Commissievergadering op 16 december 2025
Vragen
De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.
De poging tot uitzetting van de Tunesische moslimterrorist Nizar Trabelsi
De werkelijke omvang van de dwangsommen aan Nizar Trabelsi
Dwangsommen en uitzettingspoging van Tunesische terrorist Nizar Trabelsi
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Bart De Wever (Eerste minister), N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Volgens Sam Van Rooy (N-VA) faalt de regering door de vrijheid van veroordeelde terrorist Nizar Trabelsi—door de VS als gevaarlijk bestempeld—die ondanks geen verblijfsrecht interviews geeft en vrij rondloopt, terwijl premier De Wever zijn kritische vragen ontwijkt. Minister Van Bossuyt (N-VA) wijt Trabelsi’s aanwezigheid aan Amerikaanse en Belgische rechterlijke beslissingen (folterrisico in Tunesië) en bevestigt dat hij nergens is ingeschreven, maar ontkent verantwoordelijkheid voor dwangsommen (doorverwezen naar Justitie-minister Verlinden). Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) bekritiseert het lage terugkeerpercentage van Tunesiërs (14,5% in 2025: 57 verwijderd vs. 831 illegale BGV’s) en noemt het gebrek aan transparantie over Trabelsi’s dwangsommen (€350.000) en familiestatus "belachelijk", terwijl ze de N-VA hypocriet noemt omwille van gebrek aan migratiebeperkingen in het regeerakkoord. Van Rooy herhaalt dat de "rechterlijke muur" dringend moet worden gesloopt voor strenger migratiebeleid.
Voorzitter:
Collega’s, ik heet de minister van Asiel en Migratie van harte welkom.
Sam Van Rooy:
Minister, de veroordeelde Tunesische moslimterrorist Nizar Trabelsi, die door België was uitgeleverd aan de VS, is afgelopen zomer teruggekeerd naar België. Hij heeft hier echter geen verblijfsrecht en werd overgebracht naar het gesloten centrum voor illegalen in Merksplas. Ondertussen loopt hij vrij rond, zoals we konden zien op televisie. U hebt vast ook zijn interviews die hij aan islamofiele Vlaamse media als illegaal geeft, kunnen lezen.
Minister Van Bossuyt, ik heb mijn vraag ondertussen meer dan 2,5 maanden geleden ingediend aan premier Bart De Wever. Ik stelde hem volgende vragen. Ik lees ze voor: "Wij ondervroegen hierover de minister van Justitie en van Asiel en Migratie, die kennelijk niet in staat zijn deze volgens de VS nog altijd gevaarlijke moslimterrorist direct het land uit te zetten. Wat is uw rol als premier geweest in de terugkeer van Trabelsi naar België? Hij heeft hier geen verblijfsrecht, waarom werd hij door de VS niet uitgezet naar Tunesië? Welke rol speelt u bij de poging om Trabelsi uit te zetten naar Tunesië?"
De premier is blijkbaar, zoals tegenwoordig wel vaker gebeurt, echter te laf om op lastige vragen van parlementsleden te antwoorden. Hij stuurde mij dus weer naar u.
Ik kan u enkel vragen, in zoverre u niet wilt antwoorden op de vragen die ik voor de heer De Wever had, wat de stand van zaken is in dat toch wel schandalige dossier. Minstens even belangrijk is mijn vraag aan u, minister Van Bossuyt – ik volg natuurlijk uw mediaoptredens over de kwestie –, wat u en de regering ondernemen om de rechterlijke muur, waar u steeds op botst, te slopen, zodat dat in de toekomst nooit meer kan gebeuren.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik sluit mij aan bij collega Van Rooy. Ik probeer al een tijdje te reconstrueren hoeveel dwangsommen en hoeveel schadevergoedingen de terrorist Trabelsi ontvangen heeft. Ik word daarbij van het kastje naar de muur gestuurd, maar ik zal de vraag blijven stellen, dus nu bent u opnieuw aan de beurt.
Tot hoeveel dwangsommen en schadevergoedingen werd de Belgische Staat veroordeeld in 2022, in 2016 en in 2014 en bij nog andere eventuele veroordelingen, graag opgesplitst per jaar? Welke bijkomende stappen heeft de regering gezet om Trabelsi alsnog terug te sturen naar het land van herkomst? Zijn er op dit moment nog procedures lopende of hangende voor hoven en rechtbanken waarbij Trabelsi betrokken is?
Ik wil het ook graag ruimer benaderen. Rechtspraak verhinderde de gedwongen terugkeer van Trabelsi, maar hoe staat het met de gedwongen terugkeer van andere Tunesische illegalen naar dat land? Is er op dit moment een terugkeerakkoord? Wordt dat akkoord uitgevoerd? Laat de rechtspraak dat toe? Kunt u de gedwongen en de vrijwillige terugkeer in verhouding plaatsen met het aantal bevelen om het grondgebied te verlaten? Komt u dan ook op een terugkeerratio van ongeveer 17 %, zoals het gemiddelde, of is die ratio hoger of lager?
U verzekerde dat Trabelsi geen leefloon zou krijgen. Uiteraard, hij heeft 350.000 euro aan dwangsommen gekregen, dat is genoeg om van te leven. Kunt u datzelfde ook verzekeren voor zijn familieleden? Heeft zijn vrouw wel een verblijfsrecht? Aangezien hij illegaal is in dit land, weet u op dit moment waar hij verblijft? Hij kan zich als illegaal immers nergens inschrijven in een gemeente. Waar woont hij? Betaalt hij belastingen? Aangezien hij illegaal is in dit land, betaalt hij vermoedelijk geen belastingen. Kunt u dat bevestigen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, mijnheer Van Rooy, ik zal eerst de vragen van de heer Van Rooy beantwoorden. U stelt dat onze premier laf is. Ik ben van oordeel dat onze premier allesbehalve laf is en integendeel bijzonder veel lef toont. Dat blijkt onder meer uit wat hij momenteel onderneemt met betrekking tot de Euroclearmiddelen. Dat getuigt van heel veel lef.
In antwoord op jullie vragen, op 30 augustus 2024 heeft een Amerikaanse immigratierechter een vonnis geveld in een beroepszaak die Nizar Trabelsi had ingesteld om zijn uitzetting naar Tunesië tegen te houden. De rechter besliste om België aan te wijzen als het belangrijkste land van bestemming en oordeelde dat de heer Trabelsi het gevaar op foltering in geval van een terugkeer naar Tunesië voldoende had aangetoond. Daardoor werd zijn verwijdering naar Tunesië opgeschort in uitvoering van het verdrag tegen foltering.
Op 24 september 2024 heeft het Department of Homeland Security tegen die beslissing beroep aangetekend. Op 28 februari 2025 bevestigde de beroepsrechter het vonnis van 30 augustus 2024 en beval hij de uitzetting van Nizar Trabelsi naar België.
De beslissing tot vrijlating van Nizar Trabelsi uit het gesloten centrum voor illegalen in Merksplas is een beslissing die ik geenszins onderschrijf. Integendeel, de man verblijft volledig illegaal op ons grondgebied, zoals u terecht opmerkt.
Voor uw vragen over de dwangsommen moet ik u, mevrouw Van Belleghem, doorverwijzen naar minister van Justitie Verlinden, aangezien ik ter zake geen bevoegdheid heb.
Op uw vragen over de stappen die zijn gezet om Nizar Trabelsi alsnog naar Tunesië terug te sturen, kan ik meedelen dat zijn procedure nog altijd loopt. Die beroepsprocedure heeft een schorsende werking. De rechterlijke beslissingen verplichten ons de Tunesische autoriteiten te raadplegen over een aantal specifieke punten alvorens kan worden overgegaan tot een verwijdering naar Tunesië, want mijn diensten dan ook hebben gedaan.
Inzake de vragen over de terugkeer naar Tunesië in het algemeen kan ik mededelen dat er in 2025, meer bepaald in de periode van januari tot en met november, 831 BGV’s werden afgeleverd aan Tunesiërs. De Dienst Vreemdelingenzaken organiseerde tussen januari en november 2025, dus in diezelfde periode, voor 45 gevallen een gedwongen terugkeer.
Het feit dat voor een individueel geval de terugkeer op dit ogenblik niet mogelijk is, betekent niet dat er in het geheel geen terugkeer mogelijk zou zijn naar Tunesië. Tot en met oktober keerden in 2025 12 personen vrijwillig terug naar Tunesië.
Voor uw vragen over de situatie van de familie van de heer Trabelsi en zijn verblijfplaats begrijpt u wellicht dat ik geen persoonlijke informatie kan meegeven over de individuele situatie van familieleden. Ik kan u wel bevestigen dat hij nergens is ingeschreven.
Sam Van Rooy:
Minister, ik begrijp dat premier De Wever niet heeft willen antwoorden op mijn kritische vragen aangezien de situatie te gênant voor woorden is. Nizar Trabelsi, een veroordeelde moslimterrorist die nauwe banden had met Osama bin Laden en volgens de Amerikaanse veiligheidsdiensten nog altijd gevaarlijk is, mag vrij rondlopen in dit land en interviews geven aan islamofiele media. Belgistan doet zijn naam opnieuw alle eer aan.
U kunt telkens opnieuw jammeren over de rechterlijke muur waarop u botst, maar het zou een topprioriteit moeten zijn voor u en voor de regering om die rechterlijke muur eindelijk te slopen, zodat u de volledige regie krijgt over asiel en migratie in dit land.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, dat gepingpong tussen ministers is werkelijk hemeltergend. Minister Verlinden weigert te antwoorden op mijn vraag over hoeveel dwangsommen hij al gekregen heeft. Zij stelt dat het schadevergoedingen waren, dat we die hebben uitbetaald aan de advocaat en dat de advocaat soms erelonen afhoudt, waardoor ze niet kan zeggen hoeveel Trabelsi heeft gekregen. Dat is compleet belachelijk en u doet daaraan mee en laat minister Verlinden gewoon haar gang gaan. Ik dacht dat de N-VA vroeger voor transparantie stond, maar blijkbaar is dat niet het geval. Ik zal terugpingpongen naar Verlinden en zeggen dat u mij opnieuw hebt doorverwezen, want het is niet de eerste keer dat u dat doet. Wat betreft de terugkeer naar Tunesië, heb ik het even snel uitgerekend. Er zijn dit jaar 57 Tunesiërs teruggestuurd, 45 gedwongen en 12 vrijwillig en er zijn 831 illegale Tunesiërs bijgekomen. Dat wil dus zeggen een terugkeerpercentage van amper 14,5 %. Dat is symbolisch voor het hele asiel- en migratiebeleid. De instroom is altijd veel groter dan de uitstroom en dat zal ook zo blijven tot u zegt dat er hier geen nieuwe immigranten mogen binnenkomen. Daar moet werk van worden gemaakt, maar dat zie ik niet in het regeerakkoord. Ik zie daar niet in dat massa-immigratie gestopt zal worden. Die problemen zullen zich dus blijven stellen en dat is erg omdat uit studies blijkt dat immigranten de schatkist gemiddeld genomen geld kosten. We zitten al met een dieprode begroting en toch maken we de put steeds dieper.
De besparingen op asiel en migratie in een periode van voorlopige twaalfden
De voorlopige twaalfden en het asiel- en migratiebeleid
Besparingen en beleid rond asiel, migratie en voorlopige twaalfden
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem vraagt of de regering de geplande besparingen op asielopvang (Fedasil) in Q1 2026 doorvoert ondanks de voorlopige twaalfden, en bekritiseert dat uitgestelde besparingen later extra hard zullen aankomen, gegeven het verleden van chronisch tekortschietende budgetten en bijkomende vragen. Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat de voorlopige twaalfden geen belemmering vormen voor besparingen, wijst op dalende asielinstroom (-31%) als bewijs dat haar beleid werkt, en herhaalt de ambitie om structureel kosten te drukken via hervormingen en achterstandsafbouw – ondanks kritiek van het Rekenhof op de "ambitieuze" doelstellingen. Van Belleghem betwijfelt of de kredieten werkelijk als maximum zullen gelden, gezien historische overschrijdingen en eerdere budgetverhogingen. De voorzitter sluit zonder verdere actie.
Voorzitter:
Mevrouw Van Belleghem, u hebt zowel een vraag als een interpellatie ingediend, dus u hebt reglementair 15 minuten spreektijd.
Francesca Van Belleghem:
Ik ga echt geen 15 minuten spreken, want ik wil graag nog zoveel mogelijk andere vragen stellen. Ook wanneer men bij een draak de kop afhakt, groeien er immers enkele nieuwe bij.
In 2025 hebt u herhaaldelijk gecommuniceerd over de noodzakelijke en terechte besparingen op het departement Asiel en Migratie. U kondigde daarbij aan het budget voor de asielopvang fors te verminderen. Nu de regering echter heeft beslist om voor de eerste drie maanden van 2026 te werken met voorlopige twaalfden, betekent dat in de praktijk dat men uitgaat van de begroting van het lopende jaar, 2025 dus, en dat die vervolgens wordt gedeeld door vier. Ik heb dat berekend en kom zo uit op een bedrag van 239 miljoen euro voor de eerste drie maanden voor het budget van Fedasil.
Zult u effectief geen besparingen doorvoeren bij Fedasil of bij andere migratieposten in de eerste drie maanden van 2026 of zult u toch nog iets kunnen forceren? Indien u nu niet kunt besparen, betekent dat immers dat de toekomstige besparingen nog aanzienlijk groter zullen moeten zijn. Dat was de korte samenvatting van mijn vraag.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, het is inderdaad mijn doelstelling en die van de hele regering om onder meer het benodigde budget voor de opvang van asielzoekers te verlagen. U weet even goed als ik dat het de bedoeling was van de eerste minister en van de regering om een meerjarenbegroting op te stellen waarin de afbouw van dat budget zou worden voorzien. Dat proces heeft wat meer tijd in beslag genomen, waardoor er initieel gedurende enkele maanden met voorlopige twaalfden moet worden gewerkt. Dat beschouw ik als een beperkte prijs voor het belangrijke akkoord dat werd bereikt.
Dan ga ik concreet in op uw vragen, meer bepaald uw eerste, tweede en vierde vraag. Het is in de eerste plaats belangrijk om een misverstand uit te klaren. Een begroting bestaat uit maximale kredieten waarover de regering kan beschikken. Die kredieten worden door het systeem van de voorlopige twaalfden niet plots minimale kredieten.
Het systeem van voorlopige twaalfden op zich maakt minder uitgeven dus zeker niet onmogelijk.
Onze ambitie en inspanningen om het asiel- en migratiesysteem te hervormen, de instroom van asielaanvragen te verlagen en zo ook de druk op de opvang en dus ook de begroting en de samenleving te verminderen, blijven ongewijzigd. Men kan ook aan de sterk dalende instroomcijfers zien dat onze maatregelen werken. We zien systematisch lagere cijfers, vorige maand was er nog een daling van de instroom met 31 %.
Ik ben ervan overtuigd dat die maatregelen ook verder effect zullen hebben, los van de voorlopige twaalfden. We zullen blijven inzetten op het traject om de instroom gestaag te verlagen. Dat zal de diensten, DVZ en het CGVS, de ruimte geven om de achterstand die onder de vorige regering is opgebouwd, weg te werken. Zo kunnen ook de materiële opvangnood, waar de grootste kosten zich situeren, en alle andere gerelateerde kosten worden verminderd.
Ten slotte, het Rekenhof merkt op dat de doelstellingen inzake het asiel- en migratiebeleid zeer ambitieus zijn. Dat zou u natuurlijk moeten verheugen. Deze regering heeft inderdaad de ambitie om die doelstellingen te realiseren en doet daar ook alles aan, zowel op nationaal als op Europees niveau. Voorlopige twaalfden veranderen niets aan die ambities.
Francesca Van Belleghem:
U begrijpt dat ik die minimale kredieten bij voorlopige twaalfden heb geïnterpreteerd als maximale kredieten, aangezien er in het verleden voor asiel en migratie steeds geld werd bij gevraagd. Het potje dat men krijgt, bevat steeds te weinig geld. Dit jaar hebt u ook een budgetverhoging aangevraagd. Daarom heb ik mijn vraag op die manier opgesteld. We zullen zien in de begroting hoeveel geld zal worden gevraagd.
Voorzitter:
Mevrouw Van Belleghem dient geen motie in.
De binnenkomstcontroles
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt meldt dat de binnenkomstcontroles (na zes maanden) leidden tot 108 beslissingen, waaronder 9 effectieve verwijderingen, en benadrukt het ontradend effect (0,64% "hits", hoger dan Nederland), zonder repressief doel. Van Belleghem bekritiseert de resultaten als "bedroevend laag" (9 verwijderingen in een halfjaar) en stelt dat grenscontroles met pushbacks (zoals in Duitsland) effectiever zijn, verwijzend naar 950 opgepakten in 2015 onder Franken. Zij pleit voor combinatie van beide methodes, terwijl de minister de huidige aanpak verdedigt als afschrikwekkend. De discussie draait om efficiëntie versus afschrikking in migratiemanagement.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, enkele maanden geleden kondigde u de invoering van binnenkomstcontroles aan, met de toezegging die na zes maanden te evalueren. Intussen zijn we min of meer zes maanden verder. Graag kreeg ik een stand van zaken inzake de binnenkomstcontroles.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Bellegem, ik kan u de volgende stand van zaken meedelen.
Sinds de start van de binnenkomstcontroles tot en met 10 december heeft de Dienst Vreemdelingenzaken, naar aanleiding van administratieve verslagen die werden ontvangen in het kader van die controles, 108 beslissingen genomen.
52 personen kregen een bevel om het grondgebied te verlaten; 23 personen werden vastgehouden met het oog op verwijdering, van wie er intussen 9 effectief werden verwijderd; voor 18 personen werd door de Dienst Vreemdelingenzaken geen maatregel genomen, aangezien de vreemdeling recht had op verblijf of omdat er een lopende procedure was; voor 9 personen werd het bevel om het grondgebied te verlaten herbevestigd; 3 personen waren minderjarig en werden doorverwezen naar de Dienst Voogdij. Voor de overige personen werd geen beslissing genomen of ze werden vastgehouden door Justitie.
De meeste hits worden gevonden bij gatecontroles op de luchthaven en op het spoor. Onze resultaten zijn gelijklopend met de rapportage die we uit Nederland ontvangen. Wanneer we kijken naar het aantal hits, zien we voor Nederland een percentage van 0,56% en voor België 0,64%. Wat dat betreft liggen we zelfs iets boven Nederland.
De binnenkomstcontroles hebben geenszins een repressieve doelstelling. Ze worden beschouwd als een ontradingsmaatregel, aangezien personen nu weten dat ze het risico lopen om in ons land gecontroleerd te worden wanneer ze gebruikmaken van internationale bus- of spoorverbindingen. Ik heb zelf deelgenomen aan een binnenkomstcontrole op de luchthaven. Daar werd mij bevestigd dat er steeds meer bekendheid is over het feit dat wij dergelijke controles uitvoeren en dat mensen daardoor beslissen om niet naar hier te komen. Ontrading heeft in het verleden al meermaals haar nut bewezen. Op die manier verlagen we stelselmatig de instroom.
Ik blijf dan ook voorstander van deze aanpak, waarvan binnenkort een algemene evaluatie is voorzien.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, voor alle duidelijkheid, wij hebben niks tegen binnenkomstcontroles, maar de resultaten van uw binnenkomstcontroles zijn bedroevend. Er zijn er negen personen teruggestuurd naar het land van herkomst, op een half jaar tijd. Dat is anderhalve illegaal per maand. Dat is gewoon bedroevend laag. U vergelijkt met Nederland, maar u moet eigenlijk met Duitsland vergelijken, want Duitsland doet echte grenscontroles en pushbacks aan de grens. Duitsland stuurt de illegale immigranten terug; tot ergernis van Polen, weliswaar. Maar het is daarmee dat u moet vergelijken. In 2015, onder bevoegd staatssecretaris Franken, werden er op twee maanden tijd 950 personen opgepakt door grenscontroles. Die cijfers tonen aan dat grenscontroles wel degelijk een groter nut hebben dan binnenkomstcontroles. Ik zeg niet dat u moet stoppen met die binnenkomstcontroles, maar u moet ook grenscontroles uitvoeren als u illegale immigranten wilt afschrikken.
De terugkeer naar Marokko
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Francesca Van Belleghem faalt het terugkeerbeleid voor illegale Marokkanen in de praktijk, ondanks een samenwerkingsakkoord: de instroom overstijgt de uitstroom, slechts een fractie keert terug, en weigeraars (25,7%) blijven vaak in België. Minister Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat prioriteit gaat naar criminele Marokkanen (75% van de terugzendingen), dat gegroepeerde Pentagonvluchten (14 in 2025) duurder zijn dan individuele verwijderingen via Frontex, en dat Marokko-specifieke afspraken (o.a. het akkoord van 23 oktober) nog worden uitgewerkt. Van Belleghem bekritiseert dat de capaciteit voor terugkeer onbenut blijft, eist strengere maatregelen tegen weigeraars (die nu "beloond" worden met langer verblijf) en dringt aan op versnelde uitleveringen, verwijzend naar een onbenut vorig akkoord (april 2024) waarin Marokko alle illegalen zou terugnemen.
Francesca Van Belleghem:
In de commissievergadering van 12 november jongstleden hield u vol dat u met de Marokkaanse autoriteiten zeer goed kan samenwerken met het oog op de terugkeer van illegale Marokkanen. Er kan misschien wel een akkoord zijn daarover, maar de praktijk is anders, zo bewijzen de cijfers. Een fractie van de Marokkanen die een bevel krijgen om het grondgebied te verlaten, keert vrijwillig of gedwongen terug. De instroom is groter dan de uitstroom.
Welke concrete maatregelen hebt u als minister sinds uw aantreden genomen om de terugkeer van illegale Marokkanen op te voeren? Klopt het dat er op dit moment uitsluitend criminele, illegale Marokkanen uit de gevangenis worden teruggestuurd? Worden er ook Marokkanen die geen gevangenisstraf uitzitten, gedwongen teruggestuurd naar het land van herkomst? Welk aandeel maken die uit in de totale terugkeercijfers? Ik heb het niet over de Dublinmarokkanen, die hier al na een dag terug staan.
Klopt het dat de gedwongen terugkeer naar Marokko enkel verloopt via de zogenaamde Pentagonvluchten? Kunt u dat kaderen in het integrale terugkeerbeleid? Geldt dat ook voor andere landen van herkomst of alleen voor Marokko?
Kunt u daar een kostprijs op plakken? Is die kostprijs hoger of lager?
Wat is, specifiek voor de gedwongen terugkeer naar Marokko het percentage terugkeerweigeraars, dus illegalen voor wie een vlucht geboekt wordt, maar die op het laatste moment weigeren of weerspannig worden?
Kunt u schetsen hoe de Pentagonvluchten in de praktijk verlopen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, voor de arizonaregering vormt het terugkeerbeleid het sluitstuk van een kordaat asiel- en migratiebeleid. Dat is ook zo onderschreven in het regeerakkoord met onze inzet op het whole-of-governmentprincipe, waarbij onder andere ontwikkelingssteun wordt gekoppeld aan de inspanningen van herkomstlanden om hun uitgewezen onderdanen terug te nemen.
