Vooruit
Ontdek hoe de partij Vooruit u vertegenwoordigt in het federaal parlement.
102
vragen
25
voorstellen
Leden

Jan Bertels (57)

Nele Daenen (50)

Achraf El Yakhloufi (27)

Fatima Lamarti (59)

Annick Lambrecht (56)

Brent Meuleman (37)

Funda Oru (40)

Oskar Seuntjens (27)

Jeroen Soete (42)

Niels Tas (42)

Anja Vanrobaeys (57)

Axel Weydts (43)

Alain Yzermans (58)

Jinnih Beels (49)

Melissa Depraetere (33)

Joris Vandenbroucke (49)

Frank Vandenbroucke (70)

Rob Beenders (46)
Activiteit in De Kamer
Bekijk hoe Vooruit denkt over
Het RVT-statuut als belangrijk instrument voor de toegang tot zorg
De verhoogde tegemoetkoming
De verhoogde tegemoetkoming
De ongebreidelde toekenning van het RVT-statuut
Toegang tot zorg en tegemoetkomingen in RVT-statuut
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om kritiek op en hervormingsvoorstellen voor het BIM-statuut (verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg), waar 400.000 extra begunstigden in 5 jaar bijkwamen, volgens critici ten onrechte ook welgestelden (bv. zaakvoerders met luxeauto’s of eigenaars van meerdere woningen). Minister Vandenbroucke belooft strengere controles op inkomen en vermogen (inclusief dividenden, cryptowinst, tweede woningen) en sluit bestuurders met grote vennootschapsbelangen automatisch uit, maar Alexia Bertrand (Open Vld) en Daniel Bacquelaine (MR) werpen hem gebrek aan daadkracht voor, verwijzend naar eerdere niet-nagekomen afspraken en "automatische toekenning zonder noodzaak". Jan Bertels (Vooruit) en Jean-François Gatelier (Les Engagés) steunen de plannen, benadrukkend dat het systeem misbruik moet uitsluiten maar kwetsbaren moet beschermen.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, le nombre de bénéficiaires du statut BIM continue d’augmenter. Nous avons vu les chiffres: plus 400 000 au cours de ces cinq dernières années, sans doute en raison de la paupérisation de la population.
Non, nous ne souhaitons pas remettre en question ce mécanisme, qui participe à l’accessibilité des soins pour certains publics vulnérables et qui doit être préservé. Mais oui, nous voulons évaluer cette mesure afin de trouver une solution aux deux problèmes auxquels nous sommes confrontés aujourd’hui. D’une part, certaines personnes bénéficient du statut BIM alors qu’elles sont dans une situation financière confortable. D’autre part, certaines n’en bénéficient pas alors qu’elles se trouvent dans une situation financière difficile.
Monsieur le ministre, allez ‑ vous é valuer cette mesure, notamment en concertation avec les mutuelles, et r é pondre à ces deux probl è mes, afin de veiller à ce que ce m é canisme, auquel nous tenons, remplisse effectivement son objectif d ’ accessibilit é aux soins, qui constitue un enjeu essentiel?
Monsieur le ministre, vous nous rappelez souvent que chaque euro d é pens é en sant é doit l ’ê tre avec efficience. Or, actuellement, j ’ ai le sentiment que le m é canisme d ’ octroi du BIM n ’ est pas efficient. Il y a quelques semaines, j’ai déposé une proposition de résolution, avec le groupe Les Engagés, visant à garantir que l’intervention majorée soit octroyée à ceux qui en ont réellement besoin. Je me permets de profiter de l'occasion pour vous en remettre une copie, afin de vous aider.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, mijn vader werkte jarenlang als bouwvakker in de Kempen, tot hij langdurig thuis moest blijven met zware rugproblemen. Veel doktersbezoeken, veel ziekenhuiskosten, veel pijn. De verhoogde tegemoetkoming was zijn en mijn redding om de noodzakelijke zorg te krijgen. Dat is maar één verhaal. De verhoogde tegemoetkoming maakt elke dag het verschil voor heel wat gezinnen. Die verhoogde tegemoetkoming zorgt er immers voor dat ze niet de volle pot moeten betalen voor een doktersbezoek of voor geneesmiddelen. Ze zorgt er ook voor dat ze toegang krijgen tot de beste, betaalbare, zorg. Dat is voor ons van Vooruit een absolute prioriteit. Ja, wij zijn er fier op dat we in de vorige regering, met de steun van de toenmalige coalitiepartners, dat statuut versterkt hebben, zodat sommigen nu automatisch recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming. Ze is essentieel om ons gezondheidszorgsysteem voor iedereen toegankelijk te maken.
Even essentieel is dat de steun terechtkomt bij wie die echt nodig heeft, dus niet bij zaakvoerders die zichzelf een minimumloon uitkeren en tegelijkertijd rondrijden met een Porsche van de vennootschap, noch bij mensen die meerdere huizen in het buitenland bezitten. Die voorbeelden komen voor alle duidelijkheid niet van mij. Ze komen van de voorzitter van een Vlaams artsensyndicaat, een huisarts.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Wat zult u doen om dat schrijnende misbruik van onze sociale zekerheid aan te pakken?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, bijna 2,5 miljoen mensen in ons land krijgen via de verhoogde tegemoetkoming tal van sociale voordelen: voor 1 euro naar de dokter, gratis cultuur, gratis sport en bijna gratis op tram en bus. Daar stopt het niet: goedkope kinderopvang, goedkope vuilniszakken, de UiTPAS, verminderde provinciale belastingen enzovoort. 400.000 Brusselaars vallen onder dat systeem. Dat is een op drie. Wie betaalt daarvoor? De andere twee en dat zijn niet de sterkste schouders, maar mensen die hard werken en ook mensen met lage lonen die net meer verdienen dan de drempel voor de verhoogde tegemoetkoming.
U hebt nu nog een toegangspoort tot dat statuut ingevoerd. Aan wie alleenstaand en drie maanden werkloos of ziek is, wordt het statuut automatisch toegekend, op een schoteltje gegeven, of die persoon daar nu nood aan heeft of niet. De verhoogde tegemoetkoming moet zelfs niet worden aangevraagd. ( Tumult )
Het resultaat is 60.000 rechthebbenden erbij in minder dan één jaar tijd en de teller loopt. Mijnheer de minister, dat is onhoudbaar, onbetaalbaar en asociaal beleid, vandaar mijn wetsvoorstel. ( Luid protest van de heer Ronse )
Zwijg eens, mijnheer Ronse, een beetje respect.
Hulp moet terechtkomen bij wie het echt nodig heeft, zoals de papa van de heer Bertels. Dat zijn de juiste mensen. Schaf het anders af.
U zult opwerpen dat wij dat mee hebben goedgekeurd, maar u weet zeer goed, als u van goede trouw bent, mijnheer Ronse, dat ik daar nooit akkoord mee ben gegaan. Ik heb keer op keer gewaarschuwd voor de gevolgen en de budgettaire impact. We zien vandaag dat het budget daarvoor is ontspoord.
Mijnheer de minister, u zei dat u hier niet veel over te vertellen hebt. Blijft u achter het statuut staan? Hoe legt u dat uit?
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, je ne vais pas le répéter: 400 000 BIM en cinq ans, soit à peu près 100 000 BIM supplémentaires chaque année. Alors, je ne veux pas dire que le résultat de votre action sociale pendant cinq ans, c'est 100 000 BIM de plus tous les ans, parce que cela préjugerait de ce que votre action sociale pendant les cinq prochaines années, ce soit de nouveau 500 000 BIM en plus. J'espère quand même qu'à un moment donné, on va prendre la réalité en considération!
Il est nécessaire de veiller à que la solidarité s'exprime vis-à-vis de ceux qui en ont réellement besoin. Il faut lutter contre la banalisation de la solidarité. C'est une valeur essentielle qui n'a rien à voir avec l'assistanat. C'est une valeur essentielle que nous devons défendre aujourd'hui, en évitant notamment les pièges à l'emploi et tout ce qui gravite autour de l'attribution du statut BIM aujourd'hui, qui touche des domaines qui n'ont rien à voir avec la santé (le transport public, les crèches et encore bien d'autres choses). Il faut en revenir à l'essentiel. Et l'essentiel, c'est de faire en sorte que ceux qui ont besoin de la solidarité puissent en bénéficier pleinement. Aujourd'hui, ce n'est plus tout à fait le cas. On est dans un système d'automaticité qui ne permet pas de cibler la solidarité de façon correcte.
Je vous demande donc, monsieur le ministre, d'agir de façon à ce que nous revoyions les critères d'attribution du statut BIM, notamment en matière d'automaticité, qui est une mauvaise méthode. Il faut que ceux qui en ont réellement besoin puissent en bénéficier et que la solidarité soit une valeur capitale. Or, aujourd'hui, le système fait que beaucoup de médecins reçoivent des patients qui sont étonnés eux-mêmes d'être BIM. Ils ne comprennent pas qu'ils le soient. C'est quand même le comble du comble! Les médecins reçoivent aujourd'hui des patients (...)
Frank Vandenbroucke:
Gezondheidszorg moet betaalbaar zijn, betaalbaar voor iedereen en zeker ook voor mensen die het financieel moeilijk hebben.
Daarvoor dient de verhoogde tegemoetkoming, zodat mensen niet wachten om naar de dokter te gaan of om medicamenten te kopen omdat het geld dat zij daarvoor nodig hebben, niet in hun portemonnee zit.
Een deel van de mensen ontvangt dat statuut automatisch,. Dat gebeurt altijd op basis van een volledig inkomensonderzoek. Dat hebben we samen beslist. Dat lijkt me normaal want als mensen een recht hebben, moeten ze dat recht ook kunnen genieten. Dat wordt bovendien elk jaar opnieuw gecontroleerd.
Wat is het probleem? Bij de toekenning van de verhoogde tegemoetkoming wordt geen rekening gehouden met het vermogen. Ook worden niet alle inkomens systematisch aangegeven. Ze blijven dus buiten beschouwing.
Les revenus mobiliers, en particulier, sont un angle mort. En théorie, monsieur Bacquelaine, une personne peut toucher 100 000 euros de dividendes ou réaliser 100 000 euros de plus-value sur des cryptomonnaies et avoir malgré tout droit à l'intervention majorée.
Il faut donc avoir une vision globale de l’ensemble des revenus et du patrimoine des personnes, afin que le droit à l’intervention majorée soit attribué de manière correcte et équitable, et que nous soyons certains qu’il bénéficie aux personnes qui en ont réellement besoin.
Dokter Jos Vanhoof heeft gezegd dat een zaakvoerder van een bouwbedrijf die zichzelf een minimumloon uitkeert, maar strak in het pak rondrijdt met een Porsche van de vennootschap geen verhoogde tegemoetkoming mag krijgen. Ik ben het helemaal eens met hem. Hij krijgt mijn woord dat we dat, met uw steun, tot op de letter zullen uitvoeren.
Ik ben vragende partij om een beter zicht te krijgen op alle inkomens en vermogens, zodat we zeker zijn dat de mensen die ze nodig hebben de verhoogde tegemoetkoming krijgen en de mensen die ze niet nodig hebben ze niet krijgen.
Ik werk aan drie voorstellen die ik op de regeringstafel zal neerleggen. Ten eerste, ik wil dat bij de aanvraag en de verlenging van het recht op verhoogde tegemoetkoming automatisch wordt nagegaan welke roerende inkomens en welk roerend vermogen een gezin heeft, zodat we met die twee correct rekening kunnen houden. Ten tweede, ik stel voor dat bestuurders met een belangrijk belang in een vennootschap automatisch uitgesloten worden van het recht op verhoogde tegemoetkoming. Het kan niet de bedoeling zijn dat iemand die een managementvennootschap bestuurt, en dat misschien heel goed doet, recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming. Ten derde, ik stel voor dat iemand die meer dan één substantieel onroerend vermogen heeft, bijvoorbeeld twee mooie woningen, automatisch wordt uitgesloten.
Mevrouw Bertrand, het automatisch systeem dat u nu aanklaagt, hebt u niet alleen mee goedgekeurd, maar toen ik in de vorige regering herhaaldelijk formeel voorstelde – jawel, mijnheer Van Quickenborne – dat wie twee onroerende inkomens bezit uitgesloten zou worden, hebben u en de MR dat niet gesteund, maar nu bent u anders.
Dus ik vraag uw steun wanneer ik opnieuw zal voorstellen dat wie twee woningen bezit, geen recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming.
Bovendien zijn er ook inkomens waarmee wij rekening moeten houden en waarmee we vandaag geen rekening moeten houden, zoals een doctoraatsbeurs of een flexi-job. Laten we daar ook rekening mee houden, zodat de mensen die het nodig hebben het recht kunnen genieten, beschermd worden en zonder zorgen naar de dokter en apotheker kunnen gaan en zodat wie het niet nodig heeft en de kantjes ervan af loopt, effectief wordt uitgesloten.
Dat is niet zo moeilijk. U kunt dat beslissen, maar daartoe is politieke wil nodig.
De drie voorstellen zal ik aan de regering doen. Ik reken op uw steun, die ik hier zie, niet alleen van de meerderheid maar ook van de oppositie.
Jean-François Gatelier:
Je vous remercie, monsieur le ministre.
Le statut BIM doit en effet aider les plus fragiles, et non ceux qui peuvent se permettre d'acheter une voiture de luxe. J’ai entendu votre réponse. Finalement, vous répondez aux attentes des Engagés. En effet, faire en sorte que les personnes disposant d’un patrimoine global suffisant, les administrateurs de sociétés et les propriétaires de plusieurs biens immobiliers ne bénéficient pas de ce statut contribuera, en partie, à répondre à ce que vivent quotidiennement les soignants avec cette incohérence. Encore dernièrement, j’ai été interpellé par une gynécologue étonnée de voir sa patiente ricaner en ne payant que 3 euros pour une consultation de trois quarts d’heure chez un médecin spécialiste, alors qu’elle venait de régler 70 euros en cash à son ostéopathe. Finalement, tout ce dont les soignants sont témoins, nous pouvons y remédier.
En tout cas, sachez que Les Engagés soutiendront cette future réforme.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik geef u alle steun en ik heb alle vertrouwen in uw aanpak om misbruik door profiteurs hard aan te pakken en een echte vermogenstoets in te voeren, want iedereen verdient de beste zorg, zonder angst voor de factuur. Zorg wordt niet bepaald door de portemonnee. Daarover zijn we het volmondig eens. Zo simpel is het.
Voor Vooruit is dat ook de reden waarom we zitting hebben in de arizonaregering. We zullen elke aanval op ons sociaal systeem afslaan en het blijven verdedigen tegen iedereen die het aanvalt.
Mevrouw Bertrand, puur uit mijn geheugen, bloemen verwelken, schepen vergaan, maar bij Open Vld bleef de liefde voor rijke profiteurs bestaan. Ik hoop echt dat het met Anders. anders wordt.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, u moet het maar durven. U hebt zich niet aan de afspraken gehouden. In de notificatie stond duidelijk dat een rechthebbende systematisch en voorafgaandelijk van de ambtshalve toekenning zou worden uitgesloten, als hij eigenaar van een ander onroerend goed is. U bent uw beloftes niet nagekomen.
Frank Vandenbroucke:
Neen.
Alexia Bertrand:
Dat is absoluut wel zo. Er moesten controles komen en die zijn er niet. Als men iets van de overheid krijgt, moet daar iets tegenover staan. Of men nu een Porsche of een tweede huis in Marokko heeft, dat kan mij niet schelen, het profitariaat moet eruit.
U bent plots wakker geschoten, mijnheer de minister. Ik heb het probleem aangekaart en u bent wakker geschoten. U hebt gisteren nog in Het Laatste Nieuws verklaard dat daar niets over te vertellen valt en dat u niet zult hervormen.(…)
Daniel Bacquelaine:
(…) de ces quelques polémiques. Je pense que la solidarité mérite une gestion rigoureuse de nos données publiques et que cette solidarité doit s'orienter vers ceux qui en ont le plus besoin. On ne peut pas banaliser la solidarité. Et je pense que l'automaticité banalise et dévalue la solidarité. La solidarité sans contrôle crée l'injustice. Il est absolument nécessaire que l'on travaille sur l'analyse des ressources financières de ceux qui prétendent pouvoir bénéficier de statuts particuliers. Parce que, sinon, ce sont tous les autres que l'on dévalorise. Je crois vraiment, monsieur le ministre, qu'il est temps de revoir le système d'attribution du statut BIM dans notre pays. Notez que, quand on interdit des suppléments pour les bénéficiaires de l'intervention majorée, on fragilise toute la chaîne de la médecine ambulatoire. (…)
De toegang tot het minimumpensioen in geval van een gemengde loopbaan
De toegang tot het minimumpensioen in geval van een gemengde loopbaan
Toegang tot minimumpensioen bij gemengde loopbanen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Vooruit en cd&v bekritiseren dat duizenden gepensioneerden met gemengde loopbanen (werknemer, ambtenaar, zelfstandige) onterecht geen toegang krijgen tot het minimumpensioen door een constructiefout in het stelsel, ondanks 30+ gewerkte jaren – een probleem dat de Ombudsdienst Pensioenen al 17 jaar aankaart. Vanrobaeys (Vooruit) beschuldigt liberalen van blokkering en dringt aan op onmiddellijke herstelling, ook voor huidige slachtoffers zoals "Sylvia", terwijl Lanjri (cd&v) benadrukt dat het regeerakkoord dit belooft, maar de lopende hervormingstekst bij de Raad van State geen oplossing bevat. Minister Jambon bevestigt dat hij de kwestie na goedkeuring van de huidige pensioenwet als "volgende werf" zal aanpakken, verwijzend naar de regeerakkoordafspraak om effectieve loopbaanjaren over alle statuten te laten meetellen, maar Vanrobaeys en Lanjri wantrouwen zijn timing en wijzen op het ontbreken van concrete plannen in zijn beleidsnota.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, duizenden mensen in ons land hebben meer dan 30 jaar gewerkt, maar krijgen slechts een pensioen van minder dan 1.000 euro. Ze hebben voldoende gewerkt, maar botsen op een fout in het pensioenstelsel.
Ik zal u een voorbeeld geven uit mijn omgeving. Sylvia werkte één jaar met een contract en vier jaar als vastbenoemd ambtenaar in de kinderopvang en daarna 26 jaar als zelfstandige crèche-uitbaatster. Ze stond altijd klaar voor haar kindjes, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en deed haar werk met haar hart en ziel. Later kreeg ze zware hartproblemen en deed af en toe nog een interimjob of een tijdelijke vervanging. Ze heeft wel degelijk 30 jaar gewerkt, maar loopt nu honderden euro’s pensioen mis omdat ze een aantal jaar ambtenaar is geweest. Daardoor heeft ze geen toegang tot het minimumpensioen.
Collega’s, Vooruit heeft hard gestreden voor hogere minimumpensioenen, omdat die mensen met een moeilijke loopbaan, zoals Sylvia, moeten beschermen. Ze heeft immers 30 jaar gewerkt. Voor Vooruit is het dus duidelijk: elk gewerkt jaar moet tellen, of dat nu als werknemer, zelfstandige of ambtenaar was. De Ombudsdienst Pensioenen noemt dit ook een constructiefout die mensen richting armoede duwt.
Mijnheer de minister, wanneer zult u die fout rechtzetten? Zult u dat alleen doen voor toekomstige gepensioneerden, of zult u dat ook doen voor mensen die vandaag het slachtoffer zijn van dit onrecht, zoals de Ombudsdienst vraagt?
Nahima Lanjri:
Collega’s, stel u voor dat u 35 jaar hebt gewerkt, 29 jaar als werknemer en daarna nog eens 6 jaar als ambtenaar. U hebt dus voldoende lang gewerkt om in aanmerking te komen voor een minimumpensioen. Dan krijgt u een koude douche, want het pensioenbedrag waarop u gerekend had, blijkt er niet te zijn. Plots blijkt immers dat de jaren waarin u als ambtenaar hebt gewerkt, niet meetellen voor de berekening van uw pensioenbedrag. U krijgt daardoor een pensioen van nog geen 1.000 euro. Dat is onrechtvaardig, want u hebt al die jaren wel gewerkt.
Het is des te onrechtvaardiger, mijnheer de minister, omdat het probleem al zo lang gekend is. Al 17 jaar wordt dit probleem aangekaart door de Ombudsdienst Pensioenen. Al even lang vraagt cd&v om dit probleem aan te pakken. We hebben dat aan elke bevoegde minister gevraagd. Het stond trouwens ook in heel wat regeerakkoorden, maar de bevoegde ministers voor Pensioenen hebben het probleem nooit aangepakt.
Mijnheer de minister, ook nu staat dit probleem opnieuw vermeld in het regeerakkoord, met de belofte dat we het zullen aanpakken. In het eerste deel van de pensioenhervorming, dat nu bij de Raad van State is en binnenkort naar ons komt, staat echter geen oplossing voor dit probleem. Nochtans heeft een derde van de gepensioneerden een gemengde loopbaan. Heel wat mensen, duizenden mensen, worden dus de dupe van deze constructiefout en krijgen een te laag pensioen.
Cd&v is altijd een vechter geweest en zal blijven vechten voor eerlijke en deftige pensioenen. We vinden dan ook dat dit probleem dringend moet worden opgelost. Niet alleen voor de toekomst, maar ook voor mensen die nu al een te laag pensioen ontvangen door een fout in de wet, moet dit worden rechtgezet. Bent u het daarmee eens, mijnheer de minister? Zult u dit aanpakken, in tegenstelling tot uw voorgangers?
Jan Jambon:
Collega’s, het is inderdaad zo dat de Ombudsdienst Pensioenen al sinds 2009 de vinger op die wonde legt. Mevrouw Lanjri, ik hoor dat u in alle regeringen gevochten hebt om dat erdoor te krijgen. Dat is goed, maar het heeft weinig effect gehad. In dit regeerakkoord staat: “De toekenningsvoorwaarde van het minimumpensioen wordt voortaan gebaseerd op de effectieve arbeidsprestaties en loopbaanjaren gepresteerd in de drie stelsels samen, voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen.”
Collega’s, ik ben minister van Pensioenen. Als de wet op de hervorming van de pensioenen, die nu bij de Raad van State ligt en die we zo snel mogelijk hier in het Parlement willen behandelen, is goedgekeurd, dan is de volgende werf die ik aanpak deze werf. Ik ben namelijk ook geschokt door die onrechtvaardigheid. Ik herinner mij die twee Waalse vriendinnen, iedereen herinnert zich dat nog. De eerstvolgende werf, na de goedkeuring van de pensioenwet hier in het Parlement, zal deze onrechtvaardigheid rechtzetten.
Collega’s, ik roep u op om die wet hier zo snel mogelijk goed te keuren, zodat we ook deze onrechtvaardigheid kunnen aanpakken.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik zal u aan uw woord houden. Het staat immers ook niet in de beleidsnota die sinds gisteren online staat. Ik vraag mij af waarop u nog wacht, want het is een probleem dat al meer dan 17 jaar aansleept. Weet u wat de reden daarvoor is? De reden is dat de liberalen vaak op de rem zijn gaan staan. Daarom sleept het al zo lang aan.
Denk aan Sylvia, die meer dan 30 jaar voor kleine kindjes heeft gezorgd en bij wie die jaren als ambtenaar nu niet meetellen voor haar minimumpensioen. Vooruit vindt dat het hier lang genoeg heeft geduurd. Wij dienen ook een wetsvoorstel in, want werk is werk, ongeacht het statuut. Elk jaar moet meetellen om toegang te hebben tot het minimumpensioen.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, we hebben hier een tijdlang samen gezeteld, ik als Parlementslid. Ik heb toen ook geijverd voor eerlijke pensioenen. U was toen minister, van 2014 tot 2018. In het regeerakkoord hebt u toen gezegd dat u dat probleem ging aanpakken. U had toen dus eigenlijk al meer kunnen doen dat ik vanuit het Parlement kon doen.
Maar goed, laten we vooruitkijken. Het staat nu in het regeerakkoord waarover we samen onderhandeld hebben. Ik hoop dat het wordt uitgevoerd, want ik stel vast dat het niet in de tekst inzake de pensioenhervorming staat, die nu bij de Raad van State ligt. Ik stel vast dat het ook niet in uw beleidsnota staat, die we volgende week in de commissie zullen bespreken.
Het staat daar niet in, maar cd&v zal blijven vechten. We vragen u dit probleem op te lossen. We rekenen er ook op dat u dat zult doen, want het staat nu in het regeerakkoord. U kunt op onze steun rekenen. Laten we er samen voor vechten (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Lanjri.
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Niels Tas wijst op de groeiende wereldwijde ongelijkheid—waarbij 1% van de Belgen evenveel bezit als 75% van de bevolking—en bekritiseert dat rijke oligarchen te veel macht hebben, terwijl 400 miljonairs zelf oproepen tot hogere belastingen voor vermogenden; hij vraagt minister Jambon om verdere stappen te zetten voor rechtvaardige vermogensbelasting, ook op Europees niveau. Jambon stelt dat rijkdom op zich geen probleem is, maar armoedebestrijding prioriteit heeft, en benadrukt dat België al maatregelen neemt (zoals effectentaks en meerwaardebelasting) om "sterkste schouders" extra te laten bijdragen, terwijl de ongelijkheid hier volgens hem lager ligt dan elders; hij wijst op lopende hervormingen en wil eerst evalueren voor nieuwe stappen. Tas erkent de vooruitgang onder deze regering—die superrijken meer laat betalen dan ooit—maar dringt aan op verdere Europese actie om de allerrijksten hun "eerlijke bijdrage" te laten leveren. Jambon suggereert indirect dat vrijwillige bijdragen van vermogenden altijd mogelijk zijn, zonder nieuwe verplichtingen op te leggen.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, 400 miljonairs en miljardairs uit 24 landen in de wereld kwamen onlangs samen. Ik stel mij dan voor dat zij met hun Porsche of hun privéjet naar die bijeenkomst gingen, vergezeld van een glas champagne en een potje kaviaar. Zij deden dat echter niet. Zij zaten niet samen om te praten over hoe goed ze het wel niet hebben, maar wel om in Davos de wereldleiders ertoe aan te sporen on hen meer te laten bijdragen. Die oproep is terecht, want de ongelijkheid neemt wereldwijd jaar na jaar toe, dus ook in België. De 1 % rijkste Belgen bezitten evenveel als 75 % van de rest van de bevolking. Dat is hallucinant!
Die toenemende ongelijkheid ondergraaft immers het vertrouwen van de mensen en vormt een gevaar voor onze democratie. Bijna de helft van de wereldbevolking leeft vandaag in armoede en een kleine groep mensen wordt steeds rijker, terwijl net zij veel meer kunnen bijdragen. De Belgische miljonair Bruno Fierens zei het volgende: "Als zeer vermogend individu heb ik het gevoel dat er heel veel rekening wordt gehouden met mijn belangen, maar heel weinig met mijn vermogen." "Oligarchen met extreme rijkdom hebben wereldwijd enorm veel macht en houden veel touwtjes in handen om hun eigen belangen te verdedigen", aldus die 400 miljonairs en miljardairs. Zij stellen zelf dat een eerlijke fiscale bijdrage een noodzakelijke stap is om ongelijkheid aan te pakken.
Mijnheer de minister, in België laten we de sterkste schouders extra bijdragen. Bent u bereid om binnen uw bevoegdheden en in overleg met Europese en internationale partners verdere stappen te zetten richting een rechtvaardige fiscaliteit op grote vermogens?
Jan Jambon:
Mijnheer Tas, laat me eerst en vooral zeggen dat het feit dat mensen rijker worden niet mijn probleem is. Mensen uit armoede halen, dat is onze opdracht. Ik heb er geen probleem mee dat mensen rijker worden.
Het enorme begrotingstekort, waarvoor we een oplossing moeten vinden, zorgt er inderdaad voor dat we van iedereen een billijke bijdrage moeten vragen. Dat heb ik al verschillende keren in deze Kamer gezegd. Tijdens de formatie en vervolgens in het regeerakkoord maakten we samen duidelijke keuzes om de zogenoemde sterkste schouders ook een extra bijdrage te laten leveren. Dat is ondertussen uitgewerkt in wetsontwerpen, die we momenteel bespreken in de commissie en straks hier in de plenaire vergadering. Ik verwijs concreet naar onder meer de meerwaardebelasting en de effectentaks.
De zogenoemde Gini-coëfficiënt, die de ongelijkheid in een land weergeeft, leert ons dat die in België nog steeds veel lager ligt dan in andere landen. De situatie en de fiscaliteit van bijvoorbeeld de Verenigde Staten zijn in geen enkel opzicht vergelijkbaar met die in België.
Verder nemen we verscheidene maatregelen om wie werkt voor een laag loon extra nettoloon te geven, zodat iedereen erop vooruitgaat. Dat is budgettair mogelijk, onder andere door de solidariteit van die sterkste schouders. Laten we dus eerst alle maatregelen en hervormingen uitvoeren en vervolgens evalueren alvorens bijkomende beslissingen te nemen. Dat geldt ook voor de Europese en internationale gesprekken, waarin de regering zich steeds constructief opstelt om te werken aan een robuuste fiscaliteit.
Als die vermogenden willen bijdragen, en dat siert hen, dan staat het hen uiteraard vrij om hun vermogen op een maatschappelijk relevante manier te spenderen.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik denk dat we het absoluut eens zijn over het feit dat we de ongelijkheid moeten aanpakken en mensen uit de armoede moeten halen. In België hebben we die kentering ook ingezet. Deze regering zal de superrijken immers daadwerkelijk extra laten bijdragen, meer dan alle vorige regeringen in dit land ooit hebben gedaan. Met dat geld zullen we ervoor zorgen dat gewone mensen netto meer overhouden en minder belastingen betalen. Ongelijkheid aanpakken doen we echter niet alleen in België. We rekenen erop dat u die strijd ook op Europees niveau verder voert, zodat de allerrijksten effectief hun eerlijke bijdrage leveren.
De betrekkingen met de VS, het standpunt van de premier en de bijeenkomst van de Europese Raad
De trans-Atlantische relaties en het Mercosur-handelsakkoord
Het Forum in Davos en het rapport van Oxfam over de concentratie van rijkdom in de wereld
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De industriecrisis en de Antwerpse haven
De trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De trans-Atlantische relaties
De stand van zaken met betrekking tot de trans-Atlantische relaties
Groenland en de trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en het standpunt van Trump over Groenland
De geopolitieke situatie rond Groenland
Internationale betrekkingen, handel en geopolitieke ontwikkelingen
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s reactie op de agressieve Amerikaanse houding onder Trump, met name de dreiging rond Groenland, handelsoorlogen en de ondermijning van Europese soevereiniteit. Kritiek komt van links (PTB, Ecolo-Groen) en rechts (N-VA, MR): Dermagne (PS) noemt de regering hypocriet door harde woorden in Davos niet om te zetten in daden (bv. annuleren F-35-aankoop), Hedebouw (PTB) bekritiseert het "twee maten, twee gewichten"-beleid (Groenland vs. Congo/Palestina), terwijl De Smet (Les Engagés) en Bouchez (MR) juist strategische Europese autonomie eisen via defensie-investeringen en handelsakkoorden (bv. Mercosur). De premier (Bart De Wever) benadrukt dat Europa’s waardigheid "niet te koop" is, maar stelt concrete stappen (bv. Europese kapitaalmarkt, defensie-samenwerking) voorop, zonder de F-35-deal of NAVO-band te breken. Sceptici (bv. Mertens, Almaci) wijzen op gebrek aan mandaat voor deals zoals die met Rutte-Trump en eisen onmiddellijke symbolische actie (F-35-schrapping).
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre: "Reculez, nous irons jusqu'au bout!", "Nous frôlons le point de rupture!", "Un contre tous, tous contre un!". Monsieur le premier ministre, ces mots ne sont pas les miens, de même qu'ils n'ont pas été générés par l'intelligence artificielle. Ces mots, ce sont les vôtres. Ces dernières heures, ils témoignent d'un changement de ton manifeste à l'égard du président américain Donald Trump et de son administration. Vous semblez, monsieur le premier ministre, avoir soudainement trouvé les mots que nous attendions ici depuis des semaines. En tout cas, nous étions nombreux à attendre une expression telle que celle-là. Ce sont des mots forts, presque courageux s'ils avaient été prononcés plus tôt, comme si, enfin, la menace de Trump et de son administration vous sautaient aux yeux après des décennies d'atlantisme béat. Ces mots, nous ne les avions jamais entendus de la part de votre gouvernement au sein de ce Parlement. Pourtant, cela fait longtemps que les lignes rouges ont été franchies par Trump et son administration: Venezuela, Ukraine, Groenland, et j'en passe.
Cependant, monsieur le premier ministre, ces mots vont-ils résonner jusque dans ces murs ou bien vous êtes-vous laissé griser par l'air des Alpes suisses? Surtout, monsieur le premier ministre, vont-ils enfin se traduire en actes gouvernementaux? Vont-ils être partagés par l'ensemble de l'Arizona? Prenons votre parti: le ministre de la Défense, atlantiste béat et meilleur ambassadeur de l'industrie de la défense américaine, va-t-il enfin accepter de remettre en cause l'achat de nouveaux F-35? Quid de votre groupe au Parlement européen, qui a voté contre la suspension de l'accord commercial extorqué par les É tats-Unis à la faiblesse des dirigeants européens? En quelques mots, allez-vous passer de la parole aux actes? Quelle sera la position de votre gouvernement?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, in Davos was er deze week veel volk, veel contacten, veel speeches, goede, minder goede en slechte. Denk aan die spreker die met drie uur vertraging is aangekomen, maar nog net op tijd om 72 minuten over zichzelf te spreken en Groenland met IJsland te verwarren. Er was ook een spreker die zeer sterk sprak over de nieuwe internationale orde en over interne hervormingen. Het had u kunnen zijn, mijnheer de premier, maar ik heb het nu over Mark Carney, de Canadese premier, die intussen thuis de meerwaardebelasting heeft afgeschaft en de taksen heeft verlaagd om investeringen aan te trekken.
Dan was er uw speech. Sterk, ik meen het. " We have to wake up ,” zei u terecht. " If you back down now, you lose your dignity ." Wie zich als een vod laat behandelen, zal ook als een vod behandeld worden. U hebt gelijk. “ We need new alliances ." Net daarom, mijnheer de premier, is Mercosur zo belangrijk. En ja, " maybe Europe at different speeds ". Ik wil er één zin aan toevoegen: " The proof of the pudding is in the eating ."
Mijnheer de premier, internationaal klinkt u sterk en duidelijk, maar thuis lijkt het soms moeilijker om iedereen mee te krijgen. Dat hebben we gisteren nog gezien. Drie van uw coalitiepartners hebben in het Europees Parlement Mercosur doorgestuurd naar het Europees Hof. Het resultaat is twee jaar vertraging. Ze hebben export, jobs en nieuwe partners geblokkeerd. Uw Duitse collega, bondskanselier Merz, heeft deze ochtend zeer klare taal gesproken. Het is genoeg geweest. Duitsland past Mercosur voorlopig toe.
Mijn vraag is heel eenvoudig, mijnheer de premier. Zal België doen zoals Duitsland? Zult u Mercosur voorlopig toepassen, ja of nee?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, j’espère que votre déplacement à Davos s’est bien passé et que vous avez pu profiter du voyage en avion pour examiner en profondeur le rapport d’Oxfam sur les inégalités. Les conclusions sont vertigineuses et, chaque année, elles dépassent l’entendement. Que découvre-t-on cette année? Une accumulation de richesses jamais vue auparavant. Entre 2020 et 2025, la richesse des milliardaires a doublé alors que la moitié de l’humanité vit aujourd’hui dans la pauvreté.
Le rapport contient également des éléments concernant la Belgique, qui devraient vous intéresser. On y découvre notamment l’apparition de six nouveaux milliardaires dans notre pays. Nous comptons aujourd’hui dix-sept milliardaires qui possèdent à eux seuls une richesse équivalente à celle de l’ensemble des Wallons réunis.
Ces grandes fortunes ne se contentent pas d’accumuler des produits de luxe ou de s’adonner à des loisirs dispendieux qui détruisent la planète. Aujourd’hui, elles ne se cachent même plus d’essayer de déstabiliser des régimes et des États qui ne les intéressent pas ou qui les dérangent.
S’agit-il de tous les milliardaires? Non, "not all milliardaires", il est vrai. Cette année, une surprise est venue de Davos. Je ne parle pas des lunettes du président Macron, mais bien de la tribune de 400 milliardaires et millionnaires qui appellent les chefs d’État réunis à Davos à faire davantage contribuer leurs semblables et à instaurer un système de taxation plus juste.
Monsieur le premier ministre, allez-vous, comme vous l’avez fait dans d’autres dossiers, tenir tête à ces milliardaires, prendre la tête d’un front pour aller jusqu’au bout, comme vous l’avez déclaré, afin que chacun contribue à l’effort que vous demandez à l’ensemble des Belges, ou allez-vous céder au lobby des multinationales américaines et les exonérer de l’impôt minimum?
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre de Belgique, enfin, l'élite européenne, les partis traditionnels belges sont en train de lever le voile de naïveté profonde qu'il y avait par rapport à l'impérialisme américain depuis des années.
Depuis des années, le PTB dit que l'impérialisme américain est le principal danger au niveau de la planète sur le plan des guerres et de l’économie. De nombreuses polémiques sont intervenues: "Non, au PTB, vous êtes naïfs, vous êtes campés, etc." Regardez ce qui se passe! Regardez ce qui se passe devant nos yeux! L'impérialisme américain est effectivement un danger.
Et je vais vous dire pourquoi nous avons une bonne boussole pour analyser la géopolitique? Pour deux raisons.
D'une part, en tant que parti marxiste, nous analysons clairement les contradictions économiques. D'ailleurs, hier, vous avez cité Gramsci; vous avez même cité Lénine. C'est la bonne direction, monsieur le premier ministre! Ce sont les bonnes clés d'analyse. Nous analysons qu'aujourd'hui, une puissance impérialiste, menacée dans son déclin économique, va essayer de compenser son retard économique sur la Chine et d'autres pays par la puissance militaire. Voilà le danger de l'impérialisme américain aujourd'hui.
D'autre part, le PTB a raison parce qu'il met les lunettes des pays du Sud. Vous avez raison d'appeler aujourd'hui à la défense de la souveraineté nationale du Groenland. Vous avez raison! Mais, si nous appelons l'Europe à défendre la souveraineté nationale du Groenland, pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple congolais? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple cubain? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple vénézuélien? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour les peuples africains, d'Amérique latine et d'Asie? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple iranien? Pourquoi, collègues, ne le faisons-nous pas pour le peuple palestinien? Pourquoi ce deux poids deux mesures? Telle est la question qui nous est posée!
Au PTB, nous écoutons évidemment tous ces pays du Sud qui vivent déjà sous la dictature et le joug de l'impérialisme américain depuis des dizaines d'années et qui en ont marre de cet ordre mondial. J'espère, collègues, que l'Europe va se réveiller! (…)
Voorzitter:
Dat brengt ons naadloos bij collega Mertens.
Peter Mertens:
Mijnheer de premier, ik heb maar één vraag: met welk mandaat heeft Mark Rutte onderhandeld over Groenland?
De NAVO is uiteraard geen vastgoedbedrijf dat hier en daar stukken land kan verkopen. Het komt uiteindelijk de mensen in Groenland zelf toe om te beslissen over de toekomst van Groenland. De NAVO heeft geen enkele bevoegdheid, hoe dan ook, om maar iets te onderhandelen over Groenland.
Ik lees dat er gezegd wordt dat Rutte en Trump niet hebben gesproken over kwesties inzake soevereiniteit. Nochtans, alles wat naar buiten komt, zegt het tegendeel.
Ten eerste, de VS zouden militaire basissen krijgen als autonoom grondgebied van de Verenigde Staten, naar het model van de Britse basissen op Cyprus. Vanaf die basissen vertrekken trouwens dagelijks vliegtuigen naar Gaza. Amerikaans grondgebied!
Ten tweede, de VS zouden ook inspraakrecht krijgen bij alle investeringen in Groenland, en zelfs een vetorecht om bepaalde investeringen tegen te gaan.
Ten derde, het zou ook om mineralen gaan. Trump zei zelf na de deal dat hij er niet veel over wilde zeggen, maar het ging in ieder geval over veiligheid en over mineralen, en hij noemde het "een fantastische deal voor ons". Trump geeft dus zelf toe dat het ook over de toegang tot mineralen gaat.
Kortom, militaire basissen, investeringsveto’s en toegang tot mineralen. Trump hoeft maar een klein beetje te blaffen, een beetje te dreigen met economische tarieven en sancties tegen de Europese Unie, en de Europese Unie gaat plat op de buik.
U hebt gisteren terecht gesproken over de waardigheid van de Europese Unie, maar waar in die deal, waarover Mark Rutte onderhandelde met Donald Trump, zit de waardigheid van de Europese Unie?
Daarom heb ik maar één vraag: met welk mandaat is Mark Rutte daar eigenlijk gaan onderhandelen met Trump? Was dat een mandaat van de Europese Unie? Zo ja, waar staat dat mandaat op papier? Waar zijn de grenzen van dat mandaat? (…)
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, moeten wij nu opgelucht zijn? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen geweld wil gebruiken tegen Groenland? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen extra tarieven meer wil toepassen? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat België geen doelwit is? Het antwoord is natuurlijk neen.
Er was ooit een minister van Buitenlandse Zaken die opmerkte dat diplomatie met Trump hetzelfde is als de film 50 First Dates . Dat is het verhaal van een man die verliefd wordt op een vrouw met kortetermijngeheugenverlies. Elke dag opnieuw moet hij zijn best doen om haar te overtuigen dat hij de juiste is. Met Trump is dat net hetzelfde. Wij weten nooit waar wij de volgende dag staan.
Dat zorgt ervoor dat de Verenigde Staten geen betrouwbare bondgenoot zijn en dat Trump een gevaar is voor onze economie en voor onze koopkracht. Dat gevaar is na gisteren niet verdwenen. De onzekerheid waarin hij ons meesleept, heeft immers gevolgen voor onze economie door minder investeringen, minder consumptie en hogere tarieven. Dat mogen en kunnen Europa en België niet aanvaarden. Onze welvaart mag niet afhangen van het humeur van Donald Trump.
Net daarom is het heel belangrijk dat Europa met één stem spreekt, dat wij samenwerken en dat wij werken aan onze veiligheid, onze economie en onze democratie. Daarom is die top vanavond zo belangrijk.
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, er werd gisteren gesproken met Trump. Wat nog belangrijker is, is de hiernavolgende vraag. Wat zal er vanavond worden aangegeven op de Europese top?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous dis très sincèrement bravo. Enfin, une prise de parole claire et forte de rupture avec Donald Trump et l’intimidation insupportable qu’il impose aux Européens! Franchement, il était temps. Entre votre ministre des Affaires étrangères et son chèvrechoutisme plus ou moins engagé, entre votre ministre de la Défense qui fait le groupie sur les réseaux sociaux avec des drapeaux américains, et votre président du MR, qui a des étoiles dans les yeux lorsqu’il lit le plan de sécurité nationale de M. Trump, qu’il aurait pu écrire lui-même, je vous le rappelle, il était grand temps que l’Arizona se dote d’un cap clair. Ce cap clair, c’est qu’en 1949, nous avons décidé de rejoindre une alliance de pays libres et non un pacte de Varsovie dominé par une superpuissance. Ce cap, je vous invite vraiment à le tenir.
Il ne faut pas être naïf une minute sur la soi-disant volte-face de M. Trump sur le Groenland, hier. C’est le problème quand on est dans une relation toxique avec un pervers narcissique: dès qu’il arrête de frapper, dès qu’il arrête de menacer, on croit qu’il faut être soulagé. Non, pas du tout. Le rapport de force ne fait que commencer. J’ai une question importante à ce sujet.
Vous êtes le chef d’un gouvernement, vous êtes le chef de la diplomatie d’un État membre de l’OTAN. Le secrétaire général de l’OTAN nous annonce un accord-cadre. Avez-vous été consulté? Avez-vous donné un mandat? Par hasard, savez-vous ce qu’il y a dans cet accord-cadre? Sinon, cela pose problème.
J’ai également une demande. Je crois que nous serons tous d’accord sur ce point. Le fond du problème est l’indépendance de l’Europe, son indépendance en matière de défense, d’industrie et d’énergie. Ma demande est toujours la même depuis un an, depuis l’arrivée de votre gouvernement. Renoncez au contrat visant à acheter 11 F-35 supplémentaires. Vous devez le faire, il n’y a pas d’autre solution. Même un vassal heureux ne peut pas payer un milliard d’euros pour entretenir sa cage. Vous devez renoncer à cette commande.
Els Van Hoof:
Mijnheer de premier, velen van ons hebben gisteren naar de toespraak van president Trump in Davos geluisterd. Wij hebben allen gevoeld hoe de vrieskou in Groenland of Davos in het niets verdwijnt bij Trumps kille dreigementen. De oude wereldorde is dood en begraven. Nostalgie is geen strategie meer, of we dat nu willen of niet. De Canadese premier verwoordde dat ook zeer duidelijk in zijn schitterende toespraak. Voor cd&v zijn er drie lessen te trekken.
Ten eerste zijn de VS geen betrouwbare bondgenoot meer. Europa mag zich niet langer overleveren aan de grillen van een pestkop of monster. Internationaal recht en soevereiniteit moeten primeren op het recht van de sterkste.
Ten tweede moet Europa zijn tanden laten zien. Door de Europese eensgezindheid van de lidstaten, maar ook door het feit dat heel wat tegenmaatregelen werden geopperd, hebben de VS eindelijk begrepen dat Europa belangrijk is voor hun economie.
Ten derde staat Europa misschien alleen, maar totaal niet geïsoleerd. We moeten werken aan onze Europese defensiesamenwerking. We moeten minder afhankelijk worden van onbetrouwbare partners. Tegelijkertijd moeten we ook allianties uitbouwen met andere democratieën, zoals Canada, Australië en Japan. Er zijn veel mogelijkheden en daar moeten we gebruik van maken om te evolueren naar een nieuwe wereldorde.
Ik heb vandaag nog een belangrijke vraag over de Europese top. Het blijft belangrijk dat we Europese tegenmaatregelen voorbereiden, want een voorbereide Europese Unie is er twee waard. Die maatregelen kunnen dan worden ingezet wanneer dat noodzakelijk is.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, nous pouvons réellement constater que lorsque l’émotion gouverne, c’est la bêtise qui règne. Nous avons vu le débat public passer d’une naïveté en puissance à une agressivité sans puissance.
Aujourd’hui, l’heure n’est certainement pas à la lâcheté, mais elle n’est pas davantage à la bravade. Nous devons apporter une réponse intelligente face à la situation mondiale. Cette réponse intelligente passe uniquement par la souveraineté européenne.
Certains vous ont parlé de mettre les lunettes du Sud. Pour ma part, je vais simplement mettre les lunettes de l’Europe, de l’Occident, des démocraties libérales. Si aujourd’hui nous achetons des F ‑ 35, c ’ est parce qu ’ il n ’ existe aucun avion europ é en aussi performant. Nous devons le construire.
Si aujourd’hui nous achetons autant à la Chine, c’est parce que des logiques "bobo" nous ont conduits à détruire notre industrie. Si aujourd’hui nous devons commercer avec des pays arabes ou avec la Russie, c’est parce que nous avons fait croire aux gens que des moulins à vent allaient nous garantir notre sécurité énergétique.
Aujourd’hui, il ne sert à rien de parler de Trump car ce n’est pas lui qui a porté atteinte à la souveraineté européenne. Ce sont les choix d’une série de partis politiques de cette Assemblée, au cours des 30 dernières années, qui nous ont affaiblis.
Nous devons retrouver de la force. Nous devons retrouver de la puissance. Pour cela, nous devons également savoir où se situent nos intérêts. Et oui, monsieur Hedebouw, nos intérêts sont au sein de l’OTAN. En 2029, M. Trump ne sera plus là mais vos amis chinois et russes continueront à constituer des menaces durables pour l’Union européenne, pour les démocraties libérales et pour l’Occident. Nous devons donc nous mettre clairement en marche!
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, j'entends que vous dites "Résiste et mords!" C'est ce que vous avez fait, et je vous en félicite, avec le ministre des Affaires étrangères à vos côtés.
Cela ne date pas d'hier, puisque depuis plusieurs mois, vous avez fait preuve de fermeté et vous avez mis en avant la puissance du droit international. La crédibilité, la force internationale de notre pays s'est renforcée, que ce soit lorsqu'il a fallu résister dans le dossier des avoirs russes gelés ou lors des prises de position concernant Gaza.
Cette fermeté, vous l'avez à nouveau exprimée dès l'annonce des premières menaces douanières et du chantage de Donald Trump concernant sa volonté d'annexer le Groenland.
Nous ne pouvons, mesdames, messieurs, accepter que la loi du plus fort l'emporte sur le droit des plus faibles. Les alliances ne peuvent se limiter à un tas de transactions. Nos libérateurs d'hier, alliés de l'Europe depuis des décennies, seraient-ils devenus nos adversaires? Pire, en voulant annexer un territoire européen – eh oui, on touche à la souveraineté européenne, monsieur Bouchez – veulent-ils devenir nos ennemis? Voilà la question que nous devons nous poser.
Le recul de Donald Trump face à la riposte de l'Europe ne peut que nous réjouir. Croire qu'il en restera là serait faire preuve de grande naïveté. Résister et mordre, comme vous l'avez dit, nous pouvons le faire, mais de façon structurée. Nous devons préparer, au travers d'actions fortes, comme cela a été dit par ma collègue, dans le cadre de transactions structurées entre les États-Unis et l'Europe, toute une série d'éléments pour pouvoir riposter le cas échéant.
Monsieur le premier ministre, est-il vrai que le Danemark a accepté de céder quelques petites parties du territoire de l'Alaska aux USA, comme l'a rapporté le New York Times ? Quel était le mandat donné à M. Rutte?
La Maison-Blanche, par ailleurs, annonçait que la Belgique avait rejoint le Conseil de la paix. Pouvez-vous nous confirmer que c'est simplement une fake news de plus? Je vous remercie.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de eerste minister, de oude wereldorde is dood. Zelfs na de bocht van Trump gisteren in Davos is die oude wereldorde dood. Het is lelijk zaken doen met hem en zijn vazallen. Al lijkt de militaire dreiging voor Groenland vandaag verdwenen, wie weet wat zijn driftbui van morgen zal brengen.
De naïviteit van veel westerse leiders, inclusief in deze regering, is nu hopelijk echt weg. Hopelijk heeft Theo begrepen dat hij niet zo aan het handje van daddy moet lopen en hebben sommige regeringsleiders begrepen dat plezierreisjes naar Qatar misschien toch niet het beste idee zijn.
Onze bondgenoten bevinden zich elders. In Canada, dat een heldere tussenweg heeft getoond, en bij de Amerikaanse burgers die zich vandaag verzetten tegen ICE, tegen de dreigementen, tegen Powell en tegen de kortzichtige economische en buitenlandse politiek van Trump. Nog nooit vond een president in de VS zo weinig steun bij de eigen bevolking. De Californische gouverneur heeft nagels met koppen geslagen toen hij de westerse leiders pathetisch noemde.
Naar aanleiding van de handelsheffingen vroeg ik u op 3 april 2025 in het halfrond om de antidwangmaatregelen op de Europese tafel te leggen. U hebt dat weggewuifd.
De vraag is nu hoe ons land en hoe u zich vanavond zult opstellen, verder in de feiten. Zult u maximaal tegengewicht bieden, met zo weinig mogelijk nadelen voor onze bevolking en onze bedrijven?. Wanneer zult u de internationale orde ondubbelzinnig verdedigen, of het nu gaat om Netanyahu die in ons land landt, om het veroordelen van de inval in Venezuela of om de Vredesraad?
We hebben meer hefbomen dan we denken en er is er een die we op korte termijn kunnen inzetten, met name die extra F-35's. Annuleer die aankoop. Die aankoop is waanzin. De annulering daarvan is een quick win die Trump en de zijnen raakt waar het pijn doet. Dat is een taal die hij begrijpt. Na een jaar van vergoelijken en sussen (…)
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, deze week bracht een geopolitieke rollercoaster. Op maandag wilde hij een land binnenvallen. Op dinsdag wilde hij het kopen. Op woensdag wilde hij het terugpakken, omdat het ooit van hen was. Woensdagavond sprak u met de Amerikaanse president en hopla er is hoop, er is een oplossing in de maak. Chapeau, niemand doet het u na.
Alle gekheid op een stokje. De bezorgdheid van de Groenlanders en de Denen moet bijzonder groot geweest zijn. De bezorgdheid van ons allen was ook zeer groot. U hebt terecht een rode lijn getrokken, want een volk is niet te koop. De Denen zijn niet te koop, de Groenlanders niet en Europa al zeker niet.
Europa mag op het internationale toneel absoluut meer smoel krijgen. Daarover zijn we het helemaal eens. We moeten het internationale recht en de internationale verdragen respecteren en er vooral voor pleiten dat die gerespecteerd worden en blijven.
Maar, even belangrijk is de NAVO-alliantie, die ons al decennialang stabiliteit in de regio biedt. Ook daar moeten we een loyale partner zijn. Ook daar moeten we samen opkomen voor de rechten, de soevereiniteit en de territorialiteit van de volkeren en van onze Europese regio. Dat moeten we overal doen en met alle middelen die we hebben.
Mijnheer de premier, mijnheer de vicepremier, wat is onze rol? Hoe ziet u de optimale rol voor ons land in die allianties, binnen Europa en binnen de NAVO, om nu samen met de Denen en de Amerikanen het traject naar nieuwe stabiliteit uit te stippelen?
Bart De Wever:
Même en quinze minutes, on peut dire beaucoup, monsieur le président! Je dispose de la moitié du temps que Trump m'a accordé, chers collègues. Je pense que cela sera suffisant pour vous.
Merci pour vos questions. Je vais y répondre conjointement avec le ministre des Affaires étrangères, car certaines d'entre elles relèvent spécifiquement de ses compétences.
Ces derniers jours en Suisse, j'ai eu de nombreux contacts avec plusieurs dirigeants d'entreprise de premier plan, issus de grandes sociétés internationales, ainsi qu'avec des responsables politiques du monde entier. Cela ne vous surprendra pas: une certaine tension flottait dans l'air en Suisse. La menace renouvelée d'une guerre commerciale et la crainte d'une rupture au sein de l'Alliance atlantique suscitaient une grande inquiétude.
Het is volstrekt onaanvaardbaar dat het staatshoofd van een bondgenoot de soevereiniteit van een andere bondgenoot bedreigt. Denemarken en het Groenlandse volk hebben het onvervreemdbare recht op hun territoriale soevereiniteit. Zij en alleen zij hebben daarover finaal een mandaat te geven.
De boodschap die ik in Davos heb gegeven, was dan ook duidelijk. De Verenigde Staten zijn veruit de allersterksten in de NAVO, maar onze waardigheid is niet te koop. Wij zijn geen slaven.
De Arctische veiligheid belangt ons allemaal aan, maar de voorgestelde oplossing zal binnen de NAVO worden beoordeeld en binnen de NAVO worden uitgevoerd.
Heureusement, hier et aujourd'hui, il est apparu clairement que, pour l’instant, tant la menace militaire que les restrictions commerciales envisagées ont finalement été écartées. Cela constitue un point positif. Personne n’a à gagner d’une nouvelle guerre commerciale, ni l’Europe, ni les États-Unis. Les droits de douane conduisent toujours au même résultat: la destruction de la prospérité pour toutes les parties concernées. Nous avons donc pour l’instant échappé à une véritable catastrophe. Il est impératif de tirer des leçons de ce qu’il s’est produit.
Dans un monde idéal, les liens entre l’Europe et les États-Unis resteront étroits à l’avenir et nous continuerons, ensemble, dans un esprit de bonne entente, à bâtir la prospérité et la paix pour nos peuples liés par l’histoire. C’est en tout cas ce que je veux. Mais nous ne vivons pas dans le monde tel que nous le souhaitons, nous vivons dans le monde tel qu’il est réellement. La leçon est que nous, les Européens, devons être prêts à affronter des épisodes de tempête. Nous devons réapprendre à nous débrouiller seuls. Redresser la tête. Nous devons avoir une réponse prête lorsque nous sommes soumis à des pressions de la part de grandes puissances, d’où qu’elles viennent.
Canada’s eerste minister en intussen goede vriend Mark Carney gaf daarover inderdaad een zeer treffende toespraak. Het viel mij op dat hij daarin verwees naar de Melische dialoog van Thucydides, net zoals ik dat in New York deed: de sterken doen wat ze kunnen, de zwakken ondergaan wat ze moeten. Dat is niet de wereld die wij willen. De lidstaten van Europa zijn vandaag op zichzelf echter niet opgewassen tegen de druk van grootmachten die wel in die richting willen gaan. We staan echter niet alleen. Daarover wil ik het vanavond in de Europese Raad hebben. Niet over Trump, maar daarover. Over het feit dat we samen een te duchten handelsblok zijn en dat we die troef moeten durven uitspelen.
We hebben een eengemaakte markt, maar het is hoog tijd om die eengemaakte markt nu eindelijk af te werken. Het is tijd voor een eengemaakte kapitaalmarkt, zodat grotere volumes aan investeringen kunnen worden gegenereerd en bedrijven op ons continent kunnen blijven groeien, in plaats van noodgedwongen te verhuizen naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. We weten dat de Europese Unie op dat vlak traag en complex is. Daarom moet functionele integratie mogelijk zijn. Landen met dezelfde strategische economische belangen moeten sneller en dieper kunnen integreren.
Het is hoog tijd dat we militair opnieuw ferm op eigen benen gaan staan, leunend op een efficiënte en Europese defensie-industrie. Dat zal echter niet van vandaag op morgen gebeuren. Daar moeten we realistisch in zijn. We moeten er wel zo snel mogelijk naartoe evolueren.
Het is tijd om werk te maken van een gediversifieerde waaier aan strategische partnerschappen, gebaseerd op wederzijds respect en gestuurd op maximale vrijhandel. Dat kan inderdaad met middle powers zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Australië. Wat mij betreft zeer graag ook met Zuid-Amerika en met India, zoals commissievoorzitter von der Leyen dat in Davos aankondigde. Europa heeft het potentieel om een baken van stabiliteit, respect en welvaart te zijn. Onze honorering van gemaakte afspraken en onze voorspelbaarheid zouden van ons de meest aantrekkelijke partner ter wereld moeten maken. Onze buren willen graag lid worden van de Europese Unie. Dan moeten we echter wel dringend ons huiswerk maken, niet louter voor acute problemen op korte termijn, crisis na crisis na crisis. We moeten structureel werken. Innovatie, productiviteit en competitiviteit moeten centraal staan in alles wat we doen. Daarom maken we met onze regering in ons land alvast werk van lagere brutoloonkosten, een verlaging van de energiekosten voor de industrie, een stevig pakket aan maatregelen voor administratieve vereenvoudiging en structureel overleg met bedrijven en stakeholders onder de vlag van MAKE 2030. We proberen ook Europa in diezelfde richting te duwen.
In die geest ben ik volgende week maandag in Hamburg voor de North Sea Summit. Op 11 februari vindt daarom ook voor de derde keer de European Industry Summit plaats in de Antwerpse handelsbeurs. Op 12 februari komt op mijn vraag een informele Europese Raad in Alden Biesen bij elkaar met slechts één agendapunt: de Europese competitiviteit. Wij moeten dit momentum grijpen om welvaartcreatie opnieuw centraal te stellen en om weerbaar te worden. Dat is de hoofdboodschap die ik heb meegenomen uit al mijn contacten in Davos en dat is ook de boodschap die ik straks zal meegeven aan mijn Europese collega's.
De nood aan Europese daadkracht was de voorbije decennia nooit zo groot als vandaag. Het is nu aan ons om op het appel te zijn. Ik dank u.
Maxime Prévot:
Beste Kamerleden, de top van Davos bleek niet zonder verrassingen. De premier heeft het al gezegd, terwijl we oorspronkelijk dachten dat de oorlog in Oekraïne de gesprekken zou domineren, waren het uiteindelijk de verbale escalatie en de dreigementen van president Trump over Groenland die de aandacht trokken.
We waren aangekomen met een gevoel van urgentie. We vertrekken met de indruk dat er mogelijk een akkoord in de maak is en dat de druk, althans tijdelijk, afneemt, zowel op militair als op handelsvlak. Het is nog te vroeg om in detail te reageren op een akkoord waarvan de contouren nog niet bekend zijn. De Denen en de Groenlanders zullen het als eersten moeten bestuderen, gevolgd door alle NAVO-bondgenoten en de lidstaten van de EU.
Mais une chose est déjà certaine, cette séquence nous enseigne beaucoup.
Première leçon face à la brutalité – parfois – et à l’imprévisibilité – souvent – du président américain, notre ligne doit être immuable: garder la tête froide et resserrer les rangs. Sur la forme de nos messages, contrairement à ce que certains ont envie de croire ou de fantasmer, répondre sur le même ton ne mène nulle part. Monter dans l’invective, frôler l’insulte, c’est alimenter l’escalade. Les Européens doivent rester unis, cohérents et fermes. Être ferme ne signifie pas devoir crier fort. Nous devons opposer l’ordre au chaos de manière inlassable.
Deuxième leçon: garder son sang-froid ne signifie ni faiblesse ni concession. Sur le fond, les messages doivent être très clairs. Ils le sont, et ils ont été répétés à Davos et bien avant, y compris dans cette enceinte et dans la presse internationale, par mes soins. Le Groenland n’est ni à prendre, ni à vendre. C’est une ligne rouge et cela a été répété. Notre solidarité est totale à l’égard du Danemark, comme le sera aussi notre prise de responsabilité en matière d’accroissement de la sécurité de la région arctique. Le ministre de la défense s’y emploie.
De boodschap inzake Groenland moeten de Europeanen met één stem uitdragen: als u volhardt, zullen wij reageren; als u een handelsoorlog wilt, zullen wij u op gelijke voet behandelen.
Het bijeenroepen van een vergadering van de Europese Raad vanavond heeft reeds een duidelijk signaal gegeven van onze gedeelde bezorgdheden en van het urgentiegevoel dat ons drijft.
Die boodschap lijkt president Trump te hebben begrepen, aangezien hij gisteren aankondigde af te zien van zijn dreiging met tariefverhogingen voor bepaalde bondgenoten.
Ik herhaal nogmaals dat wij eensgezindheid en vastberadenheid moeten tonen.
Troisième leçon: ne nous laissons pas bercer par l'apparente accalmie. La pression retombe aujourd'hui, sans qu'il soit exclu que ce soit pour mieux revenir demain sur le Groenland, sur l'Ukraine ou sur un autre sujet. L'imprévisibilité va demeurer. Les tensions et menaces entre alliés ont atteint un tel sommet qu'il en restera des traces durables dans notre façon de penser et d'agir.
Plus fondamentalement, cette parenthèse de calme ne résout en rien nos propres vulnérabilités. Dans le fond, l'enjeu n'est pas de réagir à chaque soubresaut en provenance de Washington, de Moscou ou d'ailleurs, même si nous y sommes bien contraints, mais de regarder en face nos propres responsabilités et, comme l'a souligné le premier ministre, de préparer davantage notre palette d'outils de réaction pour ne pas entreprendre, quelque peu groggys, un processus quand nous nous situons au pic des tensions.
Je vous le disais ici la semaine dernière, chers collègues: l'Union européenne est forte quand elle est unie, et seulement quand elle est unie. Sans cette unité, elle ne pourra pas être un acteur géopolitique majeur. C'est aussi l'un des principaux défis pour l'Union européenne, un défi qui risque de devenir existentiel si nous ne prenons pas davantage la mesure de la nécessité de notre cohésion et que nous succombions aux tentations de relations plus bilatérales et hors du droit. La superpuissance américaine ne peut pas avoir comme pendant la superdépendance européenne.
Onze absolute prioriteit moet het versterken van de Unie zijn, niet de vluchtige verontwaardiging.
De premier en ikzelf zijn ervan overtuigd dat we moeten investeren in onze strategische autonomie, in de sleutelsectoren die onze veiligheid en onze welvaart bepalen. We moeten investeren in onze afschrikkingscapaciteiten. We moeten investeren in onze veerkracht. Alleen zo zullen we ophouden kwetsbaar te zijn voor de onvoorspelbaarheid van de wereld en voor de chantage, die sommigen niet schuwen.
De schijnbare ontspanning van de voorbije uren mag onze vastberadenheid op dat vlak geenszins ondermijnen. We kunnen het ons niet langer permitteren om die boodschap te negeren.
Quant à votre question connexe, madame Schlitz, sans en diminuer l'importance, le rapport d'Oxfam, publié voici quelques jours, rappelle l'importance de rester attentif aux difficultés vécues par une partie de la population.
Qu'un fossé se creuse dans la plupart des pays du monde entre les plus riches et les moins riches, c'est une réalité. Que des disparités subsistent aussi en Belgique, c'est aussi une réalité. Nous devons y accorder une réelle attention et ce gouvernement continue à œuvrer pour que ces inégalités ne se creusent pas davantage.
Quant à la question de la participation prétendue de la Belgique au Board of Peace, monsieur Lutgen, tel qu'erronément annoncé par la Maison-Blanche, nous confondant peut-être avec le Belarus, je confirme officiellement que les modalités de gouvernance et de statut ainsi que la tentation de substitution à l'ordre international multilatéral régi par les Nations Unies s'éloignent effectivement de nos standards et ne nous permettraient pas de souscrire à l'initiative en l'état actuel des choses, encore moins en ayant convié à ce Board of Peace des personnalités comme M. Poutine.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, ce que je craignais est malheureusement arrivé. Après vos propos virils, engagés, presque courageux, tenus il y a quelques heures à Davos, nous entendons ici les manifestations d’un double discours, d’une divergence de vues, de la part de ceux qui pensent que l’incident est clos et que, s’il ne l’est pas immédiatement après le départ de M. Trump de la présidence en 2029 – du moins s’il daigne quitter la Maison ‑ Blanche –, il y aura, selon eux, un retour au business as usual .
Je n’y crois pas. Nous sommes ici face à un changement majeur de doctrine internationale des États ‑ Unis, à un changement majeur dans la relation entre les É tats ‑ Unis et le reste du monde, et singuli è rement vis ‑ à ‑ vis des pays de l ’ Union europ é enne.
À ceux qui pensent que ce n’est qu’un mauvais moment à passer, à ceux qui pensent qu’il fera à nouveau beau demain, je dis que c’est de la candeur, une candeur qui confine à la connerie. Ce serait vraiment de la connerie de s’inscrire dans cette voie ‑ l à .
À ceux qui disent aussi que la faiblesse des Européens est due à la lubie de quelques "écolos bobos", à certains penseurs divers et variés, à des rêveurs, je rappelle qu'elle est avant due aux chantres de l'ultralibéralisme, à ceux qui affirmaient qu’il fallait aller produire à bas coût, dans des conditions inacceptables, pour vendre ici au même prix et engranger des marges importantes.
Il faut joindre les actes à la parole, et notamment soutenir l’industrie européenne, soutenir la réindustrialisation, et donc faire un (…)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, Davos is belangrijk en ik denk dat sommige partijen dat voor de eerste keer beseffen. Internationale woorden zijn ook belangrijk, maar wat uiteindelijk telt, is wat we híer doen. U hebt een unieke kans om uw woorden in daden om te zetten. U hebt gezegd: " We need new alliances. That is what Mercosur is all about ." Dat betekent nieuwe partnerschappen. Dat is heel belangrijk voor onze bedrijven. Dat is geen detail, het gaat over exports en jobs, maar uw coalitiepartners saboteren en blokkeren dat.
U hebt leiderschap nodig om hen te overtuigen en u krijgt daarvoor vanavond een unieke kans op de Europese Top. Volg Duitsland. Ik hoop dat u deze avond aan uw Europese partners zult aankondigen dat wij, net zoals Duitsland, Mercosur voorlopig zullen toepassen. Dat is de boodschap.
Inzake de eengemaakte kapitaalmarkt hebt u helemaal gelijk wanneer u zegt dat wij die echt nodig hebben, maar volg dan Mark Carney. Stop met de belastingen, stop met al die taksen. Mark Carney heeft de meerwaardebelasting net afgeschaft, maar wat doet deze regering? U verdubbelt de effectentaks voor de beleggers, u voert een bankentaks in, u verhoogt de roerende voorheffing met 20 % en u voert een meerwaardetaks in. Stop met al die taksen en stimuleer investeringen.
Sarah Schlitz:
Merci pour vos réponses.
Ce rapport n’est en effet pas anodin. Ce débat est tentaculaire, mais ce rapport, qui est publié chaque année à dessein juste avant le sommet de Davos, est essentiel en termes de lecture de l’état du monde et des rapports de force, mais également des dangers en termes de déstabilisation de nos démocraties et de l’État de droit. Aujourd'hui, on ne peut pas continuer à laisser ces grandes fortunes tenter de déstabiliser nos démocraties et ici en particulier les démocraties européennes. Ils ne se cachent même plus, ils le disent: ils vont continuer à essayer d’influencer les élections démocratiques en Europe, à travers le rachat de médias et de réseaux sociaux. Eh bien, oui, il est temps de les arrêter.
La semaine dernière, nous avons eu des auditions au sujet de votre taxation des plus-values. Les experts ont émis des critiques très fortes sur cette taxation, qui passerait à côté de ses objectifs. Prenez les choses en main, intégrez les recommandations des experts et faites en sorte que cette taxation touche réellement sa cible. Ne restons plus l’exception européenne qui refuse d’aller chercher cet argent là où il est. Faites en sorte de renforcer cette taxe en adoptant par exemple l’amendement que nous avons déposé, qui permettrait d’aller chercher 1,5 milliard chaque année pour le budget de l’État.
Raoul Hedebouw:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Y a-t-il effectivement eu une étude approfondie de ce document de sécurité stratégique américain? Avez-vous lu ce document que M. Boucher aurait pu écrire lui-même?
Que dit-il? D’une part, il y est confirmé, noir sur blanc, le rétablissement de la doctrine Monroe, c’est-à-dire un projet néocolonial pour l’ensemble du continent latino-américain. D’autre part, il y est écrit, noir sur blanc, que l’objectif est la destruction de l’Union européenne.
Pourtant, ici, certains ministres continuent de dire que tout ira bien, que cela va passer, qu’il était simplement moins fâché aujourd’hui. Voyez-vous l’enjeu stratégique qui se joue actuellement? L’impérialisme américain l’affirme explicitement. Son objectif est la destruction de l’ordre existant, et nous continuons à regarder comme si de rien n’était.
Ce que Trump et l’impérialisme américain font aujourd’hui avec le Groenland, ils le font depuis des décennies avec les pays du Sud. Sept cents bases militaires à travers le monde, des interventions militaires répétées, le dollar comme monnaie dominante qui conditionne les économies mondiales, une banque centrale américaine dotée d’un pouvoir antidémocratique considérable. C’est cet ordre mondial qui est en train de s’effondrer sous nos yeux.
La question, monsieur le premier ministre, est donc de savoir quelle Union européenne nous voulons construire. Une autonomie européenne n’a de sens que si elle ne consiste pas à suivre aveuglément les États-Unis dans leurs interventions et dans cet ordre mondial néo-impérialiste. Cette voie n’est pas tenable.
Il faut au contraire tendre la main aux pays du Sud et construire une véritable Union européenne en symbiose avec les peuples du monde, mais pas (…).
Peter Mertens:
Oké, over Groenland zijn er twee lezingen. De ene lezing zegt dat we content zijn omdat de Verenigde Staten van geweld hebben afgezien. Dat zou komen omdat de Europese Unie wakker is geworden en heel sterk is. Dat is een lezing die ik absoluut niet begrijp en ook niet zie.
De andere lezing is dat het niet aan Ursula von der Leyen ligt dat er geen geweld is gebruikt. Het ligt ook niet aan koning Filip en dat gesprek van een kwartier dat er geen geweld zal worden gebruikt. Het ligt zelfs niet aan de Europese Raad. Het ligt aan de deal die Mark Rutte heeft gesloten met Trump.
Men zegt hier dat Groenland niet wordt uitverkocht. Die deal verkoopt Groenland echter onder onze ogen uit aan de Verenigde Staten. Het gaat over grondgebied dat aan Trump wordt gegeven. Het gaat over mineralen die aan Trump worden gegeven. Het gaat over controle die aan Trump wordt gegeven. Zelfs investeringsveto’s worden in die deal toegekend.
Mijn vraag was eenvoudig, maar u hebt er niet op geantwoord. Welk mandaat heeft Mark Rutte gekregen van de Europese Unie? Mark Rutte is nergens verkozen. Integendeel, hij is gebuisd in Nederland. Hij heeft Nederland achtergelaten in een chaos. Vervolgens heeft hij een job gekregen bij de NAVO. Nergens is hij verkozen. Welk mandaat heeft hij van de Europese Unie gekregen om stukken Groenland te verpatsen? Hij heeft geen mandaat gekregen. Voor onze ogen verkopen we stukken Europa uit. We spreken hier grote taal, maar terzelfder tijd zijn we Europa aan het uitverkopen aan de Verenigde Staten.
Oskar Seuntjens:
Premier, u zei dat onze waardigheid niet te koop is. Ik meen dat het goed is dat u dat zegt. In een wereld die op zijn kop lijkt te staan, snakken mensen naar een duidelijk signaal, naar een Europa dat een vuist maakt en niet achteruit deinst. Een vuist maakt tegen mensen die het niet echt menen met democratie, die het niet echt menen met mensenrechten.
Daar moeten we vooral niet hypocriet over zijn. Vandaag staan wij 1.000 % achter de Groenlanders. En tegelijkertijd verzetten we ons ook tegen andere autocraten. Tegen Poetin, die Oekraïne is binnengevallen, zoals u terecht zei, mijnheer de minister. Dat mogen we niet vergeten. Tegen Netanyahu die de Palestijnen onderdrukt. Tegen de Chinezen, die de Oeigoeren in opvoedingskampen steken.
Consequent moeten we, keer op keer, onze normen en waarden uitdragen. Consequent. Dat is onze sterkte. Dat is hoe we het verschil kunnen maken.
François De Smet:
Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.
Premier, vous parlez encore d’un monde idéal, avec une pointe de regret que je comprends. Moi aussi, je suis une forme d’atlantiste frustré. Mais le premier Trump aussi, nous pensions que ce serait une parenthèse. Vous l’avez vous-même dit à Davos: le retournement des États-Unis ne date pas des présidences Trump. Il est structurel. Il est stratégique.
Dans ce monde rempli d’imprévisible – monsieur le ministre, j’ai beaucoup aimé que vous ameniez cette notion, parce qu’elle est très vraie – il y a une seule certitude: c’est que nous sommes dans un monde d’empires en résurgence, et que nous sommes trop faibles pour l’instant.
Nous, politiques, faisons en général de bons programmes. Nous nous disons que tout est prévisible et, en fait, nous passons une grande partie de notre temps à combattre la force de l’imprévisible.
La seule manière de combattre ici l’imprévisible, c’est de devenir plus forts – en effet, premier, vous avez raison –, de multiplier des partenariats avec d’autres pays: avec le Canada, avec l’Australie, avec l’Inde, etc.
Cela laisse aussi penser que, entre nous, le nationalisme comme force politique en Europe n’a pas beaucoup d’avenir, paraît daté. Il n’est pas exclu, premier, que d’ici 2029, vous soyez devenu complètement fédéraliste. C’est tout le mal que je vous souhaite.
Els Van Hoof:
Ik ben blij met uw sterke antwoorden want een voorbereide Europese Unie is er twee waard.
Het is een goede zaak dat werd afgezien van een handelsoorlog of militair geweld. Niettemin is waakzaamheid geboden want er zijn diepe wonden geslagen in de trans-Atlantische relaties. Dat moeten wij onder ogen durven zien. Ze helen niet in één nacht.
Ik ben blij dat zowel de premier als de minister zich hebben aangesloten bij de punten die voor cd&v belangrijk zijn. Europa moet zijn tanden laten zien voor het behoud van zijn waarden. Wij moeten steunen op betrouwbare bondgenoten, onze strategische autonomie uitwerken en allianties aangaan met nieuwe democratieën.
Als wij de voorbije week één zaak duidelijk hebben kunnen merken, dan is het wel dat, als wij een internationale wereldorde willen die niet gebaseerd is op dreigementen maar op internationaal recht, wij daar zelf aan moeten werken. Wij mogen ons niet uit elkaar laten spelen want dat is de strategie waarop Poetin speelt, waarop Xi speelt en waaraan Trump op zijn manier ook meewerkt. Wij moeten vooruitgaan met eensgezindheid, vastberadenheid en daadkracht.
Dat begint vanavond op de Europese top. Ik hoop dan ook dat op die top Europese tegenmaatregelen worden voorbereid die kunnen worden ingezet wanneer nodig.
Georges-Louis Bouchez:
Henry Kissinger, dans les années 1970, disait déjà: "Les États-Unis n’ont ni alliés, ni ennemis, juste des intérêts." Certains viennent de découvrir aujourd'hui comment fonctionnait la politique internationale. En fait, aujourd'hui, c'est un peu plus rapide. C'est certainement beaucoup plus brutal. Cela a certainement des conséquences beaucoup plus fortes, mais il n'y a rien de neuf. Il faut arrêter de regarder le monde tel qu'on voudrait qu'il soit. On doit le regarder tel qu'il est. D'ailleurs, le premier ministre parle d'élargir nos alliés. C'est la raison pour laquelle nous devons signer des accords de libre-échange. C'est la raison pour laquelle nous devrions d'ailleurs signer un accord de libre-échange avec l'Afrique, parce qu'il y a là un enjeu essentiel pour les générations futures.
Mais je voudrais aussi prendre l'opposition à témoin. Vous effectuez presque aujourd'hui des danses de la pluie en espérant l'autonomie et la force de l'Europe. Mais pourquoi ne soutenez-vous pas alors nos réinvestissements dans la défense? C'est un passage obligé pour l'autonomie européenne. Pourquoi nous avez-vous bloqués quand nous avons voulu prolonger le nucléaire sous le précédent gouvernement? C'était essentiel pour l'autonomie énergétique. Allez-vous nous suivre si nous voulons supprimer des réglementations afin de permettre à l'industrie de s'installer? Allez-vous nous suivre pour baisser les impôts pour relancer la compétitivité? Allez-vous nous suivre dans des choix politiques courageux qui permettront enfin d'atteindre ce que nous aurions dû atteindre depuis longtemps: la souveraineté européenne?
Benoît Lutgen:
Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie.
Je suis heureux d'apprendre que la Maison-Blanche a confondu la Biélorussie avec la Belgique et je suis désolé d'avoir confondu l'Alaska et le Groenland dans mon intervention.
Je ne sais pas lequel de vous deux résiste et mord le plus. Toujours est-il que personne ne pourra contester ici que la voix de la Belgique est plus forte sur le plan européen et international qu'elle ne l'était voici un, deux ou trois ans, ou même plus loin dans le temps. Pour ma part, c'est une bonne surprise.
Au travers des deux interventions, oui, il est possible d'exprimer fermement et sans s'agiter les intérêts économiques de la Belgique et de l'Union européenne, en rappelant que le droit international constitue une boussole absolue – comme vous l'avez démontré dans de nombreux dossiers et à l'occasion de plusieurs enjeux.
De même, vous rappelez que notre autonomie stratégique est essentielle et qu'il convient d'y travailler à l'échelle européenne. Vous avez, du reste, engagé le gouvernement sur cette voie: autonomie de la défense, autonomie énergétique, autonomie au plan de la santé et de l'alimentation. À ce dernier titre, la production agricole européenne doit être soutenue pour que nous ne soyons pas dépendants demain. Nous sommes déjà suffisamment dépendants pour ne pas le devenir encore davantage.
C'est sur cette voie de la fermeté, en suivant la stratégie qu'applique votre gouvernement, que la Belgique, aujourd'hui plus forte, se renforcera encore et que l'Union européenne, dans son unité, fera résonner la voix de celles et ceux qui se tiennent du côté du droit international.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de premier, u zegt dat onze waardigheid niet te koop is. Hoe geloofwaardig is dat als u 1,5 miljard euro uitgeeft aan elf extra F-35’s? Met mooie woorden en retoriek gaan we het niet halen. Alleen uw daden tellen. Annuleer die aankoop van die extra F-35’s. Put your money where your mouth is . Dat is ook wat Trump doet. Hij onderneemt actie. Er zit methode in zijn waanzin. Die waanzin is te lezen in zijn nationale veiligheidsstrategie, waarin hij zegt dat hij het verzet tegen Europa zal leiden. Die waanzin wordt gedreven door het eigenbelang van een klein clubje superrijken dat de democratie wil vervangen door dwang en daar nog lof voor eist ook. Hij is daar zelf een voorbeeld van, of het nu gaat om olie, mineralen, vaarroutes, schimmige crypto- of techplatformen, ook in Europa. In die waanzin moeten we met een koel hoofd alternatieven uitwerken en vastberaden neen durven zeggen. Het enige instrument dat u vandaag op korte termijn zo concreet kunt inzetten, gebruikt u niet. Als u ongebonden, autonoom en met rechte rug uw waardigheid wilt behouden, dan doet u ook po dat vlak wat mogelijk is. Het is ongelooflijk dat u zelfs op dat vlak vandaag niet thuis geeft.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, zelfs in dergelijke crisissen schuwt men de grote en ook heel vaak loze woorden niet. Ik heb de woorden respect, loyauteit en waardigheid vaak gehoord, maar dat zijn geen losse zinnetjes of vage begrippen. Het is een engagement, een attitude.
Een sterk Europa heeft inderdaad respect voor internationaal recht en soevereiniteit. Een sterk Europa heeft loyauteit voor nieuwe en oude allianties en voor elkaar. Een sterk Europa heeft een smoel en zal aan de onderhandelingstafel aanwezig zijn wanneer het gaat om vrede voor Oekraïne. Een sterk Europa geeft ons de identiteit die we nodig hebben om er te staan in de wereld, om aan handel te doen en om onze volgende generaties te beschermen.
Dat is wat sterk leiderschap met zich meebrengt en daar kan ik absoluut op u tweeën en op de arizonaregering rekenen, waarvoor dank.
Voorzitter:
Dank u, mevrouw Depoorter, en alle sprekers en de twee ministers. Mijnheer Hedebouw , de heer Bouchez heeft uw naam genoemd, maar niet op een wijze die aanleiding geeft tot een persoonlijk feit.
Het welzijn op het werk van het treinpersoneel
De malaise bij het spoorwegpersoneel
Het welzijn en de uitdagingen van spoorwegmedewerkers
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Oskar Seuntjens (Vooruit) en Farah Jacquet (PTB) ontbreekt structurele psychologische ondersteuning voor treinbestuurders na traumatische incidenten zoals zelfmoorden op het spoor, wat bijdroeg aan het overlijden van Laurens Strubbe (29) en twee andere collega’s; getuigenissen wijzen op onvoldoende nazorg, bureaucratische obstakels (bv. geweigerd verlof) en een cultuur van verwaarlozing. Minister Jean-Luc Crucke belooft een strakke deadline (19/1) voor een anonymisé onderzoek door NMBS/Infrabel naar preventie, opvang en werkomstandigheden, inclusief evaluatie van acute psychologische hulp, maar benadrukt geen voorbarige oordelen over individuele gevallen. Seuntjens noemt Strubbes verhaal "het topje van de ijsberg" en wijst op systeemproblemen zoals overwerk, tijdsdruk en gebrek aan respect, waarvoor Vooruit nu hoorzittingen eist—wat Jacquet als te laat afdoet, aangezien PTB eerder al om een auditie vroeg die werd geblokkeerd; zij dringt aan op transparantie en roept: "Laurens moet de laatste zijn."
Oskar Seuntjens:
Laurens Strubbe was 29 jaar toen hij uit het leven stapte. Hij deed zijn job graag. Hij was een trotse treinbestuurder. Op een dag gebeurde de nachtmerrie van iedereen die ooit achter het stuur van een trein kruipt. Voor zijn ogen zag hij iemand die zich voor de trein wierp om er een einde aan te maken. Het was een dramatische gebeurtenis met een grote impact voor veel mensen, ook voor Laurens.
Collega’s, elke treinbestuurder maakt gemiddeld om de tien jaar een dergelijk drama mee. Men zou denken, of hopen, dat men na een dergelijk drama de nodige ondersteuning krijgt, dat men psychologische hulp krijgt en dat men begrip krijgt. Dat blijkt vandaag te weinig het geval. Dat is de reden waarom de familie van Laurens aan de alarmbel trekt. Velen volgden snel. Vandaag stonden in de krant meerdere getuigenissen. Van ondersteuning achteraf is niet echt sprake, zegt een collega. Een dag of twee thuisblijven en een brochure met hier en daar een telefoonnummer van een psycholoog die men misschien kan bellen, blijken niet voldoende. Dat vertelt het verhaal van Laurens. Hij is niet alleen. De afgelopen tijd zijn drie treinbestuurders uit het leven gestapt om gelijkaardige redenen.
Mijnheer de minister, ik wil dan ook heel graag mijn medeleven betuigen aan de vrienden en familie van Laurens, maar misschien nog belangrijker is te weten wat u zult doen met hun vraag om treinbestuurders beter te ondersteunen.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, aujourd'hui, j'ai le cœur lourd. Je vais commencer par présenter mes condoléances à la famille de Laurens, ce jeune conducteur de train de 29 ans qui a mis fin à ses jours et qui laisse derrière lui une famille brisée et des collègues vraiment marqués.
Ce drame ne peut pas être vu comme un fait isolé. Il y en a d'autres, dont celui intervenu chez Infrabel, dont on a déjà discuté ici. Ce drame s'inscrit dans un mal-être profond aux chemins de fer que mon groupe, le PTB, a déjà dénoncé à plusieurs reprises dans cette Assemblée. On a évoqué le stress, la fatigue, la pression constante, la souffrance psychologique.
Une collègue accompagnatrice me racontait justement, qu'après avoir vécu un accident de personne percutée par son train, son absence avait été refusée parce que le document qu'elle avait complété n'était pas le bon. Cela ne va pas du tout, c'est inhumain! Voilà pourquoi nous avons demandé qu'une audition soit organisée sur le sujet, ce que l'Arizona a refusé.
Aujourd'hui, ce refus fait mal, c'est un vrai désastre. Les témoignages de la famille et les articles de presse parlent de situations traumatisantes vécues en service, d'un besoin d'écoute, de repos, de soutien. La famille aurait même reçu un appel pour demander la restitution du GSM de service. Cela ne pouvait-il pas attendre? C'est vraiment inacceptable!
Être conducteur de train, cheminot, ce ne sont pas des métiers faciles. Ce sont des horaires difficiles avec des grosses responsabilités et parfois des scènes qui marquent à vie. Quand tout s'accumule, les dégâts peuvent être irréversibles.
Monsieur le ministre, quelles mesures comptez-vous mettre en place pour analyser et comprendre cette situation? Allons-nous enfin organiser une audition avec les responsables?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, les événements dramatiques qui ont touché le personnel des chemins de fer dans la région de Bruges et d'Ostende requièrent gravité, humilité et détermination. Plusieurs situations de suicide au sein du personnel ferroviaire ont suscité une profonde émotion au sein des familles, des collègues et de l'ensemble du secteur.
Allereerst wil ik namens de regering en namens u allen onze steun en ons diep medeleven betuigen aan de families, naasten en collega's die een dierbare hebben verloren. Zij maken ongekend zware tijden door en onze gedachten gaan naar hen uit. Het is onze verantwoordelijkheid om beschikbaar te zijn, respectvol te blijven en niets overhaasts te doen wat betreft de begeleiding die zij wensen.
Il est de notre devoir d’agir avec sérieux et responsabilité. J’ai dès lors demandé à la SNCB, à Infrabel et à HR Rail de me transmettre pour le 19 janvier un état des lieux complet portant notamment sur les faits – de manière strictement anonymisée –, les dispositifs de prévention existants, l’accompagnement psychosocial des agents exposés, la gestion du travail et la prévention des expositions répétées, l’accompagnement des familles et les données permettant d’évaluer l’efficacité des mesures en place.
Ik heb ook gevraagd om duidelijkheid te verschaffen over de procedure die wordt gevolgd wanneer een personeelslid wordt getroffen door een dodelijk ongeval, om een evaluatie te maken in het licht van de huidige normen. De systematische psychologische begeleiding gedurende de eerste 24 uur zal worden onderzocht en er zullen concrete aanbevelingen worden gedaan.
Ik wil heel duidelijk zijn: het gaat hier geenszins om het voorbarig beoordelen van de individuele oorzaak van deze drama’s. Het is onze institutionele taak om elke werknemer een beschermend, humaan en aangepast kader te garanderen. In een context waarin België voor een grote uitdaging staat op het vlak van zelfmoordpreventie, moeten onze overheidsbedrijven het goede voorbeeld geven door extra waakzaam te zijn en effectieve menselijke steun te bieden.
J’informerai le Parlement des conclusions et proposerai, si nécessaire, des mesures complémentaires au gouvernement.
Ces drames nous rappellent que le service public ferroviaire repose avant tout sur des femmes et des hommes. Leur dignité, leur sécurité et leur accompagnement doivent rester au cœur de nos priorités. Je vous remercie pour votre écoute.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, het is goed dat u de problemen erkent er ook mee aan de slag wilt gaan. Tegelijkertijd hoop ik dat u beseft dat het verhaal van Laurens maar het topje van de ijsberg is. Een aanrijding is het ergste wat een treinbestuurder kan meemaken. De getuigenissen in de krant vandaag geven aan dat er meer aan de hand is, waaronder lange shiften, afgekeurde verlofdagen en gigantische tijdsdruk. Mensen die voor het spoor en op de trein werken, verdienen respect voor het belangrijke werk dat zij doen. Zij verdienen ook perspectief op oplossingen. Daarom zal de Vooruitfractie vandaag nog een verzoek indienen om hoorzittingen te organiseren over welzijn op het werk bij het spoorwezen.
Farah Jacquet:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. J'entends que vous avez travaillé à quelque chose de concret et que vous avez demandé des comptes, ce qui est vraiment très bien. J'entends aussi cette demande de la part de Vooruit. À ce sujet, je voudrais leur dire qu'il aurait fallu le demander avant, et dire oui à notre demande d'audition. Vous le faites maintenant, mais cela arrive beaucoup trop tard. Dans ce cadre, le groupe PTB va à nouveau demander des auditions, pour que toute la lumière soit faite sur ce qu'il se passe réellement aux chemins de fer et sur les conditions de travail des agents. Laurens n'était pas le premier, hélas, mais il doit être le dernier!
Het in de vergeetput duwen van de niet-toeleidbaren
De niet-toeleidbaren
De vergetelheid van onbereikbaren
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Jeroen Van Lysebettens bekritiseert dat minister Beenders ondanks eerdere beloftes geen apart statuut voor niet-toeleidbare werkzoekenden invoert en geen concrete oplossingen biedt voor 13.000 mensen die hun uitkering verliezen, terwijl ze vaak al jaren door de VDAB werden genegeerd. Anja Vanrobaeys (ABVV) benadrukt dat deze groep – waaronder mensen met autisme, depressies of burn-out – actief wil bijdragen maar nu stigmatiseerd en administratief afgeschreven wordt, en eist individuele begeleiding in plaats van stopzettingsbrieven. Beenders verdedigt het afschaffen van een uniform statuut omdat de groep te divers is, en stelt voor om via face-to-facegesprekken met de VDAB per geval te bekijken of ze aanspraak maken op ziekte-, invaliditeitsuitkeringen of trajecten in de sociale economie, met steun van Vlaams minister Crevits. Van Lysebettens betwist dit als leeg beleid en wijst erop dat de VDAB deze mensen juist jarenlang links liet liggen, terwijl Vanrobaeys (ABVV) de minister juist prijst omdat hij eindelijk maatwerktrajecten belooft in plaats van standaardafwijzingen.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, er komt geen apart statuut voor de niet-toeleidbare werkzoekenden. Dat verklaarde u in de pers, in tegenstelling tot eerdere verklaringen van zowel u als uw coalitiegenoten. U zei ook dat het geen zin heeft om daar weer over te beginnen. U hoeft geen schrik te hebben, ik zal dat niet doen. Wat voor mij telt, zijn concrete oplossingen voor concrete problemen.
Ik denk dat we het erover eens zijn dat de mensen met een advies welzijn niet zomaar aan een job geholpen zullen worden, maar dat we voor hen specifieke oplossingen nodig hebben. Wij vinden dat de federale regering, los van een apart statuut, een aantal dingen kan en moet doen. Ten eerste, in de programmawet staat een uitzondering voor mensen die recht hebben op een beschermingsuitkering. Tijdens de bespreking in december gaf u aan dat die uitzondering een tijdelijke maatregel is die geldt voor twee jaar, zodat de betrokkenen in 2028 in een nieuw stelsel kunnen inkantelen. Hoe zult u dat doen zonder een apart statuut?
Ten tweede, die uitzondering was sowieso onvolkomen. Veel niet-toeleidbare werkzoekenden ontvingen nooit een inschakelingsuitkering en hebben dus ook geen recht op een beschermingsuitkering. Hierdoor heeft de maatregel, die bedoeld is om de activering te versterken, onbedoeld een groep getroffen die net wel actief en zinvol aan de samenleving deelneemt. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen in arbeidsmatige activiteiten. Zal de regering haar beleid bijsturen, zodat ook voor hen een oplossing kan worden gevonden?
Ten derde, in uw verklaring in de pers gaf u aan dat sommige mensen een vervangingsinkomen via de ziekteverzekering zouden moeten krijgen. Nochtans krijgen zij vaak een werkloosheidsuitkering, omdat hun werd gezegd dat ze geen recht hebben op een ziekte- of invaliditeitsuitkering. Zal de regering oplijsten welke diagnoses die vandaag het advies welzijn kregen, wel degelijk thuishoren in het stelsel van de ziekteverzekering? Ik kijk uit naar uw antwoord.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, toen ik onlangs een dagje meedraaide aan het loket bij het ABVV, hoorde ik weer nieuwe verhalen, die mij niet loslieten. Mensen kregen tien, vijftien, twintig jaar geleden een brief van de VDAB met de melding dat zij niet-toeleidbaar waren, dat zij geen begeleiding kregen, niet naar werk moesten zoeken en zelfs geen opleiding moesten volgen. Dat is geen administratieve beslissing, maar het afschrijven van mensen.
Ik ken een aantal van hen. Ik weet hoe hard zij willen werken en hoe hard zij een bijdrage willen leveren, ondanks de uitdagingen waarvoor zij staan. Peter heeft een zware vorm van autisme. Hij werkt via Arbeidszorg en doet vrijwilligerswerk. Christine kampt met zware depressies, maar zij vindt toch betekenis in haar vrijwilligerswerk op een dementieafdeling bij een woon-zorgcentrum. Desiree heeft een zware burn-out gehad. Zij heeft bij de VDAB om werk gesmeekt, maar zij is gewoon in het systeem verdwenen. Mijnheer de minister, dat zijn geen statistieken, dat zijn mensen. Het gaat in Vlaanderen om 13.000 mensen, die zelf niet willen opgeven, maar die wel in het systeem worden opgegeven. Daarbovenop komt de stigmatisering. Sommigen hier schrijven hen af als verslaafden of als profiteurs. Dat komt bij die mensen keihard binnen.
Wat hebben ze nodig? Ze hebben zorg, begeleiding, ondersteuning, kansen en perspectieven nodig. Vandaag krijgen ze een standaardbrief, zonder alternatief. Ik vind dat geen begeleiding.
Mijnheer de minister, ik heb één vraag voor u. Hoe garandeert u dat de niet-toeleidbare werkzoekenden ook daadwerkelijk begeleiding en een traject op maat zullen krijgen, in de plaats van gewoon een stopzettingsbrief zonder enig perspectief? Ik kijk uit naar uw antwoord.
Rob Beenders:
Collega’s, dank u wel voor uw vragen.
De hervorming van de werkloosheid heeft ingrijpende gevolgen. De groep die zich de voorbije maanden laat horen, doet dat terecht, omdat die altijd te goeder trouw heeft gehandeld volgens de richtlijnen van de overheid. Wie als niet-toeleidbare werkzoekende werd beschouwd, werd niet meer begeleid, mocht gewoon thuisblijven en kreeg een werkloosheidsuitkering. Men liet die groep dus met rust.
Dat wordt nu extra in de verf gezet, omdat de betrokkenen nu een brief krijgen waarin staat dat hun uitkering wordt stopgezet en dat ze zich tot het OCMW moeten wenden voor een oplossing. Beeld u in dat u een van die mensen bent die te goeder trouw naar de instructies van de overheid heeft gehandeld en nu te horen krijgt dat men zijn plan moet trekken. Dat is absoluut niet aanvaardbaar.
Oorspronkelijk was ons idee om de betreffende groep inderdaad een apart statuut toe te kennen, waarbij de betrokkenen hun uitkering inruilden voor een andere uitkering, waarmee het probleem opgelost zou zijn. Het ging tenslotte om 10.000 à 12.000 mensen – er is nog discussie over het exacte aantal –, de meeste ervan in Vlaanderen.
Met dat idee zijn we ook aan de slag gegaan. We hebben dat zelfs in de regering besproken als dé oplossing. Maar dat dossier is geëvolueerd, omdat het inzicht groeide dat we de groep niet een oplossing, één maatregel konden aanbieden, omdat hij zo divers is.
Wij hebben de groep bijgevolg gesegmenteerd. Voor een aanzienlijk aantal mensen konden we in de regering al een oplossing vinden. Zo zijn jongeren nu al twee jaar beschermd en we gaan daarmee verder aan de slag. Voorts zijn sommige 55-plussers ook beschermd wegens voldoende werkervaring. Bovendien bleek na gesprekken met betrokkenen – we spreken niet alleen over hen – dat heel wat onder hen volgens hun dossier in aanmerking kwamen voor een uitkering voor personen met een handicap of een ziekte-uitkering, maar dat zij de administratieve procedure daartoe nooit hadden opgestart, omdat een werkloosheidsuitkering interessanter was.
De groep is zo divers dat we vandaag kunnen stellen dat een aantal mensen al een oplossing heeft gekregen, maar dat we hun dossier individueel moeten behandelen op basis van een face-to-facegesprek. De VDAB moet daarin het initiatief nemen, omdat het vooral Vlamingen zijn.
Ik roep Vlaanderen dan ook op om de betrokkenen uit te nodigen en met hen aan tafel te zitten, hun dossier te onderzoeken en naar een bestaand traject te begeleiden, dat we misschien moeten versterken. Vlaams minister Crevits heeft mij vandaag al officieel gecontacteerd, na mijn telefonisch onderhoud gisteren over ons voorstel. Zij beloofde haar uiterste best te doen om mensen uit die groep via de sociale economie te begeleiden. Dat is immers wat nodig is. Ik stel dus niet voor om één statuut te maken voor de volledige groep, waarbij zij hun ene uitkering ruilen voor een andere. We moeten luisteren naar hun vragen, hen begeleiden en opleiden en trajecten voorstellen om opnieuw actief te worden op de arbeidsmarkt. Als iemand echt te ziek is om te werken, hoort die thuis in het stelsel van de ziekteverzekering. Wie een handicap heeft waardoor men echt niet kan werken, moet een uitkering voor personen met een handicap krijgen.
Ik dring er bij Vlaanderen dus op om de VDAB deze mensen te laten oproepen voor een gesprek en dossier per dossier te onderzoeken wat mogelijk is. Het was makkelijk om jarenlang niet naar de groep om te kijken, maar nu zal men een extra inspanning moeten leveren om hen individueel te begeleiden naar de voor hen gepastste oplossing. Laten we daarna de situatie evalueren en onderzoeken of er nog andere oplossingen nodig zijn. We moeten dat stap voor stap doen, op maat van de persoon zelf, en op basis daarvan de juiste oplossing vinden. Dat doet de regering momenteel in overleg en in samenwerking met de regio’s.
Jeroen Van Lysebettens:
Minister, ik vat het even samen: er komt geen statuut voor de niet-toeleidbare werkzoekenden, maar er komt ook niets anders. Die mensen zullen hun inkomen verliezen en in de bureaucratische molen terechtkomen en we weten dat daar geen pasklare oplossing is.
Ik zie de evolutie van Vooruit. In juni had u het nog over een beschermingsstatuut voor alle niet-toeleidbare werkzoekenden. In december gold dat voor nog een deel van de niet-toeleidbare werkzoekenden. En vandaag is er voor niemand een oplossing. Er is voor iedereen een probleem. U schuift hen af op de VDAB, terwijl die mensen net nood hebben aan concrete pistes en niet aan nieuwe gespreksronden met de VDAB. Ze hebben het label van niet-toeleidbare werkzoekende precies gekregen van de VDAB, na jaren van rondjes draaien in de administratie, na jaren van gesprekken met de VDAB, en na verschillende onderlinge discussies.
Wat zegt u nu? We herhalen dat beleid. Ik vind dat geen oplossing. Dat is voor die mensen geen oplossing.
Anja Vanrobaeys:
Ik ben eigenlijk wel opgelucht, omdat een minister eindelijk het probleem aanpakt en naar een oplossing zoekt. Collega van Groen, we zullen die mensen toch niet opnieuw loslaten? Bovendien gaat het om een heel diverse groep, merkte de minister terecht op. Ja, ze worden opnieuw uitgenodigd voor gesprekken. Er komen geen standaardbrieven, maar trajecten op maat. Sommige van hen slaken een zucht van opluchting, want eindelijk krijgen ze na twintig jaar stilte weer een sociaal werker te zien, die hen begeleidt en zich om hen bekommert. Dat moet er gebeuren! Mijnheer de minister, u onderstreepte dat er trajecten op maat zullen worden aangeboden, waarbij de betrokkenen begeleid worden naar het stelsel waar ze horen. Ofwel zullen ze een ziekte-uitkering of een uitkering voor een persoon met een handicap ontvangen, ofwel worden ze begeleid naar maatwerk in de sociale economie ofwel krijgen ze begeleiding via het OCMW. Dat zal de betrokkenen veel plezier doen. Laat het duidelijk zijn, Vooruit (…)
De dreigende taal van Donald Trump t.a.v. Groenland en Denemarken en de internationale situatie
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Groenland
De crisis in de trans-Atlantische betrekkingen na de recente acties van de Verenigde Staten
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
De dreigende taal van de VS en de eerbieding van het internationale recht
De dreigende taal van de VS en de eerbiediging van het internationale recht
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
Amerikaanse dreigende retoriek, internationale spanningen en schending van internationaal recht
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en Europa staan onder druk door Trumps grove schendingen van het internationaal recht, zoals de dreiging met annexatie van Groenland (omwille van strategische grondstoffen) en de illegale ontvoering van Maduro in Venezuela, die volgens critici (Lacroix, Van Hecke, Mertens) een gevaarlijk precedent schept voor imperialistische machtsuitbreiding. Kritiek op de Belgische regering is scherp: ze zou te laks reageren (geen OTAN-noodzitting, geen wapenmoratorium tegen de VS), dubbelstandaarden hanteren (Maduro’s dictatuur hekelen maar Trumps methodes tolereren) en Europa’s strategische autonomie verzwakken door afhankelijkheid van VS-wapens (F-35’s) en zwakke diplomatie. Minister Prévot (CD&V) verdedigt een "kritische dialoog" met de VS, benadrukt dat Groenland niet onderhandelbaar is en wijst op Europese steunverklaringen, maar erkent dat Trumps retoriek de NAVO-waarden ondermijnt. Oppositie (PTB, Groen, Ecolo) eist hardere sancties, een breuk met de VS als "veiligheidspartner" en Europese defensie-autonomie, terwijl regeringspartijen (CD&V, Engagé) vasthouden aan trans-Atlantische samenwerking binnen duidelijke juridische kaders. De kernvraag blijft of België het internationaal recht onvoorwaardelijk verdedigt – ook tegen bondgenoten – of machtsrealisme (energie, wapens, NAVO) laat prevaleren. Critici beweren dat de regering faalt in moreel leiderschap; Prévot stelt dat diplomatie en "geloofwaardigheid" effectiever zijn dan verontwaardiging.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, depuis ce week-end, nous sommes en pleine sidération. Donald Trump a décidé de jouer avec des pays souverains, bafouant complètement les règles de base du droit international: enlever, kidnapper, acheter, annexer, affaiblir, asservir, soumettre! Acheter le Groenland, territoire danois! Aujourd'hui, Donald Trump évoque carrément son annexion. Pourquoi? Parce que, sous la glace, sont enfouis des terres rares, des minerais stratégiques, des ressources énergétiques colossales. C'est une nouvelle ruée vers l'or qui obéit à une logique purement marchande, une offensive sans précédent contre la souveraineté d'un allié européen. C'est aussi la militarisation de l'Arctique: des bases militaires, des sous-marins, des routes stratégiques. Ce n'est pas un caprice, mais une bataille mondiale qui menace directement la sécurité et le projet européens.
Pendant que l'Union européenne s'inquiète, où est la Belgique? Allez-vous demander une réunion d'urgence du Conseil de l'OTAN? Sur le plan européen, pourquoi n'avez-vous pas rejoint la France, l'Allemagne, l'Italie, la Pologne, l'Espagne et le Royaume-Uni en signant leur déclaration commune de soutien au Danemark? Nous ne pouvons plus parler des é tats-Unis d'Amérique comme de nos premiers alliés. Il est impensable de continuer à acheter des armes américaines. Allez-vous adopter un moratoire immédiat sur l'achat d'armes et de matériel militaire aux Américains? Vous rendez-vous compte enfin que la priorité doit être la protection de l'Europe, que celle-ci n'est pas un terrain de jeu pour les Américains et qu'elle ne le sera jamais?
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, het internationaal recht is geen vodje papier. Het bestaat met een reden. Het is vooral sterk ontwikkeld na hevige oorlogen, na bloedige conflicten. Het dient om vrede en mensenlevens te beschermen. Het internationaal recht zegt heel duidelijk dat men niet zomaar een land met geweld kan binnenvallen en een staatshoofd kan ontvoeren, zelfs al is het een dictator.
Dat internationaal recht werd het voorbije weekend zwaar geschonden door Trump. Waarom? Voor macht en olie!
Wat was de reactie van deze regering? De premier, die net is weggelopen, zei in TerZake dat er bij de manier waarop wel wat vragen te stellen zijn. Is dat de officiële reactie van onze regering, van ons land? Wat gaat de regering zeggen als Trump verdergaat? Als Trump morgen Colombia of Mexico zou binnenvallen, wat zal de regering zeggen? Zal de regering de vinger opsteken en zeggen dat er wel wat vragen bij te stellen zijn? Als Trump Groenland zou innemen, zal de regering dan zeggen dat er wel wat vragen bij te stellen zijn? Als China Taiwan zou binnenvallen, zal de regering dan zeggen dat er misschien wel wat vragen bij te stellen zijn?
Collega’s, er zijn vooral heel veel vragen te stellen bij het antwoord en de reactie van deze regering, want met dergelijke reactie begeeft de regering zich op glad ijs.
Mijnheer de minister, wat is nu eigenlijk het officieel standpunt van de regering over de inval in Venezuela? Is het volgens de regering wel of niet een inbreuk op het internationaal recht? Kan de regering daar nu eens heel duidelijk over zijn?
Voor Groen en Ecolo is respect voor het internationaal recht essentieel. Daar kun je als democratische rechtsstaat nooit op (…)
Peter Mertens:
Mijnheer de minister, hoeveel landen moet Trump eigenlijk nog bedreigen of bombarderen vooraleer de Kamer en deze regering ondubbelzinnig in actie schieten? Een jaar geleden heb ik hier in de Kamer gevraagd waarom in uw regeerakkoord de Verenigde Staten de belangrijkste garantie voor onze veiligheid worden genoemd. Toen al bedreigde Trump Groenland. Toen al zei hij dat hij het Panamakanaal wilde hebben. Toen al zei Trump dat hij Canada als eenenvijftigste staat wilde inlijven. U en minister Francken zeiden toen dat daar niets van aan was, want Trump was onze beste vriend. Nu, een jaar later, staan we hier.
Lees gewoon de veiligheidsstrategie van de heer Trump. Van Patagonië in Argentinië tot de noordelijkste ijskap, hij wil het allemaal. Our hemisphere , zo noemt hij het. Die dingen zijn met elkaar verbonden.
Men kan niet enerzijds loeihard roepen tegen de annexatie van Groenland en anderzijds zwijgen wanneer olietankers worden geënterd, wanneer er een illegale zeeblokkade wordt opgeworpen of wanneer een zittend president wordt ontvoerd. Die zaken hangen samen. Men kan niet in het ene geval het internationaal recht inroepen en in het andere geval het internationaal recht naast zich neerleggen. Het is het een of het ander.
België moet een consequente houding aannemen. Anders zal uw hypocrisie zich ook tegen België en tegen Europa keren. Het internationaal recht dient ook om kleinere landen te beschermen en moet dus worden toegepast.
Mijnheer de minister, vindt u nog steeds dat de Verenigde Staten de belangrijkste partner op het vlak van veiligheid zijn, zoals in het regeerakkoord staat, of bent u bereid om eindelijk op te staan en duidelijke taal te spreken tegenover president Trump?
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, chers collègues, les relations transatlantiques connaissent une nouvelle crise. Notre communauté euro-atlantique est basée sur une série de valeurs et de principes fondateurs d'un ordre international, comme le respect du droit international, la mise en œuvre de l' É tat de droit, la promotion de la démocratie et des institutions communes, pour garantir notre sécurité. Ceci garantit d'ailleurs une solidarité mutuelle symbolisée par l'article 5 du Traité de l'Atlantique Nord. Nous reconnaissons que tous ces principes sont piétinés jour après jour par le président Trump.
Les exemples sont nombreux. On peut citer la remise en cause parfois de la solidarité de l'article 5 de l'OTAN, l'imposition unilatérale des droits de douane, les sanctions contre des juges et procureurs de la Cour pénale internationale ou encore les sanctions contre un ancien commissaire européen – ce qui n'est pas rien.
Monsieur le ministre, vous étiez au bon endroit au bon moment, puisque vous étiez à Washington il y a quelques jours. Il est important de pouvoir nous rendre compte ici de la façon dont vous avez pu aborder ces sujets, surtout la situation concernant le Groenland, puisque nous sommes directement concernés.
Au travers de vos actions et de l'action de l'Europe, nous pourrons voir la fermeté à l'égard des É tats-Unis par rapport à un territoire souverain. Différents sondages ont d'ailleurs montré que 85 % des Groenlandais ne souhaitent pas devenir américains.
Monsieur le ministre, quels ont été vos contacts avec le secrétaire d' É tat Rubio? Quelles actions ou sanctions sont prévues à l'égard des É tats-Unis si les menaces du président Trump se transformaient en actions dans les prochaines semaines ou les prochains jours?
François De Smet:
Monsieur le ministre, vous avez déclaré que personne ne regrettera Nicolás Maduro. Le premier ministre a ajouté: "La place de Maduro est en prison". Sans doute. Mais je remarque que ce genre de déclaration se fait surtout une fois que l’intéressé se retrouve effectivement en prison.
Ce qui serait vraiment courageux aujourd’hui, ce serait de dire, par exemple, que la place de Vladimir Poutine est en prison. C’est encore plus vrai que pour Nicolás Maduro parce qu'il fait l’objet d’un mandat de la Cour pénale internationale et non simplement d’un mandat américain. Pourtant, c’est sans doute une phrase que vous ne direz jamais, parce que vous avez plus de chances de croiser Poutine que Maduro – surtout à présent – et surtout parce que la Belgique et les Européens ménagent depuis trop longtemps les empires en résurgence, qu’il s’agisse de la Chine, de la Russie ou des États-Unis.
C’est là le problème. Dans la communication du premier ministre comme dans la vôtre, commencer par accabler Maduro, qui est effectivement un autocrate corrompu, vise à suggérer que même si Trump exagère, même s’il ne respecte pas le droit international, il ferait quelque part le sale boulot pour nous et que personne ne pourrait défendre Maduro. Non, monsieur le ministre! Trump a tort, quel que soit le pédigrée du président qu’il a fait enlever. C’est cela qu’il faut avoir le courage de dire! En effet, il a utilisé la force à des fins d’intimidation. C’est la première chose que vous auriez dû dire, vous comme premier ministre, plutôt que de ménager la chèvre et le chou.
C’est pour cette raison que je ne suis pas rassuré non plus sur le Groenland. J’attends de votre part des mots beaucoup plus forts de soutien au Danemark et au Groenland. J'attends des mots qui ne se contentent pas d’affirmer que l’intégrité territoriale est importante mais qui disent aussi que, tout atlantistes que nous sommes, nous ne pourrons pas accepter un usage de la force entre membres, ce qui signerait de facto la fin de l’Alliance.
Pourquoi est-ce important? Cette position est importante parce que Trump joue l’intimidation. Il pense être si fort qu’il lui suffit de crier pour que les événements se produisent et qu’il n’aura donc pas besoin de prendre ce territoire par la force. Il est temps de sortir de l’eau tiède. Il est temps que ce monsieur rencontre des personnes qui osent lui dire non. Je vous avoue que ce n’est pas l’impression majeure qui se dégage lorsque l’on voit vos photos tout sourire avec M. Marco Rubio.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, 2026 begon jammer genoeg met een bang . Na Rusland, Iran en Rwanda besloot ook de VS dat het internationaal recht iets optioneel is. Het bombarderen van een land en kidnappen van een staatshoofd zijn grove schendingen van het internationaal recht. Het Witte Huis leidt duidelijk aan schizofrenie, waarbij vredesbeloftes vlotjes worden afgewisseld met imperiale ambities.
Nicolás Maduro heeft weliswaar geen communiezieltje. Hij bestuurde zijn land als een corrupte dictator, samen met drugkartels die elke oppositie gewelddadig monddood maakten. Ik zie dat ook het Vlaams Belang dat ondersteunt. Diens dictatuur doet echter niets ter zake. Washington schept een gevaarlijk precedent. Voor cd&v is het duidelijk: het internationaal recht is geen vrijblijvende afspraak, maar wel de ruggengraat van een wereldorde die kleine landen beschermt tegen grote bullebakken. Waarom zouden China en Rusland morgen niet hetzelfde mogen doen met Taiwan en de Baltische Staten?
De keuze is aan ons. Ofwel worden we de speelbal van een stratego voor de belangen van een aantal grootmachten die de wereld uiteindelijk onwelvarender en onveiliger maken, ofwel kiezen we voor de uitbouw van onze strategische autonomie in defensie, kiezen we, zoals we altijd hebben gedaan, voor het internationaal recht, met duidelijke waarden en afspraken. Voor cd&v is het alvast duidelijk: wij kiezen voor het VN-Handvest en voor de NAVO-afspraken die werden gemaakt. Dat is geen vodje papier, die zijn niet vrijblijvend.
Mijn vraag is dan ook de volgende. (…)
Voorzitter:
Mevrouw Van Hoof, uw twee minuten spreektijd is om.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, Europa moet wakker worden en de realiteit onder ogen zien. President Trump heeft de wereld veel gevaarlijker gemaakt en het internationaal recht ingeruild voor het recht van de sterkste.
Om te beginnen zien we een brutale, illegale aanval op Venezuela, waarbij een staatshoofd wordt ontvoerd. Een dictator minder is uiteraard winst, maar de manier waarop, vormt een flagrante schending van het internationaal recht. We kennen allemaal de redenen: olie en afleiding van Trumps eigen puinhoop in de Verenigde Staten.
Vervolgens worden Groenlanders en onze bondgenoot Denemarken openlijk bedreigd. President Trump wil Groenland inlijven, desnoods met de inzet van het leger.
Mijnheer de minister, laat het duidelijk zijn: alleen de Venezolanen en de Groenlanders beslissen over hun eigen toekomst. Europa moet aan hun kant staan en aan de kant van het internationaal recht. President Trump toont aan Rusland en China dat zij bijvoorbeeld Oekraïne of Taiwan zomaar kunnen inlijven zonder gevolgen, zonder boe of ba. Europa moet nu een duidelijke rode lijn trekken.
Mijnheer de minister, u was onlangs in de Verenigde Staten. Bent u ook het gesprek aangegaan met uw Europese collega’s? Zal Europa een vuist maken tegen de strafloosheid en voor het internationaal recht?
Rajae Maouane:
Monsieur le président, monsieur le ministre, meilleurs vœux de paix pour cette année 2026. Elle commence fort, puisque le 4 janvier, le président américain a menacé ouvertement le Groenland et le Danemark au nom de la sécurité nationale. Dans le même temps, une attaque américaine illégale visait le Venezuela, suivie de l'enlèvement de son président en exercice.
Ce n'est pas un dérapage, c'est une continuité historique. L'Irak, l'Afghanistan, la Libye, la Syrie, aujourd'hui le Venezuela, le Groenland demain et d'autres sans doute, avec toujours la même logique: un droit international à géométrie variable, invoqué contre les plus faibles, piétiné par les puissances impérialistes.
Soyons clairs, nous ne défendons pas ici le régime autoritaire de Nicolás Maduro ni ses dérives. Mais rien ne justifie qu'un État tiers renverse un gouvernement par la force armée. Le droit international est limpide. La violence est interdite, sauf mandat de l'ONU ou légitime défense. Ce n'est pas une opinion, c'est la règle.
Dans le même temps, les États-Unis se retirent de dizaines d'organisations internationales comme l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) ou le Groupe d'experts intergouvernemental sur l'évolution du climat (GIEC) – cela a été annoncé ce matin. Il faut donc arrêter de nous parler d'alliés. Alliés de quoi, en fait? D'un équilibre international que les États-Unis piétinent quand il les dérangent?
Face à tout cela, l'Europe baisse les yeux et la Belgique se tait. Mais à force de fermer les yeux, on finit toujours par payer le prix. Il faut arrêter d'être naïfs. Le moteur réel de ces agressions n'a jamais été la démocratie. Cela a toujours été des intérêts financiers, des intérêts énergétiques. Là, c'est le pétrole.
La vraie question est la suivante: voulons-nous vraiment continuer à subir un monde de prédateurs, ou voulons-nous construire une autonomie réelle?
Monsieur le ministre, quelle est aujourd'hui la position officielle de la Belgique face à l'attaque américaine contre le Venezuela, liée aux menaces visant un territoire allié au sein de l'OTAN? Nous n’avons pas entendu de condamnation explicite, ferme, publique, alors que les principes élémentaires du droit international étaient complètement bafoués.
La Belgique va-t-elle s'aligner dans le silence et la soumission aux États-Unis ou va-t-elle avoir une politique étrangère cohérente, fondée sur le droit et sur la souveraineté des peuples?
Maxime Prévot:
Collega’s, we leven in een periode van ongekende druk op de op regels gebaseerde internationale orde. De vannacht door de Verenigde Staten aangekondigde terugtrekking uit een aantal internationale organisaties bevestigt eens te meer de betreurenswaardige afwijzing van het multilateralisme door de Amerikaanse regering. Dat herinnert ons aan een eenvoudige realiteit, namelijk dat onze overtuiging als Europeanen dat de wereld moet functioneren volgens regels die voor iedereen bindend zijn, lang niet overal wordt gedeeld.
Comme vous le savez, l'heureux hasard du calendrier fait que je reviens d'une mission à Washington. J'y ai eu l'occasion de m'entretenir avec de nombreuses autorités américaines, et le constat qui s'en dégage est limpide: nous partageons largement les mêmes préoccupations et nous faisons face aux mêmes défis au niveau mondial, mais nous nous inscrivons dans des perspectives parfois radicalement différentes lorsqu'il s'agit d'identifier les réponses.
Wat Venezuela betreft, zal niemand het vertrek van Nicolás Maduro betreuren. Wij hebben hem nooit erkend als de legitieme president van dat land, dat hij heeft laten wegzinken in een rampzalige politieke, economische en humanitaire situatie. Hij was allesbehalve een verdediger van het internationale recht. Voor de Verenigde Staten vormde Venezuela ook een veiligheidsdreiging, vooral vanwege de banden van het regime met Iran, Rusland en China.
Mais dire cela ne signifie pas cautionner les méthodes employées pour déloger ce dictateur.
Pour un pays comme le nôtre, un pays qui doit sa sécurité et sa prospérité à l'existence même d'un système fondé sur les règles protégeant les plus petits des tentations prédatrices des plus grands, le respect de ce système n'est pas un luxe, c'est clairement une condition d'existence. Ce droit, clairement, n'a pas été respecté dans le cas présent et il n'y a pas eu, contrairement à certains propos caricaturaux entendus, de silence ni de la part de la Belgique ni de la part de l'Europe. Nous nous sommes d'ailleurs exprimés dans une déclaration à 26 pays.
Ces interrogations sont d'autant plus légitimes que des menaces ont été formulées de manière très explicite par le président Trump concernant le Groenland, suscitant une vive inquiétude en Europe et un légitime tollé dont je me suis fait le relais à Washington.
Ik ben tegenover mijn gesprekspartners duidelijk en eerlijk geweest. We kunnen de veiligheidsbezorgdheden van de Verenigde Staten met betrekking tot de Arctische regio begrijpen. Het is echter onaanvaardbaar om de territoriale integriteit van een bevriende natie en bondgenoot in vraag te stellen, terwijl de NAVO en de bestaande veiligheidsakkoorden met Denemarken het passende kader bieden voor een nauwe en doeltreffende samenwerking.
Le Groenland n'est pas un territoire négociable ni une zone d'influence à redistribuer. Il relève d'un cadre juridique précis, fondé sur la souveraineté du royaume du Danemark et sur le droit du peuple groenlandais à disposer de lui-même. La souveraineté des États et l'intégrité territoriale ne sont pas des principes à géométrie variable. Et remettre ces principes en question, ne serait-ce que sur le plan rhétorique, fragilise l'un des piliers fondamentaux de la stabilité internationale. Cela, nous ne pouvons pas l'accepter. C'est clair, c'est net!
Monsieur Lacroix, il n'y a pas eu de signature de la déclaration d'une série de leaders simplement parce que la Belgique – comme tous les autres qui n'ont pas signé – n'a pas été invitée à le faire. Il n'y a pas non plus de mobilisation, à ce stade, du Conseil de l'Atlantique Nord, simplement parce que chacun attend de voir ce que pourra donner la réunion prévue la semaine prochaine entre les autorités danoises et américaines. Mais j'ai veillé à avoir un contact permanent avec mon homologue danois pendant mes rencontres.
Toch zou het naïef zijn om de evidentie te ontkennen. Onze relatie met de Verenigde Staten blijft strategisch. We moeten blijven investeren in dat partnerschap. We moeten dat doen in het kader van open en kritische uitwisselingen waarbij we onze standpunten met de grootste vastberadenheid verdedigen. Dat is de lijn die ik tijdens de missie heb gevolgd.
J'ai pu rencontrer toute une série d'acteurs clés auxquels je m'en suis ouvert, avec à chaque fois le privilège du dialogue direct.
Die gesprekken hebben ook aangetoond dat achter bepaalde uitspraken, die soms abrupt overkomen, nuances en legitieme bekommernissen schuilgaan waarop men niet met verontwaardiging moet reageren, maar met argumenten, het recht en bovenal geloofwaardigheid.
Christophe Lacroix:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Je suis préoccupé par une partie de votre déclaration, lorsque vous dites que nous partageons les mêmes préoccupations, que nous comprenons les États-Unis. Non, vous ne pouvez pas dire ça, monsieur le ministre des Affaires étrangères! C'est faire preuve de plus que de la naïveté. C'est coupable, comme vos familles politiques sont coupables de cette dislocation de l'Union européenne.
Depuis des années, c'est votre courant politique, ou les courants nationalistes qui affaiblissent l'Europe. En achetant américain, on continue à financer l'impérialisme américain. On l'a fait sous le gouvernement MR-N-VA en 2014-2018. Et vous le refaites aujourd'hui. Ouvrez grand les yeux sur ce qu'il se passe!
Vous devez convoquer une réunion urgente de l'OTAN, car l'intégrité territoriale du Danemark est menacée. Vous devez décider d'un gel immédiat sur l'achat d'armes et d'équipements américains. Et vous devez vous ressaisir et constituer l'inspiration, et non plus le regret de ne pas avoir été convoqué à la signature d'une lettre par certains pays signataires. La Belgique a été le moteur de l'Union européenne et elle doit le rester, malgré Bart De Wever.
Voorzitter:
Er zijn blijkbaar een aantal klokproblemen, wat het voor de sprekers niet makkelijker maakt. Ik hoop dat uw minuut wordt geregistreerd.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.
Over Groenland was u vrij duidelijk. Over Venezuela is het standpunt van de regering veel minder duidelijk. Het internationaal recht is niet iets waaruit à la carte kan worden gekozen: de ene dag dit, de andere dag dat, volgens de goesting van de dag. Zo werkt dat niet.
Als democratische rechtsstaat nemen wij het internationaal recht als basis voor uw handelen, niet meer en niet minder. Dat gebeurt consequent, ongeacht of het nu gaat over meer sympathieke casussen zoals Groenland, waarover iedereen het min of meer eens is, dan wel over een dictatuur zoals Venezuela. Ook wanneer het over schurkenstaten gaat, zijn en blijven de regels van internationaal recht immers een basis.
Groen wil dat de regering consequent de kaart trekt van het internationaal recht. Het is hoog tijd dat de regering dat doet en het gedrag en de dreigementen van een bullebak als Trump ook krachtig veroordeelt.
Peter Mertens:
Mijnheer de gezant van de Verenigde Staten, ik wil toch wel even iets opmerken.
De Verenigde Staten hebben vorig jaar Iran gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Somalië gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Syrië gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Jemen, Irak en Venezuela gebombardeerd. U zweeg. Wat zegt u nu? Er kunnen misschien wel legitieme bekommernissen zijn.
Wat hebt u daar eigenlijk gedaan in Washington? Naar wie hebt u daar eigenlijk geluisterd? Groenland wordt vandaag bedreigd en u stelt dat er misschien wel legitieme bekommernissen kunnen zijn. Dat is uw antwoord hier vandaag.
Als cadeau kopen wij nog meer F-35’s aan bij de Verenigde Staten en steunen wij die natie op die manier nog meer. Welk signaal geven wij eigenlijk aan de Verenigde Staten? Wij laten ons doen. Kom maar. Annexeer Groenland. Wij zullen niets doen. Wij zullen nog meer materiaal bij jullie aankopen.
Mijnheer de minister, u zit op de knieën voor de Verenigde Staten en het zal u zuur opbreken.
Benoît Lutgen:
Après cet éloge de la nuance que nous venons d'entendre, permettez-moi simplement de dire que le Danemark a acheté 12 F-35 voici un mois et demi. C'est une simple indication à titre d'exemple.
(…) : (…)
Benoît Lutgen:
Attendez! On vous a beaucoup vu vous agiter lorsque M. le ministre a dit que nous n'allions pas pleurer sur le sort de M. Maduro. Or c'est ce que vous faites! Au PTB, cela se sent! Nous avons vu vos amis en France manifester à cet égard. Oui, la manière dont M. Maduro a été capturé pose en effet question, mais je ne regrette jamais quand un dictateur est capturé. Adolf Eichmann l'a été en 1960 en Argentine. Et heureusement qu'il l'a été! Je peux vous le vous dire. C'est la Shoah derrière! Heureusement que des personnes l'ont capturé, parce que ce sont des dictateurs, et ils ont leur place en prison – et nulle part ailleurs! D'accord? Cela, nous devons pouvoir le dire aussi. Mais cela (…)
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Cela dit, vous venez de jongler entre la chèvre et le chou, et il faut du talent pour y parvenir. En tout cas, nous commençons à connaître les ficelles et, dans votre fonction, à atteindre les limites du "en même temps" des Engagés.
Tout d'abord, nous assistons à une logique impérialiste. Il faut arrêter de nous balader avec l'histoire des impératifs de sécurité américains. Si c'était vraiment leur centre d'intérêt, ils avaient pourtant déjà tout ce qu'il faut et disposaient également des accords nécessaires. Ils veulent un gain territorial. Point à la ligne! Il faut donc cesser de pécher par naïveté.
Ensuite, vous appartenez à un gouvernement qui a décidé de s'engager dans davantage de dépendance aux É tats-Unis via l'achat de ces F-35. Je peux vous dire, monsieur Lutgen, que les Danois sont en train de le regretter parce qu'ils n'en ont pas été récompensés. Par conséquent, vous allez accroître notre dépendance technologique. In fine , le slogan diplomatique de ce gouvernement est d'essayer de ménager la chèvre et le chou. Je crois qu'une telle attitude nous conduit tout droit vers le mur.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is duidelijk, net als de christendemocraten kijkt u naar een wereld op basis van multilateralisme, op basis van samenwerking en diplomatie, op basis van een waardig, gedreven buitenlands beleid waar het internationaal recht primeert. Dat is ook de beste garantie op het vlak van vrede, veiligheid en ook welvaart.
U zei: we zijn nog altijd een partner van de VS. Maar dat betekent niet dat we een knieval moeten maken ten aanzien van de VS. We moeten ook duidelijk maken aan daddy dat in ons Huis en in ons huishouden het recht van de sterkste niet geldt en dat spierballengerol daar ook niet geldt, maar dat goede afspraken goede vrienden maken. Dat is het internationaal recht. Dat betekent heel concreet ten aanzien van Groenland dat we ons aansluiten bij het VN-Handvest en dat de NAVO-afspraken blijven gelden. Dat betekent ten aanzien van Venezuela dat de Amerikaanse interventie een schending was van het internationaal recht. Dat willen we naleven.
Annick Lambrecht:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Trump zet inderdaad eeuwenoude bondgenootschappen op losse schroeven. Meer oorlog betekent meer onschuldige slachtoffers. Maar ook een slechtere economie en hogere prijzen, ook hier.
We hebben het gezegd, Europa moet het heft in handen nemen. Niemand zei het hier, maar wij zijn de grootste consumentenmarkt ter wereld. Dat is onze hefboom. Ook die moeten we gebruiken. We moeten veel sterker samenwerken in Europa. We moeten Denemarken steunen. We moeten een vuist maken, een vuist tegen China, Rusland, de VS, maar ook tegen anderen die het internationaal recht schenden.
Mijnheer de minister, ik reken erop en met mij velen, dat u binnen de EU pleit voor een Europa met veel meer en met hardere tanden. Dank u wel.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses, même si je dois vous avouer qu'elles m'inquiètent un peu parce que vous avez démontré que le droit international est en train de devenir une fable, une histoire qu'on se raconte pour se donner bonne conscience. Aujourd'hui, selon qu'on soit à Gaza ou à Washington, ce n'est pas du tout la même règle qui s'applique. Cela est, pour nous, vraiment inacceptable. Le droit international doit valoir pour tout le monde, sinon il ne signifie plus rien. C'est précisément là que se jouent notre avenir et notre autonomie: dans l'industrie, l'énergie, la défense. Il faut des choix politiques clairs, relocaliser notre industrie, sortir de la dépendance aux énergies fossiles importées, construire une capacité de défense européenne qui soit crédible et indépendante. Cela passe par le fait de bâtir une Europe qui soit souveraine, écologiste, indépendante. C'est sortir, en fait, de cette soumission aux grandes puissances, dont les États-Unis, soumission dont vous nous avez fait une démonstration assez hallucinante. L'Europe n'est pas un paillasson et la Belgique non plus. Et il ne faudra pas qu'elle le devienne avec l'Arizona.
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Niels Tas (Vooruit) dringt aan op concrete, snelle loonsverhogingen (minstens 1.000 euro netto/jaar tegen 2030) voor werkenden, met kritiek op hoge belastingen en stijgende kosten, en vraagt om duidelijke bedragen en timing. Minister Jan Jambon bevestigt stapsgewijze maatregelen (o.a. hogere belastingvrije som, kindertoeslag +33%, werkbonus +25–50 euro/maand voor lage lonen) en belooft nettostijgingen nog dit jaar, afhankelijk van parlementaire goedkeuring. Tas benadrukt dat Vooruit dit als overwinning claimt en blijft hameren op "eerlijke beloning" voor werk. Jambon koppelt uitvoering aan snelle wetgeving, zonder absolute garanties.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, Vooruit is in deze regering gestapt met maar één duidelijke opdracht: werken moet meer lonen. Dat geldt voor huishoudhulpen, zorgkundigen en leerkrachten, voor mensen die elke dag het beste van zichzelf geven, die er alles aan doen om anderen te helpen en die daarbovenop werk en gezin moeten combineren. Die mensen werken keihard, maar zien hun rekeningen stijgen. Ze moeten ook nog eens de helft van hun loon afgeven aan belastingen. Voor ons is het dan ook duidelijk dat die werkende mensen extra beloond moeten worden.
Daarom hebben we in deze regering met Vooruit al een aantal belangrijke stappen gezet, zoals de verhoging van de minimumlonen met 50 euro per maand, de verhoging van de maaltijdcheques sinds januari, en iedereen krijgt ook zijn index.
Daarnaast heeft deze regering van bij het begin één duidelijke belofte gemaakt voor iedereen die werkt. Wie werkt, zal 1.000 euro netto extra per jaar overhouden tegen 2030. Die eerste stap moet nu zo snel mogelijk, nog in 2026, worden gezet. Mensen vragen mij wanneer ze dat zullen zien op hun loonbriefje, wanneer dat zal verschijnen. Het mag geen loze belofte blijven.
Mijnheer de minister, wanneer zullen mensen die werken deze eerste koopkrachtverhoging effectief op hun loonbrief zien verschijnen? Over welk nettobedrag gaat het voor alleenstaanden en voor gezinnen met kinderen?
Jan Jambon:
Mijnheer Tas, beste Kamerleden, het maandelijks nettoloon voor iedereen die werkt, zal de komende jaren stijgen. Er is de geleidelijke stijging van de belastingvrije som, die er deze legislatuur komt en op kruissnelheid zal zijn tegen 2030. In 2029 evolueren we naar een belastingvrije som van 14.450 euro. In 2030 wordt dat 15.600 euro. Dat is respectievelijk 1.204 en 1.300 euro vrijgesteld inkomen per maand.
De toeslag voor het eerste kind ten laste stijgt tegen 2029 met 33 %.
De verhoging van de werkbonus komt er dit jaar al, voor alle lage lonen. Concreet gaan lonen tot 3.300 euro bruto er gemiddeld 25 euro op vooruit op maandbasis. Voor iemand met een minimumloon gaat het echter om bijna 50 euro per maand extra.
De berekening van de BBSZ single proof maken, dus vooral in het voordeel van alleenstaanden, zal vanaf 2028 zorgen voor een extra koopkrachtimpuls van maximaal 365,64 euro op jaarbasis.
Gepensioneerden zullen kunnen bijverdienen aan 33 %, net zoals dat in de zorgsector al van toepassing is.
Al die wetgevende initiatieven zullen binnenkort besproken worden in de commissie voor Financiën. Zodra de Kamer de definitieve wet aanneemt, kan mijn administratie werk maken van een aanpassing van het koninklijk besluit voor wat betreft de maandelijks ingehouden bedrijfsvoorheffing, zodat het maandelijks nettoloon nog dit jaar zal stijgen.
Ik hoop dus op een vlotte en constructieve behandeling van het wetsontwerp in de commissie, zodat we daarvan zo snel mogelijk werk kunnen maken.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, van belang is dat u bevestigt dat de nettolonen van de mensen dit jaar nog zullen stijgen. We hebben daarvoor hard onderhandeld. Vooruit heeft ook in de regering hard gehamerd op het feit dat we tegen 2030 die 1.000 euro extra zullen hebben. Nog dit jaar zullen mensen netto meer overhouden. Dat is extra koopkracht. Dat is ook maar eerlijk, want wie werkt, verdient zekerheid, verdient een correct loon en verdient ook een extraatje. Die strijd zal Vooruit in deze regering nooit opgeven.
De evaluatie van de dagcontracten door de NAR
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 18 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Anja Vanrobaeys (Vooruit) kaart aan dat dagcontracten ondanks het sanctiemechanisme (sinds 2023) nog steeds tot onzekerheid leiden, omdat werkgevers via omzeilconstructies (tweedaagse contracten, interim-omzeiling) het systeem misbruiken, en eist concrete uitvoering van de sociale partners' aanbevelingen om dit tegen te gaan. Minister Clarinval bevestigt dat de maatregel deels werkt (halvering dagcontracten in uitzendsector), maar erkent de nieuwe omzeilpraktijken; hij wijst op een lopende evaluatie (advies Nationale Arbeidsraad, deadline juni 2025) en belooft verdere monitoring zonder directe actie. Vanrobaeys dringt aan op onmiddellijke stappen—zo niet, dreigt ze met eigen wetsvoorstellen—om "zekerheid voor wie werkt" af te dwingen, verwijzend naar het regeerakkoord dat uitvoering van de aanbevelingen vereist. De kern: dagcontractenmisbruik blijft bestaan door regelontwijking, maar politiek en beleid botsen over de urgentie van oplossingen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, voor duizenden werknemers betekent werken met een dagcontract elke ochtend wachten op een sms: kan ik werken, of niet? Sommige mensen leven zo tien, vijftien of zelfs twintig jaar in onzekerheid, onzekerheid over hun inkomen die dag, onzekerheid over of ze wel een lening kunnen aangaan, onzekerheid over hun toekomst. Zo kan men zijn leven niet beginnen.
Sinds 2023 bestaat er een sanctiemechanisme dat het misbruik van opeenvolgende dagcontracten moet terugdringen. Werkgevers die werknemers met dagcontracten aan het lijntje houden, moeten een extra bijdrage betalen. Dat werkt, want op twee jaar tijd is het aantal dagcontracten met meer dan de helft gedaald.
Maar er blijft een probleem. De werkgevers geven nu contracten voor twee dagen, of ze geven dagcontracten buiten de interim. Eigenlijk zijn dat creatieve constructies, gewoon om de regels te omzeilen. Dat toont één ding aan, namelijk dat die werknemers nog steeds in onzekerheid blijven, terwijl die werkgevers ondertussen de winst opstrijken.
De sociale partners hebben dat dinsdag bevestigd. Ze formuleren duidelijke aanbevelingen. De werkgevers mogen zich niet langer verstoppen achter meerdere uitzendkantoren om de regels te omzeilen. Misbruik van dagcontracten buiten de interim moet streng aangepakt worden. De overheid moet dat blijven opvolgen en moet ingrijpen wanneer het systeem wordt uitgehold.
Mijnheer de minister, zult u de aanbevelingen van de sociale partners uitvoeren? Zult u bijsturen, zodat het sanctiemechanisme geen lege doos wordt en zodat de werkende mensen kunnen rekenen op zekerheid?
David Clarinval:
Mevrouw Vanrobaeys, de wetgever en de sociale partners besteden bijzondere aandacht aan de problematiek van de opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector. In zijn advies nummer 2.310 heeft de Nationale Arbeidsraad uitdrukkelijk de noodzaak benadrukt om de effecten van het nieuwe systeem, dat op 1 januari 2023 in werking is getreden, te evalueren, zowel wat betreft de doeltreffendheid als de mogelijk ongewenste neveneffecten ervan.
In die context heeft mijn collega-minister Vandenbroucke de Nationale Arbeidsraad formeel verzocht om de maatregel met betrekking tot de opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector te evalueren. Dat verzoek past in het kader voorzien door zowel advies nummer 2.310 als door het federaal regeerakkoord. Het advies van de Nationale Arbeidsraad is er met name op gericht om uiterlijk op 30 juni 2025 over een analyse te beschikken op basis van de opvolging en monitoring uitgevoerd sinds de inwerkingtreding van de responsabiliseringsbijdrage, met name op basis van de gegevens die zesmaandelijks worden bezorgd door de RSZ.
Er werd me deze ochtend om 11.10 uur officieel een advies gecommuniceerd, mevrouw Vanrobaeys. Het advies van de Nationale Arbeidsraad concludeert dat de responsabiliseringsbijdrage, die sinds 1 januari 2023 wordt toegepast, doeltreffend is, aangezien ze heeft geleid tot een forse daling van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector. De Nationale Arbeidsraad stelt evenwel ontwikkelingseffecten vast, met een toename van uitzendcontracten van twee dagen, opeenvolgende dagcontracten buiten de uitzendsector en het inschakelen van dezelfde werknemers via meerdere uitzendkantoren. De Nationale Arbeidsraad beveelt dan ook aan de monitoring voort te zetten, het responsabiliseringsmechanisme uit te breiden naar gebruikers die een beroep doen (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer de minister. In de wandelgangen wordt dat zeker voortgezet.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, voor Vooruit is het helder: wie werkt, verdient meer dan een sms. Wie werkt, verdient zekerheid. Vooruit heeft jarenlang misbruik van dagcontracten aangepakt. We hebben werkgevers gewezen op hun verantwoordelijkheid, maar vandaag zien we dat zij opnieuw achterpoortjes vinden. Het regeerakkoord is op dat vlak duidelijk: na de evaluatie worden de aanbevelingen van de sociale partners uitgevoerd. U vertelt mij over het rapport, maar het is tijd om aan de slag te gaan. Als u het niet doet, dan liggen mijn wetsvoorstellen klaar, want wie elke dag werkt, verdient zekerheid.
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 18 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Niels Tas (Vooruit) kaart spookbedrijven (400.000 in België) aan die btw-fraude en drugscriminaliteit facilteren, en eist prioritaire aanpak van deze grootschalige fraude die eerlijke belastingbetalers benadeelt. Minister Jan Jambon bevestigt dat fraudebestrijding topprioriteit is, met een nationaal fiscaal parket, versterkte FIOD en betere samenwerking tussen diensten via het College voor Fiscale Fraude, plus 100 extra BBI-inspecteurs. Tas benadrukt concrete stappen zoals 377 nieuwe inspecteurs en datamining via CAP, met als resultaat al 807 PV’s in Limburg. Beide partijen bevestigen de gezamenlijke inzet om fraudeurs en criminelen harder aan te pakken.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, één adres dat bij curatoren welbekend is door honderden faillissementen; van een kapperszaak, een verhuisfirma tot een transportbedrijf.
België telt maar liefst 400.000 spookbedrijven. Ondernemingen die schulden opbouwen en worden ingezet voor btw-fraude en drugscriminelen. Ze bestaan louter op papier, bouwen een schuldenput op en verhuizen vervolgens om zich opnieuw te verschuilen.
De fiscus staat erbij en kijkt ernaar omdat er onvoldoende tijd en middelen zijn om al die fraudeurs en criminelen op te sporen. Dat is hallucinant. Een gewone burger die verhuist, krijgt immers binnen de week de wijkagent aan de deur. Valsspelers die daarentegen voor miljoenen frauderen en andere ondernemers bedriegen, kunnen hun gang blijven gaan.
Vooruit is in deze regering gestapt met één duidelijke missie, namelijk ervoor zorgen dat de sterkste schouders hun eerlijk deel doen. Dat doen we met de historische invoering van de meerwaardebelasting, met de verhoging van de bankentaks, met de verdubbeling van de effectentaks en met datamining op het CAP, waarbij fraudeurs veel gerichter zullen worden opgespoord.
Daarom zet deze regering ook een belangrijke stap in de strijd tegen fraude, met de oprichting van een nationaal fiscaal parket. Dat wordt een gespecialiseerde eenheid die fiscale en financiële fraude moet opsporen en aanpakken. Mensen die elke dag gaan werken en de helft van hun loon afstaan aan belastingen, verwachten van ons, van de politiek, dat we alles in het werk stellen om grootschalige fraude aan te pakken.
Daarom heb ik, mijnheer de minister, eigenlijk maar één vraag. Zult u samen met ons een absolute prioriteit maken van de opsporing en de bestraffing van deze fraude?
Jan Jambon:
Wie hier een paar uur blijft zitten, gaat met veel balpennen naar huis, zij het niet altijd met de juiste kleur. Ze gaan wellicht in de pocket. Voorlopig is dat zo, maar dat kan nog veranderen.
Mijnheer de voorzitter, collega's, mijnheer Tas, de huidige regering maakt van fraudebestrijding inderdaad een absolute prioriteit, zoals u terecht hebt opgemerkt. Het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude is inmiddels al verschillende keren samengekomen en werkt aan een actieplan dat voor mij en naar ik aanneem ook voor u, snel moet worden gefinaliseerd.
Specifiek is de bestrijding van spookbedrijven niet enkel de bevoegdheid van de FOD Financiën. U weet dat verschillende administraties daarbij betrokken zijn. Alle betrokken diensten zijn evenwel vertegenwoordigd in dat College. Dankzij het College maken wij een betere informatiedeling mogelijk en kunnen wij verschillende maatregelen zowel operationeel als logistiek snel bijsturen aangezien in het College de verschillende betrokken administraties samenwerken.
Behalve de betere samenwerking werken wij ook aan een versterking van de volledige keten van de fraudebestrijding. In reeds goedgekeurde wetten, waarnaar u hebt verwezen, werd niet alleen werk gemaakt van verschillende antifraudemaatregelen uit het regeerakkoord, maar werd ook beslist tot bijkomende maatregelen met het oog op een efficiëntere fraudebestrijding. Er komt een financieel parket en er zal een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst, de bewuste FIOD, worden opgericht. Van de FIOD wil ik zo snel mogelijk werk maken. Er moeten eerst nog enkele dossiers door het Parlement worden behandeld. Daarna kan de FIOD worden gerealiseerd. Bovendien zal de BBI, zoals u weet, worden versterkt met 100 VTE’s.
Kortom, de volledige keten die verantwoordelijk is voor de fraudebestrijding, wordt versterkt. De wetgeving wordt aangescherpt. De controlecapaciteit wordt verhoogd. Ook de bestraffing moet en zal sneller en efficiënter worden. Immers, zoals u hebt gesteld, raakt elke euro die door fraude verloren gaat, de hele samenleving en is bijzonder oneerlijk.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw engagement voor onze gemeenschappelijke strijd. Deze regering maakt van de aanpak van fraude absoluut een topprioriteit door de aanwerving van 377 nieuwe inspecteurs, door via datamining op het Centraal Aanspreekpunt (CAP), mijnheer Van Quickenborne, fraudeurs veel gemakkelijker op te sporen en door de oprichting van een nationaal fiscaal parket. Die strijd loont, want alleen al in Limburg werden de afgelopen jaren 807 processen-verbaal opgesteld na controles van spookbedrijven. Voor Vooruit is het heel duidelijk. Iedereen moet eerlijk bijdragen, ook de fraudeurs, de drugscriminelen en de valsspelers die geld stelen van wie het echt nodig heeft. Vooruit zal, samen met deze regering, deze strijd verder opvoeren.
De dringend noodzakelijke aanhoudende en versterkte druk op Israël
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Achraf El Yakhloufi noemt het staakt-het-vuren in Gaza "een dikke leugen", wijzend op aanhoudende bombardementen, hongersnood en 350 doden na 10 oktober, terwijl Belgische banken en bedrijven volgens hem de bezetting financieren—hij eist concrete sancties en een investeringsverbod voor Belgische banken die Israëlische nederzettingen steunen. Maxime Prévot erkent de fragiele wapenstilstand en humanitaire crisis (belemmerde hulp, geweld door kolonisten, IDF-schendingen van internationaal recht), maar benadrukt enkel verbaal protest (bv. veroordeling UNRWA-inval). El Yakhloufi dringt aan op dwingende economische maatregelen om druk uit te oefenen, met de leus: "Spreken in de taal van het geld."
Achraf El Yakhloufi:
Voordat ik begin, richt ik mij tot alle collega’s hier. De burgers hebben hier niets aan. Als wij beleid willen voeren, hebben zij niets aan de show die hier wordt opgevoerd.
Collega’s, the ceasefire is a big fat lie , het staakt-het-vuren is een dikke leugen. Dat is wat de mensen in Gaza vandaag zeggen. Dat is de harde waarheid, de harde realiteit. Wat is er veranderd voor de mensen na 10 oktober, na het zogenaamde staakt-het-vuren? Helemaal niets. De bombardementen gaan gewoon door. De gedwongen verhuizing van de Palestijnen gaat gewoon door. De blokkade van voedsel en drinkwater gaat gewoon door. Sterker nog, de bezetting wordt elke dag sneller en agressiever. Sinds 10 oktober zijn er 350 Palestijnen gestorven. Van welk staakt-het-vuren is hier sprake? Pasgeboren baby’s zijn ondervoed. Elke dag vechten zij voor hun leven. Daarnaast zijn er meer dan 700.000 Israëlische kolonisten in de bezette gebieden, verspreid over 280 nederzettingen. Ja, the ceasefire is a big fat lie .
Vergis u niet, de bezetting gebeurt niet zomaar. Dat wordt niet alleen gedaan door de betrokkenen, ook banken en bedrijven zijn erbij betrokken, banken die de financiering steunen en bedrijven die met bulldozers en technologieën het enige ziekenhuis dat daar staat platgooien.
Mijnheer de minister, sinds 2 september hebben wij in Europa een sterk akkoord bereikt met harde sancties. In plaats van te wachten op Europa, nemen wij zelf maatregelen: verlies van tegoeden van Israëlische misdadigers, inreisverbod en een nationale importban, op papier. Ik heb één vraag. Welke sancties zijn er inmiddels daadwerkelijk doorgevoerd? (…)
Maxime Prévot:
Mijnheer El Yakhloufi, in oktober heb ik het plan voor Gaza, dat voorgesteld werd door president Trump en aanvaard werd dankzij de bemiddeling van Egypte, Qatar en Turkije, met voorzichtig optimisme verwelkomd.
Enerzijds zijn de gevechten in Gaza grotendeels tot stilstand gekomen, maar anderzijds blijven er grote uitdagingen bestaan. De wapenstilstand is fragiel. Het geweld gaat door, wat extra burgerslachtoffers veroorzaakt. Humanitaire hulp wordt nog steeds belemmerd door het blokkeren van dual - use goods en door de voortdurende sluiting van de grensovergangen Rafah en Allenby.
De aangekondigde verhuizing van 1 miljoen mensen naar zogenaamde alternatieve veilige gemeenschappen en het aanhouden van beperkingen voor UNRWA en ngo’s baren ernstige zorgen, evenals de Israëlische aankondigingen dat de IDF zich niet uit Gaza zou terugtrekken. Dit alles vormt nog steeds een ernstige bedreiging voor het noodzakelijke respect voor het internationaal humanitair recht.
Nog deze week heb ik de inval van de Israëlische veiligheidsdiensten in een UNRWA-complex in Oost-Jeruzalem veroordeeld, ondanks het feit dat de infrastructuur van de Verenigde Naties onaantastbaar is onder het internationaal recht.
Intussen is het geweld door kolonisten op de Westelijke Jordaanoever nooit zo hoog geweest in de afgelopen 20 jaar, terwijl de IDF nieuwe militaire interventies in het noorden uitvoerde. Dit leidde tot moorden op onschuldige mensen en tot gedwongen verplaatsingen. Ik heb dit publiekelijk veroordeeld, in het bijzonder de beelden waarop Israëlische soldaten burgers die zich overgeven koelbloedig neerschieten (…)
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer de minister.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza moet stoppen, daarover is iedereen het eens. Toch blijven Belgische banken en bedrijven Israëlische bezettingen financieren. Dat is voor Vooruit onaanvaardbaar. Wij kozen vanaf het begin de kant van de slachtoffers, van alle onschuldige slachtoffers. Dat doen we nu opnieuw. Ons voorstel ligt klaar, wij vragen een investeringsverbod voor alle Belgische banken die met ons spaargeld Israëlische bezettingen financieren. No way. Laten wij de taal spreken die de banken en Netanyahu goed begrijpen, namelijk de taal van het geld. Wij rekenen op u, mijnheer de minister. België moet er alles aan doen om de horror in Gaza te stoppen en vooral om die mensen te helpen.
De stand van zaken met betrekking tot de Europese farmawetgeving
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 11 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Jan Bertels (Vooruit) benadrukt dat betaalbare, toegankelijke zorg voor iedereen centraal moet staan en pleit voor het nieuwe Europese farmapakket om geneesmiddelentekorten en winstgedreven productieverplaatsingen tegen te gaan, met extra aandacht voor weesgeneesmiddelen en strategische EU-autonomie. Minister Vandenbroucke bevestigt dat het bereikte akkoord drie kerndoelen realiseert: versnelde toelating (180 dagen ipv 210), verplichte levering aan alle EU-landen (inclusief kleine markten zoals België) en striktere regels tegen tekorten (meldplicht, preventieplannen, beperking parallelle handel), terwijl het investeringsklimaat verbetert. Bertels sluit af door te herhalen dat solidariteit en betaalbare zorg voor Vooruit blijvende prioriteiten zijn, zowel nationaal als Europees.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, wie ziek is, moet geholpen worden met de juiste zorg. Iedereen heeft recht op de beste en betaalbare zorg, zonder te moeten vrezen voor onbetaalbare facturen. Solidariteit, mijnheer Dedecker, daarvoor zal Vooruit als partij van de zorg blijven strijden, hier in het Parlement en in het Europees Parlement.
De meer dan twintig jaar oude Europese geneesmiddelenwetgeving is absoluut aan modernisering toe. Vandaar dat wij, samen met u, mijnheer de minister, hebben geijverd en gestreden voor een nieuw Europees farmapakket, een pakket dat de beschikbaarheid van betaalbare geneesmiddelen voor onze patiënten garandeert. Het moet tekorten vermijden en ervoor zorgen dat firma’s niet zomaar een land zonder geneesmiddelen kunnen zetten door hun productie en/of consumptie te verhuizen naar een land waar zij meer winst kunnen maken. Met het pakket moderniseren we ook het Europees Geneesmiddelenagentschap, zodat innovatieve geneesmiddelen sneller beschikbaar worden, en stimuleren we innovatie en onderzoek naar bijvoorbeeld weesgeneesmiddelen, die bijzonder belangrijk zijn voor patiënten met een zeldzame ziekte. Tot slot versterken we met het pakket onze strategische autonomie en onze concurrentiepositie in Europa en verminderen we de afhankelijkheid van niet-EU-landen.
Mijnheer de minister, vanmorgen omstreeks vijf uur is na zeer lange onderhandelingen een politiek akkoord bereikt tussen de Raad en het Parlement over de hervorming van de Europese farmawetgeving. Kunt u toelichten welke doelstellingen werden bereikt en wat de hopelijk voor ons land positieve gevolgen zijn?
Frank Vandenbroucke:
Er is inderdaad vannacht een akkoord bereikt over de Europese wetgeving betreffende de geneesmiddelen. We hebben daar vanuit ons land twee jaar hard aan geduwd.
We hebben natuurlijk de definitieve teksten nog niet, maar ik meen te mogen zeggen dat drie belangrijke doelstellingen ermee bereikt worden. Ten eerste, de patiënten zullen sneller noodzakelijke geneesmiddelen krijgen. Ten tweede, een geneesmiddel dat een Europese vergunning krijgt, moet aan alle Europeanen aangeboden worden, ook in kleinere markten als die in België, die Big Pharma soms graag links laat liggen. Ten derde, we krijgen meer wapens in de strijd tegen onbeschikbare geneesmiddelen. Bovendien verwezenlijken we die doelstellingen met op de achtergrond een interessanter investeringsklimaat.
Ten eerste zullen geneesmiddelen en therapieën dus sneller vergund worden op de Europese markt. De beoordelingsprocedure wordt versneld van 210 naar 180 dagen. De bedrijven zullen, als ze een vergunning hebben, dus ook bij ons sneller terugbetaling kunnen vragen. Wij zijn bezig met onze procedures voor terugbetaling voor de patiënten te versnellen.
Ten tweede, we zullen als lidstaat de bedrijven kunnen verplichten om, als ze een vergunning hebben gekregen, het medicijn aan onze patiënten aan te bieden en de terugbetaling ervan in ons land aan te vragen.
Ten derde, we krijgen wapens in de strijd tegen de schaarste, tegen de tekorten. Zo moeten bedrijven preventieplannen uitwerken en zes maanden op voorhand melden als er tekorten drreigen. We zullen ook extra informatie en mogelijkheden krijgen om in te grijpen bij parallelle handel. Kortom, de patiënten zullen van het akkoord beter worden. Het betekent een belangrijke stap vooruit.
Jan Bertels:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Beter voor de patiënten, dat horen we graag. De Europese farmawetgeving moet inderdaad een duidelijk kader scheppen. Dat kader is belangrijk voor een eerlijke verdeling, de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van geneesmiddelen tegen een redelijke prijs. De beste en betaalbare zorg voor iedereen, die boodschap brengen wij, socialisten van Vooruit, al jaren en blijven we doen, tot in Europa. De beste en betaalbare zorg, toegankelijk voor iedereen, zal voor ons een strijdpunt blijven, hier, nu, morgen en overmorgen. Als partij van de zorg met solidariteit hoog in het vaandel, zullen we dat overal blijven zeggen.
Het verbod op sociale media voor jongeren
De studie van de HGR over de regulering van de toegang van jongeren tot de sociale netwerken
De aanbevelingen van de HGR over de sociale netwerken
Beperking en regulering van sociale media voor jongeren
Gesteld door
Vooruit
Funda Oru
Les Engagés
Ismaël Nuino
MR
Florence Reuter
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 4 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Funda Oru (Vooruit) pleit voor een verbod op sociale media voor kinderen onder 15, gesteund door de Hoge Gezondheidsraad, om hun mentale gezondheid te beschermen tegen schadelijke algoritmes en content. Minister Vanessa Matz wil een leeftijdsgrens met strenge digitale leeftijdscontroles (via e-ID), maar stelt eerst een parlementair debat voor om tot een haalbare oplossing te komen, in lijn met EU-kaders. Critici zoals Florence Reuter benadrukken dat een puur verbod onuitvoerbaar is zonder betrouwbare verificatie en wijzen op de positieve kanten van digitale geletterdheid, terwijl Ismaël Nuino de technische uitdagingen aankaart (zoals gemakkelijk omzeilde leeftijdschecks). De focus ligt op snelle, maar doordachte regelgeving met samenwerking tussen overheid, platformen en ouders.
Funda Oru:
Mevrouw de minister, filmpjes met levensgevaarlijke challenges, onrealistische schoonheidsidealen of puur racisme en seksisme vormen een deel van de vreselijke rommel die vandaag onze jongeren via sociale media binnenkrijgen, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, vaak uren aan een stuk, want Vlaamse jongeren spenderen vandaag gemiddeld acht uur per dag aan schermtijd, boven op de schermtijd die ze op school al krijgen. Dat is onbegrijpelijk en hallucinant, ook omdat we vandaag weten wat de schadelijke gevolgen van sociale media zijn voor het mentale welzijn van onze kinderen: zelfverminking, eetstoornissen, depressies. Net als vele andere ouders ben ik ongerust. We voelen ons vandaag vooral machteloos tegenover de grote techgiganten en hun giftige algoritmes.
Ouders racen vandaag elke dag tegen de klok. Ze gaan werken, brengen hun kinderen naar school, maken eten klaar. Zoveel verantwoordelijkheden maken het onmogelijk om continu te controleren welke beelden hun kinderen online binnenkrijgen. Daarom legt Vooruit een voorstel op tafel, namelijk een verbod op sociale media voor kinderen. De Hoge Gezondheidsraad steunt dat ook. Andere studies en experts adviseren hetzelfde en andere landen doen het ons voor. In Denemarken kan het, in Frankrijk kan het, Australië doet het. Dan moet het hier in België ook kunnen. Het moet gedaan zijn met die schadelijke Chinese en Amerikaanse algoritmes die maar één doel hebben: de gezondheid van onze kinderen schaden. Ons voorstel is duidelijk: een socialemediaverbod voor kinderen tot 15 jaar om ouders te versterken in deze strijd en vooral om onze kinderen te beschermen.
Mevrouw de minister, steunt u ons voorstel voor een verbod op sociale media?
Ismaël Nuino:
Madame la ministre, nous avons deux minutes. Si cela vous convient, je vous propose de créer en direct un compte Facebook. (M. Nuino sort son téléphone portable et réalise les manipulations de manière à ce que la ministre puisse suivre) . Tout le monde sait comment ça marche. Je m'appelle Ismaël Nuino, je suis jeune et j'ai envie d'être sur Facebook comme tout le monde.
J'appuie sur "Suivant" après avoir renseigné mon prénom et mon nom. Bonne nouvelle, la plateforme me demande mon âge, ma date de naissance. Peut-être l'ignorez-vous, pour ouvrir un compte Facebook, il faut avoir minimum 13 ans. Admettons pour la démonstration que moi, Ismaël, j'ai 10 ans, je suis né en 2015. Si je renseigne cette année de naissance et clique sur "Suivant", la création du compte est impossible.
Bonne nouvelle, me direz-vous. J'appuie sur "OK" et je suis renvoyé sur la page où on me demande de renseigner ma date de naissance. Cette fois-ci, parce que j'ai vraiment très envie d'être sur Facebook, j'indique être né en 2010, et donc que j'ai 15 ans.
J'ai un peu d'appréhension, je me dis que Facebook ne sera pas dupe, mais j'appuie tout de même sur "Suivant" et constate que je peux poursuivre la procédure de création de compte. Là se trouve d'après moi le nœud du problème, madame la ministre.
Ce qui nous conduit à vous interroger aujourd'hui, c'est ce rapport du Conseil Supérieur de la Santé (CSS), qui nous montre l'impact néfaste que peuvent avoir les réseaux sociaux sur les jeunes. Malheureusement, Ismaël a vraiment créé son compte à 10 ans. Je suis allé vérifier, j'ai créé mon compte Facebook à cet âge, parce que comme tous mes potes, j'avais envie d'être sur Facebook et rien ne me l'interdisait, ni la loi, ni – comme vous l'avez vu – Facebook.
Madame la ministre, que pensez-vous de ce rapport? N'est-il pas temps – nous sommes en train d'y travailler en commission sous votre impulsion – de se demander comment, d'une part, fixer cet âge et, d'autre part, le vérifier? C'est indispensable parce que même si un âge minimal est théoriquement défini, ni Facebook ni les autres plateformes ne jouent le jeu. Comment donc procéder pour décider d'un âge et comment s'assurer que ce soit bien implémenté?
Florence Reuter:
Madame la ministre, j'ai essayé avec mon âge, mais j'ai été acceptée tout de suite. C'est ainsi: j'ai plus de 13 ans!
Plus sérieusement, je vous ai déjà fait part de l'inquiétude, notamment en tant que maman, que m'inspirent l'usage des réseaux sociaux et le recours intempestif aux écrans par les jeunes, en particulier les adolescents. Le rapport du Conseil Supérieur de la Santé, lui, est nettement plus mesuré et plus nuancé que les appels à une interdiction pure et simple. Nous savons que le Parlement européen a également voté une résolution pour une meilleure protection des jeunes face aux réseaux sociaux et, principalement, aux plateformes. Il met en garde devant les dangers que représentent ces réseaux pour nos adolescents. Toutefois, il cite aussi les bienfaits du numérique. Il faut en effet vivre avec son temps. On peut tout interdire, mais le numérique, les réseaux, internet, les écrans font désormais partie de la vie quotidienne des adolescents et de l'évolution de la société.
Pour moi, il n'existe pas de réponse unique qui serait l'interdiction bien qu' a priori , en tant que mère, j'y serais favorable. Interdire, c'est bien, mais comment appliquer ensuite cette interdiction? C'est là le nœud du problème. Comment appliquer une interdiction, si ce n'est en obligeant les plateformes à employer un logiciel qui permettrait de voir si l'enfant ou l'adolescent a, plus ou moins, 13, 14 ou 15 ans.
Madame la ministre, quelle position ce rapport inspire-t-il au gouvernement? Quid des difficultés énoncées? C'est bien de décider d'une interdiction, mais à quoi sert-elle si on ne peut l'appliquer? Puisque c'est une question générale, quels sont vos contacts avec les entités fédérées à ce sujet?
Vanessa Matz:
Beste collega's, veel ouders maken zich zorgen over de veiligheid van hun kinderen online. Met wie komen ze in contact? Welke berichten zien ze?
Régulièrement, comme vous l'avez tous rappelé, des tendances dangereuses circulent sur les réseaux sociaux. Il suffit de voir les challenges sur TikTok. On est parvenus, avec d'autres États membres, à enlever le hashtag SkinnyTok, mais cela fleurit tous les jours. Les risques ne se limitent évidemment pas à ces tendances-là. Sur ces plateformes, un mineur peut en quelques secondes tomber sur des contenus inappropriés, violents ou à caractère sexuel. La structure même de ces sites est extrêmement addictive, conçue pour capter l'attention et influencer des esprits qui ne sont pas encore totalement formés. Tout cela démontre une chose: les réseaux sociaux ne sont pas un terrain de jeu sans conséquences pour nos enfants.
Het is essentieel om de kwestie van online veiligheid van jongeren met expertise te bekijken. Ik dank collega Vandenbroucke voor het rapport dat hij opvroeg bij de Hoge Gezondheidsraad.
