Commissievergadering op 7 januari 2026
Vragen
De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.
Het uitstel van de opening van een detentiehuis in Antwerpen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen bekritiseert de herhaalde uitstel (van 2023 naar 2027) van het detentiehuis in Antwerpen, wijzend op vermeende juridische geschillen, ontbrekende werkzaamheden en onbestelde modulaire units, en vraagt om zekerheden gelet op de afhankelijkheid van het nog niet finaliserde RUP Ringpark Zuid. Minister Annelies Verlinden ontkent juridische conflicten, maar bevestigt vertraging door complexe onderhandelingen met AG Vespa en de stad over terreinafbakening en ruimtelijke inpassing; ze benadrukt dat de doelstelling (eind 2026/begin 2027) haalbaar blijft mits parallelle voorbereiding, hoewel Justitie geen controle heeft over de RUP-timing. Dillen nuanceert haar eerdere bewering over geschillen na Verlindens ontkenning, maar dringt aan op actieve opvolging van het RUP-proces om de deadline te halen. Verlinden herhaalt dat constructieve gesprekken en procedurele stappen (zoals Inspectie-akkoord voor modulaire units) versneld worden, maar zonder harde garanties door externe afhankelijkheden.
Marijke Dillen:
Mevrouw de voorzitster, ik wens iedereen een gezond en gelukkig nieuw jaar.
Mevrouw de minister, de opening van een detentiehuis in Antwerpen is opnieuw uitgesteld. Dat detentiehuis was al aangekondigd in 2023, maar de opening ervan wordt nu uitgesteld tot minstens 2027 volgens de berichten. Hoewel de opening eind 2024 gepland was, is er op de site van Digipolis nog altijd niets gebeurd. De werkzaamheden zijn blijkbaar nog niet gestart. De vertraging is het gevolg van een juridisch geschil.
Daarnaast moet dit detentiehuis passen in het project Ringpark Zuid, dat nog volop in ontwikkeling is. Dat kan voor nog meer vertraging zorgen. Kunt u hierover wat meer toelichting geven?
Wat is de stand van zaken van de gesprekken en onderhandelingen met AG Vespa? Het project moet worden ingepast in het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Ringpark Zuid, dat nog in ontwikkeling is en de nodige tijd vergt. Welke zekerheid kunt u geven dat er tegen 2027 een detentiehuis zal worden geopend, gelet op het feit dat dit afhankelijk is van het finaliseren van dat RUP?
Het finaliseren van een dergelijk RUP vraagt, zoals u beter weet dan ik, behoorlijk wat tijd en bevindt zich, volgens de informatie waarover ik beschik, momenteel nog in de voorbereidingsfase.
Tot slot zal het detentiehuis worden gebouwd met modulaire units, maar die zouden nog altijd niet besteld zijn. Wat is daarvan de oorzaak? Blijkbaar is er ook daarbij sprake van een juridisch geschil. Kunt u daarover meer toelichting geven? Er zouden nog onduidelijkheden zijn die moeten worden weggewerkt. Over welke onduidelijkheden gaat het dan en wanneer zullen de modulaire units daadwerkelijk worden besteld, rekening houdend met het gegeven dat het na die bestelling nog anderhalf jaar duurt vooraleer het detentiehuis zou kunnen opengaan?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega Dillen.
Er is vandaag geen sprake van een geschil tussen de FOD Justitie, de Regie der Gebouwen, de stad Antwerpen of AG Vespa. De uitrol van het aanbestedingsdossier van de modulaire unitbouw kende wel een zekere vertraging en de gesprekken met AG Vespa en de stad Antwerpen hebben meer tijd gevraagd dan voorzien. Meerdere intensieve overlegmomenten waren immers nodig om het exacte terrein zorgvuldig af te bakenen en ook het detentiehuis kwalitatief in te passen in de bredere ontwikkeling van de volledige site. Dat is uiteraard erg belangrijk voor het welslagen van het project.
De afstemming betrof zowel de stedenbouwkundige voorwaarden als de ruimtelijke inbedding in het toekomstige projectgebied. De gesprekken met AG Vespa verlopen constructief en bevinden zich ook in een eindfase. U zegt ook terecht dat het detentiehuis inderdaad moet worden ingepast in het RUP Ringpark Zuid, dat nog niet finaal is goedgekeurd en er is ook vandaag geen absolute zekerheid over de timing voor de vastlegging van dat RUP. Justitie heeft daar vanzelfsprekend ook geen vat op.
Toch blijft de doelstelling om het detentiehuis tegen eind 2026 of begin 2027 te openen, waarbij alle elementen die nu al kunnen worden voorbereid, parallel worden uitgewerkt.
De bestelling van de modulaire units gebeurt finaal per site en moet telkens individueel aan de Inspectie van Financiën worden voorgelegd. Dat is een normale procedure binnen het modulaire bouwprogramma. Wat dat betreft, zijn er dus ook geen juridische onduidelijkheden of een juridisch geschil.
De Regie der Gebouwen streeft ernaar om de nodige voorbereidingen zo snel mogelijk te kunnen finaliseren. Daarna kan de bestelling van de modulaire units worden geplaatst. De aannemer is daarvan op de hoogte en heeft alle nodige voorbereidingen al getroffen om de site zo snel mogelijk te kunnen ontwikkelen zodra de formele toewijzing er is.
Uiteraard blijven mijn diensten en ikzelf ons engageren om het vervolgtraject zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, met respect voor de procedures die moeten worden gevolgd en uiteraard ook in nauwe samenwerking met de Regie en alle betrokken partners.
Marijke Dillen:
Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Dan is de verspreide informatie over die juridische geschillen fout. Ik ben blij te horen dat de gesprekken met de stad Antwerpen en AG Vespa op een constructieve wijze plaatsvinden. Ik begrijp natuurlijk dat dat soms meer tijd vraagt dan aanvankelijk gepland. Ik begrijp ook dat Justitie geen vat heeft op de timing van het RUP, maar dan is het natuurlijk toch wel belangrijk om met de regelmaat van de klok erop aan te dringen om daar vooruitgang te boeken, indien u tegen eind 2026, of minstens tegen begin 2027, erin wilt slagen om dat detentiehuis te openen.
De aangekondigde extra middelen voor Justitie en de impact ervan
De financiering van Justitie
De besteding van de toegekende bijkomende middelen
Financiering en besteding van extra middelen voor Justitie
Gesteld door
N-VA
Sophie De Wit
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
VB
Marijke Dillen
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden verdedigt het 1 miljard euro extra voor Justitie (waaronder 600 miljoen eenmalig voor detentie-infrastructuur en 200 miljoen structureel voor overbevolking), maar kritiek van De Wit, Ribaudo en Dillen benadrukt dat dit onvoldoende is voor structurele problemen zoals tekorten aan tolken, magistraten, bewakers (300 vacatures + 10% absenteïsme) en openstaande facturen. Verlinden schetst prioriteiten: fraudebestrijding (7,2 miljoen), financieel parket (6,4 miljoen/jaar), 50 miljoen recurrent voor gevangeniscapaciteit (modulaire units, detentiehuizen) en 21 miljoen voor extra personeel, maar erkent dat verdere middelen nodig zijn voor digitalisering, veiligheid en personeelsuitbreiding. Critici (Dillen, Ribaudo) wijzen op België’s lage justitiebudget (0,22% BBP) en eisen een concreet, controleerbaar plan met structurele oplossingen, terwijl Verlinden belooft de beleidsnota (februari) te gebruiken voor gedetailleerde verdeling op basis van terreinbehoeften. De toon blijft sceptisch: volgens oppositie is het bedrag symbolisch en moet Justitie minstens gelijkwaardig aan defensie worden gefinancierd.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, het is al herhaaldelijk aan bod gekomen en ik denk dat het ook nog aan bod zal komen bij de bespreking van de beleidsnota. Ik vind het echter zinvol om vandaag al enige duidelijkheid te scheppen en heb daarom de gelegenheid genomen hierover een vraag te stellen.
Naar aanleiding van het begrotingsakkoord dat ondertussen al enkele weken geleden werd gesloten, hebt u laten weten dat u 1 miljard euro extra voor Justitie hebt binnengehaald, waaronder 600 miljoen euro eenmalige infrastructuurmiddelen voor broodnodige detentiecapaciteit en 200 miljoen euro structureel voor de aanpak van de overbevolking, zoals ook uit de tabellen blijkt.
Ik hoef u niet toe te lichten dat die injectie uiteraard welkom is. Of dat voldoende zal zijn, zal de tijd uitwijzen, want de uitdagingen bij Justitie zijn zeer groot, niet alleen in de gevangenissen, maar ook bij de magistratuur, tolken, deskundigen en dergelijke. Er liggen nog heel wat werven open, waaronder het verhaal van de detentiehuizen. Daar is daarnet al een vraag over gesteld: van de 15 aangekondigde detentiehuizen zijn er slechts 2 gerealiseerd. Olen is daar recent bijgekomen. De ambities gingen echter verder dan wat de uitvoering vandaag laat zien, vandaar, mevrouw de minister, wil ik graag wat toelichting krijgen over de huidige extra middelen voor Justitie en de impact daarvan.
Kunt u de communicatie over het miljard euro concreter toelichten? Zal dat voldoende zijn of is het een startpunt om aan de noden te voldoen? Kunt u verduidelijken hoe u binnen deze bijkomende middelen concrete prioriteiten zult bepalen en hoe dit zich zal vertalen in duidelijke keuzes en acties op het terrein? Kunt u toelichten hoe u binnen dit pakket de tekorten voor tolken, vertalers en deskundigen zult opvangen? Die facturen staan immers ook nog altijd open.
Ik verwacht dat we uw beleidsnota in februari zullen ontvangen, maar we zullen dan ook nood hebben aan een duidelijk en controleerbaar cijferplan voor Justitie.
Wat betekent dit pakket voor de aanpak van de overbevolking en de uitrol van de detentiehuizen? Hoe zult u ervoor zorgen dat extra plaatsen kunnen worden gecreëerd om de nood op het terrein te verlichten? Ik dank u alvast voor uw antwoord.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, le gouvernement Arizona a annoncé un financement supplémentaire d’un milliard d’euros pour la Justice. Cette annonce a suscité de nombreuses attentes dans un secteur confronté à des difficultés structurelles majeures, tant au niveau de l’ordre judiciaire que de l’exécution des peines. Toutefois, à ce stade, la ventilation concrète de ces moyens reste particulièrement floue.
Dès lors, pouvez-vous préciser de manière détaillée comment ce milliard d’euros sera réparti? Plus concrètement, quels montants seront affectés respectivement au renforcement de la magistrature et de l’ordre judiciaire, aux greffes et au personnel administratif, aux établissements pénitentiaires et à l’exécution des peines, ainsi qu’aux infrastructures et à la digitalisation? Quels engagements précis pouvez-vous prendre en matière de renforcement du personnel, notamment en ce qui concerne le nombre de magistrats, de greffiers et d’autres fonctions essentielles au bon fonctionnement de la Justice? Pouvez-vous également préciser comment, dans ce cadre budgétaire, vous entendez combler les déficits structurels persistants concernant les interprètes, traducteurs, experts judiciaires et services de remorquage, pour lesquels des retards de paiement subsistent encore aujourd’hui?
Je vous remercie.
Marijke Dillen:
Naar aanleiding van het bereiken van een begrotingsakkoord maakte de minister op heel triomfantelijke wijze wereldkundig dat ze het 1 miljard euro extra investeringen dat ze had geëist ook zou gekregen hebben. Dit triomfalisme is niet echt gepast in een week waarin de gevangeniscrisis nog eens dramatische vormen heeft aangenomen, zo konden we terecht lezen in de media. Uit de besprekingen is gebleken dat 600 miljoen euro zou worden besteed aan eenmalige infrastructuurwerken om de detentiecapaciteit aan te pakken en 200 miljoen euro voor de aanpak van de overbevolking.
Helaas dienen we vast te stellen dat dit extra budget absoluut onvoldoende is om alle andere dringende noden binnen Justitie weg te werken. Denken we bijvoorbeeld aan de talrijke noden binnen de magistratuur, de problemen wat de digitalisering betreft, het betalen van alle openstaande facturen van dienstverleners aan Justitie zoals vertalers, tolken, slotenmakers, takelbedrijven, enz. om enkele voorbeelden te noemen.
In de media dit weekend konden we lezen: “De minister gooide de voorbije maanden haar handen in de lucht. Ze stond machteloos want ze kreeg zogezegd niet de steun van haar collega's in de regering. Die steun heeft ze nu wel. De tijd van zuchten, zagen, klagen en paraderen is nu écht wel voorbij, het is hoogtijd dat deze minister overgaat tot daden."
Kan de minister mij concreet toelichten op welke wijze het toegekende extra budget voor Justitie concreet zal worden ingevuld? Waar zullen de prioriteiten liggen?
Deze toegekende bijkomende middelen zijn absoluut onvoldoende om een antwoord te bieden op alle andere en ook dringende noden binnen Justitie. Ook deze dienen eindelijk een antwoord te krijgen. Op welke zal de minister hier een structureel uitgewerkt plan uitrollen, dit uiteraard gekoppeld aan de nodige budgetten? Wanneer gaat de minister eindelijk met een concreet en grondig plan van aanpak komen?
Annelies Verlinden:
De werkzaamheden rond de middelen die we bijkomend hebben verkregen en de verdeling daarvan zijn volop aan de gang. Dat gebeurt uiteraard in overleg met partners en, in sommige gevallen, door partners zoals het College van de hoven en rechtbanken te vragen zelf met voorstellen te komen voor de concrete verdeling van die middelen, bijvoorbeeld met betrekking tot aanwervingen of personeelsmiddelen. Het is immers nodig rekening te houden met de noden van de verschillende actoren op het terrein en op basis daarvan prioriteiten vast te leggen. Zo komen de voorbereidingen van de budgettaire besprekingen tot stand, evenals de latere verdeling van de middelen.
Ik wil u alvast enkele hoofdlijnen en elementen meegeven. Zoals u zegt, collega De Wit, zullen we die in het kader van de bespreking van de beleidsnota in commissie later verder in detail kunnen doornemen.
In eerste instantie zullen we met de verkregen middelen de fiscale en sociale fraudebestrijding versterken. Daarvoor wordt 7,2 miljoen euro aan bijkomende middelen voorzien, waarmee we de buitgerichte aanpak van de georganiseerde criminaliteit beter kunnen ondersteunen. Doorheen de volledige strafrechtketen zullen we bijkomende financiële expertise kunnen inzetten om het verdienmodel van criminelen te doorbreken. Zoals u weet, wordt ook een financieel parket opgericht binnen het federaal parket. Voor de realisatie daarvan is jaarlijks een bedrag van 6,4 miljoen euro voorzien.
Je souhaite également rappeler que, dans le cadre du plan d'impulsion, des mesures immédiates ont déjà été prévues afin d'apporter un allègement perceptible au niveau local, dont la provision interdépartementale de 21 millions d'euros qui a été dégagée pour le renforcement du personnel, répartie comme suit: 12 millions pour les cours et tribunaux, 8 millions pour le ministère public et 1 million pour la Cour de cassation.
Voor de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen is aan Justitie voor 2026 en de volgende jaren een budgettaire enveloppe toegekend van 50 miljoen euro, recurrent. De enveloppe van 25 miljoen op de IDP-overbevolking voor Justitie die werd toegekend bij het Paasakkoord werd besteed aan uitgaven voor het langer openhouden van bepaalde oudere gevangenissen en voor andere volume-effecten van de overbevolking.
Met de nieuwe recurrente enveloppe zullen we de noodzakelijke bestaande capaciteit langer kunnen openhouden, een aantal detentie- en transitiehuizen kunnen realiseren en de modulaire units kunnen inrichten. Het is duidelijk dat we voor de toekomst moeten blijven zoeken naar bijkomende middelen om ook de investeringen in gebouwen, de recurrente personeelsmiddelen voor bewaking en beveiliging, de werkingskosten voor meer voeding en gezondheidszorg en de hogere energiekosten te financieren.
In het kader van de overbevolking werd er overigens ook een budget van 5 miljoen euro voorzien voor de FOD Volksgezondheid en 5 miljoen voor Asiel en Migratie om de doorstroming van de geïnterneerden naar aangepaste zorginstellingen en de terugkeer van veroordeelden zonder recht op verblijf te bevorderen. Beide initiatieven zijn immers nodig om de hoge druk op het gevangeniswezen te verlagen.
Collega De Wit, zoals u zei, wordt er ook in een interdepartementale provisie voorzien ter financiering van de infrastructuur om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan en dat ten belope van 600 miljoen euro. Die bijkomende middelen zullen worden gebruikt voor de investeringskosten en de werkings- en exploitatiekosten van de detentie-infrastructuur, alsook voor het onderhoud, de veiligheid en de bouw en het onderhoud van gerechtsgebouwen.
Het is evident dat een zeer nauwe samenwerking met de Regie der Gebouwen, die eveneens over voldoende middelen en personeel zal dienen te beschikken, noodzakelijk zal zijn, aangezien de Regie in de lead is voor de realisatie van die projecten. Ook om de talrijke initiatieven uit het regeerakkoord in de praktijk gestalte te geven, zijn bijkomende middelen nodig. Ik denk bijvoorbeeld aan de bescherming van onze magistraten, de extra beveiligde cellen en het inzetten op digitalisering om efficiëntiewinsten binnen Justitie mogelijk te maken.
We hebben een aantal prioriteiten opgelijst, zodat we bijvoorbeeld ook de partners, experts, vertalers en tolken, maar ook de pro-Deovergoedingen, tijdig zouden kunnen betalen en daar niet veel te laat mee komen, zoals in het verleden het geval was. Dankzij de realisatie van efficiëntiewinsten binnen Justitie is in bijkomende middelen voorzien waarmee dat justitiebeleid kan worden gerealiseerd. Zo wordt er bijvoorbeeld budget vrijgemaakt voor de versterking van de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers en wordt de subsidie voor Child Focus wettelijk verankerd.
Zoals ik daarnet al zei, worden er ook middelen besteed aan de verderzetting van de digitalisering en de belangrijke projecten die Justitie in de toekomst efficiënter en meer digitaal moeten maken, aan de versterking van de rechterlijke orde, niet alleen van de magistratuur zelf, maar ook van alle medewerkers om de hele keten te kunnen versterken en aan het inzetten op meer veiligheid in de gevangenissen.
De precieze verdeling zal uiteraard worden afgestemd op de prioriteiten, zoals bepaald in de beleidsnota die we binnen enkele weken zullen bespreken. De uitdagingen binnen Justitie zijn groot en we zullen met de beschikbare middelen aan de slag moeten gaan. Het doel is ook om Justitie sterker en efficiënter te maken, onder meer door de aanwijzingen van het terrein. Het terrein, de magistratuur en de medewerkers van de FOD en van het gevangeniswezen kunnen goed aangeven waar de grootste noden liggen en welke als eerste moeten worden aangepakt.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik zal de cijfers toch nog eens goed nalezen. U zei daarstraks dat u wilde zorgen voor enkele lichtpuntjes voor Justitie. Ik hoop dat u er een aantal zult kunnen behalen met deze budgetten, ook al ben ik er me van bewust dat de uitdaging groot zal zijn.
Ik kijk alleszins uit naar de bespreking van de beleidsnota om dan ter zake meer toelichting te krijgen.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Je vais prendre le temps de la relire, car elle contenait beaucoup de chiffres et je n’ai pas pu tout suivre. Mais, effectivement, les défis pour la justice sont énormes. Un article du Standaard rapportait ce matin qu’il manquait 300 agents pénitentiaires et que 10 % étaient absents. C’est énorme! Avec 0,22 % du PIB consacré à la Justice, nous sommes toujours en queue de peloton. Le budget d’un milliard devrait normalement nous faire remonter, mais pas de beaucoup.
Dès lors, nous attendrons les discussions d’orientation et les arbitrages budgétaires pour voir où ce milliard sera alloué.
Marijke Dillen:
Ik dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Ook ik zal de moeite nemen om dat antwoord nogmaals grondig te bekijken en alle cijfers te controleren. U hebt eigenlijk een opsomming gegeven van de talrijke noden binnen Justitie: de gevangenissen, het kraken van het verdienmodel, het fiscaal parket, de versterking van de rechterlijke orde, digitalisering enzovoort. U hebt een zeer ambitieus plan gepresenteerd waarvan wij waarschijnlijk het overgrote deel kunnen steunen. Uw uitdagingen zijn groot, maar ik blijf benadrukken dat de toegekende bijkomende middelen, beter gezegd de middelen die u hebt gekregen, absoluut onvoldoende zijn om een antwoord te bieden op alle andere en ook dringende noden binnen Justitie. Ik ben zeer benieuwd, mevrouw de minister, welke prioritaire klemtonen u zult leggen binnen al de ambities die u zojuist hebt gepresenteerd. Om af te sluiten, mevrouw de minister, zal ik blijven herhalen dat wat mogelijk is voor buitenlandse veiligheid, zeker ook voor binnenlandse veiligheid mogelijk moet zijn. Eigenlijk verdient u meer dan één miljard extra.
Het gerechtsgebouw te Verviers
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Victoria Vandeberg bekritiseert de verwaarlozing van het Verviers gerechtshof: sinds 2014 is een vleugel onstabiel, verwaarloosd (pestenplagen, verval), terwijl het aangrenzende gebouw structurele schade vertoont (scheve muren, dichtgetapete ramen) en onleefbaar wordt in de zomer. Ze dringt aan op prioritaire opname in het nationale renovatieplan, nu 500 miljoen euro extra beschikbaar is voor justitiële infrastructuur, en vraagt concrete toezeggingen over de planning. Minister Annelies Verlinden bevestigt de ernstige toestand en de gedeelde verantwoordelijkheid met de Régie des Bâtiments, maar belooft kortetermijnacties via haar diensten en een middellangetermijnplan (in overleg met de rechtelijke orde) voor moderne, veilige gebouwen. Ze benadrukt dat de extra middelen nog gedetailleerd moeten worden toegewezen, zonder expliciete prioritering voor Verviers. Vandeberg uit teleurstelling over het ontbreken van concrete garanties en hoopt op snelle prioritering van Verviers, gegeven de acute noodzaak.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, ce n’est pas la première fois que je vous interpelle au sujet du Palais de justice de Verviers. Il y a déjà quelques mois, j’attirai votre attention sur la dégradation inquiétante de cet édifice. Les révélations de ces derniers jours par voie de presse montrent pourtant que la situation est bien pire que ce qui avait été présenté jusqu’ici.
Une aile entière est abandonnée depuis 2014, soutenue par des étançons tant la stabilité est compromise. C’est d’autant plus désolant que ces magnifiques salles d’audience avaient été entièrement rénovées. Le bâtiment est aujourd’hui envahi par les pigeons, les traces laissées par leur passage, et même des carcasses d’oiseaux. Le mobilier, laissé sur place, se dégrade faute de toute protection.
Dans le nouveau palais adjacent, la situation n’est guère plus rassurante. Le bâtiment, déstabilisé par l’ancien, a vu ses murs bouger et certaines fenêtres se déformer. Elles doivent désormais être maintenues au scotch et à l’équerre pour éviter qu’elles ne tombent, ce qui rend impossible de les ouvrir. En été, les bureaux deviennent de véritables fours, dépassant rapidement les 30 degrés.
Et si je tenais aujourd’hui à vous reparler du palais de justice de Verviers, madame la ministre, vous vous en doutez, ce n’est évidemment pas sans lien avec la très bonne nouvelle tombée en début de semaine passée: l’annonce d’un milliard supplémentaire pour la Justice, dont 500 millions spécifiquement destinés aux infrastructures. C’est précisément au moment où ces moyens doivent être répartis que des priorités claires doivent être fixées.
Lors de ma dernière intervention sur ce dossier, vous m’aviez rappelé que la rénovation du Palais de justice de Verviers relevait de la Régie des Bâtiments. Mais vous aviez aussi indiqué que, dans la limite des moyens disponibles pour les bâtiments judiciaires, certaines interventions pouvaient malgré tout être envisagées dans le cadre des missions de vos services.
Vous m’aviez par ailleurs informée que vous travailliez, avec votre collègue la ministre Matz, à l’élaboration d’un plan d’amélioration de l’état des bâtiments judiciaires à l’échelle du pays.
À la lumière du milliard supplémentaire octroyé à la Justice, dont 500 millions destinés aux infrastructures, ces nouveaux moyens vous permettront-ils d’activer les interventions relevant de vos services, et surtout, le palais de justice de Verviers sera-t-il inscrit comme priorité concrète dans le plan national que vous préparez avec la ministre Matz? Pouvez-vous également nous indiquer où en est l’élaboration de ce plan d’amélioration des bâtiments judiciaires?
Annelies Verlinden:
Chère collègue, depuis mon entrée en fonction comme ministre de la Justice, j'ai pu me rendre compte de l'état des bâtiments judiciaires et des besoins qui perdurent depuis trop longtemps. Cela vaut également pour la réfection du palais de justice de Verviers, qui relève par ailleurs dans une large mesure de la compétence de la Régie des Bâtiments, avec laquelle nous collaborons étroitement.
Dans la limite des moyens disponibles pour les bâtiments judiciaires, mes services procèdent également à des interventions dans le cadre de leurs missions. Nous mettons tout en œuvre pour améliorer à court terme la situation dans l'ensemble des bâtiments judiciaires grâce à ce type d'interventions. Dans le cadre des task forces Bâtiments et Sécurité, nos efforts portent aussi sur l'élaboration à moyen terme, en concertation avec l'ordre judiciaire, d'un plan visant à disposer de bâtiments judiciaires modernes, accessibles, sûrs et bien équipés.