Wat uw eerste twee vragen betreft, de relaties met de landen van herkomst worden besproken in de whole-of-governmentwerkgroep van de regering. Ook het samenwerkingsakkoord dat België eind oktober van dit jaar heeft gesloten met Marokko, kwam tot stand in overleg met andere regeringsleden en mezelf. Dat akkoord van 23 oktober wordt momenteel nader uitgewerkt door de minister van Buitenlandse Zaken. De engagementen in dat akkoord die betrekking hebben op asiel en migratie, nemen we op in samenwerking met de Dienst Vreemdelingenzaken. Het bilaterale overleg tussen de Marokkaanse autoriteiten en mijn diensten is geïntensiveerd.
Dan kom ik tot uw derde en vierde vraag. Er wordt inderdaad prioriteit gegeven aan criminelen. Ongeveer drie vierde van het aantal personen dat naar Marokko wordt verwijderd, komt uit de gevangenis. Het overige kwart betreft personen die in onwettig verblijf op het grondgebied werden aangetroffen. Wat de terugkeer van illegalen in het algemeen uit de gevangenissen betreft, kan ik u meedelen dat die onder onze regering intussen al met 25 % is toegenomen.
Wat uw vijfde en zevende vraag betreft, het klopt dat de Dienst Vreemdelingenzaken en de federale politie inzetten op gegroepeerde verwijderingen naar Marokko. De gedwongen terugkeer naar Marokko is evenwel niet beperkt tot dat type vluchten. In 2025, tot en met 10 december, werden 14 van dergelijke gegroepeerde vluchten naar Marokko georganiseerd. Aangezien die vluchten op het nationaal budget worden georganiseerd, zijn ze duurder.
De niet-gegroepeerde verwijderingen naar Marokko worden gefinancierd via Frontex. De Dienst Vreemdelingenzaken onderzoekt momenteel de mogelijkheid om een deel van de kosten voor toekomstige operaties over te zetten naar het Frontexbudget.
De dienst Vreemdelingenzaken onderzoekt ook de mogelijkheid om dergelijke vluchten naar andere bestemmingen te organiseren.
Met betrekking tot de inzet van de federale politie bij dergelijke operaties verwijs ik u naar de minister van Binnenlandse Zaken, die bevoegd is voor de luchtvaartpolitie. Ik kan wel meegeven dat DVZ één begeleider meestuurt om de contacten met de luchtvaartmaatschappijen en de lokale autoriteiten te faciliteren.
Dan kom ik aan uw zesde vraag, de dienst Vreemdelingenzaken noteerde tot en met 10 december 114 annuleringen wegens verzet van Marokkanen. Dat komt overeen met 25,73 % van het totale aantal pogingen. Ongeveer een vierde daarvan is te wijten aan een weigering van de transfer uit de gevangenis.
Francesca Van Belleghem:
Wat dat laatste betreft, is dat omdat de gevangenis dan wel de illegaal weigert? U spreekt over het samenwerkingsakkoord van 23 oktober. Op 15 april 2024 sloot de vorige regering een akkoord, waarin letterlijk stond dat Marokko belooft elke illegale Marokkaan terug te nemen. De capaciteit van Marokko om illegalen terug te nemen, zou naar verluidt vele malen hoger liggen dan het aantal effectief teruggestuurde illegale Marokkanen. Er is dus nog marge om veel meer illegale Marokkanen terug te sturen. Zet daarop dan ook in. Met betrekking tot de terugkeerweigeringen, ik hoor zeer vaak dat er weerspannigheid is op vliegtuigen of bij terugkeeroperaties. Het gevolg van het weerspannig gedrag is dan dat de persoon in kwestie gewoon kan blijven en teruggestuurd wordt naar het gesloten terugkeercentrum. Wij mogen weerspannigheid niet belonen door verder verblijf in het land, waarbij de persoon na meerdere pogingen opnieuw wordt losgelaten in België. Wij moeten daarop harder inzetten, zodat de terugkeerweigeraars effectief teruggestuurd worden. We moeten de lat gewoon hoger leggen
De aanpassing van de begroting en de impact ervan op het asiel- en migratiebeleid
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem vraagt om transparantie over begrotingswijzigingen voor asiel en migratie, met name welke posten omhoog of omlaag gaan en waarom, en wijst op tegenstrijdige informatie over een 16 miljoen euro-provisie (volgens Van Peteghem voor Fedasil, maar niet bevestigd door Van Bossuyt). Anneleen Van Bossuyt beperkt de aanpassingen tot drie specifieke posten: +€2,8 miljoen voor Fedasil (Oekraïense opvang), +€116.000 voor DVZ (registratie Oekraïners) en een verschuiving van €100.000 naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (digitalisering), maar ontwijkt de vraag over de BOSA-provisie. Van Belleghem bekritiseert de onduidelijkheid, eist opheldering over het daadwerkelijke bedrag voor Fedasil en vraagt of de verhoging linkt aan nieuwe asielcentra, maar krijgt geen antwoord. De voorzitter sluit af met de stelling dat Van Bossuyt voldoende heeft gereageerd, zonder verdere verduidelijking.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar mijn ingediende vraag.
Het wetsontwerp inzake de eerste aanpassing van de uitgavenbegroting werd onlangs gepubliceerd.
Zo zou de provisie voor de opvang van asielzoekers “naar boven bijgesteld" zijn (p.21). Ook de dotatie voor Fedasil zou met 2.701.000 euro stijgen (p. 28).
Ook op andere pagina's in de begroting wordt melding gemaakt van kosten gelieerd aan asiel en migratie.
In het kader van transparantie: kunt u een volledig overzicht geven van welke begrotingsposten relevant voor het beleidsdomein asiel en migratie, naar boven werden bijgesteld, en welke naar beneden? Kunt u verduidelijken waarom dit noodzakelijk was?
Anneleen Van Bossuyt:
De begrotingscontrole voor 2025 is beperkt gehouden en bevat drie artikelen, die rechtstreeks aan asiel en migratie zijn gelinkt. Ze worden om twee redenen gewijzigd.
Enerzijds is er een verhoging van 2,8 miljoen euro voor de uitgaven van Fedasil. Het gaat om post 13.40.42.414-044, in het kader van de registratie, de toewijzing en de opvang van Oekraïners, conform een beslissing van de ministerraad van 10 oktober. De Dienst Vreemdelingenzaken ontvangt om dezelfde reden, namelijk de registratie, toewijzing en opvang van Oekraïners, een bijkomend bedrag van 116.000 euro op post 13.55.02.121-101.
Anderzijds is er ook een verschuiving van 100.000 euro van de dotatie van Fedasil naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat gaat om post 13.64.01.121-104 en houdt verband met de digitalisering van die dienst.
De provisie gaat om een interdepartementale provisie voor onvoorziene kosten bij BOSA, meer bepaald post 06.90.10.01-0001.
Francesca Van Belleghem:
Heeft de provisie van BOSA betrekking op het departement Asiel en Migratie? Uit een antwoord van minister Van Peteghem aan Wouter Vermeersch bleek dat 16 miljoen euro uit die provisie aan Fedasil zou worden toegekend. Dat element werd hier niet herhaald. Hebt u het dan verkeerd of is dat minister Van Peteghem? Jullie geven beiden immers een ander antwoord.
Momenteel is de bespreking van het wetsontwerp over de begroting aan de gang is. Het lijkt mij belangrijk dat uitgeklaard wordt hoeveel geld naar Fedasil zal gaan. In de begroting staat letterlijk dat het budget voor de opvang van asielzoekers naar boven wordt bijgesteld. Gaat dat over de nieuwe asielcentra die u wil openen? Hoe zit dat?
Voorzitter:
De minister heeft voldoende geantwoord, meent zij.
Nieuwe asielcentra
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) bekritiseert dat minister Van Bossuyt ondanks lokaal verzet (o.a. Charleroi, Schilde) en gerechtelijke procedures blijft pushen voor nieuwe asielcentra, en noemt de claim van "vervangcapaciteit" schijnheilig, aangezien het volgens haar om nieuwe centra gaat – met name in Lodelinsart (36 plaatsen, verzet + Raad van State-procedure), Schilde (178 plaatsen, gerechtelijke onzekerheid) en Florenville (36 plaatsen, werken lopende). Ze eist transparantie over de drie gemeenten waar momenteel onderhandeld wordt (zijn Charleroi/Florenville inbegrepen?) en bekritiseert de trage afbouw van hotelopvang (nog 50 asielzoekers na 10 maanden), die volgens haar enkel verplaatst is van Brussel naar Vlaanderen via tijdelijke opvang. Minister Van Bossuyt bevestigt de juridische procedures (Charleroi vecht vergunning aan) en benadrukt dat Schilde (opening begin 2026, medische focus) en Florenville (eerste trimester 2026) geen nieuwe capaciteit toevoegen, maar bestaande vervangen – met twee centra gesloten (870 plaatsen minder) en hotelopvang gedaald van 400 naar 50. Ze onderhandelt in drie (onnemende) gemeenten voor vervangcapaciteit en belooft volledige afschaffing van hotelopvang.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik heb u al meermaals ondervraagd over de plannen om nieuwe asielcentra te openen.
Intussen heeft de stad Charleroi te kennen gegeven niet opgezet te zijn met de komst van het nieuwe asielcentrum in Lodelinsart, net zoals ik niet opgezet ben met het feit dat ik geen antwoord krijg op mijn vraag. Bent u op de hoogte van het verzet van de stad Charleroi? Is er een gerechtelijke procedure hangende? Zult u zich daarbij neerleggen?
Graag ook een stand van zaken over het nieuwe asielcentrum in Schilde. Zijn er nog juridische hindernissen? Zult u zich neerleggen bij het feit dat de inwoners van Schilde dat asielcentrum niet wensen?
Ook in Florenville zult u een nieuw asielcentrum openen met 36 plaatsen. Stuit u daar op al dan niet juridisch verzet? Zoals u ziet, kan de Vlaams Belanger zelfs opkomen voor de Waalse belangen.
Kunt u, voor de goede orde, een volledig overzicht geven van de geplande nieuwe asielcentra, met vermelding van de locatie en het aantal op te vangen asielzoekers? Zijn er nog andere dan de drie die ik heb opgesomd? Vermits u de locaties niet wilt meedelen van de plaatsen waar u onderhandelt over nieuwe asielcentra, kunt u wel verduidelijken in hoeveel gemeenten u momenteel aan het onderhandelen bent met Fedasil?
Graag ook een laatste stand van zaken inzake de hotelopvang. Ik hoop dat u mij vandaag het goede nieuws kunt brengen dat er geen asielzoekers meer in hotels worden opgevangen en dat alle tijdelijke opvanglocaties intussen geopend zijn.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Bellegem, op uw eerste vraag is het antwoord ja. Fedasil heeft mij laten weten dat de stad Charleroi bij de Raad van State beroep heeft aangetekend tegen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning. Fedasil heeft een advocaat aangesteld die zijn standpunt zal verdedigen in het kader van de procedure bij de Raad van State.
Wat uw tweede vraag betreft over het asielcentrum in Schilde, Fedasil bereidt de opening voor. De aanpassings- en verbeteringswerken zijn aan de gang en Fedasil hoopt begin 2026 – dus begin volgend jaar – de eerste bewoners te kunnen opvangen. Het nieuwe opvangcentrum in Schilde zal bij de opstart plaats bieden aan de bewoners van het opvangcentrum in Deurne, met een bijzondere focus op verzoekers met medische noden en hun familie.
Volgens het agentschap is er geen vergunning vereist, aangezien er geen functiewijziging plaatsvindt. Er lopen wel nog gerechtelijke procedures waarvan de uitkomst momenteel niet gekend is. Ik heb alle begrip voor het standpunt van het lokaal bestuur en heb mij daarom van bij het begin constructief opgesteld en opengestaan voor overleg.
Wat uw derde vraag betreft over Florenville, daar worden momenteel werken uitgevoerd met het oog op een opening van 36 plaatsen. De opening is afhankelijk van de vooruitgang van de werken en kan op dit moment nog niet met zekerheid worden bevestigd. De werken worden opgevolgd door Fedasil en de Regie der Gebouwen, en zouden afgerond kunnen zijn tegen het einde van het eerste trimester van 2026. Er zijn geen lopende of aangespannen juridische procedures waarvan Fedasil kennis heeft.
Dan kom ik tot uw vierde vraag. Fedasil heeft op dit moment slechts één concreet openingsperspectief, rekening houdend met de vereiste validatie in Schilde, namelijk 178 plaatsen.
Wat uw vijfde vraag betreft, namelijk in hoeveel steden en gemeenten momenteel onderhandelingen lopen, kan ik meedelen dat Fedasil zich vandaag in drie gemeenten verspreid over België in de finale onderhandelingsfase bevindt voor potentiële nieuwe opvangcentra. Die zijn bedoeld als vervangcapaciteit voor centra die reeds gesloten zijn of die op korte of middellange termijn zullen sluiten. Het is daarbij belangrijk te benadrukken dat mijn diensten voortdurend de markt verkennen op zoek naar potentiële sites, om een weloverwogen keuze te kunnen maken wanneer in vervangcapaciteit moet worden voorzien. Nogmaals, het gaat telkens om vervangcapaciteit.
De afbouw van het aantal plaatsen blijft de doelstelling. Er zijn in deze legislatuur overigens al heel wat plaatsen verdwenen. Zo zijn in deze legislatuur reeds twee centra gesloten, namelijk Berlaar en Jabbeke, waarbij een totale capaciteit van 870 plaatsen niet werd vervangen. Daarnaast zijn ook drie van de vijf hotels in Deurne gesloten, samen goed voor 265 plaatsen. De verdere afbouw van de hotelopvang is eveneens aan de gang en wordt herleid tot nul. Dat is een belofte die ik zal nakomen, mevrouw Van Bellegem.
U vraagt hoeveel asielzoekers momenteel in de hotelopvang verblijven. Ik spreek hierbij over de stand van zaken op 8 december. Op die datum gaat het om 50 personen. Bij de start van deze regering, amper tien maanden geleden, waren dat er nog bijna 400. Vandaag zitten we dus aan 50. Ik heb intussen drie van de vijf hotels gesloten. Op dit moment zijn alle tijdelijke locaties die voor de winteropvang worden gebruikt, geopend.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, staat u mij toe eerst te stellen dat vervangcapaciteit onzin is. Het is niet omdat het vervangcapaciteit betreft dat er geen nieuwe asielcentra worden geopend. Daar gaat het net om: er worden nieuwe asielcentra geopend. De vraag die ook rijst, is de volgende. U bent op dit moment in drie gemeenten aan het onderhandelen om nieuwe asielcentra te openen. Zitten Charleroi en Florenville – waarvan de locaties al gekend zijn – bij die drie, of gaat het om drie andere gemeenten? Dat is een belangrijke vraag die beantwoord moet worden. Anders is er nog een gemeente die nog niet weet dat er asielzoekers zullen komen, of zelfs drie andere gemeenten. Dat is uiteraard een groot verschil. U zegt dat er nog maar 50 asielzoekers op hotel zitten? Dat wijst op een daling van de hotelopvang. Ik ben daar voorstander van. Het blijven er evenwel nog steeds 50. U bent inmiddels tien maanden minister van Asiel en Migratie en er zitten nog steeds 50 asielzoekers op hotel. Dat mag ook wel eens benadrukt worden. Die afbouw verloopt tergend traag, terwijl de belastingbetaler uiteraard die hotelopvang betaalt. De hotelopvang voor asielzoekers kon dalen omdat u zes tijdelijke opvangcentra hebt geopend in Vlaanderen. De asielstroom is dus van Brussel naar Vlaanderen verplaatst. Die nuance moet zeker worden gemaakt. Dank u wel.
Het kraakpand in het voormalige gebouw van de Europese Commissie
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Francesca Van Belleghem bekritiseert het gebrek aan daadkracht van lokale autoriteiten en migratiediensten bij de illegale bezetting (200-250 Moldavische krakers, vermoedelijk illegaal) van een voormalig EU-pand in Evere, en eist onmiddellijke ontruiming en repatriëring. Minister Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) alleen kan handelen na politie-aanhouding en ontkent falend beleid, wijzend op eerdere acties (bv. Antwerpen-Noord). Van Belleghem beschuldigt de politie en DVZ van passiviteit, vraagt om proactieve samenwerking en noemt de situatie—met Moldaviërs ondanks ontradingsmissies en EU-toetredingsonderhandelingen—"absurd en beleidsfalend". Van Bossuyt houdt vol dat lokale overheden verantwoordelijk zijn voor handhaving.
Francesca Van Belleghem:
Het voormalige pand van de Europese Commissie aan de Genèvestraat in Evere (Brussel) is het slachtoffer geworden van een flagrante en illegale bezetting. Sinds twee weken wordt het gebouw, dat vorig jaar nog werd gebruikt voor vertaaldiensten, bezet door een groot aantal personen.
Burgemeester Alessandro Zappala schat het aantal bezetters op 100 tot 150, maar de politie-observaties wijzen op een veel grotere groep van 200 tot 250 krakers. Het gaat hier voornamelijk om Moldavische families, van wie bekend is dat zij al eerder op illegale wijze andere Brusselse panden, zoals in Auderghem, hebben gekraakt. Dit duidt op een georganiseerde tactiek om leegstaande panden te misbruiken.
Hoewel netbeheerder Sibelga de stroom heeft afgesloten, is dit slechts een cosmetische ingreep. Wat het meest verontrustend is, is het gebrek aan daadkracht bij de lokale autoriteiten. De burgemeester en de politie 'volgen de situatie op de voet' en 'bekijken mogelijke stappen om de situatie te regelen'.
Dit is onacceptabel. De wet moet onmiddellijk gehandhaafd worden. Het is de plicht van de overheid om het eigendomsrecht te beschermen en de openbare orde te garanderen. Er is geen plaats voor het 'reguleren' van illegale kraakacties; er is enkel ruimte voor een onmiddellijke uitzetting en, indien nodig, de repatriëring van de betrokkenen. Deze aanhoudende nalatigheid zet de veiligheid en leefbaarheid van de wijk Evere onder druk.
1. Waarom heeft het twee weken geduurd voordat deze illegale bezetting van een voormalig Europees pand de aandacht van de autoriteiten kreeg? Is er een bevel tot onmiddellijke ontruiming uitgevaardigd?
2. Wat is de exacte verblijfsstatus van deze voornamelijk Moldavische krakers? Indien zij zonder geldige papieren in België verblijven, worden er dan onmiddellijk uitwijzingsprocedures opgestart om hun terugkeer naar Moldavië te garanderen (cf. uw ontradingsmissie naar Moldavië eerder dit jaar)?
3. Gezien het feit dat deze Moldavische families eerder al betrokken waren bij squats in andere Brusselse gemeenten (zoals Auderghem), op welke manier falen de migratie- en handhavingsdiensten in het voorkomen van herhaaldelijke illegaliteit?
4. Zijn er nog andere kraakpanden (met een groot aantal illegalen) waar u weet van heeft?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik veroordeel elke vorm en elke daad van kraken. Door dergelijke daden worden eigendommen illegaal benut, wordt schade aangericht en ontstaat overlast.
Voor uw eerste en vierde vraag verwijs ik u naar andere beleidsniveaus, aangezien het politionele of lokale politionele aangelegenheden betreft.
Als antwoord op uw tweede en derde vraag kan ik u meedelen dat de lokale overheden of de politie in het kader van deze problematiek geen contact hebben opgenomen met de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Wij beschikken dus ook niet over informatie over de bewoners van het kraakpand.
Indien de krakers zich illegaal op het grondgebied zouden bevinden en door de politiediensten aan de Dienst Vreemdelingenzaken zouden worden aangeboden, kan een procedure tot identificatie en indien mogelijk tot verwijdering worden opgestart. De Dienst Vreemdelingenzaken kan pas maatregelen nemen nadat de politie een bestuurlijke aanhouding uitvoert en het bijbehorende verslag opstelt. Mijn diensten verlenen volledige ondersteuning bij uitzettingen uit kraakpanden. Het is aan de lokale overheden om te beslissen of zij op dit aanbod ingaan.
Uw bewering dat de migratiediensten zouden falen in het voorkomen van herhaalde illegaliteit, vind ik volledig onterecht. Mijn diensten leveren op het terrein schitterend werk. De omstandigheden waarin bijvoorbeeld de personeelsleden moeten opereren bij gerichte acties tegen illegaliteit, zijn op zijn zachtst gezegd, niet altijd prettig. Indien u daarbij aanwezig zou zijn, zou u dat zelf kunnen vaststellen. Zowel mijn diensten als de ordediensten voeren gerichte acties uit tegen illegaliteit. Dat blijkt uit de actie van 19 november in Antwerpen-Noord, evenals uit andere soortgelijke acties op die locatie of elders in het verleden. Ook bij acties gericht tegen transmigratie en de binnenkomstcontroles verleent de Dienst Vreemdelingenzaken zijn medewerking.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, dit is hallucinant. In de krant staat dat er 250 krakers, vermoedelijk Moldaviërs of illegale Moldaviërs, in een kraakpand wonen in een voormalig gebouw van de Europese Commissie. De ironie kan nauwelijks groter zijn. U stelt dat de politie geen contact heeft opgenomen met de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Ik verwijt u dat overigens niet. Het illustreert echter hoe mank de procedure loopt. Als de politie nog niet eens contact opneemt met de DVZ, terwijl in de krant duidelijk te lezen is dat het kraakpand vol illegale Moldaviërs zit, is een degelijk terugkeerbeleid moeilijk te voeren. Kan de DVZ niet zelf proactief optreden of met de politie contact opnemen? Er loopt duidelijk iets grondig fout. We moeten dat verder uitspitten. Indien er kraakpanden zijn of locaties die klaarblijkelijk vol illegalen zitten, moeten de politie en de DVZ gezamenlijk, zoals in Antwerpen, optreden om die illegaliteit tegen te gaan. Indien de Brusselse politie dat weigert, kunnen er vanzelfsprekend weinig personen worden teruggestuurd. Ironisch genoeg gaat het om Moldavische families. Amper enkele maanden geleden bent u op ontradingsmissie naar Moldavië gereisd om ervoor te zorgen dat er minder illegale Moldaviërs naar ons land zouden komen. Nog absurder is dat Moldavië sinds 2022 kandidaat-lid van de Europese Unie is. Vorig jaar zijn de toetredingsonderhandelingen formeel gestart, maar nu blijkt dat ons land vol illegale Moldaviërs zit. Dat toont hoezeer dit beleid faalt.
Het asielcentrum Parelstrand
De asielopvang in Lommel
Asielopvang in Parelstrand en Lommel
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem bekritiseert de exorbitante huurprijs (€430.000/maand) voor het Lommelse asielcentrum, bewert dat eigenaar Peter Gillis hiermee winst maakt op niet-marktconforme voorwaarden, en eist sluiting van het centrum na de steekpartij en lokale protesten. Minister Van Bossuyt verdedigt het geheimhouden van huurprijzen om Fedasil’s onderhandelingspositie te beschermen, stelt dat transparantie de kosten zou opdrijven, en wijst op de juridische route (openbaarheid van bestuur) die Van Belleghem al gebruikte. Van Belleghem beschuldigt de overheid van zwak onderhandelen en pleit voor een Rekenhof-onderzoek naar alle Fedasil-contracten, betitelt de situatie als "afzetterij". De kern: conflict tussen sluitingsdrang (lokaal protest, veiligheid) en kostenbeheersing (onderhandelingsstrategie, marktmechanismen).
