Commissievergadering op 14 januari 2026
Vragen
De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.
De Amerikaanse aanval op Venezuela
De dreigende taal van de VS richting Groenland
De eerbiediging van de soevereiniteit van Groenland
De houding van België over de Amerikaanse inval in Venezuela
De situatie in Venezuela en de veiligheid van de Belgische onderdanen
De situatie in Venezuela en de verschillende machtsclaims
De arrestatie van president Maduro
De Europese positie m.b.t. Groenland
De stavaza na de diplomatieke gesprekken in de VS en het onderhoud met Secretary of State Rubio
De ontvoering van de Venezolaanse president door de Verenigde Staten
De diplomatieke gevolgen en de Europese coördinatie in het licht van de trans-Atlantische spanningen
De politieke situatie omtrent Groenland
De spanningen in Venezuela
Groenland en de Amerikaanse uitspraken
Groenland
Venezuela
De dreigende taal van Trump richting Groenland
De agressie van de VS tegen Venezuela
Het onderhoud met minister Marco Rubio
De onduidelijke positie van België ten opzichte van de VS-inval in Venezuela
De Amerikaanse dreigementen over Groenland
Internationale spanningen rond Venezuela en Groenland: diplomatie, soevereiniteit en machtsconflicten
Gesteld door
Vooruit
Annick Lambrecht
DéFI
François De Smet
PS
Christophe Lacroix
Open Vld
Sandro Di Nunzio
VB
Ellen Samyn
VB
Ellen Samyn
N-VA
Kathleen Depoorter
Vooruit
Annick Lambrecht
PS
Christophe Lacroix
PS
Lydia Mutyebele Ngoi
MR
Michel De Maegd
N-VA
Kathleen Depoorter
N-VA
Kathleen Depoorter
Open Vld
Sandro Di Nunzio
CD&V
Els Van Hoof
CD&V
Els Van Hoof
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PTB-PVDA
Nabil Boukili
VB
Britt Huybrechts
Groen
Meyrem Almaci
Groen
Meyrem Almaci
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de schendingen van het internationaal recht door de VS (annexatieplannen voor Groenland en de ontvoering van Maduro in Venezuela) en Europa’s zwakke, versnipperde reactie. België/minister Prévot veroordeelt de VS-acties in principe (VN-Handvest als "boussole"), maar weigert een expliciete veroordeling en benadrukt diplomatieke "dialoog" met Washington, ondanks kritiek op Trumps "recht van de sterkste"-benadering. Kritiekpunten: Europa’s gebrek aan strategische autonomie (militair, energiek, technologisch) en eendracht (blokkades door Hongarije, verdeeldheid over sancties) ondermijnen zijn geloofwaardigheid. Prévot pleit voor een sterker Europa met eigen defensie- en industriële capaciteit, maar relativeert dit door de economische afhankelijkheid van de VS (115.000 Belgische jobs, €65 mjd handel). Oppositie (o.a. Lambrecht, Boukili, Almaci) bekritiseert scherp: - Selectieve toepassing internationaal recht: VS-acties (Groenland, Venezuela) worden getolereerd, terwijl gelijksoortige daden door Rusland/China wel worden veroordeeld ("twee maten"). - Europa’s zwakte: Gebrek aan snelle, uniforme sancties (vs. VS/Rusland) en afhankelijkheid van de VS maken het tot een "papieren tijger". - Trumps motieven: Ontvoering Maduro draait om olie (Trump noemde "pétrole" 20x), Groenland om strategische grondstoffen—geen "democratische bevrijding". - Veroordeling ontbreekt: Prévot herhaalt VN-regels maar vermijdt woorden als "condamnation" (Mutyebele: "U zegt ‘gangster’ over Maduro, maar zwijgt over Trumps kidnapping"). Concrete spanningen: - Groenland: Denemarken versterkt militaire aanwezigheid; VS dreigt met geweld maar ontkent "annexatieplannen" (Prévot: "Neem Trump serieus, niet letterlijk"). - Venezuela: EU zoekt dialoog met de facto regime (Rodríguez) en oppositie (González), maar blokkeert op erkenning legitieme leiding. Humanitaire crisis (7,9 mln noodhulp) en olie-exploitatie door VS blijven onopgelost. - NAVO-crisis: Sommigen (De Smet) waarschuwen: "VS-overname Groenland = einde NAVO"—Prévot ontwijkt dit scenario. Oplossingsrichtingen (maar weinig concrete stappen): - Europese "autonomie": Versneld investeren in defensie (vs. VS-afhankelijkheid), energietransitie, en technologische soevereiniteit (AI, 4% EU-aandeel). - "Coalitie van willigen": Voorstanders (Di Nunzio) pleiten voor snelheidsverschillen in EU-beleid om blokkades (Hongarije) te omzeilen. - Economische druk: VS als handelspartner (€65 mjd) beperkt EU-ruimte, maar sancties tegen VS worden niet overwogen. Kern: Europa faalt in krachtig optreden door interne verdeeldheid en VS-afhankelijkheid, terwijl Prévot diplomatie boven conflict stelt—wat critici zien als appeasement. Normatieve tweespalt: VS-handelen is onwettig, maar pragmatisme wint het van principes.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de recente acties en verklaringen van de Verenigde Staten werpen een schaduw over de internationale regels.
Enerzijds is er de situatie rond Groenland, dat door het Witte Huis formeel als een nationale veiligheidsprioriteit wordt beschouwd. De Amerikaanse regering stelt dat Groenland eigenlijk een deel van de Verenigde Staten moet worden. Een ambitie die kracht wordt bijgezet door te dreigen met – indien nodig – het gebruik van geweld. Hoewel de Deense premier benadrukt dat Groenland aan de Groenlanders behoort, blijft de druk vanuit Washington zeer groot.
Anderzijds zijn we getuige geweest van een escalatie in Venezuela, waar de Verenigde Staten een illegale aanval hebben uitgevoerd en president Maduro en zijn vrouw hebben ontvoerd. Laat ons wel wezen, een dictator minder, waar ook ter wereld, is goed nieuws, maar internationale regels moeten wel worden gerespecteerd. Ook hier was er een schending van het internationaal recht.
Deze acties dreigen een zeer gevaarlijk precedent te scheppen voor andere grootmachten, die dan kunnen denken dat zij op dezelfde manier kunnen handelen, zoals China en Rusland in Oekraïne.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Ten eerste, bent u van mening dat Europa over een degelijke strategie beschikt om weerstand te bieden aan de Amerikaanse druk op Groenland en aan schendingen van het internationaal recht in Latijns-Amerika?
Ten tweede, wat doet België concreet om bij te dragen aan de ontwikkeling van een Europese strategie, en echt rode lijnen te trekken en ons te distantiëren van dergelijke eenzijdige acties?
Ten derde, hoe schat u de huidige reacties van uw Europese collega’s in? Zijn die naar uw mening krachtig genoeg om de Europese autonomie te waarborgen?
Ten vierde, wat is het standpunt van België over het voorstel van generaal Brieger om een symbolische Europese militaire aanwezigheid in Groenland te gaan vestigen?
Ten vijfde, hoe kijkt u aan tegen de rechtsgang die Maduro en zijn vrouw in de Verenigde Staten te wachten staat? Denkt u dat het proces eerlijk zal verlopen?
Ten zesde, wat zijn de concrete contouren van ons buitenlands beleid tegen straffeloosheid en hoe past u dat toe op de huidige Amerikaanse acties?
Ten zevende, wat zal Europa doen om de vreedzame oppositie in Venezuela te steunen en een terugkeer naar vrije en eerlijke verkiezingen mogelijk te maken?
De voorzitster : De heer De Smet is niet aanwezig. De heer Lacroix evenmin. Het woord is aan de heer Di Nunzio. U hebt vier minuten.
Sandro Di Nunzio:
Dank u wel, voorzitster. Ook mijn beste wensen voor u, mijnheer de minister, en voor alle collega’s hier, nu we elkaar voor het eerst zien.
Nicolas Maduro heeft de verkiezingen verloren in 2004 en is sindsdien toch aan de macht gebleven als dictator. Het lijdt geen enkele twijfel dat hij zich moet verantwoorden voor zijn misdaden. Ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn.
Vrede en gerechtigheid binnen Venezuela en voor de Venezolanen kan je echter niet afdwingen met militaire macht. De Amerikaanse militaire coup, die dat effectief heeft beoogd, ondergraaft het internationaal recht en de wereldorde. Door de acties die zijn ondernomen, heeft men daar een ernstige schok aan gegeven.
Laat mij zeer duidelijk zijn. Ondanks de euforie die hier en daar leeft binnen het Venezolaanse volk, betekent mijn kritiek niet dat ik zou vinden dat dat volk geen recht heeft op democratie, maar het heeft ook het recht om geen buitenlandse inmenging te ondergaan en om niet onderworpen te zijn aan machtspolitiek.
Nog verontrustender was nadien de aankondiging van president Trump dat Amerikaanse oliebedrijven Venezuela zullen exploiteren, terwijl het olie-embargo gewoon blijft gelden. Even verontrustend zijn de druk en dreigementen jegens Colombia en andere landen. Trump spreekt zich ook uit over Mexico. Het zijn woorden en daden van een Amerikaanse president waar we bijna niet meer van opkijken. Het feit dat dit ons niet meer verrast, moet ons zeer ongerust maken, want we zijn in een wereld verzeild waarin geen sprake meer is van een multilaterale orde, maar van het recht van de sterkste. Ik pleit ervoor dat verandering in Venezuela van binnenuit moet komen, niet door extern ingrijpen.
Ik zie dat mijn tijd verder loopt, dus ga ik meteen over naar Groenland. Ik heb de subvraag ook overgemaakt. In verband met Groenland hebt u in de plenaire zitting van 8 januari gezegd dat u de veiligheidsbekommernissen van de Verenigde Staten kunt begrijpen en dat achter sommige uitspraken legitieme bezorgdheden schuilgaan. Tegelijk hebt u terecht gesteld dat het onaanvaardbaar is om de territorialiteit van een bevriend land en een NAVO-bondgenoot in vraag te stellen. Groenland is NAVO-gebied en de Verenigde Staten hebben akkoorden met Denemarken die hen nu al toelaten om militaire bases te gebruiken en er militairen te stationeren. Het zijn echter de Verenigde Staten zelf die in het verleden hebben beslist om hun militaire aanwezigheid daar af te bouwen.
Als de VS het recht hebben om daar militair aanwezig te zijn en men die aanwezigheid destijds zelf heeft afgebouwd, waarom stelt u dan dat u de bekommernissen van de Amerikanen begrijpt en legitiem vindt? Binnen de bestaande akkoorden, vooral binnen het NAVO-bondgenootschap, kunnen de VS immers afspreken wat noodzakelijk is om in de eigen veiligheid te voorzien, als men dat als een probleem beschouwt. Waarom vindt u die bekommernissen legitiem, terwijl men binnen het huidige bondgenootschap eigenlijk al over voldoende middelen beschikt om daarmee aan de slag te gaan?
Ellen Samyn:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, de situatie in Venezuela is de voorbije weken sterk geëvolueerd en roept belangrijke vragen op inzake politieke legitimiteit, veiligheid, internationale rechtsorde en consulaire bescherming. Na een Amerikaanse militaire operatie werd president Maduro uit het land weggehaald. De Verenigde Staten geven aan tijdelijk bestuurlijke verantwoordelijkheid op te nemen in afwachting van een zogenaamd correcte en veilige machtsoverdracht.
Tegelijk heeft het Venezolaanse Hooggerechtshof Delcy Rodriguez presidentiële bevoegdheden toegekend, terwijl de oppositie stelt dat Edmundo Gonzalez de rechtmatige winnaar is van de presidentsverkiezingen van 2024 en diens onmiddellijke aanstelling vraagt. Daarnaast verklaart het Venezolaanse regime dat honderden politieke gevangenen zouden zijn vrijgelaten, terwijl mensenrechtenorganisaties aangeven dat het aantal bevestigde vrijlatingen voorlopig aanzienlijk lager ligt en dat alle transparantie ontbreekt.
In dezelfde context gaf Venezuela te kennen opnieuw werk te willen maken van een dialoog met de Europese Unie.
Mijnheer de minister, hoe schat België vandaag de situatie in Venezuela concreet in? Is er overleg geweest met uw Europese collega-ministers en bestaat er al een gezamenlijke Europese lijn, zeker nu Caracas opnieuw toenadering zoekt tot de Europese Unie?
U had sinds de Amerikaanse operatie contacten met de Verenigde Staten. Welke garanties werden er gegeven over de aard, de duur en de grenzen van het Amerikaanse optreden?
Dan heb ik een aantal vragen over de Belgen ter plaatse. Hoeveel Belgische onderdanen bevinden zich volgens de recentste cijfers nog in Venezuela? Hoe wordt hun veiligheid vandaag gegarandeerd? Bestaat er een concreet evacuatieplan, eventueel samen met andere EU-landen? Is dat plan al voorbereid of geactiveerd?
Dan kom ik bij de consulaire bijstand. Aangezien België zijn ambassadewerking vanuit Bogota organiseert, wordt er actief samengewerkt met andere EU-ambassades voor gezamenlijke consulaire hulp?
Dan heb ik ook een aantal vragen over de machtsvraag. Hoe positioneert dit land zich tegenover de verschillende machtsaanspraken? Wordt Gonzalez door België beschouwd als de legitieme winnaar van de verkiezingen van 2024? Zal België Rodriguez erkennen als het momenteel de facto gezag en zo ja, op basis van welke criteria? Met wie hebben onze diplomatieke en consulaire diensten vandaag concreet contact? Is dat met de structuren van Rodriguez, met de oppositie of met de tijdelijke Amerikaanse administratie?
Dan heb ik vragen met betrekking tot sancties. Overweegt België gerichte sancties tegen personen die een democratische overgang blokkeren of mensenrechten blijven schenden?
Ten slotte, hoe kijkt u in het algemeen aan tegen een overgangsbestuur, in afwachting van nieuwe verkiezingen? Onder welke voorwaarden acht u zo’n scenario aanvaardbaar binnen het internationaal recht en het zelfbeschikkingsrecht van het Venezolaanse volk?
Bijkomend, heeft België zicht op de impact op Belgische bedrijven en contracten in Venezuela, bijvoorbeeld in energie, logistiek of dienstverlening? Worden die bedrijven actief begeleid?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, Groenland, NAVO-bondgenoot, deel van een lidstaat van de Europese Unie, een autonoom gebied binnen het koninkrijk Denemarken, met een kleine bevolking en een strategische ligging, wordt nu toch wel heel sterk onder vuur genomen, spreekwoordelijk dan. Het zijn vrij bange tijden voor de bevolking daar, want ze staan zowaar te koop. Het is bijzonder dat een bondgenoot een deel van een land en een bevolking zegt te willen kopen.
Er zijn scherpe discussies over soevereiniteit, over de arctische gebieden, over de samenwerking tussen Europa en de Noord-Amerikaanse partners en over hoe wij daarmee moeten omgaan.
Mijnheer de minister, ik had graag van u vernomen hoe u deze ontwikkelingen beoordeelt. Hoe ziet u dit in het kader van de soevereiniteit van de Groenlanders en van onze trans-Atlantische samenwerking?
Dit is een pijnlijke situatie, waarbij wij het ook over de veiligheid van de Europese Unie moeten hebben. Ik hoorde vanochtend nog een uitspraak van de Amerikaanse president over annexatie: "Het kan in onze visie niet anders dat er een annexatie plaatsvindt". Dat zijn toch uitspraken waarover wij moeten nadenken en waarop wij een antwoord moeten geven. Dat is ook wat Europa zegt.
Ik heb gisteren Teresa Ribeira gehoord, die een heel duidelijk signaal van de Europese Unie vraagt. Ik had graag van u vernomen hoe u daar tegenaan kijkt. Hoe zult u hiermee omgaan? Hoeveel onderdanen van ons land zijn er trouwens in Groenland aanwezig? Zijn daar Belgen aanwezig of niet? Staat u achter de uitspraak dat, wanneer een NAVO-lidstaat wordt aangevallen, wij allemaal mee in het bad moeten gaan?
Een tweede deel van het actualiteitsdebat gaat over Venezuela.
Het feit dat president Maduro in gevangenschap is gebracht en dat er hoop is voor de vele Venezolanen die het land hebben verlaten omwille van dit toch wel zeer bijzondere regime, is niet evenredig met het feit dat het internationaal recht hier echt wel geschonden is.
Mijnheer de minister, hoe interpreteert u het internationaalrechtelijke kader in dezen? Hoe gaat u daarmee om? Hebt u al contact met de Belgische ambassadeur opgenomen, die op dit moment in Bogota is? Worden er bijkomende consulaire of veiligheidsmaatregelen genomen voor de mensen van ons land die in Venezuela aanwezig zijn?
De stabiliteit van de hele regio is uiteraard heel belangrijk. Colombia is een buurland. Er zijn gesprekken geweest tussen de Amerikaanse president en president Petro, maar hoe schat u de politieke situatie en de veiligheidssituatie in Venezuela in?
Belangrijk ook, hoe is de relatie vandaag met de verkozen oppositieleiders, met de heer Gonzalez, met mevrouw Maria Corina Machado? Zijn er contacten vanuit ons land met de oppositie, zoals die ook in het Witte Huis zullen plaatsvinden, zoals we lezen in de pers? Zult u ter zake stappen ondernemen?
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, la nouvelle année s'est ouverte par une intervention impérialiste qu'on a cru, à tort, ne plus être de notre temps. C'est celle de l'Amérique qui a enlevé sans base légale, sans mandat, le président d'un État souverain, à savoir le Venezuela. Ce monsieur a été enlevé avec sa femme.
Cette opération s'est faite sur la base d'accusations d'un réseau de narcotrafic géré par le président Maduro, à contre-courant de l'avis de tous les spécialistes. Outre la nature franchement grossière de telles accusations, l'illégalité d'un acte assimilable à une déclaration de guerre ne peut être accueillie avec une telle passivité. Croire que cette opération s'est faite dans l'optique de soulager la population du Venezuela – qui est victime de la politique autoritaire et violente de son président – serait faire preuve d'un optimisme naïf. Le président Trump n'a pas tenté de cacher ses réelles motivations car, pendant la conférence de presse, il a prononcé au moins vingt fois le mot "pétrole". Il veut contrôler les larges ressources pétrolières de cet État.
Monsieur le ministre, la Colombie a déjà été menacée de subir le même sort. Le Groenland aussi, et les autres grandes puissances n'en demandaient pas tant. Si la loi du plus fort est de retour, les plus faibles n'ont qu'à bien se tenir. Tel est le message qu'on nous fait passer.
Condamnez-vous les É tats-Unis et leur président pour l'enlèvement illégal et sans mandat du président Maduro? Qu'avez-vous dit à vos interlocuteurs américains sur le sujet?
Comment justifiez-vous votre politique basée sur le droit international quand une violation de ce même droit est accueillie – non pas par votre silence – mais par une absence de condamnation ferme et claire, selon moi, des États-Unis? Pensez-vous que cette action et la faiblesse de nos réactions pourront mener à de pareilles opérations de la part d'autres États ou des États-Unis eux-mêmes, comme au Groenland, en Colombie, à Taïwan ou ailleurs?
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, lors du débat en plénière la semaine dernière, vous avez rappelé que la Belgique fonde sa sécurité et sa prospérité sur le respect d'un ordre international fondé sur des règles et que ce principe n'est pas optionnel. Vous avez souligné que, quelles que soient les appréciations portées sur certains régimes, les méthodes employées ne peuvent être cautionnées lorsqu'elles violent le droit international, la souveraineté des États ou l'intégrité territoriale.
Vous avez également souligné que la relation transatlantique reste stratégique, mais qu'elle doit s'inscrire dans un dialogue exigeant, respectueux du multilatéralisme, de la souveraineté des États et de l'intégrité territoriale. Ces dernières semaines, l'actualité internationale a toutefois mis en lumière une multiplication de prises de position et d'initiatives unilatérales de la part des États-Unis, tant en matière de sécurité que de politique étrangère, suscitant bien entendu des interrogations croissantes quant à la solidité et la prévisibilité du cadre transatlantique. Dans ce contexte, la nécessité d'une parole européenne plus cohérente et d'une capacité d'action autonome apparaît de plus en plus pressante.
Dans le prolongement de ce débat, j'aimerais vous poser les questions suivantes. Tout d'abord, la Belgique entend-elle prendre des initiatives concrètes afin d'inscrire explicitement la question du respect de la souveraineté et de l'intégrité territoriale à l'agenda des instances européennes face à ces remises en cause actuelles de l'ordre juridique international? Ensuite, quels instruments diplomatiques et politiques concrets la Belgique et l'Union européenne pourraient-elles privilégier pour renforcer un dialogue transatlantique à la fois franc et exigeant, en particulier en cas de nouvelles initiatives unilatérales susceptibles de fragiliser encore le cadre multilatéral et le droit international?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, vanuit Washington blijven er weinig geruststellende signalen over Groenland komen. Tijdens de plenaire vergadering zei u duidelijk dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van Groenland en Denemarken moeten worden gerespecteerd. Dat stond ook in het statement van 6 januari van verschillende Europese leiders. Afgelopen weekend zei president Trump echter opnieuw dat de VS Groenland in hun bezit moeten krijgen, desnoods op een moeilijke manier.
Dat vraagt een gecoördineerd antwoord van de Europese Unie. Sommige analisten pleiten er alvast voor om een Europees sanctiepakket voor te bereiden. In de NAVO pleiten verschillende lidstaten dan weer voor een gezamenlijke missie op Groenland, zodat de strategische positie kan worden gewaarborgd zonder escalatie tussen de NAVO-bondgenoten. Onze minister van Defensie sloot zich daarbij aan en secretaris-generaal Rutte verklaarde dat stappen zich opdringen. De vraag is wat er zal gebeuren.
De premier van Groenland gaf gisteren aan dat het Denemarken verkiest boven de VS en Denemarken heeft ondertussen aangekondigd militaire troepen naar Groenland te zullen sturen. In het Witte Huis vindt er vandaag een ontmoeting plaats tussen de ministers van Buitenland van Denemarken, Groenland en de VS en ook vicepresident Vance zou zich daarbij aansluiten.
Op welke manier is ons land betrokken bij de gesprekken over een gezamenlijk Europees antwoord? In welke richting gaan de Amerikaanse dreigementen ten opzichte van Groenland? Welke maatregelen liggen er concreet op tafel?
Wat Venezuela betreft, voorlopig is er geen sprake van een regimewissel. Met uitzondering van Maduro en zijn echtgenote zitten alle oudgedienden nog in het zadel. De nieuwe autoriteiten lieten intussen wel al enkele politieke gevangenen vrij, naar eigen zeggen als teken van vrede. Verschillende leden van de oppositie roepen op tot nieuwe verkiezingen en president Trump lijkt vooral te focussen op het controleren van de Venezolaanse olie. Wij hadden ook niets anders verwacht.
Een grote groep EU-lidstaten verklaarde in een statement van 4 januari in contact te staan met de VS om een dialoog tussen alle partijen te faciliteren, met het oog op een onderhandelde, democratische, inclusieve en vreedzame oplossing voor de crisis. Die dialoog zou worden geleid door de Venezolanen, wat heel belangrijk is. De Venezolaanse autoriteiten hebben intussen aangekondigd klaar te zijn voor een nieuwe agenda met de Europese Unie en om te evolueren naar een fase van productieve betrekkingen.
Vandaag vraagt de humanitaire situatie in Venezuela om bijkomende aandacht. Volgens OCHA, waarover ik het daarnet al had, hebben op dit moment 7,9 miljoen Venezolanen dringend nood aan bijstand. Welk standpunt neemt ons land concreet in met betrekking tot de toekomst van Venezuela? U zei in de plenaire vergadering duidelijk dat het internationaal recht voorop staat, wat heel belangrijk is.
Hoe beoordeelt ons land de legitimiteit van de nieuwe machthebbers in Venezuela? Kunt u een update geven over de contacten tussen de Europese Unie en Venezuela en tussen de Europese Unie en de VS over Venezuela? Is de EU vandaag op enige wijze betrokken? Hoe zullen wij de humanitaire noden lenigen?
Nabil Boukili:
S'agissant du Venezuela, nous avons vu que les É tats-Unis ont agi comme des bandits. En l'occurrence, l'impérialisme américain ne se cache plus, et même s'assume. Nous avons assisté à l'enlèvement du président d'un É tat souverain en plein jour, en violation de tout principe du droit international. Les É tats-Unis ne se cachent pas. M. Trump est honnête en disant que cette agression contre le Venezuela n'est pas motivée par la lutte contre le narcotrafic – les rapports des Nations Unies minimisent, du reste, la participation de ce pays à cette activité –, puisqu'il indique clairement qu'il vise le pétrole et qu'il cherche à défendre les intérêts stratégiques américains. Toutefois, il le fait en violant le droit international. La Charte des Nations Unies interdit la menace ou l'emploi de la force contre l'intégrité territoriale d'un É tat membre. Point! Il n'y a pas de "mais" qui justifierait cette violation du droit international, même par les grandes puissances.
Jusqu'à présent, votre réponse a manqué de logique, monsieur le ministre, puisque vous dites que le principe du droit international est "notre boussole comme Belgique", mais vous n'avez pas condamné l'initiative américaine. Dès lors, condamnez-vous l'agression américaine contre le Venezuela? Celle-ci ne tombe pas du ciel. Elle s'inscrit dans une stratégie américaine que le président Trump a clairement exprimée dans son plan de sécurité national. De plus, ce dernier a menacé d'attaquer d'autres É tats: la Colombie, le Mexique, Cuba, ainsi que le Groenland. Peut-être apprendrons-nous dans les semaines à venir que la reine du Danemark est également une "trafiquante", une "criminelle" ou qu'elle est "responsable de telle ou telle violation" afin que soit justifiée une invasion ou une agression contre le Groenland.
Nous savons très bien que ces actions servent l'intérêt d'un impérialisme américain de plus en plus agressif parce qu'il se retrouve dans une situation internationale telle que les É tats-Unis sont en perte de vitesse, puisque leur hégémonie recule à l'échelle mondiale, notamment face à des concurrents du Sud global et à ceux du BRICS. Ils ne parviennent plus à maintenir la domination qu'ils imposaient auparavant par la menace ou par la négociation dans des coulisses obscures et recourent désormais à la force pour se maintenir comme puissance dominante.
Au vu de cette stratégie, où se situe l'Union européenne? Que fait-elle? Que fait la Belgique? Allons-nous rester spectateurs de ces violations commises par l'impérialisme américain? Ou bien allons-nous agir conformément aux valeurs que nous sommes censés défendre? Le problème de la Belgique et de l'Union européenne est qu'elles ne sont plus crédibles sur la scène internationale. Comment pouvons-nous prétendre que nous défendons les valeurs, le droit international, le respect des souverainetés étatiques alors que nous n'adoptons aucune position claire de condamnation de la politique agressive américaine?
Monsieur le ministre, je réitère donc mes questions.
Condamnez-vous l'agression contre le Venezuela ainsi que l'enlèvement de son président, chef d'un É tat souverain?
Condamnez-vous les menaces américaines contre le Groenland et d'autres É tats, notamment Cuba et la Colombie? Allez-vous agir conformément aux valeurs que vous êtes censé défendre comme ministre belge des Affaires étrangères?
François De Smet:
Des déclarations récentes émanant de responsables politiques américains, faisant suite à l’offensive à l’égard du Venezuela, évoquent de manière insistante la possibilité d’un contrôle accru, voire d’une mainmise des États-Unis sur le Groenland, territoire autonome relevant du Royaume du Danemark.
Le Groenland constitue non seulement une partie intégrante du Royaume danois, État membre de l’Union européenne, mais également un territoire situé au cœur de l’aire euro-atlantique, dont la sécurité relève des équilibres stratégiques existants, notamment dans le cadre de l’OTAN.
Dans ce contexte, voici mes questions :
Le Gouvernement belge a-t-il pris connaissance officielle de ces déclarations américaines et quelle en est son analyse politique, diplomatique et stratégique ?
La Belgique a-t-elle échangé avec les autorités danoises, bilatéralement ou dans un cadre multilatéral (Union européenne, OTAN), afin d’évaluer les implications de telles déclarations pour la souveraineté danoise et la sécurité européenne ?
Le Gouvernement considère-t-il qu’une tentative de prise de contrôle unilatérale du Groenland par un État allié constituerait une situation susceptible de justifier des consultations au titre de l’article 4 du Traité de l’Atlantique Nord, qui prévoit une concertation lorsque l’intégrité territoriale, l’indépendance politique ou la sécurité d’un allié est menacée ?
Quelle serait, dans un tel scénario, la position que la Belgique défendrait au sein du Conseil de l’Atlantique Nord et des instances européennes compétentes ?
Plus largement, le Gouvernement estime-t-il nécessaire de renforcer une position européenne commune face à des déclarations ou initiatives susceptibles de remettre en cause la souveraineté territoriale d’États membres de l’Union européenne, y compris lorsqu’elles émanent d’alliés stratégiques ?
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, recent verklaarde Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio dat president Trump Groenland niet wil aanvallen, maar kopen. Die uitspraak heeft internationaal voor onrust gezorgd, aangezien Groenland een autonoom deel is van het koninkrijk Denemarken en dus ook Europees grondgebied is. Tegelijk had u recent een ontmoeting met minister Rubio die door u werd omschreven als een belangrijk moment in de Belgisch-Amerikaanse relaties.
Niet alleen in dat dossier, maar ook in de kwesties migratie, islam, multiculturalisme en nationale identiteit staat minister Rubio bekend om zijn uitgesproken standpunten, die scherp afwijken van uw visie daarover. We stellen vast dat hij expliciet de nationale veiligheidsstrategie van president Trump onderschrijft, radicaal islamisme als een imminente dreiging voor het Westen ziet en massamigratie zelfs disruptief noemt voor onze gedeelde waarden en normen. Ik vond het bijgevolg bijzonder dat u met hem samen bent gekomen. We hebben vandaag dan ook een aantal vragen over die ontmoeting.
Hoe beoordeelt u vanuit Belgisch en Europees standpunt de uitspraken van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken over het kopen van Groenland? Welke implicaties ziet u voor het respect voor territoriale soevereiniteit, iets wat het Vlaams Belang zeer belangrijk vindt?
Hebt u tijdens het onderhoud ook uw visie op migratie, het samenlevingsmodel en culturele cohesie duidelijk kenbaar gemaakt aan minister Rubio? Hoe verhoudt die visie zich tot zijn standpunten?
Hebt u naast het gesprek met minister Rubio ook al contact gehad met de Amerikaanse ambassadeur hier in België, de heer Bill White? Zo ja, wat waren de relevante conclusies van dat gesprek?
Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, daarnet zijn er beste wensen geuit, maar uw eerste twee weken van januari zijn door president Trump in ieder geval niet heel erg warm ingezet.
Het jaar kondigt zich op geopolitiek vlak in ieder geval niet stabieler aan dan 2025. Het is eerder een verderzetting van het principe van het recht van de sterkste, tegenwoordig ook aangevuld met een concept als my own morality , zoals de president van de Verenigde Staten zei, de man die is veroordeeld voor verschillende feiten in eigen land. Dat is niet echt geruststellend. Ik moet zeggen, ik ben ook steeds minder en minder gerustgesteld door het feit dat vanuit heel wat internationale westerse landen de reacties op deze president, die zijn eigen moraliteit vooruit schuift, toch op zijn minst dubieus of verschillend zijn.
Vorige week hebben we effectief het debat gevoerd in de plenaire vergadering. Ik ben het met u eens dat het chavisme een verschrikkelijk systeem was, waarbij Venezolanen werden vermoord, buitenspel gezet en verkiezingsuitslagen werden genegeerd. Maar zelfs het chavisme staat niet boven het internationaal recht. Dat betekent niet dat u zomaar als land een ander land kunt binnenvallen, bombardementen kunt uitvoeren op onschuldige burgers en een staatshoofd kunt ontvoeren, zelfs al zit het daar illegitiem. Er zit er bijvoorbeeld ook eentje in Noord-Korea waar ik me zorgen over maak. Er zit er eentje in Israël waar dan blijkbaar wel koffie mee kan worden gedronken in het Witte Huis. Er zitten er op heel veel plaatsen in deze wereld. De vraag is natuurlijk waar het begint en waar het eindigt. Dit hellend vlak is bijzonder problematisch.
