meeting-commission
De publicatie van gesanctioneerde bedrijven Mijnheer de minister, eind augustus hebt u een persbericht uitgestuurd waarin u aangaf dat de overheid per direct consumenten zal laten weten welke bedrijven boetes of sancties hebben gekregen. Daarvoor was dat 60 dagen, zodat de termijn voor beroep verstreken was. U zei toen dat u de bekendmaking onmiddellijk zou doen, nog voor die bedrijven in beroep kunnen gaan. U motiveerde dat vanuit consumentenbescherming en het aanzwengelen van het vertrouwen in eerlijkere handel. Ik vroeg mij af of die boetes effectief al gepubliceerd zijn en waar ze worden gepubliceerd. Ik ben zelf gaan kijken op de website van de FOD Economie, maar ondanks de aankondiging zijn die bedrijven daar tot nu toe niet terug te vinden. Is 1 januari het nulpunt en zal men het vanaf dan doen? Hoe zit dat precies in elkaar? Zijn er al boetes opgelegd, of zijn er nog geen geweest, wat uiteraard nog beter zou zijn? Publiceert de FOD Economie misschien om andere redenen, die ik nog niet heb genoemd, geen namen van bedrijven? Is er iets gaande achter de schermen wat wij misschien niet weten, waardoor het nog niet mogelijk is, zelfs als er al boetes zouden zijn uitgeschreven? Uw doelstelling was om consumenten sneller te informeren. Nu stellen we vast dat die informatie nog niet beschikbaar is. Hoe kunt u dat verklaren? Kunt u daar wat meer uitleg over geven? Hoe zal het in de toekomst verlopen? Hoe zullen gesanctioneerde bedrijven, als die er zijn, zichtbaar, toegankelijk en bekend worden gemaakt? Mocht er een pagina zijn die ik gemist heb en waar ze wel op staan, dan hoor ik dat graag. Hoe frequent wordt die informatie bezorgd? Als die nog niet bestaat, op welke manier zal die bekendmaking dan gebeuren? Dank u wel voor de kans om deze beslissing nog te verduidelijken. Dat doe ik met plezier. Vanaf het moment dat we de beslissing hebben genomen in de regering – het gaat trouwens over een wet die nog naar het Parlement komt, waarover we dus ook nog zullen debatteren – spreken we eigenlijk over een verstrenging, versterking en actualisering van de wetgeving. Vandaag moeten we namelijk vrij lang wachten om te communiceren wanneer er tot een sanctie of een geldboete is beslist. Door daar lang mee te wachten, missen we een belangrijke opportuniteit op het vlak van consumentenbescherming. Hoe sneller je kunt communiceren, hoe meer mensen geïnformeerd zijn en hoe beter consumenten beschermd worden. Vandaar dit wettelijk initiatief. U kunt die publicaties en die databank vandaag al raadplegen. Uw opmerking is wel terecht, als u ze niet vindt, dan betekent dit dat er nog mensen zijn die ze niet vinden. Daar gaan we aan werken, om dat beter te communiceren. U kunt die informatie terugvinden op de website van de FOD Economie. Via de menubalk ‘Thema’s’ gaat u naar ‘Ondernemingen’ en vervolgens naar ‘Beslissingen administratieve geldboetes’. Daar kunt u de beslissingen raadplegen. Op dit moment zijn er 26 beslissingen gepubliceerd, waarvan 4 nominatief. De communicatie zal gebeuren via persberichten en alle relevante informatie, om de zichtbaarheid van die beslissingen verder te verhogen. De databank wordt permanent aangevuld met nieuwe beslissingen. Om een voorbeeld te geven: Les Meubles Pirotte was het voorwerp van een nominatieve communicatie waarbij de administratieve geldboete werd bekendgemaakt, omdat er op dat moment zeer veel consumenten schade hadden geleden. In dat geval hebben we ook extra ingezet op bijkomende communicatie via de traditionele media om mensen te beschermen. Het verschil met de wet die we nu voorbereiden, is dat we veel sneller zullen kunnen communiceren. Intussen blijven we communiceren volgens de regels die vandaag gelden, via de kanalen die ik net heb genoemd. Ik ben het met u eens dat als we dit doen, dat zo breed mogelijk moet gebeuren en zo goed mogelijk gekend moet zijn. Daar kunnen we nog verder aan werken en dat zullen we ook doen. Tot daar een korte toelichting bij de situatie rond de bekendmaking van onderzoeken en de bekendmaking van opgelegde boetes. Het antwoord is inderdaad tweeledig. Om te kunnen doen wat u voorstelt, is er nog een wet nodig, die we nog in commissie en vervolgens in de plenaire vergadering zullen bespreken. Intussen zijn de beslissingen tegen wie al veroordeeld is beschikbaar. Ik vermoed dat het dan gaat om beslissingen na beroep, want anders is een wetswijziging niet nodig. Op dit moment bedraagt de termijn nog altijd 60 dagen. We willen onmiddellijk kunnen communiceren. De wet dient dus om die termijn in te korten. Intussen zijn de beslissingen die na beroep of na die 60 dagen definitief zijn wel beschikbaar. Ik ben dankbaar dat u hebt verduidelijkt waar die informatie te vinden is op de website van de FOD Economie. Misschien is een snelkoppeling of een duidelijke verwijzing, zodat men niet zelf moet zoeken, een goed idee. Dat is een kleine suggestie, maar zeker nuttig als men wil communiceren. Ik denk ook dat wie een klacht heeft ingediend, waarschijnlijk via de FOD Economie rechtstreeks een communicatie zal krijgen, zodat de informatie op die manier terechtkomt waar ze hoort. Ik kijk uit naar het wetsontwerp. Ik zal ook een kijkje nemen op de pagina die u hebt vermeld en hoop dat die in de toekomst makkelijker toegankelijk zal zijn. Dank u wel. Vraag nr. 56011937 van de heer De Smet vervalt aangezien hij niet aanwezig is. De Europese consumentenagenda Voor de goede orde verwijs ik naar het de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag, zodat alles mooi wordt opgenomen in het verslag. De Europese Commissie heeft op 19 november de Consumentenagenda 2030 goedgekeurd, een nieuw strategisch raamwerk voor het consumentenbeleid in de EU voor de komende vijf jaar. Deze Europese strategie heeft een impact op de Belgische consumenten en bedrijven. De Europese consumentenagenda legt een gedetailleerde beleidsagenda op aan alle lidstaten, hoewel markten verschillen per lidstaat; hoe gaat u erover waken dat onze consumenten en bedrijven niet overbelast worden door Europese regelgeving die onvoldoende rekening houdt met nationale context en specifieke noden? De agenda hecht veel belang aan duurzame consumptie; welke voorwaarden gaat u opleggen voor ecolabels en duurzaamheidsclaims en wie zal de controle daarop uitvoeren? Met welke maatregelen gaat u zorgen voor een beter toezicht op niet-conforme producten die online verkocht worden, wanneer de verkoper zich buiten de EU bevindt? Welke plannen liggen er op tafel om kwetsbare groepen te informeren en te beschermen inzake complexe productaanbiedingen? Welke procedures zullen er worden voorzien voor collectieve rechtsvorderingen bij massaschade? Met welke prestatie-indicatoren (KPI's) zal worden nagegaan in welke mate nieuwe regelgeving consumenten daadwerkelijk vooruithelpt en niet slechts een opgelegd project van harmonisatie is? Bent u van oordeel dat de naleving van nieuwe regels meer middelen en inspecteurs zullen vereisen en wat is de verwachte kostprijs hiervan? De agenda introduceert opnieuw extra verplichtingen voor kmo's; hoe zal u garanderen dat deze regelgeving niet zal leiden tot bijkomende administratieve lasten, grote kosten en juridische onzekerheid voor ondernemingen en welk overleg hebt u dienaangaande gehad met uw collega-ministers? U wilt waarschijnlijk ook het antwoord op uw vraag in het verslag opgenomen zien worden. Ik wil gerust antwoorden, maar dan heb ik echt veel tijd nodig. U hebt immers zoveel vragen gesteld, dat ik zeven bladzijden moet voorlezen. Ik wil dat gerust doen. Het zijn echter zoveel vragen en het is zo gedetailleerd dat we hier dan wel even zullen zitten. U mag die antwoorden zeker schriftelijk bezorgen. Als het effectief om zeven pagina’s gaat, dan kunnen we die ook rustig bekijken. Ik hoop alleen dat het goede antwoorden zijn. Dat is altijd het geval, nietwaar? Ik zal u de antwoorden zo meteen al meegeven om u tijd te besparen. Ik kan het misschien wel kort samenvatten, zodat ik toch heb geantwoord. De gedetailleerde antwoorden op vraag 1 tot en met 7 bezorg ik u dan straks schriftelijk. Dat mag zeker. Samengevat kan ik meegeven dat er op dit moment nog geen zicht is op de concrete wetgevingsmaatregelen die in het kader van de nieuwe Europese consumentenagenda zullen worden ingevoerd. We kunnen wel aangeven dat er een aantal concrete dossiers zijn waarop we zowel Europees als intra-Belgisch werken. Het gaat om het CPC-netwerk (Consumer Protection Cooperation), de richtlijn over het versterken van de positie van de consument in de groene transitie, ConsumerConnect, de Digital Fairness Act en de richtlijn betreffende representatieve verordeningen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten. Een ander belangrijk dossier waarop we sterk zullen inzetten, is e-commerce. Mijn kabinet maakt immers deel uit van de taskforce e-commerce en we willen dat thema expliciet in de Europese agenda opnemen. Alles wat met e-commerce en de bijhorende fraude te maken heeft, stopt immers niet aan de Belgische grens. In die dossiers zal ik de prioriteiten rond consumentenrechten blijven aankaarten. De minister van Economie en ik zullen elk vanuit onze bevoegdheden de belangen van de kmo’s opvolgen en waarborgen, zodat er een goed evenwicht ontstaat tussen de rechten van de consument en de verplichtingen voor de kmo’s. Dat is de samenvatting van de manier waarop we ons organiseren om maximaal naar dat evenwicht te streven. Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik zal het zeker grondig bekijken. Mocht ik nadien nog vragen hebben – wat wellicht het geval zal zijn – zal ik de nodige opvolgvragen stellen. De bescherming van de consumenten tegen stijgende prijzen en hogere belastingen Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, Testaankoop heeft vastgesteld dat de winkelkar in 2025 opnieuw duurder is geworden, met een stijging van bijna 4 euro per 100 euro. Voor veel gezinnen betekent dat een merkbare toename van de uitgaven. Huishoudens met een beperkt budget ervaren die prijsstijgingen wekelijks bij het afrekenen. Ik concretiseer even. Een kilo biefstuk kost vandaag bijvoorbeeld 4,50 euro meer dan vorig jaar. Een pak gemalen koffie van 500 gram is met 1 euro in prijs gestegen. Een reep chocolade van 100 gram kost 0,30 euro meer. Het betreft producten die bij veel gezinnen regelmatig in de winkelkar liggen. Daarnaast heeft de regering beslist om vanaf 1 maart 2026 het btw-tarief op afhaalmaaltijden, hotelovernachtingen, festivaltickets en sportevenementen te verhogen met 6 cent per euro. Concreet betekent dit dat een afhaalpizza van 15 euro ongeveer 1 euro duurder wordt en dat een festivalticket van 50 euro 3 euro duurder wordt. Ook een weekendverblijf in een hotel wordt duurder. Voor veel mensen gaat het daarbij om uitgaven voor ontspanning en gezinsactiviteiten. De maatregelen verhogen de kosten voor consumenten en hebben een grote impact op huishoudens die al moeite hebben om hun uitgaven te beheersen. De prijsstijgingen komen boven op eerdere verhogingen. Over een periode van 2 jaar betalen gezinnen 29 euro extra per 100 euro aan boodschappen. De prijs van spaghetti is met meer dan 5 euro per kilo gestegen en die van diepvriesfrieten eveneens met 5 euro per kilo. Tegelijkertijd blijven de winstmarges van supermarkten en grote bedrijven grotendeels onveranderd. Dat roept vragen op bij consumenten die hun uitgaven nauwgezet moeten plannen. Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor consumentenbescherming, daarom wens ik u het volgende te vragen. Hoe rijmt u die btw-verhoging met uw opdracht om consumenten te beschermen in een periode waarin de prijzen van basisproducten blijven stijgen? Wat zult u concreet doen om ervoor te zorgen dat de winkelkar betaalbaar blijft voor iedereen en niet alleen voor wie het zich kan permitteren? Waarom kiest deze regering ervoor om de belastingdruk te verhogen op consumptie- en basisdiensten in plaats van in te grijpen op de winsten en marges van grote spelers in de distributiesector? Ik begrijp uw vraag. Het is jammer dat u daarbij ook niet de maatregelen hebt vermeld die we eveneens hebben goedgekeurd en die net de koopkracht versterken, want dat zou uw vraag natuurlijk evenwichtiger maken. Ik denk bijvoorbeeld aan de sjoemelkorting rond energie, die voor drie miljoen gezinnen 500 euro per jaar zal uitsparen, wat werd bevestigd door de CREG. Ik denk ook aan het informeren van mensen wanneer zij een contract hebben dat maandelijks stilzwijgend wordt verlengd en dat zij kunnen stopzetten, zodat zij niet nog een jaar langer blijven betalen. Er worden dus heel wat maatregelen getroffen die dicht bij de consument staan en die een directe impact kunnen hebben op de koopkracht. Ik ben het ook eens met uw vraag om de winkelkar maximaal te beschermen. Ik heb daarin als bevoegd minister voor Consumentenbescherming inderdaad een verantwoordelijkheid. Ik ben het daarmee volledig eens. Ik zeg dus exact hetzelfde als wat u wilt bereiken. Daarom is de index ook cruciaal. De index is het antwoord op de prijsstijgingen en op de duurder wordende winkelkar. Ik ben ervan overtuigd dat de burger ook heel goed begrijpt dat de index beschermd blijft en dat de maatregelen die we daarvoor hebben getroffen, net het beste antwoord zijn voor die winkelkar. In combinatie met alle andere maatregelen die we hebben genomen, gaat het om veel meer dan een paar euro’s. Als ik bijvoorbeeld naar energie kijk, dan gaat het om honderden euro’s per jaar. Dat is wat effectief impact heeft. Ik wil dat debat intellectueel eerlijk voeren. Als de prijs van de winkelkar stijgt, hebben we de index, maar daarnaast zijn er nog zoveel andere maatregelen die we kunnen nemen om de consumenten te beschermen en om ervoor te zorgen dat zij niet elke week of elke maand moeten betalen voor iets wat zij eigenlijk niet moeten betalen. Het is de combinatie van al die maatregelen die ervoor zorgt dat we de koopkracht van de consumenten blijven versterken. Dat is mijn strijd en die zal ik ook blijven voeren. Dat is misschien ook het verschil tussen in de regering zitten en er geen deel van uitmaken. Het is heel gemakkelijk om een eenzijdige vraag te stellen, omdat de steak duurder wordt. Het is intellectueel veel eerlijker om ook de maatregelen te benoemen die de koopkracht wel versterken. Dat is ook mijn rol. Zo’n antwoord had ik natuurlijk verwacht. U spreekt over de index, maar daaraan wordt nu wel gemorreld, dus hoever zal dat nog gaan? Heel veel vertrouwen hebben we daar niet meer in. Over de andere maatregelen die worden genomen om de koopkracht van de mensen te beschermen, zegt u dat die honderden euro’s zullen opleveren. Daartussen zullen ongetwijfeld goede maatregelen zitten, maar er worden ook taksen verhoogd die de andere maatregelen tenietdoen. Wat schiet er nog over als men de mensen langs de ene kant 100 euro geeft, maar hun langs de andere kant 150 euro afneemt? Ik vraag me af waar die bescherming dan zit. Ook daarin hebben we niet veel vertrouwen. De consumentenbescherming in de fitnesssector Mijnheer de minister, fitness is een booming business. Op basis van de beschikbare cijfers van de afgelopen jaren is de fitnesssector een van de snelst groeiende sportsectoren in België. Ondertussen zijn er meer dan 1.300 fitnessclubs in ons land en