La prise en charge et l'amélioration de la situation du palais de justice de Verviers doivent bien entendu s'inscrire dans ces démarches. Tous les usagers de la justice doivent ainsi pouvoir disposer de bâtiments adéquats et sûrs. À ma demande, des moyens supplémentaires ont été prévus pour la justice dans le cadre du conclave budgétaire. Leur affectation doit encore être déterminée plus en détails. Le travail ne fait que commencer. Les moyens supplémentaires devront contribuer à faire la différence, avec l'engagement de tous les services concernés, des collègues et des usagers de la justice.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Cette compétence est effectivement partagée avec la Régie des Bâtiments. J'entends aussi parler des task forces Bâtiments et Sécurité. De façon générale, ce sont de bonnes nouvelles, mais j'espère que nous pourrons avoir prochainement davantage d'informations précises concernant ce bâtiment en particulier, qui est dans un état de dégradation très important, et qu'il sera prioritaire pour les moyens dont vous parlez et une future affectation à déterminer. J'espère voir le palais de justice de Verviers figurer en haut de la liste.
Vrijspraak wegens het niet overbrengen van een beklaagde die vervolgd werd voor mensenhandel
Het structurele probleem van de overbrenging van gedetineerden
De onontvankelijkheid van de strafvordering wegens de niet-overbrenging van een beklaagde
Problemen rond overbrenging van gedetineerden en gevolgen voor strafvordering
Gesteld door
MR
Victoria Vandeberg
Groen
Stefaan Van Hecke
VB
Alexander Van Hoecke
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden bekritiseren structurele tekortkomingen in het gevangenistransport door de Direction de sécurisation (DAB), wat leidt tot procesverval, vrijspraken (o.a. mensenhandel, diefstal) en schending van het recht op een eerlijk proces voor zowel verdachten als slachtoffers. Concrete gevallen (Bruges, Gent, Brussel) tonen herhaalde mislukte overbrengingen (tot 5x), vooral vanuit gevangenis Haren, door capaciteitstekort, logistieke falen en communicatieproblemen—volgens minister Verlinden verergerd door overbevolking en prioriteringsfouten in de DAB-matrix. Verlinden belooft structurele oplossingen (240 nieuwe agenten/jaar, digitale processen, videohoorzittingen, extra celwagens) en noodmaatregelen zoals betere afstemming met rechtbanken, maar parlementsleden betwijfelen de urgentie: Van Hecke stelt voor verdachten een dag vooraf over te plaatsen, Van Hoecke eist onmiddellijke interventie in Haren en cijfers over mislukte transporten, die ontbreken. Kritiek blijft dat kortetermijnactie uitblijft, terwijl langetermijnplannen (minder detentie, transitiehuizen) de acute crisis niet oplossen.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, il y a quelques semaines, la presse a rapporté une décision judiciaire particulièrement préoccupante. À Bruges, un prévenu poursuivi pour trafic d'êtres humains a été acquitté après trois absences consécutives à son procès, faute d'avoir pu être transféré depuis la prison de Haren.
En approfondissant mes recherches, j'ai constaté que cette situation n'était pas isolée. Parmi d'autres cas documentés, on peut citer celui du 31 octobre 2024, où le tribunal de première instance francophone de Bruxelles a déclaré des poursuites irrecevables à l'encontre d'un détenu, jamais extrait malgré les demandes répétées du ministère public; son avocat ayant plaidé l'atteinte au procès équitable. Un avocat pénaliste consulté m'a également confirmé que ces situations se produisent régulièrement: absence de traducteur, extraction manquée, documents arrivant trop tard, autant de défaillances logistiques qui sont souvent liées à un manque de moyens, qui créent des failles exploitables par la défense et qui peuvent mener à des acquittements purement procéduraux et techniques.
Ces cas montrent qu'il ne s'agit plus d'exceptions, mais de problèmes récurrents dans la chaîne pénale. Même si les transferts relèvent formellement de la Direction de sécurisation de la police fédérale, ce sont bien les juridictions, et donc votre département, qui en subissent les conséquences: audiences impossibles à tenir, procès reportés, décisions annulées, voire acquittements dans des dossiers graves.
Au-delà du prévenu, ce sont évidemment des victimes qui voient leurs droits bafoués également. Un procès qui ne peut se tenir porte atteinte à leur droit à la vérité et à une justice effective, mais c'est également une atteinte au droit fondamental du prévenu à un procès équitable.
Madame la ministre, quelle évaluation avez-vous menée quant à l'impact de ces manquements répétés sur le fonctionnement de la justice ainsi que sur le respect du droit des victimes et du droit au procès équitable des prévenus? Quelles mesures concrètes et structurelles seront prises pour garantir durablement la comparution effective des détenus et éviter que d'autres dossiers pénaux ne s'effondrent pour des raisons logistiques et organisationnelles? Je vous remercie d'avance pour votre réponse, que je n'aurai peut-être pas la chance de suivre en direct, mais que je regarderai par la suite.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, enkele weken geleden hebben we de problematiek inderdaad al besproken naar aanleiding van de vrijlating van een verdachte, omdat hij tot drie keer toe vanuit de gevangenis niet werd overgebracht naar de rechtbank om zijn rechtszaak bij te wonen. De inkt van het commissieverslag was nog niet droog of er verscheen opnieuw een persbericht, dit keer van de rechtbank in Gent. Een man die van diefstal werd verdacht, moest worden vrijgelaten omdat hij vijf keer niet kon worden overgebracht van de gevangenis naar de rechtbank.
De rechtbank spreekt van een structureel probleem dat voor veel vertragingen zorgt en waarvoor geen oplossing in het vooruitzicht is. Er moet snel een oplossing worden gezocht, want dit draagt bij tot een groot aantal mensen in voorhechtenis in onze overvolle gevangenissen. Bovendien zorgt dit voor vertragingen bij de rechtbanken, waar de achterstand ook al oploopt. Ook het recht op een eerlijk proces komt in het gedrang. Met andere woorden, heel wat problemen gaan gepaard met deze problematiek.
Ik heb een aantal zeer concrete vragen. Ten eerste, hoe verklaart u dat verdachten tot wel vijf keer toe niet naar de rechtbank worden overgebracht? Is er een structureel personeelstekort bij de Directie beveiliging (DAB)?
Ten tweede, hoeveel rechtszaken werden het afgelopen jaar verstoord, verlaat of uitgesteld door het niet uitvoeren van gevangenistransporten? Kunt u cijfers bezorgen per maand en per arrondissement en hoe groot is het probleem in cijfers?
Ten derde, welke concrete maatregelen zijn in voorbereiding of al genomen om de structurele personeelstekorten bij de DAB aan te pakken? In welke budgetten en rekruteringsinspanningen is daarvoor voorzien?
Ten vierde, welke noodmaatregelen kunnen vandaag worden genomen om deze problematiek te stoppen?
Ten vijfde, tegen wanneer verwacht u dat er geen rechtszaken meer worden uitgesteld omwille van het niet overbrengen van een verdachte uit de gevangenis?
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, een maand geleden bespraken we in deze commissie inderdaad al een soortgelijk geval. Er is opnieuw een strafzaak onontvankelijk verklaard omdat een beklaagde maar liefst vijf keer werd opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen, maar dat telkens niet lukte doordat hij niet vanuit de gevangenis kon worden overgebracht.
De eerste keer dat die beklaagde voor de correctionele rechtbank in Gent had moeten verschijnen, kreeg de rechtbank te horen dat hij niet kon worden overgebracht vanuit de gevangenis van Haren wegens een capaciteitstekort. De tweede keer werd zelfs helemaal geen reden opgegeven. De derde, vierde en vijfde keer werd opnieuw verwezen naar een capaciteitstekort. Vervolgens verklaarde de Gentse rechtbank de zaak onontvankelijk, omdat het niet lukte de overbrenging ordentelijk te laten verlopen.
Het is de tweede keer in zeer korte tijd dat dit zich voordoet. Eind november werd een verdachte van mensensmokkel vrijgesproken, omdat hij tot drie keer toe niet kon worden overgebracht van de gevangenis naar de rechtbank. Dit keer kon de beklaagde vijf keer niet worden overgebracht. Ook in dit geval gaat het om een beklaagde die in voorhechtenis zat in de gevangenis van Haren.
Daarom heb ik de hiernavolgende vragen.
Ten eerste, heeft het parket ondertussen beroep aangetekend tegen het vonnis?
Ten tweede, in de Commissie voor Justitie van 2 december 2025 gaf u aan dat u in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken gerichte initiatieven zou nemen, zodat de DAB haar opdrachten inzake transfers kan blijven vervullen. Kunt u een overzicht geven van de concrete initiatieven die reeds werden getroffen en van de initiatieven die nog zijn gepland?
Ten derde, u verklaarde ook dat u regelmatig overlegt met de bevoegde autoriteiten van de DAB. Hebt u naar aanleiding van de voorvallen in Brugge en Gent samengezeten met de DAB? Indien ja, wat was de reactie van de DAB zelf? Welke concrete problemen schuift zij zelf naar voren? Welke oplossingen kunt u haar aanreiken?
Ten vierde, het gaat in twee gevallen om een overbrenging vanuit de gevangenis van Haren. Doen die problemen zich specifiek voor bij transporten vanuit de gevangenis van Haren of rijst het probleem ook in andere gevangenissen?
Ten slotte, beschikt u over cijfers over het aantal keer dat een overbrenging vanuit een gevangenis in 2025 niet heeft kunnen plaatsvinden?
Annelies Verlinden:
Chers collègues, je vous remercie.
Pour la collègue Vandeberg, qui n'est plus parmi nous, je tiens à souligner que ces questions ont déjà été abordées en commission le 2 décembre et ont fait l'objet d'une réponse. Je renvoie dès lors, pour la totalité des questions, au compte rendu de la commission de la Justice du 2 décembre 2025.
Voor de collega’s Van Hecke en Van Hoecke herhaal ik dat de DAB prioriteiten voor overdrachten vastlegt aan de hand van een beslissingsmatrix. In het huidige geval werd de overdracht van de verdachte als prioritair aangemerkt, maar door de huidige bezettingsgraad in de Belgische detentie-inrichtingen werden andere overdrachtsopdrachten als nog meer prioritair beoordeeld. Daardoor kon de overdracht wegens beperkte capaciteit niet worden uitgevoerd.
Het is juist dat het expliciete verzoek van de rechtbank beter had kunnen worden meegewogen, hetgeen had kunnen leiden tot het toekennen van absolute noodzaak aan de overdracht. Ik denk dat er zich een probleem van communicatie- en informatiebeheer heeft voorgedaan. Er worden in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken maatregelen genomen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. Eind december is er nog een overleg geweest tussen vertegenwoordigers van de hoven en rechtbanken en de verantwoordelijken van de DAB binnen de fedpol, om de problematiek te bespreken en samen tot oplossingen te komen.
Collega Van Hoecke, er zijn al verschillende initiatieven genomen of ze lopen nog om het personeelstekort bij de DAB aan te pakken en om de uitvoering van overplaatsingen van gedetineerden te optimaliseren. Het gaat, bijvoorbeeld, om de herplaatsing van personeel van de nucleaire sites naar de eenheden van hoven en rechtbanken, de voortzetting van het actieplan dat de jaarlijkse aanwerving van 240 nieuwe veiligheidsagenten mogelijk maakt, de harmonisatie en optimalisatie van operationele processen, de aanschaf van nieuwe celwagens met grotere capaciteit en de operationalisering van de MFO-1 door de invoering van een versterkingssysteem binnen de fedpol ter ondersteuning van de DAB. De optimale en efficiënte uitvoering van de aan de DAB toevertrouwde opdrachten vereist ook een goede samenwerking en een sterk partnerschap met de belangrijkste stakeholders en belanghebbenden, met name de gerechtelijke autoriteiten, de gevangenisadministratie en de bevoegde autoriteiten.
De informatiestroom tussen de verschillende belanghebbenden wordt permanent verbeterd om de snelheid en efficiëntie van verwerking en uitvoering te verhogen. In dat verband worden initiatieven genomen om processen te digitaliseren en het risico van opeenvolgende niet-uitgevoerde overbrengingen tot een minimum te beperken. Er lopen verschillende opdrachten op dat vlak, zoals de ontwikkeling van een systeem voor videoconferenties voor verhoren of medische consultatie op afstand, naast de ambities van de regering om de overbevolking in gevangenissen te verminderen, detentiecentra en transitiehuizen op te richten en de uitzetting van gedetineerden die illegaal in het land verblijven.
De gevangenis van Haren levert vrij specifieke problemen op voor de DAB-agenten. Aangezien het om een penitentiair complex gaat en niet om een traditionele gevangenis, kunnen gedetineerden zich gemakkelijker verplaatsen. Daardoor is het bijna onmogelijk om een gedetineerde op te halen als hij zich niet op de afgesproken plaats en tijd voor zijn overbrenging meldt. Bovendien zijn veel overbrengingen vanuit Haren bestemd voor gerechtsgebouwen buiten het gerechtelijk arrondissement Brussel, wat meer politiecapaciteit vereist. We moeten dus absoluut inzetten op videohoorzittingen, zodat het aantal noodzakelijke verplaatsingen kan worden verminderd.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
U geeft een overzicht van de initiatieven die de laatste weken zijn genomen. Ik kan begrijpen dat de personeelsproblemen niet van vandaag op morgen opgelost zullen zijn, maar als een gedetineerde tot vijf keer toe niet kan verschijnen op een rechtbank, dan is dat een groot probleem. Als de rechtbank het dan nog uitdrukkelijk vraagt en men geraakt niet hoger op de prioriteitenlijst, dan krijgt men zo'n uitspraken. Ik betreur dat. Dat toont aan dat er heel grote problemen zijn.
Ik begrijp dat de problemen zich misschien eerder voordoen bij overbrengingen vanuit Haren. Dat was ook de vorige keer het geval. Dat moet dan toch bekeken worden. U verwijst naar het feit dat gedetineerden zich gemakkelijker kunnen verplaatsen op het grote domein, dat we destijds hebben bezocht. Dat valt toch ook te regelen? Men haalt gedetineerden meestal heel vroeg 's ochtends op en niet op een moment dat deze gaan wandelen zijn. Er moet toch eens samen met de directie van Haren worden bekeken hoe dat beter kan worden georganiseerd.
Zoals ik de vorige keer al suggereerde, waarom kan de overbrenging van een gedetineerde vanuit Haren naar een zitting in Brugge of Gent niet op een ander tijdstip gebeuren, bijvoorbeeld de ochtend ervoor? De overbevolking is heel groot, ook in Gent, Brugge en andere gevangenissen, maar als dat maar voor een nacht is, dan kan dat misschien een oplossing zijn, zodat de rechtszaak kan doorgaan. Dat zal waarschijnlijk ook wel voor andere problemen zorgen, maar zo kan het in elk geval niet verder.
Alexander Van Hoecke:
Op korte tijd werd twee keer een crimineel vrijgesproken omdat hij niet van zijn cel naar de rechtbank kan worden gebracht om zijn eigen rechtszaak bij te wonen. Dat zou absolute prioriteit moeten krijgen. Ik begrijp dat u niet alles op vijf minuten kunt oplossen. De zaken waarnaar u verwijst, zijn echter alleen zaken op de lange termijn. Er is overleg gepleegd, er zullen 240 nieuwe agenten worden aangeworven en er komen nieuwe stelwagens. Dit is echter een probleem dat onmiddellijk in de kiem gesmoord moet worden. Dit zou nooit mogen gebeuren, ongeacht de omstandigheden. Als het probleem zich inderdaad voordoet in de gevangenis van Haren en voornamelijk daar – de twee gevallen hadden immers allebei betrekking op een overbrenging vanuit die gevangenis – dan lijkt het me belangrijk dat u naar daar gaat om te horen wat de problemen zijn om daarna op korte termijn in te grijpen, opdat dit absoluut nooit meer gebeurt. U hebt op een aantal vragen niet geantwoord. Kunt u bevestigen dat het parket wel degelijk in beroep is gegaan tegen die beslissing? Het kan zijn dat ik dat gemist heb, maar volgens mij hebt u niet op mijn vraag daarover geantwoord. Mijn vraag met betrekking tot de incidentie van het aantal mislukte overbrengingen hebt u volgens mij ook niet beantwoord. Die cijfers zal ik dan nog schriftelijk opvragen.
De stavaza met betrekking tot het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden bevestigt dat het Centraal Register voor rechterlijke uitspraken (JustJudgment) in 2025 versneld is uitgerold: de MaCH-koppeling is operationeel en 50% van de vonnissen (van politie-, correctionele en vredegerechten) is nu digitaal beschikbaar, terwijl JustMask (voor pseudonimisering) al beschikbaar is voor magistraten—de publieke toegang volgt na verdere AI-training. Volgens haar zijn de RRF-budgetten (3,2 en 2 miljoen euro) ingezet, met flexibiliteit voor ongebruikte middelen, en blokkeert de gedeeltelijke vernietiging door het Grondwettelijk Hof (van het alternatief voor fysieke terbeschikkingstelling) de uitrol niet, al is een wetsaanpassing nog nodig. Kristien Van Vaerenbergh (vraagsteller) uit kritiek op de jarenlange vertraging maar erkent de recente vooruitgang, hoewel ze hoopt op verdere versnelling.
Kristien Van Vaerenbergh:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
Mijnheer de minister, vorig jaar stelde ik uw voorganger een vraag over de stand van zaken van het Centraal Register voor rechterlijke uitspraken. Het dossier sleept al lang aan: de wet tot installatie van het register werd op 16 oktober 2022 goedgekeurd, maar de inwerkingtreding en uitrol zijn sindsdien herhaaldelijk uitgesteld.
Volgens uw voorganger waren de vertragingen te wijten aan onder meer de moeilijkheid om een geschikte leverancier te vinden, waardoor de ontwikkeling pas begin 2023 startte. Vervolgens doken technische problemen op, zoals de gekwalificeerde ondertekening via JustSign en de koppeling met verouderde dossierbeheersystemen. Hij schetste een nieuwe timing: eerst koppeling aan de MaCH-databank voor digitale beschikbaarheid van vonnissen; daarna toevoeging van arresten van hoven en het Hof van Cassatie, met als doel dat tegen de zomer van 2025 meer dan 50% van de beslissingen digitaal beschikbaar zou zijn via JustJudgement; in de tweede helft van 2025 zou JustMask worden geactiveerd, gevolgd door de publieke beschikbaarstelling van gepseudonimiseerde uitspraken. Daarnaast werden 3,2 miljoen euro aan RRF-middelen vrijgemaakt voor JustJudgement, 2 miljoen voor JustMask en automatische samenvattingen, en 1 miljoen euro voor 2025 voor finale koppelingen en aanpassingen.
Gezien deze voorgeschiedenis en de nieuwe bestuurlijke constellatie wens ik opnieuw navraag te doen:
Is de door uw voorganger aangekondigde timing haalbaar gebleken? Werd de doelstelling van “meer dan 50% digitale beschikbaarheid tegen zomer 2025” behaald?
Is de koppeling met de MaCH-databank operationeel? Zo niet, wat is de huidige stand van zaken en oorzaak van bijkomende vertragingen?
Wat is de aangepaste planning voor de activering van JustMask en de publieke toegankelijkheid van gepseudonimiseerde uitspraken?
Wat is de status van de voorziene budgetten? Blijven de eerder vrijgemaakte RRF-middelen van 3,2 en 2 miljoen euro volledig beschikbaar? Werd het bijkomende budget van 1 miljoen euro voor 2025 ingezet of herzien?
Het Grondwettelijk Hof vernietigde intussen bepaalde onderdelen van de wet van 16 oktober 2022. Welke concrete gevolgen heeft deze gedeeltelijke vernietiging voor de verdere uitrol van het Centraal Register, juridisch en technisch?
Annelies Verlinden:
Mevrouw de voorzitster, JustJudgment, de applicatie voor het centraal register van de beslissingen van de rechterlijke orde, kende inderdaad een bewogen parcours dat in 2025 in een stroomversnelling is geraakt. In januari 2025 voltooide de externe beheerder van de MaCH-databank de integratie, waardoor in MaCH de ondertekende vonnissen automatisch naar JustJudgment kunnen worden opgeladen. Sindsdien zijn de politierechtbanken, de correctionele rechtbanken, de rechtbanken van eerste aanleg en de vredegerechten gefaseerd gestart met het opladen van hun vonnissen. Dat volume vertegenwoordigt nagenoeg de helft van alle jaarvonnissen en is voor de partijen digitaal beschikbaar via Just-on-web.
Momenteel wordt gewerkt aan de integratie met de hoven van beroep, de arbeidshoven, de ondernemingsrechtbanken en het nieuwe dossierbeheerssysteem JustCase.
De applicatie JustMask is momenteel beschikbaar voor de leden van de rechterlijke orde als pseudonimiseringstool. Het AI-systeem van JustMask wordt verder getraind om de werklast voor de rechterlijke orde zoveel mogelijk te beperken, zodat snel kan worden overgegaan tot de publieke onlinepublicatie van de rechterlijke beslissingen. De uitvoeringsbesluiten daarvoor zijn in opmaak.
De middelen uit het RRF-budget werden effectief ingezet. Eventueel ongebruikte middelen van projecten aan het einde van het RRF-plan in 2026 worden niet aangerekend door Europa. Het voornaamste doel is de realisatie van de mijlpalen en niet zozeer het uitputten van de Europese middelen.
De belangrijkste kritiek van het Grondwettelijk Hof inzake de Cerebrowetgeving betreft de openbare bekendmaking. De rechter kan volgens de wetgeving gemotiveerd beslissen om bepaalde passages weg te laten uit de publieke gepseudonimiseerde versie van de beslissing of de gehele beslissing, indien de publicatie een disproportionele impact zou hebben op de persoonlijke levenssfeer of andere fundamentele rechten van de betrokkenen.
In dat uitzonderingsgeval zijn twee alternatieven van openbare bekendmaking uitgewerkt, zijnde de terbeschikkingstelling in de zittingszaal tot het einde van de zitting of de integrale mondelinge uitspraak van de beslissing. Het eerste alternatief is ongrondwettelijk verklaard, zodat de rechter enkel nog kan opteren voor de integrale mondelinge uitspraak van zijn beslissing. Een wetgevende aanpassing daarvoor wordt nog onderzocht, maar is zowel juridisch als technisch niet blokkerend.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik begrijp dat het project in 2025 in een stroomversnelling is geraakt. Ik hoop dat het verder de goede richting uitgaat, want het is een project dat al heel erg lang aansleept en dat nu eigenlijk volledig op de rails zou moeten staan. De voorzitster : Vermits de heer Thiébaut niet aanwezig is en we niets van hem hebben vernomen, vervallen zijn vragen nrs. 56011355C en 56011361C. Mevrouw Vandeberg stelt haar vragen nrs. 56011357C en 56011359C uit.
De hacking van privébeveiligingscamera's met een internetverbinding in Zuid-Korea
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Anthony Dufrane waarschuwt voor grootschalig hacken van Zuid-Koreaanse IP-camera’s (120.000+), waar privébeelden via zwakke wachtwoorden (bv. 1234) op porno- en darkwebsites belanden, met risico op Belgische slachtoffers. Hij vraagt of minister Annelies Verlinden klachten kent, samenwerkt met Zuid-Korea of de Computer Crime Unit, en hoe publieke bewakingscamera’s beveiligd zijn. Verlinden ontkent Belgische dossiers of contact met Zuid-Korea, benadrukt dat gebruikers zelf basisbeveiliging (wachtwoordwijziging) moeten toepassen, en wijst lokale politie aan voor klachten. Dufrane noemt het risico voor België reëel en pleit voor preventieve protocollen.
Anthony Dufrane:
Madame la Ministre,
La justice sud-coréenne a découvert que plus de 120 000 caméras numériques avaient été piratées par des hackers. Ces derniers ont réussi à hacker une série de caméras connectées chez des utilisateurs privés. Elles sont installées en tant que bayphone, pet-camera ou encore comme caméras de surveillances dans des salles d'attente de cabinet gynécologique ou dans des salles de sport.
Les images étaient obtenues en repérant ces caméras sur des sites légaux les recensant et en testent des séries de mots de passe « classique » comme 1234 ou admin. Sur base des caméras ainsi piratées, ils diffusaient les images privées sur des sites à vocation pornographique, des sites web classique de streaming, ou encore le DarkWeb. La police coréenne conseille de mettre à jour ces caméras ainsi que de remplacer les mots de passe d'origine.
Enfin, la firme de sécurité informatique italienne Yarix a identifié un site – portail de diffusion de caméras piratées dont les flux étaient issus d'Allemagne, de France ou encore d'Ukraine. Le risque de voir des images volées originaires de Belgique est élevé et ne peut être écarté.
Mes questions, Madame la Ministre, sont :
Avez-vous eu des plaintes signalées concernant le piratage de caméras connectées en Belgique ?
Comptez-vous poursuivre les auteurs des faits, si le piratage de caméras belges est avéré ?
Avez-vous eu des contacts avec les autorités coréennes concernant les flux piratés par les hackers ?
Travaillez-vous avec la Police Fédérale, et la Computer Crime Unit, concernant les piratages visant à voler des images privées de citoyens ?
Quid des caméras utilisées pour la surveillance de l'espace public ?
Annelies Verlinden:
Cher collègue, nous n’avons connaissance d’aucun dossier en cours en Belgique, que ce soit auprès de la Federal Computer Crime Unit ou du ministère public. Aucun contact n’a donc été établi avec les autorités coréennes.
La problématique des caméras peer-to-peer insuffisamment sécurisées et accessibles en ligne est bien connue. Un minimum de sécurité numérique est attendu de la part des utilisateurs, notamment en modifiant les mots de passe par défaut. En règle générale, ce type de plaintes relève de la police locale.
Anthony Dufrane:
Je remercie la ministre pour sa réponse et ses clarifications. Bien que la problématique ne vise pas notre territoire, elle pourrait, par extension, également nous affecter. Il est donc pertinent de se renseigner aussi sur les protocoles à suivre dans les cas de piratages semblables. De voorzitster : Vraag nr. 56011442C van mevrouw Marie Meunier vervalt.
