Commissievergadering op 27 januari 2026
Vragen
De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.
De regionale sloopvergunning voor Tihange 1 en de gevolgen voor een mogelijke heropstart
De nucleaire strategie van de regering
De uitspraken van de ENGIE-topman
?De ontmanteling van Tihange 1
De industriële analyse van Tihange1
Nucleaire ontmanteling, strategie en gevolgen voor Tihange 1
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden kritiseren minister Bihet scherp omdat zijn beloften over een nucleaire herlancering (o.a. verlenging Tihange 1, nieuwe centrales) dossiers zonder concrete actie blijven, terwijl ENGIE definitief afhaakt (ontmanteling Tihange 1 start in 2026, geen onderhandelingen over verlenging Doel 4/Tihange 3). Critici (o.a. Ravyts, Thiébaut, Coenegrachts) beweren dat geen strategie, tijdslijn of budget voorligt, de bevoorradingszekerheid in gevaar komt en premier De Wever ontbreekt als onderhandelingsgewicht, terwijl Bihet verwijst naar lopende (maar vage) gesprekken met investeerders (VS/Canada) en de Phoenix-akkoorden als hefboom—zonder garanties. Kernpunt: ENGIE’s afhaken (geen veiligheidsdossiers, sloopplannen) en gebrek aan dwangmiddelen maken verlenging onwaarschijnlijk, terwijl oppositie en experts (o.a. Tractebel, Damien Ernst) waarschuwen voor black-outs en eisen dat Bihet onomkeerbare sloop tegenhoudt—wat hij niet kan of wil afdwingen.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, ik ben blij u te zien, want u maakt zich vaak onzichtbaar.
Blijkbaar is niemand nog tevreden, mijnheer de minister. Ook de meerderheid telt heel wat ongeduldige parlementsleden. ENGIE verkreeg een regionale vergunning om de koeltoren van Tihange 1 af te breken en ook al loopt er een beroepsprocedure, dat is toch wel politiek een signaal. ENGIE wil duidelijk niet verder met het nucleaire verhaal in dit land. Dat heeft Vincent Verbeke al een paar keer onderstreept. Hij opent bovendien batterijparken, zoals gisteren in Vilvoorde. Hij focust dus op hernieuwbare energie. ENGIE geeft blijkbaar geen gevolg aan uw brief om geen onomkeerbare ontmantelingsacties te ondernemen.
Het definitieve einde van Tihange 1 zou betekenen – ik laat nog een kleine opening – dat u alleen nog maar kunt rekenen op een extra verlenging van de levensduur na 2035 van de twee resterende kerncentrales. In het kader van de uitbatingsverlenging van december 2023 werden de twee centrales Doel 4 en Tihange 3 eigendom van BE-NUC, een joint venture van de Belgische Staat en ENGIE.
Ten eerste, kunt u bevestigen dat de piste rond een mogelijke doorstart van Tihange 1 definitief van de baan is?
Ten tweede, lopen er überhaupt met de exploitant ENGIE Electrabel als partner bij BE-NUC, eigenaar van de kerncentrales, nog onderhandelingen over een extra verlenging van de levensduur van de twee resterende operationele centrales in dit land?
Ten derde, lopen er nog gesprekken met EDF over een overname in BE-NUC, mocht ENGIE Electrabel ook definitief afhaken voor een extra verlenging van de levensduur van Doel 4 en Tihange 3? Eigenlijk is het antwoord al bekend: vandaag haken ze af, maar ze laten een kleine opening voor na 2030.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, l'Arizona nous promettait une ère nouvelle: c'était le grand come-back du nucléaire – et c'était le trophée du MR. On en a tellement parlé dans la presse. Vous avez même été surnommé, à un moment donné, "Atomic Boy". Or, pour l'instant, il faut bien avouer que nous ne voyons rien venir. Pire, nous commençons même à craindre le retour du black-out.
Des professeurs d'université, des acteurs industriels, des experts en énergie et même vos propres soutiens dans votre parti, dont une ancienne ministre de l' É nergie, perdent patience. Que ce soit du côté nucléaire ou du côté éolien, rien n'avance. Après presque un an de gouvernement, la Belgique n'a toujours aucune stratégie en matière de politique énergétique. Pour le nucléaire, vous avez beaucoup promis. Votre gouvernement s'est engagé à produire plus de nucléaire, et rapidement! Comme l'indique Damien Ernst, que je cite, "il faut maintenant reconnaître qu'il y a un problème avec le dossier nucléaire en Belgique." Les réacteurs ferment les uns après les autres. Les études qui pourraient nous éclairer sur les investissements nécessaires n'ont même pas démarré.
Malgré vos effets d'annonce, ENGIE poursuit ses travaux de démantèlement des réacteurs arrêtés, comme prévu. Le CEO de cette entreprise a même encore affirmé sa volonté de tourner la page du nucléaire. Il confirme qu'aucune discussion n'a lieu avec le gouvernement pour le prolongement d'autres unités nucléaires. S'agissant de Tihange 1, plus aucun combustible ne l'alimente. Il n'y a plus de place sur le réseau. Un prolongement demanderait, de surcroît, des travaux gigantesques qui sont impensables. Quant à une potentielle prolongation de 10 ans de Doel 4 et de Tihange 3, ENGIE ne souhaite pas non plus investir.
Monsieur le ministre, depuis des mois, nous vous interrogeons pour savoir comment et à quel coût vous comptez atteindre les objectifs nucléaires fixés dans l'accord de gouvernement. Nous vous demandons ainsi quand nous pourrons enfin disposer de votre plan stratégique nucléaire. En juin dernier, vous nous annonciez une nouvelle ère énergétique avec le retour du nucléaire. Et puis, finalement, plus rien: le néant.
