Commissievergadering op 12 december 2025
Vragen
De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.
De Europese defensieaankopen en de bewaking van onze strategische autonomie
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kristien Verbelen vraagt zich af of de groeiende afhankelijkheid van Israëlische en Amerikaanse defensietechnologie (bv. radarsystemen en interceptieraketten) via initiatieven zoals ESSI de Europese strategische autonomie ondermijnt, ondanks de ambitie om minder extern afhankelijk te zijn. Minister Theo Francken bevestigt dat België investeert in luchtverdediging (o.a. via Benelux-samenwerking en NASAMS), maar erkent dat hoogtechnologische systemen vaak van buiten Europa moeten komen, zonder de NAVO-partnerschap met de VS in vraag te stellen; hij wijst op Strategische Visie 2025 en DIRS 2.0 als hefbomen voor meer eigen productie. Verbelen bekritiseert dat Europa nog steeds kwetsbaar blijft voor externe politieke beslissingen (bv. exportlicenties) en pleit voor versnelde Europese ontwikkeling en productie om de afhankelijkheid af te bouwen. Francken benadrukt dat België tweesporig blijft: autonomie versterken én bondgenootschappen behouden.
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, door de oorlog in Oekraïne zijn de Europese defensieaankopen in een stroomversnelling gekomen. Verschillende landen versterken hun luchtverdediging via het European Sky Shield Initiative (ESSI). Wij zien daarbij dat Israëlische bedrijven aan belang winnen op het gebied van radarsystemen, interceptieraketten en andere technologie. Ook in ons land werken wij begrijpelijkerwijze samen met buitenlandse partners, onder andere met Israël en de Verenigde Staten, om onze luchtverdediging en -bewaking te moderniseren en te verbeteren.
Dat doet wel de vraag rijzen in welke mate die samenwerkingen onze Europese strategische autonomie versterken en vanaf welk moment ze die autonomie ondermijnen. Europa heeft al jaren de ambitie om zelf meer defensietechnologie te ontwikkelen, zodat we minder afhankelijk te zijn van externe leveranciers. Voor onze kritieke systemen rekenen wij echter nog steeds in grote mate op niet-Europese bedrijven, waardoor het risico bestaat dat wij in de praktijk afhankelijk blijven van beslissingen die elders worden genomen.
Daarom zou ik graag begrijpen hoe u die balans ziet tussen, enerzijds, de nood aan performante systemen die vaak buiten Europa worden ontwikkeld en, anderzijds, de verantwoordelijkheid om onze technologische onafhankelijkheid te versterken.
Hoe kunnen wij bijdragen aan een Europese aanpak die innovatie en samenwerking bevordert, terwijl wij tegelijk onze strategische autonomie bewaken?
Theo Francken:
De oorlog in Oekraïne heeft inderdaad de urgentie om de Europese defensiecapaciteit te versterken, in de verf gezet. Hoewel België het memorandum of understanding inzake het ESSI heeft ondertekend, zijn er bij Defensie geen dossiers die specifiek betrekking hebben op aankopen via die vector, hangende.
Tijdens deze legislatuur zal België investeren in luchtverdedigingssystemen om het volledige nationale grondgebied te beschermen, met een focus op gevoelige infrastructuur. Zoals toegelicht, zullen wij daarvoor samenwerken met de Benelux, denken we maar aan de aankoop van NASAMS. Het valt evenwel niet te ontkennen dat landen zoals Israël en de Verenigde Staten, vanuit defensie-industrieel oogpunt een belangrijke rol spelen in dat specifieke domein, zeker op het vlak van hoogtechnologische producten en materialen. Dat doet geen afbreuk aan de Europese ambitie om de strategische autonomie te versterken door defensietechnologie op eigen bodem te ontwikkelen. Bovendien blijven de Verenigde Staten uiteraard een essentiële partner in de NAVO. Daar hebben wij het daarnet uitgebreid over gehad.
De strategische visie 2025 legt duidelijk de fundamenten voor de versterking van onze nationale strategische autonomie, zowel op Europees als op nationaal vlak. Ze benadrukt de noodzaak om een robuuste industriële en technologische defensiebasis uit te bouwen, die onze militaire capaciteiten kan ondersteunen in tijden van crisis of conflict. Daartoe werden verschillende hefbomen geïdentificeerd, waaronder de ontwikkeling van DIRS 2.0 en de versterking van de industriële defensiecapaciteit.
Dat strategische kader beoogt een duurzame technologische soevereiniteit te waarborgen, terwijl een nauwe samenwerking met onze bondgenoten behouden blijft. Defensie wil op die manier actief bijdragen aan een meer autonome Europese defensie en tegelijk een betrouwbare partner blijven in de NAVO.
Kristien Verbelen:
Dank u voor uw toelichting, mijnheer de minister. Ik hoor dat er stappen worden genomen naar meer Europese samenwerking. We zijn echter nog altijd redelijk ver verwijderd van echte autonomie. Europa blijft kwetsbaar voor externe druk, exportlicenties en politieke beslissingen elders. Ik hoop dat we met ons land via Europese samenwerkingsverbanden echt het voortouw kunnen nemen om de afhankelijkheid af te bouwen, en dat we kunnen inzetten op ontwikkeling en productie op eigen bodem, opdat we stilaan onze veiligheid echt in eigen handen kunnen nemen.
De evaluatie en de toekomst van het decompressieverblijf na buitenlandse operaties
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Theo Francken bevestigt dat Defensie het decompressieverblijf (adaptatiesas) meerdere keren inzette en evalueerde via vragenlijsten, waaruit bleek dat militairen het initieel niet willen (liever direct naar huis), maar achteraf het nut erkennen—wat wijst op een cultuurschok en leerproces. Hij meldt aanpassingen (programma, activiteitenkeuze) en benadrukt dat de duur en inhoud afhangen van de missie (3 dagen voor training, 4+ dagen voor gevoelige operaties), met een volledige evaluatie gepland in 2026. Axel Weydts (parlementslid) noemt het positief dat militairen achteraf het nut inzien—een ervaring die hij deelt—en verwacht een grondige rapportage over de toekomstige evaluatie.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, dit was de allereerste vraag die ik in deze commissie voor Defensie stelde, een jaar geleden ondertussen. Ik vond het dan ook gepast om na een jaar opnieuw te vragen naar een evaluatie.
De aanleiding voor mijn vraag de vorige keer was een spijtig incident dat toen had plaatsgevonden. Het valt niet te ontkennen dat een decompressieverblijf zijn waarde heeft. Ik vraag mij af of er intussen een degelijke evaluatie is gebeurd van de verschillende decompressieverblijven die er sinds die eerste keer zijn geweest. Ik ben ervan overtuigd dat dit inderdaad het geval is geweest. Wat zijn de lessons learned ?
Theo Francken:
Mijnheer Weydts, in het afgelopen jaar heeft defensie het decompressieverblijf of adaptatiesas verschillende keren ontplooid. De deelnemende militairen kregen op drie momenten een vragenlijst, net voor het adaptatiesas, net erna en enkele weken na de terugkeer in België.
Wat betreft onze analyse van die feedback en de evolutie in de beoordeling van het ondersteuningsprogramma, in eerste instantie zijn de militairen geen vragende partij om deel te nemen aan het adaptatiesas. Ze willen gewoon naar huis. In tweede en derde instantie erkennen de militairen het nut van het ondersteuningsprogramma.
Deze observaties wijzen op een cultuurschok. De militairen leren hun behoeften kennen. Op basis van de feedback zijn we het ondersteuningsprogramma aan het verbeteren, bijvoorbeeld inzake het programma, de aard van sommige activiteiten en vrijheid in de keuze van sommige activiteiten. We moeten het adaptatiesas nog evalueren voor andere soorten operaties. De duur, inhoud en locatie van een adaptatiesas hangen immers af van de aard van de zending. In geval van trainingszendingen lijkt een programma van drie dagen ons momenteel ideaal. Voor gevoelige operaties zouden vier of meer dagen nodig zijn, waarvan een tot twee dagen om tot rust te komen en een extra dag voor het programma.
Medio 2026 zal het projectadaptatiesas in zijn geheel voorgesteld en geëvalueerd worden op het hogere hiërarchische niveau.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Er moet dus nog een grondiger evaluatie komen. Daar kijken we naar uit en ik ben ervan overtuigd dat u daarover zult rapporteren aan het Parlement. Ik ben heel blij te vernemen dat de militairen in tweede en derde instantie het nut ervan erkennen. Toen ik er de eerste keer over hoorde, vroeg ik mij ook af waarmee ze nu aankwamen, na vier maanden in operatie te zijn geweest. Het eerste wat ik wil doen is gewoon naar huis gaan. Ik wil mijn geliefden en mijn vrienden terugzien, dus ik begrijp die eerste reactie heel goed. Dat was de reactie die ik zelf ook had en het doet mij echt deugd om te vernemen dat men na een bevraging nadien het nut ervan inziet. Laat dat dan het goede nieuws zijn uit het antwoord van vandaag, mijnheer de voorzitter.
Een beter statuut voor onze veteranen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Axel Weydts (N-VA) vraagt naar de concrete uitvoering van de opwaardering van het veteranenstatuut, zoals beloofd in Strategische Visie Defensie 2025, en bekritiseert dat het huidige statuut vooral symbolisch blijft. Minister Theo Francken (N-VA) bevestigt dat er een nieuwe beleidsvisie in ontwikkeling is, met plannen voor financiële, sociale en administratieve voordelen (vanaf 2026), betere gezins- en psychologische ondersteuning en een veteranenloket in 2025, maar concrete maatregelen zijn nog niet uitgevoerd.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Kort samengevat, hoe staat het met een opwaardering van onze veteranen? Daarvan is duidelijk melding gemaakt in onze strategische visie. Wat is daaromtrent de stand van zaken?
De Strategische Visie Defensie 2025 erkent expliciet het belang van onze veteranen en stelt dat hun inzet voor het land meer moet worden gewaardeerd. Tot vandaag bleef het veteranenstatuut hoofdzakelijk symbolisch, maar de Strategische Visie voorziet dat hier verandering in komt.
Er wordt aangekondigd dat Defensie bijkomende voordelen zal invoeren, vergelijkbaar met andere statuten van nationale erkenning. Dat is een belangrijke en terechte stap vooruit.
Kan u de commissie toelichten hoe het hiermee staat? Welke concrete maatregelen werden intussen genomen of voorbereid om de erkenning van veteranen te versterken, en op welke termijn mogen we resultaten verwachten?
Theo Francken:
Er wordt in dat kader een uitgebreid beleid ontwikkeld. Op het vlak van erkenning loopt er een onderzoek om in de loop van 2026 het statuut te wijzigen en verder te gaan dan louter een eervolle erkenning, maar ook financiële, sociale en administratieve voordelen toe te kennen. Verder wordt ook onderzocht op welke manier de ondersteuning van de gezinnen en de medische en psychologische ondersteuning van veteranen verbeterd en uitgebreid kunnen worden. Tot slot zal er ook een echt veteranenloket of -informatiecentrum komen, next year .
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. [NL] [FR]
Palantir en Defensie
Palantir en Defensie
Defensie en de relaties met Israël: Palantir en het F-35-programma
?Palantir en Defensie
Palantir en Oracle in de strategische visie en de digitale strategische autonomie
Palantir, Defensie, Israël, F-35 en digitale strategische autonomie
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tinne Van der Straeten bekritiseert het bezoek van de minister aan Palantir (omstreden om privacy-, dataveiligheids- en ethische AI-risico’s) en wijst op Amerikaanse legerkritiek over gebrek aan transparantie en controle op datatoegang, terwijl Palantir zich volgens haar ontziet door te stellen dat klanten zelf verantwoordelijk zijn voor het gebruik. Ze vraagt garanties voor digitale soevereiniteit en dataveiligheid, met name bij Defensie’s samenwerking met Oracle voor eigen datacenters. Theo Francken ontkent kennis van interne Amerikaanse memo’s, benadrukt dat België geen directe banden heeft met Palantir (wel indirect via NAVO) en dat strikte GDPR- en veiligheidsprotocollen gelden, met plannen voor een Digital Compliance Officer. Hij verdedigt het bezoek als verkennend voor technologische NAVO-samenwerking, met focus op strategische autonomie en ethische afwegingen, maar zonder concrete contracten. Van der Straeten reageert voorzichtig positief op de aangehaalde waarborgen, maar blijft sceptisch en kondigt opvolging aan van de praktische uitvoering, gezien de risico’s van onbezonnen samenwerking met dergelijke bedrijven.
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, mijn beide vragen gaan over Palantir. U bent in de Verenigde Staten op handelsmissie geweest en u hebt daar een bezoek gebracht aan Palantir. Ik meen dat u niet de enige was die aan dat bedrijf een bezoek bracht.
De naam Palantir komt, heb ik me laten vertellen, uit Lord of the Rings: The Seeing Stone . Het bedrijf heeft wegens dat aspect een vrij omstreden reputatie waar het gaat over privacy, de beveiliging van data en de ethische inzet van artificiële intelligentie.
Ik weet dat Palantir die discussie wat van zich afschuift. Het zegt dat ze gewoon technologie aanbieden en het is de cliënt die ermee doet wat hij ermee doet. Dat neemt echter niet weg dat er ook vanuit de Amerikaanse veiligheidsdiensten zelf kritiek gekomen is op het gebrek aan transparantie en dit op basis van een gelekte memo van het Amerikaanse leger. Daarin werd gezegd dat er toch een zeer hoog risico was, daar niet gecontroleerd kan worden wie toegang heeft tot welke data. Evenmin kan worden nagegaan wat de gebruikers doen en of de software zelf veilig is.
In die zin heb ik een aantal vragen. Ze zijn opgenomen in mijn schriftelijke vraag, dus ik zal ze niet voorlezen.
Mijn tweede vraag gaat over de digitale transformatie in het licht van de Strategische Visie van de Programmeringswet. Ik heb me doen informeren door mijn collega’s dat die bij de bespreking van de Programmeringswet wel aan bod gekomen is en dat er wel vragen over zijn gesteld, maar dat die zonder antwoord zijn gebleven. Die vragen blijven dus pertinent.
Ze gaan vooral over de eigen datacenters van Defensie en hier in het bijzonder de betrokkenheid van Oracle. Hoe kan er gezorgd worden voor de nodige beveiliging van data? Welke garanties worden ingebouwd om ervoor te zorgen dat men echt soeverein blijft in the cloud en dat er geen nieuwe afhankelijkheden of zwakheden worden ingebouwd?
Theo Francken:
Defensie beschikt volgens mijn informatie niet over een interne memo die binnen het Amerikaanse ministerie van Defensie zou circuleren. Daarom doen we daarover geen uitspraak.
Berichtgeving in de pers doet vermoeden dat het gaat om een prototype van het Next Generation Command & Control platform voor het US Army . Hoewel concrete tijdlijnen niet publiek kunnen worden gemaakt, blijkt uit recente NAVO-ontwikkelingen dat Palantir een artificieel intelligentieplatform levert aan het NAVO-bondgenootschap. De Belgische Defensie zou daarvan indirect gebruik kunnen maken via de bestaande NAVO-structuren. Er is echter geen directe Belgische implementatie en er is dus evenmin sprake van nationale gegevensdeling.
Defensie wijst erop dat alle toepassingen binnen Defensie onderworpen zijn aan strikte veiligheidsprotocollen, inclusief de naleving van de Europese GDPR en de nationale wetgeving. Gezien de toenemende complexiteit van vooral internationale regelgeving wordt binnenkort ook werk gemaakt van de aanstelling van een Digital Compliance Officer binnen Defensie.
Een bezoek aan Palantir maakte deel uit van de missie in de Verenigde Staten om beter zicht te krijgen op de technologische evoluties die Silicon Valley momenteel aan NAVO-legers kan aanbieden. Tot op heden bestaan er geen contractuele verbintenissen die de betrokken onderneming aan Defensie verbinden.
Defensie is zich ten volle bewust van de ethische, juridische en geopolitieke implicaties van samenwerking met buitenlandse technologiebedrijven. Daarom wordt elke stap zorgvuldig geëvalueerd, met nadruk op digitale soevereiniteit, transparantie en naleving van Belgische en Europese normen. Daarnaast is het een belangrijke beslissingsfactor dat de samenwerking ons in staat moet stellen relevant te blijven en een technologische voorsprong te behouden, zodat we onze operationele effectiviteit en strategische autonomie kunnen waarborgen.
Tinne Van der Straeten:
Het is goed om te horen dat er grendels worden ingebouwd en dat men zich ervan bewust is dat, wanneer men met nieuwe technologiebedrijven werkt die bepaalde bezorgdheden oproepen en dat is nog een understatement, we daar niet onbezonnen mee in zee mogen gaan. We zullen blijven nagaan – al zal mijn collega dat wellicht doen – hoe dit zich verder in de praktijk ontwikkelt.
Het blurren van satellietbeelden van België op apps
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Stéphane Lasseaux (N-VA) waarschuwt dat platforms zoals Strava (naast Google Maps) gedetailleerde, ongecensureerde beelden van Belgische militaire bases (bv. Florennes) tonen, wat een veiligheidsrisico vormt voor terroristen met beperkte middelen. Hij vraagt of Defensie juridische middelen heeft om floutage af te dwingen, regelmatige controles uitvoert en EU/NAVO-samenwerking zoekt om dit probleem aan te pakken. Minister Theo Francken bevestigt dat art. 120ter Strafwetboek en een ministerieel besluit (2019) floutage verplichten, met jaarlijkse updates via het IGN en systematische controles door het SGRS bij 15 grote aanbieders, maar erkent dat nieuwe platforms (zoals Strava) extra aandacht vereisen. Hij belooft dringende herziening van de controles. Lasseaux bekritiseert impliciet de traagheid, aangezien Strava al langer bestaat, en dringt aan op proactieve monitoring van alle (nieuwe) platforms. Francken benadrukt dat handhaving bij het parket ligt, maar dat Defensie signaleert en opvolgt.
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, je suivrai les conseils de notre président donnés en début de séance et ne poserai que cette seule question, qui m'a été suggérée par un Florennois sensible à la sécurité – et on sait combien tous nous devrions l'être. Elle concerne les satellites belges mais aussi et surtout toutes les applications et plateformes disponibles qui nous fournissent des images géosatellites et autres localisations.
Même si elles sont très utiles pour se déplacer – on peut même dire qu'elles sont parfois fun –, elles constituent toutefois un danger pour nos installations militaires. Sur Google Maps – pour ne citer que celle-là – on sait que le Palais Royal ou la base militaire de Florennes sont bien floutés. Néanmoins, sur d'autres plateformes disponibles ce n'est pas le cas. Par exemple, Strava, une plateforme bien connue des sportifs, donne à voir l'ensemble de la base militaire de Florennes, parce qu'aucun floutage n'intervient. J'ajoute que les images sont précises.
Il est clair que des États tels que la Russie ou la Chine n'ont évidemment pas besoin de ces applications pour vérifier et voir nos installations militaires, mais des terroristes aux moyens limités et animés de très mauvaises intentions pourraient par contre trouver cela très utile.