Francesca Van Belleghem:
Minister, de huurovereenkomst voor het opvangcentrum te Lommel met de eigenaar loopt af op 31 december De gesprekken over een eventuele nieuwe huurovereenkomst zijn lopende. In het licht van de onderhandelingen ter zake wilde u op 12 november niet veel zeggen over de inhoud van het nieuwe huurcontract. Intussen begrijp ik waarom u er niet veel over wilde kwijt wilde. De huurprijs bedraagt maar liefst – dit is niet uw schuld, want u hebt die niet onderhandeld – 430.000 euro per maand. Dat is gigantisch veel; dat is 5 miljoen euro voor één asielcentrum. Onder de medewerkers doet bovendien het gerucht de ronde dat het asielcentrum zou openblijven tot 2030.
Werd intussen een finale overeenkomst bereikt? Is er een overeenkomst gesloten? Zo ja, welke huurprijs werd overeengekomen? Zult u ervoor zorgen dat er een prijsdaling komt van de huurprijs en geen prijsstijging?
Waarom kunt u de totale kostprijs van het asielcentrum, 14 miljoen euro vorig jaar, vrij meedelen, maar de huurprijs zelf niet? Waarom moeten we daarvoor de openbaarheid van bestuur inroepen en bent u niet van meet af daarover transparant, aangezien het resultaat toch hetzelfde is, namelijk het feit dat we er kennis nemen dat de huurprijs 430.000 euro? bedraagt
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, er wordt nog over de toekomst van het asielcentrum in Lommel onderhandeld.
De totale werkingskosten van een opvangcentrum omvatten diverse posten en kunnen zonder contractuele implicaties worden meegedeeld, zoals ik ook heb gedaan. De huurprijs daarentegen maakt integraal deel uit van een lopend onderhandelingstraject met een private eigenaar. De huurprijzen worden niet openbaar gecommuniceerd, gelet op het feit dat dat de concurrentiepositie van Fedasil in het gedrang kan brengen. Ik hoef u niet uit te leggen dat de kennis van huidige huurprijzen verdere onderhandelingen voor andere potentiële verhuurders vergemakkelijkt en de positie van Fedasil verzwakt.
Zoals u zelf aangeeft, hebt u reeds een beroep gedaan op uw recht om de huurprijzen op te vragen in het kader van de openbaarheid van bestuur en hebt u die informatie ook uitgebreid met de pers gedeeld. Dat zal de onderhandelingspositie van Fedasil allerminst verbeteren.
Aangezien u het belangrijk vindt dat de huurprijzen bekend zijn bij Jan en alleman, kunnen we alleen maar vaststellen dat anderen daarmee Fedasil bij hun onderhandelingen kunnen confronteren en dat we daardoor alleen maar meer dreigen te moeten betalen voor de opvang. Ik dacht nochtans dat we het idee delen dat we zo weinig mogelijk willen betalen voor opvang.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, we delen minder dan u denkt. Ik wil dat er niet meer onderhandeld wordt. Ik wil dat het asielcentrum sluit. De inwoners van Lommel willen ook dat het asielcentrum sluit. De voorbije zomer heeft in Lommel een verschrikkelijke steekpartij plaatsgevonden. Dat waren asielzoekers, mevrouw de minister. De mensen in Lommel zijn het kotsbeu. Met betrekking tot de onderhandelingspositie van Fedasil, ik zei al dat wij willen dat het huurcontract gewoon niet wordt verlengd. Het is immers duidelijk dat de asielindustrie daaraan bakken geld verdient. Ook eigenaar Peter Gillis, bekend van het tv-programma Massa is Kassa , is daarmee rijk geworden, terwijl zijn andere vakantieparken verlieslatend waren. Het vakantiepark dat hij verhuurt aan Fedasil, is zijn enige winstgevende vakantiepark. Dat zegt genoeg over de niet-marktconforme huurprijzen die Fedasil betaalt. Iets in mij doet vermoeden dat het niet het enige asielcentrum is waarvoor Fedasil een veel te hoge huurprijs betaalt. Eigenlijk zou het Rekenhof voor alle contracten moeten nagaan welke marktconform zijn en welke niet. U wordt echt afgezet waar u bij staat.
De actie in Antwerpen-Noord
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens de Cerberus-actie van 19 november in Antwerpen werden 6 illegalen opgepakt, waarvan 4 vastgehouden voor uitzetting, 1 niet gedwongen kon worden verwijderd (wegens gebrek aan identificatie) en 1 minderjarige werd overgedragen aan een voogd, volgens staatssecretaris Van Bossuyt. Burgemeester Van Doesburg en politiecommissaris De Meester benadrukten eerder dat illegale criminelen moeilijk uitzetbaar zijn, wat frustratie veroorzaakt bij politie en bestuur. Van Bossuyt verwees voor de tussentijdse stand van zaken over binnenkomstcontroles naar een eerder gegeven antwoord, zonder concrete cijfers te geven. De discussie draait om efficiëntie van opsporing versus uitzettingsproblematiek.
Francesca Van Belleghem:
Op 19 november was u aanwezig op een speciale Cerberus-actie van de Antwerpse politie. Sinds de acties goed een half jaar geleden van start gingen, zouden al 332 (of, afhankelijk van de bron: 250) verdachten zijn opgepakt, van wie 1 op 3 illegaal is. Politiecommissaris De Meester, die de Cerberus-actie leidt, verklaarde dan weer dat de meerderheid illegaal in het land verblijft. In een ruimere context stelde Antwerps burgemeester Els van Doesburg dat er in Antwerpen “jaarlijks zo'n 2000 arrestaties zijn waarbij de dader illegaal blijkt te zijn", eraan toevoegend dat de moeizame uitzetting van illegale criminelen een grote frustratie is - zowel voor haarzelf als burgemeester als voor elke politieagent. Uzelf stelde bij deze gelegenheid dat dankzij acties zoals Cerberus en de binnenkomstcontroles 'illegale overlastplegers' sneller kunnen geïdentificeerd worden met het oog op terugkeer.
Graag een antwoord op volgende vragen:
Hoeveel illegalen werden bij de jongste actie in Antwerpen opgepakt? Hoeveel werden er op vrije voeten gesteld? Hoeveel werden er overgebracht naar een gesloten terugkeercentrum? Hoeveel werden ondertussen effectief het land uitgezet?
Aangezien een definitieve evaluatie van de 'binnenkomstcontroles' pas later volgt: graag een tussentijdse stand van zaken: hoeveel illegalen werden er sinds de start van deze controles opgepakt? Hoeveel werden er effectief het land uitgezet?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, als antwoord op uw eerste vraag, bij de actie-Cerberus werden op 19 november in aanwezigheid van mijzelf en de burgemeester van Antwerpen, Els van Doesburg, zes personen in illegaal verblijf opgepakt, voor wie een administratief verslag aan de DVZ werd gestuurd. Op basis daarvan werden dan de volgende beslissingen genomen. Vier personen werden vastgehouden met het oog op verwijdering. Eén persoon kon niet of kan niet gedwongen verwijderd worden wegens een negatieve identificatie. Zijn eerdere terugkeerbesluit werd bevestigd, betrokkene dient het zelfstandig op te volgen. Voor één minderjarige werd contact opgenomen met de voogd.
Wat uw tweede vraag betreft omtrent de binnenkomstcontrole, verwijs ik naar het antwoord dat ik eerder vandaag al heb gegeven.
Francesca Van Belleghem:
Ik dank u voor uw antwoord.
De opvang van asielzoekers met een lage kans op erkenning
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt bevestigt dat Fedasil onderzoekt welke locaties geschikt zijn voor aparte opvang van asielzoekers met lage erkenningkans, met als doel versnelde terugkeer via intensievere begeleiding en kortere opvangduur. De pilootfase zou pas in 2026 starten, met eerste resultaten tegen de zomer dat jaar. Van Belleghem (N-VA) vraagt om een stand van zaken, maar reageert enkel met een afwachtende houding ("wij volgen dit verder op"). Het plan blijft dus toekomstgericht en concreet uitvoeringsbeleid ontbreekt nog.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, een half jaar geleden stelde u asielzoekers met een lage kans op erkenning te willen onderbrengen in aparte opvangcentra, met het oog op snelle verwijdering.
Ik krijg hierover graag een stand van zaken.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, Fedasil is volop bezig met het onderzoeken welke opvanglocaties er geschikt kunnen zijn voor een dergelijke opvang en welke capaciteit hiervoor beschikbaar kan worden gemaakt. De voorbereidingen worden getroffen met betrekking tot het begeleidend traject in deze opvangvoorzieningen, aangezien een versnelde procedure ook een verkorte opvangperiode moet betekenen. Het begeleidend traject zal intensiever zijn, met een specifieke focus op terugkeerbegeleiding. Het is de ambitie om deze opvang in 2026 van start te laten gaan als een pilootfase. Het project van deze gecentraliseerde opvang zal bijgevolg zijn resultaten kennen tegen de zomer van 2026.
Francesca Van Belleghem:
Wij volgen dit verder op.
De terugkeer in het kader van de Dublinprocedure
Het nieuwe Dublincentrum
Terugkeer en opvang binnen de Dublinprocedure
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem bekritiseert dat het tweede Dublincentrum na maanden nog steeds in onderhandeling is zonder concrete locatie of capaciteit, en stelt dat het Dublinsysteem faalt door systematische weigering van Griekenland en Italië om asielzoekers terug te nemen, wat België onevenredig belast. Minister Van Bossuyt bevestigt dat het centrum in voorbereiding is en dat sinds april 2025 Dublinverzoeken naar Griekenland hernomen werden, maar geen gedwongen transfers meer plaatsvinden; zij wijst op EU-druk via evaluatiemomenten (2026) en bilaterale gesprekken met Griekenland, maar erkent dat de effectiviteit onzeker blijft. Van Belleghem betwist de haalbaarheid van het EU-Migratiepact zolang Dublin niet functioneert en vreesd dat Griekenland/Italië asielzoekers straks bewust niet registreren om doorreis te faciliteren. Van Bossuyt signaleert verbeterde samenwerking met Kroatië en Hongarije, maar benadrukt dat solidariteit zonder verantwoordelijkheid (monitoring) onvoldoende is.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, hoewel onder dit agendapunt twee vragen samengevoegd zijn, zijn ze inhoudelijk verschillend.
Mijn eerste vraag kan in één zin worden samengevat. Hoever staat het met het tweede Dublincentrum voor asielzoekers?
Mijn tweede vraag is fundamenteler voor het gehele asielbeleid. In april concludeerde de Europese Commissie dat Griekenland opnieuw volwaardig aan het Dublinsysteem kon deelnemen. Dat betekent niet noodzakelijk dat het land dat ook daadwerkelijk doet. Ook een land als Italië weigert al lange tijd de facto elke medewerking op dat vlak.
Heeft de beslissing van de Europese Commissie van april ondertussen enig praktisch gevolg gehad voor de Dublinovernames? Hoeveel personen zijn er sindsdien naar Griekenland teruggestuurd? Hoeveel naar Italië?
In welke mate werd en wordt door de Europese Commissie concreet druk uitgeoefend op landen zoals Griekenland en Italië om hun Dublinverplichtingen daadwerkelijk na te leven? Zijn er nog andere Europese landen die het op dat vlak eveneens slecht doen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, wat het nieuwe Dublincentrum betreft, kan ik bevestigen dat de diensten de voorbije maanden zeer intensief hebben doorgewerkt, zodat de geplande timing haalbaar blijft. De krijtlijnen zijn uitgewerkt en er wordt actief over een geschikte locatie onderhandeld. Op dit moment kan ik nog niet zeggen welke locatie de voorkeur geniet. Dat gebeurt bewust, om de lopende onderhandelingen niet in het gedrang te brengen. Omdat de locatie nog niet vastligt, is het moeilijk om nu al een exacte capaciteit te bepalen. Wel kan ik meegeven dat de behoeften en noden zodanig zijn uitgewerkt, dat ze gemakkelijk aan de uiteindelijk beschikbare capaciteit kunnen worden aangepast.
Over uw vragen over de terugkeer in het kader van Dublin kan ik het volgende zeggen. Naar aanleiding van de mededeling van de Europese Commissie werden vanaf 17 april 2025 tot en met 25 augustus opnieuw Dublinverzoeken naar Griekenland verstuurd.
De cel Dublin van de Dienst Vreemdelingenzaken verstuurt verzoeken aan Italië. We krijgen impliciete akkoorden bij ontstentenis van een antwoord binnen de voorziene antwoordtermijn. Dat is de zogenaamde tacit agreement . Vervolgens neemt de cel Dublin op basis van dat impliciet akkoord een overdrachtsbeslissing, die aan de betrokkene ter kennis wordt gebracht. Sinds 2023 worden echter geen gedwongen transfers meer uitgevoerd.
Begin 2024 werd beslist om de volgende categorieën onmiddellijk in de nationale procedure te behandelen: een alleenstaande ouder met minderjarige kinderen, personen met geattesteerde medische problemen, zwangere vrouwen, personen ouder dan 65 jaar en mensen van wie de echtgenoot of echtgenote reeds in België in behandeling is.
Bij de start van de eerste solidariteitscyclus in november heeft de Europese Commissie in haar documenten verduidelijkt dat de huidige Dublinmedewerking van bepaalde lidstaten, met name Griekenland en Italië, onvoldoende is. De Europese Commissie voert de druk op beide lidstaten op door te stellen dat indien een verbetering van de situatie uitblijft tegen de inwerkingtreding van het asiel- en migratiepact in juni van volgend jaar, dat kan leiden tot de vaststelling van systematische tekortkomingen. Aangezien evaluatiemomenten voor die systematische tekortkomingen zijn vastgelegd op 12 juli en 15 oktober 2026, is het niet zeker of die conditionaliteit in de eerste cyclus een concreet effect zal genereren.
Zoals ik eerder al aangaf, gaat solidariteit niet zonder verantwoordelijkheid. Ik blijf hameren op het belang van de monitoring van de toepassing van de Dublin-regels en hecht ook groot belang aan de evaluatiemomenten waarnaar ik zojuist verwees.
Los daarvan zijn we erin geslaagd om in de tekst een bepaling op te nemen waarin wordt gesteld dat de historische impact van secundaire bewegingen als een vorm van de facto solidariteit uit het verleden kan worden beschouwd en dus kan leiden tot een vermindering van de solidariteitsbijdragen. Op die manier zouden de betrokken lidstaten verantwoordelijkheid kunnen opnemen voor de historische impact van secundaire bewegingen. Aangezien dat enkel mogelijk is mits daarover met de betrokken lidstaat een bilateraal akkoord bestaat, heeft, zoals ik eerder al aangaf, een eerste bilaterale ontmoeting met de Griekse bevoegde minister plaatsgevonden in de marge van de jongste Raad van Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Die gesprekken worden de komende weken en maanden voortgezet.
U vroeg ook met welke landen het nog moeilijk loopt en met welke landen de samenwerking goed verloopt. We zien een verbetering in de samenwerking met landen zoals Kroatië en Hongarije.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, wat betreft het Dublincentrum voor asielzoekers, op 2 juli zei u letterlijk dat uw diensten nauw samenwerkten voor het uitzetten van de krijtlijnen voor een tweede Dublincentrum. Na al die maanden is uw antwoord nog steeds hetzelfde. Wat betreft de Dublinterugkeer, zolang Dublinovereenkomst niet werkt, zal het EU-Migratiepact ook niet werken. Dat zijn niet mijn woorden, ik parafraseer Freddy Roosemont van de Dienst Vreemdelingenzaken. Het is flagrant dat de systematische tekortkomingen van Griekenland en Italië nog niet vastgesteld kunnen worden. Ze werken de facto niet mee en zorgen ervoor dat ons land een gemakkelijke treffer is voor het doorreizen. In de toekomst zullen asielzoekers wellicht niet meer worden geregistreerd in Griekenland en Italië, zodat het geen Dubliners worden en ze alsnog kunnen doorreizen naar ons land. We moeten ons daarvoor behoeden. Het Dublinsysteem werkt niet en het zal ook nooit werken.
De aankondiging van 'kritieke prestatie-indicatoren' (KPI’s) voor asielrechters
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem vraagt of het KPI-systeem (prestatie-indicatoren) voor asielrechters bij de RVV al is ingevoerd, welke sancties gelden bij niet-behalen en of een wetswijziging nodig is. Minister Anneleen Van Bossuyt bevestigt dat de RVV al jaren individuele richtlijnen hanteert en dat KPI’s – in samenwerking met alle migratiediensten – nu ook financiële consequenties krijgen bij onderpresteren, zonder expliciete sanctiedetails te noemen. Volgens Van Bossuyt bouwt het systeem voort op bestaande RVV-monitoring, maar voegt het budgettaire verantwoording toe. Van Belleghem sluit af zonder verdere reactie.
Francesca Van Belleghem:
Op 17 juni pakte u in Knack uit met een zogenaamd KPI-systeem voor asielrechters. Dat zijn richtcijfers voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het CGVS werkt daar momenteel al mee.
Werd dat KPI-systeem voor de RVV al ingevoerd? Is daarvoor een wetswijziging nodig? Als het al is ingevoerd, hoe evalueert u de werking? Zo neen, wanneer denkt u dat het kan worden uitgerold?
In Knack kon u nog niet zeggen welke sancties er zouden worden genomen als de RVV de KPI's niet zou halen. Hebt u daar op dit moment wel al een zicht op?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, op het niveau van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wordt al enkele jaren een gedetailleerde monitoring van de werkzaamheden van de rechters gehouden. Aan elke rechter worden individuele richtlijnen opgelegd die van belang zijn bij diens evaluatie.
Met de arizonaregering is ervoor gekozen om met KPI's, kritieke prestatie-indicatoren, te werken in onze relatie met alle migratiediensten. Voor de opmaak van die KPI's wordt samengewerkt met alle diensten, waaronder ook de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Hiervoor kunnen we ons ook baseren op de monitoring die al door de RVV zelf werd uitgewerkt.
Het voornaamste verschil met de huidige situatie is dat nu ook in financiële responsabilisering wordt voorzien, gekoppeld aan een nauwgezette monitoring, zoals die geldt voor alle diensten, dus ook voor de RVV. Als de KPI's onvoldoende worden bereikt, kan dat ook financiële gevolgen hebben.
Francesca Van Belleghem:
Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister.
De illegalendatabank
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Francesca Van Belleghem is de beloofde illegalendatabank—twee jaar na aankondiging en ondanks eerdere toezeggingen van minister Anneleen Van Bossuyt—nog steeds niet operationeel, wat ze als een achteruitgang en vertraging bekritiseert, terwijl ze de noodzaak ervan benadrukt voor veiligheid en gegevensuitwisseling bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Van Bossuyt verdedigt de vertraging door te wijzen op de complexiteit en multidisciplinaire aanpak van het project, dat nu deel uitmaakt van een groter digitaliseringsplan (inclusief toegang voor politie en lokale besturen tot E-migration), en kondigt tevens een onderzoek aan naar uitbreiding van het Rijksregister voor veiligheidsdoeleinden.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik heb deze vraag ook al een paar keer gesteld. In de nasleep van de aanslag door de illegale vreemdeling Lassoued op Zweedse voetbalsupporters kondigde toenmalig premier De Croo aan dat er eindelijk een illegalendatabank zou komen. Dat is een van de weinige goede aankondigingen van de vorige regering. Helaas bleef het daarbij. In de praktijk werd de databank niet gerealiseerd.
In oktober stelde u dat momenteel de laatste administratieve drempels worden weggewerkt. Intussen zijn we december. Zijn die drempels intussen weggewerkt? Is de lang beloofde databank operationeel? Zo niet, tegen wanneer wel? Ik daag u uit om de woorden zo snel mogelijk niet te gebruiken, mevrouw de minister.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik ben ervan overtuigd dat u, net zoals ik, beseft dat het opstarten van een dergelijk initiatief niet alleen veel tijd in beslag neemt, maar ook de nodige expertise vereist. Het betreft een multidisciplinaire aanpak.
De illegalendatabank maakt deel uit van het grotere verhaal van digitalisering, waaraan deze legislatuur wordt gewerkt. Dat project moet er onder andere voor zorgen dat alle partnerdiensten van de Dienst Vreemdelingenzaken zoals de politie en de lokale besturen, toegang krijgen tot gegevens in E-migration. In de databank zullen zij onder andere informatie kunnen raadplegen over de woonplaats, de gezinssamenstelling en de administratieve beslissingen van de Dienst Vreemdelingenzaken over de betrokken personen.
Daarnaast onderzoek ik, samen met de minister van Binnenlandse Zaken, de mogelijkheid tot uitbreiding van het Rijksregister omwille van de veiligheid van alle burgers.
Francesca Van Belleghem:
Concreet betekent dat dat de databank er nog altijd niet is, twee jaar na de aankondiging. Twee maanden nadat u zei dat de laatste administratieve drempels werden weggewerkt, blijkt dat de databank nu in een groter IT-project is ondergebracht. Ik heb de indruk dat we hier achteruitgaan in de tijd, wat overigens niet wegneemt dat ik steun wat u zult doen. Ik hoop in ieder geval dat d databank er zo snel mogelijk komt, want het is essentieel dat de Dienst Vreemdelingenzaken kennis kan nemen van het trackrecord van de illegaal in kwestie. Op dit moment heeft hij geen toegang tot die gegevens, waardoor hij niet weet met welke illegaal hij geconfronteerd wordt. Dat is een grote hiaat. Wij blijven de kwestie opvolgen.
De aankondigingen naar aanleiding van de drievoudige moord in Roeselare
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem vraagt of het verblijfstatuut van de drievoudige moordenaar Mohammad K. al is ingetrokken en bekritiseert dat het trage rechtssysteem mogelijk verdere intrekkingen vertraagt, terwijl migranten volgens haar ten onrechte definitieve verblijfsvergunningen krijgen. Anneleen Van Bossuyt bevestigt dat de intrekking van zijn subsidiaire bescherming is aangevraagd (24/9) en dat een juridisch stevige uitbreiding van intrekkingsmogelijkheden wordt voorbereid, met een nieuwe veiligheidscel (5 A-niveau medewerkers + 1 assistent) die zich voltijds op dergelijke dossiers zal richten. Van Belleghem bekritiseert dat vertraging leidt tot onterecht definitief verblijf voor migranten wier asielredenen mogelijk vervallen zijn.
Francesca Van Belleghem:
Na helaas de drievoudige moord in Roeselare door de Afghaan Mohammad K herinnerde u eraan dat de vreemdelingenwet in de mogelijkheid voorziet om een beschermingsstatuut en een verblijfstatuut van vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde, in te trekken, en kondigde u aan – alweer een aankondiging – dat u die vraag voor Mohammad K. zo snel mogelijk aan het CGVS zou voorleggen. Daarnaast wees u op de verruiming van de mogelijkheid in het regeerakkoord onder andere door de tijdslimiet te schrappen waarbinnen de DVZ de beëindiging of intrekking van het statuut bij het CGVS kan aanvragen.
