meeting-commission
Mercosur Het Belgische standpunt met betrekking tot het EU-Mercosur-handelsakkoord Het EU-Mercosur-handelsakkoord Het Mercosur-handelsakkoord Het EU-Mercosur-akkoord Mijnheer de eerste minister, ik ben blij dat ik u deze vraag, die al in september werd ingediend, eindelijk kan stellen. Bedankt om daar tijd voor vrij te maken. De vraag gaat over de Mercosur-handelsovereenkomst. Dit onderwerp is nog steeds actueel, want die handelsovereenkomst zou binnenkort wel eens door uw regering moeten worden ondertekend. Daarover gaan natuurlijk mijn vragen. Hoe rijmt u deze handelsovereenkomst met het regeerakkoord? Daarin belooft u immers heel specifiek de landbouwsector te zullen aanduiden als een strategische sector die voedselzekerheid moet waarborgen. Wordt die voedselzekerheid volgens u voldoende gewaarborgd in dit Mercosur-handelsovereenkomst? Kunt u toelichten welke beschermingsmaatregelen in werking zullen treden als de invoer van sommige landbouwproducten bepaalde drempels overschrijdt? Op welke compensatie zullen onze boeren kunnen rekenen? In elke handelsovereenkomst zijn er winnaars en verliezers. Mogelijke winnaars van deze handelsovereenkomst zijn de agro-industrie, die meer zal kunnen exporteren, en de producenten van pesticiden, die meer zullen kunnen exporteren naar de Mercosurlanden. Er zijn echter ook potentiële verliezers in dit handelsakkoord en dat zijn volgens ons de Vlaamse landbouwers. Zij zijn heel sterk gespecialiseerd in rund- en pluimveehouderij en in suikerbieten en dat zijn net de sectoren waar een zware negatieve impact wordt verwacht. Ten slotte, de Vlaamse landbouw heeft geweldig te lijden onder regeldrift, ze heeft geen toekomst en die toekomst wordt ook sterk in twijfel getrokken door de koolstofmaatregelen. Door al deze zwaarden van Damocles die hen boven het hoofd hangen zijn zij heel gevoelig voor prijsdruk en prijsschommelingen. Deelt u de mening dat de Vlaamse boeren wel eens de verliezers kunnen worden van dit handelsakkoord? De heer Prévot is verontschuldigd. Monsieur le premier ministre, début septembre, la Commission européenne a donné son feu vert au projet d'accord de libre-échange entre l'Union européenne et les pays du Mercosur. Cet accord doit encore obtenir l'aval des 27 É tats membres, mais de nombreuses réserves ont déjà été émises par plusieurs pays européens, dont la Belgique. Il y a quelques jours, votre gouvernement a confirmé l'abstention de la Belgique lors du vote dans les différentes instances européennes. Cette abstention est, je ne vous le cache pas, assez décevante à nos yeux, compte tenu de la gronde sociale et environnementale sur le sujet. En effet, de nombreux acteurs – qu'il s'agisse de syndicats, d'associations environnementales ou encore de représentants du monde agricole – nous ont alertés sur les répercussions potentielles de ce traité sur l'environnement. Nous avons eu à de multiples reprises l'occasion de débattre de la santé publique, des normes sociales, des normes environnementales ainsi que de l'avenir de l'agriculture locale. Monsieur le premier ministre, quelles sont les raisons de l'abstention de la Belgique lors du vote de cet accord? Envisagez-vous de solliciter, sur la base de l'article 212, § 11 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, un avis de la Cour de justice de l'Union européenne sur la compatibilité de la scission de cet accord en deux volets – un partenaire global et un accord commercial intérimaire – avec les traités et la jurisprudence européenne? Mijnheer de eerste minister, ik was enkele weken geleden bijzonder onaangenaam verrast toen ik in de commissie voor Buitenlandse Zaken van minister Prévot te horen kreeg dat ons land zich zal onthouden bij de stemming over het Mercosur-handelsakkoord. Daarmee isoleert uw regering ons land opnieuw in Europa, op een moment waarop meer dan 1.600 Belgische bedrijven actief handel drijven met Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. Wij vinden het ongelooflijk dat België dat als land blijkbaar niet kan steunen. Collega’s, volgens de Europese Commissie ondersteunt onze export naar Mercosur-landen net geen 800.000 jobs in ons land. Net geen 800.000, dat is 1 op de 6 jobs in België. Vergis u niet, voor een open economie als België is Mercosur een levenslijn. Het handelsverdrag zal namelijk 91 % van alle tarieven schrappen en onze bedrijven ook toegang geven tot nieuwe overheidsopdrachten. Mijnheer de premier, dit is een moment van de waarheid, een moment waarop ons land een keuze moet maken. Wat doet u? Wat doet deze regering? U zult niet kiezen, u zult zich moeten onthouden. Een onthouding, mijnheer de eerste minister, is een capitulatie. Dat is onaanvaardbaar! Met deze onthouding maakt u duidelijk dat uw regering niet opkomt voor de bedrijven en voor onze jobs. Laat er geen twijfel over bestaan, collega's, dit akkoord geeft zuurstof aan sectoren die vandaag onder enorme druk staan. De chemiecluster in de haven van Antwerpen bijvoorbeeld, met onder meer BASF, waar veel ontslagen zijn gevallen. Tarieven tot 35 % op chemische producten verdwijnen met Mercosur: van 35 % naar 0 %. Voor farmaceutische producten verdwijnen tarieven tot 14 %: van 14 % naar 0 %. Daarnaast dalen voor onze machinebouw- en hightechbedrijven de tarieven, die tot 20 % bedragen, tot 0 %. Voor producten zoals chocolade, bier of de Gentse azalea voorziet het Mercosur-akkoord bovendien bescherming tegen imitatie, op een markt van 265 miljoen consumenten. Ik kan nog uitgebreid doorgaan met het opsommen van de voordelen van dat akkoord. Dat zal ik niet doen, maar één zaak is duidelijk: dit akkoord is essentieel voor onze economie en onze welvaart. Daarom, mijnheer de eerste minister, stel ik u graag enkele vragen. Ten eerste, hoe rechtvaardigt uw regering een onthouding over dat akkoord? Hoe legt u uit aan de werknemers in onze havens, aan VOKA en aan het VBO dat België zich afkeert van een akkoord dat jobs ondersteunt en exportkosten verlaagt? Ten tweede, waarom staat België opnieuw op de rem in plaats van te kiezen voor onze welvaart? Monsieur le premier ministre, en septembre, la Commission européenne a approuvé le projet d'accord de libre-échange entre l'Union européenne et les pays du Mercosur. Il nous semble que le manque de contreparties contraignantes ainsi que d'autres éléments de flou concernant les détails dans de nombreux domaines rendent cet accord particulièrement problématique. Nous avons appris que la position de la Belgique serait une abstention sur cet accord. Cette position a-t-elle éventuellement évolué? Les réserves des nombreux acteurs, dont les syndicats et la société civile, ont-elles été entendues dans les domaines de la santé, de l'agriculture ou encore des standards environnementaux? Mijnheer de voorzitter, collega's, ik pleit er al tien jaar passioneel voor en het is dus geen geheim dat ik persoonlijk een sterke voorstander ben van Mercosur. Het zou vreemd zijn iets anders te zeggen. Ook mijn voorganger in de Wetstraat 16 was een uitgesproken voorstander van Mercosur. Zoals voor mijn voorganger is het mij evenwel niet gelukt daarover een consensus te vinden bij alle partijen die in dit federale land nodig zijn om een ja-stem te kunnen geven. Ik betreur dat persoonlijk. U weet hoe dit land in elkaar zit. Entiteit I en de gefedereerde entiteiten moeten in dergelijke gevallen allemaal hun akkoord geven vooraleer een vrijhandelsakkoord kan worden gesloten. Wij bevinden ons niet in die situatie. Ik betreur dat persoonlijk want de voordelen zijn geschetst. Wij zouden via dat vrijhandelsakkoord toegang krijgen tot een markt van 273 miljoen mensen. Hopelijk zullen wij die toegang alsnog krijgen, want ik meen dat het er toch nog zal doorkomen. Het wegvallen van tarieven op 91 % van de producten maakt het voor heel veel sectoren aantrekkelijk om te exporteren naar de Mercosur-landen. Ik denk daarbij aan Europese auto’s, wat bijzonder goed nieuws zou zijn. Ook de toeleveringsketen van die industrie zal daarvan positieve effecten ondervinden. Hetzelfde geldt voor de chemische sector en voor de farmasector. De diversifiëring van onze handelsketens en onze value chains is vandaag aan de orde van de dag in de wereld waarin wij wakker worden. Ik kan enkel in persoonlijke naam spreken maar voor mij persoonlijk is dat een no-brainer. Wanneer zullen wij er ooit toe in staat zijn akkoorden te sluiten als Europa vandaag nog niet in staat is vrijhandelsakkoorden te sluiten met delen van de wereld die nog steeds van het multilateralisme houden en die niet graag wakker willen worden in een wereld waarin twee grote economieën hun wil aan de rest opleggen? Het verzet dat hier door sommige fracties is geuit, is voor mij dan ook intellectueel moeilijk te plaatsen in de huidige wereldcontext. Dat was voor mij gisteren al moeilijk, hoewel ik daarvoor nog enig begrip kon opbrengen, maar in de wereld van vandaag is dat voor mij echt moeilijk. Ook voor de Europese consument gaat het immers om een interessant akkoord, omdat wij producten tegen lagere prijzen kunnen inkopen die vanuit die landen kunnen worden geleverd. Alle tegenargumenten die ik vandaag hoor, heb ik destijds ook gehoord bij CETA, het vrijhandelsakkoord met Canada. Er werd hel en verdoemenis gepredikt voor onze landbouwsector op het moment waarop onze zuidelijke deelstaat van de Belgische federatie als enige in Europa een soort Asterix-houding aannam en weigerde het akkoord te ratificeren, wat ze trouwens nog altijd niet heeft gedaan, hoewel het akkoord wel in voege is gegaan. Achteraf moet u mij eens uitleggen welke negatieve effecten u daadwerkelijk hebt gezien. Ik zal het u zeggen, geen enkel. Wij hebben wel onze handel met Canada aanzienlijk zien stijgen. Het is een volledige win-winsituatie gebleken, zoals door de voorstanders altijd was voorspeld. Anekdotisch kan ik u trouwens vertellen dat ik, op het moment waarop in Wallonië wat dat betreft de trom werd geroerd, toevallig in Canada was op promoreis voor de Antwerpse haven. Ik meende toen immers intelligent, wat ik af en toe meen te zijn, dat ik er best al proactief als eerste naartoe kon gaan om als eerste de vruchten te plukken. Ik heb daar echter een bijzonder moeilijke week beleefd waarin ik aan iedereen moest uitleggen dat ik niet uit een land kwam waar iedereen knettergek was geworden door het akkoord als laatste nog te willen tegenhouden. Dat zal ik niet licht vergeten. Ik was dus pro CETA. Het is goed dat dat akkoord in voege is gegaan. Ik ben ook pro Mercosur. L'accord commercial couvre de nombreux produits, principalement issus de l'agriculture et de l'élevage. Jusqu'à présent, les droits d'importation de l'Union européenne sur les produits agricoles latino-américains se situent entre 40 et 50 %; ceux-ci seront progressivement supprimés grâce à l'accord commercial. Lorsque l'accord entrera en vigueur, les steaks et la viande hachée en provenance d'Amérique latine seront moins chers dans nos assiettes. C'est une bonne chose! Il en ira de même pour la volaille, la dinde, le sucre, le miel, le riz, le maïs et bien d'autres produits encore. Mais il importe de noter que des quotas seront appliqués, ce qui signifie que l'Union européenne n'autorisera que de faibles pourcentages de viande bovine, de volaille, de sucre, etc., au taux réduit actuellement convenu. Si les importations dépassent les quotas, les anciens droits d'importation s'appliqueront. L'impact de l'accord commercial se traduira par 300 grammes de steak argentin, deux hamburgers et deux filets de poulet par habitant de l'Union européenne et par an. Il ne s'agira donc pas d'un afflux massif. Loin de là! Je souligne par ailleurs que nos normes en matière de sécurité et de santé alimentaire continueront de s'appliquer à tous les produits sur le marché de l'Union européenne, qu'ils soient produits ici ou importés. Enfin, la proposition relative à la politique agricole commune (PAC) après 2027 prévoit un budget protégé d'au moins 300 milliards d'euros pour l'aide au revenu. La Commission introduit également le nouveau Unity Safety Net pour les mesures de crise, d'une capacité totale de 6,3 milliards d'euros. Celui-ci vise à protéger les agriculteurs contre les perturbations du marché et l'instabilité géopolitique. Niet iedereen is het eens met de weldaden die ik zojuist heb opgesomd. Niet iedereen schat de bepalingen die de risico’s sterk verzachten, om niet te zeggen tenietdoen, naar waarde. Dat is gewoon niet zo. Derhalve is gisteren gebleken dat niet alle gefedereerde entiteiten hun akkoord kunnen geven en dat er dus geen consensus bestaat om het Mercosur-akkoord te ondersteunen. In zo’n geval weet u dat dit land verplicht is zich te onthouden. Dat is de toestand. Ik dank u voor het antwoord, premier. Die bepalingen die de pijn zouden moeten verzachten zijn onduidelijk. De spiegelclausules zijn met name onduidelijk uitgewerkt, net als de voorwaarden waaronder het compensatiefonds moet tussenkomen om onze kwetsbare sectoren te vergoeden. Er bestaan zeer veel onduidelijkheden. Dat zeggen niet alleen wij, dat zeggen ook de Vlaamse en de Waalse boerenorganisaties. U hebt hen niet kunnen overtuigen. De grote Europese naties, denk aan Frankrijk en Italië, zijn erin geslaagd om uitzonderingen te bekomen voor sectoren die voor hen van groot belang zijn. Welke uitzonderingen heeft België kunnen bekomen aan deze internationale tafel? Geen, bij mijn weten. Het begint intussen een gewoonte te worden dat België zich op het internationale toneel onthoudt. Onlangs hadden we nog de discussie over Chat Control, opnieuw met een onthouding. Blijkbaar is het voor België niet belangrijk - of we mogen het niet weten - om daarover een duidelijk standpunt te nemen. Nochtans gaat het over de vrijheid van onze burgers en een ontspoord Europees project. In dit Mercosur-dossier zal België zich opnieuw onthouden. Een onthouding beschermt niemand. Een onthouding betekent wegkijken, terwijl Vlaamse landbouwers kapot worden geconcurreerd. Wij vragen u om te kiezen voor de Vlaamse landbouwers, zonder excuses, zonder onthouding, maar met een duidelijk neen. Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je ne vous cache pas qu'elles ne nous surprennent pas tant que cela mais qu'elles nous déçoivent quand même. On aurait pu se ranger du côté des agriculteurs et agricultrices. Du reste, c'est ce que le MR n'a pas arrêté de claironner pendant toute la campagne avec Les Engagés. Or on tourne le dos aux agriculteurs et agricultrices et à pas moins de 400 organisations belges qui dénoncent ce traité. On tourne le dos aussi à nos travailleurs et travailleuses. Et, ce faisant, on instaure une espèce de concurrence déloyale avec nos produits ici en Europe. Pour le coup, si nous nous positionnons contre le traité, c'est surtout parce que les clauses rajoutées – et on entend votre prudence – ne sont pas suffisantes. Elles ne sont pas bonnes et ne vont pas aider nos agriculteurs et nos agricultrices. Par ailleurs, la scission du traité en deux est dangereuse. On est face à un problème démocratique puisque les parlements nationaux ne pourront pas se prononcer, ce qui est vraisemblablement contraire aux règles. Sur ce point précis, on se retrouve face à un problème de démocratie important et de contrôle parlementaire. C'est pourquoi nous demandons la saisine de la Cour de justice de l'Union européenne. Mon groupe a déposé une proposition de résolution qui est débattue au niveau de la commission des Affaires étrangères et qui s'inspire en partie de celle déposée en France qui a été ratifiée et votée à l'unanimité par l'Assemblée nationale. Or, en France, ce n'est à mon avis pas une assemblée de gauchistes. Il est dès lors important aussi de souligner ici les problèmes, non pas par un positionnement idéologique, mais parce qu'on se retrouve face à de vrais soucis de concurrence déloyale, de normes environnementales, de normes sociales, et face à des problèmes démocratiques. Mijnheer de eerste minister, u bepleit de inhoud van het akkoord dat gesloten zou moeten worden. Dat is op zich goed. In die zin wil ik mij ook richten tot de collega’s die, al dan niet elders, meevolgen en benadrukken dat we een realitycheck moeten doen. We leven in een wereld waarin de Verenigde Staten zich steeds meer op zichzelf terugplooien en handelsbarrières opwerpen, door het invoeren van tarieven. De Amerikaanse president beschuldigt Europa van besluiteloosheid en zwak leiderschap. Dat is de context waarin we vandaag leven. Wij dreigen een historische kans te missen. Met een Mercosur-akkoord kunnen wij het grootste handelsblok ter wereld vormen en tonen dat Europa er staat. Zo laten wij zien dat we niet bij de pakken blijven zitten en doen wat noodzakelijk is voor onze welvaart. De realiteit is echter dat we zelfs nog niet zeker zijn of het goedgekeurd zal worden. In een aantal landen bestaat daarover nog geen zekerheid. De onthouding van ons land kan dus cruciaal zijn voor de goedkeuring van het akkoord. Mijnheer de eerste minister, dit heeft ook een belangrijke politieke dimensie. U hebt op zich de touwtjes in handen. U hebt een federale regering gevormd met een afspiegeling zowel in Wallonië als in Vlaanderen, zoals u wenste. U hebt dus alle partners binnen de meerderheden aan uw zijde om ervoor te zorgen, als leider van dit land, dat iedereen op één lijn komt en dit belangrijke akkoord, dat u ook bepleit, gesteund wordt. Zowel u, als leider van deze regering, als Vlaams minister-president Diependaele komt machteloos over. Uw partij is de grootste Vlaamse partij en geeft leiding aan de federale en de Vlaamse regering, maar slaagt er niet in dit belangrijke akkoord te sluiten. U hebt hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Als dit mislukt, is dat een verantwoordelijkheid die u meedraagt, samen met de Vlaamse regering. Als dit handelsakkoord er niet komt, door het feit dat ons land dit niet steunt, laten u en uw partij onze bedrijven in de steek en zegt u neen tegen onze welvaart, ook tegen de Vlaamse welvaart. Merci, monsieur le premier ministre. Nous comprenons bien que vous approuvez cet accord, et que vous regrettez l'abstention. Pourtant, il n'est pas question de refuser de commercer ou de conclure des accords avec d'autres pays ni de s'opposer au multilatéralisme. La question qui se pose est celle du contenu de ces accords. Plusieurs associations qui défendent l'environnement, ainsi que le droit des travailleurs et des travailleuses ont exprimé énormément de craintes. Y a-t-on répondu? Non, parce que, jusqu'à présent, le processus des négociations – auxquelles ces associations d'agriculteurs, de travailleurs ou qui ont une visée environnementale ne participent pas – reste quand même fort opaque. Vous avez annoncé l'application de quotas, mais seront-ils contraignants et contrôlés? En tout cas, pour l'instant, je constate que les associations d'agriculteurs ne sont pas du tout rassurées, contrairement à vous. Dans ces conditions, nous estimons que la Belgique ne doit pas approuver cet accord. De toekomst van de Russische tegoeden Het regeringsstandpunt over de Europese voorstellen m.b.t. Russische tegoeden De impact van de activatie van Russische activa bij Euroclear op de Belgische begroting De Europese top en de Europese schulden Het gebruik van de bevroren Russische tegoeden voor een lening ter ondersteuning van Oekraïne De vrijgave van de bevroren Russische tegoeden en de steun voor Oekraïne De bevroren Russische tegoeden bij Euroclear Euroclear en de bevroren Russische tegoeden Monsieur le premier ministre, ce dossier est vraiment difficile. Vous faites pleinement la démonstration de votre engagement sur cette question et je veux vous en remercier. Comment garantir à notre pays la sécurité financière et la mutualisation du risque dans le cadre de ce projet de prêt, qui est l'expression de notre solidarité à l'Ukraine? Comment éviter d'apparaître comme une nouvelle Hongrie dans le concert des nations européennes? Comment ne pas lâcher l'Ukraine, qui est notre premier rempart, de mon point de vue, face à la menace russe? J'ose espérer qu'il est possible de répondre dans un sens positif à toutes ces questions-là en même temps. Je pense qu'on essaye, et j'imagine que c'est votre intention, de se positionner dans le sens du compromis, de voir si le compromis ne met pas notre pays en danger sur le plan de la sécurité financière, comme je l'ai exposé dans le cadre du premier point. Ce débat d'actualité est l'occasion, avant le sommet des 18 et 19 décembre, de faire le point avec vous sur l'avancée du dossier, depuis également votre rencontre de vendredi dernier avec le chancelier Merz et la présidente von der Leyen. Monsieur le premier ministre, reconnaissons tout d'abord que la séquence actuelle, c'est d'abord l'échec de la Commission européenne, qui n'a pas été capable de parvenir à un accord politique unanime sur un emprunt simple fait par les 27 É tats membres. La Commission européenne semble avoir abandonné cette piste, parce que convaincre la Hongrie semble plus ardu que de forcer la Belgique. Toujours est-il que nous nous trouvons face à un dilemme dont nous devons sortir, et tout repose sur la qualité des garanties que peuvent offrir les États membres à la Belgique et sur votre analyse de la solidité de ces garanties, raison pour laquelle nous continuons à vous questionner sur l'évolution du dossier. Depuis nos derniers échanges en séance plénière, vous avez eu un entretien le 6 décembre avec la présidente von der Leyen et le chancelier allemand Merz. Le Conseil européen décisif des 18 et 19 décembre approche sans que nous ne sentions une réelle évolution des positions. Je note que la Commission européenne affirme proposer des garanties qui se veulent légalement contraignantes, inconditionnelles et irrévocables, incluant le partage des risques entre les É tats membres sur la base du revenu national brut, ainsi que le maintien du gel des actifs plutôt que leur confiscation, ce qui réduirait, d'après eux, les risques juridiques. La Commission européenne semble également promettre "un système de liquidité robuste pour Euroclear". Enfin, si on en croit le président Costa, un cadre juridique et technique acceptable par une majorité qualifiée serait en vue; je suppose que cela sous-entend sans la Belgique. Monsieur le premier ministre, entrevoyez-vous des progrès dans les discussions avec les États membres qui permettraient d'aboutir à des garanties qui vous semblent suffisantes? Dans le cas contraire, quels sont les éléments qui, selon vous, manquent et permettraient d'aboutir à des garanties suffisantes? Comment allons-nous réagir en cas de plan imposé à la Belgique par une majorité qualifiée sans la Belgique, ce qui semble être le scénario sur la table? Avez-vous évoqué ce scénario lors de votre dîner avec le chancelier allemand et la présidente de la Commission européenne? Monsieur le premier ministre, la discussion sur les avoirs russes et Euroclear continue. La semaine passée nous vous avons exprimé notre soutien parce que nous pensons que vous avez raison de résister à la pression de la Commission européenne. La confiscation des avoirs russes exposerait notre pays à des graves dangers. Dans votre lettre à Ursula von der Leyen vous avez dit que le projet pourrait empêcher de facto la conclusion d'un accord de paix. De plus, lors d'une conférence à Bozar, vous avez rappelé que personne ne croit vraiment que la Russie perdra en Ukraine. Aujourd'hui, certains en Europe veulent saisir ces avoirs pour continuer la guerre. Nous nous y opposons car nous plaidons pour un accord de paix. Or, jusqu'à aujourd'hui, l'Europe elle-même n'a pas vraiment pris d'initiative de médiation ni n'a cherché de vraie solution négociée dans le conflit. Confisquer les avoirs russes, selon nous, ne représente pas seulement des risques énormes pour notre pays au niveau financier, mais ce serait aussi un pas qualitatif et une nouvelle escalade dans les méthodes de la guerre