Mes questions sont donc assez simples. De véritables négociations sont-elles en cours? Si oui, avec qui, et avec d’autres acteurs qu’ENGIE? Quand pourrons-nous disposer d’une réelle stratégie en matière de nucléaire et de politique énergétique? Quelles sont les options choisies par votre gouvernement? Je vous remercie d'avance.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, toen ik vanmorgen de krant las, voelde ik mij bijna technisch werkloos. Met een meerderheid als de uwe heeft een mens immers geen oppositie nodig. Het leek alsof alles in uw schoenen wordt geschoven, met name het hele non-beleid op het vlak van energie van de arizonaregering. Het ligt allemaal aan u. De quotes daarover komen wel van pantoffelhelden, want hier in uw gezicht komen ze het u vandaag blijkbaar niet vertellen.
De kritiek is in ieder geval niet helemaal onterecht. Een deel van de problemen is wel degelijk uw verantwoordelijkheid. Hier had een nucleaire strategie mogen voorliggen. Het was aan u om ze uit te werken. U hebt in 2025 toch wel lang getreuzeld om de energienorm te concretiseren en uit te voeren, waardoor bedrijven in 2025 geen korting kregen op hun energiefactuur. U trok de stekker uit het project voor extra windmolens op zee, om nog maar te zwijgen van het feit dat u onzekerheid zaait in verband met Nautilus, onze connectie met het Verenigd Koninkrijk, waardoor niemand weet of die er nu komt of niet. De lijst met zaken die u niet hebt gedaan of hebt tegengehouden, is op dit moment dus langer dan de lijst van zaken die u hebt gerealiseerd.
Niettemin is het te gemakkelijk om alles in uw schoenen te schuiven. Ik mis in het energiebeleid van de arizonaregering immers de eerste minister. Ik weet niet waar Bart De Wever uithangt; hij staat alleszins niet aan uw zijde.
Tijdens de vorige legislatuur hebben wij de levensduur van twee centrales verlengd. Dat is alleen gelukt, omdat de toenmalige eerste minister en de minister van Energie samenwerkten en omdat het politieke gewicht van de eerste minister mee in de schaal lag tegenover ENGIE.
Ten eerste, op welke manier is de eerste minister betrokken? Heeft hij bijvoorbeeld in Davos gesproken met ENGIE? Zowel de grote baas van ENGIE als de premier was daar aanwezig. Hebben zij elkaar daar gesproken? Ik hoop immers dat de premier ook aandacht had voor binnenlandse problemen, toen hij daar was. Wil hij zich ervoor inzetten om het licht in België te laten branden?
Ten tweede, vandaag verklaart de ambassadeur van de Verenigde Staten in Humo dat zij vier centrales ter waarde van telkens 5 miljard euro zullen bouwen in België, namelijk twee in Vlaanderen en twee in Wallonië. Klopt dat? Hoe verhoudt zich dat tot uw akkoord met de Canadezen? U hebt in Parijs een akkoord met de Canadezen ondertekend en nu geeft een Amerikaan aan dat de Verenigde Staten die kerncentrales zullen bouwen. Hoe zit dat?
Ten derde, hoe kijkt u naar de uitspraken van de heer Verbeke? Waren er onderhandelingen met ENGIE? Indien ja, wat was daar het resultaat van? Indien niet, hoe komt het dat u geen onderhandelingen had met ENGIE?
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, wie vandaag een kerncentrale sloopt, moet morgen niet verbaasd zijn dat de bevoorradingszekerheid in het gedrang komt. De bezorgdheid daarover wordt vandaag breed gedragen, zeker nu ENGIE Electrabel recent een vergunning heeft gekregen om de koeltoren van Tihange 1 te slopen en heeft aangekondigd in september 2026 te willen starten met de ontmantelingswerken. In een context van geopolitieke instabiliteit, onzekerheid over onze toekomstige energiebevoorrading en grote druk op de betaalbaarheid en de bevoorradingszekerheid van onze energie geldt één basisprincipe: we kunnen het ons niet permitteren om strategisch kortzichtig te zijn. Vooral wanneer we beginnen af te breken, moeten we er zeker van zijn dat we daardoor geen strategische opties definitief weggooien.
Mijnheer de minister, aangezien het onze taak is om uw beleid te toetsen, heb ik volgende vragen. Welke concrete maatregelen hebt u reeds genomen of zult u nog nemen om te voorkomen dat de sloop- en ontmantelingswerken onomkeerbaar zijn en onze strategische opties voor de energievoorziening definitief worden beperkt?
Beschouwt u een verdere verlenging van de levensduur van Tihange 1 nog als een reële optie of is die piste voor u inmiddels volledig gesloten?
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, de industriële analyse van ENGIE Electrabel over Tihange 1 concludeert dat de centrale niet meer te redden valt, zelfs niet met een grote zak geld.
U hebt die analyse betwist in de media en gesuggereerd dat een verlenging wel degelijk nog mogelijk zou zijn. U hebt zich kritisch uitgelaten over het voornemen van ENGIE Electrabel om met de ontmanteling door te zetten. Uw voorzitter heeft ook aangegeven dat het niet aan ENGIE Electrabel toekomt om daarover te beslissen.
In elk geval is elke verdere uitbating of herstart van de centrale onderhevig aan toestemming van het FANC. Het FANC verwijst daarbij steeds naar de wetgeving, die bepaalt dat het de exploitant zelf is, die een veiligheidsdossier moet indienen om die toestemming te verkrijgen. In de krant suggereert u dat de Belgische Staat eventueel de kosten van de studies op zich zou kunnen nemen. Dat roept bij mij een aantal vragen op.
Hebt u ENGIE gevraagd om een veiligheidsdossier op te maken? Zult u ENGIE daartoe verplichten? Hoe zult u dat doen?