sluiten jaarlijks duizenden Belgen een langdurig abonnement af bij een fitnessclub. Dat juichen we uiteraard toe, ook in het kader van de algemene volksgezondheid. Tegelijk stellen we echter op het vlak van consumentenrechten vast dat een aantal zaken voor verbetering vatbaar is. Zo zien we bijvoorbeeld dat sommige clubs een blessure weigeren als geldige reden voor een stopzetting of een pauzering van het abonnement. De consument blijft daardoor betalen voor zijn fitnessabonnement, terwijl hij niet kan gaan sporten. Wanneer die blessure langer aansleept dan de periode vermeld op het doktersattest, wordt bovendien onnodig veel druk gelegd op de huisartsen, omdat systematisch een nieuw doktersbriefje moet worden voorgelegd. Mijnheer de minister, bent u bereid om het recht op een definitieve stopzetting of pauzering van een fitnessovereenkomst om medische redenen wettelijk te verankeren? Ik weet dat dit momenteel is opgenomen in de gedragscode van de fitnesssector, maar we zien dat heel wat fitnessclubs niet zijn aangesloten bij die gedragscode. Hoe staat u tegenover een verplichting tot een pro rata terugbetaling van reeds betaalde bedragen wanneer een consument zijn contract door medische overmacht moet beëindigen? Mijnheer Soete, in de maand januari is dat een thema dat elk jaar opnieuw opduikt. Fitnesscentra spelen in op goede voornemens en meer sporten. Veel mensen beginnen vol moed aan een fitnesskuur, die meestal twaalf maanden duurt, omdat een fitnessabonnement doorgaans voor een jaar moet worden afgesloten. Dan ontstaan er vaak problemen wanneer zich medische problemen voordoen waardoor sporten, al dan niet tijdelijk of definitief, niet meer mogelijk is. Vervolgens ontstaat discussie over de vraag of de overeenkomst kan worden opgeschort of beëindigd. Gelukkig zijn er heel wat fitnesscentra die dat op een flexibele manier oplossen. Wanneer het om een tijdelijke situatie gaat, wordt het abonnement bijvoorbeeld bevroren en met een maand verlengd. Er zijn echter ook mensen die niet langer naar de fitness kunnen, omdat zich een medisch probleem voordoet waardoor fitnessen niet meer mag of kan. Dan ontstaat een andere discussie, want dan is de vraag of het fitnessabonnement definitief kan worden stopgezet en of ook de betaling kan worden beëindigd, hoewel het contract nog een bepaalde tijd loopt. Op dit moment zijn medische redenen die het voor een consument onmogelijk maken om nog te fitnessen, geen overmacht in de zin van het algemeen verbintenissenrecht. Dat betekent dus dat het contract in principe niet wordt stopgezet. Overmacht kan alleen worden ingeroepen wanneer de uitvoering van de eigen contractuele verbintenissen onmogelijk wordt gemaakt. In het geval van een fitnessabonnement blijft de betalingsverplichting desgevallend uitvoerbaar, ook al kan de consument er niet meer van gebruikmaken. Juridisch is er dan ook geen sprake van overmacht. Dat neemt niet weg dat er andere regels zijn waaraan fitnesscentra zich moeten onderwerpen, vooral op het vlak van consumentenbescherming en meer bepaald de regels inzake onrechtmatige bedingen. Het Wetboek van economisch recht bepaalt dat onrechtmatige bedingen verboden en zelfs nietig zijn. Een onrechtmatig beding wordt gedefinieerd als elk beding dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en de plichten van de partijen, ten nadele van de consument. Bovendien bevat het Wetboek van economisch recht een lijst van bedingen die in elk geval als onrechtmatig worden beschouwd. In de praktijk werken veel fitnesscentra trouwens met overeenkomsten van bepaalde duur met een beding van stilzwijgende verlenging. In dat geval legt het Wetboek van economisch recht bepaalde transparantievereisten op. Na die stilzwijgende verlenging kan de consument bovendien op elk ogenblik kosteloos opzeggen, met inachtneming van een opzegtermijn die maximaal twee maanden mag bedragen. Ik wijs ook op wetgeving die ik in de ministerraad al heb laten goedkeuren, waarbij een verplichting wordt ingevoerd voor ondernemingen om consumenten actief te informeren over een nakende stilzwijgende verlenging van een overeenkomst. Op die manier is de consument voldoende geïnformeerd om een abonnement tijdig stop te zetten. De huidige wetgeving voorziet niet expliciet in een recht op definitieve stopzetting of tijdelijke opschorting van een fitnessabonnement om medische redenen. De gedragscode waarnaar u verwijst, bestaat wel, maar het is niet duidelijk of iedereen hem naleeft en of hij daadwerkelijk wordt toegepast in het belang van een voldoende bescherming, gelet op de huidige marktpraktijken. Er blijft dus een grijze zone bestaan. Puur wettelijk gezien is een medische reden geen grond om een fitnessabonnement stop te zetten, terwijl de gedragscode een flexibele omgang met dergelijke situaties vooropstelt. Vandaag is het echter niet duidelijk of alle spelers zich daaraan houden, aangezien nog regelmatig signalen worden ontvangen dat abonnementen niet worden stopgezet om medische redenen. Daarom zal ik sowieso opnieuw in overleg met de sector om te bekijken of we daarin nog stappen kunnen zetten. Als dat nodig is, zal ik daar verder in gaan. Ik vind wel dat wanneer een arts beslist dat iemand om medische redenen niet meer kan fitnessen, dat effectief een reden moet zijn om het abonnement stop te zetten. Vanuit dat principe zal ik het debat voeren met de sector. Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het klopt inderdaad dat er al een belangrijke stap vooruit is gezet door de verplichting om binnenkort actief te informeren over de aanstaande, niet langer stilzwijgende, verlenging van het contract. Dat geldt niet alleen voor krantenabonnementen en Netflixabonnementen, maar ook voor fitnessabonnementen. Ik vermoed dat er in januari heel wat mensen bijkomen die pas in februari van het jaar daarop beseffen dat er opnieuw een fitnessabonnement voor een jaar loopt. Dat is dus sowieso al een goede zaak. Wat de grond van mijn vraag over de stopzetting betreft, heb ik uw standpunt goed gehoord. U bent voorstander van het expliciet erkennen van medische overmacht als grond om het contract stop te zetten of te pauzeren. Ik begrijp dat u eerst in overleg treedt met de sector. We moeten in eerste instantie bekijken hoe dat in de praktijk wordt toegepast, zeker bij het groot aantal fitnessclubs dat niet is aangesloten bij de gedragscode. Aansluiting bij de gedragscode kan al een deel van de oplossing zijn. Als we vaststellen dat dat geen zoden aan de dijk brengt, zullen we verder moeten gaan en bekijken hoe we via wetgeving bepaalde zaken kunnen afdwingen. De juridische omkadering van mysteryboxautomaten en de bescherming van de consument Monsieur le ministre, récemment, un nouveau type de distributeur automatique de cadeaux mystères ( vending machine ) est apparu dans ma région, où il suscite un engouement important. Selon la presse locale, le dispositif Crazy box aurait écoulé près de 800 boîtes en une dizaine de jours seulement, attirant des consommateurs ayant parfois parcouru plusieurs dizaines de kilomètres et nécessitant un réapprovisionnement de la machine jusqu’à quatre fois par jour le week-end. Le concept repose sur l’achat, pour un montant compris entre 10 et 50 euros, d’une boîte dont le contenu n’est pas connu à l’avance, contrairement aux distributeurs de produits agroalimentaires et autres. La communication de l’entreprise exploitante présente ce système comme "100 % gagnant", promettant des produits dits haut de gamme ou locaux. Avec un peu de chance, le consommateur pourrait remporter des lots de valeur élevée, tels qu’un iPhone, un aspirateur haut de gamme ou d’autres biens onéreux, et ainsi réaliser une plus-value par rapport au prix payé. À l’inverse, les acheteurs moins chanceux reçoivent des objets de faible valeur, souvent assimilables à de simples bibelots. Or, les premiers retours documentés par la presse et relayés sur les réseaux sociaux sont largement négatifs. Un test réalisé par une rédaction locale fait état de contenus décevants: jouets en plastique, vêtements en polyester, accessoires usuels et objets promotionnels, sans présence de produits locaux ou artisanaux, contrairement aux promesses initiales. De nombreux consommateurs dénoncent également un écart significatif entre le prix payé et la valeur réelle des articles reçus. Il apparaît par ailleurs, selon les déclarations mêmes du gestionnaire, que la majorité des produits distribués proviennent actuellement de grandes plateformes de commerce en ligne, notamment Amazon. Ce type de dispositif semble dès lors encourager la surconsommation ainsi que l’achat d’objets à faible durabilité, souvent importés et donc potentiellement préjudiciables tant sur le plan environnemental que sociétal. Monsieur le ministre, ce type de dispositif peut-il être juridiquement assimilé à un jeu de hasard au sens de la législation belge? Le cas échéant, sa présence dans l’espace public est-elle compatible avec l’interdiction de la promotion des jeux de hasard dans la rue en Belgique? La commercialisation de boîtes dont la valeur et la nature du contenu sont incertaines respecte-t-elle les obligations légales en matière de protection des consommateurs, notamment en ce qui concerne le devoir d’information, la transparence et le respect des pratiques commerciales loyales? Monsieur Hiligsmann, je vous remercie pour votre question. Un jeu est qualifié de jeu de hasard lorsqu’il comporte une mise, un élément de hasard et la possibilité d’un gain ou d’une perte. Il est toutefois entendu que l’appréciation finale de cette qualification relève, le cas échéant, de la Commission des jeux de hasard (CJH) et/ou des juridictions compétentes. Je ne me prononcerai donc pas sur le caractère licite ou non de ce type de pratiques. S’agissant de la protection des consommateurs, je peux toutefois rappeler les principales obligations légales qu’une entreprise doit respecter. Tout d’abord, toute entreprise est soumise à une obligation d’information précontractuelle portant notamment sur son identité, les principales caractéristiques du produit, le prix total du produit toutes taxes comprises, les modalités de paiement, les conditions de vente. Une entreprise qui vend une boîte mystère doit donc indiquer clairement les conditions applicables à cette vente et préciser, par exemple, l’absence de certitude quant au contenu de la boîte. Ensuite, toute entreprise doit respecter l’interdiction des pratiques commerciales déloyales. L’entreprise qui vend une boîte mystère ne peut pas induire le consommateur en erreur ni le tromper, notamment quant au contenu potentiel de la boîte. Elle ne peut donc pas affirmer que les colis contiennent des biens haut de gamme ou des produits locaux si cette information n’est pas conforme à la réalité. Par ailleurs, l’entreprise doit respecter les dispositions relatives à l’indication des prix. Enfin, si cette pratique est qualifiée de vente entre un vendeur professionnel et un consommateur, le bien acheté est couvert par la garantie légale conformément aux règles du droit civil. En cas de défaut de conformité, le consommateur peut réclamer la réparation ou le remplacement du bien sans frais et dans un délai raisonnable. Si cela n’est pas possible, il peut demander la résolution du contrat ou une réduction du prix. Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses et pour les compléments apportés. Nous resterons très attentifs aux développements liés à ces informations, ainsi qu’aux obligations qui s’imposent aux fournisseurs de ce type de boîtes, et plus largement à ce système de distributeurs qui commence à être mis en place, notamment dans notre région, et qui pourrait être étendu à d’autres régions. Namaakhoning Mijnheer de minister, deze vraag heb ik al een keer gesteld aan uw collega. Die vraag is toen opgegaan in het grotere geheel, maar er is nooit een diepgaand antwoord op gekomen. Toch stellen we vast dat het om een aanzienlijke problematiek gaat. Als we weten dat de Europese Unie op zich een grote producent van honing is, maar dat er toch ook heel wat honing wordt geïmporteerd, stellen we op basis van uitgevoerde controles vast dat bijna de helft van de aan de EU-grens geteste geïmporteerde honing als verdacht wordt aangemerkt. Dat roept bij mij een aantal vragen op. Wat is de omvang van honingfraude op de Belgische markt? Wat is het aandeel van geïmporteerde honing dat als verdacht of niet-conform wordt beoordeeld? Als er controles plaatsvinden, neem ik aan dat daarover ook cijfers beschikbaar zijn voor ons land? Wat de etiketteringsregels betreft, er zijn nieuwe regels van toepassing vanaf 14 juni 2026, waarbij alle landen van oorsprong zullen moeten worden vermeld. Vanaf wanneer zullen die etiketten bij ons beschikbaar en zichtbaar zijn? De omzetting zal moeten gebeuren en ik neem aan dat die nog lopende is. Wat is daar de stand van zaken? Wat moet er daaromtrent nog gebeuren? Wanneer die nieuwe etiketteringsregels van kracht zijn, moeten ze uiteraard ook worden gecontroleerd. Is er daarvoor voldoende controlecapaciteit? Tot slot, welke controlemethodes zijn beschikbaar of worden ingezet om de ecologische herkomst en de authenticiteit van honing op te sporen? Ik kijk uit naar uw antwoord. Dank u wel voor uw vragen. Wat betreft de omvang van de honingfraude en het aandeel van geïmporteerde honing op de Belgische markt bestaan er helaas geen cijfers, maar wel vage vermoedens. Fraudebestrijding gebeurt op basis van mogelijke, vooraf goed gedocumenteerde en geïdentificeerde indiciën. Honingfraude moet echter altijd geval per geval en onomstotelijk bewezen worden en beperkt zich niet alleen tot suikertoevoeging. In 2025 heeft de Algemene Directie Economische Inspectie vijf containers bakkershoning, die als Chinese bloemenhoning werden geïmporteerd, kunnen terugsturen naar het land van herkomst. De verdere juridische en administratieve afhandeling, met ook de sanctionering van de verantwoordelijke operatoren, is op dit moment lopende. Wat betreft vraag 2, de nieuwe Europese etiketteringsregels voor honing, die vastgelegd zijn in de Europese richtlijn, worden verplicht toepasbaar vanaf 14 juni 2026. De aangepaste etiketten zullen vanaf die datum ook op de markt verschijnen, maar bestaande etiketten mogen verder worden opgebruikt zolang de voorraad strekt. Wat betreft vraag 3, de omzetting is bijna afgerond. Op 3 december 2025 werden de adviezen van de Raad van State ontvangen en de ontwerpen van koninklijk besluit worden weldra ondertekend. Het aangepaste regelgevende kader zal volledig operationeel zijn op 14 juni 2026, conform de Europese toepassingstermijn. In de tussentijd blijven consumenten beschermd tegen honingfraude via de bestaande controles en handhavingsmechanismen. Wat betreft vragen 4 en 5, de Economische Inspectie beschikt, met medewerking van het Voedselagentschap en de douane en met steun van het bevoegde parket bij bewarende beslaglegging, over de nodige controlecapaciteiten. Een specifiek procedureel en juridisch kader is daarvoor uitgewerkt. Daarin wordt ook voorzien in een degelijke en onderbouwde wetenschappelijke expertise en ondersteuning. De aanstelling van het labo gebeurt via een officiële aanbestedingsprocedure. Wat de controles betreft, worden de volgende wettelijk voorgeschreven parameters