We hebben gezien waar het naartoe leidt toen het over Groenland begon te gaan. Dan rijst de vraag hoe wij ons opstellen tegenover deze schending van het internationaal recht. Ik heb u vorige week in de plenaire vergadering gehoord. U was zeer voorzichtig over het feit dat het recht in dit geval niet gerespecteerd is, maar er kwam geen veroordeling.
Daarom stel ik de vraag: zal deze federale regering wat er gebeurd is in Venezuela uitdrukkelijk veroordelen als flagrante schending van dat internationaal recht? Als we niet aan een zeel trekken en zeggen dat het internationaal recht het ijkpunt is op basis waarvan we met elkaar omgaan, dan wordt dat hellend vlak alleen maar groter, bijvoorbeeld vanuit China richting Taiwan of vanuit Rusland richting de Baltische Staten.
Mijn vraag is hoe u die streep zult trekken. Zult u daar duidelijk in zijn? Zult u maatregelen nemen, samen met de Europese Unie? Zo zijn er al de uitspraken van president Macron over Groenland. Zullen er maatregelen worden genomen om in eerste instantie te garanderen dat de Venezolanen worden geholpen op humanitair vlak, en zullen ze het recht hebben om zelf te kunnen beschikken over hun oliereserves en te bepalen hoe die worden uitgebaat?
Hoe gaat u om met de nieuwe realiteit rond Groenland, waarvan u zegt dat het misschien soms abrupt overkomt, maar waarachter legitieme bekommernissen zitten? Is dit dan de manier waarop we met legitieme bekommernissen zullen omgaan?
Hoe staat u tegenover die verschillende Europese pistes die momenteel op tafel liggen? Wat zijn de afspraken die gemaakt zijn, ook met de minister van Defensie, over de diplomatieke contacten met de ambassadeurs? Heeft minister Francken die voor zijn rekening genomen omdat u toen in het buitenland was? Was dat eenmalig? Is dat de bedoeling op langere termijn? Hebt u bijvoorbeeld ook contact buiten de Europese Unie gehad om te zien wat de steun is voor de Groenlandse zaak?
Wat is onze definitieve positionering daar eigenlijk, zeker als ik zie wat Spanje doet, wat Frankrijk doet, wat men vanuit verschillende hoeken in Europa doet. Wat is uw positie ten gronde?
Al die ontwikkelingen van een president die het recht van de sterkste en zijn eigen morele uitgangspunten als basis neemt in plaats van het internationaal recht, wat betekent dat voor onze verhouding met de VS, bijvoorbeeld op het vlak van Belgische legeraankopen?
De voorzitster : Bedankt, mevrouw Almaci.
Dat was de laatste ingediende vraag. Wensen er nog andere collega’s tussen te komen in het kader van dit actuadebat? (Nee)
Dan is het woord aan de minister.
Maxime Prévot:
Bedankt, mevrouw de voorzitster.
Allereerst maak ik graag mijn beste wensen over aan iedereen. Gelukkig Nieuwjaar!
Certains collègues ont réitéré leurs questions. J’imagine qu’ils ne seront donc pas surpris que je puisse à certains égards réitérer aussi mes réponses.
Comme je l’expliquais la semaine dernière en séance plénière, nous vivons une période de pressions sans précédent sur l’ordre international, un ordre international fondé sur des règles. Cela nous rappelle une réalité simple, mais brutale: notre conviction, en tant qu’Européens, que le monde doit fonctionner selon des règles applicables à tous, est loin d’être unanimement partagée.
Het toeval van mijn bezoek aan Washington, onmiddellijk na de Amerikaanse interventie in Venezuela en de verklaringen van president Trump over Groenland, heeft deze realiteit op zeer concrete wijze geïllustreerd.
J’ai eu l’occasion de rencontrer le secrétaire d'État Marco Rubio, le secrétaire d'État adjoint Christopher Landau, le secrétaire au Commerce Howard Lutnick, le représentant spécial pour le Commerce Jamieson Greer, le sous-secrétaire à la Défense chargé de la stratégie Elbridge Colby, ainsi que le conseiller adjoint à la Sécurité nationale Andy Baker.
Avec chacun d’eux, j’ai privilégié le dialogue direct; comme d’ailleurs avec d’autres illustres personnalités de think tanks qui sont très actives sur les relatons transatlantiques.
Les échanges francs que nous avons eus sont infiniment plus utiles, plus éclairants et plus responsables que des joutes par tweets interposés. Le dialogue diplomatique, même empreint de convivialité, n’exclut certainement ni la fermeté, ni la clarté. Il les rend au contraire plus efficaces.
De conclusie is helder, wij delen grotendeels dezelfde bekommernissen en staan voor dezelfde mondiale uitdagingen, zoals de strijd tegen drugshandel, klimaatverandering, migratiestromen, het beheersen van wereldwijde conflicten, terrorisme of radicalisering en het belang van buitenlandse betrekkingen. We hanteren soms wel radicaal verschillende perspectieven bij het formuleren van de antwoorden daarop.
Wat Venezuela betreft, heb ik duidelijk gezegd dat niemand het vertrek van Nicolas Maduro zal betreuren. Hij genoot geen enkele legitimiteit bij België of bij de andere lidstaten van de Europese Unie. Het beleid van zijn regering heeft geleid tot de vlucht van 8 miljoen Venezolanen en het regime heeft zich schuldig gemaakt en blijft zich schuldig maken aan acties die de democratie en de rechtsstaat ondermijnen.
Or comme j’ai déjà pu le préciser, et cela à plusieurs reprises, dire cela ne signifie en rien cautionner les moyens utilisés pour déloger ce dictateur.
Pour un pays comme le nôtre, un pays, au vu de sa taille, dont la sécurité et la prospérité reposent sur l’existence même d’un système de règles protégeant les plus petits des tentations prédatrices des plus grands, le respect de ce système de droit international n’est pas un luxe; c’est une condition d’existence.
Het Handvest van de Verenigde Naties is overal van toepassing. België hanteert geen twee maten en twee gewichten. Leden van de VN-Veiligheidsraad hebben in dat opzicht een bijzondere verantwoordelijkheid.
J’ai fait passer ce message sans la moindre ambiguïté auprès de mes interlocuteurs américains. Il n’y a donc eu ni silence, ni encore moins de complaisance de la part de la Belgique, ni même de l’Europe, qui s’est exprimée par le biais d’une déclaration à 26 – seule la Hongrie manquait – et qui continue de suivre, avec une attention toute particulière, la situation.
Chacun a évidemment son rôle. Des députés peuvent vouloir que nous criions tout le temps, partout, que nous criions peut ‑ ê tre plus fort que les autres, qualifiant de faiblesse ce qui ne fragiliserait pas les tympans de nos interlocuteurs. Mon r ô le est diff é rent. La diplomatie, c’est le contraire de l’excès ou de la caricature.
Je rappelle en outre que la sécurité de nos compatriotes au Venezuela demeure une priorité absolue. Nous dénombrons 212 Belges inscrits au Venezuela, faisant partie de centaines de milliers de citoyens européens présents dans le pays.
À ce stade, aucun Belge, ni résident ni voyageur, n’a sollicité de l’assistance. Nos partenaires européens ne signalent pas de difficultés avec leurs propres ressortissants.
Het huidige reisadvies raadt alle reizen naar Venezuela ten stelligste af. De situatie is ernstig, maar niet chaotisch. We spreken vandaag van een geopolitieke crisis, eerder dan van een consulaire.
De nouvelles opérations américaines ou des tensions internes au Venezuela ne pouvant être exclues à court et moyen terme, nous continuons de suivre la situation de près, notamment via notre ambassade à Bogota, ainsi que par nos services compétents à Bruxelles et au travers de l’Union européenne. Cela sera indubitablement discuté lors de la prochaine réunion du Conseil européen des ministres des Affaires étrangères. Cependant, à ce stade, aucune intervention spécifique sur place ne semble envisagée par les partenaires européens.
Je souligne, enfin, qu’à la suite de l’arrestation de Nicolas Maduro par les autorités américaines, les juridictions vénézuéliennes ont invoqué une situation "d'absence forcée", conduisant la vice ‑ pr é sidente, Mme Delcy Rodr i guez, à assumer l ’ exercice du pouvoir à titre int é rimaire. La Belgique prend acte de cette r é alit é de fait.
La priorité demeure l’ouverture d’un processus vénézuélien crédible et inclusif, permettant rapidement des élections libres, transparentes et placées sous observation internationale.
België en de EU blijven volledig solidair met het Venezolaanse volk in zijn democratische aspiraties en de uitoefening van zijn mensenrechten. Het respecteren van de wil van het Venezolaanse volk blijft de enige weg naar het herstel van de democratie.
Mevrouw Depoorter, persoonlijk heb ik tot nu toe geen specifiek contact gehad met de oppositie.
Over Groenland ben ik ook tegenover mijn Amerikaanse gesprekspartners duidelijk geweest. We begrijpen de veiligheidsbezorgdheden van de Verenigde Staten met betrekking tot de Arctische regio, onder meer de nabijheid van Rusland en de aanzienlijke activiteit van onderzeeërs in het gebied.
Het is echter onaanvaardbaar, on-aan-vaard-baar, de territoriale integriteit van bevriende bondgenoten ter discussie te stellen, terwijl de NAVO en de bestaande veiligheidsakkoorden met Denemarken reeds het passende kader bieden voor een nauwe en doeltreffende samenwerking. De bestaande overeenkomsten stellen het Amerikaanse leger bovendien al in staat om aanwezig te zijn, en die overeenkomsten zijn nog altijd van kracht. Vandaag de dag is er nog maar één actieve Amerikaanse militaire basis ter plaatse. Die teksten kunnen dus de basis vormen voor een nieuwe discussie tussen de Verenigde Staten, Groenland en Denemarken.
Laat mij dit zonder enige ambiguïteit herhalen: Groenland is geen onderhandelbaar territorium, noch een invloedsfeer die opnieuw kan worden verdeeld. Het valt onder een duidelijk juridisch kader, gebaseerd op de soevereiniteit van het Koninkrijk Denemarken en op het recht van het Groenlandse volk op zelfbeschikking.
Que la motivation soit sécuritaire ou économique, peu importe: aucun de ces deux motifs ne peut justifier la moindre atteinte au moindre kilomètre carré de l’intégrité et de la souveraineté des Groenlandais et des Danois.
Des contacts que j’ai pu avoir, il apparaît que la perspective d’une prise du territoire par une quelconque opération armée ne soit pas envisagée, chacun mesurant la déflagration que cela pourrait générer au niveau des relations internationales et singulièrement au sein de l’OTAN. Un interlocuteur que j’ai rencontré à Washington m’a indiqué qu’il était toujours utile de prendre au sérieux ce que le président américain évoque, sans pour autant devoir le prendre au pied de la lettre.
La Belgique s’est donc exprimée de manière ferme, comme l’ont d’ailleurs fait les autorités danoises, l’ensemble des collègues européens ainsi que nos alliés dans le cadre de l’OTAN. J’ai d’ailleurs veillé à maintenir, en parallèle de mes rencontres à Washington, un contact permanent avec mon homologue danois et avec la haute représentante de l’Union européenne – Mme Kaja Kallas –, tandis que mes équipes ont également tenu informée Mme l’ambassadrice du Danemark, ici auprès de la Belgique. Ce dialogue quotidien, très étroit, a été particulièrement apprécié, ayant eu le bénéfice d’être le premier ministre européen des Affaires étrangères reçu en audience à Washington au moment même où ces discussions étaient particulièrement aiguës.
Il ne vous aura pas échappé, chers collègues, qu’une rencontre est prévue aujourd’hui même entre le Danemark, le Groenland et les États ‑ Unis. Nous suivrons évidemment de près les discussions, et surtout leurs conclusions. Nous resterons solidaires de nos amis danois et veillerons à ce que les Européens continuent à s’exprimer de manière ferme, tant au niveau de l’Union européenne qu’au niveau de l’OTAN.
Toch zou het naïef zijn om de evidentie te ontkennen.
Les États-Unis possèdent les moyens d'imposer leur vision du monde, tandis que trop souvent les Européens s'émeuvent depuis le balcon et peinent à décider.
Il s'agit d'ailleurs d'un problème majeur. Je m'en suis encore récemment ouvert auprès d'autorités européennes. Cette incapacité est la nôtre et elle a connu une illustration flagrante l'an dernier à travers le dossier de Gaza, à savoir l'incapacité européenne de prendre des décisions fortes, et surtout des décisions rapides.
Cette difficulté à décider, et plus encore à décider de manière unie sur la scène internationale, contribue – j'ai peine à devoir le reconnaître mais c'est la réalité – à affaiblir la portée de la voix de l'Union européenne. C'est aussi un élément qui peut parfois nous décrédibiliser aux yeux des États-Unis, lassés de nous entendre donner des leçons.
Dit ondermijnt ook onze geloofwaardigheid bij tal van internationale partners, die onze zorgen delen, maar tegenover wie de EU moeite heeft om zich als een geloofwaardig alternatief te profileren.
Ne soyons toutefois pas trop sévères avec l'Europe. Pour de nombreux pays dans le monde, elle reste, nous restons, le partenaire le plus fiable, offrant de la prévisibilité et de la sécurité. Ce constat, que je pense lucide, doit néanmoins nous inciter à retrousser nos manches et à investir plus que jamais dans une Europe forte, résiliente, souveraine et autonome. Une Europe capable d'assumer sa propre sécurité et de défendre ses intérêts. L'ordre international fondé sur des règles n'est pas acquis. Il doit être expliqué, rappelé et défendu avec constance et fermeté, y compris à l'égard de nos partenaires les plus proches.
Il est urgent de nous donner collectivement les moyens d'y parvenir en développant notre autonomie stratégique, ou devrais-je dire nos autonomies stratégiques.
Il s'agit de notre autonomie militaire, trop longtemps sous-traitée aux États-Unis, même si nous devons balayer devant notre porte. Rappelons-nous que, ces dernières décennies, nous avions tendance à considérer qu'il était mal que les pouvoirs publics investissent dans le secteur de la défense, que ce n'était pas une priorité et que les banques devaient même, en vertu de leurs obligations morales, ne pas prêter à certaines industries de la défense. Nous sommes bien loin du monde d'aujourd'hui.
Au-delà de notre autonomie militaire, l'Europe doit également développer son autonomie technologique. Les États-Unis et la Chine donnent aujourd'hui le tempo au niveau mondial et européen. Si l'on prend l'exemple du développement de l'intelligence artificielle, la part de l'Europe s'élève à 4 %.
Notre autonomie énergétique doit aussi être renforcée, elle qui a été trop longtemps concédée à la Russie ou au Moyen-Orient.
Nous devons consolider l'OTAN et, en son sein, un pilier européen fort est indispensable.
Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat onze relatie met de Verenigde Staten strategisch is en zal blijven. We moeten in dit partnerschap blijven investeren. Dat doen we via open en kritische uitwisselingen, waarbij we onze standpunten met vastberadenheid verdedigen.
Une économie ouverte comme la nôtre, dont 85 % du PIB dépend des échanges internationaux, ne peut se permettre le luxe du repli, ni de tourner le dos à celui qui représente notre quatrième partenaire commercial et le premier investisseur hors Union européenne dans notre pays, source de plus de 115 000 emplois en Belgique et de 65 milliards d'euros d'échanges commerciaux par an.
Notre monde est devenu plus transactionnel, c'est un fait. À nous de concilier davantage diplomatie économique et diplomatie politique, sans travestir notre ADN et la défense inoxydable d'un ordre mondial basé sur des règles et le respect du droit, principal bouclier pour défendre la sécurité et la prospérité de notre population.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, u hebt vorige week tijdens de plenaire vergadering al enige duiding gegeven over Venezuela. Europeanen volgen de regels, maar de VS vegen de voeten daaraan. U veroordeelt dat, maar nog niet luid genoeg. We moeten nog een tandje bijsteken en mogen Trumps demarches niet langer tolereren. We nemen veel van zijn uitspraken en intenties niet au sérieux, maar hij doet wel wat hij zegt. Als hij overmorgen Groenland binnenvalt, zullen we ook zeggen dat we niet hadden verwacht dat hij dat ook werkelijk zou doen.
U verwoordt mooi dat Europa veel sterker moet staan en eenduidiger moet spreken, maar dat discours hanteren we al maanden. Het is tijd voor actie, mijnheer Prévot. Europa mag zich niet langer laten gijzelen door één land, door één lidstaat. Laten we een koe een koe noemen, we moeten onderzoeken of Hongarije eruit gezet kan worden. Het blokkeert ons immers volledig, terwijl wij staan voor een sterke internationale handel en internationale verbanden, altijd met respect voor internationale regels.
Mijnheer de minister, uit uw antwoord concludeer ik dat u in Europa nog veel harder en duidelijker op tafel zult moeten kloppen, dan dat u tot op heden hebt gedaan, en dat u verder het debat moet aangaan. Eén lidstaat mag de rest van Europa niet verhinderen om veel strenger op te treden tegen mensen als Trump, die wel veel, maar niet alles te zeggen hebben. Europa vormt een zeer sterk economisch blok, dat veel meer in de weegschaal kan leggen. Ook op het vlak van defensie en veiligheid moeten we een grote tand bijsteken. Men is daarmee bezig, maar het kan allemaal nog veel sneller. Dan kan Europa de VS zeggen dat Groenland wel degelijk beveiligd is.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses certes exhaustives.
Je reste toutefois, comme en plénière, un peu sur ma faim, car cela ne répond pas à une question: que ferons-nous si, malgré vos informations et vos intuitions, les États-Unis prennent d'une manière ou d'une autre possession du Groenland? Vous avez dit que d'après vos contacts, une opération armée n'est pas envisageable. Vous vous risquez même à nous dire qu'il ne faut pas toujours prendre Donald Trump au pied de la lettre.
Il me semble que depuis quelques années, cette administration américaine nous montre qu'il faut prendre le président Trump au pied de la lettre. Il n'y a pas, chez cet homme, de surmoi, de filtre. C'est tout le problème: ce qui rend unique cette administration américaine, ce n'est pas son impérialisme. Car, entre nous, que les grandes puissances, en ce compris les États-Unis, aient des visées impérialistes, faisant tomber des régimes en Amérique du Sud ou ailleurs, c'est presque commun. Par contre, ce qui est nouveau, c'est la franchise, c'est d'admettre ouvertement de se moquer de l'excuse démocratique, d'enlever le président vénézuélien pour des raisons économiques et des visées pétrolières. Ce qui s'est passé au Venezuela, c'est du racket, et la menace sur le Groenland est une tentative de racket, l'un servant à l'autre. C'est comme dans une cour de récréation: regardez ce que je viens de faire et prenez-moi au sérieux lorsque que je dis ce que j'entends faire pour la suite.
C'est pour cette raison que, même si j'apprécie en grande partie votre ton, je pense que nous pourrions aller plus loin et plus fort. Nous devrions dire, comme la première ministre du Danemark: si les États-Unis décident de s'emparer du Groenland, ce sera la fin de l'Alliance. Même si je suis moi-même atlantiste, je ne vois pas comment de facto , si une telle chose arrivait, l'Alliance ne s'effondrerait pas. Il faut donc maintenir la pression. Même si vous êtes très content d'avoir été le premier ministre des Affaires étrangères à avoir été reçu par l'administration américaine, dire que notre relation avec les Américains ne changera pas quoiqu'il arrive, ce n'est à mon sens pas un bon signal. Je suis désolé, si M. Trump continue à nous traiter de la sorte, il faudra hélas que notre relation avec les États-Unis change.
Sandro Di Nunzio:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden.
Op zich was het wel te verwachten dat u op een slappe koord danst en moet opletten met wat u zegt, zeker ten aanzien van de Amerikaanse president. Ik heb u gehoord wanneer u sprak over de Venezolanen en over Groenland, waarvan u zei dat het onaanvaardbaar is. U hebt het een aantal keren herhaald.
Als ik de analyse maak over de VS en over de Amerikaanse president, ben ik het met u eens. We moeten blijven investeren in de Verenigde Staten als een partner, als een bondgenoot. De grote uitdaging is inderdaad dat die president en die administratie een houding aannemen die voor ons land en voor Europa zeer moeilijk is om te beheren, want eigenlijk is het een houding die we eerder toemeten aan landen zoals Rusland en China: de wereld opdelen in invloedssferen en daarnaar handelen.
De reden waarom ik optimistischer ben over de VS dan over Rusland en China, is dat de VS vooralsnog een democratisch land zijn, met democratische verkiezingen, waar mensen nog de vrijheid van meningsuiting hebben, hoewel dat soms ook onder druk staat, als je ziet hoe Trump tekeergaat tegen bepaalde opposanten.
Dus er is nog hoop, ook als we de beelden zien passeren van Jerome Powell. Ik moet zeggen, het is toch te gek voor woorden om dat te moeten zien, dat iemand zich daartegen moet verweren, gewoon omdat wellicht de interesten niet worden verlaagd. Dus er is hoop en ik begrijp dat wij de VS op een bepaalde manier, en zeker deze president, ook wel omzichtig moeten behandelen.
Maar wat we wel moeten doen is als land – en zeker binnen Europa, u hebt het gezegd – ervoor zorgen dat wij als Europa sterker en eendrachtiger optreden. Wat mijn fractie betreft kunnen we daarin bij wijze van spreken niet ver genoeg gaan. We moeten Europa verder integreren, meer met één stem spreken, desnoods in twee snelheden opereren met de landen die daar wel toe bereid zijn. Maar het moment is hier voor Europa om daarin verder te hervormen en sneller te gaan dan ooit tevoren.
Ik hoor het u graag zeggen – afsluitend, want ik ben over de tijd aan het gaan – dat Europa nog altijd een zeer zware economische macht is in de wereld en dat we die macht moeten gebruiken. Dat is de belangrijkste leverage die we vandaag hebben. In die zin vind ik het jammer – we zullen het er straks over hebben – dat wij als land er niet in slagen om Mercosur te steunen. Maar we hebben nog die economische leverage. Dus, alstublieft, laat ons die gebruiken in dialoog. De VS zijn een partnerland en nog steeds een bondgenoot, maar laat uw stem duidelijker horen in Europa en in de wereld.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik wil nog een aantal elementen kort duiden en enkele aandachtspunten meegeven.
Ten eerste is het duidelijk dat de situatie in Venezuela al jaren catastrofaal is. Los van recente gebeurtenissen mogen we niet vergeten dat het land onder het bewind van Nicolas Maduro is afgegleden in een diepe humanitaire, economische en democratische crisis, met miljoenen vluchtelingen tot gevolg en ernstige mensenrechtenschendingen die uitgebreid zijn gedocumenteerd door internationale organisaties.
Tegelijk lijkt het mij belangrijk om vast te houden aan een principieel uitgangspunt. Hoe problematisch een regime ook is, de toekomst van Venezuela moet in de eerste plaats door het Venezolaanse volk zelf worden bepaald. Internationale druk of inmenging kan hoogstens faciliterend zijn, maar mag geen substituut worden voor interne legitimiteit en volkssoevereiniteit. Dat is een evenwichtsoefening die we kritisch moeten blijven opvolgen.
Wat de internationale context betreft, stel ik vast dat de geopolitieke realiteit steeds complexer en multipolair wordt. Dat vraagt om nuchterheid en realisme in het buitenlands beleid. Europa beschikt vandaag over beperkte hefbomen in Latijns-Amerika, zoals u zelf ook aangaf, en zal dus keuzes moeten maken die gebaseerd zijn op belangen, stabiliteit en haalbaarheid, eerder dan op louter symboliek. Het is belangrijk dat België en de Europese Unie zich daarvan bewust zijn.
Tot slot wil ik benadrukken dat deze ontwikkelingen ook voor ons relevant blijven, onder meer op het vlak van migratiestromen, regionale stabiliteit, georganiseerde criminaliteit en internationale veiligheid. Het lijkt mij dan ook essentieel dat België de situatie in Venezuela verder nauwgezet blijft opvolgen, in overleg met Europese partners, met aandacht voor zowel mensenrechten als geopolitieke realiteit.
Kathleen Depoorter:
Bedankt, mijnheer de minister. Soevereiniteit en internationaal recht moeten altijd de leidraad zijn van ons buitenlands beleid. Ik denk dat u het daarmee eens bent.
Wat de situatie in Venezuela betreft, is Maduro weg, maar het chavismo blijft. Dat is dus wel een probleem. Een transitie naar democratie is waar het Venezolaanse volk om vraagt en waar het ook recht op heeft. Het is dan ook belangrijk dat we als Europa sterk, verenigd, waardig en autonoom onze stem gebruiken.
U gaf al aan dat het ontzettend belangrijk is dat we verenigd blijven. We moeten sterk zijn op militair vlak, op energetisch vlak, op economisch vlak, technologisch vlak en op het vlak van innovatie, waar we op zich al een sterke speler in zijn. Die positie moeten we ook behouden. Dat kunnen we alleen wanneer we ook de relatie met de Verenigde Staten goed houden, aangezien ze een belangrijke handelspartner zijn.
Het komt er dus op aan een evenwicht te vinden tussen onze diplomatieke waarden en onze verdragen, die we blijven verdedigen en waar we achter blijven staan, en het internationaal recht, waar we achter blijven staan, en tegelijk een modus vivendi te vinden met de Amerikaanse administratie.
De Nobelprijs, mijnheer de minister, is niet iets om weg te geven. De Nobelprijs voor de Vrede is ook niet iets om te delen, vind ik, en zeker niet iets om te claimen. María Corina Machado heeft de Nobelprijs gekregen van het Nobelprijscomité, omdat zij de stem van de Venezolanen heeft vertaald en verkondigd. Het is dan ook belangrijk dat we in de transitie, in het proces naar een democratische transitie, met de oppositie spreken en die oppositie ook een kans geven om zich te herpositioneren.
Wat Groenland betreft, mijnheer de minister, zou een aanval op Groenland volgens mij het einde betekenen van het NAVO-bondgenootschap. Daarvoor moeten we dus zeer alert zijn.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, je suis à la fois satisfaite, mais en même temps pas vraiment, car vous n'avez pas répondu à ma question principale. Je ne vous demande pas de crier. Moi-même je ne crie jamais, car cela ne sert à rien. Ce que je vous demandais, c'était de dire que vous condamniez l'enlèvement de M. Maduro et de sa femme par M. Trump. Vous ne l'avez pas dit. Vous nous avez énoncé les règles du droit international, vous avez fait part de vos convictions, mais ce qui m'étonne, c'est que vous avez repris certains éléments de langage de l'administration américaine.
À la RTBF, vous avez qualifié M. Maduro de "gangster", en insinuant qu'il fait partie d'un gang. Si c'est le cas, enlevons alors tous les chefs d'État qui ne nous plaisent plus. Je demanderai alors à M. Trump d'enlever M. Kagame, M. Netanyahu, M. Poutine. Cela me ferait vraiment plaisir, ces personnes se comportant, elles aussi, comme des gangsters. Je remarque que nous invoquons la boussole du droit international à la demande.
La boîte de Pandore a aujourd'hui été ouverte par M. Trump, qui met à exécution ses désirs d'expansion et de domination, peu importe l'impact que cela aura sur le monde. Il a également été clair sur son dégoût à l'égard de l'Union européenne et sur le fait qu'il nous méprisait.
Monsieur le ministre, on ne peut pas continuer à croire éternellement que les États-Unis sont toujours les alliés d'autrefois. M. Trump a amorcé un changement qui pourrait être durable et il est temps d'en prendre conscience. Peut-être faut-il éviter de prendre des photos avec le secrétaire d'État américain le lendemain d'un enlèvement aussi scandaleux. Il serait temps de croire en notre propre force, en notre propre indépendance et en nos valeurs, et de tenir bon. Vous avez dit que l'Europe et nous-mêmes devons faire preuve de courage. Je vous invite à faire preuve de courage ici, comme vous le faites dans d'autres dossiers.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, merci pour cette réponse nuancée.
Que l'on parle du Groenland, du Venezuela ou d'ailleurs, vous confirmez une ligne qui me paraît essentielle aujourd'hui. Notre pays doit être lucide, fidèle à ses principes, mais également pleinement conscient des équilibres fragiles à préserver dans un monde marqué par le retour brutal des rapports de forces. Défendre le droit international, la souveraineté des États et le multilatéralisme est plus que jamais une nécessité et une responsabilité absolue.
Nous devons urgemment transformer nos valeurs en actions collectives, nous devons construire des positions communes, en particulier au niveau européen, lorsque le cadre international est bousculé et que les règles sont mises à mal. Notre pays a toujours tiré sa force de son rôle de facilitateur, capable de faire dialoguer des partenaires aux intérêts souvent divergents sans jamais renoncer à l'essentiel. Ce rôle est aujourd'hui plus nécessaire que jamais, mais j'insiste sur l'urgence pour l'Union européenne à réinventer, notamment, son autonomie industrielle, technologique, énergétique et de défense très rapidement tout en gardant – je vous rejoins – la tête froide face aux attitudes disruptives de Donald Trump – c'est un euphémisme. Alliés aux États-Unis, mais jamais aliénés.
Enfin, un dernier mot pour rappeler à ma collègue du Parti Socialiste que, en diplomatie, le fait d'immortaliser des rencontres se pratique depuis la nuit des temps, également avec tous les ministres socialistes.
Maxime Prévot:
Madame la présidente, je voudrais avoir la possibilité de reprendre la parole après les répliques.
Els Van Hoof:
Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Om de wereld niet in chaos te storten en niet vervreemd te raken van onze bondgenoten – in het Frans klinkt dat als: ne pas être aliénés de nos alliés – zijn realpolitik en een zeker pragmatisme nodig. Toch moeten we ook trouw blijven aan onze principes.
U vermeldde duidelijk het VN-Handvest. We mogen geen twee maten en twee gewichten hanteren. Daarom moeten we ondubbelzinnig veroordelen wat er in Venezuela is gebeurd. Dat geldt ook voor Groenland. Dit kan niet, het is een aanfluiting van de soevereiniteit en van het VN-Handvest. Zulke daden moeten we ondubbelzinnig blijven veroordelen. Dat moet het antwoord zijn van België, maar ook van de Europese Unie.
Ten tweede, Europa is wél economisch sterk. We zijn een sterke partner op het vlak van democratie, rechtsstaat en mensenrechten. Maar zoals u terecht zegt, hebben we twee zwakheden. We zijn niet sterk genoeg in snelle en vereende uitspraken en ook onze strategische autonomie moet verder worden uitgebouwd. Het is belangrijk om die twee aspecten te versterken.
Dat neemt niet weg dat we niet chanteerbaar mogen worden voor de Verenigde Staten, die zich soms opstelt als een partner die het internationaal recht niet respecteert. Dat mogen we niet aanvaarden. Doen we dat wel, dan worden we chanteerbaar.
Voor de cd&v-fractie is het duidelijk, het internationaal recht vormt de basis en de Europese Unie moet werken aan haar zwaktes op economisch, militair en industrieel vlak, zonder chantabel te worden voor de Verenigde Staten.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je suis à la fois déçu et inquiet car votre réponse démontre la manipulation du droit international et son utilisation à géométrie variable. En l'occurrence, il y a une violation du droit international que vous êtes incapable de condamner du fait qu'il s'agit des États-Unis. S'il s'agissait d'autres puissances, d'autres forces, vous seriez le premier à le faire. Mais parce que ce sont les Américains, vous êtes incapable de le condamner. C'est grave; cela démontre la soumission de l'Europe, la Belgique y compris, à l'impérialisme américain. On est incapable d'agir en dehors de l'accord de l'Oncle Sam.
Ce n'est pas juste que vous ne condamnez pas, plus grave encore, vous allez plus loin en disant que nous partageons les mêmes inquiétudes et, parfois, les mêmes défis. Que partageons-nous avec l'impérialisme américain? La violation du droit international? Le soutien au génocide contre les Palestiniens, où ce sont les Américains qui arment le génocide? Le fait de s'accaparer le Groenland? M. Trump a dit clairement que, d'une manière ou d'une autre, il prendrait le Groenland. Est-ce là ce que nous partageons avec les Américains? Est-ce conforme à nos valeurs? Est-ce vers cela que l'Europe doit aller, monsieur le ministre?
Aujourd'hui, vous êtes dans une attitude de soumission à la politique étrangère américaine, alors que les États-Unis représentent actuellement la plus grande menace pour la paix dans le monde. Ils menacent l'ensemble des pays dans le monde, leur paix et leur souveraineté.