Het nationaal financieel parket
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
François De Smet bekritiseert scherp dat de geplande fiscale parketsectie – ondergeschikt aan het federaal parket – onvoldoende onafhankelijk is om complexe financiële fraude effectief aan te pakken, ondanks pleidooien van experts zoals ex-rechter Michel Claise voor een autonoom parket met eigen beleid en hiërarchie. Minister Annelies Verlinden benadrukt dat de regering wel degelijk een gespecialiseerd orgaan creëert binnen het federaal parket, maar geeft geen concreet antwoord op de bezorgdheden over hiërarchische druk en prioriteitenconflicten, verwijzend naar nog lopende tekstuele afronding. De Smet blijft skeptisch over de gekozen structuur, maar belooft de definitieve wetsvoorstellen kritisch te beoordelen en eventueel bij te sturen. De kern van het conflict draait om de vraag of een ingebedde sectie voldoende slagkracht en autonomie biedt tegen miljardenfraude.
François De Smet:
L’entretien que vous avez accordé à L’Echo lève le voile sur la configuration du futur parquet fiscal et financier. Et force est de constater que le choix du gouvernement, sous votre impulsion, s’écarte profondément des standards d’indépendance et d’efficacité pourtant recommandés par de nombreux magistrats, dont Michel Claise, ancien juge d’instruction spécialisé dans la lutte contre la fraude financière.
Plutôt qu’un parquet autonome, doté de sa propre hiérarchie et de sa propre politique pénale — condition indispensable pour s’attaquer aux réseaux économiques les plus puissants — vous avez opté pour un « parquet » placé sous l’autorité directe du parquet fédéral, c’est-à-dire en réalité une simple *section* interne, intégrée, inféodée.
Alors même que la fraude fiscale et financière est évaluée à plusieurs milliards d’euros de manque à gagner chaque année, la Belgique fait le choix d’un outil subordonné, alors qu’elle aurait pu se doter d’un instrument réellement stratégique.
Vous insistez sur l’efficacité attendue grâce à la mutualisation des moyens avec le parquet fédéral. Pourtant, ce modèle va à l’encontre de ce que soulignent tous les experts de terrain :
* la criminalité financière exige une autonomie fonctionnelle,
* une capacité de pilotage propre,
* et surtout une indépendance à l’égard des priorités conjoncturelles du parquet fédéral, dont les missions sont déjà extrêmement vastes (terrorisme, criminalité organisée, cybersécurité, traite des êtres humains...)
Comment justifiez-vous que ce parquet, présenté comme une avancée majeure dans la lutte contre la fraude, soit privé dès sa création d’une indépendance réelle, alors même que des magistrats spécialisés — dont Michel Claise — plaident explicitement pour une structure distincte, capable d’établir ses priorités sans pression hiérarchique ou politique ?
Vous annoncez l’engagement de dix magistrats et dix juristes supplémentaires. Mais ces moyens seront immédiatement placés sous une double contrainte :
* la hiérarchie du parquet fédéral,
* et une politique pénale qui risque d’être absorbée par d’autres priorités nationales.
Or, les fraudes financières modernes — montages complexes, sociétés écrans, criminalité économique internationale — nécessitent une spécialisation profonde, du temps, et surtout une liberté de mouvement.
Pouvez-vous expliquer comment une section interne au parquet fédéral, soumise à ses arbitrages, pourra consacrer le temps et l’énergie nécessaires aux dossiers financiers de très grande ampleur, souvent longs, techniques et politiquement sensibles ?
Annelies Verlinden:
Cher collègue De Smet, le principe de la création d'un parquet national financier a été décidé par le gouvernement, qui réaffirme ainsi avec vigueur sa volonté de lutter contre la criminalité fiscale et financière. Je m'inscris également pleinement dans cette optique.
Nous finalisons actuellement les modalités pratiques de sa création, l'organisation précise est donc encore à décider. Il serait prématuré de vous communiquer davantage de détails à ce sujet pour le moment. Je peux toutefois vous confirmer que cet organe sera composé de magistrats spécialisés, ce qui garantira son indépendance, et qu'il sera organisé en tant que section du parquet fédéral. Nous travaillons pour l'instant sur les textes et pourrons en discuter plus tard.
François De Smet:
Je vous remercie, madame la ministre. Nous avons déjà eu l'occasion d'échanger en séance plénière à ce sujet et je ne suis toujours pas convaincu quant à la méthodologie choisie. Je doute que l'organisation de ce parquet en tant que section du parquet fédéral permette d'avoir vraiment des poursuites indépendantes. Mais, ceci dit, nous examinerons les textes avec attention et tenterons même de les améliorer, le cas échéant. S'ils vont dans le bon sens, nous les soutiendrons.
De cocaïnetrafiek vanuit Peru
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Anthony Dufrane vraagt hoe België de sophisticeerde cocaïnesmokkel uit Peru (via landbouwcontainers zoals bananen) bestrijdt, wijst op de rol van Anvers als Europese draaischijf en kritiseert de gebrek aan concrete cijfers over onthoudingen en filières. Minister Annelies Verlinden bevestigt dat Peru een belangrijke bron is, benadrukt risicoanalyses, scantechnologie en internationale samenwerking (Europol, ONUDC) om netwerken te ontmantelen – niet enkel door drugs in beslag te nemen, maar ook door financiële stromen te blokkeren; ze verwijst voor gedetailleerde data en douanecontroles naar een schriftelijke vraag of de bevoegde minister. Dufrane erkent de langetermijninspanningen maar onderstreept de kwetsbaarheid van België door haar geografische positie.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, une récente opération antidrogue au Pérou a permis la saisie de 3,4 tonnes de cocaïne dissimulées dans une cargaison de bananes biologiques destinées à la Belgique. Cette affaire révèle l'ampleur des trafics de stupéfiants en provenance d'Amérique du Sud.
L'envoi de drogues depuis l'Amérique du Sud n'est pas neuf. Néanmoins, la sophistication des réseaux criminels impliqués, composés de ressortissants péruviens, colombiens et européens, interroge. Cette situation soulève des questions sur les filières utilisées pour acheminer la drogue vers notre pays, au vu des cargaisons déjà interceptées, et sur les mesures de collaboration renforcée avec les douanes et les autorités péruviennes pour contrer ce phénomène.
Madame la ministre, quelles sont les filières principales identifiées pour le trafic de cocaïne en provenance du Pérou vers la Belgique et quelles quantités ont-elles été saisies ces dernières années? Combien de cargaisons de stupéfiants en provenance du Pérou ont-elles été interceptées en Belgique? Quelles mesures de collaboration accrue avec les douanes et les autorités péruviennes sont-elles mises en place pour détecter et intercepter ces cargaisons? Comment les informations échangées avec les pays d'Amérique du Sud sont-elles exploitées pour démanteler les réseaux criminels impliqués? Envisagez-vous de renforcer les contrôles sur les importations de produits agricoles ou d'autres marchandises en provenance de ces régions à risque?
Annelies Verlinden:
Monsieur Dufrane, le Pérou demeure l'un des principaux points de départ dans les réseaux de trafic latino-américains à destination de l'Europe. En 2025, plusieurs saisies de cocaïne en provenance du Pérou ont été réalisées dans le port d'Anvers. Il s'agissait systématiquement de petites quantités dissimulées dans des conteneurs frigorifiques. Cette méthode correspond au modèle rip-off où les stupéfiants sont extraits du conteneur, une fois celui-ci déchargé sur le quai.
En ce qui concerne vos questions relatives aux chiffres exacts, nous pouvons bien entendu les fournir mais je vous invite à en faire la demande par écrit. Il n'est pas opportun de présenter les informations sous forme de tableaux oralement.
La coopération internationale avec le Pérou constitue un axe important de notre stratégie visant à perturber le trafic dès la phase de départ ou de transit. Cette collaboration s'opère à travers des structures multilatérales telles qu'Europol, l'Office des Nations Unies contre la drogue et le crime (ONUDC) et diverses plateformes régionales, ainsi que par des échanges bilatéraux directs entre les autorités belges et péruviennes.
En matière de contrôle, la douane applique un dispositif rigoureux fondé sur l'analyse des risques. Tous les conteneurs, particulièrement ceux en provenance de zones à risque comme le Pérou, font l'objet d'une évaluation approfondie. Ils sont ensuite classés par catégorie de risque. Pour la catégorie la plus élevée, un contrôle intégral par scanner est systématiquement appliqué et complété, si nécessaire, par une inspection physique.
La douane travaille en permanence à renforcer cette approche, notamment par l'affinement des analyses de risques grâce à une coopération renforcée en partage d'informations avec la police, ainsi que par l'intégration de technologies supplémentaires.
La saisie des stupéfiants ne représente qu'un volet de notre action globale, visant à démanteler les organisations criminelles. Tout aussi déterminants sont le ciblage des profits générés par ces réseaux, la confiscation des avoirs illicites et la perturbation des circuits financiers qui en constituent les leviers stratégiques majeurs. Privées de ressources financières, ces organisations perdent leur capacité à financer la logistique, la corruption et l'ouverture de nouvelles filières.
En ce qui concerne vos questions relatives aux contrôles douaniers portant sur des marchandises spécifiques, ainsi qu'à la coopération internationale entre les services douaniers, je vous invite à adresser votre demande à mon collègue compétent, le ministre des Finances.
Concernant l'opération en question, il s'agit d'une enquête sous embargo, pour laquelle aucune information supplémentaire ne peut être communiquée pour le moment.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. Pour ce qui est des statistiques et des chiffres, je déposerai dans les prochains jours une question écrite. D'une manière générale, la lutte contre la drogue est un travail de longue haleine. Je suis particulièrement attentif aux efforts qui sont fournis. La Belgique reste une plaque tournante majeure de ce trafic à cause de son positionnement géographique, avec l'influence du port d'Anvers. Je vous remercie, madame la ministre, de continuer à lutter contre ce fléau en mobilisant vos équipes et en travaillant avec la police et la douane.
De inbeslagname van geneesmiddelen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Anthony Dufrane (PS) vraagt minister Verlinden om cijfers over illegale medicijnsaisies (met name prégabaline), handelsroutes, criminelenetwerken en samenhang met wapenhandel, maar Verlinden bevestigt dat België geen centrale statistieken bijhoudt en dat gegevens versnipperd zijn over politie, justitie en douane. Ze wijst wel op bestaande interdepartementale samenwerking (Platform Pharma & Food Crime) en aankomende analyses door de federale politie, plus versterkte controles op secundaire logistieke sites en internationale samenwerking via Europol. Dufrane kritiseert het ontbreken van data en benadrukt de nood aan gerichte bestrijding, vergelijkbaar met drugshandel.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, le parquet de Bruxelles a récemment démantelé une organisation criminelle impliquée dans un trafic illégal de médicaments, notamment des médicaments à base de prégabaline, ainsi que d'autres substances contrôlées.
Lors de cette opération, près de 240 000 pilules ont été saisies, en plus d'autres stupéfiants et d'armes à feu. Cette affaire met en lumière l'ampleur du trafic de médicaments contrefaits ou obtenus illégalement en Belgique, ainsi que les réseaux organisés qui les distribuent.
Il est essentiel de mieux comprendre les filières utilisées, les types de médicaments les plus souvent concernés et les zones géographiques où ces saisies sont réalisées afin d'évaluer l'efficacité des mesures de lutte contre ce phénomène et de renforcer les actions du Ministère public.
Mes questions, madame la ministre, sont: Combien de cas de saisies de médicaments contrefaits ou de contrebande de médicaments nécessitant une prescription médicale ont été enregistrés en Belgique au cours des trois dernières années? Quels sont les types de médicaments les plus fréquemment interceptés? Quelles sont les filières principales identifiées pour l'importation et la distribution illégale de ces médicaments, et quelles collaborations internationales sont mises en place pour les démanteler? Quelles zones géographiques en Belgique sont les plus touchées par ce trafic? Quelles mesures spécifiques sont prises pour renforcer les contrôles dans ces régions? Quels liens ont été établis entre ce trafic de médicaments et d'autres activités criminelles, comme la violence organisée ou le trafic d'armes? Quelles actions supplémentaires envisagez-vous pour lutter contre ce type de trafic, notamment en termes de coopération entre la Justice, les services de police, les douanes et les autorités sanitaires?
Annelies Verlinden:
Cher collègue, il n’est pas possible, sur la base des variables disponibles dans la banque de données de la police ou sur la base des informations du ministère public, d’avoir une vue exacte sur le nombre de saisies de médicaments contrefaits ou de contrebande nécessitant une prescription médicale. Il n'est en outre pas possible de spécifier s’il existe un lien avec d’autres activités criminelles, telles que la violence organisée ou le trafic d’armes. Les procès-verbaux initiaux et les saisies concernant les médicaments sont établis par différentes instances et ne sont pas enregistrés dans un même système.
Europol mène chaque année une opération à grande échelle dans le cadre de cette thématique. La Belgique y participe et les résultats de cette opération sont diffusés à l’échelle nationale après la publication d’un communiqué de presse global par Europol.
En ce qui concerne la coopération interservices, celle-ci existe déjà par le biais de la Plateforme Pharma & Food Crime. Elle est composée de représentants de la police fédérale, des douanes, de l’Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, de l’Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire ainsi que d’un représentant des agences nationales antidopage. Cette plateforme se réunit chaque mois et travaille sous la supervision de la Justice.
Cette année, la police fédérale commencera à dresser une image de la criminalité pharmaceutique en concertation avec les partenaires susmentionnés. La lutte contre le trafic de substances exige également un renforcement de la sécurisation et des contrôles des sites logistiques. Ce renforcement implique non seulement de mettre en place des capacités humaines et technologiques suffisantes, mais aussi de porter l'attention nécessaire aux sites logistiques considérés a priori comme secondaires, mais vers lesquels les organisations criminelles risquent de se tourner afin de contourner les contrôles mis en place dans les sites logistiques principaux.
Il convient également de continuer à investir dans la collaboration avec les pays sources de ces substances.
Anthony Dufrane:
Je vous remercie, madame la ministre. Comme pour la drogue, les médicaments contrefaits ou de contrebande peuvent circuler facilement en Belgique. Ils représentent également une forme de drogue contre laquelle il faut lutter. Je vous remercie pour le suivi assuré par les services dans la lutte contre ces bandes organisées qui les font circuler. Je note l’absence de statistiques relatives aux saisies de médicaments contrefaits. Je pense qu'il pourrait être intéressant d'en établir. De voorzitster : Vraag nr. 56011505C van de heer Bayet wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
De veiligheidsmaatregelen tijdens de nieuwjaarsnacht
De vervolging van de oudejaarsrelschoppers
De aanpak van de oudejaarsrellen in Antwerpen
De huisarresten en de aanpak van de jonge daders van de nieuwjaarsrellen
De stavaza met betrekking tot de vervolgingen na de rellen van oudejaar in Brussel
De uitbarstingen van geweld en vandalisme tijdens de oudejaarsnacht
Het geweld tijdens de oudejaarsnacht in Mechelen
Aanpak en gevolgen van oudjaarsgeweld en rellen in België
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden bekritiseeren de jaarlijkse escalatie van geweld tijdens oudjaar (vandalisme, aanvallen op hulpdiensten met vuurwerk/molotovcocktails) en betwijfelen de effectiviteit van justitie en preventie, ondanks herhaalde beloftes van een "kordate aanpak". Van Vaerenbergh (CD&V) en Dillen (VB) vragen om snellere vervolging via snelrecht en strengere straffen, wijzend op lage gerechtelijke arrestaties (bv. 3 op 100 aanhoudingen in Antwerpen) en herhaalde straffeloosheid—zoals in Mechelen, waar daders van een poging tot brandstichting (met filmpje als "trofee") nog vrij rondlopen. Minister Verlinden (Justitie) bevestigt 72 gerechtelijke aanhoudingen in Brussel (31 meerderjarigen, 29 minderjarigen), met 11 snelrechtzittingen in maart en twee minderjarigen geplaatst in een instelling, maar erkent dat veel dossiers nog lopen of geseponeerd werden. Kritiekpunten: VB en N-VA (Van Rooy, Van Hoecke) beschuldigen de overheid van structureel falen, koppelen het geweld expliciet aan "straatjihad door moslimjongeren" en eisen uitwijzing van families naast zware boetes, terwijl Van Vaerenbergh de nadruk legt op samenwerking met lokale overheden en verruimde huisarrestbevoegdheden. Conclusie: Justitie handelt traag en fragmentarisch (slechts 3 veroordelingen uit 2023 in Brussel), terwijl parlementsleden eisen dat de "nultolerantie"-belofte uit het regeerakkoord daadwerkelijk wordt uitgevoerd—met meetbare resultaten in 2025.
Kristien Van Vaerenbergh:
Geachte mevrouw de minister,
De jaarwisseling is traditioneel een van de meest woelige momenten van het jaar, waarbij politie- en hulpdiensten in verschillende steden en gemeenten onder verhoogde druk komen te staan. Elk jaar opnieuw worden zij geconfronteerd met incidenten waarbij vuurwerk, vandalisme en geweld tegen hulpverleners de veiligheid van burgers én van de diensten zelf in het gedrang brengen.
Het is van essentieel belang dat deze diensten hun taken in veilige omstandigheden kunnen uitvoeren en dat geweld tegen politie, brandweer en medische hulpverleners kordaat wordt aangepakt. Tegelijk is een duidelijke preventieve en gerechtelijke aanpak noodzakelijk om herhaling van dergelijke feiten te voorkomen en het signaal te geven dat geweld tijdens de jaarwisseling niet wordt getolereerd.
Daarom heb ik volgende concrete vragen:
Welke veiligheidsmaatregelen en richtlijnen voorziet u om de veiligheid tijdens de nieuwjaarsnacht te waarborgen?
Op welke manier ondersteunt de federale overheid de lokale politiezones en hulpdiensten bij de organisatie en coördinatie van de veiligheidsaanpak tijdens deze nacht?
Welke maatregelen worden genomen om politie- en hulpverleners specifiek te beschermen tegen geweld, onder meer bij interventies waarbij vuurwerk of andere gevaarlijke voorwerpen worden gebruikt?
Hoe wordt de snelle gerechtelijke opvolging verzekerd van feiten van geweld, vandalisme of weerspannigheid tegen hulpdiensten tijdens de nieuwjaarsnacht?
Mevrouw de minister,
We zagen het allemaal: oudjaarsavond is in Brussel opnieuw bijzonder onstuimig verlopen. Wat voor de meeste mensen een feestelijke overgang naar het nieuwe jaar moest zijn, mondde voor politie en hulpdiensten uit in een gevaarlijke nacht. Politievoertuigen, ambulances en brandweerwagens werden geviseerd met vuurwerk en andere projectielen. Er was sprake van vernielingen aan openbaar vervoer en straatmeubilair, en de politie moest meermaals tussenkomen om de situatie onder controle te houden.
Volgens de eerste balans werden een zestigtal personen opgepakt in Brussel, vooral jongeren, onder wie ook minderjarigen. Dat roept opnieuw vragen op over de gerechtelijke opvolging van dit soort feiten, en meer bepaald over de toepassing van de snelrechtprocedure.
Bij eerdere dergelijke incidenten hebt u zelf meermaals benadrukt dat Justitie werk zou maken van een snelle en kordate aanpak, zeker wanneer het gaat om geweld tegen politie en hulpdiensten. Tegen die achtergrond heb ik volgende concrete vragen:
Hoeveel personen werden tijdens de afgelopen oudjaarsnacht in Brussel bestuurlijk en gerechtelijk aangehouden?
En hoeveel van hen zijn minderjarig?
Hoeveel van deze opgepakte personen zullen effectief gerechtelijk vervolgd worden?
In hoeveel van deze dossiers werd of wordt de snelrechtprocedure toegepast? Zo niet: om welke redenen wordt daarvan afgeweken?
Hoeveel van de opgepakte relschoppers zijn intussen opnieuw vrijgelaten? Op basis van welke motieven gebeurde dat?
Op welke termijn mogen we in Brussel concrete veroordelingen verwachten, met name voor de meest ernstige feiten van geweld tegen politie en hulpdiensten?
Mevrouw de minister,
In antwoord op een vraag van vorig jaar over de vervolging van relschoppers tijdens de oudjaarsnacht in Brussel deelde u cijfers mee over het aantal bestuurlijke en gerechtelijke aanhoudingen, het aantal opgestelde processen-verbaal en het aantal geïdentificeerde verdachten. U gaf daarbij aan dat op dat moment nog niet alle gegevens beschikbaar waren over de effectieve vervolgingen en veroordelingen.
Recente berichtgeving wijst er evenwel op dat, ondanks herhaalde rellen tijdens opeenvolgende oudjaarsnachten, het vaak onduidelijk blijft welke gerechtelijke gevolgen hier uiteindelijk aan worden gekoppeld.
Om een duidelijk beeld te krijgen van de effectieve afhandeling van de feiten die tijdens de oudjaarsnacht van vorig jaar in Brussel werden gepleegd, had ik u graag volgende vragen gesteld:
Hoeveel personen werden naar aanleiding van de oudjaarsrellen van vorig jaar in Brussel uiteindelijk gerechtelijk vervolgd?
Hoeveel van deze dossiers hebben geleid tot een veroordeling? Kan u hierbij een onderscheid maken tussen meerderjarigen en minderjarigen?
Kan u ook een vergelijking opstellen qua aantallen in vergelijking met de cijfers van het jaar daarvoor?
Welke straffen werden in deze dossiers uitgesproken (gevangenisstraf, werkstraf, geldboete, probatie, jeugdbeschermingsmaatregelen)?
In hoeveel dossiers werd de snelrechtprocedure toegepast? Hoeveel daarvan resulteerden in een effectieve veroordeling?
Hoeveel dossiers werden geseponeerd, en om welke redenen?
Welke bijkomende maatregelen acht u noodzakelijk om te vermijden dat de structurele achterstand binnen Justitie blijft wegen op een snelle en effectieve strafrechtelijke opvolging? Hoe wil u voorkomen dat de ambities uit het regeerakkoord inzake een kordate aanpak van misdrijven en nultolerantie bij bestraffing in de praktijk een 'dode letter' blijven?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, het wordt een triestige traditie op oudejaarsavond in Antwerpen. In plaats van de jaarwisseling vreedzaam te vieren, leek Antwerpen opnieuw, voor het zoveelste jaar op rij, gedurende uren op een slagveld. Het was een zeer woelige nacht met ernstige ordenverstoringen, brandstichtingen, ontploffingen, vandalisme, het vernielen van straatmeubilair en van openbare en private eigendommen. Hulpverleners en ordehandhavers werden ernstig bedreigd, aangevallen en bekogeld met stenen. Ook brandweerwagens en ziekenwagens werden aangevallen met vuurwerkpijlen en andere projectielen.
Meer dan 100 personen werden aangehouden, vooral jongeren en ook minderjarigen. Dat is bijzonder verontrustend. Een kordate en snelle aanpak is absoluut noodzakelijk, want ondanks eerdere beloften van een kordate aanpak blijft deze onaanvaardbare problematiek jaar na jaar toenemen, wat een zwaar gevaar betekent voor de veiligheid van hulpverleners, ordehandhavers en van de brave burgers. Voor het Vlaams Belang is het onaanvaardbaar dat politie en hulpdiensten, die instaan voor onze veiligheid, systematisch het mikpunt worden van geweld, terwijl daders vaak kunnen rekenen op straffeloosheid of een milde bestraffing.
Hoeveel personen werden er op oudejaarsavond in Antwerpen bestuurlijk aangehouden? Hoeveel personen werden gerechtelijk aangehouden? Hoeveel van deze personen waren minderjarig? Hoeveel dossiers werden effectief overgemaakt aan het parket en hoeveel dossiers met betrekking tot minderjarigen werden overgemaakt aan de jeugdrechtbank?
De toepassing van snelrecht is bij dit soort zinloos geweld absoluut noodzakelijk. Werd er in concrete dossiers een gerechtelijke vervolging opgestart? Zo ja, in hoeveel en wat waren de uitspraken? Zo nee, waarom niet? Zal er werk gemaakt worden van een snelle vervolging? Hoe verantwoordt u dat dergelijke rellen jaar na jaar terugkomen en zelfs toenemen, ondanks eerdere beloftes van een strenge aanpak? Zult u een initiatief nemen om in samenspraak met politie en parket veel strengere richtlijnen uit te vaardigen voor de snelle en strengere vervolging van geweld tegen hulpdiensten en ordehandhavers? Welke bijkomende initiatieven zult u nemen om een duidelijk signaal te geven dat dergelijk geweld onaanvaardbaar is en in onze samenleving niet wordt getolereerd?
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, ik woon zelf in Antwerpen, ik ben er geboren en getogen. Ik volg het debat hierover in de gemeenteraad al heel wat jaren, telkens voor en na oudjaar. Ik moet vaststellen dat het geringe aantal huisarresten dat dit jaar in Antwerpen door de burgemeester werd opgelegd, in combinatie met een lakse, softe aanpak, ertoe heeft geleid dat tijdens nieuwjaarsnacht opnieuw diverse straten en wijken zijn verworden tot een oorlogszone.
Dat zijn overigens niet mijn woorden; zo wordt het effectief omschreven door mensen binnen de ordediensten en door buurtbewoners, die dit elk jaar opnieuw moeten meemaken. Dit veroorzaakt veel overlast, frustratie en schade, wat de belastingbetaler ook dit jaar weer heel veel geld kost. Deze straatjihad was in Antwerpen dit jaar zelfs nog erger dan vorig jaar en misschien zelfs nog erger dan in Brussel.
Het lijkt er sterk op, minister, dat de wettelijke modaliteiten om een potentiële geweldpleger – en die zijn na al die jaren zo goed als allemaal bekend – huisarrest te geven onvoldoende ruim zijn. Misschien heeft de burgemeester die huisarresten ook te lichtzinnig toegepast, maar ik denk dat de wettelijke modaliteiten zelf niet ruim genoeg zijn. Daardoor bleven de meeste jongeren die op nieuwjaarsnacht de boel op stelten zetten buitenschot. Brave burgers werden dus opnieuw geterroriseerd op wat toch een feestelijke nacht zou moeten zijn.