gemeten: het vochtgehalte, de diastase-index – dat is een maat voor de activiteit van het enzym diastase dat van nature in honing voorkomt – en het HMF-gehalte, dat een maat is voor de afbraak van suikers in voedingsmiddelen door verhitting of ouderdom. Bij een zwaar vermoeden van bakkershoning, als gevolg van een verhoogd resultaat aan ethylalcohol, volgt na overleg met het labo een aanvullende glyceroltest als doorslaggevende analyse. Mijnheer de minister, die namaakhoning zorgt voor veel commotie, omdat deze in veel gevallen wordt aangelengd. Er vinden wel controles plaats, maar er blijft ook heel wat onder de radar. Het is een echte plaag, waartegen moet worden opgetreden. U zegt dat het om vermoedelijke cijfers gaat, dat u geen concrete cijfers hebt. U kunt alleen spreken over hetgeen effectief wordt onderschept. Laten we hopen dat de nieuwe etiketteringsregels voldoende soelaas bieden. Bestaande etiketten mogen worden opgebruikt, wat in sommige gevallen nog lang kan duren. Ik heb begrepen dat de omzetting tijdig zal gebeuren. Dit is nieuw, want vaak worden Europese regels te laat omgezet. Het is goed dat dit nu op tijd gebeurt. Er is voldoende controlecapaciteit. Laten we hopen dat deze capaciteit volledig en zo veel mogelijk benut zal worden om de controles uit te voeren. Scherpere controles zullen er op het einde van de rit voor zorgen dat degenen die de regels overtreden, hun malafide activiteiten niet verder kunnen voortzetten. De vragen nrs. 56012567C, 56012568C, 56012569C en 56012570C van mevrouw Thémont worden uitgesteld. De door dienstenchequebedrijven aangerekende extra kosten Inderdaad, honing wegpoetsen is geen gemakkelijke affaire, want het is een plakkerige bedoening. De poetshulpen doen dat evenwel met veel plezier. In het kader van het VRT-programma WinWin kwam aan het licht dat er onder de dienstenchequebedrijven in Vlaanderen toch wel wat oneerlijke handelspraktijken gebeuren. Zo zijn er bedrijven die boven op de prijs van de dienstencheque nog administratieve kosten aanrekenen aan hun klanten. Volgens de sectorfederatie Federgon is dat nodig om de bedrijven financieel gezond te houden. De opbrengst wordt toegewezen aan onder meer opleiding en omkadering van het personeel – wat zeker een meerwaarde is – of aan het verbeteren van het loonpakket. De kosten variëren tussen 0 en 8 euro extra per uur. Soms gaat het om een vaste kostprijs per jaar. Die informatie kan worden geraadpleegd op de website Prijzenvergelijking van de Vlaamse overheid. Er bestaat echter geen wettelijk kader voor die administratieve kosten en dus ook geen plafond. We stellen vast dat niet alle dienstenchequebedrijven transparant zijn over die kosten. Soms staan ze wel degelijk op de website vermeld, maar onder een andere overkoepelende naam. Soms worden de kosten niet aangegeven, maar wel aangerekend. Klanten worden bovendien niet altijd op de hoogte gebracht van de prijsstijging via de gebruikersovereenkomst. De Vlaamse minister van Werk zal de controles op die creatieve bedrijven opvoeren, maar ook u bent bevoegd voor consumentenbescherming. Ik vermoed dat u daarover eveneens bent geïnformeerd. Hoeveel klachten van consumenten zijn daarover al binnengekomen bij de FOD Economie? Lopen de subsidiëringen van Vlaamse, Waalse en Brusselse dienstenchequebedrijven gelijk? Worden daar eveneens administratieve kosten doorgerekend aan de klant? Acht u de huidige regelgeving en handhaving inzake prijstransparantie voldoende om consumenten te beschermen tegen onduidelijke of onvoldoende gespecificeerde kosten? Als dat niet zo is, welke bijkomende maatregelen kunnen worden overwogen om consumenten beter te beschermen? Het lijkt mij ook een meerwaarde dat u daarover in overleg zou gaan met minister Demir om een wettelijk kader uit te werken en dat Vlaams en federaal op elkaar af te stemmen. Tot slot, wat vindt u ervan dat sommige bedrijven hun klanten meer laten betalen voor een zogenaamd meer gemotiveerde poetshulp? Ik dank u voor uw antwoorden. Stelt u zich voor dat we ook een onderscheid zouden maken tussen meer en minder gemotiveerde parlementsleden. Alle gekheid op een stokje, het is een goede vraag, collega Truyman. Hoe meer consumentenprogramma’s er zijn, hoe meer er aan het licht komt en hoe meer er een maatschappelijk debat ontstaat. Ik ben trouwens ook betrokken bij dat onderzoek van WinWin, waarin ik duidelijk het federale perspectief en ons standpunt heb meegegeven. Vlaams minister Zuhal Demir is hiervoor grotendeels bevoegd en ik heb er alle vertrouwen in dat zij de juiste beslissingen zal nemen. De Economische Inspectie van de FOD Economie heeft al meldingen ontvangen over wijzigingen in de tarifering van dienstenchequebedrijven. Die cijfers zijn op dit moment echter nog niet gecentraliseerd, waardoor we niet kunnen zeggen hoeveel meldingen uitsluitend betrekking hadden op de administratieve kosten. Ik kan u wel garanderen dat elke melding individueel wordt onderzocht in het kader van de federale consumentenbescherming. Dat is niet onbelangrijk. We focussen op de geldende wetgeving. Sinds de zesde staatshervorming is het dienstenchequesysteem immers een gewestelijke bevoegdheid. Mijn administratie beschikt dus niet over gegevens over de subsidiering of de regeling van administratieve kosten in de verschillende gewesten, noch over eventuele verschillen tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Wat het federale consumentenrecht betreft, is het kader wel volledig duidelijk, ook in dit debat. Boek VI van het Wetboek van economisch recht verplicht ondernemingen om consumenten vóór het sluiten van de overeenkomst correct en volledig te informeren over de totale prijs, inclusief alle verplichte bijkomende kosten, zoals de administratiekosten waar hier sprake van is. Die informatieplicht geldt ook voor dienstenchequebedrijven en vloeit rechtstreeks voort uit het Europese consumentenrecht. Wie kosten aanrekent zonder die correct te vermelden, of wie prijzen wijzigt zonder de consument daarover transparant en contractueel correct te informeren, overtreedt de wet. Consumenten kunnen daarvoor een melding doen bij ConsumerConnect. Het wettelijk kader inzake prijstransparantie is bijzonder duidelijk. Het probleem zit vandaag niet in een gebrek aan regels, maar in de naleving en de handhaving ervan. Daar moeten we streng tegen optreden. Ik kom tot de administratieve kosten zelf. Men kan consumenten niet uitleggen waarom sommige bedrijven nul euro administratiekosten aanrekenen, terwijl andere meerdere euro’s tot zelfs honderden euro’s per jaar vragen. Dat zorgt voor verwarring, wantrouwen en oneerlijke concurrentie. Mijn standpunt is duidelijk. Als één bedrijf het met nul euro kan en winstgevend is, dan moeten de andere dat ook kunnen. Ik vind dat de administratieve kosten naar nul moeten evolueren. Dat is oprecht nodig, omdat het een systeem is dat heel zwaar met publieke middelen wordt gesubsidieerd. Het heeft ook een heel uitgesproken sociaal doel. Ik ben daarin heel duidelijk: die administratiekosten werden ineens in het leven geroepen, als een soort nieuw businessmodel. Ik vermoed dat minister Demir ter zake ook actie zal ondernemen. Als één bedrijf het zonder kan, moeten de andere bedrijven dat ook kunnen. Transparantie alleen volstaat niet, wanneer de verschillen zo groot zijn. Als alles voortdurend op de consument wordt afgewimpeld, krijgt men dat gewoon niet meer uitgelegd. Administratiekosten zijn een lege doos waarin men echt alles kan steken. Dat kan oneindig worden toegepast. In het verhaal van de dienstencheques moet daaraan echt paal en perk worden gesteld. Anders loopt dat helemaal uit de hand. Het idee dat klanten meer zouden moeten betalen voor een zogenaamd meer gemotiveerde poetshulp is absoluut onaanvaardbaar. De motivatie is geen commercieel product en ook geen prijsformule. Dergelijke indelingen reduceren werknemers tot marketinglabels. Ze creëren ongelijkheid en kunnen leiden tot discriminatie. Dat strookt ook niet met de waarde van het dienstenchequesysteem, noch met het elementaire respect voor werknemers. Bovendien is discriminatie sowieso verboden. Werknemers kunnen ook melding maken bij de bevoegde meldpunten, zodat we daartegen streng kunnen optreden. Dienstencheques zijn een sociaal instrument. Het is geen verdienmodel voor creatieve constructies. Consumenten hebben recht op duidelijke prijzen, eerlijke contracten, maar ook op respect. Werknemers hebben recht op waardigheid en gelijke behandeling. Als bedrijven publiek geld aanvaarden, moeten ze zich ook houden aan de regels die er zijn. Dat is de lijn die ik verdedig en waarop ik consequent zal blijven toezien. Dat lijkt mij een zeer duidelijk en volledig antwoord. Ik ben wel nog nieuwsgierig naar het aantal meldingen dat de FOD Economie heeft binnengekregen. Zodra dat in kaart is gebracht, zal ik dat opvragen. We geraken dus wel aan die informatie. De goedkope brillen van Blacksheep Goedkoop, maar daarom nog geen goede koop. We hebben het over de goedkope brillen van Blacksheep, een brillenmerk dat al een tijdje actief is via webshops en ondertussen een aanbod van zeer goedkope brillen op de markt brengt. Vorige week werd in Brussel een fysieke pop-upstore van Blacksheep geopend. Het bedrijf verkoopt monturen die rechtstreeks afkomstig zijn van een Chinese producent, zonder enige tussenpersoon. Opvallend daarbij is de zeer lage prijs. Voor amper 7 euro kan men daar al een bril kopen. Deze kwestie kwam ook aan bod bij de consumentenorganisatie Testaankoop, die waarschuwt voor de slechte kwaliteit. De brillen zouden slecht afgesteld zijn, het glas zou onvoldoende sterk zijn en de schroefjes en scharnieren zouden gemakkelijk loskomen. Blacksheep werkt kostenbesparend door onder meer klanten hun oogmetingen en montuurmaten zelf te laten nemen in de winkel. Ik draag zelf ook een bril, al heb ik op dit moment lenzen in. Wanneer ik een bril aankoop, doe ik een beroep op een deskundige opticien die de bril afstemt op mijn gezicht en ervoor zorgt dat de sterkte van de glazen correct is. Hier wordt immers ook met de gezondheid gespeeld, aangezien de ogen deel uitmaken van ons lichaam. Een bril is niet alleen een geheel dat men op het gezicht draagt of dat het gezicht een bepaald karakter kan geven. Het is ook een noodzakelijk hulpmiddel voor wie een verminderde gezichtsscherpte heeft en moet op een correcte manier worden aangemeten. Opticiens zijn in dat verband deskundige professionals. Voordat men een bril aanschaft, doet men doorgaans een beroep op een oogarts. In dit geval kan men echter bij wijze van spreken de winkel binnenstappen, aangeven dat men minder goed ziet, zelf even de ogen opmeten en vervolgens een bril meenemen. Er wordt hier dus met de gezondheid gespeeld, los van het feit dat dit volgens mij persoonlijk geen correcte manier van werken is. Bij dezen heb ik een aantal vragen voor u, mijnheer de minister. Op welke manier kunt u de consument waarschuwen voor en beschermen bij de aankoop van brillen van ondermaatse kwaliteit? Wordt de klant in de winkel voldoende geïnformeerd over de herkomst, het materiaal en de werkwijze van Blacksheep? Wat is de regelgeving inzake de CE-keuring bij de verkoop van brillen in een fysieke winkel in ons land? Is de FOD Economie al met Blacksheep in contact gekomen met betrekking tot de import van hun goederen? Werden er binnen de FOD Economie al klachten gesignaleerd, al is dat misschien heel snel? Er zijn binnen de FOD Economie nog geen klachten gesignaleerd over de import van deze goederen. Ik vind het belangrijk om dat te zeggen, omdat we altijd anticiperen zodra er klachten binnenkomen. De overige antwoorden zullen daarom wat algemener zijn. Op dit moment is er echter nog geen klacht ontvangen. Het is een goede vraag, want het klopt dat mensen bijvoorbeeld in drogisterijen zomaar leesbrillen kunnen kopen. Dat moet echter niet zomaar gebeuren als men denkt dat die nodig zijn. Men moet zich echt professioneel laten begeleiden, omdat het om de gezondheid van de ogen gaat. Wat kunnen we doen om de consument te waarschuwen? De administratie, namelijk de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid, kan gedurende het jaar controles uitvoeren. Deze controles kunnen zowel in winkels als online plaatsvinden. Daarnaast kunnen corrigerende maatregelen worden genomen om Belgische consumenten te beschermen tegen niet-conforme of potentieel gevaarlijke producten, zoals bijvoorbeeld fashionbrillen en zonnebrillen die worden aangeboden door Blacksheep. Het feit dat dit onder de aandacht wordt gebracht, biedt een reden om hierop te werken. Er is een administratie die dit kan aanpakken en het is belangrijk dit met hen te bespreken. Ook informatieve campagnes zijn van belang om consumenten bewust te maken van de risico’s van het kopen van niet-conforme producten om verantwoord koopgedrag aan te moedigen. De FOD Economie communiceert bovendien over de resultaten van controlecampagnes, wat eveneens kan helpen om mensen te informeren over onjuiste praktijken. Wat betreft de vraag of klanten in de winkel voldoende geïnformeerd worden over de herkomst, het materiaal en de werking van Blacksheep. Het voorzien van dergelijke informatie in winkels is geen wettelijke eis voor het op de markt brengen van producten. Vraag drie, de toepasselijke Europese regelgeving hangt af van de categorie bril. Het op de markt brengen van brillen wordt op Europees niveau geregeld en er worden drie categorieën onderscheiden. Brillen met een correctiefactor worden beschouwd als medische hulpmiddelen en moeten een CE-markering hebben. Brillen met een beschermende functie, zoals zonnebrillen met UV-filter en veiligheidsbrillen, moeten eveneens CE-gemarkeerd zijn. Brillen zonder correctie of beschermende functie, zoals modebrillen, decoratieve of fantasiebrillen, mogen nooit een CE-markering dragen. Correctieve brillen vallen onder de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, een administratie waarvoor collega Vandenbroucke bevoegd is. De tweede categorie valt onder de verordening EU-2016-425 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen. De derde categorie valt onder de Europese verordening 2023-988 inzake algemene productveiligheid. Beide reglementeringen vallen onder de bevoegdheid van de FOD Economie. Het betreft een gedeelde bevoegdheid met collega Clarinval. Ik kom nu bij uw vierde vraag. De FOD Economie is niet in contact met Blacksheep. Aangezien hun hoofdactiviteit zich eerder toespitst op corrigerende brillen, is het meer aangewezen dat het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten in contact met hen treedt. Uw vijfde vraag heb ik al beantwoord. Het is inderdaad een meerwaarde dat het dossier wordt opgevolgd door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten. Wij mogen met de gezondheid van onze ogen immers geen loopje nemen. Onze ogen mogen absoluut niet lijden onder verspillende aankopen, impulsaankopen, een wegwerpmaatschappij en dergelijke. Wij zullen onze consumenten daar goed over moeten informeren om hen op die manier hopelijk zo goed mogelijk te kunnen beschermen. Ik heb er alle vertrouwen in dat u het dossier ook samen met uw collega verder zult opnemen. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.53 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 53.