Et, si nous voulons sortir de cette situation, au lieu de nous coucher devant les Américains, nous devons nous tourner vers le reste du monde, avoir notre indépendance dans nos relations internationales et agir dans ce sens, dans le multilatéralisme, la coopération avec les autres peuples, le dialogue, la diplomatie plutôt que dans la politique du plus fort et dans la force de l'impérialisme américain. Ce n'est que de cette manière que nous pourrons nous en sortir, monsieur le ministre. Mais, aujourd'hui, avec votre position et la position des États européens, nous allons droit dans le mur.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, u stelt terecht dat Groenland niet te koop is en dat territoriale integriteit en volkssoevereiniteit moeten worden gerespecteerd. Dat is een duidelijk en correct standpunt. Het is de eerste keer dat u zo sterk volkssoevereiniteit hebt verdedigd. U wordt nog een echte nationalist. Misschien worden we het ooit nog eens met elkaar.
Mevrouw Lambrecht, u vraagt naar opties om de blokkeringen, bijvoorbeeld door Hongarije, tegen te houden. Hoe ondemocratisch is dat idee eigenlijk? Is de stem van de Hongaren plotseling minder waard? Het is net door zulke blokkeringen dat we het Eurocleardrama hebben vermeden. Dat mechanisme heeft volgens mij al meerdere keren zijn nut bewezen.
Meyrem Almaci:
It’s not easy being a diplomat these days . Ik benijd uw positie op dit moment niet, mijnheer de minister. Europa had perfect heel snel kunnen reageren. België had samen met de andere Europese landen de rug kunnen rechten en zeggen dat de gebeurtenissen in Venezuela volstrekt in strijd zijn met het internationaal recht. Het chavisme is niet weg, dus ze hadden die daad moeten veroordelen.
Tot op vandaag doet u dat echter niet. Uiteraard handelt Europa op die manier in versnipperde slagorde. Dat had diplomatiek het sterkste signaal kunnen zijn van een economisch machtsblok in de wereld, waar Trump een broertje aan dood heeft, omdat wij meer goederen uitvoeren naar de VS dan de VS naar ons. We hadden die kracht kunnen gebruiken, maar we hebben ons uit elkaar laten spelen.
Ik weet niet of u het opiniestuk van Hendrik Vos, professor aan de UGent, hebt gelezen. Hij schrijft dat er over president Nicolas Maduro veel te zeggen valt, weinig goeds, maar dat het onthutsend is dat Europese leiders nauwelijks durven op te merken dat het Amerikaanse optreden flagrant fout is. Ik ben het met hem eens.
De gevolgen daarvan zijn duidelijk. Het was een testcase voor Groenland. Nu kijkt Trump opnieuw hoever hij kan gaan. Elke keer onderschatten we hem en ook nu doet u dat. U verklaart dat het wellicht niet zo ver zal komen en dat u met mensen uit zijn administratie hebt gesproken. Die illusie mogen we in 2026 wel begraven.
We hebben dus nood aan een coherent Europa dat zijn gewicht gebruikt en consequent is in de verdediging van het internationaal recht. Naar dat Europa kijken ontzettend veel Amerikanen. Amper 17 % van de Amerikanen steunt de verklaringen van Trump over Groenland. Er is een massale afkeer van zijn economisch beleid. Kijk ook naar wat er gebeurt met Jerome Powell.
Europa heeft de Amerikaanse burgers aan zijn kant om een vuist te maken en consequent te zijn. Dat begint ook binnen deze regering, waar er blijkbaar veel diplomatie nodig is om het evidente te kunnen uitspreken, namelijk een veroordeling van de gebeurtenissen, het rechten van de rug en de VS duidelijk maken dat het genoeg geweest is en dat hun strategische gevechtjes om allerlei grondstoffen overal ter wereld de wereld niet veiliger maken, integendeel.
Maxime Prévot:
Je suis conscient qu'en reprenant la parole, je cours de le risque de lancer un nouveau tour, mais c'est le principe. Je pourrais me contenter de passer à la question suivante, mais je trouve que le débat que nous venons d'avoir est intéressant et illustratif des réflexions à mener, pour peu que nous l'élargissions un peu pour quitter les seules questions du Venezuela et du Groenland. Ce sont peut-être des propos que nous aurions pu partager dans quelques semaines, lorsque nous analyserons la note de politique générale. Mais à mon sens, l'esprit est mûr dans l'échange que nous venons d'avoir.
Vous me dites régulièrement d'ouvrir les yeux et de ne pas être naïf sur le fait que le monde a changé. Je peux vous assurer que, depuis un an que je suis à la tête du département des Affaires étrangères, je n'ai pas manqué d'occasions de mesurer que le monde avait changé, et mes diplomates en sont bien conscients. Mais si le monde a changé, je vous invite aussi parfois – et je dis ceci avec beaucoup d'humilité – à changer vous-même le regard au travers duquel vous lisez ce monde.
Bien sûr que l'attitude des États-Unis me préoccupe et m'inquiète, bien sûr qu'elle n'est pas acceptable dans une série de dossiers. J'ai dit que nous avions, comme tous les pays et grandes puissances du monde, des défis communs, que j'ai cités, notamment le trafic de drogue, le terrorisme, etc. Je ne tomberai pas dans les propos plus restrictifs auxquels m'a invité M. Boukili en mettant en exergue des dossiers sur lesquels nous avons des divergences avec les États-Unis, bien entendu. De même, Mme Mutyebele Ngoi, j'ai dit que nous restions alliés, j'ai n'ai pas dit que c'étaient les mêmes alliés. C'est là votre vocabulaire. Je suis conscient que les États-Unis restent des alliés mais qu'ils ont changé. C'est le sentiment qu'ont les Européens.
Les Américains, eux, ont le sentiment que c'est l'Europe qui a changé, considérant que celle-ci – de leur point de vue, je ne le défends pas – se montre trop permissive face aux questions migratoires, qu'elle ne résiste pas assez à l'influence de certains courants religieux, etc. De leur point de vue, c'est nous qui avons changé. Je pense que le monde a globalement changé. Et, si je suis préoccupé par ce qui se passe outre-Atlantique, je pense que nous devrions collectivement et peut-être bien davantage nous préoccuper de ce qui se passe en Europe. Car la superpuissance américaine n'a d'égale que l'affaiblissement européen.
En ja, we hebben nood aan een coherent Europa, mevrouw Almaci. Dat is 100 % waar.
Vous appelez souvent l'Europe à la barre, en disant: "Monsieur le ministre, il faut que l'Europe réagisse plus fortement. Il faut qu'elle mette le holà, qu'elle prenne des mesures, qu'elle annonce les rétorsions; et la Belgique doit être dans le même mouvement."
L'Europe est forte quand elle est unie. C'est d’ailleurs parce que les Américains l'ont bien compris qu'ils préfèrent régulièrement avoir des démarches bilatérales plutôt que des démarches avec les institutions européennes.
Ce qui me préoccupe aujourd'hui, moi, Européen convaincu depuis mon premier souffle, c'est de constater depuis un an que l'Europe se divise de plus en plus.
Vous dites, madame Almaci, que l'Europe aurait pu réagir vite, fortement, en condamnant ceci, en dénonçant cela. Il a fallu plus de 48 heures – j'ai le bénéfice d'être dans le groupe WhatsApp ou Signal de mes collègues – pour obtenir un statement à 26, et dont chacun des mots a dû être pesé ou soupesé, et où vous ne trouvez pas, d'ailleurs, le mot "condamnation".
Pourquoi est-ce que je dis cela? Parce qu'on peut tous – moi aussi – rêver de cette Europe forte qui réagit rapidement, promptement, fermement. Mais aujourd'hui, force est de constater, avec lucidité autant qu'avec regret, que cette Europe unie sur les dossiers internationaux peine à exister.
Ce n'est pas pour rien que nous sommes en train de plaider pour être associés à la table des négociations sur le dossier ukrainien, un peu en deuxième ligne. Ce n'est pas pour rien que vous m'avez, et de mon point de vue, souvent à raison, interpellé sur la réaction européenne par rapport à Gaza, qui faisait défaut, et que nous n'avons pas été en capacité d'avoir une voix européenne forte sur le sujet. Le plan de paix a dès lors davantage été rédigé à Washington qu'à Bruxelles.
L’Europe n'est pas unie sur le volet international, parce que les 27 pays n'ont pas le même point de vue. Certains sont plus proches de Moscou que d'autres. Certains ont une affiliation historique très forte avec Washington.
N'oublions pas, chers collègues, que certains pays européens sont indépendants depuis seulement l'après-chute du mur de Berlin, depuis 30 ou 35 ans. Ils doivent souvent cela à l'intervention des Américains, et leur reconstruction aussi à l'intervention de ceux-ci. Ils n'ont donc pas nécessairement la même posture que la nôtre, ce qui rend plus compliqué encore la capacité de fédérer les points de vue à 27.
Je tiens à le partager pour que cela serve de sursaut afin de travailler aussi au renforcement de l'Union européenne, et non uniquement à la dénonciation de ce qui se pratique ailleurs. En effet, c'est entre nos mains que réside notre capacité à peser et à être cette fameuse puissance économique – comme nous le sommes à 27 –, qui ne signifie cependant pas que nous soyons toujours une puissance diplomatique, parce que l'unanimité est souvent requise pour les questions de politique étrangère.
Je sais que nous allons encore connaître des moments dans l'actualité internationale qui nous heurteront. On entendra: "L'Europe doit faire ceci, mais ne le fait pas! Vous devez plaider ceci, mais vous ne le faites pas!" Si, si, je plaide fermement, vocalement, mais je plaide dans une assemblée qui, aujourd'hui, est moins unie qu'elle ne l'était antérieurement. C'est pourquoi je déplore, comme vous, l'incapacité pour l'Union européenne de peser sur la scène internationale autant qu'elle serait théoriquement apte à le faire. Ne voyez aucune résignation dans mon propos, mais bien une invitation à la lucidité afin que nous travaillions tous ensemble à la lecture du monde à la lumière de cette réalité.
Il est évident que les partenariats avec les autres pôles géopolitiques sont plus que jamais indispensables et essentiels. Au demeurant, quand une nation prend des initiatives contraires à nos intérêts, à nos valeurs et à notre ADN, j'entends souvent des députés plaider pour que nous envoyions des signaux clairs, que nous rompions nos relations internationales, que nous renvoyions des ambassadeurs, etc. Si chaque fois qu'un événement qui nous déplaît se produisait, nous devions renvoyer un ambassadeur, l'avantage est que nous n'aurions plus beaucoup de sujets à traiter en commission des Relations extérieures! Or la vocation même de la diplomatie est, surtout et avant tout, d'essayer de garantir le maintien d'un dialogue avec celles et ceux qui nous sont peut-être le moins proches. Il est certain que nous devons continuer à entretenir de bonnes relations avec celles et ceux qui sont plus alignés sur nos positions, mais ce n'est peut-être pas à leur égard que l'effort diplomatique doit être le plus intense. Je rappelle que, dans ces pays, nous avons aussi des entreprises et des compatriotes. L'absence de relations diplomatiques rendrait d'autant plus difficile la possibilité de leur apporter l'aide et l'assistance dont ils ont besoin. Je le dis parce que j'entends souvent: "Mais enfin! Pourquoi n'avez-vous pas renvoyé tel ambassadeur?"
Le monde est complexe. Notre travail collectif, à moi comme ministre et à vous comme membres vigilants de la politique étrangère de notre royaume, consiste à apporter une lecture plus fine des relations internationales, sans travestir notre ADN ni renoncer à nos valeurs, mais en étant conscients du contexte dans lequel ils doivent s'exprimer et se déployer au sein de cette Union européenne qui ne parvient pas toujours à le faire à la hauteur de ce que nous souhaiterions collectivement.
Ne me tenez pas rigueur d'avoir eu envie de partager cette réflexion avec vous.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir pris la balle au bond pour approfondir ce débat intéressant et je me réjouis déjà des futures discussions que nous aurons dans le cadre de la note de politique générale.
Vous avez abordé des points importants et je vous rejoins quand vous parlez de l'importance de la diplomatie. Ce n'est en effet que par la diplomatie que nous pouvons en grande partie trouver des solutions communes dans un monde multipolaire qui évolue et qui, vous l'avez dit, a évolué et a, d'une certaine manière, basculé.
Ces lunettes-là, mon groupe les a déjà mises depuis un moment. On a déjà averti sur certains événements internationaux actuels ainsi que sur l'agressivité de l'impérialisme américain qui est aujourd'hui en déclin économiquement. Celui-ci se fait dépasser par d'autres forces, notamment les forces du BRICS, mais veut maintenir sa domination coûte que coûte, quitte à violer toutes les règles internationales. Mais l'Europe, elle, n'a pas encore changé de lunettes. Elle continue à voir le monde avec ses vieilles lunettes et, pour cette raison, nous sommes en retard. Si, aujourd'hui, l'Europe n'est pas unie sur certaines questions, c'est notamment parce qu'elle n'a pas changé de lunettes. Elle reste dans cette logique du maintien de la domination de l'Occident sur le reste du monde, un reste du monde qui n'accepte plus cette logique-là voulant s'émanciper et avoir sa souveraineté et son mot à dire. Or, on ne s'est pas encore adapté à cette nouvelle situation et on ne l'accepte pas encore.
Quand vous dites que l'Europe est divisée, cela dépend des dossiers. L'Europe est unifiée. Quand il a fallu voter les 19 paquets de sanctions contre la Russie, toute l'Europe a voté. Quand il a fallu voter les sanctions contre l'Iran, toute l'Europe était unifiée. Mais, lorsqu'il s'agit de sanctionner Israël, un État génocidaire, dont le chef d'État a un mandat d'arrêt contre lui, là, l'Europe n'est pas unifiée. Pourquoi? Parce que l'Union européenne est le premier partenaire économique d'Israël et que ce sont des alliés.
Aujourd'hui, il faudrait que l'Europe se remette en question et change de lunettes car on continue à prendre des positions politiques en fonction de nos intérêts et au détriment des intérêts des autres.
Tant qu'on ne se met pas dans une logique de coexistence avec les autres, de sécurité collective et d'intérêts communs, on continuera à aller dans le mur. C'est cela qu'il faut changer. Je suis tout à fait d'accord avec vous, monsieur le ministre, et je me réjouis de nos débats futurs à ce sujet.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, al hetgeen u zegt, kunt u perfect toepassen op de Belgische regering en daarmee hebt u haarfijn de zwakte van de regering aangegeven, namelijk dat er geen coherente en consequente positie is. Nochtans, als er één zaak is waarover Europa verenigd zou moeten zijn, dan is het wel het respect voor het internationaal recht en als er een zaak is waarvan ik hoopte dat ook de Belgische regering verenigd zou zijn, dan was het wel het respect voor het internationaal recht. Zodra men naar gelang van het dossier van tonaliteit en houding wisselt, zullen landen elders in de wereld die minder democratisch zijn, die hypocrisie duiden en zich afvragen waarom er voor het ene land direct een veroordeling komt en voor het andere land niet. Dat is natuurlijk dodelijk voor het vertrouwen. Vandaar dus die vraag.
Ik heb ook gehoord wat een aantal collega's uit de zaal, vaak niet ver van mij, regeringsleiders en voorzitters zeggen over de Verenigde Staten met president Trump en over Venezuela en wat kan en mag. In het ene geval is het allemaal niet zo erg. In het andere geval roept men moord en brand. Kijken we maar even naar de daden van de regering na haar communicatie met betrekking tot sancties tegen Israël. Dat is nefast voor het vertrouwen.
Als 17 % van de bevolking van de Verenigde Staten min of meer kan volgen dat Groenland strategisch belangrijk is, dan wil dat zeggen dat een immens deel van de bevolking hoopt dat Europa een vuist maakt en consequent is en dat men ook naar België kijkt om het voortouw te nemen.
De agressiviteit en de brutaliteit van Trump zijn eigenlijk een immens teken van zwakte. Hij wil Groenland, omdat als hij zelf de grondstoffen niet kan ontginnen, een ander dat ook niet mag. Als hij zelf de wateren niet kan controleren, dan wil hij dat een ander dat ook niet kan. Waarom valt hij Venezuela aan? In wiens handen komt de 20 % aan olie? Waarom voert hij handelsheffingen voor Europa in en willen de techoligarchen deregulering? Dat is, omdat ze die markt nodig hebben, maar het tegelijkertijd heel moeilijk hebben met het feit dat die autonome beslissingen neemt.
Een wereld die op die manier het recht van de sterkste toelaat en niet langer gebaseerd is op afspraken en vertrouwen, is een gefragmenteerde, onveilige wereld. Net daarom is het belangrijk dat we consequent zijn in Europa, te beginnen in eigen land, en dat we daar een rode lijn trekken.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw overwegingen en voor uw interessante analyse. Ik moet het zeggen dat ik het heel vaak eens ben met uw analyse. U hebt gezegd dat we een andere bril moeten opzetten om naar de wereld te kijken. U hebt al verschillende maanden ervaring in de commissie hier, ik iets minder. U klaagt aan dat bepaalde collega’s dat niet doen. Welnu, ik ben het volmondig met u eens dat we van de gelegenheid gebruik moeten maken, de nieuwe situatie moeten aangrijpen om de zaken anders aan te pakken. Never waste a good crisis . Ik durf te stellen dat we op het vlak van diplomatie en internationaal recht in a permanent state of crisis zijn en ook nog zullen zijn in de komende jaren. Laten we dus maar hopen dat in de drie jaar waarin Trump nog president is, de crisis niet zal escaleren in een totale ramp. Van de crisis moeten we gebruikmaken, met de Europese Unie. Wanneer u uw beleidsnota ter bespreking legt, hoop ik dat u met die nieuwe bril ook naar Europa zult kijken en dat vooraan in uw beleidsnota zal staan op welke manier ons land zal proberen Europa meer te unificeren, opdat het meer met één stem zou spreken en opdat we, in de mate dat er geen aanpassingen mogelijk zijn aan de basisverdragen, met een soort coalition of the willing in een hogere versnelling daadkrachtiger zullen kunnen samenwerken met andere Europese landen op tal van vlakken waar het nodig is in deze nieuwe wereld. Ook al heeft collega Almaci het gras voor mijn voeten weggemaaid, ik sta erop om nog het volgende op te merken. Vous avez dit que l'Europe est forte quand elle est unie. C'est la même chose pour la Belgique, "l'union fait la force". Nous en reparlerons à propos du Mercosur, qui est un bon exemple. Nous n'arrivons pas à nous mettre d'accord sur le fait que cet accord est bon pour la Belgique, qui est un pays qui exporte beaucoup. Als het niet werkt in België, zal het ook in Europa, met al die verschillende landen, zeer moeilijk worden. Vandaar inderdaad mijn pleidooi voor een betere samenwerking, desnoods met bepaalde landen aan een hogere snelheid.
Het vredesakkoord tussen Rusland en Oekraïne
Het vredesplan van Oekraïne
De Coalition of the Willing
De Belgische verbintenissen in het kader van de veiligheidsgaranties voor Oekraïne
De vrede in Oekraïne
Internationale vredesinitiatieven en veiligheidsgaranties voor Oekraïne
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om Europa’s marginale politieke rol in de Oekraïne-vredesonderhandelingen, ondanks zijn financiële steun (o.a. 90 miljard euro) en defensie-inzet via de Coalition of the Willing. Minister Prévot bekritiseert dat de EU "enkel betaler, geen speler" is en pleit voor een sterkere Europese stem, terwijl de VS en Oekraïne het 20-puntenplan (omstreden door territoriale kwesties zoals Donbas) bilateraal uitwerken; Ruslands gebrek aan vredeswil wordt breed betwijfeld, gezien de aanhoudende aanvallen op Oekraïense infrastructuur. Kritiekpunten zijn de afwezigheid van EU-unanimiteit (o.a. door Hongaarse blokkades), de afhankelijkheid van de VS (wiens betrouwbaarheid wordt bevraagd, bv. door Trump’s Groenland-beleid), en de nood aan een geïntegreerde Europese defensie om gelijke onderhandelingsmacht te verkrijgen. België bevestigt deelname aan de multinationale troepenmacht en militaire steun, maar Oekraïnes soevereiniteit in vredesbeslissingen blijft centraal, met druk op Rusland als enige realistische hefboom.
Britt Huybrechts:
De gesprekken tussen de Verenigde Staten en Oekraïne van december over een mogelijk vredeskader maken één zaak bijzonder duidelijk: de Europese Unie zit niet aan tafel. Die onderhandelingen verlopen in essentie bilateraal tussen Washington en Kiev, terwijl Europese leiders pas achteraf reageren met verklaringen van steun. Dat is des te opvallender omdat diezelfde Europese Unie recent nog heeft ingestemd met een nieuwe Europese lening van 90 miljard euro voor Oekraïne, waarvoor ook België financieel mee instaat. Europa draagt dus wel degelijk de budgettaire en financiële verantwoordelijkheid, maar lijkt politiek volledig afwezig wanneer het gaat over de inhoud, de voorwaarden en de strategische contouren van een mogelijke vredesregeling.
Ik heb hierover nog verschillende vragen, maar daarvoor verwijs ik naar de schriftelijke versie. Voor het overige vraag ik u om mij te verontschuldigen, want ik moet zo snel mogelijk door naar een andere vergadering. Ik zal uw antwoord met veel interesse digitaal beluisteren. Ik zal daarover zeker opnieuw een vraag indienen. Alvast bedankt voor uw antwoord.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, mijn vraag dateert van een tijdje geleden en betreft het twintigpuntenplan dat is bekendgemaakt en waar Oekraïne in mee zou gaan. Dat plan is in overleg met de Verenigde Staten uitgewerkt. Europa is ondertussen, zoals u daarnet ook al zei, een gesprekspartner geworden, maar we zijn er nog niet. We weten nog niet hoe Rusland reageert op dat twintigpuntenplan en in hoeverre we echt kunnen overgaan tot daadwerkelijke vredesgesprekken.
Ik had dus graag van u vernomen wat de stand van zaken is. Kunt u bevestigen in welke mate de Europese lidstaten en ons land betrokken zijn geweest bij de bespreking van dat vredeskader? Er is ook een vergadering geweest in het kader van de Coalition of the Willing voor de wederopbouw. Wat is daar de stand van zaken?
Hoe beoordeelt u de inhoud en de haalbaarheid van het twintigpuntenplan, in het bijzonder wat betreft de nog openstaande territoriale kwesties?
Welke rol ziet u verder weggelegd voor Europa en voor ons land in het diplomatieke traject op weg naar een duurzame vrede?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, op 6 januari bereikten Europese bondgenoten, verenigd in de zogenoemde Coalition of the Willing, met 35 landen een akkoord over een multinationale troepenmacht in Oekraïne. Van zodra er een geloofwaardig staakt-het-vuren zou zijn, moet die de veiligheid van Oekraïne garanderen en Rusland weerhouden en afschrikken om de gevechten te hervatten. Daarbij is het belangrijk dat ook de VS zwart op wit toezegden voor de veiligheid van Oekraïne garant te willen staan.
Ik heb daarover de volgende vragen.
Ten eerste was president Trump zelf niet aanwezig op die top. Hij was bezig met heel de toestand in Venezuela. Wat zegt dat over het engagement van de Amerikanen? Kunnen we het woord van de VS geloven en erop vertrouwen, wanneer zij ook andere internationale afspraken niet nakomen en bijvoorbeeld nu bezig zijn in Groenland?
Ten tweede kan het gezamenlijke Europese leger alleen worden ingezet wanneer er effectief een staakt-het-vurenakkoord is. Amerikanen geven aan dat ze nog steeds vasthouden aan dat twintigpuntenplan. Eerder werd al duidelijk dat dit onaanvaardbaar is voor Oekraïne. Wat doet Europa om de stem van Oekraïne hier luider te laten klinken?
Ten derde zijn Europese landen bereid om boots on the ground te zetten, waaronder ook ons land, België. Dat is een zeer grote stap in ons engagement tegenover Oekraïne om hun een veilige toekomst te geven. Is dit ook een stap richting meer Europese integratie van onze defensie?
De laatste vragen gingen over defensie. Ik verwijs daarvoor naar de schriftelijke vragen.
Michel De Maegd:
L'agression russe en Ukraine s'est poursuivie durant ces dernières semaines, sans répit pour les populations directement visées et lourdement éprouvées par les bombardements russes. Les coupures d'électricité se multiplient car l'agresseur cherche à faire plier la nation ukrainienne en visant son infrastructure énergétique en plein hiver. Dans ce contexte, les nations démocratiques d'Europe et d'ailleurs ont annoncé la poursuite de leur soutien, mardi dernier, à Paris, à travers la conclusion d'un accord de la Coalition des volontaires. Cet accord formalise des garanties de sécurité robustes pour l'Ukraine, y compris des engagements qui seraient activés dès l'entrée en vigueur d'un cessez-le-feu. Cet accord prévoit notamment la mise en place d'un mécanisme de surveillance et de vérification de ce cessez-le-feu, dirigé par les États-Unis, avec la participation européenne, ou encore une force multinationale destinée à soutenir la reconstitution des capacités de défense ukrainiennes et à renforcer la dissuasion en complément d'un soutien militaire prolongé. Le premier ministre a par ailleurs confirmé que la Belgique prendrait part à cette initiative. Je m'en réjouis, bien sûr, et aimerais, au nom de mon groupe, obtenir quelques précisions.
Tout d'abord, quelle est votre analyse quant à la portée politique de ces garanties de sécurité, récemment formalisées à Paris, notamment eu égard au rôle de l'Union européenne dans le processus de paix? Qu'en est-il de la cohérence de ces engagements avec nos obligations en matière de droit international?
Ensuite, disposez-vous d'éléments concrets concernant la contribution belge à ce dispositif, même si j'entends bien que le département de la Défense est plus à même de répondre à cette question? Doit-on voir dans cet engagement commun au sein de l'Union le signe d'une avancée vers une plus grande intégration européenne de la Défense, notamment en matière de planification, de coordination et d'interopérabilité des capacités?
Enfin, de quelle manière la Belgique veillera-t-elle à ce que ces garanties de sécurité s'inscrivent dans une stratégie globale, visant non seulement à prévenir une reprise du conflit mais aussi à créer les conditions d'une paix juste, durable et fondée sur le droit international, et à assurer une reconstruction soutenue du tissu économique, institutionnel et social en Ukraine?
Els Van Hoof:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister,
Op 6 januari sloot de zogenaamde coalition of the willing in Parijs een akkoord over een multinationale troepenmacht voor Oekraïne, die er zou komen nadat een geloofwaardig staakt-het-vuren is vastgelegd. Ook zouden de Verenigde Staten garanties beiden om de vrede in Oekraïne te helpen bewaren en de premier verklaarde reeds dat ons land bereid is marine, luchtmacht en militairen ter beschikking te stellen.
De Amerikaanse vertegenwoordigers Witkoff en Kushner verklaarden op de persconferentie na afloop van de top dat zij achter het zogenaamde 20-puntenplan blijven staan dat door de VS en Oekraïne eind december was overeengekomen. Over een aantal kwesties, met name de controle over de kerncentrale van Zaporizja en de status van de Donbas, zou echter nog geen overeenstemming zijn met Oekraïne.
Op het terrein is er echter weinig te merken van een nakend staakt-het-vuren: in de dagen en nachten na het akkoord van de coalition of the willing bleef Rusland de Oekraïense energie-infrastructuur bombarderen, zelfs met hypersonische ballistische missiles. Honderdduizenden Oekraïners zaten daardoor zonder stroom in de koude winterdagen.
Ik heb voor u de volgende vragen:
Zal dit akkoord van de coalition of the willing de vredesgesprekken tussen Oekraïne en Rusland in een stroomversnelling brengen? Op welke manier is de EU betrokken bij deze vredesgesprekken? Welke rol kan de EU spelen hierin?
Kwam vrede in Oekraïne ter sprake tijdens de ontmoeting die u vorige week had met uw Amerikaanse homoloog? Welk standpunt verdedigde u en welke reactie kreeg u concreet?
Hoe geloofwaardig acht u de Amerikaanse belofte om een zogenaamde backstop te voorzien in Oekraïne aan Europese troepen, als Trump tegelijkertijd de druk over de annexatie van Groenland opvoert?
De voorzitster : Als er geen andere leden zijn die wensen aan te sluiten in dit debat, geef ik graag het woord aan de minister.
Maxime Prévot:
Dank u, mevrouw de voorzitster.
Beste Kamerleden, de veiligheid van Oekraïne en die van de Europese Unie zijn intrinsiek met elkaar verbonden. Financiële steun aan Oekraïne betekent dan ook een investering in de veiligheid van Europa.
Het klopt dat de EU als organisatie niet rechtstreeks betrokken is bij de gesprekken over een mogelijk vredesakkoord tussen Oekraïne en Rusland. Europa, in de bredere zin van het woord, speelt echter wel degelijk een belangrijke rol in het vredesproces. De grote landen zoals Frankrijk, Duitsland en Italië, en ook het Verenigd Koninkrijk, ondersteunen in overleg met andere Europese landen Oekraïne via advies en contacten op hoog niveau met de Trump-administratie. Ook andere EU-lidstaten zoals Finland nemen hun verantwoordelijkheid in die zin. Het VS-plan werd intussen in overleg tussen Oekraïne en Europa teruggebracht tot een twintigpuntenplan dat het Amerikaanse voorstel in belangrijke mate insluit en bijstelt.
Ikzelf heb eerder deze maand de Verenigde Staten bezocht en heb uitvoerig onze visie op de contouren van een mogelijk vredesakkoord kunnen uitleggen.
J'ai pu insister sur l'importance que l'Union européenne soit autour de la table et pas à côté, et qu'elle soit une partie prenante sérieuse à tout accord de paix si nous voulons qu'il soit durable. We have to be a player and not only a payer .
Dans le cadre de la Coalition des volontaires, composée de plus de 30 pays, principalement européens, des plans concrets ont été élaborés afin de garantir la sécurité de l'Ukraine lorsqu'un cessez-le-feu ou un accord de paix sera conclu. Le 6 janvier, notre premier ministre a participé à un sommet de cette Coalition à Paris. À cette occasion, la France et le Royaume-Uni ont signé, au nom de la Coalition, une déclaration d'intention concernant les garanties de sécurité avec l'Ukraine.
Het goede nieuws is ook dat de Verenigde Staten zich bij deze gelegenheid er krachtig toe hebben verbonden Oekraïne veiligheidsgaranties te bieden, wat zowel waardevol als onmisbaar is.
Il a été convenu, entre autres, qu'en cas de cessation crédible des hostilités, une force multinationale de réassurance sera déployée en Ukraine. Notre pays a également l'intention d'y participer avec des capacités maritimes et aériennes.
La Belgique contribuera aussi à la régénération des troupes ukrainiennes par la formation. Je laisse évidemment au ministre de la Défense le soin de vous en dire davantage le moment venu. Il est par ailleurs prévu que les Alliés prennent des engagements contraignants afin de soutenir l'Ukraine en cas de nouvelle attaque russe. En outre, la coopération en matière de défense avec l'Ukraine sera approfondie et le soutien aux forces armées ukrainiennes se poursuivra.
En ce qui concerne la question d'une défense européenne plus intégrée, je renvoie à mes autres réponses et je rappelle que je suis favorable à une Europe forte, résiliente, souveraine et autonome, capable, comme je l'ai indiqué il y a quelques minutes, d'assumer sa propre sécurité et de défendre ses intérêts.
Il apparaît d'ailleurs de plus en plus clairement que l'Ukraine, au regard de son expérience et de ses capacités d'innovation militaire, forcées par le destin, a le potentiel pour devenir un acteur clé de la défense européenne. Nous aurions tout intérêt à renforcer notre coopération, y compris dans le cadre du programme SAFE, avec l'industrie de défense ukrainienne, dont certains domaines d'expertise sont parfois supérieurs aux nôtres, notamment en ce qui concerne la capacité prioritaire liée aux drones et aux systèmes anti-drones.
In het toetredingsproces tot de Europese Unie wordt voortgewerkt aan de technische voorbereidingen en voert Oekraïne diepgaande hervormingen door met het oog op toekomstig lidmaatschap.
Het is u bekend dat er jammer genoeg geen unanimiteit meer is onder de EU-lidstaten over een aantal aspecten van de Europese aanpak van de Russische agressieoorlog. Sommige beslissingen over steun aan Oekraïne kunnen daarom op dit moment niet in EU-kader worden genomen.
