meerderheid in dit Parlement te laten beslissen en om niet gegijzeld te worden door een minderheid die in de regering zit.
Het energie-eiland
De beheersing van de kosten van het energie-eiland
De toekomst van het Prinses Elisabetheiland
De mogelijke vertraging bij de bouw van het energie-eiland
Het energie-eiland
Energie-eiland Project: Uitdagingen, Kosten, Toekomst
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Prinses Elisabetheiland, oorspronkelijk bedoeld als *vlaggenschip van de Belgische energietransitie*, dreigt een financieel fiasco te worden door kostenexplosies (van 2,2 naar 7,5 miljard euro), vooral door de dure DC-verbinding met het VK, wat de energiefacturen van gezinnen (+€27/jaar) en bedrijven (tot €100.000 extra) zwaar belast. Minister Bihet pauzeerde het project om alternatieven te onderzoeken—zoals een goedkopere AC-verbinding of een rechtstreekse Nautilus-link—en eist transparantie, kostbeheersing en herziening van eerdere beslissingen om de last voor burgers en bedrijven te beperken, zonder de energiezekerheid in gevaar te brengen. Kritische stemmen dringen aan op snelle, verantwoorde keuzes (binnen weken) om investeringsonzekerheid bij windparken en vertragingen (500 dagen bij caissonbouw) te voorkomen, terwijl oppositie pleit voor een "light-versie" van het eiland of kernenergie als alternatief om de factuur te drukken.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, het Prinses Elisabetheiland werd ooit aangekondigd als het vlaggenschip van ons energiebeleid. Vandaag riskeert het jammer genoeg eerder een drijvend fiasco te worden. De kostenraming is intussen geëxplodeerd, de kostprijs zou zeker 7 miljard euro bedragen, veel meer dan de oorspronkelijk geraamde 2,2 miljard. Wie gaat dat betalen? Onze gezinnen en onze bedrijven. Er komt tot 27 euro bij op de energiefactuur van een gemiddeld gezin en onze bedrijven zullen tot honderdduizenden euro meer moeten betalen.
Collega's, de manier waarop het project wordt uitgevoerd is cruciaal, niet alleen voor de energietransitie, maar ook voor de bevoorradingszekerheid en energieonafhankelijkheid van ons land. Momenteel is er echter grote onzekerheid. De beslissing over de uitvoering van de tweede fase van het energie-eiland is uitgesteld.
Mijnheer de minister, u zult mij wellicht niet tegenspreken als ik zeg dat onze gezinnen en onze bedrijven nu nood hebben aan betaalbare en betrouwbare energie en niet pas binnen tien jaar. U erfde een complex dossier van uw voorgangster, maar nu is het aan u. Onze energiemix moet zekerheid bieden aan onze bedrijven, maar moet vooral ook betaalbaar blijven. Om onze bevoorradingszekerheid te garanderen is het heel belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over kavel 1 van het eiland.
Mijnheer de minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat de ontwikkeling van de nieuwe offshore windparken geen vertraging oploopt en dat de kosten beheersbaar blijven, zodat het beloofde vlaggenschip geen zinkend schip wordt?
Christophe Bombled:
Monsieur le ministre, le projet d'île énergétique en mer du Nord est un enjeu stratégique majeur pour l'avenir énergétique de notre pays, sa sécurité d'approvisionnement et la compétitivité de notre industrie. Il est essentiel que chaque euro investi serve au mieux l'intérêt général sans précipitation ni décision hâtive aux conséquences financières lourdes.
Vous avez souligné à juste titre que la forte augmentation des coûts initialement prévus, conjuguée aux incertitudes réglementaires et aux choix du passé, justifie une réévaluation approfondie du projet. Suspendre temporairement certaines décisions afin d'explorer toutes les alternatives crédibles et de préserver la capacité de négociation de la Belgique est une démarche de bon sens et de responsabilité. Notre priorité doit être d'assurer une transition énergétique efficace et maîtrisée en veillant à ce que les investissements ne pèsent pas inutilement sur la facture des citoyens et des entreprises. La concertation avec la CREG, la DG Énergie et Elia est essentielle pour garantir une décision éclairée, alignée sur les objectifs de déploiement des énergies renouvelables et de développement des énergies bas carbone.
Monsieur le ministre, pouvez-vous préciser les pistes à l'étude et les critères qui guideront la décision finale du gouvernement?
Voorzitter:
Er werden ook drie vragen gesteld in de commissie hierover. Zij worden toegevoegd.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor Energie. Deze week had u echter veel energie.
Wij hebben in de commissie voor Energie de wet op de kernuitstap teruggedraaid. Daar krijgt een mens energie van. U had ook nog een daadkrachtige beslissing genomen over het energie-eiland. U hebt in dat dossier namelijk terecht de pauzeknop ingedrukt. De kosten ontspoorden immers. De eigen keuzes die Elia maakte, zorgden ervoor dat de factuur ontploft. Uiteindelijk is het altijd de eindgebruiker die via zijn energiefactuur de rekening betaalt.
Mijnheer de minister, de grote vraag is echter wat er zal gebeuren wanneer u de energie vindt om opnieuw de playknop in te drukken. Het energie-eiland is immers een cruciaal dossier voor onze energiebevoorrading, voor de positie van België bij de energiebevoorrading in West-Europa, voor onze connectie met het Verenigd Koninkrijk en voor de aansluiting van de drie betrokken windparken, waarvan voor één park vandaag trouwens een lopende tender is uitgeschreven.
Die onzekerheid weegt ook op de mensen die voor die tender dossiers schrijven en willen meedingen naar de ontwikkeling van die windparken.
Mijnheer de minister, ik heb dus een heel eenvoudige vraag. Wanneer kunnen wij beslissingen van u verwachten over de playknop? Wat zullen die beslissingen betekenen? Welke richting zult u uitgaan?
Voorzitter:
De regering zal het zeker op prijs stellen dat u simpele vragen stelt.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat expliciet dat de regering uiterlijk eind maart een beslissing zou nemen inzake de bouw van de gelijkstroominfrastructuur, zeg maar het luik van de hybride interconnectie, belangrijk voor het derde lot van de Prinses Elizabethzone. Meteen zou er ook een beslissing volgen over de modaliteiten van de geplande Nautillusverbinding met het Verenigd Koninkrijk. Die beslissing is echter ‘met enkele weken’ uitgesteld. U wil vermijden dat er overhaast beslissingen worden genomen. De analyse van de verschillende alternatieve scenario's en de dialoog met de stakeholders vergen blijkbaar wat meer tijd.
Tegelijkertijd, mijnheer de minister, rijzen er nu problemen bij de ruwbouwwerken voor het kunstmatige eiland. Ik veronderstel dat het gaat over de bouw van de caissons in Vlissingen? Die bouw is toch al enige tijd bezig. Het consortium waaraan de werken gegund werden, kampt blijkbaar met extra kosten. Er zouden ook aanzienlijke vertragingen zijn. Sommigen spreken zelfs over 500 dagen extra.
Mijnheer de minister, de tijd tikt. De basisinfrastructuur van het eiland moet opgeleverd zijn voor 31 augustus 2026 wil Elia een beroep kunnen doen op 100 miljoen aan Europese middelen. Ik kom tot mijn vragen.
Welke invloed hebben al deze ontwikkelingen op de lopende tender voor het eerste windpark? Hebt u overleg met de sector over de vele ontwikkelingen in verband met het energie-eiland? Worden de potentiële investeerders, projectontwikkelaars niet stilaan wat afgeschrikt?
Voorzitter:
Het thema zou niet afgerond zijn als niet ook collega Wollants een vraag zou stellen.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, het energie-eiland, en zeker de enorme kostenstijgingen tot bijna 8 miljard euro, blijft de gemoederen beroeren. Die kosten dreigen immers te worden vertaald naar de nettarieven. Dat wil zeggen dat de elektriciteitsgebruikers dat allemaal via hun energiefacturen zullen moeten ophoesten. Bovendien komt dat bovenop de extra nettarieven die ze al sinds januari betalen, die 80 % stijging, waarover onder andere de industrie vandaag trouwens nogmaals aan de alarmbel trekt.
We weten dat dit een erfenis is van uw voorganger en wat voor een. Het regeerakkoord maakt duidelijk dat we daarover in maart een beslissing zouden nemen. We weten ook dat dit over heel veel geld gaat en ook over een aantal evoluties die op dit moment nog aan de gang zijn. Als we een beslissing nemen, moeten we meteen ook de juiste beslissing nemen. Enkele weken extra kunnen dus een heel goede zaak zijn om de juiste kant op te gaan.
Er moeten echter wel knopen worden doorgehakt. Iedereen weet dat het toevoegen van 8 miljard euro aan onze nettarieven onaanvaardbaar is. Daar kunnen we nooit mee akkoord gaan en ik ben het ermee eens dat we een aantal pistes moeten onderzoeken. Voor ons is het duidelijk dat de piste van het hertekenen van de offshore windzones, in combinatie met het ontkoppelen van de verbinding van het Verenigd Koninkrijk met het energie-eiland, waarschijnlijk de beste weg is om te bewandelen en dat we daarop moeten verder werken.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende eenvoudige vragen. Hoe zult u deze kwestie aanpakken? Hoe zult u ervoor zorgen dat de facturen voor onze gezinnen en bedrijven hiervan worden bespaard?
Mathieu Bihet:
Chers collègues, permettez-moi d'abord d'être très clair, ce qui nous occupe aujourd'hui, l'île énergétique, n'est pas un débat sur l'importance des énergies renouvelables. Cette question ne fait aucun doute. Nous sommes tous d'accord sur le fait que nous avons besoin de ce vent en mer, de capacités offshore et d'infrastructures pour transporter l'électricité jusqu'au continent.
Ce qui est sur la table aujourd'hui, c'est un dossier qui, en termes de transparence, de maîtrise des coûts mais aussi de gouvernance, a solidement déraillé ces dernières années.
Ten eerste. Wat zijn de feiten? Bij de aankondiging van de aanleg van het energie-eiland in november 2021 werd de totale kostprijs geraamd op 2,2 miljard euro. In maart vorig jaar was dat 3,6 miljard euro. In oktober werd het 7 miljard en in februari van dit jaar 7,5 miljard. Collega's, hoeveel zal het morgen zijn? De grote boosdoener is de DC-verbinding met het Verenigd Koninkrijk. Net in dat verband is er de meeste onzekerheid, is de complexiteit het grootst en zien we de sterkste kostenstijgingen.
Ik heb dat project niet ontworpen, noch opgestart. Het is echter wel onze verantwoordelijkheid geworden en we nemen de verantwoordelijkheid op. Collega's, op het moment dat we van iedereen inspanningen vragen, kunnen we die niet zomaar onder de mat vegen.
Ten tweede. Het regeerakkoord is ook duidelijk. Ik citeer: "De regering zal een beslissing nemen op basis van de overwegingen van Elia over het al dan niet toewijzen van de DC-contracten en alternatieve pistes onderzoeken, zoals een aansluiting in AC of rechtstreekse verbinding met Nautilus." Die lijn volg ik strikt.
Daarom heb ik bij mijn aantreden alle betrokken actoren samengebracht, Elia, de CREG, mijn administratie en mijn collega van Noordzee, minister Verlinden. Ik vond en vind nog steeds dat we de realiteit onder ogen moeten zien en dat we in het belang van onze burgers en bedrijven hierrond moeten samenwerken. Dat betekent dat we geen overhaaste beslissingen mogen nemen onder tijdsdruk en vooral niet zonder dat alle elementen op de tafel liggen. We willen bovendien geen factuur van miljarden euro's voor de koopkracht van onze gezinnen en de competitiviteit van onze bedrijven. We willen geen blanco cheque, want, collega's, uitstel is geen afstel. Beslissen met een open vizier is essentieel.
Troisièmement, au cours des prochaines semaines, ensemble avec ma collègue en charge de la Mer du Nord, je saisirai le gouvernement en vue de prendre une décision relative à cette île énergétique.
Concernant le retard qui a été évoqué, comme il s'agit d'un contrat entre deux entreprises cotées, il ne m'appartient pas de faire de commentaire ici. Néanmoins, notre décision sera basée sur différents éléments: les analyses techniques et économiques de mon administration, d'Elia et de la CREG et également sur des scénarios alternatifs tels qu'une connexion en courant alternatif (AC) ou une liaison directe avec le Royaume-Uni via le projet Nautilus. Nous examinerons la question sur le plan du contenu et des aspects techniques et financiers, et non pas sur la base de slogans ni de tabous, mais bien dans un souci de responsabilité, de coopération et, surtout, de bon sens.
Chers collègues, comme vous, j'ai lu dans la presse les déclarations du CEO du groupe Elia. Il a rappelé quelle était la situation avant l'été. Je suis d'accord avec M. Gustin lorsqu'il dit:
"We mogen ons echter niet laten gijzelen. Een budget dat opliep tot zowat 7,5 miljard euro, is niet aanvaardbaar."
Ce montant de sept milliards et demi d'euros, il ne le considère pas comme acceptable. Mais je partage aussi son analyse lorsqu'il dit:
"De kosten moeten redelijk zijn, maar we mogen ook niet het kind met het badwater weggooien."
Donc, je retiens deux choses. Premièrement, nous devons revoir les fondements de ce dossier. Deuxièmement, il y a un grave manquement de gouvernance dans ce dossier. Nous adoptons cette approche, mais pas uniquement dans ce dossier. Nous allons également faire en sorte que de tels dérapages ne puissent plus jamais arriver. C'est exactement ce que je suis en train de faire: mettre de l'ordre, dans l'intérêt de la société.
Mais l'île énergétique, chers collègues, est un point stratégique. Ce projet ne peut devenir le symbole d'une explosion des coûts et d'un processus décisionnel défaillant. C'est pourquoi j'opte délibérément pour la transparence, la maîtrise des coûts et surtout la responsabilité. J'opte pour le pouvoir d'achat de nos familles, la compétitivité (…)
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Extra bedenktijd kan zeker zinvol zijn. Wij hebben daar begrip voor, maar die extra bedenktijd moet dan effectief ook leiden tot duidelijke keuzes en concrete stappen. Zonder die keuzes komen er geen nieuwe windparken, geen aansluiting en dus ook geen vooruitgang.
Als de huidige onzekerheid te lang blijft aanslepen, zal dat onze gezinnen, bedrijven en investeerders veel geld kosten. Dat willen we eigenlijk niet. Cd&v wil dat dit project slaagt. We zullen elke stap blijven steunen die leidt tot de betaalbare, betrouwbare en tijdige realisatie van een goede energiemix.
Mijnheer de minister, druk nu niet op de pauzeknop, maar geef een echt startschot.
Voorzitter:
Ik feliciteer mevrouw Phaedra Van Keymolen met haar maidenspeech. ( Applaus )
Christophe Bombled:
Face à l'explosion des coûts et aux incertitudes qui entourent certains choix du passé, la seule attitude responsable est celle du pragmatisme et de la rigueur budgétaire, et certainement pas de la précipitation.
Monsieur le ministre, vous avez raison de suspendre temporairement la décision pour analyser toutes les alternatives. La transition énergétique doit être menée avec ambition mais aussi avec rigueur, intelligence économique et en tenant compte de l'évolution future de la législation sur le nucléaire.
Cependant, nous avons l'impression d'être les victimes des mensonges du passé. D'ailleurs, je commence à partager une idée qui a déjà été évoquée en commission de l'Énergie. Dans ce dossier, il est urgent de démêler le vrai du faux et de déterminer les responsabilités. Il est essentiel de faire toute la clarté, et le Parlement a un rôle à jouer. Si des erreurs ont été commises, elles ne doivent pas être répétées car on ne joue pas à la roulette avec l'argent des Belges!
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Laat uitstel geen afstel zijn. We hebben op termijn beslissingen nodig. We hebben ook die aansluitingen nodig. Anders zal de terechte strijd tegen de hoge transmissienettarieven en de hoge kosten tot minder bevoorradingszekerheid leiden. Dan zal het licht uitgaan en dat mogen we niet aanvaarden. Ik hoop u hier snel terug te zien met meer duidelijkheid, zodat we 's avonds gerust het licht kunnen uitdoen als we gaan slapen.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, als deze regering voluit voor een nucleaire renaissance gaat, dan moet u nu met uw regering in dit dossier durven door te pakken. Dat betekent, zoals uw collega Verlinden in Oostende recent zei, dat u moet gaan voor een energie-eiland light. Dat betekent inderdaad Nautilus in een rechtstreekse verbinding. Dat betekent inderdaad minder productiecapaciteit dan in de dromen van uw voorgangster. Dat betekent meteen ook minder investeringskosten en dus ook een lagere factuur voor onze gezinnen en bedrijven.
Mijnheer de minister, durf te beslissen. Ga eindelijk voluit voor nieuwe nucleaire capaciteit in dit land en reken niet al te veel op een onzeker offshoreverhaal.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Wat u in de komende weken moet doen, is zekerheid bieden aan diegenen die in dit land in offshorewind willen investeren. U moet zekerheid bieden aan diegenen die hun elektriciteitsfactuur niet verder willen zien oplopen. U moet de zekerheid bieden dat de politiek dit dossier opnieuw in handen neemt.
Het is in de vorige legislatuur onder de vorige ministers helemaal de verkeerde kant uitgegaan. Het idee is in de Noordzee gedumpt en vervolgens heeft men het laten gaan: 2,2; 3,6; 7; 7,5. Welnu, laat ons dat dossier terug vastpakken. Ik ben er zeker van dat we er samen voor kunnen zorgen dat dit de juiste richting uitgaat.
Voorzitter:
Ik sluit hierbij de vragenronde af. We kunnen overgaan tot het wetgevend werk.
De mogelijke schrapping van het zwangerschapsverlof voor de opbouw van sociale rechten
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexia Bertrand kaart aan dat zwangerschapsverlof mogelijk niet langer zou meetellen voor werkloosheidsrechten, wat zij ziet als een achteruitgang voor vrouwenrechten, en vraagt of dit voorstel ooit officieel overwogen is. Minister Clarinval ontkent het bericht in *L'Echo* en bevestigt dat zwangerschaps-, adoptie- en vaderschapsverlof wel gelijkgesteld blijven met gewerkte periodes. Bertrand dringt aan op een expliciete ontkenning dat het voorstel ooit in een tekst stond, maar krijgt geen direct antwoord, wat zij betreurt. De kern: onduidelijkheid over de herkomst van het mediabericht, maar behoud van bestaande rechten volgens de minister.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, we zijn twee maanden ver met de regering en terwijl er nog steeds geen enkele vrouw deel uitmaakt van het kernkabinet, moeten we vanochtend op de voorpagina van L'Echo lezen dat het zwangerschapsverlof niet langer zou meetellen als gelijkgestelde periode bij werkloosheid.
Als een vrouw zwanger is in ons land, blijft zij rechten opbouwen voor haar pensioen dankzij de gelijkgestelde periode. Dat vind ik logisch. Als een vrouw zwanger is in ons land, blijft zij rechten opbouwen voor haar ziekteverzekering. Dat is de logica zelve. Als een vrouw zwanger is in ons land, blijft zij rechten opbouwen voor haar vakantie. Dat lijkt mij ook logisch. Als een vrouw zwanger is in ons land, blijft zij ook rechten opbouwen voor haar werkloosheid. Nu vernemen wij dat dat niet meer het geval zal zijn. Mijnheer de minister, wij steunen uw hervorming om de werkloosheidsuitkering in de tijd te beperken. Wij zijn daarvoor een bondgenoot, maar die maatregel betekent geen beperking in de tijd, maar komt neer op een terugkeer in de tijd. Welke boodschap geeft u hiermee aan vrouwen?
Mijnheer de minister, ik heb een vraag. Wanneer ik in het krantenartikel lees "selon le projet de texte que L'Echo a pu consulter", kan ik niet anders dan concluderen dat men bij L'Echo – ik ga ervan uit dat dat ernstige pers is – de wettekst inderdaad heeft gelezen. Welnu, heeft het voorstel om het zwangerschapsverlof niet langer te laten meetellen als gelijkgestelde periode voor werkloosheid, ooit op tafel gelegen en werd het ooit in een of andere versie opgenomen?
David Clarinval:
Mevrouw Bertrand, zoals ik al heb gezegd, betreur ik dat de auteurs sommige informatie in het persartikel niet gecontroleerd hebben.
Wat het moederschapsverlof betreft, bevestig ik u dat onze wil duidelijk is. Zwangerschapsverlof zal wel degelijk gelijkgesteld worden met gewerkte periode, zoals ook duidelijk werd toegelicht aan de leden van de IKW die zich afgelopen week over de hervorming op het niveau van de federale regering hebben gebogen. Hetzelfde geldt voor het adoptie- en het vaderschapsverlof.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord en ik ben blij het te horen. Ik betreur evenwel dat u niet op mijn vraag hebt geantwoord. U hebt niet bevestigd dat het voorstel om het zwangerschapsverlof niet meer mee te tellen, nooit in enige tekst zou hebben gestaan. Ik had nochtans graag in dat verband van u een bevestiging gekregen. Hoe dan ook, ik hoop dat het de waarheid is. Gelukkig hebben we in ons land een vrije pers, gelukkig hebben we een oppositie en gelukkig is de situatie vandaag duidelijk. Mijnheer de minister, u mag knikken. Vous pouvez faire signe de la tête . Kunt u mij bevestigen dat het voorstel nooit in enige tekst heeft gestaan? Antwoordt u op mijn vraag Est-ce que c’était dans un texte qui n'a été sur la table à aucun moment ? U zegt niets en ik betreur dat.
De omvorming van huisartsengeneeskunde tot staatsgeneeskunde
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Huisartsen (vrijberoepers) voelen zich door minister Vandenbroucke aangevallen door plannen voor forfaitaire financiering, die zij als staatsgeneeskunde bestempelen en demotiverend vinden, terwijl de minister benadrukt dat dit juist meer vrijheid biedt dan het huidige prestatiegebaseerde systeem. De Knop (Open Vld) waarschuwt dat het tekort aan huisartsen en patiëntenstops alleen opgelost kunnen worden door hen te ontzien en te betrekken, niet door hen als "profiteurs" te frameren. Vandenbroucke ontkent elke ideologische agenda en stelt dat de discussie draait om efficiëntere zorgfinanciering, niet om systeemverandering, maar erkent dat egelstellingen de sector blokkeren. De kernspanning blijft: vertrouwen in vrij beroep vs. hervorming van betalingsmodellen.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, onze huisartsen zijn een essentiële schakel in onze gezondheidszorg. Ze gaan door het vuur en zijn het eerste aanspreekpunt voor hun patiënten. Ze doen dat als vrijberoepers en dat vinden wij bij Open Vld prima, net omdat ze niet op een uur kijken en net omdat ze er keihard voor gaan en de beste zorg willen bieden aan hun patiënten. Die vrijheid om de beste zorg te bieden zit trouwens echt ingebakken in het DNA van onze huisartsen. Ik heb dat zelf mogen ervaren tijdens de coronacrisis. Die mensen zijn goud waard.
Mijnheer de minister, dit zijn niet de profiteurs naar wie u op zoek bent. Dit zijn niet de mensen die zorgen voor de overconsumptie van onze zorg. Echter, wat lezen en zien we nu al een hele week lang en hoor ik ook in het veld? U jaagt deze mensen tegen u in het harnas. Dat is ongelooflijk jammer. Zij moeten namelijk uw natuurlijke partners zijn om te bouwen aan het zorgsysteem van de toekomst. Als we het tekort aan huisartsen willen oplossen en af willen van patiëntenstops, hebben we hen nodig.
Mijnheer de minister, uw remedie, waarbij u wilt evolueren naar een soort staatsgeneeskunde, is contraproductief en niet motiverend. U moet snel rust brengen in de sector. Na de teleconsultaties is dat werkelijk a bridge too far .
Mijnheer de minister, ik hoor het u dus heel graag zeggen. Hoe zult u het huisartsentekort aanpakken? Hoe zult u de patiëntenstops uit de wereld helpen? En zeg alstublieft niet dat ze het zelf moeten oplossen.
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw De Knop, ik moet eerlijk bekennen dat ik een beetje perplex sta van uw vraag, want ik begrijp niet goed wat ik ondernomen zou hebben om plots staatsgeneeskunde te organiseren. Ik begrijp dat echt niet, u ziet echt wel spoken.
Er was een paar dagen geleden een interessant opiniestuk van een jonge huisarts in opleiding, die zich vragen stelde bij de manier waarop haar werk gefinancierd werd. Het waren goede vragen van een jonge arts in opleiding. In plaats van te zeggen dat dit een interessant debat is, krijgt men dan de totaal versleten en puur ideologische reactie van sommigen over staatsgeneeskunde. Ik weet niet waarover het gaat.
De vraag van deze jonge arts, die de rel waardoor u geïnspireerd bent in gang stak, is een hele simpele, objectieve vraag, namelijk: wat is de beste manier van financiering van zorg? Dat hangt af van het soort zorg. Soms is dat per prestatie. Soms is dat met een forfait per pathologie. Soms is dat met een forfait per patiënt. Het is een puur objectieve vraag.
Aan degenen die zeggen dat we met staatsgeneeskunde bezig zijn als we forfaitaire elementen introduceren, wil ik toch het volgende zeggen. U sprak over vrijheid. Geeft dat klassieke nomenclatuursysteem, waarbij de arts bij het handje wordt gehouden en precies moet doen wat in de nomenclatuur voorzien wordt, zoveel vrijheid? Een forfaitair complement, een forfaitaire betaling, geeft meer vrijheid aan de arts om zijn ondernemerschap in zijn vrij beroep te organiseren dan die klassieke betaling met die duizenden gedetailleerde nummertjes die precieze instructies zijn over wat men moet doen. Dus dat gaat helemaal niet over vrijheid en ondernemerschap. Dat gaat gewoon over de vraag hoe men op de beste manier de gezondheidszorg voor iedereen financiert.
Mevrouw De Knop, het motto van deze regering is om te investeren in gezondheidszorg, om te investeren in huisartsen, maar ook om de egelstellingen te verlaten.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u zegt dat mijn reactie versleten is, maar het is heel duidelijk. De voorzitter van BVAS, de heer Johan Blanckaert, zegt letterlijk: "Alleen wie in sprookjes gelooft, zal prestatiegeneeskunde willen inruilen voor staatsgeneeskunde." Ik zeg dat niet, het zijn mensen uit de sector die het zeggen, en niet van de minste. Ik weet dat u vaak op de man of de vrouw speelt als de boodschap u niet bevalt, maar dat moet u nu net niet doen. Het gaat over onze huisartsen en ik sta hier voor hen. We moeten hen koesteren. Ze spelen een sleutelrol in onze gezondheidszorg en onze samenleving. Ook uw coalitiepartners – om de N-VA niet te noemen – noemen dit een evolutie naar staatsgeneeskunde. Wij hebben onze artsen nodig in het zorgsysteem van de toekomst, dus hou op met hen te viseren.
Een oproep tot responsabilisering van de vakbonden naar aanleiding van de treinstaking
De treinstakingen
Het syndicaal overleg met betrekking tot de spoorstakingen
De aanhoudende spoorstakingen
De spoorstakingen
De spoorstakingen
Stakingen in spoorsector
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herhaalde, gecoördineerde stakingen bij de NMBS (65+ dagen aangekondigd) leggen het spoorvervoer plat, met overvolle treinen, geannuleerde ritten en gegijzelde reizigers als gevolg, terwijl vakbonden protesteren tegen regeringsplannen (pensioenhervorming 55→67 jaar, opheffing HR Rail, besparingen). Minister Crucke benadrukt constructieve gesprekken met drie matige vakbonden en dreigt juridische stappen tegen misbruik van stakingsrecht, maar concrete oplossingen (zoals automatische opening eerste klasse of compensatie zoals een *Sorrypas*) blijven uit, ondanks oproepen tot uitgebreidere minimale dienstverlening en herstel van vertrouwen. Kritiek richt zich op het falend overlegklimaat en het ontbreken van tastbare resultaten, terwijl reizigers en oppositie eisen dat de regering verantwoordelijkheid neemt voor de chaos die voortvloeit uit haar eigen beleid.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, reconnaissons que depuis quelques semaines, le tableau de la SNCB n'est pas très réjouissant: trains supprimés, trains retardés, trains bondés, horaires limités, réseau perturbé, service dégradé, collaborateurs non-grévistes débordés et navetteurs fatigués. Prendre le train est devenu un véritable parcours du combattant. En tant que navetteur presque quotidien, vous en savez quelque chose!
Bien sûr, défendre ses droits est légitime, mais assumer ses devoirs l'est tout autant, surtout lorsqu'il s'agit d'assurer un rôle de service public de qualité. Ces grèves à répétition non coordonnées donnent une impression de surenchère, une surenchère inutile qui ne tient pas compte de la concertation sociale qui vous est chère, qui nous est chère et que vous avez souhaité initier dès le début de votre mandat de ministre.
Monsieur le ministre, quel est l'état d'avancement du dialogue social que vous menez? Je suis d'ailleurs persuadé que vous le menez avec soin. Avez-vous pu rencontrer l'ensemble des organisations sociales concernées?
Il me revient que lors des grèves, la première classe n'est pas systématiquement ouverte à toutes et à tous pour améliorer le confort dans les trains. Pouvez-vous garantir qu'à l'avenir, cette première classe sera ouverte à l'ensemble des voyageurs pour leur confort au quotidien dans nos trains?
Je vous remercie d'avance pour l'ensemble de vos précisions.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, weet u hoeveel stakingen er voor de komende maanden aangekondigd zijn en over hoeveel stakingsdagen het gaat? Omdat ik vermoed dat u het niet weet, heb ik dat even voor u uitgeteld: 65 dagen staking zijn aangekondigd. Enkele weken geleden stond ik hier al om dat opbod aan stakingen aan te kaarten, maar samen stellen we vast dat de situatie alleen maar escaleert. Ik heb voor mezelf even in kaart gebracht hoe de planning er de volgende maanden zou uitzien. Ik heb een stakingsplanner gemaakt, waarop ik in een roze kleur die 65 stakingsdagen heb aangeduid. Ik geef u dat mee als geheugensteuntje, want ik begrijp dat u ook een actief gebruiker bent van het spoor.
De reizigers zijn het kotsbeu. Ze zien hun vakantie in het water vallen, bijvoorbeeld omdat het vliegtuig gewoonweg niet opstijgt, of ze zijn te laat in de les, omdat ze een verbinding hebben gemist, of ze zien hun kinderen niet meer, omdat ze 's avonds gewoonweg niet tijdig thuis geraken.
Mijnheer de minister, ik bezorg u zo dadelijk de stakingsplanner en ik doe ook drie oproepen. Mijn eerste oproep is gericht tot de vakbonden. Ik moedig de vakbonden aan om verstandig om te springen met het stakingsrecht, want zij dreigen door de gecreëerde chaos het draagvlak te verliezen.
Mijn tweede oproep is gericht tot de NMBS, die ik vraag om de dienstverlening te verbeteren en overleg met de bonden te faciliteren.
Mijnheer de minister, u roep ik op om samen met collega-minister Jambon met de vakbonden te overleggen om duidelijkheid te creëren voor de toekomst. Ik hoop dat u dat ter harte neemt.
Voorzitter:
De volgende vier leden stellen hier een vraag die in de commissie hangende was.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik heb een déjà-vugevoel en ik denk u ondertussen ook. Ik sta hier namelijk weer en u zit hier weer.
On pourrait dire que vous le regardez comme les vaches regardent passer le train.
De situatie is echter niet grappig. Ze is heel ernstig, vooral voor de treinreiziger, die elke keer weer het slachtoffer is van de talloze stakingen. Gelukkig is er op initiatief van de liberalen de gegarandeerde dienstverlening, die ervoor zorgt dat er toch enige dienstverlening is, hoewel dat lang niet genoeg is.
We zijn er nog niet van af. We staan nog voor weken van zwaar verstoord spoorverkeer. Het Laatste Nieuws berichtte dat de vakbonden van plan zijn de krachten te bundelen en er nog eens stevig tegenaan te gaan.
Mijnheer de minister, ere wie ere toekomt: u was vorige week echt streng voor de vakbonden en dat was goed. Uw geduld was op en u hebt dat duidelijk getoond. Alle grenzen van de redelijkheid worden dan ook overschreden. Wij kopen daar echter jammer genoeg weinig mee.
Vorige week gaf u aan dat u de juridische mogelijkheden om dat trauma te stoppen laat onderzoeken.
Daarom is mijn vraag ook heel logisch.
Hebt u daar al nieuws over?
Voorbije vrijdag, 21 maart 2025, hebt u meer dan twee uur samengezeten met de vakbonden.
Wat is uit dat overleg gekomen? Dat is een logische vraag.
Hoe evalueert u de gegarandeerde dienstverlening? Wilt u ter zake nog nieuwe initiatieven nemen?
Wij zouden ze toejuichen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene staking was nog niet eens afgelopen of de andere schoot al bijna uit de startblokken. Deze week wordt opnieuw gestaakt door een kleine vakbond. Diens actie loopt zondagavond af.
Eindelijk, zouden we denken. Het einde is in zicht, maar helaas is niets minder waar: een nieuwe week, een nieuwe staking en zo gaan we nog een tijdje door, zoals de vorige vraagstelster al is aangehaald. Het stopt niet.
De gevolgen zijn genoegzaam gekend en zijn hier al regelmatig aangehaald. Studenten, werknemers en pendelaars geraken niet tijdig of zelfs niet op hun bestemming.
Ik vraag mij af of de vakbonden ook wel eens denken aan de mensen die niet over een auto beschikken of aan de studenten die niet over een kot beschikken of aan wie die geen familie of kennissen heeft om op terug te vallen. Zij geraken nergens; zij zijn geïsoleerd.
Het spoor is er voor iedere reiziger, maar het lijkt er steeds meer op dat de bonden en hun eigen belang centraal staan en niet langer de treinreiziger.
Wij stellen hier elke week opnieuw vragen.
Mijnheer de minister, u doet uw best. U zit met de vakbonden rond te tafel, maar wat haalt het uit? Er verandert helemaal niets. Ze blijven verder doen, zonder gevolg.
Mijn geduld, het geduld van mijn collega's maar ook van vele pendelaars is op. Bij u is dat net hetzelfde. Wij hebben dat vorige week gehoord. U hebt de spoormaatschappijen opgeroepen om juridisch uit te zoeken op welke manier het misbruik van het stakingsrecht kan worden aangepakt.
Mijn vraag is dan ook heel simpel.
Is die oefening intussen gebeurd? Welke stappen zult u nemen om de treinen weer aan het rijden te krijgen?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik feliciteer u. Ik wil u feliciteren, maar bedoel dat wel sarcastisch. U bent nu al de kampioen. U hebt het record van het aantal spoorstakingen tijdens een ambtstermijn overgenomen van uw voorganger. Bovendien loopt de teller van het aantal stakingsdagen nog op. U loopt dus nog uit en lijkt wel de Eddy Merckx van de spoorstakingen.
Dat record kan nog veel hoger worden. Een collega van mij heeft een telling gemaakt. Indien alle aangekondigde spoorstakingen waren uitgevoerd zoals voorzien, zouden we eind augustus 88 spoorstakingsdagen hebben bereikt. Dat zou hebben betekend dat op dat moment een kwart van het jaar zou zijn gestaakt binnen eenzelfde overheidsbedrijf. Dat is ongezien.
Gelukkig is er ook goed nieuws. Sinds deze ochtend is bekend dat vijf spoorbonden de koppen hebben bijeengestoken. Zij hebben beslist hun acties te coördineren en samen actie te voeren. Dat heeft twee gevolgen, een goed en een slecht gevolg. Het goede is dat het aantal stakingsdagen wat minder zal zijn. Het slechte is dat de impact groter zal zijn wanneer actie wordt gevoerd. De impact zal dan over het hele net worden gevoeld. Vanaf 8 april zullen die bonden elke dinsdag een staking organiseren en om beurt op een bepaalde regio focussen. Op zich is dat dus goed nieuws, maar dat minder zal worden gestaakt, is voor alle duidelijkheid niet uw verdienste.
Mijnheer de minister, die stakingen komen voort uit onvrede bij de spoormensen. We hebben het al gehad over de plannen voor het spoor van de arizonaregering waarvan u deel uitmaakt en over de hervormingen die zij wil doorvoeren. Daarom voeren de bonden actie. Ik benadruk echter dat de acties zich ditmaal niet tegen de NMBS richten maar wel tegen de arizonaregering en tegen u. Daarom worden de treinreizigers gebruikt. Ze worden bijna gegijzeld om bepaalde zaken af te dwingen. Dat kan echt niet langer duren.
Daarom stel ik vandaag opnieuw de vraag die ik al zo vaak heb gesteld.
Hoe zult u het probleem oplossen? Hoe zult u verdere stakingen voorkomen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega's, vanochtend viel iemand bijna flauw op de trein van Kortrijk naar Brussel, omdat de trein overvol zat. Hij werd letterlijk en figuurlijk rechtgehouden door alerte treinreizigers. Onze collega, de heer Matti Vandemaele, heeft dat vanochtend vastgesteld.
Zelf zat ik ook op een overvolle trein. Ik moest gedurende drie kwartier rechtstaan van Duffel tot Brussel.
Bovendien zijn wij nog de gelukzakken, want heel veel mensen geraakten niet op hun werk en misten belangrijke afspraken. Scholieren die vandaag examens hadden, geraakten niet op school.
De reden zijn de treinstakingen. De treinreiziger is daarvan altijd het grootste slachtoffer. Dat is overduidelijk. De reden van die stakingen is echter de door uw regering gecreëerde onzekerheid bij het personeel over hun statuut. De tweede reden zijn de besparingen en de efficiëntiewinsten die op hen afkomen. Het is nog steeds heel onduidelijk of ze er zullen komen op de kap van het personeel. Wij vermoeden van wel.
De vakbonden reageren daartegen. Ik begrijp dat ze ongerust zijn en reageren. Het is ook goed dat de vakbonden vandaag samenzaten om de acties op elkaar af te stemmen in de hoop dat er dan ook minder hinder is voor de vele treinreizigers. Zij hebben hun portie immers gehad. Het zijn en blijven echter acties tegen de arizonaregering, tegen uw beleid en niet tegen dat van de NMBS.
Voor Groen is de maat vol. Er moet minstens een compensatie worden geboden.
Mijnheer de minister, zult u zorgen voor compensaties?
Wij denken bijvoorbeeld aan een Sorrypas en dus een dag genieten van de trein, om opnieuw het vertrouwen in de trein te herstellen. Het verlengen van de abonnementsduur is ook een optie. Wij verwachten dergelijke zaken van de regering. Er wordt immers gestaakt tegen uw beleid en niet tegen het beleid van de NMBS.
Mijnheer de minister, welke compensaties voor de treinreizigers zult u uitwerken?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, depuis la prise de fonctions de notre gouvernement, le secteur ferroviaire est, comme vous l'avez signalé, secoué par une série de grèves. Ces mouvements perturbent lourdement le réseau et pénalisent des milliers de citoyens, souvent les plus fragiles. Ces grèves trouvent leur origine en toute grande majorité dans des mesures prises sur la base de l'accord de gouvernement, fruit d'une négociation démocratique et reflétant la volonté d'une majorité politique claire.
De vakbondseisen, ongeacht om welke vakbond het gaat, hebben voornamelijk betrekking op de geleidelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd voor spoorwegpersoneel van 55 jaar naar 67 jaar, de hervorming van de berekening van de pensioenen op basis van de gehele loopbaan in de plaats van de laatste paar jaren en het geplande einde van HR Rail als werkgever van het spoorwegpersoneel.
Si certaines préoccupations sont compréhensibles, elles doivent être traitées dans le cadre d'un dialogue social respectueux et constructif. Je tiens à réaffirmer ici mon attachement indéfectible à la concertation sociale, mais avec des partenaires responsables et représentatifs. C'est pourquoi j'ai entamé d'initiative un dialogue avec la CGSP Cheminots, la CSC-Transcom et la CGSLB, qui ont certes privilégié le dialogue plutôt que la confrontation et qui sont les seules à siéger à la commission nationale paritaire.
Onze gesprekken verlopen goed, in een klimaat van wederzijds respect, dialoog en constructiviteit. We hebben al afspraken gemaakt over belangrijke punten, zoals de geleidelijke overgang van de taken van HR Rail aan overheidsbedrijven en het garanderen van een grotere verantwoordingsplicht. Ik geef er echter de voorkeur aan om in dit stadium discreet te blijven over de details, in overeenstemming met onze toezegging om niet te communiceren totdat de onderhandelingen zijn afgerond.
Met betrekking tot de pensioenen steun ik mijn collega die verantwoordelijk is voor dit dossier. Ik ben bereid om hem te steunen bij het faciliteren van de dialoog met de vakbond, zoals ik hem heb gezegd. Ik heb hem vanmorgen opnieuw aan de telefoon gesproken en hij was heel duidelijk. Hij zal het regeerakkoord toepassen, het gehele akkoord, maar niets meer dan het akkoord. Minister Jambon blijft echter openstaan voor overgangsregelingen. Zijn hand is dan ook uitgestoken naar de vakbond.
Sur le plan financier, il est primordial de souligner les conséquences financières dramatiques que ces grèves entraînent pour la SNCB: pertes de recettes, indemnisation des voyageurs, déviations vers d'autres modes de transport. Ce sont autant d'efforts supplémentaires qui s'imposeront au secteur du rail ultérieurement.
Enfin, pour répondre à la question de M. Matagne, sachez que pour l'heure, les accompagnateurs ont la possibilité de déclasser la première classe en fonction de leur ressenti. Toutefois ce déclassement n'est pas automatique, c'est pourquoi je vais demander à la SNCB d'examiner la possibilité d'un déclassement automatique de la première classe en période de grève, pour autant, bien évidemment, que le besoin s'en fasse sentir. Nos citoyens ne doivent en effet pas être les seuls à subir les effets des actions syndicales.
De regering zal standvastig blijven tegenover de blokkades en gijzelingen op ons spoorwegnet. We zullen blijven opkomen voor een verantwoordelijke en evenwichtige visie op de openbare dienstverlening, waarbij dialoog boven confrontatie gaat. Daarom heb ik, zoals ik vorige week al heb aangekondigd, HR Rail, het juridische HR-instrument voor de spoorwegsector, de opdracht gegeven om voor alle nieuwe stakingsaanvragen alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van stakingsaanzeggingen te weigeren met behulp van de juridische instrumenten die het tot zijn beschikking heeft. Als de vakbonden deze uitspraak weigeren, is het aan hen om naar de rechter te stappen en de genomen beslissing aan te vechten.
Les grèves préalablement programmées, donc celles qui sont prévues au moins jusqu'au 31 mars, ne seront pas requalifiées. Mais gare à la suite! Je ne lâcherai rien. Je reste ouvert à la concertation avec ceux qui souhaitent négocier de manière responsable, mais je n'accepterai jamais que la continuité des services stratégiques soit sacrifiée pour des motifs idéologiques. Les trains doivent avancer, pas les égos.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Ces grèves affectent en effet des dizaines de milliers d'usagers chaque jour. Nous appelons les syndicats à agir avec responsabilité en évitant les actions désordonnées. Il en va de la crédibilité du transport ferroviaire. Aussi, dans un contexte économique morose – et vous avez cité des mesures qui font grincer des dents, mais qui sont certainement des mesures nécessaires –, dans un contexte climatique inquiétant, dans un contexte d'immobilité autour des grandes villes, j'espère que vous réussirez à ramener la sérénité au cœur de notre entreprise ferroviaire.
La concertation sociale est lancée. J'entends que les échanges sont constructifs. Vous êtes sur la bonne voie. Je vous remercie, en tout cas, pour votre investissement.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, wij zijn ons ervan bewust dat er een zware taak op uw schouders rust, maar u hebt al zeer kordate taal gesproken. U hebt constructief en in alle sereniteit opgeroepen om daarover te overleggen. Wij kunnen u alleen maar het vertrouwen geven en hopen dat u spoedig enig resultaat kan boeken door in dialoog te blijven gaan met de NMBS, met de vakbonden en met uw collega-ministers om iedereen op dezelfde lijn te brengen en weer naar een goed werkend spoorverkeer te evolueren. Dank u voor uw inzet daarvoor.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord, al vind ik wel dat we er niet zo erg veel mee kunnen. Wat u hebt gezegd, is een beetje meer van hetzelfde. Het is zeer duidelijk dat wat we vandaag zien, eigenlijk de beste reclame is voor een echte liberalisering van het spoor. Week na week krijgen we daarvan de bevestiging. Het is echt tijd dat we de reiziger opnieuw centraal stellen en dat we die niet als een soort van vervelende bijkomstigheid zien.
Daarnaast is het toch wel echt nodig om eens grondig te onderzoeken wat we kunnen doen om de minimale dienstverlening uit te breiden om ervoor te zorgen dat meer treinen rijden, ook in het geval van stakingen. Want inderdaad, de komende weken zal de impact nog groter zijn. Ik raad u dus aan om daarvoor en voor de sociale dialoog echt actie te ondernemen. U moet echt op tempo komen opdat de treinreiziger erop kan rekenen dat zijn trein rijdt en niet overvol zit.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u verwees in uw antwoord naar een constructieve dialoog en naar wederzijds respect. Ik hoop dat de vakbonden ook respect hebben voor de treinreizigers. Wanneer er bijna meer stakingsdagen dan gewone werkdagen bij het spoor zijn, kunnen we immers niet meer spreken over een recht op staken. Dan gaat het duidelijk om misbruik van het stakingsrecht. De treinreizigers moeten daar steeds de prijs voor betalen. Het is nu tijd om daar iets aan te doen. Het land platleggen omdat men zijn goesting niet krijgt, is totaal onverantwoord. Staken mag, daar gaat het eigenlijk niet over, maar wat hier gebeurt, is allesbehalve normaal.
De reizigers zijn elke keer de dupe zijn en sporen noodgedwongen verder. De vakbonden sporen helaas niet meer. Ik kijk uit naar uw overleg met hen en hoop op een goed resultaat.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb ook een beetje een déjà-vugevoel. Wij vragen al heel lang naar concrete oplossingen en ik stel vast dat uw antwoorden evolueren. In het begin was u vrij laks, daarna was u verontwaardigd, dan werd u boos, een paar weken daarna was uw geduld bijna op – intussen is het volledig op -, een week gelezen zou u bestuderen hoe u aan de stakingen een eind kon maken en nu hoor ik weer nieuwe aankondigingen, maar ik zie geen concrete oplossingen. Dat is nochtans wat de treinreizigers willen. Ze willen niet langer gegijzeld zijn in een dispuut tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel.
Treinreizigers willen dat het niet over spoorstakingen, maar over treinbeleid gaat, dat er werk gemaakt wordt van een betrouwbaar openbaar vervoer, betere dienstverlening, minder afgeschafte treinen, grotere stiptheid en meer veiligheid. Dat is ook waar ze recht op hebben. Doe dat alstublieft.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega Matagne sust dat u op de goede weg bent, maar ik betwijfel of de treinreiziger daar dezelfde mening over heeft. Ik vind die opmerking zelfs wat cynisch, aangezien u eigenlijk nu al recordhouder bent in aantal stakingsdagen. Ik snap de mindswitch niet helemaal. Laten we immers niet vergeten – ik blijf het herhalen – dat de stakingen niet gericht zijn tegen de NMBS, maar wel tegen de beslissingen van de arizonaregering, tegen de maatregelen die u zult nemen. Daarom komt het u toe om het vertrouwen te herstellen. Ook al restte u nog twintig seconden spreektijd, u nam niet de moeite om te reageren op mijn vraag welke compensatie u zult voorzien voor de treinreizigers. Met Ecolo-Groen denken we duidelijk aan een sorrypas en een verlenging van de treinabonnementen. Zulke compensaties zijn cruciaal om het vertrouwen van de treinreizigers te herstellen. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de treinreiziger zich niet afkeert, want ik denk dat we er allemaal van overtuigd zijn dat de trein nog altijd een heel fijne manier van reizen is, als de treinen rijden, uiteraard.
De werkloosheidsuitkering voor mensen die een opleiding tot een knelpuntberoep volgen
De werkloosheid en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De modaliteiten van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De knelpuntberoepen en de werkloosheidsuitkeringen
Werkloosheidsuitkeringen, Knelpuntberoepen, Tijdsbeperkingen
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om minister Clarinvals plan om werkloosheidsuitkeringen na twee jaar te beperken, wat knelpuntopleidingen (zorg, onderwijs) in gevaar brengt omdat veel werkzoekenden hun langere opleidingen niet kunnen afmaken. Kritiek komt vooral van Vooruit, cd&v en PS: de maatregel dreigt juist degenen te raken die zich omscholen voor tekortberoepen, terwijl er 170.000 vacatures openstaan—activering zonder uitzonderingen voor opleidingen is contraproductief. Clarinval benadrukt dat de hervorming geen strafmaatregel is maar een "kans" om mensen naar werk te leiden, met overleg met de regio’s en een transitieperiode, maar blijft vaag over concrete oplossingen voor opleidingstrajecten. De tegenstelling ligt tussen een strikte tijdslimiet (N-VA/MR) en flexibiliteit voor omscholers (cd&v/Vooruit/PS), met onduidelijkheid over hoe de regio’s dit zullen invullen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, collega's, vacatures voor zorgpersoneel en leerkrachten raken niet ingevuld, maar gelukkig volgen heel wat mensen een opleiding voor die knelpuntberoepen. Dat is positief, want ze zijn broodnodig. Nochtans trekt u een streep door hun rekening, mijnheer de minister. Door namelijk de werkloosheidsteun in de tijd te beperken, overigens zonder enig overleg met de regio's, zorgt u ervoor dat werkzoekenden die in een opleiding zitten, die niet kunnen afmaken.
Voor Vooruit is het helder. Uiteraard moeten er meer mensen aan het werk. We moeten meer mensen aan het werk helpen. Net daarom zijn duidelijke afspraken over de hervorming van de werkloosheid zo belangrijk, want het gaat om een groep die net op weg is naar werk. Het gaat om een groep die enorme inspanningen levert. Het gaat om een groep die achteraf een bijdrage aan onze welvaartstaat zal leveren.
Vanmorgen las ik in de krant dat u alle reacties op uw beslissing relativeert: u beweert dat het wel goed zal komen en argumenteert dat men maar 's avonds een opleiding moet volgen; kortom dat men zijn plan moet trekken. Maar wie zal er een opleiding van vier jaar volgen, als u hen na twee jaar zonder inkomen zet? Wie is daarmee geholpen? Dat zijn alvast niet onze kinderen, niet onze senioren en al zeker niet degenen die midden in zo'n opleiding zitten.
Gisteren hoorde ik dat de Vlaamse minister van Werk not amused is. Zij kent de gevolgen voor onze scholen en ziekenhuizen en beseft zeer goed wat de gevolgen zijn voor diegenen die midden in zo'n opleiding zitten. Daarom heeft ze dringend overleg met u gevraagd, terecht.
Mijnheer de minister, ik heb maar een eenvoudige vraag voor u. Wat zult u doen (…)
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, Thomas, 34 ans, deux enfants, a perdu son emploi il y a quelques années et, depuis lors, il est au chômage. Pas facile de joindre les deux bouts, mais il a décidé de reprendre une formation très rapidement en soins infirmiers. C'est vrai, cela prend du temps, mais il était certain de trouver du travail vu la pénurie de personnel dans ce secteur. Aujourd'hui, monsieur le ministre, avec votre mesure d'exclusion des chômeurs de longue durée, il ne sait plus s'il risque de se faire exclure sans finir sa formation. N'avez-vous pas vu que la limitation des allocations de chômage dans le temps pourrait pénaliser aussi les métiers en pénurie? Elle pourrait pénaliser des femmes et des hommes qui ont repris des formations parce qu'on leur a dit qu'elles répondaient à des métiers en pénurie.
Cela ne va pas, monsieur le ministre! Limiter les allocations de chômage dans le temps, c'est mettre en péril le retour à l'emploi. Il faut vraiment rectifier. Et d'ailleurs, je vois que nos collègues de Vooruit et du cd&v veulent revoir votre copie, ainsi que la Flandre. Il ne faut pas de mesures aveugles, monsieur le ministre, pas de slogan et surtout pas d'obstination.
Soutenir les chômeurs pour se former à un métier en pénurie, c'est aussi un incitant à retrouver le chemin du travail et aider des secteurs essentiels. Des milliers de personnes, aujourd'hui, en bénéficient chaque année. Beaucoup de formations sont plus longues qu'une ou deux années: infirmiers, enseignants, menuisiers. Et là, M. Clarinval arrive: plus d'incitants! Quand on est parent, on ne peut pas du jour au lendemain se retrouver aux études sans aucun revenu. Fini la formation et retour à la case départ, et ce n'est pas comme au Monopoly, on ne touche pas 200 euros!
Monsieur le ministre, qu'allez-vous répondre à Thomas et à vos partenaires de majorité qui nous rejoignent pour demander une révision de vos mesures?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 100 000, c'est le nombre de personnes bénéficiant d'allocations de chômage qui risquent théoriquement de les perdre après deux ans, une fois que votre réforme sera en place. À côté de cela, il y a 175 000 offres d'emploi, dont de nombreuses concernent des métiers en pénurie.
Dans le monde un peu binaire de l'Arizona, les choses sont évidemment simples. D'un côté, il suffit de couper le robinet et de l'autre, toutes ces personnes vont se transformer comme par magie en enseignants, en soignants, en chauffeurs de bus, en aides-boulangers, en guides touristiques, en assembleurs, en électriciens, en mécaniciens et soudeurs. Je ne vous cite que quelques-uns des métiers en pénurie.
Dans le vrai monde, cela ne se passe évidemment pas ainsi. Sur ces 100 000 personnes, il y a évidemment des fraudeurs mais il y a aussi des personnes qui cherchent un emploi et d'autres qui cherchent à se former. C'est là que le bât blesse dans votre projet.
Pour ma part, je pense qu'une certaine forme de contrainte est nécessaire pour inciter les gens à travailler, mais le couperet pur et simple ne fonctionne pas. L'exclusion n'est pas une politique en soi. L'angle mort de votre politique a un nom: la formation. Nous savons que vous n'aimez pas ce mot, il suffit de voir la jubilation que vous avez à l'idée de mettre fin au Federal Learning Account. C'est bien dommage.
Nous avions proposé de conditionner le bénéfice d'allocation à une obligation de formation. Deux de vos partenaires, le cd&v et Vooruit, proposent une exception à votre limitation du chômage dans le temps pour les personnes qui choisissent de se former dans un métier en pénurie. C'est une bonne idée, précisément parce que nous manquons d'enseignants, de soignants, de gens dans le secteur du care , d'ouvriers dans les métiers techniques, pour lesquels une formation prend souvent un peu plus de deux ans.
Monsieur le ministre, allez-vous convoquer rapidement une Conférence interministérielle sur l'emploi avec les régions pour entamer la phase d'activation?
Allez-vous réfléchir à cette exception afin que votre limitation de chômage dans le temps ne soit pas le couperet qu'elle est pour l'instant mais puisse devenir une vraie mesure d'activation?
Axel Ronse:
Goede kameraden, mes chers camarades , wat een fantastisch mooie dag is het. De zon schijnt, iedereen straalt en ik heb eenmeivibes. Het voelt alsof het vandaag de Dag van de Arbeid is, la Fête du Travail .
Collega's, ik heb dat gevoel dankzij deze minister, David Clarinval. Wat de N-VA-fractie betreft is het vandaag echter David Piëdestal. Deze minister zorgt er immers voor, collega's, dat er maar liefst 100.000 nieuwe werknemers bijkomen, 100.000! Dat zijn 100.000 mensen die al langer dan twee jaar een werkloosheidsuitkering krijgen en jonger zijn dan 55, terwijl er zoveel openstaande vacatures zijn. Deze minister zorgt ervoor dat we niet meer het enige land ter wereld zijn waar men onbeperkt een werkloosheidsuitkering krijgt. Deze minister pakt door! Merci beaucoup , David Piëdestal.
Collega's, eigenlijk zou het elke donderdag 1 mei moeten zijn. Elke donderdag moet het hier feest zijn, la grande fête , omdat we maatregelen nemen die werknemers ten goede komen, des mesures pour les travailleurs . Dit is er zo eentje. Er zijn echter nog van die mooie maatregelen: meer langdurig zieken aan de slag krijgen, meer mensen de kans geven om overuren te doen en de uitbreiding van de flexi-jobs. Er zit namelijk ongelooflijk veel lekkers in dit regeerakkoord voor de werknemers. Collega Hedebouw, dat geeft ons de kans om hier vijf jaar lang de Dag van de Arbeid te vieren. Elke donderdag is het 1 mei in het Parlement.
Minister, mijn vraag is eigenlijk heel eenvoudig: welke mooie zaken komen er de volgende donderdagen aan? Maak ons gelukkig.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, normaal stel ik eerst mijn vraag, maar vandaag begin ik met uw antwoord: modaliteiten.
Modaliteiten zijn de baseline van deze regering geworden. Telkens een aantal partijen niet op dezelfde lijn zitten, meestal over die slechte maatregel, de De Wevertaks, komt men daar immers op terug. Vandaag is het weer van dattum, maar ditmaal over een goede maatregel in het regeerakkoord, namelijk de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Bekende proffen twijfelen eraan of die maatregel veel volk aan de slag zal doen gaan. Collega's, deze maatregel gaat echter over rechtvaardigheid. De mensen die dit systeem bekostigen, die de solidariteit betalen, die met overtuiging bijdragen om anderen niet in de armoede te duwen of zonder inkomen te zetten, willen er zeker van zijn dat anderen niet oneindig van die solidariteit gebruikmaken en in de hangmat liggen, terend op het zweet van zij die wel werken.
Mijnheer de minister, de sociale zekerheid moet een vangnet zijn en net daarom is die maatregel broodnodig. Het leek alsof u en uw N-VA-collega de Vooruit'ers overtuigd hadden. Het leek alsof cd&v voortschrijdend inzicht had gekregen. Laten we immers eerlijk zijn, onder Kris Peeters was het anders. Wat blijkt nu? Ze gaan die maatregel uithollen. Er zullen zeker nuttige uitzonderingen zijn en misschien zijn opleidingen een nuttige uitzondering, maar deze maatregel moet sterk genoeg zijn om al die hangmatters uit het systeem te krijgen.
Wat zult u doen om dat te verzekeren?
Florence Reuter:
Monsieur le vice-premier, on le savait. On savait qu'il y aurait des grèves. On savait qu'il y aurait des mensonges, des injures. On savait que le Parti Socialiste ferait pleurer dans les chaumières. On savait tout cela! Mais rien n'était caché. Ce n'était pas une surprise; c'était un point fort de notre programme. La limitation des allocations de chômage dans le temps, c'était une priorité. On n'a rien caché à personne.
Aujourd'hui, il y a des manifestations. Il y a des gr è ves et é norm é ment de cris. Mais on nous a choisis pour mener des réformes. Nous sommes le seul pays européen à permettre d'être au chômage tout au long d'une vie. Pourtant, le chômage, c'est une assurance. Ce n'est pas une allocation à vie mais bien une assurance en cas de coup dur. C'est une assurance qui doit nous permettre de rebondir.
Évidemment, les chiffres font peur et inquiètent la population, surtout en Wallonie d'ailleurs. Et donc forcément l'opposition va jouer là-dessus.
Alors, vous devez rassurer, monsieur le ministre. Vous êtes le premier ministre libéral de l'Emploi depuis un siècle, et nous avons un ministre libéral en Région wallonne. Et ce n'est une surprise pour personne, les chiffres les plus alarmants concernent la Belgique francophone. La moitié des demandeurs d'emploi de plus de deux ans sont en Wallonie.
Monsieur le ministre, avant de vous poser mes questions, qui sont assez simples, je vous invite bien évidemment à poursuivre votre programme, à regarder devant et à redresser ce pays. Confirmez-vous ces chiffres? Confirmez-vous que la situation est effectivement plus inquiétante en Belgique francophone? Et, si ces chiffres sont corrects, j'imagine que vous allez travailler et que vous avez déjà commencé à travailler avec votre homologue en Région wallonne. Quel est l'agenda? Pouvons-nous espérer cette réforme avant l'été?
Nathalie Muylle:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, met cd&v vinden wij dat mensen die keihard hun best doen, beloond moeten worden. Dat is ook de reden waarom we in de regering zijn gestapt. Ik was dan ook verwonderd, toen ik uw woordvoerder in de pers hoorde zeggen dat wie in het derde jaar opleiding start, geen uitkering meer zou moeten krijgen, mijnheer de minister. Is dat belonen? U wilt toch niet dat mensen hun opleiding stopzetten? Nadien hebt u wel gesust dat u de problemen zou oplossen en dat u niemand wilt achterlaten.
In Vlaanderen zijn meer dan 4.000 werklozen gestart met een opleiding die langer dan twee jaar duurt, 4.000 personen die willen werken en op de arbeidsmarkt aan de slag willen en die vacatures voor broodnodige jobs willen invullen. Dat zijn geen hangmatwerklozen, maar mensen die slagen voor een opleiding. Wij moeten hun rechtszekerheid bieden.
Tegelijk onderstreep ik dat wij natuurlijk voorstander zijn van de beperking van de werkloosheidssteun in de tijd. Die maatregel is nodig ter activering: werkzoekenden moeten zo snel mogelijk weer op de arbeidsmarkt aan de slag. Daarom moeten we werkzoekenden aanmoedigen om te kiezen voor opleidingen in knelpuntberoepen en onderzoeken hoe we hen zo snel mogelijk dergelijke vacatures kunnen laten invullen.
Willen wij werkzoekenden snel laten proeven van de arbeidsmarkt, dan is het cruciaal dat kandidaten studeren en werken kunnen combineren. Daar zijn nu al goede voorbeelden van. Wie vandaag kiest voor een opleiding in de zorg, kan na één jaar al aan de slag als zorgkundige op de arbeidsvloer. Men kan vervolgens als zorgkundige verder studeren en zich in de zorg vervolmaken. Een ander voorbeeld is dat van de kandidaat-leerkracht. Het is nu al mogelijk om voor een klas te staan en tegelijk de opleiding tot leraar te volgen. Het komt de deelstaten toe dergelijke systemen te organiseren.
Mijnheer de minister, in dat opzicht is overleg belangrijk en ik heb begrepen dat u dat de komende week aangaat. Met welk plan zult u het overleg met de deelstaten aanvatten?
David Clarinval:
Mesdames et messieurs les députés, je vous confirme ce chiffre de 100 102 chômeurs de moins de 55 ans ayant plus de deux ans de chômage en Belgique. Il m'a été transmis par l'ONEM. Mais il me semble que vous oubliez de parler d'un autre chiffre interpellant, celui des 170 000 emplois vacants, disponibles dès aujourd'hui dans notre pays. Ces 170 000 places n'attendent qu'une seule chose, que les 100 000 personnes concernées viennent les occuper immédiatement. Nous devons en finir avec le paradoxe du chômage illimité dans le temps.
Pour nous, le chômage n'est pas un plan de carrière. Donc, madame Thémont, je trouve votre vision un peu trop fataliste. La nôtre est réaliste et optimiste. Je conteste également le fait que l'exclusion du chômage soit synonyme automatiquement de RIS. Non, il faut remettre les gens à l'emploi. Les Régions devront d'ailleurs faire leur part du travail.
Les Régions doivent prendre leurs responsabilités en matière d'activation et d'accompagnement. J'ajoute qu'une période de transition est prévue. Ses modalités seront discutées au sein du gouvernement afin que toutes les personnes concernées soient prévenues suffisamment tôt.
Il y a quelques années, nos entreprises ne pouvaient pas embaucher, faute de moyens. Aujourd'hui, elles le peuvent, mais elles ne trouvent personne. Cela ne peut plus durer.
De oplossing is de activering van allen die naar de arbeidsmarkt kunnen en moeten terugkeren. Een maatschappij waarin te veel talenten aan de zijlijn blijven staan, berooft zich immers van haar eigen rijkdom. Niemand zal aan zijn lot worden overgelaten, maar iedereen zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Langdurige inactiviteit is niet onvermijdelijk, te veel werkzoekenden blijven ver van de arbeidsmarkt, terwijl er tegelijkertijd vacatures blijven openstaan.
Onze hervorming is duidelijk: iedereen die kan, moet worden begeleid naar een beroepsactiviteit, zelfs op een geleidelijke manier. Het gaat niet om straffen maar om het geven van kansen en wij verwachten van iedereen dat ze die grijpen. Een job is meer dan een inkomen, een job geeft ook waardigheid en is een hefboom voor sociale emancipatie.
Cependant, nous sommes conscients que ces 100 000 chômeurs de longue durée ne pourront pas tous retrouver un emploi, car certains d'entre eux sont en effet très éloignés de l'emploi. Nous en sommes conscients. C'est la raison pour laquelle nous allons prévoir un financement pour les CPAS, afin qu'ils accompagnent ces personnes de façon individualisée, au travers d'un plan d'insertion professionnelle. C'est aussi une manière de prendre ces personnes en considération et de leur offrir un meilleur accompagnement individualisé.
Notre réforme n'est pas punitive. Elle est nécessaire. Elle ne retire rien à ceux qui sont dans le besoin. Elle leur donne les moyens d'en sortir. Elle ne stigmatise personne. Elle responsabilise. C'est ainsi que nous renforcerons notre modèle social, en le rendant plus juste, plus efficace et plus durable.
Concernant vos demandes de prendre en considération les personnes en formation dans un métier en pénurie, madame Vanrobaeys, madame Muylle, monsieur De Smet, j'ai pris acte des demandes de prolongation de chômage qui ont été formulées.
Les projets de textes en cours de rédaction traduisent intégralement l'accord de gouvernement. Les premiers groupes de travail techniques se réuniront dès la semaine prochaine. Le débat devra ensuite être mené au sein du gouvernement, et ensuite au Parlement. Nous ne manquerons évidemment pas d'évoquer vos demandes à cette occasion.
Par ailleurs, j'ai pris l’initiative de rencontrer mes homologues régionaux. J'ai déjà eu l'occasion d'échanger de manière très constructive avec les ministres Jeholet et Clerfayt sur les réformes nécessaires pour répondre aux besoins et aux dynamiques spécifiques des différents territoires du pays. La semaine prochaine, je rencontrerai également à ce sujet – c'était prévu de longue date – la ministre Zuhal Demir. Il est nécessaire d'avoir une politique concertée afin de réformer de manière cohérente des compétences étroitement liées et imbriquées.
Comme je l'ai déjà dit, nous devons tout mettre en œuvre pour réformer le marché de l'emploi et remettre au travail des chômeurs qui ont parfois plus de 20 ans d'inactivité. Cela doit être et cela devra tous nous mobiliser.
Je vous remercie pour votre attention.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Eerlijk gezegd, het standpunt van Open Vld … Hoe durft u mensen die een opleiding voor een knelpuntberoep volgen, hangmatters noemen, mijnheer Coenegrachts? Zij doen elke dag keihard hun best.
Voor Vooruit zijn de principes helder. We moeten omkijken naar de mensen die werkloos zijn. We moeten hen vastpakken en begeleiden en zeker niet de mensen die elke dag keihard hun best doen bestraffen. Er moeten inderdaad meer mensen aan de slag, want we hebben ze nodig. Daarom kunnen we ook de principes van het regeerakkoord verdedigen.
Ik ben ook blij, mijnheer de minister, dat u ingaat op de vragen voor overleg, want de zij-instromers hebben zekerheid nodig, niet alleen vandaag maar ook morgen. Vooruit laat hen niet los. We hebben hen broodnodig op de arbeidsmarkt, in ons onderwijs en in de zorg.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne suis pas fataliste, mais réaliste, et je n'ai certainement pas besoin de vos conseils.
Ici, c'est le retour de la pensée magique et des slogans de M. Clarinval! D'un côté, 100 000 chômeurs et, de l'autre, 170 000 emplois disponibles et, hop, on y va, un petit coup de baguette magique et ce sont les vases communicants. Et, si ça ne suffit pas, un nouveau coup de baguette magique: les CPAS vont trouver des emplois, là où les organismes spécialisés n'en trouvaient pas.
Je pense qu'il faut soutenir les demandeurs d'emploi qui suivent des formations. C'était l'objet de ma question, mais vous faites encore des amalgames, monsieur le ministre. De toute façon, votre réforme du marché du travail va rendre les gens malades! Votre réforme des pensions va décourager les jeunes à devenir profs ou policiers, et vous allez aggraver la pénurie de main-d'œuvre! Vous êtes vraiment le ministre, non du Travail et de l'Économie, mais le ministre des économies!
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Il n'y a pas 36 solutions. Si vous voulez faire correspondre vos 100 000 chômeurs, d'un côté, et vos 175 000 offres d'emploi – dont un bon tiers relatives à des métiers en pénurie –, de l'autre, vous avez besoin de formations.
J'ai bien écouté les interventions de vos partenaires, et il me semble que les planètes, doucement, s'alignent. Le cd&v vous le demande, Vooruit aussi. La N-VA, on ne sait pas, car M. Ronse a décidé de vous faire un poème, mais Mme Demir, hier, n'avait pas l'air contre non plus.
(…) : (…)
François De Smet:
Si, si, c'était un poème à la gloire du ministre, et c'est très bien.
Pour ce qui est des Engagés, on ne sait pas encore, mais ils finissent en général par rallier le point de vue majoritaire, donc ça devrait aller. Vous allez donc très vite vous retrouver isolé, si vous n'allez pas de l'avant. Dès lors, je vous en prie, prenez cette direction. C'est une question de bon sens. Il est normal de permettre aux gens qui se forment d'avoir un peu plus que deux ans. C'est la direction du progrès, et je vous souhaite de la trouver.
Axel Ronse:
Vooreerst hartelijk dank aan de collega’s van Vooruit en cd&v. Het is fantastisch dat u zo open voor uw mening uitkomt en dat we alles steeds in openheid tegen elkaar kunnen zeggen. Ik weet dat u van uw woord bent en dat u het regeerakkoord tot op de letter zult uitvoeren. Een knelpuntopleiding volgen zal niet langer dan twee jaar combineerbaar zijn met de werkloosheidsuitkering. Die uitkering dient daar ook niet voor.
Het komt vanzelfsprekend de regio’s toe om na te denken over hoe mensen naar knelpuntopleidingen van langer dan twee jaar kunnen worden geleid. Zuhal Demir heeft net die bezorgdheid geuit en gaat daarmee aan de slag. Ze heeft echter op geen enkele manier gevraagd of ge ï nsinueerd dat werkloosheid langer dan twee jaar gecombineerd moet kunnen worden met een opleiding.
Collega Coenegrachts, het is schattig dat u hier kritiek komt geven, terwijl u 26 jaar aan de knoppen hebt gezeten. Men kon de werkloosheidsuitkering in die periode met Open Vld niet beperken in de tijd. Nu zit iemand anders aan de stuurknoppen (…)
Steven Coenegrachts:
Collega Ronse, maak u geen zorgen, ik voel er me even ongemakkelijk bij als u dat ik uw regering complimenten moet geven. Wat de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd betreft, moet ik dat effectief doen.
U omarmt hier de opendebatcultuur en zegt dat men in alle fracties alles mag doen of zeggen wat men wil. Ik vraag me echter af wat u de voorbije acht maanden aan al die tafels hebt besproken. Waarover hebt u het wel gehad? U hebt geen enkele discussie ten gronde gevoerd, niet over de meerwaardebelasting, niet over de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Er worden modaliteiten gevraagd aan de linkerkant, er worden modaliteiten gevraagd aan de rechterkant, er worden modaliteiten gevraagd door de gewesten en door de regeringen. Mijnheer de minister, u moet alles doen om ervoor te zorgen dat die modaliteiten alleszins beperkt blijven.
Florence Reuter:
Merci monsieur le vice-premier ministre.
Laissez les loups crier, ils vont continuer à crier encore pendant quelques années, ce n'est pas grave. Vous l'avez dit, il y a 170 000 emplois vacants. Ce sont ces emplois qu'il faut remplir.
Monsieur le ministre Dermagne, quand vous aviez l'Emploi dans vos compétences, vous étiez le premier à citer le Danemark en exemple. Le chômage y est également limité dans le temps.
Bien évidemment, nous allons accompagner les demandeurs d'emploi. Bien évidemment, nous avancerons avec les entités fédérées pour activer les demandeurs d'emploi. Il faut remettre la valeur "travail" au premier plan. Travailler, ce n'est pas une punition, c'est avoir une place dans la société. C'est aussi sur les mentalités qu'il faut agir.
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, diegenen die een opleiding volgen, zijn ongerust en willen duidelijkheid. Ze hebben een contract gesloten met de overheid over een traject naar werk en willen dat dat gehonoreerd wordt.
Voor ons is het duidelijk. Er zijn vandaag ontzettend veel vacatures in ons land. Alleen al in de zorg geraken meer dan 140.000 vacatures niet ingevuld. Het is dan ook de opdracht van de regering om werklozen zo snel mogelijk naar een job toe te leiden. We zullen hen daarbij moeten helpen en we zullen dat samen met de deelstaten moeten doen. Mijnheer de minister, op ons kunt u rekenen.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
U weet allen dat wanneer een naam valt, de betrokkene dan geneigd is om een persoonlijk feit in te roepen. Ik probeer dat op een objectieve manier te bekijken. Er was de wens dat de heer Hedebouw bij voortduring 1 mei zou kunnen vieren. Ik kan dat bezwaarlijk een belediging of een negatieve kwalificatie noemen.
Er is een oordeel geveld over het beleid van de heer Dermagne en ik denk dat dat wel een persoonlijk feit is. ( Protest op de banken )
Collega's, het komt de voorzitter toe om te oordelen over het persoonlijk feit of niet en ik denk dat ik daarbij geen onderscheid maak. Mijnheer Hedebouw, u kunt het noemen van uw naam bezwaarlijk een belediging noemen.
Ik wil iedereen nogmaals op het hart drukken dat ze best geen namen noemen. Collega Ronse, ik vermoed dat de heer Hedebouw heel blij is dat u zijn naam hebt genoemd, want dat geeft hem nu de kans om de indruk te wekken dat er een persoonlijk feit is. Ik heb mijn oordeel geveld en de heer Dermagne krijgt het woord.
Pierre-Yves Dermagne:
Je vous remercie, monsieur le président.
Madame Reuter, vous avez une vision simpliste de la vie et de la société. Je ne vais pas crier ici, je vais simplement vous rappeler quelle est la réalité. Il y a effectivement un peu plus de 100 000 demandeurs d'emploi de longue durée. Parmi eux, près des deux tiers ont travaillé les deux années précédentes.
Pas suffisamment pour pouvoir sortir des chiffres du chômage, mais nous ne sommes pas avec des bénéficiaires ravis de recevoir une allocation de chômage. Nous sommes avec des gens qui essayent de retrouver le chemin du travail. Et parmi les 170 000 emplois en pénurie, il y a des emplois d'infirmier et d'infirmière, des emplois d'enseignant et d'enseignantes, de technicien et de technicienne, des emplois qui nécessitent une formation, qui nécessitent un diplôme.
Si vous pensez que, demain, on va former des infirmiers et infirmières ou des enseignants et enseignantes en un an, ce n'est pas le modèle de société que nous, au Parti Socialiste, nous voulons. Nous voulons de l'emploi de qualité, de l'emploi qui rémunère de manière digne celles et ceux qui travaillent, et des emplois qui émancipent, comme M. Clarinval l'a évoqué tout à l'heure, mais en parlant de choses qu'il ne connaît pas.
Florence Reuter:
Vous, vous savez sûrement comment on vit! Mais pour qui vous prenez-vous en donnant des leçons? Pour qui vous prenez-vous? Je n'ai cité aucun nom, monsieur le président.
Pour les socialistes, qui ont enfin perdu les élections et qui enfin se retrouvent dans l'opposition après des années et des décennies d'assistanat, il est peut-être temps de regarder les choses en face. Alors moi, je ne suis sûrement pas fataliste, je suis justement réaliste, mais je suis surtout optimiste. Et je n'ai cité aucun nom.
Voorzitter:
U had wel degelijk de heer Dermagne bij naam genoemd, mevrouw Reuter.
Pierre-Yves Dermagne:
Madame Reuter et vos collègues du MR, dites-moi comment on va former demain une infirmière ou un infirmier en un an!
Florence Reuter:
(…)!
Voorzitter:
Collega's, ik denk dat de diverse standpunten vrij duidelijk zijn gemaakt.
De aanhoudende stakingen bij de NMBS
De nieuwe stakingen bij de NMBS, de staking te veel?
De stakingen bij de NMBS
De stakingen bij de spoorwegen
NMBS stakingen en hun impact
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
MR
Gilles Foret
PS
Dimitri Legasse
Groen
Staf Aerts
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De recordaantal spoorstakingen (19 dagen in 3 maanden, met 88 geplande stakingsdagen tot augustus) verlamt het openbaar vervoer, waarbij minoritaire vakbonden (met radicale eisen zoals pensioen op 55) reizigers gijzelen als politiek pressiemiddel tegen de bezuinigingsplannen van de regering (700 miljoen euro efficiëntiewinst, minder personeel, afbouw pensioenen). Minister Crucke belooft juridische stappen tegen misbruik van stakingsrecht en versterking van het minimale dienstverleningsgarantie, maar weigert structureel in te grijpen in het sociaal overleg, ondanks draagvlakverlies voor vakbonden en strategische risico’s (bv. logistieke verdedigingscapaciteit). Kernconflict: regeringsplannen (minder kosten, meer flexibiliteit) botsen met vakbondseisen (behoud statuut, pensioenen), terwijl reizigers en bedrijven de hoofddupe zijn—zonder concrete oplossing op korte termijn.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, laten we eerlijk zijn, de stakingen waarmee de vele tienduizenden reizigers de voorbije weken en maanden af te rekenen hebben, zijn echt een schande. Sommigen spreken zelfs over pestgedrag en ik kan hun geen ongelijk geven. De ene vakbond wil nog straffer doen dan de andere als het gaat over syndicale acties.
Ik vraag me trouwens af hoe het eraan toegaat bij de vakbonden. Vraagt de ene bij de bespreking van de te voeren acties of twee dagen volstaan om de regering te treffen, waarna de andere er een schep bovenop doet door zes dagen te willen staken en een derde ten slotte oproept om twee weken te staken, zodat men wel zal moeten luisteren. Zou het er zo aan toegaan?
Mijnheer de minister, ondertussen is er natuurlijk de harde realiteit: de acties volgen elkaar in snel tempo op. In het regeerakkoord lezen we dat de arizonaregering er alles aan wil doen om de vakbonden hun historische rol te laten spelen. Dat nemen ze bij de vakbonden natuurlijk heel serieus. Verder staat in het regeerakkoord dat het stakingsrecht gegarandeerd moet blijven. Ook dat nemen ze heel serieus. Maar wat met de rechten van de treinreiziger? Waar is het respect voor hen?
Mijnheer de minister, hoelang zult u het sociaal overleg nog kansen geven? Hoelang zult u het nog aanzien? Wanneer zult u eindelijk ingrijpen?
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, quelle belle cravate! Dommage pour la couleur…
"Quand la grève devient la norme et les trains qui roulent l'exception…" Voilà le titre de l'édito de Sudinfo ce matin. Il faut malheureusement bien reconnaître, monsieur le ministre, que la formule employée résume parfaitement la situation que doivent endurer des milliers de travailleurs, des étudiants, des touristes et d'autres usagers du rail depuis plusieurs semaines. Et les perspectives des cinq prochains mois ne sont guère plus réjouissantes quand on fait le compte des grèves annoncées: une grève du 23 au 30 mars, une grève générale le 31 mars, six autres journées en avril, deux semaines supplémentaires en mai et puis un peu en juin, évidemment. Et pourquoi ne pas aller plus loin en juillet et en août et proposer des grèves estivales les vendredis et samedis pour bien plomber les vacances de ceux qui en auront bien besoin?
Je ne peux que rejoindre les directions de la SNCB et d'Infrabel, qui condamnent fermement ces grèves. Ces actions sont inacceptables, irresponsables et disproportionnées. Elles pénalisent les 900 000 voyageurs transportés chaque jour ainsi que, ne l'oublions pas, les entreprises qui font le pari du fret ferroviaire pour transporter leurs marchandises. Si l'on voulait plomber le shift modal, on ne s'y prendrait pas autrement! Les raisons de ces grèves préventives, punitives, restent les mêmes: les pensions, alors même qu'aucune mesure gouvernementale n'a encore été prise ni même discutée!
Je n'ose pas non plus imaginer quelle serait la situation, monsieur le ministre, si votre prédécesseur n'avait pas mis en place le service garanti. Je tiens aussi à saluer le personnel de la SNCB et d'Infrabel qui se rendent disponibles durant ces jours de grève afin d'assurer une certaine continuité du service de transport ferroviaire de personnes.
Monsieur le ministre, où en sont les consultations avec les syndicats? Avez-vous encore prise sur le dialogue social, qui semble hors de contrôle? Comment comptez-vous limiter l'impact de ces grèves à répétition pour les usagers? Allez-vous renforcer rapidement la législation sur le service garanti?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, les grèves continueront, parce que vous n'avez pas pu rassurer les travailleurs. Vous n'avez d'ailleurs pas vraiment répondu à leurs questions. Non, aujourd'hui, ce n'est pas le 1 er mai, c'est théoriquement la Journée mondiale du bonheur. Mais, pour les gens qui travaillent sur le rail, ce ne l'est vraiment pas. Les travailleurs s'inquiètent de vos projets de restructuration du rail. Thierry, un accompagnateur de ma commune, m'en parlait encore il y a quelques jours; Gérald, mon cousin qui travaille chez Infrabel, m'en parlait également.
Votre gouvernement a confirmé sa volonté d'économiser 700 millions sur les entreprises du rail. Et, hier, vous avez confirmé en commission ces économies, tout en reprenant les termes du contrat de votre prédécesseur, c'est-à-dire renforcer le réseau, élargir l'offre, améliorer la ponctualité. Mais, pour cela, vous demandez aux travailleurs d'en faire plus, en leur garantissant moins de moyens. Ce n'est pas crédible. La recette proposée aux 28 000 travailleurs, c'est plus de flexibilité, plus de productivité, moins de droits. Monsieur le ministre, on parle de métiers qui fonctionnent 365 jours sur 365, par tous les temps, pour préparer les trains et accompagner les usagers. Être disponible la nuit et le jour, travailler à pauses, et ce, en subissant près de 2 000 agressions par an selon les derniers chiffres.
Vos réformes, monsieur le ministre, c'est moins de trains, moins de services en gare, moins d'arrêts et une dégradation de la qualité du service ferroviaire. Vous avez encore la possibilité d'inverser les choses. Un calendrier de négociations avait été fixé. Quand allez-vous défendre vraiment les travailleurs et les usagers du rail? Les deux sont indissociables. Que comptez-vous faire pour sortir de cette situation de crise?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de arizonaregering en uw ministerschap zijn nog geen drie maanden ver. Op die drie maanden telden we al 19 dagen spoorstaking. Dat is nu al een record. Is dat veel? Ja, dat is veel. 2025 is nu al een recordjaar in vergelijking met de voorgaande tien jaren en het is nog geen drie maanden ver! Als we alle aangekondigde stakingsdagen in het overzicht opnemen, dan komen we tegen eind augustus aan 88 stakingsdagen, gedurende dewelke de treinreiziger in de kou blijft staan. Protesteert het personeel vandaag tegen de NMBS, zoals meestal het geval is? Nee, die mensen protesteren tegen uw beleid, tegen uw ingrijpen in hun sociaal statuut, tegen uw ingrijpen in hun pensioen.