Klopt het dat u de kosten van de studie wilt dragen? Over welk budget gaat het? Waar vinden we ze terug in de begroting?
Hebt u daarover al met andere industriële spelers gesproken? Welke voorwaarden werden naar aanleiding daarvan vastgelegd?
François De Smet:
Monsieur le ministre, deuxième essai après la plénière du 22 janvier dernier pour tenter d'y voir clair dans votre stratégie nucléaire. Vous aviez dans votre réponse eu de grandes envolées sur, je cite, "la reconstruction d'un écosystème nucléaire et la capacité décarbonée". Mais derrière ce paravent de mots, même avec talent, votre réponse a surtout brillé par ce qu'elle n'a pas dit. C'est une vérité simple: l'Arizona n'est absolument nulle part sur le nucléaire.
La preuve par trois. D'abord, le silence sur les négociations. Je vous avais posé une question simple. Le CEO d'ENGIE dit-il vrai lorsqu'il dit qu'aucune négociation n'a eu lieu avec votre gouvernement en un an sur la prolongation des réacteurs? Vous n'avez pas répondu.
Comment pouvez-vous prétendre mener une relance ambitieuse alors que vous ne parlez même pas à l'acteur qui tient les clés de nos centrales? Vous espérez qu'ENGIE revienne à la conviction de mobiliser ses actifs. Mais l'espoir, ce n'est pas une stratégie énergétique. Quelle est l'idée? Quel est le plan? Les hypnotiser? Jusqu'ici, je ne vois pas.
Deux, l'alibi juridique des accords Phoenix. Vous avez fini par lâcher que ces accords signés sous la précédente législature "limitent notre marge de manœuvre juridique". Mais ça alors, quelle découverte!
C'était déjà le cas lorsque vous étiez l'expert énergie du MR. C'était le cas lors de la campagne. C'était déjà le cas aussi lorsque vous avez négocié l'accord du gouvernement. Vous ne pouvez pas prétendre découvrir cette contrainte.
Vous aviez promis de sauver cinq réacteurs et d'abroger la loi de 2003 pour libérer le secteur. Aujourd'hui, vous vous abritez derrière un contrat que vous semblez incapable de renégocier. Si ENGIE refuse d'investir un euro de plus, comme elle l'affirme, qu'attendez-vous pour utiliser la clause de l'accord Phoenix qui permet d'intégrer un autre partenaire?
Enfin, la défausse sur l'autorité administrative à Tihange, sur l'octroi des permis de démolition des tours. Vous évacuez la responsabilité en disant qu'il s'agit d'une décision administrative et non politique. Mais en attendant, vous laissez faire le grignotage des outils physiques de production essentiels.
Tractebel est très clair. Si nous voulons construire des nouvelles centrales, il est impératif de maintenir les sites de Doel et de Tihange disponibles. En laissant démolir ces tours, vous sabotez vous-même vos chances d'y parvenir.
Ma question est donc simple. À part avoir abrogé une loi symbolique, quand allez-vous enfin poser un acte de gouvernement concret pour stopper les démolitions et contraindre l'exploitant avant que le dernier réacteur belge ne soit définitivement achevé? Je vous remercie.
Mathieu Bihet:
Je me permettrai tout d'abord de vous renvoyer à la réponse qui a été donnée le 15 janvier dernier en plénière, à laquelle a également fait référence M. De Smet. Plusieurs collègues avaient posé exactement les mêmes questions concernant le permis de démantèlement de Tihange 1 et les déclarations du dirigeant d'ENGIE. Je vous renvoie plus précisément au compte rendu intégral de cette séance, aux pages 22 et 23.
Je réponds à présent à M. Coenegrachts.
Voor informatie over de agenda en de ontmoetingen van de eerste minister in Davos, moet u zich tot hem richten, aangezien ik hem niet vergezelde.
Depuis mon entrée en fonction et surtout depuis l'abrogation de la loi de 2003 par la loi de mai 2025, je cherche activement des solutions. Des échanges sont en cours avec les exploitants et propriétaires des centrales nucléaires, et ces échanges s'intensifient. Des discussions sont également en cours avec des acteurs, et notamment des investisseurs intéressés – quelqu'un évoquait les États-Unis –, sous condition de sûreté, pour prolonger un maximum de réacteurs existants, comme par exemple Tihange 1, mais aussi pour construire de nouvelles centrales nucléaires. Certains de ces acteurs l'ont d'ailleurs confirmé dans la presse, et je pense ici plus précisément à Ontario Power Generation (OPG).
Le gouvernement a fait un choix clair: abroger la loi de sortie du nucléaire, poursuivre le travail sur la prolongation de Doel 4 et de Tihange 3, et s'engager à préserver et renforcer davantage nos capacités nucléaires, dans le respect strict – je le répète – des normes de sûreté. La mise en œuvre des accords Phoenix est une tâche considérable pour l'ensemble des acteurs de l'État: l'administration, l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies (ONDRAF), la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG), Hedera, mais aussi mon cabinet. Il s'agit de traduire une réalité juridique – comprise dans des milliers de pages de contrat – et des textes de loi dans une réalité financière et opérationnelle, à travers la mise en place d'une nouvelle joint-venture dont il faut aujourd'hui assurer le financement et les moyens de paiement prévus par ces accords.
Een gecoördineerde aanpak tussen alle actoren is noodzakelijk om een goede uitvoering van de akkoorden te waarborgen, zowel op financieel als operationeel vlak.
Garantir l'exécution de l'accord Phénix revient à garantir la sécurité d'approvisionnement. Mais je ne vous cache pas que cet accord, l'accord Phoenix, impacte notre futur. Parce que oui, il a fallu et il faut encore énormément remettre de l'ordre. Et c'est sans doute un des fils rouges de cette année écoulée. Il a fallu remettre de l'ordre dans un ministère qui en manquait cruellement. Nous y reviendrons plus tard dans l'après-midi.