Monsieur le ministre, la Défense dispose-t-elle des moyens juridiques pour exiger le floutage des installations militaires dans des cas comme celui-ci? Est-il possible d'exercer un contrôle régulier, et la Défense le fait-elle, afin de voir si le grand public a accès ou pas à ces images? Avez-vous des contacts au sein de l'Union européenne ou de l'OTAN pour renforcer l'ensemble des moyens d'exiger un floutage afin d'éviter ce genre de choses?
Theo Francken:
Monsieur Lasseaux, l'article 120 ter du Code pénal constitue la base juridique du floutage de sites militaires avec l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019. Il est donc interdit de faire des photos aériennes des bases militaires, sans permis du ministère de la Défense, et ce quel que soit le moyen et la distance de l'installation militaire. La poursuite relève des compétences du parquet. La liste des sites sensibles à flouter est mise à jour annuellement et compilée par l'Institut géographique national (IGN).
Le Service Général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS) fait une vérification systématique annuelle du floutage à tous les niveaux de zoom de tous ces sites chez les fournisseurs les plus fréquentés, soit une quinzaine actuellement. Les rapportages spontanés de non-floutage ou les nouveaux fournisseurs sont également ajoutés à cette vérification systématique. J'ai demandé au SGRS de revoir cela de manière urgente.
Stéphane Lasseaux:
Je vous remercie pour ces informations, monsieur le ministre.
J'entends bien que le SGRS surveille cela de manière régulière, car la plateforme Strava existe depuis un certain temps. Il faut donc également attirer leur attention sur la nécessité de procéder de la sorte pour toutes les nouvelles plateformes apparues sur le marché.
Je vous remercie pour les dispositions que vous avez prises vis ‑ à ‑ vis d ’ eux afin de pouvoir faire le n é cessaire.
Voorzitter:
Vraag nr. 56009420C van de heer Boukili wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
De geplande demonstratie met F-35’s en drones op vrijdag 17 oktober 2025
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Francken ontkent kennis te hebben gehad van het plan voor een symbolische landing van de MQ-9B-drone en F-35’s op 17 oktober, dat volgens hem door de administratie (DGD Luchtvaart/skeyes) was geïnitieerd, en blies het af toen bleek dat het luchtruim boven Brussels Airport zou moeten sluiten—met economische gevolgen en zonder duidelijke veiligheidsnoodzaak. Ponthier bekritiseert zijn "haastige, onjuiste communicatie" en wijst op tegenstrijdigheden: minister Crucke (Mobiliteit) bevestigde dat het voorstel wel uit Franckens kabinet kwam, terwijl zij Francken verdenkt van een "showmoment" voor VIP’s tijdens het luchtbal, zonder voldoende afweging van de impact. Francken ontkent categorisch politiek gemotiveerde druk en noemt de beschuldiging "belachelijk", maar belooft de bewuste nota na te trekken. Geen van beide partijen biedt helderheid over de verantwoordelijkheid of een protocol voor dergelijke luchtruimsluitingen; de kosten zouden binnen reguliere defensiebudgetten vallen.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, naar verluidt zou er op vrijdag 17 oktober – ook al is dat al twee maanden geleden, enige verduidelijking is gelet op de problematiek hier toch op haar plaats – naar aanleiding van de gala een demonstratievlucht met onder andere F-35’s, een A400M en de nieuwe MQ-9B-drone gepland zijn geweest. Daarvoor zou het luchtruim boven Brussel tijdelijk moeten worden gesloten. Het hoeft geen verdere uitleg dat zo'n beslissing economische gevolgen voor de burgerluchtvaart en Brussels Airport zou hebben, en dat te midden van een budgettaire crisis.
U verklaarde in de media dat u niet op de hoogte was, dat men die demonstratievlucht buiten uw medeweten om had gepland en dat u, toen u vernam dat het luchtruim voor dat plan zou moeten sluiten, ingreep. Een en ander had te maken met het feit dat men per se de nieuwe MQ-9B-drone, die pas werd voorgesteld, maar waarmee er enkele problemen waren – mijn collega Verbelen en ikzelf waren daarvan getuige – wilde demonstreren.
Bevestigt u dat er effectief een plan bestond om een demonstratievlucht te organiseren?
Is het correct dat de MQ-9B-drone op dat moment niet beschikte over de noodzakelijke certificering om in het burgerluchtverkeer te opereren, reden waarom men het luchtruim tijdelijk wilde sluiten?
U zegt dat u niet de beslissing nam om die demonstratie te organiseren. Wie deed dat dan wel?
Er werd een onderzoek ingesteld. We hebben ondertussen ook minister Crucke daarover gehoord, wiens antwoord u ongetwijfeld mee hebt gekregen. Hoe ver staat dat onderzoek?
U meldde in De Afspraak dat het plan mogelijk bij de DGD Luchtvaart werd opgesteld. Is dat zo? Werd dit bevestigd?
Op basis van welke veiligheidsafweging of hiërarchie besliste men dat een promotionele of diplomatieke demonstratie tijdelijk voorrang zou krijgen op regulier luchtverkeer? Welke criteria worden bij een dergelijke beslissing toegepast?
Wie staat in voor de bijkomende kosten die voortvloeien uit een dergelijke maatregel, waaronder kosten voor luchtverkeersleiding, het instellen en handhaven van een veiligheidsperimeter, het brandstofverbruik en de operationele inzet? Indien men dergelijke demonstratie uitvoert, is het dan Defensie die die kosten moet dragen? Indien niet, wie dan wel?
Bestaat er in uw departement of bij de luchtmacht een duidelijk protocol of een richtlijn over het tijdelijk sluiten van het luchtruim om dergelijke symbolische of ceremoniële redenen? Zo ja, welke criteria worden daarbij gehanteerd?
Theo Francken:
Op vrijdag 17 oktober was een initiatief gepland om enkele vliegtuigen, waaronder de MQ-9B, te laten landen op Melsbroek. De landing maakte deel uit van een grondbezoek dat was georganiseerd voor partners van skeyes, het directoraat-generaal Luchtvaart, het Maastricht Upper Area Control Centre en Brussels Airport. Het voorgestelde initiatief betrof nadrukkelijk geen demonstratievlucht in de klassieke zin, maar een symbolische aankomst in het kader van de voorstelling van nieuwe capaciteiten.
Uiteindelijk is beslist om de vluchten niet te laten doorgaan. Een MQ-9B voldoet aan de NAVO-standaard STANAG 4671 en is ontworpen om in alle luchtruimklassen te kunnen opereren. Dat betekent dat het toestel in principe geen beperkingen ondervindt voor zijn inzet in gecontroleerd luchtruim. Gezien de aard van de geplande activiteit, namelijk enkel de landing van het toestel op Melsbroek, moesten er vooraf geen prioriteiten worden gesteld ten opzichte van het burgerluchtverkeer. Voorts werden er geen bijkomende kosten vastgesteld, buiten de normale werking. De middelen op logistiek vlak en de personeelsmiddelen vielen binnen de reguliere operationele inzet van Defensie.
Tussen Defensie en skeyes bestaan duidelijke procedures voor de coördinatie van bijzondere activiteiten in het luchtruim dat onder civiele controle valt. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse ceremoniële vlucht op 21 juli. Beide partijen streven steeds naar een efficiënte en veilige afhandeling van zowel het militaire luchtverkeer als het burgerluchtverkeer.
Ik was daar inderdaad niet van op de hoogte. Toen ik op de hoogte werd gesteld en het bleek dat het luchtruim van Brussels Airport effectief zou moeten sluiten op een vrijdagnamiddag, heb ik de opdracht gegeven om het evenement te annuleren. Daarom heeft die ceremoniële beter gezegd symbolische aankomst niet plaatsgevonden.
U hebt daar heel in heel harde bewoordingen over gecommuniceerd en u zat niet helemaal fout. U zat wel fout met uw veronderstelling dat ik daarvan op de hoogte was. Ik vond zo'n ceremoniële aankomst – ik zeg het verkeerd – zo'n symbolische aankomst geen goed idee, want men zou de luchthaven op een vrijdagnamiddag moeten sluiten. Daarom heb ik gezegd dat we dat niet moeten doen: Defensie houdt zich beter bezig met andere zaken.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, dat u tot twee keer toe moet teruggrijpen naar uw nota’s om het correct te verwoorden, zegt misschien al veel. We weten allemaal wat de omstandigheden van die voorstelling op dat moment waren. Noem het zoals u wilt, een symbolische aankomst of een ceremoniële voorstelling, daarover gaat het uiteindelijk niet. Het gaat erom dat u in de publieke media verkeerd hebt gecommuniceerd. U communiceert altijd heel snel en soms loopt u zichzelf voorbij. We hebben dat nog al meegemaakt.
Een en ander werd gecheckt bij de minister van Mobiliteit, de heer Crucke. U zegt dat u die vraag niet hebt gesteld, maar minister Crucke, uw collega, weerlegt dat. Hij zegt dat het voorstel wel degelijk van het kabinet kwam. Hij heeft dat in de commissie bevestigd op een vraag van mijn collega Huybrechts. Zij hebben een nota ontvangen om F-35’s en een MQ-9B-drone in Zaventem te laten landen, met een tijdelijke sluiting van het luchtruim.
Die vraag kwam dus van uw kabinet. U ontkent dat nu opnieuw. Dat is natuurlijk een weerwoord tussen collega-ministers. Ik weet niet wie hier gelijk heeft, maar ik heb de neiging om de minister van Mobiliteit te geloven, want ik zie niet in waarom hij een loopje met de waarheid zou nemen.
U probeert hier de zwarte piet naar de administratie door te schuiven. Ik kan me niet van de indruk ontdoen, en met mij veel mensen, dat u een en ander hebt willen doordrukken om een beetje show te verkopen. Er waren toen heel wat bigshots aanwezig. Het zou natuurlijk mooi zijn geweest, als u dat had kunnen bewerkstelligen.
Theo Francken:
Dat wil ik toch zeer sterk tegenspreken. Er is geen sprake van dat ik het een goed idee zou vinden om, in het kader van een luchtmachtbal of wat dan ook, een aantal vliegtuigen te laten landen en de luchthaven te sluiten. Ik denk niet dat u goed beseft hoe sterk ik de luchthaven apprecieer. Ik zal die zeker niet sluiten om even een showmoment te creëren.
Als u echt denkt dat ik het zo hoog in mijn bol heb gekregen, dat ik dat een goed idee vind, dan zegt dat ook voldoende over uw persoonlijke inschatting van mijn mentale status. Echt waar, serieus. Denkt u nu echt dat ik me daarmee bezighoud en dat ik Zaventem laat sluiten, omdat een MQ-9B en een F-35 moeten landen, zodat we een showtje op het luchtmachtbal kunnen geven? Ik word daar ziek van. Toen ik het hoorde, heb ik onmiddellijk gebeld met de waarschuwing dat dat feestje niet plaats zou vinden.
Als u beweert dat er een nota van mijn kabinet bestaan, dan zal ik dat meteen navragen en ik zal nagaan wat minister Crucke heeft gezegd.
Annick Ponthier:
Ik raad u aan om het verslag van de commissie voor Mobiliteit na te kijken. Hij heeft wel degelijk bevestigd dat de vraag van uw kabinet kwam en dat men niet wist dat het luchtruim daarvoor zou moeten worden gesloten. Dat wil ik u niet toedichten, want ik denk dat u dat inderdaad niet zou hebben gedaan, als u dat had geweten.
Ik zeg wel dat u zich soms in uw communicatie vergaloppeert. U wou ongetwijfeld onder andere de MQ-9B met een symbolische aankomst aan de belangrijke personen die op het luchtbal aanwezig waren, mooi voorstellen. Ik kan dat enigszins begrijpen; u hebt evenwel toen niet kunnen inschatten wat de gevolgen daarvan hadden kunnen zijn.
Voorzitter:
Vraag nr. 56009707C van de heer Dufrane en vraag nr. 56009998C van de heer Van den Heuvel worden omgezet in een schriftelijke vraag.
De SAFE-plannen van België
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Theo Francken diende België op 28 november 2025 een SAFE-plan in (€8,3 mjd) met projecten zoals luchtverdediging, drones, munitie en maritieme capaciteiten, gekoppeld aan de Strategische Visie ’25 en voldoeend aan de EU-criteria (gezamenlijke aankopen, 65% Europees aandeel). Kjell Vander Elst prijst samenwerking met Oekraïne (met name voor air systems) als een structurele oplossing om het land te steunen via defensie-industriepartnerschappen.
Kjell Vander Elst:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
In het kader van het Europese SAFE-programma wordt van de lidstaten verwacht dat zij hun geplande defensie-investeringen afstemmen op de gemeenschappelijke Europese prioriteiten. België kan de 8 miljard EUR, die het van het SAFE-programma ontvangt - niet zomaar besteden, maar moet dit doen conform de door de Europese Unie opgelegde voorwaarden en criteria. Tegen eind november 2025 dient België het nationaal SAFE-plan in te dienen bij de Europese Commissie. Dit plan moet duidelijk aangeven hoe de middelen zullen worden besteed, wanneer concrete aankopen gepland staan, en met welke Europese of derde landen wordt samengewerkt binnen deze procurements.
Wat is de stand van zaken van het Belgisch SAFE-plan?
Gaat u het Parlement hier ook inzage in geven?
Welke projecten of aankopen zijn voorzien om gefinancierd te worden binnen het kader van deze 8 miljard euro?
Hoe wordt binnen het plan verzekerd dat de bestedingen voldoen aan de Europese SAFE-criteria? Kan u toelichten wat deze criteria zijn?
Heeft u bij de opmaak van de nieuwe Strategische Visie met de SAFE-criteria reeds rekening gehouden?
Op welke manier wordt de Belgische defensie-industrie betrokken bij de opmaak en uitvoering van dit SAFE-plan?
Theo Francken:
België moest uiterlijk op 30 november 2025 zijn nationaal investeringsplan indienen, waarin de programma’s worden uiteengezet die bedoeld zijn om door de Europese Commissie toegekende middelen te gebruiken. Dat gebeurde op 28 november voor een bedrag van ongeveer 8,3 miljard euro. Het SAFE-nationaal investeringsplan is gebaseerd op de Strategische Visie '25. De geselecteerde programma’s zijn opgenomen in de toekomstige militaire programmeringswet voor de periode 2026–2034. Om zijn interesse kenbaar te maken in het kader van de SAFE-verordening, heeft België de volgende initiatieven voor gezamenlijke aankopen in overweging genomen: geïntegreerde lucht- en raketverdedigingssystemen, grondgevechtssystemen, munitie, unmanned air systems en counter-unmanned air systems , mogelijk in samenwerking met Oekraïne, maritieme oppervlaktecapaciteiten en gezamenlijke ruimtevaartcapaciteit. De belangrijkste toelatingscriteria bepalen dat die programma’s gezamenlijke aankopen moeten betreffen, uitgevoerd met Europese bedrijven en met een minimaal Europees aandeel van 65%. De programma’s die door België zijn geselecteerd, voldoen aan die vereisten. De SAFE-verordening en de Strategische Visie '25 zijn gelijktijdig opgesteld door verschillende instanties. Niettemin sluiten de capaciteitsbehoeften die hebben geleid tot de opstelling van de Strategische Visie perfect aan bij de SAFE-verordening. We zijn dus op tijd.
Kjell Vander Elst:
Dank u, mijnheer de minister. Het ging heel snel, maar ik ga het nog eens herbeluisteren. Ik zou het in ieder geval een zeer goede zaak vinden als er gezamenlijke aankopen plaatsvinden in samenwerking of partnerschap met Oekraïne, zeker wat betreft manned en unmanned air systems . Ik denk dat een van de oplossingen om Oekraïne op structurele wijze en financieel door de moeilijke periode te helpen erin bestaat om, zeker met de industrie, doorgedreven samen te werken en partnerschappen af te sluiten. Ik kom daar dus nog op terug.
De Belgische betrokkenheid bij corruptieschandalen binnen de NAVO
NATO-gate
De vermeende corruptie bij het NATO Support and Procurement Agency
NATO-gate
Corruptie bij het NATO Support and Procurement Agency (NSPA)
NATO-gate
De corruptie bij het NSPA en de verdenkingen ten aanzien van Elbit
NAVO-corruptieschandalen en Belgische betrokkenheid bij NSPA-kwesties
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Drie Belgische reservemilitairen (verbonden aan de NAVO-inkooporganisatie NSPA) worden verdacht van corruptie, omkoping en misbruik van vertrouwelijke aanbestedingsinformatie, volgens onderzoeken van Knack, Le Soir en Follow the Money. Minister Francken (Defensie) bevestigt dat de drie zijn geschorst en benadrukt het nultolerantiebeleid van NAVO/NSPA, maar stelt dat het om individueel wangedrag gaat—geen structurele tekortkomingen; een extern onderzoek loopt nog, met betrokkenheid van het parket. Kritiek van oppositieleden (Ponthier, Lacroix, Van der Straeten): ze eisen versterkte Belgische controles op NSPA-contracten (ook voor Elbit Systems, dat door NAVO is uitgesloten wegens corruptieverdenking), vrezen gebrek aan transparantie bij versnelde defensie-aankopen en wijzen op risico’s voor geloofwaardigheid van NAVO en België als gastland. Francken ontkent dat Belgische contracten zijn bevroren en belooft strengere integriteitsmaatregelen, maar geeft geen concreet antwoord over lopende Elbit-contracten bij Defensie. Lacroix (PTB) bekritiseert impliciet de regering voor mogelijke omzeiling van controles (bv. Inspectie Financiën) bij dringende wapenaankopen, terwijl Van der Straeten (Groen) vraagt om “robuust vertrouwen” in procedures. Francken verwijst naar toekomstige vervolgvragen en benadrukt Belgiës proactieve rol in NSPA-hervormingen, zonder nieuwe feiten over Elbit of interne audits te geven.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
De NAVO werd opgeschrikt door drie grote corruptiezaken, waarbij ook drie Belgische onderdanen gearresteerd zijn. Volgens het onderzoek zouden zij betrokken zijn bij omkoping, het doorspelen van gevoelige aanbestedingsinformatie en het sjoemelen met contracten voor logistiek en defensiemateriaal.
Dergelijke feiten zijn niet alleen bijzonder verontrustend voor de geloofwaardigheid van de NAVO als defensie-alliantie, maar ook voor dit land, dat een belangrijke logistieke rol vervult binnen de alliantie. België huisvest immers zowel het NAVO-hoofdkwartier in Evere als het Strategisch Commando in Mons, en is betrokken bij talrijke aanbestedingsprocedures.
In dat licht heb ik volgende vragen:
Kunt u bevestigen dat er effectief drie Belgische onderdanen werden opgepakt in het kader van deze corruptiezaken? Waren zij militairen, civiele medewerkers of verbonden aan private bedrijven met NAVO-contracten?
Zijn er aanwijzingen dat personeelsleden van onze Defensie kennis hadden van of betrokken waren bij de feiten?
Wat is de stand van zaken rond het onderzoek? Zijn uw departement of andere Belgische departementen betrokken bij het onderzoek?
Welke stappen onderneemt België binnen de NAVO om haar integriteits- en controlemechanismen te versterken, zeker in het licht van de steeds groter wordende militaire investeringsprogramma's en aanbestedingen?