Commissievergadering op 21 januari 2026

💻 Commissie Economie, Consumentenbescherming en Digitalisering

Van 14h01 tot 14h53 (52 minuten)

8 vragen

Voorgezeten door

VB Reccino Van Lommel

Volledig verslag op dekamer.be

Vragen

De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.

De publicatie van gesanctioneerde bedrijven

Gesteld door

Groen Meyrem Almaci

Gesteld aan

Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Rob Beenders bevestigt dat de FOD Economie al 26 boetebeslissingen (waarvan 4 met bedrijfsnamen) publiceert via een verborgen subpagina ("Beslissingen administratieve geldboetes"), maar erkent dat de zichtbaarheid onvoldoende is. Hij verdedigt een wetswijziging om de publicatietermijn van 60 dagen naar onmiddellijk te verkorten, met als doel snellere consumentenbescherming, maar die wet moet nog goedgekeurd worden. Meyrem Almaci (Groen) kritiseert dat de beloofde "directe publicatie" nog niet lukt en suggereert betere toegankelijkheid (bv. snelkoppeling) en proactieve communicatie naar klagers. Beenders belooft verbeterde bekendmaking via persberichten en media, maar de praktische uitvoering blijft voorlopig beperkt tot bestaande regels.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, eind augustus hebt u een persbericht uitgestuurd waarin u aangaf dat de overheid per direct consumenten zal laten weten welke bedrijven boetes of sancties hebben gekregen. Daarvoor was dat 60 dagen, zodat de termijn voor beroep verstreken was. U zei toen dat u de bekendmaking onmiddellijk zou doen, nog voor die bedrijven in beroep kunnen gaan.

U motiveerde dat vanuit consumentenbescherming en het aanzwengelen van het vertrouwen in eerlijkere handel. Ik vroeg mij af of die boetes effectief al gepubliceerd zijn en waar ze worden gepubliceerd. Ik ben zelf gaan kijken op de website van de FOD Economie, maar ondanks de aankondiging zijn die bedrijven daar tot nu toe niet terug te vinden.

Is 1 januari het nulpunt en zal men het vanaf dan doen? Hoe zit dat precies in elkaar?

Zijn er al boetes opgelegd, of zijn er nog geen geweest, wat uiteraard nog beter zou zijn? Publiceert de FOD Economie misschien om andere redenen, die ik nog niet heb genoemd, geen namen van bedrijven? Is er iets gaande achter de schermen wat wij misschien niet weten, waardoor het nog niet mogelijk is, zelfs als er al boetes zouden zijn uitgeschreven?

Uw doelstelling was om consumenten sneller te informeren. Nu stellen we vast dat die informatie nog niet beschikbaar is. Hoe kunt u dat verklaren? Kunt u daar wat meer uitleg over geven? Hoe zal het in de toekomst verlopen? Hoe zullen gesanctioneerde bedrijven, als die er zijn, zichtbaar, toegankelijk en bekend worden gemaakt?

Mocht er een pagina zijn die ik gemist heb en waar ze wel op staan, dan hoor ik dat graag. Hoe frequent wordt die informatie bezorgd? Als die nog niet bestaat, op welke manier zal die bekendmaking dan gebeuren?

Rob Beenders:

Dank u wel voor de kans om deze beslissing nog te verduidelijken. Dat doe ik met plezier.

Vanaf het moment dat we de beslissing hebben genomen in de regering – het gaat trouwens over een wet die nog naar het Parlement komt, waarover we dus ook nog zullen debatteren – spreken we eigenlijk over een verstrenging, versterking en actualisering van de wetgeving. Vandaag moeten we namelijk vrij lang wachten om te communiceren wanneer er tot een sanctie of een geldboete is beslist. Door daar lang mee te wachten, missen we een belangrijke opportuniteit op het vlak van consumentenbescherming.

Hoe sneller je kunt communiceren, hoe meer mensen geïnformeerd zijn en hoe beter consumenten beschermd worden. Vandaar dit wettelijk initiatief.

U kunt die publicaties en die databank vandaag al raadplegen. Uw opmerking is wel terecht, als u ze niet vindt, dan betekent dit dat er nog mensen zijn die ze niet vinden. Daar gaan we aan werken, om dat beter te communiceren. U kunt die informatie terugvinden op de website van de FOD Economie. Via de menubalk ‘Thema’s’ gaat u naar ‘Ondernemingen’ en vervolgens naar ‘Beslissingen administratieve geldboetes’. Daar kunt u de beslissingen raadplegen.