Il y avait d'autres questions, car il n'y a pas que le nucléaire. Il y a aussi la norme énergétique, l'éolien offshore, l'île énergétique ou encore l'interconnexion avec le Royaume-Uni qui a été évoquée tout à l'heure – je pense par M. Coenegrachts.
Il ne s'agit pas aujourd'hui seulement de prolonger ou de construire des centrales, mais de reconstruire toute la filière nucléaire et ce avec des acteurs, et c'est important, qui partagent la vision de ce gouvernement.
Vous me demandez par ailleurs s'il y a également des discussions avec ENGIE. Je vais vous donner un exemple. En décembre dernier, nous avons refusé l' initial project budget . Il s'agit du budget qui fixe le strike price convenu dans les accords signés par le précédent gouvernement. Et cet initial project budget , nous l'avons refusé, sur avis conforme d'ailleurs, de la CREG.
Depuis le mois de décembre, rien que sur cet aspect-là, il y a des négociations et des discussions avec ENGIE. Nous demandons une série d'informations complémentaires. Nous demandons des justifications de ce strike price évalué par ENGIE. Voilà donc juste un exemple qui démontre qu’il y a de très nombreuses rencontres avec ENGIE.
Par rapport au nucléaire, nous avons lancé pas plus tard que ce matin le groupe SMR au sein de la plateforme interfédérale qu'est MEG 2025-2030 qui regroupe les acteurs industriels et les différents niveaux de pouvoir et ministres compétents. Cette plateforme a d'ailleurs validé ce matin même près d'une vingtaine de mesures, rien qu'en matière d'énergie.
Si nous faisons du nucléaire, nous ne le faisons donc pas par dogme, mais pour répondre à nos responsabilités en matière de sécurité et d'approvisionnement en électricité, mais aussi pour remplir nos objectifs climatiques. Nous visons à fournir une énergie abondante, bon marché et climatiquement neutre. Et pour cela, l'énergie nucléaire est bien une partie de la solution, tant à court, qu'à moyen, qu'à long terme, comme nous le voyons dans un grand nombre de pays qui ont fait ce choix, en Europe, mais également ailleurs, et en bénéficiant d'un avantage stratégique indéniable, sans être soumis aux lois du gaz russe ou américain.
Enfin, pas plus tard qu'hier, le 26 janvier, dans son rapport sur le Plan national Énergie-Climat (PNEC) définitif, la Commission européenne a, selon la presse et pas seulement selon un ministre qui voudrait se gargariser, justement octroyé de bons points à la Belgique en matière de sécurité d'approvisionnement et de sécurité énergétique. Ces bons point ont donc été attribués à l'ensemble de l'action et des plans que nous mettons en place pour l'avenir. Ce n'est évidemment qu'un début. Je réponds ainsi à vos questions sur la sécurité d'approvisionnement. Sur ce point, les résultats obtenus étant corroborés par la Commission européenne, il n'y a pas de doute possible.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, u brengt alweer weinig nieuwe en concrete zaken aan.
U werpt op dat alle aandacht gaat naar de implementatie van de Phoenixakkoorden, het probleem in verband met de offshore-energieproductie en het debacle rond het energie-eiland. Over een concrete feuille de route , om mij even in het Frans uit te drukken, horen wij echter totaal niets. U geeft aan dat er contacten zijn met allerlei investeerders en uitbaters en herinnert aan het SMR-platform. Maar volgens een Tractebelstudie zouden de SMR’s niet operationeel zijn voor 2035. Bovendien zouden er voor 2040 evenmin kerncentrales energie leveren. Er is op middellange termijn dus wel degelijk een probleem met de energiebevoorrading in dit land.
Wij zullen het dossier blijven opvolgen. Voorlopig bent u gebuisd wanneer het gaat over onze nucleaire toekomst en blijft de in 2005 goedgekeurde wet-Bihet om de bouw van nieuwe kerncentrales mogelijk te maken, bij louter symboliek, en dat nog wel door uw eigen toedoen.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, je suis inquiet non pas parce que vous ne respectez pas vos promesses de campagne électorale, mais je suis inquiet pour la sécurité d'approvisionnement de notre pays. On vous l'a dit, tous les experts en énergie sont inquiets, et vos soutiens s'expriment maintenant même dans la presse. Vous dites que vous remettez de l'ordre dans votre ministère, mais comment en pratique? Des investisseurs sont intéressés et vous négociez. Je suis heureux de l'entendre. Il y a eu des négociations avec ENGIE sur le strike price. Tant mieux!
Mais, monsieur le ministre, cela ne concerne pas votre stratégie nucléaire. Cela ne nous dit toujours pas quelles sont les options que vous avez choisies et quel est votre plan stratégique en termes d'énergie. Je le déplore, parce qu'en vérité, rien n'avance. Pourtant, vous étiez quand même assez virulent contre l'ancienne ministre de l' É nergie en d'autres temps. Je vous remercie.
Steven Coenegrachts:
U weet niet wat de eerste minister gedaan heeft in Davos, noch of hij gesproken heeft met de topvrouw van ENGIE. Als dat betekent dat de heer De Wever wel heeft gesproken met de mensen van ENGIE, maar dat niet verteld heeft aan u als bevoegd minister, dan word ik daar eerlijk gezegd ongerust van. Als dat betekent dat de eerste minister helemaal geen contact had met de topvrouw van ENGIE, dan ben ik zelfs zeer ongerust. Als de man die heel Europa op de knieën krijgt, zich niet wil moeien met het licht en de lamp die in eigen land brandt, dan baart mij dat grote zorgen, mijnheer de minister. Eerste minister De Wever draait zijn hand niet om voor Meloni, Macron, Merz of Orbán, maar Vincent Verbeke zou dan zijn maat nemen? Dat kan toch niet waar zijn? De vraag blijft dus waar Bart De Wever zich bevindt, mijnheer de minister. Alleen met het soortelijk gewicht van de eerste minister komen er echte onderhandelingen met ENGIE en zullen die resulteren in de verlenging van de levensduur van centrales.