Werd het verblijfstatuut van Mohammad K. ondertussen ingetrokken?
Ik heb mijn vraag nog iets uitgebreid. Kan het CGVS een dergelijke beslissing nemen zonder effectieve veroordeling? Gelet op ons trage rechtssysteem ga ik ervan uit dat Mohammad K. nog steeds niet veroordeeld is. Kan het CGVS dan wel zijn asielstatus intrekken?
Werden ondertussen concrete initiatieven genomen om de mogelijkheden te verruimen, in het bijzonder de schrapping van de tijdslimiet?
Welke andere maatregelen zult u nemen?
Hoeveel middelen worden uitgetrokken voor de veiligheidscel bij het CGVS?
Welke maatregelen worden genomen om de gronden tot beëindiging van het verblijf maximaal uit te breiden?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ten eerste, de Dienst Vreemdelingen zaken heeft op 24 september de intrekking van de subsidiaire beschermingsstatus bij het CGVS aangevraagd. Dat onderzoek loopt momenteel.
In antwoord op uw tweede, derde en vijfde vraag, een uitbreiding van de mogelijkheden om het verblijf te beëindigen om redenen van openbare orde of nationale veiligheid, wordt momenteel onderzocht. Ik wens met een uitgebreide aanpassing te komen die juridisch stevig staat; alleen zo wordt duurzame wetgeving gecreëerd.
In antwoord op uw vierde vraag, het regeerakkoord voorziet inderdaad in de oprichting van een veiligheidscel. De concrete startdatum wordt momenteel vastgelegd. Er werden reeds vijf krachten van niveau A en één administratief assistent van niveau C toegekend. U ziet dat er dus allesbehalve stilgezeten wordt. De veiligheidscel zal, conform de artikelen 49 en 49/2 van de vreemdelingenwet, zoals het CGVS dit nu reeds doet, alle vragen tot heroverweging van de beschermingsstatus vanwege een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid, die ik tot de commissaris-generaal richt, behandelen.
Momenteel worden de heroverwegingen behandeld door medewerkers die ook andere taken uitvoeren. Het is dus de bedoeling dat de medewerkers van de veiligheidscel zich hier voltijds op toespitsen.
Francesca Van Belleghem:
Ook dat dossier zullen we opvolgen. Hoe langer er gewacht wordt om systematisch statussen te heroverwegen of opnieuw te onderzoeken, hoe meer mensen er natuurlijk in de definitieve verblijfsvergunning sukkelen. Na vijf jaar verstrijkt hun status en krijgen ze een definitieve verblijfsvergunning, maar intussen komen er wel elke dag mensen bij. Elke dag dat er getalmd wordt, komen er nieuwe migranten bij die een definitieve verblijfsvergunning krijgen, die eigenlijk geen recht meer hadden om hier te zijn, omdat ze geen vrees voor vervolging meer zouden mogen hebben in het land van herkomst. Dat betreuren wij natuurlijk. Daar moet echt systematisch werk van worden gemaakt.
De aankondigingen na de verijdelde aanslag op de premier en de burgemeester van Antwerpen
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem vraagt naar concrete initiatieven om de gronden voor verblijfsweigering of -intrekking (bij veiligheidsrisico’s of veroordelingen) uit te breiden, zoals eerder door minister Van Bossuyt beloofd als topprioriteit. Van Bossuyt bevestigt dat een juridisch stevige wetswijziging in voorbereiding is, maar benadrukt dat de instroomcijfers al daalden door aangescherpte opvang- en gezinsherenigingsvoorwaarden; ze belooft het Parlement te informeren "zodra klaar". Van Belleghem kritiseert dat ook andere beloftes (zoals woonstbetredingen uit het zomerakkoord) na maanden nog niet zijn uitgevoerd en eist duidelijke tijdslijnen, dreigend met herhaalde vragen tot actie volgt.
Francesca Van Belleghem:
Naar aanleiding van die tragische gebeurtenis, die gelukkig kon worden verijdeld, werden er ook aankondigingen gedaan.
U stelde toen immers dat 'de gronden van weigering, beëindiging en intrekking van verblijf op basis van het gevaar dat uitgaat van de persoon en/of een veroordeling tot een gevangenisstraf waar mogelijk zouden worden uitgebreid, net als de mogelijkheden voor de DVZ om het onbeperkt verblijf na een intrekking van de status te beëindigen'. Dat was volgens u ook een absolute topprioriteit.
Welke concrete initiatieven werden daartoe intussen genomen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, zoals ik u al eerder aangaf in een antwoord op een vorige vraag van u, is de voorbereiding van de wetswijziging volop bezig. Ik herhaal het nogmaals. Een uitbreiding van de mogelijkheden om het verblijf te beëindigen om redenen van openbare orde of nationale veiligheid wordt momenteel onderzocht.
Ik wens met een uitgebreide aanpassing te komen die juridisch stevig staat. Ik kom onmiddellijk naar het Parlement zodra het voorbereidende werk klaar is. Het is zonder meer het doel van deze regering en mijzelf als minister om een kordaat asiel- en migratiebeleid te voeren.
Het is u misschien ontgaan, maar door onze ontradende maatregelen en het aanscherpen van de voorwaarden voor opvang, gezinshereniging en dergelijke, hebben we de instroomcijfers al stevig kunnen laten dalen. We werken verder op dat elan.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, het is misschien u ontgaan, maar deze zomer werd er een zomerakkoord gesloten waarin werd overeengekomen om woonstbetredingen in te voeren. We zijn nu een half jaar verder en die zijn er nog altijd niet. Wanneer u iets aankondigt, stel ik vragen wanneer dat in de praktijk zal worden omgezet of wanneer u daarmee naar het Parlement zult komen. Ook over dit onderwerp zullen we onze vraag dus blijven herhalen.
Gedetineerde illegalen
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem bekritiseert dat de noodmaatregelen van minister Verlinden illegalen vervroegd vrijlaten en illegaliteit facilteren in plaats van tegen te gaan, terwijl ze volgens haar als misdrijf moeten worden behandeld. Minister Van Bossuyt stelt dat de samenwerking met DVZ en Justitie leidt tot 25% meer uitzettingen in 2025 (1.300 vs. 1.261 in 2024) en benadrukt dat niet-uitzetbare illegalen een vertrekbevel krijgen, maar beperkingen (identificatie, vluchten, medewerking) de effectieve uitzetting bemoeilijken. Ze bevestigt dat 550 gedetineerden nu in beeld zijn, maar geeft geen exacte cijfers over illegalen onder hen. Van Belleghem betwist de effectiviteit en beschuldigt de regering van te zachte aanpak.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, via uw collega-minister Annelies Verlinden vernamen we in de pers dat een noodmaatregel werd genomen om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan. Minister Verlinden lonkte naar u, want ze zei dat ze wil bekijken waar in de gesloten terugkeercentra plaats is. Gevangenen voor wie in de gevangenissen geen plaats is en die in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating, zullen daar dus als het ware worden gedumpt. Aansluitend wilde uw collega-minister de DVZ vanaf nu een termijn van twintig dagen opleggen om die personen uit te wijzen.
Mevrouw de minister, kunt u verduidelijken wat uw collega-minister precies bedoelt met die termijn van twintig dagen? Wij herkennen wat de minister enkele weken geleden heeft gezegd en wat eigenlijk al in het paasakkoord werd overeengekomen. In welke zin verschillen die twee aankondigingen van elkaar?
Met de eerdere noodmaatregel, opgenomen in het paasakkoord, kwamen zowat zeshonderd gedetineerden vroeger vrij, waaronder klaarblijkelijk ook heel wat illegalen. Hoeveel illegalen werden destijds overgebracht naar een gesloten terugkeercentrum? Hoeveel werden er daadwerkelijk uitgezet en naar het land van herkomst teruggestuurd? Wat is er gebeurd met de illegalen die niet werden uitgezet? Lopen zij inmiddels vrij rond in België?
Deze keer zou het gaan om ongeveer vijfhonderdvijftig gevangenen. Hoeveel van hen zijn hier illegaal?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, op uw eerste vraag, er is voortdurend overleg tussen mijn beleidscel en die van minister Verlinden. Ook de administraties, de DVZ en het Gevangeniswezen worden daar al dan niet rechtstreeks bij betrokken. Daarnaast is er ook een periodiek driemaandelijks overlegplatform tussen alle betrokken partners: de DVZ, politie, de FOD Justitie, het Gevangeniswezen en de beleidscellen Asiel en Migratie, Binnenlandse Zaken en Justitie. Daar wordt zowel de operationele als de strategische samenwerking besproken.
Op uw tweede vraag, het voorstel van collega-minister Verlinden gaat ervan uit dat personen die in aanmerking komen voor een vrijstelling op basis van de noodwet overbevolking binnen de twintig dagen moeten worden verwijderd of overgebracht naar het gesloten centrum van de DVZ. Zoniet wordt de betrokken gedetineerde vanuit de strafinstelling vrijgesteld, met een bevel om het grondgebied te verlaten.
Wat uw derde vraag betreft, de DVZ stelt dat het niet mogelijk is om een onderscheid te maken tussen de gedetineerden die in het kader van de noodwet of wegens andere vrijstellingsmodaliteiten naar een gesloten centrum werden overgebracht.
Dankzij de inspanningen van mijn diensten en de prioriteit die ik als minister geef aan de terugkeer van illegale gedetineerden, is de terugkeer in 2025, zoals ik daarnet aangaf, met 25 % gestegen. Eind oktober 2025 waren er reeds meer ex-gedetineerden verwijderd dan in het gehele jaar 2024. Tot en met oktober 2025 ging het om 1.300 verwijderingen tegenover 1.261 in heel 2024. Daarmee wordt ook voldaan aan de doelstelling van de regering om extra in te zetten op de verwijdering van illegale criminelen.
In antwoord op uw vierde vraag kan ik meegeven dat personen die voorlopig niet konden worden verwijderd, in het bezit werden gesteld van een bevel om het grondgebied te verlaten, al dan niet vergezeld van een inreisverbod. Zij worden of werden vrijgesteld zonder meer, wegens een lopende schorsende procedure.
Op uw vijfde vraag kan ik mededelen dat de afspraken met het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen effectief zijn gemaakt. Ze worden regelmatig geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd op basis van de specifieke problemen die worden vastgesteld. De goede samenwerking resulteert in een stijging van de verwijderingen van criminele vreemdelingen, wat ook uit de cijfers blijkt.
Voor uw laatste vraag kan ik aangeven dat de lijsten van gedetineerden in onwettig verblijf voortdurend worden gemonitord en dat ten aanzien van die personen de passende acties worden ondernomen. Of die personen effectief kunnen worden verwijderd, hangt af van verschillende factoren, zoals de identificatie van de betrokken gedetineerden, met name of hun identiteit en nationaliteit gekend zijn, zodat een reisdocument kan worden verkregen, de beschikbaarheid van vluchten naar het herkomstland, de bereidheid van de gedetineerden om mee te werken, de noodzaak om in politiebegeleiding te voorzien, de vraag of de betrokkenen effectief voldoen aan de voorwaarden om te worden vrijgesteld uit de strafinstelling alsook de vraag of een akkoord van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank vereist is.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, de realiteit is dat de noodwet van minister Verlinden ervoor zorgt dat illegalen vervroegd in vrijheid worden gesteld. Indien zij niet kunnen worden teruggestuurd naar het land van herkomst, worden ze ofwel onmiddellijk vrijgelaten, ofwel na een beperkte periode in een gesloten terugkeercentrum. Illegaliteit wordt op die manier door de regering opnieuw gefaciliteerd in plaats van tegengegaan, terwijl net prioritair zou moeten worden ingezet op de terugkeer van illegale criminelen, of ruimer van illegalen tout court; dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Illegaliteit zou een misdrijf moeten zijn en ook als dusdanig behandeld moeten worden.
Voorzitter:
Mevrouw Pirson is niet aanwezig. Haar vraag nr. 560011069C wordt daardoor beschouwd als zijnde zonder voorwerp.
Het asielcentrum in Hasselt
Het asielcentrum in Hasselt
Het asielcentrum in Hasselt
Asielcentra in Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters vraagt naar de stand van zaken rond het asielcentrum in Hasselt, met name de overgang van private naar overheidsuitbating (Fedasil), de stijgende kostprijs (€3,56 miljoen in 2025 vs. €3,4 miljoen in 2024) en de jaarlijkse huurprijs. Minister Van Bossuyt bevestigt dat de site tot eind 2025 verlengd is en onderhandelingen lopen, maar weigert de huurprijzen vrij te geven om Fedasil’s onderhandelingspositie te beschermen, hoewel Troosters ze via openbaarheid van bestuur kan opvragen. Troosters bekritiseert de "recordkostprijs" en stelt dat de antwoorden onvolledig zijn. De definitieve regeling voor de uitbating is nog onduidelijk.
Frank Troosters:
Mevrouw de minister, ik heb het al meermaals over het asielcentrum in Hasselt gehad, dus ik zal de situatie niet opnieuw volledig schetsen.
Ik heb drie vragen ingediend. De eerste is veeleer een algemene vraag. De laatste sluitingsdatum was 31 december 2025. U hebt in het verleden aangegeven dat u wenst over te schakelen van een private uitbating naar een eigen uitbating door Fedasil of een van zijn partners. Mijn vraag betreft de stand van zaken.
Mijn tweede vraag betreft de kostprijs. Ik heb daar eind juni, begin juli nog een antwoord over gekregen van u. Dit betreft het aansluitende deel voor 2025 om dat deel compleet te maken.
Mijn derde vraag is specifiek gericht op de jaarlijkse huur. Voor de rest verwijs ik naar de ingediende vraag.
Anneleen Van Bossuyt:
Uit gewoonte ging ik bijna mevrouw Van Belleghem zeggen, maar ik moet nu mijnheer Troosters zeggen.
Op 5 september heeft de ministerraad beslist om de site in Hasselt te verlengen tot 31 december 2025, zoals u ook aangeeft. De ministerraad valideerde ook de gunning van de kaderovereenkomst binnen de nieuwe overheidsopdracht, met als referentie Fedasil JUR2024-0001. De site in Hasselt werd aangeboden in het kader van deze overheidsopdracht. Over de toekomst van het centrum in Hasselt wordt momenteel nog onderhandeld.
Zoals ik eerder als antwoord gaf op vragen van mevrouw Van Belleghem, maken de huurprijzen integraal deel uit van lopende onderhandelingstrajecten. De huurprijzen worden niet openbaar gecommuniceerd, aangezien dat de concurrentiepositie van Fedasil in het gedrang kan brengen. Kennis van de huurprijzen zou verdere onderhandelingen voor andere potentiële huurders vergemakkelijken en de positie van Fedasil verslechteren. U kunt een beroep doen op uw recht om deze huurprijzen op te vragen in het kader van de openbaarheid van bestuur.
In antwoord op uw vraag over de verdere kostprijs, heeft Fedasil in 2025 tot en met 12 december vorderingen voor opvang ontvangen voor de maanden januari tot november. Het totaal van deze vorderingen bedraagt 3.257.625,44 euro. De totale kostprijs voor 2025 zal 3.561.947,48 euro bedragen. De regeling van de verdere uitbating wordt nog bekeken.
Frank Troosters:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw gedeeltelijke antwoord. Op dit moment wordt dus onderhandeld over de verdere uitbating. We zullen de resultaten van die onderhandelingen moeten afwachten. De huurprijzen zal ik op grond van de openbaarheid van bestuur opvragen, zoals mevrouw Van Belleghem dat ook doet. De kostprijs voor 2025 is een record. In 2024 bedroeg het record 3,4 miljoen euro; dit jaar ligt de kostprijs fors hoger. Ik dank u voor uw antwoorden.
Het nieuwe registratiecentrum voor verzoeken om internationale bescherming
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Matti Vandemaele bekritiseert dat het huidige tijdelijke registratiecentrum voor asielzoekers in Brussel (Belliardstraat) onschikt en onveilig is (geen beschutting, gevaarlijk langs drukke weg) en vraagt om duidelijkheid over de verhuisplannen. Volgens staatssecretaris Anneleen Van Bossuyt loopt het huidige contract tot 31 maart 2026 (verlengbaar) en worden opties voor een nieuwe, gecentraliseerde locatie onderzocht, maar zijn er nog geen concrete plannen of locatie bekend. Ze bevestigt wel dat alle migratiediensten samengebracht zullen worden, mogelijk gefaseerd, mede door het aankomende EU-asielpact (juni 2025). Vandemaele blijft ontevreden over het gebrek aan concrete timing en details.
Matti Vandemaele:
Sinds oktober vorig jaar worden verzoeken om internationale bescherming geregistreerd in het DVZ-gebouw in de Belliardstraat. Het is een tijdelijke oplossing en het gebouw is ongeschikt. De mensen moeten wachten langs een drukke verkeersas, wat tot gevaarlijke situaties met fietsers leidt. Er is ook geen beschutting, waardoor mensen bij slecht weer urenlang in de regen moeten wachten. In het verleden was de registratiecapaciteit er ook onvoldoende, waardoor soms convocaties voor een latere datum werden uitgedeeld.
In mei 2024 liet uw voorganger, staatssecretaris de Moor, weten dat dit gebouw slechts 16 maanden gebruikt kon worden. Dat betekent dat het registratiecentrum binnen enkele maanden zou moeten verhuizen. De migratiediensten presenteerden toen een conceptnota. De regie der gebouwen ging hier verder mee aan de slag. Mijn vragen zijn:
Tegen wanneer moet het registratiecentrum precies verhuizen?
Wat is de stand van zaken met het nieuwe aanmeldcentrum?
Is er al een concrete locatie gevonden? Waar zal het nieuwe registratiecentrum zich bevinden?
Wanneer staat de verhuis gepland?
Zullen alle migratiediensten daar samen ondergebracht worden?
Zal er, zoals bij het klein kasteeltje, ook een vorm van pre-opvang georganiseerd worden?
Anneleen Van Bossuyt:
U gebruikt uw tijd efficiënt, mijnheer Vandemaele, misschien omdat u ook nog andere projecten op uw radar hebt. Ik zal ook mijn antwoord zo efficiënt mogelijk geven.
Het gebruik van de site in de Beliardstraat is contractueel vastgelegd tot 31 maart 2026, dus van volgend jaar, maar wel verlengbaar. Momenteel is een procedure lopende om een tijdelijke verlenging te formaliseren. Ondertussen worden een aantal pistes onderzocht voor een nieuw aanmeldcentrum. Die zijn echter nog in een te vroeg stadium om daarover al meer informatie te kunnen verspreiden. Het concept van het aanmeldcentrum is en blijft dat de verschillende migratiediensten gecentraliseerd worden op één locatie. Dat zal trouwens ook van belang zijn, gelet op het Europees asiel- en migratiepact dat in werking treedt in juni van volgend jaar. Wegens organisatorische redenen kan dat mogelijk gefaseerd verlopen.
Matti Vandemaele:
In dezelfde efficiëntielogica dank ik u voor uw antwoord.
De Belgische bijdrage in het Europese solidariteitsmechanisme
Het akkoord binnen de Raad van de Europese Unie
De Europese samenwerking en akkoorden in crisistijd
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt verduidelijkt dat België via het EU-migratiepact een verplicht fair share van 3,0767% (gebaseerd op BBP en bevolking) moet dragen: €12,9 miljoen (2026) of 600 relocaties, waarbij België voor de financiële optie kiest—kosten die pas vanaf 2027 in de begroting verschijnen. Volgens haar moet het pact secundaire migratie verminderen via strengere registratie, harmonisatie van asielprocedures en terugkeerakkoorden met derde landen, terwijl ze onderhandelt om het bedrag te verlagen. Di Nunzio (N-VA) kritiseert dat België—ondanks hoge migratiedruk (3e per capita in EU)—toch moet betalen of opvangen, en eist zichtbare resultaten in dossierafhandeling en terugkeerbeleid. Daems (Groen) bekritiseert dat Van Bossuyt vier van haar zes vragen negeerde, met name garanties voor mensenrechten en asielrecht bij externe afhandeling van aanvragen, en wijst op het risico dat theorie (veilige derde landen) en praktijk (rechten) uiteenlopen.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, het nieuwe migratiepact zorgt voor een aangepast solidariteitsmechanisme op Europees niveau.
We hebben vernomen dat lidstaten die geen extra asielzoekers willen overnemen uit Griekenland, Italië, Spanje of Cyprus kunnen kiezen voor een forfaitaire financiële bijdrage per niet-overgenomen asielzoeker. Ons land kiest voor die financiële optie en volgens de berichtgeving zal het gaan over 13 miljoen euro omdat we geen extra asielzoekers uit andere lidstaten willen overnemen. In ons land leeft het gevoel dat wij al heel veel asielzoekers opvangen. Waarom belandt België dan in de groep landen die extra asielzoekers moeten overnemen of moeten betalen? Kunt u mij daarbij wat toelichting geven?
Op welke basis werd die 13 miljoen euro berekend in het Europese solidariteitsmechanisme? Is dat bedrag al opgenomen in de tabellen van het begrotingsakkoord? Hoe rijmt dat dan met het feit dat u wilt besparen op asiel en migratie? Ik krijg daarover graag wat uitleg.
Hoe verhoudt de migratiedruk op België zich ten aanzien van andere Europese lidstaten in het kader van dat akkoord? Kunt u aangeven op welke plaats België staat in de EU wat betreft het aantal verzoekers om internationale bescherming per 100.000 inwoners? Kunt u toelichten welke keuze landen zoals Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg maken in dit solidariteitsmechanisme? Nemen zij effectief extra asielzoekers op of betalen zij een financiële bijdrage? Welke garanties hebt u dat asielzoekers, eenmaal we financieel hebben bijgedragen, niet alsnog naar België doorreizen? Het zou immers geen oplossing betekenen als we enerzijds betalen en zij anderzijds naar ons land komen.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, op 8/12 kwamen de Europese ministers voor migratie tot een akkoord over de invulling van het solidariteitsmechanisme, de verbreding van het concept veilige derde land, een lijst van veilige landen van oorsprong en een gemeenschappelijk terugkeerbeleid.
Ik heb hierover volgende vragen:
Met welke landen plant België een overeenkomst te onderhandelen die in onze plaats de asielverzoeken zullen behandelen?
Hoe zal u erop toezien dat die asielaanvragen op een adequate manier behandeld worden.
Hoe zal u erop toezien dat die mensen voldoende bescherming genieten in het derde land?
Hoe kwam het bedrag van 12,9 miljoen euro tot stand?
Hoe verzekert u, en uw collega’s, dat dit alles met respect voor het asielrecht en de mensenrechten gebeurt?
België wordt wel als een 'risicoland voor migratiedruk' erkend. Daardoor zouden we toegang krijgen tot een 'toolbox' aan hulpmiddelen, zoals financiële steun of operationele steun vanuit Europese agentschappen. - Wat betekent dit precies?