Les conclusions du rapport confirment la nécessité de mettre en place une véritable protection des jeunes en ligne et de définir un âge minimum pour l’accès aux réseaux sociaux. Celles et ceux qui ont lu le rapport de manière incomplète ne l’ont pas vu. Même si cela n’apparaît pas dans le résumé, le rapport indique clairement qu’une majorité d’experts se prononcent en faveur de l’instauration d’un âge minimum.
Je partage leur avis, mais définir un âge minimum ne servirait à rien sans dispositif de contrôle. Tout comme il faut prouver son âge pour acheter de l’alcool, ou pour entrer en boîte de nuit lorsqu’un vigile contrôle à l’entrée, nous avons besoin d’un dispositif similaire pour l’accès aux réseaux sociaux. C’est d’ailleurs exactement ce que souligne le rapport du CSS, qui appelle à instaurer une vérification de l’âge, c’est-à-dire un dispositif fiable garantissant que la limite légale fixée soit réellement respectée.
Soyez-en assurés, je suis déterminée à doter la Belgique d'un cadre législatif robuste, avec une vraie vérification de l'âge, grâce à l'authentification numérique. Nous avons, en Belgique, toute l'expertise nécessaire pour y parvenir. La commission de la Justice, présidée par notre collègue, entamera prochainement des travaux sur la question de la protection des jeunes en ligne et la fin de l'anonymat en ligne.
In dit land hebben we de gewoonte om wetten te maken binnen de regering en ze pas daarna te bespreken in het Parlement. Ik wil dat omkeren, met eerst een grondig parlementair debat, waarna we op basis van aanbevelingen voortvloeiend uit dat debat wetteksten uitwerken.
Dès que le Parlement aura rendu ses recommandations, je déposerai un projet de loi solide pour protéger les mineurs en ligne, un projet cohérent avec le cadre européen.
Je refuse que l’espace numérique soit un Far West où, en l’absence de règles, la loi du plus fort prévaudrait. Je suis convaincue que grâce à un cadre solide, nous pouvons faire en sorte que les réseaux sociaux continuent de rapprocher les gens tout en étant plus sûrs pour les jeunes.
Funda Oru:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord en voor de inspanningen die u wilt leveren om onze kinderen te beschermen. Ouders zijn vandaag echt bezorgd en rekenen op een sterke overheid om hen te helpen hun kinderen te beschermen. Daarom hebben we met Vooruit dat voorstel van een verbod op sociale media voor kinderen tot 15 jaar op tafel gelegd, zoals dat ook in andere landen geldt. Ons voorstel is klaar en duidelijk, u kunt ermee aan de slag gaan.
Collega's, ik zeg zeer vaak: It takes a village to raise a child . Met Vooruit zijn we een bondgenoot voor ouders. We voeren dezelfde strijd. Het is heel belangrijk om heel snel aan het werk te gaan om onze kinderen te beschermen tegen alle rommel die ze vandaag via sociale media binnenkrijgen.
Ismaël Nuino:
Madame la ministre, nous vous soutenons à 100 % pour le travail que vous avez prévu de mener. La commission de la Justice va organiser des auditions sur la question de la limite d'âge, sur notre capacité à y parvenir techniquement et aussi sur la manière de contrôler le respect ou non de nos lois sur les réseaux sociaux. Je suis d'ailleurs heureux de vous annoncer que ces auditions commenceront en janvier et que c'est à ce moment-là que nous pourrons avoir un vrai débat démocratique, tel que vous l'avez initié.
Cette question peut paraître amusante, mais notre société a toujours réussi – elle a toujours essayé en tout cas – à protéger les jeunes; en limitant l'âge pour pouvoir conduire, parce que ça peut être dangereux; en limitant l'âge pour avoir accès à de l'alcool; en essayant à chaque fois de les protéger parce que l'enfance est un moment qui doit être privilégié.
Aujourd'hui, les jeunes passent en moyenne trois heures par jour sur les réseaux sociaux et on ne peut pas se dire que ces trois heures quotidiennes sont des zones de non-droit, des zones sur lesquelles on n'a aucune prise et des zones où l'État décide de les abandonner.
Alors, madame la ministre, nous vous soutenons à 100 %.
Florence Reuter:
La protection des jeunes face aux écrans et aux réseaux sociaux est essentielle. Nous sommes tout à fait d'accord là-dessus. Elle passe par plusieurs canaux. Il y a la prévention, c'est pour ça que je vous interrogeais sur les entités fédérées. Il y a la sensibilisation, le rôle des parents, le rôle de l'école, le rôle des associations. C'est un tout. Et puis, il y a effectivement le rôle de la vérification. Cependant, cet outil de vérification dont vous parlez existe déjà, puisqu'il est testé actuellement par la Commission européenne. Il est d'ailleurs malheureux que la Belgique ne participe pas directement à ce test car, effectivement, je pense que c'est la clé. Aujourd'hui, il faut pouvoir vérifier si l'enfant ou l'ado a 13, 14 ou 15 ans. Quel que soit l'âge adapté, il faut pouvoir le vérifier. Mais, aujourd'hui, interdire purement et simplement, sans avoir l'ensemble des données et, surtout, sans cet outil de vérification, est évidemment chose vaine.
Het principeakkoord tussen bpost en Temu
De deal tussen bpost en Temu
bpost en Temu samenwerkingsakkoord
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 4 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Unizo en Comeos bekritiseren de deal tussen bpost en Temu, die volgens hen oneerlijke concurrentie, onveilige Chinese producten (o.a. giftig speelgoed) en uitbuiting bevordert, terwijl lokale handelaars en auteursrechten in het gedrang komen. Minister Vanessa Matz bevestigt dat bpost autonoom handelt maar erkent de bezorgdheden over normschending en oneerlijke concurrentie, na een constructief overleg met sectoren en collega-minister Simonet. Geen concrete garanties werden gegeven, wel beloofde men de dialoog voort te zetten in januari 2026, terwijl hoorzittingen met bpost en handelsfederaties gepland zijn. Kritici, zoals Nele Daenen en Lieve Truyman, eisen strengere bescherming voor consumenten, lokale bedrijven en intellectuele eigendom, met nadruk op de rol van de overheid als waakhond.
Nele Daenen:
"Een kaakslag voor Belgische handelaars die de regels wel naleven", zo luidde de reactie van Unizo en Comeos op de deal tussen bpost en de Chinese webshop Temu. Eerlijk gezegd kan ik dat begrijpen, mevrouw de minister. De deal wordt beklonken net op het moment dat de federale regering extra maatregelen neemt tegen de toevloed van spotgoedkope pakjes uit China, pakjes met onveilige tot zelfs giftige producten die niet voldoen aan onze Europese veiligheidsnormen, om nog maar te zwijgen van de achter die goedkope producten liggende pure uitbuiting met ondraaglijke werktijden van 18 uur per dag voor een hongerloon.
Bpost zet de deur helemaal open voor gevaarlijk kinderspeelgoed met giftige stoffen in onze Vlaamse huiskamers. Wie is hier de grote winnaar? Dat is Temu, de Chinese webshop die vorig jaar nog zijn winst verdubbelde tot honderden miljoenen euro's.
De deal roept heel wat vragen op, mevrouw de minister, over de gevolgen voor al onze lokale handelaars, voor onze kunstenaars wier illustraties Temu illegaal overneemt, en vooral voor consumenten op het vlak van veiligheid en gezondheid. Bpost is nog steeds een overheidsbedrijf en mensen verwachten van een sterke overheid dat ze ook hen beschermt.
U had daarom afgelopen week een overleg met de handelsfederaties en bpost. In de media konden we lezen dat dat overleg heel goed en constructief verliep. Ik heb daarom maar één vraag voor u. Kreeg u garanties over de samenwerking tussen bpost en Temu en de impact hiervan op onze economie, op onze bedrijven en op onze consumenten?
Lieve Truyman:
Mevrouw de minister, elke dag komen er meer dan 4 miljoen pakjes toe in ons land en 91 % daarvan zijn Chinese pakjes. Veel producten zijn niet veilig en vaak gaat het om namaakproducten.
Met de pakjestaks zet de arizonaregering de eerste stap in de strijd tegen die tsunami aan Chinese pakjes. Dat is een noodzakelijke stap om de oneerlijke concurrentie tegen te gaan.
Terwijl Temu een van die Chinese verkoopplatforms is die zorgen voor een economisch onevenwicht op onze Belgische markt, sloot bpost enkele dagen na de bekendmaking van de maatregel van de regering echter een overeenkomst met Temu. Dat doet heel wat vragen rijzen. Mevrouw de minister, speelt u daarin een rol? Beschikt bpost over de nodige mandaten om die overeenkomst te sluiten? Hebt u begrip voor de bezorgdheden van Comeos en UNIZO? We hebben begrepen dat u gisteren samenzat met de sectorfederaties UNIZO en Comeos en dat bpost daar ook bij aanwezig was. Wat is het resultaat van dat overleg?
Vanessa Matz:
Collega’s, ik heb net zoals u in de pers kennisgenomen van het samenwerkingsprotocol tussen bpost en Temu. Bpost is een autonoom overheidsbedrijf, dat zijn eigen operationele keuzes maakt. Op dat vlak kom ik niet tussenbeide.
Gisteren hebben de commissies voor Mobiliteit en voor Economie beslist om hoorzittingen te organiseren met bpost, de handelsfederaties en SFPIM, zodat zij hun standpunten kunnen toelichten. Op mijn initiatief hebben wij gisteren ook samengezeten met bpost, de handelsfederaties en collega-minister Simonet. Dat was een constructief en open overleg. De handelsfederaties uitten hun bezorgdheid over de groeiende oneerlijke concurrentie als gevolg van de komst van producten op de Europese markt die niet altijd aan de Europese normen voldoen. Ik deel die bezorgdheid.
Bpost benadrukte dat het samenwerkingsproject met Temu gericht is op het verzekeren van de lokale handel via lokale en pan-Europese leveringen.
De verschillende partijen hebben beslist de dialoog voort te zetten tijdens een volgende vergadering in januari 2026.
Nele Daenen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik juich uw initiatief om gelet op de talrijke bezorgdheden met bpost in overleg te gaan, alvast toe. Iemand betaalt immers de prijs voor die goedkope, giftige producten. Een sterke overheid moet daarom onze bedrijven en onze consumenten beschermen. Daaraan geven wij onze volledige steun.
De Vooruitfractie rekent erop dat u het dossier blijft opvolgen omwille van al onze lokale handelaars, al onze consumenten en onze veiligheid en gezondheid.
Voorzitter:
Mevrouw Daenen heeft haar eerste vraag gesteld tijdens de plenaire vergadering. (Applaus)
Lieve Truyman:
Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. Inderdaad, de massale instroom van spotgoedkope Chinese pakjes toont aan dat onze markt door oneerlijke concurrentie wordt overspoeld. Bovendien plegen deze platformen schaamteloos inbreuk op eigendomsrechten en auteursrechten. Denk maar aan pedagogische voorleesboekjes.
Collega's, we mogen deze focus absoluut niet verliezen. We moeten erop toezien dat onze handelaars en ondernemers een eerlijke kans krijgen, dat onze kinderen veilig speelgoed onder de kerstboom vinden en dat onze auteurs en ondernemingen beschermd blijven. Als David tegen Goliath, zo gaan wij de strijd aan.
Voorzitter:
Hiermee werd de laatste vraag van dit vragenuurtje gesteld. Bedankt, mevrouw de minister. Ik sluit hierbij het vragenuurtje af.
De bevroren Russische tegoeden en de vredesonderhandelingen over Oekraïne tussen de VS en Rusland
De Europese plannen voor een confiscatie van Russische tegoeden en de Belgische positie
Bevroren en geconfisqueerde Russische tegoeden, vredesonderhandelingen Oekraïne, EU- en Belgische rol
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België blokkeert een EU-plan om 140 miljard euro aan bevroren Russische activa (voornamelijk via Euroclear) als garantie te gebruiken voor een lening aan Oekraïne, vanwege juridische risico’s en gebrek aan waterdichte garanties van andere lidstaten. Premier De Wever eist volledige, contractuele risicodekking (*joint and several guarantees*) voor België om schadeclaims en financiële instabiliteit te voorkomen, maar de EU-lidstaten moeten die garanties nog leveren. Ondertussen versnelt het conflict met Russische aanvallen en mogelijke VS-Ruslandonderhandelingen *zonder EU-inbreng*, wat de druk vergroot om snel te handelen. Steun aan Oekraïne blijft prioriteit, maar België wil geen eenzijdig financieel of juridisch avontuur aangaan.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, pendant que votre coalition, de manière assez irresponsable, se déchire sur le budget, le reste du monde continue à tourner, et n'attend pas l'Arizona. Ces derniers, jours, des attaques russes d'une ampleur sans précédent ont frappé l'ouest du pays, faisant vingt-six morts, dont trois enfants. On apprend aussi que des négociations de moins en moins secrètes sont en cours entre les États-Unis et la Russie. Elles comporteraient des concessions majeures de la part de l'Ukraine. Tout cela se fait évidemment, comme d'habitude, dans le dos des Européens. Nous vivons donc peut-être un momentum important de ce conflit, et nous devons soutenir l'Ukraine plus que jamais.
On le sait, les Européens, voudraient bien faire un prêt de 140 milliards à l'Ukraine. La garantie de ce prêt serait constituée par les quelque 210 milliards d'avoirs russes gelés qui se trouvent sur notre territoire. Mais le mécanisme qui pourrait nous permettre de le faire est pour l'instant bloqué, car la Belgique, c'est-à-dire vous – c'est bizarre, mais c'est comme ça –, bloque le dossier, parce que vous n'avez pas de garanties juridiques suffisantes.
Je pense, monsieur le premier ministre, que vous êtes un partisan assez fervent du soutien à l'Ukraine. Je crois aussi que vos réserves sur les garanties juridiques, et vos doutes, sont légitimes et fondés. Mais je pense qu'il faut pouvoir atterrir, vu la manière dont les événements s'accélèrent.
Vous avez rencontré récemment la présidente de la Commission européenne. Elle aurait, paraît-il, apporté à votre attention des garanties des États membres. Qu'en est-il? Pouvez-vous nous en parler? Quelles solutions voyez-vous pour que demain, l'Europe et la Belgique puissent aider davantage l'Ukraine? Que ce soit sur le terrain ou autour de la table des négociations, ce pays va avoir besoin de notre soutien plus que jamais. Il faut donc absolument lever les doutes et obtenir les garanties nécessaires. Que pouvez-vous nous apprendre à ce sujet?
Axel Weydts:
Mijnheer de eerste minister, België bevindt zich in een uitzonderlijke positie. Via Euroclear ligt een enorm deel van de bevroren Russische staatsmiddelen bij ons, meer dan 140 miljard euro. Geen enkel ander Europees land draagt een dergelijke verantwoordelijkheid. Die situatie brengt een enorme druk met zich mee, maar ook enorme risico's.
Europa wil terecht Oekraïne blijven steunen; dat is duidelijk. De rente op die middelen wordt daar vandaag voor gebruikt.
De voorbije weken zien we op Europees vlak voorstellen opduiken om nog verder te gaan, zoals het gebruik van die tegoeden zelf als een garantie voor leningen. Dat zou kunnen leiden tot rechtszaken en immense schadeclaims tegen ons land. Ons land staat dus in het midden van een financieel en geopolitiek spanningsveld.
De vraag is niet of we Oekraïne moeten blijven steunen, want daarover bestaat een brede eensgezindheid, maar wel hoe we dat doen zonder België in juridische of financiële avonturen te storten en zonder de stabiliteit van onze financiële instellingen te ondergraven.
Mijnheer de eerste minister, ik heb maar één cruciale vraag. Welke concrete garanties heeft de Europese Commissie aan België gegeven om ons land te beschermen tegen mogelijke claims en rechtszaken of grote financiële gevolgen die kunnen voortvloeien uit het gebruik van die bevroren Russische tegoeden?
Bart De Wever:
Chers collègues, merci de vos questions.
Le soutien à l'Ukraine reste une priorité absolue. L'Union européenne doit assumer sa juste part, et la Belgique s'engage pleinement en ce sens. Vous savez que je suis fortement préoccupé par le concept des réparations. J'ai exprimé mes préoccupations dès le Conseil informel du 1 er octobre à Copenhague. Je les ai à nouveau clairement soulignées lors du Conseil européen du 23 octobre.
Op die jongste vergadering van de Raad werd, na mijn lang pleidooi en op mijn uitdrukkelijke vraag, de kwestie gereduceerd tot een vraag aan de Europese Commissie om verschillende opties – meervoud – voor te stellen om het Europese aandeel te dekken in het financieel overeind houden van Oekraïne. De beste garantie voor onze eigen vrijheid en veiligheid is immers een Oekraïne dat de Russische agressie kan weerstaan. Ik hoop dat we die opinie allemaal koesteren, namelijk de opinie dat een sterk, vrij en weerbaar Oekraïne essentieel is voor onze eigen vrijheid en veiligheid. Ik ben er niet zeker van, maar ik hoop dat we die opinie allen delen. In dat geval moeten we onze verantwoordelijkheid opnemen.
De Commissie heeft voorbije maandag als respons een option paper voorgesteld aan alle lidstaten. Het is geen geheim document, u kunt het vinden op Politico. Dat document stelt drie mogelijke pistes voor om Oekraïne vanaf 2026 te ondersteunen.
De eerste optie is de rechtstreekse financiering door de Europese lidstaten. Ik vertel u geen grote indiscretie wanneer ik zeg dat het enthousiasme om het op die manier te doen eerder beperkt is, gezien de budgettaire realiteit, niet alleen in dit land maar in veel Europese landen op dit moment.
Een tweede optie is financiering vanuit Europa, met verschillende subopties. Dat zijn er te veel om binnen de tijdspanne van mondelinge vraag en antwoord allemaal aan u uit te leggen. Daar zitten zeker interessante pistes bij. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het gebruik van de headroom om een eventuele lening te garanderen. Dat is een interessante piste.
Optie drie is het verhaal dat we al kenden, namelijk de reparatieleningen, gekoppeld aan de cashbelangen van de geïmmobiliseerde Russische activa bij financiële instellingen – meervoud. We weten echter allemaal dat het dan in het bijzonder gaat om Euroclear, waar 90 % van de geïmmobiliseerde, niet de bevroren, maar de geïmmobiliseerde, sovereign assets in Europa geparkeerd staan. Er zijn er uiteraard nog buiten Europa, in verschillende andere landen die eveneens tot de coalition of the willing behoren en die Oekraïne ondersteunen. Het is belangrijk dat men een participatie in zo’n operatie heeft binnen de eurozone en eventueel ook daarbuiten, niet alleen voor de stabiliteit van de financiële instellingen, zoals de heer Weydts heeft onderstreept, maar eventueel ook voor het vertrouwen in de euro als reservemunt. Dat komt er allemaal bij kijken.
Zoals ik meermaals publiek heb verklaard, kan voor dit land nooit een akkoord worden gegeven voor de derde optie zonder stevige juridische garanties en een afdoende, contractueel vastgelegde risicodekking door de andere lidstaten en eventueel derde landen.
Het gaat hier over joint and several guarantees . Dat een belangrijke aangelegenheid en er komt behoorlijk wat bij kijken, meer dan ik in dit tijdsbestek aan u kan uitleggen. Het is essentieel dat die betrekking hebben op het volledige bedrag én op het volledige risico én op de volledige periode waarin we dat risico zouden lopen.
Ik hoop uw volle steun te krijgen voor die positie. Van wie het dossier begrijpt, wat niet voor iedereen op alle banken geldt, zoals ik al kon vaststellen, denk ik dat die mij daarin unaniem zou steunen. Ik zal aan de Europese tafel niet afwijken van die positie en daar ligt het kalf gebonden. Dat zijn natuurlijk garanties die de lidstaten soeverein zullen moeten geven en waartoe de Commissie hen kan uitnodigen. Dat heeft de Commissie in de option paper gedaan en dat apprecieer ik zeer, maar de Commissie kan die garanties uiteraard niet aanleveren. Dat zal van de lidstaten afhangen.
Monsieur De Smet, s'agissant de vos propos sur les négociations de paix, j'ai déjà déclaré à plusieurs reprises qu'un accord sans la participation active de l'Ukraine et de l'Europe n'est pas une option acceptable et ne pourra jamais conduire à un résultat souhaitable.
Nous continuons évidemment à suivre la situation en étroite collaboration avec nos partenaires afin que la (…)
Voorzitter:
Mijnheer de premier, u hebt nog een halve minuut spreektijd.
Bart De Wever:
Het is mijn laatste zin. Ik zie dat collega Van Quickenborne pleit voor een tijdsbeperking. Ik begrijp dat. (Gelach)
Ik ga door met mijn laatste zin.
En étroite collaboration avec nos partenaires, afin que la liberté et la souveraineté de l'Ukraine soient préservées.
François De Smet:
Merci, monsieur le premier ministre, pour votre réponse complète.
Je crois que nous savons tous que, quand la présidente de la Commission européenne présente ces trois options, elle sait que les deux premières – vous l'avez vous-même énoncé – ne sont pas praticables. On tourne donc sur la troisième et sur les garanties que vous essayez d'obtenir. Je crois que vous avez raison: sans partage des risques, il est impossible de s'avancer plus loin.
J'espère donc que la raison, parmi les États membres qui décideront, l'emportera, si possible même avant le prochain Conseil européen qui se déroulera en décembre. Vu l'évolution de la situation, on ne peut pas attendre.
Deuxièmement, c'est le genre de dossiers qui doit nous ramener sur terre. Vous avez parlé, en réponse à une autre question, du théâtre politique. Quand on voit l'état du monde qui s'invite chez nous, que nous sommes survolés par des drones hostiles capables de faire fermer des aéroports civils pendant plusieurs heures, ou tous les soirs de la semaine si cela leur chante; quand on voit que nous sommes attaqués par le narcotrafic, et les difficultés que nous avons, il est plus que temps que l'Arizona se retrouve une cohérence, un budget pour l'intérieur, mais aussi pour notre stature internationale.
Axel Weydts:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Ik wil het hier nog een keer herhalen zodat het zeker duidelijk is: we moeten Oekraïne blijven steunen. Ik ben er echt van overtuigd dat elke euro steun die we nu aan Oekraïne geven de beste investering is in defensie die we ons kunnen inbeelden.
De manier waarop we dat doen, is echter heel belangrijk. Uw antwoord stelt mij dan ook gerust. Het stelt mij gerust dat de regering volhardt in de boosheid en spijkerharde garanties blijft eisen. Premier, u hebt zelf al de metafoor van de gouden kip gebruikt. Als we vandaag echter de kip met de gouden eieren zouden slachten, dan zou het wel eens kunnen dat wij daarna een bijzonder zure vol-au-vent voorgeschoteld krijgen.
Vincent Van Quickenborne:
(…)
Voorzitter:
Er is geen aanleiding voor een persoonlijk feit, mijnheer Van Quickenborne. Ik nodig mevrouw De Knop uit voor de volgende vraag. Ik wil de keren niet tellen dat ik de heer Bouchez het woord niet heb gegeven toen hij dat vroeg. Mevrouw De Knop, ik nodig u uit om uw vraag te komen stellen.
De rol van de RIZIV-inspectiediensten en de ziekenfondsen in het voorkomen van sociale fraude
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV en de sociale fraude
Het plafond op verstrekkingen van thuisverpleegkundigen en de vrijwaring van het vrij beroep
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
Toezicht en fraudebestrijding door RIZIV en ziekenfondsen, controles en regelgeving thuisverpleging
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een thuisverpleegkundige fraudeerde acht jaar lang voor 3,5 miljoen euro (90+ gefactureerde consulten/dag, luxeleven met 17 Porsches), terwijl waarschuwingen sinds 2017 (RIZIV, mutualiteiten) werden genegeerd en pas na mediadruk actie kwam—te laat en te zwak. Minister Vandenbroucke verdedigt zich met "nieuwe maatregelen" (omgekeerde bewijslast, plafonds, RIZIV-nummers intrekken), maar oppositie en sector wijzen op structureel falen: controles bestonden al, werden niet toegepast, en eerlijke verpleegkundigen lijden reputatieschade terwijl fraudeurs ongestraft bleven. Kern: systeemfaal door laks toezicht, politieke vertraging en gebrek aan daadkracht, ondanks herhaalde signalen.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, elke dag zetten duizenden thuisverpleegkundigen zich met hart en ziel voor hun patiënten in. De job van die mensen werd deze week door een extreme fraudeur besmeurd. Aan al die mensen die hun job goed en eerlijk doen, zijn we het verplicht om duidelijkheid te scheppen.
Dat die fraude kon gebeuren, dat het jarenlang aan de gang was, dat het geweten was, is hallucinant, onaanvaardbaar en moet worden aangepakt. We kunnen alleen maar vaststellen dat u na de feiten, opnieuw, zeer reactief reageert. In een schijnbare opwelling kondigt u plots een breed pakket aan. Dat u actie onderneemt, is goed, doe dat gericht en zorgvuldig, maar opnieuw loopt u achter de feiten aan en treedt u pas op wanneer er een schandaal in de pers komt.
In die case stonden alle knipperlichten aan. Het was pijnlijk duidelijk. Meer dan 90 verplegingen per dag, dag in, dag uit, week na week, jaar na jaar, dat is gewoonweg fysiek niet mogelijk en moet er zo snel mogelijk worden uitgehaald, zeker als er plots zeventien Porsches voor de deur staan.
Hoe kon dat gebeuren, mijnheer de minister? De mutualiteiten trokken bij het RIZIV al in 2017 aan de alarmbel. Vandaag wordt er ingegrepen. In 2020 sprak het RIZIV al over meer dan een miljoen euro fraude. U schreef er deze zomer een brief over aan de artsen, maar u grijpt niet in op het terrein.
Uw huidige maatregelen verscherpen opnieuw de controle, terwijl dat niet het probleem was. Er is niets gebeurd met wat er uit de controle kwam. Waarom niet?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, ik ken veel zelfstandig thuisverpleegkundigen en u wellicht ook. Ik ken er weliswaar geen die met een Ferrari rijdt, laat staan 17 Ferrari’s. Ze laten zich evenmin rondvliegen in een helikopter of gaan op een jacht op reis. Neen, het zijn mensen die om 05.00 uur opstaan, dan hun eerste patiënten zien en die men om 22.00 uur nog eens tegenkomt, omdat ze dat laatste spuitje of dat laatste pilletje toch nog zijn gaan toedienen. Het zijn ondernemers. Het zijn zelfstandigen.
De bom in de sector was dan ook bijzonder groot toen het nieuws over die frauduleuze verpleegster aan het licht kwam. Het is crimineel. Er is ook sprake van afpersing van patiënten. Dat kunnen we niet tolereren, dat moeten we aanpakken. Daarover zijn we het absoluut eens.
Wat ik echter niet uitgelegd krijg, is dat een organisatie als het RIZIV, met een budget van 40 miljard euro, met 1.200 medewerkers, van wie 243 bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de alarmsignalen, die er waren, die bekend waren, niet krachtdadig heeft gebruikt, dat het niet onmiddellijk is opgetreden. Ik kan dat niet uitleggen, mijnheer de minister, want ik begrijp het niet.
Er zijn drempelwaarden. We willen het ondernemerschap van de zelfstandigen niet beknotten. Er is een drempelwaarde, er is een V-waarde. Die verpleegster heeft die waarden tientallen keren overschreden, maar toch werd niet tot actie overgegaan, hoewel dat mogelijk was. Ze werd slechts één keer geschorst, de derde-betalersregeling werd geschorst. Pas na zes jaar is men naar de arbeidsauditeur gestapt. Het heeft gewoon veel te lang geduurd. Ondertussen kon die verpleegster blijven frauderen. Ze heeft zich aangesloten bij een groepering, maar ook die kan worden geschorst.
Mijnheer de minister, kunt u mij en al die mensen die te goeder trouw werken, uitleggen hoe dat onder de radar kon blijven?
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, acht jaar lang werd er gefraudeerd binnen onze sociale zekerheid en dat voor een bedrag van 3,5 miljoen euro. Dat geld dient voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, voor de zieken, voor de patiënten die extra zorg nodig hadden en voor de oudere mensen die thuis extra hulp nodig hadden.
Ik vind het degoutant en ik ben enorm boos dat dat zo lang heeft kunnen aanslepen. Al die tijd kon die verpleegkundige onze sociale zekerheid bestelen en zichzelf verwennen met luxewagens, luxereisjes en luxehandtassen, terwijl kwetsbare mensen haar vertrouwden voor hun verzorging. Ik hoef u niet te vertellen dat die problematiek vandaag breed uitgesmeerd wordt in de media. Het imago van de zorgsector staat op het spel. Als ik vandaag twee slachtoffers moet benoemen, dan is het ten eerste de zorgsector zelf, terwijl nochtans heel veel zorgverstrekkers dag en nacht op pad zijn om duizenden patiënten te helpen, en ten tweede de patiënt. Oudere mensen durven vandaag hun deur niet meer opendoen omdat ze schrik hebben van de persoon die hen zorg komt bieden. Het vertrouwen is helemaal weg.
Mijnheer de minister, ik heb heel veel vragen die vandaag onbeantwoord blijven. De ziekenfondsen zeggen dat ze hun controlefunctie hebben opgenomen, het RIZIV zegt dat het alle middelen waarover het beschikt heeft ingezet. Zo werd de derde-betalersregeling geschorst en werden er financiële sancties uitgevaardigd. De grote vraag is hoelang het kabinet al op de hoogte was. Wat hebt u gedaan om die diefstal te stoppen?
Julie Taton:
Monsieur le ministre, la fraude sociale est, malheureusement, présente partout. Lorsqu'une faille apparaît dans notre système, l'être humain a tendance à en abuser. Le plus triste dans cette histoire est qu'à force d'en abuser, on finit par le fragiliser, alors que ce système est, au départ, censé nous aider.
Cette fois-ci, il est question d'une infirmière indépendante – ma collègue Nawal me semble en avoir bien parlé à l'instant, car elle a employé les bons mots – qui aurait facturé plus de 90 consultations par jour. Cela lui aurait permis de gagner et détourner beaucoup d'argent. On parle de plusieurs millions d'euros – soit un montant que notre sécurité sociale n'a pas reçu. Ces faits mettent à nouveau tristement en lumière un mauvais fonctionnement du contrôle, étant donné que la limite raisonnable pour pratiquer de bons soins de santé s'élève à une vingtaine de consultations journalières.
En réaction à cette affaire, monsieur le ministre, vous avez annoncé vouloir fixer un plafond du nombre de patients par jour pour un soignant à domicile. Oui, il faut prendre des mesures contre la fraude, et elles doivent être prises rapidement. Pour autant, il nous paraît essentiel de garantir une bonne concertation avec le secteur des infirmiers à domicile, car celui-ci souffre en ce moment et est mis sous pression. Il ne faut surtout pas l'abandonner.
Mes questions, monsieur le ministre, seront très simples. Il semblerait que l'INAMI avait déjà reçu un signalement en 2017 pour des soupçons de fraude. Manifestement, il n'y a pas eu de suivi. Comment pouvez-vous l'expliquer? Comment évaluez-vous ce dispositif de suivi? Combien de dossiers en ce domaine sont-ils ouverts par l'INAMI?
Vous avez annoncé plusieurs mesures relatives au plafonnement des prestations. À ce titre, envisagez-vous vraiment une concertation avec le secteur? Vous dites aussi souhaiter renforcer le contrôle des mutuelles. Or elles sont juge et partie puisque certaines offrent des services de soins à domicile. Tous les infirmiers seront-ils logés à la même enseigne et égaux face à ces contrôles?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, hoeveel hoofdstukken moeten we nog toevoegen aan het blunderboek van het RIZIV? U bent al zes jaar de verantwoordelijke minister. Twee maanden geleden zei collega Ronse hier dat er 12.000 langdurig zieken in het buitenland verblijven, van Pattaya tot Benidorm, die nooit gecontroleerd worden. Een maand geleden spraken we hier ook over het RIZIV: 529.000 langdurig zieken, 150.000 mensen met lage rugpijn – een bevolking zonder ruggengraat blijkbaar – en 195.000 mensen met psychische problemen. Verder zijn 260.000 mensen arbeidsongeschikt tot aan hun pensioen. Vervolgens ging de FOD eens controleren en toen bleek dat 16,7 % terecht arbeidsongeschikt was, 27,2 % onterecht en bij 55,6 % werd de erkenning ingekort.
Een week geleden vernamen naar aanleiding van een televisie-uitzending dat iemand die acht jaar geleden over een hondendrol is uitgegleden sindsdien thuisblijft met een ziekte-uitkering. Wat doet het RIZIV? Niets. Wat horen we nu? Acht jaar lang lichtte de verpleegkundige Stefanie Sander uit het landelijke Houthulst de boel op. Acht jaar! Al sinds het eerste jaar, 2017, zijn er klachten over 14.475 aangerekende prestaties. Er wordt gecontroleerd en er wordt in beroep gegaan. Wat gebeurt er vervolgens? Niks. De vrouw in kwestie moest een bedrag terugbetalen, maar dat deed ze niet. Wat doet het RIZIV daaraan? Niks.
Bent u dan Calimero, mijnheer de minister? U bent al zes jaar verantwoordelijkheid voor het RIZIV en ik zeg u wat er in één à twee maanden in het Parlement al werd aangekaart. Begin uw werk te doen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ons land werd deze week opgeschrikt door een fraudeschandaal van een thuisverpleegkundige dat zijn gelijke niet kent. Een dame slaagde erin om gedurende acht jaar miljoenen euro’s ten onrechte aan te rekenen aan het RIZIV en de mutualiteiten. Er was sprake van facturatie van niet-geleverde prestaties, tot meer dan een miljoen euro per jaar. Ze zette patiënten ook onder druk en foefelde met identiteitskaarten.
Blijkbaar bestaat die fraude reeds sinds 2017, toen het RIZIV een controleonderzoek instelde en op dat moment reeds fraude vaststelde. Toch kon die persoon haar frauduleuze praktijken verderzetten zonder verdere controle door het RIZIV en kon ze er een zeer luxueus leven op nahouden. Blijkbaar hebben de controlemechanismen van uw diensten helemaal niet gewerkt. Dit betreft echt een structureel falen van het beleid. Het gaat trouwens om een voortzetting van jarenlang falend beleid, ook van uw voorgangers.
Onze partij en ook de sector zelf waarschuwen al vele jaren voor dergelijke misbruiken. Ze vragen betere datagedreven detectie, objectieve monitoring en tijdige interventies. Al die waarschuwingen werden door de zogenoemde beleidspartijen vakkundig straal genegeerd. Integendeel, door uw geplande aanpak stigmatiseert u nu zelfs de vele duizenden hardwerkende thuisverpleegkundigen.
Daarom heb ik een aantal vragen.
Hoe is het mogelijk dat dergelijke fraude gedurende acht jaar onder de radar is gebleven, terwijl er al lang voldoende signalen aanwezig waren? Welke controles zijn uitgevoerd? Welke signalen werden er gemist en door wie? Waarom werd er niets ondernomen door het RIZIV, het ziekenfonds of uw administratie en is het pas op het moment waarop een arbeidsauditeur het dossier naar zich toetrekt dat de bal aan het rollen gaat? Hoe zult u er verder voor zorgen dat de correct werkende thuisverpleegkundigen niet langer reputatieschade ondervinden van dergelijke fraudeurs? Sinds wanneer was u op de hoogte van deze hallucinante praktijken? Wat hebt u gedaan en welke acties hebt u ondernomen?
Voorzitter:
Collega's, mag ik het woord geven aan de heer Bertels? (Rumoer)
Mijnheer Bertels, u hebt recht op twee minuten spreektijd.
Jan Bertels:
Collega's, wat wij de voorbije dagen konden lezen, moet ons allemaal verontwaardigen. Ik ben blij dat u die verontwaardiging deelt. Een thuisverpleegkundige die voor miljoenen fraudeert, dat kunnen wij niet aanvaarden. Het systeem werd en wordt daardoor van binnenuit ondergraven, op verschillende manieren.
Zij zette patiënten onder druk om hun identiteitskaart onder de deurmat of in de brievenbus te leggen. Lag er geen identiteitskaart klaar, dan werd de medicatie stopgezet of werd daarmee gedreigd. Op die manier kon ze tot 90 patiënten per dag zien. Zij factureerde bezoeken en streek zelfs premies op die voor haar patiënten of voor zorgkundigen bedoeld waren. Ze waren niet voor haar bestemd, maar zij streek ze toch op.
Sancties werden omzeild. Het RIZIV trad wel degelijk op, zij het misschien niet hard genoeg. Daarover kunnen wij discussiëren. Het streed echter wel met de middelen die wij, wetgevers, het hebben gegeven. Die wapens volstaan niet. Ik hoop dat wij het daar nu allemaal over eens zijn en blijven.
Ook de wapens die het RIZIV aan het ministerie van Financiën geeft om te innen, volstaan niet. Er wordt niet genoegd gedaan met de verslagen die het RIZIV aan het parket bezorgt. Wij moeten daar eerlijk over zijn. Daar wordt niet genoeg mee gedaan. Ook op dat vlak moeten er prioriteiten worden gesteld met betrekking tot socialefraudebestrijding. Fraude is immers onaanvaardbaar. Alle hardwerkende thuisverpleegkundigen komen daardoor in een slecht daglicht. Daarom moeten wij het systeem hervormen en een handhavingsplan opstellen en uitvoeren.
Voorzitter:
Ik geef het woord aan de vicepremier om te antwoorden. Hij heeft daarvoor vijf minuten spreektijd.
Frank Vandenbroucke:
Geachte Kamerleden, fraude is diefstal, of het nu om fiscale fraude of sociale fraude gaat, het is in feite een vorm van gangsterisme in de ziekteverzekering. Dat is diefstal. Het is intriest voor talloze hardwerkende thuisverpleegkundigen die het beste voor hebben met hun patiënten. Dat is de reden waarom we keihard moeten optreden.
Is de inspectie van het RIZIV opgetreden? Ja, onmiddellijk. Ik zal de gedetailleerde tijdslijn bezorgen aan het secretariaat van de Kamer. Onmiddellijk nadat moedige mensen uit de omgeving van die thuisverpleegkundige in 2017 hadden gemeld dat er iets niet in orde was, is een onderzoek gestart. Dat is een moeizaam onderzoek waarbij men patiënten thuis moet opzoeken om vast te stellen dat er inderdaad is gefraudeerd. Enkele maanden later werd een proces-verbaal opgesteld. Er is een zware boete opgelegd en onterecht verkregen geld werd teruggevorderd, waarvan een deel werd terugbetaald. Men is die zaak blijven opvolgen. Na nieuwe klachten is men opnieuw opgetreden. Al meer dan twee en een half jaar geleden werd, na sterk aandringen, het parket aan zet gebracht. Het RIZIV is dus opgetreden, onmiddellijk en herhaaldelijk, maar met wapens die tegenover dat soort gangsterisme veel te zwak zijn. Dat is toch juist?!
Maar nu wordt het interessant. Wilt u de wapens tegen dat soort diefstal versterken of niet? Dat is de vraag voor u. Wilt u de middelen versterken om dat soort diefstal aan te pakken of niet? Dat is absoluut nodig.
Overigens, mijnheer Van Lysebettens, dat is allemaal reeds beslist en we gaan het uitvoeren. Om te beginnen wordt de bewijslast omgekeerd, zodat men niet talloze patiënten thuis moet opzoeken om te bewijzen dat er is gefraudeerd. Wanneer een zelfstandig thuisverpleegkundige voor meer dan 229.000 euro aan facturen indient, meer dan tweemaal zoveel als het gemiddelde van een hardwerkende voltijds verpleegkundige, dan mag men om uitleg vragen, zodanig dat de betrokkene moet bewijzen dat hij of zij niet fraudeert. Dat is beslist. Die wetgeving, mijnheer Van Lysebettens, is al tot stand gebracht, dat koninklijk besluit is meer dan een jaar geleden gepubliceerd en we zullen het vanaf nu toepassen. Ja, dat is onder Vivaldi beslist, mét u beslist, en is vanaf nu van toepassing.
Ten tweede, collega’s van het Vlaams Belang, u vraagt wanneer ik van het geval op de hoogte was, maar ik heb tegenover mevrouw Sneppe maanden geleden net het voorbeeld van die frauderende zelfstandige gegeven om tegen uw weerstand in de wapens aan te scherpen. U wilde niet dat we het nummer zouden kunnen intrekken. U vond dat vreselijk. (rumoer en protest in de zaal)
Ik heb met handen en voeten uitgelegd dat het nodig is om dat soort draaimolen te stoppen, door het nummer waarop men factureert gewoon in te trekken. Ik heb van op dit spreekgestoelte het voorbeeld gegeven aan mevrouw Sneppe, om haar te overtuigen.
Ten derde, we moeten ook de patiënten wapenen. We zullen er dus systematisch voor zorgen dat vanaf nu de patiënten geïnformeerd worden, ook wanneer men in derde-betaler factureert, ook in de thuisverpleging.
Morgen ligt op de ministerraad een wetsontwerp voor waarbij onder meer de mutualiteiten voor 100 miljoen euro borg zullen moeten staan voor acties tegen fraude. Dat ligt klaar. We hebben dus niet gewacht.
Het punt is dat men de samenleving moet willen wapenen tegen diefstal. De flauwe en leugenachtige verhalen die ik hier bij de voorgaande mondelinge vraag gehoord heb, dat we zogezegd in de rekeningen zouden gaan kijken, dat zijn leugens.
U liegt. U liegt om diefstal mogelijk te laten zijn. Daarmee beschermt u niet de gewone burger, maar wel drugscriminelen die geld witwassen. Wie u beschermt, als u tegen het principe van de plafonds bent, zijn gangsters in de ziekteverzekering.
Geachte Kamerleden, u zult kleur moeten bekennen, u allemaal, in de meerderheid en in de oppositie. Zult u de inspectie de wapens geven op te treden (…)
Jeroen Van Lysebettens:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Over twee zaken zijn we het eens: fraude is diefstal en het RIZIV heeft ten minste een probleem gesignaleerd. Bij andere partijen maken ze van een Porsche Queen een raadslid.
U hebt mij echter op een aantal punten verkeerd begrepen. Mijn punt was niet dat er geen beslissing is genomen, mijn punt is dat beslissingen niet worden uitgevoerd. Het RIZIV heeft sinds 2020 weet van die zaak van miljoenenfraude en toch kan en mag de persoon in kwestie blijven voortdoen. U zegt dat men onmiddellijk ingrijpt, maar we zijn vijf jaar later.
Ik stel vast dat het hier hetzelfde is als met fraude in andere domeinen: u zit met het sleepnet achter de kleine garnalen en de grote vissen zwemmen ongehinderd verder. Dat is hier zo. Dat zal straks ook zo zijn bij de arbeidsmarktfraude die de heer Mertens aankaart (…)
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, iedereen wist het, maar de wapens, die er zijn, zijn gewoon niet gebruikt. De wapens zijn er, maar ze zijn niet voldoende gebruikt. Er is te lang gewacht. Een inspecteur kan na een melding meteen overgaan tot een onderzoek. Dat onderzoek kan leiden tot een schorsing van de derde-betalersregel en vervolgens kan men onmiddellijk naar de arbeidsauditeur stappen. Dat is niet gebeurd, mijnheer de minister. Er zit zes jaar tussen! Zes jaar!
Ik heb weet van fraudedossiers van 50.000 euro – dat is het gemiddelde van de fraudedossiers – en die worden onmiddellijk afgehandeld. Hoe komt het dat het hier om miljoenen euro's gaat en dat men zoveel geduld heeft gehad met die mevrouw? Dat is schandalig.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het was een luid antwoord. Er zat veel passie in. Het gaat hier over het belastinggeld van hardwerkende mensen. Mensen gaan ervan uit dat het belastinggeld goed beheerd wordt en dat het voor de juiste zaken wordt ingezet. In de sociale zekerheid zijn dat de meest kwetsbaren, hulpbehoevende ouderen, die zich vaak niet kunnen verweren.
U zegt dat alle middelen zijn gebruikt. Uw collega, Jan Bertels, zegt dat ze misschien niet hard genoeg zijn ingezet. Wel, ik ben het daar volledig mee eens. Er had veel straffer en veel sneller moeten worden gereageerd.
Als u het hebt over de strijd tegen fraude, dan zult u in cd&v een partner vinden, of het nu gaat over fiscale fraude, fraude met managementvennootschappen, sociale fraude of het aangehaalde type fraude: het moet sneller, harder en u moet (…)
Julie Taton:
À mon tour de vous dire merci pour ces réponses, monsieur le ministre, qui étaient très vivantes. Je suis assez d'accord avec mes collègues. Je voudrais juste ajouter qu'il est très important pour nous de défendre la profession libérale des infirmiers, et de les rassurer. La fraude est là, nous l'avons bien compris. Vous allez la combattre, c'est sûr. Mais il faut aussi rassurer le secteur, il faut l'écouter, échanger avec les infirmiers et leur faire passer le message que nous ne sommes pas contre eux. Nous n'allons pas faire la chasse aux infirmiers, mais nous allons faire la chasse à la fraude. Il y a beaucoup de travail.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, u bent de grootste calimero van dit halfrond. U maakt mevrouw Sneppe hier verwijten – ik heb haar niet te verdedigen - maar zij zit in de oppositie en heeft niets te zeggen. U bent degene die zijn werk niet heeft gedaan. U hoeft het ook niet politiek te spelen, want mevrouw Sanders stond in 2018 op de lijst van de socialisten voor de verkiezingen. Stop daar dus mee.
Waarover gaat het hier? U bent zes jaar minister en nu zegt dat u iets gaat doen, dat u gaat ingrijpen. Gedurende zes jaar hebt u het door de vingers gezien, hebt u gekeken naar de mensen die een pint te veel drinken of een sigaret te veel roken, maar de fraude bij het RIZIV... Hoeveel controleurs heeft het RIZIV trouwens? Ze hebben er 243. Hoeveel controles hebben die uitgevoerd in 2023? Ik zal het u zeggen, het waren er precies 705. Dat zijn drie controles per persoon in een jaar tijd. En u beweert dat u uw werk hebt gedaan. Proficiat.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, u wordt kwaad. Dat is normaal als uw onbekwaamheid op deze manier geëtaleerd wordt. Ik denk dat dat inderdaad normaal is. U reageert nooit vooraf, steeds na de feiten. U spreekt over diefstal, maar de mogelijke maatregelen zijn wel degelijk beschikbaar. Er moet geen verharding plaatsvinden. U hebt tweeënhalf jaar gewacht om de auditeur in te lichten. Hoe is dat mogelijk? Er moet dus geen verharding van de maatregelen komen.
Mijnheer de minister, hoeveel moet er nog gebeuren voordat u zelf uw conclusies trekt? Er was een overfinanciering van het covid-testplatform voor 60 miljoen euro. Daarna was er de vernietiging van miljoenen ongebruikte covidvaccins. Vervolgens de donatie van vervallen geneesmiddelen aan Oekraïne, de Medista-affaire, de artsenstaking, het donorschandaal en nu het fraudedossier van thuisverpleegkundigen. Het zou passend zijn mocht u de eer aan uzelf houden.
Jan Bertels:
Collega's, stop met fraudeurs en bedriegers goed te praten. Ze zit bij jullie. Ik heb begrepen dat we niet moeten rekenen op het Vlaams Belang. Laten we als Parlement ons werk doen. Laten we die fraude aanpakken.
( Rumoer in het halfrond )
Voorzitter:
Ik vraag om de klok even te stoppen. Collega's, de heer Bertels heeft het woord.
Jan Bertels:
Laten we die fraude aanpakken en laten we eindelijk beslissen om het mogelijk te maken een RIZIV-nummer te schorsen wanneer er een vermoeden van fraude is. Late we dat doen. Het Parlement kan dat, dus doe het gewoon.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, ik zal niet roepen zoals u, maar proberen zeer rustig te blijven.
Het eerste persoonlijk feit dat u aanhaalde, was dat u het voorbeeld hebt gegeven van die dame. U hebt inderdaad een voorbeeld gegeven van een frauderende verpleegkundige. Ik ben natuurlijk Madame Blanche niet.
Frank Vandenbroucke:
(…)
Dominiek Sneppe:
Dat hebt u er niet bij gezegd en dat doet overigens niet ter zake. Ik ben geen Madame Blanche, ik kan dat niet weten. U zit aan de knoppen als minister. U zit aan de knoppen van het RIZIV, niet ik. Ik kan toch niet weten dat er ergens in dit land een verpleegkundige aan het frauderen is? Uw voorbeeld gaat dus niet op.
U wist het nochtans en u had dan beter haar naam genoemd, dan hadden we onmiddellijk kunnen optreden. Dat hebt u echter nagelaten. Zeven à acht jaar hebt u nagelaten daar iets aan te doen en nu wijst u in onze richting. Sorry, u bent in de fout gegaan en niemand anders dan u.
Ik kom tot het andere persoonlijk feit. Mijnheer de minister, fraude moet worden aangepakt. Dat klopt, collega Bertels. Als u die grondig aanpakt en zoals het moet, dan zult u in het Vlaams Belang een partner vinden. Wat stellen we echter vast? De bestaande fraudebestrijdingsmiddelen zijn gewoon niet gebruikt. Ze zijn niet ten volle uitgeput. Nu komt u met iets anders op de proppen, iets wat u eigenlijk al heel lang in gedachten hebt. U misbruikt deze problematiek nu om alweer uw gedacht door te drukken. Mijnheer de minister, ik wist al van bij het begin dat het afpakken van die RIZIV-nummers in de kaderwet zou komen, want zo zit u nu eenmaal in elkaar: uw gedacht en dat van niemand anders.
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Sneppe, voor alle duidelijkheid, ik heb dat voorbeeld gegeven zonder te weten over wie het ging. Dat zegt men niet. Ik wist niet dat het om een vrouwelijke verpleegkundige ging. Ik wist niet over wie het ging. Dit is een anoniem voorbeeld. Ik heb u er zo drie gegeven. Ik wist niet dat die dame nog op de lijst van mijn partij en uw partij had gestaan. Dat heeft inderdaad geen belang. Uw partij heeft daarin zeer correct opgetreden. Daar gaat het niet over. Het punt is onze verantwoordelijkheid. U bent hier voortduren tussengekomen om te zeggen dat het opschorten van die RIZIV-nummers een slecht idee was en u herhaalt dat hier weer. Ik zeg u dat u dit soort draaimolen, met gangsters die altijd opnieuw beginnen met facturen te sturen, niet kan stoppen zonder de wettelijke basis om die betalingen stop te zetten. Degenen in dit halfrond die niet willen dat RIZIV-nummers worden opgeschort bij zo’n grote fraude, die beschermen de dieven. Ze beschermen de dieven! Als u de dieven wilt pakken, dan moet u daarvoor de nodige wapens hebben. Wij zullen daarom die RIZIV-nummers opschorten, werken met plafonds en de bewijslast omkeren. Ik hoor hier allerlei loze argumenten van u en van anderen in de oppositie. Die loze argumenten dienen enkel om de dieven te beschermen. Dat is onze verantwoordelijkheid, ervoor zorgen dat dit niet gebeurt.
De grootschalige sociale fraude bij detacheringen
De Panoreportage over sociale dumping
De sociale fraude bij detacheringen
Onderzoek naar fraude, sociale dumping en misstanden bij detacheringen en uitzendwerk
Gesteld door
Vooruit
Anja Vanrobaeys
PVDA
Peter Mertens
N-VA
Wouter Raskin
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om systematische uitbuiting en sociale fraude in de bouwsector, met schijnconstructies, onderbetaalde arbeiders en criminele ketens die verantwoordelijkheid ontwijken. Minister Beenders belooft 300 extra inspecteurs, strengere boetes en betere registratie van gedetacheerden, maar kritiek (o.a. van Mertens en Vanrobaeys) benadrukt dat ketenverantwoordelijkheid (bovenaan *en* onderaan) ontbreekt en echte systeemverandering uitblijft. Partijen wijzen elkaar hypocrisie aan: liberalen en rechts blokkeren harde maatregelen tegen "grote vissen", terwijl de minister zijn eigen wetsvoorstel over boetes zou hebben ondermijnd. Kernpunt: zonder retroactieve ketenverantwoordelijkheid en internationale samenwerking blijft uitbuiting structureel mogelijk.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, de Panoreportage van gisteren ging door merg en been. Ze ging niet over een eenmalig feit maar over een jarenlang goed georganiseerd systeem van uitbuiting. Elke keer hoor ik dan: maar hoe kan dat nu. En toch gebeurt het, keer op keer. Ik hoef niet ver in de tijd terug te gaan om voorbeelden te vinden. Ingestort schoolgebouw in Antwerpen; vijf arbeiders laten het leven; hun familie wacht nog op vergoeding. Borealis, 55 slachtoffers van mensenhandel op een werf in de haven van Antwerpen. Maar ook hier om de hoek, renovatie van het hoofdkwartier van het Vlaams Belang; arbeiders met voor 220.000 euro achterstallig loon. En vandaag opnieuw.
Elke keer opnieuw krijgen we gruwelijke verhalen van uitbuiting te horen. Mensen komen hierheen en hopen op werk, veiligheid en een beter leven, maar het eindigt in een nachtmerrie. Ze zijn onderbetaald; moeten 350 euro dokken voor een bed in een krot, presteren werkdagen van 22 uur en als ze een ongeval krijgen, worden ze gewoon gedumpt als afval.
Terwijl zij kapotgaan, rinkelen de kassa’s voor de tussenpersonen en postbedrijven, die via witwasconstructies fortuinen verdienen. En niemand krijgt daar vat op.
Het eeuwige excuus van de grote vissen luidt dan dat ze van niets wisten. Wie gelooft dat nog? Hun businessmodel is niet meer of niet minder gebaseerd op uitbuiting. Hoe moet een lokale aannemer, een transportbedrijf, daartegen opboksen?
Mijnheer de minister, u hebt een plan klaar met 300 extra inspecteurs, strengere straffen, meer internationale samenwerking. Ik heb maar één vraag aan u. Hoe zult u komaf maken met de eindeloze keten van schijnconstructies en hoe zult u alle werknemers op onze arbeidsmarkt beschermen?
Peter Mertens:
Stel, u bent bouwvakker en u werkt aan een school in België. U krijgt amper vijf euro per uur. U hebt geen enkele bescherming. U krijgt een ongeval. U breekt alle ribben. U wordt naar het ziekenhuis gebracht. Daar blijkt dat uw baas vergeten is u te verzekeren. U wordt opgepikt en vervolgens als een hond in de straten van België gedumpt, zonder medische nazorg, zonder loon en zonder documenten. We kennen dat verhaal. De overheid heeft daar weet van. Wat gebeurt er echter? Ik heb een ongelooflijk déjà-vugevoel: in 2021 gebeurde precies hetzelfde. Vier jaar na het ongeval bij de bouw van een school in Antwerpen is er fundamenteel niets veranderd.
Dergelijke feiten gebeuren nog steeds onder onze neuzen. Het gaat om arbeiders die onze scholen en onze rusthuizen bouwen, die onze wegen aanleggen of renoveren. De werf van de eeuw, de Oosterweelverbinding, wordt uitgevoerd door een keten van onderaannemingen waar onderfinanciering, onderverloning en uitbuiting schering en inslag zijn.
Er is dus niet alleen meer controle nodig, wat trouwens al tien jaar wordt beloofd. Het gaat ook om de verantwoordelijkheden in de ketens. Het gaat niet alleen om de kleine cowboys onderaan de keten, maar ook om de grote bedrijven bovenaan de keten, die ermee wegkomen. Dat betekent dat het om een systeem gaat. Om dat aan te pakken, moeten we niet alleen onderaan de ladder ingrijpen, maar ook bovenaan. Wij moeten het systeem zelf veranderen. Dat kan alleen als er ketenverantwoordelijkheid is, wat vandaag niet het geval is.
Antwoord mij dus niet voor de tiende keer hier in het Parlement dat er ketenverantwoordelijkheid is, want ze is er niet. Betrokkenen krijgt nauwelijks een verwittiging. Wij moeten echte ketenverantwoordelijkheid invoeren, die retroactief werkt. Dan zal het snel gedaan zijn. Als werkgevers worden verplicht de lonen van de werknemers van onderaannemers die failliet en zelfs frauduleus failliet gaan, te garanderen en te betalen, zal het systeem snel verdwijnen.
Daarom stel ik na tien jaar opnieuw mijn vraag. Zal het Parlement al dan niet retroactiviteit invoeren?
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, in Pano gisteren kwamen de uitwassen van het systeem van detachering aan bod, de fraude en de sociale dumping, die dodelijk zijn voor de eerlijke concurrentie van de vele bonafide kleine en grote bedrijven en de sociale zekerheid ondermijnen. Bovendien zijn er zeer veel mensen betrokken in de massale fraude met A1-attesten en stijgen de cijfers al jaren.
Vanmorgen stelde u op de radio optimistisch – zo bent u en dat siert u ook trouwens – dat het goed komt en dat er meer zal worden ingezet op handhaving. Overeenkomstig het regeerakkoord komen er extra inspecteurs. Dat is goed en dat steunen wij. Ik wil toch van de gelegenheid gebruikmaken om u te vragen zich niet rijk te rekenen op basis van de extra inspecteurs. Het recente rapport van het Rekenhof herinnerde eraan hoe vorige regeringen voor een gelijkaardige uitdaging stonden en dat het niet zo evident is om te eindigen met netto meer inspecteurs, alleen al door de natuurlijke afvloei door pensionering die deze legislatuur al oploopt tot 90 VTE's volgens de SIOD. Dat is geen mirakeloplossing, maar een deel van de oplossing.
Wat is uw plan om, tegemoetkomend aan de kritiek van het Rekenhof, de uitdaging inzake bijkomend personeel het hoofd te bieden? Welke andere sporen ziet u om het probleem op te lossen?
Rob Beenders:
Geachte Kamerleden, de Pano -reportage van gisteren maakt zeer duidelijk waarom we met deze regering keihard willen blijven strijden tegen sociale fraude. We doen dat net om te vermijden dat de arbeiders die we gisteren op televisie zagen, in zulke schrijnende omstandigheden in ons land moeten werken.
Detachering is door bepaalde malafide, criminele ondernemers uitgegroeid tot een doorgeschoten economisch businessmodel. Daarbij zien we dat de meest kwetsbaren de hoogste prijs betalen. Alle risico’s worden, via ketens van onderaanneming en grensoverschrijdende constructies waardoor verantwoordelijkheden verdwijnen, doorgeschoven naar een verhaal waarbij de winst moet worden verdeeld, om uiteindelijk niets meer over te houden dat aan de werknemer kan worden gegeven. Dat kan niet en dat mag niet. Daar zullen we tegen blijven strijden.
Dat systeem holt de rechten van werknemers uit en creëert daarnaast extreme afhankelijkheid, doordat huisvesting, werk en uitbetaling van het loon volledig in handen van criminelen liggen. Vermits zij zich dan ook nog in een land bevinden waar ze de taal niet spreken, beseffen we allemaal dat het om slachtoffers gaat en dat ze vogels voor de kat zijn.
Die werknemers hebben een sterke overheid nodig om hen te beschermen. Ondernemers die frauderen, buiten niet alleen die mensen uit, maar zorgen er ook voor dat ondernemers die het wel goed voor hebben en het spel wel eerlijk spelen, worden weggeconcurreerd. Dat laten we met deze regering niet toe.
In de eerste drie kwartalen van dit jaar voerden de sociale inspectiediensten samen al 10.717 gemeenschappelijke controles uit, waarvan 2.436 in de bouwsector. In totaal werden er al 109.000 individuele onderzoeken gevoerd door de verschillende sociale inspectiediensten, wat aangeeft hoe complex de strijd tegen sociale fraude is.
Ook dat bleek gisteren uit de Pano -reportage,. Sommige leden zijn selectief in hun beschrijving van wat ze gisteren gezien hebben, maar de controles die in de reportage getoond werden, tonen aan dat de overheid niet afwezig is. U hebt gisteren gezien dat we op veel fronten strijden tegen detachering. De controlediensten waren op televisie, ze waren aanwezig. Ze gaven aan waar de pijnpunten zich situeren en dat zijn net de zaken waarop deze regering zal inzetten. Er komen 300 extra inspecteurs, op basis van een behoefteanalyse, met de bedoeling om netto meer inspecteurs te hebben.
Die behoefteanalyse is klaar en we zullen ervoor zorgen dat de sociale, fiscale en gerechtelijke diensten versterkt worden. We zullen het aantal ketens beperken en het aantal controles de volgende jaren systematisch verhogen. We zullen de boetes verhogen.
Mijnheer Mertens, ik vind het enigszins hypocriet dat u hier de witte ridder speelt, terwijl uw partij in de commissie, waar we vorige week de verhoging van de boetes voor sociale fraude hebben besproken, alles heeft gedaan om dat te vertragen. Ik vind dat hypocriet, want als u het echt goed voorhebt met de strijd tegen sociale fraude, dan stemt u in met mijn ontwerp om de boetes met 25 % te verhogen. U hebt dat niet gedaan.
(Applaus)
Geachte leden, voor de duidelijkheid wil ik zeggen dat internationale arbeiders nodig zijn. Als we willen dat hier huizen worden gebouwd en infrastructuurwerken plaatsvinden, hebben we die mensen nodig. Detachering is niet verkeerd als iedereen zich aan de regels houdt.
België zal daarin het voortouw blijven nemen. We zetten in op arbeidsrechtelijke regularisatie. Dat betekent dat we werknemers garanderen dat ze minstens het Belgisch minimumloon ontvangen en beschermd worden door onze arbeidsregels.
Als we weten dat een op de twee gedetacheerde personen in België actief is in de bouw, wil ik dat iedereen zich registreert wanneer men een bouwwerf betreedt en opnieuw wanneer men die werf verlaat. Op die manier kunnen we de stromen beter in kaart brengen en kan die registratie ervoor zorgen dat efficiëntere controles plaatsvinden. Dat brengt eveneens de ondoorzichtige constructies in kaart. Die registratiesystemen zijn absoluut noodzakelijk. De bijbehorende wetgeving is momenteel in de maak.
Daarnaast doen we ook internationaal wat nodig is. Ik weet niet of u het weet, maar België behoort op Europees niveau tot de top inzake controlesystemen. Wij voeren internationale controles uit om ervoor te zorgen dat misbruiken inzake detachering worden aangepakt. Het afgelopen jaar werkten we samen met Slovenië, Portugal, Malta en Polen om als koploper initiatieven te blijven nemen op het vlak van gezamenlijke Europese controles. We zullen dat nog meer doen. Laat het duidelijk zijn: wie fraudeert, steelt middelen van mensen die de middelen echt nodig hebben.
Ik roep u allemaal op om de verontwaardiging aan de kant te schuiven en de voorstellen en ontwerpen die in het Parlement ter zake worden ingediend te steunen, zodat sociale fraude echt kan worden aangepakt.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Een arbeidsmarkt moet alle werknemers en eerlijke werkgevers beschermen, niet de valsspelers.
Toch moet mij iets van het hart. Open Vld heeft hier de voorbije weken 45 uur getoeterd om dergelijke rijke fraudeurs te beschermen. 45 uur! Maar nu? Nu blijft het stil.
Ik ben dat echter gewoon. Telkens opnieuw, ook op Europees niveau, wanneer het erom gaat om de grote vissen verantwoordelijk te stellen, blijft het stil. Bij de liberalen, Vlaams Belang, de N-VA en cd&v blijft het stil om de grote vissen aan te pakken. Alle verantwoordelijkheid gaat dan naar de kleintjes, naar de arbeiders die worden uitgebuit.
Voor Vooruit is het duidelijk: we moeten fraude aan de bron aanpakken, de grote vissen aanpakken en de kleintjes beschermen. Alleen zo werken we aan een eerlijke arbeidsmarkt.
Peter Mertens:
Mijnheer de minister, ik heb een vraag gesteld en u hebt er voor de zoveelste keer voor gekozen om daar niet op te antwoorden, namelijk: wat met ketenverantwoordelijkheid? Ik ben een grote fan – u zou dat weten als u al meerdere jaren in het Parlement aanwezig was – van meer controles. Ik ben een grote fan van hogere boetes.
Ik ben echter ook voorstander van wat mensen op het terrein zeggen: we moeten ketenverantwoordelijkheid hebben, we moeten ook de opdrachtgever van bouwwerken kunnen aanspreken. Daar gaat het over. Het is een en-enverhaal. Het is niet toevallig dat de bouwfederatie precies dat tweede wil tegenhouden. Daarvoor wijkt u.
Als u dan een wetsvoorstel hebt voor meer controle, zullen we voorstemmen. Als u een wetsvoorstel hebt voor hogere boetes, zullen we eveneens voorstemmen. De beste manier om dat wetsvoorstel te ondermijnen, is echter om in datzelfde wetsvoorstel een clausule opnemen waarmee u de boetes voor iedereen verhoogt. Dat was immers de inzet van uw wetsontwerp.
U hebt die wet zelf kapotgemaakt. U hebt elk draagvlak voor die wet kapotgemaakt. Ik vraag mij af voor wie, op wiens verzoek, u dat wetsontwerp op die manier hebt ondermijnd. Shame on you !
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, dank u voor het antwoord. Het is jammer dat de gewaardeerde collega Vanrobaeys hier even uit de bocht gaat. U weet beter dan wie ook dat u op ons kunt rekenen in de strijd tegen de sociale fraude. Mevrouw Vanrobaeys is er niet altijd bij wanneer we elkaar treffen in de commissie, maar u weet zeer goed dat dit de strijd is die we moeten voeren.
Ik zeg alleen: laten we ook out of the box denken. Het moet meer zijn dan wat het vandaag is. Ik pleit opnieuw voor een integratie van de inspectiediensten. Een efficiëntere inzet van middelen maakt alles goedkoper. Een efficiëntere inzet van mensen biedt het hoofd aan de uitdaging die het Rekenhof u heeft voorgeschreven. Dat is in het allergrootste belang van onze sociale zekerheid, van onze strijd voor eerlijke concurrentie en van onze strijd tegen moderne slavernij en uitbuiting. Dat is de strijd die we moeten voeren. Als de kameraden nog eens oproepen om te betogen in Brussel, laat dat dan onze strijd zijn, collega's.
Anja Vanrobaeys:
(…)
Voorzitter:
Mevrouw Vanrobaeys, hier is duidelijk verwezen naar een interventie van u daarnet aan het adres van de N-VA. Ik denk niet dat we hier van een persoonlijk feit kunnen spreken. We zullen het fenomeen correct proberen te behandelen, maar dit is een uitbreiding. Het gaat over een directe confrontatie tussen twee collega's die hier het woord hadden.
De inactiviteitsvallen
De opvolging en begeleiding van langdurig werklozen
Maatschappelijke begeleiding en herintegratie van werklozen, valkuilen en trajecten
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 13 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de hervorming van de sociale zekerheid en werkloosheidsuitkeringen, met scherpe tegenstellingen tussen strengere voorwaarden (N-VA, Clarinval) en behoud van solidariteit met fraude- en misbruikbestrijding (Vooruit). Clarinval verdedigt zijn hervormingen—zoals tijdsbeperkte uitkeringen en een kadaster voor sociale bijstand—om afhankelijkheid te doorbreken, maar benadrukt dat kwetsbaren beschermd moeten blijven, terwijl Ronse (N-VA) het vorige beleid afschildert als een "25-jarig wanbeleid" dat inactiviteit beloonde en nu een begrotingstekort van 40 miljard (2029) dreigt. Vanrobaeys (Vooruit) eist gelijke aanpak van alle misbruiken (ook fiscale fraude) en betere samenwerking tussen federale en regionale overheden om mensen daadwerkelijk naar werk te begeleiden, zonder de sociale zekerheid als geheel te ondermijnen.
Axel Ronse:
Mijnheer de minister Clarinval, beste David, we hebben elkaar exact een jaar geleden leren kennen, tijdens de regeringsonderhandelingen. Ik zag u wel af en toe in Villa Politica , maar ik kende u eigenlijk niet goed, maar er was meteen een klik. Wat een machtige mens, dacht ik. Op het vlak van de arbeidsmarkt, de flexibilisering van de arbeidsmarkt, de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, de uitkeringennorm is onze visie identiek. Ik dacht, dat is een topper, die zou eigenlijk bij de N-VA kunnen zitten.
Ik vroeg me af hoe u zich moet hebben gevoeld in de vivaldiregering, toen u de uitkeringen mee moest verhogen, toen werkloosheid gemakkelijker werd gemaakt, toen eigenlijk het omgekeerde werd gedaan van wat wij met de arizonaregering realiseren. Ik vroeg me af: qui vous a forcé en Vivaldi, monsieur David Clarinval?
De N-VA heeft u bevrijd, met de arizonaregering. Er is de uitkeringennorm, de werkloosheidsuitkeringen worden beperkt in de tijd, de pensioenen worden hervormd. We doen er alles aan om ervoor te zorgen dat er geen rue de Dison meer is.
Weet immers, bij de start van de vivaldiregering il y avait une grande fête dans la rue de Dison, plus d'allocations, chômage plus facile . Met de arizonaregering is dat gedaan. Ik hoop dat er hier geen enkele collega is die vindt dat iemand die over een hondenstront is uitgegleden en al acht jaar bij de ziekenkas zit, daar tot aan haar pensioen moet blijven. Het zou onvergeeflijk zijn als wij dat normaal zouden vinden.
De rekening van 25 jaar politiek immobilisme, van het stimuleren van inactiviteit, is gigantisch groot. Het zijn wij die deze rekening nu moeten betalen. In Vlaanderen zeggen we: on en a marre, c'est fini avec la merde . Wie naar die RTL-reportage kijkt, heeft geen zin meer om naar het toilet te gaan.
Mijnheer de minister, it's time to choose. Kiest u voor onze hervormingen, ja of neen?
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, dinsdag was het in Aalst jaarmarkt. Toen ik voor het Volkshuis stond, zei iemand tegen mij: "Anja, heb jij de reportage van Deborsu gezien? Ja, zo is het gemakkelijk, maar voor hen ga ik niet elke dag mijn knoppen afdraaien en afdokken."
Collega’s, die reportage heeft veel mensen geraakt, ook mij. Zulke excessen ondermijnen onze solidariteit en onze sociale zekerheid. Dit systeem is bedoeld om de mensen die het zwaar hebben in het leven te beschermen, maar het is tegelijkertijd ook de bedoeling dat wie kan werken, meedoet en bijdraagt. Wij van Vooruit, de grondleggers van onze sociale zekerheid, staan pal achter die solidariteit.
Op dezelfde jaarmarkt kwam ik een vrouw tegen die een week eerder de diagnose borstkanker had gekregen. Ze zei: "Gelukkig woon ik in België. Als ik in Amerika zou wonen, met Trump, zou ik mijn behandeling niet kunnen betalen."
Daarom draait het. Onze sociale zekerheid redt letterlijk levens, maar als we die overeind willen houden, moet iedereen een eerlijke bijdrage leveren.
Er zijn drempels – kinderopvang, opvolging, mensen jarenlang loslaten zonder begeleiding –, maar dat zijn regionale bevoegdheden, waar nog werk aan is, ook in Wallonië. Mijnheer de minister, de federale overheid zet stappen, maar moet de samenwerking versterken en nog meer coördineren, zodat iedereen in elk gewest dezelfde plichten en kansen heeft.
Mijnheer de minister, op 14 oktober vond er een overleg plaats. Zult u ervoor zorgen dat er meer op samenwerking wordt ingezet, zodat niemand wordt losgelaten en mensen daadwerkelijk worden vastgepakt en begeleid naar meer kansen en werk?
David Clarinval:
Mevrouw Vanrobaeys, mijnheer Ronse, de reportage die werd uitgezonden door RTL heeft veel reacties uitgelokt. Ik begrijp de emotie, want ze raakt aan wat ons het meest dierbaar is: sociale rechtvaardigheid en vertrouwen in ons systeem van solidariteit.
Laten we echter duidelijk zijn, ik weiger de karikatuur te aanvaarden die erin zou bestaan alle begunstigden van sociale bijstand te bestempelen als fraudeurs. Het merendeel van die mensen is effectief op zoek naar werk en ze lijden eronder als ze geen werk hebben. We zijn het allemaal eens over het feit dat kwetsbare mensen moeten worden beschermd, maar het is ook onze plicht om de solidariteit te verdedigen tegen misbruik. De reportage heeft onaanvaardbaar gedrag aan het licht gebracht, of het nu gaat om verduistering via de OCMW’s, de werkloosheidsuitkeringen of de uitkeringen voor langdurige ziekte, solidariteit mag geen toevluchtsoord worden voor fraude. Ze moet synoniem blijven met rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid.
Zoals het regeerakkoord bepaalt, zullen gezonde mensen die in staat zijn om te werken niet langer kunnen genieten van overdreven voordelige en eeuwigdurende stelsels die hen ontmoedigen om aan de slag te gaan. We moeten ervoor zorgen dat het altijd voordeliger is om te werken dan niet te werken. Het is net in die geest dat ik op amper vijf maanden tijd, vanaf het moment dat ik mijn functie opnam, een historische hervorming van de werkloosheidsuitkeringen heb doorgevoerd, die de solidariteit handhaaft maar een einde maakt aan het systeem van afhankelijkheid. Deze hervorming transformeert ons huidige stelsel in een echte werkloosheidsverzekering. Ze beschermt, ze responsabiliseert en ze moedigt de terugkeer naar werk aan. Solidariteit is geen inactiviteit, het is een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin ook een rol is weggelegd voor de minister die bevoegd is voor maatschappelijke integratie en voor langdurig zieken.
Het regeerakkoord voorziet in de creatie van een kadaster van de sociale bijstand en in een meer systematische controle om de coherentie en de transparantie van de sociale bescherming te versterken. Het gaat erom te garanderen dat elke euro aan solidariteit ten goede komt aan diegenen die daar echt nood aan hebben, waarbij een terugkeer naar een aangepaste activiteit actief wordt begeleid. Het doel is niet te stigmatiseren, maar te responsabiliseren en het frauduleuze gedrag te bestraffen van diegenen die de middelen van de samenleving misbruiken.
Deze regering maakt vastberaden werk van structurele en rechtvaardige hervormingen voor ons land. Ons doel is duidelijk: de sociale zekerheid versterken zonder de koopkracht te verzwakken. Daarom, beste collega's, ben ik gekant tegen elke belastingverhoging en elk verlies aan inkomsten voor wie werkt. Ons sociaal model is iets om fier op te zijn. Het moet synoniem blijven met waardigheid, niet met afhankelijkheid. Trouw aan het regeerakkoord en aan de geest van het liberalisme moderniseren wij onze sociale staat zonder afstand te doen van de solidariteit, maar door haar opnieuw zin te geven: diegenen beschermen die het nodig hebben en iedereen aanmoedigen om bij te dragen aan de collectieve inspanning.
Dank u voor uw aandacht.
Axel Ronse:
De reportage die we gezien hebben is het gevolg van 25 jaar lang een liberale narcist te kunnen vinden om aan het hoofd van een regering het PS-beleid uit te voeren: mensen inactief houden. Oh, je ne veux pas me lever trop tôt. Je suis déjà tranquille depuis huit ans, je ne veux plus bosser. Daar moet nu een einde aan komen! Alles staat op papier om dat te beëindigen, ook wat betreft langdurig zieken. Het probleem is dat de rekeningen door dat gortige beleid gedurende 25 jaar zodanig de pan zijn uit geswingd dat we afstevenen op een tekort van bijna 40 miljard euro in 2029.
Wij in Vlaanderen willen dat dat stopt en daar zal een prijs voor moeten worden betaald, een prijs die wij nooit hebben gekozen en waarvoor wij altijd hebben gewaarschuwd. Als men echter wil dat onze begroting in evenwicht is en alle excessen van 25 jaar wanbeleid worden opgeruimd, dan zal men die prijs ook moeten betalen. Dus zet alstublieft door en laat Bart gewoon verder werken.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, onze sociale zekerheid is een van de mooiste verwezenlijkingen in ons land. Ze is echter ook kwetsbaar. Het is uiteraard geen probleem om misbruiken te benoemen. De excessen moeten eruit, maar dan wel de excessen aan alle zijden. Zowel wie ten onrechte uitkeringen ontvangt als wie profiteert van subsidies of wie fiscale achterpoortjes misbruikt, moet worden aangepakt. Alleen als iedereen een eerlijke bijdrage levert, kunnen we onze sociale zekerheid overeind houden. U stelt dat u een einde wilt maken aan die afhankelijkheid. Als u het echt meent, pak dat dan vast. Werk samen en schuif het niet door naar de sociale werkers, maar neem het echt op met de regio’s, zodat wij de betrokkenen nooit meer loslaten, voor hen zorgen, hen ondersteunen en effectief begeleiden naar meer kansen en naar werk.
De uitrol van supersnel internet in de landelijke gebieden
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 13 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Jeroen Soete kaart aan dat rurale gebieden in Vlaanderen dreigen uitgesloten te worden van de fiber-uitrol door de Proximus-Telenet-deal, waardoor 1 miljoen mensen (40% in West-Vlaanderen) achterblijven, terwijl minister Matz de deal verdedigt als kans om 500.000 extra huishoudens aan te sluiten—al ontbreekt nog transparantie over welke gebieden precies worden buitengesloten. Soete eist onmiddellijke pauze in de procedure (deadline 21/11/2025) en heldere kaarten voor burgemeesters, die nu blind opereren, terwijl Matz belooft via BIPT meer duidelijkheid af te dwingen, maar benadrukt dat 98% al toegang heeft tot snel internet via kabel. Kernpunt: fiber is cruciaal voor toekomstbestendigheid, maar rurale gebieden riskeren definitief achterop te raken door gebrek aan planning en democratische inbreng.
Jeroen Soete:
Collega’s, mevrouw de minister, de mensen in de landelijke gebieden in Vlaanderen, maar ook in België, in onze dorpen, zien elke dag heel wat verdwijnen: de laatste bankautomaat, de laatste bakker, zelfs het laatste café, naar wat ik heb gelezen. Er bevindt zich dus veel in de verleden tijd.
Nu lijkt het erop dat we ook de toekomst aan die mensen gaan ontzeggen. Dat is immers, collega’s, het resultaat van de deal tussen de twee grote spelers, Telenet en Proximus, om samen fiber uit te rollen in Vlaanderen. De landelijke gemeenten in Vlaanderen, de deelgemeenten en de dorpen vallen uit de boot, mevrouw de minister, en dreigen definitief de trein van supersnel internet te missen. Over heel Vlaanderen spreken we over meer dan een miljoen mensen, meer dan een miljoen. Dat is geen klein bier. In mijn eigen provincie, West-Vlaanderen, meer bepaald in de regio van de Westhoek, gaat het om vier op de tien inwoners. Ruim 80.000 mensen zouden geen uitzicht hebben op fiber.
Ik spreek in de voorwaardelijke wijs, want eigenlijk weten we het niet. Het enige wat we hebben, collega’s, is deze kaart, een zogenaamd duidelijke en transparante kaart. (De spreker toont een kaart.) In werkelijkheid is die waardeloos. (De spreker verscheurt de kaart.) We hebben daar niets aan.
Mevrouw de minister, er moet duidelijkheid komen, in de eerste plaats voor onze lokale besturen, die op dit moment totaal niet weten wat er hen boven het hoofd hangt. Er loopt een openbaar onderzoek, maar geen enkele burgemeester weet of er in zijn deelgemeente, dorp of gemeente fiber zal komen. Het enige wat ze hebben is die onduidelijke kaart. Het is de bouwvergunning van de eeuw, collega’s, en niemand weet waar er gebouwd wordt. Dat is al te gek voor woorden.
Mevrouw de minister, ik weet dat u mijn bezorgdheid deelt, de bezorgdheid voor de rurale gebieden. Alstublieft, sta op, kom naast mij staan, strijd voor meer transparantie en zorg ervoor dat het dossier in een andere plooi wordt gelegd, met een betere dekking, zowel in Wallonië als in Vlaanderen.
Voorzitter:
We hadden een onduidelijke kaart, maar nu hebben we er zelfs geen meer.
Vanessa Matz:
Mijnheer Soete, internet van goede kwaliteit is geen luxe. Ons land heeft op dat vlak een achterstand.
Het is mijn ambitie als minister, vanuit mijn bevoegdheid voor telecommunicatie, om de fiberdekking fors te verhogen. Daarom zie ik een potentieel in de deal die Proximus, Fiberklaar, Telenet en Wyre willen sluiten in Vlaanderen. Die bedrijven willen samenwerken om fiber aan te leggen buiten de grote steden. Dat zorgt voor meer aansluitingen. Er zouden 500.000 woningen extra worden aangesloten door die deal.
Er zijn inderdaad ook gebieden waar operatoren nog geen plannen hebben om fiber aan te leggen. Welke gebieden dat precies zijn, is nog niet helemaal bepaald. Ik heb het BIPT gevraagd om voor de nodige transparantie te zorgen daaromtrent.
De marktbevraging die de BMA uitvoert, staat los van de gebieden. Die bevraging gaat over de omstandigheden waarin concurrenten met elkaar kunnen samenwerken. Wonen in een gebied zonder fiber wil niet zeggen dat men geen snel internet kan hebben. Op de meeste plaatsen in Vlaanderen ligt de klassieke televisiekabel. Van de woningen heeft 98 % toegang tot supersnel internet.
De landelijke gebieden liggen me na aan het hart. Ik laat geen kans onbenut om er bij de operatoren op aan te dringen dat zij mee zoeken naar oplossingen om fiber maximaal uit te rollen. Als samenwerkingen tussen operatoren kunnen helpen om meer mensen toegang tot fiber te geven, ben ik daar een voorstander van.
Jeroen Soete:
Mevrouw de minister, ik heb goed gehoord dat u zich enthousiast aan mijn zijde zult scharen. U zult voor transparantie zorgen. Wij hebben transparantie nodig, omdat de burgemeesters op dit moment totaal niet weten waar zij aan toe zijn. De procedure stopt volgende week vrijdag 21 november 2025. Er moet dus duidelijkheid komen voor die datum. Dat zal misschien niet lukken. Wat dus zeker moet gebeuren, is de pauzeknop indrukken.
Collega's, ik heb het hier al een paar keer gehoord. Stop the clock . Wij moeten nu een pauze inlassen, zodat duidelijkheid kan worden geboden en de burgemeesters bezwaar kunnen aantekenen.
Mevrouw de minister, er is een openbaar en publiek onderzoek. Het publiek weet echter nergens van. Dat is een aanfluiting van elk democratisch rechtsprincipe. U kunt die bezorgdheid delen. Wij zullen samen zorgen en strijden voor meer transparantie, voor uitstel van de procedure en vooral voor het op tafel leggen van alternatieven om een betere fiberdekking in heel Vlaanderen, maar ook in de rurale gebieden in Wallonië te verzekeren.
Voorzitter:
Mijnheer Soete, gelieve alle snippers mee te nemen.
Het schandaal omtrent de door SHEIN verkochte poppen
De impact van SHEIN op de lokale economie
De vloedgolf van Chinese producten aan dumpingprijzen via het verkoopplatform SHEIN
De invloed van SHEIN: schandalen, economische impact en dumpingprijzen van Chinese producten
Gesteld door
Les Engagés
Pierre Kompany
CD&V
Leentje Grillaert
Vooruit
Jeroen Soete
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 6 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de schadelijke impact van Chinese e-commerceplatforms zoals Shein, met drie kernthema’s: kinderpornografische producten (poppen), onveilige en illegale producten (giftige stoffen, brandgevaar) en oneerlijke concurrentie die lokale bedrijven ondermijnt. Ministers Clarinval en Beenders beloven versterkte controles, samenwerking met justitie, EU-onderzoeken en zware boetes, terwijl ze consumenten oproepen tot een boycot en het verwijderen van de apps. Frankrijk dringt aan op een EU-breed onderzoek, en er wordt gepleit voor snellere actie, zoals het offline halen van Shein bij non-compliantie. De focus ligt op bescherming van kinderen, gezondheid, eerlijke handel en duurzaamheid.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre de l' é conomie, quelque chose d’infernal est en train de se produire. La société chinoise Shein provoque aujourd’hui des problèmes en France, car elle veut envoyer des produits à caractère pédopornographique: des poupées à l’apparence d’enfants dont les pédophiles peuvent se contenter.
Croyez-vous qu’ils s’arrêteront là? Croyez-vous que ce sont des mœurs que la Belgique peut encore accepter par la vente de tels produits? L'Inspection économique a-t-elle déjà saisi le parquet concernant l’arrivée éventuelle de ce type de poupées? Nous vivons dans un pays qui a connu la frayeur liée à la sexualité imposée aux enfants et la redoute encore jusqu'à aujourd'hui. Faut-il encore recommencer?
Monsieur le ministre, je crois que vous êtes digne de confiance, et que vous ne pouvez pas dormir en pensant que les enfants sont menacés. Que comptez-vous faire face à l’arrivée de produits asiatiques sur lesquels nous n’avons aucun contrôle? Ils inondent le marché. Avez-vous un moyen de contrôler ce phénomène?
Leentje Grillaert:
Heren ministers, die ochtend in de krantenwinkel. Onlangs stond ik in een krantenwinkel om een pakketje te sturen – niet van Shein of Temu, collega’s. De dame in de krantenwinkel zei mij dat het niet kan blijven duren, al die pakketjes van Shein en Temu. Ze stelde dat de minister eens op bezoek moest komen, zodat ze het allemaal kon uitleggen. Het is echt gebeurd.
Mijne heren ministers, u hoeft niet naar mijn hometown te komen om in te zien welke oneerlijke concurrentie deze pakjes voor onze ondernemers betekenen. Deze praktijken zorgen voor een ongelijk speelveld, sociale dumping en uitholling van eerlijke handel. Sinds kort gaat het niet meer alleen om pakjes. Deze week opende de eerste fysieke winkel in Parijs en gingen de poppetjes aan het dansen. Het Franse gerecht heeft er intussen zijn buik van vol en wil een volwaardig EU-onderzoek naar deze webwinkel.
Collega’s, wat mij vooral zorgen baart, is dat de Sheins en de Temu’s van deze wereld onze lokale ondernemers ondermijnen, die wel investeren in correcte lonen, kwaliteitsvolle materialen en duurzame processen. Wat geldt voor onze ondernemers, moet ook gelden voor producten uit derde landen, punt uit. Onze ondernemers mogen niet het gevoel krijgen dat ze gestraft worden wanneer ze de regels niet volgen, terwijl die regels blijkbaar niet gelden voor de grote spelers.
Mijne heren ministers, hoe zal de federale regering zorgen voor een gelijk speelveld? Zult u extra stappen zetten om de controle op eerlijke concurrentie, consumentenbescherming en productveiligheid te verhogen tegenover duidelijk problematische spelers?
Jeroen Soete:
Ministers, er is deze week inderdaad al heel wat commotie geweest over de Chinese webgigant Shein, die zijn eerste fysieke winkel opent in Frankrijk. Shein is uiteraard ook in België bekend omdat het zeer goedkope kledij, cosmetica en kinderspeelgoed verkoopt, zo goedkoop dat de consumenten – we moeten daar eerlijk over zijn – ze en masse bestellen.
Wat schuilt er achter die goedkope producten? Laten we dat toch niet vergeten. Daar schuilt vaak aan de andere kant van de wereld een arbeider achter die verplicht wordt tot 18 uur per dag te werken voor een hongerloontje. Daar lijken vele consumenten zich onvoldoende van te vergewissen.
Waar ook zeker te weinig bewustwording over is, is over de veiligheid en de kwaliteit van die producten. Die zijn op zijn minst zeer bedenkelijk te noemen. Dat is een eufemisme. Er zijn al heel wat testen geweest. Vorige week bracht de consumentenorganisatie Testaankoop uit dat tot 70 % van de producten die besteld worden via het platform Shein niet aan de Europese veiligheidsnormen beantwoorden. We hebben het dan over giftige stoffen in kinderspeelgoed. We hebben het over USB-laders die kunnen ontploffen na een kortsluiting. We hebben het ook over juwelen die tot 80 % cadmium bevatten. Cadmium is een kankerverwekkende stof. We saneren cadmiumgronden in België, maar nu lopen er in België mensen rond met zo’n juweeltje. Dat lijkt me toch geen gezonde situatie. Het zou ons allemaal moeten verontrusten en ik meen dat dit ook het geval is.
Precies vandaag, ministers, maakte Shein bekend 2 miljard winst te zullen boeken, op de kap van de gezondheid van duizenden mensen, maar ook op de kap van onze bedrijven, die zich wel aan de regels houden.
Ik heb één duidelijke vraag voor u beiden. Wat zal deze regering, wat zulllen jullie doen om onze bedrijven en onze consumenten (…)
Voorzitter:
Dank u wel, collega.
David Clarinval:
Mijnheer Kompany, mijnheer Soete, mevrouw Grillaert, in 2024 zijn er bijna 1 miljard pakjes via België gepasseerd. Een groot deel van deze pakjes is afkomstig van Chinese platformen zoals Shein. Sommige van deze platformen omzeilen de Europese regels. Shein is daar een voorbeeld van.
Eind mei heeft de Economische Inspectie dat platform geïnterpelleerd via het Europese netwerk Consumer Protection Cooperation Network voor talrijke onregelmatigheden, misleidende promoties en klanten die onder druk worden gezet.
Het nieuws van de voorbije dagen gaat veel verder dan deze praktijken. De verkoop van sekspoppen die eruitzien als kinderen is diep schokkend en totaal onaanvaardbaar. Ik wil duidelijk zijn dat dit type product niet thuishoort op een e-commerceplatform, noch in onze samenleving.
En ce qui concerne la vente de produits à caractère pédopornographique, monsieur Kompany, je peux vous confirmer que l'Inspection économique, tout comme l'autorité française de la consommation, n'est pas l'autorité compétente. La vente de tels produits constitue un délit pénal, relevant de la compétence de la Justice.
Néanmoins, à l'instar de l'autorité française de la consommation, l'Inspection économique est habilitée à saisir le procureur du Roi si, dans le cadre de ses contrôles, elle découvre de tels produits. Vu la gravité des faits, j'ai donc donné instruction à l'Inspection économique d'accorder une attention particulière aux produits à caractère pédopornographique et de saisir systématiquement le procureur du Roi chaque fois qu'elle découvre de tels produits sur des plateformes en ligne ou dans des magasins physiques, évidemment.
Je veillerai avec mes collègues compétents, Rob Beenders et Annelies Verlinden, à ce que les autorités responsables prennent les mesures nécessaires pour faire retirer ces produits de la vente sans délai.
Plus largement, madame Grillaert et monsieur Soete, dans le cadre de la task force e-commerce, qui réunit tous les ministres concernés et les services de contrôle, une analyse est en cours sous la direction du SPF Économie pour améliorer la coordination et l'échange d'informations entre les autorités. Notre objectif est clair: agir résolument et fermement contre les plateformes qui ne respectent ni nos règles ni nos valeurs. Le commerce en ligne ne peut jamais être un espace de contournement de la loi ni menacer l'intégrité humaine. Je pense que c'est évident, mais qu'il est utile de le rappeler.
Rob Beenders:
Geachte leden, dank u wel voor uw vragen. Dat er twee ministers antwoorden over dit onderwerp, toont al meteen aan hoe belangrijk de regering deze problematiek vindt. Ondertussen weten we al heel goed dat producten van platformen als Shein en Temu vol rommel zitten, slecht gemaakt zijn, niet veilig zijn en dat de controle op de naleving van de Europese normen op dit moment te wensen overlaat.
Als we echt willen dat onze kinderen worden beschermd tegen gevaarlijke producten, dan begint dat bij onszelf. Laten we die oproep herhalen tegenover iedereen, waar we het ook kunnen zeggen. De beste boycot van dat soort websites is heel eenvoudig: koop er gewoon niets meer. Verwijder die app van uw telefoon, mocht ze erop staan. Men heeft een app als die van Shein en Temu gewoonweg niet nodig. Vertel dat tegen uw familie en vrienden en boycot ze sowieso al op uw manier.
Naast het feit dat die platformen dergelijke spotgoedkope producten dumpen, verzamelen ze ook gigantisch veel data over gebruikers, hun gedrag en hun voorkeuren op het internet. Daarbij komen de vaak onethische werkomstandigheden en de heel grote ecologische voetafdruk, waardoor er gewoon geen enkele reden is om daar producten te kopen.
Ook de overheid moet nu echter stappen zetten. Op Europees niveau werk ik op dit moment aan twee concrete onderzoeken. Die tonen nu al aan dat Shein en Temu te weinig doen om die illegale en gevaarlijke producten van hun websites te verwijderen. Als die onderzoeken afgerond zijn – ik heb er alle vertrouwen in dat dat vrij snel zal gebeuren – hangen daar zware boetes aan vast. Gelet op de onderzoeken en de resultaten die we nu al zien, heb ik er het volste vertrouwen in dat Europa streng zal optreden.
In ons land zullen we blijvend inzetten op het uit de markt halen van gevaarlijke producten. Zo werk ik samen met minister Clarinval aan tal van inspecties. De Economische Inspectie voert samen met EU-lidstaten tal van maatregelen en controles uit met de FOD Economie om nog meer te controleren op productveiligheid en om producten nog sneller uit de markt te halen.
Mijn boodschap is echter helder: bescherm uzelf en uw kinderen door die Chinese rommel vooral niet te bestellen. Delete vandaag nog die apps op uw telefoon en vertel dat aan zoveel mogelijk mensen. Daarnaast zullen wij aan wetgeving werken, zodat we op verschillende fronten ervoor kunnen zorgen dat platformen zoals Shein en Temu stoppen met het leveren van producten van slechte kwaliteit.
Pierre Kompany:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. J'ai bien entendu que vous aviez déjà donné des instructions aux services de l'Inspection économique et je voudrais m'en tenir surtout à cette gestion proactive.
La proactivité dans ce genre d'affaire est essentielle, car les Français le vivent actuellement, ils sont surpris. Il ne faudrait pas que nous, qui avons connu ce type de problèmes qui ont fait de la Belgique un pays où tous les journalistes débarquaient comme si ces faits ne se déroulaient pas ailleurs et qui avons eu cette capacité de gérer, nous retrouvions pris par surprise. Je le dis haut et fort, devant mes collègues, les êtres humains qui font circuler ce genre de choses n'ont pas de tête.
Leentje Grillaert:
Heren ministers, ik dank u voor uw antwoorden.
Minister Beenders, refererend aan uw antwoord wil ik het verhaal van de krantenwinkel voortzetten. Er kwam een dame terug bij haar met minstens tien pakketjes van Shein, die allemaal niet goed waren. De uitbaatster van de krantenwinkel heeft toen gevraagd waarom die dame dan nog koopt bij dat bedrijf.
Die boodschap moeten ook wij uitdragen. Waarom kopen we die rommel, die uiteindelijk niet dienstig is of blijkt te zijn?
De uitbaatster voegde er nog de volgende vraag aan toe. Wat gebeurt er met alle retourzendingen? Waar gaan ze naartoe? Ook dat moeten wij ons zeker afvragen in het kader van duurzaamheid.
Ik ondersteun dan ook absoluut de oproep om lokaal te kopen. Dat is beter voor iedereen.
Jeroen Soete:
Heren ministers, ik dank u voor uw antwoorden. Het is uiteraard goed en nodig dat u daarmee aan de slag gaat. Collega’s, voor die goedkope en vaak ook giftige producten betaalt immers iemand de prijs. De gezondheid van mensen en kinderen staat effectief op het spel. Dat is geen drama; dat is gewoon de realiteit. Dat blijkt inderdaad uit de testresultaten die vandaag beschikbaar zijn. Europa is met onderzoek bezig, maar kán en móét ook meer doen. Onze steun gaat dus uit naar de suggestie om Europa meer onder druk te zetten en sneller werk van de zaak te maken. De zuiderburen, Frankrijk, hebben een brief gestuurd naar de Europese Commissie. Ik weet dat een brief maar een brief is. Zij dreigen echter ook het platform Shein offline te halen zolang niet kan worden aangetoond dat het bedrijf aan de Europese regelgeving voldoet. Dus als Shein niet wil meewerken, haal het bedrijf dan gewoon offline.
De conclusies van de Nationale Veiligheidsraad inzake de dronedreiging
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De schending van ons luchtruim door drones en de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De hybride aanvallen tegen België
De Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
Beslissingen en bijeenkomsten van de Nationale Veiligheidsraad over dronedreiging, luchtruimschendingen en hybride aanvallen in België
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Bart De Wever (Eerste minister)
op 6 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De drone-incidenten boven Belgische luchthavens, militaire bases en kritieke infrastructuur worden gezien als gecoördineerde hybride aanvallen, waarschijnlijk afkomstig van Russische actoren, gericht op intimidatie en destabilisatie. De Nationale Veiligheidsraad besliste tot een driedelige strategie (detectie, identificatie, neutralisatie), met versterkte samenwerking tussen Defensie, politie en inlichtingendiensten, een centraal meldsysteem voor drones (operationeel vanaf 2026) en juridische duidelijkheid over neerhalen van drones, maar concrete middelen voor civiele beveiliging ontbreken nog. Kritiek richt zich op jarenlange onderinvestering in luchtruimbeveiliging, gebrek aan eenheid van commando (bevoegdheidsversnippering tussen Defensie en politie) en vertraagde actie (pas reactie na acute crisis). Partijen eisen transparantie over daders, versnelde uitvoering (nu pas plannen voor 2026) en betere coördinatie, terwijl de regering benadrukt kalmte en Europese samenwerking te zoeken.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, drones, drones, drones! Meer nog dan de stilstand van de regering waren zij de voorbije dagen hét gespreksonderwerp.
Er is economische schade, er heerst ongerustheid, angst en verwarring. Dat is uiteraard precies de bedoeling van degenen die drones op ons afsturen. Het betreft geen spionage, zoals ik de minister van Defensie enkele dagen geleden hoorde zeggen. Het zou namelijk bijzonder slechte spionage zijn uit een goedkope B-film. Het is pure provocatie, intimidatie en angstzaaierij, en dat lijkt me typerend voor de agressieve houding van de Russen de voorbije maanden, mijnheer de minister.
Het is daarom goed, zeer goed zelfs, dat u de premier hebt gevraagd om de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Het is bizar dat u dat zelf moest vragen. Even bizar is het dat de premier tot begin september heeft gewacht om de Nationale Veiligheidsraad, het hoogste veiligheidsorgaan van ons land, voor de eerste keer samen te roepen, terwijl de dreigingen zich blijven opstapelen. Nu zijn dan inderdaad de provocaties in de lucht begonnen.
De bevolking, mijnheer de minister, heeft recht op antwoorden en ik hoop dat u die hier zult geven. Dat is belangrijk.
Ten eerste, wat hebben de inlichtingen- en veiligheidsdiensten u meegedeeld, voor zover u dat hier kunt delen? Hebben zij een verklaring gegeven voor de acuut toegenomen aanvallen? Hebben zij verwezen naar iets als Euroclear of naar uitspraken van bepaalde leden van de regering?
Ten tweede, hebben onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten advies gegeven over onze houding en communicatie ten opzichte van Rusland? Zijn daarover afspraken gemaakt?
Ten derde, zijn er afspraken gemaakt tussen politie en Defensie over de detectie, identificatie en neutralisatie, mijnheer de minister? Belangrijker nog dan de aankoop van het juiste materieel is eenheid van commando; dat is de essentie. Zeg het ons, mijnheer de minister.
Maaike De Vreese:
Om heel evidente redenen, met name de aanwezigheid van de Europese instellingen, de NAVO en Euroclear, zijn wij een aantrekkelijk doelwit. Als er iemand klaar moet zijn om zich tegen drones te wapenen, dan zijn wij het. Het is dan ook positief dat de Nationale Veiligheidsraad samenkwam. We moeten voorbereid zijn en een plan van aanpak hebben.
Collega's, tot nu toe was er geen plan. Onder de vivaldiregering hebben we veel kostbare tijd verloren. Cruciaal is wie welke taken opneemt en op welke manier men zal samenwerken. Defensie heeft een federaal antidroneplan uitgewerkt voor militaire domeinen, maar het burgergebied, de kritieke infrastructuur en onze luchthavens ressorteren tot uw bevoegdheid. Er is een politionele aanpak nodig. Onze lokale politiediensten worden momenteel overstelpt met meldingen en zij moeten ondersteund worden. We moeten zo snel mogelijk het luchtbewakingscentrum, waar alle betrokken diensten samenkomen, volledig operationeel krijgen. Dat werkt. We doen dat al in Zeebrugge met het Maritiem Informatiekruispunt. Wat voor de zee kan, kan ook voor de lucht.
De incidenten tonen een duidelijke nood aan een gecoördineerde aanpak aan, niet alleen nationaal maar ook grensoverschrijdend. Bovendien is juridische duidelijkheid nodig. Of de politie een drone uit de lucht mag halen, mag geen vraagstuk zijn. In deze tijden moet dat een evidentie zijn.
Minister, hoever staat u met uw plannen?
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous sommes évidemment frappés par ces attaques inédites de drones sur notre territoire. Depuis maintenant 10 jours, des bases militaires et des aéroports ont été survolés. D'autres infrastructures suivront, parce que cela ne va sans doute pas s'arrêter.
Les Belges doivent-ils être impressionnés par ces attaques vraisemblablement russes? Non, mais il faut les prendre au sérieux. C'est ce que vous avez fait en mobilisant le Conseil national de sécurité (CNS). Ce dernier est le bras armé protecteur au sommet de l'État. Pour rappel, il s'est réuni dans le cadre des attentats, du covid ou de la crise énergétique liée à la guerre en Ukraine. C'est donc vraiment l'organe adapté à la réponse. Il réunit le kern, l'ensemble des ministres régaliens et les services de renseignement. Dès lors, je vous remercie de l'avoir mobilisé.
Vous allez nous donner des informations relatives aux diagnostics mais aussi au traitement envisagé face à cette menace: identification, détection, destruction.
Je tiens à souligner que nous venons de loin en la matière, même si nous ne partons pas de zéro. Comme vous, j'ai observé l'expertise dans un certain nombre de pays européens, en France en particulier. Elle a eu de très bons résultats s'agissant de la protection de son espace aérien durant les Jeux olympiques.
Au-delà des décisions du CNS, allez-vous rencontrer un certain nombre de vos homologues étrangers?
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, er is nog steeds geen begroting, maar deze keer heeft de regering geluk. De drones die boven ons land vliegen, vormen een ernstige bedreiging voor onze veiligheid, en voor de regering komt die bliksemafleider op het juiste moment. Plots gaat het immers niet meer over haar totale falen of over de gaten in de begroting, maar wel over de gaten in ons luchtruim.
En dan komt het veiligheidstheater, waar niemand nog de regie in handen heeft. In de Strategische Visie van minister Francken komt het woord drone amper voor, en als het er al in staat, dan is het voor 2032. Bovendien is de detectie gebaseerd op radiofrequentie, een techniek die vandaag al duidelijk achterhaald is. En heel stoer verklaart minister Francken dat hij Moskou wel zal aanpakken, maar ons eigen luchtruim blijft onbeveiligd.
De waarheid is simpel: het probleem vandaag is niet alleen de overvliegende drones, het probleem is dat de regering onvoldoende heeft geïnvesteerd in ons luchtruim en in onze veiligheid, noch in detectie, noch in neutralisatie. Alles wat nu komt, is achterhaald en veel te laat. De regering-De Wever bespaart liever op onze mensen, maar voor politieke showtjes, zoals de Theo Francken F-35-show, is er wel altijd geld.
Mijnheer de minister, wie zit hierachter? Welke bewijzen hebt u daarvan? De conclusie van minister Francken na de Nationale Veiligheidsraad was dat we het luchtruim wel vanaf januari zullen versterken. Waarom gebeurt dat pas vanaf januari? Wat met de komende maanden? Zijn onze mensen nog wel echt veilig?
Franky Demon:
Sinds 30 oktober is het duidelijk dat onze veiligheid wordt bedreigd door drones boven kazernes en luchthavens. Er zijn cyberaanvallen op onze systemen en fake news zaait verwarring bij onze burgers. Dit is geen toeval meer, dit is georganiseerd. Daarom moeten wij ons ook beter gaan organiseren. Voor cd&v kan ons antwoord zich niet beperken tot het militaire aspect. Veiligheid is veiligheid. Wat we investeren in defensie moet ook onze binnenlandse veiligheid versterken. De dreiging stopt niet aan de kazernepoort, zoveel is duidelijk. Het kan niet zijn dat wanneer een drone over een militaire basis vliegt Defensie daarvoor bevoegd is, maar zodra die drone zich daarbuiten bevindt, hij onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester valt.
Defensie, politie, inlichtingsdiensten en lokale besturen moeten als één team werken, met dezelfde informatie en dezelfde strategie. We moeten voorbereid zijn. Daarom is een duidelijk plan van aanpak, met afspraken tussen Defensie, binnenlandse besturen en lokale besturen, meer dan ooit nodig. Dat plan moet waterdicht zijn. Het defensiebudget is er. Zorg ervoor dat die middelen ook de politie en de civiele veiligheid versterken, want veiligheid is overal noodzakelijk. De Russen houden ook geen rekening met het verschil tussen Kleine-Brogel, Brussels Airport of Oostende.
Welke afspraken heeft de Nationale Veiligheidsraad gemaakt om met een zo breed mogelijk plan een zo breed mogelijke aanpak te realiseren, zodat alle locaties in ons land beschermd blijven?
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ons land is deze week het slachtoffer van een aanval in de hybride oorlog, zoveel is duidelijk. Er zijn drones boven onze militaire domeinen, drones boven onze luchtmachtbasissen en drones boven onze nationale luchthaven in Zaventem. Daarnaast zijn er al een hele week cyberaanvallen en is er al een hele week beïnvloeding op sociale media.
Beste collega's, dit is niet onschuldig. De cyberaanvallen schaden onze koopkracht en onze zorginstellingen. Een stilgelegde luchthaven kost onze economie handenvol geld. De combinatie van drones en vliegtuigen is ronduit gevaarlijk. Dit kan leiden tot ongelukken.
Het is heel duidelijk – ik herhaal het –, iemand is ons hier aan het testen en pesten. Het is ook duidelijk dat we ons niet mogen laten intimideren, dat we het hoofd koel moeten houden, kalm moeten blijven en dit vooral gecoördineerd moeten aanpakken. Daarom ben ik heel blij dat de Nationale Veiligheidsraad vandaag is samengekomen.
Mijnheer de minister, ik heb slechts één heel eenvoudige vraag voor u. Kunt u toelichten wat daar werd beslist om de veiligheid van ons allen te verbeteren?
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, ces derniers jours, notre pays a connu des survols de nos aéroports et de nos installations militaires par des drones, des cyberattaques et des opérations de désinformation.
Soyons clairs, la Belgique subit actuellement une série d'attaques hybrides coordonnées, venant probablement d'une puissance étrangère. Pourquoi? Parce que nous soutenons l'Ukraine, parce que nous hébergeons l'OTAN et l'Union européenne, parce que nous sommes des fervents défenseurs de la démocratie et de la liberté.
L'objectif de ces actions: nous intimider, nous obliger à changer de politique. Quelle prétention, quelle hubris! Du duc d'Albe à Joseph II, de Napoléon à Guillaume d'Orange, du Kaiser à Adolf Hitler, beaucoup ont cru pouvoir faire plier définitivement le peuple belge. Non, nous n'avons pas plié. De tout cela résulte notre devise: l'union fait la force.
En ces temps de trouble, ces mots doivent résonner. Nous devons reconnaître que nous avons été dépourvus face à l'intrusion des drones. C'est clair. Nous payons trop d'années de négligence de la mission fondamentale de l'État: assurer la sécurité de la population face aux menaces internes et externes.
Sans défense active, pas de paix. Notre État va faire face, avec ses alliés de l'OTAN et de l'Union européenne. Nous développons un plan stratégique d'ampleur et nous procurons les moyens qui permettront de protéger nos infrastructures essentielles et militaires et de faire face à ce nouveau type de menace. Préparer et assurer face aux attaques hybrides sera un des enjeux essentiels des prochaines années.
Monsieur le ministre, nos citoyens sont inquiets. Un Conseil national de sécurité s'est réuni en urgence ce matin. Il a pris des mesures positives pour faire face à la situation. Néanmoins, la protection de notre espace aérien et des infrastructures critiques face à la menace de drones demande des mesures structurelles à moyen terme. Quelles mesures sont-elles envisagées pour assurer la protection de toutes nos infrastructures critiques – j'insiste sur le mot "toutes" – et dans quel délai?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, il est évident que les événements que nous connaissons depuis quelque temps – à savoir des drones qui survolent des zones sensibles – constituent un danger, notamment pour nos aéroports. Du reste, en 2024, 31 000 drones avaient déjà été signalés au-dessus de zones sensibles. Donc, le problème n'est pas récent.
Nous nous heurtons à un véritable problème de réglementation, puisque 200 000 drones ont déjà été vendus dans le Benelux et que seuls 37 000 pilotes ont été enregistrés. J'aimerais dès lors savoir ce qui est prévu à cet égard.
À votre sortie du Conseil national de sécurité, monsieur le ministre, vous avez appelé au calme. Je ne peux que vous rejoindre sur ce point: nous devons en effet garder la tête froide. Il ne serait d'aucune utilité de céder à la panique, et il faut éviter de prendre rapidement des décisions malencontreuses ou qui rateraient leur cible. Entre-temps, nous devons attendre les résultats de l'enquête. Ce dont nous avons besoin avant tout est de connaître la vérité. S'agit-il de simples signalements? Concernent-ils uniquement des drones? M. Francken avait en effet indiqué que certains signalements visaient des avions qui volaient à basse altitude.
Par conséquent, des éclaircissements sont nécessaires. Quels drones étaient impliqués? Qui les pilotait? Et dans quel but? La seule chose dont nous soyons certains, pour l'instant, monsieur le ministre, est que nous ne savons pas grand-chose. Nous devons examiner la situation avant de tirer des conclusions.
Monsieur le ministre, vu qu'une enquête est en cours, disposez-vous déjà d'éléments susceptibles d'éclaircir aujourd'hui la situation?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, y a-t-il encore un pilote dans l'avion Belgique? Y a-t-il encore un ministre fédéral de l'Intérieur dans ce pays? Votre gouvernement est incapable d'adopter un budget mais aussi d'assurer la sécurité des Belges sur terre et dans les airs. Les trafiquants de drogue prennent le pays en otage. Quel est votre réponse en tant que chef de la police? Des policiers en plus? Non. Des moyens en plus pour la Justice? Non. Mais vous téléphonez à Theo Francken et vous lui dites: "Refile-moi tes jeunes recrues du service volontaire pour les mettre dans la rue dès 2027". Il faut arrêter ces improvisations ou ces formes de sparadraps. Vous êtes ministre, nous avons besoin d'action, monsieur le ministre.
Face aux drones qui survolent nos infrastructures critiques – aéroports, casernes, camps militaires, centrales nucléaires, etc. –, c'est rebelotte! Pendant que des drones prennent le ciel belge à l'assaut, on ne vous voit pas. Ce sont des camionnettes de la police locale, mes petits policiers locaux – je suis également bourgmestre – qui ont dû littéralement courser ces drones alors qu'ils s'évanouissaient dans la nature. C'est quand même un comble. C'est le pays de Magritte. Je n'arrête pas de le répéter.
La fermeture de nos aéroports bruxellois et liégeois cette semaine a créé un chaos sécuritaire une fois de plus. Éviter de tels survols relève de votre responsabilité et de celle du ministre Crucke également. Cela fait des semaines que ces incidents se multiplient et il aura fallu en arriver là pour qu'enfin, eindelijk , le premier ministre convoque ce matin un Conseil national de sécurité.
Je n'ai qu'une question à vous poser, parce qu'au-delà de la question de savoir qui se cache derrière ces drones, il faut évidemment faire toute la lumière et surtout garantir la sécurité de nos concitoyens et de nos sites critiques. Monsieur le ministre, qu'a-t-il enfin été décidé au Conseil national de sécurité pour assurer la sécurité des Belges et de nos infrastructures civiles?
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos très nombreuses questions sur ce sujet.
Mardi soir, plusieurs vols de drones ont été constatés au-dessus de plusieurs aéroports, celui de Zaventem – qui n'est pas seulement un aéroport civil, mais aussi militaire avec celui de Melsbroek – ainsi que ceux de Liège et Anvers. Des vols de drones ont également été constatés au-dessus de plusieurs bases militaires et installations critiques et sensibles. Il s'agissait d'une action organisée, concertée par ce qu'on appelle en langage diplomatique "des acteurs inamicaux".
Naar aanleiding van deze gebeurtenissen heb ik de eerste minister gevraagd de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Die vergadering heeft vanochtend plaatsgevonden. Ze gaf ons allereerst de kans de rapporten van de veiligheidsdiensten te analyseren. Ik wil hier graag hun uitstekende werk en hun goede samenwerking benadrukken.
Je n'entrerai évidemment pas dans les détails pour des raisons de sécurité évidentes. Ce Conseil national de sécurité a permis de continuer et de faire aboutir une bonne partie du travail déjà entamé depuis plusieurs mois entre administrations et cabinets responsables, contrairement à ce que j'ai pu entendre.
À la suite du CNS de ce matin, je vous confirme notre stratégie en trois axes: détecter, identifier et neutraliser. Au niveau de la détection, face à une menace qui évolue de jour en jour, nos installations doivent être modernisées et renforcées pour être toujours plus performantes.
Dit valt onder de verantwoordelijkheid van Defensie, maar ook die van skeyes, die allebei over zeer specifieke expertise, financiële middelen en toestellen beschikken.
Mijn collega van Defensie heeft ons vanmorgen een voorstel gepresenteerd om de middelen van het leger op dit vlak te versterken. Die middelen zullen uiteraard ook voor de beveiliging van onze kritieke en gevoelige sites kunnen worden ingezet, zowel op civiel als op militair vlak, zoals in het regeerakkoord werd bepaald.
C'est ce que nous appelons, dans le langage convenu, le dual use de ces moyens.
Je vous confirme par ailleurs que le Conseil national de sécurité a décidé d'adapter, en fonction du plan stratégique de la Défense, le Centre national de sécurité de l'espace aérien (NASC), situé à Beauvechain, d'ici le 1 er janvier 2026. Lorsqu'un drone est détecté, il faut pouvoir l'identifier. Nous avons donc décidé la mise en place d'un système d'enregistrement de drones et de leurs opérateurs plus large et plus performant que le système actuel, et ce, sous la houlette du ministre de la Mobilité. Cela doit nous permettre d'opérer beaucoup plus rapidement la distinction entre une utilisation agréée et une utilisation potentiellement malveillante, ainsi que de faciliter l'identification des opérateurs de drones.
Une fois détecté et identifié, et s'il est avéré que le drone représente un danger, il faut pouvoir le neutraliser. Sans préjudice des obligations des acteurs privés, les drones suspects sur l'ensemble du territoire national peuvent, lorsque cela est jugé nécessaire pour des raisons de sécurité, d'intégrité territoriale et de souveraineté ou pour la protection du droit à la vie, être neutralisés, selon le cas, par une intervention policière ou militaire, en veillant à prévenir et à limiter autant que possible les dommages collatéraux.
Pour ce qui concerne le reste de l'espace public, la police a un rôle central à jouer, qu'elle soit fédérale ou locale. Il n'y a pas de petite police, monsieur Lacroix. J'ai demandé d'adapter et de renforcer le cadre de contrôle et d'intervention de la police à ce phénomène. Celui-ci permettra à nos forces de l'ordre d'intervenir justement dans un cadre solide et clair, implémenté tant au niveau de la police fédérale que locale ainsi que par le Centre de crise national.
Nous évaluerons les moyens matériels et humains nécessaires pour la lutte contre les drones en nous appuyant également sur les moyens renforcés de l'armée.
Dit moet het mogelijk maken om sneller het onderscheid te maken tussen recreatief gebruik en potentieel vijandig gebruik en om de identificatie van droneoperatoren te vergemakkelijken.
Met betrekking tot de kritieke en gevoelige infrastructuur en de militaire sites zullen de expertise en de bijkomende middelen van het leger ons in staat stellen om ons arsenaal aanzienlijk te versterken.
Tegelijkertijd zullen we deze kwestie ook op Europees niveau aankaarten. Ik ben in gesprek met landen die recent met dezelfde problematiek werden geconfronteerd, met name Denemarken, Duitsland en Nederland, en met de Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken, de heer Brunner. Mijn diensten hebben ook contact gehad met Polen, Duitsland, Denemarken en Litouwen.
Enfin, je peux vous annoncer que le sujet sera à l'agenda du Conseil Justice et Affaires intérieures des 8 et 9 décembre prochains à Bruxelles.
J'aimerais ici terminer par un message clair. Nous comprenons évidemment l'inquiétude que ce phénomène peut représenter et certainement dans le contexte international. Ce gouvernement et l'ensemble des services de l'État prennent les choses en main avec calme et détermination et dans le cadre d'une communication maîtrisée. Nous pourrons pour cela nous appuyer sur une stratégie coordonnée et une volonté sans faille. Je vous remercie.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw gedetailleerd antwoord. Ik heb drie opmerkingen.
Ten eerste, we hebben nood aan één baas in het luchtruim. Boven de kazerne is Defensie bevoegd, maar eenmaal het kazerneterrein verlaten, moet het werk door de combi of helikopter worden uitgevoerd. Dat is onwerkbaar.
Ten tweede, u hebt terecht verwezen naar de internationale aanpak. Het is heel goed dat u die initiatieven neemt. Er werd verwezen naar het Maritiem Informatiekruispunt, maar ik kan u meer vertellen, collega De Vreese. De vorige regering heeft geïnvesteerd in het North Sea Platform. Dat is een platform om op een beveiligde manier informatie in realtime uit te wisselen.
Ten derde, we weten allemaal dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is om een dergelijk toestel te neutraliseren. We beschikken echter over een groot voordeel. Onze privésector, dus onze bedrijfswereld, is klaar om met ons te experimenteren. Wij hebben DronePort in Sint-Truiden. Ga daarmee alstublieft aan de slag. Dat is een opportuniteit voor onze veiligheid.
Maaike De Vreese:
Collega’s, nog niet zo lang geleden associeerden we drones met iets dat we onder de kerstboom legden als cadeautje, als speelgoed voor onze kinderen. Nu bevinden we ons in een volledig andere situatie, waarbij we moeten wensen dat onder de kerstboom voor onze veiligheid en voor onze inlichtingendiensten antidronecapaciteit klaarligt.
Mijnheer de minister, daarvoor moeten we de krachten bundelen. Dat hoeft inderdaad niet allemaal vanuit de overheid te komen. We hebben heel wat mooie technologiebedrijven die klaarstaan om samen te werken, niet alleen met onze politiediensten, maar ook met Defensie.
De tijd is rijp om die krachten te bundelen, want de uitdagingen op dat vlak zijn heel erg groot.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous ne devons donc pas avoir peur. Nous devons prendre cela au sérieux.
Nous aurions sans doute pu être un peu mieux protégés, monsieur Lacroix. Si, en matière de lutte contre les drones, au niveau du département de la Défense, sous la précédente législature, davantage d’initiatives avaient été prises, peut-être serions-nous mieux protégés. Votre intervention est un peu fort de café, monsieur Lacroix; je pense, en effet, que votre parti a une grosse responsabilité en la matière.
Pour terminer, monsieur le ministre, j’appelle tout de même de mes vœux – au-delà de ce que vous avez provoqué aujourd'hui, c'est-à-dire la coordination des moyens de réaction – la mise en place dans notre pays d'un seul département anti-drones. C’est ainsi que cela fonctionne dans les autres pays. Selon moi, c’est ainsi que nous devrons fonctionner. Par ailleurs, pour faire la transparence également pour les Belges, je demanderai au Comité R un rapport sur l’origine de la menace.
Britt Huybrechts:
Minister, van geen zakenkabinet en geen orde op zaken gaan jullie naar meer taksen voor de Vlaming, naar een peperduur migratiebeleid met gaten, naar gaten in ons luchtruim en in onze veiligheid.
Eigenlijk is er maar één ding dat u en uw collega-minister Francken nu nog kunnen doen: neem de verantwoordelijkheid op voor jullie falend beleid, de gemiste investeringen en achterhaalde beslissingen, en neem ontslag.
Maar kijk, de goede vriend van Bart De Wever, de Koning, gelooft misschien nog in jullie. De bevolking echter allang niet meer.
Als ik deze foto zie, meen ik dat u er zelf niet meer in gelooft. De drones vliegen in het rond, maar de regering blijft hangen.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, u gaf het vanmorgen zelf al aan, en u herhaalde het op het einde van uw antwoord: de kalmte bewaren is belangrijk.
Naast kalmte is er ook nood aan voorzichtigheid. We dienen onze woorden zorgvuldig te wikken en te wegen. We hoeven niet alle kaarten op tafel te leggen wanneer we weten dat we in het oog gehouden worden. We moeten beseffen dat elke uitspraak, van mij, van u en van uw collega’s, tegen ons gebruikt kan worden. Laten we vooral dus geen olie op het vuur gooien. Laten we samenwerken aan een gemeenschappelijke nationale strategie om ons te wapenen tegen die nieuwe hybride dreiging.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik wil mijn repliek beginnen met een vraag aan de collega’s van zowel de N-VA als de MR. Stop alstublieft met naar het verleden te verwijzen, stop alstublieft met naar Vivaldi te verwijzen. Dit gaat over onze veiligheid. Dit overstijgt regeringen. Dit overstijgt partijbelangen. Het NASC is opgericht onder minister Dedonder, onder de vivaldiregering. Dus, alstublieft, de situatie is veel te ernstig om er politieke spelletjes van te maken.
Mijnheer de minister, we moeten dat nauwgezet blijven opvolgen, gecoördineerd en gedisciplineerd. Ik en mijn fractie hebben althans alle vertrouwen in onze diensten, alle vertrouwen in ons defensiepersoneel, alle vertrouwen in ons politiepersoneel. We weten immers wat we hier verdedigen: we verdedigen onze welvaartsstaat, we verdedigen onze democratische waarden, we verdedigen onze solidariteit.
Stéphane Lasseaux:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je voudrais ici témoigner de toute la confiance qu'on peut porter à l'ensemble de nos forces armées, soit à notre Défense, qui fait face aux ennemis extérieurs; confiance en notre sécurité intérieure et interne telle qu'elle est sainement sollicitée; confiance en nos services de renseignement qui, chaque jour, sont sur la brèche; confiance en notre diplomatie qui travaille sans relâche au renforcement de nos alliances; aussi et certainement confiance en nos citoyens qui soutiennent cette assemblée et, par elle, l'action du gouvernement.
Tous ensemble, nous devons faire en sorte que, toutes et tous, nous puissions protéger une démocratie que nous défendons et certainement aussi nos libertés.
Je voudrais dire à tous: restons vigilants , keep calm and carry on. C'est ce qu'on disait lors du dernier conflit mondial, mais c'est ainsi que nos adversaires connaîtront la défaite. Nous ne plierons pas, l'union fait la force, rassemblons-nous tous, ici, ensemble, pour pouvoir défendre notre Belgique.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, j'attendais une réponse sur l'avancée de l'enquête et s'il y avait des éléments déjà disponibles pour pouvoir dissiper un peu le flou dans lequel on est aujourd'hui.
Avant de prendre des décisions et avant d'agir, il faut d'abord établir la vérité et savoir ce qui se passe concrètement pour ne pas prendre des mauvaises décisions, pour ne pas faire de mauvais investissements et ne pas céder à la panique. Parce que la panique peut être instrumentalisée par ceux qui ont d'autres intérêts, par les marchands d'armes qui veulent vendre tous azimuts leurs armes, par les défenseurs de la course à l'armement, qui vont utiliser cet épisode pour renforcer leur idée d'achats militaires. Donc, nous devons rester calmes, garder la tête froide et ne pas agir dans la précipitation, mais agir seulement quand on est sûr des informations que nous avons.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, le collègue Weydts demandait au collègue Ducarme d'être fair-play. C'est attendre l'impossible, c'est comme attendre un budget pour l'Arizona.
Cela étant dit, monsieur le ministre, c'est magnifique, uitstekend, proficiat! Bonne nouvelle, bonne nouvelle! On va enfin interdire les drones illégaux, c'est magnifique! Et on a obtenu 50 millions d'euros, mais qui ne concernent que les sites militaires. Rien pour le civil, rien pour la police fédérale, pas un euro pour l'Intérieur. En tant que petit bourgmestre d'une petite commune avec une petite police qui n'est pas équipée pour lutter contre les drones, je dis que ma petite police locale, que je chéris, va devoir être en état d'alerte devant la centrale nucléaire de Tihange si un survol des drones se manifeste. Vous trouvez ça normal? Moi, pas. C'est le job de la police fédérale, c'est votre travail, agissez!
Voorzitter:
We zijn aan het einde van het vragenuurtje gekomen. We gaan nu over tot het wetgevend werk. Uw dienaar zal nu plaatsnemen in het halfrond. Ik verlaat dus deze hoge, neutrale positie en vraag aan collega Reuter om voor te zitten. Voorzitter: Florence Reuter, ondervoorzitster Président: Florence Reuter, vice-présidente.
De impasse rond de tuchtraad voor deurwaarders wegens het gebrek aan immuniteit van de magistraten
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De tuchtraad voor gerechtsdeurwaarders en notarissen—opgericht om wanpraktijken zoals exorbitante incassokosten aan te pakken—functioneert al twee jaar niet, waardoor 97 zware dossiers (waaronder 46 van deurwaarders en 41 van notarissen) onbehandeld blijven, wat straffeloosheid in de hand werkt. Minister Verlinden bevestigt dat de technische en juridische blokkades (zoals immuniteit voor magistraten en vergoedingskwesties) grotendeels zijn opgelost en dat de raad sinds juni 2024 operationeel *had* moeten zijn, maar vertragingen blijven door ontslag van voorzitters en onderfinanciering. Soete benadrukt dat elke politiek interventie weliswaar vooruitgang boekt (zoals de immuniteitsgarantie voor magistraten), maar dat de urgentie hoog blijft: slachtoffers van malafide praktijken en eerlijke beroepsbeoefenaren lijden onder het gebrek aan toezicht, terwijl cowboys ongestraft verdergaan. De minister belooft versnelde vervanging van ontslagnemende magistraten en dringt aan op extra middelen, maar concrete actie ontbreekt nog.
Jeroen Soete:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, een onbetaalde factuur van 100 à 150 euro die oploopt tot een monsterfactuur van duizenden euro’s doordat er allerhande dossierkosten die daar eigenlijk niet in thuishoren, aan worden toegevoegd, die wanpraktijken van in het verleden zien we, jammer genoeg, nog steeds in de sector van de gerechtsdeurwaarders. De vorige regering heeft beslist een reeks maatregelen te nemen om die zogenaamde schuldenindustrie aan te pakken. Een van die maatregelen was de oprichting van een onafhankelijke rechtbank die aan die wanpraktijken paal en perk moest stellen.
Wat blijkt nu, twee jaar later? Die tuchtraad komt maar niet in actie. Er worden geen zaken behandeld, met als gevolg dat 46 dossiers uit de beroepsgroep van de gerechtsdeurwaarders onbehandeld blijven. Daarnaast blijven 41 dossiers uit de sector van de notarissen al drie jaar lang liggen. Het gaat hier niet over punten en komma’s, collega's, maar over zware dossiers. Samengevat, honderd dossiers over wantoestanden en wanpraktijken liggen stof te vergaren.
Het resultaat is straffeloosheid. Wie is daarvan de dupe? In de eerste plaats is dat uiteraard de burger, het slachtoffer dat in de kou blijft staan. Dat zijn ook de vele goed menende gerechtsdeurwaarders en notarissen, het merendeel van de sector. Zij willen al die cowboys ook uit hun midden weren. Wie wint erbij? Quid bono ? Dat zijn de cowboys zelf, die door de huidige situatie de facto een vrijbrief krijgen om hun schandalige praktijken voort te zetten.
Mevrouw de minister, de situatie is ernstig. De voorzitters en magistraten hebben inmiddels kennelijk hun ontslag aangekondigd. Ik moet snel afronden gelet op mijn spreektijd. Mijn vraag is eenvoudig (…)
Voorzitter:
U kunt niet meer snel afronden. De minister is creatief genoeg om zelf een vraag te fantaseren.
Annelies Verlinden:
Ik heb geen vraag gekregen, maar ik zal toch een antwoord geven.
Uiteraard moeten beroepsorganisaties zichzelf zuiveren en wij moeten ons daarop organiseren. We hebben de wet betreffende een tuchtraad en hebben in juni 2024 voorzitters aangeduid. Toen ik in februari minister van Justitie werd, was die tuchtraad nog niet helemaal operationeel. Sindsdien hebben we veelvuldig overlegd met deurwaarders, de voorzitters en het College van de hoven en rechtbanken. We hebben een wetsontwerp klaar dat tegemoetkomt aan een aantal technische opmerkingen, zodat de tuchtraad goed kan werken. Een goed functionerende tuchtraad is immers nodig om die beroepsgroep zuiver te houden.
We hebben overigens ook bevestigd dat de immuniteit van de magistraten die in de tuchtraad zetelen, kan blijven gelden, omdat zij optreden als een orgaan van de rechterlijke orde. Voor zover uw pleidooi zou zijn om de vergoedingen van de magistraten die in die tuchtraad zetelen, te verhogen, kan ik u alleen maar zeggen dat de discussies daarover aan de gang zijn. Ik neem aan dat uw partij mijn vraag voor extra middelen voor Justitie ten volle en publiek zal steunen, zodat de vergoedingen voor die magistraten mogelijk worden.
Mijnheer Soete, we doen er alles aan om de tuchtraad te doen functioneren, want ook ik acht een goede deontologische werking van de deurwaarders en de notarissen en dus ook de tuchtraad prioritair. Het College van de hoven en rechtbanken doet vandaag al het nodige om de magistraten die hun ontslag hebben gegeven, te vervangen. Wij zullen daarop blijven aandringen, want een goed functionerende werking van de deurwaarders is essentieel voor iedereen, zeker voor de burgers.
Jeroen Soete:
Mevrouw de minister, het is intussen mijn derde vraag over het onderwerp. Voor het reces heb ik ook een samengevoegde vraag gesteld met collega Jadoul. Ik merk dat elke keer dat ik u aan het woord laat, er een extra element, een extra blokkering uit de weg wordt geruimd. De immuniteit van de magistraten is er daarvan een heel belangrijke. Zij hadden inderdaad schrik dat ze effectief persoonlijk aansprakelijk zouden worden gehouden. Zij vreesden dat als ze een notaris of een deurwaarder preventief schorsen en zonder inkomsten zetten, er achteraf een claim zou komen wanneer zij het voorzitterschap van de tuchtraad zouden opnemen. Het is heel goed dat u daar een doorbraak aan het realiseren bent. We weten immers allemaal dat de vorige tuchtraad al drie jaar geleden werd afgeschaft en dus is het hoog tijd dat er een nieuwe tuchtraad actief wordt.
De aangekondigde afbouw van het aantal asielopvangplaatsen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens storm Benjamin waarschuwt El Yakhloufi (Vooruit) dat asielzoekers zonder opvang op straat dreigen te belanden, ondanks het regeerakkoord dat dit onaanvaardbaar noemt, en vraagt garanties voor voldoende opvang, vooral in de winter. Minister Van Bossuyt benadrukt dat de instroom daalt (38% in oktober), de hotelopvang stapsgewijs wordt afgebouwd en via de *Brusselsdeal* 2.000 plaatsen gefinancierd worden—genoeg om de wachtlijst weg te werken—maar eist dat het gewest deze plekken officieel erkent, terwijl ze stelt dat *niemand op straat hoeft* als de regels worden gevolgd. El Yakhloufi relativeert de daling (gelijk aan EU-gemiddelde) en houdt de minister aan haar belofte dat *opvang gegarandeerd* blijft, met nadruk op *menswaardige procedures*. De kern: spanning tussen afbouw opvang en de plicht om dakloosheid te voorkomen, met wederzijds vertrouwen in de dalende cijfers maar verschil over de urgentie van menselijke opvang.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, het is code oranje. Het KMI roept de mensen op om thuis te blijven, totdat storm Benjamin over ons land is getrokken. Andere mensen, asielaanvragers, kunnen dat niet. Zij moeten vannacht op straat slapen, want zij krijgen geen opvang. Toch lees ik vandaag opnieuw dat u gerechtelijke uitspraken naast u zult neerleggen. Ik lees vandaag opnieuw dat u meedeelt dat u de opvang zult afbouwen. Dergelijke uitspraken maken mij heel bang. Het baart mij zorgen.
Het regeerakkoord is heel duidelijk. Daarin staat: het is onaanvaardbaar dat we mensen op straat laten slapen. Ja, we willen werk maken van de afbouw van de opvang, maar de absolute voorwaarde in het regeerakkoord is een structurele daling van de instroom.
We zijn nu twee maanden ver. De instroom is verminderd, maar twee maanden is niets. Ik weet niet of u sportief aangelegd bent, maar als we twee maanden gaan lopen, zijn we nog niet klaar om een marathon te lopen. Dat is niet realistisch.
U kondigt die daling op alle vlakken aan. Iedereen is het erover eens dat we terug grip op de migratie willen krijgen, maar dat moet onder bepaalde voorwaarden gebeuren. Dat betekent dat we een realistische beleid moeten voeren en dat we dat op een menselijke manier moeten doen. Daarom zit Vooruit ook mee in deze regering.
Mevrouw de minister, daarom heb ik schrik voor de maanden die eraan komen, voor de winterperiode. Ik heb één vraag voor u. Zult u voor voldoende opvang zorgen, zodat er geen mensen op straat hoeven te slapen, wat een taak is voor ons als overheid?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer El Yakhloufi, eerst ga ik in op de dwangsommen. In de ingediende tekst van uw vraag zie ik 15.000 staan. Ik kan u zeggen dat van de openstaande dwangsommen slechts een fractie dateert van de huidige legislatuur.
De instroom van asielzoekers naar België is sinds de start van deze regering aanzienlijk gedaald. U weet dat het prognosemodel had voorspeld dat we dit jaar zonder maatregelen 50.000 asielaanvragen zouden krijgen. Dankzij onze maatregelen zitten we op de juiste koers en nu moeten we vooral blijven doorzetten. In september daalde het aantal aanvragen met 21 % en in oktober, op basis van de huidige prognoses, bedraagt de daling zelfs 38 %. Daarmee doen we het beter dan de Europese cijfers. De cijfers gaan dus de goede richting uit. Zoals in het regeerakkoord is voorzien, voer ik stap voor stap de afbouw van de hotelopvang uit. Het is voor ons belangrijk dat de opvang menswaardig maar sober is. Ook dat is overigens afgesproken. De opvang van asielzoekers in hotels zendt het verkeerde signaal uit.
Binnen de Brusselsdeal betaalt de federale overheid voor 2.000 plaatsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Van de wachtlijst uit de vorige legislatuur, waarop meer dan 4.000 mensen stonden, is dus in principe geen sprake meer. Momenteel staan er 1.820 mensen op de lijst, terwijl wij 2.000 plaatsen financieren via de Brusselsdeal. De wachtlijst uit de vorige legislatuur bestaat dus in principe niet meer. Het wordt dringend tijd om het gesprek over die plaatsen aan te gaan. Als wij die financiering immers op ons blijven nemen, moeten we die ook officieel op ons conto kunnen zetten.
Met de regering zetten we in op orde en controle. Geen enkele asielzoeker moet vandaag op straat slapen, zolang die onze wetgeving volgt. Er is nog werk aan de winkel, maar de kentering is ingezet.
Achraf El Yakhloufi:
Mevrouw de minister, we willen allemaal hetzelfde. Wij en de regering hebben al duidelijk gezegd dat we terug grip willen krijgen op migratie. Nogmaals, dat zal op een realistische en eerlijke manier moeten gebeuren. Ik wil voor alle duidelijkheid ons werk niet minimaliseren, maar de dalende trend zien we in heel Europa. Wij staan niet sterker dan Europa.
Anneleen Van Bossuyt:
Toch wel. (…)
Achraf El Yakhloufi:
België kent een gelijke of zelfs mindere daling.
Mevrouw de minister, ik wil naar oplossingen zoeken. Daarom zit Vooruit in deze regering. We moeten ervoor zorgen dat we grip krijgen op migratie. Dat doen we door snellere en betere procedures, zodat mensen realistisch en op een menselijke manier worden opgevangen. Dat is onze taak. Zodoende krijgen de mensen er vertrouwen in dat we migratie beter stroomlijnen. Ik geloof daarin en ik zal daar ook op toezien.
U hebt mij beloofd dat er niemand op straat zal slapen. Mijn partij Vooruit en ik zullen erop toezien dat dat ook effectief gebeurt.
Voorzitter:
Hierbij sluit ik deze vragensessie af.
De overname van Pukkelpop door Live Nation en de hoge marktconcentratie in de festivalsector
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Jeroen Soete kaart aan dat stijgende festivalprijzen (tickets, eten, drank) en de monopolievorming van Live Nation (dominante positie in festivals, ticketverkoop en boekingen) de betaalbaarheid en keuzevrijheid voor consumenten en artiesten bedreigen, met een oproep tot onderzoek door de Mededingingsautoriteit. Minister Clarinval bevestigt dat de BMA een onderzoek zal starten *zodra Live Nation de overname officieel aanmeldt*, en belooft in te grijpen als dat niet gebeurt, om gezonde concurrentie te waarborgen. Soete breidt de kritiek uit naar algemene prijsstijgingen (bv. dierenartsenketens) en benadrukt dat marktcontrole en indexering essentieel zijn om koopkracht te beschermen. De kern: monopoliebestrijding en prijsdruk moeten prioriteit krijgen om betaalbare toegang tot cultuur en diensten te garanderen.
Jeroen Soete:
Ni dieu ni maître, ni Chokri.
Mijnheer de minister, ons land kent een enorm rijke en diverse festivalcultuur die we moeten koesteren. Nous Belges, nous aimons faire la fête. Dat is goed, maar meer en meer krijgt het een zuur smaakje. We kunnen er niet omheen, het wordt alleen maar duurder en duurder. De tickets worden duurder. De braadworsten worden zeker ook duurder. De pintjes worden duurder. In de afgelopen tien jaar zijn de ticketprijzen dubbel zo hard gestegen als de lonen. Ik stel me de vraag: wie zal die nog kunnen betalen in de toekomst?
Weet u wat het probleem zeker niet zal verbeteren? Dat één grote speler stap voor stap alle macht naar zich toe trekt. De aangekondigde overname van Pukkelpop door Live Nation moet ons dus zorgen baren. Live Nation heeft stilaan de hele markt in handen. Ik som het even op: vier van de vijf grootste festivals in België hangen af van Live Nation. Drie van de vier grootste congreszalen: Live Nation. De ticketverkoop door Ticketmaster: Live Nation. Het boekingskantoor: Live Nation.
Wie dreigt daar de dupe van te worden? De artiesten, die stilaan moeilijker en moeilijker kunnen onderhandelen over hun prijzen, omdat ze geen andere keuze meer hebben. Uiteraard geldt dat ook voor de muziekliefhebbers, die nergens anders meer naartoe kunnen en die alleen nog hogere prijzen zullen moeten betalen.
Mijnheer de minister, we mogen trots zijn op onze festivalsector. We moeten het rijke aanbod koesteren.
In andere landen wordt er opgetreden. In Amerika bijvoorbeeld is Live Nation aangeklaagd wegens monopolievorming. Dan is de vraag: wat zal België doen? Wanneer is trop te veel?
Zult u, mijnheer de minister, vanuit uw bevoegdheid de concurrentiewaakhond, de Belgische Mededingingsautoriteit, opdragen een onderzoek op te starten naar de toenemende machtspositie van Live Nation?
David Clarinval:
Mijnheer Soete, ik ben een voorstander van gezonde concurrentie, ook in de festivalsector. Een levendige markt zorgt ervoor dat festivalgangers kunnen blijven genieten van een gevarieerd, concurrentieel en betaalbaar aanbod. Dat is in het belang van iedereen, van de artiesten tot het publiek. Als minister van Economie zal ik erop toezien dat de regels inzake mededinging worden nageleefd en dat Live Nation, net als elk ander bedrijf, een dergelijke aanmelding doet indien het binnen de in de concentratieregelgeving vastgelegde criteria valt.
De BMA zal het nodige onderzoek uitvoeren om ervoor te zorgen dat het dossier in overeenstemming is met het mededingingsrecht. Op dit moment heeft Live Nation, voor zover mij bekend, deze concentratie nog niet aangemeld bij de BMA. Als Live Nation deze aanmelding niet uitvoert, voor zover het binnen de criteria valt voorzien in de regelgeving, zal ik de BMA persoonlijk inschakelen in dit dossier.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het gaat uiteraard over veel meer dan alleen de sector van de festivals. Het kan evengoed gaan over de sector van de dierenartsen, waar steeds meer ketens alle praktijken opkopen, wat mogelijks ook nefaste gevolgen voor de consumenten kan hebben. Ik wil het nog even hebben over de index. Iedereen kent Team Vooruit. Wij vinden dat de index de beste garantie is voor de koopkracht van de mensen. Als het leven duurder wordt, moeten de lonen ook stijgen, simple comme bonjour . Weet u wat een nog eenvoudiger oplossing is? Zorg ervoor dat het leven niet duurder wordt. Daarvoor kijken wij naar u, mijnheer de minister. Ik weet dat wij op u zullen kunnen rekenen, want u hebt in het regeerakkoord de sleutels gekregen om die markt goed te controleren, om ervoor te zorgen dat de concurrentiewaakhond grote tanden heeft en kan optreden tegen spelers die veel te groot worden en veel te hoge facturen uitschrijven aan de consument en die er vooral voor zorgt (…)
Het staakt-het-vuren in Gaza
De onderschepping op zee en het akkoord over een staakt-het-vuren in het Midden-Oosten
Het staakt-het-vuren in Gaza
De humanitaire situatie in Gaza en de diplomatieke ontwikkelingen
De hulpvloot voor Gaza
Oorlog en vrede in Gaza: staakt-het-vuren, humanitaire hulp, diplomatie en maritieme onderscheppingen
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België discussieert de fragiele wapenstilstand in Gaza en eist onmiddellijke humanitaire hulp, vrijlating van gijzelaars en Belgen gedetineerd door Israël, maar blijft kritisch over Israël’s betrouwbaarheid (eerdere schendingen, voortgezette bombardementen en blokkade). Sancties, wapenembargo’s en erkenning van Palestina (bij vrijlating gijzelaars en uitsluiting Hamas) worden bevestigd, maar de tweestatenoplossing en einde bezetting blijven centrale eisen—diplomatie moet druk op Israël handhaven, terwijl activisten (zoals flotilles) Israël’s systematische schendingen van internationaal recht aanklagen. Voorzichtig optimisme, maar structurele gerechtigheid en ontmanteling van apartheid/kolonisatie ontbreken nog in het akkoord.
Achraf El Yakhloufi:
Na twee jaar van genocide en oorlog is het eindelijk zover: er ligt een vredesakkoord op tafel. Dat akkoord vraagt een staakt-het-vuren, de vrijlating van gijzelaars en de toelating van humanitaire hulp. Eindelijk.
De oorlog van vandaag heeft echter al meer dan 67.000 doden geëist. Dat zijn oma’s en opa’s, papa’s en mamma’s, en veel te veel kinderen die hadden kunnen bijdragen aan dat land. Ook de mensen die vandaag in Gaza leven, zonder voedsel, drinkbaar water of medicijnen, moeten wij helpen. Dat is bijzonder belangrijk, mijnheer de minister. We moeten voor hen zorgen, want Gaza ligt vandaag in puin en de weg naar vrede is nog heel lang.
Ik hoor vanuit Europa positieve signalen, bijvoorbeeld van mevrouw von der Leyen en van de Verenigde Naties, maar die zullen niet volstaan. We moeten ook nog voorzichtig zijn, collega’s, mijnheer de minister. We moeten echt waakzaam blijven, want premier Netanyahu heeft in het verleden al bewezen dat hij een staakt-het-vuren kan negeren om nadien verder te bombarderen. Er staan vrachtwagens met voedsel, medicijnen en drinkbaar water aan de grenzen van Gaza. Ze raken er niet binnen. Alleen al de Verenigde Naties hebben 170.000 ton hulp klaarstaan.
Mijnheer de minister, in Vooruit hebt u een bondgenoot – dat weet u – die bereid is druk uit te oefenen op Israël en te pleiten voor sancties. Dat heeft al geloond. België was namelijk een van de eerste landen die humanitaire hulp mogelijk maakten, een van de eerste landen die zich engageerden voor de erkenning van Palestina en een van de eerste landen die sancties tegen Israël invoerden.
Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw zo’n dag. Ik vraag u: wat gaat u vandaag doen voor de Gazanen? Dank u wel.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, qui a dit ce matin en parlant des flottilles: "Cette démarche, aussi noble soit-elle, ne donne de toute manière pas de résultat, si ce n'est de permettre à certains parfois de se valoriser par une vidéo"? C'est vous, monsieur le ministre. Je vous le dis clairement, vos propos sont une honte. C'est une honte pour le courage de Aude, Mohamed, Youssef, Anne, Bénédicte, Fadwa, Yassine et Dan. Ces femmes et ces hommes ont eu le courage que la Belgique n'a pas eu: prendre des risques pour tenter de briser le blocus de Gaza, pour faire parvenir de l'aide humanitaire là où une population entière crève de faim.
Votre rôle n'est pas de juger, monsieur le ministre, mais d'agir pour leur libération immédiate et de dénoncer haut et fort les violations du droit international commises par Israël. Israël bafoue encore une fois le droit maritime et arrête illégalement des citoyens.
Oui, un cessez-le-feu a été annoncé. Mais ce cessez-le-feu, c'est le strict minimum, et encore, il faut qu'il soit respecté. Il ne doit pas faire oublier deux années de génocide et de bombardements sur des civils, la famine organisée, les journalistes assassinés, les enfants massacrés, les hôpitaux pulvérisés, les secouristes abattus. On n'oubliera pas l'horreur imposée par Israël au peuple palestinien sous le regard complice des gouvernements du monde entier.
Ce que réclament les Palestiniens, c'est une justice réelle: une Palestine véritablement décolonisée où les Palestiniens peuvent exercer leur droit au retour, où les terres sont restituées à la population palestinienne. Ce que nous voulons, c'est une véritable fin de l'occupation israélienne, pas seulement une trêve.
Monsieur le ministre, quid des Belges qui sont encore détenus illégalement par Israël? Quelles actions concrètes entreprenez-vous pour leur libération? On a vu que la députée Bénédicte Linard est bien rentrée. Que pouvez-vous dire sur le traitement de ces Belges par l'armée israélienne? La semaine dernière, je vous demandais ce que vous alliez faire par anticipation. Force est de constater que vous n'avez pas suffisamment anticipé. Le cessez-le-feu, c'est le minimum. Mais, qu'on soit clair, les sanctions actuelles contre Israël doivent être maintenues même si elles restent insuffisantes et il en faut d'autres plus fortes et plus dures (…)
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, hoeveel hoop kan een mens nog hebben na zoveel wanhoop, na zoveel lijden, na zoveel geweld, na uithongering? Is er eindelijk een terugkeer naar de menselijkheid, zowel voor Gazanen als voor de gijzelaars en hun families? Ook u bent voorzichtig positief, maar het stoppen van het lijden betekent nog geen echte vrede. Wat zal er met Gaza gebeuren na deze eerste fase? Wordt het een koloniale vrijhandelszone naar het voorbeeld van Trump of Netanyahu? Komt er een bezetting zoals op de Westelijke Jordaanoever na de Osloakkoorden? Dat zou werkelijk een vergissing zijn, want de kern en de oorzaak van dat conflict is het ontbreken van een Palestijnse staat en het negeren van het internationaal recht.
Echte vrede vraagt toekomstperspectief voor de Palestijnen en gerechtigheid voor alle oorlogsmisdaden. België mag daarom niet op zijn lauweren rusten.
In september bereikten wij inderdaad een ambitieus akkoord, een stevig pakket aan maatregelen. Dat akkoord moet verder worden uitgevoerd. Er moet bijkomende humanitaire steun komen. Gisteren werd al een versterking van het wapenembargo aangekondigd, in overleg met de deelstaten. Daarnaast moet er een invoerverbod komen op producten uit de nederzettingen zolang de bezetting aanhoudt. Ook moet er een koninklijk besluit komen voor de formele erkenning van Palestina. Ik hoop alvast dat één voorwaarde daarvoor spoedig wordt vervuld, namelijk de vrijlating van de gijzelaars.
Mijnheer de minister, welke rol zal België verder spelen bij de uitvoering van het akkoord dat wij in september hebben bereikt en bij het bevorderen van een duurzame vrede?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, deze nacht bereikte ons hoopvol nieuws: zowel Hamas als de regering-Netanyahu zouden instemmen met een eerste fase van een vredesplan. Volgens de Engelse pers zou dat ondertussen ook zijn ondertekend.
Het is inderdaad essentieel dat de gijzelaars, die nu al twee jaar gescheiden zijn van hun familie, worden vrijgelaten. Het is ook essentieel dat Palestijnen worden vrijgelaten en kunnen terugkeren naar hun familie, maar uiteraard is ook de zuurstof die een staakt-het-vuren zou kunnen geven aan de bevolking in Gaza heel erg belangrijk en vooral het feit dat we dan eindelijk de humanitaire hulp, waar we al maanden voor strijden, naar de mensen kunnen brengen, in een eerste fase.
We zijn het er echter allemaal over eens dat dit niet het einde is. We hebben als arizonaregering de New York Declaration ondertekend en pleiten voor een tweestatenoplossing, voor het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voor veiligheid voor de Israëli’s en voor een duurzame vrede, voor een toekomst.
Het is aan die toekomst dat we samen willen werken, vandaar mijn vraag aan u, mijnheer de minister. Hoe zult u, in Europa en in alle mogelijke gremia, concreet meehelpen aan de transitie naar een duurzame vrede, aan de democratische transitie die de Palestijnen nodig hebben en aan de veiligheid die de Israëli’s nodig hebben om in het Midden-Oosten eindelijk een toekomst te creëren voor al die gezinnen en kinderen die al zoveel jaren lijden? Ik dank u.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, la deuxième flottille vers Gaza, qui apportait de l'aide humanitaire au peuple gazaoui, a été interceptée par l'armée israélienne. Les passagers qui étaient dans cette flottille ont été arrêtés par l'armée israélienne.
Depuis quand, quand on apporte de la nourriture, des médicaments à un peuple affamé, assiégé, occupé, on commet un crime au point de se faire arrêter par l'armée coloniale israélienne? Et, au lieu de soutenir cette flottille, monsieur le ministre, vous avez déclaré que leur action était inutile.
Alors, allez-vous exiger la libération des passagers de cette flottille? Et, si oui, qu'allez-vous mettre en place pour faire pression sur l'État d'Israël pour exiger leur libération?
Cette flottille agit là où vos gouvernements ont échoué. C'est parce que vous, vous avez été incapables de prendre des mesures pour mettre fin au blocus et mettre fin au génocide que la société civile se mobilise. Que ce soit avec la flottille ou avec les mobilisations dans le monde entier. Que ce soit aux États-Unis, ici en Europe et dernièrement aux Pays-Bas: 250 000 personnes, du jamais vu, pour exiger la fin du génocide!
Et cette pression a payé, dans le sens où on a un cessez-le-feu. Un cessez-le-feu comme une bouffée d'oxygène pendant ce génocide. Mais il ne faut pas être naïf. Israël a rompu par deux fois le cessez-le-feu auparavant. Et ce cessez-le-feu n'est pas un accord de paix. Parce que ce cessez-le-feu ne met pas fin à l'occupation, ne met pas fin à la colonisation. Il ne fera pas justice au peuple palestinien, il ne met pas fin à l'apartheid. Ce qu'il faut aujourd'hui, c'est plus que jamais maintenir la pression et la mobilisation, pour exiger un embargo militaire et économique contre l'État génocidaire.
Maxime Prévot:
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, het is inderdaad een belangrijke en langverwachte dag. Ondanks de beschuldigingen van inactiviteit en het feit dat sommigen de indruk wekken dat diplomatie niet werkt, is, zoals ik vorige week al verklaarde, diplomatie de beste manier om een staakt-het-vuren in Gaza tot stand te brengen, volledige toegang voor humanitaire hulp te verkrijgen, de onmiddellijke vrijlating van de gijzelaars te bewerkstelligen en uiteindelijk een duurzame oplossing te vinden met twee staten, die vreedzaam naast elkaar leven. Van die doelstellingen en prioriteiten maken mijn diensten en ikzelf al maanden intensief werk.
Ik heb u mijn mening gegeven over het vredesplan voor Gaza dat door president Trump werd voorgesteld. Het is niet perfect, maar het heeft het voordeel dat het bestaat. Ik verwelkom de aankondiging van een akkoord tussen Israël en Hamas over de eerste fase van dat plan. Dat opent de deur om verschillende van onze eisen te realiseren. Ik waardeer de inspanningen en de behaalde resultaten van de Amerikaanse diplomatie, met steun van andere sleutelspelers zoals Qatar, Egypte en Turkije.
La Belgique reste prête à soutenir la mise en œuvre effective de ce plan, via notre aide humanitaire et via notre aide au développement mais aussi via notre soutien politique. Nous sommes également en faveur d’une force internationale de stabilisation à Gaza et d’un soutien à l’Autorité palestinienne. Ces sujets seront d'ailleurs discutés aujourd'hui à Paris entre quelques pays. Nous suivons les débats de près. Notre position est connue. Notre diplomatie va continuer à s’impliquer pour œuvrer à des solutions concrètes afin de cheminer vers une solution pacifique à deux États.
Une certaine vigilance reste néanmoins de mise. Nous devons faire preuve d’un optimisme prudent. Je veux croire en cet accord, car c’est celui qui depuis longtemps semble le plus nous rapprocher d’une fin durable des hostilités. Mais en début d’année déjà, un accord avait été approuvé par le Hamas et par Israël, et nous avons vu que la trêve avait été interrompue par Israël et que les bombardements avaient repris. C’est pourquoi j’encourage toutes les parties à vraiment saisir cette nouvelle opportunité sur le chemin de la paix et à fournir sincèrement les efforts nécessaires jusqu’au bout. On sait que des écarts par rapport aux balises négociées ouvriraient le risque d’un nouvel embrasement de la région. Le ministre Smotrich, par exemple, a déjà déclaré qu’une fois les otages libérés, il souhaitait qu’Israël poursuive la guerre à Gaza.
Ondanks bemoedigend nieuws zetten we onze inspanningen voort. Het is op dit moment absoluut niet aan de orde om passief te blijven. Het akkoord van de ministerraad van 12 september over de door mij ingediende maatregelen en sancties wordt momenteel uitgevoerd. Het is nog te vroeg om gas terug te nemen, zeker nu er nog geen massale humanitaire toegang tot Gaza is en er vanochtend nog bombardementen plaatsvonden.
Gisteren heb ik samen met de gewesten een akkoord bereikt waardoor het Belgische wapenembargo tegen Israël en Palestina verder wordt versterkt door de maatregelen ook van toepassing te maken op wapens in transit. Die lacune moest nog worden opgevuld en dat is nu gebeurd.
Wat betreft het verbod op de invoer van producten uit nederzettingen, nieuwe evacuaties van zieke kinderen uit Gaza en een reeks rechthebbenden en sancties tegen Hamas en tegen gewelddadige kolonisten, boeken wij eveneens vooruitgang.
Met betrekking tot de erkenning van Palestina mag men verwachten dat België, na de politieke aankondigingen in New York, binnenkort zal overgaan tot de tweede juridische fase door middel van een koninklijk besluit, aangezien de twee te vervullen voorwaarden, de vrijlating van alle gijzelaars en het feit dat terroristische organisaties zoals Hamas zijn uitgesloten van het bestuur van Palestina, zich lijken te realiseren. Wij volgen die aspecten nauwgezet op en zodra beide voorwaarden zijn vervuld, zal ik onmiddellijk een besluit aan de ministerraad voorleggen.
Notre gouvernement et nos diplomates restent mobilisés à 100 % pour dénoncer et débloquer l'aide humanitaire, puisqu'il est impératif qu'elle parvienne rapidement aux populations civiles à Gaza. Cela reste la priorité!
Je déplore dès lors que, depuis plusieurs jours, nos diplomates doivent aussi concentrer d'importants efforts pour fournir aux membres des différentes flottilles – qui se sont mis en danger – l'assistance consulaire nécessaire. Nous le faisons évidemment avec professionnalisme et sans faille, mais je le redis: ce n'est pas efficace, puisque le non-respect du droit international par Israël – que nous pouvons déplorer – empêche ces flottilles d'arriver à bon port.
Concentrons-nous donc sur l'urgence: l'aide humanitaire à procurer à Gaza.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoorde een paar heel belangrijke dingen. U zei dat het een belangrijke dag is en dat we inspanningen zullen blijven leveren.
Dat zal heel belangrijk zijn, want de humanitaire hulp is essentieel voor alle mensen in Gaza. De hulp omvat voedsel, drinkbaar water en medicijnen. U weet dat u aan ons een partner hebt.
Maar ik ben ook blij te horen dat u mijn bezorgdheden meeneemt, bezorgdheden dat we sancties moeten blijven nemen tegen Netanyahu, dat we streng moeten blijven, dat we de kwestie moeten blijven opvolgen.
Voor mij en mijn partij is het heel duidelijk: wij hebben altijd de kant gekozen van de onschuldige slachtoffers, en dat zullen we ook altijd blijven doen.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement un accord de cessez-le-feu, c'est une bonne chose pour la libération des otages tant israéliens que palestiniens. Mais on ne doit pas être naïf: Israël doit retirer obligatoirement ses troupes et arrêter la colonisation. L'aide humanitaire doit entrer, c'est urgent.
C'est pour ça que les gens ont embarqué sur les flottilles, pour casser ce blocus illégalement imposé par Israël. Ils n'y sont pas allés pour faire des photos sur des bateaux mais bien pour casser le blocus. Vous ne m'avez, par contre, pas répondu par rapport aux personnes qui sont toujours détenues illégalement par Israël. On attend que tous les Belges soient relâchés, rentrent sains et saufs et qu'Israël soit sanctionné pour le traitement inhumain qu'il leur fait subir. Ce sont, je le rappelle, des personnes qui n'avaient qu'un seul but, casser le blocus imposé par Israël.
Els Van Hoof:
Het is voor cd&v ook duidelijk dat we vooral geen gas mogen terugnemen in Gaza, zeker niet wat betreft het Belgische akkoord dat in september werd bereikt.
Ook António Guterres was vannacht zeer duidelijk. Hij zei dat er een geloofwaardig pad moet komen naar een einde van de bezetting en naar de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen. Dat leidt naar de oplossing van het conflict. Zolang de bezetting voortduurt, moet België ook met dat akkoord doorgaan. U hebt het zelf ook herhaald. De importban uit de nederzettingen moeten worden gerealiseerd, evenals de formele erkenning van de Palestijnse staat. Het is tijd dat de tweestatenoplossing niet langer een droom is voor de Palestijnen, maar echt realiteit wordt.
Kathleen Depoorter:
Zoals u zegt, mijnheer de minister, moeten we elke kans op hoop en vrede grijpen. Wij steunen u dan ook voluit in de acties die u zult ondernemen.
Het is essentieel, collega’s, dat wij blijven pleiten voor de tweestatenoplossing, dat we blijven werken aan het zelfbeschikkingsrecht en dat we ervoor zorgen dat Hamas daadwerkelijk wordt ontmanteld en geen toegang tot de politieke macht in Gaza krijgt. Het is eveneens van belang dat de gijzelaars naar huis kunnen terugkeren en dat de wapens volledig zwijgen in de Gazastrook.
Er moet ook aan de bezette gebieden worden gewerkt. U hebt het ook gezegd, mijnheer de minister. Wij pleiten, samen met u en de arizonaregering, voor vrede, voor toekomst en voor het zwijgen van de wapens.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous avez parlé de diplomatie. Quand il s'agit d'autres pays, vous prenez directement des sanctions, mais lorsqu'il s'agit d'Israël, "on fait de la diplomatie". Je vous dis une chose, monsieur le ministre: si, aujourd'hui, Israël commet un génocide et impose un blocus, c'est parce qu'il a reçu le soutien politique, économique et militaire de l'Union européenne, y compris la Belgique, et des É tats-Unis. Voilà la réalité! Votre réponse, monsieur le ministre, est soit de l'hypocrisie soit de la complicité. Vous avez parlé du plan de paix de Trump. Ce n'en est pas un. C'est du colonialisme qui s'ajoute à la colonisation. C'est donc ainsi que vous considérez le peuple palestinien? Avoir une administration dirigée par Trump, avec le criminel de guerre Blair et le bourreau génocidaire Netanyahu? Ce sont eux qui vont décider pour le peuple palestinien? Celui-ci mérite l'autodétermination et son indépendance!
De voorstellen van de minister om de 'lekken aan de inkomstenzijde' van de begroting te dichten
De gevolgen voor de begroting van het toenemende gebruik van managementvennootschappen
Maatregelen tegen belastingontwijking, managementvennootschappen en inkomstenlekken in de begroting
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de onrechtvaardige fiscale constructies (managementvennootschappen, flexi-jobs, misbruik auteursrechten) die de staatsinkomsten ondermijnen, terwijl gewone werknemers zwaarder belast worden. Minister Van Peteghem erkent het probleem en belooft hervormingen voor een rechtvaardiger systeem, maar concrete maatregelen ontbreken nog, terwijl het huidige regeerakkoord juist uitbreiding voorstaat. Vanbesien (Ecolo-Groen) en Tas (Vooruit) dringen aan op snelle actie en bieden zelfs een wisselmeerderheid aan, maar kritiseren de blokkering door liberale partijen. De spanning ligt tussen fiscale rechtvaardigheid en politieke haalbaarheid binnen de huidige regering.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, het voorbije weekend hebt u een waar mediaoffensief gelanceerd waarin u aan de alarmbel trok over onze budgettaire situatie. U hebt daarbij de vinger gelegd op een pijnlijke wonde, namelijk dat er een probleem is met onze inkomsten. De overheid heeft zelf te veel mechanismen gecreëerd die ervoor zorgen dat de inkomsten van onze Staat worden uitgehold. U hebt daarvan drie voorbeelden gegeven.
Ten eerste, managementvennootschappen. Mensen met een hoog loon betalen op die manier minder belastingen dan een gewone werknemer, met als gevolg minder inkomsten voor de Staat.
Ten tweede, flexi-jobs. Mensen kunnen gedeeltelijk belastingvrij werken, wat opnieuw leidt tot minder inkomsten voor de Staat.
Ten derde, misbruik van het systeem van auteursrechten, dat deze regering zelfs wil uitbreiden naar beroepsgroepen waarvoor het niet bedoeld is, met opnieuw als gevolg minder inkomsten voor de Staat.
Uw analyse is heel pertinent en u stelt terecht dat we die systemen moeten inperken om het lekken van inkomsten te stoppen. Alleen staat het regeerakkoord niet aan uw kant. Dat regeerakkoord zal die systemen alleen maar uitbreiden en niet inperken. Daarvoor ligt misschien wel een oplossing in het verschiet. Collega Bouchez wil het regeerakkoord immers openbreken en een nieuw regeerakkoord schrijven, le nouveau testament . Mijnheer de minister, dat is uw kans. Ga daarop in en zorg ervoor dat uw voorstellen in dat nieuwe regeerakkoord terechtkomen.
Ik heb enkele vragen voor u, mijnheer de minister. Welke concrete maatregelen hebt u voor ogen om de explosie aan managementvennootschappen terug te dringen? Welke concrete voorstellen hebt u om de negatieve effecten van flexi-jobs en van het misbruik van auteursrechten terug te dringen en hoeveel miljarden zal dat opleveren voor onze schatkist?
Niels Tas:
(…) huishoudhulpen die zich elke dag kromwerken om uw huis te poetsen, fabrieksarbeiders die nachtshiften draaien om onze pakjes op tijd te kunnen leveren. Al die mensen die elke dag in de file staan op weg naar hun werk en die keihard hun best doen, dragen meer dan 50 % van hun loon af aan de fiscus. En dan zijn er anderen, anderen die met gemak een boekhouder kunnen aanstellen om een fiscale optimalisatie te laten doen door het oprichten van een managementvennootschap. Die anderen keren zichzelf dan een minimumloon uit en dragen zo minder bij tot onze sociale welvaartstaat, ten koste van wie het echt nodig heeft.
Daarom strijden wij van Vooruit in deze regering voor eerlijke belastingen, want als we van iedereen in dit land zijn inspanning vragen, moet iedereen ook zijn eerlijke bijdrage leveren. Gedaan met ingewikkelde fiscale constructies om belastingen te ontwijken! Iedereen moet bijdragen aan onze samenleving, aan onze sociale zekerheid, aan waar we in ons land zeer fier op mogen zijn. Mijnheer de minister, elk zijn deel is niets te veel.
Gelukkig beginnen de geesten te rijpen. Ook hier in het Parlement. Met Vooruit in deze regering zullen we ervoor zorgen dat de lasten op arbeid dalen, zodat de gewone mensen die werken netto meer zullen overhouden. Want wie elke dag keihard werkt en zijn best doet, moet daarvoor worden beloond. Dat is toch normaal?
Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk maar één vraag voor u. Welke initiatieven zal deze regering nemen om ook de managementvennootschappen hun eerlijk deel te doen betalen?
Vincent Van Peteghem:
Collega's, ik meen dat we allemaal beseffen dat we in de komende weken voor een ongeziene uitdaging staan om onze begroting en onze staatsschuld opnieuw op de juiste koers te krijgen.
Dat is nodig voor onze welvaart, vandaag maar ook in de toekomst. Om daarin te slagen, zullen we het debat dat we voeren breed moeten voeren. Er zullen maatregelen nodig zijn in onze uitgaven. Er zullen maatregelen nodig zijn in onze schuld. Denk aan mensen die langdurig ziek zijn en die we beter naar werk zullen moeten begeleiden. Denk aan ons overheidsbeslag, dat we naar beneden zullen moeten halen. En ja, we zullen ook moeten kijken naar onze inkomsten.
Het Monitoringcomité heeft in zijn rapport gewaarschuwd dat met ongewijzigd beleid er een inkomstendaling van 1,1 % van het bbp komt tegen 2029. Dat is meer dan 8 miljard euro. Is de oplossing hiervoor het invoeren van nieuwe belastingen? Helemaal niet. Wel moet het fiscaal systeem rechtvaardiger gemaakt worden, opdat mensen minder verleid worden tot fiscale optimalisatie. Dat zal gebeuren door een verlaging van de loonkosten via de fiscale hervorming, waardoor collega's die hetzelfde werk verrichten, ook dezelfde fiscale loonlasten dragen en dezelfde sociale rechten opbouwen.
Ik erken dat er vandaag een juridische noodzaak is voor sommige constructies of stelsels. Toch moeten we durven benoemen dat zuiver fiscale motieven het fiscaal evenwicht in onze sociale zekerheid ondermijnen. Collega's, de uitdaging waar we voor staan, is bijzonder groot en de antwoorden daarop zijn complex. Het mag echter geen taboe zijn om ervoor te zorgen dat werken meer oplevert en dat iedereen zonder uitzondering zijn eerlijke bijdrage levert. De daarvoor nodige voorstellen worden momenteel doorgerekend. Zodra dat gebeurd is, zullen deze ernstig en zorgvuldig aan de regeringstafel worden besproken.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, u hebt mijn vraag niet beantwoord. U laat uitschijnen maatregelen te willen nemen tegen managementvennootschappen, terwijl dit in tegenspraak is met het regeerakkoord. Zo gaat het hier altijd. Cd&v lanceert enkele eerder linkse ideeën, waarna Vooruit zich in snelheid gepakt voelt en erover sprint en aan het einde van de rit blokkeert de heer Bouchez alles. Het resultaat is een koud, asociaal en rechts beleid dat de gewone mensen keihard raakt en de extreem rijke en grote vervuilers buiten schot laat.