U laat opmerken dat er veel gesprekken met ENGIE plaatsvinden. Inderdaad, maar die zijn er in het kader van de uitvoering van de Phoenixwetgeving. Het zou er nog aan mankeren dat er in dat kader niet meer met ENGIE wordt gesproken. Dat moet ook. We hebben daar nota bene samen een bedrijf mee opgericht. Het kan niet anders dan dat daarover overleg plaatsvindt.
De vraag blijft wat u doet met het oog op de verlenging van de levensduur van meer kerncentrales. Welke gesprekken zijn daarover al gevoerd? Waren er daarover al onderhandelingen? Ik noteer dat uw antwoord neen is.
U verwijst vervolgens naar een nucleaire strategie en zegt dat Amerikanen of Canadezen misschien kerncentrales zullen bouwen. En waarom niet Poetin of de Chinezen?! De mogelijkheden zijn talrijk, maar het blijven vogels in de lucht. Wanneer komt er een strategie voor de vogel in de hand? Op die vraag krijgen wij al een jaar geen antwoord.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, ons land heeft decennialang unieke nucleaire knowhow opgebouwd. Dat strategisch kapitaal dreigt nu met de sluiting van onze kerncentrale weg te vloeien.
Nu moet u op korte termijn duidelijkheid scheppen over de manier waarop we de bestaande nucleaire capaciteit zo lang als verantwoord openhouden, welke stappen we richting nieuwe capaciteit zetten en wat de tijdslijn en de voorkeurslocaties zijn voor de inplanting van de SMR’s als innovatieve technologieën, waar u zelf naar verwijst.
Mijnheer de minister, het is hoog tijd om te stralen.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, ik heb nauwelijks antwoord gekregen op mijn vragen. Het ontbreken van een antwoord is ook een antwoord, dat ik meteen zelf invul. Hebt u ENGIE gevraagd om een veiligheidsdossier op te maken? Nee. Zult u ENGIE daartoe verplichten? Nee. Klopt het dat u de kosten op de studie wilt nemen? Misschien, maar er is in ieder geval geen geld voor voorzien. Hebt u met andere industriële spelers gesproken? Ook niet. Als u dat al hebt gedaan, zal het resultaat niet positief geweest zijn, want dan had u het wel gezegd. Collega’s, de minister krijgt het niet over zijn lippen. Dus zal ik het maar zeggen: de levensduur van Tihange 1 wordt niet verlengd; dat schip is voorbijgevaren; deze minister zal het niet doen en we kunnen onze energie beter steken in projecten die op korte termijn wel gigawatts op het net kunnen zetten. Alleen vrees ik dat die oplossingen niet van Atomic Boy Bihet zullen komen.
De timing van de tender voor kavel 1 van de Prinses Elisabethzone
De toepassing van de NZIA-regels bij de veiling voor de PEZ1
De wijzigingen van de overheidsgaranties in de tender voor PEZ1 (ongerustheid in de sector)
De bezorgdheid van de sector over de aanbesteding voor offshorewindenergie
De brief van het BOP over de tender voor het energie-eiland
De mogelijke mislukking van de volgende aanbesteding voor offshorewindenergie
De eindeloze traagheid inzake offshorewindenergie
De rem die gezet wordt op offshorewindenergie
De rem die gezet wordt op offshorewindenergie
De tender voor de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone
Uitdagingen en vertragingen bij de aanbesteding van offshorewindenergie in de Prinses Elisabethzone
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om kritiek op de vertraging en onzekerheid rond de aanbesteding van de Prinses Elisabethzone (offshore windenergie), waar de sector (o.a. Belgian Offshore Platform) vreest voor een mislukte veiling door gewijzigde overheidsgaranties en gebrek aan duidelijkheid. Parlementsleden bekritiseren dat minister Bihet de oorspronkelijke deadline (31 maart 2026) niet haalt en burgerparticipatie mogelijk schrapt, terwijl de Net-Zero Industry Act (NZIA) en prijsgaranties (bv. Contracts for Difference) onvoldoende verduidelijkt zijn. De minister belooft een herzien kader "in het voorjaar" – met nadruk op juridische robustheid en concurrentie – maar ontkent niet dat de plannen risico’s inhouden voor prijsstabiliteit en investeringszekerheid, wat skepsis oproept over België’s energietransitie-ambities.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, veel mensen zijn bezorgd over stijgende energieprijzen. Dat begrijp ik, als we het nieuws zien dat de gasprijs ten opzichte van de start van 2026 – en dat is nog niet zo lang geleden – al met bijna 50 % is gestegen.
Aan die reden kan deze regering uiteraard niets doen. Dat heeft te maken met de geopolitieke context, die ons heel duidelijk toont dat we niet langer afhankelijk mogen zijn van bijvoorbeeld Russisch gas. We mogen ook niet afhankelijk zijn van het gas en de energie die we vandaag halen uit de Verenigde Staten, omdat dat geen betrouwbare bondgenoot meer is.
Het goede nieuws is dat we, als we daarvoor kiezen, uiteraard ook zelf onze eigen energie kunnen produceren. We kunnen kiezen voor energiezekerheid. Als we dat willen doen, is het wel tijd dat we een duidelijke keuze maken en een bepaalde richting kiezen. Normaal gezien zou er – we komen daar straks op terug – een Hoge Raad voor energiebevoorrading zijn die ons zou helpen om die keuzes te maken. Die is er nog niet, daar hebben we het straks over. Mensen verwachten wel dat we stilaan een keuze maken en een richting kiezen. Dat geldt voor huishoudens, voor de industrie en, zoals we straks nog zullen bespreken, ook voor de haven, waar er veel vragen zijn naar duidelijkheid.