Minister, graag ontving ik uw reactie hierop. Is het ook uw inschatting dat er in Antwerpen te weinig huisarresten werden opgelegd? Wilt u in dat verband overwegen om de wetgeving te bekijken met het oog op een verruiming, zodat burgemeesters volgende keer veel meer huisarresten kunnen opleggen? Tot slot, welke andere wetgeving heeft de burgemeester ter beschikking om dit soort straatgeweld tijdens de jaarwisseling te voorkomen? Dank u wel.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, zoals men had voorspeld en we in deze commissie ook al uitdrukkelijk hadden aangehaald, werd oudejaarsavond opnieuw gekenmerkt door uitbarstingen van vandalisme en geweld. Groepen jongeren staken voertuigen in brand, schoten vuurwerk af richting woningen, pleegden vandalisme en viseerden, zoals we dat keer op keer vaststellen bij dergelijke rellen, de hulpdiensten. Veelzeggend is dat de politie de straten waar werd geblust, altijd moest afsluiten om te vermijden dat de hulpdiensten in een hinderlaag zouden lopen.
In nagenoeg elke stad in het land vonden incidenten plaats. Er wordt vaak gesproken over de grootsteden of de centrumsteden, maar letterlijk in elke stad werden incidenten gemeld, bijna altijd volgens hetzelfde patroon. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden 344 interventies geregistreerd. Het Openbaar Ministerie communiceerde op 2 januari dat er in Brussel 72 gerechtelijke arrestaties plaatsvonden tijdens de nacht van 31 december. Van die personen werden er 60 ter beschikking gesteld van het parket op 1 en 2 januari. Het ging om 31 meerderjarigen en 29 minderjarigen.
In mijn eigen provincie Oost-Vlaanderen moest de politie tussenbeide komen in alle centrumsteden voor vernielingen, vechtpartijen en vuurwerkbezit. In Gent werd de politie ook aangevallen met vuurwerkprojectielen, iets wat we elders eveneens herhaaldelijk zagen.
Ten eerste, hoeveel personen werden in heel het land bestuurlijk aangehouden en hoeveel gerechtelijk?
Ten tweede, in hoeveel gevallen ging het daarbij om minderjarigen?
Ten derde, hoeveel personen beschikten niet over de Belgische nationaliteit?
Ten vierde, in hoeveel gevallen ging het om personen die ook vorig jaar al in aanraking kwamen met de ordediensten tijdens oudjaar?
Ten vijfde, gebeurden er achteraf nog identificaties op basis van camerabeelden of op andere manieren en hoeveel verdachten werden achteraf alsnog geïdentificeerd?
Ten zesde, hoeveel personen werden daadwerkelijk ter beschikking gesteld van het parket?
Ten zevende, bij hoeveel personen werd de snelrechtprocedure toegepast?
Heeft Justitie ten slotte specifieke maatregelen getroffen ter voorbereiding op deze, jammer genoeg, voorspelbare uitbarstingen van geweld?
Marijke Dillen:
Het geweld op oudejaarsavond wordt jaar na jaar erger. Ook de stad Mechelen is dit jaar niet ontsnapt aan het escalerende en zelfs levensgevaarlijk geweld door jonge criminelen. Een zestal jonge criminelen hebben zwaar vuurwerk laten ontploffen aan het raam bij Lorenzo die lag te slapen en zijn grootmoeder in de Mahatma Ghandistraat en gooide daarna een molotovcocktail door het venster naar binnen. Ze gooiden van deze feiten een filmpje online alsof ze trots zijn op hun daden. Dat hier geen slachtoffers zijn gevallen is werkelijk een geluk. De moeder van Lorenzo heeft verklaard: “We weten wie het zijn en ze wonen op nog geen 200 meter hiervandaan". Dit zijn bijzonder ernstige feiten: een poging tot zware brandstichting met verzwarende omstandigheden, meer bepaald in een bewoond huis en bij nacht waar zware straffen op staan.
Maar ook dit zwaar geval van geweld in Mechelen was geen alleenstaand geval. Ook op verschillende andere plaatsen in de stad was het bijzonder onrustig.
Deze feiten kaderen in een zorgwekkende trend van toenemend geweld en straffeloosheid bij jonge criminelen, waarbij steeds vaker extreem gevaarlijke middelen worden ingezet en waarbij het gezag van politie en overheid openlijk wordt uitgedaagd.
Deze waanzin moet stoppen. De daders mogen niet ongestraft blijven.
Is de minister op de hoogte van de feiten bij Lorenzo en zijn grootmoeder in Mechelen, en welke informatie kan zij geven over de betrokken daders en het lopende onderzoek? Ik begrijp dat dit een delicaat dossier betreft maar stilzwijgen is niet langer een optie. Zijn hier minderjarigen bij betrokken en zo ja, welke maatregelen werden er bij hoogdringendheid tegen hen genomen?
Kan de minister meer toelichting geven betreffende de andere gevallen van geweld en agressie tegen de politie en hulpverleners in Mechelen? Hoeveel personen werden er op oudejaarsavond in Mechelen bestuurlijk aangehouden en hoeveel gerechtelijk? Hoeveel van deze personen waren er minderjarig? Hoeveel dossiers werden er effectief overgemaakt aan het Parket en wat de minderjarigen betreft aan de Jeugdrechter?
De toepassing van snelrecht is bij dit soort van zinloos geweld absoluut noodzakelijk. Werd er reeds in concrete dossiers een gerechtelijke vervolging opgestart? Zo ja, in hoeveel en wat waren de uitspraken? Zo neen, waarom niet en zal er werk gemaakt worden van een snelle vervolging .
Annelies Verlinden:
Geachte Kamerleden, uiteraard wil ik het geweld tijdens de oudejaarsnacht, dat we ook de afgelopen jaren helaas te vaak en te bruut hebben gezien, opnieuw ten strengste veroordelen. In het bijzonder geweld tegen de orde- en hulpdiensten kunnen en mogen we nooit aanvaarden. We moeten blijven zoeken naar de juiste en afdoende kordate antwoorden.
Ik ben ook blij dat verschillende stemmen uit het maatschappelijk middenveld hebben gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkenen en de ouders van de vaak zeer jonge relschoppers. Samenleven kan immers enkel ordentelijk verlopen als iedereen rechten en plichten naar waarde schat en respecteert. Het is ook goed dat niet alleen beleidsmakers, maar ook stemmen uit het maatschappelijk middenveld daar in het maatschappelijk debat op wijzen.
Wat betreft de specifieke vragen over de veiligheidsmaatregelen van de hulp- en veiligheidsdiensten tijdens de nieuwjaarsnacht, wil ik aangeven dat die tot de bevoegdheden van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken behoren. Ik zal hier toelichting geven bij het gerechtelijk luik.
In Brussel werden tijdens de oudejaarsnacht 72 gerechtelijke aanhoudingen uitgevoerd, waarvan 60 personen ter beschikking werden gesteld van het parket in Brussel. Van hen waren er 31 meerderjarig en 29 minderjarig.
Voor de goede en snelle uitvoering en opvolging daarvan had de procureur van Brussel acht magistraten op het terrein en van wacht voorzien voor oudejaar. Voor de twaalf verdachten die na hun gerechtelijke aanhouding opnieuw in vrijheid werden gesteld, beschikken we nog niet over verdere informatie en kunnen we die dus nog niet verstrekken. Elf meerderjarige verdachten zullen in maart verschijnen voor de correctionele rechtbank tijdens een zitting snelrecht. Naar vier meerderjarige verdachten wordt momenteel een gerechtelijk onderzoek gevoerd en er werd voor hen een aanhoudingsmandaat gevorderd bij de onderzoeksrechter. Aan een aantal meerderjarige verdachten werd een minnelijke schikking voorgelegd.
Voor zestien minderjarige verdachten werd de jeugdrechter gevat. Aangezien zij worden verdacht van zware feiten, zullen ze naderhand voor de jeugdrechtbank worden vervolgd. Twee minderjarige verdachten werden intussen al geplaatst in een gemeenschapsinstelling. De andere minderjarige verdachten van minder zware feiten werden allen verhoord door een magistraat in het bijzijn van hun ouders. Het parket zal wat hen betreft een streng vervolgingsbeleid voeren, uiteraard ook rekening houdend met de evolutie van die jongeren.
In Antwerpen gebeurden die nacht drie gerechtelijke arrestaties, die telkens minderjarigen betroffen. Eén gerechtelijk dossier was rechtstreeks gelinkt aan de nachtelijke onlusten. De minderjarige verdachte werd gearresteerd en voorgeleid bij de jeugdrechter, die de betrokkene naar GI De Kempen stuurde voor een periode van twee weken, met aansluitend voorwaarden.
In de andere gevallen betrof het telkens minderjarigen die hun gerechtelijk huisarrest niet naleefden. De politie van Antwerpen onderzoekt nog meerdere gerechtelijke feiten die zich voordeden tijdens oudejaarsnacht.
Mevrouw Dillen, inzake uw specifieke vraag over Mechelen zijn de feiten ten nadele van Lorenzo, zoals u aangaf, en zijn grootmoeder het voorwerp van een gerechtelijk onderzoek bij de onderzoeksrechter in Mechelen. De rechter werd gevorderd voor feiten van opzettelijke brandstichting. Aan dat gerechtelijk onderzoek werden eveneens twee brandstichtingen toegevoegd, één van een kledingcontainer en één van een deelvoertuig. Daarnaast werden drie meerderjarige verdachten gearresteerd voor weerspannigheid.
Mevrouw Van Vaerenbergh, wat betreft de vragen over de vorige jaren, kan ik u meegeven dat de feiten van vorig jaar tijdens oudejaarsnacht in Brussel een aantal gerechtelijke gevolgen hebben gekregen. In totaal worden zes meerderjarige verdachten vervolgd voor de correctionele rechtbank en loopt er tegen zes anderen een gerechtelijk onderzoek. Daarnaast voert het parket een onderzoek naar vijf meerderjarige verdachten.
Wat betreft de oudejaarsnacht van 2023, zijn er nog twee dossiers hangende. Drie dossiers hebben tot een veroordeling geleid. Eén persoon kreeg vijftien maanden gevangenisstraf, een tweede één jaar en een derde werd veroordeeld tot een autonome werkstraf van 160 uur. In drie dossiers betaalden de verdachten een minnelijke schikking en vier dossiers werden geseponeerd. In vier andere dossiers loopt het gerechtelijk onderzoek bij het parket nog.
Als minister van Justitie blijft het voor mij een prioriteit om in voldoende zware straffen te voorzien voor bepaalde misdrijven wanneer ze worden gepleegd ten aanzien van personen die een maatschappelijke functie vervullen. De keuze in het nieuw Strafwetboek om daarvoor strafverzwaringen te voorzien, weerspiegelt dan ook de ambitie om de bescherming te versterken van personen die in de uitoefening van essentiële taken voor het functioneren van de samenleving aan bijzondere risico's worden blootgesteld. Die verzwaringen maken deel uit van een kordaat beleid ten aanzien van geweld gericht tegen die groepen van personen.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor de cijfers die u ons vandaag meegeeft.
Zoals u zegt, die rellen en het geweld ten aanzien van de hulpdiensten moeten we altijd veroordelen. De ouderlijke en de eigen verantwoordelijkheid moeten daarbij erkend worden. U had het over 72 gerechtelijke aanhoudingen. Dat zijn er heel wat meer dan vorig jaar, dus ik ben tevreden dat ook op het vlak van Justitie actie is ondernomen. Ik hoop dat die daders snel en kordaat zullen worden bestraft.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Wat Antwerpen betreft heb ik goed begrepen dat van de honderd personen die werden aangehouden, althans volgens de verklaringen van de woordvoerder van de politie, slechts drie personen gerechtelijk zijn gearresteerd. Van die drie werd één ter beschikking van een jeugdrechter gesteld. Die minderjarige heeft blijkbaar twee weken in GI De Kempen doorgebracht en is nu vrij onder voorwaarden. Dat is hetgeen ik uit uw antwoord heb mogen begrijpen.
Mevrouw de minister, honderd aangehoudenen voor dergelijke zeer zware feiten waarbij van Antwerpen een slagveld is gemaakt, en slechts drie gerechtelijke arrestaties, dat kan er bij mij niet in en dat roept bij mij, bij de gehele Antwerpse bevolking en naar ik vermoed bij alle burgers in Vlaanderen vragen op. U geeft aan dat de politie nog een aantal andere dossiers onderzoekt. Ik zal de kwestie op korte termijn agenderen om een nieuwe stand van zaken op te vragen. Het is van groot belang dat er veel kordater en sneller wordt opgetreden tegen dat soort van wat ik zeer zware criminaliteit noem.
Wat het geval in Mechelen betreft, mag iedereen en mogen uiteraard in de eerste plaats de betrokkenen opgelucht zijn dat het niet erger is afgelopen. Het gaat daar immers om een poging tot zware brandstichting met verzwarende omstandigheden in een bewoond huis, gepleegd bij nacht. Op een dergelijk misdrijf staan zeer zware straffen. Ik heb begrepen – verbeter mij als ik het fout heb – dat in het specifieke dossier van de jongen en zijn grootmoeder nog niemand is gevat, ondanks het feit dat de moeder van de jongeman in de media heeft verklaard dat ze weten wie de daders zijn en dat ze op nog geen 200 meter afstand wonen. Ik hoop dat de politie en het gerecht hun uiterste best doen om te zorgen dat de betrokkenen, en ik durf hier echt van krapuul te spreken, zeer snel worden gevat.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, we waarschuwen er elk jaar voor en toch is het elk jaar opnieuw prijs. Moslimjongeren, tegenwoordig zelfs kinderen, terroriseren op oudjaar Antwerpen en steeds meer andere steden. Ze creëren elk jaar opnieuw een oorlogszone en elk jaar opnieuw draait de belastingbetaler ervoor op.
U, de overheid, zal dat nooit oplossen als u niet onder ogen ziet wat dat is en waar dat vandaan komt. Dat is straatjihad van jonge moslims die onze samenleving haten en willen kapotmaken. Hoe meer een wijk is geïslamiseerd, hoe gevaarlijker, hoe onleefbaarder het daar wordt.
Daar past maar één remedie tegen. Laat hen alle schade vergoeden, door de ouders als de daders minderjarig zijn, geef ze een astronomische boete erbovenop en zet het hele gezin het land uit.
Alexander Van Hoecke:
Wat er op oudejaarsavond opnieuw is gebeurd, zoals in de afgelopen tien jaar, is gepland en georganiseerd. Dat toont één zaak aan, namelijk dat we met een enorm probleem kampen. Dat moet voor iedereen duidelijk zijn. Het gaat om hele groepen jongeren met een migratieachtergrond en het ergste is misschien nog wel dat het vaak gaat over de tweede-, derde- of zelfs vierdegeneratiemigranten. Dat zijn mensen van wie wij zouden moeten verwachten dat zij helemaal ingeburgerd zijn. Er zou geen enkel verschil mogen zijn tussen die groepen migrantenjongeren en Vlamingen. Net die groepen zetten zich volledig af en keren zich tegen onze samenleving. Ze lokken onze hulpdiensten in een hinderlaag. Ze richten vuurwerk op huizen. Zij maken gebruik van elke mogelijke aanleiding om amok te maken. Dat gebeurt immers niet alleen op oudejaarsavond, want ze grijpen hun kans ook bij voetbalmatchen en andere evenementen. Dat is geen uit de hand gelopen kattenkwaad, maar het compleet verwerpen van onze samenleving en de waarden waarvoor wij staan. Die jongeren lokken de hulpdiensten in een hinderlaag. De politie moet de straten waar geblust wordt, vaak aan woningen, afzetten omdat er anders een reële kans bestaat dat de hulpdiensten, de brandweerdiensten, de verplegers in een hinderlaag worden gelokt. Met die gasten kunnen wij in onze samenleving werkelijk niets aanvangen. Het is keer op keer hetzelfde. Ik heb het vorig jaar ook gezegd. Ik vind het zo ongelooflijk tragisch dat wij hier volgend jaar opnieuw zullen zitten. Volgend jaar zullen wij die gebeurtenissen opnieuw veroordelen en zeggen hoe verschrikkelijk het is. Ik garandeer u dat wij hier volgend jaar opnieuw zitten. Het probleem zal alleen maar erger worden. Het zal opnieuw bij veroordelen blijven, want er gebeurt ondertussen niets om dat echt in de kiem te smoren.
De erbarmelijke toestand van het justitiepaleis in Brugge
Het overleg met de Regie der Gebouwen n.a.v. schimmel in het Brugse gerechtsgebouw
Renovatie en onderhoud van het Brugse gerechtsgebouw
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Volgens Marijke Dillen en Annick Lambrecht verkeert het Justitiepaleis in Brugge al 20+ jaar in onleefbare toestand (schimmel, vocht, geurhinder) door jarenlange verwaarlozing door de Regie der Gebouwen en vorige ministers, wat leidde tot een gedwongen ontruiming van afdelingen. Minister Verlinden bevestigt de structurele problemen (buitenschil, daken, betonrot) en kondigt 16 miljoen euro aan renovatiekosten aan, met 3,6 miljoen voor de eerste fase, maar erkent dat onderfinanciering en uitstel in het verleden de crisis verergerden. Dillen en Lambrecht kritiseren scherp het falend beheer door de Regie en eisen strikte opvolging om herhaling te voorkomen, terwijl Verlinden samenwerking met collega Matz en extra budgetten belooft voor landelijke verbetering.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
Het Justitiepaleis van Brugge verkeert al jaren in een erbarmelijke toestand. Een hardnekkige schimmelplaag, opstijgend vocht, ernstige geurhinder, het zijn maar enkele voorbeelden. De eerste klachten dateren al van 2000 maar er werden blijkbaar alleen maar enkele kleine ingrepen uitgevoerd.
Omdat de situatie werkelijk onhoudbaar is geworden hebben de vakbonden een klacht ingediend bij de arbeidsinspectie.
De nieuwe hoofdgriffier bij de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen heeft nu ingegrepen. Een volledige afdeling werd nu ontruimd en het personeel is tijdelijk verhuisd naar een andere plaats in het gebouw.
Kan de minister hierover meer toelichting geven?
Hoeveel klachten zijn er sinds 2000 ingediend en welk concreet gevolg werd er hieraan gegeven ?
Waarom hebben de minister en haar voorgangers bevoegd voor de Regie der Gebouwen de situatie laten aanmodderen en geen werken laten uitvoeren om deze ernstige problematiek structureel aan te pakken om er zo voor te zorgen dat het personeel op een veilige en gezonde wijze kan werken?
Wanneer gaat deze onaanvaardbare toestand eindelijk worden weggewerkt? Zal de minister hiervoor de nodige budgetten vrijmaken?
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, in Brugge zijn er grote problemen met het gerechtsgebouw. Een groot deel van dat gebouw is zelfs leeggemaakt. De reden is een schimmelplaag, die het gevolg zou zijn van het jarenlang negeren van groeiende vochtproblemen. Regenwater valt naar beneden op de binnenmuren, grondvocht stijgt in andere muren, vloeren en muren staan vol schimmel, het personeel beschikt over bijna geen enkele kast zonder vocht en schimmel. Een groot deel van het personeel is zelfs verhuisd naar andere lokalen, die ook onaangepast zijn.
Na de jeugdrechtbank werd ook het onderzoeksgerecht leeggehaald. Blijkbaar krijgt het personeel geen gehoor want het wendt zich met de moed der wanhoop tot de pers. Niet alleen Justitie en de Regie der Gebouwen maar ook de Arbeidsinspectie zouden op de hoogte zijn van dit probleem. Er wordt gezegd dat de situatie in andere gerechtsgebouwen in het land niet anders zou zijn, namelijk verwaarlozing.
Dat brengt mij bij mijn vragen. Ten eerste, hoe wordt het onderhoud van de gerechtsgebouwen aangepakt?
Ten tweede, is de situatie in Brugge uniek of is het niet anders in andere gerechtsgebouwen?
Ten derde, bent u als minister of is uw administratie op de hoogte van het probleem met het gerechtsgebouw in Brugge?
Ten vierde, welke stappen zijn ondertussen gezet om de situatie te verbeteren?
Ten vijfde, is er contact of overleg tussen Justitie en de Regie der Gebouwen? Ik diende bij de Regie der Gebouwen overigens dezelfde vraag in.
Ten zesde, wat ben u van plan te ondernemen, mevrouw de minister, om ervoor te zorgen dat het gerechtsgebouw in Brugge opnieuw volledig in gezonde omstandigheden kan worden gebruikt?
Annelies Verlinden:
Collega's, sinds februari van vorig jaar heb ik mij kunnen vergewissen van de staat van de gebouwen in het hele land. Ik heb onmiddellijk gewezen op de absolute nood aan structurele middelen en maatregelen om de toestand te verbeteren en om het hoofd te kunnen bieden aan de jarenlange onderfinanciering.
Dit geldt zeker ook voor het gerechtsgebouw in Brugge. Het gebouw dateert van begin jaren ‘80 en heeft onder meer nood aan een buitenschilrenovatie. Het gebouw kampt met waterinsijpeling en daaruit voortvloeiende schade. De daken, het schrijnwerk en de buitenzonwering moeten worden vernieuwd en het betonrot moet worden aangepakt. De uit te voeren werken zijn structureel van aard. De diensten van de FOD Justitie staan hierover in nauw contact met de Regie, die als eigenaar van het gebouw de werken moet uitvoeren. De renovatiekosten worden geraamd op minstens 16 miljoen euro. De zone die nu werd ontruimd, bevindt zich in dat deel waar de noden het grootst zijn en dat daarom deel uitmaakt van de eerste fase van de buitenschilrenovatie. De kostprijs van deze eerste fase wordt geraamd op 3,6 miljoen euro.
De problematiek is inderdaad al bekend van voor deze legislatuur. De renovatie van de buitenschil is opgenomen in het meerjarig investeringsplan bij de Regie, maar werd in het verleden vooruitgeschoven in de tijd door gebrek aan middelen en personeel, zoals dat ook voor nogal wat andere gebouwen het geval was. Met de bijkomende middelen die de regering op mijn vraag heeft vrijgemaakt, zal op verschillende plaatsen vooruitgang kunnen worden geboekt. Ik werk daarvoor samen met mijn collega Matz, bevoegd voor het gebouwenbeheer van de overheid. We volgen dit uiteraard ook op met onze betrokken diensten.
Tegelijkertijd blijven de noden erg groot. Om die reden heb ik, in lijn met het regeerakkoord, ook de opdracht gegeven om een rationalisatie- en verbeteringstraject voor het gebouwenpark uit te werken. Die oefening loopt, terwijl intussen op verschillende plaatsen verbeteringswerken worden uitgevoerd.
Met de bijkomende middelen uit de IDP Veiligheid komt er ook een extra budgettaire injectie voor de FOD Justitie voor het dagelijkse onderhoud en de veiligheid. Met het hefboomplan, dat we voor de zomer in overleg met de RO opstelden, werd al een nieuwe reeks investeringen mogelijk gemaakt, waaronder het opzetten van een scan lane voor het gerechtsgebouw in Brugge.
Door deze gerichte en aanhoudende inspanningen bouwen we verder aan beter onderhouden, toegankelijke en veilige gerechtsgebouwen, zodat justitie in goede omstandigheden kan functioneren, ten voordele van alle rechtszoekenden, maar ook van alle medewerkers van justitie, die ik hierbij nogmaals wil bedanken voor hun niet-aflatende inzet.
Marijke Dillen:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord.
Het is inderdaad een problematiek die al jaren aansleept. We kunnen u dat niet verwijten, mevrouw de minister, want daarvoor bent u nog niet lang genoeg bevoegd voor deze materie. Uw voorgangers die bevoegd waren voor Justitie en de Regie der Gebouwen, hebben in dit dossier wel laten aanmodderen. Ze hebben nooit werken laten uitvoeren om deze ernstige problematiek ten gronde aan te pakken.
De situatie is duidelijk onhoudbaar geworden. Dankzij de nieuwe hoofdgriffier bij de rechtbank in West-Vlaanderen wordt er nu ingegrepen. In het belang van de veiligheid van zowel het personeel als alle bezoekers die daar aanwezig moeten zijn, wordt die afdeling volledig ontruimd.
Ik hoop dan ook dat dit probleem zeer snel structureel wordt aangepakt.
Annick Lambrecht:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw verhelderend antwoord met toch enkele lichtpunten voor het personeel, dat momenteel in zeer ongezonde en eigenlijk onwaardige omstandigheden zijn werk moet uitvoeren. Ik heb begrepen dat er in een eerste fase 3,6 miljoen euro wordt vrijgemaakt en dat er ook extra middelen zullen zijn voor de dagelijkse werking. Daar situeert zich ook een belangrijk probleem, want jarenlang werden de dagelijkse werken niet uitgevoerd, waardoor zich een opeenstapeling heeft voorgedaan van kortetermijnproblemen die hadden kunnen worden opgelost, maar zijn blijven liggen en zijn uitgegroeid tot grote problemen op lange termijn, zoals de schimmelproblematiek waarmee men nu geconfronteerd wordt. Mevrouw de minister, u hebt budgetten vrijgemaakt en de cijfers daarvan in tabellen gegoten. Ik wil u echter vragen te zorgen voor een zeer nauwgezette opvolging door uw kabinet van de uitvoering van de werken door het andere departement, namelijk de Regie der Gebouwen, die de werken moet uitvoeren en ze al zeer lang in de tabellen heeft geplaatst, maar nooit de moeite heeft gedaan om ze daadwerkelijk uit te voeren. Mevrouw de minister, het succes zal zeker ook op uw departement afstralen. Ik vraag u met aandrang om in zeer nauw overleg te blijven met de Regie der Gebouwen, zodat die niet opnieuw verklaart de werken te zullen uitvoeren, maar het personeel toch verder laat werken in omstandigheden die het werken in 2026 totaal onwaardig zijn. Mevrouw de minister, ik zal uw antwoord meenemen naar Brugge, mijn thuisstad. Ik hoop dat de betrokkenen daardoor een beetje meer hoop krijgen dan ze tot nu toe hadden.
