meeting-commission
Een VN-conventie inzake ouderenrechten De VN pleit voor een internationaal verdrag inzake ouderenrechten. Ook in het federale regeerakkoord werd opgenomen dat de strijd moet worden aangegaan tegen agisme of leeftijdsdiscriminatie. Vandaag werd in de media nog bericht dat geweld en misbruik ten aanzien van ouderen toenemen. Dat is alarmerend en vraagt om bijzondere aandacht. Daarom is een internationale VN-conventie rond ouderenrechten aangewezen. Overal ter wereld worden mensen immers ouder, tenzij er sprake is van conflict uiteraard. De VN-Mensenrechtenraad nam een resolutie aan waarbij een nieuwe open-ended intergouvernementele werkgroep werd opgericht, met als opdracht een bindend instrument op te stellen over de mensenrechten van ouderen. België nam helaas niet deel aan het opstellen van die resolutie, in tegenstelling tot een tiental andere EU-lidstaten. Ik stel wel vast dat er ter zake vooruitgang wordt geboekt op het vlak van dat inzicht. U verklaarde bij de bespreking van uw beleidsnota in juni echter dat België zal deelnemen aan de werkzaamheden van die werkgroep, indien mogelijk in EU-verband. De Belgische positie zou in overleg met de deelstaten worden bepaald. Vandaar mijn vragen. Is de werkgroep reeds opgestart? Neemt België effectief actief deel aan de werkzaamheden? Wat is de concrete Belgische positie? Seniorenverenigingen, onder andere OKRA, gaven bij mij aan dat ze graag betrokken willen worden bij het uitwerken van een Belgisch standpunt. Staat u of uw departement in overleg met deze seniorenverenigingen? Mevrouw Van Hoof, zoals u weet zijn mensenrechten en non-discriminatie een prioriteit in het Belgisch buitenlands beleid. Het federale regeerakkoord van 2025 bepaalt inderdaad dat België zich inzet voor een VN-verdrag over de rechten van oudere personen. Dat is ook de reden waarom België, dat momenteel lid is van de VN-Mensenrechtenraad, op 3 april 2025 de consensuele aanneming heeft gesteund van een VN-resolutie die voorziet in de oprichting van een intergouvernementele werkgroep met als mandaat de ontwikkeling van een nieuw internationaal juridisch bindend instrument over de rechten van oudere personen. Daarmee werd een nieuw multilateraal proces op gang getrokken, dat naar verwachting enige tijd zal duren. Ons land neemt zich voor om constructief deel te nemen en bij te dragen aan de werkzaamheden van die nieuwe intergouvernementele werkgroep. Momenteel is het echter nog niet duidelijk wanneer de werkgroep voor het eerst zal bijeenkomen. Mogelijk houdt dat verband met de financiële crisis waarmee de Verenigde Naties en in het bijzonder het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten worstelen. Bij gebrek aan middelen worden verschillende door de Mensenrechtenraad gemandateerde activiteiten op dit ogenblik niet opgestart of uitgevoerd. Onze permanente vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties in Genève volgt dit nauwgezet op. Zodra we meer informatie ontvangen over de eerste bijeenkomst van de intergouvernementele werkgroep, zal een Belgische positie bepaald worden. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de betrokkenheid van relevante actoren, zodat hun inzichten kunnen worden meegenomen in het verdere proces. Ik dank u. Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ben tevreden met uw antwoord, in het bijzonder met het laatste element over de betrokkenheid van het middenveld, ook bij de positiebepaling op internationaal vlak. Hopelijk kan de werkgroep inderdaad snel starten. Het traject kent al een lange geschiedenis, maar de steun ervoor wordt alleen maar groter. We moeten daarin meegaan. Ik hoop dat de financiële crisis dit niet zal belemmeren, maar we zullen dit in ieder geval verder opvolgen. Ik zal dit ook meegeven aan de organisaties die mij daarover actief hebben bevraagd. Naar aanleiding van het regeerakkoord hebben zij ook alle partijen een brief gestuurd om dit actief te ondersteunen. Ik hoop dat we met deze regering daadwerkelijk tot concrete stappen kunnen komen inzake een Belgische positie. De intimidatie van Iraanse vluchtelingen in Europa door het Iraanse regime De executiegolf in Iran en de intimidatie van vluchtelingen Bita Shafiei en de protesten tegen het regime in Iran Mijnheer de minister, ik vestig graag uw aandacht op de extreem verontrustende en alarmerende toename van het aantal executies in Iran. Volgens een rapport van Amnesty International zijn er ernstige aanwijzingen dat in Iran in de eerste negen maanden van dit jaar meer dan 1.000 mensen zijn geëxecuteerd, wat het hoogste aantal in decennia zou zijn. Het is duidelijk dat het regime de doodstraf op intensieve en industriële schaal gebruikt, als instrument van repressie en intimidatie van de bevolking. De families van de veroordeelden leven in constante angst voor de onherroepelijke gevolgen. Bovendien blijkt uit recente berichtgeving dat de Iraanse geheime diensten hun inspanningen opvoeren om Iraanse politieke vluchtelingen en dissidenten in het buitenland, ook in België, evenals hun families in Iran, te bedreigen, te bespioneren en te intimideren, met als doel hen het zwijgen op te leggen. Ik heb hierover een aantal vragen. Ten eerste, is de Belgische regering op de hoogte van de scherpe toename van het aantal executies in Iran, met name meer dan 1.000 in de eerste negen maanden van dit jaar, en welke concrete stappen heeft ze op bilateraal en Europees niveau ondernomen om dit ter sprake te brengen bij de Iraanse autoriteiten? Ten tweede, welke specifieke acties onderneemt België om dringend aandacht te vragen voor het lot van de politieke gevangenen die een executie boven het hoofd hangt? Ten derde, welke maatregelen neemt de Belgische regering om Iraanse asielzoekers, vluchtelingen en hun families in België te beschermen tegen de gemelde intimidatie, spionage en bedreigingen door agenten van Iran? Zal België concrete stappen ondernemen om de betrokken agenten en huurlingen te vervolgen en uit te wijzen? Ten vierde, zal België, in het licht van deze verergerde mensenrechtensituatie een Europees initiatief steunen of nemen dat de druk op Iran opvoert met betrekking tot het gebruik van de doodstraf, in het bijzonder tegen politieke tegenstanders en minderheden, en dat aandringt op een onmiddellijk moratorium op alle executies? Mijnheer de minister, wie volgt wat het islamitische regime van Iran allemaal uitvreet, zowel in de wereld als tegen de eigen bevolking, die zou denken dat Israël Iran beter een kopje kleiner had gemaakt en zou toen hebben moeten juichen voor wat de Israëlische regering aan het doen was tegen het Iraanse regime. Helaas horen we hier vaak het tegenovergestelde geluid en vervolgens komen er parlementsleden klagen over wat het Iraanse regime allemaal uitvreet. Ik heb daar zo mijn bedenkingen bij. Laat ons hopen, mijnheer de minister, dat Iran op een keerpunt staat. Er zijn een aantal factoren die erop kunnen wijzen dat verschrikkelijke jihadistische ayatollahregime misschien eindelijk ten val zou kunnen komen, maar voor het zover is, moeten wij ons buigen over weer maar eens iemand, een jonge dame, de 19-jarige activiste Bita Shafiei, die ontvoerd is door de Islamitische Republiek. Agenten van de jihadistische IJC arresteerden en ontvoerden haar, net zoals haar moeder trouwens, tijdens een van de vele gecoördineerde sharia-acties. Bita werd bekend toen zij in verzet kwam tegen het jihadistische Iraanse regime en de vergiftiging door het regime van meer dan 1.000 schoolmeisjes. Kunt u zich dat voorstellen, een regime dat 1.000 schoolmeisjes vergiftigt? Ook haar steun voor de kroonprins Reza Pahlavi is een factor die hier meespeelt. De bewoners van Junaqan, haar geboorteplaats, hebben een hard ultimatum aan het Iraanse shariaregime gesteld, namelijk dat het Bita en haar moeder moet vrijlaten of dat het een landelijk antiregimeprotest moet riskeren. Mijnheer de minister, ik ben benieuwd naar uw reactie hierop. Welk signaal geeft België aan het jihadistische regime van Iran? Ik mag toch hopen dat België die antiregimeprotesten steunt? Zo ja, hoe kan België dit soort antiregimeprotesten steunen zodat het Iraanse regime zo snel mogelijk, hopelijk nog tijdens onze carrière of ons leven, ten val kan worden gebracht? Mevrouw Lambrecht, mijnheer Van Rooy, ik zal uw vragen uiteraard beantwoorden, evenals de vragen die oorspronkelijk door mevrouw Samyn werden gesteld. Zoals u weet, valt de beoordeling van de dreiging in ons land, met inbegrip van onze diplomatieke belangen in het buitenland, onder de bevoegdheid van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) en van de minister van Binnenlandse Zaken, die u waarschijnlijk ook hebt geraadpleegd. Op 31 juli ondertekende België een gezamenlijke mededeling van 14 landen waarin de toename van de staatsdreigingen door Iraanse inlichtingendiensten op hun respectieve grondgebied werd veroordeeld. Enkele dagen eerder, op 15 juli, heeft de Europese Unie met Belgische steun een pakket sancties goedgekeurd tegen acht personen en één entiteit in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten. Die sancties tonen aan dat de EU zich zorgen maakt over de transnationale repressie door Iraanse overheidsinstanties. Mevrouw Lambrecht, het huidige tempo van executies in Iran is inderdaad verschrikkelijk. Het aantal executies is de laatste jaren sterk en gestaag toegenomen. Een zeer grote meerderheid van die executies houdt verband met drugsdelicten of moorden. België veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de uitvoering van de doodstraf door de Iraanse autoriteiten. België neemt de kwestie van het respect voor de mensenrechten systematisch op in de agenda van zijn contacten met de Iraanse autoriteiten en pleit ook op multilateraal niveau voor de afschaffing van de doodstraf in Iran. België heeft Iran eveneens aanbevolen een moratorium op executies in te stellen, met het oog op de afschaffing van de doodstraf. Op 10 september heeft de EU, met Belgische steun, opnieuw een verklaring gepubliceerd waarin de problematiek werd aangekaart en het gebruik van de doodstraf in Iran wordt veroordeeld. Mijnheer Van Rooy, ons land steunt de fundamentele aspiratie van het Iraanse volk voor mensenrechten en democratie, maar neen, België steunt geen antiregimeprotesten in Iran. We moeten consequent zijn. Ons buitenlands beleid is gebaseerd op respect voor het internationaal recht. Dat betekent ook respect hebben voor de nationale soevereiniteit van staten en geen inmenging in hun interne aangelegenheden. Omdat we ondanks alles de dialoog blijven voeren, maken we onze analyses en verwachtingen uiteraard zeer duidelijk en krachtig kenbaar aan Teheran. Als gevolg van het schadelijk gedrag van de Islamitische Republiek op verschillende vlakken, ook inzake de mensenrechtensituatie, hebben België en de Europese Unie hun toon verhard en een aantal maatregelen genomen, met name de goedkeuring van aanvullende sancties tegen de Islamitische Republiek. Ons recent regeerakkoord weerspiegelt dat standpunt. Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik denk dat het zeer belangrijk is dat we het punt van de executies hier op de agenda blijven zetten. We hebben het er al vaak over gehad. Het is een belangrijk signaal dat u nu nog eens hebt gezegd dat België dit ten zeerste veroordeelt als land zelf, maar ook als deel van de Europese Unie en dat we ons ook heel erg zorgen maken. Meer dan 1.000 executies in negen maanden, dat is niet echt een trend die de goede richting uitgaat. Mijnheer de minister, ik kan u alleen vragen dat u dit op elk overleg, op elke mogelijkheid tot dialoog en communicatie met de Iraanse autoriteiten, ter sprake blijft brengen en onze afschuw voor dergelijke executies overbrengt, zodat men blijft zien dat het internationaal recht en de mensenrechten voor België geen vodje papier zijn. Ik kan ook alleen hopen dat België, maar ook de EU de sancties uitbreidt als dit tempo van executies niet stopt en integendeel nog blijft uitbreiden. Minister, het regime van Iran is in wezen de sjiitische versie van Islamitische Staat. Het betreft een moorddadig, jihadistisch shariaregime: jihadistisch naar ons toe en een shariaregime ten aanzien van de Iraniërs zelf. U spreekt over respect voor soevereiniteit, maar dat staat in schril contrast met uw bemoeienissen met Israël. Bovendien is Iran bezet door het islamitische regime en wordt het Iraanse volk gegijzeld door de ayatollahs. Het ayatollahregime had er trouwens nooit mogen zijn – met dank ook aan het Westen – en had allang op de vuilnisbelt van de geschiedenis moeten liggen. De ontvoering van deze 19-jarige studente vormt daarvan het trieste en zoveelste bewijs. Mijnheer de minister, ChatGPT vergeleek uw uitlatingen en acties inzake Iran met die inzake Israël, een land dat nota bene in vergelijking met Iran de hemel op aarde is. De conclusie luidt: "Prévot is hard tegen Israël en mild voor Iran." U bent dus hard voor de geallieerden en mild voor het islamonazisme, minister Prévot. Het Amerikaanse vredesplan voor de oorlog in Oekraïne De Amerikaanse vredesvoorstellen, de Russische eisen en de Europese risico's De situatie in Oekraïne Het vredesakkoord in Oekraïne Mijnheer de minister, figuren die nauwe banden hebben met de Russische Federatie zouden het proces beïnvloeden, en Washington lijkt eerder te mikken op een deal dan op een rechtvaardige en duurzame vrede. Europa en vooral Oekraïne houden ondertussen vast aan hun principes: geen territoriale toegevingen en geen erkenning van Russische, maximalistische eisen. Tegelijkertijd verontrusten uitspraken zoals de bewering dat Europa en Kiev zouden eten uit de hand van de VS, of zelfs verraden zullen worden, het Europees continent. Onze strategische positie lijkt onder vuur te liggen. De Russische president Poetin blijft inzetten op militaire druk, terreur tegen energie-infrastructuur en onderhandelingstechnieken die aansturen op capitulatie. Vanuit onze zorg voor veiligheid, soevereiniteit en de internationale rechtsorde wil ik u vragen hoe u de Amerikaanse bemiddelingsinspanningen beoordeelt, gezien de signalen dat er nog territoriale toegevingen zouden plaatsvinden en dat Washington de onderhandelingen voert met figuren die Rusland gunstig gezind zijn. Welke garanties vraagt België in Europees verband om te vermijden dat de EU in een onderhandelingskader belandt waar Amerikaanse belangen primeren op de Europese veiligheidsdoelstellingen? Hoe verzekeren we dat het Oekraïense standpunt, geen afstand van internationaal erkend grondgebied, niet onder druk wordt uitgehold door externe actoren die snel een deal willen? Analyseert de EU de Amerikaanse voorstellen op hun impact op onze veiligheid, en neemt België daarin een actieve rol op? Hoe schat u het risico in dat Rusland diplomatieke processen misbruikt om tijd te winnen en tegelijk zijn militaire druk op Oekraïne opvoert? Hoe vertaalt dat zich in het Belgische en Europese standpunt? Mijnheer de minister, collega’s, zoals u ziet, ligt het lot van het Oekraïense volk ons na aan het hart. Daarvan getuigen de twee vragen uit één fractie. Uiteraard raakt de oorlog in Oekraïne ons allemaal. Die oorlog vindt aan onze grenzen plaats, blijft maar duren en heeft zware gevolgen voor de burgerbevolking. Ook internationaal is het een veelbesproken thema. Er lopen onderhandelingen, waarin zowel de Verenigde Staten als Europa een rol spelen, maar uiteraard zijn de belangrijkste partijen Oekraïne en Rusland zelf, die tot een toekomstig vredesakkoord zouden moeten komen. Daarbij benadrukken we nogmaals dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van het Oekraïense volk gerespecteerd moeten worden. Mijnheer de minister, ik had dan ook graag van u vernomen welke concrete contouren zich vandaag aftekenen waar wij als land en de Europese Unie kunnen achterstaan. Hoe beoordeelt u de haalbaarheid en de wenselijkheid om een gedemilitariseerde zone of vrijhandelszone uit te werken, zowel vanuit het oogpunt van de Oekraïense soevereiniteit en veiligheid als vanuit het Europees en internationaal recht? Zowel de Amerikaanse president Trump als de Duitse bondskanselier Merz verklaarden dat vrede dichterbij is dan ooit. Hoe ziet u dat? Wat is de stand van zaken? De voorzitster : De heer Lutgen is niet aanwezig. Mevrouw de voorzitster, ik zal antwoorden op de vragen van mevrouw van Riet en mevrouw Depoorter, maar ook op de vragen van de heren Lacroix en Lutgen. Beste Kamerleden, de gesprekken zijn de afgelopen dagen nog in een stroomversnelling gekomen. Het is heel positief dat de E3, dus Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, een heel actieve rol heeft opgenomen in de gesprekken tussen de Verenigde Staten en Oekraïne. Comme je l'ai déjà dit lors de la dernière réunion de cette commission, notre pays, comme d'autres alliés de l'Ukraine, est informé des efforts qui sont déployés par ces trois pays à travers les réunions de la Coalition des volontaires, d'une part, et du Conseil des Affaires étrangères, d'autre part. Et notre position reste identique: la guerre doit bien évidemment cesser au plus vite, mais à des conditions acceptables pour l'Ukraine. Na twee dagen van gesprekken in Berlijn zijn de Verenigde Staten, Oekraïne en de Europese partners het eens geraakt over verschillende punten. Zo bestaat de intentie dat de Oekraïense strijdkrachten in vredestijd een sterkte van 800.000 manschappen moeten kunnen behouden. Daarnaast zal een Europese, multinationale missie worden opgezet, gesteund door de Verenigde Staten, binnen het kader van de coalition of the willing . Zoals eerder aangegeven, zal ons land aan die missie deelnemen. Die missie zal bijdragen aan het regenereren en versterken van de Oekraïense troepen, het beveiligen van het luchtruim en het waarborgen van veilige zeeën, met inbegrip van operaties binnen Oekraïne. Voorts is een door de Verenigde Staten geleid monitoring- en verificatiemechanisme voorgesteld om een staakt-het-vuren te bewaken, vroegtijdige waarschuwingen te geven en schendingen aan te pakken. Dat mechanisme moet tevens bijdragen aan het voorkomen van escalatie. Er bestond bovendien overeenstemming over een pakket van NAVO-achtige veiligheidswaarborgen en economische steun voor Oekraïne zodra de gevechten stoppen. Dat brengt mij terug bij de resultaten van de gesprekken in Berlijn. Het is belangrijk te onderstrepen dat de Verenigde Staten en de Europese partners Oekraïne krachtig blijven steunen in zijn streven naar lidmaatschap van de Europese Unie. Op diplomatiek vlak boeken die gesprekken alvast een zekere vooruitgang. Veel details blijven evenwel vaag en vereisen nog verdere onderhandelingen, ook met de Verenigde Staten. La question territoriale, notamment, reste toujours ouverte. On entend des idées, comme la création d'une zone économique libre ou une zone démilitarisée, voire l'abandon de territoire. Cette question est particulièrement sensible et difficile. Un accord, quel qu'il soit, concernant le territoire, doit d'abord être approuvé par l'Ukraine, et le président Zelensky a formulé l'intention de tenir une consultation publique à ce sujet, mais cela ne peut en aucun cas être fait sans des garanties de sécurité inébranlables. Un autre test consiste évidemment à voir si Poutine accepte ces propositions. Le président ukrainien a déclaré qu'à la suite des pourparlers de Berlin, la délégation américaine allait désormais entamer des discussions avec la Russie. Néanmoins, hier, déjà, le vice-ministre des Affaires étrangères de la Russie a indiqué que la Russie n'acceptera aucun compromis concernant les territoires occupés de l'Ukraine. Moscou campe donc jusqu'à présent sur ses exigences maximalistes de vouloir contrôler des régions que l'armée russe n'a pas réussi à conquérir malgré des pertes énormes. Cela nous rappelle que la Russie n'est pas en train de gagner cette guerre d'attrition. La Russie veut semer la discorde en Ukraine, entre l'Ukraine et ses alliés, mais aussi au sein de l'OTAN. Ainsi, à la proposition du président ukrainien d'un cessez-le-feu – en particulier pour les infrastructures énergétiques – pendant la période de Noël, Moscou a réagi de manière cynique. Je salue le fait que l'Ukraine continue à se montrer constructive, par exemple en proposant de tenir des élections à condition de pouvoir les organiser dans un contexte sécurisé, autrement dit un cessez-le-feu. Het diplomatiek werk wordt dus voortgezet. Indien een akkoord wordt gevonden, zal het noodzakelijk zijn om snel te schakelen om de nodige veiligheidsgaranties te implementeren. Het risico bestaat evenwel dat een akkoord uitblijft en dat de oorlog onverminderd voortduurt. Hoe de Verenigde Staten daarop zullen reageren, is een vraag die uitsluitend door de Verenigde Staten kan worden beantwoord. België vertrekt alvast van het principe dat er niets kan worden beslist over Oekraïne zonder de betrokkenheid van Oekraïne zelf. Evenmin kan er iets worden beslist over Europa en de NAVO zonder dat die daarbij worden betrokken. De fundamenten van het internationaal recht en van het Handvest van de Verenigde Naties vormen voor ons land de basis voor een duurzame vrede. Indien er geen akkoord wordt bereikt, pleit ik ervoor, zoals ik dat ook deed tijdens de Raad Buitenlandse Zaken, om de druk op Rusland hoog te houden door bijkomende sancties en om parallel daaraan de steun aan Oekraïne verder op te voeren, tot Moskou op basis van een kosten-batenanalyse tot de conclusie komt dat echte onderhandelingen verkieslijk zijn. Les sanctions ciblées constituent actuellement le meilleur moyen de freiner l'effort de guerre russe. Aucun allègement des sanctions n'est envisageable avant qu'une paix juste et durable ne soit conclue. La Belgique participera aux efforts communs visant la flotte fantôme russe ainsi qu'à un vingtième paquet de sanctions envisagé au sein de l'Union européenne. La Belgique continue à soutenir activement l'Ukraine. Depuis le début de l'agression russe à grande échelle, la Belgique a fourni plus de 3,3 milliards d'euros en soutien bilatéral à l'Ukraine et maintiendra son engagement multidimensionnel pour la durée de toute cette législature. Mijnheer de minister, het stemt mij positief te vernemen dat er reeds plannen bestaan voor het geval een akkoord wordt bereikt. U spreekt al over wat in vredestijd zou kunnen gebeuren, met name over het behoud van 800.000 soldaten in Oekraïne en over de rol die Europa via de coalition of the willing zou kunnen opnemen bij het ondersteunen van en het toezicht houden op een staakt-het-vuren. Dat zijn voor mij allemaal positieve signalen. Voorwaarde is uiteraard dat er eerst een akkoord tot stand komt. Ik begrijp dat het bijzonder moeilijk is om daarop vooruit te lopen. Dat zal geen eenvoudige opdracht zijn aangezien Rusland vermoedelijk niet snel zal willen schakelen. Een staakt-het-vuren tijdens de kerstperiode zou alvast erg welkom zijn. Het blijft afwachten hoe de situatie evolueert. In ieder geval dank ik u voor uw antwoord en voor uw engagement om bij het uitblijven van een akkoord bijkomende sancties te overwegen om Rusland dat te laten voelen. Mijnheer de minister, uiteraard is er alle steun voor de processen die momenteel gaande zijn en voor de vertegenwoordiging die u telkens opneemt binnen de Europese Raad. Ook de steun die onze regering resoluut wil geven aan het Oekraïense volk en aan het vredesproces, verdient erkenning. Het is heel goed dat drie Europese landen, namelijk Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, daarin een duidelijke stem laten horen en vooruitgang boeken in het vredesproces. Wat u aangeeft, raakt de kern van de zaak. Wij kunnen niet evolueren naar een vredesakkoord zonder instemming van het Oekraïense volk. Dat betekent dat Oekraïne een stem aan tafel moeten hebben, net zoals Europa mee aan tafel moet zitten om samen te zoeken naar hoe we het vredesproces zullen aanpakken alsook hoe we de wederopbouw zullen organiseren en hoe we ervoor zullen zorgen dat die vrede stabiel blijft en leidt tot een duurzame toekomst voor het Oekraïense volk en bijgevolg voor het volledige Europese continent. De erkenning van het eiland Bougainville Monsieur le ministre, l’île de Bougainville, région de Papouasie-Nouvelle-Guinée, a organisé en 2019 un référendum d’indépendance au cours duquel plus de 98 % des votants se sont prononcés en faveur de son autonomie. Depuis, les négociations entre les autorités locales et le gouvernement de Papouasie-Nouvelle-Guinée se poursuivent afin de définir les modalités de cette transition, qui devrait aboutir à la création d’un nouvel État souverain en 2027. Cette situation soulève des questions quant à la position que la Belgique pourrait adopter en cas de reconnaissance internationale de Bougainville, notamment en matière de relations diplomatiques, d’aide au développement et de coopération avec les autres États membres de l’Union européenne. Les enjeux géopolitiques, économiques et humanitaires liés à cette éventuelle indépendance nécessitent une réflexion stratégique, d’autant plus que la Belgique a historiquement soutenu les processus de décolonisation et d’autodétermination. Monsieur le ministre, quelle est la position actuelle de la Belgique concernant la reconnaissance de cette île? Quels critères seraient pris en compte pour une éventuelle reconnaissance diplomatique? Comment la Belgique compte-t-elle collaborer avec ses partenaires européens et internationaux pour accompagner ce processus d’indépendance? Quels seraient les impacts potentiels de cette reconnaissance sur les relations bilatérales entre la Belgique et la Papouasie-Nouvelle-Guinée? Envisagez-vous de mettre en place des mesures spécifiques pour soutenir Bougainville en cas d’indépendance? Pour conclure, comment la Belgique compte-t-elle s’assurer que le processus d’indépendance de Bougainville respecte les principes du droit international, notamment le droit des peuples à disposer d’eux-mêmes et la protection des minorités? Je vous remercie d'avance pour vos réponses. Je vous remercie pour votre question. Bien que le reconnaissance d'un État soit un acte souverain et politique, la Belgique examine les questions d'indépendance en veillant au respect du cadre juridique international, notamment des principes consacrés par la Charte des Nations Unies et la coutume internationale. Le principe d'autodétermination, le respect des droits humains et des droits des minorités sont certaines des notions essentielles du droit international que notre pays défend dans ce cadre également. De façon générale, la Belgique coordonne ses positions sur les sujets internationaux avec l'Union européenne et les autres États membres. En ce qui concerne la situation sur l'île de Bougainville, notre pays soutient les efforts de paix de l'ONU. Je salue la volonté affichée par les autorités autonomes de Bougainville et le gouvernement de Papouasie-Nouvelle-Guinée de poursuivre les discussions sous l'égide de l'ONU. Et je me joins aux appels qui souhaitent la désignation prochaine d'un médiateur. En ce qui concerne les mesures spécifiques de soutien, l'Union européenne finance une série de projets également à Bougainville, visant par exemple à autonomiser les femmes et à promouvoir la résilience sociale, mais, a priori – à court terme du moins –, il n'est envisagé d'y déployer aucun projet spécifique sous l'égide du seul drapeau belge. Je note qu'aucun nouveau pays n'avait vu le jour depuis le Soudan du Sud en 2011. L'arrivée d'un éventuel nouvel acteur sur la scène internationale est toujours importante, qu'importe la taille de ce pays, en l'espèce d'une population d'un peu plus de 300 000 habitants. Même si cette île présente également une faible superficie, elle sera amenée à entrer en relation avec d'autres pays, et je ne doute que vous y représenterez les intérêts de notre pays. J'ai bien pris note de la désignation d'un médiateur et je ne doute pas que vous-même et votre administration suivrez les discussions entre cet éventuel nouvel État et l'Union européenne. Je vous remercie. De Amerikaanse escalatie in Venezuela De militaire operaties van de VS in Venezuela De 'double tap'-acties President Trump en Venezuela De situatie in Venezuela De situatie in Venezuela Mijnheer de minister, op dit moment vindt in het Caraïbisch gebied de grootste Amerikaanse militaire opbouw plaats sinds de invasie van Panama in 1989. De wereld is getuige van snel oplopende en zorgwekkende militaire spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela. De Amerikaanse operatie wordt officieel gerechtvaardigd met beschuldigingen van drugshandel en met aantijgingen dat president Maduro een drugskartel zou leiden. Sinds september heeft die operatie geleid tot aanvallen op bijna 30 schepen en vielen er, volgens de meest recente cijfers, ongeveer 95 doden. Dat gebeurt terwijl wordt gesteld dat het drugstransport vanuit Venezuela naar de Verenigde Staten nauwelijks betekenisvol is. Inmiddels is ook gebleken dat onschuldige vissersboten tot de slachtoffers behoren. De escalatie wordt elke dag ernstiger. Tussen de indiening van mijn vraag en vandaag blijven de verwijten zich opstapelen. Er worden nog steeds schepen aangevallen en olietankers in beslag genomen. Bestaat er binnen de Europese Commissie een eensgezinde boodschap over deze escalatie? Zal het gebruik van geweld in de regio worden veroordeeld en wordt er opgeroepen tot een onmiddellijke terugkeer naar diplomatieke onderhandelingen om deze crisis op te lossen? Bestaat hierover contact tussen u en de Verenigde Staten? Welke stappen onderneemt u als minister van Buitenlandse Zaken binnen de EU om een de-escalatie te bevorderen en om te garanderen dat de Verenigde Staten in de regio het internationaal recht en de soevereiniteit van de staten respecteren? Hebt u van uw Nederlandse ambtsgenoot bezorgde signalen ontvangen in verband met de positie van de Nederlandse eilanden in het Caraïbisch gebied, meer bepaald Aruba en Curaçao, gelet op de aanwezigheid van de Verenigde Staten? Onderneemt België of de Europese Unie actie om de democratische en vreedzame oppositie binnen Venezuela te steunen en om een terugkeer naar eerlijke en vrije verkiezingen te bewerkstelligen? Verwacht u op de korte of de lange termijn een machtswissel tussen Maduro en Machado? Mijnheer de minister, die incidenten, die acties die de Verenigde Staten heeft uitgevoerd op die drugrunnersschepen, met het onderscheppen en vernietigen van die schepen, worden onder meer in de media beschreven als double-tap-acties. Daarbij wordt een schip stilgelegd en volledig uitgeschakeld, met inbegrip van de bemanning. Ik stel mij vragen bij de proportionaliteit en de naleving van het internationaal maritiem recht. Gisteren hebben we not a genomen van de labeling van fentanyl als een weapon of massdestruction. Uiteraard is fentanyl een zeer zwaar verslavende illegale drug, die heel veel doden eist. Dat zou een verklaring zijn om die militaire acties tegen drugstrafikanten, die nu ook narcoterroristas worden genoemd, een beetje te verklaren vanuit de US-administratie. Volgens de informatie waarover ik beschik, is fentanyl echter niet echt een exportproduct uit Venezuela, hoe illegaal het ook is. Hoe beoordeelt u het recente optreden van de US, waarbij die drugrunnersschepen die aan Venezuela worden gelinkt, volledig worden vernietigd? Is die praktijk, die zogenaamde double-tap-methode, verenigbaar met het internationaal maritiem recht en met de vereiste van proportionaliteit? Hoe worden de spanningen tussen de US en Venezuela opgevolgd vanuit Europa en door onze diplomatieke kanalen? Welke gevolgen kan dit hebben voor eventuele internationale samenwerking? Onze regering zet sterk in op drugsbestrijding en neemt deel aan internationale operaties, maar het is toch wel zo dat er momenteel een diepe diplomatieke, politieke en economische crisis in Venezuela heerst. Er zijn aanhoudende mensenrechtenschendingen. De democratische ruimte is er sterk beperkt. Maria Corina Machado heeft de Nobelprijs voor Vrede gekregen. Hoe gaat onze diplomatie om met de mogelijkheid om een democratisch proces in Venezuela te ondersteunen? Welke diplomatieke initiatieven zijn daarvoor genomen? Verder is het belangrijk op te merken dat president Poetin zijn steun aan het Venezolaanse regime heeft toegezegd. Welke conclusies kunnen we daaruit trekken? Merci, mesdames les députées, pour vos questions. Pour répondre à celles-ci, nombreuses, concernant la situation au Vénézuéla et l'escalade des tensions avec les États-Unis, il est évident que la pression américaine sur le régime de Nicolás Maduro continue de s'intensifier. Après la désignation du Cartel de los Soles comme organisation terroriste étrangère le 24 novembre, Washington a renforcé ses manœuvres militaires dans la mer des Caraïbes, et a procédé le 10 décembre dernier à la saisie d'un pétrolier transportant du pétrole brut vénézuélien. Bien que le président Trump brandisse cette menace depuis plusieurs semaines, il n'est pas question à ce stade d'opération militaire terrestre. Uiteraard blijven we de situatie met de grootste aandacht volgen. Ik heb al meerdere keren onderstreept dat België en de Verenigde Staten de gemeenschappelijke zorg delen van het bestrijden van drugshandel en van georganiseerde misdaad. We blijven ons inzetten om ervoor te zorgen dat die strijd wordt gevoerd in nauwe samenwerking tussen de betrokken landen en altijd in overeenstemming met het internationaal recht. Lors du sommet UE-CELAC, il y a un peu plus d'un mois, j'ai rappelé très clairement que la lutte contre le narcotrafic est une priorité de premier plan pour le gouvernement Arizona, et l'un des focus essentiels de mon déplacement en Amérique latine. Mais j'ai également souligné, sans ambiguïté, notre attachement au droit international et notre opposition aux actions unilatérales et extrajudiciaires. Tijdens die top hebben de EU en de CELAC-regio het belang van maritieme veiligheid en regionale stabiliteit benadrukt. We hebben gezamenlijk bevestigd dat internationale samenwerking, wederzijds respect en naleving van het internationaal recht essentieel zijn, ook in de strijd tegen transnationale georganiseerde misdaad en drugshandel. De CELAC heeft zich bovendien uitgeroepen tot zone de paix , vastbesloten om geschillen via dialoog en samenwerking op te lossen. Dans une rencontre récente avec le secrétaire d'État adjoint des États-Unis d'Amérique, Christopher Landau, j'ai eu l'occasion d'évoquer avec lui l'enjeu de la lutte contre le trafic de drogue. Il a été très clair sur la position de l'administration américaine qui souhaite redéployer sa diplomatie vers l'Amérique latine, notamment, et mieux y défendre ses intérêts sécuritaires. Nous avons convenu de poursuivre ensemble le dialogue à ce sujet. Begin januari ga ik naar Washington en ik ben van plan de openhartige dialoog verder te zetten die we zijn begonnen. In die context zal ik niet aarzelen het Belgische standpunt te herhalen. Dank u wel, mijnheer de minister. Uiteraard is de strijd tegen drugs een strijd die we allen voeren en ook moeten voeren. Tegelijk is er hier toch wel iets aan de hand, zoals u herhaaldelijk hebt benadrukt, met betrekking tot het respecteren van internationale rechtsregels. De dialoog is volledig verdwenen. De diplomatie is volledig weggevallen. President Trump doet elke dag iets anders, zonder overleg met wie dan ook, zo lijkt het. Het is dan ook vreemd dat u stelt dat tijdens de ontmoeting met de Secretary of State van de Verenigde Staten zou zijn gezegd dat men diplomatie op Latijns-Amerikaans grondgebied zeer belangrijk vindt. Daarvan is momenteel weinig te merken. Daarom wil ik u vragen die zin, die u mij zojuist hebt meegedeeld, mee te nemen naar uw volgende overleg in de Verenigde Staten, waarnaar u verwees. U hebt niet geantwoord op de vraag of er een machtswissel op komst is of niet. U hoeft uiteraard ook niet te antwoorden, maar het is wel een vraag waarmee velen zitten. Mogelijk mag daarover niet te veel worden gezegd, maar dat element is wel van groot belang in het debat. Dank u, mijnheer de minister. De strijd tegen de drugskartels en de daarmee gepaard gaande criminaliteit is een van de prioriteiten uit het regeerakkoord, die u ook zeer consequent verdedigt en toepast. Alles moet echter proportioneel zijn en het internationaal maritiem recht respecteren. Zoals u zegt, is het essentieel dat in de zone van de CELAC, die groepering van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische staten, de vrede gegarandeerd wordt. Ik juich dan ook toe dat u in Washington de Europese diplomatieke rust zult verdedigen. Op die lijn moeten we blijven inzetten: hard optreden tegen de criminele organisaties, maar met de democratische vertegenwoordiging van de bevolking blijven praten en die steunen wanneer het noodzakelijk is. Monsieur le ministre, je vous ai suivi sur la route, depuis ma voiture. Je vous remercie pour vos réponses qui ne me satisfont pas, mais cela ne vous étonne pas car on se connaît. Ce pays vient de reconnaître publiquement, dans sa note stratégique de sécurité, son intention de se mêler à la politique intérieure européenne, soutenant ouvertement les partis d'extrême droite à travers le monde, y compris en Europe, et lançant une ingérence directe pour faire tomber le gouvernement qui ne lui plaît pas. Pourtant, on en parle très peu. Seriez-vous peut-être effrayé, monsieur le ministre, par l'homme le plus puissant du monde? Non! Ah, je m'en réjouis. (Rires) Monsieur le ministre, il n'est pas sérieux de me faire rire ainsi. Je suis contente que vous n'ayez pas peur de M. Trump. Ça me rassure! Ou bien, peut-être qu'en tant que ministre des Affaires étrangères, vous êtes tellement habitué à voir l'ordre mondial détruit un peu partout que vous devenez finalement un peu moins sensible. Cette nuit, M. Trump a annoncé un blocus pétrolier contre le Vénézuéla. Plus de 15 000 militaires américains sont déjà stationnés dans la zone. L'objectif est clairement de faire tomber le président Maduro par tous les moyens, quitte à plonger la population dans une crise encore plus profonde et à entrer dans une guerre ouverte. Si le gouvernement Maduro est en effet loin d'être parfait, cela ne doit en tout cas pas justifier une ingérence des États-Unis d'une telle envergure, de nature aussi illégale et basée sur des arguments tout simplement grossiers. Dès lors, vu l'attitude adoptée par l'administration Trump, il est urgent d'intégrer cette réalité à notre diplomatie et à nos politiques. Vous dites, monsieur le ministre, que le droit international, c'est votre boussole. Quoi qu'il en soit et quels que soient vos interlocuteurs, j'espère, monsieur le ministre, que vous continuerez dans la bonne direction. De Europese investeringen in mijnbouwbedrijven Mijnheer de minister, recent publiceerde 11.11.11 samen met partners een zorgwekkend rapport waaruit blijkt dat de Europese overgang naar groene energie onbedoeld bijdraagt aan schendingen van mensenrechten en milieuschade. Dat komt doordat Europese banken al te gemakkelijk investeren in mijnbouwbedrijven. Het rapport toont aan dat Europese banken tussen 2016 en 2024 meer dan 69 miljard dollar hebben geleend aan bedrijven die kritieke grondstoffen zoals koper en kobalt, winnen. Verschillende grootbanken die in België actief zijn, zoals BNP Paribas en ING, scoren erg laag op hun beleid inzake milieu, mensenrechten en goed bestuur. Een schrijnend voorbeeld is de Kamoa-Kakulamijn in Congo. Investeringen, mede door BNP Paribas, leiden daar tot vervuild water, gedwongen verhuizingen en mislukte oogsten. Toen bewoners in april 2025 vreedzaam protesteerden, werden 72 personen gearresteerd en raakten er twee zwaargewond door kogels. Mijnheer de minister, deelt de Belgische regering de bezorgdheid over het feit dat banken die in België actief zijn zo slecht, zeg maar ronduit onethisch, scoren op het gebied van de bescherming van mensenrechten en milieu? Welke stappen zal de regering, bijvoorbeeld via de Nationale Bank, zetten om die banken aan te spreken op hun rol in de financiering van misstanden, met name in de Democratische Republiek Congo? In het rapport wordt ervoor gepleit om de regels voor bedrijven rond duurzaamheid en de Europese zorgplichtwetgeving niet af te zwakken en ze ook te laten gelden voor de financiële sector. Op die manier worden banken gedwongen om een strikte controle uit te oefenen op hun investeringen in de mijnbouw. Wat is de positie van België in Europa ten aanzien van het versterken, uitbreiden en waterdicht maken van die zorgplicht? Is de regering bereid zich in te zetten voor de opname van strikte milieu- en sociale normen door de EU in handelsakkoorden en in de Critical Raw Materials Act, zodat de groene energietransitie, op zich zeer goed, niet ten koste gaat van mensenrechten, in landen zoals Congo? Mevrouw Lambrecht, België hecht in zijn buitenlands beleid groot belang aan sociale normen, mensenrechten en een op regels gebaseerde internationale orde. Ik streef daarbij naar een sterke diplomatie rond klimaat en leefmilieu. Concreet onderschrijft België de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights, de UNGPs. Die principes vormen het internationaal referentiekader voor het respecteren en bevorderen van mensenrechten in de context van bedrijfsactiviteiten. In dat kader publiceerden wij een tweede Nationaal Actieplan Ondernemingen en Mensenrechten, dat bedrijven aanmoedigt om mensenrechten te respecteren, zowel in België als in het buitenland. De UNGPs stellen dat financiële instellingen, net als andere bedrijven, een verantwoordelijkheid hebben om due diligence rond mensenrechten uit te voeren. Dat betekent dat ze risico's moeten identificeren, voorkomen en mitigeren en dat ze transparant moeten rapporteren over hun aanpak. Daarnaast kunnen de autoriteiten voor financiële diensten en markten worden geraadpleegd, aangezien die zowel nationaal als internationaal een sleutelrol spelen bij duurzame financiering en het voorkomen van greenwashing. Op Europees niveau werken de autoriteiten voor financiële diensten en markten mee aan de uitvoering van de Green Deal, met betrekking tot de Corporate Sustainability Reporting Directive en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive. De vereenvoudigingsprocedure bevindt zich in de triloogfase. Er is momenteel op Europees niveau geen sprake van een uitbreiding van het toepassingsgebied. De vereenvoudigingsagenda is een belangrijke oefening voor onze competitiviteit en een vermindering van de administratieve lasten, maar we zullen erover waken dat de oefening onze beleidsdoelstellingen niet ondermijnt. België pleit steeds voor EU-handelsovereenkomsten met ambitieuze bepalingen inzake mensenrechten en milieu. Diezelfde ambitie is ook verankerd in de Critical Raw Materials Act, die reeds voorziet in een hoge mate van bescherming van milieu- en sociale normen. De strategische partnerschappen moeten bijdragen aan de economische en sociale ontwikkeling van de partnerlanden, aan menswaardige arbeidsomstandigheden en aan het respect voor mensenrechten in de waardeketens. Mijnheer de minister, het is goed dat u nogmaals benadrukt dat u voorstander bent van sociale en milieunormen, mensenrechten en de internationale rechtsorde. Daaraan twijfel ik bij u ook helemaal niet, maar de feiten zijn wat ze zijn. We zien dat Europese banken zorgen voor zeer grote schade op milieuvlak en ook op menselijk vlak. Er bestaan inderdaad mechanismen binnen financiële instellingen om dat te vermijden, maar blijkbaar werken die niet goed. Daarom wil ik hier toch de alarmbel luiden en u vragen om, wanneer u op bepaalde fora de mogelijkheid hebt om dat aan te kaarten, dat ook daadwerkelijk te doen. Ik kan volgen wat u zegt, namelijk dat men op Europees niveau zoekt naar manieren om de administratieve lasten te verminderen en procedures te versoepelen en te vereenvoudigen. Daardoor ontstaan evenwel gaten in het systeem, waardoor misbruiken opnieuw gemakkelijker mogelijk worden. Die misbruiken leiden tot minder sociale rechten, minder milieurechten en minder mensenrechten. Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat men bedrijven gemakkelijker laat werken en hun tegelijk carte blanche geeft om hun voeten te vegen aan alles wat we hier afspreken in het kader van onder meer de Green Deal. Met deze vraag wil ik de zeer grote bezorgdheid van 11.11.11 en van vele andere partners over de mijnbouw in Congo onder de aandacht brengen, met als doel de mensen daar te beschermen tegen een winstlogica die alles overheerst en tegen praktijken die de principes dreigen te omzeilen waar we als België en als Europese Unie voor staan. De begrotingslijn inzake koninklijke reizen en diplomatie Mijnheer de minister, de regering-De Wever heeft recent besparingsmaatregelen getroffen die bijzonder zwaar inhakken op de Vlaamse middenklasse. Het gaat onder meer om een hoger btw-tarief op aardgas, bijkomende accijnsverhogingen, een verdere fiscale verzwaring op energie en een gedeeltelijke afbouw van de automatische loonindexering. Het betreft telkens maatregelen die rechtstreeks wegen op gezinnen en werkenden, die reeds tot de zwaarst belaste burgers van Europa behoren. Het is dan ook opvallend dat in verschillende grote uitgavendomeinen, waaronder de migratiefactuur, het politieke apparaat en het koningshuis, nauwelijks of zelfs helemaal geen besparingen worden doorgevoerd. Binnen uw bevoegdheid vallen onder meer de diplomatieke en protocollaire activiteiten van het koningshuis, zoals koninklijke reizen, prinselijke missies, economische zendingen onder leiding van leden van de koninklijke familie en de bredere diplomatieke ondersteuning die daarvoor wordt georganiseerd. Die posten vertegenwoordigen elk jaar aanzienlijke bedragen. Ik heb daarom verschillende vragen voor u. In welke mate worden de begrotingsposten die verband houden met het koningshuis, zoals koninklijke reizen, prinselijke missies, protocollaire ondersteuning en diplomatieke faciliteiten, geraakt door de sanering binnen uw departement? Worden er binnen die posten ook reële besparingen doorgevoerd? Zo ja, om welke bedragen gaat het? Op welke elementen hebben die besparingen betrekking? Indien er geen besparingen worden ingeschreven op die uitgaven, hoe verantwoordt u dat tegenover de aanzienlijke lastenverzwaring die de regering oplegt aan de Vlaamse middenklasse, bijvoorbeeld via hogere btw, terwijl dergelijke inspanningen niet worden gevraagd van de koninklijke familie in België? Ik dank u alvast voor uw antwoord. Mevrouw Huybrechts, met uw vraag lijkt u de indruk te willen wekken dat deze koninklijke en prinselijke reizen snoepreisjes zouden zijn. Die reizen dienen echter het algemeen belang van ons land, aangezien de inzet van ons staatshoofd en zijn familie onze bilaterale relaties met andere landen ten goede komt. Buitenlandse betrekkingen kunnen niet worden onderhouden zonder te reizen, ook op het hoogste niveau. Voor een land dat jaarlijks 85 % van zijn bruto binnenlands product uitvoert, zijn deze reizen van ons staatshoofd en zijn familie geen plezierreisjes maar bijzonder nuttige reizen en zelfs een pure noodzaak voor ons land, onze ondernemingen en de hardwerkende Belgen. Op 23 februari 2017 heeft de FOD Buitenlandse Zaken een overeenkomst gesloten met het huis van zijne majesteit de Koning, waarin het gebruik van het zogenaamde budget koninklijke reizen strikt wordt afgebakend. Dat budget is specifiek bestemd voor de officiële reizen van onze vorsten. Het budget wordt beheerd door de FOD Buitenlandse Zaken, maar valt onder de verantwoordelijkheid van het Paleis. Momenteel beschikt mijn departement nog niet over informatie over het budget dat in 2026 zal worden toegekend voor de organisatie van missies waarbij de Koning of een lid van zijn huis betrokken is. We beschikken evenmin over informatie over het bedrag dat zal worden toegewezen aan het budget voor koninklijke reizen. Kortom, op dit moment hebben we geen zicht op het budget dat in 2026 zal worden toegekend. Mijnheer de minister, ik heb aandachtig geluisterd naar uw antwoord en ik heb niet gezegd, noch geïnsinueerd, dat het om snoepreisjes zou gaan. Sommige reizen zullen economisch van belang zijn. Ik hoop evenwel dat, in het licht van de besparingen die van onze Vlaamse gezinnen worden gevraagd, ook deze kosten kritisch worden bekeken, aangezien niet elke reis volgens mij noodzakelijk is. Uit eerdere schriftelijke antwoorden van u blijkt dat er toch reizen zijn waarvan ik me afvraag of het wel verantwoord is om daar duizenden euro's voor uit te geven. Het is moeilijk om van de Vlamingen te vragen een steentje bij te dragen en dat niet te vragen van de koninklijke familie, die opnieuw aanzienlijke budgetten ontvangt en daar eigenlijk relatief weinig voor moet doen. Het tweede tussentijdse rapport van het Europees Parlement over Hongarije Monsieur le ministre, le 25 novembre dernier, le Parlement européen a adopté un deuxième rapport intérimaire dans le cadre de la procédure engagée sur la base de l’article 7, §1 er , du Traité sur l’Union européenne (TUE) à l’encontre de la Hongrie. Ce rapport s'inscrit dans le prolongement de ceux adoptés en 2018 et 2022 et actualise l'évaluation de la situation de l'État de droit et du respect des valeurs fondamentales de l'Union dans ce pays, la Hongrie. Au-delà de cette actualisation, le Parlement européen y exprime une impatience croissante face à l'absence de progrès concrets, malgré les nombreuses auditions organisées au sein du Conseil et l'utilisation de différents instruments tels que le mécanisme de conditionnalité et le plan de relance et de résilience. Les constats dressés font état d'une détérioration persistante dans plusieurs domaines essentiels, notamment l'indépendance de la justice, la lutte contre la corruption, la liberté d'expression et d'association, la liberté académique ainsi que le respect des droits fondamentaux. Dans ce contexte, le Parlement européen appelle désormais à l'activation du §2 de l'article 7 du TUE, ouvrant la voie à d'éventuelles sanctions, et soutient la mise en place d'une approche plus globale et cohérente, notamment à travers le projet de semestre européen pour l'État de droit, visant à renforcer l'efficacité de l'action de l'Union face aux atteintes systémiques à ses valeurs fondamentales. Dans ce contexte, j’aimerais vous poser les questions suivantes. Comment le gouvernement belge apprécie-t-il les constats et recommandations formulés dans ce deuxième rapport intérimaire? Partage-t-il l’analyse selon laquelle la situation de l’État de droit et des valeurs de l’Union en Hongrie continue globalement de se détériorer malgré les échanges répétés au Conseil? La Belgique considère-t-elle que les conditions d’un constat de violation grave et persistante des valeurs visées à l’article 2 du TUE sont aujourd’hui réunies? Comment notre pays évalue-t-il l’efficacité, à ce stade, du mécanisme de conditionnalité? Le gouvernement belge soutient-il l’appel du Parlement européen à une stratégie plus globale et cohérente de l’Union pour faire face aux atteintes systémiques à l’État de droit en Hongrie? Dans l’affirmative, quelles initiatives diplomatiques ou politiques la Belgique entend-elle prendre? Monsieur De Maegd, mes services suivent de près la procédure de l’article 7 du traité sur l’Union européenne contre la Hongrie et ont donc pris note du nouveau rapport du Parlement européen. Depuis le lancement de la procédure par le Parlement européen en 2018, neuf auditions ont eu lieu au Conseil des affaires générales sur la Hongrie. La Belgique intervient toujours activement par le biais des interventions du Benelux. Dans ce contexte, il a déjà été affirmé à plusieurs reprises que le Benelux est favorable à la prise de mesures supplémentaires dans cette procédure. Mais cela n’est pas évident, compte tenu de la large majorité des voix requise pour cela: une majorité de quatre cinquièmes pour l’article 7, paragraphe 1 er , et l’unanimité moins un pour l’article 7, paragraphe 2. En ce qui concerne le mécanisme de conditionnalité, la Belgique a toujours été favorable au conditionnement du paiement des fonds de l’Union européenne au respect de l’État de droit. La Belgique a donc soutenu l’activation du mécanisme de conditionnalité pour la Hongrie et estime qu’il doit être intenté contre tout État membre qui mettrait en péril la bonne gestion des fonds de l’Union européenne en raison d’un manquement à l’État de droit. Ce n’est que lorsque les problèmes auront été pleinement résolus, tant dans la législation que dans la pratique, que les sanctions adoptées pourront être levées. Dans les négociations pour le futur cadre financier pluriannuel, il faut également veiller à ce qu’une forte conditionnalité soit assurée. L’État de droit est un élément clé de l’Union et de ses valeurs, et un dossier prioritaire pour la Belgique. Notre pays restera donc attentif sur cette question et travaillera à des initiatives visant à renforcer la protection de l’État de droit. Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse, qui va en effet dans le bon sens. Ce débat porte en réalité sur ce que l’Union européenne accepte ou non de tolérer lorsqu’il s’agit de ses valeurs fondatrices. L’État de droit, la liberté, la démocratie, la dignité humaine ne sont pas, à nos yeux, des options, ce sont des engagements. Ces dernières années, le Parlement européen n’a cessé de tendre la main. Vous avez parlé des neuf auditions au Conseil des affaires générales. Il y a eu des résolutions, le fameux mécanisme de conditionnalité, le plan de relance. Tout, je pense, a été tenté dans une logique de dialogue et de bonne foi. Les constats sont malheureusement aujourd'hui clairs: la situation ne s'améliore pas, elle se dégrade. Ce sont des citoyens européens qui voient reculer leurs droits, leur accès à une information libre, l'indépendance de la justice, la protection des minorités, et j'en passe. Dans ce contexte, l'Union européenne ne peut être crédible que si elle est cohérente, exigeante à l'égard des autres, mais aussi lucide et courageuse envers elle-même. C'est pourquoi je veux insister sur un point: l'article 7 doit être vu comme un mécanisme de protection pour protéger les valeurs de l'Union, protéger ses citoyens, protéger l'idée d'une Europe fondée sur le droit et non sur le rapport de force. Vous l'avez dit, la Belgique a toujours été du côté du multilatéralisme, du droit international et des libertés fondamentales. Je vous remercie de persévérer dans ce sens: elle doit continuer à apporter une parole claire et forte en la matière. De voorzitster : Mevrouw Maouane woont een andere commissievergadering bij en zal later aansluiten. De rector van het Europacollege Mijnheer de minister, recent werd de rector van het Europacollege, de voormalige hoge vertegenwoordiger voor het Buitenlandse Beleid van de Europese Unie, Federica Mogherini, samen met twee anderen opgepakt en in verdenking gesteld door het Europees Openbaar Ministerie (EOM). Ook de vroegere secretaris-generaal van de Europese Dienst voor extern optreden (EEAS), Stefano Sannino, zou volgens meerdere bronnen betrokken zijn. Het onderzoek betreft ernstige aanwijzingen van fraude en schendingen van de eerlijke mededinging bij de toewijzing van het project European Union Diplomatic Academy. Dat is bijzonder verontrustend, zeker gelet op het feit dat de federale Staat jaarlijks bijna 2 miljoen euro aan subsidies toekent aan het Europacollege, wat in se zeer goed is, maar het roept vragen op in het licht van het fraudedossier, omdat het mogelijk is dat Belgische middelen werden misbruikt door de entourage van mevrouw Mogherini voor eigen doeleinden. Ik heb daarover verschillende vragen, maar beschik over onvoldoende tijd om die allemaal voor te lezen. Ik verwijs daarom naar de ingediende vraag. Mevrouw Huybrechts, mijn diensten en ik hebben, net als u, via de pers kennisgenomen van deze zaak. Er werd vermeld dat het gaat om de gunning van een overheidsopdracht die in 2021 door de Europese Dienst voor extern optreden werd gepubliceerd voor het project European Union Diplomatic Academy. Zoals u weet, loopt het onderzoek nog. Het is belangrijk te benadrukken dat de parketten in dergelijke dossiers nooit communiceren over de draagwijdte van lopende onderzoeken, in overeenstemming met het geheim van het onderzoek en het principe van de scheiding der machten. Het is dan ook niet aan mij om hierover commentaar te geven. Ik kan u wel verzekeren dat mijn diensten en ik dit dossier met de grootste aandacht opvolgen. In antwoord op uw specifieke vragen kan ik bevestigen dat de financiële bijdrage van de federale overheid beperkt blijft tot de jaarlijkse subsidie van in totaal 1.950.000 euro. Die subsidie wordt in twee schijven uitbetaald. Dit jaar werd 80 % betaald; de resterende 20 % volgt in 2026, na voorlegging van de rekeningen, het budget en het activiteitenverslag voor dit jaar. Voorzitster: Kathleen Depoorter. Présidente: Kathleen Depoorter. Op dit moment is er geen sprake van het bevriezen van de aan het Europacollege toegekende subsidie. Zo’n bevriezing zou een zeer negatieve impact hebben op de werking van het Europacollege, op zijn studenten en op het lopende academiejaar. Het is ook belangrijk te benadrukken dat de European Union Diplomacy Academy een afzonderlijk programma is, los van de klassieke opleidingen van het Europacollege. De voorbije jaren zijn belangrijke stappen gezet om het transparantiebeleid op het Europacollege te moderniseren. Zo werd een nieuw intern reglement inzake overheidsopdrachten ingevoerd, om volledig in lijn te zijn met de Belgische en Europese wetgeving. Daarnaast werd in september 2025 een gespecialiseerde legal advisor and procurement support aangeworven. Het Europacollege publiceert op zijn website de jaarrekening van de campus in Brugge. De HR-afdeling heeft recent een uitgebreide klokkenluidersregeling afgerond. Wel moeten wij vaststellen dat het werk nog niet voltooid is. Daarom heeft België binnen de besluitvormingsorganen van het Europacollege bijkomende verduidelijkingen gevraagd en zal het zijn toezichthoudende rol ten volle blijven opnemen en benadrukken dat het begonnen werk rond transparantieverhoging moet worden voortgezet. Ten slotte wil ik mijn steun aan het Europacollege herbevestigen. Deze prestigieuze instelling is van groot belang voor ons land en draagt bij aan de uitstraling van België in Europa en internationaal. Hoewel ik betreur dat deze zaak de reputatie van het Europacollege schaadt, is het belangrijk om geen zaken door elkaar te halen. De kwaliteit van het academische korps en de opleidingen die er worden aangeboden, staat in deze zaak geenszins ter discussie. Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik wil zeker benadrukken dat het hier niet gaat om schuld of onschuld, want de zaak loopt nog, maar eerder om voorzorg. Er loopt een fraudeonderzoek naar de rector van het Europacollege. Dat is de persoon die de financiën mee beheert. Vandaar mijn vraag om die financiële stroom te bevriezen, al is het maar tijdelijk tot dit is uitgeklaard. Ik wil ook benadrukken dat ik geen oordeel vel over het andere personeel van het Europacollege. Ik ben er zeker van dat zij niets te maken hebben met de zelfverrijking van het clubje van Mogherini, maar het blijft wel belangrijk dat elke euro die van de federale Staat naar zo'n college gaat, wordt besteed aan de toekomst van ons diplomatiek personeel en niet gaat naar de zelfverrijking van een beperkt clubje. Omdat ik van Brugge ben, wil ik een korte aanvulling geven. Ik wil de minister bedanken voor het genuanceerd beeld dat hij heeft geschetst. Als er iets zou zijn, moet er een onderzoek worden gevoerd naar de rector, maar wij zijn zeer trots op het Europacollege in Brugge. Het is een zeer gerenommeerde instelling met enorm goede lesgevers, enorm goed personeel en enorm goede studenten, die wij in ons latere leven vaak op diverse posten tegenkomen. Wij zijn zeer bezorgd over de reputatieschade die hier zou kunnen optreden. Mede door het stellen van de vraag en het antwoord van de minister kan die toch een beetje beperkt worden. De voorzitster : Dat was een chauvinistisch zijsprongetje. De opening van de grensovergang bij Rafah Mijnheer de minister, recent kondigde Israël aan dat de Rafahgrensovergang binnenkort zou heropenen, zij het voorlopig enkel om Palestijnen toe te laten om Gaza te verlaten, niet om in te reizen. Dat besluit stuit op verzet vanuit Egypte, dat blijft aandringen op tweerichtingsverkeer, conform de afspraken van het staakt-het-vuren. Tegelijk is de humanitaire situatie erger dan ooit. Veel zieken en gewonden wachten op medische evacuatie. De infrastructuur en de basale voorzieningen in Gaza zijn sterk aangetast. Een onderdeel van het vredesplan is bovendien de noodzakelijke ontwapening van Hamas en de instemming met een nieuw bestuur voordat met de grootschalige wederopbouw mag worden gestart. Mijnheer de minister, kunt u de meest recente stand van zaken schetsen met betrekking tot de Rafahovergang? Wie heeft de opening goedgekeurd en onder welke voorwaarden? Wat betekent dat concreet voor burgers, humanitaire hulp, evacuaties en vrije beweging? Welk beeld hebt u momenteel van de houdbaarheid van de ontwapening van Hamas? Zijn er signalen dat Hamas bereid is om zijn militair vermogen neer te leggen? Welke garanties bestaan dat een nieuw bestuur en een nieuwe veiligheidsstructuur kunnen waarborgen dat wederopbouw en stabiliteit mogelijk zijn? Welke rol ziet u weggelegd voor ons land, diplomatiek, humanitair of via de Europese Unie, om bij te dragen aan een duurzame vrede, humanitaire hulp en aan een betrouwbare heropbouw van Gaza, met respect voor het internationaal recht? Mevrouw Depoorter, Israël kondigde inderdaad aan dat de Rafahgrensovergang zou opengaan, maar enkel om mensen toe te laten om Rafah te verlaten. Dat was echter niet overlegd met buurland Egypte. Egypte uitte terecht ernstige bezwaren, want Egypte wil dat mensen ook Gaza zouden kunnen binnengaan, wat dan weer niet wordt aanvaard door Israël. De grens met Rafah blijft dus voorlopig nog steeds gesloten. De tweede fase van het Trumpplan zou binnenkort moeten starten. De internationale troepenmacht zou begin 2026 operationeel worden, maar er zijn nog steeds onduidelijkheden, met inbegrip van wie Hamas zal ontwapenen en hoe dat zal gebeuren. Hamas heeft trouwens publiekelijk meegedeeld bereid te zijn te ontwapenen, maar enkel als de wapens worden overgedragen aan een Palestijnse autoriteit en Israël zich terugtrekt uit de volledige Gazastrook. Israël weigert echter zich terug te trekken. Momenteel is er nog Israëlische militaire aanwezigheid in meer dan de helft van Gaza. Voor België heb ik onze principes meegegeven bij de EU en bij regionale partners zoals Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar. Het gaat om het respect voor het internationaal recht en het humanitair recht en de betrokkenheid van de Palestijnse Autoriteit bij het bestuur van Gaza. Op basis van de uitkomst van deze fase zullen we binnen de Belgische regering bepalen welke bijdrage ons land kan leveren. In elk geval zal er humanitaire hulp worden verstrekt, gaan we verder met de implementatie van onze nationale maatregelen en worden er Belgen gedetacheerd bij de Europese grensmissie EUBAM Rafah. Mijnheer de minister, we hadden allemaal bezorgdheden toen het vredesplan van de VS werd voorgesteld. Die bezorgdheden blijken nu terecht te zijn. Als we de humanitaire situatie vandaag bekijken, stellen we vast dat de bevolking nog altijd in hoge nood verkeert. De weg naar duurzame vrede is deels ingeslagen, maar we zijn er echt nog niet. Als ik hoor dat Hamas nieuwe voorwaarden koppelt aan het afgeven van de wapens, namelijk enkel aan deze of gene organisatie, terwijl die voorwaarden niet in het afgesproken plan stonden, dan hypothekeert dat de verdere weg naar vrede. Dat geldt voor beide zijden. We moeten dus absoluut doorgaan met de planning van de humanitaire hulp, met de afgesproken sancties en met de hulp aan de internationale troepenmacht. Als die al zal kunnen starten, indien aan de voorwaarden voldaan is, zal het absoluut niet aan ons liggen dat er een of andere belemmerende factor is. Ik wil wel toch even de bezorgdheid meegeven dat de mensen daar nog altijd in een zeer precaire situatie zitten, en het uitzicht op een duurzame, stabiele vrede, een democratische vertegenwoordiging en een ontwapening lijken me nog altijd heel moeilijk vandaag. De situatie in Peru Mijnheer de minister, in Peru blijven de protesten aanhouden. De politieke crisis verdiept zich, spanningen leiden tot incidenten en blokkades en er ontstaat een groeiend gevoel van onzekerheid bij de inwoners, toeristen en expats. De aanhoudende instabiliteit heeft gevolgen in Peru zelf, maar ook voor de hele regio. Dat doet vanzelfsprekend de vraag rijzen welke impact de situatie op lopende of geplande initiatieven op het gebied van zowel bilaterale als multilaterale ontwikkelingssamenwerking heeft. Hoe staat het met de projecten in Peru die wij via internationale partners ondersteunen? Als de president daadwerkelijk aftreedt, bestaat altijd het risico op een fase van onstabiliteit, incontinuïteit en gevaar voor de veiligheid, ook voor degenen die onze ontwikkelingsprogramma's uitvoeren. Hoe schat u de situatie vandaag in? Mevrouw Depoorter, de projecten van de Belgische niet-gouvernementele actoren in Peru zijn op dit moment niet opgeschorst. De huidige situatie kan echter leiden tot vertragingen of aanpassingen in de uitvoering. De sociale spanningen en blokkades beïnvloeden de mobiliteit en de toegang tot interventiezones, waardoor soms alternatieve benaderingen nodig zijn, zoals het digitaliseren van activiteiten of het decentraliseren van operaties. De institutionele kwetsbaarheid bemoeilijkt de samenwerking met sommige lokale autoriteiten, maar aangezien de Belgische niet-gouvernementele actoren voornamelijk werken met maatschappelijke organisaties, blijft de afhankelijkheid van overheidsstructuren beperkt. Indien president Jeri aftreedt, kan de politieke overgang de onzekerheid en sociale spanningen vergroten, met bijkomende risico's voor de veiligheid van de teams en de continuïteit van de activiteiten. De door de Belgische niet-gouvernementele actoren geprefereerde partnerschappen zijn doorgaans minder gevoelig voor regeringswisselingen, waardoor de projecten in principe kunnen worden voortgezet. De niet-gouvernementele actoren hebben dat soort scenario's meegenomen in hun risicoanalyses en beschikken over oplossingen en mitigatieplannen om zulke uitdagingen het hoofd te bieden. Mijnheer de minister, de situatie is complex en politiek zeer volatiel. We hebben al vaker meegemaakt dat mensen die voor onze niet-gouvernementele actoren werken, toch slachtoffer worden. Recent nog kwamen ons getuigenissen ter ore van zorgverstrekkers die hun job in andere regio's in Latijns-Amerika niet meer op een veilige manier konden doen. Het is dus essentieel dat we de situatie heel goed blijven inschatten en opvolgen hoe veilig de situatie er is. U werpt op dat er kan worden overgeschakeld op een gedecentraliseerde of digitale werking. Ik ben ervan overtuigd dat onze diensten al het mogelijke zullen doen, maar feit blijft dat de mensen ter plaatse in mogelijk gevaarlijke situaties terechtkomen. We moeten ervoor zorgen dat we heel snel kunnen handelen wanneer de situatie nog zou escaleren. Euroclear Euroclear De Russische tegoeden bij Euroclear De interestopbrengsten van de bij Euroclear geblokkeerde Russische tegoeden Euroclear en de gekwalificeerde meerderheid Het gebruik van de in België bevroren Russische tegoeden Mijnheer de minister, sinds de Russische inval in Oekraïne zijn aanzienlijke Russische tegoeden in Europa bevroren. Het overgrote deel daarvan bevindt zich bij het Brusselse effectenhuis Euroclear, waardoor België eigenlijk al van meet af aan wist of minstens had moeten weten dat ons land vroeg of laat in het oog van de storm zou terechtkomen. Het mogelijke gebruik van deze tegoeden voor de financiering van steun aan Oekraïne circuleert al jaren binnen Europese instellingen en bij internationale partners, waaronder de Verenigde Staten. Het huidige Europese voorstel is dan ook geen onverwachte ontwikkeling, maar het resultaat van langdurige druk. Juist omdat België door de geografische en juridische concentratie van deze activa een uitzonderlijke en kwetsbare positie inneemt, mocht van de Belgische diplomatie en van de bevoegde minister en premier worden verwacht dat ze tijdig coalities zouden vormen, juridische beschermingsmechanismen zouden voorbereiden en duidelijke rode lijnen zouden vastleggen. Vandaag lijkt België echter vooral te reageren onder tijdsdruk, terwijl de indruk ontstaat dat andere lidstaten het debat al veel verder hebben voorbereid. Dat roept legitieme vragen op over de mate waarin onze belangen de voorbije jaren proactief en consistent zijn verdedigd op Europees niveau. Ik heb verschillende vragen. Ten eerste, welke concrete diplomatieke inspanningen hebt u het voorbije jaar, dus nog voor de recente escalatie, ondernomen om onze Belgische positie te beschermen? Ten tweede, kunt u toelichten met welke lidstaten België formeel coalities heeft gevormd, zoals bijvoorbeeld Duitsland, Oostenrijk en Finland? Ten derde, in Politico werd gesteld dat Belgische diplomaten in bijvoorbeeld de Raad van de EU het signaal gaven dat België uiteindelijk wel gewoon zou plooien, terwijl de premier publiek het tegendeel suggereerde. Kunt u bevestigen of ontkennen dat uw diplomatieke diensten daadwerkelijk bereidheid tot toegeving hebben gecommuniceerd? Ten vierde, hebben de regering en dus ook uw kabinet ingestemd met of geanticipeerd op de Europese intentie om artikel 122 te gebruiken als juridische bypass van unanimiteit, waardoor België en Hongarije hun vetorechten zouden kunnen verliezen? Ten slotte, indien de EU volhardt om onder dreiging Belgische infrastructuur en financiële geloofwaardigheid als onderpand voor Europese geopolitiek in te zetten, is dit volgens u dan niet het perfecte moment om minstens een korting te vragen op onze EU-bijdrage, aangezien België er blijkbaar niets aan heeft, of om eindelijk kritisch naar deze EU te kijken? Ik kijk uit naar uw antwoorden. Mijnheer de minister, het Europese plan om de geblokkeerde Russische tegoeden bij Euroclear te gebruiken als waarborg voor een Europese lening aan Oekraïne baart grote zorgen. De Belgische banken waarschuwen voor een onvoorspelbaar risico voor de stabiliteit van België als land als de in ons land geblokkeerde Russische activa voor een krediet aan Oekraïne worden gebruikt. Febelfin waarschuwt voor verregaande juridische, financiële en reputatierisico's voor België en de Europese Unie en haar financiële instellingen. Als internationale investeerders concluderen dat er zomaar beslag op alle activa bij Europese financiële instellingen zoals Euroclear kan worden gelegd, dan volgt mogelijk een zeer grote uitstroom van kapitaal. Daarnaast dreigt de financiering van schuldpapier in België ook duurder te worden als we in zo'n instabiele omgeving komen te zitten. Wellicht komen er ook grote tegenreacties van Rusland. Het dossier kent iedere dag nieuwe wendingen. Gisteren zei Europees president Costa - dat is goed nieuws - dat hij geen gevecht tussen Europa en België wil, maar in dezelfde zin zei hij ook dat hij het vrijgeven van die tegoeden een intelligente oplossing vindt. We hebben ook gehoord dat de Russische centrale bank 200 miljard euro van Euroclear zal eisen. Mijnheer de minister, ten eerste, welke landen steunen nu het voorbehoud van België tegen het gebruik van die Russische tegoeden? Ten tweede, welke garanties zou de EU België geven bij de vrijgave van de Russische tegoeden? Acht u die voldoende? Zo ja, waarom? Zo neen, waarom niet? Ten derde, is er ernstige reputatieschade te vrezen voor ons land als veilig beleggingsland? Zo ja, hoe kunnen we deze vertrouwenscrisis in ons financieel systeem ooit herstellen? Ten vierde, op welke vlakken verwacht u geopolitieke tegenreacties, bijvoorbeeld economische tegenmaatregelen of zelfs militaire, door Rusland? Welke strategie is er bepaald om hierop te reageren? Ten vijfde, een belangrijk deel van de oplossing nu, maar ook in de toekomst, is om als Europa sterk te staan en samen borg te staan voor Oekraïne en samen ook Europese leningen aan te gaan. Alleen zo kunnen we Oekraïne duurzaam onder onze voorwaarden blijven helpen. Zult u een overtuigd pleidooi houden, deze week wellicht, in Europa om samen Europese leningen aan te gaan? Ik durf mijn vraag uit te breiden, mijnheer de minister, omdat u dit samen met de premier doet. Zullen jullie morgen voor die gezamenlijke Europese leningen pleiten? Mijnheer de minister, de spanningen binnen de Europese Unie rond het aanwenden van de in België geblokkeerde Russische tegoeden bij Euroclear nemen verder toe. Ik denk dat we deze week stilaan naar een hoogtepunt gaan. België staat onder aanzienlijke druk van de andere Europese lidstaten om in te stemmen en deze tegoeden vrij te geven als lening voor Oekraïne, terwijl analyses wijzen op zware juridische, financiële en diplomatieke risico's voor ons land. De kritiek neemt toe en er circuleren misleidende interpretaties van het Belgisch standpunt, wat onze reputatie onder druk zet. Ik heb hierover een aantal vragen. Hoe beoordeelt u de potentiële impact van een unilaterale of onvoldoende gedekte beslissing op de financiële stabiliteit en toekomst van België en op de rol van Euroclear in het internationale kapitaalverkeer? Welke pistes bestaan er volgens u om tot afdwingbare mutualisering van de risico's te komen? Zijn er volgens u andere pistes om de wapenlevering aan Oekraïne te financieren? Overlegt u met uw collega's om dit te bereiken? Hoe realistisch is het dat hiervoor een brede Europese consensus ontstaat vóór de top van morgen? Welke pistes worden naar voren geschoven door dwarsliggende landen zoals Hongarije? Klopt het dat Europa de dwarsliggende landen wil uitsluiten van het beslissingsproces? Klopt het eveneens dat men alternatieve financieringsmanieren zoekt omdat Amerikaanse hulp uitblijft? Wat is de kans dat Euroclear internationale tegoeden zal wegtrekken uit de EU en dat een Aziatisch alternatief aantrekkelijk wordt? Hoe gaat België intussen om met de reputatieschade en de desinformatiecampagnes die onze houding verkeerd voorstellen? Welke diplomatieke acties plant u om ons standpunt correct te kaderen? In welke mate houdt Europa rekening met geopolitieke repercussies, inclusief economische tegenmaatregelen door Rusland? Hoe worden deze scenario's geïntegreerd in de onderhandelingsstrategie? Tot slot, ziet u alternatieve oplossingen die beantwoorden aan onze vereiste van juridisch sluitende collectieve garanties? De voorzitster : Collega Lutgen is niet aanwezig. Mijnheer de minister, het gaat over die 180 miljard aan bevroren Russische middelen, die effectief heel centraal in ons land staan. De daaromtrent ontstane discussie betreft, zoals de collega’s al uitgebreid hebben geschetst, de juridische gevolgen, het risico voor de welvaart van ons land, voor de zekerheid van ons land, maar ook voor het financieel imago van ons land, dat toch wel hoog staat maar nu op het spel staat. De discussies lopen. Morgen is een heel belangrijke dag. Ik vind het traject dat u samen met eerste minister De Wever tot nu toe heeft gelopen, een nagenoeg optimaal traject is, met de verdediging van de bezorgdheden van onze burgers. Er is heel veel steun van de burgers, wat essentieel is, maar ook van de financiële wereld, die enigszins op losse schroeven staat. De Europese Centrale Bank heeft ook heel duidelijk aangegeven dat hier een heel groot risico wordt genomen en men niet te snel vooruit mag gaan. Er blijken ook heel wat miljarden in andere landen te staan, zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Luxemburg. Dat moet uiteraard in de gehele bespreking worden meegenomen. Het aanwenden van de middelen die bij Euroclear geblokkeerd staan, is nog niet formeel goedgekeurd door de Europese Commissie. Daarom heb ik in mijn ingediende tekst de vraag opgenomen of er daaromtrent al een goedkeuring is. Hoe heeft ons land zich dan gedragen? Wij hebben uiteraard meegestemd met de noodwet, weliswaar met een verklaring waarin we heel duidelijk aangeven dat er veel bezwaren zijn. We worden daarin gesteund door onder andere Italië, Bulgarije en Malta. Hoe ziet u het verdere verloop? Er is een vergadering voorzien en er is tijd uitgetrokken, maar u weet dat wij kunnen onderhandelen, lang kunnen onderhandelen, dat ons land een traditie heeft van het zoeken naar compromissen. In hoeverre is er volgens u een compromis mogelijk? Hangt het zwaard van de gekwalificeerde meerderheid nog steeds boven ons hoofd? Is er ook een blokkeringsminderheid, volgens artikel 122 van het Europees recht? Kortom, hoe zullen wij optreden om, ten eerste, naar een compromis te zoeken en, ten tweede, ervoor te zorgen dat alle bezorgdheden van onze bevolking, onze regering en onze financiële instellingen een antwoord krijgen? Mevrouw de voorzitster, ik zal de gestelde vragen en ook de vragen van de heer Lutgen beantwoorden. Beste Kamerleden, dit thema is voor ons land van essentieel belang, wat u ook bewijst met uw talrijke vragen. Vos interrogations sont légitimes, mais j'espère que vous comprendrez qu'il n'est pas opportun pour notre pays, à la veille d'une réunion cruciale du Conseil européen, que j'entre publiquement aujourd'hui dans le détail de certaines de vos questions. Permettez-moi d'abord de recadrer notre discussion. Zoals u weet blijft Rusland, ondanks de zogenaamde vredesplannen die op tafel liggen, dagelijks aanvallen lanceren tegen Oekraïense steden en zijn de gevechten aan het front even hevig als altijd. Ondertussen lopen de kosten op en heeft Oekraïne dringend financiële steun nodig om haar weerstand vol te houden. De regering is zich volledig bewust van die nood en is volop bereid om de nodige financiering voor Oekraïne te vinden. Ik wil daarover geen enkel twijfel laten bestaan. België wil een oplossing vinden, zodat Oekraïne over de nodige financiële middelen beschikt om zijn grondgebied en zijn bevolking te verdedigen. Niemand kan zich voorstellen dat de Europese Raad zonder een oplossing wordt afgesloten. Het gaat immers om een kwestie van veiligheid voor Oekraïne, voor Europa en dus ook voor ons land. De vraag is echter hoe we dat doen. Veel Europese landen en de Europese Commissie zijn voorstander om te werken met een zogenaamde reparation loan . Dat zou erop neerkomen dat men de financiële instellingen die tegoeden van de Russische Centrale Bank houden verplicht om pro rata leningen aan de Europese Unie te verschaffen. Op haar beurt kan de Unie dat aan Oekraïne doorlenen. Voor België zou vooral Euroclear in het vizier komen. Omdat het zomaar confisqueren van staatsgeld niet mag onder het internationaal recht, zou het eigendomsrecht bij Rusland blijven, al krijgt Rusland het echte geld pas terug te zien indien het Oekraïne compenseert voor de aangebrachte schade. De mogelijke operatie die ik net beschreef, is de eerste in zijn soort en is niet vrijblijvend. Het is enorm complex en gaat met immense risico's gepaard. Vooreerst zijn er risico’s voor België, aangezien wij aangeklaagd kunnen worden voor een grote schadevergoeding door Rusland, en daarnaast zijn er risico’s voor Euroclear, dat een essentiële rol speelt in de stabiliteit van het financieel systeem. Bovendien bestaat het risico dat op langere termijn het vertrouwen in de Europese Unie als veilig investeringsgebied wordt ondermijnd. Dat kan ernstige verstoringen van de Europese financiële markt en de euro tot gevolg hebben. België waarschuwt al geruime tijd voor die risico's en pleit daarom om een veiliger en gekend systeem toe te passen, namelijk dat van gezamenlijke leningen waarbij de EU garant staat. Daarvoor zijn verschillende haalbare scenario's denkbaar. Wij merken echter dat verschillende lidstaten op dit moment geen andere opties bespreekbaar achten. Indien de EU-lidstaten toch verder willen gaan met een reparations loan , is de Belgische minimumeis dat het niet alleen in dat bad getrokken wordt vooraleer wij een akkoord kunnen overwegen. Het risico om dat alleen te dragen is te groot. De Europese lidstaten moeten concrete garanties geven dat België en Euroclear toegang hebben tot cash wanneer dat nodig zou zijn. Tevens eisen we dat alle lidstaten waar Russische staatstegoeden aanwezig zijn, die ook mee inzetten. In het bijzonder moet ook een afdoende oplossing worden gevonden voor het probleem van Russische tegenmaatregelen. Op dit moment wordt nog druk onderhandeld door onze medewerkers met de Europese Commissie en met de lidstaten over de uitwerking van dergelijke garanties. In de onderhandelingen merken we bij de lidstaten veel begrip voor de positie van België, maar we merken ook dat veel lidstaten aarzelen om mee het risico te lopen dat België loopt. Sommige landen lijken ermee in te stemmen om het risico te delen op het oorspronkelijk bedrag dat zou kunnen worden gebruikt, maar niet noodzakelijkerwijs het volledig risico, zoals de miljarden extra die na jarenlange rechtszaken zouden kunnen worden toegevoegd in de vorm van boetes of gemiste economische kansen. Het klopt dat verschillende van de voorliggende voorstellen en aanpassingen met een gekwalificeerde meerderheid kunnen worden genomen, waardoor een Belgische ja-stem niet expliciet noodzakelijk is, ook al kunnen vragen worden gesteld bij de rechtsbasis daarvan. Dat verdient echter nuancering. België blijft een constructief lid van de Europese Unie en de belangen die wij verdedigen, gaan verder dan louter ons eigen land. Het bijkomend risico dat we mogelijk lopen indien voor reparations loan wordt gekozen, moet afdoende afgedekt zijn. Dat lijkt me niet meer dan redelijk. De lidstaten zijn zich daarvan wel degelijk bewust. Ces dernières semaines, nous avons été confrontés à des considérations inacceptables dans certains organes de presse ou sur les réseaux sociaux. La Belgique a été présentée comme la nouvelle meilleure amie de Poutine. Certains ont expliqué que nos objections étaient dues à l'utilisation égoïste des impôts sur les bénéfices exceptionnels pour des questions budgétaires nationales, et j'en passe. Tout cela est totalement faux. Ce n'est qu'une campagne de diffamation orchestrée contre la Belgique. Nous avons apporté notre soutien à l'Ukraine depuis le premier jour. Nous savons qu'au-delà des principes fondamentaux liés à la défense du droit international, à la souveraineté, à l'intégrité territoriale, la sécurité de l'Ukraine est aussi la sécurité de l'Europe. Tout l'argent prélevé sur des avoirs russes au travers de notre fiscalité est utilisé en soutien militaire à l'Ukraine. Nous avons déjà alloué plus de 3 milliards d'euros depuis le début de la guerre. Nous soutenons la société civile ukrainienne; nous construisons des abris pour les élèves; nous finançons des structures locales de soutien aux victimes; nous formons les futurs pilotes ukrainiens de F16; nous donnerons prochainement une partie de nos F16 à l'armée de l'air ukrainienne; nous faisons partie du processus Pearl via l'OTAN pour aider au financement d'équipements militaires; nous avons soutenu tous les paquets de sanctions contre Moscou. Nous ne sommes donc certainement pas prorusses. Mais les autres États membres de l'Union européenne ne peuvent pas demander la solidarité de la Belgique, et dans le même temps, refuser de nous offrir la même solidarité. Il est certainement confortable de blâmer la Belgique et de demander à celle-ci de prendre tous les risques juridiques et financiers, voire même de rester au balcon, refusant de partager pleinement et totalement ces risques. Mais c'est injuste. Aujourd'hui, la Belgique fait face à des difficultés bien malgré elle. La prochaine fois, sur un autre sujet, ce sera peut-être le cas d'un autre pays, et chacun alors appréciera de bénéficier aussi, à ce moment-là, de la même solidarité que celle que nous réclamons. Nous avons trois préoccupations raisonnables et légitimes. Nous les avons répétées encore et encore, depuis des semaines et des mois. Je ne compte plus le nombre d'entretiens que j'ai eus à ce sujet avec mes homologues. Lors de chaque réunion à laquelle je participe, depuis des mois, j'ai à chaque fois réexpliqué notre position dans le détail. S'y ajoute le grand nombre de contacts du premier ministre, lui-même, avec ses homologues. Nous avons de façon cohérente défendu la même position et communiqué un même message. Des progrès ont certes été réalisés par la Commission, nous pouvons le reconnaître. Mais le fait est que nous n'y sommes pas encore, il y a encore du travail. La Belgique n'exprime pas ses objections par crainte de la pression, ni de mesures de rétorsion. Nous essayons simplement d'éviter l'effondrement de notre propre économie, en cas de décision sans garantie appropriée. Je le répète, le reparations loan ne saurait être une perspective que si toutes les garanties requises par la Belgique sont intégralement obtenues. Le reparations loan n'est toutefois pas la seule solution pour aider l'Ukraine. Ce n'est pas non plus la meilleure solution. Ce n'est en tout cas pas celle que nous préférons. Des approches moins risquées sur les plans juridique et financier existent. Tout ce que je viens de vous partager, je l'ai exprimé avec force et clarté hier au Conseil européen des Affaires générales ainsi que lundi au Conseil des Affaires étrangères. Nos messages sont clairs et constants depuis des mois. Espérons qu'ils seront politiquement et surtout techniquement entendus. Le premier ministre a ma totale confiance pour défendre les intérêts de notre pays dans les discussions cruciales à venir au cours des prochaines heures et des prochains jours. Ces discussions seront probablement, de l'aveu même de mon collègue ministre allemand de l'Europe, les plus délicates et les plus importantes que l'Union européenne ait connues ces 30 dernières années. Mijnheer de minister, hoe een en ander zou verlopen, viel sinds 2022 te voorspellen. Toch merk ik dat er geen vooraf gesmede sterke coalities waren, geen afdwingbare garanties en geen vooraf opgebouwd beschermingsmechanisme. Net als bij alle andere dossiers reageert België pas als het kalf al verdronken is. De garanties betekenen in de praktijk dat België zijn vetorecht verliest: er is geen bescherming, alleen procedurele capitulatie. België en zijn burgers dragen daardoor vandaag een disproportioneel groot risico. Het is gerechtvaardigd om de vraag te stellen hoe de EU ons zal beschermen en hoe betrouwbaar die nog als partner is. Ik hoop dan ook dat de premier morgen zijn standpunten duidelijk zal verdedigen en de belangen van onze mensen vooropstelt. Solidariteit met Oekraïne mag namelijk niet betekenen dat we de toekomst van onze eigen bevolking op het spel zetten. Dank u wel, mijnheer de minister. Ik begrijp dat u nu niet uw kaarten kunt laten kijken. Dat is logisch. De komende dagen zijn cruciaal. Ik heb begrepen dat er een oplossing zal komen. Hopelijk is dat een oplossing waar we ons allen achter kunnen scharen. Die oplossing zal binnenkort uit de onderhandelingen voortkomen. Wij wensen de premier en u veel succes bij de onderhandelingen, zodat u uw drie minimumeisen kunt binnenhalen. Dank u wel voor uw duidelijke antwoord, mijnheer de minister. U benadrukte nogmaas dat we Oekraïne willen helpen, dat de verspreiding van nepnieuws moet stoppen en dat het logisch is dat België niet alle risico's alleen draagt. Europa en de Europese Unie berusten op solidariteit. Solidariteit betekent echter niet dat één land alle risico's draagt, terwijl de rest niets doet. We blijven erop hameren, zoals u ook deed, dat andere lidstaten met Russische tegoeden ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Zij zwijgen als vermoord, want ze willen niet mee in het bad worden getrokken. Het is iedereen samen of het is niet. Ik ben blij dat u nogmaals de gezamenlijke leningen ter sprake bracht; dat is een veel veiligere optie om Oekraïne te steunen, zodat iedereen mee kan doen. De uitspraken van Europees president António Costa, dat er geen confrontatie met België mag zijn, vind ik enigszins hoopgevend. De premier en uzelf zijn in strijdmodus voor ons land en dat is noodzakelijk. U hebt de steun van velen, ook van Vooruit. Houd het been stijf; laat België niet alle risico's alleen dragen. Voor andere landen is het veel gemakkelijker om ons alleen te laten handelen. De Europese Unie staat voor solidariteit, ook in dit dossier. Er wordt vaak gezegd dat het hier pas veilig is als het elders veilig is. Dat klopt, maar we moeten er ook voor zorgen dat het hier veilig blijft. Ik dank u en de premier voor uw vastberadenheid. Ik wens u veel succes morgen. Mijnheer de minister, als we van een zaak zeker kunnen zijn, is het dat u, de premier en de voltallige regering, onze mensen, onze maatschappij, onze financiële stabiliteit, van in het begin in het dossier consequent hebben verdedigd. Een vorige spreker klaagde aan dat u het had kunnen zien aankomen. Ik herinner haar eraan dat ons land de winsten op de interesten consequent en met overtuiging naar Oekraïne heeft doorgestort. Dat mag inderdaad worden gezegd. Desinformatie daarover is niet aanvaardbaar. Ons land steunde Oekraïne en zal Oekraïne steunen. De veiligheid, zoals u terecht zei, in ons land is veiligheid in Oekraïne en omgekeerd. We zijn bijna buren. Het is dus essentieel dat we naar oplossingen zoeken. Uiteraard is het vredesproces het belangrijkste, maar op dit moment is het geld zo goed als op en moeten we naar oplossingen zoeken. Dat hebben u en de premier ook al wekenlang, zo lang als de discussie loopt, gedaan. U verwijst naar de mogelijkheden met leningen, of nog met garantstellingen door de lidstaten, mogelijkheden die toelaten dat de Oekraïners verder kunnen, dat ze vooral kunnen heropbouwen wanneer er vrede of uitzicht op vrede is. Daar moeten we voor blijven pleiten. Ik stel vast dat u na die vele weken van discussies vooruitgang hebt geboekt. Ik kan mij voorstellen dat het zowel voor u als voor de premier zeer zware weken zijn geweest, met veel druk, veel overleg, heel weinig slaap. Mevrouw Von der Leyen en mevrouw Kallas geven nu duidelijk aan dat ze de Belgen niet zomaar willen overrulen. Zij willen rekening houden met onze bezorgdheden over onder andere garanties, bezorgdheden die ook door onze bevolking worden gedeeld. U hebt daarnaar geluisterd. Ik wens u alle succes morgen en in de komende dagen. Ik hoop echt dat u geen kalkoen op de Europese Raad zal moeten eten, maar dat er een oplossing komt voor de mensen in Oekraïne, die de mensen in ons land ook gerust kan stellen. De infiltratie van Hamas in gesubsidieerde ngo's Minister, uit een rapport van NGO Monitor blijkt dat Hamas geïnfiltreerd is in internationale en buitenlandse ngo’s die werkzaam waren of zijn in Gaza. Ik heb u de link van dat rapport bezorgd. Dat gebeurt via zogenoemde garanten, ofwel inwoners van Gaza die als contactpunt fungeren tussen Hamas en de betrokken ngo’s. Die zogenoemde garanten kregen vaak zelfs invloedrijke bestuursfuncties binnen die ngo’s, zoals directeur of bestuursvoorzitter, terwijl sommige van die personen tegelijkertijd lid zijn van Hamas. Anderen worden dan weer omschreven als betrouwbare sympathisanten of als gelieerd aan Hamas. Zo is de huidige administratief directeur van het International Medical Corps, een wereldwijde non-profitorganisatie, niet alleen lid van Hamas, maar bekleedt hij zelfs de rang van kapitein binnen die terroristische organisatie. Oxfam werkte dan weer samen met een lokale, aan Hamas gelieerde groep om een irrigatieproject voor fruitbomen uit te voeren. Hamas heeft dat project misbruikt als dekmantel voor militaire doeleinden tegen Israël, aan de Israëlische grens. Verder worden ook Artsen zonder Grenzen, Save the Children en andere bekende organisaties genoemd. Het rapport kwam overigens tot stand dankzij vondsten van de IDF in Gaza. NGO Monitor ontdekte daardoor, op basis van communicatie van Hamas zelf, dat ten minste tien van die zogenoemde garanten ook senior ngo-functionarissen in Gaza waren en tegelijkertijd leden of supporters van Hamas, of werkzaam voor een aan Hamas gelieerde groep. Hamas voerde ook grootschalige surveillance uit op ngo-functionarissen in Gaza. In een document van Hamas dat door de IDF werd gevonden, valt te lezen dat garanten, gelieerd aan Hamas, bij maar liefst 48 ngo’s kunnen worden geëxploiteerd voor veiligheidsdoeleinden, om buitenlandse organisaties, hun buitenlandse seniormedewerkers en hun bewegingen te infiltreren. Nog verontrustender is dat ngo’s daar kennelijk ook van op de hoogte waren of er zelfs gewillig aan meewerkten. Minister, wat is uw reactie hierop? Bent u bereid na te gaan welke in het rapport genoemde ngo’s direct of indirect, bijvoorbeeld via de EU, Belgisch geld ontvangen? Zult u de geldstromen naar ngo’s die door Hamas werden geïnfiltreerd minstens opschorten? Zo niet, waarom niet? Mijnheer Van Rooy, deze aantijgingen worden geuit door de eenzijdig gefocuste organisatie NGO Monitor, waarvan de eigen financiering niet publiek is en die zich baseert op vermeende Hamas-documenten. Persoonlijk hecht ik meer waarde aan de rapportering door onze erkende, geauditeerde Belgische ngo’s, aangevuld met enerzijds het toezicht vanuit onze diplomatieke posten en de administratie en, anderzijds, de mechanismen van risicobeheersing en interne controle van onze ngo’s zelf. In het kader van hun samenwerking met partners ter plaatse nemen die steeds verschillende maatregelen in acht om te voorkomen dat ze in welke valkuil dan ook trappen, of die nu afkomstig is van Hamas of van de Israëlische veiligheidsdiensten. Ik herinner u er graag aan dat Israël ook in het verleden beschuldigingen ten aanzien van zowel Belgische ngo-partners als VN-instellingen niet hard heeft kunnen maken. Minister, ik weet ondertussen natuurlijk dat u het Midden-Oosten niet begrijpt. Ik weet dat u Gaza niet begrijpt en dat u in zowat elke valkuil, elke leugen en elke misleiding van Hamas & co trapt. Uit dit rapport van NGO Monitor, en dus uit documenten van Hamas zelf die werden gevonden, blijkt dat Hamas geïnfiltreerd is in internationale en buitenlandse ngo’s die werkzaam zijn in Gaza. Onder meer Oxfam en Artsen Zonder Grenzen worden genoemd. Dat is ook logisch, minister, want denkt u nu echt dat ngo’s in Gaza kunnen opereren zonder dat Hamas hen soms letterlijk het mes op de keel zet? Denkt u dat echt? Belgisch belastinggeld is dus de facto naar Hamas gegaan. Dat is de spijtige conclusie. U bent blijkbaar niet van plan dat te stoppen, minister. Het is een schande. De sluiting van een Canonfabriek in China Mijnheer de minister, onlangs heeft het Japanse management van Canon een fabriek gesloten in Zhongshan, in de Volksrepubliek China, nadat ze bijna 25 jaar heeft geproduceerd. Die beslissing heeft niet alleen economische gevolgen, maar werpt ook een licht op de geopolitieke spanningen tussen China en Japan en op de bredere gevolgen daarvan voor de internationale toeleveringsketens. Binnen het internationale klimaat rijzen enkele fundamentele vragen over de impact van dergelijke industriële herschikkingen. Mijnheer de minister, welke lessen trekken België en de Europese Unie uit het besluit van een groot technologisch bedrijf om zijn productie in China stop te zetten, mogelijks mede als gevolg van geopolitieke spanningen? Hoe schat u de stabiliteit van de Europese toeleveringsketens in, gelet op de trend waarbij Aziatische multinationals hun productie verplaatsen naar landen buiten China, zoals Vietnam of Thailand? Overweegt u maatregelen te nemen om de afhankelijkheid van risicovolle buitenlandse productiecentra te verminderen, om op die manier onze technologische en industriële autonomie te versterken? Indien ja, kunt u dat dan concreet en kort toelichten? Ziet u in het licht van de spanningen tussen China en Japan en het mogelijke domino-effect voor buitenlandse bedrijven een nood aan een Europese strategie om buitenlandse investeringen en productiefaciliteiten veiliger en weerbaarder te maken tegen geopolitieke druk? Ten slotte, hoe consulteert België op dat vlak zijn bondgenoten binnen de Europese Unie en de NAVO om te verzekeren dat strategisch technologisch gevoelige productie, zoals electronics , hightech en high-precision , wordt beschermd tegen politieke instabiliteit of wisselvallige handelsrelaties? Mevrouw van Riet, de spanningen tussen China en Japan zijn de voorbije weken toegenomen na uitspraken van de Japanse premier over Taiwan. Zoals wel vaker leiden politieke discussies al snel tot tegenmaatregelen van China, die ook economisch en handelsgerelateerd zijn. Er waren bijvoorbeeld niet alleen enkele militaire ontplooiingen, maar China verbood ook de invoer van Japanse zeevruchten en raadde zijn burgers af om naar Japan te reizen. Ik moet vaststellen dat de VS zich eerst eerder afzijdig hield, hoewel Japan de belangrijkste bondgenoot van de VS is in de regio. Vorige week heeft de VS wel duidelijk zijn steun aan Japan bevestigd en onderstreept dat de Chinese activiteiten niet bevorderlijk zijn voor regionale vrede en welvaart. De beslissing van het Japanse bedrijf Canon om zich terug te trekken uit China, lijkt echter niet onmiddellijk het gevolg te zijn van de huidige politieke spanningen. Het lijkt eerder een beslissing op basis van economische overwegingen, wat logisch is. Ook Belgische bedrijven beslissen volledig autonoom waar en hoe ze willen investeren of hun productie stopzetten. Ondanks de vele risico's blijft investeren in China ook voor veel Belgische bedrijven aantrekkelijk. Voor hen wegen de voordelen nog altijd zwaarder dan de nadelen. De voorwaarde is uiteraard wel dat de Chinese bedrijven, evenals de Chinese overheden, het level playing field en de regels van de markt respecteren. Op die grote problematiek kom ik later terug in antwoord op een andere vraag van u. Ik wil mij nu richten op de noodzaak van diversificatie van onze waardeketens. Het is cruciaal dat wij onze afhankelijkheid van een beperkt aantal producenten of producerende landen zoveel mogelijk en zo snel mogelijk afbouwen. Dat wordt best uitgebreid naar alle economische sectoren, niet alleen de strategisch-technologisch gevoelige productie, maar ook chemische producten, zeldzame aardmetalen en medicijnen. De Europese Commissie keurde recent nog het Resource Action Plan goed. Dat plan heeft tot doel de toegang tot grondstoffen voor de belangrijkste industriële sectoren te verzekeren alsook om de waardeketens van de EU te beschermen tegen leveringsverstoringen. Er zal onder meer een Europees centrum voor kritieke grondstoffen en een grondstoffenplatform worden opgericht. De EU zal de komende twaalf maanden tot 3 miljard euro vrijmaken ter ondersteuning van concrete projecten die op korte termijn voor alternatieve voorraden kunnen zorgen. Nu is het moment om van plannen naar uitvoering te gaan, met concrete acties, duidelijke projecten en meetbare resultaten. België zal een actieve speler blijven in dat proces. Mijnheer de minister, het is geruststellend dat die beslissing van Canon geen gevolg is van geopolitieke spanningen, maar louter een economische beslissing. Het sterkt mij echter wel in mijn overtuiging dat die nood aan diversificatie in verschillende value chains zeer belangrijk is. We moeten onze afhankelijkheid afbouwen en dat over alle sectoren. Dat is zeker welkom. Ik kijk ook uit naar de uitvoering van de beslissingen met betrekking tot het Research Action Plan en het grondstoffenplatform. India als handelspartner van Rusland in defensieaankopen Aziatische media berichten dat India, ondanks waarschuwingen vanuit Washington, opnieuw overweegt om S-400-batterijen aan te kopen bij Rusland. Dat illustreert hoe sommige landen zich blijven wenden tot Russische defensieleveranciers, ook wanneer dat ingaat tegen de huidige westerse sanctiekaders. Gelet op de oorlog in Oekraïne, de sancties tegen Rusland en de geopolitieke spanningen wil ik uw visie daarover vragen, mijnheer de minister. Hoe beoordeelt u de vaststelling dat landen als India, ondanks druk en sanctiedreiging van de Verenigde Staten, blijven kiezen voor Russische defensieleveranciers en bijvoorbeeld het S-400-systeem? Wat is volgens u de impact van dergelijke aankopen op de geloofwaardigheid en de samenhang van de westerse sanctie-inspanningen tegen Rusland? Zou België binnen het kader van de EU en de NAVO een duidelijk signaal moeten geven inzake de levering van wapensystemen door Rusland? Hoe zou dat signaal eruit kunnen zien? In hoeverre houdt u er rekening mee dat zulke wapenleveringen aan landen buiten het conflictgebied de spanningen in andere regio’s, zoals de Indo-Pacific, kunnen doen escaleren en indirect onze strategische belangen beïnvloeden? Dank u voor uw vraag, mevrouw van Riet. De Europese restrictieve maatregelen zijn in de eerste plaats van toepassing op Europese bedrijven en actoren. Met andere woorden, aan Europese actoren worden beperkingen of een verbod opgelegd om transacties aan te gaan met entiteiten in Rusland of in andere landen waarvan bewezen is dat ze Rusland ondersteunen in zijn agressieoorlog tegen Oekraïne. Derde landen, waaronder India, zijn niet gebonden aan de Europese sancties. De EU staat wel in nauw overleg met die landen wat sanctieomzeiling betreft. Wanneer sanctieomzeiling wordt vastgesteld, kunnen aan de betrokken entiteiten sancties worden opgelegd. Zoals u weet, is dat ook al gebeurd. In het algemeen worden sancties het best gecoördineerd tussen gelijkgezinde landen, om een maximaal effect te bereiken. De aankoop van goederen uit Rusland – bijvoorbeeld wapensystemen, maar ook energie – ondersteunt indirect de mogelijkheid van het land om de oorlog voort te zetten. Die boodschap wordt dan ook consequent overgebracht, zowel in een bilateraal als Europees kader, aan andere landen. India is een belangrijke partner voor België, ook op het vlak van samenwerking in de defensie-industrie. Hoewel we de invoer van Russische systemen betreuren, zien we geen negatieve impact van de Indiase wapeninkopen op de veiligheidssituatie in de Indo-Pacifische regio. Voorzitster: Els Van Hoof Présidente: Els Van Hoof Dat is duidelijk. Landen als India zijn als derde landen niet gebonden door onze sancties, maar ze worden toch ook, mede door de Verenigde Staten, onder druk gezet om mee de sancties te ondersteunen. Ik begrijp dat India een belangrijke partner is voor België en dat we die relatie ook zo moeten behouden. In ieder geval dank ik u voor uw verduidelijking, mijnheer de minister. De toegang tot El Fasher De situatie in Soedan en de Europese humanitaire hulp Mijnheer de minister, ik heb een vraag over wat vandaag geldt als het grootste vergeten conflict en de grootste humanitaire ramp van het moment, namelijk Soedan, waarover we morgen een voorstel van resolutie voorleggen. Hulporganisaties in Soedan zijn gefrustreerd, omdat zij, weken nadat El Fasher werd ingenomen door de paramilitaire groepering RSF, de stad nog altijd niet binnen mogen. Mogelijk zijn er de afgelopen weken tienduizenden mensen omgekomen. Satellietbeelden tonen grote stapels lichamen in de straten van de stad. Het blijft gissen naar de precieze omvang van de gruwel, aangezien er geen recente informatie beschikbaar is. Voor de val van de hoofdstad van de federale staat Noord-Darfur woonden er nog ruim een kwart miljoen mensen in de stad. Voor het begin van de oorlog in april 2023 telde El Fasher zelfs ongeveer 1,5 miljoen inwoners. Sinds 27 oktober krijgen hulporganisaties geen toestemming meer om de stad binnen te gaan. Medewerkers van de Rode Halve Maan werden verplicht de stad te verlaten en de bevolking zonder enige hulp achter te laten. Ik las gisteren berichten over naar schatting 150 locaties waar lichamen op elkaar gestapeld zouden liggen. Niemand kent het exacte aantal doden, het zou om tienduizenden kunnen gaan. Mijnheer de minister, beschikt u via uw ministeriële kanalen over informatie over de huidige situatie van de bevolking in El Fasher? Kunt u er internationaal voor pleiten om humanitaire hulpverlening dringend toe te laten? De voorzitster : Mevrouw Maouane is nog in een andere commissie. Je répondrai également à la question initiale de Mme Maouane, de sorte qu'elle puisse découvrir la réponse dans la lecture du compte rendu. Mevrouw Lambrecht, België volgt de dramatische situatie in Al-Fasher met de grootste aandacht en zet zich actief in om humanitaire toegang te waarborgen. De diensten van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking staan in voortdurend contact met de agentschappen van de Verenigde Naties, met name OCHA en het UN Human Rights Office. Volgens hun rapporten blijven meer dan 70 humanitaire konvooien geblokkeerd in Nyala in afwachting van toestemming om Al-Fasher binnen te trekken. De situatie ter plaatse blijft uiterst ondoorzichtig. Het exacte aantal slachtoffers is onbekend, maar de signalen zijn alarmerend, met een hoog risico op hongersnood en wijdverspreid geweld. België speelt een actieve rol op het internationale vlak. La Belgique soutient d'ailleurs pleinement l'initiative de la Commission européenne visant à établir un pont aérien humanitaire vers le Darfour. Bien que notre pays ne fournisse pas directement, pour ces vols, de moyens logistiques ou de matériel provenant de ses stocks, notre contribution se fait par un engagement financier et diplomatique au niveau multilatéral. Steeds op Europees niveau hebben wij in samenwerking met verschillende lidstaten krachtige steun uitgesproken voor de invoering van een humanitair staakt-het-vuren in de regio Al-Fasher en voor de onmiddellijke opheffing van blokkades die de humanitaire toegang belemmeren. In de Mensenrechtenraad hebben we bovendien een resolutie gesteund waarin wordt opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek naar ernstige mensenrechtenschendingen in de regio. Als medeondertekenaar van internationale initiatieven heeft België de oproep gesteund voor een humanitaire pauze om de levering van hulp en de bescherming van burgers mogelijk te maken. België heeft op financieel vlak 5 miljoen euro toegewezen aan het humanitair VN-fonds voor Soedan, naast een jaarlijkse bijdrage die is opgetrokken tot meer dan 170 miljoen euro, inclusief 20 miljoen euro via het Rode Kruis Ces efforts reflètent notre engagement concret à garantir un accès humanitaire sûr, complet et inconditionnel pour la population d'El Fasher. Nous continuons à exercer une forte pression diplomatique en étroite collaboration avec nos partenaires européens et internationaux, afin de veiller à ce que toutes les parties respectent leurs obligations humanitaires. Merci aussi à vous pour l'attention que vous portez à ce dossier crucial. Ik twijfel er niet aan dat België zijn financieel deel doet voor Soedan en blijft doen, maar het blijft een drama dat we wat Soedan betreft wel een beetje hulp bieden, maar voor de rest aan de zijlijn blijven staan, terwijl we bijvoorbeeld wat andere conflicten betreft, zoals Gaza en Oekraïne, onze stem wel laten horen. In Soedan vielen al 10.000 doden en 100.000 mensen zijn op de vlucht. Mensen zitten nu als ratten gevangen in Al-Fasher. We proberen wel bilateraal en via de EU hulp te bieden, maar ik dring erop aan – ik herhaal dit in mijn voorstel van resolutie – om een tandje voor Soedan bij te zetten. Het is niet Gaza, het is niet Oekraïne en het is allemaal wat verder van ons bed, maar wat er in Soedan gebeurt, is mensonterend. We zullen beschaamd zijn als we later zullen moeten bekennen dat we het wel wisten, maar niets hebben gedaan. Ik kan niet geloven dat niets de gruwel kan stoppen. Ik doe een oproep om niet meer te talmen. Ik vraag u om bij elk internationaal contact het probleem van Soedan op tafel te leggen. De arbitraire opsluiting van Joseph Figueira Joseph Figueira Martin Mijnheer de minister, Joseph Figueira Martin, een Portugese-Belg die als humanitair onderzoeker werkzaam was voor FHI 360, wordt inmiddels meer dan 500 