économique. Vous avez rappelé que voler des avoirs immobilisés d'un autre pays n'a jamais été fait, même pas durant la Seconde Guerre mondiale avec l'Allemagne. Comme l'a dit la CEO d'Euroclear, les avoirs russes pourraient tout aussi bien être utilisés comme levier dans des négociations de paix. Monsieur le premier ministre, êtes-vous d'accord sur le fait que l'Europe doit prendre des initiatives pour parvenir à un accord de paix, sans laisser la main uniquement à Trump et aux é tats-Unis? Êtes-vous d'accord sur le fait que la stratégie des dirigeants européens, consistant à confisquer les avoirs russes pour poursuivre la guerre, nous éloigne d'un accord de paix? Mijnheer de premier, we lezen in de pers dat de Europese Commissie mogelijk deze week al een voor België nadelige beslissing zou kunnen nemen omtrent de Euroclear-tegoeden. Onze fractie steunt u in het zoeken naar een solide juridische basis, maar tegelijkertijd is het vanuit strategisch oogpunt belangrijk een sterk signaal te geven dat we onvoorwaardelijk de Oekraïense bevolking steunen tegen het Russische oorlogsgeweld, vandaar mijn vraag Welke financiële bijdrage levert België aan Oekraïne vanuit de Euroclear-opbrengsten en vanuit de eigen middelen? Hoe zult u dat zichtbaar en transparant maken voor het Parlement, de Europese Raad en de Oekraïense bevolking? Nog even kort. Laat ons helder zijn. Wij steunen uiteraard het standpunt dat ons land inneemt ten aanzien van de Russische tegoeden. Het is een risico dat wij niet alleen als land kunnen dragen, dus die positie moet absoluut worden verdedigd. Wij steunen u daar ook in, mijnheer de premier. Ik sluit me aan bij de vragen over de aanpak. Wat is de stand van zaken? Hoe zorgt u ervoor dat we uit het geïsoleerde hoekje geraken en effectief akkoorden kunnen sluiten die tot een oplossing leiden? Hoe zorgt u er daarnaast voor dat het duidelijk is in de perceptie dat wij de mensen in Oekraïne steunen en dat Rusland in deze strijd de vijand is die we tot de orde moeten roepen? Dank u wel, collega’s. Ik begin met u, mijnheer Van Lysebettens. Het is een redelijk recent inzicht dat ons land meer zou moeten doen in de bilaterale hulp dan enkel het doorgeven van de opbrengsten van de vennootschapsbelasting op de windfall profits van Euroclear via bilaterale militaire hulp en ondersteuning aan de civiele samenleving. Dat is wat er jarenlang is gebeurd, met uw partij in de regering. Plotseling zit u niet meer in de regering en hebt u het nieuwe inzicht dat dat niet volstaat en dat wij meer moeten doen. Op zichzelf valt daar iets voor te zeggen. Het enige voordeel van Euroclear en de geïmmobiliseerde sovereign assets in ons land is dat er een kleine belastingopbrengst is op de windfall profits . Zo kan de bilaterale hulp aan Oekraïne worden gefinancierd zonder dat dit op de rest van de begroting drukt. Het is echter bijzonder onverstandig om dit nu publiekelijk te communiceren. Er zijn immers heel wat landen die geïmmobiliseerde of bevroren assets hebben. Al die landen hebben daar nooit transparantie over gegeven, ook niet over wat er met de windfall profits gebeurt, zeker niet over de vennootschapsbelasting in die landen op de windfall profits . Wij zijn met andere woorden de enigen die al veel risico lopen, omdat we Euroclear in Brussel hebben. Wij hebben een bilateral investment treaty met Rusland, wat ons nu al heel kwetsbaar maakt voor allerlei arbitrages, zowel over de immobilised als de frozen assets . Dat brengt ook kosten met zich mee, die allemaal op ons drukken. We zijn echter de enigen die bereid zijn geweest om die windfall profits aan te bieden aan de G7 om een lening aan Oekraïne af te betalen. Bovendien zetten we als enigen de vennootschapsbelasting op dat bedrag in voor de bilaterale hulp. Andere landen hebben zelfs nog geen transparantie gegeven over de exacte omvang van wat ze hebben, laat staan over de bestemming van die opbrengsten. Uw betoog dat helpt om van België de zondebok te maken, is daarom wellicht een van de domste uitspraken van vandaag. Zeker wanneer u tot voor kort zelf die verantwoordelijkheid in de regering droeg en het destijds volstond om enkel de vennootschapsbelasting in te zetten voor de bilaterale hulp. Dat is nogal hypocriet. Wat betreft de Commissie, moet ik erop wijzen dat zij uiteraard geen beslissingen neemt. De Commissie doet een voorstel aan de Europese Raad, maar neemt op zichzelf geen beslissing. Het debat gaat dan ook over het voorstel van de Commissie, waarbij de kernvraag is welk voorstel precies zal worden gedaan en hoe dat eruit zal zien. Là-dessus, je crains que je n'aie pas beaucoup de nouvelles à vous donner depuis la séance plénière de jeudi passé. Nous voulons arriver à une solution. Pas de doute, monsieur Ducarme. Nous voulons arriver à une solution pour soutenir l'Ukraine. Comme vous le savez, la Belgique est un pays loyal à l'Union européenne, mais aussi un pays loyal à la coalition des volontaires qui soutient l'Ukraine. Nous voulons une solution pour 2026 et 2027, le cas échéant, pour financer l'Ukraine. La grande question est: quelle est la meilleure solution? Je vais continuer à souligner qu’on peut poser beaucoup de questions sur l'utilisation des avoirs immobilisés chez Euroclear, parce que cela pourrait avoir des conséquences potentiellement néfastes, tant pour ce pays que pour l'Europe dans son ensemble. Il existe aussi de nombreuses objections légitimes concernant la légalité d'une telle opération. On se base sur l'article 122. On peut se poser beaucoup de questions là-dessus. Cet article prévoit un état d'urgence. Mais où est l’urgence? Il y a une urgence en Ukraine, mais l'Ukraine n'est pas dans l'Union européenne. Dès lors, est-il légitime d'utiliser l'article 122? On peut poser beaucoup de questions là-dessus. Je pense que c'est une sanction, que cela relève de la politique extérieure, ce qui requiert l'unanimité. On essaie d'invoquer l'article 122 pour travailler avec une majorité qualifiée. Mais on peut se poser beaucoup de questions là-dessus ainsi que sur les conséquences pour la confiance dans notre système financier et dans l’euro en tant que monnaie de réserve. Comme vous l'avez dit, la Belgique est toujours un pays qui veut arriver à une solution au niveau européen. Pour moi, c’est cela l'enjeu: trouver une solution – j'espère, une bonne solution. Je ne pense pas que celle-ci est la bonne solution, mais nous sommes à la recherche d'une bonne solution. Si un grand nombre de pays veut, malgré mes objections – qui sont, à mon avis, très légitimes –, avancer dans la direction du reparations loan , j'ai clairement dit à Mme von der Leyen et M. Merz vendredi passé ce que j'ai dit à la Chambre pendant la séance plénière, à savoir qu'il y a trois conditions cruciales. La première, c'est une mutualisation de l'ensemble des risques. La Belgique ne peut et n'acceptera jamais d'assumer seule les risques d'une telle opération. C'est quand même normal. Il est important ici de préciser qu'il s'agit d'un risque total. En vertu des accords bilatéraux existants de protection des investissements (BIT), les indemnités pour expropriation illégale peuvent en effet largement dépasser la valeur des actifs et inclure des intérêts composés ainsi que des bénéfices non réalisés. Et cela peut durer longtemps. Même si on annule le BIT, soit ce que la Commission nous recommande de faire, on peut aller en justice pendant 16 ans. Une mutualisation des risques serait pour une période de 16 ans minimum! Si on demande à la Belgique de biffer le BIT, les 17 autres qui ont un BIT avec la Russie doivent aussi être obligés de le biffer. On ne peut tout de même pas demander à la Belgique de le faire seule et de laisser tomber la protection de nos entreprises en Russie, qui seront immédiatement confisquées. Euroclear a presque 20 milliards d'euros immobilisés en Russie. Cet argent va disparaître dès le premier jour. Toutes les entreprises belges en Russie – et il y en a quelques-unes – seront confisquées dès le premier jour. On ne peut pas demander seulement à la Belgique de biffer le BIT qui est la seule protection que ces entreprises ont encore. Si on saute dans le précipice, tout le monde doit sauter avec nous. Ce serait normal. Et ce serait une mutualisation des risques. C'est très raisonnable de demander des garanties dès le premier jour pour couvrir toutes les obligations financières potentielles. Il faut que ce soit la même chose pour tout le monde. De tweede voorwaarde, mijns inziens de belangrijkste, is de liquiditeitsbescherming. Wij zijn niet zeker van de gehanteerde hypothese dat die middelen aan het einde van de oorlog niet zullen moeten worden terugbetaald. Dat hangt met name af van de beschikking in het vredesverdrag, een situatie die we niet kennen. Er zijn geen historische precedenten waarbij tijdens een oorlog geïmmobiliseerde activa zijn ingezet. Die bestaan niet, zelfs niet toen wij zelf in oorlog waren. We zijn bij mijn weten niet in oorlog met Rusland, tenzij ik mij vergis, en ik heb niet de ambitie om in oorlog met Rusland te geraken; ik denk niemand. Over dat laatste zullen we het waarschijnlijk eens zijn. Het is dus uncharted water om geïmmobiliseerde activa te gebruiken, terwijl we de afloop van de oorlog niet kennen. Wat ik heb gezegd tijdens de Grandes Conférences Catholiques, en wat nu natuurlijk wordt gedecontextualiseerd, is dat het onwaarschijnlijk is dat Rusland een militaire nederlaag zal lijden in de klassieke betekenis van het woord. Ik denk niet dat er ooit Oekraïense troepen voor de poorten van het Kremlin zullen staan. Ik kan mij vergissen, maar ik denk het niet. Waarschijnlijk zal die oorlog op een bepaald moment stoppen, hopelijk zo snel mogelijk, met een vredesverdrag dat door Europa en Oekraïne wordt aanvaard. Dat is belangrijk, het gaat niet om een vredesverdrag dat president Poetin en president Trump eventueel zouden aanvaarden, maar een vredesverdrag dat Europa en Oekraïne aanvaarden. Het is mogelijk, en de geschiedenis wijst uit dat het zelfs waarschijnlijk is, dat die geïmmobiliseerde activa op dat moment deel zullen uitmaken van het vredesakkoord. De hypothese dat Rusland die gelden sowieso zal moeten laten vallen omdat het verslagen is in de oorlog, is dus onwaarschijnlijk. Als men dat als een rationele waarheid aanvaardt, moet men ervoor zorgen dat die liquiditeit ter beschikking is voor het geval dat gebeurt, of voor het geval dat Europa in verdeeldheid – stel u voor – de sancties tegen Rusland niet langer zou kunnen handhaven, waardoor Rusland onmiddellijk zijn activa kan opvragen. Dan moet die liquiditeit aanwezig zijn. Dat is niet op termijn, maar onmiddellijk. Binnen de week moet die liquiditeit kunnen worden gemobiliseerd. Dat is redelijk cruciaal. Wanneer men het geld van de ECB ‑ rekening wegneemt waar Euroclear dat geld heeft geparkeerd omdat het in cash is omgezet, wat juridisch correct is, dan doet men iets wat nog nooit is gebeurd en dus juridisch twijfelachtig is. Dat zou verkeerd kunnen aflopen in de scenario's die ik heb geschetst. Men moet dan onmiddellijk over die liquiditeit kunnen beschikken. Dat is niet evident, aangezien het over enorme bedragen gaat. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat dat niet uit de Belgische schatkist zal komen. Dat zal niet gebeuren. Ik denk dat we het er ook over eens zijn dat we dat niet bij Euroclear kunnen laten. Als dat bedrijf, waar op de balans 70 keer ons bbp staat, zou wankelen, wankelt het hele mondiale financiële systeem. Dat is dus ook geen goed idee. Dat is onmogelijk. Het kan niet van Euroclear komen en niet uit onze schatkist. Er moet dus een heel sluitende regeling voorliggen op het moment dat Europa een beslissing neemt over die liquiditeit. Ik heb die regeling tot op heden niet gezien. Wanneer men van mij vraagt om een compromis te sluiten over een voorstel dat ik intrinsiek slecht vind, moet minstens dat aspect voor honderd procent in orde zijn. Anders nemen we risico’s ten aanzien van de Belgische belastingbetaler die niemand kan verantwoorden. Tenzij ik mij vergis, heb ik donderdag kunnen vaststellen – de PS heeft zich niet uitgesproken, maar dat kan vandaag misschien gebeuren – dat niemand in de Kamer, letterlijk niemand, vindt dat we dat wel zouden moeten doen. Desgevallend hoor ik dat graag. Dan kunnen we misschien een uniek moment vaststellen: we zijn unaniem. Dat is in een land als België niet zo evident. Vlamingen en Franstaligen, 150 leden, van uiterst links tot uiterst rechts, we zijn het over iets eens, met name dat we dat niet gaan doen. Dat heeft ook belang als signaal naar de rest van Europa. Het is geen onredelijke overtuiging, gekoesterd door een of twee partijen in een Belgische regering, of van een bizarre premier, maar het is een eenheidsstandpunt. Dat gaan we niet doen. Dat moet voor honderd procent in orde zijn. Dan kom ik tot de derde voorwaarde, in mijn ogen vooral een zaak van billijkheid. De eerste twee voorwaarden kan men beschouwen als een soort parachute: de mutualisering van het juridisch risico en een liquiditeitsgarantie. Dat vormt samen de parachute. Als men ons vraagt om van de klif te springen in een gebied waar nog nooit iemand is geweest in de geschiedenis, dan moet die parachute stevig zijn. De laatste voorwaarde gaat dus over billijkheid. Alle andere landen die ook geïmmobiliseerde activa hebben – ik denk bijvoorbeeld aan onze zuiderbuur, die er behoorlijk wat hebben en daar tot nu toe niet zo expressief over is geweest – moeten met ons springen, met dezelfde parachute. Als men vertrouwen heeft in de regeling en de Commissie zegt dat het risico minimaal is, dan is er toch geen probleem? Dan kunnen we allemaal met dezelfde parachute springen. Si le risque est minimal, nous pouvons tous sauter: tous ensemble, avec le même parachute. Je ne vois pas de problème. C'est pour moi une condition d'équité. Il est équitable que ceux qui ont des avoirs immobilisés, comme l'Allemagne, de manière limitée, la France et d'autres pays, sautent avec nous, au prorata. Si on prend de l'argent chez Euroclear, on prend aussi, dans les mêmes proportions, des avoirs immobilisés dans les autres pays. De cette manière, quand il s'agira des contremesures, nous sommes sûrs que tout le monde sera visé par les conséquences et pas uniquement la Belgique. This is the proof of the pudding. Put your money where your mouth is. Doe dat pari passu, dat lijkt mij alleen maar billijk. Dat is ongeveer wat ik donderdag in de Kamer heb verteld, maar nu iets uitgebreider. Ik heb dat vrijdag uiteraard ook uiteengezet aan bondskanselier Merz en mevrouw von der Leyen. Mijn indruk was dat zij de rationaliteit van ons standpunt begrijpen. Ze begrijpen dat het niet onbillijk en niet onredelijk is, dat wij niet op zoek zijn naar een manier om Europa te doen struikelen, dat wij openstaan voor een oplossing. Ze hebben ook geluisterd naar onze alternatieve pistes om Oekraïne te financieren. De toestand sindsdien is dat de Commissie daarmee aan de slag is gegaan. Als het lukt om die drie voorwaarden sluitend te krijgen tegen 18 december, is het niet onmogelijk dat wij onze goedkeuring geven. Dat is ook wat de heer Ducarme heeft gezegd. Het zit niet in het DNA van België om een soort van Hongarije te spelen om Europees niveau. Dat zijn we niet en zo willen we ook niet worden. Bloquer l’Union européenne et être l'origine du blocage de toute solution pour l’Ukraine n'est pas ce que nous voulons. Ce n’est pas dans l’ADN de la Belgique. Nous voulons donc parvenir à une solution. Nous pourrions, au moment où les trois conditions seraient remplies, envisager de bouger, mais je reste sceptique, car cela représente beaucoup de travail à réaliser en une seule semaine. Je continue donc à plaider pour une autre solution pour prévoir des moyens pour 2026 afin de financer l’Ukraine. Ce n’est pas impossible. Si nous pouvons invoquer l’article 122 pour les reparations loans , je pense qu’il est également possible de recourir à ce même article pour une autre solution. Il existe d’autres pistes qui sont plus légales, plus sûres et comportent beaucoup moins de risques. Je vais continuer jusqu’à la dernière minute à défendre ces solutions. Je crois que nous ne sommes pas du tout isolés en Europe sur ce point, bien au contraire. Mon impression est qu’un grand nombre de collègues partagent notre position. Certes, certains pays sont très expressifs et favorables à la saisie, voire à la confiscation des avoirs immobilisés. Nous savons lesquels et nous comprenons pourquoi. En étant voisins de la Russie et en gardant encore le souvenir d’avoir vécu sous sa tyrannie, je peux imaginer que l’on soit beaucoup plus volontariste en faveur de telles mesures. Mais beaucoup d’autres pays sont plutôt silencieux et savent très bien que tout ce que je viens de vous expliquer est correct, que notre position n’est pas du tout irraisonnable et que d’autres solutions sont à préférer. Wordt dus vervolgd, geachte Kamerleden. Sorry dat ik iets langer aan het woord ben geweest, maar dit is momenteel een pertinente vraag. De aanwezige vertegenwoordigers van de vierde macht zijn volgens mij vooral opgedaagd om hiernaar te luisteren, tenzij het over iets anders zou gaan. Gaat u blijven zitten tot het bittere einde? Dan trek ik mijn woorden terug. Ik denk dat dit wel het issue van de komende weken is. Dit spel is niet gespeeld, maar het zal spannend blijven tot de laatste minuut. Dat zijn mijn iets te transparante indrukken. Monsieur le premier ministre, je vous remercie. J'étais venu avec un espoir aujourd'hui, et j'ai entendu ces mots répétés à six ou sept reprises: "il faudra trouver une solution". Nous sommes du côté de la solution. Vous avez parlé aussi du compromis à trouver, ce qui ne veut pas dire en votre chef – et je vous soutiens pleinement dans cette démarche – qu'on fait un pas en arrière dans le cadre de la requête au niveau de la mutualisation des risques. Vous avez évoqué le terme important d'équité. Ce qui se passe aujourd'hui est un test historique pour la cohésion de l'Union Européenne. Dès lors, entendre que vous allez aussi fortement dans le sens de notre loyauté à l'Union européenne, dans le fait que nous avons un ADN européen, que nous ne sommes pas la Hongrie et que nous ne la serons jamais, est un élément évidemment important. Notre loyauté va à l'Union européenne mais notre responsabilité va aussi aux contribuables belges, comme vous l'avez indiqué. Et, dans le cadre de cette solution envisagée, nous devons avoir toutes les garanties pour la sécurité financière au niveau de notre pays. Monsieur le premier ministre, vous nous dites que l'Ukraine n'est pas en Europe. Je vous dirai toutefois à titre personnel, pour n'indisposer personne, que je crois que le sort de notre pays et celui de l'Ukraine sont étroitement liés. Ce qui fait la différence aujourd'hui, c'est que la Russie envoie en Ukraine des drones armés et qu'elle envoie en Belgique des drones qui ne le sont pas encore. Je crois qu'il est souhaitable que l'Ukraine gagne la guerre, non pas pour arriver au port de Moscou mais simplement pour retrouver l'intégralité de son territoire. C'est une situation difficile. On ne doit pas faire le jeu de Poutine et je suis vraiment réconforté par les mots que vous avez utilisés aujourd'hui, parce que vous vous placez naturellement en tant que premier de cordée belge par rapport à votre responsabilité en matière de sécurité financière et par rapport aux contribuables, mais vous êtes aussi au cœur de l'enjeu sur le plan européen. Je vous en remercie. Monsieur le premier ministre, je vous remercie d'avoir réaffirmé votre soutien à la coalition des volontaires – c'est important – et pour les précisions. Nous avons appris quelques éléments nouveaux notamment sur l'ampleur et la longueur du risque qui sont sans doute sous-estimés par certains. Concernant votre petite phrase "à vos armes", historiquement c'est vrai. D'une certaine manière depuis la fin la Seconde Guerre mondiale, plus personne ne perd de guerre. Depuis 1945, plus personne ou presque ne perd au sens d'une occupation, d'une capitulation comme ont perdu l'Allemagne et le Japon. En ce sens-là, vous avez raison. Mais je pense qu'il faut ajouter que, selon nous, l'Ukraine non plus ne peut pas perdre cette guerre. Il est là tout l'enjeu. Je crois que nous devons être lucides: un plan de paix qui serait accepté par l'Ukraine et par l'Europe (ce que vous venez d'appeler de vos vœux), je crains que ce ne soit pas pour demain. Cela nous renvoie vers les moyens d'aider l'Ukraine encore une fois et pas seulement sur un champ de bataille mais pour arriver fort à une négociation de paix et pour que l'Ukraine tienne, il faut que tous les États membres soient solidaires de la Belgique aujourd'hui. Merci d'avoir tracé les conditions positives qui peuvent aboutir à un accord car, au niveau international, on tente de nous enfermer dans un rôle de "monsieur non", ce qui est un peu court. Le message me semble important et espérons donc que la solution adviendra dans les jours à venir. Monsieur le premier ministre, vous demandez que la décision soit prise à l'unanimité. Vous y mettez les trois conditions, ce qui n'est pas très clair pour moi. Dans le même temps, vous pensez que cela peut évoluer et vous vous appuyez surtout sur la deuxième condition concernant les liquidités. Je ne suis donc pas sure, à vous entendre aujourd'hui, que vous soyez encore aussi décidé que ce vous n'étiez la semaine passée. Le problème de notre pays n'est pas seulement la prise de risques financiers. Vous avez rappelé que des biens sont immobilisés, ce que nous soutenons dans le cadre des sanctions. D'ailleurs, cela devrait aussi être fait pour un pays comme Israël, mais cela nous éloigne du sujet. Vous avez d'ailleurs rappelé que confisquer n'est jamais arrivé. Ouvrir cette porte, n'est-ce pas très dangereux et pouvant être vu comme un acte d'agression et comme une déclaration de guerre de l'Europe et de notre pays en particulier? Le 18 décembre est une date proche de la fête de Noël et à cette période-là, traditionnellement, nous essayons de faire la paix dans le monde. Je crains que prendre la décision de la confiscation avant Noël serait envoyer le signal que l'Europe veut continuer cette guerre. Ce serait comme poser un acte pouvant être vu comme une agression. Vous affirmez vouloir une vraie solution et vous voulez (vous l'avez dit) une paix négociée entre l'Europe et l'Ukraine. Pour cela, je vous soutiens. Ce qui n'est pas clair à mes yeux est que si vous avez discuté avec Mme von der Leyen et M. Merz, avez-vous discuté de cette solution? Car si nous voulons une vraie solution, ce serait aujourd'hui un accord de paix négocié par l'Europe. Quels sont les efforts aujourd'hui que l'Europe fait pour qu'il y ait un accord négocié avec l'Ukraine et qui ne soit pas uniquement une histoire entre Trump, Poutine et Zelensky? Je crois que c'est ce que nous devons faire aujourd'hui: choisir la paix et non pas la guerre. Wenst een collega nog bij de replieken aan te sluiten? Mijnheer de eerste minister, ik wil nog een bescheiden kanttekening maken. U weet dat het Vlaams Belang u steunt in het vasthouden aan de positie die u zonet hebt uiteengezet. Mijn bescheiden kanttekening gaat over een van de assumpties van de Europese Commissie om de zogenaamde Russische tegoeden te confisqueren. De assumptie die de Europese Commissie maakt, is dat die miljarden bij een vredesakkoord als een voorafname op herstelbetalingen zullen worden beschouwd, herstelbetalingen die Rusland ter vergoeding van de aangerichte schade in Oekraïne krijgt opgelegd. Dat principe van het opleggen van gigantische financiële herstelbetalingen werd na de Tweede Wereldoorlog echter als niet constructief beschouwd. Er bestaat consensus onder historici dat de herstelbetalingen die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog werden opgelegd, mee de bron vormen voor het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien nemen herstelbetalingen in vredesakkoorden veelal de vorm aan van materialen, machines, goederen en grondstoffen die worden overgedragen, maar niet van gigantische financiële sommen. Die kanttekening wilde ik u even meegeven, als hulp in uw betoog bij de Europese Commissie. De Einstein Telescope Dank u, mijnheer de voorzitter. Mijnheer de premier, naar aanleiding van uw bezoek aan de Duitse bondskanselier Merz op 26 augustus 2025 heb ik een vraag over de Einstein Telescope. Voorafgaand aan dat bezoek stond het dossier van de Einstein Telescope uitgebreid in de pers. Het is positief dat dat dossier de nodige aandacht krijgt. U zou het thema op de agenda zetten tijdens uw overleg met de Duitse bondskanselier. Helaas moest ik vaststellen dat er na afloop van dat gesprek tijdens de persconferentie, zelfs niet in het beste Duits, met geen woord over is gerept. Ik verneem daarom graag wat het standpunt is van de Duitse regering. Wat hebt u gehoord van de heer Merz over de drie kandidaten die momenteel strijden om de bouw van deze detector van zwaartekrachtgolven? Hoe schat u onze slaagkansen in? Welke bijkomende diplomatieke inspanningen plant u om onze kandidatuur verder te ondersteunen? Het was duidelijk niet de pers, maar de parlementsleden die ik had moeten uitdagen om te blijven zitten voor de rest van de vragen. Ik excuseer mij tegenover de leden van de vierde macht. Het knelpunt met de Einstein Telescope ligt vooral in Duitsland, mijnheer Keuten. Daar zijn niet één, maar twee Duitse kandidaturen: Noordrijn-Westfalen en Saksen. De Duitsers moeten een keuze maken, maar tot op heden hebben ze geen standpunt ingenomen. Ik zal mijn collega vragen wanneer hij die knoop denkt door te hakken. Zij moeten dat doen; wij zijn klaar. Dat zou de zaak in een stroomversnelling kunnen brengen. Wij hebben een drielandenkandidatuur, die wetenschappelijk en economisch zeer sterk is. We hebben een aanzienlijk voordeel ten opzichte van de voor de hand liggende concurrent, Italië. In Italië zou in zogenaamde twee L-vorm op twee aparte locaties moeten worden gebouwd, waardoor de schaalvoordelen aanzienlijk afnemen. Wij daarentegen hebben een driehoekig bouwproject, wat technisch beter is en economisch bijzonder sterk. Rond het drielandenpunt bestaat een groot industrieel en wetenschappelijk ecosysteem in de Euregio Maas-Rijn, wat het evident maakt om de Einstein Telescope daar te bouwen. Bovendien is de financiering in orde, zowel in Nederland als in België en dan vooral dankzij de Vlaamse deelstaat, die al ruim middelen heeft gereserveerd. Het ligt dus niet bij ons. Het doorhakken van de knoop voor Noordrijn-Westfalen – naar mijn inschatting, maar wie ben ik want ik ben geen Duitser – blijkt bijzonder moeilijk. De kandidatuur van Saksen is een zeer zwakke, efemere kandidatuur, maar binnen een federaal systeem is het politiek vaak complex om met deelstaten om te gaan. Dat blijkt niet alleen bij ons het geval te zijn, ook daar is die knoop nog niet doorgehakt. Van zodra dat gebeurt – en ik spreek niet namens de heer Merz – hopen ze dat dit onverwijld plaatsvindt. Het is niet aan ons om die timing te bepalen, maar zodra die beslissing valt, kunnen we doorzetten en dat dossier op dat moment binnenhalen. Naarmate de tijd verstrijkt, bestaat het risico echter dat uw tegenkandidaat zich sterker bewapent, actiever lobbyt en zijn dossier verder versterkt. Dus time is of the essence . Ik denk dat daarmee de essentie van de vraag is beantwoord. We zijn er klaar voor, de Nederlanders zijn er klaar voor en we hebben ons ook verzekerd van alle mogelijke steun die nodig is. Ik heb een bilaterale ronde gemaakt langs alle buurlanden. Ook Luxemburg mogen we daarbij niet vergeten, want dat ligt eveneens in de onmiddellijke nabijheid. Ik ben bij de Fransen geweest en heb toegelicht waarom onze kandidatuur ook voor Frankrijk interessant kan zijn. Tijdens het laatste Benelux-overleg heb ik er gebruik van gemaakt om de minister-president van Noordrijn-Westfalen uit te nodigen, de heer Wüst, die uiteraard aan onze kant staat. Ook de vertegenwoordiger van Hauts-de-France – het dichtstbijzijnde Franse departement – was aanwezig. Ik heb hem uitgebreid ingelicht en ook zijn sympathie voor het dossier verkregen. Ik denk dus dat we onze taak hebben vervuld. Het is nu aan de Duitsers om te beslissen en wat mij betreft liever morgen dan overmorgen. Dank u, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoord. Het stemt me tevreden te horen dat u uw ronde bij de buurlanden hebt gemaakt. Het lot ligt inderdaad grotendeels in Duitse handen. De Duitsers zijn echter slim genoeg om op twee paarden te wedden. Men zou dus kunnen zeggen dat op het einde van de voetbalwedstrijd Duitsland wint. Ik speel hier de advocaat van de duivel, begrijp me niet verkeerd. We steunen uiteraard onze drielandenkandidatuur, maar we hebben er bewust voor gekozen om volledig voor die ene piste te gaan. Mijnheer de eerste minister, we hebben gekozen om all-in te gaan voor één scenario, namelijk dat van de driehoek op ons drielandenpunt, voornamelijk in Wallonië of onder de Voerstreek. U zegt dat dit technisch beter is en dat het duidelijk voordelen oplevert om één driehoek te bouwen, met schaalvoordelen als gevolg. Dat klopt, maar ik moet als advocaat van de duivel ook wijzen op mogelijke negatieve gevolgen. Er bestaat namelijk geen wetenschappelijke consensus dat een driehoek beter is dan twee L’en. Sommige wetenschappers zijn ervan overtuigd dat het bouwen van twee L’en op duizenden kilometers afstand efficiënter is. Bovendien zijn er elders in de wereld al L’en gebouwd, waardoor de kennis daarvoor reeds aanwezig is, terwijl de kennis om een driehoek te bouwen pionierswerk vergt. De Duitsers spreiden dus hun risico terwijl wij meteen all-in gaan. De Italianen spelen het spel heel slim en niet alleen op diplomatiek vlak. Met alle respect voor u, maar mevrouw Meloni opereert diplomatiek op een hoger niveau. De Italianen hangen hun karretje aan dat van de Duitsers. Zij hebben al wetenschappers naar Saksen gestuurd om daar mee onderzoek te voeren naar de ondergrond. Tussen de lijnen ben ik er dus van overtuigd dat de Duitsers en de Italianen, met name de Saksen en de Sardiniërs, een gemeenschappelijke kandidatuur voorbereiden. Dat zou natuurlijk een groot risico inhouden voor onze kandidatuur. Ik ben dan ook blij dat ik in uw regeerakkoord heb gelezen dat extra federale middelen zullen worden vrijgemaakt. Ik hoop dat wij daar binnenkort meer details over krijgen en dat die extra middelen het projectbureau dat onze kandidatuur voorbereidt, in staat zullen stellen om meer dan één scenario te onderzoeken. Tot op heden bereidt het zijn bidbook immers uitsluitend voor op basis van het driehoekscenario. Mogelijk is het met het oog op risicospreiding en het maximaal benutten van opportuniteiten interessant om meerdere scenario’s te bekijken. Ik dank u alvast voor uw aandacht. Vraag nr. 56007882C van mevrouw Maouane wordt uitgesteld. De ontnederlandsing en ontvlaamsing van Halle-Vilvoorde Mijnheer de voorzitter, ik heb een rapport met alarmerende cijfers gelezen van het Agentschap Opgroeien over de taal van de moeders van pasgeborenen. Die cijfers worden jaarlijks ter beschikking gesteld. Ik wil het in het bijzonder hebben over Halle-Vilvoorde, van oudsher Vlaams-Nederlandstalig gebied dat de jongste decennia onder zeer zware druk staat als gevolg van massamigratie vanuit Brussel en het buitenland, met grote demografische verschuivingen tot gevolg. Die cijfers zijn alarmerend. Voor 2024 blijkt dat in de zes randgemeenten met faciliteiten de Nederlandstalige aanwezigheid is herleid tot een bijna betekenisloze minderheid van 6 %. In de dertien andere randgemeenten die het voorwerp zijn van Vlaams randbeleid, vindt intussen minder dan een derde van de geboorten nog plaats in Nederlandstalige Vlaamse gezinnen. In de andere twaalf gemeenten rond Brussel, de zogenaamde tweede gordel, waar de Vlaamse overheid momenteel geen randbeleid voert, is het aantal geboorten in Nederlandstalige gezinnen in 10 jaar tijd gedaald van bijna 70 % in 2015 naar 57,5 %. Ik heb het voor u uitgerekend, dat is een dramatische achteruitgang van 12,1 %. Als die trend zich voortzet, dreigt niet alleen op lange termijn de autochtone Vlaamse gemeenschap in vrijwel heel Halle-Vilvoorde te verdwijnen of op zijn minst een heel kleine minderheid te worden. De federale regering kan een aantal beleidsmaatregelen nemen om die evolutie af te remmen, zelfs om te keren. Ik denk dan aan een aangepaste, beter werkende wet-Gol of aan beperkende maatregelen voor die regio inzake migratie en immigratie. Mijnheer de premier, heeft de federale regering aandacht voor die demografische evolutie, specifiek in Halle-Vilvoorde, meer bepaald voor de systematische vervanging van de autochtone Vlaamse bevolking? Zult u maatregelen nemen om die evolutie tegen te gaan? Zo ja, welke maatregelen overweegt u dan? Zo neen, bent u als eerste minister bereid om initiatieven op de politieke agenda van deze regering te zetten? Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord. Mevrouw Pas, zoals u weet is voornamelijk de Vlaamse regering bevoegd voor de diverse problematieken met betrekking tot het Nederlandstalig karakter van de Vlaamse rand. Zij heeft daar een bevoegde minister voor. Ik zal mij niet op haar terrein begeven. Wat er in de Vlaamse rand gebeurt, hebt u netjes omschreven en dat is vooral te wijten aan een typisch spillovereffect rond de grote steden, met een culturele component. Veel Brusselaars, hoofdzakelijk anderstaligen of niet-Nederlandstaligen, kijken naar de Vlaamse rand om daar te gaan wonen, wat de evoluties veroorzaakt die u hebt geschetst. Het afremmen van deze stadsvlucht zou een onderwerp kunnen zijn van een goed Brussels regeerakkoord, dat de grondoorzaken van de stadsvlucht, zoals onveiligheid, netheid en stadsontwikkeling, zou kunnen aanpakken. Het ontbreken van een regering is in dit opzicht eens te meer ronduit tragisch te noemen. Uiteraard heeft de federale regering aandacht voor het ontwrichtend karakter van één aspect dat zeker een motor is van stadsvlucht en stedelijke onveiligheid, namelijk illegale migratie. Hiervoor zijn wij bevoegd op federaal niveau en wij trachten maatregelen te nemen. We hebben al diverse maatregelen genomen rond gezinshereniging, uitkeringen en nationaliteitsverwerving. Daarnaast proberen we binnen Europa het voortouw te nemen in de groep van landen die in steeds groteren getale en met steeds grotere kracht van overtuiging een andere richting bepleiten voor het Europees migratiebeleid. Veel van wat zich ontwikkelt in Brussel en doorsijpelt naar de Vlaamse rand, is hieraan verbonden. Andere oplossingen waarvoor u pleit, zijn – ik herhaal het tot in den treure – manifest onwettig en het is niet mijn gewoonte om beslissingen te nemen die op gespannen voet staan of in overtreding zijn met de wet. Dat zou heel ironisch zijn, gezien mijn antwoord op de vragen die ik heb gekregen rond de Russische tegoeden. Wij blijven best bewegen binnen het kader van de rechtsstaat. Ik wil toch een aantal elementen in mijn repliek aankaarten, mijnheer de premier. Ten eerste, die wet-Gol heeft bestaan en daar is helemaal niets onwettelijks aan. Ten tweede, ik weet ook dat de Vlaamse regering in die negentien gemeenten al decennialang een gericht Vlaams randbeleid voert in het kader van de ontwikkelingen. Met de cijfers die ik u heb geschetst, is het echter duidelijk dat dat geen wezenlijk effect heeft. Dat helpt dus niet echt en dat is het gevolg van ten eerste, inefficiënte beleidskeuzes van de Vlaamse regering en ten tweede, het ontbreken van een aantal noodzakelijke beleidsinstrumenten die nog steeds federaal worden beheerd. U hebt er daar zelf enkele van aangehaald. U kunt daar maatregelen voor nemen, maar ik moet vaststellen dat wat de aanpak van de gevolgen betreft, specifiek voor Halle-Vilvoorde, u daar helemaal geen plannen voor hebt. U bent even passief als een konijn voor een lichtbak. Wat de instroom betreft, wat de oorzaak betreft, zegt u dat u die wilt aanpakken. U geeft aan dat er ongeveer 200.000 illegalen in dit land zijn en dat u die wilt aanpakken. Dat is echter absoluut niet het geval. De regering maakt van het EU-migratiepact, dat u eerder, v óó r u premier was, verketterde, de basis van haar regeerakkoord en migratiebeleid. De instroom zal dus helemaal niet stoppen en er is geen sprake van een actieve opsporing van illegalen. De wet op de woonstbetredingen, waarvan al lang is beloofd dat men daar werk van zou maken, is nog steeds niet ingevoerd. Bovendien blijkt uit wat minister Van Bossuyt zegt, dat die wet niet is bedoeld om actief elke illegaal op te sporen. Het gaat uitsluitend om de zware gevallen, de zware criminelen. Dat vormt dus absoluut geen oplossing. Het terugkeerbeleid en de cijfers daaromtrent zijn nefast. De situatie zal niet keren. Ik noteer geen algemene maatregelen en zeker niet specifiek voor Halle-Vilvoorde. De oproep van de stad Ronse aan de federale regering over het faciliteitenstatuut Mijnheer de premier, het is ondertussen een half jaar geleden dat de stad Ronse werd veroordeeld omdat ze de taalfaciliteiten niet integraal toepaste. De stad heeft ondertussen beslist om tegen dat arrest in beroep te gaan, maar tegelijkertijd rees vanuit de stad Ronse scherpe kritiek op de passiviteit van de federale regering in die zaak. Ik citeer de cd&v-burgemeester: "Vandaag zitten N-VA, cd&v en Vooruit in de Vlaamse en Belgische meerderheid, maar ze ondernemen niets tegen faciliteiten die totaal achterhaald zijn. Brussel moet zijn verantwoordelijkheid nemen." Daar valt wel iets voor te zeggen. Vandaag stellen we vast dat de faciliteiten in die Vlaamse faciliteitengemeente integraal en maximaal worden toegepast, onder meer ten gevolge van de activistische rechtspraak van de Algemene Vergadering van de Raad van State. Daartegenover stellen we vast dat de faciliteiten in de Waalse faciliteitengemeenten nauwelijks of zelfs helemaal niet worden toegepast. Ik heb de minister van Binnenlandse Zaken daarover al meermaals over ondervraagd, maar die weigert in te grijpen. Mijnheer de premier, van twee zaken één. U kunt niet verwachten dat de faciliteiten in Wallonië niet of amper worden toegepast, terwijl men ondertussen steden in Vlaanderen veroordeelt voor het niet-integraal toepassen. Er zijn twee mogelijkheden: ofwel schaft u al die faciliteiten af – daar ligt zeer duidelijk mijn voorkeur, want ze zijn achterhaald –, ofwel legt u ook aan de Waalse faciliteitengemeenten op wat men aan de Vlaamse faciliteitengemeenten oplegt, namelijk dat ze worden gedwongen om de regelgeving ook integraal toe te passen. Misschien krijgen ze dan ook enige appetijt om die achterhaalde regeling af te schaffen. Voor welke optie kiest u? Neemt u initiatieven om de faciliteiten op de schop te doen of om ervoor te zorgen dat ze in Wallonië even integraal worden toegepast als in Vlaanderen? Ik had natuurlijk ook graag uw reactie gekregen op de oproep van de burgemeester van Ronse. Mevrouw Pas, ik meen dat we dit debat al eens hebben gevoerd, als ik me niet vergis. Tijdens een van de voorgaande commissievergaderingen hebt u ongeveer dezelfde vragen gesteld en ik heb die toen al beantwoord, maar ik kan mij vergissen. Wat het faciliteitenstatuut betreft, ben ik het uiteraard ten persoonlijken titel volledig met u eens. Ce sont des boulets du passé , om het in het Nederlands te zeggen. Dat gaat terug tot 1962, in een samenleving waar het misschien toen relevant was om dat te vragen. Vandaag zie ik niet goed wat dat nog bijbrengt. In toenemende mate brengt dat die gemeenten in allerlei moeilijkheden, omdat ze voortdurend uitzonderingen moeten vragen op de voortgang der dingen. Op den duur is dat onhoudbaar. Ik begrijp de oproep van de burgemeester van Ronse, en ook die van de zes burgemeesters, volkomen. Dat zijn begrijpelijke en legitieme reacties op een heel complexe institutionele realiteit, die hen historisch is opgelegd en waarmee zij nu dagelijks worden geconfronteerd. Faciliteitengemeenten bevinden zich in een uitzonderlijk statuut dat die historische en communautaire compromissen weerspiegelt, maar in de praktijk van vandaag tot allerlei moeilijkheden leidt. Ik hoor en erken dan ook de boodschap van de betrokken gemeenten, maar er is een politieke realiteit. Die politieke realiteit bestaat erin dat institutionele hervormingen in dit land bijzonder moeilijk zijn. Daarvoor is een zeer ruim draagvlak nodig, met grote meerderheden, en die zijn niet voorhanden. Dat geldt des te meer voor een wijziging van het statuut van de faciliteitengemeenten, laat staan voor de afschaffing ervan. Artikel 129, § 2, van de Grondwet schrijft voor dat dat via een bijzondere meerderheidswet moet gebeuren. Dat is het meest veeleisende wetgevingsinstrument dat er bestaat, zelfs moeilijker dan een grondwetswijziging, ironisch genoeg, want het betekent een dubbele meerderheid en een tweederdemeerderheid in dit Huis. Ik hoop dat die meerderheid ooit kan worden gevonden om dat te realiseren, maar vandaag is dat zeer zeker niet het geval. U mag mij die vraag dan ook nog honderd keer stellen. Ik zou willen dat ik er iets aan kon doen, maar dat is vandaag niet de realiteit. Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Faciliteiten zijn stommiteiten, daar bent u het mee eens. U noemt de reacties begrijpelijk, maar u doet er niets mee en verwijst naar de moeilijkheidsgraad. “Nil volentibus arduum,” zei Seneca. Voor wie wil, is niets te moeilijk. U verwijst echter naar de politieke realiteit. Die politieke realiteit is dat u hier zit in de functie van premier. Als u de kwestie nooit ter bespreking voorlegt, zult u uiteraard nooit een consensus vinden. U zegt dat er geen consensus bestaat om de faciliteiten af te schaffen. Tegelijk laat u toe dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt. Dan rest er maar één andere oplossing. U moet afdwingen dat de faciliteiten in de Waalse faciliteitengemeenten even integraal wordt toegepast als in Vlaanderen. U kunt als premier toch niet toestaan dat er sprake is van een ongelijke behandeling in een gelijke situatie? Het is het ene of het andere. Het ideale scenario, waarvoor u niet eens strijdt, is uiteraard de afschaffing van die achterhaalde faciliteiten. U had dan op zijn minst de andere optie moeten bewandelen: de wet toepassen en ervoor zorgen dat die ook wordt nageleefd in Wallonië, en niet alleen in Vlaanderen. Misschien zou dan bij de Walen de bereidheid kunnen ontstaan om die achterhaalde regeling af te schaffen. De zwakke punten in de cyberbeveiliging van de nationale luchthaven Mijnheer de voorzitter, deze vraag gaat onze nationale luchthaven. Het jaar 2025 zal de boeken ingaan als een zwart jaar voor de luchthaven van Zaventem. Ondanks alle inspanningen van de Vlaamse overheid is er in mijn leven nog nooit zo’n slecht jaar geweest voor onze luchthaven. Ik heb het even nageteld, de luchthaven werd dit jaar al negen keer platgelegd door stakingen. Dat leidt uiteraard tot miljoenen, of misschien miljarden, aan verlies voor die nochtans tweede economische pool van welvaart in ons land. Naast al die stakingen is de luchthaven ook bijna drie of vier dagen voor een groot stuk lamgelegd door een cyberaanval. Die aanval was niet rechtstreeks gericht op de luchthaven van Zaventem, want verschillende Europese luchthavens waren het slachtoffer. Collins Aerospace, een Amerikaans softwarebedrijf dat diensten levert aan Zaventem, werd het slachtoffer van de cyberaanval, waardoor de operaties op de luchthaven van Zaventem bijna vier dagen ernstig gehinderd werden. Die cyberonveiligheid had vermeden kunnen worden, want Collins Aerospace werd in 2023 al een keer het slachtoffer van een vergelijkbare cyberaanval. Achteraf is het natuurlijk gemakkelijk om te zeggen dat een cyberaanval vermeden had moeten worden, maar ik ben toch zeer benieuwd naar wat het Centrum voor Cybersecurity precies heeft gedaan om die aanval op onze belangrijkste luchthaven te voorkomen. Mijnheer Keuten, ik lees u voor wat het Centrum voor Cybersecurity daarover te melden heeft. Het zijn vier punten. Ten eerste, het Centrum voor Cybersecurity België heeft in 2023 geen meldingen ontvangen van Belgische bedrijven over schade door die betrokken aanval. Het incident vond buiten België plaats en viel daarom buiten de wettelijke opdracht en dus ook buiten de monitoringscope van het CCB. Er werd geen link vastgesteld met Belgische gebruikers. Daarmee hebt u het antwoord op de eerste vraag in de tekst zoals u die ingediend hebt, over het incident in 2023. Tweede element van antwoord, het CCB ontving geen incidentmeldingen van Belgische bedrijven. Het betrof een Amerikaans bedrijf en de aanval werd niet verder onderzocht. Daarmee hebt u het antwoord op de tweede vraag uit uw tekst. Werd er ook data van Belgische burgers gestolen? Het antwoord is neen. Het derde punt correspondeert met de derde vraag uit uw ingediende tekst. Er werden geen significante phishingaanvallen vastgesteld die in verband konden worden gebracht het Collins-datalek. Uw vierde vraag peilt naar de status van een lopend onderzoek door het CCB. Daarover kunnen we geen details geven. Vijf, het Centrum voor Cybersecurity onderhoudt regelmatig constructieve contacten met Europese en niet-Europese partners, waaronder de nationale cyberautoriteiten, zoals het National Cyber Security Centre van het Verenigd Koninkrijk, om informatie en expertise uit te wisselen over dreigingen en incidenten. Die samenwerking versterkt de gezamenlijke weerbaarheid tegen cyberaanvallen en bevordert een gecoördineerde aanpak op het internationaal niveau. Daarmee heb ik de vragen beantwoord die ik heb ontvangen via de tekst van uw vraag zoals ingediend. Ik heb de indruk dat u mondeling een beetje een andere richting bent uitgegaan. U mag het mij niet kwalijk nemen dat ik voor de antwoorden op die vragen opnieuw het CCB zal moeten bevragen wat het te melden heeft. Zoals elke burger volg ik de situatie, maar daarmee is dan ook alles gezegd. De limieten van mijn begripsvermogen inzake cyber zijn zo ongeveer bereikt als ik hier het microfoonknopje aan en uit kan zetten. Ook ik leer elke dag bij. Mijnheer de eerste minister, ik zal die vragen dan opnieuw indienen en opnieuw drie maanden geduldig wachten op een antwoord. Ik kijk ook uit naar het moment dat u die bevoegdheid van cyberveiligheid, zoals aangekondigd, zult overdragen aan de minister van Binnenlandse Zaken. Ik zal u voorts voorlezing geven van de feiten. Er bestaan duidelijke protocollen om dergelijke incidenten te beheren. De chaos op Brussels Airport wat betreft eenheid van communicatie, het aantal mensen dat aangaf van niets op de hoogte te zijn, de ernst en de langdurigheid van de onregelmatigheden in vergelijking met de andere getroffen luchthavens, tonen aan dat er geen sprake was van goed voorbereid crisismanagement op onze nationale luchthaven. Experten raden aan dat elke luchthaven die gebruikmaakt van dergelijke cloudplatformen voor de gegevensverwerking van passagiers beschikt over een onafhankelijke kill switch en een local first mode die ingeschakeld kan worden wanneer zich vertrouwensproblemen voordoen bij externe leveranciers. Elk kwartaal hoort dat systeem getest te worden, maar volgens mij gebeurt dat in Zaventem niet. Die procedures zijn niet nieuw, want ze zijn gedocumenteerd in reeds bestaande literatuur, na dure lessen uit het verleden. Het was dus opnieuw een dure les in Zaventem dit jaar. Mijnheer de eerste minister, ik rond af. Ik zal u niet langer vervelen met mijn voorlezing. De intentie alleen tot cyberveiligheid is niet voldoende. De standaarden moeten hoger. We hebben de afgesproken tijd reeds overschreden. Ik dank de eerste minister voor zijn antwoorden. De overige vragen komen in een volgende vragensessie aan bod. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.34 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 34.