De stand van zaken van het aangekondigde sociaal akkoord voor het gevangenispersoneel
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sophie De Wit wijst op structurele problemen in gevangenissen (personeelstekort, hoge werkdruk, ziekteverzuim) en vraagt om concrete stappen richting het sociaal akkoord (beloofd voor 1 januari 2026), met twijfel over de haalbaarheid. Minister Annelies Verlinden meldt dat er een concreet plan (werving, opleiding, veiligheid, welzijn, loon) op tafel ligt, nu bij vakbonden in overleg, met afronding gepland op 9 januari; ze benadrukt dat de maatregelen "het verschil moeten maken". De Wit reageert kritisch-sceptisch en stelt de afronding op 9 januari als cruciale test.
Sophie De Wit:
Ik verwijs naar mijn ingediende vraag.
Het is algemeen bekend dat het gevangenispersoneel vandaag werkt in bijzonder moeilijke omstandigheden. Het personeelstekort is structureel, de werkdruk hoog en het ziekteverzuim aanzienlijk.
In de beleidsnota Justitie 2024-2025 staat hierover op pagina 26 te lezen:
“Het gevangenispersoneel werkt in bijzonder moeilijke omstandigheden, maar is wel de sleutel tot een geslaagde reclassering en re-integratie. Om de werkomstandigheden van het gevangenispersoneel te verbeteren, sluiten we tegen 1 januari 2026 een sociaal akkoord dat erop gericht is het beroep aantrekkelijker te maken, het gebrek aan gevangenispersoneel aan te pakken, de aanwervingsprocedures te optimaliseren, het absenteïsme terug te dringen en de medewerkers beter op te leiden.”
Tegelijk zagen we de voorbije maanden sociale acties en duidelijke noodsignalen vanuit zowel de vakbonden als de gevangenisdirecties en werd vanaf 1 december een regeling inzake minimale dienstverlening ingevoerd, wat de ernst van de personeelssituatie alleen maar onderstreept.
Ik heb volgende vragen voor u:
In welke fase bevinden de onderhandelingen zich vandaag en welke concrete maatregelen liggen daarbij momenteel effectief op tafel?
Acht u het realistisch en haalbaar dat dit sociaal akkoord effectief tegen 1 januari 2026 wordt afgesloten? Welke verdere stappen voorziet u indien deze deadline niet wordt gehaald?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega De Wit. De onderhandelingen in het kader van het sociaal akkoord, zoals vooropgesteld in de beleidsnota, zijn de afgelopen maanden intensief gevoerd. Tijdens het laatste overleg, op 17 december, is een concreet sociaal plan aan de vakbonden voorgesteld. Dat plan wordt nu bij de achterban afgetoetst. Op vrijdag 9 januari, overmorgen, wordt het overleg voortgezet en wat mij betreft ook afgesloten.
De focus van het actieplan ligt op het voorstellen van maatregelen in het kader van de volgende vijf uitdagingen. Ten eerste, de werving en selectie, om betere en snellere procedures voor kandidaten op een krappe arbeidsmarkt mogelijk te maken. Ten tweede, de opleiding. Het gaat over extra vorming, met het oog op personeelsbehoud en doorgroeimogelijkheden. Ten derde, de veiligheid, om extra maatregelen te kunnen nemen die het personeel beter beschermen tegen agressie van gedetineerden. Ten vierde, het welzijn, met initiatieven voor medewerkers die bijkomende begeleiding wensen in moeilijke werkomstandigheden. Ten slotte ten vijfde, een competitief weddepakket voor het personeel, in lijn met dat van andere veiligheidsberoepen.
Wat uw vraag inzake de haalbaarheid betreft, doen we er alles aan om een zo volledig mogelijk sociaal plan voor te stellen dat maatregelen omvat op de voormelde vijf grote domeinen. We zijn ervan overtuigd dat we maatregelen voorstellen die het verschil maken voor ons personeel en voor onze organisatie. Dat is belangrijk, want de bekommernissen die het personeel naar voren heeft geschoven zijn precies die zaken waaraan we willen werken om de aantrekkelijkheid van het beroep te kunnen verhogen.
Sophie De Wit:
Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik denk dat dit belangrijke onderhandelingen zijn. Ik zal 9 januari afwachten en dan kom ik hier zeker nog op terug. We zullen zien wat u op 9 januari inderdaad kunt afsluiten. U zegt dat u het dan wilt rondkrijgen. We hebben dus nog even geduld. Dank u wel.
De coördinatie van de gerechtelijke diensten
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kristien Van Vaerenbergh wijst op de kwetsbaarheid van Halle-Vilvoorde voor georganiseerde drugscriminaliteit, gevoed door demografie, logistieke knooppunten en grensoverschrijdende netwerken, en vraagt om structurele versterking van samenwerking en middelen tussen federale, lokale en gerechtelijke diensten. Minister Annelies Verlinden bevestigt dat de huidige capaciteit van de federale politie in Halle-Vilvoorde onvoldoende is afgestemd op de snelle bevolkingsgroei en toename van internationale criminaliteit, maar kondigt 130 extra financiële onderzoekers aan—deels voor lokale FGP’s—om de slagkracht te vergroten. Van Vaerenbergh utiliseert Verlindens erkenning dat personeel en kaders achterlopen op de criminologische realiteit, met de hoop dat toekomstige middentoewijzing hier prioriteit aan geeft. De kritiek blijft dat coördinatie en resources structureel tekortschieten, ondanks bestaande samenwerkingsverbanden.
Kristien Van Vaerenbergh:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn ingediende vraag.
Naar aanleiding van de recente grootschalige gerechtelijke actie waarbij meer dan 300 kg cocaïne, wapens en cash geld in beslag werden genomen en 11 personen werden gearresteerd, blijkt opnieuw hoe criminele organisaties opereren over verschillende gerechtelijke arrondissementen en politiezones heen. Opvallend is dat, hoewel het onderzoek werd geleid vanuit West-Vlaanderen, meerdere huiszoekingen plaatsvonden in onder meer Vilvoorde en Wezembeek-Oppem, binnen het arrondissement Halle-Vilvoorde, en dat ook de Federale Gerechtelijke Politie Halle-Vilvoorde expliciet bij de actie betrokken was.
Gelet op de demografische en sociaal-stedelijke kenmerken van Halle-Vilvoorde — waaronder een jonge, diverse en sterk verstedelijkte bevolking, de nabijheid van Brussel en de rol van de regio als logistieke draaischijf — vormt dit arrondissement een bijzonder kwetsbare schakel in de strijd tegen georganiseerde en grensoverschrijdende drugcriminaliteit.
Hoe evalueert u, in het licht van dit dossier, het belang van een blijvend sterke en structureel gecoördineerde samenwerking tussen federale gerechtelijke diensten, lokale politiezones en gerechtelijke arrondissementen, in het bijzonder met betrekking tot Halle-Vilvoorde?
Acht u de huidige middelen, personeelsinzet en informatie-uitwisseling binnen en rond Halle-Vilvoorde voldoende aangepast aan de demografische realiteit en de toenemende druk van internationale criminele netwerken?
Overweegt u bijkomende of structurele maatregelen om de betrokkenheid en slagkracht van de gerechtelijke en politiediensten in deze regio verder te versterken?
Annelies Verlinden:
In veel van de dossiers die worden behandeld door de FGP worden huiszoekingen uitgevoerd in verschillende arrondissementen. Telkens verleent de FGP van het arrondissement waar de huiszoekingen plaatsvinden daarbij steun. Die samenwerking is noodzakelijk om de nodige capaciteit ter beschikking te hebben, maar het is ook van belang voor het vaststellen van nieuwe inbreuken en bevordert de informatiedoorstroming.
Door de centrale ligging van het arrondissement Halle-Vilvoorde wordt de FGP van dat arrondissement vaak geconfronteerd met dergelijke steunaanvragen. Ook in huidig dossier bleek opnieuw dat een groot deel van de inbeslagnames in dat arrondissement plaatsvond, wat wijst op een belangrijke aanwezigheid van criminele organisaties op het grondgebied. Naast coördinatie binnen de federale politie wordt in het arrondissement Halle-Vilvoorde ook optimaal gebruikgemaakt van de middelen die aanwezig zijn bij de lokale politie. Binnen Halle-Vilvoorde bestaan samenwerkingsverbanden en associaties tussen de verschillende politiezones die elkaar bijstand kunnen verlenen.
Wat de beschikbare middelen, personeelsinzet en informatie-uitwisseling betreft, moet worden vastgesteld dat de huidige capaciteit van de federale gerechtelijke politie, vastgelegd bij de oprichting van het gesplitste arrondissement, sindsdien niet is meegegroeid met de demografische en criminologische realiteit. De bevolking van het arrondissement groeit sneller dan het nationaal gemiddelde, waardoor de werkdruk voor de politiediensten structureel toeneemt. Tegelijk is sprake van een duidelijke intensivering van de activiteiten van internationale criminele netwerken in en rond Halle-Vilvoorde, onder meer door de aanwezigheid van de nationale luchthaven en de grote concentratie van logistieke en financiële structuren in de regio.
De regering heeft beslist 130 extra financiële onderzoekers aan te werven voor de federale politie. Die gespecialiseerde capaciteit zal worden toegewezen aan de centrale diensten CDBC en CDGEFID, maar ook aan de gedecentraliseerde FGP's. Die versterking is essentieel om de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en witwaspraktijken doeltreffender te kunnen voeren.
Kristien Van Vaerenbergh:
Ik dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Ik ben tevreden dat u de problematiek van het arrondissement Halle-Vilvoorde erkent en aangeeft dat bij het personeelsbestand en de kaders geen rekening is gehouden met de demografische realiteit en de evolutie op het vlak van criminaliteit in ons arrondissement. Ik hoop dat er bij de toewijzing van middelen ook rekening wordt gehouden met die nieuwe realiteit daar. De voorzitster : Vraag nr. 56011738C van mevrouw Vandeberg wordt uitgesteld. Vraag nr. 56011774C van de heer Raskin vervalt, aangezien hij niet aanwezig is.
De uitrol van anonieme meldpunten voor drugsplantages
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen wijst op het succes van het anonieme meldpunt voor drugsmeldingen in Antwerpen (88 opgeloste zaken, waaronder 48 plantages), pleit voor een landelijke uitrol en vraagt om concrete planning en middelen. Minister Verlinden bevestigt dat het project al twee jaar in overleg is, maar dat de impact op politiediensten (registratie, analyse) nog niet volledig is ingeschat, waardoor uitrol vertraagd is. Dillen bekritiseert impliciet de traagheid, benadrukt het bewijzen succes in Antwerpen en dringt aan op versnelde landelijke implementatie.
Marijke Dillen:
De productie van illegale drugs en in het bijzonder de exploitatie van drugsplantages vormen een ernstige bedreiging voor de openbare veiligheid, voor de veiligheid en gezondheid van de burgers en voor de leefbaarheid van sommige wijken. In het verleden werd er herhaaldelijk aangedrongen op het belang van anonieme meldpunten waar de burger online verdachte zaken kan melden.
Het anoniem meldpunt www.drugplantageontdekt.be in de provincie Antwerpen dat vier jaar geleden werd opgestart op initiatief van de Antwerpse gouverneur en alle politiediensten werkt.
De anonimiteit werkt want steeds meer mensen melden verdachte drugszaken via het meldpunt. Hierbij is er een goede samenwerking tussen Parket en Politie.
Volgens de Parketwoordvoerder werden dankzij dit meldpunt 88 zaken opgelost op 4 jaar tijd. Dankzij de tips werden er 48 plantages, 33 illegale dumpingen van drugsafval en 7 labo's ontdekt.
De uitrol van dergelijke anonieme meldpunten in alle gerechtelijke arrondissementen is wenselijk.
Is de minister bereid de parketten te ondersteunen om zo in alle gerechtelijke arrondissementen een dergelijk anoniem meldpunt op te starten en dit in samenwerking met de politie?
Kan de minister toelichten binnen welk tijdsbestek de uitrol zou kunnen gerealiseerd worden?
Hoeveel middelen en mankracht worden hiervoor voorzien?
Annelies Verlinden:
De uitrol van anonieme meldpunten inzake drugs is al meer dan twee jaar het onderwerp van overleg en reflectie. Het project wordt ondersteund door het openbaar ministerie en wordt onder meer opgevolgd in het kader van de Justipol-overlegstructuur.
In de huidige stand van het dossier bestaan er geen bezwaren vanwege het openbaar ministerie, maar het is duidelijk dat het project vooral een aanzienlijke impact heeft op de politiediensten, die de ontvangen informatie zouden moeten registreren, analyseren, verspreiden en verwerken. Verschillende pistes zijn onderzocht, maar op dit moment kon de impactanalyse voor de politiediensten kennelijk nog niet worden afgerond. Wordt vervolgd.
Marijke Dillen:
Ik dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ook dit dossier zal ik blijven opvolgen. Ik begrijp dat de werklast bij de politie hierdoor verzwaart, maar het project dat de Antwerpse gouverneur en de politiediensten hebben opgestart, is in elk geval een succes. Ik ben dan ook van mening dat dit over het hele land kan worden uitgerold. Ik hoop dat daar snel werk van kan worden gemaakt.
Het gebruik van de polygraaftest in zedenzaken
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sophie De Wit kritiseert dat het OM in zedenzaken de omstreden polygraaftest als doorslaggevend steunbewijs inzet, vooral in woord-tegen-woordsituaties, en vraagt om specifieke richtlijnen om misbruik te voorkomen. Minister Verlinden benadrukt dat de wet (Art. 112 duodecies Sv) de polygraaf alleen als ondersteunend bewijs toelaat en wijst op bestaande algemene richtlijnen (omzendbrief 2022), die volgens haar voldoende waarborgen bieden. De Wit betwist dit en wijst op een concreet vonnis waar de test de facto beslissend was, wat volgens haar extra waakzaamheid en zeden-specifieke kaders vereist. Verlinden ziet geen acute noodzaak voor strengere regels, maar De Wit vreesd dat de test in delicate zaken te veel gewicht krijgt.
Sophie De Wit:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
In zedenzaken draait de bewijsvoering regelmatig rond verklaringen, zeker wanneer forensische of materiële vaststellingen ontbreken. Net daarom is het van cruciaal belang dat Justitie uiterst zorgvuldig omspringt met instrumenten die worden ingezet om de geloofwaardigheid te beoordelen.
In een recente zedenzaak heeft het openbaar ministerie de polygraaftest actief gehanteerd en op zitting als steunbewijs verdedigd, ondanks de aanhoudende wetenschappelijke controverse over de betrouwbaarheid ervan. Het hof van beroep van Antwerpen heeft het instrument vervolgens expliciet in aanmerking genomen als doorslaggevend steunbewijs in een woord-tegen-woordsituatie, wat in de zaak heeft bijgedragen tot de vrijspraak van de beklaagde.
Ik heb volgende vragen:
Welke plaats ziet u vandaag concreet weggelegd voor de polygraaftest binnen het strafonderzoek in zedenzaken? Hoe verhoudt dit instrument zich tot andere bewijsmiddelen?
Acht u het verantwoord dat een polygraaftest in zulke delicate dossiers als zedenzaken een doorslaggevende rol kan spelen als steunbewijs in de rechterlijke bewijswaardering?
Bent u bereid te voorzien in duidelijke en uniforme richtlijnen voor het gebruik van de polygraaftest in zedenzaken, gelet op de impact ervan op de bewijswaardering en de rechtspositie van alle betrokkenen?
Annelies Verlinden:
Mevrouw De Wit, over de verhouding van de polygraaftest tot andere bewijsmiddelen is de wet duidelijk. Artikel 112 duodecies , § 10, van het Wetboek van strafvordering bepaalt dat de resultaten van de polygraaftest alleen in aanmerking mogen worden genomen als ondersteunend bewijs bij andersoortige bewijsmiddelen.
Zoals u weet, kan ik mij niet uitspreken over concrete zaken en dus evenmin over de rechterlijke bewijswaardering in dat dossier. De wet legt evenwel duidelijk vast dat er altijd ook andere bewijzen moeten zijn. Ik meen dat het wettelijk kader voldoende waarborgen bevat, ook op het vlak van de bewijswaardering.
Bovendien bestaat er een gezamenlijke omzendbrief van 22 april 2022 van de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken betreffende het gebruik van de polygraaf in de strafrechtspleging. Die omzendbrief formuleert nadere duiding en richtlijnen over het al dan niet inzetten van de polygraaf, zowel voor de parketmagistraten als voor de politiediensten.
De polygraaf wordt dan ook heel terughoudend gebruikt. Er bestaat momenteel ook geen onmiddellijke reden om richtlijnen uit te vaardigen die specifiek op zedenzaken zijn gericht.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw kort en bondig antwoord. In een recente zedenzaak is de polygraaftest echter wel degelijk als steunbewijs gebruikt en uiteindelijk ook als doorslaggevend beschouwd. Het hof van beroep heeft die test expliciet in aanmerking genomen als doorslaggevend steunbewijs. Dat lijkt mij toch iets om in bepaalde dossiers in het oog te houden. Waarom werd de vraag naar richtlijnen specifiek voor zedenzaken gesteld? Dat komt omdat dat typisch dossiers zijn waarin het vaak woord tegen woord is. In dergelijke gevallen dreigt het steunbewijs bijna een doorslaggevend bewijs te worden. Daarom lijkt het mij belangrijk die evolutie nauwgezet op te volgen. Indien uit de rechtspraak immers zou blijken dat daarop steeds vaker een beroep wordt gedaan, is het belangrijk dat wij daarover blijven waken. Het gaat immers om een belangrijke factor, zeker in dergelijke dossiers waarin het woord tegen woord is.
Het uitblijven v.e. toezichthouder voor gerechtelijke autoriteiten (verwerking van persoonsgegevens)
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Aurore Tourneur bekritiseert dat België de EU-richtlijn 2016/680 (privacytoezicht op politie/justitie) nog steeds niet volledig omzet: ondanks vier bestaande toezichthouders ontbreekt een specifieke autoriteit voor justitiële data, terwijl een recente wet (art. 458ter Sv.) juist extra toezicht vereist door uitschakeling van burgerrechten (toegang/rectificatie/wissing). Minister Verlinden bevestigt dat een ontwerptekst voor zo’n onafhankelijke autoriteit – opgesteld met justitiële actoren zoals Cassatie en procureurs – eind 2026 in het parlement moet liggen, na indiening in 1e semester 2024 (door haar werkgroep). Tourneur benadrukt als mening dat snelle implementatie cruciaal is om fundamentele databeschermingsrechten van burgers te waarborgen.
Aurore Tourneur:
Madame la ministre, la Directive (UE) 2016/680 encadre le traitement des données à caractère personnel par la police et par les autorités judiciaires. Elle impose à chaque État membre de prévoir une autorité de contrôle indépendante pour surveiller l'application de ces règles et protéger les droits des citoyens.
Or, la loi du 28 mars 2024 portant dispositions en matière de digitalisation de la justice et dispositions diverses Ibis n'a opéré qu'une transposition partielle de cette directive.
À l'heure actuelle, malgré les quatre autorités de contrôle déjà en activité (l'APD, le COC, le Comité P et le Comité R), il n'existe toujours pas d'autorité de contrôle spécifique pour les autorités judiciaires.
Votre prédécesseur avait expliqué, dans le cadre de l'exposé des motifs de cette loi (p. 16), que la création de l'autorité de contrôle pour les autorités judiciaires ferait l'objet d'une loi distincte ultérieure.
A ce jour, cette loi n'existe toujours pas.
Le vote récent de la proposition de loi relative à la concertation de cas (article 458ter du Code pénal) en Commission Justice rappelle la nécessité de disposer d'une autorité de contrôle fonctionnelle pour les autorités judiciaires. Cette proposition de loi étend notamment le champ d'application de l'article 90quindecies du Code d'instruction criminelle à certaines données partagées dans le cadre d'une concertation de cas. Cet article exclut pour le justiciable les droits d'accès, de rectification et d'effacement de ces données. Cette exclusion nécessite, en contrepartie, la mise en place d'une autorité de contrôle indépendante.
Dès lors, madame la ministre, pouvez-vous nous indiquer si vous travaillez à l'élaboration d'un texte prévoyant une autorité de contrôle spécifique pour les autorités judiciaires? Le cas échéant, où en est ce processus? Les acteurs concernés ont-ils déjà été consultés? Quel est votre calendrier précis pour le dépôt de ce texte au Parlement?
Annelies Verlinden:
Madame Tourneur, la directive européenne 2016/680 encadre le traitement des données à caractère personnel par la police et par les autorités judiciaires. Elle impose à chaque État membre de prévoir une autorité de contrôle indépendante pour surveiller l’application de ces règles et pour protéger les droits des citoyens.
Afin de transposer cette directive, un groupe de travail incluant les autorités judiciaires, et notamment la Cour de cassation, ainsi que le Collège des cours et tribunaux et le Collège des procureurs généraux, a été mis sur pied. Un projet de texte mettant en place une autorité de contrôle indépendante pour le traitement des données judiciaires par les autorités judiciaires dans le cadre de leurs missions judiciaires devrait m’être soumis dans le courant du premier semestre de cette année. Mon intention est dès lors de déposer un projet de loi au Parlement avant la fin de l’année 2026.
Aurore Tourneur:
Madame la ministre, merci pour vos précisions. Je suivrai l’avancement de ce dossier et l’arrivée du futur projet de loi avec beaucoup d’intérêt. Il me semble que la mise en place de cette autorité de contrôle est en effet une étape importante pour garantir le respect des droits des justiciables en matière de données à caractère personnel.
Het tekort aan cipiers en ondersteunend personeel
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen wijst op acute overbevolking in gevangenissen en recordvacatures voor cipiers (370 in Vlaanderen/Brussel), wat de opening van nieuwe gevangenissen—zoals Antwerpen—dreigt te vertragen door personeelstekort (200 cipiers nodig) en stijgend absenteïsme (10%) door werkdruk en "mensonwaardige omstandigheden". Ze vraagt om concrete oplossingen, versnelde selectie en budget voor betere werkomstandigheden. Minister Annelies Verlinden erkent het structurele wervingsprobleem (o.a. door arbeidsmarktkrapte) en somt maatregelen op: mediacampagnes, versnelde selectie (zonder kwaliteitsverlies), 30 extra recruiters, EU-burgers aantrekken en private beveiliging inzetten, plus een sociaal plan met vakbonden voor beter welzijn en statuut. Ze verhoogt het employerbranding-budget met €500.000. Dillen bekritiseert dat ondanks aanwervingen de tekorten blijven en eist uitbreiding van de Brusselpremie naar alle gevangenissen, plus snel verbeterd statuut om het beroep aantrekkelijker te maken, met nadruk op Antwerpen als knelpunt.
Marijke Dillen:
De problematiek van de overbevolking in de gevangenissen blijft maar aanslepen. Extra plaatsen creëren is dus de boodschap. Maar wanneer bijkomende capaciteit kan worden gecreëerd is het uiteraard ook belangrijk om voldoende cipiers en ondersteunend personeel zoals onderhoudstechnici en keukenpersoneel te vinden. Helaas is dit een groot knelpunt. Het aantal vacatures voor cipiers is in één jaar tijd verdrievoudigd en zit op een recordhoogte. De Vlaamse en Brusselse gevangenissen hadden einde november ongeveer 370 vacatures voor cipiers openstaan. Het doel om ongeveer 7500 voltijds equivalenten te vinden voor het ganse land kan onmogelijk worden gehaald. Bij de bestaande gevangenissen is er een tekort van 300 voltijdse cipiers. Het vinden van voldoende personeel is dan ook een zeer grote uitdaging.
Uit berichten blijkt dat de opening van nieuwe gevangenissen in het gedrang dreigt te komen door een gebrek aan voldoende cipiers en ondersteunend personeel. Zo bijvoorbeeld wat de nieuwe gevangenis van Antwerpen betreft waar nog 200 cipiers en andere personeelsleden worden gezocht. Maar deze problematiek stelt zich ook voor de opening van nieuwe aangekondigde detentiehuizen.
Ook is er een stijging van het absenteïsme met meer dan 10%, o.m. als gevolg van de enorme werkdruk en de mensonwaardige werkomstandigheden.
Kan de minister hierover meer toelichting geven? Wat zal de weerslag van deze ernstige problematiek zijn voor de opening van de gevangenis van Antwerpen en voor de opening van aangekondigde detentiehuizen? Kloppen de berichten dat de opening van nieuwe gevangenissen in het gedrang dreigt te komen door een tekort aan cipiers?
Welke initiatieven heeft de minister genomen om ervoor te zorgen dat er voldoende cipiers en ondersteunende medewerkers zijn voor de nieuwe capaciteitsprojecten? Graag een concreet overzicht per project. Wordt er gewerkt met versnelde selectieprocedures? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
Kan de minister toelichting geven betreffende de lopende grote rekruteringscampagnes die aangekondigd zijn?
Kan de minister mij mededelen welke initiatieven er genomen zijn om te zorgen voor veilige en correcte werkomstandigheden in de gevangenissen die geconfronteerd worden met een overbevolking in het algemeen en de problematiek van de grondslapers in het bijzonder? Worden er hiervoor bijkomende budgetten voorzien?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, de problematiek van de krapte op de arbeidsmarkt is een alom bekend probleem, vooral in de regio Antwerpen. Dat probleem manifesteert zich in verschillende sectoren, zowel publiek als privé.
De administratie heeft de voorbije jaren tal van initiatieven genomen om de functies binnen haar diensten beter te positioneren op de arbeidsmarkt. Zo werd geïnvesteerd in een betere employerbranding via mediacampagnes, met inbegrip van sociale media, via aanwezigheid op jobbeurzen, door het organiseren van bezoekmomenten aan onder meer gevangenissen enzovoort. Deze investeringen worden uiteraard verdergezet. Deze legislatuur wil ik het budget voor employerbranding met 500.000 euro verhogen.