dagen arbitrair vastgehouden in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Volgens gezagvol internationaal onderzoek werd hij ontvoerd door de Wagnergroep, onderworpen aan marteling, onmenselijke behandeling en vervolgens veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid na een oneerlijk proces. Hij verblijft nog steeds in Camp de Roux, waar zijn gezondheid ernstig achteruitgaat. De Europese Unie heeft recent nog haar engagement bevestigd om humanitaire werkers te beschermen en het Europees Parlement heeft op 10 juli 2025 een resolutie aangenomen die de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Joseph eist. Toch is er tot op heden geen concrete vooruitgang geboekt. Aangezien Joseph zowel de Belgische als de Europese nationaliteit vertegenwoordigt, signaleert zijn zaak een breder risico voor de veiligheid van humanitaire medewerkers wereldwijd. Welke diplomatieke stappen heeft België tot nu toe genomen, zowel bilateraal met de Centraal-Afrikaanse Republiek als in Europese en multilaterale fora, om de vrijlating van Joseph Figueira Martin te bewerkstelligen? Ziet België mogelijkheden om de druk te verhogen, bijvoorbeeld via gecoördineerde actie met Portugal, de EU-lidstaten of partners in de Afrikaanse Unie, om de zaak hoger op de politieke agenda te krijgen? Heeft België zicht op de fysieke en mentale toestand van de heer Figueira Martin en welke inspanningen worden ondernomen om consulaire bijstand, medische evaluatie of evacuatie mogelijk te maken? Tot slot, op welke wijze zal België zich inzetten om de structurele bescherming van humanitaire werkers te versterken, zodat gelijkaardige menselijke drama’s kunnen worden vermeden? Ik sluit mij aan bij de vraag. Joseph Figueira zit al sinds mei 2024 vast in de Centraal-Afrikaanse Republiek in mensonterende omstandigheden. Hij werd veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid en een boete van 50 miljoen Centraal-Afrikaanse frank wegens criminele samenzwering, spionage en het ondermijnen van de staatsveiligheid. Wegens verschillende procedurele onregelmatigheden ging zijn advocaat in beroep. Het is duidelijk dat onze landgenoot geen eerlijk proces krijgt en het slachtoffers is van een geopolitiek steekspel, waarvoor het land ook bekend staat. Alle grote actoren, China en Rusland, en nog vele rebellengroepen zijn er immers aanwezig. Ons land moet zich daarom samen met Portugal en de Europese Unie inspannen om zijn onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating te bewerkstelligen. Ik heb u reeds schriftelijk de vraag gesteld zijn detentie aan te kaarten bij de Centraal-Afrikaanse autoriteiten. Hebt u dat recentelijk gedaan, bijvoorbeeld tijdens de EU-AU-Top in Luanda? Welke reactie kreeg u concreet? Wordt er samengewerkt met de Portugese partners? Krijgt Joseph Figueira Martin nog steeds bijstand van de Belgische vertegenwoordiging vanuit Kameroen, onder andere om zijn toegang tot adequate medische zorg te verzekeren? Tot slot, hoe zal ons land de inspanningen opdrijven om de bescherming van humanitaire werkers wereldwijd te verbeteren? Mevrouw Lambrecht en mevrouw Van Hoof, ik kan u bevestigen dat talrijke diplomatieke demarches in het voorbije anderhalf jaar ondernomen zijn, gaande van discrete bemiddeling over contacten in ons diplomatieke netwerk in Brussel, Yaounde, Lissabon, Den Haag, en Washington, tot rechtstreekse gesprekken op het allerhoogste niveau. De jongste demarche die ik ten gunste van de heer Joseph Figueira Martin heb ondernomen, was tijdens de vergadering in Kigali, in november, ter gelegenheid van de Ministeriële Conferentie van de Francofonie. Ik heb ook een ontmoeting gehad met president Touadéra, die ik enkele maanden geleden al eerder had ontmoet. Ik heb naar hem gevraagd in de marge van de EU-African Uniontop in Luanda, maar hij was al vertrokken toen ik aankwam. Intussen heb ik een telefonisch gesprek aangevraagd met president Touadéra en onze diensten zoeken nu naar een geschikte datum. De algemene verkiezingen in de Centraal-Afrikaanse Republiek vinden plaats op 28 december. Dat betekent dat we ons in een electorale context bevinden, wat extra gevoeligheden meebrengt waar we ons bewust van moeten zijn. We blijven in nauw contact met de Verenigde Staten, Portugal, en de Europese Unie om de demarches op elkaar af te stemmen. De zaak-Joseph Figueira Martin werd bijvoorbeeld bepleit naar aanleiding van contacten tussen de Centraal-Afrikaanse president en de leiders van de Europese instellingen. Er werden ook demarches op hoog niveau door België en de Europese Unie ondernomen in de marge van de partnerschapdialogen tussen de EU en de Centraal-Afrikaanse republiek op 28 oktober. Om zijn vrijlating en evacuatie te bewerkstelligen, zijn wij uiteraard van plan om de diplomatieke druk, ook via de Europese instrumenten en kanalen, maximaal op te voeren. Consulaire bijstand wordt dagelijks verleend aan Joseph Figueira Martin door het ereconsulaat van België in Bangui, dat ook dagelijks maaltijden aan onze landgenoot verstrekt. Zijn fysieke en mentale gezondheid is in de afgelopen 18 maanden van detentie aanzienlijk verslechterd en blijft zorgwekkend. In het kader van de consulaire bijstand konden verschillende bezoeken van de artsen van de Franse ambassade worden georganiseerd om de situatie nauwlettend op te volgen. Eind oktober bezocht onze ambassadeur in Yaoundé Bangui en kon hij het hele proces bijwonen om de nodige morele steunen tijdens die beproeving te bieden. Onze diensten in Brussel staan zeer regelmatig in contact met de familie van Joseph Figueira Martin en volgen de ontwikkelingen op de voet. De bescherming van humanitaire hulpverleners blijft een constante prioriteit voor België. We zetten ons op verschillende niveaus in om de bescherming van humanitaire hulpverleners te waarborgen, niet alleen in bilaterale contacten, multilaterale vergaderingen en interventies op Europese niveau, maar ook als donor en partner van internationale humanitaire organisaties. Zo hebben wij tijdens ons voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in 2024 bijzondere aandacht besteed aan de bescherming van humanitaire hulpverleners. We hebben de raadsconclusies aangenomen over de bescherming in humanitaire situaties, waarin wordt beklemtoond dat er meer moet worden geïnvesteerd in de ontwikkeling en versterking van de beschermingscapaciteit van humanitaire actoren, zowel internationaal als nationaal. Daarnaast werden er in de werkgroep Humanitaire Hulp en Voedselhulp van de Raad tijdens het voorzitterschap van België gezamenlijk boodschappen goedgekeurd over de veiligheid van humanitair personeel. Mijnheer de minister, ik dank u voor de toelichting over de vele diplomatieke demarches die u in deze al ondernam. Laten wij hopen dat het persoonlijk gesprek met president Touadéra er komt en een positief resultaat oplevert. Ik vond het belangrijk om de kwestie aan te kaarten in een vraag, omdat het voor de betrokkene en zijn familie toh een hart onder riem is te weten dat u het dossier niet loslaat, dat u er heel hard mee bezig bent en dat u er alles aan doet om hem zo spoedig mogelijk vrij te krijgen. Ten slotte, het is nodig dat u de bescherming van humanitaire hulpverleners hoog op de agenda houdt. Er moet daarin meer worden geïnvesteerd, dat zal niemand tegenspreken. Ik dank u voor uw blijvende inzet. Mijnheer de minister, de vrijlating en evacuatie van de heer Martin is een belangrijke doelstelling. Ik ben ooit in de Centraal-Afrikaanse Republiek geweest en heb kunnen vaststellen hoe moeilijk het is om er te werken als ngo- of humanitair medewerker. Het land is voor twee derde afgesloten en zich daar verplaatsen gebeurt op eigen risico, wat hij waarschijnlijk heeft gedaan. Zelfs voor mensen die daar werken en wonen, is het bijna onmogelijk om zich te verplaatsen. Het duurt dagen om naar hun dorp terug te keren. Parlementsleden spraken mij daar toen over aan. Hij heeft toen onderzoek gedaan naar die gewapende rebellengroepen. Samen met twee collega's van de commissie hebben we kunnen vaststellen hoe intimiderend Wagner op het terrein aanwezig is. Hij heeft inderdaad een groot risico genomen. Hetzelfde gold waarschijnlijk ook voor Olivier Vandecasteele, die in Iran was voor humanitaire doeleinden. Het is een moeilijke zaak en het is goed dat dit op de agenda staat, zodat we er ons over buigen, ook vanuit de Europese Unie. Ik hoop dat uw gesprek met de president iets oplevert. Zoals ik ook op het terrein heb kunnen vaststellen, staan zij sterk onder druk van het Russische regime. Elke beweging wordt gecontroleerd door het Russische regime en het land is eigenlijk een vazalstaat geworden. Ik hoop dat dit iets oplevert, met deze wetenschap op de achtergrond. De National Security Strategy van de Verenigde Staten De National Security Strategy (NSS) van de VS De invloed van de VS op de Europese politiek en de groei van de MAGA-beweging in Europa De Amerikaanse inmenging in Europa Monsieur le ministre, je sais que vous vous êtes exprimé sur le sujet en séance plénière, mais j'avais introduit cette question un peu antérieurement. La publication récente par l’administration américaine de la nouvelle National Security Strategy (NSS) – version Trump II – doit provoquer une réaction ferme de notre gouvernement. Ce document consacre à l’Europe une attention inédite: elle est citée 49 fois, bien plus que la Chine, la Russie ou tout autre acteur mondial. Mais cette attention n’a rien de bienveillant: le ton est hostile, dépréciatif et s’inscrit dans ce que l’expert en relations internationales Tanguy Struye (UCLouvain) qualifie explicitement de "guerre hybride" contre l’Union européenne. Cette expression convient déjà parfaitement pour qualifier notre relation avec la Russie, mais elle devient un diagnostic valable pour qualifier la dégradation des liens avec notre plus ancien allié. Nous ne pouvons rester silencieux face à ce qui constitue ni plus ni moins qu'une stratégie assumée d’ingérence et d’affaiblissement de notre continent. Dans ce document, l’administration américaine décrit l’Europe comme un continent voué à un effacement civilisationnel; elle reprend, sans les nommer, des thématiques et narratifs issus de l’extrême droite européenne, en identifiant les migrations ou les politiques environnementales comme des menaces idéologiques. Le document affirme vouloir promouvoir la grandeur européenne via un soutien actif aux partis patriotes, euphémisme employé pour désigner les partis d’extrême droite européens. Voilà encore un point commun assumé avec M. Poutine! Quelle analyse le gouvernement porte-t-il sur la reprise, dans un document stratégique américain officiel, de concepts corrosifs pour la cohésion européenne, traditionnellement utilisés par les mouvances extrémistes que l’Europe combat? Que compte faire le gouvernement pour dénoncer et contrer ces ingérences politiques, totalement contraires aux principes de souveraineté démocratique que nous défendons? Une initiative coordonnée sera-t-elle portée au niveau européen? Notre diplomatie compte-t-elle rappeler à Washington que soutenir des acteurs politiques cherchant à défaire l’Union européenne revient à fragiliser un allié stratégique clé, et qu’il s’agit d’une ligne rouge inacceptable pour nos démocraties? Enfin, au vu des éléments déclaratifs recueillis lors de la dernière plénière, notamment de certains affirmant qu'ils auraient pu eux-mêmes écrire ce rapport, pouvez-vous nous assurer du consensus de l'ensemble du gouvernement sur le caractère dangereux dudit rapport? De Amerikaanse regering publiceerde haar veiligheidsstrategie. Hiermee bevestigt president Trump dat hij grote vraagtekens heeft bij het Europese project. Hij meent dat het oude continent verandert en een richting uitgaat die niet de zijne is. Het document stelt onder andere dat Europa zijn huishouden op orde moet krijgen en dat er politieke organisaties zijn aan de rechterzijde van het politieke spectrum die ideologisch aansluiten bij Make America Great Again, die gesteund moeten worden door de VS. In een interview voor Politico heeft de Amerikaanse president dezelfde analyse nogmaals toegelicht. Op de achtergrond pleitte de techmiljardair Elon Musk recentelijk nog voor het opbreken van de Europese Unie. Dat gebeurde nadat zijn socialemediaplatform een aanzienlijke boete kreeg van de Europese Commissie en zijn publieke steun aan het AfD een averechtse effect had op de stemuitslag in Duitsland. Ik heb de volgend vragen voor u, mijnheer de minister. Welke conclusies trekt u uit analyse van het document? Welke zijn voor u de grootste verschilpunten met de vorige veiligheidsstrategieën? Welk elementen blijven volgens u dezelfde? Hoe beoordeelt u het voornemen in de veiligheidsstrategie dat getracht zou worden “patriottische” en vaak uiterst rechtse partijen in Europa te steunen? Kan dit volgens u beschouwd worden als een vorm van inmenging in de interne politieke keuze van Europese burgers? Hoe schat u de banden in tussen de MAGA-beweging in de VS en organisaties in België? In welke mate acht u het mogelijk dat de veiligheidsstrategie geschreven werd met het oog op het tevredenstellen van de MAGA-achterban? In welke zin ziet u het interview van de president in Politico ? Merkt u op de socialemediakanalen die door de diensten onder uw bevoegdheid vallen meer anti–EU of EU-kritische reacties? Komen die daar voor? Door wie worden deze reacties geplaatst? Wordt hierop gereageerd? Hoe ziet u de trans-Atlantische diplomatieke relaties na de oproep van president Trump en co wanneer zij kritiek hebben op de EU en oproepen deze te ontmantelen? In de veiligheidsstrategie wordt de Russische Federatie niet genoemd als een vijandige entiteit. Welke conclusies trekt u hieruit? Ik dank u alvast voor uw antwoorden. Madame Van Riet, monsieur De Smet, lors de la séance plénière de la semaine dernière, j'ai effectivement déjà eu l'occasion de vous expliquer, dans un temps limité, ma lecture de la stratégie nationale de sécurité américaine. J'ai partagé avec vous mon indignation quant à l'analyse du continent européen qu'elle véhicule. Het gemeenschappelijke erfgoed van westerse waarden, dat sinds de Tweede Wereldoorlog wordt gedeeld, valt uiteen, en het principe van niet-interventionisme dat aan het begin van de tekst wordt genoemd, is duidelijk niet van toepassing op Europa. De strategie sluit niet uit dat men zich mengt in de interne aangelegenheden van de EU, wat onaanvaardbaar is. We moeten erop toezien dat onze verkiezingen vrij en integer blijven, dat de mensenrechten worden gerespecteerd, dat de democratische instellingen hun werk naar behoren kunnen uitvoeren en dat de principes van de rechtsstaat als leidraad dienen in onze samenleving. Dat moeten we blijven herhalen. Mais je soulignais aussi que cette stratégie, plus qu'un choc, doit surtout être un électrochoc pour l'Europe et pour nous-mêmes car, finalement, il y a peu de surprises par rapport au discours de Munich du vice-président Vance, auquel j'ai pu assister. Il est évident, monsieur De Smet, que le soutien aux narratifs ou à des forces dites patriotiques est problématique. L'Europe, en perte de vitesse, doit absolument se profiler comme un bloc indépendant d'un monde multipolaire. Il faut préserver l'unité, la cohésion européenne déjà malmenée, et pourtant essentielle pour la Belgique, face aux tentatives américaines de bilatéraliser les relations, dans son déni du multilatéralisme. Il faut renforcer notre autonomie stratégique en accélérant la mise en place d'un pilier européen au sein de l'OTAN, en défendant notre souveraineté économique, notre compétitivité et notre autonomie énergétique. Vu ce qu'eux-mêmes font sous la bannière MAGA, comment ne pourraient-ils pas considérer normal que d'autres entités dans le monde, d'autres pays, cherchent aussi à défendre leurs propres intérêts? Nous devons préserver l'autonomie réglementaire de l'Union européenne. Nous devons maintenir le cap sur le soutien à l'Ukraine, évidemment. Et veiller enfin à protéger notre cohésion sociale et nos processus démocratiques contre toute tentative d'interférence ou d'ingérence, quelle qu'en soit l'origine. Dat neemt niet weg dat wij gemeenschappelijke belangen behouden met de VS. Ze blijven een onmisbare partner, met wie moeten blijven zoeken naar samenwerkingsmogelijkheden wanneer dat mogelijk is, dit met respect voor onze fundamentele waarden. We moeten onze eigen belangen en waarden met assertiviteit, vastberadenheid en helderheid verdedigen. Tegelijkertijd moeten wij het tempo van de diversificatie van onze partnerschappen opvoeren. Comme j'ai pu vous l'annoncer, je me rendrai à Washington début janvier et je compte bien poursuivre la discussion au plus haut niveau avec nos partenaires américains. Je compte en particulier travailler à leur faire comprendre qu'il n'est pas dans l'intérêt des États-Unis de perdre l'Union européenne comme partenaire principal, ni de la maltraiter, ni de la mépriser. Ce n'est pas ce qui est attendu d'un partenaire. Enfin, s'agissant des propos qui ont été tenus par l'un des députés de la Chambre, ils n'engagent que lui et je n'ai pas à répondre des propos tenus par chacun des parlementaires. En tout état de cause, ils ne sont pas le reflet de la ligne gouvernementale. Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik treed u bij wanneer u stelt dat wij over de principes van onze rechtsstaat moeten waken en daar te allen tijde op moeten toezien. Voorts wens ik u veel succes wanneer u naar Washington reist. Ik hoop dat u de president ervan kunt overtuigen om zijn mening te herzien. Nous sommes en effet coincés entre deux impérialismes, et le fait que l'un d'eux soit de nature démocratique ne suffit pas à nous rassurer. Je vous rejoins sur le fait que ce doit être un moment d'électrochoc. Nous connaissons nos faiblesses européennes; elles sont identifiées par la guerre en Ukraine et l'éloignement des États-Unis. Nous devons absolument agir sur l'autonomie de la Défense, en créant, au sein de l'OTAN, un pilier européen qui puisse agir en cas de défaillance ou de retrait de l'allié américain, notamment pour que l'article 5 de la Charte puisse être défendu. Il y a aussi l'autonomie énergétique: l'Europe est très dépendante d'énergies fossiles extérieures russes, mais aussi américaines. Nous ne pouvons nous passer des Russes sans aller chercher de l'énergie ailleurs, notamment américaine. Il y a également l'autonomie industrielle: nous devons absolument redevenir un acteur industriel et technologique et non un simple consommateur, ce qui est malheureusement la ligne principale sur laquelle l'Union européenne s'est construite. Enfin, je me réjouis de votre point de vue sur les déclarations de ce député qui n'est pas n'importe lequel des 150 députés, et qui incarne la ligne d'un des partis importants de la coalition. Mais votre mise au point me paraît suffisamment claire jusqu'à présent. Het vredesakkoord tussen Congo en Rwanda De situatie in Congo De situatie in Oost-Congo Oost-Congo Mijnheer de minister, in het oosten van Congo zijn de rebellen van M23 de buitenwijken van de strategische stad Uvira binnengedrongen. De afgelopen dagen werd gezegd dat die info alweer achterhaald is, dus ik weet het niet zeker. Het gaat of ging gepaard met hevig geweld tegen de burgerbevolking door de verschillende strijdende partijen. Er wordt massaal gemoord, verkracht en gebombardeerd, aldus een hulpverlener. De rebellen zijn vanuit het noorden de agglomeratie met enkele honderdduizenden inwoners binnengedrongen. Uvira is de laatste grote stad in Zuid-Kivu die nog niet onder controle stond van M23. Het nieuw geweld volgt enkele dagen na de goedkeuring, onder goedkeurend oog van Washington, van een akkoord tussen Kinshasa en Kigali, dat tot doel heeft de vrede in het oosten van Congo te herstellen. Congo grenst aan Rwanda, is rijk aan grondstoffen en wordt al dertig jaar door conflicten geteisterd. Mijnheer de minister, betekent dat het einde van het gesloten vredesakkoord? Hoe beoordeelt u de situatie in Congo? Hebt u contact met Belgische diplomaten in Congo en wat is hun inschatting? Welke instructies geeft u hun? Welk beleid voert België ten opzichte van Congo en Rwanda? Is gezien de gebeurtenissen een koerswijziging nodig? Welke stappen kan België zetten? Bestaat er binnen de EU-regeringen een eensgezinde boodschap over die situatie? Zal het gebruik van geweld in die regio worden veroordeeld en wordt opgeroepen tot een onmiddellijke terugkeer naar diplomatieke onderhandelingen om de crisis op te lossen? Bestaat daarover contact met de Verenigde Staten? Welke specifieke acties onderneemt België om dringend aandacht te vragen voor het lot van de burgerbevolking in dat conflict? Hoe kan België bijdragen aan het herstel van de vrede in die getroffen regio? Monsieur le ministre, la situation sécuritaire et humanitaire à l'Est de la République démocratique du Congo s'est dégradée de manière alarmante. Ce mardi, le M23 annonçait son retrait de la ville stratégique d'Uvira, à la demande de Washington. Ce retrait est imminent et sans appel. Cette annonce intervient dans un contexte particulièrement alarmant. Après s'être emparé de Goma en janvier, puis de Bukavu en février, le mouvement armé, soutenu par le Rwanda, avait lancé une nouvelle offensive, début décembre, dans la province du Sud Kivu. Si j'ose parler à l'imparfait, la prise d'Uvira, ville de plusieurs centaines de milliers d'habitants, constituait une étape très préoccupante en ce qu'elle représente au M23 de contrôler la frontière terrestre entre la RDC et le Burundi, ce dernier soutenant militairement Kinshasa. Cela faisait peser un risque majeur de déstabilisation régionale. De ce fait, le Burundi a momentanément fermé sa frontière avec la RDC pour éviter un embrasement régional provoqué par Kigali. Faut-il encore rappeler que la frontière terrestre entre le Burundi et le Rwanda est fermée depuis janvier 2024, à la suite des attaques rebelles meurtrières soutenues par Kigali? Cette escalade est d'autant plus inquiétante qu'elle est survenue quelques jours seulement après la signature à Washington d'un accord de paix entre la RDC et le Rwanda, présenté comme une avancée majeure mais dont les développements sur le terrain semblaient en totale contradiction avec les engagements affichés. Monsieur le ministre, qu'est-il ressorti du Conseil des ministres de lundi à ce sujet? Quelle évaluation la Belgique fait-elle de la crédibilité de l'efficacité de l'accord de paix, signé à Washington, à la lumière de la poursuite et de l'intensification des offensives du M23 sur le terrain? Le sujet figure-t-il à l'agenda de votre Conseil européen de demain? Si oui, quelles initiatives concrètes la Belgique entend-elle défendre auprès du Conseil européen, afin de renforcer la pression diplomatique sur les acteurs impliqués, notamment en matière de sanction, de conditionnalité de l'aide et de médiation régionale? Comment l'Union européenne et la Belgique en particulier peuvent-elles intensifier leur réponse humanitaire et leur action diplomatique pour prévenir une déstabilisation régionale plus large, impliquant notamment le Burundi et d'autres pays voisins? Mijnheer de minister, ik sluit me aan bij de gestelde vragen. Sinds de enthousiaste ondertekening op 4 december door president Tshisekedi, president Kagame en president Trump van een vredesakkoord in Washington, is de situatie alleen maar verslechterd. M23 nam immers Uvira in, de derde grootste stad in Oost-Congo. Ook al verneem ik dat M23 zich aan het terugtrekken is, dat leidt tot spanningen, ook met de buurlanden, zoals Burundi. Uw Burundese homoloog verklaarde al dat datgene wat Uvira bedreigt, ook Bujumbura bedreigt en dat alle opties op tafel liggen. Dat moeten we absoluut vermijden. Het is erg dat Rwanda daarin niet vrijuit gaat. Tijdens een VN-bijeenkomst stelde de ambassadeur van de Verenigde Staten dat Rwanda sinds het begin van deze maand met naar schatting 5.000 tot 7.000 troepen aan de zijde van M23 vecht, waarbij ook zware wapensystemen en drones worden ingezet. Volgens de Verenigde Staten zou Rwanda de regio naar toenemende instabiliteit en oorlog leiden. De VS ziet wel een rol weggelegd voor MONUSCO bij de ondersteuning van de akkoorden van Washington en Doha, op voorwaarde dat het zijn mandaat vrij kan uitoefenen. Mijnheer de minister, welke boodschap zal ons land brengen op de Raad Buitenlandse Zaken, waar dat conflict op de agenda staat? Welke concrete stappen zal de Europese Unie zetten om het conflict meer onder controle te krijgen? Welke boodschap bracht u over aan uw Congolese en Burundese homologen? Hoe staat ons land tegenover een verlenging van het mandaat van MONUSCO, dat op 20 december afloopt? Mevrouw de voorzitster, beste kamerleden, ik volg uiteraard de situatie in Oost-Congo op de voet op, dankzij onze diplomaten in de DRC, in Burundi en in andere hoofdsteden in de regio. Ik deel uiteraard ten volle uw ernstige bezorgdheden over de laatste ontwikkelingen. Zoals u weet heeft de M23, gesteund door Rwandese troepen, kort na de ondertekening van het vredesakkoord van Washington een grootschalig offensief gelanceerd in de Ruzizi-vlakte, tot aan Uvira. De inname van Uvira, op slechts enkele tientallen kilometers van Bujumbura, vormt een ernstige bedreiging voor de regionale stabiliteit. Namens België heb ik de ondertekening van het Washington-akkoord verwelkomd. Hoewel ik het niet als een mirakel heb bestempeld, zoals sommigen deden, beschouw ik het als een positieve stap. De DRC en Rwanda hebben hun engagementen herbevestigd om sleutelprincipes, zoals respect voor territoriale integriteit en internationaal recht, na te leven. Hetgeen uiteraard van belang is, gaat verder dan de ondertekening, namelijk het respecteren en uitvoeren van de verbintenissen. Sinds enkele maanden stellen wij echter een groeiende kloof vast tussen de situatie op het terrein en de diplomatieke mediatie. Samen met onze Europese en internationale partners, waaronder de Verenigde Staten, hebben wij M23 en de Rwandese troepen die hen steunen, opgeroepen het offensief onmiddellijk te staken. Wij hebben ook Rwanda opgeroepen zich terug te trekken uit het oosten van de DRC. Onze bewoordingen konden niet duidelijker zijn en wij zijn niet van plan onze positie ten aanzien van Rwanda te wijzigen. Kigali moet het internationale recht respecteren, evenals de territoriale integriteit en soevereiniteit van de DRC. Uiteraard moeten de andere partijen, de DRC, Burundi en alle gewapende groepen, ook hun verantwoordelijkheid nemen en het staakt-het-vuren onvoorwaardelijk respecteren. Het is ook van groot belang alle burgers en alle gemeenschappen te beschermen en niet te viseren. In dat verband heb ik vorige week contact opgenomen met mijn ambtsgenoten in de DRC, Burundi en Rwanda, om op te roepen tot een dringende de-escalatie en naleving van hun verbintenissen. Uiteraard zal ik deze boodschappen blijven overbrengen zolang dat nodig is. Ik heb de voorbije dagen ook veel contact gehad met de speciale adviseur van de Amerikaanse president, de heer Boulos. Après avoir écouté beaucoup d'interlocuteurs étrangers ces derniers jours, mon sentiment est qu'il y a un consensus sur la nécessité de maintenir une forte pression, en particulier en ce moment, sur le M23 et les troupes rwandaises qui ont pris le contrôle de nouveaux territoires, en contradiction avec la lettre et l'esprit des accords signés. Je suis en tout cas très prudent sur l'annonce qui a été faite hier par le M23 concernant un possible retrait d'Uvira. Connaissant l'historique des dernières années, je me reconnais plutôt dans Saint-Thomas sur ce sujet: je crois ce que je peux voir. Les conditions que certains qualifieront d'irréalistes ont été posées pour un tel retrait. En outre, lorsque les États-Unis, l'Union européenne et d'autres appellent au retrait, ce n'est pas uniquement d'Uvira dont il est question. J'attends donc de voir. Comme vous le soulignez, les conséquences humanitaires de ces violences sont à nouveau affligeantes. Plus de 65 000 personnes se sont entretemps réfugiées au Burundi. On parle de plus de 250 000 déplacés internes supplémentaires. Ceci, sans compter les centaines de morts additionnels et les énumérations sordides de violations de droits humains, y compris la recrudescence très nette des violences sexuelles. Je rappelle qu'un rapport de l'Unicef a indiqué plus tôt dans l'année qu'un enfant – je dis bien un enfant – est violé toutes les 30 minutes dans la région. Il s'agit de la plus grande vague de violences sexuelles qu'ait connu le monde depuis des décennies: une femme est violée toutes les quatre minutes. Ces atrocités sont véritablement insupportables, et nous devons tout faire pour que cela cesse. Face à cette situation, j'estime que L'Union européenne peut et doit faire beaucoup plus. C'est pourquoi j'ai demandé et obtenu d'en discuter en urgence lors du Conseil des Affaires étrangères de lundi dernier, il y a deux jours donc. Il y avait un consensus autour de la table pour considérer que la situation était grave et qu'il fallait réagir. Suite à une demande conjointe de plusieurs États membres, dont la Belgique, la haute représentante Kaja Kallas a confirmé que le point serait à nouveau à l’ordre du jour du Conseil des Affaires étrangères de janvier, afin de décider de points d'action. Entretemps, la situation d'urgence nécessite de renforcer les efforts diplomatiques de l'Union européenne. Il a donc été convenu que des démarches seraient faites dans les différentes capitales en vue d'exhorter au retrait du M23 et des troupes rwandaises, et de rappeler l'importance de la désescalade et du respect du cessez-le-feu par toutes les parties. Nous devons effectivement demander le retrait des troupes rwandaises d'un côté, tout en évitant que le cessez-le-feu soit bafoué de l'autre côté, que ce soit par l'envoi de drones ou autrement. Et bien entendu, nous devons demander le respect des accords de Washington et de Doha. Un point d'action important pour moi est l'action humanitaire. J'en ai du reste parlé lundi, en plaidant pour que l'Union européenne renforce son assistance et sa diplomatie humanitaires étant donné les instruments et l'expertise dont elle dispose. L'accès humanitaire reste problématique, tant dans le Nord-Kivu que dans le Sud-Kivu, y compris au niveau des hauts plateaux. Je pense que l'Union européenne a véritablement un rôle à prendre dans ce domaine. J'ai bien sûr exhorté également mes collègues à maintenir un engagement fort en faveur du droit international et humanitaire, sans double standard. Mevrouw Van Hoof, ik wil ook bevestigen dat België de MONUSCO zal blijven steunen. Gezien de nieuwe context moet haar mandaat, dat momenteel in New York wordt onderhandeld, uiteraard worden aangepast, zonder echter afbreuk te doen aan de kern van haar missie, namelijk de bescherming van burgers. Wat betreft de begeleiding van de uitvoering van de akkoorden en het toezicht op het staakt-het-vuren is de MONUSCO het best geplaatst en heeft ze een belangrijke rol te vervullen. Je souhaite enfin rappeler que, à mon sens, les efforts de paix et de désescalade au niveau régional devraient être complétés par un processus interne en République démocratique du Congo, qui permettrait aux acteurs congolais, dans toute leur diversité, de s'approprier les engagements pris au niveau international, de les traduire en actions concrètes et de s'accorder sur les grands chantiers de réforme nécessaires, y compris en matière de gouvernance. Impliquer le plus grand nombre est aussi une manière de rassembler face à l'adversité et d'apaiser la scène politique congolaise. L'arrestation du secrétaire permanent du PPRD, Emmanuel Shadary, hier, pose question et ne semble pas aller dans ce sens. Je répéterai donc aux autorités congolaises l'importance de prendre des mesures de décrispation et de chercher à s'inscrire dans une démarche de dialogue, dans le respect de la Constitution et des principes républicains. Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik neem akte van uw inspanningen en van uw oproep om daar de noodtoestand uit te roepen. We hebben de Washingtonakkoorden inderdaad verwelkomd, maar als dat een lege doos zou blijken te zijn en alles een paar dagen later weer verder gaat zoals het was, zijn die niets waard. Mijn vraag betrof vooral de stad Uvira. We weten niet wat er daar precies aan de hand is. Is men daar teruggetrokken of niet? We moeten inderdaad eerst zien en dan geloven. Op satellietbeelden zijn hele stapels lijken te zien. Niemand kan de stad binnen. Ik blijf u vragen om de druk op te voeren in de Verenigde Naties, die meer kunnen en moeten doen, maar ook in de Raad Buitenlandse Zaken van januari, zodat ook de EU meer zou doen dan tot nog toe het geval is. Wat we daar zien, is het uitoefenen van het recht van de sterkste en dat blijft maar voortduren. Ik denk zelfs dat het catastrofaal zou zijn om tot de volgende Raad van januari te wachten. Mijnheer de minister, de situatie is al jaren een noodsituatie, maar ze wordt erger in plaats van beter. Er waren akkoorden die, zoals u terecht zegt, werden toegejuicht. Daar keken wij met z'n allen met een zekere bezorgdheid naar en nu blijkt dat die bezorgdheid terecht was. Het is absoluut noodzakelijk dat we onze stem blijven lenen aan het zoeken naar oplossingen en het zoeken naar een de-escalatie van het geweld. U geeft ook aan dat er sprake zou zijn van een terugtrekking of dat men dat beloofd heeft. Wanneer dat zo is, moeten we natuurlijk ook kijken naar de manier waarop men die terugtrekking zou organiseren, zodat er geen plunderingen gebeuren van wat er nog overblijft. Er zijn 65.000 mensen naar Burundi gevlucht. Daarnaast zoeken 250.000 mensen intern een weg naar een beetje zekerheid en een beetje bestaansmogelijkheden. Het is allemaal geen goed verhaal en ik deel absoluut uw bezorgdheid over de humanitaire hulp. Die hulp komt er maar niet afdoende, terwijl we daar al sinds de resolutie die we in de Kamer hebben gestemd voor pleiten en aan werken. Ik weet dat u daar ook uw best voor doet, maar we moeten absoluut blijven inzetten op deze regio. De urgentie die u binnen de Raad van de EU hebt aangekaart, is zeker terecht. Het is natuurlijk goed dat mevrouw Kallas in januari met acties komt, maar dan zijn we weer zoveel weken miserie en verkrachtingen verder, zoals u zelf hebt aangegeven. Het is hoogst noodzakelijk dat we de bevolking daar op de ene of andere manier vooruithelpen, de humanitaire hulp optimaliseren en druk blijven zetten op alle strijdkrachten die daar aanwezig zijn en deze vreselijke situatie veroorzaken. Merci, monsieur le ministre. J'entends bien que vous êtes déterminé à voir le Congo avancer vers la paix. L'intégrité territoriale étant l'appel à la raison que lancent l'Europe, l'Union européenne, les É tats-Unis ainsi que vous-même, afin que Kigali revienne à la raison après 30 ans de massacres, des millions de morts, tandis que le monde fermait les yeux et le cœur. Vous avez insisté sur le recours aux principes républicains – cela s'entend – pour toutes les nations qui veulent évoluer dans le sens de la paix. Des femmes et des enfants victimes de viols multiples, tel est le constat effectué par l'ONU. Un constat qui nous montre bien jusqu'où cette guerre est allée. Le viol n'a rien d'un phénomène nouveau, et nous continuons à l'observer aujourd'hui. Il faut impérativement trouver un moyen de punir de façon exemplaire toutes ces personnes que nous voyons et repérons dans les vidéos, quoi qu'on dise de leur validité, car il est toujours possible de vérifier avec beaucoup de raison. Monsieur le ministre, je suis à vos côtés, mais ne vous laissez pas faire sur la scène européenne. Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Zoals u zei, is er inderdaad een kloof tussen de mediatie en de diplomatieke inspanningen enerzijds en wat er op het terrein gebeurt anderzijds. Daar gebeurt immers net het tegenovergestelde. Het is dan ook goed dat de Verenigde Staten op 13 december tijdens een briefing van de VN-Veiligheidsraad man en paard hebben genoemd en Rwanda uiteindelijk met de vinger hebben gewezen. Het lijkt wel alsof Rwanda ons een rad voor de ogen draait en ons bij wijze van spreken in slaap wiegt, terwijl het ondertussen, als een dief in de nacht, Uvira plundert. De statistieken die u noemde over verkrachtingen en seksueel geweld zijn hallucinant. Dringende de-escalatie is het minste dat moet gebeuren, maar uiteraard moeten de akkoorden worden nageleefd. Hopelijk trekken ze inderdaad weg uit Uvira. Voor die humanitaire catastrofe moeten we druk blijven zetten en dat doet u goed op de Raad van de EU. In de aanloop naar januari zullen er echter nog contacten nodig zijn om ervoor te zorgen dat de Doha- en Washington-akkoorden inderdaad worden nageleefd. U kwam ook terug op de MONUSCO. Destijds was er heel veel kritiek op de MONUSCO, maar het zou een nog slechter signaal zijn om de MONUSCO daar weg te laten trekken. Zij moeten instaan voor de bescherming van de burgers, ook al lijkt dat niet goed te lukken. Ik hoop dat het mandaat een concretere invulling krijgt, want de VN-missie is heel erg nodig, niet alleen voor toezicht op het staakt-het-vuren, maar ook voor de bescherming van vrouwen en kinderen. Laten we hopen dat het mandaat op 20 december wordt verlengd met een veel sterkere invulling dan vandaag. Pariteit en diversiteit in onze diplomatieke diensten Diversiteit in de diplomatieke diensten Monsieur le ministre, nous sommes en 104 e place, soit le dernier pays du classement mondial sur la représentation des femmes occupant le poste d'ambassadeur. Ce n'est pas votre faute puisqu'une autre famille politique était au ministère des Affaires étrangères avant vous, mais c'est malheureusement vous qui bénéficiez de ce classement un peu honteux. À peine 11 % de nos ambassadeurs sont des ambassadrices. Au sein des services de votre ministère pourtant, on se rapproche d'une parité, avec 47 %. C'est un beau progrès. Mais nous savons que le sommet d'une carrière diplomatique, c'est le poste d'ambassadeur. On constate donc que ce poste est inaccessible aux femmes. C'est là un triste exemple du plafond de verre auquel les femmes doivent faire face dans tant de domaines. À l'échelle mondiale, seul un ambassadeur sur quatre est une femme. Il y a heureusement des progrès dans la représentation mais, à ce rythme, nous atteindrons la parité dans 249 ans. Il est peut-être dès lors hyperbolique de parler de progrès. Les données témoignant de la parité ne sont disponibles que depuis 2019, mais elles ont permis de mettre en évidence un problème structurel, témoin d'une société qui reste profondément misogyne. Et je n'ai même pas encore parlé de la diversité culturelle dans nos services diplomatiques. Si le plafond de verre est épais pour une femme blanche, que dira-t-on pour une femme noire comme moi, ou pour une femme issue du Maghreb ou d'Asie? Les politiques de diversité et de parité devraient aller de pair dans une logique intersectionnelle car, à défaut, on risque de reproduire les mêmes systèmes de discrimination que ceux que nous dénonçons. La Belgique ne peut rester ainsi à la traîne en termes de parité, et doit également agir de manière efficace et visible en termes de diversité culturelle. Une diplomatie qui représente notre pays doit aussi représenter sa population, ainsi que les valeurs d'égalité et d'universalité. Monsieur le ministre, quelle est votre réaction à la publication de ce classement SHEcurity qui nous place bon dernier mondial? Vous disiez dans votre exposé de politique générale vouloir actualiser les plans d'action. Où en sont vos efforts à cet égard? Prévoyez-vous de former votre personnel à lutter contre les pratiques de discrimination basées sur le genre et de mettre en place un système qui favorise la parité dans les postes les plus élevés? Prévoyez-vous également de réfléchir avec votre homologue à l'Égalité des chances sur une politique de diversité culturelle dans une perspective complètement intersectionnelle? In recente debatten en vragen over diversiteit binnen de Belgische diplomatie ligt de nadruk vaak op gender en andere vormen van representatie. Diversiteit kent echter meerdere dimensies en één daarvan is taaldiversiteit, die in België nochtans grondwettelijk en communautair fundamenteel is. Uit uw antwoorden op eerdere parlementaire vragen blijkt dat het taalevenwicht binnen de diplomatieke dienst niet overeenstemt met de realiteit van dit land. Waar België demografisch en institutioneel ongeveer 60 % Nederlandstaligen en 40 % Franstaligen telt, blijft de diplomatie in de praktijk hangen rond een quasi fiftyfiftyverhouding. Dat betekent concreet dat Nederlandstaligen structureel ondervertegenwoordigd zijn, zeker wanneer men kijkt naar hogere functies en sleutelposten binnen de diplomatieke carrière. Dat is des te problematischer omdat diplomatie net één van de meest zichtbare vertegenwoordigers van ons land is in het buitenland. De Vlaamse belangen moeten daar ook beschermd worden Erkent u dat de huidige samenstelling van de diplomatieke dienst en in het bijzonder van de hogere functies geen correcte afspiegeling vormt van het taalevenwicht in België? Welke concrete maatregelen neemt u om de structurele ondervertegenwoordiging van Nederlandstaligen binnen de diplomatie weg te werken, ook op het niveau van ambassadeurs en andere topposities? Hoe verzoent u uw pleidooien voor diversiteit en representativiteit met het feit dat taaldiversiteit systematisch onderbelicht blijft? Bent u bereid om bij toekomstige benoemingen actief rekening te houden met het communautaire taalevenwicht? Madame Mutyebele, vous avez raison. C'est possible! Il est tout simplement inacceptable que la Belgique soit la dernière du classement de SHEcurity. Si l'égalité de genre est une priorité de la politique étrangère belge, les Affaires étrangères devraient incarner cette exemplarité en interne. En 2025, être en queue de peloton mondial pour la représentation des femmes aux fonctions d'ambassadrice n'est plus acceptable. Malgré ces chiffres, les choses évoluent. Les Affaires étrangères poursuivent, depuis longtemps, les efforts en faveur de la féminisation de la carrière. Aujourd'hui, sept des dix membres du comité de direction des Affaires étrangères sont des femmes. Dans le dernier cycle de promotion, huit femmes ont été promues sur seize places, ce qui dépasse la proportion de candidates. Et, sur instruction de mon cabinet, chaque opportunité de nomination tient compte de la parité. Mon équipe elle-même illustre cette dynamique: 14 femmes sur 27 collaborateurs, dont 9 sur 17 dans des fonctions de contenu et de direction. En réalité, madame Mutyebele, si nous sommes si bas dans le classement de SHEcurity, c'est parce que la nomination des femmes aux postes d'ambassadrice n'est que le sommet de l'iceberg. Si nous voulons progresser, nous devons travailler sur plusieurs dimensions. Il faut agir sur l'ensemble de la carrière des femmes dès le recrutement, en passant par les promotions et les nominations. L'accompagnement de carrière au sens large doit reposer sur une politique dynamique et volontariste pour soutenir et promouvoir les candidatures féminines. Ce ne sont pas que des mots. En effet, de manière très concrète, ce que l'on constate, c'est que trop régulièrement, il arrive à des candidates, qui ont passé le concours de diplomate et réussi l'essentiel des épreuves, de renoncer au dernier moment, quand vient notamment la question: "Êtes-vous pleinement consciente que cette fonction implique un changement de pays tous les quatre ans, avec une réorganisation permanente de la vie familiale, des contraintes pour le conjoint, qui, selon le pays où vous allez être affectée, ne pourra peut-être pas exercer l’activité professionnelle qu’il souhaite, ni travailler dans les conditions qu’il désirerait? Cette réalité est-elle bien intégrée et êtes-vous prête à l'assumer?" Force est de constater – nous pourrons multiplier les études sur le sujet – que souvent, les hommes répondent plus facilement "oui, je suis prêt à l’assumer" que les femmes. Nous devons aussi rendre les femmes plus visibles et les valoriser, en modernisant l’image de la diplomatie, en luttant contre les stéréotypes et en adoptant une communication inclusive. Les jeunes femmes doivent pouvoir se dire que la diplomatie est une carrière où elles ont toute leur place. Dès ma prise de fonction, j’ai d’ailleurs imposé l’usage du terme "ambassadrice" pour refléter l’évolution de la diplomatie. Cela a pu faire grincer quelques dents, car, historiquement, ce terme désignait la femme de l’ambassadeur. Ainsi, des personnes, dont certaines cheffes de poste comme ambassadrices, restent encore attachées à l’appellation "madame l’ambassadeur". Pour ma part, je considère que ce sont des éléments de langage sur lesquels nous devons évoluer. Par ailleurs, dans ce métier comme dans d’autres, la question du syndrome de l’imposteur se pose également. Nous le remarquons parfois dans les cycles de mouvements diplomatiques dans lesquels il est plus fréquent de voir un homme se dire, après quelques années d’expérience, que l’heure est venue de postuler comme chef de poste pour être ambassadeur, là où des femmes vont davantage s’interroger pour savoir si elles sont réellement prêtes pour prétendre à l'être. L’homme dira "une fois que j’y suis, je saurai me débrouiller", tandis que la femme voudra d’abord avoir la certitude à 100 % qu’elle pourra assumer le poste avant de le solliciter. Comme dans d’autres métiers, ce phénomène joue. Je ne dis pas qu’il est généralisé, mais il est bel et bien présent. Nous devons aussi soutenir la parentalité et faciliter la conciliation vie privée/vie professionnelle. Une carrière diplomatique pèse lourd sur la vie familiale. Il y un a un déracinement cyclique tous les quatre ans, avec un changement d'environnement culturel et linguistique auxquels certains enfants s'adaptent mieux que d'autres. Il y a aussi le déracinement des cercles familiaux et amicaux. C'est exigeant. C'est pour cette raison que j'ai demandé à mon cabinet de travailler, depuis plusieurs mois déjà, à une politique familiale ambitieuse, qui prendra la forme d'un projet de loi que je compte soumettre dans les prochains mois au Parlement. C'est essentiel pour l'attractivité de la carrière et bénéficiera en réalité à tout le monde. Il faut permettre aux femmes de combiner grossesse et maternité avec leur travail, mais également promouvoir un environnement où les hommes, aussi, sont encouragés à concilier leur fonction avec leur rôle de parent. C'est lutter contre les discriminations qui touchent les femmes et assurer une véritable égalité. Nous devons également garantir l'intégrité, en adoptant une tolérance zéro contre les faits de sexisme et les discriminations. Un plan d'action sur l'intégrité est d'ailleurs en passe d'être approuvé. Mon objectif est clair: offrir un cadre de travail sûr, respectueux, inclusif, sans place pour le sexisme, le harcèlement ou les discriminations. Par ailleurs, il y a un élément purement factuel: pour pouvoir être ambassadeur, il faut avoir éprouvé ses talents pendant une quinzaine d'années en moyenne dans différents postes, afin d'être "mûr" pour assumer la fonction de numéro un d'une ambassade. Or, selon beaucoup d'ambassadeurs avec lesquels je discute, d'une génération ayant 50 ou 60 ans, 15 ans en arrière, au moment où a eu lieu leur recrutement dans la carrière diplomatique, sur 15 lauréats, il n'y avait pas plus de 2 ou 3 femmes. Cela veut dire que, même statistiquement, et c'est la réponse que je faisais en toute honnêteté dans l'article de presse sur lequel vous vous êtes appuyée pour vos questions, il y aura inévitablement un décalage de temps. Je ne vais en effet pas pouvoir dire demain que je veux maintenant du 50-50 et alors devoir éventuellement désigner des dames uniquement en vertu de leur sexe, alors qu'elles n'ont pas nécessairement le nombre d'années d'expérience, le bagage, etc. Du reste, beaucoup de femmes sont assez réticentes à la perspective d'envisager des quotas dans ce job, ne voulant pas que l'on puisse penser que c'est en vertu de ces quotas qu'elles prétendent à l'exercice de hautes responsabilités, permettant alors à certains de mettre en doute leurs compétences. Par ailleurs, je ne vois pas qu'il existe des quotas dans les concours d'entrée en médecine ou en dentisterie ainsi que dans plein d'autres fonctions ou métiers. Je ne pense pas qu'on doive nécessairement se dire qu'il faut obligatoirement que ce soit 50-50. En tout cas, ce qui est sûr, c'est qu'on doit évoluer dans la représentativité. Les équipes tant de mon cabinet que de l'administration travaillent à un plan d'action qui promeut une vision plus large en faveur de la diversité et l'inclusion en s'intéressant au genre, au handicap, à l'origine, à l'âge, à l'orientation sexuelle, dans une approche intersectionnelle. Cela aussi constitue un élément dont on parle peu, mais quand vous avez un conjoint éventuellement du même sexe, la capacité de vivre correctement les années en poste n'est pas la même selon le pays auquel vous êtes affecté, lui-même étant peut-être un pays qui réprouve certaines situations conjugales ou familiales. L'équilibre n'est dès lors pas toujours simple à trouver. Ce plan fixera un cadre ambitieux pour garantir un cadre de travail où chacun se sent respecté, valorisé et pleinement intégré. Mevrouw Huybrechts, ik wens te benadrukken dat het taalevenwicht binnen de Belgische diplomatieke dienst niet louter een beleidskeuze is, maar een wettelijke verplichting. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, zoals gecoördineerd in het koninklijk besluit van 18 juli 1966, bepalen in artikel 47, tweede alinea, § 5 dat de betrekkingen die voor de gezamenlijke buitenlandse diensten aangewezen zijn op alle trappen van de hiërarchie in gelijke mate moeten worden verdeeld over de Nederlandse en Franse taalrol. Dit betekent dat er een fiftyfiftyverdeling moet worden nagestreefd, ongeacht de demografische verhoudingen. De huidige samenstelling weerspiegelt deze wettelijke norm en niet de demografische afspiegeling. Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui était très complète et pour le temps que vous avez consacré à donner ces explications. Je vois que ce sujet vous tient à cœur, ce n'est pas juste de la politique politicienne. Au vu des exemples que vous avez donnés, je constates que vous avez travaillé sur la question et que vous cherchez réellement des solutions. Le pays idyllique, c'est la Finlande, c'est le premier! C'est le pays où on est le plus heureux sur Terre. Cela veut dire que mettre des femmes en position de leadership contribue à notre bonheur. Voyez comment vous êtes accueilli et traité dans cette Assemblée constituée de nombreuses femmes, et ce malgré que nous ne soyons pas d'accord, que nous n'ayons pas la même vision politique! Il y a toutefois un aspect sur lequel votre réponse n'était pas encore assez élaborée à mon goût, celui de la diversité culturelle et l'intersectionnalité. Monsieur le ministre, regardez dans ce Parlement; quand vous circulez dans les couloirs, combien de députés ou combien de fonctionnaires issus de la diversité culturelle croisez-vous dans les couloirs? C'est parce qu'il y a un réel plafond de verre. Je pense qu'il faut vraiment travailler sur des campagnes de sensibilisation pour encourager les différentes communautés présentes en Belgique à présenter le concours de la diplomatie. Je sais qu'à l'ULB, il y a un cours de diplomatie en spécialisation. Mais je pense qu'il faut vraiment qu'au sein du ministère des Affaires étrangères, existe une cellule qui se rende dans les universités afin d'expliquer aux étudiants comment faire pour devenir diplomate. Combien d'étudiants belges issus de la diversité font-ils des études qui peuvent les amener à ces carrières? Je pense qu'ils n'ont pas accès à l'information. J'ai l'impression que le travail d'information doit être intersectionnel. Parce qu'être une femme représente déjà un frein mais être une femme issue de la diversité, ce sont plusieurs discriminations qui sont cumulées, et cela rend les choses difficiles. Je pense sincèrement pouvoir compter sur vous sur ce point. Je ne vous le dirai pas tout le temps, mais j'ai cru percevoir beaucoup de sincérité dans votre réponse. Mijnheer de minister, wanneer het vandaag over diversiteit en diplomatie gaat, horen we grote woorden over gelijkheid en representativiteit, maar de taalkundige diversiteit die België structureel kenmerkt, hoort daar niet bij. Ik ken de wet en heb er al heel vaak naar verwezen in schriftelijke vragen waarin ik naar de verhouding vraag, zowel bij de diplomaten als bij het personeel van uw eigen kabinet. We stellen stelselmatig een fiftyfiftybenadering vast, maar er valt vooral op dat bij de hogere functies de Franstaligen zeer sterk aanwezig zijn. Dat is natuurlijk geen detail. Zeker bij diplomaten stellen we dat vast. Als bij de vertegenwoordiging van België de Nederlandstaligen ondervertegenwoordigd zijn, is het logisch dat de Vlaamse belangen ondervertegenwoordigd aan bod komen. Zolang de Nederlandstaligen structureel ondervertegenwoordigd blijven, is het discours over een representatieve diplomatie hol. Ik voel dat u dat ook weet en dat misschien wel wilt veranderen. Daartoe krijgt u volgend jaar de kans, wanneer u mijn voorstel daarover kunt steunen. De voorzitster : Ik kijk even naar u, mijnheer de minister, omdat u een timing hebt aangegeven. Mevrouw de voorzitster, persoonlijk heb ik nog wat tijd, maar ik vermoed dat we moeten stoppen voor het personeel van de Kamer. De voorzitster : Mijnheer de minister, het is voor de tolken. Er is een probleem, omdat er in de plenaire vergadering ook vertaling nodig is. Dat is mij ook meegedeeld. We hebben daar respect voor, voor mannen en vrouwen en zeker voor tolken. Dank u wel voor al uw werk. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.21 uur. La réunion publique de commission est levée à 18 h 21.