Wat zullen we zeggen tegen al wie vandaag in de kou blijft staan? Ik ken werknemers die door de staking niet op hun werk geraken. Wat moeten zij doen? Moeten zij verlof nemen? Wie heeft er 88 vakantiedagen? Wat zegt u aan de studenten die niet in de les geraken? Wat zegt u tegen de families die een uitstap naar zee willen maken?
Men heeft het over 675 miljoen euro efficiëntiewinsten, maar het is geen geheim op wiens kap die worden gemaakt, namelijk op die van het personeel.
We moeten net kunnen rekenen op een sterker openbaar vervoer, een groter aanbod, betere dienstverlening en meer stiptheid. Hoe zult u dat verwezenlijken? Uw beleid is daarvoor alvast geen optie.
Mijnheer de minister, u mag de treinreiziger niet langer meer in de kou laten staan. U moet erover waken dat de besparingen het NMBS-personeel en de treinreizigers via de stakingen niet treffen. Mijnheer de minister, hoe gaat u met mijn oproep aan de slag?
Jean-Luc Crucke:
Depuis l'entrée en fonction du gouvernement, notre pays a été effectivement confronté à une série de mouvements de grève dans le secteur ferroviaire, totalisant à ce jour, contrairement à ce qui a été dit, 11 jours d'arrêt de travail, avec une projection de 18 jours d'ici la fin du mois de mars. Ces actions, principalement initiées par les syndicats minoritaires, ont fortement perturbé le réseau ferroviaire, suscitant un mécontentement croissant parmi les usagers et l'ensemble de la population.
Je tiens à rappeler que les grèves qui surviennent actuellement dans le secteur ferroviaire sont exclusivement motivées par des mesures prises sur la base d'un accord de gouvernement. Cet accord a été négocié dans le cadre d'un exercice démocratique. Il a été adopté après les élections qui ont dégagé des majorités politiques claires et qui ont été suivies d'une négociation gouvernementale rigoureuse. Dès lors, il n'appartient pas à de petits syndicats, représentant une minorité de travailleurs du rail, de bloquer aujourd'hui tout un pays et de prendre en otage la majorité de nos concitoyens. J'entends que l'on dit "Ça, c'est vrai". Quand on dit ça, c'est que ce qu'on dit normalement n'est pas vrai. Mais cela, c'est vrai aussi: je rencontre des travailleurs du matin au soir qui me disent qu'ils veulent travailler.
Niettemin wil ik opnieuw mijn onwrikbaar engagement bevestigen voor het sociaal overleg, de hoeksteen van onze democratie en de arbeidsverhoudingen. Het is essentieel een onderscheid te maken tussen de representatieve vakbonden, die de stem van de meerderheid van het spoorwegpersoneel vertegenwoordigen, en de kleine vakbonden, die slechts een kleine fractie van het personeel vertegenwoordigen en niet geïntegreerd zijn in de officiële structuur van het sociaal overleg. Laatstgenoemde vakbonden nemen een radicale houding aan die erop is gericht de regering te destabiliseren en dat is onaanvaardbaar. Eén beweging voert geen traditionele sociale staking, maar een politieke staking. Ze weigert te erkennen dat een pensioen op 55 jaar in de huidige sociaal-economische context niet langer houdbaar is.
Het is zorgwekkend vast te stellen dat er momenteel meer stakingsdagen dan werkelijk gewerkte dagen zijn. De situatie is dat degenen die hun beroep willen uitoefenen, dat niet kunnen doen, waardoor de continuïteit van de openbare dienst wordt belemmerd. In een tijd waarin de spoorwegmaatschappijen voor grote uitdagingen staan, zoals de voorbereiding van de liberalisering van de sector en het garanderen van een efficiënte dienstverlening, ondermijnen die verstorende acties de fundamenten van ons spoorwegsysteem en de sociale dialoog die daaraan ten grondslag ligt. Dergelijk gedrag is suïcidaal voor het bedrijf.
Mijn geduld heeft net als het geduld van de pendelaars zijn grenzen. Het stakingsrecht is niet absoluut. Een staking op een dergelijke schaal is een onredelijke en onrechtmatige inmenging in de goede werking van de openbare dienst van de Belgische spoorwegen. De nationale en de Europese rechtspraak erkennen dat grenzen kunnen worden gesteld aan het stakingsrecht om de rechten en vrijheden van anderen te vrijwaren, in het bijzonder het recht op vrij verkeer en de vrijheid van ondernemerschap. Daarom heb ik de juridische afdeling van HR Rail de opdracht gegeven om alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van stakingsattesten te weigeren met behulp van de juridische instrumenten waarover de dienst beschikt.
Enfin, le contexte géopolitique actuel est marqué par des tensions accrues en Europe, ravivant les préoccupations concernant la sécurité sur notre continent. Des voix s'élèvent pour alerter sur la possibilité d'un conflit majeur en Europe, incitant les nations à renforcer leur préparation militaire.
La Belgique, en tant que membre de l'Union européenne et de l'OTAN, se doit de prendre ces avertissements au sérieux et d'adapter ses infrastructures en conséquence.
Le secteur ferroviaire joue un rôle crucial dans la logistique militaire, notamment pour le transport des troupes et du matériel. Il est donc impératif que notre réseau ferroviaire demeure opérationnel et fiable, surtout en période de tensions internationales. Les grèves répétées compromettent cette capacité stratégique et mettent en péril notre aptitude à répondre efficacement à d'éventuelles crises.
Le gouvernement reste fermement engagé en faveur de la concertation sociale et de l'équilibre budgétaire. Mais notre priorité est aussi de garantir un service ferroviaire efficace et fiable pour tous les citoyens, tout en assurant une gestion responsable des finances publiques et en préservant les droits fondamentaux. Le monde syndical doit le comprendre, et nous persisterons.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, het is hartverwarmend om te merken dat u dezelfde analyse maakt, maar het is natuurlijk wel uw verantwoordelijkheid en die van uw regering om ervoor te zorgen dat deze gijzeling stopt. Dat is wat onze reizigers verdienen.
Collega's, waarvoor strijden die vakbonden nu eigenlijk? In onze buurlanden is de pensioenleeftijd veel hoger dan in ons land. Is dat beroep daar dan zoveel minder zwaar dan hier?
Mijnheer de minister, het zal u misschien verrassen, maar ook wij vinden dat de vakbonden een rol te spelen hebben. Vandaag spelen ze echter een verkeerde rol. Hetgeen sommige vakbonden vandaag doen is syndicaal fundamentalisme en dat haalt het draagvlak voor het sociaal overleg volledig onderuit. Reizigers gijzelen om het onverdedigbare te verdedigen, dat is wat zij doen.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et les différents éléments que vous avancez.
Les annonces des prochains jours de grève nous inquiètent tous, qu'on soit travailleur, parent, étudiant. Il faut absolument trouver des solutions. Il faut reprendre un véritable dialogue social. Il faut mettre fin à l'exercice du droit de grève qui est utilisé abusivement. Il faut restaurer la liberté de pouvoir se déplacer et de se rendre rapidement sur son lieu de travail ou d'apprentissage. Il faut aussi permettre qu'en cas de grève, le service garanti soit plus efficace. Nous comptons sur vous pour renforcer ce dispositif qui a été mis en place par votre prédécesseur, M. Bellot.
Monsieur le ministre, vous pouvez compter sur le groupe MR pour avancer avec vous et avec tous les utilisateurs du rail pour faire en sorte que ce soit un mauvais souvenir et que le rail redevienne attractif, comme on le souhaite.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, votre seule réponse, c'est d'opposer les syndicats et les travailleurs aux usagers. Vous laissez les 28 000 travailleurs inquiets sans réponse et vous attaquez les prérogatives des syndicats. Ce n'est pas en envisageant les choses comme cela que vous arriverez à rétablir le dialogue. Ce n'est pas non plus en envisageant de fermer des points d'arrêt et des gares dans les zones rurales que vous augmenterez l'attractivité du rail.
Nous avons entendu vos ambitions, mais je crains qu'il ne reste que des slogans, que ce ne soit que des slogans. Monsieur le ministre, je vous appelle vraiment à rétablir le dialogue avec les syndicats, autrement que vous le faites aujourd'hui, et à ne pas les opposer les uns aux autres. Il y a encore effectivement de nombreux jours de grève devant nous. Il ne tient qu'à vous d'entrer en contact avec eux différemment qu'en les insultant parfois littéralement, me semble-t-il. Je vous remercie.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, u verwijst naar het aantal vakbonden en naar het feit dat er grote en kleine vakbonden zijn. Zou het handig zijn mochten die acties meer op elkaar afgestemd zijn? Ja. Maar die verschillende vakbonden waren er de afgelopen jaren ook al. Toen was er ook al die tendens waarbij ieder zijn eigen boodschap wil uitdragen. Nu zien we echter dat er veel stakingen uitbreken omdat er nu heel veel onrust is door uw plannen. Het is dus van groot belang om met al die mensen aan tafel te gaan zitten en te zorgen voor een veel sterker openbaar vervoer, met een betere en stiptere treinbediening. Ik ben ervan overtuigd dat het personeel en de treinreizigers dat willen. Het zal aan u zijn om dat voor de treinreizigers waar te maken, zodat zij niet langer in de kou blijven staan, want zij zijn het allergrootste slachtoffer.
De zoektocht naar 17 miljard euro voor Defensie
De formatie 2.0 en de budgettaire keuzes voor België
Het bijkomende budget voor Defensie
De impact van de 17 miljard euro op de begroting
De verhoging van het Belgische defensiebudget
Belgische defensiebegroting: uitdagingen en impact.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Theo Francken (Minister van Defensie)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België moet 17 miljard euro vrijmaken om de NAVO-defensienorm (2% BBP) te halen, maar de regering botst op diepe meningsverschillen over financiering: verkoop staatsdeelnemingen (omstreden als "kroonjuwelen"), belastingsverhogingen (weerstand bij cd&v/Vooruit), besparingen (niet op sociale zekerheid), of schulden (afgewezen om toekomstige generaties te belasten). De Wever benadrukt urgentie en eensgezindheid over het *doel* (veiligheid, Europese autonomie), maar geen consensus over *hoe*—kritiek op "cacofonie" en gebrek aan leiderschap, terwijl oppositie (ptb, Groen) vreest voor nieuwe besparingen op arbeiders en sociale voorzieningen. Kernpunt: defensie als hefboom voor begrotingsherziening, met risico op politieke polarisatie en sociale spanning.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, de wereldorde is de laatste weken compleet veranderd. Dat heeft ook implicaties voor België. We zullen niet meer kunnen schuilen onder de paraplu van de Amerikanen, dus er moeten meer aandacht en middelen naar defensie gaan. Via VTM Nieuws vernamen we dat er 17,2 miljard euro gezocht wordt. Dat heeft uw minister van Financiën gezegd.
Er lijkt wel eensgezindheid te zijn. De minister van Begroting heeft gelijk, daarover lijkt wel eensgezindheid te bestaan. Er is echter helemaal geen consensus binnen uw regering over waar het geld vandaan moet komen en wie het zal betalen. Iedereen spreekt elkaar tegen. De minister van Financiën heeft gezegd dat het volledig gecompenseerd moet worden.
(…) : (…)
Alexia Bertrand:
Nee, budget! Ja, voilà, ziet u. De minister van Begroting zei dus dat het volledig gecompenseerd moet worden. Vooruit zegt echter nee. Volgens Vooruit zijn de codewoorden 'buiten de begroting'. Dat bestaat echter niet, dat weet u net zo goed als ik. De schuld blijft oplopen. Iemand moet dat wel betalen.
De minister van Begroting heeft echter een oplossing. Hij heeft vier financieringsbronnen geïdentificeerd.
Ten eerste zullen de overheidsparticipaties verkocht worden. Toch niet, zegt de heer Prévot.
"Pas si vite" dit M. Prévot, "il faut être prudent avec les bijoux de l'État, les joyaux de la Couronne".
"Dat is niet erg, wij hebben een andere oplossing. We gaan het geld aan de regio's vragen," zegt de minister van Begroting.
"Zeker niet, njet," zegt de heer Diependaele, "absoluut niet! Wij gaan daar niet voor betalen. Wij willen niet op de Vlaamse begroting besparen voor een federale bevoegdheid. No way, ik weet van niets!"
Dat is niet erg, er is een derde oplossing, namelijk de Russische tegoeden. "Dat is immoreel, mijnheer de eerste minister. De Russische tegoeden daarvoor gebruiken, is immoreel."
"Wel, dan gaan we besparen."
"Besparen? Niet op de sociale zekerheid," zeggen Vooruit en cd&v.
"Nee, we gaan belasten!", zeggen Les Engagés. "Wij gaan de meerwaardebelasting verdubbelen. Belasten!"
Wat is het nu, mijnheer de minister, waar komt het geld vandaan? (…)
Voorzitter:
Dank u, mevrouw Bertrand.
Vervolgens mag mevrouw Merckx wellicht een soortgelijk pleidooi houden. (Gelach)
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, il y a près de deux mois, vous nous avez présenté votre accord de gouvernement. Vous avez dit: "Il faut mettre le pays au régime. Il n'y a plus d'argent". Dans votre accord, vous avez fait en sorte que l'effort budgétaire, pour 95 %, tombe sur les travailleurs, les malades et les chômeurs.
Aujourd'hui, en fait, vous mettez cet accord à la poubelle. Vous recommencez des négociations pour le gouvernement; et vous voulez faire pire, soi-disant parce qu’il faut trouver 4 ou 17 milliards en plus pour la Défense.
Ce qui est dingue, c'est ce que dit l'Europe. Mme von der Leyen a dit: "Il y a 800 milliards d'euros pour les États, il n'y a pas de problème, vous pouvez dépenser pour la Défense".
Quand c'est pour nos pensions, quand c'est pour nos services publics, il n'y a pas d'argent. Mais quand c'est pour la Défense, il n'y a pas de problème, c'est open bar. C'est ce que nous voyons vraiment.
Et que voyons-nous quant à vos nouvelles négociations? Qu’y a-t-il sur la table? Des sanctions encore plus sévères pour les mutuelles concernant les malades de longue durée. D'autres, comme M. Van Peteghem, disent: "Il faut faire plus d'économies". Va-t-on encore économiser plus dans nos services publics?
Il paraît aussi que vous allez rediscuter du malus pension, parce que le dernier mot n'aurait pas été dit. Si c'est pour aller chercher de l'argent, je suppose que les choses vont empirer.
Il paraît aussi, à propos de la taxe sur les plus-values, que le mot "plus-values" ne figurerait plus dans la note de M. Jambon.
Monsieur le premier ministre, les questions que je vous adresse sont très claires. Quel est votre timing? Qu’y a-t-il réellement sur la table en vue d’aller chercher de l'argent? Allez-vous faire payer la classe travailleuse à 100 %?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, si nous voulons porter un effort de guerre en ce compris vis-à-vis de la population, il faut d’abord rappeler la réalité de la menace.
J’entends des discours qui nous disent que "l'Ukraine, c'est loin, qu'il n'y aura jamais de chars russes place de Brouckère". C'est vrai. Il n'en reste pas moins que la Russie de M. Poutine constitue une menace impérialiste qui attaque ses voisins. Hier, la Géorgie et l'Ukraine. Demain peut-être la Pologne, les États baltes, la Moldavie. La menace n'est pas purement militaire au sens classique. Ce régime empoisonne ses opposants. Ce régime n'hésite pas à court-circuiter et à tenter de pirater les élections dans les pays démocratiques et même à financer et à soutenir des partis extrémistes dans nos pays.
Chers collègues, que l'on aime ou que l'on n'aime pas ce gouvernement, désolé, désormais notre génération devra faire les efforts qui n'ont pas été consentis depuis 40 ou 50 ans, non pas pour faire la guerre, mais pour rester en paix.
Ceci dit, en effet, dans votre gouvernement et en dehors, cela tire dans tous les sens. Différentes sources sont possibles. Il faut faire la différence avec les entreprises publiques. Que l'on se désengage de certaines banques, pourquoi pas? Je ne crois pas que l'État belge ait pour vocation de gérer des banques. Si nous sommes propriétaires, en tout ou en partie, de banques, c'est parce que nous avons voulu les sauver en 2008.
Par contre, je ne voudrais pas que le combo magique des nationalistes flamands au 16 rue de la Loi, aux Finances et à la Défense fasse en sorte que l'on se sépare de certains bijoux de famille comme Proximus et bpost parce que ces entreprises publiques ont une plus-value stratégique, une plus-value pour le citoyen, en ce compris pour l'État belge.
Enfin, monsieur le premier ministre, notre ministre de la Défense, qui est extrêmement volubile, nous fait part de ses analyses géostratégiques à peu près tous les jours. Je crois que vous êtes la seule personne dans l'hémisphère Nord à avoir un peu d'influence sur lui pour le moment. Peut-être pourriez-vous le délivrer un peu de son "trumpisme" pro-américain parce qu'avec ces 17 milliards, il ne faut pas acheter de l'américain mais du belge et de l'européen!
Steven Matheï:
Mijnheer de premier, 17,2 miljard euro is nodig om de NAVO-norm te halen. Dat is een zeer hoog bedrag, iets wat niet zomaar uit de lucht komt vallen en een doordacht plan vereist dat zeker rekening houdt met onze hoge staatsschuld en onze hoge belastingdruk.
Op zich heeft men nu twee keuzes. We kunnen die 17,2 miljard euro betalen door schulden op te bouwen en de factuur naar de volgende generaties door te schuiven, met alle gevolgen van dien, ofwel nemen we onze verantwoordelijkheid en gaan we ook op zoek naar compenserende maatregelen, zodat de schuld binnen de perken blijft. De minister van Begroting heeft een voorstel van budgettair kader op tafel gelegd waarin er enerzijds voor wordt gezorgd dat er een broodnodige versnelling kan komen om de NAVO-norm te halen en waarin anderzijds ook wordt gezorgd voor een mix van compenserende maatregelen, zodat onze schuld niet stijgt.
Daarom is onze vraag aan u heel eenvoudig. Zal uw regering ervoor zorgen dat de extra, broodnodige uitgaven ook worden gecompenseerd, zodat onze schulden niet verder stijgen?
Voorzitter:
Collega Matheï, het onderwerp van de vragen is '17 miljard euro', maar u maakt er 17,2 miljard euro van. Ik had uw vraag eigenlijk ongeldig moeten verklaren.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je pense qu'il est maintenant clair pour tout le monde que l'Europe doit arrêter d'être naïve, doit arrêter de se plaindre et de pleurer, et qu'elle doit agir. J'entends certains dire qu'on va trouver de l'argent pour la Défense plutôt que pour nos hôpitaux et nos politiques sociales. Mais, si nous ne sommes pas capables d'assurer notre sécurité, il n'y aura plus d'hôpitaux, plus de politiques sociales, plus de bien-être! Ne pas être à côté de l'histoire, c'est aussi prendre ses responsabilités au moment où cela s'impose, plutôt que de choisir la facilité.
Monsieur le premier ministre, il y a un enjeu en termes de Défense, mais également sur d'autres aspects, sans doute encore plus dangereux pour l'Europe. Ce sont ceux de la guerre commerciale, de la guerre industrielle et de la protection numérique. Nous avons aujourd'hui beaucoup plus de risques de subir une attaque numérique qui relègue notre pays au Moyen-Âge que d'avoir des chars russes sur la Grand-Place de Bruxelles.
Monsieur le premier ministre, dans les 2 % que nous devons consacrer dès cette année à la Défense – certains partenaires nous ayant empêchés par le passé de le faire sur la durée, nous sommes obligés de faire aujourd'hui des efforts beaucoup plus stricts –, est-il prévu que des moyens et surtout une stratégie puissent être développés pour garantir une autonomie commerciale, une autonomie industrielle, une autonomie numérique à l'Union européenne? Car c'est à ce prix que nous pourrons conserver notre sécurité. Aujourd'hui, s'équiper militairement afin de respecter nos engagements vis-à-vis de l'OTAN est fondamental, mais faire en sorte de préserver notre bien-être et notre sécurité intérieure l'est tout autant.
Voorzitter:
Dat betekent dat de eerste minister 5 minuten heeft om te reageren op deze reeks vragen.
Bart De Wever:
Chers collègues, comme vous le savez, le gouvernement a déjà prévu une importante trajectoire de croissance pour nos dépenses en défense; nous visons 2 % d’ici la fin de cette législature. De cette manière, ce gouvernement ferait enfin ce qui a été négligé au cours de ces dernières décennies: honorer nos engagements internationaux, et montrer que ce pays est un allié fiable pour l’OTAN. L’effort déjà prévu était considérable, surtout dans le contexte budgétaire désastreux dont nous avons hérité. Cependant, les derniers développements géopolitiques nous obligent à accélérer cette trajectoire de croissance. Avec le sommet de l’OTAN prévu cet été, un effort supplémentaire sera nécessaire pour montrer à nos partenaires que notre pays veut apporter sa juste contribution pour garantir la sécurité de notre continent européen.
À ce sujet, je constate une unanimité claire au sein de notre gouvernement, et je m’en réjouis. Je pense en effet que M. Bouchez a raison: la menace est existentielle, elle est claire. À moins d’appartenir à la cinquième colonne de Poutine, tout le monde le voit. Cela nécessite effectivement – et évidemment – un ajustement de la trajectoire budgétaire pour les prochaines années. Nous souhaitons bien entendu l’intégrer le plus rapidement possible, c’est-à-dire dans le budget que nous soumettrons pour ce qui reste de cette année. Les détails ne pourront évidemment n’être communiqués qu’une fois un accord trouvé au sein du gouvernement. Il est vrai que j’ai déjà pu lire de nombreuses déclarations à ce sujet de la part des partenaires de la coalition, ce dont je me réjouis un peu moins, mais passons. Cependant, d’après mes premiers contacts avec ces partenaires de la coalition, j’ai bon espoir qu’un tel accord pourra être trouvé rapidement.
Ik wil wel volgende duidelijkheid scheppen. De regering leeft in het besef dat men een euro slechts één keer kan uitgeven en dat geld niet zomaar uit de printer rolt. Misschien is het een goede zaak dat Europa de komende jaren iets minzamer zal kijken naar de uitgaven voor defensie. Dat ontslaat ons echter niet van de verantwoordelijkheid om een duurzaam begrotingstraject te bewandelen. En verschrikkelijk veel marge heeft dit land uiteraard niet. We kunnen niet fel buiten de lijntjes kleuren, want we hebben nog moeite om de lijntjes te bereiken.
Ik heb dinsdag ook een goed gesprek gehad met de ambtsgenoten uit Vlaanderen en Wallonië. We hebben het onder meer gehad over gemeenschappelijke mogelijkheden en opportuniteiten, ook inzake defensie. Ik kan u zeggen dat we zeer eensgezind zijn en dat alle collega's doordrongen zijn van de uitdagingen waarvoor we staan, maar ook van de opportuniteiten die deze bieden.
De komende tijd zullen de deelstaten zeker inspanningen leveren, dat heb ik hun ook gevraagd en dat waren ze ook van plan, om hun regelgeving inzake de defensie-industrie te versoepelen. Het zou immers ontzettend dom zijn, collega's, om niet te proberen met onze eigen bedrijven maximaal te profiteren van de groeiende defensiebehoeften in Europa en de wereld. In elke crisis ligt een opportuniteit en ik roep derhalve alle overheden, maar ook heel ons bedrijfsleven, op om de kansen van een groeiende defensie-industrie in Europa te zien en te plukken. Op die manier zullen wij bijdragen tot de veiligheid van onze burgers en tot de veiligheid van Europa en tegelijk tot de versterking van ons economisch en industrieel weefsel.
Dit is geen tijd voor naïviteit, dit is geen tijd voor afwachten, het is een tijd om te kiezen en om te handelen. En dat zal deze regering zeer binnenkort doen.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, u bent niet gelukkig met de uitspraken van verschillende leden van uw regering, maar het is uw taak als eerste minister om ervoor te zorgen dat alle neuzen in dezelfde richting staan. En dat is uw probleem: u hebt een regering, maar u hebt geen ploeg. U hebt de partijvoorzitters moeten samenroepen, en dat al na zeven weken. Na zeven weken hebt u de partijvoorzitters al nodig. U staat onder curatele van de partijvoorzitters.
Ik zeg het u al, collega's, luister goed: Defensie wordt het excuus voor de begroting. Dat wordt het codewoord: begroting, tekort, Defensie. Dat zal het zijn.
Let goed op, het wordt het rookgordijn voor de begroting.
Sofie Merckx:
Aujourd'hui, l'Europe dépense déjà plus que la Russie pour sa défense.
Nous nous posons donc en effet la question du bien-fondé de la décision d'y injecter des milliards supplémentaires. Nous ne sommes d'ailleurs pas seuls: ce week-end , Mme Rutten de l'Open Vld a exprimé ses interrogations quant à cette décision.
Monsieur De Wever, lorsque vous dites qu'on ne peut dépenser l'argent qu'une seule fois, nous pouvons déjà deviner la direction que cette affaire prendra. Le problème est que vous voulez tirer parti de cet effort et de ce climat pour réaliser des économies encore plus drastiques aux dépens de la classe travailleuse, alors que certaines mesures que vous avez proposées sont inacceptables. C'est le cas, par exemple en ce qui concerne les pensions.
C'est pour ces raisons que, ce 31 mars, nous serons en grève avec l'ensemble des travailleurs du pays.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse, même si nous n'avons pas appris grand-chose.
La cacophonie qui vous désole porte malheureusement un nom qui ne va pas vous faire plaisir: elle rappelle un peu la Vivaldi. En tout cas, c'est ainsi que cela avait commencé. Bonne chance!
En ce qui concerne les entreprises publiques, il s'agit de choix stratégiques. En tant que député, je ne voudrais pas que nous nous réveillions un matin en découvrant que toute une série d'entreprises publiques a été vendue sans que nous le sachions. Cela mérite un débat parlementaire, même à huis clos, puisque je comprends le caractère de confidentialité.
Je suis très heureux que vous puissiez aider le développement des industries de défense en Wallonie, en Flandre et en Europe. Il ne faudrait pas que ce réflexe s'arrête aux munitions et aux chars. Cela concerne également, potentiellement, les avions de chasse. Si les Européens sont capables de construire des avions de ligne comme les Airbus, il n'y a aucune raison que d'ici 10, 15, 20 ou 30 ans, nous ne soyons pas aussi capables de construire des avions de chasse.
Steven Matheï:
Mijnheer de premier, u onderstreept terecht dat er aanzienlijke inspanningen nodig zijn om onze investeringen in defensie de NAVO-norm te laten halen. We benadrukken wel dat het belangrijk is om die factuur niet door te schuiven naar de volgende generaties. Tegelijkertijd ontplooit er zich een soort hybride oorlog in ons land en daarom moeten we ervoor zorgen dat de interne veiligheid in ons land ook gewaarborgd blijft. Dat zal een verhaal voor de komende weken en maanden zijn.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je pense qu'un angle n'a pas eu l'occasion d'être abordé, c'est la question de l'autonomie sur le plan commercial et numérique, qui, à mon sens, est vraiment un enjeu au moins tout aussi important. Pour le reste, en ce qui concerne le financement des 2 %, puisque certains ont demandé un peu de clarté, je peux d'ores et déjà donner la position de notre formation politique. C'est que vous ne pouvez pas avoir les chefs d'État et de gouvernement de l'Union européenne qui, devant toutes les caméras, disent que, potentiellement, une guerre est à nos portes et faire croire aux gens que rien ne va changer dans les budgets. À un moment donné, vous devez consacrer vos moyens aux besoins qui sont des besoins impériaux et vitaux pour la survie de notre pays et de l'Union européenne. Il ne faut pas d'impôts en plus dans le pays le plus taxé. Il faut du financement structurel! Il faut du courage politique! Je vous remercie.
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Belasting op toegevoegde waarde
Gesteld door
Open Vld
Steven Coenegrachts
VB
Lode Vereeck
Groen
Dieter Vanbesien
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de omstreden meerwaardebelasting (Jambontaks), waar de regering na zeven versies en interne tegenstrijdigheden nog steeds geen duidelijke modaliteiten voor heeft. Cd&v stelt voor de belastingvrije som te verdubbelen (van 10.000 naar 20.000 euro) om de middenklasse te sparen, maar de coalitiepartners (met name Vooruit) blokkeren dit, terwijl de opbrengstdoelstelling van 500 miljoen euro (de helft van Planbureaucijfers) onrealistisch lijkt door uitzonderingen. Kritiek richt zich op rechtsonzekerheid, discriminatie tussen beleggers en het risico op vernietiging door het Grondwettelijk Hof, terwijl oppositiepartijen de belasting afschilderen als een aanslag op Vlaamse spaarders en een politiek compromis zonder visie. Minister Jambon blijft vaag, verwijzend naar lopende administratieve voorbereidingen en de noodzaak van meerderheidsakkoord.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, deze regering is ondertussen zeven weken aan de slag. Ondertussen zijn we ook al aan versie 7 van de meerwaardebelasting. Vandaag wil cd&v het plafond van 10.000 naar 20.000 euro brengen.
Ik weet wat u zult roepen, ik weet wat u zult antwoorden. U zult het over de modaliteiten hebben. U had het daarover toen de premier voor zijn beurt sprak en de Vlaamse spaarder wilde beschermen. U had het daarover toen de geheime afspraken van sommige partijvoorzitters met de premier bekend werden en u sprak daarover ook toen u zelf moest toegeven dat de middenklasse getroffen werd.
Cd&v heeft het vandaag echter niet over een modaliteit. Cd&v verandert vandaag een afspraak die in het regeerakkoord staat. De heer Rousseau zei daarnet voor de camera's van Villa Politica dat morrelen aan het regeerakkoord een groot probleem is. De heer Mahdi zei dat hij zich grote zorgen maakt, als dat voor de heer Rousseau niet kan.
Welnu, mijnheer de minister, ik maak mij grote zorgen in uw plaats. Ik vraag mij af of u al spijt hebt. Hebt u al berouw? Hebt u berouw voor dat moment van zwakte, die nacht in de Koninklijke Militaire School toen u de meerwaardebelasting geslikt hebt? Het is immers de heilige graal van uw regering geworden. Iedereen ziet er ongelooflijk veel geld in, tot spijt van Paul Magnette trouwens, want hij wilde dat tarief verdubbelen zodra de PS weer in de regering komt. De heer Nuino van Les Engagés stelde echter dat men niet moet wachten op Paul Magnette, en dat deze regering dat wel zelf zal doen. Deze regering zal het tarief zelf verdubbelen.
Mijnheer de minister, wat vindt u? Wat vindt u van dit zevende voorstel over die meerwaardebelasting? Wat is uw reactie?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, we vernamen ondertussen dat de premier het regeerakkoord wil heronderhandelen, een regeerakkoord 2.0, om miljarden te vinden voor defensie en om enkele losse eindjes vast te knopen. Een van die losse eindjes is de meerwaardetaks. Een los eindje zou ik dat niet noemen, want er is gewoon geen touw aan vast te knopen.
Wat met de discriminatie tussen kleine en grote beleggers? Wat met de beleggers met een belang van 19 %? Wat met historische minwaarden? Wat met de aftrek van kosten voor de verwerving van aandelen? Wat met de waardering van een niet-beursgenoteerd bedrijf? Wat met gespreide aankopen van aandelen? Wat met de dubbele belasting, zoals de Reynderstaks? Wat met geherinvesteerde meerwaarden?
De regering weet het niet, de premier weet het niet, de minister van Financiën weet het niet en de coalitiepartners spreken elkaar gewoon tegen.
Vandaag kopt de krant: "Wat met de fiscale vrijstelling op meerwaarden tot 10.000 euro?" De voorzitter van cd&v wil die verdubbelen tot 20.000 euro om de gewone beleggers en spaarders te ontzien. Daarmee zegt hij wat wij en alle fiscale experts al weken zeggen: de Jambontaks is geen taks op de superrijken, maar op de hardwerkende en sparende middenklasse, die vooral in Vlaanderen leeft.
Mijnheer de minister, ik heb twee vragen voor u. Ten eerste, is er maandag in de regering overeenstemming bereikt om die belastingvrije som voor particulieren op te trekken tot 20.000 euro? Ten tweede, wat is het effect op de fiscale opbrengsten? Hoe denkt u die te compenseren?
De collega van de PVDA wees er al op, naar verluidt zou uw beleidsnota al gelekt zijn in de pers. Is er eigenlijk nog sprake van een meerwaardebelasting in de laatste versie van uw beleidsnota?
Voorzitter:
Dan hebben we nog een vraag van de heer Vanbesien, die in de commissie was ingediend en hier wordt toegevoegd.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, ik heb iets meegebracht waarover ik het vandaag met u wil hebben: een los eindje. Als ik de pers mag geloven, is uw eerste minister momenteel fulltime bezig met het aanpakken van losse eindjes.
Dit los eindje gaat over de meerwaardetaks. We hebben er al veel vragen over gesteld en er is al veel over gezegd, maar uw antwoord is altijd hetzelfde, namelijk dat de precieze modaliteiten nog besproken moeten worden. Dat is een andere formulering voor "het is een los eindje". Nochtans klopt dat niet helemaal. Niet alle modaliteiten moeten nog worden besproken. Er is één modaliteit waarover iedereen in uw meerderheid het blijkbaar eens is: de belasting moet 500 miljoen euro opbrengen. Wat en hoe weten we nog niet, maar de opbrengst ligt vast op 500 miljoen. U hebt dat al herhaaldelijk gezegd en als u dat niet doet, dan is er nog altijd de arizonaluitenant Axel Ronse, die het ook overal rondbazuint.
Mijnheer de minister, het Federaal Planbureau heeft berekeningen gemaakt over zo'n meerwaardetaks. Als u een tarief van 10 % hanteert, zoals in uw regeerakkoord staat, brengt die meerwaardetaks 1 miljard op, niet 500 miljoen. Dat verschil is niet zomaar een afronding na de komma. Uw 500 miljoen is de helft van wat het zou moeten opleveren.
Ik heb dan ook maar een vraag voor u, mijnheer de minister. Hoe komt u aan die modaliteit waarover iedereen het eens is? Hoe komt u aan het getal van 500 miljoen euro opbrengsten uit de meerwaardetaks?
Jan Jambon:
Mijnheer Coenegrachts, zeven is een heilig getal. Misschien kunnen we het daarbij houden.
(…) : (…)
Jan Jambon:
Na zeven vette jaren komen er inderdaad zeven magere jaren.
Collega's, zoals ik altijd al gezegd heb, staat het kader voor de meerwaardebelasting in het regeerakkoord. Zo werd het ook afgesproken. De opdracht voor de concrete uitvoering daarvan werd gegeven aan de administratie, die daarmee vanaf dag één bezig is. Vroeg of laat zal ik met een wetsvoorstel naar de Kamer komen en zullen we alle modaliteiten kunnen bespreken. Een meerwaardebelasting is echter niet zomaar een cijfertje in een wetboek veranderen. Dat is een grondige aanpassing en mijn administratie werkt daar hard aan.
Ik heb ook kennisgenomen van het feit dat een van de regeringspartijen een modaliteit heeft voorgesteld op de meerwaardebelasting. Dat kan, maar dan moeten de vijf partijen daarmee akkoord gaan. We zullen in de volgende dagen en weken zien of we daarover binnen de meerderheid een akkoord kunnen vinden. Zo gaat dat namelijk met een regeerakkoord.
Meneer Vereeck, ik weet ook niet hoe mijn beleidsnota in de pers is gekomen. Ze kwam alleszins niet van bij ons op het kabinet. Ze kwam niet van bij ons. Dat kan ik u met de hand op het hart zeggen. U zult daarin inderdaad niets vinden over de meerwaardebelasting. U moet echter eens op Google zoeken naar 'solidariteitsbijdrage'. Dan zult u dat vinden, mijnheer Vereeck.
Ten slotte, en een beetje ernstiger, mijnheer Vanbesien, de berekening van het Planbureau houdt geen rekening met de voetvrijstelling die voorzien is. Ze houdt ook geen rekening met de uitzondering voor het aanmerkelijk belang.
Dat verklaart het verschil in omvang.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u hebt uw tijd niet volledig opgebruikt. Dat is niet verwonderlijk, want u hebt opnieuw niet geantwoord op de vragen. Ik zag daarjuist de heer De Wever spreken met de heer Mahdi. Waarschijnlijk was dat om die modaliteiten uit te klaren. Hij sprak echter met de verkeerde partijvoorzitter.
Ik weet namelijk wat uw echte probleem is, mijnheer de minister. Als er gesproken wordt over mensen die tien jaar hun aandelen vasthouden, dan zegt de heer Rousseau: "Dat zullen we niet doen." Als hier gesproken wordt over 20.000 euro, dan zeggen de Vlaamse socialisten: "Dat zullen we niet doen." Als hier gesproken wordt over de bescherming van de kleine spaarder, dan zeggen de Vlaamse socialisten: "Njet, dat doen we niet!"
De heer De Wever sprak met de verkeerde partijvoorzitter. Hij moet spreken met Conner Rousseau! Dat is ook uw probleem, mijnheer de minister. U gaat keer op keer op keer door de knieën voor de Vlaamse socialisten. Ik vraag u om daarmee te stoppen! Ik dank u.
Lode Vereeck:
Collega's, er is eigenlijk geen reden waarom de winst uit aandelen wel belast moet worden en de winst op aandelen niet, maar in het zwaarst belaste land ter wereld is die belasting gewoon de belasting te veel. Bovendien leidt de chaos binnen de regeringscoalitie tot rechtsonzekerheid. De situatie in de Verenigde Staten illustreert wat daarvan de gevolgen kunnen zijn.
Mijnheer de minister, schrap de Jambontaks en kom terug met een serieuze fiscale hervorming en een forse verlaging van de belastingdruk, zoals in een duale inkomenstaks. Deze Jambontaks dient tot niets, behalve socialistische ego's strelen en Belgische begrotingskraters vullen. Het is een platte belasting op de Vlaamse welvaart. Dat uitgerekend u als N-VA'er en voormalig Vlaams minister-president daaraan meewerkt, is een regelrechte schande. Weg ermee!
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, collega's, wat er gebeurt met de meerwaardetaks roept slechte herinneringen op aan de enige andere keer dat de N-VA de federale minister van Financiën leverde. Volgens het toenmalige regeerakkoord moest minister Johan Van Overtveldt een effectentaks invoeren. Hij is toen zeer creatief te werk gegaan met modaliteiten. Er werden zoveel uitzonderingen ingevoerd dat het Grondwettelijk Hof de wet vernietigde. Vivaldi heeft dat later uiteindelijk gecorrigeerd. Hier gebeurt exact hetzelfde: modaliteiten en reducerende inkomsten. De heer Bouchez zal u wel helpen om te bepalen wie er bediend moet worden. Uiteindelijk zal het Grondwettelijk Hof ook uw wet vernietigen en zullen de middenklasse en de meest kwetsbaren het gat in de begroting mogen dichtrijden. Collega's, ik ben benieuwd welke volgende regering deze keer de tekst zal mogen corrigeren.
Een vooruitblik op de volgende week geplande Europese Raad van Defensieministers
Steun aan de economie en de bedrijven gezien de mogelijke verhoging van de Amerikaanse douanerechten
De door Donald Trump gevoerde geopolitiek
De Europese reactie op de verhoging van de douanerechten door de Verenigde Staten
De handelsoorlog met de Verenigde Staten
De door Donald Trump aangekondigde invoerheffingen op Europese producten
De douanerechten en het Europese concurrentievermogen
De grote impact op de farmasector van de Amerikaanse invoertarieven op Europese producten
Oekraïne en de defensie-inspanningen van België
Europese reacties op Amerikaanse handelsbeleid en defensie-strategieën.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s strategische autonomie en reactie op de dubbele dreiging van Amerikaanse handelstarieven (25% op EU-producten) en de escalerende defensieverplichtingen (NAVO’s 2%-bbp-eis). De kernpunten: (1) Defensie: België moet dringend het 2%-doel halen (voor de zomer) en structurele financiering regelen, met nadruk op Europese samenwerking binnen de NAVO, maar *concrete plannen en timing ontbreken nog*. (2) Handelsoorlog: De VS bedreigen de EU met tarieven, wat de Belgische export (o.a. farmacie, auto) raakt—Europa moet *eengemaakt en proportioneel* reageren, zonder in een escalatiespiraal te belanden, maar met focus op industriële soevereiniteit (innovatie, herindustrialisering) en diversificatie van handelspartners. (3) Critici (o.a. PTB) waarschuwen voor *blind volgen van de VS* en pleiten voor een *niet-gebonden Europa* dat partnerschappen met het Globale Zuiden zoekt, terwijl anderen (N-VA, CD&V) benadrukken dat *veiligheid (via NAVO) voor welvaart gaat*. Actiepunten: België speelt een *verenigende rol* in de EU, maar *concrete maatregelen* (bv. taskforce, budgetten) blijven vaag—urgentie domineert.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, volgende week vindt er een extra EU-top plaats, over de situatie in Oekraïne en defensie. Dat is absoluut noodzakelijk. De geopolitieke situatie is immers zorgwekkend en verandert razendsnel. De wereld staat in brand en Europa heeft veel te lang aan de zijlijn gestaan, zonder de mond open te doen.
Het is dus hoog tijd om te blussen. Mijnheer de eerste minister, om te blussen heeft men echter blusmateriaal nodig. En laat net daarover, over die structurele middelen en financiering van defensie, bijzonder veel onzekerheid bestaan. Hoe zullen we het Defensiefonds structureel financieren? Nog geen idee. Extra uitgaven voor defensie binnen of buiten de begroting? Nog geen idee. Wat gaat de Europese Unie doen? Gaat zij dat toestaan of niet? Nog geen idee. Er moet duidelijkheid komen, want we verliezen tijd. NAVO-baas Mark Rutte heeft het heel duidelijk gezegd. Die absolute ondergrens van 2 % van het bbp moet er komen nog voor de zomer.
Mijnheer de eerste minister, u bent historicus en ik weet dat u graag over het verleden spreekt. Mea culpa, het is juist dat de voorbije decennia heel veel partijen hier aanwezig, ook die van de Zweedse regering, te weinig hebben geïnvesteerd in defensie. We leven vandaag echter in een andere wereld. De wereld is de voorbije jaren grondig door elkaar geschud en grondig gewijzigd. We moeten dus stoppen met achterom te kijken en moeten vooruitkijken en schakelen.
Ik wil van u weten wat de regering vandaag en in de toekomst zal doen. Wat zal het standpunt van uw regering zijn op de komende EU-top? Hoe en wanneer zult u de 2 % voor defensie halen?
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, votre gouvernement n'a que quelques semaines et déjà, malheureusement, les promesses s'effritent.
Vous aviez promis un taux d'emploi de 80 %, mais, monsieur le premier ministre, vous avez dit cette semaine que ce ne sera pas pour cette législature. Il aurait peut-être fallu être honnête d'emblée, et non pas quelques semaines après le vote de confiance. Vous aviez évoqué les 8 milliards de recettes mais, là aussi, vous avez estimé que les effets retours semblaient incertains. Bref, on l'avait dit, vous ne nous avez pas cru, ces promesses, c'était du vent.
Pendant ce temps-là, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, de l'autre côté de l'Atlantique, le président américain, Donald Trump, lance une guerre économique et annonce que des droits de douane de 25 % sur nos produits pourraient être pratiqués. Face à cela, allez-vous rester passif ou allez-vous avoir une attitude proactive? L'accord de gouvernement parle d'un plan de relance industriel, mais avec moins d'investissements publics – ce que nous déplorons vivement, comme nous vous l'avons dit lors des débats – et peu de vision à long terme.
La Commission européenne, de son côté, propose un pacte pour une industrie propre mais son budget de 100 milliards semble largement insuffisant. Concrètement, avez-vous votre plan pour la relance industrielle? Quel est-il? Soutiendrez-vous nos secteurs stratégiques et nos entreprises? Allez-vous, oui ou non, garantir des emplois de qualité? Une task force a-t-elle été mise en place pour avoir cette vision proactive? Si oui, qui en fait partie? Si cette task force existe, comptez-vous associer les entreprises, les travailleurs, les syndicats, les ONG et la société civile à l'élaboration de cette politique industrielle?
Je vous remercie d'avance de vos réponses.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, pendant des mois, on a mis en garde tous les partis politiques que suivre aveuglément l'impérialisme américain allait détruire l'Europe et notre économie. Pendant des mois, vous avez ri du PTB et de sa vision géopolitique!
Regardez ce qui se passe maintenant! Les Américains sont en train d'humilier l'Europe. Avez-vous vu le comportement de Macron quand il est allé chez Trump? Il était en train de lui cirer les chaussures en lui racontant des petites blagues. C'est pourtant la survie et la stratégie de l'Europe qui sont actuellement en jeu.
Monsieur le premier ministre, je vous avais prévenu que ça n'allait pas marcher.
De Amerikanen gaan altijd voor hun eigen business.
Il suffit d'analyser l'accord sur les minerais. Tout est clair maintenant!
De grondstoffen van Oekraïne gaan direct in de zakken van de Amerikaanse imperialisten!
La situation est similaire en ce qui concerne l'énergie. Les Américains nous ont vendu leur gaz de schiste trois ou quatre fois plus cher pour se faire de l'argent. Nous avons, bien entendu, dit dès le départ qu'il fallait condamner Poutine. C'était évident! Cependant, il fallait aussi défendre les intérêts de l'Union Européenne, ce que vous ne faites pas!
Monsieur le premier ministre, allons-nous continuer à suivre les Américains? La déclaration gouvernementale n'en a d'ailleurs que pour eux. Comment pouvez-vous continuer à être aussi naïfs? Comment pouvez-vous continuer à leur acheter pour des milliards d'armements? Ils ne pensent qu'à l'argent.
Chers collègues, Trump n'est pas un homme de paix. Pourquoi retire-t-il ses troupes aujourd'hui? Pourquoi retire-t-il ses intérêts d'Ukraine? Pour attaquer la Chine? Il le fait pour préparer la guerre de demain!
La question que l'Europe doit se poser est de savoir si nous devons suivre les Américains docilement comme des petits chiens, ou enfin développer une Europe indépendante et stratégique à l'échelle mondiale. C'est de cela dont nous avons besoin.
(…): (…)
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, u zou het niet op prijs stellen indien uw tussenkomst op deze manier zou worden onderbroken. Ik neem aan dat u dat dan ook niet zult doen voor collega Deborsu.
Charlotte Deborsu:
Monsieur le premier ministre, l'Union européenne aurait été créée pour entuber les États-Unis. On en apprend tous les jours avec le professeur Trump. Monsieur le premier ministre, connaissant votre amour pour l'histoire, j'imagine que vous avez failli tomber de votre chaise en entendant cela comme nous tous.
Mais au-delà du grotesque, il y a une réalité. Les États-Unis annoncent vouloir taxer à hauteur de 25 % toute une série de produits européens. Cette mesure complètement anti-libérale risque d'avoir un impact direct sur nos entreprises et nos emplois en Belgique et en Europe. À l'heure actuelle, l'Union européenne a une balance commerciale positive avec les États-Unis de 150 milliards sur les biens.
Monsieur le premier ministre, mes questions sont dès lors les suivantes: avez-vous déjà la liste des produits européens qui seraient concernés?
Comment mesurez-vous l'impact de cette décision pour la Belgique? Allez-vous donner des instructions au ministre du Commerce extérieur afin qu'il prenne des mesures, en coopération avec toutes les Régions, pour contrer les effets de cette décision?
Jusqu'à présent, la Commission européenne a préparé des mesures "au cas où". Jugez-vous qu'elles sont suffisamment crédibles et dissuasives pour convaincre le président américain de revenir sur cette décision?
Comment jugez-vous l'unité politique des Européens et la proactivité de la Commission sur ce dossier?
Les États-Unis nous voient désormais comme un adversaire commercial. Nos relations ont changé, dont acte. Quelles sont dès lors vos stratégies pour diversifier notre commerce extérieur au bénéfice de nos entreprises et de notre taux d'emploi? C'est une véritable priorité pour notre groupe.
Je vous remercie déjà pour vos réponses.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, dans son style délicat habituel, M. Trump a annoncé des droits de douane de 25 % sur les produits européens. Nous savions déjà que nous vivions un tournant historique en géopolitique, du point de vue militaire, mais ce tournant est aussi commercial. Nous savons désormais aussi que nous devrons assumer notre défense seuls et sur ce plan-là, comme je l'ai déjà dit, et je n'ai pas de problème à le redire, votre accord de gouvernement va dans le bon sens.
Concernant l'énergie, nous vivons une hyper-dépendance. Nous serions aujourd'hui incapables de nous séparer à la fois du gaz russe et du gaz liquéfié américain. Et sur le plan économique, bien qu'étant le premier marché du monde, la présidence Trump nous confirme avec franchise ce que nous savons déjà: nous sommes des consommateurs de la mondialisation et non plus des acteurs de celle-ci.
Le point faible de l'Europe, chers collègues, a un nom: l'innovation. Nous fermons aujourd'hui notre avant-dernière usine automobile, ce qui nous rappelle que nous avons manqué le virage industriel. Nous, Européens, n'avons créé aucun des outils technologiques qui dirigent le monde aujourd'hui. Nous ne sommes pas les meilleurs en ce qui concerne l'esprit d'entreprise et l'initiative, et nous ne parvenons pas à favoriser l'innovation.
Même votre accord de gouvernement, je le crains, manque le cap. Votre programme est clair: forcer tout le monde à travailler plus sans vraiment gagner plus, que ce soient les demandeurs d'emploi, les malades, les jeunes ou les plus vieux, etc. Très bien, sauf que l'on n'a pas seulement besoin de davantage de travailleurs. On a aussi besoin de davantage d'entrepreneurs, de créateurs, de gens qui peuvent créer de la richesse, créer de l'emploi, prendre des risques en étant encouragés à l'innovation. Sur ce plan-là, votre accord de gouvernement est décevant.
La question qui est le sujet maintenant est de savoir comment faire pour affronter cet allié qui tend à devenir un adversaire, les États-Unis. Comment faire pour s'affirmer davantage comme marché européen, alors que nous sommes le premier marché du monde? Comment défendons-nous nos entreprises? Comment allons-nous faire de ce pays et de ce continent des acteurs clés de l'innovation? Comment faire pour qu'ils redeviennent un véritable poumon industriel, un acteur de l'économie mondiale et non un simple client? Dans l'immédiat comment allons-nous réagir à cette hausse douanière brutale de 25 %?
Meyrem Almaci:
" The European Union was formed in order to screw the United States. That’s the purpose of it. " Die uitspraak is grotesk, zoals we Trump kennen, de man van het recht van de sterkste, die alle regels aan zijn laars lapt.
Na Gaza en Oekraïne richt hij nu de pijlen op de economie van Europa met zijn aankondiging dat hij 25 % invoerheffingen overweegt op auto’s, halfgeleiders, chips en medicijnen. Op de vraag of hij geen schrik had van een forse tegenreactie, antwoordt hij het volgende: " They can try, but they won’t ." We weten al langer dat de huidige president in een alternatieve realiteit leeft. We weten ook dat hij in Europa zijn fans heeft, om onze minister van Defensie niet te noemen, die al meermaals lovend sprak over de man.
"They can try, but they won’t ." Voor ons is het eenvoudig: Yes, we can and we will . Dat is niet van harte, maar als het moet, moet het. Een bullebak als Trump begrijpt immers alleen maar de taal van geld en macht. Ik was tevreden de eerste reactie van Europa te lezen, namelijk dat Europa een partner was, indien de regels werden gevolgd.
De vraag is nu de volgende: wat is de positie van de huidige regering? Immers, handelsoorlogen produceren alleen maar verliezers. Dat is belangrijk om te onthouden met bedrijven als Volvo in ons land en de sterke farmasector. Waakzaamheid is echt geboden.
Hoe zorgen we er dus voor dat de verdeel-en-heersstrategie van Trump bij ons geen voet aan de grond krijgt? Hij heeft immers geprobeerd bij Oekraïne. Hoe zorgen we ervoor dat de expertise, efficiëntie en ontwikkeling hier blijft?
Mijnheer de eerste minister, hebt u al contacten gehad met de collega’s in Europa om één front te vormen? Hebt u al contact gehad met de Wereldhandelsorganisatie? Bent u bereid fors te reageren op de woorden van Trump en op welke manier wilt u dat dan doen in uw hoedanigheid van eerste minister van alle Belgen?
Simon Dethier:
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, cette semaine, les États-Unis ont menacé l'Union européenne de droits de douane de 25 % sur les produits européens.
Au même moment, l'Union européenne a présenté un plan qui a pour ambition d'améliorer la compétitivité des entreprises européennes tout en préservant les objectifs climatiques. L'Europe et la Belgique se trouvent actuellement face à une situation complexe.
D'un côté, la transition vers la neutralité carbone est nécessaire. Nous avons vu les impacts du réchauffement climatique sur notre société. Il est indispensable d'agir. Nous ne sommes pas encore sur la trajectoire de cette neutralité. Il faudra donc redoubler de volontarisme et d'inventivité.
D'un autre côté, comme l'a dit le ministre du Climat, un État en faillite ne peut pas agir pour le climat. Les craintes d'une guerre commerciale et les difficultés d'approvisionnement en énergie plombent la compétitivité des entreprises belges. Il est du devoir de l'ensemble de veiller à préserver nos objectifs climatiques tout en maintenant la compétitivité.
J'aimerais dès lors vous poser deux questions. Comment veillez-vous à préserver les emplois et la compétitivité des entreprises? Comment veillez-vous à soutenir et à aider les entreprises à garder le cap de la neutralité carbone?
Koen Van den Heuvel:
Heren ministers, beste collega's, Trump steekt zijn middenvinger op naar Europa en naar ons en dat mogen we niet onbeantwoord laten. Trump kondigt aan dat hij 25 % invoertarieven op Europese producten zal heffen. Dat is nefast voor Europa en voor onze Belgische economie, want Amerika is nog altijd een heel belangrijke afzetmarkt, de vierde grootste, voor ons. Jaarlijks exporteren we voor meer dan 33 miljard euro goederen naar Amerika.
Vooral de farmasector speelt daarin een belangrijke rol en is verantwoordelijk voor meer dan de helft van die export. Deze sector is van strategisch belang voor de toekomst. Ze innoveert, ze is duurzaam en ze heeft, tegen de industriële trend in, de voorbije vijf jaar 6.000 extra arbeidsplaatsen in de industrie gecreëerd. Deze sector en al onze exportbedrijven mogen we niet in de steek laten, want we zijn in Europa en in België gevoelig voor invoertarieven. Trump probeert op deze manier Amerikaanse bedrijven te dwingen om hun productie vanuit Europa terug naar Amerika te verplaatsen, maar hij ontketent op die manier een wereldwijde handelsoorlog waar niemand bij wint.
We moeten in Europa stevig en onmiddellijk reageren, want we kunnen onze exportbedrijven en onze farmasector op dit moment niet in de steek laten. Collega's, de toekomst van Europa staat op het spel. Met deze Trumpiaanse manier van doen, met een spelletje duimen omhoog-duimen omlaag, probeert men ons lot te bepalen.
Collega's, we moeten sterk genoeg zijn. We moeten met Europa het heft in eigen handen houden. Het is niet Amerika dat de Europese toekomst zal bepalen. Mijnheer Hedebouw, het zijn ook niet uw Chinese vrienden die het lot van Amerika zullen bepalen!
Darya Safai:
Mijnheer de premier, in Saoedi-Arabië zijn gesprekken opgestart tussen de VS en de Russische Federatie over het conflict in Oekraïne. Dat de Europese landen zich gepasseerd voelen, is een understatement. Cruciaal voor het slagen van eender welke oplossing is de aanwezigheid van Oekraïne aan de onderhandelingstafel.
De Amerikaanse regering liet duidelijk verstaan dat Europa niet hoeft te rekenen op Amerikaanse steun en dat de Europese uitgaven voor defensie sterk moeten worden opgeschroefd. De Verenigde Staten dringen er ondertussen op aan dat elke NAVO-lidstaat ongeveer 5 % van het bruto binnenlands product aan defensie zou besteden. Mark Rutte, de secretaris-generaal van de NAVO, dringt erop aan om tegen de zomer 2 % te halen. In de regering wordt er gesproken over het bijsturen van het defensieplan. Afgelopen donderdag verklaarde u dat er miljarden gezocht moesten worden. Dat is een duidelijke boodschap.
Mijnheer de premier, binnen welke termijn moeten volgens u de inspanningen gebeuren? Wat is volgens u een realistische doelstelling? U verklaarde stappen te zetten naar een meer Europees geïntegreerde defensie in de NAVO, onder meer op het vlak van militaire aankopen. Graag krijg ik wat meer duiding over de plannen.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour toutes ces questions. Je vais essayer d'y répondre en cinq minutes. Comme vous le savez, mes chers collègues Prévot et Clarinval complèteront ma réponse.
Depuis la séance de la semaine dernière, j'ai eu, comme vous pouvez l'imaginer, de très nombreux contacts internationaux concernant les derniers développements géopolitiques.
Lundi dernier, j'ai participé au sommet sur la sécurité organisé par l'Ukraine où j'ai confirmé la poursuite de notre soutien à l'Ukraine. Mardi après-midi, j'ai eu un entretien téléphonique avec le président Zelensky au cours duquel j'ai réaffirmé et concrétisé ce message. En outre, j'ai eu de nombreux contacts avec les dirigeants européens et le président du Conseil européen. Hier matin, un Conseil européen a eu lieu en vidéoconférence et le président Macron a fait un débriefing sur sa visite à Washington. Vous comprendrez, je l'espère, que je dois rester discret à ce sujet. Je comprends les nombreuses questions très détaillées mais il n'est pas réaliste de développer chaque élément ayant été discuté. Néanmoins, je peux vous dire que la position des partenaires européens reste inchangée.
Premièrement, l'Europe continuera à soutenir l'Ukraine et renforcera sa position dans les négociations de paix car " if you are not at the table you are on the menu " et cela est inacceptable. Deuxièmement, la participation de l'Ukraine et de l'Europe est nécessaire pour parvenir à une paix durable. Troisièmement, l'Europe doit intensifier ses investissements dans la défense. Le temps où notre continent pouvait se reposer sur un dividende de paix est malheureusement révolu. L'Europe doit pouvoir assurer entièrement sa propre sécurité le plus rapidement possible. La Belgique, en tant que membre fondateur de l'Union européenne et de l'OTAN, doit aussi apporter sa contribution. Cela est déjà prévu dans l'accord de gouvernement mais il ne faut pas exclure qu'à court terme, des efforts supplémentaires soient nécessaires.
Ik begrijp uw waarschuwing om niet achterom te kijken, mijnheer Vander Elst,. "Kijk vooral niet achterom" zal waarschijnlijk ook de slagzin worden van uw partij. Dan ziet u namelijk hoe u het hebt nagelaten: rampzalig. We zullen dus een spurtje moeten trekken en dat zal gebeuren.
L'Europe et ses partenaires doivent prendre rapidement des décisions pour renforcer les trois points cruciaux que je viens d'esquisser. Le 6 mars, le Conseil européen se réunira à ce sujet, mais je vous demande de rester très discrets sur cette date, car ma famille pense encore que nous serons ensemble en vacances. C'est la raison pour laquelle je l'ai dit en français. (Rires dans l'assemblée)
Op de bijeenkomst van de Europese Raad gisteren werd afgesproken om een constructieve dialoog met de Verenigde Staten te blijven voeren. Ik begrijp dat collega’s zich opwinden. Er zijn immers wel wat krasse dingen gezegd en hun hart mag koken, maar de consensus onder de Europese regeringsleiders was om het hoofd koel te houden. Vandaag is Keir Starmer in het Witte Huis, morgen is Zelensky aan de beurt. We zullen zien wat het wordt, maar het valt niet te ontkennen dat de verklaringen van de Amerikaanse regering ons zeer ongerust hebben gestemd. Dan gaat het niet alleen over onze Europese partners, maar ook over aantal andere internationale partners, niet het minst Canada.
Uiteraard stelt niemand – ik hoop ook hier niet – het NAVO-bondgenootschap ter discussie, want dat zou buitengewoon dom zijn. Waakzaamheid is zeker geboden. De dreigementen met nieuwe handelstarieven zouden ons als exportnatie ernstige zorgen moeten baren. De Verenigde Staten zijn een zeer belangrijk exportland voor ons. De farmasector, en niet alleen die in Puurs, is zeer afhankelijk van die export. Ik heb gisteren in de marge van de industrietop gesproken met mensen uit die sector en zij zijn bijzonder ongerust. Vooralsnog moeten we een handelsoorlog tussen de meest verweven handelsblokken ter wereld proberen te vermijden. Dat is onze kortetermijndoelstelling.
Madame Deborsu, vous avez de nombreuses questions détaillées sur ce que nous allons faire et comment nous allons réagir. J'en ai parlé hier avec Mme von der Leyen, mais il est encore trop tôt pour élaborer une réponse. Il est toutefois certain que l'Europe devra, le cas échéant, réagir très vite et très clairement.
Tot slot, u leest ongetwijfeld de berichten over een economisch akkoord tussen Oekraïne en de Verenigde Staten. Van die berichten wordt men niet blij. Europa zal in dat licht Oekraïne moeten blijven steunen om het in zijn positie te versterken, en de ontwikkelingen zeer goed moeten opvolgen. Zolang de definitieve modaliteiten van dat akkoord niet bekend zijn, is het evenwel moeilijk om daar precies op te reageren.
Mijnheer de voorzitter, als u mij nog vijf seconden gunt, dan rond ik mijn antwoord af.
Ik doe hier een oproep aan alle fracties in het halfrond om ondubbelzinnig de kant van Europa, de kant van het vrije Westen te kiezen en die te verdedigen.
On peut bien dire que Trump n'est pas un homme de paix, mais vous avez oublié de dire que Poutine est un homme de guerre!
Dat is wel heel belangrijk. ( Luid applaus )
Voorzitter:
Uw interpretatie van vijf seconden is wel bijzonder breed. Dat wordt afgetrokken van de spreektijd van de andere ministers.
Bart De Wever:
Voorzitter, ik kan het ook niet helpen dat er stormachtig applaus is wanneer ik spreek. Dat kost mij spreektijd.
Hoe dan ook moeten we ondubbelzinnig zijn: we moeten de kant van Europa en van het vrije Westen kiezen. We mogen niet naïef zijn. Als kleine en economisch sterke exportnatie is het onze taak vandaag maximaal aan die verbondenheid bij te dragen.
Voorzitter:
Het thema is natuurlijk bijzonder belangrijk. Dat blijkt ook uit de vele interventies erover, maar ik wil de regering toch aanmanen om de tijdslimieten te respecteren.
David Clarinval:
Mesdames et messieurs, chers députés, depuis l'investiture du président Trump, les relations transatlantiques sont mises en effet sous pression. Nos relations commerciales n'y échappent pas. Le président Trump a en effet annoncé son intention d'imposer des tarifs douaniers de 25 % aux importations en provenance de l'Union européenne.
Nous devons veiller à ce que l'on apporte une réponse commune et proportionnée aux décisions prises par l'administration Trump.
Het doel van de Amerikaanse president bestaat erin de vermeende ovenwichtigheden in de handelsbetrekkingen weg te werken. Hij verwijt de Europese Unie normen en regels op te leggen die de toegang tot de Europese markt moeilijker maken voor Amerikaanse producten, terwijl Europese producten genieten van een relatief vrije toegang tot de Amerikaanse markt.
De Verenigde Staten kondigden aan vanaf 12 maart 25 % douanerechten te zullen heffen op de import van staal en aluminium afkomstig uit de Europese Unie. Een volgende ronde maatregelen zou begin april worden aangekondigd.
La présidente de la Commission européenne a exprimé son profond regret face à cette décision et a réaffirmé que l'Union prendrait des contre-mesures fermes et proportionnées pour protéger ses intérêts économiques.
Au niveau belge, dans le cadre du processus de concertation DGE, nous avons initié depuis plusieurs semaines déjà une réflexion afin de définir une position commune, qui se veut assertive et qui tient compte des intérêts belges.
Il faut néanmoins savoir que toutes les mesures américaines ne sont pas encore précisément connues. Par ailleurs, nous attendons encore la proposition que la Commission pourrait faire pour répondre aux mesures américaines annoncées.
La Belgique entretient des relations commerciales fortes avec les États-Unis, tant du côté de l'offre que de la demande. En 2023, les exportations de biens belges vers les États-Unis ont représenté plus de 28 milliards d'euros alors que les importations de biens en provenance des États-Unis s'élevaient à près de 25,8 milliards d'euros.
Sur la base de plusieurs analyses, nos principaux secteurs sensibles ont été identifiés. Il s'agit de la chimie, du secteur pharmaceutique, du secteur métallurgique, de certaines matières critiques, du secteur automobile, des machines et des appareils électroniques.
Dans les semaines à venir, je veillerai, en tant que ministre de l'Économie, avec mon collègue des Affaires étrangères, à défendre au mieux les intérêts stratégiques de la Belgique. Notre position sera largement concertée avec les différentes Régions du pays. Nous veillerons à faire entendre les intérêts des plus petites économies comme la nôtre.
Sur le plan européen, nous plaiderons pour l'unité des États membres face à la politique commerciale menée par le président Trump. Face aux tentatives américaines d'approcher les États membres séparément, il sera en effet essentiel de rester sur la même ligne pour renforcer la cohérence de nos messages et notre position face à l'administration Trump.
Par ailleurs, il me semble aussi urgent de pouvoir développer au niveau européen et belge une stratégie de défense des industries et des entreprises confrontées à la concurrence internationale. Les annonces d'hier, en marge de la conférence d'Anvers sur le Clean Industrial Deal, semblent aller dans le bon sens. Nous devons les mettre en œuvre avec volontarisme et célérité, notamment au travers du plan interfédéral de développement des industries prévu dans notre accord de gouvernement. Je vous remercie pour votre attention.
Maxime Prévot:
Monsieur le président, c'est en ma qualité de ministre des Affaires étrangères et, à ce titre, compétent pour la diplomatie économique et la politique commerciale européenne que je vais compléter les propos du premier ministre et de mon collègue Clarinval.
Les États-Unis sont en train de faire fausse route. En annonçant imposer des droits de douane à tout-va, ils se mettent à dos une bonne partie du monde. Et nous ne voyons aucune justification à l'imposition de tels droits sur nos exportations. Comment peuvent-ils imaginer une seule seconde que cela va leur bénéficier? Comment peut-on penser que l'Union européenne constituerait une menace pour leur sécurité nationale?
De Amerikaanse tarieven zullen economisch contraproductief zijn, vooral gezien de diep geïntegreerde trans-Atlantische toeleveringsketens. Door tarieven op te leggen, zullen de Verenigde Staten hun eigen burgers belasten, de kosten voor hun eigen bedrijven verhogen en de inflatie aanwakkeren. Bovendien zullen de Amerikaanse tarieven waarschijnlijk ontwrichtende effecten hebben op het wereldwijde handelssysteem als geheel.
Die aankondigingen zullen niet onbeantwoord blijven. We moeten echter zeker niet proberen op elke provocatie te reageren. De bedoelingen van president Trump en zijn regering, of ze nu betrekking hebben op Europa, Groenland, Oekraïne of de Gazastrook, kunnen aanleiding geven tot veel berichten op X, die we kunnen betreuren. We moeten echter reageren op tastbare maatregelen, die op dit moment niet erg talrijk zijn.
J'ai demandé à mes services de travailler d'arrache-pied sur comment faire face et redéfinir notre relation avec les États-Unis, tous aspects confondus, le commerce, bien sûr, mais aussi le climat, l'énergie, la diversité, les droits sexuels et reproductifs, le digital, les migrations, l'éthique, la santé, et j'en passe. Ce travail est fait en coordination avec les autres membres du gouvernement et les autres gouvernements du pays. On ne peut pas réagir sur un coup de tête. Ne faisons pas nous-mêmes du Trump en réaction à Trump!
Nous ne devons pas nous arrêter à une posture ébahie, prendre note de chacune des annonces et décisions américaines. Le monde change très vite et nous devons nous montrer proactifs et ne pas seulement agir sur la défensive. Nous devons arrêter la naïveté. Quittons cette posture de victime pour reprendre notre place sur la scène internationale!
We moeten de Europeanen samenbrengen om dit antwoord te bepalen. België moet opnieuw zijn rol als vereniger spelen om een verenigd front te vormen tegenover de nieuwe geopolitieke omwentelingen. We hebben een sterk, veerkrachtig, autonoom en soeverein Europa nodig, dat in staat is de uitdagingen van vandaag en morgen aan te gaan. Dat vereist dat we beter, efficiënter en sneller samenwerken. Een verenigend maar ook assertiever beleid ter verdediging van onze belangen in een wereld waarin de machtsverhoudingen intens zijn, is dan ook precies wat ik sinds mijn aantreden heb gevoerd. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen.
En matière de défense, comme cela a été précisé par le premier ministre, une paix juste, globale et durable en Ukraine ne fera bien sûr pas disparaître la menace russe. Nous devons donc renforcer d'urgence nos capacités industrielles de défense, et nous devons assurer la compétitivité de nos entreprises tous secteurs confondus. Le ministre Clarinval l'a rappelé, nous avons le devoir de protéger nos citoyens et nos entreprises contre ces décisions américaines. Non seulement les protéger, mais agir aussi pour augmenter leur compétitivité.
D atzelfde ambitieniveau moet ons drijven als het gaat om het aangaan van de uitdaging van de klimaattransitie. Ik zal u daaraan ook herinneren wanneer ik mijn beleidsverklaring presenteer, want dat zal een constante zijn in het beleid dat ik plan te voeren.
Dans le même temps, la recherche d'un agenda positif avec la nouvelle administration américaine doit rester notre objectif premier. Nous avons tout à gagner dans un partenariat transatlantique fort. Nous devons rester ouverts aux collaborations avec les autorités américaines sur nos priorités communes en matière de prospérité et de sécurité internationale, notamment. Pensons par exemple à la lutte contre le crime organisé, ou contre les drogues, ou contre les trafics d'êtres humains. J'entends poursuivre les discussions entamées par mon prédécesseur à ce sujet avec le secrétaire d'État Rubio.
La relation de la Belgique avec les États-Unis est la plus importante économiquement hors d'Europe, avec plus de 75 milliards d'échanges par an et des investissements soutenant 250 000 emplois.
Die omwentelingen moeten ons ook uitnodigen om nieuwe bondgenoten te vinden. We moeten partnerschappen op intelligente en consequente manier diversifiëren. Ik dank u.
Kjell Vander Elst:
Bedankt, mijnheer de premier. Ook wij staan aan de kant van Europa en van het vrije Westen. Daarop mag u rekenen.
We moeten dan wel ons deel doen. U hebt niet geantwoord op de vraag hoe we tegen de zomer de 2 % die de NAVO ons oplegt, zullen behalen. U noemt het een sprintje trekken. Ik vrees dat dat niet zal volstaan.
Premier, u hebt een zeer ambitieuze minister van Defensie. Er staan zeer goede zaken op papier, maar het budget moet dan ook wel volgen. We spreken elkaar dus in april tijdens de begrotingsbesprekingen en zullen dan zien of u die woorden zult omzetten in daden.
Patrick Prévot:
Malgré le fait que vous ayez envoyé une armée mexicaine pour me répondre, vous avez scrupuleusement répondu aux questions que je n'avais pas posées.
Monsieur le ministre de l'Économie, en rapport avec la question que j'avais posée concernant la task force , je vous signale qu'il y a eu une action symbolique devant votre SPF en marge d'une réunion sur la politique industrielle. J'espère que vous étiez au courant. Les syndicats et les ONG déploraient le fait qu'ils n'étaient pas invités et que vous aviez choisi quelques entreprises. Ma première demande formelle est que vous les invitiez autour de la table.
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, il faudra évidemment être beaucoup plus offensifs. Quand on vise 80 % de taux d'emploi – même si personne n'y croit –, il va évidemment falloir mener une politique d'investissements publics beaucoup plus ambitieuse. Le pacte pour une industrie propre s'élève à 100 milliards alors que le rapport Draghi en préconisait 800. Plus que jamais, il faut viser un taux d'investissement public (…)
Voorzitter:
Collega’s, het noemen van een naam volstaat niet om er een persoonlijk feit van te maken.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, u hebt hier geantwoord en u gaat blijkbaar door. Wij zeggen al maanden dat blindelings de Amerikanen volgen Europa kapot zal maken en u gaat daar gewoon mee door. U verstaat niet wat er aan het gebeuren is.
Bien sûr que Poutine est à condamner! Évidemment, il est synonyme de guerre. Poutine, c'est la guerre. Mais le monde libre est-il synonyme de paix? Les bombardements américains au Vietnam, c'est la paix? Les bombardements américains en Libye, en Syrie, c'est la paix? Les bombardements américains en Irak: un million de morts! Un million de morts en Irak, est-ce la paix? Comment peut-on continuer à être aussi naïf?
Vous avez raison, monsieur Prévot. L'Europe doit chercher de nouveaux partenaires. Le Sud global est en train de se réveiller aujourd'hui. Pour la première fois depuis la Deuxième Guerre mondiale, une puissance économique mondiale est en train de se faire dépasser par d'autres puissances du Sud.
Si l'Europe veut survivre, il faut arrêter d'être naïf comme ici aujourd'hui et tendre la main. Une Europe non-alignée doit tendre la main aux pays du Sud pour arrêter d'être naïf et se faire détruire (…)
(De heer Hedebouw maakt zwembewegingen.)
Voorzitter:
Voor het verslag, de heer Hedebouw zwemt terug naar zijn plaats.
Charlotte Deborsu:
En tout cas, Trump est ce qu'il est, mais il aura réalisé un grand exploit aujourd'hui. Réussir à amener la gauche à promouvoir le libre marché et à s'opposer aux taxes douanières, chapeau à lui!
Monsieur le premier ministre, je vous pardonne de ne pas avoir répondu à toutes mes questions, qui étaient peut-être un peu trop précises. Face à cette offensive protectionniste, l'Europe ne peut pas trembler, la Belgique ne peut pas trembler. L'Union européenne a les moyens d'agir et la Belgique doit être à l'avant-garde de cette riposte. Nos entreprises doivent être protégées, nos travailleurs soutenus, notre souveraineté économique défendue et même déployée. Et le meilleur moyen d'y arriver est de mener une réelle stratégie de réindustrialisation de l'Europe, pour plus de souveraineté. L'enjeu est là. Profitons de l'occasion pour enfin nous réveiller. Wake up, Europe!
François De Smet:
Merci pour vos réponses.
Les comparatifs entre MM. Trump et Poutine sont intéressants, parce que je crois qu'ils ont beaucoup de points communs. Ils sont imprévisibles, ils sont dangereux, ils ne respectent que le rapport de force et ils font un pari immodéré sur la faiblesse des Européens. Or, M. Poutine a eu tort, au moins en partie. Les Européens ont été solidaires de l'Ukraine. Nous devons continuer à l'être et nous vous soutiendrons évidemment à ce sujet.
De la même manière, il faut que M. Trump ait tort lorsqu'il parie qu'il peut diviser les Européens, et éventuellement mener des négociations pays par pays. Cela veut dire qu'il ne faudra pas juste répliquer par des droits de douane aussi forts ou par une guerre commerciale. Il faudra surtout devenir aussi forts que les États-Unis et d'autres pays, en termes de recherche et d'innovation, parce qu'il n'y a que dans cette indépendance-là que nous arriverons à ne plus être de simples consommateurs de la mondialisation.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de eerste minister, de samenvatting van uw antwoord was eigenlijk eendracht maakt macht, in België en in Europa. Ik heb u vroeger wel iets anders horen zeggen. Het kan verkeren.
Het klopt natuurlijk wel. Het is in ons aller belang dat we ons nu niet uit elkaar laten spelen en lijdzaam de agressie ondergaan van een man die leeft in zijn eigen realiteit. Het is het moment voor Europa om zelf maatregelen te nemen en te investeren in innovatie, verduurzaming en groene industriële transitie. De groenen geloven in een samenleving waar niet het recht van de sterkste regeert, maar waar iedereen meegetrokken wordt in een partnerschap met een duidelijke koers en humanistische waarden, met een koel hoofd en een warm hart, in Europa, maar ook in ons land.
Wat dat laatste betreft, verdient ook het project van de arizonaregering de nodige verbeteringen, zowel op het vlak van mensbeeld als van onderzoek en investeringen.
Simon Dethier:
Merci, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, pour ces éléments de réponse qui apportent des informations éclairantes quant à l'orientation du gouvernement pour l'avenir.
Préserver la compétitivité des entreprises, c'est permettre aux citoyens, aux commerçants, aux entrepreneurs et aux travailleurs d'exercer leur métier et maintenir l'emploi. Maintenir le cap climatique, c'est veiller à notre avenir aujourd'hui et pour les générations futures. Les changements ne sont jamais faciles à aborder et je tiens à exprimer tout mon soutien et mon respect aux entreprises et aux citoyens qui œuvrent pour développer notre économie, créer des emplois dans un contexte exigeant, instable, incertain et en profond changement. Ne faisons pas du Trump, saisissons les opportunités de la transition climatique pour une économie résiliente et prospère.
Voorzitter:
Je félicite M. Dethier pour sa première intervention.
(Applaus)
(Applaudissements)
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de eerste minister, heren ministers, dank u voor uw zeer stevige antwoorden. Die stemmen mij blij. U ziet volop de ernst van de situatie in. Als cd&v moedigen we u aan opdat België een duidelijke, constructieve rol in de Europese Unie opneemt om een stevig antwoord te formuleren.
Mijnheer de premier, het antwoord mag niet agressief zijn, maar evenmin naïef. Ga voor een slim en assertief Europees antwoord, want onze Belgische export, onze Belgische farmaceutische industrie verdienen dat. We rekenen dus echt op u.
Darya Safai:
Mijnheer de premier, ik ben blij met uw stelling dat wij als Europeanen de rug moeten rechten. Daarom moeten wij, zoals u hebt gezegd, meer investeren in onze defensie. De Europese landen zullen veel meer moeten samenwerken om hun rol in de NAVO te kunnen opnemen. Wij moeten inderdaad Oekraïne blijven steunen. Dat land is immers de poort van Europa. Capitulatie voor een vijand zoals Poetin mag nooit een optie zijn. Voor de N-VA luidt het motto: geen welvaart zonder veiligheid. Samen kunnen wij het aan.
De uitspraken van Voka-topman Hans Maertens over de meerwaardebelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Vincent Van Quickenborne kritiseert de plannen voor meerwaardebelasting als een aanslag op de middenklasse (leraren, pensioenspaarders) en noemt het contractbreuk, terwijl Paul Magnette (PS) de maatregel juist toejuicht. Minister Jan Jambon verdedigt het regeerakkoord als bedrijfsvriendelijk (lagere kosten, flexibere arbeid) en benadrukt dat *iedereen* moet bijdragen om de budgettaire crisis op te lossen, met steun van Voka-topman Maertens. Van Quickenborne werpt Jambon lafheid voor de voeten door geen duidelijk standpunt in te nemen over belasting op pensioensparen en toe te geven aan socialistische druk. De discussie draait om principes: belast je kleine spaarders of bescherm je ze om investeringen te stimuleren?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik zie het u al denken: is hij daar nu weer met een vraag over de meerwaardebelasting!
In een interview in de Krant van West-Vlaanderen geeft afscheidnemende topman van Voka, Hans Maertens, die u uiteraard kent, de regering schouderklopjes en zegt hij positieve dingen. Maar over de meerwaardebelasting klaagt hij dat die de mensen weer naar de spaarboekjes duwt, ten nadele van investeringen in kmo’s en investeringen in ons land.
Week na week blijkt – en de PVDA heeft daar wel een punt – dat niet de sterkste schouders de meerwaardebelasting zullen betalen, maar de gewone schouders. Zo is er Wouter De Bot, de leraar die op de Zevende Dag vertelde dat hij elke maand 200 euro belegt. Het gaat ook om de schouders van gewone pensioenspaarders. De minister sloot gisteren in het Parlement immers niet uit dat de pensioenspaarders van de tweede en derde pijler, 4,4 miljoen mensen, ook de meerwaardebelasting zouden moeten betalen. Aan mensen die werken, die sparen, aangemoedigd door de overheid, zegt men plots dat zij meerwaardebelasting zullen moeten betalen. Dat is contractbreuk -
Collega’s, er is evenwel hoop voor de arizonacoalitie, want zij heeft een nieuwe supporter, met name de heer Magnette. In De Standaard feliciteert hij de arizonaregering. Hij zegt dat hij eindelijk de meerwaardebelasting cadeau krijgt, nadat hij daar 25 jaar voor heeft gevochten. Voor hem wordt 10% later 25%. Net zoals de heer Van Overtveldt ooit de onroerende voorheffing heeft opgetrokken naar 30%, zou men dat in dit geval ook wel eens kunnen doen.
Mijnheer de minister, ik heb al een vermoeden van wat u zult antwoorden. U zult zeggen dat mijn vraag over de modaliteiten gaat. Collega’s, het gaat niet over modaliteiten, het gaat over principes. Het gaat over het principe dat men iemand die voor zijn dochter spaart of iemand die aan pensioensparen doet, al dan niet belast.
Mijnheer de minister, ik stel een principiële vraag en ik hoop een principieel antwoord te krijgen. Zult u die mensen belasten op de verkregen meerwaarde, ja of neen?
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt weer iemand gevonden die een uitspraak heeft gedaan over de meerwaardebelasting. Ik heb ook iemand gevonden, onze vriend Marc Coucke. U had hem ook kunnen aanhalen. Hij zei namelijk dat hij een bijdrage zou leveren en dat het regeerakkoord meer dan verdedigbaar is.
Ik ken de heer Maertens, waarnaar u verwijst zeer goed. Ik heb hem ook gesproken over het regeerakkoord.
Pierre-Yves Dermagne:
Quel accord?
Jan Jambon:
Volgende week kunt u een vraag indienen om te achterhalen over welke versie van het regeerakkoord het gaat. Dan zult u dat hier krijgen, mijnheer Dermagne.
De heer Maertens erkent dat er veel kan worden gezegd over de meerwaardebelasting, maar voegt eraan toe dat hij bijzonder enthousiast is over het hele regeerakkoord. Hij ziet er enorm veel opportuniteiten in voor het bedrijfsleven, hij ziet er maatregelen in om onze economie vooruit te helpen, om mensen aan het werk te helpen en om mensen uit de miserie te helpen. We zullen immers de energiekosten en de loonkosten verlagen, de arbeidsmarkt flexibeler maken, de werkloosheidsuitkeringen beëindigen in de tijd, de openingsuren versoepelen en nachtarbeid mogelijk maken. De flexi-jobs, die u aan banden hebt gelegd, zullen weer toenemen en zullen in meer sectoren toegepast kunnen worden. Het aantal uren toegelaten studentenarbeid, dat u verlaagd hebt, zal weer stijgen en noem maar op. Hij evalueert het globale regeerakkoord als bedrijfsvriendelijk, hij staat erachter en zal zijn schouders er mee onderzetten.
Dat iedereen in de verschrikkelijke budgettaire situatie waarin uw regering ons heeft achtergelaten, daarvoor een bijdrage moet leveren, is niet meer dan rechtvaardig. Daarvoor zullen wij zorgen.