In overleg met de FOD BOSA werden ook inspanningen geleverd om de selectieprocedures te optimaliseren, vooral wat de doorlooptijd betreft. Daarbij moet een blijvend evenwicht worden gevonden tussen enerzijds snel aanwerven om geen kandidaten en laureaten te verliezen en anderzijds de kwaliteit van de aanwervingen hooghouden. Het mag immers niet zo zijn dat de druk om snel bijkomend personeel aan te werven ertoe leidt dat de filters die moeten garanderen dat de juiste mensen worden aangeworven, niet meer functioneren.
Al deze initiatieven hebben hun vruchten afgeworpen, maar de inspanningen moeten worden volgehouden en voortgezet. Ze hebben er immers nog niet voor kunnen zorgen dat de voorziene personeelskaders duurzaam ingevuld worden en blijven. Daarom blijven we in gesprek gaan met de minister van Ambtenarenzaken en de FOD BOSA om de aanwervingsprocedure verder te versterken.
Daarnaast onderzoeken we niet alleen op welke manier private veiligheidsfirma’s kunnen worden ingezet voor de contactluwe bewakingsopdrachten, maar ook of we de functie toegankelijk kunnen maken voor burgers van andere EU-lidstaten en of we in bepaalde situaties kunnen afwijken van de diplomavereisten vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Daarbij zullen we uiteraard steeds oog hebben voor de kwaliteit van de profielen die we voor onze gevangenissen willen aanwerven.
De komende maanden zullen we onze personeelsdienst versterken met 30 recruiters, die decentraal zullen kunnen worden ingezet om de selectie op een efficiënte manier te organiseren en beter te kunnen samenwerken met onder meer de VDAB en lokale initiatieven. In samenwerking met de minister van Ambtenarenzaken wordt ook onderzocht hoe we een beroep kunnen doen op federale recruiters voor onze prioritaire aanwervingen.
U merkt terecht op dat ook andere omkaderende maatregelen een impact kunnen hebben op de wervingsattractiviteit. In deze legislatuur zullen maatregelen worden genomen om het welzijn, de opleiding en de veiligheid van onze gevangenismedewerkers te verbeteren. Die maatregelen worden momenteel besproken met de vakbonden, zoals ik daarnet al toelichtte, in het kader van het sociaal plan, dat zowel de werkomstandigheden als de aantrekkelijkheid van de functies moet verbeteren.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, werken aan een versnelde selectieprocedure is natuurlijk belangrijk. U stelt ook terecht dat er voldoende aandacht moet worden besteed aan de kwaliteit van de profielen. Het betreft immers een functie waarbij moet worden gewaarborgd dat ze het juiste profiel hebben, aangezien de mensen in een gevangenis gaan werken. Vandaag verschenen nog artikelen in de media waaruit blijkt dat er meer penitentiaire beambten werden aangenomen, maar dat de tekorten nog steeds zeer groot blijven. Er zijn knelpunten, zeker in Antwerpen. Daar moet dan ook heel aandachtig aan worden gewerkt, want het kan niet - zoals uit berichten is gebleken - dat de opening van nieuwe gevangenissen, zeer specifiek in Antwerpen, in het gedrang zou komen door een gebrek aan voldoende personeel. Dat geldt overigens ook voor de aangekondigde nieuwe detentiehuizen. Ik wens u dan ook veel succes bij de selectieprocedures en de aanwervingen. Ik hoop dat veel mensen aangetrokken worden tot dit beroep. Het is dan echter ook belangrijk om te zorgen voor een beter statuut voor de penitentiaire beambten. Ik blijf benadrukken dat de Brusselpremie eigenlijk niet alleen voor Haren van toepassing mag zijn, deze zou voor alle gevangenissen van toepassing moeten zijn. Er zijn nog andere maatregelen die kunnen worden genomen om het statuut te verbeteren. Ik ben benieuwd naar wat uit het sociaal plan naar voren zal komen, maar hieraan moet zeker meer aandacht worden besteed.
De pogingen van extreemrechtse groeperingen om jongeren te ronselen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
François De Smet (Ecolo) bekritiseert dat de focus op "extreemlinkse" antifascistische groepen de reële dreiging van extreemrechts geweld – zoals het rekruteren van jongeren voor racistische of antisemitische acties (bv. nazitags) – onderbelicht, en vraagt of de regering dit bevestigt en equidistant zal optreden tegen alle gewelddadige groepen. Minister Verlinden (CD&V) bevestigt dat extreemrechtse groepen – met name accelerationistische (geweldsbevorderende) en ideologische netwerken – jongeren ronselen via onzekerheden over migratie, veiligheid en mannelijkheid, maar ontkent dat jongeren bewust worden gemobiliseerd voor strafbare feiten; de VSSE/SGRS monitort deze groepen actief via de Strategie TER (inlichtingenonderzoeken, taskforces). De Smet waardeert Verlindens gedetailleerde reactie en het beleidsmatige follow-up, wat volgens hem de ernst van het probleem onderstreept.
François De Smet:
Madame la ministre, le focus mis ces derniers mois sur le danger représenté par des associations antifascistes qualifiées d’extrême gauche, clairement dans le viseur de votre homologue le ministre de l’Intérieur, M. Quintin, ne peut occulter la menace réelle que constituent les mouvements et groupuscules d’extrême droite.
Ainsi, il m’a été rapporté d’une source proche de la Sûreté de l’État (VSSE) que des mouvements d’extrême droite embrigaderaient ou recruteraient des jeunes pour réaliser à leur place des infractions racistes ou antisémites telles que des tags nazis.
Madame la ministre, avez-vous eu vent de tels éléments? Dans l’affirmative, entendez-vous prendre des mesures à cet égard?
Pouvez-vous confirmer l’équidistance qui sera observée par le gouvernement dans la lutte qu’il doit mener envers les fauteurs de troubles et groupements activistes violents, d’où que ceux-ci proviennent?
Annelies Verlinden:
Collègue De Smet, l'extrémisme de droite en Belgique englobe un large éventail de milieux, de groupes et d'activistes allant des sous-cultures accélérationnistes, violentes en ligne, aux groupes néonazis, en passant par des groupes plus idéologiques. La plateforme commune de la VSSE et du Service Général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS) en matière de contre-extrémisme et de contre-terrorisme a observé dans le cadre de ses activités que les jeunes sont principalement attirés par les groupes accélérationnistes et idéologiques.
L'accélérationnisme est une stratégie de l'extrémisme de droite qui part du principe qu'une lutte raciale inévitable va avoir lieu et qu'elle doit être accélérée par le recours à la violence terroriste. Selon les partisans de cette idéologie, la prétendue race blanche remportera d'elle-même cette lutte raciale en raison de sa prétendue supériorité. Bien que les intentions de ces deux courants diffèrent, leurs discours jouent fortement sur l'incertitude liée à la migration, au sentiment de sécurité et à la place des hommes dans la société.
Ce type de discours attire principalement les jeunes hommes. Les groupes appartenant à ces courants sont en grande partie composés de jeunes adultes et de mineurs. Dans certains cas, des membres de ces groupes, y compris des jeunes, se livrent à des actes de vandalisme tels que des tags d'inspiration nazie. À l'heure actuelle, rien n'indique que les jeunes appartenant à ces groupes soient délibérément instrumentalisés pour commettre de tels délits.
Dans le cadre de ses compétences légales, la PFCECT (capacité intégrée de lutte contre l'extrémisme et le terrorisme du SGRS et de la VSSE) suit de près, en collaboration avec les partenaires de la Stratégie Extrémisme et Terrorisme (Stratégie TER), la menace que représente l'extrémisme de droite. Cela implique l'ouverture d'une enquête de renseignement sur les personnes et les organisations qui constituent une menace en matière d'extrémisme ou de de terrorisme. Les groupes les plus importants dans ce contexte font également l'objet de consultations régulières au sein des structures existantes de la Stratégie TER, telles que les task forces locales et les groupes de travail thématiques.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse exhaustive, qui démontre que cette question porte sur un vrai sujet. Je vous remercie également pour le suivi.
De laakbare vertragingen bij het uitvoeren van arresten van de Europese rechtscolleges
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Aurore Tourneur (Les Engagés) bekritiseert dat België gemiddeld 4 jaar en 9 maanden nodig heeft om vonnissen van het EHRM uit te voeren – met stijgende achterstanden (+25% in 10 jaar) op thema’s zoals migratie, rechterlijke onafhankelijkheid en LGBTQIA+-rechten – en stelt dat deze traagheid menselijk leed verlengt en de belastingbetaler miljoenen aan boetes kost; ze vraagt om een publiek dashboard om de vertraging met minstens 2 jaar te verkorten. Minister Verlinden (CD&V) wijst op het bestaande Europese toezichtssysteem (met openbare actieplannen en statistieken) en benadrukt dat structurele problemen (zoals overbevolkte gevangenissen) complex zijn, maar dat België op sommige domeinen wel vooruitgang boekt, volgens de evaluaties van de Raad van Europa. Tourneur herhaalt dat haar partij de traagheid onaanvaardbaar vindt en scherp toezicht zal houden.
Aurore Tourneur:
Pour Les Engagés, le respect de l'État de droit ne se limite pas à la simple reconnaissance de la primauté du droit international et européen; il se mesure aussi concrètement à la diligence avec laquelle un État transpose les décisions de justice dans son arsenal législatif national.
Or, comme vous le savez, les conclusions du récent rapport publié par les ONG European Implementation Network (EIN) et Democracy Reporting International (DRI) dressent un constat préoccupant pour la Belgique: celle-ci met en moyenne quatre ans et neuf mois pour exécuter les arrêts de la Cour européenne des droits de l'homme (CEDH). Ce délai place donc notre pays dans la catégorie des élèves "modérément faibles". Depuis 2021, le nombre de condamnations qui n'ont donné lieu à aucun suivi a augmenté de 8 % en Europe. La hausse est même de 25 % ces 10 dernières années.
Les thèmes récurrents sont malheureusement l'immigration, l'indépendance des juges, l'égalité des chances – notamment les droits des personnes LGBTQIA+ –, les conditions d'incarcération et le respect de la vie privée.
Bien que la Belgique ne puisse être comparée aux États dont la gouvernance est nettement plus restrictive, elle stagne dans une zone grise où les droits fondamentaux sont reconnus certes sur papier, mais bafoués dans les faits par lenteur législative. Cette lenteur ne nuit pas seulement à notre image internationale; elle coûte cher au contribuable en astreintes et pénalités, et prolonge des situations humaines dramatiques.
Madame la ministre, êtes-vous en mesure de nous expliquer pourquoi, après tant d'années, la réponse structurelle belge est toujours jugée insuffisante au niveau européen? Vos services s'engagent-ils à mettre en place un tableau de bord public permettant de suivre en temps réel l'état d'avancement de l'exécution des condamnations européennes de la Belgique, afin de réduire d'au moins deux ans ce délai moyen?
Annelies Verlinden:
Madame Tourneur, la bonne exécution des arrêts de la Cour européenne des droits de l'homme est fondamentale et fait l'objet d'un suivi par le Comité des Ministres du Conseil de l'Europe.
La déclaration de Bruxelles adoptée en 2015 sous la présidence belge rappelait à cet égard la responsabilité partagée des acteurs concernés, en particulier celles des États membres et de leurs parlements, dans le suivi de la mise en œuvre de certains arrêts. L'idée d'un tableau de bord pour le suivi de l'exécution des arrêts est précisément au centre du système mis en place par le Conseil de l'Europe.
Ce système de surveillance prévoit en effet la publication de plans d'action périodiques rédigés par les États pour rendre compte de l'état d'exécution des arrêts les concernant ainsi que des décisions du Comité des Ministres évaluant cette exécution.
Le site de l'exécution des arrêts de la Cour permet ainsi de suivre l'exécution de chaque arrêt rendu par la Cour de Strasbourg à l'égard de notre pays, mais aussi des 45 autres États membres du Conseil de l'Europe. Ce site comprend également des fiches d'information et des statistiques qui s'avèrent très utiles pour l'échange éventuel de bonnes pratiques entre nos États, en vue de résoudre des problèmes souvent communs à plusieurs pays. L'exécution de certains arrêts constatant des dysfonctionnements structurels, comme en matière de surpopulation carcérale, d'internement ou d'exécution tardive des décisions judiciaires relatives à l'accueil des demandeurs d'asile, est complexe et nécessite du temps, mais les efforts sont continus.
Sur d'autres thématiques, notre pays a cependant avancé à un rythme acceptable, comme l'a récemment relevé le service de l'exécution des arrêts qui appuie le Comité des Ministres du Conseil de l'Europe pour la surveillance de l'exécution.
Aurore Tourneur:
Merci madame la ministre. Vous savez que les valeurs liées à l'État de droit sont profondément ancrées chez Les Engagés. Nous resterons très attentifs au suivi de cette problématique.
De maatregelen tegen de overbevolking van de gevangenissen
De negatieve beslissing van de ministerraad van 23 december 2025 i.v.m. de gevangenissen
De overbevolking van de gevangenissen en de onmacht van de regering om maatregelen te nemen
Gevangenisoverbevolking en falend beleid
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Marijke Dillen en Stefaan Van Hecke bekritiseren de chronische overbevolking in gevangenissen (20% boven capaciteit, 500+ grondslapers) en de mensonwaardige omstandigheden, die agressie en personeelstekorten verergeren. Dillen bekritiseert het voorgestelde plan voor vervroegde vrijlating (o.a. 1 jaar eerder) als "straffeloosheid" en eist strengere terugkeer van vreemdelingen; Van Hecke pleit voor elektronisch toezicht en een structureel debat over alternatieven zoals detentiehuizen. Minister Verlinden bevestigt de crisis, wijst op noodmaatregelen (600+ vervroegde invrijheidsstellingen, 800+ elektronische enkelbanden) en een expertcommissie voor langetermijnoplossingen, maar erkent dat de regering nog geen akkoord bereikte over verdere stappen. Dillen verwerpt strafkorting als "maatschappelijk onaanvaardbaar".
Marijke Dillen:
3.200 veroordeelde criminelen mogen vrij blijven rondlopen omdat dit land er maar niet in slaagt voldoende capaciteit te voorzien in de gevangenissen. De problematiek van de overbevolking in de gevangenissen blijft maar aanslepen. Er zijn momenteel 20% gedetineerden meer dan de capaciteit toelaat. Ook het aantal grondslapers blijft maar toenemen. Dit leidt tot spanningen en stress, lokt agressie uit zowel naar het personeel toe als tussen gedetineerden onderling.
Het is algemeen bekend dat de Directeur-Generaal van het Gevangeniswezen Mathilde Steenbergen vandaag een pleidooi houdt voor een aanzienlijke strafkorting. Toch merkwaardig dat de Directeur-Generaal die nu dagelijks aan de alarmbel trekt de kabinetschef was van de vorige ministers van Justitie op wiens initiatief de korte gevangenisstraffen moesten uitgevoerd worden op een ogenblik dat ook toen de overbevolking aanzienlijk was.
Opnieuw zijn er berichten dat de minister sommige criminelen een jaar vroeger uit de cel wil halen. M.a.w. bepaalde gedetineerden zouden een jaar voor het einde van de straf in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating.
Ik blijf herhalen: deze aankondigingen veroorzaken maatschappelijke beroering. Een quasi automatische vervroegde vrijlating is een zeer ingrijpende en potentieel gevaarlijke oplossing. In plaats van een kordaat en geloofwaardig Justitiebeleid wordt er gekozen voor een toenemende straffeloosheid.
Kan de minister eindelijk duidelijkheid geven betreffende de aangekondigde plannen om de overbevolking aan te pakken? Op welke gedetineerden zal dit van toepassing zijn? Is er ter zake eensgezindheid binnen de regering om deze problematiek aan te pakken?
Waarom blijft de minister kiezen voor symptoombestrijding terwijl er eigenlijk een grondig uitgewerkt plan van aanpak moet worden uitgewerkt met o.a. extra capaciteit en een versnelde terugkeer van criminele vreemdelingen en illegalen bijvoorbeeld, om te waken over een daadwerkelijke uitvoering van uitgesproken straffen? Gaat de minister hier eindelijk werk van maken?
Hoe kan de minister uitleggen dat de burgers in het algemeen en de slachtoffers in het bijzonder nog vertrouwen hebben in het Justitiebeleid wanneer uitgesproken straffen niet systematisch worden uitgevoerd? Hoe garandeert de minister de veiligheid van de bevolking en van de slachtoffers? Hoe verhoudt deze maatregel zich tot het principe van rechtszekerheid en het vertrouwen van de burger in de strafuitvoering?
De laatste ministerraad van 23 december 2025 is uiteen gegaan zonder een akkoord over de gevangenissen. 3200 veroordeelde criminelen mogen vrij blijven rondlopen omdat dit land er maar niet in slaagt voldoende capaciteit te voorzien in de gevangenissen en de problematiek van de overbevolking in de gevangenissen blijft maar aanslepen. Er zijn momenteel 20% gedetineerden meer dan de capaciteit toelaat. Ook het aantal grondslapers blijft maar toenemen. Dit leidt tot spanningen en stress, lokt agressie uit zowel naar het personeel toe als tussen gedetineerden onderling.
Een oplossing is ver weg. Deze laatste Ministerraad heeft blijkbaar geen akkoord bereikt over de door de minister voorgestelde oplossingen voor de overbevolking. De minister mag dan wel verklaren: “De urgentie is groot, ik blijf aandringen op een akkoord." Maar zonder resultaat.
In een persmededeling heeft de minister verklaard dat “omwille van het groot aantal grondslapers er bij urgentie een oplossing nodig is. Daarom dringen maatregelen zich op die op korte termijn het verschil kunnen maken". Welke maatregelen werden er voorgelegd? Graag gedetailleerde toelichting.
Welke argumenten ten gronde heeft de minister aangewend om een oplossing voor te stellen waarbij het aantal grondslapers duurzaam wordt weggewerkt, de wachtlijst van 3200 veroordeelden wordt weggewerkt en tegelijkertijd er wordt gezorgd voor veiligere werkomstandigheden voor het penitentiair personeel?
Welke aandacht werd er hierbij besteed voor een bijkomende ondersteuning van het penitentiair personeel? Kan de minister hierover een gedetailleerde toelichting geven? Wordt er hiervoor ook een bijkomend budget voorzien?
Kan de minister meer toelichting geven betreffende de argumenten van de Ministerraad om het voorgelegde voorstel niet te ondersteunen?
De minister vindt samenwerking met de minister van Asiel en Migratie en Volksgezondheid noodzakelijk in dit dossier. Welke voorstellen werden er voorgelegd aan deze Ministerraad om deze samenwerking kracht bij te zetten? Wat is het standpunt van de betrokken ministers? Graag gedetailleerde toelichting.
Stefaan Van Hecke:
De structurele overbevolking in onze gevangenissen neemt onhoudbare proporties aan . Ondanks de noodwet en beloften blijft de situatie niet alleen ongewijzigd, maar verslechtert zij zichtbaar.
Begin januari luidde de commissie van Toezicht van de Gevangenis van Gent opnieuw de alarmbel. In een brief wordt gesproken over een dramatische en mensonwaardige situatie, met een capaciteitsoverschrijding van meer dan 200 procent op de mannenafdeling en 130 procent bij de vrouwen. Gedetineerden verblijven vaak met drie personen in cellen van minder dan negen vierkante meter en zitten tot 23 uur per dag opgesloten. Tegelijk is er een ernstig personeelstekort en verblijven er meer dan 200 geïnterneerden zonder dat de nodige zorg kan worden gegarandeerd.
Ook elders nemen de noodsignalen toe. De gouverneur van Antwerpen riep recent expliciet op tot een ruimer gebruik van elektronisch toezicht. Vanuit de sector en de toezichtsorganen klinkt bovendien steeds luider de vraag om quota of een maximumcapaciteit wettelijk vast te leggen, om te vermijden dat gevangenissen systematisch boven hun draagkracht blijven functioneren.
De gevangenisomgeving is een mensonterende en vernederende omgeving. Kunnen we op deze manier verwachten dat mensen na hun straf een betere versie van zichzelf zijn geworden?
Ondertussen slaagt de regering er niet in om tot maatregelen te komen die de overbevolking kunnen terugdringen.
Tegen die achtergrond wens ik u de volgende vragen te stellen:
Hoe beoordeelt u de recente noodkreten uit de sector(o.a. van de commissie van Toezicht van de Gentse gevangenis), en erkent u dat de huidige situatie structureel mensonwaardig is en verder achteruitgaat?
Welke concrete en onmiddellijke maatregelen zult u nemen om de overbevolking in zwaar getroffen gevangenissen effectief terug te dringen op korte termijn?
In welke mate bent u bereid het gebruik van elektronisch toezicht en andere vrijheidsbeperkende alternatieven systematisch uit te breiden, zoals gevraagd door onder meer de gouverneur van Antwerpen? Bent u hierover in overleg met uw Vlaamse collega?
De regering slaagt er niet in om een akkoord te bereiken over nieuwe maatregelen om de overbevolking effectief aan te pakken. Wat is de stand van zaken ? Welke pistes heeft u op tafel gelegd.
Annelies Verlinden:
Collega's, ik vertel u uiteraard niets schokkends als ik zeg dat het gevangeniswezen in crisis verkeert. In bijna alle gevangenissen samen slapen momenteel in totaal nog steeds meer dan 500 gedetineerden op een matras op de grond. De cijfers zijn de voorbije twee weken weliswaar ietwat gedaald, maar dat is allicht toe te schrijven aan het seizoenseffect van de kerstvakantie.
Een dergelijk groot aantal grondslapers, samen met een overbevolking van 2.000 personen, is vanuit menselijk, operationeel en juridisch oogpunt volstrekt onverdedigbaar, zowel voor de gedetineerden als voor het personeel dat in deze omstandigheden moet werken. Net voor kerst was ik in de gevangenis in Antwerpen en vanochtend was ik in de gevangenis van Oudenaarde en de nieuwe gevangenis van Dendermonde. De situatie is overal schrijnend en problematisch. Ik begrijp dus maar al te goed de noodkreten op het terrein en van de Commissie van Toezicht.
Mijnheer Van Hecke, ik lees aandachtig de boodschappen van de verschillende actoren over de problematiek, ga waar mogelijk op bezoek en spreek vrijwel elke dag met mensen op het terrein. Het is mijn vaste overtuiging als politicus en als mens dat we deze omstandigheden zo snel mogelijk moeten verbeteren, zonder daarbij uiteraard afbreuk te doen aan de veiligheid van onze samenleving en zonder het principe van een correcte bestraffing te ondermijnen. Veiligheid, rechtvaardigheid en menselijkheid horen elkaar niet uit te sluiten, maar kunnen elkaar versterken.
De problematiek van de overbevolking is een oud zeer dat al decennia teruggaat. Een magische oplossing bestaat helaas niet, temeer daar het probleem rechtstreeks voortvloeit uit een aantal fenomenen en problemen in onze maatschappij op het vlak van preventie, integratie en welzijn. Vele van mijn voorgangers hebben naar een oplossing gezocht, maar dat ik vorig jaar het gevangeniswezen in crisis heb aangetroffen, betekent dat ook die voorgangers die oplossing niet hebben gevonden.
Ik ben er daarom van overtuigd dat er zich een diepgaand debat opdringt inzake de strafrechtketen en de vrijheidsberoving in ons bestraffingsarsenaal. Om die reden hebben we vorige zomer dan ook een commissie overbevolking opgericht, zodat een multidisciplinaire groep van experts en magistraten zich kan buigen over alle aspecten van deze vraagstelling en aanbevelingen kan formuleren die duurzaam en toekomstgericht zijn. Een duidelijk routeplan voor de toekomst verhindert immers dat we, zoals nu, crisis na crisis branden moeten blussen.
Dat neemt echter niet weg dat we er vandaag al alles aan doen om de problematiek van de detentieomstandigheden urgent op te lossen. We werken dus op de korte, middellange en lange termijn. In het globaal plan om de overbevolking structureel aan te pakken, dat op 18 juli door de ministerraad werd goedgekeurd, worden maatregelen voorzien op het vlak van penitentiaire capaciteitsuitbreiding, de bevordering van een snellere en vlottere terugkeer van veroordeelden zonder verblijfsrecht, waarbij ook wordt ingezet op het gebruik van de beschikbare capaciteit in de gesloten centra, de wederafstemming van de werkprocessen en de verhoging van de escortecapaciteit, de versterking van de dienst bevoegd voor de tussenstaatse overbrenging en de creatie van bijkomende plaatsen voor geïnterneerden in zorginstellingen door de minister van Volksgezondheid.
Daarnaast werden door ons ook voorstellen geformuleerd met betrekking tot de wijze van uitvoering van de vrijheidsberovende straf. De grote toename van de detentiepopulatie is toe te schrijven aan de uitvoering van de straffen tot en met drie jaar. De noodwet die op 4 augustus in werking is getreden, heeft ontegensprekelijk een effect gehad. Er gingen overeenkomstig de noodwet meer dan 600 veroordeelden voor welbepaalde straffen in vervroegde invrijheidsstelling, met de nodige veiligheidsgaranties, omwille van de overbevolking. Meer dan 1.000 gedetineerden zijn overeenkomstig de voorwaarden in strafonderbreking gegaan. Aan meer dan 800 veroordeelden voor straffen tot drie jaar werd een elektronisch toezicht toegekend en aan 178 een VI.
Ondanks die noodmaatregelen stellen we vast dat dit effect tenietgedaan wordt door, zoals gezegd, de uitvoering van de straffen tot en met drie jaar, de stopzetting van de in de vorige legislatuur besliste onwettige noodmaatregelen, waaronder de VPV-regeling en de opschorting van de tenuitvoerlegging van bepaalde straffen tot 3 jaar.
De situatie in onze gevangenissen is onhoudbaar. Daarnaast is er een stock van ongeveer 3.200 gedetineerden die nog niet uitgenodigd zijn om naar de gevangenis te gaan.