De boodschap die we willen geven, is dat we geen taboe hebben over de keuze die uiteindelijk wordt gemaakt, zolang die energie maar betaalbaar en zeker is – we mogen echt niet langer afhankelijk zijn van de buitenlandse grootmachten die ons vandaag onder druk zetten – en zolang die duurzaam is.
Een van de technologieën die daaraan beantwoordt, is wind op zee: wind die we zelf op onze zee produceren. Daarom moeten we volop inzetten op die windenergie.
Een vraag die ik u een tijd geleden heb gesteld, ging over de tender van de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone. U gaf aan dat die er zou zijn voor het einde van het eerste kwartaal van 2026. Ik wil u dan ook vragen of u nog altijd op koers zit om die te lanceren voor 31 maart.
Voorzitter:
Collega Ravyts, u had twee vragen ingediend. Ik stel voor dat u die verwerkt.
Kurt Ravyts:
Ja, mijnheer de voorzitter, ik zal beide vragen verwerken.
Het Belgian Offshore Platform, mijnheer de minister, is een van de actoren die niet tevreden zijn over uw beleid. Zij hebben u aangeschreven over mogelijke wijzigingen aan de overheidsgaranties in de toekomstige tender voor de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone.
Ik wil u echter eerst kort iets technisch vragen. Andere collega’s lijken daar minder aandacht voor te hebben, namelijk over de Europese Net-Zero Industry Act (NZIA). Mijn vraag is of deze veiling, die naar ik hoop voor 31 maart naar voren zal komen, een eerste testcase zal zijn voor de toepassing van de regels van de NZIA. Zullen die regels en voorwaarden aan bod komen, hetzij in de voorselectie, hetzij letterlijk in de gunningscriteria? Ik had u daarover een aantal technische vragen willen stellen. Zo gaat het bijvoorbeeld over de vereiste dat minstens 75 % van de gebruikte turbines niet uit China mogen komen, zoals voorzien door de Europese Commissie. Dat is maar één voorbeeld, maar ook dat zal een invloed hebben op die tender.
Wat betreft de mogelijke wijzigingen aan de overheidsgaranties is er grote ongerustheid. Volgens het Belgian Offshore Platform dreigt de aanbesteding te mislukken door een uitholling van de verschillende overheidsgaranties. U zou bezig zijn met een uitholling daarvan.
We weten dat er momenteel, zoals voorzien, een prijsgarantie zou zijn via een contract for difference . Er zou echter iets aan de hand zijn met de langetermijncontracten, de PPA’s, waarbij u zou toelaten dat ontwikkelaars tot 75 % – niet 50 %, maar 75 % – van de stroomproductie rechtstreeks zouden kunnen verkopen aan grote industriële afnemers of bedrijven. Bovendien zouden ontwikkelaars in die context vrij hun verkoopprijs kunnen bepalen. Aanvankelijk was er een limiet van maximaal 3 euro per megawattuur boven het ingediende gegarandeerde prijsniveau bepaald.
Ook het voorziene vangnet zou dan wegvallen. Als een industriële afnemer binnen 20 jaar zou wegtrekken of failliet zou gaan, zou de windparkuitbater eerst kunnen terugvallen op de door de overheid gegarandeerde prijs, maar de ondertekenaars van de brief vrezen dat door de mogelijke aanpassingen speculatieve partijen de veiling naar hun hand kunnen zetten.
Wat is uw reactie op deze bezorgdheden van het Belgian Offshore Platform? Denkt of meent u – wellicht niet, maar ik vraag het toch – dat het BOP een punt heeft wanneer het stelt dat mogelijke wijzigingen aan de overheidsgaranties tot minder concurrentie in de veiling zouden kunnen leiden, met hogere elektriciteitsprijzen voor consumenten en industrie tot gevolg?
Vreest u dat bij een gebrek aan indekking door de overheid geen geïnteresseerde kandidaten zullen bieden, gelet op recente mislukte aanbestedingen in de buurlanden?
Ten slotte is er nog Ventilus. Er wordt gevraagd om een sluitende garantieregeling met financiële compensaties indien de netversterking niet tijdig klaar raakt. Dank u wel.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, nous avons découvert dans la presse, la semaine dernière, la lettre envoyée par la Belgian Offshore Platform , la fédération regroupant les poids lourds de l’éolien et des activités offshore , nous avertissant de la possibilité d’échec de l’appel d’offres pour les zones éoliennes "Princesse Elisabeth", et appelant à l’ouverture d’un dialogue approfondi.
Quel est votre avis sur les inquiétudes des acteurs qui vous ont été relayées? Pouvez-vous nous détailler les mesures que vous comptez prendre pour répondre à ces problèmes mis en exergue?
Par ailleurs, pouvez-vous confirmer ou infirmer la disparition de la clause mettant en place le système de compensation financière, dit "CFD", en cas de variation des prix?
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, de collega's hebben de context al voldoende geschetst. In de pers konden we de berichtgeving over de brief van het Belgian Offshore Platform (BOP) lezen met betrekking tot de tender van de Prinses Elisabethzone. De regering had eerder al de sites aangepast en de vorige tender uitgesteld. Door vertragingen in die tender dreigt u zichzelf de gracht in te rijden.