Vincent Van Quickenborne:
Als het gaat over de pensioenen, is de minister van Pensioenen zeer duidelijk en zeer helder. Herinner u het debat hier in de Kamer. Dat was sterke Jan, met zijn parler franc en parler vrai , die zei dat als men ziek is, men de malus zal moeten betalen. Hij heeft dat moeten toegeven. Als het echter gaat over de meerwaardebelasting, is sterke Jan niet thuis. De sterke Jan die vroeger zei "Da gade gij niet bepalen" zegt nu eigenlijk dat het de socialisten zijn, die dat zullen bepalen. Door keer op keer niet te antwoorden op die vragen, gaat u keer op keer door de knieën voor de socialisten van Vooruit! Door niet te antwoorden laat u bij mensen onzekerheid bestaan. Mijnheer de minister, recht uw rug, kom op voor de middenklasse, voor de mensen die willen betalen, die investeren, die ondernemen, die werken! Kies hun kant en kies niet de kant van de socialisten, want dat is de verkeerde kant!
De bijeenroeping van de Nationale Veiligheidsraad n.a.v. het drugsgeweld in Brussel
Het regeringsbeleid in het licht van de onveiligheid en de drugshandel in Brussel
De schrijnende situatie in Brussel
De nood aan een gecoördineerde actie tegen het toenemende drugsgeweld in Anderlecht
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Het toenemende drugsgeweld in Brussel
De impasse in Brussel
De war on drugs
Het toenemende drugsgeweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Brusselse drugsgeweld en onveiligheid
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De dramatische drugsoorlog in Brussel, met meerdere dodelijke schietpartijen in twee weken, domineert het debat, waarbij structurele onderfinanciering van politie en justitie (100 ontbrekende onderzoekers, verouderd materieel) en gebrek aan coördinatie tussen lokale, federale en Europese niveaus centraal staan. Premier De Wever belooft een integrale aanpak (van productie tot straatdealers, geldstromen en wapenhandel) via bestaande regeerakkoordplannen (o.a. fusie Brusselse politiezones, Kanaalplan, Stroomplan 2.0), maar critici – waaronder procureurs, politievakbonden en oppositie – wijzen op jarenlange bezuinigingen (MR/N-VA) en eisen concrete middelen nu (meer gespecialiseerde eenheden, betere loon- en werkomstandigheden, sociale preventie). Polarisatie heerst: repressieve partijen (N-VA, Vlaams Belang) pleiten voor hard optreden (legerinzet, razzia’s, strengere straffen), terwijl linkse stemmen (PTB, Vooruit) sociaaleconomische oplossingen (jeugdwerk, armoedebestrijding, alternatieven voor dealers) en langetermijninvesteringen in justitie/politie benadrukken. Brusselse politieke verantwoordelijken (o.a. PS) worden mede schuldig bevonden door nalatigheid (openbare drugspanden, gebrek aan lokale samenwerking), maar federale regeringspartijen ontlopen hun eigen verantwoordelijkheid voor chronisch onderbeleid niet. Uiteindelijk blijft de vraag: wie voert de regie? – met oproepen tot eenheid (Arizona-coalitie) die botsen op wederzijds wantrouwen en partijpolitieke schuldvragen.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de premier, de toestand in Brussel is dramatisch. Ik heb het dan niet enkel over de politieke impasse, maar vooral over de drugsoorlog die volledig uit de hand aan het lopen is. Criminelen lopen rond met oorlogswapens en drugsdealers promoten hun koopwaar publiek.
Voor het geval dat u het nieuws misschien niet zou hebben gevolgd de afgelopen weken, geef ik u even een lijstje mee. Op 5 februari waren er schietpartijen in de Weidestraat en aan metrostation Clemenceau. Op 6 februari was er opnieuw een schietpartij aan Clemenceau met een gewonde. Op 7 februari was er een nieuwe schietpartij in de Peterboswijk met een dodelijk slachtoffer. Op 15 februari was er weer een schietpartij aan metrostation Clemenceau met opnieuw een dodelijk slachtoffer. Op 16 februari was er een schietpartij aan metrostation Sint-Guido en op 18 februari was er een bij een transportbedrijf in Anderlecht. Op 19 februari werden er nog meer aanslagen en schietpartijen aangekondigd via Snapchat.
Ik voeg daar de reacties aan toe van de mensen op het terrein, die moeten instaan voor onze veiligheid. De reacties komen zowel van mensen van Justitie als van de politie. Ik citeer de procureur des Konings, Julien Moinil: "Het is rampzalig. Het is tijd om wakker te worden. De lokale politiezone Zuid moet nu het onderzoek doen met beperkte middelen terwijl er oorlogswapens worden gebruikt." Ik citeer nu de politievakbonden: "De politie is de afgelopen jaren veel te veel verwaarloosd." De korpschef van Brussel-Zuid, Jurgen De Landsheer, voegt eraan toe: "De oplossing kan niet enkel bij de politie liggen."
De hamvraag vandaag is: waar blijft deze regering? Ik kwam niet verder dan wat wollige uitspraken van de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Ik citeer: "We zullen de maatregelen die reeds zijn voege zijn herbekijken, om te zien welke maatregelen eventueel moeten worden versterkt." Mijnheer de premier, waar bent u? Waarom ziet u de ernst van de situatie niet in? Waarom hebt u (…)
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, les Bruxelloises et les Bruxellois sont inquiets, très inquiets! Et moi aussi. On tire dans la rue, on tire à proximité des stations de métro, on tire sur des maisons, et la réponse de votre gouvernement, c'est plus de police. Or vos solutions ne fonctionnent pas. Les fusillades continuent, alors que la police est omniprésente. Nos enfants restent en danger parce que vous ne vous attaquez pas aux réels problèmes, aux véritables causes, et cette situation ne peut plus durer.
Comment en sommes-nous arrivés là, monsieur le premier ministre? J'ai une devinette pour vous. Qui a dit: "ll n'y a pas assez d'enquêteurs, pas assez de policiers de proximité, pas assez de ressources pour la justice, et il y en a marre des effets d'annonce"? Ce n'est pas moi, ce n'est pas un gauchiste, mais il s'agit du procureur du Roi de Bruxelles. Et, comme lui, j'en ai marre des effets d'annonce de la droite.
Encore aujourd'hui, nous payons les conséquences des coupes du gouvernement MR-N-VA dans la justice et dans la police. Rien qu'à Bruxelles, il manque au moins 100 enquêteurs pour la police judiciaire. La police locale, qui connaît le quartier, qui a la confiance du quartier, manque aussi de soutien. Vous avez aussi affaibli les douanes: Anvers, Zaventem, Bierset n'ont plus les moyens humains ou les moyens techniques pour faire face à l'afflux de marchandises illégales.
À Bruxelles, nous subissons les conséquences directes de ce trafic. La précarité alimente la criminalité, en laissant le terrain libre aux narcotrafiquants. Sans perspectives, certains jeunes tombent dans ces réseaux par défaut. Il faut leur offrir des opportunités, il faut leur offrir des perspectives pour lutter contre la misère, le décrochage et l'abandon. La sécurité de toutes et tous est nécessaire et elle exige une réponse forte, une réponse durable; et non des opérations éphémères ou des effets d'annonce.
Alors, monsieur le premier ministre, quelle est votre stratégie à long terme? Allez-vous renforcer la prévention, soutenir les associations, investir dans la santé mentale et les services sociaux pour couper l'herbe sous le pied aux trafiquants?
Allez-vous donner à la police et à la justice plus de moyens pour agir sur le long terme?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, ik moet er geen tekening bij maken, u hebt de beelden gezien. We hebben allemaal de beelden gezien en die zijn schrijnend. We zagen een man met een kalasjnikov in het Brusselse metrostation Clemenceau.
De voorbije jaren trok u terecht hard aan de alarmbel in Antwerpen. U weet als geen ander wat de impact is van drugsgeweld op wijken, op een stad en op de bewoners. Toen Antwerpen in brand stond, naar aanleiding van één dode, heeft de vorige federale regering onmiddellijk overleg gepleegd met u. Ze heeft alles op alles gezet. Er was onmiddellijk overleg. Wat is er gebeurd? De Nationale Veiligheidsraad kwam samen. De federale politie in Antwerpen werd versterkt met 100 agenten. De scheepvaartpolitie ging van 90 naar 215 agenten. Het parket en de correctionele rechtbank in Antwerpen werden versterkt. We hebben de haven extra beveiligd, met meer controles en meer boots on the ground. Er is een nationale drugscommissaris aangesteld, naar aanleiding van één dode. Dat was ook het juiste om te doen.
Nu zien we zeven schietpartijen en twee dodelijke slachtoffers. Als burgemeester – u weet hoe nauw Antwerpen mij aan het hart ligt – had u gelijk. U verwachtte snelle en kordate actie. Brussel en de rand verwachten dat van u vandaag, als premier. Dat geweld is immers een olievlek. Mijnheer de premier, we hebben u echter niet gezien, we hebben u niet gehoord.
U verwees twee jaar geleden naar het contrast tussen de middelen voor Antwerpen en voor Brussel. U vroeg meer middelen omdat Antwerpen met een crisissituatie kampte. Gaat u vandaag dezelfde logica toepassen voor Brussel? Wat gaat u concreet doen? Er waren zeven schietpartijen, met twee doden, mijnheer de premier.
Brent Meuleman:
Het ene moment loop je rustig naar je vaste metrohalte, kind aan de hand, klaar om aan de dag te beginnen, het volgende moment ben je terechtgekomen in een oorlogszone. Gelach wordt gegil. Dat is niet ver van ons gebeurd, niet lang geleden, hier vlakbij in Brussel.
Mijnheer de eerste minister, het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. In het afgelopen jaar hebben er meer dan 80 schietincidenten plaatsgevonden. Het drugsgeweld word almaar driester, almaar bloediger. Executies op straat, kalasjnikovs die kogels afschieten.
Dat kan niet meer, mijnheer de eerste minister! De mensen verwachten van ons dat er opgetreden wordt. Als het zo fout gaat, stellen we ons de vraag wat we hieraan gaan doen. Gaan we de lokale besturen met de vinger wijzen, zoals minister Verlinden gedaan heeft in de afgelopen week, of gaan we de verantwoordelijkheid opnemen die we kunnen opnemen?
Laat het duidelijk zijn, de lokale besturen spelen een cruciale rol wanneer het gaat over veiligheid. Dat hoeft men mij en alle burgemeesters in het land niet te komen vertellen. Wij weten dat. De verantwoordelijkheid afschuiven en doorverwijzen naar de lokale besturen, dat helpt echter niemand vooruit.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Wie veel geld heeft, koopt zijn veiligheid, met hoge poorten, dure alarmsystemen, veel camera's en noem maar op. Wie echter een normale job heeft en in een normale wijk woont, zoals in Anderlecht, die rekent voor zijn veiligheid en voor de veiligheid van zijn kinderen op een sterke overheid. We moeten dus doen wat moet. Ook nu moet de federale gerechtelijke politie ingrijpen. Ook nu moet de justitie drugscriminelen snel opvolgen. Ook nu moeten we haast maken met het samenvoegen van de politiezones in Brussel.
De mensen in Anderlecht vragen (…)
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, sept fusillades en deux semaines! Je voudrais d'abord prendre du temps pour apporter mon soutien aux victimes et à leurs proches, mais aussi aux habitants d'Anderlecht et de Bruxelles qui vivent dans l'angoisse. Il y a un an, jour pour jour, une fusillade éclatait à dix mètres de l'école de mes filles.
Monsieur le premier ministre, la sécurité est un droit, et même un droit fondamental, mais vous échouez à le garantir. Les gros trafiquants de drogue s'enrichissent et se sentent en totale impunité. La priorité doit aller à la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue. Il faut les arrêter. Pour ce faire, il importe de les toucher là où cela leur fait le plus mal: leur portefeuille. Voilà la priorité. Dans ce but, nos services publics doivent pouvoir accomplir leur travail. "Comment voulez-vous que j'arrête des auteurs si je n'ai pas d'enquêteurs spécialisés?" C'est ce qu'a déclaré à la presse le procureur du Roi de Bruxelles, en ajoutant qu'il en avait marre des effets d'annonce. Car, aujourd'hui, oui, vous faites des annonces à propos de moyens supplémentaires. Or ceux-ci sont trop faibles au regard des coupes que vos partis, le MR et la N-VA, ont opérées sous le gouvernement Michel.
Et puis, monsieur le premier ministre, j'ai aussi lu dans l'accord de gouvernement que les renforts seraient surtout destinés à Anvers, mais c'est partout qu'ils sont nécessaires! Cela m'incite à dire que vos moyens sont déjà insuffisants.
Il est essentiel de s'attaquer aux barons de la drogue, mais ces gens vivent de la misère d'autrui. Et vous, vous voulez mettre notre pays au régime pendant dix ans! Comment voulez-vous éradiquer ce fléau si vous ne parlez que d'austérité? Ce n'est pas d'austérité que nous avons besoin, mais d'investissements: dans la jeunesse, dans le travail social, dans la santé et l'enseignement. Il faut donc donner aux travailleurs les moyens de ne pas laisser la jeunesse dans les mains de ces trafiquants.
Monsieur le premier ministre, je reprendrai la question du procureur du Roi: combien d'enquêteurs la police judiciaire fédérale (PJF) va-t-elle recevoir?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de eerste minister, in de eerste plaats wil ik u bedanken voor de extra politie, die het de minister van Binnenlandse Zaken meteen mogelijk heeft gemaakt om kordaat op het terrein op te treden. Wij weten allemaal dat er geen magische oplossing bestaat. Er bestaat niet één maatregel die alles oplost, iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen, en dus ook de burgemeesters, de PS-burgemeesters die vandaag in Brussel vzw's hun ding laten doen, die vandaag nalaten pizzeria's waar geen pizza's worden verkocht maar drugs worden verhandeld, te sluiten. Zij moeten optreden en ervoor zorgen dat daaraan iets wordt gedaan.
Als we ervoor willen zorgen dat iedereen zijn deel doet, dan spreekt dat misschien toch in het voordeel van de Nationale Veiligheidsraad, waarbij we niet alleen kijken naar het federale niveau, maar ook naar de regio's. To take back control. Wij moeten weer controle krijgen over onze straten. Er moet een versterking komen van de federale politie en van de federale gerechtelijke politie. Dat zijn allemaal zaken die we federaal kunnen doen
Tegelijkertijd moeten ook de andere politieke niveaus worden geresponsabiliseerd. Kijk naar Brussel momenteel. Hoe kunnen we de strijd tegen drugs voeren, als er gebruikersruimtes zijn, waarvan de Brusselse regering vindt dat het normaal is dat die er zijn? Dat krijg je mij niet uitgelegd.
Er is geen magische oplossing, behalve misschien de volgende: geen gebruiker betekent geen dealer; geen dealer betekent geen schietpartij. Het normaliseren van drugs in onze samenleving moet een halt toegeroepen worden. In films, Netflixseries en ook Vlaamse series wordt drugs overal beschouwd als iets positiefs. Dat moet gestopt worden. En wij moeten op het federale niveau de strijd tegen drugs voeren.
Mijnheer de eerste minister, welke maatregelen zullen wij nemen to take back control over onze straten?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, collega's, elk nadeel heb zijn voordeel, zei ooit een groot filosoof. Met de arizonaregering stellen wij orde op zaken, met de neuzen in dezelfde richting, met een minister die onmiddellijk op het terrein was om actie te ondernemen, met een minister van Justitie die onmiddellijk daar was om mee het spoedoverleg in gang te steken.
Brussel is inderdaad al twee weken lang het strijdtoneel van drugsbendes, maar als we dat willen aanpakken, zullen we dat op de verschillende niveaus, van het lokaal niveau tot het internationaal niveau, moeten aanpakken. Dat is wat hier in de discussie ontbreekt.
Kijk naar het arizonaregeerakkoord. Alle maatregelen staan daar al in; we waren ons daarvan al bewust we moeten inderdaad de gerechtelijke politie versterken; we moeten inderdaad de politiezones in het Brusselse fusioneren; we moeten inderdaad de criminelen heel hard straffen en aanpakken; we moeten de focus leggen bij de drugsgebruikers. Zonder drugsgebruikers, geen afzetmarkt. Daar moeten we die criminelen treffen; in the pocket . We moeten hen treffen waar het geld zit. Ook op dat vlak zijn heel wat maatregelen gepland, die in deze legislatuur zullen worden uitgevoerd.
Mijnheer de eerste minister, we kunnen hier inderdaad met de vinger naar iedereen wijze, al degenen die de voorbije decennia volledig in het debat afwezig waren, maar dat mogen we vandaag net niet doen. Vandaag moeten alle neuzen in dezelfde richting.
Mijnheer de eerste minister, hoe zult u die eenstemmigheid tot stand brengen? Hoe zult u het lokaal niveau en het gewest meekrijgen? Hoe zult u de kwestie ook internationaal op de kaart zetten?
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, je vous plains, parce que vous avez des partenaires de majorité qui sont amnésiques. Vous avez un président de parti qui vient nous expliquer ici que ce sont les bourgmestres socialistes qui sont responsables d'une compétence de Justice et d'Intérieur. Un président de parti qui a eu la compétence de la Justice sous l'Arizona; de l'Intérieur sous la Vivaldi, et de la Justice sous la Suédoise.
Qu'avez-vous donc fait pour régler les problèmes en matière de Justice et d'Intérieur? Ça, c'est la vraie question. Aujourd'hui, M. Mahdi, nous avons un procureur du roi qui vous rappelle qu'il manque 100 enquêteurs spécialisés pour résoudre des problèmes de fond. Ça, c'est la vérité mais évidemment le socio-démocrate que vous êtes ne se retrousse pas les manches. Vous rejetez la faute sur les autres. Alors, M. le premier ministre, les prisons débordent, la Justice ne sait plus où donner du pied tellement elle manque de moyens. Aujourd'hui, à la police fédérale, allez y faire un tour, M. Mahdi, il y a des voitures qui ne démarrent pas. Elles ne savent pas démarrer parce qu'elles sont en panne. Elles ne savent pas démarrer parce que vous n'avez pas mis les moyens nécessaires. Cela, c'est la vérité! Mais où étiez-vous quand on a commencé à désinvestir dans la police et la justice pendant quatre ans d'affilée. Ça, c'est la réalité. Aujourd'hui, le cancer de nos quartiers, vous n'y avez pas trouvé de solution. (Vives protestations de MM. Bouchez et Mahdi) Ça c'est la réalité, M. Mahdi, alors ne venez pas rejeter la responsabilité sur les autres! Et ne vous excitez pas, M. Bouchez, votre tour viendra!
Alors, monsieur le premier ministre: Quelle réponse allez-vous donner à la police judiciaire, à la justice? Et surtout, étant donné que l'on sait tous que le problème des narcotrafiquants est un problème européen, allez-vous initier une réunion du Conseil européen sur la matière pour faire en sorte que la lutte contre le trafic de drogue soit une question (...)
(Clameurs échangées hors micro entre M. Bouchez et les bancs du PS)
Voorzitter:
Mijnheer Bouchez en anderen, ik wil er nogmaals op wijzen dat wij ons hier niet op de jaarmarkt van een of andere Waalse gemeente bevinden. Ik heb immers de indruk dat die sfeer stilaan in het Parlement begint door te dringen. Dat kan trouwens ook op Vlaamse jaarmarkten weleens het geval zijn.
Er is hier een bepaalde manier van werken. Die bepaalde manier van werken stelt dat wie zich opgeeft om de vraag te stellen aan de eerste minister, zich op de sprekerslijst laat plaatsen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de heer De Smet, die nu zijn twee minuten spreektijd krijgt.
Ik verzoek u hem gedurende die tijd ook te laten uitspreken.
François De Smet:
Merci, monsieur le président.
Monsieur le premier ministre, nous devons tous être un peu plus humbles dans ce débat. Il en va de même pour vous, monsieur Mahdi! Franchement, si j'étais le président du parti qui a géré la sécurité de ce pays au cours des cinq dernières années, je serais un peu plus humble sur ce sujet. En effet, les fusillades actuelles à Bruxelles résultent principalement de l'échec des deux gouvernements précédents, à savoir la Vivaldi et la Suédoise.
Nous sommes dix à intervenir sur ce sujet aujourd'hui, c'est très bien. Pour ma part, je suis intervenu tout au long de la dernière législature pour tenter d'alerter sur le fait que notre pays devenait un narco-État. Les autorités judiciaires ont fait de même, mais nous n'avons pas été écoutés.
Rappelons les faits. Les problèmes de drogue et de grand banditisme sont d'abord du ressort de la police judiciaire fédérale. Comme les polices judiciaires à Anvers et à Bruxelles n'ont pas assez d'enquêteurs, les polices locales bruxelloises se retrouvent face à des kalachnikovs. Voici la vérité!
Même si vous arrêtez cinq fois, dix fois, vingt fois ces dealers qui se tirent dessus pour un bout de trottoir et pour un territoire, nous savons tous qu'ils seront remplacés du jour au lendemain. Ce phénomène ne pourra pas être endigué si vous ne frappez pas les têtes, si vous ne frappez pas les portefeuilles, si vous ne confisquez pas l'argent, si vous ne confisquez pas les voitures de luxe et si vous ne démantelez pas les réseaux de trafic d'armes, de corruption et de blanchiment d'argent.
Il faut plus de bleus dans les rues, mais il en faut surtout plus derrière les écrans. Je reconnais que cela peut sembler contre-intuitif. Une vision simpliste et populiste du dossier consiste à dire: "Il suffit d'arrêter les gens et il suffit d'avoir des solutions simplistes, comme par exemple la fusion forcée de zones de police." Cela ne marchera pas! Si vous voulez aider les zones de police locale, revoyez la norme de financement – cela tombe bien, c'est prévu dans votre accord – et faites-le vite! Pour le reste, laissez-les tranquilles et aidez plutôt le procureur du Roi de Bruxelles en lui donnant les moyens qu'il demande! Continuez également à apporter votre aide au procureur du Roi d'Anvers! Mais surtout, il est grand temps d'aider les riverains de Bruxelles, fatigués de ce genre d'effets d'annonce, qui veulent être secourus maintenant!
Youssef Handichi:
Monsieur le premier ministre, je suis le dernier à vous poser la question. Je suis le dernier, mais je ne serai pas le premier à faire un jeu de devinettes. Je ne vais pas faire la liste des tirs. La situation est beaucoup trop dramatique. Les gens et les travailleurs dans ces quartiers, monsieur Chahid – je pense que nous venons du même quartier, ou pas très loin –, à Anderlecht, veulent vivre en paix. Ils veulent prendre les transports en commun en sécurité. À 2 h ou à 7 h du matin, ils veulent vivre en paix. Les premières actions qui ont été menées sur le terrain vont dans ce sens-là. Il s'agissait d'apporter une réponse forte.
Monsieur le premier ministre, vous avez une majorité qui vous soutient dans vos actions. Nous soutenons notre ministre de la Sécurité et de l'Intérieur dans les premières actions qui ont été menées. Sont-elles suffisantes? Nous sommes tous d'accord pour dire, non, elles ne le sont pas. C'est la question principale que j'ai à vous poser, monsieur le premier ministre: quelle est la suite de ces actions?
Effectivement, les Bruxellois, les Anderlechtois vous regardent, les trafiquants vous regardent. À un moment donné, on devra cesser cette politique visant à demander qui a fait quoi, et on devra mener des actions concrètes. Il faut taper fort. Tolérance zéro vis-à-vis de ces crapules. Monsieur le premier ministre, nous sommes vraiment impatients de comprendre, de savoir et d'aller chercher ces crapules pour les mettre en prison et assurer la paix à tous les Bruxellois.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vais commencer par donner raison à M. De Smet. Face à la criminalité organisée, je pense que tout le monde devrait être humble et serein. Il s'agit d'un fléau mondial et il n'y a pas de réponse facile. C'est la vérité. Comme vous le savez, notre niveau de menace est actuellement au niveau 3 sur une échelle de 4. Les services se trouvent donc déjà dans un état de vigilance renforcée.
Le Conseil national de sécurité est un organe de coordination des politiques et non une entité opérationnelle. Le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur ainsi que la ministre de la Justice sont en contact étroit avec les différents services et le parquet. Ils me tiennent régulièrement informés. Demain, ils feront un nouveau point de la situation lors du Conseil des ministres où, comme vous le savez, siègent également tous les membres permanents du Conseil national de sécurité. Si à un moment donné, nous constatons qu'il est nécessaire de convoquer un Conseil national de sécurité pour une coordination supplémentaire, je ne manquerai évidemment pas de le faire.
Wat we de afgelopen weken hebben gezien aan Clemenceau is helaas geen onbekend tafereel. Het gaat hier over een bendeoorlog, waarbij bendes op straat met elkaar in de clinch gaan en daarbij grof geweld gebruiken. Dat is een tafereel dat helaas in heel wat Europese steden een trieste realiteit is geworden. We zien ook wat er in Nederland gebeurt, namelijk dat het drugsgeweld zich niet meer beperkt tot de steden, maar zich verder verspreidt. Dat is waarvoor ik in mijn vorige bevoegdheid inderdaad altijd heb gewaarschuwd.
Het goede nieuws is dat er deze keer wel een plan klaarligt. Als u zegt dat de Nationale Veiligheidsraad moet bijeenkomen om een plan te maken, dan antwoord ik u van niet, want de bestrijding van de georganiseerde misdaad komt heel uitgebreid aan bod in dit regeerakkoord. Er is een plan en de middelen van de veiligheidsdepartementen zullen ook worden opgedreven.
Het is mijn uitdrukkelijke ambitie om een integrale aanpak uit te rollen ten aanzien van de georganiseerde misdaad en in het bijzonder van de drugscriminelen. U zult begrijpen dat dit mij heel na aan het hart ligt. Het gaat over bronland of productiesite, logistiek, invoerhavens of luchthavens, geldstromen, ondermijning, bendevorming tot en met straatdealers en uiteraard ook over het geweld dat daarmee gepaard gaat. Dat moet allemaal aangepakt worden.
Daarin past het heropnemen van zowel het Kanaalplan als het Stroomplan 2.0 en ook de fusie van de Brusselse politiezones zal bijdragen aan een efficiëntere bestrijding van de georganiseerde misdaad in onze hoofdstad. Ik hoop dus op de medewerking van alle burgemeesters. De lokale politie kan heel veel betekenen, zeker als het gaat over straatbendes en ondermijning. Ik denk dat ik heel goed geplaatst ben om u dat te vertellen. Het is dus zaak om het regeerakkoord resoluut uit te voeren.
Deze problematiek vereist een structurele aanpak. Het geweld dat men vandaag in Brussel ziet, is niet het begin, maar wel het eindresultaat, het trieste gevolg van een lange criminele pijplijn. We moeten de droevige waarheid onder ogen zien, namelijk dat niemand kan beloven dat men dit op korte termijn structureel kan doen stoppen. Sereniteit is in deze echt wel geboden. Als we het structureel willen stoppen, dan zal iedereen moeten meewerken. Elke overheid zal moeten samenwerken.
Ik ben daarvoor – letterlijk – al de wereld rond geweest. Ik heb met havens, overheden, anti-corruptiediensten en Justitie in diverse landen gesproken en de havens verenigd. Er is al zoveel voorbereidend werk verricht en er ligt zoveel klaar. Ik heb altijd goed en nauw samengewerkt met de vorige ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. Er is al enorm veel voorbereid, nationaal en internationaal, waarvan ik nu hoop dat wij de vruchten zullen kunnen plukken. Ik heb tijdens mijn eerste meeting met de heer Costa al gezegd dat dit ook een Europese prioriteit moet worden, anders duwen wij het probleem alleen maar naar elkaar toe. Dat is echter helaas helemaal nog niet het geval. Wij hebben daarvoor iedere overheid nodig.
C’est pourquoi je déplore également qu’il n’y ait toujours pas de gouvernement de plein exercice à Bruxelles pour mettre en œuvre des réformes structurelles de manière décisive avec nous. J’appelle encore une fois chacun à arrêter les jeux politiques et à assumer ses responsabilités pour la sécurité de nos citoyens. Merci.
Ortwin Depoortere:
Wie dacht dat met de N-VA in de regering veiligheid prioriteit nummer 1 zou worden, is eraan voor de moeite. Terwijl Antwerps premier Bart De Wever enkele jaren geleden zelf opriep om het leger in te zetten, blijft het nu oorverdovend stil. Hij gaat liever naar een patserfilm en zegt dat de drugsproblematiek is wat ze is.
Mijnheer de premier, als het u menens is met de veiligheid van onze burgers, dan moet u de oplossingen van het Vlaams Belang in de praktijk omzetten, structureel en op korte termijn. Wij stellen een totaalaanpak voor met inzet van alle veiligheidsdiensten, desnoods ook met het leger, en een versterking van de gespecialiseerde politie-eenheden om de jarenlange onderfinanciering tegen te gaan. Houd desnoods grootschalige razzia's in die wijken, ga van deur tot deur, pak die criminelen op. Zet criminelen die hier illegaal zijn het land uit. Zorg opnieuw voor veilige straten voor onze bevolking!
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.
J'ai été un peu frustrée parce que j'aurais aimé entendre que ce dont on a besoin, ce sont des services publics qui tiennent debout. J'aurais aimé entendre qu'on a besoin d'une police bien formée et présente au quotidien dans les quartiers, d'une justice qui a les moyens d'enquêter et d'un véritable travail de prévention. J'aurais aimé entendre qu'il faut protéger les quartiers, que les quartiers populaires aussi ont droit à la sécurité et que la réponse ne peut pas être seulement répressive.
Malheureusement, votre gouvernement Arizona détricote le statut des policiers et diminue aussi la capacité à recruter des agents et des agentes.
Le procureur du Roi n'a pas demandé plus de police et plus de chefs de police. Il a demandé davantage d'inspecteurs à la police fédérale. Il n'y en avait pas qui étaient disponibles. C'est un vrai problème.
Et, quand j'entends certains partis qui sont au pouvoir depuis 25 ou 30 ans sans discontinuer, je continue à être inquiète et je me demande comment on va faire pour la suite. Parce qu'en fait, la sécurité ne se construit pas à travers des effets d'annonce; elle ne se construit pas à travers des opérations coup de poing, mais à travers de la répression, de la prévention et un travail main dans la main (...)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, u hebt veel plannen. Wij willen echter concrete actie. Wij hebben u geholpen met concrete actie in Antwerpen. Welke middelen hebt u opgenomen in uw begrotingstabellen voor 2025 voor de politie? Dat is 26 miljoen euro. Dat staat in schril contrast met de 100 miljoen euro voor 2024, die wij hebben ingeschreven. Mijnheer de eerste minister, wij hebben u geholpen in Antwerpen. In Brussel zien of horen wij u niet. Wij hebben vier keer zoveel middelen uitgetrokken in 2024 dan u voor 2025 inschrijft.
Brent Meuleman:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord en voor uw oproep tot sereniteit. Het Vlaams Belang kan daarvan nog wat leren.
Collega’s, laten we alle theater achterwege laten, want dat komt ten koste van de veiligheid van de mensen. Laat het duidelijk zijn: iedereen moet zijn steentje bijdragen.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Hoe brengen mensen hun kinderen in godsnaam naar school, als zij elk moment in een schietpartij terecht kunnen komen? De inwoners van de betrokken wijken voelen zich niet veilig. Net om die reden hebben de regeringspartijen afgesproken dat meer centen en meer middelen naar Justitie en naar politie zullen gaan.
Immers, collega’s, alleen door nu samen op te treden, zullen wij het geweld een halt kunnen toeroepen en ervoor kunnen zorgen dat de mensen opnieuw in leefbare wijken wonen en er veilig kunnen opgroeien.
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, vous avez parlé de sérénité. Alors, moi, je m'amuse de voir la droite s'exciter comme ça sur les bancs, bien que vous ayez eu les dix derniers ministres de l'Intérieur.
Monsieur le premier ministre, vous avez dit avoir un plan. Mais nous vous avons posé des questions concrètes et votre réponse était vague, très vague.
Avez-vous écouté le procureur du Roi hier, quand il a parlé de donner plus de moyens? Les chiffres parlent d'eux-mêmes: à Bruxelles, il manque 137 policiers à la police judiciaire fédérale, sur 722; à Anvers, il en manque 95 sur 508. Et même la police locale, qui doit se charger de la police de proximité, est en sous-effectif. Comment voulez-vous lutter contre le narcotrafic si vous démantelez les services publics et si vous détériorez les conditions de travail de la police?
Monsieur le premier ministre, vous ne pourrez pas lutter efficacement contre le crime organisé, ni garantir la sécurité des citoyens, si vous poursuivez dans cette direction.
Sammy Mahdi:
Dank u, mijnheer de eerste minister. U hebt terecht gezegd dat we verder kordaat moeten optreden.
Mijn laatste boodschap geef ik in het Frans.
Ce message s'adresse à certains jeunes de quartiers.
À toi, petit dealer, qui essaies d'avoir de l'argent facile en trafiquant de la drogue. Toi, le petit dealer, alors que tes grands-parents et tes parents se sont cassé le dos pour travailler dans cette société, aujourd'hui, tu te retournes contre cette société. À toi, petit dealer, qui peut-être écoutes certains partis de gauche qui te disent que tu n'as aucune opportunité dans cette vie, je veux te faire passer un message. C'est qu'il y a deux options. Ou bien tu t'intègres, tu t'investis et tu prends les opportunités qui existent au sein de cette société. Ou bien tu feras face à un pouvoir politique qui ne tolérera pas qu'aujourd'hui, des jeunes menacent la sécurité pour eux-mêmes, pour les autres jeunes de quartiers et pour les parents. Pas avec nous, pas avec ce gouvernement! J'espère que tu l'as bien entendu!
Maaike De Vreese:
Het is fake news, mevrouw Bertrand. U zou beter moeten opletten en even luisteren. U verkoopt hier in het Parlement fake news. Dat weet u. U moet leren optellen. Het gaat om 110 miljoen erbovenop.
Ik kan u één ding zeggen, collega's. De bendes hebben een heel slecht moment uitgekozen. Die criminelen hebben een slecht moment uitgekozen. Want wij zullen er staan. Arizona zal er staan, als één blok. Wij zullen zorgen voor een eenheid van commando. Het is met ons of het is tegen ons. Wie niet horen wil, zal voelen.
We zullen dit allemaal samen doen. Daarom is het zo belangrijk en vraag ik ook die lokale besturen en het gewest om zich achter dat blok te scharen en zich niet weg te steken, maar om de strijd samen met ons aan te gaan.
De voorzitter:
Het zal u bekend zijn, mevrouw Bertrand, dat eventuele tussenkomsten of persoonlijke feiten aan bod komen na afloop van het debat.
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, merci pour les réponses, mais vous n'avez pas répondu à un certain nombre de questions. Au mieux, vous avez lu la déclaration de gouvernement que vous aviez déjà lue il y a quelques jours. Mais la question est la suivante: est-ce vraiment avec 75 millions d'euros que vous allez apporter une réponse face à des narcotrafiquants qui brassent des milliards?
Vous avez parlé de la police locale. Aujourd'hui, les polices locales, les sections locales de recherche se mettent à disposition pour aider la police fédérale, pour faire en sorte de trouver des solutions et de régler des problèmes de fond.
L'appel du procureur du Roi est donc simple. Ce n'est pas une fusion des polices qui va régler le problème, mais c'est engager des enquêteurs. Il manque plus de 100 enquêteurs à la police judiciaire fédérale. C'est ce qu'ils attendent de vous.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour vos réponses. Il y a de bonnes choses. Mais sur la fusion des zones de police, pour rappel, les six zones bruxelloises font déjà partie du top 12 des zones les plus denses. Si vous les fusionnez de force, vous allez déstructurer une police de proximité, qui est une des rares choses qui fonctionnent dans l'ensemble.
Non seulement les 19 bourgmestres, toutes couleurs confondues, sont contre. Le procureur du Roi vous dit que c'est une mauvaise idée. Le procureur général vous dit que c'est une mauvaise idée.
De grâce, arrêtez avec ce qui ressemble de plus en plus à un nouveau BHV, à un totem communautaire absolument irrationnel, qui n'a pas de plus-value. Arrêtez de vous attaquer aux zones de police; attaquez-vous aux narcotrafiquants.
Youssef Handichi:
Tout d'abord, un petit message au PTB: au lieu de se poser la question de qui a eu quoi comme ministères ces 30 dernières années, peut-on être d'accord sur le fait que vous, vous n'avez jamais rien eu dans les mains? C'est un premier point.
Ensuite, je m'adresse aux camarades de la gauche. Il faudrait peut-être faire la liste de vos compétences et voir où se trouve aujourd'hui M. Vervoort. Il est aux abonnés absents. M. Cumps à Anderlecht fait des effets d'annonce, mais où est la police locale?
Effectivement, nous avons renforcé la présence des bleus. C'est une première réponse qui est nécessaire. Pas du tout de la prévention, mais de la répression. Comme je vous l'ai dit, à un moment donné, la peur doit changer de camp, monsieur le premier ministre. Vous avez une majorité qui vous soutient dans ce sens-là. Merci.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Alexia Bertrand:
Het was uiteraard een persoonlijk feit, mijnheer de voorzitter. Wie vertelt hier nu fake nieuws? Ik heb hier de tabellen. Daar staat voor de ministerraad van 23 oktober 2020: plus 100 miljoen euro in 2024 voor de politie. Bij jullie is dat 26 miljoen euro. Dat is vier keer minder, bovenop natuurlijk. Wij zijn het eens, mijnheer Ronse. Het is 100 miljoen euro bovenop de middelen die voorzien waren. Wij hebben dus vier keer meer gedaan dan wat jullie gaan doen in 2025. Dat is een feit.
Voorzitter:
Het woord is aan mevrouw De Vreese. Het Reglement bepaalt dat de aangesprokene repliektijd krijgt. (Protest op de Open Vld-banken)
Collega's, het zou fijn zijn als u allemaal het Reglement even bekijkt. Ik geef dus het woord aan mevrouw De Vreese.
Maaike De Vreese:
Collega Bertrand, u zou als geen ander de begroting moeten kennen. De verhoging van Vivaldi is natuurlijk mee in de begroting opgenomen. Daar doen we dit nog eens bovenop. Het is natuurlijk jammer en pijnlijk voor Open Vld om dit te horen, maar wij doen het er dus nog bovenop, dit in een context waarin uw partij een desastreuze begroting heeft achtergelaten. U gaat ons nu lesjes leren over de manier waarop wij in veiligheid moeten investeren, terwijl u in de voorbije legislatuur een put hebt achtergelaten. Het is een schande dat u op die manier durft tussen te komen.
Voorzitter:
Ik verwijs even naar artikel 55. Het is altijd toegestaan het woord te vragen voor het beantwoorden van een persoonlijk feit. De toelichting van het persoonlijk feit en het eventuele antwoord van een ander lid of een lid van de regering mogen samen niet meer dan vijf minuten van de tijd in beslag nemen.
De komende 9-daagse staking bij de NMBS
De staking van het spoorpersoneel
De spoorstakingen
Spoorstakingen bij de NMBS
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
N-VA
Dorien Cuylaerts
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een negendaagse roterende spoorstaking, georganiseerd door kleine vakbonden (OVS, ASTB), treft doelbewust pendelaars, studenten en kwetsbare reizigers, terwijl zelfs grote vakbonden en de NMBS de actie als onverantwoord en onevenredig afwijzen. Minister Crucke (Mobiliteit) benadrukt dat de staking niet overlegd is en belooft dagelijkse communicatie over beperkt treinverkeer (58% op zaterdag, minder op weekdagen), maar stelt dat sociale dialoog met de grote vakbonden (nog niet met stakende partijen) prioriteit heeft, zonder concrete maatregelen tegen toekomstige acties. Oppositieleden (Open Vld, N-VA, Vlaams Belang) eisen hardere maatregelen om herhaling te voorkomen, wijzen op structurele problemen (onbetrouwbaarheid, personeelstekort) en verdedigen de hervormingsplannen van de regering-Arizona, terwijl ze de vakbonden beschuldigen van privilegeverdediging en het gijzelen van werkwillend personeel. De treinreiziger blijft de hoofddupe, met afnemend draagvlak voor de NMBS.
Irina De Knop:
Meneer de minister, ik ben een beetje gevat door de tijdswijziging, maar goed.
We staan aan de vooravond van een treinstaking, dames en heren, van maar liefst negen dagen. Enkele kleinere spoorvakbonden zijn voor een keer wel heel erg creatief geweest. Ze hebben nagedacht over hoe ze de pendelaars zo veel mogelijk kunnen treffen met zo weinig mogelijk inzet van de vakbonden. Daarom staken ze niet één dag, maar negen. Bovendien hebben ze bepaald dat ze één en ander roterend zouden doen, zodat iedereen overal ten lande geraakt wordt door hun actie. Als zelfs het ABVV die actie erover vindt, wil dat wel wat zeggen.
Bij Open Vld vinden we trouwens, net als de NMBS zelf, dat dit totaal onaanvaardbaar, onverantwoord en buiten proportie is. Want wie zal hiervan het slachtoffer zijn? Opnieuw de treingebruiker, de mensen die gaan pendelen, de studenten en zelfs de mensen met een beperking. Nu, die mensen zijn al wat gewend bij het spoor. De treinen komen meestal niet op tijd, zijn meestal veel te laat en zitten overvol, maar dit slaat toch wel alles.
Gelukkig, meneer de minister, hebben we sinds een aantal jaren onder liberale impuls de gegarandeerde dienstverlening. Dat is een klein hulpje. Al zal het voor de NMBS natuurlijk zaak zijn om erop toe te zien dat die gegarandeerde dienstverlening echt gewaarborgd wordt. Aan u zal het zaak zijn om erop toe te zien dat die vakbonden er niet iedere keer opnieuw voor zorgen dat het spoor lam ligt. Vandaar ook mijn vragen aan u, meneer de minister.
Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat die gegarandeerde dienstverlening echt gewaarborgd wordt? Moeten we deze niet uitbreiden om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking ook op hun bestemming geraken?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, toen ik zes maanden geleden aantrad in het Parlement, had ik nooit verwacht dat de NMBS zo vaak het onderwerp van discussie zou zijn. Hier staan wij echter opnieuw, net als vorige week wegens een nieuwe staking. De twee kleine vakbonden, OVS en ASTB, plannen een staking van maar liefst negen dagen. Ik had gehoopt dat zij na overleg alsnog bij hun zinnen zouden komen, maar helaas is dat niet gebeurd. Zij houden vast aan hun negen dagen. Zij noemen dat een braaf compromis. Ik ben benieuwd of de pendelaars dat ook op die manier zien wanneer zij hun trein alweer zien wegvallen. Zullen zij dat dan ook een braaf compromis vinden? Ik twijfel daaraan.
Het spoorpersoneel dat wel wil werken, wordt immers simpelweg ook gegijzeld door die kleine minderheid. Het zijn immers vooral de treinbestuurders die zullen staken. Dat maakt dat een flink pak treinbegeleiders die dagen zelfs niet zal kunnen werken. De grote vakbonden vinden die staking hallucinant. Laten wij echter niet vergeten dat ook een overgrote meerderheid van het spoorpersoneel wel haar job met passie en toewijding uitvoert. Aan hen willen wij even onze expliciete dank uitspreken. Immers, slechts een handvol vakbondsmilitanten stookt de boel op en sleurt iedereen mee in die staking, die buiten proportie is.
Mijnheer de minister, laat het dus duidelijk zijn. Niemand wil dat dit land geblokkeerd wordt door een kleine vakbond zonder verantwoordelijkheidszin. Welke maatregelen overweegt u om ervoor te zorgen dat dergelijke buitensporige acties niet langer het hele land kunnen platleggen?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, mijn eerste vraag aan u als nieuwe minister van Mobiliteit is geen aangename. Morgen start een negendaagse spoorstaking, die wordt georganiseerd door de vakbond OVS. Zoals u weet, zijn er bij die vakbond zeer veel treinbestuurders aangesloten. Een treinbestuurder - het woord zegt het al - bestuurt de trein. Als de treinbestuurders actie voeren, dan rijdt de trein niet. Wie gaat daar de dupe van zijn? Dat zijn natuurlijk de treinreizigers.
Het blijft niet bij die actie van OVS. Ook de grote spoorvakbonden ACOD Spoor en ACV-Transcom hebben aangekondigd dat ze heel wat acties zullen voeren, tot zelfs in juli. Daar zullen ook stakingen bij zijn. De eerste staking werd al aangekondigd voor 31 maart.
Zij doen dat omdat ze een signaal willen geven aan u als minister van Mobiliteit, die deel uitmaakt van de arizonaregering. Ze zijn namelijk een beetje ongerust en ontevreden over de plannen van de arizonaregering, waarover ze lezen in het regeerakkoord. Dat maakt dat er een lente en zomer van sociale onrust zal zijn bij het spoor.
De treinreizigers zullen daar de dupe van zijn. Die treinreizigers werden de voorbije jaren al allerminst verwend inzake stiptheid, performantie, betrouwbaarheid en veiligheid. Nu krijgen ze dit er nog bij. Bovendien zorgen die acties ervoor dat het spoor als alternatief vervoermiddel minder aantrekkelijk wordt. Bovendien zullen ook weinig mensen zich geroepen voelen om treinbestuurder te worden, een job waaraan grote nood is.
Ik heb begrepen dat u overlegd hebt met de vakbonden. Daaruit valt alleszins af te leiden dat dit niet heeft geleid tot het opschorten van de aangekondigde acties. Ik hoop dat daar nog beterschap in komt. Mijn bezorgdheid gaat echter vooral uit naar de treinreizigers. Mijnheer de minister, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat zij niet langer de dupe zullen zijn van de sociale onrust die uw arizonaregering bij het spoorpersoneel creëert?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega's, hartelijk dank voor uw vragen over de stakingsactie in de spoorwegsector. Ik heb het al benadrukt in mijn vorige interventie, de NMBS en Infrabel zijn autonome overheidsbedrijven. De sociale dialoog is een bevoegdheid die in de eerste plaats toekomt aan het bestuursorgaan en de sociale partners.
Als minister van Mobiliteit ben ik echter alert voor de gevolgen van deze acties voor de gebruikers en voor het goede verloop van de sociale dialoog.
Wat de status van de huidige staking betreft, is het belangrijk te benadrukken dat het een beweging is, geïnitieerd door een onafhankelijke vakbond. Die acties zijn gericht op bepaalde maatregelen waarin het regeerakkoord voorziet. Volgens de informatie van de NMBS, Infrabel en HR Rail worden deze stakingen als onaanvaardbaar, onverantwoord en onevenredig beschouwd, vooral omdat er geen voorafgaande overlegd werd gevraagd door de initiatiefnemers van de beweging. Ik deel dat standpunt helemaal.
Wat het vervoersaanbod tijdens deze stakingsperiode betreft, geef ik u de beschikbare gegevens voor zaterdag 22 februari. Drie IC-treinen op de vijf en drie L- of S-treinen op de vijf zullen rijden. In totaal zal 58 % van de treinen rijden, vergeleken met een normale zaterdag. De impact van de staking varieert per dag en zal tijdens de weekdagen groter zijn dan tijdens het weekend. De NMBS-reisplanner wordt elke dag vóór een stakingsdag bijgewerkt om de reizigers zo goed mogelijk te informeren over de verkeersomstandigheden. De NMBS is van plan om gedurende de hele sociale beweging dagelijks te communiceren over het beschikbare vervoersaanbod.
Ik benadruk het belang van de sociale dialoog en wijs erop dat overleg de beste manier is om deze problemen aan te pakken. Mijn inzet blijft die van een constructieve en open dialoog, om zowel de continuïteit van de openbare dienstenverlening als het respect voor de werknemers in de spoorwegsector te waarborgen. Het is zeker geen geschenk om met een staking van enkele dagen te leven, maar de slachtoffers van de staking zijn niet alleen degenen die u aanduidt, mevrouw De Knop, maar ook het publieke bedrijf, en wij moeten het publieke bedrijf verdedigen. Dat zal ik ook doen.
Mevrouw Cuylaerts, het overleg is nog niet begonnen, hoewel enkele vakbonden al staken. Het gaat om enkele kleine vakbonden, dat is niet voor alle vakbonden het geval. Dat moet u weten en beseffen. Met de grote vakbonden zal ik het sociaal overleg zeker voortzetten.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, moeten ons ervan bewust zijn dat het draagvlak voor de NMBS bij iedere staking afneemt. Het geduld van de mensen is werkelijk op.
De vakbonden blijven de privileges uit het verleden verdedigen, privileges die absoluut onhoudbaar zijn. Om het in de andere landstaal te zeggen: ça suffit , mijnheer de minister. De vakbonden hebben 8 maanden de tijd gehad het regeerakkoord naar links op te schuiven. Het is genoeg. Trop is te veel.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is heel duidelijk. De hervormingen zijn absoluut nodig en ik ben dan ook heel tevreden dat de nieuwe regering het lef heeft om verantwoordelijkheid te nemen. De maatregelen hadden al tientallen jaren geleden moeten zijn genomen. Zonder die ingrepen zullen de sociale zekerheid en de pensioenen simpelweg onbetaalbaar worden. De volgende generaties zullen de regering heel dankbaar zijn en ik ben blij dat we met de arizonacoalitie voor het juiste spoor kiezen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U mag verontwaardigd zijn, maar daar schieten de treinreizigers niets mee op. Uw voorganger, de heer Gilkinet, was een kampioen. Hij heeft namelijk het record gevestigd van het aantal treinstakingen tijdens zijn ministerschap. Dat is een negatief record en ik hoop dat u tijdens uw ministerschap dat record niet zult breken. Het Vlaams Belang verwacht geen negatieve records, maar hoopt dat u deze legislatuur zult zorgen voor positieve records op het vlak van stiptheid, veiligheid en performantie bij het spoor. De treinreizigers mogen absoluut niet de dupe worden van wat er bij het spoor gebeurt. Ik hoop dat u de dialoog kunt voortzetten en ervoor zorgt dat de aangekondigde acties worden opgeschort. De treinreizigers zijn al veel getroffen. Ze moeten sinds februari meer betalen, maar krijgen daarvoor alleen maar meer spoorellende in de plaats. Dat is onaanvaardbaar.
De geheime afspraken tussen de eerste minister en de heer Bouchez over de meerwaardebelasting
De uitspraken van de eerste minister over de meerwaardebelasting
De geheime afspraken over de meerwaardebelasting
Geheime overheidsoverleggen meerwaardebelasting
Gesteld door
PS
Pierre-Yves Dermagne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
VB
Lode Vereeck
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om transparantie en de omstreden meerwaardebelasting, waarbij oppositiepartijen (PS, Open Vld, N-VA) premier De Wever beschuldigen van geheime afspraken die de rijken sparen ten koste van de middenklasse—met name Vlaamse spaarders. De Wever ontkent geheime deals en verwijst naar het regeerakkoord als enige bindend document, maar ontwijkt concrete antwoorden over vrijstellingen voor langetermijnbeleggers, wat onzekerheid en wantrouwen versterkt. Van Quickenborne (Open Vld) en Vereeck (N-VA) hameren op beloftes over vrijstellingen en beschuldigen de regering van Vlaams-onvriendelijk beleid, terwijl Bouchez (MR) de beschuldigingen afdoet als politiek getouwtrek. De parlementaire volgorde van vragen was aanvankelijk ook strijdpunt, maar werd hersteld na protest.
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, de regering heeft gevraagd de vragen in die volgorde te behandelen en dat is niet in strijd met het Reglement.
Pierre-Yves Dermagne (PS): C'est donc à la demande du gouvernement que l'ordre du jour de cette Chambre a été déterminé. Cela me paraît être une application particulière et osée de notre Règlement. Il me semblait – même si je ne suis qu'un modeste juriste, sans grande expérience politique et parlementaire – que le gouvernement était à la disposition des parlementaires et du Parlement. Je demande, monsieur le président, que vous fassiez respecter le Règlement, la tradition et la jurisprudence parlementaire, et que vous soyez le président de tous les parlementaires!
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, aangezien tien vragen over het eerste thema en drie over het tweede thema werden ingediend, zag ik de logica ervan absoluut in. We zullen het Reglement van de Kamer natuurlijk nooit overtreden; hoe dan ook heeft het daaromtrent geen bepalingen. In de reeks van tien vragen zit overigens ook een vraag van uw fractie. Ik begrijp dat u pogingen onderneemt om er manoeuvres in te zien, maar de logica spreekt tegen u, denk ik.
Alexia Bertrand (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik moet collega Dermagne hier steunen.
Het gaat niet over het aantal vragen en evenmin over de volgorde die de regering wenst. Van tel is het moment waarop de vragen ingediend worden. Ik moet erkennen dat collega Dermagne zeer snel was met de indiening van zijn vraag, sneller dan collega Van Quickenborne. U mag dat niet zomaar wisselen; we moeten de volgorde respecteren.
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand, kunt u het artikel van het Reglement opnoemen dat hier overtreden is? Wanneer u zegt dat het niet zomaar mag, dan verwacht ik dat u daarvoor argumenten hebt.
Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, ik moet de terechte opmerking van collega Dermagne ondersteunen.
U zegt dat de volgorde louter op vraag van de regering werd omgewisseld. We gaan daarmee altijd zeer constructief en flexibel om, als dat gemotiveerd is. Als een minister nog andere vergaderingen heeft, later is of weg moet, hebben we daar nooit een probleem van gemaakt. De regering bepaalt echter niet de werkzaamheden van dit Huis.
U hebt gelijk wanneer u opwerpt dat daarover niets in het Reglement staat. Een gebruik dat ondertussen echter al heel lang wordt toegepast, is dat bij vragen over verschillende onderwerpen aan dezelfde minister, de eerst ingediende vraag als eerste aan bod komt, in chronologische volgorde. Die logica werd gehanteerd, tot de regering de volgorde nu heeft omgedraaid. De logica van de chronologie werd altijd toegepast. Ik hoor geen motivatie waarom daarvan nu plots afgeweken zou moeten worden.
Voorzitter:
Ik heb die ook niet gehoord, maar misschien gaf minister Clarinval er de voorkeur aan om die vragen eerst te behandelen. In alle eerlijkheid, wat hier naar voren wordt gebracht, is redelijk zonder inhoud.
Wil de regering naar de oorspronkelijke volgorde terugkeren? Ik denk niet dat dat de regering in het gedrang zal brengen.
Collega's, als u dat wenst, zullen we de vragen dus conform de oorspronkelijke volgorde behandelen. (Instemming)
Désolé, monsieur Clarinval, vous devrez rester un peu plus longtemps.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le président de l'ensemble des parlementaires! Monsieur le premier ministre, puisque le présent semble manifestement vous peser, c'est à l'historien qui sommeille en vous que je vais m'adresser.
"Publicité sauvegarde du peuple". Cette phrase prononcée à Paris le 13 août 1789 par Jean Sylvain Bailly, premier président du tiers état, premier président de l'Assemblée nationale figure au fronton de l'Hôtel de ville de Verviers. Elle signifie que tout ce qui est d'intérêt public doit être rendu public, que tout ce qui concerne le sort du peuple, que tout ce qui est fait en son nom, doit lui être révélé. Ce qui en découle est simple: la publicité de l'information et la liberté de la presse doivent être considérées comme des piliers de nos démocraties.
Or, depuis samedi, ces principes fondamentaux sont foulés au pied par votre gouvernement et certains membres de votre majorité. Puisque quelques heures seulement après notre marathon parlementaire, nous apprenions avec stupéfaction de la bouche même d'un président de parti de votre majorité qu'il existe un accord secret rédigé de votre main sur les plus-values visant bien entendu à épargner une fois de plus les plus riches au détriment de la classe moyenne.
Vous avez estimé, du haut de votre trône, ne pas devoir révéler au Parlement, aux représentants du peuple, cet accord. Alors, monsieur le premier ministre: qui n'a rien à cacher, n'a rien à craindre. Si vous cachez ce document dont vous avez reconnu vous-même l'existence, c'est que vous savez que vous avez quelque chose à vous reprocher ou à cacher à certains de vos partenaires.
Mes questions sont donc simples: Allez-vous enfin produire ce document afin que nous puissions chacune et chacun l'analyser? Quelle est la teneur de cet accord? Donne-t-il raison au président du MR ou aux représentants de Vooruit et du cd&v? Je vous remercie.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega’s, ik wil het niet hebben over briefjes en papiertjes. Ik wil het hebben over het regeerakkoord.
Mijnheer de eerste minister, als toenmalig formateur hebt u iets interessants gezegd over de meerwaardebelasting. U hebt namelijk voor de camera’s, maar ook tijdens uw congres, verklaard dat de Vlaamse spaarder, die zijn centjes tien jaar of langer bijhoudt, geen meerwaardebelasting zou moeten betalen. U hebt dat gezegd. Precies op dat punt bent u tegengesproken door uw coalitiepartner, Vooruit. De voorzitter van Vooruit heeft neen gezegd, en vicepremier Vandenbroucke heeft verklaard dat er geen komma aan het regeerakkoord zou worden gewijzigd.
Mijnheer de premier, als men het regeerakkoord leest, dan moet men vaststellen dat die uitzondering er niet in vermeld wordt. Ze heeft er ooit in gestaan, maar nu staat ze er niet meer in.
Voor mij, alsook voor veel Vlamingen, rijst de vraag waarom Bart De Wever dat destijds heeft verteld? Was hij vermoeid? Was het een vergissing? Heeft hij voor zijn beurt gesproken? Het is een feit dat u met Arizona voor veel ongerustheid hebt gezorgd bij de Vlaamse spaarders. Het is een feit dat de mensen zich afvragen wat er met hun centen zal gebeuren, zoals bijvoorbeeld die leraar die elke maand spaart voor zijn dochter zodat zij een huis zou kunnen kopen. Ze vragen ze af of er nu een uitzondering is of niet.
Mijnheer de premier, ik wil u twee vragen stellen. Bent u bereid om uw uitspraak over de Vlaamse spaarder – die geen meerwaardebelasting moet betalen indien hij zijn geld tien jaar bijhoudt –, vandaag, hier in het Parlement, voor ons en de bevolking, te herhalen? Kunt u ons vervolgens zeggen waar die uitspraak in het regeerakkoord staat?
Lode Vereeck:
Gedurende 236 dagen heeft de huidige coalitie onderhandeld over de vorming van een regering. Twee keer heeft de coalitie bijna haar nek gebroken over de meerwaardebelasting. De soap duurt voort. Geheime deals, papiertjes, werkdocumenten: er is niets zo dodelijk voor een economie en de kapitaalmarkten als onduidelijkheid en fiscale rechtsonzekerheid.
De meerwaardetaks, waaraan geen fundamentele fiscale hervorming is gekoppeld, maar die louter dient voor het vullen van budgettaire putten of als politieke trofee, is slecht voor de economie. Bovendien is de taks een administratief gedrocht. Mijnheer de eerste minister, indien u toch doorzet, is financiële rechtszekerheid cruciaal voor onze economie en cruciaal voor de mensen die werken en sparen. U hebt verklaard dat wie zijn aandelen langer dan tien jaar in bezit houdt, is vrijgesteld van een meerwaardebelasting. Was dat een slip of the tongue of een vergissing? Dat geloof ik eerlijk gezegd niet. U bent immers, ten eerste, een historicus met het geheugen van een olifant. De vrijstelling is, ten tweede, volstrekt logisch en zinvol. De meerwaardebelasting is geen klassieke belasting om de overheid te financieren, omdat de opbrengsten afhankelijk zijn van de grilligheid van de beurs en dus erg onzeker zijn. Een meerwaardetaks is daarentegen een sturende belasting om speculatie en casinokapitalisme te ontmoedigen. Een vrijstelling voor wie op lange termijn investeert in de reële economie is dan ook logisch, rechtvaardig en economisch zinvol.
Mijnheer de eerste minister, hoe zit het nu? Zonder in te gaan op de praktische details, wil ik van u het volgende weten. Is het principe van een vrijstelling voor wie zijn of haar aandelen langer dan tien jaar in bezit heeft, al dan niet aanvaard en afgeklopt door de coalitie?
Bart De Wever:
Merci, chers collègues, pour vos questions.
Je vais être clair et précis sur le sujet. Comme chaque partenaire de la coalition l'a déjà déclaré à de multiples reprises dans la presse, il n'y a pas d'accord secret concernant les modalités de la taxe sur les plus-values, ni sur d'autres sujets d'ailleurs.
Comme je l'ai communiqué au président de la Chambre le week-end passé, il est évident que, lors des négociations, de nombreuses notes ont été échangées concernant pratiquement chaque mesure de l'accord de gouvernement. Mais ce qui compte, c'est le texte final de l'accord, un texte que chacun peut lire en toute transparence. Ce texte de 200 pages pose le cadre des mesures que nous allons prendre. Il a été approuvé la semaine dernière à l'issue d'un débat de 40 heures. Il s'agissait du plus long débat sur une déclaration gouvernementale depuis les années 1980.
La direction que veut prendre ce gouvernement dans les années à venir est très claire.
Het regeerakkoord voor de komende legislatuur is veel gedetailleerder dan de voorgaande regeerakkoorden, maar het is uiteraard geen exhaustieve beschrijving van elke modaliteit van iedere maatregel. Daarvoor is het, zoals altijd, wachten op de wetsontwerpen die modaliteiten kunnen bevatten die niet in het regeerakkoord zijn beschreven.
Ik zal derhalve hier geen modaliteiten herhalen die niet in het regeerakkoord staan, maar ik zeg wel dat alle modaliteiten in de schoot van de regering zullen worden besproken. Daarna zullen die wetsontwerpen met al die modaliteiten opnieuw, zoals altijd, hier in volle transparantie worden besproken en ter stemming worden voorgelegd.
De komende maanden zullen dus alle legitieme vragen die er nog zijn en die vandaag worden gesteld over de meerwaardetaks worden beantwoord bij de opstelling van het wetsontwerp en de debatten hierover in het Parlement.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, décidément, les débuts de ce gouvernement sont pénibles et même – oserais-je le dire – tristes. Ce sont tout d'abord des promesses trahies: celle d'augmenter le salaire net des travailleurs et des travailleuses de 500 euros en plus par mois. Ensuite, c'est un mensonge budgétaire: un château de cartes de chiffres. Et, puis, aujourd'hui, c'est un manque flagrant de transparence, puisque vous faites mentir vos présidents de partis qui, ce samedi, dans la presse, évoquaient cet accord secret écrit de votre main même et lui donnant raison sur l'interprétation de la taxe sur les plus-values pour épargner, une fois de plus, les plus riches au détriment de la classe moyenne. Ce n'est pas un bon début, monsieur le premier ministre! Ce n'est pas un début digne des attentes et des besoins de la population belge, d'autant que l'on sait qu'il y a d'autres accords secrets.
Dans les couloirs de la Chambre, pendant ces 40 heures de débat, nous avons appris par exemple qu'il y avait un accord sur l'IVG (…). (M. Dermagne lance un cahier rouge sur le banc du premier ministre.)
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, bedankt dat u niet antwoordt op mijn vraag, maar vooral bedankt dat u niet herhaalt wat u voor de camera's en voor uw eigen congres hebt verklaard. U hebt dat niet herhaald en dus laat u de middenklasse vallen. U durft het hier niet te herhalen omdat u niet het akkoord hebt van uw coalitiepartners.
Mijnheer de eerste minister, ik wil verwijzen naar de woorden van een politicus die nog niet zo lang geleden het volgende zei: "Ik ben tegen de meerwaardebelasting, want die meerwaardebelasting treft de middenklasse. Die belasting komt uiteindelijk bij de middenklasse terecht, bij de Vlaamse middenklasse." Die persoon zei ook: "De meerwaardebelasting is een anti-Vlaamse belasting." Weet u wie dat gezegd heeft? Bart De Wever, de man die vandaag eerste minister is.
Wat een bocht! 25 jaar lang hebben wij van de Vlaamse liberalen die taks tegengehouden en u voert ze in, op enkele maanden tijd. Shame on you! Dat is de reden waarom deze taks de De Wevertaks heet, een taks tegen de Vlaamse middenklasse!
Lode Vereeck:
Veertig uur is er gedebatteerd over het regeerakkoord en de meerwaardebelasting, maar er kwam geen antwoord. Ook vandaag kwam er geen antwoord. Dit is gewoon dag 249 van de regeringsonderhandelingen. Het dispuut ettert gewoon voort. Het lijkt Vivaldi wel! Uw coalitiepartners spreken elkaar tegen. U schept zelf onzekerheid. Jambon weet van niets.
Weet u wat we wel weten, mijnheer de eerste minister? Weet u waar iedereen het over eens is? Alle fiscale experts en zelfs Jambon en Bouchez zeggen dat het vooral de Vlamingen zijn die deze belasting zullen betalen. De Vlamingen die hard werken en sparen voor hun kinderen of voor hun oude dag.
Hoe kunt u als Vlaams-nationalist die in de campagne pretendeerde voor Vlaamse welvaart te zijn, dat aanvaarden? Of moet u als Belgische eerste minister gewoon meedoen met het pluimen van de meest gepluimde kip ter wereld, de Vlaming? Deze taks vernietigt Vlaamse welvaart en uw regering is daar mee verantwoordelijk voor.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
Collega Bouchez laat mij weten dat hem door collega Dermagne gedachten in de mond zijn gelegd waarin hij zich niet herkent. Hij heeft een persoonlijk feit ingeroepen.
Rajae Maouane:
(...)
Georges-Louis Bouchez:
Madame Maouane, nous vous avons déjà assez entendue. Je vais donc juste utiliser mon droit de réplique.
Je sais, chers collègues, que l'estime que vous avez à mon égard n'est pas très élevée, mais pensez-vous que je suis assez bête que pour expliquer dans le journal que j'ai un accord secret? C'est très intéressant, parce que je vois M. Hedebouw, l'agitateur en chef, qui en est excité. Monsieur Hedebouw, contrairement à vous, je suis manifestement assez malin que pour gagner les élections!
Pour le reste, monsieur le président, je confirme en tous points ce que j'ai dit: il n'y a pas d'accord secret. Mais par contre, il est vrai que cet accord de gouvernement se base sur des documents de travail qui permettent effectivement des interprétations. Monsieur Magnette, j'ai un droit, il s'agit d'un fait personnel. Cela peut vous énerver, mais il fallait peut-être gagner les élections!
Monsieur Dermagne, j'ai un scoop: je vais révéler un document secret à l'Assemblée aujourd'hui! Je vous demanderai, monsieur le président, d'en donner copie à l'ensemble des parlementaires. Il s'agit du bilan en termes de réformes de M. Dermagne sous le gouvernement Vivaldi. Ce document secret est une feuille blanche recto verso! C'est le bilan de M. Dermagne sous la Vivaldi!
Voorzitter:
Collega's, ik houd van een geanimeerd debat zoals we er nu een hebben, maar ik vraag om wat stilte zodat we de reactie van de collega's kunnen horen.
Het woord is aan de heer Dermagne.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, je voudrais simplement sous-titrer les propos de M. Bouchez. Quand il dit qu’il n’est pas assez bête pour déclarer quelque chose dans la presse qui n’est pas vrai, il dit en filigrane que c’est la presse qui s’est trompée. Comme je l’ai dit tout à l’heure, un des principes fondamentaux de notre démocratie, c’est la liberté et l’indépendance de la presse.
Georges-Louis Bouchez:
(…)
Voorzitter:
Mijnheer Bouchez…
Pierre-Yves Dermagne:
Dont acte, monsieur Bouchez. Dans votre bouche, cela veut dire que tous ces journalistes sont des menteurs, des idiots, des incompétents.
Voorzitter:
Collega's, zoals u weet kan het noemen van een collega u altijd in de grijze zone van een persoonlijk feit brengen. Een door de wol geverfde collega als de heer Hedebouw laat die kans niet schieten.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le président, je me rends compte que la réponse de M. Bouchez a été plus longue que la réponse du vrai premier ministre de ce pays. Et je pense pouvoir dire que l'ensemble du peuple – y compris les gens qui ont voté pour le MR – se rend compte que pour le MR, mentir n'est pas un problème. Les gens sont en train de comprendre aujourd'hui que M. Georges-Louis Bouchez, qui avait dit qu'il allait augmenter le pouvoir d'achat des travailleurs, qui avait dit qu'il allait beaucoup mieux s'occuper des conditions de vie des travailleurs, est en fait en train de faire du bla-bla et qu'il ne pense qu'à une seule chose, c'est protéger les super-riches dans ce pays, qui sont complètement protégés par le MR.
Voorzitter:
Dan geef ik in deze ronde het slotwoord aan de heer Bouchez, met het vriendelijke verzoek geen namen te noemen.
Georges-Louis Bouchez:
Je ne citerai personne, monsieur le président. Je veux simplement dire une chose, monsieur Hedebouw. (Hilarité) Ce n'est pas un fait personnel, je ne vous attaque pas, je réponds à vos points. Pour un fait personnel, il faut qu'il y ait eu une attaque.
Je vous dis une chose, c'est que ce gouvernement va baisser les impôts pour la classe moyenne, va travailler sur les conditions de travail pour donner plus de liberté aux travailleurs et va faire en sorte que cette taxe sur les plus-values ne touche pas les classes moyennes, contrairement à ce que vous avez dit. Mais venant du parti du baratin et de la taxe, je n'ai aucune leçon à recevoir.
Voorzitter:
Nee, mijnheer Hedebouw, de heer Bouchez heeft gereageerd op u. Het persoonlijk feit is hiermee afgehandeld.
Bart De Wever:
J'espère que cela ne vous dérange pas que je sois encore assis ici, mais je voulais simplement remercier M. Dermagne pour le carnet. Monsieur Dermagne, peut-être pourriez-vous choisir une couleur différente la prochaine fois. Merci. (Rires)
De nationale betoging
De vakbondsactie van 13 februari
De betoging en het belang van het sociaal overleg
De nationale staking en de vakbondsacties
De nationale stakingsdag
De nationale actie van 13 februari
De betoging in Brussel
De actiedag en het belang van het sociaal overleg
De nationale betoging
De betoging van 13 februari
Nationale actiedag en sociaal overleg
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Een massale betoging van 60.000–100.000 werkenden (verzorgers, leerkrachten, politie, spoorwegpersoneel) protesteert tegen pensioenhervormingen (werken tot 67 jaar, malus voor vroegpensionering), loon- en nachtpremieverlagingen en besparingen op zorg en sociale zekerheid, die ze als oneerlijk en klassenjustitie bestempelen. De regering verdedigt de maatregelen als noodzakelijk voor de toekomst (vergrijzing, begrotingstekort) en benadrukt concertatie met sociale partners, maar oppositie en vakbonden werpen haar gebrek aan alternatieven (bv. belasten van vermogenden) en minachting voor werkenden voor. Kernconflict: *Hervormingsdrang vs. sociale rechtvaardigheid*—met dreigende escalatie (stakingen) en wantrouwen in de regering.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, il y avait plus de 100 000 travailleurs dans les rues de Bruxelles ce matin. C'était impressionnant. Je crois que je n'ai jamais vu autant de monde en colère dans les rues de Bruxelles.
Je comprends leur colère. Comment ne pas comprendre quand on voit les attaques colossales de votre gouvernement envers le monde du travail; quand on voit à quel point vous les avez trompés avec vos 500 euros de salaire en plus? Jamais on n'avait décidé de brutaliser et d'appauvrir à ce point celles et ceux qui font tourner notre pays, qui le protègent, qui le soignent et qui l'éduquent.
Verts, bleus, rouges, des douaniers aux infirmières, des pompiers aux militaires, des artistes aux policiers, toutes et tous ont crié avec force qu'ils ne veulent pas de vos mesures anti-travail, qu'ils ne veulent pas de votre casse sociale, qu'ils ne veulent pas d'une vie où on se tue au boulot pour recevoir des miettes à 67 ans.
Ce n'étaient pas des "kékés" qui buvaient leur quart de pils, monsieur le ministre! C'étaient des femmes, des hommes, des jeunes, des vieux qui refusent votre gouvernement, les sanctions, les menaces, le mépris pour le travail. Ce sont des familles qui refusent de vivre dans l'angoisse de factures impossibles à payer; qui refusent de payer 95 % de la facture sociale alors qu'on laisse les grandes fortunes bien tranquilles; qui refusent aussi vos milliards d'économies sur les soins de santé, les pensionnés, les services publics et encore les plus fragiles.
Ils ont dit non, monsieur le ministre! Ils ont dit non, monsieur le premier ministre! Et ils ont dit non en masse!
Ma question est très simple: allez-vous entendre ce message très clair de tout un pays?
Raoul Hedebouw:
Nu zullen we het krijgen, mijnheer de eerste minister: 100.000 mensen in de straten! Dat had u waarschijnlijk niet zien aankomen. U wist niet dat er zo veel mensen zouden komen opdagen. 100.000 mensen uit de werkende klasse! Ze kwamen uit veel sectoren. Er waren militairen, brandweerlui, mensen uit de private en de publieke sector, jongeren en minder jonge mensen, vrouwen en mannen uit het zuiden en het noorden van het land. Het was een heel diverse groep. Ook middenveldorganisaties waren aanwezig: klimaatorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties en Amnesty International. Ze waren er allemaal samen om u te vragen wat u bezielt om hen tot 67 jaar te doen werken, en of u het al zelf eens hebt meegemaakt om 's morgens op te staan en vervolgens hard te werken in een bedrijf. Dat kent u bij de N-VA niet, uiteraard niet, want u leeft in een bubbel!
U hoort het niet graag, mijnheer de eerste minister, maar ik zal het u toch zeggen. Het is een schande dat mensen in ons land langer moeten werken voor minder pensioen. Het is een schande!
J'ai vu les travailleurs qui travaillent dans la logistique, dans la distribution. Ils m'ont dit: "Comment Bart De Wever, comment Georges-Louis Bouchez osent nous demander de travailler de 20 h 00 à minuit sans prime de salaire?"
Qu'est-ce que c'est cette bulle, ce fric, ces politiciens remplis de fric qui demandent effectivement aux travailleurs de bosser de plus en plus? Vraiment! La colère est profonde, mais vous vous en foutez, vous êtes dans votre bulle!
Mijnheer de minister, mijn vraag is heel duidelijk. U beslist om een malus van 300 tot 400 euro voor wie niet tot 67 jaar werkt, in te voeren. Trekt u die beslissing in? Zult u bovendien van de nachtpremies van de werkende klasse afblijven?
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, hier vous avez rencontré avec le kern les partenaires sociaux et, au nom des Engagés pour qui la concertation sociale est vraiment essentielle, nous vous remercions. Je rappelle qu'il a fallu plusieurs semaines au gouvernement précédent pour en faire de même.
Aujourd'hui, des dizaines de milliers de personnes se sont rassemblées à Bruxelles à l'appel des syndicats, exprimant leurs préoccupations face aux défis économiques et sociaux que nous traversons.
Cette mobilisation syndicale n'est pas la première face à la formation d'un nouveau gouvernement, et ce ne sera pas non plus la dernière. Cependant, elle rappelle l'importance du dialogue social. Et nous devons entendre les inquiétudes de la population. Car si nous voulons réformer, nous devons le faire avec tout le monde.
Notre gouvernement a pris un engagement clair, celui d'être un gouvernement de réforme. Mais une réforme ne se décrète pas. Elle ne pourra se construire qu'avec les partenaires sociaux. Et nous le prouvons dans les faits. Dans l'accord de gouvernement, les termes "partenaires sociaux" apparaissent 41 fois.
Nous devons aussi être clairs avec nos concitoyens. L'opposition, fidèle à ses habitudes, simplifie à outrance la réalité et alimente les craintes, en diffusant des contre-vérités. Or, il est de notre devoir d'expliquer avec pédagogie les enjeux auxquels nous faisons face et les solutions que nous proposons. Oui, nous devons prendre des décisions courageuses. Oui, elles ont un impact. Mais cet impact est mesuré, réfléchi et il vise un seul objectif: remettre notre pays sur les rails pour une justice sociale et une économie forte et durable.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous nous expliquer comment s'est déroulée la rencontre avec les partenaires sociaux et quelles sont les intentions du gouvernement par rapport à la concertation sociale? Vous-même l'avez souligné, l'effort pour remettre ce pays sur les rails doit être un effort collectif. Il ne peut se faire que si chacun – gouvernement, employeurs et travailleurs – avance dans la même direction. Plus que jamais, l'union fait la force!
Axel Ronse:
Collega’s, ik ben teleurgesteld. Ik heb het regeerakkoord doorgenomen. Welke maatregelen nemen we? We voeren familiekrediet in; we verhogen de minimumlonen en we behouden de automatische indexering. Collega’s, bovendien zullen voor de eerste keer in de geschiedenis van dit land mensen op 60-jarige leeftijd een volledig pensioen kunnen genieten, indien ze 42 jaar hebben gewerkt. Collega’s, ik had verwacht dat de vakbonden meer mensen op straat zou krijgen om dat beleid toe te juichen. Dat is immers sociaal beleid. Ik heb echter gemerkt dat wordt gemanifesteerd tegen de plannen van de nieuwe regering.
Ik heb het regeerakkoord nogmaals tot in de puntjes doorgenomen. Ik heb mij daarbij afgevraagd wie nu slechter af is door het regeerakkoord. Collega's, een van mijn Waalse vriendinnen heeft 33 jaar lang gestempeld. Ze krijgt netto 220 euro meer pensioen dan haar vriendin, die haar hele leven haar kas heeft afgedraaid. Welnu ze is erop uitgekomen dat ze slechter af zal zijn door het regeerakkoord!
Dankzij het huidige regeerakkoord moet wie elke dag zijn kas afdraait, bakkers, slagers, verplegers, leerkrachten, niet bijdragen aan een systeem dat ervoor zorgt dat mensen hun leven lang kunnen stempelen. Het huidige regeerakkoord zorgt ervoor dat werken wordt beloond. De huidige regering is de regering van de werkende mens. Er was nooit eerder een regeerakkoord dat ervoor zorgt dat werken zo sterk zal lonen.
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de vice-eersteminister, u hebt gisteren samengezeten met de Groep van Tien. Wat is uit dat overleg voortgekomen?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, we moeten begrip hebben voor het feit dat mensen vandaag op straat komen, zich vragen stellen en soms ook vragen krijgen die gebaseerd zijn op het fake news dat sommige partijen hier verspreiden. Tegelijkertijd moeten we wel serieus blijven wanneer sommige spoorvakbonden van plan zijn om negen dagen lang te staken, negen dagen lang elke treinreiziger gijzelen en negen dagen lang mensen die naar school of het werk moeten, in de kou laten staan.
Ik weet niet hoe een spoorvakbond kan verdedigen dat het spoorpersoneel op zijn 55ste met pensioen kan gaan, terwijl een 62-jarige verpleegkundige in de kou op een perron staat te wachten. Ik weet niet hoe men aan een 18-jarige die klaarstaat om aan zijn leven te beginnen, kan uitleggen dat hij misschien geen pensioen zal krijgen vanwege de 500 miljard euro schulden waarvoor we een oplossing moeten vinden en dat op hetzelfde moment mensen weigeren om langer te werken dan 55.
Welke boodschap geven we aan hen als de spoorvakbonden beslissen dat het spoorpersoneel negen dagen zal staken? Wie moet het dan oplossen? Een volgende generatie? Zijn zij het die de belastingen zullen moeten betalen en het allemaal zullen moeten oplossen? Ik denk het niet. Voor cd&v is dat totaal onverantwoord gedrag.
Er werd hier al gezegd dat we een aantal heel belangrijke zaken hebben gerealiseerd, rekening houdend met de opmerkingen van de burgers. De index is beschermd, de werkende mensen zullen meer nettoloon overhouden en we hebben respect voor wie zorg draagt voor een ander. Dat is wat deze regering doet.
In tegenstelling tot sommige politici en sommige vakbonden die negen dagen willen staken, denken wij ook aan de volgende generatie, aan een generatie die nog hoopt om een deftig pensioen te hebben na een lange carrière waarin ze hard hebben gewerkt. Dat is wat we doen. Mijnheer de premier, we zullen dat samen met de sociale partners moeten doen. Hoe zult u die grote hervormingen realiseren en tegelijkertijd een goed overleg hebben met de sociale partners?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, d'abord, soyons honnêtes: oui, il faut entreprendre des réformes importantes dans ce pays, des réformes qui n'ont pas été faites depuis 25 ans, y compris par vos deux partis. Il est impossible de ne pas réformer maintenant la fiscalité, le marché de l'emploi ou les pensions. On ne peut pas accepter d'avoir encore un taux d'emploi aussi bas, d'avoir un demi-million de personnes en incapacité de travail et de vivre dans le pays le plus taxé du monde en ce qui concerne le travail.
Néanmoins, messieurs, ce n'est pas une raison pour réformer ce pays à coups de tronçonneuse. Contre quoi exactement manifestent ces dizaines et dizaines de milliers de personnes qui battent le pavé? Bien sûr, contre vos mesures, contre la quasi-disparition de l'enveloppe bien-être, contre la fragilisation des pensions et des classes moyennes, dont un grand nombre d'enseignants, de policiers, d'infirmières. Cela devrait quand même vous parler. Ces gens manifestent également contre la précarisation des femmes. On ne le dira jamais assez: les femmes sont la première victime du gouvernement Arizona, à cause de votre réforme des pensions et du fait qu'elles ont des carrières espacées. Vous me direz: "C'est de leur faute, elles n'avaient qu'à être autour de la table des négociations."
Ces personnes manifestent aussi, à mon avis, contre d'autres choses. Contre un sentiment d'arrogance, contre un sentiment de mépris, contre l'impression que leur sort a été décidé sur un tableur Excel à trois heures du matin et que leur vie n'est qu'une variable d'ajustement. Et, surtout, elles manifestent contre un sentiment d'injustice. En effet, si tout le monde reconnaît qu'il faut trouver des économies, tous les analystes sérieux, les journalistes – et pas seulement de l'opposition – considèrent que le plus gros des économies se fera sur le dos des classes moyennes et des allocataires sociaux.
Donc, messieurs les ministres, vous n'avez pas encore démontré que vos réformes étaient justes, parce que vos chiffres indiquent qu'elles ne le sont pas. De même, vous n'avez pas encore démontré qu'elles feraient l'objet de concertations, puisque même si l'expression "concertation sociale" est présente à six reprises dans votre accord, il est néanmoins précisé qu'on s'en passerait en l'absence de décision. Comment allez-vous restaurer cette confiance qui n'existe déjà plus? Comment montrerez-vous que la concertation sociale n'est pas une variable d'ajustement?
Steven Coenegrachts:
Collega's, vandaag betogen er 60.000 mensen. Ze trekken door de straten van Brussel. De politie telt correct. Die mensen zijn ongerust, want de pensioenen raken de mensen in hun hart. Protesten zijn van alle tijden, collega's. Hervormingen wekken weerstand op. Dat was ook zo toen minister Van Quickenborne de pensioenen heeft hervormd. Dat was ook zo toen de regering-Michel de pensioenen heeft hervormd.
Wat vandaag anders is, is het zelfvertrouwen van de vakbonden, de zelfzekerheid, die 60.000 rechte ruggen die vandaag door de straten van Brussel marcheren. Dat is ook logisch. Als je ziet wat er tussen de formateursnota en het regeerakkoord op 8 maanden tijd naar links is opgeschoven, dan hebben de bonden daar alle redenen toe. De rechtspersoonlijkheid stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het belasten van de vakbondspremies stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het aanpassen van de index stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. De meerwaardebelasting stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. De contractbreuk van de tweedeverblijvers stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. Daarvoor was een betoging met 30.000 mensen voldoende, weliswaar onder de aanvoer van de heer Seuntjens.