Krachtens artikel 127, nr. 2, van het Reglement van de Kamer moeten de vragen "een actueel karakter hebben en van algemeen belang zijn". De toepasselijke bepalingen inzake persoonsgegevens dienen hierbij in acht te worden genomen.
Anneleen Van Bossuyt:
Ik heb vorige week tijdens de plenaire vergadering al een antwoord gegeven op vragen in dat verband van uw collega's, maar ik geef graag, in antwoord op uw vragen, nogmaals de essentie weer.
Het verplichte solidariteitsaandeel van België wordt berekend aan de hand van een percentage, het zogenaamde billijk deel of fair share , van het niveau van de benodigde Europese solidariteit dat voor het komende jaar is vastgelegd. Het billijk aandeel van elke lidstaat houdt voor 50 % rekening met het bevolkingsaantal en voor 50 % met het bruto binnenlands product. Op basis van die berekening is het Belgische fair share voor het komende jaar vastgelegd op 3,0767 %.
Het niveau van de benodigde Europese solidariteit voor het komende jaar is het resultaat van een onderhandelingsproces in de Raad. Voor 2026 werd dat vastgelegd op 21.000 relocaties, of, het equivalent, 420 miljoen euro. Wanneer men van die 21.000 het Belgische fair share van 3,0767 % berekent, komt men uit op het bedrag waarover het momenteel gaat.
De kosten worden pas vanaf 2027 in rekening gebracht en zijn dus niet zichtbaar in de begroting van 2026. Ze zullen met de budgetten voor de opvang van asielzoekers betaald worden, waarbij ook een algemene kostenreductie wordt verwacht door een beter georganiseerd Europees migratiesysteem, met minder asielzoekers, minder dubbele aanvragen en minder Dublingevallen tot gevolg.
Zoals reeds vermeld, ik blijf achter de schermen vooortonderhandelen om het bedrag van 12,9 miljoen euro nog verder te verlagen. In het kader van de eerste solidariteitscyclus werd België door de Commissie erkend als een land met een risico op migratiedruk voor het komende jaar. België staat voor augustus 2025 op de derde plaats wat het aantal verzoekers om internationale bescherming per capita betreft. De keuze van de EU-lidstaten tussen de verschillende solidariteitsvormen zit vervat in de annex van de uitvoeringshandeling van de Raad.
Momenteel werd voor die uitvoeringshandeling alleen een politiek akkoord gevonden. Dat werd nog niet gepubliceerd, omdat het nog om EU-restricted informatie gaat. Ik kan daarover voorlopig niet meer informatie geven.
Enerzijds moet de invoering van een nieuw verplicht kader voor solidariteit onder de EU-lidstaten verzekeren dat de buitengrenslidstaten de regels inzake verantwoordelijkheid effectief en volledig toepassen. De solidariteit waarop zij kunnen rekenen, is in de vorm van steun bij het correct registreren, opvangen en integreren van de verzoekers om internationale bescherming die onder hun verantwoordelijkheid vallen, waardoor secundaire migratiestromen moeten afnemen.
Anderzijds moeten andere onderdelen van het Asiel- en Migratiepact, zoals de nieuwe asielprocedureregels en de nieuwe opvangstandaarden, het Europese asielsysteem verder harmoniseren, zodat de grondoorzaken van secundaire migratiestromen worden verminderd.
Wij verwelkomen eveneens dat het voorstel van de Commissie voor een terugkeerverordening een rechtsgrondslag bevat om de innovatieve oplossingen op het gebied van terugkeer verder te ontwikkelen. De verordening zorgt er enerzijds voor dat lidstaten, indien zij dat wensen, voldoende flexibiliteit behouden om de projecten verder te conceptualiseren en te operationaliseren. Anderzijds wordt door de terugkeerverordening een Europees gemeenschappelijk minimumkader vastgelegd waaraan de regelingen of overeenkomsten die door de lidstaten met derde landen in die context worden gesloten, moeten voldoen.
Sandro Di Nunzio:
Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister.
Ik hoor een hele resem maatregelen die wellicht tegemoetkomen aan de duidelijke aanbevelingen met betrekking tot burden sharing en moeten zorgen voor een betere coördinatie en een terugkeer van uitgeprocedeerde, illegale vluchtelingen. Wij zijn benieuwd naar de uitvoering hiervan. Wij zullen dat nauw opvolgen.
Wij hopen uiteraard dat de 13 miljoen euro goed wordt besteed en bijdraagt aan een verdere afname. Ons land zit immers in de voorhoede wat de migratiedruk betreft. Het is essentieel dat hiervan werk wordt gemaakt.
Wij hopen dat de achterstand van de lopende dossiers wordt weggewerkt, zodat het verschil zichtbaar wordt. Op dit moment zien wij dat nog onvoldoende. Bij deze roep ik u op om daar dringend werk van te maken. Hopelijk zullen wij weldra de resultaten daarvan zien.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden maar ze lijken mij voornamelijk betrekking te hebben op de vragen van de heer Di Nunzio. Ik heb mijn vragen nog eens nageteld. Ik heb zes vragen gesteld en op slechts twee daarvan een antwoord gekregen. Vier vragen bleven onbeantwoord. Hoe verzekeren u en uw collega’s dat dat alles gebeurt met respect voor het asielrecht en de mensenrechten? Dat lijkt mij geen onredelijke vraag. Integendeel, ik vind de vraag enorm belangrijk. Ik heb daarop echter geen antwoord gehoord. Het is moeilijk om een repliek te formuleren wanneer er geen antwoorden zijn gegeven. Laat ik duidelijk zijn. Het is uiterst belangrijk dat dat alles gebeurt met respect voor de Europese wetgeving. De Europese Commissie stelt bijvoorbeeld dat er garanties zijn, zoals toegang tot gezondheidszorg en onderwijs en het concept van een veilig derde land. Wij weten echter dat de realiteit vaak anders is. Ik had daarover graag met u van gedachten gewisseld, maar dat zal helaas voor een volgende keer zijn.
Het Europese migratiebeleid en de terugkeerhubs
De terugkeerhubs en het Europese migratiebeleid
Terugkeerhubs en andere ‘innovatieve oplossingen’
Europees migratiebeleid en terugkeerhubs
Gesteld door
DéFI
François De Smet
DéFI
François De Smet
VB
Francesca Van Belleghem
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kiest voor financiële solidariteit (€12,9 miljoen) in plaats van relocalisatie van asielzoekers, omdat de opvangcapaciteit verzadigd is – volgens minister Van Bossuyt is dit een geldige, equivalente vorm van EU-solidariteit, afgestemd op de behoeften van grenslanden. Zij verdedigt de externalisering van asielprocedures via terugkeerhubs in derdelanden als een doeltreffend instrument, mits garanties zoals non-refoulement en onafhankelijk toezicht, maar benadrukt dat de definitieve regels nog onderhandeld moeten worden met het Europees Parlement. De Smet bekritiseert dat België door betalen in plaats van opvangen zijn humanitaire verantwoordelijkheden ontloopt, met risico’s op schendingen van het Vluchtelingenverdrag en de EVRM, en vraagt concrete waarborgen voor mensenrechten in de hubs. Van Belleghem (N-VA) ziet externalisering als potentieel effectief (mits strikte uitvoering, zoals het Australische model), maar waarschuwt dat slechte afspraken nieuwe migratieroutes kunnen creëren.
François De Smet:
Madame la ministre, je sais que vous vous êtes déjà exprimée sur le sujet en séance plénière mais j'avais introduit cette question préalablement.
Le Conseil de l’Union européenne a validé la possibilité de transférer des demandeurs d’asile déboutés vers des hubs de retour situés hors de l’Union. La Belgique, pour sa part, a choisi de ne pas accueillir de personnes relocalisées et de se limiter à une contribution financière de 12,9 millions d’euros. Or, cette option consistant à payer pour ne pas accueillir pose de sérieuses questions.
Premièrement, sur le plan du droit humanitaire, l’externalisation de l’asile vers des pays tiers est contestée et peut entraîner des risques de refoulement indirect et un affaiblissement des garanties prévues par la convention de Genève et la Cour européenne des droits de l'homme. Comment la Belgique justifie-t-elle ce choix, tout en restant pleinement responsable du respect de ses obligations internationales?
Deuxièmement, aucune garantie précise n’est fournie quant aux conditions dans ces hubs extérieurs. Quelles conditions minimales de droits humains la Belgique exigera-t-elle (accès à un avocat, contrôle indépendant, normes de détention, interdiction des renvois vers des pays dangereux, etc.)?
Troisièmement, en refusant toute relocalisation, la Belgique se dégage du volet humain de la solidarité européenne, pourtant essentiel dans un système commun d’asile. Comment justifiez-vous ce positionnement face aux États membres qui, eux, continuent d’assumer un effort d’accueil?
Francesca Van Belleghem:
Met het recente akkoord in de Raad over de regels met betrekking tot terugkeer, zou het mogelijk worden zogenaamde terugkeerhubs te organiseren buiten de EU. Daarnaast zou eindelijk ook een juridische opening gemaakt zijn voor de externalisering van de asielprocedure.
Ondertussen moeten de onderhandelingen met het Europees Parlement nog beginnen. Ook in de Belgische regering zouden over een aantal aspecten van beide akkoorden nog beslissingen moeten worden genomen.
Wat is uw standpunt en dat van de regering over de zogenaamde terugkeerhubs? Wat is uw standpunt en dat van de regering over de externalisering van de asielprocedure? Werd daarover al een beslissing genomen in de regering?
Nederland heeft in september al een intentieverklaring over een terugkeerhub getekend met Oeganda. Zult u dat voorbeeld volgen?
Anneleen Van Bossuyt:
En mars 2025, la Commission européenne a en effet publié une proposition de règlement afin de mettre en place un système commun de retour. Cela s'appelle le règlement retour. La proposition contient un fondement juridique en vue de continuer à développer des solutions innovantes en matière de retour. Contrairement à ce que vous avez indiqué dans votre question, Monsieur De Smet, le règlement retour s'applique à tout ressortissant d'un pays tiers séjournant illégalement, et pas uniquement aux demandeurs d'asile déboutés.
Trouver un compromis entre les États membres dans le dossier du règlement de retour était une priorité essentielle aux yeux de la présidence danoise. Lors du conseil Justice et Affaires étrangères du 8 décembre dernier, il a pu être constaté qu'il existait une majorité qualifiée parmi les États membres et, donc, un soutien suffisant pour le texte présenté. Une approche générale a été adoptée au sein du Conseil. Dès que le Parlement européen aura fait savoir son propre point de vue, les négociations entre les deux législateurs européens pourront commencer et le texte fera encore potentiellement l'objet d'adaptations.
Mevrouw Van Belleghem, zoals aangegeven in de plenaire vergadering van vorige week, voorziet het voorstel in de mogelijkheid om terugkeerhubs op te richten, een element van externalisering van het asiel- en migratiebeleid. De regering verwelkomt de gecreëerde juridische mogelijkheid en ik ben ervan overtuigd dat dit een belangrijk instrument kan vormen voor een doeltreffend terugkeerbeleid.
La proposition prévoit aussi plusieurs garanties. Ainsi, un accord ou un règlement ne peut être conclu qu'avec un pays tiers qui respecte les normes internationales en matière de droits de l'homme, y compris le principe de non-refoulement. Le texte fixe aussi quels éléments doivent être repris dans un accord ou un règlement, les modalités encadrant la procédure de retour, les modalités relatives au séjour dans un pays tiers, les obligations du pays tiers et les conséquences en cas de non-respect. Si le pays où se trouve le return hub n'est pas la destination finale de la procédure de retour, un organisme indépendant doit assurer le suivi et les modalités du retour définitif doivent être fixées. Les mineurs non accompagnés sont exclus de l'application de cet instrument.
Zoals reeds gezegd, gaat het nog niet om een definitieve tekst. Er moet worden gewacht op de onderhandelingen tussen de lidstaten en het Europees Parlement. De tekst kan dus nog worden gewijzigd. De definitieve tekst zal het juridisch kader vastleggen, terwijl de concrete uitvoeringsmodaliteiten vervolgens deel zullen uitmaken van de effectieve uitvoering.
Monsieur De Smet, en ce qui concerne votre question sur le premier cycle de solidarité, comme indiqué lors de la séance plénière la semaine dernière, je tiens tout d'abord à souligner que nous sommes un partenaire loyal au sein de l'Europe et que nous respectons nos obligations envers les États membres situés aux frontières extérieures.
L'accord de gouvernement stipule que lorsque l'on constate qu'il s'avère impossible de mettre en œuvre le Pacte sur la migration dans la pratique, que l'afflux de demandeurs d'asile reste très élevé et que de nombreux États membres de l'Union européenne ne prennent pas leurs responsabilités, nous avons recours à une contribution financière telle que prévue dans le mécanisme de solidarité.
Tout d'abord, je tiens à être claire, nous n'accueillerons pas ici les demandeurs d'asile provenant d'autres États membres. Nos capacités d'accueil sont saturées. Nous préférons donc accorder notre part obligatoire de solidarité sous forme d'aide financière.
Nos contributions financières peuvent aider les États membres situés aux frontières extérieures à prendre des mesures structurelles afin de réduire l'afflux vers l'Union européenne, ce qui est également dans notre intérêt.
Je tiens également à préciser qu'il existe trois formes équivalentes de solidarité: les relocalisations, les contributions financières et les contributions alternatives. Les contributions financières ne sont donc pas une question de moindre solidarité, mais une autre forme de solidarité.
Chaque État membre est libre de la manière dont il fait preuve de solidarité. Cette flexibilité a été introduite afin de tenir compte de la situation spécifique de chaque État membre.
Enfin, il convient de souligner le caractère needs-based de la solidarité. Il revient aux États membres bénéficiaires qui ressentent la pression migratoire d'indiquer sous quelle forme ils souhaitent recevoir la solidarité. Il n'est pas à exclure que certains États membres souhaitent recevoir cette solidarité en partie sous forme de contributions financières.
Il ne s'agit donc pas d'être plus ou moins solidaires, mais plutôt de la manière dont cette solidarité s'exprime.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Francesca Van Belleghem:
De externalisering van de asielprocedure kan een heel goede zaak zijn, maar het kan ook een slechte zaak zijn, dat hangt af van de wijze waarop ze wordt ingevuld. Als men alleen de asielprocedure of de asielaanvraag in een derde land zal behandelen en nadien de asielzoeker of tegen dan de erkende vluchteling laat invliegen, dan vrees ik dat we een nieuw migratiekanaal openen. Als men echter tijdens de asielprocedure, eens erkend, ook de opvang nadien gaat regelen in dat derde land, dan zou asiel wel degelijk kunnen worden drooggelegd. Dit is vergelijkbaar met het Australische model voor illegale immigratie, namelijk geen asiel na illegale immigratie. Ik spreek dan niet over de andere Australische migratiekanalen, die wel falen. De externalisering van de asielprocedure kan dus een goede zaak zijn, maar het hangt af van de invulling.
Mohanad al-Khatib, die gespot werd op de Antwerpse kerstmarkt
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy eist de onmiddellijke uitzetting van Mohanad al-Khatib, een volgens hem Hamas-gerelateerde jihadist die betrokken zou zijn bij de aanslagen van 7 oktober 2023 en terreur verheerlijkt, en bekritiseert scherp dat hij vrij in Antwerpen rondloopt – zelfs op de kerstmarkt. Minister Anneleen Van Bossuyt stelt dat een hangend beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen uitzetting voorlopig blokkeert en verwijst voor het lopende onderzoek naar Binnenlandse Zaken. Van Rooy beschuldigt de N-VA, de burgemeester en de premier van hypocrisie: terwijl ze soliditeit tonen met Joodse gemeenschappen (o.a. na Sydney), tolereren ze volgens hem radicale moskeeën, intifada-oproepen en al-Khatibs aanwezigheid, wat hij als veiligheidsrisico en politiek falen afschildert.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, ik ga u hiermee blijven achtervolgen tot dat jihadistische tuig niet alleen België maar ook Europa uit is en terug is waar hij thuishoort, namelijk in Gaza.
Mohanad al-Khatib is een Hamasvriend die betrokken was bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël. Hij verheerlijkt dodelijke, jihadistische terreur en juicht nu allicht ook voor de twee moslimterroristen die op een Chanoekaviering in Sydney minstens 15 mensen hebben vermoord, waaronder een kind en een holocaustoverlever.
Dat moordzuchtige, jihadistische tuig heeft geen plaats in onze samenleving. Toch werd hij recent gespot op de kerstmarkt in Antwerpen, waar ik woon. Steeds meer mensen vinden het, terecht, totaal onbegrijpelijk dat zo iemand hier vrij rondloopt en vrolijk Instagramfilmpjes op onze kerstmarkt maakt.
Voor joden is dat natuurlijk extra pijnlijk en angstwekkend. Ik hoop dat u dat zeer goed begrijpt.
Mevrouw de minister, wat is de stand van zaken van zijn uitzetting naar Griekenland? Dat geldt uiteraard voor zover dat iets waard is, want zodra hij in Griekenland is, kan hij natuurlijk gewoon terug naar hier reizen.
Ik heb ook de minister van Binnenlandse Zaken Quintin hierover ondervraagd. Hij antwoordde mij dat er een onderzoek naar al-Khatib loopt. Wordt u daarvan op de hoogte gehouden? Wat is de stand van zaken? Wanneer wordt het resultaat van dat onderzoek verwacht? Wat onderneemt u om ervoor te zorgen dat al-Khatib nadien nooit nog een voet op ons grondgebied kan zetten?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Van Rooy, het beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen tegen de beslissing van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, het CGVS, is nog altijd hangende. Ondertussen kunnen er geen stappen gezet worden voor de verwijdering, aangezien zoals u weet een dergelijk beroep een schorsende werking heeft.
Voor het onderzoek dat naar de betrokkene zou lopen, verwijs ik u, zoals u zelf al aangeeft, naar de minister van Binnenlandse Zaken.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, ik ben die hypocrisie zo moe. In Antwerpen stonden de N-VA, de burgemeester, de schepenen en ook de premier, eergisteren op de eerste rij voor Chanoeka om te benadrukken hoe ernstig het incident in Sydney is. Tegelijkertijd laten ze nauwelijks 100 meter verderop een radicale moskee toe, waar joden en andere niet-moslims worden gebrandmerkt. Eveneens laten ze toe dat 800 meter verderop pro-Palestijnse demonstranten oproepen tot een intifada. Bovendien laten ze toe dat twee kilometer verder jihadist Mohanad al-Khatib vrolijk filmpjes maakt op de kerstmarkt. Als het straks misloopt – daar zijn we zeker van –, zullen ze opnieuw op de eerste rij staan om krokodillentranen te wenen. Dat vind ik werkelijk om te kotsen.
De brieven van de DVZ naar lokale besturen over de Belgische nationaliteit van Palestijnse kinderen
De intrekking van de Belgische nationaliteit van Palestijnse kinderen
Nationaliteitskwesties van Palestijnse kinderen in België
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Greet Daems en Sarah Schlitz bekritiseren dat de DVZ sinds 2023 via brieven gemeenten aanspoort om de Belgische nationaliteit van minstens 44 kinderen van Palestijnse vluchtelingen in te trekken, zonder bewijs van wijdverspreid misbruik, waardoor deze kinderen risico lopen stateloos te worden. Minister Van Bossuyt stelt dat de kinderen niet stateloos zijn omdat ze als Palestijns geregistreerd kunnen worden en bewert dat sommigen misbruik maken van wettelijke lacunes om via geboorte in België gezinshereniging te vergemakkelijken, maar belooft geen concrete cijfers. Daems en Schlitz beschuldigen de regering ervan ideologisch gemotiveerd rechten af te pakken van onschuldige kinderen, geboren in België, terwijl hun ouders door oorlog niet naar Palestina kunnen terugkeren, en eisen transparantie over het vermeende misbruik.
Greet Daems:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, Israël pleegt een genocide op het Palestijnse volk en doet er alles aan om de Palestijnse staat te ondermijnen. De voorbije decennia zijn veel Palestijnen gevlucht naar buurlanden zoals Libanon of Jordanië. Velen zijn opgegroeid in vluchtelingenkampen en zitten gevangen tussen geweld en administratieve onzekerheid. Een terugkeer naar hun land wordt nu onmogelijk gemaakt.
Wanneer zulke Palestijnse vluchtelingen in België kinderen krijgen, geven onze steden en gemeenten deze kinderen de Belgische nationaliteit. Zo verhinderen we dat ze stateloos aan hun leven moeten beginnen. Anders worden ze gestraft zonder ooit iets verkeerd te hebben gedaan. Zonder nationaliteit heb je immers amper rechten. Door hen de Belgische nationaliteit te geven, bieden we hun een eerlijke kans.
Sinds 2023 zou de DVZ echter brieven sturen waarin wordt aangestuurd op een herziening van de toekenning van de Belgische nationaliteit bij kinderen van Palestijnse afkomst. Daardoor verloren al minstens 44 kinderen de Belgische nationaliteit. Minstens 44, want naar schatting zijn het er veel meer. Volgens DVZ gebeurt dit om misbruik te bestrijden, maar over de omvang van dat misbruik kan DVZ niets zeggen.
Wat is het gevolg van de intrekking van de Belgische nationaliteit? Zijn die kinderen nu stateloos? Welke rechten hebben zij nog? Wat staat er in die brief van DVZ? Mogen wij die inkijken? Is er een bewijs van misbruik? Zo ja, zult u dat bewijs dan voorleggen aan het Parlement?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, depuis 2023, des dizaines d’enfants nés en Belgique de parents palestiniens se voient retirer la nationalité belge, qui leur avait pourtant été reconnue à la naissance par les autorités communales. Ces décisions administratives ont plongé au moins 44 familles dans une situation que Myria qualifie "d'insécurité juridique totale". Ces enfants sont nés en Belgique, y ont toujours vécu, y sont scolarisés, et n’ont connu aucun autre pays que la Belgique. Leur nationalité ne leur a pas été accordée à la suite d’une prétendue fraude, mais sur la base de pratiques administratives communales qui, pendant des années, ont appliqué la législation existante en matière de prévention de l’apatridie. Du jour au lendemain, cette pratique a été remise en cause. À la suite de courriers dits "de sensibilisation" adressés par l’Office des étrangers, certaines autorités locales ont commencé non seulement à refuser l’octroi de la nationalité à de nouveau-nés, mais également à retirer rétroactivement la nationalité d’enfants déjà reconnus comme Belges. Cette évolution est d’autant plus problématique qu’elle s’opère dans un contexte arbitraire, et que les décisions varient d'une commune à l'autre. Pour justifier ce durcissement, l’Office des étrangers évoque des abus et soupçonne certaines femmes palestiniennes de se rendre en Belgique pour y accoucher, afin de permettre un regroupement familial ultérieur. Aucune donnée publique ne permet toutefois d’établir l’ampleur réelle de ces abus. Plus grave encore, le Médiateur fédéral a expressément rappelé que l'Office des étrangers n’est pas compétent en matière de nationalité et qu’il ne peut pas influencer les décisions en la matière.