Er is echter ook goed nieuws. Uw analyse is correct, mijnheer de minister. Kom met uw voorstellen naar het Parlement. We zullen u steunen. De Ecolo-Groenfractie biedt u met plezier een wisselmeerderheid aan. Samen kunnen we die wildgroei tegengaan. Mijnheer Ronse, Vivaldi is terug!
'
Niels Tas:
Mijnheer de minister, Vooruit klopt al jaren op die nagel. We zullen dat met Vooruit in de regering blijven doen, zodat de sterkste schouders ook eerlijk bijdragen aan onze welvaartsstaat. Iedereen weet hier dat er grote inspanningen zullen moeten worden geleverd. Om ons land weer op orde te zetten, zullen we binnen de arizonaregering grote hervormingen doorvoeren. Dat is voor niemand aangenaam, collega’s. Onze koopkracht, onze zorg en onze pensioenen willen we echter beschermen voor de komende generatie. Daartoe zal iedereen moeten bijdragen, ook de allerrijksten met een miljonairsbijdrage, wat ons betreft.
Voorzitter:
Ik dank de vicepremier, de heer Van Peteghem. We respecteren de volgorde van de ministers. Minister Jan Jambon komt nu aan het woord. Hij zal evenwel twee vragen beantwoorden die gericht zijn aan eerste minister De Wever.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, notre groupe, par l'entremise de Mme Dedonder, a déposé une question adressée au ministre des Pensions, M. Jambon. Celle-ci a été renvoyée vers la ministre des Indépendants, Mme Simonet. Or l'objet de la question de la députée Dedonder, comme je l'ai évoqué avec vous ce midi, est bien plus large que les éléments évoqués dans la presse et qui concernent plus particulièrement la ministre Simonet.
Je regrette la décision que vous avez prise, qui relève de l'exercice de la fonction présidentielle. Je le regrette d'autant plus que nous avons, en la personne du ministre Jambon, un des membres du gouvernement qui témoigne du plus de respect vis-à-vis de l'institution parlementaire et vis-à-vis de l'opposition. Je regrette donc que le ministre Jambon n'ait pas souhaité, peut-être conjointement avec la ministre Simonet, répondre à la question de notre collègue Dedonder. J'espère qu'il pourra changer d'avis dans quelques minutes puisqu'il est là, que Mme Dedonder est là et qu'une série de questions lui sont adressées.
Monsieur le ministre, ayez le courage de vos prises de position. Allez jusqu'au bout tel qu'on vous connaît et acceptez de répondre aux questions légitimes de Mme Dedonder!
Voorzitter:
Zoals ik het begrepen heb – ik was niet aanwezig; het is mij verteld -, werd het deel van de vraag voor minister Jambon uitgebreid in commissie besproken het onderwerp van uw vragen aan minister Jambon gisteren uitgebreid besproken in de commissie. Het deel van uw vraag voor minister Simonet is echter nieuw en daar zal zij dus ook op antwoorden.
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs over de overbevolking van de gevangenissen
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs
De overbevolkte Belgische gevangenissen
Gevangenisdirecteurs slaan alarm over chronische overbevolking Belgische gevangenissen
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
Vooruit
Alain Yzermans
CD&V
Steven Matheï
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De catastrofale overbevolking in Belgische gevangenissen (13.156 gedetineerden op 11.000 plaatsen, 350+ grondslapers) leidt tot veiligheidsrisico’s, mensonwaardige omstandigheden en burn-outs bij personeel, terwijl directeurs dreigen met gedwongen vrijlating van gevangenen als noodmaatregel. Minister Verlinden erkent het acute probleem—veroorzaakt door stijgende criminaliteit (drugs, geweld), tekort aan plaatsen, en 1.000+ geïnterneerden/illegale migranten in gevangenissen—en wijst op kortetermijnacties (versnelde uitzetting illegale gedetineerden, overplaatsing geïnterneerden naar zorginstellingen) en langetermijnplannen (nieuwe gevangenissen, modulair bouwen), maar benadrukt dat structurele oplossingen falen zonder extra budget (1 miljard gevraagd) en samenwerking met andere ministers (Migratie, Volksgezondheid). Kritiek varieert van Vlaams Belangs eis om alle buitenlandse criminelen uit te zetten (à la Duitsland) tot linkse oproepen om te stoppen met "meer opsluiten" en te investeren in reïntegratie, betere arbeidsomstandigheden voor bewakers, en prioritering van justitie boven defensie-uitgaven (bv. F-35’s). De kernvraag—hoe de crisis *nu* te breken—blijft onbeantwoord, terwijl de vertrouwenscrisis bij personeel escaleert.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de gevangenissen zitten propvol. Er is plaats voor 11.000 gedetineerden, maar vandaag is een recordaantal van 13.156 bereikt, met 353 grondslapers. De situatie is werkelijk uitzichtloos.
In de voorbije maanden hebben de gevangenisdirecteurs al herhaaldelijk aan de alarmbel getrokken maar de reactie van deze regering was bedroevend. De noodwet van deze zomer heeft niets, nul, nada, uitgehaald, integendeel. Vlaams Belang had u nochtans gewaarschuwd.
Nee, mevrouw de minister, verwijs alstublieft niet naar de vier zogenaamde taskforces, die pas in 2028 hun definitieve voorstellen moeten geven. Dat probleem moet niet onderzocht worden. Het is niet nieuw, maar sleept al decennialang aan. Het bestond al in 1991, toen ik voor de eerste keer in het Parlement zetelde. De opeenvolgende ministers van Justitie, van cd&v, van Open Vld en van de socialisten, hebben dat probleem laten verrotten.
De gevangenisdirecteurs dreigen nu met toch wel zeer drastische acties. Voor elke nieuwkomer willen ze twee gedetineerden vrijlaten. Die actie is werkelijk ongezien, wat bewijst dat de gevangenisdirecteurs compleet ten einde raad zijn en dat ze zich totaal niet gehoord voelen door de politiek.
Vlaams Belang begrijpt hun frustratie, mevrouw de minister, maar het vrijlaten van gedetineerden is niet het antwoord waarop deze samenleving zit te wachten. U moet handelen. U, en bij uitbreiding de hele regering, draagt hier een verpletterende verantwoordelijkheid. Oplossingen zijn er, maar niet de collectieve gratie, zoals sommigen vandaag voorstellen.
Mevrouw de minister, welke noodmaatregelen zullen u en deze regering bij hoogdringendheid nemen?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, gevangenisdirecteurs, vakbonden en magistraten trekken aan de alarmbel, want de onhoudbare toestanden in de gevangenissen zijn ongezien. Die alarmbel moet u dwingen tot nieuwe en dringende acties. Het is een kwestie van waardigheid, zowel voor de gedetineerden als voor het gevangenispersoneel. Bovenal is het een veiligheidsprobleem. De veiligheid van onze samenleving komt stilaan in het gedrang. Sinds uw aantreden is het aantal grondslapers verdubbeld, zijn er enorme personeelstekorten, puilen de cellen uit en stijgt het druggebruik in de gevangenissen stilaan, met alle gewelddadige dynamieken tot gevolg. Camera's en sloten functioneren niet en de gebouwen zijn aftands. Dat alles leidt tot mensenrechtenschendingen.
De overbevolking in de gevangenis leidt tot schrijnende levensomstandigheden, maar, nog meer, heeft ernstige gevolgen voor het gevangenispersoneel, dat elke dag keihard werkt voor iedereen. We bevinden ons op een punt van onomkeerbaarheid. Werkgroepen en taskforces brengen inderdaad geen zoden aan de dijk. De dijk van veiligheid dreigt stilaan te breken. Er is nood aan crisismanagement, concrete stappen, acties en hervormingen. Er is geen weg terug, mevrouw de minister. De cijfers stijgen en de toestanden op het terrein worden soms angstaanjagend.
Wat zult u doen voor de algemene veiligheid? Wat zult u doen om de veiligheid in onze gevangenissen in de toekomst te garanderen?
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, de gevangenisdirecteurs slaken gisteren en vandaag een noodkreet over de overbevolking. Ze kennen natuurlijk de situatie op het terrein. Als we alleen al bijvoorbeeld naar de gevangenis van Hasselt kijken, daar zijn 640 gevangenen voor 450 plaatsen.
Als burgers verwachten wij echter dat wanneer verschrikkelijke taferelen gebeuren zoals in Roeselare en in Mol, de daders van zo'n steekpartij snel gevat worden, berecht worden en een straf krijgen die ze moeten uitzitten.
Om het probleem van de overbevolking op te lossen, is extra budget nodig. We moeten investeren in binnenlandse veiligheid en in justitie. Als we dat niet doen, krijgen we als maatschappij de factuur dubbel terug. Het is heel belangrijk dat we dat onder ogen zien.
Justitie kan het echter niet alleen. Neem bijvoorbeeld de 1.000 geïnterneerden die in de gevangenissen zitten en zo medeoorzaak zijn van de overpopulatie. Zij zouden beter in een gespecialiseerde instelling zitten, vandaar mijn vraag aan minister Vandenbroucke waar de realisaties op het terrein blijven. Of neem de 4.000 tot 5.000 gevangenen zonder verblijfsrecht, die best naar hun land van herkomst zouden worden teruggebracht of minstens in een gesloten instelling zouden moeten terechtkomen. Ook daaromtrent vragen we waar de realisaties op het terrein blijven.
Voor cd&v is binnenlandse veiligheid een prioriteit. Dat betekent dat we de straffeloosheid moeten aanpakken. Straffen moeten worden uitgevoerd. Wat ons betreft hoort daar geen maatregel bij van collectieve genade waardoor gevangenen de straat opgaan. De strafuitvoering moet worden gecombineerd met een re-integratieproject, zodat de gevangenen die vrijkomen zich kunnen re-integreren en recidive beperkt wordt.
Mevrouw de minister, hoe zult u uw collega’s aanzetten om ook de nodige acties te ondernemen en samen het probleem van de overbevolking aan te pakken?
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, je reviens de la prison de Saint-Gilles. Ce qui se passe aujourd'hui dans toutes les prisons du pays est inédit. Directeurs, agents pénitentiaires, administrations sociales, tous se mobilisent. Quand ceux qui tiennent la maison descendent dans la rue, c'est que la maison croule.
Et elle croule. On compte aujourd'hui 13 198 détenus pour 11 098 places. Cela veut dire des cellules d'une personne qui en accueillent deux ou trois. Plus de 360 détenus qui dorment à même le sol, collés aux toilettes, enfermés 22 heures par jour sans activités.
À côté, les agents pénitentiaires qui subissent la même pression, la même dégradation. "Je vais au travail, la boule au ventre", "On est pressé comme des citrons, mais il n'y a plus de jus", "Je n'ai plus de temps ni d'énergie pour ma famille", voilà ce qu'on entend. Congés jamais pris, sous-effectifs permanents, peur de la violence, beaucoup tombent en burn-out ou quittent le métier.
La situation actuelle renforce l'insécurité des détenus, des agents pénitentiaires et de la société en général. Ce n'est plus une demande, c'est un cri d'alarme qu'on entend dans la presse.
Madame la ministre, quel résultat la loi d'urgence votée cet été a-t-elle donné? Quelles mesures supplémentaires comptez-vous prendre? Confirmez-vous que 5 600 détenus doivent encore rentrer en prison d'ici à 2027? Si oui, comment absorber le flux? Comment allez-vous redonner de l'attractivité au métier d'agent pénitentiaire?
Annelies Verlinden:
Collega's, ik heb uiteraard ook de schreeuw van de gevangenisdirecteurs en het personeel gehoord. Ik hoorde die schreeuw niet gisteren of eergisteren voor het eerst, maar wel op de eerste dag van mijn mandaat.
De situatie in vele van onze gevangenissen is immers schrijnend en dat al vele jaren. Ik hoor het wekelijks tijdens mijn bezoeken aan gevangenissen en in contacten met directeurs en medewerkers. Duizenden gedetineerden zitten 22 uur per dag op elkaar gepakt in kleine en verouderde cellen. Er zitten duizenden mensen zonder wettig verblijf. Er zitten meer dan duizend psychiatrische patiënten en gedetineerden in psychiatrische kwetsbaarheid, zonder toereikende zorg en met onvoldoende re-integratie- en terug-naar-werkbegeleiding.
Te midden daarvan zijn medewerkers dag in dag uit bezig om veiligheid, organisatie en samenleving mogelijk te maken. Zij verdienen ons grootste respect.
Il est illusoire de penser qu'un tel environnement puisse profiter à la sécurité. C'est précisément pour cette raison que je me suis attaquée, dès le premier jour, à ce problème complexe et persistant.
Eerst moesten we dringend werk maken van de noodwet, omdat duizenden gedetineerden ingevolge beslissingen van de vorige legislatuur niet met hun gevangenisstraf waren gestart. Sinds de inwerkingtreding van de wet op 4 augustus werden maar liefst 700 dossiers bij de strafuitvoeringsrechtbanken aanhangig gemaakt. De noodwet heeft dus wel degelijk een impact, mevrouw Dillen, maar de instroom is groot. Daarom heb ik ook altijd gezegd dat de noodwet alleen niet voldoende zal zijn. De cijfers liegen er niet om. Het aantal druggerelateerde feiten, steekpartijen, zedenfeiten en intrafamiliaal geweld was nog nooit zo hoog, met stijgingen tot meer dan 40 % in de laatste 5 jaar. Dat zien we dus ook in de gevangenissen.
Sinds februari pakken we de overbevolking met drie maatregelen aan. Voor de korte termijn kunnen we capaciteit winnen door in te zetten op de terugkeer van personen in onwettig verblijf en de gepaste opvang van de meer dan duizend geïnterneerden. Daarvoor werken we goed samen met de ministers van Asiel en Migratie en Volksgezondheid. Ik ga ervan uit dat we samen voldoende daadkracht aan de dag zullen kunnen leggen.
Met de noodwet kan de Dienst Vreemdelingenzaken mensen zonder wettig verblijf alvast sneller van het grondgebied verwijderen. Mijnheer Yzermans, ik ben al zeer lang vragende partij om de zorg voor de geïnterneerden over te hevelen naar Volksgezondheid. Duizend plaatsen zou een enorme verlichting zijn in de capaciteit van de gevangenissen.
Deuxièmement, en collaboration avec la Régie des Bâtiments, nous travaillons à l'augmentation de la capacité carcérale grâce à des unités modulaires et des maisons de détention ainsi qu'à la nouvelle prison à Anvers, au maintien en activité d'anciennes prisons et à la construction d'une nouvelle prison à Vresse-sur-Semois.
Ten derde, moeten we ons strafrechtelijk beleid tegen het licht houden. De branden die in de afgelopen decennia geblust zijn, verhinderen niet dat onze gevangenissen blijven uitpuilen, dat het aantal veroordelingen wegens het schenden van mensenrechten blijft oplopen en dat de recidivecijfers hoog blijven. We moeten dus inzetten op voorstellen die én de veiligheid bevorderen én een duurzaam strafrechtelijk beleid dienen. Meer van hetzelfde zal niet leiden tot structurele veranderingen.
En ce qui concerne la grâce, je puis vous indiquer que cette mesure a été prise pour corriger ou répondre à des situations personnelles dans des cas individuels. Elle n'a pas vocation à contribuer de manière structurelle à une politique de détention durable, légale et sûre.
Chers collègues, une chose est certaine. Les moyens actuels dont dispose la justice sont insuffisants. À titre d'exemple, on compte 13 000 détenus pour 11 000 places, sans que les moyens financiers qui y correspondent soient disponibles. Tout le monde le sait: le compte n'y est pas.
Deze regering maakt terecht van veiligheid een prioriteit en iedereen verwacht van justitie dat het onmiddellijk alles kan oplossen. Ook ik wil dat graag en ik heb er de plannen voor klaar, maar dan moeten we wel consequent zijn en investeren.
Voor wie enerzijds verontwaardigd is over het toegenomen familiaal geweld en de steekpartijen of over het nietsontziend drugsgeweld in Brussel en Antwerpen, maar anderzijds verwacht dat dit kan worden verholpen zonder bijkomende inspanningen, wil ik een nieuwe spiegel kopen. Dat zou immers betekenen dat van justitie wordt gevraagd om een boksmatch te winnen met een hand op de rug. We kunnen en moeten beter, voor onze veiligheid, onze welvaart en voor alle schakels, partners en medewerkers in de veiligheidsketen, van de wijkinspecteur tot de penitentiair beambte, door hen de middelen te geven om hun werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Op mij kunnen zij alvast rekenen. Dank u.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, u hebt een uitvoerig antwoord gegeven, maar ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag over uw standpunt betreffende de aangekondigde zeer drastische acties van de gevangenisdirecteurs. Criminelen vrijlaten en zodoende de samenleving onveiliger maken, is geen oplossing voor de overbevolking. De echte oplossing ligt volledig voor het grijpen: het terugsturen van alle buitenlandse criminelen naar hun landen van herkomst om daar hun straf uit te zitten.
In ons land is er geen gebrek aan capaciteit, het probleem is dat er te veel illegale en te veel buitenlandse criminelen in onze gevangenissen zitten. Maak daarvan werk! Daartoe is meer daadkracht nodig. Waarom kan in ons land niet wat in andere landen wel kan? Ik verwijs naar Duitsland, waar men dat zeer radicaal aanpakt, want uit Duitsland worden criminelen teruggestuurd naar Afghanistan en naar Syrië. Waarop wachten u en uw N-VA-collega Van Bossuyt om dat te realiseren?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, het is tijd voor actie. Als ik twintig miljard had, u vroeg één miljard, dan zou ik het gat in de begroting wegwerken. Geld is echter geen wondermiddel. U moet op het terrein een concreet toekomstplan opstellen en proberen te realiseren.
Frank Vandenbroucke reikt u de hand, is bereid om in het luik van de interneringen oplossingen te bieden en die hervormingen ook door te voeren. Wij pleiten voor gevangenissen die geen misdaadfabrieken zijn, maar voor humane detentie. Iedere mens, iedere gevangene heeft een naam en is geen nummer. Wij pleiten voor een goed voorbereide terugkeer naar de samenleving, maar ook voor straffen die correct worden uitgevoerd. Dat alles dient te gebeuren in veilige omstandigheden en binnen een veilige samenleving.
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Bij uw aantreden hebt u natuurlijk een aanzienlijke erfenis gekregen, waarmee u in de afgelopen acht maanden aan de slag bent gegaan. Zoals we hebben gehoord, doet u dat met een duidelijke visie op korte, middellange en lange termijn. Dat alles kunt u echter niet alleen realiseren, daarvoor zijn andere zaken nodig, is samenwerking nodig. We hebben zojuist gehoord dat sommigen u de hand reiken.
Er moet absoluut iets worden gedaan aan de overbevolking en aan de geïnterneerden en de mensen zonder verblijf, want momenteel vormt de gevangenis de laatste schakel in de rij. Daarbij horen ook voldoende budgetten, zodat u, zoals u aangeeft, niet met een hand op de rug hoeft te boksen. Op die manier kunnen we zowel het probleem van overbevolking als dat van straffeloosheid aanpakken. De mensen verwachten dat van ons.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, cela fait 20 ans que votre parti et d'autres, à droite, désinvestissent dans la justice. Le résultat? Surpopulation, matelas par terre et agents à bout. Vous réclamez un milliard et vous savez que vous ne l'aurez pas. Un milliard pour la justice? Pas possible. Trente-quatre milliards pour la défense? Oui, en un instant. Cela ne va pas! Renoncer à quelques F-35 sera un bien meilleur investissement pour la sécurité et pour notre société. Arrêtez la fuite en avant, cessez de toujours enfermer plus, de toujours plus construire et de toujours plus surcharger les agents, parce que ces agents pénitentiaires méritent mieux, madame la ministre! Si vous voulez vraiment les soutenir, renoncez à la réforme des pensions, rendez-leur leurs primes et augmentez les salaires! Vous dites: "Ils peuvent toujours compter sur moi." Sachez une chose: sur le terrain, ils ne vous croient plus. Merci.
De impact van het gebrek aan klimaatbeleid op de schuld volgens het rapport van het Planbureau
Het rapport van het Planbureau over de gevolgen van de klimaatverandering voor de overheidsfinanciën
Financiële risico's van onvoldoende klimaatbeleid voor overheidsfinanciën volgens Planbureau-rapport
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 25 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Planbureaurapport waarschuwt dat klimaatinactie (opwarming tot 3°C) tegen 2050 4-8 miljard euro zal kosten, met zware druk op overheidsfinanciën, terwijl de regering juist wil bezuinigen. Van Peteghem belooft klimaatrisico’s te integreren in de begroting via langetermijnanalyses, weerbare infrastructuur en eerlijke lastenverdeling (bv. afschaffen fossiele subsidies), maar Van der Straeten wijst op concrete terugdraaiingen (windmolens, elektrificatie bedrijfswagens) en noemt het beleid "nietsdoen". Seuntjens (Vooruit) verdedigt de regering als "hervormingsmoedig", mits sociale rechtvaardigheid (grote vervuilers betalen, betaalbare energie).
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, de arizonaregering heeft als mantra dat ze de begroting op orde wil. Zij wil dat in alle domeinen, zowel op korte, middellange als lange termijn. In die zin is het rapport dat het Planbureau vanmorgen publiceerde, heel relevant. In het rapport berekent het Planbureau welke kosten verbonden zijn aan het ontbreken van klimaatbeleid. Indien de klimaatopwarming doorzet tot 3° C, zal dat tegen 2050 leiden tot enorme kosten, geraamd op 4 tot 8 miljard. Dat veroorzaakt een enorme druk op de overheidsfinanciën en onze schuldgraad
Het rapport is gepubliceerd op een heel goed moment, namelijk vlak voor de start van het begrotingsconclaaf. In die zin belangt het rapport u als minister van Begroting heel erg aan. De vraag hier is wat u met dat rapport zult aanvangen. Straks komen alle ministers met hun vragen voor extra uitgaven, voor nieuwe initiatieven en voor nieuw beleid. Het lijkt mij absoluut aan de orde dat daarbij ook wordt gekeken naar de klimaateffecten van dat beleid.
Tegelijkertijd wordt aangekondigd dat er veel bespaard moet worden. Het is dan ook evident dat er nu eerst en vooral zal moeten bespaard worden op de uitgaven die vandaag al het klimaat extra belasten. Ik denk bijvoorbeeld aan de vele miljoenen die nog steeds naar fossiele brandstoffen gaan. Ik noem het dossier van de professionele diesel, een dossier dat dan traditioneel naar voren komt.
Mijnheer de minister, hoe zult u in het kader van het komende begrotingsconclaaf aan de slag gaan met het rapport van het Planbureau?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, u staat voor een ongelooflijk grote uitdaging om onze begroting opnieuw op orde te brengen, zodat we onze sterke sociale welvaartsstaat kunnen doorgeven aan de toekomstige generaties.
Eerlijk is eerlijk, het wordt u niet zo gemakkelijk gemaakt. Sterker nog, er zijn vijanden, die actief tegenwerken. Er is Trump, die de gewone werkmens aanvalt via tarieven en een handelsoorlog – het Vlaams Belang schudt het hoofd, want dat zijn de vriendjes van Trump. Er is Poetin, die een oorlog in Europa voert, met extreem hoge energieprijzen tot gevolg. Er is nog een derde vijand, ouder dan Poetin en ouder dan Trump, het klimaat.
Dat zijn drie bedreigingen voor onze economie. Dat zeg ik niet zelf, dat zegt het Federaal Planbureau. Dat heeft een studie gemaakt waaruit blijkt dat als we niets doen, we over enkele jaren 5 % van ons bbp kwijt zijn. Dat is evenveel als de NAVO van ons vraagt om te investeren in defensie.
Dat zal een rechtstreekse impact hebben op de koopkracht en de gezondheid van de mensen. Immers, wat gebeurt er wanneer extreme weersomstandigheden tot droogte leiden? Voedsel wordt duurder, de winkelkar wordt nog duurder, de economie komt onder druk te staan, lonen en jobs komen onder druk en verzekeringen, die vandaag al zo duur zijn, zullen alleen maar nog duurder worden.
Daarom, mijnheer de minister, is het voor Vooruit onaanvaardbaar dat de kosten bij de gewone mensen terechtkomen. Ik ga ervan uit dat u als minister van Begroting daar ook heel bezorgd over bent en u kunt nu al iets doen. U kunt ervoor zorgen dat grote vervuilers, zoals mevrouw Van der Straeten terecht zegt, eerlijk bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan de fossiele subsidies, waardoor er vandaag nog altijd bijna 1 miljard euro naar buitenlandse vrachtwagens die hier komen tanken en die wij subsidiëren, gaat ten koste van de gewone mensen, die vandaag de gevolgen van de klimaatopwarming dragen.
Mijnheer de minister, bent u bereid om op te komen voor de gewone mensen en de grote vervuilers ook eerlijk te laten bijdragen?
Vincent Van Peteghem:
Beste collega's, ons federaal tekort wordt inderdaad aangedreven door enkele bekende drijvers die we de voorbije jaren te weinig in acht hebben gehouden. We zullen daarop in een volgende vraag nog terugkomen. Die houding plaatst ons vandaag voor enorme uitdagingen.
Dat moet veranderen. We moeten opnieuw een blik op de lange termijn richten, met focus op de komende decennia. Daarbij is het logisch dat we ook de gevolgen van de klimaatverandering op lange termijn in onze begrotingsoefening meenemen.
Ik hecht groot belang aan maatregelen op het vlak van klimaatbeleid, maatregelen die mijns inziens hand in hand moeten gaan met een gezond begrotingsbeleid. Dat blijkt onder meer uit de vergroening van de bedrijfswagens en uit de hervorming van de energiefiscaliteit die we samen in de vorige legislatuur hebben doorgevoerd, mevrouw Van der Straeten.
Ook deze legislatuur moeten we de risico’s van de klimaatverandering ter harte nemen. Dat doen we met de regering. We doen alles wat nodig is om de uitdagingen op dat vlak het hoofd te bieden, zonder gezinnen voor onmogelijke uitdagingen te plaatsen en zonder onze ondernemingen te remmen in hun noodzakelijke groei. Daarbij nemen we drie pistes in overweging. Ten eerste zullen we, in lijn met de nieuwe Europese begrotingsregels, voortaan systematisch een langetermijnanalyse maken van de klimaatrisico’s. Ten tweede zullen we investeren in weerbaarheid, door gerichte investeringen in infrastructuur, innovatie en adaptatie. Ten derde, mijnheer Seuntjens, maken we werk van een eerlijke lastenverdeling, zodat de kosten van de klimaattransitie niet worden afgewenteld op de middenklasse, maar iedereen een billijke bijdrage levert.
Het rapport stelt het zwart op wit: nietsdoen is geen optie. Dat hebben we natuurlijk goed begrepen. We kiezen met de arizonaregering volop voor een ambitieus klimaatbeleid dat hand in hand gaat met een verstandig economisch en industrieel groeibeleid dat de lasten op een eerlijke manier verdeelt.
Tinne Van der Straeten:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Uw woorden zijn lovenswaardig. Ik twijfel ook niet aan uw intenties. U hebt voorbeelden gegeven van dossiers waar we samen aan hebben gewerkt. Alleen zie ik vandaag een regering die wel veel maatregelen aan het afschaffen is. Windmolens op de Noordzee? Afgeschaft. Elektrificatie van de bedrijfswagens? Uitgesteld. Op het Vlaamse niveau, de verbouwpremie? Afgeschaft.
Nietsdoen is geen optie. Maar exact dat is wat de regering vandaag doet. Zij doet niets, niets en minder dan niets. Dan zal er geen sprake zijn van een eerlijke lastenverdeling, want de komende generaties zullen de factuur van 8 miljard moeten betalen.
Oskar Seuntjens:
In tegenstelling tot mevrouw Van der Straeten zie ik net zoals vele burgers vooral een regering die durft te hervormen, wat niet het geval was met vorige regeringen. Ik zie een regering die durft door te pakken op een moment dat het moeilijk is. Wat vooral het doel zal zijn, is dat te doen op een sociale manier. Dat zullen we doen, door grote vervuilers ook eerlijk te doen bijdragen, zoals de minister terecht zei. Dat zullen we ook doen door energie altijd betaalbaar te houden, ook in moeilijke tijden. Energie is een basisproduct. Het is geen luxe. Laten we verder hervormen. Dat is wat de mensen van ons verwachten.
Nieuwe dronevluchten boven Deense luchthavens en de toenemende Russische dreiging
De beveiliging van het luchtruim tegen binnendringende drones
Beveiligingsuitdagingen voor luchtruim: drones, Russische dreiging, Deense luchthavens
Gesteld door
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie), Bart De Wever (Eerste minister)
op 25 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Russische provocaties (drones, vliegtuigen, spionage) testen Europa’s veerkracht, met name in Polen, Denemarken en Estland, terwijl België’s paraatheid ter discussie staat. Minister Quintin bevestigt dat kritieke infrastructuur (luchthavens, energie, ziekenhuizen) 24/7 bewaakt wordt via OCAM en NCCN, maar dringt aan op versnelde wetgevende modernisering, extra investeringen en betere coördinatie tussen defensie, politie en bedrijven om hybride dreigingen (drones, cyberaanvallen, desinformatie) het hoofd te bieden. Weydts (Vooruit) benadrukt dat de regering "te laat" maar wel "massief" zal investeren in defensie, terwijl Lasseaux waarschuwt voor toekomstige binnenlandse dreigingen via lokale drone-aanvallen en cyberoorlog, met als doel staatsontwrichting. Urgentie en aanpassing van wetten/protocollen zijn cruciaal, maar concrete gereedheid blijft onzeker.
Axel Weydts:
Russische drones boven Polen, Russische gevechtsvliegtuigen boven Estland, Russische spionageschepen in onze Noordzee, en gisteren en eergisteren drones boven zowat alle luchthavens van Denemarken.
Ik kan nog even doorgaan met het opsommen van de drieste pogingen van Poetin ons te destabiliseren, maar ik zal vingers tekortkomen om aan te duiden wat er in de afgelopen weken is gebeurd. Het is heel duidelijk dat Poetin ons aan het testen is en ons aan het pesten is. Dan moeten we niet angstvallig reageren, maar we moeten wel waakzaam zijn.
Ik vind dat de NAVO het hoofd koel heeft gehouden. De NAVO heeft goed gereageerd, koelbloedig, maar wel daadkrachtig. Straks zal misschien een volgende stap nodig zijn, als onze burgers effectief bedreigd worden en in gevaar komen door de drieste acties van Poetin en zijn intrusies in ons luchtruim. Laten we hopen dat dit niet nodig zal zijn.
Ik besef heel goed dat het niet evident is om boven bewoond gebied of boven luchthavens drones of gevechtsvliegtuigen zomaar uit de lucht te schieten. Dat op zich kan al een gevaarlijke daad zijn. Dat is absoluut niet evident, mijnheer de minister, dat begrijp ik heel goed.
Het is deze regering, met Vooruit, die ervoor zal zorgen dat we nooit geziene investeringen zullen doen voor de veiligheid van ons allemaal, in onze defensie. Dat is broodnodig, maar ik vrees dat we vandaag niet klaar zijn om een eventuele volgende stap te doen.
Daarom is mijn vraag heel duidelijk. Is ons land, is onze politie, is onze defensie klaar om het hoofd te bieden aan een steeds groter wordende dreiging?
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, ces derniers jours, nous avons entendu que le Danemark et la Norvège avaient dû fermer certains de leurs aéroports suite à la présence de drones dans leur espace aérien. Pire encore, la première ministre danoise a annoncé mardi que les menaces planant sur ces infrastructures étaient très graves.
Le modus operandi et les drones utilisés laissent à penser qu’il existe une volonté derrière ces actes. Des acteurs compétents et déterminés cherchent à se faire remarquer ou, à tout le moins, à s’entraîner. À ce jour, aucune preuve ne permet de dire qu’il s’agit de menaces hybrides liées à la guerre menée actuellement par la Russie.
Néanmoins, soyons vigilants! Il faut analyser rapidement comment contrôler notre espace aérien, comment protéger nos infrastructures critiques qui sont menacées ou qui pourraient être menacées par des drones de toute origine.
Les menaces deviendront de plus en plus importantes. Un jour ou l'autre, des drones décolleront, non pas de pays voisins, mais de notre territoire, dirigés par des pilotes – bien évidemment hostiles – au sol. Notre futur ennemi empruntera les technologies modernes, notamment les technologies cyber, et les utilisera pour paralyser nos infrastructures critiques. Malheureusement la volonté délibérée est naturellement de déstabiliser l’État.
Nos dispositifs doivent être modernisés. J'insiste sur l'urgence et sur la gravité du moment.
Monsieur le ministre, avons-nous la capacité de détecter rapidement des drones menaçant nos infrastructures critiques? La Défense, la police et les entreprises qui gèrent ces infrastructures critiques ont-elles investi pour faire face à ces risques d'intrusion par drone? Existe-t-il une loi suffisamment claire en la matière? Si oui, ne faut-il pas la moderniser? Les procédures actuelles peuvent-elles nous permettre de réagir (…)
Voorzitter:
Mijnheer Lasseaux, u hebt trouwens op zeer originele wijze de aanbeveling om geen papier te gebruiken nageleefd, want met uw notebook hebt u inderdaad geen papier gebruikt.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, messieurs les députés, le survol par des drones des aéroports de Copenhague et d'Oslo n'est qu'un événement de plus dans une longue série qui doit nous alerter sur les menaces qui peuvent peser sur des secteurs clés pour notre société.
Mijnheer Weydts, "testen en pesten", ik zal die mooie uitdrukking gebruiken, als het mag.
Vos questions portent naturellement sur la possibilité qu'un tel cas puisse se produire en Belgique.
Onze luchthavens maken vanzelfsprekend deel uit van de kritieke entiteiten van ons land en moeten in die hoedanigheid hun eigen risicoanalyse uitvoeren. Dat betekent dat men zich moet buigen over de problematiek van het overvliegen door drones en daarbij de nodige maatregelen moeten voorzien, zoals detectiesystemen, regelmatige oefeningen en de onmiddellijke rapportering van elk geregistreerd incident.
Nos services de sécurité et d'analyse de la menace sont évidemment à pied d'œuvre 24 heures sur 24 et 7 jours sur 7 et accompagnent ces mêmes entités critiques. Je peux vous rassurer: ils sont très bien renseignés. Ainsi, l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace (OCAM) réalise une analyse des risques par secteur visé, tandis que le Centre de crise national (NCCN) œuvre à la coordination entre les mesures internes prises par les entités critiques elles-mêmes et les mesures externes prises notamment par la police et les autres services de sécurité.
Mesdames et messieurs les députés, j'aimerais ici élargir le propos. Face aux évolutions géopolitiques et aux risques croissants de catastrophe et de crise, il nous faut nous tenir prêts à tous les scénarios en nous assurant que ce que nous appelons nos "infrastructures critiques" – je pense notamment aux installations énergétiques, aux transports, y compris les aéroports, aux banques, aux hôpitaux, mais aussi aux réseaux d'eau potable – puissent continuer à fonctionner.
Nog maar gisteren heb ik in het Parlement een ontwerp ingediend dat tot doel heeft onze wetgeving te moderniseren en aan te passen aan de verschillende bedreigingen waarmee we geconfronteerd worden, waarvan de frequentie, de complexiteit en de gevolgen onze samenleving voor nieuwe uitdagingen plaatsen. Ik zal zeer binnenkort naar het Parlement terugkomen om dat wetsontwerp in zijn wetgevend traject te begeleiden, waarbij ik het volledige halfrond vraag rekening te houden met de urgentie van de situatie. Het is belangrijk voor de bescherming van al onze burgers. Dat is precies het doel van de veerkrachtplannen die aangepast zijn aan de dreigingen en die door een hele reeks actoren moeten worden uitgewerkt om voorbereid te zijn op alle scenario's en om te kunnen blijven functioneren.
Cela signifie aussi qu'il faut effectuer les investissements nécessaires dans toutes ces infrastructures critiques. Je veux quand même rassurer. Les investissements se font. Il faut évidemment se mettre à jour, et toujours courir après les menaces qui se développent.
Besturen betekent voorzien, en in dit geval vooruitzien. We moeten onze kritieke infrastructuur en onze luchthaven beschermen. Er valt geen tijd te verliezen.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, we mogen inderdaad geen tijd verliezen. Het is niet vijf v óó r twaalf, maar vijf over twaalf. De huidige regering met Vooruit zal investeren in de veiligheid van onze mensen. Ik wijs naar niemand (wijst naar de PVDA-PTB-fractie) , maar in tegenstelling tot de naïeve oppositie zal de regering er wel voor kiezen om te investeren in onze veiligheid, niet om ten oorlog te trekken, maar om onze mensen te beschermen.
Stéphane Lasseaux:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Notre futur ennemi ne viendra pas avec des chars sur la Grand-Place de Bruxelles. Notre futur ennemi procédera à des cyber-attaques. Nous devons nous attendre à une guerre hybride. Sa volonté sera évidemment de déstabiliser l'État et la population et désinformer cette dernière. J'ai bien entendu que vous teniez compte de l'urgence. Je compte sur vous pour répondre à tous ces enjeux.
Een eerlijke bijdrage van de farma-industrie
De teloorgang van de farma-industrie
De begrotingsgesprekken en de volksgezondheid
Financiële verantwoordelijkheid, uitdagingen en budgettaire impact van de farmaceutische sector op volksgezondheid
Gesteld door
Vooruit
Jan Bertels
Open Vld
Irina De Knop
N-VA
Kathleen Depoorter
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de eerlijke bijdrage van de farmaceutische industrie aan de betaalbaarheid van de gezondheidszorg, waarbij Vooruit (Bertels) pleit voor een verplichte winstafdracht (80 miljoen euro besparing) om explosieve geneesmiddelenkosten te beteugelen en solidariteit te waarborgen. Oppositie (De Knop, N-VA) waarschuwt dat lineaire bezuinigingen innovatie en patiëntentoegang bedreigen en de sector—een economische troef—ondermijnen, terwijl coalitiepartner Depoorter (Open Vld) dialoog en afgewogen maatregelen eist, met kritiek op het ontbreken van overleg bij de ministeriële aankondiging. Minister Vandenbroucke verdedigt de noodzaak van ingrijpen (prijsverlagingen, remgeldhervorming, voorschrijfbeleid) om verspilling tegen te gaan en prioriteiten zoals tandzorg en zorgpersoneel te financieren, met een ultieme heffing op de industrie bij budgetoverschrijding, maar benadrukt dat creatieve sectorvoorstellen nog steeds mogelijk zijn.
Jan Bertels:
Collega’s, iedereen weet dat we voor moeilijke budgettaire jaren staan. We moeten hervormen om de rekeningen van ons land op orde te brengen, om zo de koopkracht van onze bevolking te beschermen, onze sociale zekerheid veilig te stellen voor de toekomst en onze gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Dat vraagt een inspanning van iedereen. Mensen begrijpen dat en zijn bereid hun steentje bij te dragen. Ik hoor op straat wel steeds dat zij dat willen doen op voorwaarde dat iedereen een inspanning levert. Die mensen hebben gelijk. Voor Vooruit is het de normaalste zaak van de wereld dat ook de sterkste schouders eerlijk bijdragen. Elk zijn deel is niks te veel.
Wij willen de facturen in onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar houden. Daarom is het van groot belang dat ook de grote farmaceutische industrie haar duit in het zakje doet. Die industrie verricht goed werk, vaak letterlijk van levensbelang. Maar waar eindigen de macht en de winst van sommige farmaceutische bedrijven? Wat vinden wij nog aanvaardbaar? Verhalen zoals dat van baby Pia liggen nog vers in het geheugen. De stabiele hoge winstcijfers tonen aan dat de sector de voorbije jaren goed geboerd heeft. Van die industrie mogen we dan ook een eerlijke bijdrage verwachten om onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar te houden. De industrie weet dat zelf ook.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat die industrie een eerlijke bijdrage levert aan onze gezondheidszorg?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, welkom terug, een nieuw parlementair jaar en een nieuwe aanval van Vooruit. Ditmaal zijn het de farmaceutische bedrijven die het gelag moeten betalen. We zijn dat van Vooruit gewoon. Mensen die ondernemen, die het land zuurstof geven, die investeren in gezondheid en economie, het zijn jullie natuurlijke vijanden.
Mijnheer de minister, zoals we dat enigszins van u gewend zijn, u gaat eenzijdig en zonder overleg 80 miljoen euro aan inkomsten weghalen bij die sector. Ik heb goed geluisterd naar wat u zei over hervormen, maar dit is niet hervormen. Dit lijkt eerder op het uitroeien van een sector. Laat ons daarover eens nadenken, mijnheer de minister. Wat levert de strategie die u voert economisch gezien op? Wat levert de strategie die u voert ons op het vlak van de gezondheidsdoelstellingen op?
We zijn zeer ongerust en ik heb begrepen dat premier De Wever even ongerust is als wij. Dit betreft immers een sector waar ons land vandaag internationaal koploper is. Hier worden geneesmiddelen ontwikkeld. Hier worden klinische studies uitgevoerd. Dat alles leidt ertoe – of moet ik zeggen leidde ertoe - dat patiënten in België snel toegang kregen tot nieuwe geneesmiddelen. Door de acties die u onderneemt en door het pleidooi dat u voert, mijnheer Bertels, zorgt u er echter voor dat de sector echt op de helling komt te staan met het beleid dat de minister voert.
Weet u dat slechts in 50 % van de gevallen waarin innovatieve geneesmiddelen worden aangeboden, dit ook effectief leidt tot terugbetaling? Dat is slecht voor de innovatie, dat is slecht voor de bedrijven, maar vooral slecht voor de patiënten die daar nood aan hebben en geen toegang krijgen tot innovatieve geneesmiddelen. Wat is daarvoor uw remedie, mijnheer de minister?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de farmaceutische industrie is hoogwetenschappelijk, levensreddend en zeer belangrijk voor de welvaart van ons land.
Deze ochtend las ik in de krant een brief waarin bezorgdheid wordt geuit over een door u aangekondigde besparingsmaatregel van 80 miljoen euro. Dat die besparing er zou komen, was bekend. De sector werd ook gevraagd om voorstellen in te dienen. Die voorstellen zijn ingediend en vervolgens geanalyseerd, onder meer door het RIZIV en het Verzekeringscomité. De voorstellen blijken niet toereikend te zijn.
Mijnheer de minister, de brief kwam dan toch als een verrassing, want het betrof een lineaire maatregel, een besparing zonder meer. Wij hebben samen al een lange weg afgelegd en zijn het niet altijd volledig eens met elkaar, maar wij maken wel deel uit van dezelfde coalitie. Het is dus onze taak om samen zowel de kwaliteit van de gezondheidszorg als het gezondheidsbudget te bewaken.
Ik stel mij de vraag, gelet op het feit dat de begrotingsconclaven en -gesprekken nog moeten beginnen, of u niet enigszins voorbarig bent geweest. Hoe is die brief tot stand gekomen en verstuurd? Ik had graag van u vernomen welke voorstellen niet weerhouden zijn door het RIZIV en door uw diensten. Hebt u deze voorstellen besproken met uw collega’s in het kernkabinet? Met andere woorden, gaat het hier om een aankondiging van een besparing die door de regering is beslist of niet? Ten slotte, mijnheer de minister, in het regeerakkoord is opgenomen dat wij alle maatregelen in dialoog met de farmaceutische sector zouden nemen. Is er opnieuw plaats voor dialoog om die maatregelen af te kloppen? Dank u wel.
Frank Vandenbroucke:
Geachte leden, we investeren zeer belangrijke sommen geld in de gezondheidszorg: volgend jaar 1,5 miljard euro extra. Het is belangrijk dat die investeringen goed terechtkomen, daar waar de noden echt zijn. Ze mogen zeker niet opgaan aan verspilling.
Als we het kraantje gewoon laten openstaan, loopt het water weg in de verkeerde richting. We moeten dus ingrijpen. Een zeer belangrijk probleem is dat we voor een echte explosie van de uitgaven voor geneesmiddelen staan. Dat mogen we niet laten gebeuren. Anders gaat een groot deel van het extra geld daarnaartoe en komt het niet terecht bij tandzorg of geestelijke gezondheidszorg. We zullen het dan ook niet kunnen aanwenden om te investeren in het zorgpersoneel.
We hebben in februari in de regering de afspraak gemaakt – die staat ook op papier – dat we een belangrijke inspanning zouden vragen aan de farmaceutische industrie. In de regering is afgesproken dat we onder meer aan de farmaceutische industrie zouden vragen om met voorstellen te komen om op een verstandige manier te besparen in dat budget, ten belope van 80 miljoen euro. Als er geen goede voorstellen komen, zullen we op een lineaire manier de prijzen die wij vanuit de sociale zekerheid aan de farmaceutische industrie betalen, verminderen. Dat is afgesproken in de regering.
Er is voortdurend uitvoerig overleg met de farmaceutische industrie. Die heeft voorstellen ingediend en de administratie van het RIZIV heeft het resultaat van het onderzoek daarvan meegedeeld aan het Verzekeringscomité. De voorstellen zijn echter ofwel absoluut niet wenselijk, omdat ze ertoe zullen leiden dat bepaalde geneesmiddelen van de markt zullen verdwijnen, ofwel niet uitvoerbaar op korte termijn. Daarom val ik terug op de afspraak die we samen gemaakt hebben. We kiezen daarmee voor een eenvoudige maatregel: de prijzen die we aan de farmaceutische industrie betalen, zullen overal een klein beetje verlaagd worden.
Dat is in verhouding tot een budget van 6,8 miljard euro volgend jaar. Dat is precies geen bijzonder grote inspanning.
Inderdaad, we moeten wel verder durven denken. We moeten af van een bepaald soort pillenverslaving. We zijn kampioenen in het gebruik van cholesterolremmers. Die worden veel te veel gebruikt. We zijn ook kampioenen in het gebruik van maagzuurremmers. Die worden ook veel te veel gebruikt. Al het geld dat wij betalen voor maagzuurremmers gaat niet naar de geestelijke gezondheidszorg, niet naar tandzorg en zal niet geïnvesteerd worden in het zorgpersoneel. Daar moet dus worden ingegrepen. Dat is de reden waarom we enerzijds tegen de artsen zeggen dat er meer moet worden gesproken over het voorschrijfgedrag. Anderzijds willen we ook een signaal geven aan de burger dat dat geld kost aan de samenleving. Om die reden herzien we ook categorieën van het remgeld. Ik heb daarbij geen taboes. Het is zoals de premier daarnet zei, ik kan dat letterlijk herhalen: ʺ Dit is een beleid zonder dogma’s en zonder taboes ʺ .
Bovendien is het belangrijk, vermits we inderdaad heel wat maatregelen moeten nemen en het gros van die maatregelen gericht zal zijn op het tegengaan van een explosie in het geneesmiddelenbudget, dat we de garantie hebben dat we daarin zullen slagen. Er is in de regering dus ook afgesproken dat de farmaceutische industrie in haar geheel een spijkerharde garantie moet geven. Als de maatregelen onvoldoende zijn en het afgesproken budget van 6,8 miljard euro overschreden wordt, dan zal de industrie dat tekort zelf helpen dekken met een heffing op haar omzet. Dat is inderdaad een inspanning, maar een inspanning die vermeden kan worden als de farmaceutische bedrijven zelf met creatieve en geloofwaardige voorstellen komen. Die hebben we tot nu toe nog niet gezien. Daarom zal ik het regeerakkoord en de afspraken in de regering stipt uitvoeren.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, overleg is nodig, maar overleg moet ook tot resultaten leiden.
Mevrouw De Knop, natuurlijk steunen wij onze farmaceutische industrie. In België krijgen patiënten goede zorgen, zelfs de beste zorgen, en daar draagt de farmaceutische sector toe bij. Het budget voor de terugbetaalde geneesmiddelen is de voorbije jaren met 2 miljard euro gestegen. Natuurlijk dragen wij daartoe bij. Om nader in te gaan op wat eerder is opgemerkt, wij geven ook innovatieondersteuning, heel veel zelfs, aan de farmaceutische industrie. Het gaat om honderden miljoenen euro voor innovatie.
Mevrouw De Knop, er is echter één groot verschil en ik ben blij dat dat hier duidelijk gemaakt is. Wij willen dat van de grote winsten een deel terugvloeit naar de bevolking om te investeren in de gezondheidszorg. Dat is solidariteit en de farmaceutische industrie weet dat ook. Zij is het daarmee eens. Daarover verschillen wij van mening. Wij zijn solidair, u bent dat niet.
Voorzitter:
Wellicht is het toeval, of niet, maar mevrouw De Knop heeft nu het woord.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De conclusie is duidelijk en is iedere keer dezelfde. Deze week is de farmaceutische sector de boeman; de vorige weken waren het de artsen. Het is heel duidelijk, het model van uw partij is een model van afgunst.
U blijft de actoren in de gezondheidszorg beschouwen als vijanden in plaats van ze te zien als partners. Wij kunnen u dat evenwel niet kwalijk nemen, want dat is hoe u en uw partij naar de wereld kijken, namelijk de ondernemer aan zijn zwembad en de arts die fraudeert.
Eén zaak is duidelijk, namelijk dat de patiënt daar niet beter van wordt. In plaats van u te richten op politieke profilering, zou u beter een beleid voeren dat inzet op innovatie, dat ervoor zorgt dat de medicijnen beschikbaar blijven en dat België aan de top blijft op het vlak van klinische onderzoeken.
Dat komt de patiënt ten goede en daarom ben ík wel solidair.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de uitdagingen zijn groot. Dat we de overconsumptie van medicijnen moeten aanpakken, daar zijn we het absoluut over eens. Dat we het budget in balans moeten proberen te houden, daarover zijn we het ook eens. Het is inderdaad de patiënt om wie het draait. Het gaat om die therapie, die toegang tot therapie, die toegang tot innovatie, maar ook die toegang tot generische geneesmiddelen die nu vaak ontbreken. We moeten ervoor zorgen dat de farmaceutische sector overeind blijft. Ook dat hebt u aangehaald. Als er dan voorstellen komen vanuit de sector, vind ik het essentieel dat we die gezamenlijk bekijken. Samen weten we altijd een beetje meer dan alleen. Als we daarover samen kunnen debatteren, kunnen we ook beslissingen nemen die er daadwerkelijk voor zorgen dat die toegankelijkheid behouden blijft en de betaalbaarheid voor de ganse maatschappij gegarandeerd is.
Jobs jobs jobs
De nood aan samenwerking en gegevensuitwisseling m.b.t. de beperking van de werkloosheid in de tijd
Samenwerking en datadeling voor werkgelegenheid, werkloosheidsbeperking en banencreatie
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met een structurele mismatch op de arbeidsmarkt: 176.500 vacatures (vooral voltijds) staan tegenover 320.000 werkzoekenden en 526.000 langdurig arbeidsongeschikten (Europees record), terwijl tienduizenden werklozen in steden als Charleroi (18.000), Moeskroen (3.000) en Molenbeek (9.000) thuiszitten ondanks lokale tekorten. De werkloosheidshervorming stuitert op slechte samenwerking tussen overheden (federaal, gewesten, OCMW’s), wat leidt tot administratieve chaos en gebrek aan effectieve begeleiding, ondanks beloftes over gegevensuitwisseling en taskforces. Critici benadrukken dat activering zonder maatwerk faalt: werkgevers trekken buitenlandse krachten aan terwijl lokale werklozen onbenut blijven, en kwetsbare groepen dreigen tussen wal en schip te vallen door te late of ontbrekende ondersteuning. De regering zet in op hervormingen vanaf 2025 (activering, omscholing, fiscale neutraliteit), maar de praktische uitvoering en menselijke begeleiding blijven kritische knelpunten.
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, ik ben in de war. Er gebeuren hier zeer vreemde dingen. Ik woon in Kortrijk. Daar zijn heel wat vacatures en wij krijgen mensen uit Rijsel, Frankrijk, maar in Moeskroen marcheert een en ander precies niet. Ik heb onderzocht of dat in de rest van het land ook zo is. Welnu, in Molenbeek zetten ze 230 vrijwilligers in om het vuil van de straten te halen en te zorgen voor netheid. En wat met Charleroi? Als men op reis vertrekt via de luchthaven van Charleroi, krijgt men van Ryanair een bericht om vroeg genoeg naar de luchthaven te komen, omdat er een acuut personeelstekort is. Nochtans zitten er in Charleroi 18.000 personen voltijds thuis met een uitkering, in Moeskroen zijn er 3.000 en in Molenbeek 9.000. De 9.000 Molenbekenaars die een uitkering ontvangen, hebben het blijkbaar zo druk dat er vrijwilligers moeten worden ingezet om het huisvuil op te halen. In Charleroi hebben de 18.000 personen die thuiszitten, het blijkbaar zo druk dat men in de luchthaven geen personeel meer vindt om controles uit te voeren. In Moeskroen is het juist hetzelfde. Dat is toch bizar?
Men kan dat wat Charleroi betreft nog begrijpen: mensen zijn er bang om buiten te komen, want Denis Ducarme loopt daar rond. Hoe is dat echter mogelijk in al die andere steden? Mijnheer de minister, kunt u mij dat mysterie uitleggen?
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, afgelopen week heeft de federale overheid via de RVA de eerste brieven verstuurd naar de werklozen van wie de uitkering in januari stopt. Ik vind die brief vrij hard: uw uitkering stopt; u kunt de VDAB contacteren; maar let op voor uw gezondheidszorg en uw kinderbijslag. Normaal gezien zou er ook een brief van de Vlaamse overheid komen. De VDAB moet die mensen naar werk begeleiden. Alleen weet niemand wanneer hij zal komen. Dan zijn er nog de lokale overheden. De OCMW's varen blind. Maar we weten wel dat duizenden mensen daar zullen aankloppen voor een leefloon.
Mijnheer de minister, ik vind dat kafkaiaans. Ik heb er geen andere woorden voor. De betrokkenen verliezen zich in brieven en loketten, terwijl het doel van de hervorming net is mensen te helpen. Mensen die al twintig jaar aan de kant staan, hebben meer dan ooit nood aan zorgbegeleiding en ondersteuning. Een sterke overheid zorgt daarvoor. Vandaag botsen de overheden echter met elkaar, terwijl ze smeken om samenwerking om hun job goed te kunnen doen: begeleiding bieden.
Het kan ook anders. In Turnhout is de wachttijd voor een leefloon met de helft verminderd, door gegevensuitwisseling. Daardoor hebben de maatschappelijk werkers tijd voor wat er echt toe doet: mensen begeleiden en vooruithelpen. Dat is samenwerking. Dat is menselijk.
Ik heb voor u maar één eenvoudige vraag, mijnheer de minister. Zult u ook voor de werkloosheidshervorming inzetten op samenwerking: één traject, één databank, zodat werklozen effectief aan een job worden geholpen in plaats van dat ze zich verliezen in een administratief kluwen.
Voorzitter:
De vragen werden trouwens gericht aan de minister van Werk, Economie en Landbouw en zullen beantwoord worden door minister Quintin.
Bernard Quintin:
Mijn collega David Clarinval heeft zich vandaag verontschuldigd. Hij heeft mij gevraagd om u het volgende mee te delen. Mijnheer Ronse, het zal geen antwoord over de steden alleen zijn, maar een meer algemeen antwoord.
België hinkt achterop op het vlak van de werkzaamheidsgraad: 70,3 % van de 20- tot 64-jarigen werkt tegenover 75,8 % in Europa. Tegelijkertijd zijn er meer dan 526.000 langdurig arbeidsongeschikten. Dat is een Europees record. Hun re-integratie vormt dus een grote uitdaging. Daarnaast zijn er 320.000 werkzoekenden en 176.500 vacatures, wat wijst op een structurele mismatch.
De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid bevestigt dat België zwaar getroffen wordt door een tekort aan arbeidskrachten. Die moeilijkheden, samen met de stijgende rente, beperken onze budgettaire marge en vereisen snelle hervormingen: activering van inactieven, opleiding en omscholing, het aantrekkelijker maken van werken, een flexibelere arbeidsmarkt en de re-integratie van langdurig zieken.
Sinds het begin van de legislatuur werden al belangrijke maatregelen genomen om de arbeidsmarkt dynamischer te maken, met effecten die vanaf 2025 worden verwacht. Ze passen in een deugdzame driehoek: activering, ondersteuning en responsabilisering. Nieuwe maatregelen zullen di basis binnenkort aanvullen. De federale regering wil zo een deugdzame cirkel creëren waarbij meer jobs bijdragen aan het budgettaire herstel via hogere fiscale inkomsten en lagere sociale uitgaven, zonder de fiscale druk te verhogen. Economische groei blijft de krachtigste hefboom voor gezonde overheidsfinanciën.
Mevrouw Vanrobaeys, de succesvolle hervorming van de werkloosheidsverzekering, die wij voorstaan, vergt een intense en nauwe samenwerking met alle betrokken actoren: de federale administratie, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling, de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen, de private uitbetalingsinstellingen en de OCMW’s.
De voorbije maanden vonden dan ook diverse overlegmomenten plaats op alle niveaus om de goede samenwerking te faciliteren. De problematiek van de gegevensuitwisseling met de regio’s kwam uitvoerig aan bod tijdens de vijf bijeenkomsten van de interministeriële conferentie Werk. Het onderwerp kwam ook aan bod tijdens verschillende vergaderingen van het beheerscomité van de RVA. De gegevensuitwisseling met de OCMW’s kwam eveneens regelmatig aan bod, bij uitstek tijdens de drie bijeenkomsten van de taskforce die door mijn collega Van Bossuyt werd georganiseerd en die de OCMW-federaties en de RVA samenbrengt in het kader van de werkloosheidshervorming.
Zodra een einddatum van het recht op uitkeringen voor een individuele werkloze wordt bepaald, is die informatie ook zichtbaar voor de OCMW’s en de gewestelijke diensten via de daartoe afgesproken elektronische gegevensstromen. Er wordt structureel gewerkt aan de uitbreiding en de integratie van de gegevensstromen om een goede begeleiding te garanderen. Dat omvat zowel de optimalisatie van de huidige consultatiesystemen als de voorbereiding van bijkomende gegevensstromen richting OCMW’s en lokale sociale diensten.
De OCMW’s, hun federaties, de POD Maatschappelijke Integratie en de bemiddelingsdiensten kunnen, indien nodig, bijkomende machtigingen vragen. Alle actoren zijn daarvan op de hoogte en kunnen de nodige acties ondernemen.
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, er zijn in dit land heel veel openstaande jobs, meer dan 165.000. Het betreft geen deeltijdse jobs; 85 % daarvan betreft voltijdse jobs. In mijn provincie pleiten de werkgevers ervoor om kortgeschoolde mensen van buiten Europa aan te trekken, terwijl er in Moeskroen - hou u vast - 3.000 personen langdurig werkloos zijn, thuis zitten, op leefloon, om nog maar te zwijgen van Charleroi en andere steden. Dat moet stoppen. We worden het West-Romeinse Rijk in verval, als we daarmee doorgaan. Arbeiders die ploegenarbeid verrichten, die hun kas afdraaien om dergelijk systeem te blijven financieren, pikken dat niet langer.
Mijnheer de minister, de regering zal pas succesvol zijn, als we al die mensen aan het werk krijgen. Ik heb maar één slotwoord voor al die Walen en Brusselaars die op het moment thuiszitten: vous êtes les bienvenus, nous avons beaucoup de places vacantes, venez chez nous.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. De heer Ronse spreekt over jobs, jobs, jobs. Daar is iedereen voorstander van. Alleen, de kansen op die jobs, jobs, jobs vergroten wanneer men begeleiding biedt op maat. De mensen rekenen daarvoor net op een sterke overheid, federaal, regionaal en lokaal. Dat vraagt samenwerking en maatwerk. Daarom hebben de regeringen met Vooruit ook extra middelen uitgetrokken, federaal en regionaal, voor de maatwerkbedrijven. Nu ziet men dat er vrije plaatsen zijn, maar dat de toeleiding hapert. Dat is echt een gemiste kans. Mijnheer de minister, ik hoor u verwijzen naar bijeenkomsten van de interministeriële conferentie en van taskforces. Ik heb echter de indruk dat het vooral een oefening op papier is en dat de mensen verloren lopen door loketten en brieven. Vandaar mijn oproep: neem de regie, zorg ervoor (...)
De obstakels voor het opnemen van palliatief verlof
De obstakels voor het opnemen van palliatief verlof
Obstakels voor palliatief verlof
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de ontoereikende regeling van palliatief verlof, waar mantelzorgers zoals Stéphanie door lage uitkeringen (750 euro vs. 850 euro huur) en starre opnameregels (enkel per maand) financieel en administratief in de problemen komen, waardoor velen zich ziek moeten melden om rond te kunnen komen. Flexibiliteit (wekelijkse opname), hogere vergoedingen en vereenvoudigde administratie worden door CD&V en Vooruit geëist, met concrete wetsvoorstellen klaar, terwijl minister Clarinval belooft de financiële drempels en papierwerk aan te pakken binnen het regeerakkoord. De kern: zorgverleners verdienen steun, niet stress—zowel emotioneel als materieel—tijdens het begeleiden van stervende dierbaren. Partijen dringen aan op snelle aanpassingen (september 2025), met nadruk op menswaardige omstandigheden voor wie zorgt.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, afgelopen week getuigde Stéphanie in de krant: "Ik moest spaargeld gebruiken om voor moeder te zorgen". Ze heeft palliatief verlof genomen om voor haar ongeneeslijke moeder te zorgen; ze zette haar leven on hold om de laatste weken samen door te brengen. Dat moest ze eenwel betalen, letterlijk. Ze kreeg een uitkering van ongeveer 750 euro, terwijl haar huishuur 850 euro bedraagt. Ze moest haar eigen spaargeld en de reserves van haar moeder aanspreken. Naast het verdriet en de pijn van het afscheid was er ook de stress over het geld.
Stéphanie is niet alleen. Het Netwerk Palliatieve Zorg ziet het maar al te vaak: alsmaar meer mantelzorgers moeten zich ziek melden, niet omdat ze ziek zijn, maar gewoon om financieel te overleven.
Er zijn nog drempels. Palliatief verlof neemt men op voor één maand, terwijl palliatieve zorg onvoorspelbaar is. Soms is er een snelle achteruitgang, maar soms niet. Wie het wil, zou het palliatief verlof in weken moeten kunnen opnemen, per één week of per twee weken. Maar de wetgeving laat hun dat nu niet toe.
Mijnheer de minister, het is echt onmenselijk. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat mensen die op zulke momenten voor hun dierbaren willen zorgen, zo in de problemen komen? Het systeem faalt, net op het moeilijkste moment in een mensenleven.
Ik heb dan ook maar één eenvoudige vraag: wat zult u hieraan doen?
Nahima Lanjri:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, welke maatschappij willen wij? Willen wij een maatschappij waarin iemand die tijdelijk zorg draagt voor een ongeneeslijk ziek familielid, zoals een partner, een kind of een ouder, in de problemen komt? Niet met cd&v!
Stéphanie, een vrouw van 38 jaar, kwam wel in de problemen. Met de uitkering die zij voor het palliatief verlof kreeg, kon zij zelfs haar huishuur niet betalen. Bovendien geraakte zij verstrikt in een mallemolen van administratie. Zij voelde zich allesbehalve gesteund. Dat is schrijnend.
De uitkering is zo laag dat heel wat mantelzorgers niet anders kunnen dan naar de dokter te gaan om een ziektebriefje te vragen, anders komen zij niet rond. Bovendien is er zoveel papierwerk en duurt het lang eer men antwoord krijgt op zijn aanvraag, net op een moment dat de aanvrager eigenlijk daarvoor geen tijd heeft. Sommige werkgevers geven hun werknemers zelfs de raad om bij de dokter een ziektebriefje te halen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Meer nog, heel wat mantelzorgers voelen zich ook schuldig, want ze zijn niet ziek en willen enkel voor hun zieke moeder of ziek kind zorgen.
Voor cd&v moet zorgverlof altijd gemakkelijk en flexibel opneembaar zijn, bijvoorbeeld ook in periodes van weken, omdat het niet altijd nodig is om een volledige maand op te nemen. Een dergelijk voorstel ligt op tafel. Wij hebben dat afgelopen dinsdag 15 juli 2025 nog in de commissie besproken. Cd&v heeft een wetsvoorstel om het mantelzorgverlof flexibeler te maken, om het in weken te kunnen opnemen en om de administratie te verminderen. Dat willen wij ook voor het palliatief verlof.
Mijnheer de minister, bent u bereid om de aanvraagprocedure te vereenvoudigen, te zorgen voor meer flexibiliteit en de vergoeding te verhogen?
Voor cd&v is het als gezinspartij duidelijk. Zorgen voor iemand anders kunnen wij alleen maar toejuichen. Dus moeten wij ook zorgen voor degene die zorgt.
David Clarinval:
Beste collega’s, vooreerst wil ik mijn diepe medeleven betuigen aan iedereen die een dierbare in de terminale fase begeleidt.
Werknemers worden inderdaad met moeilijkheden geconfronteerd wanneer ze palliatief verlof willen opnemen. Elke vorm van menselijke en financiële steun is van belang. In het regeerakkoord wordt het behoud van de thematische verloven bevestigd, uitdrukkelijk met inbegrip van het palliatief verlof. Het recht op palliatief verlof is voor veel werknemers essentieel en het is onze ambitie om dat volledig te behouden. In het kader van de administratieve vereenvoudiging van de thematische verloven zal bijzondere aandacht worden besteed aan een waardige vergoeding bij opname van palliatief verlof, zodat onaanvaardbare financiële verliezen voor de betrokken families worden vermeden.
Dames, u kunt rekenen op mijn vastberadenheid in het dossier. Ik zal erop toezien dat het financiële aspect geen obstakel vormt voor de families die geconfronteerd worden met bijzonder moeilijke privésituaties.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, u erkent dat de zorg voor een stervend familielid nooit iemand ertoe mag nopen zich ziek te melden en dat de loopbaanonderbrekingsvergoeding moet volstaan om rond te komen. Dat stemt mij tevreden. Voor Vooruit is het duidelijk: mensen die zorg dragen voor hun partner, ouder of kind van wie het levenseinde nadert, moeten kunnen rekenen op een sterke overheid, die hen ondersteunt.
Ik ben bezig met de voorbereiding van een wetsvoorstel dat voor een betere inkomensbescherming en administratieve vereenvoudiging moet zorgen en een flexibele opname van het palliatief verlof moet toelaten. Zorgen voor familieleden die aan het einde van hun leven zijn, doet men immers uit liefde, uit menselijkheid en uit respect voor hun laatste wensen. Wie zorg draagt voor anderen, zal altijd op Vooruit kunnen rekenen.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben tevreden dat u het probleem erkent en verwijst naar het engagement van de regering in het regeerakkoord om werk te maken van een oplossing. Overigens vechten wij daar vanuit cd&v al heel lang voor, al meer dan 15 jaar. We hoeven zelfs geen wetsvoorstel meer te schrijven. Het is klaar en hopelijk zult u het steunen, mevrouw Vanrobaeys. We moeten het wel uitbreiden tot het palliatief verlof. Mijnheer de minister, laten we in september ervoor zorgen dat men het zorgverlof flexibel kan opnemen, bijvoorbeeld in weken, zonder administratieve rompslomp en met een betere vergoeding. Nu zijn mantelzorgers immers verplicht om bij de dokter een ziekteattest te vragen, terwijl ze dat eigenlijk niet willen. Wij pleiten er dus voor, mijnheer de minister, dat we zorg dragen voor wie zorgt. Zij mogen geen stress hebben door loonverlies en moeten zich niet bezighouden met allerlei administratieve rompslomp. Dat zijn zaken waar ze (…)
Het gebrek aan medewerking van de federale politie aan de Europese fraudeaanpak
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s personeelstekort bij de federale gerechtelijke politie ondermijnt de bestrijding van Europese fraude (zoals btw-dossiers en corruptie), wat het vertrouwen in de rechtsstaat en België’s geloofwaardigheid als EU-hart schaadt. Minister Quintin bevestigt 35 speurders voor financiële criminaliteit (waarvan de helft voor het Europees parket) en belooft extra investeringen, een rondetafel over werving en betere Europese samenwerking, maar benadrukt realistische middelen. Meuleman (Vooruit) eist concrete stappen om fraude hard aan te pakken—ter bescherming van eerlijke burgers en bedrijven—en herhaalt de nood aan structurele versterking van de politie, met steun voor het Europees parket. De kritiek richt zich impliciet op Vlaams Belang, dat volgens hem fraudeonderzoeken zou saboteren.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, of het nu gaat om het Europees gesjoemel van Vlaams Belang of om douane- en btw-fraude voor miljoenen euro's op de luchthaven van Luik, voor Europese fraudedossiers is Europa afhankelijk van de speurders bij de federale gerechtelijke politie.
Europa noemt de situatie echter a joke. Dat is natuurlijk een scherpe uitspraak, maar ze komt ergens vandaan. Laat ik duidelijk zijn, onze politie levert schitterend werk op het terrein, maar er is een enorm personeelstekort en de werkdruk is bijzonder groot. Daardoor blijven fraudedossiers soms maanden liggen. Als dat dan het werk van het Europees parket lamlegt, dan overstijgt de kwestie het Belgische niveau. Dan riskeren we niet alleen dat miljoenen aan Europese fraude ongestraft blijven, maar zetten we ook onze geloofwaardigheid als hart van Europa op het spel.
Mijnheer de minister, voldoende personeel is cruciaal voor een efficiënte fraudebestrijding. Vooruit zal nooit aanvaarden dat sommigen valsspelen en daar blijkbaar ook nog mee wegkomen. Alle hardwerkende mensen en bedrijven die wel correct bijdragen en het spel eerlijk spelen, zijn immers de dupe van die straffeloosheid.
Collega's, elke euro die we investeren in de bestrijding van georganiseerde fraude, komt dubbel en dik terug, niet alleen in euro's, maar ook in vertrouwen in onze rechtsstaat. De regering, met Vooruit, zal investeren in onze gerechtelijke politie en hervormen.
Mijnheer de minister, ik heb het u een paar dagen geleden al gezegd in de commissie, u zult daarvoor in ons een trouwe partner en bondgenoot hebben. Vandaag is mijn vraag aan u de volgende. Welke stappen zult u concreet zetten om het vertrouwen van Europa te herwinnen?
Bernard Quintin:
Mijnheer Meuleman, ik ben niet bevoegd voor de onderzoeken van het parket, noch op Belgisch, noch op Europees niveau. Desalniettemin zal ik uit beleefdheid toch antwoorden.
De strijd tegen corruptie en fraude is voor mij en de regering een absolute prioriteit. Het raakt immers aan het vertrouwen in de rechtsstaat, in de instellingen van de Europese Unie en in de correcte besteding van publieke middelen. De centrale dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële criminaliteit bij de federale gerechtelijke politie telt vandaag 35 speurders. Ongeveer de helft van de capaciteit wordt ingezet voor dossiers die onder leiding staan van het Europees openbaar ministerie. Ook de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie, waar 64 speurders werken, voert opdrachten uit in samenwerking met het Europees parket. De regering blijft investeren in de versterking van de federale gerechtelijke politie. Daarnaast organiseer ik voor het einde van dit jaar een rondetafel om het politieambt aantrekkelijker te maken en de instroom te verhogen. We hebben meer en gespecialiseerde mensen nodig.
Georganiseerde fraude stopt niet aan de landsgrenzen. Samenwerking en afstemming op Europees niveau zijn daarom essentieel, zeker in een land als België, waar veel Europese en internationale instellingen gevestigd zijn. De samenwerking met het Europees parket is belangrijk. België neemt zijn verantwoordelijkheid, maar dat moet gebeuren in samenwerking en pragmatisch, met respect voor justitie en de beschikbare middelen.
Brent Meuleman:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik meen mij te herinneren dat wij in de commissie voor Binnenlandse Zaken al vaak over de federale gerechtelijke politie hebben gesproken. Daarom meende ik u die vraag vandaag zeker te moeten stellen. U neemt de noodkreet van het Europees parket duidelijk ernstig en dat stemt mij tevreden. Elke euro die verdwijnt in de verkeerde zakken, beste collega’s, is immers een euro minder voor onze welvaartsstaat. Vooruit trekt een duidelijke lijn: fraude moet worden bestraft, vooral uit respect voor de mensen en bedrijven die zich wél aan de spelregels houden en eerlijk bijdragen. Daarom is het zo belangrijk dat wij het Europees parket goed ondersteunen en dat we actief meewerken aan onderzoeken naar fraude en gesjoemel met Europese middelen. Ik begrijp echter dat men dat vandaag bij het Vlaams Belang niet graag hoort. We zullen dus blijven investeren en hervormen, mijnheer de minister, om onze politie te versterken, want alleen zo, leden van het Vlaams Belang, bouwen we aan een samenleving waarin iedereen eerlijk bijdraagt.
De strijd met ongelijke wapens in de sector van de e-commerce
De drie miljoen goedkope Chinese pakjes die elke dag in België aankomen
Chinese concurrentie in de Belgische e-commerce sector
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
PTB beschuldigt MR-minister Bihet van ontwijkend gedrag over verborgen energietaksverhogingen (ETS 2, tot €400 extra), die in zijn eigen beleidsverklaring stonden maar waarover hij weigert antwoord te geven. MR-voorzitter Bouchez ontkent leugens, noemt ETS 2 een EU-maatregel die zijn partij afwijst als schadelijk voor middenklasse en industrie, en pleit voor opschorting of afschaffing. De discussie verschuift naar de overspoeling door goedkope, onveilige Chinese e-commercepakketjes (3 miljoen/dag), die oneerlijke concurrentie, jobverlies en gezondheidsrisico’s veroorzaken. Minister Clarinval kondigt een taskforce, strengere controles, een EU-heffing (€2/pakje) en afschaffing nachtarbeidsverbod aan om Belgische bedrijven en consumenten te beschermen, maar Soete (Vooruit) dringt aan op snellere actie en wijst op het Franse voorbeeld (boetes van €40 miljoen).
Raoul Hedebouw:
Monsieur le président, je comptais interpeller le ministre de l'Énergie aujourd'hui. Il apparaît dans une étude que les citoyens et travailleurs en Belgique devraient débourser 200, 300 ou 400 euros supplémentaires de taxes sur leur facture énergétique.
Le MR nous a dit qu'il n'y aurait plus de taxe supplémentaire et pourtant il y aura quand même 200, 300 ou 400 euros de taxes en plus. Vu qu'il s'agit d'une taxe sur l'énergie, je pensais poser la question au ministre de l'Énergie, M. Bihet. Et cela tombe bien, c'est un ministre MR! Il nous a répondu que cela ne relevait pas de sa compétence. En Belgique, les citoyens doivent savoir que le ministre de l'Énergie n'est pas compétent pour les taxes sur l'énergie.
Nous nous sommes dit qu'il était mal à l'aise et ne voulait pas répondre. À nouveau, ils sont pris dans un mensonge et n'ose pas venir répondre au PTB. Nous avons décidé de consulter la déclaration de politique gouvernementale du ministre. Y avait-il mentionné cette taxe sur l'énergie? Et que vois-je en page 11 de sa déclaration de politique générale? Il est stipulé: "En outre, il faut tenir compte des futures augmentations de prix dues, par exemple, à l'ETS 2", qui est le fameux mécanisme d'augmentation des taxes." Et un peu plus loin, en page 13: " É tant donné la mise en place des tarifications carbone et leur impact sur le prix des combustibles et des carburants….".
Monsieur le président, nous avons donc un ministre MR qui, dans sa déclaration de politique générale, dit qu'"il va augmenter les taxes sur l'énergie", mais qui, quand le PTB demande de l'interroger sur le sujet, répond "non, non, non, j'ai peur de venir répondre". Je trouve cela inacceptable! Le peuple a le droit de savoir. Il a le droit d'avoir les explications des ministres MR qui augmentent les taxes et continuent de mentir à la figure des gens.
(Applaudissements)
(Applaus)
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur Hedebouw, vous avez pris la parole sur l'ordre des travaux. J'en fais de même. J'ai bien compris le gimmick selon lequel il y a un mensonge. Il n'y a pas de mensonge! Les choses sont très simples. ETS 2 est un mécanisme européen qui a été décidé de façon globale et qui ne vise pas que l'énergie, mais également la question de la construction. Il est donc logique que le ministre des Finances réponde. De toute façon, toutes les réponses du gouvernement, je l'ai déjà dit, engagent l'ensemble des membres du gouvernement et pas uniquement celui qui répond. C'est une règle de base dans le fonctionnement gouvernemental.
Par ailleurs, je vais vous faire plaisir parce que nous allons être camarades de lutte. Figurez-vous que ma formation politique est totalement opposée à cet ETS 2 qui sera une catastrophe pour les classes moyennes! C'est la raison pour laquelle Cécile Neven du Gouvernement wallon s'est déjà prononcée sur le sujet. Déjà 17 pays européens demandent à minima le report de ETS 2. Ne faites pas croire ce qu'il n'est pas! La volonté du Mouvement réformateur, c'est que ce mécanisme a minima soit postposé voire, si cela ne tient qu'à nous, disparaisse complètement parce qu'il ne sauvera pas la planète, mais il tuera notre industrie et nos classes moyennes.
Voorzitter:
Collega's, los van de discussie, waarin ik als voorzitter volkomen neutraal blijf en geen standpunt inneem, stel ik vast dat wij hier geconfronteerd worden met iets wat toch niet ongebruikelijk is, namelijk het feit dat de regering beslist wie het antwoord geeft. Mijnheer Hedebouw, ik stel dat vast. Tegelijk ga ik ervan uit dat de minister die wel antwoordt, dat doet namens de hele regering, inclusief de MR-ministers in die regering. Wij beschikken niet over wapens om daarin in te grijpen en ik wil overgaan tot de vragensessie.
Mijnheer Hedebouw, u hebt uw punt gemaakt en ik heb ook collega Bouchez de kans gegeven om daarop te reageren, maar we zullen daarover geen debat organiseren. Ik heb u het woord verleend, omdat u daar recht op hebt, maar ik vrees dat de kwestie die u aansnijdt, verder geen gevolg krijgt, aangezien de regering heeft beslist dat de minister van Financiën op die vraag zal antwoorden.
Lieve Truyman:
Mijnheer de minister, collega's, het is zomer, het strand roept, de festivals beleven hoogdagen en om de wei te betreden, kan men heel gemakkelijk op een advertentie van een Chinees bedrijf klikken en zeer vlot een paar goedkope, kleurrijke sandalen bestellen.
(Mevrouw Truyman toont een pakje)
Voilà, dit is een van de 3 miljoen pakjes van Chinese webwinkels zoals Temu of Shein die ons land elke dag binnenkomen. We worden overspoeld. Het koopgedrag van de consument is de afgelopen jaren aanzienlijk veranderd. Steeds vaker worden producten online besteld. Van over de hele wereld overspoelen pakjes ons land. Dat is een gemak voor de consument, maar wel een gevaar voor onze economie, zeker wanneer deze…
Excuseer, collega's Hedebouw en Merckx, ik denk niet dat u graag onderbroken wordt. Ik heb een verleden in het onderwijs, dus ik heb graag dat alle mondjes dicht zijn. Goed afgesproken? Dank u wel.
Collega's, van over de hele wereld overspoelen pakjes ons land. Dat is een gemak voor de consument, maar wel een gevaar voor onze economie, zeker wanneer deze bedrijven werken met andere arbeidsvoorwaarden en niet voldoen aan de Europese kwaliteitsnormen. Ze gebruiken giftige stoffen, materialen die hier niet mogen worden toegepast of verkopen gewoonweg nepproducten.
Een gelijk speelveld kan men dat absoluut niet meer noemen. Onze bedrijven moeten een onmogelijke strijd uitvechten en dat moeten we een halt toeroepen. Doen we dat niet, dan verhuizen ondernemingen naar landen met interessantere arbeidsvoorwaarden en creëren we menselijke drama’s voor werknemers, gezinnen en bedrijven. Daardoor verliezen we welvaart en koopkracht.
Mijnheer de minister, hoe zult u de e-commercesector in ons land (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Truyman.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, spotgoedkope pakketjes overspoelen onze markt. Shein, uitgesproken als She-in, Temu, AliExpress, het zijn slechts enkele van de spelers. Onze douane heeft er de handen mee vol: drie miljoen pakketjes, elke dag.
We kopen met z’n allen steeds meer. Ons land is een logistieke draaischijf. Dat hoge aantal pakketjes valt niet alleen te verklaren door die factoren. Het komt ook voort uit het businessmodel van veel van die spelers om zo veel mogelijk te werken met kleine, individuele zendingen, zodat ze op die manier invoerheffingen kunnen ontwijken. Dat is onhoudbaar.
Die pakketjes zijn niet alleen spotgoedkoop, mijnheer de minister, ook de kwaliteit laat vaak te wensen over. Het gaat zelfs zover dat de producten vaak giftig en gevaarlijk zijn. Zo vond onze douane al giftige stoffen in kinderspeelgoed. Kinderspeelgoed dat onze kinderen elke dag in hun handen vasthouden, blijkt vaak giftig en van ondermaatse kwaliteit te zijn. Dat is onaanvaardbaar, collega's.
U zou het misschien graag vaker zien gebeuren, mijnheer de minister, maar in dit land trekken werkgevers, werknemers en consumentenorganisaties nu aan hetzelfde zeel, want ze hebben een gezamenlijke oproep gelanceerd voor een gelijk speelveld en voor veilige producten.
Wij zijn een partij voor de mensen die hard werken en een partij van de zorg. Daarom steunen wij deze oproep. Onze Belgische bedrijven houden zich immers wel aan de Europese regels. Zij kunnen onmogelijk concurreren met valsspelers die hun spotgoedkope producten hier dumpen.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om onze jobs, onze bedrijven en onze consumenten te beschermen?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, ik ben mij ten volle bewust van de ernst van de situatie in de handelssector in het algemeen. Wat we hier vaststellen, is een structureel en diep onrechtvaardig onevenwicht. We worden geconfronteerd met een systeem waarbij sommige buitenlandse platformen de regels omzeilen en onze markten overspoelen met niet-conforme, niet-belaste en soms zelfs gevaarlijke producten.
Onze eigen ondernemingen daarentegen respecteren de Europese regels, die vaak tot de strengste ter wereld behoren. Het aantal dergelijke pakjes neemt enorm toe. In 2024 zijn er bijna een miljard via België gepasseerd. Deze enorme toevloed ontsnapt al te vaak aan elke vorm van effectieve controle. Dat model vernietigt jobs, schaadt innovatie en stelt onze burgers bloot aan gevaarlijke producten. Het leidt tot oneerlijke concurrentie voor onze ondernemingen.
Mevrouw Truyman, mijnheer Soete, ik steun het Europese voorstel volledig om een bijdrage van 2 euro per pakje in te voeren. Dat draagt namelijk bij aan eerlijkere concurrentie. We kunnen dat bedrag eventueel zelf nog verhogen, maar het is slechts een eerste stap. Ik zal zeer binnenkort een taskforce samenroepen die alle betrokken actoren – waaronder onder andere de douane – rond de tafel zal brengen.
Maatregelen zijn alleen efficiënt als ze op een gecoördineerde manier worden uitgewerkt. De taskforce zal krachtige maatregelen moeten ontwikkelen om dergelijke praktijken te bestrijden, de controles te versterken, de samenwerking tussen de autoriteiten te verbeteren en niet-conforme producten snel uit de handel te nemen.
Bovendien, mevrouw Truyman, moeten we op het vlak van e-commerce met gelijke wapens kunnen strijden. Daarom heeft de regering zich ertoe verbonden het verbod op nachtarbeid af te schaffen en een versoepeling te voorzien van de procedures om die in te voeren, met behoud van koopkracht voor de bestaande werknemers. De huidige regels inzake nachtarbeid in België vormen een enorme rem op de ontwikkeling van deze sector op ons grondgebied.
In het algemeen hebben wij nood aan duidelijke regels, verscherpte controles en strenge sancties om de competitiviteit van onze ondernemingen en onze jobs te vrijwaren, maar ook om de consumenten te beschermen.
Ik dank u voor uw aandacht.
Lieve Truyman:
Mijnheer de minister, u bent een hervormer. Het is goed te vernemen dat de nachtarbeid ook wordt ingevoerd voor de e-commerce en aanverwante sectoren. Onze partij heeft een voorstel ingediend om ook de openingsuren te verruimen, een van de belangrijke maatregelen om onze arbeidsmarkt moderner en flexibeler te maken.
Daarmee zorgen wij ervoor dat klanten in eigen land kunnen gaan winkelen en niet worden aangetrokken door de grenzen om daar te winkelen. Daarbij zetten wij in op extra werkgelegenheid en geven wij onze handel meer slagkracht, zodat hij concurrentiëler wordt, ook ten opzichte van de e-commerce.
Er is nog een hele weg af te leggen, maar stap voor stap creëren wij een aantrekkelijker klimaat. Wij laten onze ondernemers niet in de steek, want zij staan in voor onze welvaart en voor de koopkracht van ons allemaal.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De richting die u aangeeft is de juiste, maar nu komt het er vooral op aan om vaart te maken. Het is niet de eerste keer dat een dergelijke oproep wordt gelanceerd. Het is niet vijf voor twaalf maar vijf na twaalf. Maar liefst 40 % van de effectief gecontroleerde pakketjes blijkt niet in orde te zijn. Wij zullen dus inderdaad slimmer en beter moeten controleren, maar dat zal niet voldoende zijn. Onze bedrijven houden zich wel aan de regels en een deel van de verantwoordelijkheid ligt inderdaad bij …
David Clarinval:
(…).
Jeroen Soete:
Les Chinois, oui.
Wij kunnen echter ook zelf meer doen. Kijk maar naar Frankrijk. De Fransen hebben het heft zelf in handen genomen en de Chinese brolshops een significante boete opgelegd van 40 miljoen euro. Als eerste Europese land heeft Frankrijk daarmee een krachtig signaal gegeven.
Voorzitter:
Ik kan alleen mijn tevredenheid uitspreken over de goede samenwerking tussen de uitvoerende en de wetgevende macht. Ik hoop dat dat ook het geval is bij de vraag van de heer Tonniau. Ik weet niet of de minister ook bij die vraag als souffleur fungeert.
De opschorting van de associatieovereenkomst met Israël
De EU-top over de associatieovereenkomst met Israël
De opschorting van de associatieovereenkomst met Israël
De associatieovereenkomst tussen de EU en Israël
De bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juli
EU-Israël associatieovereenkomst discussies.
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België staat onder zware druk om het EU-associatieakkoord met Israël op te schorten wegens beschuldigingen van genocide in Gaza, massale hongersnood (2 miljoen risico’s), en systematische schendingen van mensenrechten—inclusief gedwongen verplaatsingen naar "gesloten kampen" en blokkade van hulp. 70% van de Belgen en 100.000 betogers eisen sancties, terwijl de regering weifelt: minister Prévot erkent schendingen maar wacht op EU-voorstellen (15 juli), zonder garantie op opschorting, ondanks CIJ-adviezen over illegale bezetting en Belgische initiatieven voor strengere controles op Israëlische producten. Kritiek spitst zich toe op Belgiës dubbele rol: enerzijds morele veroordeling (o.a. "genocide"), anderzijds gebrek aan daadkracht—zoals een wapenembargo (via Antwerpen transiteren munitie voor Israël) of eenzijdige opschorting van het akkoord, mogelijk met gekwalificeerde EU-meerderheid. Compliciteit door inactiviteit is het centrale verwijt, met Ierland en Spanje als voorbeeld van proactief EU-leiderschap. De regering benadrukt humanitaire prioriteiten (toegang hulp, staakt-het-vuren) en wacht op Kallas’ voorstellen, maar parlementariërs en activisten eisen onmiddellijke economische/politieke druk—zoals handhaving artikel 2 (mensenrechtenclausule) en stopzetting van militaire/wetenschappelijke samenwerking. Symbolische stappen volstaan niet terwijl "alle rode lijnen" zijn overschreden. Kernvraag: Zal België op 15 juli in de EU-Raad leiderschap tonen (opschorting eisen) of zich verschansen achter procedures, terwijl de crisis escaleert?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, la situation est apocalyptique. Israël est responsable d'un des génocides les plus cruels de l'histoire moderne. Ces mots terribles sont ceux de Francesca Albanese, la rapporteuse spéciale de l'ONU et c'est la réalité insupportable du génocide en cours à Gaza.
Des bébés tués, brûlés vifs par les bombes, des corps mutilés, des hôpitaux débordés, sans médicaments, sans électricité. Des secouristes, des médecins abattus. Quasiment plus une seule goutte d'eau potable. Pendant qu'au MR, on raconte qu'on peut encore aller au resto pépouze à Gaza, un rapport de l'ONU dit pourtant que la quasi-totalité de la population est à haut risque de famine. Si la Belgique et l'Europe ne font rien, d'ici septembre, ce sont deux millions de personnes qui risquent de crever de faim. Et pendant ce temps-là, l'Union européenne continue de coopérer avec Israël comme si de rien n'était. Pour notre premier ministre, l'accord d'association entre Israël et l'Union européenne n'a rien à voir avec le génocide.
Mais si, il faut suspendre immédiatement cet accord! Face à un génocide en cours, c'est le minimum! Ce n'est même pas des sanctions, c'est juste le minimum. Et apparemment, c'est déjà trop pour notre premier ministre. Les Belges n'en peuvent plus de la lâcheté de leur gouvernement. Les Belges n'acceptent plus qu'on salisse l'image de notre pays. Ils étaient plus de 100 000 dans les rues de Bruxelles. 69 % des Belges demandent des sanctions contre l'État d'Israël et contre sa folie meurtrière. On ne peut pas être ferme contre la Russie et lâche avec Israël.
M. le ministre Prévot a une responsabilité. Pas seulement quand il s'exprime à titre personnel, en interview, mais surtout quand il parle au nom de la Belgique. Alors je vous pose la question, monsieur Quintin – vous n'êtes pas monsieur Prévot: est-ce que la Belgique sera, oui ou non, du bon côté de l'histoire le 15 juillet prochain, au Conseil des Affaires étrangères, en exigeant, et en obtenant, la fin de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza gaat gewoon door. Eerst waren er de bombardementen, waarbij ook ziekenhuizen en scholen onder vuur kwamen te liggen. Ook de toegang tot voedsel, water en medicijnen werd ingezet als wapen.
Nu is er echter een volgende stap. Israël kondigde maandag aan dat het 2 miljoen Palestijnen wil onderbrengen in een gesloten kamp. U hoort het goed, in een gesloten kamp. Het is duidelijk dat alle rode lijnen zijn overschreden. Mensenrechten worden continu geschonden. Elke dag zijn er nieuwe oorlogsmisdaden.
Als we associatieakkoorden sluiten met mensenrechten als voorwaarde, dan moeten we ook een rode lijn trekken als die mensenrechten geschonden worden. Dat krachtige signaal, mijnheer de minister, gaf het Parlement al met onze resolutie, maar het is nu onze plicht om alles te doen om dit drama te stoppen en om Israël op zijn verantwoordelijkheid te wijzen.
Op de top van 20 mei steunde België het initiatief van Nederland om een formeel onderzoek in te stellen om na te gaan of er oorlogsmisdaden worden gepleegd. Het rapport is inmiddels gepubliceerd en is vernietigend, maar toch zijn er geen maatregelen genomen tegen Israël.
Mijnheer de minister, Europa zal volgende week een duidelijk standpunt moeten innemen in de Raad Buitenlandse Zaken. Niet u, maar minister Prévot zal daar aanwezig zijn. Ik vraag u dus uitdrukkelijk: zal België daar pleiten voor maatregelen tegen Israël? Ik dank u.
Staf Aerts:
Collega's, een stad bouwen om honderdduizenden Palestijnen in onder te brengen, dat is het nieuwe plan van Israël. Als een gesloten zone, wat betekent dat wie binnen is, er niet meer uit geraakt. Ik vind het heel pijnlijk om te zeggen, maar dat lijkt toch op een concentratiekamp.
Ondertussen laten de Europese regeringsleiders Israël maar begaan. Gisteren verstopte premier De Wever zich in de commissie achter procedures en achter mevrouw Kallas. Hij zei dat het nu aan haar is om een stap te zetten, maar zelf nam hij geen standpunt in.
Er zijn ondertussen al 57.000 doden. Israël bombardeert ziekenhuizen, blokkeert alle noodhulp en gebruikt honger als een wapen. Er sterven daar kinderen van de honger. De Belgen vragen een heel duidelijk signaal. Met 100.000 kwamen ze naar Brussel om een rode lijn te trekken tegen dat Israëlisch geweld. Zeventig procent van de Belgen steunt economische sancties tegen Israël. Zal de Belgische regering luisteren naar dat signaal?
Volgende week staat het associatieakkoord op de agenda. Dat akkoord opschorten betekent zoveel als een boycot van Israël en dat is wat nodig is. De handelsrelaties moeten worden stopgezet. De universiteiten smeken daar ook om, want op die manier kunnen zij hun samenwerking met Israëlische universiteiten stopzetten. Ierland en Spanje hebben al het goede voorbeeld gegeven en trekken de Europese kar. Zal België dat ook doen? Het is hoog tijd dat we mee aan die Europese kar trekken, want alle rode lijnen zijn overschreden.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, 110 000 personnes ont manifesté voici un mois pour dire: "Stop au génocide!" Elles ont manifesté pour signifier au gouvernement belge, le vôtre, que sa complicité et son inaction étaient inacceptables. Quelques jours plus tard s'est tenu un Sommet européen visant à se demander s'il fallait suspendre l'Accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Il ne s'agit pas simplement d'un accord économique comme on en conclurait avec n'importe quel pays; c'est un accord qui offre à Israël un accès privilégié au marché européen. Ce texte comprend un article 2 qui impose que "les pays contractants doivent respecter les droits humains et le droit international". On s'est donc demandé si Israël les respectait, alors qu'un génocide est en cours… Une réunion est prévue le 15 juillet.
Entre-temps, le ministre israélien de la Défense a déclaré envoyer 600 000 Gazaouis dans un camp de concentration. Cela nous rappelle les pires heures de notre Histoire. Je m'attendais à un sursaut d'indignation… au lieu de rire, monsieur le ministre! Pourtant, il n'y eut aucune réaction!
Ma question est très simple, monsieur le ministre. À l'occasion de la réunion du 15 juillet, quelle position le gouvernement Arizona défendra-t-il? Ne dissimulez pas votre complicité derrière l'Union européenne en prétendant qu'un accord à l'unanimité est nécessaire. Non! Pour suspendre une relation économique, il suffit d'une majorité qualifiée. Allez-vous suspendre cet accord d'association?
Voorzitter:
Merci, monsieur Boukili.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, de crisis in Gaza is tragisch en onmenselijk. Mensen die naar een hulppost gaan om eten te krijgen, worden doodgeschoten. Kinderen ontberen onderwijs en psychologische begeleiding, zo bevestigt UNICEF. Zij hebben daar nochtans nood aan. Vrouwen hebben geen toegang tot contraceptie en moeten bevallen in erbarmelijke omstandigheden, zonder hygiënische voorzieningen. De situatie is onmenselijk.
Met collectieve verontwaardiging alleen komen wij er niet. Wij hebben nood aan acties. Wij hebben geen nood aan symbolische maatregelen, maar aan initiatieven die een daadwerkelijke impact hebben. Een staakt-het-vuren is hoogst noodzakelijk. Het is ook hoogst noodzakelijk dat de gijzelaars naar huis worden teruggebracht, naar hun geliefden in Israël. Het is eveneens absoluut noodzakelijk dat meer humanitaire hulp tot in Gaza geraakt, zodat daar opnieuw een menswaardige situatie kan worden gecreëerd.
Mijnheer de minister, hier in het Parlement hebben wij een resolutie goedgekeurd. De minister van Buitenlandse Zaken heeft het duidelijke mandaat gekregen, niet alleen van het Parlement, maar ook van de regering, om samen met de Europese collega's van de andere lidstaten te pleiten voor acties die impact hebben op het terrein, die maken dat humanitaire hulp effectief tot bij de Gazanen geraakt en die bijdragen aan een diplomatieke uitweg voor de uitzichtloze situatie. Mevrouw Kallas heeft zojuist verklaard dat zij een goed constructief gesprek heeft gehad met de Israëlische autoriteiten en dat de humanitaire hulp effectief zal worden opgeschaald.
Ik heb één vraag voor u. Welk mandaat heeft de minister van Buitenlandse Zaken in de Europese Raad? Wat is de positie van ons land?
Voorzitter:
De vragen werden gericht aan de minister van Buitenlandse Zaken, maar minister Quintin zal namens de minister antwoorden.
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers, namens de minister van Buitenlandse Zaken meld ik u het volgende. Samen met 16 lidstaten heeft België tijdens de bijeenkomst van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie op 20 mei opgeroepen tot een onderzoek naar de naleving door Israël van artikel 2 van het Associatieverdrag tussen de EU en Israël. Dat artikel bepaalt dat de overeenkomst gebaseerd is op het respect door beide partijen van de mensenrechten en de democratische beginselen.
Lors de la réunion du Conseil du 23 juin, la Haute représentante de l'Union européenne, Mme Kallas, a présenté le résultat de cet examen. Ce dernier révèle qu'il y a bel et bien eu des violations graves sur le terrain.
Suite à cela, comme le prévoit la procédure fixée dans l'accord, Mme Kallas a été chargée de "proposer des mesures appropriées" pour utiliser les termes de l'accord. La Haute représentante va présenter, aujourd'hui même, toutes les options possibles. Elles seront discutées à la réunion du Conseil du mardi 15 juillet.
Mme Kallas s'est, par ailleurs, entretenue, ces dernières semaines, avec les autorités israéliennes, - comme cela a été indiqué - pour les inciter notamment à permettre un accès complet et sans obstacle de l'aide humanitaire. Selon une communication de la Haute représentante intervenue en ce début d'après-midi, un accord semble avoir été conclu, dont nous nous réservons le droit d'analyser les contours.
Nos objectifs prioritaires doivent rester d'obtenir un accès humanitaire sans aucune restriction et un cessez-le-feu. Les blocages actuels ainsi que le système mis en place via le Gaza Humanitarian Foundation (GHF) doivent cesser.
Au-delà de l'aide humanitaire, le droit international, y compris le droit international des droits humains, exclut les déplacements forcés de population, l'occupation illégale d'un territoire, les attaques contre des civils et protège spécifiquement les enfants.
Toutes ces violations doivent donc cesser. Il ne pourra pas y avoir de place pour l'impunité.
De regering zal zich buigen over de verschillende opties die door Kaja Kallas op tafel zijn gelegd. Onze positie op dinsdag zal afhangen van deze voorstellen en van de evolutie van de situatie. België zal nooit afwijken van de volledige naleving van het internationaal humanitair recht door alle partijen.
Permettez-moi d’ailleurs de rappeler que la Belgique a, avec huit autres États membres et à son initiative, envoyé une lettre à Mme Kallas appelant à mettre le droit européen en conformité avec l’avis rendu par la Cour internationale de Justice il y a un an.
Dat advies erkende op zeer duidelijke wijze dat de bezetting door Israël van de Palestijnse gebieden illegaal is en dat er actie moet worden ondernomen, ook met betrekking tot de invoer van producten uit die gebieden. Minister Prévot heeft gisteren persoonlijk met mevrouw Kallas gesproken en heeft vandaag onze ambassadeur bij de EU, net als verschillende andere lidstaten, de opdracht gegeven om stappen te ondernemen bij de Europese Commissie om te verzekeren dat er opvolging aan wordt gegeven.
La Belgique est déjà pionnière dans la mise en œuvre effective de la politique de différenciation entre le territoire d'Israël tel que reconnu et les colonies illégales. Nous effectuons notamment des contrôles renforcés sur certains produits en provenance d'Israël. Il est, néanmoins, probable que l'avis de la Cour internationale de Justice (CIJ) nous oblige à aller plus loin.
C'est une analyse qui doit avoir lieu au niveau européen pour des questions de compétences et d'efficacité. "J'ai bien pris note des déclarations de l'Irlande", dit le ministre. Une interdiction par un seul pays n'aurait, ceci dit, que peu d'impact et risquerait de détourner le problème.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vous faire le porte-voix de de M. Prévot, mais je dois avouer avoir du mal à suivre la position du gouvernement. M. Prévot évoque le terme de génocide, mais uniquement à titre personnel. M. De Wever, de son côté, s’oppose à toute sanction contre Israël. Et pendant ce temps, le MR bloque systématiquement chaque initiative visant à sanctionner le gouvernement israélien.
Nous n'en pouvons plus de ce mauvais sketch de Good Cop/Bad Cop . C'est d'une indécence totale. Il ne doit y avoir qu'une seule ligne: briser le blocus, arrêter le génocide et sanctionner l'État d'Israël. Toute autre ligne, tout autre positionnement nous rend complices de ce génocide qui se vit en direct. Je vois le malaise de certains quand je dis génocide mais je le dis et le redis: génocide, messieurs!
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, laat het duidelijk zijn dat de gruwel en de waanzin in Gaza moeten stoppen. Er zijn tienduizenden doden, 2 miljoen mensen lijden honger en kinderen sterven de hongerdood. Handel drijven met een land dat mensenrechten schendt aan de lopende band, is onaanvaardbaar. België moet volgende week op de top een duidelijke voortrekkersrol opnemen en op zoek gaan naar een meerderheid voor maatregelen tegen Israël. Vooruit rekent daarop, en wij niet alleen, ook 70 % van de Belgen wil dat er maatregelen worden genomen.
Mijnheer de minister, de rode lijnen waarover men spreekt, zijn al lang niet meer te tellen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ofwel is het standpunt sinds gisteren geëvolueerd, ofwel was er sprake van een botsing tussen persoonlijke meningen. Het is in dit debat moeilijk om dat onderscheid te maken.
Ik ben in elk geval tevreden dat er wordt aangedrongen op meer actie en op een sterker Europees optreden. Tegelijkertijd zal dat niet volstaan. We moeten daadwerkelijk mee het voortouw nemen. We moeten mee bekendstaan als pionier. Dat betekent dat we met andere lidstaten mee de kar moeten trekken, om ervoor te zorgen dat Israël niet langer met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. Intussen kunnen we ook in België het een en ander doen.
De heer Francken vindt het nog steeds aanvaardbaar dat de Israëlische defensie-industrie een voorkeurspartner is van het Belgisch leger. Ik begrijp dat niet. Er is hier in België nog altijd geen ban op producten uit de bezette gebieden. We kunnen dat hier zelf al aanpakken. Eén land is niet genoeg, twee is beter, drie is beter, vier is beter. Stap voor stap moeten we de druk op Israël opvoeren. Alle rode lijnen zijn immers al overschreden.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, votre réponse aurait été audible il y a un an. Aujourd'hui, c’est beaucoup trop tard pour ce genre de réponse molle.
Ce que vous cachez, ce que vous ne dites pas, c’est que vous êtes complice de ce qui se passe à Gaza. Le gouvernement belge et l’Union européenne sont complices, aujourd'hui, du génocide à Gaza. 30 % des importations d’armes par Israël viennent de l’Allemagne, de l’Union européenne, du port d’Anvers. Des conteneurs qui contiennent des munitions pour les chars, du matériel pour les chars utilisés pour génocider les Palestiniens en Palestine, transitent par le port d’Anvers.
En fait, nous sommes complices! Nous laissons le génocide se dérouler devant nos yeux, et nous ne prenons aucune mesure. Pour un embargo militaire, il n’y a pas besoin d’une unanimité de l’Europe. Nous pouvons le décider ici, en Belgique. Pourquoi ne le faites-vous pas? Non, vous laissez les armes passer pour tuer les Palestiniens, parce qu’Israël est votre allié. Vous êtes complice du génocide.
Kathleen Depoorter:
Het gaat over mensen, over de mensenrechten, over het humanitair recht, over de families van gijzelaars, die nog altijd geen nieuws hebben, over de moeders in Gaza, die geen eten hebben voor hun kinderen. Daar gaat het over. Het is onze verantwoordelijkheid om de vrede, de vrijlating van de gijzelaars en een betere humanitaire hulp te bewerkstelligen. Dit is, mijnheer de minister, het mandaat dat wij als Parlement aan de minister van Buitenlandse Zaken hebben gegeven: samen met Europese collega’s op zoek gaan naar maatregelen die impact hebben, naar een weg naar vrede, naar een weg naar humanitaire hulp. Het is positief dat uit het gesprek dat intussen plaats heeft gevonden, blijkt dat de grenzen opengaan en dat er meer vrachtwagens met hulpgoederen de Gazanen zullen bereiken. Wij zullen de minister absoluut steunen in alle stappen naar vrede en naar respect voor het humanitair recht.
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en een hoger netto-inkomen
De meerwaardebelasting
De akkoorden in het kernkabinet over de meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Meerwaardebelasting en kabinetsakkoorden
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De meerwaardebelasting (10% op beurswinst) wordt fel bekritiseerd omdat ze niet de superrijken (top 1%) raakt—door slimme constructies en vrijstellingen—maar wel de middenklasse, spaarders en familiebedrijven, terwijl de opbrengst (500 miljoen) onzeker is en de administratieve lasten hoog. Premier De Wever verdedigt de maatregel als onderdeel van een breder pakket (fiscale hervorming, lagere lasten op arbeid, pensioenhervorming) met vrijstellingen (10.000–30.000 euro/jaar) om "kleine spaarders" te ontzien, maar critici noemen het een symbolische trofee voor Vooruit, zonder echte herverdeling. De oppositie hamert op oneerlijke belastingdruk (België is al kampioen in lasten op arbeid *en* kapitaal) en waarschuwt dat de werkende klasse opnieuw de rekening betaalt—zonder zicht op de beloofde netto-loonstijging (tot 1.900 euro/jaar). CD&V benadrukt dat de hervorming enkel acceptabel is *als* die loonstijging erkomt, maar sceptici zien geen concreet plan om de sterkste schouders écht te laten bijdragen.
Lode Vereeck:
Mijnheer de eerste minister, maandenlang hebt u Conner Rousseau het hof gemaakt om in de regering te stappen, maar wie smost met een sos, is de klos. Na een ezelsdracht van dertien maanden heeft de bromance een ongewenst en lelijk gedrocht opgeleverd, de meerwaardebelasting. Uw maten zeggen dat het een lelijk gedrocht is, maar dat het geld zal opleveren. Nee, het gat in uw begroting wordt zelfs groter dan onder Vivaldi. Uw maten sussen dan: ah, maar wacht, Bart en Conner hebben ook een schoon kindje, de beperking van de werkloosheid in de tijd. Maar nee, dat is een pestkopje dat vooral oudere mensen en mantelzorgers treft. Uw maten zeggen dan: Bart en Conner plannen nog een schoon kindje in 2029, het staat vandaag al in de krant, meer netto uit bruto. Maar is daar geld voor?
Uw meerwaardebelasting discrimineert tussen kleine spaarders en grote beleggers, laat de sterkste schouders ongemoeid, maakt waardevolle dingen zoals familiebedrijven kapot en belast mensen die na vijf jaar en één dag met verlies verkopen, oftewel minwaarde. Dat is compleet absurd. U wilde de goede huisvaders redden, maar u ligt onder de sloef van Conner. U bent geplooid voor de postjes. Bart, Jan, Theo en Anneleen mogen fijn Belgische ministers blijven spelen op de kap van de Vlamingen, die werken, sparen of een familiebedrijf uit de grond stampen.
Mijn vraag aan u is wat SPQA echt betekent. Is dat a) syndicaat voor politieke quatsch en absurde belastingen of b) sossenknechtjes en postjespakkers voor fiscale quasi-afpersing?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Alexia Bertrand:
De meerwaardetaks: er werd acht maanden over onderhandeld en daarna waren er nog vijf maanden en een ganse nacht nodig om de modaliteiten vast te leggen. De kogel is nu echter door de kerk. De meerwaardetaks treft de middenklasse, niet de 1 % rijksten. Daarover is iedereen het eens. Ik zeg dat niet, alle experts zeggen dat. Doe de krant maar open: Ellen Vermorgen van De Tijd , Michel Maus, Herman De Knijf van de Fiscale Hogeschool, Bruno Colmant, Stijn Fockedey, Mark Delanote, Ive Rosseel van het ACV en Jürgen Ingels.
Ouders die sparen voor hun kinderen gaan betalen. Mijnheer De Wever, u had toch beloofd dat wie langer dan tien jaar spaart vrijgesteld was? U hebt uw belofte ingeslikt onder druk van de socialisten!
De opbrengst is ook totaal onzeker. Uw vicepremier, de heer Jambon, heeft echter al een plan B klaar: meer van hetzelfde. Ik heb deze ochtend gelezen in Het Laatste Nieuws dat als het niet voldoende opbrengt, er opnieuw naar dezelfde doelgroep zal worden gekeken om na te gaan hoe dat kan worden opgelost. In dezelfde doelgroep, serieus? De middenklasse, de hardwerkende middenklasse? De mensen die elke dag vroeg opstaan, die een spaarpotje opbouwen? Volgens minister Jambon is dat logisch, want, zo luidt zijn verklaring, die mensen hoeven niet na te gaan of ze op het einde van de maand kunnen rondkomen. Gewone werkende mensen mogen dus gerust worden gepluimd. Is uw minister socialist geworden, mijnheer de premier?
Mijnheer de premier, u zou het huis op orde zetten, maar u bouwt gewoon een zoveelste fiscale koterij en zorgt voor administratieve rompslomp op de kap van wie werkt, spaart en onderneemt. Zijn dat de grote hervormingen? Mijn vraag is dan ook eenvoudig: treft deze taks de juiste doelgroep, ja of nee?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de premier, u hebt de Belgen in de luren gelegd. U hebt ze gefopt. Maandag was er een akkoord over de meerwaardebelasting. Eindelijk was er een manier om de sterkste schouders een grotere bijdrage te laten leveren. Ik zeg bewust, een grotere bijdrage en niet een grote bijdrage. Het gaat over, ocharme, 500 miljoen euro, tegenover een bijdrage van 8 miljard euro van de gepensioneerden en de werklozen, maar goed, het zou gebeuren.
Wat blijkt nu? Het is niet waar. Het klopt niet. Het akkoord was nog niet droog of het regende commentaren van experts en specialisten. Die commentaar is redelijk eenduidig: de echte rijken, de multimiljonairs en de miljardairs, zullen geen cent betalen.
Mijnheer de premier, ik heb het hier ooit gehad over twee fictieve vrienden, Fernand Muts en Marc Toecke. Wel, ik heb hen deze week fictief gebeld. Wat blijkt? Ze zijn tevreden. Het is niet voor ons, zeggen ze. Well done , dikke duim.
Ive Marx vat het scherp samen: “Het is een solidariteitsbijdrage voor de sterkste schouders, behalve dan voor de allersterkste.” De meerwaardebelasting treft niet de top 1 %, zegt ook professor Maus. Volgens Maus zou Marc Coucke – dat is geen fictief persoon – ook met deze wet niet getroffen worden bij de verkoop van Omega Pharma met een meerwaarde van anderhalf miljard euro en dat moest toch de bedoeling zijn.
Dat is onaanvaardbaar, mijnheer de premier. Hoe gaat uw regering ervoor zorgen dat de 1 % grootste vermogens toch zullen bijdragen?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, savez-vous quel est le problème avec votre taxe sur les plus-values? Vous ne taxez pas les riches, vous taxez ceux qui essayent de le devenir. Vous ne taxez pas le patrimoine, vous taxez l'investissement et l'effort.
On savait déjà que ce gouvernement Arizona n'était pas social. Voilà qu'on découvre qu'il n'est pas non plus libéral, parce que jamais un gouvernement libéral ne taxerait ainsi le risque, l'investissement et l'effort. Vous n'allez pas toucher les grandes fortunes pour une raison simple, c'est que les grandes fortunes, les grandes familles en général, elles gardent leurs actions, elles les transfèrent à leurs héritiers. Ce que vous allez toucher, c'est la classe moyenne, dont on a besoin, qui investit, qui crée de l'emploi.
Pour ma part, je n'ai pas de problème à ce qu'on taxe davantage les revenus du patrimoine et du capital. Mais il y avait d'autres moyens de le faire. Vous auriez pu, par exemple, simplement majorer votre taxation sur les comptes-titres, augmenter sa base fiscale jusqu'aux actions nominatives. C'est ce que proposait, par exemple, Bruno Colmant. Mais non, au lieu de ça, au lieu de choisir la simplicité, vous ajoutez un étage entier à la tour de Babel qu'est déjà la fiscalité belge, en y ajoutant une complexité et en enrichissant les seuls qui se frottent vraiment les mains, à savoir les fiscalistes. Et vous le faites pourquoi? Parce qu'il fallait un trophée à Vooruit.
Votre gouvernement n'est ni libéral ni social, c'est une étagère avec des trophées symboliques et idéologiques. Un trophée pour le MR, la limitation du chômage à deux ans; un trophée pour la N-VA, le milliard pour les avions de chasse; et un trophée pour Vooruit, la taxe sur les plus-values. On n'a pas encore le trophée centriste, c'est peut-être parce que c'est vous l'étagère. On verra.
J'ai trois questions très simples, monsieur le premier ministre. Où allez-vous chercher votre rendement de 500 millions que, pour l'instant, personne ne trouve? A-t-il été calculé de la même manière que vos 8 milliards d'effets retour? Que répondez-vous aux banques qui vous disent qu'il est absolument impossible d'être prêt au 1 er janvier prochain? Et, surtout, quand allez-vous vous attaquer au vrai problème fiscal de ce pays, à savoir les charges assommantes sur le travail pour les salariés et pour les indépendants?
Steven Matheï:
Mijnheer de eerste minister, met het akkoord over de meerwaardebelasting is er een belangrijke stap gezet. Het is een evenwicht akkoord, waarin de sterke schouders een eerlijke bijdrage leveren en de hardwerkende middenklasse die elke maand wat geld opzijzet; wordt gespaard dankzij de verhoogde vrijstelling, waarvoor cd&v verantwoordelijk is. De meerwaardebelasting draagt, ten slotte, ook nog bij aan de begroting.
Collega’s, waar het voor de mensen echt om draait, is meer nettoloon op het einde van de maand. Dat betekent een lastenverlaging. Dat is exact de reden waarom cd&v deel uitmaakt van de huidige regering, namelijk voor een fatsoenlijke fiscale hervorming.
Die hervorming ligt ook op tafel. De plannen zijn er om ervoor te zorgen dat een alleenstaande tot 1.200 euro netto meer krijgt en een gezin tot 1.900 euro meer. Dat komt neer op meer dan 100 euro extra per maand.
Dat verschil zullen de gezinnen echt voelen, bijvoorbeeld wanneer ze hun maandelijkse energiefactuur moeten betalen of een uitstapje met de kinderen organiseren en betalen. Die bedragen kunnen het verschil maken. De lastenverlaging moet er dan ook snel komen.
Voor cd&v is het heel duidelijk. De meerwaardebelasting is onlosmakelijk verbonden met een lastenverlaging. Wij vragen een eerlijke bijdrage van de sterkste schouders. Tegelijkertijd moet de werkende middenklasse de extra centen op het einde van de maand kunnen zien.
Mijnheer de eerste minister, alles ligt op tafel. De regering heeft zich geëngageerd om voor 21 juli aanstaande een fiscale hervorming te lanceren. Er is met andere woorden een momentum.
Bent u van plan om dat momentum te grijpen, zodat er ook zekerheid is voor de hardwerkende middenklasse onder de vorm van een extraatje op het einde van de maand?
Jean-Marie Dedecker:
We zijn gejost en gesost, mijnheer de premier. In het labyrint van onze belastingkoterij heeft men na lang zoeken een nieuw soort belasting ontdekt: de meerwaardebelasting op aandelen. In feite is het een chantagebelasting. Naar verluidt zou er immers geen regering gevormd zijn als de socialistische tollenaars van Vooruit deze nieuwe belasting niet mochten invoeren. Socialisten staan traditioneel dicht bij de mensen – vooral om in hun zakken te kunnen zitten. Voor u, mijnheer de premier, was het dus kiezen tussen de pest en de cholera.
Louter uit ideologische motieven slaat men nu het spaarvarken van de middenklasse stuk met een linkse trofeemaatregel. Het was een ware zoektocht om nog een belastingdiscipline te vinden waarin we niet op het podium staan. Met 52,6 % zijn we sinds de regering-Verhofstadt, al 25 jaar, lang kampioen in de lasten op arbeid. Met 39 % belasting op kapitaal zijn we ook vice-Europees kampioen. Met een overheidsbeslag van 56 % – een van de hoogste ter wereld – roomt de overheid al meer dan de helft van onze welvaart af. Het is echter nooit genoeg. Het zijn zotten die werken, maar blijkbaar ook zotten die sparen en beleggen.
In de jaren '80 werd de aankoop van Belgische aandelen, via de wet Cooreman-De Clercq, fiscaal aftrekbaar gemaakt. Dat werd een groot succes. Heel wat geld vond toen zijn weg naar ondernemingen, wat leidde tot de creatie van 90.000 nieuwe jobs. Het dwaallicht Verhofstadt schafte deze regeling af. De heer Cooreman was een CVP’er. Het is dus hypocriet dat de christelijke arbeidersbeweging vandaag nog durft pleiten voor een meerwaardebelasting.
Het ACW – of het huidige Beweging.net – moet nog altijd 1,4 miljard euro vergoeden aan haar 800.000 Arcospaarders, aan wie ze ten onrechte aandelen verkochten als waren het spaarboekjes. Van die boeren lust ik geen eieren. Als men een werkzaamheidsgraad van 80 % wil behalen, mijnheer de premier, voert u beter een nieuwe wet Cooreman-De Clercq in.
Ludivine Dedonder:
Monsieur le premier ministre, vous tenez donc votre deal plus-value. J'aurais sincèrement pu vous féliciter. Pourtant, ce n'est pas l'euphorie, car votre taxe loupe complètement sa cible. Même votre rendement de 500 millions est remis en question.
La question n'est pas "qui va payer?", mais plutôt "qui ne va pas payer?". Un entrepreneur qui fait 2 millions de plus-value ne paiera que 12 500 euros. Les vraies grosses fortunes, comme d'habitude avec l'Arizona, les milliardaires ne paieront pas. Pour eux, on trouve des exceptions et des exemptions. Pendant ce temps-là, tous les citoyens de ce pays remplissent leur déclaration fiscale ces jours-ci. Ils sont loin de posséder 2 millions, mais, eux, ils paient des impôts: 40 % Et pourtant, ils bossent tous les jours. Or, pour eux, rien n'est prévu pour augmenter leur pouvoir d'achat! Au contraire, ils devront travailler plus longtemps pour gagner encore moins.
Et ce n'est pas tout, parce que vous avez conclu un marché. Et, dans ce marché, il y a en contrepartie l'achat de 11 F-35 pour un coût de 2 milliards. Il faudra bien que quelqu'un paie ce super deal. Nous avons entendu Maxime Prévot parler d'une nouvelle taxe et votre ministre du Budget annoncer qu'il faudrait encore faire des économies. C'est la classe moyenne, encore et toujours elle, qui va devoir passer à la caisse. C'est déjà elle qui porte le poids des réformes de l'Arizona. Ce ne sont ni les grandes fortunes ni les multinationales. Non! Avec vous, ce sont les familles, les travailleurs et les retraités qui passent à la caisse.
Monsieur le premier ministre, pourquoi tant d'exceptions? Pourquoi des taux si faibles? Pourquoi une taxe aussi ridicule pour les gros actionnaires? Qui va la payer? En reverrez-vous le rendement à la lumière des déclarations des économistes, fiscalistes et institutions de ce pays?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de eerste minister, als historicus bent u volgens mij stiekem heel trots, want de voorbije week gaat de geschiedenisboeken in met een historisch akkoord over de meerwaardetaks op aandelen. Ik had er mijn hemd voor moeten strijken!
Ik hoor de mensen hier spottend lachen. Maar ze zijn jaloers, want het is een historisch akkoord. De FOD Financiën was heel duidelijk.
Er is vandaag een kleine groep mensen die van geld nog meer geld maken. Als er in de wettekst geen achterpoortjes werden gecreëerd, konden we de superrijken effectief eindelijk doen bijdragen. Met Vooruit hebben we dus superhard gevochten om alle achterpoortjes dicht te metselen, opdat mensen met een goede boekhouder of rijke families de dans niet konden ontspringen.
U mag ermee lachen, maar leg het maar eens uit aan de werknemers in de zorg, die nachtshiften draaien of aan de werknemers in de bouw, die hun rug kapotwerken, dat ze bijna de helft van hun loon moeten afstaan, terwijl tegelijk een klein groepje miljoenen winst maakt op aandelen, maar niets bijdraagt.
Ik schrik er natuurlijk niet van dat partijen als Open Vld hun rijke vriendjes willen beschermen. Daar schrik ik niet van. Waar mensen wel van schrikken, is dat het Vlaams Belang als een wolf in schaapsvacht opkomt voor de elite en het gewone volk negeert. Het contrast met de regering kan niet groter zijn.
Uw regering, mijnheer de eerste minister, zal hervormen om onze toekomst te beschermen en om in de zorg van onze burgers en in hun koopkracht te kunnen investeren.
Mijnheer de eerste minister, mijn vraag is eenvoudig: wanneer komt dat schitterende ontwerp naar de Kamer?
Sofie Merckx:
Nous venons encore de l'entendre, l'accord de l'Arizona n'aurait jamais vu le jour sans une contribution des super riches, parce que tout le monde doit faire un effort.
Mais depuis le début, nous avions vu clair. Nous avions vu que les super riches allaient échapper à cet impôt; et maintenant que nous avons vraiment l'accord et les détails, monsieur De Wever, nous voyons clairement, comme les autres collègues l'ont déjà dit, que les super riches, justement, sont épargnés.
N'avez-vous pas lu Michel Maus de la VUB qui dit que les riches ne paient pas beaucoup d'impôts sur le revenu des personnes physiques? Leur richesse est structurée en sociétés. Isabel Albers: " De realiteit is dat de one percent toch ontsnapt ". Et Bruno Colmant: "Cette taxe ne touchera pas les plus fortunés".
Monsieur le premier ministre, comment réagissez-vous à ce qui est dit par des experts, par des fiscalistes, par des opinion makers selon lesquels, justement, le 1 % arrivera encore à éluder cet impôt?
Ce qui est clair aujourd'hui, c'est que cette taxe sur les plus-values n'est rien d'autre qu'un symbole. M. Jambon l'a clairement mis sur Twitter. Ce n'est rien d'autre qu'un symbole pour faire passer l'ensemble des mesures antisociales de ce gouvernement. Un symbole qui ne touche donc pas les super riches.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous me confirmer que suite à cet accord sur la taxe des plus-values, les partis comme Vooruit, Les Engagés et le cd&v vous donnent le feu vert pour acheter 11 F-35; qu'ils vous donnent le feu vert pour la réforme des pensions avec le malus pension; qu'ils vous donnent le feu vert, de manière générale, pour faire de ce gouvernement un gouvernement de la casse sociale?
Voorzitter:
Heel wat vragen, mijnheer de eerste minister. Dat geeft u recht op vijf minuten om er antwoord op te geven.
Bart De Wever:
Collega's, voor een wetgever is het maken van schone kindjes niet gemakkelijk, behalve dan voor de voorzitter van dit Huis. Dat spreekt voor zich.
Ik ben zelf geen one percenter . Ik ben de zoon van een spoorwegarbeider. Ik ben niet thuis in die leefwereld. Ik heb thuis wel geleerd hoe men een hemd moet strijken en dat men dat ook in zijn broek kan steken, mijnheer Seuntjens.
(Gelach en applaus)
Van de wereld van de zeer rijken ken ik echter weinig. Ik noteer de collectieve ambitie van de hele oppositie. Het is mij opgevallen dat het vooral zij zijn die voor het rendement moeten zorgen. Ik begrijp dat en heb uw raadgevingen ter zake, mevrouw Bertrand, goed aangehoord en kijk er ook verder naar uit.
Chers collègues, j'ai compris qu'une première discussion a eu lieu mardi en commission des Finances et que celle-ci se poursuivra lors des prochaines séances.
Je ne peux que vous donner les grandes lignes de cet accord qui, comme vous le savez, doit encore passer en première lecture au Conseil des ministres. S'ensuivront un avis du Conseil d'État et une seconde lecture. Les plus impatients d'entre vous devront encore prendre leur mal en patience pour voir arriver le texte final au Parlement.
L'accord sur la taxation des plus-values fait partie de l'accord de gouvernement, mais aussi et surtout d'un vaste ensemble de réformes sur lesquelles les cinq partis de la coalition se sont mis d'accord. Ce sont des réformes dont ce pays a cruellement besoin si on veut le remettre sur les rails, arrêter le pourrissement budgétaire et protéger notre prospérité.
Wij hervormen de arbeidsmarkt om zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. Wij hervormen de pensioenen om deze in de toekomst betaalbaar te houden. En wij voeren ook een fiscale hervorming door om de brutoloonlast te verlagen en het netto-inkomen van werknemers te verhogen, in het bijzonder voor de lage en middeninkomens. Werken moet lonen. Het verschil tussen werken en niet werken moet 500 euro of meer bedragen. Mijnheer Matheï, die ambitie zullen wij gestalte geven. Meer mensen aan het werk voor een beter loon, dat betekent meer welvaart en een financieel gezonder land.
Om de koopkracht van de werkenden te versterken, voorziet het regeerakkoord inderdaad in een belasting van 10 % op de meerwaarde. Dames en heren, in een land waar de fiscale druk al bijzonder hoog is, heeft de regering een duidelijke keuze gemaakt. De gewone spaarder en de hardwerkende kleine zelfstandige mogen niet het slachtoffer worden van bijkomende lasten. Zij verdienen respect en bescherming, geen bestraffing. Zoals vastgelegd in het regeerakkoord, voeren we vanaf 1 januari 2026 een evenwichtige meerwaardebelasting in. Het algemene principe daarvan is helder: een tarief van 10 % op effectief gerealiseerde meerwaarde, met de mogelijkheid om minwaarde in hetzelfde jaar af te trekken.
We voorzien bovendien een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon. Na vijf jaar zonder gebruik van deze vrijstelling loopt dat bedrag op tot 15.000 euro. Voor een koppel betekent dat dus een vrijstelling van 30.000 euro.
Bovendien wordt dat bedrag geïndexeerd. Dus stellen dat deze belasting de middenklasse zeer zwaar zal treffen, lijkt mij zeer zwaar overdreven.
Voor wie minstens 20 % van een onderneming bezit, voorzien we een vrijstelling tot 1 miljoen euro. Zo zorgen we ervoor dat de kleine zelfstandige, die zijn of haar levenswerk, of het levenswerk van een koppel, wil overdragen of verkopen aan het einde van de carrière, fiscaal niet zal worden bestraft. Laat het ook duidelijk zijn, deze belasting geldt niet voor pensioenspaarproducten, zoals pensioensparen of groepsverzekeringen.
De opbrengst van deze maatregel, zoals ingeschreven in onze begrotingstabel, werd bevestigd. Het gaat om 250 miljoen euro in 2026, oplopend tot 500 miljoen euro in 2030. Die middelen zullen we inzetten om de lasten te verlagen, met name de lasten op arbeid, in het bijzonder voor mensen die werken voor een laag of gemiddeld inkomen. Dat lijkt mij zeer rechtvaardig, want wie elke ochtend vroeg opstaat en bijdraagt aan onze samenleving, verdient meer waardering. Dat is inderdaad de belofte van deze regering en die belofte zullen we houden. Voor het parlementair reces zal de minister van Financiën deze belastingverlaging nog in eerste lezing voorleggen aan de ministerraad.
Lode Vereeck:
Mijnheer de eerste minister, altijd als we vragen stellen over de meerwaardebelasting, krijgen we antwoorden over de personenbelasting. Ik begrijp dat niet.
Het blijft een feit dat u in het zwaarst belaste land de enige belasting zult invoeren die we nog niet hadden, de ultieme trofee voor socialisten en communisten, een meerwaardebelasting op kap van de Vlaamse spaarders en familiebedrijven en niet van de superrijken.
Men zegt weleens dat het gemakkelijker is een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een socialist voorbij een zak geld, maar vandaag is het gemakkelijker om een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een N-VA'er voorbij een postje als minister, burgemeester of schepen. U hebt dan ook de ruggengraat van een hotdog.
Er is echter ook goed nieuws. Ook u hebt een trofee gewonnen, die ik u mag overhandigen. U bent de winnaar, na Guy Verhofstadt en Alexander De Croo, van de wisseltrofee belgicistische-socialistische schoothondjes. Proficiat.
( De heer Vereeck overhandigt een trofee aan de eerste minister )
Voorzitter:
Er volgt nog een reeks replieken. Als iedereen een geschenk voor u heeft, mijnheer de premier, zult u langs de deontologische commissie moeten.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, een land kan alleen goed functioneren met een sterke middenklasse. U hebt ook ondernemers en bedrijven nodig. Ze zijn de motor van onze economie en tewerkstelling; dat ziet u trouwens ook in uw stad. Laat ons fier op hen zijn.
De heer Dedecker had het over 25 jaar. Open Vld heeft die taks inderdaad 25 jaar lang tegengehouden omdat ze altijd de middenklasse treft. Het zijn altijd dezelfden die betalen, mijnheer Dedecker. Wat de PS nooit gelukt is in de regering, krijgt ze cadeau van u, mijnheer De Wever, en waarom? Omdat u gezwicht bent voor een trofee van Vooruit.
Mijnheer Seuntjes, u zult uw debatfiches moeten aanpassen, want de heer Bouchez zegt het zelf: als men rendement wilt, dan moet men een brede belastingbasis aanspreken, dus de middenklasse.
Ik eindig met Willy De Clercq. Dat was een liberaal, mijnheer Dedecker. Wat u doet (…)
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand, iedereen zal die woorden van Willy De Clercq op Google kunnen opzoeken.
Dieter Vanbesien:
Collega's, de rijkste 10 % van ons land bezit samen 1.632 miljard euro. Van dat gigantisch vermogen vraagt deze regering een bijdrage van 500 miljoen euro. Het is een schande hoe de regering de sterkste schouders keer op keer beschermt. Het is een schande dat de gewone mensen, die onze samenleving draaiende houden, telkens opnieuw het gelag betalen. Deze regering zit in de verkeerde zakken.
Wat blijkt vandaag? Zelfs die beperkte bijdrage raakt de rijkste 1 % niet eens. Opnieuw zit de regering in de verkeerde zakken. Als de fiscale experts gelijk krijgen dat die maatregel niet opgaat voor de allergrootsten, dan blijft er maar één conclusie over: het is tijd voor een echte vermogensbelasting: eenvoudig, eerlijk, zonder achterpoortjes. Alleen op die manier kan deze regering de belofte aan de Belgen nakomen.
Voorzitter:
Collega Vanbesien, bedankt voor die suggestie.
François De Smet:
Merci pour vos réponses, monsieur le premier ministre.
Pourquoi cet impôt n'existait-il pas jusqu'ici en Belgique alors qu'il existe dans un grand nombre de pays? Il n'existait pas parce qu'en Belgique, il y avait – et il y a toujours – une immense taxation des charges sur le travail.
Donc, dès le moment où vous choisissez d'ajouter cet impôt, la moindre des choses aurait été de faire un vrai tax shift et de diminuer les charges sur le travail. Ce n'est pas ce que vous faites; vous le ferez peut-être, si tout va bien, dans deux ou trois ans, où chaque Belge aura peut-être 100 euros environ par mois.
Votre réforme de l'emploi est d'abord une réforme du chômage, vous en êtes très fier, vous l'avez à nouveau rappelé. L'une des faiblesses de cette réforme, outre le fait que vous sanctionnez évidemment les chômeurs beaucoup plus tôt, est que vous ne créez pas l'emploi, vous n'avez pas de stratégie industrielle. Là encore, vous sanctionnez les entrepreneurs, ceux qui doivent créer, ceux qui doivent investir, et vous rendez encore plus difficile, demain, la possibilité d'atteindre vos objectifs en termes de taux d'emploi.
Steven Matheï:
Dank u wel, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoorden. Meer nettoloon op het einde van de maand, dat houdt de mensen bezig. Dat is op zich logisch, want veel werknemers uit de hardwerkende middenklasse geven de helft van hun loon af. Meer nettoloon is ook een absolute prioriteit van cd&v. Het staat in het regeerakkoord en ik ben blij dat u dat daarnet opnieuw hebt onderschreven en ook een timing hebt opgegeven, die aantoont dat u er snel werk van zult maken.
Als we op 1 januari 2026 een lastenverlaging willen doorvoeren, dan moet er voor 21 juli een akkoord zijn. Wij zullen daarvoor strijden, want dat zijn we verschuldigd aan de hardwerkende middenklasse.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de eerste minister, u had zich er gemakkelijker van af kunnen maken met een verdubbeling van de hoogste beurstaks ter wereld, die al van toepassing is, namelijk 1,32%. Dan had de brol van de heer Bouchez niet hoeven te worden ingevoerd. Op dividenden betalen we al 30 % roerende voorheffing. We hebben een Reynderstaks van 30 %, een kaaimantaks van 30 %, een uitzonderlijke meerwaardebelasting op aandelen van 33 % en nu nog eens 10 % meerwaardebelasting.
Ik heb het lastig met de hypocrisie hier. Zo is het dankzij uw partij, mevrouw Dedonder, dat we de hoogste kapitaalbelasting van Europa hebben. Ik heb ook al gewezen op de strapatsen van cd&v. Over sommigen spreek ik niet meer, want die verkiezen gelijke armoede boven ongelijke rijkdom. Dat is voor mij niet het probleem. En wat verkondigde het Vlaams Belang vóór de verkiezingen in een interview in De Tijd ? Weet u het nog? Ik zal niet kijken naar collega Vereeck, want hij komt ook van LDD, waar hij is weggelopen - het was te goed bij ons. In zijn verkiezingsprogramma voor de verkiezingen pleitte die partij voor 25 % meerwaardebelasting. ( Tumult )
Ludivine Dedonder:
(…)
Voorzitter:
Collega's, mag ik u vragen om te luisteren naar mevrouw Dedonder?
Ludivine Dedonder:
Monsieur le premier ministre, en n'en disant mot, vous confirmez que la taxe ne touchera pas les plus fortunés. C'était certainement votre intention. Cette taxe ne touchera pas les milliardaires. Vous confirmez ainsi que les factures seront bien émises sur le dos de tous les Belges, sauf celui des plus riches.
Vous dites que cela fait partie d'un ensemble de réformes comprenant notamment celles du chômage, du marché du travail et des pensions. Cela confirme bien que tout se fait sur le dos de la classe moyenne, des travailleurs, des pensionnés et des malades. Quand je vous pose la question relative aux 11 F-35, qui font partie, comme vous l'avez dit vous-même, de ce deal sur les plus-values, je n'ai pas de réponse. Il faudra encore trouver deux milliards sur le dos des travailleurs.
Cela caractérise bien ce gouvernement. Depuis le début, vous vous acharnez sur les travailleurs alors que vous prétendez vouloir les récompenser. Ils n'auront pas 500 euros supplémentaires, mais devront en payer 500!
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, andere landen doen het allang. Hier wordt er ook allang om geschreeuwd. De huidige regering met Vooruit doet het ook effectief. Wij zorgen ervoor dat in de moeilijke tijden die het vandaag zijn ook de superrijken een eerlijke bijdrage zullen leveren.
Er wordt hier veel gelachen met belachelijke trofeetjes, maar daar gaat het niet om. Het gaat niet om trofeeën, het gaat om rechtvaardigheid. Op een moment waarop de wereld in brand staat, vragen wij van iedereen een eerlijke bijdrage.
Daarom is, zoals andere leden al opmerkten, de volgende stap dat mensen die elke dag werken op het einde van de maand netto meer kunnen overhouden. Mijnheer de eerste minister, daarvoor hebt u onze steun. Wij zullen verder hervormen om onze toekomst te beschermen en werkende mensen erop vooruit te laten gaan.
Sofie Merckx:
Mijnheer de premier, wij hebben u met minstens vijf parlementsleden gevraagd wat uw antwoord is op de analyses die de afgelopen dagen overal werden gemaakt en die stelden dat de superrijken niet zullen betalen. U mag trouwens ook naar mij luisteren. Ik zie namelijk dat u gezellig keuvelt met de heer Vereeck. Ik had echter van u ook geen antwoord verwacht. Mijnheer Seuntjes, hoe kan uw partij daarin meegaan? Cd&v, hoe kunt u dat? De sterkste schouders zullen de dans ontspringen! Met uw riedeltje dat de superrijken zullen bijdragen en dat alles eerlijk is, maakt u misbruik van dat symbool om mee te stappen op die asociale hervormingstrein. U helpt de werkende mensen immers niet! Wat u doet is (…)
Het uitblijven van de vergoeding van de slachtoffers 4 jaar na de instorting van een schoolgebouw
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Vier jaar na de dodelijke instorting van een Antwerpse schoolbouw (5 doden, 9 zwaargewonden) wachten slachtoffers nog steeds op schadevergoeding, terwijl schijnzelfstandigheid, onveilige omstandigheden en een oncontroleerbare keten van onderaannemers de oorzaak waren. Minister Clarinval (Economie) wijst verantwoordelijkheid af, verwijzend naar Sociale Zekerheid (Vandenbroucke) voor verzekeringskwesties en Justitie (Verlinden) voor het lopende onderzoek, maar erkent dat slachtoffers zonder contract vallen buiten bescherming. Vanrobaeys (Vooruit) eist een onmiddellijk voorschot op schadevergoeding en hardere sancties tegen malafide aannemers, inclusief hoofdelijke aansprakelijkheid, om sociale dumping en levensgevaarlijke werkomstandigheden in de bouwsector structureel aan te pakken. De kern: juridische vertraging en bevoegdheidsversnippering verlengen het leed, terwijl systeemfalen in de sector ongestraft blijft.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, beeld u het volgende in. Men komt in België op een werf werken. Men laat kinderen en familie achter, in de hoop dat men hier een extraatje kan verdienen voor een betere toekomst, tot het verschrikkelijk misloopt. Vier jaar geleden, op Nieuw Zuid in Antwerpen, stortte een schoolgebouw in aanbouw in. Vijf mensen kwamen om het leven, negen anderen raakten zwaargewond. Een zus van een van de slachtoffers zei vorig jaar nog: "Niemand heeft al aan ons gevraagd hoe het met ons gaat."
Vandaag, vier jaar later, hebben de slachtoffers en hun familie nog geen enkele schadevergoeding ontvangen, nog geen cent. Laat dat even bezinken. Dat is vier jaar verdriet, vier jaar juridische strijd, vier jaar radeloosheid.
Ja, het gerechtelijk onderzoek loopt nog, maar de feiten zijn duidelijk. De hoofdaannemer wist dat de werf onveilig was. Ook het definitief rapport van de welzijnsinspectie bevestigt dat. Er was sprake van onveiligheid, een keten van onderaannemers zonder controle, schijnzelfstandigheid en er werkten zelfs mensen zonder contract.
Voor Vooruit is de strijd tegen sociale dumping een prioriteit, want sociale dumping ondermijnt niet alleen de rechten van werknemers, maar ondermijnt ook bedrijven die het spel wel eerlijk spelen.
Mijnheer de minister, ik heb twee eenvoudige maar dringende vragen voor u. Hoe zult u ervoor zorgen dat de slachtoffers een voorschot op hun schadevergoeding krijgen, zoals hen twee jaar geleden al beloofd werd? Hoe zult u ervoor zorgen dat arbeiders in de toekomst niet meer op een bouwwerf staan zonder rechten, zonder bescherming, zonder stem?
David Clarinval:
Mevrouw Vanrobaeys, wat zich vier jaar geleden heeft afgespeeld in die Antwerpse school is een drama en mijn gedachten gaan uit naar de slachtoffers en hun naasten.
Mijn administratie beheert dat dossier niet, aangezien de arbeidsongevallenverzekering onder de bevoegdheid valt van de FOD Sociale Zekerheid, waarvoor mijn collega Vandenbroucke verantwoordelijk is. Ik stel samen met u vast dat bepaalde slachtoffers die op het moment van de instorting aan het werk waren op de werf geen beroep konden doen op de arbeidsongevallenverzekering omdat zij niet tewerkgesteld waren als arbeider. Volgens de pers zou er sprake zijn van schijnzelfstandigheid. Dat is een heel spijtige en inacceptabele situatie.
Bovendien lopen er nog steeds gerechtelijke procedures die de oorzaken en verantwoordelijken van het ongeval moeten bepalen. Het gaat om een bevoegdheid van de gerechtelijke instantie, waarvoor mijn collega Verlinden verantwoordelijk is.
Ik nodig u dus uit om uw vragen te stellen aan mijn twee collega's die bevoegd zijn voor Sociale Zekerheid en voor Justitie.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik betreur uw antwoord echt, want die slachtoffers worden al vier jaar van het kastje naar de muur gestuurd. U zegt zelf dat de arbeidsongevallenverzekering niet van toepassing is. U bent minister van Economie en dus verantwoordelijk voor die verzekeringen. Het enige wat de slachtoffers en familieleden vragen, is een voorschot in afwachting van een gerechtelijke uitspraak. Weet u dat bouwvakkers zes keer meer kans lopen om te sterven op een werf dan andere werknemers? De enige reden daarvoor is dat er bedrijven bestaan die via ketens van onderaanneming bouwvakkers uitbuiten en spelen met mensenlevens. Ik heb daarom ook nog een andere vraag. Pak die malafide aannemers aan en straf hen veel strenger. Maak hen hoofdelijk aansprakelijk en zorg ervoor dat zulke zaken nooit meer gebeuren.
De NAVO-top in Den Haag
De NAVO-top in Den Haag
De resultaten van de NAVO-top
Het standpunt van België bij de NAVO
De NAVO-top en het defensiebudget
De NAVO-top in Den Haag
De nieuwe NAVO-uitgavennorm en de top van 24 juni
De NAVO-top
De NAVO-top in Den Haag
De op de NAVO-top van 24 en 25 juni genomen beslissingen
NAVO-top Den Haag, beslissingen en defensiebudget
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Theo Francken (Minister van Defensie)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NAVO-top leidde tot een 5%-norm (3,5% defensie + 1,5% veiligheid/cyber/infrastructuur) tegen 2035, met 2% in 2029 als eerste mijlpaal, maar België ontwijkt concrete financiering en schuift de last door naar toekomstige regeringen. Kritiek focust op onrealistische budgetten (34 miljard nodig, onduidelijke dekking), gebrek aan Europese defensiesamenwerking (versnipperde aankopen, geen strategie) en sociale gevolgen (besparingen op zorg/pensioenen, belastingverhogingen). Partijen zijn verdeeld: rechts en centrum willen realistisch investeren in personeel/cyberveiligheid, links noemt het onderworpenheid aan de VS en een wapenwedloop, terwijl Europa’s strategische autonomie onderbelicht blijft.
Voorzitter:
Collega's, verschillende vragen werden ingediend ter attentie van de premier, maar het is u bekend dat hij momenteel niet aanwezig kan zijn wegens Europese verplichtingen.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, gisteren was het eindelijk zover: de langverwachte NAVO-top vond plaats. Alle lidstaten zijn eensgezind naar buiten gekomen. Dat was ook nodig, want als dat niet was gebeurd, had maar één iemand champagne ontkurkt: Poetin in het Kremlin.
De NAVO-top heeft geleid tot realistische doelstellingen. Voor Vooruit was het vanaf het begin erg duidelijk: we willen absoluut investeren in onze veiligheid en defensie, maar wel op een realistische manier. 5 % was en is voor ons land immers onhaalbaar.
Laten we de focus daarom verleggen van de percentages naar wat eerder is afgesproken, namelijk dat ons land opnieuw een betrouwbare partner kan worden binnen de NAVO door verstandig te investeren in onze defensie. Ik heb zelf deelgenomen aan twee buitenlandse NAVO-missies, dus ik weet hoe belangrijk het is om te investeren in goed en veilig materieel voor onze mensen, in degelijke infrastructuur om mee te werken en in waardering voor de opofferingen die ons personeel brengt.
Vooruit roept ook al maanden op om te investeren in onze cyberveiligheid. Onze banken, overheidsinstellingen en ziekenhuizen worden nu immers al maandenlang geteisterd door cyberaanvallen uit Rusland. Die moeten we echt prioritair aanpakken.
Het allerbelangrijkste voor Vooruit is echter dat we investeren in ons personeel. Wat is men namelijk met het beste materieel en met al die nieuwe capaciteiten voor onze defensie als men geen personeel heeft om dat materieel te bedienen? We weten dus wat nodig is qua investeringen in onze veiligheid.
Mijnheer de minister, zult u, net als Vooruit, de focus leggen op de hybride dreiging vanuit Rusland en op ons personeel, dat we broodnodig hebben?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, al een halve eeuw lang financieren we onze welvaart ook met middelen die oorspronkelijk bestemd waren voor onze veiligheid. Het gevolg daarvan is een doorgeschoven – een doorgesnoven – verzorgingsstaat en een krakkemikkig leger. Onze kazernes zijn ruïnes. Het cliëntelisme heeft geleid tot een tewerkstellingsproject van de politieke partijen, waardoor zelfs de personeelsbezetting van het leger niet op punt staat. Er staan momenteel 127 pantservoertuigen te roesten omdat een minister de verkeerde munitie heeft besteld. We zijn zelfs nooit onze NAVO-verplichtingen nagekomen, terwijl het NAVO-hoofdkwartier zich in Brussel bevindt.
Plots komt er dan een bullebak overgevlogen uit New York, een narcistische bully met, cru gesteld, de mentaliteit van een maffiabaas. Wat zegt die man bij aankomst? “ I can make you an offer you can’t refuse. ” Kent u The Godfather? Die zei dat ook. Vervolgens kust onze slijmjurk, de voorzitter van de NAVO, de ring van die man. Ook onze 32 regeringsleiders slaan de hielen tegen elkaar en likken de kont van die narcistische Amerikaan, uit vrees dat die capo hen zal bestraffen.
Ik heb op zich niets tegen het principe van de 5 %-norm, daar gaat het mij niet om. Zeg me wel hoe u die zult bereiken en om hoeveel geld het gaat. Ik hoor alle partijen daarover al ruziën nog vooraleer hij is teruggevlogen. Moeten er meer F-35's worden gekocht? Nog ander materieel? Over welk bedrag gaat het?
Mijnheer de minister, over hoeveel geld gaat het? Hoe zult u dat realiseren? Zal men daarvoor met een creatieve boekhouding moeten werken?
Mathieu Michel:
Monsieur le ministre, malgré une situation budgétaire qui rend les réformes indispensables, la Belgique a réaffirmé que l'OTAN constitue un socle fondamental pour la sécurité de notre pays. Nous devons être un partenaire loyal, fiable et pleinement engagé au sein de l'Alliance. Dire non à l'OTAN, ce serait faire preuve d'un oubli historique inquiétant mais, plus que tout, ce serait faire preuve d'une naïveté coupable car, aujourd'hui, il ne s'agit pas d'opposer sécurité et solidarité. En voici la preuve par les chiffres: 120 milliards d'euros pour notre sécurité d'ici 2034, 1 200 milliards d'euros pour la solidarité (soins de santé, pensions et aides sociales).
Oui, n'en déplaise à certains, ce gouvernement renforce notre modèle social en lui donnant les moyens de fonctionner mais aussi les moyens de survivre. Nous faisons aujourd'hui ce que tout pays responsable doit faire: protéger ses citoyens sans renoncer à ses valeurs fondamentales et à son modèle social
Protéger ses citoyens est évidemment essentiel. Aussi, je salue la décision historique d'intégrer jusqu'à 1,5 % du PIB en dépenses de sécurité élargies. Vous savez que c'est une grande attention pour ce qui me concerne. Les guerres de demain seront différentes de celles d'hier. Et, aujourd'hui, ce ne sont plus uniquement les dépenses militaires qui comptent. C'est un élément fondamental. Cette évolution appelle à une gouvernance renforcée, au-delà du seul ministère de la Défense, et qui intègre les entités fédérées.
Selon nous, le ministre de la Sécurité devrait être chargé de développer et soumettre une vision stratégique de la sécurité intérieure en lien avec ce 1,5 % de sécurité transversale. Monsieur le ministre, comment voyez-vous concrètement l'évolution de cette coordination intergouvernementale avec, à côté de cette vision stratégique de défense, une véritable vision stratégique de sécurité transversale?
Philippe Courard:
Monsieur le président, monsieur le ministre, cela va coûter 6 000 euros par ménage aux Belges. Deux jours d’escapade à La Haye, et voilà qu’il faut trouver 34,2 milliards d’euros.
Comment les trouver? J’y reviendrai dans un instant. Soyons clairs, je ne suis pas stupide et me rends compte que des moyens supplémentaires sont nécessaires. Il faut bien entendu se défendre. L’Europe et la Belgique doivent répondre aux menaces qui nous entourent. Nous ne devons pas nier la situation géopolitique, mais pas à n’importe quel prix et n'importe comment, monsieur le ministre. Nous ne devons pas dépenser pour dépenser, et certainement pas en faisant porter la charge à nos concitoyens de manière anormale.
Votre politique est paradoxale. Vous préconisez des économies. Il n'y a pas assez d'argent pour la sécurité sociale. Les malades et les pensionnés doivent faire des efforts. Les services publics doivent se serrer la ceinture. Le pouvoir d’achat recule. Les personnes malades et en situation de handicap sont oubliées. Cependant, lorsqu’il s’agit de trouver des milliards, cela se fait en quelques heures. Nous verrons comment, mais ils sont jugés nécessaires.
Pourquoi n'avez-vous pas adopté la position plus raisonnable du premier ministre espagnol? Comment allez-vous financer ces milliards? Le ministre Prévot évoque une nouvelle taxe, le président du MR évite soigneusement le sujet. Allez-vous vendre nos entreprises publiques? Allez-vous faire comme votre prédécesseur, M. Steven Vandeput, avec qui les estimations de montants sont passées de 1,5 milliard à 15 milliards? Je m’interroge et j'aimerais des réponses à ces questions. Comment allez-vous financer ces milliards? Quelles sont vos recettes? Quelles sont vos solutions? Une véritable inquiétude règne au sein de la population. Oui, un effort est envisageable, mais pas au détriment de notre population.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik vond het afgelopen week vooral gênant om te zien hoe de Europese leiders achter president Trump aanliepen om hem toch maar zo veel mogelijk te pleasen, met als top of the bill natuurlijk de uitspraak van secretaris-generaal Rutte: proficiat, mijnheer de president, u hebt Europa doen betalen en het is maar goed ook." Gênant, gênant.
Het was echter ook hier gênant en dat was het daarnet nog. De 5 %-norm is immers belachelijk, krankzinnig, het is collectieve hysterie. Mijnheer de minister, dat verklaarden uw coalitiepartners. Cd&v, Vooruit en de MR, u bent gerold, want de 5 %-norm is wel degelijk beslist afgelopen week.
Dan hoor ik in de wandelgangen dat dat niet erg is, want dat percentage moet pas tegen 2035 worden gehaald. Het is dus niet aan ons, maar aan de volgende generatie om dat te betalen. Het is aan de volgende regering om het probleem op te lossen, terwijl men vandaag zelfs nog niet weet hoe men volgend jaar de 2 % zal financieren.
Wat zien we ondertussen wel? Wie draait op voor de besparingen? De 55-plusser, de pendelaar, wie zorgkrediet opneemt, zij zullen de rekening moeten betalen en daar zullen alleen maar nog mensen bij komen.
5 % defensie-uitgaven blijft echter waanzinnig veel. In 2035 komt dat nog steeds overeen met het volledige budget van Justitie, de politie, de NMBS, Energie en Klimaat samen, maar dat is niet alles. Als de NAVO 5 % uitgeeft, dan geeft ze meer uit dan wat vandaag de hele wereld, dus inclusief Israël, Rusland en India, uitgeeft aan defensie. Ik vind dat onbetaalbaar en dom. Dat is geen investering in meer veiligheid, dat is een investering in een wapenwedloop waarin u ons allemaal meesleurt.
Mijn vraag is en blijft dus: wie zal dat in godsnaam betalen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, er heerst bij de coalitiepartners een soort kumbayastemming. Iedereen is tevreden. U bent tevreden, want u hebt een NAVO-akkoord over de 5 %-norm. Belgium is back on track . Dat ik dat uitgerekend van u moet horen, vind ik bijzonder. Ook Vooruit en cd&v zijn tevreden, want er is een akkoord bij de NAVO, terwijl men daar eigenlijk niets mee zal doen. 2% defensie-uitgaven is het plafond, 5% blijft stupide, belachelijk en onzinnig. Ook de eerste minister is tevreden, want hij heeft de uitvoering van de norm over tien jaar kunnen uitsmeren; men kan dat dus voor zich uitschuiven. Après nous le déluge .
Mijnheer de minister, wat is er nu echt afgesproken in de regering? Is er een groeipad richting 3,5% militaire uitgaven in de komende jaren of gaat het, zoals collega Dedecker heeft gezegd, over een creatieve boekhouding? Hoe zult u dat betalen?
Terwijl alle ogen gericht waren op de NAVO-top, bent u naar buiten gekomen met uw investeringsplan van 34 miljard euro, 34 miljard euro aan belastinggeld. De krijtlijnen daarvan hebben we voor het eerst moeten zien op X, op sociale media. Een debat in het Parlement is voorlopig niet nodig. Democratische controle is voorlopig ook niet nodig. Mijnheer de minister, u was tot voor kort zelf nog oppositielid. U zou tegen die werkwijze gefulmineerd hebben. Ik hoop dan ook dat u zeer snel naar het Parlement komt om daar uitleg over te geven.
Mijnheer de minister, wanneer komt u naar het Parlement om uw investeringsplan in de commissie en in de plenaire vergadering te bespreken?
Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, iedereen heeft hier opnieuw de mond vol van Europese samenwerking, maar wat hebt u al ondernomen om de Europese pijler bij de NAVO uit te bouwen?
Annick Ponthier:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de kogel is door de kerk. Alea iacta est , zou uw premier declameren. De NAVO-top in Den Haag resulteerde in een akkoord om de 5 %-norm te bereiken tegen uiterlijk 2035. Het gaat daarbij om 3,5 % harde defensie-uitgaven en 1,5 % ruimere veiligheidsuitgaven. Spanje, dat protest aantekende tegen die waanzinnige 5 %-norm, is erin geslaagd de tekst te laten versoepelen: niet meer wij, maar de bondgenoten zullen 5 % uitgeven.
Collega’s, mijnheer de minister, dat kan worden gelezen als een vrijstelling. Blijkbaar moesten de lidstaten zich dus niet allemaal gedwee neerleggen bij de ijzeren NAVO-wetten. De vrijstelling geldt echter niet enkel voor Spanje. De tekst is immers van toepassing op alle lidstaten. Echter, zelfs als het bij die 2 % zou blijven, staan wij in dit land alvast voor gigantische problemen. De financiële rampspoed zal immers nog drastisch toenemen, indien de huidige regering haar belofte van 5 % op de NAVO-top wil nakomen.
Ik kom bij mijn vragen.
U maakt zich sterk dat u in 2025 de 2 % kunt bekostigen. Wij weten echter allemaal dat daar Verhofstadtgewijs veel kunst- en vliegwerk voor nodig was. De hamvraag blijft natuurlijk de volgende. Ten eerste, hoe wilt u de 2 %-norm structureel financieren tijdens de huidige legislatuur? Hoe staat u tegenover de nieuwe defensietaks die uw minister Prévot voorstelde?
Ten tweede, het blijft bij 2 % tijdens de huidige legislatuur. Hoe zal het groeipad er vanaf 2029 echter uitzien om naar 2,5 % te gaan tegen 2034? Hoe plant u die enorm steile klim naar 3,5 %?
Nu volgt de vraag van 1 miljard euro. Zal u bijkomende F-35’s (…)
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, de NAVO-Top is inderdaad achter de rug. De teerling is geworpen. Wij van cd&v zijn toch blij. We hebben een aantal pleidooien gehouden voor meer realisme in dit debat en achteraf moeten we toch toegeven dat dit er was. Er zit voldoende flexibiliteit in het pad naar de toekomst. Wat voor ons een prioriteit is en wat we enkele weken geleden al heel duidelijk hadden gesteld, was dat er niet meer dan 2 % gevraagd zou worden in deze legislatuur. Dat is binnengehaald en daar zijn we blij om.
Heel belangrijk ook is hoe we dat pak geld, dat toch nog altijd meer is dan in de vorige jaren, zullen besteden. Voor ons moet dat op een efficiënte en slimme manier. Dat wil zeggen dat niet elk land apart, maar samen investeren in een sterke Europese pijler. Recente studies tonen immers aan dat een gedeelde standaardisatie binnen Europa en gezamenlijke aankopen ons tientallen miljarden zou besparen. In deze budgettaire tijden moeten we daar toch rekening mee houden.
Voor ons is het heel duidelijk. We houden al wekenlang een sterk pleidooi voor minder versnippering en meer standaardisatie. Minder naast elkaar werken, maar echt durven investeren in een sterke Europese pijler. We vinden dat een constante opdracht. Nu mag het in Den Haag wel allemaal koek en ei geweest zijn, met een sterk Atlantisch geloof, maar de basistrend is dat Europa toch meer in eigen sterkte moet investeren. Vandaar dat we geloven in een sterke Europese defensie-unie. We moeten daar niet morgen, maar vandaag werk van maken.
Mijnheer de minister, dat is dan ook onze vraag. Kunnen we rekenen op u en op deze regering om volop te investeren in de versterking van die Europese pijler, in een sterke Europese defensie-unie? Die is immers absoluut nodig voor de toekomst.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, wat een vernedering! Hoe is het mogelijk? Komaan, die 34 Europese eerste ministers luisterden allemaal naar Trump. Onze woordvoerder Mark Rutte stuurde dan een mooi berichtje over hoe die Europese elite vernederd werd door Trump. Hij zegt in zijn berichtje dat het werkelijk buitengewoon was wat Trump deed, iets wat niemand van hen durfde doen, dat hij vliegt naar een volgende succes. Donald, je hebt ons op een heel erg belangrijk moment gebracht. Je zult iets bereiken dat geen enkele andere Amerikaanse president in decennia heeft kunnen verwezenlijken. Donald, Donald, Donald, Europa gaat zwaar betalen, zoals het hoort Donald, en het zal jouw overwinning zijn. Oh, fantastisch.
Magnifique! Regardez ça, cette soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain! C'est du cirage de chaussures industriel. Donald, ne t'inquiète pas, au karcher on nettoie le bazar. C'est incroyable! Et quelle est la prochaine étape, chers amis? La prochaine étape, Donald Trump nous l'a annoncée.
Wat zei Donald Trump? Kiss my ass, dat is de volgende etappe.
Mais comment peut-on accepter cela?
Zoals Rutte zegt, Europa zal zwaar betalen.
L'Europe va payer! Et qui va payer? Ce sont les travailleurs!
De mensen moeten werken tot 67 jaar om hier 2 % van het bbp aan te kunnen besteden. Nu komt er 3,7 % bij en niemand zegt iets. Dat is hypocriet.
Mijn vraag is heel duidelijk, mijnheer de minister. Spanje heeft gezegd geen 5 % te zullen bijdragen. Wat is uw standpunt? Besteden we hier 5 % aan of niet?
Darya Safai:
Mijnheer de minister, beste collega’s, al jaren hebben veel Europese landen, waaronder België, nagelaten om deftig in defensie te investeren. Vanuit het idee dat vrede vanzelfsprekend is, deden die landen aan free riding binnen het NAVO-bondgenootschap. Ze rekenden op de Verenigde Staten om hun eigen veiligheid te garanderen. Nu de VS zich meer op de Indo-Pacific richt, moet Europa zelf meer inspanningen leveren.
Nog voor de aanvang van de NAVO-top bereikten de verschillende lidstaten een principeakkoord over de nieuwe NAVO-norm van 5 % van het bbp. Die geldt voor elke bondgenoot. Concreet gaat het om 3,5 % voor strikt militaire uitgaven en 1,5 % voor defensiegerelateerde domeinen, waaronder infrastructuur en cyberveiligheid. Onze regering verklaarde te mikken op een stapsgewijze opbouw: 2 % tegen 2029, 2,5 % tegen 2034 en 3,5 % tegen 2035.
Mijnheer de minister, op de jongste NAVO-top in Den Haag besprak u de uiteindelijke maatregelen die nodig zijn. Kunt u bevestigen dat de NAVO-norm van 5 % werd vastgelegd? Wat is het tijdsperspectief? In welke modaliteiten wordt voorzien? Welke mijlpalen moeten worden behaald? Welk standpunt hebt u in naam van de regering verdedigd?
Theo Francken:
Vooreerst, de uitspraak op X was redelijk pijnlijk.
Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, de eerste minister heeft gisteren op de NAVO-top duidelijke taal gesproken. Als founding father van de NAVO zal België zich solidair tonen met onze bondgenoten. Dat doen we niet voor de mooie ogen van mister Trump, noch uit angst voor zijn grillen. We doen het om een heldere reden, namelijk om als Europese democratieën zelf te kunnen instaan voor onze eigen veiligheid.
In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, klopt het niet dat de lat voor defensie-uitgaven wordt opgetrokken naar 5 % van het bbp. Het gaat om 3,5 %, de resterende anderhalve procent betreffen uitgaven in onder meer infrastructuur en brede veiligheid, die vandaag al grotendeels worden gedaan, onder andere ook door de regio’s.
De nieuwe norm komt niet uit de lucht gevallen. Veel bondgenoten behalen die nu al, van de Verenigde Staten over Polen tot Scandinavische en Baltische staten. Dat ook wij die norm nu onderschrijven, is een kwestie van solidariteit en verantwoordelijkheid.
Mesdames et messieurs, la nouvelle norme ne signifie pas que nous devrons atteindre cet objectif demain. Il y a des objections budgétaires à cela, mais aussi des objections pratiques. Si tous les États membres de l'Union européenne dépensaient soudainement 3,5 % de leur PIB pour la défense, il serait impossible pour l'industrie de suivre le rythme des commandes. Le résultat en serait des délais de livraison d'armes et de munitions de 10 ans ou plus, et des prix inacceptables.
Nous avons soulevé tous ces points lors de la concertation diplomatique qui a précédé le sommet de l'OTAN, avec succès. Les États membres disposeront d'un délai de 10 ans (non pas 7 ans) pour atteindre la nouvelle norme, sans augmentation annuelle obligatoire de 0,2 %. L'objectif sera également réévalué en 2029.
Ik beklemtoon dat dat niet de verdienste van Spanje was, maar wel van onze diplomatie. Dat land koos voor de fanfare, wij kozen voor discretie. Hulde aan onze NAVO-ambassadrice, mevrouw Petridis, en haar hele team.
Dames en heren, als politici hebben wij de verantwoordelijkheid om op een serene manier aan de burger uit te leggen waarom de versterking van onze krijgsmacht noodzakelijk is. Sommigen onder ons doen uitschijnen dat er helemaal geen dreiging bestaat. Dat gebeurt dan met lacherige clichés als: er zullen toch nooit Russische tanks door Brussel denderen. Dat is onverantwoord, want daarover gaat het uiteraard totaal niet.
Waarover gaat het dan wel? Ons land komt automatisch in een staat van oorlog met Rusland, als Poetin ook maar één vierkante kilometer van een andere NAVO-lidstaat zou bezetten. Dat vloeit voort uit onze verplichtingen onder het NAVO- en EU-Verdrag. Dat scenario is helaas niet ondenkbaar. Het Poetinregime maakt geen geheim van zijn langetermijnambitie om de Baltische staten, waar omvangrijke Russische minderheden wonen, opnieuw in zijn machtssfeer op te nemen. Onze Baltische provincies, zo noemt Dmitry Medvedev, de voorzitter van de Russische Veiligheidsraad, die EU-lidstaten steevast.
Degenen die volhouden dat Rusland die ambitie niet koestert, beweerden drie jaar geleden ook dat Rusland Oekraïne nooit binnen zou vallen. Bovendien negeren zij volledig dat Rusland vandaag al volop een hybride oorlog tegen Europa voert, ook tegen ons land, dagelijks. Hoe kan men dan nog volharden in de stelling dat er van Rusland geen bedreiging uitgaat?
Tegelijkertijd moeten we nu al rekening houden met de heroriëntering van de Amerikaanse aanwezigheid in Europa naar de Stille Oceaan en Oost-Azië. Meer dan ooit moet Europa klaarstaan om het stuur van de veiligheidsarchitectuur van ons continent zelf in handen te nemen.
Dames en heren, alleen krachtige Europese legers kunnen de veiligheid en onafhankelijkheid van Europa verzekeren. Die hebben we vandaag niet, na decennia van bezuinigingen en afbouw. We moeten ze heropbouwen. Dat is onze verantwoordelijkheid en daar zijn we volop mee bezig.
De nieuwe strategische visie voorziet in een investering van 34 miljard euro, waarvan 27 miljard euro in nieuwe militaire capaciteiten in de komende tien jaar. Ook in het personeel zullen we fors investeren, want zij zijn het kloppende hart van elke defensie, van elke krijgsmacht. Er komt 50 miljard euro op tafel over die tien jaar.
Die inspanningen leveren we niet om oorlog te voeren, maar precies om oorlog te vermijden, want de vrede bewaren zal ons niet lukken door zwakheid te tonen. Daarin zullen we alleen slagen als we samen kracht uitstralen.
Ten slotte, het klopt dat er nog geen officiële beslissing in de Ministerraad is, maar ik heb afgesproken met voorzitter Buysrogge om (…)
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw het verschil duidelijk geworden tussen de communisten van de PVDA en Vooruit. De communisten van de PVDA zijn niet bezig met de veiligheid van de mensen. Wij willen wel investeren in de veiligheid van onze mensen en ook in de veiligheid van mensen die hun eigen veiligheid niet kunnen kopen, zoals de superrijken dat wel kunnen.
Als de wereld in brand staat, dan mag men niet aan de kant blijven staan, dan moet men blussen en zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat is wat Vooruit doet. De PVDA wil aan de kant blijven staan. De PVDA wil Poetin bestrijden met een boeket bloemen. De PVDA wil uit de NAVO stappen. Beste vrienden, dat is niet alleen naïef, dat is ook gevaarlijk. Vooruit zal wel investeren in onze veiligheid.
Jean-Marie Dedecker:
Collega’s, ik ben het een beetje beu om de les gespeld te worden door links en door de communisten. Ik lik de schoenen van Trump niet, dat is een maffioso, hij likt die van Poetin.
Wij hebben ons vergist. Laten wij het even hebben over de ideologie van uw regime, namelijk het communistische regime. Honderd miljoen doden in de wereld. Nu is er het regime van de heer Poetin, het neocommunisme. Dat gevaar staat terug voor de deur. In 1989 hebben wij ons vergist. We dachten dat de vrede gekomen was, maar neen. Extreemrechts kwam op, dat roept om een grote leider, net als u.