Het EU-sanctiebeleid ten aanzien van Rusland, dat het voor Moskou steeds moeilijker maakt om de oorlog te blijven bekostigen en zodoende een impact heeft op de Russische afweging om al dan niet aan de onderhandelingstafel te komen, wordt wel volgehouden. Voorstellen voor een twintigste sanctiepakket worden momenteel voorbereid door de Europese Commissie.
Het resultaat van al het voorgaande is dat Oekraïne in staat blijft om zich te verdedigen tegen de Russische agressie, Rusland steeds meer onder druk komt te staan en Oekraïne kan onderhandelen vanuit een sterkere positie. De Verenigde Staten hebben ook een beter begrip van de Oekraïense en Europese belangen en erkennen dat Europa betrokken moet zijn bij beslissingen over de Europese veiligheid.
Het blijft aan Oekraïne om te beslissen welk vredesakkoord aanvaardbaar is. Het territoriaal vraagstuk maakt daarvan deel uit. Oekraïne heeft zich oprecht compromisbereid getoond, maar uit de houding van Moskou van de voorbije maanden leid ik af dat Rusland niet oprecht geïnteresseerd is in vrede en enkel reageert op druk.
De komende tijd zie ik de rol van Europa in het vredesproces dan ook als volgt. De steun voor Oekraïne op alle vlakken blijft. De druk op Rusland wordt volgehouden en verhoogd. De outreach naar de Verenigde Staten wordt versterkt. Dat alles gebeurt in EU-kader indien het kan en op ad-hocbasis met gelijkgezinde partners wanneer het moet. België is en blijft daarin een betrouwbare partner.
Nous avons contribué à soutenir l'Ukraine depuis le premier jour, tant financièrement que militairement. Il n'est d'ailleurs pas exclu que nous prenions prochainement un engagement complémentaire dans le programme PURL (Priority Ukraine Requirements Lists).
Nous sommes également satisfaits d'avoir pu œuvrer à l'obtention d'un résultat unanime le mois dernier, lors du dernier Conseil européen, afin de débloquer les 90 milliards d'euros requis, au niveau européen bien entendu, pour répondre aux besoins de l'Ukraine en matière d'effort de guerre ainsi que pour ses besoins civils et administratifs pour les années 2026 et 2027.
De voorzitster : Mevrouw Huybrechts is niet meer aanwezig.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, u sprak het zinnetje: we weten niet in hoeverre Moskou echt in vrede geïnteresseerd is. Dat zinnetje baart ons allemaal zorgen, daarom kunnen we best anticiperen. Het is heel belangrijk dat Europa mee heeft nagedacht over dat twintigpuntenplan. We stellen ook vast dat Oekraïne tot compromissen bereid is. Wij moeten met alle Europese lidstaten achter Oekraïne blijven staan, op diplomatiek vlak zowel als met betrekking tot de beslissing voor de lening van 90 miljard euro.
We moeten één entiteit vormen en heel duidelijk aangeven dat we de vrede in Oekraïne willen bereiken en heel wat opofferingen willen doen. De Europese bijstelling is essentieel geweest. Het feit dat we aan tafel zitten of zouden blijven zitten, is ook nog altijd essentieel.
U zei het ook: we willen en moeten naar een duurzame vrede gaan. Dat gebeurt aan onze grenzen, op ons continent. Het garanderen van de Europese stem en de veiligheid in Europa is een missie en een engagement dat we allemaal kunnen en moeten blijven volhouden. In dat gezamenlijk engagement moeten we blijven volharden.
De minister van Defensie geeft ook aan te willen blijven ondersteunen en voor die duurzame vrede te willen blijven gaan.
Het is inderdaad ook belangrijk dat we in de coalition of the willing een garantie hebben dat de Amerikaanse bondgenoten de verbintenis mee aangaan en de veiligheidsgaranties bijstaan.
Wij blijven pleiten voor verdere dialoog en verdere stappen naar vrede.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de EU is, zoals u nog eens hebt benadrukt, niet rechtstreeks betrokken bij het vredesakkoord en eigenlijk is dat een regelrechte schande. Tussen de lijnen hoor ik dat u zich daar ook fel aan ergert. "We willen een speler zijn en niet enkel een betaler." U gebruikt daarmee een mooie zin.
Ik denk dat die vernedering door de VS een constante is. De VS laten ons als EU wel betalen, maar als het erop aankomt om echt aan tafel te zitten, niet gewoon wat meedraaien op een bepaald niveau, maar daadwerkelijk meebeslissen, laten de VS dat niet toe. We moeten op tafel blijven kloppen, zoals we ook al in het voorgaande debat hebben gezegd. Economisch zijn we een zeer zwaar blok en hebben we wel degelijk iets in de weegschaal te leggen. Het eerste punt is dus dat we aan die tafel moeten geraken.
U hebt benadrukt dat er een meer geïntegreerde defensie moet komen. Dat is een debat voor een andere commissie, maar ik denk dat bijna iedereen het daarover eens is. Dat is nodig, omdat het ook onze sérieux tegenover de VS kan versterken. Nu, moeten we eerlijk toegeven, lachen de VS met ons.
Dat brengt me bij een punt dat ook in het eerste actuadebat aal aan bod kwam, met name unanimiteit. U hebt het hier ook over gehad. Dat we geen unaniem standpunt kunnen innemen, doet ons de das om. Dat blijkt in het debat over Venezuela en in het debat over Groenland, en nu opnieuw.
Ik herhaal, ook al is dat in strijd met mijn collega’s van het Vlaams Belang, dat ik vind dat één land niet alleen de lusten kan hebben, zonder ook eens de lasten te dragen. Ik heb het dan over Hongarije. Ik vraag u om binnen Europa harder op te treden tegen die blokkering door één land tegen het feit dat we nochtans een sterk blok zouden kunnen zijn. Dat lijkt nu misschien onrealistisch, maar veel van wat Trump ooit zei, was ook onrealistisch. Waarom zouden we er niet in slagen om dat ene land te sanctioneren, dat nooit wil meewerken en er telkens voor zorgt dat de EU niet vooruit geraakt?
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Je le rappelle systématiquement, nous parlons ici d'un conflit qui a lieu à nos portes. En termes de distance, c'est comme si cela se passait dans le sud de l'Espagne, à quelques centaines de kilomètres de chez nous. Ce conflit porte sur des enjeux très concrets pour notre sécurité et il était primordial, aux yeux de mon groupe Les Engagés, que cet accord soit conclu.
Il s'agit d'un signal politique fort, qui montre que l'Europe ne se résigne pas, qu'elle refuse l'usure du temps et qu'elle comprend que la paix ne peut être réelle que si elle est protégée et fondée sur les principes du droit international. Mais cet accord nous oblige aussi à rester clairs sur un point fondamental. Comme nous le répétons depuis maintenant presque quatre ans, aucune paix ne peut être négociée au détriment de l'Ukraine et sans l'Ukraine. La voix ukrainienne doit rester centrale et respectée.
Cet accord doit nous pousser à assumer un choix stratégique, celui d'une Europe qui cesse d'être seulement un espace économique ou diplomatique pour devenir un véritable acteur de sécurité, capable de protéger ses valeurs et ses partenaires, ce que d'autres dossiers débattus aujourd'hui nous démontrent également. Je pense que la Belgique, par son histoire, son attachement au multilatéralisme et au droit international, a un rôle essentiel à jouer dans cette dynamique, en aidant à fédérer, structurer et donner du sens à l'action collective européenne. Bien entendu, monsieur le ministre, je sais que vous en êtes parfaitement conscient et que nous pouvons compter sur vous.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
U hebt het inderdaad heel duidelijk gezegd, de vrede in Oekraïne betekent ook vrede en veiligheid voor de Europese Unie. Net daarom zetten we daar zo sterk op in.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik blij verrast was toen het twintigpuntenplan werd aanvaard, met inbegrip van de backstop van de Verenigde Staten. Zoals u zelf ook aangeeft, lijkt Rusland echter weinig bereid tot compromis. Meteen daarna, in de dagen en nachten na het akkoord, bleef Rusland de energie-infrastructuur aanvallen, met als gevolg dat vandaag honderdduizenden Oekraïners zonder stroom zitten in de koude winterdagen. Dat is niet erg veelbelovend voor potentiële vredesonderhandelingen.
We kunnen dus alleen blijven doen wat we altijd hebben gedaan. We moeten ook doorzetten, niet alleen met de Europese Unie, maar vooral met de coalition of the willing . Dat is immers ook een belangrijk blok waarop we moeten rekenen. We moeten Oekraïne blijven steunen, druk blijven zetten op Rusland en die outreach naar de Verenigde Staten blijven doen om hen bij de les te houden. Dat is vandaag de enige oplossing die we hebben, in de hoop dat Rusland door die druk ooit zal bijdraaien. Hoop doet leven. Er sterven vandaag immers nog steeds te veel Oekraïners.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de voorzitster, ik had geen vraag ingediend, maar aangezien dit een actualiteitsdebat is, wil ik toch even aansluiten. Dit is uiteraard een illustratief punt, dat ook aansluit bij het vorige debat. Ik wil graag herhalen dat de EU in tijden van nood en crisis in principe altijd de weg van integratie toont. Dat werd ook al deels aangetoond door onze eigen eerste minister. Waar het jaren geleden ondenkbaar zou zijn geweest dat iemand als Bart De Wever, die toch lid is van een Vlaams-nationalistische partij, zou pleiten voor een gedeelde lening van 90 miljard euro door bijna alle Europese landen, zien we vandaag iets wat bijna als een federale oplossing kan worden beschouwd. Mijnheer de minister, ik zou dus zeggen, bouw daarop verder en probeer op die weg verder te gaan naar meer integratie en zorg er uiteraard voor dat we inzake dat conflict mee aan tafel blijven zitten.
De escalatie van protesten in Iran met dodelijk geweld
De groeiende straatprotesten in Iran
De protesten in Iran
De repressie van het binnenlandse politieke protest door het Iraanse regime
De aanhoudende protesten in Iran
De toestand in Iran
De situatie in Iran
Iran
De situatie in Iran
De ernstige mensenrechtenschendingen in Iran
De gewelddadige onderdrukking van de Iraanse bevolking
De aanhoudende protesten en repressie in Iran met mensenrechtenschendingen
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens een emotioneel parlementair debat over de brutale onderdrukking van massaprotesten in Iran – met volgens mensenrechtenorganisaties duizenden doden, tienduizenden arrestaties en systematisch geweld tegen demonstranten – eisen parlementsleden dringende EU-sancties, diplomatieke druk en steun aan het Iraanse volk. Minister De Maegd (BZ) bevestigt dat België de repressie "ondubbelzinnig" veroordeelt, de Iraanse ambassadeur op het matje riep en pleit voor verdergaande EU-sancties (bestaande maatregelen raken 344 entiteiten/373 individuen), maar benadrukt dat diplomatieke kanalen open moeten blijven om gevangenen zoals Ahmadreza Djalali (Belgisch ereburger) te kunnen volgen. Kritische stemmen (o.a. Vlaams Belang, N-VA, Les Engagés) eisen hardere actie: uitzetting van Iraanse diplomaten, terreurlabel voor de Revolutionaire Garde (IRGC), en onmiddellijke, zwaardere sancties om het regime te "breken". Darya Safai (met familie in Iran) en Sam Van Rooy (PVV) bepleiten militaire steun (VS/Israël) en regime change, terwijl anderen (o.a. Groen, PTB) waarschuwen voor westerse inmenging (verwijzend naar mislukte interventies in Irak/Libië) en pleiten voor gerichte sancties zonder burgerlijden te verergeren. Kernpunt: België/EU moeten balans vinden tussen druk op het regime en bescherming van burgers, met urgentie nu executies en internetblackouts de crisis escaleren.
Ellen Samyn:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega’s, wat zich vandaag in Iran afspeelt, tart elke verbeelding. Volgens cijfers van mensenrechtenorganisaties zijn inmiddels meer dan 2.400 mensen gedood en werden ruim 18.000 Iraniërs opgepakt, louter omdat zij hun stem durfden te verheffen tegen het fundamentalistische beleid van de ayatollahs. Het werkelijke aantal slachtoffers kennen we niet, net omdat dit extremistische regime het internet heeft afgesloten en systematisch probeert de waarheid in de kiem te smoren.
Wat ons wel bereikt, is ronduit huiveringwekkend: beelden van lijkzakken op straat, ziekenhuizen die overspoeld worden met doden en zwaargewonden, artsen die getuigen van gerichte schoten op jonge, zeer jonge demonstranten, in het hoofd, het hart en de ogen. Dit zijn geen ordehandhavingsoperaties, dit is brute en pure repressie. Dat mag helaas niet verbazen. Het Iraanse islamitische theocratische regime heeft een bijzonder grimmig palmares wanneer het gaat over democratie en mensenrechten.
Mijnheer de minister, u had maandag een onderhoud met de Iraanse ambassadeur. Wat was de concrete inhoud van dat gesprek? Hebt u het massale geweld tegen burgers ondubbelzinnig veroordeeld en expliciet geëist dat deze repressie stopt?
Hoe beoordeelt België vandaag de morele en humanitaire ernst van wat zich in Iran afspeelt, zeker nu de vrees reëel is dat het uiteindelijke dodental in de duizenden kan lopen? Er circuleren zelfs cijfers die spreken over 10.000 dodelijke slachtoffers.
Er bestaat bovendien de vrees dat het regime manifestanten na schijnprocessen zal executeren, een gekende praktijk van dit terreurregime om een afschrikeffect te creëren onder betogers. Hebt u binnen de EU overleg gepleegd om de druk op het Iraanse regime verder op te voeren, onder meer via een uitbreiding van de sancties, ook ten aanzien van landen en entiteiten die dit regime blijven ondersteunen of er zaken mee doen?
Beschikt u over bijkomende informatie over politieke gevangenen, meer bepaald over de situatie van Ahmadreza Djalali en andere westerse en/of politieke gevangenen met een dubbele nationaliteit?
Ten slotte, wat kan en zal België concreet doen om het moedige Iraanse volk, dat ondanks angst, geweld en censuur blijft opstaan, niet in de steek te laten?
Sam Van Rooy:
Minister, ambtsgenoten, terwijl vrijheidslievende Iraanse demonstranten alweer, voor de zoveelste keer, massaal worden afgeslacht door het moorddadige terroristische islamitische regime, hebben mijn partner en ik al zes dagen geen contact meer met onze familie in Teheran, de hoofdstad.
Al in de zevende eeuw is Iran, meteen na de stichting van de islam, voor het eerst met geweld veroverd, onderworpen en geïslamiseerd door jihadistische legers van Arabische moslims. Iran is een prachtig Perzisch land en volk, met een imposante geschiedenis en beschaving en met een enorm potentieel.
Met dank aan het Westen werd het land echter opnieuw geïslamiseerd in 1979, tijdens de verschrikkelijke islamitische revolutie. Al meer dan 45 jaar wordt Iran bezet door de islam. Dat is pas een bezetting. Al meer dan 45 jaar wordt het Iraanse volk gegijzeld, onderdrukt en geterroriseerd door de islamitische wet en de jihad. Dat gebeurt in de praktijk door de moorddadige ayatollahs, mollahs en de IRG, de Iraanse Revolutionaire Garde, die al lang op de terreurlijst had moeten staan. Het jihadistische regime van Iran is een van de grootste sponsors van terrorisme ter wereld, ten koste van het Iraanse volk.
Voor wie het nog altijd niet begrepen heeft: het islamitische regime van Iran is de sjiitische versie van Islamitische Staat. Toch krijgt het voortdurend noodlijdende Iraanse volk maar een fractie van de aandacht en de verontwaardiging die er is voor de Palestijnse kwestie, die nota bene een van de oorzaken is van het lijden van het Iraanse volk.
Terwijl Iraniërs smeken om de hulp van Israël en de VS, zien zelfhatende westerlingen een groter kwaad in president Trump en premier Netanyahu dan in de ayatollahs en de IRG. Waar zitten al die overijverige beleidsmakers nu? Waar zijn al die acties, demonstraties, campusbezettingen, BV-poseurs en rode lijnen nu?
Minister, in enkele dagen tijd werden mogelijk al 12.000 Iraanse demonstranten afgeslacht en dat aantal loopt nog op. Ik wil van u dus woorden en daden, minister, die daar recht aan doen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, sinds de oudejaarsperiode zijn de grootste protesten in Iran sinds 2022 bezig. Wat eigenlijk begon als een economisch protest tegen koopkrachtverlies en inflatie is inmiddels uitgegroeid tot een nationaal protest op heel grote schaal tegen het gevestigde theocratische regime van de ayatollahs. Handelaars, verkopers, universiteitsstudenten en families protesteren over heel het land en riskeren hierbij hun leven. Ze scanderen leuzen als "dood aan de dictator" en "kom op voor je rechten". Nogmaals, op gevaar van hun leven.
Het Iraanse regime probeert de protestanten tegen te houden en te intimideren op alle mogelijke manieren. Met geweld, want er zijn al heel wat doden gevallen. De cijfers die we vernemen schommelen rond de 800, maar ik hoor ook duizenden. We kunnen het niet inschatten, want men heeft ook het internet afgesloten er is veel intimidatie. We weten wel dat er doden vallen en dat het er zeer erg aan toegaat.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Ten eerste, hoe schat u de evolutie van deze bijzondere situatie in? Is dit een revolutie die eindelijk het criminele Iraanse regime zal doen vallen?
Ten tweede, de koopkrachtcrisis is onder andere het gevolg van de aanhoudende Europese en Amerikaanse sancties. Hoe beoordeelt u de effectiviteit van deze sancties? Wordt het juiste doel, namelijk het omverwerpen van het regime, daardoor bereikt?
Ten derde, terwijl de reactie van het Iraanse regime in de eerste dagen minder hard was, zijn er nu al honderden tot duizenden doden gevallen. Op welke manier kan de Europese druk toenemen om dat bloedvergieten te doen stoppen?
Ten vierde, vindt u de EU-strategie van dit moment de juiste?
Ten slotte, wat doen België en de EU om de democratische oppositie in Iran zo goed mogelijk te steunen en te helpen?
François De Smet:
Monsieur le ministre, depuis plusieurs semaines à présent, l'Iran connaît une vague importante de protestation populaire, que l'on peut désormais qualifier de révolte. Une révolte initialement déclenchée par une crise économique profonde – inflation élevée, effondrement du rial, hausse des prix – mais qui s’étendent désormais, comme par le passé, à des revendications politiques.
Selon les médias internationaux et les ONG, l'insurrection touche désormais toutes les provinces, toutes les classes sociales du pays et, surtout, est très durement réprimée. On compte désormais des milliers de morts, des milliers de blessés, des exécutions et de très nombreuses arrestations arbitraires ainsi que des violations persistantes des libertés fondamentales.
Alors, ce n'est pas le premier vent de révolte qui souffle dans ce grand pays de 92 millions d'habitants, mais ces révoltes s'intensifient à chaque fois. Et, comme beaucoup ici, nous espérons quelque part que cette fois sera la bonne. Nous espérons que, demain, cet Iran théocratique et dictatorial pourra céder la place à une démocratie laïque et libre, à un pays qui arrêtera de terroriser les femmes en les forçant à se voiler, qui cessera de persécuter les opposants et, plus accessoirement, qui cessera aussi d'intimider un certain nombre de pays, dont la Belgique, en prenant en otage des ressortissants.
Je pense que, comme l'Europe, nous avons un rôle à jouer. Des voix au sein de l'Union européenne ont appelé à la libération immédiate des personnes pacifiquement détenues.
Monsieur le ministre, quelle est la position du gouvernement belge face à cette répression? Renforcerons-nous au niveau européen et multilatéral notre soutien aux manifestants pacifiques, à la société civile iranienne et aux opposants démocratiques au régime? Plaiderons-nous pour le renforcement des sanctions contre ce régime? Enfin, soutenez-vous le placement des Gardiens de la révolution parmi les organisations terroristes?
Darya Safai:
Mijnheer de minister, we hebben het vandaag over Iran en u weet dat ik al voor de zesde dag op rij geen nieuws heb van mijn familie. Het is enorm zwaar voor mij om daarover te spreken, maar ik zie het als mijn plicht.
Het lijkt alsof de kinderen in een vuilniszak werden gestopt en de ouders moeten de rits openmaken om hun kinderen te kunnen identificeren. Die kinderen werden zomaar op straat vermoord. Er werden tot nog toe een dertigtal kinderen van ongeveer 15 jaar vermoord met oorlogswapens. Ik zie in elk gezicht het gezicht van mijn eigen kind.
Ik heb geen nieuws van mijn familie en ik maak mij zorgen over hen, maar het gaat over veel meer dan dat. Het gaat over de hele geschiedenis. De mensen komen op straat en eisen hun vrijheid en hun land terug. Er zijn geen verkiezingen georganiseerd en de mensen worden vermoord. Telkens opnieuw komen ze op straat en telkens opnieuw worden ze koelbloedig neergeslagen en wij kijken soms de andere kant uit.
Ik heb het niet alleen over ons. Het is heel zwaar voor mij om te zien dat het alweer gebeurt zonder dat we iets kunnen doen voor hen. Twaalfduizend mensen zijn gewoon op straat vermoord en vandaag beginnen de executies.
Om welke reden worden mensen geëxecuteerd? Ik kan u foto's laten zien, de een na de andere. Ik weet niet meer wat we kunnen betekenen voor die mensen.
Ik ben hier niet om u te overtuigen. Ik ben dankbaar. Ik weet dat u mij en het Iraanse volk steunt, maar we moeten bekijken of we iets kunnen doen om dit te stoppen. Daarom ben ik blij dat Europa steeds meer zijn stem laat horen. Wij moeten dat blijven doen en ik ben blij dat de wereld toont dat de Iraniërs er niet alleen voor staan.
Ik ben ook blij dat president Trump zegt dat we moeten ingrijpen als dat zo verder gaat. Dat is ook een goede zaak. Dat is geen inmenging, maar wel het beschermen van die mensen. We moeten dat doen en ik hoop dat we veel meer kunnen doen. Ik ben blij en dankbaar dat Europa meer van zich laat horen.
Mijnheer de minister, hoe ziet u dat evolueren? Wat denkt u dat wij kunnen betekenen voor de Iraniërs? Ik vraag u zelfs niet waarover u het had met de Iraanse ambassadeur, want wij erkennen hem niet. De ambassadeur is geen vertegenwoordiger van het Iraanse volk en u weet dat. De Iraniërs hebben hun eigen vlag gehangen aan de ambassades. Wat zal die man zeggen? Dat de mensen schuldig zijn en dat ze hen daarvoor hebben vermoord. Het interesseert mij niet wat hij heeft gezegd.
Ik weet niet meer wat we moeten doen, behalve die mensen de deur wijzen en zeggen dat we daarover niet met elkaar kunnen praten. Wat kunnen we doen om die executies en dat moorddadige regime tegen te houden en het Iraanse volk te bevrijden?
De voorzitster : Mevrouw Safai, ik wil u mijn medeleven betuigen met uw familie.
Michel De Maegd:
Mevrouw de voorzitster, het is heel moeilijk om het woord te nemen na het betoog van collega Safai.
Ik wil u in naam van Les Engagés onze sympathie betuigen in deze pijnlijke omstandigheden.
Monsieur le ministre, l'Iran est traversé par une vague de protestations d'une ampleur exceptionnelle. On l'entend, ce mouvement, d'une crise économique profonde, s'est rapidement transformé en une contestation politique plus large, portée par une population qui réclame la dignité, la liberté et un avenir. La réponse des autorités iraniennes est d'une brutalité extrême et croissante. Les informations émanant d'organisations internationales et d'ONG font état d'un usage systématique de la force létale, d'arrestations massives, de restrictions sévères de l'accès à internet et d'atteintes répétées aux libertés fondamentales.
Le bilan humain est déjà effroyable et la situation évolue d'heure en heure. Plus de 2 500 personnes, selon les ONG, auraient été tuées depuis le début du mouvement, parmi lesquelles des manifestants, des civils et des enfants. Ces derniers jours, un nouveau seuil semble avoir été franchi. Les autorités iraniennes ont annoncé leur intention de procéder à des arrestations et des exécutions de manifestants. Une première exécution a été confirmée, celle d'Erfan Soltani, âgé de 26 ans, condamné à mort pour sa participation aux manifestations. Dans le même temps, la tension internationale s'accroît, puisque les États-Unis avertissent qu'ils réagiraient de manière très forte en cas de poursuite des exécutions. La situation devient donc dramatique sur le plan humain, mais aussi dangereuse sur le plan régional et international.
Monsieur le ministre, quelle est l'analyse actualisée de la Belgique quant à la situation sur place, notamment face à l'escalade de la répression? La Belgique entend-elle plaider activement au niveau européen pour une réponse ferme, coordonnée, crédible, visant à faire pression sur les autorités iraniennes, tout en veillant bien sûr à ne pas pénaliser davantage une population déjà lourdement éprouvée?
Une réflexion est-elle en cours au sein de l'Union pour adapter sa stratégie vis-à-vis de l'Iran? Des discussions sont-elles en cours concernant de nouvelles sanctions ciblées à l'encontre des responsables iraniens impliqués dans cette répression, les arrestations arbitraires et les exécutions annoncées?
Enfin, au regard de l'appel lancé par la Belgique et plusieurs États membres à leurs ressortissants de quitter l'Iran, quelles mesures concrètes sont-elles mises en place pour assurer leur sécurité et leur assistance, notamment en cas de détention arbitraire ou de fermeture des voies de sortie du pays?
Lydia Mutyebele Ngoi:
Madame la présidente, je voudrais tout d'abord adresser toute ma solidarité à ma collègue Darya Safai dans les moments difficiles qu'elle traverse. Je sais ce que c'est de ne pas avoir de nouvelles de sa famille habitant des zones de conflit compliquées.
Monsieur le ministre, après Massa Amini, après les morts de ce premier mouvement de libération mené par des femmes courageuses, voici que nous assistons encore à un nouveau mouvement de libération qui est réprimé violemment par le régime iranien. Les chiffres sont glaçants: selon certaines ONG de défense des droits humains, le nombre de morts s'élèverait à 2 000 personnes. Des femmes, des jeunes, des étudiants, abattus simplement parce qu'ils réclament leurs droits. Et pour étouffer la vérité, le régime iranien a imposé des coupures massives d'internet, plongeant des millions de personnes dans le silence numérique. Parmi ces victimes de la répression figure un nom qui nous concerne directement: le professeur Ahmadreza Djalali, citoyen d'honneur belge, détenu depuis près de dix ans, menacé d'exécution, déplacé récemment vers un lieu inconnu. Sa situation est dramatique et des alertes ont été données, il y a quelques semaines, pour éviter la mise en scène de son exécution après l'apparition de soi-disant aveux télévisés. Le premier ministre a souligné dans la presse que ces "courageux Iraniens" méritent "notre soutien total", tout en rappelant que "les faire taire par la violence est inacceptable".
Monsieur le ministre, quelle position notre pays défendra-t-il au sein de l'Union européenne et des Nations Unies pour exiger l'arrêt immédiat des massacres, la fin des coupures d'internet et la libération des prisonniers politiques?
Quelle position adoptez-vous vis-à-vis d'un mouvement d'ampleur qui tend à un changement de régime? Quelle analyse faites-vous des risques d'escalade avec une potentielle intervention américaine? Pensez-vous qu'un renversement de régime par l'extérieur pourra améliorer le sort des Iraniens?
Soutiendrez-vous des sanctions ciblées contre les responsables de cette répression sanglante? Si oui, lesquelles et, surtout, dans quel délai?
Comment mobilisez-vous nos services diplomatiques et consulaires pour aider les Belges, mais également les Iraniennes et Iraniens qui soutiennent nos services ou qui ont de la famille en Belgique?
Enfin, quelles démarches concrètes engagez-vous pour obtenir la libération du professeur Djalali, avant qu'il ne soit trop tard?
Els Van Hoof:
Ik sluit me aan in dit debat.
Het is moedig dat de Iraanse bevolking opkomt voor democratie. Het moet inderdaad hartverscheurend zijn niet te weten hoe je familie er vandaag aan toe is.
Het is duidelijk dat de Iraanse bevolking de theocratie, de repressie en het wanbestuur meer dan moe is. Het regime reageert echter met zware repressie. Volgens mensenrechtenorganisaties zouden er 2000 doden zijn, 18.000 mensen zouden zijn opgepakt; dat zijn hallucinante cijfers. Het is dan ook goed dat u heel sterk hebt gereageerd, ook na een ontmoeting met de Iraanse ambassadeur, door te zeggen dat alle geweld buiten proportie is, dat men de eisen van de bevolking inderdaad serieus moet nemen, en dat er Europese maatregelen moeten worden genomen, zoveel is duidelijk.
Ondertussen heeft ook Kaja Kallas aangekondigd dat er nieuwe sancties zouden kunnen komen ten aanzien van individuen die verantwoordelijk zijn voor het geweld. Ook president Trump zegt dat er hulp onderweg is, dat inderdaad Amerikaanse burgers worden opgeroepen om Iran te verlaten en dat er ook maatregelen zullen volgen als er mensen worden opgehangen. Dit is zeer ernstig.
De vraag is inderdaad wat de Europese reactie zal zijn. Hoe zullen die sancties er concreet uitzien? Heeft België al een aantal voorstellen gedaan? Hoe zullen wij er inderdaad voor zorgen dat we die democratische oppositie in Iran en het Iraanse middenveld en de mensen ondersteunen? Welke concrete maatregelen kunnen we daarvoor nemen?
Nabil Boukili:
Madame la présidente, je voudrais à mon tour exprimer toute ma solidarité et tout mon soutien au peuple iranien, et notamment à ma collègue ici présente, Daria Safai ainsi qu'à sa famille, victimes de la violence exprimée par le gouvernement iranien.
Monsieur le ministre, dans de nombreuses villes, des manifestants iraniens continuent à descendre dans la rue. Les manifestations ont d'abord commencé pour protester contre la hausse du coût de la vie. Le gouvernement iranien a ensuite coupé internet, ce qui fait craindre une répression vraiment très dure. Des images diffusées notamment par la télévision iranienne montrent de nombreux sacs mortuaires alignés. Ces images font froid dans le dos.
Mais en même temps, les mobilisations de ces dernières années, comme celles qui ont eu lieu en 2022 après la mort de la jeune Mahsa Amini, ont prouvé que les mobilisations sociales peuvent aboutir à des résultats et faire bouger les choses en Iran.
Les manifestants expriment une énorme frustration. Cette frustration a commencé fin décembre à cause de l'effondrement de la monnaie iranienne vis-à-vis du dollar, catastrophique pour le pouvoir d'achat, et des tentatives de réformes du gouvernement touchant à certains droits acquis.
Les critiques sur la gestion économique du gouvernement et de la corruption sont nombreuses. Cet effondrement a aussi un lien avec les sanctions qui sont prises contre l'Iran et qui ont été renforcées l'année dernière. Ces sanctions ont frappé de plein fouet l'économie iranienne, avec une inflation de plus de 40 %, une perte de pouvoir d'achat et des difficultés à trouver des médicaments. C'est le peuple iranien qui en paye le prix. Les attaques contre le peuple iranien à travers ces sanctions ont aggravé la situation.
Si, comme en 2017 et en 2019, les revendications étaient d'abord économiques, sur cette colère socio-économique s'est rapidement greffée une profonde frustration politique contre la répression. De nombreux Iraniens veulent avoir davantage leur mot à dire dans les affaires du pays. Les mouvements de protestation sont hétérogènes. Il y a d'abord des mouvements syndicaux, puis des mouvements de jeunesse et des citoyens de tous bords qui, courageusement, exigent un avenir plus viable.
Monsieur le ministre, j'aimerais savoir quelle est votre position par rapport à la situation en Iran. Que pensez-vous notamment des menaces d'intervention américaine?
Plusieurs associations et organisations internationales mettent également le doigt sur le rôle des sanctions dans les difficultés économiques que connaît actuellement le peuple iranien. Êtes-vous d'accord avec la demande de lever ces sanctions économiques en soutien au peuple iranien?
Meyrem Almaci:
Het zijn inderdaad bange dagen voor het Iraanse volk, mijnheer de minister, collega’s. Hun moed om tegen dit regime in opstand te komen, kan niet anders dan onze volledige steun verdienen. In die zin begrijp ik ook de angst die heel wat Belgen met familie in Iran ervaren, ook die van mevrouw Safai, van mensen die in onzekerheid leven.
In 2009, 2017, 2018, 2019, 2022, 2025 en begin 2026 kwam de burgerbevolking in opstand tegen een dictatoriaal regime. Ze roept om hervormingen. Het antwoord van het regime was telkens opnieuw hetzelfde: een dodelijk hard optreden, met de executies die nu plaatsvinden, het afsluiten van het internet enzovoort.