Op dit moment zijn er 26 beslissingen gepubliceerd, waarvan 4 nominatief. De communicatie zal gebeuren via persberichten en alle relevante informatie, om de zichtbaarheid van die beslissingen verder te verhogen. De databank wordt permanent aangevuld met nieuwe beslissingen. Om een voorbeeld te geven: Les Meubles Pirotte was het voorwerp van een nominatieve communicatie waarbij de administratieve geldboete werd bekendgemaakt, omdat er op dat moment zeer veel consumenten schade hadden geleden. In dat geval hebben we ook extra ingezet op bijkomende communicatie via de traditionele media om mensen te beschermen.

Het verschil met de wet die we nu voorbereiden, is dat we veel sneller zullen kunnen communiceren. Intussen blijven we communiceren volgens de regels die vandaag gelden, via de kanalen die ik net heb genoemd. Ik ben het met u eens dat als we dit doen, dat zo breed mogelijk moet gebeuren en zo goed mogelijk gekend moet zijn. Daar kunnen we nog verder aan werken en dat zullen we ook doen.

Tot daar een korte toelichting bij de situatie rond de bekendmaking van onderzoeken en de bekendmaking van opgelegde boetes.

Meyrem Almaci:

Het antwoord is inderdaad tweeledig. Om te kunnen doen wat u voorstelt, is er nog een wet nodig, die we nog in commissie en vervolgens in de plenaire vergadering zullen bespreken. Intussen zijn de beslissingen tegen wie al veroordeeld is beschikbaar. Ik vermoed dat het dan gaat om beslissingen na beroep, want anders is een wetswijziging niet nodig.

Rob Beenders:

Op dit moment bedraagt de termijn nog altijd 60 dagen. We willen onmiddellijk kunnen communiceren.

Meyrem Almaci:

De wet dient dus om die termijn in te korten. Intussen zijn de beslissingen die na beroep of na die 60 dagen definitief zijn wel beschikbaar.

Ik ben dankbaar dat u hebt verduidelijkt waar die informatie te vinden is op de website van de FOD Economie. Misschien is een snelkoppeling of een duidelijke verwijzing, zodat men niet zelf moet zoeken, een goed idee. Dat is een kleine suggestie, maar zeker nuttig als men wil communiceren. Ik denk ook dat wie een klacht heeft ingediend, waarschijnlijk via de FOD Economie rechtstreeks een communicatie zal krijgen, zodat de informatie op die manier terechtkomt waar ze hoort.

Ik kijk uit naar het wetsontwerp. Ik zal ook een kijkje nemen op de pagina die u hebt vermeld en hoop dat die in de toekomst makkelijker toegankelijk zal zijn. Dank u wel.

Voorzitter:

Vraag nr. 56011937 van de heer De Smet vervalt aangezien hij niet aanwezig is.

De Europese consumentenagenda

Gesteld door

VB Reccino Van Lommel

Gesteld aan

Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Reccino Van Lommel vraagt kritisch hoe België de Europese Consumentenagenda 2030 zal implementeren zonder kmo’s en consumenten te overbelasten met generieke EU-regels die nationale context negeren, en hoe duurzaamheidsclaims, online fraude, kwetsbare groepen, collectieve schadeclaims en administratieve lasten voor kmo’s zullen worden aangepakt. Rob Beenders antwoordt dat concrete EU-maatregelen nog onduidelijk zijn, maar benadrukt inzet op dossiers zoals e-commercefraude, groene transitie (ecolabels), en collectieve consumentenrechten, met belofte tot overleg met Economie om een evenwicht tussen consumentenbescherming en kmo-lasten te bewaken; gedetailleerde antwoorden volgen schriftelijk. Van Lommel blijft sceptisch en kondigt opvolgvragen aan.

Reccino Van Lommel:

Voor de goede orde verwijs ik naar het de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag, zodat alles mooi wordt opgenomen in het verslag.

De Europese Commissie heeft op 19 november de Consumentenagenda 2030 goedgekeurd, een nieuw strategisch raamwerk voor het consumentenbeleid in de EU voor de komende vijf jaar. Deze Europese strategie heeft een impact op de Belgische consumenten en bedrijven.

De Europese consumentenagenda legt een gedetailleerde beleidsagenda op aan alle lidstaten, hoewel markten verschillen per lidstaat; hoe gaat u erover waken dat onze consumenten en bedrijven niet overbelast worden door Europese regelgeving die onvoldoende rekening houdt met nationale context en specifieke noden?

De agenda hecht veel belang aan duurzame consumptie; welke voorwaarden gaat u opleggen voor ecolabels en duurzaamheidsclaims en wie zal de controle daarop uitvoeren?

Met welke maatregelen gaat u zorgen voor een beter toezicht op niet-conforme producten die online verkocht worden, wanneer de verkoper zich buiten de EU bevindt?

Welke plannen liggen er op tafel om kwetsbare groepen te informeren en te beschermen inzake complexe productaanbiedingen?

Welke procedures zullen er worden voorzien voor collectieve rechtsvorderingen bij massaschade?

Met welke prestatie-indicatoren (KPI's) zal worden nagegaan in welke mate nieuwe regelgeving consumenten daadwerkelijk vooruithelpt en niet slechts een opgelegd project van harmonisatie is?

Bent u van oordeel dat de naleving van nieuwe regels meer middelen en inspecteurs zullen vereisen en wat is de verwachte kostprijs hiervan?

De agenda introduceert opnieuw extra verplichtingen voor kmo's; hoe zal u garanderen dat deze regelgeving niet zal leiden tot bijkomende administratieve lasten, grote kosten en juridische onzekerheid voor ondernemingen en welk overleg hebt u dienaangaande gehad met uw collega-ministers?

Rob Beenders:

U wilt waarschijnlijk ook het antwoord op uw vraag in het verslag opgenomen zien worden. Ik wil gerust antwoorden, maar dan heb ik echt veel tijd nodig. U hebt immers zoveel vragen gesteld, dat ik zeven bladzijden moet voorlezen. Ik wil dat gerust doen. Het zijn echter zoveel vragen en het is zo gedetailleerd dat we hier dan wel even zullen zitten.

Reccino Van Lommel:

U mag die antwoorden zeker schriftelijk bezorgen. Als het effectief om zeven pagina’s gaat, dan kunnen we die ook rustig bekijken. Ik hoop alleen dat het goede antwoorden zijn.

Rob Beenders:

Dat is altijd het geval, nietwaar?

Ik zal u de antwoorden zo meteen al meegeven om u tijd te besparen.

Ik kan het misschien wel kort samenvatten, zodat ik toch heb geantwoord. De gedetailleerde antwoorden op vraag 1 tot en met 7 bezorg ik u dan straks schriftelijk.

Reccino Van Lommel:

Dat mag zeker.

Rob Beenders:

Samengevat kan ik meegeven dat er op dit moment nog geen zicht is op de concrete wetgevingsmaatregelen die in het kader van de nieuwe Europese consumentenagenda zullen worden ingevoerd.

We kunnen wel aangeven dat er een aantal concrete dossiers zijn waarop we zowel Europees als intra-Belgisch werken. Het gaat om het CPC-netwerk (Consumer Protection Cooperation), de richtlijn over het versterken van de positie van de consument in de groene transitie, ConsumerConnect, de Digital Fairness Act en de richtlijn betreffende representatieve verordeningen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten.

Een ander belangrijk dossier waarop we sterk zullen inzetten, is e-commerce. Mijn kabinet maakt immers deel uit van de taskforce e-commerce en we willen dat thema expliciet in de Europese agenda opnemen. Alles wat met e-commerce en de bijhorende fraude te maken heeft, stopt immers niet aan de Belgische grens.

In die dossiers zal ik de prioriteiten rond consumentenrechten blijven aankaarten. De minister van Economie en ik zullen elk vanuit onze bevoegdheden de belangen van de kmo’s opvolgen en waarborgen, zodat er een goed evenwicht ontstaat tussen de rechten van de consument en de verplichtingen voor de kmo’s.

Dat is de samenvatting van de manier waarop we ons organiseren om maximaal naar dat evenwicht te streven.

Reccino Van Lommel:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik zal het zeker grondig bekijken. Mocht ik nadien nog vragen hebben – wat wellicht het geval zal zijn – zal ik de nodige opvolgvragen stellen.

De bescherming van de consumenten tegen stijgende prijzen en hogere belastingen

Gesteld aan

Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Annik Van den Bosch bekritiseert de stijgende levensduurte (4% duurdere boodschappen, btw-verhoging op basisdiensten zoals afhaalmaaltijden) en vraagt waarom de regering consumenten extra belast in plaats van winsten van supermarkten aan te pakken. Minister Rob Beenders verdedigt de koopkrachtmaatregelen (zoals de sjoemelkorting op energie en indexering) en stelt dat deze de stijgende prijzen compenseren, maar Van den Bosch betwist dit: ze wijst op netto verlies door tegelijkertijd belastingen te verhogen en noemt het beleid onbetrouwbaar. Beide partijen beschuldigen elkaar van selectieve argumentatie.

Annik Van den Bosch:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, Testaankoop heeft vastgesteld dat de winkelkar in 2025 opnieuw duurder is geworden, met een stijging van bijna 4 euro per 100 euro. Voor veel gezinnen betekent dat een merkbare toename van de uitgaven. Huishoudens met een beperkt budget ervaren die prijsstijgingen wekelijks bij het afrekenen.

Ik concretiseer even. Een kilo biefstuk kost vandaag bijvoorbeeld 4,50 euro meer dan vorig jaar. Een pak gemalen koffie van 500 gram is met 1 euro in prijs gestegen. Een reep chocolade van 100 gram kost 0,30 euro meer. Het betreft producten die bij veel gezinnen regelmatig in de winkelkar liggen.

Daarnaast heeft de regering beslist om vanaf 1 maart 2026 het btw-tarief op afhaalmaaltijden, hotelovernachtingen, festivaltickets en sportevenementen te verhogen met 6 cent per euro. Concreet betekent dit dat een afhaalpizza van 15 euro ongeveer 1 euro duurder wordt en dat een festivalticket van 50 euro 3 euro duurder wordt. Ook een weekendverblijf in een hotel wordt duurder. Voor veel mensen gaat het daarbij om uitgaven voor ontspanning en gezinsactiviteiten. De maatregelen verhogen de kosten voor consumenten en hebben een grote impact op huishoudens die al moeite hebben om hun uitgaven te beheersen.

De prijsstijgingen komen boven op eerdere verhogingen. Over een periode van 2 jaar betalen gezinnen 29 euro extra per 100 euro aan boodschappen. De prijs van spaghetti is met meer dan 5 euro per kilo gestegen en die van diepvriesfrieten eveneens met 5 euro per kilo. Tegelijkertijd blijven de winstmarges van supermarkten en grote bedrijven grotendeels onveranderd. Dat roept vragen op bij consumenten die hun uitgaven nauwgezet moeten plannen.

Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor consumentenbescherming, daarom wens ik u het volgende te vragen.

Hoe rijmt u die btw-verhoging met uw opdracht om consumenten te beschermen in een periode waarin de prijzen van basisproducten blijven stijgen?

Wat zult u concreet doen om ervoor te zorgen dat de winkelkar betaalbaar blijft voor iedereen en niet alleen voor wie het zich kan permitteren?

Waarom kiest deze regering ervoor om de belastingdruk te verhogen op consumptie- en basisdiensten in plaats van in te grijpen op de winsten en marges van grote spelers in de distributiesector?

Rob Beenders:

Ik begrijp uw vraag. Het is jammer dat u daarbij ook niet de maatregelen hebt vermeld die we eveneens hebben goedgekeurd en die net de koopkracht versterken, want dat zou uw vraag natuurlijk evenwichtiger maken.

Ik denk bijvoorbeeld aan de sjoemelkorting rond energie, die voor drie miljoen gezinnen 500 euro per jaar zal uitsparen, wat werd bevestigd door de CREG. Ik denk ook aan het informeren van mensen wanneer zij een contract hebben dat maandelijks stilzwijgend wordt verlengd en dat zij kunnen stopzetten, zodat zij niet nog een jaar langer blijven betalen. Er worden dus heel wat maatregelen getroffen die dicht bij de consument staan en die een directe impact kunnen hebben op de koopkracht.

Ik ben het ook eens met uw vraag om de winkelkar maximaal te beschermen. Ik heb daarin als bevoegd minister voor Consumentenbescherming inderdaad een verantwoordelijkheid. Ik ben het daarmee volledig eens. Ik zeg dus exact hetzelfde als wat u wilt bereiken.

Daarom is de index ook cruciaal. De index is het antwoord op de prijsstijgingen en op de duurder wordende winkelkar. Ik ben ervan overtuigd dat de burger ook heel goed begrijpt dat de index beschermd blijft en dat de maatregelen die we daarvoor hebben getroffen, net het beste antwoord zijn voor die winkelkar.

In combinatie met alle andere maatregelen die we hebben genomen, gaat het om veel meer dan een paar euro’s. Als ik bijvoorbeeld naar energie kijk, dan gaat het om honderden euro’s per jaar. Dat is wat effectief impact heeft.