Welke gevolgen heeft dit dossier voor lopende of toekomstige NAVO-projecten waarbij Belgische bedrijven of ambtenaren betrokken zijn?
Hoe kunnen zowel de lidstaten als de NAVO als organisatie hun anti-corruptiebeleid het best bijsturen volgens u, nu er zo vele miljarden aan belastinggeld naar defensie zullen vloeien?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, en mai dernier a éclaté un scandale qui a fait grand bruit dans le monde de la défense, à un moment où les dépenses militaires explosent en Europe. Ces milliards d'euros, parfois dépensés dans la précipitation, engendrent bien des appétits.
Pour résumer de manière succincte et précise, des employés et ex-employés de la NSPA - l’agence de soutien et d'acquisition de l’OTAN – auraient créé ou utilisé des sociétés de conseil privées, officiellement pour "accompagner" des entreprises de Défense dans leurs candidatures aux appels d’offres de l’OTAN. En réalité, ces sociétés leurs auraient transmis des informations confidentielles issues de la NSPA, en échange de pots-de-vin et rémunérations.
Trois affaires de corruption ont été révélées au cours de l’année écoulée, selon des enquêtes conjointes des journalistes de Knack, Le Soir, la plateforme Follow The Money et La Lettre. Trois employés belges seraient impliqués dans l’une de ces affaires.
Monsieur le ministre, quelle est la position officielle du gouvernement belge sur la tolérance zéro affichée par l’OTAN face à ces allégations? Considérez-vous que la gouvernance actuelle de la NSPA est suffisante? Faut-il envisager une réforme structurelle du contrôle de ses marchés? Quelle position est défendue par la Représentante permanente de notre pays auprès de l'Alliance?
Comment la Belgique s’assure-t-elle de l’intégrité des représentants qu’elle détache ou recommande auprès de la NSPA?
Au regard de ces révélations et alors que nous attendons votre loi de programmation et que de nombreux achats militaires belges sont passés par la NSPA, avez-vous décidé de prendre des mesures pour éviter tout risque de collusion dans les marchés belges? Des marchés belges sont-ils potentiellement concernés? Quelles garanties existent pour s’assurer que les marchés passés via la NSPA bénéficient d’un contrôle efficace et indépendant de la part des Etats-membres, dont la Belgique? Existe-t-il un audit interne ou un mécanisme de contrôle belge des contrats OTAN passés par la NSPA? En ce sens, la Défense belge a-t-elle réalisé ses propres vérifications des contrats conclus par la NSPA dont elle bénéficie au regard de ces révélations? Je vous remercie d’avance pour vos réponses.
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, met mijn vraag wil ik twee aspecten belichten, namelijk de NATO-gate en de update naar aanleiding van publicaties in Knack en Follow the Money . Daarbij werden twee internationale corruptieonderzoeken stopgezet door het Amerikaans ministerie van Justitie en werden de verdachten vrijgelaten. Zoals al aangekaart door de vorige sprekers, waren daarbij ook Belgen betrokken.
Het eerste deel van mijn vraag heeft betrekking op de stand van zaken vandaag en op de situatie van de Belgische reservisten die verdacht werden.
Het tweede aspect betreft een bijkomende recente update over dezelfde zaak, namelijk de betrokkenheid van het Israëlische bedrijf Elbit Systems. Dat bedrijf mag niet langer deelnemen aan aanbestedingsprocedures van de NAVO, omdat dat defensiebedrijf wordt onderzocht wegens mogelijke corruptie. Dat blijkt opnieuw uit datzelfde onderzoek van onder meer Follow the Money , waaruit tevens blijkt dat alle lopende samenwerkingen tussen de NAVO en Elbit zijn stilgelegd. Bovendien is het dochterbedrijf van Elbit, Oriented Advanced Systems, uitgesloten van nieuwe aanbestedingen.
Mijn vragen gaan over de contracten van de Belgische Defensie, al dan niet via de NSPA, met Elbit of met de dochterbedrijven. Zijn die contracten bevroren door het corruptiedossier? Lopen bepaalde reeds gesloten contracten door? Lopen er onderzoeken of zijn er onderzoeken afgerond aangaande contracten tussen de Belgische Defensie en Elbit die niet via de NSPA tot stand kwamen, maar via andere aankoopprocedures?
Theo Francken:
Het NATO Support and Procurement Agency, NSPA, maakte onlangs het onderwerp uit van beschuldigingen van wangedrag. Deze beschuldigingen hadden betrekking op verondersteld individueel gedrag en niet op de organisatie als geheel.
Zodra de oversight board van het agentschap, waarvan België deel uitmaakt, op de hoogte was gebracht, nam het de situatie heel ernstig. Tijdens de buitengewone vergadering van 7 maart heeft de oversight board opdracht gegeven tot een extern en onafhankelijk onderzoek, uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften.
Er zijn drie reservemilitairen bij betrokken. Defensie heeft mij bevestigd de nodige actie te hebben ondernomen, zodat ze geen wederoproepingen meer mogen doen en ze geen toegang meer hebben tot informatie betreffende overheidsopdrachten. Defensie veroordeelt ten stelligste elke vorm van corruptie, fraude of belangenverstrengeling en staat volledig achter het nultolerantiebeleid van de NAVO en de NSPA.
Onze nationale vertegenwoordiging in het bestuurscomité van het agentschap ondersteunt de handhaving van een streng bestuur, gebaseerd op transparantie, verantwoordingsplicht en onafhankelijk toezicht.
Les représentants belges détachés auprès de la NSPA sont soumis à un contrôle de sécurité OTAN, à une déclaration d'intérêts et au Code de déontologie de la Défense, qu'ils signent au moment de leur affectation et renouvellent tous les deux ans. La Défense assure un suivi constant de ses représentants dans les organisations internationales et réaffirme son engagement total en matière d'éthique et d'intégrité.
À ce stade, aucune indication ne permet de conclure que des marchés au profit de la Défense belge aient été affectés par ces affaires.
Contracten die via de NSPA worden gegund, zijn onderworpen aan een dubbele controle. Enerzijds gebeurt dat via de interne audit- en nalevingsmechanismen van de NSPA, overeenkomstig de aanbestedingsregels van de NAVO, en anderzijds via de DGMR, onze eigen dienst.
Defensie blijft actief meewerken in de bestuursorganen van de NSPA om transparantie ten opzichte van de lidstaten te waarborgen en om ervoor te zorgen dat de bevindingen van het onafhankelijk onderzoek volledig worden gedeeld en opgevolgd. Defensie pleit binnen de bestuursorganen van de NSPA actief voor een voortdurende verbetering van de normen inzake transparantie, onafhankelijke controle en integriteit in de aanbestedingsprocedures.
Par ailleurs, notre représentation nationale au sein du Conseil de surveillance de l'Agence et du Comité financier, administratif et d'audit agit de manière constante pour faire valoir une gouvernance exigeante fondée sur des principes essentiels liés à la bonne conduite et à la transparence des procédures.
En outre, elle appuie l'enquête externe et indépendante mandatée par ce même Conseil de surveillance de l'Agence afin que les faits soient examinés de manière impartiale et approfondie dans le respect de la réglementation de l'OTAN et de la NSPA.
Par ces actions, la Défense réaffirme son engagement à promouvoir des mécanismes d'intégrité, contraignant à un contrôle efficace des appels d'offres passés via la NSPA.
En tout état de cause et indépendamment des décisions que pourraient prendre les autorités américaines dans le cadre des enquêtes en cours sur la corruption au sein de l'Agence, la Défense belge poursuivra son engagement au sein des instances de gouvernance de la NSPA.
Defensie zal blijven inzetten opdat de integriteitsmechanismen niet alleen worden versterkt, maar ook bindend worden gemaakt. De lidstaten moeten volledige en transparante informatie krijgen over de aanbestedingsprocedures die via het agentschap worden uitgevoerd.
Er zijn geen Belgische contracten bevroren naar aanleiding van het onderzoek. Voor zover Defensie kan bevestigen, lopen er geen onderzoeken naar Belgische contracten. Contracten die geen voorwerp uitmaken van onderzoek in het kader van de hierboven vermelde procedure blijven lopen.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U hebt een overzicht gegeven van de huidige stand van zaken. Het is positief dat er proactief stappen zijn gezet om de nultolerantie binnen de organisatie te handhaven. Beschuldigingen van wangedrag zoals deze moeten altijd worden veroordeeld, zeker binnen een organisatie die zich wereldwijd presenteert als verdediger of pleitbezorger van vrijheid en democratie. Wanneer het gaat om aanbestedingen en het gebruik van publieke middelen, moeten transparantie, veiligheid, een onafhankelijk toezicht en integriteit vooropstaan.
Het interne auditonderzoek loopt nog, heb ik begrepen. Dat is nog niet afgerond. U bevestigt noch ontkent dat. U zegt dat de beschuldigingen betrekking hebben op individuen en niet op de organisatie, al straalt dat uiteraard ook af op een organisatie zoals de NSPA, dat toch als een onafhankelijke en veiligheidsgerichte instantie moet worden beschouwd. Uit uw stilzwijgen leid ik af dat we daarop kunnen terugkomen.
Theo Francken:
Zoals ik heb gezegd, tijdens zijn buitengewone vergadering van 7 maart heeft de oversight board opdracht gegeven tot een extern onafhankelijk onderzoek, uitgevoerd in overeenstemming met de NAVO- en NSPA-voorschriften, om de feiten op een onpartijdige en grondige manier te onderzoeken. Of dat onderzoek nog loopt dan wel is afgerond, is mij niet volledig duidelijk. Volgens wat ik begrepen heb, werd ook het parket ingeschakeld, wat impliceert dat er een gerechtelijk onderzoek loopt. De drie betrokken personen zullen niet opnieuw worden opgeroepen. Zij zijn op non-actief geplaatst. Ze zijn ook nog niet veroordeeld. Het onderzoek moet afgewacht worden.
Voorzitter:
Ik heb begrepen dat mevrouw Ponthier er in 2026 op zal terugkomen.
Annick Ponthier:
Zeker. Dank u wel.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je pense qu'il est important et absolument nécessaire de s'assurer, même si on passe par une commande de l'OTAN et à travers cette agence, qu'il y ait des contrôles internes belges renforcés. Nous allons en effet avoir des commandes qui vont s'accroître grâce aux investissements que la Belgique va consentir en matière de défense – les 2 % du PIB vont nous le permettre – et c'est un à rythme frénétique que nous allons devoir acheter certaines fournitures, équipements et armes.
J'entends souvent dans les rangs de la majorité cette petite musique qui semble affirmer qu'il y a trop de contrôles, qu'on doit passer par la Commission Achats militaires, qu'on doit passer par un avis de l'Inspection des finances, et que tout ça serait tellement plus simple si on pouvait acheter sans véritablement renforcer les contrôles, les audits internes et toutes les procédures en étant parfaitement intègre.
Or je crois justement que dans un climat où la géopolitique bouleverse toutes les certitudes, si l'État se fait flouer, si les citoyens et les citoyennes se font flouer à travers des scandales de corruption autour de l'achat d'armement, c'est une perte de crédibilité pour nos institutions et une atteinte à la foi que les citoyens et les citoyennes ont placé dans la démocratie et son bon fonctionnement. Il est donc essentiel qu'à côté de procédures d'achat contrôlées, il n'y ait pas de volonté de l'exécutif de passer outre les contrôles, notamment ceux de l'Inspection des finances, qui sont essentiels.
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, ten eerste, gezien de grote inzet is het, zeker als er een nood is om veel en snel aan te kopen, noodzakelijk dat er een absoluut en robuust vertrouwen bestaat in de procedures en de afwikkeling ervan. Het is goed dat er actie wordt ondernomen.
Het is ook goed dat de Belgische vertegenwoordiging dat proactief opneemt in de organen waar dat moet gebeuren. In uw antwoord hebt u gezegd dat de Belgische vertegenwoordiging dat proactief opneemt. Ik interpreteer dat als 'wij nemen daarmee het voortouw'.
Ten tweede, u hebt in uw drie laatste zinnen gezegd dat contracten die niet betrokken zijn, doorlopen en dat er bij ons geen betrokken contracten zijn. Mag ik ervan uitgaan dat u daarmee geantwoord hebt op wat ik specifiek vroeg in verband met Elbit, of was het een algemeen antwoord?
Theo Francken:
Algemeen, denk ik.
Tinne Van der Straeten:
Oké, dan zullen we daar misschien op terugkomen, maar dat houdt dan wel in dat vragen steeds opnieuw gesteld.
Theo Francken:
Ik wil wel, maar onder dit agendapunt zijn over één onderwerp zeven vragen samengevoegd. Mijn medewerkers proberen een antwoord voor te bereiden, maar dat mag ook geen twintig bladzijden lang zijn, want dan zitten we hier 25 uur te vergaderen. Bovendien zijn heel veel Kamerleden afwezig. Als u nog een expliciete vraag hebt over Elbit – vragen in verband met Israël blijven komen –, dien die in en dan krijgt u een antwoord.
Tinne Van der Straeten:
Maar ze was ingediend.
Theo Francken:
Ja, ik heb het antwoord gegeven.
Tinne Van der Straeten:
Voilà, dus niet dan.
Voorzitter:
Mevrouw Van der Straeten, net zoals aan mevrouw Ponthier deel ik u mee dat u gerust kunt gebruikmaken van de mogelijkheid om een vervolgvraag in te dienen in de loop van 2026.
De samenwerking met de gewesten op het vlak van Defensie
De ondertekening van het protocolakkoord met sommige gewesten en gemeenschappen
Defensie en de samenwerking met de gewesten
Defensiesamenwerking met gewesten en gemeenschappen
Gesteld door
PS
Christophe Lacroix
PS
Christophe Lacroix
Vooruit
Axel Weydts
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Christophe Lacroix (PS) bekritiseert dat het 34 miljard euro zware defensieplan (2025-2034) al was vastgelegd voordat het samenwerkingsprotocol tussen federale overheid en gewesten/communautiteiten werd ondertekend, en noemt de uitsluiting van Brussel-Capitaal (omwille van lopende zaken) "onacceptabel" – volgens hem schendt dit het federale respectprincipe. Minister Francken (N-VA) bevestigt dat het protocol drie thema’s (innovatie/industrie, opleiding/werkgelegenheid, infrastructuur) omvat en dat Brussel later kan toetreden, maar geeft toe dat concrete SGRS-samenwerking met gewesten nog ontbreekt. Lacroix eist transparantie (het protocol wordt later gedeeld) en benadrukt dat alle gewesten gelijk behandeld moeten worden, terwijl Axel Weydts (N-VA) positief is over de samenwerking maar meer details mist. Francken belooft een vervolgoverleg met Brussel en een defensie-verbindingsofficier voor coördinatie, maar laat ruimte voor kritiek op het timing- en inclusievraagstuk.
Christophe Lacroix:
Monsieur le président, je vais quand même prendre la parole et ne pas me référer uniquement à la version écrite de ma première question. Je vais me centrer sur la deuxième question, qui est encore beaucoup plus sensible.
Monsieur le ministre, dans le cadre de votre "Vision stratégique 2025-2034", le gouvernement Arizona s'est engagé à près de 34 milliards d'euros d'achats militaires.
Interrogé le mois dernier par ma collègue Éliane Tillieux au Parlement de Wallonie sur l'accord de coopération entre les Régions et le Fédéral en matière de Défense, le Ministre Jeholet lui a indiqué que le protocole d'accord entre la Défense et l'ensemble des entités fédérées du pays était toujours en cours de discussion et faisait l'objet de plusieurs tours de négociations.
Monsieur le ministre,
- Pouvez-vous me faire le point sur ces négociations et sur ce qui se trouve sur la table? Pouvez-vous me faire le point sur les réunions avec les différentes entités fédérées? À quelle échéance cet accord de coopération sera-t-il finalisé?
- Via cette réponse parlementaire, nous avons appris que la Défense aurait annoncé vouloir mettre en place une organisation de l'innovation et de l'industrie de Défense. Une réunion de ce nouvel "écosystème" était semble-t-il prévue à la fin du mois de septembre. De fait, quelles ont été les conclusions de cette première réunion?
- Le SGRS est compétent en matière de protection du potentiel économique. En ce sens, de quelle manière le SGRS va-t-il mieux travailler avec les entités fédérées largement compétentes en la matière?
- Enfin, nous avons ainsi été informés de la désignation du nouvel agent de liaison de la Région wallonne. Qu'en est-il des autres Régions? Des réunions ont-elles déjà eu lieu? Quel sera le rôle de ces agents de liaison vis-à-vis de la Défense ?
Monsieur le ministre, nous avons appris, par voie de presse, la signature d’un protocole d’accord entre le fédéral, les régions et les communautés afin de permettre une meilleure coopération en matière de défense, notamment au travers de la mise en œuvre de la Defence, Industry and Research Strategy (DIRS).
Comme j’ai déjà eu l’occasion de le dire lors du débat sur votre loi de programmation militaire, il est évidemment essentiel, dans un État fédéral, de pouvoir impliquer les régions – qui sont compétentes en matière d’industrie, d’emploi et d’économie – et les communautés – puisqu’elles sont compétentes en matière de recherche scientifique et d’enseignement supérieur –, afin de définir les programmes prioritaires afin de maximiser les retours sociétaux pour notre pays.
Je salue très sincèrement cette avancée dans un fédéralisme de coopération, mais je regrette simplement que cela intervienne alors que vous avez déjà défini votre loi de programmation militaire, qui pèse tout de même lourd: 34 milliards d’euros.
Par contre, je suis assez furieux par rapport au choix de ne pas avoir associé la Région de Bruxelles ‑ Capitale à ce protocole d ’ accord, sous pr é texte d ’ affaires courantes. Je m'interroge sur ce choix car une situation politique ne peut en effet pas justifier l ’ absence de concertation avec des institutions r é gionales qui disposent toujours d’un gouvernement qui fonctionne pleinement – certes en affaires courantes. C’est précisément le principe des affaires courantes. Nous avons également connu la situation au niveau fédéral, et cela ne nous a pas empêchés pas de fonctionner, ni même de représenter l’État à l’étranger. Nous avons même, en affaires courantes, dû décider d’interventions militaires ou de la participation à des interventions militaires.
Dans le prolongement de mes questions orales précédentes, comment expliquez ‑ vous que la signature de ce protocole intervienne apr è s le d é p ô t à la Chambre de votre loi de programmation? Y a ‑ t ‑ il encore une marge de man œ uvre dans l ’ implication des entit é s f é d é r é es, notamment au travers de la DIRS mais aussi des diff é rents programmes de votre ambitieux projet? Comment justifiez ‑ vous sinc è rement l ’ exclusion de la R é gion de Bruxelles ‑ Capitale de ce nouveau dispositif? Et surtout, quelles en sont les conséquences en termes d’intérêts économiques, ainsi que pour le tissu industriel, technologique et de recherche et développement de la Région de Bruxelles ‑ Capitale? Enfin, pourriez ‑ vous fournir le protocole à cette commission de la Défense ?
Axel Weydts:
Ik ben iets positiever gestemd. Samenwerking op het niveau van onze gewesten op het vlak van defensie is voor mij een no-brainer. Ik was dan ook heel blij toen ik zag dat er een samenwerkingsprotocol over ondertekend is.