Het geschatte aantal doden loopt opnieuw in de duizenden en de opstand wordt met extreem veel geweld onderdrukt. Toch blijven de Iraanse burgers telkens opnieuw dezelfde boodschap uitdragen: er is nood aan een democratisch regime.
Onder meer de Verenigde Staten hebben zich intussen laten horen en vragen om via militair ingrijpen eventueel bij te dragen aan de val van dit dictatoriale regime en een regimewissel te orkestreren. Een korte blik op de geschiedenis doet ons echter de vraag stellen of dat de beste manier is om tot een transitie te komen.
Vandaag staan ook Europa en België voor de vraag op welke manier we het geweld kunnen stoppen, de mensenrechten van de Iraanse bevolking garanderen en een machtswissel op gang brengen op een vreedzame manier.
Mijn vraag is dus eenvoudig. Welke dringende acties kunnen wij als land, samen met Europa, nemen om een einde te maken aan die golf van geweld en repressie en aan dit dictatoriale regime? Hoe kunnen wij de diplomatieke druk opvoeren en hoe kunnen wij het Iraanse middenveld en de mensenrechtenverdedigers in het land beter ondersteunen, met inachtneming van de vele mensen die vandaag in de gevangenis zitten, onder wie de heer Djalali?
Sandro Di Nunzio:
Ook namens mijn fractie betuig ik alle sympathie en medeleven aan collega Safai vanwege de onzekerheid waarin zij verkeert over haar familieleden en kennissen.
Mijnheer de minister, wat zich vandaag in Iran afspeelt, is niets minder dan staatsgeweld. Het is hier al meerdere keren aangehaald: al weken protesteren Iraniërs tegen een autoritair theocratisch regime dat elke vorm van tegenspraak met brute repressie de kop indrukt. Volgens mensenrechtenorganisaties zijn daarbij inmiddels meer dan 650 betogers gedood. We horen ook hogere cijfers. Bovendien heeft het regime het internet volledig afgesloten. Mijnheer de minister, collega’s, dat is een doelbewuste daad van repressie, een poging om geweld te verbergen, informatie te blokkeren en burgers collectief het zwijgen op te leggen.
Intussen hebt u de ambassadeur van Iran op het matje geroepen. U verklaarde zelf dat het erop lijkt dat de Iraanse autoriteiten hoogstwaarschijnlijk buitensporig geweld gebruiken bij het neerslaan van de protesten. U gaf ook aan uw diensten te hebben gevraagd extra waakzaam te zijn en dat onze ambassade in Teheran de situatie nauwgezet opvolgt.
Ik heb enkele concrete vragen voor u, mijnheer de minister.
Ten eerste, wanneer u spreekt over buitensporig geweld, neem ik aan dat u erkent dat er sprake is van ernstige en systematische mensenrechtenschendingen door het Iraanse regime.
Ten tweede, welke concrete acties volgen uit die verhoogde waakzaamheid van uw diensten en van de ambassade in Teheran, behalve het intensiever monitoren van de situatie? Zult u binnen de Europese Unie ook actief en proactief pleiten voor bijkomende, verregaande en gerichte sancties tegen de verantwoordelijken van het Iraanse regime?
Tot slot, zal ons land zich ondubbelzinnig scharen achter initiatieven van de hoge vertegenwoordiger, Kaja Kallas, om nieuwe sancties op tafel te leggen? Indien dat het geval is – en dat hopen we natuurlijk – verneem ik graag welke rode lijnen ons land hierbij hanteert. Ik dank u.
Maxime Prévot:
Chers collègues, la situation tragique qui est actuellement vécue en Iran commande bien entendu que je commence à présenter mes éléments de réponse en témoignant d'abord de ma solidarité à l'égard du peuple iranien, et singulièrement de celles et ceux qui ont été victimes de la répression organisée par le régime d'État. Bien entendu, cette solidarité s'étend à toutes les familles qui sont encore dans l'incertitude et le doute, y compris notre collègue Mme Safai. Madame, bien entendu, nous pouvons imaginer les douloureux moments qui sont actuellement vécus et nous vous souhaitons évidemment le courage nécessaire pour affronter cette période.
Chers collègues, la position de notre gouvernement vis-à-vis de la République islamique d'Iran a toujours été très claire. Nous dénonçons les violations des droits humains, au rang desquels on trouve évidemment les droits des femmes, et nous soutenons l'appel à la démocratie du peuple iranien.
Mevrouw Samyn, de huidige situatie is meer dan zorgwekkend. Hoewel het gezien de aanhoudende internetblokkade sinds donderdag moeilijk is de circulerende informatie en cijfers te bevestigen, wordt duidelijk dat het regime sinds vrijdagavond is overgegaan tot een uiterst gewelddadige en zelfs dodelijke repressie van de protesten. De cijfers die circuleren spreken over duizenden doden. Vanuit meerdere ziekenhuizen komt het bericht dat zij overweldigd zijn door het aantal doden en gewonden dat werd binnengebracht.
J'ai demandé à mes services une vigilance totale. Notre ambassade à Téhéran en particulier est sur le qui-vive. La coupure d'internet depuis jeudi perturbe évidemment aussi son travail, mais elle demeure tout de même en contact permanent avec nos partenaires pour cerner au mieux ce qu'il se passe. Il y a actuellement environ 250 Belges en Iran, que nous tenons informés et à qui nous prodiguons des conseils. Monsieur De Maegd, je me suis exprimé clairement et publiquement il y a déjà 10 jours pour dire que les manifestations des Iraniens pour leurs droits étaient légitimes et surtout que l'usage illégal de la violence ne saurait en aucun cas être toléré.
Ce lundi, j'ai fait convoquer l'ambassadeur d'Iran en Belgique pour lui exprimer ma ferme condamnation de toutes les violences commises par le régime, des détentions arbitraires, des intimidations, de la coupure d'internet et de toutes ces mesures visant à réprimer un mouvement pacifique, appelant à la démocratie, exprimant l'aspiration légitime des Iraniennes et des Iraniens à une vie meilleure. J'ai publiquement exigé des autorités iraniennes qu'elles respectent leurs obligations internationales, qu'elles s'abstiennent strictement de tout usage disproportionné de la force et qu'elles entendent les revendications pacifiques des Iraniens. L'ayatollah Khamenei a lui-même reconnu la légitimité des frustrations économiques.
Mevrouw Van Hoof, mevrouw Mutyebele, er is coördinatie met mijn Europese collega’s teneinde onze inspanningen te bundelen. De EU heeft zich uitgesproken om het geweld te veroordelen en roept de Iraanse autoriteiten op om de rechten en legitieme eisen van vreedzame demonstranten te respecteren. De EU heeft reeds talrijke sancties opgelegd aan het Iraanse regime, die België heeft gesteund of mee gesponsord. Momenteel staan 344 entiteiten en 373 individuen onder sancties.
En 2022, suite aux violences ayant suivi la mort de Mahsa Amini, l'Union européenne avait pris contre l'Iran des sanctions supplémentaires sous le régime des droits humains.
Mevrouw Almaci, mijnheer Di Nunzio, mevrouw Safai, collega's, België is bereid om verdere Europese sancties te bespreken en te nemen. Mijn diensten zijn hiermee op EU-niveau bezig. Het is duidelijk dat er op de komende bijeenkomst van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, over enkele dagen, nieuwe voorstellen op tafel zullen liggen. De Europese reactie moet krachtig zijn, dat is duidelijk.
Mevrouw Safai, president Trump heeft de voorbije dagen gemengde signalen gestuurd. De Verenigde Staten steunen in elk geval, zoals België, de legitieme vragen van de Iraanse bevolking om meer rechten.
Comme dans le cas de l'Ukraine, de Gaza et du Venezuela, monsieur Boukili, la Belgique insiste pour que tous les États agissent dans le strict respect du droit international.
Mijnheer Van Rooy, we moeten consequent zijn. Ons buitenlands beleid is gebaseerd op respect voor het internationaal recht. Daarom steunt ons land al geruime tijd de fundamentele aspiratie van het Iraanse volk naar mensenrechten en democratie en dat zullen we blijven doen. Het is echter het Iraanse volk, niet België, dat moet kunnen kiezen wie zij willen of niet om hun eigen land te leiden. Zelfs binnen de oppositie lopen de meningen tot heden uiteen.
Madame Samyn, madame Mutyebele Ngoi, nos positions divergent de celles de l'actuel régime iranien sur de très nombreux sujets. Nous maintenons toutefois les canaux diplomatiques ouverts. C'est notamment grâce à cet engagement critique que nous avons pu prendre régulièrement des nouvelles du professeur Djalali, entre autres. Je vous en ai donné régulièrement dans cette commission. Couper tous les liens diplomatiques est souvent une rhétorique facile mais c'est oublier qu'on se prive alors aussitôt de tous les canaux de collecte d'informations, de suivi et d'assistance de nos compatriotes, mais aussi d'une voix de dialogue pour faire évoluer des positions, y compris et surtout quand nous les trouvons inadmissibles.
Monsieur De Smet, la stratégie belge et européenne a donc été de maintenir la porte ouverte au dialogue tout en réagissant fermement aux politiques décidées par le régime iranien quand c'était nécessaire, via des sanctions, notamment pour préserver les droits humains.
Deze sancties hebben ook een economische impact gehad, mevrouw Lambrecht, mijnheer Boukili. De moeilijke situatie waarover Iraniërs vandaag op straat klagen, is echter het gevolg van de politieke keuzes van het huidige regime. Het is tegen de keuzes van dit regime dat de Iraanse straat in opstand komt. België volgt de zich ontwikkelende situatie op de voet.
Nous resterons évidemment mobilisés pour garantir les droits des Iraniens.
Quant à l’accord de gouvernement, monsieur De Smet, il est on ne peut plus clair quant à la position de ce gouvernement s’agissant de l’inscription des Gardiens de la révolution sur la liste des groupes terroristes de l’Union européenne.
Ellen Samyn:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Vandaag kijken we naar een regime dat niet alleen protesten bloedig onderdrukt, verantwoordelijk is voor tienduizenden gewonden en duizenden doden, maar ook systematisch probeert de waarheid te doden door het internet af te sluiten en elke vorm van informatie te blokkeren. Dat alleen al zegt veel over de omvang van wat er werkelijk gebeurt.
Diplomatieke gesprekken zijn noodzakelijk, maar ze mogen geen ritueel zonder gevolg worden. Wanneer jonge mensen worden doodgeschoten omdat zij vrijheid eisen, volstaat bezorgdheid niet meer. Dan is duidelijke internationale druk nodig. Desnoods moet België het voorbeeld geven. U kent mijn standpunt en dat van mijn partij, het Vlaams Belang: het Iraanse diplomatiek personeel moet worden uitgewezen en de terreurambassade van Iran in België moet desnoods worden gesloten.
Ik hoop dat u woord houdt, mijnheer de minister, en dat België binnen Europa blijft aandringen op een aanpak die verder gaat dan woorden: het handhaven van sancties, het benoemen van verantwoordelijkheden en het doorprikken van elke vorm van normalisering van dit regime.
Het Iraanse volk toont vandaag een moed die wij ons amper kunnen voorstellen. Het minste wat wij kunnen doen, is ervoor zorgen dat hun stem niet verdwijnt in stilte en dat zij weten dat wij hen niet zullen vergeten.
Ik besluit, collega’s, met mijn steun te betuigen aan mijn goede collega’s Darya en Sam, in deze voor hen onwezenlijke omstandigheden.
Sam Van Rooy:
Minister, ambtsgenoten, de meeste Iraniërs willen helemaal geen islamitisch regime. Terwijl wij hier debatteren, riskeren talloze moedige Iraniërs weer maar eens hun leven door op straat te gaan tegen de islamisering van hun land en beschaving. "Dood aan dictator Khamenei" en "Javid Shah", dat weerklinkt door de straten. Veel Iraniërs scanderen de naam van Reza Pahlavi. Zij snakken naar hulp van buitenaf.
Deze Iraniërs strijden niet alleen tegen de moorddadige en terroristische ayatollahs en de IRGC, maar ook tegen Hamas en Hezbollah, kortom, tegen de islamitische jihad die ook ons bedreigt. Zij verdienen dus niet alleen verbale steun, maar ook broodnodige hulp, militaire actie die de Verenigde Staten en Israël hopelijk snel zullen geven. Operation Rising Lion en Midnight Hammer waren subliem en krachtig, maar helaas niet genoeg. Het islamitische regime, belichaamd door de ayatollahs en de IRGC, dient te worden geëlimineerd. Dat is de enige taal die zij begrijpen.
Dit gezegd zijnde, laten opeenvolgende Belgische regeringen zich al decennia misleiden en manipuleren door zulke moslimfundamentalisten. Ook van deze tandeloze, laffe regering – zo blijkt ook vandaag weer – zal het helaas niet komen. In plaats van man en paard – of moet ik zeggen man en baard – te noemen, blijft het bij de typische politiek correcte dogma’s, wars van de weerbarstige realiteit op het terrein.
In plaats van de Iraanse ambassade te sluiten en iedereen die verbonden is met dit vijandige jihadistische regime het land uit te gooien, blijft het bij wat praatjes die helemaal geen indruk maken op deze meedogenloze jihadisten. De geschiedenis zal hier hard over oordelen. Lang leve Iran, Payandeh Iran!
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, u gebruikt het woord 'tragisch'. Het is inderdaad heel tragisch, met duizenden doden. Het standpunt van de regering is de mensenrechten te verdedigen, maar het Iraanse regime is sinds vrijdag uiterst gewelddadig. Er moet een tandje worden bijgestoken. Ik hoor dat u de Iraanse ambassadeur hebt ontvangen. Dat moet ook, maar aan wiens kant staat hij? Helpt ons dat iets? Dat is niet duidelijk.
De EU heeft het geweld veroordeeld en roept Iran op om de democratische rechten van de mensen te respecteren. U somde de sancties op die al werden genomen, maar u zei ook dat u en België voor meer sancties op Europees vlak zijn. Dat is nodig, want dat is de enige manier om mee te helpen om het Iraanse regime op de knieën te krijgen.
U zegt dat de sancties die al werden genomen een economische impact hebben gehad. Dat kan wel zijn, maar er moet niet enkel een economische impact zijn, de sancties moeten het huidige regime doen vallen. Dat moet het uiteindelijke doel zijn en daarvoor krijgt u onze steun. U zegt dat u binnen enkele dagen zult samenzitten met de EU over zwaardere sancties. Ik wil u vragen om daar niet mee te wachten, om veel sneller een apart overleg te hebben met de EU en dringend over te gaan tot zwaardere sancties die het regime wel voelt en die het kunnen doen vallen.
Ik wil besluiten met mijn steun te betuigen aan onze goede collega, mevrouw Safai, maar ook aan het Iraanse volk voor de moed die zij tonen om met gevaar voor hun eigen leven en dat van hun families toch op straat te komen. Wij zijn met hen. Er moet dringend iets worden gedaan om hen te helpen.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Collega's, bedankt voor jullie steun. Echt waar, ik apprecieer dat enorm en dat betekent veel voor mij.
Ook ben ik blij dat ik hoor dat u gewoon de mensen van Iran steunt. Het is ook heel belangrijk dat wij vanaf nu stilaan de democratische wil van de Iraanse bevolking beginnen te respecteren, met name regime change . Zij vragen niet meer. Hervorming, zij vragen niet meer. Verbetering, zij vragen gewoon om zich van deze monsters te kunnen vrijmaken.
Wij moeten dat erkennen, maar hoe kunnen wij dat doen? U zegt dat wij in België niet over de toekomst van de mensen in Iran kunnen beslissen. Negentig procent van de mensen zeggen dat zij dit regime niet meer willen. Wij kunnen wel zeggen dat wij dit regime niet meer erkennen. Dat is iets dat wij wel kunnen doen. Legitimiteit aan deze monsters geven, is absoluut verboden. Zij hebben in vier dagen tijd 12.000 mensen vermoord. Zij mogen geen legitimiteit meer krijgen. Zo simpel is het. Wij kunnen beginnen met de eisen van de Iraanse bevolking te legitimeren en te erkennen. Zij willen regime change . Daarna kunnen zij zelf beslissen wat ze willen. Dat kunnen wij niet in hun plaats doen.
Het is belangrijk dat wij weten dat de sancties effectief zijn, maar misschien zijn ze toch niet zo effectief als zou moeten. Wij kunnen misschien niet veel meer doen, maar als op vier dagen tijd 12.000 mensen worden vermoord, verwacht ik dat u de diplomatieke relaties bevriest of op een lager niveau zet, in de plaats van weeral legitimiteit aan een monster te geven, dat ons gewoon met bloedige handen de handen komt schudden. Dat is pijnlijk.
De IRGC op de terreurlijst zetten is een duidelijke signaal. Ik heb dat altijd gevraagd. Hadden wij dat eerder gedaan, dan waren ze misschien niet opnieuw met zoveel zelfvertrouwen zo veel mensen beginnen te vermoorden.
Wij moeten veel doen, nu. Dit is niet alleen hun strijd. Ik ben zo blij dat de collega's mij steunen. We zijn bijna unaniem. Hun strijd is een strijd tegen het islamisme, voor een betere toekomst voor de regio. Ik heb het al lang gezegd, wij kunnen, de Iraniërs kunnen, een ander Midden-Oosten schetsen, dat vreedzaam is, dat een bondgenoot is. Daar zijn zij mee bezig. Alle steun en alle hulp voor hen is welkom. Bedankt dat jullie dat ook willen doen.
Michel De Maegd:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Vous nous l'avez malheureusement confirmé, ces derniers jours, un seuil extrêmement grave a été franchi, avec des milliers de morts, des exécutions sommaires. Cela marque une escalade tout simplement insupportable de la répression. Il y a donc plus qu'urgence à tout faire pour essayer d'empêcher que cela se poursuive. Il est donc essentiel que la Belgique, avec ses partenaires européens, porte une voix forte, profondément humaine, comme vous le faites d'ailleurs ici, qui condamne bien sûr avec force ces mises à mort et la répression, qui soutienne concrètement la société civile iranienne et qui rappelle que la violence d'État ne pourra jamais éteindre une aspiration légitime à la liberté et à la dignité.
Nous devons, je pense, aussi agir de manière responsable pour éviter toute escalade régionale, dont les premières victimes seront de toute façon les populations civiles.
Vous l'avez évoqué avec précision, les sanctions sont bien entendu une clé. Leur réévaluation au niveau européen est probablement très urgente.
Merci, monsieur le ministre, de faire tout ce qui est en votre pouvoir pour également aider nos 250 ressortissants qui sont coincés sur place en ce moment.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Il y a trop de morts et les Iraniens aspirent à la liberté et à vivre dignement. Ce pays est tellement riche par son histoire, par sa culture et il ne pourra vivre indéfiniment sous la tyrannie du régime des mollahs. Mais le peuple iranien ne pourra pas atteindre ses objectifs si une guerre extérieure vient à lui, par exemple si les États-Unis mettent leurs menaces à exécution. Et si l'Iran et l'ensemble de la région souhaitent la paix et la prospérité, il est plus que temps de continuer à œuvrer à la coopération et à enterrer la hache de guerre, la haine et les menaces.
Les Iraniens doivent être les seuls maîtres de leur avenir et personne d'autre. Un changement de régime est évidemment souhaitable pour les Iraniens et les Iraniennes, mais nous devons nous mobiliser pour que cela ne se fasse pas au prix de leur vie ou de leur avenir.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
In onze commissie voor Buitenlandse Betrekkingen hebben we de voorbije jaren het vreselijke gezicht van die schurkenstaat op verschillende manieren gezien: negen jaar gevangenschap van Djalali, de ontvoering van Olivier Vandecasteele, het doden van Mahsa Amini, de aanslag van Assadi en nu opnieuw de dodelijke repressie van het regime tegen de legitieme vragen en demonstraties van de Iraanse bevolking.
We moeten inderdaad méér tonen dan solidariteit. Een reactie moet krachtig zijn, zowel vanuit België als vanuit de Europese Unie. Sancties helpen. Dat is ook de reden waarom de Iraanse bevolking op straat is gekomen. De Iraniërs worden economisch gewurgd en nu ook fysiek gewurgd. Sancties moeten op die manier wel werken. Ik denk dan ook dat we binnen de Europese Unie op de meest krachtige manier moeten oproepen om meer sancties toe te passen.
Daarnaast zijn er legitieme vragen over de manier waarop we de diplomatieke kanalen openhouden. Misschien is daar inderdaad enige vorm van moderatie mogelijk, zonder daarbij informatie of bijstand voor onze Belgische bevolking ter plaatse of voor de noodlijdende Iraanse bevolking te verliezen. Een krachtig signaal is nodig om zowel het regime te sanctioneren als de democratische krachten in Iran te ondersteunen.
Nabil Boukili:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Je réitère ici le soutien au peuple iranien dans sa lutte pour sa liberté, pour ses droits, face à une répression violente et acharnée du gouvernement iranien. Comme tous les peuples, le peuple iranien a droit à sa liberté, à sa souveraineté. C'est aussi pour garantir cette souveraineté qu'il faut protéger le peuple iranien de toute ingérence étrangère pour d'autres intérêts que ses droits.
Les menaces proférées par M. Trump concernant une possible intervention en Iran sont dangereuses, d'abord pour le peuple iranien, mais aussi pour la stabilité de la région. Nous avons assez d'expérience – l'Afghanistan, la Libye, l'Irak, etc. – pour ne pas répéter les mêmes erreurs. Aujourd'hui, nous devons au peuple iranien de nous positionner clairement sur ce risque d'ingérence et d'invasion, mais nous devons aussi lui apporter tout le soutien et toute l'aide nécessaires dans sa lutte contre un régime autoritaire, qui mène une répression sans précédent. Je réitère tout le soutien et notre solidarité avec le peuple iranien.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het Iraanse volk is al sinds 1953 de speelbal van allerlei geopolitieke spelletjes. In 1953 werd de toen democratisch verkozen regering omvergegooid door een coup van de CIA, die de sjah aan de macht heeft gebracht wegens de olievoorraden. Klinkt dat bekend?
Daarna kwam het regime van de sjah, die dictatoriaal heeft geregeerd tot 1979. Duizenden politieke gevangenen werden gemarteld en vermoord. Klinkt dat bekend?
Vervolgens was er de revolutie van 1979, die uiteindelijk het huidige theocratisch regime aan de macht heeft gebracht, dat vandaag hetzelfde doet. Nog altijd wordt diezelfde bevolking haar democratisch recht om zichzelf te besturen op de meest brutale en mensenrechten schendende manier onderdrukt. Steeds opnieuw is de bevolking de speelbal in de hele cyclus.
Het komt ons toe om te kijken hoe we die cyclus kunnen doorbreken. Dat gebeurt niet door heel forse avonturen en niet door zelf in te grijpen met zware woorden. In de regio hebben we immers al gezien dat dat niet altijd tot het succes heeft geleid dat we wilden. Dat kan wel door nu na te denken over hoe we het vacuüm dat dreigt te ontstaan, kunnen ombuigen naar een democratisch nieuw bestel en een ander regime, dat gebaseerd is op de wil van het volk dat in Iran zelf leeft.
Op korte termijn moeten we ervoor zorgen dat het geweld stopt en dat het middenveld, de mensenrechten en de mensenrechtenorganisaties worden geholpen, zodat het recht op protest op een democratische manier kan leiden tot een recht op een democratisch regime.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het spreekt voor zich dat ik enorm veel bewondering heb voor alle mensen in Iran die op straat komen en opkomen voor hun rechten. Ze streven democratische rechten na, die we in ons land en in Europa als vanzelfsprekend beginnen te beschouwen, soms zelfs te vanzelfsprekend. Wanneer we soms het gevoel hebben dat we hier en daar wat opschuiven en onze rechten op bepaalde momenten te grabbel gooien, dan moeten we dergelijke strijdvaardige bewegingen in gedachten houden. Het is ongelooflijk belangrijk dat we ons bewust zijn van wat voor ons hier gewoon is, terwijl dat voor mensen in Iran totaal niet gewoon is, integendeel. In die zin is het uiteraard zeer goed dat u nieuwe en meer verregaande sancties wilt uitvaardigen. Ik heb begrepen dat de Foreign Affairs Council pas over twee weken samenkomt. Mijn vraag of oproep is om daar dringend werk van te maken. Ik hoop dat het geen twee weken hoeft te duren, want van president Trump horen we “ help is on the way ”, bij wijze van spreken, as he pleases , vanaf het moment dat hij eraan denkt. Wij moeten door een lastige Europese mallemolen gaan, maar ik hoop dat u daar vaart mee kunt maken en sneller kunt schakelen, want het regime kent maar één taal, en dat is de taal van de harde sancties. Ik hoop dat u met ons land het voortouw zult nemen, zodat we niet op de achtergrond blijven. De Europese Unie moet snel en eendrachtig handelen. L'union fait la force . De voorzitster : De heer De Smet wenst niet meer te reageren.
Het Mercosur-akkoord
De goedkeuring van het verdrag tussen de EU en de Mercosur-landen
De onthouding van België bij de stemming over het EU-Mercosur-handelsakkoord
EU-Mercosur-handelsverdrag en Belgische stemonthouding
Gesteld door
N-VA
Kathleen Depoorter
PS
Christophe Lacroix
Open Vld
Sandro Di Nunzio
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking), N-VA Bart De Wever (Eerste minister)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het omstreden EU-Mercosur-handelsakkoord, waar België zich als enige onthield bij de stemming, ondanks economische voordelen zoals tariefverlagingen (bv. 35% op chemie, 20% op hightech) en toegang tot 265 miljoen consumenten. Sandro Di Nunzio (MR) bekritiseert de Belgische "onmacht" en interne verdeeldheid—federale regering, Vlaanderen (geen standpunt) en Wallonië (tegen)—en noemt de onthouding "dramatisch" voor jobs en geopolitieke positie, terwijl Maxime Prévot (Les Engagés) benadrukt dat geen consensus bestond over landbouwbezorgdheden (quota, beschermingsclausules), ondanks extra EU-garanties zoals strengere controles en budgetverhogingen. Kathleen Depoorter (N-VA) verdedigt het akkoord als strategische winst voor industrie en export (bv. farma: 18%→0% tarief), met voldoende landbouwbescherming, maar Di Nunzio wijst op de paradox dat Prévots partij (Les Engagés) het akkoord juridisch wil aanvechten bij het EU-Hof, wat hij een "signaal van wantrouwen" noemt. Critici (Di Nunzio) beweren dat politieke blokkades (o.a. cd&v in Vlaanderen) economische kansen torpederen, terwijl Prévot de afweging tussen industriële voordelen en landbouwrisico’s neutraal voorstelt als een "keuze met winnaars en verliezers".
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, mijn vraag dateert van voor het kerstreces en toen was men nog volop aan het onderhandelen over het Mercosur-akkoord. Ondertussen heeft men een aantal aanpassingen gedaan, waardoor het akkoord op 17 januari in Paraguay door Europees Commissievoorzitter Von der Leyen zal kunnen worden ondertekend en het grootste handelsblok ter wereld van start kan gaan.
Het Mercosur-akkoord is een heel belangrijk handelsakkoord waardoor heel wat invoertaksen vermeden zullen kunnen worden. Er is rekening gehouden met een aantal bezorgdheden van de landbouwsector, die op straat gekomen is en die gisteren bijvoorbeeld in Catalonië na overleg en na kennisname van het akkoord, zelfs gestopt is met de blokkering. Er zijn dus echt wel stappen vooruit gedaan. Het akkoord creëert ook openingen voor onze Vlaamse industrie. Zo worden de invoertaksen tot nu gereduceerd. Kortom, het akkoord is significant voor onze economie, innovatie en vooruitgang.
Mijnheer de minister, ook al zijn mijn vragen al wat achterhaald, ik verneem graag van u wat de stand van zaken is. Hoe evalueert u het akkoord? In hoeverre is er tegemoetgekomen aan alle bezorgdheden?
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega’s, mijn vraag was oorspronkelijk gericht aan de premier en dat was niet toevallig. Het was niet toevallige dat ik die vraag aan de premier richtte, omdat Mercosur een strategische keuze is voor onze welvaart en voor de economische koers van ons land.
Dat deze vraag nu aan u is doorgeschoven, kan twee zaken betekenen. Het kan betekenen dat onze premier niet wil spreken over een beslissing die onze jobs en economie raakt. Het kan ook zijn dat de regering met betrekking tot dit dossier zo verdeeld is dat men er liever niet over spreekt en de hete aardappel graag naar u doorschuift.
België leeft van handel. En toch heeft ons land ervoor gekozen om niet te kiezen voor Mercosur. Dat is wat ons betreft onbegrijpelijk. België is groot in export, in industrie, logistiek en ondernemerschap. U weet beter dan wie ook, zeker wanneer u naar het buitenland gaat en onderhandelt, onze welvaart draait op open markten. Daarvan zijn wij ongelooflijk afhankelijk. Onze welvaart draait op kmo’s die exportcontracten binnenhalen, op havens die de motor van Europa zijn en op industriële clusters die moeten concurreren met de Verenigde Staten en China.
Net daarom was het zo ongelooflijk om te moeten vaststellen dat België zich vorige week heeft onthouden bij de goedkeuring van dat handelsakkoord. België stemde niet tegen, België stemde niet voor, maar onthield zich. Een meerderheid van de lidstaten ging voluit voor Mercosur, maar België onthield zich.
Mijnheer de minister, een land dat leeft van handel, maar zich onthoudt als het over handel gaat, toont pure onmacht. Het is pure onmacht van ons land en van deze regering. U weet dat beter dan wie ook, Mercosur is cruciaal voor onze welvaart. Het vrijhandelsakkoord bouwt immers 91 % van de invoertarieven af en opent deuren voor sectoren die vandaag onder enorme internationale druk staan
Ik ga er even op in. Voor de chemische producten gaat het om tarieven tot 35 % die verdwijnen, voor farmaceutische producten om tarieven tot 14 % en voor machinebouw en hightech om tarieven tot 20 %. Mercosur is bovendien een akkoord dat de markt opent voor 265 miljoen consumenten. Meer dan 1.600 Belgische bedrijven zijn er actief. Volgens de Europese Commissie ondersteunt onze export richting Mercosur bijna 800.000 jobs in ons land. Mijnheer de minister, daarover gaat het. Het gaat over de kern van onze welvaart.
Die onthouding is dramatisch, en de timing is dat ook. U weet het – u hebt het er al over gehad, ook hier in deze commissie – onder andere de Verenigde Staten worden steeds protectionistischer. De handelstarieven gaan de lucht in. Het is dus net vandaag dat wij als Europese Unie die kans hadden moeten grijpen. We doen dat wel, maar België had een voortrekker moeten zijn om dat grote handelsblok te willen vormen, zodat we ons geopolitiek kunnen positioneren ten opzichte van die landen die als het ware tariefcorridors optrekken.
Dit legt duidelijk bloot dat het niet gaat over het economisch belang. Het legt de paradox binnen de regering bloot, waar u deel van uitmaakt. Ik heb de premier uiteraard ook daarover bevraagd en ik hoorde hem in de commissie voor Binnenlandse Zaken een pleidooi houden voor het Mercosur-akkoord. Hij erkende de voordelen, maar stelde tegelijk dat zijn ambt de goedkeuring niet kon geven.
Dan stel ik de fundamentele vraag aan u, mijnheer de minister, hoe rijmt zijn overtuiging met het feit dat België zich uiteindelijk aan de zijlijn zet? Hoe kan hij als premier van dit land – ik mag hopen dat u als vicepremier zijn standpunt zult vertolken – dat rijmen met het feit dat België zich onthoudt? De conclusie is toch onvermijdelijk dat de premier de economische noodzaak ziet, maar zijn regering niet mee krijgt. Dat is helaas geen beleid, dat is vaststellen dat er niet beslist kan worden.
Die onthouding komt trouwens niet alleen van het federale niveau, er is een bredere politieke blokkering. Het is niet alleen de federale regering die aarzelt en niet mee wil, ook op regionaal niveau is men verlamd. De Vlaamse regering van Matthias Diependaele besliste om geen standpunt in te nemen. Geen standpunt, alstublieft. Dat is onaanvaardbaar. Vlaanderen roept graag dat het ondernemersvriendelijk is, maar op het moment dat het telt, neemt men geen verantwoordelijkheid.