Daarom was ik al meerdere weken geleden genoodzaakt de regering een bijkomend pakket van noodmaatregelen voor te stellen om het urgente probleem van de grondslapers zo snel als mogelijk aan te pakken. De gesprekken over bijkomende maatregelen zijn evenwel nog lopende. Dit is natuurlijk een complex dossier.
Om deze gesprekken alle kansen op slagen te geven, vooral in het belang van het penitentiair personeel, is het niet opportuun vandaag in veel details te treden over de concrete inhoud van het pakket. Ik kan alvast zeggen dat het een evenwichtig pakket aan maatregelen is, dat op verschillende fronten inzet, dus ook op bijkomende capaciteit voor gedetineerden, maar ook voor geïnterneerden, en op de terugkeer van mensen zonder wettig verblijf.
Marijke Dillen:
Dank u, mevrouw de minister. Dit is een probleem dat al jaren, al decennia, aansleept. Ook het probleem van de grondslapers blijft maar toenemen, wat natuurlijk leidt tot spanningen, tot stress en tot agressie, zowel tussen de gedetineerden als tussen gedetineerden en het personeel.
Mevrouw de minister, ik was zondag in de gevangenis van Antwerpen, in een andere hoedanigheid weliswaar. Ik heb daar met verschillende cipiers kunnen spreken. Er waren op dat ogenblik zeer veel grondslapers. Die mensen slapen dus op de grond, met veel te weinig dekens. Het is ijskoud in die cellen. Dat is een beschaafd land als het onze absoluut onwaardig. Daar moet dringen een antwoord op worden geboden, mevrouw de minister.
Er moet gewerkt worden aan maatregelen op korte, middellange en lange termijn om de capaciteitsuitbreiding te realiseren. Als er eens versterkt gewerkt zou worden aan het terugsturen van illegalen en van gedetineerden die niet over onze nationaliteit beschikken, komt er behoorlijk wat capaciteit vrij. Men moet daar kordater in zijn. Weigeren de landen van herkomst hun gedetineerden terug te nemen, dan moet ons land dat koppelen aan maatregelen op het vlak van bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking. Pak die ontwikkelingssamenwerking gewoon af. Er moeten ook maatregelen komen op het vlak van handelsakkoorden. Het zijn maar twee voorbeelden.
Tot slot, mevrouw de minister, hebben we allemaal kunnen lezen dat in de ministerraad op dinsdag 23 december 2025 geen akkoord werd bereikt over de door u voorgestelde oplossingen. Ik wil niet aandringen en ik kan er begrip voor opbrengen dat u hier vandaag geen toelichting geeft over het totale pakket, zolang er geen definitieve beslissing is, om de rust te vrijwaren.
Wat mij echter mateloos stoort, mevrouw de minister, is het feit dat de directeur van het Gevangeniswezen al wekenlang een pleidooi houdt voor een aanzienlijke strafkorting. Dat is toch heel merkwaardig, aangezien die directeur-generaal die vandaag aan de alarmbel trekt, onder de vorige twee ministers van Justitie kabinetschef was, op wiens initiatief korte gevangenisstraffen effectief moesten worden uitgevoerd.
Ik denk, mevrouw de minister, dat u het aan de bevolking niet kan verkopen dat er opnieuw een strafkorting komt. Er wordt over gesproken om minstens een aantal criminelen een jaar vroeger vrij te laten. Welnu, mevrouw de minister, dat zorgt voor maatschappelijke beroering. Daar is absoluut geen maatschappelijk draagvlak voor. Dat beantwoordt niet aan een kordaat en geloofwaardig justitiebeleid. U zult met andere maatregelen moeten komen.
Stefaan Van Hecke:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoorden. Vanuit verschillende hoeken wordt inderdaad gevraagd om in te grijpen. Daarbij gaat het ook over de gouverneurs, die zich de afgelopen week in het debat hebben gemengd, over de commissies van toezicht en over de burgemeesters van de steden waar die gevangenissen zich bevinden. Zij zijn aangesproken en zullen misschien opnieuw maatregelen nemen, zoals ze dat in het verleden al hebben gedaan, wat ook tot hun wettelijke mogelijkheden behoort.
U pleit voor een diepgaand debat. Ik ben het daarmee eens. Dat debat voeren we permanent en we weten allemaal waar de problemen zitten. Iedereen is het erover eens dat er moet worden ingezet op de geïnterneerden. Er wordt ook veel gesproken over personen zonder verblijfsrecht. Er zijn echter nog een aantal andere problemen waar weinig aandacht voor is en die blijkbaar moeilijk liggen.
Wat doen we bijvoorbeeld met het grote aantal personen in voorlopige hechtenis? Moeten we ook daar niet proberen in te grijpen, hoe moeilijk dat ook is? We hebben het ook al eerder gehad over het feit dat veel gedetineerden meer dan 50 % van hun straf uitzitten. Sommigen vragen zich af of er wel een draagvlak zou zijn voor een maatregel waarbij mensen een jaar voor het einde van hun straf worden vrijgelaten. Veel mensen denken nog altijd dat iedereen automatisch na een derde van de straf vrijkomt, wat zou betekenen dat iemand die zes jaar kreeg, na twee jaar wordt vrijgelaten. Dat is niet zo. Toch denken veel mensen dat. Eén jaar vroeger vrijkomen betekent voor iemand met een straf van tien jaar dat die persoon negen jaar effectief in detentie blijft, terwijl die persoon in theorie ook al na een derde van de straf zou kunnen vrijkomen, op voorwaarde dat aan alle voorwaarden is voldaan. Het komt er dus op aan dergelijke maatregelen goed te kaderen en goed uit te leggen. We mogen geen enkele piste op voorhand uitsluiten.
Mevrouw de minister, het gaat inderdaad ook over korte straffen. Er was een heel breed draagvlak in het Parlement om ook die korte straffen uit te voeren of een vorm van uitvoering te geven. Dat niet doen is niet conform de rechtsstaat. Op een bepaald moment moet men misschien wel vaststellen dat er niet genoeg capaciteit is en dat er even moet worden getemporiseerd. Dat betekent niet dat men de straffen niet moet uitvoeren, want ik ben er principieel voorstander van dat een straf wordt uitgevoerd. Op een bepaald moment moet men echter even temporiseren.
Tevens moeten we verder inzetten op detentiehuizen. We weten allemaal hoe moeilijk het lokaal op het terrein is om daarin stappen vooruit te zetten. Dat ligt niet aan u en evenmin aan de vorige ministers. De budgetten waren er en de gedrevenheid was er. Iedereen weet dat dit goede oplossingen zijn, maar op het terrein blijkt dit geen evidente opdracht.
Mevrouw de minister, het is belangrijk dat de regering op korte termijn tot akkoorden kan komen. Er zijn niet alleen maatregelen op lange termijn nodig, maar zeker en vast ook op korte termijn, om de druk van de ketel te halen. We zullen dit van heel nabij blijven opvolgen.
De voorzitster : We komen aan de interpellaties nrs. 56000202I en 5600203I van mevrouw Dillen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de voorzitster, ik was niet op de hoogte dat mijn interpellaties aan de agenda waren toegevoegd. Is het oké om ze uit te stellen tot volgende week? De voorzitster : Dat is genoteerd.
De branden in verschillende gevangenissen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Marijke Dillen roept een reeks dodelijke en opzettelijke celbranden (Antwerpen, Hasselt, Dendermonde, eind 2025) vragen op over veiligheid, oorzaken (psychische problemen, suïcidepogingen) en structurele tekorten (overbevolking, personeelstekort, infrastructuur), met de vraag of er sprake is van een stijgende trend. Minister Verlinden bevestigt dat opzettelijke brandstichting (Antwerpen, Dendermonde) en onderzochte incidenten (Hasselt) de veiligheid ondermijnen, prijst het professioneel crisisbeheer door personeel, maar erkent dat overbevolking (2.500 gedetineerden te veel) evacuaties bemoeilijkt en risico’s verergert. Ze wijst op preventieve maatregelen (risicomonitoring, brandweertraining, blusmiddelenaudit) en een nationale controle van noodplannen, maar ontkent geen verband met systeemdruk. Verlinden stelt dat suïcidepogingen altijd voorkwamen, maar de huidige overbevolking de weerbaarheid verzwakt—geen toeval, volgens haar, maar rechtstreeks gevolg van capaciteitstekorten. Dillen blijft kritisch op trends en opvolging.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De laatste week van 2025 hebben er in verschillende Vlaamse gevangenissen branden plaatsgevonden in de cellen van gedetineerden. Dit brengt niet alleen de veiligheid van het penitentiair personeel maar ook van de gedetineerden ernstig in gevaar. In de gevangenis van Antwerpen heeft een psychisch gestoorde gedetineerde de matras in zijn cel in brand gestoken met ernstige rookontwikkeling tot gevolg waardoor meer dan 100 gedetineerden dienden te worden geëvacueerd. Ook in de gevangenis van Dendermonde is er brand uitgebroken in een cel waarbij zowel een gedetineerde als een personeelslid gewond zijn geraakt. Erger nog was het in de gevangenis van Hasselt waarbij na een brand in zijn cel de betrokken gedetineerde is overleden en 2 personeelsleden uit voorzorg naar het ziekenhuis werden gebracht.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende de concrete omstandigheden en de oorzaken van de verschillende branden? Gaat het telkens om opzettelijke brandstichting door een gedetineerde? Welke initiatieven werden er genomen om de veiligheid van het penitentiair personeel en de gedetineerden te waarborgen?
Ziet de minister een verband met de problematiek van de overbevolking, van het tekort aan penitentiair personeel of van de gebrekkige infrastructuur?
Gaat de minister initiatieven nemen om structurele en preventieve maatregelen uit te werken om herhaling van dergelijke gevaarlijke situaties te voorkomen?
Kan de minister cijfers geven van gelijkaardige incidenten in andere gevangenissen in dit land? Is er sprake van een stijgende trend?
Annelies Verlinden:
De incidenten waarnaar u verwijst, zijn uiteraard ernstig en ingrijpend. Ze raken rechtstreeks aan de veiligheid van het penitentiair personeel en ook aan die van de gedetineerden. Ik wil daarom duidelijk stellen dat elk dergelijk incident grondig wordt onderzocht en dat de bescherming van iedereen binnen onze gevangenissen de absolute prioriteit blijft.
Wat de concrete omstandigheden betreft, kan ik u het volgende meegeven. In Antwerpen ging het om een opzettelijke brandstichting door de gedetineerde zelf. Betrokkene gaf aan dat dit kaderde in een suïcidepoging. De man kampt met psychische problemen en verbleef om die reden ook alleen op een verblijfsruimte. Er waren geen voorgaande, gekende incidenten van brandstichting. Voor de gevangenis van Hasselt werd door het parket een onderzoek geopend naar de omstandigheden. De oorzaak van de brand wordt nog onderzocht, waardoor ik daarover geen definitieve conclusies kan trekken. In Nieuw Dendermonde bekeek ik vanochtend nog de cel waar de brand is uitgebroken. Die was het gevolg van een opzettelijke brandstichting. Het dossier bevindt zich momenteel bij de onderzoeksrechter. Ook hier kan ik, gelet op het lopende onderzoek, niet vooruitlopen op de conclusies.
Wat ik wel kan en wil benadrukken, is dat alle incidenten correct, professioneel en volgens de geldende procedures werden beheerd door het penitentiair personeel. De snelle en adequate reactie van de medewerkers heeft erger kunnen voorkomen en dat verdient erkenning. Zoals we vandaag nog hebben kunnen zien in Nieuw Dendermonde heeft dit duidelijk een zeer grote impact.
Los van de individuele oorzaken moeten we ook durven kijken naar de structurele context. Het is een realiteit dat overbevolking het beheer van noodsituaties aanzienlijk bemoeilijkt. Evacuaties nemen meer tijd in beslag wanneer cellen en afdelingen overvol zijn. Ook de veilige verzamelplaatsen zoals voorzien in de nood- en interventieplannen zijn niet ontworpen voor extreme overbezetting. Net daarom werd in december voorbereidend werk opgestart voor een nationale controle van die plannen. Het risico bestaat immers dat noodplannen hun realistische uitvoerbaarheid verliezen wanneer de afwijkingen door de overbevolking te groot worden.
Verder lopen er verschillende initiatieven op preventief en structureel niveau om gevaarlijke situaties te voorkomen en goed te blijven beheersen. De recent opgerichte cel Risk binnen de directie Integrale Veiligheid volgt gedetineerden op die een risico vormen op brandstichting en monitort daarnaast alle gekende risicoprofielen met het oog op het voorkomen van agressie, ontvluchtingen en andere collectieve risico’s. Verder worden op preventief niveau meer beschermingsmiddelen voorzien voor de interne brandweerteams binnen de penitentiaire inrichtingen. Een hernieuwde cursus brandinterventie wordt uitgewerkt door de academie. Daarnaast is er momenteel een audit gaande naar de conformiteit en inzetbaarheid van de draagbare blusapparatuur binnen de penitentiaire inrichtingen. Naar inschatting kan die audit half 2026 worden afgerond.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Wij zullen Hasselt en Dendermonde blijven opvolgen.
Ik heb echter nog een vraag. Zijn die drie incidenten op een dergelijke korte periode toeval of is er effectief een stijgende trend in de gevangenissen merkbaar?
Annelies Verlinden:
Wij kunnen niet stellen dat het om toeval gaat als de druk op de gevangenissen zo extreem hoog is. Er is meer bevolking. Er zitten 2.500 gedetineerden te veel in onze gevangenissen. De weerbaarheid neemt dan ook af en de kwetsbaarheid neemt toe. Dat is de reden. Suïcidepogingen in de gevangenissen zijn echter van alle tijden.
De werkelijke omvang van de dwangsommen en schadevergoedingen die Trabelsi heeft ontvangen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Francesca Van Belleghem heeft de Belgische Staat Nizar Trabelsi (veroordeeld terrorist) dit jaar 300.000 euro aan dwangsommen en 50.000 euro aan procedurekosten uitbetaald, en bekritiseert ze dat slachtoffers van terreur vaak veel minder en trager vergoed worden. Annelies Verlinden bevestigt slechts één dwangsom van 300.000 euro (opgelegd door de rechter voor niet-naleving van een uitleveringsverzoek) en wijst erop dat verdere schadevergoedingen via advocaten lopen, zonder zicht op Trabelsi’s uiteindelijke ontvangstbedrag; ze stelt dat de staat juridisch verplicht is deze vonnissen uit te voeren. Van Belleghem bekritiseert het antwoord als "tijdverspilling" en vraagt impliciet om transparantie over het totale bedrag. De minister ontwijkt een moreel oordeel en verwijst voor details naar een schriftelijke vraag.
Francesca Van Belleghem:
Minister, ik heb u al meermaals, zowel mondeling als schriftelijk, ondervraagd over de bedragen die Nizar Trabelsi heeft ontvangen van de Belgische Staat. Uit parlementair onderzoek blijkt dat hij dit jaar ongeveer 300.000 euro aan dwangsommen heeft ontvangen en ongeveer 50.000 euro aan procedurekosten. In het verleden zijn er bovendien ook andere veroordelingen geweest. U wilde toen niet antwoorden op mijn vraag hoeveel geld hij precies heeft ontvangen. De reden daarvoor was volgens u dat het om schadevergoedingen ging. Die schadevergoedingen worden uitbetaald aan de advocaat, die daar zijn honorarium van kan afhouden, waardoor men niet exact kan aangeven hoeveel de heer Trabelsi zelf heeft ontvangen.
Daarom herformuleer ik mijn eerdere vraag. Hoeveel dwangsommen en schadevergoedingen heeft de Belgische Staat al betaald aan Nizar Trabelsi of aan zijn advocaat in het kader van procedures die hij in het verleden of momenteel heeft ingesteld? Acht u het bovendien rechtvaardig dat een veroordeelde terrorist honderdduizenden euro’s ontvangt uit de staatskas, terwijl slachtoffers van terreur vaak jarenlang moeten wachten en procederen alvorens ze zelfs maar een fractie van dat bedrag kunnen ontvangen?
Annelies Verlinden:
Tot heden is slechts één dwangsom betaald ten gunste van de heer Trabelsi, voor een bedrag van 300.000 euro. Ik som hierna de beslissingen op die hebben geleid tot de betaling van die som. Het arrest van 30 januari vorig jaar van het hof van beroep te Brussel veroordeelt de Belgische Staat om binnen acht dagen na de betekening van het arrest een diplomatieke nota te richten aan de Amerikaanse autoriteiten met de vraag om de terugkeer van de heer Trabelsi naar het Belgische grondgebied, en om hem een laissez-passer te verstrekken, op straffe van een dwangsom van 15.000 euro per dag vertraging, met een maximum van 300.000 euro. Na de aankomst van de heer Trabelsi op Belgisch grondgebied verbood dat arrest om hem gedurende 30 dagen opnieuw van het grondgebied te verwijderen, op straffe van een dwangsom van 500.000 euro. Die dwangsom is zonder voorwerp gebleven.
Het arrest van 2 juli vorig jaar van het hof van beroep te Brussel legde wegens de niet-uitvoering van het arrest van 30 januari bijkomende dwangsommen op vanaf de derde werkdag na de betekening, ten belope van 15.000 euro per dag en per inbreuk, zonder beperking in tijd en bedrag. Ook die dwangsommen zijn zonder voorwerp gebleven.
Voor het overzicht van alle bedragen van de schadevergoedingen verzoek ik u een schriftelijke vraag in te dienen. Die bedragen werden aan de advocaten, ofwel aan de gerechtsdeurwaarder betaald. We weten niet welke bedragen Trabelsi uiteindelijk zelf ontvangen heeft.
Als minister van Justitie heb ik geen mening te geven over dwangsommen. Ze werden opgelegd na een oordeel door een rechter. De Belgische Staat moet deze beslissingen uitvoeren.
Francesca Van Belleghem:
Minister, dit is echt pure tijdverspilling.
De verdere financiering van Casa legal met federale subsidies
De situatie van Casa legal
De toekomst en financiering van Casa Legal
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
François De Smet en Stefaan Van Hecke bekritiseren de aanhoudende financiële onzekerheid voor Casa Legal (2026), ondanks haar cruciale rol in juridische bijstand voor kwetsbare groepen, en wijzen op vertraagde subsidiebeslissingen door minister Verlinden. Verlinden bevestigt dat er geen garanties zijn voor 2026 door lopende begrotingsonderhandelingen (t/m maart) en voorwaardt een gezamenlijk voorstel van Casa Legal en de advocatenordes, zonder timing of blokkade-oplossing. Van Hecke beschuldigt Verlinden ervan haar verantwoordelijkheid te ontlopen door achter overleg te verschuilen en eist een eindbeslissing bij patstelling, verwijzend naar eerdere principiële financiële toezeggingen. De Smet noemt het uitstel "geen goed nieuws" en belooft parlementair opvolgingsdruk.
François De Smet:
Madame la ministre, nous voici penchés pour la troisième fois sur le dossier Casa legal. Je vous avais interrogée, avec d’autres, le 2 décembre dernier sur ce dossier et plus particulièrement sur le volet financier de cette association qui, pour rappel, remplit une mission essentielle en matière d’amélioration de la défense et d’accompagnement des justiciables les plus vulnérables, et ce dans le cadre d’une approche multidisciplinaire.
L’association se réjouit d’être à la table des négociations avec les deux ordres, mais s’interroge toujours sur son avenir financier. Certes, il s’avère que l’arrêté royal octroyant une subvention facultative à l’ASBL Casalegal pour l’année budgétaire 2025 a bien été publié le 18 décembre dernier au Moniteur belge . C'est une bonne chose. Ce subside a permis à l’association d’apurer l’ensemble des dettes qu’elle avait accumulées en raison du retard des subventions. Cependant, l’incertitude demeure toujours quant à son avenir financier immédiat, à savoir l’année 2026 qui, si je suis bien informé, a commencé depuis déjà sept jours.
Lors de l’échange parlementaire du 2 décembre dernier, vous aviez dit attendre la fin des discussions budgétaires à cet égard. Or, nous sommes désormais en 2026. Dès lors, madame la ministre, êtes-vous aujourd'hui en mesure de confirmer le financement fédéral de l’ASBL Casa legal pour 2026? Entendez-vous continuer à veiller à une concertation correcte entre cette ASBL et les deux ordres des avocats?
Stefaan Van Hecke:
De inleiding ga ik even overslaan, want ik denk dat de collega perfect de inleiding heeft gegeven die ik ook wilde geven. Ik beperk me tot de drie heel concrete vragen die ik heb ingediend.
Ten eerste, waarom hebt u tot op heden geen duidelijke beslissing genomen over de structurele subsidiëring van Casa legal, ondanks de herhaalde signalen vanuit het veld en het Parlement? Ten tweede, kunt u formeel bevestigen dat Casa legal ook in 2026 kan blijven rekenen op financiering, zodat de organisatie de noodzakelijke ademruimte krijgt? Ten derde, welke garantie kunt u vandaag geven dat de lopende onderhandelingen met de ordes niet opnieuw zullen leiden tot maandenlange onzekerheid voor Casa legal en zijn medewerkers? Is er een timing afgesproken met betrekking tot deze gesprekken? Tegen wanneer wilt u in dit belangrijke dossier een definitief besluit kunnen nemen?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega’s. We hadden voor jullie herinnering gevraagd dat de gemeenschapsorde en Casa legal zouden samenwerken bij het uitwerken van een gezamenlijk voorstel voor een multidisciplinaire aanpak voor mensen die te maken hebben met een multiproblematiek.
Op dit moment kan ik nog geen concrete toelichting geven over de voortgang van het dossier omdat ik nog geen effectief en definitief gezamenlijk voorstel heb ontvangen. Ik zal erop toezien dat het voorstel dat wordt geformuleerd het resultaat is van een akkoord tussen alle betrokken instanties.
Concernant la subvention 2026, je ne peux pas vous donner davantage de garanties pour le moment. Comme je l’ai déjà expliqué devant cette commission, cette discussion a été reportée au contrôle budgétaire de février-mars. Nous sommes actuellement en douzièmes provisoires jusqu’à la fin mars. Il n’y a donc pas beaucoup de budget disponible pour financer le fonctionnement de base de la justice, et encore moins pour payer des subventions facultatives.
François De Smet:
Madame la ministre, merci pour votre réponse.
Si je vous entends bien, cette ASBL, comme sans doute les autres qui sont soumises au régime des subsides facultatifs, ne verra rien arriver en 2026 avant le contrôle budgétaire de février-mars, et même le budget 2026 qui devrait théoriquement être présenté. Dont acte. Je ne pense pas que ce soit une bonne nouvelle. Nous ferons évidemment le suivi le plus rapidement possible.
Merci aussi, comme vous l’avez indiqué dans la première partie de votre réponse, de faire le suivi sur la proposition que cette ASBL et les deux ordres devraient finir par vous soumettre.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, u verwijst nogmaals naar de gemaakte afspraak dat Casa legal en de twee betrokken organisaties samen rond de tafel moeten gaan zitten om te proberen tot een oplossing te komen. Wanneer u dat echter als voorwaarde stelt, ontstaat het risico dat, indien een van de partners absoluut niet akkoord kan of wil gaan, alles geblokkeerd blijft. In dat geval beschikt één partij feitelijk over een blokkeringsmogelijkheid om Casa legal op droog zaad te zetten. Dat acht ik niet fair. Ik ben het ermee eens dat de betrokkenen de kans moet worden gegeven om tot een overeenkomst te komen. Indien dat echter niet lukt, zult u uiteindelijk zelf een beslissing moeten nemen over het verdere verloop. In het verleden zijn daarover beslissingen genomen. Er is een principiële beslissing genomen om een en ander te financieren. Het gaat om een proefproject dat mee wordt geëvalueerd. In het kader van de continuïteit van het bestuur kunt u niet zomaar van de ene dag op de andere beslissen om te stoppen zonder evaluatie of zonder een duidelijk eindtraject. Ik vind dan ook dat u ook ter zake uw verantwoordelijkheid moet blijven opnemen en zich niet mag verschuilen achter het argument dat alle betrokkenen eerst rond de tafel moeten gaan zitten en tot een akkoord moeten komen. Indien er geen akkoord tot stand zou komen, dient u finaal zelf uw verantwoordelijkheid te nemen en te beslissen. De voorzitster : De heer El Yakhloufi is niet aanwezig om zijn vraag nr. 56011966C te stellen.
De gebrekkige werking van het digitale platform JustRestart
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Arbeidsrechtbank Antwerpen bekritiseerde in een recent vonnis het digitale platform JustRestart voor juridisch onzorgvuldige digitalisering van de collectieve schuldenregeling, met name door foutieve automatische notificaties (nov-dec 2023) die schuldenaars benadeelden en de procedure vertraagden; de rechtbank wees een schadevergoeding toe en stelde private IT-partners (DPA/Aginco) hoofdelijk aansprakelijk. Minister Verlinden bevestigt dat het probleem technisch is opgelost en controlemechanismen zijn versterkt, maar ontwijkt concrete stappen tegen de verantwoordelijken ("nazicht nodig") en meldt geen andere gelijkaardige procedures; ze herhaalt dat juridische sluitendheid prioriteit blijft maar geeft geen details over kosten of verdere sancties. Dillen stelt dat de kritiek al jaren bekend was en digitalisering te snel en onvoorzichtig werd doorgevoerd, belooft het dossier actief op te volgen en verwacht dat de minister alsnog maatregelen neemt tegen de betrokken partijen. De kernkritiek blijft dat verplichte digitalisering bij Justitie onvoldoende is afgestemd op wettelijke waarborgen, terwijl de praktische gevolgen (aansprakelijkheid, schadeclaims) nog onduidelijk zijn.
Marijke Dillen:
Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de ingediende vraag.