Commissievergadering op 17 december 2025

🌐 Commissie Buitenlandse Betrekkingen

Van 14h49 tot 18h21 (3 uur en 32 minuten)

20 vragen

Voorgezeten door

CD&V Els Van Hoof

Volledig verslag op dekamer.be

Vragen

De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.

Een VN-conventie inzake ouderenrechten

Gesteld door

CD&V Els Van Hoof

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Els Van Hoof (CD&V) dringt aan op Belgische betrokkenheid bij het opkomende VN-verdrag voor ouderenrechten, wijzend op toegenomen leeftijdsdiscriminatie en geweld tegen ouderen, en bekritiseert dat België niet meewerkte aan de initiële VN-resolutie – ondanks het regeerakkoord. Maxime Prévot (minister) bevestigt Belgische steun voor de resolutie (aangenomen op 3/04/2025) en belooft constructieve deelname aan de werkgroep, maar stelt dat de start vertraagd is door VN-financiële crisis; betrokkenheid van seniorenorganisaties zoals OKRA wordt in overweging genomen. Van Hoof uit tevredenheid over de toezeggingen maar vreest vertraging door budgettaire problemen en benadrukt de nood aan snelle, concrete stappen, mede onder druk van het middenveld.

Els Van Hoof:

De VN pleit voor een internationaal verdrag inzake ouderenrechten. Ook in het federale regeerakkoord werd opgenomen dat de strijd moet worden aangegaan tegen agisme of leeftijdsdiscriminatie.

Vandaag werd in de media nog bericht dat geweld en misbruik ten aanzien van ouderen toenemen. Dat is alarmerend en vraagt om bijzondere aandacht. Daarom is een internationale VN-conventie rond ouderenrechten aangewezen. Overal ter wereld worden mensen immers ouder, tenzij er sprake is van conflict uiteraard.

De VN-Mensenrechtenraad nam een resolutie aan waarbij een nieuwe open-ended intergouvernementele werkgroep werd opgericht, met als opdracht een bindend instrument op te stellen over de mensenrechten van ouderen. België nam helaas niet deel aan het opstellen van die resolutie, in tegenstelling tot een tiental andere EU-lidstaten. Ik stel wel vast dat er ter zake vooruitgang wordt geboekt op het vlak van dat inzicht.

U verklaarde bij de bespreking van uw beleidsnota in juni echter dat België zal deelnemen aan de werkzaamheden van die werkgroep, indien mogelijk in EU-verband. De Belgische positie zou in overleg met de deelstaten worden bepaald.

Vandaar mijn vragen. Is de werkgroep reeds opgestart? Neemt België effectief actief deel aan de werkzaamheden? Wat is de concrete Belgische positie? Seniorenverenigingen, onder andere OKRA, gaven bij mij aan dat ze graag betrokken willen worden bij het uitwerken van een Belgisch standpunt. Staat u of uw departement in overleg met deze seniorenverenigingen?

Maxime Prévot:

Mevrouw Van Hoof, zoals u weet zijn mensenrechten en non-discriminatie een prioriteit in het Belgisch buitenlands beleid.

Het federale regeerakkoord van 2025 bepaalt inderdaad dat België zich inzet voor een VN-verdrag over de rechten van oudere personen. Dat is ook de reden waarom België, dat momenteel lid is van de VN-Mensenrechtenraad, op 3 april 2025 de consensuele aanneming heeft gesteund van een VN-resolutie die voorziet in de oprichting van een intergouvernementele werkgroep met als mandaat de ontwikkeling van een nieuw internationaal juridisch bindend instrument over de rechten van oudere personen.

Daarmee werd een nieuw multilateraal proces op gang getrokken, dat naar verwachting enige tijd zal duren. Ons land neemt zich voor om constructief deel te nemen en bij te dragen aan de werkzaamheden van die nieuwe intergouvernementele werkgroep.

Momenteel is het echter nog niet duidelijk wanneer de werkgroep voor het eerst zal bijeenkomen. Mogelijk houdt dat verband met de financiële crisis waarmee de Verenigde Naties en in het bijzonder het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten worstelen. Bij gebrek aan middelen worden verschillende door de Mensenrechtenraad gemandateerde activiteiten op dit ogenblik niet opgestart of uitgevoerd.

Onze permanente vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties in Genève volgt dit nauwgezet op. Zodra we meer informatie ontvangen over de eerste bijeenkomst van de intergouvernementele werkgroep, zal een Belgische positie bepaald worden. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de betrokkenheid van relevante actoren, zodat hun inzichten kunnen worden meegenomen in het verdere proces. Ik dank u.

Els Van Hoof:

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ben tevreden met uw antwoord, in het bijzonder met het laatste element over de betrokkenheid van het middenveld, ook bij de positiebepaling op internationaal vlak. Hopelijk kan de werkgroep inderdaad snel starten. Het traject kent al een lange geschiedenis, maar de steun ervoor wordt alleen maar groter. We moeten daarin meegaan. Ik hoop dat de financiële crisis dit niet zal belemmeren, maar we zullen dit in ieder geval verder opvolgen. Ik zal dit ook meegeven aan de organisaties die mij daarover actief hebben bevraagd. Naar aanleiding van het regeerakkoord hebben zij ook alle partijen een brief gestuurd om dit actief te ondersteunen. Ik hoop dat we met deze regering daadwerkelijk tot concrete stappen kunnen komen inzake een Belgische positie.

De intimidatie van Iraanse vluchtelingen in Europa door het Iraanse regime
De executiegolf in Iran en de intimidatie van vluchtelingen
Bita Shafiei en de protesten tegen het regime in Iran
Intimidatie en onderdrukking van Iraanse vluchtelingen en dissidenten door het regime

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Annick Lambrecht (AL) bekritiseert de "industriële schaal" van executies in Iran (1.000+ in 9 maanden) en vraagt om concrete Belgische/EU-actie, waaronder bescherming van Iraanse vluchtelingen in België en sancties tegen Iraanse agenten. Minister Prévot (MP) bevestigt verurdeling van de doodstraf, wijst op EU-sancties (juli 2024) en een gezamenlijke verklaring van 14 landen tegen Iraanse intimidatie, maar sluit steun aan antiregimeprotesten uit omwille van soevereiniteit. Sam Van Rooy (SVR) bekritiseert MP scherp voor "milde houding tegenover Iran" (vergeleken met Israël), noemt het regime "sjiitische IS" en eist steun voor protesten; MP houdt vast aan diplomatieke druk zonder inmenging. AL dringt aan op voortgezette verurdeling en sancties, SVR beschuldigt MP van dubbele standaarden ("hard voor bondgenoten, mild voor islamonazisme").

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik vestig graag uw aandacht op de extreem verontrustende en alarmerende toename van het aantal executies in Iran. Volgens een rapport van Amnesty International zijn er ernstige aanwijzingen dat in Iran in de eerste negen maanden van dit jaar meer dan 1.000 mensen zijn geëxecuteerd, wat het hoogste aantal in decennia zou zijn.

Het is duidelijk dat het regime de doodstraf op intensieve en industriële schaal gebruikt, als instrument van repressie en intimidatie van de bevolking. De families van de veroordeelden leven in constante angst voor de onherroepelijke gevolgen. Bovendien blijkt uit recente berichtgeving dat de Iraanse geheime diensten hun inspanningen opvoeren om Iraanse politieke vluchtelingen en dissidenten in het buitenland, ook in België, evenals hun families in Iran, te bedreigen, te bespioneren en te intimideren, met als doel hen het zwijgen op te leggen.

Ik heb hierover een aantal vragen. Ten eerste, is de Belgische regering op de hoogte van de scherpe toename van het aantal executies in Iran, met name meer dan 1.000 in de eerste negen maanden van dit jaar, en welke concrete stappen heeft ze op bilateraal en Europees niveau ondernomen om dit ter sprake te brengen bij de Iraanse autoriteiten?

Ten tweede, welke specifieke acties onderneemt België om dringend aandacht te vragen voor het lot van de politieke gevangenen die een executie boven het hoofd hangt?

Ten derde, welke maatregelen neemt de Belgische regering om Iraanse asielzoekers, vluchtelingen en hun families in België te beschermen tegen de gemelde intimidatie, spionage en bedreigingen door agenten van Iran? Zal België concrete stappen ondernemen om de betrokken agenten en huurlingen te vervolgen en uit te wijzen?

Ten vierde, zal België, in het licht van deze verergerde mensenrechtensituatie een Europees initiatief steunen of nemen dat de druk op Iran opvoert met betrekking tot het gebruik van de doodstraf, in het bijzonder tegen politieke tegenstanders en minderheden, en dat aandringt op een onmiddellijk moratorium op alle executies?

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, wie volgt wat het islamitische regime van Iran allemaal uitvreet, zowel in de wereld als tegen de eigen bevolking, die zou denken dat Israël Iran beter een kopje kleiner had gemaakt en zou toen hebben moeten juichen voor wat de Israëlische regering aan het doen was tegen het Iraanse regime. Helaas horen we hier vaak het tegenovergestelde geluid en vervolgens komen er parlementsleden klagen over wat het Iraanse regime allemaal uitvreet. Ik heb daar zo mijn bedenkingen bij.

Laat ons hopen, mijnheer de minister, dat Iran op een keerpunt staat. Er zijn een aantal factoren die erop kunnen wijzen dat verschrikkelijke jihadistische ayatollahregime misschien eindelijk ten val zou kunnen komen, maar voor het zover is, moeten wij ons buigen over weer maar eens iemand, een jonge dame, de 19-jarige activiste Bita Shafiei, die ontvoerd is door de Islamitische Republiek.

Agenten van de jihadistische IJC arresteerden en ontvoerden haar, net zoals haar moeder trouwens, tijdens een van de vele gecoördineerde sharia-acties. Bita werd bekend toen zij in verzet kwam tegen het jihadistische Iraanse regime en de vergiftiging door het regime van meer dan 1.000 schoolmeisjes. Kunt u zich dat voorstellen, een regime dat 1.000 schoolmeisjes vergiftigt? Ook haar steun voor de kroonprins Reza Pahlavi is een factor die hier meespeelt. De bewoners van Junaqan, haar geboorteplaats, hebben een hard ultimatum aan het Iraanse shariaregime gesteld, namelijk dat het Bita en haar moeder moet vrijlaten of dat het een landelijk antiregimeprotest moet riskeren.

Mijnheer de minister, ik ben benieuwd naar uw reactie hierop. Welk signaal geeft België aan het jihadistische regime van Iran? Ik mag toch hopen dat België die antiregimeprotesten steunt? Zo ja, hoe kan België dit soort antiregimeprotesten steunen zodat het Iraanse regime zo snel mogelijk, hopelijk nog tijdens onze carrière of ons leven, ten val kan worden gebracht?

Maxime Prévot:

Mevrouw Lambrecht, mijnheer Van Rooy, ik zal uw vragen uiteraard beantwoorden, evenals de vragen die oorspronkelijk door mevrouw Samyn werden gesteld.

Zoals u weet, valt de beoordeling van de dreiging in ons land, met inbegrip van onze diplomatieke belangen in het buitenland, onder de bevoegdheid van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) en van de minister van Binnenlandse Zaken, die u waarschijnlijk ook hebt geraadpleegd.

Op 31 juli ondertekende België een gezamenlijke mededeling van 14 landen waarin de toename van de staatsdreigingen door Iraanse inlichtingendiensten op hun respectieve grondgebied werd veroordeeld.