We moeten ook naar de andere kant van het land kijken. Ook de Waalse Gewestregering draagt haar verantwoordelijkheid. Wallonië profileert zich immers graag als investeringsregio en als exportgebied en heeft bedrijven die baat hebben bij marktoegang, bij de afbouw van tarieven en bij duidelijkheid. Toch heeft Wallonië beslist om nog een stap verder te gaan en het Mercosur-akkoord te verwerpen. Dat bewijst dat er interne politieke verdeeldheid is, niet alleen binnen de federale regering, maar ook bij de deelstaten. Ik heb de eerste minister gezegd dat het jammer is dat, nu de politieke formaties in Wallonië en Vlaanderen dezelfde samenstelling hebben, geen leiderschap wordt opgenomen en geen eensgezindheid kan worden gevonden.
Het Mercosur-akkoord betreft ook de landbouw, want het biedt bescherming en kansen voor de landbouw. We weten dat landbouw het heikele punt is. Er is 25 jaar onderhandeld en landbouw was daarbij zeker meer dan een aandachtspunt. Het akkoord bevat gerichte, juridisch bindende en meteen afdwingbare maatregelen om onze landbouwers te beschermen, maar dat wordt vaak genegeerd in het debat. Politieke partijen en organisaties zoals de Boerenbond lijken dat vaak te negeren.
Er is in strikte quota voorzien voor gevoelige agrovoedingsproducten waarvoor lage invoertarieven gelden. Ik geef één voorbeeld. Er mag 99.000 ton rundsvlees worden ingevoerd. De hoeveelheid is geplafonneerd en komt overeen met slechts 1,5 % van de totale EU-productie. Er zijn dus duidelijke plafonds, ook voor varkensvlees en gevogelte. Er is duidelijk geen ongelimiteerde of onbeperkte instroom.
Ten tweede bevat het akkoord ook een beschermingsclausule die Europa toelaat om onmiddellijk in te grijpen bij marktschade of bij een plotse toename van de invoer. Dat zijn elementen die aantonen dat bij de onderhandelingen in belangrijke mate rekening is gehouden met de bescherming van die sectoren.
Tegelijk is het belangrijk te benadrukken dat dit akkoord ook opportuniteiten biedt. Voor verwerkte landbouwproducten is de impact bijzonder tastbaar. Voor chocolade bijvoorbeeld verdwijnt een invoertarief van 20 % volledig. Voor kaas en melkpoeder daalt het invoertarief van 28 % naar 0 %, wat onze zuivelproducten meteen competitiever maakt. Het is dus geen eenzijdig verhaal. Er zijn wel degelijk ook veel opportuniteiten voor onze landbouw. Sectoren die bescherming nodig hebben, waaronder suiker, vallen onder strikte quota die overeenkomen met ongeveer 1,2 % van de jaarlijkse EU-productie. Dat is de limiet, dus ook daar is geen sprake van een ongecontroleerde stroom.
Vandaag heb ik echter een nieuw potentieel obstakel gezien. Op X las ik immers dat Les Engagés blijkbaar naar het Europees Hof van Justitie zou willen stappen. Mijnheer de minister, u bent tot nader order nog steeds lid van Les Engagés, dat het akkoord niet alleen politiek betwist, maar zelfs juridisch wil laten ondermijnen. Dat is een fundamenteel signaal van wantrouwen in een akkoord dat de eerste minister mee heeft verdedigd.
Steunt u de stap van Les Engagés naar het Europees Hof van Justitie, ja of nee? Daar wil ik graag duidelijkheid over. Hoe kan de eerste minister in Europa pleiten voor Mercosur, terwijl uw partij een juridische blokkering ervan ambieert? Wat houdt dit in voor onze ondernemers? België onthoudt zich, Vlaanderen neemt geen standpunt in, Wallonië werkt tegen en de partij van de minister van Buitenlandse Zaken kondigt aan dat zij naar het Hof van Justitie zou willen stappen om het akkoord juridisch te laten onderzoeken. Is dat het signaal dat we aan onze bedrijven willen geven?
Waarom werd deze vraag van de eerste minister naar u doorgeschoven? Wie neemt finaal de politieke verantwoordelijkheid in deze regering? Zullen de Vlaamse regering en de Waalse regering worden aangesproken op hun houding? Het belangrijkste punt is echter of u bereid bent om in het verdere Europese traject kleur te bekennen en België actief te positioneren bij de implementatie van het akkoord, zodat uw overtuiging ook effectief beleid wordt. Ik hoop dat dit uw overtuiging is en die van deze regering.
Maxime Prévot:
Mevrouw de voorzitster, collega's, op vrijdag 9 januari 2026 keurde COREPER de ondertekeningsbesluiten en de besluiten betreffende het sluiten van die overeenkomsten goed voor de partnerschapsovereenkomst en de interimovereenkomst inzake handel. Het dossier wordt nu ter goedkeuring naar het Europees Parlement gestuurd. In de komende dagen zal voorzitster Ursula von der Leyen naar Paraguay reizen om de overeenkomst te ondertekenen. De overeenkomsten kunnen daarna voorlopig van toepassing worden wanneer ten minste één Mercosur-land en de Europese Unie de kennisgeving hebben gedaan.
De Europese Commissie heeft zich in haar interinstitutionele overeenkomst met het Europees Parlement ertoe verbonden die kennisgeving voor de Europese Unie pas te doen na ontvangst van de instemming van het Europees Parlement. Het Europees Parlement zou volgende week tijdens de plenaire vergadering stemmen over het al dan niet verwijzen van Mercosur naar het Hof van Justitie voor een juridisch advies. Indien dat het geval is, kan het Europees Parlement pas stemmen zodra het advies is ingewonnen.
Comme vous le savez, la Belgique s'est abstenue lors du vote de l'accord. La position finale belge est prise en coordination avec l'ensemble des autorités politiques qui ont été impliquées. Conformément à notre système institutionnel, les décisions se prennent sur la base du consensus. Sans consensus, la Belgique doit s'abstenir.
Il n'y avait pas de consensus en Belgique pour voter en faveur de l'accord, compte tenu des sensibilités exprimées concernant certains secteurs agricoles. Mais il n'y avait pas non plus de consensus contre l'accord. Les développements récents n'ont pas modifié les positions. Même si je regrette que la position belge n'ait pas pu exprimer un consensus fort, dans un sens ou dans un autre, la position belge est le fruit de notre processus de coordination interne qu'il convient également de respecter. Par ailleurs, permettez-moi de souligner qu'une abstention ne constitue pas une approbation tacite de l'accord.
J'aimerais encore répondre à vos deux questions concernant les garanties pour les agriculteurs. Je souhaite d'abord dire à nos agriculteurs que nous sommes bien conscients de leurs difficultés et que nous poursuivrons, en collaboration avec les ministres de l'Agriculture, nos efforts pour améliorer leurs conditions de travail et la soutenabilité de leurs exploitations au sein des différentes filières du Conseil.
Tijdens de bijeenkomst van de landbouwministers op 7 januari kondigde de Commissie aan dat twee derde van het budget voor de tussentijdse herziening van het Meerjarig Financieel Kader vervroegd wordt vrijgemaakt, wat neerkomt op een verhoging van 45 miljard euro. In de verordening betreffende het vrijwaringsmechanisme zijn de drempels voor onderzoeken naar gevoelige producten van 10 % naar 5 % gedaald.
Voorts heeft de Commissie voor dezelfde verordening een verklaring aangenomen over de versterking van de controles op normen in de EU en in derde landen, een bevestiging van de toezeggingen in de communicatie over de visie voor de toekomst van de landbouw, met name op het gebied van pesticiden- en dierenwelzijn en de mogelijkheid om 10-cijferige douanecodes te creëren om bepaalde specifieke gevoelige bijproducten te volgen, zoals specifieke stukken rundsvlees.
C'est dans cette même démarche que nous avons voulu influencer l'accord pour le rendre le plus équilibré possible. Nous importons déjà des produits agricoles du Mercosur et nous continuerons à le faire, avec ou sans cet accord. Donc, en lui-même, celui-ci ne crée pas les problèmes. En revanche, il convient de nous assurer qu'il ne les aggravera pas. À ce titre, l'accord ne réduit pas les tarifs à 0 % pour l'ensemble des produits agricoles. Pour les produits sensibles tels que le bœuf, la volaille, le sucre, il prévoit des quotas progressifs et des sauvegardes bilatérales pouvant suspendre la libéralisation. Une nouvelle sauvegarde peut être ensuite réimposée sur le même produit après une période minimale correspondant à la moitié de la durée totale de la sauvegarde appliquée. Un règlement européen devra permettre de clarifier l'opérationnalisation de ces sauvegardes dans l'Union européenne.
Enfin, les normes SPS restent inchangées. La Commission s'engage à renforcer les contrôles. L'accord devra également protéger des indications géographiques européennes et belges et représenter des opportunités pour certaines filières agroalimentaires belges telles que la bière, les produits chocolatés, les pommes de terre surgelées ou les fromages et produits laitiers.
Encore une fois, j'entends les difficultés énormes auxquelles se heurtent les agriculteurs. Je ne prétends pas que les mesures de sauvegarde que je viens de vous énumérer et qui ne sont, du reste, pas exhaustives apporteront des solutions miracles à tous leurs problèmes. Toutefois, j'ose espérer qu'elles pourront au moins témoigner du travail accompli pour rendre cet accord le plus équilibré possible et tenter d'apaiser quelque peu leurs inquiétudes. Bien évidemment, chacun en jugera.
Mijnheer Di Nunzio, wat de politieke verdeeldheid en het algemeen economisch belang betreft, herhaal ik nogmaals dat het Belgische standpunt moet worden geformaliseerd door een besluit, gevalideerd tijdens een vergadering met alle bevoegde kabinetten van de federale en gefedereerde entiteiten. Indien er geen consensus wordt bereikt, onthoudt België zich bij de stemming. Die procedure wordt ook gevolgd bij de volgende stappen van het Mercosurakkoord. De afgelopen maanden vonden meerdere overlegmomenten plaats over het akkoord, zowel met sectororganisaties als met de Europese Commissie.
Een handelsakkoord brengt onvermijdelijk zowel winnaars als verliezers met zich mee. Ik erken de economische voordelen die het Mercosur-akkoord zal brengen, met name een verbeterde marktoegang voor de Belgische industrie en een tariefliberalisering. Daar staat tegenover dat de landbouwsector het grootste deel van de lasten draagt. Ondanks bijkomende garanties die onlangs zijn toegekend, blijven die onvoldoende om de huidige druk op de landbouwsector wezenlijk te verlichten.
Het komt mij niet toe om een oordeel te vellen over het al dan niet innemen van een standpunt door een gewest. Wat uiteindelijk telt, is de finale conclusie die wij vaststellen op het DGE-overleg.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, zoals u weet zijn we het over dit punt niet helemaal eens. Ik vind dat er wel goed onderhandeld is met de landbouwers. Er zijn extra schotten inzake de quota ingevoerd. Er zijn budgetten naar voren geschoven. Er zijn bijkomende garanties inzake voedselveiligheid afgesproken. In Europa zie ik dat een aantal landbouwers de blokkades daadwerkelijk heeft opgegeven. Ze erkennen dat er goede stappen vooruit zijn gezet.
We moeten onder ogen zien dat de geopolitieke situatie een impact heeft op onze economie. We hebben het daarnet uitgebreid gehad over economische strategische autonomie en over het sterke Europa dat we willen zijn, ook op economisch vlak. Daartoe hebben we partners en afzetmarkten nodig. U erkent dat zelf ook. Economisch gezien zal dat akkoord een stap vooruit betekenen voor onze bedrijven, die echt wel een beetje zuurstof nodig hebben.
Ik ben dus verheugd dat er een akkoord is gesloten op 9 januari. Ik heb er vertrouwen in dat de rechtsgeldigheid zal worden onderzocht en op een correcte manier zal worden beoordeeld, zodat we vooruit kunnen met de discussie, een debat dat al twintig tot vijfentwintig jaar worden gevoerd.
Gaan we effectief naar dat grote handelsblok dat we zo broodnodig hebben? Ik herhaal het nog eens: voor de farma-industrie gaat het van 18 % naar 0 %, en dat op een moment waarop we voor grote uitdagingen staan wegens de heffingen die de Verenigde Staten hebben opgelegd. We kunnen daar dus erg sterk uit komen.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kan me inhoudelijk uiteraard in belangrijke mate aansluiten bij de opmerkingen van de collega van N-VA. Ik was in het begin hoopvol, want het viel me op dat u redelijk uitvoerig de garanties voor de landbouw hebt opgesomd die ingebouwd zijn in het akkoord, zowel wat de toegang tot onze markten als wat de kwaliteitscontroles betreft. Ik meende dat u, minstens op persoonlijke titel, aan het shiften was ten opzichte van uw eigen partij. Op het einde hebt u letterlijk gesteld dat u de garanties voor de landbouw eigenlijk onvoldoende vindt, wat toch een ander standpunt is dan dat van onze premier en van een aantal andere partners binnen uw regering. Ik ben op zich niet de grootste tafelspringer of wil niet met zware aanvallen aan politique politicienne doen, maar ik moet zeggen dat ik het ongelooflijk betreur dat de arizonaregering, die zichzelf in de markt heeft gezet als pro hervormingen, pro ondernemen, en pro bedrijfsleven, er niet in slaagt om eensgezindheid te vinden en elkaar ervan te overtuigen dat de garanties afdoende zijn. Ik betreur dat zeer erg, temeer omdat u als minister van Buitenlandse Zaken ons in het buitenland als exportland in de markt moet zetten. U moet verdedigen dat we staan voor een open economie en voor sterke handelsakkoorden. Ik vind het ongelooflijk jammer, een doodzonde, dat u en uw partij dat niet mee kunnen verdedigen, net zoals ik dat een doodzonde vind op Vlaams niveau, waar één partij, met name cd&v, ervoor gezorgd heeft dat zelfs Vlaanderen er niet in slaagt om voorstander te zijn, terwijl dat een no-brainer zou moeten zijn. Waar in het verleden andere eerste ministers wellicht de volle laag gekregen zouden hebben omdat het goedkeuren van een zo gunstig akkoord voor onze regio niet lukt, blijkt dat nu niet het geval te zijn. Maar goed, passons . We stellen vast dat er geen eensgezindheid is en we gaan over tot het volgende dossier. Het feit dat de eerste minister de interpellatie morgen niet zal beantwoorden maar ze naar u doorschuift in deze commissievergadering, en dat hij niet wil assumeren dat hij als leider van de ploeg er niet in slaagt om duidelijk voor onze welvaart te kiezen, zegt mij meer dan genoeg. U hebt ook geantwoord – op persoonlijke titel, neem ik aan, want het is duidelijk geen standpunt van de regering – dat er winnaars en verliezers zijn bij akkoorden. U gaf aan dat er in dit akkoord voldoende grendels zijn ingebouwd. In zo’n debat bestaat steeds het risico, zoals ik al ben tegengekomen, dat wie voor het akkoord pleit, ongenuanceerd wordt weggezet als tegenstander van de landbouw. Natuurlijk is niets minder waar. U hebt zelf ook aangestipt dat veel sectoren van het akkoord zullen profiteren en naar die landen zullen kunnen exporteren, niet het minst onze fruittelers, die geen toegang meer hebben tot de Russische markt, maar die nu wel naar de Mercosur-landen kunnen exporteren. Als het feit dat er potentieel enkele verliezers zouden kunnen zijn, men weet het nooit, als een aantal bedrijven in moeilijkheden zou komen, wat ik betwijfel, als dat een reden is om geen handelsakkoorden af te sluiten, dan wordt het mijns inziens zeer moeilijk. Immers, zoals ik eerder al in de commissie voor Buitenlandse Zaken zei, mochten wij vandaag van nul moeten beginnen en een nieuwe Europese Unie moeten vormen, dan zouden we met de reflexen die nu naar voren worden geschoven en met de verklaringen dat de inhoud van zo’n akkoord onvoldoende is, geen Europese Unie kunnen vormen. Ook in het verleden, bij de uitbreiding van de Unie met landen zoals Polen en bij de vorming van de Unie, is de macht steeds enigszins verschoven en moest opgevolgd worden hoe dat zich voltrok, zodat er geen drama’s gebeurden. Als wij niets doen, niet bewegen en geen akkoorden sluiten, uit vrees dat bepaalde sectoren meer onder druk zouden kunnen komen, dan kan iedereen beter op zijn eiland blijven, binnen zijn eigen land, en moet er niet meer samengewerkt worden. Ik ben het daar persoonlijk niet mee eens en ik ben er ook grondig tegen. Ik betreur in die zin dat er geen eensgezindheid is. Laten wij echter op Europees vlak niet verder blokkeren, maar laten wij het akkoord gebruiken en goed uitvoeren, zodat er van die quota en van die kwaliteitscontroles effectief werk wordt gemaakt, zodat onze landbouwers die het wel nodig hebben, goed worden beschermd. Moties Motions De voorzitster : Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Sandro Di Nunzio en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Sandro Di Nunzio en het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, vraagt de regering - om zich actief te positioneren bij de implementatie van dit akkoord, zodat het wegvallen van tarieven en openstellen van de Mercosur-markt meteen impact heeft voor onze bedrijven en havens; - om bij de Vlaamse regering de gevolgen van het ontbreken van een duidelijk standpunt over Mercosur aan te kaarten; - om, gezien de blamage voor België dat zich als enige land heeft onthouden bij de stemming, in de toekomst voor jobs en investeringen te kiezen en onvoorwaardelijk volgende vrijhandelsakkoorden tussen de EU en derde landen goed te keuren (cf. de lopende onderhandelingen met lndia). " Une motion de recommandation a été déposée par M. Sandro Di Nunzio et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de M. Sandro Di Nunzio et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement, demande au gouvernement - de se positionner activement lors de la mise en œuvre de cet accord pour que l'abandon des droits de douane et l'ouverture du marché du Mercosur aient un effet immédiat pour nos entreprises et nos ports; - d'évoquer les conséquences de l'absence de position claire sur le Mercosur avec le gouvernement flamand; - compte tenu de la honte subie par la Belgique, qui a été le seul pays à s'abstenir lors du vote, d'opter à l'avenir pour l'emploi et les investissements et d'approuver inconditionnellement les prochains accords de libre-échange entre l'UE et des pays tiers (cf. les négociations en cours avec l'Inde). " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Michel De Maegd. Une motion pure et simple a été déposée par M. Michel De Maegd . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De staatsgrepen in West-Afrika
De situatie in Benin
De couppoging in Benin
De verijdelde staatsgreep in Benin
Politieke instabiliteit en couppogingen in Benin en West-Afrika
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Prévot bevestigt dat België de mislukte staatsgreep in Benin (7 december 2024) snel veroordeelde en de democratische stabiliteit benadrukte, terwijl hij contact hield met de Beninse regering en ECOWAS om verdere steun te coördineren. Hij waarschuwt voor spill-over van Sahel-instabiliteit (jihadisme, georganiseerde misdaad) naar kustlanden zoals Benin, maar relativeert met recente democratische successen in Senegal, Ivoorkust en Ghana; België blijft inzetten op veiligheidssamenwerking, ontwikkeling (o.a. via Global Gateway) en diplomatieke dialoog, met een herziening van de Sahel-strategie in 2026 en versterkte coördinatie met de EU. Kritische punten: Depoorter en Lambrecht vrezen aanhoudende dreigingen door vluchtende putschisten, terrorisme en politieke repressie (arrestaties oppositie), en vragen om verhoogde waakzaamheid voor Belgische diplomaten en ontwikkelingswerkers. Kompany prijst de militaire en economische samenwerking (bv. haven Cotonou-Antwerpen) als model voor stabiliteit, terwijl Lambrecht de EU-strategie bekritiseert als ontoereikend en pleit voor meerdimensionale aanpak (inclusief Rusland’s invloed, maritieme veiligheid). Prévot benadrukt dat België’s betrokkenheid onverminderd blijft, met focus op lokaal eigenaarschap, ECOWAS-samenwerking en preventie van antidemocratische krachten.
Kathleen Depoorter:
Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Benin wordt de laatste maanden geconfronteerd met toenemende veiligheidsuitdagingen in het noorden van het land, onder meer door de spill-over van jihadistisch geweld uit de Sahelregio. Deze evolutie heeft gevolgen voor de stabiliteit van het land, de veiligheid van de burgerbevolking en de bredere regionale veiligheid. Tegelijk blijft Benin voor België en de Europese Unie een belangrijke partner in West-Afrika op het vlak van ontwikkeling, goed bestuur en veiligheidssamenwerking.
Graag verneem ik het volgende van u:
Kunt u toelichten hoe België de huidige veiligheids- en politieke situatie in Benin beoordeelt, en welke maatregelen worden genomen om de veiligheid en bescherming van onze diplomaten en het Belgisch personeel ter plaatse te waarborgen?
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, le dimanche 7 décembre dernier une tentative de coup d'Etat a eu lieu au Bénin. Heureusement cette tentative a échoué. La grande majorité de l'armée est restée fidèle au Président Patrice Talon. La Cédéao est également rapidement intervenue et des forces nigériennes ont pu venir en soutien aux forces "loyalistes". De même, la France a pu apporter son soutien. Ceci a permis de rapidement rétablir le calme et de reprendre le contrôle de la situation.
On peut considérer ces réactions comme une réussite après les coups d'Etat réussis au Mali, au Burkina Faso, au Niger et en Guinée-Bissau. Certes, chacun de ces évènements est dépendant de la situation locale mais ils ont eu plusieurs conséquences négatives comme notamment l'extension du contrôle territorial exercé par les forces islamistes et l'alignement de ces Etats sur la Russie.
Le Bénin est un pays avec lequel la Belgique coopère beaucoup vu qu'il s'agit d'un des Etats prioritaires pour notre coopération. Nous avons également une excellente coopération militaire.
Monsieur le ministre, vous avez rapidement et fermement condamné les actions du groupe de militaires qui visaient à prendre le pouvoir. Et vous avez mis l'accent sur la nécessité de respecter le processus démocratique à l'approche des élections qui doivent avoir lieu en 2026. Je vous soutiens dans cette démarche.
J'ai néanmoins un certain nombre de questions:
Avez-vous eu des contacts avec le autorités béninoises depuis les événements du 7 décembre?
Une coopération intervient-elle avec la Cédéao pour soutenir politiquement les processus démocratique dans la région?
Depuis le 7 décembre, un certain nombre de membres de l'opposition ont été arrêtés dans le cadre de l'enquête. Certains ont sans doute soutenu le coup d'Etat. Mais il y a des craintes que le gouvernement actuel cherche à profiter de la tentative de coup d'Etat pour museler une partie de l'opposition. Avez-vous des informations sur les dirigeants arrêtés?
Annick Lambrecht:
Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Sinds enkele jaren staat een deel van West-Afrika en de Sahel bekend als de ‘coup belt’. Benin, een van de stabielere democratieën van het Afrikaanse continent, slaagde er begin december in een poging tot staatsgreep te verijdelen. Benin is één van de armste landen van de wereld. Tegelijk is het een ‘ontwikkelingskampioen’: het is bijzonder goed in het omzetten van middelen in effectieve sociale en economische ontwikkeling. Dat ook dit land gevaar loopt voor staatsgrepen, moet ons ernstige zorgen baren.
Minister, ik heb volgende vragen:
1. Maakt u zich zorgen over de ‘coup belt’? Is dit het einde van een golf democratisering in West-Afrika? Moeten we hier als Europa en België van wakker liggen? Welke effecten kan dit op ons hebben?
2. Bent u het met mij eens dat Benin en de hele regio bij de kwetsbaarste landen van de wereld behoren, en daarom binnen het profiel van de Belgische ontwikkelingssamenwerking passen?
3. Schiet de strategie van de EU voor West-Afrika op dit moment tekort? Doet de EU wat het kan om bij te dragen aan ontwikkeling en welvaart? Welke bijsturingen zijn volgens u nodig?
4. Wat kan de EU doen om bij te dragen aan binnenlandse veiligheid in fragiele staten, met name ter bescherming tegen antidemocratische krachten, zoals in West-Afrika? Werken de mechanismes die hier op dit moment voor bestaan voldoende volgens u?
5. Wat zijn voor het Belgische buitenlandbeleid de prioriteiten in West-Afrika,zeker in het licht van deze laatste ontwikkeling?
Maxime Prévot:
Beste Kamerleden, ik heb de ontwikkelingen in Guinée-Bissau en Benin van zeer nabij gevolgd. Ik heb deze gebeurtenissen snel veroordeeld. Hoewel beide situaties bepaalde gelijkenissen vertonen, zijn ze ook sterk verschillend.
In Guinée-Bissau heeft de staatsgreep abrupt een einde aan het verkiezingsproces gemaakt. De telling van de stemmen voor de presidentsverkiezingen was net begonnen, onder normale omstandigheden, toen militairen besloten om het democratische proces te onderbreken. President Embalo, wiens vermeende rol in deze gebeurtenissen vragen oproept, is het land ontvlucht, terwijl Domingos Simoes Pereira, leider van de belangrijkste oppositiepartij, en andere prominente figuren zijn gearresteerd.
Daarom hebben de EU, the Economic Community of West African States en de Afrikaanse Unie opgeroepen tot het herstel van de constitutionele orde, de hervatting van het verkiezingsproces, de vrijlating van willekeurig vastgehouden personen en de eerbiediging van de fundamentele vrijheden. De junta verzekert dat de overgang niet langer dan een jaar zal duren, maar het is essentieel dat de internationale gemeenschap de druk blijft handhaven.
Voorzitter: Kathleen Depoorter.
Président: Kathleen Depoorter.
Quant à la tentative de coup d'État au Bénin, elle souligne pour sa part, à nouveau, que même dans les situations en apparence stables, il y a toujours un risque que certaines fragilités soient instrumentalisées par des forces opposées. La pression sécuritaire sur le nord du pays, les victimes faites par les opérations dans la zone et les conditions socioéconomiques locales sont des éléments parmi d'autres qui sont instrumentalisés pour alimenter le mécontentement dans une petite frange de l'armée béninoise. Les réformes constitutionnelles récentes et le climat préélectoral ont aussi été utilisés comme prétexte par les auteurs de cette tentative de coup d'État, mais il reste à voir si cela a vraiment joué un rôle dans le déclenchement du coup de force. Il est clair néanmoins que la meilleure réponse à ces événements est toujours à chercher dans le dialogue.
Je peux en tout cas confirmer que le matin même de cette tentative de coup d'État, j'ai eu des échanges avec mon homologue béninois pour lui faire part de notre solidarité et de notre soutien. L'ampleur de ces événements a été finalement fort limitée et les autorités ont pu reprendre le contrôle total de la situation en moins de 24 heures. La réaction rapide de la Communauté économique des États de l'Afrique de l'Ouest et de certains pays de la région a également joué un rôle. Une série de putschistes ont pu s'échapper et sont toujours en fuite.
Il demeure qu'une analyse plus approfondie des événements doit encore être faite pour tirer les leçons et en connaître les éventuelles ramifications intérieures, voire au-delà. Quelques membres de l'opposition ont été arrêtés, dont l'un a été entretemps libéré, tout en restant placé sous contrôle judiciaire, le 15 décembre.
Notre ambassade à Cotonou suit ces développements de près. J'avais d'ailleurs moi-même abordé la situation politique au Bénin lors de mon entretien avec le ministre des Affaires étrangères, M. Bakari, lorsque je l'ai vu en marge du sommet Union africaine-Union européenne à Luanda.
Ik wil toch enkele nuances aanbrengen over het risico van toenemende instabiliteit in de kustregio. Uiteraard weegt de impact van de instabiliteit in de Sahel zwaar en de gebeurtenissen in Benin en Guinee-Bissau zijn verontrustend, maar dat moet worden afgewogen tegen de recente verkiezingsprocessen in Senegal, Ivoorkust en Ghana, die goed zijn verlopen.
Het is dus belangrijk om nauw samen te blijven werken met deze stabiele staten en met ECOWAS (Economic Community of West African States) om de democratie te beschermen en bij te dragen aan het indammen van onveiligheid en terrorisme. Elke besmetting van de instabiliteit in de Sahel naar de kust zou immers een nieuwe voedingsbodem vormen voor terroristische netwerken en georganiseerde misdaad. Men mag niet vergeten dat 40 % van het maritieme verkeer naar Europa langs de West-Afrikaanse kusten passeert.
Ceci démontre donc toute la pertinence de l’engagement continu de la Belgique en Afrique de l’Ouest et au Sahel. Il n’est absolument pas question de désinvestissement, comme cela a pu être prétendu dans la question initiale de Mme Mutyebele. Nous avons la volonté de rester présents, avec toute la panoplie de nos instruments, y compris au Bénin. Je suis d’ailleurs en contact étroit avec le ministre M. Francken, puisque notre Défense a développé une coopération solide avec le Bénin. Nos deux départements se coordonnent aussi régulièrement via plusieurs mécanismes, dont la réunion interdépartementale Sahel, qui se tient à intervalles réguliers.
De Europese Unie levert inspanningen om met de getroffen landen in West-Afrika samen te werken en hen te ondersteunen op de wijze en in de mate waarin zij dat zelf wensen. De steun van de EU is echter geen tovermiddel dat ontwikkeling en welvaart als vanzelf tevoorschijn tovert. Investeringen zoals die welke vandaag in het kader van Global Gateway op stapel staan, kunnen een sterke stimulans vormen voor de economische ontwikkeling.
Misschien kan er, veeleer dan in termen van geopolitieke concurrentie, meer multilateraal en multidimensionaal worden nagedacht en samengewerkt met andere wereldspelers, met het oog op synergie en gezamenlijk gedragen doelstellingen voor de regio en daarbuiten. Ook moet de politieke breuk tussen ECOWAS en de Sahelconferentie meer diplomatieke aandacht krijgen, zodat er naast de onvermijdelijke divergentie opnieuw in convergerende zin kan worden gepraat..
Il est évidemment souhaitable de concentrer nos actions pour qu’elles soient plus efficaces. C’est dans cette perspective qu’un exercice pour réévaluer la stratégie intégrée de la Belgique pour le Sahel sera lancé cette année 2026, comme mentionné dans l’accord de gouvernement.
Depuis l’adoption de cette stratégie en 2023, le contexte régional a en effet encore évolué et il faut donc l’adapter aux réalités actuelles, renforcer notre cohérence opérationnelle et surtout garantir l’alignement de notre action diplomatique avec nos intérêts nationaux et les priorités européennes. Par ailleurs, depuis un an, notre envoyée spéciale pour le Sahel, l’ambassadrice de Cartier, s'est rendue dans chacun des pays de la région pour mieux adapter notre approche, partager nos préoccupations et, surtout, maintenir le dialogue politique.
Je souhaite également me rendre en mission au Sahel au premier semestre de cette année pour appuyer la mise en œuvre de l’approche renouvelée de l’Union européenne pour la région, ce que nous avons appelé de nos vœux depuis longtemps. Ce document définit clairement nos intérêts et nous permettra de travailler sur cette base avec les gouvernements concernés. J’ai d’ailleurs eu une excellente rencontre, il y a quelques semaines, avec le représentant spécial de l’Union européenne pour le Sahel, João Cravinho, pour en parler. Je compte me rendre également en 2026 dans plusieurs pays côtiers d’Afrique de l’Ouest pour y renforcer nos partenariats.
De veiligheid van ons personeel ter plaatse is nooit in het gedrang geweest.
Tijdens de gebeurtenissen vonden intensieve contacten plaats tussen de ambassade en ons departement. In samenspraak met de andere componenten van Team Belgium in Cotonou, waaronder de defensieattaché en Enabel, heeft de ambassade zeer adequaat gereageerd en haar crisisplan snel kunnen uitvoeren. De jongste jaren werden stelselmatig investeringen gedaan om de beveiliging van ons ambassadegebouw en ons personeel te verbeteren.
De samenwerking met de delegatie van de EU en met andere ambassades in Cotonou verloopt ook op het vlak van de veiligheid van het expatpersoneel uitstekend.
Kathleen Depoorter:
Het is goed dat er geen acuut gevaar is geweest voor onze landgenoten in Benin.
Het heeft inderdaad niet lang geduurd, maar we moeten alert blijven. Zoals u zegt, moet de veiligheid gegarandeerd zijn voor mensen die werken voor onze ontwikkelingsmaatschappij, die diplomatiek actief zijn en actief op defensievlak in West-Afrika. Er is niet alleen het politieke gevaar, maar ook een vrij grote lokale criminaliteit. Er is ook de terroristische dreiging, waardoor het op bepaalde vlakken echt uitdagend is. Daar moeten we alert voor zijn.