Mijnheer De Wever, hoe garandeert u ons dat u ook dit keer niet zult capituleren tegenover de bonden? Wat garandeert ons dat u het deze keer wel zult volhouden, dat u zult opkomen voor die 5 miljoen mensen die vandaag wel zijn gaan werken: de bouwvakkers op de werf, de leraren in de klas, de verplegers die wel aan het ziekenhuisbed staan? Wanneer zult u stoppen met toegeven? Welke garanties kunnen we daarvoor krijgen?
Voorzitter:
Mijnheer Seuntjens, u werd als het ware al naar hier geroepen.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, de mensen zijn vandaag ongerust. Dat begrijp ik ook. Men moet het nieuws maar bekijken om te zien dat de wereld in de fik staat. Vergis u niet, het zijn altijd de extremen die het vuur aansteken, die mensen tegen elkaar opzetten, die fake nieuws verspreiden en die vooral wegduiken in plaats van mensen echt te beschermen, terwijl de mensen oplossingen vragen.
Ik heb al goed geluisterd. Hoeveel concrete oplossingen om de mensen te beschermen, hoorden we van het Vlaams Belang en de PVDA tijdens de betogen van daarnet en in het investituurdebat, dat langer dan 40 uur duurde? Hoeveel? Geen enkele.
Ik zal een voorbeeld geven, collega's. Ik heb vanochtend mijn trein gemist en liep een half uur rond in Antwerpen-Berchem. Ik heb daar met veel mensen gesproken. Veel mensen spraken me aan. Geen fictieve voorbeelden, maar echte mensen. Weet u wat zij zeiden? (Tumult) Ik snap dat sommige collega's ongerust zijn.
Echt waar, délégués van de vakbond zeiden mij: "Gelukkig neemt Vooruit wel zijn verantwoordelijkheid." Iedereen weet dat er iets moet gebeuren. De mensen die op straat komen, weten dat, maar wat ze vragen, is dat dat rechtvaardig gebeurt. Dat is exact wat de regering doet. Mensen die op 18 jaar starten, mogen vanaf nu op 60 jaar met pensioen. De minimumlonen gaan omhoog, collega's, en de index – de beste bescherming voor de koopkracht van de mensen – blijft overeind.
Meneer de eerste minister, we zullen vandaag moeten hervormen. Iedereen weet dat. We zullen dat doen met de sociale partners. U hebt gisteren met hen een gesprek gehad. Hoe zullen we die belangrijke hervormingen de komende jaren met hen doorvoeren?
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je trouve qu'on vit dans une drôle de démocratie. Figurez-vous qu'hier soir, deux leaders syndicaux ont refusé de débattre face à moi sur un plateau de télévision et ils sont aujourd'hui quelques centaines à crier en dessous des fenêtres de mon bureau. C'est particulier! J'aurais pu être devant eux à ce moment-là.
Je parle de quelques centaines effectivement car les chiffres de la police n'annoncent pas 100 000 – je suis désolé de vous décevoir – mais 60 000 manifestants. Et je tiens quand même à rappeler à cette Assemblée que nous avons en Belgique 48 000 fonctions syndicales si vous prenez les conseils d'entreprise ou les CPPT. Cela veut simplement dire que ce sont leurs employés qui sont aujourd'hui effectivement dans la rue pour une bonne partie.
Pour le reste, monsieur le premier ministre, je ne peux pas accepter que vous soyez tout le temps dans cette posture d'empêcher les réformes parce que ces réformes sont indispensables pour nos enfants. Alors, si vous avez un peu de sens de responsabilité politique, allez voir maintenant vos enfants et expliquez-leur qu'il ne faut rien changer, qu'il faut continuer à dépenser l'argent qu'on n'a pas et que la conséquence de cela, c'est que ces enfants n'auront pas le même niveau de bien-être que vous parce que vous aurez privilégié votre petit succès électoral. Vous gagnez la même chose que moi, monsieur Hedebouw! Vous avez privilégié votre petit succès électoral plutôt que l'intérêt général.
Alors, oui, monsieur le premier ministre, ces réformes sont des réformes courageuses qui vont libérer le travail, qui vont garantir la sécurité, qui vont faire en sorte d'avoir la sécurité d'approvisionnement énergétique qu'on n'avait pas avec d'autres. Ma demande aujourd'hui, au nom du Mouvement Réformateur, est très claire, c'est de pouvoir agir vite avec le respect de chacun mais de ne surtout pas se détourner du cap qui a été fixé car c'est l'avenir de notre pays qui se joue sous ce gouvernement. Vous aurez notre plein soutien.
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, visiblement, on a déjà eu la réponse de l'autre premier ministre. Je me réjouis d'entendre la réponse du premier ministre officiel.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, vous nous avez expliqué en long et en large la semaine dernière à quel point la Belgique va mal. Vous nous avez dit qu'il fallait mettre tout le monde au régime. Mais mettez-vous vraiment tout le monde au régime avec cette réforme, au sujet de laquelle vous prétendez que nous n'avons pas le choix? Est-ce que les ouvriers d'Audi Forest méritent de ne plus avoir de pension anticipée? Est-ce que les cuisinières du Lunch Garden de Fléron qui ont été virées du jour au lendemain méritent de ne plus avoir un chômage complet, et d'avoir un droit au chômage qui sera raboté dans deux ans? Est-ce que les travailleurs dans la logistique méritent de ne plus recevoir de primes pour le travail qu'ils prestent la nuit? Est-ce qu'une dame qui vient de perdre son mari ne mérite plus de toucher une pension de survie?
C'est cela, le projet contre lequel ces 100 000 personnes ont manifesté aujourd'hui dans les rues. Elles sont aussi venues dire non à un projet qui est injuste, brutal et qui est un choix politique. Oui, chers collègues, vous avez fait un choix. C'est une décision que vous prenez de toucher à la classe moyenne, de toucher aux malades, de toucher aux pensionnés et de ne pas toucher, ou à peine, aux plus grosses fortunes, aux épaules les plus larges. Cette contribution de 10 % sur les plus-values, c'est encore trop pour vos amis. C'est encore trop de contribuer de manière minime à cet effort gigantesque, titanesque que vous demandez pourtant à l'ensemble de la population.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, allez-vous enfin écouter les inquiétudes de la population ou allez-vous continuer à nier la réalité, à nier les craintes et les peurs de l'ensemble des citoyens, notamment de ceux qui ont manifesté aujourd'hui, mais aussi de tous ceux qui nous envoient des messages et qui s'inquiètent de leur sort et de l'avenir de leurs enfants?
Bart De Wever:
Collega's, ik wil beginnen met een opmerking die me geraakt heeft, namelijk de bewering dat de onderhandelaars in een bubbel zouden leven en geen voeling zouden hebben met de werkende mensen. Dat komt niet overeen met de ervaring die ik in de afgelopen maanden met de collega’s heb opgedaan. Het is ook zeker niet mijn persoonlijke achtergrond. Zo’n sfeerschepping vind ik allesbehalve onschuldig en ik betreur dat dit wordt gezegd.
Chers collègues, nous faisons face à de grands défis. Cela vaut pour nous tous, le gouvernement et les responsables politiques, mais aussi pour les représentants de la société civile. Hier midi, le kern a rencontré les syndicats et les organisations patronales du Groupe des 10. Nous sommes une semaine après le vote de confiance, ce qui montre une rapidité sans précédent! Mon gouvernement tend donc clairement la main aux partenaires sociaux, précisément pour parler des réformes nécessaires. Mais aucun d'entre nous n'est naïf: cela n'empêchera pas certaines organisations de s'opposer aux réformes de ce gouvernement, notamment dans les rues, et, dans ce pays, c'est permis!
Je peux d'ailleurs comprendre que les citoyens se posent des questions, en particulier les fonctionnaires. C'est pourquoi nous prévoyons également des mesures transitoires afin d'éviter des changements trop brusques. Mais le besoin de réformes est indiscutable. Personne ne peut le nier. À ceux qui oseraient le faire, je pose la question suivante: quelle est votre alternative? Je parle bien sûr d'une alternative crédible, et pas de slogans gratuits.
De feiten zijn wat ze zijn. In de jaren 1990 waren er in dit land nog vier actieve mensen voor elke 65-plusser. Vandaag zijn het er nog drie. Tegen 2060 zal dat cijfer zakken naar twee.
Weldra – dat betekent nog in dit decennium – zullen er meer 67-jarigen in dit land wonen dan 18-jarigen. Als we onze sociale stelsels niet snel aanpassen aan die realiteit, stevenen we dit decennium af op het grootste begrotingstekort van heel Europa en dan wordt onze sociale welvaartstaat, zo bezongen door sommigen, volstrekt onhoudbaar, onbetaalbaar. We gaan recht op een ramp af voor de koopkracht van de werknemers en de concurrentiekracht van onze bedrijven. Dat is glashelder.
We zouden dus allemaal aan hetzelfde zeel moeten trekken. De inspanningen die deze regering doet – laten we heel eerlijk zijn – zullen immers alleen volstaan om het budgettaire rotten te stoppen en hopelijk om ons saldo structureel gezond te krijgen.
Dat is een doelstelling die we eigenlijk met zijn allen zouden moeten ondersteunen. Daarom zeg ik u wat ik gisteren ook aan de sociale partners heb gezegd en roep iedereen op om alstublieft verantwoordelijkheidszin te tonen. Dat betekent dat we boodschappen moeten brengen die niet altijd aangenaam zijn, dat we moeilijke keuzes moeten durven verdedigen. Als u dat niet kunt, bent u misschien niet geschikt om maatschappelijk leiderschap op te nemen. Laten we wel wezen, de wereld van vandaag ziet er immers niet vriendelijk uit voor Europa. Onze vastberadenheid is broodnodig.
Ik heb zelfs een oppositiepartij horen oproepen om niet te capituleren, dat wil zeggen om dit akkoord uit te voeren. Dat is mijn oproep aan de hele samenleving, mijn oproep aan het middenveld dat vandaag op straat is gekomen. Laten we ons niet verliezen of verzanden in een conflictmodel, waarbij men tegen beter weten in het onvermijdelijke nog maar eens probeert uit te stellen. Het zal geen zoden aan de dijk brengen. Het zal alleen onze welvaart schaden, in een tijd waarin die al heel zwaar onder druk staat.
Assurons-nous ensemble que notre État providence reste solide et durable afin que les générations futures puissent également en bénéficier.
David Clarinval:
Je vous remercie pour vos réponses, mais quel mépris envers le monde du travail! Les manifestants qui étaient dans la rue aujourd'hui n'auraient donc rien compris! Vous ne savez vraiment pas comment vivent les gens! Comment une femme seule avec deux enfants fera-t-elle pour survivre si elle doit travailler 48 heures par semaine, y compris le dimanche et la nuit? Vous êtes complètement dans un autre monde!
Á ceux qui en appellent au sens de l'État, j'ai envie de demander pour qui ils se prennent. Quel État digne de ce nom décide de pulvériser à ce point ceux qui le font tenir debout?
Les travailleurs ne vont sûrement pas se laisser faire par votre rouleau compresseur. Ils l'ont montré aujourd'hui comme ils l'ont rarement fait. Croyez-moi, ce n'est qu'un début et nous serons à leurs côtés!
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, cette voix des 100 000 travailleurs qui étaient présents à Bruxelles aujourd'hui, qui a circulé dans ce Parlement, qui est venue vous dire: "Vous, la droite, c'est facile, vous vivez effectivement dans une bulle"… Que sont venus nous dire ces gens?
Monsieur le premier ministre, vous venez de nous dire que c'est difficile pour tout le monde, qu'on doit tous tirer du même côté. Non, monsieur le premier ministre! Il y a des super-riches qui, aujourd'hui, vont vivre leur vie tranquillement et il y a les travailleurs que vous allez faire travailler de plus en plus longtemps. C'est ça qui ne va pas!
U zegt dat er geen alternatief is, maar uw taxshift heeft een gat van 9 miljard euro gegraven. Wat is het alternatief? Dat is het alternatief natuurlijk!
Je vais conclure par le message suivant. On a tous vu que ces présidents de parti étaient hyper défensifs aujourd'hui. Vous avez les chocottes! Et je dis aux travailleurs aujourd'hui: les lois ne sont pas votées, elles ne sont pas encore introduites. Gardez votre fierté, on va les faire reculer! Rien n'est joué! Regardez-les! Ils ont les chocottes!
Aurore Tourneur:
Ik dank u, mijnheer de premier en mijnheer de minister, voor uw antwoorden.
Notre gouvernement va réformer ce pays et il le fera avec une méthode qui repose, comme vous l’avez montré, sur l’écoute et la concertation. Nous allons réformer ce pays parce que nous le devons si nous voulons garantir un avenir à nos enfants.
Nous allons réformer ce pays malgré les fake news et l’hypocrisie que je n’arrête pas d’entendre. Quand j’entends et que je lis le PS qui reproche à ce gouvernement tous les malheurs du monde alors que ce gouvernement n’est en place que depuis six jours, je vous dis: personne n’est dupe de votre hypocrisie et de votre bilan.
Si nous devons prendre nos responsabilités avec des décisions impactantes, c’est à cause de votre bilan. Alors assumez-le modestement et ne jetez pas d’huile sur le feu; parce qu’être un homme ou une femme politique, c’est être responsable et pondéré. Merci au gouvernement de montrer l’exemple!
Axel Ronse:
Les Engagés sont engagés aujourd'hui!
Collega Hedebouw, 100.000 mensen? 60.000 mensen! Weet u hoeveel mensen la vraie lutte voeren, de echte strijd? 4.800.000! 4.800.000 mensen zijn vandaag aan het werk en vragen zich af wat u hier allemaal zit uit te kramen, of u inactiviteit aan het promoten bent, dan wel of u voor welvaart zult zorgen, ook voor onze kinderen en voor onze grootouders.
Mijnheer Hedebouw, u vergist zich. Wij zijn niet bang, wel integendeel. We hebben immers nog nooit zo veel steun gevoeld van de hele bevolking als vandaag. Ga maar eens kijken bij de arbeiders, de leerkrachten en zelfs op de trein bij de treinbegeleiders. Ze steunen ons! La lutte continue!
Sammy Mahdi:
Mijnheer de premier, sommige linkse partijen uit de oppositie hebben de indruk gewekt dat het een keuze is om onze hervormingen door te voeren. Beste vrienden van de PS, het is echter geen keuze om de werkloosheid te beperken in de tijd. Het is een absolute must om mensen aan het werk te zetten! Beste vrienden van de PVDA-PTB, het is ook geen keuze om ervoor te zorgen dat wie werkt, een hoger pensioen heeft dan wie niet werkt. Het is een absolute must om dat te doen! De communistische hemel waaruit het geld valt, bestaat immers alleen in uw Facebookposts, niet in de werkelijkheid.
Dus ja, er zijn twee types politici, namelijk de roepers, die veel fake news vertellen en die niet de moed hebben om grote hervormingen uit te voeren, en de moedige politici, die denken aan de toekomstige generatie en ervoor willen zorgen dat de sociale zekerheid beschermd wordt voor onze kinderen en kleinkinderen. Aan u om te kiezen van welke groep u deel wilt uitmaken. Ik kan al raden welke groep dat zal zijn. Succes! Wij zullen de moed (…)
Voorzitter:
Mijnheer Mahdi, uw tijd is om.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je parlais d'arrogance et de mépris. Le mépris, par exemple, c'est de considérer que les dizaines et dizaines de milliers de personnes – soixante ou cent mille, peu importe – qui sont dans les rues seraient là parce qu'elles seraient quasi toutes employées d'organisations syndicales. À quoi sert-il, sincèrement, de dire des choses pareilles? Si, vraiment, votre but est d'œuvrer pour les générations futures – mais je crois que cela intéresse aussi ceux qui manifestent –, il est temps d'arrêter de cliver et il est plus que temps de fédérer.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, ik voel me vandaag enigszins de andere oppositie en ik vrees dat dat de volgende vier jaar zo zal zijn. U hebt het echter goed begrepen: niet capituleren, luidt onze boodschap. We zijn daar, eerlijk waar, ongerust over. Uw trackrecord van de voorbije 8 maanden toont aan dat u telkens naar links bent opgeschoven. Het regeerakkoord voorziet in overgangsmaatregelen tot 2062. Dat is dus nog 37 jaar. Laat die periode alstublieft niet opschuiven naar sint-juttemis. Wij zullen u aan uw woord houden: hervorm, verander niet van positie, pak de zaken aan en zwak de ambitie niet af. Doe voort en versaag niet! Courage, mijnheer de premier! (Rumoer)
Oskar Seuntjens:
Ik ben een van de jongste Kamerleden, maar voel me soms wel een van de meest volwassene in de plenaire zaal.
Mijnheer de premier, ik vind het best grappig, want de oppositie bewijst exact het punt dat ik vandaag wil maken. Mensen zijn holle woorden en slogans beu. Als we het echt menen en willen dat mijn generatie en toekomstige generaties ook kunnen rekenen op een sterke sociale zekerheid, dan moeten we durven te hervormen. Dat is ook net de reden waarom er vandaag wel een draagvlak is voor de nieuwe regering. Daarom kwamen vandaag ook mensen op straat die blij zijn met de regeringsdeelname van Vooruit. Wij zullen immers hervormen. Het is belangrijk dat we meedoen, want wij zorgen ervoor dat er op een sociale een rechtvaardige manier hervormd zal worden.
Collega’s , de mensen kunnen op ons rekenen. Wij zullen verder blijven strijden voor eerlijke, belangrijke en nodige hervormingen.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, le problème, c'est que certains écrivent leur sketch de réplique avant votre réponse. Donc, la réplique ne correspond pas du tout à la réponse.
Par contre, monsieur le premier ministre, je voudrais faire une concession, car nous avons oublié d'intégrer à cet accord de gouvernement un plan beaucoup plus ambitieux pour la lutte contre la maladie d'Alzheimer. En effet, quand j'entends le Parti Socialiste, je me dis que ces gens n'ont jamais gouverné. Quel dommage, car ils ont tant d'idées! Quand j'entends les écologistes, je me dis que ces gens n'avaient pas de ministre ces cinq dernières années, quel dommage! Quand j'entends le PTB, je me dis que ces gens n'ont jamais refusé d'aller au pouvoir.
Alors, la feuille blanche de M. Dermagne, c'est votre bilan à vous tous. Et c'est pour ça qu'aujourd'hui nous sommes obligés de faire des réformes, pour sauver la sécurité sociale! Car la sécurité sociale sera sauvée par le travail, et pas par la grève! (Brouhaha)
Sarah Schlitz:
J'espère que nous ne vous dérangeons pas trop. Sinon, n'hésitez pas à le dire, au cas où nous n'aurions pas encore compris! Monsieur Bouchez, nous vous retournons le compliment. Vous étiez un partenaire de la majorité dans le précédent gouvernement. Vous avez passé votre temps à bloquer l'ensemble des réformes qui étaient sur la table, et vous êtes au pouvoir depuis 25 ans sans discontinuer. Vous n'avez pas de leçon à donner! Monsieur le premier ministre, vous déclarez la guerre aux Belges, et puis vous leur demandez de ne pas riposter. C'est une blague! Et nous devrions vous remercier de ne pas avoir touché à l'index! Oh, mais merci… Et puis quoi encore? Oui, vous avez décidé de déclarer la guerre et, non, les Belges ne vont pas se laisser tondre sans riposter, monsieur le premier ministre!
De impact op de ontvangsten van de reactie van VS-president Trump aangaande de minimumbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België zit klem tussen Trumps dreiging (35% Amerikaanse bronheffing op Europese dividenden, wat samen met de Belgische roerende voorheffing 65% belasting oplevert) en Europese verplichtingen (de UPTR-minimumbelasting toepassen of sancties riskeren). Van Peteghem benadrukt dat de huidige regels robuust en rechtvaardig zijn en houdt vast aan de afspraken, ondanks Trumps "stomp in de maag" voor beleggers en kmo’s, terwijl hij pleit voor Europese samenhang om competitiviteit en fiscale rechtvaardigheid te waarborgen. Van Quickenborne dringt aan op een pragmatische, gecoördineerde EU-aanpak om zowel de belastingmaatregel als de VS-relaties te behouden, met een knipoog naar Von der Leyens realpolitiek. De begrotingsimpact (624 miljoen in 2024, 75 miljoen in 2025) blijft onopgelost in het spanningsveld tussen investerdersbelangen en staatinkomsten.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, vorige week kondigde president Trump aan dat hij zijn land terugtrekt uit het wereldwijde verdrag voor een minimumbelasting van 15 %. Daarover werd een vraag gesteld in de plenaire vergadering en in de commissie. Gisteren werd die dreiging wel heel concreet, want Trump viseert nu ook de Europese en daarmee ook de Belgische belegger en investeerder. Als landen vasthouden aan dat belastingverdrag, wil hij de Amerikaanse bronheffing op dividenden van inwoners van Europa optrekken naar 35 %. In combinatie met de Belgische roerende voorheffing van 30 % zorgt dat voor een belastingaanslag van 65 %. Zelfs linkse partijen zullen dat redelijk veel vinden.
Mijnheer de minister, het gaat hier concreet over de fameuze UPTR, de vangnetbepaling, die stelt dat als een land zijn eigen bedrijven geen minimumbelasting oplegt andere landen dat wel kunnen doen ten aanzien van die buitenlandse bedrijven via de zogenaamde bijheffing. Het gevolg hiervan is dat ons land zich tussen twee vuren bevindt. Ofwel passen we die regels toe en dan dreigen er Amerikaanse belastingen voor beleggers en investeerders, ofwel passen we die regels niet toe en riskeren we Europese sancties, want die regel is een omzetting van een Europese richtlijn.
Mijnheer de minister, met al uw wijsheid, hoe geraken we uit die beknelling? Niets doen is geen optie, want dan zal Trump ons komen scheren. Europa en de OESO moeten reageren. Gaat u initiatieven nemen?
Wat zou de impact hiervan zijn op de begroting? Mijnheer Bertels, in de begroting voor 2024 stond 624 miljoen euro ingeschreven en in de begroting voor 2025 stond nog eens 75 miljoen euro ingeschreven.
Kiest u voor de belangen van onze beleggers en investeerders of kiest u voor de schatkist?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Van Quickenborne, ik heb vorige week inderdaad al veel meegedeeld en ben ook in de commissievergadering op die vragen teruggekomen. Inzake de internationale minimumbelasting voor ondernemingen heb ik heel duidelijk gemaakt dat wij een vuist moeten maken en ervoor moeten zorgen dat de lasten rechtvaardig verdeeld worden. Natuurlijk moeten we ook zorgen voor een eerlijk speelveld voor onze eigen zelfstandigen en onze eigen kmo's. In die zin sprak premier De Croo in de context van de begrotingscontrole, toen we dat ingevoerd hebben, ook over een belangrijke mijlpaal.
De dreigementen van president Trump zorgen vandaag inderdaad voor een scheeftrekking in dat gelijk speelveld. Hij geeft een stomp in de maag van onze burgers en onze eigen ondernemingen. Daardoor mogen wij ons echter niet laten ontmoedigen. Belangrijk is immers te weten dat de huidige van toepassing zijnde regels inzake de minimumbelasting bijzonder robuust zijn en ook in lijn liggen met gemaakte internationale afspraken. Voor alle duidelijkheid, de VS passen dezelfde regels, die nog ingevoerd werden tijdens de vorige ambtstermijn van Donald Trump, op onze bedrijven toe. Het is dus belangrijk en we blijven ervoor ijveren dat multinationals een eerlijke bijdrage blijven betalen. Daarvoor zullen we dan ook zorgen.
Immers, ook zonder de VS moeten we in staat zijn om rechtvaardige fiscaliteit te verzoenen met een competitieve economie. Europa moet waken over haar competitiviteit. De minimumbelasting vormt daar een onderdeel van, onder andere voor onze kmo's en onze zelfstandigen.
Op Europees niveau hebben we dat al besproken in de vergaderingen van de Ecofinraad, maar uiteraard zal ik dat de volgende keer opnieuw aanhalen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Uiteraard heeft iedereen de mond vol van rechtvaardige belastingen, dat is evident. Wat zijn we daar echter mee als uiteindelijk onze beleggers en onze investeerders er de dupe van zijn? We weten allemaal dat Trump een dealmaker is en we have to deal with it . Het beste is een pragmatische en gecoördineerde houding van de verschillende lidstaten om de kern van de maatregel overeind te houden, maar ook om ervoor te zorgen dat onze relaties met de Verenigde Staten niet op het spel worden gezet. Ik zou zeggen: doe zoals Ursula von der Leyen heeft gezegd. Hoewel sommigen in Europa en waarschijnlijk ook in dit halfrond de realiteit in Amerika niet prettig vinden, moeten we klaar zijn om ermee om te gaan. Misschien kunt u dat doen als de volgende minister van Financiën in een volgende vergadering.
De nood aan bijkomende initiatieven inzake orgaandonatie
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België behoort tot de wereldtop in orgaandonatie dankzij de wetgeving (presumed consent), maar kampt nog met tekorten door medische beperkingen en familieweigeringen (20% van de gevallen). Minister Vandenbroucke ziet geen dringende wetswijzigingen, maar benadrukt versterkte sensibilisering (campagnes, opleidingen zorgverleners, kindereducatie via *donorhero.be*) en het belang van actieve donorregistratie (nu 500.000 Belgen). De Knop onderstreept dat digitale registratie (sinds 2020) en blijvende aandacht cruciaal zijn om nabestaanden te ontlasten en donaties te vergemakkelijken. Kern: wet werkt, maar cultuur en communicatie moeten verder verbeteren.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, één orgaandonor kan voor tientallen mensen het verschil maken. Of het nu gaat over een harttransplantatie, een levertransplantatie, een niertransplantatie of over een kruisband, in vele gevallen kan een donor echt een verschil maken. We lazen nog over de kleuter Nox, die na zijn overlijden vijf andere mensenlevens heeft gered. Dat is enerzijds erg dramatisch, maar anderzijds natuurlijk ook heel erg mooi.
België behoort tot de wereldtop in het geval van orgaandonatie. Dat heeft waarschijnlijk heel veel te maken met de wetgeving daaromtrent. En toch, toch zijn er nog hele belangrijke tekorten en staan heel veel patiënten op de wachtlijst voor een orgaan. Dat heeft verschillende redenen. In de eerste plaats is er natuurlijk een medische reden, omdat men in een ziekenhuis moet overlijden om ook in aanmerking te komen voor orgaandonatie. Maar dan is er nog tweede reden. Hoewel onze wetgeving er niet in voorziet dat nabestaanden met donatie moeten instemmen, wordt er in vele gevallen natuurlijk wel naar hen geluisterd. Dat is heel begrijpelijk, maar heeft wel als gevolg dat in tot 20 % van de gevallen waarin de vraag gesteld wordt, de nabestaanden niet de toestemming geven.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar het tekort aan donoren? Volstaat volgens u ons wettelijk kader? Welke andere voorstellen hebt u eventueel met betrekking tot die belangrijke en levensreddende problematiek?
Frank Vandenbroucke:
Het verhaal van de kleine Nox is inderdaad droevig, maar het heeft ook iets moois en hartverwarmends. Het is vooral een signaal dat we heel ernstig moeten nemen, vind ik.
Ik deel uw bekommernis dat we het aantal orgaandonaties zo groot mogelijk moeten maken. Wie niet uitdrukkelijk zijn of haar weigering tot orgaandotatie heeft uitgesproken, komt bij overlijden in aanmerking voor donatie, tenzij de familie zich verzet. Daarom is het natuurlijk wel goed dat mensen ook de mogelijkheid hebben om positief te zeggen dat ze donor willen zijn. Ongeveer 500.000 mensen hebben vastgelegd dat ze willen doneren. Het zou natuurlijk mooi zijn mocht die groep nog groter zijn.
Ik wil hierbij wel de kanttekening maken dat donatie hoe dan ook medisch niet zo eenvoudig is: iemand moet in gecontroleerde omstandigheden overleden zijn, in principe dus in een ziekenhuis. Bij een hersenbloeding, een ongeval met hersendood of een hartstilstand waarbij een behandeling is stopgezet, is dat meer evident. Medisch zijn er natuurlijk ook belangrijke beperkingen die uitleggen waarom we altijd wel tekorten zullen hebben.
Ik zie niet meteen een evidente wijziging in de wetgeving, in alle eerlijkheid, maar ik zie wel vele mogelijkheden tot sensibilisering. We voeren overigens permanente bewustmakingscampagnes met affiches en flyers in de gemeenten. Er zijn ook opleidingen die artsen en verpleegkundigen beter voorbereiden om met de familie van een overledene te spreken. Overigens heeft onze FOD vorig jaar ook een sensibiliseringscampagne gelanceerd voor kinderen tussen 10 en 12 jaar, waarbij op een eenvoudige, toegankelijke manier wordt uitgelegd wat transplantatie is, zodat kinderen daar ook over kunnen praten met ouders en leerkrachten. Ik kan daarvoor verwijzen naar de website donorhero.be. Ik denk dus dat we moeten nadenken hoe we de sensibilisering kunnen versterken. Ik zie niet meteen een evidente wijziging (…)
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Orgaandonatie raakt ons allemaal, omdat we er vroeg of laat mee geconfronteerd kunnen worden. Zoals u terecht stelde, kunnen mensen zich ook actief registreren om orgaandonor te worden. Campagnes en vragen zoals de mijne zijn belangrijk om de mogelijkheid onder de aandacht te brengen. Men kan door zich actief te registreren inderdaad het verschil maken en voor nabestaanden een hartverscheurende keuze vergemakkelijken. Dankzij Open Vld is het in de vorige legislatuur, in 2020, mogelijk geworden dat mensen zich makkelijker kunnen registreren. Ze kunnen dat digitaal doen, of via hun behandelende arts. We moeten dat met zijn allen blijvend onder de aandacht brengen.
De hoogspanning over het energie-eiland
De visie van het BOP op de lopende tender voor het eerste lot van de Prinses Elisabethzone
Energie-eiland visie, tenders Prinses Elisabethzone
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 23 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende kosten (van 2,2 naar 7,2 miljard euro) en strategische twijfels over het Prinses Elisabeth-eiland, dat via hogere nettarieven op gezinnen en bedrijven wordt afgewenteld, terwijl Britse importstroom goedkoper dreigt dan lokale, gesubsidieerde windenergie. Minister De Sutter benadrukt het strategisch belang (klimaatdoelen, bevoorradingszekerheid, Europese steun) en belooft een diepgaand kostenonderzoek, maar wijst op wereldwijde prijsdruk door schaarse leveranciers; kritiek blijft op gebrek aan transparantie en risico’s voor Belgische consumenten. Coenegrachts eist betere kostenbeheersing en eerlijke verdeling van de voordelen, terwijl Ravyts pleit voor stopzetting en overschakeling naar nieuwe kerncentrales, gezien de dreigende energietekorten na sluiting van vijf reactoren. De spanning ligt tussen langetermijnvisie (Europa, duurzaamheid) en acute zorgen over betaalbaarheid en afhankelijkheid.
Steven Coenegrachts:
Mevrouw de minister, het energie-eiland is iets waar we de jongste maanden vaak over spreken, want we maken ons zorgen over de kostprijs van dat eiland. Eerst werd die geschat op 2,2 miljard, later op 4,2 miljard en in de jongste raming op 7,2 miljard.
Waarom maken we ons daar zorgen over? Omdat de kostprijs van het energie-eiland wordt doorgerekend aan de eindgebruikers, aan onze gezinnen en aan onze bedrijven, op hun elektriciteitsfactuur. En dat terwijl er dit jaar al een verdubbeling van de nettarieven geweest is.
Wat lezen we in recente rapporten? De connectie die gemaakt wordt met het Verenigd Koninkrijk komt ook op het eiland aan. Omdat de prijs daar waarschijnlijk lager zal liggen dan die van onze eigen windmolenparken zullen die windmolenparken vaker stilgelegd worden om stroom te importeren uit Groot-Brittannië. De stroom van die windmolenparken is bovendien stroom die we ook nog eens subsidiëren, duurzame stroom waar we belastinggeld insteken om hem te realiseren, maar die we dan niet aan land krijgen.
De vraag is dus, mevrouw de minister, of we niet beide kunnen aan land brengen: goedkope stroom uit het Verenigd Koninkrijk en duurzame stroom van de windmolenparken Is de optie van een energie-eiland met gelijkstroom nog wel de juiste als we alle parameters naast elkaar leggen? Kortom, de vraag is hoe we de goedkoopste stroom bij de Belgische eindgebruikers, bij onze gezinnen en bij onze bedrijven krijgen.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, wat spookt de vivaldiregering, ook in lopende zaken, uit en wat spookt Elia met de expliciete toestemming en zelfs op vraag van Vivaldi uit met ons energiebeleid, met onze energiebevoorrading en met de energierekening van burgers en bedrijven? Het energie-eiland moest een van de paradepaardjes van de huidige regering worden. Nu is dat echter een spreekwoordelijke pain in … Mijnheer de voorzitter, het vervolg van het spreekwoord durf ik niet uit te spreken hier in het sjieke halfrond.
Met name de kostenexplosie rond het gelijkstroomgedeelte en de momenteel wettelijk vastgelegde impact op de nettarieven baren heel veel sectoren in onze samenleving steeds meer zorgen. Gisteren trok de federatie van de industriële grootverbruikers van energie aan de alarmbel. Ze toonde aan dat het anders en goedkoper kan.
Echter, mevrouw de minister, ook de offshoresector, die uw partij toch erg genegen is, ziet de bui al hangen, namelijk de betrachting om zo laag mogelijk te bieden in de lopende veiling. Tegelijkertijd heerst er volstrekte onduidelijkheid en is er geen transparantie over het huidige concept. Aan de commissievoorzitter, de heer Oskar Seuntjens, werd aangegeven dat er geen transparantie zou komen van Elia en de CREG.
Mevrouw de minister, politiek gesproken is het grootste probleem dat uw regering, vooral de blauwgroene as, via de verankering van het huidige concept in het federale ontwikkelingsplan aan de netbeheerder een free ticket heeft gegeven, met alle gevolgen vandien. Mevrouw de minister, is de huidige regering in lopende zaken bereid om minstens een gedeelte van het lopende project, met name de peperdure interconnectie met een aantal andere landen, on hold te zetten en desgevallend in te grijpen in het federale ontwikkelingsplan?
Petra De Sutter:
Mijnheer Coenegrachts, mijnheer Ravyts, dank u wel voor uw vragen.
Het Prinses Elisabetheiland is een strategisch infrastructuurproject, dat cruciaal is voor de energiebevoorrading van ons land, onze buurlanden en onze klimaatdoelstellingen. Dit project past in een langetermijnvisie op hernieuwbare energie en interconnecties met het buitenland. Zoals u weet, geniet het ook de steun van Europa, dat het belang van deze infrastructuur in de bredere energietransitie erkent.
Een blanco check of een free ticket, mijnheer Ravyts, zoals u het hebt genoemd, is nooit aan de orde geweest. Elia heeft een heel duidelijke missie gekregen, namelijk de bouw van een infrastructuur die ons de komende honderd jaar zal toelaten om de overvloedige groene en betaalbare energie uit de Noordzee naar onze bedrijven en gezinnen te brengen.
De explosieve kostenstijging die we op dit moment zien, is onaanvaardbaar. Daarover zijn we het allemaal eens. Dat moet diepgaand verder worden onderzocht. Daarom heeft minister Van der Straeten voor de zomer aan Elia en aan de CREG gevraagd om een volledige 360-gradenanalyse van de kostenstijging uit te voeren. Dit onderzoek zal de basis vormen voor een serene en onderbouwde discussie over de verdere uitvoering van het project. Die discussie moeten we zeker voeren.
België en het energie-eiland zijn trouwens niet de enigen die met deze problematiek kampen. De stijgende kosten voor hoogspanningsinfrastructuur zijn een breder Europees fenomeen en zelfs een wereldwijd probleem, vooral veroorzaakt door druk op de supply chain. Vandaag zijn er slechts drie leveranciers op de markt, wat de concurrentie beperkt en mogelijks ook de prijzen en de marges opdrijft. Daarom heeft minister Van der Straeten, samen met premier De Croo, de Europese Commissie gevraagd om de markteffecten van deze prijsstijgingen te onderzoeken en om maatregelen voor te stellen die de financiële impact op landen, burgers en bedrijven kunnen verlichten.
Ondanks die uitdagingen blijft de kern van het project wel degelijk overeind. Het energie-eiland zorgt voor meer bevoorradingszekerheid in Europa, zowel door de aansluiting van bijkomende offshore windproductie als door de Nautilus-interconnectie met het Verenigd Koninkrijk. Het ondersteunt onze energie-intensieve industrie, omdat extra offshore wind en interconnecties toegang geven tot competitieve energieprijzen en het geniet brede Europese steun, omdat het past in de ambitie om een sterkere, meer geïntegreerde energiemarkt te bouwen en onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.
Tot slot wil ik benadrukken dat de werken aan de funderingen van het eiland en de wisselstroomverbindingen onverminderd doorgaan. Hierdoor kunnen twee van de drie geplande windparken, goed voor 60 % van de Prinses Elisabethzone, binnen de geplande termijn operationeel zijn. De energietransitie kunnen we niet stoppen en we zullen er alles aan doen om dit strategische project op een financieel verantwoorde en toekomstgerichte manier te realiseren.
Ik herhaal, dit is helemaal geen blanco cheque of free ticket geweest. Het energie-eiland is een strategisch infrastructuurproject dat essentieel is voor onze bevoorradingszekerheid, onze energieonafhankelijkheid en de concurrentiekracht van onze bedrijven. Dank u wel.
Steven Coenegrachts:
Dank u wel, mevrouw de minister.
U hebt natuurlijk gelijk, heel Europa kampt met die prijsstijgingen, al zijn wij de enigen die vasthouden aan een eiland. Heel Europa zegt dat dit een strategisch belangrijk project is. Ik ben daar blij mee, maar het mag natuurlijk niet zo zijn dat andere landen meer voordeel hebben dan onze bedrijven en onze gezinnen en op dit moment lijkt het erop dat het Verenigd Koninkrijk er meer uit zou kunnen halen dan onze eigen belastingbetaler, onze eigen elektriciteitsfactuurbetaler.
Ik denk dus dat we nood hebben aan die kostencontrole en aan dat gesprek met Elia om de kostenbeheersing voor elkaar te krijgen, maar ook dat we voorzichtig moeten zijn met de akkoorden die we sluiten met andere landen. Hoe krijgen we stroom hier, hoe krijgen we duurzame stroom bij onze bedrijven en gezinnen en hoe krijgen we dat tegen een juiste prijs op de elektriciteitsfactuur? Dat is de uitdaging en daar gaan we de komende maanden aan werken.
Kurt Ravyts:
Mevrouw de minister, het energiebeleid in dit land is onder Vivaldi uitverkocht aan uw partij. Het Vlaams Belang is nu al sceptisch als het gaat over hoe Arizona zal ontsnappen aan de erfenis die mevrouw Van der Straeten nalaat. Eind dit jaar gaan, met expliciete goedkeuring van verschillende arizonapartijen, vijf van de zeven kerncentrales in dit land onherroepelijk uit productie. Vanaf dan zijn wij voor onze energiebevoorrading volledig overgeleverd aan de Franse kerncentrales, gascentrales en hernieuwbare energie op de Noordzee, die nog niet op volle schaal aanwezig zal zijn. Dat laatste dreigt nu al een zware impact te hebben op de factuur van onze gezinnen en bedrijven. Ik roep de onderhandelende partijen dan ook op om het huidige concept van het energie-eiland te verlaten en om zonder aarzelen te kiezen voor de bouw van nieuwe eigentijdse kerncentrales. Er is geen tijd meer te verliezen.
De door Defensie toegekende dienstvrijstelling voor deelneming aan de betoging op 13 februari
De dienstvrijstelling voor militairen die op 13 februari willen betogen
De deelname van militairen aan de betoging van 13 februari
Het functioneren van minister Dedonder
De verzuchtingen van de militairen met betrekking tot hun statuut
De dienstvrijstelling voor militairen die op 13 februari aan de betoging willen deelnemen
De deelneming van militairen aan de pensioenbetoging
Dienstvrijstelling militairen voor betoging 13 februari, militaire statuut, functioneren minister Dedonder
Gesteld aan
Ludivine Dedonder, Alexander De Croo (Eerste minister)
op 23 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Dedonder (PS) verleende collectieve dienstvrijstelling aan Defensiepersoneel om te betogen tegen de geplande pensioenhervormingen van de onderhandelende partijen (MR, N-VA, Vooruit, cd&v), wat heftige kritiek uitlokte: oppositie en coalitiegenoten (waaronder premier De Croo) beschuldigen haar van machtsmisbruik in lopende zaken, budgettaire onverantwoordelijkheid (€5 miljoen) en het politiseren van het apolitieke leger, terwijl militairen traditioneel geen stakingsrecht hebben. Dedonder verdedigt haar beslissing als luisteren naar sociale onrust over pensioenkortingen en langere loopbanen voor militairen—wiens unieke statuut (24/7 beschikbaarheid, gevaren) volgens haar ondermijnd wordt door de geplande hervormingen, met risico’s voor werving en operationele capaciteit. Critici, zoals Francken (N-VA) en Ducarme (MR), eisen intrekking en dreigen met een vertrouwensmotie, terwijl Hedebouw (PTB) de betoging als legitiem verzet tegen "antisociale Arizona-plannen" omarmt. De kern van het conflict draait om de grens tussen democratisch protest en institutionele neutraliteit: mag een demissionaire minister militairen mobiliseren tegen een toekomstige regering? Dedonder benadrukt vrijheid van meningsuiting, tegenstanders zien partijdige manipulatie en veiligheidsrisico’s—met als onderliggende spanning de toekomst van Defensie in een context van dalende budgets, verouderd materieel en geopolitieke dreigingen (NAVO-eisen, Russische activiteit). De symbolische strijd—tussen respect voor militairen en politieke instrumentalisering—escaleert naar een constitutionele crisis, met dreigende juridische stappen en een polariserend debat over wie het leger eigenlijk dient: de staat, de regering, of de samenleving.
Denis Ducarme:
"Trop de testostérone, cela bousille les neurones!", "Blanche-Neige", "De Croo crosse Dedonder". La Force aérienne nous dirait peut-être que cela vole un peu trop bas, et elle aurait raison.
Madame la ministre, sans agressivité, aucune, sans personnalisation, je vais vous dire pourquoi, de notre point de vue, votre décision visant un octroi de dispense collective au personnel de la Défense pose six gros problèmes sur le plan démocratique.
Tout d'abord, pour ce qui est de la concertation, vous avez des prérogatives qui sont les vôtres. Néanmoins, nous sommes en affaires courantes et un certain nombre de ministres vous reprochent légitimement de ne pas avoir concerté cette décision.
Le fait que nous soyons en période d'affaires courantes implique une attitude de prudence et le premier ministre, lui-même, estime que vous n'avez pas respecté l'esprit des affaires courantes.
En outre, madame la ministre, vous êtes ministre démissionnaire depuis les dernières élections et vous plaidez contre les réformes qu'un autre gouvernement prépare et prenez position politiquement comme ministre. Vous transgressez pleinement votre devoir de réserve car vous n'avez plus la légitimité politique et vous poussez finalement à la grève. C'est le quatrième point qui pose problème car les personnes qui ne veulent pas faire grève devront faire une démarche administrative tandis que celles qui feront grève ne devront faire aucune démarche administrative.
C'est un problème au-delà du cinquième point, la prudence budgétaire. Avez-vous seulement une idée, madame la ministre, de ce que cette dispense de travail coûte? Cinq millions d'euros, madame la ministre! Cinq millions d'euros! Vous êtes dans l'obligation d'une prudence budgétaire.
Par ailleurs, vous (…)
Franky Demon:
Mevrouw de minister, de vivaldiregering is nog niet weg en er vallen al enkele PS-lijken uit de kast. Eerst was er de uitkeringsfraude in Anderlecht, dan kwamen de scheurtjes in de pantservoertuigen van Flahaut en nu is dit er. Intussen bent u al meer dan vier jaar minister van Defensie en men mag van u verwachten dat u een aantal basisprincipes kent.
Ten eerste hebben militairen door hun statuut nu eenmaal geen stakingsrecht, een recht dat ik overigens volledig onderschrijf. Dat heeft te maken met de eigenheid van hun job.
Ten tweede zijn militairen politiek neutraal. Ze dienen het land en niet de partij die de minister van Defensie levert, gelukkig maar.
Laat net deze twee principes nu als het ware de basis zijn van uw beslissing, die mijns inziens platgestampt is. U ontkent zelfs niet eens dat ze dient om militairen te laten betogen in Brussel. Uw beslissing is met andere woorden politiek geïnspireerd en komt volgens mij neer op het misbruiken van militairen voor uw eigen politieke agenda. Daar bestaat een woord voor: machtsmisbruik. U vindt bovendien dat u die beslissing kunt nemen in lopende zaken. Me dunkt bent u daar nu helemaal niet meer bevoegd voor en ook eerste minister De Croo vindt dit.
Wij vragen u klaar en duidelijk maar een ding: trek uw beslissing in om alle militairen een dag dienstontheffing te verlenen.
Raoul Hedebouw:
Madame la ministre, les partis MR et Les Engagés sont en train de négocier un accord. Les notes sont en train de sortir avec tout ce qu'il y a dans cet accord. Je vais citer ce qu'elles comprennent parce que le monde du travail a le droit de savoir.
Sabotage de l'indexation des salaires, invoering van een pensioenmalus om iedereen langer te laten werken voor minder pensioen, fin des régimes de prépension, afbreken van de pensioenen van de werknemers in de publieke sector, travail intérimaire à durée indéterminée – allez le MR et le cdH! –, honderden miljoenen besparen op onze gezondheidszorg en publieke diensten, non-indexation des allocations sociales, afschaffing van de nachtpremies tussen 20 uur en middernacht – N-VA, daar gaan jullie allemaal voor! –, attaques violentes contre les travailleurs malades et sans emploi, suppression de l'interdiction du travail du dimanche, maatregelen om het sociaal protest de mond te snoeren – Vooruit, willen jullie daarvoor gaan? Komaan, zeg! – en lachwekkend kleine bedragen voor de superrijken.
Chers collègues, les travailleurs sont en colère avec de telles mesures.
Il y aura plein de monde le 13 février à Bruxelles. Et vous avez les chocottes! Bien sûr, regardez l'arrogance de la droite!
Les militaires belges demandent du respect. Leur métier n'est pas reconnu comme pénible par le MR. N'avez-vous pas honte, monsieur Ducarme? N'avez-vous pas honte de ne pas avoir du respect pour les militaires? Ils demandent le droit de dénoncer le fait que vous voulez les faire travailler plus longtemps, pour moins de salaire. Monsieur Ducarme, vous devriez avoir honte! Ils doivent bosser 24 heures pour gagner 12 heures de salaire! Êtes-vous d'accord avec cela? C'est incroyable! Et au lieu de les respecter, le MR veut leur interdire d'exprimer leur voix, d'exprimer leur désaccord avec votre mesure de mépris! Moi je dis qu'ils ont le droit de manifester le 13 février à Bruxelles et ils seront nombreux!
Madame la ministre, pouvez-vous garantir que ce droit est donné à tous les travailleurs belges? Pouvez-vous garantir que le droit est donné aux militaires de dire au MR et aux Engagés qu'ils ne veulent pas de leur plan de pension?
Theo Francken:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO Mark Rutte deed volgende uitspraken: "Verhuis naar Nieuw-Zeeland of leer Russisch spreken." We horen alle dagen alarmsignalen alom over hybride oorlogvoering, over de vele cyberaanvallen – met de commissie bezochten we gisteren het Cyber Command – , over sabotageacties – gisteren werd een schip in Het Kanaal tegengehouden door de Britten op basis van een mogelijke sabotage- of spionageactie van een Russische schaduwvloot –, de melding van Donald Trump om 5 % van het bbp aan de NAVO te spenderen terwijl Rutte spreekt over 3,5 %.
In België is de situatie redelijk dramatisch. We kregen het nieuws van de Piranha's met de scheurtjes, van de kanonnen die tot het einde van het jaar niet inzetbaar zijn. We hebben het verhaal van de Pandur en het verhaal van het budget, met een daling van 1,29 %, terwijl de hele wereld investeert in defensie. De daling van het defensiebudget is onverantwoord en de situatie is zeer ernstig: geen zware kanonnen, geen zware artillerie, geen drones – dankzij de resolutie van Peter Buysrogge komt er na jaren werk eindelijk bewapening op onze drones – en geen luchtafweergeschut. Onze Belgische strijdkrachten zijn niet klaar voor de toekomst en er moet dringend meer geïnvesteerd worden.
Mevrouw de minister, wat doet u? U neemt de beslissing om te gaan betogen tegen de volgende regering, die er nog niet is, en haar pensioenplannen, die er nog niet zijn. Ik begrijp dat u inzit met het pensioenstelsel van de militairen, ik zit er ook mee in. Het is belangrijk dat we onze militairen goed omkaderen, een goed statuut geven, maar na vele jaren van stilstand moet er over die harmonisering van de pensioenstelsels ook gesproken kunnen worden.
Mevrouw de minister, uw beslissing voor die dienstvrijstelling is niet genomen binnen de regering. Wat zult u doen en wat is uw standpunt in de regering morgen op de (…).
Annick Ponthier:
Mevrouw de minister, op 13 februari wordt opnieuw een manifestatie georganiseerd ter bescherming van de openbare diensten. Tussen de manifestanten zullen net als vorige keer vele militairen zitten. De pensioenplannen van de onderhandelende arizonapartijen hangen hen immers als een zwaard van Damocles boven het hoofd. De pensioenleeftijd zou opgetrokken worden en ze zouden beduidend langer moeten werken voor een gevoelig lager pensioenbedrag. De tweede pensioenpijler wordt hen ontzegd en gedurende de loopbaan zijn de omstandigheden van die aard dat een militair voor veel gepresteerde uren, in opdracht of op training, niet vergoed wordt. Als de plannen zoals ze nu voorliggen worden uitgevoerd, hoeft het dus niet te verbazen dat het geduld van de militairen met hun gekende can-domentaliteit langzaam maar zeker op geraakt.
Het Vlaams Belang heeft het volste begrip voor de militairen die zich verzetten tegen deze plannen en hun stem willen laten horen, maar in plaats van een algemene dienstvrijstelling aan te kondigen, had uw partij de militairen de voorbije decennia misschien beter wat meer versterkt.
Dat er nu tussen de uittredende vivaldiregering en de onderhandelende arizonapartijen politieke spelletjes worden gespeeld op de kap van onze militairen is voor ons totaal onaanvaardbaar. Mevrouw de minister, het blijkt overigens over een eenzijdig genomen beslissing te gaan, want de inkt van uw persbericht was nog niet droog of u werd al teruggefloten door premier De Croo.
Mevrouw de minister, ik heb maar een vraag voor u: hoe verantwoordt u uw keuze?
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, eerst en vooral, welkom terug. Het is een tijdje geleden dat we u hier hebben gezien. Het is ook een tijdje geleden dat u aanwezig bent geweest in de commissie voor Landsverdediging. Gelukkig is die commissie niet blijven stilzitten en is zij wel blijven werken. Ik had u bijna als vermist opgegeven, maar ik heb u gelukkig teruggezien op de betoging. Ik heb vernomen dat u mee hebt betoogd. Hier was u dus niet.
Vorige week heb ik de boodschap gebracht dat de Russen aanwezig zijn in onze Noordzee. Er bevinden zich bijzonder veel Russische schepen in de Noordzee voor onze Belgische kust. De NAVO bombardeert ons ondertussen met oproepen om ons deel te doen binnen de NAVO-instelling en onze defensie-uitgaven fors op te krikken.
Men zou denken dat dat voer genoeg was voor een debat met de minister van Defensie, maar het bleef muisstil. Nee, uw enige antwoord op alle problemen waarmee onze Defensie momenteel kampt, is een algemene dienstvrijstelling voor heel het leger. Op 13 februari heeft het land volgens u blijkbaar geen leger nodig. Nee, u hebt het leger nodig om te gaan betogen.
Mevrouw de minister, ik hoop dat u beseft dat u onze militairen inzet voor politieke spelletjes. Welk signaal denkt u nu immers te geven aan de bevolking? U geeft het leger een dagje verlof, u maakt zich snel nog even populair op het moment dat u in de oppositie moet duiken. Hoe denkt u dat dat internationaal wordt bekeken? Hoe denkt u dat de NAVO naar ons kijkt? Denkt u nu echt dat de bevolking en onze militairen dat politieke spelletje niet doorzien?
Ik heb maar een vraag voor u, mevrouw de minister. Hoe haalt u het in uw hoofd om in lopende zaken op zo’n platte manier aan zelfbediening te doen?
Philippe Courard:
Madame la ministre, je m'étonne quelque peu de voir le désarroi de certains partis par rapport à une décision qui, somme toute, semble évidente. Nous vivons une situation particulière. Nous sommes bientôt prêts à inaugurer le gouvernement qui va faire le plus mal dans l'histoire de la Belgique. Il va s'attaquer aux pensions, aux malades, aux plus faibles, et il va surtout s'attaquer à la classe moyenne, cette classe moyenne auprès de laquelle on a fait beaucoup de publicité pendant la campagne électorale. Cette classe moyenne va bientôt savoir à quel point elle va être mangée, tellement son pouvoir d'achat sera différent de celui qui a été promis. Soyons patients quelques jours ou quelques semaines.
Mais on n'est pas là pour parler de cela, mais bien des militaires. Ces femmes et ces hommes, ce personnel de la Défense travaillent sans compter leurs heures et n'ont pas le même statut que les autres travailleurs parce que leurs missions sont spécifiques; ce sont des gens qui risquent leur vie et qui font des missions délicates. L'avenir ne s'annonce pas rose. Dès demain, les choses seront encore plus compliquées pour ce personnel. Comme l'a dit M. Francken et d'autres, il y a des échéances qui font peur. Et nous devrons, demain, pouvoir compter sur ces femmes et sur ces hommes.
Et que leur dit-on pour les encourager à poursuivre leur investissement, à poursuivre ce travail au service de notre pays, et à nous défendre? On leur dit: "Vous allez travailler dix ans de plus, comme tout le monde. Vous le méritez!" C'est scandaleux! Nous ne pouvons pas, au Parti Socialiste, accepter une telle attitude. C'est donc un minimum de permettre à ces femmes et à ces hommes de manifester, de crier leur désarroi, de vous rappeler ce qu'ils font et le service qu'ils rendent à la population. Cela ne changera probablement pas les choses, puisqu'il y a une majorité importante pour décider autrement. Je ne vois vraiment pas pourquoi on s'offusque ici de donner cette possibilité aux militaires.
Madame la ministre, cette manifestation va-t-elle créer un problème de sécurité collective? (…)
Ludivine Dedonder:
Geachte leden, de dienstontheffing is een reactie op een schriftelijke vraag van het VSOA-Defensie, dat de bezorgdheid bij het personeel van Defensie vertolkt over hun toekomst, hun gevoel niet te worden gehoord en de behoefte om naar hen te luisteren.
Ik heb op die vraag positief gereageerd na een zorgvuldige evaluatie van de impact op basis van een gedetailleerd advies van Defensie. In overeenstemming met het arbeidsreglement kan een dergelijke collectieve dienstontheffing door de minister van Defensie worden toegekend. Ik heb er ook over gewaakt dat de werking van ons departement gewaarborgd blijft. De essentiële missies voor de veiligheid van ons land worden uiteraard zonder enige onderbreking voortgezet. De beslissing kan ook worden herzien indien zich op nationaal of internationaal grondgebied een crisissituatie voordoet die het optreden van Defensie vereist.
Ik wil eraan herinneren dat een dienstontheffing elk personeelslid toelaat om een vrije dag te nemen. Dat geeft de vrijheid om zelf te kiezen en, indien gewenst, zijn of haar mening te laten horen zonder te staken.
Deze beslissing kadert volledig in mijn project van de voorbije jaren waarin ik het personeel, de drijvende kracht van elke organisatie, tot centrale prioriteit heb gemaakt. Door de sociale dialoog te herstellen en in overleg samen te werken, zijn we erin geslaagd om het departement weer een positief elan te geven. Dat heeft ongetwijfeld geleid tot een sterk toegenomen aantrekkingskracht, zoals blijkt uit het recordaantal sollicitanten en een percentage van ontslagen op eigen vraag dat tot de laagste op de arbeidsmarkt behoort. Naar aanleiding van die bezorgdheden, met name de optrekking van de pensioenleeftijd en de verlaging van het pensioenbedrag, heb ik al een aantal Kamervragen kunnen beantwoorden. Ook ik ben bezorgd.
Le régime préférentiel de pension des militaires s'explique par la nature même de leur métier et par un régime de travail unique. Qui, aujourd'hui, accepte d'être disponible 24 heures en étant rémunéré la moitié? Qui accepte de limiter ses droits civiques? Qui accepte d'être envoyé à tout moment dans des régions instables au risque de sa vie et de passer des mois loin de sa famille pour garantir notre sécurité à toutes et tous? Ce régime préférentiel de pension est l'engagement que l'État a pris pour compenser ces sacrifices individuels et familiaux, pour apurer la dette qu'il a envers les hommes et femmes de la Défense.
Si vous touchez au régime de pension sans adapter les conditions de travail, vous vous retrouverez inévitablement devant des difficultés sur le plan de l'attrait et face à des démissions, donc confrontés à un problème d'opérationnalité qui compromettra la sécurité de notre pays et de nos concitoyens. Si je sors quelque peu du cadre de vos questions, c'est pour vous montrer que les préoccupations ne sont certainement pas que d'ordre individuel ou de confort personnel, mais qu'elles portent bien sur des enjeux de sécurité nationale dans un contexte où l'on a besoin, plus que jamais, de se sentir protégés.
Je tenais également à vous dire que, selon moi, bien gouverner un pays revient à prendre des décisions adaptées, tout d'abord en écoutant et en entendant pour mesurer la portée des choix que l'on prendra. Aujourd'hui, je fais le désolant constat d'une divergence de vues politiques quant à ce droit à la liberté d'expression dans le chef du personnel de la Défense. J'ai reçu un courrier du premier ministre, auquel je répondrai bien évidemment. Quant à l'avis demandé aux services de la Chambre, j'en prendrai connaissance lorsqu'il sera disponible.
C'en est manifestement devenu une affaire d' État. Ma réponse positive à la demande de dispense qui m'a été adressée traduit ma compréhension des inquiétudes du personnel, que j'ai toujours soutenu et défendu, et, fidèle à mes valeurs, mon choix de les laisser, s'ils le souhaitent, exprimer leur voix dans le respect de la dignité – avec l'espoir, surtout, qu'ils soient entendus. Je me dis que tout l'arsenal politique et juridique qui est déployé aujourd'hui pour m'obliger à retirer cette dispense et, ainsi, empêcher, tant que faire se peut, le personnel de (…)
Denis Ducarme:
Ce qui se passe est assez grave sur le plan démocratique, parce que vous explosez le devoir de réserve lié au fait que vous êtes ministre démissionnaire. Vous utilisez les moyens mis à disposition par l' É tat pour porter, alors que vous êtes ministre démissionnaire, une politique d'ordre partisan.
Regardez les visages de vos collègues parlementaires du Parti Socialiste. Regardez-les, ils sont vraiment impatients que vous les rejoigniez sur les bancs de l'opposition socialiste. Mais allez-y! Là, vous pourrez défendre vos convictions! Comme ministre, vous avez un devoir de réserve.
Soyons très clairs: si vous n'avez pas retiré votre disposition dans les 24 heures, le Mouvement Réformateur demandera votre démission.
Franky Demon:
Mevrouw de minister, collega's, op dit moment wordt volop onderhandeld, ook over de pensioenen. Uiteraard hebben wij respect voor de pensioenrechten van de hardwerkende mensen, onze partij is daar absoluut heel gevoelig voor. Wij zullen daarvoor tot op het laatste moment vechten, weliswaar aan de onderhandelingstafel.
Militairen hier misbruiken voor politieke doeleinden zal ons zeker en vast niet helpen. Er zal bespaard moeten worden en dat zal niet aangenaam zijn, maar wij hebben hier begrip voor de militairen. Wij luisteren naar hun bezorgdheden. We zijn er zeker van dat zij het land dienen vanuit een engagement. Wij vragen dan ook om respectvol met hen om te gaan.
Raoul Hedebouw:
Maar enfin! Die nota's zijn uitgelekt en bevatten een hele lijst aanvallen tegen de werkende klasse in België, maar de werkende klasse zou niet mogen reageren? Keigrote aanvallen tegen onze militairen, die langer zullen moeten werken voor minder pensioen, maar die militairen zouden allemaal moeten zwijgen? Waar is jullie respect?
Mijnheer Francken, hoe durft u? Militairen gaan op missie en werken hard, maar voor de N-VA is dat blijkbaar geen probleem: steeds langer werken en een lager pensioen. Ze zouden bovendien allemaal moeten zwijgen. Hoe durft u het zwijgen op te leggen aan de militairen? Hoe durven jullie hen dat recht te ontnemen? Zij zullen zelf wel beslissen of ze opdagen voor een betoging.
Zijn jullie misschien bang, zitten jullie met de peut bij de N-VA, bij alle rechtse partijen? Zijn jullie bang dat er duizenden en duizenden mensen in Brussel zullen betogen? Wel, jullie hebben gelijk, want op 13 februari zullen tienduizenden mensen in Brussel zeggen: no way met die antisociale maatregelen van Arizona!
Theo Francken:
Mevrouw de minister, ik merk heel veel testosteron op in de zaal, langs alle kanten. Dat is interessant. De neuronen ontploffen.
Mijnheer Hedebouw, ik zit niet met de peut , helemaal niet. Ik vind dat militairen absoluut moeten kunnen zeggen dat ze niet akkoord gaan met iets; daarover gaat het niet. Het gaat over het feit dat bijna 200 jaar geleden werd afgesproken dat militairen niet kunnen staken. Dit wordt nu omzeild door de PS, op een in mijn ogen laaghartige manier. Het gebeurt vlak voor het einde van de periode, net voor een nieuwe ploeg begint, met een regeerakkoord waarin rekening wordt gehouden met die bekommernissen, mevrouw de minister. U zult het nog zien, wij zullen met een akkoord komen dat wel degelijk die evenwichten bewaart, maar dat ook een stuk hervormend en ambitieus is.
Ik heb absoluut respect voor onze militairen. Moeten ze zich kunnen uitdrukken? Absoluut, met heel veel plezier. Maar we moeten wel respect hebben voor het feit dat dit al 200 jaar zo is.
Mevrouw de minister, hetgeen u hebt gedaan (…)
Annick Ponthier:
Mevrouw de minister, de socialistische bazen blijven verbazen. Defensie wordt al decennia uitgekleed en uitgemolken, niet het minst door uw eigen partij, de PS. Net voor het doek valt over Vivaldi lijkt u nu plots een finaal slotspektakel te willen opvoeren. In tijden van enorm uitdagende geopolitieke spanningen is dat onverantwoordelijk.
Ik benadruk hier nogmaals dat het Vlaams Belang de bekommernissen en bezorgdheden van onze militairen ten volle deelt.
Voor de onderhandelende partijen heb ik nog volgende boodschap. Het militair beroep is zeer specifiek. De aantrekkelijkheid van dat beroep staat enorm onder druk en verdient daarom alle aandacht. Militairen staan dagelijks klaar voor onze veiligheid, op gevaar voor eigen lijf en leden. Zorg ervoor dat zij recht hebben (…)
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, u bent nu nog altijd verantwoordelijk voor de werking van ons leger. U bent nog steeds minister van Defensie, maar nu gedraagt u zich als een vakbondsmilitante. Terwijl Rusland in onze Noordzee aanwezig is, terwijl ons militair materieel met haken en ogen aan elkaar hangt, misbruikt u uw functie in lopende zaken, misbruikt u onze militairen, voor een zaak: pure populistische zelfbediening.
Ik heb zeer veel respect voor onze militairen. Ik heb zelfs respect voor hun bezorgdheden. Maar wat u vandaag doet, is cliëntelisme van de bovenste plank. Shame on you .
Philippe Courard:
Madame la ministre, merci. Merci pour tous les efforts que vous avez faits pendant cinq ans pour favoriser le déploiement du personnel militaire et civil. Dix mille personnes ont été engagées, c'est du jamais vu. On doit saluer ces efforts mais, comme cela a été dit, examiner le problème. Est-ce grave, sur le plan démocratique? Oui, c'est grave, d'empêcher les militaires de s'exprimer. C'est grave d'empêcher des Belges de pouvoir partager les difficultés, de s'opposer à des choses inouïes qui vont nuire gravement à la sécurité et à la paix. L'Arizona veut mitrailler le statut de nos militaires. Nous ne l'accepterons pas et nous serons aux côtés des militaires, vous pouvez compter sur le Parti Socialiste.
De nieuwe deadline voor de indiening van het Belgische begrotingsplan bij Europa
Het voorwaardelijke uitstel van de EU voor de indiening van het federale begrotingsplan
Belgische begrotingsplannen en EU-deadlines
Gesteld door
Gesteld aan
Alexia Bertrand
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt al zeven maanden zonder regering, wat het begrotingstekort met 2,5 miljard verergert (119% schuld/PIB in 2029) en 508 euro per seconde kost, terwijl Europa een deadline van 30 april hanteert voor hervormingen (fiscaliteit, arbeidsmarkt). De Croo bevestigt dat nieuwe voorlopige twaalfden (tot juni) onvermijdelijk zijn en waarschuwt dat terugverdieneffecten door Europa systematisch worden afgewezen, wat de onderhandelingen bemoeilijkt. Kritiek uit oppositie (Coenegrachts, De Smet) benadrukt het falend leiderschap en onrealistische rekenmodellen in de Arizona-onderhandelingen, terwijl de schuld voor toekomstige generaties blijft groeien. Europa eist concrete hervormingen tegen maart, maar een akkoord lijkt onhaalbaar zonder verdere vertraging.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, zeven maanden geleden zijn we naar de stembus getrokken en we zitten nog altijd zonder regering. Voor de zoveelste keer hebben we vandaag opnieuw een deadline gekregen. Eind januari zou er nu een regering zijn. Eerst was het voor september, dan werd het na 13 oktober, vervolgens was het tegen Kerstmis. Nu is het eind januari. Dat maakt ons ondertussen allemaal lid van de club van de ongelovige thomas: eerst zien, dan geloven.
Mijnheer de eerste minister, dat getreuzel kost ons geld. Het Monitoringcomité berekende dat hierdoor het begrotingstekort groeide met 2,5 miljard. Nochtans heeft uw regering al verschillende keren de arizonaonderhandelaars moeten assisteren, helpen en ondersteunen, door uitstel te vragen aan de Europese Commissie en door voorlopige twaalfden op te stellen. Blijkbaar zal dat niet volstaan, want u zult opnieuw voorlopige twaalfden moeten opstarten. Opnieuw zal er aan Europa gevraagd moeten worden wanneer de begroting effectief binnen moet zijn.
Hoe loopt dat proces? Is het nodig om opnieuw die voorlopige twaalfden op te stellen? Wat zegt Europa over de timing?
We hebben gisteren allemaal de heer Gert Peersman gehoord over de begrotingsuitdaging, over de terugverdieneffecten. Wat zegt de Europese Commissie in uw ervaring over terugverdieneffecten? In hoeverre mogen die meegerekend worden?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, l'absence de gouvernement fédéral nous coûte 508 euros par seconde. Ce n'est pas moi qui le dit mais le formateur, M. De Wever. Cela veut dire que la dette fédérale belge se sera alourdie de 60 000 euros pendant la durée de ma question. Durant le temps probable de votre réponse, elle se sera encore alourdie de 150 000 euros.
Le formateur a raison parce qu'il est allé chercher les chiffres du Comité de monitoring qui nous révèlent en effet que, à politique Vivaldi inchangée, nous aurons une dette de 119 % du PIB en 2029, soit 840 milliards d'euros. Ces chiffres sont vertigineux et nous paraissent abstraits, mais ils sont en réalité très concrets. Il s'agit de l'argent de nos impôts, de nos soins de santé, de nos écoles, de nos policiers, de nos pensions. Mais il s'agit surtout de celui de nos enfants et des prochaines générations. La dette que nos enfants devront endosser augmente chaque jour où les cinq partis de l'Arizona n'arrivent pas à former un gouvernement ou à nous sortir une réforme fiscale, du marché de l'emploi ou des pensions. C'est inacceptable!
Comme tout le monde le sait, la Belgique est mise sous procédure de déficit excessif par la Commission européenne. Vous avez négocié un nouveau délai courant jusqu'au 30 avril.
Que va-t-il se passer si, malgré tout, nous sommes toujours en crise à la date du 30 avril? Il n'est évidemment pas exclu que l'Arizona finisse par se former sur un malentendu. Cela fait d'ailleurs bientôt deux jours qu'aucun président de parti n'a incendié le processus de formation; tous les espoirs sont donc permis. Il faut néanmoins envisager les hypothèses du pire. Allons-nous nous en sortir avec seulement une étape de douzièmes provisoires? Je n'en suis pas du tout certain puisque la Commission européenne nous demande d'avoir mis en place, dès le mois de mars, les nouvelles réformes concernant la fiscalité et le marché de l'emploi. Que se passera-t-il dans le scénario probable – en tout cas possible – du pire?
Alexander De Croo:
De onderhandelende partijen hebben inderdaad nog geen akkoord gevonden voor de begroting van dit jaar. De ontslagnemende regering heeft eind vorig jaar een begroting met voorlopige twaalfden laten goedkeuren in dit Parlement. Op die manier kregen de onderhandelende partijen tot 31 maart van dit jaar om een volwaardige begroting volledig goedgekeurd te krijgen.
Het is duidelijk dat het eerste pakket aan twaalfden niet zal volstaan, want zelfs als de onderhandelende partijen eind deze maand tot een akkoord komen, is het onhaalbaar om ervoor te zorgen dat het op 31 maart goedgekeurd zal zijn. Meestal gaat men ervan uit dat een periode van drie maanden nodig is om volledig alle adviezen te kunnen doorlopen.
Het lijkt me logisch dat een ontslagnemende regering geen risico neemt en dat we een nieuwe tranche van twaalfden zouden voorbereiden, om ervoor te zorgen dat de middelen voor de verschillende diensten gegarandeerd zijn tot eind juni en om een soort van shutdown bij de overheidsdiensten te vermijden.
Ik heb de formateur en zijn team daarvan op de hoogte gebracht en zij vonden het logisch dat de ontslagnemende regering voorbereidingen zou treffen voor een volgende reeks aan twaalfden. De staatsecretaris heeft daarvoor een omzendbrief verstuurd en het zal gelden volgens dezelfde regels die ook van toepassing waren voor de eerste drie maanden aan twaalfden, bijvoorbeeld geen nieuwe uitgaven.
De ontslagnemende regering heeft ook eind oktober en eind december aan Europa aangegeven dat de onderhandelende partijen, op dat moment, niet in staat waren om een meerjarenbegroting in te dienen. Ik verwacht dat de Europese Commissie eind volgende week een formeel antwoord zal geven, maar informeel heeft ze reeds aangegeven dat ze eind april een oordeel zal vellen over de begrotingssituatie van ons land. Dat betekent dat er eind maart een volledig akkoord van begroting en van hervormingen nodig zal moeten zijn.
Ik kom tot de vraag over de terugverdieneffecten. Onze ervaring de voorbije jaren in de huidige regering, maar ook in vorige regeringen bij voorgaande evaluaties van de Europese Commissie leert ons dat de Europese Commissie steeds zeer kritisch staat ten opzichte van het in rekening brengen van terugverdieneffecten in een begroting. We moeten daar dus zeer voorzichtig mee omspringen, want in het verleden heeft de Europese Commissie dat soort zaken vaak verworpen uit ingediende begrotingen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, het is duidelijk dat u op de winkel past tijdens het getreuzel van Arizona.
(Rumoer op de banken van de N-VA en het Vlaams Belang)
In zeven maanden tijd is men er niet in geslaagd een regering te vormen, waardoor de put elke dag groter wordt. U kunt wel zeggen dat wij dit en dat hebben gedaan. Het is uw getreuzel dat elke dag, zeven maanden lang, geld kost. Collega’s, u kunt, tot spijt van wie het benijdt, niet rekenen op die terugverdieneffecten. Stop daarmee, maak een echte begroting. Maak ze sneller. Show us the money! Show us the money , beste collega’s. U zou het beter doen, doe het beter. Show us the money!
François De Smet:
Merci, monsieur le premier ministre, pour votre réponse complète et honnête, mais quand même inquiétante. En effet, si je vous entends, il n'y a pratiquement aucune possibilité qu'un gouvernement Arizona arrive à produire des réformes convaincantes, même s'il arrivait à se former dans le temps imparti par l'Union européenne. C'est quand même ennuyeux. L'autre élément intéressant de votre réponse est le rappel de ce mythe des effets retour. Les effets retour existent, mais en général ils sont très fortement surévalués par rapport à la réalité. En général, la Commission européenne ne les inclut pas. C'est quand même intéressant, parce que dans les notes Arizona qui circulent, une grande partie des réformes fiscales envisagées se basent sur une exagération forte des effets retour. C'est un rappel à la réalité. Je ne doute pas qu'il ne sera pas entendu, mais merci quand même de l'avoir fait.
De bescherming van kritieke infrastructuur in de Noordzee
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Rusland verhoogt agressieve spionage- en sabotageactiviteiten in de Noordzee, gericht op kritieke onderwaterinfrastructuur zoals energiekabels, met 110 Russische schepen gespot in 9 maanden (2024) – meer dan in heel 2023. België versterkte de samenwerking met Noordzeelanden via het NorthSeal-platform (operationeel sinds april 2024) voor informatie-uitwisseling, wees 60 spionnen uit en verdubbelde inlichtingenpersoneel, maar militaire opvoering in de Noordzee (naar NAVO-model Oostzee) is de volgende noodzakelijke stap. De urgentie wordt benadrukt door de oorlog in Oekraïne en bewezen Russische dreigingen, waarbij naïviteit niet langer kan – extra defensie-investeringen en snelle regeringsvorming zijn cruciaal.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, in de eerste negen maanden van 2024 zijn er in de Noordzee 110 Russische schepen gespot voor onze Belgische kust. Dat waren er al meer dan in het volledige jaar 2023. Het ging om militaire schepen, onderzoeksschepen en zelfs visserijvaartuigen, allemaal onder Russische vlag.
Mijnheer de minister, we weten het allemaal: die schepen komen niet in onze Noordzee dobberen om op garnalen te vissen. De Russen komen hier spioneren en saboteren met als doel onze kritieke onderwaterinfrastructuur te beschadigen. Denk daarbij aan kabels en aan pijpleidingen onder andere voor onze energiebevoorrading, die ervoor zorgen dat wij thuis onze chauffage kunnen opzetten en het licht aansteken.
Recentelijk waren er heel wat incidenten in de Oostzee. De NAVO heeft gepast gereageerd door operatie Baltic Sentry te starten, een militaire operatie met een verhoogde aanwezigheid van militaire vliegtuigen, vaartuigen, en drones. Dat is een goede zaak, want wij moeten de oostflank van Europa goed beschermen.
Naast die oostflank is er ook een westflank. Er is niet alleen de Oostzee, maar ook de Noordzee. We moeten te allen prijze vermijden dat het probleem van de Oostzee naar de Noordzee verschuift. We moeten optreden, opdat Rusland de kans niet krijgt onze regio te destabiliseren.
Mijnheer de minister, wat hebben we in de afgelopen jaren gedaan om onze Noordzee te beveiligen? Wat kunnen we in de komende weken, maanden, jaren doen om de Noordzee veilig te houden?
Paul Van Tigchelt:
Er kan geen enkel misverstand over bestaan: voor de Russen zijn wij de vijand. Onze diensten stellen vast dat zij de voorbije jaren een stuk agressiever zijn geworden in hun acties tegen Europa, van sabotageacties door wegwerpspionnen die via Telegram worden gerekruteerd tot gecoördineerde acties waarbij politieke tegenstanders worden geëlimineerd. Spionage en sabotage van onze kritieke infrastructuur op de Noordzee hoort ook in dat rijtje thuis, waardoor het een constante focus is geworden van onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Op de Noordzeetop in april 2023 in Oostende beslisten de zes landen van de Noordzee om nauwer samen te werken voor de beveiliging van de Noordzee. Dat was niets te vroeg. Ons land ontwikkelde ook een beveiligd platform, NorthSeal, voor de permanente uitwisseling van informatie tussen de betrokken landen over verdachte activiteiten op de Noordzee, en daar nemen ook onze NAVO-collega’s aan deel. Dankzij het platform, dat vanuit Zeebrugge via het Maritiem Informatiekruispunt of MIK wordt gerund en sinds afgelopen week operationeel is, kunnen we de waakzaamheid verhogen. Dat is belangrijk.
Stilzitten is geen optie. De voorbije jaren hebben we meer dan zestig Russische spionnen uitgewezen. We hebben het personeelsbestand van onze burgerlijke inlichtingendienst verdubbeld en we werken internationaal veel intensiever samen. Het is duidelijk dat de inspanningen die op de Baltische Zee worden geleverd, ook voor de Noordzee navolging moeten vinden. De volgende stap kan niet anders zijn dan het opdrijven van de militaire aanwezigheid op onze Noordzee.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord. Ik ben blij dat er een nauwe samenwerking is tussen de Noordzeelanden. Ook de betrokkenheid van de NAVO is belangrijk. Dat is een goede zaak. We leven vandaag immers in een andere realiteit dan vijf, tien of twintig jaar geleden. Met een oorlog op ons Europese grondgebied en bewezen spionage en sabotage in onze Europese wateren door de Russen, is het duidelijk: de tijd van naïviteit is voorbij. Het is nu meer dan ooit tijd voor bijkomende investeringen in onze veiligheid en in onze defensiediensten. Ik doe nog een laatste oproep aan de formateur, want de deadline nadert. Stop met talmen. We hebben al genoeg tijd verloren. Maak een regering en zorg voor veiligheid en bijkomende investeringen in onze veiligheidsdiensten.
Het hoge aantal faillissementen van kmo's
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmtoename van kmo-faillissementen (11.500+ in 2024, 27.000 banen verloren) en de structurele competitiviteitsproblemen van Belgische ondernemers door hoge loon- en energiekosten, starre arbeidsmarkt, fiscale druk en administratieve rompslomp. Minister Clarinval bevestigt de nood aan dringende maatregelen (lagere belastingen, flexibere arbeid, energieverlichting, investeringsstimuli) en belooft deze in coalitieonderhandelingen te verdedigen, maar Coenegrachts betwijfelt of alle partijen ondernemers als *deel van de oplossing* zullen zien in plaats van als vijandbeeld. Kernboodschap: zonder economische ademruimte voor kmo’s stort het sociale model in.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, in 2024 waren er uitzonderlijk veel faillissementen. Ik kan me voorstellen dat aan de linkerzijde dan wordt gezegd: "Dan hebben die mensen wat meer tijd om aan hun privézwembad te gaan liggen." U en ik weten evenwel dat elk faillissement een drama is, een persoonlijk drama, omdat een levenswerk teniet wordt gedaan. Het is een economisch drama voor ons allemaal, omdat er welvaart verloren gaat en een drama op gezinsniveau omdat er inkomens verloren gaan, van werknemers en van de ondernemer zelf.
Collega's, die kmo's zijn de ruggengraat van onze economie. Dat zijn ondernemers die risico nemen, investeren, werkgelegenheid creëren en ook verankerd zijn in België, bedrijven die niet met één pennentrek vanuit een anoniem hoofdkantoor naar het buitenland vertrekken. Vandaag kreunen ze onder de hoge energiekosten, de hoge loonkosten, het gebrek aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt, de zware fiscale druk en een fiscus die uitblinkt in klantonvriendelijkheid.
Mijnheer de minister, wanneer gaan wij, zoals Voka heeft gezegd, ondernemers zien als deel van de oplossing? Hoe gaan we ervoor zorgen dat de ondernemers ademruimte krijgen om te groeien in de plaats van te krimpen of te verdwijnen? Welke maatregelen hebben u en uw toekomstige partners concreet op de arizonatafel liggen om ervoor te zorgen dat die bedrijven terug competitief worden in een globale economie?
David Clarinval:
Mijnheer Coenegrachts, u hebt gelijk, de huidige situatie van de kmo's in België is verontrustend. In de recente verklaring van het VBO en Voka werd daar nog eens op gewezen. Er zijn veel oorzaken voor die situatie: te hoge energieprijzen, te veel en ingewikkelde reglementeringen, hoge inflatie en de geopolitieke context.
Deze vaststelling wordt gedeeld op Europees niveau. In het rapport-Draghi wordt trouwens aangedrongen op versterking van de competitiviteit en de economische veiligheid van Europa. Ons land heeft echter specifieke handicaps, met name de brutoarbeidskosten per uur, die tot de hoogste in Europa behoren.
Die factoren hebben een toename veroorzaakt van het aantal faillissementen, tot meer dan 11.500 in 2024. Dat heeft geleid tot een verlies van meer dan 27.000 jobs. Gelet op die situatie – en zoals ik al enige tijd zeg – moet er dringend gehandeld worden en moet er werk gemaakt worden van een verlaging van de fiscale druk, van een vermindering van de brutoarbeidskosten, van meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt, van maatregelen om de energiekosten te beheersen, van een echte administratieve vereenvoudiging en van gerichte stimulansen voor investeringen. In het kader van de lopende onderhandelingen blijf ik voorstellen in die zin vurig verdedigen.
Mijnheer Coenegrachts, ik verzeker u dat ik geëngageerd blijf in de strijd om de competitiviteit van ons economisch bestel te vrijwaren en te versterken.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, dank voor uw engagement, ook aan de onderhandelingstafel. We leven vandaag in een land waar de fiscus mensen straft als ze zich vergissen en waar sommige politieke partijen ondernemers afschilderen als de baarlijke duivel, de Charles Woeste, maar dan in de moderne versie met een cocktail in de hand aan de rand van zijn zwembad, dromend van zijn volgende bonus.
Collega’s, u zult nochtans ook moeten leren dat men een sociaal paradijs niet op een economisch kerkhof kan bouwen. Integendeel, men moet ondernemers ruimte geven, hen laten ondernemen en investeren. Daar mag iets tegenover staan.
Mijnheer de minister, ik dank u, want ik geloof in uw goede bedoelingen. Ik heb iets minder vertrouwen in sommige van uw toekomstige coalitiepartners. U hebt een zeer zware opdracht en ik wens u daar alle succes mee.
Voorzitter:
Collega’s, een aantal van u heeft zijn stem nog niet uitgebracht. Het is misschien juister te zeggen dat slechts een aantal van u wel al een stem heeft uitgebracht. Ik nodig u graag uit om dat voor 16.00 uur toch nog te doen.