Commissievergadering op 10 december 2025

🏛️ Commissie Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken

Van 15h07 tot 16h34 (1 uur en 27 minuten)

6 vragen

Voorgezeten door

VB Ortwin Depoortere

Volledig verslag op dekamer.be

Vragen

De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.

Mercosur
Het Belgische standpunt met betrekking tot het EU-Mercosur-handelsakkoord
Het EU-Mercosur-handelsakkoord
Het Mercosur-handelsakkoord
Het EU-Mercosur-akkoord
EU-Mercosur-handelsakkoord en Belgische positie

Gesteld aan

N-VA Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Mercosur-handelsovereenkomst zorgt voor diepe verdeeldheid: voorstanders (o.a. Bart De Wever, Sandro Di Nunzio) benadrukken de economische voordelen (91% tariefverlaging, toegang tot 273 miljoen consumenten, banenbehoud in exportsectoren zoals chemie en auto-industrie) en wijzen op beperkte importquota (bv. 300g rundvlees/persoon/jaar) en EU-normen die blijven gelden, maar bekritiseren België’s onthouding als “capitulatie” die de welvaart schaadt. Tegenstanders (o.a. Dieter Keuten, Rajae Maouane, Sofie Merckx) vrezen oneerlijke concurrentie voor Vlaamse landbouwers (rundvee, pluimvee, suikerbieten), gebrek aan bindende milieusociale clausules, en democratisch tekort door de opsplitsing van het akkoord (omzeilen parlementaire controle); zij eisen een duidelijk ‘nee’ of juridisch advies van het EU-Hof over de rechtmatigheid, gesteund door 400 Belgische organisaties en Franse parlementsresoluties. De Belgische onthouding – gedwongen door gebrek aan consensus tussen gewesten – wordt door critici afgedaan als zwak leiderschap (Di Nunzio) en wegkijken (Keuten), terwijl De Wever het institutioneel onvermijdelijk noemt, maar het persoonlijk een “no-brainer” vindt, vergelijkbaar met het succesvolle CETA-akkoord (zonder negatieve landbouwseffecten). Kernpunt: de spanning tussen economische kansen (export, diversificatie) en bescherming van landbouw, milieu en democratie, met Belgisch federalisme als blokkade.

Dieter Keuten:

Mijnheer de eerste minister, ik ben blij dat ik u deze vraag, die al in september werd ingediend, eindelijk kan stellen. Bedankt om daar tijd voor vrij te maken.

De vraag gaat over de Mercosur-handelsovereenkomst. Dit onderwerp is nog steeds actueel, want die handelsovereenkomst zou binnenkort wel eens door uw regering moeten worden ondertekend. Daarover gaan natuurlijk mijn vragen. Hoe rijmt u deze handelsovereenkomst met het regeerakkoord? Daarin belooft u immers heel specifiek de landbouwsector te zullen aanduiden als een strategische sector die voedselzekerheid moet waarborgen. Wordt die voedselzekerheid volgens u voldoende gewaarborgd in dit Mercosur-handelsovereenkomst?

Kunt u toelichten welke beschermingsmaatregelen in werking zullen treden als de invoer van sommige landbouwproducten bepaalde drempels overschrijdt? Op welke compensatie zullen onze boeren kunnen rekenen? In elke handelsovereenkomst zijn er winnaars en verliezers. Mogelijke winnaars van deze handelsovereenkomst zijn de agro-industrie, die meer zal kunnen exporteren, en de producenten van pesticiden, die meer zullen kunnen exporteren naar de Mercosurlanden. Er zijn echter ook potentiële verliezers in dit handelsakkoord en dat zijn volgens ons de Vlaamse landbouwers. Zij zijn heel sterk gespecialiseerd in rund- en pluimveehouderij en in suikerbieten en dat zijn net de sectoren waar een zware negatieve impact wordt verwacht.

Ten slotte, de Vlaamse landbouw heeft geweldig te lijden onder regeldrift, ze heeft geen toekomst en die toekomst wordt ook sterk in twijfel getrokken door de koolstofmaatregelen. Door al deze zwaarden van Damocles die hen boven het hoofd hangen zijn zij heel gevoelig voor prijsdruk en prijsschommelingen. Deelt u de mening dat de Vlaamse boeren wel eens de verliezers kunnen worden van dit handelsakkoord?

Voorzitter:

De heer Prévot is verontschuldigd.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, début septembre, la Commission européenne a donné son feu vert au projet d'accord de libre-échange entre l'Union européenne et les pays du Mercosur. Cet accord doit encore obtenir l'aval des 27 É tats membres, mais de nombreuses réserves ont déjà été émises par plusieurs pays européens, dont la Belgique.