Ik ben het ook met u eens dat samenwerking in Afrika essentieel is. Het voorbeeld dat u gaf, ECOWAS en de Sahel, toont aan dat ook daar moet worden gestreefd naar een goed en coherent Afrikaans diplomatiek beleid, zodat de veiligheid er geoptimaliseerd kan worden.
Wat mij wel zorgen blijft baren, is dat u zegt dat de putschisten nog altijd op de vlucht zijn. We weten met z’n allen dat het gevaar niet geweken is zolang er nog terroristische organisaties in de regio aanwezig zijn.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, si j'ai une remarque à émettre, c'est pour constater que cet É tat, le Bénin, fait partie de vos préoccupations en matière de développement en Afrique. Aussi, notre armée multiplie des actions de progrès pour soutenir l'armée béninoise.
Vous avez parlé de la nécessité de garantir les intérêts. Vous partagez ce souci-là, dans la mesure où vous avez cité le port de Cotonou, lequel coopère avec celui d'Anvers qui lui apporte la technicité. C'est ce que nous voulons savoir de notre pays au regard de l'exportation, oserais-je dire, du vivre-ensemble. Il s'agit surtout d'offrir à ces pays une marge de progression technologique intéressante, à l'instar de ce qui se passe entre Cotonou er Anvers. Je vous remercie.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, we moeten inderdaad zeer alert blijven voor staatsgrepen die soms sluipend komen. Als het niet veilig is in bijvoorbeeld Benin, zou het ook hier niet meer veilig kunnen zijn. Dat hangt allemaal samen. Ik ben zeer verheugd dat u zegt dat de dialoog blijft met de landen waar gevaar is voor staatsgrepen. Het is uiteraard goed dat het in Senegal, Ivoorkust en Ghana beter gaat, maar het gaat zeker in evenveel andere landen niet beter. We moeten dat echt heel goed onder de radar houden. Het gevaar is dat we daarover te weinig praten, omdat we te veel bezig zijn over andere landen, die natuurlijk even belangrijk zijn. We hebben vandaag veel over Iran, Oekraïne en Venezuela gepraat, maar in de Sahel rijzen toch ook wel een aantal zware problemen. Daarom is het belangrijk dat u zegt dat het engagement van België er is om daarin te blijven investeren, om dat niet langs de kant te leggen, om daar aanwezig te blijven en de oefening in 2026 te maken over hoe we via diplomatie de beste nationale belangen in overeenstemming kunnen brengen met de Europese belangen, maar ook met de belangen van de landen daar.
De detentie van Lars De Smet
De consulaire bijstand aan een Belgische gevangene in Noord-Macedonië
De detentie van Lars De Smet
De detentie en consulaire bijstand aan een Belgische gevangene in Noord-Macedonië
Gesteld door
Open Vld
Sandro Di Nunzio
VB
Ellen Samyn
Vooruit
Annick Lambrecht
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden bekritiseren de onmenselijke detentieomstandigheden van Belg Lars De Smet in Noord-Macedonië (o.a. mishandeling, medische verwaarlozing, gebrek aan voedsel), bevestigd door de Raad van Europa, en dringen aan op snelle overbrenging naar België om zijn straf hier uit te zitten. Volgens hen blokkeert Noord-Macedonië een reeds goedgekeurde transfer (2025) zonder duidelijke reden, terwijl de familie radeloos is en gebrek aan coördinatie tussen Buitenlandse Zaken (Prévot) en Justitie (Verlinden) signaleert – beide ministers verwijzen naar elkaars bevoegdheid. Minister Prévot (BZ) bevestigt vijf consulaire bezoeken in vier jaar, financiële steun en diplomatieke druk voor betere omstandigheden, maar wijst voor de geblokkeerde overbrenging naar Justitie, dat het Verdrag van Straatsburg moet uitvoeren. Hij belooft samenwerking met Verlinden, maar parlementsleden noemen de inspanningen onvoldoende (te weinig bezoeken, trage actie) en eisen concrete stappen om de patstelling te doorbreken en de familie duidelijkheid te bieden.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de voorzitster, ik wens deze vraag mondeling te stellen.
Mijnheer de minister, wanneer een Belgische burger in het buitenland wordt vastgehouden, mag België op zijn minst verwachten dat die detentie veilig en menswaardig verloopt.
Lars De Smet uit Aalst zit al drie jaar vast in Noord-Macedonië. Volgens zijn familie krijgt hij daar onvoldoende voedsel, wordt hij fysiek mishandeld en verblijft hij in onmenselijke omstandigheden.
Ik begrijp dat het vonnis in Noord-Macedonië juridisch definitief is en dat België een buitenlandse rechtsmacht moet respecteren. Dat spreekt voor zich met de scheiding der machten en het respect voor de soevereiniteit van andere staten.
Mijn vragen ter zake voor u zijn niettemin de volgende.
Ten eerste, welke concrete consulaire en diplomatieke demarches hebben uw diensten tot vandaag ondernomen bij de Noord-Macedonische autoriteiten naar aanleiding van de detentieomstandigheden van Lars?
Ten tweede, heeft België formeel aangedrongen op verbeterde detentieomstandigheden, wat toch ook al een belangrijke stap in de goede richting zou zijn? Indien ja, welke garanties en antwoorden hebt u daarop ontvangen?
Ten derde, is België bereid om bij de autoriteiten van Noord-Macedonië te pleiten voor een overbrenging van Lars naar België, zodat hij zijn straf dichter bij huis kan uitzitten?
Ik heb ook begrepen dat in 2025 initieel al een concrete datum voor overbrenging was goedgekeurd, maar dat de datum nadien, met naar ik mij laat vertellen weinig motivering, niet werd uitgevoerd.
Ten vierde, welke juridische stappen of diplomatieke obstakels staan vandaag een dergelijke transfer, dus van Lars naar ons land, nog in de weg? Wat kan België concreet doen om diee te helpen wegwerken? Welke stappen bent u dus bereid te zetten?
Mijn vraag is ondertussen al enigszins gedateerd. Van de familie heb ik ondertussen vernomen dat er mogelijk een rol te spelen is op het vlak van Justitie. In die zin zou ik ook durven vragen en aandringen dat u in overleg gaat met uw collega om Lars zo snel mogelijk verbeterde detentieomstandigheden te laten krijgen en hem, in het beste geval uiteraard, zo snel mogelijk naar ons land te kunnen laten overbrengen.
Ellen Samyn:
Mevrouw de voorzitster, ik wens mijn vraag mondeling te stellen.
Mijnheer de minister, de heer De Smet verblijft inmiddels bijna vier jaar in detentie in Noord-Macedonië, meer bepaald in de gevangenis van Idrizovo. Niet de schuldvraag staat hier centraal, maar wel de consulaire en diplomatieke verantwoordelijkheid van België ten aanzien van een eigen onderdaan. De detentieomstandigheden in die gevangenis werden door het Europees Comité ter Preventie van Foltering van de Raad van Europa herhaaldelijk omschreven als structureel onmenselijk, met ernstige tekorten op het vlak van veiligheid, medische zorg en basisrechten. Daarnaast is België sinds 2022 formeel op de hoogte van ernstige medische en psychologische problemen bij de heer De Smet, waarvoor volgens Belgische en universitaire medische expertises behandeling in België noodzakelijk is.
Naar verluidt werd een overbrenging naar België op basis van het Verdrag van Straatsburg inzake de overbrenging van gevonniste personen administratief volledig opgestart, door België aanvaard en zelfs vastgelegd op een concrete datum, maar nadien eenzijdig geblokkeerd door de Noord-Macedonische autoriteiten.
Mijnheer de minister, kunt u gedetailleerd toelichten welke consulaire bijstand de voorbije jaren aan de heer De Smet werd verleend? Hoeveel bezoeken, gesprekken of interventies vonden effectief plaats? Welke opvolging werd gegeven aan de signalen over mogelijke procedurefouten of problemen met de detentieomstandigheden?
Volgt de FOD Buitenlandse Zaken het dossier actief op bij de Noord-Macedonische autoriteiten? Uit communicatie blijkt dat Buitenlandse Zaken en Justitie het dossier samen opvolgen en verder bekijken welke stappen mogelijk zijn ten aanzien van de Noord-Macedonische autoriteiten. Wat is daarvan de stand van zaken? Hebt u of hebben uw diensten recent overleg gehad met uw collega of de diensten van uw collega van Justitie over het dossier? Werd het dossier formeel onder de aandacht gebracht van uw Noord-Macedonische ambtgenoot of van de Noord-Macedonische ambassadeur in Brussel?
Zoals uit de communicatie blijkt, beschikt België over een overbrengingsakkoord voor gedetineerden met Noord-Macedonië. Waarom blokkeert de Noord-Macedonische autoriteit de overbrenging van de heer De Smet? Wat kunt u daaraan doen?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik zal niet alles herhalen, maar de heer De Smet is gedetineerd in Noord-Macedonië in onmenselijke omstandigheden. Dat zeg niet enkel ik, dat zegt ook de Raad van Europa, toch niet de eerste de beste instelling. Er zijn meldingen van ernstige medische verwaarlozing en een gebrek aan adequate zorg.
Veel familieleden van de heer De Smet hebben ons gecontacteerd om te vragen dat we de druk opvoeren om de heer De Smet naar huis te krijgen, niet om thuis te zitten, maar om zijn straf in België uit te zitten. Dat is een noodkreet.
Ik ga onmiddellijk over tot mijn vragen. De eerste vind ik de belangrijkste. Als minister van Buitenlandse Zaken dient u zorg te dragen voor landgenoten in nood in het buitenland. In die hoedanigheid wil ik van u vernemen of u daarover al contact hebt gehad met minister Verlinden, dan wel of het nodig is dat we de vraag ook aan haar stellen.
Bent u het met me eens dat de inhumane situatie van de heer De Smet ons en u ertoe verplicht om onmiddellijk te handelen?
Welke hulp hebt u de familie en misschien ook de heer De Smet al geboden?
Kunt u een engagement aangaan om de familie duidelijkheid te verschaffen, en alle nodige diplomatieke middelen van België aanwenden om die situatie zo snel mogelijk te beëindigen?
Maxime Prévot:
Beste parlementsleden, dank u voor uw vragen over die Belgische gevangene in het buitenland.
Mijn diensten, zowel het hoofdbestuur, onze ambassade in Sofia bevoegd voor Noord-Macedonië, als onze ereconsul in Skopje, volgen de situatie van de heer De Smet nauw op sinds zijn arrestatie enkele jaren geleden. Onze collega's doen wat binnen hun bevoegdheden en mogelijkheden ligt om bijstand te verlenen aan onze landgenoot.
In het kader van de consulaire bijstand, mijnheer Di Nunzio, werden door mijn departement de volgende acties ondernomen: contact met en informeren van de familie in België, ter beschikking stellen van een lijst van advocaten, tussenkomsten bij de lokale overheid om de gerechtelijke procedure te verduidelijken, meer in het bijzonder het systeem van pro-Deoadvocaat.
De consul in Sofia en de ereconsul met basis te Skopje hebben vijf consulaire bezoeken gebracht en hebben met de directeur van de gevangenis gesproken over de detentieomstandigheden en hebben verbeteringen gevraagd. Door tussenkomst van het consulaat ontvangt de heer De Smet een financiële bijstand in de vorm van terugbetaalbare voorschotten. Die interventie heeft ervoor gezorgd dat de heer De Smet warme kleding, dekens en geneesmiddelen ontvangt.
Aangezien het om een individueel dossier gaat, kan ik hier geen verdere details over geven.
Mijn diensten staan regelmatig in contact met de diensten van de minister van Justitie over die zaak.
De blokkeringen die zich op dit ogenblik in de zaak voordoen, situeren zich op het niveau van de overbrengingsprocedure. België en Noord-Macedonië zijn beide partijen bij het Verdrag van de Raad van Europa inzake de overbrenging van gevonniste personen. De Federale Overheidsdienst Justitie is bevoegd voor de uitvoering van dat verdrag. Uw vragen betreffende overbrenging dient u daarom te richten aan de minister van Justitie.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor het feit u en uw diensten alle inspanningen leveren die noodzakelijk zijn en die mogelijk zijn.
Ik had de vraag al enige tijd geleden ingediend en heb intussen de informatie gekregen dat ook de FOD Justitie en de diensten van de minister van Justitie erbij betrokken zijn. We vernemen echter uit de omgeving van de familie dat men het gevoel heeft van het kastje naar de muur te worden gestuurd, aangezien Justitie op zijn beurt verwijst naar Buitenlandse Zaken. Uit die feedback blijkt toch dat er wat schort aan de afstemming tussen de diensten. Ik neem aan dat u daar niet persoonlijk mee bezig bent, maar op dienstniveau kan er toch wel wat verbeterd worden. Ik zal de vraag daarom ook stellen aan de minister van Justitie.
Ik roep u op om in gesprek te gaan met uw collega, de minister van Justitie, zodat de familie minstens weet dat u overeenkomt met uw collega en met één stem spreekt voor ons land en dat uw diensten er alles aan doen om het blokkeringspunt, volgens u gelegen bij het overleveringsverdrag, op te lossen. Als ik de berichten mag geloven, is men radeloos en weet men niet meer wat men moet doen of kan verwachten om Lars gunstige detentieomstandigheden te bieden en hem naar huis te krijgen.
Ik hoop dat dat een prioritair dossier blijft, waaraan u samen met minister Verlinden alle aandacht zult blijven besteden.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Mijn goede collega, Alexander Van Hoecke, zal de minister van Justitie ondervragen, maar hij heeft daar tot op heden de kans nog niet toe gehad.
Ik hoor dat Buitenlandse Zaken de situatie van nabij opvolgt. Sta mij echter toe om vijf consulaire bezoeken in vier jaar tijd weinig te vinden. Niet enkel de detentieomstandigheden zijn niet goed voor de heer De Smet, maar ook zijn medische situatie. Ik hoop dat erover wordt gewaakt dat hij ook de juiste medicatie kan krijgen en dat er een goede medische en adequate opvolging ter plaatse is.
Die situatie is natuurlijk niet alleen voor de heer De Smet onmenselijk, maar ook voor zijn familie, die momenteel al 1.350 dagen, om exact te zijn, in onzekerheid leeft.
We zullen zeker niet nalaten om ook uw collega van Justitie te bevragen. Wij hopen dat u samen met de minister van Justitie verder blijft nagaan welke bijkomende stappen mogelijk en aangewezen zijn ten aanzien van de Noord-Macedonische autoriteiten.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, dank voor het antwoord. De grootste gruwel die een ouder kan meemaken, is een kind dat in het buitenland in mensonwaardige omstandigheden wordt vastgehouden. Men wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Dan vindt men een paar parlementsleden die daarover toch nog een keer een vraag willen stellen. Ik vraag begrip van uw kant voor het feit wij dat doen. We zijn het die familie verschuldigd. Er zijn nog dergelijke zaken in België. De uitwisselingen om de straf uit te zitten in het land waar men vandaan komt, zouden toch veel vlotter mogen verlopen. Ik treed mijn collega bij dat vijf consulaire bezoeken sinds 2022 zeer weinig zijn. Dat zijn bezoeken die de persoon ter plaatse moed zouden kunnen geven, maar ook de ouders een hart onder de riem zouden kunnen steken. Ik weet niet op basis waarvan men beslist over het aantal consulaire bezoeken, maar ik denk niet dat er heel veel mensen in Noord-Macedonië vastzitten. Dat aantal bezoeken zou toch wat meer kunnen zijn. Ik hoopte dat ik de vraag niet meer aan minister Verlinden hoefde te stellen, maar ik heb begrepen dat we dat wel nog moeten doen. Bij minister Verlinden zullen wij verwijzen naar de goede wil die wij in deze comissievergadering van u hebben gehoord. Ik hoop dat het met twee mensen van goede wil een beetje vooruitgaat. De voorzitster : De vragen nrs. 56011582C en 56011585C van de heer Boukili vervallen, aangezien hij niet aanwezig is. De vragen nrs. 56011597C en 56011599C van mevrouw Van Riet zijn uitgesteld.
De betrekkingen tussen België en Algerije
Gesteld door
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Pierre Kompany vraagt hoe minister Prévot de Algerijnse reactie ziet op België’s samenwerkingsakkoord met Marokko (okt. 2023), inclusief de erkenning van Marokko’s autonomieplan voor Westelijke Sahara, en hoe de Belgo-Algerijnse betrekkingen ervoor staan. Prévot benadrukt dat de banden met beide landen “uitstekend” zijn, bevestigt regelmatig overleg met Algerije (o.a. over Sansal’s vrijlating, energie, migratie) en verdedigt de “evenwichtige” benadering van het Sahara-conflict: België steunt onderhandelingen binnen VN-kader en dringt aan op concrete autonomieplannen die rechtvaardig en VN-conform zijn. Kompany prijsde Prévots diplomatieke inspanningen als “redelijk en menselijk”, maar benadrukte impliciet de gevoeligheid van de Sahara-kwestie voor Algerije.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, dans une résolution adoptée à l’unanimité par la Chambre à la mi ‑ juillet, cette commission, dont Les Engag é s, a appel é à la lib é ration imm é diate et inconditionnelle de M. Boualem Sansal. Au m ê me moment, vous aviez d é j à pris l ’ initiative de vous rendre personnellement à Alger et d ’ y aborder le sujet en toute transparence, directement avec votre homologue le ministre des Affaires é trang è res Ahmed Attaf. Comme nous tous, vous avez été soulagé par la libération de M. Sansal, intervenue quelques mois plus tard.
Nous savons par ailleurs que les relations ne sont pas toujours au beau fixe entre l’Algérie et le Maroc, notamment sur la question du Sahara occidental.
Or, si vous êtes allé à Alger mi ‑ juillet, vous avez aussi sign é , avec le ministre marocain des Affaires é trang è res, M. Nasser Bourita, le 23 octobre à Bruxelles, un accord visant à renforcer la coop é ration entre la Belgique et le Maroc dans de nombreux domaines. Dans une déclaration politique conjointe, et toujours en insistant sur le respect du droit international, vous avez fait le choix d’envoyer un signal fort à propos du Sahara occidental.
Monsieur le ministre, pourriez ‑ vous nous dire comment cette é volution est per ç ue du c ô t é alg é rien et si vous avez é voqu é la question avec votre homologue? De fa ç on plus g é n é rale, pourriez ‑ vous nous dire quel est l ’é tat des relations de la Belgique avec l ’ Alg é rie?
Maxime Prévot:
Monsieur le député, merci pour votre question. Je me réjouis d'abord et avant tout de l'excellence des relations que la Belgique entretient avec l'Algérie. Ces relations se sont d'ailleurs renforcées ces derniers temps.
La dernière visite d'un ministre belge des Affaires étrangères à Alger datait de 2018. Comme vous le soulignez, monsieur le député, j'ai donc pris l'initiative de m'y rendre en juillet dernier. Nous avions déjà tenu des consultations politiques à Alger le 27 mai 2025, au niveau des secrétaires généraux de nos ministères en charge des Affaires étrangères. Depuis, plusieurs missions ont encore eu lieu pour approfondir nos relations à travers ces démarches bilatérales que nous nourrissons de manière régulière aux quatre coins du globe, bien entendu.
Mon déplacement a permis de relancer la dynamique bilatérale, précisément, et d'évoquer de nombreux sujets. La libération de M. Boualem Sansal, en effet, mais aussi la coopération dans de nombreux autres domaines, comme la santé, la mobilité, l'énergie, l'économie, la migration ou encore la coopération judiciaire. Depuis, les contacts se sont multipliés entre nos deux pays pour progresser dans plusieurs de ces secteurs. J'entretiens un contact régulier avec mon homologue, le ministre Attaf, que je me réjouis d'ailleurs d'accueillir prochainement en Belgique.
En ce qui concerne l'évolution de notre position sur le Sahara occidental, j'ai pris soin d'en parler avec mon homologue algérien à plusieurs reprises. La Belgique avait bien pris note, notamment, des cinq conditions essentielles présentées par le ministre Attaf à la tribune de l'Assemblée générale des Nations Unies à New York en septembre dernier.
Comme j'ai déjà pu le dire dans cette enceinte, je me réjouis de la déclaration conjointe ambitieuse avec le Maroc à laquelle vous avez fait allusion. Cette déclaration évoque, entre autres aspects, la volonté du Maroc de s'engager de bonne foi avec toutes les parties concernées afin de clarifier la manière de concrétiser le plan d'autonomie. Nous avons invité le Maroc à approfondir les détails de ce que l'autonomie au sein de l'État marocain pourrait impliquer pour les populations concernées, dans le respect du droit international, en vue de réengager des négociations dans des termes acceptables pour toutes les parties, conformément aux résolutions du Conseil de sécurité des Nations Unies.
Nos relations sont excellentes, tant avec l'Algérie qu'avec le Maroc, et je m'efforcerai de les renforcer encore davantage tout au long de mon mandat. Je vous remercie.
Pierre Kompany:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. J'entends bien que les relations sont excellentes, tant avec l'Algérie qu'avec le Maroc, et que vous y mettrez du vôtre. J'en suis convaincu. Ensuite, il y a la question de la déclaration, ambitieuse, avec le Maroc. Je crois que la Belgique est en bonne voie pour relancer la dynamique bilatérale entre les deux pays concernés. Ces deux pays peuvent le constater en voyant tout ce que vous essayez de faire afin que la paix règne entre eux. C'est en 2018 que s'était produite la dernière visite d'une autorité ministérielle en Algérie. Cela prouve que les temps changent, et qu'on évolue vers des solutions raisonnables et humaines. De voorzitster : Collega Aouasti komt straks terug voor zijn vraag nr. 56011628C. Collega’s Lacroix en Schlitz zijn niet aanwezig voor hun samengevoegde vragen nrs. 56011629C en 56011733C.
De steun van de regering aan de slachtoffers van illegale internationale adoptie
De stand van zaken met betrekking tot interlandelijke adoptie
Overheidsbeleid en stand van zaken rond interlandelijke adoptie en slachtofferondersteuning
Gesteld door
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
François De Smet vraagt om opheldering over de uitvoering van de resolutie (2025) over illegale internationale adopties (1960-2005), met name de oprichting van een werkgroep voor historisch onderzoek, een centraal aanspreekpunt voor slachtoffers en een parlementaire onderzoekscommissie (naar Deens model), gezien vermoedens van mensenhandel en belemmeringen door organisaties (bv. Terre des Hommes) en overheden bij dossiertoegang. Minister Maxime Prévot bevestigt dat de werkgroep actief is (start 6/10 en 24/11/2025) onder leiding van Justitie, met inbreng van BZ en slachtofferverenigingen, maar verwijst details over justitiële stappen (zoals verjaring) door naar minister Verlinden; hij benadrukt dat diplomatieke posten waakzaam blijven en expertise leveren. De Smet aanvaardt het antwoord zonder verdere kritiek.
François De Smet:
L’accord de coalition fédérale prévoit que le Gouvernement se penchera sur le soutien aux victimes d’adoptions internationales illégales.
A cet égard , une résolution concernant les mesures à prendre à la suite de la reconnaissance de la survenance de cas d’adoptions illégales en Belgique a adoptée par notre assemblée le 13 mars 2025 en formulant toute une série de recommandations au Gouvernement fédéral , dans la suite des résolutions Métis du 29 mars 2018 et celle du 9 juin 2022.
J’ai été saisi de plusieurs demandes provenant de victimes adultes qui ont été ’enfants coréens adoptés "vendus" en Belgique (que l’on estime entre 3 600 et 4 500) à propos desquels des associations telles que Terre des Hommes ou la Holt refusent toujours de communiquer sur les dossiers d’adoption.
Pour ces victimes, il est tout aussi difficile d’obtenir des informations que ce soit de l’Office des étrangers ou du service des archives du SPF Justice.
Dans la résolution précitée, il est question que la Commission de concertation et de suivi en matière d’adoption constitue un groupe de travail en vue d’une étude historique globale au sujet des pratiques abusives liées à toutes les adoptions illégales, et ce quel que soit le pays d’origine , durant la période 1960-2005.
Dans ce contexte, il convient de préciser le risque de prescription pour les crimes liés aux adoptions illégales, ce qui empêcherait les victimes de pouvoir bénéficier d’une justice réparatrice.
En conséquence, Monsieur le Ministre peut-il me faire savoir ce qu’il en est de la constitution de ce groupe de travail chargé au sein de la Commission de concertation et de suivi des adoptions?
Qu’en est-il de la création d’un point central fédéral de contact pour les victimes d’adoptions illégales, tel qu’il ressort de la résolution DOC 56 0461/005?
Est-il envisagé de mettre sur pied à l’instar du Danemark une commission d’enquête parlementaire étant donné que l’on peut assurément parler de traite d’êtres humains entre 1960 et les années nonante?
Maxime Prévot:
Monsieur De Smet, je vais répondre à vos questions ainsi qu'à celles initialement introduites par Mme Huybrechts.
Merci, en tout cas, pour vos interrogations sur les adoptions internationales illégales. Comme vous le savez, c'est un sujet que je suis de près, en concertation étroite avec ma collègue de la Justice.
La Commission de concertation et de suivi sur les adoptions internationales s'est réunie le 27 juin dernier. Elle a décidé de la réactivation du groupe de travail, la fameuse task force , chargé de l'organisation de l'enquête historique demandée dans les résolutions sur les adoptions illégales.
Op 15 september kwam deze commissie opnieuw bijeen, onder meer voor een ontmoeting met de vereniging die de personen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij de problematiek van illegale adopties. De werkgroep is vervolgens gestart met de werkzaamheden rond het historisch onderzoek, met vergaderingen op 6 oktober en 24 november.
Mes services participent activement à ces réunions qui se tiennent sous la présidence du cabinet de la ministre Verlinden. Je vous invite dès lors à diriger vers la ministre de la Justice vos questions spécifiques relatives au contenu des discussions ou à d'autres mesures.
Tout comme d'autres acteurs, les Affaires étrangères ont déjà fourni de grands efforts en matière de recherche historique. Nous veillerons à ce que l'enquête qui sera menée apporte une valeur ajoutée par rapport à ce qui a déjà pu être accompli.
Ik herhaal nogmaals dat de Belgische diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland de permanente instructie hebben om uiterst aandachtig te blijven voor de gevoelige kwestie van internationale adopties en om nauw contact te onderhouden met alle betrokken actoren binnen hun rechtsgebied. Uiteraard stellen wij onze volledige expertise ter beschikking van de overleg- en opvolgingscommissie en van de werkgroep.
Ik dank u.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie tout simplement pour votre réponse.
De implicaties voor Hongkong na de schuldigverklaring van Jimmy Lai
De schuldigverklaring van Jimmy Lai en de fundamentele vrijheden in Hongkong
De impact van Jimmy Lai's veroordeling op vrijheden in Hongkong
Gesteld door
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Werner Somers is de veroordeling van Hongkongse mediamagnaat Jimmy Lai (78) – op basis van China’s omstreden nationale veiligheidswet – een politiek schijnproces en een grove schending van het Chinees-Britse verdrag (1984), dat Hongkong 50 jaar autonomie beloofde. Hij vraagt of België formeel protest heeft ingediend en pleit voor EU-sancties, opschorting van samenwerking en een stop op het Belgische uitleveringsverdrag met China (vanwege risico’s voor Taiwanezen en dissidenten). Minister Prévot bevestigt dat België de zaak-Lai betreurt (via EU-verklaringen en VN-fora), de mensenrechtenschendingen in Hongkong aankaart in bilaterale gesprekken, en binnen de EU diplomatieke druk en gerichte sancties steunt, maar geen concrete opschorting van het uitleveringsverdrag aankondigt. Hij erkent dat de nationale veiligheidswet de persvrijheid, autonomie en rechtsstaat in Hongkong heeft uitgehold, maar benadrukt diplomatieke opvolging boven harde maatregelen. Somers bekritiseert dat het één-land-twee-systemen-principe de facto dood is en dringt aan op strengere actie, met name rond uitleveringsrisico’s voor politieke tegenstanders. Prévot belooft verdere opvolging, maar concrete stappen blijven vaag.
Voorzitter:
Mevrouw Van Riet is niet aanwezig.
De voorzitster : Mevrouw Van Riet is niet aanwezig om haar vraag nr. 56011698C te stellen.
Werner Somers:
Mijnheer de minister, uitgever Jimmy Lai, een 78-jarige mediamagnaat, werd op 16 december 2025 schuldig bevonden aan opruiing en samenzwering met buitenlandse mogendheden op basis van de door Peking opgelegde nationale veiligheidswet en riskeert een levenslange gevangenisstraf. Jimmy Lai was de oprichter van de inmiddels opgedoekte krant Apple Daily en geldt internationaal als een symbool voor de persvrijheid in Hongkong.
De rechtszaak tegen hem wordt door internationale organisaties omschreven als een schijnproces gevoerd door rechters die zijn geselecteerd door de uitvoerende macht. Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, noemden de veroordeling expliciet politiek gemotiveerd en riepen op tot de onmiddellijke vrijlating van Jimmy Lai.
Hoe beoordeelt de Belgische regering de veroordeling, zowel juridisch als politiek, in het licht van de internationale verplichtingen van China en het Chinees-Britse verdrag, zijnde de gezamenlijke verklaring van 1984 die de terugkeer van Hongkong naar China regelde en die vanaf 1997 in werking is gegaan?
Heeft België formeel protest aangetekend bij de Chinese autoriteiten, hetzij bilateraal, hetzij in EU-verband of multilateraal verband? Indien ja, op welke wijze is dat gebeurd? Indien niet, waarom is dat protest achterwege gebleven?
Zal België in de Europese Unie pleiten voor een gecoördineerde en scherpere reactie, bijvoorbeeld via diplomatieke maatregelen, gerichte sancties of de opschorting van samenwerkingsmechanismen met Hongkong?
Ten slotte, welk signaal meent de Belgische regering te geven aan journalisten, uitgevers en democratische activisten wereldwijd, indien de veroordeling zonder een duidelijke Belgische reactie blijft?
Maxime Prévot:
Mijnheer Somers, de arrestatie van Jimmy Lai en de toepassing van de nationale veiligheidswet roepen ernstige vragen op over de naleving van fundamentele rechten en vrijheden. Die in 2020 ingevoerde wet hanteert een bredere interpretatie van begrippen zoals subversie en samenspanning, met een directe impact op de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid. Het grote aantal arrestaties van mensenrechtenverdedigers, journalisten en oppositieleden, samen met de sluiting van onafhankelijke media, is bijzonder verontrustend. De gevolgen voor Hongkong zijn ingrijpend. Politiek is de democratische ruimte sterk ingeperkt. Economisch staat de reputatie van Hongkong als handelscentrum onder druk. Daarnaast is er sprake van groeiende zelfcensuur. De autonomie van Hongkong is aanzienlijk uitgehold. Hoewel het principe van één land, twee systemen formeel nog geldt, oefent Beijing in de praktijk verregaande controle uit op wetgeving, rechtspraak en bestuur.
De bevordering van mensenrechten, met inbegrip van de persvrijheid en de veiligheid van journalisten en mensenrechtenverdedigers, staat hoog op de agenda van de FOD Buitenlandse Zaken. Ons land kaart de mensenrechtensituatie in China en specifiek die in Hongkong geregeld aan tijdens bilaterale ontmoetingen met de Chinese autoriteiten en zet zich ter plaatse, samen met gelijkgezinde landen, in voor de diplomatieke opvolging van politiek geïnspireerde rechtszaken.
Voorzitter: Els Van Hoof.
Président: Els Van Hoof.
België onderschrijft tevens het gezamenlijke EU-standpunt dat die ontwikkelingen onaanvaardbaar zijn. In juli 2020 nam de Raad van de EU conclusies aan met maatregelen zoals exportbeperkingen, de herziening van uitleveringsakkoorden en steun aan het maatschappelijke middenveld. Die conclusies zijn nog steeds van toepassing. In de EU pleit België voor blijvende diplomatieke druk, coördinatie van gerichte sancties en verdere ondersteuning van het maatschappelijke middenveld. De ontwikkelingen in Hongkong worden meegenomen in de bredere EU-strategie ten opzichte van China, met oog voor zowel samenwerking als kritische dialoog. De Europese Dienst voor Extern Optreden publiceerde op 15 december een verklaring waarin de schuldigverklaring van Jimmy Lai werd betreurd en waarin China en Hongkong werden opgeroepen hun internationale juridische verplichtingen na te komen, met name het waarborgen van de fundamentele rechten en vrijheden zoals vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, waarin Hongkong partij is.