Wat moeten wij nu doen? Opnieuw betalen voor onze veiligheid. Omdat psychopaat Poetin nu voor de deur staat, moeten wij nu opnieuw inleveren op onze welvaart. Denk daar eens over na, mijnheer Hedebouw. Het is de schuld van uw regimes dat we ons vandaag opnieuw moeten bewapenen.
Mathieu Michel:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Quoi qu'en pensent certains, nous ne sommes plus dans une ère d'insouciance. Nous sommes entrés dans un temps de bascule où la sécurité n'est plus une donnée implicite de nos sociétés et est redevenue un combat. Cette sécurité a toujours été la première des libertés. C'est elle qui conditionne tout le reste: la démocratie, l'économie, la solidarité, l'éducation, la culture. Sans sécurité, rien ne tient et nous le découvrons avec brutalité une fois encore, après des années où nous avons cru que notre mode de vie était définitivement protégé, presque éternel même. Certains aujourd'hui affichent de façon lancinante cette naïveté coupable.
Ce que nous sommes en train de défendre aujourd'hui, c'est notre façon de vivre, notre humanité, nos libertés et ce fragile équilibre que des générations ont bâti avant nous. Alors oui, c'est un moment historique et nous avons le devoir, au-delà des discours politiques, d'être au rendez-vous.
Philippe Courard:
Monsieur le ministre, je ne suis pas rassuré par vos réponses. Pourquoi céder à l'instable M. Trump? Où est le projet européen dans ce que vous proposez? Et l'armée européenne intégrée? On n'en parle pas du tout.
Quid du retour pour nos entreprises? C'est aussi un sujet que nous n'avons pas traité et qui est important. On ne va pas reproduire les erreurs du passé – je l'espère en tous cas. Comment allez-vous financer cela? Pas de réponse, sinon qu'on va le faire sur dix ans et que la charge sera donc reportée sur les générations futures. C'est exactement la technique que vous avez critiquée ces dernières années. Il reste donc beaucoup de questions, à moins peut-être que la fusion avec les Pays-Bas proposée par M. De Wever soit une réponse.
Concernant la taxe proposée par M. Prévot, pas de réponse non plus. Où allez-vous chercher l'argent? Nous sommes terriblement inquiets. Votre gouvernement d'ingénieurs nous fait très peur, monsieur le ministre.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik had maar één vraag gesteld, namelijk wie dat zal betalen, maar u hebt er weer niet op geantwoord, net als in de commissie. Ik had mijn vraag gericht aan de premier, in de hoop nu wel een antwoord te krijgen op de vraag wie die rekening zal betalen. Ik weet immers dat u dat niet interesseert. U wilt gewoon zoveel mogelijk geld kunnen uitgeven aan wapens en u ligt niet echt wakker van wie dat zal betalen.
U zegt dat die 5 % of 3,5 %, welk percentage u ook neemt, niet zomaar uit de lucht komt vallen. Ik wil toch even de geschiedenis schetsen. Het is ondertussen drie jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. In december zegt secretaris-generaal Rutte dat 3 % een mooie ambitie zou zijn. In februari zegt deze regering dat 2 % tegen 2029 wel voldoende zou zijn. Trump schudt iets uit zijn mouw en opeens is het 3,5 % of 5 %.
Ik hoor cd&v en Vooruit zich hier opnieuw verzetten, maar die partijen hebben zich niet verzet, België is akkoord gegaan met die 5 % en we hebben het aan ons been.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Over de NAVO-norm blijft het alle kanten opschieten. Ik hoor hier weer verzet tegen die 5 % en hoor dat 2 % het plafond wordt genoemd. Over die NAVO-norm van 5 % is momenteel niets duidelijk. De enige zekerheid is dat de rekening betaald zal worden door de volgende regeringen en de volgende generaties.
Ook over de Europese defensie heb ik heel weinig gehoord, behalve dat we het stuur moeten vastnemen, maar als men het stuur vastneemt, moet men wel weten welke richting het met die Europese defensie uit moet. In Europa worden vandaag 19 soorten tanks, 27 soorten fregatten en torpedojagers en 20 soorten gevechtsvliegtuigen geproduceerd. Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Maak werk van een Europese strategie en zorg ervoor dat die markten op elkaar zijn afgestemd, zodat we een Europees blok kunnen vormen en strategisch en onafhankelijk kunnen handelen.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, de 2 % voor deze legislatuur is enkel begroot voor dit jaar. Wat met de structurele financiering voor de komende jaren? Geen antwoord. Defensietaks? Geen antwoord. Er zijn wel historische plannen om geld uit te geven, maar vooralsnog geen idee waar dat geld vandaan moet komen.
Toch hebt u in Den Haag 5 % beloofd tegen 2035. Operatie schone schijn, zo noem ik die NAVO-top, want zelfs met uw maximale flexibiliteit dreigt u ons verder in de schulden te steken en die schulden zullen natuurlijk vooral door de Vlaming worden betaald.
Haal dus het geld voor die 2 % waar u het moet halen. Bespaar op ontwikkelingshulp, op de asielfactuur, op het politieke systeem en op onze bijdrage aan de EU. Ik dank u.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Laat ons duidelijk zijn, de dreiging is er. Niets doen is absoluut geen optie, maar het is ook belangrijk dat we het draagvlak bij onze mensen behouden, vandaar ons pleidooi sinds weken voor een realistisch en flexibel tijdspad. Dat is er nu, waarvoor dank aan de regering en aan onze diplomatie.
Op die manier kunnen we ook de lagere schoolmaniertjes van mensen als collega Hedebouw gemakkelijker weerleggen. Sketches geven om dat draagvlak te ondermijnen, wij doen daar niet aan mee. Stop alstublieft met die vijfdecolonnemanieren.
Nu is het echter ook absoluut nodig om verder te gaan. Naast het budget moet er ook worden geïnvesteerd in een echte Europese pijler, zodat Europa strategisch kan zijn en op eigen benen kan staan. Ik moedig u aan, samen met de regering, om echt werk te maken van een Europese defensie-unie en van een sterke Europese defensie-industrie.
Raoul Hedebouw:
Chers collègues, on a visiblement fait mal en pointant du doigt la soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain – les Macron, les Bart De Wever, tous ces gouvernements européens qui étaient effectivement à la remorque complète de Trump. C'est bien cela le problème. Votre problème, ce n'est pas le contenu du SMS. C'est qu'il a été révélé au monde. Voilà ce qui pose problème avec ce SMS.
Cette soumission est réelle et ne va pas nous apporter de la sécurité – pour ceux qui se poseraient la question de notre structure de sécurité. L'impérialisme américain est là pour déstabiliser le monde. Qu'est-ce que vous croyez? Que se passe-t-il aujourd'hui avec le génocide du peuple palestinien? On laisse faire. On laisse même transiter les armes. Cela va-t-il nous apporter de la sécurité? Vous êtes contents dans votre coin mais, les bombardements illégaux contre l'Iran, savez-vous ce que cela veut dire? No rules ! La loi du plus fort. C'est l'ouverture vers une troisième guerre mondiale.
Et vous croyez qu'on va y arriver? On entend aujourd'hui que les troupes américaines iront dans le Pacifique. Que va-t-il se passer? Une guerre Chine-Amérique? Allez l'Europe!
Darya Safai:
In de huidige geopolitieke toestand hebben we geen andere keuze dan te investeren in onze veiligheid en defensie. De verhoging van het budget zal gradueel verlopen en over 10 jaar gespreid zijn. We creëren bovendien opportuniteiten voor de Belgische industrie. Als founding father van het sterkste defensiebondgenootschap ooit herstellen wij daarmee ook onze betrouwbaarheid als bondgenoot.
We doen dat niet voor president Trump, collega’s. We doen dat voor de vrede, voor onze veiligheid en die van ons nageslacht. We mogen de veiligheid van Europa niet langer verwaarlozen door gewoon verder te gaan als freeriders. Het zal veel inspanningen vergen, maar we zijn blij dat deze regering er werk van maakt.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
Collega Vandeput liet mij weten gebelgd te zijn, en wel door de uitspraken van de heer Courard, die hem bepaalde zaken voor de voeten heeft geworpen.
Steven Vandeput:
Mijnheer de voorzitter, als 'gebelgd zijn' betekent dat iemand verontwaardigd is, dan moet ik bekennen dat ik dat deels wel ben. Het is immers de zoveelste keer dat de PS uit het rapport van het Rekenhof over de landcapaciteit fout citeert en echte beschuldigingen uit.
Dat doet mij denken aan vroeger. Toen wij met vriendjes speelden en iemand iets kapotgemaakt had, werd gevraagd wie dat had gedaan. De eerste die ontkende, was meestal de dader. Op die manier gaat het ook bij de PS.
Ik heb gezien wat de PS voor defensie kan betekenen. Het kan betekenen dat defensie wagens heeft waar een gewone mens niet in kan. Nog een mogelijkheid is dat aangekochte helikopters ondertussen aan de grond staan, omdat ze gewoon onbetaalbaar zijn. Ook kunnen obussen worden aangekocht die niemand kan gebruiken, zelfs het Belgische leger zelf niet. Dat is de houding van de PS.
Opnieuw kan ik u melden dat het Rekenhof in zijn rapport duidelijk stelt dat de government-to-governmentafspraak die met Frankrijk werd gemaakt, opportuun was. Ter zake was er volledige transparantie over het bedrag van 1,5 miljard euro aan materieelaankopen. Destijds zijn zowel de mensen als de onderhoudskosten opgenomen in de langetermijnbudgetten.
Feit is wel dat na mij opnieuw iemand van PS-signatuur werd aangesteld, die de zaak kennelijk helemaal in het honderd heeft laten lopen. De PS die wij kennen, draagt meestal geen zorgen voor wat zij overgedragen krijgt en al zeker niet voor wat ze moet overdragen. Daarnaast wijst de PS telkens opnieuw naar Vandeput, die nochtans niets anders gedaan heeft dan een government-to-governmentcontract te sluiten. Ik vraag mij daarom af wat de PS in dezen te verbergen heeft.
Voorzitter:
Je voudrais demander à M. Courard de réagir, mais il n'est plus ici.
Er werd ook verwezen naar mevrouw Dedonder. Ik geef haar één minuut om te reageren.
Ludivine Dedonder:
Monsieur le président, je ne comprends pas pourquoi je ne dispose que d'une minute.
Monsieur Vandeput, vous dites que vous n'avez rien fait d'autre. Je dirais plutôt que vous n'avez rien fait du tout! Vous avez laissé les factures au gouvernement précédent. Vous avez acheté les F-35 sans prévoir le personnel nécessaire ni les infrastructures pour les abriter. Vous avez sous-budgété le quartier de l'état-major. Concernant la frégate, rien n’a été prévu: un milliard de déficit.
Vous n'avez rien fait du tout et aujourd’hui vous répétez les mêmes erreurs. Vous allez acheter américain. Vous n'allez absolument pas investir dans le développement économique de notre pays et de l'Europe. Vous n'allez pas soutenir les industries. Vous allez faire travailler le personnel jusqu'à 67 ans. Dans vos 34 milliards, il n'y a même pas un euro pour s'occuper du personnel!
À votre place, je ne donnerais pas de leçons, monsieur "qui n'a même pas atteint 1 % de PIB".
Steven Vandeput:
Dat was mooi ingestudeerd. Ik zal niet reageren op die klinkklare nonsens. Wij erfden Defensie destijds in een staat waarin ze niet capabel was te doen wat moest. We hebben het tij proberen te keren door in mensen en materieel te investeren. Ik vertrouw erop dat deze regering opnieuw zal doen wat nodig is om Defensie slagkrachtig te maken en om de verwachte bijdrage te leveren. Mevrouw Dedonder, u hebt veel gezegd, maar nog altijd niet geantwoord op mijn vraag: wat hebt u te verbergen? Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes met uw strategisch plan.
De tender voor de levering van 600 treinen en de gevolgen voor de werkgelegenheid in België
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Annick Lambrecht (Vooruit) dringt erop aan dat de NMBS de 3,4 miljard euro-treinenbestelling toekent aan Alstom Brugge (700 banen op spel) in plaats van Spaanse concurrent CAF, ondanks een prijsverschil van 100 miljoen euro, om lokale werkgelegenheid en expertise te behouden. Minister Crucke benadrukt de autonomie van de NMBS en wijst op lopende technische en juridische rapporten die de uiteindelijke beslissing bepalen, zonder zelf in te grijpen. Lambrecht blijft kritisch, verwijzend naar buurlanden die eigen industrie beschermen, en eist garanties voor Belgische jobs. De minister belooft transparantie en maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar stelt geen concrete oplossing voor.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, morgen is voor velen een dag als een andere, maar niet voor de 700 werknemers, de vele toeleveranciers en hun families van treinenbouwer Alstom in Brugge. Al hun jobs zijn bedreigd. De NMBS startte immers onderhandelingen met het Spaanse CAF. Onbegrijpelijk!
Alstom Brugge is een lokaal bedrijf met wereldfaam, met een expertise om trots op te zijn, om te koesteren. Maar morgen zou de raad van bestuur van de NMBS een beslissing nemen over een megabestelling van nieuwe treinen voor maar liefst 3,4 miljard euro.
Mijnheer de minister, het kwalitatieve verschil tussen het Spaanse bedrijf en Alstom Brugge is miniem. Het prijsverschil tussen de offerte van het Spaanse bedrijf en dat Alstom bedraagt 100 miljoen euro, 100 miljoen aan belastinggeld. Een keuze voor het Spaanse CAF zou de doodsteek betekenen voor Alstom Brugge, voor 700 werknemers, want een dergelijke aanbesteding zorgt voor jarenlange werkzekerheid.
Mijnheer de minister, Vooruit werkt elke dag keihard voor wie werkt. Ik herhaal mijn vraag: hoe garandeert u lokale werkgelegenheid in ons land in het kader van de betreffende aanbesteding, maar ook in het kader van toekomstige aanbestedingen?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw de volksvertegenwoordigster, ik dank u voor uw vraag. Allereerst wil ik een fundamenteel principe in herinnering brengen. Men kan niet de autonome bedrijfsvoering van autonome overheidsbedrijven eisen en tegelijk de minister vragen naar de concrete gevolgen van een beslissing. De NMBS beschikt over juridische autonomie en beslissingsautonomie. Die autonomie wordt geregeld door haar statuten, de beheersovereenkomst en het recht dat van toepassing is op autonome overheidsbedrijven.
Beslissingen over de plaatsing van overheidsopdrachten, in casu in de zogenaamde deal van de eeuw voor de vernieuwing van het rollend materieel, vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de raad van bestuur van de NMBS. Die raad handelt volledig onafhankelijk. Overigens, geen enkele vertegenwoordiger van de partij Les Engagés heeft er zitting in.
Om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen, heeft de NMBS twee aanvullende rapporten laten opstellen, een technisch en een juridisch rapport, om allerlei elementen te onderzoeken alvorens haar oorspronkelijke keuze te bevestigen of te herzien. Als minister beschik ik momenteel niet over die rapporten. Het is dan ook onmogelijk om vooruit te lopen op of commentaar te geven over de inhoud van een conclusie die nog niet bekend is..
Ik zal uiteraard met grote aandacht de verdere stappen van de raad van bestuur volgen en ervoor zorgen dat, met inachtneming van de autonomie van de ondernemingen, de beginselen van transparantie, maatschappelijke verantwoordelijkheid en eerbiediging van het recht volledig worden gewaarborgd.
Tot slot, ik zal in het kader van de twee interpellaties ter zake straks uitgebreider terugkomen op aspecten die u in uw vragen aan de orde brengt.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar het stelt mij niet gerust. Voor de 700 werknemers van Alstom Brugge is het bang afwachten. Het is onbegrijpelijk, andere landen zorgen ook voor hun eigen werknemers. Kijk maar naar de buurlanden. Wij krijgen het niet uitgelegd dat onze NMBS zou kiezen voor een Spaans bedrijf in plaats van eigen kwaliteitsvolle werknemers. In België spoort men toch best met een trein die hier gemaakt is? Ja toch? Vooruit is de enige partij die steeds zal blijven opkomen voor alle werknemers van Alstom Brugge en wij rekenen op u.
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 19 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Niels Tas (Vooruit) kaart het groeiende gevaar van opgevoerde e-steps/fatbikes (tot 100 km/u) aan, die zware ongevallen veroorzaken, en pleit voor snelheidsmeters voor politie om deze voertuigen effectief te controleren—een wijziging in de regelgeving zou volstaan. Minister Crucke bevestigt dat snelheidsnormen onder zijn bevoegdheid vallen, maar homologatie van meettoestellen bij de gewesten ligt, en handhaving onder minister Quintin (Veiligheid); inbeslagnames zijn nu al mogelijk met parkettoestemming. Tas benadrukt dat strengere regels onvoldoende zijn zolang illegale verkopers ze omzeilen en dringt aan op snelle, kosteloze aanpassingen voor betere politiecontroles. Kernpunt: dringende nood aan gecoördineerde actie (wetswijziging + gewestelijke samenwerking) om levensgevaarlijke snelheidsoverschrijdingen tegen te gaan.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, op de fiets voorbij gesjeesd worden door een supersnelle e-step of een fatbike, we hebben het allemaal al eens meegemaakt. Politiediensten, ziekenhuizen en experten trekken al langer aan de alarmbel. Volgens onze spoeddiensten blijft het aantal ongevallen met e-steps toenemen, wat leidt tot vreselijke breuken en verwondingen. Chirurgen zijn soms uren bezig om mensen weer enigszins toonbaar te maken, zo getuigde een spoedarts onlangs nog.
Dankzij Vooruit werden de regels voor e-steps al duidelijker en strenger. Er geldt nu een minimumleeftijd van 16 jaar, een verbod om op het voetpad te rijden en een verbod op het gebruik van een e-step met meerdere personen tegelijk. Dat is enorm belangrijk voor onze veiligheid.
Toch ziet de politie een nieuw fenomeen opduiken. Opgedreven e-steps en fatbikes halen vandaag snelheden tot 100 kilometer per uur, in plaats van de toegelaten 25 kilometer per uur. Dat is levensgevaarlijk. Onze politie doet het nodige en voert heel wat controleacties uit, maar de toestellen zijn verouderd. Zo holt de politie achter de feiten aan. Nieuwe snelheidsmeters of speedguns zijn essentieel om opgedreven voertuigen van de weg te kunnen halen.
Beste collega’s, dergelijke toestellen bestaan. In andere Europese landen worden ze al gebruikt, maar bij ons geraakt het niet geregeld. Nochtans, zo stelt Vias institute, kan het probleem met de toevoeging van één simpele zin in onze regelgeving worden opgelost.
Mijnheer de minister, zult u ervoor zorgen dat onze politiediensten snel over de juiste toestellen kunnen beschikken om e-steps en fatbikes die zulke gevaarlijke snelheden halen, van de weg te halen, voor veilig verkeer voor ons allemaal?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Tas, in de huidige context van de aanzienlijke toename van het gebruik van elektrische steps is het, zoals u hebt aangegeven, essentieel om te waarborgen dat alle weggebruikers op een veilige manier naast elkaar kunnen bestaan. Dat houdt in dat de naleving van de regels, in het bijzonder de snelheidsbeperking, moet kunnen worden gecontroleerd. Het opstellen van snelheidsnormen valt wel degelijk onder mijn bevoegdheid.
Het gebrek aan instrumenten voor de politie om de snelheid van elektrische steps te meten, moet worden besproken met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, Bernard Quintin. De toestellen voor de controle van de snelheid vallen echter onder de bevoegdheid van de gewesten. De gewestelijke metrologie is dus bevoegd om de curvometers te homologeren die moeten dienen om de snelheid van elektrische steps te meten.
Momenteel kunnen politiecontroles leiden tot de inbeslagneming van elektrische steps die de maximumsnelheid van 25 kilometer per uur overschrijden, mits toestemming van het parket.
Een aanpassing in de wet dient zich aan en ik wil mij daartoe zeker engageren, maar de bevoegdheid over de politie zit, zoals u weet, in handen van collega-minister Bernard Quintin.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, veilig verkeer is voor Vooruit, en ook voor u, een topprioriteit. We hebben met Vooruit de regels voor e-steps de voorbije jaren al strenger en duidelijker gemaakt, maar de realiteit is dat de situatie alweer veranderd is en dat illegale verkopers manieren blijven zoeken om die steps toch op de markt te brengen en de wetgeving te omzeilen. We zullen dus moeten samenwerken en snel handelen om dat opnieuw op te lossen, want het aantal ongevallen blijft toenemen. Het komt dus u en ons allemaal in het Parlement toe om ervoor te zorgen dat we kunnen doorpakken. Er is ook goed nieuws, collega’s. In de voorbije uren hebben we al heel wat gedebatteerd over geld. Welnu, deze maatregel kost geen geld, maar zal onze politie wel extra ondersteunen. Voor Vooruit is het duidelijk: iedereen moet veilig de weg op kunnen.
De VN-top over Gaza
De VN-top over Gaza
Palestijnse kwestie, VN
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België dringt aan op onmiddellijke humanitaire hulp, een staakt-het-vuren en erkenning van Palestina tijdens de VN-top in New York, maar minister Prévot benadrukt dat concrete erkenning afhangt van vooruitgang (ontwapening Hamas, legitiem Palestijns bestuur) en Europese eenheid ontbreekt voor sancties tegen Israël. Hij onderzoekt opsorting van het EU-Israël Associatieverdrag (handel) en steunt de tweestatenoplossing, maar concrete stappen blijven vaag. Parlementsleden eisen scherpere veroordeling van Israëlisch geweld, sancties tegen extremistische ministers en druk voor onvoorwaardelijke hulptoegang, terwijl Prévot wijst op diplomatieke inspanningen zonder directe toezeggingen. België sluit zich aan bij de Frans-Saoedische conferentie, maar resultaten blijven onzeker.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza blijft duren. Er zijn al tienduizenden burgerslachtoffers gevallen en er zijn dagelijks bombardementen. De toegang tot voedsel, water en medicijnen wordt geweigerd en als een wapen ingezet. Ziekenhuizen en hulpverleners worden beschoten.
Vooruit koos er van in het begin voor om aan de kant van de onschuldige slachtoffers te staan en aan de kant van het internationale recht. Onze ministers, Caroline Gennez en Frank Vandenbroucke, stuurden in de vorige legislatuur voedsel, drinkwater en medicijnen naar Gaza. Toen de grenzen sloten, schakelden zij over naar hulp vanuit de lucht, met de moed der wanhoop.
Moed moeten we vandaag nog meer tonen. Dit Parlement nam een krachtige resolutie aan, met een duidelijke oproep om sancties op te leggen aan Israël, om humanitaire hulp opnieuw toe te laten en om tijdens de VN-top stappen te zetten naar een tweestatenoplossing met de erkenning van Palestina. We zijn een klein land, maar we moeten alles doen, alles, om deze waanzin te stoppen.
Mijnheer de minister, volgende week reist u naar New York voor de langverwachte VN-top over Palestina. Zult u daar pleiten voor Europese sancties tegen Israël? Bent u bereid om het Associatieverdrag met Israël op te schorten? Wij rekenen op u.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, in Gaza zijn alle rode lijnen allang overschreden, letterlijk alle rode lijnen. Kinderen worden vermorzeld onder het puin en mensen worden neergemaaid tijdens voedselbedelingen. Vele Belgen zijn terecht verontwaardigd en zullen waarschijnlijk ook zondag opnieuw massaal op straat komen om een rode lijn te trekken.
Het is ook onze plicht als volksvertegenwoordigers om op te komen tegen genocide, tegen honger als oorlogswapen en tegen Israëlische ministers die oproepen om de inwoners van Gaza als dieren te behandelen en uit te hongeren. Het is tijd voor actie, waartoe onze resolutie heeft opgeroepen. Het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada hebben deze week nog sancties ingesteld tegen oorlogsmisdadigers als Ben-Gvir en Smotrich. Ierland wil producten uit Israëlische nederzettingen bannen. Wat doet de Europese Unie echter? Zij doet niks, nada, nougatbollen, zoals ze in Vlaanderen zeggen.
Mijn vraag is dan ook de volgende. Welke sancties zal België op de tafel van de Europese Unie leggen? Zoals mijn collega reeds aangaf, vindt volgende week een VN-conferentie plaats over de erkenning van Palestina in het kader van een tweestatenoplossing. Het is geen geheim dat de cd&v al heel lang achter die erkenning staat. Wat heeft België ondernomen in de aanloop naar die conferentie om druk uit te oefenen voor een tweestatenoplossing met de erkenning van Palestina? Wat heeft België dus ondernomen om Gaza niet alleen voedsel te geven, maar ook enige hoop? Daarop hebben de Palestijnen immers recht.
Maxime Prévot:
Mevrouw Lambrecht, mevrouw Van Hoof, de situatie in Gaza is een schande en de toestand is er uiterst dramatisch. Daarom blijft dat onderwerp een absolute prioriteit. Samen met mijn diensten doe ik mijn uiterste best om ervoor te zorgen dat de humanitaire hulp de burgers bereikt, om een staakt-het-vuren te bewerkstelligen, om de gijzelaars vrij te krijgen en om de Israëli’s en de Palestijnen opnieuw aan de onderhandelingstafel te krijgen om samen te werken aan een vreedzame co-existentie op lange termijn.
Zoals u weet, is de regering op mijn initiatief een reeks engagementen aangegaan. We zijn in contact met alle betrokken landen om een manier te vinden om Belgische en internationale, beschikbare humanitaire hulp binnen te brengen. Vrachtwagens zitten vol en wachten op de opening van de lange grenzen doorheen Israël. We proberen ook andere middelen, met name luchttransport, in te zetten, maar die zullen een landtoegang niet vervangen, wat de absolute prioriteit blijft. We blijven ook op verschillende manieren aandringen om verdere stappen te nemen. Ik heb namens België gevraagd om een onderzoek naar de naleving van artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël. Ik herinner u eraan dat de volgende stap de opschorting van het handelsaspect van de overeenkomst zou kunnen zijn.
De regering heeft besloten zich aan te sluiten bij de Frans-Saoedische dynamiek, die zal uitmonden in de conferentie van volgende week in New York. Ik zal daarheen gaan en ik ben van plan actief deel te nemen. Dat is ook waar de parlementaire resolutie van de meerderheid om vroeg. Mijn teams werken achter de schermen actief mee aan de voorbereiding van deze conferentie, samen met hun collega’s in New York. De details van wat Frankrijk en Saoedi-Arabië op 18 juni zullen presenteren, zijn echter nog niet gecommuniceerd.
Gisteren had ik hierover nog contact met mijn Franse ambtsgenoot. De besprekingen tussen landen zijn intens.
Op dit moment is het niet mogelijk om te voorspellen wat het resultaat van deze conferentie zal zijn. De situatie evolueert van dag tot dag. Laten we niet vergeten dat volgens president Macron zelf concrete vooruitgang, waaronder de mogelijke erkenning van Palestina, vereist dat meerdere elementen samenvallen.
President Macron en zijn diensten zijn zelf volop in onderhandeling. De erkenning van Palestina maakt deel uit van het perspectief van de tweestatenoplossing, die we ondersteunen. Wij zijn ervan overtuigd dat dat de beste optie is om het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk te garanderen, maar ook de sociaaleconomische toekomst van zowel het Palestijnse als het Israëlische volk.
Opdat een dergelijke erkenning mogelijk wordt en zoveel mogelijk positieve effecten zou hebben voor zowel Palestina als Israël, moeten we op verschillende fronten vooruitgang boeken. Het is niet voldoende om alleen een verklaring af te leggen, hoe symbolisch die ook mag zijn. Er is een ontwapening van Hamas nodig en een capabel en legitiem Palestijns bestuur voor geheel Palestina. De brief die president Abbas aan president Macron heeft gestuurd, vormt een zeer positieve en bemoedigende stap in dat opzicht. Bij mijn terugkeer zal ik uiteraard uitgebreid verslag uitbrengen van de conferentie (…)
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, inderdaad, de situatie is een schande. Laat het duidelijk zijn, de maat is meer dan vol. De gruwel in Gaza moet stoppen. Tienduizenden doden, twee miljoen mensen op de vlucht, mensen die honger lijden, mensen die sterven van de honger, kinderen die sterven door ondervoeding. Dit moet stoppen. België moet Palestina erkennen. België moet oproepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en moet pleiten voor een onmiddellijke en onvoorwaardelijke toegang tot humanitaire hulp.
De VN-top is het moment bij uitstek voor u om het disproportionele geweld van Israël te veroordelen – ik herhaal, het disproportionele geweld van Israël te veroordelen – en als Europa krachtig op te treden. Wij rekenen op u. Dank u.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord en voor alle inspanningen die u levert. Ik geloof ook sterk in uw persoonlijk engagement ter zake. Dat hebben we ook al kunnen lezen in verschillende interviews. We stellen echter vast dat Israël intussen vlijtig blijft bouwen op de Westelijke Jordaanoever. Palestina wacht daarentegen al decennialang op de erkenning van zijn bestaansrecht. U zei terecht dat president Abbas een zeer bemoedigende brief heeft geschreven met belangrijke elementen erin. De positieve stappen komen opnieuw van hun kant. We moeten die kansen grijpen. Ik hoop dat er ook in New York vooruitgang wordt geboekt richting een tweestatenoplossing. Erkenning is echter niet voldoende, er zijn ook sancties nodig. Het is jammer dat ik uw antwoord niet volledig heb kunnen horen. We moeten druk blijven uitoefenen op Israël om voedselhulp effectief toe te laten. We kunnen niet langer toekijken. De rode lijn is overschreden en wij moeten nu in actie komen.
De Dag van de Fietskoerier en de erkenning van peer-to-peerplatformen door de fiscus
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Anja Vanrobaeys (Vooruit) kaart de structurele uitbuiting van fietskoeriers aan: onverzekerd, valse accounts, kinderarbeid en misbruik van het bijklusstatuut—ondanks rechtspraak die dit verbiedt—wat eerlijke platforms zoals Takeaway.com wegconcurreert en stakingen uitlokt. Eis: onmiddellijke intrekking van erkenningen voor frauderende platformen. Minister Jambon erkent de misbruiken in de platformeconomie (drempelverlagend maar fraudegevoelig) en belooft meer controles en actiepunten via het College voor Fraudebestrijding, maar blijft vasthouden aan de oorspronkelijke wetgevingsdoelen (zwartwerk bestrijden, administratieve last verlichten). Vanrobaeys repliceert dat controles onvoldoende zijn en dringt aan op directe sancties (intrekking erkenning), vergelijkbaar met de bouwsector, om oneerlijke concurrentie en sociale achteruitgang te stoppen—morgen staat ze in Gent naast stakende koeriers.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, morgen is het de Dag van de Fietskoerier. Dat is nodig, want fietskoeriers, die elke dag bij duizenden gezinnen eten aan huis leveren, worden uitgebuit, al jaren. Ze rijden onbeschermd, want zijn niet verzekerd. Er is sprake van valse accounts en platforms werken met minderjarigen en mensen zonder papieren. De multinationals gaan echt tot het uiterste om zoveel mogelijk winst te maken. De sociale uitbuiting gebeurt recht voor onze neus. Hoe komt dat? Dat is omdat wij het toelaten. Ze mogen werken volgens het goedkope regime van bijklussen, onbeschermd op onze straten.
Nochtans is er rechtspraak. Zelfs uw FOD Financiën heeft aangegeven dat dat statuut helemaal niet mag worden gebruikt. Het gevolg is dat valsspelers de regels blijven omzeilen, terwijl eerlijke spelers het onderspit delven. Twee weken geleden was er nog een staking van de fietskoeriers van Takeaway.com, omdat hun arbeidsomstandigheden achteruitgaan. Dat is heel schrijnend, want Takeaway.com was een van de betere spelers. Daar zijn de fietskoeriers werknemers met echte sociale bescherming, maar zij worden gewoon weggeconcurreerd.
Voor Vooruit is het helder: fietskoeriers verdienen een eerlijk loon en een sterke sociale bescherming en eerlijke platformen verdienen een eerlijk speelveld. Mijnheer de minister, kwetsbare mensen zijn nu het slachtoffer van uitbuiting en van het feit dat het allemaal toegelaten is. Ik heb maar één vraag voor u: wanneer zult u de erkenning intrekken van alle platformen die vals spelen.
Jan Jambon:
Mevrouw Vanrobaeys, de platformeconomie is de voorbije jaren sterk gegroeid. Dat is een positieve evolutie, want ze biedt heel wat voordelen. De deeleconomie verlaagt de drempel tot de arbeidsmarkt en daardoor is vaak een opstap naar reguliere tewerkstelling mogelijk.
We mogen en zullen echter niet blind zijn voor de misbruiken in de deeleconomie, want die zijn er – u hebt ze opgesomd – en jammer genoeg zijn het er te veel. Om die misbruiken aan te pakken, zijn duidelijkere regels nodig en ook een betere en correctere handhaving.
Het regeerakkoord is op dat vlak heel duidelijk. We verhogen het aantal controles op de platformen in de deeleconomie.
Daarom rekenen wij ook op de expertise van het College voor de strijd tegen de fiscale en de sociale fraude. Wij geven het de opdracht om actiepunten uit te werken voor de platformeconomie, zodat misbruiken op een efficiëntere manier kunnen worden aangepakt.
Voor de regering is het vooral belangrijk dat de oorspronkelijke doelstellingen van de wetgeving behouden blijven, doelstellingen die u ook in uw voorstel van resolutie benoemt, namelijk het zwartwerk tegengaan, een nieuwe vorm van economie stimuleren en de mogelijkheid creëren om zonder veel administratieve rompslomp een beperkte activiteit uit te oefenen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, controles zijn inderdaad nodig. U kunt echter niet op elke hoek van de straat een politieagent of een sociaal inspecteur zetten. Wij vinden oneerlijke concurrentie in de bouwsector terecht onaanvaardbaar, want onze aannemers mogen daardoor niet failliet gaan. Echter, voor fietskoeriers staan wij erbij en kijken ernaar. Ik betreur dat. Dat mogen wij niet langer toelaten. Stop de uitbuiting. Trek de erkenning in. Morgen sta ik zij aan zij met de fietskoeriers in Gent. Vooruit zal altijd blijven strijden voor een degelijk statuut voor de fietskoeriers, want voor ons mag digitale vooruitgang niet gepaard gaan met sociale achteruitgang.
De stijging van de voedselprijzen en de nood aan een hoger maaltijdchequebedrag
De stijging van de voedselprijzen en de impact op de koopkracht
Voedselprijzen, koopkracht en maaltijdcheques.
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 5 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie (Vooruit en PTB) kaart de stijgende voedselprijzen (tot 44%) en dalende koopkracht aan, eist snelle verhoging van maaltijdcheques (van €8 naar €12) en kritiseert het uitblijven van beloofde loonsverhogingen (o.a. de "500 euro extra"). Minister Clarinval benadrukt dat de automatische loonindexering (5,5% in 2025-2026) en fiscale maatregelen (hogere belastingvrije som, werkbonus) de koopkracht moeten beschermen, maar geeft geen concrete timing voor de maaltijdcheques. Vooruit dringt aan op onmiddellijke actie via een eigen wetsvoorstel, terwijl PTB shrinkflation-melding en 0% BTW op voeding eist als directe oplossingen. De spanning draait om dringendheid vs. structurele maatregelen, met beschuldigingen van leegloop beloftes en te trage uitvoering.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, iedereen merkt het in de winkel, de prijzen blijven maar stijgen. Zo is chocolade 44 % duurder, zijn sinaasappelen 20 % duurder en koffie 18 %. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Mijnheer de minister, dat zijn geen luxeproducten, dat is de basis van de winkelkar van elk gezin.
Collega’s, Vooruit is de partij van de koopkracht. Dat was gisteren zo, dat is vandaag zo en dat zal morgen niet anders zijn. Vandaar dat we zo hard gestreden hebben voor het behoud van de automatische loonindex. Als de prijzen in de winkels stijgen, dan moeten de lonen automatisch mee evolueren. Dat is logisch. Zo beschermt Vooruit de koopkracht van gewone werkende mensen. Die strijd zetten we voort, niet enkel voor de index, maar ook voor de hogere maaltijdcheques. Dat staat ook in het regeerakkoord, ze moeten van 8 euro naar 12 euro. Dat is nu broodnodig, want de prijzen in de winkel stijgen. Het is dus noodzakelijk dat we de koopkracht van gewone werkende mensen blijven beschermen.
Dinsdag is het overleg tussen de vakbonden en de werkgevers vastgelopen. De bal ligt nu opnieuw in het kamp van uw regering, mijnheer de minister. Weet ook dat 80 % van de werkgevers die hogere maaltijdcheques willen en dat meer dan 60 % van hen dit zo snel mogelijk wil doorvoeren voor hun werknemers. Dat zijn de cijfers van Edenred.
Mijnheer de minister, zult u conform het regeerakkoord zo snel mogelijk werk maken van die hogere maaltijdcheques?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, chaque passage à la caisse est un coup de massue: le chocolat, le lait, le Gouda, le café, tout a flambé. Plus 31 % depuis janvier 2022, selon Testachats. Et pendant ce temps, les multinationales, elles, s'en mettent plein les poches.
Monsieur le ministre, les citoyens n'en peuvent plus. Vous aviez promis 500 euros supplémentaires pour le revenu du travail. Où sont-ils? Ils ne sont nulle part, monsieur le ministre, car c'est une nouvelle fois de la poudre aux yeux.
En matière de concertation sociale – dont je vous rappelle que vous avez également la charge –, là aussi, c'est le désert de l'Arizona. Toujours aucun accord interprofessionnel, aucune hausse salariale. Même pas une prime pour les secteurs qui tournent ni un geste sur les chèques-repas, rien. Quelle gifle pour celles et ceux qui tiennent notre économie à bout de bras! Pire encore, vous trafiquez l'index. Vous reportez les augmentations prévues pour les salaires, les pensions et les allocations. Résultat? Jusqu'à 150 euros de perte pour les travailleurs des services publics. Même les allocations familiales vont y passer.
Monsieur le ministre, je suis désolé de vous le dire, vous n'êtes pas le ministre de l' É conomie mais celui de la vie chère. Vous n'êtes pas le ministre du Travail mais celui de l'attentisme.
J'ai deux simples questions. En tant que ministre de l' É conomie, quelles mesures concrètes allez-vous prendre pour faire baisser les prix en magasin? En tant que ministre de la concertation sociale, allez-vous enfin permettre une augmentation des salaires et des chèques-repas?
David Clarinval:
Madame et monsieur les députés, j'ai pris connaissance des données statistiques macroéconomiques.
En effet, madame Vanrobaeys, nous constatons une hausse du prix des denrées alimentaires ces derniers mois. Je me réjouis toutefois du fait que pour la première fois depuis des mois, l'inflation soit redescendue à 2 %. Cette donnée a aussi son importance et est beaucoup plus globale. C'est donc une bonne nouvelle pour de nombreux foyers.
Afin de protéger le pouvoir d'achat des ménages, nous maintenons un pilier essentiel de notre modèle social, l'indexation automatique des salaires, afin que les travailleurs puissent conserver un niveau de vie identique, même lorsque les prix augmentent. Cette indexation reste pleinement en vigueur. Comme vous vous en rappelez, elle a constitué un bouclier puissant pour les revenus des ménages, en particulier lors des pics d'inflation qui sont survenus en 2022 ou en 2023.
Pour la période 2025-2026, nous prévoyons une augmentation des salaires de 5,5 % via le mécanisme d'indexation automatique des salaires. Pour un salaire mensuel moyen de 4 318 euros bruts, le gain au profit des travailleurs sera de 104 euros nets par mois, soit 1 250 euros nets par an, au terme de ces deux ans, grâce à cette indexation de 5,5 %. Parallèlement, le salaire minimum sera également rehaussé de deux fois 35 euros bruts durant cette législature.
In haar regeerakkoord heeft de regering voorgesteld het wettelijk plafond voor de maaltijdcheques te verhogen met twee keer twee euro of een verhoging met vier euro in totaal. Deze verhoging zal gepaard gaan met een uitbreiding van de bestedingsmogelijkheden.
Tot slot, deze regering wil de koopkracht van de werknemers ook verder versterken via een fiscale hervorming die binnenkort vertaald zal worden in structurele fiscale maatregelen, zoals een verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere socialezekerheidsbijdrage en een verhoging van de werkbonus. Het gaat om belangrijke hefbomen die de koopkracht van de werknemers duurzaam zullen verbeteren.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U hebt wel verwezen naar het regeerakkoord, maar ik heb geen concrete timing gehoord. De prijzen stijgen nu. De mensen hebben net nu nood aan een sterke overheid die hun koopkracht beschermt met hogere maaltijdcheques. Vandaar dat de timing zo belangrijk is. Een meerderheid van de werkgevers wil die verhoging ook. Meer nog, er zijn bedrijven waar er al akkoorden met de vakbonden zijn over die verhoging. Ze wachten alleen nog op een beslissing van de regering.
Ik heb ter zake zelf een wetsvoorstel voorbereid. Dat kan eind deze maand nog goedgekeurd worden door het Parlement. We zijn bereid tot overleg, maar ik meen dat het superbelangrijk is dat we werk maken van een hogere waarde van de maaltijdcheques. Op die manier beschermen we de koopkracht van gewone werkende mensen, zodat ze hun winkelkar kunnen blijven betalen.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, c’est un peu cynique de vous targuer d’une augmentation. La seule augmentation qui sera finalement disponible, c’est l’indexation automatique des salaires – celle que nous défendons depuis plus d’un siècle. Les 500 euros promis, ce sera finalement deux fois 75 euros bruts sur la législature, c'est-à-dire, encore une fois, une mesure complètement nullissime. La semaine dernière, monsieur le ministre, j’ai proposé une mesure de bon sens: obliger les fabricants à signaler la shrinkflation sur l’emballage dans la grande distribution. Une telle mesure a été prise par des pays beaucoup plus volontaristes que nous comme l’Espagne et la France. Mais, malheureusement, cette majorité Arizona l’a refusée. Hier encore, mes collègues ont proposé la TVA à 0 % sur les produits alimentaires. Deux milliards d’euros que nous aurions pu rendre aux citoyens. Là aussi, vous avez voté contre. En revanche, pour aller chercher quatre milliards chez les pensionnés, là, malheureusement, vous êtes bien présents!
De studie over de vermogensongelijkheid
De vermogensongelijkheid in België
De studie over de vermogensongelijkheid
Het rapport over de vermogensongelijkheid
Vermogensongelijkheid in België: Studie en Rapport
Gesteld door
Vooruit
Achraf El Yakhloufi
PVDA
Kemal Bilmez
CD&V
Steven Matheï
PS
Hugues Bayet
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de ongerechtvaardigde belastingdruk op arbeiders versus het ontbreken van belastingen voor superrijken, met als kernpunt de voorgestelde meerwaardebelasting. El Yakhloufi (Vooruit) benadrukt dat de belasting de rijkste 1% moet raken, maar Bilmez (PTB) wijst op het grootste lek: vennootschappen die via gunstregimes (4 miljard verlies/jaar) de belasting ontwijken, en pleit voor een vermogensbelasting in plaats van symbolische maatregelen. Jambon (minister, N-VA) verdedigt de regering door te wijzen op verlaging van de lasten op arbeid, hogere minimumlonen en woningmaatregelen, maar ontkent niet dat vennootschappen ontsnappingsroutes houden. Critici (Bayet, Bilmez) hameren op structurele ongelijkheid en eisen daadwerkelijke herverdeling, terwijl Matheï (CD&V) een verhoging van de vrijstelling (20.000€) voorziet om kleine spaarders te sparen—wat tegenstanders als een nieuw "achterpoortje" zien.
Achraf El Yakhloufi:
Nu terug naar de echte realiteit, de realiteit van de gewone mens. De arbeider die elke dag in de fabriek zijn rug krom werkt. De poetshulp die dagelijks lange uren maakt. De zorgverleners die dag en nacht voor ons klaarstaan..
Zij dragen vandaag 45 tot 50 % van hun loon af. Waarom dragen zij dat af? Waarom moeten zij dat betalen? Omdat een ander deel van de samenleving dat niet doet: de superrijken. Zij verdienen geld – in de pocket, zoals sommige collega's hier zouden zeggen – en worden slapend rijk. Dat is goed voor hen, maar het probleem daarbij is dat zij vandaag nul euro belastingen betalen op de winst op hun aandelen.
Wel, collega's, in deze tijd moeten we de lasten eerlijk verdelen. Deze regering, met Vooruit, zorgt daarvoor. Het regeerakkoord is duidelijk: we verlagen de lasten op arbeid en we voeren een meerwaardebelasting in. Ik zie de minister knikken. Die meerwaardebelasting komt geen dag te vroeg.
U las het deze week, mijnheer de minister. Ook in België blijft de vermogensongelijkheid stijgen. Volgens de studie van de Universiteit Gent bezit de rijkste 1 % van de Belgen evenveel als de 75 % armste. En, mijnheer de minister, laat het die 1 % zijn die de meerwaardebelasting zal betalen. Dat heeft uw eigen administratie, de FOD Financiën, ook al bevestigd op basis van de voorwaarden van het regeerakkoord. Dus zonder achterpoortjes. Heel duidelijk.
De peiling van vorige week toonde ook aan dat velen ons daarin volgen. Maar liefst 61 % wil dat de allerrijksten bijdragen en dat (…)
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, de ongelijkheid in ons land is enorm groot. Volgens een nieuwe studie van de Nationale Bank bezit de rijkste 1 % van de bevolking evenveel als de armste 75 %. 1 % van de bevolking bezit dus evenveel als drie vierde van de bevolking. Dat is enorm en daar moet iets aan gebeuren.
Precies dat is echter wat deze regering weigert te doen. U wilt onze pensioenen afbouwen en onze sociale rechten aantasten, maar u weigert de superrijken te raken. Sommigen beweren hier dat de meerwaardebelasting de superrijken zal raken en dat er geen achterpoortjes mogen blijven bestaan. De achterpoortjes zijn echter niet het probleem wanneer de voordeur wagenwijd openstaat. Daarover zwijgt echter iedereen.
Die voordeur, mijnheer de minister, is het gunstregime voor vennootschappen. In bepaalde gevallen zijn vennootschappen volledig vrijgesteld van belasting op meerwaarde. Uw meerwaardebelasting is uitsluitend gericht op particulieren, niet op de superrijken, die hun aandelen beheren via vennootschappen. Zij zullen de meerwaardebelasting simpelweg niet betalen.
Dat fiscale gunstregime – of we het nu een achterpoortje of een voordeur noemen – kost ons gemiddeld 4 miljard euro per jaar volgens de FOD Financiën. Weet u hoeveel dat is? Dat is acht keer meer dan wat uw meerwaardebelasting zou opbrengen.
Ik neem aan dat de MR en uw partij daarmee bijzonder tevreden zijn. Stop echter met te beweren dat de meerwaardebelasting de superrijken zal raken. Als we de grootste vermogens écht willen laten bijdragen, is een vermogensbelasting de meest efficiënte en eenvoudige oplossing. Dat is de beste manier om alle achterpoortjes voor de superrijken in één keer te sluiten. Wij zeggen dat niet alleen, maar ook gerenommeerde economen als Gabriel Zucman en Thomas Piketty.
Dus mijn vraag aan u is: erkent u dat mensen die hun aandelen beheren via vennootschappen uw belasting niet zullen betalen? Zult u (…)
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, collega's, de vraag die moet worden gesteld, is wie die sterkste schouders zijn. Zijn dat de vader en moeder die elke maand 100 euro opzijleggen voor hun kinderen? Is dat de student die een studentenjob doet en een deel van zijn loon investeert in trackers? Zijn dat de ouders die wat aan de kant leggen zodat zij hun kinderen een zakcentje kunnen meegeven wanneer die het huis verlaten en een eigen woning kopen? Zijn dat de sterkste schouders?
Voor cd&v is het heel duidelijk: drie keer neen. Dat zijn niet de sterkste schouders. Het zijn de grotere vermogens die een bijdrage moeten doen. Dat is ook wat de Vlaming zegt. Dat hebben we vorige week geleerd uit de pers. De Vlamingen willen dat de lasten eerlijk worden verdeeld en dat de zwaarste lasten worden gedragen door de sterkste schouders. Dat is heel belangrijk om mee te nemen.
Zo komen we bij de meerwaardebelasting terecht. Voor ons moet dat een rechtvaardige meerwaardebelasting zijn. In de eerste plaats een meerwaardebelasting waar de grotere vermogens ook bijdragen, een meerwaardebelasting die een bepaalde opbrengst haalt, namelijk 250 miljoen volgend jaar en 500 miljoen tegen het einde van de legislatuur, en, last but not least, een meerwaardebelasting die ervoor zorgt dat de kleine spaarder niet de dupe is. Daarom pleiten wij voor een verhoging van de vrijstelling van 10.000 naar 20.000 euro. Dat is geen achterpoortje, dat zorgt er net voor dat de hardwerkende, sparende gezinnen worden ontzien.
Mijnheer de minister, wat zijn voor u de sterkste schouders?
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, faire de la politique, c'est évidemment essayer d'améliorer la vie de nos concitoyens et lutter contre les inégalités. J'espère vraiment que vous avez lu avec attention cette nouvelle étude de l'université de Gand (UGent), qui affirme que 10 % des Belges les plus riches possèdent 56 % de la richesse totale. Vous me direz qu'on le savait déjà, et vous aurez raison. Mais, ce qui est nouveau, c'est que ces inégalités perdurent et, pire, augmentent.
Nous savons aussi que la taxation des milliardaires est régressive. Plus les personnes sont riches, moins elles contribuent à la nécessaire redistribution des richesses. C'est vraiment le jackpot pour les milliardaires!
Pendant ce temps-là, avec le gouvernement Arizona, c'est la double peine pour les travailleurs. Pour les soignants, pour les cheminots, pour les policiers, pour les militaires, pour les enseignants, pour toutes les femmes qui travaillent à temps partiel, pour les pompiers, pour les indépendants… Bref, tous ces travailleurs, les mal-aimés de votre gouvernement qui, pourtant, bossent comme des dingues. Pour eux, pas de cadeaux fiscaux. Et pas d'augmentation du pouvoir d'achat non plus, nous l'avons bien compris. On verra en 2029, comme vous l'avez dit, si la situation budgétaire le permet.
Avec l'Arizona, tout le monde passe à la caisse, y compris les plus pauvres. Tout le monde raque, sauf, évidemment, les 10 % les plus riches. Eux, ils peuvent dormir sur les deux oreilles.
Moi, monsieur le ministre, je pense que les lignes doivent bouger. J'ai vraiment peur qu'avec ce gouvernement Arizona qui n'aime ni les femmes, ni les pensionnés, ni les travailleurs, mais qui adore les riches – ça, nous l'avons bien compris –, nous ne soyons pas sur le bon chemin.
Monsieur le ministre, comment comptez-vous remettre un peu de justice fiscale dans ce pays? Comment allez-vous faire pour rééquilibrer la fiscalité en taxant moins les travailleurs et un peu plus les milliardaires? Comment allez-vous vraiment lutter contre les inégalités qui ne cessent d'augmenter dans notre pays?
J'attends des réponses claires et précises, monsieur le ministre. Permettez-moi de vous rappeler que nous sommes dans la Maison des parlementaires. La démocratie s'exerce ici, et pas dans une conférence à 160 euros par personne.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, sta me toe eerst twee voorafgaande opmerkingen te maken.
Ten eerste, de studie wijkt enigszins af van de studie die de Nationale Bank van België begin 2024 heeft gepubliceerd en waaruit bleek dat de vermogensongelijkheid integendeel lichtjes was gedaald. Dat is een eerste opmerking.
De studie waarnaar u vandaag verwijst houdt alvast geen rekening met kinderen en vergeleek enkel het vermogen van volwassenen. Nochtans zijn er veel correctiemechanismen voor gezinnen met kinderen, zowel in de fiscaliteit als in de sociale zekerheid.
Een laatste opmerking is dat we bovendien niet uit het oog mogen verliezen dat in België de ginicoëfficiënt, zijnde de manier waarop ongelijkheid van inkomensverdeling binnen een land wordt berekend, tot de laagste van Europa behoort.
Dat betekent echter niet dat wij blind of ongevoelig zijn voor de mensen die elke dag opnieuw in ellendige omstandigheden leven.
Mais il est inexact d'affirmer que ce gouvernement ne s'emploie pas à instaurer plus de justice. Nous le faisons, par exemple, en demandant une contribution équitable aux épaules les plus larges. Ainsi, il y aura prochainement, entre autres, l'instauration d'une taxe sur les plus-values que le SPF Finances a calculée comme étant principalement payée par les plus riches. Ensuite, nous fermons également l'échappatoire à la taxe annuelle sur les comptes-titres.
De huidige regering beschouwt werk als de belangrijkste verzekering tegen armoede. Daarom moet werken voldoende lonen. We zetten als regering dan ook in op het verhogen van de laagste lonen. De belastingdruk op die lonen wordt verlaagd door de belastingvrije som op te trekken. Ten tweede stijgen de minimumlonen twee keer tijdens deze legislatuur. We verhogen de maaltijdcheques met tweemaal twee euro en behouden het indexmechanisme.
Daarnaast blijft het verwerven van een eigen woning een uitstekende verzekering tegen armoede. Daarom maken wij er een punt van om het voor mensen makkelijker te maken een woning te kopen. We doen dat via een belastingverlaging van 250 miljoen euro door het btw-tarief voor sloop en heropbouw van 21 naar 6 procent terug te brengen. Voor een gemiddelde woning betekent dat een besparing van 48.000 euro.
Achraf El Yakhloufi:
Het is tijd om door te pakken. De mensen die elke dag onze economie draaiende houden, betalen vandaag de volle pot. Zij hebben geen honderdduizenden euro’s over om te beleggen. Het zijn net die mensen die we vandaag moeten belonen. Dankzij Vooruit komt er nu eindelijk een meerwaardebelasting. In andere landen is dat al jaren normaal. In andere landen wordt al meerwaardebelasting betaald.
Het is tijd dat ook bedrijven of personen die miljoenen euro winst maken op aandelen eindelijk eerlijk bijdragen. Iedereen gelijk voor de wet, zonder achterpoortjes. Over die achterpoortjes gesproken, ik doe hier een oproep aan de minister van Begroting om geen achterpoortjes in te bouwen. Stop met zaken die niet in het regeerakkoord staan. Maak dat extern, maar ook intern duidelijk, mijnheer de minister van Begroting. Het is gewoon een kwestie van eerlijkheid.
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, u hebt niet geantwoord op mijn vraag. Ik heb u specifiek gevraagd naar het achterpoortje bij vennootschappen, maar u hebt daar niet op geantwoord.
We spreken hier over een studie betreffende vermogensongelijkheid en u begint over maaltijdcheques. Is dat hoe het vermogen van gewone mensen wordt verhoogd? Vervolgens verwijst u naar de studie van de FOD Financiën. Wij hebben die studie ook gelezen, evenals die van de Inspectie van Financiën. Daaruit blijkt dat de inkomsten zeer onzeker zijn.
U, de minister van Begroting, stelt ook dat het bedrag van 500 miljoen nooit gehaald zal worden. Uw kabinetschef zei ook dat dit nonsens was. Gelooft u zelf in alles wat u zegt? En hoe vaak gaat u dat nog herhalen, dat vraag ik mij af.
De afbraak van de lonen en van onze sociale zekerheid is al lang bepaald. Alle cijfers zijn helder. Maar over die ene kleine bijdrage die u vraagt van de sterkste schouders blijft u onwaarheden vertellen en er vrijstellingen en achterpoortjes voor uitvinden.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Inderdaad, er is nog steeds sprake van vermogens- en inkomensongelijkheid. Daarom worden er maatregelen genomen, waarvan u er enkele hebt opgesomd. Het is echter van belang dat we extra middelen halen daar waar ze te vinden zijn.
Daarom pleiten wij opnieuw voor een rechtvaardige meerwaardebelasting. Daarbij hoort een zekere vrijstelling. Dat zijn geen achterpoortjes, collega's. Integendeel, dat zorgt ervoor dat sparende gezinnen worden ontlast. Trouwens, zoals blijkt uit het rapport van de FOD Financiën, weerhoudt ons dat er niet van om de beoogde opbrengsten te krijgen.
Hervormingen zijn van groot belang, maar deze moeten op een menselijke manier plaatsvinden, waarbij de lasten eerlijk worden verdeeld. Dat is waar CD&V voor staat.
Hugues Bayet:
Je vous remercie, monsieur le ministre. Nous l'avons bien compris, tout va très bien madame la marquise, mais pourtant d'autres choix étaient possibles, monsieur le ministre. Il y a un an, au G20, le Brésil a proposé l'instauration d'une taxe minimale de 2 % sur les 3 000 milliardaires que compte le monde. L'Espagne a franchi le pas, la France est en train d'avancer. Chez nous, rien! Chez nous, le gouvernement a fait d'autres choix et choisi d'autres cibles. Les futurs pensionnés devront travailler plus pour gagner moins. Toutes les femmes travaillant à temps partiel perdront beaucoup. Deux milliards seront économisés dans les soins de santé. La fonction publique sera sacrifiée, avec tous les services offerts à nos concitoyens. Tous nos travailleurs ne verront pas leur pouvoir d'achat augmenter. Enfin, peut-être dans cinq ans, qui sait. Même la Cour des comptes et l'Inspection des finances ne croient pas en vos chiffres. En tout cas, nos travailleurs, eux, verront leurs conditions de travail se dégrader tout de suite. Tout cela en vous cachant derrière la situation du pays. Franchement, cela ne va pas, monsieur le ministre. Il faut oser, oser aller chercher l'argent là où il se trouve, dans les mains des 10 % les plus riches, et laisser les 90 % qui contribuent déjà à (…)
Het sociaal overleg bij Defensie
Gesteld door
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Axel Weydts (ex-militair) benadrukt de nood aan erkenning en zekerheid voor militairen, wier motivatie en inzet onder druk staan door onduidelijkheid over pensioenen, werkomstandigheden en toekomst, en vraagt om snel een rechtvaardig sociaal akkoord. Minister Francken bevestigt dat de pittige maar constructieve gesprekken met vakbonden doorgaan (deadline 2 juni voor input, antwoord uiterlijk 6 juni) en streeft naar een geleidelijke pensioenhervorming met aandacht voor de unieke risico’s van het beroep, ondanks bezorgdheden over vergoedingen en tempo. Beide partijen onderstrepen het belang van dialoog om vertrouwen te herstellen en gemotiveerd personeel te behouden, cruciaal voor defensie en nationale veiligheid. Weydts biedt steun vanuit Vooruit voor een krachtig akkoord dat militairen waardeert en oproept tot verdere onderhandelingen.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, voor heel veel militairen is het geen uitzondering maar dagdagelijkse kost om vier maanden van huis te zijn, om vier maanden weg te zijn van partner en kinderen en om vier maanden in een risicovolle operatie onder permanente stress te zitten. U weet dat ik uit eigen ervaring spreek.
Bij Defensie werken zeer gepassioneerde mensen die er voluit voor gaan om de veiligheid van ons allen te garanderen. Net daarom is het zo belangrijk dat we ze koesteren. Deze regering zal met Vooruit fors investeren in defensie en onze veiligheid, want dat is broodnodig. De wereld staat in brand en Europa zal meer dan ooit zijn eigen verantwoordelijkheid moeten opnemen. Investeren in materieel en het aanwerven van duizenden mensen is essentieel.
Mijnheer de minister, wat is men met het beste materieel ter wereld als er geen gemotiveerd personeel is om het te bedienen? Militairen zijn bereid om hun eigen leven te geven voor de veiligheid van ons allemaal. Die unieke opoffering moet erkend en gewaardeerd worden. Ik hoor vandaag heel veel onzekerheid bij de militairen. Er heerst onzekerheid over hun toekomst, over hun pensioen en over hun werkomstandigheden. Die onzekerheid weegt op hun motivatie, op hun gezin en ook op hun inzet.
Mijnheer de minister, deze week zat u samen met onze vakorganisaties. We vernemen dat die gesprekken moeizaam verlopen. Volgens mij is dat logisch aan het begin van het opstarten van een sociaal akkoord. Mijnheer de minister, wanneer zit u opnieuw rond de tafel met de vakbonden? Hoe zult u ervoor zorgen dat u snel tot een krachtig en rechtvaardig sociaal akkoord kunt komen?
Theo Francken:
Dank u, mijnheer Weydts. U hebt heel veel ervaring, ook als militair. Ik heb daar veel respect voor. Dat weet u.
Gisteren zat ik inderdaad samen met de representatieve vakorganisaties om de pensioenregeling van onze militairen te bespreken. Ik moet eerlijk zeggen dat ik verrast was door hun forse communicatie, onder meer via een persbericht waarin werd vermeld dat ze gezamenlijk zijn opgestapt. Mijn beleving was echter geheel anders.
Het gesprek was pittig, maar het verliep hoffelijk en correct. Het werd ook op die manier afgerond, met een handdruk, waarbij de nodige afspraken werden gemaakt over het verdere verloop van het sociaal overleg. Tot 2 juni kunnen de vakbonden bijkomende vragen en opmerkingen schriftelijk indienen, die wij tegen 6 juni zullen beantwoorden. Op basis daarvan zal ik een aangepast voorstel formuleren en het bespreken met zowel mijn regeringspartners als de vakbonden. Mijn doel blijft om de operationele inzet van onze militairen eerlijk te vergoeden en conform het regeerakkoord de pensioenhervorming geleidelijk te laten verlopen. Daarbij wil ik ook de specificiteit van het militaire beroep onderstrepen.
Het militaire beroep, zoals u terecht opmerkt, mijnheer Weydts, is uniek. De verplichtingen, risico’s en beperkingen die onze mensen dagelijks dragen, vragen om een aangepaste en rechtvaardige benadering. Een eerste voorstel om daaraan tegemoet te komen werd gisteren aan de vakorganisaties bezorgd, mondeling toegelicht en besproken. Uit dat overleg blijkt dat er nog werk aan de winkel is. Er zijn voornamelijk bekommernissen over de geleidelijkheid van de maatregelen en over een meer billijke vergoeding voor de prestaties.
Dit is geen eenvoudige oefening. Dat beseffen we allemaal. Het raakt aan fundamentele belangen en roept begrijpelijkerwijs emoties en bezorgdheden op. Frictie in een dergelijk proces is dan ook niet ongewoon. Daar heb ik begrip voor. Ik engageer me echter om dit zo snel mogelijk verder te bespreken met onze coalitiepartners.
Ik begrijp de bezorgdheden van de vakorganisaties en van onze militairen en neem deze zeer ernstig. Ik zal hun belangen en inzet dan ook nooit uit het oog verliezen. Alleen via dialoog en samenwerking kunnen we tot een duurzame oplossing komen en ik plan dan ook (…)
Axel Weydts:
Bedankt, mijnheer de minister. Uw antwoord stemt me tevreden. Onze militairen verdienen een sterk sociaal akkoord. In Vooruit zult u altijd een partner vinden om tot een sterk akkoord te komen dat het vertrouwen herstelt en de militairen de waardering geeft die ze verdienen. Dat is ook in het belang van ons allemaal. Het gaat immers over gemotiveerde militairen die maandenlang in operatie zijn en zorgen voor onze veiligheid. Daarom is het belangrijk om te blijven praten en te werken aan dat sociaal akkoord. Ik roep u en de vakbonden dan ook op om terug aan tafel te gaan om te blijven praten en een sterk akkoord te bewerkstelligen in het belang van onze militairen en de veiligheid van ons allemaal.
Het zorgpersoneel
De betoging van de zorg- en de non-profitsector
Protesten in zorg en non-profit
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de noodkreten van het zorgpersoneel en de politieke reacties op personeelstekorten, werkdruk en pensioenhervormingen. Vooruit (Bertels/Vandenbroucke) benadrukt 3,9 miljard extra investeringen, loonindexering, administratieve verlichting en een sociaal akkoord om het beroep aantrekkelijker te maken, terwijl Merckx (ptb) de onhaalbare pensioenleeftijd (67 jaar), gebrek aan concrete verbeteringen op de werkvloer en hypocrisie van de regering aanklaagt, die volgens haar mee de sociale afbraak bestuurt. De minister belooft wettelijke garanties voor lonen en opleidingen, maar Merckx blijft sceptisch over de praktische uitvoerbaarheid en impact op langdurige zorgverleners.
Jan Bertels:
Met je ziek kind naar de huisarts, met je zwangere echtgenote op controle of met je ouders of grootouders naar de spoed omdat ze gevallen zijn, Vooruit weet maar al te goed hoe belangrijk onze zorgverleners zijn. Zij staan dag en nacht klaar om anderen te helpen. Hun werk is essentieel. We kunnen niet zonder. Zonder zorgpersoneel geen zorg, zonder artsen geen zorg.
Het valt niet te ontkennen dat zij in uitdagende tijden werken. Er zijn personeelstekorten en onze bevolking wordt steeds ouder. Dat is het mooiste bewijs dat onze welvaartsstaat werkt, maar het zet ons systeem wel onder druk. Net daarom moeten we de bezorgdheden van ons zorgpersoneel ernstig nemen door te blijven investeren en te hervormen, niet door alles bij het oude te laten.
Met Vooruit zullen we dat blijven doen, ook nu, want dat is nodig. We investeren meer dan 3,9 miljard extra in de zorg en hervormen voor betere werkomstandigheden. We maken het beroep aantrekkelijker en zorgen voor een doorgedreven samenwerking, zoals de zorgsector dat vraagt. Samenwerking, mevrouw De Knop. We maken komaf met tijdrovende administratie en paperassen, zodat ons zorgpersoneel de tijd heeft om te doen wat het het liefst doet, namelijk zorg dragen voor anderen.
Mijnheer de minister, de zorgsector kwam vandaag op straat. Wij begrijpen hun bezorgdheden. Zij rekenen op Vooruit en op u om hen te beschermen en te ondersteunen. Wat zult u doen voor ons zorgpersoneel?
Sofie Merckx:
Ce matin, j'étais dans les rues de Bruxelles avec énormément de soignants. Des gens venus du Nord, du Sud, des maisons de repos, des hôpitaux, du secteur de la petite enfance et des entreprises de travail adapté. Franchement, cela m'a vraiment donné la pêche! Je me suis dit: "Ensemble, on va faire reculer ce gouvernement".
Ce matin, j'ai rencontré Julienne, une personne vraiment fantastique, solaire. Elle m'a dit: "Sophie, moi le matin, je vais à la maison de repos. Je suis contente de mon travail. J'adore mon travail. Les résidents sont contents de me voir et je suis contente de les voir."
Mais elle est inquiète. Elle me dit: "Sophie, on doit toujours en faire plus avec moins. J'ai 47 ans, comment vais-je faire pour encore travailler 20 ans de plus, jusqu'à mes 67 ans?" Elle me dit: "Les ministres, ils ne se rendent pas compte. Qu'ils viennent travailler, ne serait-ce qu'une semaine, pour voir à quel point la charge de travail est lourde. Laver les résidents, leur donner à manger, les changer, c'est un travail extrêmement lourd."
Selon Les Engagés, la santé est la priorité, mais je vous le demande: où est l'argent pour les soins de santé? En quelques semaines, vous avez trouvé des milliards pour la guerre! Où est l'argent pour les soins de santé? On ne le voit pas sur le terrain. C'est ce que les gens disent.
Monsieur le ministre, ne pensez-vous pas qu'avec vos mesures concernant les pensions, vous allez aggraver la pénurie? Un accord social est-il prévu pour (...)
Frank Vandenbroucke:
Collega's, één conclusie kan getrokken worden uit de grote betoging in Brussel: we moeten zorg dragen voor ons zorgpersoneel. In ziekenhuizen, woon-zorgcentra en de thuisverpleging staan er mensen dag en nacht klaar voor ons. Wij moeten dan ook dag en nacht klaarstaan voor hen.
Wij moeten inderdaad hun koopkracht beschermen. Mevrouw Merckx, niet voor niets heeft het kernkabinet vannacht beslist dat we zeer duidelijk zullen maken in de wetgeving dat aan de indexering van de lonen van het personeel in de ziekenhuizen niets zal veranderen. Daarover moet men zich geen zorgen maken. Overigens, met betrekking tot alle cao's van toepassing op werknemers die werken in de non-profitsector, er zal niets veranderen aan het indexeringsmechanisme. U hoeft die vraag dus zelfs niet meer te stellen. Dat zal heel duidelijk worden in de wetgeving, zo hebben we vannacht beslist.
We moeten er inderdaad voor zorgen dat voldoende mensen kiezen voor de zorg. Het is dus ook niet voor niets dat vannacht in het kernkabinet bevestigd werd dat mensen ook in een situatie van werkloosheid, studies zullen kunnen voleindigen die leiden naar kritieke functies in de zorg. Het is heel belangrijk om dat duidelijk te hebben voor de toekomst. Net alleen in woorden, maar ook in praktische daden moeten we zorgen voor het zorgpersoneel.
We moeten inderdaad verder gaan. U hebt gelijk, mijnheer Bertels. Eerlijke en goede verloning is essentieel. De werkdruk moet verminderd worden, niet alleen door te zorgen voor instroom dankzij opleidingen waartoe mensen aangetrokken worden, maar ook door te investeren in een nieuw sociaal akkoord. Daarin zal ongetwijfeld de vraag om nog meer zorgpersoneel aan de orde zijn.
We moeten deze beroepen inderdaad hervormen om ze interessanter te maken, om ze te bevrijden van allerlei paperasserij en lasten, om toe te laten dat mensen op een vlotte manier samenwerken, iedereen met betrekking tot waarvoor die opgeleid is, met betrekking tot haar of zijn roeping. Daarvoor moeten we zorgen.
Collega's, we zullen inderdaad investeren in een sociaal akkoord en we zullen dat doen in overleg met de werkgevers en de werknemers uit de betrokken sectoren. De voorbereidingen zijn al gestart en er zijn reeds contacten gelegd. Tijdens de vorige legislatuur hebben we achter de schermen samen met de werkgevers en werknemers uit de hele federale gezondheidszorg talrijke vergaderingen georganiseerd om een duidelijke agenda uit te werken. Wat zijn de prioriteiten? Wat zijn de grootste bezorgdheden van het zorgpersoneel? Het gaat om een eerlijke verloning, om de werkdruk, om voldoende handen aan het bed, om meer ondersteuning en minder administratieve rompslomp, om interessante opleidingsmogelijkheden en, inderdaad, om respect voor bestaande cao’s en voor de geldende indexeringsprincipes. Daar strijden we voor, dag na dag, in deze regering, net zoals in de vorige.
Jan Bertels:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw concrete antwoorden. Ze tonen duidelijk aan waar we het verschil maken.
Wij, de Vooruitfractie, en u als minister begrijpen als geen ander de bezorgdheden van ons zorgpersoneel, gisteren, vandaag en morgen. Andere partijen roepen vanaf de zijlijn en zaaien angst en paniek. Dat is gemakkelijk. Vooruit neemt wel zijn verantwoordelijkheid en blijft in de regering onvermoeibaar strijden voor ons zorgpersoneel. U hebt zonet de concrete voorbeelden gehoord: extra middelen voor het zorgpersoneel en investeringen in een sociaal akkoord.
Om de eerste minister even te parafraseren: we vertellen geen sprookjes, we maken niet alleen filmpjes voor sociale media, maar we besturen en we maken het verschil op het terrein.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, u hebt een van de vragen die ik heb gesteld handig ontweken. Ik heb u gevraagd hoe een verpleegkundige van 47 jaar die al twintig jaar werkt het zal moeten volhouden om tot de leeftijd van 67 jaar te blijven werken. U weet immers ook dat dat niet haalbaar is. Iedereen weet dat dat niet haalbaar is. Hoeveel vrouwen werken er niet halftijds in de zorg, waardoor zij de pensioenmalus zullen moeten ondergaan? U verplicht iedereen om tot 67 jaar te werken, maar dat is onhaalbaar. U hebt het over verantwoordelijkheid nemen en aan de zijlijn staan. Ik sta tussen de mensen en tussen het zorgpersoneel om te vechten tegen de maatregelen van Vooruit. U beweert op de rem van de sociale afbraak te staan, maar u zit mee aan het stuur. Zonder de stemmen van uw partij heeft de huidige regering immers geen meerderheid om onze pensioenen af te breken en aan de index te morrelen. Die meerderheid is er dan niet. Daarom zullen wij blijven strijden. Wij vragen ons oprecht af waarom dat (…)
De oproep van de OCMW’s tot meer duidelijkheid over de beloofde extra steun
De impact op de OCMW's van de beperking van de werkloosheid in de tijd
De impact van de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
Impact van beleid op OCMW's en werkloosheidsuitkeringen
Gesteld door
Vooruit
Anja Vanrobaeys
CD&V
Nahima Lanjri
N-VA
Wouter Raskin
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De OCMW’s waarschuwen voor een overbelasting door de gefaseerde beperking van werkloosheidsuitkeringen (vanaf 2026), die naar schatting 113.000 werklozen (waaronder 35.000+ bij OCMW’s) zonder inkomen dreigt achter te laten, terwijl ze al kampen met te veel administratie, voorschotten op uitgestelde federale uitkeringen en een tekort aan personeel. Minister Van Bossuyt belooft extra middelen vanaf 2026 (geen 2027), gekoppeld aan instroomcompensatie en activeringsresultaten, en wil quick wins zoals versoepelde diplomavereisten voor maatschappelijk werkers en oplossingen voor voorschotproblemen met Vandenbroucke, maar concrete verdeelsleutels en timing ontbreken nog, wat onrust zaait. Kritiekpunt: OCMW’s vrezen onhaalbare begeleidingsdoelen voor een moeilijke doelgroep (die VDAB/Actiris niet activeerde) en eisen meer tijd, geld en mankracht om verdrinking te voorkomen, terwijl oppositie en meerderheid vertrouwen in de hervorming benadrukken maar praktische uitvoering onzeker blijft.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, de noodkreet van maatschappelijk werkers klinkt steeds luider. Dat kunnen we vaststellen na zestig uren hoorzittingen over de wantoestanden bij het OCMW van Anderlecht, maar ik concludeer dat ook uit mijn gesprekken met maatschappelijk werkers, want ze zeggen mij allemaal dat ze echt aan hun limiet zitten. Ze krijgen steeds meer aanvragen te verwerken. Er is heel veel administratief werk. Ze moeten voorschotten uitbetalen op uitkeringen terwijl er onduidelijkheid blijft bestaan over federale steun. Het water komt hen niet tot aan de lippen, maar ver erboven, zo zeggen ze.
Die situatie raakt de maatschappelijk werkers in het diepste van hun zijn. Zij hebben bewust voor hun job gekozen en ze willen niets liever dan hulp en perspectief bieden aan mensen in armoede. Maar wie zelf aan het verdrinken is, kan anderen niet redden.
In alle steden en gemeenten botsen de OCMW's op hun limieten, op dezelfde structurele problemen. Onze Vooruitschepenen in Gent, Brugge en Turnhout trokken al aan de alarmbel. Zij staan klaar om hun verantwoordelijkheid op te nemen. Ze willen niets liever dan mensen in armoede te begeleiden naar werk. Dat kan echter alleen maar als ze daarvoor extra tijd, middelen en personeel hebben. Alleen op die manier kunnen we er ook voor zorgen dat mensen in armoede de begeleiding krijgen waar ze recht op hebben.
De regering heeft afgelopen nacht beslissingen genomen over de gefaseerde uitrol van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Ik vind het heel verstandig om dat gefaseerd in te voeren. Mevrouw de minister, de vraag die overblijft is of u vandaag duidelijkheid kunt geven over de middelen en de timing die aan de OCMW's beloofd zijn, zodat zij zich tijdig en deftig kunnen voorbereiden op die (…)
Nahima Lanjri:
Collega's, er is een akkoord, de werkloosheidsuitkeringen zullen vanaf 1 januari 2026 beperkt worden in de tijd. Dat is een goede zaak, want werken moet lonen voor cd&v. Deze maatregel wordt ook breed gedragen, in deze regering, maar ook bij de publieke opinie.
Mevrouw de minister, ik vraag me wel af of dit werkbaar zal zijn voor onze OCMW's. Zij zetten zich dag in dag uit in voor de kwetsbaarsten in onze samenleving, en zo hoort het ook. Binnenkort zullen zij echter overspoeld worden met extra werk. We mogen hen en al die maatschappelijk werkers niet laten verdrinken. We weten vandaag al dat er ongeveer 113.000 werklozen zullen uitstromen en dat ongeveer een derde van hen zal aankloppen bij het OCMW. En waarschijnlijk is dat zelfs nog een onderschatting en zullen het er meer zijn in de praktijk.
De OCMW's zeggen dat het onmogelijk is om dan alle sociale onderzoeken binnen de maand te doen. En dus trekken zij aan de alarmbel. Het is dan ook heel goed dat de regering vannacht heeft beslist om die maatregel gefaseerd in te voeren, zodat ze niet allemaal op 1 januari aan de deur van het OCMW staan.
Extra leefloners betekent uiteraard ook extra begeleiding, extra mankracht, extra geld voor al die leeflonen. In het regeerakkoord staat dat er vanaf 2027 ook extra geld zal gaan naar de OCMW's. Al vanaf januari 2026 is er echter nood aan extra geld, want dan zal de eerste groep langdurig werklozen die geen bestaansmiddelen hebben, aankloppen bij het OCMW.
Vanaf dan zullen er meer handen nodig zijn aan het loket om al die mensen te begeleiden. Zullen die extra middelen er zijn vanaf begin 2026 en niet pas vanaf 2027? Ik hoop dat dat zo zal zijn en wij steunen u daarin.
Wouter Raskin:
Mevrouw de minister, de beperking van de werkloosheid in de tijd zal een impact hebben op de OCMW's. We moeten daar heel veel begrip voor hebben. Laat dat heel duidelijk zijn.
Het is een maatregel die niet op zichzelf staat, maar die samenhangt met een aantal andere zaken waarin het regeerakkoord van Arizona voorziet, zoals de responsabilisering van de OCMW's. Zij die zullen doen wat ze horen te doen, namelijk inzetten op maatschappelijke integratie en activering, zullen royaler ondersteund worden. Ik lees in het regeerakkoord ook dat het sanctioneren en het schorsen wordt vergemakkelijkt indien niet voldaan wordt aan de belangrijke voorwaarde van werkbereidheid.
We moeten het grote plaatje bekijken en ik durf hier de suggestie te doen om te kijken naar een aantal oorzaken van de toegenomen werkdruk die losstaan van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Ik zie vandaag dat heel veel OCMW's een soort voorportaal van de sociale zekerheid zijn geworden, waardoor heel wat mensen die wachten op een invaliditeits- of werkloosheidsuitkering noodgedwongen tijdelijk bij het OCMW terechtkomen. De uitbetalingsinstellingen van de sociale zekerheid hebben ten tijde van corona immers hun dienstverlening moeten downsizen, maar die is vandaag nog altijd niet tot hetzelfde niveau teruggebracht. Volgens mij bestaan er nog quick wins die losstaan van de beperking van de werkloosheid in de tijd.
Mevrouw de minister, hebt u begrip voor de terechte bezorgdheden van de OCMW's? Komt er een concreet antwoord? Bent u het met me eens dat er nog andere quick wins zijn die mee de werkdruk kunnen verlagen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Vanrobaeys, mevrouw Lanjri, mijnheer Raskin, ik heb absoluut begrip voor de bezorgdheden in de sector. Net als bij alle andere noodzakelijke grote hervormingen leidt verandering nu tot ongerustheid. Met de gefaseerde invoering, waarover vannacht een akkoord bereikt is, komen we voor een stuk tegemoet aan die bezorgdheden. Bovendien, mevrouw Lanjri, hebben we ervoor gezorgd dat de hervorming van de werkloosheidsuitkering door de beperking in de tijd gelijke tred houdt met de compensatie van de OCMW's voor de instroom aan nieuwe klanten vanaf januari 2026.
Mijn kabinet en ik zijn dagelijks in gesprek met de sector en met de lokale besturen om de impact van de maatregel in kaart te brengen, en ook om te zorgen voor een tijdige communicatie aan de OCMW's wanneer er een akkoord wordt bereikt over de verdeling van de middelen.
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd blijft inderdaad – u hebt er allemaal naar verwezen – een van de belangrijkste maatregelen van de regering voor de arbeidsmarkt. Er moeten zoveel mogelijk mensen aan het werk om ons systeem betaalbaar te houden.
Dat betekent dat ook zoveel mogelijk leefloners worden geactiveerd. Dat is in hun belang, maar ook in het belang van de samenleving.
Kan ik al een tip van de sluier oplichten over de verdeling van de middelen? We zullen het terugbetalingspercentage voor leeflonen die toegekend zijn aan personen die als gevolg van de hervorming uitgesloten worden van werkloosheidsuitkeringen, verhogen. Met andere woorden, de compensatie zal deels gebaseerd zijn op de instroom uit de werkloosheid.
Daarnaast voorzien we in een compensatie op basis van de inspanningen die de OCMW's via het GPMI leveren, dat is het contract tussen het OCMW en de cliënt, en op basis van de resultaten van de zoektocht naar een duurzame tewerkstelling. We vragen van de OCMW's dus een maximale inzet om die doelgroep te begeleiden en te activeren.
Ik besef dat het om een kwetsbare groep gaat. Precies daarom is de inspannings- en resultaatsverbintenis zo belangrijk. We laten niemand los. Dat is de boodschap die ik aan de OCMW's wil geven.
Verschillende vraagstellers hebben verwezen naar de hoge werkdruk bij de OCMW-medewerkers, onder wie de maatschappelijk werkers. Een van de oorzaken is, zoals de heer Raskin aangaf, het groeiende aantal dossiers waarbij het OCMW een voorschot moet geven op onder andere werkloosheids- of ziekte-uitkeringen, uitkeringen waarvoor OCMW's eigenlijk niet bevoegd zijn.
OCMW’s mogen inderdaad niet, zoals u het terecht noemt, het voorportaal worden, omdat allerlei uitkeringen niet tijdig worden uitbetaald. Dat kost de maatschappelijk werkers heel veel tijd. Die tijd kunnen ze niet besteden aan begeleiding en activering. Samen met bevoegd minister Vandenbroucke bekijk ik in de regering momenteel op welke manier we dat probleem structureel kunnen verlichten.
Voorts wil ik werk maken van een zogenaamde quick win, zoals de heer Raskin het noemt. Ik wil namelijk nog voor de zomer het koninklijk besluit over de diplomavoorwaarden voor maatschappelijk werkers wijzigen. Daardoor zullen de regio’s daarvoor de volle bevoegdheid krijgen. Op die manier wordt een verruiming van de diplomavoorwaarden mogelijk, wat het eenvoudiger moet maken om goede maatschappelijk werkers aan te trekken.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, het staat vast dat er vanaf 2026 een rechtstreekse compensatie komt en dat er nog een aantal andere maatregelen op til zijn. Daarmee zijn de OCMW’s echter nog niet volledig geholpen. Zij wachten echt op de verdeelsleutel.
Vorige week kondigde u aan dat u 35 miljoen euro aan broodnodige middelen voor de REMI-tool om mensen aan een menswaardig inkomen te helpen, zou bevriezen.
Mevrouw de minister, de cijfers zijn bekend: er zullen duizenden mensen instromen bij het OCMW. Daarom doe ik een warme oproep: pak het dossier vast en leg de verdeelsleutel vast, zodat de OCMW’s weten waar ze aan toe zijn. Dat is ook belangrijk voor alle maatschappelijk werkers, die elke dag keihard hun best doen. Als zij hun werk goed kunnen doen, kunnen ze de broodnodige ondersteuning bieden aan mensen in armoede. Dus pak het dossier vast en maak werk van de verdeelsleutel.
Nahima Lanjri:
Mevrouw de minister, ik ben blij dat u zegt dat u zult ingaan op de vraag en al vanaf begin 2026 in extra middelen zult voorzien zodat de OCMW's hun werk kunnen doen. Het is wel belangrijk te weten dat het hier over de moeilijkste doelgroep van werklozen gaat, waarbij de VDAB, Actiris en Forem er niet in zijn geslaagd om hen te activeren. We vragen dat nu aan de OCMW's. Ik hoop dat men enige clementie heeft en dat men hen ook de nodige middelen geeft om die mensen te activeren. Ik hoop dat ze later op de resultaten worden afgerekend en dat dat niet onmiddellijk gebeurt. De VDAB is hier na 20 jaar niet in geslaagd. Het kan niet zo zijn dat men de OCMW's daar dan onmiddellijk op afrekent.
Ik ben blij dat u ook initiatieven neemt om de werkdruk te verlichten. Ik heb al eerder gevraagd om de voorschotregeling op te lossen en om iets aan de diplomavereiste te doen. Mevrouw de minister, hou de vinger aan de pols en overleg met de OCMW's. Zo komen we er wel.
Wouter Raskin:
Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. U beseft de impact, u hebt begrip voor de ongerustheid en er is contact. Ik blijf ervoor pleiten om het ruimere plaatje te bekijken. Het gaat hier om een combinatie van verschillende arizonamaatregelen, waardoor er een beleid zal worden gevoerd dat, in tegenstelling tot het verleden, activeert in plaats van mensen uitkeringsafhankelijk te maken. Ik heb al vaak moeten terugdenken aan de discussie van destijds over de inschakelingsuitkering voor jongeren. Ongerustheid alom, want al die jongeren gingen bij het OCMW terechtkomen. Wat hebben we gezien, collega's? Veel minder mensen dan toen gevreesd zijn bij het OCMW terechtgekomen. Veel meer jongeren dan we hadden gedacht zijn geactiveerd en zijn aan het werk gegaan. Houd koers, mevrouw de minister. Wij hebben er alle vertrouwen in.
Het regeringsstandpunt over Palestina
De prangende situatie in Gaza
De genocide in Gaza
De situatie in Gaza
De prangende situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
Het regeringsstandpunt over de situatie in Gaza.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s politieke partijen eisen dringend concrete actie tegen Israël’s genocide en hongersnood in Gaza (50.000 doden, massale uithongering, geblokkeerde hulp), maar de regering ontwijkt sancties en schuilt achter vage resoluties en het VN-vredesproces van Macron. Kernpunten: oppositie en meerderheidspartijen (behalve N-VA/MR) dringen aan op onmiddellijke blokkadebreking, sancties, ambassadeurterugtrekking en erkenning Palestina—zonder voorwaarden—terwijl premier De Wever geen bindende stappen aankondigt, slechts "optimisme" toont voor diplomatieke initiatieven. Scherpe kritiek: regeringspassiviteit wordt gelinkt aan medeplichtigheid, met verwijten over dubbele standaarden (vs. Rusland-sancties) en neokoloniale tweestatenretoriek die Gaza’s vernietiging negeert. Noodkreten: "Acte nu, of de geschiedenis zal u veroordelen."
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, vandaag stuurde iemand mij een foto door van Rafaet uit Gaza. Ik kan dergelijke foto's eigenlijk niet meer aanzien. Rafaet is een jong meisje, compleet ondervoed. Haar botten steken bijna door haar fragiele huid. Ze is de helft van haar gewicht verloren. Ze is compleet uitgehongerd en ze overleeft op tijmblaadjes en water. Die hongermoord op Rafaet is bewust gepland en uitgevoerd. Men blokkeert sinds een aantal maanden elk transport naar Gaza. Elke vorm van voedsel wordt aan de grens tegengehouden. Er is niets meer.
Vandaag leven meer dan een half miljoen mensen in Gaza in acute hongersnood, volgens de VN. Dat betekent dat wij ver voorbij de fase van veroordeling zijn. Wij zitten in de fase van sancties, want met sancties zet men Israël onder druk, niet met woorden.
Na 19 maanden komt de regering met een vage resolutie. Ten eerste, in die resolutie durft men niet eens het woord genocide te gebruiken. Ten tweede, de resolutie legt zoveel voorwaarden op aan de erkenning van Palestina, dat er tegen dan wellicht geen Gaza meer zal bestaan. Ten derde, de regering maakt de erkenning van Palestina, het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voorwaardelijk. Dat is compleet onwettelijk, zegt elke professor in internationaal recht. Het is een onvoorwaardelijk recht. Ten vierde, de resolutie ademt neokolonialisme uit, waarin Brussel en Parijs komen vertellen wat goed is voor de Palestijnen, terwijl het aan de Palestijnen is om te bepalen wat goed voor hun toekomst is.
Er zijn 50.000 dodelijke slachtoffers. Wanneer komen er eindelijk sancties van de regering, mijnheer de premier?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, duizenden kinderen sterven in Gaza door honger of bombardementen van Israël, ze kunnen geen kant meer op en het blijft maar doorgaan. We kunnen dat niet tolereren en we moeten actie ondernemen.
Afgelopen week was er witte rook. De arizonameerderheidspartijen in het Parlement hebben een akkoord over een voorstel van resolutie rond Gaza. De persberichten en socialmediaposts vlogen de deur uit. Veel tromgeroffel. Veel borstgeklop. Alleen kan ik de collega's van de meerderheid nog niet feliciteren, want ik heb hier in het Parlement nog geen letter tekst gezien.
Zoals dat gaat in de arizonaregering, de inkt is nog niet droog of er is al heel veel discussie over de inhoud en de modaliteiten van de tekst. Blijkbaar zal België, u dus, mijnheer de eerste minister, het aanhoudingsbevel voor Netanyahu moeten respecteren. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Blijkbaar zal België optreden in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Ook de minister van Buitenlandse Zaken is ineens wakker geworden. Eigenlijk is het voorstel van resolutie dus al achterhaald. Hij zal met een pakket sancties komen tegen Israël. Dat is opnieuw terecht. Zult u dat doen, ja of neen?
Collega's, laten wij immers eerlijk zijn, elke rode lijn wordt overschreden door Israël. We moeten stappen zetten richting erkenning van de staat Palestina en dat moet snel gebeuren, want anders is er binnen de kortste keren geen sprake meer van Palestina.
Mijnheer de eerste minister, wat zult u doen? Staat u aan de zijde van de duizenden onschuldige burgerslachtoffers?
Paul Magnette:
Hier, j'ai rencontré des médecins israéliens, juifs et palestiniens, des bénévoles qui, depuis plus de 30 ans, soignent des Palestiniens en Cisjordanie et à Gaza. Ils dénoncent les violations des droits humains dont ils sont l'objet. Ils m'ont décrit ce qu'ils vivent aujourd'hui. Aujourd'hui, à Gaza, 25 000 personnes sont dans un état de santé critique et doivent être évacuées de toute urgence vers un hôpital, mais le gouvernement israélien les empêche de sortir. Dans les heures et les jours qui viennent, si rien ne change, ces 25 000 personnes vont mourir. Elles s'ajouteront aux 52 000 personnes qui sont déjà mortes sous les bombes de Netanyahu.
Aujourd'hui à Gaza, deux millions de personnes sont au bord de la famine. Depuis plus de 10 semaines, Israël impose un blocus total. Plus rien ne rentre: plus d'eau, plus de nourriture, plus de médicaments. Des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants vont mourir, si rien ne change, dans les semaines et les mois qui viennent.
Le blocus est un instrument du génocide et il faut casser le blocus pour arrêter le génocide en cours. Nous l'avons fait il y a un an, avec nos avions militaires. Nous avons largué des vivres et des médicaments à Gaza. Nous devons le refaire de toute urgence. Il faut casser le blocus de Gaza, envoyer nos avions militaires, larguer des vivres et des médicaments pour éviter une tragédie absolue. Ce n'est plus une question politique. Ce n'est plus une question de gauche ou de droite. Ce n'est même plus une question de droit international. C'est une question de vie ou de mort pour des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants.
Et face au génocide en cours, ne rien faire, c'est être complice. L'histoire vous jugera, monsieur le premier ministre. L'histoire nous jugera. Cassez ce blocus et sauvez ces centaines de milliers de femmes et d'hommes!
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je ne sais pas comment commencer mon intervention tant j'ai l'impression de répéter sans cesse les mêmes choses et de parler dans le vide.
Depuis des semaines, pas un seul camion d'aide n'est entré à Gaza. Pas une goutte d'eau, pas un sachet de farine, pas un médicament. Rien. Des mères mélangent de la nourriture pour bétail avec de l'eau bouillie pour tenter de se nourrir. Des enfants meurent littéralement de faim.
L'ONU évoque une famine délibérée. Médecins Sans Frontières (MSF) parle de charnier. Amnesty International parle de génocide. Monsieur le premier ministre, comme vous aimez les faits, regardons-les!
Plus de 50 000 personnes ont été assassinées, dont une majorité de femmes et d'enfants. Des journalistes sont visés, des hôpitaux bombardés, des quartiers rasés. Des enfants sont enterrés sous les décombres de leur maison. La Cour internationale de Justice, la plus haute juridiction de l'ONU, parle d'un risque plausible de génocide. Ce ne sont pas mes mots mais bien ceux du droit.
Et pourtant, le silence. Le vôtre, celui du monde. Ce qui est grave, ce n'est pas seulement ce silence mais bien le cynisme froid avec lequel vous avez annoncé pouvoir désobéir à un mandat d'arrêt international contre Netanyahu. Nous ne l'oublierons pas!
Un crime de masse est en cours et des gens filment en direct leur propre mort. Ce n'est pas une guerre mais bien l'écrasement d'un peuple. Ce n'est pas une tragédie mais bien un plan délibéré de nettoyage ethnique.
La Belgique, ce pays de droit qui a souvent été du bon côté de l'histoire, se tait aujourd'hui, attend, tergiverse et envisage des mesurettes.
C'est une honte. C'est une rupture historique. C'est un reniement.
Monsieur le premier ministre, au nom de toutes celles et ceux qui n’en peuvent plus d’assister impuissants à ce carnage, quand allez-vous briser le blocus humanitaire par tous les moyens?
Quand allez-vous suspendre les accords économiques avec Israël?
Quand allez-vous rappeler l'ambassadeur belge à Tel Aviv, comme cela a été fait pour la Russie, le Venezuela ou la Birmanie?
Vous parlez de cohérence, alors agissez avec cohérence. Aujourd'hui, il n'y a eu ni embargo, ni gel d'avoirs, ni parole forte. Nous ne constatons que des paroles creuses, des formules vides et des mains qui tremblent.
Pendant que vous tergiversez (...)
Oskar Seuntjens:
Een platgebombardeerde stad, tienduizenden doden en uitgehongerde kinderen terwijl er aan de grens vrachtwagens met voedsel, medicijnen en zelfs babysupplementen staan te wachten, bewust tegengehouden door Israël. Men hoeft maar zijn gsm vast te nemen en men ziet dag na dag de pure horror en het ondraaglijke menselijk lijden. Dit is geen oorlog meer. Dit is een genocide die we live, vanop onze gsm, dag na dag kunnen volgen. Niemand hier zal ooit kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben. Hopelijk zullen we wel kunnen zeggen dat we er alles aan gedaan hebben om op te komen voor al die onschuldige slachtoffers, want men krijgt het niet meer uitgelegd.
Collega’s, het valt niet meer uit te leggen dat als Poetin Oekraïne binnenvalt, we vanaf de eerste dag allemaal samen zeggen hoe schandalig dat is en dat er sancties moeten komen – daar was iedereen het over eens, behalve de communisten van de PVDA –, terwijl we wegkijken wanneer een extreemrechtse zot als Netanyahu een volk platbombardeert. Dat gaat niet en dat is voor Vooruit onaanvaardbaar. Daarom zijn we vanaf de eerste dag opgekomen voor alle onschuldige slachtoffers, ook in de vorige regering, met Frank en Caroline. Er werden toen voedsel en medicijnen gestuurd. Toen Israël de grens sloot, deden ze het via de lucht, met de moed der wanhoop. Het is die moed die we vandaag opnieuw nodig hebben, die zoveel jongeren hebben getoond door afgelopen zondag mee te gaan betogen voor Palestina.
Het is daarom dat we dagenlang onderhandeld hebben voor een sterke resolutie, die pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, die pleit voor humanitaire hulp nu, die pleit voor economische sancties tegen het Israël van Netanyahu. Die spreekt immers maar één taal, hij luistert niet naar mensenrechten en spreekt enkel de taal van het geld.
Dus, mijnheer de premier, het Parlement heeft zijn werk gedaan en het is aan u. We vragen u om niet langer te wachten, want elke seconde telt.
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, 50.000 burgerslachtoffers, waarvan 70 % vrouwen en kinderen zijn, en de teller tikt verder. Gisteren 60 extra dodelijke slachtoffers, vandaag 74 extra dodelijke slachtoffers. Collega's, het is nog maar drie uur. Al tweeënhalve maand is er geen toevoer van medicijnen, voedsel noch elektriciteit in de Gazastrook. U zult cd&v vandaag dus niet euforisch horen zijn. Het geweld en het leed duren vandaag nog voort. Al jaren pleit cd&v voor het Palestijnse volk. Al maanden vraagt cd&v actie van de regering.
Vandaag zijn we tot een akkoord gekomen, en ja, we hebben ons moeten kwaad maken, en ja, dat was niet makkelijk. We sluiten ons aan bij het initiatief van Macron, we sluiten ons aan bij het vredesproces in New York en we steunen de erkenning van de staat Palestina in een proces van een tweestatenoplossing.
Wat het internationaal recht betreft, collega's, is cd&v helder en duidelijk. Wij scharen ons als cd&v voor 100 % achter het internationaal recht. Dat betekent dat mensen die oorlogsmisdaden plegen, in ons land zullen worden opgepakt, ook wanneer ze Netanyahu heten.
Premier, wij hebben het werk verricht. Hoe snel zult u met de regering verdere actie ondernemen?
Staf Aerts:
Collega's, ik wil u vragen om even stil te staan en na te denken, want wat gaan we later aan de toekomstige generaties vertellen? Wat hebben wij gedaan om deze gruwel, die elke dag onze huiskamers binnenstroomt, te veroordelen, om die te stoppen? Het is dé gruweldaad van de eenentwintigste eeuw, want de verschrikkelijke beelden blijven maar komen. Meer dan 50.000 burgers zijn vermoord. Kinderen sterven elke dag van de honger. Ziekenhuizen worden gebombardeerd. Er zijn massale volksverhuizingen, want burgers zijn een doelwit op het overgrote deel van de Gazastrook. Er is geen water, er is geen voedsel, er is geen medicatie, want die worden al 10 weken lang door Israël geblokkeerd aan de grenzen.
Wat zullen we onze kleinkinderen later vertellen? Dat we alles gedaan hebben wat we konden? Collega's van de meerderheid, jullie resolutie bevat een lichte communicatieve koerswijziging. Mijnheer de premier, u wordt op de vingers getikt. België moet voortaan uitvoeren wat het Internationaal Strafhof beslist. Wauw! Bravo! Is dat geen evidentie meer? Is dat geen evidentie meer? In de gehele tekst wordt Israël met de fluwelen handschoenen aangepakt. Geen woord over apartheid. Geen woord over genocide. Geen woord over... ja, wel een woord over de erkenning van Palestina, maar er worden zoveel voorwaarden aan gekoppeld dat ze op de lange baan geschoven wordt. We zullen het waarschijnlijk niet meer meemaken. Geen Belgische sancties, geen actie.
Mijnheer de premier, dinsdag komt de Raad Buitenlandse Zaken samen. Daar stelt Nederland voor om maatregelen te nemen en handelsrelaties te blokkeren. Zal België zich daarbij aansluiten?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik bedank iedereen voor de steun die ik heb mogen genieten naar aanleiding van de ziekte die ik heb meegemaakt. Ik hoop dat die steun overeind blijft, ook na mijn eerste tussenkomst hier. ( Hilariteit en applaus )
Voorzitter:
Mijnheer Dedecker, misschien zal niet iedereen ervoor pleiten, maar ik zet de spreekklok voor u opnieuw op twee minuten.
Jean-Marie Dedecker:
Bedankt, mijnheer de voorzitter.
Mijnheer de premier, ik zal u een kattebelletje voorlezen van een onbekend persoon, al weet ik wie het schreef. Het is een prachtig kort verhaal dat weerspiegelt wat ik denk. Ik ben altijd zenuwachtig als het over Gaza gaat.
"Weerzinwekkend zijn de beelden van Gaza. De Israëlische premier Netanyahu is van Gaza het nieuwe Dachau aan het maken. Uithongering en dagdagelijkse bommentapijten zijn de nieuwe verbrandingsovens. Hoe kan de wereld blijven wegkijken van wat daar gebeurt, goed wetende dat het de Joden zijn die het staakt-het-vuren eenzijdig hebben opgezegd om van hun moordrazzia's opnieuw hun dagelijkse bezigheid te maken? En deze keer kan de wereld niet zeggen: wir haben es nicht gewußt ."
Beste collega's wij vieren vandaag 80 jaar bevrijding. Vandaag vieren de Palestijnen – al is "vieren" geen goede woordkeuze – 80 jaar bezetting. De Palestijnen betalen het gelag voor wat de Europeanen de Joodse bevolking aangedaan hebben in de Tweede Wereldoorlog. We hebben de exodus van de Joodse slachtoffers, slachtoffers van de Holocaust, naar Israël georganiseerd. Dat ging ten koste van de Palestijnen, want onmiddellijk werden er 750.000 verdreven met de eerste Nakba in 1948. Sedertdien is er een apartheidsstaat ontstaan, waarvoor we als Europeanen nooit onze verantwoordelijkheid hebben genomen. We hebben mensen opgesloten in de grootste openluchtgevangenis van de wereld. Mensen kunnen er niet uit ontsnappen, kinderen worden er gebombardeerd.
Hoeveel oorlogsmisdaden moeten er nog begaan worden vooraleer we durven zeggen: verdomme, we gaan er iets aan doen, in plaats van nutteloze resoluties?
Voorzitter:
De premier heeft maximaal vijf minuten spreektijd voor zijn antwoord.
Bart De Wever:
Bedankt, collega'sn het is uiteraard niet de eerste keer dat mij in dit halfrond wordt gevraagd naar het standpunt van de regering over het bewuste conflict in het Midden-Oosten. Wat de fundamentele oplossing voor dat conflict betreft, hebben wij een duidelijk regeerakkoord geschreven. Mijn antwoord wat dat betreft, zal alleszins consequent zijn. Ik heb die bewuste tekst hier al een paar keer letterlijk voorgelezen en ga dat niet opnieuw doen. Wat dat betreft verwijs ik naar het verslag voor die antwoorden. Ik zal wel iets zeggen over de nieuwe, recente ontwikkelingen.
Er is binnen dit halfrond een meerderheid die heeft aangekondigd volgende week een resolutie te zullen indienen in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Ongetwijfeld zal die bediscussieerd worden en ook naar de plenaire vergadering komen ter stemming. Van mijn kant denk ik alvast dat die resolutie het juiste kader schetst en dat de regering die resolutie ter harte moet nemen. We zullen daarover dan uiteraard opnieuw spreken in deze vergadering, maar er zijn momenteel nog geen regeringsbeslissingen die ik ter zake kan toelichten.
De komende weken verwachten we ook teksten in het kader van een vredesinitiatief in de aanloop naar de conferentie van de Verenigde Naties van juni, waarnaar door verschillende sprekers is verwezen en waar deze kwestie en het conflict in het Midden-Oosten op de agenda staan. Bovendien staat vooral Frankrijk in contact met verschillende Arabische landen om een oplossing uit te werken in het kader van die VN-conferentie, die dan hopelijk zou moeten kunnen leiden tot een duurzame vrede.
Ik heb de gelegenheid gehad om daarover uitgebreid te spreken met president Macron. Mijn indruk is dat de contouren van zijn vredesinitiatief lijken te stroken met zowel het regeerakkoord als de resolutie die hier uiteindelijk ter stemming zal worden voorgelegd. Ik hoop dat ik dus namens de regering mag zeggen dat wij dit initiatief met enig optimisme tegemoetzien. We zullen zien hoe we dat kunnen ondersteunen en op welke manier we daaraan eventueel kunnen deelnemen. We zullen dat doen op het moment waarop we de teksten daarover hebben gekregen en kunnen doornemen en bespreken in de schoot van de regering.
En ce qui concerne la qualification de la situation, c'est à la Cour internationale de se prononcer, mais cette qualification juridique n'est pas l'essentiel en ce moment car cela ne changera pas la situation instantanément.
L'urgence maintenant, c'est de nous concentrer sur la situation humanitaire et de voir comment y remédier le plus vite possible. Permettez-moi, au nom du gouvernement, de réaffirmer l'horreur largement partagée par chacun d'entre nous face aux images des victimes innocentes touchées par ce conflit. Ces images horribles, notamment celles concernant des enfants, ne peuvent laisser personne dans l'indifférence. Cela me touche évidemment en tant qu'homme politique mais aussi en tant qu'être humain. Elles appellent une solution fortement et largement soutenue par la communauté internationale, une solution qui mette fin le plus rapidement et durablement possible à la souffrance des innocents. Notre gouvernement souhaite contribuer à une telle solution durable. Je vous remercie.
Peter Mertens:
Mijnheer de eerste minister, er zijn twee verschillende zaken. Er is, ten eerste, de erkenning van Palestina. Ik geloof niet in het initiatief van Macron, dat neokolonialisme uitademt en dat tot niets zal leiden.
De andere zaak, net voor onze ogen, is de genocide. Dat is de dringende zaak. Dat is de acute zaak. Een genocide stopt men niet met flauwe resoluties waarin opgewarmde kost wordt geserveerd aan het Parlement. Al 19 maanden lang vragen wij concrete sancties, al 19 maanden lang weigert men dat.
De heren van Vooruit zeggen: "Je krijgt het niet meer uitgelegd." Wel, wat ik niet meer uitgelegd krijg, is dat Vooruit 19 maanden in de regering zit en dat op die 19 maanden niet de minste sanctie is getroffen tegenover Israël, niet de minste, terwijl er 18 pakketten tegenover Rusland werden getroffen. Shame on you . Israël zal enkel buigen onder druk van economische en militaire sancties en niet onder druk van flauwe resoluties van deze regering.
Kjell Vander Elst:
Dank u, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoord. U maakt wel één denkfout. Als hier een resolutie, of die nu onbelangrijk is of niet, wordt goedgekeurd, dan moet u die niet ter harte nemen, maar uitvoeren. Als het Parlement een resolutie goedkeurt, dan moet u die uitvoeren, niet ter harte nemen en zomaar à la tête du client kijken wat u daar wel of niet van kunt uitvoeren.
Ik denk dat we het over één zaak wel eens zijn, namelijk dat het overlijden van onschuldige kinderen in Gaza zo snel mogelijk moet stoppen. Ik hoop trouwens dat we het daar allemaal over eens zijn in dit halfrond, al betwijfel ik dat. Als ik statements en verklaringen lees van een van uw partijgenoten waarin staat – ik citeer – "Het overlijden van een kind is tragisch, maar daarom nog niet moreel onverdedigbaar.", dan keert mijn maag om. Dat is walgelijk. We mogen hier in dit Huis over veel zaken van mening verschillen, maar laten we alstublieft overeenkomen dat we (…)
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, une fois de plus, vous vous contentez de lire votre texte sans apporter aucun élément de réponse. Vous brandissez cette résolution, ce petit bout de papier plein de mots creux, qui n'est que le reflet visible, ici-même, des contradictions de votre coalition. Mais ce que nous attendons de vous, ce sont des actes!
Demain, le 16 mai 2025, l'armée israélienne va envoyer des dizaines de milliers de militaires supplémentaires pour chasser les Palestiniens de la bande de Gaza et leur voler leurs terres. Il y aura encore des milliers et des dizaines de milliers de victimes.
Alors agissez! Agissez maintenant! Rappelez votre ambassadeur! Imposez des sanctions! Brisez le blocus! Faites quelque chose, bon Dieu!
Rajae Maouane:
Monsieur Dedecker, merci pour vos mots. Vous avez un privilège que je n'ai pas, c'est celui de dire les choses de la manière la plus crue et la plus plate sans créer de scandale.
Aujourd'hui, les accusations d'antisémitisme dès lors qu'on dénonce les exactions d'un gouvernement d'extrême droite ne tiennent plus. Aujourd'hui, les condamnations se succèdent, du CCLJ à Jean-Marie Dedecker. Il n'y a aujourd'hui plus que le MR et le Belang, comme par hasard, pour ne pas être du bon côté de l'Histoire.
Monsieur le premier ministre, je ne vous dis pas merci pour vos réponses. Elles sont honteuses. Je ne sais pas ce que nous dirons aux générations suivantes. Je ne sais pas ce que nous pouvons dire. Moi, je n'ai plus que de la honte, et j'ai envie de pleurer aujourd'hui.
Oskar Seuntjens:
Waarvan mijn maag zich omdraait, is dat partijen onder andere de heer El Yakhloufi Achraf van onze partij en mevrouw Farih Nawal, die elke dag keihard voor de Palestijnen opkomen, medeplichtig noemen. Dat partijen zoals de PVDA Rusland en China niet veroordelen voor bijvoorbeeld de genocide op de Oeigoeren, wat dat laatste land betreft, is voor mij verachtelijk, maar ik zal hen nooit medeplichtig noemen, noch hun ideeën als verachtelijk bestempelen.
Hoe moeilijk kan het zijn? Wij komen hier allen op voor de Palestijnen en maken daarvan geen politieke spelletjes ten koste van alle leed dat vandaag in Gaza gebeurt.
Nawal Farih:
Mijnheer de eerste minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. De cd&v zal de lat niet laag leggen: het gaat niet alleen om participeren, maar om effectief uit te voeren. Het conflict met enorm veel burgerslachtoffers is onder onze huid gekropen. Fractieleden van ons hebben dag en nacht aan het dossier gewerkt. Cd&v zal dus niet zomaar toekijken. Wij zullen vragen blijven stellen en zullen blijven wachten tot er actie komt. Indien ze er niet komt, zullen wij wetsvoorstellen over de nodige sancties blijven indienen.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, collega's, toen ik de afgelopen uren de tekst van het voorstel van resolutie kon inkijken, na alle grote verklaringen in de pers, voelde ik al schaamte, maar nu ik hier het makke antwoord van de eerste minister hoor, dan voel ik nog meer schaamte.
Ik ben blijkbaar niet de enige, want ik heb op de meerderheidsbanken meer applaus gezien voor de uiteenzettingen van de oppositie dan voor de uwe, mijnheer de premier. Dat doet mij nog veel meer vrezen. Waar gaat de regering naartoe? Hoeveel zal het voorstel van resolutie waard zijn, terwijl het nu al niet veel waard is? Staan daar sancties in die België zal opleggen? Neen, die staan er niet in. Wordt daarin gerept over de genocide? Neen, daarover wordt niet gerept. Zal België Palestina erkennen? Neen.
We moeten vandaag echte sancties nemen, Israël en de gruwel moeten gestopt worden. Ga er verdorie mee aan de slag.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, collega's, 25 jaar geleden werd in het Parlement een wet goedgekeurd, zodat wij in dit land oorlogsmisdadigers konden aanhouden en berechten. Herinner u de bloedbaden van Sabra en Shatila en Ariel Sharon. Die wet is dode letter gebleven. Al wie vandaag een grote mond opzet en elkaar de zwartepiet toespeelt, moet weten dat er hier de voorbije 25 jaar niets is gebeurd met betrekking tot Israël. Bij de Verenigde Naties werden meer dan 1.600 resoluties goedgekeurd, maar geen enkele ervan werd uitgevoerd. Wij komen nu opnieuw met een voorstel van resolutie. Ik ga ermee akkoord dat het een stap is in de goede richting, maar denken we eens goed na. Een tweestatenoplossing is onmogelijk geworden. Vandaag wonen er 700.000 Israëlische kolonisten, joodse kolonisten, extremistische kolonisten op Palestijns grondgebied op de Westelijke Jordaanoever en de Knesset, het Israëlisch parlement, (…)
De studie over de evolutie van het vermogen van de Belgen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: El Yakhloufi (Vooruit) benadrukt dat de index koopkracht beschermt maar klaagt over grote inkomensongelijkheid door onbelaste meerwaarden voor superrijken, en kondigt een historische 10% meerwaardebelasting aan. Jambon (regering) relativeert: België heeft lage ongelijkheid (dankzij woningbezit en spaargedrag) en bevestigt dat de belasting eraan komt, maar beslissingen lopen nog. El Yakhloufi houdt vol dat de maatregel superrijken raakt en bevestigt Vooruits rol in koopkracht- en belastinghervorming.
Achraf El Yakhloufi:
Het leven is duurder geworden, maar we zijn rijker dan ooit. Vandaag stond in de kranten dat de welvaart van de Belgen is gestegen. Jawel, die is gestegen, ondanks de inflatie. De belangrijkste verklaring daarvoor is duidelijk: de index. De index, die Vooruit beschermd heeft. De index, die garandeert dat als het leven duurder wordt, ook het loon stijgt. Dat is toch niet meer dan normaal? Automatisch, en altijd, voor iedereen. Net daarvoor heeft Vooruit keihard gestreden, keihard gevochten: voor de index, om de koopkracht van de mensen te beschermen.
Ik breng geen goednieuwsshow. We zien dat de inkomensongelijkheid nog nooit zo groot geweest is en dat aan de ene kant mensen amper iets opzij kunnen zetten, amper iets kunnen sparen, terwijl aan de andere kant de superrijken alleen maar rijker worden. Dat is het probleem. Op hun belangrijkste inkomsten, bijvoorbeeld die uit aandelen, betalen ze nul euro. U hoort het goed: nul euro belastingen. Dat is de realiteit. De rijken worden slapend rijk, terwijl de mensen die gaan werken, de helft van hun loon aan belastingen betalen. Dat is de realiteit. Ze betalen veel te veel omdat de superrijken vandaag niets betalen voor de meerwaarde op hun aandelen.
Net daarom heeft deze regering met Vooruit de lasten op arbeid verlaagd, en eindelijk – u hoort het misschien niet graag – een historische meerwaardebelasting ingevoerd zodat de sterkste schouders eindelijk zullen bijdragen. Daar heeft Vooruit keihard voor gevochten. Die meerwaardebelasting komt er nu, u hoort het goed. Die meerwaardebelasting komt er nu.
Mijnheer de minister, de regering zal er voor zorgen dat iedereen bijdraagt, ook de sterkste schouders. Mijn vraag, mijnheer de minister, is wanneer we het wetsontwerp over die meerwaardebelasting kunnen verwachten.
Jan Jambon:
Uw vraag gaat over zeer goed nieuws, namelijk de stijging van het gemiddeld vermogen van alle inwoners van dit land. Wat bleek ook uit die studie? Het gaat vooral om mensen die werken en sparen. Dat is ongelooflijk nieuws, want dat is ook net het accent dat deze regering wil leggen. Mensen die werken en sparen, moeten daar meer van overhouden dan vroeger. Dat is zeer goed nieuws en ik ben blij dat u die studie hier aanhaalt. U leest toch nog kranten, wat mij tevreden stemt. We willen werken dus lonender maken, zeker voor de laagste lonen.
U spreekt over inkomensongelijkheid, maar volgens mij zegt die studie daar niks over. De inkomensongelijkheid in dit land is nog altijd bij de laagste van de Europese landen. Dat komt omdat 70 % van de Belgische huishoudens hun eigen huis bezitten. De regering zet ook in op het bezit van de eigen woning, bijvoorbeeld door middel van de verlaging van de btw op de sloop en heropbouw. Dat houdt een belastingverlaging van 250 miljoen euro in. Voor een gemiddelde woning komt dat neer op 48.000 euro. Dat is het beleid van deze regering. Mijnheer El Yahkloufi, verder stellen we vast dat 45 % van de inwoners van dit land belegt. Het gaat dus niet alleen om de superrijken.
Ik kom tot uw vraag. De regering bespreekt momenteel die meerwaardebelasting. Zodra daarover een beslissing is genomen, zal de regering daarmee naar het Parlement komen.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Collega's, het regeerakkoord is duidelijk: er zal een algemene meerwaardebelasting komen van 10 % voor meerwaarde op aandelen. Eindelijk zullen ook de grote vermogens eerlijk bijdragen. Het rapport van de FOD Financiën toont ook aan dat het de superrijksten zijn die deze meerwaardebelasting zullen betalen. Vooruit is en blijft de partij van de koopkracht. De mensen kunnen op ons rekenen. Wij beschermen de index, verlagen de lasten op arbeid en zorgen ervoor dat er een eerlijke bijdrage is van de grootste vermogens. Juist daarom, collega's, zit Vooruit mee in deze regering.
De arbeidsomstandigheden van poetshulpen
De arbeidsvoorwaarden in de dienstenchequesector
Arbeidsomstandigheden in de dienstensector
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De dienstenchequesector kampt met structureel slechte arbeidsomstandigheden (gevaarlijke chemicaliën, zwaar lichamelijk werk, gebrek aan toezicht), wat leidt tot langdurig ziekteverzuim (10% valt >1 jaar uit), terwijl de sector winsten boekt (€33M in 2023, €25M naar aandeelhouders) zonder verbeteringen door te voeren. Minister Clarinval belooft regulerende maatregelen en strengere controles via overleg met sociale partners, maar Vanrobaeys (Vooruit) en Thémont (PS) wijzen op dringend gebrek aan sancties, loonrechtvaardigheid en bescherming—met name voor kwetsbare deeltijdwerkers die door pensioenhervormingen nog langer in precaire omstandigheden moeten werken, terwijl hun inkomen en uitkeringen verder onder druk staan. De woede over sociale afbraak (o.a. beperkt werkloosheidsrecht, lagere pensioenen) en symbolische politiek zonder concrete actie voedt protest.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, beeldt u zich eens in dat u poetshulp bent en zwanger bent van uw eerste kindje. U moet elke dag poetsen met gevaarlijke chemische kuisproducten, op verhoogjes klimmen, op trappen werken, kortom, zwaar werk doen. Dat is niet alleen gevaarlijk voor uzelf, maar ook voor uw kindje.
Dat zou niet mogen, maar het is wel de realiteit. Dat blijkt nog eens zwart op wit uit het jongste inspectierapport van de inspectie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk over de dienstenchequesector. Het is nu al de derde inspectiecampagne op rij, maar er is geen enkele verbetering. Integendeel, er is achteruitgang, met alle gevolgen van dien. Een op de tien poetshulpen valt meer dan een jaar uit.
Wat is dan de reactie van de dienstenchequesector? Die staat erbij, kijkt ernaar en ontkent het zelfs. Terwijl de subsidies wel worden opgetrokken en er geld aan de aandeelhouders wordt uitgedeeld, verandert er niks aan de arbeidsomstandigheden van poetshulpen. Niks, nada, nougatbollen!
Laat het duidelijk zijn: het geld is er. In een Vlaams auditrapport staat dat er 33 miljoen euro winst is geboekt in 2023, waarvan er meer dan 25 miljoen euro werd uitgekeerd aan aandeelhouders.
Mijnheer de minister, voor Vooruit is dat onaanvaardbaar, want poetshulpen zijn van onschatbare waarde voor onze gezinnen, onze ouderen en onze bedrijven en toch wordt er elke dag gespeeld met hun gezondheid en hun veiligheid. Voor ons is de maat vol.
Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk maar één vraag voor u. Hoe zult u de gezondheid en de veiligheid van onze poetshulpen beschermen?
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je vais vous parler de Jessica, travailleuse de titres-services, 46 ans. Elle travaille à temps partiel. Elle aurait aimé travailler à temps plein. Malheureusement, on ne lui a pas donné la chance de pouvoir le faire. Elle ne gagne pas un salaire de folie. Elle gagne plutôt un très petit salaire. Elle est seule avec deux enfants et il lui est difficile de boucler les fins de mois.
Elle commence aussi à avoir mal aux poignets, aux articulations. Vous savez, ces petites maladies assez courantes chez les aides ménagères. Et parfois, elle se dit: "Je vais pouvoir y penser. Je vais pouvoir prendre ma pension."
Mais avec vos mesures, monsieur le ministre, elle ne peut plus y penser. Elle devra travailler plus longtemps; et si elle n'y arrive pas, elle subira votre malus.
C'est une travailleuse qui n'est pas très riche. Appelons un chat un chat, c’est ce qu'on appelle les travailleurs pauvres. Aujourd'hui, elle ne voit pas l'avenir s'éclairer. Au contraire, elle a peur. Peur de perdre son emploi, peur de voir sa pension diminuer et peur d'être malade.
Si elle perd son job après 55 ans, elle n'aura pas droit non plus à une exception à la limitation du chômage. Elle n'aura pas assez d'années de carrière avec son temps partiel, comme d'ailleurs les travailleuses de chez Cora qui ont 39 années de carrière à quatre cinquièmes. Elle pourrait se retrouver au CPAS à 60 ans. Franchement, elle est vraiment super sexy, cette récompense pour le travail.
Ce n'est pas tout! Ces travailleuses à temps partiel, leurs salaires sont tellement bas qu'elles ont parfois un petit complément de chômage. Vont-elles aussi perdre ce petit complément indispensable pour survivre, monsieur le ministre? Oui ou non, les compléments de chômage vont-ils être concernés par la limitation dans le temps? Dites-nous clairement jusqu'où vous allez brutaliser les femmes avec vos mesures!
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de sector van de dienstencheques is een zeer belangrijk sector voor de economie van ons land. De werkneemsters en werknemers ervan dragen dagelijks bij aan de verbetering van de levenskwaliteit van veel gezinnen.
Zij zijn echter actief in een sector die gekenmerkt kan worden door soms moeilijke arbeidsomstandigheden. Bovendien maakt het feit dat het werk thuis bij de gebruiker wordt uitgevoerd, toezicht of controle door de werkgever of de Arbeidsinspectie moeilijker.
Ik heb kennisgenomen van de inspectiecampagne 2024 van de Arbeidsinspectie. Mevrouw Vanrobaeys, ik had al de gelegenheid om u de voorlopige resultaten van dat onderzoek te bezorgen in antwoord op de vraag die u in de commissievergadering van 8 april jongsleden stelde.
Il est en effet interpellant de constater que les trois infractions les plus fréquemment relevées demeurent inchangées par rapport aux campagnes lancées par mon prédécesseur.
En ce qui me concerne, je compte bien y donner suite et je soumettrai prochainement un rapport pour avis au Conseil Supérieur pour la Prévention et la Protection au Travail ainsi qu'à la sous-commission paritaire des entreprises agréées qui fournissent des travaux ou des services de proximité.
Sur base de la réaction de ces instances, je travaillerai avec l'administration sur des propositions concrètes au niveau de la réglementation, de la sensibilisation et du contrôle afin d'améliorer le bien-être des travailleuses et des travailleurs du secteur des titres-services. Il est important que l'on apporte des réponses concrètes aux constats qui ont été posés par ces trois études successives. Je compte donc bien y donner suite au travers de ces demandes.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik vind het toch onvoldoende. Een vervolgcampagne is uiteraard goed, maar het is voor mij niet genoeg. Het is immers de derde inspectiecampagne op rij en de arbeidsomstandigheden van de poetshulpen boeren nog steeds achteruit.
De tijd van wachten en waarschuwen is voorbij. Wij moeten die dienstenchequebedrijven wijzen op hun verantwoordelijkheid, met sancties. Poetshulpen rekenen immers op een sterke overheid om hen te ondersteunen en te beschermen. Vooruit zal steeds blijven strijden voor een eerlijk loon en een veilige en gezonde werkvloer voor de poetshulpen. Dat verdienen ze. Mijnheer de minister, ik reken erop dat u daarmee aan de slag gaat.
Sophie Thémont:
Je ne sais pas si je dois vous remercier pour votre réponse, monsieur le ministre, car vous n'avez absolument rien répondu aux questions que je vous ai posées. Je vais donc répondre à votre place! "Récompenser le travail", "valoriser le travail", vous n'avez que ces mots à la bouche. Comment osez-vous faire croire qu'en ce 1 er mai, les travailleurs seront à la fête avec le MR et l'Arizona? Les travailleurs de Lunch Garden, Cora et Audi doivent vraiment se sentir récompensés! Quelle belle récompense pour ces petits boulots pénibles! Les travailleurs des titres-services et de la grande distribution vont certainement aller faire la fête avec vous! Comment osez-vous afficher en permanence cet air triomphant devant cette caméra en parlant d'un accord historique? Certes, cet accord est historique, mais uniquement par sa brutalité et la récession sociale qu'il impose! C'est du jamais vu depuis 60 ans! Et vous êtes surpris que les gens descendent dans la rue! Monsieur le ministre, qui sème la misère récolte la colère!
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Niels Tas (Vooruit) dringt aan op een combiticket voor trein, tram en bus om het openbaar vervoer eenvoudiger, goedkoper en milieuvriendelijker te maken, zoals afgesproken in het regeerakkoord. Minister Crucke bevestigt dat een stappenplan wordt opgesteld en kondigt een proefproject aan in Brussel en omgeving, maar geeft nog geen concrete datum. Tas benadrukt de urgentie om fileleed en vervuiling tegen te gaan, terwijl de minister wijst op lopende overleggen met gewesten en de CRB. Het doel blijft één ticket, één app en geïntegreerd vervoer, maar uitvoering hangt af van verdere afstemming.
Niels Tas:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, morgen is het onze feestdag, onze 1 mei, onze Dag van de Arbeid. Nog goed nieuws, morgen wordt het net als vandaag schitterend weer. Dat betekent dat heel wat mensen waarschijnlijk naar de kust trekken voor een mooie en zonnige dag aan zee, bijvoorbeeld met het openbaar vervoer vanuit Dendermonde naar Bredene. Eerst neemt men de bus naar het station, daarna spoort men met de trein naar Oostende om vervolgens op de kusttram te stappen. Dat zijn drie tickets, dat is drie keer betalen en dat is drie keer gedoe met heel wat planning en opzoekingswerk in een jungle van apps, wachttijden en wijzigingen. Dan moet men ook nog het geluk hebben dat men onderweg geen vertragingen oploopt.
Het kan veel eenvoudiger en veel goedkoper, het is echt geen rocketscience. Daar is één simpele oplossing voor, namelijk het combiticket, waar Vooruit al jaren voor pleit. Vooruit wil één ticket voor trein, tram en bus, simpel en goedkoop, zodat mensen in de toekomst hun auto laten staan en het openbaar vervoer nemen voor hun dagje uit. Dat is goed voor de planeet, voor hun portemonnee en voor het toerisme in ons land.
Nu vragen ook de sociale partners een oplossing voor meer samenwerking en voor een geïntegreerd openbaarvervoerssysteem met één combiticket, zoals in Oostenrijk en Zwitserland. Ook TreinTramBus is daar al jaren vragende partij voor. Gelukkig heeft Vooruit een goed en duidelijk regeerakkoord onderhandeld, waarin zeer duidelijk staat dat er op korte termijn een combiticket zal worden ingevoerd.
Mijnheer de minister, ik heb maar één simpele vraag voor u. Wanneer mogen we dat combiticket verwachten, zodat iedereen kan rekenen op makkelijk en betaalbaar openbaar vervoer?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Tas, drie tickets en drie keer gedoe. Ik dank u voor uw vraag over een onderwerp dat mij bijzonder na aan het hart ligt.
De integratie van vervoersbewijzen komt op een moment dat mobility as a service aan belang wint. Dat concept stelt de gebruikers centraal bij de ontwikkeling van vervoersdiensten en heeft het potentieel om meer reizigers naar het openbaar vervoer en micromobiliteit aan te trekken door de nadruk te leggen op comfort, toegankelijkheid, intermodaliteit en efficiëntie.
Ik heb de analyse van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) niet afgewacht om te handelen. Tijdens de eerste Interministeriële Conferentie Mobiliteit op 25 maart heb ik het onderwerp spontaan op de agenda gezet en besproken met mijn gewestelijke collega's. Ik ben met hen overeengekomen om een stappenplan op te stellen en zo onze beleidsprioriteit van een onderling uitwisselbaar aanbod te verwezenlijken. Een stappenplan moet het mogelijk maken om duidelijke prioriteiten voor een succesvolle integratie van tickettarieven vast te stellen. Op korte termijn zal er een proefproject moeten worden opgestart voor Brussel en 30 km eromheen, dus met Vlaams-Brabant en Waals-Brabant.
Het advies van de CRB van 23 april over de obstakels op de weg naar een geïntegreerd openbaarvervoersysteem levert mijn teams alvast heel wat input. Ik heb mijn kabinet gevraagd om de CRB in te lichten over de resultaten van de IMC en de FOD Mobiliteit en na te denken over de geïdentificeerde obstakels en de noodzakelijke oplossingen.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Wij kijken alvast uit naar de uitrol van het proefproject. Ik zal u op dat moment uitnodigen in Dendermonde om samen de trein naar Bredene te nemen.
Het dossier is heel belangrijk. België is al jaren kampioen in filerijden. Dat zorgt voor stilstand, vervuiling en onveiligheid in ons verkeer. Het is dus echt tijd voor een oplossing. Het is tijd voor de invoering van het combiticket.
Het openbaar vervoer is voor ons immers geen luxe. Het is een basisdienst. Daarom kiest de regering met Vooruit voor sterk, stipt en comfortabel openbaar vervoer. Wij kiezen voor één ticket, hopelijk één app en één duidelijk traject voor trein, tram en bus. Op die manier helpen wij alle reizigers vooruit.
Voorzitter:
Ik dank de heer Tas, die zodoende zijn eerste actuavraag heeft gesteld. ( Applaus )
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting van de regering-De Wever
Belastingbeleid regering-De Wever
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draaide om twee hoofdthema’s: (1) een politieke strijd over wie (Clarinval of Vandenbroucke) een parlementaire vraag over de algemene indexatiebedreiging en concertatie sociale moest beantwoorden, waarbij de oppositie de regering beschuldigde van ontwijkend gedrag door de vraag te verschuiven naar Vandenbroucke (soortelijk zorgsector) in plaats van Clarinval (breder sociaal overleg). (2) Een felle kritiek op de geplande meerwaardebelasting, waarbij oppositiepartijen (Open Vld, PVDA, Vlaams Belang) de regering (met name Vooruit) verweten de belasting zodanig uit te hollen (bv. vrijstelling na 10 jaar) dat alleen de middenklasse – niet de superrijken – ze zal betalen, terwijl de regering benadrukte dat de technisch-juridische uitwerking nog lopende is en het regeerakkoord gerespecteerd zal worden.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, ainsi que je l'ai évoqué avec vous avant le début de cette séance, notre groupe, par l'intermédiaire de Patrick Prévot, avait déposé une question à l'adresse du ministre de l'Emploi et de l'Économie, M. Clarinval, qui est parmi nous cet après-midi. Cette question a été réorientée par le gouvernement vers le ministre Frank Vandenbroucke alors que l'objet de la question de M. Prévot est bien plus large que l'impact d'une non-indexation pour les travailleurs du secteur des soins santé, bien que cela reste un point d'attention particulier pour le groupe socialiste. Mais au-delà de cela, sa question porte davantage sur la concertation sociale et en tant que ministre de l'Emploi, M. Clarinval est aussi ministre de la concertation sociale. Nous souhaiterions, d'autant plus que M. Clarinval est présent parmi nous cet après-midi, que la question de M. Prévot lui soit posée. Si M. Clarinval a besoin d'un temps de préparation pour affiner sa réponse avec le ministre Vandenbroucke, M. Prévot est disposé à attendre, à passer son tour et à intervenir plus tard.
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, ik weet niet of de regering daar iets aan toe te voegen heeft. In ieder geval is mij meegedeeld dat minister Vandenbroucke namens de regering antwoordt. Over meer gegevens beschik ik niet.
Het klopt inderdaad dat die vraag van uw fractie gericht was aan minister Clarinval. Het komt de regering toe te bepalen wie een vraag beantwoordt. Uit uw eigen ministeriële periode weet u dat vragen soms worden doorgeschoven. Ik kan alleen aan de regering vragen om in de mate van het mogelijke, zonder erover te kunnen oordelen of het mogelijk is, respect op te brengen voor de wensen van de Kamer en van de fracties die een vraag willen stellen. Daar eindigt mijn bevoegdheid.
Pierre-Yves Dermagne:
J'entends vos remarques, mais donnons la parole au ministre Clarinval, qui est présent. Son expression non verbale indiquait qu'il était disposé à répondre à la question de M. Prévot. Pétri des certitudes qui sont les siennes, il ne devrait pas avoir de difficulté ou de peur à répondre à une question de M. Prévot.
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, het probleem met de interpretaties van lichaamstaal is dat die interpretaties een redelijke breedte hebben. Ik sluit niet uit dat uw interpretatie de juiste is, al meende ik de lichaamstaal anders te lezen. Ik stel in ieder geval vast dat minister Clarinval slechts beperkte inspanningen levert om het woord te vragen.
David Clarinval:
Je veux bien répondre à cette question, mais elle porte spécifiquement sur les soins de santé. C'est mon collègue Frank Vandenbroucke qui est en charge de cette matière. Il a accepté d'y répondre. Si l'intitulé de la question avait été plus large, englobant par exemple la concertation sociale, j'y aurais sans doute répondu. Cependant, dans ce cas précis, mon collègue Vandenbroucke y répondra.
Si M. Prévot veut m'interroger la semaine prochaine ou plus tard, je n'aurai aucun problème à lui répondre. Il faut tâcher d'être plus précis dans les titres des questions car, dans ce cas-ci, Frank Vandenbroucke et moi-même avions compris que la question concernait les soins de santé.
Pierre-Yves Dermagne:
Je vais mettre ça sur le compte d'une mauvaise information du ministre Clarinval. Le texte et le titre précis de la question portent sur les menaces sur l'indexation de manière générale, pas uniquement dans les soins de santé, et visent notamment la concertation sociale.
Par ailleurs, comme vous le savez, les questions d'actualité se font aussi de manière spontanée et ne nécessitent pas de document écrit. Un champ plus ou moins large peut donc exister entre le moment où le titre de la question a été déposé et le moment où la question est posée.
Dans ce cas précis, les questions de M. Prévot sont adressées au ministre Clarinval et visent ses compétences. Il vient en outre de dire qu'il était disposé à y répondre.
N'allongeons pas le délai! Vous n'avez quand même pas peur de répondre à cette question-là, monsieur Clarinval?
David Clarinval:
Le ministre Vandenbroucke a prévu une réponse.
Pierre-Yves Dermagne:
(…)
Voorzitter:
Ik denk dat u uw punt hebt gemaakt. De vraag was inderdaad aan de heer Clarinval gericht. De formulering van de vraag is wat ze is. Dat heeft een zekere beperking. Laat het nogmaals een argument zijn om de vraag zo gedetailleerd mogelijk in de titel op te nemen. Dan is het wellicht duidelijker.
Sofie Merckx:
Je voudrais appuyer le propos de M. Dermagne. Il est fréquent que des questions soient renvoyées vers un autre membre du gouvernement quand le ministre est indisponible, mais aussi que des questions soient jointes. La proposition de M. Dermagne vise à ce que les ministres répondent ensemble. Si un groupe pose une question à un ministre précis, c'est pour une raison précise. Ici, le débat ne porte pas seulement sur l'indexation des salaires du personnel soignant, mais aussi de l'ensemble des travailleurs. Que devient ce mécanisme d'indexation, qui relève de la compétence de M. Clarinval? Le bon compromis serait donc que les deux ministres répondent ensemble aux deux questions.
Patrick Prévot:
Monsieur le président, je ne dirais pas qu'il s'agit d'un grave précédent, parce que, malheureusement, nous vivons des précédents chaque semaine. Mais, en matière de contrôle de l'action gouvernementale, cela pose vraiment un problème.
Ma question, comme l'a dit mon chef de groupe, est beaucoup plus large que celle des soins de santé. Si j'ai adressé cette question à M. Clarinval, c'est parce que nous avons été contactés par d'autres secteurs, notamment les universités, et qu'il est chargé de la concertation sociale. Je souhaiterais dès lors qu'il puisse répondre personnellement à cette question. Son cabinet n'est pas loin, et il a une équipe de collaboratrices et de collaborateurs de haut niveau. Il n'est pas sot de penser qu'un ministre, qui est à disposition du Parlement, comme tous les membres du gouvernement, puisse répondre à une question de contrôle de l'action gouvernementale. Son cabinet est le plus proche du Parlement, et M. Clarinval est ici présent.
Essayons de joindre les questions; M. Vandenbroucke répondra sur la partie soins de santé, s'il le souhaite, et M. Clarinval sur le reste de ses compétences. Sinon, ce n'est pas M. Clarinval qui va chagriner M. Vandenbroucke, mais ce sont les secteurs qui nous ont contactés qui vont être chagrinés de ne pas avoir, encore une fois, une réponse complète à leur question.
Pierre-Yves Dermagne:
Je voudrais apporter un dernier élément de précision. Entre le moment du dépôt de la question, un peu avant 11 h, et le moment où nous nous sommes parlé en début de séance, il y a aussi eu des contacts entre le groupe PS, les services et le cabinet du ministre Clarinval pour préciser que le périmètre de la question allait au-delà de l’indexation des salaires dans le secteur des soins de santé.
L’information a été transmise. Des e-mails ont été échangés. Je ne vais pas les lire. Nous avons déjà eu un précédent il y a quelques jours. Mais je vous indique que ces échanges ont bien eu lieu et que ces précisions ont bien été transmises au cabinet du ministre.
Mais faisons bref procès. Le ministre est là. Il a dit qu’il était disposé à répondre à la partie qui le concernait, et qu’on joigne donc la réponse du ministre Clarinval à celle du ministre Vandenbroucke.
Voorzitter:
Ik denk niet gehoord te hebben heb dat hij bereid zou zijn er hier vandaag op te antwoorden. Dat is mijns inziens niet gezegd.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le président, je voudrais simplement rappeler aux collègues que toutes les réponses qui sont apportées ici, quel qu'en soit l'auteur, engagent le gouvernement dans son ensemble et que celui-ci reste maître d'envoyer le représentant qu'il souhaite pour répondre aux questions. Donc, nous pourrions clore le débat et maintenir l'ordre du jour.
Chers collègues, quand M. Vandenbroucke répond – rassurez-vous –, c'est moins bon pour vos vidéos Facebook, mais cela engage tout autant le gouvernement que si c'était David Clarinval ou n'importe quel autre ministre qui répondait.
Par conséquent, je vous demanderai, monsieur le président, de mettre un terme à ce débat qui nous fait perdre du temps inutilement. Je vous remercie.
Voorzitter:
Collega’s, de diverse standpunten zijn meegedeeld. Ik heb daar alle begrip voor. Elk antwoord van de regeringsleden komt evenwel van de regering en vertegenwoordigt de volledige regering.
Dan nodig ik nu de premier en de heer Van Quickenborne uit om naar hier te komen, voor een eerste reeks vragen, over de meerwaardebelasting.
Mevrouw De Knop, u wilt terugkomen op het vorige punt? Het debat is eigenlijk gesloten. Ik kan niet terugkomen op de vaststelling die ik geformuleerd heb.
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, ik had u graag het woord gevraagd, maar u ging te snel over naar het volgende agendapunt.
Als liberaal en vrijzinnige ben ik verbouwereerd over de minuut stilte die wij hier namens de Kamer van volksvertegenwoordigers hebben gehouden voor een kerkelijke vorst. Het gaat om een conservatieve kerkelijke vorst die absoluut geen respect had voor vrouwenrechten en holebi’s en die met name mensen die abortus plegen, moordenaars heeft genoemd.
Voor hem hebben wij hier daarnet een minuut stilte gehouden. Ik wens mij daar persoonlijk van te distantiëren. (Applaus bij sommige leden)
Voorzitter:
Dat hebt u dan bij deze gedaan.
Het is redelijk ongebruikelijk dat rouwhuldes op die manier worden aangevuld. Het is echter uw vrijheid om uw mening daarover te ventileren.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik heb een vraag over de meerwaardebelasting. De teksten zijn intussen bekend. Het zijn geen vijgen na Pasen, het zijn belastingen na Pasen.
Waarvoor wij gewaarschuwd hebben, wordt nu duidelijk, mijnheer de eerste minister. Eerst was er sprake van een solidariteitsbijdrage, een tijdelijke crisisbijdrage, maar dat blijkt nu een platte belasting te zijn. Er was ook sprake van om dat door de sterkste schouders te laten betalen, maar nu blijkt dat de gewone middenklasse die belasting zal moeten betalen. Mensen die een verzekeringscontract afsluiten, zullen die belastingen moeten betalen. Mensen met een tak 21-spaarregeling zullen die belastingen moeten betalen. Mensen die actief zijn in beleggingsfondsen, dat zijn honderdduizenden Belgen, zullen die belastingen moeten betalen. Jonge mensen, studenten die hun spaarcenten meer willen laten renderen met ETF's, trackers die de beurs volgen, zullen die belastingen moeten betalen. Het zijn dus niet de sterkste schouders, maar de gewone schouders die de belastingen zullen moeten betalen, mijnheer de eerste minister.
Wat ook duidelijk is, is dat de vrijstellingen die door verschillende partijen werden gevraagd er niet komen. De vrijstelling van 20.000 euro, die door de heer Mahdi werd gevraagd, staat er niet in. De vrijstelling onder de 20 %, gevraagd door de heer Bouchez, staat er niet in. Eén vrijstelling staat er wel in en dat is de vrijstelling die u hebt gevraagd, mijnheer de eerste minister. U hebt daar zelf over gezegd: het staat niet in het regeerakkoord, maar we gaan het toch doen. Dat is de vrijstelling voor mensen die hun producten langer dan 10 jaar aanhouden. Dat is een goede vrijstelling, want dat beschermt mensen die goede huisvaders zijn. Daarover heeft de heer Seuntjens al gezegd: dat staat niet in het regeerakkoord, dat gaan we niet doen.
Mijnheer de eerste minister, ik heb één eenvoudige vraag voor u. Die vrijstelling van 10 jaar, komt die er of komt die er niet?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de eerste minister, u bent ondertussen geland met uw paasakkoord. Het wordt dus tijd het eens te hebben over de vijgen na Pasen die het akkoord niet gehaald hebben.
Een meerwaardebelasting die als doel heeft de rijken ook iets te doen bijdragen, is zo'n vijg. Die staat niet in uw paasakkoord. De rijken kunnen nog even op hun twee oren slapen. Maar die vijg gaat niet weg, natuurlijk. Uw minister van Financiën heeft vandaag in de pers laten weten dat hij die belasting verder zal uithollen. Wie tien jaar lang zijn aandelen bijhoudt, wordt vrijgesteld. U noemde die mensen enkele weken geleden "de brave huisvaders."
Maar wie zijn die brave huisvaders die zulke grote bedragen meer dan tien jaar kunnen missen? Laat ik als voorbeeld twee fictieve vrienden nemen, Fernand Muts en Marc Toucke. Beiden hebben ze heel veel geld. Ze beleggen een deel ervan in aandelen, maar ze hebben genoeg ander geld, zodat ze er tien jaar lang kunnen afblijven. Na die tien jaar verkopen ze hun aandelen met een winst van 1 miljard euro. Hoeveel moeten deze brave huisvaders daar dan op bijdragen? Niets! Nul! Vrijgesteld!
De echte brave huisvader die zijn spaargeld even parkeert in aandelen, om het daarna weer op te nemen omdat hij een huis wil kopen of een trouwfeest wil organiseren, die moet die taks wel betalen. Het effect van uw uitholling is dus dat de sterkste schouders hun bijdrage kunnen ontlopen maar dat de gewone man in de straat moet betalen. Nog maar eens.
Mijnheer de eerste minister, enkele weken geleden hebt u voor de camera's verklaard dat deze uitholling er zou komen. Daarna hebt u moeten toegeven dat u voor uw beurt had gesproken. Vandaag doet uw minister van Financiën dezelfde uitspraken. Mijn vraag aan u is of u kunt bevestigen dat ook uw minister van Financiën voor zijn beurt heeft gesproken.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega's, gewone werkende mensen betalen tot wel 50 % belastingen. Wie het zich daarentegen kan veroorloven om heel veel aandelen te kopen en daar een enorme winst opmaakt en meerwaarde int, betaalt daar vandaag nul euro belasting op. Dat is toch niet normaal, zeker in deze tijden. Daar moeten we eerlijk over zijn. In deze tijden is het niet aanvaardbaar dat er niet wordt belast. Men vraagt aan iedereen een bijdrage, maar aan die grote vermogens niet. Dat kan niet.
Voor Vooruit is het al langer duidelijk: iedereen moet een bijdrage leveren, ook de grote vermogens, degenen die een grote meerwaarde op aandelen boeken, de sterkste schouders dus, zeker wanneer de regering moeilijke beslissingen moet nemen om het land op orde te stellen en een inspanning vraagt van de gewone mensen. Dan moeten de sterkste schouders absoluut bijdragen.
De beslissing om een meerwaardebelasting in te voeren, is historisch. Na jaren gezever legt de arizonaregering met Vooruit eindelijk een meerwaardebelasting op. Een dergelijke belasting bestaat trouwens al in onze buurlanden, voor alle duidelijkheid. Voor ons is het de logica zelve dat als gewone werkende mensen een inspanning moeten leveren, ook de allerrijksten een bijdrage moeten doen.
Mijnheer de premier, het is goed dat er een concreet voorstel ter uitwerking van de laatste modaliteiten op tafel ligt. Laat het duidelijk zijn, in Vooruit zult u altijd een partner vinden om de modaliteiten volgens de afspraak in het regeerakkoord concreet uit te werken. Dat regeerakkoord, dat ik hier bij mij heb, is heel duidelijk: het enige onderscheid in ons regeerakkoord is gebaseerd op het aanmerkelijk belang.
Mijnheer de premier, een gelijke verdeling van de inspanningen is voor onze fractie, voor Vooruit essentieel. Wij staan te popelen om het wetsonderwerp rond de meerwaardebelasting te bespreken in het Parlement. Wanneer mogen we die bespreking verwachten?
Sofie Merckx:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega's, de meerwaardebelasting was het symbooldossier dat moest aantonen dat niet alleen van de bevolking een inspanning werd gevraagd, maar van iedereen, ook van de superrijken. Van bij het begin was het echter duidelijk dat de superrijken niet zouden moeten bijdragen en dat ze de dans zouden ontspringen, want zij bezitten aandelen in vennootschappen en moeten daarvoor niet betalen via de personenbelasting. Van bij het begin was het ook duidelijk dat er heel veel ruzie was in de regering over de uitvoeringsmodaliteiten. Op basis van wat er gelekt is, kunnen we toch wel stellen dat hetgeen er op tafel lag, nog verder wordt uitgehold en rijst de vraag wat er van het oorspronkelijk voornemen nog overblijft.
Ik vat even samen wat de regering doet. Als het erop aankomt om de mensen langer te doen werken en een pensioenmalus op te leggen, dan gaat iedereen akkoord. Als het erop aankomt om te sjoemelen met de indexering, onder andere van de pensioenen, dan gaat iedereen akkoord. Als het erop aankomt om te jagen op de langdurig zieken en de dokters, dan gaat iedereen akkoord, ook Vooruit. Maar als het erop aankomt om een kleine bijdrage te vragen van de superrijken, dan is het kot te klein.
Mijnheer de premier, het is duidelijk dat hetgeen er op tafel ligt, steeds meer uitholt wat er eigenlijk moet gebeuren en het ziet er helemaal niet naar uit dat de superrijken een bijdrage zullen moeten leveren. Van bij het begin was het al duidelijk: 23 miljard voor de gewone mensen, 500 miljoen voor de superrijken. Kunt u mij garanderen dat de meerwaardebelasting (…)
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, doet u het nog graag, dit land redden? Uw minister heeft dat goed bekeken: een Jambonnetje lossen en dan naar het buitenland vertrekken.
Wat we vandaag op tafel zien liggen, is niet zomaar een wetsontwerp. Neen, het is het zoveelste bewijs van een regering die bij het minste vervalt in openlijke discussie. Het zogenaamd paasakkoord is nog niet koud of het gekibbel binnen uw regering begint opnieuw. Dit wetsontwerp is niets anders dan knip- en plakwerk om de ideologische brokken binnen deze meerderheid te lijmen. Vooruit blijft tot vandaag op dit spreekgestoelte luid roepen dat het regeerakkoord glashelder is, maar blijkbaar was dat akkoord zo vaag dat nu elke partij haar eigen waarheid in de teksten van Jambon leest.
Ondertussen zitten de hardwerkende en sparende Vlamingen met de dreiging van een nieuwe belasting die de ene dag wordt opgepookt en de andere dag weer wordt geminimaliseerd. Neem nu cd&v, dat enkele weken geleden nog terecht verwees naar de onderwijzer, de goede huisvader, die voor zijn dochtertje elke maand iets opzijzette en pleitte voor een vrijstelling tot 20.000 euro, maar nu in het kader van de defensie-uitgaven weer komt pleiten voor meer inkomsten uit diezelfde meerwaardebelasting. Wat is het nu? Of neem nu uw N-VA, mijnheer de premier. Het papiertje van Bouchez is blijkbaar teruggevonden. U zei voor de camera's dat er een vrijstelling komt voor wie zijn aandelen tien jaar bijhoudt. Dat is een goede zaak, maar een vergissing volgens sommigen binnen uw regering, een bewuste toegeving volgens anderen.
Alleen al de toelichting bij dit wetsontwerp bestaat uit ruim 50 pagina's. Ze staat vol met ingewikkelde bijsturingen, uitzonderingen en ronduit lachwekkende berekeningen, tot in de vierde graad bij familie. Hopeloos complex! Zijn dat de eerlijke belastingen, is dat de rechtvaardige fiscaliteit die u de kiezer hebt beloofd?
Bart De Wever:
Geachte leden, sommige leden hebben gesproken over fictieve vrienden. Misschien hebben ze geen andere vrienden. Ik weet het niet, dus het is mogelijk. Alleszins is het hier vooralsnog wel een fictief debat, want, zoals u allen weet, er is nog geen wetsontwerp over het onderwerp in de Kamer ingediend.
De collega van Vooruit verklaart te popelen, samen met alle andere vooral Nederlandstalige collega's. Ik snap dat. De arizonacoalitie heeft veel enthousiasme voor het debat in het huis hier gebracht. Dat is goed, maar de waarheid is dat het overleg over de modaliteiten van de meerwaardebelasting nog lopende is in de regering en zich op het moment nog maar op het technische niveau afspeelt.
Behoudens wat de minister van Financiën enkele weken geleden hier is komen duiden aan het Parlement op basis van de tekst van het regeerakkoord, is er dus namens de regering vandaag geen extra commentaar te geven over dit onderwerp, want men kan hier alleen namens de regering spreken – u hebt dat in het inleidende debat samen vastgesteld – en er is nog geen standpunt van de regering over het onderwerp. Er is nog geen wetsontwerp dat als vrucht van die consensus in het huis hier is ingediend.
Het gaat hier over werkdocumenten, die hun weg hebben gevonden naar de pers. Dat is altijd jammer, want dan krijgt men allerlei premature bespiegelingen en die bespiegelingen zijn politiek uiteraard nuttig. Ik heb er ook. Als u mijn persoonlijke mening over het onderwerp wilt kennen, geef ik u die graag in de koffiekamer. Dan kunnen wij spreken van mens tot mens, maar hier kan ik alleen als eerste minister spreken. U kunt daar met mij, zoals u weet, enkel koffie drinken of, als ik zeer goed geluimd ben, misschien een cola zero, maar niks anders. Laat dat duidelijk zijn. Ik wens u allen trouwens ook toe dat het binnenkort alleen nog maar dat zal zijn.
Zodra het wetsontwerp ingediend is – we zullen daarmee komen dans les meilleurs délais –, dan zullen in eerste instantie de minister van Financiën en ook ik ter beschikking staan voor alle vragen, die u daarover kunt stellen, maar dat is op het moment nog te vroeg.
Voorzitter:
Mijnheer de eerste minister, ik heb hier ooit Montesquieu geciteerd, de vader van de scheiding der machten. Ik wil u dat nog even in herinnering brengen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik merk toch enige schroom in uw antwoord. U hebt ook zelf gezegd dat indien u hiermee uw ding mocht doen, u waarschijnlijk andere dingen zou doen dan wat in het regeerakkoord staat. U hebt natuurlijk wel een punt.
Wie zal die meerwaardebelasting namelijk betalen, mijnheer El Yakhloufi? Alle mensen die keihard werken. Het zijn niet de werklozen en de uitkeringstrekkers die de meerwaardebelasting zullen betalen. Het zijn de mensen die werken, die die meerwaardebelasting zullen betalen en dat is de essentie.
Mijnheer de eerste minister, we hebben met de Vlaamse liberalen 25 jaar die belasting tegengehouden en u weet waarom. We hebben die belasting in de Zweedse regering ook samen bestreden. Dat weet u ook nog zeer goed. Nu we uit de regering zijn, zult u die gewoon invoeren.
Ik weet waarom u niet graag persconferenties organiseert. U voelt namelijk een zekere schaamte voor deze maatregelen en ik begrijp u.
Dieter Vanbesien:
Collega's, de vrienden van Vooruit roepen hier al maanden dat ze ervoor gekozen hebben om in deze regering te stappen, omdat ze een aantal belangrijke linkse trofeeën hebben kunnen binnenhalen. Er komt een meerwaardebelasting, zodat de sterkste schouders een eerlijke bijdrage zullen leveren, en de koopkracht zal worden beschermd, want er wordt niet geraakt aan de automatische indexering.
Wat is echter het bilan na drie maanden? De meerwaardetaks heeft het paasakkoord niet gehaald en ze zal fel worden uitgehold, zodat de echt sterke schouders de dans kunnen ontlopen. Ook de automatische indexering wordt uitgehold en onder andere het zorgpersoneel is daarvan de dupe.
Enkele maanden geleden zei Conner Rousseau dat we moesten stoppen met Arizona een centrumrechtse regering te noemen. Mijnheer El Yakhloufi, uw voorzitter heeft gelijk, dit is geen centrumrechtse regering, maar een pure rechtse regering.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer Van Quickenborne, ik hoor het u graag zeggen, want na 25 jaar liberalen aan de macht zijn de belastingen voor gewone mensen inderdaad te hoog. Dat is omdat u geen bijdrage van die sterkste schouders durfde en wilde vragen. Het is een schande. Deze regering zal daarin verandering brengen.
Mijnheer de eerste minister, hetgeen u zegt, is juist. Ik vind het wel jammer dat we het via de pers moesten vernemen, maar er ligt nog geen wetsontwerp klaar.
Wel stel ik het volgende vast als het gaat over de oppositie. Ik vind het zelfs amusant en bijzonder. Er is Open Vld, die na 25 jaar nu klaagt over te veel belastingen, maar men mag zeker niet raken aan die rijke vriendjes. Mijnheer Van Quickenborne, ik geloof dat uw vrienden meer dan 10.000 euro winst maken.
Dan is er de PVDA, heel bijzonder, die zegt geen belastingen op kapitaal, want blijkbaar hebben de kiezers van de PVDA meer dan 10.000 euro winst op meerwaarde. U zou Karl Marx nog eens moeten lezen, dat moet u zeker nog eens doen.
En dan is er het Vlaams Belang. (…)
Voorzitter:
Ik dank u voor deze literatuurtip. Het was gisteren boekendag.
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, het idee dat iedereen zal moeten bijdragen, is een ballonnetje dat meer en meer doorprikt wordt. Dat geldt ook voor het riedeltje dat het geld op is en dat we daarom moeten besparen. In uw paasakkoord hebt u 4 miljard gevonden voor Defensie, dat is dan weer geen probleem. En dan is er het riedeltje dat de werkende mensen zouden beloond worden. Waar is de 500 euro die beloofd werd aan de werkende mensen? Waar is die? U wilt zelfs chipoteren aan de index. Dat is wat u wilt doen.
En ik heb Marx goed gelezen. Wij hebben Marx goed gelezen. Weet u wat wij weten? Meer en meer mensen zien in dat dit een afbraakregering is. Meer en meer mensen zijn kwaad op deze regering. Meer en meer mensen komen op straat tegen de regering. Dat is hetgeen wij komende zondag ook gaan doen. We komen op straat tegen deze afbraakregering en voor vrede.
Voorzitter:
Mijnheer Vermeersch, gaat u ook uw weekendplannen uit de doeken doen? Wij wachten in spanning.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de eerste minister, uw regering heeft duidelijk last van incontinentie. Lekken alom. De politieke discussie binnen uw regering, vandaag opnieuw, zorgt voor fiscale onzekerheid, een onzekerheid die verstikkend is voor het vertrouwen van diegenen die werken, ondernemen, sparen en beleggen in dit land. Dat zijn vooral de Vlamingen. De teksten die nu uitlekken zijn geen eerlijke, rechtvaardige, of coherente fiscaliteit. Dit is politiek kladwerk. De vraag is dus of die Jambontaks zal falen bij de juridische toets dan wel een economische en begrotingsflop zal worden. Wij van Vlaams Belang verdedigen de belangen van die hardwerkende, ondernemende, sparende en beleggende Vlamingen. Wij zullen ons tegen deze zoveelste nieuwe belasting op de kap van die Vlamingen verzetten.
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending 'Generatie vape'
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending over vapes
Gesteld door
CD&V
Els Van Hoof
N-VA
Lotte Peeters
Vooruit
Funda Oru
VB
Katleen Bury
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de urgente bestrijding van vapes bij jongeren, die via zoete smaakjes, illegale drugs (zoals *spice*) en misleidende marketing massaal verslaafd raken, met zware gezondheidsrisico’s (nicotine, zware metalen). Minister Vandenbroucke kondigt strengere maatregelen aan: een totaalverbod op smaakjes (behalve tabak/munt), versterkte handhaving (40.000 illegale vapes in beslag genomen), Europese lobby voor grensoverschrijdend verbod, en samenwerking met politie en Binnenlandse Zaken—maar critici (o.a. Van Hoof, Peeters, Bury) wijzen op trage uitvoering (smaakjes waren al in 2021 voorgesteld), gaten in wetgeving (herbruikbare vapes, niet-geüpdatete KB-lijst verboden stoffen) en ideologische tegenstrijdigheden (eis tot druglegalisering ondermijnt anti-vapebeleid). Kernpunt: onmiddellijke actie is nodig om een generatie te redden, maar Europese afstemming en strikt handhaven blijven knelpunten.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, 52 % van de vapende jongeren rookt sigaretten. Het schadebeperkingsnarratief van de industrie – die is ook crimineel – is een rookgordijn geworden. Een rookopstapje in plaats van een rookstopmiddel. De Pano -reportage van gisteren liegt niet. Naast met nicotine worden vapes nu gevuld met naar snoep smakende drugs. Een hele generatie wordt onder onze ogen langzaam verslaafd en vergiftigd.
Ik vraag het namens cd&v al vijf jaar. Ik heb in 2021 een wetsvoorstel op tafel gelegd om de smaakjes te beperken tot maximaal drie, zonder die aantrekkelijke zoetigheid. De Stichting tegen Kanker, Kom op tegen Kanker, de Belgian Respiratory Society, allemaal zijn ze voorstander.
Mijnheer de minister, soms zijn gezond verstand, pragmatisme, en ook het voorzorgsprincipe beter dan een voorzichtig wetenschappelijk advies dat we in 2022 mochten ontvangen van de Hoge Gezondheidsraad. Hoelang wachten we nog? We moeten weer wachten op een advies. Ik heb adviezen over mijn wetsvoorstel gevraagd.
U wou vorig jaar de inspecties versterken en de sancties opvoeren, maar wat zien we? Cannabisvapes, spicevapes, wegwerpvapes. Eraan geraken is letterlijk kinderspel.
Ik hoop dat het u vandaag echt menens is. Mijnheer de minister, wat zult u nu doen, wat zult u vandaag doen, om onze jongeren te beschermen tegen vapen?
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, we hebben gisteren de Pano -reportage gezien. U gaf daar vanochtend al een reactie op in de pers. Ik ben blij te horen dat u even verontwaardigd bent als de talrijke ouders en leerkrachten die met deze problematiek geconfronteerd worden.
Onze jongeren worden steeds meer blootgesteld aan rommel in vapes. Dat moet echt stoppen. Er is al een verbod op het verkopen van wegwerpvapes, maar dat wordt dus duidelijk niet nageleefd. Het gaat over illegale rookmiddelen, waardoor we geen zekerheid meer hebben over de samenstelling van het product. Zo ligt het nicotinegehalte vijf keer hoger dan in een klassieke tabaksigaret en zitten er zware metalen in de dampen, zoals nikkel, lood en zink. Dan hebben we het nog niet over de e-sigaretten die cannabis of synthetische drugs bevatten. Wanneer drugs gecombineerd worden met een aangename fruit- of snoepsmaak weten we gewoon dat er op termijn ongelukken gaan gebeuren, waarschijnlijk ook met heel jonge kinderen.
We hebben de wet al verstrengd, maar we stellen vast dat de situatie er echt niet beter op wordt. Integendeel, het blijft een aantrekkelijk product voor jongeren door de verschillende smaakjes en het is voor jongeren nog te gemakkelijk om aan wegwerp e-sigaretten te geraken, zowel online als via dealers, maar ook gewoonweg in de winkel.
Mijnheer de minister, de regering wil overduidelijk de strijd aangaan met de vapes. U sprak deze ochtend over oplossingen, waaronder samenzitten met de politie, Binnenlandse Zaken en Europa om tot een integrale aanpak te kunnen overgaan. Ik steun die daadkracht, maar vraag mij wel af welke bijkomende maatregelen er op heel korte termijn kunnen worden genomen. De harde realiteit van een nieuwe zogenaamde 'generatie vape' haalt ons immers razendsnel in.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, men kan er tegenwoordig niet meer naast kijken en heel wat ouders worden er dagelijks mee geconfronteerd: jonge kinderen die aan de schoolpoort staan te vapen, verleid door fruitsmaakjes, felle kleuren en niet alleen verleid, maar vooral ook verslaafd.
Dat is het werk en de walgelijke tactiek van de tabakslobby. Alle waarden en normen gaan overboord om onze jonge kinderen en jongeren verslaafd te maken. Ze zetten alles op alles om onze toekomstige generaties, onze toekomst, onze jeugd te verleiden, te verzieken en verslaafd te maken. De Pano -documentaire van gisteren was wederom shockerend. Ik wil via deze weg ook de makers expliciet bedanken omdat ze gevaarlijke trends bij jongeren keer op keer onder de loep nemen, want nu blijkt dat die vapes gevaarlijke metalen en spice bevatten, een drug die even verslavend is als heroïne.
Dat zou ons allemaal moeten verontrusten, want we weten ondertussen allemaal wel hoe schadelijk vapes zijn voor jonge mensen, maar dit is gewoon hallucinant en onaanvaardbaar. Bovendien trappen steeds meer jonge kinderen in die val.
Mijnheer de minister, u hebt de voorbije jaren heel wat inspanningen gedaan en ook komaf gemaakt met de vele valstrikken van de tabakslobby, maar toch blijven zij ook innoveren en manieren zoeken om onze kinderen en jongeren te verleiden en verslaafd te maken. U hebt als eerste in Europa wegwerpvapes, lampjes en smartvapes verboden en ook een einde gemaakt aan de online verkoop van vapes, maar toch.
Voor Vooruit is de gezondheid van onze kinderen en jongeren essentieel. Ik heb dus maar één vraag voor u, mijnheer de minister. U hebt al heel wat belangrijke stappen gezet, maar wat zult u nog doen om onze kinderen en jongeren te beschermen tegen de gevaren van vapen en roken? Dank u wel.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, de Panoreportage legde een schokkende realiteit bloot. Minderjarigen dampen synthetische drugs, verpakt als fruitige vapes en verhandeld via sociale media. Het gaat niet enkel over klassieke cannabis of nicotine, maar ook over 'spice', een chemisch gemanipuleerde stof die tot vijftig keer krachtiger is dan THC en even verslavend is als heroïne.
Deze producten circuleren zonder etiket, zonder controle en waarschuwing. Artsen herkennen ze niet, ouders weten van niets en kinderen storten in. Dit alles gebeurt onder uw bevoegdheid. U bent als minister immers bevoegd voor het koninklijk besluit van 1997 dat de lijst van verboden stoffen vastlegt.
U verbiedt graag van alles en nog wat, maar sinds de Europese waarschuwingen van 2022 hebt u geen enkele aanpassing gedaan. Het Europees waarschuwingssysteem meldde in 2022 alleen al 24 nieuwe synthetische cannabinoïden. Ondertussen inhaleren jongeren deze stoffen zonder dat u enige actie ondernam. Waarom hebt u daar de voorbije jaren niets aan gedaan? Zult u dat KB nog actualiseren? U bestempelt cannabis in vapes terecht als gevaarlijk, maar waarom verbiedt u dan niet consequent softdrugs in plaats van ze te legaliseren?
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de documentaire van gisteren heeft nogmaals duidelijk gemaakt dat vapes ongezonde en gevaarlijke producten zijn, die eigenlijk gewoon de wereld uit moeten. Daar zijn we ook mee bezig. Het gaat immers om een criminele industrie die een nieuwe generatie van kinderen en jongeren aan nicotine verslaafd wil maken. We moeten alles uit de kast halen om dat te stoppen.
Wij zijn daarmee al begonnen. Wat de producten betreft, hebben we allerlei tierlantijntjes, lichtjes en versieringen verboden. We waren ook de eerste in Europa om wegwerpvapes te verbieden. We hebben ook maatregelen genomen om vapes uit het zicht te halen, want zien roken doet roken. Eind december hebben we een rookverbod ingevoerd, ook voor vapes, op allerlei plekken waar kinderen en jongeren komen, van speelpleinen tot attractieparken en dierentuinen. Sinds 1 april van dit jaar is er ook een uitstalban voor vapes van toepassing. Vapes mogen gewoonweg niet meer in winkels uitgestald worden; ook dat is belangrijk.
Ik denk dat we verder moeten gaan en ik hoop op uw enthousiaste steun wanneer wij het vapen en het roken van klassieke tabaksproducten op terrassen zullen verbieden. Naar mijn opinie is dat echt nodig, want we moeten dat uit het zicht halen van kinderen en jongeren en van mensen in het algemeen.
Iedereen is er vandaag van overtuigd dat we ook de smaakjes moeten aanpakken. Die smaakjes zijn nergens goed voor. Kinderen en jongeren inhaleren nicotine en drugs met de smaak van aardbeien, appels en wat weet ik nog allemaal. Andere ingrediënten zijn pesticiden, nikkel, lood, allerlei zeer ongezonde en gevaarlijke producten. We moeten eerlijk toegeven dat de meningen daarover geëvolueerd zijn. De Hoge Gezondheidsraad adviseerde destijds dat de smaken behouden konden blijven. Ook bij de organisatie Kom Op Tegen Kanker denk ik dat de meningen geëvolueerd zijn. Filip Lardon bijvoorbeeld was vroeger voorstander van het behoud van de smaakjes, maar zegt nu uitdrukkelijk dat ze verboden moeten worden. Ook mijn mening is in die zin geëvolueerd. Ik denk dat we de smaakjes werkelijk volledig moeten verbieden.
Dat verbod zijn we nu aan het uitwerken. Daarbij kunnen we kiezen voor het Deens model, waarbij naast tabaksmaak nog muntsmaak bestaat met het oog op rookstop, ofwel voor het Nederlands model met alleen maar tabaksmaak. Dat zijn we aan het bekijken. Het is technisch niet zo eenvoudig. Ik wil zo snel mogelijk een dossier klaar hebben met een efficiënte en gemakkelijk hanteerbare oplossing en dat dan voorleggen aan Europa.