Il y a quelques jours, votre gouvernement a confirmé l'abstention de la Belgique lors du vote dans les différentes instances européennes. Cette abstention est, je ne vous le cache pas, assez décevante à nos yeux, compte tenu de la gronde sociale et environnementale sur le sujet. En effet, de nombreux acteurs – qu'il s'agisse de syndicats, d'associations environnementales ou encore de représentants du monde agricole – nous ont alertés sur les répercussions potentielles de ce traité sur l'environnement. Nous avons eu à de multiples reprises l'occasion de débattre de la santé publique, des normes sociales, des normes environnementales ainsi que de l'avenir de l'agriculture locale.

Monsieur le premier ministre, quelles sont les raisons de l'abstention de la Belgique lors du vote de cet accord?

Envisagez-vous de solliciter, sur la base de l'article 212, § 11 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, un avis de la Cour de justice de l'Union européenne sur la compatibilité de la scission de cet accord en deux volets – un partenaire global et un accord commercial intérimaire – avec les traités et la jurisprudence européenne?

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de eerste minister, ik was enkele weken geleden bijzonder onaangenaam verrast toen ik in de commissie voor Buitenlandse Zaken van minister Prévot te horen kreeg dat ons land zich zal onthouden bij de stemming over het Mercosur-handelsakkoord. Daarmee isoleert uw regering ons land opnieuw in Europa, op een moment waarop meer dan 1.600 Belgische bedrijven actief handel drijven met Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. Wij vinden het ongelooflijk dat België dat als land blijkbaar niet kan steunen.

Collega’s, volgens de Europese Commissie ondersteunt onze export naar Mercosur-landen net geen 800.000 jobs in ons land. Net geen 800.000, dat is 1 op de 6 jobs in België. Vergis u niet, voor een open economie als België is Mercosur een levenslijn. Het handelsverdrag zal namelijk 91 % van alle tarieven schrappen en onze bedrijven ook toegang geven tot nieuwe overheidsopdrachten.

Mijnheer de premier, dit is een moment van de waarheid, een moment waarop ons land een keuze moet maken. Wat doet u? Wat doet deze regering? U zult niet kiezen, u zult zich moeten onthouden. Een onthouding, mijnheer de eerste minister, is een capitulatie. Dat is onaanvaardbaar! Met deze onthouding maakt u duidelijk dat uw regering niet opkomt voor de bedrijven en voor onze jobs.

Laat er geen twijfel over bestaan, collega's, dit akkoord geeft zuurstof aan sectoren die vandaag onder enorme druk staan. De chemiecluster in de haven van Antwerpen bijvoorbeeld, met onder meer BASF, waar veel ontslagen zijn gevallen. Tarieven tot 35 % op chemische producten verdwijnen met Mercosur: van 35 % naar 0 %. Voor farmaceutische producten verdwijnen tarieven tot 14 %: van 14 % naar 0 %. Daarnaast dalen voor onze machinebouw- en hightechbedrijven de tarieven, die tot 20 % bedragen, tot 0 %.

Voor producten zoals chocolade, bier of de Gentse azalea voorziet het Mercosur-akkoord bovendien bescherming tegen imitatie, op een markt van 265 miljoen consumenten. Ik kan nog uitgebreid doorgaan met het opsommen van de voordelen van dat akkoord. Dat zal ik niet doen, maar één zaak is duidelijk: dit akkoord is essentieel voor onze economie en onze welvaart.

Daarom, mijnheer de eerste minister, stel ik u graag enkele vragen.

Ten eerste, hoe rechtvaardigt uw regering een onthouding over dat akkoord? Hoe legt u uit aan de werknemers in onze havens, aan VOKA en aan het VBO dat België zich afkeert van een akkoord dat jobs ondersteunt en exportkosten verlaagt?

Ten tweede, waarom staat België opnieuw op de rem in plaats van te kiezen voor onze welvaart?

Sofie Merckx:

Monsieur le premier ministre, en septembre, la Commission européenne a approuvé le projet d'accord de libre-échange entre l'Union européenne et les pays du Mercosur. Il nous semble que le manque de contreparties contraignantes ainsi que d'autres éléments de flou concernant les détails dans de nombreux domaines rendent cet accord particulièrement problématique.

Nous avons appris que la position de la Belgique serait une abstention sur cet accord. Cette position a-t-elle éventuellement évolué? Les réserves des nombreux acteurs, dont les syndicats et la société civile, ont-elles été entendues dans les domaines de la santé, de l'agriculture ou encore des standards environnementaux?

Bart De Wever:

Mijnheer de voorzitter, collega's, ik pleit er al tien jaar passioneel voor en het is dus geen geheim dat ik persoonlijk een sterke voorstander ben van Mercosur. Het zou vreemd zijn iets anders te zeggen. Ook mijn voorganger in de Wetstraat 16 was een uitgesproken voorstander van Mercosur.

Zoals voor mijn voorganger is het mij evenwel niet gelukt daarover een consensus te vinden bij alle partijen die in dit federale land nodig zijn om een ja-stem te kunnen geven. Ik betreur dat persoonlijk. U weet hoe dit land in elkaar zit. Entiteit I en de gefedereerde entiteiten moeten in dergelijke gevallen allemaal hun akkoord geven vooraleer een vrijhandelsakkoord kan worden gesloten. Wij bevinden ons niet in die situatie.

Ik betreur dat persoonlijk want de voordelen zijn geschetst. Wij zouden via dat vrijhandelsakkoord toegang krijgen tot een markt van 273 miljoen mensen. Hopelijk zullen wij die toegang alsnog krijgen, want ik meen dat het er toch nog zal doorkomen. Het wegvallen van tarieven op 91 % van de producten maakt het voor heel veel sectoren aantrekkelijk om te exporteren naar de Mercosur-landen. Ik denk daarbij aan Europese auto’s, wat bijzonder goed nieuws zou zijn. Ook de toeleveringsketen van die industrie zal daarvan positieve effecten ondervinden. Hetzelfde geldt voor de chemische sector en voor de farmasector. De diversifiëring van onze handelsketens en onze value chains is vandaag aan de orde van de dag in de wereld waarin wij wakker worden.

Ik kan enkel in persoonlijke naam spreken maar voor mij persoonlijk is dat een no-brainer. Wanneer zullen wij er ooit toe in staat zijn akkoorden te sluiten als Europa vandaag nog niet in staat is vrijhandelsakkoorden te sluiten met delen van de wereld die nog steeds van het multilateralisme houden en die niet graag wakker willen worden in een wereld waarin twee grote economieën hun wil aan de rest opleggen?

Het verzet dat hier door sommige fracties is geuit, is voor mij dan ook intellectueel moeilijk te plaatsen in de huidige wereldcontext. Dat was voor mij gisteren al moeilijk, hoewel ik daarvoor nog enig begrip kon opbrengen, maar in de wereld van vandaag is dat voor mij echt moeilijk. Ook voor de Europese consument gaat het immers om een interessant akkoord, omdat wij producten tegen lagere prijzen kunnen inkopen die vanuit die landen kunnen worden geleverd.

Alle tegenargumenten die ik vandaag hoor, heb ik destijds ook gehoord bij CETA, het vrijhandelsakkoord met Canada. Er werd hel en verdoemenis gepredikt voor onze landbouwsector op het moment waarop onze zuidelijke deelstaat van de Belgische federatie als enige in Europa een soort Asterix-houding aannam en weigerde het akkoord te ratificeren, wat ze trouwens nog altijd niet heeft gedaan, hoewel het akkoord wel in voege is gegaan. Achteraf moet u mij eens uitleggen welke negatieve effecten u daadwerkelijk hebt gezien. Ik zal het u zeggen, geen enkel. Wij hebben wel onze handel met Canada aanzienlijk zien stijgen. Het is een volledige win-winsituatie gebleken, zoals door de voorstanders altijd was voorspeld.

Anekdotisch kan ik u trouwens vertellen dat ik, op het moment waarop in Wallonië wat dat betreft de trom werd geroerd, toevallig in Canada was op promoreis voor de Antwerpse haven. Ik meende toen immers intelligent, wat ik af en toe meen te zijn, dat ik er best al proactief als eerste naartoe kon gaan om als eerste de vruchten te plukken. Ik heb daar echter een bijzonder moeilijke week beleefd waarin ik aan iedereen moest uitleggen dat ik niet uit een land kwam waar iedereen knettergek was geworden door het akkoord als laatste nog te willen tegenhouden. Dat zal ik niet licht vergeten. Ik was dus pro CETA. Het is goed dat dat akkoord in voege is gegaan. Ik ben ook pro Mercosur.

L'accord commercial couvre de nombreux produits, principalement issus de l'agriculture et de l'élevage. Jusqu'à présent, les droits d'importation de l'Union européenne sur les produits agricoles latino-américains se situent entre 40 et 50 %; ceux-ci seront progressivement supprimés grâce à l'accord commercial. Lorsque l'accord entrera en vigueur, les steaks et la viande hachée en provenance d'Amérique latine seront moins chers dans nos assiettes. C'est une bonne chose! Il en ira de même pour la volaille, la dinde, le sucre, le miel, le riz, le maïs et bien d'autres produits encore.

Mais il importe de noter que des quotas seront appliqués, ce qui signifie que l'Union européenne n'autorisera que de faibles pourcentages de viande bovine, de volaille, de sucre, etc., au taux réduit actuellement convenu. Si les importations dépassent les quotas, les anciens droits d'importation s'appliqueront. L'impact de l'accord commercial se traduira par 300 grammes de steak argentin, deux hamburgers et deux filets de poulet par habitant de l'Union européenne et par an. Il ne s'agira donc pas d'un afflux massif. Loin de là!

Je souligne par ailleurs que nos normes en matière de sécurité et de santé alimentaire continueront de s'appliquer à tous les produits sur le marché de l'Union européenne, qu'ils soient produits ici ou importés.

Enfin, la proposition relative à la politique agricole commune (PAC) après 2027 prévoit un budget protégé d'au moins 300 milliards d'euros pour l'aide au revenu. La Commission introduit également le nouveau Unity Safety Net pour les mesures de crise, d'une capacité totale de 6,3 milliards d'euros. Celui-ci vise à protéger les agriculteurs contre les perturbations du marché et l'instabilité géopolitique.

Niet iedereen is het eens met de weldaden die ik zojuist heb opgesomd. Niet iedereen schat de bepalingen die de risico’s sterk verzachten, om niet te zeggen tenietdoen, naar waarde. Dat is gewoon niet zo. Derhalve is gisteren gebleken dat niet alle gefedereerde entiteiten hun akkoord kunnen geven en dat er dus geen consensus bestaat om het Mercosur-akkoord te ondersteunen. In zo’n geval weet u dat dit land verplicht is zich te onthouden. Dat is de toestand.

Dieter Keuten:

Ik dank u voor het antwoord, premier. Die bepalingen die de pijn zouden moeten verzachten zijn onduidelijk. De spiegelclausules zijn met name onduidelijk uitgewerkt, net als de voorwaarden waaronder het compensatiefonds moet tussenkomen om onze kwetsbare sectoren te vergoeden. Er bestaan zeer veel onduidelijkheden. Dat zeggen niet alleen wij, dat zeggen ook de Vlaamse en de Waalse boerenorganisaties. U hebt hen niet kunnen overtuigen.

De grote Europese naties, denk aan Frankrijk en Italië, zijn erin geslaagd om uitzonderingen te bekomen voor sectoren die voor hen van groot belang zijn. Welke uitzonderingen heeft België kunnen bekomen aan deze internationale tafel? Geen, bij mijn weten.

Het begint intussen een gewoonte te worden dat België zich op het internationale toneel onthoudt. Onlangs hadden we nog de discussie over Chat Control, opnieuw met een onthouding. Blijkbaar is het voor België niet belangrijk - of we mogen het niet weten - om daarover een duidelijk standpunt te nemen. Nochtans gaat het over de vrijheid van onze burgers en een ontspoord Europees project.

In dit Mercosur-dossier zal België zich opnieuw onthouden. Een onthouding beschermt niemand. Een onthouding betekent wegkijken, terwijl Vlaamse landbouwers kapot worden geconcurreerd. Wij vragen u om te kiezen voor de Vlaamse landbouwers, zonder excuses, zonder onthouding, maar met een duidelijk neen.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Je ne vous cache pas qu'elles ne nous surprennent pas tant que cela mais qu'elles nous déçoivent quand même. On aurait pu se ranger du côté des agriculteurs et agricultrices. Du reste, c'est ce que le MR n'a pas arrêté de claironner pendant toute la campagne avec Les Engagés. Or on tourne le dos aux agriculteurs et agricultrices et à pas moins de 400 organisations belges qui dénoncent ce traité. On tourne le dos aussi à nos travailleurs et travailleuses. Et, ce faisant, on instaure une espèce de concurrence déloyale avec nos produits ici en Europe.

Pour le coup, si nous nous positionnons contre le traité, c'est surtout parce que les clauses rajoutées – et on entend votre prudence – ne sont pas suffisantes. Elles ne sont pas bonnes et ne vont pas aider nos agriculteurs et nos agricultrices. Par ailleurs, la scission du traité en deux est dangereuse. On est face à un problème démocratique puisque les parlements nationaux ne pourront pas se prononcer, ce qui est vraisemblablement contraire aux règles. Sur ce point précis, on se retrouve face à un problème de démocratie important et de contrôle parlementaire. C'est pourquoi nous demandons la saisine de la Cour de justice de l'Union européenne.

Mon groupe a déposé une proposition de résolution qui est débattue au niveau de la commission des Affaires étrangères et qui s'inspire en partie de celle déposée en France qui a été ratifiée et votée à l'unanimité par l'Assemblée nationale. Or, en France, ce n'est à mon avis pas une assemblée de gauchistes. Il est dès lors important aussi de souligner ici les problèmes, non pas par un positionnement idéologique, mais parce qu'on se retrouve face à de vrais soucis de concurrence déloyale, de normes environnementales, de normes sociales, et face à des problèmes démocratiques.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de eerste minister, u bepleit de inhoud van het akkoord dat gesloten zou moeten worden. Dat is op zich goed. In die zin wil ik mij ook richten tot de collega’s die, al dan niet elders, meevolgen en benadrukken dat we een realitycheck moeten doen. We leven in een wereld waarin de Verenigde Staten zich steeds meer op zichzelf terugplooien en handelsbarrières opwerpen, door het invoeren van tarieven. De Amerikaanse president beschuldigt Europa van besluiteloosheid en zwak leiderschap. Dat is de context waarin we vandaag leven.

Wij dreigen een historische kans te missen. Met een Mercosur-akkoord kunnen wij het grootste handelsblok ter wereld vormen en tonen dat Europa er staat. Zo laten wij zien dat we niet bij de pakken blijven zitten en doen wat noodzakelijk is voor onze welvaart. De realiteit is echter dat we zelfs nog niet zeker zijn of het goedgekeurd zal worden. In een aantal landen bestaat daarover nog geen zekerheid. De onthouding van ons land kan dus cruciaal zijn voor de goedkeuring van het akkoord.

Mijnheer de eerste minister, dit heeft ook een belangrijke politieke dimensie. U hebt op zich de touwtjes in handen. U hebt een federale regering gevormd met een afspiegeling zowel in Wallonië als in Vlaanderen, zoals u wenste. U hebt dus alle partners binnen de meerderheden aan uw zijde om ervoor te zorgen, als leider van dit land, dat iedereen op één lijn komt en dit belangrijke akkoord, dat u ook bepleit, gesteund wordt.

Zowel u, als leider van deze regering, als Vlaams minister-president Diependaele komt machteloos over. Uw partij is de grootste Vlaamse partij en geeft leiding aan de federale en de Vlaamse regering, maar slaagt er niet in dit belangrijke akkoord te sluiten. U hebt hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Als dit mislukt, is dat een verantwoordelijkheid die u meedraagt, samen met de Vlaamse regering. Als dit handelsakkoord er niet komt, door het feit dat ons land dit niet steunt, laten u en uw partij onze bedrijven in de steek en zegt u neen tegen onze welvaart, ook tegen de Vlaamse welvaart.

Sofie Merckx:

Merci, monsieur le premier ministre. Nous comprenons bien que vous approuvez cet accord, et que vous regrettez l'abstention. Pourtant, il n'est pas question de refuser de commercer ou de conclure des accords avec d'autres pays ni de s'opposer au multilatéralisme. La question qui se pose est celle du contenu de ces accords. Plusieurs associations qui défendent l'environnement, ainsi que le droit des travailleurs et des travailleuses ont exprimé énormément de craintes. Y a-t-on répondu? Non, parce que, jusqu'à présent, le processus des négociations – auxquelles ces associations d'agriculteurs, de travailleurs ou qui ont une visée environnementale ne participent pas – reste quand même fort opaque. Vous avez annoncé l'application de quotas, mais seront-ils contraignants et contrôlés? En tout cas, pour l'instant, je constate que les associations d'agriculteurs ne sont pas du tout rassurées, contrairement à vous. Dans ces conditions, nous estimons que la Belgique ne doit pas approuver cet accord.

De toekomst van de Russische tegoeden
Het regeringsstandpunt over de Europese voorstellen m.b.t. Russische tegoeden
De impact van de activatie van Russische activa bij Euroclear op de Belgische begroting
De Europese top en de Europese schulden
Het gebruik van de bevroren Russische tegoeden voor een lening ter ondersteuning van Oekraïne
De vrijgave van de bevroren Russische tegoeden en de steun voor Oekraïne
De bevroren Russische tegoeden bij Euroclear
Euroclear en de bevroren Russische tegoeden
Bevroren Russische tegoeden en Europese beleidsmaatregelen voor Oekraïne

Gesteld aan

CD&V Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting), N-VA Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen), N-VA Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België weigert als enige EU-lid de confiscatie van bevroren Russische activa bij Euroclear (€20 mjd) zonder drie harde voorwaarden: (1) volledige mutualisering van juridische/financiële risico’s (incl. BIT-schadeclaims tot 16 jaar), (2) onmiddellijke liquiditeitsgaranties (om Ruslands vorderingen bij vredesakkoord of sanctie-opheffing af te dekken), en (3) gelijke verdeling van risico’s en opbrengsten over alle EU-landen met Russische activa. Premier De Wever bekritiseert het EU-voorstel als "juridisch twijfelachtig" (art. 122-misbruik), waarschuwt voor "systeemrisico’s" (Euroclear = 70x Belgisch BBP) en eist alternatieven, maar laat een kleine opening voor akkoord mits alle garanties tegen 18/12 – wat onwaarschijnlijk wordt geacht. Kritiek & meningen: - Oppositie (Merckx, De Smet) steunt het veto en noemt confiscatie "oorlogseskalatie" die vrede bemoeilijkt; Merckx vraagt EU-initiatieven voor vredesonderhandelingen (nu ontbrekend). - Ducarme (MR) benadrukt loyaliteit aan EU maar wil "geen Belgische Hongarije" worden; ziet Oekraïne als "buffer tegen Rusland". - De Wever ontkent isolatie: "vele landen zwijgen maar delen onze bezorgdheden" (vrezend voor precedent en Russische tegenmaatregelen). - Vlaams Belang voegt toe dat herstelbetalingen historisch contraproductief bleken (cf. Duitsland na WOI). Kern: België blokkeert (voorlopig) de EU-lening aan Oekraïne (€50 mjd) gefinancierd met Russische activa, tenzij risico’s 100% gedekt zijn – een eis die de EU (nog) niet kan invullen.

Denis Ducarme:

Monsieur le premier ministre, ce dossier est vraiment difficile. Vous faites pleinement la démonstration de votre engagement sur cette question et je veux vous en remercier.

Comment garantir à notre pays la sécurité financière et la mutualisation du risque dans le cadre de ce projet de prêt, qui est l'expression de notre solidarité à l'Ukraine? Comment éviter d'apparaître comme une nouvelle Hongrie dans le concert des nations européennes? Comment ne pas lâcher l'Ukraine, qui est notre premier rempart, de mon point de vue, face à la menace russe? J'ose espérer qu'il est possible de répondre dans un sens positif à toutes ces questions-là en même temps.