De Arbeidsrechtbank van Antwerpen heeft in een recent vonnis scherpe kritiek geuit op de werking van het digitale platform JustRestart binnen de collectieve schuldenregeling. Het vonnis bevestigt wat in de praktijk al langer werd gesignaleerd: de digitalisering van deze procedure is te snel en onvoldoende afgestemd op de juridische realiteit uitgerold.
De rechtbank stelde vast dat automatische herinneringsberichten niet voldeden aan de wettelijke vereisten van artikel 1675/9 §3 Ger.W., met nadelige gevolgen voor schuldenaars en voor de duur van de procedures. Opmerkelijk is dat de verantwoordelijkheid expliciet wordt gelegd bij de private IT-actoren achter het platform, met name DPA en Aginco. De rechtbank benadrukt dat digitalisering geen afbreuk mag doen aan wettelijke waarborgen en kende een schadevergoeding toe aan de betrokken schuldenaar. Tevens wordt onderstreept dat verplichte digitalisering binnen Justitie juridisch sluitend, transparant en controleerbaar moet zijn en dat softwarefouten niet zonder aansprakelijkheid kunnen blijven.
Kan de minister toelichting geven bij dit vonnis? Wie werd verantwoordelijk gesteld voor de toegekende schadevergoeding en wat is de omvang ervan? Welke conclusies trekt de minister hieruit?
Heeft de minister intussen maatregelen genomen om tegemoet te komen aan de kritiek van de Arbeidsrechtbank Antwerpen op de werking van JustRestart? Graag een toelichting.
Werden de private actoren achter het platform reeds in gebreke gesteld? Zo ja, wat was hun reactie? Zo neen, waarom niet en worden nog initiatieven overwogen?
Zijn er andere lopende procedures van getroffen schuldenaars? Zo ja, graag een overzicht per gerechtelijk arrondissement en de gevorderde schadevergoedingen.
Kan de minister een overzicht bezorgen van ingebrekestellingen met betrekking tot JustRestart, opgesplitst per jaar sinds de inwerkingtreding en per gerechtelijk arrondissement, en aangeven in hoeveel dossiers dit leidde tot een minnelijke schikking?
Kan de minister een overzicht geven van de totale kostprijs van JustRestart op jaarbasis sinds de opstart?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, vooraf wil ik benadrukken dat ik, gelet op de scheiding der machten, geen inhoudelijke commentaar op het vonnis van de arbeidsrechtbank in Antwerpen kan geven. Ik kan u wel informatie verschaffen op basis van de gegevens die ik heb ontvangen van de beheerder van het register. De digitalisering binnen justitie moet inderdaad juridisch sluitend en controleerbaar zijn. Ook dat blijft voor mij een prioriteit.
Het vonnis zou betrekking hebben op een technisch incident tijdens de opstartfase van JustRestart tussen 2 november en 21 december. In die beperkte periode werden bepaalde automatische notificaties niet correct door het systeem gegenereerd. Ik spreek over de periode 2023, voor alle duidelijkheid.
Volgens de informatie waarover ik beschik, werd de verantwoordelijkheid hoofdelijk gelegd bij de technische leverancier en de softwareontwikkelaar. De beheerder van het register deelt mee dat na de identificatie van de anomalie in december 2023 onmiddellijk de nodige technische correcties zijn aangebracht. Het probleem zou zich sindsdien dan ook niet meer hebben voorgedaan.
Daarnaast werden de controle-, validatie- en traceringsmechanismen van de notificaties versterkt om de juridische conformiteit te waarborgen.
Over eventuele juridische stappen ten aanzien van de private actoren kan ik op dit moment geen uitspraken doen. Dat vergt nazicht met de betrokken diensten en partners.
De beheerder geeft aan dat er geen andere gelijkaardige procedures bekend zijn.
Met betrekking tot het budget van JustRestart verwijs ik graag naar de eerdere antwoorden in het Parlement hieromtrent.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik begrijp dat u geen commentaar geeft over een beslissing van een rechter, dat vraag ik ook niet, maar uit de lectuur van het vonnis van de arbeidsrechtbank van Antwerpen blijkt toch wel heel duidelijk een zeer scherpe kritiek op een feit dat eigenlijk al jaren gekend was, namelijk het feit dat de digitalisering in dergelijke zaken eigenlijk te snel, te onvoorzichtig en met weinig aandacht voor de juridische realiteit is uitgerold. Ik ben blij te horen dat op dit ogenblik alles naar behoren zou moeten functioneren. Ik ga ervan uit dat dit het geval is. Ik zal dit dossier blijven opvolgen en het agenderen binnen een bepaalde termijn om te zien of u verdere stappen tegen de verantwoordelijke gaat nemen.
De betaalachterstand bij gerechtstolken en -vertalers
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen bekritiseert dat Justitie al maandenlang facturen van gerechtstolken en -vertalers niet tijdig betaalt, wat hen in financiële problemen brengt (achterstanden tot 7 maanden), en noemt dit "absoluut onaanvaardbaar" – ondanks eerdere beloftes van beterschap. Minister Verlinden erkent de problemen (oorzaken: onderbezetting, complexe procedures, IT-achterstand, fouten in kostenstaten) en wijst op lopende herzieningen, maar ontkent gedetailleerde cijfers te kunnen geven en verwijst voor Btw-uitstel naar de FOD Financiën, die volgens haar al een regeling heeft (art. 22bis Btw-wetboek). Dillen betwist de praktische bekendheid hiervan bij tolken en kondigt een schriftelijke vraag aan Financiën aan, met de eis dat Justitie "veel sneller" betaalt. Structurele oplossingen blijven vaag, terwijl de achterstanden aanhouden.
Marijke Dillen:
Ik verwijs opnieuw naar de ingediende vraag.
Opnieuw zijn er betaalachterstanden bij de gerechtstolken en -vertalers. Velen van hen zijn gedurende maanden weer niet betaald. Maar zij dienen op hun beurt zelf hun facturen wel tijdig te betalen, o.m. wat betreft de Btw-verplichtingen en dreigen in betalingsproblemen te belanden. Deze houding van Justitie is absoluut onaanvaardbaar: een goedwerkende Justitie dient een voorbeeld te geven en alle facturen tijdig te betalen.
Welke initiatieven gaat de minister nemen om eindelijk paal en perk te stellen aan de aanhoudende betaalachterstanden bij de uitbetaling van gerechtstolken en -vertalers en ervoor te zorgen dat hun facturen tijdig en dit binnen de afgesproken termijn worden geregeld?
Er was beterschap beloofd en de facturen zouden tijdig betaald worden. Wat zijn de concrete oorzaken van deze nieuwe betalingsproblemen? Waarom slaagt Justitie er maar niet in deze facturen tijdig te betalen zoals het hoort?
Hoe groot is momenteel de betalingsachterstand? Graag een gedetailleerd overzicht per gerechtelijk arrondissement.
Welke structurele oplossingen gaat de minister nemen om te garanderen dat de gerechtstolken en -vertalers in de toekomst eindelijk tijdig en correct worden betaald?
De gerechtstolken en -vertalers zijn Btw-plichtig en dienen de Btw te betalen vanaf facturatie. Reeds herhaaldelijk heb ik er bij de minister op aangedrongen aan de minister van Financiën te vragen dat zij uitstel krijgen van de Btw-betaling zolang Justitie er niet in slaagt hun facturen tijdig te betalen. Kan de minister mij mededelen welke initiatieven er inmiddels werden genomen? Wat was het standpunt van de minister van Financiën? Bestaat er bereidheid om uitstel van betaling van de Btw-verplichtingen te geven zolang Justitie er niet in slaagt zelf de facturen tijdig te betalen?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, ik ben mij erg bewust van de moeilijkheden die de gerechtsexperten ondervinden door de logge procedures inzake gerechtskosten en ik tracht daar samen met hen aan te remediëren. De gerechtsexperten vormen immers een belangrijke steunpilaar van de rechtsstaat, die hun expertise nodig heeft.
Mijn administratie is momenteel met het oog op verbetering samen met het kabinet dan ook bezig met een herziening van de procedures, de organisatie en de interne werking evenals de tariefstructuren. Daarbij wordt ook gerekend op verschillende IT-ontwikkelingen om de verwerkingstermijnen van de kostenstaten te verbeteren, aangezien de huidige verwerkingsprocedure administratief zwaar is en er te weinig personeel beschikbaar is.
De oorzaken van de betalingsachterstand zijn divers, zoals jong personeel dat nog in opleiding is, een ontoereikend aantal medewerkers omwille van de administratieve last van de procedures, de complexiteit van de materies, dienstverleners die de procedure en de wettelijke bepalingen niet aanvaarden en onvolledige betalingsaanvragen en frequente fouten bij het opstellen van de kostenstaten, waardoor de werklast toeneemt en de betalingstermijnen verlengen.
Het is niet mogelijk om de gevraagde statistieken te verstrekken, zeker niet binnen de opgelegde termijn. Ik nodig u daarom uit om daarover een schriftelijke vraag in te dienen.
Over uw vraag betreffende het verkrijgen van uitstel voor de betaling van btw heeft mijn administratie contact gehad met de FOD Financiën. Daaruit blijkt dat het Btw-wetboek reeds voorziet in een afwijking op de algemene regels volgens dewelke een dienstverlener btw-plichtig is op het moment van het opstellen van zijn factuur en vijftien dagen na de prestatie, indien hij zijn factuur niet onmiddellijk of helemaal niet opstelt.
Die afwijking is toegestaan op grond van artikel 22 bis , § 4, van het Btw-wetboek. Die wettelijke bepaling bepaalt onder meer dat het aan de dienstverlener is om het bewijs van de betalingsachterstand te leveren.
Een en ander heeft dan ook tot gevolg dat de FOD Financiën ter zake bevoegd is.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. De betalingsachterstand of het veel te laat betalen van facturen mag dan wel verschillende oorzaken hebben maar het blijft een probleem dat al veel te lang aansleept. Ik was deze week aanwezig op de correctionele rechtbank in Antwerpen, waar – het zal u niet verwonderen – in bijna alle dossiers een beroep moet worden gedaan op tolken. Ik heb met verschillende betrokkenen gesproken. Op dit ogenblik kampen zij met een achterstand van vijf, zes of zelfs zeven maanden. Dat is absoluut onaanvaardbaar. Die mensen hebben rekeningen te betalen en vaste uitgaven. Die prestaties zijn hun inkomstenbron. Er moet voor worden gezorgd dat veel sneller wordt uitbetaald en dat de facturen veel vlugger worden geregeld. Ik zal mijn vraag over de btw ook stellen aan de bevoegde minister van Financiën. In elk geval lijkt het mij aangewezen dat als er mogelijkheden zouden zijn waarbij tolken en gerechtsvertalers die niet tijdig worden betaald, uitstel van btw-betaling kunnen krijgen, dat systeem beter bekend wordt gemaakt, want bij hen is het alleszins niet gekend. Ik zal de minister van Financiën hierover een vraag stellen, in de hoop dat hij me meer duidelijkheid kan geven.
De vasthoudingen door de justitie in het kader van de binnenkomstcontroles
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Alexander Van Hoecke vraagt om concrete cijfers en redenen over personen vastgehouden door Justitie na binnenkomstcontroles, gebaseerd op een eerdere vage mededeling van minister Van Bossuyt (108 personen, waarvan 23 vastgezet voor verwijdering). Minister Verlinden wijst de vraag af als "te vaag", omdat vasthoudingsredenen (verdachte, getuige, slachtoffer, veroordeling) te divers zijn voor een algemene rapportage. Van Hoecke bekritiseert dit als een cirkelredenering: het antwoord is vaag omdat de oorspronkelijke gegevens van Van Bossuyt onvolledig waren, en kondigt een herziene schriftelijke vraag aan. Geen feiten of cijfers werden verstrekt.
Alexander Van Hoecke:
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt stelde dat sinds de start van de zogenaamde binnenkomstcontroles tot en met 10 december 2025 een aantal beslissingen werden genomen door de Dienst Vreemdelingenzaken met betrekking tot 108 personen.
52 personen kregen het bevel om het grondgebied te verlaten, bij 9 personen werd het bevel herbevestigd, 23 personen werden vastgehouden met het oog op verwijdering, voor 18 personen werd door de Dienst Vreemdelingenzaken geen maatregel genomen omdat er een recht op verblijf of lopende procedure was en 3 personen waren minderjarig.
Volgens de minister werd voor de overige personen geen beslissing genomen “of ze werden vastgehouden door Justitie".
Hoeveel personen werden sinds de start van de binnenkomstcontroles vastgehouden door Justitie?
Welke redenen gaven aanleiding tot die beslissing?
Kan u meer informatie verschaffen met betrekking tot de nationaliteit van de betrokken personen?
Hoeveel van de vastgehouden personen zijn ondertussen opnieuw in vrijheid gesteld en wat waren de redenen voor deze invrijheidstelling?
Op welke manier worden deze personen indien ze in vrijheid worden gesteld verder opgevolgd?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Van Hoecke, uw vraagstelling heeft een groot abstract karakter en is daardoor nogal vaag. Er zijn immers tal van redenen waarom een persoon wordt gesignaleerd en mogelijk wordt vastgehouden bij binnenkomst op het nationaal grondgebied. Dat kan bijvoorbeeld omdat die persoon moet worden ondervraagd als verdachte, of omdat die persoon getuige of slachtoffer is, of omdat die persoon is veroordeeld. Zonder verdere specificatie is het voor onze diensten niet mogelijk om die cijfers te verstrekken.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, als de vraagstelling vaag is, dan is het antwoord van de minister van Asiel en Migratie vaag, want ik heb enkel het antwoord van de minister van Asiel en Migratie op een vraag van mijn collega als aanleiding gebruikt. De minister verwijst naar een aantal personen die na die binnenkomstcontroles worden vastgehouden door Justitie. Ik wilde daarom vernemen wat dat betekent en of u die vaagheid ongedaan kunt maken. Blijkbaar kunt u dat niet concretiseren. Daarom zal ik de vraag opnieuw indienen als schriftelijke vraag, waarbij ik naga of ik ze nog kan specificeren. Ik herhaal echter dat mijn vraagstelling vaag is omdat het antwoord van de minister van Asiel en Migratie vaag is.
Het aanhoudende geweld tegen het spoorpersoneel
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexander Van Hoecke bekritiseert het structurele geweld tegen NMBS-personeel (gemiddeld 6 incidenten per dag, verbaal/fysiek) en vraagt om nultolerantie, snelrecht en concrete maatregelen na een zware aanval op een conducteur (hersenschudding, werkonbekwaam). Minister Annelies Verlinden (Justitie) benadrukt dat geweld tegen maatschappelijke functies "onaanvaardbaar" is, belooft geen seponering meer door het OM en zwaardere straffen, en werkt aan betere bewijslast en technologische oplossingen, maar verwijst voor operationele maatregelen door naar collega-ministers (Veiligheid/Mobiliteit). Van Hoecke betwijfelt de effectiviteit van eerdere beloftes en eist systematische vervolging om zowel personeel te beschermen als daders af te schrikken, met de stelling dat "elke zaak moet worden uitgevoerd" om het signaal kracht bij te zetten.
Alexander Van Hoecke:
Op woensdag 3 december werd een conducteur het slachtoffer van ernstige fysieke agressie. Het voorval deed zich voor op een trein tussen Sint-Niklaas en Lokeren. Een treinreiziger die geen geldig vervoersbewijs had, sloeg de conducteur en bezorgde hem een hersenschudding. De man liep ook ernstige letsels op aan hoofd en keel. Door de mentale impact is de conducteur bovendien werkonbekwaam. Mevrouw de minister, u weet dat het helaas niet de eerste keer is dat een dergelijk afschuwelijk incident zich voordoet. De NMBS wijst er zelf op dat haar personeel voortdurend het slachtoffer wordt van geweld. Gelukkig slaagde men erin, nadat de politie was verwittigd, de dader meteen te vatten. De NMBS bevestigt, zoals daarnet gezegd, dat het om het zoveelste geval van fysieke agressie tegen een medewerker gaat. De woordvoerder van de NMBS stelt dat gemiddeld zes keer per dag een treinbegeleider wordt belaagd, zowel verbaal als fysiek. Ze pleit voor een zichtbare aanwezigheid van de politie en van de eigen veiligheidsmensen van Securail, evenals voor een strengere aanpak door Justitie.
Ik heb daarover de volgende vragen.
Ten eerste, welke maatregelen zult u als minister van Justitie nemen om het dagelijkse geweld tegen treinbegeleiders aan te pakken?
Ten tweede, wanneer kunnen de eerste resultaten worden verwacht en wat is uw plan van aanpak?
Ten derde, hoeveel mensen en middelen zullen daarvoor worden voorzien?
Ten vierde, is het niet dringend tijd om een echte nultolerantie te hanteren tegenover die vormen van criminaliteit en ervoor te zorgen dat de daders via snelrecht worden berecht? Graag uw visie daarover en een toelichting bij wat u zult ondernemen om dat ook effectief te realiseren.
Annelies Verlinden:
Collega, voor uw eerste drie vragen verwijs ik u door naar mijn collega van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en naar mijn collega van Mobiliteit.
Met betrekking tot uw laatste vraag, ik herhaal met stelligheid – zoals ik daarstraks ook al zei – dat geweld en bedreigingen tegen personen met een maatschappelijke functie, onder wie het treinpersoneel, totaal onaanvaardbaar zijn. In de kadernota met betrekking tot integrale veiligheid, die momenteel wordt uitgewerkt, vormt de bescherming van personen met een maatschappelijke functie een duidelijke prioriteit. Justitie voorziet al in zwaardere straffen voor geweld tegen NMBS-personeel. Het OM treedt daarbij maximaal op, zeker wanneer er sprake is van letsels, en zorgt ervoor dat dergelijke feiten niet langer om opportuniteitsredenen worden geseponeerd. Mensen met een maatschappelijke functie moeten hun werk steeds veilig kunnen uitvoeren, met de volle steun van de overheid.
Ik werk in de regering samen met mijn collega’s om nog doeltreffender en kordater op te treden. Dat doen we door de capaciteit van bevoegd spoorwegpersoneel te versterken, zodat de pakkans stijgt, en door middelen efficiënter in te zetten om de bewijslast te verbeteren. Daarnaast onderzoeken we hoe innovatieve technologieën kunnen bijdragen aan een hogere veiligheid voor het personeel.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, ik woon zelf in Lokeren en naar aanleiding van dat voorval had ik een gesprek met een conducteur, die bevestigde wat ook door de NMBS wordt aangegeven. Zij wachten eigenlijk elk dag op een nieuw voorval, hetzij bij collega’s, hetzij bij henzelf. Meestal gaat het dan om verbale agressie, trouwens om heel zware verbale agressie. Regelmatig is er echter ook sprake van fysieke agressie. Het voorval van 3 december is slechts het zoveelste voorbeeld. Ik onthoud uit uw antwoord dat het openbaar ministerie niet langer om opportuniteitsredenen zal seponeren en dat al die gevallen daadwerkelijk zullen worden vervolgd. We zullen dat zeker blijven opvolgen, want daar knelt het schoentje. Het is enorm belangrijk dat justitie heel duidelijk het signaal geeft dat geweld tegen conducteurs en tegen spoorwegpersoneel niet door de beugel kan, hoe klein of onbenullig dat voor sommige daders ook mag lijken. Het kan absoluut niet door de beugel. Er moet elke keer worden overgegaan tot vervolging, want dat is de enige manier om ten eerste een duidelijk signaal te geven aan het spoorpersoneel dat zij ondersteuning krijgen en dat justitie achter hen staat en ten tweede een heel duidelijk signaal aan de daders te geven dat we ons hierbij nooit zullen neerleggen, dat we keer op keer zullen vervolgen en dat zij hun straf nooit zullen ontlopen.
De vervolging van phishing
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Alexander Van Hoecke wijst op de seponering van >70% phishingklachten in 2024, waaronder gevallen waar parketten volgens de procureur des Konings (West-Vlaanderen) bewust seponeren om een signaal van capaciteitstekort naar de politiek te sturen, en bekritiseert het ontbreken van uniforme vervolgingscriteria ondanks beloftes uit 2023. Minister Annelies Verlinden ontkent dat seponeringen als politiek signaal bedoeld zijn, benadrukt prioritering van hoog-impactzaken (zoals criminele infrastructuur) en kondigt een nog niet openbaar te maken nationale ondergrens aan via een aanstaande COL-omzendbrief. Van Hoecke bestrijdt Verlindens ontkenning door te verwijzen naar eerdere schriftelijke antwoorden met citaten van de procureur, en bekritiseert het gebrek aan transparantie en slachtofferondersteuning, met name bij de 70% seponeringen die volgens hem onacceptabel zijn gegeven het stijgende, geraffineerde phishingprobleem.
Alexander Van Hoecke:
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Meer dan 70 procent van de klachten die in 2024 werden geregistreerd zijn ondertussen geseponeerd. De procureur des konings van West-Vlaanderen stelt zelfs dat bepaalde parketten seponeren op grond van 'onvoldoende recherchecapaciteit' om een signaal te sturen naar de politiek.
Voor slachtoffers is het nog steeds compleet onduidelijk op basis van welke parameters wordt overgegaan tot vervolging of niet. De verschillende parketten hanteren nog steeds verschillende richtlijnen, ondanks het feit dat in 2023 al een eengemaakte richtlijn werd beloofd.
Vanaf voorjaar 2026 zouden de Vlaamse referentiemagistraten alvast afgesproken hebben om vanaf voorjaar 2026 de grens overal gelijk te trekken tot 2.500 euro. Het kabinet van de minister bevestigde in de media dat het College van Procureurs-Generaal aan een omzendbrief werkt om de aanpak van cybercriminaliteit te stroomlijnen.
Wat is de reactie van de minister op de uitspraak dat bepaalde parketten zouden seponeren om een signaal naar de politiek te zenden?
Wat is de visie van de minister op de ondergrens van 2.500 euro die de Vlaamse referentiemagistraten hebben afgesproken?
Is er vanuit de parketten de afgelopen jaren een concrete vraag om meer middelen voor de bestrijding van phishing gekomen? Zo ja, wanneer en wat hield deze vraag concreet in? Welke reactie werd hierop gegeven?
Hoe staat het nu met de omzendbrief inzake het bestrijden van internetfraude? Is er een streefdatum wanneer deze omzendbrief er zal komen? Zijn er bepaalde struikelblokken die de komst van de omzendbrief vertragen? Zo ja, dewelke? Welke rol heeft u als minister al gespeeld bij het tot stand komen van deze omzendbrief? Zal in de omzendbrief ook gewerkt worden met een ondergrens van 2.500 euro of is dat nog niet bepaald? Zal er van die ondergrens kunnen worden afgeweken en zo ja, in welke gevallen?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Van Hoecke, mijn kabinet en diensten staan in zeer frequent en nauw contact met het openbaar ministerie. De communicatielijn is dan ook zeer kort en er is derhalve geen nood aan het seponeren van zaken om een signaal te sturen naar de politiek, zoals u in uw vraag suggereert.
Er is een aanpassing van de COL over phishing voorbereid in het expertisenetwerk Cybercrime van het OM. Die moet nog ter goedkeuring worden geagendeerd op het College van procureurs-generaal. Voor nationale dossiers zal er een grens worden bepaald. Het lijkt me echter niet opportuun om die grens hier openbaar te maken.
Elk beleid moet rekening houden met de realiteit en kan enkel worden gevoerd indien er voldoende capaciteit aanwezig is om de misdrijven effectief te onderzoeken en te vervolgen. Daarom is een correcte beeldvorming primordiaal, zodat die capaciteit kan worden ingezet op die zaken die het meest impact genereren wat betreft het verstoren van de structuren achter de vele individuele phishingdossiers. Daarbij moet worden gedacht aan de organisaties, aan de technische dienstverleners, de bouwers en verspreiding van phishingpanels, hostingdiensten, darkweb- of Telegramplatformen en aan de muling -dienstverleners met het oog op het recupereren van gelden.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, dat bepaalde parketten zouden seponeren om een signaal naar de politiek te zenden, is geen suggestie van mij, dat staat letterlijk in het antwoord dat u mij hebt bezorgd op een schriftelijke vraag daarover. Er staat letterlijk een uitspraak in van een procureur des Konings die zegt dat hij signalen ontvangt dat er geseponeerd wordt omdat men een signaal wil geven aan de politiek, namelijk dat men eigenlijk wel zou kunnen vervolgen, maar dat men dat niet kan wegens een gebrek aan middelen. U zegt vandaag dat het absoluut niet waar is als ik suggereer dat bepaalde parketten zouden seponeren om een signaal te geven, maar daarmee spreekt u de procureur des Konings tegen en niet mij, voor alle duidelijkheid. Hoe dan ook, phishing blijft een enorm probleem. Het is een vorm van criminaliteit waarmee, denk ik, de meeste mensen dagelijks worden geconfronteerd. Ook als men er niet het slachtoffer van wordt, ontvangt iedereen wel phishingberichten in zijn mailbox of via WhatsApp. Phishing wordt echter steeds geraffineerder en er worden steeds meer mensen slachtoffer van. Dat blijft een enorme plaag en een groot probleem. Het frustrerende is natuurlijk dat 70 % van de klachten die vorig jaar werden geregistreerd, werd geseponeerd en dat er nog steeds totaal geen duidelijkheid is over welke gronden nu eigenlijk worden gebruikt om over te gaan tot vervolging. We weten evenmin of locatie daaraan al dan niet ten grondslag ligt. Door dat gebrek aan duidelijkheid voelen veel slachtoffers zich in de steek gelaten. Ik ben ervan overtuigd dat Justitie er altijd naar zou moeten streven om slachtoffers duidelijkheid te geven over waar ze aan toe zijn indien een zaak wordt vervolgd. Er moet bovendien iets gebeuren als een bepaald fenomeen in 70 % van de gevallen niet wordt vervolgd. We kunnen absoluut niet aanvaarden dat 70 % van een bepaalde vorm van criminaliteit waar melding van wordt gemaakt – dat is nog maar een klein deel van het werkelijke aantal phishingzaken – wordt geseponeerd. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.24 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 24.