Ondertussen moeten we inderdaad inzetten op handhaving. We doen dat ook. Mijn inspectie is elke dag op stap. Terwijl we hier debatteren, zijn mijn inspecteurs op stap. We hebben in het eerste trimester van dit jaar 40.000 illegale vapes in beslag genomen. We hebben vorig jaar 6.000 webpagina's gesloten. We doen aan mysteryshoppen waarbij mijn inspecteurs zich als kopers van aanbiedingen op Snapchat voordoen en dealers betrappen. We voeren dus actie en mijn inspectie verricht uiterst goed werk.
De grote moeilijkheid is echter dat men de kwestie Europees niet geregeld kan krijgen, indien men niet in alle landen hetzelfde doet. Helaas zijn er nog heel wat landen waar onlineverkoop is toegelaten, ook rondom ons. De strijd moet, met andere woorden, ook Europees worden gevoerd. Ik heb een tijdje geleden een hele zak vapes meegenomen naar een Europese vergadering waar ik aan al mijn collega’s bevoegd voor volksgezondheid en aan de Europese Commissaris heb getoond wat vapen is: verleidelijk maar levensgevaarlijk. We hebben met elf landen een brief gericht aan de Europese Commissaris waarin we vragen eindelijk werk te maken van de beloofde wetgeving die grensoverschrijdend verkeer en onlineverkoop van die producten in heel Europa verbiedt. De strijd moet dus op Europees niveau worden gevoerd. Wat mij betreft, is die strijd zeer belangrijk.
Ondertussen moeten we inderdaad ook de samenwerking met de politie versterken. Er vindt overleg plaats met de Vaste Commissie van de Lokale Politie. Ook met mijn collega van Binnenlandse Zaken moet ik nagaan wat we bijkomend kunnen doen om al die illegale producten aan te pakken. Inderdaad, alle producten waarover het gaat – ik verbaas mij over uw betoog, mevrouw Bury –, zijn illegaal van het begin tot het einde; ze zijn allemaal verboden. Daarover bestaat geen enkele twijfel. De vraag is hoe we dat verbod zullen handhaven. Ik zal de strijd daartegen voeren, tot die producten uit de wereld zijn. Dat zijn we verplicht aan onze kinderen en jongeren.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, de acties en de maatregelen die u voorstelt zijn goed, maar hopelijk zijn ze niet too little too late . Wij hadden inderdaad geen Panoreportage nodig om het vast te stellen. We hadden al iets kunnen ondernemen in 2021. Ik heb vandaag de lijst nog eens bekeken. Die bestaat uit 300 pagina's met producten die we aanvaarden in België. Stuur de inspectie maar eens op pad om dat allemaal te controleren. We hebben het te ver laten komen. Als u het Parlement zijn werk had laten doen, waren de smaakjes nu al beperkt. Dat is de realiteit, die wil ik ook even hier onder ogen brengen. Kom Op Tegen Kanker, Stichting Tegen Kanker en alle andere organisaties hebben het gevraagd.
Ondertussen wordt de sector slapend rijk. In 2025 winnen dergelijke bedrijven 10 miljard euro in Europa op de kap van de gezondheid van onze jongeren. Het is tijd voor actie. Het is tijd voor een lik-op-stukbeleid. Onze jongeren en onze ouders zullen er wel bij varen.
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, u sprak onder andere over Europese samenwerking. Die is noodzakelijk om die onlinehandel in wegwerpvapes aan banden te kunnen leggen. Het gaat echter natuurlijk niet over die digitale handel alleen. Uit de reportage bleek bijvoorbeeld dat winkels hier in Brussel begin deze maand, na drie inspecties van de FOD Volksgezondheid, nog steeds wegwerpvapes aanboden. Dat gebeurt recht onder onze neus. Dan is dat onlineverkoopverbod alleen niet voldoende. Er dienen nog meer controles in winkels te komen. Wij verwachten ook effectieve sluitingen van hardleerse handelaars die zich niet aan die regels houden.
Verder moet er in een versneld tempo werk worden gemaakt van dat verbod op smaken of aroma's in vapes. Hoe minder aantrekkelijk het product is, hoe minder interessant het is voor onze jeugd. Dat is correct. De situatie is zo urgent dat hieraan echt prioriteit moet worden gegeven.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijk antwoord en de duidelijke inspanning om deze producten uit de wereld te helpen. Collega's, Vooruit zal altijd de kant van onze jongeren en hun gezondheid kiezen. Daarom laten we dit vandaag zeker niet los. We moeten de strijd tegen de tabakslobby samen blijven voeren.
Het is goed dat u gaat overleggen met Binnenlandse Zaken en politie om dit probleem aan te pakken. Het is ook goed dat u dit op de Europese agenda blijft zetten. Dat is nodig in het belang van al onze kinderen en jongeren, voor het beschermen van hun gezondheid. Ik reken erop, en samen met mij veel andere bezorgde ouders, dat u deze strijd blijft opvoeren, mijnheer de minister.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, het gaat wel degelijk ook over opvulbare, herbruikbare vapes waarin een flesje spice kan worden gedruppeld. De herbruikbare vapes zijn niet verboden. Wat u zegt, klopt dus niet. Ik heb u ook niets horen zeggen over het KB. Dat is een belangrijke vraag, maar u zegt daar niets over. Ondanks Europese waarschuwingen tegen de nieuwe gevaarlijke synthetische stoffen sinds 2022, hebt u jarenlang niet ingegrepen. Nu voert u campagne voor een totaalverbod op vapes, maar tegelijk pleit uw partij voor de legalisering van drugs. Dat is geen consequente gezondheidsstrategie. Dat is ideologische schizofrenie. Het is niet meer dan dat. U moet niet verbaasd zijn, wanneer u het gevaar van cannabis relativeert, over de opmars van synthetische rotzooi. Uw partij zaait verwarring.
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Funda Oru kaart het urgente probleem aan van gevaarlijke, online verkrijgbare fitnesssupplementen (waaronder doping en kankerverwekkende SARMs) die jongeren via sociale media en e-commerce gebruiken onder druk van schadelijke schoonheidsidealen, met verstrekkende gevolgen voor hun lichamelijke *en* mentale gezondheid. Minister Clarinval bevestigt dat 3 van de 10 geteste supplementen verboden stoffen bevatten, benadrukt dat ze in België niet legaal verkocht mogen worden, en wijst op lopende samenwerking tussen FAVV, FAGG en RASFF om Europese distributeurs aan te pakken, inclusief proactieve e-commercecontroles sinds 2018. Oru dringt aan op daadkrachtiger optreden, omdat ouders machteloos staan tegen de schadelijke trend die zowel fysieke gezondheid als zelfbeeld ondermijnt. De kern: systeemfalendheid in handhaving en nood aan verscherpte maatregelen tegen online verkoop en sociale-mediabeïnvloeding.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, collega's, beeldt u zich in dat uw zoon of dochter wekelijks naar de fitness gaat. Dat is gezond, denkt u dan, tot die wekelijkse uitstap naar de fitness een obsessie wordt en het groter, beter en sneller moet, niet voor hun gezondheid, maar om grotere en sterkere spieren en een sneller resultaat te verkrijgen. Op TikTok en Instagram ziet men video's van influencers die inderdaad heel snel resultaat boeken, niet door meer te bewegen of te sporten, maar door het gebruik van supplementen. Die supplementen kunnen onze kinderen en jongeren met één muisklik online bestellen en thuisgeleverd krijgen.
Daarin schuilt het gevaar. Gisteren onthulde Pano dat die supplementen heel gevaarlijk zijn. Van de 10 bestelde supplementen vormden 3 ervan een gevaar voor de gezondheid van onze kinderen en jongeren. Zonder het goed te beseffen, slikken onze kinderen kankerverwekkende stoffen en doping. Daarom vind ik die nieuwe trend een heel belangrijk en urgent thema, want het gaat over doping van kinderen en jongeren.
Voor Vooruit staat de gezondheid van onze kinderen voorop. Daarvoor rekenen we ook op een sterke overheid. De gevaarlijke producten zijn niet verkrijgbaar in ons land, maar toch lukt het onze kinderen om ze met één muisklik te bestellen. Onze jongeren staan vandaag onder enorme sociale druk om er sterker en gespierder uit te zien. Dat verontrust mij en met mij heel veel andere ouders. Mijnheer de minister, welke stappen zult u ondernemen om de verspreiding van de gevaarlijke supplementen tegen te gaan en de gezondheid van onze jongeren te beschermen?
David Clarinval:
Mevrouw Oru, in de betreffende Panoreportage werden tien populaire voedingssupplementen uit de fitnesswereld getest. Het laboratorium trof in twee van de tien producten amfetamineachtige stoffen en in een derde product een carcinogene substantie aan. Conform de meldingsplicht bracht het laboratorium dat de proeven uitvoerde, het FAVV van de niet-conforme resultaten op de hoogte. De teruggevonden stoffen waren SARMs of selective androgen septor modulators, en doping. SARM's vallen onder de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen. Het FAVV werkt nu samen met het FAGG voor de opvolging. Doping daarentegen valt onder de bevoegdheid van de drie regionale antidopingagentschappen. Het FAVV staat in voor de opvolging van het dossier.
Na onderzoek konden we de oorsprong van niet-conforme producten achterhalen. Er werden verschillende eigenaren en distributeurs in Europa geïdentificeerd. Via het RASFF (rapid alert system for food and feed) kregen alle EU-landen en het VK een melding van de niet-conformiteiten.
De geanalyseerde voedingssupplementen zijn niet genotificeerd in België. In België zijn ze dus niet toegelaten voor verkoop. De producten waarvan sprake, zijn dus vermoedelijk gekocht via e-commerce. Sinds 2018 beschikt het FAVV over een cel e-commerce. De aanpak van die cel is zowel reactief als proactief. Enerzijds volgt het FAVV alle klachten en informatie op die gaan over onlineverkoop. Anderzijds worden er jaarlijks enkele gerichte controleacties op het internet uitgevoerd. Hiervoor worden telkens andere thematieken of producten uitgekozen. Voedingssupplementen maken ook deel uit van de jaarlijkse acties.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, wij hadden het gisteren al in commissie uitgebreid over de vele schadelijke evoluties op het vlak van eten en drinken. Nu komt die trend daar helaas bovenop. Wie gisteren de Panoreportage heeft gezien, kan eigenlijk alleen maar concluderen dat die supplementen, die prullen, enorm schadelijk zijn voor de gezondheid en de veiligheid van onze kinderen. Dat raakt ook ouders, omdat zij machteloos moeten toekijken. De producten zijn niet alleen schadelijk voor de gezondheid en de veiligheid, maar hebben ook een enorme impact op het zelfbeeld en het mentaal welzijn van onze kinderen en jongeren. Het is een alarmsignaal voor ons allemaal. Mijnheer de minister, samen met vele ouders reken ik erop dat u daadkrachtig zult optreden tegen die nieuwe schadelijke trend om de gezondheid en de veiligheid van onze kinderen te beschermen.
De uitbetaling van een compensatie aan vliegtuigpassagiers bij vertragingen
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Beenders bevestigt dat België in de EU blijft strijden tegen de voorgestelde verzwakking van passagiersrechten (van 3 naar 5–9 uur vertraging voor compensatie) en geen achteruitgang tolereert, terwijl hij automatische compensatie (zoals in de VS) en betere informatieplicht voor luchtvaartmaatschappijen wil afdwingen. Soete (Vooruit) kaart aan dat de huidige EU-plannen consumentenrechten uithollen door lobbywerk van de sector en benadrukt dat compensatie nu moedwillig onbereikbaar wordt gemaakt, maar prijst Beenders’ belofte om dit te blokkeren en de consument centraal te stellen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, na een jaar hard werken heeft men eindelijk congé en is men klaar om op vakantie te vertrekken. Wanneer men op de luchthaven aankomt, ziet men dat de vlucht uren vertraging heeft. Dat is miserie, er zijn betere manieren om uw reis te starten.
Om die bittere pil wat te verzachten, bestaat er echter sinds jaar en dag een regeling vanuit Europa. Vanaf drie uur vertraging heeft men recht op een compensatie voor het ongemak. Wat zien we nu echter? Voor Europa hoeft dat niet langer. Voortaan moet men geen drie maar vijf uur vertraging hebben voor men een compensatie zou kunnen aanvragen. Voor lange vluchten zou dat zelfs opgetrokken worden tot negen uur.
Mijnheer de minister, het gaat hier volgens ons zonder meer om een uitholling van de consumentenrechten. Het is een achteruitgang, met dank ongetwijfeld aan de lobbygroepen van de luchtvaartsector.
Dat is nog niet alles, mijnheer de minister. Ik heb u twee maanden geleden ondervraagd over de luchtvaartmaatschappijen en hoe moeilijk ze het maken voor de gewone mensen, voor de consument, om die compensatie aan te vragen. Het formulier daarvoor zit verstopt op hun website en men moet twee universitaire diploma's hebben om te vinden hoe men die compensatie kan aanvragen. In de Verenigde Staten, het land van de chloorkippen en de hormoonkoeien, is dat sinds maart 2025 echter perfect mogelijk. Dat is daar wettelijk geregeld, de compensatie wordt er automatisch toegekend. De mensen krijgen automatisch waar ze recht op hebben. Ondertussen blijven de luchtvaartmaatschappijen er hier in Europa er een olympische sport van maken om die compensatie toe te kennen en aan de consument uit te keren.
Wij zijn de partij van de consument. Wij kunnen ons in dat voorstel niet vinden, mijnheer de minister. Ik heb u al vergeleken met Robin Hood. Ik stel voor, kruip op uw paard en trek ten strijde tegen het voorstel in de Europese Raad.
Rob Beenders:
Collega Soete, eerst en vooral, ik heb de plannen van Europa alleen in de media gelezen. Gelukkig hebben we nog geen enkele officiële tekst gezien. Dat stemt me enigszins hoopvol. Dat geeft al aan dat ons standpunt niet gewijzigd is en dat België zijn standpunt inzake vliegreizen, zeker op het vlak van het beschermen van de consumenten, zal blijven verdedigen.
We hebben de aandachtspunten al een paar keren herhaald. Ik wil dat hier met plezier nog een keer doen. We moeten de consumenten blijven beschermen tegen de luchtvaartmaatschappijen wanneer er een instapweigering, een annulering of een vertraging van een vlucht is. Dat is één van onze belangrijkste prioriteiten in deze onderhandelingen.
In het kader van de Europese besprekingen van de hervormingen van de bestaande regelgeving zullen we er echt op toezien dat de rechten van de passagiers gevrijwaard blijven, zoals ze dat nu zijn. We zullen geen achteruitgang tolereren. We zijn dan ook fel gekant tegen het verlagen van de compensaties of het verhogen van de drempels voor het aanvragen van een compensatie. Maar daar houdt het niet op. U hebt er zelf ook naar verwezen, wat in het buitenland kan, moet ook in Europa kunnen. We willen expliciet verdere stappen zetten om de rechten van de passagiers te versterken. We zijn op dit moment aan het onderzoeken hoe we de luchtvaartmaatschappijen kunnen verplichten om de compensaties waar passagiers recht op hebben automatisch toe te kennen.
We hebben ondertussen op het kabinet al gesprekken gehad met de luchtvaartmaatschappijen. We zullen ons standpunt blijven verdedigen en we zullen hier verder aan blijven werken.
In het regeerakkoord, maar ook in mijn beleidsverklaring, staat uitdrukkelijk de noodzaak om consumenten beter te informeren over hun rechten. Dat gaat over alle sectoren. Bij deze hervorming van de Europese regelgeving inzake luchtvervoer zal ik er echt op toezien dat we ervoor zorgen dat de informatieverplichtingen versterkt worden en dat passagiers duidelijk geïnformeerd worden over hun rechten voor ze hun contract afsluiten.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, ik ben niet echt verrast, maar wel verheugd dat u zult blijven opkomen voor de rechten van de consument en dat u dit op Europees niveau met man en macht zult tegenhouden. Voor Vooruit is het duidelijk dat de rechten van de consument op de eerste plaats komen. Het kan niet dat die rechten zomaar teruggeschroefd worden. Iedereen heeft recht op kwaliteitsvolle dienstverlening. Als er iets misgaat, dan moet een consument effectief recht hebben op een effectieve oplossing en op een compensatie. Wij kiezen steeds de kant van de consument, niet de kant van de grote spelers. Ik ben er zeker van dat u hiermee aan de slag zult gaan.
De door de VS opgelegde importheffingen
De verhoging van de Amerikaanse importheffingen
De Amerikaanse importheffingen
De door Trump gevoerde handelsoorlog
De reactie van België op het agressieve handelsbeleid van de VS
De Amerikaanse importheffingen
De door de importheffingen van Trump geboden opportuniteiten
De Amerikaanse douanerechten
Amerikaans handelsbeleid en -heffingen
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Trumps importheffingen (20% op EU-producten), die de Belgische economie, koopkracht en jobs bedreigen, met name in exportgerichte sectoren zoals staal en farma. Kernstandpunten: Europa moet onderhandelen met tegenmaatregelen (proportionele tarieven, versterkte interne markt) maar conflict vermijden, terwijl kritiek klinkt op Trumps protectionisme als wapen voor superrijken (tech-oligarchen) en de afhankelijkheid van de VS. Sommigen pleiten voor strategische autonomie (relocalisatie, "Made in Europe", defensie-investeringen), anderen voor globale samenwerking met slachtoffers van Amerikaans imperialisme. Eindpunt: Europa’s eenheid en economische soevereiniteit zijn cruciaal, maar concrete actie ontbreekt.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de eerste minister, extremen bedreigen onze welvaart, dat wordt vandaag nog eens goed duidelijk. De energiecrisis die Poetin ontketende toen hij Oekraïne binnenviel, staat nog vers in ons geheugen. We voelden de effecten onmiddellijk met torenhoge energiefacturen. In veel huizen ging de verwarming lager of zelfs uit.
Ook vandaag zien we tot wat extreme denkbeelden leiden: een ware handelsoorlog, die onze koopkracht bedreigt en onze prijzen zal doen stijgen. Onze staalindustrie kreeg al klappen en nu valt Trump heel Europa en ook de rest van de wereld aan met hoge importtarieven, voor de EU maar liefst 20 % op alle producten.
Dit raakt ons allemaal direct. Voor Vooruit is het dan ook heel duidelijk: we moeten onze mensen en bedrijven zo goed mogelijk helpen, net zoals we dat deden tijdens de energiecrisis. Ook toen namen we maatregelen om de koopkracht van de mensen te beschermen.
De Europese Commissie staat klaar met tegenmaatregelen, maar benadrukt ook het belang van blijven onderhandelen. Mijnheer de eerste minister, deze handelsoorlog zal een direct effect hebben op de koopkracht van iedereen. Mensen rekenen op een sterke overheid.
Zult u met Europa in gesprek gaan om te kijken hoe we onze koopkracht en onze jobs kunnen beschermen?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, het is niet langer wachten op het spelletje Hoger, lager van Trump: het is hoger geworden. Vanaf nu is Liberation Day het symbool van de ware America first -politiek, die de portefeuille van onze ondernemers en onze mensen doet bloeden.
De effecten daarvan zijn dramatisch voor Europa en voor de hele wereld. Collega's, ze zijn echter ook dramatisch voor Amerika en de Amerikanen zelf. Dat is voor ons nog eens heel duidelijk het bewijs van hoe nefast populistische extremisten kunnen zijn voor de gewone man en vrouw in de straat eens ze aan de macht zijn.
In ons land zijn er heel wat sectoren, zoals de farmasector, waarvoor Amerika heel erg belangrijk is. Elke dag werken mensen en bedrijven samen met Amerikaanse bedrijven en die Amerikaanse bedrijven werken ook heel graag samen met ons. Zij doen hun best en het is dan ook onbegrijpelijk dat een Amerikaanse president dit allemaal op het spel durft te zetten.
De vraag is echter welke reactie wij hebben. Speak softly and carry a big stick , dat moet het devies zijn. We moeten onderhandelen, maar als Trump niet luistert moeten we ook tegenmaatregelen durven nemen. Een goede trans-Atlantische samenwerking is in het belang van Europa. Het moet niet zozeer een anti-Amerikaans verhaal worden, het moet een pro-Europees verhaal worden om onze Europese interne markt te versterken en komaf te maken met de belemmeringen en onnodige regeltjes die de Europese handelsroute belemmeren. Ook onze extra 17 miljard euro aan defensie-uitgaven moeten in Europa worden besteed. Meer made in Europe is voor cd&v the way to go .
Beste premier, ik ga er vanuit dat u deze lijn mee zult bewaken en dat u ook een taskforce zult oprichten (...)
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, toen ik gisteravond naar het livebetoog van president Trump luisterde over de importheffingen die de Verenigde Staten zullen heffen, overviel mij een ongemakkelijk gevoel. De supersonische snelheid waarmee de regering-Trump de heffingen wil laten ingaan, maar ook het gebrek aan logica bij de berekening ervan tarten alle verbeelding.
Wij staan dus voor enorme uitdagingen. De Verenigde Staten zijn een van de belangrijkste handelspartners van België. Na de Europese Unie zijn zij zelfs de belangrijkste partner. België, maar zeker ook Vlaanderen, is een heel exportgerichte regio. De heffingen zullen onze regio en ons land dus veel geld kosten. Minder export betekent minder omzet, minder winst, een lagere tewerkstelling en minder groei. Met andere woorden, minder export betekent lagere inkomsten uit belastingen op arbeid en op winst van de bedrijven voor de overheid en veel hoge kosten voor onze eigen bevolking. Volgens VOKA zouden de maatregelen de Belgische economie ongeveer 12 miljard euro kosten.
Moeten wij de demarche van de regering-Trump beschouwen als een onderhandelingspoging van die regering of is het haar werkelijk menens?
Wordt er een spiegelbeeld aan maatregelen getroffen door de Europese Unie? Er was reeds een pakket tegenmaatregelen voorzien op 13 april 2025. Dat pakket lijkt echter nu al achterhaald. Zo snel gaat het tegenwoordig. Wat komt er nu? Wat kunnen wij nu doen in eigen land?
Wij willen geen inflatoire handelsoorlog starten. Zo'n oorlog kent immers enkel verliezers. Wij zijn anderzijds wel van mening dat Europa ook eens de rug mag rechten.
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier van België, de VS hebben geen bondgenoten, ze hebben alleen belangen. Al jaren waarschuwen wij met de PVDA tegen het imperialisme van de VS, maar niemand luisterde naar ons. Wij werden hier in een hoekje als anti-Amerikaans weggezet.
‘De VS zijn de belangrijkste partners voor het verdedigen van gedeelde fundamentele waarden en wereldwijde veiligheid.’ Zo staat het in uw regeerakkoord. Het moet dus een pijnlijk ontwaken voor u geweest zijn, mijnheer de premier, als Atlantist in hart en nieren, maar het zal een nog pijnlijker ontwaken voor de gewone hardwerkende mensen zijn geweest, want de werkende mensen in Europa zullen zwaar worden getroffen. Onze industrie kreunde al onder de peperdure energie uit de VS en dat zal nu alleen maar verergeren.
De werkende klasse gaat de rekening twee keer betalen. Niet alleen verliezen zij mogelijk hun werk, als Europa meegaat in de sanctieoorlog zullen ook alle producten hier duurder worden. Trump bedreigt ook alle andere en opkomende economieën. Uiteindelijk blijft niemand gespaard, want ook voor de Amerikanen zelf is dit geen goed nieuws. Ook voor hen zullen de prijzen stijgen. Het is duidelijk wie de prijs betaalt.
Sinds de Tweede Wereldoorlog is heel onze economie op die van de Amerikanen afgestemd. Nu laten ze Europa vallen, maar laat ons het hoofd koel houden, mijnheer de premier. Laat ons de hand reiken naar de rest van de wereld, naar alle slachtoffers van het Amerikaans imperialisme, maar wel op gelijke voet.
Mijnheer De Wever, hoe zult u de werkende klasse tegen deze handelsoorlog beschermen? Reikt u de hand uit naar het globale zuiden?
Mathieu Michel:
Monsieur le premier ministre, chers collègues, depuis quelques mois, nous voguons de sidération en sidération. Il est effectivement parfois difficile de reconnaître les États-Unis, il est même permis de se demander si le libéralisme a encore cours dans ce pays. En se repliant sur eux-mêmes et en voulant imposer une vision unilatérale des relations mondiales, ils s'éloignent des fondements qui en ont fait le pays de la liberté, de l'ouverture sur le monde et aussi de la diversité culturelle.
Ce repli semble terriblement en contradiction avec les valeurs de tolérance et de progrès qui ont historiquement fait la force des États-Unis. Pire, il induit une relation d'adversité et de méfiance, qui prend de plus en plus des allures d'une nouvelle forme de guerre dont nous sortirons tous perdants, et certainement en Belgique.
Monsieur le premier ministre, disposez-vous déjà d'une première estimation de l'impact direct et indirect des mesures sur l'économie belge, nos entreprises et notre emploi, des secteurs d'activité les plus affectés, mais aussi de la manière dont nous pouvons davantage soutenir nos entreprises en matière de compétitivité?
Il est essentiel que nous travaillions avec l'Europe pour apporter des réponses efficaces et pertinentes, à la fois en termes de négociations avec les États-Unis, de contre-mesures, aussi non tarifaires; mais également via de nouveaux accords à réaliser. On ne répétera jamais assez à quel point les traités de libre-échange sont ce qui nous protège le mieux de ce genre de dynamique.
Enfin, notre unité est indispensable en la matière. Comment allons-nous négocier ensemble pour peser collectivement, au-delà même des 27, sur les discussions à avoir avec les États-Unis?
Meyrem Almaci:
We horen hier iedereen over elkaar buitelen, moord en brand schreeuwend over hoe dom deze handelsoorlog is, maar het zou wel eens kunnen dat er een methode zit in de waanzin. Miskijk u niet in de retoriek in de Rozentuin, maar kijk naar wie belang bij dat alles heeft. Follow the money .
Trumps focus op het opleggen van heffingen aan de wereld is veel minder gedreven door handelsoverwegingen, maar vooral vanuit het eigenbelang van een zeer select clubje superrijken. De invoerheffingen worden daarbij gebruikt als een onderhandelingstactiek om staten rond de tafel te dwingen. Die superrijken rond Trump hebben namelijk knarsetandend gezien hoe 38 OESO landen een minimumbelasting voor multinationals hebben beslist. De techboys hebben gezien dat er een AI-act van kracht is in Europa. Ze zien en ze voelen aan hun water dat de digitaks eraan komt. Daar zijn ze niet van gediend en dus gaat Trump all-in. Hij weet zeer goed dat die handelsoorlog overal ter wereld onder de bevolking slachtoffers zal maken, maar hij is bereid dat te doen, louter om zijn clubje te helpen.
Mijnheer de premier, voor mij is het eenvoudig. Achter die handelsoorlog staat een losgeslagen 1 % die geen enkele democratische belemmering wil. Het is de walgelijke wetteloosheid van een groepje gigarijke mannen, de tech-oligarchen die vinden dat de wereld naar hun pijpen moet dansen en die de rest van de wereld als hun digitale lijfeigenen zien. Het is die groep die de belastingen ontwijkt. Het is die groep die verkiezingen manipuleert, AfD in Duitsland. Het is die groep die op hun platformen vrijelijk haat laat verspreiden tegen vrouwen, tegen minderheden, om voor hun eigen gewin mensen tegen elkaar op te zetten.
Europa heeft nu de kans om voor haar democratische waarden op te staan en duidelijk te maken dat die agenda niet zal passeren. Mijn vraag is dus heel simpel. Zult u in de onderhandelingen namens ons land eisen dat Europa elke uitholling van de OESO-minimumbelasting en de digitaks zal blokkeren? Want we tolereren geen race to the bottom, niet op vlak van democratische rechten en niet op vlak van rechtvaardige belastingen.
Simon Dethier:
Monsieur le premier ministre, à chaque crise son opportunité! L'augmentation des droits de douane et la guerre commerciale lancées par les États-Unis remettent en question les principes de fonctionnement du commerce international. Cela aura un coût économique important pour les entreprises et pour les citoyens, des deux côtés de l'Atlantique. Bien avant ces taxes, la majorité a décidé de prendre ses responsabilités, d'agir pour améliorer le quotidien et d'avoir le courage de changer notre société. Nous pouvons et nous devons développer notre pays et l'Europe sur la base de nos propres forces, en affrontant les nombreuses menaces.
Parmi ces menaces, la guerre commerciale nous force à nous détacher de nos pratiques du passé. Par ailleurs, nos pratiques sont également bousculées par la nécessaire lutte contre le changement climatique, et les enjeux peuvent se rejoindre. Les menaces sont là, mais c'est une opportunité pour encourager le développement des circuits courts, du commerce local, de la souveraineté de nos territoires, et le développement d'une industrie européenne forte qui crée de la valeur. Nous devons défendre une Europe cohérente, simplifiée mais ambitieuse, qui favorise la consommation durable, locale et souveraine, notamment en taxant les biens importés qui détruisent notre santé, notre cadre de vie et notre environnement.
Monsieur le premier ministre, je vous invite à agir avec conviction en ce sens. Dans cette guerre commerciale, comment comptez-vous agir avec cohérence pour la souveraineté de nos territoires, en lien avec nos engagements climatiques? Si la transition est une opportunité économique pour de nombreux acteurs, comment le gouvernement va-t-il développer notre territoire, soutenir les entreprises, le pouvoir d'achat, le commerce et les industries dans ce contexte économique?
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, Moi, le reste du monde et les 15 salopards , c'est le titre qu'on pourrait donner à la guerre commerciale menée par Trump. Dans ce mauvais film, en tant que membre de l'Union européenne, nous faisons malheureusement également partie de ces 15 salopards. Mais nous ne sommes évidemment plus à une insulte près.
Après s'être retiré de l'OMS, après avoir trahi ses alliés en Ukraine, après avoir menacé le Groenland, le président Trump lance aujourd'hui une nouvelle offensive en imposant 10 % de droits de douane sur toutes les importations et 20 % sur celles venant de l'Union européenne.
Ce n'est donc pas un jour de libération, mais un jour de plus où Trump joue aux dés sur le dos des travailleurs.
Face à cela, monsieur le premier ministre, pas de panique, mais de la fermeté. Je ne veux évidemment pas vous entendre vous lamenter sur l'impact pour nos entreprises du secteur pharmaceutique ou de la chimie, mais plutôt y voir une opportunité. Une opportunité de relancer notre industrie. Une opportunité de relocaliser notre économie, et peut-être même également de renforcer notre souveraineté industrielle.
Le 27 février, dans cette même assemblée, j'ai interrogé le ministre Clarinval. Qu'avez-vous mis en place, lui demandais-je, depuis? Pour l'instant, malheureusement, monsieur le premier ministre, je ne vois que des mauvaises réponses. Vous limitez les investissements publics de 4 à 3 %. Vous vous apprêtez à vendre des parts de Proximus et bpost. À qui? Peut-être, demain, à des fonds européens. Et vous persistez, comme un âne qui chute systématiquement sur la même pierre, à vouloir acheter des F-35, renforçant par ailleurs notre dépendance militaire.
Monsieur le premier ministre, on connaît votre admiration sans faille pour les États-Unis. Mais aujourd'hui, quelle est votre analyse de la décision de Trump? Quel sera l'impact pour notre économie? Quelle sera la riposte européenne? Et surtout, quelle sera la réponse concrète de notre gouvernement fédéral?
Bart De Wever:
Chers collègues, nous avons appris hier soir que les États-Unis allaient augmenter leurs droits de douane sur les produits en provenance de l'Union européenne mais aussi du reste du monde.
J'ai regardé une bonne partie de l'annonce du président Trump en direct et je dois reconnaître que c'était plutôt inédit. Les États-Unis relèvent leurs tarifs d'importation à un niveau qui pourrait devenir le plus élevé depuis un siècle. Pour les produits européens en particulier, un tarif général de 20 % est instauré à partir du 9 avril. Cela représente une énorme augmentation du tarif moyen actuel.
En 2024, les États-Unis étaient le principal marché d'exportation de la Belgique après nos pays limitrophes. Nous avons exporté pour environ 33 milliards d'euros vers les États-Unis, soit 5 % de notre PIB. L'impact sera donc considérable pour notre pays. Monsieur Michel, il est encore trop tôt pour le chiffrer précisément. Il est toutefois important de noter qu'à l'heure actuelle, un certain nombre d'exceptions s'appliquent au tarif général; cela concerne entre autres les produits pharmaceutiques, les semi-conducteurs et les métaux précieux. L'exception pour le secteur pharmaceutique est particulièrement pertinente pour notre pays, compte tenu de l'importance de ce secteur dans nos exportations vers les États-Unis.
Donc Koen, pas de souci pour Puurs, tu peux encore exporter ton Viagra! (Rires) .
Men kan niet alles zelf consumeren.
Contrairement à ce que nous avions craint, les nouveaux tarifs ne s'additionnent heureusement pas à ceux qui avaient déjà été introduits ou annoncés sur l'acier et les automobiles. Ce ne sont toutefois que quelques minces rayons de soleil à travers de sombres nuages car, soyons clairs, au final, c'est une véritable catastrophe pour l'économie mondiale!
Ik denk dat het ook voor de Verenigde Staten geen Liberation Day zal blijken, maar een Inflation Day, want de facto gaat het om de grootste belastingverhoging voor de Amerikaanse consumenten in de recente geschiedenis. Volgens economische waarnemers zouden de nieuwe tarieven Joe Sixpack jaarlijks duizenden dollars kunnen kosten. Ik zal hier niet opnieuw Ronald Reagan citeren, ik zou het graag doen, maar deze keer het Amerikaans adagium over handelsoorlogen dat opnieuw waarheid dreigt te worden: ‘ No one ever wins, and consumers always get screwed .’ Het valt te hopen dat de Verenigde Staten dat snel opnieuw zullen inzien en dat de ratio kan wederkeren.
Om die reden ondersteun ik de houding van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die deze week gecommuniceerd heeft en die ik vooraf bilateraal heb kunnen spreken. Logischerwijze zal er een proportioneel Europees pakket aan tegenmaatregelen worden voorzien. Maar evenzeer ondersteun ik voor de volle honderd procent haar doelstelling om zo snel mogelijk toe te werken naar een negotiated solution . Want beste collega's, het atlantisme is ouder en het is groter dan Trump en een oplossing in plaats van een conflict is in ieders belang.
Als ik sommigen hier aanhoor, kunnen ze blijkbaar niet wachten om de strijd aan te gaan. Dan denk ik dat de huidige situatie voor hen maar een aanleiding is. Répondre à la stupidité avec de la stupidité , dat is niet verstandig, collega's, maar sommigen zitten hier blijkbaar te popelen.
Ik zal dat niet doen. Dat is de boodschap die ik morgen zal overbrengen aan secretary of state Marco Rubio ter gelegenheid van zijn bezoek aan Wetstraat 16.
Ik ben natuurlijk niet naïef. Op korte termijn zal dit in dovemansoren vallen. We zullen eerst de realiteit van die tarieven moeten ondergaan, aan de twee kanten, voor men het belang van vrijhandel opnieuw zal weten te waarderen. Ik kan alleen maar hopen, samen met velen onder u, zij het niet allen, dat de Westerse wereld zal afzien van welvaartsvernietigende protectionistische waanzin.
In de tussentijd zullen we er op Europees niveau voor pleiten zo snel mogelijk werk te maken van een versterking van de interne markt. Europe is in this together, meer dan ooit. Laten we daarnaar handelen, elkaar steunen, en onze eigen competitiviteit versterken.
Het lijkt me het uitgelezen moment om als Europa assertief vrijhandelsakkoorden af te sluiten met nieuwe partners over de hele wereld, met landen die vandaag meer dan ooit naar ons kijken. Want als een grootmacht de wereld de rug toekeert, moet Europa meer dan ooit aangeven dat het open for business is .
Ik ben van nature geen optimist, maar: in the midst of every crisis lies great opportunity . Dat is hier door velen ook gezegd. Die crisis zullen we krijgen door de huidige Amerikaanse attitude. Laten we als Europeanen dus de opportuniteiten in die crisis zien en ze trachten te grijpen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.
Inderdaad, geen zonnestralen. Europa was van meet af aan bereid te onderhandelen. Maar het moet tegelijkertijd al klaarstaan om te reageren. Gaan we in dialoog of gaan we in tegenzet? Oplossingen, in plaats van conflicten, zegt u. En ik zeg: oef! Die keuze zal essentieel zijn om onze koopkracht te blijven beschermen. De Verenigde Staten zijn onze vierde handelspartner. We moeten er dus alles voor doen, voor onze jobs en voor onze gezinnen.
In Vooruit, mijnheer de eerste minister, zult u altijd een partner vinden om de koopkracht van de mensen te beschermen. Daar kunt u op rekenen. Laat de ratio terugkeren.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de eerste minister, het is inderdaad duidelijk dat we werk moeten maken van een assertief Europees verhaal. We mogen niet vervallen in een goedkoop en contraproductief anti-Amerikanisme, maar moeten een sterk pro-Europees verhaal schrijven. Wij moeten de belemmeringen tussen de Europese landen afbouwen om die importtarieven te compenseren. Ook moeten we werk maken van strategische autonomie binnen Europa, zeker ook op defensievlak.
Het gaat hier niet alleen over de farma-industrie. U gaf mij daarnet een hint, als u ook nog een beetje van dat geneesmiddel nodig hebt, kunt u mij steeds een appje sturen. Het zal direct geleverd worden, Puurs ligt niet ver van Antwerpen. Geef een belletje en het komt er snel aan.
Voor ons is het heel duidelijk, meer made in Europe is the way to go voor cd&v. Ik hoop dat u daarvan mee werk zult maken.
Voorzitter:
Hij heeft mij meegedeeld dat het aanbod geldt voor iedereen. Hij is steeds beschikbaar om zijn voorraad te delen met de collega's.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, we moeten inderdaad de Europese kaart trekken, maar als ik u goed begrijp, is het ook hoog tijd om extra door te pakken met Arizona. We moeten zo snel mogelijk door middel van arizonamaatregelen de arbeidsmarkt in België hervormen. De loonkost moet dalen voor bedrijven. De nettolonen voor de werknemers moeten stijgen. We moeten mensen aan het werk houden en ze moeten langer werken.
Collega's van dit Parlement, ik roep u op om deze maatregelen later mee te steunen. Mijnheer de eerste minister, Ik wens u heel veel succes met het uitvoeren ervan.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier van België, het is goed dat u de deur naar internationale samenwerking openzet, maar u bent eigenlijk wel super naïef als u denkt dat de VS na Trump van positie zal veranderen. De VS is geen bondgenoot meer en zal dat na Trump ook niet meer worden. Daarom moeten we de banden met de rest van de wereld nu versterken. We moeten inzetten op die internationale relaties met de slachtoffers van het Amerikaans economisch imperialisme.
U blijft de VS gewoon volgen, terwijl we vandaag zien hoe onbetrouwbaar ze zijn. Ze dienen alleen hun eigen belang en ook de belangen van hun wapenindustrie. Arizona wil nog altijd miljarden spenderen aan hun oorlogseconomie. Die F-35's zullen met onze pensioenen worden betaald. Stop daar alstublieft mee, mijnheer de premier.
Mathieu Michel:
Merci pour votre réponse, monsieur le premier ministre.
Il n'est évidemment plus besoin de rappeler à quel point l'Europe doit compter davantage sur elle-même et sur son marché intérieur. Mais surtout, nous ne devons pas répondre à l'isolement par l'isolement. Nous devons dès aujourd'hui renforcer – vous l'avez mentionné – nos coopérations internationales avec celles et ceux qui sont convaincus que le libre-échange est un vecteur de prospérité et de paix qui est essentiel pour soutenir les démocraties dans le monde. Si les é tats-Unis veulent être seuls, eh bien qu'ils le soient!
L'histoire nous a démontré que l'économie de marché et le libre-échange restent à ce jour la meilleure façon de stabiliser les relations internationales et de réduire les risques de conflits. Mais nous ne devons absolument pas oublier que dans un contexte géopolitique déjà compliqué, une guerre commerciale est excessivement tendue pour notre compétitivité. Dès lors, ce marathon qui s'est accéléré très clairement aujourd'hui ne doit pas se faire avec des morceaux de pierre en plus dans le sac à dos de nos entreprises, parce que préserver la compétitivité de nos entreprises, c'est aussi préserver le pouvoir d'achat de nos concitoyens. Alors surtout qu'elles ne soient pas les victimes collatérales de (…)
Meyrem Almaci:
Collega's, weet u wat triest is? Dat het enige wat u, en wellicht alle mensen die nu aan het kijken zijn, zullen onthouden van dit debat het grapje over een blauw pilletje is, terwijl de situatie wel wat meer ernst verdient dan dat.
Mijnheer de premier, ik heb leiderschap gemist, ook in het antwoord. Ik mis daadkracht. U kunt ontwijkend antwoorden en zeggen dat het erg zal worden, maar ik mis een premier die rechtstaat en die niet zal toelaten dat een losgeslagen autocraat onze bedrijven aanvalt en onze bevolking verarmt. Waar is die vechtlust waarmee u zult zeggen dat we de digitaks niet zullen loslaten, dat we de minimumbelasting van de OESO niet zullen loslaten? Waar is de vechtlust waarmee u zult zeggen dat we zullen opkomen voor onze democratische waarden, of het nu Rubio of een andere Amerikaan is die komt. Die daadkracht, waarmee u pal staat voor uw waarden, heb ik daarnet niet gehoord, maar grapjes, die heb ik genoeg gehoord.
Er ontspint zich een debat zonder micro tussen mevrouw Almaci en de heer Bouchez.
Voorzitter:
Mag ik mevrouw Almaci, de heer Bouchez en alle anderen vragen om aandacht te besteden aan de repliek van de heer Dethier?
Simon Dethier:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse.
La majorité demande un redéploiement de l'économie avec une attention particulière pour notre tissu économique local. Il y a une opportunité claire à utiliser la réplique en droits de douane pour avancer sur nos objectifs climatiques, locaux, d'emploi et surtout de souveraineté.
Notre réponse doit être de continuer à défendre le multilatéralisme et la collaboration. L'Europe doit montrer son unité en restant ferme sur sa souveraineté, ses principes et ses engagements.
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, la décision de Trump est un tournant. Il veut assurément extorquer des concessions à ses alliés qu'il voit désormais comme ses adversaires et votre réponse, malheureusement, n'a pas été à la hauteur. Je m'y attendais. Vous avez parlé d'accords commerciaux débridés. C'est un modèle que nous ne défendons pas. Et puis, vous avez beaucoup ironisé sur le Viagra avec le collègue du cd&v. Si cela pouvait seulement faire durcir votre discours à l'égard de Trump, ce serait déjà une belle avancée, monsieur le premier ministre. Votre fascination pour les États-Unis vous aveugle complètement. Dans ma question, je vous ai dit qu'il fallait faire de cette crise une opportunité, que l'Europe avait le talent nécessaire mais également les moyens pour répondre à cette attaque. Malheureusement, votre réponse a été faiblarde et sans ambition. Malheureusement, sur ce sujet comme pour d'autres, vous n'êtes pas à la hauteur de l'enjeu.
Patiënten met verhoogde tegemoetkoming die steeds vaker geweigerd worden door artsen en tandartsen
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Jan Bertels (Vooruit) kaart aan dat kwetsbare patiënten door artsen en tandartsen worden geweerd omdat ze geen extra betalingen (supplementen) mogen aanrekenen, wat leidt tot illegale cashbetalingen en zorguitsluiting. Minister Vandenbroucke benadrukt dat de zorg voldoende gefinancierd is (500 miljoen extra, 50% budgetstijging), het aanrekenen van supplementen voor basiszorg onwettelijk en onaanvaardbaar is, en overtreders streng zullen worden aangepakt via de Toezichtscommissie. Hij noemt claims over onderfinanciering leugens en belooft verdere investeringen en uitbreiding van het supplementenverbod. Bertels bevestigt de gezamenlijke inzet voor toegankelijke zorg voor iedereen, met strenge handhaving van de regels.
Jan Bertels:
Collega's, hetgeen we vanochtend lazen, is tenenkrommend. Kinderen met een beperking, ouderen met een klein pensioen, kortom mensen met een verhoogde tegemoetkoming, krijgen simpelweg de boodschap dat ze niet langer welkom zijn bij hun arts of tandarts. Ze krijgen dus niet langer toegang tot de zorg die ze nodig hebben. Waarom is dat? Dat is omdat ze geen dikke portefeuille hebben, omdat artsen en tandartsen geen supplementen, geen extra's mogen aanrekenen aan die zorgbehoevenden. En het kan helaas nog erger. Sommige artsen en tandartsen vragen dan maar om cash onder de tafel te betalen.
Mijnheer de minister, voor Vooruit is dat onaanvaardbaar. Iedereen heeft recht op betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke zorg. Als partij van de zorg voeren wij de strijd daartoe al jaren en zullen we dat blijven doen. Daarom investeert de regering, met Vooruit, miljarden in de zorg, terecht.
Het is ook terecht dat de praktijken van extra's wettelijk verboden zijn. Wij hebben ervoor gezorgd dat patiënten alleen nog het remgeld moeten betalen, geen extra's voor basiszorg. De wet ter zake kreeg ook vorm in een akkoord tussen artsen en ziekenfondsen.
Mijnheer de minister, vandaag sluiten sommige zorgverleners sommige mensen uit van de zorg die zij nodig hebben, zorgen zij voor een breuk in de continuïteit van de zorg en lappen zij de deontologie van een mooi beroep aan hun laars. Wat zult u daaraan doen?
Frank Vandenbroucke:
Collega's, iedereen heeft recht op goede tand- en mondzorg. Dat is ook de reden waarom we nu een enorme investering doen in tand- en mondzorg. In de voorbije regeringsperiode hebben we daarvoor 500 miljoen euro aan extra middelen uitgetrokken. Dat is een stijging van bijna 50 % van het budget voor tand- en mondzorg. Sinds het begin van dit jaar is er een verbod op ereloonsupplementen voor een welbepaald aantal prestaties van tandartsen. Geen enkele van die prestaties is ondergefinancierd.
Wanneer een tandarts in Hasselt beweert dat die prestaties ondergefinancierd zijn en dat hij, omdat hij geen supplementen mag vragen, bepaalde mensen niet meer kan helpen, dan is dat onjuist, onwaar, met andere woorden een leugen. Het is een leugen. Het is ook onaanvaardbaar om mensen uit te sluiten en bepaalde prestaties niet te doen, omdat men daar net niet genoeg winst op maakt. Het is niet alleen onjuist en onaanvaardbaar, maar het is ook volstrekt onwettelijk.
De wetgeving, die een aantal jaren geleden werd aangenomen, stelt dat men patiënten moet blijven verzorgen. De Federale Toezichtscommissie zal zich daarmee bezighouden, en terecht. Ziekenfondsen en ikzelf hebben dat ook al aangekaart bij de Federale Toezichtscommissie. We zullen onwettelijkheid dus niet tolereren, net omdat mensen die zwak staan, daarvan het slachtoffer zijn, terwijl ook zij recht hebben op goede zorg, goede tand- en mondzorg. Het gevecht gaat verder. Als het van mij afhangt, zullen we nog extra investeren in tand- en mondzorg. We zullen het verbod op ereloonsupplementen in de toekomst verder uitrollen.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord en voor uw inzet voor onze strijd. Iedereen heeft recht op de beste en betaalbare zorg. Dat waarmaken is voor ons prioritair. Wij zullen die strijd samen blijven voeren. In het regeerakkoord staat, dankzij Vooruit, heel duidelijk dat we de ereloonsupplementen in de zorg verder moeten afbouwen. Dat zullen we doen. Een sterke overheid moet er samen met de ziekenfondsen op toezien dat de gemaakte afspraken gerespecteerd worden. Wetten moeten nageleefd worden, ook door artsen en tandartsen die onterecht beweren dat ze onderbetaald worden. Samen met u blijven wij gaan voor zorg voor iedereen.
De evolutie van het aantal bankautomaten
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Jeroen Soete (Vooruit) benadrukt dat de sluiting van bankautomaten en stijgende kosten voor minder service onaanvaardbaar zijn, ondanks vooruitgang met 1.040 geplande cashpunten (nu 620 operationeel), en dringt aan op snellere uitrol en betere spreiding over *alle* deelgemeenten. Minister Jambon bevestigt de doelstelling van 95% dekking binnen 5 km tegen 2030 (nu 84%), met 1.040 cashpunten (2.510 automaten) eind 2025, en kondigt wetgeving aan voor automaten in winkels—mits veiligheid—maar waarschuwt voor lokale vertragingen door vergunningen. Soete waarschuwt dat winkelautomaten duurder zullen zijn en pleit voor versnelde evaluatie (voor de 12-maanden-termijn) om het verdwijnen van bankautomaten tegen te gaan. Kernpunt: toegang tot cash moet betaalbaar en lokaal gegarandeerd blijven.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, gemakkelijk cashgeld kunnen afhalen in de eigen buurt zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het helaas al lang niet meer. Dat kunt u navragen bij inwoners van de Westhoek of delen van Limburg, want zij zagen hoe de banken de afgelopen jaren alsmaar meer automaten sloten. Tezelfdertijd zagen ze ook hoe die banken jaar op jaar de kosten verhoogden voor minder service. Dat is voor Vooruit altijd onaanvaardbaar geweest. Daarom hebben wij ook altijd meegewerkt aan een oplossing.
We hebben met de banken effectief vooruitgang geboekt omtrent de bankautomaten. De vorige regering besliste om een netwerk van verspreide cashpunten met 220 bijkomende locaties aan de banken op te leggen. Met de beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit van afgelopen week komen daar nog eens 70 locaties bovenop, wat het totaal aantal cashpunten op 1.040 in België brengt. Wij juichen met Vooruit die stappen absoluut toe.
Toch wil ik twee bezorgdheden uiten. Ten eerste, terwijl er generieke cashpunten bij komen, worden aan een rotvaart automaten van individuele banken gesupprimeerd. Vandaag zitten we op de helft van het aantal vooropgestelde locaties, 620 van de 1.040. Wij vragen en hopen daarom op een vlotte verdere uitrol.
Ten tweede, we zijn met Vooruit enorm tevreden met iedere nieuwe bankautomaat, maar het is minstens even belangrijk dat de locaties goed verdeeld zijn. De automaten moeten goed gespreid zijn, ook over deelgemeenten.
Mijnheer de minister, ik zal het vandaag niet moeilijk maken, maar het lijkt ons wel een goede zaak om zo snel mogelijk te starten met de vooropgestelde evaluatie, zoals ook in het regeerakkoord staat. Zodoende komen we snel te weten of de ambitie van de regering om tot een goede spreiding van bankautomaten in het straatbeeld (…)
Jan Jambon:
Mijnheer Soete, in het regeerakkoord staat inderdaad dat de spreiding van bankautomaten belangrijk is en dat we binnen 12 maanden een evaluatie zullen maken van de situatie, want basisdienstverlening door de bancaire sector is essentieel. In een tijd waarin heel veel bancaire diensten via digitale weg worden aangeboden, is het de opdracht van de overheid en de banksector zelf om tegemoet te komen aan de vraag van de klanten naar cash geld, zolang die dat willen. Nadat er in de voorbije jaren inderdaad massaal bankautomaten zijn verloren gegaan, gaat de regering nu voor meer bankautomaten.
Niet alleen het aantal bankautomaten is belangrijk, maar ook de spreiding ervan. We zullen een wetgevend initiatief nemen om een aanbod van geldautomaten via de detailhandel te voorzien, zoals dat in het buitenland vaak het geval is. Weliswaar moeten we ervoor zorgen dat die automaten even veilig zijn als die van het bancaire netwerk.
Wat zijn de cijfers en de projecties? Er zijn vandaag 620 cashpunten open. Dat staat voor 1.510 geldautomaten. Er werden nog huurcontracten getekend voor 200 extra. Die zitten dus echt in de pipeline. Eind volgend jaar zullen er zo in totaal 1.040 cashpunten operationeel zijn, met 2.510 geldautomaten.
Wat de spreiding betreft, is afgesproken met de sector dat tegen 2030 95 % van de klanten toegang moet hebben tot een cashpunt in een straal van 5 kilometer. Batopin maakt dat engagement hard en momenteel zitten we reeds op een dekkingsgraad van 84 %. Er is dus nog een kleine stap te gaan.
Er blijven nog wat uitdagingen. Een ervan heeft te maken met de vergunningen.Ik roep lokale besturen dan ook op om soepel te zijn in het verlenen van vergunningen voor geldautomaten. Dat kan het beleid ter zake nog vlotter worden uitgerold.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, het bijkomend aanbod in de winkels kan effectief een goede zaak zijn, maar dat mag nooit een goed en evenwichtig aanbod van banken vervangen, want dat zal met een ander kostenplaatje komen. De consument zal voor die dienstverlening meer moeten betalen. We moeten dus ook absoluut blijven inzetten op een goed netwerk door de banken met het Batopinnetwerk in alle deelgemeenten. Ik heb niet gehoord of u de evaluatie vroeger zult maken, dus voordat de twaalf maanden voorbij zijn. Ik spoor u aan om dat alvast te doen, want er verdwijnen elke dag alsmaar meer automaten uit het straatbeeld. Het is dus des te belangrijker erop toe te zien dat er zo snel mogelijk bankautomaten voldoende verspreid bij komen.
Spiking
Spiking en veiligheid
Spiking
Spiking
Spiking
De nieuwe reeks verkrachtingen onder invloed van drugs
Spiking, drugs, verkrachting, veiligheid
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de spiking- en verkrachtingsgolf in Kortrijk (41+ slachtoffers, vooral vrouwen gedrogeerd met ketamine) en de structurele falen in preventie, repressie en slachtofferopvang. Politici eisen strengere straffen (o.a. verzwaring Wet-Lejeune), betere politiecontroles, laagdrempelige aangifte (digitaal/anoniem), sensibilisering (horeca, uitgaanders) en meer middelen voor zorgcentra en politie, maar kritiek blijft dat lokale besturen (Kortrijk) te laat reageerden en daders vaak ongestraft blijven door gebrek aan bewijs en capaciteit. Ministers Verlinden en Quintin beloven integrale aanpak (preventie, opsporing, opvang), maar oppositie noemt dit onvoldoende concreet zonder extra budget of snelle justitiële verbeteringen.
Voorzitter:
Ik zie mevrouw De Vreese niet. Misschien kan de heer Demon eerst zijn vraag stellen?
Franky Demon:
(…) 20 jaar en geniet volop van haar studentenleven. Ze zou zonder zorgen met haar vrienden en vriendinnen moeten kunnen uitgaan en genieten van een drankje. Ik zeg wel degelijk: zou. De verhalen uit Kortrijk tonen aan dat zorgeloos uitgaan jammer genoeg niet vanzelfsprekend is. Uit de cijfers die ik recentelijk heb opgevraagd, blijkt dat het aantal meldingen van aanranding en verkrachting na spiking in de afgelopen jaren verdubbeld is. En die cijfers geven misschien nog maar het topje van de ijsberg weer. Zorg er alstublieft voor dat mensen laagdrempelig en digitaal een aangifte kunnen doen.
Mijnheer de minister, cd&v vraagt een veiligheidsbeleid op maat van de uitgangsbuurten. Zorg ervoor dat de politie zeer laagdrempelig aanspreekbaar is. Voorzie in elke studentenstad in een studentenflik en zet alstublieft ook in op sensibilisering. Werk samen met de horeca en met het middenveld. Er zijn enorm veel goede praktijkvoorbeelden.
Voor wie zich echt niet kan gedragen, meen ik dat we keihard moeten zijn, mevrouw de minister. Maak vandaag indien mogelijk, liever dan morgen, werk van een verstrenging van de Wet-Lejeune voor daders van seksueel misbruik. Het zou onze eigen dochter kunnen zijn, of de dochter van één van de collega's. Ik heb dan ook maar één vraag. Voor cd&v is veilig uitgaan immers een absolute prioriteit. Hoe pakt u samen het fenomeen spiking aan?
Maaike De Vreese:
Ministers, walgelijk, er is maar één woord voor, het is walgelijk en ook zo extreem laf. Collega's, jonge vrouwen worden gedrogeerd om daarna aangerand, verkracht te worden. Meer dan veertig slachtoffers hebben zich ondertussen al gemeld. De omvang van die zaak in Kortrijk is gigantisch groot.
Wat moeten we daarmee doen? Ja, streng straffen, natuurlijk streng straffen. Repressie is het eerste wat in ons opkomt en de daders moeten zeer streng gestraft worden. Daarnaast doen we al zoveel zaken op het vlak van preventie. Denk bijvoorbeeld aan Ask for Angela en ook aan de app 112, die nog veel meer bekend moet geraken. Met de app 112 kunnen slachtoffers met een druk op een knop laten weten dat zij slachtoffer zijn van een incident en via gps weet de politie ook onmiddellijk waar de slachtoffers zich bevinden. Er zijn onder andere door innovatie bovendien al manieren om zelf drugs te detecteren. Een rietje in het glas kan, bijvoorbeeld, aantonen dat er drugs in dat glas zitten. Nog veel belangrijker is dat men veel meer controleert, dat men drugscontroles uitvoert in onze uitgaansbuurten.
Jongeren, ik roep u op om op elkaar te letten, voor elkaar te zorgen, samen uit te gaan en niemand achter te laten in een moeilijke situatie. Weet evenwel dat het nooit jullie schuld is. Het is nooit de schuld van het slachtoffer. Dus doe ook aangifte en zorg ervoor dat de daders er niet zomaar mee wegkomen. Probeer daartoe de moed te vinden om uiteraard andere slachtoffers te voorkomen.
Ministers, gezien de verschrikkelijke omstandigheden en ook gezien de schaal van het fenomeen en de verdubbeling van het aantal slachtoffers, hoe zult u zorgen voor de veiligheid in onze uitgaansbuurten? Hoe zult u die spiking aanpakken?
Funda Oru:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, een leuke avond verandert in een drama. Je voelt je misselijk. Je weet niet meer waar je bent. Je weet helemaal niks meer. Dat is het effect van spiking. Geen enkele vrouw wil zoiets meemaken, maar helaas is dat vandaag voor heel wat jonge vrouwen nog altijd een realiteit in het uitgaansleven, zoals vandaag bleek in Kortrijk, waar 41 en misschien zelfs meer jonge vrouwen, dochters, vriendinnen, werden aangerand, misbruikt of verkracht.
Wie denkt te helpen door die jonge vrouwen hiervan zelf de schuld te geven, heeft het mis, want iedereen, ook jonge vrouwen, hebben het recht om overal veilig te zijn, zeker ook in het uitgaansleven. Zeggen dat men zijn drankje maar beter in de gaten moet houden, is hetzelfde als zeggen dat men geen korte rokjes meer mag dragen als men uitgaat.
Laat het duidelijk zijn, het zijn de daders die we moeten viseren en niet deze jonge vrouwen. Dat is ook de reden waarom wij inzetten op de omstaandertrainingen, want alleen lossen we dit niet op. Het is aan de samenleving om ervoor te zorgen dat iedereen die zich in een kwetsbare positie bevindt, beschermd is.
Voor Vooruit is het duidelijk dat we deze daders moeten straffen en dat we ervoor moeten zorgen dat iedereen veilig is in het uitgaansleven. Heel belangrijk is ook de eerste opvang van slachtoffers, om te voorkomen dat een dergelijk drama tot een levenslang trauma leidt.
We weten allemaal dat het veel van onze politieagenten vraagt om op een uitgaansavond alle uitdagingen het hoofd te bieden, maar wij verwachten van hen dat ze een goede en deftige steun aan de slachtoffers geven. Zij hebben daar recht op. Zij rekenen dan ook op een sterke overheid en de steun aan onze agenten. Dat is voor ons de solidariteit waarop onze samenleving gebaseerd is.
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, wat zal deze regering doen om een betere ondersteuning te geven (…)
Wouter Vermeersch:
Collega De Vreese, ik hoor u graag bezig, maar er moet mij toch iets van het hart. U weet ongetwijfeld dat Kortrijk werd en nog steeds wordt bestuurd door de N-VA, de liberalen en de socialisten. Reeds in de lente van 2022 voerde mijn partij in Kortrijk actie rond spiking en waarschuwde ze voor de gevaren ervan, maar we werden weggelachen en afgewimpeld, ook door uw vertegenwoordigers. Ondertussen zijn er 41 slachtoffers en wellicht nog veel meer.
Als de politieke verantwoordelijken in 2022 kordaat hadden ingegrepen, dan konden veel slachtoffers vermeden worden. Die verantwoordelijken zitten ondertussen allemaal in dit Parlement. Mijnheer de voorzitter, ik zal geen namen noemen om geen persoonlijk feit uit te lokken, maar de fractieleider van de N-VA was op dat moment schepen. De Kortrijkzaan van de Open Vld-fractie was uitvoerend en titelvoerend burgemeester. De zelfverklaarde defensiespecialist van Vooruit was toen ook schepen.
Allemaal dragen ze een verpletterende verantwoordelijkheid. De passiviteit van hun stadsbestuur heeft slachtoffers gemaakt. Het stadsbestuur kan immers lokaal concrete maatregelen nemen om spiking en seksueel geweld tegen te gaan: striktere sancties en handhaving, verhoogd toezicht en politiecontroles, intensievere samenwerking tussen lokale politie en justitie - Kortrijk leverde op dat moment zelfs de minister van Justitie, sensibiliseringscampagnes en een betere ondersteuning van slachtoffers.
Ook federaal kan er veel meer gebeuren. Dit is immers niet louter een Kortrijks probleem. Naast preventie is het cruciaal dat de politie sneller bewijzen verzamelt. Momenteel duren de onderzoeken veel te lang, waardoor daders ongestraft blijven en slachtoffers in de kou blijven staan. Mijnheer de minister, bent u bereid om meer bevoegdheden, middelen en mensen te voorzien om spiking effectiever aan te pakken?
Voorzitter:
Ik behandel een persoonlijk feit nadat de vragen beantwoord zijn. Het komt mij voor dat elke fractie slechts één fractievoorzitter telt.
Mevrouw Eggermont, u hebt het woord.
Natalie Eggermont:
Collega's, probeer het u even voor te stellen: u gaat uit met vriendinnen, drinkt amaretto-icetea en ineens gaat het licht uit. Uw vriendinnen zoeken u overal tevergeefs. Om vijf uur 's ochtends wordt u wakker op straat, opgepakt door de politie en gearresteerd voor openbare dronkenschap. U belandt in de cel. Dat is een waargebeurd verhaal. Later bleek dat meisje het slachtoffer te zijn geworden van spiking. Ze werd gedrogeerd en daarna verkracht.
Er vielen ondertussen al minstens 41 slachtoffers in Kortrijk. Dat is nog maar het topje van de ijsberg voor heel het land. Dat raakt heel veel mensen. Ik kom zelf ook uit Kortrijk. Als vrouw moeten we bang zijn om gewoon iets te gaan drinken met vriendinnen. Ik ben ook mama, ik heb een dochter. Ik vraag me echt af in welke wereld zij moet opgroeien.
Wat mij het meest verontwaardigt is de kloof tussen de ernst van wat er gaande is en de lichtzinnigheid waarmee er daarmee wordt omgegaan. De slachtoffers worden namelijk nog altijd niet serieus genomen, collega's. Ik heb de laatste maanden verhaal na verhaal gehoord van meisjes en vrouwen die aangifte doen en hulp vragen, maar worden weggestuurd. Ze worden onvriendelijk behandeld en niet geloofd. Wist u dat een van die 41 meisjes aangifte had gedaan bij het Rode Kruis? Ze werd weggestuurd. Daarop ging ze naar de politie en werd ze weer weggestuurd.
Wat was de respons van de politiek op dat moment in november, toen we er de eerste keer over discussieerden? "Er moeten geen verdere maatregelen worden genomen", zei de burgemeester van Kortrijk. Wat was de respons van het parket? "Meisjes, zorg voor elkaar." Vandaag wordt dat hier opnieuw gezegd: "Zorg voor elkaar". Alsof het hun verantwoordelijkheid is!
Collega's, die meisjes zijn het slachtoffer. Zij moeten worden beschermd, gehoord en geholpen. De daders moeten aangepakt en gestraft worden en dat is uw verantwoordelijkheid als ministers en hoofd van de politie en justitie.
Mijn vragen zijn dus heel duidelijk. Wanneer gaat u eindelijk wakker worden? Wat gaat u concreet doen om de veiligheid van vrouwen echt de prioriteit te geven die (…)
Voorzitter:
Bedankt, mevrouw Eggermont.
Catherine Delcourt:
Madame la ministre, monsieur le ministre, c'est avec beaucoup d'émotion que j'évoque les 41 victimes, des femmes droguées et violées. Il y a 5 auteurs. Cela se passe à Courtrai.
Mais cela s'est aussi passé ailleurs. Cela s'est passé au cimetière d'Ixelles et au bois de la Cambre. J'avais d'ailleurs interrogé le ministre de la Justice précédent sur ces faits.
Quarante et une victimes. Le chiffre est glaçant. On pourrait presque toutes les connaître par leur prénom. Au fond, elles rejoignent un nombre beaucoup plus important de victimes de violences sexuelles sous soumission – hommes et femmes, d'ailleurs.
On sait que, dans ce genre de cas, il est fondamental de signaler les faits très rapidement, sinon il est difficile de détecter la substance utilisée et d'identifier les auteurs. Il est très important de réagir vite et fermement.
Monsieur le ministre, quelles actions avez-vous entreprises lorsque vous avez eu connaissance de ces faits qui se sont déroulés à Courtrai? Avez-vous pris contact avec les autorités? Des mesures concrètes ont-elles été mises en place sur le terrain pour sécuriser les lieux, pour permettre aux femmes de sortir en toute liberté et en toute sécurité?
Quelle politique comptez-vous mener par rapport à ce phénomène de violences sexuelles, et dans ce cas-ci, sous soumission? Quels conseils peut-on donner aux femmes et aux hommes qui sont victimes de ce genre d'actes et qui ne savent généralement pas ce qu'ils doivent faire? Quels conseils peut-on leur donner pour les inviter à se signaler rapidement et être pris en charge de manière globale, et pour que leur situation soit reconnue et traitée comme il se doit?
Annelies Verlinden:
Collega's, uitgaan, op café gaan en van het nachtleven genieten zou vanzelfsprekend veilig en onbezorgd moeten kunnen gebeuren. Iedereen moet zich veilig voelen om uit te gaan, zonder angst of achterdocht.
De recente berichten uit Kortrijk en eerder uit andere steden in ons land tonen helaas heel pijnlijk aan dat dat nog lang niet altijd het geval is. Tientallen vrouwen werden aangerand en verkracht nadat er clandestien drugs in hun drankje werd gedaan. Wat zij meemaakten is afschuwelijk. Bovendien heeft dat inderdaad een gigantische impact op het hele sociale leven.
Als minister van Justitie, maar ook als mens, raakt mij dat ontzettend. Ik voel mee met alle slachtoffers en alle betrokkenen. Spiking is op zich al een criminele en laffe praktijk. Als dat dan ook nog eens gepaard gaat met seksueel geweld, is dat uiteraard ronduit traumatisch. Het is vreselijk, want wie uitgaat, is geen doelwit. Seksueel geweld mag nooit gebagatelliseerd of geminimaliseerd worden.
Het gerechtelijk onderzoek naar de incidenten in Kortrijk loopt. Er zijn al vaststellingen en arrestaties gedaan. Ik heb er het volste vertrouwen in, aangezien alles in het werk wordt gesteld om alle daders te identificeren en gepast te straffen. Tegelijkertijd moeten de slachtoffers alle mogelijke ondersteuning en bescherming krijgen.
Daders moeten streng worden gestraft. Daarover bestaat niet de minste twijfel. Voor het fenomeen van spiking voorzagen we bij de herziening van het seksueel strafrecht in het bijzonder in een verzwaring van het misdrijf. Indien daders van verkrachting hun slachtoffers weerloos maken door het toedienen van stoffen, staan daar maximumstraffen tot 20 jaar op.
In een rechtvaardige samenleving volstaat het echter niet alleen om daders aan te pakken. We hebben ook de plicht om slachtoffers beter te beschermen, te erkennen en te begeleiden. Wanneer het om seksueel geweld gaat, moeten we hun noden en hun kwetsbaarheid centraal stellen in de manier waarop Justitie, maar ook onze samenleving werkt.
Jongeren geven elkaar tips om veilig uit te gaan: de hand boven het glas houden, zijn of haar drankje meenemen naar het toilet en geen drank van vreemden aanvaarden. Ze zijn goedbedoeld en soms nodig, maar we mogen nooit – dat wil ik ten stelligste onderstrepen – de verantwoordelijkheid voor veiligheid bij de slachtoffers of de uitgaanders leggen. We dragen als samenleving een cruciale rol.
Als minister van Justitie zal ik samen met mijn collega's binnen de huidige regering mijn rol opnemen. Zo blijven we investeren in de zorgcentra na seksueel geweld. We willen die inrichten in het hele land, zodat afstand nooit een aanleiding kan zijn om niet te worden geholpen. We willen ook onderzoeken hoe we de werking van die zorgcentra kunnen verbreden, om ervoor te zorgen dat ook slachtoffers van online seksueel geweld kunnen worden opgevangen. Tevens willen we de mobiele stalkingalarmen en andere technologieën verder uitrollen, zodat slachtoffers zich te allen tijde en overal veilig kunnen voelen.
Bovendien kunnen we slachtoffers pas goed beschermen als adequate sturing van daders het risico per geval beperkt. Dat gaat uiteraard over streng straffen, maar ook over samenwerken met de gefedereerde entiteiten om goed te werken aan de opvolging en begeleiding van seksuele delinquenten. Rechters krijgen bovendien de mogelijkheid om een omgangsverbod van die daders met minderjarigen op te leggen wanneer ze een hoog recidiverisico hebben. We willen ook andere maatregelen invoeren, zoals bijkomende beperking bij elektronisch toezicht, om slachtoffers nog beter te beschermen. Ook zullen we de risicotaxatiesystemen verbeteren, zodat rechters bij hun inschatting van een concreet dossier de beoordeling nog beter en adequater kunnen maken.
Zoals jullie suggereerden, willen we ook de aangiftemogelijkheden zo laagdrempelig mogelijk houden. Dat doen we onder meer door online aangifte mogelijk te maken via Police-on-web. Op die manier kan bovendien anoniem aangifte worden gedaan. Vele slachtoffers willen immers dat het stopt en dat daders niet kunnen hervallen. Daarom zullen we samen ook werken aan een veilige uitgaansbeleving. Ik werk samen met collega Quintin aan een gecoördineerde aanpak met politie en parket.
Het is ook een breder maatschappelijk probleem, dat we samen in handen moeten nemen. Daarom is preventie belangrijk. U sprak al over Ask for Angela en de campagne Appelle Alice . We moeten dergelijke acties blijven doen en feestvierders ook aanzetten om te zorgen voor elkaar, niet omdat zij hun verantwoordelijkheid moeten nemen, maar wel omdat we absoluut voor hun veiligheid willen zorgen. Zorg dragen voor elkaar moeten we samen doen. Het gaat over respect. Het gaat over opvoeding. Het gaat over hoe we met elkaar spreken en omgaan, hoe we zorg dragen voor elkaar, thuis of online, maar zeker ook bij elke feestgelegenheid.
Het zou heel mooi zijn mochten we de feesten en festivals komende zomer zorgeloos tegemoet kunnen treden. (…)
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers, sta mij toe te beginnen met het volgende heel duidelijk te stellen. Deze feiten in Kortrijk en overal in België, zijn onaanvaardbaar en verdienen onze en ook mijn strengste veroordeling. Waarvan akte.
De strijd tegen drugs is mijn topprioriteit. Het regeerakkoord en mijn beleidsverklaring waren duidelijk. Er is geen plaats voor dergelijke criminelen in onze samenleving. U kent de rode draad van mijn politiek op het vlak van druggebruik. We moeten zowel de gebruikers als de producenten van drugs aanpakken, ook in ons land.
Ketamine is sinds de jaren '90 aanwezig in Europa. Volgens het European Union Drugs Agency wordt de meeste in beslag genomen ketamine geïmporteerd uit India, Pakistan en China.
Il n'existe actuellement aucune réglementation européenne uniforme, ce que je déplore. Cela constitue un défi pour la politique européenne en matière de drogue et sa mise en œuvre.
La Belgique a inscrit les questions relatives à la kétamine à l'ordre du jour du programme EMPACT d'Europol dès 2023.
Uit een onderzoek van Sciensano blijkt dat ketamine in de top 4 staat van meest gebruikte drugs, naast cannabis, cocaïne en MDMA. In Kortrijk zou het gaan om spiking waarbij slachtoffers met ketamine zouden zijn verdoofd. Volgens de politie is er ook sprake van zedenfeiten, tegen de wil van slachtoffers in. Er zijn minstens 41 slachtoffers geïdentificeerd, van wie het merendeel vrouwen. De politie heeft inmiddels vijf verdachten opgepakt.
Si la drogue peut être obtenue facilement et à bon marché, il devient plus facile de commettre des délits tels que les délits moraux graves et le dopage. Le slogan du commissariat national aux drogues offre une stratégie claire à cet égard. Lorsque nous misons sur l'offre et brisons le modèle de gain des criminels, nous avons un impact sur les victimes de la criminalité liée à la drogue et sur la consommation des drogues telles que la kétamine.
Een groot struikelblok bij spiking is de bewijslast. Snel reageren is cruciaal, want sporen van drugs verdwijnen vaak al na zes tot acht uur uit het bloed en na twaalf uur uit de urine. Daarom is het cruciaal dat slachtoffers zo snel mogelijk naar een ziekenhuis gaan voor een bloedonderzoek en aangifte doen, zodra er vermoedens zijn van spiking, om een strafonderzoek te starten.
Ce sont des conseils que nous donnons déjà aux victimes et que nous devons amplifier.
Het recent ontwikkelde rietjessysteem aan de hogeschool UCLL in Leuven kan een belangrijke bijdrage leveren aan meer waakzaamheid en weerbaarheid bij potentiële slachtoffers. Het is belangrijk dat we dit soort technische hulpmiddelen aanmoedigen – ik doe dat – maar tegelijkertijd moet het duidelijk blijven, zoals u en mijn collega hebben gezegd, dat de verantwoordelijkheid nooit bij het slachtoffer ligt, nooit. Enkel en alleen de daders zijn verantwoordelijk voor dit misbruik.
Je m'inscris complètement dans la politique intégrale et intégrée qui y est et sera encore menée en concertation avec les différentes parties prenantes de la chaîne de sécurité: prévention, ordre – c'est ma part –, répression et suivi.
Je m'assure que l'action de la police, qu'elle soit fédérale ou qu'il s'agisse des polices locales – avec lesquelles je suis en contact permanent –, soit menée dans un esprit de contribution performant et adéquat. Cela se traduit concrètement dans l'assistance aux victimes – via les centres de prise en charge de violences sexuelles dont j'ai annoncé que nous allions compléter le réseau avec les trois centres qui manquent encore dans le pays –, la recherche, la formation des policiers et policières – nous venons de lancer un module obligatoire pour les policiers et les policières à la formation à l'accueil des victimes de violences sexuelles – et aussi bien sûr la sensibilisation qui existe déjà et sur laquelle on doit encore plus mettre l'accent.
J'ai demandé à mes services de mettre en œuvre une campagne de publicité sur l'application 112 et l'intérêt qu'il y a à la télécharger sur son téléphone et à l'utiliser. Comme je l'ai déjà affirmé à maintes reprises, chaque personne et singulièrement chaque femme, a le droit de sortir où elle veut, quand elle veut et de le faire en toute sécurité. Je m'y emploierai pendant mon mandat.
Maaike De Vreese:
Collega's, ministers, de studententijd zou eigenlijk de tijd moeten zijn dat men mooie herinneringen voor het leven maakt. Voor deze vrouwen wordt dat een traumatische herinnering in hun leven. Als men iets met vriendinnen gaat drinken, moet dat veilig zijn. Dat zou een evidentie moeten zijn.
Wat in Kortrijk en op nog andere plaatsen in dit land is gebeurd, toont aan dat de strijd tegen seksueel geweld tegen vrouwen absoluut niet gestreden is. Integendeel, de spikingproblematiek stijgt nog.
Daarom moeten we inderdaad preventief en repressief optreden, maar we moeten ook voor die slachtoffers zorgen. We moeten ervoor zorgen dat ze goed worden ondersteund, dat zij zich laagdrempelig kunnen aanmelden en dat zij op elk moment in het proces worden ondersteund.
Collega's, wij kunnen het absoluut niet toelaten dat die walgelijke daders het leven van jonge meisjes compleet (…)
Franky Demon:
Dank u wel, ministers. Zoals mevrouw Verlinden duidelijk zei, is de campagne Asking for Angela ook een goed voorbeeld, maar ik denk dat Angela stilaan verschillende gezichten aan het krijgen is. Iedereen kent wel een vriendin, een ouder, een buurmeisje die met het fenomeen te maken heeft gehad.
Onze fractie vraagt hier actie, maar ik vraag dat ook als vader. We kunnen dit niet pikken. We kunnen het probleem alleen samen aanpakken, met een sterk en duidelijk beleid.
Funda Oru:
Mijnheer en mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor de inspanningen om daders strenger te straffen, slachtoffers beter te ondersteunen en het uitgaansleven veiliger te maken. Elke ouder moet erop kunnen rekenen dat zijn kind veilig kan uitgaan. Als jonge mama weet ik hoe het voelt om vol bezorgdheid te wachten op je kind. Minuten duren dan uren.
Het is extra pijnlijk dat het personeel dat zou moeten beschermen, zoals in Kortrijk, de dader blijkt te zijn. Hoe kunnen we van jonge meisjes en van jongeren verwachten dat ze hulp zoeken als ze niet eens meer weten wie ze moeten vertrouwen? Daarom is het personeel in het uitgaansleven essentieel. Voor Vooruit is veiligheid altijd een topprioriteit geweest en zal het dat ook blijven. Iedereen, en zeker jonge meisjes, moeten altijd en overal, zeker tijdens het uitgaan, veilig zijn. Ik sluit af met de woorden van de minister: veiligheid, preventie, orde en opvolging.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer en mevrouw de minister, uw mooie woorden en loze beloftes zullen niet volstaan. De meest vreselijke verhalen blijven maar komen. De politiek neemt dit probleem al jaren niet ernstig. Slechts 1 dossier op 100 leidt tot een effectieve veroordeling van de dader. Verkrachting is in België en in Vlaanderen een misdaad die de facto onbestraft blijft.
Die straffeloosheid is onaanvaardbaar. Onze vrouwen, onze dochters moeten opnieuw veilig kunnen uitgaan. Het Vlaams Belang zal blijven strijden voor een kordate aanpak en voorstellen blijven formuleren, lokaal en nationaal, om onze steden en onze uitgaansbuurten opnieuw veilig te maken. Dit was, is en blijft een absolute topprioriteit.
Natalie Eggermont:
Mijnheer en mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Veel mooie woorden en verklaringen, maar ook heel veel gebrek aan concrete actie en middelen. U zegt nog steeds niet hoe belangrijk het is dat vrouwen voor elkaar zorgen, geen drank aannemen van vreemden en hun hand boven hun glas houden. U verwijst naar de campagne Ask for Angela, waarbij men naar de bar gaat om aan de barman hulp te vragen, maar in dit verhaal zijn de barmannen de daders.
We moeten echt verder gaan dan dat. Er zijn initiatieven voor de politie, maar die kampt met een gebrek aan mankracht en middelen om dat allemaal te kunnen doen. We krijgen zoveel signalen. Er zijn wel trainingen en vormingen, maar er is personeel te kort. Die taken komen bovenop hun takenpakket, terwijl het water hen nu al aan de lippen staat. Dat zal dus niet lukken. Er moeten extra middelen komen. Anders zijn dat loze woorden en daar hebben vrouwen echt niets aan.
Catherine Delcourt:
Madame la ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Monsieur le ministre, on vous sait extrêmement volontaire et actif en matière de lutte contre le trafic de drogue. Et le trafic de drogue, ce sont aussi ces faits de viols sous soumission chimique. Nous ne pouvons pas considérer que c'est un phénomène collatéral, il est au cœur de la lutte contre le trafic de drogue.
Les victimes ont le droit d'être reconnues, prises en charge, aidées, accompagnées. Nous devons en faire une priorité pour la sécurité de tous ceux et de toutes celles qui sortent, qui en profitent, qui vivent et qui doivent pouvoir le faire en toute sécurité. La prévention, la répression – madame la ministre a été claire sur la fermeté et la dureté des peines – et, évidemment, l'accompagnement des victimes doivent être au cœur de votre politique. Je vous remercie d'accorder la priorité à ces faits.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
Ik heb een vraag gekregen inzake een persoonlijk feit. Het was weliswaar omfloerst meegedeeld, mijnheer de ondervoorzitter van de Kamer, waarmee ik niemand in het bijzonder bedoel, maar ik meen dat de N-VA-fractie maar één fractievoorzitter heeft.
Ik herhaal de regel dat het noemen van een naam niet volstaat voor een persoonlijk feit. In dezen werden verwijten gemaakt die te maken zouden hebben – ik houd me op de vlakte – met het beleid van de betrokkene.
U kent de regels, mijnheer Vermeersch. U krijgt nog de mogelijkheid tot repliek.
Axel Ronse:
Ik ben eigenlijk nog altijd bijzonder geëmotioneerd door de feiten. Ik heb zelden in mijn leven zoiets ergs meegemaakt. Het gaat om twee cafés die vrij bekend zijn in onze stad. Het zijn walgelijke beesten die aan de lopende band onschuldige dames hebben vergiftigd, verdoofd en verkracht. Ze hebben hen vies achtergelaten.
Mijnheer Vermeersch, als zou blijken dat ik als cultuurschepen in de periode tussen 2018 en 2024 ook maar iets meer gedaan kon hebben om de slachtoffers te beschermen, stop ik onmiddellijk met politiek. Onmiddellijk.
Ik meen, collega's, dat we onszelf geen blaasjes mogen wijsmaken. Walgelijke beesten zijn van alle tijden. Wij als politici zullen altijd het beste van onszelf moeten geven en vernieuwend moeten zijn om hen af te stoppen. Ze zullen echter altijd slimmer, vuiler of wat dan ook zijn dan we ons ooit kunnen inbeelden.
Ik zal u zeggen dat we er in Kortrijk nu voor hebben gezorgd dat er 40 extra politieagenten komen en dat er een afzonderlijke drugscel komt om de daders te pakken. Ik stel voor om hierover vooral geen politieke spelletjes te spelen, maar om eendrachtig samen, van links tot rechts, tegenover die walgelijke beesten te staan en er alles aan te doen om ze op te sporen, om ze te straffen en vooral om te verhinderen dat zulke walgelijke beesten nog kunnen doen wat ze gedaan hebben.
Ik zal u alle illusies besparen. Helaas lopen er nog in alle steden en dorpen van dit land zulke beesten rond. Het is onze grootste verantwoordelijkheid om hen te pakken en dergelijk gedrag te vermijden.
Voorzitter:
Mijnheer Vermeersch, wilt u nog repliceren?
Wouter Vermeersch:
Collega Ronse, wijzen op politieke verantwoordelijkheid is geen politieke spelletjes spelen. Als burgemeester en schepenen hebben jullie natuurlijk een collectieve verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de straat, opdat onze vrouwen en dochters veilig over straat kunnen en kunnen uitgaan. In mei 2022, drie jaar geleden beste collega's, hebben wij actie gevoerd rond spiking in onze stad, op de straat vlak voor het stadhuis, zodanig dat u het zeer goed zou zien en weten. We hebben vervolgens ook geïnterpelleerd in de gemeenteraad rond spiking in de stad, maar er zijn geen acties gevolgd. Er is een verpletterende politieke verantwoordelijkheid. Het stadsbestuur heeft die feiten niet aangegrepen om kordaat in te grijpen en heeft drie jaar verloren laten gaan, drie jaar waarin er extra slachtoffers konden worden gemaakt door de beesten die u benoemt. Een stadsbestuur kan wel degelijk acties ondernemen. Ik heb ze ook opgesomd. U kon veel meer controles uitvoeren in de uitgaansbuurt. U kon de politie aansturen en meer sancties treffen. U kon zorgen – zeker de burgemeester kon dat doen, maar u zit samen met haar in het schepencollege – voor een betere samenwerking tussen de lokale politie en justitie. U kon zorgen voor sensibiliseringscampagnes en een betere ondersteuning van de slachtoffers. De collega van de PVDA heeft immers heel juist gezegd dat de slachtoffers onvoldoende gehoord en ondersteund zijn. Het stadsbestuur heeft een verpletterende verantwoordelijkheid, want zijn passiviteit heeft extra slachtoffers gemaakt. Dat is en blijft mijn bewering. Was er drie jaar eerder ingegrepen, dan waren er minder slachtoffers gevallen. U hebt uw verantwoordelijkheid daar niet genomen. Wij zullen als politieke partij geen spelletje spelen daarrond, maar te gepasten tijde zullen we u op die verantwoordelijkheid blijven wijzen.
De werkloosheidsuitkering voor mensen die een opleiding tot een knelpuntberoep volgen
De werkloosheid en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De modaliteiten van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De knelpuntberoepen en de werkloosheidsuitkeringen
Werkloosheidsuitkeringen, Knelpuntberoepen, Tijdsbeperkingen
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om minister Clarinvals plan om werkloosheidsuitkeringen na twee jaar te beperken, wat knelpuntopleidingen (zorg, onderwijs) in gevaar brengt omdat veel werkzoekenden hun langere opleidingen niet kunnen afmaken. Kritiek komt vooral van Vooruit, cd&v en PS: de maatregel dreigt juist degenen te raken die zich omscholen voor tekortberoepen, terwijl er 170.000 vacatures openstaan—activering zonder uitzonderingen voor opleidingen is contraproductief. Clarinval benadrukt dat de hervorming geen strafmaatregel is maar een "kans" om mensen naar werk te leiden, met overleg met de regio’s en een transitieperiode, maar blijft vaag over concrete oplossingen voor opleidingstrajecten. De tegenstelling ligt tussen een strikte tijdslimiet (N-VA/MR) en flexibiliteit voor omscholers (cd&v/Vooruit/PS), met onduidelijkheid over hoe de regio’s dit zullen invullen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, collega's, vacatures voor zorgpersoneel en leerkrachten raken niet ingevuld, maar gelukkig volgen heel wat mensen een opleiding voor die knelpuntberoepen. Dat is positief, want ze zijn broodnodig. Nochtans trekt u een streep door hun rekening, mijnheer de minister. Door namelijk de werkloosheidsteun in de tijd te beperken, overigens zonder enig overleg met de regio's, zorgt u ervoor dat werkzoekenden die in een opleiding zitten, die niet kunnen afmaken.
Voor Vooruit is het helder. Uiteraard moeten er meer mensen aan het werk. We moeten meer mensen aan het werk helpen. Net daarom zijn duidelijke afspraken over de hervorming van de werkloosheid zo belangrijk, want het gaat om een groep die net op weg is naar werk. Het gaat om een groep die enorme inspanningen levert. Het gaat om een groep die achteraf een bijdrage aan onze welvaartstaat zal leveren.
Vanmorgen las ik in de krant dat u alle reacties op uw beslissing relativeert: u beweert dat het wel goed zal komen en argumenteert dat men maar 's avonds een opleiding moet volgen; kortom dat men zijn plan moet trekken. Maar wie zal er een opleiding van vier jaar volgen, als u hen na twee jaar zonder inkomen zet? Wie is daarmee geholpen? Dat zijn alvast niet onze kinderen, niet onze senioren en al zeker niet degenen die midden in zo'n opleiding zitten.
Gisteren hoorde ik dat de Vlaamse minister van Werk not amused is. Zij kent de gevolgen voor onze scholen en ziekenhuizen en beseft zeer goed wat de gevolgen zijn voor diegenen die midden in zo'n opleiding zitten. Daarom heeft ze dringend overleg met u gevraagd, terecht.
Mijnheer de minister, ik heb maar een eenvoudige vraag voor u. Wat zult u doen (…)
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, Thomas, 34 ans, deux enfants, a perdu son emploi il y a quelques années et, depuis lors, il est au chômage. Pas facile de joindre les deux bouts, mais il a décidé de reprendre une formation très rapidement en soins infirmiers. C'est vrai, cela prend du temps, mais il était certain de trouver du travail vu la pénurie de personnel dans ce secteur. Aujourd'hui, monsieur le ministre, avec votre mesure d'exclusion des chômeurs de longue durée, il ne sait plus s'il risque de se faire exclure sans finir sa formation. N'avez-vous pas vu que la limitation des allocations de chômage dans le temps pourrait pénaliser aussi les métiers en pénurie? Elle pourrait pénaliser des femmes et des hommes qui ont repris des formations parce qu'on leur a dit qu'elles répondaient à des métiers en pénurie.
Cela ne va pas, monsieur le ministre! Limiter les allocations de chômage dans le temps, c'est mettre en péril le retour à l'emploi. Il faut vraiment rectifier. Et d'ailleurs, je vois que nos collègues de Vooruit et du cd&v veulent revoir votre copie, ainsi que la Flandre. Il ne faut pas de mesures aveugles, monsieur le ministre, pas de slogan et surtout pas d'obstination.
Soutenir les chômeurs pour se former à un métier en pénurie, c'est aussi un incitant à retrouver le chemin du travail et aider des secteurs essentiels. Des milliers de personnes, aujourd'hui, en bénéficient chaque année. Beaucoup de formations sont plus longues qu'une ou deux années: infirmiers, enseignants, menuisiers. Et là, M. Clarinval arrive: plus d'incitants! Quand on est parent, on ne peut pas du jour au lendemain se retrouver aux études sans aucun revenu. Fini la formation et retour à la case départ, et ce n'est pas comme au Monopoly, on ne touche pas 200 euros!
Monsieur le ministre, qu'allez-vous répondre à Thomas et à vos partenaires de majorité qui nous rejoignent pour demander une révision de vos mesures?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 100 000, c'est le nombre de personnes bénéficiant d'allocations de chômage qui risquent théoriquement de les perdre après deux ans, une fois que votre réforme sera en place. À côté de cela, il y a 175 000 offres d'emploi, dont de nombreuses concernent des métiers en pénurie.
Dans le monde un peu binaire de l'Arizona, les choses sont évidemment simples. D'un côté, il suffit de couper le robinet et de l'autre, toutes ces personnes vont se transformer comme par magie en enseignants, en soignants, en chauffeurs de bus, en aides-boulangers, en guides touristiques, en assembleurs, en électriciens, en mécaniciens et soudeurs. Je ne vous cite que quelques-uns des métiers en pénurie.
Dans le vrai monde, cela ne se passe évidemment pas ainsi. Sur ces 100 000 personnes, il y a évidemment des fraudeurs mais il y a aussi des personnes qui cherchent un emploi et d'autres qui cherchent à se former. C'est là que le bât blesse dans votre projet.
Pour ma part, je pense qu'une certaine forme de contrainte est nécessaire pour inciter les gens à travailler, mais le couperet pur et simple ne fonctionne pas. L'exclusion n'est pas une politique en soi. L'angle mort de votre politique a un nom: la formation. Nous savons que vous n'aimez pas ce mot, il suffit de voir la jubilation que vous avez à l'idée de mettre fin au Federal Learning Account. C'est bien dommage.
Nous avions proposé de conditionner le bénéfice d'allocation à une obligation de formation. Deux de vos partenaires, le cd&v et Vooruit, proposent une exception à votre limitation du chômage dans le temps pour les personnes qui choisissent de se former dans un métier en pénurie. C'est une bonne idée, précisément parce que nous manquons d'enseignants, de soignants, de gens dans le secteur du care , d'ouvriers dans les métiers techniques, pour lesquels une formation prend souvent un peu plus de deux ans.
Monsieur le ministre, allez-vous convoquer rapidement une Conférence interministérielle sur l'emploi avec les régions pour entamer la phase d'activation?
Allez-vous réfléchir à cette exception afin que votre limitation de chômage dans le temps ne soit pas le couperet qu'elle est pour l'instant mais puisse devenir une vraie mesure d'activation?
Axel Ronse:
Goede kameraden, mes chers camarades , wat een fantastisch mooie dag is het. De zon schijnt, iedereen straalt en ik heb eenmeivibes. Het voelt alsof het vandaag de Dag van de Arbeid is, la Fête du Travail .
Collega's, ik heb dat gevoel dankzij deze minister, David Clarinval. Wat de N-VA-fractie betreft is het vandaag echter David Piëdestal. Deze minister zorgt er immers voor, collega's, dat er maar liefst 100.000 nieuwe werknemers bijkomen, 100.000! Dat zijn 100.000 mensen die al langer dan twee jaar een werkloosheidsuitkering krijgen en jonger zijn dan 55, terwijl er zoveel openstaande vacatures zijn. Deze minister zorgt ervoor dat we niet meer het enige land ter wereld zijn waar men onbeperkt een werkloosheidsuitkering krijgt. Deze minister pakt door! Merci beaucoup , David Piëdestal.
Collega's, eigenlijk zou het elke donderdag 1 mei moeten zijn. Elke donderdag moet het hier feest zijn, la grande fête , omdat we maatregelen nemen die werknemers ten goede komen, des mesures pour les travailleurs . Dit is er zo eentje. Er zijn echter nog van die mooie maatregelen: meer langdurig zieken aan de slag krijgen, meer mensen de kans geven om overuren te doen en de uitbreiding van de flexi-jobs. Er zit namelijk ongelooflijk veel lekkers in dit regeerakkoord voor de werknemers. Collega Hedebouw, dat geeft ons de kans om hier vijf jaar lang de Dag van de Arbeid te vieren. Elke donderdag is het 1 mei in het Parlement.
Minister, mijn vraag is eigenlijk heel eenvoudig: welke mooie zaken komen er de volgende donderdagen aan? Maak ons gelukkig.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, normaal stel ik eerst mijn vraag, maar vandaag begin ik met uw antwoord: modaliteiten.
Modaliteiten zijn de baseline van deze regering geworden. Telkens een aantal partijen niet op dezelfde lijn zitten, meestal over die slechte maatregel, de De Wevertaks, komt men daar immers op terug. Vandaag is het weer van dattum, maar ditmaal over een goede maatregel in het regeerakkoord, namelijk de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Bekende proffen twijfelen eraan of die maatregel veel volk aan de slag zal doen gaan. Collega's, deze maatregel gaat echter over rechtvaardigheid. De mensen die dit systeem bekostigen, die de solidariteit betalen, die met overtuiging bijdragen om anderen niet in de armoede te duwen of zonder inkomen te zetten, willen er zeker van zijn dat anderen niet oneindig van die solidariteit gebruikmaken en in de hangmat liggen, terend op het zweet van zij die wel werken.
Mijnheer de minister, de sociale zekerheid moet een vangnet zijn en net daarom is die maatregel broodnodig. Het leek alsof u en uw N-VA-collega de Vooruit'ers overtuigd hadden. Het leek alsof cd&v voortschrijdend inzicht had gekregen. Laten we immers eerlijk zijn, onder Kris Peeters was het anders. Wat blijkt nu? Ze gaan die maatregel uithollen. Er zullen zeker nuttige uitzonderingen zijn en misschien zijn opleidingen een nuttige uitzondering, maar deze maatregel moet sterk genoeg zijn om al die hangmatters uit het systeem te krijgen.
Wat zult u doen om dat te verzekeren?
Florence Reuter:
Monsieur le vice-premier, on le savait. On savait qu'il y aurait des grèves. On savait qu'il y aurait des mensonges, des injures. On savait que le Parti Socialiste ferait pleurer dans les chaumières. On savait tout cela! Mais rien n'était caché. Ce n'était pas une surprise; c'était un point fort de notre programme. La limitation des allocations de chômage dans le temps, c'était une priorité. On n'a rien caché à personne.
Aujourd'hui, il y a des manifestations. Il y a des gr è ves et é norm é ment de cris. Mais on nous a choisis pour mener des réformes. Nous sommes le seul pays européen à permettre d'être au chômage tout au long d'une vie. Pourtant, le chômage, c'est une assurance. Ce n'est pas une allocation à vie mais bien une assurance en cas de coup dur. C'est une assurance qui doit nous permettre de rebondir.
Évidemment, les chiffres font peur et inquiètent la population, surtout en Wallonie d'ailleurs. Et donc forcément l'opposition va jouer là-dessus.
Alors, vous devez rassurer, monsieur le ministre. Vous êtes le premier ministre libéral de l'Emploi depuis un siècle, et nous avons un ministre libéral en Région wallonne. Et ce n'est une surprise pour personne, les chiffres les plus alarmants concernent la Belgique francophone. La moitié des demandeurs d'emploi de plus de deux ans sont en Wallonie.
Monsieur le ministre, avant de vous poser mes questions, qui sont assez simples, je vous invite bien évidemment à poursuivre votre programme, à regarder devant et à redresser ce pays. Confirmez-vous ces chiffres? Confirmez-vous que la situation est effectivement plus inquiétante en Belgique francophone? Et, si ces chiffres sont corrects, j'imagine que vous allez travailler et que vous avez déjà commencé à travailler avec votre homologue en Région wallonne. Quel est l'agenda? Pouvons-nous espérer cette réforme avant l'été?
Nathalie Muylle:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, met cd&v vinden wij dat mensen die keihard hun best doen, beloond moeten worden. Dat is ook de reden waarom we in de regering zijn gestapt. Ik was dan ook verwonderd, toen ik uw woordvoerder in de pers hoorde zeggen dat wie in het derde jaar opleiding start, geen uitkering meer zou moeten krijgen, mijnheer de minister. Is dat belonen? U wilt toch niet dat mensen hun opleiding stopzetten? Nadien hebt u wel gesust dat u de problemen zou oplossen en dat u niemand wilt achterlaten.
In Vlaanderen zijn meer dan 4.000 werklozen gestart met een opleiding die langer dan twee jaar duurt, 4.000 personen die willen werken en op de arbeidsmarkt aan de slag willen en die vacatures voor broodnodige jobs willen invullen. Dat zijn geen hangmatwerklozen, maar mensen die slagen voor een opleiding. Wij moeten hun rechtszekerheid bieden.
Tegelijk onderstreep ik dat wij natuurlijk voorstander zijn van de beperking van de werkloosheidssteun in de tijd. Die maatregel is nodig ter activering: werkzoekenden moeten zo snel mogelijk weer op de arbeidsmarkt aan de slag. Daarom moeten we werkzoekenden aanmoedigen om te kiezen voor opleidingen in knelpuntberoepen en onderzoeken hoe we hen zo snel mogelijk dergelijke vacatures kunnen laten invullen.
Willen wij werkzoekenden snel laten proeven van de arbeidsmarkt, dan is het cruciaal dat kandidaten studeren en werken kunnen combineren. Daar zijn nu al goede voorbeelden van. Wie vandaag kiest voor een opleiding in de zorg, kan na één jaar al aan de slag als zorgkundige op de arbeidsvloer. Men kan vervolgens als zorgkundige verder studeren en zich in de zorg vervolmaken. Een ander voorbeeld is dat van de kandidaat-leerkracht. Het is nu al mogelijk om voor een klas te staan en tegelijk de opleiding tot leraar te volgen. Het komt de deelstaten toe dergelijke systemen te organiseren.
Mijnheer de minister, in dat opzicht is overleg belangrijk en ik heb begrepen dat u dat de komende week aangaat. Met welk plan zult u het overleg met de deelstaten aanvatten?
David Clarinval:
Mesdames et messieurs les députés, je vous confirme ce chiffre de 100 102 chômeurs de moins de 55 ans ayant plus de deux ans de chômage en Belgique. Il m'a été transmis par l'ONEM. Mais il me semble que vous oubliez de parler d'un autre chiffre interpellant, celui des 170 000 emplois vacants, disponibles dès aujourd'hui dans notre pays. Ces 170 000 places n'attendent qu'une seule chose, que les 100 000 personnes concernées viennent les occuper immédiatement. Nous devons en finir avec le paradoxe du chômage illimité dans le temps.
Pour nous, le chômage n'est pas un plan de carrière. Donc, madame Thémont, je trouve votre vision un peu trop fataliste. La nôtre est réaliste et optimiste. Je conteste également le fait que l'exclusion du chômage soit synonyme automatiquement de RIS. Non, il faut remettre les gens à l'emploi. Les Régions devront d'ailleurs faire leur part du travail.
Les Régions doivent prendre leurs responsabilités en matière d'activation et d'accompagnement. J'ajoute qu'une période de transition est prévue. Ses modalités seront discutées au sein du gouvernement afin que toutes les personnes concernées soient prévenues suffisamment tôt.
Il y a quelques années, nos entreprises ne pouvaient pas embaucher, faute de moyens. Aujourd'hui, elles le peuvent, mais elles ne trouvent personne. Cela ne peut plus durer.
De oplossing is de activering van allen die naar de arbeidsmarkt kunnen en moeten terugkeren. Een maatschappij waarin te veel talenten aan de zijlijn blijven staan, berooft zich immers van haar eigen rijkdom. Niemand zal aan zijn lot worden overgelaten, maar iedereen zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Langdurige inactiviteit is niet onvermijdelijk, te veel werkzoekenden blijven ver van de arbeidsmarkt, terwijl er tegelijkertijd vacatures blijven openstaan.
Onze hervorming is duidelijk: iedereen die kan, moet worden begeleid naar een beroepsactiviteit, zelfs op een geleidelijke manier. Het gaat niet om straffen maar om het geven van kansen en wij verwachten van iedereen dat ze die grijpen. Een job is meer dan een inkomen, een job geeft ook waardigheid en is een hefboom voor sociale emancipatie.
Cependant, nous sommes conscients que ces 100 000 chômeurs de longue durée ne pourront pas tous retrouver un emploi, car certains d'entre eux sont en effet très éloignés de l'emploi. Nous en sommes conscients. C'est la raison pour laquelle nous allons prévoir un financement pour les CPAS, afin qu'ils accompagnent ces personnes de façon individualisée, au travers d'un plan d'insertion professionnelle. C'est aussi une manière de prendre ces personnes en considération et de leur offrir un meilleur accompagnement individualisé.
Notre réforme n'est pas punitive. Elle est nécessaire. Elle ne retire rien à ceux qui sont dans le besoin. Elle leur donne les moyens d'en sortir. Elle ne stigmatise personne. Elle responsabilise. C'est ainsi que nous renforcerons notre modèle social, en le rendant plus juste, plus efficace et plus durable.
Concernant vos demandes de prendre en considération les personnes en formation dans un métier en pénurie, madame Vanrobaeys, madame Muylle, monsieur De Smet, j'ai pris acte des demandes de prolongation de chômage qui ont été formulées.
Les projets de textes en cours de rédaction traduisent intégralement l'accord de gouvernement. Les premiers groupes de travail techniques se réuniront dès la semaine prochaine. Le débat devra ensuite être mené au sein du gouvernement, et ensuite au Parlement. Nous ne manquerons évidemment pas d'évoquer vos demandes à cette occasion.
Par ailleurs, j'ai pris l’initiative de rencontrer mes homologues régionaux. J'ai déjà eu l'occasion d'échanger de manière très constructive avec les ministres Jeholet et Clerfayt sur les réformes nécessaires pour répondre aux besoins et aux dynamiques spécifiques des différents territoires du pays. La semaine prochaine, je rencontrerai également à ce sujet – c'était prévu de longue date – la ministre Zuhal Demir. Il est nécessaire d'avoir une politique concertée afin de réformer de manière cohérente des compétences étroitement liées et imbriquées.
Comme je l'ai déjà dit, nous devons tout mettre en œuvre pour réformer le marché de l'emploi et remettre au travail des chômeurs qui ont parfois plus de 20 ans d'inactivité. Cela doit être et cela devra tous nous mobiliser.
Je vous remercie pour votre attention.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Eerlijk gezegd, het standpunt van Open Vld … Hoe durft u mensen die een opleiding voor een knelpuntberoep volgen, hangmatters noemen, mijnheer Coenegrachts? Zij doen elke dag keihard hun best.
Voor Vooruit zijn de principes helder. We moeten omkijken naar de mensen die werkloos zijn. We moeten hen vastpakken en begeleiden en zeker niet de mensen die elke dag keihard hun best doen bestraffen. Er moeten inderdaad meer mensen aan de slag, want we hebben ze nodig. Daarom kunnen we ook de principes van het regeerakkoord verdedigen.
Ik ben ook blij, mijnheer de minister, dat u ingaat op de vragen voor overleg, want de zij-instromers hebben zekerheid nodig, niet alleen vandaag maar ook morgen. Vooruit laat hen niet los. We hebben hen broodnodig op de arbeidsmarkt, in ons onderwijs en in de zorg.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne suis pas fataliste, mais réaliste, et je n'ai certainement pas besoin de vos conseils.
Ici, c'est le retour de la pensée magique et des slogans de M. Clarinval! D'un côté, 100 000 chômeurs et, de l'autre, 170 000 emplois disponibles et, hop, on y va, un petit coup de baguette magique et ce sont les vases communicants. Et, si ça ne suffit pas, un nouveau coup de baguette magique: les CPAS vont trouver des emplois, là où les organismes spécialisés n'en trouvaient pas.
Je pense qu'il faut soutenir les demandeurs d'emploi qui suivent des formations. C'était l'objet de ma question, mais vous faites encore des amalgames, monsieur le ministre. De toute façon, votre réforme du marché du travail va rendre les gens malades! Votre réforme des pensions va décourager les jeunes à devenir profs ou policiers, et vous allez aggraver la pénurie de main-d'œuvre! Vous êtes vraiment le ministre, non du Travail et de l'Économie, mais le ministre des économies!
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Il n'y a pas 36 solutions. Si vous voulez faire correspondre vos 100 000 chômeurs, d'un côté, et vos 175 000 offres d'emploi – dont un bon tiers relatives à des métiers en pénurie –, de l'autre, vous avez besoin de formations.
J'ai bien écouté les interventions de vos partenaires, et il me semble que les planètes, doucement, s'alignent. Le cd&v vous le demande, Vooruit aussi. La N-VA, on ne sait pas, car M. Ronse a décidé de vous faire un poème, mais Mme Demir, hier, n'avait pas l'air contre non plus.
(…) : (…)
François De Smet:
Si, si, c'était un poème à la gloire du ministre, et c'est très bien.
Pour ce qui est des Engagés, on ne sait pas encore, mais ils finissent en général par rallier le point de vue majoritaire, donc ça devrait aller. Vous allez donc très vite vous retrouver isolé, si vous n'allez pas de l'avant. Dès lors, je vous en prie, prenez cette direction. C'est une question de bon sens. Il est normal de permettre aux gens qui se forment d'avoir un peu plus que deux ans. C'est la direction du progrès, et je vous souhaite de la trouver.
Axel Ronse:
Vooreerst hartelijk dank aan de collega’s van Vooruit en cd&v. Het is fantastisch dat u zo open voor uw mening uitkomt en dat we alles steeds in openheid tegen elkaar kunnen zeggen. Ik weet dat u van uw woord bent en dat u het regeerakkoord tot op de letter zult uitvoeren. Een knelpuntopleiding volgen zal niet langer dan twee jaar combineerbaar zijn met de werkloosheidsuitkering. Die uitkering dient daar ook niet voor.
Het komt vanzelfsprekend de regio’s toe om na te denken over hoe mensen naar knelpuntopleidingen van langer dan twee jaar kunnen worden geleid. Zuhal Demir heeft net die bezorgdheid geuit en gaat daarmee aan de slag. Ze heeft echter op geen enkele manier gevraagd of ge ï nsinueerd dat werkloosheid langer dan twee jaar gecombineerd moet kunnen worden met een opleiding.
Collega Coenegrachts, het is schattig dat u hier kritiek komt geven, terwijl u 26 jaar aan de knoppen hebt gezeten. Men kon de werkloosheidsuitkering in die periode met Open Vld niet beperken in de tijd. Nu zit iemand anders aan de stuurknoppen (…)
Steven Coenegrachts:
Collega Ronse, maak u geen zorgen, ik voel er me even ongemakkelijk bij als u dat ik uw regering complimenten moet geven. Wat de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd betreft, moet ik dat effectief doen.
U omarmt hier de opendebatcultuur en zegt dat men in alle fracties alles mag doen of zeggen wat men wil. Ik vraag me echter af wat u de voorbije acht maanden aan al die tafels hebt besproken. Waarover hebt u het wel gehad? U hebt geen enkele discussie ten gronde gevoerd, niet over de meerwaardebelasting, niet over de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Er worden modaliteiten gevraagd aan de linkerkant, er worden modaliteiten gevraagd aan de rechterkant, er worden modaliteiten gevraagd door de gewesten en door de regeringen. Mijnheer de minister, u moet alles doen om ervoor te zorgen dat die modaliteiten alleszins beperkt blijven.
Florence Reuter:
Merci monsieur le vice-premier ministre.
Laissez les loups crier, ils vont continuer à crier encore pendant quelques années, ce n'est pas grave. Vous l'avez dit, il y a 170 000 emplois vacants. Ce sont ces emplois qu'il faut remplir.
Monsieur le ministre Dermagne, quand vous aviez l'Emploi dans vos compétences, vous étiez le premier à citer le Danemark en exemple. Le chômage y est également limité dans le temps.
Bien évidemment, nous allons accompagner les demandeurs d'emploi. Bien évidemment, nous avancerons avec les entités fédérées pour activer les demandeurs d'emploi. Il faut remettre la valeur "travail" au premier plan. Travailler, ce n'est pas une punition, c'est avoir une place dans la société. C'est aussi sur les mentalités qu'il faut agir.
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, diegenen die een opleiding volgen, zijn ongerust en willen duidelijkheid. Ze hebben een contract gesloten met de overheid over een traject naar werk en willen dat dat gehonoreerd wordt.
Voor ons is het duidelijk. Er zijn vandaag ontzettend veel vacatures in ons land. Alleen al in de zorg geraken meer dan 140.000 vacatures niet ingevuld. Het is dan ook de opdracht van de regering om werklozen zo snel mogelijk naar een job toe te leiden. We zullen hen daarbij moeten helpen en we zullen dat samen met de deelstaten moeten doen. Mijnheer de minister, op ons kunt u rekenen.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
U weet allen dat wanneer een naam valt, de betrokkene dan geneigd is om een persoonlijk feit in te roepen. Ik probeer dat op een objectieve manier te bekijken. Er was de wens dat de heer Hedebouw bij voortduring 1 mei zou kunnen vieren. Ik kan dat bezwaarlijk een belediging of een negatieve kwalificatie noemen.
Er is een oordeel geveld over het beleid van de heer Dermagne en ik denk dat dat wel een persoonlijk feit is. ( Protest op de banken )
Collega's, het komt de voorzitter toe om te oordelen over het persoonlijk feit of niet en ik denk dat ik daarbij geen onderscheid maak. Mijnheer Hedebouw, u kunt het noemen van uw naam bezwaarlijk een belediging noemen.
Ik wil iedereen nogmaals op het hart drukken dat ze best geen namen noemen. Collega Ronse, ik vermoed dat de heer Hedebouw heel blij is dat u zijn naam hebt genoemd, want dat geeft hem nu de kans om de indruk te wekken dat er een persoonlijk feit is. Ik heb mijn oordeel geveld en de heer Dermagne krijgt het woord.
Pierre-Yves Dermagne:
Je vous remercie, monsieur le président.
Madame Reuter, vous avez une vision simpliste de la vie et de la société. Je ne vais pas crier ici, je vais simplement vous rappeler quelle est la réalité. Il y a effectivement un peu plus de 100 000 demandeurs d'emploi de longue durée. Parmi eux, près des deux tiers ont travaillé les deux années précédentes.
Pas suffisamment pour pouvoir sortir des chiffres du chômage, mais nous ne sommes pas avec des bénéficiaires ravis de recevoir une allocation de chômage. Nous sommes avec des gens qui essayent de retrouver le chemin du travail. Et parmi les 170 000 emplois en pénurie, il y a des emplois d'infirmier et d'infirmière, des emplois d'enseignant et d'enseignantes, de technicien et de technicienne, des emplois qui nécessitent une formation, qui nécessitent un diplôme.
Si vous pensez que, demain, on va former des infirmiers et infirmières ou des enseignants et enseignantes en un an, ce n'est pas le modèle de société que nous, au Parti Socialiste, nous voulons. Nous voulons de l'emploi de qualité, de l'emploi qui rémunère de manière digne celles et ceux qui travaillent, et des emplois qui émancipent, comme M. Clarinval l'a évoqué tout à l'heure, mais en parlant de choses qu'il ne connaît pas.
Florence Reuter:
Vous, vous savez sûrement comment on vit! Mais pour qui vous prenez-vous en donnant des leçons? Pour qui vous prenez-vous? Je n'ai cité aucun nom, monsieur le président.
Pour les socialistes, qui ont enfin perdu les élections et qui enfin se retrouvent dans l'opposition après des années et des décennies d'assistanat, il est peut-être temps de regarder les choses en face. Alors moi, je ne suis sûrement pas fataliste, je suis justement réaliste, mais je suis surtout optimiste. Et je n'ai cité aucun nom.
Voorzitter:
U had wel degelijk de heer Dermagne bij naam genoemd, mevrouw Reuter.
Pierre-Yves Dermagne:
Madame Reuter et vos collègues du MR, dites-moi comment on va former demain une infirmière ou un infirmier en un an!
Florence Reuter:
(…)!
Voorzitter:
Collega's, ik denk dat de diverse standpunten vrij duidelijk zijn gemaakt.
Het staakt-het-vuren in Gaza en de erkenning van Palestina
De genocide in Gaza
Gaza
De aanvallen in Gaza
De schending van het staakt-het-vuren in Gaza
Geweld en mensenrechten in Gaza
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en de EU worden scherp bekritiseerd voor hun passiviteit tijdens het Israëlisch geweld in Gaza, waar in 48 uur 1.000+ doden vielen, waaronder veel burgers, ondanks een zogenaamd staakt-het-vuren dat nooit effectief was. Parlementsleden eisen concrete sancties (wapenembargo, opschorting EU-associatieakkoord, boycot nederzettingsproducten) en erkenning van Palestina, maar minister Prévot benadrukt enkel juridische procedures (steun aan ICJ) en ontkent België’s betrokkenheid bij wapenleveringen—wat tegenstanders ontkrachten met bewijs van massale wapentransits via Antwerpen. De kernvraag blijft: waarin schuilt de drempel voor daadwerkelijke druk op Israël, terwijl genocide-aantijgingen (ICJ, Amnesty) en systematische schendingen van internationaal recht ongestraft blijven? Woede overheerst over dubbele standaarden (vs. sancties tegen Rusland/China) en het falende morele leiderschap van Europa.
Christophe Lacroix:
Je pense que tout le monde y a cru et l'a espéré. C'est mon cas et je pense celui de nous tous. Monsieur le ministre, un cessez-le-feu n'est pas un accord de paix.
En 48 heures, la machine de guerre infernale du gouvernement israélien et de Netanyahu a encore très durement frappé: 970 morts. Nous sommes 150 dans cette Assemblée. C'est donc six fois cette Assemblée en 48 heures! Imaginez-vous: nous remplissons six fois l'assemblée et c'est vide en 48 heures! Nous n'existons plus!
La spirale infernale a repris de plus belle: des enfants, des femmes, des vieillards, des civils. Les opérations militaires israéliennes totalement disproportionnées, indiscriminées s'emballent à nouveau, les bombes éclatent. Les soldats entrent dans ce minuscule territoire dont il ne reste pratiquement rien, ce territoire en deuil, ce territoire à l'agonie. Israël pousse le cynisme à utiliser l'eau et la nourriture comme arme de guerre et continue de bloquer l'aide humanitaire. Le droit international est bafoué de manière systématique, et j'oserais même dire de manière systémique, dans le chef du gouvernement israélien.
En Cisjordanie occupée, la plus grande déportation forcée depuis le début de l'occupation israélienne est en cours. Voulez-vous savoir pourquoi monsieur le ministre? Parce qu'avec Donald Trump, Netanyahu a carte blanche pour briser la trêve en toute impunité et parce que l'Europe et la communauté internationale – malgré des voix courageuses comme celles de l'Espagne, de l'Irlande, de la Norvège, de la Slovénie ou même de l'Arménie – n'osent pas aller à l'encontre de cette volonté hégémonique et annexionniste d'Israël.
Monsieur le ministre, pourquoi vous faut-il encore plus pour reconnaître la Palestine en tant qu'État? Qu'attendez-vous aujourd'hui comme prémices (…)
Peter Mertens:
Mijnheer de voorzitter, collega's, Israël heeft de voorbije 48 uur de poorten van de hel opnieuw opengezet. Ik heb beelden gezien. Ik heb een dode baby gezien in haar t-shirt met een regenboog op. Ik heb de moeder gezien die voor de laatste keer door de paardenstaart van haar dochter gaat die dood is. Ik heb een dode peuter gezien met een bebloed t-shirt met daarop Mickey Mouse. 900 mensen werden afgeslacht. Mensen, kinderen, jongeren, mama's, papa's, broers en zussen.
Mijnheer de minister, wat is eigenlijk een staakt-het-vuren tijdens een genocide? Wat is dat? Het moorden hield nooit op. Het stelen van grond hield nooit op. Het slopen van woningen hield nooit op. Weet u hoeveel Palestijnen vermoord werden in die periode van zogenaamd staakt-het-vuren? 150. Nog voor dit bloedblad. Weet u hoeveel Israëli's er vermoord werden? Een, een aannemer. Hij werd vermoord door het Israëlisch leger omdat men dacht dat hij een Palestijn was. Dat is de realiteit van vandaag. Er is geen staakt-het-vuren tijdens deze genocide.
Ik vraag mij af hoeveel misdaden er nog moeten gebeuren vooraleer u echt optreedt. Het gaat dan niet over het op het matje roepen van de ambassadeur. Het gaat over het uitwijzen van deze ambassadeur uit België. Het gaat over het uitwijzen van een genocidaal regime hier uit België.
Het is niet alleen met de carte blanche van Donald Trump dat Netanyahu optreedt, hij heeft ook een carte blanche van deze Europese Unie, die akkoorden blijft sluiten met Netanyahu. Het is een schande. Maak een economisch embargo tegenover deze genocidale staat. En maak eindelijk ook een wapenembargo, zodat gestopt wordt met onze wapens een genocide aan te richten.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, depuis lundi, Gaza est à nouveau sous un déluge de bombes. Des centaines de morts en plusieurs heures, de nouvelles familles entières piégées sous les décombres, des civils bombardés en pleine nuit, en plein ramadan, en plein cessez-le-feu. Après des mois de famine et de bombardements, après des années de siège sans eau ni électricité et une aide humanitaire bloquée, après la promesse brisée d'une trêve, ce sont des civils encore et toujours qui paient le prix de l'inaction internationale, de notre inaction qui devient complice et coupable. Cela vient alourdir un bilan tout simplement glaçant: on ne compte plus les dizaines de milliers de morts.
Israël viole toutes les règles du droit international en toute impunité. La Cour internationale de Justice (CIJ) a ordonné des mesures conservatoires pour prévenir un génocide. Israël les ignore. L'Union européenne a rappelé que le respect des droits humains est une condition de son accord d'association avec Israël mais cela n'a aucune conséquence. Les produits des colonies sont interdits par une résolution de l'Organisation des Nations Unies (ONU) mais continuent à être commercialisés.
Monsieur le ministre, quand la Belgique va-t-elle enfin appliquer réellement ses engagements? Quelles sanctions notre pays est-il prêt à prendre et à défendre au sein de l'Union européenne? Va-t-on enfin suspendre l'accord commercial avec Israël? Va-t-on cesser d'importer des produits issus des colonies?
Le droit international ne peut pas être un principe à géométrie variable. Or, on voit beaucoup trop de deux poids, deux mesures. Si on veut être crédibles sur la scène internationale, nous devons agir et vite. Monsieur le ministre, quelles actions, quelles sanctions et quelles pressions concrètes la Belgique est-elle prête à prendre et à exercer pour que ce drame et ce génocide cessent enfin?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, hebt u zich ooit al eens gewassen met producten uit bezette gebieden? Als nieuwjaarscadeau kreeg ik een pakketje van de Israëlische ambassade met AHAVA-verzorgingsproducten. Zoek dat maar eens op. Die producten worden geproduceerd in de illegale nederzettingen. Het is heel duidelijk dat we van de Israëlische regering geen normbesef meer moeten verwachten.
De oorlog is opnieuw begonnen. Twee miljoen Gazanen worden al weken in een wurggreep gehouden, zonder toegang tot voedsel, water en elektriciteit. Om zijn eigen hachje en dat van zijn regering te redden, schiet Netanyahu eigenhandig het vredesakkoord aan flarden. Keer op keer moeten Gazaanse ouders hun dode kinderen begraven. Keer op keer veegt Israël zijn voeten aan het internationaal humanitair recht. Keer op keer wordt elke stap richting een duurzame vrede opgeblazen. Zelfs het lot van de gijzelaars lijkt de Israëlische regering koud te laten.
De wereld kijkt machteloos toe. Halfslachtige veroordelingen volstaan niet meer. Het is tijd voor actie, ook van u, ook van ons land, ook van de Europese Unie. Voor mijn partij is het klaar en helder: schort nu toch dat Europese associatieakkoord op. Neem sancties tegen oorlogsmisdadigers en verbied producten uit illegale nederzettingen. Europa moet het voortouw nemen.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om een vuist te maken tegen Netanyahu's vernietigende overlevingsstrategie? Wat zult u doen om het Europese handen wassen in onschuld eindelijk te doorbreken?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, het was gewoon bullshit. Alle mooie woorden over vrede, de bescherming van gijzelaars, een nieuwe en betere toekomst voor de Palestijnen… het was allemaal bullshit. Iedereen die daar nog aan twijfelt, wordt vandaag keihard met de neus op de bloederige feiten gedrukt. Alweer zijn er meer dan 1.000 doden gevallen: vrouwen, kinderen, mensen die in feite de pech hebben om op de verkeerde plek te zijn geboren.
Vergis u niet, Israël is geen gewone democratie meer, maar wel een land waar extremen aan de macht zijn gekomen en waar mensenrechten niet meer lijken te tellen. We hebben het hier in dit halfrond al vaak gehad over mensenrechten en het belang ervan. Dat is goed, maar is er iemand die echt gelooft dat de Trumps, Poetins en Netanyahu's van deze wereld daarvoor terugdeinzen? Zal dat het verschil maken? Ik denk het niet. Ze lachen ermee.
Voor Vooruit is het duidelijk dat we vandaag voor een fundamentele keuze staan. Mijnheer de minister, gaan we samen met Europa een echt front vormen en opkomen voor de onschuldige slachtoffers of blijven we aan de kant staan en kijken we weg?
Mijnheer de minister, ik vraag u vandaag geen mooie woorden, ik vraag concrete acties. Wat kunnen we doen om aan de kant van het goede te staan? Wat kunnen we doen om voor de onschuldige slachtoffers in Gaza op te komen?
Maxime Prévot:
Monsieur le président, chers collègues, soyons clairs: la nouvelle escalade de la violence au Proche-Orient est totalement inacceptable. J'ai maintes fois appelé au respect du cessez-le-feu et du droit international humanitaire, et voilà ce à quoi nous sommes à nouveau confrontés. J'ai condamné publiquement la reprise des attaques par l'armée israélienne, et fait peu fréquent, j'ai demandé à voir, hier, l'ambassadrice d'Israël pour lui faire part de mon indignation et de mon incompréhension.
Mon incompréhension, d'abord, quant au momentum . Nous nous attendions tous à pouvoir passer à la phase 2 de l'accord. Cette optique était renforcée par le récent plan arabe mis sur la table, qui a été accueilli très favorablement, notamment par nous. L'accord avait jusqu'ici permis un cessez-le-feu et avait permis à de nombreux otages de retrouver leur famille. L'aide humanitaire parvenait enfin à nouveau aux femmes et aux enfants de Gaza.
Het blokkeren van humanitaire hulp door Israël sinds 1 maart is een ernstige schending van het internationaal humanitair recht. De toegang tot voedsel, water, elektriciteit en gezondheidszorg verhinderen is duidelijk onaanvaardbaar.
Et mon indignation, ensuite et surtout, quant au principe même de ces attaques, coûtant la vie à de nombreux Palestiniens, à des membres du personnel de l'ONU et mettant – paradoxe! – en danger les nombreux otages israéliens encore en vie au plus grand dam de leurs familles.
Ik wil mijn diepste compassie betuigen aan alle Palestijnse slachtoffers in Gaza en aan alle Israëli's die vrede willen. Geweld zal niets oplossen. Hamas is niet verdwenen, maar tienduizenden burgers wel en er zijn nog steeds te veel gijzelaars in gevangenschap.
Il faut cesser le feu et reprendre le dialogue, d’autant que les répercussions régionales se font déjà sentir. Les Houthis, restés relativement calmes jusqu’ici, ont repris les hostilités en invoquant la défense des Palestiniens.
S’agissant de la question des ventes d’armes, il n’y a aucune licence d’exportation qui aurait été accordée pour renforcer la capacité militaire de Tsahal ou du Hamas. Vous me demandez donc d’interdire quelque chose qui n’existe pas.
België is een van de beste leerlingen van de Europese klas. Sinds 2009 al zijn de federale regering en de gewesten overeengekomen om geen wapenexportvergunningen te verlenen die de militaire capaciteit van de strijdkrachten in Israël en Palestina zouden versterken.
Madame Maouane, s’agissant de la question du génocide, je laisse à chacun la responsabilité de ses propos. La notion de génocide n’est pas un sujet à propos duquel on peut se permettre des raccourcis faciles.
J’en profite pour rappeler que la Belgique a toujours fortement soutenu et continue de soutenir les travaux de la Cour internationale de Justice. Nous insistons à chaque occasion sur l’obligation d’Israël de se conformer aux ordonnances rendues par la Cour en 2024. Pour rappel, la Cour a notamment ordonné à Israël de prendre toutes les mesures en son pouvoir pour empêcher la commission d’actes de génocide à Gaza.
België komt tussen in een procedure die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen voor het Internationaal Gerechtshof, maar we trekken geen overhaaste conclusies. Het komt het hof toe, en het hof alleen, om in volledige onafhankelijkheid te beoordelen of er al dan niet genocide is gepleegd.
We verzetten ons tegen elk obstakel voor de tweestatenoplossing, bijvoorbeeld door financiële en politieke steun te geven aan Palestijnen die op de Westelijke Jordaanoever wonen. Ook steunen wij de Palestijnse Autoriteit in haar hervormingsproces, zodat ze de legitimiteit en capaciteit heeft om Palestina te besturen.
On ne doit jamais oublier qu’une Autorité palestinienne faible signifie un Hamas fort. Nous avons tout intérêt à assurer une Autorité palestinienne forte comme interlocuteur pour Israël.
Die stappen maken het mogelijk om de erkenning van een levensvatbare Palestijnse Staat te overwegen, die zowel basisvoorzieningen voor de eigen burgers kan verzorgen als veiligheid voor de Israëli's bieden. (…)
Voorzitter:
Uw tijd is om, mijnheer de minister. Als ik voor u een uitzondering maak, dan moet ik dat voor iedereen doen.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses. Cependant, elles sont évasives et peu concrètes.
Au-delà des indignations et des mots de compassion, nous réclamons des actes et des sanctions. Comment est-ce possible face à ce monde de salopards, face à ce gouvernement d'extrême droite qui tue et assassine des enfants, des femmes, des vieillards? Avez-vous vu le regard de ces mères éplorées? Avez-vous vu les yeux remplis de larmes de ces enfants dont le destin est brisé à jamais? Et nous allons laisser encore se poursuivre ces crimes? Il nous faut reconnaître l' É tat de Palestine! Il nous faut sanctionner ces dirigeants sanguinaires! Et il faut cesser l'accord de coopération et d'association avec Israël!
Peter Mertens:
"België is de beste leerling van de klas." Mijnheer de minister, in december 2023 kwam aan het licht dat 246 ton militair materiaal via Antwerpen naar Israël werd verscheept. In januari 2024 kwam aan het licht dat 16.000 ton buskruit via de haven van Antwerpen van België naar Israël werd verscheept. Nog steeds leveren schepen van de rederij Maersk via de haven van Antwerpen wapens aan Haifa, nog steeds.
Er is bovendien geen enkele disclosure . Als men gegevens opvraagt, krijgt men een lijst met zwart doorstreepte pagina's. Dat is de realiteit van vandaag in de gemeenteraad van Antwerpen, in het Vlaams Parlement en hier. Iedereen houdt de paraplu op.
Wij zijn niet de beste leerling van de klas. Wij laten toe dat vandaag nog altijd materiaal daarheen wordt verscheept. De massamoord kan alleen maar doorgaan dankzij het wapentransport.
Als u dus wilt dat er een einde aan komt, leg dan het wapenembargo op, mijnheer de minister.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je dois dire que je suis sidérée par vos réponses. C'est la CIJ, ce sont des ONG comme Amnesty International qui parlent de génocide. Ce n'est pas une bande de gauchistes! Il y a un mandat d'arrêt international contre Netanyahu.
Netanyahu est accusé de nuire à son pays. Hier encore, des milliers d'Israéliens manifestaient en disant qu'ils sont pris en otage par un gouvernement sanguinaire. Il est accusé de nuire à son pays, et que fait le monde occidental? Rien. Que fait la Belgique? Rien de suffisant. Votre réponse est insuffisante. Pour sanctionner la Russie, il y a du monde. C'est très bien. Pour sanctionner la Chine, aussi. Mais, pour arrêter un génocide, chers collègues, auquel on assiste en direct, il n'y a plus personne!
Quelle crédibilité avons-nous encore? Quelle crédibilité avons-nous face à ces bébés qui sont morts de froid? Face à ces enfants qui sont traumatisés, qui sont charcutés? Quelle crédibilité avons-nous? Il n'y a plus que de la colère et de la honte, monsieur le ministre!
Els Van Hoof:
Compassie, verontwaardiging, de beste leerling van de klas zijn, het volstaat blijkbaar niet. We moeten nog steviger uithalen op Europees en op multilateraal vlak om ervoor te zorgen dat dit geweld en deze schendingen stoppen.
Dat de extremisten deel uitmaken van de Israëlische regering zegt heel veel over de Israëlische intenties. Dat betekent nog meer nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Er zijn er 4.000 aangekondigd. Men leeft daar nu in angst en depressie, dat heeft de Palestijnse ambassadrice nog deze week tegen mij gezegd. Elke hoop op vrede voor elke Israëli en elke Palestijn is weerom aan flarden geschoten.
Er is dynamiek en goede wil getoond, ook en vooral vanuit de Arabische wereld. Het was een perfect plan dat de steun kreeg van de Europese Unie en van het Verenigd Koninkrijk, maar dat is onderuit gehaald. Dat kan niet. Europa mag zijn handen niet wassen in onschuld. Ik zal dat ook niet doen met mijn verzorgingsproducten. We moeten (…)
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, u geeft aan dat het niet makkelijk wordt, maar ik hoop dat u en alle politici hier in de zaal beseffen dat we het niet moeten doen omdat het makkelijk is, maar omdat mensen op ons rekenen. Onschuldige slachtoffers in Gaza rekenen op politici om voor hen op te komen. In de vorige regering hebben we er met Caroline Gennez voor gezorgd dat we voedselpakketten en medicijnen konden brengen. Diezelfde inzet hebben we vandaag nodig, en nog meer. We moeten durven te spreken over sancties tegen Israël, dat is de enige taal die zij begrijpen. We kunnen hier alle schone woorden gebruiken, maar de enige taal die zij begrijpen, is de taal van het geld. Het is aan ons, collega's, om onze verantwoordelijkheid te nemen en aan de juiste kant te staan. Ik reken echt op u, mijnheer de minister. Ik hoop dat u daar rekening mee houdt.
De impact van de importheffingen van de VS en de tegenmaatregelen die de EU beoogt
De impact van de importheffingen van de VS en de tegenmaatregelen die de EU beoogt
Handelsspanningen tussen de VS en de EU.
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende handelsoorlog met de VS onder Trump, die België en de EU met draconische importtarieven (staal, aluminium, mogelijk auto’s) bedreigt en 0,25–0,7% BBP-groei kan kosten, met zware klappen voor farma, chemie en toeleveranciers. Alle partijen steunen proportionele EU-tegenmaatregelen (heffingen op Amerikaanse producten zoals whisky, boten) en benadrukken europees eenheidsfront, maar waarschuwen voor jobverlies, koopkrachtdaling en economische krimp—zonder winnaars. Vrijhandel en dialoog blijven het doel, maar men eist assertief optreden om EU-belangen te verdedigen, met oog voor eigen veiligheid, industrieherstel en diversificatie van handelspartners. De toon is pragmatisch anti-protectionistisch, met kritiek op Trump maar zonder anti-Amerikaanse retoriek.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, sinds het aantreden van president Trump heeft zich een aardverschuiving voltrokken in de internationale betrekkingen. President Trump heeft de Europese Unie openlijk neergezet als een obstakel voor de Amerikaanse belangen.
De gevolgen zijn nu concreet. De VS loste het eerste schot met draconische importtarieven, waarop Canada en de EU terugsloegen, waardoor er nu een escalerende handelsoorlog dreigt. Dat is logisch. Pestkoppen begrijpen ongelukkig genoeg maar één taal, maar tegelijkertijd blijft de VS een essentiële bondgenoot.
Een recente ING-studie waarschuwde ons al. Amerikaanse heffingen van 25 % zouden België 0,25 % van het bbp kosten, wat door investeringsonzekerheid en afnemend consumentenvertrouwen kan oplopen tot 0,70 %. Dat betekent dus een halvering van onze economische groei. Onze farma- en chemiesector staan in de vuurlinie, samen met andere cruciale exportproducten.
Daarom, mijnheer de premier, mijnheer de minister, heb ik enkele vragen.
Wat is de verwachte impact van de importtarieven? Hoe wil u een verdere escalatie vermijden? Wordt er internationaal overleg gepleegd over het inzetten of aanpassen van economische instrumenten? Ik kijk alvast uit naar uw antwoord.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, de wereld staat in brand. Dat is deze week opnieuw duidelijk geworden. Na een oorlog in Europa is er nu de handelsoorlog met Trump. Met extremen aan de macht is de gewone mens immers steeds het eerste slachtoffer. Ook in België ervaren we de gevolgen. Eerst waren er bizar hoge energieprijzen dankzij Poetin. Vandaag zijn er extreme tarieven op staal en aluminium dankzij Trump. Juist deze industrieën stonden al zeer zwaar onder druk. Als daardoor bij ons jobs verdwijnen, dan raakt dat de koopkracht van de mensen zeer hard.
Voor Vooruit is het zeer duidelijk, we moeten onze mensen en onze bedrijven zo goed mogelijk door deze crisis helpen. Ook tijdens de energiecrisis nam Vooruit maatregelen om mensen hun koopkracht te beschermen. Dat moet nu opnieuw gebeuren. Dit zijn jammer genoeg niet Trumps laatste weken. Het is jammer genoeg geen kwestie van uitzweten. De beurzen dalen vandaag al flink en de kans dat het serieus misgaat, is bijzonder groot.
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, als door die importheffingen mensen hun job verliezen, dan zal dat ook invloed hebben op hun koopkracht. Wat gaat u doen om dat te voorkomen?
Bart De Wever:
De importheffingen zijn een pertinent onderwerp voor ons, want wij zijn een relatief klein land, maar wel een land met een zeer open economie dat leeft van internationale handel. Het debat gaat recht naar ons hart. Na onze buurlanden Duitsland, Nederland en Frankrijk zijn de Verenigde Staten de belangrijkste afzetmarkt voor onze uitvoer: 7,5 % van de totale uitvoer, een handelsstroom van 33 miljard euro. In het bijzonder voor de farmasector, zoals is aangehaald, en de chemische sector zijn de VS een cruciaal exportland. Gisteren heb ik toevallig een aantal zeer belangrijke CEO's uit die twee sectoren ontmoet. Hun bezorgdheid is zeer groot, alsook de verwarring over welke regels er eigenlijk nog gerespecteerd zullen worden. Welk spel wordt hier gespeeld?
Sinds woensdag gelden er alvast Amerikaanse importheffingen op staal, ijzer en aluminium. Nu wordt er ook gedreigd met importheffingen voor de automobielsector. Economen stellen dat de impact daarvan voor ons land relatief beperkt is, maar er zal wel een indirecte impact zijn, omdat heel wat Belgische bedrijven toeleveranciers zijn van de Europese automobielsector. Er is dus reden tot grote bezorgdheid, daarin kan ik u volledig bijtreden. De ING Bank heeft berekend dat een handelsoorlog met de VS onze economische groei met 0,25 % zou fnuiken in het eerste jaar en op termijn met 0,7 %. Dat zijn indrukwekkende cijfers.
De Europese Commissie heeft de Amerikaanse importheffingen beantwoord met een proportioneel tegenpakket dat wij steunen. Het betreft maatregelen die ingaan op 1 april met heffingen op onder meer whisky, boten en motoren. Persoonlijk ben ik geen gebruiker van die drie producten, maar ik veronderstel velen onder u ongetwijfeld wel of toch minstens van een van die producten. Ik ondersteun dat de Commissie provocaties beantwoordt op een beheerste en proportionele manier, in kalmte en sereniteit.
Ik herhaal nogmaals dat ik weinig enthousiast kan zijn over Trump, maar ik zou opletten met wilde anti-Amerikaanse statements. Dat leidt ons nergens toe. We moeten wel het signaal uitzenden dat wij in Europa geen vloermat zijn waar Trump kan overheen lopen. Het is belangrijk dat Commissievoorzitter von der Leyen de juiste toon heeft aangeslagen door expliciet te stellen dat ze openstaat voor de constructieve dialoog die we blijven nastreven met de Verenigde Staten om die nieuwe importheffingen zo snel mogelijk terug te schrappen en in te zetten op vrijhandel in plaats van op protectionisme. Ik ondersteun die boodschap voor 100 %. Een handelsoorlog leidt alleen tot wederzijdse verarming.
Oud-president Ronald Reagan, een van mijn grote jeugdidolen uit de jaren 1980, sprak wijze woorden over handelstarieven: ʺ Higher trade barriers lead to less competition and therefore less quality products paired with rising prices. As a result, people start buying less and then the worst happens. Markets shrink and collapse, businesses and industries shut down and millions of people lose their jobs . ʺ
Ik hoor iemand applaudisseren, blijkbaar zijn er nog fans van Ronald Reagan en dat kan ik alleen maar toejuichen.
Reagan voegde daaraan toe dat hij het als zijn missie beschouwde om zijn land en de wereld voor kortzichtige protectionistische onzin te behoeden. Als premier van dit zeer kleine, maar toch economisch qua export sterke land, zal ik op het Europees en internationaal toneel altijd die boodschap blijven herhalen. Vrijhandel heeft aan het vrije Westen zijn welvaart geschonken.
Laat ons het Europees bondgenootschap uitdiepen in die geest, er is nog enorm veel te winnen. Laten we ook hopen dat we het bondgenootschap met de Verenigde Staten op het pad van de welvaartscreatie kunnen houden. Niemand wordt beter van dreigementen, handelsoorlogen en kortzichtige protectionistische dwaasheid.
Maxime Prévot:
Geachte Kamerleden, met de evolutie van de Amerikaanse positie is de wereld zichzelf aan het hervormen; dat is een feit. Maar zonder apathie of frustratie moeten we actie ondernemen om ons te concentreren op onze prioriteiten, om de middelen te vinden om onszelf te beschermen en om de problemen waarmee we geconfronteerd worden aan te pakken. We hebben zeker een veiligheidsstrategie voor onze economie nodig.
De Amerikaanse maatregelen zijn totaal ongerechtvaardigd en zullen rampzalige gevolgen hebben voor bedrijven en consumenten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. In de context van die ontwikkelingen moeten we vastberaden, pragmatisch en realistisch vooruitkijken. Ik zeg vastberaden, want hoewel onze doelstelling voor de middellange tot lange termijn zeker de de-escalatie is, moeten wij assertief maar proportioneel reageren op de douanerechten en handelsbelemmeringen die de Verenigde Staten op oneerlijke wijze toepassen. Zo kunnen we onze belangen verdedigen.
De Europese Unie heeft snel gereageerd op de aankondiging van tarieven op staal en aluminium met een reactie in twee fases die gekalibreerd, standvastig en niet escalerend is.
Op 1 april laat de EU de opschorting vervallen van de tegenmaatregelen die in 2018 en in 2020 tegen de Verenigde Staten genomen zijn. Die maatregelen waren gericht tegen een hele reeks Amerikaanse producten en veroorzaakten naar schatting 8 miljard euro aan economische schade, vooral in Republikeinse staten.
Medio april zal de EU, na overleg met de industrie- en handelsvertegenwoordigers, een nieuwe reeks tegenmaatregelen opleggen voor Amerikaanse exportproducten, ter waarde van 18 miljard euro, waardoor de totale respons van de EU uitkomt op 26 miljard euro, een bedrag dat gelijk is aan dat van de Amerikaanse tarieven.
In deze krachtmeting zullen Europese eenheid en solidariteit doorslaggevend zijn. Ik geloof in pragmatisme, maar de Amerikanen zijn een historische partner en dat mogen we niet vergeten. Niemand kan een handelsoorlog winnen, maar we moeten beseffen dat de Amerikanen zoveel gedaan hebben.
We zijn niet vervallen in steriel antagonisme door 80 jaar diplomatieke betrekkingen overboord te gooien. Ik heb het over realisme. Immers, het ontwaken van de Europeanen, hoe wreed het ook was, was onvermijdelijk. We hebben te lang onze verantwoordelijkheden ontlopen, in de eerste plaats als het gaat om onze eigen veiligheid. Het is niet alleen een kwestie van voldoen aan Amerikaanse eisen, maar in de eerste plaats van reageren op de noodzaak om onze eigen veiligheid te garanderen, ons sociaal model te beschermen en onze stempel te drukken op een wereld waarvan de contouren razendsnel veranderen.
Tot slot wil ik het hebben over opportuniteiten. We verdedigen een maatschappelijk model dat gebaseerd is op het respect voor de wet en voor bepaalde waarden. Dit is ook een kans om de kring van onze partners te verbreden, samen de mondiale agenda te beïnvloeden in plaats van ons die te laten opleggen.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, ik dank jullie voor het antwoord.
Wij zijn blij dat u de zaak ter harte neemt en om de maatregelen die u al hebt getroffen.
Mijnheer de premier, wij zitten gelukkig op dezelfde golflengte. Van tarieven wordt niemand beter, maar ze houden wel steek wanneer het moet. Ze zijn een zero-sum game . Laten we hopen dat men opnieuw van idee verandert, zoals dat zo vaak gebeurt, maar als het moet, dan moet het. Wij beseffen allemaal dat het om een wake-upcall gaat en dat wij meer moeten focussen op het doen herleven van onze eigen industrie.
Voorzitter:
De neutraliteit van mijn functie verplicht mij geen standpunt in te nemen over de vraag of uw tussenkomst een applaus verdient. Het feit dat dit uw eerste tussenkomst is, verdient dat wel. (Applaus)
Annick Lambrecht:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het is inderdaad vijf voor twaalf. Wie meende dat dit vanzelf over zou gaan, die is eraan voor de moeite. Vooruit is de partij geweest die altijd al de koopkracht van de mensen heeft beschermd en die dat zal blijven doen. Dat is nu immers meer dan nodig. Wat zien wij? Opnieuw zijn het de extremen die de mensen bedreigen, met heel ernstige gevolgen die dag na dag anders zijn. Mijnheer de premier, u sprak over auto’s. Ik hoorde ook spreken over wijn en champagne. Morgen is het alweer iets anders. Het is heel goed dat u zegt dat u zich zal inzetten, ik hoop hier maar met een nog veel luidere stem in Europa, zodat wij de waanzinnige tarieven van Trump kunnen laten schrappen. Mevrouw van Riet heeft het al gezegd: er zijn totaal geen winnaars bij die tarieven, er zijn alleen verliezers. Gelukkig staan wij in het Parlement op dat punt allemaal op één lijn.
De hybride oorlogsvoering vanwege Rusland
Gesteld door
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Russische hybride oorlogsvoering in België en Europa escaleert via stickers, sabotage (bv. verffabriek in Polen), cyberaanvallen en sociale-media-manipulatie, vaak gecoördineerd via Telegram en cryptobetalingen, met kritieke infrastructuur (energie, havens, defensie) als hoofddoel. Francken bevestigt verhoogde waakzaamheid—zo monitorde de marine al 27 Russische schepen dit jaar—en wijst op samenwerking tussen Veiligheid van de Staat, Defensie (Cyber Command) en politie, maar benadrukt dat de dreiging diverser en agressiever wordt. Weydts (Vooruit) eist structurele actie van alle overheidslagen, niet enkel Defensie, en ziet veiligheid als topprioriteit, met focus op moderne infiltratietechnieken (lokaal geronselde burgers, digitale werving). Beide onderstrepen dat hybride dreigingen nu al dagelijkse realiteit zijn, van de Noordzee tot cyberruimte.
Axel Weydts:
Wie door de Brusselse wijken wandelt, ziet vaak een sticker met de slogan 'Weg met de NAVO' hangen. Die sticker lijkt misschien onschuldig, maar is dat helemaal niet, want het betreft een actie van de Russische geheime dienst. Collega's, wie dacht dat het om een actie van de communisten van de PVDA gaat, heeft het deze keer mis. Via Telegram worden namelijk mensen geronseld om dergelijke acties uit te voeren tegen het Westen en tegen onze maatschappij.
Dat klinkt onschuldig, maar dat is het zeker en vast niet. Journalisten uit heel Europa hebben het van de week aangetoond. Het begint met iets kleins als het kleven van een sticker, maar het kan eindigen met ernstige sabotageacties tegen onze installaties, elektriciteitsvoorzieningen, waterzuiveringsinstallaties en havens. In Polen stond iemand zelfs op het punt om voor 4.000 dollar een verffabriek in de fik te steken.
Beste mensen, voor Vooruit is het heel duidelijk, we moeten de veiligheid van onze mensen beschermen. Het is dan ook goed dat deze regering, met Vooruit, gaat investeren in defensie, maar we moeten er ons ook van bewust zijn dat dit geen strijd is van defensie alleen. We zullen op vele terreinen moeten vechten en we moeten dat vandaag al doen. Het gebeurt nu al in de Noordzee. Onze kritieke infrastructuur daar wordt geviseerd. We krijgen dagelijks te maken met cyberaanvallen van Russische organisaties op onze instellingen. We moeten ons weerbaar maken tegen dergelijke hybride dreigingen.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om de mensen tegen die dreiging te beschermen?
Theo Francken:
Mijnheer Weydts, het is heel goed dat er eindelijk ruime publieke belangstelling is voor de hybride dreiging tegen Europa en tegen ons land. Die is al geruime tijd gaande, is bijzonder divers qua methodiek en escaleert. Dat gaat van cyberaanvallen tot pogingen tot sabotage, onder andere van defensiebedrijven en het zaaien van maatschappelijke onrust via sociale media.
De Russische staat wijdt daar veel financiële middelen en personeel aan. We hebben op dat vlak nog maar het begin gezien. Hybride aanvallen kunnen zowel onze defensie, onze overheidsinstellingen, onze kritische energie- en communicatie-infrastructuur als onze grote banken en systemen voor betaalverkeer tot doelwit hebben.
Om het hoofd te bieden aan deze hybride dreiging zijn verschillende overheidsdepartementen verantwoordelijk, zoals de Veiligheid van de Staat en de politie, maar ook Defensie staat klaar. Zo werkt de militaire inlichtingendienst nauw samen met de Veiligheid van de Staat en is onze marine extra waakzaam wanneer er een Russisch schip door de Noordzee vaart, of het nu gaat om een schaduwschip of een echt schip. Zoals u weet, bestaat er immers een grote Russische schaduwvloot.
Die waakzaamheid is nodig, want vorig jaar passeerden 155 Russische schepen langs onze kust, een enorme stijging. Dit jaar zijn er tot op vandaag al 27 schepen gepasseerd en is een patrouilleschip van onze marine, de Castor of de Pollux, maar liefst 18 keer uitgevaren om die doortochten te monitoren. Alle andere schepen werden elektronisch gemonitord.
Ook werd in 2019 een Cyber Command opgericht bij Defensie dat deze bedreiging het hoofd biedt. De focus van deze eenheid ligt niet alleen op de bescherming tegen cyberaanvallen, maar ook op het herstellen van onze netwerken wanneer het zover is.
Wij zijn dus volop bezig en we zullen ook de komende jaren daaraan blijven werken.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, spionage en infiltratie verlopen vandaag niet meer zoals in een oude film uit de tijd van de Koude Oorlog, met mannen met lange jassen en vreemde accenten. Nee, het gaat over mensen van bij ons die via Telegram en cryptomunten worden verleid tot het plegen van dergelijke sabotageacties. Het is goed dat wij verbonden zijn met de wereld, maar dat houdt ook risico's in. Dat is de afgelopen weken heel duidelijk gebleken. Niemand twijfelt eraan dat het ingewikkeld is, mijnheer de minister. Het zal inderdaad een werk van alle departementen zijn, niet alleen van Defensie. Daarom is het juist zo belangrijk dat deze regering het verschil maakt. Voor Vooruit is onze veiligheid een topprioriteit en dat zal altijd zo blijven. Wij kijken uit naar de resultaten die u zult boeken in de strijd tegen de hybride oorlogsvoering.
Het door de fiscus geregistreerde recordbedrag aan door multinationals vermeden belastingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
El Yakhloufi (Vooruit) bekritiseert dat gewone burgers streng worden aangepakt voor belastingfouten, terwijl multinationals via slimme constructies miljarden ontwijken, en pleit voor meer controleurs om dit tegen te gaan. Minister Jambon bevestigt de aanpak: de vorige regering verdubbelde al de controleurs voor *transfer pricing* (50 van de 60) en de huidige regering voegt 300 extra controleurs toe (mits goedkeuring begroting 2025), gericht op fiscale *en* sociale fraude. El Yakhloufi benadrukt dat gelijke regels voor burgers *en* multinationals essentieel zijn, met steun voor de maatregel. Kern: gelijke belastingplicht afdwingen via versterkte controles.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, vanaf eind april vullen de meeste mensen hun belastingaangifte in. Iedereen weet hoe lastig dat kan zijn. Men moet een beroep doen op een belastingadviseur of op een boekhouder, of gemakkelijker een vriend of een kennis, iemand die iets weet over de belastingen. Men zou maar eens een fout moeten maken. Dan volgt meteen de boete; dan heeft de fiscus u te pakken.
Voor multinationals gaat het wel een beetje anders. Die hebben ook adviseurs, maar die zoeken geen antwoord op de vraag hoe men belastingen moet betalen en hoe men de aangifte correct invult. Neen, die zijn vooral bezig met de vraag hoe te vermijden om belastingen te betalen. Dat is het grote verschil. Die zijn bezig met valse constructies opzetten, met slimme trucjes. Zo worden er honderden miljoenen aan belastingen ontweken. Dat is toch bijzonder? Voor Vooruit is dat onaanvaardbaar.
Als we ervoor zorgen dat gewone mensen die elke dag werken, hun belastingen betalen, moeten we er ook voor zorgen dat alle multinationals hun belastingen betalen. Als we streng zijn voor gewone, hardwerkende mensen, moeten we ook streng zijn voor de grote bedrijven die gigantisch veel winst maken. Dat is toch niet meer dan normaal? Daarom investeerde Vooruit in de vorige regering in meer controleurs. Dat was ook een succes, mijnheer de minister, want de controleurs konden 1 miljard aan ontweken belastingen recupereren, drie keer zoveel als het jaar voordien en dat geld dient rechtstreeks de solidariteit.
We stoppen niet. We investeren nu, met de nieuwe regering, ook in meer controleurs. Want wie gelooft dat die bedrijven als enigen zulke spelletjes spelen? Dat doen wij met de nieuwe sterke regering alvast niet. Het is eigenlijk heel simpel: elk zijn deel is niet te veel, zoals een collega hier al jaren proclameert.
Mijnheer de minister, laten we er snel werk van maken. Wanneer komen er meer controleurs?
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de regering maakt inderdaad werk van fraudebestrijding. Dat is een prioriteit voor de regering en de administratie zet daar haar beste beentje voor. De cijfers die u aanhaalde, bevestigen dat.
De vivaldiregering heeft inderdaad – dat moet ik haar nageven – het aantal controleurs in de cel Verrekenprijzen verdubbeld. Van die 60 inspecteurs werken er 50 specifiek en uitsluitend op de transferpricing, waarover het hier gaat. Dat is dus een goed resultaat.
We gaan met de arizonaregering nog een stukje verder. We zullen 300 bijkomende controleurs aanwerven, niet alleen voor de financiële dienst, maar ook voor de bestrijding van sociale fraude en voor de gerechtelijke politie. Voor die aanwervingen moet natuurlijk eerst de begroting 2025 worden goedgekeurd. Ik nodig het Parlement uit om in de volgende weken daarvan mee werk te maken. Daarna zullen we dan zo snel mogelijk de aanwervingen doen.
Zoals ik in het begin van mijn antwoord zei, u hebt gelijk, iedereen moet zijn plichten nakomen. Daaraan zullen wij met de regering werken, zodat ook de sterke schouders mee de lasten dragen.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, ik wil u eerst en vooral danken voor uw antwoord.
Hardwerkende mensen hebben vaak de indruk dat zij aan het kortste eindje trekken. In de Kempen wordt wel eens geklaagd dat zij de dupe zijn van alles. Ik kan niet anders dan hun gelijk geven. Immers, wanneer zij een fout maken, worden zij daarvoor bestraft. Wanneer een van de grote multinationals dat echter doet, gebeurt er niks. Zij komen ermee weg. Vooruit zit in de regering om het verschil te maken. Dat doen we ook. Dat doen we opnieuw met deze maatregel.
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is immers heel duidelijk. Wanneer Jan met de pet streng de regels moet volgen, moeten ook alle grote multinationals dat doen.
Voorzitter:
Leve de pet, zou ik zeggen.
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De alarmistische cijfers (25.000 meldingen, 3.000 strafbare feiten) tonen aan dat online kindermisbruik op platforms zoals Snapchat, TikTok en Roblox escaleert, terwijl ouders en overheid de digitale dreiging niet beheersen. Minister Verlinden belooft meer zedeninspecteurs, technologie voor opsporing en Europese samenwerking om daders aan te pakken en slachtoffers te beschermen, maar erkent dat meldcultuur en grensoverschrijdende actie cruciaal zijn. Oru (Vooruit) benadrukt dat overheidsingrijpen dringend is, omdat sociale media te vrijblijvend opereren en de samenleving achterloopt op misdadigers. De focus ligt op versnelde uitvoering van het regeerakkoord met concrete middelen en specialisten.
Funda Oru:
Mevrouw de minister, elke dag stellen ouders in dit land zich een heel belangrijke vraag: wat gebeurt er op de telefoon van mijn kind? Dat is een heel terechte vraag, een terechte bezorgdheid, want vandaag bleek dat er waanzinnig veel meldingen zijn van kindermisbruik op sociale media. Meer dan 25.000 meldingen op een jaar waren er, waarvan er meer dan 3.000 zelfs strafbaar zijn. Laat dat cijfer even bezinken. In dit kleine landje zijn er meer dan 3.000 strafbare meldingen over misbruik van minderjarige kinderen op sociale media.
Het is duidelijk dat onze kinderen vandaag op digitale media en op onlineplatforms niet veilig zijn. Het is echter nog veel duidelijker dat vandaag misdadigers vaker en beter dan ouders weten waar kinderen digitaal rondhangen. Er zijn livestreams op TikTok en er worden naaktfoto’s gevraagd op Roblox. Nergens zijn er ook zoveel meldingen als op Snapchat.
Ouders doen er alles aan om hun kind te beschermen. Wij leren ze veilig de straat over te steken en een helm te dragen wanneer zij fietsen. Wij leren hun ook om zeker niet met vreemden mee te gaan. Als ouders hun kind hiertegen willen beschermen, dat lukt hen dat niet alleen. Voor Vooruit en deze regering is het helder, een sterke overheid beschermt onze kinderen, ook zeker online. Dat is niet eenvoudig, maar als we willen dat politieagenten misdadigers kunnen oppakken, moeten we zeker ook investeren in onlinespecialisten en internationale samenwerking.
Mevrouw de minister, u hebt een heel duidelijke opdracht gekregen in het regeerakkoord om die specialisten aan te werven. Hoe gaan we een versnelling hoger schakelen? Hoeveel specialisten komen er? Wanneer gaan zij aan de slag?
Annelies Verlinden:
In 2024 was er inderdaad een onnoemelijk groot aantal meldingen van onlinekindermisbruik. Ondanks een groot dark number zien we nog altijd een stijging van het aantal meldingen.
Ik roep ook iedereen op om meldingen te blijven doen, omdat we die nodig hebben. Het is ook moeilijk te onderscheiden hoe groot het dark number vandaag nog is. Hoe meer meldingen we hebben, hoe beter we ze kunnen opvolgen, hoe meer verschillende analyses en onderzoeken we kunnen doen en hoe meer slachtoffers er geïdentificeerd en geholpen kunnen worden.
Naast het blootleggen van de actieve netwerken waarbinnen kindermisbruik en onlinebeelden worden gedeeld, moeten we absoluut de positie van de slachtoffers centraal plaatsen. Dat is ook de keuze die wij in het regeerakkoord maken, niet alleen bij het onthaal bij de politie en bij justitie, maar zeker ook in de fysieke ruimte, onder meer in de justitiepaleizen.
Een van de belangrijke initiatieven die ik wil blijven nemen, is bij de Europese collega's aandringen op een gezamenlijk initiatief, omdat ook heel veel beelden Europees gedeeld worden. Het kan niet zijn dat die misdadigers, die kindermisbruikers, zich blijven verschuilen achter de vrijblijvendheid van technologieplatformen om hun daden te kunnen voortzetten. We moeten ervoor zorgen dat we grensoverschrijdend slachtoffers kunnen identificeren en bijstaan.
Ook in ons land zullen politiediensten versterkt worden. Zo zullen bij Binnenlandse Zaken meer zedeninspecteurs worden opgeleid, die ter beschikking zullen staan van de slachtoffers. We zullen hen uitrusten met de noodzakelijke technologie, zodat onze federale gerechtelijke politie en alle speurders achter dat onlinekindermisbruik kunnen aangaan. We willen immers dat kinderen kunnen opgroeien in een veilige wereld, zowel fysiek als uiteraard ook in de onlinewereld.
Funda Oru:
Mevrouw de minister, fijn dat u hiermee aan de slag gaat. Laat er helemaal geen twijfel over bestaan, voor Vooruit is de onlineveiligheid van onze kinderen een absolute prioriteit. Daarvoor hebben we keihard gestreden in het regeerakkoord. Als mama weet ik heel goed dat het heel moeilijk is om te controleren wat een kind online allemaal doet. Sterker nog, vanochtend werd dus pijnlijk duidelijk hoe vuil en gevaarlijk het internet kan zijn, zelfs als men zich goed beschermt. Het gevoel dat onze samenleving achter de feiten aanloopt, dat we dit niet onder controle krijgen, is beangstigend. Helaas zijn we vandaag ook te veel afhankelijk van de goodwill van socialemediabedrijven. Het is nu meer dan tijd om hierop te reageren. We hebben een sterke overheid nodig, die de veiligheid van onze kinderen zowel offline als online beschermt.
De bijeenroeping van de Nationale Veiligheidsraad n.a.v. het drugsgeweld in Brussel
Het regeringsbeleid in het licht van de onveiligheid en de drugshandel in Brussel
De schrijnende situatie in Brussel
De nood aan een gecoördineerde actie tegen het toenemende drugsgeweld in Anderlecht
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Het toenemende drugsgeweld in Brussel
De impasse in Brussel
De war on drugs
Het toenemende drugsgeweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Brusselse drugsgeweld en onveiligheid
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De dramatische drugsoorlog in Brussel, met meerdere dodelijke schietpartijen in twee weken, domineert het debat, waarbij structurele onderfinanciering van politie en justitie (100 ontbrekende onderzoekers, verouderd materieel) en gebrek aan coördinatie tussen lokale, federale en Europese niveaus centraal staan. Premier De Wever belooft een integrale aanpak (van productie tot straatdealers, geldstromen en wapenhandel) via bestaande regeerakkoordplannen (o.a. fusie Brusselse politiezones, Kanaalplan, Stroomplan 2.0), maar critici – waaronder procureurs, politievakbonden en oppositie – wijzen op jarenlange bezuinigingen (MR/N-VA) en eisen concrete middelen nu (meer gespecialiseerde eenheden, betere loon- en werkomstandigheden, sociale preventie). Polarisatie heerst: repressieve partijen (N-VA, Vlaams Belang) pleiten voor hard optreden (legerinzet, razzia’s, strengere straffen), terwijl linkse stemmen (PTB, Vooruit) sociaaleconomische oplossingen (jeugdwerk, armoedebestrijding, alternatieven voor dealers) en langetermijninvesteringen in justitie/politie benadrukken. Brusselse politieke verantwoordelijken (o.a. PS) worden mede schuldig bevonden door nalatigheid (openbare drugspanden, gebrek aan lokale samenwerking), maar federale regeringspartijen ontlopen hun eigen verantwoordelijkheid voor chronisch onderbeleid niet. Uiteindelijk blijft de vraag: wie voert de regie? – met oproepen tot eenheid (Arizona-coalitie) die botsen op wederzijds wantrouwen en partijpolitieke schuldvragen.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de premier, de toestand in Brussel is dramatisch. Ik heb het dan niet enkel over de politieke impasse, maar vooral over de drugsoorlog die volledig uit de hand aan het lopen is. Criminelen lopen rond met oorlogswapens en drugsdealers promoten hun koopwaar publiek.
Voor het geval dat u het nieuws misschien niet zou hebben gevolgd de afgelopen weken, geef ik u even een lijstje mee. Op 5 februari waren er schietpartijen in de Weidestraat en aan metrostation Clemenceau. Op 6 februari was er opnieuw een schietpartij aan Clemenceau met een gewonde. Op 7 februari was er een nieuwe schietpartij in de Peterboswijk met een dodelijk slachtoffer. Op 15 februari was er weer een schietpartij aan metrostation Clemenceau met opnieuw een dodelijk slachtoffer. Op 16 februari was er een schietpartij aan metrostation Sint-Guido en op 18 februari was er een bij een transportbedrijf in Anderlecht. Op 19 februari werden er nog meer aanslagen en schietpartijen aangekondigd via Snapchat.
Ik voeg daar de reacties aan toe van de mensen op het terrein, die moeten instaan voor onze veiligheid. De reacties komen zowel van mensen van Justitie als van de politie. Ik citeer de procureur des Konings, Julien Moinil: "Het is rampzalig. Het is tijd om wakker te worden. De lokale politiezone Zuid moet nu het onderzoek doen met beperkte middelen terwijl er oorlogswapens worden gebruikt." Ik citeer nu de politievakbonden: "De politie is de afgelopen jaren veel te veel verwaarloosd." De korpschef van Brussel-Zuid, Jurgen De Landsheer, voegt eraan toe: "De oplossing kan niet enkel bij de politie liggen."
De hamvraag vandaag is: waar blijft deze regering? Ik kwam niet verder dan wat wollige uitspraken van de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Ik citeer: "We zullen de maatregelen die reeds zijn voege zijn herbekijken, om te zien welke maatregelen eventueel moeten worden versterkt." Mijnheer de premier, waar bent u? Waarom ziet u de ernst van de situatie niet in? Waarom hebt u (…)
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, les Bruxelloises et les Bruxellois sont inquiets, très inquiets! Et moi aussi. On tire dans la rue, on tire à proximité des stations de métro, on tire sur des maisons, et la réponse de votre gouvernement, c'est plus de police. Or vos solutions ne fonctionnent pas. Les fusillades continuent, alors que la police est omniprésente. Nos enfants restent en danger parce que vous ne vous attaquez pas aux réels problèmes, aux véritables causes, et cette situation ne peut plus durer.
Comment en sommes-nous arrivés là, monsieur le premier ministre? J'ai une devinette pour vous. Qui a dit: "ll n'y a pas assez d'enquêteurs, pas assez de policiers de proximité, pas assez de ressources pour la justice, et il y en a marre des effets d'annonce"? Ce n'est pas moi, ce n'est pas un gauchiste, mais il s'agit du procureur du Roi de Bruxelles. Et, comme lui, j'en ai marre des effets d'annonce de la droite.
Encore aujourd'hui, nous payons les conséquences des coupes du gouvernement MR-N-VA dans la justice et dans la police. Rien qu'à Bruxelles, il manque au moins 100 enquêteurs pour la police judiciaire. La police locale, qui connaît le quartier, qui a la confiance du quartier, manque aussi de soutien. Vous avez aussi affaibli les douanes: Anvers, Zaventem, Bierset n'ont plus les moyens humains ou les moyens techniques pour faire face à l'afflux de marchandises illégales.
À Bruxelles, nous subissons les conséquences directes de ce trafic. La précarité alimente la criminalité, en laissant le terrain libre aux narcotrafiquants. Sans perspectives, certains jeunes tombent dans ces réseaux par défaut. Il faut leur offrir des opportunités, il faut leur offrir des perspectives pour lutter contre la misère, le décrochage et l'abandon. La sécurité de toutes et tous est nécessaire et elle exige une réponse forte, une réponse durable; et non des opérations éphémères ou des effets d'annonce.
Alors, monsieur le premier ministre, quelle est votre stratégie à long terme? Allez-vous renforcer la prévention, soutenir les associations, investir dans la santé mentale et les services sociaux pour couper l'herbe sous le pied aux trafiquants?
Allez-vous donner à la police et à la justice plus de moyens pour agir sur le long terme?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, ik moet er geen tekening bij maken, u hebt de beelden gezien. We hebben allemaal de beelden gezien en die zijn schrijnend. We zagen een man met een kalasjnikov in het Brusselse metrostation Clemenceau.