Je pense qu'on essaye, et j'imagine que c'est votre intention, de se positionner dans le sens du compromis, de voir si le compromis ne met pas notre pays en danger sur le plan de la sécurité financière, comme je l'ai exposé dans le cadre du premier point. Ce débat d'actualité est l'occasion, avant le sommet des 18 et 19 décembre, de faire le point avec vous sur l'avancée du dossier, depuis également votre rencontre de vendredi dernier avec le chancelier Merz et la présidente von der Leyen.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, reconnaissons tout d'abord que la séquence actuelle, c'est d'abord l'échec de la Commission européenne, qui n'a pas été capable de parvenir à un accord politique unanime sur un emprunt simple fait par les 27 É tats membres. La Commission européenne semble avoir abandonné cette piste, parce que convaincre la Hongrie semble plus ardu que de forcer la Belgique.

Toujours est-il que nous nous trouvons face à un dilemme dont nous devons sortir, et tout repose sur la qualité des garanties que peuvent offrir les États membres à la Belgique et sur votre analyse de la solidité de ces garanties, raison pour laquelle nous continuons à vous questionner sur l'évolution du dossier. Depuis nos derniers échanges en séance plénière, vous avez eu un entretien le 6 décembre avec la présidente von der Leyen et le chancelier allemand Merz.

Le Conseil européen décisif des 18 et 19 décembre approche sans que nous ne sentions une réelle évolution des positions. Je note que la Commission européenne affirme proposer des garanties qui se veulent légalement contraignantes, inconditionnelles et irrévocables, incluant le partage des risques entre les É tats membres sur la base du revenu national brut, ainsi que le maintien du gel des actifs plutôt que leur confiscation, ce qui réduirait, d'après eux, les risques juridiques.

La Commission européenne semble également promettre "un système de liquidité robuste pour Euroclear". Enfin, si on en croit le président Costa, un cadre juridique et technique acceptable par une majorité qualifiée serait en vue; je suppose que cela sous-entend sans la Belgique.

Monsieur le premier ministre, entrevoyez-vous des progrès dans les discussions avec les États membres qui permettraient d'aboutir à des garanties qui vous semblent suffisantes? Dans le cas contraire, quels sont les éléments qui, selon vous, manquent et permettraient d'aboutir à des garanties suffisantes?

Comment allons-nous réagir en cas de plan imposé à la Belgique par une majorité qualifiée sans la Belgique, ce qui semble être le scénario sur la table? Avez-vous évoqué ce scénario lors de votre dîner avec le chancelier allemand et la présidente de la Commission européenne?

Sofie Merckx:

Monsieur le premier ministre, la discussion sur les avoirs russes et Euroclear continue. La semaine passée nous vous avons exprimé notre soutien parce que nous pensons que vous avez raison de résister à la pression de la Commission européenne. La confiscation des avoirs russes exposerait notre pays à des graves dangers. Dans votre lettre à Ursula von der Leyen vous avez dit que le projet pourrait empêcher de facto la conclusion d'un accord de paix. De plus, lors d'une conférence à Bozar, vous avez rappelé que personne ne croit vraiment que la Russie perdra en Ukraine.

Aujourd'hui, certains en Europe veulent saisir ces avoirs pour continuer la guerre. Nous nous y opposons car nous plaidons pour un accord de paix. Or, jusqu'à aujourd'hui, l'Europe elle-même n'a pas vraiment pris d'initiative de médiation ni n'a cherché de vraie solution négociée dans le conflit. Confisquer les avoirs russes, selon nous, ne représente pas seulement des risques énormes pour notre pays au niveau financier, mais ce serait aussi un pas qualitatif et une nouvelle escalade dans les méthodes de la guerre économique.

Vous avez rappelé que voler des avoirs immobilisés d'un autre pays n'a jamais été fait, même pas durant la Seconde Guerre mondiale avec l'Allemagne. Comme l'a dit la CEO d'Euroclear, les avoirs russes pourraient tout aussi bien être utilisés comme levier dans des négociations de paix.

Monsieur le premier ministre, êtes-vous d'accord sur le fait que l'Europe doit prendre des initiatives pour parvenir à un accord de paix, sans laisser la main uniquement à Trump et aux é tats-Unis? Êtes-vous d'accord sur le fait que la stratégie des dirigeants européens, consistant à confisquer les avoirs russes pour poursuivre la guerre, nous éloigne d'un accord de paix?

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de premier, we lezen in de pers dat de Europese Commissie mogelijk deze week al een voor België nadelige beslissing zou kunnen nemen omtrent de Euroclear-tegoeden. Onze fractie steunt u in het zoeken naar een solide juridische basis, maar tegelijkertijd is het vanuit strategisch oogpunt belangrijk een sterk signaal te geven dat we onvoorwaardelijk de Oekraïense bevolking steunen tegen het Russische oorlogsgeweld, vandaar mijn vraag

Welke financiële bijdrage levert België aan Oekraïne vanuit de Euroclear-opbrengsten en vanuit de eigen middelen? Hoe zult u dat zichtbaar en transparant maken voor het Parlement, de Europese Raad en de Oekraïense bevolking?

Sandro Di Nunzio:

Nog even kort. Laat ons helder zijn. Wij steunen uiteraard het standpunt dat ons land inneemt ten aanzien van de Russische tegoeden. Het is een risico dat wij niet alleen als land kunnen dragen, dus die positie moet absoluut worden verdedigd. Wij steunen u daar ook in, mijnheer de premier.

Ik sluit me aan bij de vragen over de aanpak. Wat is de stand van zaken? Hoe zorgt u ervoor dat we uit het geïsoleerde hoekje geraken en effectief akkoorden kunnen sluiten die tot een oplossing leiden? Hoe zorgt u er daarnaast voor dat het duidelijk is in de perceptie dat wij de mensen in Oekraïne steunen en dat Rusland in deze strijd de vijand is die we tot de orde moeten roepen?

Bart De Wever:

Dank u wel, collega’s. Ik begin met u, mijnheer Van Lysebettens.

Het is een redelijk recent inzicht dat ons land meer zou moeten doen in de bilaterale hulp dan enkel het doorgeven van de opbrengsten van de vennootschapsbelasting op de windfall profits van Euroclear via bilaterale militaire hulp en ondersteuning aan de civiele samenleving. Dat is wat er jarenlang is gebeurd, met uw partij in de regering. Plotseling zit u niet meer in de regering en hebt u het nieuwe inzicht dat dat niet volstaat en dat wij meer moeten doen.

Op zichzelf valt daar iets voor te zeggen. Het enige voordeel van Euroclear en de geïmmobiliseerde sovereign assets in ons land is dat er een kleine belastingopbrengst is op de windfall profits . Zo kan de bilaterale hulp aan Oekraïne worden gefinancierd zonder dat dit op de rest van de begroting drukt. Het is echter bijzonder onverstandig om dit nu publiekelijk te communiceren. Er zijn immers heel wat landen die geïmmobiliseerde of bevroren assets hebben. Al die landen hebben daar nooit transparantie over gegeven, ook niet over wat er met de windfall profits gebeurt, zeker niet over de vennootschapsbelasting in die landen op de windfall profits .

Wij zijn met andere woorden de enigen die al veel risico lopen, omdat we Euroclear in Brussel hebben. Wij hebben een bilateral investment treaty met Rusland, wat ons nu al heel kwetsbaar maakt voor allerlei arbitrages, zowel over de immobilised als de frozen assets . Dat brengt ook kosten met zich mee, die allemaal op ons drukken. We zijn echter de enigen die bereid zijn geweest om die windfall profits aan te bieden aan de G7 om een lening aan Oekraïne af te betalen. Bovendien zetten we als enigen de vennootschapsbelasting op dat bedrag in voor de bilaterale hulp. Andere landen hebben zelfs nog geen transparantie gegeven over de exacte omvang van wat ze hebben, laat staan over de bestemming van die opbrengsten. Uw betoog dat helpt om van België de zondebok te maken, is daarom wellicht een van de domste uitspraken van vandaag. Zeker wanneer u tot voor kort zelf die verantwoordelijkheid in de regering droeg en het destijds volstond om enkel de vennootschapsbelasting in te zetten voor de bilaterale hulp. Dat is nogal hypocriet.

Wat betreft de Commissie, moet ik erop wijzen dat zij uiteraard geen beslissingen neemt. De Commissie doet een voorstel aan de Europese Raad, maar neemt op zichzelf geen beslissing. Het debat gaat dan ook over het voorstel van de Commissie, waarbij de kernvraag is welk voorstel precies zal worden gedaan en hoe dat eruit zal zien.

Là-dessus, je crains que je n'aie pas beaucoup de nouvelles à vous donner depuis la séance plénière de jeudi passé. Nous voulons arriver à une solution. Pas de doute, monsieur Ducarme. Nous voulons arriver à une solution pour soutenir l'Ukraine.

Comme vous le savez, la Belgique est un pays loyal à l'Union européenne, mais aussi un pays loyal à la coalition des volontaires qui soutient l'Ukraine. Nous voulons une solution pour 2026 et 2027, le cas échéant, pour financer l'Ukraine. La grande question est: quelle est la meilleure solution?

Je vais continuer à souligner qu’on peut poser beaucoup de questions sur l'utilisation des avoirs immobilisés chez Euroclear, parce que cela pourrait avoir des conséquences potentiellement néfastes, tant pour ce pays que pour l'Europe dans son ensemble.

Il existe aussi de nombreuses objections légitimes concernant la légalité d'une telle opération. On se base sur l'article 122. On peut se poser beaucoup de questions là-dessus. Cet article prévoit un état d'urgence. Mais où est l’urgence? Il y a une urgence en Ukraine, mais l'Ukraine n'est pas dans l'Union européenne. Dès lors, est-il légitime d'utiliser l'article 122? On peut poser beaucoup de questions là-dessus.

Je pense que c'est une sanction, que cela relève de la politique extérieure, ce qui requiert l'unanimité. On essaie d'invoquer l'article 122 pour travailler avec une majorité qualifiée. Mais on peut se poser beaucoup de questions là-dessus ainsi que sur les conséquences pour la confiance dans notre système financier et dans l’euro en tant que monnaie de réserve.

Comme vous l'avez dit, la Belgique est toujours un pays qui veut arriver à une solution au niveau européen. Pour moi, c’est cela l'enjeu: trouver une solution – j'espère, une bonne solution. Je ne pense pas que celle-ci est la bonne solution, mais nous sommes à la recherche d'une bonne solution.

Si un grand nombre de pays veut, malgré mes objections – qui sont, à mon avis, très légitimes –, avancer dans la direction du reparations loan , j'ai clairement dit à Mme von der Leyen et M. Merz vendredi passé ce que j'ai dit à la Chambre pendant la séance plénière, à savoir qu'il y a trois conditions cruciales.

La première, c'est une mutualisation de l'ensemble des risques. La Belgique ne peut et n'acceptera jamais d'assumer seule les risques d'une telle opération. C'est quand même normal. Il est important ici de préciser qu'il s'agit d'un risque total. En vertu des accords bilatéraux existants de protection des investissements (BIT), les indemnités pour expropriation illégale peuvent en effet largement dépasser la valeur des actifs et inclure des intérêts composés ainsi que des bénéfices non réalisés.

Et cela peut durer longtemps. Même si on annule le BIT, soit ce que la Commission nous recommande de faire, on peut aller en justice pendant 16 ans. Une mutualisation des risques serait pour une période de 16 ans minimum! Si on demande à la Belgique de biffer le BIT, les 17 autres qui ont un BIT avec la Russie doivent aussi être obligés de le biffer. On ne peut tout de même pas demander à la Belgique de le faire seule et de laisser tomber la protection de nos entreprises en Russie, qui seront immédiatement confisquées.

Euroclear a presque 20 milliards d'euros immobilisés en Russie. Cet argent va disparaître dès le premier jour. Toutes les entreprises belges en Russie – et il y en a quelques-unes – seront confisquées dès le premier jour. On ne peut pas demander seulement à la Belgique de biffer le BIT qui est la seule protection que ces entreprises ont encore. Si on saute dans le précipice, tout le monde doit sauter avec nous. Ce serait normal. Et ce serait une mutualisation des risques. C'est très raisonnable de demander des garanties dès le premier jour pour couvrir toutes les obligations financières potentielles. Il faut que ce soit la même chose pour tout le monde.

De tweede voorwaarde, mijns inziens de belangrijkste, is de liquiditeitsbescherming. Wij zijn niet zeker van de gehanteerde hypothese dat die middelen aan het einde van de oorlog niet zullen moeten worden terugbetaald. Dat hangt met name af van de beschikking in het vredesverdrag, een situatie die we niet kennen. Er zijn geen historische precedenten waarbij tijdens een oorlog geïmmobiliseerde activa zijn ingezet. Die bestaan niet, zelfs niet toen wij zelf in oorlog waren. We zijn bij mijn weten niet in oorlog met Rusland, tenzij ik mij vergis, en ik heb niet de ambitie om in oorlog met Rusland te geraken; ik denk niemand. Over dat laatste zullen we het waarschijnlijk eens zijn. Het is dus uncharted water om geïmmobiliseerde activa te gebruiken, terwijl we de afloop van de oorlog niet kennen.

Wat ik heb gezegd tijdens de Grandes Conférences Catholiques, en wat nu natuurlijk wordt gedecontextualiseerd, is dat het onwaarschijnlijk is dat Rusland een militaire nederlaag zal lijden in de klassieke betekenis van het woord. Ik denk niet dat er ooit Oekraïense troepen voor de poorten van het Kremlin zullen staan. Ik kan mij vergissen, maar ik denk het niet. Waarschijnlijk zal die oorlog op een bepaald moment stoppen, hopelijk zo snel mogelijk, met een vredesverdrag dat door Europa en Oekraïne wordt aanvaard. Dat is belangrijk, het gaat niet om een vredesverdrag dat president Poetin en president Trump eventueel zouden aanvaarden, maar een vredesverdrag dat Europa en Oekraïne aanvaarden. Het is mogelijk, en de geschiedenis wijst uit dat het zelfs waarschijnlijk is, dat die geïmmobiliseerde activa op dat moment deel zullen uitmaken van het vredesakkoord. De hypothese dat Rusland die gelden sowieso zal moeten laten vallen omdat het verslagen is in de oorlog, is dus onwaarschijnlijk.

Als men dat als een rationele waarheid aanvaardt, moet men ervoor zorgen dat die liquiditeit ter beschikking is voor het geval dat gebeurt, of voor het geval dat Europa in verdeeldheid – stel u voor – de sancties tegen Rusland niet langer zou kunnen handhaven, waardoor Rusland onmiddellijk zijn activa kan opvragen. Dan moet die liquiditeit aanwezig zijn. Dat is niet op termijn, maar onmiddellijk. Binnen de week moet die liquiditeit kunnen worden gemobiliseerd. Dat is redelijk cruciaal.

Wanneer men het geld van de ECB ‑ rekening wegneemt waar Euroclear dat geld heeft geparkeerd omdat het in cash is omgezet, wat juridisch correct is, dan doet men iets wat nog nooit is gebeurd en dus juridisch twijfelachtig is. Dat zou verkeerd kunnen aflopen in de scenario's die ik heb geschetst. Men moet dan onmiddellijk over die liquiditeit kunnen beschikken. Dat is niet evident, aangezien het over enorme bedragen gaat.

Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat dat niet uit de Belgische schatkist zal komen. Dat zal niet gebeuren. Ik denk dat we het er ook over eens zijn dat we dat niet bij Euroclear kunnen laten. Als dat bedrijf, waar op de balans 70 keer ons bbp staat, zou wankelen, wankelt het hele mondiale financiële systeem. Dat is dus ook geen goed idee. Dat is onmogelijk. Het kan niet van Euroclear komen en niet uit onze schatkist.

Er moet dus een heel sluitende regeling voorliggen op het moment dat Europa een beslissing neemt over die liquiditeit. Ik heb die regeling tot op heden niet gezien. Wanneer men van mij vraagt om een compromis te sluiten over een voorstel dat ik intrinsiek slecht vind, moet minstens dat aspect voor honderd procent in orde zijn. Anders nemen we risico’s ten aanzien van de Belgische belastingbetaler die niemand kan verantwoorden. Tenzij ik mij vergis, heb ik donderdag kunnen vaststellen – de PS heeft zich niet uitgesproken, maar dat kan vandaag misschien gebeuren – dat niemand in de Kamer, letterlijk niemand, vindt dat we dat wel zouden moeten doen. Desgevallend hoor ik dat graag. Dan kunnen we misschien een uniek moment vaststellen: we zijn unaniem. Dat is in een land als België niet zo evident. Vlamingen en Franstaligen, 150 leden, van uiterst links tot uiterst rechts, we zijn het over iets eens, met name dat we dat niet gaan doen.

Dat heeft ook belang als signaal naar de rest van Europa. Het is geen onredelijke overtuiging, gekoesterd door een of twee partijen in een Belgische regering, of van een bizarre premier, maar het is een eenheidsstandpunt. Dat gaan we niet doen. Dat moet voor honderd procent in orde zijn.

Dan kom ik tot de derde voorwaarde, in mijn ogen vooral een zaak van billijkheid. De eerste twee voorwaarden kan men beschouwen als een soort parachute: de mutualisering van het juridisch risico en een liquiditeitsgarantie. Dat vormt samen de parachute. Als men ons vraagt om van de klif te springen in een gebied waar nog nooit iemand is geweest in de geschiedenis, dan moet die parachute stevig zijn. De laatste voorwaarde gaat dus over billijkheid. Alle andere landen die ook geïmmobiliseerde activa hebben – ik denk bijvoorbeeld aan onze zuiderbuur, die er behoorlijk wat hebben en daar tot nu toe niet zo expressief over is geweest – moeten met ons springen, met dezelfde parachute. Als men vertrouwen heeft in de regeling en de Commissie zegt dat het risico minimaal is, dan is er toch geen probleem? Dan kunnen we allemaal met dezelfde parachute springen.

Si le risque est minimal, nous pouvons tous sauter: tous ensemble, avec le même parachute. Je ne vois pas de problème. C'est pour moi une condition d'équité. Il est équitable que ceux qui ont des avoirs immobilisés, comme l'Allemagne, de manière limitée, la France et d'autres pays, sautent avec nous, au prorata. Si on prend de l'argent chez Euroclear, on prend aussi, dans les mêmes proportions, des avoirs immobilisés dans les autres pays. De cette manière, quand il s'agira des contremesures, nous sommes sûrs que tout le monde sera visé par les conséquences et pas uniquement la Belgique.

This is the proof of the pudding. Put your money where your mouth is. Doe dat pari passu, dat lijkt mij alleen maar billijk.

Dat is ongeveer wat ik donderdag in de Kamer heb verteld, maar nu iets uitgebreider. Ik heb dat vrijdag uiteraard ook uiteengezet aan bondskanselier Merz en mevrouw von der Leyen. Mijn indruk was dat zij de rationaliteit van ons standpunt begrijpen. Ze begrijpen dat het niet onbillijk en niet onredelijk is, dat wij niet op zoek zijn naar een manier om Europa te doen struikelen, dat wij openstaan voor een oplossing. Ze hebben ook geluisterd naar onze alternatieve pistes om Oekraïne te financieren. De toestand sindsdien is dat de Commissie daarmee aan de slag is gegaan.

Als het lukt om die drie voorwaarden sluitend te krijgen tegen 18 december, is het niet onmogelijk dat wij onze goedkeuring geven. Dat is ook wat de heer Ducarme heeft gezegd. Het zit niet in het DNA van België om een soort van Hongarije te spelen om Europees niveau. Dat zijn we niet en zo willen we ook niet worden.