Ik had gewoon graag gehad dat de minister ten aanzien van de commissie – hoewel we niet met zovelen zijn vandaag – wat meer uitleg kon geven over wat dat protocol precies inhoudt, wat de voordelen ervan zijn. Ik had graag wat meer uitleg gekregen.
Theo Francken:
Un protocole de coopération a été signé, instaurant une formule de concertation structurée entre la Défense et les entités fédérées (Flandre, Wallonie, Communauté française et Communauté germanophone), avec la possibilité pour la Région de Bruxelles-Capitale de rejoindre ultérieurement le dispositif. Une réunion se tiendra la semaine prochaine avec Karel-Jan et un membre du cabinet du ministre-président bruxellois M. Vervoort. Nous activerons le démarrage opérationnel des structures de travail.
Er wordt een verbindingsofficier van defensie in plaats gesteld om de praktische coördinatie te verzekeren, in nauw overleg met de door elke entiteit aangewezen contactpersonen. Hij zal regelmatig de betrokken kabinetten bezoeken.
Zijn missie is veelzijdig: het eerste contactpunt om onopgeloste vragen inzake defensie te beantwoorden, het faciliteren van contacten met de bevoegde entiteiten binnen defensie, een centrale rol spelen bij het opvolgen en het slagen van het protocol door de verschillende werkgroepen te begeleiden.
Trois axes thématiques guident d'emblée les travaux: innovation and industry ; formation, emploi et soins de santé; et infrastructure et mobilité. L'objectif est d'apporter des réponses communes à des défis partagés, d'allier intérêts et besoins et de convertir rapidement des convergences en solutions concrètes, formalisées dans des accords de coopération spécifiques. La signature de ce protocole cadre dans les objectifs de la vision stratégique 25 et n'impacte pas le contenu de la loi de programmation.
S'agissant d'Odin, si c'est bien à cette initiative que vous faites référence, notre intention est d'y associer structurellement les entités fédérées. À cette fin, nous utiliserons le protocole de coopération pour encadrer et organiser les négociations relatives à cette nouvelle organisation. Une coopération renforcée entre le SGRS et les entités fédérées n'existe pas à ce stade, elle n'est pas explicitement inscrite dans les lignes directrices du protocole. Ce qui n'est pas encore fait peut-être être fait dans le futur. Nous allons voir. Nous avons trois thèmes et nous allons travailler sur ces trois axes et ensuite nous verrons comment cela fonctionne.
Pour Bruxelles, il y a une réunion la semaine prochaine.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie. Franchement, je m'attendais quand même à un peu plus de précision et surtout de transparence. Vous nous avez habitués à beaucoup de transparence. J'espère dès lors que ce protocole sera mis à notre disposition.
Theo Francken:
Il vous sera transmis.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je salue à nouveau votre effort de transparence. Finalement, c'est facile avec le ministre Francken. Il suffit de demander et on reçoit. C'est magnifique! C'est vendredi, évidemment, tout le monde est fatigué. C'est la fin de la semaine, même si on a encore beaucoup de travail ce week-end. Par contre, sur Bruxelles, je vous ai bien entendu et je ne vais pas commencer à polémiquer. Mais dire qu'ils pourront venir après, c'est évidemment une manière intelligente de vous en sortir. Ils devaient toutefois être là dès le départ. Quoi qu'on pense de la Région de Bruxelles-Capitale, qu'on ait des avis divergents sur la manière dont elle est gérée, les institutions doivent être respectées. Il n'y a pas de sous-région dans notre pays. Il y a la Wallonie, la Flandre et la Région de Bruxelles-Capitale. Et le paysage francophone est tellement complexe qu'il y a aussi une Communauté française, appelée maintenant Fédération Wallonie-Bruxelles, ainsi qu'une Communauté germanophone. Et, un jour, nous aurons peut-être un État fédéral composé de quatre régions. Mais qu'une région soit habitée de 70 000 personnes, comme la Communauté germanophone, ou bien de 6 500 000 personnes comme en Flandre, dans un fédéralisme respectueux, tout le monde doit être traité sur un pied d'égalité. Un canton en Suisse n'est pas moins bien traité par l'État fédéral suisse, parce qu'il est petit ou parce que la coalition au pouvoir ne plaît pas à la coalition qui gère la Suisse. Faites donc, monsieur le ministre, quand même un peu attention à ce sujet.
De ontoereikende bescherming van infrastructuur en materiaal gelieerd aan Defensie
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kristien Verbelen bekritiseert dat defensiegerelateerde bedrijven – cruciaal voor nationale veiligheid – onvoldoende beschermd worden door gebrek aan duidelijke bevoegdheden bij Defensie en politie, die volgens haar incidenten negeren en bedrijven op eigen kosten laten opdraaien. Theo Francken wijst op de bestaande wet (2011) en de coördinerende rol van het NCCN, maar erkent dat het kader in herziening is; politie blijft primair verantwoordelijk, met ondersteuning van Defensie via het National Defence Plan. Verbelen blijft ontevreden: ze stelt dat ad-hoc-afhandeling (bv. niet-teruggebelde politie) onverenigbaar is met de regeringsambitie om Defensie te versterken, en eist een bindend kader om de zwakke schakel in de veiligheidsketen te dichten.
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, wij hebben heel wat ondernemingen die actief zijn in of rond de defensiesector en zodoende dragen zij rechtstreeks bij aan onze nationale veiligheid.
Ik hoor echter van verschillende bedrijfsleiders dat zij zich eigenlijk helemaal niet beschermd voelen tegen sabotage, activistische acties of indringers. Wanneer er zich incidenten voordoen, is de reactie vaak dezelfde. Defensie zegt, logischerwijs, niet bevoegd te zijn en dan wordt er contact opgenomen met de politie, maar die belt niet terug. Ondertussen blijven die bedrijven achter met de risico's en de kosten.
Dat zijn geen gewone bedrijven. Het zijn bedrijven waar er materieel wordt geproduceerd of opgeslagen dat onze militairen ondersteunt en onze kritieke infrastructuur beschermt. Als dat niet onder de nationale veiligheid valt, wat dan wel? Mijnheer de minister, u hebt het vaak over het belang van onze kritieke infrastructuur, net als ik, maar in de praktijk blijkt er toch een grijze zone te bestaan. Die bedrijven moeten vaak op eigen kosten beveiliging inschakelen omdat niemand zich bevoegd acht.
Ik vind dat hallucinant en heb daarom enkele vragen. Worden de ondernemingen die bijdragen aan de defensiecapaciteit van ons land beschouwd als onderdeel van de kritieke infrastructuur? Welke instantie is verantwoordelijk voor de bescherming in geval van concrete dreiging of incident? Ziet u nood aan een duidelijk kader of samenwerking tussen defensie, politie en Binnenlandse Zaken om dergelijke situaties in de toekomst te vermijden?
Theo Francken:
De wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging van kritieke infrastructuur definieert deze als de codes, installaties, systemen of delen daarvan van federaal belang, die essentieel zijn voor het behoud van vitale maatschappelijke functies, de gezondheid, de veiligheid, de beveiliging, de economische welvaart of het maatschappelijk welzijn en waarvan de verstoring van de werking of de vernietiging ervan een aanzienlijke weerslag zou hebben doordat die functies ontregeld zouden raken. De wet duidt het Nationaal Crisiscentrum aan om de coördinatie van de beveiliging en de bescherming van kritieke infrastructuren in België te verzekeren.
Het rechtskader wordt op dit moment herzien in het Parlement door de omzetting van Europese richtlijnen. Het NCCN coördineert met de politie, het OCAD en andere veiligheidsdiensten om indien nodig bijkomende externe beschermingsmaatregelen te implementeren bij verhoogde dreiging, inclusief voor defensiegerelateerde bedrijven. Ondertussen blijft de politie verantwoordelijk voor de algemene veiligheid in het land. De politie komt in actie bij een incident of op verzoek van het NCCN om externe maatregelen uit te voeren.
De bescherming van gevoelige infrastructuren wordt ook opgenomen in het Belgian National Defence Plan, dat Defensie ontwikkelt in uitvoering van de regeringsverklaring en de strategische visie. Dit gebeurt in nauw overleg met de federale overheid en de deelstaten.
Kristien Verbelen:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Voor mij blijft er weinig duidelijkheid. Bedrijven die onze veiligheid mee garanderen, mogen toch niet afhankelijk zijn van het al dan niet opnemen van een telefoontje bij de politie? We spreken vaak over de versterking van defensie, maar die begint niet enkel bij onze kazernes of bij onze eenheden, maar ook bij de mensen en bedrijven die materieel leveren of produceren. Ook zij zouden beschermd moeten worden. Zolang er geen helder kader bestaat over wie wat doet, wanneer en onder welke verantwoordelijkheid, blijft dit een zwakke schakel in onze veiligheidsketen. Dat lijkt mij moeilijk te rijmen met de ambitie van deze regering om van defensie opnieuw een sterke en betrouwbare pijler te maken.
De vertraging van het ASWF-programma
De vertraging bij de bouw van de ASWF-fregatten
De problemen met de bouw van de ASW-fregatten
Vertragingen en problemen bij ASWF-fregatbouw
Gesteld door
Open Vld
Kjell Vander Elst
Vooruit
Axel Weydts
N-VA
Peter Buysrogge
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Volgens Kjell Vander Elst en Peter Buysrogge dreigt vertraging bij Damen Naval (bouwer van de ASWF-fregatten) een operationele kloof te veroorzaken tussen de uitfasering van de huidige M-fregatten en de levering van de nieuwe schepen, wat de Belgische Marine en de NAVO-bijdrage in gevaar brengt. Minister Francken bevestigt de vertraging door ontwerpcomplexiteit en stelt dat Nederland (als lead nation) en België de impact evalueren, met een geactualiseerde planning verwacht in Q1 2026; hij ontkent contractuele risico’s (boetes of budgetoverschrijding) en benadrukt de bilaterale samenwerking om synergie en levensduurverlenging van de M-fregatten te waarborgen. Vander Elst en Buysrogge uiten kritiek op geruchten over mogelijke annulering maar hopen op beperkte vertraging, terwijl ze de afhankelijkheid van Damen’s herstel en de nieuwe planning als cruciaal beschouwen. De aankoop van een derde fregat blijft staan, maar wacht op technische en financiële validatie in 2026.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, we hebben het hierover al verschillende keren gehad, onder andere naar aanleiding van de Militaire Programmeringswet. Er bereiken ons signalen dat Damen, de producent van de ISWF-fregatten in moeilijke papieren zit en dat er wat problemen zijn, waardoor uitstel dreigt.
Dat zorgt natuurlijk voor een capaciteitsprobleem op termijn, zeker met het oog op het feit dat we een derde fregat wensen aan te kopen via de Strategische Visie, naast de twee die al aangekocht zijn. Als die ook vertraging oplopen, kan het zijn dat onze Marine in de problemen komt. We moeten ons vandaag soms al wat behelpen met de fregatten die we nu hebben. Het is dus essentieel dat een nieuwe aankoop goed opgevolgd wordt, opdat de levertermijnen gerespecteerd worden, of toch niet te veel vertraging oplopen.
Ik heb hierover een aantal vragen voor u, mijnheer de minister.
Klopt het dat het ASWF-programma vertraging heeft opgelopen? Wat zou de nieuwe oplevertermijn worden? Wordt er op dit moment binnen Defensie gewerkt aan een herziening van de planning en over een versneld onderhoudsschema voor onze huidige M-fregatten, om de operationele kloof te overbruggen? Ook niet onbelangrijk gelet op de strategische samenwerking met Nederland. Kunt u toelichten hoe de bilaterale coördinatie verloopt inzake de herziening van het ontwerp en de timing van het project?
Axel Weydts:
Collega Vander Elst heeft het perfect verwoord. Mijn grootste zorg gaat uit naar de eventuele operationele gap die we kunnen ervaren tussen het gebruik van onze huidige M-fregatten en de levering van de nieuwe ASWF-fregatten. Als de levertermijn effectief ver uitloopt, dreigen we echt met een gap te komen. Dat is mijn grootste bezorgdheid.
Ik vroeg me af wat de minister daaraan tracht te doen? Of misschien is het helemaal geen bezorgdheid? Dan kan de ongerustheid weggenomen worden.
Peter Buysrogge:
Ik wil mij vanop de voorzittersstoel aansluiten bij de vragen.
Wij hadden in de pers al een en ander gelezen daarover, maar tijdens de hoorzitting over het strategisch plan en de militaire programmeringswet bevestigde ook de stafchef dat er inderdaad problemen waren en dat er intensiever overleg met Damen diende te komen om na te gaan of er eventuele repercussies zouden zijn. De planning was initieel dat de eerste levering van het eerste fregat medio 2029 zou plaatsvinden.
Heeft er de voorbije periode overleg plaatsgevonden. Wat is daarbij uit de bus gekomen? Zijn er al resultaten? Kunnen eventuele ongerustheden worden weggenomen? Heeft een en ander repercussies voor de mogelijke bestelling van het derde fregat?
Kortom, ik heb behoorlijk veel vragen, waarvoor ik vooral uitkijk naar uw antwoord.
Theo Francken:
De vervanging van de huidige M-fregatten door de nieuwe anti-submarine warfare frigates blijft een essentieel programma binnen de uitvoering van de Strategische Visie voor Defensie. Het project kadert in een nauwe Belgisch-Nederlandse samenwerking op het vlak van capaciteiten in het maritieme domein, waarbij Nederland optreedt als lead nation voor de ontwikkeling en bouw van de fregatten en België voor de vaartuigen voor mijnenbestrijding.
Er is inderdaad sprake van een vertraging in het bouwschema van de ASW-fregatten bij de werf Damen Naval. De precieze impact op de uiteindelijke oplevering wordt momenteel door Nederland geëvalueerd, samen met de industriële partners. De vertraging houdt verband met de complexiteit van het ontwerp. Tijdens recente voortgangsgesprekken tussen het binationale projectteam en Damen Naval is vastgesteld dat de toegenomen integratie van systeemaanvullende engineering een beperkte aanpassing van de scheepsromp noodzakelijk maakt na herberekening van ruimte en gewicht. Het doel is te komen tot een futureproof fregat dat volledig beantwoordt aan de eisen inzake onderzeebootbestrijding met de daartoe nodige geïntegreerde sensoren en defensieve systemen.
België en Nederland blijven binnen het gezamenlijke kader voor het beheer van het programma nauw samenwerken om de planning en het risicobeheer op elkaar af te stemmen. Op dit moment is er nog geen definitieve nieuwe leveringsdatum vastgesteld. Damen Naval heeft bevestigd dat het tegen het einde van het eerste kwartaal van 2026 een volledig geactualiseerde leveringsplanning zal bezorgen. Beide landen nemen ondertussen maatregelen om de operationele relevantie van hun huidige M-fregatten te behouden. Zowel Nederland als België beschikken nog over twee operationele schepen, die ook de komende jaren actief blijven binnen NAVO-verband en die maritieme beveiligingsoperaties kunnen uitvoeren.
De afgesloten contracten bevatten duidelijke garanties bij ontwerpwijzigingen, vertraging of niet-naleving. De extra engineering cost die nu nodig is, ligt in principe bij de industrie en heeft geen onmiddellijke impact op het Belgische projectbudget. De contracten voorzien tevens in de mogelijkheid om boetes toe te passen indien dat opportuun zou zijn, maar dat is op dit moment niet aan de orde.
Het Duitse F126-programma heeft geen enkele contractuele of technische impact op het Belgisch-Nederlandse ASWF-programma. Beide projecten staan volledig los van elkaar en worden afzonderlijk beheerd.
Zoals voorzien in het regeerakkoord en de strategische visie blijft de intentie bestaan een derde fregat te bestellen. De lopende ontwerpoptimalisatie moet echter eerst worden afgerond om over gevalideerde technische en financiële gegevens te beschikken. De offertes van Damen Naval en Thales Nederland worden verwacht in het tweede kwartaal van 2026.
De bilaterale samenwerking met Nederland blijft uitstekend. We zitten regelmatig samen op bestuurlijk, technisch en operationeel niveau om de voortgang van het programma voor de bouw van de fregatten te bewaken en de implicaties op budgettair en operationeel vlak van eventuele aanpassingen gezamenlijk te beoordelen. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan het zoeken naar en behouden van synergie inzake onderhoud, opleiding en bewapening. Nederland en België delen de doelstelling om een capaciteitskloof te vermijden.
De noodzaak tot vervanging van de M-fregatten blijft onverminderd groot, zowel voor onze nationale veiligheid als voor de Belgische bijdrage binnen NAVO- en EU-verband. Defensie blijft het programma nauwgezet opvolgen, om tot een toekomstbestendig fregat te komen dat voldoet aan de hoogste eisen voor onderzeebootbestrijding.
De Belgische Marine onderzoekt samen met Nederland verschillende technische opties om de levensduur en de operationele waarde van de huidige schepen verder te optimaliseren en de aanwezigheid van België binnen NAVO en Europa te blijven verzekeren. Tot aan de komst van de nieuwe fregatten leveren de huidige schepen en hun bemanning bovendien een belangrijke bijdrage aan het behoud van kennis, ervaring en interoperabiliteit binnen de Belgisch-Nederlandse Marine. De Belgische Marine blijft dan ook, ondanks de vertraging, een betrouwbare en actieve partner binnen de NAVO en de Europese Unie.
Kjell Vander Elst:
Dank u, minister, voor uw antwoord. Het is goed dat onderzocht wordt hoe we de levensduur van de M-fregatten kunnen verlengen. Ik hoor enige bezorgdheid, maar geen grote bezorgdheid. Er hebben mij signalen bereikt dat er zelfs naar een annulering zou worden gekeken, maar dat kunnen verhalen zijn die niet kloppen. Ik hoop het in ieder geval, want we zijn al ver gevorderd in dat traject, in de aankoop en in de productie. Het lijkt er evenwel op dat we een periode zullen moeten overbruggen om onze M-fregatten langer in dienst te houden. Ik hoop dat dat technisch mogelijk is.
Einde eerste kwartaal 2026 zal er een nieuwe leveringsplanning komen. Ik kijk daarnaar uit en ik hoop dat de vertragingen in de leveringstermijnen tot een minimum kunnen worden beperkt. Dat wordt opgevolgd.
Peter Buysrogge:
Ik wil mij daarbij aansluiten. De samenwerking met Nederland op het vlak van de marine is een sterk verhaal, dat nu ook resulteert in gezamenlijke aankopen. Wij trokken het mijnenbestrijdingsverhaal, de Nederlanders trokken het fregattenverhaal. U hebt, zoals het u siert en zoals we u kennen, op een diplomatische manier geantwoord. Het feit is evenwel dat er wellicht een aantal problemen zijn bij Damen en dat we met spanning uitkijken naar de nieuwe planning die we in het eerste kwartaal van 2026 zullen krijgen. Over de fregatten is al veel gezegd en geschreven. We zijn in de vorige legislatuur geconfronteerd met een prijsstijging. Dat er nu in het beste geval een heel kleine vertraging of een beperkte prijsstijging zou zijn, tot daar, maar dat het tot een annulering zou leiden, dat geloof ik niet. We moeten ervoor blijven gaan. Ik reken erop dat we dat project samen met Nederland kunnen blijven trekken en dat Damen zijn zaken op orde krijgt.