De voorbije jaren trok u terecht hard aan de alarmbel in Antwerpen. U weet als geen ander wat de impact is van drugsgeweld op wijken, op een stad en op de bewoners. Toen Antwerpen in brand stond, naar aanleiding van één dode, heeft de vorige federale regering onmiddellijk overleg gepleegd met u. Ze heeft alles op alles gezet. Er was onmiddellijk overleg. Wat is er gebeurd? De Nationale Veiligheidsraad kwam samen. De federale politie in Antwerpen werd versterkt met 100 agenten. De scheepvaartpolitie ging van 90 naar 215 agenten. Het parket en de correctionele rechtbank in Antwerpen werden versterkt. We hebben de haven extra beveiligd, met meer controles en meer boots on the ground. Er is een nationale drugscommissaris aangesteld, naar aanleiding van één dode. Dat was ook het juiste om te doen.
Nu zien we zeven schietpartijen en twee dodelijke slachtoffers. Als burgemeester – u weet hoe nauw Antwerpen mij aan het hart ligt – had u gelijk. U verwachtte snelle en kordate actie. Brussel en de rand verwachten dat van u vandaag, als premier. Dat geweld is immers een olievlek. Mijnheer de premier, we hebben u echter niet gezien, we hebben u niet gehoord.
U verwees twee jaar geleden naar het contrast tussen de middelen voor Antwerpen en voor Brussel. U vroeg meer middelen omdat Antwerpen met een crisissituatie kampte. Gaat u vandaag dezelfde logica toepassen voor Brussel? Wat gaat u concreet doen? Er waren zeven schietpartijen, met twee doden, mijnheer de premier.
Brent Meuleman:
Het ene moment loop je rustig naar je vaste metrohalte, kind aan de hand, klaar om aan de dag te beginnen, het volgende moment ben je terechtgekomen in een oorlogszone. Gelach wordt gegil. Dat is niet ver van ons gebeurd, niet lang geleden, hier vlakbij in Brussel.
Mijnheer de eerste minister, het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. In het afgelopen jaar hebben er meer dan 80 schietincidenten plaatsgevonden. Het drugsgeweld word almaar driester, almaar bloediger. Executies op straat, kalasjnikovs die kogels afschieten.
Dat kan niet meer, mijnheer de eerste minister! De mensen verwachten van ons dat er opgetreden wordt. Als het zo fout gaat, stellen we ons de vraag wat we hieraan gaan doen. Gaan we de lokale besturen met de vinger wijzen, zoals minister Verlinden gedaan heeft in de afgelopen week, of gaan we de verantwoordelijkheid opnemen die we kunnen opnemen?
Laat het duidelijk zijn, de lokale besturen spelen een cruciale rol wanneer het gaat over veiligheid. Dat hoeft men mij en alle burgemeesters in het land niet te komen vertellen. Wij weten dat. De verantwoordelijkheid afschuiven en doorverwijzen naar de lokale besturen, dat helpt echter niemand vooruit.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Wie veel geld heeft, koopt zijn veiligheid, met hoge poorten, dure alarmsystemen, veel camera's en noem maar op. Wie echter een normale job heeft en in een normale wijk woont, zoals in Anderlecht, die rekent voor zijn veiligheid en voor de veiligheid van zijn kinderen op een sterke overheid. We moeten dus doen wat moet. Ook nu moet de federale gerechtelijke politie ingrijpen. Ook nu moet de justitie drugscriminelen snel opvolgen. Ook nu moeten we haast maken met het samenvoegen van de politiezones in Brussel.
De mensen in Anderlecht vragen (…)
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, sept fusillades en deux semaines! Je voudrais d'abord prendre du temps pour apporter mon soutien aux victimes et à leurs proches, mais aussi aux habitants d'Anderlecht et de Bruxelles qui vivent dans l'angoisse. Il y a un an, jour pour jour, une fusillade éclatait à dix mètres de l'école de mes filles.
Monsieur le premier ministre, la sécurité est un droit, et même un droit fondamental, mais vous échouez à le garantir. Les gros trafiquants de drogue s'enrichissent et se sentent en totale impunité. La priorité doit aller à la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue. Il faut les arrêter. Pour ce faire, il importe de les toucher là où cela leur fait le plus mal: leur portefeuille. Voilà la priorité. Dans ce but, nos services publics doivent pouvoir accomplir leur travail. "Comment voulez-vous que j'arrête des auteurs si je n'ai pas d'enquêteurs spécialisés?" C'est ce qu'a déclaré à la presse le procureur du Roi de Bruxelles, en ajoutant qu'il en avait marre des effets d'annonce. Car, aujourd'hui, oui, vous faites des annonces à propos de moyens supplémentaires. Or ceux-ci sont trop faibles au regard des coupes que vos partis, le MR et la N-VA, ont opérées sous le gouvernement Michel.
Et puis, monsieur le premier ministre, j'ai aussi lu dans l'accord de gouvernement que les renforts seraient surtout destinés à Anvers, mais c'est partout qu'ils sont nécessaires! Cela m'incite à dire que vos moyens sont déjà insuffisants.
Il est essentiel de s'attaquer aux barons de la drogue, mais ces gens vivent de la misère d'autrui. Et vous, vous voulez mettre notre pays au régime pendant dix ans! Comment voulez-vous éradiquer ce fléau si vous ne parlez que d'austérité? Ce n'est pas d'austérité que nous avons besoin, mais d'investissements: dans la jeunesse, dans le travail social, dans la santé et l'enseignement. Il faut donc donner aux travailleurs les moyens de ne pas laisser la jeunesse dans les mains de ces trafiquants.
Monsieur le premier ministre, je reprendrai la question du procureur du Roi: combien d'enquêteurs la police judiciaire fédérale (PJF) va-t-elle recevoir?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de eerste minister, in de eerste plaats wil ik u bedanken voor de extra politie, die het de minister van Binnenlandse Zaken meteen mogelijk heeft gemaakt om kordaat op het terrein op te treden. Wij weten allemaal dat er geen magische oplossing bestaat. Er bestaat niet één maatregel die alles oplost, iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen, en dus ook de burgemeesters, de PS-burgemeesters die vandaag in Brussel vzw's hun ding laten doen, die vandaag nalaten pizzeria's waar geen pizza's worden verkocht maar drugs worden verhandeld, te sluiten. Zij moeten optreden en ervoor zorgen dat daaraan iets wordt gedaan.
Als we ervoor willen zorgen dat iedereen zijn deel doet, dan spreekt dat misschien toch in het voordeel van de Nationale Veiligheidsraad, waarbij we niet alleen kijken naar het federale niveau, maar ook naar de regio's. To take back control. Wij moeten weer controle krijgen over onze straten. Er moet een versterking komen van de federale politie en van de federale gerechtelijke politie. Dat zijn allemaal zaken die we federaal kunnen doen
Tegelijkertijd moeten ook de andere politieke niveaus worden geresponsabiliseerd. Kijk naar Brussel momenteel. Hoe kunnen we de strijd tegen drugs voeren, als er gebruikersruimtes zijn, waarvan de Brusselse regering vindt dat het normaal is dat die er zijn? Dat krijg je mij niet uitgelegd.
Er is geen magische oplossing, behalve misschien de volgende: geen gebruiker betekent geen dealer; geen dealer betekent geen schietpartij. Het normaliseren van drugs in onze samenleving moet een halt toegeroepen worden. In films, Netflixseries en ook Vlaamse series wordt drugs overal beschouwd als iets positiefs. Dat moet gestopt worden. En wij moeten op het federale niveau de strijd tegen drugs voeren.
Mijnheer de eerste minister, welke maatregelen zullen wij nemen to take back control over onze straten?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, collega's, elk nadeel heb zijn voordeel, zei ooit een groot filosoof. Met de arizonaregering stellen wij orde op zaken, met de neuzen in dezelfde richting, met een minister die onmiddellijk op het terrein was om actie te ondernemen, met een minister van Justitie die onmiddellijk daar was om mee het spoedoverleg in gang te steken.
Brussel is inderdaad al twee weken lang het strijdtoneel van drugsbendes, maar als we dat willen aanpakken, zullen we dat op de verschillende niveaus, van het lokaal niveau tot het internationaal niveau, moeten aanpakken. Dat is wat hier in de discussie ontbreekt.
Kijk naar het arizonaregeerakkoord. Alle maatregelen staan daar al in; we waren ons daarvan al bewust we moeten inderdaad de gerechtelijke politie versterken; we moeten inderdaad de politiezones in het Brusselse fusioneren; we moeten inderdaad de criminelen heel hard straffen en aanpakken; we moeten de focus leggen bij de drugsgebruikers. Zonder drugsgebruikers, geen afzetmarkt. Daar moeten we die criminelen treffen; in the pocket . We moeten hen treffen waar het geld zit. Ook op dat vlak zijn heel wat maatregelen gepland, die in deze legislatuur zullen worden uitgevoerd.
Mijnheer de eerste minister, we kunnen hier inderdaad met de vinger naar iedereen wijze, al degenen die de voorbije decennia volledig in het debat afwezig waren, maar dat mogen we vandaag net niet doen. Vandaag moeten alle neuzen in dezelfde richting.
Mijnheer de eerste minister, hoe zult u die eenstemmigheid tot stand brengen? Hoe zult u het lokaal niveau en het gewest meekrijgen? Hoe zult u de kwestie ook internationaal op de kaart zetten?
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, je vous plains, parce que vous avez des partenaires de majorité qui sont amnésiques. Vous avez un président de parti qui vient nous expliquer ici que ce sont les bourgmestres socialistes qui sont responsables d'une compétence de Justice et d'Intérieur. Un président de parti qui a eu la compétence de la Justice sous l'Arizona; de l'Intérieur sous la Vivaldi, et de la Justice sous la Suédoise.
Qu'avez-vous donc fait pour régler les problèmes en matière de Justice et d'Intérieur? Ça, c'est la vraie question. Aujourd'hui, M. Mahdi, nous avons un procureur du roi qui vous rappelle qu'il manque 100 enquêteurs spécialisés pour résoudre des problèmes de fond. Ça, c'est la vérité mais évidemment le socio-démocrate que vous êtes ne se retrousse pas les manches. Vous rejetez la faute sur les autres. Alors, M. le premier ministre, les prisons débordent, la Justice ne sait plus où donner du pied tellement elle manque de moyens. Aujourd'hui, à la police fédérale, allez y faire un tour, M. Mahdi, il y a des voitures qui ne démarrent pas. Elles ne savent pas démarrer parce qu'elles sont en panne. Elles ne savent pas démarrer parce que vous n'avez pas mis les moyens nécessaires. Cela, c'est la vérité! Mais où étiez-vous quand on a commencé à désinvestir dans la police et la justice pendant quatre ans d'affilée. Ça, c'est la réalité. Aujourd'hui, le cancer de nos quartiers, vous n'y avez pas trouvé de solution. (Vives protestations de MM. Bouchez et Mahdi) Ça c'est la réalité, M. Mahdi, alors ne venez pas rejeter la responsabilité sur les autres! Et ne vous excitez pas, M. Bouchez, votre tour viendra!
Alors, monsieur le premier ministre: Quelle réponse allez-vous donner à la police judiciaire, à la justice? Et surtout, étant donné que l'on sait tous que le problème des narcotrafiquants est un problème européen, allez-vous initier une réunion du Conseil européen sur la matière pour faire en sorte que la lutte contre le trafic de drogue soit une question (...)
(Clameurs échangées hors micro entre M. Bouchez et les bancs du PS)
Voorzitter:
Mijnheer Bouchez en anderen, ik wil er nogmaals op wijzen dat wij ons hier niet op de jaarmarkt van een of andere Waalse gemeente bevinden. Ik heb immers de indruk dat die sfeer stilaan in het Parlement begint door te dringen. Dat kan trouwens ook op Vlaamse jaarmarkten weleens het geval zijn.
Er is hier een bepaalde manier van werken. Die bepaalde manier van werken stelt dat wie zich opgeeft om de vraag te stellen aan de eerste minister, zich op de sprekerslijst laat plaatsen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de heer De Smet, die nu zijn twee minuten spreektijd krijgt.
Ik verzoek u hem gedurende die tijd ook te laten uitspreken.
François De Smet:
Merci, monsieur le président.
Monsieur le premier ministre, nous devons tous être un peu plus humbles dans ce débat. Il en va de même pour vous, monsieur Mahdi! Franchement, si j'étais le président du parti qui a géré la sécurité de ce pays au cours des cinq dernières années, je serais un peu plus humble sur ce sujet. En effet, les fusillades actuelles à Bruxelles résultent principalement de l'échec des deux gouvernements précédents, à savoir la Vivaldi et la Suédoise.
Nous sommes dix à intervenir sur ce sujet aujourd'hui, c'est très bien. Pour ma part, je suis intervenu tout au long de la dernière législature pour tenter d'alerter sur le fait que notre pays devenait un narco-État. Les autorités judiciaires ont fait de même, mais nous n'avons pas été écoutés.
Rappelons les faits. Les problèmes de drogue et de grand banditisme sont d'abord du ressort de la police judiciaire fédérale. Comme les polices judiciaires à Anvers et à Bruxelles n'ont pas assez d'enquêteurs, les polices locales bruxelloises se retrouvent face à des kalachnikovs. Voici la vérité!
Même si vous arrêtez cinq fois, dix fois, vingt fois ces dealers qui se tirent dessus pour un bout de trottoir et pour un territoire, nous savons tous qu'ils seront remplacés du jour au lendemain. Ce phénomène ne pourra pas être endigué si vous ne frappez pas les têtes, si vous ne frappez pas les portefeuilles, si vous ne confisquez pas l'argent, si vous ne confisquez pas les voitures de luxe et si vous ne démantelez pas les réseaux de trafic d'armes, de corruption et de blanchiment d'argent.
Il faut plus de bleus dans les rues, mais il en faut surtout plus derrière les écrans. Je reconnais que cela peut sembler contre-intuitif. Une vision simpliste et populiste du dossier consiste à dire: "Il suffit d'arrêter les gens et il suffit d'avoir des solutions simplistes, comme par exemple la fusion forcée de zones de police." Cela ne marchera pas! Si vous voulez aider les zones de police locale, revoyez la norme de financement – cela tombe bien, c'est prévu dans votre accord – et faites-le vite! Pour le reste, laissez-les tranquilles et aidez plutôt le procureur du Roi de Bruxelles en lui donnant les moyens qu'il demande! Continuez également à apporter votre aide au procureur du Roi d'Anvers! Mais surtout, il est grand temps d'aider les riverains de Bruxelles, fatigués de ce genre d'effets d'annonce, qui veulent être secourus maintenant!
Youssef Handichi:
Monsieur le premier ministre, je suis le dernier à vous poser la question. Je suis le dernier, mais je ne serai pas le premier à faire un jeu de devinettes. Je ne vais pas faire la liste des tirs. La situation est beaucoup trop dramatique. Les gens et les travailleurs dans ces quartiers, monsieur Chahid – je pense que nous venons du même quartier, ou pas très loin –, à Anderlecht, veulent vivre en paix. Ils veulent prendre les transports en commun en sécurité. À 2 h ou à 7 h du matin, ils veulent vivre en paix. Les premières actions qui ont été menées sur le terrain vont dans ce sens-là. Il s'agissait d'apporter une réponse forte.
Monsieur le premier ministre, vous avez une majorité qui vous soutient dans vos actions. Nous soutenons notre ministre de la Sécurité et de l'Intérieur dans les premières actions qui ont été menées. Sont-elles suffisantes? Nous sommes tous d'accord pour dire, non, elles ne le sont pas. C'est la question principale que j'ai à vous poser, monsieur le premier ministre: quelle est la suite de ces actions?
Effectivement, les Bruxellois, les Anderlechtois vous regardent, les trafiquants vous regardent. À un moment donné, on devra cesser cette politique visant à demander qui a fait quoi, et on devra mener des actions concrètes. Il faut taper fort. Tolérance zéro vis-à-vis de ces crapules. Monsieur le premier ministre, nous sommes vraiment impatients de comprendre, de savoir et d'aller chercher ces crapules pour les mettre en prison et assurer la paix à tous les Bruxellois.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vais commencer par donner raison à M. De Smet. Face à la criminalité organisée, je pense que tout le monde devrait être humble et serein. Il s'agit d'un fléau mondial et il n'y a pas de réponse facile. C'est la vérité. Comme vous le savez, notre niveau de menace est actuellement au niveau 3 sur une échelle de 4. Les services se trouvent donc déjà dans un état de vigilance renforcée.
Le Conseil national de sécurité est un organe de coordination des politiques et non une entité opérationnelle. Le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur ainsi que la ministre de la Justice sont en contact étroit avec les différents services et le parquet. Ils me tiennent régulièrement informés. Demain, ils feront un nouveau point de la situation lors du Conseil des ministres où, comme vous le savez, siègent également tous les membres permanents du Conseil national de sécurité. Si à un moment donné, nous constatons qu'il est nécessaire de convoquer un Conseil national de sécurité pour une coordination supplémentaire, je ne manquerai évidemment pas de le faire.
Wat we de afgelopen weken hebben gezien aan Clemenceau is helaas geen onbekend tafereel. Het gaat hier over een bendeoorlog, waarbij bendes op straat met elkaar in de clinch gaan en daarbij grof geweld gebruiken. Dat is een tafereel dat helaas in heel wat Europese steden een trieste realiteit is geworden. We zien ook wat er in Nederland gebeurt, namelijk dat het drugsgeweld zich niet meer beperkt tot de steden, maar zich verder verspreidt. Dat is waarvoor ik in mijn vorige bevoegdheid inderdaad altijd heb gewaarschuwd.
Het goede nieuws is dat er deze keer wel een plan klaarligt. Als u zegt dat de Nationale Veiligheidsraad moet bijeenkomen om een plan te maken, dan antwoord ik u van niet, want de bestrijding van de georganiseerde misdaad komt heel uitgebreid aan bod in dit regeerakkoord. Er is een plan en de middelen van de veiligheidsdepartementen zullen ook worden opgedreven.
Het is mijn uitdrukkelijke ambitie om een integrale aanpak uit te rollen ten aanzien van de georganiseerde misdaad en in het bijzonder van de drugscriminelen. U zult begrijpen dat dit mij heel na aan het hart ligt. Het gaat over bronland of productiesite, logistiek, invoerhavens of luchthavens, geldstromen, ondermijning, bendevorming tot en met straatdealers en uiteraard ook over het geweld dat daarmee gepaard gaat. Dat moet allemaal aangepakt worden.
Daarin past het heropnemen van zowel het Kanaalplan als het Stroomplan 2.0 en ook de fusie van de Brusselse politiezones zal bijdragen aan een efficiëntere bestrijding van de georganiseerde misdaad in onze hoofdstad. Ik hoop dus op de medewerking van alle burgemeesters. De lokale politie kan heel veel betekenen, zeker als het gaat over straatbendes en ondermijning. Ik denk dat ik heel goed geplaatst ben om u dat te vertellen. Het is dus zaak om het regeerakkoord resoluut uit te voeren.
Deze problematiek vereist een structurele aanpak. Het geweld dat men vandaag in Brussel ziet, is niet het begin, maar wel het eindresultaat, het trieste gevolg van een lange criminele pijplijn. We moeten de droevige waarheid onder ogen zien, namelijk dat niemand kan beloven dat men dit op korte termijn structureel kan doen stoppen. Sereniteit is in deze echt wel geboden. Als we het structureel willen stoppen, dan zal iedereen moeten meewerken. Elke overheid zal moeten samenwerken.
Ik ben daarvoor – letterlijk – al de wereld rond geweest. Ik heb met havens, overheden, anti-corruptiediensten en Justitie in diverse landen gesproken en de havens verenigd. Er is al zoveel voorbereidend werk verricht en er ligt zoveel klaar. Ik heb altijd goed en nauw samengewerkt met de vorige ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. Er is al enorm veel voorbereid, nationaal en internationaal, waarvan ik nu hoop dat wij de vruchten zullen kunnen plukken. Ik heb tijdens mijn eerste meeting met de heer Costa al gezegd dat dit ook een Europese prioriteit moet worden, anders duwen wij het probleem alleen maar naar elkaar toe. Dat is echter helaas helemaal nog niet het geval. Wij hebben daarvoor iedere overheid nodig.
C’est pourquoi je déplore également qu’il n’y ait toujours pas de gouvernement de plein exercice à Bruxelles pour mettre en œuvre des réformes structurelles de manière décisive avec nous. J’appelle encore une fois chacun à arrêter les jeux politiques et à assumer ses responsabilités pour la sécurité de nos citoyens. Merci.
Ortwin Depoortere:
Wie dacht dat met de N-VA in de regering veiligheid prioriteit nummer 1 zou worden, is eraan voor de moeite. Terwijl Antwerps premier Bart De Wever enkele jaren geleden zelf opriep om het leger in te zetten, blijft het nu oorverdovend stil. Hij gaat liever naar een patserfilm en zegt dat de drugsproblematiek is wat ze is.
Mijnheer de premier, als het u menens is met de veiligheid van onze burgers, dan moet u de oplossingen van het Vlaams Belang in de praktijk omzetten, structureel en op korte termijn. Wij stellen een totaalaanpak voor met inzet van alle veiligheidsdiensten, desnoods ook met het leger, en een versterking van de gespecialiseerde politie-eenheden om de jarenlange onderfinanciering tegen te gaan. Houd desnoods grootschalige razzia's in die wijken, ga van deur tot deur, pak die criminelen op. Zet criminelen die hier illegaal zijn het land uit. Zorg opnieuw voor veilige straten voor onze bevolking!
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.
J'ai été un peu frustrée parce que j'aurais aimé entendre que ce dont on a besoin, ce sont des services publics qui tiennent debout. J'aurais aimé entendre qu'on a besoin d'une police bien formée et présente au quotidien dans les quartiers, d'une justice qui a les moyens d'enquêter et d'un véritable travail de prévention. J'aurais aimé entendre qu'il faut protéger les quartiers, que les quartiers populaires aussi ont droit à la sécurité et que la réponse ne peut pas être seulement répressive.
Malheureusement, votre gouvernement Arizona détricote le statut des policiers et diminue aussi la capacité à recruter des agents et des agentes.
Le procureur du Roi n'a pas demandé plus de police et plus de chefs de police. Il a demandé davantage d'inspecteurs à la police fédérale. Il n'y en avait pas qui étaient disponibles. C'est un vrai problème.
Et, quand j'entends certains partis qui sont au pouvoir depuis 25 ou 30 ans sans discontinuer, je continue à être inquiète et je me demande comment on va faire pour la suite. Parce qu'en fait, la sécurité ne se construit pas à travers des effets d'annonce; elle ne se construit pas à travers des opérations coup de poing, mais à travers de la répression, de la prévention et un travail main dans la main (...)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, u hebt veel plannen. Wij willen echter concrete actie. Wij hebben u geholpen met concrete actie in Antwerpen. Welke middelen hebt u opgenomen in uw begrotingstabellen voor 2025 voor de politie? Dat is 26 miljoen euro. Dat staat in schril contrast met de 100 miljoen euro voor 2024, die wij hebben ingeschreven. Mijnheer de eerste minister, wij hebben u geholpen in Antwerpen. In Brussel zien of horen wij u niet. Wij hebben vier keer zoveel middelen uitgetrokken in 2024 dan u voor 2025 inschrijft.
Brent Meuleman:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord en voor uw oproep tot sereniteit. Het Vlaams Belang kan daarvan nog wat leren.
Collega’s, laten we alle theater achterwege laten, want dat komt ten koste van de veiligheid van de mensen. Laat het duidelijk zijn: iedereen moet zijn steentje bijdragen.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Hoe brengen mensen hun kinderen in godsnaam naar school, als zij elk moment in een schietpartij terecht kunnen komen? De inwoners van de betrokken wijken voelen zich niet veilig. Net om die reden hebben de regeringspartijen afgesproken dat meer centen en meer middelen naar Justitie en naar politie zullen gaan.
Immers, collega’s, alleen door nu samen op te treden, zullen wij het geweld een halt kunnen toeroepen en ervoor kunnen zorgen dat de mensen opnieuw in leefbare wijken wonen en er veilig kunnen opgroeien.
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, vous avez parlé de sérénité. Alors, moi, je m'amuse de voir la droite s'exciter comme ça sur les bancs, bien que vous ayez eu les dix derniers ministres de l'Intérieur.
Monsieur le premier ministre, vous avez dit avoir un plan. Mais nous vous avons posé des questions concrètes et votre réponse était vague, très vague.
Avez-vous écouté le procureur du Roi hier, quand il a parlé de donner plus de moyens? Les chiffres parlent d'eux-mêmes: à Bruxelles, il manque 137 policiers à la police judiciaire fédérale, sur 722; à Anvers, il en manque 95 sur 508. Et même la police locale, qui doit se charger de la police de proximité, est en sous-effectif. Comment voulez-vous lutter contre le narcotrafic si vous démantelez les services publics et si vous détériorez les conditions de travail de la police?
Monsieur le premier ministre, vous ne pourrez pas lutter efficacement contre le crime organisé, ni garantir la sécurité des citoyens, si vous poursuivez dans cette direction.
Sammy Mahdi:
Dank u, mijnheer de eerste minister. U hebt terecht gezegd dat we verder kordaat moeten optreden.
Mijn laatste boodschap geef ik in het Frans.
Ce message s'adresse à certains jeunes de quartiers.
À toi, petit dealer, qui essaies d'avoir de l'argent facile en trafiquant de la drogue. Toi, le petit dealer, alors que tes grands-parents et tes parents se sont cassé le dos pour travailler dans cette société, aujourd'hui, tu te retournes contre cette société. À toi, petit dealer, qui peut-être écoutes certains partis de gauche qui te disent que tu n'as aucune opportunité dans cette vie, je veux te faire passer un message. C'est qu'il y a deux options. Ou bien tu t'intègres, tu t'investis et tu prends les opportunités qui existent au sein de cette société. Ou bien tu feras face à un pouvoir politique qui ne tolérera pas qu'aujourd'hui, des jeunes menacent la sécurité pour eux-mêmes, pour les autres jeunes de quartiers et pour les parents. Pas avec nous, pas avec ce gouvernement! J'espère que tu l'as bien entendu!
Maaike De Vreese:
Het is fake news, mevrouw Bertrand. U zou beter moeten opletten en even luisteren. U verkoopt hier in het Parlement fake news. Dat weet u. U moet leren optellen. Het gaat om 110 miljoen erbovenop.
Ik kan u één ding zeggen, collega's. De bendes hebben een heel slecht moment uitgekozen. Die criminelen hebben een slecht moment uitgekozen. Want wij zullen er staan. Arizona zal er staan, als één blok. Wij zullen zorgen voor een eenheid van commando. Het is met ons of het is tegen ons. Wie niet horen wil, zal voelen.
We zullen dit allemaal samen doen. Daarom is het zo belangrijk en vraag ik ook die lokale besturen en het gewest om zich achter dat blok te scharen en zich niet weg te steken, maar om de strijd samen met ons aan te gaan.
De voorzitter:
Het zal u bekend zijn, mevrouw Bertrand, dat eventuele tussenkomsten of persoonlijke feiten aan bod komen na afloop van het debat.
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, merci pour les réponses, mais vous n'avez pas répondu à un certain nombre de questions. Au mieux, vous avez lu la déclaration de gouvernement que vous aviez déjà lue il y a quelques jours. Mais la question est la suivante: est-ce vraiment avec 75 millions d'euros que vous allez apporter une réponse face à des narcotrafiquants qui brassent des milliards?
Vous avez parlé de la police locale. Aujourd'hui, les polices locales, les sections locales de recherche se mettent à disposition pour aider la police fédérale, pour faire en sorte de trouver des solutions et de régler des problèmes de fond.
L'appel du procureur du Roi est donc simple. Ce n'est pas une fusion des polices qui va régler le problème, mais c'est engager des enquêteurs. Il manque plus de 100 enquêteurs à la police judiciaire fédérale. C'est ce qu'ils attendent de vous.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour vos réponses. Il y a de bonnes choses. Mais sur la fusion des zones de police, pour rappel, les six zones bruxelloises font déjà partie du top 12 des zones les plus denses. Si vous les fusionnez de force, vous allez déstructurer une police de proximité, qui est une des rares choses qui fonctionnent dans l'ensemble.
Non seulement les 19 bourgmestres, toutes couleurs confondues, sont contre. Le procureur du Roi vous dit que c'est une mauvaise idée. Le procureur général vous dit que c'est une mauvaise idée.
De grâce, arrêtez avec ce qui ressemble de plus en plus à un nouveau BHV, à un totem communautaire absolument irrationnel, qui n'a pas de plus-value. Arrêtez de vous attaquer aux zones de police; attaquez-vous aux narcotrafiquants.
Youssef Handichi:
Tout d'abord, un petit message au PTB: au lieu de se poser la question de qui a eu quoi comme ministères ces 30 dernières années, peut-on être d'accord sur le fait que vous, vous n'avez jamais rien eu dans les mains? C'est un premier point.
Ensuite, je m'adresse aux camarades de la gauche. Il faudrait peut-être faire la liste de vos compétences et voir où se trouve aujourd'hui M. Vervoort. Il est aux abonnés absents. M. Cumps à Anderlecht fait des effets d'annonce, mais où est la police locale?
Effectivement, nous avons renforcé la présence des bleus. C'est une première réponse qui est nécessaire. Pas du tout de la prévention, mais de la répression. Comme je vous l'ai dit, à un moment donné, la peur doit changer de camp, monsieur le premier ministre. Vous avez une majorité qui vous soutient dans ce sens-là. Merci.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Alexia Bertrand:
Het was uiteraard een persoonlijk feit, mijnheer de voorzitter. Wie vertelt hier nu fake nieuws? Ik heb hier de tabellen. Daar staat voor de ministerraad van 23 oktober 2020: plus 100 miljoen euro in 2024 voor de politie. Bij jullie is dat 26 miljoen euro. Dat is vier keer minder, bovenop natuurlijk. Wij zijn het eens, mijnheer Ronse. Het is 100 miljoen euro bovenop de middelen die voorzien waren. Wij hebben dus vier keer meer gedaan dan wat jullie gaan doen in 2025. Dat is een feit.
Voorzitter:
Het woord is aan mevrouw De Vreese. Het Reglement bepaalt dat de aangesprokene repliektijd krijgt. (Protest op de Open Vld-banken)
Collega's, het zou fijn zijn als u allemaal het Reglement even bekijkt. Ik geef dus het woord aan mevrouw De Vreese.
Maaike De Vreese:
Collega Bertrand, u zou als geen ander de begroting moeten kennen. De verhoging van Vivaldi is natuurlijk mee in de begroting opgenomen. Daar doen we dit nog eens bovenop. Het is natuurlijk jammer en pijnlijk voor Open Vld om dit te horen, maar wij doen het er dus nog bovenop, dit in een context waarin uw partij een desastreuze begroting heeft achtergelaten. U gaat ons nu lesjes leren over de manier waarop wij in veiligheid moeten investeren, terwijl u in de voorbije legislatuur een put hebt achtergelaten. Het is een schande dat u op die manier durft tussen te komen.
Voorzitter:
Ik verwijs even naar artikel 55. Het is altijd toegestaan het woord te vragen voor het beantwoorden van een persoonlijk feit. De toelichting van het persoonlijk feit en het eventuele antwoord van een ander lid of een lid van de regering mogen samen niet meer dan vijf minuten van de tijd in beslag nemen.
De voor mindervalide personen niet waargemaakte minimale dienstverlening van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de uitgesloten minimale dienstverlening voor mensen met mobiliteitsbeperkingen tijdens de NMBS-staking, waarbij de NMBS assistentie weigert en honderden reizigers negen dagen zonder vervoer vallen. Minister Beenders erkent het probleem, belooft samen met collega Crucke en vakbonden een oplossing af te dwingen en benadrukt dat de minimale dienstverlening voor iedereen moet gelden, maar concrete maatregelen ontbreken nog. Fatima Lamarti (Vooruit) vindt de situatie onacceptabel en discriminerend, omdat basisverplaatsing een recht is en de NMBS deze groep negeert met een "kom over negen dagen terug"-houding. Een losstaand urgentieverzoek van Sofie Merckx (PTB) eist afschaffing van parlementaire vertrekvergoedingen als symbool van politieke zuinigheidsmaatregelen, maar wordt verworpen.
Fatima Lamarti:
Mijnheer de minister, we hebben het daarnet gehad over de stakingen bij de NMBS. Ik zal het nu hebben over een doelgroep die in de kou dreigt te blijven staan. Zich kunnen verplaatsen naar zijn werk en terug naar huis na een lange dag is geen luxe, het is een basis. Voor niet iedereen is dat echter evident. Vele mensen hebben hulp nodig van anderen om ergens te geraken, anders geraken ze er niet.
Vanaf morgen wordt er gestaakt. Dat is een recht. Dat moet men respecteren. Wat we echter ook respecteren in dit land is de minimale dienstverlening bij een staking. Niet iedereen heeft de luxe om voor negen dagen een taxi te boeken. Niet iedereen kan zich überhaupt zelfstandig verplaatsen per wagen.
De minimale dienstverlening moet gelden voor iedereen. Of men goed te been is, of hulp nodig heeft, zich verplaatsen is een basisrecht. De NMBS zegt nu tegen honderden mensen: niet voor u, verplaats u maar niet, blijf maar negen dagen aan de kant staan.
Voor Vooruit is dit onacceptabel. Met meer dan 130 aanvragen per dag is deze dienstverlening essentieel. Ze moet worden gegarandeerd. Mijnheer de minister, de wet is duidelijk. Het vervoer moet worden gegarandeerd. Als we solidair zijn met de stakers, moeten we ook solidair zijn met de mensen die nergens heen kunnen. Voor ons van Vooruit is het essentieel dat ook hun recht gegarandeerd wordt. Wat zult u daarvoor doen als minister van Gelijke Kansen?
Rob Beenders:
Collega Lamarti, de afgelopen dagen kwamen er verschillende reacties van mensen die assistentie nodig hebben bij het nemen van de trein. De NMBS antwoordde hen dat er tijdens de staking geen reservaties voor assistentie mogelijk zullen zijn. Dat heeft een grote impact op die mensen. Er is het grondrecht om te staken, maar daar bestaan een aantal uitzonderingsprincipes op. Daarom is er bij de NMBS de minimale dienstverlening. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat die minimale dienstverlening weer een uitzondering op zichzelf gaat realiseren, waardoor de grondrechten van andere mensen in het gedrang komen.
Wat ons betreft is het zeer duidelijk dat de minimale dienstverlening voor iedereen moet gelden, ook voor mensen die assistentie nodig hebben. Het feit dat die verhalen de voorbije dagen vrij talrijk naar buiten zijn gekomen, betekent dat dit een groot probleem is. Ik heb intussen de eerste contacten gelegd met mijn collega-minister Crucke, die bevoegd is voor Mobiliteit. Ik heb ook reeds samengezeten met de administratie.
We zullen effectief stappen moeten ondernemen met de NMBS om aan te geven dat de minimale dienstverlening voor iedereen geldt en niet voor een bepaalde groep. Dat lijkt me een kwestie van gezond verstand. We zullen dit de volgende dagen bovenaan de agenda plaatsen en we hopen op de korte termijn een oplossing te vinden. Ik reken ook op het gezond verstand van de vakbonden. We hebben de eerste contacten met hen gehad. Zij zullen ook inspanningen moeten doen om bij die minimale dienstverlening deze oproep te ondersteunen, opdat mensen die assistentie nodig hebben die ook effectief zullen krijgen.
Fatima Lamarti:
Negen dagen lang, negen dagen niet mee mogen doen, negen dagen voelen dat je er niet bij hoort. Een persbericht van de NMBS is snel geschreven, maar het leed dat het veroorzaakt wordt nu langzaam verwerkt. Wel of geen handicap, iedereen doet ertoe. Vooruit staat voor een samenleving waarin iedereen mee kan, waarin iedereen die zijn best doet, moet worden gezien en beloond. Deze mensen verdienen het ook om op hun bestemming te raken. Zij verdienen meer dan een simpel persbericht. "Kom over negen dagen maar weer terug." Niet voor ons. Goed dat u er werk van maakt, mijnheer de minister. Dank u.
Voorzitter:
Dank u wel, collega's. Dit is het einde van de mondelinge vragen.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van die voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Urgentieverzoek
Demande d'urgence
Sofie Merckx:
Monsieur le président, nous demandons l'urgence pour la proposition de modification du Règlement de la Chambre des représentants en ce qui concerne la suppression de l'indemnité parlementaire de sortie et de départ, n° 712/1.
Nous savons tous à présent que ce gouvernement a décidé de mettre au régime la population dans son ensemble, de couper dans nos services publics si essentiels, de faire prester aux gens des heures supplémentaires sans qu'ils soient payés davantage, de les faire travailler plus longtemps sans sursalaire et avec une pension moindre. En revanche, ceux qui ne sont pas au régime, ce sont finalement les politiques. En effet, quel travailleur reçoit 125 000 euros d'indemnités après cinq ans de travail? Quel travailleur? Aucun! Mais les politiques vont continuer à se les octroyer. Donc, au lieu de mettre la population au régime, nous proposons de mettre les politiques au régime et de faire comme tout le monde. Fini les indemnités de sortie! Et si vous perdez votre emploi, vous n'avez qu'à aller au chômage!
Voorzitter:
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken. Je vous propose de nous prononcer sur cette demande. De urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan. L'urgence est rejetée par assis et levé.
De nationale betoging
De vakbondsactie van 13 februari
De betoging en het belang van het sociaal overleg
De nationale staking en de vakbondsacties
De nationale stakingsdag
De nationale actie van 13 februari
De betoging in Brussel
De actiedag en het belang van het sociaal overleg
De nationale betoging
De betoging van 13 februari
Nationale actiedag en sociaal overleg
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Een massale betoging van 60.000–100.000 werkenden (verzorgers, leerkrachten, politie, spoorwegpersoneel) protesteert tegen pensioenhervormingen (werken tot 67 jaar, malus voor vroegpensionering), loon- en nachtpremieverlagingen en besparingen op zorg en sociale zekerheid, die ze als oneerlijk en klassenjustitie bestempelen. De regering verdedigt de maatregelen als noodzakelijk voor de toekomst (vergrijzing, begrotingstekort) en benadrukt concertatie met sociale partners, maar oppositie en vakbonden werpen haar gebrek aan alternatieven (bv. belasten van vermogenden) en minachting voor werkenden voor. Kernconflict: *Hervormingsdrang vs. sociale rechtvaardigheid*—met dreigende escalatie (stakingen) en wantrouwen in de regering.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, il y avait plus de 100 000 travailleurs dans les rues de Bruxelles ce matin. C'était impressionnant. Je crois que je n'ai jamais vu autant de monde en colère dans les rues de Bruxelles.
Je comprends leur colère. Comment ne pas comprendre quand on voit les attaques colossales de votre gouvernement envers le monde du travail; quand on voit à quel point vous les avez trompés avec vos 500 euros de salaire en plus? Jamais on n'avait décidé de brutaliser et d'appauvrir à ce point celles et ceux qui font tourner notre pays, qui le protègent, qui le soignent et qui l'éduquent.
Verts, bleus, rouges, des douaniers aux infirmières, des pompiers aux militaires, des artistes aux policiers, toutes et tous ont crié avec force qu'ils ne veulent pas de vos mesures anti-travail, qu'ils ne veulent pas de votre casse sociale, qu'ils ne veulent pas d'une vie où on se tue au boulot pour recevoir des miettes à 67 ans.
Ce n'étaient pas des "kékés" qui buvaient leur quart de pils, monsieur le ministre! C'étaient des femmes, des hommes, des jeunes, des vieux qui refusent votre gouvernement, les sanctions, les menaces, le mépris pour le travail. Ce sont des familles qui refusent de vivre dans l'angoisse de factures impossibles à payer; qui refusent de payer 95 % de la facture sociale alors qu'on laisse les grandes fortunes bien tranquilles; qui refusent aussi vos milliards d'économies sur les soins de santé, les pensionnés, les services publics et encore les plus fragiles.
Ils ont dit non, monsieur le ministre! Ils ont dit non, monsieur le premier ministre! Et ils ont dit non en masse!
Ma question est très simple: allez-vous entendre ce message très clair de tout un pays?
Raoul Hedebouw:
Nu zullen we het krijgen, mijnheer de eerste minister: 100.000 mensen in de straten! Dat had u waarschijnlijk niet zien aankomen. U wist niet dat er zo veel mensen zouden komen opdagen. 100.000 mensen uit de werkende klasse! Ze kwamen uit veel sectoren. Er waren militairen, brandweerlui, mensen uit de private en de publieke sector, jongeren en minder jonge mensen, vrouwen en mannen uit het zuiden en het noorden van het land. Het was een heel diverse groep. Ook middenveldorganisaties waren aanwezig: klimaatorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties en Amnesty International. Ze waren er allemaal samen om u te vragen wat u bezielt om hen tot 67 jaar te doen werken, en of u het al zelf eens hebt meegemaakt om 's morgens op te staan en vervolgens hard te werken in een bedrijf. Dat kent u bij de N-VA niet, uiteraard niet, want u leeft in een bubbel!
U hoort het niet graag, mijnheer de eerste minister, maar ik zal het u toch zeggen. Het is een schande dat mensen in ons land langer moeten werken voor minder pensioen. Het is een schande!
J'ai vu les travailleurs qui travaillent dans la logistique, dans la distribution. Ils m'ont dit: "Comment Bart De Wever, comment Georges-Louis Bouchez osent nous demander de travailler de 20 h 00 à minuit sans prime de salaire?"
Qu'est-ce que c'est cette bulle, ce fric, ces politiciens remplis de fric qui demandent effectivement aux travailleurs de bosser de plus en plus? Vraiment! La colère est profonde, mais vous vous en foutez, vous êtes dans votre bulle!
Mijnheer de minister, mijn vraag is heel duidelijk. U beslist om een malus van 300 tot 400 euro voor wie niet tot 67 jaar werkt, in te voeren. Trekt u die beslissing in? Zult u bovendien van de nachtpremies van de werkende klasse afblijven?
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, hier vous avez rencontré avec le kern les partenaires sociaux et, au nom des Engagés pour qui la concertation sociale est vraiment essentielle, nous vous remercions. Je rappelle qu'il a fallu plusieurs semaines au gouvernement précédent pour en faire de même.
Aujourd'hui, des dizaines de milliers de personnes se sont rassemblées à Bruxelles à l'appel des syndicats, exprimant leurs préoccupations face aux défis économiques et sociaux que nous traversons.
Cette mobilisation syndicale n'est pas la première face à la formation d'un nouveau gouvernement, et ce ne sera pas non plus la dernière. Cependant, elle rappelle l'importance du dialogue social. Et nous devons entendre les inquiétudes de la population. Car si nous voulons réformer, nous devons le faire avec tout le monde.
Notre gouvernement a pris un engagement clair, celui d'être un gouvernement de réforme. Mais une réforme ne se décrète pas. Elle ne pourra se construire qu'avec les partenaires sociaux. Et nous le prouvons dans les faits. Dans l'accord de gouvernement, les termes "partenaires sociaux" apparaissent 41 fois.
Nous devons aussi être clairs avec nos concitoyens. L'opposition, fidèle à ses habitudes, simplifie à outrance la réalité et alimente les craintes, en diffusant des contre-vérités. Or, il est de notre devoir d'expliquer avec pédagogie les enjeux auxquels nous faisons face et les solutions que nous proposons. Oui, nous devons prendre des décisions courageuses. Oui, elles ont un impact. Mais cet impact est mesuré, réfléchi et il vise un seul objectif: remettre notre pays sur les rails pour une justice sociale et une économie forte et durable.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous nous expliquer comment s'est déroulée la rencontre avec les partenaires sociaux et quelles sont les intentions du gouvernement par rapport à la concertation sociale? Vous-même l'avez souligné, l'effort pour remettre ce pays sur les rails doit être un effort collectif. Il ne peut se faire que si chacun – gouvernement, employeurs et travailleurs – avance dans la même direction. Plus que jamais, l'union fait la force!
Axel Ronse:
Collega’s, ik ben teleurgesteld. Ik heb het regeerakkoord doorgenomen. Welke maatregelen nemen we? We voeren familiekrediet in; we verhogen de minimumlonen en we behouden de automatische indexering. Collega’s, bovendien zullen voor de eerste keer in de geschiedenis van dit land mensen op 60-jarige leeftijd een volledig pensioen kunnen genieten, indien ze 42 jaar hebben gewerkt. Collega’s, ik had verwacht dat de vakbonden meer mensen op straat zou krijgen om dat beleid toe te juichen. Dat is immers sociaal beleid. Ik heb echter gemerkt dat wordt gemanifesteerd tegen de plannen van de nieuwe regering.
Ik heb het regeerakkoord nogmaals tot in de puntjes doorgenomen. Ik heb mij daarbij afgevraagd wie nu slechter af is door het regeerakkoord. Collega's, een van mijn Waalse vriendinnen heeft 33 jaar lang gestempeld. Ze krijgt netto 220 euro meer pensioen dan haar vriendin, die haar hele leven haar kas heeft afgedraaid. Welnu ze is erop uitgekomen dat ze slechter af zal zijn door het regeerakkoord!
Dankzij het huidige regeerakkoord moet wie elke dag zijn kas afdraait, bakkers, slagers, verplegers, leerkrachten, niet bijdragen aan een systeem dat ervoor zorgt dat mensen hun leven lang kunnen stempelen. Het huidige regeerakkoord zorgt ervoor dat werken wordt beloond. De huidige regering is de regering van de werkende mens. Er was nooit eerder een regeerakkoord dat ervoor zorgt dat werken zo sterk zal lonen.
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de vice-eersteminister, u hebt gisteren samengezeten met de Groep van Tien. Wat is uit dat overleg voortgekomen?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, we moeten begrip hebben voor het feit dat mensen vandaag op straat komen, zich vragen stellen en soms ook vragen krijgen die gebaseerd zijn op het fake news dat sommige partijen hier verspreiden. Tegelijkertijd moeten we wel serieus blijven wanneer sommige spoorvakbonden van plan zijn om negen dagen lang te staken, negen dagen lang elke treinreiziger gijzelen en negen dagen lang mensen die naar school of het werk moeten, in de kou laten staan.
Ik weet niet hoe een spoorvakbond kan verdedigen dat het spoorpersoneel op zijn 55ste met pensioen kan gaan, terwijl een 62-jarige verpleegkundige in de kou op een perron staat te wachten. Ik weet niet hoe men aan een 18-jarige die klaarstaat om aan zijn leven te beginnen, kan uitleggen dat hij misschien geen pensioen zal krijgen vanwege de 500 miljard euro schulden waarvoor we een oplossing moeten vinden en dat op hetzelfde moment mensen weigeren om langer te werken dan 55.
Welke boodschap geven we aan hen als de spoorvakbonden beslissen dat het spoorpersoneel negen dagen zal staken? Wie moet het dan oplossen? Een volgende generatie? Zijn zij het die de belastingen zullen moeten betalen en het allemaal zullen moeten oplossen? Ik denk het niet. Voor cd&v is dat totaal onverantwoord gedrag.
Er werd hier al gezegd dat we een aantal heel belangrijke zaken hebben gerealiseerd, rekening houdend met de opmerkingen van de burgers. De index is beschermd, de werkende mensen zullen meer nettoloon overhouden en we hebben respect voor wie zorg draagt voor een ander. Dat is wat deze regering doet.
In tegenstelling tot sommige politici en sommige vakbonden die negen dagen willen staken, denken wij ook aan de volgende generatie, aan een generatie die nog hoopt om een deftig pensioen te hebben na een lange carrière waarin ze hard hebben gewerkt. Dat is wat we doen. Mijnheer de premier, we zullen dat samen met de sociale partners moeten doen. Hoe zult u die grote hervormingen realiseren en tegelijkertijd een goed overleg hebben met de sociale partners?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, d'abord, soyons honnêtes: oui, il faut entreprendre des réformes importantes dans ce pays, des réformes qui n'ont pas été faites depuis 25 ans, y compris par vos deux partis. Il est impossible de ne pas réformer maintenant la fiscalité, le marché de l'emploi ou les pensions. On ne peut pas accepter d'avoir encore un taux d'emploi aussi bas, d'avoir un demi-million de personnes en incapacité de travail et de vivre dans le pays le plus taxé du monde en ce qui concerne le travail.
Néanmoins, messieurs, ce n'est pas une raison pour réformer ce pays à coups de tronçonneuse. Contre quoi exactement manifestent ces dizaines et dizaines de milliers de personnes qui battent le pavé? Bien sûr, contre vos mesures, contre la quasi-disparition de l'enveloppe bien-être, contre la fragilisation des pensions et des classes moyennes, dont un grand nombre d'enseignants, de policiers, d'infirmières. Cela devrait quand même vous parler. Ces gens manifestent également contre la précarisation des femmes. On ne le dira jamais assez: les femmes sont la première victime du gouvernement Arizona, à cause de votre réforme des pensions et du fait qu'elles ont des carrières espacées. Vous me direz: "C'est de leur faute, elles n'avaient qu'à être autour de la table des négociations."
Ces personnes manifestent aussi, à mon avis, contre d'autres choses. Contre un sentiment d'arrogance, contre un sentiment de mépris, contre l'impression que leur sort a été décidé sur un tableur Excel à trois heures du matin et que leur vie n'est qu'une variable d'ajustement. Et, surtout, elles manifestent contre un sentiment d'injustice. En effet, si tout le monde reconnaît qu'il faut trouver des économies, tous les analystes sérieux, les journalistes – et pas seulement de l'opposition – considèrent que le plus gros des économies se fera sur le dos des classes moyennes et des allocataires sociaux.
Donc, messieurs les ministres, vous n'avez pas encore démontré que vos réformes étaient justes, parce que vos chiffres indiquent qu'elles ne le sont pas. De même, vous n'avez pas encore démontré qu'elles feraient l'objet de concertations, puisque même si l'expression "concertation sociale" est présente à six reprises dans votre accord, il est néanmoins précisé qu'on s'en passerait en l'absence de décision. Comment allez-vous restaurer cette confiance qui n'existe déjà plus? Comment montrerez-vous que la concertation sociale n'est pas une variable d'ajustement?
Steven Coenegrachts:
Collega's, vandaag betogen er 60.000 mensen. Ze trekken door de straten van Brussel. De politie telt correct. Die mensen zijn ongerust, want de pensioenen raken de mensen in hun hart. Protesten zijn van alle tijden, collega's. Hervormingen wekken weerstand op. Dat was ook zo toen minister Van Quickenborne de pensioenen heeft hervormd. Dat was ook zo toen de regering-Michel de pensioenen heeft hervormd.
Wat vandaag anders is, is het zelfvertrouwen van de vakbonden, de zelfzekerheid, die 60.000 rechte ruggen die vandaag door de straten van Brussel marcheren. Dat is ook logisch. Als je ziet wat er tussen de formateursnota en het regeerakkoord op 8 maanden tijd naar links is opgeschoven, dan hebben de bonden daar alle redenen toe. De rechtspersoonlijkheid stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het belasten van de vakbondspremies stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het aanpassen van de index stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. De meerwaardebelasting stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. De contractbreuk van de tweedeverblijvers stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. Daarvoor was een betoging met 30.000 mensen voldoende, weliswaar onder de aanvoer van de heer Seuntjens.
Mijnheer De Wever, hoe garandeert u ons dat u ook dit keer niet zult capituleren tegenover de bonden? Wat garandeert ons dat u het deze keer wel zult volhouden, dat u zult opkomen voor die 5 miljoen mensen die vandaag wel zijn gaan werken: de bouwvakkers op de werf, de leraren in de klas, de verplegers die wel aan het ziekenhuisbed staan? Wanneer zult u stoppen met toegeven? Welke garanties kunnen we daarvoor krijgen?
Voorzitter:
Mijnheer Seuntjens, u werd als het ware al naar hier geroepen.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, de mensen zijn vandaag ongerust. Dat begrijp ik ook. Men moet het nieuws maar bekijken om te zien dat de wereld in de fik staat. Vergis u niet, het zijn altijd de extremen die het vuur aansteken, die mensen tegen elkaar opzetten, die fake nieuws verspreiden en die vooral wegduiken in plaats van mensen echt te beschermen, terwijl de mensen oplossingen vragen.
Ik heb al goed geluisterd. Hoeveel concrete oplossingen om de mensen te beschermen, hoorden we van het Vlaams Belang en de PVDA tijdens de betogen van daarnet en in het investituurdebat, dat langer dan 40 uur duurde? Hoeveel? Geen enkele.
Ik zal een voorbeeld geven, collega's. Ik heb vanochtend mijn trein gemist en liep een half uur rond in Antwerpen-Berchem. Ik heb daar met veel mensen gesproken. Veel mensen spraken me aan. Geen fictieve voorbeelden, maar echte mensen. Weet u wat zij zeiden? (Tumult) Ik snap dat sommige collega's ongerust zijn.
Echt waar, délégués van de vakbond zeiden mij: "Gelukkig neemt Vooruit wel zijn verantwoordelijkheid." Iedereen weet dat er iets moet gebeuren. De mensen die op straat komen, weten dat, maar wat ze vragen, is dat dat rechtvaardig gebeurt. Dat is exact wat de regering doet. Mensen die op 18 jaar starten, mogen vanaf nu op 60 jaar met pensioen. De minimumlonen gaan omhoog, collega's, en de index – de beste bescherming voor de koopkracht van de mensen – blijft overeind.
Meneer de eerste minister, we zullen vandaag moeten hervormen. Iedereen weet dat. We zullen dat doen met de sociale partners. U hebt gisteren met hen een gesprek gehad. Hoe zullen we die belangrijke hervormingen de komende jaren met hen doorvoeren?
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je trouve qu'on vit dans une drôle de démocratie. Figurez-vous qu'hier soir, deux leaders syndicaux ont refusé de débattre face à moi sur un plateau de télévision et ils sont aujourd'hui quelques centaines à crier en dessous des fenêtres de mon bureau. C'est particulier! J'aurais pu être devant eux à ce moment-là.
Je parle de quelques centaines effectivement car les chiffres de la police n'annoncent pas 100 000 – je suis désolé de vous décevoir – mais 60 000 manifestants. Et je tiens quand même à rappeler à cette Assemblée que nous avons en Belgique 48 000 fonctions syndicales si vous prenez les conseils d'entreprise ou les CPPT. Cela veut simplement dire que ce sont leurs employés qui sont aujourd'hui effectivement dans la rue pour une bonne partie.
Pour le reste, monsieur le premier ministre, je ne peux pas accepter que vous soyez tout le temps dans cette posture d'empêcher les réformes parce que ces réformes sont indispensables pour nos enfants. Alors, si vous avez un peu de sens de responsabilité politique, allez voir maintenant vos enfants et expliquez-leur qu'il ne faut rien changer, qu'il faut continuer à dépenser l'argent qu'on n'a pas et que la conséquence de cela, c'est que ces enfants n'auront pas le même niveau de bien-être que vous parce que vous aurez privilégié votre petit succès électoral. Vous gagnez la même chose que moi, monsieur Hedebouw! Vous avez privilégié votre petit succès électoral plutôt que l'intérêt général.
Alors, oui, monsieur le premier ministre, ces réformes sont des réformes courageuses qui vont libérer le travail, qui vont garantir la sécurité, qui vont faire en sorte d'avoir la sécurité d'approvisionnement énergétique qu'on n'avait pas avec d'autres. Ma demande aujourd'hui, au nom du Mouvement Réformateur, est très claire, c'est de pouvoir agir vite avec le respect de chacun mais de ne surtout pas se détourner du cap qui a été fixé car c'est l'avenir de notre pays qui se joue sous ce gouvernement. Vous aurez notre plein soutien.
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, visiblement, on a déjà eu la réponse de l'autre premier ministre. Je me réjouis d'entendre la réponse du premier ministre officiel.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, vous nous avez expliqué en long et en large la semaine dernière à quel point la Belgique va mal. Vous nous avez dit qu'il fallait mettre tout le monde au régime. Mais mettez-vous vraiment tout le monde au régime avec cette réforme, au sujet de laquelle vous prétendez que nous n'avons pas le choix? Est-ce que les ouvriers d'Audi Forest méritent de ne plus avoir de pension anticipée? Est-ce que les cuisinières du Lunch Garden de Fléron qui ont été virées du jour au lendemain méritent de ne plus avoir un chômage complet, et d'avoir un droit au chômage qui sera raboté dans deux ans? Est-ce que les travailleurs dans la logistique méritent de ne plus recevoir de primes pour le travail qu'ils prestent la nuit? Est-ce qu'une dame qui vient de perdre son mari ne mérite plus de toucher une pension de survie?
C'est cela, le projet contre lequel ces 100 000 personnes ont manifesté aujourd'hui dans les rues. Elles sont aussi venues dire non à un projet qui est injuste, brutal et qui est un choix politique. Oui, chers collègues, vous avez fait un choix. C'est une décision que vous prenez de toucher à la classe moyenne, de toucher aux malades, de toucher aux pensionnés et de ne pas toucher, ou à peine, aux plus grosses fortunes, aux épaules les plus larges. Cette contribution de 10 % sur les plus-values, c'est encore trop pour vos amis. C'est encore trop de contribuer de manière minime à cet effort gigantesque, titanesque que vous demandez pourtant à l'ensemble de la population.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, allez-vous enfin écouter les inquiétudes de la population ou allez-vous continuer à nier la réalité, à nier les craintes et les peurs de l'ensemble des citoyens, notamment de ceux qui ont manifesté aujourd'hui, mais aussi de tous ceux qui nous envoient des messages et qui s'inquiètent de leur sort et de l'avenir de leurs enfants?
Bart De Wever:
Collega's, ik wil beginnen met een opmerking die me geraakt heeft, namelijk de bewering dat de onderhandelaars in een bubbel zouden leven en geen voeling zouden hebben met de werkende mensen. Dat komt niet overeen met de ervaring die ik in de afgelopen maanden met de collega’s heb opgedaan. Het is ook zeker niet mijn persoonlijke achtergrond. Zo’n sfeerschepping vind ik allesbehalve onschuldig en ik betreur dat dit wordt gezegd.
Chers collègues, nous faisons face à de grands défis. Cela vaut pour nous tous, le gouvernement et les responsables politiques, mais aussi pour les représentants de la société civile. Hier midi, le kern a rencontré les syndicats et les organisations patronales du Groupe des 10. Nous sommes une semaine après le vote de confiance, ce qui montre une rapidité sans précédent! Mon gouvernement tend donc clairement la main aux partenaires sociaux, précisément pour parler des réformes nécessaires. Mais aucun d'entre nous n'est naïf: cela n'empêchera pas certaines organisations de s'opposer aux réformes de ce gouvernement, notamment dans les rues, et, dans ce pays, c'est permis!
Je peux d'ailleurs comprendre que les citoyens se posent des questions, en particulier les fonctionnaires. C'est pourquoi nous prévoyons également des mesures transitoires afin d'éviter des changements trop brusques. Mais le besoin de réformes est indiscutable. Personne ne peut le nier. À ceux qui oseraient le faire, je pose la question suivante: quelle est votre alternative? Je parle bien sûr d'une alternative crédible, et pas de slogans gratuits.
De feiten zijn wat ze zijn. In de jaren 1990 waren er in dit land nog vier actieve mensen voor elke 65-plusser. Vandaag zijn het er nog drie. Tegen 2060 zal dat cijfer zakken naar twee.
Weldra – dat betekent nog in dit decennium – zullen er meer 67-jarigen in dit land wonen dan 18-jarigen. Als we onze sociale stelsels niet snel aanpassen aan die realiteit, stevenen we dit decennium af op het grootste begrotingstekort van heel Europa en dan wordt onze sociale welvaartstaat, zo bezongen door sommigen, volstrekt onhoudbaar, onbetaalbaar. We gaan recht op een ramp af voor de koopkracht van de werknemers en de concurrentiekracht van onze bedrijven. Dat is glashelder.
We zouden dus allemaal aan hetzelfde zeel moeten trekken. De inspanningen die deze regering doet – laten we heel eerlijk zijn – zullen immers alleen volstaan om het budgettaire rotten te stoppen en hopelijk om ons saldo structureel gezond te krijgen.
Dat is een doelstelling die we eigenlijk met zijn allen zouden moeten ondersteunen. Daarom zeg ik u wat ik gisteren ook aan de sociale partners heb gezegd en roep iedereen op om alstublieft verantwoordelijkheidszin te tonen. Dat betekent dat we boodschappen moeten brengen die niet altijd aangenaam zijn, dat we moeilijke keuzes moeten durven verdedigen. Als u dat niet kunt, bent u misschien niet geschikt om maatschappelijk leiderschap op te nemen. Laten we wel wezen, de wereld van vandaag ziet er immers niet vriendelijk uit voor Europa. Onze vastberadenheid is broodnodig.
Ik heb zelfs een oppositiepartij horen oproepen om niet te capituleren, dat wil zeggen om dit akkoord uit te voeren. Dat is mijn oproep aan de hele samenleving, mijn oproep aan het middenveld dat vandaag op straat is gekomen. Laten we ons niet verliezen of verzanden in een conflictmodel, waarbij men tegen beter weten in het onvermijdelijke nog maar eens probeert uit te stellen. Het zal geen zoden aan de dijk brengen. Het zal alleen onze welvaart schaden, in een tijd waarin die al heel zwaar onder druk staat.
Assurons-nous ensemble que notre État providence reste solide et durable afin que les générations futures puissent également en bénéficier.
David Clarinval:
Je vous remercie pour vos réponses, mais quel mépris envers le monde du travail! Les manifestants qui étaient dans la rue aujourd'hui n'auraient donc rien compris! Vous ne savez vraiment pas comment vivent les gens! Comment une femme seule avec deux enfants fera-t-elle pour survivre si elle doit travailler 48 heures par semaine, y compris le dimanche et la nuit? Vous êtes complètement dans un autre monde!
Á ceux qui en appellent au sens de l'État, j'ai envie de demander pour qui ils se prennent. Quel État digne de ce nom décide de pulvériser à ce point ceux qui le font tenir debout?
Les travailleurs ne vont sûrement pas se laisser faire par votre rouleau compresseur. Ils l'ont montré aujourd'hui comme ils l'ont rarement fait. Croyez-moi, ce n'est qu'un début et nous serons à leurs côtés!
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, cette voix des 100 000 travailleurs qui étaient présents à Bruxelles aujourd'hui, qui a circulé dans ce Parlement, qui est venue vous dire: "Vous, la droite, c'est facile, vous vivez effectivement dans une bulle"… Que sont venus nous dire ces gens?
Monsieur le premier ministre, vous venez de nous dire que c'est difficile pour tout le monde, qu'on doit tous tirer du même côté. Non, monsieur le premier ministre! Il y a des super-riches qui, aujourd'hui, vont vivre leur vie tranquillement et il y a les travailleurs que vous allez faire travailler de plus en plus longtemps. C'est ça qui ne va pas!
U zegt dat er geen alternatief is, maar uw taxshift heeft een gat van 9 miljard euro gegraven. Wat is het alternatief? Dat is het alternatief natuurlijk!
Je vais conclure par le message suivant. On a tous vu que ces présidents de parti étaient hyper défensifs aujourd'hui. Vous avez les chocottes! Et je dis aux travailleurs aujourd'hui: les lois ne sont pas votées, elles ne sont pas encore introduites. Gardez votre fierté, on va les faire reculer! Rien n'est joué! Regardez-les! Ils ont les chocottes!
Aurore Tourneur:
Ik dank u, mijnheer de premier en mijnheer de minister, voor uw antwoorden.
Notre gouvernement va réformer ce pays et il le fera avec une méthode qui repose, comme vous l’avez montré, sur l’écoute et la concertation. Nous allons réformer ce pays parce que nous le devons si nous voulons garantir un avenir à nos enfants.
Nous allons réformer ce pays malgré les fake news et l’hypocrisie que je n’arrête pas d’entendre. Quand j’entends et que je lis le PS qui reproche à ce gouvernement tous les malheurs du monde alors que ce gouvernement n’est en place que depuis six jours, je vous dis: personne n’est dupe de votre hypocrisie et de votre bilan.
Si nous devons prendre nos responsabilités avec des décisions impactantes, c’est à cause de votre bilan. Alors assumez-le modestement et ne jetez pas d’huile sur le feu; parce qu’être un homme ou une femme politique, c’est être responsable et pondéré. Merci au gouvernement de montrer l’exemple!
Axel Ronse:
Les Engagés sont engagés aujourd'hui!
Collega Hedebouw, 100.000 mensen? 60.000 mensen! Weet u hoeveel mensen la vraie lutte voeren, de echte strijd? 4.800.000! 4.800.000 mensen zijn vandaag aan het werk en vragen zich af wat u hier allemaal zit uit te kramen, of u inactiviteit aan het promoten bent, dan wel of u voor welvaart zult zorgen, ook voor onze kinderen en voor onze grootouders.
Mijnheer Hedebouw, u vergist zich. Wij zijn niet bang, wel integendeel. We hebben immers nog nooit zo veel steun gevoeld van de hele bevolking als vandaag. Ga maar eens kijken bij de arbeiders, de leerkrachten en zelfs op de trein bij de treinbegeleiders. Ze steunen ons! La lutte continue!
Sammy Mahdi:
Mijnheer de premier, sommige linkse partijen uit de oppositie hebben de indruk gewekt dat het een keuze is om onze hervormingen door te voeren. Beste vrienden van de PS, het is echter geen keuze om de werkloosheid te beperken in de tijd. Het is een absolute must om mensen aan het werk te zetten! Beste vrienden van de PVDA-PTB, het is ook geen keuze om ervoor te zorgen dat wie werkt, een hoger pensioen heeft dan wie niet werkt. Het is een absolute must om dat te doen! De communistische hemel waaruit het geld valt, bestaat immers alleen in uw Facebookposts, niet in de werkelijkheid.
Dus ja, er zijn twee types politici, namelijk de roepers, die veel fake news vertellen en die niet de moed hebben om grote hervormingen uit te voeren, en de moedige politici, die denken aan de toekomstige generatie en ervoor willen zorgen dat de sociale zekerheid beschermd wordt voor onze kinderen en kleinkinderen. Aan u om te kiezen van welke groep u deel wilt uitmaken. Ik kan al raden welke groep dat zal zijn. Succes! Wij zullen de moed (…)
Voorzitter:
Mijnheer Mahdi, uw tijd is om.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je parlais d'arrogance et de mépris. Le mépris, par exemple, c'est de considérer que les dizaines et dizaines de milliers de personnes – soixante ou cent mille, peu importe – qui sont dans les rues seraient là parce qu'elles seraient quasi toutes employées d'organisations syndicales. À quoi sert-il, sincèrement, de dire des choses pareilles? Si, vraiment, votre but est d'œuvrer pour les générations futures – mais je crois que cela intéresse aussi ceux qui manifestent –, il est temps d'arrêter de cliver et il est plus que temps de fédérer.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, ik voel me vandaag enigszins de andere oppositie en ik vrees dat dat de volgende vier jaar zo zal zijn. U hebt het echter goed begrepen: niet capituleren, luidt onze boodschap. We zijn daar, eerlijk waar, ongerust over. Uw trackrecord van de voorbije 8 maanden toont aan dat u telkens naar links bent opgeschoven. Het regeerakkoord voorziet in overgangsmaatregelen tot 2062. Dat is dus nog 37 jaar. Laat die periode alstublieft niet opschuiven naar sint-juttemis. Wij zullen u aan uw woord houden: hervorm, verander niet van positie, pak de zaken aan en zwak de ambitie niet af. Doe voort en versaag niet! Courage, mijnheer de premier! (Rumoer)
Oskar Seuntjens:
Ik ben een van de jongste Kamerleden, maar voel me soms wel een van de meest volwassene in de plenaire zaal.
Mijnheer de premier, ik vind het best grappig, want de oppositie bewijst exact het punt dat ik vandaag wil maken. Mensen zijn holle woorden en slogans beu. Als we het echt menen en willen dat mijn generatie en toekomstige generaties ook kunnen rekenen op een sterke sociale zekerheid, dan moeten we durven te hervormen. Dat is ook net de reden waarom er vandaag wel een draagvlak is voor de nieuwe regering. Daarom kwamen vandaag ook mensen op straat die blij zijn met de regeringsdeelname van Vooruit. Wij zullen immers hervormen. Het is belangrijk dat we meedoen, want wij zorgen ervoor dat er op een sociale een rechtvaardige manier hervormd zal worden.
Collega’s , de mensen kunnen op ons rekenen. Wij zullen verder blijven strijden voor eerlijke, belangrijke en nodige hervormingen.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, le problème, c'est que certains écrivent leur sketch de réplique avant votre réponse. Donc, la réplique ne correspond pas du tout à la réponse.
Par contre, monsieur le premier ministre, je voudrais faire une concession, car nous avons oublié d'intégrer à cet accord de gouvernement un plan beaucoup plus ambitieux pour la lutte contre la maladie d'Alzheimer. En effet, quand j'entends le Parti Socialiste, je me dis que ces gens n'ont jamais gouverné. Quel dommage, car ils ont tant d'idées! Quand j'entends les écologistes, je me dis que ces gens n'avaient pas de ministre ces cinq dernières années, quel dommage! Quand j'entends le PTB, je me dis que ces gens n'ont jamais refusé d'aller au pouvoir.
Alors, la feuille blanche de M. Dermagne, c'est votre bilan à vous tous. Et c'est pour ça qu'aujourd'hui nous sommes obligés de faire des réformes, pour sauver la sécurité sociale! Car la sécurité sociale sera sauvée par le travail, et pas par la grève! (Brouhaha)
Sarah Schlitz:
J'espère que nous ne vous dérangeons pas trop. Sinon, n'hésitez pas à le dire, au cas où nous n'aurions pas encore compris! Monsieur Bouchez, nous vous retournons le compliment. Vous étiez un partenaire de la majorité dans le précédent gouvernement. Vous avez passé votre temps à bloquer l'ensemble des réformes qui étaient sur la table, et vous êtes au pouvoir depuis 25 ans sans discontinuer. Vous n'avez pas de leçon à donner! Monsieur le premier ministre, vous déclarez la guerre aux Belges, et puis vous leur demandez de ne pas riposter. C'est une blague! Et nous devrions vous remercier de ne pas avoir touché à l'index! Oh, mais merci… Et puis quoi encore? Oui, vous avez décidé de déclarer la guerre et, non, les Belges ne vont pas se laisser tondre sans riposter, monsieur le premier ministre!
De terugbetaling van vliegtickets bij geannuleerde vluchten
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om slechte naleving van compensatierechten voor consumenten bij geannuleerde of vertraagde vluchten, waar luchtvaartmaatschappijen bewust procedures bemoeilijken, waardoor slechts 1 op 3 rechtmatige claims wordt uitbetaald en consumenten jaarlijks 200 miljoen euro mislopen. Minister Beenders belooft vereenvoudigde, geautomatiseerde procedures via overleg met maatschappijen (o.a. Brussels Airlines) en Europa, plus betere communicatie om schimmige tussenpersonen uit te sluiten. Soete (Vooruit) benadrukt de nood aan sterk overheidsingrijpen om koopkracht te beschermen en multinationals te dwingen de geest én letter van de wet na te leven. Actiepunten: automatisering, transparantie en Europese afstemming om consumentenrechten af te dwingen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, we hebben eindelijk een volwaardige minister van Consumentenbescherming in plaats van een staatssecretaris. Dat is echt een goede zaak, want we hebben met de regering een ambitieuze consumentenagenda om de koopkracht van de mensen te beschermen, met lagere facturen en met een zeer goeie consumentenbescherming.
Dat is geen overbodige luxe. Kom maar eens aan op de luchthaven voor een welverdiende vakantie, om dan te moeten vaststellen dat de vlucht afgeschaft is of uren vertraging heeft. In theorie heeft men dan recht op een compensatie.
De praktijk is echter pijnlijk anders. Volgens Testaankoop zou slechts een op drie consumenten die recht hebben op een compensatie uiteindelijk die compensatie krijgen. Dat komt omdat de luchtvaartmaatschappijen het voor hun klanten zo moeilijk mogelijk maken om een compensatie te krijgen. Het is precies zoals het spelletje Waar is Wally? Alleen is Wally nergens te vinden, mijnheer de minister. Men vindt allerhande info op de websites van de luchtvaartmaatschappijen, maar geen simpele knop om compensatie aan te vragen.
Dat is bewuste sabotage. Ik heb daar geen ander woord voor. Dat zorgt er bovendien voor dat mensen richting schimmige websites worden geduwd om daar in ruil voor een deeltje van hun compensatiebedrag toch hun rechten te kunnen doen gelden. Mensen worden dus op kosten gejaagd om te krijgen waar ze wettelijk recht op hebben. Dat kan niet de bedoeling zijn.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat mensen altijd krijgen waar ze recht op hebben, ongeacht met wie of naar waar ze vliegen? Hoe zult u garanderen dat maatschappijen zich niet alleen aan de letter, maar ook aan de geest van de wet houden?
Rob Beenders:
Collega Soete, de bescherming van consumenten, vooral tegen oneerlijke praktijken, is een belangrijk onderdeel in het regeerakkoord. U verwees ernaar dat er nu een volwaardige minister is en ik denk dat we dat gegeven ten volle moeten benutten om de consumenten te beschermen. We moeten een soort van Testaankoop van de overheid zijn.
Het onderwerp dat u vandaag ter sprake brengt, is heel actueel. De foto's van de luchthaven in Zaventem vandaag zijn best wel hallucinant: lege vertrekhallen, tienduizenden vluchten geannuleerd, tienduizenden vluchten verplaatst. De voorbije dagen hebben tal van passagiers een e-mail gekregen met de vraag of ze hun vlucht willen verplaatsen dan wel een financiële compensatie wensen.
We zien effectief in de cijfers dat de compensatieregeling niet loopt zoals dat moet. Consumenten zijn niet goed geïnformeerd en missen daardoor de compensaties waarop ze recht hebben. Het is een vrij complexe procedure om financieel vergoed te worden, als de luchtvaartmaatschappij zelf de vlucht annuleert. Het is ook niet evident om de vlucht te verplaatsen op een stakingsdag, zoals vandaag.
We moeten die procedure versimpelen, we moeten ze eenvoudig maken. Als de zaken automatisch verlopen, zullen schimmige bedrijfjes geen kans hebben op overleven. We hebben vandaag al een eerste contact gehad met Brussels Airlines. Er zijn ook brieven vertrokken vanuit mijn diensten naar de Belgische luchtvaartmaatschappijen.
Het is de bedoeling om de komende periode duidelijke afspraken te maken over de vereenvoudiging van de communicatie met de passagiers. We zullen ook met Europa, dat ter zake bevoegd is, gesprekken starten om de procedures te automatiseren. Het is immers maar logisch dat men recht heeft op een compensatie op een eenvoudige manier en dat men daarvoor geen complexe procedures moet doorlopen, zoals dat vandaag het geval is.
We zullen de kwestie effectief opvolgen en wat mij betreft moeten we dat ook voor andere transportmiddelen doen, zoals de trein.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, het is goed dat u het probleem aanpakt. Mensen die slimmer zijn dan ik hebben het eens berekend: consumenten lopen maar liefst 200 miljoen euro per jaar mis en dat is toch niet weinig, daarmee kan men wel eens op reis gaan.
Als grote spelers zoals multinationals misbruik maken van de mensen, omdat die niet weten dat ze recht hebben op een schadevergoeding en geen tijd hebben om alles uit te zoeken, dan moet volgens Vooruit een sterke overheid ingrijpen en ervoor zorgen dat consumenten krijgen waarop ze recht op hebben. We moeten enerzijds de koopkracht van de mensen beschermen en anderzijds erop toezien dat ze niet op kosten gejaagd worden. Dat zal Vooruit ook doen in de regering. Wij zullen niet vanaf de zijlijn roepen; wij gaan aan de slag en maken op die manier het verschil.
Voorzitter:
Hiermee sluit ik het vragenuurtje.
De hoge kosten van het energie-eiland en de brief van Elia aan de eerste minister
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het escalerende budget (van 2 naar 7 miljard euro) voor het energie-eiland in de Noordzee, bedoeld om hernieuwbare energie betaalbaar en veilig te maken maar nu een onbetaalbare last dreigt voor gezinnen en bedrijven. Premier De Croo bevestigt dat de regering al in 2023 ingreep na prijsstijgingen, Elia dwong tot een goedkoper alternatief en het huidige ontwerp blokkeerde, maar erkent dat de politieke en maatschappelijke draagvlak ontbreekt bij deze kosten. Seuntjens benadrukt dat dogma’s en prestigeprojecten moeten wijken voor pragmatische, betaalbare oplossingen, en prijst de regeringsmaatregelen (btw-verlaging, energiecheques) die koopkracht beschermden tijdens crises. Kernpunt: het project staat op losse schroeven door onrealistische budgetten en vereist radicale herziening om draagkrachtig te worden.
Oskar Seuntjens:
Beste premier, de energiefactuur betaalbaar houden is nog nooit zo moeilijk geweest. De oorlog in Oekraïne gaat verder en internationale prijzen staan weer onder druk. Beste collega’s, op hetzelfde elan verderdoen is en was duidelijk geen oplossing. Bijna heel Europa komt tot dezelfde conclusie: minder fossiele brandstoffen van Poetin, maar meer duurzame stroom van hier. Vooruit kijkt daar zonder taboes naar, zolang de stroom maar duurzaam, veilig en vooral betaalbaar is. Dat is ook exact wat onze minister in de Vlaamse regering doet. Op federaal niveau doen we hetzelfde. We bouwen windmolens op zee en we bouwen een energie-eiland en dat is allemaal goed. Het prijskaartje daarvan is echter minder goed.
Collega’s, we gingen iets bouwen dat voorheen nog nooit was gedaan en we dachten dat te kunnen doen voor slechts 2 miljard euro. Het was bijna te mooi om waar te zijn en dat is het ook. Intussen zijn de kosten niet verdubbeld of verdrievoudigd, maar opgelopen tot 7 miljard euro. Iedereen hier weet wie dat zal moeten betalen: gewone mensen en onze bedrijven en gezinnen. Mijnheer de premier, dat is onaanvaardbaar. Als we de koopkracht van de mensen willen beschermen, dan mogen we hen niet opzadelen met een duur prestigeproject.
Het kan gebeuren dat zo’n groot project anders verloopt dan verwacht. Ik ben zelf ingenieur en als er een iets is dat ik in die hoedanigheid heb geleerd, dan is het dat men tijdig moet ingrijpen als er iets misloopt. Vandaag gaan alle alarmbellen af. De wereld is en blijft onrustig. De oplossing zal van een volgende regering moeten komen.
Mijnheer de premier, hoe kijkt u naar dit dossier? Wat is uw reactie op de brief van Elia?
Alexander De Croo:
Bedankt voor uw vraag, mijnheer Seuntjens.
We hebben de voorbije jaren bijzonder veel gedaan om de energie betaalbaar te houden en om de bevoorradingszekerheid te kunnen garanderen. Toegang krijgen tot voldoende hernieuwbare energie die we zelf onder controle hebben en die goedkoop is, was daarvan een essentieel onderdeel. De opzet van het energie-eiland was dan ook het aan land brengen van die forse uitbreiding van hernieuwbare energie in de Noordzee.
Eind 2021 keurde de ministerraad dat design, dat door Elia was voorgesteld, goed. Reeds in juli 2023 heeft de ministerraad kennisgenomen van het feit dat een aantal prijzen zouden stijgen door de geopolitieke spanningen. Op dat moment heeft de ministerraad beslist om aan de minister, samen met de CREG, te vragen om meer informatie te krijgen om dat te kunnen opvolgen. Al meer dan een jaar geleden hebben wij gezegd dat daar moest worden ingegrepen.
In het najaar van 2024 kwam het signaal dat de prijzen verder zijn gestegen. Op 22 november heb ik de top van Elia bij mij ontboden en aangegeven dat zoiets niet aanvaardbaar was en dat men moest kijken op welke manier Elia het design kon herbekijken om ervoor te zorgen dat het paste binnen de politieke beslissing die wij hebben genomen. Het is onverantwoord dat een project de prijzen zo kan laten stijgen.
Ik citeer uit de brief die ik op dat moment naar Elia heb gestuurd: "Het project in zijn huidige vorm is te duur en is niet conform de beslissing van de ministerraad van 20 juli 2023. Ik blijf dan ook bij mijn standpunt dat ik u op 22 november 2024 heb meegedeeld dat een project met een dergelijke kostprijs geen doorgang kan vinden. Het is dan ook noodzakelijk dat andere opties worden onderzocht, zodat het project politiek en maatschappelijk kan worden gedragen en de kosten voor bedrijven en gezinnen beperkt blijven."
Elia heeft daarop geantwoord dat men met een alternatief zou komen, om ervoor te zorgen dat het beantwoordt aan wat in de initiële beslissing stond.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord. Of het nu gaat om energie-eilanden op zee, kerncentrales of windenergie, als dit dossier ons een iets leert, is het wel dat het niemand vooruithelpt om halsstarrig vast te houden aan dogma's en stokpaardjes. Het zijn altijd de gewone mensen die daarvan de dupe zijn. Deze regering heeft tijdig ingegrepen toen dat nodig was. Ik denk niet dat ik overdrijf wanneer ik zeg dat deze bestuursperiode de zwaarste van mijn generatie is geweest. Het ging van corona over een energiecrisis tot een oorlog in Europa. Er was een overheid nodig die haar verantwoordelijkheid nam en dat heeft ze ook gedaan. Ze heeft dat gedaan door de btw te verlagen naar 6 %, energiecheques uit te schrijven en een sociaal tarief uit te breiden en te versterken. Ik wil u dan ook graag persoonlijk bedanken voor uw aandeel daarin. Uiteindelijk draait politiek immers om compromissen sluiten en boven zichzelf uitstijgen. Ik kan alleen maar hopen dat we zo verder te werk zullen gaan.
De onwil van verzekeraars om droogteschade te vergoeden
De vergoeding van droogteschade door verzekeraars
Weigering verzekeraars om droogteschade te vergoeden
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: De discussie draait om de weigering van verzekeraars om droogteschade aan woningen te vergoeden, ondanks een wet (2021) die dit verplicht. Twee op drie claims worden afgewezen, waardoor gedupeerden naar de rechter moeten – vaak onbetaalbaar. Minister Dermagne bevestigt dat 500 van 1.400 dossiers wel werden uitbetaald, maar parlementsleden (Vooruit, CD&V) eisen strengere controles, sancties en betere informatie over verzekeringsmogelijkheden, omdat premiebetalers nu met lege handen staan. Kernpunt: verzekeraars ontwijken hun plicht, terwijl de overheid te weinig handhaaft.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, op een natte dag als vandaag verlangen we wellicht allemaal naar een stralende en warme zomer, op wie vreest voor droogteschade aan zijn huis na dan. Dat is niet alleen een vrees, maar het bleek ook de werkelijkheid voor heel wat mensen in het zuiden van mijn provincie, West-Vlaanderen, en in de Vlaamse Ardennen. Zelfs met een verzekering tegen droogteschade liepen de facturen op. De verzekeraars gebruikten immers jarenlang achterpoortjes om niet te moeten tussenkomen. Dat was onaanvaardbaar en daarom werd op initiatief van Melissa Depraetere een nieuwe wet in dit Parlement aangenomen om die achterpoortjes te sluiten. Voor ons, socialisten, is het maar rechtvaardig dat een verzekeraar de schade vergoedt nadat men jarenlang braaf zijn premies heeft betaald.
Collega’s, we hebben effectief stappen vooruit gezet, maar we zijn er helaas nog niet. Vandaag weigeren verzekeraars immers in twee gevallen van droogteschade op drie om tussen te komen. In geval van weigering moet men maar naar de rechter stappen om de naleving van de wet af te dwingen. Als men dat niet kan betalen, kan men naar zijn tussenkomst fluiten. Dat is toch compleet gaga?
Voor Vooruit is het essentieel om mensen te beschermen tegen bedrijven die hun voeten vegen aan onze wetten. Het is tijd voor actie en de Vooruitfractie vraagt een onderzoek naar de afwikkeling van deze droogtedossiers door de verzekeraars. Er is effectief een doorlichting nodig en sancties mogen hierbij geen taboe zijn.
Mijnheer de minister, bent u bereid om de FOD Economie en de FSMA op te dragen een onderzoek op te starten?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de vice-eersteminister, er werd al gerefereerd aan het weer, aan droge, warme zomerdagen, waarnaar we nu allemaal verlangen, want het weer van de laatste dagen zegt iets anders. Heel wat gezinnen liggen momenteel wakker van de droogteschade aan hun huizen. De nalatigheid van de verzekeraars is een echte schande. De collega besprak reeds de problemen in West-Vlaanderen, maar ook in mijn provincie, in de Vlaamse Ardennen, waar de ondergrond uit klei bestaat, is langdurige droogte een probleem voor mogelijke schade aan woningen.
De Kamer keurde in 2021 de wet goed die bevestigt dat schade door langdurige droogte onder de dekking van natuurrampen valt. Ook het Grondwettelijk Hof trad ons daarin bij. Wat is er dan nog aan de hand, waarom volgen die verzekeraars de wet niet gewoon? Het is toch echt niet logisch dat de verzekeraars dat niet doen. Uit cijfers die collega Van Bossuyt opgevraagd heeft, kunnen we vaststellen dat bij twee gedupeerden van droogteschade op de drie de verzekeraar nog steeds niet tegemoetkomt. Dat kan niet blijven duren.
Mijnheer de vice-eersteminister, gaat u de verzekeraars op de vingers tikken? Zult u bekijken wat er mogelijk is om ervoor te zorgen dat de wet effectief wordt nageleefd?
In tweede instantie, of misschien zelfs in eerste instantie, zult u ervoor zorgen dat de bevolking zeker weet dat er mogelijkheden bestaan om zich te verzekeren tegen dergelijke schade?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt vier minuten spreektijd om op die vragen te reageren.
Pierre-Yves Dermagne:
Collega's, zoals u weet, is schade door een natuurramp sinds 2005 opgenomen in de brandverzekering.
Begin 2021 werd de vraag gesteld of het inkrimpen van de bodem door droogte kan worden beschouwd als een natuurramp waarvoor de brandverzekering moet tussenkomen. Ik heb daarop een werkgroep opgericht om dit te onderzoeken en eind 2021 werd een interpretatieve wet, op initiatief van mevrouw Depraetere, goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Hierin werd bevestigd dat schade door droogte weldegelijk gedekt is door de brandverzekering. Wel is het belangrijk niet te vergeten dat de brandverzekering een schadeverzekering is, waarbij de gewone schade van een verzekerd risico wordt gedekt, maar niet de reparatie of de vervanging van de oorzaak van de schade, noch de verbetering van een bestaande situatie om te voorkomen dat de schade zich herhaalt.
Of de verzekeraar in een concreet geval moet tussenkomen moet uiteraard steeds geval per geval worden onderzocht. Ik heb Assuralia hierover recent nog bevraagd. Sinds december 2021 zijn er ongeveer 1.400 dossiers ingediend voor vergoeding van droogteschade aan woningen. In ongeveer 500 dossiers is de verzekering al tussengekomen en 300 dossiers zijn nog in onderzoek. Ik hoop dat die spoedig kunnen worden afgehandeld.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Het zal aan dit Parlement en aan de nieuwe regering zijn om te tonen dat we de noden van de mensen ernstig nemen. De verzekeraars hebben lobbyisten genoeg, maar de verzekeraars van de gewone mensen zitten hier. Dat zijn wij allemaal. Mensen betalen jarenlang netjes hun premies, om op het einde van de rit met lege handen komen te staan. Dat vinden wij onaanvaardbaar.
Er is 30 miljard euro omzet in de verzekeringssector en 3,7 miljoen euro uitkering voor schadegevallen door droogte aan huizen. Dat zegt genoeg. Voor ons moet het gedaan zijn. De warme maanden komen er weer aan. Laat ons allen samen, ook met mevrouw Van Bossuyt, werken aan een zorgeloze zomer.
Leentje Grillaert:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Met cd&v blijven we erop hameren dat de verzekeraars hun wettelijke verplichtingen moeten nakomen. Dat is toch het minste wat we kunnen vragen. Als mensen jarenlang premies betalen, hebben ze recht op een schadevergoeding. Het is echt niet logisch dat mensen daarvoor moeten strijden en jarenlange juridische procedures moeten ondergaan. Dat is een lijdensweg die we mensen moeten besparen. Ik denk dat we de hand aan de ploeg moeten slaan en dat we moeten bekijken hoe we met wetgevend werk nog bijkomende verzekeringen kunnen inschrijven voor de mensen die schade hebben geleden. We mogen deze mensen niet in de steek laten. Dat is de belangrijkste boodschap die ik vandaag wilde geven.
De toenemende agressie tegen cipiers
De recente incidenten in de gevangenis te Wortel
Geweld tegen cipiers in Vlaamse gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 23 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De escalerende onveiligheid voor gevangenispersoneel – zowel binnen als buiten de muren (brandstichtingen, geweld, intimidatie) – wordt veroorzaakt door overbevolking, drugs, wapenhandels en een tekort aan straffe handhaving, terwijl geïnterneerden (nu >1000) een derde van de agressie-incidenten veroorzaken. Minister Van Tigchelt wijst op genomen maatregelen (strengere straffen, *jamming* van gsms, drugsdetectie, isolatieregimes voor zware criminelen), maar erkent dat geïnterneerden en georganiseerde misdaad de kernproblemen blijven, met beperkte oplossingen door gebrek aan capaciteit en samenwerking met Volksgezondheid. Oppositie (Yzermans, Dillen) eist onmiddellijke, integrale actie: versnelde rechtspraak, hardere straffen voor geweld, betere controles en structurele drukverlichting, met waarschuwingen dat het systeem op instorten staat en vakbonden dodelijke slachtoffers vrezen zonder ingrijpen. De politieke verantwoordelijkheid om het tij te keren wordt benadrukt, maar concrete doorbraken blijven uit.
Alain Yzermans:
Mijnheer de minister, het is steeds vaker de bittere en enige realiteit dat de mensen die ons beschermen door onze gevangenissen te bewaken, nergens veilig zijn, angst hebben op het werk en ook thuis geconfronteerd worden met een aanval op hun familie. De situatie is niet nieuw. De spanning voor ons gevangenispersoneel is enorm, de veiligheid van medewerkers en gevangenen staat op het spel en de oplossingen blijven uit.
Mijnheer de minister, uw voorganger communiceerde fors dat alle straffen zouden worden uitgevoerd, maar de problemen zijn alleen maar toegenomen. De overbevolking toont aan dat forse communicatie niet helpt. De verantwoordelijkheid rust nu op uw schouders. U werkt inderdaad aan meer plaatsen in de gevangenis, maar het vordert niet snel genoeg. Geweld en intimidatie zijn hiervan het resultaat. Molotovcocktails aan de deur van de cipiers, brandende auto’s en agressie vormen het dieptepunt. Voor Vooruit is dat onacceptabel.
Zij die ons beschermen, verdienen onze volledige bescherming. Het hele systeem, van de politie over de magistraten tot de cipiers, die enkel hun plicht vervullen, staat onder druk. De cipiers komen terecht op straat, dat is logisch, maar het is onvoldoende. De politiek moet oplossingen bieden, de pauzeknop indrukken of op de volgende regering wachten is immers geen optie.
Mijnheer de minister, wat kunt u doen voor die mensen, die helden?
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, in de gevangenis van Wortel werden cipiers in twee spuwincidenten op een heel ongepaste en agressieve wijze behandeld. Een maatschappelijk assistent in Antwerpen werd aangevallen en verkracht. In Turnhout raakte een cipier zijn oog kwijt en een andere heeft gescheurde pezen en een gebroken oogkas. Er werd een molotovcocktail gegooid naar de voordeur van een cipier in Haren. Een cipier van Leuven-Centraal zag zijn wagen in vlammen opgaan en kreeg een dreigbrief. Dat zijn maar enkele voorbeelden uit een heel lange lijst van agressieve incidenten tegen cipiers. Elke dag is er wel ergens in een gevangenis agressie. Niet meer alleen binnen de gevangenismuren, maar ook in hun privésfeer worden cipiers alsmaar vaker en agressiever bedreigd.
De cipiers mogen echter niet hard optreden tegen gedetineerden, er zijn veel te weinig controles op drugs en wapens en de gedetineerden worden amper of niet gestraft. Hierin moet verandering komen. De oorzaken van de toenemende agressie zijn bekend: de overbevolking, het steeds groter wordend drugsprobleem en het personeelstekort. Het resultaat daarvan is dat de toestand in de gevangenissen onhoudbaar is en de werkomstandigheden voor het personeel onaanvaardbaar zijn.
Mijnheer de minister, hoe zult u eindelijk paal en perk stellen aan alle vormen van terreur tegen het gevangenispersoneel? Het is de hoogste tijd. Het is niet vijf voor twaalf, maar al heel lang vijf over twaalf.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer Yzermans, mevrouw Dillen, ons gevangenispersoneel moet al langer in moeilijke omstandigheden werken. Nu blijkt dat personeelsleden ook buiten de gevangenismuren slachtoffer worden, aangezien in de voorbije drie maanden drie wagens van cipiers in brand werden gestoken en vernield.
De strijd die wij tegen de zware en georganiseerde misdaad voeren, is daar volgens mij niet vreemd aan. Momenteel zitten meer dan vijfduizend drugscriminelen in onze cellen en daar zitten ook zware jongens tussen, maffiosi die voor niets terugdeinzen en hun criminele handel vanuit de gevangenis voort willen zetten, vaak ten koste van ons personeel.
In de voorbije jaren en maanden hebben we daartegen opgetreden. Wij hebben de straffen voor geweld tegen cipiers opgedreven met het nieuwe Strafwetboek. Collega Yzermans, in de commissie voor Justitie signaleerde ik al dat enkele verdachten van de brandstichtingen ondertussen zijn gearresteerd. Er lopen grondige onderzoeken om de verantwoordelijken van die zware geweldsfeiten bij de lurven te vatten. Bovendien hebben we een bijzonder veiligheidsregime ingevoerd, goedgekeurd in de Kamer in mei, om zware jongens beter te controleren en te isoleren.
Begin dit jaar, enkele weken geleden, heb ik binnen de marge van het regime van lopende zaken ook een project opgestart om op een technisch verantwoorde manier het gsm-gebruik in de gevangenissen onmogelijk te maken door jamming , waardoor gsm-signalen geblokkeerd worden. Het gevangenissysteem beschikt over toestellen om gsm's op te sporen, maar persoonlijk geloof ik meer in de werkzaamheid van jamming .
Daarnaast hebben we ook een nieuw drugsdetectietoestel, state-of-the-art, in werking, en we hebben nog negen toestellen bijkomend aangekocht om drugs effectief op te sporen in de gevangenis, want drugs in de gevangenis zijn en blijven een groot probleem.
Maar laten we wel wezen, het grootste probleem voor de veiligheid van ons personeel zijn nog altijd de geïnterneerden. Het aantal geïnterneerden is de voorbije jaren gestegen van vijfhonderd naar meer dan duizend. Uit de statistieken blijkt dat zij verantwoordelijk zijn voor een derde van de gevallen van agressie.
Collega Yzermans, het is wat het is. Hoe dan ook, dat is niet alleen een probleem van Justitie, maar ook van Volksgezondheid, waar we evenmin veel beterschap zien. De komende jaren moet er vooral werk van worden gemaakt dat de geïnterneerden uit onze gevangenissen worden gehaald. Zij zitten daar niet op hun plaats. Ons personeel is daar bovendien niet voor opgeleid.
Alain Yzermans:
Ik zeg niet dat u wegkijkt. Ik denk dat er een sense of urgency is voor de bescherming van ons personeel. Er is nood aan een en-enoplossing. De behandeling van dossiers loopt vertraging op, men moet eindeloos wachten op gerechtigheid, er is sprake van brutaal geweld in de gevangenis, magistraten worden geïntimideerd, cipiers krijgen te maken met brandbommen voor de deur, kortom, het hele systeem staat op ontploffen. Niemand mag de problemen vandaag onderschatten. De druk op onze gevangenissen moet worden verlicht met het oog op een veilige werkomgeving van onze cipiers. Dat vraagt een bijdrage van iedereen, van de nationale, maar ook van de lokale politiek.
Collega’s, het behoort tot onze verantwoordelijkheid om de ontsporende parallelle samenleving aan te pakken. De veiligheid van het personeel staat op de eerste plaats. Het is aan de volgende regering om te komen met een toekomstplan. (…)
Voorzitter:
Ik zou collega Yzermans willen verontschuldigen voor zijn aandrift. Hij hield zijn maidenspeech in de plenaire. En geef toe, die is veelbelovend. (Applaus)
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, het is een moeilijke problematiek, maar er zijn toch ook een aantal oplossingen. Laat strengere controles op drugs en wapens toe in de gevangenissen. Vandaag gebeuren die veel te weinig ondanks de maatregelen die u al hebt genomen. Zorg voor veel strengere straffen voor agressie door gedetineerden en dat in alle dossiers van agressie tegen cipiers. Er wordt daar vandaag inderdaad nog veel te laks in de gevangenissen mee omgesprongen. U moet de stijgende agressie een halt toeroepen. Als de regering de problematiek nog langer laat etteren, zullen onze gevangenissen ontploffen en zullen er doden vallen, aldus de vakbonden in hun duidelijke waarschuwing. U weigert naar de u inmiddels bekende voorstellen van het Vlaams Belang te luisteren. Ik hoop dat u wel naar die duidelijke noodkreet van de vakbonden en cipiers zal willen luisteren en eindelijk met echte kordate oplossingen voor de dag komt.
De toenemende dreiging vanuit Rusland
Gesteld door
Gesteld aan
Ludivine Dedonder
op 23 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Axel Weydts (Vooruit) waarschuwt voor escalerende Russische dreigingen—sabotage van Noordzeekabels, cyberaanvallen en hybride oorlogsvoering in Europa—en dringt aan op concrete extra maatregelen om kritieke infrastructuur te beschermen. Minister Dedonder (Defensie) benadrukt versterkte NAVO-samenwerking, uitbreiding van maritieme patrouilles (incl. nieuw schip) en een proactief cyberschild via het Cyber Command en EU-partners, maar Weydts noemt dit onvoldoende gezien Poetins onverminderde agressie. Hij pleit voor daadkrachtiger Europese solidariteit en een toekomstige regering die veiligheid, koopkracht *en* gezondheid gelijktijdig waarborgt. Kernpunt: België’s huidige defensie-inspanningen zijn reactief; structurele oplossingen ontbreken nog.
Axel Weydts:
Mevrouw de minister, opeens ligt daar voor de zoveelste keer een Russisch schip in de Noordzee, deze keer gepatrouilleerd door onze vrienden van Groot-Brittannië en Nederland. Dat is ook nodig, dergelijke schepen vormen immers een gevaar. Onze Noordzee ligt vol met datakabels. Als die kabels doorgeknipt worden, verliezen we onze verbinding met de wereld. Onze Noordzee ligt vol met energiekabels. Als die kabels gesaboteerd worden, riskeren wij een probleem met onze energiebevoorrading.
De incidenten stapelen zich intussen op, niet alleen bij ons. Finland rapporteerde vorige week dat het op het nippertje een ramp had vermeden in de Oostzee. Duitsland rapporteerde deze week dat hun militaire basissen overvlogen worden door drones. Ons eigen Cyber Command, waar wij gisteren met de commissie voor Landsverdediging op bezoek waren, vertelde mij gisteren dat de diensten dag in dag uit bezig zijn met het tegengaan van cyberaanvallen op onze instellingen en op ons land.
Collega’s, dit is een oorlog in Europa, niets meer en niets minder. Die oorlog in Europa speelt zich af met verschillende middelen: met wapens in Oekraïne, maar ook via cyberaanvallen en sabotageacties dichter bij ons thuis. Collega’s, dat toont opnieuw aan dat veiligheid niet stopt aan de grenzen.
Mevrouw de minister, voor Vooruit is het essentieel om te investeren in veiligheid. Daarom vraag ik u opnieuw wat ik u drie maanden geleden heb gevraagd.
Wat hebt u bijkomend gedaan om onze kritische infrastructuur te beschermen? Wat hebt u de voorbije drie maanden gedaan om effectief de kritische infrastructuur en onze veiligheid te garanderen, niet alleen op de Noordzee maar ook op het vlak van cyberaanvallen en op andere vlakken?
Ludivine Dedonder:
Mijnheer Weydts, de NAVO heeft naar aanleiding van de incidenten van de afgelopen jaren haar aandacht ten aanzien van kritieke infrastructuur aanzienlijk verhoogd.
De bescherming van deze kritieke infrastructuur is vanzelfsprekend een prioriteit voor de Belgische Defensie en maakt integraal deel uit van onze bredere inzet voor nationale en internationale veiligheid. Wat België betreft, zorgt het Maritiem Informatie Kruispunt te Zeebrugge voor een continue elektronische opvolging van alle scheepvaart in het Belgische deel van de Noordzee, waarbij onze patrouillevaartuigen worden ingezet. Recent werd bovendien de goedkeuring gegeven voor de bouw van een derde patrouillevaartuig. België blijft binnen de NAVO en in samenwerking met onze bondgenoten een constructieve partner om de veiligheid in onze regio en daarbuiten te waarborgen.
Wat cyber betreft, zoals u weet, worden we geconfronteerd met voortdurend veranderende hybride bedreigingen, van desinformatiecampagnes tot cyberaanvallen. In die context moeten we niet alleen reactief, maar ook proactief zijn. Meer dan ooit moeten we onze burgers beschermen. Deze taak kan alleen worden volbracht door een naadloze samenwerking tussen verschillende departementen en tussen naties alsook door een versterkte civiel-militaire samenwerking. Onze nieuwe cybercomponent loopt voorop in deze visie, waarbij nationale defensie-inspanningen worden gecombineerd met deze van de Europese Unie om een cyberschild te vormen. Het Cyber Command is trouwens continu in operatie en zorgt voor een constante monitoring van onze systemen.
Axel Weydts:
Mevrouw de minister, ik vrees dat dit niet zal volstaan. Ik besef dat de regering in lopende zaken is, maar Poetin is dat niet. Hij zal niet stoppen en verderdoen, zelfs ten koste van zijn eigen bevolking, wat zorgwekkend is. Het zal een nieuwe regering toekomen om tegelijkertijd vele crisissen aan te pakken, om onze mensen hun gezondheid, koopkracht en veiligheid te beschermen. Dat vereist een regering die daadkrachtig en op basis van solidariteit optreedt, niet alleen bij ons, maar ook in Europa. Alleen samen zullen we dit overwinnen.
Gesteld aan
Karine Lalieux
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Funda Oru (Vooruit) kaart aan dat plots geschrapte subsidies voor mentale zorg bij kwetsbare jongeren in steden—ondanks eerdere investeringen in gratis psychologische hulp—een taboe versterken en preventie ondermijnen, terwijl minister Lalieux (PVDA) de blokkade door liberale collega’s in de ministerraad hekelt, ondanks beschikbare middelen en dringende OCMW-oplegingen. Lalieux hoopt op herstel onder een toekomstige regering, mede door steun van formateur De Wever, maar Oru benadrukt dat de dupe nu bij jongeren ligt en belooft blijvende socialistische strijd voor toegankelijke zorg, ook in nieuwe onderhandelingen.
Funda Oru:
Mevrouw de minister, ik ben blij dat u, gelet op de omstandigheden, min of meer in orde bent en dat u weer op post bent.
Collega’s, mentaal welzijn kan zwaar wegen, net als een fysieke blessure. In tegenstelling tot een fysieke blessure is mentaal lijden echter zeer vaak onzichtbaar, verborgen, en blijft het onder de radar. Dat neemt niet weg dat het dezelfde tijd, aandacht en zorg verdient als fysiek lijden. Daarom hebben we met deze regering, met Vooruit, ook immens veel geïnvesteerd in mentaal welzijn. Denk maar aan de gratis psychologische hulp voor jongeren en een minister van Volksgezondheid die keer op keer het belang van betaalbare mentale zorg benadrukt.
Maar wat als er toch een taboe heerst inzake psychologische hulp? Dat is vandaag helaas nog steeds het geval in onze grote steden bij heel wat kwetsbare jonge mensen. Formele zorg alleen volstaat dan niet en daarom is het erg belangrijk dat er alternatieve oplossingen zijn om jongeren te kunnen versterken. Dat hebben we ook gedaan met deze regering.
Vandaag las ik echter dat deze middelen aan het einde van deze regeerperiode plots werden geschrapt. Deze middelen en subsidies kwamen kwetsbare jongeren ten goede. Het gebeurde zo plots dat zelfs de organisaties niet op de hoogte waren. Mevrouw de minister, ik heb gelezen dat u verontwaardigd was, net als ik. Voor Vooruit is het essentieel dat wie zorg nodig heeft, deze zorg ook krijgt. Laat het duidelijk zijn: preventie is een sleutel tot succes, voor jongeren zelf en voor onze samenleving.
Mevrouw de minister, de organisaties en de jongeren die zij begeleiden zitten vandaag met de handen in het haar. U bent vandaag nog steeds hun aanspreekpunt. Wat kunt u voor hen betekenen in deze periode?
Karine Lalieux:
Geachte collega, tot mijn grote spijt heeft de ministerraad de derde en laatste schijf van die subsidies niet goedgekeurd. Ik ben daarover echt verontwaardigd. Sommigen vergeten de behoeften van deze generatie jongeren die een opleiding volgen of de arbeidsmarkt betreden en die al zo veel moeilijkheden hebben gekend, vaak veroorzaakt door de covidcrisis. Iedereen zou het nut van die maatregelen moeten inzien.
De betrokken OCMW's hebben me een brief bezorgd waarin ze het belang van die subsidies benadrukken. Ze hebben me gesmeekt om het project voort te zetten. De middelen daarvoor waren beschikbaar. Er was namelijk een akkoord over de subsidies voor drie jaar, maar sommigen hebben er blijkbaar geen enkel probleem mee om hun beloften niet na te komen, want tijdens de ministerraad werd het dossier door mijn liberale collega's geblokkeerd. Nogmaals, ik vind dit onbegrijpelijk.
Ik kan alleen hopen dat de toekomstige arizonaregering dit beleid opnieuw zal opnemen. Aangezien een van de brieven werd ondertekend door huidig formateur Bart De Wever zelf, heb ik hier goede hoop op.
Funda Oru:
Mevrouw de minister, wat er ook aan de basis ligt van die beslissing, die organisaties en jongeren zijn daar vandaag helaas de dupe van. Collega’s, laat het duidelijk zijn, de onderhandelingen van vandaag zijn niet eenvoudig. Juist daarom zitten wij met Vooruit aan tafel: niet omdat het gemakkelijk is, maar omdat wanneer het lastig wordt, men nood heeft aan iemand die strijdt voor zijn belangen. Dat geldt ook voor die kwetsbare jongeren in onze grote steden. Wij strijden voor ondersteuning en begeleiding. Tegelijkertijd kan ik vandaag alleen oproepen om hulp te zoeken als dat nodig is. Het is niet eenvoudig, maar elke stap vooruit is waardevol en wij, socialisten, zullen altijd aan de kant staan van de mensen die hun best doen en hulp nodig hebben, vandaag en ook in de nieuwe regering.
Het vredesproces in het Midden-Oosten
Het akkoord over een staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het mogelijke staakt-het-vuren in Gaza
De onderhandelingen over een staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het akkoord over een staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas
Het mogelijke akkoord over een wapenstilstand in Gaza
Conflictontwikkelingen tussen Israël en Gaza.
Gesteld aan
Bernard Quintin
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na 15 maanden bloedige oorlog tussen Israël en Hamas, met 46.000+ doden in Gaza en 1.200 Israëlische slachtoffers op 7 oktober, brengt een fragiel staakt-het-vuren hoop: 33 gijzelaars zouden vrijkomen, humanitaire hulp kan Gaza bereiken, en het geweld pauzeert—mits Israël het akkoord (nog niet officieel goedgekeurd) nakomt. Kernpunten: De humanitaire crisis (honger, verwoeste infrastructuur, 80% kinderslachtoffers) eist onmiddellijke hulp via UNRWA (waar Israël sancties tegen overweegt), terwijl politieke druk nodig is om een duurzame tweestatenoplossing af te dwingen—met erkenning van Palestina, sancties tegen Israël (om oorlogsmisdaden te bestraffen) en internationale rechtszaken (ICC/IGH) als sleutelvragen. België’s rol: Steun aan UNRWA, diplomatieke druk (o.a. via EU), maar geen concrete sancties of Palestijnse erkenning—wat kritiek uitlokt op dubbele standaarden (vs. Rusland/Oekraïne). Vrede blijft hypothetisch zonder politieke oplossing; het akkoord is een adempauze, geen eindpunt. Scherpe tegenstellingen: Sommigen eisen genocidestop en straf voor Netanyahu, anderen benadrukken Israëls veiligheidsrecht—maar alleen een tweestatenmodel biedt perspectief, mits extremisme aan beide kanten wordt ingetoomd.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, enfin une lueur d'espoir après 15 mois d'horreur. Chers collègues, il y a 15 mois, les attaques barbares du Hamas et du Jihad islamique sur le territoire d'Israël semaient l'effroi dans le monde entier. Près de 1 200 personnes ont été sauvagement tuées, des femmes, des jeunes, des enfants; les terroristes se vantant face caméra de les avoir torturées, exécutées parce qu'elles étaient juives. Il y a 15 mois, les terroristes emmenaient dans la bande de Gaza 251 otages. Le Hamas et le Hezbollah libanais pilonnaient l'État hébreu. Ensuite, ce fut au tour des Houthis du Yémen. Tous les bras armés de l'Iran.
Les attaques du 7 octobre ont entraîné un embrasement régional et une riposte impitoyable de l'armée israélienne, soutenue par les États-Unis. Une riposte que le Hamas savait effroyable, vu le nombre de dommages collatéraux. Et c'est en cela que le groupe terroriste a enfermé la population de Gaza dans une impasse mortifère.
Il s'en est suivi une guerre effroyable, avec des tirs quotidiens de roquettes d'un côté et des bombardements de l'autre. Depuis, des dizaines de milliers de Palestiniens, dont là encore des femmes et des enfants innocents, ont péri dans la bande de Gaza. Avec cette question, jusqu'ici sans réponse: quand va s'arrêter cette folie meurtrière? Quand les otages seront-ils libérés?
Après 15 mois d'horreur, un accord de cessez-le-feu a donc été annoncé hier soir. Mon groupe s'en réjouit, bien entendu. Cet accord doit constituer un tournant, un espoir – avouons-le, à ce stade, hypothétique et précaire puisqu'il n'a pas encore été officialisé.
L'ensemble de la communauté internationale doit redoubler d'efforts en ce sens. Tout est à reconstruire, tout est à construire entre Israéliens et Palestiniens qui n'ont qu'un seul destin: vivre côte à côte, pour que la paix soit juste et durable.
Cela m'amène à mes questions, monsieur le ministre. Que pouvez-vous nous dire concrètement de cet accord et de cette garantie? Il est prévu que 33 otages soient libérés. Qu'en sera-t-il des autres?
Vu la situation complexe dans laquelle se trouve l'UNRWA, comment va s'organiser l'aide humanitaire cruciale dans la bande de Gaza?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, “we wenen en we vieren”, dat zijn de gemengde gevoelens op het terrein, of beter gezegd het slagveld. Er is hoop en opluchting over een potentieel staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas. Er is hoop op dagen van minimale menselijkheid na 15 maanden van bloedvergieten. Er is op hoop op een leven zonder honger, zonder bombardementen en zonder drones, hoop op basiszorg voor fysieke en mentale wonden, hoop voor de gijzelaars dat zij hun familie weer in de armen kunnen sluiten. De uitdagingen blijven echter immens. Israël moet het akkoord nog goedkeuren en het rommelt vandaag in de regering-Netanyahu.
Voor ons en voor de grote internationale gemeenschap is het duidelijk: het verwoesten van mensenlevens moet stoppen. Honderden vrachtwagens met humanitaire hulp moeten Gaza kunnen binnenrijden. Een heropbouw is nodig, zonder dat Gaza weer een openluchtgevangenis wordt. Dat is wat België vraagt en wat cd&v al jaren vraagt.
We moeten echter waakzaam blijven. Er is een potentieel akkoord, maar dit mag geen voorwendsel zijn om met de zegen van president-elect Trump extremisten in die regering te paaien met nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Dat zou catastrofaal zijn voor een tweestatenoplossing en voor een duurzame vrede in de regio.
Komt er een adempauze? Komt er vrede? Komt er niets? We moeten alles in het werk stellen om dit akkoord in alle fasen ervan te ondersteunen. Hoe voorziet u dat? De Europese Unie heeft al 120 miljoen euro voorzien. Welke diplomatieke tussenkomsten voorziet u op de weg naar duurzame vrede?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister en collega’s, we horen het gejuich in de straten van Gaza en we zien vreugde met tranen. Na maanden van horror en verdriet is er eindelijk zicht op het staakt-het-vuren, maar de vraag is of er hoop is op een duurzaam akkoord. De reactie van Netanyahu vandaag is geen goed teken.
Gewone mensen zijn altijd het eerste slachtoffer in een conflict, maar zullen zij ook de eersten zijn die profiteren van het beëindigen van dat conflict? Die vraag is heel moeilijk te beantwoorden. De krantenkoppen zijn positief, maar als we verder lezen maken we ons toch zorgen, want Israël klaagt vandaag al dat Hamas de eerste afspraken niet nakomt en bovendien is er nog heel veel onduidelijkheid over de status van Noord-Gaza, waar velen verdreven zijn.
De wederopbouw is een werk van zeer lange adem. Hoe bouwt men iets op als er niets meer is? Hoe werkt men aan vrede als er zoveel spanning is? Cruciale vragen die enkel beantwoord kunnen worden met voldoende druk van de internationale gemeenschap. Het conflict had al lang moeten stoppen, want er was geen enkele reden om te blijven bombarderen, maar dat is het effect van extremen aan de macht.
Mijnheer de minister, wat Vooruit betreft kunnen de mensen in Gaza niet wachten. Zij hebben vandaag hulp nodig en morgen moet die heropbouw kunnen beginnen. België kan in beide een cruciale rol spelen. UNRWA staat klaar om te starten en om aan de slag te gaan.
Mijnheer de minister, hoe kunnen we garanderen dat de humanitaire hulp heel snel bij de mensen in Gaza terechtkomt?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, c’est un soulagement. Après 15 mois de génocide à Gaza, l’annonce d’un cessez-le-feu a été un soulagement pour les Gazaouis, parce qu’il y a déjà eu assez de morts. Plus de 46 000 morts, selon l’estimation la plus basse, sans parler des conséquences de la famine, du manque de médicaments et du blocage de l'aide humanitaire. Ce cessez-le-feu permettra de sauver ceux qui peuvent encore être sauvés. Par ailleurs, c'est également un soulagement car les otages israéliens et palestiniens seront libérés.
Cet accord a abouti avec l'arrivée de l'administration Trump aux États-Unis, ce qui démontre que les États-Unis peuvent arrêter le massacre en Palestine aujourd'hui, et qu’ils sont complices du génocide actuel, parce que quand ils décident que le massacre doit s'arrêter, ils l'arrêtent. Nous devons donc maintenir la pression sur les États-Unis et sur Israël.
Par ailleurs, cette trêve intervient aussi parce qu'Israël est de plus en plus isolé dans le monde. Il n'a jamais été aussi isolé qu'aujourd'hui, face à une mobilisation mondiale sans précédent. Ne soyons pas dupes: nous devons maintenir la pression, maintenir la mobilisation, parce qu'il y a toujours une occupation en Palestine, il y a toujours une colonisation. Ne faisons pas confiance au gouvernement d'extrême droite pour respecter un cessez-le-feu. S'il n'y a pas de pression, il ne le respectera pas. Nous maintiendrons la pression.
Monsieur le ministre, après 465 jours de génocide, la Belgique n'a toujours pas pris de sanctions contre Israël. Allez-vous mettre en place des sanctions pour maintenir la pression sur Israël, pour qu'il respecte le cessez-le-feu? Oui ou non, monsieur le ministre?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, dimanche 19 janvier, normalement, si tout se passe bien, les enfants de Gaza vont se lever sans crainte de se prendre une bombe sur la tête, et ce pour la première fois depuis de trop longs mois. Un cessez-le-feu à Gaza semble imminent, même si ce n'est pas totalement clair. Cette trêve annonce la fin des bombardements, la libération d'otages et de prisonniers palestiniens. Nous n'y croyions presque plus et, pour la première fois depuis longtemps, une lueur d'espoir est apparue pour les populations civiles massacrées.
Cependant, la situation humanitaire à Gaza reste désastreuse, avec près de 60 000 morts selon certaines estimations, des infrastructures détruites à 80 %, un système de soins de santé à l'arrêt, des milliers d'enfants traumatisés et amputés, une population déplacée mourant de froid et de faim. Le territoire gazaoui est à genoux. L'un des enjeux actuels est de garantir un accès humanitaire immédiat et inconditionnel à Gaza, en soutenant notamment des organisations comme l'UNRWA.
Ce cessez-le-feu apporte un soulagement, mais il ne peut en aucun cas servir de totem d'impunité. Nous ne cesserons de demander justice pour les dizaines de milliers de Gazaouis massacrés sous les bombes, dans un déchaînement de violence aveugle orchestré par le gouvernement d'extrême droite de Benyamin Netanyahu. Cette barbarie ne peut rester sans réponse ni sans conséquences.
Monsieur le ministre, envisagez-vous de soutenir une enquête internationale sur les crimes de guerre et les crimes contre l'humanité, ainsi que sur les accusations de génocide contre le gouvernement israélien, afin que les responsables soient traduits devant la justice?
Quelles garanties demandez-vous à l' É tat d'Israël pour que cette trêve ne soit pas seulement une pause temporaire, mais un premier pas vers un processus durable de paix et de justice?
L'un des enjeux des prochains jours sera aussi de sortir de Gaza les milliers de blessés graves pour qu'ils puissent être soignés. La Belgique accueillera-t-elle des blessés, comme elle a pu le faire par le passé?
Comment comptez-vous agir aux côtés de vos partenaires européens et internationaux pour reconstruire Gaza dans les vingt à trente prochaines années – car c'est bien le temps qui sera nécessaire pour sa reconstruction – et permettre aux Palestiniennes et Palestiniens de vivre dans la dignité après ces destructions massives?
Et puis, la Belgique va-t-elle enfin reconnaître l' État palestinien, comme nous le demandons depuis longtemps?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, j'aimerais y croire. L'accord de cessez-le-feu signé hier entre Israël et le Hamas est peut-être un vrai signal d'espoir. On entrevoit, en tout cas, une lueur.
J'ai vraiment une pensée pour les plus de 47 000 victimes, dont plus de 13 000 enfants. Treize mille enfants ont été assassinés, tués. J'ai une pensée pour toutes ces femmes, qui doivent aussi aujourd'hui scruter les heures qui viennent pour voir si cet accord sera respecté car il reste fragile. On a dénombré 73 morts ce matin dont une vingtaine d'enfants encore.
Gaza est complètement détruite et 1,9 million d'habitants, soit 90 % de la population, ont été déplacés. Le cessez-le-feu doit permettre une aide humanitaire massive, une aide médicale d'urgence. Cette trêve est donc un premier pas vers une paix durable qui doit être l'objectif. Car oui, monsieur le ministre, les Palestiniens devraient avoir droit à s'alimenter. Oui, ils devraient avoir droit à boire de l'eau potable. Oui, ils ont des droits en matière de sécurité, de soins médicaux et d'éducation; 95 % des écoles ont été détruites à Gaza. Ils ont droit au logement. Ils devraient avoir le droit de se déplacer librement. Ils devraient avoir le droit, enfin, d'envisager une vie en paix et en sécurité.
Ce dont nous avons besoin, monsieur le ministre, et en particulier les Palestiniens, c'est d'un véritable accord de paix pour que deux É tats reconnus vivent en paix. Israël a le droit de vivre en paix, la Palestine également.
Monsieur le ministre, comment comptez-vous soutenir le retour à la table des négociations afin d'imposer le silence des armes, définitif et sans conditions? Quand la Belgique reconnaîtra-t-elle enfin la Palestine?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, c'est effectivement un moment de soulagement. C'est le soulagement de voir que des familles vont être recomposées, que des prisonniers vont être échangés, que des enfants et des adultes innocents vont cesser de mourir.
C'est aussi – vous ne m'empêcherez pas de le penser – un moment d'amertume, parce que le plan que l'on voit est en fait le plan Biden, qui, depuis huit ou neuf mois, aurait pu être concrétisé. Et il a fallu la main de Trump, celle qui menace plus vite qu'il ne parle, pour que même les plus extrémistes décident qu'il était temps de signer un accord.
Mais c'est un moment de prudence aussi. J'entends déjà certaines voix dire que c'est un accord provisoire. Et c'est ma première question. Quelles sont les garanties que vous, l'Europe, les États-Unis pouvez apporter pour que ce ne soit pas du provisoire? C'est de la prudence parce qu'on est au début du chemin. Or celui-ci sera très long et très compliqué. Comment la Belgique et l'Europe peuvent-elles faire entendre leur voix?
Et, en même temps, c'est une occasion. C'est une occasion qu'il faut saisir pour restabiliser ce Moyen-Orient qui est déstabilisé depuis trop longtemps, et pas depuis la guerre, pour qu'effectivement une solution à deux États – je vous le dis comme je le pense – puisse exister. Quelle sera la voix de la Belgique et de l'Europe, monsieur le ministre? Voilà les questions, en ce moment à la fois peut-être opportun mais toujours prudent, que je voulais vous poser.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, gisteren was er veel opluchting, want er zou eindelijk een staak-het-vuren komen tussen Israël en Hamas. Dat zal hopelijk een einde maken aan het gruwelijke geweld in Gaza. Er vielen al 46.000 doden, er zijn 110.000 gewonden en 100.000 Palestijnen zijn op de vlucht en dakloos. De kinderen lopen daar in de winter verweesd op hun blote voeten door het puin na een zoveelste bominslag.
De wereld wil dat dit ophoudt, maar minder dan 24 uur later staan er alweer grote vraagtekens bij dit akkoord. Opnieuw voerde Israël afgelopen nacht immers zware bombardementen uit. Opnieuw werden 70 mensen gedood, waaronder 20 kinderen. Netanyahu dreigt op dit moment al terug te krabbelen en dat moet ons zorgen baren. Israël heeft zich immers al 15 maanden lang niets aangetrokken van het internationaal en humanitair recht. Er waren aanvallen op burgers, op scholen en op ziekenhuizen. Daar is dus een genocide aan de gang en wie dat niet wil zien is stekeblind. Israëlische ministers zetten immers aan tot geweld, herleiden Palestijnen tot ongedierte en hongeren hen bewust uit. Er zijn veel te veel pijnlijke bewijzen. Zelfs het staak-het-vuren tussen Israël en Hamas kan nooit een reden zijn om dit onbestraft te laten. Daarvoor is Israël veel en veel te ver gegaan.
Ik heb dan ook een aantal vragen, mijnheer de minister.
Welke initiatieven zal onze regering nemen om de inwoners van Gaza te ondersteunen? Hoe zullen we helpen bij de heropbouw van huizen, ziekenhuizen en scholen?
Zal ons land ook pleiten voor onderzoek naar de mogelijke oorlogsmisdaden? De Belgische regering heeft al een hele tijd geleden beslist om tussen te komen in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Mijnheer de minister, waar blijft die tussenkomst?
Bernard Quintin:
Mesdames et messieurs les députés, comme vous l'avez tous dit, "enfin" – je crois c'est le mot qui convient – une lueur d'espoir au Moyen-Orient. Het werd tijd . L'annonce faite hier par le Qatar, l'Égypte et les États-Unis de la conclusion d'un accord entre le Hamas et Israël sur un cessez-le-feu est une étape cruciale. En effet, le gouvernement israélien doit certes encore l'approuver officiellement, mais il est difficile d'imaginer qu'il en soit autrement. Monsieur De Maegd, la première phase sur trois, celle du cessez-le-feu provisoire, doit commencer ce dimanche avec la libération d'un premier groupe d'otages. Nous nous réjouissons tous qu'ils puissent retrouver les leurs.
Dat er een einde komt aan een verwoestende oorlog die 15 maanden duurde, is geweldig nieuws voor Palestijnen en Israëli's die vrede willen. We kunnen ons wellicht niet voorstellen hoezeer Israëli's en Palestijnen snakken naar vrede, rust en perspectief.
Monsieur Boukili, cet accord reprend en effet la structure du plan Biden présenté en mai dernier. Il comprend trois étapes dont les détails doivent encore être négociés.
Comme je le disais, la première phase doit commencer ce dimanche pour une durée de six semaines. Cette première étape, attendue de longue date, permettra de faire taire les armes, de mettre fin à la violence et d'assurer une distribution sûre et effective d'une importante aide humanitaire. Je vous rejoins, monsieur Crucke, ce ne sera pas un long fleuve tranquille.
Madame Van Hoof, un travail diplomatique important reste encore à accomplir pour nous tous. J'en parlerai avec mon homologue égyptien – qui est d'ailleurs l'un des architectes de l'accord – quand je le recevrai à Bruxelles lundi prochain, le 20 janvier. Demain, je m'entretiendrai avec le premier ministre palestinien qui est à Bruxelles.
Nous le savons tous très bien, la situation humanitaire sur place est désastreuse et demande une réponse rapide et immédiate.
De VN-agentschappen en de ngo's bereiden zich voor om de humanitaire hulp op te schalen. Vannacht zouden al een aantal bijkomende trucks met humanitaire hulp toegelaten zijn. Het Wereldvoedselprogramma heeft hulp klaarstaan om drie maanden een miljoen mensen te voeden.
Un programme similaire de l'UNRWA est aussi en préparation. Madame Lambrecht, monsieur Aerts, cette organisation des Nations Unies est évidemment indispensable sur place pour venir en aide à la population locale, que ce soit pour l'aide humanitaire ou la scolarisation de plus d'un million d'enfants qui n'ont plus vu les bancs de l'école depuis deux ans.
Nous suivons d'ailleurs de près la prochaine entrée en vigueur des lois anti-UNRWA votées par la Knesset. Nous continuons à appeler le gouvernement israélien à ne pas les mettre en œuvre. Il n'y a pas d'alternative à l'UNRWA et aux Nations Unies! Les Nations Unies doivent être reconnues et respectées à tous les niveaux!
Madame Maouane, cette avancée positive annoncée hier ne doit pas éclipser la nécessité d'établir clairement les responsabilités pour tous les crimes commis. C'est d'ailleurs essentiel pour tracer un chemin vers une paix durable.
De verantwoordelijken voor de gruweldaden moeten worden gestraft. België heeft altijd gepleit voor de eerbiediging van het internationaal recht en het internationaal humanitair recht. België heeft altijd zijn volle steun betuigd aan het Internationaal Strafhof en het Internationaal Hof van Justitie.
Mijnheer Aerts, bij het Internationaal Hof van Justitie loopt een zaak van Zuid-Afrika tegen Israël. Zoals u weet zal België daaraan meewerken.
Chères députées, chers députés, vous l'avez compris, la Belgique appelle les parties à respecter cet accord et à le mettre en œuvre. C'est une chance unique, comme cela a été souligné par chacune et chacun d'entre vous, de mettre fin à 15 mois d'une guerre absolument terrible, avec un nombre incroyable de victimes innocentes.
Ce sera certes un défi. De nombreux points doivent encore être éclaircis afin de mettre fin de manière permanente aux hostilités et d'établir un horizon politique pour les Palestiniens, les Israéliens et cette région.
Monsieur Lacroix, notre pays soutiendra tous les efforts en vue d'une solution à deux États vivant côte à côte dans la sécurité et la paix, comme nous l'avons déjà fait. Vous vous rappellerez que ma prédécesseure a organisé, quelques jours avant la fin de son mandat, une deuxième conférence sur la solution à deux États, avec le Haut représentant de l’Union européenne pour les affaires étrangères et la politique de sécurité de l'époque, Josep Borrell. C'est en tout cas ce que nous souhaitons toutes et tous ici.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. J'exprime ici, au nom de mon groupe, le vœu que cet accord de cessez-le-feu voie le jour très rapidement et soit durable; le vœu que les otages puissent enfin retourner chez eux pour tenter, tant bien que mal, de surmonter la terrible épreuve qu'ils ont subie, et que les familles des otages décédés puissent entamer un très difficile travail de deuil; le vœu que la population palestinienne de Gaza, après 15 mois de guerre, puisse également être épargnée, secourue par une aide humanitaire cruciale, panser ses plaies et tenter de se construire un avenir légitime. Cet accord de cessez-le-feu marque un espoir après plus de 15 mois d'une guerre effroyable, qui a fait des dizaines de milliers de victimes.
Cependant, nous devons rester très prudents, chers collègues, cet accord ne marquera pas la fin des tensions. Un cessez-le-feu sans perspective politique sérieuse est la porte ouverte à la répétition des horreurs auxquelles on assiste depuis maintenant 75 ans dans cette région. Cet accord, enfin, ne doit pas, monsieur le ministre, nous détourner de l'objectif à long terme de l'instauration d'une paix juste et durable à Gaza, en Cisjordanie et en Israël.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het akkoord is inderdaad een eerste stap om het leed in Gaza te verlichten. Het is een sprankel hoop in het nieuwe jaar. Euforie is nog niet aan de orde. We hebben wel een constructieve houding nodig. Die houding hebt u daarnet ook uitgesproken. We hebben diplomatieke contacten in de komende dagen. Er wordt ook ondersteuning gegeven aan UNRWA om ter plaatse humanitaire hulp te verschaffen. We geven steun aan het Internationaal Gerechtshof en aan het Internationaal Strafhof. Dat zijn belangrijke stappen die België en de Europese Unie kunnen zetten.
We mogen ons echter niet gedragen als een olifant in een porseleinwinkel. Dat is het vandaag immers nog. Wij moeten waakzaam blijven. Dat betekent dat er geen communicerende vaten zijn. Als er een verdere escalatie is op de Westelijke Jordaanoever, moeten we nieuwe stappen durven zetten.
Onze partij denkt in dat verband ook aan een handelsverbod vanuit de nederzettingen naar de Europese Unie en naar België.
De stappen naar een duurzame vrede en een tweestatenoplossing zijn cruciaal, met een erkenning van Palestina. Laten we echter eerst starten met de menselijkheid.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. UNRWA is inderdaad onontbeerlijk en niet vervangbaar. Er zijn geen alternatieven.
De ellende voor de Palestijnen is nog lang niet voorbij. In Gaza en bij de familieleden van de gegijzelden heerst nu hoop. Op de Westelijke Jordaanoever is er echter niets veranderd. Er is daar geen enkel zicht op vooruitgang. Sterker nog, met de nieuwe president in de Verenigde Staten is het einde helemaal niet in zicht.
Iedereen in Europa moet een keuze maken. Voeren wij de druk verder op – die keuze meen ik uit uw antwoord te kunnen opmaken – of kijken we de andere kant uit?
Mijnheer de minister, voor Vooruit is het heel helder: er is nood aan duurzame vrede. Dat kan enkel, zoals u ook hebt aangegeven, door een tweestatenoplossing. Wij blijven daarvoor pleiten. Wij zullen daar hard voor blijven strijden.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, vous avez répondu à plusieurs questions, sauf une: les sanctions. Pourquoi pas de sanctions? Vous dites que la Belgique tient au respect du droit international. Alors, il faut être cohérent: quand ce droit international est violé, il faut sanctionner ceux qui le violent sinon cela n'a pas de sens de dire que la Belgique respecte le droit international.
Vous avez parlé d'une guerre atroce. Je rappelle que ce n'est pas une guerre mais un génocide, monsieur le ministre. C'est un génocide et ce n'est pas moi ou le PTB qui le disons: la Cour internationale de Justice a prévenu du génocide; la Cour pénale internationale a émis un mandat d'arrêt contre Netanyahu; l'ONU a fait un rapport sur le génocide; Oxfam a fait un rapport sur le génocide. Même le monde académique belge s'est mobilisé: 6 700 signatures dans le monde académique belge pour dénoncer le génocide et le manque de sanctions. Ils appellent à sanctionner Israël. Quand allez-vous bouger sur ce sujet? Si vous voulez être cohérent avec votre respect du droit international, il faut le faire parce que pour l'instant, c'est seulement du bla-bla.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Malheureusement, vous l'avez dit, à Gaza, le droit international a été réduit en poussière, emporté par les bombes. Netanyahu et ses complices doivent finir en prison comme les criminels de guerre qu'ils sont. Il ne faut pas oublier ce qui s'est passé. On n'oubliera pas les 300 journalistes tués, on n'oubliera pas la famine organisée, on n'oubliera pas les civils brûlés vifs, on n'oubliera pas le système hospitalier détruit, on n'oubliera pas les camps de réfugiés bombardés, on n'oubliera pas l'aide humanitaire bloquée, on n'oubliera pas le génocide perpétré. On continuera à se battre pour que justice soit rendue, que les criminels soient derrière les barreaux. On continuera à se battre pour que la colonisation s'arrête et pour que l'État de Palestine soit enfin reconnu.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse.
Je suis heureux, car je sens que notre pays est volontaire et qu'il soutiendra le processus des futures négociations. Je reste cependant inquiet quant au respect du droit international. Vous avez été clair. J'espère que le futur gouvernement Arizona le sera tout autant que vous et que vous resterez, le cas échéant, ministre des Affaires étrangères.
J'entends bien que la notion de crime de génocide à Gaza ne fait plus aucun doute. Six mille sept cents universitaires ont signé une lettre ouverte cette semaine, rappelant ce génocide et appelant à des sanctions. Vous avez été clair également sur le respect du droit international. Cela signifie que si on ne le respecte pas, on doit être sanctionné. Israël devra l'être. Il faudra par conséquent faire preuve d'une capacité de résister à toutes les pressions. Et j'espère qu'au sein de l'Arizona, vous parviendrez à vous mettre d'accord sur tout ce que vous avez dit aujourd'hui.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je tiens à le souligner, vous attestez de votre connaissance et de votre maîtrise du dossier. Les contacts que vous nouerez dans les prochains jours prouvent aussi que Bruxelles, ce petit pays qu'est la Belgique, et l'Union européenne ont un rôle à jouer. Je veux soutenir les démarches qui sont les vôtres.
Je pense qu'il ne faut pas se tromper. L' État d'Israël a droit à la reconnaissance de sa souveraineté et à la paix, mais les Palestiniens ont aussi le droit de vivre en paix. Donc, ce que je voudrais tant voir en réalité, pour ces deux États, et seule la constance de l'Union européenne permettra de le montrer, c'est que c'est la nuance qui apporte des solutions. Nous, Les Engagés, c'est aussi en ce sens que nous entendons soutenir votre travail.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, een constructieve houding is belangrijk als wij de inwoners van Gaza willen helpen, als we ervoor willen zorgen dat zij opnieuw humanitaire hulp krijgen en als we willen bijdragen aan de heropbouw aldaar. Daarvoor is er alleszins een staakt-het-vuren nodig. Komt dat er niet omdat Israël zich terugtrekt van de tafel en er de stekker uit trekt, dan moeten we fors reageren, zoals tegen Rusland, toen Poetin Oekraïne is binnengevallen. Dan moeten we het hele gamma aan maatregelen om Israël onder druk te zetten, uit de kast halen. Dan moeten we het Europees handelsakkoord met Israël stopzetten, de import van producten uit de bezette gebieden verbieden, de genocide aldaar politiek erkennen en ook de Palestijnse staat erkennen – ik heb de instemming van velen genoteerd –, want dat laatste blijft meer dan ooit van belang voor een duurzame oplossing voor het geweld in de regio.
De sluiting van de Tupperwarefabriek
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Anja Vanrobaeys (Vooruit) hekelt dat winstgevende Tupperware België sluit zonder sociaal plan, terwijl aandeelhouders miljoenen aan dividenden incasseren, en eist actie tegen multinationals die werknemers dumpen. Minister Dermagne (via Gilkinet) deelt de verontwaardiging, benadrukt juridische onduidelijkheid (licenties, insolventiewet) en belooft rechtenveiligheid en mogelijke wetswijzigingen als de huidige regels tekortschieten. Vanrobaeys kaart aan dat systemisch misbruik (Delhaize, Audi) werknemers onzeker maakt en waarschuwt tegen afbraak van sociale rechten, terwijl Voka die juist wil versoberen. Kernvraag blijft: past België de wetgeving aan om multinationals harder aan te pakken, of accepteert het hun vluchtgedrag?
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, de eigen verantwoordelijkheid doorschuiven naar zelfstandigen, geen sociaal plan willen uitvoeren voor een gezonde fabriek en vandaag als klap op de vuurpijl geen faillissement aanvragen, bij Tupperware neemt men zelfs de telefoon niet meer op. Collega's, waar houdt het op? Hoelang moeten we nog aanvaarden dat onze werknemers getroffen worden door multinationals die een vuil spel spelen? Opnieuw wordt Aalst zwaar getroffen. Vera, Gunther, Nancy, bekenden van mij, waarmee ik piket heb gestaan, zijn vandaag in rouw: zij hebben elke dag keihard gewerkt voor een fabriek die winst maakt, maar blijven vandaag met lege handen achter.
Tupperware verdwijnt uit België, maar niet wegens problemen hier. Vorig jaar boekte het bedrijf 29 miljoen euro winst. De problemen zitten aan de andere kant van de wereld.
Waar zit het geld? De centen die hadden kunnen worden ingezet om een sociaal plan voor de getroffen werknemers te betalen, zitten in de zakken van de aandeelhouders. Dat geld werd uitgekeerd als dividend en de werknemers hier blijven verslagen achter.
Vooruit staat voor de werknemers, die elke dag opnieuw keihard hun best doen. Vooruit staat voor een sociale zekerheid die werknemers beschermt. Wat is men echter met die bescherming, als multinationals daar gewoon hun voeten aan vegen? Erger nog, ze komen daar ook nog mee weg!
Mijnheer de minister, elk nieuw incident is een precedent. Retailers kijken naar Delhaize, multinationals zullen kijken naar Tupperware. Mijnheer de minister, laten we Tupperware hiermee wegkomen of zullen we er wat aan doen?
Georges Gilkinet:
Mevrouw Vanrobaeys, vooreerst mijn beste wensen.
Ik deel u als oude Tupperwareklant graag het antwoord mee van minister Dermagne. De heer Dermagne deelt met u de verontwaardiging over de houding van het Amerikaanse moederbedrijf en de manier waarop het zijn verantwoordelijkheid ontloopt. Hij stelt ook vast dat de situatie vooralsnog heel onduidelijk is. Ik verwijs onder andere naar de kwestie van de licentie tussen de partijen, de insolventiewetgeving, de sluitingswetgeving en de verplichtingen inzake informatie en consultatie van werknemers .Het is dus belangrijk dat de werknemers snel duidelijkheid krijgen van de directie. Al het nodige moet worden gedaan om hun rechten en legitieme belangen te vrijwaren.
Aangezien er momenteel nog geen sprake is van een officiële sluitingsprocedure, heeft er nog geen contact plaatsgevonden tussen het Fonds Sluiting Ondernemingen en de directie of de vakbonden. Zodra een dergelijke sluiting plaatsvindt, zal het fonds de betrokken werknemers informeren over hun rechten.
Onze Belgische insolventiewetgeving, die onder de bevoegdheid van de minister van Justitie valt, bevat verschillende procedures voor bedrijven in moeilijkheden om oplossingen te zoeken. Hier reist ook de vraag of men wel in een situatie van een echt faillissement zit, gezien de financiële situatie van het bedrijf.
Minister Dermagne hoopt dat men dat alles snel kan uitklaren. Hij stelt ook dat indien blijkt dat onze wetgeving geen oplossing heeft voor zulke onrechtvaardige situaties, er moet worden onderzocht hoe we die wetgeving kunnen verbeteren.
Voorzitter:
Ik heb de minister wat meer tijd gegeven, omdat hij het antwoord van minister Dermagne moest voorlezen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord, maar ik betreur dat het verhaal steeds hetzelfde is: werknemers doen elke dag hun best en toch worden ze afgestraft, denk maar aan Delhaize en Audi en nu Tupperware. Ook al hebben veel van de werknemers intussen ander werk gevonden, het feit is dat de multinational eigenlijk het signaal geeft dat de werknemers er niet toe doen, wat hen terecht onzeker maakt. Meer nog, sommigen maken zelfs misbruik van die onzekerheid. Afgelopen week heeft Voka een volledig plan voorgesteld om onze sociale rechten af te breken, alsof de problemen in ons land uniek zijn. Als we kijken naar de buurlanden, treffen we er dezelfde problemen. Men ziet dat de wereld vandaag verandert en dat de vrije markt wordt gedomineerd door valsspelers. Dan kunnen we twee dingen doen: ofwel stemmen we ermee in, ofwel strijden we voor onze idealen. Vooruit zal steeds aan de kant (…)
De automatische boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
Het onterecht opleggen van fiscale boetes in geval van een vergissing te goeder trouw
Het arrest van het Grondwettelijk Hof aangaande fiscale boetes in geval van een fout te goeder trouw
De fiscale boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
De eerbiediging van de rechten van belastingplichtigen door de fiscus bij een fout in de aangifte
Fiscale boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat automatische boetes voor eerlijke belastingfouten onrechtvaardig zijn, maar de fiscus past dit niet toe en blijft onterecht boetes opleggen, zelfs bij kleine vergissingen of fouten door de overheid zelf. Minister Van Peteghem erkent het probleem, benadrukt dat "vergissen menselijk is" en belooft betere afhandeling (o.a. via vereenvoudiging en dialoog), maar critici – van socialist tot liberaal – eisen onmiddellijke stopzetting van het automatisme en een eenvoudiger systeem, omdat gewone burgers en kmo’s nu onevenredig hard worden gestraft ten opzichte van grootverdieners en fraudeurs. Concreet actieplan ontbreekt, terwijl de fiscale complexiteit en bewijslast voor de belastingplichtige de kern van het conflict blijven.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, één verkeerde klik en men gaat de mist in. Voor men het weet, moet men vele euro's aan boetes betalen. Nee, het gaat hier niet over duistere praktijken van malafide organisaties, het gaat over onze eigen belastingdienst. Het gaat over gewone mensen die worden geconfronteerd met hoge boetes voor het zonder kwaad opzet maken van eenvoudige fouten in hun belastingaangifte.
Dat is onacceptabel. Dat zeggen wij socialisten al langer. Niet alleen wij, ook het Grondwettelijk Hof zegt dat dit niet kan. Sterker nog, vandaag worden mensen beboet door fouten van de fiscus zelf. Het volstaat daarvoor soms om akkoord te gaan met het voorstel dat de fiscus doet voor uw belastingaangifte. Hun fout kan zo uw boete worden.
Mijnheer de minister, ik ben heel blij dat u zich hebt aangesloten bij de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Voor Vooruit is het al langer duidelijk: ons belastingsysteem moet eenvoudiger. Wie rijk genoeg is, koopt vandaag het risico van een boete af door een belastingadviseur in te schakelen. Het gevolg? De gewone mensen, die elke dag keihard werken, die keihard hun best doen voor hun geld, lopen het hoogste risico. Dat is toch de wereld op zijn kop?
De socialisten staan aan de kant van de mensen die iedere dag keihard werken, die keihard hun best doen. Mijnheer de minister, de fiscus is duidelijk nog niet onder de indruk van uw uitspraken. Wat gaat u doen om te voorkomen dat de mensen in juni opnieuw onterechte boetes krijgen wanneer zij te goeder trouw en voor de eerste keer een vergissing begaan?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik ben het eens met het Grondwettelijk Hof: een automatische boete bij een overtreding zonder kwaad opzet op de belastingbrief, dat kan niet. Dat kan voor onze fractie al langer niet. Men heeft het recht om zich te vergissen. Geen sanctie voor wie zich een eerste keer vergist in contacten met de overheid staat centraal. Dat zou een automatisch principe moeten zijn.
In 2021 dienden de liberalen al een resolutie in de Senaat in, die werd goedgekeurd. Ook uw fractie heeft die mee ondersteund. Ook u zei in de pers, onlangs nog, dat de beslissing van het Grondwettelijk Hof de juiste was. U staat achter die beslissing. Ook uw fractie heeft dat vandaag nog eens bevestigd in de pers. Men heeft uw standpunt kracht bijgezet. We zijn het dus eigenlijk eens.
Toch is de FOD Financiën uw administratie, mijnheer de minister. Die valt onder uw verantwoordelijkheid en uw bevoegdheid. Ondanks al die oproepen zegt men daar doodleuk: "Het arrest van het Grondwettelijk Hof leggen wij naast ons neer en wij blijven de huidige werkwijze toepassen."
Enerzijds zegt u dat u het arrest van het Grondwettelijk Hof volgt en anderzijds zegt uw administratie dat u op uw kop gaan gaan staan en dat ze gewoon voort zal doen zoals ze bezig is. U bent van de partij van enerzijds, anderzijds, mijnheer de minister, maar ik kan mij niet voorstellen dat u het hiermee eens bent.
Ik heb één duidelijk vraag. Gaan we onze burgers en ondernemers verder automatische boetes blijven opleggen, waarover het Grondwettelijk Hof zegt dat ze niet kunnen, of gaat u uw administratie terechtwijzen en de opdracht geven om hier onmiddellijk mee te stoppen?
Steven Matheï:
Mijnheer de vicepremier, burgers, bedrijven en verenigingen die op een foute manier hun belastingaangifte indienen, krijgen in principe een belastingverhoging van 10 %. Men kan van die belastingverhoging afwijken wanneer er geen sprake is van kwade trouw. We hebben het over het basisartikel zoals het in ons wetboek staat.
De vraag is hoe we dat toepassen in de praktijk, want we zien nu dat de fiscus die 10 % vaak automatisch toepast. Collega’s, dat is geen nieuw probleem, want we hebben dat al aangekaart in november in de commissie.
Mijnheer de vicepremier, u hebt toen verklaard dat het soepeler moet worden toegepast zonder dat het quasi een automatisme wordt. Dat is een zeer goede intentie, waar we ons volledig bij aansluiten. Toch zien we af en toe in de praktijk dat het toch anders gebeurt. Ik neem het voorbeeld van een belastingplichtige die na het indienen van de belastingaangifte een fout vaststelt en dat vervolgens te goeder trouw zelf aangeeft, waarna de fiscus toch een belastingverhoging oplegt. Wij willen daarvan af, want iedereen heeft het recht om zich te vergissen.
Het is natuurlijk belangrijk dat we de belastingen correct innen, maar boetes en procedures mogen niet het doel zijn. Het is logisch dat fraudeurs aangepakt worden, zodat zij hoge boetes betalen en belastingverhogingen krijgen, maar er zou enige mildheid moeten zijn voor de gewone man die voor de eerste keer een fout maakt.
Mijnheer de vicepremier, bent u het daarmee eens en zijn er nog maatregelen in het vooruitzicht om daaraan tegemoet te komen?
Lode Vereeck:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het Grondwettelijk Hof zei onlangs dat wie op zijn belastingaangifte een eerste keer een fout maakt, zonder kwaad opzet – spreek dus maar over een vergissing – daarvoor nooit mag bestraft worden met een belastingverhoging. Dat is nu dus wel het geval. Professor Michel Maus spreekt over een fiscaal schandaal. Duizenden belastingbetalers werden de voorbije jaren onterecht beboet voor een simpele vergissing.
Ondanks de uitspraak van het Grondwettelijk Hof laat de fiscus niet af. Een vergissing op de belastingbrief zal automatisch tot een belastingverhoging blijven leiden. In principe kan een belastingbetaler de boete vermijden als hij aantoont dat hij te goeder trouw is geweest. Dat is echter geen gemakkelijke procedure en de belastingplichtige strijdt met ongelijke wapens, denk maar aan de ongelijke antwoordtermijnen of de reservering van het boetebedrag terwijl de zaak nog hangende is. Het gevolg is dat velen vrij snel de handdoek in de ring gooien.
Mijnheer de minister, ten eerste, over hoeveel boetes en over welk bedrag gaat het hier?
Ten tweede, u pleit in de media voor een klantvriendelijkere fiscus en uniformere richtlijnen, maar u bent wel minister van Financiën. Als het van de heer Bouchez afhangt, bent u dat misschien niet lang meer, maar u bent nog steeds minister van Financiën. Waarom hebt u niet eerder die maatregelen genomen? Het probleem was gekend, daarvoor was er geen uitspraak van het Grondwettelijk Hof nodig.
Ten derde, hoe gaat u nu of in Arizona concreet de heksenjacht door de fiscus aanpakken en afschaffen?
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, errare humanum est , dit-on. Pas pour le SPF Finances visiblement, car le contribuable, lorsqu'il se trompe de bonne foi dans sa déclaration de revenus, se voit infliger une majoration de 10 % de l'impôt. Là où cela devient diabolique – perseverare en l'espèce –, c'est que votre administration continue d'appliquer cette disposition pourtant rejetée par la Cour constitutionnelle qui y voit une non-assurance de la justice fiscale nécessaire à l'égard de l'ensemble des citoyens.
Vous avez déclaré précédemment que vous vouliez voir les procédures administratives modifiées de sorte que le contribuable ne soit pas jugé coupable préalablement, qu'il n'ait pas une charge lourde pour récupérer ces 10 %, qu'il puisse prouver sa bonne foi et ne pas se voir appliquer cette majoration. Aujourd'hui, cette situation est toujours d'actualité alors que vous vous étiez engagé à la faire changer.
Monsieur le ministre, je dois constater que votre administration ne semble pas sensible à vos sollicitations. C'est sans doute un problème en soi. Ce qui est plus important pour moi toutefois est le respect du contribuable et de son droit à la justice fiscale; d'être correctement traité et que la charge de la preuve ne lui incombe pas exclusivement. Je vous rappelle que l'administration m'a en tout cas toujours dit qu'elle est là pour aider le citoyen. Dans ce cas précis, loin de l'aider elle le contraint à des procédures lourdes qui ont pour conséquence de faire renoncer certains de nos concitoyens à leur droit. Cela est tout à fait inacceptable. En tant que libéral, ce n'est pas la vision que j'ai de l'administration fiscale.
Monsieur le ministre, votre position par rapport à ces pratiques serait la bienvenue. Surtout, qu'entendez-vous faire pour que le droit du contribuable et la justice fiscale soient assurés dans ce pays?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wens u allen een heel gelukkig, gezond en succesvol 2025.
Zoals ik al meermaals heb gezegd, moeten we er natuurlijk over blijven waken dat het principe van de goede trouw van de belastingplichtige wordt gerespecteerd. Onze fiscaliteit is complex. We streven naar een correcte naleving van de fiscale wetgeving, maar natuurlijk blijven vergissingen altijd mogelijk. Vergissingen zijn ook menselijk. Het is dan ook belangrijk dat we op een menselijke manier omgaan met eventuele fouten.
Dat principe is al heel lang wettelijk vastgelegd. Er wordt immers geen belastingverhoging opgelegd, indien een fout in de aangifte te wijten is aan omstandigheden buiten de wil van de belastingplichtige. Dat heet overmacht. Bovendien – dat werd nog niet vaak vermeld – wordt er geen belastingverhoging opgelegd voor kleine fouten waarbij het niet-aangegeven bedrag lager is dan 2.500 euro.
Er is inderdaad de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Ik stel vast dat die vandaag wat op flessen wordt getrokken en dat de conclusies van die uitspraak wat verkeerd worden samengevat.
Or, la décision de la Cour constitutionnelle est aussi invoquée par certains pour attaquer tous les accroissements d'impôt. Il est soulevé que les principes de l'accroissement d'impôt ont été mal, voire systématiquement, appliqués pendant longtemps.
Dat wil ik in ieder geval ontkennen. Een belastingplichtige heeft altijd de mogelijkheid gehad en heeft die nog steeds om aan te tonen dat hij te goeder trouw handelt en dat er sprake is van overmacht. Om die belastingplichtige bij te staan, is het natuurlijk wel noodzakelijk dat de administratie de nodige informatie heeft om de onbewuste fout, die waarschijnlijk te goeder trouw is gemaakt, te kunnen corrigeren. Daarom wordt aan de belastingplichtige gevraagd om de reden van de fout mee te delen.
Ce faisant, l'administration suit une recommandation explicite de la Cour des comptes concernant le principe d'égalité.
Na de uitspraak van het Grondwettelijk Hof heb ik mijn administratie nogmaals op het hart gedrukt dat zij er alles aan moet blijven doen om aan de belastingplichtige alle mogelijkheden te bieden om aan te tonen hoe een fout tot stand is gekomen en dat zij er, samen met de belastingplichtige, alles aan moet doen om te vermijden dat er onnodige verhogingen moeten worden vastgesteld.
En effet, ce n'est que par une bonne coopération et un dialogue ouvert entre l'administration, les professionnels du chiffre et les contribuables que nous parviendrons à réduire le nombre d'erreurs et à renforcer la compliance.
Natuurlijk hebben ook wij een heel belangrijke taak. De belastingaangifte is complex. De fiscaliteit en de fiscale wetgeving moeten duidelijker, eenvoudiger en rechtvaardiger worden. Een fiscale hervorming is dan ook meer dan ooit noodzakelijk, een fiscale hervorming die er niet alleen voor zorgt dat de fiscaliteit lager, eenvoudiger, eerlijker en moderner is, maar ook dat het vertrouwen wordt hersteld. Ik ben ervan overtuigd dat dan de problemen waarover we het hier vandaag hebben, uit de wereld zullen zijn geholpen. We zullen daaraan blijven werken en ik hoop dat dat ook voor elk van u geldt.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, na het debat hier vertrekt u weer naar de onderhandelingstafel, terecht, want er is werk aan de winkel. Het werk voor de nieuwe regering ligt klaar.
Ik ben blij met uw uitspraak dat het simpeler moet. Ons belastingsysteem moet inderdaad simpeler en een aangifte doen of een boete aanvechten wanneer men te goeder trouw een fout heeft gemaakt, moet gemakkelijker worden. De aangifte moet een eenvoudige kwestie van minuten worden en niet van vele uren. Belastingplichtigen zouden niet het risico mogen lopen om voor een daadwerkelijke vergissing beboet te worden. Een sterke regering met socialisten moet komaf maken met een complex belastingsysteem, dat enkel goed uitkomt voor wie iemand kan betalen om daarin zijn weg te vinden. Daar maken wij werk van, hier en aan de onderhandelingstafel.
Voorzitter:
Collega's, mevrouw De Vreese, die eerder Vlaams parlementslid was, heeft daarnet voor de eerste keer het woord genomen in het federaal Parlement. Collega El Yakloufi, u hebt zonet helemaal voor de eerste keer in een parlement gesproken, waarvoor mijn gelukwensen. (Applaus)
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, niet heel het systeem is slecht. Het probleem is dat de persoon die zogezegd de vergissing maakt, moet aantonen dat dat te goeder trouw gebeurde, maar door administratieve rompslomp en ellenlange procedures haakt men af.
Voor onze fractie is het probleem de automatische behandeling. Daarin zit het verschil. Het Grondwettelijk Hof heeft de automatische behandeling verworpen en dat oordeel moet worden nageleefd. Volgens Vooruit liggen onze ondernemers aan het zwembad, maar ik moet mijn socialistische kameraden teleurstellen: ze werken dag in, dag uit keihard en zorgen voor welvaart en jobs. Daarmee moeten ze bezig zijn, niet met een strijd tegen een fiscus, die vanuit zijn ivoren toren automatisch boetes oplegt. U zit nog aan de knoppen, mijnheer de minister, dus doe uw job en fluit uw administratie terug!
Steven Matheï:
Mijnheer de vicepremier, u erkent ook dat vergissen menselijk is. We moeten dan ook in de eerste plaats ervoor zorgen dat men zich niet kan vergissen. U hebt hier dan ook nogmaals een pleidooi gehouden voor een grondige belastinghervorming ter vereenvoudiging van de fiscaliteit, die we met de arizonacoalitie hopelijk wel goedgekeurd zullen krijgen.
Als er dan toch een vergissing te goeder trouw wordt gemaakt, moet er ook mildheid zijn. We moeten dus af van het automatisme en er moet een mogelijkheid zijn om tegen de boete in te kunnen gaan. Als dat in de praktijk niet blijkt te werken, moeten we zeker overwegen om dat recht op vergissing op een of andere manier te verankeren.
Lode Vereeck:
66 miljard euro aan subsidies en de Belgische overheid weet nauwelijks wat er met dat geld gebeurt. Er is amper controle, maar ochot, het kleinste foutje op de belastingbrief heeft de fiscus gezien. Dat wordt wel gecontroleerd en direct bestraft. Wie zijn de slachtoffers van die heksenjacht? Dat zijn de kleine mensen, voor wie de fiscale regels te complex zijn en die te goeder trouw een foutje maken, terwijl de grote mannen en fraudeurs binnenkort weer regulariseren of hun proces afkopen. Ik denk spontaan aan Patrick Janssens, de socialistische schepen in Antwerpen, mijnheer El Yakhloufi.
Mijnheer de minister, u zou uw excuses moeten aanbieden aan de bevolking voor de complexiteit van de belastingen, waardoor gewone mensen bijna onvermijdelijk fouten maken, terwijl ze ook nog de rekening gepresenteerd krijgen. Men wordt in dit land sneller en zwaarder gestraft voor een simpele vergissing dan voor het in brand steken van auto's op oudejaar. Daar worden mensen terecht koleirig van.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, je vous remercie de ces quelques réponses. Vous avez rappelé que se tromper est un droit, et je pense qu'il faut le rappeler et le préserver. En effet, il faut éviter de s'engager dans des procédures trop lourdes, précisément pour faire respecter les droits du contribuable. Je compte aussi sur vous pour que, demain, le contribuable ne soit pas présumé coupable par l'administration fiscale, laquelle doit être un partenaire de celui-ci dans les actes qu'il accomplit. Derrière tous ces contribuables, ce sont des travailleurs et des entrepreneurs. C'est le carburant de notre économie, en vérité. Ils ont donc autre chose à faire que de devoir rappeler le rôle d'une administration fiscale. Au-delà des vœux traditionnels que nous formons en début d'année, je souhaite aussi que vous soyez entendu par votre administration. C'est un vœu additionnel.
Het beperkte gebruik van de vouchers voor het Terug-naar-werkfonds
De re-integratie van langdurig zieken via een terug-naar-werktraject
Terug-naar-werkbeleid voor langdurig zieken
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België telt evenveel langdurig zieken (500.000 personen, kost: 23 miljard/jaar) als Duitsland, ondanks goedbedoelde maar weinig effectieve maatregelen—zoals een boete van €1.800 voor ontslag om medische redenen, waar slechts 23 van 3.000 ontslagen werknemers gebruik van maakten. Minister Vandenbroucke erkent dat de doelgroep te beperkt was (alleen medische overmacht) en verruimt vanaf april naar alle invaliden, maar benadrukt dat werkgevers, ziekenfondsen en langdurig zieken zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen—met positieve signalen (meer progressieve wedertewerkstelling en informele trajecten). Oppositie (Ronse, N-VA) en meerderheid (Vanrobaeys, sp.a) eisen strengere, bindende maatregelen—geen vrijblijvendheid, maar actieve begeleiding op maat via VDAB/Forem/Actiris—met druk op werkgevers om re-integratie te prioriteren. Samenwerking tussen politiek en private sector (uitzendkantoren) moet tanden geven aan het beleid.
Axel Ronse:
Collega's, ik geef u een schrijnend cijfer: België telt evenveel langdurig zieken, dus personen die langer dan een jaar ziek thuiszitten, als het grote Duitsland. Onvoorstelbaar! Dat kost ons 23 miljard euro per jaar en het gaat over meer dan een half miljoen mensen. Dat is ontzettend veel.
Mijnheer de minister, ere wie ere toekomt, u hebt in de voorbije vijf jaar meer dan wie ook geprobeerd een aantal maatregelen te nemen om dat aantal terug te dringen Dat zijn goedbedoelde maatregelen, maar volgens mij papieren maatregelen, zonder tanden.
Ik heb er een aantal van geanalyseerd. Zo moet een bedrijf dat iemand wegens medische overmacht ontslaat, een boete van 1800 euro betalen. Die boete dient om een fonds te stijven dat ervoor moet zorgen dat wie ontslagen wordt wegens medische overmacht, met een soort cheque een begeleiding kan aankopen om opnieuw aan de slag te gaan. Dat fonds had in april al meer dan 5 miljoen euro opgehaald. Welnu, weet u hoeveel mensen gebruik hebben gemaakt van die vorm van begeleiding? Ik heb het vandaag gecheckt: dat zijn er 23 van de 3.000 werknemers die sindsdien wegens medische overmacht werden ontslagen.
Mijn vraag is eigenlijk heel eenvoudig. Wat is de reden dat het aantal mensen dat gebruikmaakt van die begeleiding, zo beperkt is?
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, het overkomt heel wat werknemers die langdurig op het werk uitvallen, dat ze na een periode van ziekte terug aan het werk willen, maar niet goed weten hoe ze daaraan moeten beginnen. Eigenlijk willen ze graag aan de slag, maar de vraag is hoe. Zij worden vaak van het kastje naar de muur gestuurd, van de personeelsdienst naar de arbeidsgeneeskundige dienst naar de hr-dienst. Dat is onaanvaardbaar.
Het is goed dat u werk hebt gemaakt van een oplossing voor het probleem, dat er terug-naar-werktrajecten worden aangeboden en coaches de langdurig zieken persoonlijk begeleiden en samen met de werkgevers nagaan welk werk nog haalbaar is. Dat is belangrijk, want werken is belangrijk om zich goed en gelukkig te voelen; het is meer dan alleen geld verdienen. Voor veel mensen is het zelfs een passie. Hoe langer men ziek thuis zit, hoe moeilijker het is om weer aan het werk te gaan. Mijnheer de minister, u hebt wat dat betreft – ere wie ere toekomt; de vorige spreker zei het ook al – een stap vooruit gezet en hebt opnieuw kansen gegeven aan langdurig zieken om weer en met betere begeleiding aan het werk te gaan.
Ook de werkgevers hebben daarin een verantwoordelijkheid. Men kan niet constant werknemers oppompen om dan, nadat ze ziek uitvallen, ze af te voeren en ervan uit te gaan dat men niets meer met hen kan doen. Het is goed dat er sancties zijn. Beter nog, de opbrengsten van die sancties worden geïnvesteerd in preventie en werkbaar werk. Dat is solidariteit, mijnheer de minister.
Welke evolutie ziet u vandaag?
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de werkhervattingspremies? Hoe zorgen we ervoor dat werknemers daarvan effectief gebruikmaken?
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer Ronse, we hebben inderdaad een maatregel genomen die zich specifiek richt op actie die georganiseerd wordt vanuit de private sector met private actoren. Dat idee is gegroeid bij Federgon, waarna wij dat hebben opgepikt en dan hebben beslist om de private sector te betrekken bij het bieden van kansen aan langdurig zieken om weer werk te vinden. We hebben die doelgroep eerst zeer nauw afgebakend tot mensen van wie het contact verbroken werd wegens medische overmacht. Zij zijn definitief ongeschikt verklaard in de context van hun bedrijf. We wilden die doelgroep via private actoren, bijvoorbeeld uitzendkantoren, acties aanbieden om ze kansen te bieden om weer werk te vinden.
Misschien zijn we wat te voorzichtig geweest. We hebben reeds voorzien dat in een tweede fase, vanaf 1 april, de doelgroep zeer sterk verruimd zal worden naar iedereen in invaliditeit. Voorlopig hebben we de doelgroep om budgettaire redenen zeer sterk ingeperkt. Voorlopig is de maatregel geen groot succes, maar toch denk ik dat we daar verder aan moeten werken.
Er is misschien ook nog werk aan het aanbod. Tot nu toe hebben een tiental organisaties zich ingeschreven en een erkenning gekregen om een initiatief op 439 locaties te ontwikkelen. Ik wil de private sector nog even de kans geven om daar een rol in te spelen.
Ik kijk ook uit naar de effecten van de verruiming van de doelgroep naar alle mensen in invaliditeit. Dan komt inderdaad de hele fameuze groep van langdurige zieken in aanmerking. Ik ben het echter volledig met u eens dat de beperkte reactie hierop en op een aantal andere maatregelen aantoont dat heel het beleid in de breedte moet worden versterkt en dat we nog veel meer zullen moeten inzetten op krachtige maatregelen die mensen nieuwe kansen geven.
Mevrouw Vanrobaeys, ik ben het met u eens dat we maximaal een beroep zullen moeten doen op de verantwoordelijkheid van de betrokken langdurig zieken, de ziekenfondsen, de preventieadviseurs-arbeidsartsen en de werkgevers. De verantwoordelijkheid van de werkgever is nu eenmaal cruciaal wanneer men iemand "ontslaat" en zijn of haar contract wegens medische overmacht verbreekt. Ook de werkgever zal meer moeten inzetten op re-integratie.