Dès lors, madame la ministre, comment expliquer ces décisions sur une base légale? Ne considérez-vous pas que ceci porte atteinte au principe de sécurité juridique? Comment expliquez-vous que la prévisibilité du droit puisse varier selon la commune dans laquelle un enfant est déclaré? Quelles mesures immédiates envisagez-vous d’adopter afin de clarifier les règles applicables, de restaurer la prévisibilité du droit pour les familles concernées et d’éviter que des enfants ne se retrouvent durablement dans une situation d’incertitude juridique?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Daems, mevrouw Schlitz, ik kan u geruststellen. De kinderen waarover u vragen stelt, zijn ingeschreven onder de Palestijnse of een andere nationaliteit, omdat een van de ouders een andere nationaliteit had. Zij werden niet als staatloos ingeschreven.
De kinderen volgen het verblijfstatuut van de ouders. In de meeste gevallen hebben die ouders een aanvraag tot internationale bescherming ingediend. Anderen hebben een verblijfsaanvraag om andere redenen ingediend.
Het is ook belangrijk te vermelden dat sommige Palestijnse ouders reeds over een vluchtelingenstatuut beschikten in andere lidstaten van de Europese Unie. Die ouders kunnen met andere woorden samen met hun kinderen terugkeren naar die andere lidstaten, aangezien zij hun beschermingsstatuut behouden.
In de brief die aan alle lokale besturen werd gericht en die opvraagbaar is via de procedure van openbaarheid van bestuur, wordt verwezen naar het feit dat de ouders in het bezit zijn van nationale paspoorten waarin als nationaliteit expliciet Palestina is vermeld. Die paspoorten zijn internationaal erkende reisdocumenten en moeten als dusdanig worden gehanteerd.
Mevrouw Daems, voorts verwijst de brief naar het feit dat beide ouders hun nationaliteit kunnen overdragen aan hun kinderen en dat het kind eventueel een andere nationaliteit kan hebben, omdat een van de ouders een andere nationaliteit heeft of omdat in het land waar het gezin voordien verbleef en waar het kind geboren is, het bodemrecht als toekenningsgrond voor de nationaliteit geldt. De ouders kunnen zich ook aanbieden bij de Palestijnse missie om een paspoort aan te vragen voor hun in België geboren kinderen.
De Dienst Vreemdelingenzaken suggereert voorts dat indien de gemeentelijke administratie twijfels heeft, zij steeds het bevoegde parket kan raadplegen. De Dienst Vreemdelingenzaken geeft geenszins instructies aangezien hij in de materie niet bevoegd is. De DVZ drukt wel zijn bezorgdheid uit over de niet-uniforme werkwijze en bevestigt eveneens dat indien de Palestijnse nationaliteit van de ouders niet kan worden bevestigd, artikel 10 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit zal worden toegepast.
Madame Schlitz, mes services estiment qu'il est fait un usage abusif des lacunes de la législation sur la nationalité permettant à des parents palestiniens de se rendre délibérément dans certaines communes belges pour y faire naître leur enfant et lui permettre ainsi d'obtenir la nationalité belge.
De DVZ heeft geen bevoegdheid in het inschrijven in de burgerlijke stand en het registreren van identiteit en nationaliteit in deze registers, maar men stelt wel vast dat hier naargelang de gemeente verschillende praktijken rond bestaan. In de ene gemeente wordt een kind als Palestijns geregistreerd en in de andere gemeente als Belg.
Bovendien blijkt de rechtsspraak evenmin eenduidig. Sommige rechters wijzen de aanvraag van staatloosheid van volwassen Palestijnse onderdanen af en beschouwen ze als Palestijn. Hun kinderen dienen dan ook als Palestijn te worden beschouwd. Andere rechters dan weer erkennen de staatloosheid van de ouders, waardoor op basis van artikel 10 van het Wetboek van nationaliteit, het in België geboren kind inderdaad recht heeft op de Belgische nationaliteit, gezien in België geboren kinderen nooit het statuut van staatloze mogen krijgen.
Mes services ont d è s lors, déj à durant la précédente législature, suggéré au ministre de la Justice, au Coll è ge des procureurs généraux, au médiateur fédéral et à Myria de faire réexaminer le Code de la nationalité belge par les instances compétentes, afin d'exclure toute incohérence et toute divergence d'interprétation et de parvenir ainsi à une application et une jurisprudence uniformes.
Ik ben niet bevoegd inzake de nationaliteit, maar ik deel wel de bezorgdheid dat een verkeerde toepassing van voormeld wetsartikel tot het onterecht bekomen van de Belgische nationaliteit zou kunnen leiden. Dit mag geenszins een indirect, verborgen verblijfskanaal worden, aangezien aan een gezinshereniging met een minderjarig Belgisch kind immers minder voorwaarden verbonden zijn.
Dit probleem overstijgt bovendien de situatie van de Palestijnse kinderen. Soortgelijke gevallen worden door de DVZ geïdentificeerd voor kinderen van ouders van bepaalde landen uit Latijns-Amerika en Somalië.
Mevrouw Daems, ik kan u vele concrete voorbeelden geven om het misbruik te illustreren. Aangezien deze voorbeelden omstandig dienen te worden uitgelegd, verzoek ik u om ze schriftelijk op te vragen.
Greet Daems:
Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. Experts geven ook aan dat de DVZ zijn boekje te buiten gaat. De DVZ is niet bevoegd. U erkent dat hier ook wel, maar het is wel een feit dat er na de tussenkomst van de DVZ, door die brieven, minstens 44 kinderen de Belgische nationaliteit zijn afgepakt. Die kinderen hebben niks misdaan. Volgens de DVZ zou dat zijn om misbruik te bestrijden. Om hoeveel misbruik het dan gaat, hebt u hier niet willen zeggen. Ik zal hierover zeker een schriftelijke vraag stellen.
Het misbruik tegengaan horen we heel vaak als reden om rechten van migranten en vluchtelingen te beperken of soms zelfs compleet af te pakken. Ik denk nu bijvoorbeeld aan het inperken van het recht op gezinshereniging van kinderen op de vlucht. Als we dan vragen om dat zogenaamde misbruik hard te maken, dan blijft het heel vaak stil. Ik wil nogmaals benadrukken dat de nationaliteit afpakken dramatische gevolgen kan hebben voor kinderen die niks misdaan hebben, mevrouw de minister.
Sarah Schlitz:
Merci, madame la ministre. Je me serais attendue à recevoir des éléments tangibles pour prouver les dimensions d'abus que vous soulignez. Or, vous ne faites que dire que votre administration dispose de données probantes d'abus sans jamais les donner, ici au Parlement, pour le justifier. Franchement, cela montre à nouveau qu'il s'agit d'une politique purement idéologique. On parle quand même ici d'enfants, de bébés palestiniens, qui sont originaires d'un pays dans lequel il est par nature impossible de retourner, étant donné qu'il est impossible de retourner en Palestine, qu'il s'y déroule par ailleurs un génocide. Que vous faut-il donc de plus pour donner une protection et une possibilité de vivre dans la dignité à des bébés, nés ici, en Belgique, et de simplement respecter leurs droits? Ici, vous inventez des abus plutôt que de vous concentrer sur des choses qui pourraient être efficaces et améliorer la situation en matière de migration. Vous inventez des abus qui n'en sont pas, pour retirer de façon complètement injuste des droits à des bébés. C'est complètement affolant. Jusqu'où irez-vous? Ce sont des familles qui n'aspirent qu'à vivre en paix et à pouvoir élever leurs enfants loin des bombes, dans un pays dans lequel elles n'ont peut-être pas envie de vivre mais que la situation leur impose puisque dans leur pays, elles n'ont pas le droit de retourner. Je vous remercie de nous transmettre les chiffres et les données dont vous nous parlez, mais cette situation ne peut pas perdurer. Elle crée de l'insécurité juridique sur le terrain, elle crée des grandes difficultés pour des familles entières qui n'ont vraiment pas besoin de ça en ce moment.
De bijeenkomst van de Europese migratieministers van de Raad van Europa over het EVRM
De herinterpretatie van het EVRM
De verklaring van de Raad van Europa over de controle op de rechters van het EHRM inzake migratie
EVRM, migratiebeleid en rechterlijke controle in Europa
Gesteld door
Groen
Matti Vandemaele
VB
Francesca Van Belleghem
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt verdedigde op de informele Raad van Europa-bijeenkomst in Straatsburg de stelling dat het EVRM te strikt wordt geïnterpreteerd, wat de uitzetting van criminele migranten bemoeilijkt, en pleitte voor een "nieuwe balans" tussen individuele rechten en collectieve veiligheid—een standpunt gedeeld door 26 andere landen (waaronder Hongarije en Italië, maar niet Frankrijk of Nederland). Ze benadrukte dat het EVRM-systeem verouderd is en aangepast moet worden aan hedendaagse migratiestromen, maar wees kritiek op politieke druk op het Hof af als een "karikatuur", terwijl ze tegelijk juridische aanpassingen steunt via een toekomstige politieke verklaring (te verwachten in 2026). Van Belleghem (N-VA) onderschreef de nood aan herziening, ook op nationaal niveau (bv. leeflonen voor asielzoekers), en bekritiseerde dat rechtspraak strikt migratiebeleid blokkeert. Schlitz (Ecolo) daartegen bestempelde België’s alliantie met "mensenrechtenkritische" landen als een "radicale breuk" met traditionele bondgenoten en een aantasting van de rechtsstaat, vragen stellend bij Van Bossuyt’s mandaat en de afwezigheid van de minister van Justitie. De minister antwoordde dat haar aanwezigheid was afgestemd met collega Verlinden en de regering.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend. Neem me niet kwalijk dat ik deze vergadering moet verlaten. Ik zal uw antwoord naderhand lezen.
Ik wil evenwel van de gelegenheid gebruikmaken om nog iets aan te kaarten. Er vond een brand plaats in het centrum in Machelen. U hebt een brief geschreven naar de personeelsleden van dat centrum. Het werd zeer gewaardeerd dat u als minister uw betrokkenheid hebt getoond. Ik wilde dat toch even zeggen. We zijn het vaak oneens, maar als u iets goeds doet, zoals met die brief, wil ik dat ook zeggen.
Op 10 december kwamen verschillende Europese migratieministers van de Raad van Europa samen in Straatsburg. De secretaris-Generaal had iedereen uitgenodigd om de uitdagingen rond migratie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) te bespreken.
De aanleiding van de informele bijeenkomst was de open brief van Bart de Wever en de zogenaamde migratiekritische landen, waarin zij kritiek uitten op de interpretatie van het EVRM. Volgens hen zou het mensenrechtenverdrag “de mogelijkheden beperken om politieke beslissingen te nemen." Vooral rond terugkeer van mensen die strafbare feiten hebben gepleegd. Na de bijeenkomst heeft u een gelijkaardige boodschap op sociale media gedeeld.
De brief stuitte op stevige kritiek van verschillende juristen, mensenrechtenorganisaties en de Raad van Europa zelf. Zij benadrukten dat het niet aan politici is om druk uit te oefenen op de rechterlijke macht, en dat er een karikatuur wordt gemaakt van de rechtspraak. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wees er ook op dat slechts 2% van de klachten over migratie gaat. Bovendien wordt meer dan 90% van die klachten afgewezen. Slechts in 450 zaken werd daadwerkelijk een schending van mensenrechten vastgesteld.
Ik heb enkele vragen over deze bijeenkomst.
Welke boodschap heeft u tijdens deze bijeenkomst gebracht?
Tot welke conclusies of afspraken heeft de bijeenkomst on Straatsburg geleid?
Hoe verklaart u de stelling dat het EVRM de terugkeer belemmert, gezien het bijzonder lage aantal migratiegerelateerde klachten die door het Hof worden aanvaard?
Hoe reageert u op de kritiek van experts op de politieke druk op de onafhankelijke rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens?
Onderschrijft u het mensenrechtenverdrag, inclusief bepalingen die betrekking hebben op migratie?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik zal dan in naam van collega Vandemaele spreken.
In de aanloop naar de bijeenkomst van de Europese ministers in Straatsburg spraken de Deense premier Frederiksen en haar Britse ambtsgenoot Starmer zich openlijk uit voor een herinterpretatie van het EVRM. Even later kondigde u aan dat 27 landen van de Raad van Europa een verklaring hadden ondertekend waarin werd opgeroepen tot een herziening van het EVRM. Daarbij werd gesteld dat een juist evenwicht moet worden gezocht tussen de individuele rechten en belangen van migranten en het algemeen belang om vrijheid en veiligheid in onze samenleving te beschermen. In mei riepen ook al negen Europese regeringsleiders in een brief op om de interpretatie van het EVRM beter te laten aansluiten bij de realiteit. De Raad van Europa zou tijdens die informele ministerraad in Straatsburg een voorstel hebben geformuleerd, dat inmiddels besproken zou zijn.
Wat was uw indruk van dat voorstel? Kunt u daar meer duiding bij geven? Welke voorstellen hebt u zelf of namens de regering gedaan?
Werd het voorstel van de Raad van Europa binnen de regering besproken, en zo ja, wat waren de plus- en minpunten? Zo niet, wanneer zult u dat bespreken?
Welke concrete gevolgen kunnen we koppelen aan die verklaring van de 27 landen? Welke andere initiatieven mogen we nog verwachten?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, le 10 décembre dernier, journée internationale des droits humains, les 46 pays membres du Conseil de l'Europe se sont réunis pour discuter d'une déclaration portant sur les questions liées aux migrations et à la Convention européenne des droits de l’homme (CEDH).
Cette réunion faisait suite à la lettre signée par plusieurs pays européens, dont la Belgique, estimant que la CEDH entrave la volonté de leur gouvernement d'expulser des personnes migrantes. On pense par exemple au Royaume-Uni, qui a voulu expulser des migrants non-rwandais, faut-il le préciser, pour les placer dans des conteneurs au Rwanda, alors que ceux-ci risquaient des traitements inhumains et dégradants.
Durant cette réunion, un document a été présenté, signé par 27 pays, dont la Belgique, remettant en cause la CEDH. Ce texte demandait d'amender la Convention, qu'ils estiment trop stricte, pour mieux permettre aux pays d'expulser des personnes migrantes.
On parle ici d'un pouvoir exécutif qui indique au pouvoir judiciaire ce qu'il doit faire, ce qui remet en question la séparation des pouvoirs. C’est une atteinte au principe de non-refoulement, qui interdit d'expulser une personne vers un pays où elle serait en danger.
Madame la ministre, vous étiez la représentante de la Belgique lors de cette réunion. Pouvez-vous nous dire pourquoi c'est vous qui avez représenté la Belgique, et non pas la ministre de la Justice? Quelle position avez-vous défendue pendant cette réunion? Quelle a été votre implication dans ce processus? À quels résultats cette réunion a-t-elle abouti? Je vous remercie.
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Vandemaele, die afwezig is, mevrouw Van Belleghem en mevrouw Schlitz, naar aanleiding van de brief die onze eerste minister mee heeft ondertekend, heeft de Raad van Europa in oktober een vierpuntenvoorstel geformuleerd om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van sommige Europese politieke leiders over migratie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
À l'initiative du secrétaire général du Conseil de l'Europe, Alain Berset, une conférence ministérielle informelle s'est tenue le mercredi dernier au siège du Conseil de l'Europe à Strasbourg.
Op basis van dat voorstel formuleerden de 45 verdragsstaten van de Raad van Europa conclusies die tijdens de informele ministeriële bijeenkomst in Straatsburg werden aangenomen.
De deelnemers hebben verzocht om binnen de Raad van Europa het politiek debat over die kwestie voort te zetten en aan het Comité van Ministers gevraagd om, ten eerste, een ontwerp van een politieke verklaring op te stellen over het waarborgen van mensenrechten in de context van irreguliere migratie en de situatie van veroordeelde vreemdelingen; ten tweede, zijn steun te herbevestigen voor een nieuwe aanbeveling om mensensmokkel te bestrijden; ten derde, te onderzoeken hoe de Raad van Europa het best kan omgaan met urgente migratievraagstukken, eventueel via een nieuw intergouvernementeel comité; en ten slotte de secretaris-generaal aan te moedigen om internationale migratiebesprekingen te voeren.
Er is aldus besloten dat het Steering Committee for Human Rights de opdracht krijgt om de elementen voor de desbetreffende politieke verklaring uit te werken over het waarborgen van de mensenrechten onder het EVRM in het licht van de uitdagingen van irreguliere migratie en de situatie van vreemdelingen die ernstige misdrijven hebben gepleegd, met aandacht voor nationale veiligheid en openbare orde. Dat Steering Committee zal daarover tegen 22 maart 2026 verslag uitbrengen, zodat de deputies de verklaring kunnen afronden voor de 135ste zitting van het Comité van Ministers in mei 2026 te Chisinau.
Il a également été demandé au secrétaire général du Conseil de l'Europe, Alain Berset, de faire rapport avant la fin de l'année 2026 des discussions internationales en matière de migration mentionnées.
Samen met 26 andere verdragsstaten onderschreef ik eveneens een gemeenschappelijke verklaring waarin we het belang van de fundamentele rechten uit het EVRM en van de onafhankelijkheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens benadrukken. Tegelijk kaarten we daarin problemen aan, onder meer met betrekking tot de terugkeer van illegale criminelen.
In die verklaring wordt gepleit voor een open en constructieve dialoog binnen de Raad van Europa over de wijze waarop het EVRM-systeem kan worden beschermd tegen pogingen om het te verzwakken. Het EVRM is immers tot stand gekomen in een context die niet langer vergelijkbaar is met de huidige migratierealiteit en de druk op onze samenleving die daarmee gepaard gaat.
De aanwezige ministers wezen op de plicht die we hebben om de bevolking te beschermen, onder meer door de veiligheid te garanderen, de grenzen effectief te bewaken en mensensmokkel te bestrijden. Die plicht wordt steeds complexer door uitdagingen zoals ernstige criminaliteit gepleegd door migranten, mensenhandel en de instrumentalisering van migratie. Die ontwikkelingen zetten druk op het huidig mensenrechtensysteem, dat deels werd ontworpen in een andere tijd en inmiddels met nieuwe realiteiten wordt geconfronteerd.
On ne peut nier que l'interprétation parfois trop large de certains droits issus de la Convention européenne des droits de l'homme rend l'éloignement de personnes en séjour illégal, qui constituent un danger pour notre société, plus difficile, voire impossible. Il est nécessaire de trouver un nouvel équilibre entre, d'une part, les droits individuels du migrant et, d'autre part, le devoir des États de garantir la sécurité collective et la liberté de leurs citoyens et de la société.
Zoals ik al vaak heb aangegeven, moet het recht een evolutief en groeiend gegeven zijn dat een antwoord kan blijven bieden op de hedendaagse uitdagingen. Alleen op die manier kunnen zowel de rechten vervat in het EVRM als onze veiligheid gewaarborgd blijven.
Gelet op de thematiek van die informele ministeriële bijeenkomst, was ik aanwezig in overleg met mijn collega-minister Verlinden. De conclusies en beslissingen doorliepen de gebruikelijke stilteprocedure, waarbij elke verdragsstaat amendementen kon indienen. Wij hebben op de tekst amendementen ingediend. De inhoud werd besproken op het core multi . Ook het statement werd binnen de regering afgetoetst.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, u gaf een bijzonder interessant antwoord.
Het herbekijken van de rol van het EHRM naast het EVRM is iets wat wij steunen. De rechtspraak maakt een strikt migratiebeleid de facto immers onmogelijk.
Er zijn echter niet alleen de supranationale instellingen. Op nationaal niveau rijst hetzelfde probleem. Vaak blijkt dat rechtspraak, bijvoorbeeld van arbeidshoven of rechtbanken van eerste aanleg, een strikt migratiebeleid niet mogelijk maakt. Het is dan ook noodzakelijk om de redenering door te trekken op nationaal niveau. Ik hoop dat u dat punt ook binnen de regering zult aankaarten. Als voorbeeld noem ik dat leeflonen worden toegekend aan vluchtelingen of asielzoekers. Dat gebeurt op basis van rechtspraak. Ook dat moeten wij durven herbekijken met een open houding en zonder meteen in een kramp te schieten, zoals bij sommigen gebeurt. Ik hoop dat u die benadering consequent zult doortrekken.
Sarah Schlitz:
Vous co-signez cette déclaration avec des pays comme l'Italie de Meloni et la Hongrie d'Orban. Mais vous n'avez pas à vos côtés, par exemple, la France, les Pays-Bas, l'Espagne. Ces pays sont quand même des pays fondateurs, ou du moins parmi les premiers pays. Ils sont les plus proches de notre philosophie. Madame la ministre, ce qu'on constate depuis plusieurs mois, c'est un basculement de la Belgique, à votre initiative, dans un alignement radicalement opposé aux droits humains et avec des pays avec lesquels nous n'avons jamais été alignés. Ce qui m'interroge, ce n'est pas que vous soyez à l'initiative de cela, ni que le Vlaams Belang vous soutienne et vous encourage à continuer dans cette voie. Aucun étonnement par rapport à cela. Vous ne m'avez en revanche pas répondu sur la raison pour laquelle c'était vous que le gouvernement avait décidé d'envoyer et avec quel mandat vous étiez allés à cette réunion. Est-ce bien avec le mandat, par exemple, des Engagés, que vous vous rendez à ce type de meeting pour pousser ce genre de mobilisation qui va à l'encontre non seulement des droits humains fondamentaux, mais également de l'État de droit. Madame la ministre, nous continuerons évidemment à suivre ces évolutions très inquiétantes que la Belgique adopte sur la scène internationale, à votre initiative et avec le soutien de l'entièreté de votre gouvernement.
De aansprakelijkheid van ambtenaren die onwettige instructies uitvoeren
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Greet Daems bekritiseert dat minister Van Bossuyt ondanks herhaalde rechterlijke veroordelingen (inclusief dwangsommen) bewust onwettige instructies handhaaft om M-statushouders te weigeren in opvang, wat volgens haar EU- en Belgische wetten schendt en ambtenaren blootstelt aan aansprakelijkheid—terwijl die ambtenaren zelf moraal bezwaar maken en juridische zorgen uiten. Van Bossuyt ontkent systematische onwettigheid, benadrukt dat de Staat (niet ambtenaren) aansprakelijk is behalve bij "manifest wangedrag", en verdedigt haar beleid als noodzakelijk om de opvangcrisis te verzachten, ondanks uiteenlopende rechtspraak; ze belooft juridische ondersteuning voor ambtenaren maar wijst persoonlijke verantwoordelijkheid af. Daems beschuldigt de minister ervan wetten en vonnissen te negeren, wijst op het leed bij personeel dat kwetsbaren op straat zet tegen hun wil, en eist concrete garanties tegen juridische risico’s voor ambtenaren—zonder antwoord op de kernvraag waarom het onwettige beleid blijft gehandhaafd. Het hoofdconflict draait om opzettelijke wetsovertreding vs. beleidsnoodzaak, met ambtenaren als gegijzelden tussen juridische druk en moreel protest.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, ik kreeg in november een nieuwsbrief van ADDE aangeleverd, een vzw die zich inzet voor de rechten van mensen met een migratieachtergrond. Die nieuwsbrief bevatte een analyse van de mogelijke aansprakelijkheid van ambtenaren wanneer zij onwettelijke instructies uitvoeren.