De sector wijst erop dat voor een tijdige ontwikkeling de tender tegen eind maart 2026 zou moeten zijn uitgeschreven. De tijd dringt dus, te meer omdat u nog een aantal procedures moet doorlopen. Tegelijkertijd spreekt men van gewijzigde modaliteiten die in de sector heel gevoelig liggen omdat dat ook hun hele proces mogelijkerwijs beïnvloedt.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Wanneer kan de veiling gelanceerd worden? Welke timing zal gehanteerd worden? Kunt u een duidelijke kalender geven met de beslissing van de ministerraad, het advies van de Raad van State, de beslissing van de Europese Commissie, het lanceren van de veiling, de tijd om een bod in te dienen en om de winnaar toe te kennen en de constructietermijn? Dat is een heel eenvoudige tijdlijn.
Zoals de heer Ravyts al zei, lezen we in de berichtgeving over de brief van het BOP dat u van plan bent om de overheidsgaranties uit te hollen. Dat zou kunnen leiden tot speculatieve biedingen die nadien niet waargemaakt kunnen worden. We hebben dat ook zien gebeuren in het buitenland, bijvoorbeeld in Nederland en Denemarken. Men zou kunnen denken dat een ezel zich niet stoot aan een steen waaraan een ander zich al heeft gestoten, dus ik wil u vragen of u van plan bent de overheidsgaranties uit te hollen of niet.
Wat betreft de burgerparticipatie, wij horen dat u dat eventueel zou schrappen. Wij vinden dat de mogelijkheid voor burgers om te investeren in windmolenparken zorgt voor meer draagvlak bij de bevolking. Dat activeert bovendien een moeilijk te activeren vorm van kapitaal; het hoeft niet altijd een Einsteinrekening te zijn, nietwaar mijnheer Coenegrachts?
Ten slotte, wat betreft de Net-Zero Industry Act – het is niet aan ieders aandacht ontsnapt –, wilde ik u vragen welk niet prijscriteria u zult opnemen in de uit te schrijven tender.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, le secteur éolien offshore belge tire à nouveau la sonnette d'alarme. Depuis longtemps, les inquiétudes étaient adressées de manière informelle. Ici, le secteur a passé un cap en vous écrivant directement une lettre pour mettre clairement les points sur les "i".
La nouvelle concession en mer du Nord avait été reportée en juin dernier. Vous nous aviez promis que le retard serait limité, et vous vous étiez engagé à effectuer la mise aux enchères au mois de mars. En effet, des parcs éoliens supplémentaires sont indispensables à notre sécurité d’approvisionnement.
Les acteurs industriels de l’éolien et les coopératives citoyennes sont pourtant très inquiets. Le timing ne sera pas rempli. La viabilité économique, concurrentielle et sociétale du cadre envisagé est mise en doute. Selon ces acteurs, le prochain appel d'offre risque d'échouer. Le risque, c’est donc que le parc éolien ne soit pas construit.
Derrière tout cela, c'est le mode de soutien à l'éolien et les garanties apportées qui sont en question. Nous n'avons aucune transparence sur la manière dont vous voulez faire évoluer ce mode de soutien. On ne sait pas s'il y a des risques et des coûts supplémentaires. On ne connaît pas la position du gouvernement et on sait que la Commission européenne doit encore donner son feu vert.
Monsieur le ministre, c'est pourtant un dossier stratégique, à la fois pour notre sécurité d'approvisionnement, pour la transition énergétique et pour le développement économique de notre pays.
Mes questions sont les suivantes. Comment comptez-vous modifier le mécanisme de soutien à l'éolien offshore? Pouvez-vous confirmer que vous souhaitez réserver une part plus importante de l'électricité produite à des clients industriels et réduire la portion des revenus garantis par l'État? Quels sont les risques pour notre sécurité d'approvisionnement?
Que comptez-vous faire si l'appel d'offres échoue? Étant donné toutes les étapes restantes – l'approbation du gouvernement, de la CREG, de la Commission européenne pour le mécanisme de soutien –, confirmez-vous que le dossier sera bien prêt pour fin mars? Je vous remercie.
Voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Coenegrachts voor zijn vraag met een literaire titel.
Steven Coenegrachts:
De 'eindeloze traagheid', dat is waarover het ging in de brief van de windsector in De Tijd .
Mijnheer de minister, ik zag vandaag onze eerste minister blinken in Het Laatste Nieuws , naast andere regeringsleiders, bij het voornemen om veel windmolens in de Noordzee te zetten. Samen met andere regeringsleiders is de premier blijkbaar wel te verleiden om zich met ons energiebeleid bezig te houden. Dat is wel wat cynisch, aangezien hij de regeringsleider is van een ploeg die net heeft beslist om veel vertraging te veroorzaken in de creatie en de bouw van de windmolenparken in zee.
De windmolensector waarschuwt voor de gevolgen. Ik begrijp dat dit geen objectieve neutrale speler in het veld is. Het is misschien wel met een korreltje zout te nemen, maar de uitleg en de dreiging dat u ook 31 maart niet zult halen en de dreiging dat de sector niet voldoende volatiele dossiers zal produceren, dossiers die in de toekomst niet kunnen worden waargemaakt, is toch iets waarop ik vandaag graag uw reactie en uw visie zou willen krijgen.
Mijnheer de minister, hoe reageert u op die brief van de windsector? Hoe kijkt u naar de mogelijke risico's die in die brief beschreven staan? Hebt u hen al van antwoord gediend? Hebt u al een brief teruggestuurd? Wat staat daar dan in?
Wat we vooral willen weten is, is of u kunt garanderen dat die tender op tijd wordt uitgeschreven. Kunt u ook garanderen dat de voorwaarden voldoende zullen zijn om te garanderen dat kandidaten zich effectief zullen inschrijven voor de exploitatie van offshore windparken? Of hebt u daarentegen nu al indicaties dat die nieuwe voorwaarden waarover wordt gecommuniceerd partijen net zullen doen afhaken?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, j'aimerais vous interroger à propos du dossier de l'éolien offshore, sur lequel la presse a récemment attiré mon attention. En 2023, quand nous siégions ensemble dans le même gouvernement, la Belgique accueillait le North Sea Summit. Nous pouvions nous targuer, à raison, d'un parc éolien offshore pionnier. Or, à présent, alors que le troisième sommet s'ouvre en Allemagne, notre pays y fait profil bas. Que s'est-il passé, monsieur le ministre?