De trumpiaanse communicatie van de regering
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Christophe Lacroix (PS) bekritiseert minister Francken (N-VA) voor provocatieve uitspraken (o.a. "Moscou van de kaart vegen") en onverantwoorde wapeninkopen (F-35’s), die België volgens hem diplomatiek ondermijnen en escalatie in de hand werken, met name door Trump-achtige retoriek. Francken ontkent elke oproep tot geweld, stelt dat zijn woorden uit context zijn gehaald en verdedigt ze als deterrentie om oorlog te voorkomen, terwijl hij Lacroix verwijt selectief te citeren voor politieke winst. Lacroix noemt Franckens toon "overdreven spierballenvertoon", suggereert dat deze zijn uitspraken later zal betreuren, en benadrukt hun gedeelde impulsiviteit – maar wijst elke ideologische nabijheid met PTB/PVDA af. De voorzitter sluit de discussie af zonder verdere reactie op de kernvragen (diplomatische gevolgen, defensiebeleid).
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre,
Pas un jour ne se passe sans que le gouvernement Arizona vire dans la "Trumpisation" de la politique belge. Pendant que votre collègue Clarinval stigmatisait scandaleusement nos concitoyens d'origines étrangères en les déclarant de fait "non-Belges", vous n'avez rien trouvé de mieux que d'indiquer que "Moscou serait rayée de la carte".
Une nouvelle fois, vous avez fait la une de la presse internationale après l'information relayée en masse que notre pays allait acheter plus de F-35 bien que nos pilotes soient déjà incapables à l'heure actuelle de s'entrainer en Belgique faute d'un espace aérien suffisant.
Evidemment, je ne partage aucun soutien pour le régime du président Poutine et condamne le plus fermement possible son attaque de l'Ukraine et ses menaces contre nos démocraties en particulier européennes ainsi que ses nombreuses offensives contre les droits humains contre lesquelles j'ai lutté de manière acharnée notamment à l'APCE. Mais je ne peux pas tolérer qu'un pays comme la Belgique joue dans la surenchère martiale au risque de totalement délégitimer notre appareil diplomatique dans un contexte de tensions internationales beaucoup plus large déjà exacerbé dangereusement notamment par votre ami américain sous la présidence de Donald Trump.
Votre interview a permis au Vice-président du Conseil de sécurité de Russie, Dimitri Medvedev, de vous répondre que la "Belgique disparaîtrait" de la carte. Vous avez commenté en indiquant une citation latine du poète Ovide: "Candida pax homines, trux decet ira feras", je vous invite donc, vous aussi, à ne pas devenir une bête féroce.
Monsieur le ministre,
Comment justifiez-vous le recours à un tel registre dans vos interviews en tant que ministre de la Défense?
Comment votre collègue en charge des Affaires étrangères a-t-il réagi à ces échanges?
Je vous remercie d'avance pour vos réponses.
Theo Francken:
Monsieur Lacroix, je dois dire que, plus la législature avance, plus le groupe PS commence à ressembler au groupe PVDA-PTB.
( Rires )
En effet, tout comme le collègue Boukili, vous sortez complètement une phrase de son contexte. Le passage que vous citez, monsieur Lacroix – "Ils raseront Moscou" – est totalement sorti de son contexte. Si vous lisez l'interview dans son intégralité, vous verrez qu'il s'agit de dissuasion dans le but, justement, d'éviter une escalade. J'y explique que la retenue au début a prolongé la guerre et que le scénario hypothétique de menace nucléaire est la raison pour laquelle certaines mesures n'ont pas été prises immédiatement. Ce n'est donc ni un appel ni un souhait de destruction – absolument pas.
Si, pour des raisons politiques, vous souhaitez extraire cette phrase de son contexte, comme l'a fait également M. Medvedev, libre à vous. Cela en dit plus sur vous que sur moi!
Voorzitter:
Het systeem van verwijzen naar de schriftelijke vraag heeft ook zijn beperkingen.
Christophe Lacroix:
Merci monsieur le ministre. Rassurez-vous, je reste bien socialiste. Mais à mon avis, vous n'avez pas souvent eu l'occasion de rencontrer de vrais socialistes. J'en suis un. Je m'oppose au communisme, je refuse le système "ptbiste", qui est un système de privation de liberté, et je suis un ardent défenseur de la solidarité. Pour moi, la liberté est essentielle, raison pour laquelle – même si parfois on a des courants politiques qui peuvent être convergents à certains niveaux – aucun rapprochement n'est véritablement possible entre le PTB-PVDA et moi-même.
Par contre, vous tirez une phrase du contexte. Vous avez fait de l'esbrouffe. Je vous connais et je vous apprécie. Vous aimez bien de temps en temps montrer vos muscles mais vous les avez montrés un peu fort quand même.
Je crois que, de temps en temps – et vous serez certainement d'accord avec moi –, quand vous avez dit quelque chose un peu trop vite, vous le regrettez. Vous n'allez pas me le dire ici, mais on se le dira peut-être un jour, après ce gouvernement. Je ne serai pas ministre, mais vous sans doute que oui, et nous aurons peut-être l'occasion d'en reparler, peut-être dans une équipe commune. Qui sait? Les socialistes vont aussi regouverner ce pays, et peut-être avec la N-VA. On aura l'occasion de débriefer tout ça, et vous m'avouerez ce que vous n'avez pas osé dire aujourd'hui, à savoir que vous êtes allé un peu trop fort et que, de temps en temps, il faut un peu mesurer ses paroles.
Je vous le dis parce qu'il y a une différence idéologique entre nous, mais j'ai un caractère comme vous. Parfois je suis excessif, je m'emporte, mais je l'avoue après à celles et ceux qui me sont proches. Je ne le dis pas toujours publiquement mais je suis convaincu qu'un jour vous allez me dire la vérité.
Voorzitter:
Vraag nr. 56009953C van de heer Buysrogge wordt omgezet in een schriftelijke vraag, net als de vraag nr. 56009974C van de heer Prévot.
De levering van F-16's aan Oekraïne
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Christophe Lacroix vraagt om opheldering over de vertraagde levering van Belgische F-16’s aan Oekraïne, met name de voorwaarde dat de nieuwe F-35’s eerst "volledig operationeel" moeten zijn (wat volgens hem 1–1,5 jaar duurt), en of België de Europese SkyShield-initiatief steunt. Minister Francken ontwijkt concrete antwoorden, verwijzend naar een nog niet ontvangen geactualiseerd leveringsschema en weigert gevoelige details publiek te delen, met de belofte later in commissie te reageren. Lacroix aanvaardt dit zonder verdere discussie.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je tenais cette fois à vous interroger sur un dossier dont je sais que nous partageons l'urgence: celui de l'aide à l'Ukraine dans un cadre européen face à l'agression russe, et plus particulièrement celui de la livraison d'une partie de notre flotte de F-16 à Kyiv.
Nous savons tous deux que ce dossier est sur la table depuis de longs mois maintenant, et qu'il est essentiel de garantir la sécurité de l'espace aérien du Benelux avant de pouvoir céder une partie de notre flotte de F-16 à l'Ukraine.
Monsieur le ministre, vous avez annoncé que les nouveaux F-35 doivent être "pleinement opérationnels" avant de laisser entrevoir la possibilité de céder nos anciens modèles. J'ai ainsi lu que cela prendrait un an à un an et demi.
En avril dernier, le gouvernement Arizona a promis la livraison à l'Ukraine de quatre de nos F-16 entre 2025 et 2026 au rythme de deux avions par an. Aussi, nous approchons de la fin de l'année. Je souhaitais ainsi savoir où en était cette livraison? Par ailleurs, qu'entendez-vous par le fait que nos F-35 doivent être "pleinement opérationnels" avant de laisser entrevoir la possibilité de céder nos F-16? Enfin, je souhaitais savoir si votre cabinet avait pris connaissance de l'initiative "SkyShield pour l'Ukraine". La Belgique a-t-elle déjà pris une position à ce sujet? Quels seraient les arguments pour ou contre une telle mission? En avez-vous déjà discuté avec vos homologues européens? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.
Theo Francken:
Monsieur Lacroix, j'ai demandé un nouvel agenda de livraison des F-16, ce qui signifie que je ne peux pas répondre maintenant parce que je ne l'ai pas encore reçu. Je serai en mesure de vous répondre lors de la prochaine commission de Suivi des missions militaires. Je ne peux pas donner publiquement une information aussi sensible.
Christophe Lacroix:
Je m'en tiens à votre réponse.
Het toekomstige hoofdkwartier in Evere
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Theo Francken bevestigt dat het nieuwe Defensie-hoofdkwartier in Evere (500 mln euro, design-build-maintain-contract) deels op Brussels en Vlaams grondgebied komt, met bouwwerkzaamheden van mei 2025 tot 2028 na afbraak (2024) en verkregen vergunningen via samenwerking met beide gewesten. Overtollige terreinen (ex-NAVO-zetel, huidige Justitie-locatie) en de tijdelijke Europese School worden verkocht voor herontwikkeling volgens het Plan d’Aménagement Directeur (PAD)—coördinatie ligt bij Defensie’s infrastructuurdiensten, maar de vertrekdatum van de school is onbekend. Christophe Lacroix (parlementslid) vraagt om details over budget, timing, duurzaamheid en regionale afstemming, maar krijgt enkel procedurele en financiële bevestigingen zonder diepgaande reactie op toekomstplannen voor verouderde gebouwen (bv. Quartier Reine Élisabeth) of concrete afspraken met lokale overheden.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, en juin dernier, vous avez symboliquement posé la première pierre du chantier du nouveau quartier général de la Défense – lancé et suivi par vos prédécesseurs – sur son site d'Evere en Région de Bruxelles-Capitale. Un projet de modernisation estimé à 499 millions d'euros et destiné à près de 4 000 membres du personnel.
L'actuel site construit au début des années 1970 ne répond plus aux standards. Le nouveau siège abritera un bâtiment principal offrant 2 800 postes de travail pour l'état-major, un centre de conférence accessible au public depuis l'avenue Léopold III, une crèche et les locaux de l'OCASC.
Dans le cadre de ce réaménagement majeur de ce site, une collaboration avec les autorités de la Région de Bruxelles-Capitale est essentielle.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me faire le point sur l'agenda, le budget et la programmation de ce futur siège de l'état-major ainsi que sur son financement et type de marché? Sa localisation sera-t-elle en tout ou en partie sur le territoire de la RBC? Des terrains sont-ils amenés à être vendus et si oui lesquels? Pouvez-vous m'indiquer si d'autres travaux ou projets sont prévus sur le site du quartier Reine Elisabeth où de nombreux bâtiments sont également vétustes? Pouvez-vous m'en donner le budget et l'agenda? Pouvez-vous me faire le point sur l'avenir du site, propriété de la Défense, où se situait l'ancien siège de l'OTAN et désormais le bâtiment "Justitia" occupé par le SPF Justice? Dans ce cadre, qu'en est-il de vos contacts avec les autorités régionales et communales notamment dans la mise en œuvre du Plan d'aménagement directeur qui devrait comprendre des logements, des bureaux et des équipements collectifs? Le site abrite également une école européenne "temporaire". Là aussi, pouvez-vous m'indiquer l'avenir du site et vos contacts avec les autorités concernées? Qui coordonne pour la Défense l'ensemble de ces évolutions importantes et qui marqueront durablement l'avenir de ce territoire? Enfin, pouvez-vous me faire le point sur les critères et aménagements durables du site?
Je vous remercie d'avance pour vos réponses.
Theo Francken:
En 2018, la Défense a décidé de construire un nouveau quartier général à Evere, sur le site de l’ancien siège de l’OTAN. Le 23 décembreؘ 2022, le Conseil des ministres a approuvé l’attribution d’un contrat de type design ‑ build ‑ maintain (DBM) pour la réalisation de ce nouveau quartier général, pour un montant d’environ 500 millions d’euros. Celui ‑ ci sera situ é à cheval sur les territoires de la R é gion de Bruxelles ‑ Capitale et de la R é gion flamande.
Les permis d’urbanisme et d’environnement ont entre ‑ temps é t é d é livr é s par les deux r é gions, gr â ce à une é troite collaboration avec les autorit é s comp é tentes concern é es. Des contacts ont é galement eu lieu avec les autorit é s r é gionales et communales pour l ’é tablissement d ’ un nouveau plan d ’ am é nagement directeur.
Concernant la r é alisation proprement dite du nouveau quartier g é n é ral, les travaux de pr é paration du site et de d é molition ont é t é entam é s en septembre 2024, et les travaux de construction ont d é but é début mai 2025. Ils se termineront en 2028.
En prévision du futur déménagement vers le nouveau quartier général, les travaux sur le site actuel du quartier Reine ‑ É lisabeth seront limit é s au maintien en é tat des infrastructures actuelles. Les b â timents de l ’ ancien si è ge de l ’ OTAN sont actuellement utilis é s par le SPF Justice. Les terrains excédentaires de l’ancien siège de l’OTAN seront vendus pour être réaménagés conformément au plan d’aménagement directeur (PAD).
Les terrains sur lesquels se trouve l’école européenne temporaire seront é galement vendus. La date de d é part de l ’é cole europ é enne temporaire n ’ est actuellement pas connue. Le site sera développé conformément aux principes du plan d’aménagement directeur et du ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). La coordination avec les différentes instances concernées est assurée par les services d’infrastructure de l’état ‑ major de la D é fense, qui assurent de mani è re g é n é rale la gestion du patrimoine immobilier de la D é fense.
Christophe Lacroix:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour ces précisions.
Voorzitter:
Vraag nr. 56010138C en vraag nr. 56010249C van collega Metsu worden omgezet in een schriftelijke vraag.
De spoorcorridors en de bruggen over de Maas
De spoorverbinding via de brug over de Maas
Spoorinfrastructuur langs en over de Maas
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters (N-VA) waarschuwt voor de mogelijke afbraak van de Maasbrug in Maastricht, die een toekomstige rechtstreekse spoorverbinding Hasselt-Maastricht (cruciaal voor Limburgs sociaaleconomisch en volgens hem ook militair belang) zou blokkeren, en dringt aan op Belgische diplomatieke actie om dit te voorkomen. Minister Francken (Defensie) bevestigt dat spoorinfrastructuur militair strategisch is, maar spoorlijn 20 (Hasselt-Maastricht) niet als prioriteit wordt beschouwd omdat heropening voor 2034 onhaalbaar is door complexe werken in beide landen; hij verwijst voor details naar bevoegde minister Crucke en benadrukt investeringen in alternatieve NAVO/EU-corridors. Troosters stelt geen vervolgvragen, de discussie eindigt zonder concrete toezeggingen over diplomatieke interventie of heroverweging van de lijn.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Al sinds de vorige legislatuur waarschuwt mijn fractie in dit parlement voor de mogelijke afbraak van de Maasbrug in Maastricht. Deze afbraak zou het definitief onmogelijk maken om een rechtstreekse treinverbinding van Vlaanderen (via Hasselt) naar Maastricht te realiseren. Dit zou enorme maatschappelijke en sociaal economische gevolgen hebben voor Limburg en de achterliggende regio's. In het licht van de huidige geopolitieke situatie zou een spoorverbinding tussen Hasselt en Maastricht ook van groot militair belang kunnen zijn.
Het is dus belangrijk dat op elk mogelijk politiek niveau alles uit de kast gehaald wordt om onze buren uit Nederland te overtuigen van het belang van het behoud van de Maasbrug en dus niet tot de afbraak van deze brug over te gaan.
Wat is de visie van de minister van Defensie inzake een mogelijke rechtstreekse spoorverbinding tussen België (Hasselt) en Nederland (Maastricht)? Zou deze spoorverbinding van militair belang kunnen zijn? Is de minister van oordeel dat een afbraak van de Maasbrug langs Nederlandse zijde een goede zaak zou zijn?
Werd de mogelijke afbraak van de Maasbrug in Nederland reeds besproken binnen de regering? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet? Zal dit alsnog gebeuren?
Zal er van uwentwege een diplomatiek initiatief genomen worden om de afbraak van de Maasbrug (trachten) te voorkomen, al dan niet met het oog op een mogelijk militair belang van een rechtstreekse spoorverbinding tussen Hasselt en Maastricht? Zo ja, welk en wanneer? Zo neen, waarom niet?
Theo Francken:
Het spoorwegnet is van cruciaal belang om grote hoeveelheden militair materieel vlot te laten bewegen over het Europese continent. Het is zowel cruciaal voor de ontplooiing en de ondersteuning van de eigen troepen die buiten onze landsgrenzen worden ingezet, als voor de rol die België heeft als ontvangst- en doorvoerland van de geallieerde troepen bij enablement .
Samen met de collega’s van de FOD Mobiliteit en Vervoer en met Infrabel heeft Defensie de strategisch belangrijke spoorcorridors in kaart gebracht en afgelijnd met de NAVO-landen, met de buurlanden en met de EU.
De knelpunten op die prioritaire spoorcorridors zullen voor 2034 worden aangepakt, en dat in overeenstemming met de militaire behoeften van de EU en de NAVO. Meer details over de knelpunten kunnen uit veiligheidsoverwegingen niet gecommuniceerd worden.
Op dit moment is spoorlijn 20 niet in gebruik. De spoorlijn werd ook niet meegenomen als strategisch belangrijke spoorcorridor voor militaire mobiliteit, daar de heropening op korte termijn – lees: voor 2034 – niet haalbaar is. Spoorlijn 20 behelst meer dan de brug over de Maas zelf, en zowel in België als in Nederland is daarvoor een reeks ingrijpende stappen vereist.
Voor verdere details daarover verwijs ik graag naar minister Crucke, die ervoor bevoegd is. We blijven investeren in alternatieve spoorcorridors boven op de geïdentificeerde prioritaire spoorcorridors. Dat blijft een terecht aandachtspunt en een absolute meerwaarde voor een efficiënte en snelle militaire mobiliteit vanuit de zeehavens op lange termijn.
Frank Troosters:
Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Voorzitter:
De heer De Smet is afwezig. Zijn vraag nr. 56010271C vervalt dus.
De wederkerende pannes met het Falcon-regeringsvliegtuig
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Axel Weydts (N-VA) vraagt om opheldering over herhaalde technische problemen met het Belgische regeringsvliegtuig (een geleasde Falcon 7X), die volgens hem leiden tot reputatieschade, vertragingen en extra kosten, en wijst op de noodzaak van betrouwbare capaciteit als uithangbord voor België binnen EU en NAVO. Minister Theo Francken (Defensie) verklaart dat de recente incidenten (brandstofbalansstoring en valse brandmelding) geen structureel falen aantonen, benadrukt dat de vloot voldoet aan alle technische normen (met geplande onderhoudsinspecties tot 2031) en bevestigt dat de aankoop van twee nieuwe toestellen (in plaats van leasing) vanaf 2027 zal worden afgerond, met gefaseerde ingebruikname om capaciteitsverlies te vermijden. Francken bekritiseert impliciete suggesties dat de vloot onbetrouwbaar zou zijn ("geen rotbakken"), prijst het professionalisme van bemanning en onderhoud en relativeert de impact ("ergere dingen dan op Sint-Maarten stranden"). Weydts ontkent elke kritiek op defensiepersoneel en bevestigt de hoge inzetbaarheid van de toestellen, met name voor NAVO-doeleinden.