Bloquer l’Union européenne et être l'origine du blocage de toute solution pour l’Ukraine n'est pas ce que nous voulons. Ce n’est pas dans l’ADN de la Belgique. Nous voulons donc parvenir à une solution. Nous pourrions, au moment où les trois conditions seraient remplies, envisager de bouger, mais je reste sceptique, car cela représente beaucoup de travail à réaliser en une seule semaine.

Je continue donc à plaider pour une autre solution pour prévoir des moyens pour 2026 afin de financer l’Ukraine. Ce n’est pas impossible. Si nous pouvons invoquer l’article 122 pour les reparations loans , je pense qu’il est également possible de recourir à ce même article pour une autre solution. Il existe d’autres pistes qui sont plus légales, plus sûres et comportent beaucoup moins de risques. Je vais continuer jusqu’à la dernière minute à défendre ces solutions.

Je crois que nous ne sommes pas du tout isolés en Europe sur ce point, bien au contraire. Mon impression est qu’un grand nombre de collègues partagent notre position. Certes, certains pays sont très expressifs et favorables à la saisie, voire à la confiscation des avoirs immobilisés. Nous savons lesquels et nous comprenons pourquoi. En étant voisins de la Russie et en gardant encore le souvenir d’avoir vécu sous sa tyrannie, je peux imaginer que l’on soit beaucoup plus volontariste en faveur de telles mesures. Mais beaucoup d’autres pays sont plutôt silencieux et savent très bien que tout ce que je viens de vous expliquer est correct, que notre position n’est pas du tout irraisonnable et que d’autres solutions sont à préférer.

Wordt dus vervolgd, geachte Kamerleden. Sorry dat ik iets langer aan het woord ben geweest, maar dit is momenteel een pertinente vraag.

De aanwezige vertegenwoordigers van de vierde macht zijn volgens mij vooral opgedaagd om hiernaar te luisteren, tenzij het over iets anders zou gaan. Gaat u blijven zitten tot het bittere einde? Dan trek ik mijn woorden terug. Ik denk dat dit wel het issue van de komende weken is. Dit spel is niet gespeeld, maar het zal spannend blijven tot de laatste minuut. Dat zijn mijn iets te transparante indrukken.

Denis Ducarme:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie. J'étais venu avec un espoir aujourd'hui, et j'ai entendu ces mots répétés à six ou sept reprises: "il faudra trouver une solution". Nous sommes du côté de la solution. Vous avez parlé aussi du compromis à trouver, ce qui ne veut pas dire en votre chef – et je vous soutiens pleinement dans cette démarche – qu'on fait un pas en arrière dans le cadre de la requête au niveau de la mutualisation des risques. Vous avez évoqué le terme important d'équité.

Ce qui se passe aujourd'hui est un test historique pour la cohésion de l'Union Européenne. Dès lors, entendre que vous allez aussi fortement dans le sens de notre loyauté à l'Union européenne, dans le fait que nous avons un ADN européen, que nous ne sommes pas la Hongrie et que nous ne la serons jamais, est un élément évidemment important. Notre loyauté va à l'Union européenne mais notre responsabilité va aussi aux contribuables belges, comme vous l'avez indiqué. Et, dans le cadre de cette solution envisagée, nous devons avoir toutes les garanties pour la sécurité financière au niveau de notre pays.

Monsieur le premier ministre, vous nous dites que l'Ukraine n'est pas en Europe. Je vous dirai toutefois à titre personnel, pour n'indisposer personne, que je crois que le sort de notre pays et celui de l'Ukraine sont étroitement liés. Ce qui fait la différence aujourd'hui, c'est que la Russie envoie en Ukraine des drones armés et qu'elle envoie en Belgique des drones qui ne le sont pas encore. Je crois qu'il est souhaitable que l'Ukraine gagne la guerre, non pas pour arriver au port de Moscou mais simplement pour retrouver l'intégralité de son territoire.

C'est une situation difficile. On ne doit pas faire le jeu de Poutine et je suis vraiment réconforté par les mots que vous avez utilisés aujourd'hui, parce que vous vous placez naturellement en tant que premier de cordée belge par rapport à votre responsabilité en matière de sécurité financière et par rapport aux contribuables, mais vous êtes aussi au cœur de l'enjeu sur le plan européen. Je vous en remercie.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie d'avoir réaffirmé votre soutien à la coalition des volontaires – c'est important – et pour les précisions. Nous avons appris quelques éléments nouveaux notamment sur l'ampleur et la longueur du risque qui sont sans doute sous-estimés par certains.

Concernant votre petite phrase "à vos armes", historiquement c'est vrai. D'une certaine manière depuis la fin la Seconde Guerre mondiale, plus personne ne perd de guerre. Depuis 1945, plus personne ou presque ne perd au sens d'une occupation, d'une capitulation comme ont perdu l'Allemagne et le Japon. En ce sens-là, vous avez raison. Mais je pense qu'il faut ajouter que, selon nous, l'Ukraine non plus ne peut pas perdre cette guerre. Il est là tout l'enjeu. Je crois que nous devons être lucides: un plan de paix qui serait accepté par l'Ukraine et par l'Europe (ce que vous venez d'appeler de vos vœux), je crains que ce ne soit pas pour demain.

Cela nous renvoie vers les moyens d'aider l'Ukraine encore une fois et pas seulement sur un champ de bataille mais pour arriver fort à une négociation de paix et pour que l'Ukraine tienne, il faut que tous les États membres soient solidaires de la Belgique aujourd'hui.

Merci d'avoir tracé les conditions positives qui peuvent aboutir à un accord car, au niveau international, on tente de nous enfermer dans un rôle de "monsieur non", ce qui est un peu court. Le message me semble important et espérons donc que la solution adviendra dans les jours à venir.

Sofie Merckx:

Monsieur le premier ministre, vous demandez que la décision soit prise à l'unanimité. Vous y mettez les trois conditions, ce qui n'est pas très clair pour moi. Dans le même temps, vous pensez que cela peut évoluer et vous vous appuyez surtout sur la deuxième condition concernant les liquidités. Je ne suis donc pas sure, à vous entendre aujourd'hui, que vous soyez encore aussi décidé que ce vous n'étiez la semaine passée.

Le problème de notre pays n'est pas seulement la prise de risques financiers. Vous avez rappelé que des biens sont immobilisés, ce que nous soutenons dans le cadre des sanctions. D'ailleurs, cela devrait aussi être fait pour un pays comme Israël, mais cela nous éloigne du sujet. Vous avez d'ailleurs rappelé que confisquer n'est jamais arrivé. Ouvrir cette porte, n'est-ce pas très dangereux et pouvant être vu comme un acte d'agression et comme une déclaration de guerre de l'Europe et de notre pays en particulier?

Le 18 décembre est une date proche de la fête de Noël et à cette période-là, traditionnellement, nous essayons de faire la paix dans le monde. Je crains que prendre la décision de la confiscation avant Noël serait envoyer le signal que l'Europe veut continuer cette guerre. Ce serait comme poser un acte pouvant être vu comme une agression. Vous affirmez vouloir une vraie solution et vous voulez (vous l'avez dit) une paix négociée entre l'Europe et l'Ukraine. Pour cela, je vous soutiens. Ce qui n'est pas clair à mes yeux est que si vous avez discuté avec Mme von der Leyen et M. Merz, avez-vous discuté de cette solution? Car si nous voulons une vraie solution, ce serait aujourd'hui un accord de paix négocié par l'Europe. Quels sont les efforts aujourd'hui que l'Europe fait pour qu'il y ait un accord négocié avec l'Ukraine et qui ne soit pas uniquement une histoire entre Trump, Poutine et Zelensky? Je crois que c'est ce que nous devons faire aujourd'hui: choisir la paix et non pas la guerre.

Voorzitter:

Wenst een collega nog bij de replieken aan te sluiten?

Dieter Keuten:

Mijnheer de eerste minister, ik wil nog een bescheiden kanttekening maken. U weet dat het Vlaams Belang u steunt in het vasthouden aan de positie die u zonet hebt uiteengezet. Mijn bescheiden kanttekening gaat over een van de assumpties van de Europese Commissie om de zogenaamde Russische tegoeden te confisqueren. De assumptie die de Europese Commissie maakt, is dat die miljarden bij een vredesakkoord als een voorafname op herstelbetalingen zullen worden beschouwd, herstelbetalingen die Rusland ter vergoeding van de aangerichte schade in Oekraïne krijgt opgelegd. Dat principe van het opleggen van gigantische financiële herstelbetalingen werd na de Tweede Wereldoorlog echter als niet constructief beschouwd. Er bestaat consensus onder historici dat de herstelbetalingen die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog werden opgelegd, mee de bron vormen voor het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien nemen herstelbetalingen in vredesakkoorden veelal de vorm aan van materialen, machines, goederen en grondstoffen die worden overgedragen, maar niet van gigantische financiële sommen. Die kanttekening wilde ik u even meegeven, als hulp in uw betoog bij de Europese Commissie.

De Einstein Telescope

Gesteld door

VB Dieter Keuten

Gesteld aan

N-VA Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Dieter Keuten (parlementslid) vraagt premier De Wever naar het Duitse standpunt over de Einstein Telescope (zwaartekrachtgolvendetector), na diens gesprek met bondskanselier Merz, en bekritiseert dat het dossier niet aan bod kwam. De Wever stelt dat Duitsland (met twee interne kandidaturen: Noordrijn-Westfalen en Saksen) de beslissing blokkeert, terwijl de drielandenkandidatuur (BE/NL/DE) technisch en economisch sterker is dan Italië; hij wijst op gereedheid, financiering (o.a. Vlaamse steun) en diplomatieke lobby (o.a. bij Frankrijk en Luxemburg), maar benadrukt: "Time is of the essence". Keuten waarschuwt dat Italië (met steun van Duitsland) strategischer lobbyt, wetenschappers naar Saksen stuurt en twijfel zaait over het driehoekontwerp (vs. twee L-vormen), en pleit voor meerdere scenario’s in het bidbook; hij verwelkomt extra federale middelen uit het regeerakkoord. De Wever blijft vasthouden aan het enkele driehoekscenario als optimale keuze.

Dieter Keuten:

Dank u, mijnheer de voorzitter. Mijnheer de premier, naar aanleiding van uw bezoek aan de Duitse bondskanselier Merz op 26 augustus 2025 heb ik een vraag over de Einstein Telescope. Voorafgaand aan dat bezoek stond het dossier van de Einstein Telescope uitgebreid in de pers. Het is positief dat dat dossier de nodige aandacht krijgt.

U zou het thema op de agenda zetten tijdens uw overleg met de Duitse bondskanselier. Helaas moest ik vaststellen dat er na afloop van dat gesprek tijdens de persconferentie, zelfs niet in het beste Duits, met geen woord over is gerept.

Ik verneem daarom graag wat het standpunt is van de Duitse regering. Wat hebt u gehoord van de heer Merz over de drie kandidaten die momenteel strijden om de bouw van deze detector van zwaartekrachtgolven? Hoe schat u onze slaagkansen in? Welke bijkomende diplomatieke inspanningen plant u om onze kandidatuur verder te ondersteunen?

Bart De Wever:

Het was duidelijk niet de pers, maar de parlementsleden die ik had moeten uitdagen om te blijven zitten voor de rest van de vragen. Ik excuseer mij tegenover de leden van de vierde macht.

Het knelpunt met de Einstein Telescope ligt vooral in Duitsland, mijnheer Keuten. Daar zijn niet één, maar twee Duitse kandidaturen: Noordrijn-Westfalen en Saksen. De Duitsers moeten een keuze maken, maar tot op heden hebben ze geen standpunt ingenomen. Ik zal mijn collega vragen wanneer hij die knoop denkt door te hakken. Zij moeten dat doen; wij zijn klaar. Dat zou de zaak in een stroomversnelling kunnen brengen.

Wij hebben een drielandenkandidatuur, die wetenschappelijk en economisch zeer sterk is. We hebben een aanzienlijk voordeel ten opzichte van de voor de hand liggende concurrent, Italië. In Italië zou in zogenaamde twee L-vorm op twee aparte locaties moeten worden gebouwd, waardoor de schaalvoordelen aanzienlijk afnemen. Wij daarentegen hebben een driehoekig bouwproject, wat technisch beter is en economisch bijzonder sterk.

Rond het drielandenpunt bestaat een groot industrieel en wetenschappelijk ecosysteem in de Euregio Maas-Rijn, wat het evident maakt om de Einstein Telescope daar te bouwen. Bovendien is de financiering in orde, zowel in Nederland als in België en dan vooral dankzij de Vlaamse deelstaat, die al ruim middelen heeft gereserveerd. Het ligt dus niet bij ons.

Het doorhakken van de knoop voor Noordrijn-Westfalen – naar mijn inschatting, maar wie ben ik want ik ben geen Duitser – blijkt bijzonder moeilijk. De kandidatuur van Saksen is een zeer zwakke, efemere kandidatuur, maar binnen een federaal systeem is het politiek vaak complex om met deelstaten om te gaan. Dat blijkt niet alleen bij ons het geval te zijn, ook daar is die knoop nog niet doorgehakt. Van zodra dat gebeurt – en ik spreek niet namens de heer Merz – hopen ze dat dit onverwijld plaatsvindt. Het is niet aan ons om die timing te bepalen, maar zodra die beslissing valt, kunnen we doorzetten en dat dossier op dat moment binnenhalen. Naarmate de tijd verstrijkt, bestaat het risico echter dat uw tegenkandidaat zich sterker bewapent, actiever lobbyt en zijn dossier verder versterkt. Dus time is of the essence .

Ik denk dat daarmee de essentie van de vraag is beantwoord. We zijn er klaar voor, de Nederlanders zijn er klaar voor en we hebben ons ook verzekerd van alle mogelijke steun die nodig is. Ik heb een bilaterale ronde gemaakt langs alle buurlanden. Ook Luxemburg mogen we daarbij niet vergeten, want dat ligt eveneens in de onmiddellijke nabijheid. Ik ben bij de Fransen geweest en heb toegelicht waarom onze kandidatuur ook voor Frankrijk interessant kan zijn. Tijdens het laatste Benelux-overleg heb ik er gebruik van gemaakt om de minister-president van Noordrijn-Westfalen uit te nodigen, de heer Wüst, die uiteraard aan onze kant staat. Ook de vertegenwoordiger van Hauts-de-France – het dichtstbijzijnde Franse departement – was aanwezig. Ik heb hem uitgebreid ingelicht en ook zijn sympathie voor het dossier verkregen.

Ik denk dus dat we onze taak hebben vervuld. Het is nu aan de Duitsers om te beslissen en wat mij betreft liever morgen dan overmorgen.

Dieter Keuten:

Dank u, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoord. Het stemt me tevreden te horen dat u uw ronde bij de buurlanden hebt gemaakt. Het lot ligt inderdaad grotendeels in Duitse handen. De Duitsers zijn echter slim genoeg om op twee paarden te wedden. Men zou dus kunnen zeggen dat op het einde van de voetbalwedstrijd Duitsland wint. Ik speel hier de advocaat van de duivel, begrijp me niet verkeerd. We steunen uiteraard onze drielandenkandidatuur, maar we hebben er bewust voor gekozen om volledig voor die ene piste te gaan.

Mijnheer de eerste minister, we hebben gekozen om all-in te gaan voor één scenario, namelijk dat van de driehoek op ons drielandenpunt, voornamelijk in Wallonië of onder de Voerstreek. U zegt dat dit technisch beter is en dat het duidelijk voordelen oplevert om één driehoek te bouwen, met schaalvoordelen als gevolg. Dat klopt, maar ik moet als advocaat van de duivel ook wijzen op mogelijke negatieve gevolgen. Er bestaat namelijk geen wetenschappelijke consensus dat een driehoek beter is dan twee L’en. Sommige wetenschappers zijn ervan overtuigd dat het bouwen van twee L’en op duizenden kilometers afstand efficiënter is. Bovendien zijn er elders in de wereld al L’en gebouwd, waardoor de kennis daarvoor reeds aanwezig is, terwijl de kennis om een driehoek te bouwen pionierswerk vergt. De Duitsers spreiden dus hun risico terwijl wij meteen all-in gaan.

De Italianen spelen het spel heel slim en niet alleen op diplomatiek vlak. Met alle respect voor u, maar mevrouw Meloni opereert diplomatiek op een hoger niveau. De Italianen hangen hun karretje aan dat van de Duitsers. Zij hebben al wetenschappers naar Saksen gestuurd om daar mee onderzoek te voeren naar de ondergrond. Tussen de lijnen ben ik er dus van overtuigd dat de Duitsers en de Italianen, met name de Saksen en de Sardiniërs, een gemeenschappelijke kandidatuur voorbereiden. Dat zou natuurlijk een groot risico inhouden voor onze kandidatuur.

Ik ben dan ook blij dat ik in uw regeerakkoord heb gelezen dat extra federale middelen zullen worden vrijgemaakt. Ik hoop dat wij daar binnenkort meer details over krijgen en dat die extra middelen het projectbureau dat onze kandidatuur voorbereidt, in staat zullen stellen om meer dan één scenario te onderzoeken. Tot op heden bereidt het zijn bidbook immers uitsluitend voor op basis van het driehoekscenario. Mogelijk is het met het oog op risicospreiding en het maximaal benutten van opportuniteiten interessant om meerdere scenario’s te bekijken.

Ik dank u alvast voor uw aandacht.

Voorzitter:

Vraag nr. 56007882C van mevrouw Maouane wordt uitgesteld.

De ontnederlandsing en ontvlaamsing van Halle-Vilvoorde

Gesteld door

VB Barbara Pas

Gesteld aan

N-VA Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Barbara Pas (VB) waarschuwt voor een "dramatische vervanging" van de autochtone Vlaamse bevolking in Halle-Vilvoorde, waar Nederlandstalige geboorten in 10 jaar met 12,1% daalden (tot 6% in faciliteitengemeenten) en pleit voor federale migratiebeperkingen en hernieuwde toepassing van de wet-Gol. Bart De Wever (N-VA) wijst de primaire bevoegdheid toe aan Vlaanderen, benadrukt het spillovereffect uit Brussel (onveiligheid, stadsvlucht) en noemt federale migratiemaatregelen (gezinshereniging, EU-beleid), maar verwerpt "onwettige" oplossingen zoals Pas voorstelt, met beroep op de rechtsstaat. Pas bekritiseert scherp dat De Wever’s regering passief blijft: ze stelt dat het EU-migratiepact (eerder afgewezen) nu de basis vormt, illegalen niet actief worden opgespoord en het terugkeerbeleid falen, terwijl het Vlaamse randbeleid ineffectief blijkt door federale beleidslaktes. De Wever ontkent actieve oplossingen voor Halle-Vilvoorde, beperkt zich tot Brusselse oorzaken (geen regering) en Europese migratiedruk, zonder concrete lokaal gerichte maatregelen.

Barbara Pas:

Mijnheer de voorzitter, ik heb een rapport met alarmerende cijfers gelezen van het Agentschap Opgroeien over de taal van de moeders van pasgeborenen. Die cijfers worden jaarlijks ter beschikking gesteld. Ik wil het in het bijzonder hebben over Halle-Vilvoorde, van oudsher Vlaams-Nederlandstalig gebied dat de jongste decennia onder zeer zware druk staat als gevolg van massamigratie vanuit Brussel en het buitenland, met grote demografische verschuivingen tot gevolg.