Enkele dagen eerder, op 15 juli, heeft de Europese Unie met Belgische steun een pakket sancties goedgekeurd tegen acht personen en één entiteit in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten. Die sancties tonen aan dat de EU zich zorgen maakt over de transnationale repressie door Iraanse overheidsinstanties.

Mevrouw Lambrecht, het huidige tempo van executies in Iran is inderdaad verschrikkelijk. Het aantal executies is de laatste jaren sterk en gestaag toegenomen. Een zeer grote meerderheid van die executies houdt verband met drugsdelicten of moorden. België veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de uitvoering van de doodstraf door de Iraanse autoriteiten.

België neemt de kwestie van het respect voor de mensenrechten systematisch op in de agenda van zijn contacten met de Iraanse autoriteiten en pleit ook op multilateraal niveau voor de afschaffing van de doodstraf in Iran. België heeft Iran eveneens aanbevolen een moratorium op executies in te stellen, met het oog op de afschaffing van de doodstraf. Op 10 september heeft de EU, met Belgische steun, opnieuw een verklaring gepubliceerd waarin de problematiek werd aangekaart en het gebruik van de doodstraf in Iran wordt veroordeeld.

Mijnheer Van Rooy, ons land steunt de fundamentele aspiratie van het Iraanse volk voor mensenrechten en democratie, maar neen, België steunt geen antiregimeprotesten in Iran. We moeten consequent zijn. Ons buitenlands beleid is gebaseerd op respect voor het internationaal recht. Dat betekent ook respect hebben voor de nationale soevereiniteit van staten en geen inmenging in hun interne aangelegenheden.

Omdat we ondanks alles de dialoog blijven voeren, maken we onze analyses en verwachtingen uiteraard zeer duidelijk en krachtig kenbaar aan Teheran.

Als gevolg van het schadelijk gedrag van de Islamitische Republiek op verschillende vlakken, ook inzake de mensenrechtensituatie, hebben België en de Europese Unie hun toon verhard en een aantal maatregelen genomen, met name de goedkeuring van aanvullende sancties tegen de Islamitische Republiek. Ons recent regeerakkoord weerspiegelt dat standpunt.

Annick Lambrecht:

Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik denk dat het zeer belangrijk is dat we het punt van de executies hier op de agenda blijven zetten. We hebben het er al vaak over gehad. Het is een belangrijk signaal dat u nu nog eens hebt gezegd dat België dit ten zeerste veroordeelt als land zelf, maar ook als deel van de Europese Unie en dat we ons ook heel erg zorgen maken. Meer dan 1.000 executies in negen maanden, dat is niet echt een trend die de goede richting uitgaat.

Mijnheer de minister, ik kan u alleen vragen dat u dit op elk overleg, op elke mogelijkheid tot dialoog en communicatie met de Iraanse autoriteiten, ter sprake blijft brengen en onze afschuw voor dergelijke executies overbrengt, zodat men blijft zien dat het internationaal recht en de mensenrechten voor België geen vodje papier zijn.

Ik kan ook alleen hopen dat België, maar ook de EU de sancties uitbreidt als dit tempo van executies niet stopt en integendeel nog blijft uitbreiden.

Sam Van Rooy:

Minister, het regime van Iran is in wezen de sjiitische versie van Islamitische Staat. Het betreft een moorddadig, jihadistisch shariaregime: jihadistisch naar ons toe en een shariaregime ten aanzien van de Iraniërs zelf. U spreekt over respect voor soevereiniteit, maar dat staat in schril contrast met uw bemoeienissen met Israël. Bovendien is Iran bezet door het islamitische regime en wordt het Iraanse volk gegijzeld door de ayatollahs. Het ayatollahregime had er trouwens nooit mogen zijn – met dank ook aan het Westen – en had allang op de vuilnisbelt van de geschiedenis moeten liggen. De ontvoering van deze 19-jarige studente vormt daarvan het trieste en zoveelste bewijs. Mijnheer de minister, ChatGPT vergeleek uw uitlatingen en acties inzake Iran met die inzake Israël, een land dat nota bene in vergelijking met Iran de hemel op aarde is. De conclusie luidt: "Prévot is hard tegen Israël en mild voor Iran." U bent dus hard voor de geallieerden en mild voor het islamonazisme, minister Prévot.

Het Amerikaanse vredesplan voor de oorlog in Oekraïne
De Amerikaanse vredesvoorstellen, de Russische eisen en de Europese risico's
De situatie in Oekraïne
Het vredesakkoord in Oekraïne
Geopolitieke spanningen en vredesonderhandelingen in Oekraïne

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Katrijn van Riet bekritiseert dat de VS via pro-Russische tussenpersonen onderhandelingen voeren die territoriale toegevingen aan Oekraïne dreigen op te leggen, terwijl Poetin militaire druk en diplomatieke vertragingstactieken hanteert om Europa en Oekraïne te splijten. Minister Prévot benadrukt dat België en de EU vasthouden aan Oekraïens zelfbeschikkingsrecht en territoriale integriteit, maar bevestigt dat er in Berlijn akkoord ging over een 800.000 manschappen sterk Oekraïens leger, een NAVO-achtige veiligheidsgarantie en een VS-geleid toezichtsmechanisme—mits Oekraïne instemt en Rusland (dat volgens Prévot maximalistische eisen blijft stellen) meewerkt. Depoorter en Van Riet onderstrepen unaniem dat vrede alleen haalbaar is met Oekraïense en Europese inbreng, zonder Amerikaanse dominantie, en dat bij falen van onderhandelingen verdere sancties tegen Rusland noodzakelijk zijn. Prévot bevestigt Belgiës betrokkenheid bij een 20e EU-sanctiepakket en waarschuwt dat Rusland de diplomatie misbruikt om tijd te winnen.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, figuren die nauwe banden hebben met de Russische Federatie zouden het proces beïnvloeden, en Washington lijkt eerder te mikken op een deal dan op een rechtvaardige en duurzame vrede. Europa en vooral Oekraïne houden ondertussen vast aan hun principes: geen territoriale toegevingen en geen erkenning van Russische, maximalistische eisen.

Tegelijkertijd verontrusten uitspraken zoals de bewering dat Europa en Kiev zouden eten uit de hand van de VS, of zelfs verraden zullen worden, het Europees continent. Onze strategische positie lijkt onder vuur te liggen. De Russische president Poetin blijft inzetten op militaire druk, terreur tegen energie-infrastructuur en onderhandelingstechnieken die aansturen op capitulatie.

Vanuit onze zorg voor veiligheid, soevereiniteit en de internationale rechtsorde wil ik u vragen hoe u de Amerikaanse bemiddelingsinspanningen beoordeelt, gezien de signalen dat er nog territoriale toegevingen zouden plaatsvinden en dat Washington de onderhandelingen voert met figuren die Rusland gunstig gezind zijn.

Welke garanties vraagt België in Europees verband om te vermijden dat de EU in een onderhandelingskader belandt waar Amerikaanse belangen primeren op de Europese veiligheidsdoelstellingen?

Hoe verzekeren we dat het Oekraïense standpunt, geen afstand van internationaal erkend grondgebied, niet onder druk wordt uitgehold door externe actoren die snel een deal willen?

Analyseert de EU de Amerikaanse voorstellen op hun impact op onze veiligheid, en neemt België daarin een actieve rol op?

Hoe schat u het risico in dat Rusland diplomatieke processen misbruikt om tijd te winnen en tegelijk zijn militaire druk op Oekraïne opvoert? Hoe vertaalt dat zich in het Belgische en Europese standpunt?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, collega’s, zoals u ziet, ligt het lot van het Oekraïense volk ons na aan het hart. Daarvan getuigen de twee vragen uit één fractie. Uiteraard raakt de oorlog in Oekraïne ons allemaal. Die oorlog vindt aan onze grenzen plaats, blijft maar duren en heeft zware gevolgen voor de burgerbevolking. Ook internationaal is het een veelbesproken thema.

Er lopen onderhandelingen, waarin zowel de Verenigde Staten als Europa een rol spelen, maar uiteraard zijn de belangrijkste partijen Oekraïne en Rusland zelf, die tot een toekomstig vredesakkoord zouden moeten komen. Daarbij benadrukken we nogmaals dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van het Oekraïense volk gerespecteerd moeten worden.

Mijnheer de minister, ik had dan ook graag van u vernomen welke concrete contouren zich vandaag aftekenen waar wij als land en de Europese Unie kunnen achterstaan. Hoe beoordeelt u de haalbaarheid en de wenselijkheid om een gedemilitariseerde zone of vrijhandelszone uit te werken, zowel vanuit het oogpunt van de Oekraïense soevereiniteit en veiligheid als vanuit het Europees en internationaal recht?

Zowel de Amerikaanse president Trump als de Duitse bondskanselier Merz verklaarden dat vrede dichterbij is dan ooit. Hoe ziet u dat? Wat is de stand van zaken?

De voorzitster : De heer Lutgen is niet aanwezig.

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, ik zal antwoorden op de vragen van mevrouw van Riet en mevrouw Depoorter, maar ook op de vragen van de heren Lacroix en Lutgen.

Beste Kamerleden, de gesprekken zijn de afgelopen dagen nog in een stroomversnelling gekomen. Het is heel positief dat de E3, dus Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, een heel actieve rol heeft opgenomen in de gesprekken tussen de Verenigde Staten en Oekraïne.

Comme je l'ai déjà dit lors de la dernière réunion de cette commission, notre pays, comme d'autres alliés de l'Ukraine, est informé des efforts qui sont déployés par ces trois pays à travers les réunions de la Coalition des volontaires, d'une part, et du Conseil des Affaires étrangères, d'autre part. Et notre position reste identique: la guerre doit bien évidemment cesser au plus vite, mais à des conditions acceptables pour l'Ukraine.

Na twee dagen van gesprekken in Berlijn zijn de Verenigde Staten, Oekraïne en de Europese partners het eens geraakt over verschillende punten. Zo bestaat de intentie dat de Oekraïense strijdkrachten in vredestijd een sterkte van 800.000 manschappen moeten kunnen behouden. Daarnaast zal een Europese, multinationale missie worden opgezet, gesteund door de Verenigde Staten, binnen het kader van de coalition of the willing . Zoals eerder aangegeven, zal ons land aan die missie deelnemen. Die missie zal bijdragen aan het regenereren en versterken van de Oekraïense troepen, het beveiligen van het luchtruim en het waarborgen van veilige zeeën, met inbegrip van operaties binnen Oekraïne. Voorts is een door de Verenigde Staten geleid monitoring- en verificatiemechanisme voorgesteld om een staakt-het-vuren te bewaken, vroegtijdige waarschuwingen te geven en schendingen aan te pakken. Dat mechanisme moet tevens bijdragen aan het voorkomen van escalatie.

Er bestond bovendien overeenstemming over een pakket van NAVO-achtige veiligheidswaarborgen en economische steun voor Oekraïne zodra de gevechten stoppen.

Dat brengt mij terug bij de resultaten van de gesprekken in Berlijn. Het is belangrijk te onderstrepen dat de Verenigde Staten en de Europese partners Oekraïne krachtig blijven steunen in zijn streven naar lidmaatschap van de Europese Unie. Op diplomatiek vlak boeken die gesprekken alvast een zekere vooruitgang. Veel details blijven evenwel vaag en vereisen nog verdere onderhandelingen, ook met de Verenigde Staten.

La question territoriale, notamment, reste toujours ouverte. On entend des idées, comme la création d'une zone économique libre ou une zone démilitarisée, voire l'abandon de territoire. Cette question est particulièrement sensible et difficile. Un accord, quel qu'il soit, concernant le territoire, doit d'abord être approuvé par l'Ukraine, et le président Zelensky a formulé l'intention de tenir une consultation publique à ce sujet, mais cela ne peut en aucun cas être fait sans des garanties de sécurité inébranlables.

Un autre test consiste évidemment à voir si Poutine accepte ces propositions. Le président ukrainien a déclaré qu'à la suite des pourparlers de Berlin, la délégation américaine allait désormais entamer des discussions avec la Russie.

Néanmoins, hier, déjà, le vice-ministre des Affaires étrangères de la Russie a indiqué que la Russie n'acceptera aucun compromis concernant les territoires occupés de l'Ukraine. Moscou campe donc jusqu'à présent sur ses exigences maximalistes de vouloir contrôler des régions que l'armée russe n'a pas réussi à conquérir malgré des pertes énormes.

Cela nous rappelle que la Russie n'est pas en train de gagner cette guerre d'attrition. La Russie veut semer la discorde en Ukraine, entre l'Ukraine et ses alliés, mais aussi au sein de l'OTAN. Ainsi, à la proposition du président ukrainien d'un cessez-le-feu – en particulier pour les infrastructures énergétiques – pendant la période de Noël, Moscou a réagi de manière cynique. Je salue le fait que l'Ukraine continue à se montrer constructive, par exemple en proposant de tenir des élections à condition de pouvoir les organiser dans un contexte sécurisé, autrement dit un cessez-le-feu.

Het diplomatiek werk wordt dus voortgezet. Indien een akkoord wordt gevonden, zal het noodzakelijk zijn om snel te schakelen om de nodige veiligheidsgaranties te implementeren. Het risico bestaat evenwel dat een akkoord uitblijft en dat de oorlog onverminderd voortduurt. Hoe de Verenigde Staten daarop zullen reageren, is een vraag die uitsluitend door de Verenigde Staten kan worden beantwoord. België vertrekt alvast van het principe dat er niets kan worden beslist over Oekraïne zonder de betrokkenheid van Oekraïne zelf. Evenmin kan er iets worden beslist over Europa en de NAVO zonder dat die daarbij worden betrokken. De fundamenten van het internationaal recht en van het Handvest van de Verenigde Naties vormen voor ons land de basis voor een duurzame vrede.

Indien er geen akkoord wordt bereikt, pleit ik ervoor, zoals ik dat ook deed tijdens de Raad Buitenlandse Zaken, om de druk op Rusland hoog te houden door bijkomende sancties en om parallel daaraan de steun aan Oekraïne verder op te voeren, tot Moskou op basis van een kosten-batenanalyse tot de conclusie komt dat echte onderhandelingen verkieslijk zijn.

Les sanctions ciblées constituent actuellement le meilleur moyen de freiner l'effort de guerre russe. Aucun allègement des sanctions n'est envisageable avant qu'une paix juste et durable ne soit conclue. La Belgique participera aux efforts communs visant la flotte fantôme russe ainsi qu'à un vingtième paquet de sanctions envisagé au sein de l'Union européenne.

La Belgique continue à soutenir activement l'Ukraine. Depuis le début de l'agression russe à grande échelle, la Belgique a fourni plus de 3,3 milliards d'euros en soutien bilatéral à l'Ukraine et maintiendra son engagement multidimensionnel pour la durée de toute cette législature.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, het stemt mij positief te vernemen dat er reeds plannen bestaan voor het geval een akkoord wordt bereikt. U spreekt al over wat in vredestijd zou kunnen gebeuren, met name over het behoud van 800.000 soldaten in Oekraïne en over de rol die Europa via de coalition of the willing zou kunnen opnemen bij het ondersteunen van en het toezicht houden op een staakt-het-vuren. Dat zijn voor mij allemaal positieve signalen. Voorwaarde is uiteraard dat er eerst een akkoord tot stand komt. Ik begrijp dat het bijzonder moeilijk is om daarop vooruit te lopen. Dat zal geen eenvoudige opdracht zijn aangezien Rusland vermoedelijk niet snel zal willen schakelen. Een staakt-het-vuren tijdens de kerstperiode zou alvast erg welkom zijn.

Het blijft afwachten hoe de situatie evolueert. In ieder geval dank ik u voor uw antwoord en voor uw engagement om bij het uitblijven van een akkoord bijkomende sancties te overwegen om Rusland dat te laten voelen.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, uiteraard is er alle steun voor de processen die momenteel gaande zijn en voor de vertegenwoordiging die u telkens opneemt binnen de Europese Raad. Ook de steun die onze regering resoluut wil geven aan het Oekraïense volk en aan het vredesproces, verdient erkenning. Het is heel goed dat drie Europese landen, namelijk Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, daarin een duidelijke stem laten horen en vooruitgang boeken in het vredesproces. Wat u aangeeft, raakt de kern van de zaak. Wij kunnen niet evolueren naar een vredesakkoord zonder instemming van het Oekraïense volk. Dat betekent dat Oekraïne een stem aan tafel moeten hebben, net zoals Europa mee aan tafel moet zitten om samen te zoeken naar hoe we het vredesproces zullen aanpakken alsook hoe we de wederopbouw zullen organiseren en hoe we ervoor zullen zorgen dat die vrede stabiel blijft en leidt tot een duurzame toekomst voor het Oekraïense volk en bijgevolg voor het volledige Europese continent.

De erkenning van het eiland Bougainville

Gesteld door

MR Anthony Dufrane

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Anthony Dufrane vraagt naar België’s standpunt over de geplande onafhankelijkheid van Bougainville (2027), na het overweldigende referendum (98% voor) in 2019, en hoe België de transitie zal steunen, inclusief diplomatieke erkenning, EU-samenwerking en respect voor internationaal recht. Minister Prévot benadrukt dat België de kwestie beoordeelt aan de hand van VN-principes (zelfbeschikking, mensenrechten, minderhedenbescherming) en steunt op VN-gemedieerde onderhandelingen, maar plant geen directe Belgische maatregelen buiten bestaande EU-projecten (bv. vrouwenrechten). Dufrane wijst op het geopolitieke belang van een nieuw land (300.000 inwoners) en verwacht dat België de ontwikkelingen nauwgezet zal opvolgen.

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, l’île de Bougainville, région de Papouasie-Nouvelle-Guinée, a organisé en 2019 un référendum d’indépendance au cours duquel plus de 98 % des votants se sont prononcés en faveur de son autonomie. Depuis, les négociations entre les autorités locales et le gouvernement de Papouasie-Nouvelle-Guinée se poursuivent afin de définir les modalités de cette transition, qui devrait aboutir à la création d’un nouvel État souverain en 2027.

Cette situation soulève des questions quant à la position que la Belgique pourrait adopter en cas de reconnaissance internationale de Bougainville, notamment en matière de relations diplomatiques, d’aide au développement et de coopération avec les autres États membres de l’Union européenne. Les enjeux géopolitiques, économiques et humanitaires liés à cette éventuelle indépendance nécessitent une réflexion stratégique, d’autant plus que la Belgique a historiquement soutenu les processus de décolonisation et d’autodétermination.

Monsieur le ministre, quelle est la position actuelle de la Belgique concernant la reconnaissance de cette île? Quels critères seraient pris en compte pour une éventuelle reconnaissance diplomatique? Comment la Belgique compte-t-elle collaborer avec ses partenaires européens et internationaux pour accompagner ce processus d’indépendance? Quels seraient les impacts potentiels de cette reconnaissance sur les relations bilatérales entre la Belgique et la Papouasie-Nouvelle-Guinée? Envisagez-vous de mettre en place des mesures spécifiques pour soutenir Bougainville en cas d’indépendance? Pour conclure, comment la Belgique compte-t-elle s’assurer que le processus d’indépendance de Bougainville respecte les principes du droit international, notamment le droit des peuples à disposer d’eux-mêmes et la protection des minorités? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Maxime Prévot:

Je vous remercie pour votre question. Bien que le reconnaissance d'un État soit un acte souverain et politique, la Belgique examine les questions d'indépendance en veillant au respect du cadre juridique international, notamment des principes consacrés par la Charte des Nations Unies et la coutume internationale. Le principe d'autodétermination, le respect des droits humains et des droits des minorités sont certaines des notions essentielles du droit international que notre pays défend dans ce cadre également. De façon générale, la Belgique coordonne ses positions sur les sujets internationaux avec l'Union européenne et les autres États membres. En ce qui concerne la situation sur l'île de Bougainville, notre pays soutient les efforts de paix de l'ONU. Je salue la volonté affichée par les autorités autonomes de Bougainville et le gouvernement de Papouasie-Nouvelle-Guinée de poursuivre les discussions sous l'égide de l'ONU. Et je me joins aux appels qui souhaitent la désignation prochaine d'un médiateur.

En ce qui concerne les mesures spécifiques de soutien, l'Union européenne finance une série de projets également à Bougainville, visant par exemple à autonomiser les femmes et à promouvoir la résilience sociale, mais, a priori – à court terme du moins –, il n'est envisagé d'y déployer aucun projet spécifique sous l'égide du seul drapeau belge.

Anthony Dufrane:

Je note qu'aucun nouveau pays n'avait vu le jour depuis le Soudan du Sud en 2011. L'arrivée d'un éventuel nouvel acteur sur la scène internationale est toujours importante, qu'importe la taille de ce pays, en l'espèce d'une population d'un peu plus de 300 000 habitants. Même si cette île présente également une faible superficie, elle sera amenée à entrer en relation avec d'autres pays, et je ne doute que vous y représenterez les intérêts de notre pays. J'ai bien pris note de la désignation d'un médiateur et je ne doute pas que vous-même et votre administration suivrez les discussions entre cet éventuel nouvel État et l'Union européenne. Je vous remercie.

De Amerikaanse escalatie in Venezuela
De militaire operaties van de VS in Venezuela
De 'double tap'-acties
President Trump en Venezuela
De situatie in Venezuela
De situatie in Venezuela
De Amerikaanse betrokkenheid en militaire acties in Venezuela

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat de VS de druk op Maduro opvoeren met militaire acties (o.a. scheepsvernietigingen en olieblokkades) onder het mom van drugsbestrijding, maar benadrukt dat België/EU vasthouden aan internationaal recht en unilaterale VS-acties afwijzen, zoals bevestigd op de EU-CELAC-top. Hij belooft dit standpunt te herhalen in aankomende gesprekken met de VS, maar Lambrecht en Depoorter kritiseren dat de VS-diplomatie ontbreekt en proportionaliteit/procedures (bv. double-tap-methode) twijfelachtig zijn. Lydia Mutyebele Ngoi beschuldigt de VS van openlijke inmenging in Venezuela (en Europa) en een illegale olieblokkade om Maduro ten val te brengen, wat ze grove schendingen van soevereiniteit noemt, terwijl Prévot herhaalt dat recht en dialoog zijn prioriteit blijven—zonder concrete stappen voor de-escalatie of steun aan Venezolaanse oppositie (bv. Machado) te beloven.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, op dit moment vindt in het Caraïbisch gebied de grootste Amerikaanse militaire opbouw plaats sinds de invasie van Panama in 1989. De wereld is getuige van snel oplopende en zorgwekkende militaire spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela. De Amerikaanse operatie wordt officieel gerechtvaardigd met beschuldigingen van drugshandel en met aantijgingen dat president Maduro een drugskartel zou leiden. Sinds september heeft die operatie geleid tot aanvallen op bijna 30 schepen en vielen er, volgens de meest recente cijfers, ongeveer 95 doden.

Dat gebeurt terwijl wordt gesteld dat het drugstransport vanuit Venezuela naar de Verenigde Staten nauwelijks betekenisvol is. Inmiddels is ook gebleken dat onschuldige vissersboten tot de slachtoffers behoren. De escalatie wordt elke dag ernstiger. Tussen de indiening van mijn vraag en vandaag blijven de verwijten zich opstapelen. Er worden nog steeds schepen aangevallen en olietankers in beslag genomen.

Bestaat er binnen de Europese Commissie een eensgezinde boodschap over deze escalatie? Zal het gebruik van geweld in de regio worden veroordeeld en wordt er opgeroepen tot een onmiddellijke terugkeer naar diplomatieke onderhandelingen om deze crisis op te lossen? Bestaat hierover contact tussen u en de Verenigde Staten?

Welke stappen onderneemt u als minister van Buitenlandse Zaken binnen de EU om een de-escalatie te bevorderen en om te garanderen dat de Verenigde Staten in de regio het internationaal recht en de soevereiniteit van de staten respecteren?

Hebt u van uw Nederlandse ambtsgenoot bezorgde signalen ontvangen in verband met de positie van de Nederlandse eilanden in het Caraïbisch gebied, meer bepaald Aruba en Curaçao, gelet op de aanwezigheid van de Verenigde Staten?

Onderneemt België of de Europese Unie actie om de democratische en vreedzame oppositie binnen Venezuela te steunen en om een terugkeer naar eerlijke en vrije verkiezingen te bewerkstelligen?

Verwacht u op de korte of de lange termijn een machtswissel tussen Maduro en Machado?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, die incidenten, die acties die de Verenigde Staten heeft uitgevoerd op die drugrunnersschepen, met het onderscheppen en vernietigen van die schepen, worden onder meer in de media beschreven als double-tap-acties. Daarbij wordt een schip stilgelegd en volledig uitgeschakeld, met inbegrip van de bemanning. Ik stel mij vragen bij de proportionaliteit en de naleving van het internationaal maritiem recht.

Gisteren hebben we not a genomen van de labeling van fentanyl als een weapon of massdestruction. Uiteraard is fentanyl een zeer zwaar verslavende illegale drug, die heel veel doden eist. Dat zou een verklaring zijn om die militaire acties tegen drugstrafikanten, die nu ook narcoterroristas worden genoemd, een beetje te verklaren vanuit de US-administratie. Volgens de informatie waarover ik beschik, is fentanyl echter niet echt een exportproduct uit Venezuela, hoe illegaal het ook is.

Hoe beoordeelt u het recente optreden van de US, waarbij die drugrunnersschepen die aan Venezuela worden gelinkt, volledig worden vernietigd?

Is die praktijk, die zogenaamde double-tap-methode, verenigbaar met het internationaal maritiem recht en met de vereiste van proportionaliteit?

Hoe worden de spanningen tussen de US en Venezuela opgevolgd vanuit Europa en door onze diplomatieke kanalen? Welke gevolgen kan dit hebben voor eventuele internationale samenwerking?

Onze regering zet sterk in op drugsbestrijding en neemt deel aan internationale operaties, maar het is toch wel zo dat er momenteel een diepe diplomatieke, politieke en economische crisis in Venezuela heerst. Er zijn aanhoudende mensenrechtenschendingen. De democratische ruimte is er sterk beperkt. Maria Corina Machado heeft de Nobelprijs voor Vrede gekregen.

Hoe gaat onze diplomatie om met de mogelijkheid om een democratisch proces in Venezuela te ondersteunen? Welke diplomatieke initiatieven zijn daarvoor genomen?

Verder is het belangrijk op te merken dat president Poetin zijn steun aan het Venezolaanse regime heeft toegezegd. Welke conclusies kunnen we daaruit trekken?

Maxime Prévot:

Merci, mesdames les députées, pour vos questions. Pour répondre à celles-ci, nombreuses, concernant la situation au Vénézuéla et l'escalade des tensions avec les États-Unis, il est évident que la pression américaine sur le régime de Nicolás Maduro continue de s'intensifier. Après la désignation du Cartel de los Soles comme organisation terroriste étrangère le 24 novembre, Washington a renforcé ses manœuvres militaires dans la mer des Caraïbes, et a procédé le 10 décembre dernier à la saisie d'un pétrolier transportant du pétrole brut vénézuélien. Bien que le président Trump brandisse cette menace depuis plusieurs semaines, il n'est pas question à ce stade d'opération militaire terrestre.

Uiteraard blijven we de situatie met de grootste aandacht volgen. Ik heb al meerdere keren onderstreept dat België en de Verenigde Staten de gemeenschappelijke zorg delen van het bestrijden van drugshandel en van georganiseerde misdaad. We blijven ons inzetten om ervoor te zorgen dat die strijd wordt gevoerd in nauwe samenwerking tussen de betrokken landen en altijd in overeenstemming met het internationaal recht.

Lors du sommet UE-CELAC, il y a un peu plus d'un mois, j'ai rappelé très clairement que la lutte contre le narcotrafic est une priorité de premier plan pour le gouvernement Arizona, et l'un des focus essentiels de mon déplacement en Amérique latine. Mais j'ai également souligné, sans ambiguïté, notre attachement au droit international et notre opposition aux actions unilatérales et extrajudiciaires.

Tijdens die top hebben de EU en de CELAC-regio het belang van maritieme veiligheid en regionale stabiliteit benadrukt. We hebben gezamenlijk bevestigd dat internationale samenwerking, wederzijds respect en naleving van het internationaal recht essentieel zijn, ook in de strijd tegen transnationale georganiseerde misdaad en drugshandel. De CELAC heeft zich bovendien uitgeroepen tot zone de paix , vastbesloten om geschillen via dialoog en samenwerking op te lossen.

Dans une rencontre récente avec le secrétaire d'État adjoint des États-Unis d'Amérique, Christopher Landau, j'ai eu l'occasion d'évoquer avec lui l'enjeu de la lutte contre le trafic de drogue. Il a été très clair sur la position de l'administration américaine qui souhaite redéployer sa diplomatie vers l'Amérique latine, notamment, et mieux y défendre ses intérêts sécuritaires. Nous avons convenu de poursuivre ensemble le dialogue à ce sujet.

Begin januari ga ik naar Washington en ik ben van plan de openhartige dialoog verder te zetten die we zijn begonnen. In die context zal ik niet aarzelen het Belgische standpunt te herhalen.

Annick Lambrecht:

Dank u wel, mijnheer de minister. Uiteraard is de strijd tegen drugs een strijd die we allen voeren en ook moeten voeren. Tegelijk is er hier toch wel iets aan de hand, zoals u herhaaldelijk hebt benadrukt, met betrekking tot het respecteren van internationale rechtsregels. De dialoog is volledig verdwenen. De diplomatie is volledig weggevallen. President Trump doet elke dag iets anders, zonder overleg met wie dan ook, zo lijkt het. Het is dan ook vreemd dat u stelt dat tijdens de ontmoeting met de Secretary of State van de Verenigde Staten zou zijn gezegd dat men diplomatie op Latijns-Amerikaans grondgebied zeer belangrijk vindt. Daarvan is momenteel weinig te merken. Daarom wil ik u vragen die zin, die u mij zojuist hebt meegedeeld, mee te nemen naar uw volgende overleg in de Verenigde Staten, waarnaar u verwees.

U hebt niet geantwoord op de vraag of er een machtswissel op komst is of niet. U hoeft uiteraard ook niet te antwoorden, maar het is wel een vraag waarmee velen zitten. Mogelijk mag daarover niet te veel worden gezegd, maar dat element is wel van groot belang in het debat.

Kathleen Depoorter:

Dank u, mijnheer de minister.

De strijd tegen de drugskartels en de daarmee gepaard gaande criminaliteit is een van de prioriteiten uit het regeerakkoord, die u ook zeer consequent verdedigt en toepast. Alles moet echter proportioneel zijn en het internationaal maritiem recht respecteren. Zoals u zegt, is het essentieel dat in de zone van de CELAC, die groepering van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische staten, de vrede gegarandeerd wordt.

Ik juich dan ook toe dat u in Washington de Europese diplomatieke rust zult verdedigen. Op die lijn moeten we blijven inzetten: hard optreden tegen de criminele organisaties, maar met de democratische vertegenwoordiging van de bevolking blijven praten en die steunen wanneer het noodzakelijk is.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous ai suivi sur la route, depuis ma voiture. Je vous remercie pour vos réponses qui ne me satisfont pas, mais cela ne vous étonne pas car on se connaît. Ce pays vient de reconnaître publiquement, dans sa note stratégique de sécurité, son intention de se mêler à la politique intérieure européenne, soutenant ouvertement les partis d'extrême droite à travers le monde, y compris en Europe, et lançant une ingérence directe pour faire tomber le gouvernement qui ne lui plaît pas. Pourtant, on en parle très peu. Seriez-vous peut-être effrayé, monsieur le ministre, par l'homme le plus puissant du monde? Non! Ah, je m'en réjouis. (Rires) Monsieur le ministre, il n'est pas sérieux de me faire rire ainsi. Je suis contente que vous n'ayez pas peur de M. Trump. Ça me rassure! Ou bien, peut-être qu'en tant que ministre des Affaires étrangères, vous êtes tellement habitué à voir l'ordre mondial détruit un peu partout que vous devenez finalement un peu moins sensible. Cette nuit, M. Trump a annoncé un blocus pétrolier contre le Vénézuéla. Plus de 15 000 militaires américains sont déjà stationnés dans la zone. L'objectif est clairement de faire tomber le président Maduro par tous les moyens, quitte à plonger la population dans une crise encore plus profonde et à entrer dans une guerre ouverte. Si le gouvernement Maduro est en effet loin d'être parfait, cela ne doit en tout cas pas justifier une ingérence des États-Unis d'une telle envergure, de nature aussi illégale et basée sur des arguments tout simplement grossiers. Dès lors, vu l'attitude adoptée par l'administration Trump, il est urgent d'intégrer cette réalité à notre diplomatie et à nos politiques. Vous dites, monsieur le ministre, que le droit international, c'est votre boussole. Quoi qu'il en soit et quels que soient vos interlocuteurs, j'espère, monsieur le ministre, que vous continuerez dans la bonne direction.

De Europese investeringen in mijnbouwbedrijven

Gesteld door

Vooruit Annick Lambrecht

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Annick Lambrecht (11.11.11) bekritiseert dat Europese banken zoals BNP Paribas en ING via mijnbouwfinanciering (o.a. in Congo’s Kamoa-Kakulamijn) mensenrechtenschendingen en milieuschade veroorzaken, ondanks bestaande regelgeving, en eist dat België via de Nationale Bank en EU-lobby (zorgplichtwetgeving, Critical Raw Materials Act) striktere controles afdwingt om "ethische leemtes" te dichten. Minister Prévot bevestigt België’s steun voor UN-mensenrechtenrichtlijnen en EU-duurzaamheidsregels (bv. CSDDD), maar ontwijkt concrete sancties: hij wijst op bestaande vrijwillige due-diligenceplichten voor banken en EU-trilogen over vereenvoudiging, zonder garantie dat ambities (bv. handelsakkoorden) niet verwateren door lobby voor "competitiviteit". Lambrecht betwist de effectiviteit van huidige mechanismen, beschuldigt de EU ervan gaten in wetgeving te creëren door administratieve "versoepeling", en dringt aan op daadwerkelijke handhaving om de "winstlogica" in Congo’s mijnbouw te stoppen, die EU-Green Deal-principes ondermijnt.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, recent publiceerde 11.11.11 samen met partners een zorgwekkend rapport waaruit blijkt dat de Europese overgang naar groene energie onbedoeld bijdraagt aan schendingen van mensenrechten en milieuschade. Dat komt doordat Europese banken al te gemakkelijk investeren in mijnbouwbedrijven. Het rapport toont aan dat Europese banken tussen 2016 en 2024 meer dan 69 miljard dollar hebben geleend aan bedrijven die kritieke grondstoffen zoals koper en kobalt, winnen. Verschillende grootbanken die in België actief zijn, zoals BNP Paribas en ING, scoren erg laag op hun beleid inzake milieu, mensenrechten en goed bestuur.

Een schrijnend voorbeeld is de Kamoa-Kakulamijn in Congo. Investeringen, mede door BNP Paribas, leiden daar tot vervuild water, gedwongen verhuizingen en mislukte oogsten. Toen bewoners in april 2025 vreedzaam protesteerden, werden 72 personen gearresteerd en raakten er twee zwaargewond door kogels.

Mijnheer de minister, deelt de Belgische regering de bezorgdheid over het feit dat banken die in België actief zijn zo slecht, zeg maar ronduit onethisch, scoren op het gebied van de bescherming van mensenrechten en milieu? Welke stappen zal de regering, bijvoorbeeld via de Nationale Bank, zetten om die banken aan te spreken op hun rol in de financiering van misstanden, met name in de Democratische Republiek Congo?

In het rapport wordt ervoor gepleit om de regels voor bedrijven rond duurzaamheid en de Europese zorgplichtwetgeving niet af te zwakken en ze ook te laten gelden voor de financiële sector. Op die manier worden banken gedwongen om een strikte controle uit te oefenen op hun investeringen in de mijnbouw. Wat is de positie van België in Europa ten aanzien van het versterken, uitbreiden en waterdicht maken van die zorgplicht?

Is de regering bereid zich in te zetten voor de opname van strikte milieu- en sociale normen door de EU in handelsakkoorden en in de Critical Raw Materials Act, zodat de groene energietransitie, op zich zeer goed, niet ten koste gaat van mensenrechten, in landen zoals Congo?

Maxime Prévot:

Mevrouw Lambrecht, België hecht in zijn buitenlands beleid groot belang aan sociale normen, mensenrechten en een op regels gebaseerde internationale orde. Ik streef daarbij naar een sterke diplomatie rond klimaat en leefmilieu.

Concreet onderschrijft België de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights, de UNGPs. Die principes vormen het internationaal referentiekader voor het respecteren en bevorderen van mensenrechten in de context van bedrijfsactiviteiten. In dat kader publiceerden wij een tweede Nationaal Actieplan Ondernemingen en Mensenrechten, dat bedrijven aanmoedigt om mensenrechten te respecteren, zowel in België als in het buitenland.

De UNGPs stellen dat financiële instellingen, net als andere bedrijven, een verantwoordelijkheid hebben om due diligence rond mensenrechten uit te voeren. Dat betekent dat ze risico's moeten identificeren, voorkomen en mitigeren en dat ze transparant moeten rapporteren over hun aanpak. Daarnaast kunnen de autoriteiten voor financiële diensten en markten worden geraadpleegd, aangezien die zowel nationaal als internationaal een sleutelrol spelen bij duurzame financiering en het voorkomen van greenwashing.

Op Europees niveau werken de autoriteiten voor financiële diensten en markten mee aan de uitvoering van de Green Deal, met betrekking tot de Corporate Sustainability Reporting Directive en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive. De vereenvoudigingsprocedure bevindt zich in de triloogfase.

Er is momenteel op Europees niveau geen sprake van een uitbreiding van het toepassingsgebied. De vereenvoudigingsagenda is een belangrijke oefening voor onze competitiviteit en een vermindering van de administratieve lasten, maar we zullen erover waken dat de oefening onze beleidsdoelstellingen niet ondermijnt.

België pleit steeds voor EU-handelsovereenkomsten met ambitieuze bepalingen inzake mensenrechten en milieu. Diezelfde ambitie is ook verankerd in de Critical Raw Materials Act, die reeds voorziet in een hoge mate van bescherming van milieu- en sociale normen.

De strategische partnerschappen moeten bijdragen aan de economische en sociale ontwikkeling van de partnerlanden, aan menswaardige arbeidsomstandigheden en aan het respect voor mensenrechten in de waardeketens.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, het is goed dat u nogmaals benadrukt dat u voorstander bent van sociale en milieunormen, mensenrechten en de internationale rechtsorde. Daaraan twijfel ik bij u ook helemaal niet, maar de feiten zijn wat ze zijn. We zien dat Europese banken zorgen voor zeer grote schade op milieuvlak en ook op menselijk vlak. Er bestaan inderdaad mechanismen binnen financiële instellingen om dat te vermijden, maar blijkbaar werken die niet goed. Daarom wil ik hier toch de alarmbel luiden en u vragen om, wanneer u op bepaalde fora de mogelijkheid hebt om dat aan te kaarten, dat ook daadwerkelijk te doen. Ik kan volgen wat u zegt, namelijk dat men op Europees niveau zoekt naar manieren om de administratieve lasten te verminderen en procedures te versoepelen en te vereenvoudigen. Daardoor ontstaan evenwel gaten in het systeem, waardoor misbruiken opnieuw gemakkelijker mogelijk worden. Die misbruiken leiden tot minder sociale rechten, minder milieurechten en minder mensenrechten. Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat men bedrijven gemakkelijker laat werken en hun tegelijk carte blanche geeft om hun voeten te vegen aan alles wat we hier afspreken in het kader van onder meer de Green Deal. Met deze vraag wil ik de zeer grote bezorgdheid van 11.11.11 en van vele andere partners over de mijnbouw in Congo onder de aandacht brengen, met als doel de mensen daar te beschermen tegen een winstlogica die alles overheerst en tegen praktijken die de principes dreigen te omzeilen waar we als België en als Europese Unie voor staan.

De begrotingslijn inzake koninklijke reizen en diplomatie

Gesteld door

VB Britt Huybrechts

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Britt Huybrechts bekritiseert dat de Vlaamse middenklasse zwaar wordt belast door besparingen (hogere btw, accijnzen, afbouw loonindexering), terwijl posten zoals het koningshuis en migratie ongemoeid blijven, en vraagt om transparantie over besparingen op koninklijke reizen en protocollaire kosten. Minister Maxime Prévot verdedigt deze reizen als economisch essentieel voor België (85% BBP afhankelijk van export) en wijst op een bestaande overeenkomst met het Paleis over budgetbeheer, maar geeft toe geen zicht te hebben op de begroting voor 2026. Huybrechts relativeert dit door te stellen dat niet alle reizen noodzakelijk zijn en eist gelijke inspanningen van het koningshuis, nu burgers moeten bezuinigen, verwijzend naar eerdere "dure, twijfelachtige" missies. Prévot ontwijkt concrete besparingscijfers, terwijl Huybrechts de ongelijkheid in lastenverdeling benadrukt.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, de regering-De Wever heeft recent besparingsmaatregelen getroffen die bijzonder zwaar inhakken op de Vlaamse middenklasse. Het gaat onder meer om een hoger btw-tarief op aardgas, bijkomende accijnsverhogingen, een verdere fiscale verzwaring op energie en een gedeeltelijke afbouw van de automatische loonindexering. Het betreft telkens maatregelen die rechtstreeks wegen op gezinnen en werkenden, die reeds tot de zwaarst belaste burgers van Europa behoren.

Het is dan ook opvallend dat in verschillende grote uitgavendomeinen, waaronder de migratiefactuur, het politieke apparaat en het koningshuis, nauwelijks of zelfs helemaal geen besparingen worden doorgevoerd. Binnen uw bevoegdheid vallen onder meer de diplomatieke en protocollaire activiteiten van het koningshuis, zoals koninklijke reizen, prinselijke missies, economische zendingen onder leiding van leden van de koninklijke familie en de bredere diplomatieke ondersteuning die daarvoor wordt georganiseerd.

Die posten vertegenwoordigen elk jaar aanzienlijke bedragen. Ik heb daarom verschillende vragen voor u.

In welke mate worden de begrotingsposten die verband houden met het koningshuis, zoals koninklijke reizen, prinselijke missies, protocollaire ondersteuning en diplomatieke faciliteiten, geraakt door de sanering binnen uw departement?

Worden er binnen die posten ook reële besparingen doorgevoerd? Zo ja, om welke bedragen gaat het? Op welke elementen hebben die besparingen betrekking?

Indien er geen besparingen worden ingeschreven op die uitgaven, hoe verantwoordt u dat tegenover de aanzienlijke lastenverzwaring die de regering oplegt aan de Vlaamse middenklasse, bijvoorbeeld via hogere btw, terwijl dergelijke inspanningen niet worden gevraagd van de koninklijke familie in België?

Ik dank u alvast voor uw antwoord.

Maxime Prévot:

Mevrouw Huybrechts, met uw vraag lijkt u de indruk te willen wekken dat deze koninklijke en prinselijke reizen snoepreisjes zouden zijn. Die reizen dienen echter het algemeen belang van ons land, aangezien de inzet van ons staatshoofd en zijn familie onze bilaterale relaties met andere landen ten goede komt. Buitenlandse betrekkingen kunnen niet worden onderhouden zonder te reizen, ook op het hoogste niveau.

Voor een land dat jaarlijks 85 % van zijn bruto binnenlands product uitvoert, zijn deze reizen van ons staatshoofd en zijn familie geen plezierreisjes maar bijzonder nuttige reizen en zelfs een pure noodzaak voor ons land, onze ondernemingen en de hardwerkende Belgen.