Axel Weydts:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Het raakte onlangs bekend dat het regeringsvliegtuig, dat werd ingezet voor de Belgische delegatie naar de CELAC-EU-top in Colombia, eerst moest terugkeren en vervolgens een tussenlanding maakte op Sint-Maarten. Dit was niet de eerste keer dat er technische problemen waren met de regeringsvliegtuigen. Zulke incidenten leiden tot vertragingen, bijkomende kosten en vooral tot reputatieschade voor ons land in het buitenland.
In uw reactie op sociale media benadrukte u terecht dat “de geleasde Falcons van Defensie al jaren volop draaien, de wereld rondvliegen voor o.a. de Koning, de regering en de NAVO, met aan boord topprofessionals die u extra wil bedanken". U kondigde ook aan dat in het Wetsontwerp houdende de militaire programmering van investeringen, personeel en technologische versterking voor de periode 2026-2034, de aankoop van twee nieuwe toestellen voor de zogenoemde “witte vloot" is opgenomen, aangezien het huidige leasecontract in 2028 afloopt.
Die toelichting biedt belangrijke duidelijkheid, maar roept tegelijk bijkomende vragen op. Het incident toont immers aan dat de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de huidige vloot onder druk staan, terwijl regeringsvluchten ook het uithangbord zijn van onze militaire luchtvaartcapaciteit en de geloofwaardigheid van België als partner binnen de EU en de NAVO.
Ik heb hierover volgende vragen:
Kunt u toelichting geven over de precieze technische of operationele oorzaak van dit recente incident?
Hoe schat u de huidige staat van de geleasde Falcons in, en welke maatregelen worden genomen om hun inzetbaarheid te garanderen tot de nieuwe toestellen operationeel zijn?
Wanneer verwacht u dat de aankoopprocedure voor de nieuwe toestellen effectief kan worden opgestart en afgerond, zodat de overgang tijdig en zonder capaciteitsverlies kan gebeuren?
Voorzitter: de heer Christophe Lacroix.
Président: M. Christophe Lacroix.
Theo Francken:
Staat dat vliegtuig vaak in panne? Wanneer ik met dat toestel vlieg, is er nooit een panne. Alle gekheid op een stokje, het eerste technische probleem waarvoor het toestel na het opstijgen moest terugkeren naar Melsbroek, betrof een probleem met de fueltransfer tussen twee brandstoftanks, wat geleid heeft tot een onbalans van het toestel. De fuel transfer valve actuator werd vervangen, alvorens de vlucht kon worden hervat.
Het tweede technische probleem bestond uit een brandindicatie in het motorcompartiment van motor nummer drie. De analyse van de technici heeft aangetoond dat het ging om een slecht werkend onderdeel van de fire detection loop in het motorcompartiment, dat aanleiding gaf tot een foutieve indicatie. Na de identificatie van het betreffende onderdeel en de vervanging ervan was het toestel opnieuw operationeel.
De toestellen worden onderhouden volgens het door de constructeur Dassault opgestelde onderhoudsschema en ze voldoen bijgevolg volledig aan de voorgeschreven technische vereisten. In dat kader ondergaan beide Falcon 7X-toestellen elke acht jaar een diepgaande inspectiefase. Voor het betrokken toestel is de inspectie gepland in de loop van het eerste kwartaal van 2026. Door de geplande onderhoudsactiviteiten uit te voeren, blijft de vloot operationeel inzetbaar tot het einde van het contract in april 2031.
Dat neemt niet weg dat er altijd een onvoorziene panne kan voorvallen. Om de impact van een onvoorziene panne te minimaliseren, beschikt Defensie over verschillende middelen en contracten om zoveel mogelijk ongemak voor de passagiers te vermijden. In dat kader werd dan ook een oplossing gevonden om de passagiers naar hun eindbestemming te brengen.
Het huidige leasingcontract voor de Falcon 7X loopt tot april 2031. In de Strategische Visie is het plan om het huidige leasingcontract voor de Falcon 7X te vervangen door de aankoop van toestellen met een soortgelijke capaciteit. Er zal dus niet langer worden geleased maar aangekocht. De marktprospectie voor die aankoop is begonnen en zal ten vroegste begin 2027 aanleiding geven tot een contractuele gunning. De operationele inzet van de nieuwe toestellen wordt gefaseerd ingepland, parallel met het huidige contract, zodat de overgang van het huidige leasingcontract naar het gebruik van eigen toestellen van Defensie zonder capaciteitsverlies zal verlopen.
Overigens, er zijn ergere dingen dan op Sint-Maarten stranden. Die toestellen vliegen bijzonder veel en dat verloopt bijna altijd zeer goed. Ik kan daarvan getuigen, want ik gebruik ze vaak. Onze crew is zeer professioneel. De piloten worden – dat zijn allemaal militairen – tot in de puntjes opgeleid.
Ik begrijp de kritiek. Die begrijp ik zeker. Het is niet prettig. Die ongemakken halen natuurlijk de hele timing overhoop. We hebben allemaal zeer strakke schema’s en heel veel besognes, maar sta me toch toe hulde te brengen aan het personeel dat zich elke dag inzet om de vips op een correcte manier te bedienen, te vervoeren en te brengen naar waar ze moeten zijn. Ik vind dat die waardering soms ontbreekt. Bij dezen heb ik dat toch nog eens gedaan. Ik heb het trouwens ook op Twitter gedaan, want het gaat hier niet om rotbakken . De waarheid is toch enigszins anders.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, voor alle duidelijkheid, u mag geen enkele vorm van misprijzen ten aanzien van ons defensiepersoneel achter mijn vraag zoeken. Het defensiepersoneel zet zich dagelijks in om die toestellen in de lucht te houden. Ik heb begrepen dat de secretaris-generaal van de NAVO daar heel veel gebruik van maakt, net als andere vip's. Het zijn dus vaak gesolliciteerde toestellen en ik schaar mij achter uw hulde voor het betrokken personeel.
Het diplomatieke incident met de Belgische defensieattaché in Washington
Het ontslag van een Belgische militair attaché in Washington
Belgisch diplomatiek incident en ontslag militair attaché in Washington
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Axel Weydts bekritiseert de "overdreven" Amerikaanse reactie op een artikel van generaal Verbist (door de VS de facto persona non grata verklaard), maar noemt diens vertrek een "pragmatische" oplossing; hij prijs Verbists staat van dienst. Christophe Lacroix beschuldigt Trump van willekeurige censuur en hypocrisie (vrijheid van meningsuiting vs. represaille voor kritiek) en hekelt dubbele standaarden in de Belgische aanpak (vs. eerdere kritiek op Frankrijk); hij eist officiële protesten (o.a. oproep VS-ambassadeur). Minister Francken bevestigt dat Verbist zelf om ontslag vroeg na politieke druk, benadrukt dat het artikel zijn persoonlijke mening was en mijdt verdere commentaar; hij ontkent selectieve behandeling en wijst op "afgeronde" diplomatieke stappen rond Frankrijk. Lacroix herhaalt zijn verontwaardiging, wijzend op Trumps eigen beledigende taal en pleit voor steun aan Verbist als symbool van Belgische soevereiniteit.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, er was een diplomatiek incident. De vraag is hoe diplomatisch we hier moeten zijn als parlementslid. In principe niet.
Allereerst wil ik mijn appreciatie uitdrukken voor generaal Verbist. Ik verneem dat hij een uitstekend officier is, een uitstekende generaal met een uitstekende staat van dienst. Ik wil dan ook hulde brengen aan die uitstekende staat van dienst.
Blijkbaar heeft hij echter iets gezegd wat zeer zwaar gevallen is bij onze Amerikaanse partners. We hebben het daarover bij het begin van deze commissievergadering al gehad.
Ik moet zeggen dat ik de reactie van de Amerikaanse administratie overdreven vind. Ik meen dat echt. Aan de andere kant begrijp ik ook wel de positie waarin we op dit moment zitten. Als op een bepaald moment een diplomaat – civiel of militair – de facto persona non grata wordt verklaard door het land waar hij actief is, kan men bijna niet anders dan komen tot de beslissing die nu genomen is. Dat is zeer te betreuren, al denk ik dat dit gewoon een pragmatische, realistische en nuchtere aanpak van de zaken is. Ik betreur dat dus en ik vind echt dat de reactie van de Verenigde Staten overdreven is, maar ik begrijp de gevolgen daarvan.
Ik vroeg mij af, mijnheer de minister, hoe u daarnaar kijkt. U hebt hierover achter gesloten deuren al iets gezegd en misschien wilt u daar op dit moment niet dieper op ingaan. Dan respecteer ik dat uiteraard. Ik wil echter publiek gezegd hebben dat ik betreur hoe men vanuit de VS heeft gereageerd. Ik wil ook nogmaals mijn appreciatie uitspreken voor een uitstekend officier met een uitstekende staat van dienst.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, nous avons appris par la presse la démission "forcée" d'un attaché militaire belge en poste à Washington. La raison principale qui serait invoquée? La publication, dans la Revue militaire belge, d'un article proposant une analyse critique des premiers mois du second mandat de Donald Trump.
Nous connaissions déjà la susceptibilité du président américain et sa propension à se montrer vindicatif envers quiconque, au sein même de son administration, s'était permis de le critiquer. Désormais, il semble que le tout-puissant Donald Trump, s'octroie le droit d'expulser du territoire américain tout représentant d'un pays allié, dont les commentaires seraient jugés trop sévères à l'égard de son bilan en matière de politique étrangère.
Il semble que vous assumiez une posture plus "radicale" lorsqu'il s'agit d'un militaire donnant son avis sur le Président américain contrairement à votre minimisation lorsque votre "speechwriter" s'était permis lui d'émettre des critiques à l'encontre de notre allié français cette fois. Il y a de quoi s'interroger sur les doubles standards dans l'armée belge et votre cabinet.
Monsieur le ministre, que pouvez-vous nous dire au sujet de cet évènement? Condamnez-vous la décision prise par l'administration Trump de contraindre l'attaché militaire à démissionner de ses fonctions et à quitter le territoire américain? Envisagez-vous des contre-mesures avec votre collègue en charge des Affaires étrangères? Par ailleurs, comment expliquez-vous ce deux poids deux mesures, à savoir cette différence de traitement selon la personne concernée et l'allié visé? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.
Theo Francken:
Brigadegeneraal Bart Verbist, onze Belgische defensieattaché in de Verenigde Staten, gestationeerd in Washington, heeft onlangs een artikel geschreven dat vervolgens werd gepubliceerd in het Belgisch Militair Tijdschrift . Het artikel heeft in de Verenigde Staten beroering en enkele reacties veroorzaakt in politiek-militaire middens.
La Revue Militaire Belge est un périodique d'information qui s'adresse aux officiers et aux autorités militaires et civiles belges. Les articles qu'elle publie n'engagent que la responsabilité des auteurs. Ils ne refl è tent donc pas nécessairement le point de vue des autorités militaires.
Aangezien de reacties op zijn artikel zijn functioneren als defensieattaché moeilijk maakten, heeft generaal Verbist gevraagd om uit zijn functie te worden ontheven. Defensie heeft beslist in te gaan op zijn verzoek om uit zijn functie van defensieattaché te Washington te worden ontheven. De betrokkene heeft bij zijn terugkeer in België een andere functie gekregen binnen de defensiestaf.
La décision fut prise en concertation avec toutes les parties concernées afin de répondre aux préoccupations de chacun et de préserver en même temps notre position diplomatique.
En ce qui concerne la prise de position d'un des membres de mon cabinet envers la France, les démarches politiques et personnelles nécessaires ont été prises pour apaiser toutes les tensions. L'affaire est close.
Voor de rest ga ik daarop in een openbare vergadering geen verder commentaar geven.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vais me permettre un commentaire. De mémoire, il me semble que le général a utilisé deux mots pour qualifier le président américain et sa politique: "imprévisible" et "chaotique". Ce ne sont même pas des injures ni des termes agressifs ou indécents. Or, quand, dans un avion, Donald Trump traite de piggy une journaliste américaine qui lui pose des questions, je me demande où est l'indécence, où est l'injure? Elle est dans le chef du président américain qui, constamment, utilise des termes abusifs, condescendants, méprisants, haineux, en particulier lorsqu'il s'agit de femmes. Franchement, je trouve cela regrettable, d'autant plus que ce fameux président que l'on surnomme affectueusement Daddy à l'OTAN – il s'en moque d'ailleurs lui-même aujourd'hui – prône toujours la liberté d'expression. On doit pouvoir dire tout ce que l'on pense, sauf que, quand on n'est pas d'accord avec lui, on se fait foutre dehors. C'est en effet ce qui est arrivé à cet excellent général, dont vous avez rappelé les états de service. Je comprends donc et je ne reviendrai pas sur la France. On en avait d'ailleurs parlé auparavant. Même si nous sommes un petit pays, nous ne devons pas laisser ce général de côté et nous devons manifester officiellement notre mécontentement. Comme je l'ai dit à votre collègue en charge des Affaires étrangères, je pense qu'on aurait dû convoquer l'ambassadeur des États-Unis pour lui dire que c'était un acte tout à fait regrettable, qui ne doit pas être accepté aussi facilement par notre pays.
Het bezoek van de minister aan Letland
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Francken lichtte zijn kort bezoek aan Letland toe, waar hij de samenwerking met het NAVO-Center of Excellence for Strategic Communications (tegen Russische desinformatie) benadrukte en aankondigde dat België mogelijk lid wordt; Defensie onderzoekt nog concrete bijdragen. Hij bevestigde ook de versnelde levering van 300 Blaze-drones (oorspronkelijk voor Letland) dankzij exportlicenties, en de deelname van Belgische F-16’s aan Baltic Air Policing tijdens de nationale feestdag. Weydts prees het "blitzbezoek" als vruchtbaar, terwijl hij een vraag over een Oekraïens vredesakkoord introk, wijzend op de snelle, onvoorspelbare ontwikkelingen in het dossier.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, u bezoekt heel wat partnerlanden, wat toe te juichen is. Kunt u onze commissie inlichten over het verloop van uw bezoek aan Letland? Wat hebt u terug meegebracht naar België op het vlak van samenwerking?
Theo Francken:
De informatieoorlog die Rusland tegen Europa voert, vraagt om doeltreffende tegenmaatregelen. Het Center of Excellence for Strategic Communications is het uitgelezen orgaan, met de nodige expertise, om de NAVO en haar bondgenoten bij te staan in de verdediging tegen die hybride dreigingen.
Een eerste stap is het verdiepen van de onderlinge samenwerking. Dat zal ons toelaten de expertise in strategische communicatie te versterken, verschillende doctrines beter op elkaar af te stemmen en door nauwere contacten snel op de hoogte te blijven van nieuwe trends op het gebied van desinformatie.
Op dit moment heeft de Belgische Defensie geen verplichtingen tegenover het Center of Excellence. Defensie onderzoekt nog welke bijdrage in een volgende fase kan worden geleverd om de samenwerking verder te intensifiëren. Concreet verwacht Defensie dat een verdiepte samenwerking zal leiden tot een betere kennis van best practices en lessons learned . Als het aan mij ligt, worden we ook lid van dat Center of Excellence.
Defensie heeft in het dringende dossier CUS voorzien in de verwerving van 300 Blaze-drones, samen met warheads, grondstations en dataterminals bij Drones Robotics, via de Belgische firma COPS. Door een productieswitch met een bestelling die initieel voor Letland was voorzien, en dankzij de nodige steun vanuit Letland om versneld de vereiste exportlicenties te verkrijgen, zal België waarschijnlijk een eerste deel van die bestelling al dit jaar geleverd kunnen krijgen. Ik denk dat dat ondertussen trouwens gebeurd is. Over het effectieve gebruik van dat materiaal kan om redenen van operationele veiligheid niet worden gecommuniceerd.
Ik was in Letland de dag voor de nationale feestdag. Onze F-16’s kwamen toen toe, zij hebben deelgenomen aan de nationale feestdag, aangezien Letland zelf niet over F-16’s beschikt, en we voeren daar Baltic Air Policing uit. We hebben die toestellen ontvangen op de militaire luchthaven. Er was een kleine ceremonie, met een toespraak. Ik ben daar misschien maar twaalf uur geweest, ’s ochtends erheen, en ik was tegen 18 uur al thuis.
Axel Weydts:
Ook een blitzbezoek kan vruchten afwerpen, mijnheer de minister. Felicitaties voor wat u daar hebt bereikt.
Voorzitter:
É tant donné que nous en avons parlé ce matin, je propose de retirer ma question n ° 56010660C sur le plan des opérations militaires.
Nous en arrivons à la question n° 56010820C de M. Weydts sur l'accord de paix pour l'Ukraine.
Axel Weydts:
Mijnheer de voorzitter, ik heb deze vraag ingediend naar aanleiding van het eerste plan, dat voorgesteld werd. Alles beweegt, heel snel of heel traag. Het verandert alleszins duidelijk, soms dagelijks, soms wekelijks. Ik wil de minister dus ontslaan van de plicht om deze vraag te antwoorden. Ik zal erop terugkomen als er een echt vredesakkoord is, die naam waardig. Ik trek mijn vraag dus in.
De mogelijke screenings van militairen op 'relationele ontrouw'
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Axel Weydts vraagt kritisch of Defensie militairen screent op "relationele ontrouw" als risicofactor voor veiligheidsmachtigingen en hoe dit juridisch, proportioneel en privacyvriendelijk verloopt. Theo Francken ontkent dat ontrouw deel uitmaakt van standaard screenings, maar bevestigt dat het wel kan meewegen in veiligheidsmachtigingen (bij toegang tot geheimen) als er chantagerisico dreigt—altijd met toestemming, transparante communicatie en beroepsmogelijkheid. Weydts erkent zijn terminologische verwarring, terwijl Francken mediaberichten over een vakbondsklacht als onnauwkeurig afdoet. De discussie blijft onbeslist over de praktische impact op loopbanen.
Axel Weydts:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De recent verschenen berichten over mogelijke screenings van militairen op “relationele ontrouw” roepen vragen op. In een organisatie die rekent op vertrouwen, transparantie en rechtszekerheid moeten beoordelingsmechanismen helder, proportioneel en controleerbaar zijn. Zeker in tijden waarin Defensie alles inzet op het aantrekken én behouden van personeel.
Daarom heb ik volgende vragen:
Klopt het dat Defensie onderzoekt of militairen “ontrouw in hun relatie” zijn, en dat dit als risicofactor wordt meegewogen in beoordelingen of veiligheidsscreenings?
Indien ja: op basis van welke regelgeving of interne richtlijnen gebeurt dit, welke informatie wordt precies verzameld, en hoe wordt de privacy en rechtsbescherming van het personeel gegarandeerd?
Wat kan de concrete impact zijn van deze praktijk op de loopbaan van militairen (veiligheidsmachtiging, functietoewijzing, evaluatie), en hoe wordt hierover gecommuniceerd naar personeel en sociale partners?