Die verklaring werd door België gesteund en verder verspreid via de socialemediakanalen van ons consulaat-generaal in Hongkong.
Tot slot, België kaart de mensenrechtensituatie in China en Hongkong aan in de relevante multilaterale fora, waaronder de VN-Mensenrechtenraad. Zo formuleerde België in de context van het universeel periodisch onderzoek van China, begin 2024, de aanbeveling aan de Chinese autoriteiten om ervoor te zorgen dat juridische provisies in de nationale veiligheidswetgeving strikt gedefinieerd zijn, in lijn met de internationale mensenrechten, en in die zin de nationale veiligheidswetgeving in Hongkong te herzien.
Ik kan u tot slot verzekeren dat mijn diensten het dossier nauwgezet zullen blijven opvolgen, ook met aandacht voor de andere mensenrechtenverdedigers in Hongkong die in detentie zitten in afwachting van hun proces of strafmaat.
Werner Somers:
Dank u wel voor uw uitgebreide antwoord, mijnheer de minister. Tot mijn tevredenheid noteer ik dat de regering de schending van de mensenrechten in China wel degelijk aankaart, zowel in bilaterale gesprekken als in EU-verband en op internationale fora. Ik hoop dat die inspanning ook wordt volgehouden en dat ze heel ernstig wordt genomen. Wat zich in Hongkong afspeelt, is toch totaal onaanvaardbaar. Van het autonome statuut van Hongkong, dat is afgesproken voor de overdracht door de Britten van Hongkong aan China, blijft bitter weinig over. Men had beloofd dat Hongkong minstens 50 jaar zijn toenmalig statuut kon behouden en dat het een kapitalistische samenleving met een vrije markt mocht blijven, dat het een financieel centrum mocht blijven, dat het een democratisch systeem en zijn eigen samenlevingsmodel mocht behouden. Daar blijft nu, door de nationale veiligheidswet, niet veel van over. Ik heb u horen vermelden dat België mee ijvert voor exportbeperkingen en andere sancties. U suggereerde ook dat uitleveringsverdragen met China eventueel worden opgeschort. Wordt het uitleveringsverdrag tussen België en China, dat van vrij recente datum is, nu niet meer toegepast? Dat lijkt me toch een belangrijke vraag. Het is mijns inziens niet wenselijk dat we dat verdrag nog verder honoreren. Ik denk dan niet alleen aan Hongkong, maar ook aan Taiwan. Daar China ten onrechte aanspraken maakt op Taiwan, zou het best kunnen dat Taiwanezen van de straat worden geplukt in derde landen, misschien niet op basis van politieke misdrijven – dan zou België niet uitleveren – maar op basis van gefabriceerde gemeenrechtelijke misdrijven om tegenstanders politiek te treffen, praktijken die zulke regimes wel vaker kenmerken
De studentenhuizen voor buitenlandse studenten
Gesteld door
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Khalil Aouasti bekritiseert de plotselinge volledige schrapping (100% bezuiniging) van de federale subsidie (€1,7 miljoen) voor 10 studentenfoyers die sinds 1960 buitenlandse studenten uit partnerlanden huisvesten, zonder overgangsmaatregelen of alternatief financieel kader. Hij stelt dat dit de autonome federale bevoegdheid van ontwikkelingsamenwerking ondermijnt en reduceert tot een bijzaak van gemeenschapsbevoegdheden (onderwijs). Minister Maxime Prévot verdedigt de afschaffing van het “verouderde” AR uit 1974, wijzend op dubbel financieel draagvlak (universiteiten nemen socioculturele begeleiding al over) en een hervormd beurssysteem gericht op korte onderzoekstrajecten via VLIR/ARES. Hij belooft wel een eenmalige overbruggingsubsidie voor 2026 en benadrukt dat ontwikkelingsamenwerking een “volwaardige federale bevoegdheid” blijft, maar geïntegreerd in buitenlands beleid. Aouasti repliceert dat de beslissing niet gebaseerd is op eigen ontwikkelingsbeleid, maar op delegatie naar gemeenschapsactoren, wat de complementaire federale rol (langetermijnbanden met partnerlanden) uitholt. Hij vreest een structurele verschuiving naar defederalisering en aankondigt toezicht op toekomstige beleidskeuzes.
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, ma question concerne les foyers qui sont répartis sur l'ensemble du territoire belge et qui, depuis les années 1960, accueillent des étudiants étrangers. Si des économies avaient été annoncées, on annonce finalement une économie de 100 % sur un budget annuel de 1,7 million d'euros pour ces foyers accueillant des étudiants étrangers, ce qui revient en réalité à supprimer purement et simplement, sans qu'aucune mesure transitoire n'ait été communiquée, le mécanisme de financement et l'accueil qui est réservé à ces étudiants.
Cette politique existe depuis très longtemps mais cette mesure signifie aussi, au-delà de la politique de fond, que vous considérez désormais, à travers cela et à travers les justifications qui ont pu être données, que la coopération au développement n'est plus simplement une compétence fédérale autonome mais qu'elle devient l'accessoire d'une compétence principale, en l'occurrence la compétence de l'enseignement, qui serait dévolue aux entités communautaires. C'est là un changement important alors que l'on nous parle depuis quelques mois de compétences usurpées dans ce gouvernement.
Monsieur le ministre, vous avez reçu mes questions, je vais donc m'y référer et j'écouterai vos réponses avec grand intérêt.
Depuis les années 1960, dix foyers répartis sur l’ensemble du territoire belge accueillent chaque année des étudiants étrangers, principalement issus des pays partenaires de la Coopération belge. Ces structures, financées via un Arrêté Royal depuis 1974, jouent un rôle essentiel dans l’accueil, l’intégration et le soutien socio-culturel de ces étudiants.
En 2024, ces foyers ont cumulé plus de 1 500 contrats de location, avec un taux d’occupation remarquable de 98,41 %, dont 88,83 % au bénéfice d’étudiants originaires de pays partenaires. Ils emploient collectivement 42,27 ETP et fonctionnent avec un budget annuel global de 1 700 000 €.
Or, il nous revient que l’agrément de ces structures serait sur le point d’être supprimé, sans qu’aucune mesure transitoire claire n’ait été communiquée, ni qu’un mécanisme de financement alternatif ait été défini pour l’année 2026. Cette décision, si elle se confirme, mettrait instantanément en péril non seulement l’hébergement de centaines d’étudiants, mais aussi l’existence même de ces foyers historiques dont l'intérêt pour la coopération au développement n'est plus à démontrer.
Cette décision signifierait également que vous considérez, désormais, la coopération au développement non plus comme une compétence fédérale autonome mais comme l’accessoire d’une compétence principale et procédez, en conséquence, à sa défédéralisation implicite et partielle.
Dès lors, je souhaiterais obtenir des réponses aux questions suivantes:
- Le gouvernement confirme-t-il la suppression de l’Arrêté royal de subvention des dix foyers concernés à partir de 2026?
- Quelles sont les motivations précises de cette décision et quelles consultations ont été menées avec les associations concernées?
- Quelle mesure transitoire raisonnable est prévue pour garantir la continuité du financement en 2026? Quelles en sont les modalités concrètes et le calendrier de mise en œuvre?
- Quel mécanisme de soutien à ces institutions le gouvernement envisage-t-il, compte tenu de leur rôle dans la politique de coopération et d’accueil des étudiants étrangers?
- Quelles garanties peuvent être apportées aux associations et aux étudiants pour éviter une rupture brutale de service et de financement?
- La coopération au développement a-t-elle un déploiement autonome et fédéral ou n’est-elle devenue que l’accessoire de compétences principales?
Maxime Prévot:
Je vous remercie pour ces questions et je vous répondrai avec le même intérêt, monsieur le député. Merci donc pour ces interrogations concernant le financement des foyers pour les étudiants étrangers.
J'attire votre attention sur le fait que l'arrêté royal auquel vous faites référence date de 1974 – je n'étais pas encore né, et vous non plus je pense – et n'a été que très partiellement modifié depuis.
J'ai effectivement décidé d'abroger cet arrêté royal. En effet, depuis 1974, la coopération belge au développement fournissait un soutien financier aux étudiants et stagiaires provenant de pays à faible revenu qui viennent étudier en Belgique. Ce soutien financier comprenait plusieurs éléments, dont un soutien direct, à travers des bourses, et indirect, à travers l'accompagnement social et culturel de ces étudiants.
À noter que la subvention pour la partie socioculturelle avait déjà été abolie par l'un de mes prédécesseurs. On supposait, entre autres, qu'une telle tâche n'était pas étrangère à un certain paternalisme. De plus, c'est une mission que les universités assument pleinement et de longue date.
Le monde a fortement changé depuis 1974. Notre coopération au développement a, par ailleurs, également beaucoup évolué. La promotion de la cohérence et de l'efficacité des instruments ainsi que le renforcement des capacités locales dans les pays partenaires et au sein des institutions partenaires elles-mêmes se situent désormais au cœur de notre coopération.
Le système de bourses a, lui aussi, connu une réforme en profondeur au cours des dernières années, précisément pour ces motifs. Il se concentre aujourd'hui principalement sur la coopération et la recherche post-académique entre les établissements universitaires. De ce fait, la majeure partie de la recherche et/ou de la coopération est effectuée par les universitaires dans leurs établissements respectifs, avec des séjours plus courts dans les pays partenaires pour les chercheurs belges et des séjours plus courts en Belgique pour les étudiants chercheurs des pays partenaires. De plus, le système de bourses est confié depuis un certain temps aux structures de coopération universitaires, le VLIR et l'ARES, qui assurent l'accompagnement des étudiants et des universitaires boursiers en Belgique, y compris le soutien financier, le logement, l'encadrement socioculturel par les universités d'accueil et respectives de ces étudiants.
Compte tenu de ces évolutions et de ces réformes au cours de ces cinq décennies ainsi que de la nécessité d'une plus grande efficacité et rationalisation des programmes de bourse et du budget de la coopération, j'ai en effet décidé de reconsidérer la poursuite de ce programme afin d'éviter de dupliquer les financements et les mesures d'accompagnement des étudiants étrangers dès lors que c'est déjà assumé de longue date par les universités elles-mêmes.
En guise de mesure transitoire, j’ai néanmoins décidé de verser une subvention en 2026, car l’année académique avait déjà commencé en septembre 2025, afin que les engagements des étudiants pour l’année scolaire 2025 ‑ 2026 ne soient pas impact é s ni compromis. Il n ’ est donc nullement question d ’ une rupture brutale. La plupart des institutions disposent d’autres leviers et ne dépendent – ou, en tout cas, ne devraient pas dépendre – exclusivement de cette subvention, car une telle dépendance créerait une situation fragile et non soutenable.
Enfin, pour répondre à votre dernière question, je considère la coopération au développement comme une compétence fédérale pleinement établie, un métier en soi. Il n'y a aucun doute à cet égard. Toutefois, il ne s'agit pas d'un fait technique distinct et, en raison de son caractère essentiellement politique, la coopération au développement fait pour moi partie intégrante de la politique étrangère.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses, qui ont le mérite d’être claires et précises, même si je ne partage pas toutes les conclusions que vous en tirez. J’ai en effet une inquiétude. Vous avez vous ‑ m ê me indiqu é que le premier arr ê t é royal datait de 1974. Entre ‑ temps, six r é formes de l ’É tat ont eu lieu. Elles ont eu pour cons é quence ce que vous d é crivez, à savoir que les m é canismes de bourse et les m é canismes de financement de la recherche se sont essentiellement concentr é s dans ces cadres ‑ l à , au niveau des entit é s f é d é r é es, à travers les universit é s et les coupoles universitaires. La coopération au développement, en raison de son caractère fédéral, joue malgré tout un rôle qui devrait pouvoir être complémentaire. Ce rôle pourrait être revu, mais demeure complémentaire. Ce que je reproche ici, c’est que ce rôle est supprimé. Il est supprimé non pas au regard de politiques définies par la coopération au développement elle ‑ m ê me, mais au regard de politiques d é finies par les coupoles de recherche et par les entit é s f é d é r é es. Comme vous le dites, les programmes de recherche et les programmes de recherche postdoctoraux rel è vent de politiques qui ne sont pas d é cid é es par vous ou par votre administration, mais par les entit é s f é d é r é es. Vous pourriez choisir de les suivre, mais vous pourriez également choisir de ne pas les suivre ou de les compléter, dans une perspective de politique étrangère. Votre réponse me laisse largement sur ma faim et me laisse craindre qu'à tout moins la décision qui a été prise ici, dans ce cadre-là, loin de perpétuer un cadre paternaliste, s'inscrit en défaut de ce qui est organisé par ailleurs et par conséquent est jugé comme superflu, simplement parce que c'est organisé par ailleurs. On ne s'interroge pas sur ce qu'on pourrait faire de manière complémentaire pour attirer, pour former, pour créer du lien avec l'ensemble de ces étudiants étrangers. Vous savez aussi bien que moi que lorsque le séjour étudiant a été pensé dans la loi de 1980, il n'avait pas pour vocation de maintenir ces étudiants étrangers sur le territoire belge. Il avait pour vocation de les former et de leur permettre d'aller reconstruire leur pays, mais en même temps de créer des liens solides et durables avec l'État belge. Ici, malheureusement, cette rupture se justifie par des politiques menées ailleurs et non pas par une politique menée par votre administration. Cela me fait craindre effectivement un glissement, même si vous le déniez, quant à la manière dont la politique de coopération au développement est considérée comme autonome et fédérale. Je serai vigilant sur le reste des politiques à l'avenir.
De evacuatie van de Belgen en rechthebbenden uit Gaza
Gesteld door
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Khalil Aouasti vraagt om opheldering over de afgeronde evacuatielijst van 500 Belgen/gerechtigden uit Gaza (waaronder 62 recente gevallen) en dringt aan op een nieuwe lijst voor personen met goedgekeurde gezinshereniging, wijzend op lopende gerechtelijke procedures en de urgentie voor transparantie over criteria en timing. Minister Maxime Prévot bevestigt dat de oorspronkelijke lijst (500 personen, voornamelijk echtgenoten/kinderen van erkende vluchtelingen) afgehandeld is (laatste vlucht op 16/12), maar erkent de noodzaak van een structurele, snelle oplossing voor nieuwe gerechtigden, zonder concrete plannen te noemen – alle opties liggen open, afhankelijk van terreinanalyse en regeringsoordeel. Aouasti kritiseert het gebrek aan duidelijkheid over operationele hindernissen (bv. Israëlische/Jordaanse belemmeringen), benadrukt dat wettelijk gerechtigden (geen "gunsten") onmiddellijke actie verdienen, en eist transparantie naar families toe, terwijl Prévot de complexiteit onderstreept maar belooft prioriteit te houden aan verdere evacuaties. Beide benadrukken de humanitaire crisis, maar Aouasti betwist de vaagheid van Prévots antwoord als ontoereikend voor de acute nood van betrokkenen.
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, la question que je vous ai posée concernant l'évacuation des Belges et des ayants droit à Gaza date effectivement déjà de quelques jours, voire de quelques semaines, et je suis conscient que la situation évolue très rapidement.
Sauf erreur de ma part, au moment du dépôt de ma question, il restait encore 62 personnes sur la liste en cours d'évacuation. Il me semble que cette liste a depuis lors été épuisée. C'est d'ailleurs l'un des éléments sur lesquels je souhaiterais vous entendre.
La question porte également sur l'éventualité de l'établissement d'une nouvelle liste, afin d'y inclure les personnes dont le regroupement familial a récemment été approuvé, mais qui ne figurent pas sur la liste actuelle. Je suis conscient que des procédures judiciaires sont en cours à ce sujet. Des plaidoiries ont d'ailleurs eu lieu la semaine dernière. Il me semble, à cet égard, que l'avocat de l'État belge a indiqué publiquement à l'audience que le ministre répondrait à une question parlementaire et qu'il invitait éventuellement le juge à prendre connaissance de la réponse que vous allez me fournir. Quelle influence!
Pour le surplus, je renvoie aux questions que je vous ai adressées.
Maxime Prévot:
Monsieur le député, je me permettrai de vous apporter des éléments de réponse, ainsi qu'à plusieurs personnes qui nous suivent manifestement très attentivement. Merci pour vos questions relatives aux évacuations de Gaza, qui m'offrent l'occasion de présenter un état des lieux dans un dossier qui me tient fort à cœur.
Comme je l'ai précisé dans une réponse apportée à votre collègue Christophe Lacroix voici quelques mois, le gouvernement a décidé en mai 2025 de poursuivre les évacuations commencées sous le précédent gouvernement. Une liste d'environ 500 personnes a été établie sur la base des catégories fixées par la Vivaldi. Pour la plus grande partie, elle comprenait des conjoints légaux ou enfants mineurs de réfugiés reconnus, avec un visa ou titre de séjour pour la Belgique. Les efforts d'évacuation étaient uniquement concentrés sur ce groupe.
Je puis vous confirmer que le gouvernement a honoré son engagement à évacuer les personnes reprises sur cette liste, à quelques exceptions près, et ceci malgré les nombreuses difficultés auxquelles mes services étaient confrontés dans l'organisation de ces opérations sur le terrain dans un contexte que je n'ai pas besoin de vous décrire, mais vous pouvez imaginer la difficulté à mettre en œuvre ces opérations. Le 16 décembre dernier, un vol avec les derniers 53 ayants droit de cette liste de 500 a atterri à l'aéroport d'Ostende. Je tiens à remercier tous les services qui ont contribué à ces évacuations.
Cependant, la situation à Gaza reste extrêmement préoccupante. Nous sommes bien conscients que, malgré la cessation de la plupart des hostilités, les habitants continuent de vivre dans des conditions déplorables.
La Belgique ne peut évidemment pas rester indifférente à cette situation.
Nous sommes également conscients qu'un grand nombre de personnes se trouvent encore à Gaza. Un grand nombre de ces personnes ont pu recevoir l'approbation de l'Office des étrangers pour l'octroi d'un visa ou titre de séjour en Belgique. Je répète qu'il est toujours une priorité pour moi de favoriser la sortie de Gaza à chaque fois que cela le requiert. Je veux maintenir cette priorité, pas simplement en continuant ce que nous avons fait auparavant, mais sur la base d'une analyse détaillée de ce qui a évolué et évolue toujours sur le terrain et de ce que pourraient être nos moyens pour arriver à une solution plus structurelle, qui soit – comme vous l'évoquiez dans votre question – effective, équitable et rapide. Une telle solution reste urgente et les services du SPF Affaires étrangères travaillent d'arrache-pied à l'identification des différentes pistes possibles. Pour l'instant, aucune option n'est exclue.
Je ferai, le moment venu, part des différentes pistes que nous envisageons, dès qu'il y aura plus de clarté sur les options et surtout dès que le gouvernement aura eu l'occasion de se prononcer sur cette question.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, monsieur le ministre, et je tiens aussi à remercier à travers vous l'ensemble des services. Je pense en effet que le travail est devenu vraiment complexe depuis de nombreux mois, compte tenu de l'horreur de ce qui se passe là-bas. Je crois savoir aussi que les services se démultiplient en effet pour essayer d'évacuer toutes les personnes susceptibles d'être évacuées, en ce compris celles qui encourent un grand danger. Contrairement à votre réponse à la question précédente, vous vous êtes montré beaucoup plus vague – et je le comprends – sur la question des solutions opérationnelles, sur les difficultés que posent éventuellement les autorités israéliennes ou jordaniennes à ces évacuations, sur les conditions qui seraient imposées et sur la façon dont les familles peuvent être contactées et selon quels critères. Il est nécessaire de lever ces incertitudes le plus rapidement possible car effectivement, au-delà du groupe que vous avez évoqué au début de votre réponse, toute une série d'autres personnes, et notamment toute une série d'autres ayants droit, remplissent actuellement les conditions légales pour un tel rapatriement – je dis bien légales, ce ne sont pas des faveurs qu'elles demandent. On sait qu'il y a des difficultés, et que des solutions sont recherchées mais, à ce jour, pour celles et ceux qui vivent dans ces conditions et pour leurs familles qui vivent ici et qui connaissent les conditions dans lesquelles ils vivent, chaque jour est un jour de trop. Je ne doute pas de votre sincérité et de votre engagement à faire en sorte que les choses aillent au plus vite, mais j'insiste sur la nécessité de faire rapidement preuve de la plus grande transparence possible vis-à-vis de ces familles, de façon à ce qu'elles puissent savoir quand, comment et dans quelles conditions ces rapatriements pourront intervenir.
De gouvernementele samenwerking met partnerlanden
De herziening van de lijst van partnerlanden
De herziening van de lijst van partnerlanden
Samenwerking en herziening van partnerlandenlijsten
Gesteld door
Gesteld aan
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Prévot aankondigt een diepgaande herziening van het ‘partnerlanden’-concept (eerste semester 2026), omdat de huidige aanpak te rigide zou zijn en niet aansluit bij de fragiele context in landen als Tanzania, Benin en DRC; hij stelt dat coherentie en flexibiliteit (via multilaterale kanalen, civiele samenwerking, EU-financiering) meer impact opleveren dan louter bilaterale programma’s. Els Van Hoof (CD&V) bekritiseert het risico op kortetermijnpolitiek en pleit voor duurzaamheid via het behoud van het reglementaire kader, terwijl Ellen Samyn (VB) transparantie en juridische consistentie eist, wijzend op tegenstrijdigheden: landen als Guinee en Rwanda behouden formeel hun partnerstatus ondanks stopgezette programma’s (Guinee) of verbroken diplomatieke banden (Rwanda), terwijl België via EU-kanalen blijft financieren—wat Samyn onlogisch noemt in tijden van bezuinigingen.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In veel van onze (Afrikaanse) partnerlanden is de context zeer fragiel, bijvoorbeeld in Tanzania, Benin of het oosten van de DRC. Tegelijk heeft de Belgische ontwikkelingssamenwerking wel degelijk impact in deze landen, door onze investeringen in prioritaire thema's als gezondheid, governance en klimaat. Door de snel veranderende context in deze landen moeten we tegelijk snel kunnen ageren en toch voldoende aanwezig kunnen zijn om impact te hebben en het risico te spreiden. Uit een land vertrekken is gemakkelijk, maar terugkomen veel moeilijker.
In de commissie Buitenlandse Betrekkingen van 2 december gaf u aan dat het niet uw intentie is om de lijst van partnerlanden voor de gouvernementele samenwerking op korte termijn te wijzigen. U wenst echter wel een “diepgaande reflectie te voeren over de notie van partnerlanden", waarbij u aangaf niet langer overtuigd te zijn van het nut van die notie.
Welke impact hebben de recente gebeurtenissen in onze partnerlanden Tanzania, Benin en de DRC op onze gouvernementele samenwerkingsprogramma's?
De gouvernementele samenwerking met onder meer Guinée zal na afloop niet worden verlengd. Nochtans zou er meer en meer interesse zijn vanuit België om er te investeren. HUB Brussel, WBI/FIT zouden bijvoorbeeld van plan zijn om een kantoor te openen volgend jaar. Is het dan niet opportuun de gouvernementele samenwerking te behouden, ook zonder ambassade?
Welke timing voorziet u voor de analyse rond de notie van partnerlanden? Hoe zal die oefening er concreet uitzien? Welke impact zal die oefening hebben op de gouvernementele samenwerkingsprogramma's in die landen?
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ik verwijs eveneens naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
U kondigde de stopzetting aan van verschillende gouvernementele programma's, onder meer in Guinee, Mali en Mozambique. In de praktijk betekent dit het beëindigen van structurele bilaterale samenwerking. Tegelijk stelt u dat deze landen daarom niet noodzakelijk ophouden partnerlanden te zijn en dat u de notie van partnerlanden opnieuw wil herbekijken.
Voor mijn fractie is dit onduidelijk en weinig coherent. De wet op de ontwikkelingssamenwerking bepaalt nochtans dat de lijst van partnerlanden enkel kan worden aangepast via de ministerraad en op basis van een strategische evaluatie. Bovendien haalde u aan dat België, mogelijks via Europese kanalen, nog financieel betrokken kan zijn bij deze partnerlanden, wat neerkomt op een voortzetting van hetzelfde beleid.
Beschouwt u Guinee, Mali en Mozambique vandaag nog formeel als partnerlanden, ja of neen? Op welke manier zouden zij dan partnerlanden blijven en welke financiële en operationele gevolgen heeft dit voor België?
Welke criteria hanteert u om te bepalen of een land al dan niet partnerland blijft?
Heeft er, conform de wet op de ontwikkelingssamenwerking, een strategische evaluatie plaatsgevonden en werd of wordt hierover een beslissing genomen in de Ministerraad via een wijziging van het koninklijk besluit?
Hoe verantwoordt u het blijven voorzien van Belgische financiering via Europese programma's in landen waar de gouvernementele samenwerking wordt stopgezet? Voor welke bedragen zal België zich nog engageren, bv. via de EU, in landen waarmee de bilaterale ontwikkelingssamenwerking wordt stopgezet?
Ziet u zelf geen tegenstelling tussen dit beleid en de noodzaak om drastisch te besparen op ontwikkelingssamenwerking?
Is Rwanda ondertussen al officieel als partnerland van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking geschrapt? Zo neen, waarom doet u dit niet, aangezien Rwanda de samenwerking en zelfs de diplomatieke contacten met België al heeft verbroken?
Maxime Prévot:
Beste Kamerleden, bij deze wens ik u te bedanken voor uw vragen rond de gouvernementele samenwerking en onze relaties met de partnerlanden. Ik heb de voorbije tijd inderdaad kenbaar gemaakt dat ik een reflectie wil voeren over de notie 'partnerland van de Belgische ontwikkelingssamenwerking', zoals voorzien in de wet van 2013. De wereld is sterk geëvolueerd en ook onze ontwikkelingssamenwerking dient zich daaraan aan te passen en mee te evolueren met haar tijd.
Zoals u zelf aangeeft, is de situatie in bepaalde van onze huidige partnerlanden bijzonder fragiel. Dit betekent dat we onze samenwerking dienen af te stemmen op de noden, de belangen en de context van elk specifiek land. Het is in mijn ogen dan ook belangrijk om die analyse voor elk land door te voeren en de instrumenten en kanalen te identificeren die een meerwaarde bieden in de desbetreffende context.
Een coherente inzet van onze instrumenten, zowel van de ontwikkelingssamenwerking als van het buitenlands beleid, is noodzakelijk om vorm te geven aan wederzijds voordelige partnerschappen. Het beperken van de samenwerking met een partnerland tot de inzet van de gouvernementele samenwerking, zonder onze andere beschikbare instrumenten en kanalen, zoals de civiele maatschappij, multilaterale organisaties, ontwikkelingsbanken en zelfs de parlementaire samenwerking, te valoriseren, lijkt mij weinig efficiënt en doeltreffend. Ik ben ervan overtuigd dat het coherent inzetten van een pakket aan instrumenten zal leiden tot meer impact en betere resultaten.
Ik ben ervan overtuigd dat het coherent inzetten van een pakket aan instrumenten tot meer impact en resultaten zal leiden. Daarnaast is het mijns inziens eveneens noodzakelijk te kunnen inspelen op onvoorziene ontwikkelingen en situaties in landen die momenteel niet voorkomen op de lijst van partnerlanden. Ik heb daarom aan mijn administratie gevraagd om deze reflectieoefening te maken in het eerste semester van 2026 om ervoor te zorgen dat ons beleid pertinent, efficiënt en coherent kan worden uitgevoerd, aangepast aan de wereld van vandaag. Ik zie dus geen contradictie tussen deze oefening en de besparingsoefening, maar ben er integendeel van overtuigd dat dit zal bijdragen aan meer efficiëntie en coherentie in ons beleid en bijgevolg zal leiden tot meer impact en resultaten.
De reflectieoefening zal tevens bepalen of en op welke punten een herziening van het reglementaire kader noodzakelijk is. Bijgevolg werd momenteel noch de wetgeving, noch de landenlijst aangepast, met inbegrip van Rwanda. Te noteren is dat die landenlijst niet alleen van belang is voor de gouvernementele samenwerking, maar tevens voor andere kanalen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, waaronder de niet-gouvernementele samenwerking. Een wijziging van het reglementaire kader dient mijns inziens niet overhaast plaats te vinden, maar op een weldoordachte wijze te gebeuren op basis van grondige analyses, reflecties en consultaties.
Over de beslissingen inzake het postennetwerk heb ik hier in de commissie reeds de nodige uitleg gegeven. De beslissingen kaderen in een oefening ter optimalisatie van ons netwerk en zijn gebaseerd op een grondige analyse uitgevoerd door mijn departement.
Inzake de globale partnerships die Enabel uitvoert via financiering voor derden, ben ik van plan in de komende weken aan Enabel te vragen de strategie ter zake te actualiseren om ze beter af te stemmen op de veranderende context, enerzijds, en de prioriteiten van de Belgische ontwikkelingssamenwerking en het buitenlands beleid, anderzijds.
Deze global partnerships dienen zich in te schrijven in de uitvoering van het Belgisch buitenlands beleid, de visie ervan te vertolken en te fungeren als een hefboom voor ons beleid, met inbegrip van onze prioriteiten en van onze belangen, normen en waarden. Ook de diversificatiestrategie van de financiering van Enabel zal hiervan deel uitmaken, om te garanderen dat ze op de Belgische beleidsprincipes en oriëntaties afgestemd blijft.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord.
Ik vind het belangrijk dat u zegt dat men niet overhaast, maar wel doordacht te werk moet gaan en dat efficiëntie, coherentie, impact en resultaten in onze ontwikkelingssamenwerking van belang zijn. Dat geldt ook voor duurzame ontwikkeling. Daarom is er ook een reglementair kader. Ik heb natuurlijk graag dat u lang minister blijft, maar het kan niet zo zijn dat men opnieuw moet beginnen als een andere minister wordt aangesteld.
Het partnerlandenbeleid garandeerde immers enige duurzaamheid terwijl de thema's veranderden. In die zin hoop ik dat men bij aanpassingen ook naar de duurzaamheid van bepaalde keuzes kijkt, omdat dat het voor de partners en voor de Belgische instellingen gemakkelijker maakt, omdat ze zich dan niet telkens opnieuw moeten aanpassen aan de wisselende prioriteiten van een nieuwe minister. Het reglementaire kader is van belang om ook die duurzaamheid en de impact van bepaalde acties te garanderen.
Ik begrijp dat het voor bepaalde partnerlanden wellicht niet meer nuttig is om er verder mee samen te werken, maar dat er ook partnerlanden zijn waarmee we wel continu samenwerken en dat we in andere regio's thematisch werken. Het is dan wel belangrijk dat men zorgt voor enige duurzaamheid zodat ook impact wordt gecreëerd. Dat is mijn bezorgdheid bij de herziening en analyse: dat ook duurzaamheid wordt nagestreefd.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, inzake de reflectieoefening door uw administratie mag u aan de lijst van efficiëntie, coherentie en impact van de resultaten ook transparantie toevoegen. U verklaarde dat de landenlijst niet werd aangepast. U kent de positie van mijn partij over ontwikkelingssamenwerking en partnerschappen. De bilaterale samenwerking en de diplomatieke contacten met Rwanda zijn momenteel opgeschort. De vraag rijst echter nog altijd hoe dit zich verhoudt tot de formele status van partnerland binnen het huidige kader. Onze fractie vraagt in dit verband vooral transparantie en consistentie, zodat het voor het Parlement duidelijk is welke landen welke status hebben, via welke kanalen België betrokken blijft en op basis van welke procedures deze keuzes worden gemaakt. In ieder geval twijfel ik er niet aan dat we daarover nog veel discussie zullen kunnen voeren in het kader van uw beleidsnota. De voorzitster : De vragen nrs. 56011715C en 56011717C van mevrouw Schlitz vervallen. De vragen nrs. 56011747C, 56011748C, 56011749C, 56011981C, 56011982C, 56011983C, 56011984C, 56011987C en 56012383C van de heer El Yakhloufi worden uitgesteld. Vraag nr. 56011799C van mevrouw Maouane vervalt. De samengevoegde vragen nr. 56011820C van mevrouw Huybrechts en nr. 56012169C van mevrouw Lambrecht worden uitgesteld. Vraag nr. 56011857C van de heer De Smet wordt uitgesteld. De vragen nrs. 56011863C en 56011866C van de heer Somers worden uitgesteld. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 19.07 uur. La réunion publique de commission est levée à 19 h 07.