Die cijfers zijn alarmerend. Voor 2024 blijkt dat in de zes randgemeenten met faciliteiten de Nederlandstalige aanwezigheid is herleid tot een bijna betekenisloze minderheid van 6 %. In de dertien andere randgemeenten die het voorwerp zijn van Vlaams randbeleid, vindt intussen minder dan een derde van de geboorten nog plaats in Nederlandstalige Vlaamse gezinnen. In de andere twaalf gemeenten rond Brussel, de zogenaamde tweede gordel, waar de Vlaamse overheid momenteel geen randbeleid voert, is het aantal geboorten in Nederlandstalige gezinnen in 10 jaar tijd gedaald van bijna 70 % in 2015 naar 57,5 %. Ik heb het voor u uitgerekend, dat is een dramatische achteruitgang van 12,1 %. Als die trend zich voortzet, dreigt niet alleen op lange termijn de autochtone Vlaamse gemeenschap in vrijwel heel Halle-Vilvoorde te verdwijnen of op zijn minst een heel kleine minderheid te worden.

De federale regering kan een aantal beleidsmaatregelen nemen om die evolutie af te remmen, zelfs om te keren. Ik denk dan aan een aangepaste, beter werkende wet-Gol of aan beperkende maatregelen voor die regio inzake migratie en immigratie.

Mijnheer de premier, heeft de federale regering aandacht voor die demografische evolutie, specifiek in Halle-Vilvoorde, meer bepaald voor de systematische vervanging van de autochtone Vlaamse bevolking?

Zult u maatregelen nemen om die evolutie tegen te gaan? Zo ja, welke maatregelen overweegt u dan? Zo neen, bent u als eerste minister bereid om initiatieven op de politieke agenda van deze regering te zetten?

Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.

Bart De Wever:

Mevrouw Pas, zoals u weet is voornamelijk de Vlaamse regering bevoegd voor de diverse problematieken met betrekking tot het Nederlandstalig karakter van de Vlaamse rand. Zij heeft daar een bevoegde minister voor. Ik zal mij niet op haar terrein begeven.

Wat er in de Vlaamse rand gebeurt, hebt u netjes omschreven en dat is vooral te wijten aan een typisch spillovereffect rond de grote steden, met een culturele component. Veel Brusselaars, hoofdzakelijk anderstaligen of niet-Nederlandstaligen, kijken naar de Vlaamse rand om daar te gaan wonen, wat de evoluties veroorzaakt die u hebt geschetst.

Het afremmen van deze stadsvlucht zou een onderwerp kunnen zijn van een goed Brussels regeerakkoord, dat de grondoorzaken van de stadsvlucht, zoals onveiligheid, netheid en stadsontwikkeling, zou kunnen aanpakken. Het ontbreken van een regering is in dit opzicht eens te meer ronduit tragisch te noemen.

Uiteraard heeft de federale regering aandacht voor het ontwrichtend karakter van één aspect dat zeker een motor is van stadsvlucht en stedelijke onveiligheid, namelijk illegale migratie. Hiervoor zijn wij bevoegd op federaal niveau en wij trachten maatregelen te nemen. We hebben al diverse maatregelen genomen rond gezinshereniging, uitkeringen en nationaliteitsverwerving. Daarnaast proberen we binnen Europa het voortouw te nemen in de groep van landen die in steeds groteren getale en met steeds grotere kracht van overtuiging een andere richting bepleiten voor het Europees migratiebeleid. Veel van wat zich ontwikkelt in Brussel en doorsijpelt naar de Vlaamse rand, is hieraan verbonden.

Andere oplossingen waarvoor u pleit, zijn – ik herhaal het tot in den treure – manifest onwettig en het is niet mijn gewoonte om beslissingen te nemen die op gespannen voet staan of in overtreding zijn met de wet. Dat zou heel ironisch zijn, gezien mijn antwoord op de vragen die ik heb gekregen rond de Russische tegoeden. Wij blijven best bewegen binnen het kader van de rechtsstaat.

Barbara Pas:

Ik wil toch een aantal elementen in mijn repliek aankaarten, mijnheer de premier. Ten eerste, die wet-Gol heeft bestaan en daar is helemaal niets onwettelijks aan. Ten tweede, ik weet ook dat de Vlaamse regering in die negentien gemeenten al decennialang een gericht Vlaams randbeleid voert in het kader van de ontwikkelingen. Met de cijfers die ik u heb geschetst, is het echter duidelijk dat dat geen wezenlijk effect heeft. Dat helpt dus niet echt en dat is het gevolg van ten eerste, inefficiënte beleidskeuzes van de Vlaamse regering en ten tweede, het ontbreken van een aantal noodzakelijke beleidsinstrumenten die nog steeds federaal worden beheerd. U hebt er daar zelf enkele van aangehaald. U kunt daar maatregelen voor nemen, maar ik moet vaststellen dat wat de aanpak van de gevolgen betreft, specifiek voor Halle-Vilvoorde, u daar helemaal geen plannen voor hebt. U bent even passief als een konijn voor een lichtbak. Wat de instroom betreft, wat de oorzaak betreft, zegt u dat u die wilt aanpakken. U geeft aan dat er ongeveer 200.000 illegalen in dit land zijn en dat u die wilt aanpakken. Dat is echter absoluut niet het geval. De regering maakt van het EU-migratiepact, dat u eerder, v óó r u premier was, verketterde, de basis van haar regeerakkoord en migratiebeleid. De instroom zal dus helemaal niet stoppen en er is geen sprake van een actieve opsporing van illegalen. De wet op de woonstbetredingen, waarvan al lang is beloofd dat men daar werk van zou maken, is nog steeds niet ingevoerd. Bovendien blijkt uit wat minister Van Bossuyt zegt, dat die wet niet is bedoeld om actief elke illegaal op te sporen. Het gaat uitsluitend om de zware gevallen, de zware criminelen. Dat vormt dus absoluut geen oplossing. Het terugkeerbeleid en de cijfers daaromtrent zijn nefast. De situatie zal niet keren. Ik noteer geen algemene maatregelen en zeker niet specifiek voor Halle-Vilvoorde.

De oproep van de stad Ronse aan de federale regering over het faciliteitenstatuut

Gesteld door

VB Barbara Pas

Gesteld aan

N-VA Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Barbara Pas (VB) bekritiseert dat Vlaamse faciliteitengemeenten zoals RONSE wel verplicht worden de taalfaciliteiten integraal toe te passen (door "activistische rechtspraak"), terwijl Waalse faciliteitengemeenten ze negeren, en eist dat premier De Wever óf de faciliteiten afschaft ("achterhaald", haar voorkeur), óf gelijke toepassing in Wallonië afdwingt – anders blijft de ongelijke behandeling bestaan. De Wever beaamt dat faciliteiten "boulets du passé" zijn (persoonlijke mening) en noemt de oproep van de Ronse-burgemeester (cd&v) legitiem, maar wijst op de onhaalbare politieke realiteit: afschaffing vereist een bijzondere tweederdemeerderheid (Grondwet art. 129), die er niet is, en hij kan als premier niets forceren. Pas repliceert dat De Wever geen initiatief neemt ("nil volentibus arduum"), de tweeslachtigheid in stand houdt (Vlaanderen gestraft, Wallonië niet) en zelfs de minimale optie (gelijke handhaving) verzuimt, wat volgens haar de Waalse bereidheid tot afschaffing alleen maar blokkeert.

Barbara Pas:

Mijnheer de premier, het is ondertussen een half jaar geleden dat de stad Ronse werd veroordeeld omdat ze de taalfaciliteiten niet integraal toepaste. De stad heeft ondertussen beslist om tegen dat arrest in beroep te gaan, maar tegelijkertijd rees vanuit de stad Ronse scherpe kritiek op de passiviteit van de federale regering in die zaak.

Ik citeer de cd&v-burgemeester: "Vandaag zitten N-VA, cd&v en Vooruit in de Vlaamse en Belgische meerderheid, maar ze ondernemen niets tegen faciliteiten die totaal achterhaald zijn. Brussel moet zijn verantwoordelijkheid nemen."

Daar valt wel iets voor te zeggen. Vandaag stellen we vast dat de faciliteiten in die Vlaamse faciliteitengemeente integraal en maximaal worden toegepast, onder meer ten gevolge van de activistische rechtspraak van de Algemene Vergadering van de Raad van State. Daartegenover stellen we vast dat de faciliteiten in de Waalse faciliteitengemeenten nauwelijks of zelfs helemaal niet worden toegepast. Ik heb de minister van Binnenlandse Zaken daarover al meermaals over ondervraagd, maar die weigert in te grijpen.

Mijnheer de premier, van twee zaken één. U kunt niet verwachten dat de faciliteiten in Wallonië niet of amper worden toegepast, terwijl men ondertussen steden in Vlaanderen veroordeelt voor het niet-integraal toepassen. Er zijn twee mogelijkheden: ofwel schaft u al die faciliteiten af – daar ligt zeer duidelijk mijn voorkeur, want ze zijn achterhaald –, ofwel legt u ook aan de Waalse faciliteitengemeenten op wat men aan de Vlaamse faciliteitengemeenten oplegt, namelijk dat ze worden gedwongen om de regelgeving ook integraal toe te passen. Misschien krijgen ze dan ook enige appetijt om die achterhaalde regeling af te schaffen.

Voor welke optie kiest u? Neemt u initiatieven om de faciliteiten op de schop te doen of om ervoor te zorgen dat ze in Wallonië even integraal worden toegepast als in Vlaanderen?

Ik had natuurlijk ook graag uw reactie gekregen op de oproep van de burgemeester van Ronse.

Bart De Wever:

Mevrouw Pas, ik meen dat we dit debat al eens hebben gevoerd, als ik me niet vergis. Tijdens een van de voorgaande commissievergaderingen hebt u ongeveer dezelfde vragen gesteld en ik heb die toen al beantwoord, maar ik kan mij vergissen.

Wat het faciliteitenstatuut betreft, ben ik het uiteraard ten persoonlijken titel volledig met u eens. Ce sont des boulets du passé , om het in het Nederlands te zeggen. Dat gaat terug tot 1962, in een samenleving waar het misschien toen relevant was om dat te vragen. Vandaag zie ik niet goed wat dat nog bijbrengt. In toenemende mate brengt dat die gemeenten in allerlei moeilijkheden, omdat ze voortdurend uitzonderingen moeten vragen op de voortgang der dingen. Op den duur is dat onhoudbaar.

Ik begrijp de oproep van de burgemeester van Ronse, en ook die van de zes burgemeesters, volkomen. Dat zijn begrijpelijke en legitieme reacties op een heel complexe institutionele realiteit, die hen historisch is opgelegd en waarmee zij nu dagelijks worden geconfronteerd.

Faciliteitengemeenten bevinden zich in een uitzonderlijk statuut dat die historische en communautaire compromissen weerspiegelt, maar in de praktijk van vandaag tot allerlei moeilijkheden leidt. Ik hoor en erken dan ook de boodschap van de betrokken gemeenten, maar er is een politieke realiteit. Die politieke realiteit bestaat erin dat institutionele hervormingen in dit land bijzonder moeilijk zijn. Daarvoor is een zeer ruim draagvlak nodig, met grote meerderheden, en die zijn niet voorhanden. Dat geldt des te meer voor een wijziging van het statuut van de faciliteitengemeenten, laat staan voor de afschaffing ervan.

Artikel 129, § 2, van de Grondwet schrijft voor dat dat via een bijzondere meerderheidswet moet gebeuren. Dat is het meest veeleisende wetgevingsinstrument dat er bestaat, zelfs moeilijker dan een grondwetswijziging, ironisch genoeg, want het betekent een dubbele meerderheid en een tweederdemeerderheid in dit Huis. Ik hoop dat die meerderheid ooit kan worden gevonden om dat te realiseren, maar vandaag is dat zeer zeker niet het geval. U mag mij die vraag dan ook nog honderd keer stellen. Ik zou willen dat ik er iets aan kon doen, maar dat is vandaag niet de realiteit.

Barbara Pas:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Faciliteiten zijn stommiteiten, daar bent u het mee eens. U noemt de reacties begrijpelijk, maar u doet er niets mee en verwijst naar de moeilijkheidsgraad. “Nil volentibus arduum,” zei Seneca. Voor wie wil, is niets te moeilijk. U verwijst echter naar de politieke realiteit. Die politieke realiteit is dat u hier zit in de functie van premier. Als u de kwestie nooit ter bespreking voorlegt, zult u uiteraard nooit een consensus vinden. U zegt dat er geen consensus bestaat om de faciliteiten af te schaffen. Tegelijk laat u toe dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt. Dan rest er maar één andere oplossing. U moet afdwingen dat de faciliteiten in de Waalse faciliteitengemeenten even integraal wordt toegepast als in Vlaanderen. U kunt als premier toch niet toestaan dat er sprake is van een ongelijke behandeling in een gelijke situatie? Het is het ene of het andere. Het ideale scenario, waarvoor u niet eens strijdt, is uiteraard de afschaffing van die achterhaalde faciliteiten. U had dan op zijn minst de andere optie moeten bewandelen: de wet toepassen en ervoor zorgen dat die ook wordt nageleefd in Wallonië, en niet alleen in Vlaanderen. Misschien zou dan bij de Walen de bereidheid kunnen ontstaan om die achterhaalde regeling af te schaffen.

De zwakke punten in de cyberbeveiliging van de nationale luchthaven

Gesteld door

VB Dieter Keuten

Gesteld aan

N-VA Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Dieter Keuten bekritiseert het catastrofale jaar 2025 voor Zaventem door negen stakingen en een cyberaanval (via Amerikaans Collins Aerospace), die de luchthaven vier dagen platlegde, met miljoenenverliezen als gevolg – volgens hem voorkombaar omdat het bedrijf al in 2023 werd getroffen. Bart De Wever antwoordt namens het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) dat de aanval buiten hun bevoegdheid viel (geen Belgische meldingen, geen datadiefstal van burgers) en wijst op internationale samenwerking, maar geeft toe geen details over lopend onderzoek te kunnen geven. Keuten beschuldigt Zaventem van slecht crisismanagement (gebrek aan communicatie, ontbrekende kill switch-protocollen) en eist strengere cyberstandaarden, terwijl De Wever zijn beperkte kennis benadrukt en belooft de bevoegdheid over te dragen aan Binnenlandse Zaken. De discussie eindigt onopgelost, met Keutens aankondiging van nieuwe vragen.

Dieter Keuten:

Mijnheer de voorzitter, deze vraag gaat onze nationale luchthaven. Het jaar 2025 zal de boeken ingaan als een zwart jaar voor de luchthaven van Zaventem. Ondanks alle inspanningen van de Vlaamse overheid is er in mijn leven nog nooit zo’n slecht jaar geweest voor onze luchthaven. Ik heb het even nageteld, de luchthaven werd dit jaar al negen keer platgelegd door stakingen. Dat leidt uiteraard tot miljoenen, of misschien miljarden, aan verlies voor die nochtans tweede economische pool van welvaart in ons land.

Naast al die stakingen is de luchthaven ook bijna drie of vier dagen voor een groot stuk lamgelegd door een cyberaanval. Die aanval was niet rechtstreeks gericht op de luchthaven van Zaventem, want verschillende Europese luchthavens waren het slachtoffer. Collins Aerospace, een Amerikaans softwarebedrijf dat diensten levert aan Zaventem, werd het slachtoffer van de cyberaanval, waardoor de operaties op de luchthaven van Zaventem bijna vier dagen ernstig gehinderd werden.

Die cyberonveiligheid had vermeden kunnen worden, want Collins Aerospace werd in 2023 al een keer het slachtoffer van een vergelijkbare cyberaanval. Achteraf is het natuurlijk gemakkelijk om te zeggen dat een cyberaanval vermeden had moeten worden, maar ik ben toch zeer benieuwd naar wat het Centrum voor Cybersecurity precies heeft gedaan om die aanval op onze belangrijkste luchthaven te voorkomen.

Bart De Wever:

Mijnheer Keuten, ik lees u voor wat het Centrum voor Cybersecurity daarover te melden heeft. Het zijn vier punten.

Ten eerste, het Centrum voor Cybersecurity België heeft in 2023 geen meldingen ontvangen van Belgische bedrijven over schade door die betrokken aanval. Het incident vond buiten België plaats en viel daarom buiten de wettelijke opdracht en dus ook buiten de monitoringscope van het CCB. Er werd geen link vastgesteld met Belgische gebruikers. Daarmee hebt u het antwoord op de eerste vraag in de tekst zoals u die ingediend hebt, over het incident in 2023.

Tweede element van antwoord, het CCB ontving geen incidentmeldingen van Belgische bedrijven. Het betrof een Amerikaans bedrijf en de aanval werd niet verder onderzocht. Daarmee hebt u het antwoord op de tweede vraag uit uw tekst. Werd er ook data van Belgische burgers gestolen? Het antwoord is neen.

Het derde punt correspondeert met de derde vraag uit uw ingediende tekst. Er werden geen significante phishingaanvallen vastgesteld die in verband konden worden gebracht het Collins-datalek.

Uw vierde vraag peilt naar de status van een lopend onderzoek door het CCB. Daarover kunnen we geen details geven.

Vijf, het Centrum voor Cybersecurity onderhoudt regelmatig constructieve contacten met Europese en niet-Europese partners, waaronder de nationale cyberautoriteiten, zoals het National Cyber Security Centre van het Verenigd Koninkrijk, om informatie en expertise uit te wisselen over dreigingen en incidenten. Die samenwerking versterkt de gezamenlijke weerbaarheid tegen cyberaanvallen en bevordert een gecoördineerde aanpak op het internationaal niveau.

Daarmee heb ik de vragen beantwoord die ik heb ontvangen via de tekst van uw vraag zoals ingediend. Ik heb de indruk dat u mondeling een beetje een andere richting bent uitgegaan. U mag het mij niet kwalijk nemen dat ik voor de antwoorden op die vragen opnieuw het CCB zal moeten bevragen wat het te melden heeft. Zoals elke burger volg ik de situatie, maar daarmee is dan ook alles gezegd. De limieten van mijn begripsvermogen inzake cyber zijn zo ongeveer bereikt als ik hier het microfoonknopje aan en uit kan zetten.

Voorzitter:

Ook ik leer elke dag bij.

Dieter Keuten:

Mijnheer de eerste minister, ik zal die vragen dan opnieuw indienen en opnieuw drie maanden geduldig wachten op een antwoord. Ik kijk ook uit naar het moment dat u die bevoegdheid van cyberveiligheid, zoals aangekondigd, zult overdragen aan de minister van Binnenlandse Zaken.

Ik zal u voorts voorlezing geven van de feiten. Er bestaan duidelijke protocollen om dergelijke incidenten te beheren. De chaos op Brussels Airport wat betreft eenheid van communicatie, het aantal mensen dat aangaf van niets op de hoogte te zijn, de ernst en de langdurigheid van de onregelmatigheden in vergelijking met de andere getroffen luchthavens, tonen aan dat er geen sprake was van goed voorbereid crisismanagement op onze nationale luchthaven. Experten raden aan dat elke luchthaven die gebruikmaakt van dergelijke cloudplatformen voor de gegevensverwerking van passagiers beschikt over een onafhankelijke kill switch en een local first mode die ingeschakeld kan worden wanneer zich vertrouwensproblemen voordoen bij externe leveranciers. Elk kwartaal hoort dat systeem getest te worden, maar volgens mij gebeurt dat in Zaventem niet. Die procedures zijn niet nieuw, want ze zijn gedocumenteerd in reeds bestaande literatuur, na dure lessen uit het verleden. Het was dus opnieuw een dure les in Zaventem dit jaar.

Mijnheer de eerste minister, ik rond af. Ik zal u niet langer vervelen met mijn voorlezing. De intentie alleen tot cyberveiligheid is niet voldoende. De standaarden moeten hoger.

Voorzitter:

We hebben de afgesproken tijd reeds overschreden. Ik dank de eerste minister voor zijn antwoorden. De overige vragen komen in een volgende vragensessie aan bod. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.34 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 34.

Popover content