Theo Francken:
Mijnheer Weydts, de termen 'screening' en 'veiligheidsmachtiging' worden vaak door elkaar gebruikt. Toch is er een wezenlijk verschil. Iedere burger of militair die bij Defensie in dienst treedt, wordt onderworpen aan een screening. Voor een screening worden enkel de databanken geconsulteerd die limitatief opgesomd zijn in artikel 32 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. Hierbij wordt nagegaan of betrokkene het geschikte profiel heeft om te werken bij Defensie. Er wordt vooral gekeken of betrokkene eerder in aanraking is gekomen met politie of Justitie of bekend is wegens banden met extremistische groeperingen.
Ontrouw in een relatie komt niet aan bod bij screenings. De personen die een functie bekleden waarbij toegang tot geclassificeerde informatie nodig is, hebben een veiligheidsmachtiging nodig. Dat is dus iets anders dan de screening. Hiervoor moet een bijkomend onderzoek worden uitgevoerd, waarvoor dezelfde wettelijke basis van 11 december 1998 geldt. De veiligheidsmachtiging wordt afgeleverd, wanneer de ADIV van mening is dat een personeelslid de nodige garanties biedt met betrekking tot integriteit, loyaliteit en geheimhouding. De veiligheidsonderzoeken gebeuren steeds na voorafgaande schriftelijke toestemming van de betrokkene. Het personeelslid kan bovendien te allen tijde zijn goedkeuring intrekken.
Het kan gebeuren dat tijdens de onderzoeken in het kader van veiligheidsmachtigingen ontrouw in een relatie wordt vastgesteld. Men gaat immers ook mensen in de directe omgeving interviewen. Een risicoanalyse zal bepalen of dat, samen met andere problematische gedragingen, kan leiden tot de niet-toekenning van de gevraagde machtiging. Het risico op chantage of beïnvloeding van het personeelslid zou kunnen bestaan, hetgeen problematisch zou kunnen zijn voor de veiligheid van Defensie en het land. Het betrokken personeelslid wordt steeds officieel op de hoogte gesteld van de gemaakte risicoanalyse en van het al dan niet verlenen van de veiligheidsmachtiging. De informatie wordt vertrouwelijk behandeld, ter bescherming van de privésituatie van de betrokkene. Uiteraard is er ook altijd een mogelijkheid om in beroep te gaan tegen een dergelijke beslissing.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ik zie nu dat ik in mijn schriftelijk voorbereiding de termen screening en machtiging inderdaad wat door elkaar heb gebruikt. Dat was niet mijn intentie. Ik ken het verschil wel degelijk, want ik beschik zelf over een veiligheidsmachtiging.
Als ik het goed heb begrepen, heeft een van de militaire vakbonden een procedure ingesteld.
Theo Francken:
Dat is afgerond. Ik denk dat de manier waarop een en ander in de krant vermeld werd, niet overeenkomt met hoe het allemaal in werkelijkheid is verlopen.
Axel Weydts:
We kunnen er nog op terugkomen.
Voorzitter:
M. Vander Elst n'est plus là pour sa question n°56010835C. Je vais donc poser ma question qui était jointe à la sienne.
Militairen op straat
Militairen op straat
Militaire aanwezigheid in openbare ruimtes
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Christophe Lacroix vraagt minister Francken om opheldering over het geplande militaire straatdeployment ter ondersteuning van de politie (vanaf eind 2025 in Brussel), met name over de stand van zaken rond de defensiecodex (verwacht 2026), de rol van 18-jarige vrijwillige dienstplichtigen (nog onbeslist, maar Lacroix bekritiseert hun mogelijke inzet als "onverantwoord gevaarlijk") en de overleg met militaire vakbonden (onderhandelingen over het codex-protocol staan gepland). Francken bevestigt dat geen definitieve beslissingen zijn genomen, benadrukt het tijdelijke en ondersteunende karakter van de inzet, en deelt Lacroix’ bezorgdheid over de inzet van jongeren in risicovolle politietaken. Beide zijn het eens dat 18-jarigen niet in gevaarlijke straatmissies thuishoren.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, nous en avons souvent parlé, et encore il y a quelques instants. Le gouvernement entend déployer des militaires en rue autour d'entités critiques et à la place de la police fédérale dont c'est pourtant la mission première.
En septembre 2025, vous m'aviez notamment répondu que ce déploiement serait conditionné à l'adoption d'un codex. J'étais tout à fait d'accord avec vous. Vous disiez aussi que cet envoi militaire était également tributaire de la constitution d'une réserve territoriale.
Les jeunes ayant reçu votre courrier y seraient notamment envoyés, en vue de faire un service militaire volontaire. Les premiers 500 candidats seraient formés en septembre de l'année prochaine et ne seraient déployés qu'au début de 2027. Cela figure noir sur blanc, dans le compte rendu écrit de la commission du 24 septembre. Et quand on regarde la vidéo de cette commission, on vous entend le dire et le repréciser.
Donc, monsieur le ministre, pouvez-vous me faire le point précis des travaux autour du codex au sein du gouvernement? Quelles sont les missions actives voulues par vos collègues de coalition? Y sont-elles prévues? Selon quelle échéance le déploiement dans les rues aurait-il lieu? De quelles rues parle-t-on? Vous avez répondu également, tout à l'heure, qu'il y a peut-être des sujets que vous ne voudrez pas aborder, parce que cela relève du huis clos, et je ne vous en voudrai donc pas.
Quelles seraient les conséquences humaines, matérielles et budgétaires, pour la défense d'un tel déploiement? Si vous ne souhaitez pas répondre ici non plus, je ne vous en voudrai pas.
Par contre, j'attends une réponse de votre part sur la concertation avec les syndicats militaires. Y en a-t-il eu une pour négocier ce protocole? Pouvez-vous me donner l'agenda précis des négociations avec les représentants des militaires? Des réunions ont-elles déjà eu lieu? J'aimerais enfin avoir une confirmation sur un point – après, vous avez dit en effet: "je n'ai jamais dit ça" –, j'aimerais donc, aujourd'hui, que vous nous confirmiez, oui ou non, que les jeunes du service militaire volontaire pourraient ou ne pourraient pas être déployés dans le cadre de ces missions dans les rues, une fois le codex adopté. Je vous remercie pour vos réponses.
Theo Francken:
In afwachting van een regeringsbeslissing houdt defensie zich klaar om vanaf eind 2025 militairen in te zetten in Brussel ter ondersteuning van de spoorwegpolitie en voor punctuele veiligheidsdispositieven. De algemene afspraken daaromtrent worden vastgelegd in een specifiek protocolakkoord.
Om operationele redenen kan het aantal militairen niet publiek worden gemaakt. De exacte personeelsomvang wordt in samenspraak met de politie bepaald. Ik heb dat wel al gedaan in een gesloten commissie.
Het advies van defensie richtte zich met name op het belang van een aangepaste pre-deployment training om de samenwerking met de politie voor dat takenpakket in die omgeving zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Het benadrukte ook de noodzaak van het tijdelijke karakter, de ondersteunende rol en de beperking van de omvang.
Om daarover te waken, is een evaluatiemoment voorzien, zodat kan worden nagegaan in welke mate de inzet van militairen effectief heeft bijgedragen tot het beoogde doel. De defensiecodex zal op lange termijn het referentiekader worden voor de taken en bevoegdheden voor defensie, met inbegrip van de binnenlandse opdrachten vermeld in het regeerakkoord. Gezien het belang van de wettelijke aanpassingen, die een grondige voorbereiding vereisen en rekening houdende met de noodzakelijke coördinatie tussen de verschillende betrokken partijen alsook het wettelijk vastgelegde traject met diverse mijlpalen, wordt verwacht dat het nieuwe wettelijke kader in de loop van 2026 volledig zal zijn afgerond.
In afwachting van de uitvoering van de defensiecodex vindt dergelijke inzet plaats in België, wanneer noodzakelijk en uiteraard onder het bestaande wettelijke kader. In de huidige situatie is bij de inzet van militairen ter ondersteuning van de politie, met uitzondering van de toepassing van de wettige verdediging, het gebruik van dwang en geweld onderworpen aan de geval-per-gevalbeslissing van de leden van de politie en in elk geval aan de strikte naleving van de artikelen van de wet op het politieambt. Militairen mogen ook het retentierecht uitoefenen bij betrapping op heterdaad, zoals voorzien voor elke burger.
Le projet de codex a déj à fait l'objet de discussions intercabinets. Le premier volet du codex concerne entre autres les missions de la Défense et les compétences dans le cadre des missions de protection sur le territoire national. Le projet de codex sera très prochainement négocié avec les syndicats militaires.
À ce stade, aucune décision définitive n'a été prise concernant l'éventuel déploiement des jeunes du service militaire volontaire dans ce type de mission. Les discussions sur les rôles précis et les conditions d'emploi se poursuivent et feront l'objet d'une évaluation approfondie avant toute décision.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos précisions.
Vous entendez bien concerter les syndicats à travers un protocole sur le codex. C'est important.
Vous dites qu'aucune décision n'est prise, ni dans un sens ni dans l'autre, en ce qui concerne le déploiement de ces jeunes de 18 ans dans les rues de Bruxelles ou à d'autres endroits. Je crois qu'il faut vraiment être très prudent. J'aurais aimé vous entendre dire aujourd'hui que ces jeunes de 18 ans n'auront pas à faire des contrôles dans les rues de Bruxelles, dans les rues dangereuses où la police fédérale a sa place mais ne s'y trouve pas et où ces jeunes pourraient être mis en danger par des trafiquants de drogue. Je vous invite vraiment à faire le maximum pour que cela ne se produise pas, parce que la responsabilité que vous porteriez serait énorme. Selon moi, ce n'est pas un apprentissage adéquat pour ces jeunes qui se sont engagés avec l'idéal de servir leur pays, mais pas dans les conditions qui sont celles de missions policières qui s'av è rent parfois extrêmement délicates. Même si à 18 ans on est un adulte indépendant, je crois néanmoins qu'il y a lieu de protéger notre jeunesse par rapport à des débordements et à des conditions de travail qui seraient énormes et inacceptables pour elle.
Theo Francken:
J'ai bien compris. Je l'ai d'ailleurs déjà vu dans vos précédentes interventions sur le sujet. Personnellement, je partage votre opinion.
Christophe Lacroix:
Vous voyez que nous sommes parfois d'accord!
Het gerechtelijk onderzoek naar MolenGeek
Mogelijke onregelmatigheden met subsidies bij de vzw MolenGeek
Onderzoek naar mogelijke subsidiefraude bij MolenGeek
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kristien Verbelen vraagt kritisch naar de samenwerking tussen Defensie en vzw MolenGeek, gelet op het lopend gerechtelijk onderzoek naar subsidiefraude, boekhoudonregelmatigheden, extremismeverdenkingen en kwaliteitstekorten, en benadrukt de nood aan betrouwbare IT-partners voor Defensie’s cybertekort. Minister Theo Francken stelt dat Defensie enkel via de pers van het onderzoek hoorde, de samenwerking nooit leidde tot aanwervingen, en de Microsoft-evaluatie (nog) ontbreekt—wel blijkt dat kandidaten het vereiste niveau niet haalden; Defensie schakelt nu over naar alternatieve partners zoals BeCode. Verbelen bekritiseert dat de inspanningen met MolenGeek weinig opbrachten en juicht het zoeken naar veiligere alternatieven toe. Francken sluit verdere samenwerking met MolenGeek niet expliciet uit, maar focust op transparante, nieuwe partners voor cyberwerving.
Kristien Verbelen:
MIjnheer de minister, ik heb nog een vraag over de vzw MolenGeek. Ondertussen loopt er een gerechtelijk onderzoek naar mogelijke subsidiefraude en onregelmatigheden in de boekhouding. De Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie heeft al meerdere verhoren afgenomen en er zijn zowel publieke als private partners die de samenwerking met de vzw hebben stopgezet. Dat onderzoek komt boven op eerdere signalen van mogelijke extremistische connecties in de entourage van MolenGeek en op terugkerende vragen over de kwaliteit van de opleidingen, de interne werking en de transparantie van de organisatie.
Mijnheer de minister, vorig jaar antwoordde u dat defensie sinds begin 2024 geen contact meer had met MolenGeek en dat u wachtte op de eindevaluatie van de cybersecurityopleiding testcase van Microsoft. Defensie kampt, net als de civiele arbeidsmarkt, met een structureel tekort aan IT- en cybersecurityprofielen. Het is daarom essentieel dat de partners op wie defensie een beroep doet, betrouwbaar en professioneel zijn. Tegen die achtergrond heb ik een aantal vragen.
Ten eerste, is Defensie formeel op de hoogte gesteld van dat onderzoek of heeft uw administratie contact gehad met het parket of andere instanties om na te gaan of dat gevolgen heeft voor de vroegere of mogelijke toekomstige samenwerking?
Ten tweede, werd de eerdere veiligheidsscreening door de ADIV herbekeken in het licht van de nieuwe elementen die nu bekend zijn?
Ten derde, hebt u inmiddels de eindevaluatie van Microsoft over de opleiding testcase ontvangen en zijn die conclusies relevant voor defensie, zowel inhoudelijk als wat betreft de instroom?
Tot slot, acht u verdere samenwerking met de vzw MolenGeek of soortgelijke organisaties nog wenselijk of verantwoord, gelet op de combinatie van veiligheidsrisico’s en de acute behoefte van defensie aan dergelijke profielen?
Theo Francken:
Defensie heeft via de pers vernomen dat er een gerechtelijk onderzoek tegen MolenGeek zou worden ingesteld, maar men werd hiervoor, volgens mijn informatie, niet door de bevoegde diensten zelf gecontacteerd.
Dit onderzoek heeft geen invloed op onze toekomstige samenwerking, aangezien onze veiligheidsmaatregelen zich voornamelijk richten op potentiële kandidaten die bij defensie in dienst zouden kunnen treden. Defensie blijkt nooit iemand via MolenGeek te hebben aangeworven.
De eindevaluatie van de testcase werd in principe aan de certificeringsinstantie, namelijk Microsoft, overgemaakt. Tot heden heeft Microsoft deze resultaten niet gedeeld. Daarentegen is defensie er wel van op de hoogte dat het vereiste niveau niet werd bereikt door de geïnteresseerde kandidaten voor de Cybermacht.
Defensie zet haar een vruchtbare samenwerking met vzw BeCode verder en gaat op zoek naar andere partners waarmee defensie een proactief en jong publiek kan bereiken, om hen op een transparante manier bewust te maken van carrièremogelijkheden bij de Cybermacht..
Kristien Verbelen:
Defensie heeft een enorme nood aan goed opgeleide en betrouwbare IT-profielen. Daarom is het cruciaal dat we kijken naar goede en veilige samenwerkingen.
Als ik het zo hoor, werd er veel energie in de samenwerking met MolenGeek gestoken en hebben we er eigenlijk niet veel uitgehaald. Het is alleszins goed om te horen dat er naar andere samenwerkingen wordt gekeken en dat we daarvan afstappen, zodat we in de toekomst niet meer met zulke risico's geconfronteerd worden.
Voorzitter:
M. Anthony Dufrane a demandé le report de sa question n° 56010926C.
Het alcohol- en drugsbeleid bij Defensie
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Kristien Verbelen vraagt om een evaluatie van Defensie’s preventie- en zorgbeleid rond drug- en alcoholmisbruik bij militairen, met focus op de BeWell@Defence-app, de Cockpit Welzijn-Integriteit-Veiligheid en het Militair Centrum voor Addictie. Minister Francken bevestigt dat privacybeperkingen cijfers onvolledig maken, maar meldt een lichte daling van alcohol- en drugincidenten (37/7 dossiers in 2024) en beleidsaanpassingen zoals heroprichting van de cel Addict en uitbreiding van laagdrempelige hulp, zonder capaciteitsproblemen. Verbelen prijsde de stappen maar stelt dat ontbrekende data een volwaardige evaluatie bemoeilijkt en belooft in 2026 terug te keren voor meer concrete resultaten. Francken benadrukt dat preventie en mentale zorg (o.a. via de Recovery Group) centraal staan, met aandacht voor PTSS- en verslavingskoppeling bij nieuwe rekruten.
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, ik wil graag even terugkomen op een vraag van vorig jaar, getiteld 'Een nieuwe lijn met minister Francken'.
U kondigde vorig jaar aan sterk te willen investeren in de instroom van jonge rekruten en reservisten. Dat is een begrijpelijk en noodzakelijke ambitie. In een samenleving waar druggebruik en drughandel steeds meer aanwezig zijn, moeten we echter ook realistisch zijn want na verloop van tijd zal die problematiek ook binnensluipen bij Defensie.
Vorig jaar verwees u naar verschillende nieuwe instrumenten, zoals de BeWell@Defence-app, de Cockpit Welzijn-Integriteit-Veiligheid en het versterkte aanbod rond verslavingszorg via het Militair Centrum voor Addictie. Intussen zijn we een jaar verder en lijkt een eerste evaluatie mij wel opportuun.
Hoeveel personeelsleden gebruiken de BeWell@Defence-app ? Hoe evalueert u dat gebruik na een jaar? Welke onderdelen van de app worden het meest geraadpleegd? Ziet u aanwijzingen dat dit de meldingsbereidheid of hulpvraag verhoogt?
Stelt u tendensen vast inzake alcohol- en drugincidenten via de Cockpit Welzijn-Integriteit-Veiligheid? Zijn er specifieke eenheden of leeftijdsgroepen waarbinnen stijgingen of dalingen te zien zijn? Hebben deze gegevens het beleid kunnen bijsturen?
Hoeveel militairen volgden een traject in het Militair Centrum voor Addictie? Hoeveel rondden dat traject af? Haakten er ook vroegtijdig af? Zijn er momenteel wachttijden?
In welke mate merkt u effecten van het preventiebeleid op de incidentcijfers bij instromers? Plant u bijkomende maatregelen als gevolg van de evolutie in de samenleving en de ambities inzake rekrutering?
Theo Francken:
Defensie investeert volop in de instroom van jonge rekruten en reservisten. We zijn ons daarbij bewust van de uitdagingen die dat met zich meebrengt, zeker in een samenleving waar middelenmisbruik en drugsgebruik een realiteit zijn. Preventie, opvolging en zorg blijven daarom prioritair.
Privacyregels maken het onmogelijk om gebruikersstatistieken van de BeWell@Defence-app bij te houden, waardoor we daar geen evaluatie van kunnen maken. De Cockpit Welzijn-Integriteit-Veiligheid zal pas begin 2026 volledige cijfers voor 2025 opleveren. Voor 2024 zijn er 37 dossiers rond alcohol en 7 dossiers rond drugs, met een lichte daling van statutaire tuchtzaken. Op basis van die gegevens hebben we al beleidsbijsturingen doorgevoerd, zoals een sensibiliseringscampagne rond alcoholgebruik en de heroprichting van de cel Addict, die zich richt op preventie en eerstelijnshulp.
De Defensiestaf neemt momenteel ook het drugsbeleid onder de loep. Recent werd opnieuw de Recovery Group onder de aandacht gebracht. Dit initiatief richt zich op militairen en ex-militairen die ondervinden dat ingrijpende gebeurtenissen in het buitenland of in België een impact hebben op henzelf of op hun omgeving.