De automatische boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
Het onterecht opleggen van fiscale boetes in geval van een vergissing te goeder trouw
Het arrest van het Grondwettelijk Hof aangaande fiscale boetes in geval van een fout te goeder trouw
De fiscale boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
De eerbiediging van de rechten van belastingplichtigen door de fiscus bij een fout in de aangifte
Fiscale boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat automatische boetes voor eerlijke belastingfouten onrechtvaardig zijn, maar de fiscus past dit niet toe en blijft onterecht boetes opleggen, zelfs bij kleine vergissingen of fouten door de overheid zelf. Minister Van Peteghem erkent het probleem, benadrukt dat "vergissen menselijk is" en belooft betere afhandeling (o.a. via vereenvoudiging en dialoog), maar critici – van socialist tot liberaal – eisen onmiddellijke stopzetting van het automatisme en een eenvoudiger systeem, omdat gewone burgers en kmo’s nu onevenredig hard worden gestraft ten opzichte van grootverdieners en fraudeurs. Concreet actieplan ontbreekt, terwijl de fiscale complexiteit en bewijslast voor de belastingplichtige de kern van het conflict blijven.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, één verkeerde klik en men gaat de mist in. Voor men het weet, moet men vele euro's aan boetes betalen. Nee, het gaat hier niet over duistere praktijken van malafide organisaties, het gaat over onze eigen belastingdienst. Het gaat over gewone mensen die worden geconfronteerd met hoge boetes voor het zonder kwaad opzet maken van eenvoudige fouten in hun belastingaangifte.
Dat is onacceptabel. Dat zeggen wij socialisten al langer. Niet alleen wij, ook het Grondwettelijk Hof zegt dat dit niet kan. Sterker nog, vandaag worden mensen beboet door fouten van de fiscus zelf. Het volstaat daarvoor soms om akkoord te gaan met het voorstel dat de fiscus doet voor uw belastingaangifte. Hun fout kan zo uw boete worden.
Mijnheer de minister, ik ben heel blij dat u zich hebt aangesloten bij de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Voor Vooruit is het al langer duidelijk: ons belastingsysteem moet eenvoudiger. Wie rijk genoeg is, koopt vandaag het risico van een boete af door een belastingadviseur in te schakelen. Het gevolg? De gewone mensen, die elke dag keihard werken, die keihard hun best doen voor hun geld, lopen het hoogste risico. Dat is toch de wereld op zijn kop?
De socialisten staan aan de kant van de mensen die iedere dag keihard werken, die keihard hun best doen. Mijnheer de minister, de fiscus is duidelijk nog niet onder de indruk van uw uitspraken. Wat gaat u doen om te voorkomen dat de mensen in juni opnieuw onterechte boetes krijgen wanneer zij te goeder trouw en voor de eerste keer een vergissing begaan?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik ben het eens met het Grondwettelijk Hof: een automatische boete bij een overtreding zonder kwaad opzet op de belastingbrief, dat kan niet. Dat kan voor onze fractie al langer niet. Men heeft het recht om zich te vergissen. Geen sanctie voor wie zich een eerste keer vergist in contacten met de overheid staat centraal. Dat zou een automatisch principe moeten zijn.
In 2021 dienden de liberalen al een resolutie in de Senaat in, die werd goedgekeurd. Ook uw fractie heeft die mee ondersteund. Ook u zei in de pers, onlangs nog, dat de beslissing van het Grondwettelijk Hof de juiste was. U staat achter die beslissing. Ook uw fractie heeft dat vandaag nog eens bevestigd in de pers. Men heeft uw standpunt kracht bijgezet. We zijn het dus eigenlijk eens.
Toch is de FOD Financiën uw administratie, mijnheer de minister. Die valt onder uw verantwoordelijkheid en uw bevoegdheid. Ondanks al die oproepen zegt men daar doodleuk: "Het arrest van het Grondwettelijk Hof leggen wij naast ons neer en wij blijven de huidige werkwijze toepassen."
Enerzijds zegt u dat u het arrest van het Grondwettelijk Hof volgt en anderzijds zegt uw administratie dat u op uw kop gaan gaan staan en dat ze gewoon voort zal doen zoals ze bezig is. U bent van de partij van enerzijds, anderzijds, mijnheer de minister, maar ik kan mij niet voorstellen dat u het hiermee eens bent.
Ik heb één duidelijk vraag. Gaan we onze burgers en ondernemers verder automatische boetes blijven opleggen, waarover het Grondwettelijk Hof zegt dat ze niet kunnen, of gaat u uw administratie terechtwijzen en de opdracht geven om hier onmiddellijk mee te stoppen?
Steven Matheï:
Mijnheer de vicepremier, burgers, bedrijven en verenigingen die op een foute manier hun belastingaangifte indienen, krijgen in principe een belastingverhoging van 10 %. Men kan van die belastingverhoging afwijken wanneer er geen sprake is van kwade trouw. We hebben het over het basisartikel zoals het in ons wetboek staat.
De vraag is hoe we dat toepassen in de praktijk, want we zien nu dat de fiscus die 10 % vaak automatisch toepast. Collega’s, dat is geen nieuw probleem, want we hebben dat al aangekaart in november in de commissie.
Mijnheer de vicepremier, u hebt toen verklaard dat het soepeler moet worden toegepast zonder dat het quasi een automatisme wordt. Dat is een zeer goede intentie, waar we ons volledig bij aansluiten. Toch zien we af en toe in de praktijk dat het toch anders gebeurt. Ik neem het voorbeeld van een belastingplichtige die na het indienen van de belastingaangifte een fout vaststelt en dat vervolgens te goeder trouw zelf aangeeft, waarna de fiscus toch een belastingverhoging oplegt. Wij willen daarvan af, want iedereen heeft het recht om zich te vergissen.
Het is natuurlijk belangrijk dat we de belastingen correct innen, maar boetes en procedures mogen niet het doel zijn. Het is logisch dat fraudeurs aangepakt worden, zodat zij hoge boetes betalen en belastingverhogingen krijgen, maar er zou enige mildheid moeten zijn voor de gewone man die voor de eerste keer een fout maakt.
Mijnheer de vicepremier, bent u het daarmee eens en zijn er nog maatregelen in het vooruitzicht om daaraan tegemoet te komen?
Lode Vereeck:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het Grondwettelijk Hof zei onlangs dat wie op zijn belastingaangifte een eerste keer een fout maakt, zonder kwaad opzet – spreek dus maar over een vergissing – daarvoor nooit mag bestraft worden met een belastingverhoging. Dat is nu dus wel het geval. Professor Michel Maus spreekt over een fiscaal schandaal. Duizenden belastingbetalers werden de voorbije jaren onterecht beboet voor een simpele vergissing.
Ondanks de uitspraak van het Grondwettelijk Hof laat de fiscus niet af. Een vergissing op de belastingbrief zal automatisch tot een belastingverhoging blijven leiden. In principe kan een belastingbetaler de boete vermijden als hij aantoont dat hij te goeder trouw is geweest. Dat is echter geen gemakkelijke procedure en de belastingplichtige strijdt met ongelijke wapens, denk maar aan de ongelijke antwoordtermijnen of de reservering van het boetebedrag terwijl de zaak nog hangende is. Het gevolg is dat velen vrij snel de handdoek in de ring gooien.
Mijnheer de minister, ten eerste, over hoeveel boetes en over welk bedrag gaat het hier?
Ten tweede, u pleit in de media voor een klantvriendelijkere fiscus en uniformere richtlijnen, maar u bent wel minister van Financiën. Als het van de heer Bouchez afhangt, bent u dat misschien niet lang meer, maar u bent nog steeds minister van Financiën. Waarom hebt u niet eerder die maatregelen genomen? Het probleem was gekend, daarvoor was er geen uitspraak van het Grondwettelijk Hof nodig.
Ten derde, hoe gaat u nu of in Arizona concreet de heksenjacht door de fiscus aanpakken en afschaffen?
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, errare humanum est , dit-on. Pas pour le SPF Finances visiblement, car le contribuable, lorsqu'il se trompe de bonne foi dans sa déclaration de revenus, se voit infliger une majoration de 10 % de l'impôt. Là où cela devient diabolique – perseverare en l'espèce –, c'est que votre administration continue d'appliquer cette disposition pourtant rejetée par la Cour constitutionnelle qui y voit une non-assurance de la justice fiscale nécessaire à l'égard de l'ensemble des citoyens.
Vous avez déclaré précédemment que vous vouliez voir les procédures administratives modifiées de sorte que le contribuable ne soit pas jugé coupable préalablement, qu'il n'ait pas une charge lourde pour récupérer ces 10 %, qu'il puisse prouver sa bonne foi et ne pas se voir appliquer cette majoration. Aujourd'hui, cette situation est toujours d'actualité alors que vous vous étiez engagé à la faire changer.
Monsieur le ministre, je dois constater que votre administration ne semble pas sensible à vos sollicitations. C'est sans doute un problème en soi. Ce qui est plus important pour moi toutefois est le respect du contribuable et de son droit à la justice fiscale; d'être correctement traité et que la charge de la preuve ne lui incombe pas exclusivement. Je vous rappelle que l'administration m'a en tout cas toujours dit qu'elle est là pour aider le citoyen. Dans ce cas précis, loin de l'aider elle le contraint à des procédures lourdes qui ont pour conséquence de faire renoncer certains de nos concitoyens à leur droit. Cela est tout à fait inacceptable. En tant que libéral, ce n'est pas la vision que j'ai de l'administration fiscale.
Monsieur le ministre, votre position par rapport à ces pratiques serait la bienvenue. Surtout, qu'entendez-vous faire pour que le droit du contribuable et la justice fiscale soient assurés dans ce pays?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wens u allen een heel gelukkig, gezond en succesvol 2025.
Zoals ik al meermaals heb gezegd, moeten we er natuurlijk over blijven waken dat het principe van de goede trouw van de belastingplichtige wordt gerespecteerd. Onze fiscaliteit is complex. We streven naar een correcte naleving van de fiscale wetgeving, maar natuurlijk blijven vergissingen altijd mogelijk. Vergissingen zijn ook menselijk. Het is dan ook belangrijk dat we op een menselijke manier omgaan met eventuele fouten.
Dat principe is al heel lang wettelijk vastgelegd. Er wordt immers geen belastingverhoging opgelegd, indien een fout in de aangifte te wijten is aan omstandigheden buiten de wil van de belastingplichtige. Dat heet overmacht. Bovendien – dat werd nog niet vaak vermeld – wordt er geen belastingverhoging opgelegd voor kleine fouten waarbij het niet-aangegeven bedrag lager is dan 2.500 euro.
Er is inderdaad de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Ik stel vast dat die vandaag wat op flessen wordt getrokken en dat de conclusies van die uitspraak wat verkeerd worden samengevat.
Or, la décision de la Cour constitutionnelle est aussi invoquée par certains pour attaquer tous les accroissements d'impôt. Il est soulevé que les principes de l'accroissement d'impôt ont été mal, voire systématiquement, appliqués pendant longtemps.
Dat wil ik in ieder geval ontkennen. Een belastingplichtige heeft altijd de mogelijkheid gehad en heeft die nog steeds om aan te tonen dat hij te goeder trouw handelt en dat er sprake is van overmacht. Om die belastingplichtige bij te staan, is het natuurlijk wel noodzakelijk dat de administratie de nodige informatie heeft om de onbewuste fout, die waarschijnlijk te goeder trouw is gemaakt, te kunnen corrigeren. Daarom wordt aan de belastingplichtige gevraagd om de reden van de fout mee te delen.
Ce faisant, l'administration suit une recommandation explicite de la Cour des comptes concernant le principe d'égalité.
Na de uitspraak van het Grondwettelijk Hof heb ik mijn administratie nogmaals op het hart gedrukt dat zij er alles aan moet blijven doen om aan de belastingplichtige alle mogelijkheden te bieden om aan te tonen hoe een fout tot stand is gekomen en dat zij er, samen met de belastingplichtige, alles aan moet doen om te vermijden dat er onnodige verhogingen moeten worden vastgesteld.
En effet, ce n'est que par une bonne coopération et un dialogue ouvert entre l'administration, les professionnels du chiffre et les contribuables que nous parviendrons à réduire le nombre d'erreurs et à renforcer la compliance.
Natuurlijk hebben ook wij een heel belangrijke taak. De belastingaangifte is complex. De fiscaliteit en de fiscale wetgeving moeten duidelijker, eenvoudiger en rechtvaardiger worden. Een fiscale hervorming is dan ook meer dan ooit noodzakelijk, een fiscale hervorming die er niet alleen voor zorgt dat de fiscaliteit lager, eenvoudiger, eerlijker en moderner is, maar ook dat het vertrouwen wordt hersteld. Ik ben ervan overtuigd dat dan de problemen waarover we het hier vandaag hebben, uit de wereld zullen zijn geholpen. We zullen daaraan blijven werken en ik hoop dat dat ook voor elk van u geldt.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, na het debat hier vertrekt u weer naar de onderhandelingstafel, terecht, want er is werk aan de winkel. Het werk voor de nieuwe regering ligt klaar.
Ik ben blij met uw uitspraak dat het simpeler moet. Ons belastingsysteem moet inderdaad simpeler en een aangifte doen of een boete aanvechten wanneer men te goeder trouw een fout heeft gemaakt, moet gemakkelijker worden. De aangifte moet een eenvoudige kwestie van minuten worden en niet van vele uren. Belastingplichtigen zouden niet het risico mogen lopen om voor een daadwerkelijke vergissing beboet te worden. Een sterke regering met socialisten moet komaf maken met een complex belastingsysteem, dat enkel goed uitkomt voor wie iemand kan betalen om daarin zijn weg te vinden. Daar maken wij werk van, hier en aan de onderhandelingstafel.
Voorzitter:
Collega's, mevrouw De Vreese, die eerder Vlaams parlementslid was, heeft daarnet voor de eerste keer het woord genomen in het federaal Parlement. Collega El Yakloufi, u hebt zonet helemaal voor de eerste keer in een parlement gesproken, waarvoor mijn gelukwensen. (Applaus)
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, niet heel het systeem is slecht. Het probleem is dat de persoon die zogezegd de vergissing maakt, moet aantonen dat dat te goeder trouw gebeurde, maar door administratieve rompslomp en ellenlange procedures haakt men af.
Voor onze fractie is het probleem de automatische behandeling. Daarin zit het verschil. Het Grondwettelijk Hof heeft de automatische behandeling verworpen en dat oordeel moet worden nageleefd. Volgens Vooruit liggen onze ondernemers aan het zwembad, maar ik moet mijn socialistische kameraden teleurstellen: ze werken dag in, dag uit keihard en zorgen voor welvaart en jobs. Daarmee moeten ze bezig zijn, niet met een strijd tegen een fiscus, die vanuit zijn ivoren toren automatisch boetes oplegt. U zit nog aan de knoppen, mijnheer de minister, dus doe uw job en fluit uw administratie terug!
Steven Matheï:
Mijnheer de vicepremier, u erkent ook dat vergissen menselijk is. We moeten dan ook in de eerste plaats ervoor zorgen dat men zich niet kan vergissen. U hebt hier dan ook nogmaals een pleidooi gehouden voor een grondige belastinghervorming ter vereenvoudiging van de fiscaliteit, die we met de arizonacoalitie hopelijk wel goedgekeurd zullen krijgen.
Als er dan toch een vergissing te goeder trouw wordt gemaakt, moet er ook mildheid zijn. We moeten dus af van het automatisme en er moet een mogelijkheid zijn om tegen de boete in te kunnen gaan. Als dat in de praktijk niet blijkt te werken, moeten we zeker overwegen om dat recht op vergissing op een of andere manier te verankeren.
Lode Vereeck:
66 miljard euro aan subsidies en de Belgische overheid weet nauwelijks wat er met dat geld gebeurt. Er is amper controle, maar ochot, het kleinste foutje op de belastingbrief heeft de fiscus gezien. Dat wordt wel gecontroleerd en direct bestraft. Wie zijn de slachtoffers van die heksenjacht? Dat zijn de kleine mensen, voor wie de fiscale regels te complex zijn en die te goeder trouw een foutje maken, terwijl de grote mannen en fraudeurs binnenkort weer regulariseren of hun proces afkopen. Ik denk spontaan aan Patrick Janssens, de socialistische schepen in Antwerpen, mijnheer El Yakhloufi.
Mijnheer de minister, u zou uw excuses moeten aanbieden aan de bevolking voor de complexiteit van de belastingen, waardoor gewone mensen bijna onvermijdelijk fouten maken, terwijl ze ook nog de rekening gepresenteerd krijgen. Men wordt in dit land sneller en zwaarder gestraft voor een simpele vergissing dan voor het in brand steken van auto's op oudejaar. Daar worden mensen terecht koleirig van.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, je vous remercie de ces quelques réponses. Vous avez rappelé que se tromper est un droit, et je pense qu'il faut le rappeler et le préserver. En effet, il faut éviter de s'engager dans des procédures trop lourdes, précisément pour faire respecter les droits du contribuable. Je compte aussi sur vous pour que, demain, le contribuable ne soit pas présumé coupable par l'administration fiscale, laquelle doit être un partenaire de celui-ci dans les actes qu'il accomplit. Derrière tous ces contribuables, ce sont des travailleurs et des entrepreneurs. C'est le carburant de notre économie, en vérité. Ils ont donc autre chose à faire que de devoir rappeler le rôle d'une administration fiscale. Au-delà des vœux traditionnels que nous formons en début d'année, je souhaite aussi que vous soyez entendu par votre administration. C'est un vœu additionnel.
De nood aan maatregelen om de veiligheid van de hulpdiensten tijdens de jaarwisseling te waarborgen
De agressie tegen brandweerlieden en ambulanciers
Maatregelen tegen agressie naar hulpdiensten jaarwisseling
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens de eindejaarsperiode escaleren aanvallen op hulpdiensten (politie, brandweer, ambulances) tot onaanvaardbare geweldspiralen, met name in risicowijken waar relschoppers doelbewust ordeverstoorders uithangen. Minister Verlinden benadrukt zero-tolerantie: lokale besturen en Justitie moeten preventief optreden (huisarresten, avondklokken, camera’s, bodycams) en snel straffen ("wie breekt, betaalt"), gesteund door federale politie en strengere wetgeving, maar erkent dat diepere sociale problemen (exclusie, verslaving) ook moeten worden aangepakt. Gabriëls en Thiébaut eisen onvoorwaardelijke steun voor hulpdiensten, met zwaardere straffen en proactieve maatregelen om herhaling te voorkomen, terwijl ze de grens van wat veiligheidspersoneel mag verdragen als overschreden beschouwen. De eensgezindheid is duidelijk: respect voor hulpverleners is non-negotiable, met nadruk op samenwerking tussen lokale overheden, politie en justitie.
Katja Gabriëls:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, volgende week zijn kerst en oudejaar voor veel mensen een periode van rust en gezellig genieten met familie en vrienden. De mooiste periode van het jaar, zegt men wel eens. Voor veel van onze hulpdiensten is dat echter niet het geval, integendeel. Zij kennen veel extra zorgen en veel extra werk. We herinneren ons allemaal nog de oudejaarsnacht van vorig jaar in Brussel en andere centrumsteden met brandende auto's, zwaar vuurwerk, halve handgranaten en mugs die werden geblokkeerd, kortom zware agressie ten aanzien van politie-, brandweer- en ambulancepersoneel. Dat zijn onaanvaardbare aanvallen tegen hulpdiensten, die eigenlijk dag en nacht klaarstaan om uw en mijn veiligheid te garanderen.
Collega's, zeker voor wie ook lokaal verantwoordelijkheid draagt, is het in die context logisch dat burgemeesters en korpschefs op zoek gaan naar oplossingen en ook naar preventieve maatregelen om hun personeelsleden, diegenen die wel nog willen werken op oudejaarsnacht, te beschermen, en natuurlijk ook om onze eigen inwoners te beschermen. Daartoe behoren ook ernstige, degelijke korpschefs, zoals mijnheer De Landsheer hier in Brussel. Als onderdeel van een hele hoop maatregelen wordt soms beslist om preventief huisarresten op te leggen of om een avondklok in te stellen voor zestienjarigen die zonder ouders op stap zijn in bepaalde wijken. Het gaat niet om zomaar wat wijken, wel om wijken die vorig jaar een aantrekkingspool waren voor allerlei tuig, als ik dat zo mag noemen, dat niet kwam om te vieren, maar om de politie moedwillig aan te vallen. Dat is onaanvaardbaar.
Mevrouw de minister, daarom heb ik aan het eind van het jaar de volgende vragen voor u. Steunt u de burgemeesters en korpschefs? Welke extra maatregelen voorziet u zelf nog om die spiraal van geweld zoveel mogelijk te stoppen?
Éric Thiébaut:
Madame la ministre, les agressions envers nos services de secours sont malheureusement de plus en plus fréquentes. Récemment, ce sont les pompiers de la zone de secours de Dinant-Namur-Philippeville qui sont montés au créneau dans la presse pour dénoncer les violences dont ils sont victimes. Dans cette zone, plus d'un quart des pompiers affirment avoir été victimes de violences physiques au cours des six derniers mois et plus d'un pompier sur deux déclare avoir été agressé verbalement.
Je sais que vous avez pris des mesures en la matière, il y a déjà des mois. Les zones de secours ont reçu une circulaire qui fixait un cadre pour réagir face à ce type de situation, mais force est de constater que ce n'est pas encore suffisant.
Madame la ministre, pouvez-vous tirer un bilan des mesures prises? Comptez-vous à nouveau prendre des initiatives pour protéger nos pompiers et nos ambulanciers?
Annelies Verlinden:
Mijnheer de voorzitter, onze brandweerlieden, onze politiemensen en onze hulpverleners verdienen respect, punt. De maatschappij mag immers nooit aanvaarden dat zij het slachtoffer worden van geweld of agressie. We mogen ook niet aanvaarden dat het materiaal dat zij gebruiken, beschadigd of gestolen wordt. Uiteraard moet er ook het nodige respect zijn voor straatmeubilair of andermans eigendom.
Pour le réveillon du Nouvel An, les pouvoirs locaux prennent de nombreuses mesures pour veiller à ce que tout se déroule le plus sereinement possible. La police locale pourra compter sur le soutien de la police fédérale.
La Région bruxelloise appliquera à nouveau le principe de "unité de terrain, unité de commandement". Ce principe permet de mobiliser efficacement toute la capacité policière disponible. Des équipes de la police fédérale seront également présentes afin d’accompagner et de protéger les pompiers envoyés en intervention.
Ook in andere steden en gemeenten in de rest van het land maken de brandweer- en de politiediensten de nodige werkafspraken met andere hulp- en veiligheidsdiensten om ervoor te zorgen dat onder meer onze politie en brandweerlieden veilig zijn. Bovendien is het voor mij ook belangrijk dat Justitie kordaat en snel optreedt en gevolg geeft aan eventuele misdrijven die worden gepleegd.
Collega’s, u weet dat agressie tegen politie, hulpverleners en brandweerlieden strenger zal kunnen worden bestraft door het nieuwe Strafwetboek, dat we werk hebben gemaakt van een robuust wettelijk kader voor het gebruik van bodycams door politie en het gebruik van camera’s voor hulpverleningsdiensten en dat we ook al jaren inzetten op preventie. Via sensibiliseringscampagnes hebben we immers terecht aandacht en respect gevraagd voor het werk van onze politie- en hulpdiensten.
Mevrouw Gabriëls, we vragen ook aan alle lokale besturen om kordaat op te treden. Voor mij kan er immers geen enkele tolerantiemarge zijn voor hooligans, ordeverstoorders of provocateurs, zeker niet in de eindejaarsperiode, die voor iedereen een feestelijke periode zou moeten zijn. Waar nodig, kunnen voor mij ook bestuurlijke maatregelen worden getroffen. We hebben het vandaag gezien en aangekondigd in een Brusselse zone. Uiteraard kunnen de korpschefs samen met de burgemeesters echter de nodige bestuurlijke maatregelen treffen om de orde te handhaven. Het is ook nodig dat lokale besturen en Justitie er alles aan doen om de aan het openbaar domein aangerichte schade te verhalen op amokmakers en herrieschoppers. Wie breekt, betaalt. Dat lijkt mij de logica zelve.
Les problèmes rencontrés pendant la période de fin d'année sont sans doute les symptômes d'un problème social plus large. D'autres professions du service public sont, elles aussi, confrontées à des faits d'agressions et de violences.
À cet égard, il ne suffit pas de traiter les symptômes, mais il faut aussi travailler sur les problèmes qui sont en partie à l'origine des comportements, tels que les problèmes de dépendance, l'exclusion sociale, l'éducation, le soutien ou encore le suivi de la situation d'éducation. Les mesures ne donc peuvent pas venir exclusivement de la police et de la justice.
Permettez-moi d'ores et déjà d'exprimer toute ma reconnaissance pour les efforts des pouvoirs locaux, de la police locale et de la police fédérale, des zones de secours, des services œuvrant à l'aide médicale urgente, des hôpitaux et des gardiens de la paix, sans oublier, évidemment, les nombreux bénévoles engagés socialement et les travailleurs de rue qui uniront leurs forces lors du réveillon pour veiller à ce que la nouvelle année commence de la meilleure façon pour tout le monde.
Het respect en de waardering die we allicht namens het hele Parlement en de hele bevolking aan de hulp- en veiligheidsdiensten moeten tonen, zijn van harte en essentieel. We danken hen al op voorhand en gaan er uiteraard met zijn allen voor zorgen dat het zo veilig mogelijk kan verlopen.
Katja Gabriëls:
Mevrouw de minister, wij aanvaarden inderdaad niet dat de hulpdiensten het mikpunt zijn van zware aanvallen van amokmakers. Van de politie- en hulpdiensten blijft men af. Dat is heel simpel.
U verwees er al naar dat er, dankzij minister Van Tigchelt en voormalig minister Van Quickenborne, alsook de collega's van de commissie voor Justitie, intussen zwaardere straffen zijn voor geweld tegen de hulpdiensten. Crapuleus gedrag moet zwaar worden bestraft, maar we kunnen niet wachten tot wanneer dezelfde relschoppers opnieuw op dezelfde plaatsen dezelfde feiten plegen. Er zijn voor ons grenzen aan welke preventieve maatregelen nuttig en wettelijk zijn, maar er zijn zeker ook grenzen aan wat de veiligheidsdiensten moeten kunnen verdragen. Zij verdienen onze volle steun.
Éric Thiébaut:
Madame la ministre, chaque agression contre un policier, un pompier, un ambulancier est une agression de trop. Nous devons tout mettre en œuvre pour protéger celles et ceux qui assurent notre sécurité au quotidien, parfois même au péril de leur vie.
Het gegeven dat het aantal nieuwe asielaanvragen alleen in België en Ierland stijgt
De sterke stijging van het aantal asielvragen in ons land
Stijgend aantal asielaanvragen in België en Ierland
Gesteld door
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met een recordstijging (12-13%) van asielaanvragen—uniek in West-Europa waar buurlanden dalingen tot 60% noteren—door een te aantrekkelijk opvangsysteem en structureel falend beleid, terwijl 50% van de aanvragers geen recht op bescherming heeft. Staatssecretaris De Moor wijst op Europese oplossingen (migratiepact, deals met transitlanden zoals Tunesië waar instroom daalde) en versnelde maatregelen tegen secundaire migratie, maar erkent dat resultaten tijd vragen. Critici Van Belleghem en Vander Elst hekelen dure, inefficiënte opvang (€235 miljoen voor 3 maanden), gebrek aan dringende nationale actie en politiek getalm (Arizona-onderhandelingen, €2,5 miljoen dagelijkse extra kosten), eisend onmiddellijke verstrenging om de crisis af te wenden. Kernpunt: België moet minder aantrekkelijk worden, maar concrete stappen ontbreken nog.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de Moor, wat zou er in dit land slechter zijn: de begroting of de asielinstroom? Als men de Europese ranglijsten bekijkt, behoren we in beide gevallen tot de slechtste leerlingen van de klas. Erger nog, al onze buurlanden doen het beter. In Nederland is de instroom van asielzoekers met 3 % gedaald. Frankrijk doet het 7 % beter dan vorig jaar. In Duitsland is het aantal asielaanvragen met een vierde op een jaar gedaald.
Wij doen het niet een klein beetje slecht, want dat zou een stagnatie betekenen, wij doen het ronduit slecht. Onze instroom van asielzoekers stijgt met 13 %. Vorige week hebt u een reden gegeven waarom onze asielinstroom zo hoog is. U zei dat men een kat een kat moet noemen: onze socio-economische situatie is beter dan in Griekenland.
In het leven moet men een kat inderdaad een kat durven te noemen, maar men moet de kat vooral niet bij de melk zetten. De enige manier om de instroom van asielzoekers te beperken, is door dit land minder aantrekkelijk voor asielzoekers te maken. Andere landen doen dat ook. Mevrouw de Moor, geef die kat water. Hij zal de melk wel in een ander land gaan zoeken.
Ons land is dus veel te aantrekkelijk voor die gelukszoekers, want de helft heeft zelfs geen recht op erkenning. Mevrouw de Moor, een regering in lopende zaken kan en moet noodmaatregelen nemen als het nodig is. Welke nieuwe maatregelen zult u vandaag voorstellen?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, ons land staat nog eens op het podium. Samen met Ierland zijn wij het enige West-Europese land dat de cijfers van de asielstroom in 2024 heeft zien toenemen. Ik denk dat ik net als u geen reden zie om te feesten, want als er een podium is waarop ik liever niet had gestaan, was het net dat podium wel. De cijfers zijn immers zorgwekkend. Het CGVS verwacht dat we uiteindelijk op zowat 40.000 aanvragen zullen uitkomen in 2024. Dat zijn er ongeveer 5.000 meer dan in 2023. Het is een exponentiële stijging, terwijl dat aantal in bijna alle andere West-Europese landen daalt, in Oostenrijk zelfs een daling van 60 %.
De diensten kunnen het tempo van de asielinstroom niet meer aan. Ons opvangsysteem kraakt in al zijn voegen. Ons land botst op dit moment op de limieten van wat het aankan. Mensen slaan op de vlucht voor oorlogssituaties. Dat is van alle tijden en dat zal ook in de toekomst nog gebeuren. Ook ons land moet zijn deel blijven doen. Als echter keer op keer, jaar na jaar, duidelijk wordt dat ons land het land van melk en honing is, dan zitten we met een structureel probleem. We moeten de instroom beperken. Uzelf herhaalt die boodschap ook al jaren.
Mevrouw de staatssecretaris, wat hebt u de afgelopen jaren gedaan om de instroom te beperken? Wat doet u klaarblijkelijk verkeerd, aangezien de cijfers terug de verkeerde richting uitgaan?
Nicole de Moor:
(…) debat voeren, maar misschien eerst op basis van de juiste cijfers. U stelt terecht vragen over het hoge aantal asielaanvragen. Dit jaar kent Europa in het algemeen een daling van 12 %. In bepaalde landen, waaronder België, stijgt het aantal asielaanvragen. Ons land tekent een stijging van 12 % op, in Ierland is het aantal aanvragen met 43 % gestegen, in Italië bedraagt de stijging 16 %, de toename in Polen is 70 % en in Griekenland steeg het aantal asielaanvragen met 14 %. Vorig jaar was het net omgekeerd. In 2023 lag het aantal asielzoekers in ons land 4 % lager dan in 2022, terwijl de instroom in heel Europa met 25 % steeg. Daar valt dus niet zomaar een lijn in te trekken. Voor mij is het al lang klaar en duidelijk dat de instroom in ons land te hoog is en dat die moet afnemen. We doen dat op verschillende manieren.
Ten eerste moeten we ervoor zorgen dat er minder mensen irregulier naar Europa migreren. Daarvoor hebben we beter gecontroleerde Europese buitengrenzen nodig. Eerder dit jaar werd het migratiepact dat daarvoor moet zorgen aangenomen, maar we moeten dat pact nu ook versneld uitrollen op het terrein. We zetten daar stappen in. Op 12 december heb ik de belangrijke stap genomen via de indiening van het nationaal implementatieplan bij de Europese Commissie. Dat is belangrijk, want het moet vooruitgaan.
We werken vanuit Europa ook samen met herkomst- en transitlanden om te vermijden dat mensen hun leven riskeren tijdens zo’n gevaarlijke overtocht. Vorig jaar hebben we in dit Parlement vrij heftige debatten gevoerd over de deal met Tunesië. Het aantal overtochten van bootvluchtelingen vanuit Tunesië is in de eerste jaarhelft van 2024 met 60 % gedaald. De Europese Commissie zegt zelfs dat er nu al een daling van 80 % zou zijn.
Vervolgens moeten we ook secundaire migratie aanpakken met asielzoekers die van het ene naar het andere land doorreizen. Het is immers onaanvaardbaar dat mensen asiel aanvragen in België terwijl ze dat reeds eerder hebben gedaan in een ander Europees land, of terwijl ze zelfs al bescherming hebben gekregen in een ander Europees land, bijvoorbeeld Griekenland. Ik verzet mij daar al langer tegen en dankzij het migratiepact zullen we in de toekomst over meer mogelijkheden beschikken om daartegen te strijden en maatregelen te nemen. We moeten die ten volle benutten en waar we kunnen ook al vervroegd toepassen. Daarover heb ik eind november maatregelen aangekondigd. We passen een aantal zaken vervroegd toe. We zetten dus concrete stappen om de instroom te beperken.
Dat gebeurt echter niet van vandaag op morgen. Iedereen die u dat vertelt, maakt u iets wijs. We gaan in de goede richting en ik hoop dat we ook in de nabije toekomst kunnen landen met de arizonaformatie waarin hopelijk meer mogelijk zal zijn dan tijdens Vivaldi, met een sterk regeerakkoord dat ons controle kan blijven geven op migratie.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de Moor, op alles en iedereen moet er worden bespaard, maar straks zult u allen er een begroting doorjagen waarin nog 10 miljoen euro extra wordt gevraagd voor de opvang van asielzoekers. In het totaal vraagt u maar liefst 235 miljoen euro om asielzoekers drie maanden lang op te vangen in de maanden januari, februari en maart. Wist u dat dat bedrag bijna evenveel is als wat er in 2017 op één jaar werd uitgegeven aan asielzoekers?
De landen rondom ons verstrengen de regels voor asielzoekers. Wij blijven hier als enigen achter. Uw voorgangers en de andere staatssecretaris posten om de zoveel dagen leuke foto’s en selfies over hoe de migratieonderhandelingen vorderen. Elke dag dat de arizonapartijen niet tot een akkoord komen, gaat er 2,5 miljoen euro extra asielbudget de deur uit. Daar bent u allen verantwoordelijk voor.
Kjell Vander Elst:
Dank u voor uw antwoord. U hebt het herhaald: zoals ik het hoor, zal het bij Arizona allemaal sneller, beter, efficiënter en strenger worden. Dat lees ik alvast op de socialemediakanalen van collega Theo Francken. Het is jammer dat hij afwezig is. Ik kijk uit naar de voorstellen. Mevrouw de staatssecretaris, de vraag is wanneer we die zullen zien. Terwijl Arizona rondjes en cirkels blijft draaien, stevenen we immers misschien af op een asielcrisis en swingen de cijfers de pan uit.
Laat mij duidelijk zijn, ik verwacht van u geen wonderoplossingen, want die bestaan niet. Het is echter wel duidelijk dat we geen tijd te verliezen hebben. We stevenen recht op de muur af. U bent 2,5 jaar staatssecretaris, u bent bevoegd. Ik heb voor u twee suggesties: stop met talmen met die regeringsonderhandelingen en doe intussen uw job en zorg voor bijkomende beperkingen op het vlak van de instroom.
Voorzitter:
Einde van de mondelinge vragen.
De oproep van de ziekenhuisdirecteurs om de zorgsector te hervormen
De ziekenhuisfinanciering
De oproep van de ziekenhuisdirecteurs en de nood aan hervormingen
De financiële situatie van de ziekenhuizen in 2023
De ziekenhuisfinanciering
Ziekenhuisfinanciering en hervorming
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische gezondheidszorg staat aan de rand van een diepe crisis door financiële tekorten, personeelstekort en inefficiënties, blijkt uit een rapport van ziekenhuisdirecteurs dat 16,6 miljard euro verspilling aan kaart brengt door prestatiegeneeskunde (onnodige scans, langdurige opnames) en gebrek aan preventie, digitalisering en resultaatgerichte zorg. Minister Vandenbroucke erkent de noodzaak van hervormingen (minder bedden, meer dagzorg, kwaliteitsfinanciering) en investeringen (5.100 extra VTE’s via het Zorgpersoneelfonds, betere lonen), maar de oppositie (o.a. N-VA, Vlaams Belang) wijst op falend beleid: ondanks recordbudgetten verslechteren de problemen, met sluitingen, ontslagen (bv. HELORA-groep) en een overbelast personeel. De politieke tegenstellingen zijn scherp: rechtse partijen eisen besparingen, splitsing van de gezondheidszorg en aanpak verspillingen (met name in Wallonië), terwijl linkse partijen waarschuwen voor Arizona-bezuinigingen (loonblok, premiekortingen) die de sector verder ondermijnen. Vakbonden kondigen maandelijkse acties aan tegen de "afbraakregering". Kernpunt: Hervorm *nu* (minder prestatiedrang, meer preventie/tech) of riskeer instorting – maar geld alleen lost niets op zonder structurele verandering.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, we stevenen af op een diepe crisis in onze gezondheidszorg. We moeten veranderen om te overleven. Mijnheer de minister, dat staat in dit rapport. Dat is de noodkreet van de Belgische ziekenhuizen vandaag. We moeten hervormen. We moeten nu hervormen. Dat is de diagnose en die is al lang duidelijk. Uw remedie, die linkse recepten, ze werken niet, mijnheer de minister. De sector vandaag, de studie van PwC, eerder nog het IMF, allemaal hebben ze dezelfde duidelijke conclusie: meer is niet het antwoord.
Ook ik heb u hier al een aantal keren diezelfde boodschap gebracht. Er wordt hier ook met groeivoeten gegoocheld: 2, 2,5, 3 %, en dat op 40 miljard per jaar. Geen klein bedrag als u het mij vraagt. Het lijkt wel alsof we hier op een voddenmarkt staan te zwaaien met al die percentages.
Wat moeten we wel doen? Inzetten op preventie, op efficiëntie, op nieuwe technologie. Dat is niet alleen goed voor de patiënt, maar we kunnen op die manier ook nog eens 5 miljard euro per jaar besparen, mijnheer de minister, gewoon door goed in te zetten op preventie, door een andere vorm van gezondheidszorg aan te bieden. Zorg voor een gezondheidszorg die klaar is voor de toekomst. Dat is de vraag vanuit de sector en dat is de vraag aan ons, of beter gezegd, aan u en aan uw arizonacollega's.
Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen.
Voorzitter:
Collega's, alsjeblieft, mag ik respect vragen voor de spreker? Mevrouw De Knop, u heeft nog enkele seconden om af te ronden.
Irina De Knop:
Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen op hun taak. Neem maatregelen tegen de overconsumptie en zorg voor samenwerking tussen ziekenhuizen. Dat is wat de sector vraagt, mijnheer de minister.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trekken aan de alarmbel. Hun rapport over de toekomst van de Belgische gezondheidszorg stelt glashelder vast wat wij al jaren weten: ons zorgsysteem staat onder druk en is niet langer houdbaar. In plaats van noodzakelijke hervormingen door te voeren, blijven wij vastzitten in oude structuren die niet werken. Wij blijven onterecht vasthouden aan het verouderde fee-for-servicemodel dat niet gericht is op de uitkomst van de zorg maar op het aantal geleverde diensten. Dat zorgt voor een verspilling van middelen en het zorgt voor een stijging van de kosten. Volgens het rapport van de ziekenhuisdirecteurs gaat het om een verspilling van 16,6 miljard. 16,6 miljard, laat dat even doordringen.
Wij moeten dus weg van het prestatiegerichte model om te kunnen evolueren naar een resultaatgericht model, aldus de ziekenhuisdirecteurs. Een zorgmodel dat zich dus richt op het verbeteren van de patiëntresultaten in plaats van op de kosten voor het bereiken van dit resultaat.
Ook de digitalisering van ons zorgsysteem moet veel beter en veel sneller. De verschillende systemen moeten op elkaar afgestemd worden zodat de verschillende zorgverstrekkers gemakkelijker kunnen communiceren.
Tot slot, zoals wij allen ook weten, moet er meer ingezet worden op preventie. Keer op keer wordt preventie genoemd als de oplossing voor de toegenomen zorgvraag en voor de stijgende kosten, maar de middelen blijven ondermaats.
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trappen met hun rapport heel wat open deuren in, maar het is goed dat zij er nog eens op wijzen, en dat ze een aantal door de sector gedragen voorstellen naar voren schuiven.
Ik heb dan ook twee vragen voor u. Wat bent u van plan met dat rapport? Hoe zult u paal en perk stellen aan de verspilling van 16,6 miljard euro?
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs hebben vanmorgen een belangrijk rapport verspreid. Ze brachten een dubbele boodschap. Ten eerste vroegen ze om te blijven hervormen. Blijven hervormen, mevrouw De Knop. Ten tweede uitten ze terecht hun zorgen over het tekort aan zorgpersoneel. Als we op ziekenhuisbezoek gaan of als we zelf in het ziekenhuis terechtkomen, voelen we dit allemaal aan. Patiënten vragen handen aan het bed. De druk op het zorgpersoneel zal alleen toenemen en daar moeten we iets aan doen.
Die regering met socialisten – ik weet niet of jullie daarbij waren – heeft al maatregelen genomen met het Zorgpersoneelfonds en heeft een sociaal akkoord uitgevoerd. We hebben toen het moeilijk ging maatregelen genomen, tegen de wind in, bijvoorbeeld bij de verpleegkundeopleidingen. Zijn we er al? Nee, absoluut niet. Moet we verdergaan? Absoluut. Stilstaan is achteruitgaan en we kunnen ons geen stilstand veroorloven.
We moeten dit samen met het terrein doen en vooruitgaan om ervoor te zorgen dat we een kwalitatieve, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg kunnen blijven aanbieden, zoals de ziekhuisdirecteurs vragen. Dat hebben we nodig. In het verleden hebben we daarvoor met alle actoren een toekomstagenda uitgewerkt en zeer ruim onderzocht welke maatregelen er genomen konden worden, met innovatie, andere methodes en nieuwe technologieën.
Mijnheer de minister, hoe gaat u verder werken aan de uitvoering van die toekomstagenda?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, dat de ziekenhuizen door zwaar weer gaan, is helaas geen nieuws. Jaar na jaar zijn wij getuige van de precaire financiële situatie van de ziekenhuizen. 2023 werd afgesloten met een globaal verlies van 174 miljoen. Ook de personeelsproblematiek blijft aanslepen en er worden afdelingen in de ziekenhuizen gesloten.
Nochtans wordt er sinds vorige legislatuur via het Zorgpersoneelfonds 400 miljoen per jaar extra uitgetrokken om ervoor te zorgen dat er meer mensen aan de slag gaan en blijven in de zorg. Afgelopen week kreeg ik cijfers van uw kabinet waaruit blijkt dat het Zorgpersoneelfonds helemaal niet heeft gezorgd voor 5.000 extra voltijdse equivalenten, waarvan u steeds beweert dat ze er zijn. Er is zelfs een daling van het aantal verpleegkundigen in de ziekenhuizen ten opzichte van 2019. Bij de zorgkundigen is er slechts een beperkte toename.
Het is niet verwonderlijk dat de personeelsdirecteurs nu aan de alarmbel trekken. Ze beseffen goed dat er al heel veel geld gaat naar de gezondheidszorg en vragen eigenlijk ook niet om extra geld, maar wel om een echte aanpak van de problematiek. Hun verzuchtingen zijn ook niet nieuw. Ze vragen om te focussen op de kwaliteit van de zorg door te meten, de kosten tegen de baten af te wegen en goede praktijken uit te wisselen en toe te passen. Ze vragen om meer transparantie in de financiering van de zorg en dringen erop aan om een einde te maken aan de versnippering van het zorglandschap.
Mijnheer de minister, deelt u de analyse van de ziekenhuisdirecteurs?
Hoe komt het dat, terwijl er onder de vivaldiregering meer geld dan ooit naar de zorg is gegaan, de problemen er groter dan ooit zijn?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de zorgsector is in crisis. Vandaag, een maand nadat het zorgpersoneel massaal op straat kwam, trekken de ziekenhuisdirecteurs aan de alarmbel.
Volgens hen dreigt er een existentiële crisis, als we een aantal belangrijke problemen niet aanpakken. Als we de vergrijzing het hoofd willen bieden, moet het budget voor de zorg jaar na jaar stijgen. We hebben daarvoor de groeinorm, die vandaag onder vuur ligt. Heel wat zorgpersoneel verlaat de zorgsector wegens de hoge werkdruk, de flexibiliteit en de moeilijke combinatie tussen werk en gezin, wat leidt tot een personeelstekort. Het personeel is op. Voorts is er de ernstige financiële situatie van onze ziekenhuizen.
Je ne sais pas, chers collègues, si vous voyez à quel point la situation est grave aujourd'hui. Nous voyons même un nombre important de licenciements dans le secteur. C’est du jamais vu! Le groupe HELORA, dont fait partie l’hôpital de Jolimont à La Louvière, a annoncé le licenciement de 60 personnes, juste avant les fêtes. C’est révoltant. Cela va encore augmenter la pression sur ceux qui restent. Ils n’en peuvent plus. Nous sommes à 100 % avec ceux et celles qui sont touchés et leurs familles.
De situatie is dus ernstig en de sector kijkt naar de volgende regering voor oplossingen. Wat heeft de arizonaregering echter in petto voor de zorgsector? Tekorten aan budget! De groeinorm, die nu al te laag is, ligt nog verder onder vuur, want de rechtse partijen willen op de zorg besparen. Dat is onaanvaardbaar.
Daarnaast zal de druk op het personeel verder toenemen. Het personeel zal harder moeten werken voor minder loon, door een loonblokkering. De rechtse partijen raken aan de premies voor nacht- en weekendwerk. Dat is een regelrechte aanval op hardwerkende zorgpersoneelsleden. Zij moeten langer werken voor minder pensioen en meer flexibilisering. Er komt binnenkort een echt vergiftigd geschenk onder de kerstboom. Dat heeft de vakbond meteen gezegd.
Mijnheer de minister, u zit mee aan de onderhandelingstafel. Gaat u ermee akkoord dat wat op tafel ligt in de arizonaregering, haaks staat op de noden van de zorgsector? Wat zult u daaraan doen?
Frank Vandenbroucke:
Het rapport dat vanochtend gepubliceerd werd over de ziekenhuizen is een uitstekend rapport. Het verwijst immers naar een reeks lopende hervormingen en geeft aan welke hervormingen nog nodig zijn. Die moeten allemaal gebeuren. Het is dus een uitstekend rapport.
Mevrouw De Knop, u spreekt over 'linkse recepten'. Ik denk dat het rapport dan wel vol staat met 'linkse recepten'. U moet dat echter eens goed bekijken, want ik zie dat niet zo. Het rapport staat gewoon vol met goede recepten die we moeten uitvoeren. Het is dus een uitstekend rapport.
Vervolgens denk ik dat de gezondheidszorg voor zeer grote uitdagingen staat in een ouder wordende samenleving, waarin er meer behoefte is aan zorg en waarin men personeel tekortkomt. We moeten dus blijven investeren en hervormen in de gezondheidszorg. We hebben al geïnvesteerd. Mevrouw Gijbels, ongetwijfeld niet voldoende, maar het Zorgpersoneelfonds heeft gezorgd voor 5.100 extra mensen in de ziekenhuizen, geteld in voltijdse equivalenten. Er was misschien verwarring over cijfers die ik heb gegeven, maar er zijn dus 5.100 extra mensen dankzij dat fonds. Het loon waarmee men vandaag begint te werken als verpleegkundige, zorgkundige of administratief medewerker, is ook aanzienlijk beter dan dat waarmee men vijf jaar geleden begon.
We moeten echter blijven investeren. Het is inderdaad vaak investeren in mensen. Investeren in mensen, collega's, mevrouw De Knop, kost geld. Dus ook in een volgende regering moet er wat mij betreft een betekenisvolle investering kunnen gebeuren in een nieuw sociaal akkoord voor het zorgpersoneel om de lonen en arbeidsomstandigheden te verbeteren. Een nieuw sociaal akkoord, mijnheer Bertels, zou ook moeten worden geïnspireerd door een overleg dat we gedurende vele maanden achter de schermen hebben gevoerd met de werkgevers en de vakbonden van de sector. We hebben daarbij een toekomstagenda op punt gesteld, die onder meer de nadruk legt op de kwaliteit van het werk, de rol van technologie, de digitalisering en de vermindering van onnodige lasten. Die toekomstagenda ligt dus klaar en ik wens dat de volgende regering een betekenisvol budget heeft om die toekomstagenda ook om te zetten in een sociaal akkoord.
We moeten echter ook hervormen in het beroep. Verpleegkunde moet interessanter en aantrekkelijker worden. Verpleegkundigen moeten meer dan vandaag dingen kunnen doen waar ze perfect toe bekwaam zijn. Er moeten minder onnodige lasten zijn voor hen en ze moeten minder werk doen dat ook door andere mensen kan gebeuren. Dat is maar één voorbeeld.
We moeten ook hervormen in de organisatie van de ziekenhuizen. Het rapport zegt heel terecht dat de huidige financiering van de ziekenhuizen er vaak gewoon toe aanzet dat men onderzoeken vermenigvuldigt. Er gebeuren te veel CT-scans. Hoe vaak moeten wij dat nog zeggen? Dat staat ook in het rapport. Wij moeten dus weg van de prestatiegeneeskunde, mevrouw De Knop. Dat staat in dat rapport waar u zo mee hebt gezwaaid. Dat staat erin.
Dat betekent bijvoorbeeld dat wij, als het gaat over scans, de ziekenhuizen het geld zullen geven dat nodig is op basis van de behoeften van de bevolking die zij bedienen. Wij kunnen niet de eindeloze vermenigvuldiging van onderzoeken en prestaties blijven financieren. Dat staat in het rapport. Is dat links, is dat rechts? Neen, dat is gewoon modern.
Zo zullen we nog andere dingen in de financiering ook moeten hervormen. Wij moeten veel meer financieren op basis van kwaliteit. Dat staat ook in het rapport. Wij moeten verder verschuiven naar een dagziekenhuis, ook om verpleegkundigen niet nodeloos nachtenlang te laten werken met loutere surveillanceopdrachten omdat mensen in een ziekenhuis verblijven. Meer en meer mensen kunnen thuis verblijven. Dat moeten wij ook doen.
Ik wil ten slotte nog iets toevoegen dat niet in het rapport staat, omdat ik alles wil zeggen. Wij moeten niet alleen verder verschuiven naar daghospitalisatie. Er is te veel beddenhuis. Wij moeten nadenken over welk aantal bedden waar mensen overnachten nog nodig zal zijn op de lange termijn en hoe wij die bedden meer kunnen inzetten voor mensen die langdurige zorg nodig hebben en minder voor het soort acute zorg waarvoor mensen vandaag nog in een ziekenhuis overnachten. Wij zullen dus ook moeten durven concentreren, ook in het belang van het verpleegkundig personeel. Wij moeten dus durven hervormen.
Ik rond af. De vorming van een nieuwe regering is een moment waarop men een zeer (…)
Voorzitter:
Uw tijd is ook op, mijnheer de minister.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, uw antwoord vat samen wat wij net hebben gezegd: u wil meer, meer, meer… Ik heb gehoord dat er meer geld nodig is om de mensen nog beter te belonen. Ik deel de conclusie dat mensen waar voor hun geld moeten krijgen of goed betaald moeten worden voor verricht werk. (Minister Vandenbroucke protesteert.)
Dat vergt echter een hervorming. U moet daar nu niet aan beginnen. Wat hebt u de afgelopen vijf jaar gedaan? U bent er niet in geslaagd om te hervormen. We moeten opnieuw meer geld uitgeven. Blijkbaar mag de waarheid niet worden gezegd. (Rumoer)
Ik maakte geen deel uit van die regering. Ik stel vast… (Hilariteit)
Voorzitter:
U hebt gereageerd op tussenkomsten. Dat telt mee voor uw minuut van repliek. Het staat iedereen vrij de beschikbare minuut te gebruiken zoals hij of zij dat wil.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, werven, werven en nog eens werven, maar 16,6 miljard euro verspilling, dat is niet niets. Laat me even focussen op die verspillingen. Laten we man en paard noemen. Waar vooral liggen de verspillingen? Het is typerend dat geen enkele Franstalige collega hierover een vraag stelt, want de verspillingen liggen natuurlijk vooral in het zuiden van het land. Daar zien we hogere ereloonsupplementen, langere en meer ziekenhuisopnames, minder eerstelijnszorg, meer specialistische zorg, minder digitalisering, minder preventie.
Op preventie moeten we inderdaad vooral inzetten, maar ook daar zien we andere prioriteiten. We zien ook dat de kosten vooral voor de gemeenschappen zijn en de baten voor het federale niveau. Jarenlange Vlaamse solidariteit brengt dus niets op.
Graag wil ik hier een boodschap herhalen die men – hallo N-VA – mee kan nemen naar de onderhandelingen. Stop die verspilling en maak werk van de volledige splitsing van de gezondheidszorg, zodat elke gemeenschap niet alleen haar eigen prioriteiten kan bepalen (…)
Jan Bertels:
Collega's, als socialisten hebben wij geïnvesteerd in de gezondheidszorg en hebben wij die hervormd. Dat zullen we gewoon blijven doen, als het van ons afhangt. Wij zullen blijven strijden tegen inefficiënties. Wij zullen ervoor zorgen dat er een nieuwe, andere financiering komt die veel meer patiëntgericht is, voor patiëntgerichte zorg, geïntegreerde zorg rond de patiënt.
Van sommige uitspraken die ik hier hoor, val ik van mijn stoel. Daarom hoop ik dat als wij die hervormingen doorvoeren, de eerste kleine of grote belangengroep die een probleem opwerpt, niet vertolkt wordt door u, mevrouw De Knop, om die hervorming in het Parlement tegen te houden. Daar hoop ik dan echt op. In dat opzicht stel ik voor dat u ook doet wat u net zei. Houd het niet tegen. Keur een begroting voor de gezondheidszorg goed en dan kunnen die mensen verder hervormen. Nu blokkeert u die gewoon.
Frieda Gijbels:
Collega Eggermont, ik kan u geruststellen. Wij willen niet besparen in de zorg, maar we vinden wel dat geld goed en verstandig moet worden besteed. Geld alleen is echter niet genoeg. We hebben vooral correcte data, een correcte analyse nodig. We moeten zorgen voor zorgkwaliteit. Dat moet voorop staan.
Mijnheer de minister, we hebben al zo vaak gevraagd naar meer transparantie, naar meer data en naar meer data-uitwisseling. Het is heel illustratief dat uw antwoord op mijn vraag naar het aantal extra voltijdse equivalenten in de ziekenhuizen in tegenspraak is met wat u in de pers verkondigt. Ik vind die 5.000 extra voltijdse equivalenten niet terug in uw antwoord op mijn vraag. Daarin is er maar sprake van 1.000 extra zorgkundigen en zelfs van 110 minder verpleegkundigen in de ziekenhuizen. Dat illustreert hoe fout het zit en hoe weinig zicht wij hebben op het systeem van onze gezondheidszorg.
Natalie Eggermont:
Collega Gijbels, het is misschien eens de moeite om het interview van uw collega Francken in Humo te lezen, waarin hij er wél voor pleit om te besparen in de sociale zekerheid om dat geld te kunnen gebruiken voor Defensie. Dat is interessante lectuur. Mijnheer de minister, u hebt niet echt geantwoord op mijn vraag wat we zullen doen met de maatregelen van Arizona. Het is duidelijk dat u niet wilt luisteren, maar wij zullen u doen luisteren. Morgen, op vrijdag 13 december, is er een eerste vakbondsactie gepland tegen de afbraakregering die eraan komt. Het is de eerste actie van vele, want er zal elke maand een actie zijn. De vakbonden zeggen neen tegen de afbraakregering, neen tegen besparen in onze zorg en op de sociale zekerheid, neen tegen de aanvallen op onze lonen en pensioenen en neen tegen meer flexibilisering. Wij zullen er zijn, want we kunnen en moeten Arizona tegenhouden. Het is nog niet te laat om de juiste kant te kiezen, mijnheer de minister.
De toenemende concurrentie op de telecommarkt door de komst van DIGI
Gesteld door
Gesteld aan
Petra De Sutter (Minister van Overheidsbedrijven en Ambtenarenzaken)
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister De Sutter bevestigt dat de komst van vierde telecomspeler DIGI (via 5G-veiling en marktopenbreking) de prijzen drastisch verlaagde—een overwinning voor consumenten en concurrentie, na jarenlange lobbyhegemonie van Proximus/Telenet. Van Quickenborne dringt aan op versnelde uitrol van vast internet via *duct access* (gedeelde kabelgoten) om herhaalde straatwerken en infrastructuurmonopolies te vermijden, wat De Sutter oppikt door een centrale databank voor transparante toegang en BIPT-bemiddeling bij conflicten voor te stellen. De markt reageert al: Orange verlaagde prijzen, Proximus’ beurskoers daalde verder, bewijs dat concurrentie werkt. Beide benadrukken dat betaalbare, snelle digitale toegang (fiber/5G) essentieel is, met minimale hinder—een kans voor België om Europees koploper te worden.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de minister, u hebt het de jongste tijd niet onder de markt als minister van Overheidsbedrijven. De beurskoers van bpost is lager dan de prijs van een postzegel. De beurskoers van Proximus staat op het laagste niveau. U wordt van alle kanten aangevallen, maar u hebt nog supporters.
Ik ben zo'n supporter, toch voor één dossier, met name het openbreken van de telecommarkt. De consumenten in ons land hebben jarenlang veel te veel betaald voor telecom. Dat was zo omdat de telecomlobby de politiek in de klauwen had. Socialisten en christendemocraten reden voor Proximus, nationalisten reden voor Telenet.
Daar hebt u zich niets van aangetrokken. U hebt gezegd: ik ga het zo niet doen, ik ga daarmee breken en ik ga de kans geven aan een vierde speler om actief te worden op de markt. U hebt dat gedaan, het is u gelukt.
Wat stond er in De Tijd ? Een clusterbom in telecomlandschap. De revolutie in telecomlandschap, 5 euro om een maand onbeperkt te bellen en 15 gigabyte. Dat is een derde van de prijs van Proximus, Telenet en Orange. Verder gaat het over 10 euro voor vast internet. Dat is een vijfde van de abonnementsprijs van Telenet en Proximus. Die kosten 50 tot 60 euro.
U hebt het gedaan, het is u gelukt, maar de strijd is nog niet gestreden. Proximus en Telenet doen er namelijk alles aan om te vermijden dat de vierde speler, DIGI, nu ook versneld vast internet kan uitrollen. Daar bestaat nochtans een oplossing voor. In technische termen heet die duct access. In mensentaal betekent dit dat men de kabelgoten openstelt zodat elke operator er data op fibersnelheid kan doorjagen. Als u dat doet, zult u ervoor zorgen dat men niet telkens opnieuw de trottoirs moet openbreken en dat wij bovendien meer concurrentie krijgen, ook als het over de infrastructuur gaat.
Mevrouw de minister, ik heb eigenlijk maar één vraag. Hoe wilt u ervoor zorgen dat door het succes van de vierde speler – dat uw verdienste is, en ook die van Alexander De Croo – alle Belgen binnenkort heel snel vast concurrentieel internet kunnen krijgen?
Petra De Sutter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik ben ook tevreden met de komst van de vierde speler. We hebben daar een aantal jaren naartoe gewerkt, denk maar aan de 5G-veiling. Vandaag wordt dit concreet voor de burgers.
We hebben bij de veiling veel vragen gekregen over wat de regering wilde bereiken met het toelaten van die vierde speler. Het antwoord is zeer eenvoudig: de telecomprijzen moesten zakken en dat is gelukt. Dat hebben we niet alleen bereikt door het nieuwe aanbod van DIGI, maar ook omdat andere operatoren daarop zullen reageren en dat zal echt een verschil maken voor onze inwoners.
We hebben veel te lang last gehad van een stabiele, maar weinig concurrentiële telecommarkt. Dat behoort nu tot het verleden. Tegenwoordig gebruiken we steeds meer digitale tools, waardoor betaalbare telecom dus geen luxe is, maar een noodzaak voor iedereen.
Mijnheer Van Quickenborne, zeg nu zelf: als liberaal kunt u een toename van de concurrentie toch alleen maar toejuichen, aangezien dit voor een snellere uitrol van het 5G-netwerk en fiber zal zorgen. Ik ben daar ook voorstander van.
U had het specifiek over het openbreken van voetpaden en straten voor de aanleg van fiberkabels. Dat moet zo veel mogelijk beperkt worden. Ik ben daar zelf ook voorstander van. De bestaande regels bieden operatoren wel wat mogelijkheden om gebruik te maken van elkaars infrastructuur, in dit geval de wachtbuizen of de zogenaamde ducts . Dat is kostenefficiënt en milieuvriendelijk en het zorgt ook voor minimale hinder voor de burger. Gelet op de versnelde uitrol van glasvezelkabels wordt dit een bijzonder relevant onderwerp. Daarom zal ik bij het BIPT navraag doen over hoe de uitrol van glasvezel beter begeleid, gestimuleerd en versneld kan worden. We kunnen mogelijk een centrale databank laten opzetten met informatie over de ducts , waartoe elke operator dan transparant toegang kan krijgen. Dat zal voor een versnelde uitrol zorgen. Bij conflicten moet het BIPT (…)
Vincent Van Quickenborne:
Dank u, mevrouw de minister. Een groene minister die pleit voor de vrije markt, dat is misschien het moderne ecologisme waarnaar Groen op zoek is, maar u ziet onmiddellijk al de reactie op de markt, collega's. Orange, de derde speler, heeft onmiddellijk de prijzen verlaagd. Proximus en Telenet zeggen wel dat ze geen angst hebben, maar kijk maar naar de beurskoers van Proximus, mijnheer Freilich. Die is weer gezakt met 7 %, maar door de concurrentie, en dat is een goede zaak. Mevrouw de minister, de mensen willen inderdaad goede, kwaliteitsvolle producten tegen lage prijzen, en dat zit er nu eindelijk aan te komen in ons land, dankzij de concurrentie, dankzij de vrije markt. Mensen hebben echter ook veel last van hinderlijke werken. De ene week komt Proximus het trottoir openbreken en de week erna Telenet. Dan vragen de mensen zich af hoe dat in godsnaam mogelijk is. De oplossing bestaat. Die zult u aan het BIPT voorleggen. Ik hoop dat het lukt. Op die manier kunnen we met ons land eindelijk tot de top van de telecom in Europa toetreden, want dat is de plaats waar wij horen.
Het voordeel van alle aard voor bedrijfswagens
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 5 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem ontkent een 10%-belastingverhoging op bedrijfswagens door de CO₂-herziening, wijzend op fijnmazigere berekeningen (met leeftijd wagen) en een eerdere hervorming die grotere stijgingen voorkomt, maar bevestigt wel een beperkte stijging. Coenegrachts blijft kritisch: elke verhoogde belasting drukt werkenden verder, na eerdere lastenverzwaringen (crèche, kinderopvang). De publicatie van nieuwe CO₂-waarden (via KB) staat onmiddellijk gepland, zonder vertraging.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, vandaag, op 5 december, kijken kinderen tijdens pakjesavond uit naar hun cadeautjes, maar de mama's en papa's vrezen de roe, meer bepaald de roe van Van Peteghem, zoals vandaag in de krant stond.
Mensen met een bedrijfswagen dreigen volgend jaar namelijk 10 % meer belastingen te betalen. De reden is de vergroening van het wagenpark en een overheid die stelt dat de aanwezigheid van meer groene wagens impliceert dat de andere wagens zwaarder belast dienen te worden. Ik vind dat het succes van de ene maatregel niet mag leiden tot een straf voor anderen. Dat bericht bewijst nog maar eens dat de werkende mens de melkkoe van de overheid is.
Mijnheer de minister, zult u dat berekeningssysteem aanpassen zodat we vermijden dat mensen volgend jaar 10 % meer belastingen betalen?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer Coenegrachts, uw vraag geeft mij de kans om een aantal misverstanden de wereld uit te helpen. De publicatie van de nieuwe C0 2 -referentiewaarden gebeurt inderdaad altijd in deze periode van het jaar en zal ook nu snel gebeuren. De staatssecretaris voor Begroting heeft al haar akkoord verleend. Het publicatieproces voor het koninklijk besluit is dan ook lopende. De paniekknop die in de pers werd ingedrukt, over een mogelijk laattijdige publicatie, is voor niets nodig. De sociale secretariaten en ook de gebruikers van fossiele bedrijfswagens zullen heel snel de nodige informatie hebben.
Net als u las ik in de pers ook dat er over belastingverhogingen van meer dan 10 % wordt gesproken. Ik heb een aantal rekenoefeningen op basis van de gangbare modellen gemaakt om dat te kunnen reconstrueren. Onze simulaties liggen telkens onder dat vermelde percentage. Men moet immers rekening houden met alle parameters in de berekening van dat voordeel van alle aard. Alleen de CO 2 -referentiewaarde in beschouwing nemen, zonder te kijken naar de leeftijd van de betrokken wagen, is natuurlijk appelen met peren vergelijken.
Bovendien is er vorig jaar inderdaad al een aanpassing geweest van de berekening van dat voordeel van alle aard. Die hervorming zal er ook vandaag voor zorgen dat die berekening veel rechtvaardiger en fijnmaziger is en het zal ook vermijden dat er grote bokkensprongen worden gemaakt in het percentage waarnaar u verwijst.
Zonder die hervorming van vorig jaar waarvoor ik ook het akkoord van de regering heb gekregen, zouden we vandaag trouwens spreken over een veelvoud van de cijfers die binnenkort zullen worden gepubliceerd. Die cijfers zal iedereen trouwens kunnen raadplegen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik dacht dat u met heel goed nieuws zou komen, maar u zegt dat de belastingverhoging niet zo veel zal zijn als wat in de krant staat. Het zal wat minder zijn, maar het zal nog altijd een belastingverhoging zijn. Het is dus opnieuw een slechte week voor werkende mensen. Als mijn kinderen gaan spelen en ze gaan via het achterpoortje, dan is er een belasting voor achterpoortjes. Als ze naar de crèche gaan, dan wordt de crèche duurder in Vlaanderen, met dank aan de socialisten. Als de kinderen met de auto naar de crèche worden gebracht, dan gaan de belastingen naar omhoog. De stijging is misschien geen 10 %, maar het is wel een stijging. Dames en heren die onderhandelen over een arizonaregering, ik hoop dat u beter kunt. Ik hoop dat u het dit weekend ook beter doet voor de werkende mensen.
De pakkans
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 5 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de onvoldoende pakkans en controles op dronken rijden, ondanks de stijging van 25% sinds 2018, met kritiek op de lage nachtelijke controles (35% nodig voor effect) en oproepen tot nultolerantie, strengere strafmaatregelen (puntenrijbewijs, recidive) en mentaliteitswijziging. Minister Verlinden benadrukt prioriteit voor politiecontroles, betere justitiële opvolging en sensibilisering, maar De Knop eist meer budget en daadkracht om de pakkans te verhogen en "Tom Dwaes-gedrag" tegen te gaan. Partijstandpunten en onderhandelingsgewicht spelen een cruciale rol in verdere maatregelen.
Voorzitter:
Dit thema is weliswaar gisteren in de commissie aan bod gekomen, maar ik vond dat er sedertdien voldoende nieuwe elementen waren om er opnieuw een vraag over te kunnen stellen.
Irina De Knop:
Mevrouw de minister, dronken achter het stuur kruipen, is idioot en onverantwoordelijk. We maken elke dag elf ongevallen mee, waarbij mensen die zwaar geïntoxiceerd zijn, toch nog achter het stuur kruipen. Dat gedrag moet er natuurlijk uit.
Mevrouw de minister, dat wordt bereikt met controles. Uit alle mogelijke cijfers blijkt nu echter dat de pakkans gewoon te laag is. Het tv-programma Pano maakte dat een aantal weken geleden nogmaals bijzonder tastbaar.
Laten we een kat een kat noemen. Om te weten dat nauwelijks wordt gecontroleerd, hebben we zelfs geen cijfers nodig. We weten dat allemaal. Iedereen die met de auto rijdt, ondervindt dat. De kans is bijna nul. De getuigenis van de Aalsterse politierechter maakte dat trouwens nog eens pijnlijk duidelijk. Hij gaf aan dat hij op dertig jaar tijd nog geen enkele controle had gehad.
Mevrouw de minister, dat is natuurlijk de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken. U bent bevoegd voor de werking van de politie. U moet ervoor zorgen dat er controles zijn en dat die controles ook gebeuren op momenten die ertoe doen. Uit studies blijkt namelijk dat 35 % van alle controles ’s nachts moet gebeuren om een echte gedragsverandering te kunnen bewerkstelligen.
Collega’s, de nultolerantie ligt vandaag op de onderhandelingstafel. We weten dat drie van de vijf arizonapartijen tegen zijn. Voor ons is dat terecht. We moeten in de eerste plaats nultolerant zijn voor mensen die dronken willen rijden.
Mevrouw de minister, we hopen dat u tijdens de onderhandelingen gewicht in de schaal kan leggen. Vertel ons het volgende.
Wat is het standpunt van uw partij?
Hoe gaan we Tom Dwaesgedrag het best tegen?
Voorzitter:
Mevrouw De Knop, ik dank u voor uw vraag, hoewel ik meen dat we hier het standpunt van de minister en de regering zullen krijgen veeleer dan het standpunt van een partij.
Annelies Verlinden:
Mevrouw De Knop, elk verkeersslachtoffer is er een te veel. Vaak kan inderdaad onnodig en onnoemelijk leed worden vermeden.
Dronken of onder invloed van drugs achter het stuur kruipen, is een misdrijf. Precies daarom, zoals ik gisteren nog toelichtte in de commissie voor Binnenlandse Zaken, is en blijft de problematiek van rijden onder invloed een prioriteit voor alle diensten van de politie. Zowel de lokale als de federale politie zetten zich dagelijks in om de verkeersveiligheid te verbeteren door gerichte controleacties uit te voeren, ook nu tijdens de winterbobcampagnes. Nog maar twee of drie weken geleden werd hier in het Parlement gesteld dat er veel te veel controles plaatsvinden, dat de boetes geen cashcows mogen zijn en dat we verkeersveiligheid dus misschien op een andere manier moeten aanpakken. In dat opzicht verraste de vraag die ik vandaag kreeg mij ietwat. In elk geval is het aantal politiecontroles sinds 2018 gemiddeld gestegen met 25 %. Het moet ook absoluut de bedoeling zijn om die stijgende lijn in de komende jaren voort te zetten.
Ook de snelle en kordate bestraffing en opvolging door Justitie is een belangrijke schakel. Het is dan ook goed dat Justitie in de afgelopen legislatuur het nodige bedrag heeft vrijgemaakt voor de aankoop van speeksel- en andere tests die ter beschikking gesteld worden van de politie om voldoende controles te kunnen uitvoeren.
We hebben echter, zoals u zei, echt een mentaliteitswijziging nodig. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat onder invloed van drank of drugs achter het stuur kruipen, echt uit den boze is. Iedereen moet zich bewust zijn van die maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ook sociale controle is dus een belangrijke stap om tot die broodnodige mentaliteitswijziging te komen. Dat kunnen we doen door de invoering van het rijbewijs met punten en een strengere bestraffing, niet het minst bij recidive, maar ook sensibiliseringscampagnes met impact en, waarom niet, beter openbaar vervoer of een alcoholslot in voertuigen. Ik zal dat ook blijven benadrukken aan de onderhandelingstafel, want ik wil er in ieder geval alles aan doen om elk slachtoffer in de toekomst te vermijden.
Irina De Knop:
Het is inderdaad een belangrijk maatschappelijk debat. Ik had verwacht dat collega Vandenbroucke aanwezig zou zijn, want hij had volgens mij een vraag ingediend met betrekking tot dat thema. Het is alleszins duidelijk dat de arizonateugels steeds strakker worden aangespannen. Ik hoop oprecht dat u, mevrouw de minister, het gewicht in de schaal kan leggen dat nodig is om het aantal controles op te drijven en dus om meer budget voor de politie te verkrijgen om die controles te kunnen waarmaken. Het moet duidelijk zijn: ook ik heb geen enkele tolerantie voor wie dronken achter het stuur kruipt. Wie niet horen wil, moet voelen. Dat kan alleen door de pakkans te vergroten. We moeten dat samen waarmaken.
De druk op het recht van vereniging en vrije meningsuiting
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 28 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Premier De Croo en Katja Gabriëls (Open Vld) benadrukken dat islamfundamentalisme en intimidatie via geweld of dreiging—zoals bij geannuleerde boekvoorstellingen over onderwijs—onverenigbaar zijn met westerse vrijheden (meningsuiting, vereniging, onderwijs) en direct moeten worden bestreden. De Croo stelt veiligheid en handhaving van deze vrijheden als absolute prioriteit, terwijl Gabriëls waarschuwt voor toenemende radicalisering in scholen (via sociale media) en dramatische gevolgen zoals de moord op Samuel Paty, met oproep tot structurele bescherming van leraren en harde aanpak.
Katja Gabriëls:
Mijnheer de premier, in onze samenleving gelden er spelregels waarvan wij niet afwijken. In ons land mogen mensen zich verenigen, in ons land mogen mensen samenkomen en vrij hun mening uiten. Wie het niet eens is met die mening, mag dat ook zeggen. Zo werkt het hier. Zo werkt het echter niet overal. In andere delen van de wereld worden mensen alleen al om die reden opgesloten of gefolterd. Hier hebben we westerse waarden en normen.
Twee weken geleden werd in Woluwe een boekvoorstelling van het boek Allah n’a rien à faire dans ma classe geannuleerd. In Luik werd recent ook nog een debat daaromtrent geannuleerd. Waarom? Door islamitische bedreigingen kon de veiligheid van de deelnemers niet worden gegarandeerd. Ironisch genoeg, collega’s, handelt het boek over het toenemende islamfundamentalisme in scholen. Leerkrachten worden inderdaad onder druk gezet en zelfs bedreigd. Ze durven in de klas uit angst bepaalde thema’s niet meer te behandelen. We weten allemaal over welke thema’s het gaat: seksualiteit, gender en de gelijkheid van man en vrouw.
Mijnheer de premier, wanneer iemand meent dat Allah boven de wet staat, is dat zijn keuze. Wie echter dat soort regimes hier wil opleggen, heeft hier geen plaats. Wie daarenboven met geweld dreigt als mensen samenkomen of een mening vormen die niet de hunne is, hoort hier ook niet thuis.
Voor Open Vld is er vrijheid van onderwijs, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging. Die waarden zijn fundamenteel en we zullen daar geen millimeter van afwijken.
Wat moet er volgens u gebeuren om dat toenemende islamfundamentalisme een halt toe te roepen?
Alexander De Croo:
Mevrouw Gabriëls, dank u voor een zeer belangrijke vraag.
Twee weken geleden stond ik hier, omdat mevrouw Pas mij een vraag stelde over politici die in ons land kwamen spreken geïntimideerd werden. Ik heb mij daar toen zeer duidelijk over uitgesproken. Wat zij hier ook komen verkondigen, als dat binnen de grenzen van de wet is kunnen wij niet aanvaarden dat politici geïntimideerd worden, niet als zij komen spreken en evenmin als zij een coalitieakkoord sluiten waar sommigen het niet mee eens zijn. Wij hebben op meerdere plaatsen in ons land oproepen gezien om politici te intimideren op basis van de politieke keuzes die zij maken. Ik vind dat onaanvaardbaar en alarmerend.
Mevrouw Gabriëls, wat u aanhaalt, is even alarmerend. De voorstelling van het boek Allah n'a rien à faire dans ma classe is in Woluwe en in Luik niet kunnen doorgaan, omdat men vreesde dat de veiligheid niet gegarandeerd zou kunnen worden. Als er een zaak is waarvan wij als overheid en als volksvertegenwoordigers absoluut een prioriteit moeten maken, samen met onze veiligheidsdiensten, is het de vrijwaring van de vrijheid van meningsuiting.
Wij mogen het nooit laten gebeuren dat wij angst hebben. Die vorm van zelfcensuur die sommigen zichzelf moeten opleggen om veilig te kunnen zijn, is absoluut onaanvaardbaar. Als wij daaraan toegeven, staan wij toe dat de intoleranten ons muilkorven. Niet in ons land. Niet in onze samenleving!
Katja Gabriëls:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord. Collega's, de dramatische beelden van de Franse leerkracht Samuel Paty staan nog in ons geheugen gegrift. Het proces over die moord wordt momenteel gevoerd. Ook hier zien we alsmaar meer radicalisering en polarisering in onze scholen. Het aantal meldingen daarvan stijgt enorm. Sociale media spelen een rol in het brainwashen van onder andere jongeren en dat is heel verontrustend. We moeten dat probleem dus blijven benoemen en aanpakken en er niet licht over gaan. We moeten leraren blijven beschermen en ondersteunen en gepast reageren op eender welke vorm van islamfundamentalisme in onze maatschappij, want de gevolgen van dergelijk gedrag zijn op termijn immers dramatisch.
De weigering van Belfius en andere banken om krediet te verstrekken aan bepaalde steden
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 21 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Belfius’ weigering om gemeenten met onverantwoord financieel beleid (zoals het lenen voor *lopende* uitgaven zoals pensioenen via langetermijnkredieten) verder te financieren, wat minister Van Peteghem bevestigt als terecht risicobeheer. Coenegrachts waarschuwt voor "sinterklaaspolitiek"—kortetermijnuitgaven die leiden tot budgettaire crises—en pleit voor strenge budgettaire discipline bij lokale besturen. De minister benadrukt dat langetermijnleningen enkel voor investeringen (bv. infrastructuur) zijn, niet voor courante kosten, en dat Belfius objectieve risicocriteria hanteert zonder uitzonderingen. Beide zijn het eens: financiële partners moeten verdient worden via orthodox beleid.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, sinds afgelopen weekend is Sinterklaas in het land. Elke goede huisvader is over drie weken opgelucht dat de sint weer is vertrokken, aangezien hij een aanslag op het gezinsbudget is. In de krant lezen we echter dat Sinterklaas in sommige steden en gemeenten jaren- en soms wel legislaturenlang deel uitmaakt van het schepencollege. Daar vliegt het geld via ramen en deuren naar buiten. Op het einde van de rit botst men dan tegen een muur. Ofwel komt men een hogere overheid, ofwel de bank tegen. In dit geval weigert de bank om nog langer de gemeente te financieren, zelfs niet voor de betaling van de pensioenen van de lokale ambtenaren.
Mijnheer de minister, ik heb nog overwogen om mijn vraag aan mevrouw Lalieux te stellen, maar ze had het nogal druk vandaag. Daarom stel ik ze aan u, de minister van Financiën, omdat wij via de FPIM toch een betrokken partij zijn in Belfius, dat het rode beleid van steden en gemeenten afstraft en op het einde van de rit zegt: tot hier en niet verder.
Mijnheer de minister, wat is uw visie daarop als minister van Financiën?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer de voorzitter, collega's, vandaag zijn de uitdagingen voor de lokale besturen groot en om die uitdagingen te financieren, moeten ze natuurlijk een beroep kunnen doen op financiële partners. Belfius is zo'n partner van lokale besturen. Op dit moment doen 568 gemeenten in ons land een beroep op of hebben ze minstens één langlopend termijnkrediet lopen bij Belfius. Ook heel wat andere Belgische grootbanken verschaffen onze steden en gemeenten kredieten, zoals nog in de krant werd vermeld.
Waarover gaat het nu? In het kader van het plan Oxygène, dat opgezet werd door onze Waalse collega's als een soort hulpprogramma om gemeenten te steunen die problemen hebben bij de financiering van de pensioenlasten van het statutaire gemeentepersoneel, wordt er gezocht naar financiering van courante, dus lopende uitgaven door middel van langlopende leningen. Uit mijn contact met Belfius naar aanleiding van het persartikel heb ik begrepen dat de bank zich op basis van zijn risicoanalyse en risicobeheersing steeds terughoudend opstelt voor de financiering van courante uitgaven via langlopende kredieten. Ik meen dat dat niet meer dan logisch is. Langlopende kredieten dienen voor de investeringen van de steden en de gemeenten in onder andere fietspaden en bibliotheken en niet zozeer voor de directe betaling van courante uitgaven.
Zoals bij elke operationele beslissing beoordeelt Belfius elke aanvraag, ook dewelke waarvan sprake, steeds onafhankelijk aan de hand van vaste objectieve economische en financiële criteria, en dit steeds binnen een zeer strikt risicokader. Het is precies wegens die criteria en het risicokader dat er op de aanvraag niet ingegaan is. Daar wordt ook niet van afgeweken, zoals in de context duidelijk (…)
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u bevestigt dat er niet wordt afgeweken van dat kader en dat stemt mij gelukkig. Financiële partners moet men immers verdienen en die verdient men alleen door een budgettair orthodox beleid te voeren, ook op lokaal niveau. Een sinterklaaspolitiek is in het begin leuk, als de zak vol is, maar zodra de zak leeg is, is de burger daarvan het slachtoffer, want dan is er niets meer om uit te delen. Dan is er op termijn zelfs geen geld meer om de pensioenen uit te betalen. Mijnheer de minister, laten wij dat beleid volhouden. Laat de banken hun rol spelen, ook ten opzichte van overheden en lokale besturen. Zo kan de druk op het budgettaire beleid hoog worden gehouden.
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De onthulling van sociale fraude bij het OCMW van Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De socialebijstandsfraude bij het OCMW van Anderlecht
Het schandaal bij het OCMW van Anderlecht
De fraude bij het OCMW van Anderlecht
Leefloonfraude
De Pano-reportage over het OCMW van Anderlecht
De problemen bij het OCMW van Anderlecht
Fraude en schandalen bij het OCMW van Anderlecht
Gesteld aan
Karine Lalieux
op 21 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om wijdverspreid cliëntelisme, fraude en wanbeheer bij het OCMW Anderlecht, waar leeflonen zonder controle werden toegekend aan mensen zonder recht, terwijl kwetsbaren in de kou bleven. Inspectierapporten (2019-2023) waarschuwden herhaaldelijk, maar minister Lalieux (PS) ondernam onvoldoende actie, ondanks federale bevoegdheid—kritiek linkt dit aan politieke bescherming van PS-bestuurders die trots "klantenpolitiek" verdedigen. Oplossingen (terugvordering gelden, strengere controles, betere werkomstandigheden voor overbelaste maatschappelijk werkers) blijven vaag; oppositie eist harde sancties, transparantie en een audit van *alle* Brusselse OCMW’s om vertrouwen in het systeem te herstellen. Kernpunt: misbruik ondermijnt sociale solidariteit en speelt extremisme in de kaart.
Sammy Mahdi:
Mevrouw de minister, beeldt u zich eens in dat u een gewone hulpbehoevende man of vrouw bent die bij het OCMW aanklopt, maar die in Brussel toevallig niet op de PS stemt – dat kan gebeuren – of die toevallig niet de beste vriend is van de OCMW-voorzitter. Beeldt u zich in dat u ook nog eens geconfronteerd wordt met mensen die zich wel in die positie bevinden en die voorsteken in de wachtrij, die dankzij mails vanwege de voorzitter voorrang krijgen en die duizenden euro’s krijgen, terwijl anderen in de kou blijven staan.