Sinds augustus krijgen mensen met een M-status geen opvang meer in ons land. De instructie aan Fedasil was om mensen die bij ons een asielaanvraag indienen, opvang te weigeren. Wij hebben daarover al vragen gesteld en ook de rechtbank sprak zich al verschillende keren uit en oordeelde dat die instructie onwettig is in het geval van kwetsbare mensen. De rechterlijke uitspraak verplichtte Fedasil om hun onderdak te bieden vanwege hun kwetsbaarheid, maar toch blijft u Fedasil de opdracht geven om die mensen te weigeren uit de opvang.
De betreffende instructie is onwettig en schendt zowel de Belgische opvangwet als de EU-regels en kan zelfs worden beschouwd als een onmenselijke behandeling. U werd al veroordeeld en kreeg dwangsommen opgelegd, maar het is juridisch ook mogelijk om de ambtenaren die de onwettige instructie uitvoeren, aansprakelijk te stellen. Wij krijgen berichten vanop het terrein dat die ambtenaren zich daarover grote zorgen maken.
Wat is uw mening over de analyse? Wat zult u ondernemen opdat ambtenaren die uw beslissingen uitvoeren, niet persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de uitvoering van onwettige beslissingen?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Daems, ik neem kennis van de analyse van ADE, maar deel niet de conclusie dat hier sprake zou zijn van een systematisch aanzetten tot de uitvoering van kennelijk onwettige beslissingen door individuele ambtenaren.
Eerst en vooral is het belangrijk om het juridisch kader van de verantwoordelijkheid van ambtenaren correct te schetsen. Ambtenaren handelen in uitvoering van het beleid en de instructies van de bevoegde overheid. In het Belgische recht geldt als uitgangspunt dat de Staat aansprakelijk is voor onwettige beslissingen, niet de individuele ambtenaar, behoudens uitzonderlijke gevallen van persoonlijke fout, bedrog of manifeste overschrijding van bevoegdheden. Die drempel ligt hoog en wordt ook door de rechtspraak zeer restrictief toegepast.
Wat de opvang van personen met een M-status betreft, is het correct dat er rechtspraak bestaat waarin bepaalde beslissingen tot weigering van materiële hulp werden vernietigd. Die uitspraken worden ernstig genomen en geanalyseerd. Tegelijk gaat het om een complex en evolutief juridisch debat, waarin verschillende rechtbanken niet steeds identiek oordelen.
Anderzijds word ik wel geconfronteerd met de operationele realiteit dat de druk op het opvangsysteem moet worden verlicht, om eindelijk uit de crisis te raken.
Ik begrijp dat er op het terrein vragen en bezorgdheden leven. Die neem ik ernstig. Daarom wordt blijvend ingezet op duidelijke instructies, juridische ondersteuning en interne communicatie, zodat ambtenaren hun taken kunnen uitvoeren in alle rechtszekerheid.
Tot slot wil ik beklemtonen dat het personaliseren van institutionele discussies over opvangbeleid of rechtspraak door te suggereren dat individuele ambtenaren persoonlijk risico lopen, niet aan een sereen debat bijdraagt. De verantwoordelijkheid voor beleidskeuzes ligt waar ze hoort, bij de regering.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, het op straat zetten van mensen die recht hebben op opvang, is geen goede basis voor een sereen debat. U deelt duidelijk de analyse niet. U zegt dat de Staat aansprakelijk kan worden gesteld, niet de ambtenaren zelf. Welke garanties geeft u om uw personeel te behoeden voor juridische gevolgen? Zij zijn heel ongerust. Los van de juridische gevolgen, wij horen heel veel personeelsleden van Fedasil, die het compleet oneens zijn met uw aanpak. Hun hart breekt wanneer zij iemand op straat moeten zetten, en dat terwijl de rechtbank hun net beveelt mensen op te vangen. Mevrouw de minister, u werd eerder al veroordeeld voor dat beleid en er werden dwangsommen opgelegd. Toch blijft u vasthouden aan die onwettige instructie. U moet ook luisteren naar de wet.
Woonstbetredingen
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt bevestigt dat de Raad van State advies gaf over haar voorontwerp om DVZ toegang tot woningen van uitgeprocedeerde asielzoekers te verlenen (met politie en rechterlijke machtiging), maar stelt dat de timing voor indiening bij het Parlement afhangt van een juridisch sluitende tekst, zonder concrete termijn. Daems vraagt om bevestiging van het bestaan van het voorontwerp, het advies van de Raad en de parlementsplanning, maar krijgt enkel een vaag antwoord over "zo snel mogelijk" indienen. Volgens Van Bossuyt was dit al besproken in een eerdere commissie (2 december), wat Daems ogenschijnlijk ontging. Het hoofdgeschil draait om de transparantie en haast bij deze omstreden maatregel.
Greet Daems:
Mevrouw de minister, in het regeerakkoord lezen we: “De DVZ krijgt de mogelijkheid om, in samenwerking met de politie en mits machtiging van een onderzoeksrechter, zich toegang te verlenen tot de woonst waar een uitgeprocedeerde in onwettig verblijf zich bevindt wanneer deze elke toegang weigert.”
We zijn de laatste weken gecontacteerd door vele bezorgde burgers die ons vertelden dat u ter zake een voorontwerp van wet klaar heeft.
Klopt het dat u een voorontwerp hebt ingediend bij de Raad van State? Heeft de Raad van State ondertussen al een antwoord gegeven? Zo niet, binnen welke termijn wordt dat antwoord verwacht? Wat is de timing van de wettekst voor het Parlement?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Daems, het is u waarschijnlijk ontgaan, maar ik heb over dit onderwerp onlangs, op 2 december, van gedachten gewisseld met de leden van deze commissie. Ik herhaal voor u graag enkele aspecten om daarmee te antwoorden op uw vragen.
Mijn kabinet ontving inderdaad het advies van de Raad van State. We onderzoeken het, samen met de andere adviezen.
Zoals tijdens diezelfde commissievergadering van 2 december verduidelijkt is, kom ik zo snel mogelijk met dit wetsontwerp naar het Parlement. Ik wens echter een juridisch sluitend wetsontwerp in te dienen, gelet op de complexiteit van het onderwerp.
Greet Daems:
Dank u wel voor uw antwoord.
Het nieuwe gesloten terugkeercentrum
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Anneleen Van Bossuyt is het nieuwe terugkeercentrum in Steenokkerzeel (gepland voor opening begin 2027) bedoeld voor kortverblijvers met snelle repatriëring, terwijl 127bis en Caricole respectievelijk voor illegale verblijvers en grensgeweigerden blijven. Francesca Van Belleghem bekritiseert 127bis als onnodig ontsnappingsgevoelig (door lage omheining) en ongeschikt voor lang verblijf, en pleit impliciet voor renovatie of herbestemming. De regering benadrukt dat het nieuwe centrum, door zijn strategische ligging bij Zaventem, efficiëntere uitwijzingen mogelijk maakt. Beide partijen bevestigen de planning (eind 2026 oplevering), maar Van Belleghem uit twijfels over de functionaliteit van 127bis.
Francesca Van Belleghem:
Intussen is de bouw van het nieuwe gesloten terugkeercentrum in Steenokkerzeel gestart.
Kunt u verduidelijken wat de initieel voorziene einddatum was van de bouwwerkzaamheden? Acht u die timing nog steeds haalbaar?
Zal dit centrum de rol van het repatriëringscentrum 127bis overnemen of zal het nieuwe terugkeercentrum eerder bestemd zijn voor langere verblijvers, aangezien het in die optiek wordt gebouwd? Hoe ziet u de verhouding tussen Caricole, 127bis en het nieuwe centrum? Dank u.
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik heb over dit thema mevrouw De Vreese al uitgebreid geantwoord tijdens de vorige commissie waarin ik vragen heb beantwoord. U was toen aanwezig, maar ik herhaal graag nog enkele aspecten uit dat antwoord.
Zoals u weet, wil deze regering van het terugkeerbeleid opnieuw een effectief en efficiënt terugkeerbeleid maken. Het is het sluitstuk van een kordaat asiel- en migratiebeleid. Daarbij is vrijwillige terugkeer van uitermate groot belang, maar gedwongen terugkeer kan niet ontbreken. Vandaar dat er verschillende maatregelen worden genomen, vaak in overleg en samenwerking met mijn collega Quintin.
Het gaat hierbij onder andere, niet limitatief, over het versterken van de pool van escorteurs voor verwijderingen, het wetsontwerp over de woonstbetredingen, waarover ik het net had, en het sluiten van akkoorden met landen van herkomst aan de hand van het whole-of-government-principe.
Het door u aangehaalde dossier van het vertrekcentrum in Steenokkerzeel is eveneens noodzakelijk voor dit terugkeerbeleid. Dankzij de strategische ligging naast de luchthaven van Zaventem verlopen uitwijzingen snel, efficiënt en ook veiliger. Door deze locatie en het individuele regime kunnen we veel korter op de bal spelen.
Een oplevering van het nieuwe vertrekcentrum in Steenokkerzeel in december 2026 is de timing die door de Regie der Gebouwen wordt vooropgesteld. Zij staan in voor de concrete opvolging van de bouwwerken en voorlopig zit alles op schema. Het centrum zal begin 2027 kunnen openen.
Het centrum is gericht op personen die er slechts kort verblijven omdat hun terugkeer snel kan worden georganiseerd, omdat ze in het bezit zijn van identiteitsdocumenten, omdat ze er enkel overnachten na een transfer uit een ander centrum of gevangenis om vervolgens een vroege vlucht te nemen of omdat ze een verwijderpoging weigerden en er snel een nieuwe vlucht zal worden geboekt.
Caricole, 127bis en het vertrekcentrum hebben elk een ander doelpubliek. Caricole is voorbehouden voor vreemdelingen die werden geweigerd aan de grens. In 127bis worden vreemdelingen vastgehouden die illegaal op het grondgebied verbleven. In het vertrekcentrum zullen enerzijds vreemdelingen verblijven die werden overgebracht vanuit verder gelegen centra, vlak voor hun repatriëring, en anderzijds zullen er ook gedocumenteerde vreemdelingen vastgehouden worden die snel verwijderd kunnen worden.
Francesca Van Belleghem:
Ik dank u voor uw antwoorden. De reden waarom ik u deze vraag gesteld heb, is omdat 127bis mij totaal niet aangepast lijkt voor lang verblijvende illegalen. Men wordt daar geconfronteerd met steeds meer illegalen die er vrij lang verblijven, maar er zijn zoveel ontsnappingen uit dat centrum, zegt men, doordat de draad te laag komt. Zo kunnen illegalen daar heel gemakkelijk ontsnappen. Elke week wordt men daar met een ontsnapping geconfronteerd. 127bis zou eigenlijk compleet gerenoveerd moeten worden. Dat centrum lijkt me eerder iets voor een kort verblijf, waarvoor u dat nieuwe vertrekcentrum wil maken. Ik hoop dat het nieuwe centrum alleszins begin 2027 zal kunnen openen.
Het drama dat vermeden werd in Schaarbeek, maar dat een zorgwekkende lacune blootlegt
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Victoria Vandeberg bekritiseert dat een illegale migrant met geweldsverleden (verboden in Frankrijk, veroordeeld voor geweld) ongehinderd België binnenkon en politieagenten in Schaarbeek bijna doodreed, wat wijst op "alarmant systeemfalen" in Schengen-informatie-uitwisseling en grenscontroles. Minister Van Bossuyt bevestigt dat de man wel degelijk door Frankrijk en Zwitserland was gesignaleerd in Schengen, maar dat België hem niet kende tot het incident; zijn binnenkomst blijft onduidelijk en wordt onderzocht. Van Bossuyt benadrukt verstrengde maatregelen: uitbreiding gesloten centra (o.a. Merksplas, Steenokkerzeel), 72 extra escorteurs tegen 2026, en nieuwe terugnameakkoorden (Marokko, onderhandelingen met Algerije), plus Europese druk voor strengere Dublin-afspraken. Vandeberg twijfelt aan de effectiviteit en vraagt concreet of de dader al in detentie zit voor uitzetting, maar krijgt hierop geen direct antwoord.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre il y a quelques semaines à Schaerbeek, quatre policiers ont échappé de justesse à un drame, percutés par un conducteur qui, selon les premiers éléments, n'aurait jamais dû se trouver sur notre territoire: séjour illégal, condamné pour violences en France, interdit de territoire français. Pourtant, il a pu entrer et se déplacer librement sur notre territoire sans être détecté. Ce cas n'illustre pas seulement une défaillance, il révèle une faille inquiétante, celle qui permet à des individus signalés ailleurs en Europe comme dangereux et dépourvus de tout titre de séjour de franchir nos frontières sans être interceptés.
Madame la ministre, au regard du cadre légal du système d'information Schengen, qui impose qu'un ressortissant de pays tiers interdit de territoire, condamné pour des faits violents ou expulsé fasse automatiquement l'objet d'un signalement dans la base européenne, pouvez-vous nous confirmer si ce suspect était effectivement signalé?
Pouvez-vous également préciser ce que savent vos services aujourd'hui sur son parcours, depuis son arrivée en Belgique, ainsi que les circonstances qui ont permis son entrée sur notre territoire? Pouvez-vous également nous indiquer ce que l'enquête révèle à ce stade concernant ses motivations? Enfin, quelles sont les suites que vous entendez donner à ce dossier, tant en ce qui concerne le traitement de ce cas précis que les mesures à prendre pour éviter qu'une telle situation ne se reproduise.
Évidemment, lorsque la sécurité publique relève davantage d'un réflexe que d'un système fiable, cela pose question. On ne se demande pas si un drame surviendra à nouveau mais plutôt quand il surviendra. Cette situation ne peut se reproduire et cela relève évidemment de la responsabilité de l'État.
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Vandeberg, je tiens tout d'abord à exprimer ma plus grande considération pour nos policiers et autres intervenants qui donnent chaque jour le meilleur d'eux-mêmes et qui, dans des situations comme celle que vous décrivez, se trouvent en danger. C'est inacceptable. Avec ce gouvernement, sous les compétences des ministres Quintin et Verlinden, nous allons également travailler à une répression plus sévère des violences contre les intervenants de secours.
Je vous confirme que la personne concernée avait été signalée déjà par la Suisse et par la France. L'intéressé n'était pas connu de nos services avant les faits du 8 novembre. L'Office des étrangers ne dispose d'aucune information concernant son entrée sur notre territoire. Ceci fait partie de l'enquête judiciaire.
Concernant votre dernière question, vous savez que l'objectif de ce gouvernement est de renvoyer du territoire le plus grand nombre possible de personnes faisant l'objet d'un ordre de quitter le territoire. À cette fin, de nombreuses mesures ont été convenues dans notre accord du gouvernement. Je vous en rappelle quelques-unes: le doublement du nombre de places dans les centres fermés et les centres de retour. Une aile de plus a été ouverte dans le centre fermé de Merksplas cette année. Il y a un mois, j'ai fait le eerstesteenlegging pour le centre de départ à Steenokkerzeel. Concernant le centre de Jumet, j'espère avoir le permis en janvier. Nous sommes sur le bon chemin.
Par ailleurs, nous augmentons le pool d'escorteurs en collaboration avec mon collègue le ministre Quintin. Nous avons un accord pour avoir 72 escorteurs en plus avant la fin de 2026.
Concernant la conclusion de nouveaux accords de réadmission avec les pays d'origine, nous avons un accord avec le Maroc depuis fin octobre. Ce matin, j’ai aussi eu une réunion avec une délégation algérienne sur les négociations d’un accord de réadmission au niveau du Benelux.
Au niveau européen, je plaide pour un fonctionnement plus solide et durable des accords de Dublin.
De cette manière, nous faisons tout pour ne pas tolérer l’illégalité et éviter que de telles situations ne se reproduisent à l’avenir.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie pour vos réponses. Évidemment, nombre de mesures sont prévues et nous nous en réjouissons. Dans ce cas précis, je suivrai également le dossier pour voir ce qu’il adviendra de cette personne en particulier. Est-elle déjà, par exemple, dans un centre pour procéder à son retour? Ce sont des questions que je suivrai encore par la suite. Je vous remercie.
De opvolging en begeleiding van asielzoekers die uit het opvangnetwerk gezet worden
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Victoria Vandeberg vraagt kritisch hoe Fedasil omgaat met exclusies uit asielcentra na gewelddadige incidenten (zoals de dodelijke steekpartij in Spa), waarbij verdachten vaak spoorloos verdwijnen en risico’s voor omwonenden mogelijk toenemen. Ze bekritiseert dat exclusie leidt tot dakloosheid zonder opvang of tracking, en vraagt naar samenwerking tussen Fedasil, politie en Vreemdelingenoffice om dit te voorkomen, alsook de gevolgen voor de asielprocedure zelf. Minister Van Bossuyt stelt dat exclusies juridisch begeleid worden (met beroepsmogelijkheden, medische/advocatenondersteuning) en dat er protocollen bestaan voor informatie-uitwisseling met politie en versnelde asielbehandeling bij langdurige exclusies. De asielprocedure loopt door, maar de persoon verliest recht op opvang—woonadres bij de advocaat blijft mogelijk voor administratief follow-up.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, avant l'été, je vous avais interrogée au sujet d'un tragique événement qui était survenu à Spa, au cours duquel un jeune homme a perdu la vie après avoir reçu plusieurs coups de couteau. Trois suspects étaient alors hébergés au centre Fedasil de Spa. Ils avaient été interpellés et s'étaient vu notifier une exclusion temporaire du centre. Une vidéo filmée par un témoin était ensuite venue corroborer les déclarations et les trois jeunes ont été disculpés. Au vu des derniers éléments, Fedasil est revenu sur sa décision et la mesure d'exclusion a été levée. Un quatrième individu présenté comme l'auteur possible des coups mortels est quant à lui toujours en fuite et actuellement recherché. Ce suspect a-t-il été retrouvé dans l'intervalle.
De manière plus générale, je souhaitais aborder les mesures d'exclusion du réseau d'accueil. Ces mesures d'ordre sont prévues par la loi, elles visent à préserver la sécurité et la sérénité des centres, indépendamment de l'issue judiciaire des dossiers. Cependant, en pratique, une exclusion signifie que la personne se retrouve immédiatement à la rue, livrée à elle-même, souvent sans véritable suivi surtout. Et ses seules options deviennent le sans-abrisme ou un logement trouvé par ses propres moyens, y compris lorsque les faits à l'origine de l'exclusion révèlent un risque sérieux pour la sécurité des habitants des alentours du centre.
Cette situation soulève une question de sécurité évidente. Lorsqu'un demandeur d'asile est exclu pour des faits graves sans être détenu ni éloigné du territoire, quels mécanismes existent pour éviter qu'il ne disparaisse complètement dans la nature et qu'on ne perde sa trace? Car, loin de neutraliser le risque, cela pourrait encore l'amplifier. Pouvez-vous me dire quels dispositifs existent aujourd'hui pour assurer la localisation de ces personnes, leur accompagnement, leur orientation administrative éventuellement? Une concertation systématique est-elle prévue entre Fedasil, l'Office des É trangers et les zones de police, afin d'éviter la perte de la trace de ces individus? Quelles conséquences une exclusion temporaire ou définitive entraîne-t-elle sur la procédure d'asile en tant que telle? La personne poursuit-elle son parcours administratif ou celui-ci est-il alors immédiatement arrêté? Je vous remercie.
Anneleen Van Bossuyt:
Madame Vandeberg, lors d'une décision d'exclusion, la personne se voit notifier et expliquer la décision par la structure d'accueil ainsi que les voies de recours. La personne reçoit également les informations nécessaires concernant l'accompagnement médical pris en charge par Fedasil ainsi que celles relatives au suivi à assurer pour d'éventuels courriers. L'avocat de la personne est également informé par la structure d'accueil de l'exclusion de son client afin de garantir la continuité de l'accompagnement juridique, en particulier dans le cadre de la procédure de protection internationale en cours.
Pour les centres d'accueil, un protocole de coopération existe entre la police et le centre d'accueil dans lequel les modalités relatives à l'échange d'informations sont fixées. Au sein de l'agence, un officier de liaison de la police intégrée est désigné. Sa mission vise à faciliter les contacts et les échanges d'informations entre Fedasil et la police intégrée.
En plus, un échange structurel d'informations entre l'agence et les instances d'asile est mis en place pour les exclusions de 30 jours et les exclusions définitives. Lorsqu'une telle exclusion a lieu, il est demandé aux instances d'asile de traiter leur demande de protection internationale de manière accélérée. L'avocat de la personne est informé de la décision d'exclusion afin de garantir la continuité de l'aide juridique.
Dans ce cadre, il ou elle est responsable de veiller à ce que son ou sa cliente soit correctement informé et donne suite au courrier d'invitation dans le cadre de sa demande de protection. La personne dispose de la possibilité d'élire domicile auprès de son avocat pour le suivi des courriers ou des décisions dans le cadre de sa procédure. Le droit à l'accueil est en partie distinct de la demande de protection internationale, la procédure administrative se poursuit donc.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie pour vos précisions, madame la ministre et j'espère également que nous pourrons atterrir sur le cas plus précis de Spa et des personnes qui étaient impliquées dans cette affaire.
De 'Brussels Deal'
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Xavier Dubois vraagt kritisch naar de concrete inhoud, transparantie en effectiviteit van het Brussels Deal-akkoord (tijdelijke opvang van asielzoekers in Brussel met federale financiering), met name of de 1.708 wachtenden daadwerkelijk worden opgevangen of enkel "op papier" zijn afgedekt, en eist inzage in het akkoord als basis voor parlementscontrole. Minister Anneleen Van Bossuyt bevestigt dat het akkoord (€47 mln/jaar) een tijdelijke crisisoplossing is met basisopvang (huisvesting, voeding, begeleiding), maar geeft toe dat er geen registratie is van wie effectief wordt opgevangen – een leemte die ze wil aanpakken; ze weigert echter het akkoord vrij te geven, met als argument dat het een operationeel werkdocument is zonder juridische status. Dubois bekritiseert dit gebrek aan transparantie en dringt aan op minstens vertrouwelijke inzage, wijzend op de noodzaak van parlementstoezicht bij federale uitgaven.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, lors d’échanges précédents, vous avez eu l’occasion de mettre en avant cet accord, le Brussels Deal, qui permet d’organiser un accueil de demandeurs d’asile par la Région bruxelloise, moyennant a priori un financement de l’autorité fédérale. J’ai voulu me renseigner pour obtenir davantage d’informations sur cet accord, mais je ne retrouve que très peu d’éléments à ce sujet, du moins publiquement accessibles.
J’aimerais savoir sur quoi porte concrètement cet accord. Comment cet accueil est ‑ il organis é ? Quelles sont, le cas é ch é ant, les priorit é s accord é es aux demandeurs d ’ asile? Quelles sont les conditions d ’ h é bergement propos é es?
De manière plus précise, à l’heure actuelle, combien de demandeurs d’asile figurent sur la liste d’attente, et pour quels motifs précis? Parmi ceux ‑ ci, combien b é n é ficient de l ’ accueil organis é dans le cadre de ce Brussels Deal? Consid é rez ‑ vous que les conditions propos é es dans ce cadre sont conformes aux droits fondamentaux, en tout cas, aux droits auxquels les demandeurs d ’ asile peuvent l é gitimement prétendre? Quelle est la durée de cet accord? Quel budget est prévu? Des décisions ont ‑ elles é t é prises concernant une é ventuelle prolongation dans le cadre des accords budg é taires r é cents? Enfin, de manière très concrète, pourriez ‑ vous nous communiquer une copie de cet accord?