Ik wil dat debat intellectueel eerlijk voeren. Als de prijs van de winkelkar stijgt, hebben we de index, maar daarnaast zijn er nog zoveel andere maatregelen die we kunnen nemen om de consumenten te beschermen en om ervoor te zorgen dat zij niet elke week of elke maand moeten betalen voor iets wat zij eigenlijk niet moeten betalen. Het is de combinatie van al die maatregelen die ervoor zorgt dat we de koopkracht van de consumenten blijven versterken. Dat is mijn strijd en die zal ik ook blijven voeren. Dat is misschien ook het verschil tussen in de regering zitten en er geen deel van uitmaken.

Het is heel gemakkelijk om een eenzijdige vraag te stellen, omdat de steak duurder wordt. Het is intellectueel veel eerlijker om ook de maatregelen te benoemen die de koopkracht wel versterken. Dat is ook mijn rol.

Annik Van den Bosch:

Zo’n antwoord had ik natuurlijk verwacht. U spreekt over de index, maar daaraan wordt nu wel gemorreld, dus hoever zal dat nog gaan? Heel veel vertrouwen hebben we daar niet meer in. Over de andere maatregelen die worden genomen om de koopkracht van de mensen te beschermen, zegt u dat die honderden euro’s zullen opleveren. Daartussen zullen ongetwijfeld goede maatregelen zitten, maar er worden ook taksen verhoogd die de andere maatregelen tenietdoen. Wat schiet er nog over als men de mensen langs de ene kant 100 euro geeft, maar hun langs de andere kant 150 euro afneemt? Ik vraag me af waar die bescherming dan zit. Ook daarin hebben we niet veel vertrouwen.

De consumentenbescherming in de fitnesssector

Gesteld door

Vooruit Jeroen Soete

Gesteld aan

Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Jeroen Soete (parlementslid) wijst op groeiende klachten over fitnessabonnementen die niet kunnen worden stopgezet of gepauzeerd bij medische overmacht (bv. blessures), ondanks een bestaande maar niet-verplichte gedragscode in de sector, en pleit voor wettelijke verankering van dit recht én pro rata-terugbetaling. Minister Rob Beenders bevestigt dat juridisch geen sprake is van overmacht (betalingsplicht blijft bestaan), maar erkent dat medische stopzetting redelijk zou moeten zijn en belooft overleg met de sector; hij wijst wel op bestaande consumentenbescherming (bv. verbod op onevenwichtige bedingen en transparantieregels bij stilzwijgende verlenging). Soete onderschrijft de noodzaak van sectoroverleg, maar stelt dat wettelijke maatregelen onvermijdelijk zijn als vrijwillige afspraken falen. Beenders deelt dit voorbehoudelijk standpunt, maar wil eerst de praktijk evalueren.

Jeroen Soete:

Mijnheer de minister, fitness is een booming business. Op basis van de beschikbare cijfers van de afgelopen jaren is de fitnesssector een van de snelst groeiende sportsectoren in België. Ondertussen zijn er meer dan 1.300 fitnessclubs in ons land en sluiten jaarlijks duizenden Belgen een langdurig abonnement af bij een fitnessclub. Dat juichen we uiteraard toe, ook in het kader van de algemene volksgezondheid.

Tegelijk stellen we echter op het vlak van consumentenrechten vast dat een aantal zaken voor verbetering vatbaar is. Zo zien we bijvoorbeeld dat sommige clubs een blessure weigeren als geldige reden voor een stopzetting of een pauzering van het abonnement. De consument blijft daardoor betalen voor zijn fitnessabonnement, terwijl hij niet kan gaan sporten. Wanneer die blessure langer aansleept dan de periode vermeld op het doktersattest, wordt bovendien onnodig veel druk gelegd op de huisartsen, omdat systematisch een nieuw doktersbriefje moet worden voorgelegd.

Mijnheer de minister, bent u bereid om het recht op een definitieve stopzetting of pauzering van een fitnessovereenkomst om medische redenen wettelijk te verankeren? Ik weet dat dit momenteel is opgenomen in de gedragscode van de fitnesssector, maar we zien dat heel wat fitnessclubs niet zijn aangesloten bij die gedragscode.

Hoe staat u tegenover een verplichting tot een pro rata terugbetaling van reeds betaalde bedragen wanneer een consument zijn contract door medische overmacht moet beëindigen?

Rob Beenders:

Mijnheer Soete, in de maand januari is dat een thema dat elk jaar opnieuw opduikt. Fitnesscentra spelen in op goede voornemens en meer sporten. Veel mensen beginnen vol moed aan een fitnesskuur, die meestal twaalf maanden duurt, omdat een fitnessabonnement doorgaans voor een jaar moet worden afgesloten. Dan ontstaan er vaak problemen wanneer zich medische problemen voordoen waardoor sporten, al dan niet tijdelijk of definitief, niet meer mogelijk is. Vervolgens ontstaat discussie over de vraag of de overeenkomst kan worden opgeschort of beëindigd.

Gelukkig zijn er heel wat fitnesscentra die dat op een flexibele manier oplossen. Wanneer het om een tijdelijke situatie gaat, wordt het abonnement bijvoorbeeld bevroren en met een maand verlengd.

Er zijn echter ook mensen die niet langer naar de fitness kunnen, omdat zich een medisch probleem voordoet waardoor fitnessen niet meer mag of kan. Dan ontstaat een andere discussie, want dan is de vraag of het fitnessabonnement definitief kan worden stopgezet en of ook de betaling kan worden beëindigd, hoewel het contract nog een bepaalde tijd loopt.

Op dit moment zijn medische redenen die het voor een consument onmogelijk maken om nog te fitnessen, geen overmacht in de zin van het algemeen verbintenissenrecht. Dat betekent dus dat het contract in principe niet wordt stopgezet. Overmacht kan alleen worden ingeroepen wanneer de uitvoering van de eigen contractuele verbintenissen onmogelijk wordt gemaakt. In het geval van een fitnessabonnement blijft de betalingsverplichting desgevallend uitvoerbaar, ook al kan de consument er niet meer van gebruikmaken. Juridisch is er dan ook geen sprake van overmacht.

Dat neemt niet weg dat er andere regels zijn waaraan fitnesscentra zich moeten onderwerpen, vooral op het vlak van consumentenbescherming en meer bepaald de regels inzake onrechtmatige bedingen. Het Wetboek van economisch recht bepaalt dat onrechtmatige bedingen verboden en zelfs nietig zijn. Een onrechtmatig beding wordt gedefinieerd als elk beding dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en de plichten van de partijen, ten nadele van de consument. Bovendien bevat het Wetboek van economisch recht een lijst van bedingen die in elk geval als onrechtmatig worden beschouwd.

In de praktijk werken veel fitnesscentra trouwens met overeenkomsten van bepaalde duur met een beding van stilzwijgende verlenging. In dat geval legt het Wetboek van economisch recht bepaalde transparantievereisten op. Na die stilzwijgende verlenging kan de consument bovendien op elk ogenblik kosteloos opzeggen, met inachtneming van een opzegtermijn die maximaal twee maanden mag bedragen.

Ik wijs ook op wetgeving die ik in de ministerraad al heb laten goedkeuren, waarbij een verplichting wordt ingevoerd voor ondernemingen om consumenten actief te informeren over een nakende stilzwijgende verlenging van een overeenkomst. Op die manier is de consument voldoende geïnformeerd om een abonnement tijdig stop te zetten.

De huidige wetgeving voorziet niet expliciet in een recht op definitieve stopzetting of tijdelijke opschorting van een fitnessabonnement om medische redenen. De gedragscode waarnaar u verwijst, bestaat wel, maar het is niet duidelijk of iedereen hem naleeft en of hij daadwerkelijk wordt toegepast in het belang van een voldoende bescherming, gelet op de huidige marktpraktijken.

Er blijft dus een grijze zone bestaan. Puur wettelijk gezien is een medische reden geen grond om een fitnessabonnement stop te zetten, terwijl de gedragscode een flexibele omgang met dergelijke situaties vooropstelt. Vandaag is het echter niet duidelijk of alle spelers zich daaraan houden, aangezien nog regelmatig signalen worden ontvangen dat abonnementen niet worden stopgezet om medische redenen.

Daarom zal ik sowieso opnieuw in overleg met de sector om te bekijken of we daarin nog stappen kunnen zetten. Als dat nodig is, zal ik daar verder in gaan. Ik vind wel dat wanneer een arts beslist dat iemand om medische redenen niet meer kan fitnessen, dat effectief een reden moet zijn om het abonnement stop te zetten. Vanuit dat principe zal ik het debat voeren met de sector.

Jeroen Soete:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het klopt inderdaad dat er al een belangrijke stap vooruit is gezet door de verplichting om binnenkort actief te informeren over de aanstaande, niet langer stilzwijgende, verlenging van het contract. Dat geldt niet alleen voor krantenabonnementen en Netflixabonnementen, maar ook voor fitnessabonnementen. Ik vermoed dat er in januari heel wat mensen bijkomen die pas in februari van het jaar daarop beseffen dat er opnieuw een fitnessabonnement voor een jaar loopt. Dat is dus sowieso al een goede zaak. Wat de grond van mijn vraag over de stopzetting betreft, heb ik uw standpunt goed gehoord. U bent voorstander van het expliciet erkennen van medische overmacht als grond om het contract stop te zetten of te pauzeren. Ik begrijp dat u eerst in overleg treedt met de sector. We moeten in eerste instantie bekijken hoe dat in de praktijk wordt toegepast, zeker bij het groot aantal fitnessclubs dat niet is aangesloten bij de gedragscode. Aansluiting bij de gedragscode kan al een deel van de oplossing zijn. Als we vaststellen dat dat geen zoden aan de dijk brengt, zullen we verder moeten gaan en bekijken hoe we via wetgeving bepaalde zaken kunnen afdwingen.

De juridische omkadering van mysteryboxautomaten en de bescherming van de consument

Gesteld aan

Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Serge Hiligsmann vraagt zich af of Crazy Box-automaten (waarin consumenten voor 10–50 euro onbekende "mysterieboxen" kopen met beloftes van "100% winst" en hoogwaardige producten) juridisch als gokspelen kwalificeren, gegeven de teleurstellende inhoud (goedkope prullen, geen lokale producten) en misleidende marketing, wat volgens lokale media en consumenten leiden tot onevenredige waarde versus prijs. Hij bekritiseert ook het milieu-onvriendelijke karakter (massaconsumptie, import via Amazon) en vraagt of de praktijk strookt met consumentenbescherming (transparantie, eerlijke handelspraktijken). Minister Rob Beenders ontwijkt een oordeel over de gokkwalificatie (dit ligt bij de Commissie voor Kansspelen en rechtbanken), maar benadrukt dat bedrijven verplicht zijn tot duidelijke voorinformatie (bv. onzekerheid over inhoud), geen misleiding (bv. valse claims over "luxe" of "lokaal"), prijstransparantie en garantie bij non-conforme producten. Hij stelt dat onwaarachtige marketing een oneerlijke handelspraktijk is. Hiligsmann belooft kritisch toezicht op de uitrol van deze automaten, die volgens hem risico’s vormen voor consumentenrechten en duurzaamheid.

Serge Hiligsmann:

Monsieur le ministre, récemment, un nouveau type de distributeur automatique de cadeaux mystères ( vending machine ) est apparu dans ma région, où il suscite un engouement important. Selon la presse locale, le dispositif Crazy box aurait écoulé près de 800 boîtes en une dizaine de jours seulement, attirant des consommateurs ayant parfois parcouru plusieurs dizaines de kilomètres et nécessitant un réapprovisionnement de la machine jusqu’à quatre fois par jour le week-end.

Le concept repose sur l’achat, pour un montant compris entre 10 et 50 euros, d’une boîte dont le contenu n’est pas connu à l’avance, contrairement aux distributeurs de produits agroalimentaires et autres. La communication de l’entreprise exploitante présente ce système comme "100 % gagnant", promettant des produits dits haut de gamme ou locaux. Avec un peu de chance, le consommateur pourrait remporter des lots de valeur élevée, tels qu’un iPhone, un aspirateur haut de gamme ou d’autres biens onéreux, et ainsi réaliser une plus-value par rapport au prix payé. À l’inverse, les acheteurs moins chanceux reçoivent des objets de faible valeur, souvent assimilables à de simples bibelots.

Or, les premiers retours documentés par la presse et relayés sur les réseaux sociaux sont largement négatifs. Un test réalisé par une rédaction locale fait état de contenus décevants: jouets en plastique, vêtements en polyester, accessoires usuels et objets promotionnels, sans présence de produits locaux ou artisanaux, contrairement aux promesses initiales. De nombreux consommateurs dénoncent également un écart significatif entre le prix payé et la valeur réelle des articles reçus.