Volgens de PS in Brussel stelt dat helemaal geen probleem, integendeel. Gisteren zei iemand van de PS op tv: ʺ Oui, je suis clientéliste et je suis fier de l’être parce que je suis socialiste. ” Men is er trots op dat men publiek geld, bedoeld voor mensen die echt in nood zijn, gebruikt als politicus om het eigen kiesvee te bedienen. Il faut le faire, zo handelen, met een brede glimlach!
Ik wil de Parti Socialiste nooit meer horen spreken over sociale afbraak. Duizenden euro’s uitdelen zonder controle, dat is sociale afbraak. Geld geven aan wie er geen recht op heeft, dat is sociale afbraak. Mensen die geen steun behoeven, geld geven en laten voorsteken in de rij, en tegelijkertijd mensen met echte behoeftes in de kou laten staan, dat is sociale afbraak.
Het meest wraakroepende is dat uw diensten dat wisten. Ik verwijs naar het inspectieverslag van het OCMW van Anderlecht 2023, waarin staat dat de inspectiedienst rechtstreeks via diverse kanalen is aangesproken naar aanleiding van de reeds gekende problematiek.
Mijn vraag is duidelijk. Uw diensten waren op de hoogte van de toestand. Waarom hebt u niets gedaan? Tegen wanneer zal het geld worden teruggevorderd? Hoe gaan we er samen voor zorgen dat het cliëntelisme van PS-besturen in Brussel een halt wordt toegeroepen?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, weet u wat mensen denken en zeggen als zij die reportage hebben gezien? 't Zijn zotten die werken. Ik weet niet of die uitdrukking bestaat in het Frans, maar het komt erop neer dat er mensen zijn in ons land die keihard werken, terwijl ze zien dat andere mensen er de kantjes van af lopen. Dat is bewezen in de Pano -reportage in Anderlecht, uw geboortestad. Het gaat om fraude en cliëntelisme. De mensen worden daar boos van.
Het gaat over veel geld. In ons land wordt meer dan 2 miljard euro aan leeflonen betaald aan 164.000 leefloners. Dat aantal omvat de inwonersaantallen van Hasselt en Kortrijk gecombineerd. Natuurlijk kunnen we niet al die mensen over dezelfde kam scheren. De essentie is wel dat de echt arme mensen van dat beleid de dupe zijn.
Het ergste is dat de alarmbellen in Anderlecht al jarenlang afgaan. Collega Mahdi verwijst naar het verslag van 2023, maar ook in 2019, in 2020 en in 2022 stond dat letterlijk geschreven, mevrouw Lalieux. Ik citeer: "Maand na maand, jaar na jaar krijgen mensen een leefloon zonder opvolging."
Mevrouw de minister, u was bevoegd. U had het onder uw ogen, maar u hebt niets gedaan. Waarom niet? Is de reden dat de burgemeester en de OCMW-voorzitter van PS-signatuur zijn? Is de reden dat het om uw kiezers gaat? Houdt u vast aan de cultuur om alles besloten te houden? Ik voel in u een zekere vorm van schaamte over wat daar gebeurd is. Het is niet aanvaardbaar.
Mevrouw de minister, ik heb maar twee vragen voor u. Ten eerste, kunt u met de hand op het hart beloven dat dit enkel in Anderlecht is gebeurd, of doet datzelfde fenomeen zich ook in andere gemeenten voor? Ten tweede, waarom hebt u na al die rapporten helemaal niets gedaan?
François De Smet:
Madame la ministre, comme beaucoup ici, j'ai vu ce reportage accablant. Des journalistes parviennent sans difficulté à se faire verser un revenu d'intégration sociale, sans enquête sociale et sans même résider dans la commune d'Anderlecht.
Un président de CPAS nous a livré la définition la plus pure du clientélisme qu'on ait vu depuis très longtemps. En effet, quand on aime les gens, quand on veut les aider, il semble normal pour certains d'aider "un peu plus" ceux qui sont venus les voir.
Ce qui m'a le plus marqué, c'est le témoignage des assistants sociaux – témoignage anonyme car ils veulent peut-être échapper à des rétorsions de leur hiérarchie. Ces assistants sociaux sont en réalité piégés et coincés: ils doivent pour beaucoup traiter 200 dossiers chacun.
Ils sont tellement débordés qu'ils n'arrivent pas à effectuer des vérifications, notamment d'emploi et de domicile. Même quand ils proposent des refus d'allocation d'intégration, ils risquent d'être court-circuités par leur hiérarchie ou leur président de CPAS. Cela provoque une charge supplémentaire et, évidemment, un découragement.
Madame la ministre, il faut être très courageux pour être travailleur social au CPAS d'Anderlecht aujourd'hui. Je pense à eux.
Pour la cohésion sociale, c'est aussi très décourageant. Nous sommes dans une période dans laquelle chaque euro compte. Des affaires de ce genre-là sont terribles parce qu'elles sont dénigrantes pour tous ceux qui ont besoin de cette aide sociale et qui n'arrivent pas à l'obtenir rapidement, peut-être parce qu'ils ne connaissent pas les bonnes personnes.
C'est décourageant aussi pour tous ceux qui contribuent au système, les travailleurs qui, à la sueur de leur front, alimentent le système et qui se disent: à quoi bon? Malheureusement, on le sait, la fraude sociale alimente aussi en retour, hélas, la légitimation de la fraude fiscale, les deux étant évidemment inacceptables. C'est désastreux pour la société toute entière.
Madame la ministre, que saviez-vous de ce phénomène avant l'émission? Vous avez dit ce matin en radio qu'il y avait des rapports d'inspection diligentés. En effet, ils existent depuis trois ans. Qu'avez-vous fait depuis? À votre connaissance, des cas similaires existent-ils dans d'autres communes et d'autres CPAS?
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, uw deel doen en uw deel krijgen, is niet meer dan normaal. Dat betekent dat men gaat werken wanneer men dat kan en dat men ondersteuning krijgt wanneer men daar nood aan heeft. Het is daarom dat Vooruit altijd heeft gestreden voor een deftig leefloon, want dat beschermt de mensen tegen extreme armoede.
Als men zegt te strijden voor een deftig leefloon, dan moet men ook strijden tegen al die misbruiken en daar knelt vandaag het schoentje. De Pano -reportage van deze week, die ik schokkend vind, toonde hoe mensen in Anderlecht schaamteloos misbruik maken van dat systeem. Laat het duidelijk zijn, het gaat niet alleen over maatschappelijk werkers die overbelast zijn door te veel aanvragen of over het bewust misbruiken van een systeem om uitkeringen toe te kennen, het gaat ook over politici die wetens en willens niet luisteren naar de negatieve adviezen van hun maatschappelijk werkers. Die maatschappelijk werkers hebben ten einde raad aan de alarmbel getrokken omdat er van bovenaf niet naar hen werd geluisterd.
Mevrouw de minister, de reactie van sommigen was veelzeggend. Denken dat men mensen vooruithelpt door hen ongegrond een uitkering te geven, vind ik hallucinant. Dat gaat niet. Wij vinden dat men mensen beschermt door hen een leefloon toe te kennen, maar ook door te strijden tegen valsspelers, hoe schrijnend sommige verzonnen verhalen ook lijken.
Ik heb maar een vraag voor u. Er werden al jarenlang inspectieverslagen opgesteld en u zegt dat u de controles hebt opgedreven. Wat zijn de resultaten daarvan en vooral, wat zult u doen opdat zoiets nooit meer kan gebeuren?
Ellen Samyn:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de Pano -reportage van dinsdag over de wantoestanden bij het OCMW van Anderlecht was ontluisterend, maar tegelijkertijd ook weinig verrassend. Corruptie, geldverspilling en wanbeheer zijn natuurlijk niet nieuw in Brussel, zeker niet als er socialisten bij betrokken zijn. Herinner u de Samusocialaffaire van ongeveer 7 jaar geleden, waaruit bleek dat uw partijgenoot Yvan Mayeur de corruptie en de vriendjespolitiek binnen Samusocial en het OCMW van Brussel organiseerde. Mevrouw de minister, u verdedigde de heer Mayeur toen nog in de pers: "Denk maar aan de OCMW's die dankzij Mayeur veel efficiënter samenwerken." Een uitspraak die vandaag kan tellen.
Wij vrezen dat het wanbeheer en cliëntelisme helaas niet alleen bij het OCMW in Anderlecht zal te vinden zijn, maar bij het merendeel van de Brusselse OCMW's. Het wordt maatschappelijk assistenten opzettelijk onmogelijk gemaakt om hun werk goed te doen. Wij vernemen van verschillende personeelsleden van de Brusselse OCMW's dat zij van hun politieke bazen een bevel tot het verlaten van het grondgebied moeten aanvaarden als een geldig identiteitsbewijs, om recht op steun te krijgen. Dat is hallucinant.
Mevrouw de minister, hoe verklaart u dat maar liefst 52,2 % van de leeflonen naar niet-Belgen gaat?
Wat zult u ondernemen opdat in dit land, waar werkende mensen meer dan de helft van hun loon afgeven aan de overheid, deze overheid eindelijk verantwoord omgaat met dat geld en het niet gebruikt voor cliëntelisme en electorale bediening?
Klopt het dat uw kabinet de Inspectie van Financiën toegang heeft geweigerd tot de OCMW-dossiers?
Wanneer zult u eindelijk een eerste aanzet geven om de 19 Brusselse OCMW's te fusioneren?
Isabelle Hansez:
Madame la ministre, les révélations sur les pratiques du CPAS d'Anderlecht sont profondément choquantes. Les témoignages confirmés par cette enquête journalistique révèlent des failles systématiques: absence de contrôle, octroi d'allocations à des personnes qui ne résident pas dans la commune et pressions politiques flagrantes. Ces dérives à la fois éthiques et administratives entachent la confiance des citoyens envers nos institutions publiques et posent la question d'un usage abusif de l'argent public. Elles jettent également un discrédit important sur le travail, pourtant essentiel, accompli quotidiennement par les travailleurs sociaux pour permettre à chacun et chacune de vivre dignement.
Le rapport 2023 du SPP Intégration sociale avait pourtant déjà mis en évidence ces manquements graves, mais il semble qu'aucune mesure concrète n'en ait découlé. Ces dérives clientélistes n'ont donc pas été endiguées.
Madame la ministre, pouvez-vous nous indiquer combien de contrôles ont lieu dans ce CPAS et dans les autres CPAS du royaume par les services du SPP Intégration sociale? Vous dites que vous étiez au courant de certains dysfonctionnements mais vous et votre cabinet étiez-vous au courant de ceux-ci? Comment est-ce possible que de telles situations puissent perdurer malgré les évaluations critiques des services fédéraux? Combien d'autres CPAS pourraient-ils être concernés par des pratiques similaires? Et surtout, quelles mesures envisagez-vous pour garantir un suivi rigoureux des recommandations des rapports d'évaluation pour éviter que ces derniers ne restent lettre morte?
L'inaction politique et la gestion hasardeuse des fonds publics au CPAS d'Anderlecht alimentent un sentiment d'injustice et de défiance croissante envers nos institutions. Chaque euro dilapidé ou utilisé sans contrôle rigoureux fragilise un peu plus la crédibilité de notre démocratie sociale. La réponse politique doit être à la hauteur des enjeux et la transparence doit être complète sur ces faits.
Florence Reuter:
Madame la ministre, on croyait avoir quasiment tout vu dans les dérives et dans la mauvaise gouvernance, mais le reportage de la VRT est édifiant: des pratiques et des dysfonctionnements qui sont tout à fait inacceptables, des enquêtes sociales incomplètes ou totalement inexistantes, pas de visites domiciliaires, l’intervention du politique dans les dossiers, des revenus d’intégration octroyés à des personnes qui n’habitent ni dans la commune, ni même dans le pays, et des adresses fictives.
Tout simplement… Que dire? C’est choquant. C’est juste tout simplement choquant, révoltant. Il s’agit d’argent public, de l’argent du contribuable. Certains travaillent dur pour financer la solidarité. C’est d’autant plus révoltant que, finalement, l’aide sociale ne va pas aux plus vulnérables, à ceux qui en ont réellement besoin.
Madame la ministre, mes questions sont simples. Connaissiez-vous l’ampleur de ces fraudes? Ce phénomène s’étend-il à d’autres communes?
Vous déclarez que le CPAS d’Anderlecht fait l’objet d’une enquête depuis 2021 déjà. Qu’est-ce qui a été mis en place, puisqu’on connaissait vraisemblablement tous ces dysfonctionnements?
Enfin, madame la ministre, fallait-il vraiment attendre un reportage de la VRT pour agir? Des outils de contrôle existent. Vous avez la compétence sur ces contrôles, sur le SPP Intégration sociale. Par ailleurs, 75 % du budget viennent du fédéral. Alors il faut prendre les choses en main! J’attends vos réponses.
Nadia Moscufo:
Madame la ministre, depuis mercredi, après le reportage de la VRT, il y a beaucoup de discussions autour du fonctionnement et des dysfonctionnements du CPAS d'Anderlecht, et c'est bien compréhensible. Tout service qui travaille avec la population doit pouvoir fonctionner correctement, dans le respect de la loi, avec des procédures et des critères clairs, et sans clientélisme. Donc, s'il y a abus, si des personnes reçoivent une aide sociale sans y avoir droit, s'il y a eu passe-droit, c'est inacceptable et il faut faire toute la lumière à ce sujet.
Le reportage montrait aussi la surcharge de travail du personnel du CPAS d'Anderlecht. J'en profite, au nom de mon groupe, pour transmettre toute ma solidarité à tous ces travailleurs qui, au quotidien, travaillent dans une situation intenable. Ils ont plusieurs fois dénoncé cette situation avec leur organisation syndicale. Dans le reportage, un travailleur disait ceci: "Parfois, on se retrouve facilement avec 200 dossiers par personne. Ce n'est vraiment pas possible. Cela devient une charge mentale très dure." Notez qu'avec 200 dossiers par personne, il est impossible de faire ce travail humainement. En effet, derrière chaque dossier, il y a des êtres humains, des familles, des enfants dans des situations complexes et dans une grande précarité.
Alors, madame la ministre, j'ai deux questions à vous poser. Qu'allez-vous faire concrètement pour faire toute la lumière sur la situation au CPAS d'Anderlecht? Et qu'allez-vous faire pour répondre au cri d'alarme du personnel et garantir que tous les CPAS de tout le pays puissent remplir correctement leurs missions?
Wouter Raskin:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, wat we zagen in de tv-reportage, was ongezien: keiharde bewijzen van fraude en van politieke inmenging bij de toekenning van steundossiers en een gewezen voorzitter die zich socialist noemt, " je m’en fous " antwoordt op de beschuldiging van cliëntelisme en er zelfs prat op gaat! Ik vraag mij af wat de leden van Vooruit daarover denken. Maar goed, dat is niet mijn zaak.
Mevrouw de minister, door de uitstekende reportage van Pano heeft iedereen kunnen vaststellen wat er aan de hand is en ligt de zaak open. Dergelijke malversaties, boven op de uitdagingen van vandaag maken dat elk OCMW-beleid onbetaalbaar wordt en dat bevestigt de noodzaak tot responsabilisering van de OCMW’s. Wij moeten dringend kwalitatieve en kwantitatieve parameters uitwerken die ons toelaten de goede en de slechte leerlingen in de klas te onderscheiden. OCMW’s die op aanklampende begeleiding, op activering en op sociale integratie inzetten, moeten een bonus krijgen. De andere moeten tegen een malus aanlopen.
Mevrouw de minister, dat verhaal vertellen wij al heel lang, ook al worden wij uitgescholden als asocialen door degenen die eigenlijk stilletjes in een hoek zouden moeten kruipen en zich schamen. Ik heb tientallen vragen. Ze zullen voor de vergadering komende woensdag zijn. Vandaag stel ik er twee.
Ten eerste, hoe verklaart u dat u die wanpraktijken niet hebt gezien, terwijl de verslagen van de inspectie daar al jaren op wijzen?
Ten tweede, bent u na het bekijken van de reportage van oordeel dat er strafbare feiten zijn gepleegd? Zo ja, overweegt u juridische stappen tegen degenen die ze zouden hebben gepleegd?
Caroline Désir:
Madame la ministre, moi aussi, j'ai regardé ce fameux reportage de la VRT. Je puis vous dire que j'ai également été choquée, et même extrêmement choquée. Comment est-il possible d'accorder un revenu d'intégration sans même vérifier que la personne vive bel et bien sur le territoire de la commune ni mener l'enquête sociale indispensable à la vérification des ressources dont dispose le demandeur? Comment est-il possible que des procédures et réglementations, pourtant très claires et très strictes, ne soient pas respectées?
Octroyer une aide sans respecter les conditions légales est évidemment gravissime, et nous le dénonçons sans équivoque. Mais j'insiste sur le fait que ces dysfonctionnements ne doivent pas venir remettre en cause le travail accompli par des centaines de travailleurs sociaux qui s'acquittent de leur job avec une véritable conscience professionnelle et dans des circonstances extrêmement difficiles. Ils ne doivent pas non plus remettre en cause l'absolue nécessité des CPAS.
Madame la ministre, comme cela a été dit, il est absolument indispensable de faire toute la lumière sur cette affaire. Voici donc les questions que je souhaitais vous adresser. De quelles informations disposez-vous concernant les faits reprochés au CPAS d'Anderlecht? Quelles compétences le fédéral exerce-t-il en la matière, au regard de celles de la COCOM et de la commune? Le cas d'Anderlecht est-il isolé? Qu'en est-il des procédures de contrôle et des sanctions possibles dans de telles situations?
Pour la suite, madame la ministre, il importe de se poser les bonnes questions afin d'éviter de nouveaux dysfonctionnements. Comment alléger la charge de travail des assistants sociaux? Comment renforcer les effectifs et attirer davantage de travailleurs sociaux dans ces institutions? Comment, tout simplement, continuer à soutenir les CPAS?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, er moet mij toch iets van het hart. In Anderlecht doen elke dag tientallen maatschappelijk werkers hun stinkende best voor wie echt nood heeft aan steun. Elke dossierbehandelaar heeft er tot 200 dossiers. Ter vergelijking, in Kortrijk, waar ik woon, zijn dat er gemiddeld 50. Door die manier van werken komt wie echt nood aan steun heeft, achteraan de rij en wordt hij of zij heel traag of zelfs niet geholpen. Of de maatschappelijk werker nu 120 dan wel 200 dossiers per jaar moet behandelen, dat aantal is te hoog om degelijk werk af te leveren. Daardoor staat de deur wagenwijd open voor fraude en daar wordt nog een sausje van politieke inmenging over gegoten, zoals men kon zien in Pano . Een voorzitter van een bijzonder comité vindt bijvoorbeeld dat hij persoonlijk moet interveniëren in dossiers en bepaalde mensen voortrekken. Er is geen enkele controle op wat daar gebeurt en de inspectieverslagen zijn ronduit vernietigend.
Mevrouw de minister, hebt u die verslagen gelezen? Zo ja, waarom hebt u dan niets ondernomen? Waarom heeft de overheid daar niets mee gedaan? Komt dat misschien omdat u het eens bent met de betrokken voorzitter van het bijzonder comité, een partijgenoot van u? Ik wil hem even citeren: “Ik kan begrijpen dat men in Vlaanderen verontwaardigd is, u kunt mij cliëntelisme verwijten, maar ik ben een socialist en ik heb mensen geholpen en ik ben daar trots op.” Grijpt u daarom niet in? Mijn fractie vraagt zich dat af. Waarom laat u betijen, waarom grijpt u niet in?
Karine Lalieux:
Monsieur le président, chers collègues, je ne vais pas y aller par quatre chemins: ce que nous avons vu dans ce reportage est totalement inacceptable. Il est inacceptable d'utiliser l'argent public pour des personnes qui n'en ont pas besoin. Il est illégal de dépenser les moyens dédiés à l'aide sociale sans que cela ne soit justifié. C'est d'ailleurs la raison pour laquelle la loi prévoit des contrôles et que tous les montants indûment versés doivent être remboursés.
De regels en procedures die in de wet zijn bepaald, garanderen de eerlijkheid tussen burgers. De niet-naleving ervan moet worden veroordeeld en bestraft.
Pour rappel, toute demande au CPAS suppose un premier rendez-vous avec une assistante sociale au cours duquel sont exposés les documents et les conditions nécessaires, un deuxième rendez-vous sur la base de ces documents pour vérifier si les conditions sont remplies, une visite sur place pour vérifier que la personne y vit réellement. Si toutes ces conditions sont remplies, la demande est transmise au bureau spécial ou au Comité spécial de l'action sociale où la majorité et l'opposition sont représentées et qui est le seul habilité à prendre des décisions. Si les procédures sont respectées, aucune interférence politique n'est donc possible – je dis bien "si elles sont respectées" – puisque la loi prévoit très précisément les critères, les procédures et les délais.
Le SPP Intégration sociale vérifie que les conditions d'octroi du revenu d'intégration sociale par les CPAS sont respectées. Les CPAS sont en outre soumis à la tutelle des entités fédérées, en l'occurrence la COCOM, qui contrôle le fonctionnement général du CPAS, notamment les moyens humains, l'organisation et d'autres indicateurs.
Le CPAS d'Anderlecht, comme d'autres, a fait l'objet de tels contrôles. Ceux-ci ont permis d'identifier des manquements qui ont conduit à un contrôle renforcé sur base annuelle, ce qui n'était pas le cas dans d'autres CPAS.
Ces manquements sont de deux ordres. Premièrement, il y a le non-respect des délais légaux pour octroyer ou non le revenu d'intégration sociale. Le service d'inspection a déjà pris une décision de sanctionner le CPAS en cas d'octroi du revenu de CPAS hors délai. Le deuxième manquement porte sur les enquêtes sociales insuffisantes ou inexistantes. Quand le contrôle conduit à constater que les règles n'ont pas été respectées, les montants indus sont réclamés au CPAS et doivent être remboursés.
La fraude sociale est en effet inacceptable comme toute forme de fraude parce qu'elle est illégale et sape la confiance du public dans notre système de solidarité.
J'ai donc pris la décision d'aller au-delà en renforçant les contrôles. Alors que les contrôles ont normalement lieu sur la base d'un échantillon, j'ai demandé que les contrôles soient systématiques au niveau du CPAS d'Anderlecht.
J'ai aussi demandé au SPP Intégration sociale de vérifier si d'autres CPAS rencontrent des problèmes similaires et, dans ce cas, de renforcer les contrôles. Ces manquements – que, je le répète, je condamne avec la plus grande fermeté – doivent être dénoncés et les montants doivent être remboursés. Mais nous devons aussi veiller à ce que de tels faits ne se reproduisent pas. Ceci relève de la compétence des CPAS et de la tutelle des communes, qui sont en première ligne, mais aussi du gouvernement fédéral et des gouvernements régionaux, ici la COCOM.
Il faut aussi rappeler que les lacunes dans le respect de l'application des procédures sont dues à un manque de moyens humains, vous l'avez souligné. Il faudra donc continuer à renforcer les effectifs du CPAS pour leur permettre de traiter les dossiers dans les délais et dans le respect le plus strict des procédures. Même si cela ne relève pas de ma compétence, la COCOM devra également exercer sa tutelle de manière rigoureuse afin de vérifier que les moyens mis à disposition des CPAS sont mis en œuvre de la manière la plus efficace et efficiente possible.
Ni les personnes en difficulté ni les agents des CPAS – qui font un travail difficile avec une grande conscience professionnelle – ne doivent être les victimes de ces manquements.
Chers collègues, comme l'a dit M. Raskin, nous nous rencontrerons mercredi prochain après-midi et vous aurez tous les détails sur ces constats au CPAS d'Anderlecht. Je vous remercie.
Sammy Mahdi:
Mevrouw de minister, als ik zo heftig gereageerd heb, is dat omdat ik mijn stad graag zie. Ik ben daar geboren. Sommigen zeiden dat zij verbaasd waren, maar ik ben helaas niet verbaasd. Ik was graag verbaasd geweest, maar dit is de realiteit die al jarenlang gaande is.
U zegt dat er regels bestaan. Ja en neen. Er zijn regels die beter kunnen. Er zouden alarmbellen moeten afgaan wanneer in een bepaalde gemeente de maatschappelijke dienst een beslissing neemt, maar de politiek toch iets anders beslist. Dan moeten er bij u meteen alarmbellen afgaan. Die klachten moeten bij u terechtkomen.
Wij moeten ervoor zorgen dat het geld meteen teruggevorderd wordt. Dit is niet nieuw. Dit heeft ook politieke redenen. De politiek moet er iets aan doen, op het federale niveau, op het regionale niveau en op het lokale niveau. Ik meen echter ook dat iedere partij een ernstige bestuursvergadering moet houden en bekijken welk model ze hanteert en op welke manier ze daarmee de sociale zekerheid onderuithaalt.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de minister, uw antwoord was hallucinant. U hebt een tekst voorgelezen, u hebt de regels beschreven. Geen schuldinzicht, geen excuses, het is de fout van de anderen.
Mevrouw de minister, u had zoveel meer kunnen doen. U had de OCMW-voorzitter en de burgemeester van Anderlecht publiekelijk op de vingers kunnen tikken. U had uw mensen naar het OCMW van Anderlecht kunnen sturen om die fraudepraktijken te stoppen. U had zelfs kunnen luisteren naar de mensen van uw inspectie, die u uitdrukkelijk gevraagd hebben hen meer macht te geven om op te treden. U doet er echter niets aan.
Uw antwoord, mevrouw de minister, bewijst dat u dit niet ter harte neemt. U kunt wel verwijzen naar de hoorzitting van volgende week woensdag, maar als u als minister met zo'n attitude vier jaar lang hebt bestuurd, bent u het niet waard geweest. Dit is een schandaal, maar u reageert alsof het niets is. Schandalig!
François De Smet:
Merci pour votre réponse, madame la ministre.
Si je comprends bien, dans ces rapports datant d'il y a trois ans, les problèmes avaient été identifiés. Des rapports supplémentaires ont été rédigés, des montants réclamés, mais le problème n'a pas été réglé. Le reportage de Pano est en effet relativement récent.
Je commence à voir que cela va nous mener à un grand jeu belge, à savoir le renvoi de la balle entre l'État fédéral, la COCOM, la commune et le CPAS d'Anderlecht.
Il existe visiblement un "shopping" d'aide sociale, malheureusement. Je comprends qu'il est légitime, pour certaines personnes, de faire semblant qu'on est domicilié dans une commune alors qu'on ne l'est pas, de faire semblant qu'on est isolé alors qu'on est en couple. Et, si le jeu est malheureusement aussi largement répandu, c'est que, parfois, il fonctionne et que le clientélisme reste une réalité. Il faut y mettre fin immédiatement.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, ik vind uw antwoord zeer teleurstellend. U drijft de controle pas op na de reportage en steekt zich weg achter de oppositie in het bijzonder comité. Dat is onaanvaardbaar voor ons.
Iedere socialist, maar dan ook iedere socialist, zou hier razend van moeten worden. Als men rechtse partijen argumenten wil geven om onze solidariteit, onze sociale zekerheid af te breken, moet u immers gewoon doorgaan op deze manier.
Dat zal echter niet gebeuren met Vooruit! Wij staan namelijk achter alle gewone mensen die wel hulp nodig hebben, maar we willen ook strijden tegen valsspelers die het systeem misbruiken en de politici die dat gewoon toelaten.
Mevrouw de minister, treed op. Dat is uw taak. Wacht geen minuut langer! Ga aan de slag! We kunnen niet wachten, want de mensen verdienen beter!
Ellen Samyn:
Mevrouw de minister, dit krijgt u niet uitgelegd: een stem op de PS in ruil voor een leefloon, à la tête du client. Uiteraard zijn die wantoestanden in Anderlecht niet alleen de schuld van de PS. Ook Vooruit, MR, Ecolo-Groen, Open Vld, DéFI en de PVDA-PTB zijn namelijk vertegenwoordigd in de raad voor maatschappelijk welzijn van Anderlecht. Ofwel zijn ook deze partijen op de hoogte van deze wantoestanden, ofwel doen ze er hun werk niet.
Mevrouw de minister, dit is meer dan kafkaiaans, dit is pure waanzin! Ga eindelijk met de grove borstel door de Brusselse OCMW's, verplicht hen te fusioneren en stop met ons geld uit te delen aan wie er geen recht op heeft! Vlaams Belang vraagt een volledige audit van de Brusselse OCMW's en vooral ook van uw diensten. De socialistische augiasstal moet eindelijk dringend worden uitgemest!
Isabelle Hansez:
Madame la ministre, vous affirmez que la situation était connue, que les services ont contrôlé les faits, et que tout est désormais sous contrôle. Cependant, si cela est vrai, comment expliquer que des manquements aussi graves aient pu se produire malgré cette vigilance annoncée?
Il est indéniable que le temps est venu d’une profonde remise en question des mécanismes ayant conduit à ces dysfonctionnements. Ce n’est pas seulement une question de procédures, mais de confiance envers nos institutions. Sans des mesures correctives concrètes, ces dysfonctionnements continueront à alimenter la défiance citoyenne. Nous aurions donc voulu entendre des engagements clairs et des actions précises pris par le précédent gouvernement pour garantir que cette situation ne se reproduise plus.
Je tiens à préciser, comme nous l’avons mentionné dans notre intervention, que nous n’émettons aucun reproche à l’encontre des travailleurs sociaux qui accomplissent un travail remarquable au quotidien. Remettre en question leur probité ou leur dévouement n’a jamais été l’objet de nos propos. Nous sommes pleinement conscients de la lourdeur de leur tâche. Toutefois, les manquements identifiés, ainsi que toute forme d’ingérence politique, doivent être pris au sérieux.
Florence Reuter:
Madame la ministre, vos explications ne suffisent pas. Nous connaissons tous les conditions pour avoir droit à une allocation sociale. Aujourd'hui, même les travailleurs sociaux sont révoltés, indignés. Ils n’osent même pas témoigner en public.
J’ai du mal à entendre qu’un CPAS, qui est soumis à un contrôle, qu’il soit social, financier ou juridique, en arrive là aujourd'hui, alors que vous dites vous-même que des enquêtes étaient déjà en cours.
J’ai du mal à entendre aujourd'hui encore un ancien président de CPAS dire: "Vous pouvez parler de clientélisme, mais moi, je suis socialiste, je suis fier de l’être, et je suis content de faire plaisir aux gens." Mais ce n’est pas comme ça qu’on aide les gens qui en ont besoin! C’est de l’argent public! Combien de fois faudra-t-il dire que cet argent doit aller à ceux qui en ont véritablement besoin?
Mon groupe demandera toute la lumière sur ces dysfonctionnements. Rendez-vous mercredi!
Nadia Moscufo:
Madame la ministre, j'ai bien entendu votre réponse. Mon groupe suivra la situation de près, notamment la semaine prochaine pendant la commission des Affaires sociales.
Si nous voulons résoudre les problèmes des CPAS, il faut vraiment améliorer les conditions de travail, avec moins de dossiers à gérer par travailleur. Nous estimons que vous n'en avez pas fait assez à ce niveau-là. La droite n'a pas non plus de solution à ce problème. Les plans du gouvernement MR et Les Engagés prévoient d'ailleurs d'exclure les travailleurs du chômage après deux ans. Ces personnes vont se retrouver au CPAS. Cela aggravera encore la situation alors que nous aurons besoin de plus d'assistants sociaux pour accompagner ces personnes dans leurs recherches d'emploi.
Je crains que la droite, sous prétexte de dysfonctionnements au CPAS d'Anderlecht – qui doivent évidemment être résolus –, remette en question l'ensemble de notre système de solidarité sociale. Nous n'allons pas laisser passer cela!
Wouter Raskin:
Collega’s, voor alle duidelijkheid, dit is geen kritiek op al die sociale diensten die elke dag keihard hun stinkende best doen. Het is kritiek op de zieke bedrijfscultuur die ingebakken zit bij de Brusselse PS. Het is geen eenmalig feit, maar het is systematisch. Ik herinner me dat u hier ook moest komen uitleggen dat u het niet zo gemeend had toen u zei dat al die Belirismiddelen naar de PS-burgemeesters moesten gaan.
Mevrouw de minister, ook nu lijkt u eindelijk het zonlicht gezien te hebben, maar hetgeen vandaag bovenkomt staat al jaren op papier. U komt er vandaag zelfs niet toe om uw OCMW-voorzitter met klem te veroordelen. U bent veel te soft.
Ik kan er niets aan doen en u moet me verontschuldigen, mevrouw de minister, maar ik zal het toch zeggen: u mist de ethiek om met publieke middelen om te gaan. U ondergraaft het draagvlak voor sociaal beleid in de samenleving en degenen die u meent te verdedigen zijn er het grootste slachtoffer van. En kameraden (…)
Caroline Désir:
Madame la ministre, merci de vous engager à faire toute la lumière sur cette situation inacceptable. Faire la lumière, oui, et sanctionner là où c'est nécessaire, évidemment. Il faut contrôler plus encore, là où on constate des illégalités. Vous avez donc raison de systématiser ces contrôles. Nous en reparlerons en commission des Affaires sociales.
J'entends, madame la ministre, que chaque niveau de pouvoir devra agir à son niveau, et qu'il faudra que la COCOM prenne également ses responsabilités via une mise sous tutelle du CPAS d'Anderlecht et via un audit approfondi de l'ensemble des CPAS.
La fraude sociale comme la fraude fiscale sont pour nous inacceptables. Inacceptables dans l'absolu, bien sûr, mais aussi parce que cela mine la confiance envers notre système de solidarité. J'insiste encore une fois sur le fait que les dysfonctionnements que nous dénonçons tous aujourd'hui avec la plus grande fermeté ne doivent pas avoir pour conséquence de stigmatiser les CPAS.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, u hebt in de eerste ronde van iedereen verontwaardiging gehoord. In de tweede ronde waren wij allemaal, behalve de PS, ontgoocheld over uw antwoord. Met verontwaardiging alleen zullen wij er echter niet komen. Er is nood aan actie. Het is in het belang van de cliënten, van de mensen die wel echt hulp nodig hebben, dat we het systeem terug op de rails krijgen. Dat is ook in het belang van de maatschappelijke werkers, die elke dag opnieuw aan de slag gaan om die ambities waar te maken.
Ik verwacht van u als socialist dat u ons model met hand en tand verdedigt. Dat kan alleen maar als men ook het cliëntelisme veroordeelt, bij naam noemt en zegt dat dit absoluut niet kan.
Ik heb vandaag van u geen enkele oplossing gehoord. Ik hoop dat we volgende week in de hoorzitting wel tot oplossingen kunnen komen, zodat we dit nooit meer moeten doen.
Voorzitter:
Mevrouw de minister, collega's, dank u. Dit zal zoals gezegd volgende week ook in de commissie uitgebreid worden behandeld.
De betoging van gisteren en het regeringsstandpunt over het akkoord met Mercosur
De betoging van de landbouwers
Het standpunt van België inzake het EU-Mercosur-vrijhandelsakkoord
De betoging van de landbouwers tegen het Mercosur-vrijhandelsakkoord
De woede van de landbouwers
De betoging van de landbouwers
De Mercosur-onderhandelingen en de gevolgen voor de Belgische land- en tuinbouwers
Betogingen landbouwers, EU-Mercosur-akkoord, Belgische landbouw.
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om felle kritiek op het EU-Mercosur-akkoord, dat door landbouwers, oppositie en zelfs regionale MR-regeringen wordt afgewezen om drie redenen: oneerlijke concurrentie (geen gelijke sanitaire/ecologische normen), bedreiging van gezondheid (pesticiden in geïmporteerd voedsel) en milieuschade (versnelde Amazone-ontbossing). Minister Clarinval (MR) bevestigt dat België *geen akkoord steunt zonder bindende spiegelclausules* en pleit voor EU-brede garanties, maar blijft vaag over concrete acties of een *blokkerend nee* – wat tegenstanders (PS, Ecolo, cd&v) onvoldoende vinden. Dringende landbouwcrisissen (fièvre catarrhale, taalblaauw) verergeren het wantrouwen: vaccinatie wordt verplicht maar *niet gratis* (vs. Frankrijk), en boeren eisen *structurele oplossingen* (eerlijke prijzen, minder administratie) in plaats van compensaties. Polarisatie blijft tussen *vrijhandelsvoorstanders* (N-VA, deel MR) en *beschermers* (Wallonië, PS, Groenen), met oproepen tot een *Belgische frontvorming* tegen het akkoord.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, hier après-midi à Bruxelles défilaient des agriculteurs. Ils manifestaient contre un accord entre l'Union européenne et les pays du Mercosur et s'opposaient notamment à la concurrence déloyale qu'introduirait cet accord. Celui-ci représente une triple menace: une menace pour notre santé, une menace pour nos agriculteurs et une menace pour notre environnement. Sur le plan sanitaire également, cet accord permettrait d'importer des produits agricoles qui ont été cultivés avec des pesticides qui sont pourtant interdits ici. Il est incompréhensible à nos yeux que des substances jugées dangereuses pour notre santé et notre environnement puissent se retrouver dans nos assiettes via des produits importés et donc entraîner un impact sur la santé de nos concitoyens. C'est totalement absurde.
Comme je l'ai dit, cet accord introduit une concurrence déloyale pour nos agriculteurs. En effet, tandis qu'eux respectent des règles sanitaires et environnementales, ces produits importés, en revanche, ne suivent aucune norme équivalente. Cet accord menace l'avenir de notre agriculture et met en danger notre autonomie alimentaire.
Enfin, sur le plan environnemental, ce texte favorise la déforestation de l'Amazonie, qui est un écosystème essentiel pour le climat, pour la biodiversité mondiale et donc pour notre santé.
Monsieur le ministre, quelle position vous inspire cet accord, compte tenu de la menace qu'il représente pour notre santé, l'avenir de nos agriculteurs et la survie de notre planète? Je rappelle que la majorité wallonne, dans laquelle siège le MR, a approuvé le rejet de cet accord. Si vous y êtes favorable, alors que vos homologues wallons le rejettent, quelles garanties concrète pouvez-vous nous apporter comme ministre fédéral afin de protéger les citoyens, soutenir nos agriculteurs et préserver l'environnement?
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, la situation du monde agricole et singulièrement des éleveurs est dramatique. En début d'année, c'était l'inquiétude. C'est maintenant une forme de désespoir qui s'est emparée de nos fermes. Ceci est lié notamment à la fièvre catarrhale.
Le premier volet de mes questions concerne la fièvre catarrhale ovine (FCO) et la maladie hémorragique épizootique (MHE). Pourquoi, en son temps, avez-vous décidé de supprimer le financement des analyses FCO et MHE, et donc de baisser la garde épidémiologique au niveau belge? Par rapport à la vaccination, pourquoi attendre pour la rendre obligatoire? Quels financements sont-ils prévus pour qu'elle soit gratuite, comme c'est par exemple le cas en France, pour soutenir les agriculteurs, sachant que les trésoreries sont en grande difficulté et qu'ils n'ont pas la possibilité aujourd'hui de débourser de l'argent pour cette vaccination? La vaccination n'est pas la solution à tous les problèmes. Le gouvernement wallon a pris des mesures que je salue en termes d'indemnisation mais l'urgence de la surveillance et de la vaccination est très importante pour l'ensemble des éleveurs.
Le deuxième volet concerne la manifestation d'hier liée au Mercosur et à ses éventuels accords futurs. Quelles actions avez-vous menées au niveau européen? Comment avez-vous porté la voix la Belgique? Des contacts ont-ils été pris ces derniers jours ou dernières semaines avec la France notamment, qui est très engagée contre ces accords avec le Mercosur? Rejoignez-vous la position du gouvernement wallon, du Parlement wallon dans son ensemble contre ces accords qui, je le rappelle, représentent un danger pour la santé des consommateurs ainsi qu'une forme de gifle pour nos agriculteurs puisque les mêmes normes ne sont pas appliquées? L'année dernière, pour la première fois, le Parlement européen avait voté des clauses miroirs. J'espère que vous pourrez les porter également au niveau du Conseil européen pour que ce ne soit pas uniquement le cas dans les accords du Mercosur mais dans tous les accords de libre-échange, et ce, afin que cette concurrence loyale soit synonyme de protection pour notre agriculture.
François De Smet:
Monsieur le ministre, il y a de grandes questions face auxquelles l’être humain reste sans réponses: quelle est l’origine de la vie? Sommes-nous seuls dans l’univers? Et surtout, aujourd’hui: quelle est la position de la Belgique sur le traité européen avec le Mercosur? En effet, rien ne va dans cette affaire: rien ne va dans le fait d’échanger des voitures allemandes contre des steaks argentins et rien ne va dans le fait de précariser des agriculteurs et des éleveurs, présents en nombre hier dans les rues de Bruxelles, en les mettant face à une concurrence déloyale.
Comme beaucoup ici, je suis favorable au principe du libre-échange. Mais l’échange cesse d’être libre dès lors que les conditions sont à ce point déloyales. Nos éleveurs et nos agriculteurs ont raison de demander au monde politique, et notamment au monde politique fédéral chargé de coordonner le dossier, une clarification qui, pour l’instant, ne vient pas. C’est aussi, comme l’a souligné ma collègue, une absurdité sur les plans environnemental et climatique. Il est temps que l’Union européenne se dote à nouveau d’une forme de protectionnisme intelligent. Nous n’avons sans doute pas à ce point besoin de biens venus de l’autre côté de la planète, alors que nous disposons de produits équivalents ici.
Je vous accorde que, politiquement, l’affaire n’est pas simple: la Commission européenne insiste pour conclure un accord, de grands pays comme l’Espagne et l’Allemagne sont extrêmement favorables au traité avec le Mercosur, la France semble vouloir s’y opposer, alors que d’autres pays se tâtent encore. Pour la Belgique, on ne sait pas. Il semblerait que la Flandre, et donc la N-VA, penche davantage en faveur d’un accord avec le Mercosur.
Monsieur le ministre, vous contenterez-vous, comme c’est malheureusement souvent le cas, d’une molle abstention, ou obtiendrez-vous des garanties, une clause miroir, ou carrément un refus qui permettra de montrer que nous avons écouté nos éleveurs et nos agriculteurs qui sont très légitimement inquiets?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de vice-eersteminister, gisteren kwamen bezorgde landbouwers opnieuw op straat in Brussel om terecht de toenemende druk op hun sector aan te klagen. De toekomst van de landbouw in België en Europa staat onder grote druk. Het Mercosur-akkoord in zijn huidige vorm is nefast voor hun toekomst. Het huidige Mercosur-handelsverdrag houdt voor cd&v te weinig rekening met de bezorgdheden van onze landbouwsector. Er is momenteel geen gelijk speelveld tussen de Europese landbouw en de Mercosur-landen. Wij vrezen vooral dat de oneerlijke concurrentie en de extra milieunormen die niet van toepassing zullen zijn op de ingevoerde producten, veel landbouwers de das zullen omdoen.
Net in moeilijke tijden als deze kan de sector dit missen als kiespijn. Het is voor cd&v zeer belangrijk dat de ingevoerde producten aan de geldende Europese kwaliteitsvereisten voldoen. Met spiegelclausules in dit handelsakkoord zouden we ervoor kunnen zorgen dat de Mercosur-exporteurs dezelfde normen naleven als de Europese boeren. De Franse eerste minister Barnier treedt ons hierin bij. Hij gaf gisteren te kennen aan voorzitter von der Leyen van de Europese Commissie dat het huidige akkoord niet aanvaardbaar is voor Frankrijk. Sterker nog, het gaat niet over punten en komma’s die de Fransen anders willen zien, maar over structurele aanpassingen om een desastreuze impact op de volledige landbouwsector te vermijden.
Minister Lahbib verklaarde vorige week in de plenaire vergadering dat het voor deze regering een prioriteit blijft om bij elk gesloten handelsakkoord de landbouwsector te beschermen.
Mijnheer de vice-eersteminister, zal België het voorbeeld van Frankrijk volgen om op de rem te staan bij de onderhandelingen, om zo toch een evenwichtig handelsakkoord zonder negatieve gevolgen voor de landbouwsector te bereiken?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, ce n’est pas la première fois, et malheureusement pas la dernière, que je m’inquiète au sein de cet hémicycle de la situation de notre agriculture.
Vous vous souviendrez qu’en début d’année, les agriculteurs étaient dans la rue pour crier leur colère. Ce qu’ils réclamaient à l’époque était légitime: la simplification administrative, un prix juste pour leur travail et évidemment du bon sens dans les accords commerciaux. C’étaient leurs revendications principales et elles étaient claires.
Que s’est-il passé depuis leur action? Je serais tenté de dire: peu de choses. Vos collègues et vous-même aviez promis de les écouter mais surtout de les aider. Malheureusement, près d’un an plus tard, les résultats ne sont pas à la hauteur de leurs attentes. Hier, j’étais aux côtés des agriculteurs dans le quartier européen. Leur colère reste intacte. Ils ont la désagréable impression de ne pas avoir été entendus; pire, de ne pas avoir été compris.
On leur dit aujourd'hui que l’accord avec le Mercosur pourrait être signé prochainement. De notre côté, au Parti Socialiste, notre position est limpide puisque nous nous opposons depuis de le début à ce traité de libre-échange. Pour nous, il n’est pas envisageable qu’on puisse échanger du bœuf argentin contre des voitures allemandes. La position de votre parti est un peu moins claire car nous avons parfois l’impression qu’il y a un MR des champs et un MR des villes.
Enfin, monsieur le ministre, que dire de la maladie de la langue bleue qui ne cesse de progresser dans notre pays? Là aussi, qu’avez-vous fait? Malheureusement, rien ou si peu. Comment, d’ailleurs, expliquer à nos agriculteurs que le vaccin que vous rendez obligatoire soit gratuit en France et payant en Belgique?
Monsieur le ministre, quel est aujourd'hui votre message au monde agricole? Quelle est la position de la Belgique sur l’accord avec le Mercosur? Allons-nous enfin avoir une position commune ferme contre ce traité de libre-échange? Quelle est votre stratégie pour compenser les pertes liées à la fièvre catarrhale?
Benoît Piedboeuf:
Chers collègues, monsieur le ministre, voici justement le MR des champs! Les tracteurs sont revenus hier à Bruxelles. Ils ne l'ont pas fait avec violence ni en masse, mais comme un geste symbolique pour se rappeler à notre bon souvenir. En effet, on sait que l'agriculture ne va pas bien. Il y a eu des améliorations mais on sait que le secteur va mal et que le problème est justement de pouvoir appliquer un juste prix.
Au moment où l'on parle de juste prix, on entend qu'il se pourrait que la Commission ait ratifié l'accord entre l'Union européenne et le Mercosur, avec évidemment des clauses agricoles qui peuvent inquiéter nos éleveurs et nos producteurs parce que tous les producteurs de ces pays ne sont pas soumis aux mêmes règles sanitaires, phytosanitaires, environnementales que les nôtres. On risque donc d'avoir des produits qui n'ont pas la même qualité, d'une part, et qui, d'autre part, sont soumis à beaucoup moins de contraintes.
On parle de compensations mais la FUGEA a dit qu'elle n'était pas là pour avoir des compensations financières mais pour pouvoir pratiquer un juste prix dans des conditions de concurrence loyale. La Région wallonne a pris une position claire: pas de ratification du traité du Mercosur sans clauses miroirs. Monsieur le ministre, vous avez déjà évoqué cela aussi.
Je voudrais savoir quelle est votre position spécifiquement sur cet accord, sachant qu'il y a aussi des intérêts, notamment par rapport à l'exportation de nos fruits et légumes. Sauf que chez nous, les fruits et légumes sont de bonne qualité. On ne va pas exporter des produits qui ne sont pas de bonne qualité. Monsieur le ministre, que pouvez-vous répondre au monde agricole qui est en souffrance et qui est venu nous le dire gentiment?
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik ben net als u een liberaal. Wij weten dat vrijhandel de manier is om welvaart te creëren aan beide zijden van een akkoord, om volkeren meer welvaart te bieden, om mensen erop te doen vooruitgaan, om de taart groter te maken.
De hoeksteen van vrijhandel is eerlijke concurrentie. Als we kijken naar het Mercosur-verdrag, dan zien we dat die eerlijke concurrentie niet beschermd is. Wij leggen vandaag terecht heel veel lasten op aan onze landbouwers, heel veel extra kosten voor de productie van landbouwproducten, lasten en kosten die niet opgelegd worden door andere landen. Daardoor verloopt de concurrentiestrijd met onze producten niet eerlijk meer. We dreigen onze eigen producten duurder te maken dan de producten die we zouden kunnen importeren uit het buitenland. We moeten daar waakzaam voor zijn wanneer we dit soort verdragen sluiten. De concurrentie, het level playing field, moet intact blijven.
Mijnheer de minister, daarom hebben we gisteren ondernemers op straat gezien, heel specifiek landbouwondernemers. Zij vragen wat alle ondernemers vragen, namelijk om hen op die wereldschaal een eerlijke concurrentiestrijd te laten aangaan met hun eerlijk geproduceerde producten.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar dat Mercosur-verdrag? Hoever staan de onderhandelingen daarover? Welke positie kunnen wij samen met onze Europese partners innemen om de landbouwers en alle andere ondernemers te garanderen dat het level playing field intact blijft?
David Clarinval:
Mesdames et messieurs les députés, comme l'a rappelé la ministre des Affaires é trang è res la semaine dernière et comme je l'ai moi-même rappelé ici le 8 février 2024, la Belgique a indiqué depuis plusieurs années déj à à la Commission européenne que l'accord négocié en 2019 avec les pays du Mercosur n'était pas suffisant.
La Belgique plaide en effet pour l'ajout de dispositions relatives au développement durable et demande clairement à la Commission européenne de prendre des mesures pour protéger nos secteurs agricoles. J'avais d'ailleurs moi-même adressé en mai 2022 au nom de la Belgique un courrier officiel aux commissaires européens du Commerce et de l'Agriculture au sujet de l'impact des accords commerciaux sur le secteur agricole. J'y soulignais notamment nos préoccupations relatives à l'impact sur le secteur agricole européen et j'y demandais à la Commission de respecter son engagement de mettre notamment un fonds de compensation d'un milliard d'euros dans cet accord.
De Europese Commissie heeft in 2023 onderhandelingen hervat met de Mercosur-landen om in de vorm van een bijkomend protocol extra engagementen te integreren op het vlak van duurzame ontwikkeling, met name inzake ontbossing. Die onderhandelingen zijn nog aan de gang, maar zouden geen betrekking hebben op land- en tuinbouwproducten en verwerkte voedingsproducten. Zo bevestigt u, mijnheer Coenegrachts, dat het akkoord in 2019 nog steeds de markttoegang van elke partij definieert op het vlak van landbouw. Ik vestig evenwel uw aandacht op het feit dat in alle akkoorden de toegang tot de Europese markt voor geïmporteerde landbouwproducten afhankelijk is van de naleving van sanitaire en fytosanitaire normen. Die voorwaarden worden niet gewijzigd door het akkoord.
Mesdames et messieurs les députés, notamment monsieur De Smet, je serai très clair afin de vous rassurer. Il me paraît évident que, sans mesures miroirs contraignantes, nous ne pourrons accepter, nous ne pourrons pas être favorables à l'accord avec le Mercosur. De manière pragmatique, je plaide pour que des mesures miroirs unilatérales et générales soient adoptées en matière agricole.
À la question de l'impact sur les exportations, l'étude publiée par le SPF É conomie en 2021 montre que l'accord présente un potentiel d'exportations positif pour plusieurs secteurs belges: ceux de la pomme de terre et du chocolat, mais également les produits laitiers et les fruits frais. Cependant, son impact serait négatif sur la viande bovine, notamment.
Comme pour tous les dossiers commerciaux, la Belgique, en coordination avec les Régions, déterminera donc sa position officielle sur la base du dossier final que la Commission soumettra au Conseil. L'impact sur le secteur agricole sera évidemment crucial dans le positionnement que nous adopterons.
Enfin, permettez-moi de conclure sur le Mercosur en soulignant qu'il est essentiel que la nouvelle Commission garantisse la cohérence entre les politiques internes et externes et prenne en compte, dans celles-ci, les difficultés auxquelles se heurtent les agriculteurs européens, notamment la concurrence déloyale, le level playing field . La compétitivité de nos entreprises, en particulier agricoles, doit se situer au cœur des préoccupations de la prochaine Commission avant qu'il ne soit trop tard pour ces entreprises.
J'ai aussi été interrogé au sujet de la maladie de la langue bleue. Monsieur Lutgen, l'impact pour les éleveurs en 2024 a été considérable. Pour l'année prochaine, il faut être bien conscient qu'à cause de la mortalité et de la morbidité que nous avons connues, les conséquences économiques seront malheureusement encore pires. Nous avons déjà échangé sur le sujet et nous en reparlerons encore le 26 novembre. En tout cas, je puis déjà vous dire que le seul moyen de protéger notre bétail contre la maladie de la langue bleue est la vaccination. Cette année, nous avons constaté que la vaccination n'avait pas été assez efficace. C'est la raison pour laquelle j'ai décidé de rendre la vaccination contre la maladie de la langue bleue pour les sérotypes 3 et 8 obligatoire pour les bovins et les moutons en 2025. C'est la seule façon d'atteindre un niveau de vaccination suffisamment élevé.
J'ai réuni, encore hier, des représentants des secteurs agricoles et des administrations de manière à élaborer une stratégie efficace de façon à ce qu'il y ait assez de vaccins disponibles au meilleur moment afin de pouvoir vacciner les animaux, dès le début 2025, soit avant que les animaux ne soient en pâture.
À la demande des secteurs, je vais également établir un point de coordination qui sera chargé de rassembler tous les éléments et de faciliter les échanges avec les éleveurs. Je voudrais déjà insister aussi sur le rôle des vétérinaires qui est crucial dans ce dossier.
Vu l'impact financier de cette crise sur le secteur, j'ai également décidé d'introduire une demande au sein du gouvernement en affaires courantes pour trouver les moyens supplémentaires en vue d'aider les agriculteurs à traverser cette période inédite.
Mesdames et messieurs les députés, monsieur Prévot, madame Maouane, madame Grillaert, monsieur Coenegrachts, je compte donc sur votre soutien (…)
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je dois dire qu'elle me laisse un peu sur ma faim; en effet, si les clauses miroirs sont évidemment nécessaires, il y a bien d'autres problèmes et même de gros problèmes.
Hier, dans la rue, il n'y avait pas seulement des agriculteurs, il y avait aussi des syndicats, des militants, des associations environnementales, toutes et tous réunis pour dire d'une même voix non à ce traité Mercosur.
Les écologistes sont clairement opposés à ce traité, non pas parce qu'il met en danger notre santé, mais bien parce qu'il enfonce les agriculteurs, qui attendent des réponses claires et qui voient une fois de plus la droite rester sourde à leurs demandes. Nous y sommes aussi opposés parce que ce traité est un non-sens environnemental.
C'est bien beau, que l'on soit des villes ou des champs, d'aller faire campagne dans les salons de l'agriculture. Mais quand il s'agit de voter des textes, de prendre en considération la souffrance des travailleurs et des travailleuses de l'agriculture, et d'aider des familles entières à subvenir à leurs besoins, là on ne vous entend plus, on ne vous voit plus, ni dans les villes, ni dans les champs.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Concernant le Mercosur et les traités de libre-échange en général, je regrette que la Belgique, qui a eu la présidence du Conseil européen, n'ait pas fait de cet élément des clauses miroirs la première priorité. On en voit aujourd'hui en partie les conséquences.
Vous n'avez rien dit sur les contacts pris avec vos collègues d'autres pays européens, que ce soit la France ou d'autres, pour essayer de mener une force et une union la plus importante possible pour contrer ces accords du Mercosur.
Pour ce qui est du financement, vous avez tout notre soutien. J'espère que vos collègues du gouvernement vous suivront pour qu'il y ait très rapidement une gratuité de la vaccination. Chaque jour qui passe enfonce un peu plus notre agriculture et désespère encore un peu plus nos agriculteurs. Je compte sur vous et vos collègues pour que soit prise très rapidement la décision du financement à 100 % à partir du moment où la vaccination est obligatoire. J'espère d'ailleurs que celle-ci interviendra encore avant la fin de l'année. Je compte sur vous vu l'urgence de la situation.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Quand vous dites que vous ne soutiendrez pas l'accord sans clauses miroirs, vous décrivez en fait une situation d'abstention. Je voudrais plus que cela. Je voudrais que la Belgique dise non et se joigne à une minorité de blocage avec la France, les Pays-Bas et l'Autriche. Il y a moyen de faire mieux. Je ne sais pas s'il y a un MR des villes et un MR des champs mais il y a effectivement un MR qu'on voit au rond-point Schuman, ici et au gouvernement wallon qui a un discours assez fort. Il y en a un autre qui a soutenu l'accord de libre-échange entre l'Union européenne et le Canada (CETA) et qui a peut-être plus de leviers qu'on croit.
Je rappelle que cette Commission européenne, qui a décidé de passer la seconde pour essayer d'obtenir cet accord sur le Mercosur, compte depuis cinq ans un membre de votre parti ainsi que pour les cinq prochaines années. La Commission européenne, c'est un tout petit peu aussi le MR des villes!
Leentje Grillaert:
Dank u wel, mijnheer de vice-eersteminister, voor uw antwoord. Hopelijk zijn de onderhandelingen over het Mercosur-akkoord nog niet op hun eindpunt beland. We mogen onze landbouwsector dat niet aandoen. De leefbaarheid van de landbouwbedrijven en de toekomst van onze landbouw staan op het spel.
We moeten blijven onderhandelen en blijven praten. We moeten ons buitenlands handelsbeleid als instrument gebruiken in de strijd tegen klimaatverandering en om de mensenrechten en arbeidsrechten wereldwijd te verbeteren.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, je vais vous aider. Nous avons déposé une proposition de résolution invitant le gouvernement à ne pas signer l'accord du Mercosur et à doter les futurs accords commerciaux d'une série de conditions strictes, telles l'introduction de normes et de clauses miroirs. N'hésitez pas à la lire et à la soutenir, vous aurez alors cette épine hors du pied.
Pour la fi è vre catarrhale, la doctrine d'affaires courantes vous permet de réagir à l'urgence. C'est une maladie qui a été découverte en 2008 et 2010 au sein de notre pays sous des ministres de l'Agriculture qui étaient, eux aussi, libéraux. J'ai malheureusement l'image de l'âne qui achoppe sur la même pierre puisque nous n'avons pas anticipé en dépit du fait que nous connaissions le mode de propagation du virus. J'ai dit que j'allais vous aider et je tiens parole: j'ai également déposé un texte sur la table du Parlement afin de rendre la vaccination obligatoire – vous l'avez fait – et de demander à l' É tat belge de financer pleinement la vaccination pour nos agricultrices et agriculteurs.
Benoît Piedboeuf:
Merci, monsieur le ministre. Vos réponses étaient claires. Certains n'entendent pas ce que vous dites mais moi j'ai entendu vos propos. On se plaint de ne plus avoir de secteur industriel, on se bat pour avoir un secteur énergétique, on a une capacité d'avoir une autonomie en matière agricole. Nous avons un bon secteur, de bons agriculteurs; nous les connaissons vous et moi, pas seulement parce qu'on les voit à Bruxelles mais en allant dans les fermes. Défendons notre secteur à tous les niveaux de pouvoir, c'est indispensable! Installons une concurrence loyale, parce que nous sommes les champions du gold-plating , des mesures que nous nous imposons à nous-mêmes mais sans jamais les imposer aux autres! Nous devons les imposer aux autres et nous devons garder notre autonomie alimentaire avec un bon secteur agricole.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord. U spreekt over het beschermen van onze landbouwsector. Ik doe dat niet zo heel graag. Wat ik vraag, en wat ik denk dat de sector ook vraagt, is een eerlijke kans, een kans om de strijd op de wereldmarkt eerlijk te voeren, om die concurrentiestrijd eerlijk te voeren. Dat is een eerlijkheid die alle ondernemers, betrokken bij elk handelsakkoord, vragen. Ik denk dat onze landbouwsector daarin speciaal is, omdat die op het vlak van duurzaamheid een andere rol te spelen heeft, iets wat wij als politici graag aan hen vragen, iets wat de productie van hun producten duurder maakt. Ik denk dat we hen vooral moeten steunen in hun vraag om ervoor te zorgen dat zij met al die duurzaamheidsdoelstellingen die strijd op de wereldmarkt nog altijd op een eerlijke manier kunnen voeren. Ik heb van u gehoord dat u daarin een partner bent. Ik wil u daarvoor bedanken.
De zorgwekkende stijging van het middellange en langdurige ziekteverzuim bij jonge werknemers
De stijging van het aantal langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
De stijging van het aantal langdurig zieken
De langdurig zieken
Stijging langdurig ziekteverzuim onder werknemers
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmerende stijging (tot 42%) van langdurig ziekteverzuim bij jonge werknemers (25-34 jaar) en arbeiders, veroorzaakt door sedentariteit, digitale vermoeidheid, burn-outs, werkdruk en precaire contracten, met een maatschappelijke kost van 13 miljard euro per jaar. Minister Vandenbroucke erkent gedeeltelijk succes (bv. 16% deeltijdse herintegraties) maar benadrukt dat preventie (werkbaarheid, re-integratie, psychologische zorg) en sectorale actieplannen ontbreken, terwijl werkgevers te weinig verantwoordelijkheid nemen. Kritiek punt is dat beleid te laat en fragmentarisch is: werkdruk, flexibele contracten en kinderopvang blijven onopgelost, met regionale verschillen (Wallonië loopt sterk achter). Strengere sancties, snellere re-integratie en een holistische aanpak (fysiek/mentaal welzijn, thuiswerkregels) worden geëist. Conclusie: structurele hervormingen zijn nodig, met focus op preventie, werkgeversplichten en generatiegerichte oplossingen, maar de huidige maatregelen volstaan niet.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, la digitalisation constante et croissante du travail et la sédentarisation qui y est liée, suscitent une série d’inquiétudes au sujet de la santé physique et mentale des travailleurs, et principalement celle des jeunes adultes.
De récentes analyses effectuées par Securex indiquent une augmentation de l’absentéisme de moyenne et de longue durée. Celui-ci a même atteint des records au premier semestre de cette année en Belgique, avec, chez les jeunes de 25 à 34 ans, une augmentation de 26 % pour les absences de moyenne durée et de 42 % pour les absences de longue durée, par rapport à 2022.
Cette tendance serait liée au mode de vie plus sédentaire de ces jeunes, marquée par une utilisation importante des technologies numériques, une mobilité réduite et une augmentation des symptômes liés au burn-out. Les experts préconisent la mise en place d’une approche différenciée, prenant en compte les spécificités et les besoins de chaque groupe d’âge, afin d’obtenir un environnement de travail plus propice à la santé et à l’engagement.
Mijnheer de minister, bent u verrast door die cijfers? Bevestigen uw diensten deze bevindingen in uw statistieken?
Welke maatregelen hebt u tijdens uw zittingsperiode genomen voor deze specifieke groep? Wat stelt u voor om negatieve gevolgen van sedentarisatie en digitale vermoeidheid voor de gezondheid van jonge werknemers te bestrijden? Welk preventie- of ondersteuningsbeleid moeten we inzetten om bedrijven te helpen om meer evenwichtige werkomgevingen te creëren die de fysieke en mentale gezondheid en het welzijn van hun werknemers bevorderen en om praktijken aan te passen aan de realiteit van elke generatie werknemers?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, het aandeel langdurig zieken blijft toenemen. We zien dat al langer en dat blijkt vandaag opnieuw uit een studie die Securex gepubliceerd heeft.
Het feit dat het aandeel jongeren zo sterk toeneemt, moet voor ons absoluut een wake-upcall zijn. We merken dat de langdurige afwezigheid bij hen met 42 % is toegenomen op twee jaar tijd. We mogen deze jonge mensen niet aan hun lot overlaten. We willen hen niet in een vergeetput laten van uitkeringen en inactiviteit. Dat is namelijk in de eerste plaats dramatisch voor die mensen zelf, want door langdurig afwezig te zijn op het werk raken ze steeds verder geïsoleerd en komen ze steeds meer in de problemen.
Het is echter ook een enorm maatschappelijk probleem, met een kostprijs van 8,2 miljard euro. Ook dat kunnen we ons niet veroorloven. Er zijn maatregelen genomen door de regering, maar het is heel duidelijk dat die niet volstaan. We moeten bovendien ook vaststellen dat in Vlaanderen de dienstencheques en de kinderopvang duurder worden. Dat zal absoluut niet helpen om de combinatie van werk en gezin beter te maken en zal er ook niet voor zorgen dat we die jonge mensen kunnen helpen.
Het bilan na vier jaar is eigenlijk te mager. Iedereen doet van alles, ook de werkgevers, maar de resultaten blijven uit. We zullen de komende jaren uit een heel ander vaatje moeten tappen voor de mensen in kwestie, maar ook voor de werkgevers. (…)
Kim De Witte:
Mijnheer de minister, het aantal langdurig zieken explodeert. We zitten aan meer dan 500.000 zieken. Dat is meer dan één werkende op de tien in ons land.
Mijnheer de minister, u zei dat u het probleem zou aanpakken. Dat zei u vier jaar geleden. U zou een stroomstoot geven aan het aantal gere-integreerden. Wat zien we vier jaar later echter? Het probleem is gewoon erger geworden. Het is erger geworden.
Collega’s, ik hoor de rechtse partijen al luidop dromen van meer sanctioneren en meer responsabiliseren. Gaan we het probleem daarmee echter oplossen?
Ik wil u één reactie voorlezen van een zorgwerkster, die ik vandaag las in Het Laatste Nieuws . U weet nog dat vorige week 30.000 zorgwerkers op straat zijn gekomen. De dame schrijft het volgende: “Heb je de werkdruk in de zorg al eens gevoeld? Iedereen bij ons sukkelt met fysieke klachten. De werkdruk is waanzinnig hoog. Meer doen met minder mensen is de algemene trend hier en in vele andere sectoren.” Mijnheer de minister, in wat die dame schrijft, herkennen heel veel mensen zich. De experts bevestigen dat ook.
Wat zijn de belangrijke problemen van de langdurig zieke? Dat zijn ten eerste spier- en gewrichtsziekten, vooral bij arbeiders: kapotte ruggen, kapotte knieën, kapotte armen. Het gaat om mensen die op gewerkt zijn. Ten tweede gaat het over werkstress en burn-out, vooral bij jongeren. De trend is stijgend bij jongeren. De oorzaak is de hyperflexibiliteit, met nulurencontracten, blijvende interimcontracten en flexi-jobs. Ten derde gaat het over langer werken en het verdwijnen van de mogelijkheid van rustpauzes. Dat is absurd. Wij moeten altijd langer werken maar jullie schrappen het tijdskrediet, de loopbaanonderbreking en dus de systemen die langer werken mogelijk maken.
Collega’s, het is heel straf dat in de nota voor de volgende regering dezelfde recepten op tafel liggen.
Mijnheer de minister, (…)
Kristien Verbelen:
Geachte minister, de sterke stijging in de laatste jaren van het aantal werknemers die omwille van gezondheidsproblemen in langdurige ziekte terechtkomen, is en blijft zorgwekkend. De teller staat ondertussen op een half miljoen. Vooral het aantal werknemers dat langer dan een jaar afwezig is, is bijzonder onrustwekkend.
Dat is geen cijfer om licht op te vatten. Dat wil zeggen dat we hier met een samenleving zitten die er niet in slaagt om mensen gezond en werkbaar aan het werk te houden. Het Vlaams Belang waarschuwt er al jaren voor dat als het beleid niet wordt aangepast, dit aantal tegen 2035 tot 600.000 kan oplopen.
De oorzaken zijn divers. Psychosociale problemen zoals een burn-out spelen zeker een grote rol, maar ook de kwestie van de zware beroepen blijft onopgelost. Niemand kan zwaar werk waarvan men letterlijk en figuurlijk kromgebogen is, uitoefenen tot zijn of haar 67 jaar. Wat extra zorgwekkend is, ook jongeren zijn steeds vaker langdurig afwezig wegens medische redenen.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de begeleidingstrajecten en de rol van de terug-naar-werkcoördinatoren? Hoe wordt deze problematiek in lopende zaken opgevolgd? Vond er al overleg met de collega's van de deelstaten plaats om te komen tot een gecoördineerde aanpak?
Nathalie Muylle:
We hebben in de cijfers inderdaad gezien dat de stijging nog nooit zo sterk is geweest. Twee groepen springen daarbij in het oog. Enerzijds zijn er de arbeiders, bij wie de jobonzekerheid steeds meer begint door te wegen, en anderzijds zijn er de jonge mensen, die veel thuis zijn, wat zorgt voor mentale en fysieke klachten. Burn-out verdient zeker onze aandacht.
Anderzijds heb ik hier de positieve impact bij de groep van 55-plussers nog niet horen vermelden. De maatregelen die we samen hebben genomen voor het terug-naar-werkproject, met meer controle, meer inzetten op re-integratie en een veel snellere heroriëntering, hebben gewerkt. Dat is voor ons de juiste weg.
Ik kom terug op de jonge mensen. We moeten vaststellen dat voor hen veel minder makkelijk oplossingen worden gevonden. Onze maatschappij is sterk veranderd, maar toch zijn bepaalde oude structuren nog intact. Ik neem het voorbeeld van mijn dochter. Zij heeft drie kleine kinderen die om 15 uur aan de school opgehaald moeten worden. Een ziek kind kan niet naar de kinderopvang. Grootouders, zoals ik, zijn nog heel actief op de arbeidsmarkt, waardoor voor de jonge ouders een sociaal netwerk wegvalt. De sociale media leggen grote druk op de jonge gezinnen. Ze moeten hobby’s hebben, zich ontspannen, sporten.
Wij, politici, moeten ervoor zorgen dat we de jonge mensen veerkrachtig maken en dat we hun kansen geven. Dat gaat over de combinatie van een job met een gezin, dat gaat over eerstelijnspsychologische zorg, over welzijn, over recht op deconnectie. Daar ligt voor ons ook een taak weggelegd.
Hoe kijkt u naar die recente cijfers van Securex?
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben eventjes in de cijfers gedoken voor de voorbije tien jaar en heb gekeken naar het aantal mensen dat langer dan één jaar ziek is. In Vlaanderen is het aantal gestegen van 180.000 naar 224.000. Dat is veel, dat is een stijging met 44.000. In Brussel is het aantal gestegen van 24.000 naar 44.000. Dat is bijna een verdubbeling. In Wallonië – houdt u vast, collega's – is het aantal gestegen van 100.000 naar 196.000. Dat is een stijging met 96.000. Dat is een stijging van bijna 100 %. Om u een idee te geven, ik heb een bescheiden Waalse stad opgezocht met 96.000 inwoners. Mons heeft 96.000 inwoners. Dat is dus heel de populatie van Mons in tien jaar tijd. Weet u wat dat ons kost, meer dan 500.000 mensen die een jaar of langer ziek thuiszitten? Dat kost ons 13 miljard euro per jaar!
Collega's, als we het hier hebben over het budget en het zoeken van oplossingen: het is dáár dat we ze moeten vinden. Ik heb een aantal oplossingen die u misschien rechts zult noemen, maar ik heb ook een aantal oplossingen die links noch rechts zijn. Het gaat dan over aangepaste contracten. Laat iemand die een jaar lang ziek is bij zijn werkgever testen voor een geschiktheidsattest, zonder opzegvergoeding, zonder sociaal passief en met behoud van zijn uitkering. In plaats van dat een dokter zegt hoelang men niet kan gaan werken, stelt hij wat men nog wél kan doen.
Als dit de voorbije jaren was ingevoerd, hadden we veel meer geld overgehad om mensen te helpen die het echt nodig hebben. Ik vind het ongelooflijk jammer dat het zo is. Maar goed, wij kijken vooruit. Wij bouwen aan een nieuwe regering.
Mijnheer de minister, ik heb niet de gewoonte om in lopende zaken fundamentele vragen te stellen. Kunt u echter verklaren waarom de cijfers in Wallonië en Vlaanderen zo ontzettend hard van elkaar verschillen?
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, mensen die door ziekte getroffen zijn, moeten zo goed als mogelijk worden geholpen om te genezen. Mensen die door ziekte getroffen worden, moeten ook alle kansen krijgen om ondanks die ziekte weer aan het werk te kunnen gaan in een passende job wanneer dat mogelijk is. Dat is een essentieel recht van mensen en het is vaak een kwestie van gezondheid.
De cijfers van Securex zijn interessant omdat ze aantonen dat een deel van ons beleid, dat problemen van mensen die op wat oudere leeftijd langdurig ziek zijn achteraf aanpakt, succesvol blijkt, maar het is helaas niet voldoende. Op dat vlak verbeteren de cijfers. Langs de andere kant stellen we vast dat er bij die jonge groep mensen in de samenleving van alles gebeurt waardoor de uitval door ziekte toeneemt.
We moeten dus vechten om de kansen van de mensen die slachtoffer van ziekte zijn geworden te verbeteren. We moeten echter ook voorkomen dat mensen lang uitvallen.
Collega’s, we boeken enige successen. Op dit ogenblik is 16 % van de groep langdurig zieken deeltijds weer aan het werk. Op één dag zijn er meer dan 100.000 van die fameuze groep van 500.000 weer voor een stuk aan het werk. Daar zit beweging in. Op één jaar zijn dat 140.000 mensen van wie er steeds meer doorstromen naar volledige tewerkstelling. Is dat voldoende? Nee, maar het is wel goed.
Mijnheer Ronse, ik kan u hier geen gedetailleerde analyse geven over de reden waarom de cijfers in Wallonië nog slechter geëvolueerd zijn dan in Vlaanderen. Ongetwijfeld heeft dat alles te maken met de sociaal-economische context in Wallonië. Het is wel belangrijk te vermelden dat de barometer van ons beleid aantoont dat het aantal doorverwijzingen van langdurig zieken naar Forem, de Waalse arbeidsbemiddelingsdienst, spectaculair toeneemt. Bij wijze van uitzondering mogen Vlamingen ook eens iets goeds zeggen over Wallonië, want Forem is volledig on target wat betreft de afspraken tussen het RIZIV en Forem. De groep die wordt doorverwezen groeit snel, zelfs spectaculair. Dat is weliswaar een inhaalbeweging.
De VDAB komt met de allerlaatste cijfers nu ook on target . Het feit dat dit tijd heeft gevraagd, ligt niet alleen aan de VDAB, maar ook aan het RIZIV en aan het hele beleid. Nu – en dat staat nog niet op onze barometer – worden er eindelijk 1.000 mensen per maand doorverwezen door het RIZIV naar de VDAB. We zijn daar dus on target .
U hoort me niet zeggen dat dit voldoende is. Binnen de batterij aan maatregelen die we ontwikkeld hebben, is er meer actie nodig op het terrein. Ik geef één voorbeeld. We geven nu een kleine financiële sanctie aan bedrijven die heel veel mensen dumpen in langdurige ziekte. We verzamelen daarmee een aantal miljoen euro. Het is de uitdrukkelijke vraag aan werkgevers en werknemers om binnen hun sectoren afspraken te maken om dat geld te gebruiken om ervoor te zorgen dat mensen minder uitvallen. Er is echter nog geen enkele cao gesloten en dat stelt mij zeer teleur. Ik roep dus werkgevers en werknemers in de sectoren op om dat geld te gebruiken. Dat ligt daar, want het komt binnen door de penalisering. Ze moeten dat gebruiken om actie te ondernemen. Er is dus meer actie nodig binnen de bestaande maatregelen die we hebben genomen. De maatregelen moeten ook absoluut versterkt worden op alle fronten tijdens de volgende regeerperiode.
Je crois que vous avez absolument raison, madame. Il est vrai qu'il faut aussi réfléchir à ce débat de société: la qualité du travail, l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée, la condition des jeunes travailleurs (hommes et femmes) et la difficulté de concilier les responsabilités d'un ménage avec le travail.
Nous avons pris des mesures importantes pendant la législature dans le cadre du deal pour l'emploi. Nous avons également amélioré le congé parental.
Ik ben het eens met mevrouw Muylle dat kinderopvang essentieel is, maar dat debat moeten we natuurlijk in de regionale parlementen voeren. Ik ben alleszins blij dat de Vlaamse regering zwaar inzet op kinderopvang en ga ook akkoord met de andere zaken die u hebt genoemd, mevrouw Muylle.
Wat we doen in de eerstelijnspsychologische zorg, voorkomt dat mensen langdurig uitvallen. We hebben daar het bewijs van in de cijfers. (…)
Voorzitter:
U moet stoppen, mijnheer de minister, want ik heb de micro uitgezet.
Aurore Tourneur:
Je vous remercie pour vos réponses, monsieur le ministre. Comme on dit, er is nog veel werk aan de winkel . Pour tout ce qui touche à la technologie et à la jeunesse, il serait souhaitable d'avoir un cadre de prévention adapté, une modification des pratiques managériales et aussi des conditions de travail qui doivent évoluer en même temps que ces technologies.
Einstein disait: "Il est hélas devenu évident aujourd'hui que notre technologie a dépassé notre humanité".
We kunnen niet toestaan dat de technologie een tempo dicteert dat de menselijke gezondheid niet kan bijhouden.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dit is een debat waard en dat moet zeker voortgezet worden. U wijst erop dat er al veel beleid is gevoerd, maar tegelijk zegt u dat het onvoldoende is. Daar ben ik het absoluut mee eens. U hebt echter wel vier jaar de tijd gehad om beleid te voeren. In die zin ontgoochelt het antwoord mij een klein beetje.
Volgens ons is zeker een grondige analyse van het gevoerde beleid nodig, op wetenschappelijke basis, zodat we echt de oorzaken aan de basis van de langdurige ziekten kunnen aanpakken. Misschien is het nodig om restrictiever te zijn ten aanzien van werkgevers, ziekenfondsen en huisartsen, maar mogelijk betekent het ook dat we als overheid veel meer preventieve maatregelen moeten nemen, zoals gesuggereerd in de studie van Securex, inzake thuiswerk, sedentair gedrag en (…)
Kim De Witte:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat we de maatregelen op alle fronten moeten versterken, maar waar is het debat over de werkdruk? Waar zijn de maatregelen om de werkdruk die te hoog is – er moet altijd meer worden gedaan met minder mensen – in te perken? We kunnen geen debat voeren over langdurig zieken als we het debat over de werkdruk niet voeren. Waar is het debat over altijd maar langer werken? De vorige regering zei dat alle bruggepensioneerden zouden worden geschrapt en al die oudere werknemers zijn erbij gekomen in de ziekteverzekering. We hebben niks opgelost, niks. Die bruggepensioneerden kostten ons zelfs minder dan de zieken.
Waar is het debat over de plichten van de werkgevers? Negen werkgevers op de tien hebben zelfs geen actieplan over langdurig zieken. Ik hoor daarover geen discussie of strenge sancties. Wel, mijnheer de minister, als u niet wilt dat wij hier over een maand of een jaar opnieuw staan om nog eens te spreken over (…)
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, helaas moet ik vaststellen dat de huidige aanpak van de vivaldiregering tekortschiet. De maatregelen die u aanhaalt, zijn onvoldoende en inefficiënt om het aantal langdurig zieken effectief terug te dringen. Het Vlaams Belang pleit voor een positieve aanpak waarin vooral wordt gekeken naar wat mensen wel nog kunnen, in plaats van hen langdurig aan de zijlijn te laten staan.
Daarom pleiten wij ook voor een splitsing van de sociale zekerheid. Wij willen komaf maken met de onkunde van het Belgische beleid. Wij willen klemtonen leggen waar wij vinden dat het nodig is en eigen middelen in eigen mensen steken.
Voorzitter:
Dank u wel, collega Verbelen, voor uw eerste tussenkomst in de plenaire vergadering. (Applaus)
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, ik ga helemaal akkoord, we moeten zorgen voor meer beleid. De recepten daarvoor liggen vandaag op tafel. We moeten echt meer middelen inzetten inzake controleartsen en arbeidsartsen, ook voor de attractiviteit van dat beroep. De re-integratie moet wat ons betreft sneller gebeuren. We moeten geen drie maanden wachten, maar moeten sneller inzetten op re-integratie. We moeten ook aan de responsabilisering werken, zowel van werknemers als van werkgevers. Het cruciaalste is misschien nog dat we ervoor moeten zorgen dat mensen niet uitvallen. We hebben samen ook de arbeidsparticipatietoeslag ingevoerd, om mensen te begeleiden, zodat ze niet kunnen uitvallen, door hen veel sneller te heroriënteren en ervoor te zorgen dat het werk werkbaar is. Daar zijn heel veel oplossingen voor.
Er is dus heel wat werk. Ik heb de indruk dat dit niet het laatste debat hierover zal zijn, maar voor ons zijn de recepten duidelijk. We moeten ervoor zorgen dat mensen langer op de werkvloer blijven.
Voorzitter:
Er was daarnet enige opwinding op de banken van de PVDA. De heer De Witte heeft effectief zijn eerste interventie gehouden in dit halfrond. (Applaus) Maar hij had zijn talenten natuurlijk al vertoond in het Vlaams Parlement. Vandaar dat ik zijn maidenspeech hier zo niet genoemd heb.
Mijnheer De Witte, toch welkom in deze plenaire vergadering
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, ik heb nooit het genoegen gehad hier met hem te debatteren, maar u deed me denken aan de heer Verhofstadt in zijn meest optimistische dagen. U zei dat de maatregelen van de regering goed gewerkt hebben, maar er zijn 160.000 langdurig zieken bij gekomen. Daar kunnen we toch niet tevreden over zijn? U zei dat in Wallonië on target is, maar er is daar een verdubbeling van het aantal langdurig zieken, namelijk 96.000. Het equivalent van de bevolking van Mons is erbij gekomen. U zei dat het aan de sociaaleconomische toestand ligt, maar het ligt daar niet aan, het ligt aan de complete laksheid van de ziekenfondsen daar, aan het voorschrijfgedrag en aan het complete gebrek aan verantwoordelijkheid voor publieke middelen en financiën. Als wij daar hier in het Parlement iets aan willen doen, dan is het vijf voor twaalf. Ik zeg het nogmaals, laten we alstublieft zo snel mogelijk de supernota in praktijk omzetten. Anders sta ik hier volgende week met een batterij aan wetsvoorstellen om het aantal langdurig zieken te verminderen.
De aanhoudende problematiek van lange wachttijden bij de paspoortcontrole op Brussels Airport
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s internationale rol als Europese draaischijf wordt ondermijnd door chronische wachttijden (tot 82 minuten) en een 30% personeelstekort bij de luchtvaartpolitie op Zaventem, wat veiligheid, connecties en het imago schaadt. Minister Verlinden wijst op multipele oorzaken (vluchtplanning, ziekteverzuim) en noemt tijdelijke oplossingen (40 extra agenten, e-gates, Frontex-ondersteuning), maar erkent dat structurele versterking nodig is. Vander Elst eist concrete, snelle maatregelen om het imagoverlies te stoppen en de luchthavenoperatie te herstellen, ondanks de lopende-zaken-status van de regering. Kernpunt: acute nood aan structurele capaciteitsuitbreiding en efficiëntere grenscontroles om Zaventems rol als Europese toegangspoort te vrijwaren.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, België is de draaischijf van Europa. Ons land huisvest de Europese Unie, de NAVO en tal van internationale instellingen. Onze ligging is cruciaal. De diplomatieke rol van ons land is van wereldwijd belang.