Op 23 februari 2017 heeft de FOD Buitenlandse Zaken een overeenkomst gesloten met het huis van zijne majesteit de Koning, waarin het gebruik van het zogenaamde budget koninklijke reizen strikt wordt afgebakend. Dat budget is specifiek bestemd voor de officiële reizen van onze vorsten. Het budget wordt beheerd door de FOD Buitenlandse Zaken, maar valt onder de verantwoordelijkheid van het Paleis.

Momenteel beschikt mijn departement nog niet over informatie over het budget dat in 2026 zal worden toegekend voor de organisatie van missies waarbij de Koning of een lid van zijn huis betrokken is. We beschikken evenmin over informatie over het bedrag dat zal worden toegewezen aan het budget voor koninklijke reizen.

Kortom, op dit moment hebben we geen zicht op het budget dat in 2026 zal worden toegekend.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, ik heb aandachtig geluisterd naar uw antwoord en ik heb niet gezegd, noch geïnsinueerd, dat het om snoepreisjes zou gaan. Sommige reizen zullen economisch van belang zijn. Ik hoop evenwel dat, in het licht van de besparingen die van onze Vlaamse gezinnen worden gevraagd, ook deze kosten kritisch worden bekeken, aangezien niet elke reis volgens mij noodzakelijk is. Uit eerdere schriftelijke antwoorden van u blijkt dat er toch reizen zijn waarvan ik me afvraag of het wel verantwoord is om daar duizenden euro's voor uit te geven. Het is moeilijk om van de Vlamingen te vragen een steentje bij te dragen en dat niet te vragen van de koninklijke familie, die opnieuw aanzienlijke budgetten ontvangt en daar eigenlijk relatief weinig voor moet doen.

Het tweede tussentijdse rapport van het Europees Parlement over Hongarije

Gesteld door

MR Michel De Maegd

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Michel De Maegd wijst op het tweede interim-rapport van het Europees Parlement (november 2023) dat een verslechterde rechtsstatelijkheid in Hongarije signaleert—met name op vlak van justitiële onafhankelijkheid, corruptiebestrijding, persvrijheid en fundamentele rechten—en dringt aan op activatie van artikel 7§2 TUE (sancties) en een strengere, gecoördineerde EU-aanpak. Minister Maxime Prévot bevestigt dat België—via de Benelux—steun geeft aan verdere stappen in de artikel 7-procedure (maar benadrukt de hoge drempels voor unanimiteit/minviervijfde meerderheid) en het conditioneelheidsmechanisme (koppeling EU-gelden aan rechtsstaat) effectief acht, mits structurele oplossingen in Hongarije; hij belooft blijvende Belgische inzet voor rechtsstaatgaranties in het toekomstig financieel kader. De Maegd bekritiseert dat dialogue (9 hoorzittingen, resoluties, fondsenblokkades) faalde en eist EU-credibiliteit: "De Unie moet even streng zijn voor zichzelf als voor derden"—hij roept België op om leiderschap te tonen in het beschermen van EU-waarden als "verplichting, geen optie". België deelt de zorg over Hongarije’s achteruitgang en steunt principieel verdere actie, maar concrete Belgische initiatieven (behalve Benelux-samenwerking) blijven vaag.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, le 25 novembre dernier, le Parlement européen a adopté un deuxième rapport intérimaire dans le cadre de la procédure engagée sur la base de l’article 7, §1 er , du Traité sur l’Union européenne (TUE) à l’encontre de la Hongrie. Ce rapport s'inscrit dans le prolongement de ceux adoptés en 2018 et 2022 et actualise l'évaluation de la situation de l'État de droit et du respect des valeurs fondamentales de l'Union dans ce pays, la Hongrie.

Au-delà de cette actualisation, le Parlement européen y exprime une impatience croissante face à l'absence de progrès concrets, malgré les nombreuses auditions organisées au sein du Conseil et l'utilisation de différents instruments tels que le mécanisme de conditionnalité et le plan de relance et de résilience. Les constats dressés font état d'une détérioration persistante dans plusieurs domaines essentiels, notamment l'indépendance de la justice, la lutte contre la corruption, la liberté d'expression et d'association, la liberté académique ainsi que le respect des droits fondamentaux.

Dans ce contexte, le Parlement européen appelle désormais à l'activation du §2 de l'article 7 du TUE, ouvrant la voie à d'éventuelles sanctions, et soutient la mise en place d'une approche plus globale et cohérente, notamment à travers le projet de semestre européen pour l'État de droit, visant à renforcer l'efficacité de l'action de l'Union face aux atteintes systémiques à ses valeurs fondamentales.

Dans ce contexte, j’aimerais vous poser les questions suivantes. Comment le gouvernement belge apprécie-t-il les constats et recommandations formulés dans ce deuxième rapport intérimaire? Partage-t-il l’analyse selon laquelle la situation de l’État de droit et des valeurs de l’Union en Hongrie continue globalement de se détériorer malgré les échanges répétés au Conseil?

La Belgique considère-t-elle que les conditions d’un constat de violation grave et persistante des valeurs visées à l’article 2 du TUE sont aujourd’hui réunies?

Comment notre pays évalue-t-il l’efficacité, à ce stade, du mécanisme de conditionnalité?

Le gouvernement belge soutient-il l’appel du Parlement européen à une stratégie plus globale et cohérente de l’Union pour faire face aux atteintes systémiques à l’État de droit en Hongrie? Dans l’affirmative, quelles initiatives diplomatiques ou politiques la Belgique entend-elle prendre?

Maxime Prévot:

Monsieur De Maegd, mes services suivent de près la procédure de l’article 7 du traité sur l’Union européenne contre la Hongrie et ont donc pris note du nouveau rapport du Parlement européen.

Depuis le lancement de la procédure par le Parlement européen en 2018, neuf auditions ont eu lieu au Conseil des affaires générales sur la Hongrie. La Belgique intervient toujours activement par le biais des interventions du Benelux. Dans ce contexte, il a déjà été affirmé à plusieurs reprises que le Benelux est favorable à la prise de mesures supplémentaires dans cette procédure. Mais cela n’est pas évident, compte tenu de la large majorité des voix requise pour cela: une majorité de quatre cinquièmes pour l’article 7, paragraphe 1 er , et l’unanimité moins un pour l’article 7, paragraphe 2.

En ce qui concerne le mécanisme de conditionnalité, la Belgique a toujours été favorable au conditionnement du paiement des fonds de l’Union européenne au respect de l’État de droit. La Belgique a donc soutenu l’activation du mécanisme de conditionnalité pour la Hongrie et estime qu’il doit être intenté contre tout État membre qui mettrait en péril la bonne gestion des fonds de l’Union européenne en raison d’un manquement à l’État de droit. Ce n’est que lorsque les problèmes auront été pleinement résolus, tant dans la législation que dans la pratique, que les sanctions adoptées pourront être levées.

Dans les négociations pour le futur cadre financier pluriannuel, il faut également veiller à ce qu’une forte conditionnalité soit assurée. L’État de droit est un élément clé de l’Union et de ses valeurs, et un dossier prioritaire pour la Belgique. Notre pays restera donc attentif sur cette question et travaillera à des initiatives visant à renforcer la protection de l’État de droit.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse, qui va en effet dans le bon sens. Ce débat porte en réalité sur ce que l’Union européenne accepte ou non de tolérer lorsqu’il s’agit de ses valeurs fondatrices. L’État de droit, la liberté, la démocratie, la dignité humaine ne sont pas, à nos yeux, des options, ce sont des engagements. Ces dernières années, le Parlement européen n’a cessé de tendre la main. Vous avez parlé des neuf auditions au Conseil des affaires générales. Il y a eu des résolutions, le fameux mécanisme de conditionnalité, le plan de relance. Tout, je pense, a été tenté dans une logique de dialogue et de bonne foi. Les constats sont malheureusement aujourd'hui clairs: la situation ne s'améliore pas, elle se dégrade. Ce sont des citoyens européens qui voient reculer leurs droits, leur accès à une information libre, l'indépendance de la justice, la protection des minorités, et j'en passe. Dans ce contexte, l'Union européenne ne peut être crédible que si elle est cohérente, exigeante à l'égard des autres, mais aussi lucide et courageuse envers elle-même. C'est pourquoi je veux insister sur un point: l'article 7 doit être vu comme un mécanisme de protection pour protéger les valeurs de l'Union, protéger ses citoyens, protéger l'idée d'une Europe fondée sur le droit et non sur le rapport de force. Vous l'avez dit, la Belgique a toujours été du côté du multilatéralisme, du droit international et des libertés fondamentales. Je vous remercie de persévérer dans ce sens: elle doit continuer à apporter une parole claire et forte en la matière. De voorzitster : Mevrouw Maouane woont een andere commissievergadering bij en zal later aansluiten.

De rector van het Europacollege

Gesteld door

VB Britt Huybrechts

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Britt Huybrechts (CD&V) vraagt om de jaarlijkse federale subsidie (€1,95 mln) aan het Europacollege tijdelijk te bevriezen na het fraudeonderzoek naar rector Federica Mogherini (en ex-EU-topambtenaar Stefano Sannino) rond verdachte opdrachtverlening voor de EU Diplomatic Academy, waarbij mogelijk Belgische middelen misbruikt werden. Minister Maxime Prévot (MR) wijst bevriezing af (vanwege "negatieve impact op studenten en werking"), benadrukt dat de subsidie losstaat van het omstreden project en dat het college transparantiemaatregelen neemt (nieuwe aanbestedingsregels, klokkenluidersregeling), maar eist wel verder toezicht. Huybrechts bekritiseert dat geld naar een "clubje" zou gaan in plaats van diplomatenopleiding en dringt aan op voorzorgsmaatregelen, terwijl Annick Lambrecht (Open Vld) de reputatie van het college verdedigt en vreest voor schade aan Brugge’s prestigieuze instelling. Prévot bevestigt steun aan het college, maar stelt dat de zaak de academische kwaliteit niet aantast.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, recent werd de rector van het Europacollege, de voormalige hoge vertegenwoordiger voor het Buitenlandse Beleid van de Europese Unie, Federica Mogherini, samen met twee anderen opgepakt en in verdenking gesteld door het Europees Openbaar Ministerie (EOM).

Ook de vroegere secretaris-generaal van de Europese Dienst voor extern optreden (EEAS), Stefano Sannino, zou volgens meerdere bronnen betrokken zijn. Het onderzoek betreft ernstige aanwijzingen van fraude en schendingen van de eerlijke mededinging bij de toewijzing van het project European Union Diplomatic Academy. Dat is bijzonder verontrustend, zeker gelet op het feit dat de federale Staat jaarlijks bijna 2 miljoen euro aan subsidies toekent aan het Europacollege, wat in se zeer goed is, maar het roept vragen op in het licht van het fraudedossier, omdat het mogelijk is dat Belgische middelen werden misbruikt door de entourage van mevrouw Mogherini voor eigen doeleinden. Ik heb daarover verschillende vragen, maar beschik over onvoldoende tijd om die allemaal voor te lezen. Ik verwijs daarom naar de ingediende vraag.

Maxime Prévot:

Mevrouw Huybrechts, mijn diensten en ik hebben, net als u, via de pers kennisgenomen van deze zaak.

Er werd vermeld dat het gaat om de gunning van een overheidsopdracht die in 2021 door de Europese Dienst voor extern optreden werd gepubliceerd voor het project European Union Diplomatic Academy. Zoals u weet, loopt het onderzoek nog. Het is belangrijk te benadrukken dat de parketten in dergelijke dossiers nooit communiceren over de draagwijdte van lopende onderzoeken, in overeenstemming met het geheim van het onderzoek en het principe van de scheiding der machten.

Het is dan ook niet aan mij om hierover commentaar te geven. Ik kan u wel verzekeren dat mijn diensten en ik dit dossier met de grootste aandacht opvolgen. In antwoord op uw specifieke vragen kan ik bevestigen dat de financiële bijdrage van de federale overheid beperkt blijft tot de jaarlijkse subsidie van in totaal 1.950.000 euro. Die subsidie wordt in twee schijven uitbetaald. Dit jaar werd 80 % betaald; de resterende 20 % volgt in 2026, na voorlegging van de rekeningen, het budget en het activiteitenverslag voor dit jaar.

Voorzitster: Kathleen Depoorter.

Présidente: Kathleen Depoorter.

Op dit moment is er geen sprake van het bevriezen van de aan het Europacollege toegekende subsidie. Zo’n bevriezing zou een zeer negatieve impact hebben op de werking van het Europacollege, op zijn studenten en op het lopende academiejaar. Het is ook belangrijk te benadrukken dat de European Union Diplomacy Academy een afzonderlijk programma is, los van de klassieke opleidingen van het Europacollege.

De voorbije jaren zijn belangrijke stappen gezet om het transparantiebeleid op het Europacollege te moderniseren. Zo werd een nieuw intern reglement inzake overheidsopdrachten ingevoerd, om volledig in lijn te zijn met de Belgische en Europese wetgeving. Daarnaast werd in september 2025 een gespecialiseerde legal advisor and procurement support aangeworven. Het Europacollege publiceert op zijn website de jaarrekening van de campus in Brugge. De HR-afdeling heeft recent een uitgebreide klokkenluidersregeling afgerond.

Wel moeten wij vaststellen dat het werk nog niet voltooid is. Daarom heeft België binnen de besluitvormingsorganen van het Europacollege bijkomende verduidelijkingen gevraagd en zal het zijn toezichthoudende rol ten volle blijven opnemen en benadrukken dat het begonnen werk rond transparantieverhoging moet worden voortgezet.

Ten slotte wil ik mijn steun aan het Europacollege herbevestigen. Deze prestigieuze instelling is van groot belang voor ons land en draagt bij aan de uitstraling van België in Europa en internationaal. Hoewel ik betreur dat deze zaak de reputatie van het Europacollege schaadt, is het belangrijk om geen zaken door elkaar te halen. De kwaliteit van het academische korps en de opleidingen die er worden aangeboden, staat in deze zaak geenszins ter discussie.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik wil zeker benadrukken dat het hier niet gaat om schuld of onschuld, want de zaak loopt nog, maar eerder om voorzorg. Er loopt een fraudeonderzoek naar de rector van het Europacollege. Dat is de persoon die de financiën mee beheert. Vandaar mijn vraag om die financiële stroom te bevriezen, al is het maar tijdelijk tot dit is uitgeklaard.

Ik wil ook benadrukken dat ik geen oordeel vel over het andere personeel van het Europacollege. Ik ben er zeker van dat zij niets te maken hebben met de zelfverrijking van het clubje van Mogherini, maar het blijft wel belangrijk dat elke euro die van de federale Staat naar zo'n college gaat, wordt besteed aan de toekomst van ons diplomatiek personeel en niet gaat naar de zelfverrijking van een beperkt clubje.

Annick Lambrecht:

Omdat ik van Brugge ben, wil ik een korte aanvulling geven. Ik wil de minister bedanken voor het genuanceerd beeld dat hij heeft geschetst. Als er iets zou zijn, moet er een onderzoek worden gevoerd naar de rector, maar wij zijn zeer trots op het Europacollege in Brugge. Het is een zeer gerenommeerde instelling met enorm goede lesgevers, enorm goed personeel en enorm goede studenten, die wij in ons latere leven vaak op diverse posten tegenkomen. Wij zijn zeer bezorgd over de reputatieschade die hier zou kunnen optreden. Mede door het stellen van de vraag en het antwoord van de minister kan die toch een beetje beperkt worden. De voorzitster : Dat was een chauvinistisch zijsprongetje.

De opening van de grensovergang bij Rafah

Gesteld door

N-VA Kathleen Depoorter

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat Israël eenzijdig de Rafah-overgang wil openen voor vertrek maar niet voor toegang, wat Egypte blokkeert omwille van eerdere akkoorden, terwijl de grens voorlopig dicht blijft. Hij stelt dat Hamas ontwapening voorwaardelijk koppelt aan Israëlisch vertrek en wapenoverdracht aan een Palestijnse autoriteit—wat Israël weigert—en benadrukt dat België via de EU en regionale partners blijft pleiten voor internationaal recht en betrokkenheid van de Palestijnse Autoriteit, met humanitaire hulp en EUBAM-steun als concrete Belgische inzet. Depoorter bekritiseert dat het VS-vredesplan faalt door Hamas’ nieuwe, onvoorziene voorwaarden en de verslechterde humanitaire crisis, en waarschuwt dat beide partijen de vrede hypothekeren, ondanks lopende hulp- en sanctieplannen. Ze uit ernstige twijfels over de haalbaarheid van ontwapening, democratisch bestuur en stabiliteit op korte termijn.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, recent kondigde Israël aan dat de Rafahgrensovergang binnenkort zou heropenen, zij het voorlopig enkel om Palestijnen toe te laten om Gaza te verlaten, niet om in te reizen. Dat besluit stuit op verzet vanuit Egypte, dat blijft aandringen op tweerichtingsverkeer, conform de afspraken van het staakt-het-vuren.

Tegelijk is de humanitaire situatie erger dan ooit. Veel zieken en gewonden wachten op medische evacuatie. De infrastructuur en de basale voorzieningen in Gaza zijn sterk aangetast. Een onderdeel van het vredesplan is bovendien de noodzakelijke ontwapening van Hamas en de instemming met een nieuw bestuur voordat met de grootschalige wederopbouw mag worden gestart.

Mijnheer de minister, kunt u de meest recente stand van zaken schetsen met betrekking tot de Rafahovergang? Wie heeft de opening goedgekeurd en onder welke voorwaarden? Wat betekent dat concreet voor burgers, humanitaire hulp, evacuaties en vrije beweging?

Welk beeld hebt u momenteel van de houdbaarheid van de ontwapening van Hamas? Zijn er signalen dat Hamas bereid is om zijn militair vermogen neer te leggen? Welke garanties bestaan dat een nieuw bestuur en een nieuwe veiligheidsstructuur kunnen waarborgen dat wederopbouw en stabiliteit mogelijk zijn? Welke rol ziet u weggelegd voor ons land, diplomatiek, humanitair of via de Europese Unie, om bij te dragen aan een duurzame vrede, humanitaire hulp en aan een betrouwbare heropbouw van Gaza, met respect voor het internationaal recht?

Maxime Prévot:

Mevrouw Depoorter, Israël kondigde inderdaad aan dat de Rafahgrensovergang zou opengaan, maar enkel om mensen toe te laten om Rafah te verlaten. Dat was echter niet overlegd met buurland Egypte. Egypte uitte terecht ernstige bezwaren, want Egypte wil dat mensen ook Gaza zouden kunnen binnengaan, wat dan weer niet wordt aanvaard door Israël. De grens met Rafah blijft dus voorlopig nog steeds gesloten.

De tweede fase van het Trumpplan zou binnenkort moeten starten. De internationale troepenmacht zou begin 2026 operationeel worden, maar er zijn nog steeds onduidelijkheden, met inbegrip van wie Hamas zal ontwapenen en hoe dat zal gebeuren.

Hamas heeft trouwens publiekelijk meegedeeld bereid te zijn te ontwapenen, maar enkel als de wapens worden overgedragen aan een Palestijnse autoriteit en Israël zich terugtrekt uit de volledige Gazastrook. Israël weigert echter zich terug te trekken. Momenteel is er nog Israëlische militaire aanwezigheid in meer dan de helft van Gaza.

Voor België heb ik onze principes meegegeven bij de EU en bij regionale partners zoals Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar. Het gaat om het respect voor het internationaal recht en het humanitair recht en de betrokkenheid van de Palestijnse Autoriteit bij het bestuur van Gaza.

Op basis van de uitkomst van deze fase zullen we binnen de Belgische regering bepalen welke bijdrage ons land kan leveren. In elk geval zal er humanitaire hulp worden verstrekt, gaan we verder met de implementatie van onze nationale maatregelen en worden er Belgen gedetacheerd bij de Europese grensmissie EUBAM Rafah.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, we hadden allemaal bezorgdheden toen het vredesplan van de VS werd voorgesteld. Die bezorgdheden blijken nu terecht te zijn. Als we de humanitaire situatie vandaag bekijken, stellen we vast dat de bevolking nog altijd in hoge nood verkeert. De weg naar duurzame vrede is deels ingeslagen, maar we zijn er echt nog niet. Als ik hoor dat Hamas nieuwe voorwaarden koppelt aan het afgeven van de wapens, namelijk enkel aan deze of gene organisatie, terwijl die voorwaarden niet in het afgesproken plan stonden, dan hypothekeert dat de verdere weg naar vrede. Dat geldt voor beide zijden. We moeten dus absoluut doorgaan met de planning van de humanitaire hulp, met de afgesproken sancties en met de hulp aan de internationale troepenmacht. Als die al zal kunnen starten, indien aan de voorwaarden voldaan is, zal het absoluut niet aan ons liggen dat er een of andere belemmerende factor is. Ik wil wel toch even de bezorgdheid meegeven dat de mensen daar nog altijd in een zeer precaire situatie zitten, en het uitzicht op een duurzame, stabiele vrede, een democratische vertegenwoordiging en een ontwapening lijken me nog altijd heel moeilijk vandaag.

De situatie in Peru

Gesteld door

N-VA Kathleen Depoorter

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Kathleen Depoorter vraagt om een inschatting van de impact van de politieke crisis en protesten in Peru op Belgische ontwikkelingsprojecten, met name bij een eventueel aftreden van president Jeri, en uit bezorgdheid over veiligheidsrisico’s voor medewerkers en continuïteit van initiatieven. Minister Maxime Prévot bevestigt dat projecten niet zijn opgeschort, maar dat vertragingen en aanpassingen (zoals digitalisering) nodig zijn door blokkades en sociale spanningen; hij stelt dat NGO-partnerschappen met maatschappelijke organisaties minder afhankelijk zijn van de overheid en beter bestand tegen politieke instabiliteit, dankzij voorziene risicoplannen. Depoorter bekritiseert dat aanpassingen onvoldoende garanties bieden en benadrukt recent geweld tegen hulpverleners in Latijns-Amerika als waarschuwing, eisend voor strengere monitoring en snelle actie bij verdere escalatie.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, in Peru blijven de protesten aanhouden. De politieke crisis verdiept zich, spanningen leiden tot incidenten en blokkades en er ontstaat een groeiend gevoel van onzekerheid bij de inwoners, toeristen en expats. De aanhoudende instabiliteit heeft gevolgen in Peru zelf, maar ook voor de hele regio. Dat doet vanzelfsprekend de vraag rijzen welke impact de situatie op lopende of geplande initiatieven op het gebied van zowel bilaterale als multilaterale ontwikkelingssamenwerking heeft.

Hoe staat het met de projecten in Peru die wij via internationale partners ondersteunen? Als de president daadwerkelijk aftreedt, bestaat altijd het risico op een fase van onstabiliteit, incontinuïteit en gevaar voor de veiligheid, ook voor degenen die onze ontwikkelingsprogramma's uitvoeren. Hoe schat u de situatie vandaag in?

Maxime Prévot:

Mevrouw Depoorter, de projecten van de Belgische niet-gouvernementele actoren in Peru zijn op dit moment niet opgeschorst. De huidige situatie kan echter leiden tot vertragingen of aanpassingen in de uitvoering. De sociale spanningen en blokkades beïnvloeden de mobiliteit en de toegang tot interventiezones, waardoor soms alternatieve benaderingen nodig zijn, zoals het digitaliseren van activiteiten of het decentraliseren van operaties. De institutionele kwetsbaarheid bemoeilijkt de samenwerking met sommige lokale autoriteiten, maar aangezien de Belgische niet-gouvernementele actoren voornamelijk werken met maatschappelijke organisaties, blijft de afhankelijkheid van overheidsstructuren beperkt.

Indien president Jeri aftreedt, kan de politieke overgang de onzekerheid en sociale spanningen vergroten, met bijkomende risico's voor de veiligheid van de teams en de continuïteit van de activiteiten. De door de Belgische niet-gouvernementele actoren geprefereerde partnerschappen zijn doorgaans minder gevoelig voor regeringswisselingen, waardoor de projecten in principe kunnen worden voortgezet. De niet-gouvernementele actoren hebben dat soort scenario's meegenomen in hun risicoanalyses en beschikken over oplossingen en mitigatieplannen om zulke uitdagingen het hoofd te bieden.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de situatie is complex en politiek zeer volatiel. We hebben al vaker meegemaakt dat mensen die voor onze niet-gouvernementele actoren werken, toch slachtoffer worden. Recent nog kwamen ons getuigenissen ter ore van zorgverstrekkers die hun job in andere regio's in Latijns-Amerika niet meer op een veilige manier konden doen. Het is dus essentieel dat we de situatie heel goed blijven inschatten en opvolgen hoe veilig de situatie er is. U werpt op dat er kan worden overgeschakeld op een gedecentraliseerde of digitale werking. Ik ben ervan overtuigd dat onze diensten al het mogelijke zullen doen, maar feit blijft dat de mensen ter plaatse in mogelijk gevaarlijke situaties terechtkomen. We moeten ervoor zorgen dat we heel snel kunnen handelen wanneer de situatie nog zou escaleren.

Euroclear
Euroclear
De Russische tegoeden bij Euroclear
De interestopbrengsten van de bij Euroclear geblokkeerde Russische tegoeden
Euroclear en de gekwalificeerde meerderheid
Het gebruik van de in België bevroren Russische tegoeden
Bevroren Russische tegoeden en interestopbrengsten bij Euroclear in België

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België staat onder zware Europese druk om 180 miljard bevroren Russische tegoeden bij Euroclear in te zetten als waarborg voor een EU-lening aan Oekraïne, maar minister Prévot (Buitenlandse Zaken) en premier De Wever benadrukken de disproportionele juridische, financiële en reputatierisico’s voor België en eisen collectieve EU-garanties, risicodeling met andere lidstaten (o.a. Frankrijk, Luxemburg) en bescherming tegen Russische tegenmaatregelen. Critici zoals Britt Huybrechts (N-VA) beweren dat België te laat en passief reageerde, zonder voorafgaande coalities of afdwingbare bescherming, terwijl Prévot ontkent alleen te willen capituleren en alternatieven zoals gezamenlijke EU-leningen naar voren schuift—maar die vinden weinig steun. Onderhandelingen lopen nog, met het risico dat België via een gekwalificeerde meerderheid (art. 122) wordt overruled, wat de betrouwbaarheid van de EU als partner en het vertrouwen in Euroclear als financieel knooppunt verder ondermijnt. De meeste partijen steunen het Belgische standpunt, maar vrezen dat andere lidstaten de risico’s ontwijken.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, sinds de Russische inval in Oekraïne zijn aanzienlijke Russische tegoeden in Europa bevroren. Het overgrote deel daarvan bevindt zich bij het Brusselse effectenhuis Euroclear, waardoor België eigenlijk al van meet af aan wist of minstens had moeten weten dat ons land vroeg of laat in het oog van de storm zou terechtkomen.

Het mogelijke gebruik van deze tegoeden voor de financiering van steun aan Oekraïne circuleert al jaren binnen Europese instellingen en bij internationale partners, waaronder de Verenigde Staten. Het huidige Europese voorstel is dan ook geen onverwachte ontwikkeling, maar het resultaat van langdurige druk. Juist omdat België door de geografische en juridische concentratie van deze activa een uitzonderlijke en kwetsbare positie inneemt, mocht van de Belgische diplomatie en van de bevoegde minister en premier worden verwacht dat ze tijdig coalities zouden vormen, juridische beschermingsmechanismen zouden voorbereiden en duidelijke rode lijnen zouden vastleggen.

Vandaag lijkt België echter vooral te reageren onder tijdsdruk, terwijl de indruk ontstaat dat andere lidstaten het debat al veel verder hebben voorbereid. Dat roept legitieme vragen op over de mate waarin onze belangen de voorbije jaren proactief en consistent zijn verdedigd op Europees niveau. Ik heb verschillende vragen.

Ten eerste, welke concrete diplomatieke inspanningen hebt u het voorbije jaar, dus nog voor de recente escalatie, ondernomen om onze Belgische positie te beschermen?

Ten tweede, kunt u toelichten met welke lidstaten België formeel coalities heeft gevormd, zoals bijvoorbeeld Duitsland, Oostenrijk en Finland?

Ten derde, in Politico werd gesteld dat Belgische diplomaten in bijvoorbeeld de Raad van de EU het signaal gaven dat België uiteindelijk wel gewoon zou plooien, terwijl de premier publiek het tegendeel suggereerde. Kunt u bevestigen of ontkennen dat uw diplomatieke diensten daadwerkelijk bereidheid tot toegeving hebben gecommuniceerd?

Ten vierde, hebben de regering en dus ook uw kabinet ingestemd met of geanticipeerd op de Europese intentie om artikel 122 te gebruiken als juridische bypass van unanimiteit, waardoor België en Hongarije hun vetorechten zouden kunnen verliezen?

Ten slotte, indien de EU volhardt om onder dreiging Belgische infrastructuur en financiële geloofwaardigheid als onderpand voor Europese geopolitiek in te zetten, is dit volgens u dan niet het perfecte moment om minstens een korting te vragen op onze EU-bijdrage, aangezien België er blijkbaar niets aan heeft, of om eindelijk kritisch naar deze EU te kijken? Ik kijk uit naar uw antwoorden.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, het Europese plan om de geblokkeerde Russische tegoeden bij Euroclear te gebruiken als waarborg voor een Europese lening aan Oekraïne baart grote zorgen.

De Belgische banken waarschuwen voor een onvoorspelbaar risico voor de stabiliteit van België als land als de in ons land geblokkeerde Russische activa voor een krediet aan Oekraïne worden gebruikt.

Febelfin waarschuwt voor verregaande juridische, financiële en reputatierisico's voor België en de Europese Unie en haar financiële instellingen. Als internationale investeerders concluderen dat er zomaar beslag op alle activa bij Europese financiële instellingen zoals Euroclear kan worden gelegd, dan volgt mogelijk een zeer grote uitstroom van kapitaal. Daarnaast dreigt de financiering van schuldpapier in België ook duurder te worden als we in zo'n instabiele omgeving komen te zitten. Wellicht komen er ook grote tegenreacties van Rusland.

Het dossier kent iedere dag nieuwe wendingen. Gisteren zei Europees president Costa - dat is goed nieuws - dat hij geen gevecht tussen Europa en België wil, maar in dezelfde zin zei hij ook dat hij het vrijgeven van die tegoeden een intelligente oplossing vindt. We hebben ook gehoord dat de Russische centrale bank 200 miljard euro van Euroclear zal eisen.

Mijnheer de minister, ten eerste, welke landen steunen nu het voorbehoud van België tegen het gebruik van die Russische tegoeden?

Ten tweede, welke garanties zou de EU België geven bij de vrijgave van de Russische tegoeden? Acht u die voldoende? Zo ja, waarom? Zo neen, waarom niet?

Ten derde, is er ernstige reputatieschade te vrezen voor ons land als veilig beleggingsland? Zo ja, hoe kunnen we deze vertrouwenscrisis in ons financieel systeem ooit herstellen?

Ten vierde, op welke vlakken verwacht u geopolitieke tegenreacties, bijvoorbeeld economische tegenmaatregelen of zelfs militaire, door Rusland? Welke strategie is er bepaald om hierop te reageren?

Ten vijfde, een belangrijk deel van de oplossing nu, maar ook in de toekomst, is om als Europa sterk te staan en samen borg te staan voor Oekraïne en samen ook Europese leningen aan te gaan. Alleen zo kunnen we Oekraïne duurzaam onder onze voorwaarden blijven helpen. Zult u een overtuigd pleidooi houden, deze week wellicht, in Europa om samen Europese leningen aan te gaan?

Ik durf mijn vraag uit te breiden, mijnheer de minister, omdat u dit samen met de premier doet. Zullen jullie morgen voor die gezamenlijke Europese leningen pleiten?

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, de spanningen binnen de Europese Unie rond het aanwenden van de in België geblokkeerde Russische tegoeden bij Euroclear nemen verder toe. Ik denk dat we deze week stilaan naar een hoogtepunt gaan.

België staat onder aanzienlijke druk van de andere Europese lidstaten om in te stemmen en deze tegoeden vrij te geven als lening voor Oekraïne, terwijl analyses wijzen op zware juridische, financiële en diplomatieke risico's voor ons land. De kritiek neemt toe en er circuleren misleidende interpretaties van het Belgisch standpunt, wat onze reputatie onder druk zet.

Ik heb hierover een aantal vragen. Hoe beoordeelt u de potentiële impact van een unilaterale of onvoldoende gedekte beslissing op de financiële stabiliteit en toekomst van België en op de rol van Euroclear in het internationale kapitaalverkeer? Welke pistes bestaan er volgens u om tot afdwingbare mutualisering van de risico's te komen? Zijn er volgens u andere pistes om de wapenlevering aan Oekraïne te financieren? Overlegt u met uw collega's om dit te bereiken? Hoe realistisch is het dat hiervoor een brede Europese consensus ontstaat vóór de top van morgen?

Welke pistes worden naar voren geschoven door dwarsliggende landen zoals Hongarije? Klopt het dat Europa de dwarsliggende landen wil uitsluiten van het beslissingsproces? Klopt het eveneens dat men alternatieve financieringsmanieren zoekt omdat Amerikaanse hulp uitblijft? Wat is de kans dat Euroclear internationale tegoeden zal wegtrekken uit de EU en dat een Aziatisch alternatief aantrekkelijk wordt?

Hoe gaat België intussen om met de reputatieschade en de desinformatiecampagnes die onze houding verkeerd voorstellen? Welke diplomatieke acties plant u om ons standpunt correct te kaderen? In welke mate houdt Europa rekening met geopolitieke repercussies, inclusief economische tegenmaatregelen door Rusland? Hoe worden deze scenario's geïntegreerd in de onderhandelingsstrategie? Tot slot, ziet u alternatieve oplossingen die beantwoorden aan onze vereiste van juridisch sluitende collectieve garanties?

De voorzitster : Collega Lutgen is niet aanwezig.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, het gaat over die 180 miljard aan bevroren Russische middelen, die effectief heel centraal in ons land staan. De daaromtrent ontstane discussie betreft, zoals de collega’s al uitgebreid hebben geschetst, de juridische gevolgen, het risico voor de welvaart van ons land, voor de zekerheid van ons land, maar ook voor het financieel imago van ons land, dat toch wel hoog staat maar nu op het spel staat.

De discussies lopen. Morgen is een heel belangrijke dag. Ik vind het traject dat u samen met eerste minister De Wever tot nu toe heeft gelopen, een nagenoeg optimaal traject is, met de verdediging van de bezorgdheden van onze burgers. Er is heel veel steun van de burgers, wat essentieel is, maar ook van de financiële wereld, die enigszins op losse schroeven staat. De Europese Centrale Bank heeft ook heel duidelijk aangegeven dat hier een heel groot risico wordt genomen en men niet te snel vooruit mag gaan.

Er blijken ook heel wat miljarden in andere landen te staan, zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Luxemburg. Dat moet uiteraard in de gehele bespreking worden meegenomen.

Het aanwenden van de middelen die bij Euroclear geblokkeerd staan, is nog niet formeel goedgekeurd door de Europese Commissie. Daarom heb ik in mijn ingediende tekst de vraag opgenomen of er daaromtrent al een goedkeuring is.

Hoe heeft ons land zich dan gedragen? Wij hebben uiteraard meegestemd met de noodwet, weliswaar met een verklaring waarin we heel duidelijk aangeven dat er veel bezwaren zijn. We worden daarin gesteund door onder andere Italië, Bulgarije en Malta.

Hoe ziet u het verdere verloop? Er is een vergadering voorzien en er is tijd uitgetrokken, maar u weet dat wij kunnen onderhandelen, lang kunnen onderhandelen, dat ons land een traditie heeft van het zoeken naar compromissen. In hoeverre is er volgens u een compromis mogelijk?

Hangt het zwaard van de gekwalificeerde meerderheid nog steeds boven ons hoofd? Is er ook een blokkeringsminderheid, volgens artikel 122 van het Europees recht?

Kortom, hoe zullen wij optreden om, ten eerste, naar een compromis te zoeken en, ten tweede, ervoor te zorgen dat alle bezorgdheden van onze bevolking, onze regering en onze financiële instellingen een antwoord krijgen?

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, ik zal de gestelde vragen en ook de vragen van de heer Lutgen beantwoorden.

Beste Kamerleden, dit thema is voor ons land van essentieel belang, wat u ook bewijst met uw talrijke vragen.

Vos interrogations sont légitimes, mais j'espère que vous comprendrez qu'il n'est pas opportun pour notre pays, à la veille d'une réunion cruciale du Conseil européen, que j'entre publiquement aujourd'hui dans le détail de certaines de vos questions. Permettez-moi d'abord de recadrer notre discussion.

Zoals u weet blijft Rusland, ondanks de zogenaamde vredesplannen die op tafel liggen, dagelijks aanvallen lanceren tegen Oekraïense steden en zijn de gevechten aan het front even hevig als altijd. Ondertussen lopen de kosten op en heeft Oekraïne dringend financiële steun nodig om haar weerstand vol te houden.

De regering is zich volledig bewust van die nood en is volop bereid om de nodige financiering voor Oekraïne te vinden. Ik wil daarover geen enkel twijfel laten bestaan. België wil een oplossing vinden, zodat Oekraïne over de nodige financiële middelen beschikt om zijn grondgebied en zijn bevolking te verdedigen.

Niemand kan zich voorstellen dat de Europese Raad zonder een oplossing wordt afgesloten. Het gaat immers om een kwestie van veiligheid voor Oekraïne, voor Europa en dus ook voor ons land. De vraag is echter hoe we dat doen. Veel Europese landen en de Europese Commissie zijn voorstander om te werken met een zogenaamde reparation loan . Dat zou erop neerkomen dat men de financiële instellingen die tegoeden van de Russische Centrale Bank houden verplicht om pro rata leningen aan de Europese Unie te verschaffen. Op haar beurt kan de Unie dat aan Oekraïne doorlenen. Voor België zou vooral Euroclear in het vizier komen.

Omdat het zomaar confisqueren van staatsgeld niet mag onder het internationaal recht, zou het eigendomsrecht bij Rusland blijven, al krijgt Rusland het echte geld pas terug te zien indien het Oekraïne compenseert voor de aangebrachte schade.

De mogelijke operatie die ik net beschreef, is de eerste in zijn soort en is niet vrijblijvend. Het is enorm complex en gaat met immense risico's gepaard.

Vooreerst zijn er risico’s voor België, aangezien wij aangeklaagd kunnen worden voor een grote schadevergoeding door Rusland, en daarnaast zijn er risico’s voor Euroclear, dat een essentiële rol speelt in de stabiliteit van het financieel systeem. Bovendien bestaat het risico dat op langere termijn het vertrouwen in de Europese Unie als veilig investeringsgebied wordt ondermijnd. Dat kan ernstige verstoringen van de Europese financiële markt en de euro tot gevolg hebben.

België waarschuwt al geruime tijd voor die risico's en pleit daarom om een veiliger en gekend systeem toe te passen, namelijk dat van gezamenlijke leningen waarbij de EU garant staat. Daarvoor zijn verschillende haalbare scenario's denkbaar. Wij merken echter dat verschillende lidstaten op dit moment geen andere opties bespreekbaar achten.

Indien de EU-lidstaten toch verder willen gaan met een reparations loan , is de Belgische minimumeis dat het niet alleen in dat bad getrokken wordt vooraleer wij een akkoord kunnen overwegen. Het risico om dat alleen te dragen is te groot. De Europese lidstaten moeten concrete garanties geven dat België en Euroclear toegang hebben tot cash wanneer dat nodig zou zijn. Tevens eisen we dat alle lidstaten waar Russische staatstegoeden aanwezig zijn, die ook mee inzetten. In het bijzonder moet ook een afdoende oplossing worden gevonden voor het probleem van Russische tegenmaatregelen.

Op dit moment wordt nog druk onderhandeld door onze medewerkers met de Europese Commissie en met de lidstaten over de uitwerking van dergelijke garanties. In de onderhandelingen merken we bij de lidstaten veel begrip voor de positie van België, maar we merken ook dat veel lidstaten aarzelen om mee het risico te lopen dat België loopt.

Sommige landen lijken ermee in te stemmen om het risico te delen op het oorspronkelijk bedrag dat zou kunnen worden gebruikt, maar niet noodzakelijkerwijs het volledig risico, zoals de miljarden extra die na jarenlange rechtszaken zouden kunnen worden toegevoegd in de vorm van boetes of gemiste economische kansen.

Het klopt dat verschillende van de voorliggende voorstellen en aanpassingen met een gekwalificeerde meerderheid kunnen worden genomen, waardoor een Belgische ja-stem niet expliciet noodzakelijk is, ook al kunnen vragen worden gesteld bij de rechtsbasis daarvan. Dat verdient echter nuancering. België blijft een constructief lid van de Europese Unie en de belangen die wij verdedigen, gaan verder dan louter ons eigen land.

Het bijkomend risico dat we mogelijk lopen indien voor reparations loan wordt gekozen, moet afdoende afgedekt zijn. Dat lijkt me niet meer dan redelijk. De lidstaten zijn zich daarvan wel degelijk bewust.

Ces dernières semaines, nous avons été confrontés à des considérations inacceptables dans certains organes de presse ou sur les réseaux sociaux. La Belgique a été présentée comme la nouvelle meilleure amie de Poutine. Certains ont expliqué que nos objections étaient dues à l'utilisation égoïste des impôts sur les bénéfices exceptionnels pour des questions budgétaires nationales, et j'en passe. Tout cela est totalement faux. Ce n'est qu'une campagne de diffamation orchestrée contre la Belgique.

Nous avons apporté notre soutien à l'Ukraine depuis le premier jour. Nous savons qu'au-delà des principes fondamentaux liés à la défense du droit international, à la souveraineté, à l'intégrité territoriale, la sécurité de l'Ukraine est aussi la sécurité de l'Europe. Tout l'argent prélevé sur des avoirs russes au travers de notre fiscalité est utilisé en soutien militaire à l'Ukraine. Nous avons déjà alloué plus de 3 milliards d'euros depuis le début de la guerre. Nous soutenons la société civile ukrainienne; nous construisons des abris pour les élèves; nous finançons des structures locales de soutien aux victimes; nous formons les futurs pilotes ukrainiens de F16; nous donnerons prochainement une partie de nos F16 à l'armée de l'air ukrainienne; nous faisons partie du processus Pearl via l'OTAN pour aider au financement d'équipements militaires; nous avons soutenu tous les paquets de sanctions contre Moscou. Nous ne sommes donc certainement pas prorusses. Mais les autres États membres de l'Union européenne ne peuvent pas demander la solidarité de la Belgique, et dans le même temps, refuser de nous offrir la même solidarité. Il est certainement confortable de blâmer la Belgique et de demander à celle-ci de prendre tous les risques juridiques et financiers, voire même de rester au balcon, refusant de partager pleinement et totalement ces risques. Mais c'est injuste. Aujourd'hui, la Belgique fait face à des difficultés bien malgré elle. La prochaine fois, sur un autre sujet, ce sera peut-être le cas d'un autre pays, et chacun alors appréciera de bénéficier aussi, à ce moment-là, de la même solidarité que celle que nous réclamons.

Nous avons trois préoccupations raisonnables et légitimes. Nous les avons répétées encore et encore, depuis des semaines et des mois. Je ne compte plus le nombre d'entretiens que j'ai eus à ce sujet avec mes homologues. Lors de chaque réunion à laquelle je participe, depuis des mois, j'ai à chaque fois réexpliqué notre position dans le détail. S'y ajoute le grand nombre de contacts du premier ministre, lui-même, avec ses homologues. Nous avons de façon cohérente défendu la même position et communiqué un même message.