Il apparaît par ailleurs, selon les déclarations mêmes du gestionnaire, que la majorité des produits distribués proviennent actuellement de grandes plateformes de commerce en ligne, notamment Amazon. Ce type de dispositif semble dès lors encourager la surconsommation ainsi que l’achat d’objets à faible durabilité, souvent importés et donc potentiellement préjudiciables tant sur le plan environnemental que sociétal.

Monsieur le ministre, ce type de dispositif peut-il être juridiquement assimilé à un jeu de hasard au sens de la législation belge? Le cas échéant, sa présence dans l’espace public est-elle compatible avec l’interdiction de la promotion des jeux de hasard dans la rue en Belgique? La commercialisation de boîtes dont la valeur et la nature du contenu sont incertaines respecte-t-elle les obligations légales en matière de protection des consommateurs, notamment en ce qui concerne le devoir d’information, la transparence et le respect des pratiques commerciales loyales?

Rob Beenders:

Monsieur Hiligsmann, je vous remercie pour votre question.

Un jeu est qualifié de jeu de hasard lorsqu’il comporte une mise, un élément de hasard et la possibilité d’un gain ou d’une perte. Il est toutefois entendu que l’appréciation finale de cette qualification relève, le cas échéant, de la Commission des jeux de hasard (CJH) et/ou des juridictions compétentes. Je ne me prononcerai donc pas sur le caractère licite ou non de ce type de pratiques.

S’agissant de la protection des consommateurs, je peux toutefois rappeler les principales obligations légales qu’une entreprise doit respecter. Tout d’abord, toute entreprise est soumise à une obligation d’information précontractuelle portant notamment sur son identité, les principales caractéristiques du produit, le prix total du produit toutes taxes comprises, les modalités de paiement, les conditions de vente. Une entreprise qui vend une boîte mystère doit donc indiquer clairement les conditions applicables à cette vente et préciser, par exemple, l’absence de certitude quant au contenu de la boîte.

Ensuite, toute entreprise doit respecter l’interdiction des pratiques commerciales déloyales. L’entreprise qui vend une boîte mystère ne peut pas induire le consommateur en erreur ni le tromper, notamment quant au contenu potentiel de la boîte. Elle ne peut donc pas affirmer que les colis contiennent des biens haut de gamme ou des produits locaux si cette information n’est pas conforme à la réalité.

Par ailleurs, l’entreprise doit respecter les dispositions relatives à l’indication des prix.

Enfin, si cette pratique est qualifiée de vente entre un vendeur professionnel et un consommateur, le bien acheté est couvert par la garantie légale conformément aux règles du droit civil. En cas de défaut de conformité, le consommateur peut réclamer la réparation ou le remplacement du bien sans frais et dans un délai raisonnable. Si cela n’est pas possible, il peut demander la résolution du contrat ou une réduction du prix.

Serge Hiligsmann:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses et pour les compléments apportés. Nous resterons très attentifs aux développements liés à ces informations, ainsi qu’aux obligations qui s’imposent aux fournisseurs de ce type de boîtes, et plus largement à ce système de distributeurs qui commence à être mis en place, notamment dans notre région, et qui pourrait être étendu à d’autres régions.

Namaakhoning

Gesteld door

VB Reccino Van Lommel

Gesteld aan

Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Reccino Van Lommel bekritiseert het ontbreken van concrete cijfers over honingfraude in België, wijst op EU-controles die bijna 50% geïmporteerde honing als verdacht bestempelen, en vraagt om strengere handhaving. Minister Rob Beenders bevestigt dat er geen exacte data zijn, maar dat fraudebestrijding geval per geval verloopt, met lopende sancties (zoals de terugzending van vijf containers Chinese honing in 2025) en aangepaste etiketteringsregels die vanaf 14 juni 2026 verplicht worden, waarbij de omzetting tijdig zal gebeuren. Van Lommel betwijfelt de effectiviteit van de huidige controles en hoopt op strengere handhaving, terwijl Beenders benadrukt dat de controlecapaciteit (via Economische Inspectie, Voedselagentschap en douane) en wetenschappelijke methodes (zoals glycerol- en HMF-tests) voldoende zijn. Beide partijen erkennen dat fraude een groot probleem blijft, met name door aangelengde honing die onder de radar blijft.

Reccino Van Lommel:

Mijnheer de minister, deze vraag heb ik al een keer gesteld aan uw collega. Die vraag is toen opgegaan in het grotere geheel, maar er is nooit een diepgaand antwoord op gekomen. Toch stellen we vast dat het om een aanzienlijke problematiek gaat.

Als we weten dat de Europese Unie op zich een grote producent van honing is, maar dat er toch ook heel wat honing wordt geïmporteerd, stellen we op basis van uitgevoerde controles vast dat bijna de helft van de aan de EU-grens geteste geïmporteerde honing als verdacht wordt aangemerkt. Dat roept bij mij een aantal vragen op.

Wat is de omvang van honingfraude op de Belgische markt? Wat is het aandeel van geïmporteerde honing dat als verdacht of niet-conform wordt beoordeeld? Als er controles plaatsvinden, neem ik aan dat daarover ook cijfers beschikbaar zijn voor ons land?

Wat de etiketteringsregels betreft, er zijn nieuwe regels van toepassing vanaf 14 juni 2026, waarbij alle landen van oorsprong zullen moeten worden vermeld. Vanaf wanneer zullen die etiketten bij ons beschikbaar en zichtbaar zijn? De omzetting zal moeten gebeuren en ik neem aan dat die nog lopende is. Wat is daar de stand van zaken? Wat moet er daaromtrent nog gebeuren?

Wanneer die nieuwe etiketteringsregels van kracht zijn, moeten ze uiteraard ook worden gecontroleerd. Is er daarvoor voldoende controlecapaciteit?

Tot slot, welke controlemethodes zijn beschikbaar of worden ingezet om de ecologische herkomst en de authenticiteit van honing op te sporen?

Ik kijk uit naar uw antwoord.

Rob Beenders:

Dank u wel voor uw vragen. Wat betreft de omvang van de honingfraude en het aandeel van geïmporteerde honing op de Belgische markt bestaan er helaas geen cijfers, maar wel vage vermoedens. Fraudebestrijding gebeurt op basis van mogelijke, vooraf goed gedocumenteerde en geïdentificeerde indiciën. Honingfraude moet echter altijd geval per geval en onomstotelijk bewezen worden en beperkt zich niet alleen tot suikertoevoeging.

In 2025 heeft de Algemene Directie Economische Inspectie vijf containers bakkershoning, die als Chinese bloemenhoning werden geïmporteerd, kunnen terugsturen naar het land van herkomst. De verdere juridische en administratieve afhandeling, met ook de sanctionering van de verantwoordelijke operatoren, is op dit moment lopende.

Wat betreft vraag 2, de nieuwe Europese etiketteringsregels voor honing, die vastgelegd zijn in de Europese richtlijn, worden verplicht toepasbaar vanaf 14 juni 2026. De aangepaste etiketten zullen vanaf die datum ook op de markt verschijnen, maar bestaande etiketten mogen verder worden opgebruikt zolang de voorraad strekt.

Wat betreft vraag 3, de omzetting is bijna afgerond. Op 3 december 2025 werden de adviezen van de Raad van State ontvangen en de ontwerpen van koninklijk besluit worden weldra ondertekend. Het aangepaste regelgevende kader zal volledig operationeel zijn op 14 juni 2026, conform de Europese toepassingstermijn. In de tussentijd blijven consumenten beschermd tegen honingfraude via de bestaande controles en handhavingsmechanismen.

Wat betreft vragen 4 en 5, de Economische Inspectie beschikt, met medewerking van het Voedselagentschap en de douane en met steun van het bevoegde parket bij bewarende beslaglegging, over de nodige controlecapaciteiten. Een specifiek procedureel en juridisch kader is daarvoor uitgewerkt. Daarin wordt ook voorzien in een degelijke en onderbouwde wetenschappelijke expertise en ondersteuning. De aanstelling van het labo gebeurt via een officiële aanbestedingsprocedure.

Wat de controles betreft, worden de volgende wettelijk voorgeschreven parameters gemeten: het vochtgehalte, de diastase-index – dat is een maat voor de activiteit van het enzym diastase dat van nature in honing voorkomt – en het HMF-gehalte, dat een maat is voor de afbraak van suikers in voedingsmiddelen door verhitting of ouderdom. Bij een zwaar vermoeden van bakkershoning, als gevolg van een verhoogd resultaat aan ethylalcohol, volgt na overleg met het labo een aanvullende glyceroltest als doorslaggevende analyse.

Reccino Van Lommel:

Mijnheer de minister, die namaakhoning zorgt voor veel commotie, omdat deze in veel gevallen wordt aangelengd. Er vinden wel controles plaats, maar er blijft ook heel wat onder de radar. Het is een echte plaag, waartegen moet worden opgetreden.

U zegt dat het om vermoedelijke cijfers gaat, dat u geen concrete cijfers hebt. U kunt alleen spreken over hetgeen effectief wordt onderschept. Laten we hopen dat de nieuwe etiketteringsregels voldoende soelaas bieden. Bestaande etiketten mogen worden opgebruikt, wat in sommige gevallen nog lang kan duren. Ik heb begrepen dat de omzetting tijdig zal gebeuren. Dit is nieuw, want vaak worden Europese regels te laat omgezet. Het is goed dat dit nu op tijd gebeurt.

Er is voldoende controlecapaciteit. Laten we hopen dat deze capaciteit volledig en zo veel mogelijk benut zal worden om de controles uit te voeren. Scherpere controles zullen er op het einde van de rit voor zorgen dat degenen die de regels overtreden, hun malafide activiteiten niet verder kunnen voortzetten.

Voorzitter:

De vragen nrs. 56012567C, 56012568C, 56012569C en 56012570C van mevrouw Thémont worden uitgesteld.

De door dienstenchequebedrijven aangerekende extra kosten

Gesteld door

N-VA Lieve Truyman

Gesteld aan

Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Lieve Truyman wijst op oneerlijke praktijken bij Vlaamse dienstenchequebedrijven, zoals verborgen administratiekosten (0–8€/uur) zonder wettelijk plafond of transparantie, ondanks verdediging door sectorfederatie Federgon (kosten zouden opleiding/lonen dekken). Rob Beenders (FOD Economie) bevestigt dat het federale consumentenrecht (Boek VI WER) transparantie verplicht, maar bekritiseert dat naleving ontbreekt en pleit voor strengere handhaving, met een radicaal standpunt: administratiekosten moeten naar nul omdat het systeem publiek gesubsidieerd en sociaal is. Hij veroordeelt ook discriminerende prijszetting (bv. voor "gemotiveerdere" hulp) als onwettig en respectloos, en roept op tot samenwerking met Vlaams minister Demir voor een wettelijk kader; Truyman belooft opvolging van klachtencijfers.

Lieve Truyman:

Inderdaad, honing wegpoetsen is geen gemakkelijke affaire, want het is een plakkerige bedoening. De poetshulpen doen dat evenwel met veel plezier.

In het kader van het VRT-programma WinWin kwam aan het licht dat er onder de dienstenchequebedrijven in Vlaanderen toch wel wat oneerlijke handelspraktijken gebeuren. Zo zijn er bedrijven die boven op de prijs van de dienstencheque nog administratieve kosten aanrekenen aan hun klanten.

Volgens de sectorfederatie Federgon is dat nodig om de bedrijven financieel gezond te houden. De opbrengst wordt toegewezen aan onder meer opleiding en omkadering van het personeel – wat zeker een meerwaarde is – of aan het verbeteren van het loonpakket. De kosten variëren tussen 0 en 8 euro extra per uur. Soms gaat het om een vaste kostprijs per jaar. Die informatie kan worden geraadpleegd op de website Prijzenvergelijking van de Vlaamse overheid.

Er bestaat echter geen wettelijk kader voor die administratieve kosten en dus ook geen plafond. We stellen vast dat niet alle dienstenchequebedrijven transparant zijn over die kosten. Soms staan ze wel degelijk op de website vermeld, maar onder een andere overkoepelende naam. Soms worden de kosten niet aangegeven, maar wel aangerekend. Klanten worden bovendien niet altijd op de hoogte gebracht van de prijsstijging via de gebruikersovereenkomst.

De Vlaamse minister van Werk zal de controles op die creatieve bedrijven opvoeren, maar ook u bent bevoegd voor consumentenbescherming. Ik vermoed dat u daarover eveneens bent geïnformeerd. Hoeveel klachten van consumenten zijn daarover al binnengekomen bij de FOD Economie? Lopen de subsidiëringen van Vlaamse, Waalse en Brusselse dienstenchequebedrijven gelijk? Worden daar eveneens administratieve kosten doorgerekend aan de klant?

Acht u de huidige regelgeving en handhaving inzake prijstransparantie voldoende om consumenten te beschermen tegen onduidelijke of onvoldoende gespecificeerde kosten? Als dat niet zo is, welke bijkomende maatregelen kunnen worden overwogen om consumenten beter te beschermen?