Cruciaal voor die ligging is de toegangspoort naar ons land, namelijk de luchthaven van Zaventem. Brussels Airport is de toegangspoort naar de hoofdstad van Europa. Om door die poort te geraken, moet men vandaag echter bijzonder veel tijd en geduld hebben. 82 minuten, bijna anderhalf uur, bedroeg de gemiddelde wachttijd aan de paspoortcontroles tijdens de zomermaanden op Brussels Airport. Dat is veel te lang. En dat is eigenlijk een blamage voor de luchthaven van de hoofdstad van Europa.
De oorzaak is een personeelstekort bij de luchtvaartpolitie. Van de 530 mensen die bij de luchtvaartpolitie te Zaventem werkzaam zouden moeten zijn, zijn er meer dan 150 mensen niet aan het werk. Dat is een tekort van 30 %. Dat is onaanvaardbaar. Het is slecht voor de veiligheid in en rond de luchthaven. Het zorgt er ook voor dat passagiers hun connecties missen, dat doorvoer vanuit Brussels Airport zeer moeilijk loopt. Dat is onaanvaardbaar. En het zorgt voor een imagoverlies voor de luchthaven en ook voor de hoofdstad van Europa.
Mevrouw de minister, dit is geen nieuw fenomeen. De tekorten bij de luchtvaartpolitie slepen al jaren aan. Ondanks de aanwervingspolitiek van de voorbije jaren bij de politie bent u er echter niet in geslaagd om de tekorten bij de luchtvaartpolitie weg te werken. Erger nog, de tekorten zijn groter geworden.
Wat hebt u de voorbije jaren gedaan om die tekorten bij de luchtvaartpolitie terug te dringen?
Wat kunt u de komende weken en maanden nog doen om dat acute probleem op de luchthaven van Zaventem (…)
Annelies Verlinden:
Collega, ik was ietwat verrast door het actualiteitsgehalte van uw vragen, want ze zijn vooral ingegeven door de vaststelling in de zomermaanden. Ik kan enkel afleiden dat de kranten goed gelezen worden en dat is uiteraard prima.
Er zijn heel wat factoren die een impact hebben op de wachttijden. Oorzaken voor lange wachttijden zijn bijvoorbeeld de aankomst van Schengen- en niet-Schengenpassagiers, net als veel aankomende en vertrekkende vluchten op hetzelfde moment. Soms zijn er ongeplande en onvoorziene vertragingen waardoor een grote groep passagiers op hetzelfde moment toekomt. Uiteraard kan ook de politie geconfronteerd worden met onaangekondigde uitval van personeel, bijvoorbeeld door ziekte.
Dat op bepaalde momenten wachttijden kunnen oplopen, is dus niet enkel aan de politie toe te schrijven. Ook de uitbater van de luchthaven kan daarin een rol spelen, onder meer door de planning van de aankomst- en vertrekuren en de afspraken die zij maken met de airlines.
Ik heb al meermaals gezegd dat de capaciteit van de luchtvaartpolitie moet worden verhoogd. Dat betekent evenwel niet dat de verschillende grensposten onder- of niet bemand waren tijdens de zomerperiode. Integendeel, we hebben gewerkt aan oplossingen. Zo hebben we tijdens de afgelopen zomermaanden elke maand gemiddeld 40 bijkomende personeelsleden ingezet, precies om die passagiersstroom in goede banen te leiden. We hebben de huisvesting verbeterd en we rekruteren ook bijkomend personeel. Daarnaast is het essentieel dat de volgende regering uitvoering geeft aan het voornemen om Frontexpersoneel in te zetten aan onze grensposten, zodat de luchtvaartpolitie kan worden versterkt in de taken die zij moet uitvoeren.
Tot slot voorzien we ook nieuwe technologie met e-gates, die vanaf september geïnstalleerd werden en die ook een vlottere en meer geautomatiseerde doorstroming zouden moeten kunnen bewerkstelligen, zodat de luchtvaartpolitie efficiënter kan worden ingezet.
Uiteraard zullen we de situatie op de voet blijven volgen, ook tijdens de eindejaarsperiode, want natuurlijk moet Zaventem een draaischijf blijven voor passagiersverkeer in Brussel.
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, u vindt het misschien geen actueel probleem, maar ik wel. Er komen opnieuw vakanties aan en ik hoop dat die doorloop- en wachttijden korter worden. U zegt wel dat er maatregelen werden genomen en ik geloof u, maar een gemiddelde wachttijd van anderhalf uur bij paspoortcontroles is te lang. Die wachttijden in drukke periodes moeten korter worden. Een goed imago van de luchthaven komt te voet, maar gaat te paard. We moeten daar dus op inzetten. Dit probleem kan niet in een-twee-drie worden opgelost en dat verwacht ik ook niet. Ik verwacht wel maatregelen. De regering is in lopende zaken, maar dat betekent niet dat men alles op zijn beloop moet laten. We moeten concrete maatregelen nemen om LPA te reanimeren en te versterken, om zo het imagoverlies een halt toe te roepen en vooral om de vlotte en veilige werking van Brussels Airport weer te garanderen.
De moeilijke arbeidsomstandigheden in de non-profitsector
De betoging van de non-profitsector
De betoging van de non-profitsector
De betoging van de non-profitsector
De actie van het zorgpersoneel
Arbeidsacties in non-profitsector en zorg.
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 7 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Overbelaste zorg- en non-profitsectoren (verpleging, onderwijs, kinderopvang) waarschuwen met massale betogingen (30.000+ deelnemers) voor onhoudbare werkdruk, chronisch personeelstekort en dalende kwaliteit door jarenlange bezuinigingen en slechte arbeidsomstandigheden—met name onvoorspelbare roosters, lage lonen, bureaucratie en gebrek aan erkenning. Minister Vandenbroucke erkent vooruitgang (hogere lonen, Zorgpersoneelfonds, betere opleidingen) maar benadrukt dat verdere investeringen *en* hervormingen (minder prestatiedruk, efficiënter ziekenhuisbeleid, taakherschikking) cruciaal zijn, ook in krappe budgettaire tijden. Kritiekpunten blijven hardnekkig: dreigende bezuinigingen (bv. nachtpremies, pensioenen), mislukte hervormingen (IFIC-barèmes jagen verplegers weg) en structureel gebrek aan aantrekkingskracht—zonder drastische actie dreigt instorting van essentiële diensten. De sector eist concrete garanties: stabiele financiën, betere werk-privébalans en waardering voor "onzichtbaar" maar maatschappelijk kritiek werk.
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, chers collègues, monsieur le ministre, aujourd'hui, des milliers de travailleurs du secteur non marchand manifestaient pour dénoncer à nouveau des conditions de travail devenues intenables, et une pénurie de personnel qui n'en finit pas de s'aggraver. Des infirmières, des travailleurs sociaux, des profs, des éducateurs, des animateurs et bien d'autres professions essentielles lancent à nouveau un cri d'alarme. Leur message est clair: la précarité, les pénuries et la surcharge de travail empêchent l'exercice de leur profession et décourage les nouvelles recrues, ce qui rend impossible la continuité de ces métiers, pourtant essentiels.
Dans le secteur infirmier, je citerai un nouveau chiffre: un quart des professionnels a déjà envisagé d'abandonner ce poste. C'est un signal qui doit nous alarmer.
Ces métiers constituent pourtant le fondement d'une société humaine; ce sont eux qui prennent soin de nous quand nous sommes fragiles, et qui nous accompagnent dès la naissance jusqu'au plus grand âge. Lorsque ces métiers s'arrêtent, c'est le moment où on se rend compte de leur présence à nos côtés. Ce sont les écoles qui raquent, ce sont les crèches qui ferment, ce sont les maisons de repos et les hôpitaux qui ne savent plus fonctionner.
Et pourtant, certains n'ont rien trouvé de mieux à faire que réaliser des coupes dans ces secteurs, au niveau des entités fédérées. C'est également ce qui est apparemment envisagé au niveau du fédéral. Ces politiques d'austérité menacent grandement ce secteur déjà sous tension.
Ce dont nous avons besoin, ce sont des choix politiques qui placent l'humain et l'environnement au cœur des décisions, avec des financements à la clé, qui permettent de répondre aux besoins actuels et futurs de notre société. Par contre, ce dont nous n'avons pas besoin, monsieur le ministre, c'est de flexibilisation et de flexi-jobs alors que certains n'ont que ces mots à la bouche pour répondre aux pénuries. Ces travailleurs méritent de la stabilité, de la reconnaissance et de bonnes conditions (…)
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onder andere de zorgsector komt vandaag op straat om grote zorgen met ons te delen. Er zijn 124.000 extra mensen nodig tegen 2040 om ons huidige systeem draaiende te houden. Men vraagt zich af of men die mensen zal vinden, wat er zal gebeuren met de werkdruk als men die mensen niet vindt en of wij die mensen überhaupt kunnen betalen.
Mijn antwoord daarop is ja. Ik las vandaag in de krant dat wij voor één heel specifiek onderzoek alleen al 4 miljoen euro per jaar te veel betalen, een derde meer dan in de buurlanden. Het is een kost die jaarlijks explodeert. Die cijfers van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) tonen aan dat er nog vet op de soep zit in de gezondheidszorg.
Mijnheer de minister, wat zult u ondernemen om die overconsumptie in de gezondheidszorg aan te pakken en dat geld te besteden aan al die handen aan het bed, om ervoor te zorgen dat zij gesteund worden, dat hun werkdruk niet stijgt en dat hun loon gegarandeerd blijft in de toekomst?
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le président, monsieur le ministre, plus de 10 000 personnes ont manifesté aujourd'hui dans la rue pour le secteur non marchand. J’interviens particulièrement pour le personnel soignant, parce que je sais combien l’efficacité du personnel soignant est importante pour une société plus juste et plus solidaire.
Je pense qu’un certain nombre de réformes doivent être menées pour lutter contre la pénurie de ce personnel. Il n’y a pas de médecine sans médecins. Il n’y a pas de santé sans soins, et il n’y a pas de soins sans soignants. C’est donc tout à fait essentiel pour nous.
Certains voudraient faire croire que la pénurie de personnel soignant serait le résultat d’une politique qui sera menée dans les années futures. C’est évidemment absurde. C’est le résultat de ce qui a été effectivement fait au cours des dernières années. Il faut en assumer la responsabilité.
Monsieur le ministre, comment pouvez-vous rassurer ce personnel aujourd'hui? Quel est l’état des lieux des réformes en cours pour lutter contre cette pénurie?
On sait qu’aujourd'hui, sur 223 000 infirmiers diplômés, seulement 60 % travaillent dans le secteur des soins. Il y a donc manifestement un problème d’attractivité, qui est très fort aujourd'hui et qui mérite une réforme des conditions de travail dans les hôpitaux, dans les maisons de repos. Il faut notamment évaluer les nouveaux barèmes IFIC (Institut de classification de fonctions), qui n’ont pas été un grand succès. Il faut lutter contre la charge administrative, la bureaucratie excessive qui rebute beaucoup de membres du personnel infirmier notamment.
Monsieur le ministre, quelles mesures comptez-vous prendre? Quelles mesures sont-elles engagées pour lutter contre cette pénurie délétère pour le bien-être de nos patients dans ce pays?
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, ce matin, j'étais dans le train vers la manifestation du secteur non marchand, avec des aides à domicile, des éducateurs, des enseignants, des artistes, mais également des soignants. J'ai discuté avec Valérie, qui est infirmière depuis plus de 30 ans. Elle m'a raconté que, lundi dernier, alors qu'elle faisait le shift du matin avec ses collègues de nuit, l'infirmière qui devait travailler au service de gériatrie était malade. L'hôpital avait donc fait appel à une intérimaire, qui a découvert le service et ses patients, tout en étant épaulée par des aides-soignantes volantes, faisant des allers-retours entre les services.
La nuit a été longue, mais chacune a fait de son mieux pour transmettre un rapport correct sur la vingtaine de patients à Valérie et ses collègues prenant le relais. La journée commence, mais il manque à nouveau un collègue et il faut faire avec pour la tournée des patients, la prise de paramètres, la distribution des médicaments, les soins, les repas. Pendant tout son service, Valérie ne soufflera pas une minute, avec ce sentiment de ne jamais faire assez bien les choses et de ne jamais être assez présente au chevet des patients. C'est comme cela depuis des mois et des mois.
C'est pour cette raison que Valérie a été manifester, pour elle, pour ses jeunes collègues qui sont nombreux à quitter le métier et pour les patients. Soyons clair, si rien n'est fait, la qualité des soins va continuer à se dégrader et la pénurie va s'intensifier.
Monsieur le ministre, le secteur réclame aujourd'hui ce qu'il réclamait déjà avant la pandémie de covid, avant les applaudissements aux fenêtres. Ils sont évidemment conscients des investissements qui ont été décidés ces dernières années avec le Fonds blouses blanches, la revalorisation des salaires, les efforts pour la formation, mais ce n'est toujours pas assez. Et, malgré cela, des économies dans les soins de santé seraient négociées.
Monsieur le ministre, qu'est-ce qui attend toutes ces femmes et tous ces hommes qui se donnent corps et âme pour prendre soin des autres?
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je ne sais pas ce que vous avez fait ce matin. De mon côté, j'étais dans les rues de Bruxelles. Ce n'était sans doute pas le cas de M. Bacquelaine puisque les manifestants des soins de santé et du non-marchand n'étaient pas 10 000 ou 20 000 mais bien plus de 30 000! Cela faisait chaud au cœur de voir une telle représentation.
Monsieur le ministre, ces manifestants se demandent quand vous allez les écouter. En écoutant leurs récits, nous nous rendons compte que leurs problèmes sont récurrents: la charge de travail toujours plus grande, l'impression de ne pas pouvoir exercer son métier comme il le faut. Ils ont choisi leur profession pour avoir un travail humain, pour être auprès de leurs patients et leur consacrer du temps mais au final, ils ne font que courir, en ayant l'impression de travailler dans une usine.
Les plans qui sont aujourd'hui sur la table les inquiètent très fortement. On se dit qu'une infirmière qui travaille lourdement, avec des horaires irréguliers, devrait être récompensée. Or on parle d'une suppression des primes de nuit, ce qui signifie 300 euros par mois en moins. On se dit aussi que toutes ces femmes qui travaillent dans le non-marchand, notamment dans les crèches, et qui veulent prendre leur pension à un certain âge devraient avoir une pension digne. Or il faut une carrière de 35 années de travail pour partir à la pension, sous peine de perdre des centaines d'euros. C'est tout simplement scandaleux!
Monsieur le ministre en affaires courantes, négociateur d'un futur gouvernement, allez-vous écouter le personnel soignant? Les avez-vous reçus et allez-vous répondre à l'urgence de leurs demandes?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, heel wat vragen zijn gesteld, daarom krijgt u vijf minuten spreektijd om de vraagstellers van antwoord te dienen.
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, geachte leden, de betoging die vandaag heeft plaatsgevonden, is een zeer belangrijk signaal.
We hebben de voorbije jaren al ingezet op betere lonen en betere arbeidsvoorwaarden. Mensen die vandaag beginnen te werken in de zorgsector, hebben gelukkig duidelijk een beter loon dan mensen die enkele jaren geleden begonnen in de zorg. Wij hebben met het Zorgpersoneelfonds ook volop geïnvesteerd in betere tewerkstellingsmogelijkheden en meer ondersteuning van verpleegkundigen. Het resultaat is dat op federaal niveau in de zorg 5.000 voltijds equivalenten meer aan de slag zijn. Er is ingezet op mooie opleidingsprojecten die ook succes hebben. Over de arbeidsomstandigheden is eveneens met succes onderhandeld. Verbeteringen vonden plaats inzake vakantieregelingen en individuele vorming. De arbeidsovereenkomsten zijn stabieler geworden en omvatten vaker contractuele uren of recht op voltijds werk voor wie dat wenst. De uurroosters zijn meer voorspelbaar en er zijn betere regelingen voor klein verlet.
Hoort u mij nu zeggen dat dit voldoende is? Neen, de strijd gaat voort. We hebben gevochten voor verbeteringen en die hebben we in de voorbije jaren ook gerealiseerd, maar als het van mij afhangt zal de volgende regering hoe dan ook, zelfs als de marges zeer beperkt zijn, zelfs als wij door een periode moeten gaan waarin de begroting op orde gezet moet worden, moeten zoeken naar middelen om te investeren in ons zorgpersoneel.
Dat betekent inderdaad dat we niet alleen moeten investeren in gezondheidszorg, maar ook dat we moeten durven hervormen. Collega van Open Vld, u hebt gelijk als u zegt dat de individuele prestatiegeneeskunde tot excessen leidt. Het financieringssysteem moet dus veranderen.
Mevrouw Merckx, u vroeg mij waar ik deze morgen was. Ik zat niet hoog in mijn bureau, maar wel eerst in Leuven en daarna in Éghezée, voor een uitvoerige gespreksronde met alle ziekenhuisdirecties van dit land. Ik heb daar ook gezegd dat ik meer wil investeren in de ziekenhuizen, maar in het financieringsmodel van de ziekenhuizen moeten we weg van het prestatiemodel en moeten we streven naar meer doelmatigheid en verantwoordelijkheid. Ik heb ook opgeroepen om samen na te denken over een herorganisatie van de ziekenhuizen, met als belangrijkste criterium dat wij het zorgpersoneel beter zouden kunnen inzetten, aangezien we inderdaad grote tekorten hebben. Daarmee heb ik meteen even gemeld waar ik deze ochtend mee bezig was.
Kortom, dit betekent inderdaad investeringen en hervormingen, ook in het beroep.
C'est ce que nous avons fait. Vous savez que nous avons notamment mené une vaste réforme de la profession d'infirmière afin de la rendre plus attrayante. Nous avons créé de larges possibilités d'entrée dans la profession à différents niveaux; nous avons créé des possibilités de progression au cours de la carrière, des possibilités de coopération plus intéressantes en valorisant tous les talents et toutes les compétences. Je crois que c'est dans cette direction qu'il faut poursuivre.
Je crois qu'il faut également réfléchir aux besoins réels. À cette fin, la Commission de planification travaille activement à des scénarios alternatifs qui tiennent mieux compte des besoins et des aspirations des infirmiers et infirmi è res ainsi que de tout le personnel soignant pour mieux saisir ce qui sera vraiment nécessaire à l'avenir.
Ik meen dus dat wij inderdaad verder moeten investeren in het zorgpersoneel, maar dat wij tegelijkertijd moeten hervormen. Het gaat om betere lonen, om betere arbeidsvoorwaarden, om meer mensen aan de slag in de ziekenhuizen. Maar het gaat er ook om dat het talent van eenieder die kiest voor de zorg maximaal wordt gevaloriseerd, dat verpleegkundigen worden ingezet waarvoor ze opgeleid zijn, dat zij ontlast worden van taken die ook anderen kunnen doen, dat verpleegkundigen mogelijkheden krijgen die vandaag enkel zijn voorbehouden voor artsen, mogelijkheden waarvoor zij nochtans ook zinvol kunnen optreden. Die soort hervorming is nodig. Die weg zijn wij ingeslagen, en die weg moeten wij verder inslaan.
Geachte leden, ik meen dat deze betoging een belangrijk signaal was voor eenieder die verantwoordelijkheid opneemt in dit land. Ook in tijden waarin de marges uiterst beperkt zullen zijn, waarin het budgettair moeilijk zal zijn, moeten wij middelen vinden om het zorgpersoneel te steunen. Wij moeten investeren, maar wij moeten ook hervormen. Dat is de boodschap.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Bien sûr, des choses positives ont été faites ces dernières années. Soyons de bon compte, ce matin, les manifestants tiraient la sonnette d'alarme par rapport à certaines mesures qui viennent d'être annoncées au niveau des entités fédérées mais aussi par rapport à certaines fuites des négociations au niveau fédéral qui sont extrêmement alarmantes.
Admettons également que certaines réformes n'ont pas porté les fruits escomptés. Par exemple, la réforme de l'IFIC est une catastrophe. Si vous allez dans les hôpitaux, les infirmières vous diront que cela crée une véritable fuite des cerveaux et des études d'infirmière.
Pour conclure, chers collègues, saquer dans le non-marchand est un très mauvais calcul. Cela signifie que vous saquez dans votre propre capacité à avoir des soins pour vous-même, votre famille et votre entourage lorsque vous en aurez besoin et lorsque vous vieillirez. Vous saquez dans la capacité de vos enfants et de votre entourage à avoir une place en crèche, à avoir des garde-malades, à avoir accès à un secteur culturel enrichissant. (…)
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u zegt terecht investeren en hervormen, want het geld groeit inderdaad niet aan de bomen. Men kan mensen niet oneindig belasten. We moeten sober omgaan met de middelen die er zijn. U noemt dat doelmatig en verantwoordelijk.
Eigenlijk zeggen we hetzelfde. We moeten ervoor zorgen dat het budget onder controle blijft, dat we de excessen eruit halen, dat we de overconsumptie eruit halen. We moeten niet besparen om te besparen, maar wel om ervoor te zorgen dat we die handen aan het bed valoriseren, dat we die mensen erkennen in hun werk. We moeten ervoor zorgen dat we daar de werkdruk onder controle kunnen houden. Dat is de uitdaging die we in de komende jaren samen zullen moeten aangaan.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, la pénurie du personnel soignant n'est pas seulement un problème budgétaire. La vice-présidente des Mutualités chrétiennes indiquait justement ce matin dans la presse que des budgets étaient sous-utilisés et que des économies étaient faites parce qu'on ne trouvait pas de personnel à engager dans certains hôpitaux et maisons de repos.
Le problème porte sur le caractère attrayant de la profession. Donc, la réforme du paysage hospitalier est quelque chose d'essentiel, de même que celle du barème IFIC, comme cela été dit. Je partage cet avis. Il s'agit aussi de gratifier davantage le temps passé avec les patients. C'est extrêmement important, parce que cela permet également des économies. En effet, plus on valorise l'acte intellectuel, moins d'actes techniques sont accomplis dans ce pays. Par conséquent, je prône pour toute une série de réformes et, notamment, une proposition que je défends relativement à la pénibilité du métier d'infirmière, mais qui n'a malheureusement pas été reprise par le gouvernement Vivaldi.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, comme vous l'avez dit, la santé ne peut pas être une variable d'ajustement. Désinvestir dans les soins se paie cher et avec intérêts: des travailleurs de moins en moins nombreux, une pression croissante sur ceux qui restent, des professions qui n'attirent plus et des soins dégradés. Il faut pouvoir dire "stop"!
Il faut rassurer le secteur, notamment en adoptant le budget 2025, qui est toujours bloqué par les libéraux. Il faut revaloriser le métier des soins, améliorer les conditions de travail des soignants, leur permettre de mieux concilier leur travail et leur vie privée, donner l'envie aux jeunes de s'engager dans la profession, donner du temps et des bras au secteur des soins.
Dans la rue, aujourd'hui, aux côtés des soignants défile tout le non-marchand. Je pense aux aides à domicile, aux puéricultrices, aux enseignants, mais aussi aux acteurs de la culture. Ces travailleurs sont le ciment de notre solidarité et le pilier de notre bien-être collectif. Il faut les entendre et pouvoir leur apporter des réponses concrètes. Je vous remercie.
Sofie Merckx:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, u bent vanochtend met directeurs van ziekenhuizen gaan praten. Misschien was u beter naar Brussel gekomen om in de straten te spreken met die 10.000, 20.000, 30.000 mensen die dagelijks aan het bed bij de patiënten en bij de ouderen werken en die de realiteit kennen. U zegt dat u van alles hebt gedaan waardoor alles beter is. Neen, mijnheer de minister, de situatie is vandaag niet beter in de zorgsector. Er werd geïnvesteerd maar er moeten veel meer middelen worden vrijgemaakt. U brengt ook een beetje een dubbel discours. U spreekt over besparen én investeren. Wat gaat u doen? Zult u besparen of zult u investeren in de zorg? De mensen in de zorgsector zien wat aangekondigd wordt. Er is sprake van 300 euro minder per maand voor een verpleegster, omdat ze niet meer goed betaald zal worden voor nachtwerk. Er zou een lager pensioen zijn voor de mensen in de zorgsector die geen volledige carrière hebben opgebouwd (…).
De gevolgen van de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten
De herverkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten
De politieke gevolgen van de verkiezingen in de Verenigde Staten
De verkiezingen in de Verenigde Staten
De verkiezing van Donald Trump
De Amerikaanse verkiezingen
Amerikaanse presidentsverkiezingen en politieke impact.
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 7 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herverkiezing van Donald Trump als Amerikaanse president dompelt Europa in een strategische crisis: zijn protectionisme, NAVO-scepticisme en pro-Russische houding (met risico’s voor Oekraïne) dwingen de EU tot drastische autonomie op defensie (meer investeringen), energie (kernenergie + hernieuwbaar) en economie (minder afhankelijkheid van VS/China). Terwijl sommigen paniek zaaien over democratische terugval en extremisme, benadrukken anderen de noodzaak van Europese soevereiniteit—zonder de transatlantische band te verbreken, maar wel met eigen industriële, militaire en diplomatieke slagkracht. België, met een caretaker-regering, riskeert achterop te raken door interne vertraging, terwijl de EU onder druk staat om unanimiteit te tonen in steun aan Oekraïne, handelsspanningen en een multipolaire wereldorde waar de VS niet langer de Europese belangen garandeert. Kernboodschap: Europa moet volwassen worden—nu.
Voorzitter:
Mevrouw de minister, ik weet niet of u de voorbije dagen veel tijd hebt gehad om u voor te bereiden op de vergadering van vandaag; u hebt dat alleszins gedaan, en met verve, voor een andere vragenronde.
François De Smet:
Monsieur le président, madame la ministre, le peuple américain a parlé. Il l’a fait clairement, et il a choisi une nouvelle fois d’envoyer à la présidence un personnage autocrate, outrancier et qui a déjà mis en danger les institutions démocratiques. Mais il l’a fait démocratiquement et souverainement, et nous devons en prendre acte.
Le message me paraît clair. Le nationalisme et le populisme ne sont pas des parenthèses de l’Histoire. Ce sont des courants structurants. Ceux qui veulent combattre ces courants doivent sortir de leur bulle et en prendre acte, là aussi.
Il me semble que cette élection est un séisme pour le monde, et donc pour l’Europe. Cela doit être un réveil pour l’Europe, sur trois plans.
D’abord, sur la question de l’industrie et de l’économie. Je rappelle que nous sommes en train de fermer notre avant-dernière industrie automobile. Voulons-nous continuer à être les simples consommateurs d’une mondialisation décidée par les Américains et la Chine, ou voulons-nous une place dans le cockpit?
Ensuite, il y a l’énergie. La guerre en Ukraine l’a montré: l’Europe est extrêmement dépendante aux énergies fossiles en général. Nous savons qu’une Europe plus indépendante demain doit absolument reposer sur un pilier renouvelable et un pilier nucléaire.
Enfin, il y a la question de la défense. C’est ma principale question, madame la ministre. Un crash test va arriver très vite: c’est la question de l’Ukraine. Nous savons que M. Trump a l’intention de sacrifier l’Ukraine. Nous ne le voyons pas, d’ailleurs, prendre une décision qui pourrait contrarier M. Poutine de manière générale.
Allons-nous abandonner l’Ukraine? Nous, les Européen, et nous, la Belgique. Allons-nous abandonner ce peuple qui, depuis deux ans, fait face à l’impérialisme de M. Poutine? Allons-nous suivre le mouvement des Américains qui vont très probablement se retirer? Ou allons-nous, au contraire, profiter de ce moment, en nous disant que nous n’allons pas abandonner les Ukrainiens, que nous allons au contraire rehausser notre investissement et enfin faire en sorte que cet investissement soit à la hauteur de nos mots, car, malheureusement, nous avons beaucoup de grands principes, mais nos moyens, l’aide financière, l’aide militaire à l’Ukraine, ne suffisent pas?
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, ik wil u in de eerste plaats feliciteren met uw hoorzitting van gisteren. Als Eurocommissaris voor Paraatheid en Crisisbeheer zult u uw handen vol hebben. Dat blijkt ook sinds gisteren. Donald Trump is immers verkozen als Amerikaans president met een zeer sterk mandaat van de Amerikaanse bevolking. Ik weiger echter mee te gaan in de paniekzaaierij. De wereld zal van vandaag op morgen niet ineens vergaan. De Verenigde Staten zijn een belangrijke bondgenoot van België en de Europese Unie. De strategische en economische banden tussen ons land en Amerika zijn sterk. Die zijn er vandaag en die zullen er in de toekomst ook nog steeds zijn.
We mogen echter niet naïef zijn. De Verenigde Staten en Trump zullen ons met de neus op een aantal zaken duwen. Een van die zaken is dat wij onvoldoende investeren in onze defensie en in onze veiligheid. Wij zijn freeriders in het NAVO-partnerschap en dat moet stoppen. Trump heeft daarin voor de volle 100 % gelijk. We moeten meer investeren in onze defensie, beter samenwerken met de Europese lidstaten om onze veiligheid te garanderen en we moeten af van het imago dat wij het kleine broertje van de Verenigde Staten zijn. Kortom, ons continent moet volwassen worden en de Europese Unie moet haar verantwoordelijkheid nemen.
Mevrouw de minister, hoe ziet u de samenwerking met Amerika de komende jaren en wat is voor u de belangrijkste uitdaging voor de toekomst?
Michel De Maegd:
Madame la ministre, les électeurs américains l'ont décidé, et de façon incontestable: Donald Trump sera le prochain président des États-Unis. Cela soulève bien des inquiétudes en Europe. Dans le même temps, vous le savez, nous sommes viscéralement attachés à une relation transatlantique constructive, au bénéfice des deux partenaires. Cela ne doit donc pas occulter la nécessité primordiale pour les Européens de développer leur autonomie stratégique. C'est crucial pour constituer une relation équilibrée dans laquelle chacun puisse se respecter et se retrouver.
J'aimerais donc vous poser quelques questions sur les perspectives d'avenir de cette relation dans un contexte géopolitique mondial des plus tendus et des plus complexes.
Madame la ministre, comment analysez-vous les résultats de cette élection et ses conséquences sur les intérêts de la Belgique aux États-Unis? La Belgique et l'Europe peuvent craindre un impact sérieux sur leur commerce extérieur, et donc sur notre croissance économique. Comment peut-on y faire face?
La sécurité européenne, le rôle de l'OTAN, la poursuite de l'aide à l'Ukraine restent des enjeux primordiaux. Comment les Européens vont-ils assumer leurs responsabilités et rester des acteurs respectés en la matière?
On connaît la proximité politique entre Donald Trump et le premier ministre israélien Benjamin Netanyahu. Comment le message européen peut-il rester audible et crédible afin de parvenir à une paix régionale et à une solution à deux États?
Enfin, madame la ministre, l'élection de Donald Trump doit plus que jamais accélérer l'approfondissement du projet européen, accélérer notre autonomie stratégique. Nous devons renforcer l'Union, assumer nos responsabilités en termes de sécurité, d'énergie, de commerce international mais aussi de politique étrangère. Comment l'Union européenne s'est-elle préparée à ce défi, et comment la Belgique va-t-elle y contribuer?
Christophe Lacroix:
Madame la ministre, depuis hier, nous avons à la tête d'une des plus grandes puissances de ce monde un véritable danger. Donald Trump a gagné largement les élections et a bénéficié d'un soutien populaire massif. C'est, du reste, un large soutien que nous n'imaginions même pas. Rendez-vous compte: 20 % des hommes noirs ont voté pour un raciste décomplexé; 54 % des latinos ont voté pour un homme qui n'a pas hésité à dire que des immigrés mangent des chats et des chiens; 52 % des femmes blanches ont voté pour un misogyne, un violeur et un homme qui veut supprimer leurs droits les plus élémentaires comme celui de disposer de leur corps et le droit à l'avortement. Nous espérions la victoire de Kamala Harris, mais il n'en sera pas ainsi.
Les États-Unis , le pays de la liberté, retombent aux mains du conservatisme et de l'obscurantisme. Nous recommençons une traversée glaçante et glaciaire, axée sur le protectionnisme, l'augmentation des droits de douane, le repli sur soi et la diffusion de la haine de ceux qui sont différents. Nous débutons une période violente, durant laquelle la recherche de la paix ne sera pas la priorité. Je pense à l'Ukraine et aux Palestiniens.
Nous sommes des démocrates, nous respectons bien entendu le résultat des urnes, mais notre responsabilité est immense. Toute faiblesse doit être exclue, de même que toute passivité. Nous devons mettre fin à cet extrémisme de droite, à ce terreau pour le populisme, car nous nous situons sur une faille, un point de basculement violent, une période sans scrupule.
Madame la ministre, dans ce moment que je qualifierais d'historique, la Belgique s'est-elle exprimée à l'annonce de l'élection de Trump? Comment envisagez-vous nos futures relations bilatérales et multilatérales?
Raoul Hedebouw:
Madame la ministre des Affaires étrangères de Belgique, l'élection de Donald Trump est une mauvaise chose pour la classe ouvrière et la classe travailleuse américaine. Son programme est clair. C'est le programme du pourcent les plus riches. Il est lui-même un milliardaire fini. Il a lui-même gagné sa campagne en recevant le soutien d'Elon Musk, le big business de la big tech , la communication des plus riches. Il a lui-même, quand il était d'ailleurs président, organisé mille milliards de cadeaux fiscaux aux grandes multinationales. Il a exclu huit millions de travailleurs américains du paiement des heures supplémentaires. Il s'est opposé à l'augmentation du salaire minimum. C'est donc une mauvaise choses pour les travailleurs américains.
Mais cette victoire a évidemment aussi été possible par la défaite cuisante du parti démocrate qui, lui aussi, est le parti de Wall Street et qui, lui aussi, n'a plus su écouter les travailleurs et a organisé réellement la perte de pouvoir d'achat des travailleurs. Comme le dit Bernie Sanders, le parti démocrate a été confronté au fait que, si le parti démocrate a abandonné la classe travailleuse, évidemment, la classe travailleuse a abandonné le parti démocrate.
Se pose maintenant la question pour toutes les forces sociales du monde, pas uniquement aux États-Unis, de savoir ce que nous allons faire. Qu'allons-nous faire ici en Europe, madame la ministre des Affaires étrangères? Continuerons-nous à suivre les Américains?
Zullen wij alweer de schoothondjes zijn van de Amerikanen en de NAVO? Zullen wij alweer blindelings de imperialistische operaties van Amerika in Afghanistan, in Irak en in Syrië volgen?
Ou prendrons-nous notre vraie politique indépendante? C'est la question que j'avais posée pendant la campagne électorale. Allons-nous suivre notre propre voie et tendre la main aux peuples du Sud, tendre la main solidaire plutôt que de suivre la politique guerrière des Américains? Voilà la question!
Anneleen Van Bossuyt:
Goedemiddag, mevrouw de minister. Proficiat met uw verkiezing als Europees commissaris. Ik hoop dat u van die positie zult gebruikmaken om de belangen van Europa en de Verenigde Staten te vrijwaren.
Afgelopen dinsdag werd een nieuwe Amerikaanse president verkozen. Wij horen dat sommigen hier in het halfrond daar een probleem mee hebben. Het is niet de kandidaat geworden die zij hoopten dat het ging worden. Wij als democraten respecteren echter de keuze van het Amerikaanse volk.
Volgens ons is het nu vooral essentieel dat wij onze relatie met de Verenigde Staten in de veranderde context blijven versterken. Wij hebben elkaar meer dan ooit nodig. De Verenigde Staten behoren tot onze belangrijkste handelspartners. Het beleid van de nieuwe Amerikaanse regering zal ook gevolgen hebben voor onze Europese economie. De economische band tussen de Verenigde Staten en Europa is immers zeer sterk. Denk maar aan sectoren als chemie, energie, industrie, technologie en zelfs landbouw. Eventuele veranderingen in het Amerikaanse handelsbeleid zullen direct voelbaar zijn in onze economie. Stel dat de Verenigde Staten een zeer protectionistische koers varen, dan heeft dat een directe invloed op onze export en zal dat ook onze inflatie aanwakkeren.
Daarnaast zijn er geopolitieke uitdagingen. Donald Trump heeft al gezegd dat NAVO-partners die hun defensiedoelen niet halen, minder steun zullen krijgen. Wij, als rode lantaarn wat dat betreft, moeten daar toch aandacht voor hebben.
Mevrouw de minister, hoe zal, ten eerste, dit land zich in de toekomst positioneren ten opzichte van de Verenigde Staten?
Ten tweede, hoe ziet u de effecten op onze geopolitieke relaties, onze handelsrelaties, onze economische relaties en onze veiligheidsbelangen?
Hadja Lahbib:
Mesdames et messieurs les députés, j'entends vos avis. Cette maison permet à chacun de s'exprimer sur le vote qui a été émis hier matin de façon démocratique par les électeurs américains. Je ne me permettrai pas de juger, en tant que ministre des Affaires étrangères, ce choix démocratique. Le premier ministre a d'ailleurs félicité Donald Trump au nom de la Belgique.
Tout le monde se demande quelles seront les conséquences de cette élection. Les États-Unis, l'Europe et la Belgique ont toujours été des partenaires économiques intenses. Ce sont des centaines de milliers d'emplois et les échanges économiques entre nos deux continents représentent évidemment un chiffre d'affaires très important. Ce sont aussi des relations diplomatiques, stratégiques qui sont essentielles.
Nous devons absolument continuer à renforcer cette relation transatlantique à tous les niveaux, autour des valeurs démocratiques de l'État de droit et du multilatéralisme, qui est de plus en plus mis en danger avec les nombreuses violations du droit international auxquelles nous assistons actuellement.
Dans le même temps, l'Union européenne doit prendre son destin en main, peu importe finalement le résultat outre-Atlantique. Il est important de ne pas rester spectateurs des évolutions mondiales et de ne pas être dépendants d'un contexte international. Nous devons continuer à renforcer notre autonomie stratégique à tous les niveaux. Je pense au secteur de l'énergie, à notre politique de Défense, à notre politique industrielle mais aussi à la lutte contre toutes nos formes de dépendances stratégiques, qu'elles soient au niveau de la Défense, de la sécurité sanitaire ou encore de notre compétitivité.
Vous m'avez questionnée sur notre Défense et en particulier sur l'OTAN.
In de NAVO zijn de Verenigde Staten een belangrijke en betrouwbare partner, net als de 31 andere lidstaten. Wij blijven sterk geloven in de onderlinge duurzame banden. Onze collectieve veiligheid kan er alleen maar wel bij varen.
Le Conseil européen va d'ailleurs mener ce soir à Budapest un débat sur les relations transatlantiques et leur impact sur la sécurité et la géopolitique, notamment s'agissant des conflits qui nous occupent le plus. En ce qui concerne l'Ukraine, notre position est que tout processus de paix ne peut avoir lieu qu'en impliquant étroitement l'Ukraine et en prenant en compte ses préoccupations légitimes.
In Boedapest zullen de Europese leiders ook ingaan op de mondiale uitdagingen, waaronder de klimaatveranderingen.
Mesdames et messieurs les députés, dans un monde instable, plein de défis, où les crises deviennent la norme, l'Europe doit plus que jamais se montrer unie et prendre son destin en main, pour garantir sa propre souveraineté, son autonomie stratégique et pour faire demeurer ce projet de paix et de prospérité qui fait la fierté de quelques 450 millions d'Européens.
François De Smet:
Merci pour votre réponse, madame la ministre.
Je ne peux pas m'empêcher d'être inquiet – parce que nous vivons des moments difficiles, historiques et en face de cela, nous avons un gouvernement qui est en affaires courantes, qui n'est donc pas encore plein et légitime.
Moi aussi, je vous félicite pour votre confirmation au sein de la Commission européenne et je vous souhaite un bon travail là-bas. Or, votre départ marque aussi le fait que ce gouvernement va devenir un vaisseau fantôme, comme c'était le cas déjà lorsque Charles Michel et Didier Reynders sont partis. Nous avons d'un côté Trump, nous avons l'Ukraine, nous avons le climat, nous avons une possible récession et, d'un autre côté, nous avons des partis de l'Arizona dont on ne comprend pas très bien où ils en sont. Certains font des notes, d'autres diffusent les notes, les troisièmes contestent les notes. Vous avez des gens qui se disputent sur les tableaux budgétaires, vous avez des gens qui vont voir le Roi et qui ne sont pas d'accord à cinq. Je pense qu'il est grand temps que nous nous hissions à la hauteur des enjeux, parce que le monde, lui, n'attend pas.
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord.
Eén zaak is glashelder: de Europese Commissie en de Europese Unie zullen sterk uit de startblokken moeten schieten.
Ik herhaal dat het schrikbeeld en de paniekzaaierij, die hier door verschillende partijen opnieuw zijn tentoongespreid, ons geen stap vooruitbrengen. Wij moeten onze rug rechten. Europa moet een sterk blok vormen.
Ook ons land moet verantwoordelijkheid opnemen. Door het getreuzel van de onderhandelende arizonapartijen verliezen we tijd. Die luxe hebben we niet. De prioriteit voor ons land moet zijn dat we investeren in defensie en in onze veiligheid, nu meer dan ooit.
Michel De Maegd:
Merci, madame la ministre, pour vos réponses
Le retour de Donald Trump à la Maison-Blanche marque, il est vrai, un tournant décisif, mais je ne partage évidemment pas les outrances et la vision quelque peu caricaturale des communistes. En effet, à les écouter, on se demande pourquoi les Américains ont voté pour Donald Trump, en réalité. Ceci étant dit, c'est un signal d'alarme pour l'Europe. Elle ne peut plus être dépendante de Washington et d'un président imprévisible, et qui ne vise au final que l'intérêt américain.
Défense, énergie, commerce, nouvelles technologies: nous devons renforcer d'urgence notre autonomie. C'est une question de souveraineté mais c'est aussi, chers collègues, une question de survie du projet européen. L'Union européenne s'est construite dans les crises, comme celles qu'elle traverse aujourd'hui, avec notamment la guerre en Ukraine. Ces crises doivent être le marchepied d'une Europe beaucoup plus forte. Nous devons être maîtres de notre destin, un destin lié à nos alliés, bien sûr, mais qui ne dépend pas de leur seul bon vouloir. Alliés oui, aliénés non: ce serait le début de la fin.
Dans un autre registre, madame la ministre, permettez-moi, au nom de mon groupe, de vous féliciter pour votre accession à la Commission européenne.
Christophe Lacroix:
Madame la ministre, je vous remercie.
Ce que Trump et ses alliés, Milei, Orban, Meloni, Le Pen, Wilders et j'en passe et pas des meilleurs, espèrent, c'est notre résignation. Mais il y a quelque chose qui ne nous manquera jamais à nous, socialistes: c'est la résolution, c'est le courage et la fidélité.
Je l'affirme avec une forme de solennité car le moment est historique, mais aussi et surtout avec une conviction inébranlable: nous, socialistes, serons toujours en première ligne pour défendre la démocratie et les libertés. Nous, socialistes, serons toujours en première ligne pour défendre les droits des femmes et le droit à l'avortement. Nous, socialistes, serons toujours en première ligne pour défendre les minorités et les personnes LGBTQIA+. Nous, socialistes, serons en première ligne pour protéger la santé et la protection sociale. Nous, socialistes, serons en première ligne aux côtés des Palestiniens et des Ukrainiens et de tous ceux qui souffrent.
L'espoir est toujours plus fort que la peur. La justice triomphe toujours de la haine.
Raoul Hedebouw:
Madame la ministre, comment peut-on être aussi naïf? Donald Trump dit clairement qu'il va se battre à fond pour les intérêts impérialistes américains, et uniquement ceux-là, et votre conclusion politique est qu'il faut renforcer les relations transatlantiques! Mais combien de temps allons-nous encore nous faire berner en croyant naïvement que les Américains défendent les intérêts des Européens? Les Américains défendent l'impérialisme américain. Quand ils disent qu'ils soutiennent Netanyahu au moyen de milliards de dollars en armement, que fait l'Union européenne? Elle se met au garde-à-vous. Que fait-elle lorsque les États-Unis d'Amérique annoncent qu'ils vont bombarder l'Afghanistan, la Libye, la Syrie? Elle se met au garde-à-vous! Quand les Américains nous vendent un gaz très cher pour des milliards d'euros aux dépens de notre industrie, que fait-elle? Elle se met au garde-à-vous.
Combien de temps allons-nous encore croire que cela peut continuer? Tendons la main à tous les pays du Sud qui, aujourd'hui, n'acceptent plus l'ordre (…)
Anneleen Van Bossuyt:
Collega’s, de Amerikaanse kiezer heeft gekozen en we moeten die democratische keuze respecteren. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar geloof mij: als men uitgescholden, uitgejouwd en bespuwd wordt, terwijl men een duidelijk mandaat van de kiezer heeft gekregen, dan beseft men dat dat voor sommigen in onze samenleving niet meer zo vanzelfsprekend is. (Applaus en staande ovatie op de banken van de N-VA)
Het regeringsstandpunt inzake de gezondheidszorgbegroting van het RIZIV
De RIZIV-begroting
De beslissing van de Algemene Raad van het RIZIV met betrekking tot het budget 2025
De weigering om de gezondheidszorgbegroting goed te keuren
De gezondheidszorgbegroting van het RIZIV
De RIZIV-begroting
De gezondheidszorgbegroting
RIZIV-begroting gezondheidszorg 2025
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 24 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De blokkade van het RIZIV-budget 2025 door Open Vld (veto) en MR (onthouding) zorgt voor onzekerheid bij patiënten, zorgverleners en ziekenhuizen, ondanks een breed gedragen akkoord met 217 miljoen euro besparingen *zonder* lasten voor patiënten. Critici – waaronder zorgsector, mutualiteiten en oppositie – wijten het blockeerbeleid aan weerstand tegen bijdragen van de farmaceutische industrie (o.a. exorbitante medicijnprijzen) en politiek tactisch wachten op een rechtse opvolgregering (*"Arizona"*), terwijl premier De Croo stelt dat een globale begrotingsonderhandeling (inclusief hervormingen) voorrang heeft en de lopende-zaken-regering geen haast hoeft te maken. De kern van het conflict: Open Vld/N-VA eisen structurele hervormingen en willen geen *"automatische"* groeinorm (2,5%) of indexering zonder breder debat, terwijl de zorgsector acute zekerheid eist om financiële chaos (2 miljard euro tekort dreigt) en verdere uitstelkosten te voorkomen. De Croo schuift de verantwoordelijkheid door naar de toekomstige regering, maar wordt beschuldigd van verzuim en gebrek aan respect voor de concertatie die het akkoord bereikte.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, que se passe-t-il avec ce budget des soins de santé? Comme on le sait depuis ce lundi, il n'y aura pas de budget des soins de santé pour l'année 2025 pour l'instant parce que, lors du Comité de l'assurance de l'INAMI, un parti, le vôtre, a émis son veto et empêché qu'il y ait un consensus du gouvernement.
Voilà qui étonne et qui jette le désarroi pour des milliers de patients, des milliers de prestataires de soins et des centaines d'hôpitaux, d'autant plus que le projet de budget sur la table était équilibré. Il promettait une série d'économies mais pas à charge des patients. Il avait surtout le soutien de la grande majorité des acteurs de soins.
Ce veto, qui est une première depuis longtemps, jette dans l'incertitude un grand nombre de professionnels et un très grand nombre de patients. Votre ministre de la Santé lui-même s'est plus qu'étonné en vous exhortant par voie de presse qu'un kern ou un Conseil des ministres puisse se tenir pour corriger le tir le plus rapidement possible et en regrettant publiquement qu'un Conseil des ministres n'ait pas décidé en amont de mieux préparer cette échéance.
Les affaires courantes, monsieur le premier ministre, ne signifient pas que vous devez courir pour fuir vos responsabilités. Cela veut dire que vous devez continuer à assumer le service. En l'occurrence, nous sommes typiquement dans une matière urgente et vous aviez toute la légitimité de prendre ce projet de budget qui, je le rappelle, recueille une large adhésion des acteurs de soins.
Monsieur le premier ministre, pourquoi ce blocage qu'absolument personne ne comprend est-il intervenu? Quand ce blocage sera-t-il levé? Comptez-vous prochainement réunir un Conseil des ministres pour valider un projet de budget? Que pouvez-vous dire pour rassurer les prestataires de soins et les patients extrêmement nombreux qui sont inquiets de cette absence de budget des soins de santé de l'INAMI pour le moment?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, ik had wat er afgelopen maandag is gebeurd, niet verwacht. Ik had niet verwacht dat u het budget van de gezondheidszorg zou blokkeren. Ziekenfondsen, artsen en verzekeringsinstellingen kwamen tot een superbelangrijk akkoord over extra middelen in de zorg voor de patiënten, die willen weten hoeveel ze moeten betalen voor een bezoek aan de huisarts, logopedist of kinesist, en voor het personeel, dat extra middelen nodig heeft om zijn werk goed te doen. Maar wat gebeurde er afgelopen maandag? De liberalen blokkeren het akkoord: de MR onthoudt zich en Open Vld stelt zijn veto.
Ik weet niet of u de jongste tijd nog hebt gepraat met mensen die in de zorg werken, maar ik kan getuigen, want ik ben zelf spoedarts. Ik hoop dat u goed luistert, want het zit het zorgpersoneel tot hier. Zij smeken al jaren om extra middelen, maar hun vraag valt in dovemansoren. Afgelopen maandag kregen zij opnieuw een klap te verwerken en begrepen ze dat u niet luistert. De vraag is waarom. Wat hoor ik in de wandelgangen fluisteren en wat lees ik in de pers? De reden is dat u niet wilt dat de farmaceutische industrie een eerlijk steentje bijdraagt. Ik lees: Le MR en l'Open Vld n'étaient pas d'accord de faire peser l'effort sur le secteur pharmaceutique . U zegt van niet, maar het staat in de kranten. Ik ben dus heel benieuwd naar wat er maandag dan is gebeurd en wat de reden is waarom u het akkoord hebt geblokkeerd.
De farmaceutische industrie is wel verantwoordelijk voor de explosie van de uitgaven in de gezondheidszorg. Ze vraagt exuberante prijzen voor een aantal geneesmiddelen. Zo vraagt ze 194.000 euro per patiënt per jaar voor Kaftrio, een geneesmiddel voor mucoviscidosepatiënten, terwijl het de industrie zelf nog geen 6.000 euro kost om het te produceren. De farmasector gijzelt de gezondheidszorg en als daarop wil bespaard worden, dan kan hij rekenen op Open Vld om alles tegen te houden. Is dat echt uw visie? Waar wilt u dan het geld zoeken? Opnieuw bij de patiënten en het zorgpersoneel? Er moet duidelijkheid komen.
Irina De Knop:
Mijnheer de eerste minister, volgens de voorzitter van de Christelijke Mutualiteit is de situatie rond het RIZIV-budget ongezien en totaal onbegrijpelijk. Wat echter helemaal ongezien en onbegrijpelijk is, is dat de voorzitter aan stemmingmakerij doet. Hij maakt patiënten én zorgverstrekkers bang zonder dat daarvoor één gegronde reden is. Zoveel is duidelijk.
Ik wil even factchecken. We spreken over een budget van 40 miljard euro. De financiering van onze gezondheidszorg verdient dan ook een ernstig debat.
Als de huidige regering onder leiding van deze premier en de staatssecretaris voor Begroting dit budget had goedgekeurd, hadden we met een pennentrek de 2,5 % groeinorm vastgeklikt, net als de bijkomende indexeringen en hadden we de bijkomende overschrijdingen van een aantal sectoren aanvaard. Dat hebben we echter niet gedaan. We hebben daar een stokje voor gestoken.
Laat ons immers duidelijk zijn: er liggen een aantal partijen heel erg wakker van het budgettaire kader in dit land. Dat hebben we toch goed begrepen, want daarover ging het toch gedurende de hele campagne? De N-VA ligt er blijkbaar nog het meeste wakker van. Als er nu een grondig begrotingsdebat kan worden gevoerd omdat wij dit niet hebben goedgekeurd, hebben wij dit land en de begroting een dienst kunnen bewijzen. Mijn partij heeft tegengestemd op een voorstel om ervoor te zorgen dat er over het gezondheidsbudget een grondig debat kan worden gevoerd en dat er ook echte hervormingen kunnen komen in de gezondheidzorg.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le premier ministre, lundi, nous avons été informés du fait que les membres du gouvernement présents au Conseil général ont refusé d'adopter le budget 2025 pour les soins de santé proposé par le Comité de l'assurance de l'INAMI. Il nous est également revenu que vous n'avez pas voulu rassembler les membres du gouvernement préalablement à cette réunion pour délibérer sur le sujet. Cela provoque une grande incertitude et attire beaucoup de critiques, tant de la part des syndicats que de vos propres ministres de la Santé.
Je rappelle que le Comité de l'assurance de l'INAMI avait pourtant établi des propositions d'économie de l'ordre de 217 millions d'euros qui permettaient au budget de 2025 de rester sur les rails. Ceci avait été adopté à l'unanimité, sauf par les sages-femmes qui méritent une attention particulière.
En outre, le Comité a insisté sur le fait que si le budget n'était pas voté rapidement, ces mesures d'économie ainsi que la norme de croissance de 2,5 % et l'index santé de 3,34 % ne pourraient pas être appliqués à partir du 1 er janvier, ce qui occasionnerait d'emblée un déficit budgétaire de 2 milliards d'euros, qui serait bien entendu supporté par les patients et les prestataires de soins.
Monsieur le premier ministre, pourquoi n'avez-vous pas voulu délibérer préalablement à la réunion du 21 octobre avec l'ensemble du gouvernement afin de ne pas se retrouver dans la situation présente? Pourquoi votre parti, l'Open Vld, s'est-il opposé à ce budget et quelles modifications souhaite-t-il y voir apportées pour l'adopter?
Monsieur le premier ministre, il y a urgence et nous vous demandons de rassembler rapidement le gouvernement pour prendre une décision concernant ce budget 2025 des soins de santé.
Jan Bertels:
Mijnheer de eerste minister, hoeveel kost mijn behandeling? Hoeveel krijg ik terug? Hoeveel betaal ik zelf? Dat zijn vragen die iedere patiënt die zorg nodig heeft, moet kunnen beantwoorden. Dat zijn vragen voor 2025, die vandaag niet te beantwoorden zijn. Dat is een probleem.
Nog geen week geleden heb ik het hier gehad over het belang van betaalbare zorg. Uitgestelde zorg is altijd duurdere zorg. Onzekerheid leidt enkel tot grotere problemen. De basis voor die zekerheid, welke zorg men ook nodig heeft, zit in de jaarlijkse RIZIV-begroting. Het RIZIV zorgt er niet alleen voor dat patiënten weten waarop zij recht hebben, maar het geeft ook zorgverleners als artsen, tandartsen en verpleegkundigen zekerheid, over de indexering van hun honoraria bijvoorbeeld.
Vandaag staan die mensen in de kou. Waarom? Is er een akkoord voorbereid? Ja. Staan de budgetten klaar? Ja. Waar loopt het dan fout? De regering is nu aan zet. Het is wachten op overleg binnen de regering.
Socialisten maken werk van betaalbare en toegankelijke zorg, jaar na jaar. De gezondheid van mensen is immers onze grootste prioriteit. Dat is zij altijd geweest en dat zal zij altijd zijn, ook nu er een akkoord gesloten moet worden voor 2025.
De regering bevindt zich in lopende zaken. De wereld staat ondertussen evenwel niet stil. Een regering in lopende zaken moet zorgen voor stabiliteit en voor continuïteit. Voor die stabiliteit en voor die zekerheid moet de RIZIV-begroting worden vastgelegd, conform de wetgeving en de budgettaire mechanismen.
Mijnheer de eerste minister, hoe zult u ervoor zorgen dat de patiënten en de zorgverleners zo snel mogelijk weten waar zij aan toe zijn?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, je ne serai pas très originale. Comme vous le savez, les mutuelles, les syndicats de médecins, les professionnels du secteur – tous les membres de la concertation sociale en matière de soins de santé – se sont mis d'accord pour adopter un budget à la trajectoire raisonnable, qui permet de recadrer de sérieux dérapages – tels les suppléments d'honoraire, mais aussi les médicaments – sans toucher à l'accessibilité et à la qualité des soins de santé, donc sans pénaliser le patient. Or, cette semaine, nous avons appris qu'après des mois de discussion et de concertation, l'Open Vld a voté contre, tandis que le MR s'est abstenu, de sorte qu'ils ont bloqué l'adoption de ce budget.
Quelle en est la raison? La presse s'est livrée à de multiples spéculations. Apparemment, il s'agirait de tenter de remettre dans les mains d'un gouvernement plus à droite, c'est-à-dire plus cohérent avec votre idéologie, la décision portant sur le budget de l'INAMI. Pensez-vous sincèrement qu'en quelques jours, ce gouvernement qui n'est même pas encore formé, saura mieux que l'ensemble des professionnels ce qu'il convient de faire pour redresser le budget et adopter celui de 2025? Franchement! La conséquence de cette manœuvre est que nous risquons d'assister à un grave dérapage budgétaire sur le plan des soins de santé, tandis que carte blanche sera donnée au secteur pharmaceutique pour continuer à s'en mettre plein les poches. C'est un vrai problème!
Monsieur le premier ministre, expliquez-nous pourquoi vouloir imposer un point de vue sans respecter les partenaires sociaux, alors que ce modèle a fait ses preuves? En tant que premier ministre en affaires courantes, c'est précisément votre mission de faire en sorte que ce budget soit adopté. Allez-vous débloquer la situation? Allez-vous convoquer un Conseil des ministres avant le 6 décembre ou bien allez-vous continuer à protéger des secteurs qui sont en train de profiter véritablement du système?
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, nous sommes aujourd'hui le 24 octobre et nous n’avons toujours pas d’accord sur le budget des soins de santé pour 2025. Ce lundi, votre parti, l’Open Vld, a voté contre l’accord obtenu en concertation sociale, tandis que le MR s’est abstenu.
Vous prenez ainsi en otage les patients, les soignants, mais aussi les hôpitaux. Surtout, vous balayez d’un revers de la main le travail mené par les mutualités et les dispensateurs de soins, par tous ceux qui étaient autour de la table et qui ont trouvé un accord pour présenter un budget en équilibre.
Ce budget contient pourtant les économies imposées. Il s'agit de 216 millions d’économies, sans nouvelle avancée pour 2025. C'était évidemment un travail compliqué. Et pourtant, la concertation a permis de dégager un accord, de dégager des solutions – j’insiste – sans toucher aux patients et en garantissant la viabilité de notre système de soins.
L’accord approuvé par une large majorité n’a pourtant pas été suivi. Pourquoi? Parce que, sans doute, le secteur pharmaceutique devait contribuer à l’effort. Je rappelle que le secteur pharmaceutique dépasse son cadre budgétaire et engrange des milliards d’euros de bénéfices chaque année.
Monsieur le premier ministre, vous êtes à la tête d’un gouvernement – en affaires courantes, certes, mais d’un gouvernement tout de même – qui doit prendre ses responsabilités. Vous ne pouvez pas simplement renvoyer la patate chaude à l’Arizona, qui peine à se former. Vous jouez avec le temps et avec le feu.
Monsieur le premier ministre, que voulez-vous? Voulez-vous d’autres économies pour protéger le Big Pharma? Préférez-vous faire payer davantage les patients, moins bien rémunérer les prestataires, ou compliquer plus encore la situation des hôpitaux? Ou bien, monsieur le premier ministre, comptez-vous enfin réunir votre gouvernement en affaires courantes pour mettre en œuvre l’accord conclu entre les mutualités et les prestataires de soins?
Voorzitter:
Monsieur le premier ministre, vous disposez de cinq minutes pour répondre.
Alexander De Croo:
Collega’s, ik wil beginnen met de patiënten, zorgverstrekkers en ziekenfondsen gerust te stellen. Er zal in 2025 een begroting van het RIZIV zijn. Men zal terugbetaald worden voor de behandelingen.
Ik betreur ten zeerste dat de voorbije dagen pertinente onwaarheden werden verkondigd, zelfs in het Parlement, louter met politieke motieven. Ik wil een aantal onder u vragen eerst uw dossiers te doorgronden en pas daarna commentaar te leveren. In 2019 was de situatie met de regering-Wilmès I vergelijkbaar. Aangezien men besefte dat er niet snel een nieuwe regering zou worden gevormd, besliste men op 22 november 2019 om de begroting voor het RIZIV goed te keuren. 22 november is over een maand. Er is dus geen enkele noodzaak voor de regering in lopende zaken om daarover vandaag een beslissing te nemen.
En effet, le budget de l'INAMI fait partie du budget global. C'est normal. Un budget global que, pour l'instant, cinq partis sont en train de négocier. Ils étaient d'ailleurs en train de négocier dans le bâtiment juste à côté. Un des grands défis qu'ils ont à relever est le budget global. L'INAMI fait partie de ce budget global. Décider maintenant, uniquement sur l'INAMI, sans regarder quelles sont les autres mesures, serait rendre le travail du formateur plus difficile.
Het laatste wat men van een regering in lopende zaken zou verwachten, is dat ze het werk hindert van een regering die zich aan het vormen is. Ook dat is democratie. Op basis van een verkiezingsuitslag proberen partijen een regering te vormen met een formateur die aangesteld is. Het is toch logisch dat een regering in lopende zaken aan de formateur en de vijf betreffende partijen alle ruimte geeft om een regering te vormen en een begroting aan te nemen. De begroting van het RIZIV maakt daar deel van uit. Daar nu al op een voorafname op doen, zou de zaken bemoeilijken. Vanuit een democratisch perspectief zou dat pertinent onjuist zijn.
Pour cette année 2024, ce gouvernement sortant avait fixé la norme de croissance dans les soins de santé à 2 %. Cela faisait partie d'un accord budgétaire global avec des choix politiques qui ont été faits dans les soins de santé ainsi que dans d'autres domaines, accompagnés de réformes. Des réformes sont des choix politiques, qui doivent se faire par ceux qui sont élus, par ceux qui sont mandatés par le Parlement et non pas par les partenaires sociaux.
Mocht de volgende regering vinden dat de uitgaven in de gezondheidszorg volgend jaar moeten stijgen ten opzichte van dit jaar, mocht zij stellen dat de 2 % van 2024 niet voldoende was en volgend jaar naar 2,5 of zelfs 3 % willen gaan, zoals ik in sommige nota's heb gelezen…
Monsieur Bertels, monsieur Gatelier, vous avez des représentants autour de cette table. Certains sont même ici dans ce Parlement.
In plaats van u dus tot mij te richten, stel ik voor dat u zich richt tot de onderhandelaars die voor u rond de tafel zitten. Indien u een groeinorm van 2,5 % tot 3 % wilt, richt u dan tot de heer Vandenbroucke en tot de heer Prévot. Zorg ervoor dat zij de uitgaven doen stijgen. Zorg er dan echter ook voor dat er hervormingen zijn op andere domeinen om de stijging betaalbaar te maken, zodat het mogelijk is over die stijging te beslissen.
Kom hier geen verhaaltjes vertellen. Een begroting van de gezondheidszorg maakt deel uit van een brede begroting. Die onderhandeling vindt nu plaats. Ik ga ervan uit dat de onderhandeling voor een volgende regering zal plaatsvinden in de komende maand en in de weken die daarop volgen.
Geef die ploeg de ruimte om te onderhandelen. Geef die ploeg de ruimte om een akkoord te maken. (…).
François De Smet:
Merci monsieur le premier ministre.
Votre réponse est complètement surréaliste, mais elle contient tout de même un élément rafraichissant: au moins une personne dans cette pièce pense qu'il y aura un gouvernement Arizona en novembre, et c'est vous. Or, pour le reste, vous êtes dans de la science-fiction politique et juridique. Soit il y a un gouvernement, soit il n'y en a pas. Mais l'idée que le premier ministre sortant puisse servir les plats à un formateur – mot qui n'existe même pas dans la Constitution – contre l'avis de ses propres partenaires, est irréelle.
Vous auriez raison contre tout le monde: contre l'INAMI, contre les prestataires de soins de santé, qui ont pourtant fait des efforts majeurs pour faire des économies, contre vos propres partenaires de majorité, dont un grand nombre se sont exprimés ici. Il est vraiment temps de sortir de cette période, parce que pour l'instant nous avons à la fois le pire de l'Arizona et le pire de la Vivaldi.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, het is duidelijk dat u gewoonweg geen respect hebt voor de helden van de zorg. Ik vermoed dat u geapplaudisseerd hebt tijdens de coronacrisis. Collega's, u hebt allen geapplaudisseerd voor de helden van de zorg. Nu krijgen zij van ieder van u een klap in het gezicht. Ik hoor nu dat u wel in de zorg wilt besparen. U stelt bijvoorbeeld de groeinorm van 2,5 % voor de begroting ter discussie. Nochtans was die groeinorm aan het personeel beloofd! Dat is gewoon een klap in het gezicht van het personeel.
Hebt u allen de voorbije jaren de kreten van het zorgpersoneel niet gehoord? Die sector schreeuwt en smeekt om meer investeringen, want de personeelsleden zitten op hun tandvlees. Die boodschap wordt niet gehoord.
Mijnheer de premier, u hebt mij uitgenodigd om het dossier te bestuderen. Ik nodig u uit om mee te gaan naar een spoeddienst, zodat u aan mijn collega's kunt uitleggen wat u van plan bent.
U argumenteert dat er gewacht kan worden, dat er nog voldoende tijd rest voor onderhandelingen. Over twee weken vindt echter een betoging van het zorgpersoneel plaats met als titel 'Wachten kan niet meer'. Er moeten investeringen komen in de zorg. Niet morgen, maar vandaag.
Voorzitter:
Goede collega's, dat was de maidenspeech van collega Eggermont in het halfrond. (Applaus)
Irina De Knop:
Collega Bertels, het is van twee zaken één. Maar wat we hier zien, is in zekere zin de omgekeerde wereld. Partijen, waaronder de uwe, zijn aan zet om een regering te vormen. Welnu, doe dat dan. Neem zelf uw verantwoordelijkheid en misbruik de Algemene Raad niet om uw gezondheidsbudget te realiseren zonder hervormingen. Dat doet men aan de onderhandelingstafel, men laat dat niet louter aan de actoren over.
Ter attentie van uw toekomstige coalitiepartners heb ik één boodschap: boer, let op uw ganzen. Parallel aan de regeringsonderhandelingen wil Vooruit namelijk zomaar eventjes het gezondheidsbudget vastklikken zonder hervormingen door te voeren en zonder een globaal debat over de begroting. Welnu, collega's, Open Vld is geen handpop, niet van Vooruit en ook niet van een toekomstige regering.
Voorzitter:
Collega Bertels, u bent te snel. Ik geef u nog enkele momenten om over uw repliek na te denken, zodat die nog scherper en spitser is dan u die voorbereid hebt. Eerst is het de beurt aan collega Gatelier.
Jean-François Gatelier:
Merci, monsieur le premier ministre, pour votre réponse.
Excusez-moi, mais j'hallucine. J'ai l'impression d'être à l'école, où on reporte la faute les uns sur les autres. Je ne vois qu'une chose: il n'y a qu'un parti qui s'est opposé à ce budget et vous tentez de responsabiliser l'ensemble de ce Parlement. Je ne suis pas dans le secret des dieux de la future Arizona, je suis parlementaire et je défends l'avenir des patients, des soins de santé, des prestataires de soins et des hôpitaux.
Vous êtes encore le premier ministre de la Belgique. Vous êtes encore le capitaine de ce gouvernement, certes en affaires courantes. Il y a urgence et vous avez la responsabilité politique de prendre une décision avec l'ensemble du gouvernement, rapidement, pour rassurer le secteur. Le gouvernement Vivaldi a commencé la législature de 2020 en gérant une pandémie de covid 19 avec les blouses blanches. J'espère que le gouvernement Vivaldi va terminer en respectant les blouses blanches et tout le travail qu'elles ont fourni pendant cette pandémie.
Voorzitter:
Merci au collègue Gatelier qui s'est exprimé sans papier. C'était aussi sa première question dans cet hémicycle. (Applaudissements)
Jan Bertels:
Mevrouw De Knop, de eerste minister heeft ons uitgenodigd om de dossiers te lezen. Ik zou willen vragen dat u het investerings- en hervormingsprogramma dat wij samen in de vorige regering hebben doorgevoerd, er eens op naslaat.
Mijnheer de eerste minister, waar patiënten en zorgverleners nu nood aan hebben, is zekerheid. Er ligt een breed gedragen voorstel op tafel. Er is nood aan actie en niet aan vingerwijzingen en wegkijken. Jaar na jaar, keer op keer heeft de regering de RIZIV-begroting goedgekeurd. Wij moeten dat ook nu doen. De wetgeving bepaalt dat wij onze verantwoordelijkheid nemen. Alles staat klaar voor een beslissing. Ga dus zo snel mogelijk aan de slag. Laten we werk maken van dat akkoord, laten we onze verantwoordelijkheid nemen, laten we het algemeen belang vooropstellen en niet het partijbelang, mevrouw De Knop.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie pour vos réponses, monsieur le premier ministre.
C'est à n'y rien comprendre: votre parti, qui n'est pas impliqué dans les négociations pour la formation du prochain gouvernement, bloque, alors que certains partis qui sont autour de la table à la fois de la Vivaldi et de la future Arizona ont voté pour. S'ils soutiennent ce budget qui est proposé par les partenaires sociaux, c'est encore une bonne raison de le soutenir.
Nous voyons ici encore une nouvelle manifestation de la volonté de la droite de contourner la concertation sociale. Nous l'avons vu à l'époque avec la ministre de la Santé Maggie De Block. Nous l'avons vu hier en commission des Affaires sociales où certains se sont empressés d'essayer de supprimer un acquis des travailleurs qui date d'il y a à peine quelques mois: le droit à la formation. Et cela s'est fait sans l'avis du Conseil National du Travail (CNT), donc sans l'avis des partenaires sociaux. C'est inacceptable.
Je vous enjoins, monsieur le premier ministre, à trouver une solution pour le 6 décembre en offrant aux partenaires sociaux, et en particulier aux travailleurs des soins de santé, le cadeau qu'ils méritent après tout ce qu'ils ont fait pour nous. (…)
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, je dois vous dire que votre réponse m'inquiète au plus haut point. Refuser d'adopter le budget tel qu'il a été négocié en concertation revient à refuser l'équilibre. Notre santé est pourtant le bien le plus précieux et notre système de soins mérite bien mieux que des considérations partisanes ou que toutes ces tergiversations. Il me semble que vous vous retranchez ainsi derrière la formation du gouvernement. Vous vous dérobez donc à vos responsabilités et vous revenez sur une coutume qui veut que le gouvernement en affaires courantes respecte la continuité des institutions et, en particulier, de la concertation sociale qui a toujours rempli son rôle pendant les périodes d'incertitude politique qui sont parfois longues dans notre pays. Ce blocage est tout simplement inacceptable. C'est un manque de respect à l'égard des patients, des prestataires de soins et des hôpitaux. Enfin, qui peut nous garantir que nous aurons un gouvernement avant le 31 décembre? Sans doute pas vous en tout cas!
De toekomst van studentenarbeid
De verhoging van het aantal uren studentenarbeid
Toekomst studentenarbeid en -uren
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 24 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de toekomst van studentenarbeid vanaf 2025, waar de huidige tijdelijke verhoging van 600 uren (vs. 475 uren) dreigt terug te vallen naar de oude regeling. Van Quickenborne en Ronse pleiten voor behoud of uitbreiding van de 600 uren, wijzend op het succes voor studenten, werkgevers en vaardigheidsontwikkeling, terwijl minister Dermagne benadrukt dat de evaluatie nog loopt en waarschuwt voor risico’s voor studiesucces en jongerenwerkloosheid. Concrete actie wordt gevraagd via wetsvoorstellen, met kritiek op het ontbreken van urgentie bij de regering.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de vice-eersteminister, studentenarbeid is populair in ons land. Sinds kort bedraagt het aantal studentenjobs meer dan een miljoen in ons land. Dat is een goede zaak. Studenten kunnen immers een cent bijverdienen, namelijk 3.000 euro gemiddeld per studentenjob. Een dergelijke job is ook belangrijk omdat studenten op die manier skills aanleren. Mijn eerste studentenjob was het vullen van cementzakken en het inpakken van matrassen. Ik weet niet wat uw eerste studentenjob was.
Studentenarbeid is ook belangrijk voor de werkgevers. Vandaag doen 72.000 zelfstandigen en ondernemers een beroep op studentenarbeid. Zij kunnen bijvoorbeeld op onregelmatige uren meer mensen inzetten, ook bijvoorbeeld bij een zondagopening, dankzij studentenarbeid.
Mijnheer de minister, dat is niet toevallig. Het succes van de studentenarbeid is er omdat de voorbije 25 jaar de studentenarbeid systematisch is versoepeld en hervormd en bepaalde zaken mogelijk zijn gemaakt. Toen ik begon in de politiek mochten studenten maximaal twintig dagen werken tijdens de zomer. Dat aantal is verhoogd en is inmiddels 600 uur geworden. Studenten kunnen gemakkelijk via de applicatie Student@Work checken hoeveel uur zij nog kunnen werken.
Er is vandaag echter ook veel onzekerheid. Iedereen stelt zich immers de vraag wat de situatie zal worden vanaf 2025. Zal de student sneller aan zijn maximumaantal uren geraken? Kan hij of zij zijn of haar studentenjob nog uitvoeren? Wordt desgevallend de kinderbijslag bedreigd?
Mijn vraag is dus heel eenvoudig.
Mijnheer de minister, wat is de situatie voor de studentenarbeid vanaf 1 januari 2025? Bent u bereid een eventueel initiatief ter zake te steunen?
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik heb boules de Berlin verkocht op het strand in De Haan – niet in Middelkerke, mijnheer Dedecker. Ik heb ijsjes verkocht op het strand. Ik heb in de McDonalds gewerkt. Ik heb in de Volvofabriek gewerkt.
Ik heb toen nooit begrepen waarom ik als student niet meer mocht werken, hoewel ik dat wou. Het is immers op die plaatsen dat ik mijn sociale vaardigheden heb geleerd. (Gelach) Ik weet niet waar ik ze heb afgeleerd, maar hier zal ik ze ongetwijfeld opnieuw opbouwen.
Collega’s, dit is zo belangrijk. Geen enkele student begrijpt waarom het aantal uren studentenarbeid beperkt is. Minister Dermagne, een van de weinige vivaldimaatregelen die ik fantastisch vond was de verhoging van het aantal uren studentenarbeid van 475 uur naar 600 uur.
Collega Van Quickenborne, ik begrijp niet dat de regering destijds heeft beslist om die beslissing voor slechts twee jaar te laten gelden. Vanaf 1 januari 2025 zal de oude regeling weer van kracht zijn.
Mijnheer de minister, u hebt gezegd dat u zou evalueren of de verhoging van het aantal uren studentenarbeid niet marktverstorend zou werken en een invloed zou hebben op de examenresultaten. Ik vraag u niet om nieuw beleid te voeren, behoede ons daarvoor. We vragen alleen of die evaluatie klaar is en of het klopt dat die verhoging naar 600 uur absoluut niet markt- of examenverstorend heeft gewerkt.
Voorzitter:
Dank u, collega Ronse. Ik weet niet of het door u geoogste applaus instemmend was, maar u hebt het meer dan verdiend.
Pierre-Yves Dermagne:
Mijnheer Van Quickenborne, mijnheer Ronse, dank voor uw vragen. Het was misschien wel de eerste KV Kortrijkploeg in de Kamer.
Het aantal uren dat studenten kunnen werken aan verminderde sociale bijdragen bedraagt 475 uur per jaar sinds 2017. Boven deze drempel kunnen zij natuurlijk nog steeds werken, maar dan zijn er normale bijdragen verschuldigd. Voor 2023 en 2024 heeft de vivaldiregering, mijnheer Van Quickenborne, beslist om het quotum tijdelijk te verhogen tot 600 uur per jaar. Die beslissing maakte deel uit van een groter geheel met andere dossiers en ze werd samen met de sociale partners genomen. Het komt de volgende regering met volheid van bevoegdheid toe om te beslissingen over een eventuele aanpassing van het aantal voordelige studentenuren. Om een cijfer te geven: in 2023 presteerde een student gemiddeld 216 uren. Men kan zich dus de vraag stellen of een verhoging wel nodig is, maar de vraag staat open.
Belangrijk daarbij is dat de maatregel eerst grondig wordt geëvalueerd, zoals ook voorzien in het koninklijk besluit, samen met de sociale partners. De minister van Sociale Zaken, Frank Vandenbroucke, en ik hebben onze verschillende administraties belast met de evaluatie van zowel de sociale als de werkgerelateerde aspecten. Die evaluatie wordt momenteel afgerond.
Tot slot, wil ik enkele overwegingen meegeven. Ten eerste, het is misschien gewoon een bedenking, maar studenten zijn in de eerste plaats studenten en geen reguliere werknemers. Zij moeten ook nog voldoende tijd hebben om zich aan hun studie te wijden. Ten tweede, een te genereus quotum kan ook negatieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheidskansen van jonge werklozen die vaak laaggeschoold zijn en zelfs van jonge afgestudeerden voor wie het belangrijk is om te beginnen werken.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, eerst en vooral, kijk naar de evolutie van de arbeidsmarkt. Het aantal vaste jobs groeit in ons land, het aantal flexijobs groeit in ons land en het aantal studentenjobs groeit in ons land. Wij moeten de groei ondersteunen, wij moeten hervormingen ondersteunen, wij moeten de mensen vrij laten als zij willen werken. Laat de mensen die willen werken, werken en kijk naar de mensen die niet willen werken. Dat moeten wij doen.
Er moet iets gebeuren. Collega Ronse, ik reik u de hand – wij doen dat vaak samen – om samen met andere partijen in het Parlement, zeker de hervormingspartijen, de 600 uur ook volgend jaar te garanderen. Dat mag voor mij zelfs onbeperkt zijn. Ik heb daarover een wetsvoorstel ingediend dat vorige week in overweging is genomen. Ik heb aan de voorzitter van de commissie voor Sociale Zaken gevraagd om dat met spoed te behandelen.
Voor de rest, collega's van de arizonacoalitie, maak voort. Wij zijn 137 dagen bezig. Uw coalitie is aangewezen om te starten. Ook hier dreigen studenten het slachtoffer van te worden, dus maak voort met die regering. Intussen kunnen wij mijn wetsvoorstel behandelen.
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, ik vind uw antwoord compleet waanzinnig. U zegt dat, als men studenten 600 uur per jaar laat werken en zelf de vrije keuze laat om dat te doen, dat de examenresultaten en het welzijn in gevaar brengt. 600 uur werken, komaan! Laat ons minstens verwachten dat de studenten die keuze zelf kunnen maken, en laat ons die pampervisie op mensen en die negatieve visie over werk compleet achterwege laten. Ik zie vooral dat er nog geen evaluatie is. Per student wordt er gemiddeld 216 uur gewerkt. Het behouden of minstens het optrekken van die 600 uur wordt hier door niemand als een probleem gezien. Nochtans tikt de klok, het is bijna januari 2025. Mijn wetsvoorstel ligt klaar. Ik reken erop dat het kamerbreed wordt goedgekeurd. Op de studenten!
De te leveren begrotingsinspanning
Gesteld door
Gesteld aan
Alexia Bertrand
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België moet 28 miljard euro besparen over vijf jaar om het begrotingstekort onder 3% te krijgen, maar onderhandelingen verminderen dit plots tot 16 miljard via nieuwe EU-uitgavennormen—wat volgens Van Quickenborne onvoldoende en misleidend is. Bertrand bevestigt dat 16 miljard enkel de uitgaven beperkt maar 28 miljard nodig blijft voor het tekort, en vraagt Europa om duidelijkheid. Critici wijten de vertraging aan politiek gekonkel (o.a. belastingverzet, pensioenwaterbijting) en vrezen dat de ambitie slinkt naarmate de formatie aansleept. De EU’s standpunt wordt afgewacht, maar scepticisme over haalbaarheid en transparantie blijft.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de staatssecretaris, ons land staat net als vele Europese landen voor een budgettaire uitdaging. Na jaren van corona- en energiesteun is het tijd om de begroting onder het tekort van 3 % te krijgen en de schuld af te bouwen. We weten allemaal wat er moet gebeuren, namelijk besparen, hervormen en groeien.
Mevrouw de staatssecretaris, wanneer we dat alles bekijken, merken we dat de Nationale Bank van België heeft aangegeven dat de inspanning die de komende vijf jaar moet worden geleverd, 28 miljard euro bedraagt. Ook in de nota van de formateur wordt dat cijfer expliciet opgenomen.
U weet dat de onderhandelingen eind augustus 2024 in de frigo zijn geplaatst door onder meer het verzet van de heer Bouchez tegen de belastinglawine in de nota. Hij heeft dat daarnet trouwens opnieuw verteld: “L'impôt tue. ”
Mevrouw de staatssecretaris, die onderhandelingen zijn gisteren echter opnieuw opgestart. Wat bleek toen opeens, hocus pocus? Plots bleek die inspanning maar 16 miljard euro meer te bedragen. Dat is quasi een halvering van de inspanning. Dus na de truc met de 19 miljard euro terugverdieneffecten, waarnaar u net hebt verwezen, is er nu een tweede konijn uit de hoed getoverd, namelijk een inspanning van 16 miljard euro in plaats van 28 miljard euro.
Mijnheer de voorzitter, ik begin stilaan te begrijpen waarom de onderhandelingen voor een arizonaregering lang duren. Sommige deelnemers aan de onderhandelingen zijn van mening dat hoe langer ze duren, hoe minder inspanningen er moeten worden geleverd. Collega’s, ik ben eerlijk gezegd van mening dat Europa dat standpunt niet zal pikken. Dat zal niet pakken bij Europa.
Mevrouw de staatssecretaris, ik heb dus maar één vraag voor u. Wat is uw standpunt, maar zult u vooral de vraag stellen aan Europa of de inspanning nu 28 miljard euro dan wel 16 miljard euro bedraagt?
Alexia Bertrand:
Dank u, mijnheer Van Quickenborne, voor alweer een goede vraag over de begroting.
U weet dat er een nieuw begrotingskader tot stand kwam. De regels van 3 % tekort en 60 % schuld zijn niet veranderd, maar de uitgavennorm is wel nieuw. Er komt een maximumgrens voor de stijging van de uitgaven van alle overheden samen. Zo hoopt Europa het tekort en de schuld af te bouwen.
Vandaag lezen we in De Tijd dat de noodzakelijke inspanningen op het vlak van de uitgaven op 16 miljard euro worden geschat. Alleen een inspanning van 16 miljard euro op de uitgaven zal echter niet volstaan om ons tekort onder de 3 % te brengen. Daar geef ik u gelijk in, mijnheer Van Quickenborne, dat zal niet volstaan. Daarvoor blijft een inspanning van 28 miljard euro nodig voor de volgende vijf jaar.
Om meer duidelijkheid te krijgen, ga ik in samenwerking met de FOD BOSA meer uitleg vragen aan de Europese Commissie. Zij zijn degenen die ons het antwoord zullen geven. Welke inspanning zal noodzakelijk zijn om aan de aangepaste Europese begrotingsregels te voldoen? Die vraag zal ik de Europese Commissie stellen. Het spreekt voor zich dat ik de formateur zal informeren over de feedback van de Europese Commissie. We hopen dan dat we goed nieuws krijgen.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de staatssecretaris, dank u om die vraag aan de Europese Commissie te willen stellen, want ik hoorde in de wandelgangen dat de formateur liever niet heeft dat die vraag zou worden gesteld. Het is goed dat u de vraag zult stellen en dat er duidelijkheid komt.