Er zijn inderdaad ook een aantal gunstige evoluties. Ik zal niet alle cijfers geven, want dat zou te veel vragen. Zo is er een aanzienlijke verbetering van het aantal werknemers die in progressieve wedertewerkstelling zijn ingestapt, een verbetering die zich blijft doorzetten. Ook het aantal personen dat zich bij de diensten voor arbeidsbemiddeling aanmeldt, is fors toegenomen, net zoals het aantal werknemers die zich gewoon tot hun werkgever richten met de vraag om een nieuwe kans te krijgen, de zogenoemde informele trajecten bij werkgevers, waarrond we niet veel regels bepalen.
Ik denk dus dat de zaken in beweging zijn. We mogen hierover zeker niet defaitistisch zijn, maar we zullen inderdaad een krachtiger beleid moeten voeren dat nog meer dan vroeger op de verantwoordelijkheid van eenieder, ook van de werkgever, een beroep zal moeten doen om werknemers die getroffen zijn door ziekte, echt kansen te geven om opnieuw aan de slag te gaan.
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, u zegt eigenlijk op een heel beleefde manier dat u met de vivaldicoalitie niet de partners had om echt tanden te geven aan de maatregelen die u neemt. Wel, ik heb goed nieuws voor u: aan ons hebt u een warme partner om dat wel te doen. We zullen dat de komende maanden ook uitwerken. Ik kijk daar ongelofelijk hard naar uit, want het is broodnodig: 23 miljard euro, 500.000 werknemers die meer dan een jaar lang ziek thuis zijn. Er zijn heel wat mensen die goede redenen hebben om thuis te zijn, maar ook heel wat mensen bij wie er nog potentieel is om te gaan werken.
We moeten af van de vrijblijvendheid. Zodra iemand langdurig ziek is, moeten we bekijken wat die persoon nog kan doen. Op die basis moeten we, met de VDAB, Forem en Actiris, die persoon responsabiliseren en activeren richting werk. Is dat niet bij dezelfde werkgever, dan bij een andere. Laten we daar samen werk van maken, mijnheer de minister, zodat de maatregelen die u hebt genomen, effectief tanden krijgen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik noteer dat alsmaar meer werknemers de weg naar de re-integratie terugvinden, uiteraard via verschillende trajecten, wat u ook hebt aangeduid, en op verschillende manieren. Dat pad moeten we blijven bewandelen want re-integratie kan alleen maar op maat. Er is geen one size fits all -oplossing. Samen kunnen we op die manier de tanker keren. Dat kan, mijnheer Ronse, door iedereen op diens verantwoordelijkheid te wijzen, ook de werkgevers, die bereid moeten zijn mensen die ziek zijn geweest, opnieuw een job aan te bieden. Wij, socialisten, zullen altijd aan de zijde staan van degenen die elke dag hard hun best doen. Wij zullen altijd aan de zijde staan van de langdurig zieken en hun de nodige begeleiding en ondersteuning geven, zodat zij opnieuw aan de slag kunnen en doen wat zij zo graag zouden willen doen.
De lage gasvoorraden
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België staat voor een koude winter met lage gasvoorraden en hoge energieprijzen, verergerd door afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en Poetins energiemanipulatie. Minister Van der Straeten benadrukt dat de EU-maatregelen (86% gevulde Belgische gasvoorraad, prijsplafonds) de bevoorrading en prijzen onder controle houden, maar pleit voor versnelde omschakeling naar betaalbare hernieuwbare energie om koopkracht en concurrentievermogen te beschermen. Seuntjens (Vooruit) dringt aan op structurele oplossingen—zoals de eerdere btw-verlaging—om energiearmoede te voorkomen en herhaalt de noodzaak van collectieve, duurzame energietransitie. Beide onderstrepen dat energiezekerheid een basisrecht is, maar waarschuwen voor blijvende kwetsbaarheid zonder snelle actie.
Oskar Seuntjens:
Mevrouw de minister, buiten wordt het elke dag kouder. Dat is op zich geen probleem. Het wordt winter, zo werken onze seizoenen. Wat wel een probleem is, is dat we dat niet alleen dreigen te voelen aan de temperatuur, maar ook in onze portefeuille. Zo konden we de afgelopen dagen lezen dat het jaren geleden is dat onze gasvoorraad zo laag stond als nu. Een laag aanbod wil ook zeggen hogere prijzen. Tegelijkertijd is men met de beste bedoelingen een energie-eiland aan het bouwen dat 2 miljard moest kosten, maar dat nu bijna 7 miljard zal kosten.
Intussen wordt het buiten elke dag kouder. Hoge energieprijzen, mensen die twijfelen of zij de verwarming aanzetten uit angst voor hoge facturen, we hebben dat al eens meegemaakt. Op zo'n moment is een sterke overheid nodig, die haar verantwoordelijkheid durft op te nemen. Dat is ook de reden waarom wij van Vooruit destijds de btw op energie van 21 % naar 6 % hebben verlaagd. Dat is een heel belangrijke maatregel.
We zijn er echter nog niet. We zijn nog altijd te kwetsbaar. Nochtans liggen de oplossingen voor de hand: Maak komaf met fossiele brandstoffen. Maak komaf met onze energieafhankelijkheid. Iedereen beseft dat. Iedereen hier in de zaal, buiten een aantal vrienden van Rusland, weet dat we niet afhankelijk mogen zijn van een zot als Poetin, als het gaat over onze energiezekerheid.
Mevrouw de minister, het is cruciaal dat we zo snel mogelijk de omslag maken naar betaalbare, duurzame en zekere energie. Tot dat punt moeten we ervoor zorgen dat we de koopkracht van de mensen beschermen tegen te hoge energiefacturen.
Mevrouw de minister, zijn we klaar voor een koude winter?
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer Seuntjens, ik dank u voor uw vraag, waarin u ook de context schetst.
We hebben de afgelopen jaren hard gewerkt. We werden inderdaad geconfronteerd met een dictator – u had het over de zot Poetin – die energie heeft ingezet als wapen en die door kunstmatige schaarste te creëren op de markt ons bezorgd maakte over onze bevoorradingszekerheid en over het feit of we ons huis nog wel zouden kunnen verwarmen en zo ja, tegen welke prijs dan wel. We zagen zelfs prijzen tot 350 euro per megawattuur voor gas. België deelde die bezorgdheid trouwens met de andere landen van de Europese Unie.
Dat heeft ervoor gezorgd dat we in Europa heel wat maatregelen hebben genomen, waaronder de verplichting om de gasvoorraden aan te vullen. Ja, we zijn klaar voor de winter, want de vullingsgraad van de gasvoorraad volgt het vastgelegde schema. Zo was de gasvoorraad in Loenhout gisteren voor 86 % gevuld en in heel Europa staan we op 77 %.
We zijn ook klaar voor eventuele nieuwe prijspieken. We hebben in Europa gewerkt aan een Europees mechanisme om de prijzen te kunnen reguleren. Als we opnieuw pieken zien, schiet dat mechanisme in gang en worden de groothandelsprijzen afgetopt. We moeten inderdaad ook structureel werken en komaf maken met de fossiele brandstoffen. Die zorgen immers voor schrik, volatiliteit en hoge prijzen. Daarom moeten we zo snel mogelijk inzetten op de omslag naar hernieuwbare energie. We moeten daarbij niet alleen over de concurrentiekracht van onze bedrijven waken, maar ook over de koopkracht van onze gezinnen en ervoor zorgen dat de hernieuwbare energie maximaal toegankelijk is voor iedereen en aan de goedkoopste prijs.
Oskar Seuntjens:
Mevrouw de minister, collega's, de feestdagen staan voor de deur. Dat is voor veel mensen een dure periode. Ik wens de mensen oprecht toe dat ze die dagen hun kop niet over hoge energiefacturen hoeven te breken, maar vooral kunnen genieten van tijd met vrienden en familie. Betaalbare energie zou cruciaal en zeker moeten zijn. Uw huis verwarmen, kunnen koken en wassen is een basisrecht. Daarom is het zo belangrijk dat we zo snel mogelijk de omschakeling maken naar duurzame, betaalbare en zekere energie en dat we dat doen met collectieve oplossingen die iedereen meenemen, zoals we in Vlaanderen aan het doen zijn. Mevrouw de minister, het is heel belangrijk dat we de koopkracht van de mensen blijven beschermen en onze fractie zal dat ook in het nieuwe jaar blijven doen.
Het afspringen van het sociaal overleg bij Audi Vorst
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Anja Vanrobaeys (Vooruit) hekelt Audi’s weigering om een sociaal plan af te sluiten en het ondermijnen van de wet-Renault, terwijl minister Dermagne de directie oproept tot verder overleg en pleit voor een verplichte sociaal-plan-wet via het PS-voorstel. Vanrobaeys benadrukt dat socialisten actie en onderhandelingen combineren om werknemers te beschermen, en kritiseert de PVDA voor leeg retorisch activisme. Kern: Audi’s ontwijkgedrag en de nood aan wettelijke afdwingbaarheid van sociale afspraken.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, collega's, hier is een zak geld en trek zelf uw plan, dat was gisteravond de boodschap van Audi. Het was niet de eerste keer dat die multinational zijn ware gelaat liet zien. Onze wetten worden met de voeten getreden en ondertussen is Audi op weg naar de uitgang. En we zullen snel aan de uitgang zijn. Eind februari is het voorbij voor de medewerkers en voor die van de onderaannemers. Is de reden daarvoor dat er geen overnemer is? Audi is niet transparant en houdt de boot af. Volgens mij is de reden dat Audi niet bereid is om tot een sociaal plan te komen.
Collega's, waarom bestaat er nog een wet-Renault als die niet geldt voor multinationals? Een sociaal plan is immers meer dan een zak geld. Kijk maar naar de herstructurering bij Barry Callebaut, daar werd een sociaal plan afgesloten en werd zelfs tewerkstelling behouden. De werknemers werden daar ook niet tegen elkaar opgezet.
Voor Vooruit is het onaanvaardbaar dat multinationals ons sociaal overlegmodel ondermijnen, dat zij werknemers tegen elkaar opzetten en die van de onderaannemers aan hun lot overlaten. Of het hoofdkantoor in Duitsland het nu leuk vindt of niet, wij hebben hier wetten en regels die werknemers beschermen. En die wetten en regels moeten worden nageleefd.
Mijnheer de minister, zult u de wet-Renault doen naleven? Zult u dat sociaal plan afdwingen? Lopende zaken of niet, socialisten laten niet met zich sollen, zeker niet als het gaat om wetten die werknemers moeten beschermen.
Pierre-Yves Dermagne:
Dank u voor uw vraag, mevrouw Vanrobaeys.
Ik ben vanmorgen, net zoals u, wakker geworden met het opmerkelijke nieuws dat de directie weigert om verder met de vakbonden te onderhandelen. Die houding van de directie is zeer uitzonderlijk. Het is vrij ongezien in onze geschiedenis van het sociaal overleg. Het is ook opmerkelijk omdat de directie nog maar vorige week heeft verklaard dat ze een sociaal plan wil afsluiten, tijdens een vergadering van de taskforce Audi vorige dinsdag.
Nu roep ik alle partijen met aandrang op om de besprekingen voort te zetten. De sociaal bemiddelaar staat zoals steeds, en zoals ook al gebleken is in dit dossier, ter beschikking van de partijen.
De betreurenswaardige evolutie in het dossier Audi Vorst bewijst nog maar eens het belang van een verplichting tot het afsluiten van een sociaal plan. Ik hoop dan ook dat dit Parlement eindelijk de bespreking van het wetsvoorstel van de PS aanvat dat gebaseerd is op het ontwerp dat ik voor advies aan de NAR heb voorgelegd. Het is aan het Parlement om die taak op te nemen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik heb u gisteren nog gevraagd om bij de NAR aan te dringen op een advies over alle onze wetsvoorstellen, want dat is inderdaad belangrijk. Ik kan hier vandaag alleen maar vaststellen dat de PVDA het niet eens de moeite vindt om hierover een vraag te stellen, terwijl ze gisteren in de commissie wel een hoop bullshit hebben verklaard. Ze hebben u daar gezegd dat u voor een oplossing moet zorgen, maar u kunt dat niet. Dat is het verschil tussen u en mij, mijnheer Tonniau. Ik doe mee aan de acties, maar ik zit ook aan de onderhandelingstafel. Zo maken socialisten het verschil. We deden dat de voorbije vijf jaar, ook in de Vlaamse regering en nu doen we dat opnieuw. We gaan ervoor om die mensen de bescherming en de ondersteuning te geven die ze verdienen en om echte oplossingen te zoeken waarop ze kunnen rekenen. Daarvoor hebben we altijd gestreden en dat zullen we blijven doen.
De oproep van de ziekenhuisdirecteurs om de zorgsector te hervormen
De ziekenhuisfinanciering
De oproep van de ziekenhuisdirecteurs en de nood aan hervormingen
De financiële situatie van de ziekenhuizen in 2023
De ziekenhuisfinanciering
Ziekenhuisfinanciering en hervorming
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische gezondheidszorg staat aan de rand van een diepe crisis door financiële tekorten, personeelstekort en inefficiënties, blijkt uit een rapport van ziekenhuisdirecteurs dat 16,6 miljard euro verspilling aan kaart brengt door prestatiegeneeskunde (onnodige scans, langdurige opnames) en gebrek aan preventie, digitalisering en resultaatgerichte zorg. Minister Vandenbroucke erkent de noodzaak van hervormingen (minder bedden, meer dagzorg, kwaliteitsfinanciering) en investeringen (5.100 extra VTE’s via het Zorgpersoneelfonds, betere lonen), maar de oppositie (o.a. N-VA, Vlaams Belang) wijst op falend beleid: ondanks recordbudgetten verslechteren de problemen, met sluitingen, ontslagen (bv. HELORA-groep) en een overbelast personeel. De politieke tegenstellingen zijn scherp: rechtse partijen eisen besparingen, splitsing van de gezondheidszorg en aanpak verspillingen (met name in Wallonië), terwijl linkse partijen waarschuwen voor Arizona-bezuinigingen (loonblok, premiekortingen) die de sector verder ondermijnen. Vakbonden kondigen maandelijkse acties aan tegen de "afbraakregering". Kernpunt: Hervorm *nu* (minder prestatiedrang, meer preventie/tech) of riskeer instorting – maar geld alleen lost niets op zonder structurele verandering.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, we stevenen af op een diepe crisis in onze gezondheidszorg. We moeten veranderen om te overleven. Mijnheer de minister, dat staat in dit rapport. Dat is de noodkreet van de Belgische ziekenhuizen vandaag. We moeten hervormen. We moeten nu hervormen. Dat is de diagnose en die is al lang duidelijk. Uw remedie, die linkse recepten, ze werken niet, mijnheer de minister. De sector vandaag, de studie van PwC, eerder nog het IMF, allemaal hebben ze dezelfde duidelijke conclusie: meer is niet het antwoord.
Ook ik heb u hier al een aantal keren diezelfde boodschap gebracht. Er wordt hier ook met groeivoeten gegoocheld: 2, 2,5, 3 %, en dat op 40 miljard per jaar. Geen klein bedrag als u het mij vraagt. Het lijkt wel alsof we hier op een voddenmarkt staan te zwaaien met al die percentages.
Wat moeten we wel doen? Inzetten op preventie, op efficiëntie, op nieuwe technologie. Dat is niet alleen goed voor de patiënt, maar we kunnen op die manier ook nog eens 5 miljard euro per jaar besparen, mijnheer de minister, gewoon door goed in te zetten op preventie, door een andere vorm van gezondheidszorg aan te bieden. Zorg voor een gezondheidszorg die klaar is voor de toekomst. Dat is de vraag vanuit de sector en dat is de vraag aan ons, of beter gezegd, aan u en aan uw arizonacollega's.
Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen.
Voorzitter:
Collega's, alsjeblieft, mag ik respect vragen voor de spreker? Mevrouw De Knop, u heeft nog enkele seconden om af te ronden.
Irina De Knop:
Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen op hun taak. Neem maatregelen tegen de overconsumptie en zorg voor samenwerking tussen ziekenhuizen. Dat is wat de sector vraagt, mijnheer de minister.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trekken aan de alarmbel. Hun rapport over de toekomst van de Belgische gezondheidszorg stelt glashelder vast wat wij al jaren weten: ons zorgsysteem staat onder druk en is niet langer houdbaar. In plaats van noodzakelijke hervormingen door te voeren, blijven wij vastzitten in oude structuren die niet werken. Wij blijven onterecht vasthouden aan het verouderde fee-for-servicemodel dat niet gericht is op de uitkomst van de zorg maar op het aantal geleverde diensten. Dat zorgt voor een verspilling van middelen en het zorgt voor een stijging van de kosten. Volgens het rapport van de ziekenhuisdirecteurs gaat het om een verspilling van 16,6 miljard. 16,6 miljard, laat dat even doordringen.
Wij moeten dus weg van het prestatiegerichte model om te kunnen evolueren naar een resultaatgericht model, aldus de ziekenhuisdirecteurs. Een zorgmodel dat zich dus richt op het verbeteren van de patiëntresultaten in plaats van op de kosten voor het bereiken van dit resultaat.
Ook de digitalisering van ons zorgsysteem moet veel beter en veel sneller. De verschillende systemen moeten op elkaar afgestemd worden zodat de verschillende zorgverstrekkers gemakkelijker kunnen communiceren.
Tot slot, zoals wij allen ook weten, moet er meer ingezet worden op preventie. Keer op keer wordt preventie genoemd als de oplossing voor de toegenomen zorgvraag en voor de stijgende kosten, maar de middelen blijven ondermaats.
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trappen met hun rapport heel wat open deuren in, maar het is goed dat zij er nog eens op wijzen, en dat ze een aantal door de sector gedragen voorstellen naar voren schuiven.
Ik heb dan ook twee vragen voor u. Wat bent u van plan met dat rapport? Hoe zult u paal en perk stellen aan de verspilling van 16,6 miljard euro?
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs hebben vanmorgen een belangrijk rapport verspreid. Ze brachten een dubbele boodschap. Ten eerste vroegen ze om te blijven hervormen. Blijven hervormen, mevrouw De Knop. Ten tweede uitten ze terecht hun zorgen over het tekort aan zorgpersoneel. Als we op ziekenhuisbezoek gaan of als we zelf in het ziekenhuis terechtkomen, voelen we dit allemaal aan. Patiënten vragen handen aan het bed. De druk op het zorgpersoneel zal alleen toenemen en daar moeten we iets aan doen.
Die regering met socialisten – ik weet niet of jullie daarbij waren – heeft al maatregelen genomen met het Zorgpersoneelfonds en heeft een sociaal akkoord uitgevoerd. We hebben toen het moeilijk ging maatregelen genomen, tegen de wind in, bijvoorbeeld bij de verpleegkundeopleidingen. Zijn we er al? Nee, absoluut niet. Moet we verdergaan? Absoluut. Stilstaan is achteruitgaan en we kunnen ons geen stilstand veroorloven.
We moeten dit samen met het terrein doen en vooruitgaan om ervoor te zorgen dat we een kwalitatieve, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg kunnen blijven aanbieden, zoals de ziekhuisdirecteurs vragen. Dat hebben we nodig. In het verleden hebben we daarvoor met alle actoren een toekomstagenda uitgewerkt en zeer ruim onderzocht welke maatregelen er genomen konden worden, met innovatie, andere methodes en nieuwe technologieën.
Mijnheer de minister, hoe gaat u verder werken aan de uitvoering van die toekomstagenda?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, dat de ziekenhuizen door zwaar weer gaan, is helaas geen nieuws. Jaar na jaar zijn wij getuige van de precaire financiële situatie van de ziekenhuizen. 2023 werd afgesloten met een globaal verlies van 174 miljoen. Ook de personeelsproblematiek blijft aanslepen en er worden afdelingen in de ziekenhuizen gesloten.
Nochtans wordt er sinds vorige legislatuur via het Zorgpersoneelfonds 400 miljoen per jaar extra uitgetrokken om ervoor te zorgen dat er meer mensen aan de slag gaan en blijven in de zorg. Afgelopen week kreeg ik cijfers van uw kabinet waaruit blijkt dat het Zorgpersoneelfonds helemaal niet heeft gezorgd voor 5.000 extra voltijdse equivalenten, waarvan u steeds beweert dat ze er zijn. Er is zelfs een daling van het aantal verpleegkundigen in de ziekenhuizen ten opzichte van 2019. Bij de zorgkundigen is er slechts een beperkte toename.
Het is niet verwonderlijk dat de personeelsdirecteurs nu aan de alarmbel trekken. Ze beseffen goed dat er al heel veel geld gaat naar de gezondheidszorg en vragen eigenlijk ook niet om extra geld, maar wel om een echte aanpak van de problematiek. Hun verzuchtingen zijn ook niet nieuw. Ze vragen om te focussen op de kwaliteit van de zorg door te meten, de kosten tegen de baten af te wegen en goede praktijken uit te wisselen en toe te passen. Ze vragen om meer transparantie in de financiering van de zorg en dringen erop aan om een einde te maken aan de versnippering van het zorglandschap.
Mijnheer de minister, deelt u de analyse van de ziekenhuisdirecteurs?
Hoe komt het dat, terwijl er onder de vivaldiregering meer geld dan ooit naar de zorg is gegaan, de problemen er groter dan ooit zijn?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de zorgsector is in crisis. Vandaag, een maand nadat het zorgpersoneel massaal op straat kwam, trekken de ziekenhuisdirecteurs aan de alarmbel.
Volgens hen dreigt er een existentiële crisis, als we een aantal belangrijke problemen niet aanpakken. Als we de vergrijzing het hoofd willen bieden, moet het budget voor de zorg jaar na jaar stijgen. We hebben daarvoor de groeinorm, die vandaag onder vuur ligt. Heel wat zorgpersoneel verlaat de zorgsector wegens de hoge werkdruk, de flexibiliteit en de moeilijke combinatie tussen werk en gezin, wat leidt tot een personeelstekort. Het personeel is op. Voorts is er de ernstige financiële situatie van onze ziekenhuizen.
Je ne sais pas, chers collègues, si vous voyez à quel point la situation est grave aujourd'hui. Nous voyons même un nombre important de licenciements dans le secteur. C’est du jamais vu! Le groupe HELORA, dont fait partie l’hôpital de Jolimont à La Louvière, a annoncé le licenciement de 60 personnes, juste avant les fêtes. C’est révoltant. Cela va encore augmenter la pression sur ceux qui restent. Ils n’en peuvent plus. Nous sommes à 100 % avec ceux et celles qui sont touchés et leurs familles.
De situatie is dus ernstig en de sector kijkt naar de volgende regering voor oplossingen. Wat heeft de arizonaregering echter in petto voor de zorgsector? Tekorten aan budget! De groeinorm, die nu al te laag is, ligt nog verder onder vuur, want de rechtse partijen willen op de zorg besparen. Dat is onaanvaardbaar.
Daarnaast zal de druk op het personeel verder toenemen. Het personeel zal harder moeten werken voor minder loon, door een loonblokkering. De rechtse partijen raken aan de premies voor nacht- en weekendwerk. Dat is een regelrechte aanval op hardwerkende zorgpersoneelsleden. Zij moeten langer werken voor minder pensioen en meer flexibilisering. Er komt binnenkort een echt vergiftigd geschenk onder de kerstboom. Dat heeft de vakbond meteen gezegd.
Mijnheer de minister, u zit mee aan de onderhandelingstafel. Gaat u ermee akkoord dat wat op tafel ligt in de arizonaregering, haaks staat op de noden van de zorgsector? Wat zult u daaraan doen?
Frank Vandenbroucke:
Het rapport dat vanochtend gepubliceerd werd over de ziekenhuizen is een uitstekend rapport. Het verwijst immers naar een reeks lopende hervormingen en geeft aan welke hervormingen nog nodig zijn. Die moeten allemaal gebeuren. Het is dus een uitstekend rapport.
Mevrouw De Knop, u spreekt over 'linkse recepten'. Ik denk dat het rapport dan wel vol staat met 'linkse recepten'. U moet dat echter eens goed bekijken, want ik zie dat niet zo. Het rapport staat gewoon vol met goede recepten die we moeten uitvoeren. Het is dus een uitstekend rapport.
Vervolgens denk ik dat de gezondheidszorg voor zeer grote uitdagingen staat in een ouder wordende samenleving, waarin er meer behoefte is aan zorg en waarin men personeel tekortkomt. We moeten dus blijven investeren en hervormen in de gezondheidszorg. We hebben al geïnvesteerd. Mevrouw Gijbels, ongetwijfeld niet voldoende, maar het Zorgpersoneelfonds heeft gezorgd voor 5.100 extra mensen in de ziekenhuizen, geteld in voltijdse equivalenten. Er was misschien verwarring over cijfers die ik heb gegeven, maar er zijn dus 5.100 extra mensen dankzij dat fonds. Het loon waarmee men vandaag begint te werken als verpleegkundige, zorgkundige of administratief medewerker, is ook aanzienlijk beter dan dat waarmee men vijf jaar geleden begon.
We moeten echter blijven investeren. Het is inderdaad vaak investeren in mensen. Investeren in mensen, collega's, mevrouw De Knop, kost geld. Dus ook in een volgende regering moet er wat mij betreft een betekenisvolle investering kunnen gebeuren in een nieuw sociaal akkoord voor het zorgpersoneel om de lonen en arbeidsomstandigheden te verbeteren. Een nieuw sociaal akkoord, mijnheer Bertels, zou ook moeten worden geïnspireerd door een overleg dat we gedurende vele maanden achter de schermen hebben gevoerd met de werkgevers en de vakbonden van de sector. We hebben daarbij een toekomstagenda op punt gesteld, die onder meer de nadruk legt op de kwaliteit van het werk, de rol van technologie, de digitalisering en de vermindering van onnodige lasten. Die toekomstagenda ligt dus klaar en ik wens dat de volgende regering een betekenisvol budget heeft om die toekomstagenda ook om te zetten in een sociaal akkoord.
We moeten echter ook hervormen in het beroep. Verpleegkunde moet interessanter en aantrekkelijker worden. Verpleegkundigen moeten meer dan vandaag dingen kunnen doen waar ze perfect toe bekwaam zijn. Er moeten minder onnodige lasten zijn voor hen en ze moeten minder werk doen dat ook door andere mensen kan gebeuren. Dat is maar één voorbeeld.
We moeten ook hervormen in de organisatie van de ziekenhuizen. Het rapport zegt heel terecht dat de huidige financiering van de ziekenhuizen er vaak gewoon toe aanzet dat men onderzoeken vermenigvuldigt. Er gebeuren te veel CT-scans. Hoe vaak moeten wij dat nog zeggen? Dat staat ook in het rapport. Wij moeten dus weg van de prestatiegeneeskunde, mevrouw De Knop. Dat staat in dat rapport waar u zo mee hebt gezwaaid. Dat staat erin.
Dat betekent bijvoorbeeld dat wij, als het gaat over scans, de ziekenhuizen het geld zullen geven dat nodig is op basis van de behoeften van de bevolking die zij bedienen. Wij kunnen niet de eindeloze vermenigvuldiging van onderzoeken en prestaties blijven financieren. Dat staat in het rapport. Is dat links, is dat rechts? Neen, dat is gewoon modern.
Zo zullen we nog andere dingen in de financiering ook moeten hervormen. Wij moeten veel meer financieren op basis van kwaliteit. Dat staat ook in het rapport. Wij moeten verder verschuiven naar een dagziekenhuis, ook om verpleegkundigen niet nodeloos nachtenlang te laten werken met loutere surveillanceopdrachten omdat mensen in een ziekenhuis verblijven. Meer en meer mensen kunnen thuis verblijven. Dat moeten wij ook doen.
Ik wil ten slotte nog iets toevoegen dat niet in het rapport staat, omdat ik alles wil zeggen. Wij moeten niet alleen verder verschuiven naar daghospitalisatie. Er is te veel beddenhuis. Wij moeten nadenken over welk aantal bedden waar mensen overnachten nog nodig zal zijn op de lange termijn en hoe wij die bedden meer kunnen inzetten voor mensen die langdurige zorg nodig hebben en minder voor het soort acute zorg waarvoor mensen vandaag nog in een ziekenhuis overnachten. Wij zullen dus ook moeten durven concentreren, ook in het belang van het verpleegkundig personeel. Wij moeten dus durven hervormen.
Ik rond af. De vorming van een nieuwe regering is een moment waarop men een zeer (…)
Voorzitter:
Uw tijd is ook op, mijnheer de minister.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, uw antwoord vat samen wat wij net hebben gezegd: u wil meer, meer, meer… Ik heb gehoord dat er meer geld nodig is om de mensen nog beter te belonen. Ik deel de conclusie dat mensen waar voor hun geld moeten krijgen of goed betaald moeten worden voor verricht werk. (Minister Vandenbroucke protesteert.)
Dat vergt echter een hervorming. U moet daar nu niet aan beginnen. Wat hebt u de afgelopen vijf jaar gedaan? U bent er niet in geslaagd om te hervormen. We moeten opnieuw meer geld uitgeven. Blijkbaar mag de waarheid niet worden gezegd. (Rumoer)
Ik maakte geen deel uit van die regering. Ik stel vast… (Hilariteit)
Voorzitter:
U hebt gereageerd op tussenkomsten. Dat telt mee voor uw minuut van repliek. Het staat iedereen vrij de beschikbare minuut te gebruiken zoals hij of zij dat wil.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, werven, werven en nog eens werven, maar 16,6 miljard euro verspilling, dat is niet niets. Laat me even focussen op die verspillingen. Laten we man en paard noemen. Waar vooral liggen de verspillingen? Het is typerend dat geen enkele Franstalige collega hierover een vraag stelt, want de verspillingen liggen natuurlijk vooral in het zuiden van het land. Daar zien we hogere ereloonsupplementen, langere en meer ziekenhuisopnames, minder eerstelijnszorg, meer specialistische zorg, minder digitalisering, minder preventie.
Op preventie moeten we inderdaad vooral inzetten, maar ook daar zien we andere prioriteiten. We zien ook dat de kosten vooral voor de gemeenschappen zijn en de baten voor het federale niveau. Jarenlange Vlaamse solidariteit brengt dus niets op.
Graag wil ik hier een boodschap herhalen die men – hallo N-VA – mee kan nemen naar de onderhandelingen. Stop die verspilling en maak werk van de volledige splitsing van de gezondheidszorg, zodat elke gemeenschap niet alleen haar eigen prioriteiten kan bepalen (…)
Jan Bertels:
Collega's, als socialisten hebben wij geïnvesteerd in de gezondheidszorg en hebben wij die hervormd. Dat zullen we gewoon blijven doen, als het van ons afhangt. Wij zullen blijven strijden tegen inefficiënties. Wij zullen ervoor zorgen dat er een nieuwe, andere financiering komt die veel meer patiëntgericht is, voor patiëntgerichte zorg, geïntegreerde zorg rond de patiënt.
Van sommige uitspraken die ik hier hoor, val ik van mijn stoel. Daarom hoop ik dat als wij die hervormingen doorvoeren, de eerste kleine of grote belangengroep die een probleem opwerpt, niet vertolkt wordt door u, mevrouw De Knop, om die hervorming in het Parlement tegen te houden. Daar hoop ik dan echt op. In dat opzicht stel ik voor dat u ook doet wat u net zei. Houd het niet tegen. Keur een begroting voor de gezondheidszorg goed en dan kunnen die mensen verder hervormen. Nu blokkeert u die gewoon.
Frieda Gijbels:
Collega Eggermont, ik kan u geruststellen. Wij willen niet besparen in de zorg, maar we vinden wel dat geld goed en verstandig moet worden besteed. Geld alleen is echter niet genoeg. We hebben vooral correcte data, een correcte analyse nodig. We moeten zorgen voor zorgkwaliteit. Dat moet voorop staan.
Mijnheer de minister, we hebben al zo vaak gevraagd naar meer transparantie, naar meer data en naar meer data-uitwisseling. Het is heel illustratief dat uw antwoord op mijn vraag naar het aantal extra voltijdse equivalenten in de ziekenhuizen in tegenspraak is met wat u in de pers verkondigt. Ik vind die 5.000 extra voltijdse equivalenten niet terug in uw antwoord op mijn vraag. Daarin is er maar sprake van 1.000 extra zorgkundigen en zelfs van 110 minder verpleegkundigen in de ziekenhuizen. Dat illustreert hoe fout het zit en hoe weinig zicht wij hebben op het systeem van onze gezondheidszorg.
Natalie Eggermont:
Collega Gijbels, het is misschien eens de moeite om het interview van uw collega Francken in Humo te lezen, waarin hij er wél voor pleit om te besparen in de sociale zekerheid om dat geld te kunnen gebruiken voor Defensie. Dat is interessante lectuur. Mijnheer de minister, u hebt niet echt geantwoord op mijn vraag wat we zullen doen met de maatregelen van Arizona. Het is duidelijk dat u niet wilt luisteren, maar wij zullen u doen luisteren. Morgen, op vrijdag 13 december, is er een eerste vakbondsactie gepland tegen de afbraakregering die eraan komt. Het is de eerste actie van vele, want er zal elke maand een actie zijn. De vakbonden zeggen neen tegen de afbraakregering, neen tegen besparen in onze zorg en op de sociale zekerheid, neen tegen de aanvallen op onze lonen en pensioenen en neen tegen meer flexibilisering. Wij zullen er zijn, want we kunnen en moeten Arizona tegenhouden. Het is nog niet te laat om de juiste kant te kiezen, mijnheer de minister.
Het rapport waarin Amnesty International Israël beschuldigt van genocide in Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 5 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België erkent zowel de onaanvaardbare Hamas-aanval van 7 oktober als Israël’s disproportionele reactie—met schendingen van internationaal recht—maar wacht het oordeel van het Internationaal Gerechtshof (dat al plausibiliteit zag voor genocide) af, terwijl het wel juridisch tussenkomt om de Genocideconventie te verduidelijken. Amnesty’s genocide-beschuldiging bevestigt voor de socialisten de noodzaak om actief het hof te steunen en wapenexport te blokkeren, wat België al doet en andere landen oproept te volgen. Humanitaire hulp (zoals evacuatie van Gaza-patiënten) blijft cruciaal, maar politieke druk om het geweld te stoppen moet volgens de oppositie dringend opvoeren. De premier benadrukt dat onmiddellijke vrede en onbeperkte hulptoegang prioriteit hebben, ongeacht de juridische uitspraak.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega’s, Israëlische spindoctors draaien overuren. Het valt wel mee, niets te zien hier, we kunnen niet anders, argumenteren ze. Het is alsof ze de horror uit Gaza willen wegpraten. Het rapport van Amnesty International benoemt echter onze ergste vrees, want volgens het rapport is er geen sprake van een gewone oorlog, maar wel degelijk van een genocide. Willekeurige aanvallen, willekeurige doden, de volledige vernietiging van steden, dorpen en ziekenhuizen: Amnesty International heeft er maar één woord voor, namelijk genocide.
Andere landen trokken al hun conclusies. Zuid-Afrika startte een zaak voor het Internationaal Gerechtshof. Het is nu onze plicht om dat gerechtshof alle steun te verlenen, zodat het zijn werk kan doen. Mijnheer de premier, wij zouden op dat proces spreken. Waar wachten we eigenlijk nog op? Voor de socialisten is de grens bereikt. Ja, we bieden voedselhulp en ja, we geven medische steun, maar dat is niet genoeg.
Mijnheer de premier, wanneer laten wij onze stem horen in het Internationaal Gerechtshof en nemen wij de conclusies uit het Amnestyrapport mee in onze interventie?
Alexander De Croo:
Mevrouw Lambrecht, het is jammer genoeg niet de eerste maal dat we over dat vreselijke conflict in het halfrond spreken. Ons land heeft zeer vroeg duidelijk gemaakt dat de terroristische daad op 7 oktober onaanvaardbaar was, net zoals de disproportionele reactie van Israël met herhaalde schendingen van het internationaal recht, waaronder uithongering van de bevolking en gedwongen volksverplaatsingen.
Een aantal landen hebben inderdaad een procedure aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof. Dat zal moeten onderzoeken of er daadwerkelijk daden van genocide plaatsvinden. In het initiële oordeel heeft het hof de plausibiliteit met betrekking tot verplichtingen betreffende de genocideconventie voor Israël aanvaard. Conform de afspraak in de regering zal ons land in de procedure tussenkomen om de rechter bij te staan in de interpretatie van de genocideconventie. De uitspraak ten gronde gebeurt uiteraard door het hof.
Welke ook de uitspraak van het hof is, die vreselijke oorlog moet stoppen. Er is teveel menselijk leed geweest en er moet onbeperkte toegang voor humanitaire hulp komen. Het geweld moet eindelijk stoppen.
U refereert aan het rapport van Amnesty International. Welnu, daarin roept de organisatie landen op om exact hetzelfde te doen als ons land, namelijk ervoor zorgen dat de export van wapens naar Israël stopt. Ons land heeft steeds de positie ingenomen dat mensen moeten worden beschermd, aan welke zijde ook van het conflict. We hebben ook daden gesteld in de juridische procedure en initiatieven genomen om de export van wapens stop te zetten. Ik nodig andere landen uit om ons daarin te volgen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Terwijl het vandaag op sommige banken nog altijd stil blijft, doen de socialisten wel wat ze kunnen. Afgelopen week nog besloten minister Vandenbroucke en de regering om opnieuw jonge patiënten uit Gaza te evacueren, omdat zij ter plaatse in hun land niet veilig geholpen worden. Dokters die daar levens redden, weten immers dat hun eigen leven op het spel staat. Mijnheer de premier, u beaamt dat dat walgelijk conflict moet stoppen. Dat kan snel, als we de druk maar hoog genoeg blijven houden. Wij geven de strijd nooit op.
Het ontslag van fietskoeriers door Uber Eats
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 5 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Anja Vanrobaeys (socialisten) kaart schandalige uitbuiting van maaltijdkoeriers (onderbetaald, onverzekerd, schijnzelfstandig) aan en wijst op Uber Eats’ weigering om een rechterlijke uitspraak (eerlijk loon en sociale bescherming) na te leven, met ontslagen als straf voor klokkenluiders. Minister Lalieux benadrukt dat de nieuwe wet werkt (rechtbank handhaaft beslissing, Uber *moet* werknemers nu als loonarbeiders behandelen) en belooft controles en sancties (resultaten in 2025), maar Vanrobaeys eist snellere, gecoördineerde actie tegen multinationals die wetten negeren en pleit voor blijvende politieke druk.
Anja Vanrobaeys:
(…) Dan word je gewoon ontslagen, aan de kant gezet, gedumpt. Is je job verdwenen? Deed je het werk soms niet goed? Neen, het gebeurt eenvoudigweg omdat je werkgever omdat je niet meer verder kan uitpersen.
Mevrouw de minister, we kennen de misstoestanden bij de maaltijdkoeriers. Keer op keer gebeurt daar hetzelfde. Het gaat om kinderen op de fiets, mensen zonder papieren op de fiets of mensen zonder verzekering op de fiets. Altijd worden zij nauwelijks betaald en blijven zij bovendien onzichtbaar door hun schijnzelfstandigheid.
Het is goed dat de regering daar een grens aan gesteld heeft. Voor ons, socialisten, is het essentieel dat iedereen zijn deel doet, maar ook zijn deel krijgt. Wij hebben ervoor gezorgd dat koeriers een eerlijk loon en een sterke sociale bescherming moeten krijgen.
Sommige koerierdiensten, zoals Takeaway, zorgen daarvoor. Die laten zien dat het kan. Andere, zoals Deliveroo en Uber, treden echter keer op keer de wet met voeten.
De uitspraak van het de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie was helder: die drie medewerkers verdienen een eerlijk loon en een sterke sociale bescherming. Wat was echter de reactie van Uber Eats? Dat bedrijf negeert dat, het zet die mensen aan de kant en vindt wel iemand anders. Dat is toch wel eigenaardig. Die medewerkers worden beloond door de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie, maar gestraft door hun werkgever.
Mevrouw de minister, ik heb twee vragen voor u. Hoe zult u die werkende mensen beschermen die hun rechten bij het arbeidshof opeisten? Hoe gaat u de multinationals aanpakken die de wet gewoon met voeten treden?
Karine Lalieux:
Geachte collega’s, deze regering heeft er alles aan gedaan om de bescherming van de platformwerkers te verbeteren. De nieuwe wetgeving bevat heldere criteria voor het herkwalificeren van zelfstandige arbeid als arbeidsovereenkomst en zorgt voor meer rechtszekerheid.
In het dossier waarnaar u verwijst heeft de Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie geoordeeld dat de arbeidsrelatie inderdaad moest worden gezien als een arbeidsrelatie in loondienst. Dat bewijst dat de wet werkt. Uber Eats heeft beroep aangetekend tegen deze beslissing en had gevraagd om in afwachting van de behandeling ten gronde de beslissing van de commissie te schorsen. De rechtbank is daar niet in meegegaan. Uber Eats moet de medewerkers vandaag dus beschouwen en behandelen als hun eigen werknemers. De beslissing om hen te ontslaan, is onaanvaardbaar en zal zeker juridische consequenties hebben.
In 2024 werden er grondige controles gedaan bij 15 digitale platformen. Die onderzoeken zijn nog lopende. Gelet op het aantal betrokken medewerkers worden de eerste resultaten pas in het voorjaar van 2025 verwacht.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, nu is de regering in lopende zaken, maar bij de eerste uitspraken van de arbeidsrechtbank en het arbeidshof was dat niet zo. De arbeidsrechtbank zegt nu ook dat dat niet kan, maar toch is er geen enkele verandering op het terrein. Meer nog, als men zijn rechten wil doen gelden, wordt men gewoon ontslagen. Multinationals vegen gewoon hun voeten aan onze wetgeving. Dat kunnen we echt niet laten gebeuren. Dat vraagt een inspanning van ons allemaal, van de inspectie, van de RSZ, van Financiën, maar ook van u als minister.
Het toont in ieder geval aan dat het werk nog niet af is. Dat is de reden waarom wij ons niet verschuilen in de oppositie, maar mee onderhandelen voor een regering. Ik hoop in ieder geval dat alle partijen die zich hier vastberaden hebben getoond, zich ook vastberaden tonen om valsspelers aan te pakken en hardwerkende mensen te beschermen, want alleen zo (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Vanrobaeys.
Het uitstel van de miljardeninvestering door ArcelorMittal
Het industriebeleid en de beslissing van ArcelorMittal
ArcelorMittal
ArcelorMittal's industriebeleid en investeringsuitstel
Gesteld door
Vooruit
Brent Meuleman
CD&V
Leentje Grillaert
PVDA
Robin Tonniau
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 28 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De toekomst van ArcelorMittal Gent – met 5.000 directe en 25.000 indirecte jobs – staat op het spel door het uitstel van een 2 miljard euro groene investering, cruciaal voor CO₂-reductie en industriële innovatie. Oneerlijke Chinese concurrentie, onduidelijke EU-regels, hoge energieprijzen en gebrek aan een robuuste Europese industriestrategie dreigen de staalproductie naar buiten Europa te verdrijven, ondanks Vlaamse (600 mln lening) en federale steun (goedkope stroom). Premier De Croo benadrukt dringende EU-actie (o.a. anti-dumpingmaatregelen, gelijk speelveld) en aankondigt een bezoek van EU-commissarissen aan Gent, maar kritiek blijft: energiebeleid en publieke investeringen falen, terwijl de-industrialisatie versnelt. Socialisten en linkse partijen eisen harde bescherming van jobs en klimaatdoelen, N-VA/Vlaams Belang wijzen ze af.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, de afgelopen dagen heb ik gesproken met vele arbeiders van ArcelorMittal in Gent. Die mensen zijn bezorgd om de toekomst van hun bedrijf.
ArcelorMittal is de parel van de Gentse haven met meer dan 5.000 werknemers, maar het bedrijf heeft zonet een belangrijke miljardeninvestering in nieuwe, groenere infrastructuur on hold gezet. De redenen daarvoor lezen als een spiegel voor de politiek: er is te veel valse concurrentie uit China, er is geen duidelijkheid over de nieuwe Europese spelregels en er zijn te veel vraagtekens rond de industriële strategie op ons continent.
Veel mensen bij ons in Zelzate zien wat voor fantastisch werk er op de site wordt geleverd, want ze werken er zelf of ze hebben vrienden of familieleden die er werken. Zij kijken vandaag naar ons, collega’s, en zij stellen zich de vraag of de politiek kan garanderen dat er een toekomst voor de industrie in Vlaanderen is.
Laat het duidelijk zijn, dit uitstel mag absoluut niet leiden tot afstel, want de innovatie in de Gentse haven is te belangrijk en ook de CO 2 -impact van dat bedrijf is vandaag te groot. Sommigen hebben altijd beweerd dat, als we er voldoende subsidies inpompen of op een magische knop drukken, de toekomst van de fabrieken in onze regio verankerd is. Maar kijk, vandaag beslist ArcelorMittal om in heel Europa geen nieuwe investeringen meer te doen als het op verduurzaming aankomt.
Europa kan niet langer toelaten dat China zwaar vervuilend staal dumpt op onze markt. Onze bedrijven en onze jobs moeten beschermd worden en de welvaart van onze mensen, die dag in dag uit hun stinkende best doen, moet beschermd worden.
Mijnheer de eerste minister, u vertolkt ook vandaag nog onze stem in Europa. Zult u erop aandringen om werk te maken van een eerlijk speelveld en zo het harde werk van alle werknemers van ArcelorMittal belonen?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de eerste minister, het hing al even in de lucht en deze week kwam spijtig genoeg ook de bevestiging: ArcelorMittal steekt de cruciale plannen om zijn staalfabriek in Gent te vergroenen in de koelkast. Het gaat om een investering van ruim 2 miljard euro, wat het meteen het grootste klimaatproject van de Belgische bedrijfswereld maakt. Dat dat project nu het zwaard van Damocles boven het hoofd hangt, mogen we absoluut niet negeren.
Die vergroeningsinvesteringen zijn cruciaal, niet alleen om de werkgelegenheid in de regio te beschermen, maar ook omdat door die investeringen de CO 2 -uitstoot in ons land met minstens 3 % zou dalen. Vlaanderen staat klaar met 600 miljoen euro aan leningen en de federale regering staat klaar om de fabriek tien jaar lang van goedkope stroom te voorzien, maar blijkbaar is dat niet voldoende.
Onze fractie kijkt ook naar Europa. Europa moet met de industriële bedrijven naar de tekentafel om een soort green industry deal uit te werken, een deal die ook voor de industrie klopt.
Het gaat trouwens niet alleen over de meer dan 5.000 werknemers van ArcelorMittal in Gent, waarnaar mijn collega al verwees, maar ook over 25.000 werknemers die indirect verbonden zijn met dat bedrijf. Die onzekerheid moet worden weggenomen. Een van de grootste werkgevers uit de regio Gent staat op het punt om dat gigantisch klimaatproject zomaar eventjes in de vuilbak te gooien. Dat kunnen we niet laten gebeuren.
Mijnheer de premier, welke stappen zult u zetten om ArcelorMittal een eventueel beter kader te geven om die broodnodige investeringen veilig te stellen?
Zult u ook aan de Europese Commissie vragen om extra maatregelen te nemen tegen de import van goedkoop staal van buiten de EU en voor een goed investeringsklimaat voor de Europese staalindustrie?
Zult u opnieuw overleggen met de collega's van de Vlaamse (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, zullen wij straks groen staal produceren in Gent of niet? That's the question. Ook de 5.000 werknemers en hun vakbonden bij ArcelorMittal stellen zich deze vraag. Het is een belangrijke vraag voor de toekomst van de hele maakindustrie. ArcelorMittal kondigde namelijk aan zijn groene investeringen in Europa stop te zetten. De staalgigant dreigt ermee om een deel van zijn productieproces te verplaatsen naar buiten Europa. Wij mogen dat niet laten gebeuren.
Op initiatief van de PVDA werd deze week in de Gentse gemeenteraad een motie goedgekeurd om het belang van onze staalindustrie te benadrukken, met de vraag aan de federale, Vlaamse en Europese overheden om in te grijpen, dringend. Deze vraag werd gesteund door alle partijen behalve N-VA en Vlaams Belang. Die partijen staan nooit aan de kant van de werkende klasse.
De hoge energieprijzen zijn het hoofdprobleem in Europa. Die zijn te wijten aan het feit dat wij onze energie in handen hebben gelaten van multinationals als ENGIE, die massaal overwinsten blijven boeken. Het gas dat wij vandaag importeren uit de VS is zo duur dat het wel vloeibaar goud lijkt. Waarmee zijn wij eigenlijk bezig in Europa?
De Gentse motie, die u niet steunde, mevrouw Van Bossuyt, vraagt aan de federale overheid, dus aan u, mijnheer De Croo, en aan Europa om publieke investeringen te doen in hernieuwbare energie. Wij moeten terug controle krijgen over die energie, anders verliezen wij heel onze industrie.
Mijnheer de eerste minister, wat is uw antwoord op die vragen?
Alexander De Croo:
De beslissing van ArcelorMittal om het grootste project inzake industriële reductie van emissie in ons land uit te stellen, is inderdaad zeer verontrustend. Die beslissing is genomen in Gent, maar ook op veel andere plaatsen in Europa. Zo heeft ook het project in Duinkerke zonet hetzelfde nieuws te horen gekregen.
Die situatie leidt tot bijzonder veel bezorgdheid bij de duizenden werknemers en daarnaast nog bij duizenden werknemers van toeleveranciers. Ruimer genomen rijst de vraag of wij in Europa de zware industrie kunnen behouden. Die industrie is de bron van welvaart en de bron van miljoenen jobs. Daarnaast is het via die sector dat we onze groene doelstellingen zullen behalen. We gaan die doelstellingen niet behalen door de industrie in Europa te laten uitsterven, maar wel door die ademruimte te geven om de nodige hervormingen en investeringen te kunnen doorvoeren.
Mijnheer Meuleman, en ik denk ook mevrouw Grillaert, u hebt al aangegeven dat verschillende regeringen de voorbije jaren heel nauw hebben samengewerkt met ArcelorMittal. De Vlaamse regering geeft inderdaad investeringssteun. De federale regering geeft aan dat nucleaire elektriciteitsproductie beschikbaar kan zijn, dat de energienorm klaarligt. Dat alles om ervoor te zorgen dat we binnen Europa een gelijk speelveld zouden hebben, voornamelijk met Duinkerke.
De discussie nu betreft niet een gelijk speelveld binnen Europa, maar wel een gelijk speelveld met de rest van de wereld. Het kan inderdaad niet de bedoeling zijn dat onze industrie die inspanningen levert om te vergroenen, bestraft wordt omdat vuil staal uit andere delen van de wereld hier gedumpt zou kunnen worden. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Dat zou betekenen dat diegenen die het juiste doen uiteindelijk economisch gestraft worden. Dat kunnen we niet aanvaarden.
Dat is ook de reden waarom het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie vorig jaar heel sterk de nadruk heeft gelegd op het behoud van industrie in ons land en ervoor heeft gezorgd dat de regelgeving die we binnen Europa hebben ons in staat stelt om te concurreren met de rest van de wereld.
De samenstelling van de nieuwe Europese Commissie werd gisteren goedgekeurd in het Europees Parlement. De dag voordien heb ik gesproken met een van de vicevoorzitters van de Europese Commissie, Teresa Ribera, over de toekomst van onze industrie en het probleem dat wij hebben in Gent en op vele plaatsen in Europa. Ik heb haar gezegd dat wij haar moeten tonen wat wij aan het doen zijn. Gent is immers een van de productiefste productieplaatsen voor staal in de wereld en heeft het potentieel om een van de groenste productieplaatsen ter wereld te zijn. Het zou waanzin zijn dat Gent bestraft wordt omdat het het juiste aan het doen is.
Ik heb daar vandaag als antwoord op gekregen dat mevrouw Ribera en de heer Stéphane Séjourné, de nieuwe Europese commissaris voor Industriële Strategie, allebei op de uitnodiging zullen ingaan om in de komende dagen een bezoek te brengen aan ArcelorMittal in Gent om met de directie en de werknemers in debat te kunnen gaan. Ik zal daar zelf ook aanwezig zijn. Het lijkt mij dan ook logisch dat de minister-president van de Vlaamse regering, Matthias Diependaele, daar ook aanwezig zal zijn.
Op een moment als dit moeten wij allemaal samen, schouder aan schouder, voor hetzelfde strijden. Dit gaat over de industriële toekomst van Europa in de wereld, over bijzonder veel welvaart van mensen in ons land en over het behalen van onze groene doelstellingen. Dat zal alleen lukken als wij allemaal samenwerken. De sense of urgency is er. Wij moeten er nu eindelijk in slagen om met concrete maatregelen te komen die de zekerheid bieden om die investeringen mogelijk te maken in ons land.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, er is nood aan een premier die voor onze werknemers op de barricaden staat. De innovatie en het harde werk van de mensen bij ArcelorMittal moeten worden beloond. Dat kan alleen met een regering die werk maakt van broodnodige hervormingen, met een regering die pleit voor een transitie waarvan wij allemaal weten dat ze zo essentieel is voor onze toekomst en met een regering die onze industrie beschermt voor valsspelers door die valsspelers keihard aan te pakken.
Dat is de inzet van Vooruit bij deze onderhandelingen. Dat is wat Vooruit de komende vijf jaar zal doen. Het is wat de mensen in heel Vlaanderen en zeker ook in Zelzate van ons verwachten. Op de socialisten kunnen ze rekenen.
Leentje Grillaert:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de eerste minister.
Ik denk dat we allemaal bezorgd zijn dat we deze investeringen mislopen. Dat zou catastrofaal zijn voor de tewerkstelling, voor de welvaart en voor ons klimaatbeleid, zoals u ook zegt. We hebben de plicht als wetgever om de toekomst van de site in de Gentse haven veilig te stellen en om met ons land een leidende rol in de staalindustrie te spelen.
Ik ben blij te horen dat u al actie hebt ondernomen, mijnheer de eerste minister, en dat u binnenkort samen met minister-president Diependaele de site zult bezoeken. Ik heb het genoegen gehad om de site te bezoeken. Ik kan bevestigen dat het een zeer mooi bedrijf is en een toonbeeld voor de industrie. Dat is uiteraard ook te danken aan de vele mensen die daar dag in, dag uit werken
Het is niet de eerste keer dat een dergelijk dossier op ons bord komt en het zal zeker ook niet de laatste keer zijn. Ik steun zeker de sense of urgency.
Robin Tonniau:
Mijnheer De Croo, de weg die we vandaag met Europa volgen is niet de juiste. De de-industrialisatie gaat keihard verder. Alle signalen staan op rood. Hoelang zullen we nog wachten? Hoeveel Van Hools, BelGaNs en Audi Brussels hebben we nog nodig om in te zien dat de politiek uit het verleden vandaag faalt? In zijn communicatie zegt ArcelorMittal duidelijk zelf dat de hoge energieprijs de reden is waarom de klimaatinvesteringen in België, maar ook in Duinkerke en in Asturië in Spanje niet zullen doorgaan zoals voorzien. We moeten dus ingrijpen met publieke investeringen in energie, anders verliezen we al onze industrie. Denk aan de toekomst. Denk aan de toekomst van onze industrie en jobs en neem uw verantwoordelijkheid.
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De onthulling van sociale fraude bij het OCMW van Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De Pano-reportage over onterecht toegekende leeflonen in Anderlecht
De socialebijstandsfraude bij het OCMW van Anderlecht
Het schandaal bij het OCMW van Anderlecht
De fraude bij het OCMW van Anderlecht
Leefloonfraude
De Pano-reportage over het OCMW van Anderlecht
De problemen bij het OCMW van Anderlecht
Fraude en schandalen bij het OCMW van Anderlecht
Gesteld aan
Karine Lalieux
op 21 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om wijdverspreid cliëntelisme, fraude en wanbeheer bij het OCMW Anderlecht, waar leeflonen zonder controle werden toegekend aan mensen zonder recht, terwijl kwetsbaren in de kou bleven. Inspectierapporten (2019-2023) waarschuwden herhaaldelijk, maar minister Lalieux (PS) ondernam onvoldoende actie, ondanks federale bevoegdheid—kritiek linkt dit aan politieke bescherming van PS-bestuurders die trots "klantenpolitiek" verdedigen. Oplossingen (terugvordering gelden, strengere controles, betere werkomstandigheden voor overbelaste maatschappelijk werkers) blijven vaag; oppositie eist harde sancties, transparantie en een audit van *alle* Brusselse OCMW’s om vertrouwen in het systeem te herstellen. Kernpunt: misbruik ondermijnt sociale solidariteit en speelt extremisme in de kaart.
Sammy Mahdi:
Mevrouw de minister, beeldt u zich eens in dat u een gewone hulpbehoevende man of vrouw bent die bij het OCMW aanklopt, maar die in Brussel toevallig niet op de PS stemt – dat kan gebeuren – of die toevallig niet de beste vriend is van de OCMW-voorzitter. Beeldt u zich in dat u ook nog eens geconfronteerd wordt met mensen die zich wel in die positie bevinden en die voorsteken in de wachtrij, die dankzij mails vanwege de voorzitter voorrang krijgen en die duizenden euro’s krijgen, terwijl anderen in de kou blijven staan.
Volgens de PS in Brussel stelt dat helemaal geen probleem, integendeel. Gisteren zei iemand van de PS op tv: ʺ Oui, je suis clientéliste et je suis fier de l’être parce que je suis socialiste. ” Men is er trots op dat men publiek geld, bedoeld voor mensen die echt in nood zijn, gebruikt als politicus om het eigen kiesvee te bedienen. Il faut le faire, zo handelen, met een brede glimlach!
Ik wil de Parti Socialiste nooit meer horen spreken over sociale afbraak. Duizenden euro’s uitdelen zonder controle, dat is sociale afbraak. Geld geven aan wie er geen recht op heeft, dat is sociale afbraak. Mensen die geen steun behoeven, geld geven en laten voorsteken in de rij, en tegelijkertijd mensen met echte behoeftes in de kou laten staan, dat is sociale afbraak.
Het meest wraakroepende is dat uw diensten dat wisten. Ik verwijs naar het inspectieverslag van het OCMW van Anderlecht 2023, waarin staat dat de inspectiedienst rechtstreeks via diverse kanalen is aangesproken naar aanleiding van de reeds gekende problematiek.
Mijn vraag is duidelijk. Uw diensten waren op de hoogte van de toestand. Waarom hebt u niets gedaan? Tegen wanneer zal het geld worden teruggevorderd? Hoe gaan we er samen voor zorgen dat het cliëntelisme van PS-besturen in Brussel een halt wordt toegeroepen?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, weet u wat mensen denken en zeggen als zij die reportage hebben gezien? 't Zijn zotten die werken. Ik weet niet of die uitdrukking bestaat in het Frans, maar het komt erop neer dat er mensen zijn in ons land die keihard werken, terwijl ze zien dat andere mensen er de kantjes van af lopen. Dat is bewezen in de Pano -reportage in Anderlecht, uw geboortestad. Het gaat om fraude en cliëntelisme. De mensen worden daar boos van.
Het gaat over veel geld. In ons land wordt meer dan 2 miljard euro aan leeflonen betaald aan 164.000 leefloners. Dat aantal omvat de inwonersaantallen van Hasselt en Kortrijk gecombineerd. Natuurlijk kunnen we niet al die mensen over dezelfde kam scheren. De essentie is wel dat de echt arme mensen van dat beleid de dupe zijn.
Het ergste is dat de alarmbellen in Anderlecht al jarenlang afgaan. Collega Mahdi verwijst naar het verslag van 2023, maar ook in 2019, in 2020 en in 2022 stond dat letterlijk geschreven, mevrouw Lalieux. Ik citeer: "Maand na maand, jaar na jaar krijgen mensen een leefloon zonder opvolging."
Mevrouw de minister, u was bevoegd. U had het onder uw ogen, maar u hebt niets gedaan. Waarom niet? Is de reden dat de burgemeester en de OCMW-voorzitter van PS-signatuur zijn? Is de reden dat het om uw kiezers gaat? Houdt u vast aan de cultuur om alles besloten te houden? Ik voel in u een zekere vorm van schaamte over wat daar gebeurd is. Het is niet aanvaardbaar.
Mevrouw de minister, ik heb maar twee vragen voor u. Ten eerste, kunt u met de hand op het hart beloven dat dit enkel in Anderlecht is gebeurd, of doet datzelfde fenomeen zich ook in andere gemeenten voor? Ten tweede, waarom hebt u na al die rapporten helemaal niets gedaan?
François De Smet:
Madame la ministre, comme beaucoup ici, j'ai vu ce reportage accablant. Des journalistes parviennent sans difficulté à se faire verser un revenu d'intégration sociale, sans enquête sociale et sans même résider dans la commune d'Anderlecht.
Un président de CPAS nous a livré la définition la plus pure du clientélisme qu'on ait vu depuis très longtemps. En effet, quand on aime les gens, quand on veut les aider, il semble normal pour certains d'aider "un peu plus" ceux qui sont venus les voir.
Ce qui m'a le plus marqué, c'est le témoignage des assistants sociaux – témoignage anonyme car ils veulent peut-être échapper à des rétorsions de leur hiérarchie. Ces assistants sociaux sont en réalité piégés et coincés: ils doivent pour beaucoup traiter 200 dossiers chacun.
Ils sont tellement débordés qu'ils n'arrivent pas à effectuer des vérifications, notamment d'emploi et de domicile. Même quand ils proposent des refus d'allocation d'intégration, ils risquent d'être court-circuités par leur hiérarchie ou leur président de CPAS. Cela provoque une charge supplémentaire et, évidemment, un découragement.
Madame la ministre, il faut être très courageux pour être travailleur social au CPAS d'Anderlecht aujourd'hui. Je pense à eux.
Pour la cohésion sociale, c'est aussi très décourageant. Nous sommes dans une période dans laquelle chaque euro compte. Des affaires de ce genre-là sont terribles parce qu'elles sont dénigrantes pour tous ceux qui ont besoin de cette aide sociale et qui n'arrivent pas à l'obtenir rapidement, peut-être parce qu'ils ne connaissent pas les bonnes personnes.
C'est décourageant aussi pour tous ceux qui contribuent au système, les travailleurs qui, à la sueur de leur front, alimentent le système et qui se disent: à quoi bon? Malheureusement, on le sait, la fraude sociale alimente aussi en retour, hélas, la légitimation de la fraude fiscale, les deux étant évidemment inacceptables. C'est désastreux pour la société toute entière.
Madame la ministre, que saviez-vous de ce phénomène avant l'émission? Vous avez dit ce matin en radio qu'il y avait des rapports d'inspection diligentés. En effet, ils existent depuis trois ans. Qu'avez-vous fait depuis? À votre connaissance, des cas similaires existent-ils dans d'autres communes et d'autres CPAS?
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, uw deel doen en uw deel krijgen, is niet meer dan normaal. Dat betekent dat men gaat werken wanneer men dat kan en dat men ondersteuning krijgt wanneer men daar nood aan heeft. Het is daarom dat Vooruit altijd heeft gestreden voor een deftig leefloon, want dat beschermt de mensen tegen extreme armoede.
Als men zegt te strijden voor een deftig leefloon, dan moet men ook strijden tegen al die misbruiken en daar knelt vandaag het schoentje. De Pano -reportage van deze week, die ik schokkend vind, toonde hoe mensen in Anderlecht schaamteloos misbruik maken van dat systeem. Laat het duidelijk zijn, het gaat niet alleen over maatschappelijk werkers die overbelast zijn door te veel aanvragen of over het bewust misbruiken van een systeem om uitkeringen toe te kennen, het gaat ook over politici die wetens en willens niet luisteren naar de negatieve adviezen van hun maatschappelijk werkers. Die maatschappelijk werkers hebben ten einde raad aan de alarmbel getrokken omdat er van bovenaf niet naar hen werd geluisterd.
Mevrouw de minister, de reactie van sommigen was veelzeggend. Denken dat men mensen vooruithelpt door hen ongegrond een uitkering te geven, vind ik hallucinant. Dat gaat niet. Wij vinden dat men mensen beschermt door hen een leefloon toe te kennen, maar ook door te strijden tegen valsspelers, hoe schrijnend sommige verzonnen verhalen ook lijken.
Ik heb maar een vraag voor u. Er werden al jarenlang inspectieverslagen opgesteld en u zegt dat u de controles hebt opgedreven. Wat zijn de resultaten daarvan en vooral, wat zult u doen opdat zoiets nooit meer kan gebeuren?
Ellen Samyn:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de Pano -reportage van dinsdag over de wantoestanden bij het OCMW van Anderlecht was ontluisterend, maar tegelijkertijd ook weinig verrassend. Corruptie, geldverspilling en wanbeheer zijn natuurlijk niet nieuw in Brussel, zeker niet als er socialisten bij betrokken zijn. Herinner u de Samusocialaffaire van ongeveer 7 jaar geleden, waaruit bleek dat uw partijgenoot Yvan Mayeur de corruptie en de vriendjespolitiek binnen Samusocial en het OCMW van Brussel organiseerde. Mevrouw de minister, u verdedigde de heer Mayeur toen nog in de pers: "Denk maar aan de OCMW's die dankzij Mayeur veel efficiënter samenwerken." Een uitspraak die vandaag kan tellen.
Wij vrezen dat het wanbeheer en cliëntelisme helaas niet alleen bij het OCMW in Anderlecht zal te vinden zijn, maar bij het merendeel van de Brusselse OCMW's. Het wordt maatschappelijk assistenten opzettelijk onmogelijk gemaakt om hun werk goed te doen. Wij vernemen van verschillende personeelsleden van de Brusselse OCMW's dat zij van hun politieke bazen een bevel tot het verlaten van het grondgebied moeten aanvaarden als een geldig identiteitsbewijs, om recht op steun te krijgen. Dat is hallucinant.
Mevrouw de minister, hoe verklaart u dat maar liefst 52,2 % van de leeflonen naar niet-Belgen gaat?
Wat zult u ondernemen opdat in dit land, waar werkende mensen meer dan de helft van hun loon afgeven aan de overheid, deze overheid eindelijk verantwoord omgaat met dat geld en het niet gebruikt voor cliëntelisme en electorale bediening?
Klopt het dat uw kabinet de Inspectie van Financiën toegang heeft geweigerd tot de OCMW-dossiers?
Wanneer zult u eindelijk een eerste aanzet geven om de 19 Brusselse OCMW's te fusioneren?
Isabelle Hansez:
Madame la ministre, les révélations sur les pratiques du CPAS d'Anderlecht sont profondément choquantes. Les témoignages confirmés par cette enquête journalistique révèlent des failles systématiques: absence de contrôle, octroi d'allocations à des personnes qui ne résident pas dans la commune et pressions politiques flagrantes. Ces dérives à la fois éthiques et administratives entachent la confiance des citoyens envers nos institutions publiques et posent la question d'un usage abusif de l'argent public. Elles jettent également un discrédit important sur le travail, pourtant essentiel, accompli quotidiennement par les travailleurs sociaux pour permettre à chacun et chacune de vivre dignement.
Le rapport 2023 du SPP Intégration sociale avait pourtant déjà mis en évidence ces manquements graves, mais il semble qu'aucune mesure concrète n'en ait découlé. Ces dérives clientélistes n'ont donc pas été endiguées.
Madame la ministre, pouvez-vous nous indiquer combien de contrôles ont lieu dans ce CPAS et dans les autres CPAS du royaume par les services du SPP Intégration sociale? Vous dites que vous étiez au courant de certains dysfonctionnements mais vous et votre cabinet étiez-vous au courant de ceux-ci? Comment est-ce possible que de telles situations puissent perdurer malgré les évaluations critiques des services fédéraux? Combien d'autres CPAS pourraient-ils être concernés par des pratiques similaires? Et surtout, quelles mesures envisagez-vous pour garantir un suivi rigoureux des recommandations des rapports d'évaluation pour éviter que ces derniers ne restent lettre morte?
L'inaction politique et la gestion hasardeuse des fonds publics au CPAS d'Anderlecht alimentent un sentiment d'injustice et de défiance croissante envers nos institutions. Chaque euro dilapidé ou utilisé sans contrôle rigoureux fragilise un peu plus la crédibilité de notre démocratie sociale. La réponse politique doit être à la hauteur des enjeux et la transparence doit être complète sur ces faits.
Florence Reuter:
Madame la ministre, on croyait avoir quasiment tout vu dans les dérives et dans la mauvaise gouvernance, mais le reportage de la VRT est édifiant: des pratiques et des dysfonctionnements qui sont tout à fait inacceptables, des enquêtes sociales incomplètes ou totalement inexistantes, pas de visites domiciliaires, l’intervention du politique dans les dossiers, des revenus d’intégration octroyés à des personnes qui n’habitent ni dans la commune, ni même dans le pays, et des adresses fictives.
Tout simplement… Que dire? C’est choquant. C’est juste tout simplement choquant, révoltant. Il s’agit d’argent public, de l’argent du contribuable. Certains travaillent dur pour financer la solidarité. C’est d’autant plus révoltant que, finalement, l’aide sociale ne va pas aux plus vulnérables, à ceux qui en ont réellement besoin.
Madame la ministre, mes questions sont simples. Connaissiez-vous l’ampleur de ces fraudes? Ce phénomène s’étend-il à d’autres communes?
Vous déclarez que le CPAS d’Anderlecht fait l’objet d’une enquête depuis 2021 déjà. Qu’est-ce qui a été mis en place, puisqu’on connaissait vraisemblablement tous ces dysfonctionnements?
Enfin, madame la ministre, fallait-il vraiment attendre un reportage de la VRT pour agir? Des outils de contrôle existent. Vous avez la compétence sur ces contrôles, sur le SPP Intégration sociale. Par ailleurs, 75 % du budget viennent du fédéral. Alors il faut prendre les choses en main! J’attends vos réponses.
Nadia Moscufo:
Madame la ministre, depuis mercredi, après le reportage de la VRT, il y a beaucoup de discussions autour du fonctionnement et des dysfonctionnements du CPAS d'Anderlecht, et c'est bien compréhensible. Tout service qui travaille avec la population doit pouvoir fonctionner correctement, dans le respect de la loi, avec des procédures et des critères clairs, et sans clientélisme. Donc, s'il y a abus, si des personnes reçoivent une aide sociale sans y avoir droit, s'il y a eu passe-droit, c'est inacceptable et il faut faire toute la lumière à ce sujet.
Le reportage montrait aussi la surcharge de travail du personnel du CPAS d'Anderlecht. J'en profite, au nom de mon groupe, pour transmettre toute ma solidarité à tous ces travailleurs qui, au quotidien, travaillent dans une situation intenable. Ils ont plusieurs fois dénoncé cette situation avec leur organisation syndicale. Dans le reportage, un travailleur disait ceci: "Parfois, on se retrouve facilement avec 200 dossiers par personne. Ce n'est vraiment pas possible. Cela devient une charge mentale très dure." Notez qu'avec 200 dossiers par personne, il est impossible de faire ce travail humainement. En effet, derrière chaque dossier, il y a des êtres humains, des familles, des enfants dans des situations complexes et dans une grande précarité.
Alors, madame la ministre, j'ai deux questions à vous poser. Qu'allez-vous faire concrètement pour faire toute la lumière sur la situation au CPAS d'Anderlecht? Et qu'allez-vous faire pour répondre au cri d'alarme du personnel et garantir que tous les CPAS de tout le pays puissent remplir correctement leurs missions?
Wouter Raskin:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, wat we zagen in de tv-reportage, was ongezien: keiharde bewijzen van fraude en van politieke inmenging bij de toekenning van steundossiers en een gewezen voorzitter die zich socialist noemt, " je m’en fous " antwoordt op de beschuldiging van cliëntelisme en er zelfs prat op gaat! Ik vraag mij af wat de leden van Vooruit daarover denken. Maar goed, dat is niet mijn zaak.
Mevrouw de minister, door de uitstekende reportage van Pano heeft iedereen kunnen vaststellen wat er aan de hand is en ligt de zaak open. Dergelijke malversaties, boven op de uitdagingen van vandaag maken dat elk OCMW-beleid onbetaalbaar wordt en dat bevestigt de noodzaak tot responsabilisering van de OCMW’s. Wij moeten dringend kwalitatieve en kwantitatieve parameters uitwerken die ons toelaten de goede en de slechte leerlingen in de klas te onderscheiden. OCMW’s die op aanklampende begeleiding, op activering en op sociale integratie inzetten, moeten een bonus krijgen. De andere moeten tegen een malus aanlopen.
Mevrouw de minister, dat verhaal vertellen wij al heel lang, ook al worden wij uitgescholden als asocialen door degenen die eigenlijk stilletjes in een hoek zouden moeten kruipen en zich schamen. Ik heb tientallen vragen. Ze zullen voor de vergadering komende woensdag zijn. Vandaag stel ik er twee.
Ten eerste, hoe verklaart u dat u die wanpraktijken niet hebt gezien, terwijl de verslagen van de inspectie daar al jaren op wijzen?
Ten tweede, bent u na het bekijken van de reportage van oordeel dat er strafbare feiten zijn gepleegd? Zo ja, overweegt u juridische stappen tegen degenen die ze zouden hebben gepleegd?
Caroline Désir:
Madame la ministre, moi aussi, j'ai regardé ce fameux reportage de la VRT. Je puis vous dire que j'ai également été choquée, et même extrêmement choquée. Comment est-il possible d'accorder un revenu d'intégration sans même vérifier que la personne vive bel et bien sur le territoire de la commune ni mener l'enquête sociale indispensable à la vérification des ressources dont dispose le demandeur? Comment est-il possible que des procédures et réglementations, pourtant très claires et très strictes, ne soient pas respectées?
Octroyer une aide sans respecter les conditions légales est évidemment gravissime, et nous le dénonçons sans équivoque. Mais j'insiste sur le fait que ces dysfonctionnements ne doivent pas venir remettre en cause le travail accompli par des centaines de travailleurs sociaux qui s'acquittent de leur job avec une véritable conscience professionnelle et dans des circonstances extrêmement difficiles. Ils ne doivent pas non plus remettre en cause l'absolue nécessité des CPAS.
Madame la ministre, comme cela a été dit, il est absolument indispensable de faire toute la lumière sur cette affaire. Voici donc les questions que je souhaitais vous adresser. De quelles informations disposez-vous concernant les faits reprochés au CPAS d'Anderlecht? Quelles compétences le fédéral exerce-t-il en la matière, au regard de celles de la COCOM et de la commune? Le cas d'Anderlecht est-il isolé? Qu'en est-il des procédures de contrôle et des sanctions possibles dans de telles situations?
Pour la suite, madame la ministre, il importe de se poser les bonnes questions afin d'éviter de nouveaux dysfonctionnements. Comment alléger la charge de travail des assistants sociaux? Comment renforcer les effectifs et attirer davantage de travailleurs sociaux dans ces institutions? Comment, tout simplement, continuer à soutenir les CPAS?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, er moet mij toch iets van het hart. In Anderlecht doen elke dag tientallen maatschappelijk werkers hun stinkende best voor wie echt nood heeft aan steun. Elke dossierbehandelaar heeft er tot 200 dossiers. Ter vergelijking, in Kortrijk, waar ik woon, zijn dat er gemiddeld 50. Door die manier van werken komt wie echt nood aan steun heeft, achteraan de rij en wordt hij of zij heel traag of zelfs niet geholpen. Of de maatschappelijk werker nu 120 dan wel 200 dossiers per jaar moet behandelen, dat aantal is te hoog om degelijk werk af te leveren. Daardoor staat de deur wagenwijd open voor fraude en daar wordt nog een sausje van politieke inmenging over gegoten, zoals men kon zien in Pano . Een voorzitter van een bijzonder comité vindt bijvoorbeeld dat hij persoonlijk moet interveniëren in dossiers en bepaalde mensen voortrekken. Er is geen enkele controle op wat daar gebeurt en de inspectieverslagen zijn ronduit vernietigend.
Mevrouw de minister, hebt u die verslagen gelezen? Zo ja, waarom hebt u dan niets ondernomen? Waarom heeft de overheid daar niets mee gedaan? Komt dat misschien omdat u het eens bent met de betrokken voorzitter van het bijzonder comité, een partijgenoot van u? Ik wil hem even citeren: “Ik kan begrijpen dat men in Vlaanderen verontwaardigd is, u kunt mij cliëntelisme verwijten, maar ik ben een socialist en ik heb mensen geholpen en ik ben daar trots op.” Grijpt u daarom niet in? Mijn fractie vraagt zich dat af. Waarom laat u betijen, waarom grijpt u niet in?
Karine Lalieux:
Monsieur le président, chers collègues, je ne vais pas y aller par quatre chemins: ce que nous avons vu dans ce reportage est totalement inacceptable. Il est inacceptable d'utiliser l'argent public pour des personnes qui n'en ont pas besoin. Il est illégal de dépenser les moyens dédiés à l'aide sociale sans que cela ne soit justifié. C'est d'ailleurs la raison pour laquelle la loi prévoit des contrôles et que tous les montants indûment versés doivent être remboursés.
De regels en procedures die in de wet zijn bepaald, garanderen de eerlijkheid tussen burgers. De niet-naleving ervan moet worden veroordeeld en bestraft.
Pour rappel, toute demande au CPAS suppose un premier rendez-vous avec une assistante sociale au cours duquel sont exposés les documents et les conditions nécessaires, un deuxième rendez-vous sur la base de ces documents pour vérifier si les conditions sont remplies, une visite sur place pour vérifier que la personne y vit réellement. Si toutes ces conditions sont remplies, la demande est transmise au bureau spécial ou au Comité spécial de l'action sociale où la majorité et l'opposition sont représentées et qui est le seul habilité à prendre des décisions. Si les procédures sont respectées, aucune interférence politique n'est donc possible – je dis bien "si elles sont respectées" – puisque la loi prévoit très précisément les critères, les procédures et les délais.
Le SPP Intégration sociale vérifie que les conditions d'octroi du revenu d'intégration sociale par les CPAS sont respectées. Les CPAS sont en outre soumis à la tutelle des entités fédérées, en l'occurrence la COCOM, qui contrôle le fonctionnement général du CPAS, notamment les moyens humains, l'organisation et d'autres indicateurs.
Le CPAS d'Anderlecht, comme d'autres, a fait l'objet de tels contrôles. Ceux-ci ont permis d'identifier des manquements qui ont conduit à un contrôle renforcé sur base annuelle, ce qui n'était pas le cas dans d'autres CPAS.
Ces manquements sont de deux ordres. Premièrement, il y a le non-respect des délais légaux pour octroyer ou non le revenu d'intégration sociale. Le service d'inspection a déjà pris une décision de sanctionner le CPAS en cas d'octroi du revenu de CPAS hors délai. Le deuxième manquement porte sur les enquêtes sociales insuffisantes ou inexistantes. Quand le contrôle conduit à constater que les règles n'ont pas été respectées, les montants indus sont réclamés au CPAS et doivent être remboursés.
La fraude sociale est en effet inacceptable comme toute forme de fraude parce qu'elle est illégale et sape la confiance du public dans notre système de solidarité.
J'ai donc pris la décision d'aller au-delà en renforçant les contrôles. Alors que les contrôles ont normalement lieu sur la base d'un échantillon, j'ai demandé que les contrôles soient systématiques au niveau du CPAS d'Anderlecht.
J'ai aussi demandé au SPP Intégration sociale de vérifier si d'autres CPAS rencontrent des problèmes similaires et, dans ce cas, de renforcer les contrôles. Ces manquements – que, je le répète, je condamne avec la plus grande fermeté – doivent être dénoncés et les montants doivent être remboursés. Mais nous devons aussi veiller à ce que de tels faits ne se reproduisent pas. Ceci relève de la compétence des CPAS et de la tutelle des communes, qui sont en première ligne, mais aussi du gouvernement fédéral et des gouvernements régionaux, ici la COCOM.
Il faut aussi rappeler que les lacunes dans le respect de l'application des procédures sont dues à un manque de moyens humains, vous l'avez souligné. Il faudra donc continuer à renforcer les effectifs du CPAS pour leur permettre de traiter les dossiers dans les délais et dans le respect le plus strict des procédures. Même si cela ne relève pas de ma compétence, la COCOM devra également exercer sa tutelle de manière rigoureuse afin de vérifier que les moyens mis à disposition des CPAS sont mis en œuvre de la manière la plus efficace et efficiente possible.
Ni les personnes en difficulté ni les agents des CPAS – qui font un travail difficile avec une grande conscience professionnelle – ne doivent être les victimes de ces manquements.
Chers collègues, comme l'a dit M. Raskin, nous nous rencontrerons mercredi prochain après-midi et vous aurez tous les détails sur ces constats au CPAS d'Anderlecht. Je vous remercie.
Sammy Mahdi:
Mevrouw de minister, als ik zo heftig gereageerd heb, is dat omdat ik mijn stad graag zie. Ik ben daar geboren. Sommigen zeiden dat zij verbaasd waren, maar ik ben helaas niet verbaasd. Ik was graag verbaasd geweest, maar dit is de realiteit die al jarenlang gaande is.
U zegt dat er regels bestaan. Ja en neen. Er zijn regels die beter kunnen. Er zouden alarmbellen moeten afgaan wanneer in een bepaalde gemeente de maatschappelijke dienst een beslissing neemt, maar de politiek toch iets anders beslist. Dan moeten er bij u meteen alarmbellen afgaan. Die klachten moeten bij u terechtkomen.
Wij moeten ervoor zorgen dat het geld meteen teruggevorderd wordt. Dit is niet nieuw. Dit heeft ook politieke redenen. De politiek moet er iets aan doen, op het federale niveau, op het regionale niveau en op het lokale niveau. Ik meen echter ook dat iedere partij een ernstige bestuursvergadering moet houden en bekijken welk model ze hanteert en op welke manier ze daarmee de sociale zekerheid onderuithaalt.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de minister, uw antwoord was hallucinant. U hebt een tekst voorgelezen, u hebt de regels beschreven. Geen schuldinzicht, geen excuses, het is de fout van de anderen.
Mevrouw de minister, u had zoveel meer kunnen doen. U had de OCMW-voorzitter en de burgemeester van Anderlecht publiekelijk op de vingers kunnen tikken. U had uw mensen naar het OCMW van Anderlecht kunnen sturen om die fraudepraktijken te stoppen. U had zelfs kunnen luisteren naar de mensen van uw inspectie, die u uitdrukkelijk gevraagd hebben hen meer macht te geven om op te treden. U doet er echter niets aan.
Uw antwoord, mevrouw de minister, bewijst dat u dit niet ter harte neemt. U kunt wel verwijzen naar de hoorzitting van volgende week woensdag, maar als u als minister met zo'n attitude vier jaar lang hebt bestuurd, bent u het niet waard geweest. Dit is een schandaal, maar u reageert alsof het niets is. Schandalig!
François De Smet:
Merci pour votre réponse, madame la ministre.
Si je comprends bien, dans ces rapports datant d'il y a trois ans, les problèmes avaient été identifiés. Des rapports supplémentaires ont été rédigés, des montants réclamés, mais le problème n'a pas été réglé. Le reportage de Pano est en effet relativement récent.
Je commence à voir que cela va nous mener à un grand jeu belge, à savoir le renvoi de la balle entre l'État fédéral, la COCOM, la commune et le CPAS d'Anderlecht.
Il existe visiblement un "shopping" d'aide sociale, malheureusement. Je comprends qu'il est légitime, pour certaines personnes, de faire semblant qu'on est domicilié dans une commune alors qu'on ne l'est pas, de faire semblant qu'on est isolé alors qu'on est en couple. Et, si le jeu est malheureusement aussi largement répandu, c'est que, parfois, il fonctionne et que le clientélisme reste une réalité. Il faut y mettre fin immédiatement.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, ik vind uw antwoord zeer teleurstellend. U drijft de controle pas op na de reportage en steekt zich weg achter de oppositie in het bijzonder comité. Dat is onaanvaardbaar voor ons.
Iedere socialist, maar dan ook iedere socialist, zou hier razend van moeten worden. Als men rechtse partijen argumenten wil geven om onze solidariteit, onze sociale zekerheid af te breken, moet u immers gewoon doorgaan op deze manier.
Dat zal echter niet gebeuren met Vooruit! Wij staan namelijk achter alle gewone mensen die wel hulp nodig hebben, maar we willen ook strijden tegen valsspelers die het systeem misbruiken en de politici die dat gewoon toelaten.
Mevrouw de minister, treed op. Dat is uw taak. Wacht geen minuut langer! Ga aan de slag! We kunnen niet wachten, want de mensen verdienen beter!
Ellen Samyn:
Mevrouw de minister, dit krijgt u niet uitgelegd: een stem op de PS in ruil voor een leefloon, à la tête du client. Uiteraard zijn die wantoestanden in Anderlecht niet alleen de schuld van de PS. Ook Vooruit, MR, Ecolo-Groen, Open Vld, DéFI en de PVDA-PTB zijn namelijk vertegenwoordigd in de raad voor maatschappelijk welzijn van Anderlecht. Ofwel zijn ook deze partijen op de hoogte van deze wantoestanden, ofwel doen ze er hun werk niet.
Mevrouw de minister, dit is meer dan kafkaiaans, dit is pure waanzin! Ga eindelijk met de grove borstel door de Brusselse OCMW's, verplicht hen te fusioneren en stop met ons geld uit te delen aan wie er geen recht op heeft! Vlaams Belang vraagt een volledige audit van de Brusselse OCMW's en vooral ook van uw diensten. De socialistische augiasstal moet eindelijk dringend worden uitgemest!
Isabelle Hansez:
Madame la ministre, vous affirmez que la situation était connue, que les services ont contrôlé les faits, et que tout est désormais sous contrôle. Cependant, si cela est vrai, comment expliquer que des manquements aussi graves aient pu se produire malgré cette vigilance annoncée?
Il est indéniable que le temps est venu d’une profonde remise en question des mécanismes ayant conduit à ces dysfonctionnements. Ce n’est pas seulement une question de procédures, mais de confiance envers nos institutions. Sans des mesures correctives concrètes, ces dysfonctionnements continueront à alimenter la défiance citoyenne. Nous aurions donc voulu entendre des engagements clairs et des actions précises pris par le précédent gouvernement pour garantir que cette situation ne se reproduise plus.
Je tiens à préciser, comme nous l’avons mentionné dans notre intervention, que nous n’émettons aucun reproche à l’encontre des travailleurs sociaux qui accomplissent un travail remarquable au quotidien. Remettre en question leur probité ou leur dévouement n’a jamais été l’objet de nos propos. Nous sommes pleinement conscients de la lourdeur de leur tâche. Toutefois, les manquements identifiés, ainsi que toute forme d’ingérence politique, doivent être pris au sérieux.
Florence Reuter:
Madame la ministre, vos explications ne suffisent pas. Nous connaissons tous les conditions pour avoir droit à une allocation sociale. Aujourd'hui, même les travailleurs sociaux sont révoltés, indignés. Ils n’osent même pas témoigner en public.
J’ai du mal à entendre qu’un CPAS, qui est soumis à un contrôle, qu’il soit social, financier ou juridique, en arrive là aujourd'hui, alors que vous dites vous-même que des enquêtes étaient déjà en cours.
J’ai du mal à entendre aujourd'hui encore un ancien président de CPAS dire: "Vous pouvez parler de clientélisme, mais moi, je suis socialiste, je suis fier de l’être, et je suis content de faire plaisir aux gens." Mais ce n’est pas comme ça qu’on aide les gens qui en ont besoin! C’est de l’argent public! Combien de fois faudra-t-il dire que cet argent doit aller à ceux qui en ont véritablement besoin?
Mon groupe demandera toute la lumière sur ces dysfonctionnements. Rendez-vous mercredi!
Nadia Moscufo:
Madame la ministre, j'ai bien entendu votre réponse. Mon groupe suivra la situation de près, notamment la semaine prochaine pendant la commission des Affaires sociales.
Si nous voulons résoudre les problèmes des CPAS, il faut vraiment améliorer les conditions de travail, avec moins de dossiers à gérer par travailleur. Nous estimons que vous n'en avez pas fait assez à ce niveau-là. La droite n'a pas non plus de solution à ce problème. Les plans du gouvernement MR et Les Engagés prévoient d'ailleurs d'exclure les travailleurs du chômage après deux ans. Ces personnes vont se retrouver au CPAS. Cela aggravera encore la situation alors que nous aurons besoin de plus d'assistants sociaux pour accompagner ces personnes dans leurs recherches d'emploi.
Je crains que la droite, sous prétexte de dysfonctionnements au CPAS d'Anderlecht – qui doivent évidemment être résolus –, remette en question l'ensemble de notre système de solidarité sociale. Nous n'allons pas laisser passer cela!
Wouter Raskin:
Collega’s, voor alle duidelijkheid, dit is geen kritiek op al die sociale diensten die elke dag keihard hun stinkende best doen. Het is kritiek op de zieke bedrijfscultuur die ingebakken zit bij de Brusselse PS. Het is geen eenmalig feit, maar het is systematisch. Ik herinner me dat u hier ook moest komen uitleggen dat u het niet zo gemeend had toen u zei dat al die Belirismiddelen naar de PS-burgemeesters moesten gaan.
Mevrouw de minister, ook nu lijkt u eindelijk het zonlicht gezien te hebben, maar hetgeen vandaag bovenkomt staat al jaren op papier. U komt er vandaag zelfs niet toe om uw OCMW-voorzitter met klem te veroordelen. U bent veel te soft.
Ik kan er niets aan doen en u moet me verontschuldigen, mevrouw de minister, maar ik zal het toch zeggen: u mist de ethiek om met publieke middelen om te gaan. U ondergraaft het draagvlak voor sociaal beleid in de samenleving en degenen die u meent te verdedigen zijn er het grootste slachtoffer van. En kameraden (…)
Caroline Désir:
Madame la ministre, merci de vous engager à faire toute la lumière sur cette situation inacceptable. Faire la lumière, oui, et sanctionner là où c'est nécessaire, évidemment. Il faut contrôler plus encore, là où on constate des illégalités. Vous avez donc raison de systématiser ces contrôles. Nous en reparlerons en commission des Affaires sociales.
J'entends, madame la ministre, que chaque niveau de pouvoir devra agir à son niveau, et qu'il faudra que la COCOM prenne également ses responsabilités via une mise sous tutelle du CPAS d'Anderlecht et via un audit approfondi de l'ensemble des CPAS.
La fraude sociale comme la fraude fiscale sont pour nous inacceptables. Inacceptables dans l'absolu, bien sûr, mais aussi parce que cela mine la confiance envers notre système de solidarité. J'insiste encore une fois sur le fait que les dysfonctionnements que nous dénonçons tous aujourd'hui avec la plus grande fermeté ne doivent pas avoir pour conséquence de stigmatiser les CPAS.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, u hebt in de eerste ronde van iedereen verontwaardiging gehoord. In de tweede ronde waren wij allemaal, behalve de PS, ontgoocheld over uw antwoord. Met verontwaardiging alleen zullen wij er echter niet komen. Er is nood aan actie. Het is in het belang van de cliënten, van de mensen die wel echt hulp nodig hebben, dat we het systeem terug op de rails krijgen. Dat is ook in het belang van de maatschappelijke werkers, die elke dag opnieuw aan de slag gaan om die ambities waar te maken.
Ik verwacht van u als socialist dat u ons model met hand en tand verdedigt. Dat kan alleen maar als men ook het cliëntelisme veroordeelt, bij naam noemt en zegt dat dit absoluut niet kan.
Ik heb vandaag van u geen enkele oplossing gehoord. Ik hoop dat we volgende week in de hoorzitting wel tot oplossingen kunnen komen, zodat we dit nooit meer moeten doen.
Voorzitter:
Mevrouw de minister, collega's, dank u. Dit zal zoals gezegd volgende week ook in de commissie uitgebreid worden behandeld.
De bescherming van kritieke infrastructuur in de Noordzee na incidenten in de Oostzee
Gesteld door
Gesteld aan
Ludivine Dedonder
op 21 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België loopt achter in de bescherming van kritieke onderzeese datakabels in de Noordzee, ondanks investeringen in defensie (2%-doel) en NAVO/EU-samenwerking, omdat de bestaande en geplande patrouilleschepen geen gespecialiseerde sonarsystemen hebben om onderwaterdreigingen te detecteren. Minister Dedonder benadrukt dat maritieme monitoring en afschrikking nu al plaatsvinden via patrouilles en informatiedeling met buurlanden, maar Weydts dringt aan op onmiddellijke actie—zoals aansluiting bij het Nederlandse civiele sensorenschip—om kwetsbaarheid voor sabotage (zoals de recentie Oostzee-incident) te counteren. De urgentie ligt in het dichtgroeien van de capaciteitstekorten voordat dreigingen escaleren, maar concrete stappen ontbreken nog.
Axel Weydts:
Mevrouw de minister, stel u voor dat u 's avonds op uw gemak tv-kijkt en dat u plots niet meer kunt streamen, dat u niemand meer kunt opbellen en dat uw internet tergend traag wordt. Dat zijn zaken die wij ons vandaag niet meer kunnen voorstellen, maar het was bijna de harde realiteit begin deze week, toen in de Oostzee een datakabel werd geraakt en beschadigd. De Deense marine heeft slechts achteraf kunnen reageren door een schip te viseren en te achtervolgen.
De oorlog in Europa speelt zich al langer niet meer alleen af op het Oekraïense grondgebied. De oorlog in Europa gaat niet alleen meer over Rusland. Het is niet alleen meer Rusland dat dergelijke tactieken en intimidatie gebruikt. Het is iets waarvoor wij allen gewaarschuwd moeten zijn en dat ons allen op scherp zou moeten stellen, want de gevoeligste data passeren ook bij ons langs de Noordzee, onze elfde provincie.
Daarom is het goed dat de huidige regering, met socialisten, ervoor heeft gekozen om meer te investeren in defensie, om een groeipad uit te tekenen richting 2 % en om verder internationaal samen te werken. De vraag is alleen of het voldoende is en of het op tijd komt. Bij onze Nederlandse collega's is het antwoord op die vraag alvast 'neen'. Zij hebben gisteren al beslist om een civiel schip in te zetten dat is uitgerust met voldoende sensoren om na te gaan wat er zich onder water afspeelt. Wij moeten nog wachten op ons derde patrouilleschip. Het is goed dat het er komt, maar dat schip is niet uitgerust met dergelijke sensoren en kan dus niet zien wat er zich onder water afspeelt. Dat vinden wij moeilijk te verklaren in de wereld van vandaag.
Daarom heb ik een heel eenvoudige vraag, mevrouw de minister. Wat zult u doen om de Noordzee zo snel mogelijk te beschermen tegen dergelijke acties?
Ludivine Dedonder:
De bescherming van die kritieke infrastructuur is vanzelfsprekend een prioriteit voor de Belgische defensie en maakt integraal deel uit van onze bredere inzet voor nationale en internationale veiligheid.
Defensie investeert in capaciteit om verdachte activiteiten op zee te detecteren en te monitoren, met de inzet van maritieme patrouilleschepen en geavanceerde sensoren. Het maritiem informatiekruispunt zorgt voor continue elektronische opvolging van scheepvaart, terwijl de marine patrouillevaartuigen inzet om schepen dicht bij de Belgische kust te monitoren. Die aanwezigheid op zee vergroot de snelheid van de reactie op potentiële dreigingen en dient als afschrikking.
Defensie kan snel ingrijpen om sabotagepogingen te voorkomen en werkt samen met de civiele autoriteiten en de private sector voor herstelplannen en reparaties in geval van incidenten. Die capaciteit zal in de toekomst nog worden versterkt met een derde patrouilleschip en een upgrade van de twee andere.
De bescherming van onderzeese infrastructuur is een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de NAVO en de Europese Unie. België draagt actief bij aan die samenwerkingsverbanden en maritieme beveiligingsinitiatieven. Daarnaast onderhouden we nauwe bilaterale relaties met onze Noordzeebuurlanden om inlichtingen te delen en gezamenlijke operaties uit te voeren. Maritieme veiligheid en de bescherming van kritieke maritieme infrastructuur zijn twee thema’s die ook tijdens het Belgische voorzitterschap in de aandacht stonden.
Axel Weydts:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
U verwijst terecht naar de aankoop van de patrouilleschepen, waarvan we er vandaag al twee hebben en het derde in 2027 zal worden geleverd. Die schepen zijn echter niet uitgerust met de nodige sonarsystemen om te weten wat er zich onder water afspeelt. We moeten meer actie ondernemen. Bent u bereid om bijvoorbeeld in te tekenen op het contract dat Nederland zal sluiten met het civiele schip, zodat we nu kunnen ageren? Als we nu niet ageren en als we ons nu zwak tonen, dan zullen we de miserie later voelen en zal het moeilijker zijn om nog adequaat te kunnen reageren op dergelijke dreigingen, die heel acuut en realistisch zijn. Dat is deze week nog maar eens bewezen.
Voorzitter:
Collega's, ik wil nog even opmerken dat dit de maidenspeech van collega Weydts was. (Applaus)
De werking van de taskforce n.a.v. de aangekondigde sluiting van Audi
De sluiting van Audi
Het overleg bij Audi Brussel
De sluiting van Audi Vorst
Audi Vorst sluiting, taskforce, overleg
Gesteld door
Vooruit
Anja Vanrobaeys
PS
Khalil Aouasti
PVDA
Robin Tonniau
N-VA
Axel Ronse
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De sluiting van Audi Brussel en het verraad door de directie—die ondanks beloftes, loonoffers en omscholing van werknemers geen overnemer zocht en de site zonder transparantie sluit—domineert de discussie. Premier De Croo benadrukt dat de regering via een *taskforce* (met deelstaten en vakbonden) sociaal plan en herbestemming van de site afdwong, maar kritiek blijft: te laat, te zwak, met geen concrete industriële toekomst voor 6.000 betrokken werknemers (Audi + toeleveranciers). Structurele oorzaken—Europese concurrentiezwakte (Chinese subsidie, energiekosten), verouderd arbeidsrecht en gebrek aan strategisch industriebeleid—worden aangekaart, met oproepen tot dwingende maatregelen (terugvorderen subsidies, parlementaire enquête) en snelle hervormingen. Symboolcrisis: Audi’s sluiting illustreert hoe multinationals werknemers en overheden machteloos achterlaten, terwijl de maakindustrie in Europa instort.
Anja Vanrobaeys:
Collega's, ze hebben alles gegeven. Ze hebben loon ingeleverd, ze hebben uren geflexibiliseerd en ze hebben zich omgeschoold. Ze krijgen daarvoor echter niets terug. De werknemers van Audi worden aan de kant geschoven. Nu de ontknoping nadert, wordt het extra zuur. De directie van Audi wil immers enkel het minimum geven aan werknemers die alles hebben gegeven, om daarna zo snel mogelijk hun biezen te pakken. Dat is onaanvaardbaar.
Collega's, welke lessen trekken wij hieruit? Voor socialisten is het helder. De werknemers van Audi en hun toeleveranciers verdienen de beste bescherming. Ze verdienen niet alleen de letter van de wet-Renault, maar ook de geest, en een sterke overheid, die tussenkomt wanneer het lastig wordt.
Mijnheer de premier, het is goed dat u hier vandaag bent. In de commissie was u namelijk al even afwezig als de directie van Audi. Dat is jammer. We hadden gisteren immers een debat en daar werden de lessen getrokken uit deze situatie door VOKA en uw partij. Die lessen waren dat er meer flexibiliteit moet zijn, dat er meer druk moet zijn op arbeiders die elke dag keihard werken en dat het voorbeeld moet worden gevolgd van andere landen die hun arbeiders de grond in duwen.
Wie hier denkt te kunnen concurreren met een race to the bottom heeft het mis. Dat gebeurt niet met ons. Hervormingen moeten dienen om gewone, werkende mensen te beschermen, niet de grote multinationals.
Mijnheer de premier, ik heb slechts één vraag voor u. Wat hebt u de afgelopen maanden gedaan om te tonen dat u het serieus meent met het personeel van Audi? De resultaten zijn er immers niet.
Khalil Aouasti:
Monsieur le président, la semaine passée, les collègues considéraient qu’il n’y avait aucune urgence à mettre en place une commission d’enquête qui nous permettrait enfin d’examiner la manière dont les offres de reprise d’Audi ont été traitées par la direction. On nous indiquait qu’il fallait laisser la direction travailler et ne pas perturber le processus. Avec quel résultat? À peine quelques jours plus tard, à savoir ce mardi, la direction d'Audi nous a annoncé qu’elle abandonnait purement et simplement toute recherche de repreneur. L’annonce est donc officielle: il s’agit d’une fermeture sans repreneur, laissant plusieurs milliers de travailleuses et de travailleurs sur le carreau.
Monsieur le premier ministre, les exemples de violence économique se multiplient ces dernières années. Licenciements collectifs, franchisages, délocalisations, sous-traitances en cascade, ces modes de gestion n’ont qu’un seul objectif: le profit. Aujourd’hui, cette violence économique se double d’une opacité totale puisqu’Audi refuse de venir s’expliquer au Parlement; Audi refuse de répondre à nos questions, sauf à en imposer le cadre; Audi refuse de fournir les critères de refus aux partenaires sociaux et aux autorités; Audi refuse d’inclure les sous-traitants dans son plan social. Autant dire, monsieur le premier ministre, qu’Audi témoigne d’un mépris total pour les travailleuses et les travailleurs, pour notre économie et, plus grave encore, pour nos institutions.
Alors, après avoir broyé des milliers de travailleurs et absorbé des millions d’aide publique; après avoir fait croire que la production serait prolongée jusqu’en 2027; après avoir fait croire que des scénarios alternatifs étaient sur la table; après avoir fait croire qu’elle étudiait sérieusement des offres de repreneurs, la direction d’Audi ferme l’usine sans même fournir d’explication.
Monsieur le premier ministre, où en est la task force que vous avez mise sur pied? Pourquoi ne s’est-elle plus réunie? Quand va-t-elle se réunir? Quel contacts avez-vous avec la direction d’Audi? Comment pouvez-vous – comment peut-on – encore tolérer cette attitude?
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier, deze week hebben we vernomen dat de laatste kandidaat-overnemer van de site van Audi Vorst heeft afgehaakt. De zoektocht geleid door de directie van Audi is compleet intransparant verlopen, zonder actieve opvolging. Daarom vermoed ik dat Audi ons van het begin af aan om de tuin heeft geleid. Men had nooit de intentie een overnemer of een nieuw project voor de site van Audi Vorst te vinden. Waarom zou Audi zijn beste en modernste fabriek verkopen aan de concurrentie?
Vier maanden geleden maakt Audi zijn herstructureringsplannen bekend. Daarna volgden vier maanden van angst en onzekerheid voor de werknemers van Audi en alle toeleveringsbedrijven. Zij vragen de regering al vier maanden om in te grijpen, om mee te zoeken naar een overnemer of om op zoek te gaan naar een nieuw industrieel project. Wat heeft de regering echter gedaan? Helemaal niets. Ze geeft de macht aan Audi om te beslissen over de toekomst van de duizenden werknemers van Audi Brussel en van de industriële site.
Ik wil mijn solidariteit betuigen aan de werknemers van Audi Brussel en de toeleveringsbedrijven, maar ook aan de délégués. Het geweld waarmee die laatsten gisteren werden geconfronteerd, kunnen we niet aanvaarden. De werknemers verdienen het respect van het management.
In september kwamen tienduizenden werknemers op straat om de regering te vragen werk te maken van een industriële strategie. Mijnheer de premier, wanneer gaat u er eindelijk aan beginnen?
Axel Ronse:
Premier, ik denk in naam van alle collega’s te spreken wanneer ik zeg dat we heel intens meeleven met de 3.000 werknemers in Audi Vorst en met de meer dan 3.000 werknemers bij de toeleveranciers. Die mensen verdienen al ons respect. Een paar jaar geleden waren zij nog carrossier. Ondertussen zijn ze omgeschoold tot producent van autobatterijen in een van de meest innovatieve plants in West-Europa. Zij hebben heel veel waarde aan de productie toegevoegd.
Ik ben steeds terughoudend als ik een vraag stel in lopende zaken. In dezen kunnen we echter wel drie vragen stellen.
Allereerst roep ik op om erop toe te zien dat de rechten van de betrokken werknemers worden erkend en gerespecteerd bij de uitwerking van het sociaal plan. Ze moeten de juiste premies krijgen en correct worden behandeld. We hebben redenen om ervan uit te gaan dat die directie niet altijd even correct handelt. Ik druk me dan nog zacht uit.
Een tweede punt, gisteren is er tijdens een discussie in het Vlaams Parlement gesteld dat we nog steeds met een zeer krappe arbeidsmarkt kampen. Heel veel van die werknemers zijn ontzettend gewild op onze arbeidsmarkt. Laten we die mensen dan ook niet in een vergeetput gooien, laten we geen SWT toepassen. Met de regionale diensten voor de arbeidsmarkt, zoals de VDAB, zouden we zo snel mogelijk moeten nagaan hoe we die werknemers kunnen herscholen en naar ander werk leiden.
Er is nog een derde punt. Bestaat er nog enige kans, zelfs maar een waterkansje, dat er voor die site een overnemer of een andere activiteit kan worden gevonden? We moeten die vraag uitentreuren blijven stellen en die piste steeds blijven onderzoeken.
Alexander De Croo:
Mijnheer de voorzitter, collega's, we leven allemaal mee met de duizenden werknemers van Audi in Brussel en de toeleveranciers. Het gaat om mensen die hoogopgeleid zijn en die jarenlang hebben gewerkt in een van de meest performante fabrieken van ons land op het gebied van elektrische voertuigen. De verschillende overheden in ons land hebben daar ook in geïnvesteerd, opdat zij opleidingssteun zouden kunnen krijgen.
Depuis son entrée en fonction, ce gouvernement est resté en contact avec Audi, avec laquelle il a signé une lettre d'intention (LOI) en 2020 en rapport avec des exercices d'accompagnement et d'entraînement.
Zodra we in februari 2024 wisten dat er slecht nieuws op komst was, hebben wij onmiddellijk contact opgenomen met de directie van Audi. Ik heb ook contact gehad met de CEO van Audi AG om met hem te bekijken hoe we ervoor konden zorgen dat de mogelijkheden, de talenten en de werkkracht waarover we hier beschikken, zo goed mogelijk zouden worden gevaloriseerd. Men heeft toen gezegd dat we een LOI moesten opstellen. We hebben dat samen met de deelstaten gedaan in juni, nog voor de verkiezingen.
À ce moment-là, nous avons malheureusement constaté que les choses s'accéléraient et qu'Audi et Volkswagen se trouvaient dans une situation assez difficile, puisque leurs usines fermaient ici, mais également en Allemagne.
Sindsdien is de taskforce meerdere malen samen geweest, op 16 juli, op 9 oktober, steeds om te spreken met de directie en de vakbonden.
Er zijn twee doelstellingen. De eerste doelstelling was om te zorgen voor een correct sociaal plan. Inderdaad, het is onze verantwoordelijkheid en de verantwoordelijkheid van de minister van Werk om erop toe te zien dat de wet-Renault en de andere regels in ons land correct worden nageleefd en dat we door het afsluiten van een sociaal plan de mensen de sociale bescherming kunnen geven waarop ze recht hebben.
Ik betreur dat dit de voorbije dagen op een steeds grimmigere manier is verlopen. Het is een inspanning van beide kanten, de vakbond en de directie, om ervoor te zorgen dat de onderhandelingen op een correcte manier kunnen verlopen. De wetgeving in ons land is duidelijk. De wetgeving moet worden gerespecteerd.
Le deuxième élément important, c'est qu'outre les travailleurs d'Audi et les sous-traitants, nous n'oublions pas non plus le site. C'est un site industriel qui a un potentiel. S'il s'avère qu'il n'y a pas de repreneur, nous devrons analyser de quelle manière conserver un avenir industriel pour ce site à Bruxelles.
Het is mijn bedoeling om de taskforce zo snel mogelijk opnieuw samen te roepen. Belangrijke spelers hierin zijn de deelstaten, want economische reconversie is een bevoegdheid van de deelstaten. Vooral het Brusselse Gewest zal de leiding moeten nemen, maar ik reken natuurlijk ook op het Waalse Gewest en het Vlaamse Gewest. Er moet worden bekeken op welke manier we daar industriële activiteit kunnen behouden. We moeten dat doen samen met de directie van Audi. Trouwens, op de taskforcevergaderingen van juni en oktober heb ik de directie steeds gezegd dat het normaal is dat de verantwoordelijkheid om een overnemer te vinden bij Audi ligt, maar dat wij op een bepaald moment samen aan tafel zouden gaan zitten om te bekijken hoe een industriële toekomst voor de site kan worden voorzien. Ik ben van plan om zo snel mogelijk die taskforce samen te roepen.
Men zegt hier nu dat deze regering niet aan de kant van de werknemers van Audi gestaan heeft. Dat is onjuist. Deze regering heeft vanaf het begin aan hun kant gestaan. Zodra wij het slechte nieuws hoorden, hebben we er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat zij hun kansen maximaal zouden kunnen verdedigen. Men staat hier echter tegenover een ongeziene situatie in de Europese automobielmarkt, met overal sluitingen van fabrieken, met een heel andere vraag naar voertuigen. Audi Brussel is daarvan vandaag het slachtoffer. Dat wil echter niet zeggen dat er geen industriële toekomst is.
Mijnheer Ronse, u geeft het aan, er is nog steeds krapte op de arbeidsmarkt. We zullen samen met de VDAB en de andere diensten alles op alles moeten zetten om die mensen om te scholen, om ervoor te zorgen dat ze naast het sociaal akkoord, waarop ze recht hebben, ook de kans krijgen om opnieuw aan de slag te gaan. Dat is een verantwoordelijkheid voor iedereen. Ook moeten we ervoor zorgen dat er in Brussel industriële activiteit op die site kan blijven. Ik ga de komende dagen een taskforce samenroepen om dat samen met de deelstaten te doen.
Anja Vanrobaeys:
Wij hopen alleszins dat de komende taskforce meer succes heeft dan de voorbije. Ook gisteren in het Vlaams Parlement werd gezegd dat het geld dat aan Audi werd gegeven voor opleidingen, teruggevorderd kan worden. Dat kan in financieel opzicht, maar het kan ook onder de vorm van die site. Dat laatste is belangrijk, want op die site worden de groene auto's van de toekomst gebouwd.
Wat is de oorzaak? In Europa hebben we veel te lang gedaan alsof we gewoon maar verder konden borrelen, terwijl we vandaag weggeconcurreerd worden door overgesubsidieerde Chinese wagens. Dat krijgt men als men vandaag een spel speelt met de regels van morgen. De wereld verandert, er worden muren opgetrokken, er wordt valsgespeeld. Dat is allemaal ten koste van gewone, werkende mensen.
Om die reden is het hoog tijd voor een sterk Europa, maar ook voor een federale regering, weliswaar een federale regering die rechtvaardige hervormingen doorvoert, zodat iedereen erop kan vooruitgaan.
Khalil Aouasti:
Monsieur le premier ministre, je pense qu'il faut cesser d'être conciliant et cesser d'attendre que ces grands groupes respectent les r è gles du jeu car ils ne respectent que leurs actionnaires et ne raisonnent qu'en dividendes.
Pour l'avenir du site, il faut désormais contraindre la direction d'Audi à venir s'expliquer, que ce soit à la task force ou ici, au Parlement. Audi est redevable de millions d'euros; elle est également redevable socialement face à ses travailleuses et travailleurs.
Au-del à de la task force , je soumettrai à la commission de l' É conomie, la semaine prochaine, la demande de tenir cette commission d'enquête le plus rapidement possible. Et j'espère que toutes celles et ceux, de tous les bancs – puisque j'entends aujourd'hui que même la N-VA s'inqui è te du sort des plus de 3 000 travailleuses et travailleurs – qui s'offusquent de l'attitude d'Audi voteront notre texte pour qu'enfin toute la transparence soit faite dans ce Parlement.
Robin Tonniau:
Mijnheer de eerste minister, vandaag gaat het niet meer louter over Audi en zelfs niet over de automobielsector, maar over de hele maakindustrie. Die verkeert in crisis.
De onderbenutting van de productiecapaciteit in de chemiesector is bijvoorbeeld historisch. Die is eigenlijk onhoudbaar. Agfa-Gevaert kondigt vandaag een ontslagronde aan waarbij 530 jobs worden vernietigd; een mokerslag voor onze Belgische economie. De investeringen voor groen staal bij ArcelorMittal, het vroegere Sidmar, zijn nog altijd niet toegekend aan de site in Gent. Wat we wel al weten, is dat ArcelorMittal ondertussen bekijkt hoe het zijn investeringen buiten Europa kan doen, waar de energiekosten vele malen lager zijn, om dan nadien die producten te importeren in Europa. ArcelorMittal maakte in de afgelopen drie jaar in Europa 10 miljard euro winst. Laten we die winst investeren in onze economie, in onze staalsector van de toekomst.
Axel Ronse:
Mijnheer de eerste minister, heel West-Europa staat in brand. Heel onze maakindustrie staat in brand. Agfa-Gevaert is al genoemd. Er zijn echter ook kansen. We kunnen hier, zoals de collega's gevraagd hebben, commissievergaderingen en hoorzittingen organiseren, of wat dan ook, maar er is slechts één iets wat we echt kunnen doen, namelijk ons arbeidsrecht hervormen. Ons arbeidsrecht is ouder dan dit gebouw. Ons arbeidsrecht is ouder dan de optelsom van de leeftijden van iedereen die hier zit. Ons arbeidsrecht is het meest rigide van heel de wereld, op Noord-Korea en Venezuela na. Daar ligt het kalf gebonden. Wat wij moeten doen, is zo snel mogelijk de formateursnota in de praktijk omzetten, want dat is het lichtpunt om uit de crisis te geraken. Als dat niet lukt, dan moeten wij hier, in plaats van academici uit te nodigen en hoorzittingen te organiseren, zelf aan het werk gaan, zoals mijn collega Charlotte Verkeyn, die gisteren een mijlpaal heeft bereikt inzake de hervorming van de btw op sloop. Laten we aan de slag gaan en het arbeidsrecht (…)
Werelddiabetesdag
Het nieuwe monitoringmodel voor diabetes
Werelddiabetesdag, diabetessemonitoring
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de verbetering van diabeteszorg, met focus op type 2-patiënten. Het huidige multidisciplinaire zorgtraject (gratis educatie, diëtist, podoloog, mondzorg) is succesvol (115.000 deelnemers), maar vraagt betere toegankelijkheid, huisartsbetrokkenheid en digitale innovatie zoals zelfmonitoring en veilige datadeling. Slimme technologie (mobiele apps, continue monitoring) toont kostbesparingen (12%) en gezondheidswinst, maar moet breder en betaalbaar worden ingevoerd. Patiëntregie, preventie en solidair zorgbeleid blijven kernpunten, met oproepen tot verdere hervormingen en investeringen.
Jan Bertels:
Keer op keer je suikerspiegel controleren, erop letten of je wel of net niet eet en natuurlijk die insulinepen, want je weet maar nooit. Collega's, suikerziekte is misschien voor veel mensen onzichtbaar, maar men draagt het altijd bij zich. Het verandert iemands leven, zeker als men er op latere leeftijd mee te maken krijgt.
Patiënten lieten vorige week nog van zich horen op hun congres Speak Up. Vandaag doen ze dat opnieuw, want het is Werelddiabetesdag. We weten wat de oorzaken zijn. We weten hoe lastig het is om dit aan te pakken. We weten hoe essentieel het opvolgen is nadat de ziekte is vastgesteld.
Diabetes tekent patiënten voor het leven. Een slechte opvolging van de aandoening tekent hen nog meer. Daarom besloot de regering met de socialisten voor een stevige opvolging van diabetes type 2-patiënten in dit land. Dat maakt het aangenamer voor die mensen om te leven, met een ondersteuning van een diëtist, met een preventief mondonderzoek, want zo garanderen we betaalbare zorg voor iedereen. Dat is solidariteit in de praktijk. De sleutel in dit traject is de patiënt, als mederegisseur, samen met het zorgpersoneel. Zo geeft men die mensen terug controle over hun leven.
Mijnheer de minister, welke lessen kunt u trekken uit de eerste periode van het zorgtraject? Wat is er vooral nodig om het zorgtraject van die diabetespatiënten te versterken?
Katleen Bury:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik sluit aan bij de vorige spreker.
Diabetes type 2 treft bijna 8 % van de volwassen bevolking en vergt een aanzienlijk deel, namelijk 7,4 %, van het budget voor de nationale gezondheid. Dat is een aanzienlijke last voor ons systeem, wat duidelijk maakt dat we zeker nieuwe kostenefficiënte benaderingen nodig hebben. Uit een recente studie blijkt dat door innovatieve monitoring tot wel 12 % zou kunnen worden bespaard op de diabetesgerelateerde uitgaven.
Onlangs is door het AZ Maria Middelares, i-mens, Z-plus en andere zorgpartners een project uitgevoerd waarin slimme technologie en zelfmonitoring door patiënten centraal staan. De resultaten zijn opvallend. Er zijn immers minder vervolgconsulten, er is een aanzienlijke besparing op de consultkosten en er is vooral een directe verbetering van de gezondheid bij de patiënten. Zij zien een verbetering in hun bloedsuikerspiegel en bloeddruk, ze worden continu gemonitord en kunnen veel sneller door artsen worden bijgestuurd. Dat verhoogt ook de therapietrouw, met artsen die niet pas maanden later ingrijpen wanneer iets is misgegaan.
Daarom heb ik de hiernavolgende vragen aan u.
Ziet u de mogelijkheid om die innovatieve aanpak voor zelfmonitoring breder in te zetten in onze gezondheidszorg?
Wat moet volgens u gebeuren om de technologie toegankelijk te maken voor alle mensen met chronische aandoeningen? Vandaag was er zelfs nog een voorbeeld over COPD.
Tot slot – heel belangrijk –, kan de overheid een veilige datadeling tussen zorginstellingen bevorderen om op die manier gepersonaliseerde zorg te bieden, zonder de privacy van patiënten te schenden?
Frank Vandenbroucke:
Diabetes is inderdaad een ziekte die heel veel mensen treft en die een zeer goede opvolging en zorg vergt. De voorbije 25 jaar hebben we belangrijke stappen vooruit gezet in de zorg van patiënten met diabetes. Ik ben zeer dankbaar voor de inzet van heel veel diabetespatiëntenverenigingen en van de experts die met die verenigingen hebben samengewerkt om een nieuwe aanpak uit te werken, die dan door de overheid ook is uitgerold. Zo is het vaak in zijn werk gegaan.
De voorbije jaren hebben we nog bijkomende stappen gezet, waarbij een heel belangrijke stap het opstarttraject was. Het betreft een nieuw traject voor mensen die de diagnose krijgen van diabetes type 2. Voor al die mensen maken we het mogelijk dat een multidisciplinair zorgteam aan de slag gaat. Dat betekent concreet dat die mensen vier keer per jaar gratis diabeteseducatie kunnen krijgen, om te leren voor zichzelf te zorgen. Twee keer per jaar kunnen ze gratis naar een diëtist voor dieetadvies. Indien de patiënten risico’s inzake de voeten hebben, kunnen ze twee keer per jaar gratis naar de podoloog. Voor alle patiënten met de diagnose diabetes type 2 is het preventieve mondonderzoek daarnaast ook gratis. We zorgen dus ook voor toegankelijkheid.
Mijnheer Bertels, die aanpak is ondertussen echt een succes gebleken. Sinds 1 januari, dus sinds het begin van het nieuwe opstarttraject, zijn er meer dan 115.000 mensen in het traject gestapt – ik tel tot 31 augustus. Het lijkt me een belangrijk succes dat meer dan 115.000 mensen met de diagnose diabetes type 2 in dat nieuwe, omvangrijke zorgtraject zijn gestapt.
U vraagt naar de lessen die we trekken en wat we nog moeten doen. Nogmaals, de inzet van de patiëntenverenigingen, de Diabetes Liga, is cruciaal. Ik ben hun dankbaar voor die inzet. Tegelijkertijd is het erg belangrijk dat onze huisartsen kort op de bal spelen, oog hebben voor de problematiek, de trajecten kennen en patiënten op weg helpen naar die trajecten. Daarbij is het natuurlijk belangrijk dat alle mensen de weg vinden naar de huisarts. Dat is nog niet overal het geval, er bestaan nog gewestelijke verschillen. We staan wat dat betreft voor een heel belangrijke opdracht: de uitbouw van een sterke, omvattende eerstelijnsgezondheidszorg.
Mevrouw Bury, een mobiele toepassing, het initiatief waarnaar u verwijst, is interessant. In de ziekteverzekering hebben we reeds een procedure die dergelijke mobiele toepassingen toelaat, waarbij data gedeeld worden en de zorg voor de patiënten kan worden verbeterd. In de procedure kan daarvoor ook een terugbetaling gebeuren. Over die reeds bestaande procedure vindt u meer uitleg op de website van het RIZIV. Ik kan u trouwens zeggen dat over dat concrete initiatief ook al overleg heeft plaatsgevonden tussen het RIZIV, i-mens en Z-plus, om te kijken hoe aan de voorwaarden van terugbetaling van de mobiele toepassing kan worden voldaan.
U hebt gelijk dat een breed debat nodig is over het delen van gegevens en data. Ik stel voor dat we dat debat voortzetten in de commissie voor Gezondheid, want dan moet ik het met u hebben over onder andere het Belgian Integrated Health Record en over alles wat nodig is voor onze roadmap digitalisering. Dat vergt allemaal nog zeer veel werk, maar inderdaad, gegevens op een veilige manier delen en interessante mobiele toepassingen toegankelijk maken voor alle patiënten, is ook een stuk van het verhaal. Dat moet, zoals uzelf en ook de heer Bertels zei, altijd gebeuren met de patiënt mee aan het stuur om voor zichzelf een (…)
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt uw spreektijd van vier minuten volledig gevuld.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben blij dat het beleid werkt, maar ik ben evenzeer blij dat u zegt dat we samen met de patiënten het beleid moeten voortzetten, aangezien het werk niet af is.
Collega's, we spreken hier vandaag over diabetespatiënten, maar voor de Vooruitfractie is het duidelijk dat nog veel meer mensen leven met een levenslange ziekte en zodoende lasten met zich meedragen. Juist daarom is het essentieel dat we de patiënten mee aan het stuur zetten en opnieuw regisseur maken van hun eigen leven. Die taak moet mede gedragen worden door een sterke overheid.
Voor Vooruit moet een volgende regering daar absoluut werk van maken en dat werk voortzetten. We moeten investeren én hervormen in de gezondheidszorg, om zodoende meer mensen echt te helpen. Alleen zo, mijnheer Francken, gaat iedereen erop vooruit.
Voorzitter:
Collega Bertels, bedankt voor uw repliek en ook voor uw goede raad aan de volgende coalitie. Dat is altijd mooi meegenomen.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, ik dank u voor de uitleg over uw opstartproject, maar daar wisten we al veel over. U zegt dat er een overleg is geweest over het toegankelijker maken van die mobiele toepassing, in eerste instantie voor al de diabetespatiënten en daarna voor andere chronisch zieken. U ziet de noodzaak ervan in om dat verder in de commissie te bespreken. Op Werelddiabetesdag staan we stil bij het feit dat leven met diabetes een voltijdse inspanning is, 24/7. Daarom is het ook noodzakelijk om voor de diabetespatiënten zo snel mogelijk een monitoring te voorzien, een echte vereenvoudiging in het leven, en om de zorg voor mensen met diabetes te verbeteren en hen bij hun dagelijkse inspanningen te ondersteunen.
De watersnood in Valencia
De overstromingen in Spanje
De COP29, de overstromingen in Spanje en de noodzaak van internationale klimaatambities
Spaanse overstromingen, klimaatambities en COP29
Gesteld door
Vooruit
Oskar Seuntjens
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Groen
Meyrem Almaci
Gesteld aan
Zakia Khattabi (Minster van Klimaat, Milieu en Duurzame Ontwikkeling)
op 7 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de dringende noodzaak van krachtig klimaatbeleid na de dodelijke overstromingen in Valencia, die klimaatverandering en gebrek aan preventie blootlegden. Kritiekpunten: huidige overheden (lokaal en Europees) falen door bezuinigingen op klimaatadaptatie (bv. afbouw civiele bescherming, gehalveerde budgetten), terwijl rampen zoals in Valencia en Wallonië bewijzen dat preventie levens redt en goedkoper is dan herstel. Eisen: massale investeringen in mitigatie *en* adaptatie, eerlijke verdeling van kosten (geen lasten bij kwetsbaren), en Europese leidersrol nu de VS (Trump) achteruitgaat. Minister Khattabi benadrukt urgentie van actie (o.a. via nieuw risico-analyscentrum) maar krijgt scherpe tegenwind over austeriteitspolitiek die klimaatmaatregelen ondermijnt.
Voorzitter:
Collega's, naar aanleiding van deze drie vragen, deel ik graag mee dat ik in naam van dit Huis een brief heb geschreven aan de voorzitter van de Cortes teneinde ons medeleven te betuigen. Dat lijkt mij passend, aangezien de gebeurtenissen in Spanje toch zonder meer verschrikkelijk zijn. (Applaus)
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u voor de brief die u hebt gestuurd.
Mevrouw de minister, men hoort sommige mensen weleens zeggen dat we tijd genoeg hebben om ons te beschermen tegen de klimaatopwarming. Ze zouden raar opkijken in Valencia als ze dat zouden horen. Meer dan 200 mensen werden weggevaagd door een gigantische waterbom die alleen maar versterkt werd door de klimaatopwarming.
Door mensen alleen maar bang te maken zetten we geen stap vooruit. Wat de mensen van ons vragen is dat we hen beschermen. Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat we vandaag nog te kwetsbaar zijn. Herinner u de overstromingen in Wallonië. Waar we nood aan hebben, is een klimaatbeleid dat durft door te pakken, dat keuzes durft te maken en dat iedereen meeneemt. Een woning kunnen kopen die niet gelegen is in overstromingsgebied zou niet mogen afhangen van de dikte van iemand portefeuille. De Vlaamse regering bewijst met de socialisten dat ze werk wil maken van betaalbare renovaties en een klimaatbeleid wil uitstippelen dat iedereen wil meenemen.
Mevrouw de minister, u vertrekt binnenkort naar de klimaattop in Azerbeidzjan. Ik denk dat iedereen in dit halfrond al kan voorspellen wat de algemene boodschap zal zijn die terug zal komen: de tijd is kort en we moeten nu actie ondernemen. Daar draait het om, actie ondernemen.
Welke keuzes maakt België? Zijn wij deel van een oplossing of kijken wij weg? Wij menen dat men die uitdagingen heel ernstig moet nemen en er tegelijkertijd voor moet zorgen dat de kosten niet altijd bij dezelfde groep mensen terechtkomen, maar eerlijk verdeeld worden. Mevrouw de minister, met welke boodschap trekt u straks naar de klimaattop in Azerbeidzjan?
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, i maginez qu'en une journée, tout ce que vous avez toujours connu et qui vous tient à cœur – votre maison, votre voiture, l'école de vos enfants, le terrain de foot o ù vous jouez tous les jours – soit balayé, détruit, sous eau.
C'est précisément, chers collègues, ce qu'a connu la population de la région de Valence. En une seule nuit, il a plu davantage qu'en une année. Deux cents victimes, nonante personnes toujours portées disparues. C'est une catastrophe et je voudrais réitérer l'expression de mon soutien et de notre solidarité aux victimes et à leurs familles.
Madame la ministre, d è s les premiers instants du drame, des dizaines de bénévoles sont partis de tout le pays en camionnettes chargées pour prêter main-forte aux sinistrés. Et au moment o ù je vous parle, il y a des jeunes, des travailleurs qui sont sur le terrain, via les Solidarity Dienst notamment. Et c'est ça l'espoir, l'entraide et la solidarité car seul le peuple peut sauver le peuple.
Madame la ministre, ce n'est malheureusement pas la première ni la dernière fois mais c'est la réalité de la crise climatique. Ce qui s'est passé il y a quelques jours à 1 700 km de chez nous s'est déj à produit ici en 2021 à Verviers. Et tant en Espagne que chez nous, il est patent que nos gouvernements ne sont pas prêts. Il y a un vrai manque d'investissements pour lutter contre la crise climatique et adapter notre société à toutes ses conséquences. On le voit dans les projets d'austérité du gouvernement et dans les plans du futur gouvernement.
Madame la ministre, des investissements massifs sont indispensables pour faire face aux défis climatiques, pour adapter notre société et pour mitiger les effets de tels désastres. Car si la prochaine catastrophe se produit chez nous, nous ne pourrons pas dire que nous ne le savions pas.
Madame la ministre, (…)
Meyrem Almaci:
Mevrouw de minister, meer dan 219 doden en nog 93 vermisten, veel woede en wanhoop, ook veel solidariteit en een afwezige overheid. Overal, echt overal, bruine modder die zoveel levens heeft verwoest. De overstromingen in Valencia brengen echo's terug van de waterbom die bij ons en in Duitsland gevallen is en daar 220 levens heeft geëist. De heropbouw is nog altijd bezig.
Solidariteit is belangrijk, ook van hieruit tot in Valencia. Wat daar gebeurde, en wat ook hier in de Ardennen gebeurde, maakt echter duidelijk dat de klimaatverandering allesbehalve een ver-van-mijn-bedshow is. Ons Europees continent is een van de kwetsbaarste. Dergelijke rampen zullen zich vaker voordoen en we zullen ons er beter op moeten voorbereiden. Dat is geen groene ideologie, maar keiharde realpolitik. We dienen te handelen naar de omstandigheden.
Met de COP die volgende week start, roepen wij dan ook alle hens aan dek. Alle experts vragen om meer klimaatambitie, meer adaptatie én meer investeringen. Al die zaken samen. Het kan dus niet zoals in Valencia, waar de voorzieningen werden afgebouwd, ook niet zoals onder de Zweedse regering, waar minister Jambon de civiele bescherming afbouwde, en ook niet, collega Seuntjens, zoals onder de Vlaamse regering die nu de budgetten voor de aanpak van overstromingen meer dan halveert. Niet zo!
De herverkiezing van Trump maakt duidelijk dat Europa het voortouw zal moeten nemen.
Mevrouw de minister, daarom vraag ik u heel eenvoudig welke boodschap u volgende week op de COP zult verdedigen.
Zakia Khattabi:
Chers collègues, c'est avec beaucoup d'émotion que je viens à nouveau devant vous commenter un drame humain. Avant de l'évoquer, je voudrais prendre quelques secondes de mon temps pour rendre hommage aux victimes de Valence.
La crise climatique n'est, depuis longtemps déjà, plus qu'une seule réalité scientifique. Elle a désormais un visage, un nom. À Valence, comme à Verviers d'ailleurs, c'est celui d'un parent, d'un ami, d'un collègue.
Les autorités espagnoles annonçaient tout à l'heure que le nombre de morts s'élevait désormais à 219 et que 93 personnes étaient encore portées disparues.
Alors, je voudrais leur dire que leur colère est légitime et que je la partage. Ce qui s'est passé à Valence n'est pas un accident. Ces catastrophes se succèdent mettant en lumière nos faillites, l'imperméabilisation des sols à outrance, le désinvestissement dans des services publics de première ligne, des politiques d'atténuation trop peu ambitieuses, des politiques d'adaptation trop peu investies. Tout cela aurait pu ou plutôt aurait dû être évité.
Ces catastrophes qui se suivent, là comme ailleurs, constituent à mes yeux – et je l'assume – des actes criminels causés par un aveuglement politique.
Het World Economic Forum identificeert de klimaatcrisis als een van de belangrijkste dreigingen. Ook de Belgische veiligheidsstrategie erkent de risico’s van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De wetenschappelijke informatie is er. Vele oplossingen zijn er. Het ontbreekt echter aan politiek leiderschap om coherente keuzes te maken, met aandacht voor het rechtvaardige en duurzame karakter van de noodzakelijke transitie naar een duurzame maatschappij.
Le drame en Espagne nous rappelle une nouvelle fois l'importance d'une action urgente et coordonnée dans tous les aspects de la politique climatique. L'atténuation, l'adaptation, la gestion des pertes et préjudices font l'objet de nos discussions et engagements internationaux.
L'urgence de réduire les émissions au niveau mondial ne s'est pas arrêtée. L'Union a des objectifs ambitieux et les politiques convenues doivent maintenant être mises en œuvre. Chaque dixième de degré compte et, comme vous le savez, malheureusement, notre pays n'a pas fait sa part.
Nous devons par ailleurs avancer dans l'adaptation. Un récent rapport spécial de la Cour des comptes européenne met en évidence les lacunes évidentes dans la mise en œuvre des politiques d'adaptation de l'Union et de ses États membres.
En la matière, considérant que le dérèglement climatique est un enjeu majeur de sécurité, j'ai officiellement lancé, le 22 avril dernier, le nouveau Centre d'analyse des risques du changement climatique (Cerac) qui identifiera les risques environnementaux et climatiques en temps utile et fera rapport au Conseil national de sécurité (CNS), permettant ainsi d'anticiper au mieux les dangers en la matière.
Un plan national d'adaptation cohérent est aussi nécessaire, accordant suffisamment d'attention, précisément à la coordination et à la coopération.
L'économiste britannique Nicholas Stern avait déjà calculé en 2006 que les mesures visant à réduire drastiquement les émissions de gaz à effet de serre coûteraient 1 % du PIB tandis que celles visant à adapter la société au changement climatique en coûteraient entre 5 et 20 %. Le choix doit donc être clair!
À Valence, les conséquences vont coûter des dizaines de milliards d'euros. Le coût de l'inaction est donc bien plus élevé que l'ambition. Aujourd'hui, comme à chacune de mes interventions faites à ce pupitre depuis quatre ans, je répète que gouverner c'est prévoir et qu'appuyer sur le bouton pause n'est pas une option.
Het is duidelijk dat de internationale geopolitieke context niet bevorderlijk is voor globale samenwerking op het vlak van de internationale klimaatambitie. Het afgelopen jaar was reeds merkbaar hoe globale spanningen zoals de opvolging van de covidcrisis of de conflicten in Oekraïne en het Midden-Oosten de internationale klimaatonderhandelingen beïnvloeden. Het wordt moeilijker om akkoorden te vinden en bepaalde landen verliezen hun capaciteit om op te treden als bruggenbouwer en honest broker .
De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen is hier een bijkomend element. Tijdens zijn vorige termijn heeft president Trump het proces in gang gezet om uit het akkoord van Parijs te stappen en heeft hij de impact van de klimaatcrisis geminimaliseerd. De rol van de EU op internationaal niveau wordt nog belangrijker in die context, alsook die van de actoren in het breed maatschappelijk middenveld in de Verenigde Staten en elders.
Oskar Seuntjens:
Dank voor uw antwoord, mevrouw de minister.
De afgelopen dagen berichtte men in het nieuws vaak dat deze regering en zeker de volgende regering ons land op financieel vlak moet klaarmaken voor de toekomst. Daarbij mogen we duurzaamheid zeker niet uit het oog verliezen. De Vooruitfractie pleit voor sterke hervormingen waarbij we tezelfdertijd niemand uit het oog verliezen en dat is mogelijk. We kunnen onze mensen bijvoorbeeld beschermen tegen de klimaatopwarming en onze begroting gezonder maken door de nog steeds bestaande miljardensubsidies aan de fossiele sector te beperken. Wij socialisten zullen altijd strijden voor hervormingen gebaseerd op solidariteit. Dat is de strijd die wij elke dag zullen voeren.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, merci pour votre réponse.
Vous parlez, s'agissant de la crise de climatique, de nos faillites, de désinvestissement, d'aveuglement politique. Laissez-moi vous rappeler que vous êtes ministre dans un gouvernement qui a réintroduit les règles d'austérité sous la présidence belge de l'Union européenne.
C'est un ministre de la Vivaldi, madame, qui a fièrement rebaptisé les normes de Maastricht en normes de Gand. C'est votre gouvernement qui a enfermé une fois de plus notre pays dans des politiques d'économies, et le prochain qui veut imposer l'austérité.
Si vous ne prenez pas vos responsabilités, madame la ministre, si vous ne changez pas de politique, c'est la population qui va payer le coût de la crise climatique. Et, ça, le PTB ne l'acceptera jamais.
Voorzitter:
Je félicite le collègue Ribaudo pour sa première question posée dans l'hémicycle. (Applaudissements)
Meyrem Almaci:
Mevrouw de minister, dank u voor uw heldere woorden. Wat er gebeurt in Valencia, wat er gebeurd is bij ons, zijn spiegels die ons voorhouden dat het anders moet en dat het beter moet. We kunnen het ons niet veroorloven te wachten op een volgende ramp, we moeten bijsturen. Dat zal inderdaad geld kosten, maar het gaat om investeringen. De prijs van ontreddering zal altijd vele malen hoger liggen dan de kosten voor preventie. Door te investeren zal men mensenlevens redden, zal men de toekomstige en huidige generaties beschermen tegen erger. De prijs van nietsdoen, van klimaatpauzes en allerlei andere onzin zal vele malen hoger liggen. We zijn het aan alle slachtoffers, aan alle nabestaanden, aan al diegenen die hun bedrijf moeten heropbouwen verplicht om het beter te doen. Het moet mij van het hart dat het door de Vlaamse regering is dat we internationaal met lege handen staan. Er is nog wel wat werk aan de winkel, collega’s. Zeker daar, want de waterbom kost Vlaanderen (…)
Het verbod op enige activiteit van UNRWA op Israëlisch grondgebied
De situatie in het Midden-Oosten
Midden-Oosten: UNRWA-activiteiten op Israëlisch grondgebied
Gesteld door
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 7 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende humanitaire crisis in Gaza, waar Israël via geweld, blokkades en het verbod op UNRWA (de cruciale VN-hulporganisatie) systematisch hulp onmogelijk maakt, met 43.400 doden en massale hongersnood als gevolg. Minister Lahbib bevestigt diplomatieke druk (o.a. namens 123 landen) voor onbelemmerde hulptoegang en behoud van UNRWA’s mandaat, maar concrete sancties ontbreken, ondanks groeiende internationale en Belgische (54% voorstanders) oproepen daartoe. Kritische stemmen (Lambrecht, Merckx) eisen dringend bindende maatregelen tegen Israël’s “genocide” en impuniteit, wijzend op het falen van louter woorden nu zelfs de laatste hulproutes worden afgesloten. De kernvraag blijft: wanneer schakelt België over van retoriek naar daadkracht, gegeven de onhoudbare situatie?
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, ook vanwege onze fractie proficiat gewenst. We wensen u heel veel succes.
De situatie in Gaza dreigt alleen maar erger te worden in 2025. Na het vernietigen van scholen, ziekenhuizen, woningen, het massaal op de vlucht doen slaan van inwoners, het bombarderen van tentenkampen op plaatsen waar men zich veilig waande, is het blijkbaar voor de extreemrechtse regering van Netanyahu nog altijd niet genoeg. Er is nog niet genoeg geweld, er zijn nog niet genoeg doden. Dat heeft allang niks meer met het conflict tussen twee strijdende partijen te maken. Het verbieden van voedselhulp heeft eigenlijk maar een enkel doel: mensen die geen kant meer op kunnen nog meer treffen.
Collega’s, de wereld wordt elke dag grimmiger en het ondermijnen van een VN-instantie zoals UNRWA is de zoveelste horror in het Gaza-conflict. Het resultaat zal nog meer onschuldige slachtoffers en zeker nog meer doden zijn. Iedereen kan online de vreselijke beelden meevolgen en zien hoe afhankelijk men daar ter plaatse in Gaza van onze noodhulp is.
Mevrouw de minister, ik heb voor u de volgende vraag. Zal de voedselhulp nog ter plaatse in Gaza geraken als de nieuwe wet in werking treedt op 1 januari? Zal de vrije toegang van hulpgoederen gegarandeerd kunnen worden door u?
Sofie Merckx:
Monsieur le président, madame la ministre, le peuple palestinien, c'est 75 ans d'apartheid, d'occupation. Ce sont des millions de réfugiés dans le monde entier et, depuis un an, c'est aussi un génocide qui est en cours. Il y a déjà eu 43 400 morts. À chaque fois qu'on pense avoir tout vu de la part d'Israël (bombardements d'hôpitaux, bombes au phosphore, meurtres de journalistes, mutilations et décès d'enfants), Israël fait ou veut faire quelque chose de nouveau. Le dernier élément, dont ma collègue a parlé, c'est la décision d'expulsion de l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) des territoires palestiniens.
Toutefois, alors que ceci se passe, je constate aussi quelque chose de positif. C'est le fait que nous sommes de plus en plus nombreux, tant en Belgique qu'en Europe ou dans le monde entier, à dire qu'on ne peut plus accepter cela. Ce matin encore, un sondage de 11.11.11 démontrait que 54 % de la population belge demandent qu'il y ait enfin des sanctions contre Israël.
Madame la ministre, mes questions sont simples. Combien de morts faut-il encore? Combien de crimes faut-il encore? Combien d'enfants doivent-ils encore être mutilés? Combien d'enfants devront-ils encore mourir avant que vous ne preniez vos responsabilités pour défendre les droits du peuple palestinien?
Hadja Lahbib:
Mesdames les députées, la situation dans le Nord de Gaza est dramatique. Les conditions de vie y sont de plus en plus inhumaines, l'aide humanitaire ne parvenant plus suffisamment depuis trop longtemps.
J'ai donné des instructions très claires à nos ambassades dans la région, en leur demandant d'intensifier les contacts diplomatiques pour rallier d'autres États et organisations internationales à la nécessité de faire pression pour que le gouvernement israélien respecte le droit international et permette l'accès de l'aide à Gaza, en particulier au Nord de Gaza. Je ne rentrerai pas dans les détails car il s'agit de démarches diplomatiques qui sont en cours.
Ik wil hieraan toevoegen dat het leveren van humanitaire hulp aan Gaza op het laagste niveau sinds 7 oktober 2023 zit. De Verenigde Naties vragen om 500 vrachtwagens per dag, maar we tellen momenteel 30 vrachtwagens per dag. Maandag liet Israël de secretaris-generaal van de VN in een officiële brief weten dat de operaties van UNRWA binnen drie maanden verboden zouden worden. Vervolgens werd een bijzondere VN-zitting in New York gehouden om te praten over UNRWA en de door de Knesset aangenomen wetten die UNRWA-operaties in de bezette gebieden zullen verbieden.
Hier, la Belgique a pris la parole au nom de 123 pays, c'est-à-dire le groupe des Shared Commitments, en soutenant le mandat de l'UNRWA, en demandant l'accès humanitaire sans entrave et en insistant sur les responsabilités d'Israël en tant que force occupante et partie prenante au conflit. Aucune agence d'aide humanitaire – aucune! – n'est en mesure de remplacer l'UNRWA. Son mandat doit être préservé tant qu'une solution durable au conflit n'est pas trouvée. C'est le message que nous avons transmis et que nous continuerons à défendre sur la scène internationale, en invitant les autres États à partager cette position qui rappelle les principes universels du droit international humanitaire. Je vous remercie de votre attention.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, wanneer houdt het op? Het wordt elke dag erger, elke dag slechter. De allerlaatste organisatie die voedselhulp naar Gaza kon brengen, wordt nu ook verboden.
De nood om het verschil te maken, was nog nooit zo groot. Het is echt essentieel dat u, zoals u vandaag doet – u moet dat vooral blijven doen en krachtiger doen – uw stem laat horen, omdat dit echt niet kan. Velen – het zijn er steeds meer – hebben de voorbije maanden laten horen dat het zo niet kan en dat het moet stoppen. De onschuldige slachtoffers zijn niet alleen, steeds meer mensen kunnen dit niet meer aanzien en aanvaarden. Vooruit zal altijd aan de kant van de onschuldige slachtoffers staan, keer op keer en zeker ook nu.
Sofie Merckx:
Madame la ministre, vous confirmez donc bien que, en exécutant cette décision, Israël bafoue tous les principes universels du droit humanitaire. Par conséquent, en effet, s'exprimer comme vous le faites devant les instances des Nations Unies est une chose positive mais qui ne suffit pas. Les gens attendent de vous que vous preniez des mesures concrètes et des sanctions. D'ailleurs ce matin, l'Espagne a interdit à un avion transportant une cargaison militaire de faire escale sur son sol. L'État d'Israël n'écoute pas les belles paroles mais agit en toute impunité. Il faut agir concrètement avec des sanctions pour mettre fin à ces agissements et cesser d'en être complice.
Voorzitter:
Mevrouw de minister, ik wil u op mijn beurt hartelijk gelukwensen met uw hoorzitting in het Europees Parlement, die u succesrijk hebt afgerond. Ik wens u veel succes bij de uitvoering van uw mandaat. (Applaus) (Applaudissements) Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 6 november 2024 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen. Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 6 novembre 2024, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui. Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee) Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non) Bijgevolg is de agenda aangenomen. En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
Het regeringsstandpunt inzake de gezondheidszorgbegroting van het RIZIV
De RIZIV-begroting
De beslissing van de Algemene Raad van het RIZIV met betrekking tot het budget 2025
De weigering om de gezondheidszorgbegroting goed te keuren
De gezondheidszorgbegroting van het RIZIV
De RIZIV-begroting
De gezondheidszorgbegroting
RIZIV-begroting gezondheidszorg 2025
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 24 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De blokkade van het RIZIV-budget 2025 door Open Vld (veto) en MR (onthouding) zorgt voor onzekerheid bij patiënten, zorgverleners en ziekenhuizen, ondanks een breed gedragen akkoord met 217 miljoen euro besparingen *zonder* lasten voor patiënten. Critici – waaronder zorgsector, mutualiteiten en oppositie – wijten het blockeerbeleid aan weerstand tegen bijdragen van de farmaceutische industrie (o.a. exorbitante medicijnprijzen) en politiek tactisch wachten op een rechtse opvolgregering (*"Arizona"*), terwijl premier De Croo stelt dat een globale begrotingsonderhandeling (inclusief hervormingen) voorrang heeft en de lopende-zaken-regering geen haast hoeft te maken. De kern van het conflict: Open Vld/N-VA eisen structurele hervormingen en willen geen *"automatische"* groeinorm (2,5%) of indexering zonder breder debat, terwijl de zorgsector acute zekerheid eist om financiële chaos (2 miljard euro tekort dreigt) en verdere uitstelkosten te voorkomen. De Croo schuift de verantwoordelijkheid door naar de toekomstige regering, maar wordt beschuldigd van verzuim en gebrek aan respect voor de concertatie die het akkoord bereikte.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, que se passe-t-il avec ce budget des soins de santé? Comme on le sait depuis ce lundi, il n'y aura pas de budget des soins de santé pour l'année 2025 pour l'instant parce que, lors du Comité de l'assurance de l'INAMI, un parti, le vôtre, a émis son veto et empêché qu'il y ait un consensus du gouvernement.
Voilà qui étonne et qui jette le désarroi pour des milliers de patients, des milliers de prestataires de soins et des centaines d'hôpitaux, d'autant plus que le projet de budget sur la table était équilibré. Il promettait une série d'économies mais pas à charge des patients. Il avait surtout le soutien de la grande majorité des acteurs de soins.
Ce veto, qui est une première depuis longtemps, jette dans l'incertitude un grand nombre de professionnels et un très grand nombre de patients. Votre ministre de la Santé lui-même s'est plus qu'étonné en vous exhortant par voie de presse qu'un kern ou un Conseil des ministres puisse se tenir pour corriger le tir le plus rapidement possible et en regrettant publiquement qu'un Conseil des ministres n'ait pas décidé en amont de mieux préparer cette échéance.
Les affaires courantes, monsieur le premier ministre, ne signifient pas que vous devez courir pour fuir vos responsabilités. Cela veut dire que vous devez continuer à assumer le service. En l'occurrence, nous sommes typiquement dans une matière urgente et vous aviez toute la légitimité de prendre ce projet de budget qui, je le rappelle, recueille une large adhésion des acteurs de soins.
Monsieur le premier ministre, pourquoi ce blocage qu'absolument personne ne comprend est-il intervenu? Quand ce blocage sera-t-il levé? Comptez-vous prochainement réunir un Conseil des ministres pour valider un projet de budget? Que pouvez-vous dire pour rassurer les prestataires de soins et les patients extrêmement nombreux qui sont inquiets de cette absence de budget des soins de santé de l'INAMI pour le moment?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, ik had wat er afgelopen maandag is gebeurd, niet verwacht. Ik had niet verwacht dat u het budget van de gezondheidszorg zou blokkeren. Ziekenfondsen, artsen en verzekeringsinstellingen kwamen tot een superbelangrijk akkoord over extra middelen in de zorg voor de patiënten, die willen weten hoeveel ze moeten betalen voor een bezoek aan de huisarts, logopedist of kinesist, en voor het personeel, dat extra middelen nodig heeft om zijn werk goed te doen. Maar wat gebeurde er afgelopen maandag? De liberalen blokkeren het akkoord: de MR onthoudt zich en Open Vld stelt zijn veto.
Ik weet niet of u de jongste tijd nog hebt gepraat met mensen die in de zorg werken, maar ik kan getuigen, want ik ben zelf spoedarts. Ik hoop dat u goed luistert, want het zit het zorgpersoneel tot hier. Zij smeken al jaren om extra middelen, maar hun vraag valt in dovemansoren. Afgelopen maandag kregen zij opnieuw een klap te verwerken en begrepen ze dat u niet luistert. De vraag is waarom. Wat hoor ik in de wandelgangen fluisteren en wat lees ik in de pers? De reden is dat u niet wilt dat de farmaceutische industrie een eerlijk steentje bijdraagt. Ik lees: Le MR en l'Open Vld n'étaient pas d'accord de faire peser l'effort sur le secteur pharmaceutique . U zegt van niet, maar het staat in de kranten. Ik ben dus heel benieuwd naar wat er maandag dan is gebeurd en wat de reden is waarom u het akkoord hebt geblokkeerd.
De farmaceutische industrie is wel verantwoordelijk voor de explosie van de uitgaven in de gezondheidszorg. Ze vraagt exuberante prijzen voor een aantal geneesmiddelen. Zo vraagt ze 194.000 euro per patiënt per jaar voor Kaftrio, een geneesmiddel voor mucoviscidosepatiënten, terwijl het de industrie zelf nog geen 6.000 euro kost om het te produceren. De farmasector gijzelt de gezondheidszorg en als daarop wil bespaard worden, dan kan hij rekenen op Open Vld om alles tegen te houden. Is dat echt uw visie? Waar wilt u dan het geld zoeken? Opnieuw bij de patiënten en het zorgpersoneel? Er moet duidelijkheid komen.
Irina De Knop:
Mijnheer de eerste minister, volgens de voorzitter van de Christelijke Mutualiteit is de situatie rond het RIZIV-budget ongezien en totaal onbegrijpelijk. Wat echter helemaal ongezien en onbegrijpelijk is, is dat de voorzitter aan stemmingmakerij doet. Hij maakt patiënten én zorgverstrekkers bang zonder dat daarvoor één gegronde reden is. Zoveel is duidelijk.
Ik wil even factchecken. We spreken over een budget van 40 miljard euro. De financiering van onze gezondheidszorg verdient dan ook een ernstig debat.
Als de huidige regering onder leiding van deze premier en de staatssecretaris voor Begroting dit budget had goedgekeurd, hadden we met een pennentrek de 2,5 % groeinorm vastgeklikt, net als de bijkomende indexeringen en hadden we de bijkomende overschrijdingen van een aantal sectoren aanvaard. Dat hebben we echter niet gedaan. We hebben daar een stokje voor gestoken.
Laat ons immers duidelijk zijn: er liggen een aantal partijen heel erg wakker van het budgettaire kader in dit land. Dat hebben we toch goed begrepen, want daarover ging het toch gedurende de hele campagne? De N-VA ligt er blijkbaar nog het meeste wakker van. Als er nu een grondig begrotingsdebat kan worden gevoerd omdat wij dit niet hebben goedgekeurd, hebben wij dit land en de begroting een dienst kunnen bewijzen. Mijn partij heeft tegengestemd op een voorstel om ervoor te zorgen dat er over het gezondheidsbudget een grondig debat kan worden gevoerd en dat er ook echte hervormingen kunnen komen in de gezondheidzorg.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le premier ministre, lundi, nous avons été informés du fait que les membres du gouvernement présents au Conseil général ont refusé d'adopter le budget 2025 pour les soins de santé proposé par le Comité de l'assurance de l'INAMI. Il nous est également revenu que vous n'avez pas voulu rassembler les membres du gouvernement préalablement à cette réunion pour délibérer sur le sujet. Cela provoque une grande incertitude et attire beaucoup de critiques, tant de la part des syndicats que de vos propres ministres de la Santé.
Je rappelle que le Comité de l'assurance de l'INAMI avait pourtant établi des propositions d'économie de l'ordre de 217 millions d'euros qui permettaient au budget de 2025 de rester sur les rails. Ceci avait été adopté à l'unanimité, sauf par les sages-femmes qui méritent une attention particulière.
En outre, le Comité a insisté sur le fait que si le budget n'était pas voté rapidement, ces mesures d'économie ainsi que la norme de croissance de 2,5 % et l'index santé de 3,34 % ne pourraient pas être appliqués à partir du 1 er janvier, ce qui occasionnerait d'emblée un déficit budgétaire de 2 milliards d'euros, qui serait bien entendu supporté par les patients et les prestataires de soins.
Monsieur le premier ministre, pourquoi n'avez-vous pas voulu délibérer préalablement à la réunion du 21 octobre avec l'ensemble du gouvernement afin de ne pas se retrouver dans la situation présente? Pourquoi votre parti, l'Open Vld, s'est-il opposé à ce budget et quelles modifications souhaite-t-il y voir apportées pour l'adopter?
Monsieur le premier ministre, il y a urgence et nous vous demandons de rassembler rapidement le gouvernement pour prendre une décision concernant ce budget 2025 des soins de santé.
Jan Bertels:
Mijnheer de eerste minister, hoeveel kost mijn behandeling? Hoeveel krijg ik terug? Hoeveel betaal ik zelf? Dat zijn vragen die iedere patiënt die zorg nodig heeft, moet kunnen beantwoorden. Dat zijn vragen voor 2025, die vandaag niet te beantwoorden zijn. Dat is een probleem.
Nog geen week geleden heb ik het hier gehad over het belang van betaalbare zorg. Uitgestelde zorg is altijd duurdere zorg. Onzekerheid leidt enkel tot grotere problemen. De basis voor die zekerheid, welke zorg men ook nodig heeft, zit in de jaarlijkse RIZIV-begroting. Het RIZIV zorgt er niet alleen voor dat patiënten weten waarop zij recht hebben, maar het geeft ook zorgverleners als artsen, tandartsen en verpleegkundigen zekerheid, over de indexering van hun honoraria bijvoorbeeld.
Vandaag staan die mensen in de kou. Waarom? Is er een akkoord voorbereid? Ja. Staan de budgetten klaar? Ja. Waar loopt het dan fout? De regering is nu aan zet. Het is wachten op overleg binnen de regering.
Socialisten maken werk van betaalbare en toegankelijke zorg, jaar na jaar. De gezondheid van mensen is immers onze grootste prioriteit. Dat is zij altijd geweest en dat zal zij altijd zijn, ook nu er een akkoord gesloten moet worden voor 2025.
De regering bevindt zich in lopende zaken. De wereld staat ondertussen evenwel niet stil. Een regering in lopende zaken moet zorgen voor stabiliteit en voor continuïteit. Voor die stabiliteit en voor die zekerheid moet de RIZIV-begroting worden vastgelegd, conform de wetgeving en de budgettaire mechanismen.
Mijnheer de eerste minister, hoe zult u ervoor zorgen dat de patiënten en de zorgverleners zo snel mogelijk weten waar zij aan toe zijn?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, je ne serai pas très originale. Comme vous le savez, les mutuelles, les syndicats de médecins, les professionnels du secteur – tous les membres de la concertation sociale en matière de soins de santé – se sont mis d'accord pour adopter un budget à la trajectoire raisonnable, qui permet de recadrer de sérieux dérapages – tels les suppléments d'honoraire, mais aussi les médicaments – sans toucher à l'accessibilité et à la qualité des soins de santé, donc sans pénaliser le patient. Or, cette semaine, nous avons appris qu'après des mois de discussion et de concertation, l'Open Vld a voté contre, tandis que le MR s'est abstenu, de sorte qu'ils ont bloqué l'adoption de ce budget.
Quelle en est la raison? La presse s'est livrée à de multiples spéculations. Apparemment, il s'agirait de tenter de remettre dans les mains d'un gouvernement plus à droite, c'est-à-dire plus cohérent avec votre idéologie, la décision portant sur le budget de l'INAMI. Pensez-vous sincèrement qu'en quelques jours, ce gouvernement qui n'est même pas encore formé, saura mieux que l'ensemble des professionnels ce qu'il convient de faire pour redresser le budget et adopter celui de 2025? Franchement! La conséquence de cette manœuvre est que nous risquons d'assister à un grave dérapage budgétaire sur le plan des soins de santé, tandis que carte blanche sera donnée au secteur pharmaceutique pour continuer à s'en mettre plein les poches. C'est un vrai problème!
Monsieur le premier ministre, expliquez-nous pourquoi vouloir imposer un point de vue sans respecter les partenaires sociaux, alors que ce modèle a fait ses preuves? En tant que premier ministre en affaires courantes, c'est précisément votre mission de faire en sorte que ce budget soit adopté. Allez-vous débloquer la situation? Allez-vous convoquer un Conseil des ministres avant le 6 décembre ou bien allez-vous continuer à protéger des secteurs qui sont en train de profiter véritablement du système?
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, nous sommes aujourd'hui le 24 octobre et nous n’avons toujours pas d’accord sur le budget des soins de santé pour 2025. Ce lundi, votre parti, l’Open Vld, a voté contre l’accord obtenu en concertation sociale, tandis que le MR s’est abstenu.
Vous prenez ainsi en otage les patients, les soignants, mais aussi les hôpitaux. Surtout, vous balayez d’un revers de la main le travail mené par les mutualités et les dispensateurs de soins, par tous ceux qui étaient autour de la table et qui ont trouvé un accord pour présenter un budget en équilibre.
Ce budget contient pourtant les économies imposées. Il s'agit de 216 millions d’économies, sans nouvelle avancée pour 2025. C'était évidemment un travail compliqué. Et pourtant, la concertation a permis de dégager un accord, de dégager des solutions – j’insiste – sans toucher aux patients et en garantissant la viabilité de notre système de soins.
L’accord approuvé par une large majorité n’a pourtant pas été suivi. Pourquoi? Parce que, sans doute, le secteur pharmaceutique devait contribuer à l’effort. Je rappelle que le secteur pharmaceutique dépasse son cadre budgétaire et engrange des milliards d’euros de bénéfices chaque année.
Monsieur le premier ministre, vous êtes à la tête d’un gouvernement – en affaires courantes, certes, mais d’un gouvernement tout de même – qui doit prendre ses responsabilités. Vous ne pouvez pas simplement renvoyer la patate chaude à l’Arizona, qui peine à se former. Vous jouez avec le temps et avec le feu.
Monsieur le premier ministre, que voulez-vous? Voulez-vous d’autres économies pour protéger le Big Pharma? Préférez-vous faire payer davantage les patients, moins bien rémunérer les prestataires, ou compliquer plus encore la situation des hôpitaux? Ou bien, monsieur le premier ministre, comptez-vous enfin réunir votre gouvernement en affaires courantes pour mettre en œuvre l’accord conclu entre les mutualités et les prestataires de soins?
Voorzitter:
Monsieur le premier ministre, vous disposez de cinq minutes pour répondre.
Alexander De Croo:
Collega’s, ik wil beginnen met de patiënten, zorgverstrekkers en ziekenfondsen gerust te stellen. Er zal in 2025 een begroting van het RIZIV zijn. Men zal terugbetaald worden voor de behandelingen.
Ik betreur ten zeerste dat de voorbije dagen pertinente onwaarheden werden verkondigd, zelfs in het Parlement, louter met politieke motieven. Ik wil een aantal onder u vragen eerst uw dossiers te doorgronden en pas daarna commentaar te leveren. In 2019 was de situatie met de regering-Wilmès I vergelijkbaar. Aangezien men besefte dat er niet snel een nieuwe regering zou worden gevormd, besliste men op 22 november 2019 om de begroting voor het RIZIV goed te keuren. 22 november is over een maand. Er is dus geen enkele noodzaak voor de regering in lopende zaken om daarover vandaag een beslissing te nemen.
En effet, le budget de l'INAMI fait partie du budget global. C'est normal. Un budget global que, pour l'instant, cinq partis sont en train de négocier. Ils étaient d'ailleurs en train de négocier dans le bâtiment juste à côté. Un des grands défis qu'ils ont à relever est le budget global. L'INAMI fait partie de ce budget global. Décider maintenant, uniquement sur l'INAMI, sans regarder quelles sont les autres mesures, serait rendre le travail du formateur plus difficile.
Het laatste wat men van een regering in lopende zaken zou verwachten, is dat ze het werk hindert van een regering die zich aan het vormen is. Ook dat is democratie. Op basis van een verkiezingsuitslag proberen partijen een regering te vormen met een formateur die aangesteld is. Het is toch logisch dat een regering in lopende zaken aan de formateur en de vijf betreffende partijen alle ruimte geeft om een regering te vormen en een begroting aan te nemen. De begroting van het RIZIV maakt daar deel van uit. Daar nu al op een voorafname op doen, zou de zaken bemoeilijken. Vanuit een democratisch perspectief zou dat pertinent onjuist zijn.
Pour cette année 2024, ce gouvernement sortant avait fixé la norme de croissance dans les soins de santé à 2 %. Cela faisait partie d'un accord budgétaire global avec des choix politiques qui ont été faits dans les soins de santé ainsi que dans d'autres domaines, accompagnés de réformes. Des réformes sont des choix politiques, qui doivent se faire par ceux qui sont élus, par ceux qui sont mandatés par le Parlement et non pas par les partenaires sociaux.
Mocht de volgende regering vinden dat de uitgaven in de gezondheidszorg volgend jaar moeten stijgen ten opzichte van dit jaar, mocht zij stellen dat de 2 % van 2024 niet voldoende was en volgend jaar naar 2,5 of zelfs 3 % willen gaan, zoals ik in sommige nota's heb gelezen…
Monsieur Bertels, monsieur Gatelier, vous avez des représentants autour de cette table. Certains sont même ici dans ce Parlement.
In plaats van u dus tot mij te richten, stel ik voor dat u zich richt tot de onderhandelaars die voor u rond de tafel zitten. Indien u een groeinorm van 2,5 % tot 3 % wilt, richt u dan tot de heer Vandenbroucke en tot de heer Prévot. Zorg ervoor dat zij de uitgaven doen stijgen. Zorg er dan echter ook voor dat er hervormingen zijn op andere domeinen om de stijging betaalbaar te maken, zodat het mogelijk is over die stijging te beslissen.
Kom hier geen verhaaltjes vertellen. Een begroting van de gezondheidszorg maakt deel uit van een brede begroting. Die onderhandeling vindt nu plaats. Ik ga ervan uit dat de onderhandeling voor een volgende regering zal plaatsvinden in de komende maand en in de weken die daarop volgen.
Geef die ploeg de ruimte om te onderhandelen. Geef die ploeg de ruimte om een akkoord te maken. (…).
François De Smet:
Merci monsieur le premier ministre.
Votre réponse est complètement surréaliste, mais elle contient tout de même un élément rafraichissant: au moins une personne dans cette pièce pense qu'il y aura un gouvernement Arizona en novembre, et c'est vous. Or, pour le reste, vous êtes dans de la science-fiction politique et juridique. Soit il y a un gouvernement, soit il n'y en a pas. Mais l'idée que le premier ministre sortant puisse servir les plats à un formateur – mot qui n'existe même pas dans la Constitution – contre l'avis de ses propres partenaires, est irréelle.
Vous auriez raison contre tout le monde: contre l'INAMI, contre les prestataires de soins de santé, qui ont pourtant fait des efforts majeurs pour faire des économies, contre vos propres partenaires de majorité, dont un grand nombre se sont exprimés ici. Il est vraiment temps de sortir de cette période, parce que pour l'instant nous avons à la fois le pire de l'Arizona et le pire de la Vivaldi.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, het is duidelijk dat u gewoonweg geen respect hebt voor de helden van de zorg. Ik vermoed dat u geapplaudisseerd hebt tijdens de coronacrisis. Collega's, u hebt allen geapplaudisseerd voor de helden van de zorg. Nu krijgen zij van ieder van u een klap in het gezicht. Ik hoor nu dat u wel in de zorg wilt besparen. U stelt bijvoorbeeld de groeinorm van 2,5 % voor de begroting ter discussie. Nochtans was die groeinorm aan het personeel beloofd! Dat is gewoon een klap in het gezicht van het personeel.
Hebt u allen de voorbije jaren de kreten van het zorgpersoneel niet gehoord? Die sector schreeuwt en smeekt om meer investeringen, want de personeelsleden zitten op hun tandvlees. Die boodschap wordt niet gehoord.
Mijnheer de premier, u hebt mij uitgenodigd om het dossier te bestuderen. Ik nodig u uit om mee te gaan naar een spoeddienst, zodat u aan mijn collega's kunt uitleggen wat u van plan bent.
U argumenteert dat er gewacht kan worden, dat er nog voldoende tijd rest voor onderhandelingen. Over twee weken vindt echter een betoging van het zorgpersoneel plaats met als titel 'Wachten kan niet meer'. Er moeten investeringen komen in de zorg. Niet morgen, maar vandaag.
Voorzitter:
Goede collega's, dat was de maidenspeech van collega Eggermont in het halfrond. (Applaus)
Irina De Knop:
Collega Bertels, het is van twee zaken één. Maar wat we hier zien, is in zekere zin de omgekeerde wereld. Partijen, waaronder de uwe, zijn aan zet om een regering te vormen. Welnu, doe dat dan. Neem zelf uw verantwoordelijkheid en misbruik de Algemene Raad niet om uw gezondheidsbudget te realiseren zonder hervormingen. Dat doet men aan de onderhandelingstafel, men laat dat niet louter aan de actoren over.
Ter attentie van uw toekomstige coalitiepartners heb ik één boodschap: boer, let op uw ganzen. Parallel aan de regeringsonderhandelingen wil Vooruit namelijk zomaar eventjes het gezondheidsbudget vastklikken zonder hervormingen door te voeren en zonder een globaal debat over de begroting. Welnu, collega's, Open Vld is geen handpop, niet van Vooruit en ook niet van een toekomstige regering.