Des progrès ont certes été réalisés par la Commission, nous pouvons le reconnaître. Mais le fait est que nous n'y sommes pas encore, il y a encore du travail.

La Belgique n'exprime pas ses objections par crainte de la pression, ni de mesures de rétorsion. Nous essayons simplement d'éviter l'effondrement de notre propre économie, en cas de décision sans garantie appropriée. Je le répète, le reparations loan ne saurait être une perspective que si toutes les garanties requises par la Belgique sont intégralement obtenues. Le reparations loan n'est toutefois pas la seule solution pour aider l'Ukraine. Ce n'est pas non plus la meilleure solution. Ce n'est en tout cas pas celle que nous préférons. Des approches moins risquées sur les plans juridique et financier existent.

Tout ce que je viens de vous partager, je l'ai exprimé avec force et clarté hier au Conseil européen des Affaires générales ainsi que lundi au Conseil des Affaires étrangères. Nos messages sont clairs et constants depuis des mois. Espérons qu'ils seront politiquement et surtout techniquement entendus. Le premier ministre a ma totale confiance pour défendre les intérêts de notre pays dans les discussions cruciales à venir au cours des prochaines heures et des prochains jours. Ces discussions seront probablement, de l'aveu même de mon collègue ministre allemand de l'Europe, les plus délicates et les plus importantes que l'Union européenne ait connues ces 30 dernières années.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, hoe een en ander zou verlopen, viel sinds 2022 te voorspellen. Toch merk ik dat er geen vooraf gesmede sterke coalities waren, geen afdwingbare garanties en geen vooraf opgebouwd beschermingsmechanisme. Net als bij alle andere dossiers reageert België pas als het kalf al verdronken is. De garanties betekenen in de praktijk dat België zijn vetorecht verliest: er is geen bescherming, alleen procedurele capitulatie.

België en zijn burgers dragen daardoor vandaag een disproportioneel groot risico. Het is gerechtvaardigd om de vraag te stellen hoe de EU ons zal beschermen en hoe betrouwbaar die nog als partner is. Ik hoop dan ook dat de premier morgen zijn standpunten duidelijk zal verdedigen en de belangen van onze mensen vooropstelt. Solidariteit met Oekraïne mag namelijk niet betekenen dat we de toekomst van onze eigen bevolking op het spel zetten.

Katrijn van Riet:

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik begrijp dat u nu niet uw kaarten kunt laten kijken. Dat is logisch. De komende dagen zijn cruciaal. Ik heb begrepen dat er een oplossing zal komen. Hopelijk is dat een oplossing waar we ons allen achter kunnen scharen. Die oplossing zal binnenkort uit de onderhandelingen voortkomen. Wij wensen de premier en u veel succes bij de onderhandelingen, zodat u uw drie minimumeisen kunt binnenhalen.

Annick Lambrecht:

Dank u wel voor uw duidelijke antwoord, mijnheer de minister. U benadrukte nogmaas dat we Oekraïne willen helpen, dat de verspreiding van nepnieuws moet stoppen en dat het logisch is dat België niet alle risico's alleen draagt.

Europa en de Europese Unie berusten op solidariteit. Solidariteit betekent echter niet dat één land alle risico's draagt, terwijl de rest niets doet. We blijven erop hameren, zoals u ook deed, dat andere lidstaten met Russische tegoeden ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Zij zwijgen als vermoord, want ze willen niet mee in het bad worden getrokken. Het is iedereen samen of het is niet.

Ik ben blij dat u nogmaals de gezamenlijke leningen ter sprake bracht; dat is een veel veiligere optie om Oekraïne te steunen, zodat iedereen mee kan doen. De uitspraken van Europees president António Costa, dat er geen confrontatie met België mag zijn, vind ik enigszins hoopgevend.

De premier en uzelf zijn in strijdmodus voor ons land en dat is noodzakelijk. U hebt de steun van velen, ook van Vooruit. Houd het been stijf; laat België niet alle risico's alleen dragen. Voor andere landen is het veel gemakkelijker om ons alleen te laten handelen. De Europese Unie staat voor solidariteit, ook in dit dossier.

Er wordt vaak gezegd dat het hier pas veilig is als het elders veilig is. Dat klopt, maar we moeten er ook voor zorgen dat het hier veilig blijft.

Ik dank u en de premier voor uw vastberadenheid. Ik wens u veel succes morgen.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, als we van een zaak zeker kunnen zijn, is het dat u, de premier en de voltallige regering, onze mensen, onze maatschappij, onze financiële stabiliteit, van in het begin in het dossier consequent hebben verdedigd. Een vorige spreker klaagde aan dat u het had kunnen zien aankomen. Ik herinner haar eraan dat ons land de winsten op de interesten consequent en met overtuiging naar Oekraïne heeft doorgestort. Dat mag inderdaad worden gezegd. Desinformatie daarover is niet aanvaardbaar. Ons land steunde Oekraïne en zal Oekraïne steunen. De veiligheid, zoals u terecht zei, in ons land is veiligheid in Oekraïne en omgekeerd. We zijn bijna buren. Het is dus essentieel dat we naar oplossingen zoeken. Uiteraard is het vredesproces het belangrijkste, maar op dit moment is het geld zo goed als op en moeten we naar oplossingen zoeken. Dat hebben u en de premier ook al wekenlang, zo lang als de discussie loopt, gedaan. U verwijst naar de mogelijkheden met leningen, of nog met garantstellingen door de lidstaten, mogelijkheden die toelaten dat de Oekraïners verder kunnen, dat ze vooral kunnen heropbouwen wanneer er vrede of uitzicht op vrede is. Daar moeten we voor blijven pleiten. Ik stel vast dat u na die vele weken van discussies vooruitgang hebt geboekt. Ik kan mij voorstellen dat het zowel voor u als voor de premier zeer zware weken zijn geweest, met veel druk, veel overleg, heel weinig slaap. Mevrouw Von der Leyen en mevrouw Kallas geven nu duidelijk aan dat ze de Belgen niet zomaar willen overrulen. Zij willen rekening houden met onze bezorgdheden over onder andere garanties, bezorgdheden die ook door onze bevolking worden gedeeld. U hebt daarnaar geluisterd. Ik wens u alle succes morgen en in de komende dagen. Ik hoop echt dat u geen kalkoen op de Europese Raad zal moeten eten, maar dat er een oplossing komt voor de mensen in Oekraïne, die de mensen in ons land ook gerust kan stellen.

De infiltratie van Hamas in gesubsidieerde ngo's

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy verwijst naar een NGO Monitor-rapport (gebaseerd op door de IDF gevonden Hamas-documenten) dat stelt dat Hamas systematisch ngo’s zoals Oxfam, Artsen zonder Grenzen en International Medical Corps infiltreert via lokale "garanten" in leidinggevende functies, met sommige projecten als dekmantel voor militaire doeleinden, en bekritiseert dat minister Prévot geen actie onderneemt om Belgische geldstromen naar betrokken ngo’s te onderzoeken of stoppen. Prévot betwist de geloofwaardigheid van NGO Monitor (vanwege gebrek aan transparantie en eenzijdigheid), vertrouwt op de interne controles van Belgische ngo’s en diplomatieke toezichtsmechanismen, en wijst erop dat eerdere Israëlische beschuldigingen tegen ngo’s nooit hard gemaakt zijn. Van Rooy beschuldigt Prévot ervan naïef te zijn, stelt dat Hamas ngo’s dwingt tot samenwerking ("mes op de keel") en noemt het een "schande" dat Belgisch belastinggeld zo bij Hamas terechtkomt, zonder dat de minister ingrijpt.

Sam Van Rooy:

Minister, uit een rapport van NGO Monitor blijkt dat Hamas geïnfiltreerd is in internationale en buitenlandse ngo’s die werkzaam waren of zijn in Gaza. Ik heb u de link van dat rapport bezorgd. Dat gebeurt via zogenoemde garanten, ofwel inwoners van Gaza die als contactpunt fungeren tussen Hamas en de betrokken ngo’s. Die zogenoemde garanten kregen vaak zelfs invloedrijke bestuursfuncties binnen die ngo’s, zoals directeur of bestuursvoorzitter, terwijl sommige van die personen tegelijkertijd lid zijn van Hamas.

Anderen worden dan weer omschreven als betrouwbare sympathisanten of als gelieerd aan Hamas. Zo is de huidige administratief directeur van het International Medical Corps, een wereldwijde non-profitorganisatie, niet alleen lid van Hamas, maar bekleedt hij zelfs de rang van kapitein binnen die terroristische organisatie. Oxfam werkte dan weer samen met een lokale, aan Hamas gelieerde groep om een irrigatieproject voor fruitbomen uit te voeren. Hamas heeft dat project misbruikt als dekmantel voor militaire doeleinden tegen Israël, aan de Israëlische grens. Verder worden ook Artsen zonder Grenzen, Save the Children en andere bekende organisaties genoemd. Het rapport kwam overigens tot stand dankzij vondsten van de IDF in Gaza.

NGO Monitor ontdekte daardoor, op basis van communicatie van Hamas zelf, dat ten minste tien van die zogenoemde garanten ook senior ngo-functionarissen in Gaza waren en tegelijkertijd leden of supporters van Hamas, of werkzaam voor een aan Hamas gelieerde groep. Hamas voerde ook grootschalige surveillance uit op ngo-functionarissen in Gaza. In een document van Hamas dat door de IDF werd gevonden, valt te lezen dat garanten, gelieerd aan Hamas, bij maar liefst 48 ngo’s kunnen worden geëxploiteerd voor veiligheidsdoeleinden, om buitenlandse organisaties, hun buitenlandse seniormedewerkers en hun bewegingen te infiltreren. Nog verontrustender is dat ngo’s daar kennelijk ook van op de hoogte waren of er zelfs gewillig aan meewerkten.

Minister, wat is uw reactie hierop? Bent u bereid na te gaan welke in het rapport genoemde ngo’s direct of indirect, bijvoorbeeld via de EU, Belgisch geld ontvangen? Zult u de geldstromen naar ngo’s die door Hamas werden geïnfiltreerd minstens opschorten? Zo niet, waarom niet?

Maxime Prévot:

Mijnheer Van Rooy, deze aantijgingen worden geuit door de eenzijdig gefocuste organisatie NGO Monitor, waarvan de eigen financiering niet publiek is en die zich baseert op vermeende Hamas-documenten.

Persoonlijk hecht ik meer waarde aan de rapportering door onze erkende, geauditeerde Belgische ngo’s, aangevuld met enerzijds het toezicht vanuit onze diplomatieke posten en de administratie en, anderzijds, de mechanismen van risicobeheersing en interne controle van onze ngo’s zelf. In het kader van hun samenwerking met partners ter plaatse nemen die steeds verschillende maatregelen in acht om te voorkomen dat ze in welke valkuil dan ook trappen, of die nu afkomstig is van Hamas of van de Israëlische veiligheidsdiensten.

Ik herinner u er graag aan dat Israël ook in het verleden beschuldigingen ten aanzien van zowel Belgische ngo-partners als VN-instellingen niet hard heeft kunnen maken.

Sam Van Rooy:

Minister, ik weet ondertussen natuurlijk dat u het Midden-Oosten niet begrijpt. Ik weet dat u Gaza niet begrijpt en dat u in zowat elke valkuil, elke leugen en elke misleiding van Hamas & co trapt. Uit dit rapport van NGO Monitor, en dus uit documenten van Hamas zelf die werden gevonden, blijkt dat Hamas geïnfiltreerd is in internationale en buitenlandse ngo’s die werkzaam zijn in Gaza. Onder meer Oxfam en Artsen Zonder Grenzen worden genoemd. Dat is ook logisch, minister, want denkt u nu echt dat ngo’s in Gaza kunnen opereren zonder dat Hamas hen soms letterlijk het mes op de keel zet? Denkt u dat echt? Belgisch belastinggeld is dus de facto naar Hamas gegaan. Dat is de spijtige conclusie. U bent blijkbaar niet van plan dat te stoppen, minister. Het is een schande.

De sluiting van een Canonfabriek in China

Gesteld door

N-VA Katrijn van Riet

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot stelt dat Canons vertrek uit China vooral een economische beslissing was, niet direct gelinkt aan de geopolitieke spanningen tussen China en Japan (uitgelokt door Japans Taiwan-standpunt en Chinese handelsmaatregelen), maar bevestigt wel dat diversificatie van waardeketens (grondstoffen, hightech, medicijnen) urgent is om afhankelijkheid te verminderen. Hij wijst op het EU Resource Action Plan (3 mjd euro voor alternatieve voorraden) en benadrukt dat België actief meewerkt, maar concrete uitvoering nu prioriteit moet krijgen. Van Riet onderschrijft de noodzaak tot diversificatie (over alle sectoren) en verwelkomt de EU-plannen, maar dringt aan op snelle, meetbare implementatie. Ze noemt de geruststelling over Canons motieven, maar blijft bezorgd over brede kwetsbaarheden in toeleveringsketens.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, onlangs heeft het Japanse management van Canon een fabriek gesloten in Zhongshan, in de Volksrepubliek China, nadat ze bijna 25 jaar heeft geproduceerd. Die beslissing heeft niet alleen economische gevolgen, maar werpt ook een licht op de geopolitieke spanningen tussen China en Japan en op de bredere gevolgen daarvan voor de internationale toeleveringsketens. Binnen het internationale klimaat rijzen enkele fundamentele vragen over de impact van dergelijke industriële herschikkingen.

Mijnheer de minister, welke lessen trekken België en de Europese Unie uit het besluit van een groot technologisch bedrijf om zijn productie in China stop te zetten, mogelijks mede als gevolg van geopolitieke spanningen?

Hoe schat u de stabiliteit van de Europese toeleveringsketens in, gelet op de trend waarbij Aziatische multinationals hun productie verplaatsen naar landen buiten China, zoals Vietnam of Thailand?

Overweegt u maatregelen te nemen om de afhankelijkheid van risicovolle buitenlandse productiecentra te verminderen, om op die manier onze technologische en industriële autonomie te versterken? Indien ja, kunt u dat dan concreet en kort toelichten?

Ziet u in het licht van de spanningen tussen China en Japan en het mogelijke domino-effect voor buitenlandse bedrijven een nood aan een Europese strategie om buitenlandse investeringen en productiefaciliteiten veiliger en weerbaarder te maken tegen geopolitieke druk?

Ten slotte, hoe consulteert België op dat vlak zijn bondgenoten binnen de Europese Unie en de NAVO om te verzekeren dat strategisch technologisch gevoelige productie, zoals electronics , hightech en high-precision , wordt beschermd tegen politieke instabiliteit of wisselvallige handelsrelaties?

Maxime Prévot:

Mevrouw van Riet, de spanningen tussen China en Japan zijn de voorbije weken toegenomen na uitspraken van de Japanse premier over Taiwan. Zoals wel vaker leiden politieke discussies al snel tot tegenmaatregelen van China, die ook economisch en handelsgerelateerd zijn. Er waren bijvoorbeeld niet alleen enkele militaire ontplooiingen, maar China verbood ook de invoer van Japanse zeevruchten en raadde zijn burgers af om naar Japan te reizen.

Ik moet vaststellen dat de VS zich eerst eerder afzijdig hield, hoewel Japan de belangrijkste bondgenoot van de VS is in de regio. Vorige week heeft de VS wel duidelijk zijn steun aan Japan bevestigd en onderstreept dat de Chinese activiteiten niet bevorderlijk zijn voor regionale vrede en welvaart.

De beslissing van het Japanse bedrijf Canon om zich terug te trekken uit China, lijkt echter niet onmiddellijk het gevolg te zijn van de huidige politieke spanningen. Het lijkt eerder een beslissing op basis van economische overwegingen, wat logisch is. Ook Belgische bedrijven beslissen volledig autonoom waar en hoe ze willen investeren of hun productie stopzetten. Ondanks de vele risico's blijft investeren in China ook voor veel Belgische bedrijven aantrekkelijk. Voor hen wegen de voordelen nog altijd zwaarder dan de nadelen. De voorwaarde is uiteraard wel dat de Chinese bedrijven, evenals de Chinese overheden, het level playing field en de regels van de markt respecteren. Op die grote problematiek kom ik later terug in antwoord op een andere vraag van u.

Ik wil mij nu richten op de noodzaak van diversificatie van onze waardeketens. Het is cruciaal dat wij onze afhankelijkheid van een beperkt aantal producenten of producerende landen zoveel mogelijk en zo snel mogelijk afbouwen. Dat wordt best uitgebreid naar alle economische sectoren, niet alleen de strategisch-technologisch gevoelige productie, maar ook chemische producten, zeldzame aardmetalen en medicijnen.

De Europese Commissie keurde recent nog het Resource Action Plan goed. Dat plan heeft tot doel de toegang tot grondstoffen voor de belangrijkste industriële sectoren te verzekeren alsook om de waardeketens van de EU te beschermen tegen leveringsverstoringen. Er zal onder meer een Europees centrum voor kritieke grondstoffen en een grondstoffenplatform worden opgericht. De EU zal de komende twaalf maanden tot 3 miljard euro vrijmaken ter ondersteuning van concrete projecten die op korte termijn voor alternatieve voorraden kunnen zorgen. Nu is het moment om van plannen naar uitvoering te gaan, met concrete acties, duidelijke projecten en meetbare resultaten.

België zal een actieve speler blijven in dat proces.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, het is geruststellend dat die beslissing van Canon geen gevolg is van geopolitieke spanningen, maar louter een economische beslissing. Het sterkt mij echter wel in mijn overtuiging dat die nood aan diversificatie in verschillende value chains zeer belangrijk is. We moeten onze afhankelijkheid afbouwen en dat over alle sectoren. Dat is zeker welkom. Ik kijk ook uit naar de uitvoering van de beslissingen met betrekking tot het Research Action Plan en het grondstoffenplatform.

India als handelspartner van Rusland in defensieaankopen

Gesteld door

N-VA Katrijn van Riet

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat EU-sancties tegen Rusland enkel Europese actoren binden, maar benadrukt dat de EU derde landen zoals India – een strategische partner – actief aanspoort om Russische wapeninkopen (zoals het S-400-systeem) te vermijden, aangezien die indirect de Oekraïne-oorlog financieren. Volgens hem ondermijnen dergelijke aankopen de effectiviteit van westerse sancties, al ziet hij geen directe dreiging voor de stabiliteit in de Indo-Pacific. Van Riet erkent dat India niet juridisch gebonden is, maar wijst op Amerikaanse druk om sancties alsnog te steunen, zonder verdere kritiek op België’s houding.

Katrijn van Riet:

Aziatische media berichten dat India, ondanks waarschuwingen vanuit Washington, opnieuw overweegt om S-400-batterijen aan te kopen bij Rusland. Dat illustreert hoe sommige landen zich blijven wenden tot Russische defensieleveranciers, ook wanneer dat ingaat tegen de huidige westerse sanctiekaders. Gelet op de oorlog in Oekraïne, de sancties tegen Rusland en de geopolitieke spanningen wil ik uw visie daarover vragen, mijnheer de minister. Hoe beoordeelt u de vaststelling dat landen als India, ondanks druk en sanctiedreiging van de Verenigde Staten, blijven kiezen voor Russische defensieleveranciers en bijvoorbeeld het S-400-systeem?

Wat is volgens u de impact van dergelijke aankopen op de geloofwaardigheid en de samenhang van de westerse sanctie-inspanningen tegen Rusland? Zou België binnen het kader van de EU en de NAVO een duidelijk signaal moeten geven inzake de levering van wapensystemen door Rusland? Hoe zou dat signaal eruit kunnen zien? In hoeverre houdt u er rekening mee dat zulke wapenleveringen aan landen buiten het conflictgebied de spanningen in andere regio’s, zoals de Indo-Pacific, kunnen doen escaleren en indirect onze strategische belangen beïnvloeden?

Maxime Prévot:

Dank u voor uw vraag, mevrouw van Riet.

De Europese restrictieve maatregelen zijn in de eerste plaats van toepassing op Europese bedrijven en actoren. Met andere woorden, aan Europese actoren worden beperkingen of een verbod opgelegd om transacties aan te gaan met entiteiten in Rusland of in andere landen waarvan bewezen is dat ze Rusland ondersteunen in zijn agressieoorlog tegen Oekraïne. Derde landen, waaronder India, zijn niet gebonden aan de Europese sancties. De EU staat wel in nauw overleg met die landen wat sanctieomzeiling betreft. Wanneer sanctieomzeiling wordt vastgesteld, kunnen aan de betrokken entiteiten sancties worden opgelegd. Zoals u weet, is dat ook al gebeurd.

In het algemeen worden sancties het best gecoördineerd tussen gelijkgezinde landen, om een maximaal effect te bereiken. De aankoop van goederen uit Rusland – bijvoorbeeld wapensystemen, maar ook energie – ondersteunt indirect de mogelijkheid van het land om de oorlog voort te zetten. Die boodschap wordt dan ook consequent overgebracht, zowel in een bilateraal als Europees kader, aan andere landen.

India is een belangrijke partner voor België, ook op het vlak van samenwerking in de defensie-industrie. Hoewel we de invoer van Russische systemen betreuren, zien we geen negatieve impact van de Indiase wapeninkopen op de veiligheidssituatie in de Indo-Pacifische regio.

Voorzitster: Els Van Hoof

Présidente: Els Van Hoof

Katrijn van Riet:

Dat is duidelijk. Landen als India zijn als derde landen niet gebonden door onze sancties, maar ze worden toch ook, mede door de Verenigde Staten, onder druk gezet om mee de sancties te ondersteunen. Ik begrijp dat India een belangrijke partner is voor België en dat we die relatie ook zo moeten behouden. In ieder geval dank ik u voor uw verduidelijking, mijnheer de minister.

De toegang tot El Fasher
De situatie in Soedan en de Europese humanitaire hulp
Humanitaire toegang en crisis in Soedan

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens Annick Lambrecht is Soedan een vergeten humanitaire ramp, met mogelijk tienduizenden doden in El Fasher, waar hulporganisaties sinds 27 oktober geblokkeerd worden; ze bekritiseert dat België – ondanks financiële steun – te passief blijft vergeleken met conflicten zoals Gaza en Oekraïne en dringt aan op dringender diplomatieke druk. Minister Maxime Prévot bevestigt dat België actief pleit voor humanitaire toegang via de VN, EU (o.a. steun voor een luchtbrug) en financiële bijdragen (5 miljoen euro + 170 miljoen via VN/Rode Kruis), maar erkent dat de situatie ondoorzichtig blijft door geblokkeerde konvooien en geweld. Lambrecht bekritiseert dat Soedan minder prioriteit krijgt en eist dat België bij elk internationaal contact het conflict agressiever aankaart, uit vrees voor toekomstige schaamte over onvoldoende actie.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik heb een vraag over wat vandaag geldt als het grootste vergeten conflict en de grootste humanitaire ramp van het moment, namelijk Soedan, waarover we morgen een voorstel van resolutie voorleggen.

Hulporganisaties in Soedan zijn gefrustreerd, omdat zij, weken nadat El Fasher werd ingenomen door de paramilitaire groepering RSF, de stad nog altijd niet binnen mogen. Mogelijk zijn er de afgelopen weken tienduizenden mensen omgekomen. Satellietbeelden tonen grote stapels lichamen in de straten van de stad. Het blijft gissen naar de precieze omvang van de gruwel, aangezien er geen recente informatie beschikbaar is. Voor de val van de hoofdstad van de federale staat Noord-Darfur woonden er nog ruim een kwart miljoen mensen in de stad. Voor het begin van de oorlog in april 2023 telde El Fasher zelfs ongeveer 1,5 miljoen inwoners.

Sinds 27 oktober krijgen hulporganisaties geen toestemming meer om de stad binnen te gaan. Medewerkers van de Rode Halve Maan werden verplicht de stad te verlaten en de bevolking zonder enige hulp achter te laten. Ik las gisteren berichten over naar schatting 150 locaties waar lichamen op elkaar gestapeld zouden liggen. Niemand kent het exacte aantal doden, het zou om tienduizenden kunnen gaan.

Mijnheer de minister, beschikt u via uw ministeriële kanalen over informatie over de huidige situatie van de bevolking in El Fasher? Kunt u er internationaal voor pleiten om humanitaire hulpverlening dringend toe te laten?

De voorzitster : Mevrouw Maouane is nog in een andere commissie.

Maxime Prévot:

Je répondrai également à la question initiale de Mme Maouane, de sorte qu'elle puisse découvrir la réponse dans la lecture du compte rendu.

Mevrouw Lambrecht, België volgt de dramatische situatie in Al-Fasher met de grootste aandacht en zet zich actief in om humanitaire toegang te waarborgen. De diensten van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking staan in voortdurend contact met de agentschappen van de Verenigde Naties, met name OCHA en het UN Human Rights Office. Volgens hun rapporten blijven meer dan 70 humanitaire konvooien geblokkeerd in Nyala in afwachting van toestemming om Al-Fasher binnen te trekken. De situatie ter plaatse blijft uiterst ondoorzichtig. Het exacte aantal slachtoffers is onbekend, maar de signalen zijn alarmerend, met een hoog risico op hongersnood en wijdverspreid geweld.

België speelt een actieve rol op het internationale vlak.

La Belgique soutient d'ailleurs pleinement l'initiative de la Commission européenne visant à établir un pont aérien humanitaire vers le Darfour. Bien que notre pays ne fournisse pas directement, pour ces vols, de moyens logistiques ou de matériel provenant de ses stocks, notre contribution se fait par un engagement financier et diplomatique au niveau multilatéral.

Steeds op Europees niveau hebben wij in samenwerking met verschillende lidstaten krachtige steun uitgesproken voor de invoering van een humanitair staakt-het-vuren in de regio Al-Fasher en voor de onmiddellijke opheffing van blokkades die de humanitaire toegang belemmeren.

In de Mensenrechtenraad hebben we bovendien een resolutie gesteund waarin wordt opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek naar ernstige mensenrechtenschendingen in de regio. Als medeondertekenaar van internationale initiatieven heeft België de oproep gesteund voor een humanitaire pauze om de levering van hulp en de bescherming van burgers mogelijk te maken.

België heeft op financieel vlak 5 miljoen euro toegewezen aan het humanitair VN-fonds voor Soedan, naast een jaarlijkse bijdrage die is opgetrokken tot meer dan 170 miljoen euro, inclusief 20 miljoen euro via het Rode Kruis

Ces efforts reflètent notre engagement concret à garantir un accès humanitaire sûr, complet et inconditionnel pour la population d'El Fasher. Nous continuons à exercer une forte pression diplomatique en étroite collaboration avec nos partenaires européens et internationaux, afin de veiller à ce que toutes les parties respectent leurs obligations humanitaires. Merci aussi à vous pour l'attention que vous portez à ce dossier crucial.

Annick Lambrecht:

Ik twijfel er niet aan dat België zijn financieel deel doet voor Soedan en blijft doen, maar het blijft een drama dat we wat Soedan betreft wel een beetje hulp bieden, maar voor de rest aan de zijlijn blijven staan, terwijl we bijvoorbeeld wat andere conflicten betreft, zoals Gaza en Oekraïne, onze stem wel laten horen. In Soedan vielen al 10.000 doden en 100.000 mensen zijn op de vlucht. Mensen zitten nu als ratten gevangen in Al-Fasher. We proberen wel bilateraal en via de EU hulp te bieden, maar ik dring erop aan – ik herhaal dit in mijn voorstel van resolutie – om een tandje voor Soedan bij te zetten. Het is niet Gaza, het is niet Oekraïne en het is allemaal wat verder van ons bed, maar wat er in Soedan gebeurt, is mensonterend. We zullen beschaamd zijn als we later zullen moeten bekennen dat we het wel wisten, maar niets hebben gedaan. Ik kan niet geloven dat niets de gruwel kan stoppen. Ik doe een oproep om niet meer te talmen. Ik vraag u om bij elk internationaal contact het probleem van Soedan op tafel te leggen.

De arbitraire opsluiting van Joseph Figueira
Joseph Figueira Martin
De zaak rond de willekeurige detentie van Joseph Figueira Martin

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens Annick Lambrecht en Els Van Hoof wordt de Belgische-Portugese humanitair onderzoeker Joseph Figueira Martin al 500+ dagen arbitrair vastgehouden in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), na een oneerlijk proces (veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid) en beweringen van marteling door de Wagnergroep, terwijl zijn gezondheid sterk verslechtert. Minister Maxime Prévot bevestigt intensieve diplomatieke inspanningen (bilateraal, EU, AU, VS/Portugal), waaronder topontmoetingen met president Touadéra en dagelijkse consulaire bijstand, maar erkent dat de electorale context in CAR en Russische invloed (CAR als "vazalstaat") de zaak bemoeilijken. Van Hoof en Lambrecht kritiseren het gebrek aan concrete vooruitgang ondanks EU-resoluties en benadrukken de noodzaak van gecoördineerde druk, terwijl Prévot belooft de diplomatieke en Europese druk op te voeren en structurele bescherming van humanitaire werkers te versterken via EU-raadsconclusies. Van Hoof wijst op het extreme risico voor hulpverleners in CAR, gedomineerd door Wagner en Russische controle.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, Joseph Figueira Martin, een Portugese-Belg die als humanitair onderzoeker werkzaam was voor FHI 360, wordt inmiddels meer dan 500 dagen arbitrair vastgehouden in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Volgens gezagvol internationaal onderzoek werd hij ontvoerd door de Wagnergroep, onderworpen aan marteling, onmenselijke behandeling en vervolgens veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid na een oneerlijk proces. Hij verblijft nog steeds in Camp de Roux, waar zijn gezondheid ernstig achteruitgaat.

De Europese Unie heeft recent nog haar engagement bevestigd om humanitaire werkers te beschermen en het Europees Parlement heeft op 10 juli 2025 een resolutie aangenomen die de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Joseph eist. Toch is er tot op heden geen concrete vooruitgang geboekt.

Aangezien Joseph zowel de Belgische als de Europese nationaliteit vertegenwoordigt, signaleert zijn zaak een breder risico voor de veiligheid van humanitaire medewerkers wereldwijd. Welke diplomatieke stappen heeft België tot nu toe genomen, zowel bilateraal met de Centraal-Afrikaanse Republiek als in Europese en multilaterale fora, om de vrijlating van Joseph Figueira Martin te bewerkstelligen?

Ziet België mogelijkheden om de druk te verhogen, bijvoorbeeld via gecoördineerde actie met Portugal, de EU-lidstaten of partners in de Afrikaanse Unie, om de zaak hoger op de politieke agenda te krijgen?

Heeft België zicht op de fysieke en mentale toestand van de heer Figueira Martin en welke inspanningen worden ondernomen om consulaire bijstand, medische evaluatie of evacuatie mogelijk te maken?

Tot slot, op welke wijze zal België zich inzetten om de structurele bescherming van humanitaire werkers te versterken, zodat gelijkaardige menselijke drama’s kunnen worden vermeden?

Els Van Hoof:

Ik sluit mij aan bij de vraag. Joseph Figueira zit al sinds mei 2024 vast in de Centraal-Afrikaanse Republiek in mensonterende omstandigheden. Hij werd veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid en een boete van 50 miljoen Centraal-Afrikaanse frank wegens criminele samenzwering, spionage en het ondermijnen van de staatsveiligheid. Wegens verschillende procedurele onregelmatigheden ging zijn advocaat in beroep. Het is duidelijk dat onze landgenoot geen eerlijk proces krijgt en het slachtoffers is van een geopolitiek steekspel, waarvoor het land ook bekend staat. Alle grote actoren, China en Rusland, en nog vele rebellengroepen zijn er immers aanwezig.

Ons land moet zich daarom samen met Portugal en de Europese Unie inspannen om zijn onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating te bewerkstelligen.

Ik heb u reeds schriftelijk de vraag gesteld zijn detentie aan te kaarten bij de Centraal-Afrikaanse autoriteiten. Hebt u dat recentelijk gedaan, bijvoorbeeld tijdens de EU-AU-Top in Luanda? Welke reactie kreeg u concreet?

Wordt er samengewerkt met de Portugese partners?

Krijgt Joseph Figueira Martin nog steeds bijstand van de Belgische vertegenwoordiging vanuit Kameroen, onder andere om zijn toegang tot adequate medische zorg te verzekeren?

Tot slot, hoe zal ons land de inspanningen opdrijven om de bescherming van humanitaire werkers wereldwijd te verbeteren?

Maxime Prévot:

Mevrouw Lambrecht en mevrouw Van Hoof, ik kan u bevestigen dat talrijke diplomatieke demarches in het voorbije anderhalf jaar ondernomen zijn, gaande van discrete bemiddeling over contacten in ons diplomatieke netwerk in Brussel, Yaounde, Lissabon, Den Haag, en Washington, tot rechtstreekse gesprekken op het allerhoogste niveau.

De jongste demarche die ik ten gunste van de heer Joseph Figueira Martin heb ondernomen, was tijdens de vergadering in Kigali, in november, ter gelegenheid van de Ministeriële Conferentie van de Francofonie. Ik heb ook een ontmoeting gehad met president Touadéra, die ik enkele maanden geleden al eerder had ontmoet. Ik heb naar hem gevraagd in de marge van de EU-African Uniontop in Luanda, maar hij was al vertrokken toen ik aankwam. Intussen heb ik een telefonisch gesprek aangevraagd met president Touadéra en onze diensten zoeken nu naar een geschikte datum.

De algemene verkiezingen in de Centraal-Afrikaanse Republiek vinden plaats op 28 december. Dat betekent dat we ons in een electorale context bevinden, wat extra gevoeligheden meebrengt waar we ons bewust van moeten zijn.

We blijven in nauw contact met de Verenigde Staten, Portugal, en de Europese Unie om de demarches op elkaar af te stemmen. De zaak-Joseph Figueira Martin werd bijvoorbeeld bepleit naar aanleiding van contacten tussen de Centraal-Afrikaanse president en de leiders van de Europese instellingen.

Er werden ook demarches op hoog niveau door België en de Europese Unie ondernomen in de marge van de partnerschapdialogen tussen de EU en de Centraal-Afrikaanse republiek op 28 oktober.

Om zijn vrijlating en evacuatie te bewerkstelligen, zijn wij uiteraard van plan om de diplomatieke druk, ook via de Europese instrumenten en kanalen, maximaal op te voeren.

Consulaire bijstand wordt dagelijks verleend aan Joseph Figueira Martin door het ereconsulaat van België in Bangui, dat ook dagelijks maaltijden aan onze landgenoot verstrekt. Zijn fysieke en mentale gezondheid is in de afgelopen 18 maanden van detentie aanzienlijk verslechterd en blijft zorgwekkend. In het kader van de consulaire bijstand konden verschillende bezoeken van de artsen van de Franse ambassade worden georganiseerd om de situatie nauwlettend op te volgen.

Eind oktober bezocht onze ambassadeur in Yaoundé Bangui en kon hij het hele proces bijwonen om de nodige morele steunen tijdens die beproeving te bieden. Onze diensten in Brussel staan zeer regelmatig in contact met de familie van Joseph Figueira Martin en volgen de ontwikkelingen op de voet.

De bescherming van humanitaire hulpverleners blijft een constante prioriteit voor België. We zetten ons op verschillende niveaus in om de bescherming van humanitaire hulpverleners te waarborgen, niet alleen in bilaterale contacten, multilaterale vergaderingen en interventies op Europese niveau, maar ook als donor en partner van internationale humanitaire organisaties. Zo hebben wij tijdens ons voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in 2024 bijzondere aandacht besteed aan de bescherming van humanitaire hulpverleners. We hebben de raadsconclusies aangenomen over de bescherming in humanitaire situaties, waarin wordt beklemtoond dat er meer moet worden geïnvesteerd in de ontwikkeling en versterking van de beschermingscapaciteit van humanitaire actoren, zowel internationaal als nationaal.

Daarnaast werden er in de werkgroep Humanitaire Hulp en Voedselhulp van de Raad tijdens het voorzitterschap van België gezamenlijk boodschappen goedgekeurd over de veiligheid van humanitair personeel.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor de toelichting over de vele diplomatieke demarches die u in deze al ondernam. Laten wij hopen dat het persoonlijk gesprek met president Touadéra er komt en een positief resultaat oplevert.

Ik vond het belangrijk om de kwestie aan te kaarten in een vraag, omdat het voor de betrokkene en zijn familie toh een hart onder riem is te weten dat u het dossier niet loslaat, dat u er heel hard mee bezig bent en dat u er alles aan doet om hem zo spoedig mogelijk vrij te krijgen.

Ten slotte, het is nodig dat u de bescherming van humanitaire hulpverleners hoog op de agenda houdt. Er moet daarin meer worden geïnvesteerd, dat zal niemand tegenspreken. Ik dank u voor uw blijvende inzet.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de vrijlating en evacuatie van de heer Martin is een belangrijke doelstelling. Ik ben ooit in de Centraal-Afrikaanse Republiek geweest en heb kunnen vaststellen hoe moeilijk het is om er te werken als ngo- of humanitair medewerker. Het land is voor twee derde afgesloten en zich daar verplaatsen gebeurt op eigen risico, wat hij waarschijnlijk heeft gedaan. Zelfs voor mensen die daar werken en wonen, is het bijna onmogelijk om zich te verplaatsen. Het duurt dagen om naar hun dorp terug te keren. Parlementsleden spraken mij daar toen over aan. Hij heeft toen onderzoek gedaan naar die gewapende rebellengroepen. Samen met twee collega's van de commissie hebben we kunnen vaststellen hoe intimiderend Wagner op het terrein aanwezig is. Hij heeft inderdaad een groot risico genomen. Hetzelfde gold waarschijnlijk ook voor Olivier Vandecasteele, die in Iran was voor humanitaire doeleinden. Het is een moeilijke zaak en het is goed dat dit op de agenda staat, zodat we er ons over buigen, ook vanuit de Europese Unie. Ik hoop dat uw gesprek met de president iets oplevert. Zoals ik ook op het terrein heb kunnen vaststellen, staan zij sterk onder druk van het Russische regime. Elke beweging wordt gecontroleerd door het Russische regime en het land is eigenlijk een vazalstaat geworden. Ik hoop dat dit iets oplevert, met deze wetenschap op de achtergrond.

De National Security Strategy van de Verenigde Staten
De National Security Strategy (NSS) van de VS
De invloed van de VS op de Europese politiek en de groei van de MAGA-beweging in Europa
De Amerikaanse inmenging in Europa
Amerikaanse veiligheidsstrategieën en politieke invloed in Europa

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: François De Smet en Katrijn van Riet bekritiseren de Amerikaanse National Security Strategy (NSS) onder Trump, die Europa als een "civilisatorisch falend" continent afschildert, extreemrechtse narratieven (migratie, klimaatbeleid) overneemt en openlijk steun belooft aan "patriottische" (extreemrechtse) partijen—wat ze als onaanvaardbare inmenging in Europese democratieën bestempelen. Minister Maxime Prévot deelt die verontwaardiging, noemt de strategie een "wekkersignaal" voor Europa’s strategische autonomie (defensie, energie, industrie) en waarschuwt dat de VS met bilaterale druk het multilateralisme ondermijnt, maar benadrukt dat samenwerking mogelijk blijft waar belangen overlappen; hij zal in Washington proberen de VS te overtuigen dat een verzwakte EU ook hun nadeel is. De Smet bevestigt de noodzaak van een Europese defensiepijler binnen de NAVO en industriële/hernieuwbare autonomie, terwijl Van Riet hoopt op een koerswijziging van Trump, maar de rechtsstatelijke principes als niet-onderhandelbaar stelt.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je sais que vous vous êtes exprimé sur le sujet en séance plénière, mais j'avais introduit cette question un peu antérieurement.

La publication récente par l’administration américaine de la nouvelle National Security Strategy (NSS) – version Trump II – doit provoquer une réaction ferme de notre gouvernement. Ce document consacre à l’Europe une attention inédite: elle est citée 49 fois, bien plus que la Chine, la Russie ou tout autre acteur mondial.

Mais cette attention n’a rien de bienveillant: le ton est hostile, dépréciatif et s’inscrit dans ce que l’expert en relations internationales Tanguy Struye (UCLouvain) qualifie explicitement de "guerre hybride" contre l’Union européenne. Cette expression convient déjà parfaitement pour qualifier notre relation avec la Russie, mais elle devient un diagnostic valable pour qualifier la dégradation des liens avec notre plus ancien allié. Nous ne pouvons rester silencieux face à ce qui constitue ni plus ni moins qu'une stratégie assumée d’ingérence et d’affaiblissement de notre continent.

Dans ce document, l’administration américaine décrit l’Europe comme un continent voué à un effacement civilisationnel; elle reprend, sans les nommer, des thématiques et narratifs issus de l’extrême droite européenne, en identifiant les migrations ou les politiques environnementales comme des menaces idéologiques. Le document affirme vouloir promouvoir la grandeur européenne via un soutien actif aux partis patriotes, euphémisme employé pour désigner les partis d’extrême droite européens. Voilà encore un point commun assumé avec M. Poutine!

Quelle analyse le gouvernement porte-t-il sur la reprise, dans un document stratégique américain officiel, de concepts corrosifs pour la cohésion européenne, traditionnellement utilisés par les mouvances extrémistes que l’Europe combat?

Que compte faire le gouvernement pour dénoncer et contrer ces ingérences politiques, totalement contraires aux principes de souveraineté démocratique que nous défendons? Une initiative coordonnée sera-t-elle portée au niveau européen?

Notre diplomatie compte-t-elle rappeler à Washington que soutenir des acteurs politiques cherchant à défaire l’Union européenne revient à fragiliser un allié stratégique clé, et qu’il s’agit d’une ligne rouge inacceptable pour nos démocraties?

Enfin, au vu des éléments déclaratifs recueillis lors de la dernière plénière, notamment de certains affirmant qu'ils auraient pu eux-mêmes écrire ce rapport, pouvez-vous nous assurer du consensus de l'ensemble du gouvernement sur le caractère dangereux dudit rapport?

Katrijn van Riet:

De Amerikaanse regering publiceerde haar veiligheidsstrategie. Hiermee bevestigt president Trump dat hij grote vraagtekens heeft bij het Europese project. Hij meent dat het oude continent verandert en een richting uitgaat die niet de zijne is.

Het document stelt onder andere dat Europa zijn huishouden op orde moet krijgen en dat er politieke organisaties zijn aan de rechterzijde van het politieke spectrum die ideologisch aansluiten bij Make America Great Again, die gesteund moeten worden door de VS.

In een interview voor Politico heeft de Amerikaanse president dezelfde analyse nogmaals toegelicht.

Op de achtergrond pleitte de techmiljardair Elon Musk recentelijk nog voor het opbreken van de Europese Unie. Dat gebeurde nadat zijn socialemediaplatform een aanzienlijke boete kreeg van de Europese Commissie en zijn publieke steun aan het AfD een averechtse effect had op de stemuitslag in Duitsland.

Ik heb de volgend vragen voor u, mijnheer de minister.

Welke conclusies trekt u uit analyse van het document? Welke zijn voor u de grootste verschilpunten met de vorige veiligheidsstrategieën? Welk elementen blijven volgens u dezelfde?

Hoe beoordeelt u het voornemen in de veiligheidsstrategie dat getracht zou worden “patriottische” en vaak uiterst rechtse partijen in Europa te steunen?