Het lijkt mij ook een meerwaarde dat u daarover in overleg zou gaan met minister Demir om een wettelijk kader uit te werken en dat Vlaams en federaal op elkaar af te stemmen.

Tot slot, wat vindt u ervan dat sommige bedrijven hun klanten meer laten betalen voor een zogenaamd meer gemotiveerde poetshulp? Ik dank u voor uw antwoorden.

Rob Beenders:

Stelt u zich voor dat we ook een onderscheid zouden maken tussen meer en minder gemotiveerde parlementsleden. Alle gekheid op een stokje, het is een goede vraag, collega Truyman. Hoe meer consumentenprogramma’s er zijn, hoe meer er aan het licht komt en hoe meer er een maatschappelijk debat ontstaat. Ik ben trouwens ook betrokken bij dat onderzoek van WinWin, waarin ik duidelijk het federale perspectief en ons standpunt heb meegegeven.

Vlaams minister Zuhal Demir is hiervoor grotendeels bevoegd en ik heb er alle vertrouwen in dat zij de juiste beslissingen zal nemen. De Economische Inspectie van de FOD Economie heeft al meldingen ontvangen over wijzigingen in de tarifering van dienstenchequebedrijven. Die cijfers zijn op dit moment echter nog niet gecentraliseerd, waardoor we niet kunnen zeggen hoeveel meldingen uitsluitend betrekking hadden op de administratieve kosten. Ik kan u wel garanderen dat elke melding individueel wordt onderzocht in het kader van de federale consumentenbescherming. Dat is niet onbelangrijk. We focussen op de geldende wetgeving. Sinds de zesde staatshervorming is het dienstenchequesysteem immers een gewestelijke bevoegdheid. Mijn administratie beschikt dus niet over gegevens over de subsidiering of de regeling van administratieve kosten in de verschillende gewesten, noch over eventuele verschillen tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel.

Wat het federale consumentenrecht betreft, is het kader wel volledig duidelijk, ook in dit debat. Boek VI van het Wetboek van economisch recht verplicht ondernemingen om consumenten vóór het sluiten van de overeenkomst correct en volledig te informeren over de totale prijs, inclusief alle verplichte bijkomende kosten, zoals de administratiekosten waar hier sprake van is. Die informatieplicht geldt ook voor dienstenchequebedrijven en vloeit rechtstreeks voort uit het Europese consumentenrecht. Wie kosten aanrekent zonder die correct te vermelden, of wie prijzen wijzigt zonder de consument daarover transparant en contractueel correct te informeren, overtreedt de wet. Consumenten kunnen daarvoor een melding doen bij ConsumerConnect. Het wettelijk kader inzake prijstransparantie is bijzonder duidelijk. Het probleem zit vandaag niet in een gebrek aan regels, maar in de naleving en de handhaving ervan. Daar moeten we streng tegen optreden.

Ik kom tot de administratieve kosten zelf. Men kan consumenten niet uitleggen waarom sommige bedrijven nul euro administratiekosten aanrekenen, terwijl andere meerdere euro’s tot zelfs honderden euro’s per jaar vragen. Dat zorgt voor verwarring, wantrouwen en oneerlijke concurrentie.

Mijn standpunt is duidelijk. Als één bedrijf het met nul euro kan en winstgevend is, dan moeten de andere dat ook kunnen. Ik vind dat de administratieve kosten naar nul moeten evolueren. Dat is oprecht nodig, omdat het een systeem is dat heel zwaar met publieke middelen wordt gesubsidieerd. Het heeft ook een heel uitgesproken sociaal doel.

Ik ben daarin heel duidelijk: die administratiekosten werden ineens in het leven geroepen, als een soort nieuw businessmodel. Ik vermoed dat minister Demir ter zake ook actie zal ondernemen. Als één bedrijf het zonder kan, moeten de andere bedrijven dat ook kunnen.

Transparantie alleen volstaat niet, wanneer de verschillen zo groot zijn. Als alles voortdurend op de consument wordt afgewimpeld, krijgt men dat gewoon niet meer uitgelegd. Administratiekosten zijn een lege doos waarin men echt alles kan steken. Dat kan oneindig worden toegepast. In het verhaal van de dienstencheques moet daaraan echt paal en perk worden gesteld. Anders loopt dat helemaal uit de hand.

Het idee dat klanten meer zouden moeten betalen voor een zogenaamd meer gemotiveerde poetshulp is absoluut onaanvaardbaar. De motivatie is geen commercieel product en ook geen prijsformule. Dergelijke indelingen reduceren werknemers tot marketinglabels. Ze creëren ongelijkheid en kunnen leiden tot discriminatie.

Dat strookt ook niet met de waarde van het dienstenchequesysteem, noch met het elementaire respect voor werknemers. Bovendien is discriminatie sowieso verboden. Werknemers kunnen ook melding maken bij de bevoegde meldpunten, zodat we daartegen streng kunnen optreden.

Dienstencheques zijn een sociaal instrument. Het is geen verdienmodel voor creatieve constructies. Consumenten hebben recht op duidelijke prijzen, eerlijke contracten, maar ook op respect. Werknemers hebben recht op waardigheid en gelijke behandeling. Als bedrijven publiek geld aanvaarden, moeten ze zich ook houden aan de regels die er zijn. Dat is de lijn die ik verdedig en waarop ik consequent zal blijven toezien.

Lieve Truyman:

Dat lijkt mij een zeer duidelijk en volledig antwoord. Ik ben wel nog nieuwsgierig naar het aantal meldingen dat de FOD Economie heeft binnengekregen. Zodra dat in kaart is gebracht, zal ik dat opvragen. We geraken dus wel aan die informatie.

De goedkope brillen van Blacksheep

Gesteld door

N-VA Lieve Truyman

Gesteld aan

Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Lieve Truyman bekritiseert de ultragoedkope brillen (vanaf €7) van Blacksheep (Chinese productie, zelfmeting door klanten) als gezondheidsrisico: slechte afstelling, zwakke materialen en gebrek aan professionele begeleiding, gesteund door Testaankoop-waarschuwingen. Minister Rob Beenders bevestigt dat er geen klachten zijn binnengekomen, maar benadrukt dat correctieve brillen (medisch hulpmiddel) onder CE-keuring en toezicht vallen van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen (niet de FOD Economie), terwijl informatieplicht over herkomst/materiaal geen wettelijke verplichting is. Hij belooft versterkte controles (fysiek/online) en campagnes om consumenten te waarschuwen, maar ontkent direct contact met Blacksheep. Truyman eist strenge opvolging, wijzend op de gevaren van wegwerpcultuur voor ooggezondheid.

Lieve Truyman:

Goedkoop, maar daarom nog geen goede koop. We hebben het over de goedkope brillen van Blacksheep, een brillenmerk dat al een tijdje actief is via webshops en ondertussen een aanbod van zeer goedkope brillen op de markt brengt. Vorige week werd in Brussel een fysieke pop-upstore van Blacksheep geopend. Het bedrijf verkoopt monturen die rechtstreeks afkomstig zijn van een Chinese producent, zonder enige tussenpersoon. Opvallend daarbij is de zeer lage prijs. Voor amper 7 euro kan men daar al een bril kopen.

Deze kwestie kwam ook aan bod bij de consumentenorganisatie Testaankoop, die waarschuwt voor de slechte kwaliteit. De brillen zouden slecht afgesteld zijn, het glas zou onvoldoende sterk zijn en de schroefjes en scharnieren zouden gemakkelijk loskomen. Blacksheep werkt kostenbesparend door onder meer klanten hun oogmetingen en montuurmaten zelf te laten nemen in de winkel.

Ik draag zelf ook een bril, al heb ik op dit moment lenzen in. Wanneer ik een bril aankoop, doe ik een beroep op een deskundige opticien die de bril afstemt op mijn gezicht en ervoor zorgt dat de sterkte van de glazen correct is. Hier wordt immers ook met de gezondheid gespeeld, aangezien de ogen deel uitmaken van ons lichaam. Een bril is niet alleen een geheel dat men op het gezicht draagt of dat het gezicht een bepaald karakter kan geven. Het is ook een noodzakelijk hulpmiddel voor wie een verminderde gezichtsscherpte heeft en moet op een correcte manier worden aangemeten. Opticiens zijn in dat verband deskundige professionals.

Voordat men een bril aanschaft, doet men doorgaans een beroep op een oogarts. In dit geval kan men echter bij wijze van spreken de winkel binnenstappen, aangeven dat men minder goed ziet, zelf even de ogen opmeten en vervolgens een bril meenemen. Er wordt hier dus met de gezondheid gespeeld, los van het feit dat dit volgens mij persoonlijk geen correcte manier van werken is. Bij dezen heb ik een aantal vragen voor u, mijnheer de minister.

Op welke manier kunt u de consument waarschuwen voor en beschermen bij de aankoop van brillen van ondermaatse kwaliteit? Wordt de klant in de winkel voldoende geïnformeerd over de herkomst, het materiaal en de werkwijze van Blacksheep? Wat is de regelgeving inzake de CE-keuring bij de verkoop van brillen in een fysieke winkel in ons land? Is de FOD Economie al met Blacksheep in contact gekomen met betrekking tot de import van hun goederen? Werden er binnen de FOD Economie al klachten gesignaleerd, al is dat misschien heel snel?

Rob Beenders:

Er zijn binnen de FOD Economie nog geen klachten gesignaleerd over de import van deze goederen. Ik vind het belangrijk om dat te zeggen, omdat we altijd anticiperen zodra er klachten binnenkomen. De overige antwoorden zullen daarom wat algemener zijn. Op dit moment is er echter nog geen klacht ontvangen.

Het is een goede vraag, want het klopt dat mensen bijvoorbeeld in drogisterijen zomaar leesbrillen kunnen kopen. Dat moet echter niet zomaar gebeuren als men denkt dat die nodig zijn. Men moet zich echt professioneel laten begeleiden, omdat het om de gezondheid van de ogen gaat.

Wat kunnen we doen om de consument te waarschuwen? De administratie, namelijk de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid, kan gedurende het jaar controles uitvoeren. Deze controles kunnen zowel in winkels als online plaatsvinden. Daarnaast kunnen corrigerende maatregelen worden genomen om Belgische consumenten te beschermen tegen niet-conforme of potentieel gevaarlijke producten, zoals bijvoorbeeld fashionbrillen en zonnebrillen die worden aangeboden door Blacksheep. Het feit dat dit onder de aandacht wordt gebracht, biedt een reden om hierop te werken. Er is een administratie die dit kan aanpakken en het is belangrijk dit met hen te bespreken.

Ook informatieve campagnes zijn van belang om consumenten bewust te maken van de risico’s van het kopen van niet-conforme producten om verantwoord koopgedrag aan te moedigen. De FOD Economie communiceert bovendien over de resultaten van controlecampagnes, wat eveneens kan helpen om mensen te informeren over onjuiste praktijken.

Wat betreft de vraag of klanten in de winkel voldoende geïnformeerd worden over de herkomst, het materiaal en de werking van Blacksheep. Het voorzien van dergelijke informatie in winkels is geen wettelijke eis voor het op de markt brengen van producten.

Vraag drie, de toepasselijke Europese regelgeving hangt af van de categorie bril. Het op de markt brengen van brillen wordt op Europees niveau geregeld en er worden drie categorieën onderscheiden. Brillen met een correctiefactor worden beschouwd als medische hulpmiddelen en moeten een CE-markering hebben. Brillen met een beschermende functie, zoals zonnebrillen met UV-filter en veiligheidsbrillen, moeten eveneens CE-gemarkeerd zijn. Brillen zonder correctie of beschermende functie, zoals modebrillen, decoratieve of fantasiebrillen, mogen nooit een CE-markering dragen.

Correctieve brillen vallen onder de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, een administratie waarvoor collega Vandenbroucke bevoegd is. De tweede categorie valt onder de verordening EU-2016-425 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen. De derde categorie valt onder de Europese verordening 2023-988 inzake algemene productveiligheid.

Beide reglementeringen vallen onder de bevoegdheid van de FOD Economie. Het betreft een gedeelde bevoegdheid met collega Clarinval.

Ik kom nu bij uw vierde vraag. De FOD Economie is niet in contact met Blacksheep. Aangezien hun hoofdactiviteit zich eerder toespitst op corrigerende brillen, is het meer aangewezen dat het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten in contact met hen treedt.

Uw vijfde vraag heb ik al beantwoord.

Lieve Truyman:

Het is inderdaad een meerwaarde dat het dossier wordt opgevolgd door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten. Wij mogen met de gezondheid van onze ogen immers geen loopje nemen. Onze ogen mogen absoluut niet lijden onder verspillende aankopen, impulsaankopen, een wegwerpmaatschappij en dergelijke. Wij zullen onze consumenten daar goed over moeten informeren om hen op die manier hopelijk zo goed mogelijk te kunnen beschermen. Ik heb er alle vertrouwen in dat u het dossier ook samen met uw collega verder zult opnemen. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.53 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 53.

Popover content