Voorzitter:
Collega Bertels, u bent te snel. Ik geef u nog enkele momenten om over uw repliek na te denken, zodat die nog scherper en spitser is dan u die voorbereid hebt. Eerst is het de beurt aan collega Gatelier.
Jean-François Gatelier:
Merci, monsieur le premier ministre, pour votre réponse.
Excusez-moi, mais j'hallucine. J'ai l'impression d'être à l'école, où on reporte la faute les uns sur les autres. Je ne vois qu'une chose: il n'y a qu'un parti qui s'est opposé à ce budget et vous tentez de responsabiliser l'ensemble de ce Parlement. Je ne suis pas dans le secret des dieux de la future Arizona, je suis parlementaire et je défends l'avenir des patients, des soins de santé, des prestataires de soins et des hôpitaux.
Vous êtes encore le premier ministre de la Belgique. Vous êtes encore le capitaine de ce gouvernement, certes en affaires courantes. Il y a urgence et vous avez la responsabilité politique de prendre une décision avec l'ensemble du gouvernement, rapidement, pour rassurer le secteur. Le gouvernement Vivaldi a commencé la législature de 2020 en gérant une pandémie de covid 19 avec les blouses blanches. J'espère que le gouvernement Vivaldi va terminer en respectant les blouses blanches et tout le travail qu'elles ont fourni pendant cette pandémie.
Voorzitter:
Merci au collègue Gatelier qui s'est exprimé sans papier. C'était aussi sa première question dans cet hémicycle. (Applaudissements)
Jan Bertels:
Mevrouw De Knop, de eerste minister heeft ons uitgenodigd om de dossiers te lezen. Ik zou willen vragen dat u het investerings- en hervormingsprogramma dat wij samen in de vorige regering hebben doorgevoerd, er eens op naslaat.
Mijnheer de eerste minister, waar patiënten en zorgverleners nu nood aan hebben, is zekerheid. Er ligt een breed gedragen voorstel op tafel. Er is nood aan actie en niet aan vingerwijzingen en wegkijken. Jaar na jaar, keer op keer heeft de regering de RIZIV-begroting goedgekeurd. Wij moeten dat ook nu doen. De wetgeving bepaalt dat wij onze verantwoordelijkheid nemen. Alles staat klaar voor een beslissing. Ga dus zo snel mogelijk aan de slag. Laten we werk maken van dat akkoord, laten we onze verantwoordelijkheid nemen, laten we het algemeen belang vooropstellen en niet het partijbelang, mevrouw De Knop.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie pour vos réponses, monsieur le premier ministre.
C'est à n'y rien comprendre: votre parti, qui n'est pas impliqué dans les négociations pour la formation du prochain gouvernement, bloque, alors que certains partis qui sont autour de la table à la fois de la Vivaldi et de la future Arizona ont voté pour. S'ils soutiennent ce budget qui est proposé par les partenaires sociaux, c'est encore une bonne raison de le soutenir.
Nous voyons ici encore une nouvelle manifestation de la volonté de la droite de contourner la concertation sociale. Nous l'avons vu à l'époque avec la ministre de la Santé Maggie De Block. Nous l'avons vu hier en commission des Affaires sociales où certains se sont empressés d'essayer de supprimer un acquis des travailleurs qui date d'il y a à peine quelques mois: le droit à la formation. Et cela s'est fait sans l'avis du Conseil National du Travail (CNT), donc sans l'avis des partenaires sociaux. C'est inacceptable.
Je vous enjoins, monsieur le premier ministre, à trouver une solution pour le 6 décembre en offrant aux partenaires sociaux, et en particulier aux travailleurs des soins de santé, le cadeau qu'ils méritent après tout ce qu'ils ont fait pour nous. (…)
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, je dois vous dire que votre réponse m'inquiète au plus haut point. Refuser d'adopter le budget tel qu'il a été négocié en concertation revient à refuser l'équilibre. Notre santé est pourtant le bien le plus précieux et notre système de soins mérite bien mieux que des considérations partisanes ou que toutes ces tergiversations. Il me semble que vous vous retranchez ainsi derrière la formation du gouvernement. Vous vous dérobez donc à vos responsabilités et vous revenez sur une coutume qui veut que le gouvernement en affaires courantes respecte la continuité des institutions et, en particulier, de la concertation sociale qui a toujours rempli son rôle pendant les périodes d'incertitude politique qui sont parfois longues dans notre pays. Ce blocage est tout simplement inacceptable. C'est un manque de respect à l'égard des patients, des prestataires de soins et des hôpitaux. Enfin, qui peut nous garantir que nous aurons un gouvernement avant le 31 décembre? Sans doute pas vous en tout cas!
De problemen met het onderzoeksschip Belgica
Het onderzoeksschip Belgica
Onderzoeksschip Belgica problemen
Gesteld door
Gesteld aan
Thomas Dermine
op 24 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het onderzoeksschip Belgica 2 (54 miljoen euro, cruciaal voor marien onderzoek, visquota en internationale verplichtingen) ligt al maanden stil na een eenzijdige contractbreuk door Franse uitbater Genavir (6 juni 2024), dat ook een klacht indiende tegen de Belgische Staat en weigert onderhoud te plegen, terwijl juridische procedures lopen. De regering in lopende zaken zoekt haastig een oplossing (o.a. via Defensie), maar concrete stappen ontbreken, wat leidt tot grote schade: verlies aan wetenschappelijke data (waterkwaliteit, biodiversiteit, windenergie), lagere EU-visquota (inkomensverlies vissers), internationaal gezichtsverlies en dagelijkse belastingverspilling—terwijl het exploitatiemodel en financiering al jaren falen, blijkt uit kritische rapporten. Oppositie (Soete, Gijbels) eist dringend heropstart en wijst op structurele nalatigheid, gebrek aan verantwoordelijkheid en de nood aan een volwaardige regering om de impasse te doorbreken, maar krijgt geen geruststellend antwoord. Kernprobleem: politiek en juridisch vastgelopen dossier met zware economische, wetenschappelijke en reputatieschade, terwijl noodoplossingen (bijv. tijdelijke uitwijk) nog onduidelijk zijn.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, wat is er aan de hand met de Belgica? Het is een vraag die veel vissers in Oostende zich vandaag stellen. Wij hebben gigantisch veel geïnvesteerd in een hightech onderzoeksschip, de Belgica. Het is een paradepaardje voor het wetenschappelijk onderzoek op zee. Vandaag ligt dat schip echter stil, al maanden. Het is een dead ship . Ik hoor en lees dat het moeilijk is. Er is een conflict met de uitbater. Eerlijk gezegd, daar heeft niemand een boodschap aan. Er moet een oplossing komen.
De Noordzee en de blauwe economie zijn nu heel belangrijk, belangrijker dan ooit en net nu ligt een belangrijke schakel stil. Voor het meten van de waterkwaliteit, de biodiversiteit en de samenwerking met de windenergiesector steunen alle actoren in de blauwe economie op het onderzoek dat verricht werd door de Belgica. De onderzoeksinstellingen maken zich dan ook grote zorgen.
De vissers maken zich echter ook grote zorgen. De Belgica doet metingen van het visbestand en die metingen vormen de basis voor de visquota. Als er geen metingen gebeuren, vaardigt Europa lagere visquota uit. Dat betekent minder visvangst, minder inkomen voor onze vissers. De nood om snel te schakelen en de Belgica opnieuw op zee te krijgen is heel groot, niet alleen voor onze Vlaamse vissers maar ook voor alle onderzoeksinstellingen, vaak met wereldfaam, die baanbrekend onderzoek verrichten.
Wat zult u, de regering of uw collega doen om ervoor te zorgen dat de Belgica zo snel mogelijk opnieuw uitvaart?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, ons nieuw onderzoeksschip Belgica 2 werd in 2022 met heel veel bombarie boven het doopvont gehouden. Het zou letterlijk ons nieuw vlaggenschip voor marien wetenschappelijk onderzoek worden. Het schip zou ons beter in staat stellen om de verplichte metingen uit te voeren en onze internationale verplichtingen na te komen.
Het was en is een enorm goed uitgerust schip dat 54 miljoen heeft gekost. Het bevat een enorm groot laboratorium met de laatste nieuwe technologische snufjes. Het is dus op-en-top in orde. Hoe is het zo kunnen misgaan? Nog geen twee jaar later ligt dat schip voor anker en vaart het niet meer uit.
Ondertussen zijn nog allerlei andere problemen opgedoken, onder andere met betrekking tot onwettige contracten. Ik heb staatssecretaris Dermine daar reeds eerder over ondervraagd. Blijkbaar zijn die problemen nog niet echt opgelost. De toestand is integendeel nog verergerd. De Franse uitbater Genavir blijkt ondertussen de stekker uit de samenwerking te hebben getrokken. Bovendien heeft hij een klacht ingediend tegen de Belgische Staat.
Het stilliggen van het schip is een enorm probleem in het licht van ons wetenschappelijk onderzoek en van onze internationale verplichtingen. Daarnaast heeft het uiteraard ook een enorme impact op onze begroting. Er wordt belastinggeld verspild.
Waarom is dat uitvaarverbod uitgevaardigd? Waarom heeft de uitbater het contract stopgezet? Klopt het dat er een klacht loopt tegen de Belgische Staat? Wat zijn de gevolgen van het stilleggen van het schip? Hoeveel kost ons dat per dag? Wat zijn de gevolgen voor het wetenschappelijk onderzoek en onze internationale verplichtingen? Is er in uitwijkmogelijkheden voorzien?
Pierre-Yves Dermagne:
Mevrouw Gijbels, mijnheer Soete, Bedankt voor uw vragen.
Ik lees het antwoord voor dat staatssecretaris Thomas Dermine mij heeft bezorgd.
De private exploitant Genavir die instaat voor de bemanning heeft op 6 juni 2024 het contract eenzijdig opgezegd. Sindsdien ligt het schip in de marinebasis van Zeebrugge. De Belgica is inderdaad van cruciaal belang voor het marien onderzoek, maar ook om de naleving van de nationale en internationale verplichtingen van ons land te garanderen. Deze beide belangrijke missies komen vandaag in het gedrang. Iedereen is zich ten volle bewust van de grote impact hiervan.
Parallel aan de juridische procedure die Genavir heeft aangespannen, werd door de regering in lopende zaken op verschillende manieren verder gewerkt om de Belgica zo snel als mogelijk opnieuw maritiem onderzoek te kunnen laten doen. Er wordt gesproken met meerdere partijen, waaronder Defensie, maar het is nog te vroeg om uitsluitsel te geven over welke oplossing er zal worden gevonden.
Op de lopende juridische procedures kan ik hier niet verder ingaan. Wel wil ik vermelden dat om schade aan en achteruitgang van het vaartuig te beperken BELSPO Genavir via een gerechtelijke procedure wil dwingen om minimaal periodiek onderhoud aan de Belgica uit te voeren.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U zult ongetwijfeld begrijpen dat onze bezorgdheid door uw antwoord niet weggenomen is. U kunt misschien een briefje meenemen naar Bergen, geloof ik.
Wij zitten in een impasse, dat klopt. Wij hebben een regering in lopende zaken. Dat is exact wat mij zorgen baart. Laten wij alstublieft een regering van varende zaken maken die ervoor zorgt dat de Belgica opnieuw vaart, alstublieft.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, uw antwoord is inderdaad niet erg geruststellend. Het ergste van alles is dat deze kwestie al zo lang aansleept. Het exploitatiemodel heeft nooit op punt gestaan, de financiering klopte gewoon niet. Ik heb begin dit jaar de rapporten van de Inspectie van Financiën opgevolgd. Die liegen er niet om. Deze kwestie is met te veel nonchalance behandeld. Er is een enorme verspilling van belastinggeld op dit moment. Elke dag dat het schip stilligt verliezen wij geld, mijnheer de minister. Dan spreek ik nog niet over het onderzoek dat niet kan plaatsvinden en over het gezichtsverlies dat wij lijden tegenover andere landen. Ik hoop echt dat er in uitwijkmogelijkheden is voorzien. Anders neem ik het u ten zeerste kwalijk.
De Werelddag van het verzet tegen armoede en toegankelijke gezondheidszorg
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Op de Dag tegen Kanker benadrukte Vooruit dat betaalbare zorg essentieel is, vooral voor mensen in armoede die zorg vaak uitstellen door financiële drempels. Minister Vandenbroucke wees op het succes van de derde-betalersregeling: 90% van de huisartsen en 80% van de tandartsen passen dit nu toe, waardoor patiënten enkel het remgeld (max. 4€) betalen in plaats van voorschieten. Bertels bevestigde dit als een socialistische overwinning maar drong aan op verdere uitbreiding naar alle behandelingen en overtuiging van de overgebleven zorgverleners die nog niet deelnemen. De oproep: verder bouwen op dit systeem om zorg toegankelijk voor iedereen te maken.
Jan Bertels:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, het is vandaag Dag tegen kanker. Dat is ook voor de Vooruitfractie enorm belangrijk. Kanker draag je niet alleen. Ook voor wie kanker heeft, moet een sterke overheid klaarstaan die zorgt voor de beste en betaalbare zorg. Zonder zorgen naar de huisarts gaan is voor velen vanzelfsprekend, maar lang niet voor iedereen. Op de Werelddag van het verzet tegen armoede is het belangrijk om stil te staan bij mensen voor wie zorg in dit land te vaak nog een luxe is.
Collega's, armoede betekent niet alleen dat men zich zorgen maakt om de kosten die men maakt, maar ook om bedragen die men moet voorschieten. Als men van week tot week leeft, kan men niet zomaar geld opzijzetten voor een doktersbezoek of een tandartsbezoek. En – we weten het allemaal – uitgestelde zorg is dure zorg. Net als men kwetsbaar is, moet een doktersbezoek steeds mogelijk zijn.
Vooruit staat voor een betaalbare en sterke zorg. Als men een dokter nodig heeft, mag de dikte van de portefeuille geen rol spelen. Wij maakten daarvan werk: voor 4 euro of minder naar de huisarts. Dat is voor veel mensen de praktijk. Socialisten regelden dat.
Mijnheer de minister, u maakte het mogelijk voor zorgverleners om gebruik te maken van de derde-betalersregeling. Dat is iets waar zij ook om vroegen, want als zorgverlener wil men patiënten helpen en ze niet naar huis sturen om financiële redenen. Hoe effectief is die genomen maatregel? Hoeveel mensen betalen vandaag al effectief alleen het remgeld bij huisarts en tandarts?
Frank Vandenbroucke:
Betaalbare zorg is ontzettend belangrijk, zeker voor mensen die in armoede leven. Daarom moeten we er inderdaad voor zorgen dat mensen alleen het remgeld uit hun portemonnee moeten halen en niet de hele rekening moeten voorschieten. Tot in 2021 was het voor sommige prestaties verboden om alleen maar het remgeld te betalen. We hebben een revolutionaire beslissing genomen door aan elke zorgverstrekker de toepassing van het systeem van de derde-betaler toe te staan.
Het resultaat van die beslissing is spectaculair. Vandaag past 90 % van de huisartsen het systeem van de derde-betaler toe voor bijna al hun verstrekkingen. Zo’n 80 % van de tandartsen gebruikt al de derde-betalersregeling en vraagt alleen het remgeld voor een belangrijk deel van hun prestaties. Dat is een zeer sterke vooruitgang, dankzij de wetswijziging die de uittredende regering mogelijk heeft gemaakt. We hebben op de achtergrond ook gezorgd voor een vlotte, elektronische facturatie waardoor artsen en tandartsen ervan verzekerd zijn dat de betaling waar zij recht op hebben effectief op hun rekening komt.
Ik denk dat dit succes bewijst dat het een goede maatregel was. Ik denk dat we het later moeilijk zullen hebben om aan onze kinderen of kleinkinderen uit te leggen dat de toepassing van het systeem van de derde-betaler ooit verboden was in dit land. Hoe zullen we dat kunnen uitleggen? We hebben er lang voor gevochten om de veralgemening van het systeem van de derde-betaler mogelijk te maken en het succes is spectaculair. De strijd voor een betaalbare gezondheidszorg is daarmee niet afgelopen. Er is ongetwijfeld nog veel werk te doen, maar daar willen we verder voor gaan.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, dat zijn mooie cijfers, dat is een mooi succes. Dat toont dat socialisten waarmaken wat ze beloven. Het is tijd om verder te gaan. We mogen niet loslaten en we moeten het gesprek ook aangaan met de laatste artsen en tandartsen die nog niet meedoen. Daarnaast moeten we ook verder kijken. Er zijn nog te veel behandelingen waarvoor de derde-betalersregeling nog niet geldt. Het is aan de volgende regering om verder te bouwen aan dit succes, want zo helpen we iedereen vooruit en daarvoor zijn socialisten nodig, mijnheer Francken.
Wanpraktijken in overgenomen Delhaizefilialen
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Anja Vanrobaeys (Vooruit) kaart aan dat Delhaize via franchise-overnames honderden werknemers gedwongen ontslaat, ondanks beloftes over behoud van jobs en arbeidsvoorwaarden, met bewuste omzeiling van vakbonden en sociale regels. Minister Lalieux bevestigt dat er geen specifieke inspectiegegevens zijn, maar dat werknemers klachten kunnen indienen, terwijl een wetsvoorstel in voorbereiding is om overdracht van arbeidscontracten beter te beschermen. Vanrobaeys eist direct ingrijpen van de sociale inspectie, wijzend op onderzoeken die misstanden aantonen (o.a. ontslagen, slechte arbeidsomstandigheden) en waarschuwt voor sectorbrede gevolgen als dit onbestraft blijft. De kern: Delhaize misbruikt franchisemodel om personeel uit te sluiten, terwijl de overheid te passief reageert.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, collega's, bevend bij je baas worden geroepen om dan met het mes op de keel gedwongen te worden om ontslag te nemen, dat is de keiharde realiteit bij de franchisehouders van Delhaize. Het personeel dat er al jaren werkt, wordt er een voor een naar buiten geduwd, met succes. Kijk eens rond in uw Delhaize. Hoeveel medewerkers herkent u daar nog? Bij mij in Aalst zijn er slechts twee medewerkers over van de groep die voor haar winkel heeft gestreden.
Het is een verhaal van meerdere winkels in ons land. De christelijke vakbond zegt zelfs dat er op die manier honderden jobs verloren zijn gegaan. Dat was echter niet de afspraak. De afspraak was: franchise én behoud van tewerkstelling én behoud van arbeidsvoorwaarden. Vooruit heeft er keer op keer voor gewaarschuwd. Helaas krijgen wij nu gelijk.
Vooruit staat aan de kant van de Delhaizemedewerkers, van degenen die jarenlang dag in dag uit keihard hun best hebben gedaan, maar die vandaag aan de kant worden geschoven. Als een multinational zo met zijn personeel omgaat, dan moet een sterke overheid ingrijpen.
Vergis u niet, hier is kwaad opzet in het spel. De juridische dienst van Delhaize kijkt mee toe op die gedwongen ontslagen. De hele sector kijkt mee. Als we dit toelaten aan Delhaize, dan zullen andere supermarkten moeten volgen.
Zult u de sociale inspectie inzetten en laten optreden, mevrouw de minister?
Karine Lalieux:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Vanrobaeys, ik wil mijn collega-minister Dermagne excuseren. U hebt minister Dermagne over deze thematiek in het verleden al bevraagd en het is terecht dat wij het dossier niet loslaten.
De beslissing van Delhaize om zijn winkels af te stoten heeft nog steeds een grote impact op het winkelpersoneel. Ook zijn er gevolgen voor de organisatie van het sociaal overleg en voor de mogelijkheden van de vakbonden om de belangen van het personeel te verdedigen.
De minister van Werk heeft een wetsontwerp voorgelegd aan de NAR met als doel de werknemers van wie de arbeidsovereenkomst wordt overgedragen beter te beschermen. Intussen werd een wetsvoorstel met dezelfde inhoud ingediend.
Wat de harmonisering van de paritaire comités betreft, lopen de besprekingen nog steeds. Een eerstvolgende vergadering staat gepland voor november.
Nu kom ik tot de sociale inspectie. Er gebeuren geen aparte registraties van acties in franchisewinkels van Delhaize, dus die zijn ook niet apart identificeerbaar in de databanken. De inspectie liet wel verstaan dat er geen bijzondere indicaties zijn dat franchise wijst op een verhoogde kans van vaststelling van sociaalrechtelijke inbreuken. Indien werknemers menen dat hun rechten niet gerespecteerd worden, kunnen zij dat melden aan de Arbeidsinspectie. Dat kan ook anoniem. De Arbeidsinspectie zal een onderzoek instellen en de nodige maatregelen nemen indien onregelmatigheden worden vastgesteld.
Anja Vanrobaeys:
Mevrouw de minister, u zegt dat er geen bijzondere indicatie is, maar in augustus was er al een onderzoek van de BBTK en deze week was er het onderzoek van ACV Puls. U zegt zelf dat we niet kunnen wachten op klachten van de vakbond omdat die door Delhaize bewust buitenspel zijn gezet. Ik dring echt aan op sociale inspectie, want anders verliezen telkens diegenen die het spel wél eerlijk spelen: de franchisehouders, die ook werkcontracten krijgen, de medewerkers, die een voor een worden buitengezet, maar ook de concurrenten, zoals Colruyt, die wel nog eerlijke lonen en arbeidsvoorwaarden proberen te garanderen. Uiteindelijk verliest ook de klant, want men hoort al in het onderzoek dat er problemen zijn met houdbaarheidsdata en koeling. Vooruit zal altijd aan de kant van de Delhaizewerknemers staan, want uiteindelijk verliezen we er allemaal bij.
De cyberaanvallen tegen Belgische overheidsinstellingen
De recente cyberaanvallen
De Russische cyberaanval en het crisisbeheer door het Centrum voor Cybersecurity Belgium
De recente cyberaanvallen
De cyberaanvallen
Recente cyberaanvallen op Belgische overheidsinstellingen.
Gesteld aan
Alexander De Croo (Eerste minister)
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om twee kernthema’s: de politieke verantwoordelijkheid voor antwoorden over het Midden-Oostenconflict (waarin oppositiepartijen eisen dat premier De Croo zelf reageert in plaats van minister Clarinval, maar De Croo benadrukt dat *elke minister namens de hele regering spreekt*) en de cyberaanvallen door pro-Russische hackers op Belgische overheidswebsites, waaronder lokale besturen en havens. De Croo relativeert de impact van de DDoS-aanvallen (tijdelijke overbelasting, geen datadiefstal), wijst op België’s toppositie in cyberveiligheid (nr. 2 in Europa) en bevestigt dat de verkiezingen van 15 oktober veilig kunnen doorgaan, dankzij maandenlange voorbereiding door het *Centrum voor Cybersecurity België (CCB)*. Kritiek blijft op budgettaire tekorten en sensibilisering, terwijl partijen als Cd&V en Les Engagés pleiten voor versterkte middelen en waakzaamheid tegen Russische invloeden.
Éric Thiébaut:
Monsieur le président, au sujet des questions, la semaine dernière, je suis intervenu en début de séance plénière pour regretter qu’une question adressée à Mme la ministre Hadja Lahbib allait finalement être posée au premier ministre M. De Croo.
Aujourd’hui, nous avons posé une question au premier ministre M. De Croo, et on nous dit maintenant que c’est M. Clarinval qui va y répondre.
Monsieur le président, pour avoir une réponse la semaine prochaine de M. De Croo, devons-nous adresser une question à Mme Lahbib?
Franchement, nous faire le coup deux semaines d’affilée, c’est quand même un peu particulier. Je me demande vraiment pourquoi, la semaine dernière, le premier ministre – qui n’est pas absent, il est là – a répondu sur cette thématique à tous les parlementaires qui sont intervenus, et que cette semaine, ce n’est pas lui. Pourquoi?
Ce que nous aimerions connaître, ce n’est pas la position du MR. Ce que nous aimerions connaître, c’est la position du gouvernement. Je pense qu’il est essentiel, sur un dossier aussi difficile, aussi important, dans le contexte actuel, d’avoir la parole du premier ministre.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, we sluiten ons aan bij die vraag. Met onze fractie hebben wij ook de vraag aan de eerste minister gesteld. De eerste minister heeft gisteren ook een herdenking bijgewoond. Hij was daar prominent aanwezig. Hij heeft ook een duidelijk signaal gegeven. Vorige week zijn de vragen naar de eerste minister gegaan. Vier van de vijf vraagstellers hebben de vraag aan de eerste minister gericht. We zien dat het antwoord door de minister van Middenstand en Landbouw zal worden gegeven. Ik verwacht in elk geval een antwoord van de regering en niet van de MR. Daarom hebben wij de vraag aan de eerste minister gesteld, om er zeker van te zijn dat er een antwoord namens de regering komt.
François De Smet:
Monsieur le président, nous avons en effet un problème. Avec toute l'estime réelle – il le sait – que je porte au collègue Clarinval, j'avoue que, jusqu'ici, l'expertise de notre ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture en géopolitique du Moyen-Orient m'avait échappée.
Vous avez rappelé la règle lors de votre réélection. Les affaires courantes, ce n'est pas l'occasion de faire n'importe quoi. Les questions d'actualité, même en affaires courantes, ce n'est pas juste remplacer quelqu'un, lire un papier fabriqué par un cabinet ou une administration et puis, passer à autre chose. C'est incarner le sujet. C'est incarner une expertise. C'est incarner l'échange. Parce que c'est comme ça que se fait le contrôle que vous avez rappelé de vos vœux.
Ma question, que j'adresse plutôt au premier ministre, est simple. Autant je peux comprendre, comme elle est excusée, que Mme Lahbib ne réponde pas à ces questions, autant j'avoue ne pas comprendre pourquoi le premier ministre, alors qu'il est disponible et qu'il va répondre à des questions sur la cybercriminalité, s'estime moins qualifié que le ministre de l'Agriculture et des Classes moyennes pour répondre sur le conflit au Moyen-Orient, qui est en outre dans une phase importante. Je ne peux le comprendre.
Alexander De Croo:
La semaine derni è re, vous m'avez reproché d'avoir pris une question qui ne m'était pas adressée et aujourd'hui, vous me reprochez l'inverse.
Een minister spreekt altijd in naam van de regering, altijd, om het even welke minister aan het woord is. Of het nu de heer Clarinval of mevrouw Lahbib is, wie spreekt als minister, spreekt altijd in naam van de regering. Het antwoord dat de heer Clarinval zal geven, is dus een antwoord in naam van de regering.
Vous le savez, le gouvernement répond aux questions, mais déterminer qui répondra est la prérogative du gouvernement. La réponse donnée, peu importe le membre du gouvernement qui l'apporte, lie le gouvernement.
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer de eerste minister.
Collega's, daarmee bent u op de hoogte gebracht van de redenering.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, hoe vaak men ook op refresh duwt, de webpagina die men bezoekt, krijgt men niet te zien. Dat is wat veel mensen meekrijgen van de ddos-aanval die we gisteren en vandaag hebben gezien.
Collega's, wij zijn allen voortdurend verbonden met het internet. Dat helpt ons vooruit, maar maakt ons ook kwetsbaar. Van die kwetsbaarheid maken sommigen maar al te graag gebruik om arme sukkelaars massa's geld af te troggelen via phishingmails, maar bijvoorbeeld ook door hele systemen plat te leggen die mensen in leven houden. Daarover gaat het natuurlijk, collega's. Het gaat niet over die enkele uren dat een website niet beschikbaar of bereikbaar is, het gaat over landen die kijken hoever ze kunnen gaan.
Vandaag zijn het de lokale besturen, maar wat zal het morgen zijn? Zijn we dan in staat om onze zorginstellingen te beschermen, alsook ons vliegverkeer en onze gevangenissen? Voor Vooruit is een sterke overheid een overheid die haar dienstverlening garandeert. Het noodnummer 112 kunnen bellen, is elementair, maar de bescherming van persoonsgegevens is dat ook.
Terwijl Rusland probeert ons onder druk te zetten, is het aan ons om weerwerk te bieden. Sommigen hier in dit halfrond zijn veel te lang naïef geweest als het gaat over de extremen in het buitenland. Deze regering heeft echter wel werk gemaakt van een cybersecuritystrategie.
De vraag is hoever het staat met die cybersecuritystrategie. We hebben kunnen zien dat de aangevallen websites blijkbaar niet voorbereid waren op die aanvallen. Mijn vraag aan de premier: hoe is het gesteld met onze cyberveiligheid?
Steven Matheï:
Mijnheer de eerste minister, sinds gisterenavond worden er websites van provincies, de Kamer van volksvertegenwoordigers en van heel wat steden en gemeenten aangevallen. Nog niet zo heel lang geleden werd zelfs de volledige digitale dienstverlening van een stad als Antwerpen platgelegd. Kortom, cyberaanvallen dreigen schade en datalekken van persoonsgegevens te veroorzaken en de overheid te blokkeren.
Cyberveiligheid is uw enige expliciet genoemde bevoegdheid, mijnheer de eerste minister. In 2021 lanceerde u de Strategie Cyberveiligheid 2.0. Wij stellen vast dat verschillende maatregelen daarvan in uitvoering zijn, wat een goede zaak is, maar van een aantal zaken zien wij op dit moment nog niets. Denk maar aan het Cyber Green House, een initiatief om samen met de privésector onze netwerken te versterken, wat essentieel is. Wij zien ook dat de budgetten de afgelopen jaren een stuk naar beneden zijn bijgesteld. Nochtans is cyberveiligheid vandaag meer dan ooit belangrijk, zeker gelet op de actuele geopolitieke situatie.
Men moet het onverwachte verwachten, zegt men weleens in verband met cyberveiligheid, ook al zijn aanvallen vanuit Rusland niet echt onverwacht. Toch hebben wij de indruk dat de overheid op dat vlak wat achterophinkt. Cd&v vindt het dan ook heel belangrijk dat de Strategie Cyberveiligheid 2.0 verder wordt uitgevoerd, dat de lokale besturen worden ondersteund en goed worden ingelicht, zeker in deze cruciale week, met de lokale verkiezingen in het vooruitzicht, en dat er een beroep kan worden gedaan op specialisten ter zake.
Mijnheer de eerste minister, hoe ver staat het met de uitvoering van de Strategie Cyberveiligheid 2.0? Is er ook aandacht voor de lokale besturen en de aanwerving van medewerkers met de juiste profielen bij onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten?
Ismaël Nuino:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, chers collègues, "protéger, renforcer, préparer": vous serez tous d'accord avec moi: ce sont des mots qui résonnent avec le thème de la cybersécurité, car ils forment le slogan au moyen duquel vous avez donné le signal de départ de votre présidence du Conseil de l'Union européenne. Ces verbes devraient s'appliquer aujourd'hui à la cybersécurité. Malheureusement, nous avons assisté hier et encore aujourd'hui à des attaques apparemment pro-russes contre des sites internet provinciaux, communaux ainsi que contre celui de la Chambre des représentants et bien d'autres. Ce n'est pas un fait isolé. En effet, dans le même laps de temps, en comparaison avec l'année dernière, nous avons observé une augmentation de 31 % des cyberattaques.
La cybersécurité ne concerne pas seulement un site qui ne s'affiche plus quand on en rafraîchit une page, mais également un CPAS qui, du jour au lendemain, ne peut plus exécuter ses paiements automatiques ou encore un indépendant qui ne peut plus accéder à aucune donnée en allumant son PC et doit peut-être alors mettre la clef sous la porte. La cybersécurité implique peut-être que, dimanche soir, quand nous voudrons connaître les résultats des élections communales et provinciales, nous ne pourrons y accéder.
En l'occurrence, une question fondamentale se pose: que faisons-nous pour garantir la cybersécurité de nos concitoyens? En effet, cette question est de l'ordre de la sécurité. Très concrètement, qu'a entrepris le Centre pour la Cybersécurité Belgique (CCB) dans la gestion de cette crise hier et aujourd'hui? A-t-il apporté son soutien aux différentes institutions qui ont été attaquées? En a-t-il eu les moyens? Plus fondamentalement, dispose-t-il des moyens nécessaires pour venir en aide aux institutions qui en ont besoin?
Qu'est-il prévu pour préparer les élections communales et provinciales de dimanche, de manière à s'assurer que, dimanche soir et lundi matin, nos concitoyens puissent accéder aux résultats le plus rapidement possible?
Matti Vandemaele:
Mijnheer de eerste minister, de afgelopen dagen werd ons land het slachtoffer van een reeks cyberaanvallen, waardoor een aantal websites tijdelijk niet bereikbaar was. Op de website van het CCB konden we lezen dat Russische groeperingen hierachter zouden zitten en dat onze pro-Oekraïense en prodemocratische standpunten aan de basis van de aanvallen zouden liggen.
Het is belangrijk dat we ons als land wapenen tegen dat soort aanvallen, want het is duidelijk dat er een grote directe veiligheidsdreiging uitgaat van desinformatie en cyberaanvallen. We zien dat daar steeds dezelfde landen achter zitten, namelijk Rusland en China. We moeten dat goed beseffen en daar waakzaam voor zijn.
Over vijf dagen zijn er lokale verkiezingen en het zijn net de sites waarop mensen informatie zoeken over de verkiezingen, die uit de lucht gaan. Bovendien gaat men in heel wat steden en gemeenten digitaal stemmen. Ik besef wel dat de stemcomputers op zichzelf staan en niet met elkaar of met het internet verbonden zijn, maar in de volgende fase, het verwerken en doorsturen van de resultaten, bestaat er volgens mij wel een groter risico op interferentie.
Mijnheer de eerste minister, ten eerste, wanneer zullen de sites die nu het doelwit zijn, opnieuw up and running zijn?
Ten tweede, zijn er indicaties voor extra cyberaanvallen komende zondag?
Ten derde, zijn we als land voldoende voorbereid, zodat de verkiezingen komende zondag op een ordentelijke manier plaats kunnen vinden? Welke stappen hebt u daarvoor gezet?
Catherine Delcourt:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, hier, de nombreuses institutions et administrations publiques ont, en effet, été la cible de cyberattaques massives, rendant leur site internet partiellement, voire totalement, inopérant. La situation a été rapidement rétablie – il faut le souligner. Néanmoins, de nouvelles attaques ont été perpétrées aujourd'hui à l'encontre, notamment, de ports et d'administrations locales. Le Centre pour la Cybersécurité Belgique a indiqué qu'un collectif de hackers prorusses se trouvait à l'origine de ces attaques et que ces attaques constituaient des représailles à l'encontre de la Belgique pour son engagement de livrer à l'Ukraine une série de canons de production française de type Caesar. On peut certainement regretter, au passage, la communication de la ministre de la Défense qui a devancé le Parlement et le Conseil des ministres qui devaient entériner cette décision. L'avenir nous dira si cette communication était responsable.
Néanmoins, en tant que députée fédérale, ce qui me préoccupe à l'heure actuelle, étant attachée à la démocratie, ce sont les élections et leur bon déroulement au niveau local ce dimanche.
Monsieur le premier ministre, quelle analyse avez-vous mené par rapport à ces cyberattaques et leur impact et avez-vous pris des mesures pour sécuriser davantage les élections qui sont prévues ce dimanche au niveau local?
Alexander De Croo:
Chers collègues, je vous remercie pour ces questions.
En effet, de nombreux sites web en Belgique ont subi des attaques DDoS. Il faut bien faire la différence entre ce type d'attaque et les attaques de type phishing ou vol de données. Cela n'a strictement rien à voir.
Een ddos-aanval is een aanval waarbij men een website overlaadt met communicatie. Dit zorgt ervoor dat die website niet bereikbaar is.
Dit is precies wat wij gisteren en vandaag in ons land gezien hebben. Volgens de analyse van het Centrum voor Cybersecurity zit een Russische groep hackers erachter. Op Telegram heeft die groep trouwens een lijst gepubliceerd van alle websites die geviseerd werden. Het ging om een aantal officiële instanties als de provincies, deze politieke instelling, een aantal gemeenten, maar ook om onze havens.
De analyse die het CCB tot nu toe gemaakt heeft, is dat wij de aanval relatief goed doorstaan hebben. Een aantal websites was wel gedurende een korte tijd niet bereikbaar, en een kleine minderheid is vandaag nog steeds niet bereikbaar, maar sites als die van de havens, en andere, hebben bijna geen last van die aanval gehad.
D'ailleurs, ce n'est pas la première fois que cette organisation perpètre des attaques DDoS dans notre pays. Par exemple, une attaque par cette même organisation a eu lieu lors de la visite du président Zelensky dans notre pays pour tenter d'interrompre le fonctionnement de certains de nos sites web.
Wat is de rol van het Centrum voor Cybersecurity? Ten eerste, detecteren. Ten tweede, communiceren met websites en organisaties waarvan men denkt dat ze in de focus liggen of waarvan ze zien dat ze in de focus liggen en om met hen maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat men kan mitigeren. Dat wil zeggen dat men kan vermijden dat er bepaalde schade zou worden toegebracht.
De analyse van het CCB is dat de overgrote meerderheid van onze websites dat relatief goed hebben kunnen doorstaan.
Parmi vous, certains disent que notre pays n'est pas à la hauteur en matière de cybersécurité.
Dat is absoluut onjuist. Ons land staat op internationale rankings bij de Europese top en de wereldtop op het vlak van bescherming. Op de National Cyber Security Index wordt ons land aangezien als het tweede best beschermde land in Europa. Op de Global Cyber Security Index heeft ons land een score van 96 op 100. Het gemiddelde is 66 op 100. Wij behoren dus absoluut tot de top van de wereld.
Nulrisico bestaat niet. Elke dag zijn er in ons land meer dan duizend cyberaanvallen. Wij worden continu belaagd. Wij zijn ook niet het enige land dat continu belaagd wordt door dergelijke aanvallen.
We zijn daar dus veeleer goed in, dankzij de structuur die het Centrum voor Cybersecurity heeft opgezet. Wij moeten echter bijzonder voorzichtig blijven, vooral op een moment als dit.
Het Centrum voor Cybersecurity, Binnenlandse Zaken en de regionale overheden, die de verkiezingen organiseren, zijn reeds maanden bezig met de voorbereiding van de verkiezingen. De analyse van het CCB vandaag is dat de aanvallen van de voorbije dagen op geen enkele manier een interferentie zouden kunnen zijn ten opzichte van de verkiezingen die komend weekend plaats moeten vinden. Het gaat dan wel over het soort aanvallen als gisteren. Ik heb geen informatie over wat er de komende dagen kan gebeuren; hoe dan ook moeten wij natuurlijk bijzonder voorzichtig blijven.
Wij weten dat men vanuit China, Rusland en misschien ook andere plaatsen probeert om onze democratie te destabiliseren; de ddos-aanval van gisteren heeft relatief beperkte hinder veroorzaakt. Wij moeten wel bijzonder voorzichtig zijn.
Vous avez parlé de phishing . Effectivement, lorsque vous recevez un e-mail d'un genre auquel vous ne vous attendez pas, il faut toujours se montrer extrêmement prudent.
Men probeert via medewerkers van officiële organisaties binnen te raken. Bij verkiezingen zoals nu moeten we bijzonder voorzichtig zijn. De strategie van cyberveiligheid 2.0 is in volle uitrol en is succesvol, zoals we in de verschillende rankings kunnen zien. Wat cyberveiligheid betreft, kunnen we echter nooit op beide oren slapen. We moeten op dat domein elke dag bewijzen dat we alles doen om onze websites en onze burgers te beschermen.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, wanneer de website van de Kamer wordt aangevallen, zodat die plat wordt gelegd, moeten wij ons als parlementsleden allemaal aangesproken voelen. Rusland kondigt die aanvallen aan en voert ze uit met een reden. We mogen ons niet laten intimideren. Vooruit zal zich nooit laten intimideren. Rusland is niet alleen op zoek naar onze zwakke plekken en onze zwakke systemen, maar ook naar wie de zwakste knieën heeft, naar wie bereid is om te buigen voor intimidatie, naar wie bereid is te luisteren naar dictators uit het buitenland.
Vooruit zal steeds de zijde kiezen van degenen die onderdrukt worden door anderen. We hebben dat gedaan in Gaza, we doen dat in Libanon en ook in Oekraïne. Wij laten ons niet intimideren, wij blijven de onderdrukten steunen. Dat is wat socialisten doen.
Voorzitter:
Ik feliciteer Brent Meuleman met zijn maidenspeech. (Applaus)
Steven Matheï:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, laat het duidelijk zijn dat cyberveiligheid een heel belangrijk topic is en blijft.
Mijnheer de eerste minister, ik heb twee boodschappen aan u en aan iedereen in het halfrond.
Ten eerste, we moeten blijven inzetten op cyberveiligheid, niet met zandzakjes maar met grote middelen, om de dreiging tegen te houden.
De tweede boodschap is gericht aan de vorige spreker, die samen met de communistische partij een coalitie vormt: iedereen moet op het eigen niveau proberen elke Russische invloed tegen te houden. Cd&v zal alleszins blijven inzetten op cyberveiligheid. Wij hebben dan ook een voorstel van resolutie ter zake ingediend.
Ismaël Nuino:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Je constate que nous partageons la même volonté de renforcer la cybersécurité. C’est excessivement important.
J’ai entendu votre explication sur les différences entre les DDoS et le phishing . C'est là une question de cybersécurité. Le rôle du Centre pour la Cybersécurité Belgique ne doit pas se cantonner à la gestion de ce genre d’attaques. Il doit aussi sensibiliser et informer les utilisateurs.
C’est aussi pour cette raison que j’ai posé la question concernant les moyens du CCB. Je n’ai pas obtenu de réponse à ce sujet. Le CCB a-t-il les moyens pour sensibiliser et informer tous les acteurs qui pourraient être malheureusement confrontés à des actions pouvant générer des risques pour notre cybersécurité?
Fondamentalement, la cybersécurité touche chacun d’entre nous. Nous devons absolument en faire une priorité. Pour Les Engagés, la cybersécurité est de la sécurité. Nous devons la renforcer à l'avenir et maintenir les efforts pour rester au top de la cybersécurité et des moyens que nous pouvons donner à tous nos concitoyens.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord.
Ik ben het met u eens dat ons al land al heel grote inspanningen levert en ik hoop dat een volgende regering op die weg doorzet.
Een element van uw antwoord verbaast mij wel. U zegt namelijk dat u geen link ziet met de lokale en provinciale verkiezingen van komende zondag. Dat vind ik vreemd, aangezien in grote mate ook websites van provincies en van lokale besturen geviseerd werden. Ik denk dat er potentieel toch een link kan zijn. Iedereen herinnert zich wellicht nog de fratsen met de verkiezingen van juni, hoe toen een en ander in de soep is gelopen.
Voor de geloofwaardigheid van de politiek en de democratie is het volgens mij heel belangrijk dat wij zondag een goede beurt maken, dat het systeem heel goed functioneert. We moeten dus extra waakzaam zijn zodat onze verkiezingen op een ordentelijke manier kunnen verlopen zonder enige mogelijke interferentie van buitenaf.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse. À l'approche des élections communales et provinciales, il convient de prendre très au sérieux la menace de cyberattaques contre nos institutions. Je suis consciente que de nombreuses personnes œuvrent à réparer les choses dans l'urgence et à sécuriser les systèmes informatiques de nos institutions. Néanmoins, cette vague d'attaques montre encore une fois qu'il convient d'investir de manière très sérieuse dans la cyberdéfense pour rendre nos institutions et nos organisations robustes et qu'elles puissent réagir de manière appropriée à des attaques venant de l'étranger. Je tiens aussi à souligner l'importance d'intégrer dans la communication politique de chacun l'aspect sécurité et d'évaluer celui-ci avant de prendre la parole.
Het toenemende gebruik van e-sigaretten onder minderjarigen
Het groeiende gebruik van e-sigaretten
Het groeiende gebruik van e-sigaretten
Toenemend e-sigarettengebruik onder jongeren
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmerende stijging van vapen onder jongeren, met name door agressieve marketing (smaakjes, kleuren, goedkope wegwerpproducten) die nicotineverslaving normaliseert en verdoezelt als "gezond alternatief". Minister Vandenbroucke kondigt verstrengde maatregelen aan (verbod op wegwerpe-sigaretten per 2025, uitstalverbod, verkoopbeperkingen op festivals/supermarkten) en belooft hardere handhaving (sancties, winkelSluitingen), maar erkent dat smaakbeperking (geïnspireerd door Nederland) en betere controle op onlineverkoop/reclame nog nodig zijn. Oppositie (Vooruit, CD&V) dringt aan op snellere actie, met name reductie van 7.000+ smaakjes en betere bescherming tegen verslaving, terwijl cijfers tonen dat 25% van de minderjarigen al vapet.
Funda Oru:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de geur van wafels, watermeloen of zelfs suikerspin in de slaapkamer van je kind, elke week ruikt men wel iets anders, niet omdat je twaalfjarige heeft besloten om in de slaapkamer te snoepen – dat komt ook wel voor –, maar omdat hij of zij vapet. De realiteit vandaag is dat steeds meer jongeren en zelfs kinderen vapen, jongens en meisjes. Uit het vandaag gepubliceerde onderzoek blijkt dat meisjes een inhaalbeweging hebben gemaakt en dat zij zelfs meer vapen dan jongens.
De eerste genderkloof die we in ons land aanpakken, is die van de nicotineverslaving. Dat kan tellen. De tabakslobby hanteert zeer sluwe praktijken met onder andere vrolijke kleuren, feestlichtjes en goedkope producten die niet zijn bedacht om vijftigers van hun sigaretten af te helpen, maar om onze kinderen en jongeren voor de rest van hun leven verslaafd te maken.
Wij socialisten bij Vooruit, wij staan voor de bescherming van onze kinderen, zij aan zij met ouders, die zich zorgen maken, en zij aan zij met jongeren en kinderen die onbewust in de val trappen en voor de rest van hun leven verslaafd geraken.
Mijnheer de minister, u pakte de voorbije jaren al die valstrikken van de tabaksindustrie aan. We zijn zelfs voorloper in Europa door geen vrolijke kleuren en geen goedkope wegwerpproducten te aanvaarden. Als een twaalfjarige een wegwerpvape kan kopen met zijn zakgeld, is er iets grondig mis in onze samenleving.
Het onderzoek toont dat er nog werk aan de winkel is en dat veel jongeren het vapen associëren met een gezond alternatief voor het roken. Helaas heeft vapen een schoon en veilig imago. Dat toont nogmaals aan hoe sluw de tabaksindustrie is. Mijnheer de minister, wat is de volgende stap? Wat kunnen we nog meer doen om onze kinderen te beschermen?
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, als voormalig leerkracht had ik de indruk dat alsmaar meer jongeren begonnen te vapen. Die indruk werd gisteren bevestigd door het resultaat van de leerlingenbevraging van het VAD. Daaruit bleek dat het klassieke roken gelukkig is afgenomen – dat kunnen wij alleen maar toejuichen –, maar dat het gebruik van vapes bij jongeren opnieuw toeneemt.
Het gebruik van e-sigaretten is een groot gevaar voor onze jongeren, zoals collega Oru daarnet al aangaf, en moet aan banden worden gelegd. In de bevraging las ik dat negen op de tien Vlaamse jongeren wel degelijk de wetgeving rond de verkoop van tabaksproducten kennen, maar dat ze toch nog aan die middelen raken.
Ik heb vandaag dan ook een concrete vraag voor u, mijnheer de minister. Welke extra maatregelen zult u nemen opdat jongeren die middelen niet meer kunnen aankopen?
Els Van Hoof:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de cijfers van het VAD zijn wederom onrustwekkend, want bijna 25 % van de jongeren onder de 18 heeft reeds gevapet.
Dat is geen verrassing voor mij. Reeds meer dan vijf jaar geleden heb ik een wetsvoorstel ingediend om de smaakjes van de vapes, een rage die overgewaaid is uit de VS en de UK, te beperken. Verslaving werkt overal en dat weet de sector perfect. Vapes worden voorgesteld als een rookstopmiddel om mensen te helpen met het stoppen met roken, maar niets is minder waar. We merken heel duidelijk dat het voor jongeren een cool gadget is, een soort modeaccessoire dat past of moet passen bij de outfit.
Al lang geleden heb ik gepleit voor maatregelen. U hebt al enkele maatregelen uitgevaardigd om dat sluipend gif tegen te gaan. Een van de maatregelen is een verbod op de wegwerpsigaret vanaf 2025. Dat is een goede maatregel, maar toch blijkt in de UK dat die maatregel wordt omzeild. Neem toch een effectieve maatregel, bijvoorbeeld door het aantal smaakjes te beperken. In een kamer kan het naar wafels en pannenkoeken ruiken, terwijl er in realiteit iemand vapet. Waarom moeten er 7.000 smaakjes bestaan? We weten heel goed dat vapes worden verkocht als een soort snoepgoed om het aantrekkelijk te maken bij jongeren. Samen met dat zogenaamd snoepgoed wordt ook een nicotineverslaving verkocht. Dat is toxisch, zowel voor lichaam als geest. Dat is voor ons onaanvaardbaar.
Mijnheer de minister, daarom vraag ik u wanneer u cd&v zult volgen in de vraag naar een beperking van het aantal smaakjes. De Stichting Tegen Kanker stelt dat eveneens voor. Ik denk dat we in gang moeten schieten, ofwel aan de onderhandelingstafel, ofwel in het Parlement.
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, roken maakt ziek en roken veroorzaakt heel veel overlijdens. In de voorbije jaren hebben we daarom bijkomende maatregelen genomen, eigenlijk in een voortdurende strijd tegen de tabakslobby en tegenwoordig ook tegen de vapelobby, om ervoor te zorgen dat meer mensen worden aangezet om te stoppen met roken en daarnaast om ervoor te zorgen dat minder jonge mensen beginnen te roken. Dat is bijzonder belangrijk.
Vapes zijn inderdaad ongezond vanwege de nicotine, die erin zit, die verslavend is voor jonge mensen en ook schadelijk voor hun ontwikkeling. We willen vapes inderdaad krachtig aanpakken.
Om te beginnen hebben we al de gewone vapes minder aantrekkelijk gemaakt door het verbod dat we hebben ingevoerd op lichtjes en andere accessoires die deze producten aantrekkelijk moeten maken. We hebben verder ook de marketing rond de smaakjes en geurtjes aangepakt.
Op 1 januari 2025 zal België het eerste land van de Europese Unie zijn waar wegwerpvapes verboden zullen worden. Op diezelfde datum gaat er ook een verkoopverbod in op sigaretten en vapes bij tijdelijke evenementen, zoals festivals. Op 1 april 2025 gaat een verkoopverbod in van sigaretten en vapes in supermarkten die groter zijn dan 400 m², alsook een volledig uitstalverbod, zowel voor sigaretten als vapes, in eender welk soort winkel. Dat is bijzonder belangrijk.
Wat moeten we verder doen? We moeten deze strijd zeker verderzetten. Om te beginnen moeten we handhaving doen. Ik ben ontsteld door de onverantwoordelijkheid van wat er helaas gebeurt in winkels en cafés, waar ondanks verbodsbepalingen toch nog sigaretten en vapes aan minderjarigen worden verkocht. Ik hoorde gisteren mevrouw De Greve van Comeos op VTM zeggen dat het toch niet zo simpel is om te zien wie jonger is dan 18 jaar. De wet is echter bijzonder duidelijk voor de leden van Comeos. Als men denkt dat iemand jonger dan 25 is, dan is men verplicht om een identiteitskaart te vragen en te checken of die persoon meerder- of minderjarig is. Dat zegt de wet en dat is dus wat men moet doen. Ik zal Comeos tot de orde roepen omdat ik wil dat men ook enige maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt in winkels, supermarkten en eender waar dergelijke producten nog verkocht kunnen worden.
Moeten we nog verdere maatregelen nemen? Absoluut, daar ben ik ten zeerste van overtuigd, ook wat betreft de plaatsen waar gerookt wordt. Wat de smaakjes betreft, mevrouw Van Hoof, heb ik in een eerste beweging het advies van de experts van de Hoge Gezondheidsraad gevolgd, die zeiden dat we die smaakjes zo moesten laten. Wat nu in Nederland gebeurt, is inspirerend en ik denk dat we dat opnieuw moeten bekijken. Ik ben dus absoluut voorstander om daarin verder te gaan.
Wij hebben de strijd opgevoerd, zowel tegen tabak als tegen vapes. Er is echter nog een hele weg te gaan. Het is een strijd die ook op het terrein gevoerd moet worden. Wie niet horen wil, zal voelen. We zullen verder gaan met de inspecties en we gaan de inspecties versterken. We gaan ook krachtiger optreden, met sancties, tot en met het sluiten van winkels die de wet overtreden.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, zolang jongeren kunnen zeggen dat het lekker smaakt, mogen wij niet verbaasd zijn dat vapen populair blijft. We hadden de trend van de sigaretten gekeerd. Vandaag slaat de tabakslobby opnieuw toe.
Vooruit zal steeds de kant kiezen van onze jongeren, dus ook als het gaat over nicotineverslaving. We namen al tal van maatregelen, maar wij laten dit onderwerp niet los. Stilstand in dit dossier leidt tot meer verslaving. En dus gaan we voort. Ik weet het als moeder, dit kan men als ouder niet alleen oplossen en als kind ook niet. Wij hebben onze keuze gemaakt, nu is het aan de volgende regering om verder te gaan.
Voorzitter:
Mevrouw Oru, ik feliciteer u met uw maidenspeech. (Applaus)
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, er is inderdaad heel wat wetgevend werk voorafgegaan aan deze jongerenproblematiek, maar 26 % is in mijn ogen toch nog te veel. 26 % van de jongeren komt voor 18 jaar in contact met een e-sigaret. Dat moet veranderen. Ik ben blij om hier vandaag te vernemen dat er extra ingezet zal worden op controle en handhaving. Waarvoor dank.
Voorzitter:
Mevrouw Peeters, ik feliciteer u met uw maidenspeech. Den bompa zal trots zijn. (Applaus)
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, inderdaad, heel wat maatregelen zijn al genomen onder de vorige regering. Het schort echter nog aan handhaving en controle, en zeker de onlinereclame is een groot probleem. Ook aan de onlineverkoop schort er iets. Wij moeten daar zeker iets aan doen. Cd&v pleit uiteindelijk voor wat echt nodig is, namelijk het beperken van het aantal exotische smaakjes. U zegt dat België in de EU het eerste land is met maatregelen. Dat klopt, maar eigenlijk weten wij al uit het Verenigd Koninkrijk dat de reglementering inzake de wegwerp-e-sigaret gemakkelijk omzeild wordt. We moeten dus drastischere maatregelen nemen. We moeten het aantal smaakjes beperken en we moeten ervoor zorgen dat jongeren niet verslaafd raken. We zien immers dat er vandaag heel wat chemicaliën in zitten waarvan we het resultaat nog niet kennen. Dat moet verder worden onderzocht. Laten we dus gaan voor het verder beperken van het aantal smaakjes, ook onder de volgende regering, en nu aan de onderhandelingstafel, om onze jongeren te beschermen.
Het gebrek aan controles op de wettelijke cashverplichting
Betalen met cash
Cashbetalingen
De controles van de Economische Inspectie op de cashverplichting van zelfstandigen
Cashbetalingen en controle op cashverplichting
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 3 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de wettelijke verplichting voor ondernemingen om contant geld te aanvaarden, die slecht wordt nageleefd en nauwelijks gecontroleerd (slechts 1 PV en 11 waarschuwingen in maanden). Vooruit, sp.a en N-VA benadrukken het recht op cashbetalingen voor kwetsbare groepen en eisen strengere handhaving, sensibilisering en steun voor ondernemers bij cashverwerking, terwijl Open Vld de controles als een "heksenjacht" bestempelt die zelfstandigen onnodig belast. Minister Dermagne wijst op de jonge wetgeving (sinds maart) en pleit voor geleidelijke handhaving, maar erkent dat meer middelen en controles nodig zijn. Kernpunt: de spanning tussen consumentenkeuze en praktische lasten voor ondernemers, met een oproep tot evenwichtige oplossingen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, Vooruit heeft de voorbije jaren een felle strijd gevoerd om meer bankautomaten te plaatsen in de buurt van de mensen. Dat doen wij omdat het belangrijk is dat mensen altijd aan hun eigen geld kunnen en dat zij er altijd voor kunnen kiezen om cash te betalen.
Mijnheer de minister, daarom zijn wij ook blij met de inspanning die werd geleverd om te zorgen voor een betere spreiding van de bankautomaten. U zult het echter ongetwijfeld met mij eens zijn: wat schieten we op met een betere spreiding van bankautomaten en een betere toegang tot het geld, wanneer we vervolgens moeten vaststellen dat mensen niet meer kunnen kiezen waar en wanneer ze hun eigen geld uitgeven?
Mijnheer de minister, we zien recent immers een nieuw fenomeen van handelszaken die cashless werken en waar mensen dus niet meer met hun cashgeld terechtkunnen. Nochtans heeft de huidige regering een wettelijke verplichting opgelegd. Voor Vooruit is het duidelijk: het is een recht om te kiezen of men met cash of met de kaart betaalt.
Onze vraag aan u is heel eenvoudig. Mijnheer de minister, hoe zult u erop toezien dat voornoemd recht gewaarborgd blijft?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, met cash betalen blijkt een probleem te zijn. Er is een spanningsveld tussen de consumenten en sommige ondernemers. Enerzijds zijn het de consumenten die druk voelen omdat ze niet meer met cash voor hun brood, hun koffie of hun spaghetti kunnen betalen. Anderzijds voelen de ondernemers de druk om alsmaar meer elektronische betaalmiddelen te introduceren omdat het hen niet gemakkelijk wordt gemaakt om nog met cashgeld te werken, dat te verwerken en het te deponeren.
Er is een verordening die het wettelijk verplicht maakt om cashgeld te aanvaarden, maar de niet-naleving ervan werd gedoogd. We hebben dan een interne wet gemaakt met hetzelfde doel, maar opnieuw blijkt het niet aanvaarden van cashgeld te worden gedoogd. Er werden 360 klachten in de eerste helft van dit jaar ontvangen, tegenover 316 in heel 2023. Er werd ook slechts één pv opgesteld.
Begrijp ons niet verkeerd. Wij zijn niet voor het bemoeilijken van het leven van ondernemingen. Wij zijn niet voor een klopjacht. Wij zijn ook niet voor het bemoeilijken van het leven van de mensen. Wij willen oplossingen. Ook de consumentenorganisaties hebben vanmorgen stevige kritiek geleverd op het feit dat hieraan niet veel wordt gedaan.
Mijnheer de minister, bent u bereid om, na de kritiek van vanmorgen, te sensibiliseren en daarnaast ook het meldpunt onder de aandacht te brengen, zodat onze inspecteurs gericht kunnen controleren? Welke maatregelen nam u tot op heden om onze ondernemingen te steunen in het verwerken van aanvaardbaar cashgeld, zodat het basisprobleem opgelost is, zodat die keuze-evidentie daadwerkelijk een evidentie is?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wat we gelezen hebben, beroert ons duidelijk allemaal. Acht maanden geleden heeft de Kamer een wet goedgekeurd waardoor de consument te allen tijde met cashgeld kan betalen. Ondernemingen zijn verplicht om cashgeld te aanvaarden. Ook de overheid kan onder de definitie van een onderneming vallen, als ik denk aan bijvoorbeeld de exploitatie van een zwembad, de verkoop van huisvuilzakken of een betaling in een bibliotheek.
Cashbetalingen mogen enkel geweigerd worden met veiligheidsredenen als motivatie en die weigering moet worden meegedeeld.
Ook ik ga graag de stad in en ik moet zeggen dat het aantal bordjes 'no cash, cards only' – om het in het mooi Nederlands te zeggen – niet meer te tellen is. Met andere woorden, de verplichting wordt niet nageleefd. Nu blijkt ook dat de verplichting amper wordt gecontroleerd, laat staan gesanctioneerd, mijnheer de minister. Tot dusver werd nog maar één proces-verbaal opgesteld en zijn nog maar elf waarschuwingen uitgeschreven.
Mijnheer de minister, cashgeld is en blijft een wettelijk betaalmiddel. De consument moet steeds de keuze hebben om ofwel elektronisch ofwel met cashgeld te betalen. Onze partij heeft altijd nagestreefd dat iedereen toegang heeft tot cashgeld, maar men moet er vervolgens ook nog mee kunnen betalen. Wij willen dat de aandacht daarvoor levendig blijft, want wij willen de groep mensen die niet meer meekan met de digitale sneltrein niet achterlaten.
Mijnheer de minister, de verplichting is meer dan een halfjaar van kracht. Het Parlement heeft zijn werk gedaan. De Economische Inspectie heeft nu instrumenten om mee aan de slag te gaan. Het komt er nu op aan dat de wet wordt nageleefd en uitgevoerd. Dat is uw taak. Wij kijken naar u en ik dank u bij voorbaat voor de oplossing die u in uw antwoord zult aanreiken.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, onze zelfstandige retailers zijn kruispunten waar mensen elkaar tegenkomen. Dat is belangrijk voor het sociale weefsel. Dat heeft in al onze verkiezingsprogramma's gestaan.
De zelfstandigen hebben het moeilijk. Zij kampen met de inflatie en met de hoge loonkosten. Er bestaat een wirwar aan regels en het is eigenlijk niet te verklaren waarom er hier zo voor gepleit wordt om een heksenjacht tegen de ondernemers te beginnen door de Economische Inspectie op pad te sturen met een vergrootglas en met een boeteboekje. Tot 40.000 euro boete als men bij hen niet met cash kan betalen.
Mijn ouders en mijn broer hebben een krantenwinkel. Zij vragen of wij daar in Brussel niets anders te doen hebben. Hebben wij daar echt geen andere prioriteiten? Is er niets anders in onze economie dat problematisch is? Is er niets anders waardoor de Economische Inspectie een gelijk speelveld kan garanderen? Wat gebeurt er inzake controle op buitenlandse webshops? Wat gebeurt er inzake de controle op verkoop met verlies? En ga zo maar door.
Mijnheer de minister, waarom wordt er zoveel energie gestoken in die heksenjacht tegen zelfstandigen?
Pierre-Yves Dermagne:
Mijnheer de voorzitter, geachte leden, allereerst wil ik u eraan herinneren dat het op mijn initiatief was dat een wet werd aangenomen die de Algemene Directie Economische Inspectie de middelen geeft om toezicht te houden op het ontvangen van zowel contante als elektronische betalingen bij alle handelaars. Dat is gebaseerd op een eenvoudig principe, mijnheer Soete: consumenten moeten altijd kunnen kiezen tussen een cash- of een elektronische betaling.
Ik hoor uw kritiek en wil daar graag op antwoorden. Zo is er maar één PV opgemaakt naar aanleiding van 117 controles. Dat komt voornamelijk omdat de wetgeving bepaalt dat een onderneming pas kan worden bestraft na een eerste waarschuwing en de bepaling slechts sinds eind maart van dit jaar van kracht is. Daarnaast is er kritiek op het feit dat ondernemingen de verplichtingen kunnen omzeilen door veiligheidsredenen in te roepen, maar de voorwaarden om contant geld te weigeren zijn wettelijk beperkt. Een detailhandelaar mag bijvoorbeeld contante betalingen om veiligheidsredenen weigeren, maar enkel tijdelijk, voor de periode die nodig is om maatregelen te nemen om zijn veiligheid te garanderen.
Tot slot moet ik u eraan herinneren dat ik, toen ik deze maatregel wilde invoeren, eerst door geen enkele andere partij in de vivaldimeerderheid werd gesteund. Na veel aandringen hebben wij een compromis bereikt om de Algemene Directie Economische Inspectie de capaciteit te geven om deze verplichtingen te controleren. Is dat te weinig, is dat te veel? Misschien wel, misschien niet. Vandaag ligt de macht alleszins bij het Parlement. Er zijn misschien te weinig controles, maar meer controles vragen mensen op het terrein en middelen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, collega's, ik denk dat niemand hier oproept tot een heksenjacht. De wetgeving is relatief nieuw. Ze dateert nog maar van zes maanden geleden. Het is dus evident dat er nog niet veel controles hebben kunnen plaatsvinden.
Ik denk dat we het volgende moeten doen. Er is absoluut nood aan bijkomende sensibilisering. Niet alle kleine zelfstandigen met een winkeltje checken immers elke dag het Belgisch Staatsblad, waardoor ze zouden weten dat het effectief verplicht is om cash te aanvaarden. Ik denk dat er vandaag nog veel mensen zijn die dat niet weten en de wet dus niet bewust overtreden.
Als men een wet uitvaardigt, moet men die natuurlijk ook handhaven. Samen met sensibilisering moeten we dus ook controleren, met een waarschuwingsbrief. Tegen de hardleerse winkeliers, die blijven weigeren, zal er uiteraard moeten worden opgetreden.
Voorzitter:
Ik dank collega Soete, die zich voor het eerst tot dit gremium heeft gericht. (Applaus)
Collega Verkeyn, u hebt het woord voor uw repliek.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, ik begrijp uit uw antwoord dat ook u geen klopjacht wilt, maar wel een oplossing voor het probleem. Ik denk dat de meesten dat ook willen. Waarschijnlijk komen de liberalen niet meer zoveel buiten, maar mochten ze dat doen, dan zouden ze horen dat de zelfstandigen die wel nog cash willen aanvaarden het moeilijk hebben omdat ze dat geld niet kunnen deponeren. Wat dat betreft, blijf ik wat op mijn honger zitten na uw antwoord.
Het Parlement zal op dat vlak alleszins heel wat werk leveren om het leven van iedereen te verbeteren.
Voorzitter:
Mevrouw Verkeyn, u hebt hiermee de spits afgebeten van wat ongetwijfeld een briljante parlementaire carrière zal worden. (Applaus)
Collega Grillaert, u hebt het woord.
Leentje Grillaert:
Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik had er iets meer van verwacht, maar we zullen als Parlement de hand aan de ploeg slaan en ervoor zorgen dat iedereen met cash kan betalen en niet alleen cash kan ontvangen.
De wet is er uiteraard niet zomaar gekomen, maar is het gevolg van klachten en het ontbreken van actiemiddelen voor de Economische Inspectie om op te treden. Nu de middelen in de wet zijn voorzien, mag ze geen dode letter blijven. Het is belangrijk dat er wordt opgetreden en dat de overheid er zich aan houdt. Niet iedereen is mee met de digitale sneltrein. We willen dat iedereen mee is en ook kan betalen.
Ik ben een beetje geschrokken door de uitspraak van mijn collega van Open Vld hier. Ik heb zelfs het woord heksenjacht gehoord. Niemand wil een heksenjacht. Iedereen wil dat de wet wordt nageleefd.
Steven Coenegrachts:
Welk land is België geworden? In Antwerpen krijgt men boetes van de zedenpolitie wanneer men met een te korte short rondloopt, in Vlaanderen krijgt men boetes wanneer de kinderen niet presteren op school en op federaal niveau wanneer men niet met briefjes van 20 betaald wil worden. Collega’s, laat mensen ondernemen. Stop met verbieden, stop met beboeten. Respecteer de mensen die investeren in ons sociaal weefsel, dat u allemaal zo belangrijk vond in uw verkiezingsprogramma. Ondersteun de mensen die investeren. Vandaag laat u die mensen los, laat u die in de steek. U legt uw vergrootglas op hen en geeft hun boetes in plaats van hen te motiveren en te stimuleren. Ik denk dat we beter kunnen.
De humanitaire hulp aan Libanon
De repatriëring uit Libanon en de humanitaire hulp
De screening bij evacuaties uit Libanon
De humanitaire hulp en de repatriëringen uit Libanon
De situatie in het Midden-Oosten
De escalatie van de crisis in het Midden-Oosten en de evacuatie van Belgische burgers
De situatie in het Midden-Oosten
De opflakkering van het geweld in het Midden-Oosten
Midden-Oosten crisis, evacuaties en humanitaire hulp.
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 3 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de escalerende crisis in het Midden-Oosten, met focus op Libanon en Israël, waar geweld honderden doden en een miljoen vluchtelingen veroorzaakt, terwijl België noodhulp (B-FAST), repatriëring van 1.800 Belgen en een staakt-het-vuren prioriteert. Belangrijkste standpunten: Ministers Lahbib en Vandenbroucke bevestigen onmiddellijke repatriëring (via Nederland, MEA en Defensie), 150.000 euro medische hulp en pleidooien voor de-escalatie in EU-verband, maar sancties tegen Israël (gevraagd door oppositie) blíjven uit. Kritiek komt van Groen (selectief geweldsvertoor), VB (screening geradicaliseerden), PTB/PVDA (België "medeplichtig" via EU-Israël-akkoord) en N-VA/CD&V (diplomatie eerst). Kern: Humanitaire actie loopt, maar politieke oplossing (tweestaten, staakt-het-vuren) en strengere houding tegen Israël blijven omstreden.
Voorzitter:
U bent misschien verbaasd dat minister Vandenbroucke hier zit om op het thema te reageren. Dat heeft te maken met het feit dat niet alleen mevrouw Depraetere is vervangen omdat ze is toegetreden tot de Vlaamse regering, maar dat ook collega Gennez nu deel uitmaakt van die regering en ons eveneens heeft verlaten. De heer Vandenbroucke heeft haar bevoegdheden overgenomen.
Fatima Lamarti:
Collega's, iedereen wordt geraakt door wat er vandaag in het Midden-Oosten gebeurt. Het geweld ontziet ginder niemand, ook niet journalisten, die strijden voor de waarheid. Ook al wie daar vrienden, kennissen of familie heeft, wordt erdoor geraakt.
Soms lijkt het alsof het conflict in het Midden-Oosten onze samenleving enkel verdeelt. Politieke partijen die campagne voeren op conflicten helpen niemand vooruit. Wij maken een andere keuze: geen loze woorden aan de zijlijn, maar actie op het terrein. Vooruit kiest namelijk de kant van de burgerslachtoffers, zeker nu er elke dag honderden burgerslachtoffers bij komen.
Terwijl Israël Libanon bombardeert, vluchten gezinnen met kinderen voor het geweld. Libanon redt het niet alleen. Woorden zijn niet voldoende. Daarom pleitte mijn collega Lambrecht vorige week ook voor sancties en een onmiddellijk staakt-het-vuren. Dat is evenwel nog geen oplossing voor de slachtoffers vandaag. Gelukkig kondigt u, mijnheer de minister, aan om te doen waar België goed in is, namelijk noodhulp verlenen. Wij deden het de afgelopen jaren in Turkije, Gaza en nu in Libanon. Met B-FAST redden we levens, als we effectief kunnen zijn.
Hoe garandeert u die effectiviteit? Waar gaan onze mensen aan de slag? Met wie werken zij samen? Hoe redden wij zoveel mogelijk mensen?
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer en mevrouw de minister, collega's, het conflict in het Midden-Oosten is de afgelopen weken nog verder geëscaleerd. Dat verontrust me enorm, want ik vrees dat Israël van Libanon een tweede Gaza zal maken. Vorige week waren er ontploffende biepers. Ondertussen is het Israëlische leger Libanon binnengetrokken en werd Beiroet gebombardeerd. Op een week tijd vielen er honderden doden en er zijn naar schatting 1 miljoen mensen op de vlucht. Het is overduidelijk dat er een de-escalatie, een staakt-het-vuren in het Midden-Oosten nodig is. We roepen alle conflictpartijen daartoe op. Voor alle duidelijkheid, ook Iran moet stoppen met het afvuren van raketten op Israël, wat absoluut veroordeeld moet worden.
Het grootste slachtoffer is natuurlijk de lokale bevolking. Die mensen worden gebombardeerd, moeten vluchten en lijden honger. Libanon was al een erg arm land met ontzettend veel vluchtelingen.
Daarom doe ik de volgende oproep. België moet, ten eerste, de noodkreet van de Verenigde Naties om humanitaire steun te bieden, ondersteunen. Ten tweede, het is goed dat we repatriëren, maar zorg ervoor dat we het niet aanpakken zoals destijds in Afghanistan. Zorg ervoor dat we dus niet enkel Belgen, maar ook andere mensen repatriëren. Red voldoende mensenlevens; dat is absoluut onze morele plicht. Ten slotte, vandaag wijst men mensen door naar commerciële vluchten voor repatriëring, maar die tickets zijn peperduur en die vluchten zijn praktisch volgeboekt. Mevrouw de minister, wanneer start u de repatriëring via het Belgisch leger op?
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, met de gecoördineerde aanvallen waarbij biepers van duizenden leden van de terroristische organisatie Hezbollah tot ontploffing werden gebracht en waarbij ook verschillende doden vielen, escaleerde het conflict verder. De actie werd nadien nog eens herhaald, maar dan met walkietalkies. De situatie in Libanon is dan ook zeer gespannen. Vanochtend las ik nog in de krant dat een Belgische journalist en cameraman gewond zijn geraakt bij een incident.
Het Vlaams Belang is dan ook zeer verheugd om te horen dat u eindelijk van plan bent om evacuatieplannen op te stellen, maar wij hebben wel een aantal kritische noten. Wij moeten er eerst en vooral voor zorgen dat onze landgenoten zo snel en veilig mogelijk terugkeren naar België. Wij moeten echter ook opletten wie zij zijn. Daarom vragen wij dat deze geëvacueerde Belgen worden gescreend op eventuele vormen van radicalisering en dat wordt bekeken of zij contact hebben gehad met terroristische organisaties als Hezbollah en andere. Dat is de enige manier om de Belgen hier in België veilig te houden en het conflict niet te importeren in ons Belgenland.
Weet u hoeveel Belgen er zullen terugkeren?
Bent u van plan om deze screening serieus te nemen en dus de geëvacueerde Belgen te screenen op eventuele vormen van radicalisering of contact met terroristische organisaties als Hezbollah en andere?
Bent u bereid om deze screening ook verder te zetten, eventueel in samenspraak met de eerste minister?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, wie vrede en diplomatie predikt, wordt blijkbaar persona non grata. Dat is wat VN-secretaris-generaal Guterres de voorbije week heeft ondervonden. Hij wordt door Israël persona non grata verklaard. Hij heeft gisteren in de VN-Veiligheidsraad nochtans duidelijke woorden gesproken. Hij zei: "Een inferno waar de ene aanval de andere rechtvaardigt, leidt slechts tot meer leed van burgerslachtoffers."
Iran gooit uiteraard meer olie op het vuur. Mevrouw de minister, u hebt dat duidelijk veroordeeld, maar ik denk dat ze in Teheran en Tel Aviv nog altijd niet onder de indruk zijn en andere prioriteiten hebben. Dat heeft natuurlijk te maken met een aantal bondgenoten. Ik denk concreet aan de VS, die door de verkiezingskoorts worden verlamd. Daardoor springt Israël in een gat en krijgt het meer speelruimte.
Ik hoorde vandaag op de radio dat er een soort van hoerastemming heerst. Ik vind dat totaal ongepast. Wij moeten uiteraard niet pleiten voor een militaire uitbreiding van het conflict, maar voor vrede, voor de-escalatie en voor vredesonderhandelingen.
Ik heb hier al een twintigtal keer hetzelfde gezegd, maar ik ga die plaat nooit afzetten. Wij moeten pleiten voor een onmiddellijk staakt-het-vuren. Wij moeten pleiten voor een tweestatenoplossing. Wij moeten pleiten voor een onmiddellijke vrijlating van de gijzelaars. Ik hoop dat u deze plaat ook niet afzet in de Europese Raad en ook niet in de Raad Buitenlandse Zaken, waar u voor dezelfde zaken zou moeten pleiten.
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, welke positie neemt België vandaag concreet in?
Wij hebben het goede nieuws van de repatriëring vernomen. (…)
Nabil Boukili:
Monsieur le président, madame et monsieur les ministres, cette dernière année, Israël a montré son vrai visage, en tout cas, à ceux qui sont aveugles depuis septante-cinq ans. Depuis un an, un génocide se déroule devant nos yeux. À croire qu'ici, en Europe, on a oublié ce que signifie un génocide, vu une telle passivité et inaction. On parle de 41 000 morts, sans compter les disparus ni les corps qui se trouvent sous les décombres, en plus de la famine et des maladies avec leurs conséquences sur les générations à venir!
Depuis deux semaines, c'est le peuple libanais: plus de 1 000 morts, plus de 6 300 blessés. Aucune réaction! Désormais, nous voyons la région s'embraser complètement. Le seul responsable de cette situation est l' É tat colonial d'Israël. Il en est responsable parce qu'il est impuni. Et nous ne sommes pas simplement passifs; le pire est que nous sommes complices. En effet, lorsque les États-Unis fournissent 20 milliards de dollars d'armements qui tuent les enfants palestiniens et le peuple libanais et que l'Union européenne conclut un accord d'association, ils participent à l'économie de guerre israélienne. Nous sommes complices du génocide, des crimes de guerre au Liban et de l'embrasement du Moyen-Orient. C'est inacceptable!
Madame la ministre, quand allez-vous mettre fin à notre complicité avec ces crimes de guerre et imposer un embargo militaire contre Israël? Quand allez-vous mettre fin à cette complicité en arrêtant le commerce (…)
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le vice-premier ministre, madame la ministre, la semaine passée déjà, je m'inquiétais au sujet du sort des ressortissants belges au Liban. Même si je lis parfois que certains voient plus clair, je crois qu'il ne fallait pas être grand clerc pour comprendre que l'introduction des forces israéliennes sur le territoire libanais ne se ferait pas à la vitesse éclair.
Aujourd'hui, nous sommes face à nos responsabilités. Il y a 1 800 ressortissants qui sont toujours présents, dont 100, dites-vous, souhaitent quitter le territoire libanais. Le gouvernement s'est enfin réuni – certes par voie électronique – et a décidé qu'il y avait trois modalités, la première étant les vols commerciaux. Y a-t-il encore aujourd'hui des vols commerciaux qui pourraient être pris par ces ressortissants dans des conditions de prix décentes? Deuxième modalité, l'aide militaire provenant des partenaires étrangers, comme les Pays-Bas. Avons-nous des garanties de présence sur ces avions pour les Belges? Quel est le pourcentage? Combien de sièges? Et, troisièmement, l'intervention éventuelle de l'aviation et des forces militaires sur le territoire.
Cette troisième option n'est-elle pas à privilégier si nous voulons permettre à ces ressortissants de pouvoir revenir chez eux, chez nous, dans des conditions qui sont sûres? Ce conflit ne s'arrêtera pas; et, si nous ne prenons pas les devants, si la préparation n'est pas immédiate – en termes d'urgence, le gouvernement a l'obligation de réagir –, …je ne souhaite pas le pire, mais je ne voudrais pas qu'on puisse l'imaginer.
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer Crucke.
Collega's, gelieve allemaal op uw woorden te letten, want behalve de talloze kijkers thuis bevindt er zich een hele groep jonge mensen in de tribune.
Michel De Maegd:
Madame la ministre, monsieur le ministre, le Liban est à feu et à sang, une nouvelle fois. Un drame pour les civils, un de plus depuis plusieurs décennies. Politiquement, chers collègues, à travers l'élimination du chef du Hezbollah, c'est le régime iranien qui a été visé en plein cœur, un régime qui, ne l'oublions pas ici, ne vise qu'une chose: l'anéantissement total d'Israël.
Israël a aussi encore été durement touché ces derniers jours, par des attentats meurtriers à Tel-Aviv, par des tirs de missiles venant des Houthis au Yémen et, enfin, par l'envoi de 200 missiles balistiques en provenance de l'Iran, heureusement pour la plupart neutralisés. Imaginez, un instant, s'ils avaient atteint leur cible, quel désastre cela aurait été pour la population civile en Israël. Personne ne devrait, chers collègues, accepter le terrorisme, et nous devons aussi comprendre qu'Israël lutte pour sa survie. C'est un combat existentiel.
Néanmoins, il faut être clair. Promouvoir la sécurité de l'État d'Israël et de sa population ne signifie pas soutenir aveuglément la politique menée par le gouvernement Netanyahou.
À ce propos, les événements de ces derniers jours nous font craindre une escalade encore plus importante qui fera encore plus de victimes dans la région, à Gaza, en Cisjordanie, au Liban et en Israël – victimes que mon groupe déplore toutes.
Alors pour faire taire le fracas des armes, une réponse diplomatique est indispensable. C'est une responsabilité de la communauté internationale toute entière. Celle-ci n'est pas exempte de reproches en ayant fermé les yeux depuis un an sur les tirs quotidiens de missiles venant du Hezbollah.
Dans ce contexte, madame et monsieur les ministres, voici mes questions. Nous accordons une grande importance à la sécurité des Belges qui sont toujours présents au Liban. Vous avez annoncé en avoir identifié une centaine qui désirent rentrer chez nous. Ce nombre a-t-il évolué depuis hier? Dans quels délais ces rapatriements auront-ils lieu? Nous apprenons aujourd'hui que deux journalistes belges ont été blessés. Avez-vous plus d'informations à leur propos? Enfin, quelle aide humanitaire sera mobilisée en faveur de la population libanaise qui souffre depuis tant de mois?
Christophe Lacroix:
Madame la ministre, chaque semaine, nous devons malheureusement vous interpeller. Chaque semaine, nous devons dénoncer votre absence de courage politique dans ce dossier. Toujours pas de sanctions contre Israël ni de reconnaissance de la Palestine; toujours pas d'aide massive au Liban. La situation au Proche-Orient est à tel point dramatique que le risque d'embrasement mondial n'est aujourd'hui plus une menace mais une réalité. Nous y sommes, madame la ministre. Nous sommes véritablement à un point de bascule géopolitique. Nous sommes au-delà des 41 000 morts et des 90 000 blessés dont 90 % sont des victimes collatérales, des victimes civiles, rappelons-le.
Madame la ministre, au Parti Socialiste, nous avons toujours condamné la violence d'où qu'elle vienne, que ce soit bien clair. Nous avons toujours dit que le droit international devait être notre boussole partout dans le monde. Nous avons toujours dit que l' É tat d'Israël le bafoue allègrement et que nous devions agir résolument pour le contraindre à un cessez-le-feu. Sur Gaza, et maintenant sur le Liban mais également sur la Syrie. Mais où le premier ministre israélien s'arrêtera-t-il? Cela ne peut plus durer. Madame la ministre, nous sommes véritablement à un tournant de l'histoire. La réaction du régime théocratique iranien, que nous condamnons avec autant de force, nous laisse malheureusement présager du pire.
J'ai trois questions et j'aimerais à nouveau vous demander ceci: quand allez-vous porter au gouvernement le dossier des sanctions à l'égard d'Israël pour les forcer à revenir à la paix et à la stabilité dans la région? Il faut reconnaître l' É tat de Palestine pour forcer une solution à Gaza aussi. Pour le Liban, des facilités consulaires et une possibilité de rapatriement par la Défense belge seront-elles mises en place pour les 1 800 Belgo-libanais présents sur le territoire? Des solutions d'accueil et des visas humanitaires seront-ils envisagés pour leurs familles? Et quelle aide humanitaire est prévue pour le million de déplacés que compte le Liban, qui connaît un bilan désastreux depuis de très nombreuses années?
Hadja Lahbib:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions. Je voudrais tout d'abord reprendre une des questions principales. Sachez que, dès demain, des Belges seront à bord d'avions pour quitter le Liban.
La situation au Moyen-Orient nous préoccupe chaque jour, chaque instant, de jour comme de nuit. La communauté internationale, dans son ensemble, n'est pas parvenue à éviter l'escalade de la violence. L'Histoire retiendra sans aucun doute ceux qui étaient aux commandes, qui auraient pu arrêter cet engrenage et qui n'ont pas choisi d'emprunter le chemin de la paix, celui qu'au nom de la Belgique, je n'ai cessé de défendre depuis le premier jour de ma prise de fonction. Mais l'escalade est là et toute la région est au bord d'un embrasement général.
Dinsdagavond lanceerde Iran bijna tweehonderd ballistische raketten richting Israël. Ik heb de aanval onmiddellijk veroordeeld en opgeroepen tot de-escalatie en tot bescherming van burgers. Wij hebben ook bijgedragen aan een verklaring namens de Europese Unie waarin wij alle partijen oproepen tot terughoudendheid.
La situation humanitaire s'aggrave. La Belgique va évidemment répondre, dans le cadre du programme B-FAST, à la demande d'assistance introduite par les autorités libanaises afin d'appuyer les hôpitaux publics. Un budget de 150 000 euros est réservé pour l'achat de matériel médical. À cela s'ajoutera du matériel issu du stock stratégique de la Santé publique. L'envoi de ce matériel est déjà en cours de préparation.
En ce qui concerne la situation plus générale des Belges au Liban, suite à ma demande, le Conseil des ministres a adopté, hier, un ensemble de mesures qui visent à leur venir en aide. Dès demain, comme je l'ai dit, des avions ramèneront des Belges du Liban. Dans le cadre d'une coordination européenne, des Belges rentreront entre autres par un avion dépêché par les Pays-Bas.
Andere Belgen zullen Libanon verlaten dankzij plaatsen die zijn onderhandeld met Middle East Airlines (MEA), met bestemmingen als Cyprus en Istanboel.
Il a aussi été décidé d'aider les Belges qui souhaitent quitter le Liban, si nécessaire, dans un second temps, par la mise en place de vols assistés par la Défense. Actuellement, il est prématuré de parler d'évacuation de non-combattants (NEO). En fonction de la situation sur le terrain, une approche graduelle sera mise en place car l'aéroport de Beyrouth est encore accessible aux vols civils et militaires. Je rappelle que nous sommes en concertation avec d'autres pays européens. La France par exemple, qui compte au Liban 20 000 de ses ressortissants, n'a pas commencé d'évacuation. Un navire est en route et devrait accoster ce week-end.
L'ambassade belge de Beyrouth a contacté tous les Belges, résidents ou de passage, qui se sont inscrits dans les registres consulaires de Travellers Online afin de vérifier qui, parmi eux, souhaite quitter le Liban, et qui a besoin d'aide. Ce chiffre est évidemment en constante évolution. De zéro, nous sommes passés à 90, ensuite à 180 aujourd'hui. Ces personnes ont manifesté leur souhait de quitter le Liban. Bien sûr, nous leur accorderons toute l'aide nécessaire.
Wat de journalist en de cameraman van VTM betreft, Robin Ramaekers en Stijn De Smet, wil ik mijn steun betuigen aan deze mensen die gisteren in Beiroet zijn aangevallen. Zij werden onmiddellijk bijgestaan door onze ambassade. Zij werden voor spionnen aanzien en in elkaar geslagen door lokale bewoners. Onze ambassade en onze medewerkers staan aan hun kant. Onze ambassadeur heeft hen vanmorgen bezocht.
Je l'ai eu au téléphone. Il m’a informée que Robin Ramaekers a pu quitter l’hôpital et se trouve à l’hôtel. Nous les rapatrierons dès que leur état le permettra.
Je connais ces deux journalistes. Ils m’ont accompagnée récemment encore au Moyen Orient. Je sais ce que c’est être reporter de guerre, pour l’avoir été moi-même. Je tiens à manifester toute mon empathie et mon soutien à leur égard. Les journalistes défendent la liberté de la presse et font partie des piliers de la démocratie.
Notre message, pour le reste, demeure le même: la mise en place d’un cessez-le-feu, la libération des otages et laisser une chance aux négociations diplomatiques, qui sont la seule solution pour aboutir à une solution viable, à la solution à deux États. Nous soutenons (…)
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de escalatie van het geweld in het Midden-Oosten zorgt vandaag voor een van de ergste humanitaire crisissen van de afgelopen 25 jaar. Op dit ogenblik leven miljoenen kinderen in voortdurende angst. Dat is het geval in Libanon en in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en ook in Israël. Tienduizenden doden zijn gevallen, de overgrote meerderheid vrouwen en kinderen, ook tienduizenden gewonden, en miljoenen mensen zijn op de vlucht. Laten we ons ook niet vergissen: de gevolgen daarvan zullen niet enkel in het Midden-Oosten gevoeld worden.
Zonder respect voor het internationaal humanitair recht, zonder een goed functionerend systeem van de Verenigde Naties en, inderdaad, mevrouw Van Hoof, zonder respect voor de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, is binnenkort geen enkele burger in conflict nog beschermd. Ook in bijvoorbeeld Soedan, in de DRC en in Oekraïne worden altijd maar meer hulpverleners gedood, medische faciliteiten aangevallen en burgers uitgehongerd. De grenzen van het aanvaardbare worden steeds verlegd. Het is dus in ons aller belang, overal in de wereld, dat dit stopt.
De spiraal van het geweld moet stoppen. Zoals mijn collega-minister al zei, de enige goede oplossing die vrede en veiligheid waarborgt voor iedereen, is een onderhandelde oplossing en een onmiddellijk staakt-het-vuren, zowel tussen Hezbollah en Israël als in Gaza. Ons land neemt daartoe mede het voortouw. Ik sluit mij aan bij wat gezegd is en ik kan u tevens meedelen dat op de Europese Raad van 17 en 18 oktober België ook zal pleiten voor een onmiddellijk staakt-het-vuren tussen Hezbollah en Israël.
Maar inderdaad, ondertussen moeten we ook de onmiddellijke nood proberen te lenigen. Wij hebben beslist dat B-FAST een transport van medische middelen tot stand brengt. Het gaat over elementair materiaal zoals handschoenen, naalden en kompressen, alles wat nodig is, een beperkt pakket dat volgende week getransporteerd wordt. Mevrouw Lamarti, u vroeg terecht of dat effectief helpt. Welnu, belangrijk te weten is dat de Libanese regering de vraag gesteld heeft via de Europese Unie, via de Europese Commissie, die zorgt voor de Europese coördinatie. Dat is essentieel. Op die vraag bieden wij een antwoord. Wij zullen ook de garantie hebben dat het materiaal dat wij geven enkel gebruikt wordt in ziekenhuizen en medische faciliteiten die beheerd worden door de Libanese overheid. Dat is heel essentieel.
Tot slot, wat de operationele actie betreft heb ik alle vertrouwen in B-FAST. We hebben in de afgelopen regeerperiode samen beslist om B-FAST een nieuw en sterker leven te geven en de nu voorliggende opdracht bewijst dat dat een goede beslissing was.
Vanzelfsprekend is dat niet de enige humanitaire hulp die wordt geboden. Wij zijn een land dat heel belangrijke bijdragen levert. Dat gaat elk jaar over meerdere miljoenen euro's aan internationale fondsen, die snel en soepel kunnen optreden. Ik denk daarbij met name aan het noodfonds van de Verenigde Naties CERF. Ik denk aan het noodfonds van het Rode Kruis. Ik denk ook aan het humanitaire landenfonds voor Libanon. België geeft aan die fondsen elk jaar miljoenen euro's. Dat geld wordt nu soepel en onmiddellijk ingezet. U moet weten dat de voorbije twee weken die verschillende fondsen al 36 miljoen euro uit hun kas hebben gehaald om extra hulp te bieden in de humanitaire crisis die zich aandient in Libanon. Met andere woorden, het werken met die fondsen is heel essentieel.
Onze gedachten zijn vanzelfsprekend bij de verschrikkelijke en onbeschrijflijke ellende die de burgerbevolking in het Midden-Oosten treft. De enige oplossing is onderhandelen en dus een staakt-het-vuren. Ondertussen moet België in Europees verband, maar ook op internationaal vlak, met bestaande internationale fondsen die wij heel stevig steunen, al het mogelijke doen om de nood te lenigen.
Fatima Lamarti:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, op het terrein maken onze helden het verschil. Dat zijn de mensen van B-FAST. Hoe groot de horror ook is, zij kijken nooit weg en blijven verder werken. Diezelfde moed zou de politiek moeten hebben in plaats van met twee maten en twee gewichten te meten. Alle vormen van geweld zou de politiek moeten veroordelen, maar dat gebeurt tot op heden nog steeds te weinig. Het is terecht dat mensen Iran veroordelen als dat land een rakettenregen op Israël afstuurt, maar dat Israël dag in dag uit in Gaza en Libanon kinderen, gezinnen en kwetsbaren treft, verdient dezelfde veroordeling. Wij moeten altijd aan de kant van de burgerslachtoffers staan. U zet vandaag een belangrijke stap, nu de rest nog. De mensen in het Midden-Oosten wachten erop.
Voorzitter:
Ik dank u voor uw eerste betoog in de Kamer, mevrouw Lamarti. (Applaus)
Staf Aerts:
Mevrouw de minister, u schetste de weg die u sinds uw aantreden hebt gevolgd en u steunt verklaringen om elk geweld te veroordelen, maar ik heb u nog niet streng horen zijn ten aanzien van Israël. Nochtans, wat is er het afgelopen jaar gebeurd – maandag is het een jaar na 7 oktober 2023? Er zijn 41.000 doden gevallen, een op de twee jonge kinderen is ondervoed en er zijn honderdduizenden mensen in Gaza op de vlucht. Het wordt tijd om de tactiek te veranderen en strenger te worden, want anders kunnen wij blijven humanitaire steun bieden. Humanitaire steun biedt men immers op een moment dat het te laat is. Dat is het gevolg van onze passieve houding. Ik verwacht van België een straffere houding. Groen verwacht dat wij ook ten aanzien van Israël een strengere houding durven aannemen. Er is in middelen voorzien – dat geeft u aan –, maar het is noodzakelijk om in extra middelen te voorzien, want dat is ook de vraag van de VN. Er moeten extra middelen worden vrijgemaakt om de Libanezen op het terrein te helpen, want zij zitten (…)
Britt Huybrechts:
(…) beginnen met het evacueren van onze mensen uit Libanon. Ik vind het alleen heel jammer dat ik geen antwoord gekregen heb op mijn allereerste vraag hier, inzake de screenings van eventuele geradicaliseerde Belgen. Ik hoop dat dit geen voorbode is met het oog op mijn toekomstige vragen, of een voorbode van hoe uw opvolger zal antwoorden in de nieuwe coalitie.
Dit is enorm belangrijk om de eenvoudige reden dat wij dit conflict niet verder mogen importeren in ons land. Zo kunnen wij toekomstige terroristische aanslagen in België vermijden.
Voorzitter:
Ook voor collega Huybrechts was dit de eerste interventie in de Kamer. (Applaus)
Els Van Hoof:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Zoals u zei, de repatriëring van de Belgen moet goed verlopen zodat wij niet terechtkomen in toestanden als bij de evacuatie uit Afghanistan. Maar het is ook belangrijk dat wij humanitaire hulp bieden, al is die niet meer dan een pleisters op een gapende wonde die alleen maar gedicht kan worden door duurzame diplomatieke vredesonderhandelingen. Het internationaal recht is daarvoor onze bijbel.
Iraanse raketaanvallen of Israëlische bombardementen zijn daar niet mee in overeenstemming. Die moeten stoppen.
Deze plaat zetten wij van de cd&v-fractie niet af. Er is genoeg bloed gevloeid.
Nabil Boukili:
Chers collègues, il est quand même scandaleux d'entendre ici les éléments de langage "d'État génocidaire" repris par le MR. On a déjà entendu le MR qualifier de "coup de génie" l'assassinat terroriste d'enfants, d'innocents. Mais reprendre aujourd'hui le même vocabulaire, dire qu'Israël se défend... Aujourd'hui, celui qui lutte pour sa survie, c'est le peuple palestinien! Ce n'est pas Israël, chers collègues. Israël est l'agresseur dans la région!
Madame la ministre, jouer l'impuissance face à la situation, c'est au mieux de l'hypocrisie, au pire de la lâcheté, parce que continuer à être membre de l'accord d'association Union européenne-Israël, c'est de la complicité dans les crimes de guerre israéliens et dans le génocide que commet Israël. Quand il s'agissait de la Russie, vous aviez pris des dizaines de sanctions. Et, aujourd'hui, vous vous trouvez impuissante face à Israël. C'est vraiment de l'hypocrisie totale.
Jean-Luc Crucke:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Je voudrais revenir à l'urgence dans l'actualité. On reparlera malheureusement encore du Moyen-Orient. L'urgence, c'est l'évacuation des ressortissants. Comme vous l'avez dit, dès demain, certains pourront quitter le pays mais le chiffre augmente de jour en jour, de minute en minute, et cela n'est pas étonnant. Je crois donc qu'on est dans ce qu'on appelle "la gestion de crise". C'est quelque chose que vous allez peut-être découvrir dans les semaines à venir.
Sincèrement, l'Europe a des obligations également. Il figure dans les traités européens que les ressortissants européens doivent pouvoir quitter les lieux dans lesquels ils sont lorsqu'il y a une crise. Au lieu d'envoyer un avion sur place, ne faudrait-il pas aussi avoir une coordination européenne? Cela manque franchement et clairement. C'est plus qu'important.
Michel De Maegd:
Madame et monsieur les ministres, je vous remercie de vos réponses.
Tout d'abord, je ne vais pas réagir aux outrances de l'extrême gauche et de tous ceux qui défendent des recettes simplistes – nous en avons l'habitude ici – à propos d'un conflit qui dure depuis des décennies. Je rappellerai qu'actuellement, Joe Biden – le principal allié d'Israël – ne parvient pas à obtenir un cessez-le-feu. J'invite donc chacun à la lucidité face à l'immense complexité de la situation.
J'acte, bien sûr, avec soulagement que le plan de rapatriement est prêt et que B-FAST enverra rapidement une aide et du matériel sur place. Notre pays ne laisse jamais tomber ses ressortissants et vient toujours en aide aux populations qui en ont besoin.
Politiquement, pour nous, il est clair que l'élimination d'Hassan Nasrallah constitue un espoir pour l'avenir du Liban. Son peuple n'aspire qu'à la liberté et à la paix, paix à laquelle aspire également le peuple israélien qui, je le rappelle encore – n'en déplaise aux extrémistes de gauche –, vit sous l'énorme menace du Hezbollah, du Hamas, mais aussi des Houthis du Yémen ainsi que de l'Iran.
Et puis, notre objectif immédiat est de faire taire les armes. Je vous encourage donc, madame et monsieur les ministres, à plaider plus que jamais avec insistance à tous les niveaux afin de faire régner la paix. Je vous remercie.
Christophe Lacroix:
Monsieur le président, tout d'abord, je voudrais remercier le ministre Vandenbroucke pour son efficacité immédiate à la suite du travail de Mme Caroline Gennez qui, dans ce gouvernement, a toujours défendu avec force la reconnaissance de la Palestine et s'est battue sans cesse pour convoyer de l'aide humanitaire à Gaza. Bravo à Mme Gennez et bravo à vous, monsieur Vandenbroucke! Enfin, je voudrais rappeler que nous condamnons toute forme de violence à l'égard des victimes, tant de la part du gouvernement israélien, que je distingue d'Israël, que du Hamas, du Hezbollah libanais ou de l'Iran. Pour nous, la seule solution est diplomatique: il faut que les ennemis d'aujourd'hui s'assoient à table et négocient une paix durable. Il faut que le rapatriement des Belges soit immédiatement organisé. La Défense est prête. Et M. Crucke le sait très bien, puisqu'il a été bourgmestre: dans une gestion de crise, il faut être proactif et il convient d'envisager immédiatement les capacités maximales. On peut regretter aujourd'hui notre absence dans la région, en raison du retrait décidé en 2014 par le gouvernement Michel de la force de pacification de l'ONU sur place. C'est bien dommage!
De veiligstelling van onze energiebevoorrading naar aanleiding van het rapport van Elia
De energiemix van de toekomst
Het rapport van Elia over de energiebevoorrading en de energiemix in de toekomst
Het rapport van Elia
Energiebeleid voor de toekomst volgens Elia
Gesteld door
DéFI
François De Smet
CD&V
Tine Gielis
Vooruit
Oskar Seuntjens
MR
Mathieu Bihet
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Elia-rapport waarschuwt dat België tegen 2050 onvoldoende elektriciteit zal produceren om aan de verdubbelde vraag te voldoen, ondanks investeringen in windenergie, waterstof en kernverlenging (Doel 4/Tihange 3). Van der Straeten (minister) benadrukt dat de korte termijn (tot 2035) beheerst is dankzij genomen maatregelen, maar wijst op flankerend beleid (elektrificatie, betaalbaarheid, interconnectie) als cruciale opgave voor de volgende regering—zonder nucleaire nieuwe bouw, maar met focus op 100% hernieuwbaar. Oppositie (cd&v, MR, Vooruit) dringt aan op kernenergie (SMR’s, 20 jaar verlenging) als onmisbare schakel voor betaalbare, veilige en CO₂-arme energie, naast hernieuwbaar, om afhankelijkheid van import te voorkomen. De Smet (Vivaldi-kritiek) stelt dat gebrek aan langetermijnstrategie (door politiek getouwtrek) België kwetsbaar maakt—actie nu is essentieel om energie-onafhankelijkheid na 2050 te garanderen.
François De Smet:
Madame la ministre, Elia, le gestionnaire de réseau, a publié récemment un rapport assez inquiétant sur notre autonomie énergétique à l'horizon 2050. Ce rapport est inquiétant et même cinglant parce qu'il pointe l'absence de stratégie à long terme de tous les gouvernements qui se sont succédé depuis vingt ans, en ce compris la Vivaldi. L'équation, nous la connaissons. Nos besoins en énergie vont globalement baisser de 20 à 45 %, du moins l'espère-t-on, mais cela va aller de pair avec une augmentation de nos besoins en électricité qui vont plus que doubler.
Alors, soyons de bon compte: vous avez évidemment travaillé. On peut citer le triplement de l'offre en éoliennes offshores, les investissements en hydrogène, la prolongation des deux réacteurs nucléaires, même si vous pourrez reconnaître qu'il a fallu un petit peu insister, et qu'il a fallu que la Russie envahisse un petit peu l'Ukraine. Mais nous savons tous que ces investissements, d'après le rapport d'Elia, ne seront pas suffisants, même en y ajoutant de la sobriété, de la modération. Ils ne seront pas suffisants pour rester autonomes. Nous avons donc le choix: soit nous nous résolvons à acheter de l'électricité après 2050, de manière constante, soit nous investissons davantage, ce qui nous renvoie, je crois, au fait que le nucléaire de nouvelle génération n'est pas juste une variable d'ajustement mais un véritable investissement nécessaire.
Mes questions sont simples, madame la ministre. Comment recevez-vous ce rapport? Quelles conclusions en tirez-vous concernant l'action passée et l'action à venir? Ces considérations ne vous font-elles pas un tout petit peu changer d'avis quant à vos convictions personnelles sur le nucléaire? Je ne parle pas de la prolongation des réacteurs, mais bien du nucléaire de nouvelle génération.
Tine Gielis:
Mevrouw de minister, we hebben de blauwdruk 2035-2050 van Elia met heel veel interesse gelezen, maar daarin weinig verrassend nieuws gevonden. Slechts de helft van wat onze burgers en bedrijven nodig zullen hebben door de elektrificatie wordt voorzien via de bestaande infrastructuur en de besliste en geplande investeringen. Nochtans weten we allemaal dat de elektriciteitsvraag de komende jaren alleen zal toenemen en zelfs verdubbelen tegen 2050. Dat wordt dus een gigantische uitdaging.
Er zijn de voorbije jaren wel stappen gezet, zoals de uitbreiding van de windcapaciteit op zee en de beslissing om de levensduur van de kerncentrales van Doel 4 en Tihange 3 met 10 jaar te verlengen, maar zoals we ook in het rapport kunnen lezen, is dat volgens Elia niet voldoende om ons voor te bereiden op de toekomst.
Om die reden pleit cd&v voor een langetermijnvisie en een stappenplan om ervoor te zorgen dat het licht effectief blijft branden. De energiemix van de toekomst is voor ons een slimme combinatie van hernieuwbare en nucleaire productie. Er zijn voor ons geen taboes en wij pleiten ervoor om de levensduur van de twee jongste kerncentrales niet met 10 jaar maar met 20 jaar te verlengen en om de bouw van nieuwe centrales mogelijk te maken. Dat was niet mogelijk in de voorbije legislatuur, wat we jammer vinden. Er moet immers nog veel gebeuren om onze energiebevoorrading in de toekomst duurzaam, zeker en betaalbaar te houden. Elia legt daarvoor verschillende scenario's op tafel.
Mevrouw de minister, u hebt zeker stappen gezet, maar die blijken niet voldoende te zijn. Welke stappen zult u nog zetten om de lopende dossiers tot een goed einde te brengen? Welke voorbereidingen zult u uw opvolger nalaten?
Oskar Seuntjens:
Mevrouw de minister, betaalbare energie en de zekerheid dat er stroom uit het stopcontact komt zouden vanzelfsprekend moeten zijn, maar zijn dat helaas niet. Veel mensen hebben meegemaakt wat er gebeurt als de energiefactuur dreigt te ontploffen, als ze voor de keuze staan om hun huis te verwarmen of niet of misschien wat minder. Het is voor ons heel erg belangrijk dat de mensen dan worden beschermd, door een btw-verlaging, door het sociaal tarief te versterken, door in energiecheques te voorzien voor mensen die anders uit de boot dreigen te vallen. Energie is een basisrecht of zou dat toch moeten zijn.
Collega's, laten we echter eerlijk zijn, we stonden toen voor een crisis die we niet hadden zien aankomen. Niemand wist dat er een oorlog zou plaatsvinden op Europees grondgebied. De vraag is nu anders. Wat als we wel weten dat er een crisis dreigt aan te komen? Wat als we wel weten dat onze energieonafhankelijkheid op het spel staat, zoals Elia bijvoorbeeld zegt? Hebben we dan ook een sterke overheid die ons beschermt, of hebben we een overheid die niets doet, waardoor we terug afhankelijk worden van andere landen, waardoor we onze burgers in onzekerheid storten en de energiefacturen terug dreigen op te lopen?
Collega's, we kunnen dat aanpakken, maar dan moeten we nu actie ondernemen. Het rapport van Elia zegt immers heel duidelijk dat het onze samenleving het meest gaat kosten wanneer we niets doen. Dat toont nogmaals het belang aan van investeringen, zodat we kunnen garanderen dat energie betaalbaar, duurzaam en veilig is.
Mevrouw de minister, de regering is in lopende zaken, maar de uitdagingen zijn niet nieuw. Welke stappen hebt u nu gezet om de waarschuwingen van Elia ter harte te nemen en welke stappen kunnen we nog zetten?
Mathieu Bihet:
Madame la ministre, monsieur le président, chers collègues, Elia publie son étude intitulée "Blueprint", qui a le mérite de fixer et d’objectiver certaines variables. Nous nous en réjouissons. Néanmoins, cette étude définit également différents scénarios qui nous rendent vulnérables vis-à-vis des autorités des pays étrangers.
Mais il y a un plus. Un plus indéniable, car dans les différents scénarios mis en place dans cette étude, la place du nucléaire – même un nouveau nucléaire ou un nucléaire un peu plus cher – rend l’électricité beaucoup plus abordable pour nos concitoyens.
Madame la ministre, je ne serai pas plus long, je n’ai qu’une question: ne regrettez-vous pas d’avoir tant et tant empêché le développement du nucléaire en Belgique?
Voorzitter:
Mevrouw de minister, u hebt vijf minuten spreektijd om te reageren op de vragenstellers.
Tinne Van der Straeten:
Collega’s, ik dank u voor de diverse vragen. Ik dank ook de nieuwe leden voor hun eerste vragen, namelijk de heer Seuntjens, mevrouw Gielis en de heer Bihet.
M. Bihet, non, je ne regrette rien.
Collega’s, Elia heeft inderdaad dat rapport gepubliceerd, waaruit we twee zaken leren. Ten eerste leren we uit het rapport dat wanneer we bekijken wat er tijdens de voorbije regeerperiode is gebeurd en wanneer we de eerstkomende tien jaar bekijken, er moet worden vastgesteld dat de situatie onder controle is. Dat is zo omdat er de voorbije regeerperiode stappen vooruit zijn gezet op het vlak van het garanderen van de bevoorradingszekerheid. U hebt daarnaar verwezen. U hebt verwezen naar drie keer meer wind op zee. U hebt ook verwezen naar de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3.
Ik zou daaraan graag nog de batterijen willen toevoegen, waarop we sterk hebben ingezet, waardoor we nu frontloper zijn. Ik zou daar ook de akkoorden aan willen toevoegen die we met andere landen hebben gesloten om samenwerkingen op poten te zetten op het vlak van energie, zowel inzake waterstof als inzake wind op zee. Het is niet bij gewoon plannen, beloftes of verklaringen gebleven. Een en ander is telkens ook gebeiteld in concrete dossiers en in een concrete aanpak.
U hebt mij gevraagd wat ik nog zal doen tijdens de periode van lopende zaken en of ik de dossiers verder zal implementeren en afwerken. Het dossier van ENGIE moeten we nog voorbij de Europese Commissie en voorbij de goedkeuring voor staatssteun krijgen. We liggen ter zake op koers om, zoals we altijd hebben aangegeven, voor of rond eind 2024 de goedkeuring te kunnen krijgen, zodat de eerste kilowattuur van de twee nieuwe centrales opnieuw op het net komt in september en november 2025. Het plan is om op 28 oktober 2024 de veiling te lanceren voor de eerste 700 megawatt, zijnde de elektriciteit die onze burgers nodig hebben en die ook onze industrie nodig heeft. We zullen ook nog werk maken van de eerste batterijveiling, waarvoor de voorbereidingen nu lopen.
Wat blijft er dan over voor de volgende regering? Eerst en vooral moet die ervoor zorgen dat de elektrificatie er effectief komt. Zonder flankerend beleid zal de elektrificatie er immers niet komen.
Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren met de accijnzen? Zal elektriciteit effectief goedkoper worden, om een push te geven aan onze industrie en aan onze gezinnen? Komt er effectief meer elektriciteit, zodat we minder gas en minder fossiele brandstoffen nodig hebben?
De volgende regering moet ook verder de interconnectie met het buitenland verwezenlijken en zij moet ervoor zorgen dat de elektrificatie, de energietransitie, de energierevolutie, zoals de heer Seuntjes al gezegd heeft, effectief toegankelijk is voor iedereen.
Ik denk dan aan bedrijven als ArcelorMittal, dat zijn investeringen voor een elektrische hoogoven in Gent niet graag zal verspillen. Die investeringen leveren immers heel veel jobs op. Ik denk ook aan de gezinnen, waarvan 20 % hun energiefactuur vandaag moeilijk kunnen betalen. De nieuwe regering moet zorgen voor een rechtvaardige transitie en zij moet er ook voor zorgen dat elektriciteit goedkoop is en betaalbaar voor iedereen. Dat zal één van de grootste uitdagingen zijn, niet alleen voor de regering, maar ook voor het hele Parlement.
Energie is in de voorbije jaren altijd een dossier geweest – en zal het in de komende jaren ook zijn –- waarover we in het Parlement met elkaar moeten praten, meerderheid en oppositie samen.
Tot slot, de belangrijkste conclusie van dit rapport is voor mij dat de uitdaging groot is, maar ik heb in de afgelopen drieënhalf jaar geleerd dat, als men die uitdaging met twee handen vastpakt, men er ook in kan slagen. We moeten dus niet fatalistisch zijn, we moeten wel optimistisch zijn. We moeten ons laten leiden door de juiste dogma's. We moeten telkens kiezen voor de veiligste, de betrouwbaarste en de goedkoopste optie. Er zijn in dit land verschillende technologieën. Het is telkens het afwegen van die drie zaken dat de juiste weg zal aangeven.
Sommigen in dit halfrond hebben voor nucleaire energie of een combinatie met nucleaire energie gepleit. Mijn route voorziet in 100 % hernieuwbare energie. Wel, laten we de volgende vijf jaar praten over de veiligste, de betrouwbaarste en de goedkoopste optie, met de laagste systeemkost voor elektriciteit die elke dag uit het stopcontact komt.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
En ce qui me concerne, ce ne sont pas les dix ans à venir qui m’inquiètent. Effectivement, le travail a été fait et est à peu près sous contrôle, tant sur le plan du renouvelable que sur le plan des investissements ou du nucléaire, grâce à la prolongation de dix ans, même si cette prolongation aurait dû être de vingt ans et qu’il faudra, selon moi, corriger cela.
Le gouvernement Vivaldi, à cause de sa composition – parce que vous aviez des partis qui tiraient dans tous les sens, que ce soit sur le nucléaire ou sur les autres sources d’énergie – n’a pas été capable d’offrir un avenir à vingt-cinq ans en termes de stratégie énergétique. Et je crois qu’on ne peut pas attendre. Vous avez raison en disant qu’il faut investir dans ce qui est à la fois sûr et bon marché. Mais nous n’avons pas le temps d’attendre les différents scénarios.
Il est clair que soit nous investissons à la fois dans le renouvelable, dans une forme de modération et dans le nouveau nucléaire, soit nous serons dépendants, demain, à partir de 2050, des pays étrangers et de leurs sources d’énergie. C’est aussi simple que cela. Dès lors, n’attendons plus, notamment sur le nucléaire de nouvelle génération, parce que tout le reste est en route.
Tine Gielis:
Mevrouw de minister, beleid voeren, is inderdaad de toekomst voorbereiden, maar we stellen vast dat er geen beslissingen worden genomen. Dat is natuurlijk ook een keuze. Geen beslissingen nemen, kan leiden tot een gevaarlijke situatie, zoals Elia ook aangeeft. We zullen te zeer afhankelijk worden van elektriciteitsimport.
Vanuit cd&v pleiten we ervoor dat een volgende regering werk maakt van een langetermijnvisie, met nadruk op de energiemix van nucleaire en hernieuwbare energievormen. Daarom hebben we een wetsvoorstel ingediend om de levensduur van Doel 4 en Tihange 3 met 20 jaar te verlengen en om de bouw van SMR’s in de toekomst mogelijk te maken. Hopelijk wordt aan dat voorstel gevolg gegeven.
Voorzitter:
Ik feliciteer mevrouw Gielis met haar maidenspeech.
(Applaus)
(Applaudissements)
Oskar Seuntjens:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Laat het voor iedereen duidelijk zijn dat er voor Vooruit geen taboes zijn. Dat is ook nodig, want met veto's en luchtkastelen gaan we er niet komen, wel met een slimme overheid die slimme investeringen doet. Dat is exact waar we met Vooruit onze verantwoordelijkheid willen nemen. We willen mee onderhandelen over een nieuwe regering, zodat we het basisrecht dat energie is ook daadwerkelijk kunnen garanderen voor iedereen. Die energie moet betaalbaar, duurzaam en veilig zijn. Dat is de inzet waarvoor we elke dag zullen blijven strijden.
Voorzitter:
Ook voor Oskar Seuntjes is de figuurlijke kop eraf.
(Applaus)
(Applaudissements)
Mathieu Bihet:
Madame la ministre, je vous remercie de votre réponse. Une certitude: ne rien faire est la pire des solutions. Il ne faut pas opposer le nucléaire et le renouvelable dans le futur mix énergétique, car il faut en obtenir un qui détienne trois caractéristiques: un prix maîtrisé pour les ménages et les entreprises, également une décarbonation de notre consommation électrique et, enfin, une sécurité d'approvisionnement qui soit garantie. Cela tombe bien, car c'est le modèle qu'a proposé le MR pendant les élections. Sachez, et je le dis à tous nos collègues, que nous défendrons ce point de vue pendant les négociations Arizona qui se poursuivent.
De escalerende situatie in Libanon
De situatie in Libanon
De escalerende situatie in het Midden-Oosten
De situatie in het Midden-Oosten
Situatie in Libanon en het Midden-Oosten
Gesteld door
Vooruit
Annick Lambrecht
Ecolo
Rajae Maouane
PS
Christophe Lacroix
PVDA
Peter Mertens
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s parlementaire debat draait om Israëls schendingen van internationaal recht in Libanon en Gaza, met name de dodelijke aanval met ontploffende biepers (waardoor burgers zoals de 9-jarige Fatima omkwamen) en de escalerende oorlogsvoering die duizenden slachtoffers maakt. Kritiek spitst zich toe op de zwakke Belgische reactie: minister Lahbib (MR) benadrukt diplomatieke inspanningen (o.a. steun voor VN-resoluties, oproep tot staakt-het-vuren en onderhandelingen), maar oppositiepartijen (PVDA, Ecolo, Vooruit) eisen concrete sancties (wapenembargo, economische maatregelen) en veroordeling van Israël als *terroristische staat*, met verwijzing naar genocide in Gaza en oorlogsmisdaden in Libanon. De controversiële uitspraak van MR-voorzitter Bouchez – die Israëls acties een *"coup de génie"* noemde – dompelt het debat onder in politieke verontwaardiging, waarbij oppositie hem beschuldigt van goedpraten van staatsterrorisme en minachting voor parlementsregels door herhaalde onderbrekingen. Lahbib distantieert zich niet expliciet van Bouchez’ woorden, wat de geloofwaardigheid van België’s "neutrale boussole" (internationaal recht) verder ondermijnt, terwijl ze Europese unanimiteit als blokkade voor sancties aanhaalt. Oproep tot daden (o.a. eenparige Kamerresolutie voor sancties) blijft onbeantwoord.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, ze was al bang voor bommen, maar nu kwam het gevaar van een totaal andere kant, namelijk van een bieper die beneden in de keuken ontplofte, gewoon thuis, in Libanon. De negenjarige Fatima overleed. Zoals zij zijn er velen en deze keer had Israël geen terroristische aanslag nodig om deze actie uit te voeren. Israël blijft het oorlogs- en internationaal recht schenden en daarom komt er geen einde aan dit conflict.
Mevrouw de minister, uitspraken zijn nodig. Het is goed dat u hebt gezegd dat een de-escalatie noodzakelijk is, maar het kan krachtiger. Toen Israël Gaza binnenviel, maakte België een zeer krachtig statement door te verklaren aan de kant van de burgerslachtoffers te staan, dat het oorlogsrecht gerespecteerd moet worden en dat er onmiddellijk een staakt-het-vuren moet komen. Bijna een jaar later is er niets veranderd. Integendeel, het geweld in de regio is gigantisch geëscaleerd. Caroline Gennez en uw regering doen hun best met voedselpakketten, met tenten en met noodhulp. Dat is goed, maar ondertussen blijven de bommen vallen in Gaza en in Libanon. Nu staan er Libanezen in ellenlange files, op de vlucht voor de horror, wetende dat er nergens in Libanon een plaats is waar het veilig is.
Mevrouw de minister, er is slechts één positief puntje, namelijk dat België niet meer alleen staat. We hoorden dat Frankrijk, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk (…)
Rajae Maouane:
Madame la ministre, la semaine dernière, vous nous parliez ici de droit international et vous nous disiez que "ce droit international était votre unique boussole, une boussole juste, une boussole équilibrée et non partisane". Je me demande où est passée cette boussole, madame la ministre. Quelle est cette boussole qui permet au président du Mouvement réformateur, votre parti, de parler de la mort d'enfants comme d'un coup de génie? Où est passée cette boussole, madame la ministre? Quelle est cette boussole qui permet de parler (…)
(Protestations de M. Georges-Louis Bouchez)
Monsieur le président, j'aimerais bien terminer mon intervention.
Georges-Louis Bouchez:
(…)
Voorzitter:
Mag ik de collega's vragen om de spreker aan het woord te laten?
( De heer Bouchez blijft protesteren. )
Rajae Maouane:
Non, monsieur Bouchez, ces attaques ne sont pas un coup de génie! Ces attaques sont une violation – encore une! – du droit international par le gouvernement israélien. Ces attaques sont ignobles et méritent une condamnation ferme et sans ambiguïté! Ces attaques ont tué des enfants, blessé des civils. Ces attaques sont des crimes de guerre. Quelle boussole faut-il au MR pour condamner non seulement ces attaques mais aussi les propos de son président?
Après l'horreur absolue à Gaza, où les civils morts se comptent par dizaines de milliers, on voit des violations du droit international en Cisjordanie et au Liban, on voit que M. Netanyahu continue à semer la discorde, la haine et le chaos et nous mène vers un embrasement général de la région.
Madame Lahbib, vous êtes ministre MR des Affaires étrangères. Quel regard portez-vous sur ces attaques? Quel rôle la Belgique va-t-elle jouer pour faire cesser cette folie de Netanyahu et prendre des sanctions diplomatiques et économiques, comme nous le demandons depuis de longs mois (…)
Voorzitter:
Ik heb u tien seconden extra gegeven. U hebt terecht die tien seconden gekregen omdat u onderbroken werd. Ik heb daar rekening mee gehouden.
(Protest van mevrouw Maouane)
Als u verder praat, wordt dat toch niet geregistreerd, mevrouw Maouane. Het geeft geen zin. U spreekt voor dovemansoren.
Ik geef het woord aan de heer Lacroix.
Madame Maouane, je vous ai donné dix secondes supplémentaires étant donné que vous avez été interrompue et je pense que vous avez donc eu droit aux deux minutes qui étaient les vôtres. La parole est donc à notre collègue Lacroix.
Collega's, we krijgen natuurlijk een onduidelijkheid wanneer ik effectief meer spreektijd geef, met vragen als 'wanneer' en 'hoeveel'. Als iedereen de kans krijgt om de volle twee minuten ongestoord te gebruiken, hebben we dat soort discussies niet. Ik vraag iedereen om dat te respecteren. Door het geven van meer tijd aan de collega, die dat terecht opeiste, heb ik een compensatie gegeven voor die onderbreking.
Christophe Lacroix:
Monsieur le président, je vais tout de même prendre un peu de mon temps pour regretter l'incident qui vient de se passer à propos d'un événement aussi important. Je comprends parfaitement la colère de Mme Maouane. Vous avez absolument respecté le Règlement, certes, mais il faut que les éléments perturbateurs de cette Chambre le respectent également. Il me semble que c'est primordial pour assurer un débat démocratique dans cette Chambre. Quel est l'enjeu?
(Applaudissements sur les bancs PS, PVDA-PTB et Ecolo-Groen)
(Applaus op de banken van de PS, de PVDA-PTB en Ecolo-Groen)
L'enjeu, c'est 41 000 morts. Et ici, on fait du cinéma: "Je n'ai pas dit cela exactement". Par qui le "coup de génie" a-t-il été prononcé? C'est une invention, une fake news ? Est-ce quelque chose que l'on a pensé? C'est inimaginable de qualifier de coup de génie une stratégie qui viole le droit humanitaire international. Ce n'est pas un coup de génie, ce sont des crimes de guerre.
Madame la ministre, il y a une semaine vous nous avez annoncé triomphalement que la Belgique avait voté la résolution de l'ONU. Depuis cette semaine, il y a les événements au Liban. Qu'avez-vous fait pour mettre en application le contenu des résolutions de l'ONU? Quelles sanctions économiques avez-vous prises? Avez-vous appelé à cesser la colonisation par l'État d'Israël? Qu'avez-vous fait depuis tout ce temps? Quels sont les actes, quelles sont les sanctions en cohérence avec la résolution et avec le vote?
J'attends vos réponses. Il faut arrêter avec les indignations à géométrie variable. "Tout le droit international, rien que le droit international": cela doit être notre boussole à nous, Belgique, à Gaza, à Beyrouth et à Kiev.
Peter Mertens:
Monsieur le président, madame la ministre, "un coup de génie"! C'est ainsi que Georges-Louis Bouchez et Theo Francken décrivent les crimes de guerre commis par Israël au Liban. Donc, faire sauter des milliers d'explosifs cachés dans des bipeurs et des radios, c'est "un coup de génie". Blesser 3 500 personnes dans les supermarchés et aux arrêts de bus, c'est "un coup de génie", selon vous! Créer un climat de terreur tel que toute une population vit dans la peur, c'est "un coup de génie"!
Voorzitter:
Collega’s, mag ik even? Mag ik ook even vragen de klok met de spreektijd stop te zetten?
Ik zal de tijd stopzetten, omdat ik de heer Mertens niet langer dan twee minuten zal laten spreken. Ik heb daarstraks de tijd niet stopgezet. Daarom ben ik van de tweeminutenregel afgeweken.
Collega’s, kunnen we nu allemaal een klein beetje de regels volgen? Ik vraag dus opnieuw de vraagsteller de tijd te laten gedurende de twee minuten spreektijd die hem of haar ter beschikking staan om zijn of haar standpunt te ontwikkelen.
(Rumoer)
Collega’s, ik houd altijd van een stevig debat.
(…) : (…)
De tijd loopt niet.
(…) : (…)
Ik kan u trouwens meegeven dat uw woorden niet geregistreerd zullen worden en dat ik voor de komende minuut en tweeëntwintig seconden de heer Mertens het woord verleen.
Peter Mertens:
Mener une guerre illégale et s’essuyer les pieds sur la Charte des Nations Unies, c’est ça, un coup de génie? Non, il ne s’agit pas d’un coup de génie, il s’agit d’un acte de terrorisme! (Brouhaha)
Woorden die dat soort terroristisch gedrag goedpraten, doen ertoe. Woorden die oorlogsmisdaden goedpraten,…
(Georges-Louis Bouchez en Stefaan Van Hecke begeven zich naar de voorzitter.)
Voorzitter:
Collega’s, we zitten hier in een orgaan waar diverse standpunten worden uitgewisseld. Het moet duidelijk zijn dat ik handel zonder onderscheid des persoons. Ik zal dat zeer consequent doen, ook al vinden sommigen – uiteraard – dat ze niet correct worden behandeld. Dat zal dan eerder liggen aan de eigen inschatting dan aan de feiten.
Ik zal heel consequent en rechtlijnig zijn. Er zijn bepaalde regels na te leven, ook wanneer het thema’s betreft die de gemoederen meer dan gemiddeld opzwepen. We moeten ruimte geven aan de vragenstellers en aan de minister om hun standpunt en het thema te ontwikkelen. Degenen die daaromtrent vragen hebben, zal ik niet toestaan om het debat te onderbreken. Na het afronden van deze vragensessie zal ik hun het woord verlenen, zoals dat passend is. Gelieve u daarnaar te voegen.
Peter Mertens:
Dit soort toneeltje is gewoon een schande voor dit Parlement.
U bent een blaam voor dit Parlement. (De spreker richt zich tot de heer Georges-Louis Bouchez.) Het gaat om honderden, duizenden mensen die het slachtoffer zijn van een regime dat een genocide aan het uitvoeren is. Woorden, mijnheer Bouchez en mijnheer Francken, doen ertoe. Woorden zijn belangrijk. Hoeveel doden moeten er nog vallen? 300 doden, niet belangrijk. 3.000 doden, niet belangrijk. 30.000 doden doen er allemaal niet toe. Daarom is mijn vraag aan deze regering en aan u, mevrouw de minister: wanneer zal de Belgische regering het terrorisme van de staat Israël veroordelen en de woorden veroordelen van diegenen die dat terrorisme goedpraten?
Hadja Lahbib:
Dames en heren volksvertegenwoordigers, ik dank u voor uw vragen.
Tout d'abord, je voudrais partager avec vous le sentiment de désolation que je ressens à voir ce spectacle à côté de l'enjeu. Je ne sais en fait pas très bien de quoi on parle. S'agit-il de l'enjeu électoral du 13 octobre qui arrive ou de l'enjeu au Moyen-Orient? (Brouhaha)
(…) : (...)
Hadja Lahbib:
Justement, parlons-en! Oui, des enfants meurent et c'est de cela qu'il faut parler.
(Heel veel rumoer in het halfrond)
Voorzitter:
Maar enfin, collega's! Ik vraag opnieuw om de tijd even te stoppen.
(De minister gaat door zonder micro.) Mevrouw de minister, uw tijd is gestopt en u krijgt die uiteraard terug.
Ik heb de indruk dat opnieuw niet iedereen in staat is om op een ordentelijke manier een parlementair debat te voeren. Ik begrijp alle emotionele oprispingen, maar gelieve die te uiten op een manier die het Parlement waardig is.
Mevrouw de minister, u krijgt opnieuw het woord.
Hadja Lahbib:
Je recommence. Je vais parler de la situation au Moyen-Orient et pas ailleurs. Cette situation n'a cessé de s'aggraver, la semaine dernière et cette semaine encore, avec des échanges de tirs des deux côtés, que ce soit dans le sud du Liban ou au nord d'Israël, jusqu'à Tel Aviv. L'escalade régionale, celle que nous voulions éviter à tout prix, est là. Les deux parties au conflit disent viser les infrastructures militaires mais touchent aussi les populations civiles. Cette violence, qui est directement liée à celle qui a embrasé Gaza il y a bientôt un an, ne fait qu'aggraver la situation. Des centaines de milliers de personnes – des Palestiniens, des Israéliens et des Libanais – sont en danger. Des populations sont déplacées et forcées de fuir pour survivre.
Ce qui se passe au Liban et à Gaza nous conforte dans notre position, celle que je maintiens et que je défends, au nom de la Belgique, depuis le début, à savoir un cessez-le-feu immédiat, la libération des otages et la relance des négociations de paix. C'est la seule et unique voie à suivre pour apaiser cette région du monde qui a trop longtemps souffert et qui souffre depuis trop longtemps.
Vous me demandez ce que j'ai fait. Comme la majorité des ministres des Affaires étrangères, j'ai multiplié les contacts diplomatiques, parce que c'est mon job, afin d'essayer d'obtenir la relance des négociations. Avant-hier encore, j'ai eu des contacts avec le ministre des Affaires étrangères libanais à qui j'ai rappelé l'importance de respecter la résolution du Conseil de sécurité 1701 qui, en 2006, a permis d'obtenir un cessez-le-feu entre Israël et le Liban. Je ferai la même chose avec le ministre des Affaires étrangères israélien.
Le droit international doit être respecté, à commencer par le droit international humanitaire qui protège les populations civiles. Au nom de la Belgique, j'ai voté en faveur de toutes les résolutions appelant à la désescalade et à la paix. Par ailleurs, je soutiens pleinement l'appel qui a été lancé hier soir par les États-Unis, la France et l'Union européenne. Cet appel, qui demande un cessez-le-feu de 21 jours a été rejeté aujourd'hui par les deux parties. Alors voilà ce que j'ai fait! Je ne cesse de m'activer pour que le dialogue et la diplomatie reprennent leurs droits.
J'aimerais aussi profiter de la tribune qui m'est offerte pour relancer un appel à tous les Belges qui se trouvent encore au Liban. Cela fait des mois que nous leur demandons de quitter la région et de ne plus s'y rendre. Malgré tout, nous avons encore 1 800 Belges présents au Liban. Il reste encore des lignes aériennes. De même, il est possible de quitter le pays par bateau commercial. Je leur demande donc de quitter le pays!
Pour ce qui concerne des sanctions éventuelles, je vous l'ai dit et je le redis encore: la Belgique est très présente dans toutes les négociations européennes qui visent à sanctionner toutes les parties au conflit qui violent le droit international. Pour qu'une décision soit prise, je vous rappelle qu'il faut l'unanimité des Vingt-sept. Donc, nous poursuivons les négociations, mais l'unanimité est nécessaire pour que nous puissions prendre une décision.
En tout cas, je reste convaincue que, plus que les sanctions, il importe de relancer les négociations, d'obtenir un cessez-le-feu et de libérer les otages, de sorte que les deux parties puissent enfin relancer la solution à deux É tats et permettre aux Israéliens, aux Palestiniens et aux Libanais de vivre en paix. Je vous remercie.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, vanaf dag één stond Vooruit aan de kant van de burgerslachtoffers, van á lle burgerslachtoffers. Het hart van iedereen die aan diezelfde kant staat, bloedt vandaag.
Hoeveel leed moet er nog volgen? Ik roep op om nog hardere sancties te nemen. We zijn het allemaal eens als het gaat over sancties tegen Poetin, die de internationale regels aan zijn laars lapt. Waarom is dan het zo moeilijk om sancties te nemen tegen het regime van Netanyahu en zijn extreemrechtse partners? Ik vraag u met aandrang om de druk daarvoor op te voeren.
Rajae Maouane:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Aucun respect pour les civils tués, aucun respect pour le Parlement, voilà le sombre visage de ces autocrates et de cette future coalition Arizona! Ce n’est pas le visage de cette Belgique que nous voulons, que nous devons incarner et qui devrait être guidée par les droits humains.
Que répondre aux dizaines de milliers de Belgo-Libanais dont les familles sont là-bas, et qui doivent entendre un leader politique francophone qualifier ces attaques et la perte de civils de "coup de génie"? Voilà la vraie question!
En ce qui concerne la situation au Liban, je comprends votre malaise, vous y auriez gagné à vous distancer des propos tenus par votre président. À ce sujet, un Belgo-Libanais me disait: "Je ne suis même plus en colère, parce qu’être en colère, c’est croire encore, attendre quelque chose. Je suis juste triste car je sais que personne ne fera rien."
Christophe Lacroix:
Madame la ministre, selon la formule consacrée, merci, mais je vous rappelle que même si vous êtes en affaires courantes, vous avez le bénéfice des affaires urgentes également. Dès lors, prenez votre courage à deux mains et allez-y! Ne vous cachez pas derrière l’Europe, que vous connaîtrez bientôt! La Belgique peut, et vous devez aller plus loin et interdire, tout de suite, les produits des colonies, imposer un embargo total sur les armes et mettre en place des sanctions ciblées à l’encontre de ceux qui contribuent au maintien de cette occupation horrible.
Mais il faut se réveiller! Il faut aller au boulot, il faut arrêter d’étudier! Si vous voulez étudier, vous faites comme Didier Reynders et vous prenez congé, parce que vous postulez pour un autre poste. Arrêtez, me dites-vous? Non, je n’arrêterai pas! Reprenez les drapeaux internationaux, vous verrez que vous ne ferez plus de confusion par rapport au drapeau libanais!
Peter Mertens:
We leven in een land met een regering die ontslag neemt, en met een andere regering die zich aan het vormen is, of die al gevormd is en al akkoorden afsluit, of niet afsluit. Ondertussen gaat de escalatie evenwel door. Ondertussen gaat ook de genocide door. Ondertussen gaat de slachting door.
Ik hoor heel veel stemmen in dit Parlement die oproepen om als land verder te gaan. Dat verheugt mij. Ik hoor heel veel stemmen die zeggen dat we ons niet mogen verbergen achter de Europese Unie of achter de tijd en laten begaan. We moeten nu optreden. Nogmaals, dat verheugt mij.
Daarom stel ik voor dat dit Parlement volgende week met een meerderheid beslist om economische en militaire sancties te treffen tegen Israël. Het mag niet alleen bij woorden blijven. Er moet in de praktijk gezegd worden dat België dit soort staatsterrorisme niet meer tolereert!
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, ik betreur de manier waarop het debat werd gevoerd.
U hebt daarnet gezegd dat er regels zijn. Waar staat in het Reglement dat een lid een spreker vier tot vijf keer in één minuut tijd luidkeels mag onderbreken?
Het is uw taak als voorzitter om het debat te leiden. Het mag levendig zijn, maar het moet deftig blijven. Als er één iemand is die deze namiddag het Reglement niet heeft gerespecteerd, dan is dat wel de heer Bouchez. Mijnheer de voorzitter, u hebt de tijd niet stopgezet voor mijn collega. U hebt er voor de volgende spreker 10 seconden aan toegevoegd, terwijl de onderbreking meer dan 10 seconden bedroeg. We hebben vertrouwen in u als voorzitter omdat we ervan overtuigd zijn dat u de capaciteiten hebt om deze assemblee op een correcte manier voor te zitten, maar in dit debat zijn we teleurgesteld in u. U moet optreden tegen personen die zich in dit Parlement als een hooligan gedragen. Mijnheer de voorzitter, ik heb u een bericht gestuurd omdat ik daarnet zelf twee keer ben geciteerd en aangevallen door de heer Dedecker. Ik heb evenwel niet als een hooligan gereageerd. Ik had ook het woord kunnen vragen, maar ik doe dat op een deftige manier, al zou ik het in het vervolg ook op die andere manier kunnen doen.
Ik vraag u dus namens mijn fractie om de debatten op een ordentelijke manier te leiden en ervoor te zorgen dat hooliganisme geen plaats krijgt in dit halfrond. Misschien kan dat bij Francs Borains, maar niet in de Kamer.
Voorzitter:
Ik stel voor dat er bij de MR-fractie wordt beslist wie het woord vraagt over de regeling van de werkzaamheden. Graag brengt u geen inhoudelijke opmerkingen.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le président, j'ai confiance en votre façon de mener les débats. On constate déjà une marque de fabrique intéressante.
Pendant la législature précédente, j'ai fait remarquer que l'on citait souvent le nom de Georges-Louis Bouchez. On pouvait s'amuser à le citer. J'avais annoncé qu'il serait là cette année. Et il est là. Je suis désolé, mais à partir du moment où on le met en cause, il y a effectivement un fait personnel qui lui permet de rétorquer. Si, au moment du fait personnel, on ne lui permet pas de répliquer, il y a un problème.
Raoul Hedebouw:
(…)
Georges-Louis Bouchez:
Ne t'inquiète pas, Raoul, pour bousculer les choses, on te fait confiance!
Voorzitter:
Collega's, ik wil u graag nogmaals opmerkzaam maken op het feit dat als de microfoon aanstaat u wel uw buurman kunt informeren over wat u denkt, maar niet het hele publiek. Collega Piedboeuf heeft dus nu het woord.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le président, à partir du moment où on interroge la ministre, c'est la ministre qu'il faut interroger. Si on vise directement le président du MR qui est là, il ne faut pas s'attendre à ce qu'il reste calme.
Monsieur le président, j'attire donc l'attention sur le fait que si on continue sur cette voie-là, on va effectivement avoir un problème. Je pense qu'il faut que chacun réoriente ses questions sur le sujet et sur la personne à laquelle il s'adresse. S'il dévie, il faut alors donner ce droit de réponse. Je vous remercie de votre attention, monsieur le président.
Theo Francken:
Mijnheer de voorzitter, collega's, er staat inderdaad nergens in het Reglement dat men kan roepen en tieren om de vraagsteller te destabiliseren. Er staat echter evenmin in het Reglement dat de vraagsteller vijf à zes keer een naam mag noemen. Die heeft dan geen recht om zich te verdedigen, omdat hij of zij geen vraag heeft ingediend. Dat is ook een beetje laf. Het is geëscaleerd door die twee feiten.
Ik ben ook een aantal keren genoemd. Ik kon mij dus niet verdedigen, want ik had geen vraag ingediend. Dat is overigens geen probleem, want ik doe dat wel op andere manieren.
Het is voor een voorzitter niet gemakkelijk als er zich zoiets afspeelt. De ene kan zich niet verdedigen, de andere wordt constant genoemd en repliceert. Dan ontstaat er natuurlijk chaos. Misschien is het een wijze les om parlementsleden niet individueel te noemen als ze zelf niet kunnen repliceren in het debat. Dat toch doen, is intellectueel bijzonder oneerlijk en in mijn ogen ook bijzonder lafhartig.
Sofie Merckx:
Monsieur le président, il me semble tout à fait normal de citer le nom d'un homme politique quand on pose une question. Lorsque le président du plus grand parti considère que l'action d'Israël est un coup de génie, oui, nous attendons une réponse de la ministre des Affaires étrangères – question qu'elle a, du reste, éludée, mais c'est son droit.
En tout cas, M. Bouchez ne s'est pas contenté de donner son avis, comme cela se passe souvent, mais il a carrément gueulé, à tel point que le président a été obligé de couper le micro des intervenants. Donc, sur cette base, invoquer un fait personnel ne me semble pas applicable. Sinon, cela se répèterait ici chaque semaine. Forcément, M. Bouchez fait beaucoup de déclarations polémiques auxquelles nous avons déjà réagi par le passé, notamment lorsqu'il ne siégeait pas encore ici. Cela arrive souvent.
Donc, non, M. Bouchez ne peut pas déstabiliser les orateurs et commencer à crier et gueuler jusqu'à une interruption de séance! Je suis désolée.
Éric Thiébaut:
Chers collègues, vous avez vu: j'ai demandé la parole avant de m'exprimer. Normalement, c'est ainsi que nous travaillons dans ce Parlement. J'espère que cela se passera toujours de la sorte, que chacun gardera son calme et restera dans sa fonction de parlementaire.
Je suis élu depuis 2017 ici et je n'ai jamais vu, monsieur le président, qu'on interrompait un parlementaire qui posait une question au gouvernement. Cela ne se fait pas et cela ne s'est jamais fait. Vous avez rappelé le Règlement.
Voorzitter:
Collega's, als de heer Thiébaut opmerkt dat hij het nooit heeft meegemaakt dat iemand werd onderbroken, moet ik opmerken dat het record vandaag meteen zeer scherp wordt gesteld. Hij wordt namelijk in diezelfde opmerking al onderbroken. Dat is opvallend. Gelieve collega Thiébaut dus te laten uitspreken.
Éric Thiébaut:
Monsieur le président, je souhaiterais terminer mon propos qui n'est vraiment pas polémique du tout. Vous avez rappelé la règle. Il est vrai que si un parlementaire se sent attaqué ou interpellé, il y a effectivement un fait personnel. Quand nous sommes en débat sur des projets ou des propositions de loi ou dans le cadre d'une déclaration de politique générale, il demande la parole et vous la lui accordez. Mais pas pendant les questions car les questions sont bien cadrées. Il est prévu deux minutes de temps de parole. Laissez donc les deux minutes!
Si on ne sait pas tenir ses nerfs pendant deux minutes, c'est un peu inquiétant quand on a des responsabilités. J'ai vu passer ici beaucoup de femmes et d'hommes d'État et, en tant que tel, on doit savoir garder ses nerfs mieux que cela, je pense.
C'était simplement une petite mise au point que je voulais faire, monsieur le président. Mais je vous fais confiance car vous avez rappelé justement le Règlement et je vous en remercie.
Voorzitter:
Merci.
Collega Pas heeft ook het woord gevraagd. Collega Bouchez, ik laat in alle omstandigheden iedereen aan het woord, maar in dit geval heb ik uw fractievoorzitter het woord verleend.
(Protest van de heer Bouchez)
Barbara Pas:
Mijnheer de voorzitter, het is met stijgende verbazing dat ik collega's hoor zeggen dat ze het nog nooit hebben meegemaakt dat sprekers onderbroken werden of dat er geroepen werd. Ik denk dat deze collega's dan wel heel veel vergaderingen en vragenuurtjes hebben gemist in de voorbije legislatuur.
Mijnheer de voorzitter, u moet meteen ingrijpen, de tijd stilzetten en op die manier de rust laten weerkeren indien zoiets zich voordoet. Er is nu echter eenmaal een artikel 55 in het reglement om een persoonlijk feit aan te vragen. U kunt daar ook niet onderuit. Ik heb er alle begrip voor dat dit niet tijdens de twee minuten spreektijd in het vragenuurtje moet gebeuren, maar ik vraag wel om dat consequent toe te passen voor iedereen. Zo hebben we geen incidenten zoals tijdens de vorige legislatuur, waarin de voorzitster persoonlijke feiten tijdens vragenuurtjes voor bepaalde parlementsleden van mijn fractie weigerde, maar ze wel toestond voor leden van andere fracties.
Ik steun u dus in uw beslissing om dat soort tussenkomsten te bundelen na het vragenuurtje, maar ik wil u wel op het hart drukken om dat consequent te blijven toepassen voor iedereen.
François De Smet:
Monsieur le président, je ne suis élu que depuis une législature et j'ai déjà connu des interruptions mais je n'ai quand même pas le souvenir d'un événement pareil, en ce compris dans la manière d'interrompre et dans la manière d'aller jusqu'à votre pupitre.
Si vous autorisez le fait personnel dans les questions d'actualité, il va falloir prévoir deux fois plus de temps chaque jeudi pour les questions d'actualité et, surtout, nous nous éloignons de ce que doit être la philosophie de l'échange parlementaire ici. Si le temps est limité et qu'on ne peut pas s'interrompre, c'est précisément pour permettre d'aller au fond parce que le parlementaire doit avoir l'assurance que pendant deux minutes, quoi qu'il puisse dire, il va être écouté. Si une réplique lui est donnée par le ministre ou après, éventuellement, dans d'autres occasions, cela sera fait de la même manière. Si vous insécurisez tout le monde dans l'idée qu'il suffit de balancer le nom de quelqu'un pour lui donner la possibilité de vous interrompre, vous allez transformer les sessions de questions parlementaires en chaos. Précisément, ce système fonctionne pour laisser toute forme d'intimidation ou de violence verbale dehors et c'est donc là que cela doit rester.
Voorzitter:
Cher collègue, je vous remercie. Ik heb enkele reacties op de interessante tussenkomsten. Collega's, het principe is duidelijk, de toepassing is dat minder. Het spreekt vanzelf dat de sprekers, zoals ik daarnet al beklemtoonde, hun twee minuten spreektijd in alle vrijheid moeten kunnen invullen. U zegt, collega Van Hecke, dat er moet worden ingegrepen, als zij luidkeels onderbroken worden. Ik ben het daar volledig mee eens. Natuurlijk hebben we hier geen decibelmeter om te meten wat luidkeels is. Dat is dus heel makkelijk gezegd: luidkeels. Aangezien er op een bepaald moment door mij geoordeeld werd dat de interventies vanuit de zaal de spreekster hebben gehinderd in het uitspreken van haar betoog, heb ik daarop gereageerd. Heb ik voldoende gereageerd, collega? Dat is geen exacte wiskunde. Ik kan niet ontkennen dat ik haar extra tijd gegeven heb. We kunnen van mening verschillen of dat een voldoende reactie was, maar het is de eerste keer in mijn nog korte carrière als voorzitter dat iemand langer dan twee minuten heeft mogen spreken. Ik heb daar dus wel degelijk op gereageerd. Of ik er voldoende op gereageerd heb, is een interpretatie. Ik vind dat we inzake een interventie naar aanleiding van een persoonlijk feit, waarnaar in artikel 55 wordt verwezen, consequent moeten zijn. Ik heb trouwens geen vraag gekregen naar aanleiding van een persoonlijk feit. Vragen worden gesteld na het opsteken van de hand, of op een andere manier. Artikel 55 is wat dat betreft minder duidelijk dan de indruk die hier gewekt wordt. Er is namelijk een beperking in het vragenuurtje. Ik stel dan ook voor dat te agenderen voor de Conferentie van voorzitters, zodat we ter zake een duidelijke lijn kunnen trekken, waaraan we ons dan kunnen houden. Een interventie wegens een persoonlijk feit wordt in de regel toegepast – hopelijk consequent – tijdens de bespreking van wetsontwerpen en wetsvoorstellen. In het vragenuurtje – ik steun nu op mensen die het beter weten dan ikzelf – is er een grijze zone. Ik stel dus voor dat we de regels in overleg afbakenen in de Conferentie van voorzitters, zodat we weten wat dat betekent en wat het niet betekent. Ik denk dat we er met goede afspraken voor moeten zorgen dat de debatten in volle consequentie worden geleid. Ik verzeker u dat te zullen doen, hoewel we er steeds over kunnen discussiëren of iets al dan niet genoeg is, of te snel is enzovoort. In die context hoop ik dat we op een ordentelijke manier kunnen discussiëren. Er werd terecht opgemerkt dat mondelinge vragen aan de minister worden geadresseerd. Wanneer daar derden bij betrokken worden, kunnen we ons de vraag stellen, aangezien zij niet kunnen repliceren, of we artikel 55 zullen toepassen. Dat zullen we in de Conferentie van voorzitters moeten bekijken. Collega’s hebben ook de consequenties daarvan aangegeven, namelijk een verlenging van het vragenuurtje. Dat is onvoldoende reden om nee te zeggen en dat is voldoende reden om dat debat in alle openheid en sereniteit te voeren. Ik zou nu het debat hierover willen afsluiten, want we zullen dat in de Conferentie van voorzitters aankaarten om duidelijke regels te hebben, aangezien het Reglement die niet altijd voor 100 % verzekert.
De sociale gevolgen van de herstructurering bij Audi
Audi Vorst
Audi
De toekomstperspectieven na de sluiting van de Audifabriek te Brussel
Audi
De herstructurering bij Audi Brussels en de sociale impact op de werknemers en de onderaannemers
Audi Vorst
Audi
De Belgische autosector
De impact van Audi's herstructurering op de Belgische autosector
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 19 september 2024
Bekijk antwoord
De erbarmelijke staat van de gerechtelijke dossiers en de gerechtsgebouwen
De erbarmelijke staat van de gerechtelijke dossiers en de gerechtsgebouwen
De erbarmelijke staat van de gerechtelijke dossiers en de gerechtsgebouwen
Verwaarlozing van gerechtelijke infrastructuur en dossiers.
Gesteld door
N-VA
Sophie De Wit
Vooruit
Jinnih Beels
VB
Alexander Van Hoecke
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 19 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het falend justitiebeleid dat slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016 acht jaar na dato nog steeds laat wachten op schadevergoeding door personeelstekort, verwaarloosde gebouwen en slecht archiefbeheer—met weggerotte dossiers en uitgestelde vonnissen als gevolg. Minister Van Tigchelt erkent de problemen, wijst op investeringen in personeel (138 magistraten, 140 griffiers) en digitalisering, maar schuift verantwoordelijkheid voor efficiëntie naar de rechterlijke orde en de Regie der Gebouwen; oppositie noemt dit onvoldoende en eist directe oplossingen voor slachtoffers die "in de kou staan". Kritiek richt zich op decennia wanbeleid (over alle partijlijnen heen) en het gebrek aan empathie voor slachtoffers, terwijl de minister benadrukt dat structurele hervormingen (minder gebouwen, betere archivering) tijd vragen maar lopende zaken nu prioriteit moeten krijgen. De oppositie dringt aan op snelle actie—"een TGV in plaats van een boemeltrein"—en erkenning van systeemfalen, met de vrees dat de aankomende regering (arizonacoalitie) de puinhoop moet opruimen.
Sophie De Wit:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wanneer we het over Justitie hebben, verslikken we ons weleens in onze koffie. Een incidentje meer of minder, daar schrikken we niet van.
Ik wil het vandaag even met u hebben over Nijvel en Brussel. In Nijvel vallen archiefkasten om, lekt een dak, zijn dossiers beschimmeld en heeft de griffier te weinig personeel om dat allemaal aan te kunnen. Dat is geen probleem, want de collega's uit Brussel snellen wel te hulp. Die Brusselse griffiers moeten daarvoor evenwel hun eigen werk laten liggen en dat is wel een probleem, want daar ligt belangrijk werk op de plank. Zij moeten een arrest schrijven in een heel belangrijke zaak, namelijk het proces over de aanslagen, met betrekking tot de schadevergoeding voor alle nabestaanden van alle slachtoffers. Die mensen wachten al acht jaar. Toch wordt dat arrest nu voor onbepaalde tijd uitgesteld, omdat men aan het helpen is in Nijvel. Na acht jaar wachten wordt dat nu on hold gezet .
Mijnheer de minister, mijn verbazing werd nog groter toen ik gisteren uw reactie daarop las. U zei dat het pijnlijk en bizar was. U sprak over slecht beheer en u zou uitleg vragen. Ik verslikte mij opnieuw in mijn koffie, en niet omdat u het pijnlijk vindt, want dat vind ik zelf ook. Die situatie is inderdaad heel pijnlijk en krijgen we niet uitgelegd. Ik verslikte mij evenwel vanwege uw vermanend vingertje en uw opmerking over slecht beheer en de aankondiging dat u uitleg zou vragen. U bent immers zelf de minister van Justitie. U bent bevoegd. Het personeelstekort op de griffie moet u dus oplossen. Eerst was de heer Van Quickenborne bevoegd en daarna u. Dat is nog steeds het geval in lopende zaken. Laten we eerlijk zijn, het tekort aan personeel en de toestand van de gebouwen bij Justitie is niet per ongeluk na 9 juni ontstaan. Dat is een gevolg van het beleid dat voordien werd gevoerd.
Ik hoop dat u die verantwoordelijkheid wilt opnemen. Ik hoop echt dat u meer zult doen dan alleen maar met het vingertje zwaaien en wat uitleg vragen.
Jinnih Beels:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, beste collega's, houdt het dan nooit op? Dat is wat de slachtoffers van de aanslagen in Zaventem zich vandaag opnieuw afvragen. Zij stellen zich die vraag, niet omdat we twijfelen over hun leed of hun oprechtheid, maar wel omdat er documenten beschimmeld zijn. Dat overkomt niet alleen hen. Een moordenaar zal niet veroordeeld worden omdat documenten in verband met zijn zaak onleesbaar zijn geworden. Een gebouw staat op instorten door slecht onderhoud en ook daarin gaan archieven verloren door schimmel. Dat is een rechtsstaat onwaardig. Papier kan vergaan, maar het leed van de slachtoffers blijft.
Dergelijke uitwassen staan niet op zichzelf. Papier vergaat niet van de ene op de andere dag. Oplossingen komen er dus ook niet van vandaag op morgen. Ik verwacht niet dat u met een zwaai van uw toverstok een gloednieuw gerechtsgebouw zult doen oprijzen, want ik ben realistisch genoeg en besef bovendien dat de regering in lopende zaken zit.
Personeelsleden en griffies moeten echter onmogelijke keuzes maken omdat zij werken in abominabele toestanden. Ze helpen elkaar, waardoor zij het nog erger maken voor de slachtoffers, die opnieuw in de kou komen te staan. Dat is een vicieuze cirkel. Voor Vooruit is dat onaanvaardbaar. Slachtoffers komen op de eerste plaats.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om de slachtoffers, die vandaag opnieuw met vragen zitten, te helpen? Wanneer zal voor hen recht geschieden? Wat zult u doen opdat hun leed niet langer aansleept? In lopende zaken past u op de meubelstukken, maar op dit moment zijn die meubelstukken essentiële documenten om rechtspraak mogelijk te maken. Zorg er alstublieft voor dat voor die slachtoffers recht geschiedt.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, gisteren heeft een collega u een vraag gesteld over een crimineel die op de mostwantedlijst stond en die nu vrijuit gaat en aan zijn straf ontsnapt omdat zijn dossier letterlijk is weggerot. Nu dreigt opnieuw een enorm belangrijk en emotioneel dossier de mist in te gaan. Door een instorting op de griffie werd een aantal griffiers in allerijl naar het uitgeleefde justitiepaleis in Nijvel gestuurd. Daardoor slaagt de Brusselse griffie er niet in om het dossier van de schadevergoedingen voor de slachtoffers van de gruwelijke aanslagen van 22 maart 2016 tijdig af te werken. Slachtoffers zullen dus maanden, misschien zelfs jaren, moeten wachten op een uitspraak over hun schadevergoeding. Dat is opnieuw een zware blamage voor Justitie, maar vooral een ramp voor de slachtoffers. Zij torsen dit proces nu al jaren mee als een zware last op hun schouders.
Mijnheer de minister, we moeten eerlijk zijn: dit is een erfenis van decennia wanbeleid op Justitie door achtereenvolgende socialistische, liberale en christendemocratische ministers van Justitie. Mijn vraag aan u is dan ook erg eenvoudig. Kunt u toelichting geven over hoe dat in hemelsnaam is kunnen gebeuren?
Paul Van Tigchelt:
Collega's, hoe meer aandacht voor Justitie, hoe beter. Justitie heeft immers decennialang niet de aandacht gekregen die nodig was. Ik zal eerst de feiten opsommen.
We zijn de problemen de voorbije legislatuur niet uit de weg gegaan. Integendeel, we hebben hard gewerkt aan een betere Justitie. We zijn er nog niet, maar ik geef de feiten. We hebben geïnvesteerd in personeel: er zijn netto 138 magistraten bij gekomen. Het kader is daarmee voor 97 % ingevuld. We hebben het aantal parketjuristen, referendarissen en criminologen verdubbeld. Er zijn 140 griffiers bij gekomen. Ook het hof van beroep in Brussel is versterkt met 9 magistraten en 7 griffiers.
Deze extra mensen moeten vervolgens efficiënt worden ingezet. Dat is een taak van de rechterlijke orde zelf. Dat is de autonomie die we beslist hebben. Zo is bijvoorbeeld het hof van beroep in Antwerpen er de voorbije jaren in geslaagd om de achterstand weg te werken. Dat was niet alleen mogelijk door die extra mensen, maar ook door hervormingen die de eerste voorzitter daar heeft doorgevoerd. Dat ging over het personeel.
Nu zal ik het hebben over de gebouwen. U verwijst terecht allen naar de problematiek van de gerechtsgebouwen. Ook daar is een inhaalbeweging gestart. Die is zelfs al gestart voor deze regering. Toch blijft het een frustratie van elke minister van Justitie dat hij of zij afhangt van de Regie der Gebouwen en de bevoegde minister of staatssecretaris.
Er zijn ook nog steeds te veel gerechtsgebouwen in dit land. Er zijn er meer dan 200. Op dat vlak is Nijvel en wat daar in de steigers staat een goed voorbeeld. Daar zullen alle diensten gegroepeerd worden in één gebouw. Dat vergt echter tijd, dat weten we. Dat is alleszins the way to go .
Door de slechte staat van de gebouwen – ik ga de problemen niet uit de weg – zijn er op sommige plaatsen inderdaad problemen met de archieven. Het feit dat criminelen vrijuit gaan als gevolg van slecht bewaarde dossiers is onaanvaardbaar. De oplossing daarvoor is evident, namelijk digitalisering. We hebben de wet gewijzigd, waardoor digitale archieven mogelijk geworden zijn. Voor de archieven van het verleden, de kilometers aan dossiers, werkt men in Antwerpen al samen met een privébedrijf dat al meer dan 2,5 kilometer archief heeft ondergebracht in een speciaal uitgeruste site.
Mijnheer de voorzitter, collega's, net als u ben ik gisteren wakker geworden met het bericht dat de uitspraak over de schadevergoeding voor de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016 zou worden uitgesteld omdat één griffier van Brussel naar Nijvel is gestuurd. Het is bizar dat een zaak die in december 2023 werd ingeleid, in april 2024 werd gepleit en voor uitspraak werd gesteld op 24 september, een week daarvoor plots wordt uitgesteld. Het valt moeilijk uit te leggen hoe door het verplaatsen van één persoon honderden slachtoffers in de kou worden gezet, nota bene in wat men het proces van de eeuw noemt. Dat getuigt van weinig empathie met de slachtoffers en doet vragen rijzen over het management ter zake, waarvoor niet de minister, maar wel de voorzitter van het hof van beroep bevoegd is. Uiteraard respecteer ik te allen tijde de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, maar hier gaat het over beheer. Daarom heb ik het College van de hoven en rechtbanken om uitleg gevraagd.
Collega's, dit is vooral heel jammer voor al die magistraten en medewerkers van Justitie die het beste van zichzelf geven en Justitie wel degelijk doen werken, met empathie voor slachtoffers. Het is onze taak om verder te werken aan een betere Justitie. Daarvoor kunt op mij rekenen, binnen de bevoegdheden die ons eigen zijn. Mijn fractie zal snel wetsvoorstellen indienen voor een betere evaluatie en tucht van magistraten, conform de aanbevelingen van de Hoge Raad voor de Justitie na het drama-Julie Van Espen.
Collega's, ik kan ten slotte alleen hopen dat Justitie ook de nodige aandacht zal krijgen van de arizonacoalitie die in de steigers staat. Ik hoor en lees verklaringen vanuit Arizona zelf waarin die coalitie al wordt vergeleken met een boemeltrein. Ik hoop dat dit niet klopt, want een boemeltrein is niet wat Justitie nodig heeft.
Sophie De Wit:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Ja, het is pijnlijk. Ja, het is bizar. Ja, het is onaanvaardbaar voor de slachtoffers en hun familie. Daarover ben ik het met u eens. Als u dan echter zegt dat u hard hebt gewerkt en wijst naar de rechterlijke orde en de Regie der Gebouwen, dan vind ik dat een beetje flauw, mijnheer de minister. Uw verantwoordelijkheid stopt niet in lopende zaken. U moet niet stoppen met werken op 9 juni. De regering stopt niet na de verkiezingen. Werk dus voort.
Over één ding ben ik het met u eens: er mag dringend een nieuwe regering komen. Maar potverdorie, die zal nogal een puinhoop mogen opruimen!
Jinnih Beels:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord.
Rechtszekerheid is een fundament van de rechtsstaat, dat weet u ook. U hebt zeker en vast uw best gedaan en u hebt allerlei initiatieven genomen, maar na alles wat de slachtoffers hebben meegemaakt, hebben zij recht op erkenning.
Een sterke overheid, mijnheer de minister, zorgt ook voor die erkenning. Ik moet echter vaststellen dat de overheid nu ter zake faalt. Wij kunnen de zwartepiet wel naar elkaar doorschuiven, maar dat is niet de bedoeling. De bedoeling is om effectief te zoeken naar oplossingen, om de problemen van de huidige slachtoffers op te lossen en ook die van de slachtoffers van toekomstige zaken.
Ik nodig u uit om daar in lopende zaken toch nog werk van te maken. Voor Vooruit is rechtszekerheid fundamenteel belangrijk. Wij schuiven aan de onderhandelingstafel aan om te onderhandelen over rechtszekerheid. Wij willen van de boemeltrein van Justitie een tgv maken, mijnheer de minister. De slachtoffers en hun nabestaanden verdienen het dat wij elke dag opnieuw voor hen strijden en hen erkennen in hun slachtofferschap.
Voorzitter:
Ook collega Beels heeft zich voor het eerst tot dit gremium gericht.
(Applaus)
(Applaudissements)
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, het is onaanvaardbaar en bizar, daarover ben ik het 100 % met u eens, maar de uitvoerende macht heeft hier natuurlijk ook een verantwoordelijkheid.
Dit is Justitie absoluut onwaardig. Ik denk dat iedereen nog weet waar hij of zij was op het moment van de gruwelijke aanslagen van 2016. Niemand durfde toen echter te vermoeden dat wij het op 19 september 2024, meer dan 8 jaar later, nog steeds zouden hebben over het proces daarover.
Eén zaak is opnieuw heel pijnlijk duidelijk geworden, namelijk dat de slachtoffers van die gruwelijke aanslagen in de steek worden gelaten door Justitie. Zij zijn de echte slachtoffers en ze zijn bijlange niet alleen. U moet zich dus niet afvragen waarom de burger absoluut geen vertrouwen meer heeft in Justitie.
Voorzitter:
Jawel, ook collega Van Hoecke was hier voor zijn eerste keer aan het woord. (Applaus) (Applaudissements)
Voorstel van resolutie betreffende de aanpak van misbruiken in de fiscale regeling voor erkende deelplatformen
Voorstel van resolutie aangenomen op 8 januari 2026
Wetsvoorstel houdende diverse dringende begrotingsbepalingen inzake gezondheidszorg
Wetsvoorstel aangenomen op 18 december 2025
Wetsvoorstel houdende wijziging van de artikelen 368 en 368/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en wijziging betreffende de jaarlijkse taks op de kredietinstellingen
Wetsvoorstel aangenomen op 18 december 2025
Voorstel van resolutie over de oorlog, de hongersnood en de mensenrechtenschendingen in Soedan
Voorstel van resolutie aangenomen op 18 december 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de programmawet van 18 juli 2025 betreffende de toepassingsmodaliteiten van de tijdelijke beperking van de indexering van de wettelijke pensioenen
Wetsvoorstel aangenomen op 18 december 2025
Wetsvoorstel tot verlenging van het verminderingsmechanisme van de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur ten voordele van het goederenvervoer per spoor, zoals vastgesteld in titel 6 van de programmawet van 27 december 2021
Wetsvoorstel aangenomen op 11 december 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving betreffende de vergoedingspensioenen en de wetgeving betreffende de herstelpensioenen ingevolge daden van terrorisme
Wetsvoorstel aangenomen op 4 december 2025
Wetsvoorstel tot bekrachtiging van koninklijke besluiten inzake inkomstenbelastingen
Wetsvoorstel aangenomen op 4 december 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen om de forfaitaire bedragen te bevriezen en de indexering van de financiering van de politieke partijen op te heffen
Wetsvoorstel aangenomen op 20 november 2025
Voorstel van resolutie betreffende de publicatie van het Belgische hoofdstuk van de NAVO Defence Planning Capability Review (DPCR)
Voorstel van resolutie aangenomen op 23 oktober 2025
Wetsvoorstel betreffende het versturen van een sensibiliseringsbrief inzake de gewijzigde veiligheidssituatie waarvoor de toegang tot bepaalde informatiegegevens van het Rijksregister van natuurlijke personen aan het ministerie van Landsverdediging noodzakelijk is
Wetsvoorstel aangenomen op 9 oktober 2025
Voorstel van resolutie betreffende de ondersteuning van belastingplichtigen bij het invullen van de aangifte in de personenbelasting bij het overlijden van een partner
Voorstel van resolutie aangenomen op 18 september 2025
Wetsvoorstel betreffende de telefonische en elektronische bereikbaarheid van energieleveranciers
Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025
Voorstel van resolutie betreffende het kwalificeren van het Islamitische Revolutionaire Garde Korps (IRGC) van Iran als een terroristische organisatie
Voorstel van resolutie aangenomen op 17 juli 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 november 2023 betreffende het statuut van bewindvoerder over een beschermde persoon
Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025
Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector
Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025
Wetsvoorstel betreffende het tijdelijke uitstel van de registratie in de Federal Learning Account
Wetsvoorstel aangenomen op 17 juli 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, de wet van 12 mei 2019 tot oprichting van een Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens en de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen, teneinde pensioenrechten toe te kennen
Wetsvoorstel aangenomen op 10 juli 2025
Wetsvoorstel betreffende het tijdelijke uitstel van de registratie in de Federal Learning Account
Wetsvoorstel aangenomen op 27 maart 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, en van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzake de mededeling van vertrouwelijke informatie
Wetsvoorstel aangenomen op 13 maart 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen met het oog op het uitbreiden van het recht om vergeten te worden
Wetsvoorstel aangenomen op 16 januari 2025
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor wat betreft de verzekeringsinkomsten
Wetsvoorstel aangenomen op 19 december 2024
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 mei 2024 houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II voor wat betreft de overheveling van het grondgebied van de voormalige gemeente Meulebeke naar het gerechtelijk kanton Tielt
Wetsvoorstel aangenomen op 12 december 2024
Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector
Wetsvoorstel aangenomen op 28 november 2024
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 9 oktober 2023 tot wijziging van de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen voor wat betreft het verduurzamen van de griepvaccinatie door de officina-apothekers van publiek opengestelde apotheken
Wetsvoorstel zonder onderwerp