Collega's, die nieuwe coalitie laat op zich wachten. Hoe langer het duurt, hoe lager de ambitie wordt. Eerst was er de truc met de 19 miljard euro aan terugverdieneffecten, mijnheer Crucke, waaraan niemand enig geloof hecht. Vorige week trok de formateur zijn staart in over de pensioenhervormingen, na protest van een aantal vakbonden bij de veiligheidsdepartementen. Nu heeft men het plots niet meer over 28 miljard euro maar over 16 miljard euro.
Er is maar één conclusie te trekken, collega's, en dat is dat er in de woestijn van Arizona heel veel zandkastelen worden gebouwd, week na week, en dat zal zo blijven duren. (Protest in de zaal)
Voorzitter:
We kunnen vragen die enige ambiance teweegbrengen alleen maar op prijs stellen.
De Dag tegen kanker en het recht om vergeten te worden
De Dag tegen kanker en het recht om vergeten te worden
Roze oktober en oncologische zorg
Breast Kanker Bewustzijn en Zorg
Gesteld door
N-VA
Anneleen Van Bossuyt
Open Vld
Irina De Knop
PS
Patrick Prévot
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Op de Dag tegen Kanker benadrukken parlementsleden de noodzaak om het ‘recht om vergeten te worden’ voor ex-kankerpatiënten verder uit te breiden, met name naar reisannulerings- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, en de meldingsplicht af te schaffen (zoals in Frankrijk/Nederland). Minister Vandenbroucke bevestigt de verkorting van wachttijden (van 10 naar 5 jaar) en wetenschappelijke studies voor ziekte-specifieke termijnen (bv. borst-/schildklierkanker), maar stelt verdere uitbreiding afhankelijk van nieuwe regering en KCE-onderzoek (2025). Critici vragen snellere actie, betere toegang tot vroege opsporing (bv. mammografie tot 74 jaar) en financiële steun (protheses, hoofdbedekking). Kernpunt: rechtvaardigheid en herintegratie van ex-patiënten blijft onvoldoende gerealiseerd.
Anneleen Van Bossuyt:
Collega Bertels verwees er al naar, het is vandaag de Dag tegen kanker. We kennen wel allemaal iemand die op dit moment tegen kanker aan het vechten is, of die eraan gestorven is.
Jammer genoeg worden mensen nadat ze kanker overwonnen hebben, toch nog met problemen geconfronteerd. Bijvoorbeeld, als ze een bepaalde verzekering willen aangaan, is dat soms heel moeilijk. Vandaar dat in 2019 het recht om vergeten te worden is ingevoerd, waardoor ex-kankerpatiënten bijvoorbeeld een schuldsaldoverzekering kunnen aangaan zonder dat ze een extra medische premie moeten betalen.
In de vorige legislatuur hebben we dit recht om vergeten te worden kunnen uitbreiden, onder meer naar de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ook hebben we de termijn waarbinnen het recht om vergeten te worden ingaat, teruggebracht van 10 jaar naar 5 jaar. Vandaag willen wij een pleidooi houden om het recht om vergeten te worden nog verder uit te breiden. We hebben ter zake een concreet wetsvoorstel op tafel gelegd. Gisteren hebben we het nog in de commissie voor Economie toegelicht.
We willen het recht om vergeten te worden graag uitbreiden naar de reisannuleringsverzekering, opdat ex-kankerpatiënten zorgeloos op vakantie kunnen gaan. Daarnaast willen we van het recht om vergeten te worden een echt recht om vergeten te worden maken door de meldingsplicht af te schaffen. Nu zijn zij nog steeds verplicht te melden dat ze ooit kanker hebben gehad.
In Frankrijk, Nederland en Luxemburg is die afschaffing al het geval. Vandaar onze vraag, mijnheer de minister: bent u bereid die uitbreiding te onderzoeken?
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, zoals hier net terecht vermeld is, krijgen elke dag negen mensen in ons land het moeilijke nieuws en verdict dat ze kanker hebben. Niet alleen is de ziekte zelf heel slecht nieuws, ingrijpend op het leven van mensen en hun familie, minstens even erg is het feit dat wanneer men genezen wordt verklaard die ziekte de patiënt jarenlang blijft achtervolgen. Dat merken bijvoorbeeld personen die een verzekering willen afsluiten.
Mede onder impuls van onze fractie is in de vorige legislatuur de zogenaamde wet betreffende het recht om vergeten te worden ingevoerd. Dat heeft ervoor gezorgd dat mensen opnieuw een schuldsaldoverzekering kunnen afsluiten na een bepaalde termijn. In een volgende stap hebben we er samen in het Parlement voor gezorgd dat het recht om vergeten te worden ook kan worden ingevoerd voor de verzekering gewaarborgd inkomen.
Natuurlijk is het werk niet af. We vernemen dat bij bepaalde vormen van kanker, onder meer borstkanker, de verzekering gewaarborgd inkomen nog steeds niet afgesloten kan worden. Ook horen we dat er nog heel wat issues bestaan over de termijn, meer in het bijzonder over de datum waarop de termijn eigenlijk ingaat. Dat is voor mensen na hun ziekte natuurlijk bepalend.
Mijnheer de minister, wij vragen dan ook heel duidelijk hoe u de wet van 2022 evalueert. Welke bijsturingen zijn volgens u nog nodig? Kunt u meedelen hoeveel mensen reeds konden gebruikmaken van die regeling, waardoor zij dus opnieuw een verzekering konden afsluiten? Waar zitten er nog hiaten?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, chaque année, 11 000 femmes sont touchées par le cancer du sein en Belgique. Au total, une femme sur huit sera concernée au cours de sa vie. Heureusement, le taux de guérison est de plus en plus élevé, surtout lorsque la maladie est diagnostiquée à un stade précoce. Néanmoins, c'est une annonce qui bouleverse leur vie quotidienne: traitements médicaux, effets secondaires, conséquences sur la vie privée et professionnelle, craintes pour l'avenir et j'en passe.
Il est évidemment nécessaire de garantir aux milliers de femmes touchées par le cancer du sein l'accès aux meilleurs soins. Si la qualité des soins est indispensable, leur accessibilité géographique et financière l'est tout autant. En effet, il n'est pas rare qu'il faille attendre plusieurs semaines, voire plusieurs mois, avant d'obtenir un rendez-vous pour une mammographie. Or, comme vous le savez, plus le délai est long, plus les chances de guérison s'amenuisent.
Monsieur le ministre, mon groupe se réjouit évidemment du développement des cliniques du sein et d'avoir obtenu la diminution de la TVA sur les soutiens-gorges et maillots de bain adaptés aux prothèses mammaires. Il se félicite également, et j'ai travaillé sur ce sujet sous la précédente législature, d'avoir mis fin aux surprimes des assurances. Cela dit, il faut naturellement aller plus loin.
Monsieur le ministre, selon vous, quelles mesures doivent-elles être prises pour garantir une prise en charge de qualité à toutes ces femmes et diminuer les délais d'attente pour une mammographie? Un nouveau Plan cancer, contenant un volet spécialement dédié au cancer du sein, est-il envisagé?
Et puis, monsieur le ministre, il faut dépister plus tôt et à plus grande fréquence. Nous savons que 30 % des cancers du sein sont détectés chez des femmes de plus de 70 ans. Elles non plus ne doivent pas être oubliées. La France, l'Espagne, la Suède et les Pays-Bas prévoient déjà depuis plusieurs années un dépistage jusqu'à 74 ans accomplis. Notre pays compte-t-il suivre cet exemple?
Frank Vandenbroucke:
Geachte leden, tijdens mijn bezoek aan het UZ Brussel vanmiddag, kon ik het belang ervaren niet alleen van een goed georganiseerde en betaalbare ziekteverzekering voor patiënten met kanker, maar ook van de warme solidariteit van de hele samenleving, omdat de gevolgen van kanker natuurlijk niet stoppen als de behandeling stopt. Men draagt de ziekte vaak een leven lang mee. Zo getuigden mensen vanmiddag en ik neem die getuigenissen echt mee.
Dat betekent dat we nog meer moeten doen rond het recht om een ziekte te laten vergeten. U wees er al op, mevrouw Van Bossuyt, dat we daaromtrent in de vorige legislatuur belangrijke stappen vooruit hebben gezet. Zo hebben we het in de praktijk gemakkelijker gemaakt voor patiënten die een chronische ziekte hebben gehad, om toegang te krijgen tot een schuldsaldoverzekering voor een hypotheek of een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ietwat concreter, in 2022 hebben we een algemene verbetering tot stand gebracht. Het komt erop neer dat de termijn al is verkort tot 8 jaar voor de schuldsaldo- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Vanaf 1 januari zal die termijn maximaal 5 jaar zijn voor iedereen. Die is voor mensen jonger dan 21 jaar vandaag al maximaal 5 jaar. Dat is een heel belangrijke stap vooruit.
Daarnaast hebben we een programma ontwikkeld waarbij we, op basis van wat de wetenschap ons leert, geval per geval, in specifieke, kortere termijnen voorzien. We hebben, bijvoorbeeld, voor bepaalde borstkankers een onderzoek laten doen waaruit duidelijk bleek dat de termijnen konden worden ingekort, en dat is ook zo sinds 2023. Daardoor hebben jaarlijks zowat 5.000 vrouwen gemakkelijker toegang tot een lening voor een woning.
We gaan verder op die weg. Er loopt nu bij het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg een studie over schildklierkanker en ik hoop dat die studie wetenschappelijk de uitspraak dat de ziekte na een aantal jaar achter de rug is, zal ondersteunen, zodat de betrokkenen toegang krijgen tot een schuldsaldo- en een arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Mevrouw Van Bossuyt, mevrouw De Knop, ik ben echt heel blij met uw verklaring dat u verdere vooruitgang wilt. Ik ben absoluut zelf ook vragende partij van een uitbreiding, zowel wat het type verzekering als wat de algemene termijnen betreft, en dus de voortzetting van het wetenschappelijke programma waarbij we ziekte per ziekte en soort kanker per soort kanker bekijken. Zodra het Parlement onder een nieuwe regering aan de slag gaat, sta ik daar helemaal voor open.
Monsieur Prévot, plusieurs mesures récentes ont été importantes en ce qui concerne la prise en compte du cancer du sein. Vous savez que nous avons décidé de concentrer en partie les épisodes les plus délicats en matière de traitement du cancer du sein, particulièrement la mise au point d'un plan de traitement et les interventions chirurgicales, en garantissant la proximité pour le suivi des traitements. Nous avons également décidé de mieux rembourser les soins dentaires des personnes atteintes d'un cancer ainsi qu'un remboursement allant jusqu' à 120 euros pour l'achat d'un accessoire couvrant la tête pour les personnes qui perdent leurs cheveux.
La prévention est évidemment essentielle, et à ce sujet, le dépistage est crucial. La Commission européenne a renforcé ce débat en disant qu'il fallait considérer un élargissement des groupes cibles du dépistage. Il y a à vrai dire des arguments pour et contre, c'est un débat nuancé. Afin de mettre en balance les avantages et inconvénients d'une telle extension, une étude du KCE a été lancée pour évaluer l'efficacité clinique et le rapport coût/efficacité d'un dépistage élargi. Cette étude portera d'ailleurs aussi sur la nomenclature, ce qui a également une importance concrète en la matière. La publication de cette étude est attendue pour la fin de l'année 2025. Il faudra donc patienter car le KCE a beaucoup de pain sur la planche. Cette étude fournira une base cruciale au prochain gouvernement, tant au niveau fédéral qu'aux entités fédérées, pour décider de l'opportunité d'une telle extension.
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U toont bereidheid om het toepassingsgebied van het recht om vergeten te worden uit te breiden naar andere verzekeringsvormen, zoals de reisannulatieverzekering, die wij genoemd hebben.
Ik had graag de openheid gezien om er een echt recht om vergeten te worden van te maken door de meldingsplicht af te schaffen, zoals dat in onze buurlanden is gebeurd. Het gaat niet alleen om een aanpassing van de regels, maar ook om rechtvaardigheid en menselijkheid. Ex-kankerpatiënten hebben gevochten en overwonnen. Zij moeten alle kansen krijgen om hun leven opnieuw op te bouwen.
Irina De Knop:
Dank u voor uw antwoord, waar veel goede elementen in zitten. U hebt onderstreept wat de wetgeving vandaag reeds toelaat. Ik onthoud dat we opnieuw moeten kijken naar het moment waarop de wachttermijn ingaat, aangezien dat voor mensen cruciaal is. Ik onthoud dat uitbreiding naar andere kankervormen mogelijk moet zijn en dat daartoe een versnelling binnen het gevoerde kankeronderzoek nodig is. De mensen die nu ziek zijn of ziek geweest zijn, willen nu een oplossing.
Tot slot moeten we bekijken hoe we er samen voor kunnen zorgen dat ook andere verzekeringen, zoals het gewaarborgd inkomen voor mensen die borstkanker hebben gehad, opnieuw gewaarborgd kunnen worden. Op deze Dag tegen kanker blijft er jammer genoeg nog werk aan de winkel.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je vous remercie également pour avoir refait un instantané de la situation et rappelé surtout ce qui a pu être fait singulièrement sous le précédent gouvernement. Néanmoins, la lutte contre le cancer doit demeurer une priorité de l'agenda politique à tous les niveaux de pouvoir. On doit dépister plus. On doit dépister mieux. On doit garantir le remboursement des traitements les plus innovants. On doit réduire les temps d'attente pour réaliser une mammographie mais on doit aussi rembourser davantage les prothèses capillaires, les chapeaux, les bandeaux, etc. Pour cela, monsieur le ministre, il faut des moyens. J'espère dès lors que le gouvernement Arizona décidera de faire de nos soins de santé une réelle priorité en fixant une norme de croissance qui répond véritablement aux besoins des patients et du secteur.
Het akkoord artsen-ziekenfondsen over het RIZIV-budget
De overschrijding van het RIZIV-budget
De ontsporing van de begroting van de ziekteverzekering
RIZIV-budget en ziekteverzekeringsbegroting
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De ontspoorde gezondheidszorgbegroting (153 miljoen overschrijding in 2024, 217 miljoen maatregelen voor 2025) staat centraal, met kritiek op het uitblijven van structurele hervormingen en ad-hocbesparingen (tandartsen, radiologen) die de echte oorzaken—vergrijzing, technologische kosten en regionale verschillen—negeren. Minister Vandenbroucke benadrukt de noodzaak van een 2025-begroting binnen de 2,5%-groeinorm (via overleg ziekenfondsen/zorgverstrekkers) en waarschuwt voor politiek falen, terwijl oppositiepartijen efficiëntiewinsten, migratiebeperking en betere arbeidsomstandigheden eisen. De zorgsector dreigt met protest (7/11) tegen besparingen, terwijl onderhandelingen voor een nieuwe regering de toekomstige groeinorm (3% vs. 3,2%) en duurzame financiering onder druk zetten.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, we hebben in ons land een uitstekende gezondheidszorg, die bovendien betaalbaar is voor de patiënt. Dat is absoluut iets wat we moeten koesteren, want dat is helemaal niet in alle landen het geval.
Er gaat echter ook een gigantisch budget mee gepaard: 40 miljard euro op jaarbasis, plus nog 2,5 %, boven op de inflatie. Dat betekent dus ook, mijnheer de minister, dat elke ontsporing van dat budget meteen belangrijke financiële gevolgen heeft.
Laten we eerlijk zijn, we weten al een tijdje dat het budget ontspoort. We hebben nu echter ook een concreet cijfer. Voor 2024 gaat het over 153 miljoen euro.
Tot nu toe, mijnheer de minister, hebt u geen maatregelen afgekondigd, ook al wist u dat die overschrijdingen er waren. Gisteren vernamen we echter dat de artsen en mutualiteiten een voorstel klaar hebben voor 2025. Het zou gaan over 217 miljoen euro, maar dat is nog geen besparing. Dat is gewoon een maatregel die ervoor moet voor zorgen dat het budget niet nog verder ontspoort.
We weten allemaal dat de uitdagingen voor de begroting in het algemeen, maar voor de gezondheidszorg in het bijzonder, echt enorm zijn. Dit voorstel is dus maar een eerste stap van vele andere belangrijke stappen die moeten worden genomen.
Waarom nam u tot nu toe geen maatregelen voor 2024? U bent namelijk nog altijd in volheid van bevoegdheid. Wat denkt u over het besparingsvoorstel dat de artsen en mutualiteiten op tafel hebben gelegd?
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, de ziekenfondsen en de artsen hebben een voorlopig akkoord bereikt over het budget van het RIZIV voor 2025. Daarin wordt een aantal besparingen voorgesteld, maar de groeinorm van 2,5 % zou worden behouden.
Mijn bezorgdheid betreft niet alleen volgend jaar, maar ook de jaren nadien. In De Standaard hebben we gelezen dat er bij de onderhandelingen voor de nieuwe arizonaregering sprake zou zijn van 300 miljoen euro besparingen in de zorg en een groeinorm van 3 % in 2029, maar u weet ook dat er volgens het Federaal Planbureau eigenlijk een groeinorm van 3,2 % nodig is vanaf 2025 tot 2029. Als men die groeinorm niet toepast, komt dat eigenlijk neer op besparingen. Dat weet u ook.
In de zorgsector is de situatie echt dramatisch. De groeinorm is nodig om tegemoet te komen aan de noden van de verouderende bevolking en de technologische ontwikkeling. Het zal u voorts ook niet ontgaan zijn dat er een crisis in de zorgsector is. Op 7 november zal het zorgpersoneel opnieuw op straat komen, omdat het betere werkvoorwaarden wil en ook gekant is tegen mogelijke besparingen. Hoe kunt u dan ook meestappen in een verhaal van besparingen in de gezondheidszorg?
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, het budget van de ziekteverzekering dreigt te ontsporen. In juni bedroeg de overschrijding nog 79 miljoen euro, nu zou het al bijna drie keer zoveel zijn. Het is vooral de versnelling van die toename die ons zorgen moet baren.
De grote boosdoeners zouden volgens u vooral tandartsen, radiologen en implantaten zijn. Blijkbaar zitten die sectoren in uw vizier, want ook in de vorige legislatuur had u uw pijlen al daarop gericht. Weet u echter wat de echte oorzaak is van deze ontsporing, mijnheer de minister? Het is gemakkelijk om bepaalde sectoren met de vinger te wijzen en als boeman naar voren te schuiven, maar wij hebben de indruk dat er slechts wat gemorreld wordt in de marge: hier wordt er wat afgesnoept van de tandartsen, daar wat van de radiologen en dan wordt er nog wat bespaard op de oncologie.
Er zijn inderdaad misbruiken, mijnheer de minister, maar dat heeft men in alle sectoren en niet alleen bij tandartsen of radiologen. Is het dan niet beter om de rotte appels eruit te halen in de plaats van de hele sector te straffen?
Een beetje eerlijkheid gebiedt u toch om toe te geven dat de vergrijzing daar ook voor iets tussen zit, mijnheer de minister. Vergrijzing betekent meer polypathologieën, meer werk en dus meer kosten.
De vraag die we ons moeten stellen, is of het budget van de ziekteverzekering nog aan die vergrijzing aangepast is, en ook aan de technologische innovatie die ook een grote hap uit het budget pakt. Hoe wordt daarmee, in deze besparingsronde, rekening gehouden? Denkt u het budget van de ziekteverzekering op lange termijn onder controle te houden, met een dergelijk gemorrel in de marge?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt vijf minuten repliektijd.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, we hebben de voorbije jaren zeer veel in gezondheidszorg geïnvesteerd. We hebben ook de noodzakelijke hervormingen voorbereid. Dat is de weg die we verder moeten gaan.
Het is wel absoluut cruciaal voor de patiënten, voor de zorgverstrekkers, voor de ziekenhuizen, dat er nog deze maand oktober een begroting voor de ziekteverzekering voor volgend jaar op punt wordt gesteld. Dat wordt zo door de wet opgelegd. Alleen als er een begroting wordt afgeklopt, kunnen we ervoor zorgen dat de ziekteverzekering doet wat ze moet doen, namelijk de zorgverstrekkers eerlijk vergoeden en de patiënten een betaalbare, solidaire gezondheidszorg aanbieden.
Het zou getuigen van een zeer groot gebrek aan verantwoordelijkheidszin – zelfs al zijn we in lopende zaken – mochten we deze maand oktober geen begroting voor 2025 voor de ziekteverzekering kunnen afkloppen. Dat zou een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidszin tonen ten aanzien van patiënten, zorgverstrekkers, ziekenhuizen, van iedereen die deze gezondheidszorg nodig heeft.
Dat betekent ook dat men de overschrijding, die onlangs werd aangekondigd en waarbij de uitgaven hoger zouden zijn dan de groeinorm van 2,5 %, in de hand houdt en corrigeert.
De wet bepaalt ook hoe dat in de hand houden moet gebeuren. In een eerste stap is het Verzekeringscomité van het RIZIV aan zet, op basis van overleg tussen de ziekenfondsen en alle zorgverstrekkers. Die eerste stap werd gisteren gezet.
Toen duidelijk werd dat er overschrijdingen zouden komen van de 2,5 %-groeinorm, heb ik meteen aan de ziekenfondsen gevraagd om maatregelen voor te stellen om het budget op het goede spoor te houden binnen die norm van 2,5 %, niet minder, maar ook niet meer.
Ik ben tevreden dat ziekenfondsen en zorgverstrekkers gehoor hebben gegeven aan mijn vraag en gisteren op het Verzekeringscomité een reeks maatregelen hebben voorgesteld. Dat is de eerste stap die moet worden genomen. Dat lijkt mij bijzonder belangrijk. Collega’s, ik wil duidelijk zijn: dat is slechts de eerste stap.
De tweede stap wordt gezet op 21 oktober 2024, namelijk de derde maandag van oktober. Op die datum zijn uiteindelijk de sociale partners en de regering aan zet. Op dat moment moet de begroting 2025 voor de ziekteverzekering worden afgeklopt en moet de zekerheid worden geboden aan patiënten, zorgverstrekkers en ziekenhuizen dat de ziekteverzekering haar werk zal doen.
Ik roep dus ook niet alleen de sociale partners, maar ook mijn collega’s in de regering op die verantwoordelijkheid te nemen. Het voorstel dat uit het Verzekeringscomité komt, is een eerste aanzet en is nooit wat uiteindelijk wordt beslist. Dat voorstel wordt altijd nog bekeken. De regering gaat altijd met dat voorstel aan de slag, bekijkt het ook politiek en zal er vervolgens voor zorgen dat de begroting kan worden opgesteld. Ik roep dus mijn collega’s op om ter zake ook hun verantwoordelijkheid te nemen, ook al is de regering in lopende zaken.
We moeten ervoor zorgen dat er een robuuste, duurzame, correcte basis is, opdat patiënten worden terugbetaald op een correcte manier en opdat zorgverstrekkers de vergoedingen krijgen waarop ze recht hebben en die op een correcte manier zijn afgesproken. Daarvoor moeten de betrokken partijen de begroting op het goede spoor houden, en blijven investeren in die groeinorm van 2,5 %, maar moeten zij tegelijkertijd ook dat spoor nauwkeurig bewaken. Dat is de inzet voor de komende weken. Daar ga ik ook voor.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dit thema is een debat waard. Een minuut is te kort om ten gronde te kunnen reageren.
Eerst en vooral wil ik zeggen dat ook voor Open Vld gezondheidszorg een echte kerntaak is voor de overheid en dat onze mensen het verdienen dat we daar ernstig mee omgaan. Wel is het natuurlijk zo dat de budgettaire impact enorm is en dat het zomaar toepassen van de groeinorm niet voor structurele efficiëntiewinsten zorgt. Nochtans is dat wat we nodig hebben.
Ik stel aan de arizonapartijen hier aanwezig dus voor om werk te maken van een regeringsakkoord en ervoor te zorgen dat er echte hervormingen komen in de gezondheidszorg, zodat die ook in de toekomst gewaarborgd blijft. Wij zullen vooralsnog, zoals we dat altijd gedaan hebben, onze verantwoordelijkheid nemen. Het moet dan wel om echte efficiëntiewinsten gaan; we willen niet alleen maar meer geld uitgeven.
Sofie Merckx:
Effectivement, un accord est proposé. C'est positif dans un premier temps. Mais l'avenir des soins de santé nous inquiète. Le personnel est à bout. Quand vous parlez avec des patients, des médecins, des infirmières, tous évoquent des temps d'attente trop longs. On nous avait promis d'investir dans les soins de santé. Vous aviez dit que vous faisiez de la santé une priorité. Or, quand je vois les plans de l'Arizona ou ceux du parti Les Engagés qui est en train de négocier, je constate qu'aujourd'hui, vous mangez votre parole. Ce qui se trouve dans la super note de M. De Wever, c'est une norme de croissance de 3 % seulement en 2029. C'est inacceptable! Le 7 novembre 2024, le personnel des soins de santé sera dans la rue et le PTB sera là pour le soutenir car nous disons non aux économies dans les soins de santé!
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, als de kosten de pan uit swingen, moet er inderdaad naar oplossingen worden gezocht. Wij hebben echter de indruk dat u niet zoekt naar de echte oorzaak van de problemen. U morrelt wat in de marge. Ik vermeldde al de vergrijzing als mogelijke oorzaak van de overschrijding. Daarop kunnen en mogen we uiteraard niet besparen. Een andere oorzaak is volgens ons de grote discrepantie tussen het noorden en het zuiden van dit land. Dat wordt al te vaak vergeten. Vlaanderen mag dan nog zo zuinig omspringen met de budgetten als het wil, het betaalt toch mee de factuur van het verspillende zuiden. Een derde oorzaak is de migratie. Niemand hier in het halfrond durft erop te wijzen dat de migratietsunami ervoor zorgt dat onze sociale zekerheid op springen staat. De hele wereld heeft toegang tot onze sociale zekerheid en dus ook tot onze gezondheidszorg. Daarop kan heel wat worden bespaard. Splits onze sociale zekerheid en sluit ze af voor gelukzoekers. Bespaar daarop, maar niet op de kap (…).
Het stijgende aantal eendagszieken
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De afschaffing van het verplichte ziekenbriefje bij eendaagse afwezigheid leidde tot 67% meer eendagsziekten en hogere werkdruk, volgens werkgevers (42% ziet stijging), terwijl minister Vandenbroucke benadrukt dat het algemeen kortverzuim niet toenam (huisartsen schreven voorheen vaak langer voorzorgsbriefjes). Hij wil de maatregel evalueren en mogelijk uitbreiden, maar Coenegrachts dringt aan op een brede analyse met werkgevers, artsen en werknemers om onevenredige belasting van aanwezig personeel te voorkomen. Kern: effectiviteit van de regeling staat ter discussie, met focus op balans tussen administratieve verlichting en praktische gevolgen op de werkvloer.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, een jaar of twee geleden werd het verplichte ziekenbriefje afgeschaft voor werknemers die slechts één dag ziek zijn. Zoals elke hervorming was ook die er een vol goede bedoelingen. Ze moest dokters meer tijd te gunnen om zich bezig te houden met patiënten met andere noden. Ze moest het ziekteverzuim terugdringen en een administratieve vereenvoudiging voor de bedrijven betekenen.
Maar wat tonen de cijfers die afgelopen week gepubliceerd werden? In bedrijven met 50 werknemers of meer is het aantal eendagszieken met meer dan 67 % gestegen. Ook al maken de meeste werknemers geen misbruik van de regeling, wij kennen allemaal verhalen van mensen die het spijtig vonden dat het concert van Taylor Swift afgelast was, aangezien ze zich al ziek gemeld hadden voor de dag erna.
Het feit is dat de werkgevers steen en been klagen. VOKA Limburg bevroeg zijn leden en 42 % ziet meer afwezigheden van één dag. Dat maakt de organisatie op de werkvloer natuurlijk moeilijker. Dat zorgt ervoor dat het andere personeel moet inspringen en het zorgt voor extra werkdruk op de werkvloer.
Elke werkplek is anders. De vraag is dus, mijnheer de minister, of die one-size-fits-alloplossing nog altijd een goed idee is. Is het geen tijd die te evalueren en desgevallend bij te sturen?
Frank Vandenbroucke:
Collega's, de bedoeling van de maatregel was de administratieve lasten van de huisartsen te verminderen, zodat zij zinvollere dingen kunnen doen, en tegelijkertijd het kortverzuim te verminderen.
Wij moeten de maatregel evalueren. Let wel, tot nu toe laten alle rapporten zien dat het aantal afwezigheden voor één dag toeneemt, maar het algemene kortverzuim niet, integendeel. Dat is tot nu toe de indicatie. Dat is ook logisch. Als iemand naar een huisarts stapt voor iets van misschien één dag, schrijft de huisarts drie tot vier dagen of zelfs een week voor, uit voorzichtigheid. Ik verwijt hem dat niet. Het blijft dus nog altijd mijn mening dat men voor één dag ziekte beter niet bij de huisarts kan gaan.
Hoe dan ook, wij zullen het systeem evalueren, maar laten wij dan kijken naar alle cijfers. Het meest relevante cijfer is het algemene kortverzuim. Ik heb nog geen rapport gezien waaruit blijkt dat dat zou toenemen.
Na een ernstige evaluatie zullen we misschien moeten besluiten dat we die maatregel veeleer moeten uitbreiden en versterken dan af te bouwen. Laten we dat eens objectief bekijken.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Ik ben het er helemaal mee eens dat we een en ander objectief moeten analyseren en evalueren. Dat moet wel gebeuren samen met de werkgevers, degenen die het werk op de werkvloer organiseren, de huisartsen en de werknemers. Zodoende krijgen we inzicht in de nadelen. Het systeem biedt veel voordelen, maar doet tegelijk de werkdruk toenemen. Het systeem mag er niet toe leiden dat wie wel werkt, extra belast wordt en op termijn uitvalt. Dat heeft geen zin. Ik kijk uit naar het rapport met een samen met alle betrokkenen, inclusief de werkgevers, gemaakte objectieve, eerlijke analyse.
Voorzitter:
Collega Coenegrachts, u bent ruimschoots binnen de toegelaten spreektijd gebleven. Dat is zeer keurig.
De uitspraken van het staatshoofd van Vaticaanstad
De uitspraken van de paus over de Belgische wetgeving inzake zwangerschapsafbreking
De uitspraken van de paus over vrijwillige zwangerschapsafbreking
Het bezoek en de uitspraken van de paus
Uitspraken paus, Vaticaanstad, abortuswetgeving België
Gesteld door
Ecolo
Sarah Schlitz
Open Vld
Katja Gabriëls
MR
Charlotte Deborsu
PS
Caroline Désir
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), Alexander De Croo (Eerste minister)
op 3 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens het bezoek van de paus aan België veroorzaakte hij opschudding door abortuswetten "moorddadig" en artsen "huurmoordenaars" te noemen, vrouwenrechten te denigreren (o.a. *"het is lelijk als een vrouw een man wil zijn"*) en zich onacceptabel te bemoeien met Belgische democratische wetgeving. Premier De Croo veroordeelde de uitspraken scherp, bevestigde de scheiding kerk-staat, riep de pauselijke nuntius op het matje en benadrukte respect voor vrouwenautonomie en medische beroepsethiek. Parlementsleden drongen aan op versterking van abortusrechten (o.a. verlenging termijn) en constitutionele verankering van staatsneutraliteit, terwijl ze de inmenging van conservatieve externe krachten in Belgische debatten afwezen. De maatschappelijke verontwaardiging (o.a. van universiteiten en slachtoffers van kerkelijk misbruik) onderstreepte de nood aan verdediging van seculiere waarden en gendergelijkheid.
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, chers collègues, j'aurais moi aussi voulu pouvoir poser ma question à la ministre des Affaires étrangères. Même en affaires courantes, même en partance pour la Commission européenne, c'est en effet toujours elle qui est responsable de la diplomatie belge. En son absence, je vous adresserai mes questions, monsieur le premier ministre.
Le week-end dernier, la Belgique a accueilli le chef d'État du Vatican. Cette visite était très attendue par les victimes de violences sexuelles. Mais, visiblement, le pape avait un double agenda pour cette visite officielle. Cela n'a échappé à personne, cette visite a été ponctuée de propos problématiques sur les femmes et leurs droits.
Il a ainsi estimé que les lois qui permettent l'avortement sont des lois "criminelles" et que les médecins qui les pratiquent sont des " sicarii ", des tueurs à gages. Une provocation totalement déplacée, le jour de la Journée internationale pour le droit à l'avortement. Par ailleurs, à travers ces propos, il décide de s'immiscer dans un débat national qui fait l'objet de discussions intenses au Parlement fédéral. C'est totalement inacceptable!
Il a aussi promu une vision plus que dépassée de la femme, estimant que "la femme est accueil fécond, soin et dévouement vital". Je ne comprends pas très bien ce que cela veut dire, mais, dans l'idée, cela me semble extrêmement problématique. Il a aussi ajouté que "c'est moche quand la femme veut faire l'homme". Je vais m'en tenir là sur les propos du pape, qui m'ont choquée et ont choqué de nombreux Belges, bien au-delà des convictions philosophiques et religieuses.
Le recteur de la VUB estime que ces propos relèvent de l'incitation à la haine et qu'il s'agit donc d'un grave incident diplomatique.
Monsieur le premier ministre, que pensez-vous des propos tenus par le chef d'État du Vatican? Ne trouvez-vous pas que cette séquence implique une ingérence inacceptable dans les lois de notre pays? La ministre des Affaires étrangères va-t-elle convoquer le nonce apostolique?
Katja Gabriëls:
Mijnheer de eerste minister, vorige week was de paus inderdaad, na 29 jaar, nog eens terug in ons land. Er werd door velen naar dat bezoek uitgekeken. De paus ging namelijk 15 slachtoffers van seksueel misbruik ontmoeten. Er was echt wel nood aan een signaal, want het seksueel misbruik binnen de kerk en de totaal ontoereikende reactie vanuit Rome hebben in ons land voor veel leed gezorgd. Dat leed is er vandaag nog steeds.
Mijnheer de eerste minister, u gaf een opgemerkte speech. U hebt het voor de slachtoffers opgenomen en hebt hun een stem gegeven. Wij vroegen een signaal en wij hebben er ook een gekregen – helaas, zou ik zeggen. In een eerste aanval op de abortuswet prees de paus koning Boudewijn voor zijn moed bij het verzet tegen "een moorddadige wet". Dat blijkt zelfs voldoende te zijn voor een zaligverklaring. Daarmee was de kous echter nog niet af. Op de terugvlucht naar Rome was het opnieuw raak: "Abortus is moord en artsen die de ingreep uitvoeren, zijn huurmoordenaars", zei de paus.
Collega's, dat is geen mening, dat is gewoon waanzin. Artsen zijn geen misdadigers, de vele geestelijken die mensen seksueel hebben misbruikt zijn dat wel. Woorden doen er echt wel toe. De paus mag vinden wat hij wil – meningen zijn vrij in dit land – maar hij heeft zich niet te moeien met democratisch gestemde wetten. Daar stopt het en daar zat ook niemand op te wachten, trouwens.
Als staatshoofd moet men respect hebben voor een democratie, maar voor mij vooral respect voor mannen en vrouwen die hun job uitoefenen, respect voor vrouwen die in dit land zelf keuzes kunnen maken.
Mijnheer de eerste minister, zult u nog actie ondernemen om dit staatshoofd ter verantwoording te roepen?
Charlotte Deborsu:
Mijnheer de eerste minister, chers collègues, la visite pontificale est désormais terminée. Elle aura bien fait du bruit, on l’a entendu.
En tant que jeune députée, je peux le dire, j’ai été profondément choquée par les propos du pape, en particulier: "La femme reste une femme. C’est moche, une femme qui fait l’homme."
J’imagine que je dois avoir bien l’air moche aux yeux du pape en ce moment même, vu que, à l’époque, devant cette tribune, seuls les hommes pouvaient défiler. Je n’aurais certainement pas droit à l’avortement si le pape était notre premier ministre. Heureusement, ce n’est pas le cas.
Jamais je n’aimerais que la religion ne s’immisce dans la gestion de l’État.
Monsieur le premier ministre, j’aimerais dès lors être rassurée. Pouvez-vous me confirmer que, pour le gouvernement, la séparation entre les Églises et l’État reste fondamentale, pour quelque religion que ce soit?
Caroline Désir:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, chers collègues, "une loi meurtrière", "des tueurs à gages": voilà les propos tenus par un chef d’État au sujet de notre loi sur l’avortement et des médecins qui le pratiquent.
Un chef d’État en visite officielle dans notre pays, mais un chef d’État visiblement venu avec une double casquette, voire une double calotte. On peut légitimement se demander, monsieur le premier ministre, à qui la Belgique a déroulé le tapis rouge: à un chef d’État ou plutôt à un chef religieux?
Pour moi, en tout cas, la réponse est claire: vous avez accueilli un chef religieux qui a instrumentalisé sa visite pour déverser ses positions les plus rétrogrades et patriarcales au sujet des femmes.
Les propos qui ont été tenus sont une insulte aux femmes et à leurs libertés. Ils sont une injure aux médecins et à leur déontologie. Comme femmes, nous refusons d’être réduites aux fonctions "d’accueil fécond, soin et dévouement vital". Ces propos sont abjects et ils sont véritablement du pain bénit pour les thèses des partis d’extrême droite et des partis les plus conservateurs.
Pour moi, ces provocations sont délibérément politiques et destinées à peser sur l’opinion du monde entier, au moment où on sait que l’IVG est menacée partout, même chez nous, et quand on sait que l’émancipation des femmes reste un enjeu partout, même chez nous. Cette visite aura été une véritable croisade contre les femmes.
Monsieur le premier ministre, aucun chef d'État n'aurait pu s'immiscer ainsi dans notre vie démocratique, dans nos valeurs fondamentales sans susciter les plus vives réactions politiques. Avez-vous dès lors demandé à votre ministre des Affaires étrangères de convoquer le nonce apostolique pour dénoncer les propos du chef de l'Église?
Alexander De Croo:
La visite du pape François avait été préparée par les services des Affaires étrangères, par le Palais, par les universités de Louvain et par la nonciature. Le programme officiel avait été établi quelques semaines à l'avance, mais aucune visite de la crypte de Laeken n'était prévue.
Selon mes informations, c'est le pape qui, lui-même, a insisté pour avoir cette visite de dernière minute afin de pouvoir se recueillir sur la tombe du roi Baudouin. J'ai été informé après coup du fait que cette visite avait eu lieu. On m'a expliqué que cette visite était purement privée. Je prends acte du fait qu'après cette visite, il y a eu des communications officielles du côté du Vatican. Il s'agissait donc clairement d'une visite un peu moins privée que prévu.
De paus heeft inderdaad een aantal verklaringen gedaan die niet aanvaardbaar zijn. Hij zei dat artsen die abortus uitvoeren huurmoordenaars zijn. Hij zei letterlijk dat de wet uit 1990 een moorddadige wet is. Dat een buitenlands staatshoofd zulke verklaringen doet over democratische besluitvorming in ons land, is volstrekt onaanvaardbaar. Wij hebben geen lessen te krijgen over hoe onze parlementsleden op democratische wijze over wetten stemmen. De tijd dat de kerk in ons land de wet dicteerde, ligt gelukkig lang achter ons.
Ik vraag respect. Respect voor artsen die hun job uitoefenen, in eer en geweten, binnen een wettelijk kader. Over dat wettelijk kader wordt trouwens gedebatteerd in de Kamer, om te bekijken of dat kan worden uitgebreid. Ik ga er dan ook van uit dat die debatten ook zullen kunnen plaatsvinden zonder inmenging van de kerk. Ik vraag ook respect voor vrouwen, die vrij moeten kunnen beslissen over hun eigen lichaam. Dat moet ook gebeuren zonder inmenging van de kerk.
Ik heb de pauselijke nuntius dan ook uitgenodigd voor een gesprek. Het is trouwens niet de eerste keer dat ik dat doe. Ik heb dat vorige legislatuur twee keer gedaan met betrekking tot de zaak-Vangheluwe. Ook nu zal mijn boodschap aan de pauselijke nuntius bijzonder duidelijk zijn. Hetgeen daar gebeurd is, is onaanvaardbaar.
Als er ergens verontwaardiging over moet zijn, dan is het over degenen die feiten van seksuele intimidatie hebben laten plaatsvinden, degenen die niet opgetreden hebben op het moment dat men had moeten optreden. Daaromtrent moet er verontwaardiging zijn en niet ten opzichte van degenen die hun job uitvoeren in eer en geweten en binnen de wetten waarover democratisch werd beslist.
Sarah Schlitz:
Merci monsieur le premier ministre pour vos propos très clairs.
J'aimerais m'adresser maintenant à messieurs les présidents qui négocient en ce moment un accord de majorité pour les cinq prochaines années. Messieurs Bouchez, Mahdi et Prévot, alors même que des chefs d' É tats étrangers se permettent d'intervenir dans nos débats sur le corps des femmes et qu'une étude a montré cette semaine encore à quel point des mouvements étrangers conservateurs s'immiscent de plus en plus dans notre débat démocratique, ne voyez-vous pas l'urgence d'avancer pour légiférer afin de bétonner et étendre notre droit à l'IVG? Plus globalement, je compte aussi sur votre maturité pour poursuivre le travail que nous avons engagé avec la Vivaldi pour garantir à chacune et à chacun les mêmes chances et opportunités.
Katja Gabriëls:
Mijnheer de premier, dank u voor uw duidelijke woorden. Het is inderdaad echt nodig dat ons land officieel reageert. De paus heeft de focus tijdens zijn bezoek wel handig verlegd.
Het moet duidelijk zijn. Wij aanvaarden hier niet dat artsen als huurmoordenaars worden weggezet, artsen die elke dag zorg dragen en hulp bieden aan vrouwen in hun meest kwetsbare positie. Wij aanvaarden niet dat parlementsleden als criminelen worden weggezet omdat ze 34 jaar geleden al in een democratisch verkozen parlement een volledig legitieme wet hebben goedgekeurd, een wet die ervoor zorgt dat in ons land dagelijks talrijke vrouwen in zeer moeilijke situaties kunnen worden geholpen.
Ik wil hier vandaag de moed van iemand anders prijzen, voor haar inzet en volharding, jaren geleden. Mevrouw Herman-Michielsens, dank u wel, oprecht dank u wel, in de naam van heel veel vrouwen in dit land.
Charlotte Deborsu:
Je vous remercie pour vos éclaircissements, monsieur le premier ministre. Vu la polémique que cela soulève, notre groupe estime urgente l'inscription de la neutralité de l'État dans la Constitution. Nous tenons également à rappeler toute l'importance de la défense des droits des femmes. C'est pour cette raison que nous réaffirmons notre volonté de remettre sur la table des négociations le prolongement du délai pour l'avortement.
Voorzitter:
C’était la première prise de parole de Mme Deborsu dans cet hémicycle. (Applaudissements)
Caroline Désir:
Merci, monsieur le premier ministre, d'avoir condamné, dans cet hémicycle, de manière extrêmement claire, les propos qui ont été tenus par le pape le week-end dernier. Je veux en profiter pour saluer les réactions vives émanant de la société civile. Le monde académique, l'Université catholique de Louvain en tête, s'est indigné. La presse s'est également indignée. Les droits des femmes ne sont pas affaire de religion. C'est ici, au cœur de la démocratie, que les droits des femmes doivent être protégés et défendus contre des attaques toujours plus virulentes, qu'elles viennent d'hommes religieux ou d'hommes politiques, comme nous l'avons encore vécu en commission la semaine passée, sur injonction de cinq présidents de partis masculins.
Het gebrek aan controles op de wettelijke cashverplichting
Betalen met cash
Cashbetalingen
De controles van de Economische Inspectie op de cashverplichting van zelfstandigen
Cashbetalingen en controle op cashverplichting
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 3 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de wettelijke verplichting voor ondernemingen om contant geld te aanvaarden, die slecht wordt nageleefd en nauwelijks gecontroleerd (slechts 1 PV en 11 waarschuwingen in maanden). Vooruit, sp.a en N-VA benadrukken het recht op cashbetalingen voor kwetsbare groepen en eisen strengere handhaving, sensibilisering en steun voor ondernemers bij cashverwerking, terwijl Open Vld de controles als een "heksenjacht" bestempelt die zelfstandigen onnodig belast. Minister Dermagne wijst op de jonge wetgeving (sinds maart) en pleit voor geleidelijke handhaving, maar erkent dat meer middelen en controles nodig zijn. Kernpunt: de spanning tussen consumentenkeuze en praktische lasten voor ondernemers, met een oproep tot evenwichtige oplossingen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, Vooruit heeft de voorbije jaren een felle strijd gevoerd om meer bankautomaten te plaatsen in de buurt van de mensen. Dat doen wij omdat het belangrijk is dat mensen altijd aan hun eigen geld kunnen en dat zij er altijd voor kunnen kiezen om cash te betalen.
Mijnheer de minister, daarom zijn wij ook blij met de inspanning die werd geleverd om te zorgen voor een betere spreiding van de bankautomaten. U zult het echter ongetwijfeld met mij eens zijn: wat schieten we op met een betere spreiding van bankautomaten en een betere toegang tot het geld, wanneer we vervolgens moeten vaststellen dat mensen niet meer kunnen kiezen waar en wanneer ze hun eigen geld uitgeven?
Mijnheer de minister, we zien recent immers een nieuw fenomeen van handelszaken die cashless werken en waar mensen dus niet meer met hun cashgeld terechtkunnen. Nochtans heeft de huidige regering een wettelijke verplichting opgelegd. Voor Vooruit is het duidelijk: het is een recht om te kiezen of men met cash of met de kaart betaalt.
Onze vraag aan u is heel eenvoudig. Mijnheer de minister, hoe zult u erop toezien dat voornoemd recht gewaarborgd blijft?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, met cash betalen blijkt een probleem te zijn. Er is een spanningsveld tussen de consumenten en sommige ondernemers. Enerzijds zijn het de consumenten die druk voelen omdat ze niet meer met cash voor hun brood, hun koffie of hun spaghetti kunnen betalen. Anderzijds voelen de ondernemers de druk om alsmaar meer elektronische betaalmiddelen te introduceren omdat het hen niet gemakkelijk wordt gemaakt om nog met cashgeld te werken, dat te verwerken en het te deponeren.
Er is een verordening die het wettelijk verplicht maakt om cashgeld te aanvaarden, maar de niet-naleving ervan werd gedoogd. We hebben dan een interne wet gemaakt met hetzelfde doel, maar opnieuw blijkt het niet aanvaarden van cashgeld te worden gedoogd. Er werden 360 klachten in de eerste helft van dit jaar ontvangen, tegenover 316 in heel 2023. Er werd ook slechts één pv opgesteld.
Begrijp ons niet verkeerd. Wij zijn niet voor het bemoeilijken van het leven van ondernemingen. Wij zijn niet voor een klopjacht. Wij zijn ook niet voor het bemoeilijken van het leven van de mensen. Wij willen oplossingen. Ook de consumentenorganisaties hebben vanmorgen stevige kritiek geleverd op het feit dat hieraan niet veel wordt gedaan.
Mijnheer de minister, bent u bereid om, na de kritiek van vanmorgen, te sensibiliseren en daarnaast ook het meldpunt onder de aandacht te brengen, zodat onze inspecteurs gericht kunnen controleren? Welke maatregelen nam u tot op heden om onze ondernemingen te steunen in het verwerken van aanvaardbaar cashgeld, zodat het basisprobleem opgelost is, zodat die keuze-evidentie daadwerkelijk een evidentie is?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wat we gelezen hebben, beroert ons duidelijk allemaal. Acht maanden geleden heeft de Kamer een wet goedgekeurd waardoor de consument te allen tijde met cashgeld kan betalen. Ondernemingen zijn verplicht om cashgeld te aanvaarden. Ook de overheid kan onder de definitie van een onderneming vallen, als ik denk aan bijvoorbeeld de exploitatie van een zwembad, de verkoop van huisvuilzakken of een betaling in een bibliotheek.
Cashbetalingen mogen enkel geweigerd worden met veiligheidsredenen als motivatie en die weigering moet worden meegedeeld.
Ook ik ga graag de stad in en ik moet zeggen dat het aantal bordjes 'no cash, cards only' – om het in het mooi Nederlands te zeggen – niet meer te tellen is. Met andere woorden, de verplichting wordt niet nageleefd. Nu blijkt ook dat de verplichting amper wordt gecontroleerd, laat staan gesanctioneerd, mijnheer de minister. Tot dusver werd nog maar één proces-verbaal opgesteld en zijn nog maar elf waarschuwingen uitgeschreven.
Mijnheer de minister, cashgeld is en blijft een wettelijk betaalmiddel. De consument moet steeds de keuze hebben om ofwel elektronisch ofwel met cashgeld te betalen. Onze partij heeft altijd nagestreefd dat iedereen toegang heeft tot cashgeld, maar men moet er vervolgens ook nog mee kunnen betalen. Wij willen dat de aandacht daarvoor levendig blijft, want wij willen de groep mensen die niet meer meekan met de digitale sneltrein niet achterlaten.
Mijnheer de minister, de verplichting is meer dan een halfjaar van kracht. Het Parlement heeft zijn werk gedaan. De Economische Inspectie heeft nu instrumenten om mee aan de slag te gaan. Het komt er nu op aan dat de wet wordt nageleefd en uitgevoerd. Dat is uw taak. Wij kijken naar u en ik dank u bij voorbaat voor de oplossing die u in uw antwoord zult aanreiken.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, onze zelfstandige retailers zijn kruispunten waar mensen elkaar tegenkomen. Dat is belangrijk voor het sociale weefsel. Dat heeft in al onze verkiezingsprogramma's gestaan.
De zelfstandigen hebben het moeilijk. Zij kampen met de inflatie en met de hoge loonkosten. Er bestaat een wirwar aan regels en het is eigenlijk niet te verklaren waarom er hier zo voor gepleit wordt om een heksenjacht tegen de ondernemers te beginnen door de Economische Inspectie op pad te sturen met een vergrootglas en met een boeteboekje. Tot 40.000 euro boete als men bij hen niet met cash kan betalen.
Mijn ouders en mijn broer hebben een krantenwinkel. Zij vragen of wij daar in Brussel niets anders te doen hebben. Hebben wij daar echt geen andere prioriteiten? Is er niets anders in onze economie dat problematisch is? Is er niets anders waardoor de Economische Inspectie een gelijk speelveld kan garanderen? Wat gebeurt er inzake controle op buitenlandse webshops? Wat gebeurt er inzake de controle op verkoop met verlies? En ga zo maar door.
Mijnheer de minister, waarom wordt er zoveel energie gestoken in die heksenjacht tegen zelfstandigen?
Pierre-Yves Dermagne:
Mijnheer de voorzitter, geachte leden, allereerst wil ik u eraan herinneren dat het op mijn initiatief was dat een wet werd aangenomen die de Algemene Directie Economische Inspectie de middelen geeft om toezicht te houden op het ontvangen van zowel contante als elektronische betalingen bij alle handelaars. Dat is gebaseerd op een eenvoudig principe, mijnheer Soete: consumenten moeten altijd kunnen kiezen tussen een cash- of een elektronische betaling.
Ik hoor uw kritiek en wil daar graag op antwoorden. Zo is er maar één PV opgemaakt naar aanleiding van 117 controles. Dat komt voornamelijk omdat de wetgeving bepaalt dat een onderneming pas kan worden bestraft na een eerste waarschuwing en de bepaling slechts sinds eind maart van dit jaar van kracht is. Daarnaast is er kritiek op het feit dat ondernemingen de verplichtingen kunnen omzeilen door veiligheidsredenen in te roepen, maar de voorwaarden om contant geld te weigeren zijn wettelijk beperkt. Een detailhandelaar mag bijvoorbeeld contante betalingen om veiligheidsredenen weigeren, maar enkel tijdelijk, voor de periode die nodig is om maatregelen te nemen om zijn veiligheid te garanderen.
Tot slot moet ik u eraan herinneren dat ik, toen ik deze maatregel wilde invoeren, eerst door geen enkele andere partij in de vivaldimeerderheid werd gesteund. Na veel aandringen hebben wij een compromis bereikt om de Algemene Directie Economische Inspectie de capaciteit te geven om deze verplichtingen te controleren. Is dat te weinig, is dat te veel? Misschien wel, misschien niet. Vandaag ligt de macht alleszins bij het Parlement. Er zijn misschien te weinig controles, maar meer controles vragen mensen op het terrein en middelen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, collega's, ik denk dat niemand hier oproept tot een heksenjacht. De wetgeving is relatief nieuw. Ze dateert nog maar van zes maanden geleden. Het is dus evident dat er nog niet veel controles hebben kunnen plaatsvinden.
Ik denk dat we het volgende moeten doen. Er is absoluut nood aan bijkomende sensibilisering. Niet alle kleine zelfstandigen met een winkeltje checken immers elke dag het Belgisch Staatsblad, waardoor ze zouden weten dat het effectief verplicht is om cash te aanvaarden. Ik denk dat er vandaag nog veel mensen zijn die dat niet weten en de wet dus niet bewust overtreden.
Als men een wet uitvaardigt, moet men die natuurlijk ook handhaven. Samen met sensibilisering moeten we dus ook controleren, met een waarschuwingsbrief. Tegen de hardleerse winkeliers, die blijven weigeren, zal er uiteraard moeten worden opgetreden.
Voorzitter:
Ik dank collega Soete, die zich voor het eerst tot dit gremium heeft gericht. (Applaus)
Collega Verkeyn, u hebt het woord voor uw repliek.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, ik begrijp uit uw antwoord dat ook u geen klopjacht wilt, maar wel een oplossing voor het probleem. Ik denk dat de meesten dat ook willen. Waarschijnlijk komen de liberalen niet meer zoveel buiten, maar mochten ze dat doen, dan zouden ze horen dat de zelfstandigen die wel nog cash willen aanvaarden het moeilijk hebben omdat ze dat geld niet kunnen deponeren. Wat dat betreft, blijf ik wat op mijn honger zitten na uw antwoord.
Het Parlement zal op dat vlak alleszins heel wat werk leveren om het leven van iedereen te verbeteren.
Voorzitter:
Mevrouw Verkeyn, u hebt hiermee de spits afgebeten van wat ongetwijfeld een briljante parlementaire carrière zal worden. (Applaus)
Collega Grillaert, u hebt het woord.
Leentje Grillaert:
Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik had er iets meer van verwacht, maar we zullen als Parlement de hand aan de ploeg slaan en ervoor zorgen dat iedereen met cash kan betalen en niet alleen cash kan ontvangen.
De wet is er uiteraard niet zomaar gekomen, maar is het gevolg van klachten en het ontbreken van actiemiddelen voor de Economische Inspectie om op te treden. Nu de middelen in de wet zijn voorzien, mag ze geen dode letter blijven. Het is belangrijk dat er wordt opgetreden en dat de overheid er zich aan houdt. Niet iedereen is mee met de digitale sneltrein. We willen dat iedereen mee is en ook kan betalen.
Ik ben een beetje geschrokken door de uitspraak van mijn collega van Open Vld hier. Ik heb zelfs het woord heksenjacht gehoord. Niemand wil een heksenjacht. Iedereen wil dat de wet wordt nageleefd.
Steven Coenegrachts:
Welk land is België geworden? In Antwerpen krijgt men boetes van de zedenpolitie wanneer men met een te korte short rondloopt, in Vlaanderen krijgt men boetes wanneer de kinderen niet presteren op school en op federaal niveau wanneer men niet met briefjes van 20 betaald wil worden. Collega’s, laat mensen ondernemen. Stop met verbieden, stop met beboeten. Respecteer de mensen die investeren in ons sociaal weefsel, dat u allemaal zo belangrijk vond in uw verkiezingsprogramma. Ondersteun de mensen die investeren. Vandaag laat u die mensen los, laat u die in de steek. U legt uw vergrootglas op hen en geeft hun boetes in plaats van hen te motiveren en te stimuleren. Ik denk dat we beter kunnen.
Het bezoek van de paus te Laken en zijn ontmoeting met de eerste minister
Het bezoek van de paus aan ons land
Het bezoek van de paus
Pausbezoek aan België
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens het bezoek van de paus aan België benadrukken parlementsleden de noodzaak van concrete actie voor slachtoffers van seksueel misbruik in de Kerk: echte excuses, justitiële vervolging van daders, en een herstelfonds voor financiële en therapeutische steun. Premier De Croo belooft een duidelijke boodschap aan de paus, maar concrete maatregelen blijven vaag; hij wijst op de unanieme oprichting van een onderzoekscommissie als teken dat de Kerk niet boven de wet staat. Slachtoffers en politici eisen meer dan symbolische gebaren—zoals het schrappen van een lied door een pedofiele priester—en dringen aan op structurele verantwoordelijkheid, waaronder erkenning van systeemfalen en materiële compensatie. De spanning tussen kerkelijke traditie en liberale waarden (holebi-rechten, vrouwenrechten) wordt benadrukt, met de vraag of de paus daadwerkelijk breekt met het verleden.
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, il vous reviendra l’honneur – ou en tout cas la responsabilité – d’accueillir le pape tout à l’heure. Le pape a été invité aux 600 ans de l’Université de Louvain à la suite d’une invitation transmise par le roi Philippe lors d’un de ses déplacements privés. Force est de constater que la visite du pape crée une certaine effervescence au sein de la communauté catholique de Belgique, et même, peut-être, au sein de la population.
Un pape qui sera accueilli en grandes pompes. 6Alors certes, il s’agit d’un chef spirituel ainsi que d’un chef d’ É tat, mais je ne vous cache pas que j’ai été quelque peu étonné en découvrant l’invitation du Palais aux corps constitués à Laeken, où nous avons appris que Sa Sainteté allait délivrer un message à l’ É tat. J’ai quand même l’impression que les principes de la séparation des pouvoirs n’ont pas tout à fait été respectés.
Je vous rassure, tel ne sera pas l’objet de ma question, monsieur le premier ministre. J’ai appris que vous devrez également prendre la parole devant cette assemblée. Pour moi, pour nous, ce sera l’occasion de délivrer un message fort au chef de l’ É glise sur l’horreur des crimes commis par des pédophiles au sein de son institution, partout dans le monde mais singulièrement en Belgique. Un message fort sur les vies gâchées, brisées, de centaines de victimes que nous qualifions aujourd’hui de survivants.
Un message fort au chef de l’ É glise, qui a permis et qui permet encore une certaine forme d’impunité des prêtres, des moines et des abbés qui ont violé des enfants, et ce en toute impunité, et qui, parfois, ont reçu comme sanction ultime d’avoir été déplacés à l’étranger ou changés de diocèse. Dès lors, monsieur le premier ministre, aujourd’hui, l’ É glise doit dénoncer ces criminels à la justice dès qu’elle en est informée, dès qu’elle le soupçonne, mais elle doit aussi faire plus que dire pardon, elle doit être aux côtés des victimes.
Ma question est donc simple: allez-vous exiger que soient prises des mesures concrètes pour prévenir de tels abus, garantir que leurs auteurs (…)?
Irina De Knop:
Mijnheer de eerste minister, de paus brengt een vierdaags bezoek aan ons land en het is een beladen bezoek. Dat is misschien zelfs een understatement, want gelet op de manier waarop de kerk in het verleden is omgegaan met slachtoffers van seksueel geweld ligt dat zeer gevoelig. Godvergeten zit nog vers in ons geheugen. De pijn en het leed dat de slachtoffers van seksueel geweld in de kerk hebben gevoeld, snijdt door merg en been.
Mijnheer de eerste minister, net daarom is het van belang dat de paus morgen een belangrijk signaal geeft en dat hij zijn oprechte excuses uitspreekt ten aanzien van de slachtoffers van seksueel geweld. Alleen wanneer dat gebeurt, kan de pijn die vele van deze slachtoffers hebben geleden echt geheeld worden.
Mijnheer de eerste minister, België is een liberaal land, met belangrijke liberale waarden en normen. De manier waarop de kerk, zeker in het verleden, keek naar holebirechten, naar de rechten van vrouwen en mensen in het algemeen, strookt niet met deze liberale waarden en normen.
Daarom wil ik u vragen om de paus, wanneer u hem morgen ziet, te herinneren aan die liberale waarden en normen, maar ook en vooral om hem duidelijk te maken hoe verstrekkend de gevolgen zijn van die wandaden uit het verleden en om hem te vragen om namens het instituut kerk excuses aan te bieden.
Greet Daems:
Vandaag komt de paus op bezoek in België. Dat is een belangrijk moment voor de vele gelovigen in ons land. Het is ook een heel belangrijk moment voor de vele slachtoffers van seksueel misbruik binnen de kerk.
Dankzij de reeks Godvergeten werd het jarenlange misbruik opnieuw in de schijnwerkers gezet. Uit die reeks bleek dat duizenden kinderlevens werden vernield, maar vooral ook dat er straffeloosheid was voor de daders. De daders werden overgeplaatst, waardoor zij nog meer slachtoffers konden maken. De kerk had een systeem dat de daders keer op keer beschermde. Tot vandaag stond zelfs een lied van een pedofiele priester op het programma van de eucharistieviering van volgende zondag in het Koning Boudewijnstadion.
Dat toont aan hoe wijdverspreid het probleem is, maar er verandert blijkbaar niets. Vanochtend hoorde ik aartsbisschop Terlinden nog op de radio zeggen dat, als hij een overlever ontmoet, hij hem excuses aanbiedt. Dat zijn mooie woorden, maar mooie woorden en excuses zijn lang niet genoeg. Excuses dekken de kosten van een gebroken leven niet.
Toch is dit wat we weken aan een stuk gehoord hebben van de getuigen in de onderzoekscommissie. Vele slachtoffers komen niet rond aan het einde van de maand. Zij leven in armoede. Soms moeten zij letterlijk kiezen tussen brood en therapie. Daar draait het om. Mijnheer de eerste minister, als de excuses echt gemeend zijn, moet er een herstelfonds komen. Dan kunnen de slachtoffers eindelijk financieel geholpen worden en kunnen onder andere de kosten van hun therapie gedekt worden. Het wordt tijd dat de kerk de kant van de slachtoffers kiest en de daad bij het woord voegt.
Ik heb dan ook maar één vraag voor u, mijnheer de eerste minister: zult u er voor zorgen dat dat herstelfonds er eindelijk komt?
Alexander De Croo:
Collega's, vandaag komt de paus in ons land aan voor wat men een apostolisch bezoek noemt. Dat gaat trouwens gepaard met een zeer grote logistieke en veiligheidsoperatie, waarbij bijzonder veel overheidsdiensten betrokken zijn. Ik zou hen in naam van velen willen bedanken voor de zeer grote inspanningen die worden gedaan om dat bezoek in goede banen te leiden.
Mais cette visite revêt aussi une dimension politique et sociale tout à fait évidente. L'Église catholique, que le pape représente, incarne aussi la foi, qui occupe une place importante dans la vie de certains de nos compatriotes. J'ai autant de respect pour cette conviction que j'en ai pour toutes les autres.
Het bezoek komt op een moment waarop de katholieke kerk het onderwerp van een zeer breed maatschappelijk debat is. De Kamer zal vandaag trouwens een onderzoekscommissie oprichten die het werk met betrekking tot misbruik in de kerk uit de vorige legislatuur zal voortzetten. De oprichting van die onderzoekscommissie zal hier in de Kamer zeer waarschijnlijk unaniem gebeuren. Dat is een krachtig signaal van een democratisch land, een seculier land, dat duidelijk aangeeft dat niemand boven de wet kan staan.
Het bezoek is zeer belangrijk voor veel gelovigen in ons land. Velen verwachten echter vooral dat er een krachtig signaal komt. Vooral slachtoffers van seksueel misbruik en slachtoffers van gedwongen adoptie verwachten dat er nu een krachtig signaal zal komen. Ik wil dat hun stem wordt vertolkt. Zij verwachten iets van de kerk als instituut, zij verwachten dat er niet langer wordt gezwegen. Ik kijk samen met velen anderen, vooral de slachtoffers, uit naar de boodschap die de paus daaromtrent zal brengen.
Et je nourris les attentes et les espoirs à cet égard. Cette visite constitue ou peut constituer une étape décisive, y compris pour ces victimes. Cela suppose que soient annoncés des actions concrètes et des engagements concrets.
Net omdat dat bezoek past in de politieke en maatschappelijke dimensie die ik daarnet heb geschetst, zal ik morgen na de Koning ook het woord nemen in het paleis, vóór de paus het woord zal nemen. Mijn boodschap zal bijzonder duidelijk zijn, maar sta mij toe die voor morgen te bewaren, zodat ik ze eerst aan de paus kan brengen.
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse. Comme vous l'avez dit, cet après-midi, le Parlement mettra sur pied une nouvelle commission d'enquête sur les abus sexuels commis dans l'Église.
Je comprends que vous réserviez la teneur de vos propos à cette assemblée. Nous comptons cependant sur vous pour faire passer au pape mais également aux invités du roi un message très fort. Ce silence criminel, cette complicité de l'Église doivent être dénoncés et les criminels doivent être condamnés. Mais, surtout, au nom des victimes et de leur famille, au nom de ces centaines de vies brisées, il faut – je vous ai entendu – des actions concrètes pour empêcher de tels actes à l'avenir et entendre les revendications des victimes. Elles sont multiples: prendre en charge des soutiens thérapeutiques et psychologiques ainsi que les soins médicaux, réparer les préjudices moraux et physiques, etc. Monsieur le premier ministre, j'espère que vous ne louperez pas l'occasion de faire passer ce message important.
Irina De Knop:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.
Er wordt hier een beetje meewarig over gedaan, maar ik denk oprecht dat excuses namens zo'n instituut van fundamenteel belang zijn voor de slachtoffers van het seksueel geweld. Ik hoop oprecht dat u de kerkvader duidelijk kunt maken dat dit belangrijk is en dat hij op dit verzoek zal willen ingaan.
Tot slot wil ik ook meegeven dat de fractie van Open Vld bijzonder opgetogen is over het feit dat die onderzoekscommissie opnieuw wordt opgericht, waarbij de onderste steen wordt bovengehaald, zodat gerechtigheid geschiedt en mensen in hun lijden worden erkend.
Voorzitter:
Ik dank mevrouw De Knop voor een eerste van ongetwijfeld vele interessante tussenkomsten in dit Parlement.
(Applaus)
(Applaudissements)
Greet Daems:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor het antwoord, maar ik wil vooral de slachtoffers, de overlevers, bedanken voor hun moed en voor het feit dat ze keer op keer blijven strijden voor gerechtigheid en erkenning en ook de groep Mensenrechten in de kerk. Met bedankingen en excuses alleen zullen we er echter niet komen. U zei het daarnet zelf al, er moet een krachtig signaal vanuit de kerk komen, maar daarnaast ook een krachtig signaal vanuit de politiek. Dat hebt u echter niet gezegd. Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de slachtoffers eindelijk financieel geholpen worden. Het is een schande dat dit nog steeds niet is gebeurd. Ik richt mij bij deze tot het volledige halfrond. Ik roep iedereen op om er mee voor te zorgen dat het herstelfonds er eindelijk komt. De slachtoffers hebben al lang genoeg gewacht.
De fiscale behandeling van het thuisladen van elektrische bedrijfswagens
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De succesvolle vergroening van het bedrijfswagenpark (32% elektrisch/hybride, 450.000 gebruikers) dreigt verstikt te raken door complexe belastingregels op thuisopladen, die administratieve lasten en onzekerheid creëren bij werkgevers en werknemers. Minister Van Peteghem belooft een circulaire met drie oplossingen: behoud van werkelijke-kostenprincipe, goedkeuring van submeters voor nauwkeurige meting, en een tijdelijk CREG-tarief om gelijke behandeling te garanderen tot technologie algemeener is. Coenegrachts blijft kritisch: de maatregelen voegen extra regels en kosten toe (naast Vlaamse jobbonus-schrapping en taksen op elektrische wagens), ondermijnen het draagvlak en tegenwerken de slogan ‘werken moet lonen’. Hij pleit voor pragmatische vereenvoudiging in plaats van bureaucratische obstakels.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, jaren geleden nam Egbert Lachaert namens onze fractie dit initiatief ter vergroening van het bedrijfswagenpark. Het ging om slimme maatregelen, want zij zorgden ook voor de vergroening van de tweedehandsmarkt. Het bleken ook succesvolle maatregelen: vandaag is 15 % van de bedrijfswagens al volledig elektrisch en 17 % is hybride. In totaal gebruiken 450.000 werkende Belgen nu dit systeem.
Zoals het altijd gebeurt wanneer in België een maatregel succesvol is, volgt er een regeltje, mijnheer de minister. Die regulitis betekent een rem op onze investeringen, vertraagt de jobcreatie, en maakt nu ook elektrisch rijden duurder. U hebt immers beslist dat thuis de auto opladen, belast wordt op basis van de werkelijke elektriciteitsprijs op het moment waarop hij opgeladen wordt. U weet dat die prijs op elk moment van de dag verandert, omdat de zon soms wat feller schijnt of de wind wat harder waait.
U moet zich voorstellen dat u werkt op de personeelsdienst van een bedrijf en dat u aan al uw collega's moet vragen: mag ik uw energiefactuur eens bekijken, ik moet immers uw belasting berekenen. Wat voor een administratieve last veroorzaakt dat in dat bedrijf!
Dit maakt dat het draagvlak bij ondernemers en bij werknemers ondergraven dreigt te worden en dat het zal wegvallen.
Mijnheer de minister, onder het motto 'eenvoud siert' heb ik een eenvoudige vraag voor u: waarom maakt u het zo moeilijk?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Coenegrachts, ik dank u voor uw vraag.
Ik heb uiteraard heel veel begrip voor de bezorgdheid die bij de werkgevers en de werknemers leeft met betrekking tot de terugbetaling van de elektriciteitskosten. Ik kan u in ieder geval al geruststellen, er is immers een circulaire in opmaak die de bezorgdheden ter zake zal wegnemen. De paniek die bepaalde organisaties vandaag zaaien, is absoluut onnodig.
Wat staat in de circulaire?
Ten eerste, het principe van de werkelijke kosten blijft overeind. Dat is een basisprincipe in onze wetgeving. We hebben geen nieuwe regeltjes uitgevonden, ze bestaan gewoon voor de terugbetaling van de kosten eigen aan de werkgever. Het gaat om een methode die ervoor zorgt dat de werknemers gelijk worden behandeld alsook dat er geen nieuwe fiscale optimalisatietechnieken kunnen bestaan.
Ten tweede begrijp ik uiteraard dat het meten van de werkelijke kosten niet altijd eenvoudig is. Er zijn vandaag echter al toepassingen ontwikkeld die nauwkeurige metingen zullen toelaten. Onze administratie heeft daarvan ook al kennisgenomen. Onze administratie zal in de circulaire ook de goedkeuring geven en aanvaarden dat wordt gebruikgemaakt van een submeter met een afzonderlijk energie- en elektriciteitscontract, waardoor nauwkeurige metingen kunnen worden gebruikt.
Ten derde, in de circulaire staat nog een punt dat voor u het belangrijkste is en dat de bezorgdheid ook zal wegnemen, namelijk: zolang de technologische ontwikkelingen niet algemeen zijn ingevoerd, zal mijn administratie, weliswaar tijdelijk, gebruikmaken van een specifiek CREG-tarief. Dat tarief zal natuurlijk worden geselecteerd op basis van een evenwichtige compensatie en zal natuurlijk ook verzekeren dat er een gelijke behandeling voor elke werknemer is. Op die manier nemen we de huidige onzekerheid weg.
Niemand hoeft een platte belastingverhoging te vrezen. We moeten de energietransitie, ook bij het verduurzamen van onze wagen, effectief stimuleren.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u begrijpt dat een circulaire die aparte energiecontracten voor submeters installeert, mij niet volledig geruststelt. Er worden niet minder regels ingevoerd. Collega’s, het was een slechte week voor werkende mensen. Vlaanderen heeft de jobbonus geschrapt. Vlaanderen heeft een taks op elektrische wagens ingevoerd. Vandaag wordt nog een extra heffing ingevoerd op het gebruik van de elektrische wagen. Collega’s, voor eenieder van u die de slogan ‘werken moet lonen’ heeft gebruikt tijdens de campagne, heb ik een vraag: wanneer? Wanneer zal werken lonen? Mijnheer de minister, ik vraag u om pragmatisch te zijn. Brainstorm over hoe de zaken gemakkelijker kunnen worden gemaakt in de plaats van na te denken over hoe ze moeilijker worden gemaakt. Wees alstublieft toch pragmatisch.
De vertegenwoordiging van België in de Europese Commissie
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)
op 19 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s vertraagde en nonchalante benoeming van Hadja Lahbib als Europees Commissaris – genomen *tussen regeringsonderhandelingen door* – degradeert het land van Europese agenda-zetter naar bijrolspeler, met een zwakke portefeuille die België naar de *achterbank* verplaatst, aldus Kjell Vander Elst. David Clarinval wijst de kritiek af door te verwijzen naar de eerste minister en prijst Lahbib’s kwaliteiten, maar ontwijkt de *strategische zwakte* van de keuze. Vander Elst benadrukt dat het niet om de persoon gaat, maar om het verlies van Belgische invloed in cruciale EU-dossiers, wat Europa’s waarneming van België als *figurant* versterkt. De discussie onthult een diepe bezorgdheid over België’s afglijdende Europese leiderschapspositie.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de vicepremier, ons land stond aan de wieg van de Europese eenmaking. De Europese hoofdstad is Brussel, waar ook de Europese Commissie gevestigd is. Veel belangrijke beslissingen worden in een Europese context genomen en deze hebben een impact op 500 miljoen Europeanen. Belangrijke beslissingen in cruciale domeinen als handelsbeleid, de competitiviteit van bedrijven en industrieel beleid worden binnen een Europese context genomen.
Ons land heeft de voorbije decennia een ijzersterke reputatie opgebouwd op Europees niveau. Wij bepalen al jaren de Europese agenda en we zitten al jaren op de eerste rij om Europese beslissingen te nemen. Mijnheer de vicepremier, net dat is nu gedaan. We zullen op het Europese toneel veroordeeld worden tot een bijrol. Waarom? Omdat we niet meer geïnteresseerd zijn in een hoofdrol. Door het getalm waren we weer te laat. We hebben onze Europese positie bepaald tussen de soep en de patatten, als een variapunt op de agenda van de regeringsonderhandelingen. Als eerste en enige signaal naar Europa van een toekomstige federale regering kan dat wel tellen. Ik ben er vrij zeker van dat dit een onverstandige beslissing was, collega’s. Het is niet alleen een onverstandige, maar ook onverantwoorde beslissing.
Ik heb dan ook maar één duidelijke en eenvoudige vraag voor u, mijnheer de vicepremier. Welke rol ziet u voor ons land nog weggelegd na het debacle van de laatste weken?
David Clarinval:
Mijnheer Vander Elst, ik feliciteer u met uw maidenspeech.
Misschien had u uw vraag beter aan de eerste minister gericht. De leden van het kernkabinet hebben kennisgenomen van het voorstellen van een kandidaat door de partijen die onderhandelen over de vorming van een volgende regering, onder leiding van koninklijk formateur Bart De Wever, in antwoord op de brief van mevrouw von der Leyen. De bespreking in het kernkabinet heeft, zoals u hebt kunnen lezen in de pers, geleid tot een brief van de eerste minister aan de voorzitster van de Europese Commissie. Daarin wordt mevrouw Hadja Lahbib, die beschikt over alle vereiste kwaliteiten, voorgesteld voor de functie van Europees Commissaris. Persoonlijk vind ik haar een uitstekende keuze.
Ik nodig u uit om bijkomende vragen die u relevant zou achten te stellen aan de eerste minister, die beschikt over meer informatie hieromtrent.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik heb daarnet vermeld dat de beslissing is genomen tussen de soep en de patatten. U hebt de hete patat aardig doorgeschoven.
Mij ging het niet over het individu of de persoon, mij gaat het over de inhoud.
De bevoegdheid die België nu heeft gekregen, zorgt voor een portefeuille waarmee België niet langer in de cockpit zit maar naar de achterbank is verbannen. Dat signaal naar Europa maakt van ons land een figurant. Ik betreur dat. In onze fractie zult u altijd een partner vinden om op Europees niveau met ons land het voortouw te nemen binnen een sterk Europa.
Voorzitter:
Ze passeren in een hoog tempo, maar ook de heer Vander Elst heeft voor het eerst het woord gevoerd in de Kamer. (Applaus) (Applaudissements) Wij hebben vele nieuwe krachten, maar met dat tempo zullen zij bijzonder snel de nodige routine in de vingers krijgen.
De door Pierre Wunsch verwoorde bezorgdheden van de Nationale Bank over de fiscale ontvangsten
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 19 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Van Quickenborne kritiseert de onrealistische plannen van de toekomstige regering om 19 miljard euro aan terugverdieneffecten (gebaseerd op 700.000 extra banen) in te zetten, wat volgens de Nationale Bank en Europa onhaalbaar is, terwijl de economie verslechtert. Van Peteghem ontwijkt een direct antwoord, benadrukt noodzakelijke structurele hervormingen (fiscaliteit, pensioenen, arbeidsmarkt) om de welvaartsstaat te behouden, maar bevestigt niet de geloofwaardigheid van het bedrag. Van Quickenborne concludeert dat het onverdedigbaar optimisme is en stelt dat Peteghems zwijgen schaamte verraadt. De kern: onrealistische budgettaire aannames versus noodzaak tot hervormingen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de vicepremier, de economische toestand in ons land is aan het verslechteren. We hebben daarnet een vragenronde gehad over Audi Brussel. Talrijke bedrijven moeten jammer genoeg de deuren sluiten. Voor de eerste keer in vele jaren dreigt de werkloosheid in ons land toe te nemen. We zien ook dat de economie stilvalt en dat de groei van de inkomsten achteruit dreigt te gaan. Dat is wat het Planbureau aankondigt in zijn jongste rapport van 11 september 2024.
Het is dus tijd om de tering naar de nering te zetten. In die zin heeft de gouverneur van de Nationale Bank, Pierre Wunsch, vorige week op televisie interessante uitspraken gedaan. Hij zei dat er inderdaad inspanningen moeten worden geleverd, maar ook dat de plannen van de regering in wording, namelijk om daarbij een beroep te doen op 19 miljard euro terugverdieneffecten, heel optimistisch zijn en niet zullen worden aanvaard door Europa.
Mijnheer de vicepremier, 19 miljard euro terugverdieneffecten, dat is de helft van onze budgettaire uitgaven. Dat is het budget van politie, Defensie, Justitie, Buitenlandse Zaken, Economie en Mobiliteit. Dat is rekenen op 700.000 extra banen, boven op een jobaangroei die aan het stilvallen is. Met permissie, dat is – om het in arizonatermen te zeggen – shooting from the hip .
Ik heb dus maar één vraag voor u, mijnheer de minister van Financiën. Vindt u het geloofwaardig dat die regering in wording een beroep wil doen op 19 miljard euro terugverdieneffecten?
Vincent Van Peteghem:
Collega Van Quickenborne, u weet als geen ander dat ik het belang van hervormingen in dit land altijd naar voren heb geschoven. Met die hervormingen moeten we onze sociale zekerheid en onze welvaartsstaat, zoals we die vandaag kennen, beschermen en versterken voor onze kinderen en kleinkinderen.
De regering, die nu in lopende zaken is, heeft ter zake jammer genoeg te weinig gedaan. Zij is daar te weinig in geslaagd. Ik ben wel tevreden dat er vandaag partijen aan de onderhandelingstafel zitten die wél de drijfveer hebben de hervormingen die noodzakelijk zijn te realiseren.
De Nationale Bank heeft inderdaad gewezen op de noodzaak van een eerlijk en duurzaam fiscaal beleid om de economische stabiliteit van ons land te waarborgen. Daarvoor is er nood aan structurele hervormingen om de overheidsuitgaven efficiënter te maken en om de belastingdruk in ons land eerlijker te verdelen. Dat was exact de doelstelling van de blauwdruk voor een brede fiscale hervorming die op tafel lag. Die blauwdruk hield rekening met de aanbevelingen van heel veel experten en had terecht ook een hoog ambitieniveau.
Het is juist dat de volgende regering ambitie zal nodig hebben en dat zij de uitdagingen waarvoor we staan zal moeten aanpakken met een doordacht en geïntegreerd plan met een hoog ambitieniveau. Zij moet hervormingen realiseren in de fiscaliteit, de gezondheidszorg, de arbeidsmarkt en de pensioenen.
Ik geef toe: de tijd tikt. We moeten voortwerken. De kwaliteit en het ambitieniveau van dat plan zullen doorslaggevend zijn. Alleen zo zullen we erin slagen de welvaartsstaat en de sociale zekerheid die we vandaag kennen te beschermen en te versterken.
Vincent Van Quickenborne:
Bedankt, mijnheer de vicepremier, om niet te antwoorden op mijn vraag. Mijn vraag was of u het geloofwaardig vindt om 19 miljard euro in te schrijven in die plannen. Als u dat een hervorming noemt … Collega Sander Loones is hier niet meer, mijnheer de voorzitter. Hij heeft de tent moeten verlaten door de vragen van de heer Dedecker. Mocht de heer Loones hier nog wel hebben gezeteld, dan zou hij het schaamrood op de lippen hebben gekregen. Hij zou gezegd hebben dat hij het onverdedigbare niet kon verdedigen. Collega's, 19 miljard euro aan terugverdieneffecten is een fata morgana in de woestijn van Arizona. Mijnheer de minister, door niet te antwoorden, hebt u geantwoord, want u bent ervoor beschaamd.
Wetsvoorstel tot wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden wat de drugstesten bij gedetineerden betreft
Wetsvoorstel
Wetsvoorstel tot bekrachtiging van koninklijke besluiten inzake inkomstenbelastingen
Wetsvoorstel aangenomen op 4 december 2025
Voorstel van resolutie betreffende de nakende executies van politieke gevangenen door het Iraanse regime
Voorstel van resolutie zonder onderwerp
Wetsvoorstel houdende titel 1 'Persoonlijke zekerheden' van boek 9 'Zekerheden' van het Burgerlijk Wetboek
Wetsvoorstel aangenomen op 15 mei 2025
Voorstel van resolutie betreffende de herinneringseducatie en de burgerschapsvorming inzake het Belgisch verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog
Voorstel van resolutie aangenomen op 10 april 2025
Voorstel van resolutie ter bevordering van de concurrentiekracht van de energie-intensieve bedrijven in ons land
Voorstel van resolutie verworpen op 20 maart 2025
Voorstel van resolutie met betrekking tot de atherosclerotische harten vaatziekten (ASCVD's)
Voorstel van resolutie aangenomen op 23 januari 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 mei 2024 houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II
Wetsvoorstel aangenomen op 19 december 2024
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 mei 2024 houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II voor wat betreft de overheveling van het grondgebied van de voormalige gemeente Meulebeke naar het gerechtelijk kanton Tielt
Wetsvoorstel aangenomen op 12 december 2024
Voorstel tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar mogelijke disfuncties in het strafrechtelijk onderzoek 'Operatie Kelk'
Voorstel tot onderzoekscommissie aangenomen op 26 september 2024