In het Militair Centrum voor Addictie waren er in de loop van 2025 36 aanmeldingen, waarvan 18 militairen een traject startten en slechts 1 militair vroegtijdig afhaakte. De cijfers liggen lager dan vroeger, wat ons ertoe heeft gebracht opnieuw meer in te zetten op laagdrempelige hulp, onder meer via de reizende preventieteams van de cel Addict. Capaciteitsproblemen zijn er momenteel niet, maar we bereiden een uitbreiding voor om de verwachte instroom van personeel op te vangen.
Tot nu toe werden geen verschillen opgemerkt inzake incidentcijfers bij nieuwe kandidaten ten opzichte van eerdere lichtingen. Middelenmisbruik en mentale problemen, zoals PTSS, hangen vaak samen. Defensie biedt gespecialiseerde opvolging binnen het Militair Hospitaal via de Recovery Group en het Militair Centrum voor Addictie, aangevuld met ambulante zorg.
Gegevens over incidenten en zorgtrajecten worden slechts gedeeltelijk bijgehouden, onder meer omwille van de privacywetgeving. Het aantal trajecten, zowel binnen als buiten Defensie, is bovendien zeer uiteenlopend, waardoor exacte cijfers niet beschikbaar zijn. Defensie blijft inzetten op preventie, sensibilisering en zorg.
Met de heroprichting van de cel Addict, de versterking van de Recovery Group en de geplande capaciteitsuitbreiding bereiden we ons voor op de maatschappelijke evoluties en de instroom van jongeren. Hulp vragen is en blijft een teken van moed, een van de kernwaarden van Defensie.
Kristien Verbelen:
Minister, dank voor uw antwoord. Ik ben blij dat er stappen ondernomen worden in de juiste richting en dat er rekening mee gehouden wordt met de rekruteringen en de veranderingen in de samenleving, die we ongetwijfeld ook binnen Defensie zullen zien.
Nu, we hebben blijkbaar niet alle gegevens, wegens privacyredenen. Maar zoals u zei, is er soms geen verschil en is er soms eerder een daling van het aantal incidenten. Het moet dan toch betekenen dat de instrumenten goed helpen.
Ik zal in 2026 hier nog eens op moeten terugkomen. Ik hoop dat er dan meer gegevens beschikbaar zullen zijn.
Voorzitter:
Vraag nr. 56010938C de heer Van Rooy wordt uitgesteld.
De verplichte COVID-19-herhalingsvaccinatie voor militairen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Annick Ponthier (PF) bekritiseert dat België de COVID-19-vaccinatieplicht voor militairen pas in 2025 afschafte – een jaar later dan NAVO-partners Duitsland en Nederland – en vraagt naar de wetenschappelijke en operationele redenen voor het behoud ervan, vooral voor missies buiten Europa/Noord-Amerika. Theo Francken (N-VA) verdedigt het beleid als risicogebaseerd, gericht op operationele paraatheid en gezondheidsbescherming in gebieden met beperkte zorg, en ontkent discriminatie, benadrukkend dat NAVO-lidstaten autonoom vaccinatiebeleid voeren. Ponthier bestrijdt de medische onderbouwing ("vaccinatie voorkomt besmetting is onjuist"), noemt de plicht een "miskenning van persoonlijke vrijheid" en waarschuwt voor mogelijke gezondheidsrisico’s (o.a. hartklachten), eisend herziening om gelijke NAVO-omstandigheden te garanderen. Francken reageert niet op haar kritiek.
Annick Ponthier:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Recent verscheen via VSOA-Defensie een bericht over een belangrijke wijziging in het beleid rond de COVID-19-vaccinatieverplichting binnen onze strijdkrachten.
In dat bericht stelt VSOA dat in Nederland en Duitsland de verplichte jaarlijkse COVID ‑ vaccinatie voor militairen reeds in 2024 werd afgeschaft. Belgi ë hield deze verplichting echter aan tot april 2025, waardoor er een ongelijkheid ontstond ten opzichte van NAVO ‑ partners.
Op 16 april 2025 heeft VSOA-Defensie hierover contact opgenomen met u. Naar aanleiding daarvan is een nieuwe interne nota gepubliceerd, die bepaalt dat vanaf 24 april 2025 de herhalingsvaccinatie niet langer vereist is voor deelname aan oefeningen en operaties buiten Europa en Noord ‑ Amerika.
Deze evolutie roept een aantal vragen op, zowel inzake personeelsbeleid als inzake interoperabiliteit binnen NAVO ‑ operaties.
Wat is volgens u de reden dat België zo laat pas de vaccinatieplicht voor defensiepersoneel afschafte, een jaar na NAVO-partners als Duitsland en Nederland?
Waarom gold de verplichting specifiek voor operaties en oefeningen buiten Europa en Noord ‑ Amerika? Wat was het wetenschappelijke of operationele argument daarvoor?
Wat is de concrete draagwijdte van de nieuwe interne nota? Betekent dit dat de vaccinatieplicht volledig is afgeschaft voor alle operaties en missies van onze Defensie, of blijft er nog een onderscheid bestaan tussen bepaalde categorieën missies of personeelsgroepen?
Werd binnen de Staf Defensie onderzocht of deze verplichting mogelijk discriminerend was ten opzichte van Belgische militairen in vergelijking met NAVO ‑ partners?
Hoe wordt de harmonisatie met NAVO ‑ standaarden in de toekomst gegarandeerd, zodat Belgische militairen niet opnieuw worden geconfronteerd met verplichtingen die elders al zijn opgeheven?
Is er een impactanalyse gemaakt van deze beleidswijziging op inzetbaarheid, personeelsplanning en inzake de medische dienst?
Theo Francken:
Bij de Belgische Defensie waren er uitspraken over een vaccinatieverplichting voor COVID-19 als een van de noodzakelijke voorwaarden voor deelname aan bepaalde missies en oefeningen, gebaseerd op medische en operationele risicoanalyses. In veel landen bestaat geen wettelijke basis voor een vaccinatieplicht. Vaccinatie wordt doorgaans sterk aanbevolen of als voorwaarde gesteld voor een specifieke inzet. Tijdens missies komen militairen in contact met lokale gemeenschappen, vaak in gebieden met beperkte gezondheidszorg. Vaccinatie vermindert het risico dat militairen het virus introduceren of verspreiden. In conflictzones of rampgebieden is medische ondersteuning vaak beperkt. Een covidinfectie kan daar extra complicaties veroorzaken. Vaccinatie biedt een betere bescherming in omstandigheden waar zorg moeilijk toegankelijk is.
Het huidige beleid garandeert een goede basisimmuniteit, waardoor er snel kan worden geschakeld indien de epidemiologische situatie dat vereist. Het beleid is niet discriminerend, aangezien het gebaseerd is op proportionele noodzaak en gezondheidsbeleid.
Het vaccinatiebeleid bij de NAVO is niet gestandaardiseerd. Dat wordt bevestigd door de vaccinatiecatalogus van de NAVO zelf. Elke lidstaat bepaalt dus zelf zijn vaccinatiebeleid. België heeft die verantwoordelijkheid ingevuld op basis van risico-inschatting en medische adviezen van experten. Het Belgische beleid rond de covidvaccinatie is steeds gericht op de operationele paraatheid en de gezondheidsbescherming van elk individu.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Er zijn toch een aantal opmerkingen te maken over de vaccinatieplicht. Vaccinatie wordt onlosmakelijk gekoppeld aan het al dan niet kunnen besmetten. Dat is volgens mij niet correct. Of iemand nu gevaccineerd is of niet, staat daar los van; dat is intussen meermaals aangetoond.
Het lijkt mij ook aangewezen om de vaccinatieplicht in België te herzien, niet enkel wegens de ongelijkheid tussen NAVO-partners. Wij zetten ze immers vaak samen in op missies. Wanneer er andere richtlijnen gelden, is er wel degelijk een scheeftrekking in de verhoudingen tussen de militairen onderling.
Het is echt aangewezen dat u een en ander herbekijkt. Het is ook een miskenning van iemands persoonlijke vrijheid om hem of haar te verplichten zich te laten vaccineren. Vaccinatie is heel controversieel en de waarschuwingen door experten nemen toe, vandaag nog in een artikel, dat een rechtstreekse link tussen vaccinatie met bepaalde vaccins en bepaalde hartklachten aantoonde. We moeten heel voorzichtig zijn met de verplichting om het defensiepersoneel met een experimenteel te laten vaccineren.
Voorzitter:
Les questions jointes n° 56011102C de Kjell Vander Elst (Open Vld) et n° 56011188C d'Axel Weydts sont transformées en questions écrites.
We komen aan vraag nr. 56011189C van mijnheer Weydts.
Axel Weydts:
Mijnheer de voorzitter, we hebben vanochtend uitgebreid gesproken over Congo en onze versterkte aanwezigheid daar.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u nog iets toe te voegen hebt aan hetgeen u vanochtend al zei. Indien dat niet het geval is, ben ik bereid om mijn vraag in te trekken.
Voorzitter:
M. le ministre nous fait signe qu'il a tout dit et nous pouvons le croire vu que nous étions présents. Une réplique? Non? Parfait! La question n° 56011364C de Mme Caroline Désir est transformée en question écrite.
Het bezoek van een Zwitserse ministeriële en parlementaire delegatie
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Christophe Lacroix vraagt kritisch om een debriefing over het kort bezoek van een Zwitserse delegatie (o.l.v. minister Pfister) aan de Belgische luchtmachtbasis Florennes, gericht op ervaringen met de F-35—waar Zwitserland 30 van wil aankopen—en bekritiseert dat er geen uitwisseling met de Belgische commissie plaatsvond, terwijl Zwitserland een parlementair onderzoek voert naar de exploderende kosten van het toestel. Minister Francken licht toe dat het bezoek puur technisch-operationeel was (demonstraties, briefings) en dat de kostenstijgingen volgens hem inflatiegedreven zijn (covid, oorlog Oekraïne), niet specifiek aan het F-35-programma—een stelling die Lacroix betwist, verwijzend naar kritiek van het Pentagone zelf over de hoge prijs. Francken benadrukt voordelen van Europese samenwerking (13 landen met F-35, gemeenschappelijke training), maar Lacroix vraagt zich af of neutraal Zwitserland hierin meedoet, ondanks haar EU-buitenstaanderschap. Lacroix dringt aan op verdiepte contacten met Zwitserland, gegeven de parlementaire twijfels aldaar over zowel kosten als bredere operationele kwesties.
Christophe Lacroix:
Monsieur le Ministre,
La semaine dernière, votre homologue suisse, Martin Pfister, s'est rendu dans notre pays avec une délégation parlementaire sur la base aérienne de Florennes, afin "de bénéficier de l'expérience acquise par la Belgique avec le nouvel avion de combat F-35" selon le communiqué officiel. Je regrette évidemment que cette visite de collègues parlementaires n'ait pu donner lieu à un échange avec notre commission pour approfondir le débat.
En effet, le Conseil fédéral suisse souhaite s'informer sur l'expérience opérationnelle de la Force aérienne belge avec cet avion de combat américain, la Suisse étant en train d'acquérir une trentaine d'avions de combat du même type auprès des États-Unis. Le nombre exact n'est cependant pas encore connu, en raison des coûts supplémentaires très importants communiqués par les États-Unis. Une commission d'enquête parlementaire a même été créée en ce sens.
Monsieur le Ministre,
- Pourriez-vous me faire un débriefing de la visite de cette délégation ainsi que me fournir son programme auprès des autorités et administrations belges ?
- Avez-vous pu échanger avec votre homologue concernant les surcoûts très importants demandés par les Etats-Unis pour la fourniture de F-35 ?
- Plus globalement, la question de collaborations a-t-elle été abordée ?
Je vous remercie pour vos réponses.
Theo Francken:
La visite de courte durée – en raison de contraintes d'agenda de la délégation suisse – s'est déroulée sur la base aérienne de Florennes. La délégation suisse a été accueillie par les responsables de la base aérienne, le Chef de la force aérienne belge et quelques-uns de mes collaborateurs au cabinet de la Défense.
La visite a consisté en une présentation des capacités opérationnelles du F-35, suivie d'un briefing consacré à l'avancement du programme F-35 en Belgique ainsi qu'une mise en situation permettant d'observer le démarrage et le décollage du F-35. L'objectif essentiel était de partager notre expérience initiale d'utilisateur et de montrer comment cet avion de cinquième génération contribue à garantir la supériorité aérienne, un élément déterminant pour prévenir des conflits d'attrition tels que ceux observés actuellement en Ukraine.
Des échanges ouverts ont eu lieu sur la question des coûts. Les augmentations constatées sont essentiellement liées aux effets de l'inflation consécutive aux crises du covid-19 et à la guerre en Ukraine. Si l'on neutralise cette inflation, le coût unitaire de production du F-35 a baissé. Ces phénomènes touchent l'ensemble de l'économie mondiale et ne constituent en rien des hausses spécifiques ou discrétionnaires liées au programme F-35.
La question des coopérations a été abordée, notamment dans la perspective d'un renforcement de l'interopérabilité européenne. Aujourd'hui, 13 pays européens ont choisi le F-35. Cette convergence réduit la fragmentation des systèmes d'armes sur le continent et ouvre la voie à une formation harmonisée, des procédures communes, des entraînements conjoints et une maintenance mutualisée.
Les autorités suisses se sont déclarées très satisfaites de leur passage à Florennes. Elles ont pu recueillir une information indépendante et pratique, utile à leur propre déploiement du programme F-35 ainsi qu'à leurs travaux parlementaires en cours.
Je n'ai malheureusement pas pu participer personnellement à cette visite car j'étais en mission en RDC à ce moment-là.
Christophe Lacroix:
Merci, monsieur le ministre, pour les éléments de réponse que vous avez apportés. Je me rends compte à quel point c'était une visite de courte durée; vous avez précisé qu'elle n'a duré que 12 heures. Il est vrai qu'il était d è s lors compliqué d'organiser une réunion avec notre commission. Selon moi, il est utile de garder le contact avec nos collègues suisses, puisqu'une commission d'enquête parlementaire est en cours en Suisse sur les F-35. Il y a des raisons d'enquêter, et pas uniquement sur l'aspect des coûts. Nous devons persister avec ces contacts, ou les nouer. J'entends les explications du surcoût des F-35 lié aux effets de l'inflation consécutive aux crises du covid et à la guerre en Ukraine. Je suis quand même un peu interpellé par cette réponse, parce que même le Pentagone estime que ces F-35 sont beaucoup trop chers et évoluent avec un coût important. Je me réjouis de l'annonce faite d'une formation harmonisée d'entraînement conjoint avec 13 pays européens. Il aurait été intéressant de savoir si la Suisse, qui n'est pas membre de l'Union européenne et qui est un pays neutre, participe également à d'éventuelles opérations comme celle-là.
De ondersteuning van diplomatiek personeel door Defensie
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Christophe Lacroix vraagt om verduidelijking over de jaarlijkse toewijzing van >€1M uit het Defensiebudget voor psychologische ondersteuning van diplomaten en blindvoertuigen voor ambassadebeveiliging, en bekritiseert de opheffing van de gespecialiseerde medische component binnen Defensie, met zorgen over capaciteitsverlies voor zowel diplomaten als militairen. Minister Theo Francken bevestigt dat de blindvoertuigen een antwoord zijn op een vraag van Buitenlandse Zaken, geleverd door Defensie’s ervaren DAS-teams, en kondigt een structurele psychosociale samenwerking aan (naast ad-hocsteun), gefinancierd uit 5% van het interne veiligheidsbudget—een initiatief dat hij noodzakelijk en concreet noemt, naar aanleiding van een voorstel van Maxime Prévot. De toegang tot ondersteuning blijft afhankelijk van beschikbaarheid zonder afbreuk aan Defensie’s kerntaken, met mogelijkheid tot afstandsbegeleiding via het militair ziekenhuis. Lacroix’ kritiek op de afbouw van gespecialiseerde medische capaciteit blijft onbeantwoord.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, nouvelle compétence, nous avons appris que dans le budget prévu pour la Défense, le gouvernement fédéral a décidé d'allouer annuellement un peu plus d'un million d'euros pour le soutien psychologique au personnel diplomatique, ainsi que pour l'achat de véhicules blindés mis à disposition des militaires qui assurent la sécurité de nos ambassades.
Le SPF Affaires étrangères compte près de 3 000 membres du personnel, dont la majorité travaille dans les différents postes diplomatiques avec des statuts variés et faisant face à des risques spécifiques.
Le professionnalisme des militaires de la DAS et de la désormais ex composante médicale n'est en effet plus à démontrer et ceux-ci montrent, une nouvelle fois, leur plus-value pour un autre SPF essentiel de notre action extérieure plutôt que de recourir au secteur privé.
Monsieur le ministre, pouvez-vous m'en dire davantage sur l'allocation de ces fonds et le déploiement des achats matériels sur le terrain? Concernant le soutien médical et psychologique au personnel diplomatique, vous le savez, j'ai regretté la disparition de la spécificité de la Composante médicale désormais intégrée dans une force d'appui. Quels moyens additionnels notamment sur le plan humain seront-ils ainsi dégagés? Concrètement, quelle forme ce soutien au personnel diplomatique prendra-t-il? Quel personnel pourra-t-il y faire appel et selon quelles conditions, notamment au regard des missions déjà essentielles jouées auprès des militaires déployés et qui ne peuvent en pâtir?
Theo Francken:
Monsieur Lacroix, la demande de véhicules blindés cadre dans un effort du gouvernement visant à augmenter la sécurité intérieure et fait suite à une demande de la part du ministère des Affaires étrangères. Dans des zones de conflit, la Défense mettra à disposition du ministère des Affaires étrangères des véhicules blindés, un type de véhicules pour lequel nos équipes DAS disposent d'une solide expérience.
Jusqu'à présent, un soutien psychosocial au bénéfice des missions diplomatiques par le déploiement d'une équipe psychosociale peut être offert ponctuellement à la demande du ministère des Affaires étrangères et à condition que les missions principales de la Défense ne soit pas compromises. Dorénavant, une coopération structurelle sera établie en utilisant les nouveaux moyens alloués. De plus, un soutien à distance restera possible via la permanence du centre de santé mentale de l'hôpital militaire Reine Astrid.
J'en suis très content et, comme expliqué la semaine passée, le budget provient pour 5 % de la sécurité interne. Il s'agit d'une demande de M. Maxime Prévot. C'est non seulement nécessaire mais aussi très concret, ce qui est toujours préférable.
Voorzitter:
La question n°56011419C de M. Luc Frank est transformée en question écrite. La question n°56011421C de M. Stéphane Lasseaux est transformée en question écrite. Nous avons terminé. Je lève la séance. Je remercie les collègues qui sont restés présents jusqu'au bout. Je remercie M. le ministre, les collaborateurs parlementaires ainsi que les collaborateurs de cette commission et les interprètes qui ont eu le courage de nous suivre jusqu'à cette heure-ci, un vendredi, alors qu'ils ont été mis à rude épreuve hier, certainement pendant une partie de la journée, mais également de la nuit. Bon week-end à toutes et à tous. La réunion publique de commission est levée à 17 h 41. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.41 uur.