Anneleen Van Bossuyt:
Monsieur Dubois, lors des récents échanges de vues au sein de la commission de l’Intérieur, j’ai expliqué que l’autorité fédérale, via Fedasil, coopère avec le gouvernement de la Région de Bruxelles ‑ Capitale dans le cadre de ce que l ’ on appelle le Brussels Deal. Il est important de souligner que cette coop é ration ne cr é e pas un r é gime d ’ accueil distinct, mais constitue un compl é ment temporaire et additionnel au r é seau d ’ accueil f é d é ral, visant à ma î triser la pression sur l ’ accueil à Bruxelles et à é viter que des demandeurs de protection internationale ne se retrouvent à la rue.
En ce qui concerne la liste de flux, c’est ‑ à ‑ dire la liste des sorties, je peux indiquer qu ’à la date d ’ aujourd ’ hui, 1 708 personnes y figurent. Gr â ce aux mesures prises dans le cadre du Brussels Deal, ces personnes ne doivent pas s é journer dans la rue, mais peuvent b é n é ficier d ’ une forme d ’ accueil humaine à Bruxelles. L ’ accueil organis é dans ce cadre pr é voit le g î te, les installations sanitaires et l ’ alimentation, compl é t é s par un accompagnement et une orientation, notamment en vue d ’ un transfert vers le r é seau d’accueil régulier ou vers des structures de soins et d’accompagnement appropriées.
Cette approche vise explicitement à garantir un accueil digne, conforme aux droits fondamentaux des personnes concernées, dans le contexte exceptionnel d’une crise de l’accueil persistante.
S’agissant des aspects financiers, je peux confirmer que l’autorité fédérale cofinance le Brussels Deal à hauteur de 47 millions d’euros par an. Ces moyens s’inscrivent dans les efforts fédéraux menés en collaboration avec Bruxelles pour soutenir des solutions temporaires orientées vers la gestion de crise tant que la pression sur le réseau d’accueil demeure.
Enfin, concernant la demande de transmission de l’accord, je souhaite préciser que je ne transmettrai pas de copie du Brussels Deal, puisqu’il s’agit d’accords de coopération de nature opérationnelle entre autorités et administrations sans caractère normatif et dont la divulgation pourrait compromettre la bonne exécution des mesures en cours. Des discussions sont actuellement menées avec le niveau bruxellois afin de professionnaliser davantage le Brussels Deal pour optimiser l’utilisation des moyens et des places d’accueil.
Xavier Dubois:
Je vous remercie, madame la ministre, pour vos réponses.
Vous indiquez que 1 708 personnes figurent actuellement sur la liste d’attente. D’après les informations que vous fournissez, toutes ces personnes seraient donc accueillies dans le cadre du Brussels Deal. Est ‑ ce que je comprends bien? Avons ‑ nous la confirmation qu ’ elles sont effectivement prises en charge? Ou bien s ’ agit ‑ il simplement de places disponibles, que les personnes doivent elles ‑ m ê mes aller chercher?
Cette distinction est importante, car affirmer que personne ne dort dehors alors que nous ne pouvons pas confirmer que ces personnes sont réellement accueillies dans le cadre du Brussels Deal constitue une différence majeure. Il serait donc essentiel d’obtenir une réponse claire. Sommes ‑ nous certains que ces personnes sont effectivement accueillies? Ou bien se contente ‑ t ‑ on de mettre en avant des chiffres pour pouvoir dire qu ’ il n ’ y a pas de probl è me?
Anneleen Van Bossuyt:
J’ai conclu en indiquant que des discussions sont en cours avec le niveau bruxellois afin de professionnaliser davantage le Brussels Deal. L’un des points abordés dans ces discussions concerne le fait qu’à l’heure actuelle, ni la ville de Bruxelles ni les organisations impliquées ne procèdent à un enregistrement des personnes effectivement accueillies dans le cadre du Brussels Deal. Or nous souhaitons savoir qui occupe les places d’accueil sur la base du Brussels Deal.
Xavier Dubois:
C’est effectivement essentiel, il faut pouvoir certifier qu’aucun demandeur d’asile ayant droit à l’accueil ne se retrouve à la rue. Nous avons donc besoin de cette information. Il me semble d’ailleurs qu’il s’agit d’une mesure assez rapide à mettre en place pour pouvoir répondre à cette demande essentielle. Ma deuxième question par rapport à la réponse apportée porte sur l’aspect budgétaire. Vous mettez en avant les moyens de 47 millions d’euros. Si je comprends bien, ils sont confirmés pour les années à venir et intégrés dans la trajectoire budgétaire du gouvernement, ce qui est évidemment positif. En revanche, votre réponse concernant l’impossibilité de transmettre une copie de l’accord m’interpelle. S’il y a une dépense fédérale, il y a nécessairement eu une décision du Conseil des ministres basée sur quelque chose. Sans cela, je doute que les services de l’administration du budget auraient accepté d’autoriser une telle contribution de l’État fédéral. Il doit donc exister un document, qui relève de l’administration. Il me semble dès lors logique qu’en tant que députés, nous puissions y avoir accès. Si ce n’est pas possible publiquement, il serait important que nous puissions au moins le consulter de manière confidentielle. C'est un petit peu le thème du jour, puisque nous en avons déjà discuté ce matin. Il est absolument nécessaire, en tant qu’élus, de pouvoir prendre connaissance de ce document. Je confirme donc ma demande d’y avoir accès d’une manière ou d’une autre, pour pouvoir comprendre le fonctionnement actuel de cet accord.
De terugkeer naar Afghanistan
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Francesca Van Belleghem bekritiseert minister Van Bossuyt omdat België—ondanks herhaalde beloftes—nog geen concrete stappen zette voor gedwongen terugkeer van Afghanen, terwijl Duitsland (consulaire agenten) en Oostenrijk (bilaterale onderhandelingen) al zelfstandig actie ondernamen. Van Bossuyt benadrukt dat ze discreet werkt aan nationale en Europese opties, maar weigert details te geven, verwijzend naar lopende "high-level werkgroepen". Van Belleghem stelt scherp dat het Europese initiatief al 25 jaar faalt en eist resultaten, wijzend op 0 teruggekeerde Afghanen bij 3.700 asielaanvragen dit jaar, terwijl buurlanden wel vooruitgang boeken. Ze suggereert sarcastisch dat Van Bossuyt’s "discretie" slechts uitstel is tot een mediagenieke aankondiging.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, toen ik u een half jaar geleden ondervroeg over de stand van zaken met betrekking tot de terugkeer naar Afghanistan, zei u dat u het onderzocht. Op 1 oktober was uw antwoord dat u het nog steeds aan het onderzoeken was. Op 2 oktober vernamen we via de pers dat u zowaar een brief had geschreven, ondertekend door 20 lidstaten, waaronder enkele die al eerder op Europees niveau hadden aangedrongen op een Europees initiatief, maar ondertussen ook zelf al een initiatief hadden genomen. Op 12 november zei u in deze commissie dat de Europese Commissie in de komende weken zou terugkoppelen naar de lidstaten met het oog op concrete oplossingen en dat u dat uiteraard discreet zou opvolgen.
Welke nationale pistes worden nog verder onderzocht? Welke pistes worden niet meer bewandeld? Hoe concreet zijn sommige denksporen ondertussen?
Duitsland liet twee Afghaanse consulaire agenten inreizen om de terugkeer te ondersteunen. Bent u van plan om dat ook te doen? In een antwoord op een vorige vraag zei u dat de ervaring die Duitsland heeft ons goed van pas zal komen en dat de DVZ regelmatig contact heeft. De concrete vraag blijft of u zelf, met betrekking tot de gedwongen terugkeer van Afghanen, al officieel bilateraal contact met Duitsland hebt opgenomen?
Ook Oostenrijk nam ondertussen het heft in eigen handen. Al begin dit jaar voerde de regering operatief-technische gesprekken met de Afghaanse autoriteiten en in september waren Afghaanse vertegenwoordigers in Wenen om de uitzettingen te coördineren. In hoeverre bent u bereid om dat voorbeeld te volgen? Heeft de Europese Commissie intussen, enkele weken later, al naar de lidstaten teruggekoppeld? Zo ja, wat mogen we verwachten?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, we werken discreet verder aan de verschillende opties, zowel nationaal als op Europees niveau, waar door mijn initiatief reeds verschillende zogenaamde high-level werkgroepen zijn doorgegaan. U mag mij de komende weken en maanden telkens die vraag blijven stellen, maar resultaten bereikt men natuurlijk niet door vooraf grote aankondigingen te doen, wel door eerst oplossingen nauwgezet uit te werken. Te gepasten tijde zult u over eventuele ontwikkelingen worden geïnformeerd. Indien nodig zullen die oplossingen eerst binnen de regering worden besproken.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, als u zegt dat u discreet werkt, dan weet ik dat u morgen met een grote persaankondiging zal komen dat u Afghanen hebt teruggestuurd. Dat hoop ik althans. Het feit is wel dat Duitsland en Oostenrijk effectief al concreet werk hebben gemaakt, op hun eigen nationaal niveau, van de terugkeer naar Afghanistan. In dit land staan Afghanen nog altijd op nummer 1 in het aantal asielaanvragen. Dit jaar waren er bijna 3.700 Afghaanse asielaanvragen, maar de terugkeer is nog altijd nul. Het Europees initiatief waarnaar u altijd verwijst, bestaat al 10 jaar. Het bestaat eigenlijk al 25 jaar, want 25 jaar geleden heeft de Europese Commissie haar eerste actieplan tegen illegale immigratie opgesteld. Als de Europese Commissie iets doet, dan vergroot het vaak de instroom. Het resultaat zorgt voor een slechtere situatie dan ervoor. Ik hoop dat dit hier niet het geval zal zijn en dat u morgen met een grote persmededeling zult komen.
De terugkeer naar Syrië
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Francesca Van Belleghem (FVB) bekritiseert dat België traag handelt in de gedwongen terugkeer van Syriërs, terwijl landen als Oostenrijk al statussen herzien en bilaterale afspraken met Syrië maken. Minister Van Bossuyt (AVB) bevestigt dat een Belgische missie (DVZ + Buitenlandse Zaken) naar Syrië wordt voorbereid en dat er Europees overleg loopt, maar benadrukt dat concrete afspraken nog moeten worden uitgewerkt. FVB juicht de missie toe en eist een koppeling aan herbeoordeling van Syrische asielstatussen, zoals in Oostenrijk, gezien de hoge instroom (Syriërs zijn nu de 6e grootste groep asielzoekers). AVB verwijst voor cijfers naar een schriftelijke vraag en stelt dat interne en Europese coördinatie voorrang heeft.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, toen ik u midden november nog maar eens ondervroeg over de gedwongen terugkeer naar Syrië, stelde u dat uw administratie gesprekken voerde met de Syrische permanente vertegenwoordiging, gesprekken die toen in de preliminaire fase zaten. U voegde eraan toe dat de terugkeer naar Syrië op de agenda van het Deense voorzitterschap bleef staan en dat er op Europees niveau over zou worden gesproken.
Andere landen hebben een mogelijk initiatief op Europees niveau, hoe wenselijk dat initiatief ook is, niet afgewacht. Intussen hebben zij zelf actie ondernomen. Zo is Oostenrijk begonnen met de evaluatie van maar liefst 7.000 beschermingsstatuten die de voorbije vijf jaar aan Syriërs werden toegekend. Ook bracht de Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken een bezoek aan Damascus, waarmee de basis werd gelegd voor de terugkeer van Syriërs.
Mevrouw de minister, bent u intussen uit die preliminaire fase geraakt? Welke bijkomende initiatieven zijn reeds genomen?
Erkent u dat andere landen met betrekking tot de terugkeer naar Syrië al in contact staan met de Syrische autoriteiten en ter zake expertise hebben opgebouwd? Hebt u al contact opgenomen met die landen?
Hoeveel asielstatussen van Syriërs werden reeds of worden in de toekomst opnieuw geëvalueerd? Hoeveel kunnen er worden geëvalueerd?
Hoe staat het met de onderhandelingen of besprekingen op Europees niveau?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, momenteel wordt door de Dienst Vreemdelingenzaken en de FOD Buitenlandse Zaken een missie naar Syrië ingepland met het oog op gesprekken over zowel vrijwillige als gedwongen terugkeer. De organisatie van een dergelijke missie is niet zo evident, zowel wat betreft de juiste gesprekspartners als de nodige veiligheidsmaatregelen. Ook met de Syrische vertegenwoordigers in Brussel blijft de Dienst Vreemdelingenzaken in contact, met het ook op het uittekenen van een afsprakenkader rond samenwerking inzake terugkeer.
Op Europees niveau werd dat besproken op de JBZ-raad van 14 oktober. Ook voor Cyprus, als volgende voorzitter van de Raad, is de terugkeer naar Syrië prioritair. De Dienst Vreemdelingenzaken bespreekt bovendien op technisch niveau met gelijkgezinde lidstaten de terugkeer naar Syrië.
Te gepasten tijde zult u worden geïnformeerd over eventuele ontwikkelingen. Indien nodig, zullen die oplossingen eerst binnen de regering worden besproken. Ik wens echter eerst oplossingen en afspraken nauwgezet uit te werken.
Ik stel voor dat u voor de gedetailleerde cijfermatige informatie een schriftelijke vraag indient.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik ben blij te vernemen dat er een missie ingepland staat. Kunt u nog aangeven of dat door de regering of op Europees niveau gebeurt? Dat heb ik niet helemaal begrepen.
Anneleen Van Bossuyt:
Het gebeurt door de DVZ en de FOD Buitenlandse Zaken.
Francesca Van Belleghem:
Dat is heel goed nieuws. Als het goed is, zeg ik het ook. Ik ben blij dat er een missie ingepland staat en hoop dat die zal resulteren in effectieve terugkeerresultaten, zoals Oostenrijk die al heeft bereikt. Want ook hier is de instroom groot, Syrië staat op plaats 6 in lijst van het aantal asielaanvragen, wat betekent dat Syriërs dit jaar de zesde grootste groep asielaanvragers vormt. Daarmee komt er dus een grote groep bij. Daarnaast gaat het om de statussen van de Syriërs die hier reeds zijn, al dan niet met een vluchtelingenstatuut. Dat moet allemaal worden herbekeken, net als in Oostenrijk. De missie moet worden gekoppeld aan het herbekijken van de toegekende statuten, zodat personen voor wie geen gegronde vrees op vervolging bestaat, kunnen worden teruggestuurd.
De gevangeniscapaciteit in het buitenland
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem (N-VA) bekritiseert de overvolle Belgische gevangenissen en eist de overbrenging van buitenlandse gedetineerden—met name 300 Albanezen—naar hun herkomstlanden om kosten te besparen, vraagt om concrete afspraken met Kosovo, Albanië en andere landen. Minister Van Bossuyt (N-VA) bevestigt lopende onderhandelingen met Kosovo en Albanië, benadrukt dat terugkeer van irreguliere gevangenen prioriteit heeft, maar wijst de vraag over gevangenistransfers door naar Justitie (bevoegd voor gedetineerden). Van Belleghem stelt ontevreden dat haar vraag over andere landen onbeantwoord blijft en aankondigt herhaling ervan.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, iedereen weet dat de Belgische gevangenissen overvol zitten. Iedereen weet ook dat meer dan 40 % van de gevangenisbevolking bestaat uit vreemdelingen. Begin oktober ondernam u samen met minister Verlinden een missie naar Kosovo en Albanië, om te onderzoeken of illegale gedetineerden zouden kunnen worden overgebracht naar voornoemde landen. Naast Kosovo en Albanië stonden op uw lijst ook andere landen waarnaar eventueel gevangenen zouden kunnen worden opgevangen.
Wat is de concrete stand van zaken met betrekking tot Albanië en Kosovo? U zei dat er ook naar andere landen zou worden gekeken. Is dat intussen gebeurd? Over welke landen gaat het dan?
Er zitten op dit moment ongeveer 300 Albanezen in Belgische gevangenissen. Het zou veel efficiënter zijn om hen allemaal hun straf te laten uitzitten in het land van herkomst, zodat wij daar niet voor moeten betalen. Die Albanezen moeten teruggestuurd worden naar Albanië. Welke vorderingen hebt u op dat vlak gemaakt?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik dank u voor uw interesse in onze doelstelling om in buitenlandse gevangeniscapaciteit te voorzien.
Wat uw eerste vraag betreft, de besprekingen met Kosovo en Albanië zijn momenteel lopende. Wat betreft uw tweede en derde vraag, in de bilaterale besprekingen met landen van herkomst bespreken we alle mogelijke opportuniteiten die binnen mijn bevoegdheden liggen. De terugkeer van irreguliere onderdanen met feiten van openbare orde staat bovenaan de prioriteitenlijst.
Wat betreft uw vierde vraag, mijn diensten staan in nauw contact met Justitie. Zodra iemand ter beschikking komt van de DVZ, organiseren wij de terugkeer naar het land van herkomst, bij voorkeur rechtstreeks vanuit de gevangenis. De actuele cijfers van de terugkeer vanuit de gevangenis zijn terug te vinden op de website van de DVZ, in de maandelijkse rapportage over de verwijderingen. Zoals daarnet al gezegd, gaan die sterk in stijgende lijn.
Wat betreft de informatie over de tussenstaatse overbrenging naar Albanië, dat moet u navragen bij mijn collega, de minister van Justitie. Dat zijn immers mensen die nog onder Justitie vallen, terwijl ik enkel bevoegd ben voor de verwijdering van vreemdelingen zonder recht op verblijf die aan Justitie voldaan hebben.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik zal minister Verlinden daarover bevragen, samen met mijn vraag over Trabelsi. Ik heb niet echt een antwoord gekregen op mijn tweede vraag. De vraag was of u ook met andere landen hebt gesproken in verband met buitenlandse gevangeniscapaciteit. U mompelde wel iets, maar ik heb het niet begrepen. Ik zal de vraag dus opnieuw indienen.
Ontradingsmissies
Gesteld door
Gesteld aan
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Bossuyt bevestigt dat België via onderhandelingen met Griekenland en Italië probeert de financiële bijdrage (12,9 miljoen euro) voor het EU-solidariteitsmechanisme verder te verlagen door te verwijzen naar Belgische "historische solidariteit", maar sluit Dublinoverdrachten naar Griekenland voorlopig niet uit—ondanks Duitse afspraken om die op te schorten. Van Belleghem bekritiseert dergelijke deals scherp: ze zou regeloverschrijding door Griekenland/Italië belonen en illegale doorreis van migranten stimuleren, wat volgens haar het Dublin-systeem en het toekomstige Migratiepact ondermijnt. De minister benadrukt discrete gesprekken, zonder concrete aantallen of afspraken te noemen.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, volgens het nieuw Europese solidariteitsmechanisme zou België volgend jaar 646 asielzoekers uit andere landen moeten opvangen, tenzij ons land een bijdrage van 13 miljoen euro betaalt. De regering koos voor dat laatste. U stelde ondertussen dat u zou onderhandelen om de teller op nul te krijgen. Daartoe wilt u zich beroepen op de historische solidariteit van ons land. In die context zou al een eerste gesprek met Griekenland hebben plaatsgevonden.
Vrijwel onmiddellijk na de vergadering van de Europese ministers vorige week maandag stelde Duitsland dat het al zo'n regeling heeft getroffen met Griekenland en Italië. Concreet is Duitsland overeengekomen om geen financiële bijdrage te betalen, maar in ruil uitstaande Dublindossiers over te nemen tot de inwerkingtreding van het Migratiepact en tot die tijd af te zien van zogenaamde Dublinoverdrachten. Eigenlijk bestaan die niet in de realiteit, want u hebt daarnet gezegd dat Griekenland en Italië geen mensen terugnemen. Wie tot de datum van de inwerkingtreding van het Migratiepact naar Duitsland doorreist, zou dus niet meer naar Griekenland teruggebracht worden.
Mevrouw de minister, streeft u een soortgelijke overeenkomst met Griekenland na?
Over hoeveel dossiers gaat het?
Bent u bereid om tot aan de inwerkingtreding van het pact af te zien van Dublinoverdrachten naar Griekenland?
Hoe zit het met Italië? Wilt u eenzelfde overeenkomst als Duitsland?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, op uw eerste vraag, zoals ik al eerder aangaf, in een eerste fase ben ik erin geslaagd om de Belgische bijdrage te begrenzen tot maximaal 12,9 miljoen euro, terwijl dat in het initieel Commissievoorstel 18,5 miljoen euro was. Daarnaast zal ik de komende weken en maanden proberen om die bijdrage nog verder te doen dalen door de historische impact en dus de de facto solidariteit die wij reeds gegeven hebben in rekening te brengen. Op die manier zal bijvoorbeeld Griekenland verantwoordelijkheid nemen voor het verleden. In die optiek had ik, zoals ik daarnet al zei, in de marge van de Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken reeds een bilateraal gesprek met de bevoegde Griekse minister. Die gesprekken worden in de komende weken en maanden voortgezet.
In antwoord op uw tweede vraag, de gesprekken met Griekenland lopen. Het is te vroeg om over aantallen, bedragen en modaliteiten te spreken. Die gesprekken voer ik uiteraard in alle discretie.
In antwoord op uw derde vraag, zoals ik al herhaaldelijk heb aangegeven, gaan verantwoordelijkheid en solidariteit hand in hand. Ik voer verder gesprekken met Griekenland, maar wij blijven Dublinterugnameverzoeken naar Griekenland sturen, omdat Griekenland geacht wordt de huidige en toekomstige Dublinregels toe te passen.
In antwoord op uw vierde en vijfde vraag, met Italië zijn inderdaad ook reeds contacten gelegd in die optiek en ook die zal ik in alle discretie voeren.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, als wij dergelijke overeenkomsten sluiten met Griekenland en Italië, zoals Duitsland heeft gedaan, wordt slecht gedrag tot twee keer toe beloond. Ten eerste beloont men Griekenland en Italië voor het overtreden van de Europese regelgeving. We zeggen dan dat het oké is zolang wij niet hoeven te betalen. Zodoende worden landen beloond die regels overtreden. De Dublinovereenkomst werkt niet en het Europees migratiepact kan dus ook niet werken. Dat zijn de woorden van de heer Roosemont, die ik vandaag al heb aangehaald. Ten tweede beloont men ook illegale immigranten voor hun slecht gedrag. Migranten die doorreizen en de Europese regels schenden, worden, mocht de overeenkomst gesloten worden, beloond om door te reizen, omdat ze uiteindelijk hier mogen blijven. We moeten ervoor zorgen dat we ons niet in de eigen voet schieten. Als zij hier mogen blijven en als dergelijke overeenkomsten worden gesloten, regulariseert u eigenlijk de schending van regels. We moeten ons daarvoor hoeden. We hebben onze historische solidariteit al meer dan getoond, naar mijn mening genoeg voor de komende honderden jaren.