Kan dit volgens u beschouwd worden als een vorm van inmenging in de interne politieke keuze van Europese burgers?

Hoe schat u de banden in tussen de MAGA-beweging in de VS en organisaties in België? In welke mate acht u het mogelijk dat de veiligheidsstrategie geschreven werd met het oog op het tevredenstellen van de MAGA-achterban?

In welke zin ziet u het interview van de president in Politico ?

Merkt u op de socialemediakanalen die door de diensten onder uw bevoegdheid vallen meer anti–EU of EU-kritische reacties? Komen die daar voor? Door wie worden deze reacties geplaatst? Wordt hierop gereageerd?

Hoe ziet u de trans-Atlantische diplomatieke relaties na de oproep van president Trump en co wanneer zij kritiek hebben op de EU en oproepen deze te ontmantelen?

In de veiligheidsstrategie wordt de Russische Federatie niet genoemd als een vijandige entiteit. Welke conclusies trekt u hieruit?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Maxime Prévot:

Madame Van Riet, monsieur De Smet, lors de la séance plénière de la semaine dernière, j'ai effectivement déjà eu l'occasion de vous expliquer, dans un temps limité, ma lecture de la stratégie nationale de sécurité américaine. J'ai partagé avec vous mon indignation quant à l'analyse du continent européen qu'elle véhicule.

Het gemeenschappelijke erfgoed van westerse waarden, dat sinds de Tweede Wereldoorlog wordt gedeeld, valt uiteen, en het principe van niet-interventionisme dat aan het begin van de tekst wordt genoemd, is duidelijk niet van toepassing op Europa. De strategie sluit niet uit dat men zich mengt in de interne aangelegenheden van de EU, wat onaanvaardbaar is.

We moeten erop toezien dat onze verkiezingen vrij en integer blijven, dat de mensenrechten worden gerespecteerd, dat de democratische instellingen hun werk naar behoren kunnen uitvoeren en dat de principes van de rechtsstaat als leidraad dienen in onze samenleving. Dat moeten we blijven herhalen.

Mais je soulignais aussi que cette stratégie, plus qu'un choc, doit surtout être un électrochoc pour l'Europe et pour nous-mêmes car, finalement, il y a peu de surprises par rapport au discours de Munich du vice-président Vance, auquel j'ai pu assister. Il est évident, monsieur De Smet, que le soutien aux narratifs ou à des forces dites patriotiques est problématique.

L'Europe, en perte de vitesse, doit absolument se profiler comme un bloc indépendant d'un monde multipolaire. Il faut préserver l'unité, la cohésion européenne déjà malmenée, et pourtant essentielle pour la Belgique, face aux tentatives américaines de bilatéraliser les relations, dans son déni du multilatéralisme. Il faut renforcer notre autonomie stratégique en accélérant la mise en place d'un pilier européen au sein de l'OTAN, en défendant notre souveraineté économique, notre compétitivité et notre autonomie énergétique.

Vu ce qu'eux-mêmes font sous la bannière MAGA, comment ne pourraient-ils pas considérer normal que d'autres entités dans le monde, d'autres pays, cherchent aussi à défendre leurs propres intérêts? Nous devons préserver l'autonomie réglementaire de l'Union européenne. Nous devons maintenir le cap sur le soutien à l'Ukraine, évidemment. Et veiller enfin à protéger notre cohésion sociale et nos processus démocratiques contre toute tentative d'interférence ou d'ingérence, quelle qu'en soit l'origine.

Dat neemt niet weg dat wij gemeenschappelijke belangen behouden met de VS. Ze blijven een onmisbare partner, met wie moeten blijven zoeken naar samenwerkingsmogelijkheden wanneer dat mogelijk is, dit met respect voor onze fundamentele waarden. We moeten onze eigen belangen en waarden met assertiviteit, vastberadenheid en helderheid verdedigen. Tegelijkertijd moeten wij het tempo van de diversificatie van onze partnerschappen opvoeren.

Comme j'ai pu vous l'annoncer, je me rendrai à Washington début janvier et je compte bien poursuivre la discussion au plus haut niveau avec nos partenaires américains. Je compte en particulier travailler à leur faire comprendre qu'il n'est pas dans l'intérêt des États-Unis de perdre l'Union européenne comme partenaire principal, ni de la maltraiter, ni de la mépriser. Ce n'est pas ce qui est attendu d'un partenaire.

Enfin, s'agissant des propos qui ont été tenus par l'un des députés de la Chambre, ils n'engagent que lui et je n'ai pas à répondre des propos tenus par chacun des parlementaires. En tout état de cause, ils ne sont pas le reflet de la ligne gouvernementale.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik treed u bij wanneer u stelt dat wij over de principes van onze rechtsstaat moeten waken en daar te allen tijde op moeten toezien.

Voorts wens ik u veel succes wanneer u naar Washington reist. Ik hoop dat u de president ervan kunt overtuigen om zijn mening te herzien.

François De Smet:

Nous sommes en effet coincés entre deux impérialismes, et le fait que l'un d'eux soit de nature démocratique ne suffit pas à nous rassurer. Je vous rejoins sur le fait que ce doit être un moment d'électrochoc. Nous connaissons nos faiblesses européennes; elles sont identifiées par la guerre en Ukraine et l'éloignement des États-Unis. Nous devons absolument agir sur l'autonomie de la Défense, en créant, au sein de l'OTAN, un pilier européen qui puisse agir en cas de défaillance ou de retrait de l'allié américain, notamment pour que l'article 5 de la Charte puisse être défendu. Il y a aussi l'autonomie énergétique: l'Europe est très dépendante d'énergies fossiles extérieures russes, mais aussi américaines. Nous ne pouvons nous passer des Russes sans aller chercher de l'énergie ailleurs, notamment américaine. Il y a également l'autonomie industrielle: nous devons absolument redevenir un acteur industriel et technologique et non un simple consommateur, ce qui est malheureusement la ligne principale sur laquelle l'Union européenne s'est construite. Enfin, je me réjouis de votre point de vue sur les déclarations de ce député qui n'est pas n'importe lequel des 150 députés, et qui incarne la ligne d'un des partis importants de la coalition. Mais votre mise au point me paraît suffisamment claire jusqu'à présent.

Het vredesakkoord tussen Congo en Rwanda
De situatie in Congo
De situatie in Oost-Congo
Oost-Congo
Conflict en stabiliteit in Congo en Oost-Congo

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU uiten ernstige bezorgdheid over de escalatie in Oost-Congo, waar de Rwanda-gesteunde M23-rebellen ondanks het recent ondertekende Washington-akkoord (4/12) de strategische stad Uvira innamen (met massale mensenrechtenschendingen, waaronder systematisch seksueel geweld) en pas onder Amerikaanse druk een twijfelachtige terugtrekking aankondigden. Minister Prévot bevestigt dat België—samen met de EU en VS—Rwanda en M23 direct oproept tot terugtrekking, het staakt-het-vuren eist en sancties overweegt, maar kritiseert de kloof tussen diplomatieke beloften en terreinwerkelijkheid; hij dringt aan op versterkte humanitaire hulp (o.a. voor 250.000 nieuwe ontheemden) en handhaving van MONUSCO’s mandaat (bescherming burgers, toezicht akkoorden), ondanks eerdere kritiek op de missie. Parlementsleden bekritiseren het falen van het akkoord ("lege doos", Lambrecht), wijzen op Rwanda’s dubbelspel (Van Hoof: "plundert als dief in de nacht") en eisen onmiddellijke EU-actie in plaats van wachten tot januari, gegeven de catastrofale humanitaire crisis (kinderverkrachtingen om de 30 minuten, Prévot). Kompany benadrukt de nood aan straf voor oorlogsmisdaden en regionale stabiliteit, terwijl Depoorter vreest voor verdere chaos zonder snelle de-escalatie.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, in het oosten van Congo zijn de rebellen van M23 de buitenwijken van de strategische stad Uvira binnengedrongen. De afgelopen dagen werd gezegd dat die info alweer achterhaald is, dus ik weet het niet zeker. Het gaat of ging gepaard met hevig geweld tegen de burgerbevolking door de verschillende strijdende partijen. Er wordt massaal gemoord, verkracht en gebombardeerd, aldus een hulpverlener. De rebellen zijn vanuit het noorden de agglomeratie met enkele honderdduizenden inwoners binnengedrongen.

Uvira is de laatste grote stad in Zuid-Kivu die nog niet onder controle stond van M23. Het nieuw geweld volgt enkele dagen na de goedkeuring, onder goedkeurend oog van Washington, van een akkoord tussen Kinshasa en Kigali, dat tot doel heeft de vrede in het oosten van Congo te herstellen.

Congo grenst aan Rwanda, is rijk aan grondstoffen en wordt al dertig jaar door conflicten geteisterd.

Mijnheer de minister, betekent dat het einde van het gesloten vredesakkoord? Hoe beoordeelt u de situatie in Congo? Hebt u contact met Belgische diplomaten in Congo en wat is hun inschatting? Welke instructies geeft u hun? Welk beleid voert België ten opzichte van Congo en Rwanda? Is gezien de gebeurtenissen een koerswijziging nodig? Welke stappen kan België zetten? Bestaat er binnen de EU-regeringen een eensgezinde boodschap over die situatie? Zal het gebruik van geweld in die regio worden veroordeeld en wordt opgeroepen tot een onmiddellijke terugkeer naar diplomatieke onderhandelingen om de crisis op te lossen? Bestaat daarover contact met de Verenigde Staten? Welke specifieke acties onderneemt België om dringend aandacht te vragen voor het lot van de burgerbevolking in dat conflict? Hoe kan België bijdragen aan het herstel van de vrede in die getroffen regio?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, la situation sécuritaire et humanitaire à l'Est de la République démocratique du Congo s'est dégradée de manière alarmante. Ce mardi, le M23 annonçait son retrait de la ville stratégique d'Uvira, à la demande de Washington. Ce retrait est imminent et sans appel.

Cette annonce intervient dans un contexte particulièrement alarmant. Après s'être emparé de Goma en janvier, puis de Bukavu en février, le mouvement armé, soutenu par le Rwanda, avait lancé une nouvelle offensive, début décembre, dans la province du Sud Kivu. Si j'ose parler à l'imparfait, la prise d'Uvira, ville de plusieurs centaines de milliers d'habitants, constituait une étape très préoccupante en ce qu'elle représente au M23 de contrôler la frontière terrestre entre la RDC et le Burundi, ce dernier soutenant militairement Kinshasa. Cela faisait peser un risque majeur de déstabilisation régionale.

De ce fait, le Burundi a momentanément fermé sa frontière avec la RDC pour éviter un embrasement régional provoqué par Kigali. Faut-il encore rappeler que la frontière terrestre entre le Burundi et le Rwanda est fermée depuis janvier 2024, à la suite des attaques rebelles meurtrières soutenues par Kigali? Cette escalade est d'autant plus inquiétante qu'elle est survenue quelques jours seulement après la signature à Washington d'un accord de paix entre la RDC et le Rwanda, présenté comme une avancée majeure mais dont les développements sur le terrain semblaient en totale contradiction avec les engagements affichés.

Monsieur le ministre, qu'est-il ressorti du Conseil des ministres de lundi à ce sujet? Quelle évaluation la Belgique fait-elle de la crédibilité de l'efficacité de l'accord de paix, signé à Washington, à la lumière de la poursuite et de l'intensification des offensives du M23 sur le terrain? Le sujet figure-t-il à l'agenda de votre Conseil européen de demain? Si oui, quelles initiatives concrètes la Belgique entend-elle défendre auprès du Conseil européen, afin de renforcer la pression diplomatique sur les acteurs impliqués, notamment en matière de sanction, de conditionnalité de l'aide et de médiation régionale? Comment l'Union européenne et la Belgique en particulier peuvent-elles intensifier leur réponse humanitaire et leur action diplomatique pour prévenir une déstabilisation régionale plus large, impliquant notamment le Burundi et d'autres pays voisins?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik sluit me aan bij de gestelde vragen. Sinds de enthousiaste ondertekening op 4 december door president Tshisekedi, president Kagame en president Trump van een vredesakkoord in Washington, is de situatie alleen maar verslechterd. M23 nam immers Uvira in, de derde grootste stad in Oost-Congo. Ook al verneem ik dat M23 zich aan het terugtrekken is, dat leidt tot spanningen, ook met de buurlanden, zoals Burundi. Uw Burundese homoloog verklaarde al dat datgene wat Uvira bedreigt, ook Bujumbura bedreigt en dat alle opties op tafel liggen. Dat moeten we absoluut vermijden.

Het is erg dat Rwanda daarin niet vrijuit gaat. Tijdens een VN-bijeenkomst stelde de ambassadeur van de Verenigde Staten dat Rwanda sinds het begin van deze maand met naar schatting 5.000 tot 7.000 troepen aan de zijde van M23 vecht, waarbij ook zware wapensystemen en drones worden ingezet. Volgens de Verenigde Staten zou Rwanda de regio naar toenemende instabiliteit en oorlog leiden. De VS ziet wel een rol weggelegd voor MONUSCO bij de ondersteuning van de akkoorden van Washington en Doha, op voorwaarde dat het zijn mandaat vrij kan uitoefenen.

Mijnheer de minister, welke boodschap zal ons land brengen op de Raad Buitenlandse Zaken, waar dat conflict op de agenda staat?

Welke concrete stappen zal de Europese Unie zetten om het conflict meer onder controle te krijgen?

Welke boodschap bracht u over aan uw Congolese en Burundese homologen?

Hoe staat ons land tegenover een verlenging van het mandaat van MONUSCO, dat op 20 december afloopt?

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, beste kamerleden, ik volg uiteraard de situatie in Oost-Congo op de voet op, dankzij onze diplomaten in de DRC, in Burundi en in andere hoofdsteden in de regio. Ik deel uiteraard ten volle uw ernstige bezorgdheden over de laatste ontwikkelingen. Zoals u weet heeft de M23, gesteund door Rwandese troepen, kort na de ondertekening van het vredesakkoord van Washington een grootschalig offensief gelanceerd in de Ruzizi-vlakte, tot aan Uvira. De inname van Uvira, op slechts enkele tientallen kilometers van Bujumbura, vormt een ernstige bedreiging voor de regionale stabiliteit.

Namens België heb ik de ondertekening van het Washington-akkoord verwelkomd. Hoewel ik het niet als een mirakel heb bestempeld, zoals sommigen deden, beschouw ik het als een positieve stap. De DRC en Rwanda hebben hun engagementen herbevestigd om sleutelprincipes, zoals respect voor territoriale integriteit en internationaal recht, na te leven. Hetgeen uiteraard van belang is, gaat verder dan de ondertekening, namelijk het respecteren en uitvoeren van de verbintenissen. Sinds enkele maanden stellen wij echter een groeiende kloof vast tussen de situatie op het terrein en de diplomatieke mediatie.

Samen met onze Europese en internationale partners, waaronder de Verenigde Staten, hebben wij M23 en de Rwandese troepen die hen steunen, opgeroepen het offensief onmiddellijk te staken. Wij hebben ook Rwanda opgeroepen zich terug te trekken uit het oosten van de DRC. Onze bewoordingen konden niet duidelijker zijn en wij zijn niet van plan onze positie ten aanzien van Rwanda te wijzigen. Kigali moet het internationale recht respecteren, evenals de territoriale integriteit en soevereiniteit van de DRC. Uiteraard moeten de andere partijen, de DRC, Burundi en alle gewapende groepen, ook hun verantwoordelijkheid nemen en het staakt-het-vuren onvoorwaardelijk respecteren.

Het is ook van groot belang alle burgers en alle gemeenschappen te beschermen en niet te viseren. In dat verband heb ik vorige week contact opgenomen met mijn ambtsgenoten in de DRC, Burundi en Rwanda, om op te roepen tot een dringende de-escalatie en naleving van hun verbintenissen. Uiteraard zal ik deze boodschappen blijven overbrengen zolang dat nodig is. Ik heb de voorbije dagen ook veel contact gehad met de speciale adviseur van de Amerikaanse president, de heer Boulos.

Après avoir écouté beaucoup d'interlocuteurs étrangers ces derniers jours, mon sentiment est qu'il y a un consensus sur la nécessité de maintenir une forte pression, en particulier en ce moment, sur le M23 et les troupes rwandaises qui ont pris le contrôle de nouveaux territoires, en contradiction avec la lettre et l'esprit des accords signés. Je suis en tout cas très prudent sur l'annonce qui a été faite hier par le M23 concernant un possible retrait d'Uvira. Connaissant l'historique des dernières années, je me reconnais plutôt dans Saint-Thomas sur ce sujet: je crois ce que je peux voir. Les conditions que certains qualifieront d'irréalistes ont été posées pour un tel retrait. En outre, lorsque les États-Unis, l'Union européenne et d'autres appellent au retrait, ce n'est pas uniquement d'Uvira dont il est question. J'attends donc de voir.

Comme vous le soulignez, les conséquences humanitaires de ces violences sont à nouveau affligeantes. Plus de 65 000 personnes se sont entretemps réfugiées au Burundi. On parle de plus de 250 000 déplacés internes supplémentaires. Ceci, sans compter les centaines de morts additionnels et les énumérations sordides de violations de droits humains, y compris la recrudescence très nette des violences sexuelles. Je rappelle qu'un rapport de l'Unicef a indiqué plus tôt dans l'année qu'un enfant – je dis bien un enfant – est violé toutes les 30 minutes dans la région. Il s'agit de la plus grande vague de violences sexuelles qu'ait connu le monde depuis des décennies: une femme est violée toutes les quatre minutes. Ces atrocités sont véritablement insupportables, et nous devons tout faire pour que cela cesse. Face à cette situation, j'estime que L'Union européenne peut et doit faire beaucoup plus. C'est pourquoi j'ai demandé et obtenu d'en discuter en urgence lors du Conseil des Affaires étrangères de lundi dernier, il y a deux jours donc. Il y avait un consensus autour de la table pour considérer que la situation était grave et qu'il fallait réagir. Suite à une demande conjointe de plusieurs États membres, dont la Belgique, la haute représentante Kaja Kallas a confirmé que le point serait à nouveau à l’ordre du jour du Conseil des Affaires étrangères de janvier, afin de décider de points d'action.

Entretemps, la situation d'urgence nécessite de renforcer les efforts diplomatiques de l'Union européenne. Il a donc été convenu que des démarches seraient faites dans les différentes capitales en vue d'exhorter au retrait du M23 et des troupes rwandaises, et de rappeler l'importance de la désescalade et du respect du cessez-le-feu par toutes les parties. Nous devons effectivement demander le retrait des troupes rwandaises d'un côté, tout en évitant que le cessez-le-feu soit bafoué de l'autre côté, que ce soit par l'envoi de drones ou autrement. Et bien entendu, nous devons demander le respect des accords de Washington et de Doha.

Un point d'action important pour moi est l'action humanitaire. J'en ai du reste parlé lundi, en plaidant pour que l'Union européenne renforce son assistance et sa diplomatie humanitaires étant donné les instruments et l'expertise dont elle dispose. L'accès humanitaire reste problématique, tant dans le Nord-Kivu que dans le Sud-Kivu, y compris au niveau des hauts plateaux. Je pense que l'Union européenne a véritablement un rôle à prendre dans ce domaine. J'ai bien sûr exhorté également mes collègues à maintenir un engagement fort en faveur du droit international et humanitaire, sans double standard.

Mevrouw Van Hoof, ik wil ook bevestigen dat België de MONUSCO zal blijven steunen. Gezien de nieuwe context moet haar mandaat, dat momenteel in New York wordt onderhandeld, uiteraard worden aangepast, zonder echter afbreuk te doen aan de kern van haar missie, namelijk de bescherming van burgers. Wat betreft de begeleiding van de uitvoering van de akkoorden en het toezicht op het staakt-het-vuren is de MONUSCO het best geplaatst en heeft ze een belangrijke rol te vervullen.

Je souhaite enfin rappeler que, à mon sens, les efforts de paix et de désescalade au niveau régional devraient être complétés par un processus interne en République démocratique du Congo, qui permettrait aux acteurs congolais, dans toute leur diversité, de s'approprier les engagements pris au niveau international, de les traduire en actions concrètes et de s'accorder sur les grands chantiers de réforme nécessaires, y compris en matière de gouvernance.

Impliquer le plus grand nombre est aussi une manière de rassembler face à l'adversité et d'apaiser la scène politique congolaise. L'arrestation du secrétaire permanent du PPRD, Emmanuel Shadary, hier, pose question et ne semble pas aller dans ce sens. Je répéterai donc aux autorités congolaises l'importance de prendre des mesures de décrispation et de chercher à s'inscrire dans une démarche de dialogue, dans le respect de la Constitution et des principes républicains.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik neem akte van uw inspanningen en van uw oproep om daar de noodtoestand uit te roepen. We hebben de Washingtonakkoorden inderdaad verwelkomd, maar als dat een lege doos zou blijken te zijn en alles een paar dagen later weer verder gaat zoals het was, zijn die niets waard.

Mijn vraag betrof vooral de stad Uvira. We weten niet wat er daar precies aan de hand is. Is men daar teruggetrokken of niet? We moeten inderdaad eerst zien en dan geloven. Op satellietbeelden zijn hele stapels lijken te zien. Niemand kan de stad binnen.

Ik blijf u vragen om de druk op te voeren in de Verenigde Naties, die meer kunnen en moeten doen, maar ook in de Raad Buitenlandse Zaken van januari, zodat ook de EU meer zou doen dan tot nog toe het geval is. Wat we daar zien, is het uitoefenen van het recht van de sterkste en dat blijft maar voortduren. Ik denk zelfs dat het catastrofaal zou zijn om tot de volgende Raad van januari te wachten.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de situatie is al jaren een noodsituatie, maar ze wordt erger in plaats van beter. Er waren akkoorden die, zoals u terecht zegt, werden toegejuicht. Daar keken wij met z'n allen met een zekere bezorgdheid naar en nu blijkt dat die bezorgdheid terecht was. Het is absoluut noodzakelijk dat we onze stem blijven lenen aan het zoeken naar oplossingen en het zoeken naar een de-escalatie van het geweld.

U geeft ook aan dat er sprake zou zijn van een terugtrekking of dat men dat beloofd heeft. Wanneer dat zo is, moeten we natuurlijk ook kijken naar de manier waarop men die terugtrekking zou organiseren, zodat er geen plunderingen gebeuren van wat er nog overblijft.

Er zijn 65.000 mensen naar Burundi gevlucht. Daarnaast zoeken 250.000 mensen intern een weg naar een beetje zekerheid en een beetje bestaansmogelijkheden. Het is allemaal geen goed verhaal en ik deel absoluut uw bezorgdheid over de humanitaire hulp. Die hulp komt er maar niet afdoende, terwijl we daar al sinds de resolutie die we in de Kamer hebben gestemd voor pleiten en aan werken. Ik weet dat u daar ook uw best voor doet, maar we moeten absoluut blijven inzetten op deze regio. De urgentie die u binnen de Raad van de EU hebt aangekaart, is zeker terecht.

Het is natuurlijk goed dat mevrouw Kallas in januari met acties komt, maar dan zijn we weer zoveel weken miserie en verkrachtingen verder, zoals u zelf hebt aangegeven. Het is hoogst noodzakelijk dat we de bevolking daar op de ene of andere manier vooruithelpen, de humanitaire hulp optimaliseren en druk blijven zetten op alle strijdkrachten die daar aanwezig zijn en deze vreselijke situatie veroorzaken.

Pierre Kompany:

Merci, monsieur le ministre. J'entends bien que vous êtes déterminé à voir le Congo avancer vers la paix. L'intégrité territoriale étant l'appel à la raison que lancent l'Europe, l'Union européenne, les É tats-Unis ainsi que vous-même, afin que Kigali revienne à la raison après 30 ans de massacres, des millions de morts, tandis que le monde fermait les yeux et le cœur. Vous avez insisté sur le recours aux principes républicains – cela s'entend – pour toutes les nations qui veulent évoluer dans le sens de la paix.

Des femmes et des enfants victimes de viols multiples, tel est le constat effectué par l'ONU. Un constat qui nous montre bien jusqu'où cette guerre est allée. Le viol n'a rien d'un phénomène nouveau, et nous continuons à l'observer aujourd'hui. Il faut impérativement trouver un moyen de punir de façon exemplaire toutes ces personnes que nous voyons et repérons dans les vidéos, quoi qu'on dise de leur validité, car il est toujours possible de vérifier avec beaucoup de raison. Monsieur le ministre, je suis à vos côtés, mais ne vous laissez pas faire sur la scène européenne.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Zoals u zei, is er inderdaad een kloof tussen de mediatie en de diplomatieke inspanningen enerzijds en wat er op het terrein gebeurt anderzijds. Daar gebeurt immers net het tegenovergestelde. Het is dan ook goed dat de Verenigde Staten op 13 december tijdens een briefing van de VN-Veiligheidsraad man en paard hebben genoemd en Rwanda uiteindelijk met de vinger hebben gewezen. Het lijkt wel alsof Rwanda ons een rad voor de ogen draait en ons bij wijze van spreken in slaap wiegt, terwijl het ondertussen, als een dief in de nacht, Uvira plundert. De statistieken die u noemde over verkrachtingen en seksueel geweld zijn hallucinant. Dringende de-escalatie is het minste dat moet gebeuren, maar uiteraard moeten de akkoorden worden nageleefd. Hopelijk trekken ze inderdaad weg uit Uvira. Voor die humanitaire catastrofe moeten we druk blijven zetten en dat doet u goed op de Raad van de EU. In de aanloop naar januari zullen er echter nog contacten nodig zijn om ervoor te zorgen dat de Doha- en Washington-akkoorden inderdaad worden nageleefd. U kwam ook terug op de MONUSCO. Destijds was er heel veel kritiek op de MONUSCO, maar het zou een nog slechter signaal zijn om de MONUSCO daar weg te laten trekken. Zij moeten instaan voor de bescherming van de burgers, ook al lijkt dat niet goed te lukken. Ik hoop dat het mandaat een concretere invulling krijgt, want de VN-missie is heel erg nodig, niet alleen voor toezicht op het staakt-het-vuren, maar ook voor de bescherming van vrouwen en kinderen. Laten we hopen dat het mandaat op 20 december wordt verlengd met een veel sterkere invulling dan vandaag.

Pariteit en diversiteit in onze diplomatieke diensten
Diversiteit in de diplomatieke diensten
Gelijkheid en diversiteit in diplomatieke diensten

Gesteld aan

Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Lydia Mutyebele Ngoi bekritiseert dat België laatste staat wereldwijd in vrouwenrepresentatie als ambassadeur (11%) en wijst op structurele discriminatie (plafond de verre, misogynie, intersectionele uitsluiting van vrouwen met migratieachtergrond). Maxime Prévot erkent het probleem, wijst op vooruitgang (47% vrouwen in diplomatieke dienst, 7/10 vrouwen in leiding), maar benadrukt langzame verandering door historische onderrepresentatie, carrièrebarrières (gezinsdruk, syndroom van de bedrieger) en weigert quota; hij kondigt wel een familiebeleid, integriteitsplan en inclusieve werving aan. Britt Huybrechts stelt dat taalkundige onderrepresentatie van Nederlandstaligen (50/50 in plaats van 60/40) de gelijke vertegenwoordiging ondermijnt en eist actief herstel, terwijl Prévot dit een wettelijke verplichting (geen demografische afspiegeling) noemt. Mutyebele dringt aan op intersectionele actie (diversiteitscampagnes, universiteitsbereik).

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, nous sommes en 104 e place, soit le dernier pays du classement mondial sur la représentation des femmes occupant le poste d'ambassadeur. Ce n'est pas votre faute puisqu'une autre famille politique était au ministère des Affaires étrangères avant vous, mais c'est malheureusement vous qui bénéficiez de ce classement un peu honteux. À peine 11 % de nos ambassadeurs sont des ambassadrices.

Au sein des services de votre ministère pourtant, on se rapproche d'une parité, avec 47 %. C'est un beau progrès. Mais nous savons que le sommet d'une carrière diplomatique, c'est le poste d'ambassadeur. On constate donc que ce poste est inaccessible aux femmes. C'est là un triste exemple du plafond de verre auquel les femmes doivent faire face dans tant de domaines. À l'échelle mondiale, seul un ambassadeur sur quatre est une femme.

Il y a heureusement des progrès dans la représentation mais, à ce rythme, nous atteindrons la parité dans 249 ans. Il est peut-être dès lors hyperbolique de parler de progrès. Les données témoignant de la parité ne sont disponibles que depuis 2019, mais elles ont permis de mettre en évidence un problème structurel, témoin d'une société qui reste profondément misogyne.

Et je n'ai même pas encore parlé de la diversité culturelle dans nos services diplomatiques. Si le plafond de verre est épais pour une femme blanche, que dira-t-on pour une femme noire comme moi, ou pour une femme issue du Maghreb ou d'Asie?

Les politiques de diversité et de parité devraient aller de pair dans une logique intersectionnelle car, à défaut, on risque de reproduire les mêmes systèmes de discrimination que ceux que nous dénonçons. La Belgique ne peut rester ainsi à la traîne en termes de parité, et doit également agir de manière efficace et visible en termes de diversité culturelle. Une diplomatie qui représente notre pays doit aussi représenter sa population, ainsi que les valeurs d'égalité et d'universalité.

Monsieur le ministre, quelle est votre réaction à la publication de ce classement SHEcurity qui nous place bon dernier mondial?

Vous disiez dans votre exposé de politique générale vouloir actualiser les plans d'action. Où en sont vos efforts à cet égard?

Prévoyez-vous de former votre personnel à lutter contre les pratiques de discrimination basées sur le genre et de mettre en place un système qui favorise la parité dans les postes les plus élevés? Prévoyez-vous également de réfléchir avec votre homologue à l'Égalité des chances sur une politique de diversité culturelle dans une perspective complètement intersectionnelle?

Britt Huybrechts:

In recente debatten en vragen over diversiteit binnen de Belgische diplomatie ligt de nadruk vaak op gender en andere vormen van representatie. Diversiteit kent echter meerdere dimensies en één daarvan is taaldiversiteit, die in België nochtans grondwettelijk en communautair fundamenteel is.

Uit uw antwoorden op eerdere parlementaire vragen blijkt dat het taalevenwicht binnen de diplomatieke dienst niet overeenstemt met de realiteit van dit land. Waar België demografisch en institutioneel ongeveer 60 % Nederlandstaligen en 40 % Franstaligen telt, blijft de diplomatie in de praktijk hangen rond een quasi fiftyfiftyverhouding.

Dat betekent concreet dat Nederlandstaligen structureel ondervertegenwoordigd zijn, zeker wanneer men kijkt naar hogere functies en sleutelposten binnen de diplomatieke carrière. Dat is des te problematischer omdat diplomatie net één van de meest zichtbare vertegenwoordigers van ons land is in het buitenland. De Vlaamse belangen moeten daar ook beschermd worden

Erkent u dat de huidige samenstelling van de diplomatieke dienst en in het bijzonder van de hogere functies geen correcte afspiegeling vormt van het taalevenwicht in België? Welke concrete maatregelen neemt u om de structurele ondervertegenwoordiging van Nederlandstaligen binnen de diplomatie weg te werken, ook op het niveau van ambassadeurs en andere topposities? Hoe verzoent u uw pleidooien voor diversiteit en representativiteit met het feit dat taaldiversiteit systematisch onderbelicht blijft? Bent u bereid om bij toekomstige benoemingen actief rekening te houden met het communautaire taalevenwicht?

Maxime Prévot:

Madame Mutyebele, vous avez raison. C'est possible! Il est tout simplement inacceptable que la Belgique soit la dernière du classement de SHEcurity. Si l'égalité de genre est une priorité de la politique étrangère belge, les Affaires étrangères devraient incarner cette exemplarité en interne. En 2025, être en queue de peloton mondial pour la représentation des femmes aux fonctions d'ambassadrice n'est plus acceptable.

Malgré ces chiffres, les choses évoluent. Les Affaires étrangères poursuivent, depuis longtemps, les efforts en faveur de la féminisation de la carrière. Aujourd'hui, sept des dix membres du comité de direction des Affaires étrangères sont des femmes. Dans le dernier cycle de promotion, huit femmes ont été promues sur seize places, ce qui dépasse la proportion de candidates. Et, sur instruction de mon cabinet, chaque opportunité de nomination tient compte de la parité. Mon équipe elle-même illustre cette dynamique: 14 femmes sur 27 collaborateurs, dont 9 sur 17 dans des fonctions de contenu et de direction.

En réalité, madame Mutyebele, si nous sommes si bas dans le classement de SHEcurity, c'est parce que la nomination des femmes aux postes d'ambassadrice n'est que le sommet de l'iceberg. Si nous voulons progresser, nous devons travailler sur plusieurs dimensions. Il faut agir sur l'ensemble de la carrière des femmes dès le recrutement, en passant par les promotions et les nominations. L'accompagnement de carrière au sens large doit reposer sur une politique dynamique et volontariste pour soutenir et promouvoir les candidatures féminines. Ce ne sont pas que des mots.

En effet, de manière très concrète, ce que l'on constate, c'est que trop régulièrement, il arrive à des candidates, qui ont passé le concours de diplomate et réussi l'essentiel des épreuves, de renoncer au dernier moment, quand vient notamment la question: "Êtes-vous pleinement consciente que cette fonction implique un changement de pays tous les quatre ans, avec une réorganisation permanente de la vie familiale, des contraintes pour le conjoint, qui, selon le pays où vous allez être affectée, ne pourra peut-être pas exercer l’activité professionnelle qu’il souhaite, ni travailler dans les conditions qu’il désirerait? Cette réalité est-elle bien intégrée et êtes-vous prête à l'assumer?"

Force est de constater – nous pourrons multiplier les études sur le sujet – que souvent, les hommes répondent plus facilement "oui, je suis prêt à l’assumer" que les femmes.

Nous devons aussi rendre les femmes plus visibles et les valoriser, en modernisant l’image de la diplomatie, en luttant contre les stéréotypes et en adoptant une communication inclusive. Les jeunes femmes doivent pouvoir se dire que la diplomatie est une carrière où elles ont toute leur place.

Dès ma prise de fonction, j’ai d’ailleurs imposé l’usage du terme "ambassadrice" pour refléter l’évolution de la diplomatie. Cela a pu faire grincer quelques dents, car, historiquement, ce terme désignait la femme de l’ambassadeur. Ainsi, des personnes, dont certaines cheffes de poste comme ambassadrices, restent encore attachées à l’appellation "madame l’ambassadeur". Pour ma part, je considère que ce sont des éléments de langage sur lesquels nous devons évoluer.

Par ailleurs, dans ce métier comme dans d’autres, la question du syndrome de l’imposteur se pose également. Nous le remarquons parfois dans les cycles de mouvements diplomatiques dans lesquels il est plus fréquent de voir un homme se dire, après quelques années d’expérience, que l’heure est venue de postuler comme chef de poste pour être ambassadeur, là où des femmes vont davantage s’interroger pour savoir si elles sont réellement prêtes pour prétendre à l'être. L’homme dira "une fois que j’y suis, je saurai me débrouiller", tandis que la femme voudra d’abord avoir la certitude à 100 % qu’elle pourra assumer le poste avant de le solliciter. Comme dans d’autres métiers, ce phénomène joue. Je ne dis pas qu’il est généralisé, mais il est bel et bien présent.

Nous devons aussi soutenir la parentalité et faciliter la conciliation vie privée/vie professionnelle. Une carrière diplomatique pèse lourd sur la vie familiale. Il y un a un déracinement cyclique tous les quatre ans, avec un changement d'environnement culturel et linguistique auxquels certains enfants s'adaptent mieux que d'autres. Il y a aussi le déracinement des cercles familiaux et amicaux. C'est exigeant. C'est pour cette raison que j'ai demandé à mon cabinet de travailler, depuis plusieurs mois déjà, à une politique familiale ambitieuse, qui prendra la forme d'un projet de loi que je compte soumettre dans les prochains mois au Parlement. C'est essentiel pour l'attractivité de la carrière et bénéficiera en réalité à tout le monde. Il faut permettre aux femmes de combiner grossesse et maternité avec leur travail, mais également promouvoir un environnement où les hommes, aussi, sont encouragés à concilier leur fonction avec leur rôle de parent. C'est lutter contre les discriminations qui touchent les femmes et assurer une véritable égalité.

Nous devons également garantir l'intégrité, en adoptant une tolérance zéro contre les faits de sexisme et les discriminations. Un plan d'action sur l'intégrité est d'ailleurs en passe d'être approuvé. Mon objectif est clair: offrir un cadre de travail sûr, respectueux, inclusif, sans place pour le sexisme, le harcèlement ou les discriminations.

Par ailleurs, il y a un élément purement factuel: pour pouvoir être ambassadeur, il faut avoir éprouvé ses talents pendant une quinzaine d'années en moyenne dans différents postes, afin d'être "mûr" pour assumer la fonction de numéro un d'une ambassade. Or, selon beaucoup d'ambassadeurs avec lesquels je discute, d'une génération ayant 50 ou 60 ans, 15 ans en arrière, au moment où a eu lieu leur recrutement dans la carrière diplomatique, sur 15 lauréats, il n'y avait pas plus de 2 ou 3 femmes.

Cela veut dire que, même statistiquement, et c'est la réponse que je faisais en toute honnêteté dans l'article de presse sur lequel vous vous êtes appuyée pour vos questions, il y aura inévitablement un décalage de temps. Je ne vais en effet pas pouvoir dire demain que je veux maintenant du 50-50 et alors devoir éventuellement désigner des dames uniquement en vertu de leur sexe, alors qu'elles n'ont pas nécessairement le nombre d'années d'expérience, le bagage, etc.

Du reste, beaucoup de femmes sont assez réticentes à la perspective d'envisager des quotas dans ce job, ne voulant pas que l'on puisse penser que c'est en vertu de ces quotas qu'elles prétendent à l'exercice de hautes responsabilités, permettant alors à certains de mettre en doute leurs compétences. Par ailleurs, je ne vois pas qu'il existe des quotas dans les concours d'entrée en médecine ou en dentisterie ainsi que dans plein d'autres fonctions ou métiers. Je ne pense pas qu'on doive nécessairement se dire qu'il faut obligatoirement que ce soit 50-50. En tout cas, ce qui est sûr, c'est qu'on doit évoluer dans la représentativité.

Les équipes tant de mon cabinet que de l'administration travaillent à un plan d'action qui promeut une vision plus large en faveur de la diversité et l'inclusion en s'intéressant au genre, au handicap, à l'origine, à l'âge, à l'orientation sexuelle, dans une approche intersectionnelle. Cela aussi constitue un élément dont on parle peu, mais quand vous avez un conjoint éventuellement du même sexe, la capacité de vivre correctement les années en poste n'est pas la même selon le pays auquel vous êtes affecté, lui-même étant peut-être un pays qui réprouve certaines situations conjugales ou familiales. L'équilibre n'est dès lors pas toujours simple à trouver.

Ce plan fixera un cadre ambitieux pour garantir un cadre de travail où chacun se sent respecté, valorisé et pleinement intégré.

Mevrouw Huybrechts, ik wens te benadrukken dat het taalevenwicht binnen de Belgische diplomatieke dienst niet louter een beleidskeuze is, maar een wettelijke verplichting. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, zoals gecoördineerd in het koninklijk besluit van 18 juli 1966, bepalen in artikel 47, tweede alinea, § 5 dat de betrekkingen die voor de gezamenlijke buitenlandse diensten aangewezen zijn op alle trappen van de hiërarchie in gelijke mate moeten worden verdeeld over de Nederlandse en Franse taalrol. Dit betekent dat er een fiftyfiftyverdeling moet worden nagestreefd, ongeacht de demografische verhoudingen. De huidige samenstelling weerspiegelt deze wettelijke norm en niet de demografische afspiegeling.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui était très complète et pour le temps que vous avez consacré à donner ces explications. Je vois que ce sujet vous tient à cœur, ce n'est pas juste de la politique politicienne. Au vu des exemples que vous avez donnés, je constates que vous avez travaillé sur la question et que vous cherchez réellement des solutions.

Le pays idyllique, c'est la Finlande, c'est le premier! C'est le pays où on est le plus heureux sur Terre. Cela veut dire que mettre des femmes en position de leadership contribue à notre bonheur. Voyez comment vous êtes accueilli et traité dans cette Assemblée constituée de nombreuses femmes, et ce malgré que nous ne soyons pas d'accord, que nous n'ayons pas la même vision politique!

Il y a toutefois un aspect sur lequel votre réponse n'était pas encore assez élaborée à mon goût, celui de la diversité culturelle et l'intersectionnalité. Monsieur le ministre, regardez dans ce Parlement; quand vous circulez dans les couloirs, combien de députés ou combien de fonctionnaires issus de la diversité culturelle croisez-vous dans les couloirs? C'est parce qu'il y a un réel plafond de verre. Je pense qu'il faut vraiment travailler sur des campagnes de sensibilisation pour encourager les différentes communautés présentes en Belgique à présenter le concours de la diplomatie.

Je sais qu'à l'ULB, il y a un cours de diplomatie en spécialisation. Mais je pense qu'il faut vraiment qu'au sein du ministère des Affaires étrangères, existe une cellule qui se rende dans les universités afin d'expliquer aux étudiants comment faire pour devenir diplomate. Combien d'étudiants belges issus de la diversité font-ils des études qui peuvent les amener à ces carrières? Je pense qu'ils n'ont pas accès à l'information. J'ai l'impression que le travail d'information doit être intersectionnel. Parce qu'être une femme représente déjà un frein mais être une femme issue de la diversité, ce sont plusieurs discriminations qui sont cumulées, et cela rend les choses difficiles. Je pense sincèrement pouvoir compter sur vous sur ce point. Je ne vous le dirai pas tout le temps, mais j'ai cru percevoir beaucoup de sincérité dans votre réponse.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, wanneer het vandaag over diversiteit en diplomatie gaat, horen we grote woorden over gelijkheid en representativiteit, maar de taalkundige diversiteit die België structureel kenmerkt, hoort daar niet bij. Ik ken de wet en heb er al heel vaak naar verwezen in schriftelijke vragen waarin ik naar de verhouding vraag, zowel bij de diplomaten als bij het personeel van uw eigen kabinet. We stellen stelselmatig een fiftyfiftybenadering vast, maar er valt vooral op dat bij de hogere functies de Franstaligen zeer sterk aanwezig zijn. Dat is natuurlijk geen detail. Zeker bij diplomaten stellen we dat vast. Als bij de vertegenwoordiging van België de Nederlandstaligen ondervertegenwoordigd zijn, is het logisch dat de Vlaamse belangen ondervertegenwoordigd aan bod komen. Zolang de Nederlandstaligen structureel ondervertegenwoordigd blijven, is het discours over een representatieve diplomatie hol. Ik voel dat u dat ook weet en dat misschien wel wilt veranderen. Daartoe krijgt u volgend jaar de kans, wanneer u mijn voorstel daarover kunt steunen.

De voorzitster : Ik kijk even naar u, mijnheer de minister, omdat u een timing hebt aangegeven.

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, persoonlijk heb ik nog wat tijd, maar ik vermoed dat we moeten stoppen voor het personeel van de Kamer. De voorzitster : Mijnheer de minister, het is voor de tolken. Er is een probleem, omdat er in de plenaire vergadering ook vertaling nodig is. Dat is mij ook meegedeeld. We hebben daar respect voor, voor mannen en vrouwen en zeker voor tolken. Dank u wel voor al uw werk. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.21 uur. La réunion publique de commission est levée à 18 h 21.

Popover content