En replongeant dans le dossier, puisque je ne suis pas l'énergie quotidiennement, je découvre que vous avez interrompu l'appel d'offres pour l'attribution du premier lot pour le parc éolien Princesse É lisabeth moins de deux mois avant l'échéance. Je rappelle que cela faisait sept mois que l'appel d'offres était lancé, que des milliers d'heures de travail avaient déjà été investies par les candidats pour préparer leur dossier. Vous débranchez donc la prise deux mois avant l'attribution de l'appel d'offres.
À l'époque, vous avez annoncé vouloir le relancer en mars 2026. À ce moment-là, vous aviez également promis d'apporter des précisions en octobre 2025. Nous voici à la fin janvier 2026, et aucune information n'a encore été communiquée. C'est le flou complet. Le secteur est de plus en plus inquiet, au point qu'il l'a fait savoir dans un courrier qu'il vous a adressé la semaine dernière et qui a été divulgué dans L'Echo .
Un autre sujet d'inquiétude qui me tient particulièrement à cœur est, ai-je entendu dire, votre volonté d'exclure les citoyens du financement du projet. Pourtant, la participation citoyenne, via les coopératives énergétiques, est une fierté belge et un levier essentiel dans la transition énergétique. Elle permet aux citoyens de prendre part à cette transition et, accessoirement, d'en toucher directement des bénéfices. C'est quand même tout bénéf' pour tout le monde! La coopérative SeaCoop rappelle, du reste, que la participation citoyenne constitue une opportunité stratégique, apporte des financements stables, renforce l'adhésion sociale et réduit la dépendance aux grands acteurs de l'étranger. Il me semble que, dans le contexte actuel, ce sont les objectifs que nous poursuivons.
Monsieur le ministre, pouvez-vous rassurer les citoyens et les coopératives quant à leur place dans le prochain appel d'offres? S'agissant de la temporalité, quand sera-t-il publié? La date de mars prochain sera-t-elle bien respectée ou bien faut-il craindre une nouveau report?
Quelles actions menez-vous pour accélérer la réalisation des infrastructures terrestres associées, Ventilus et la boucle du Hainaut? Enfin, quelle a été la position et les acquis de la Belgique au North Sea Summit?
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, vous avez suspendu le 27 juin 2025 la procédure d'appel d'offres relative au lot 1 de la zone éolienne offshore Princesse Elisabeth. Vous indiquez vouloir rédiger un nouvel appel d'offres pour la fin du premier trimestre et mettre en place un cadre sain et concurrentiel.
La semaine dernière, nous avons appris dans la presse que de nombreux acteurs majeurs du secteur éolien offshore, belges et internationaux, font publiquement part de leurs vives inquiétudes quant au cadre actuellement en préparation. Dans un courrier adressé à votre cabinet, ils estiment que les orientations envisagées pour le futur appel d'offres s'écartent des objectifs annoncés en juin 2025 et pourraient compromettre la viabilité économique, la concurrence ainsi que la réalisation même du projet. Certains vont jusqu'à avertir que l'appel d'offres pourrait échouer faute de candidats.
On voit que le gouvernement doit subventionner massivement le secteur du privé avec de l'argent public pour l'encourager à investir. Et ce n'est même pas garanti. Selon nous, cette séquence illustre l'échec du marché pour répondre à un investissement dans la transition énergétique.
En rupture avec cette logique, nous voulons opter pour des investissements publics et une approche planifiée, sous un contrôle démocratique. Monsieur le ministre, quelle est votre réaction face à l'inquiétude du secteur? Envisagez-vous des modifications concernant cet appel d'offres? Envisagez-vous également d'autres solutions pour développer les parcs éoliens tels que des investissements publics directs? Enfin, confirmez-vous que sa version définitive sera rédigée pour la fin mars?
Voorzitter:
Wensen in dit actualiteitsdebat nog andere fracties bij de vragen aansluiten? (Neen)
Ik geef het woord aan de minister.
Mathieu Bihet:
En juin 2025, le gouvernement a décidé de mettre fin à la procédure d'appel d'offres en cours pour le premier lot de la zone Princesse Élisabeth – le premier lot offshore – en raison d'une incertitude juridique susceptible de compromettre le bon déroulement de cet appel d'offres. À la fin de l'année dernière, le kern a, sur ma proposition, approuvé de nouveaux principes en vue de la relance de l'appel d'offres, dans un cadre moderne et transparent. Ce nouveau cadre doit d'ailleurs permettre d'assurer une concurrence suffisante, bénéfique tant pour les pouvoirs publics que pour les citoyens.
Die elementen worden nu geïntegreerd in het nieuw aanbestedingskader, waarvoor deels een voorstel van de CREG vereist is. Dat voorstel wordt begin februari verwacht.
De beslissingen, die door de administratie al konden worden ingevoerd in het koninklijk besluit inzake de tender, werden reeds verwerkt en voor bemerkingen bezorgd aan de interkabinettenwerkgroep.
Une fois cette proposition intégrée, nous prévoyons évidemment d'organiser une phase d'information et de consultation supplémentaire avec le secteur, afin de lever d'éventuelles ambiguïtés et de garantir un appel d'offres compétitif. Nous continuons donc de travailler avec le secteur, comme nous l'avons fait auparavant. Il y a déjà eu plusieurs moments de concertation, comme notamment en décembre dernier lors de ma visite à la Belgian Offshore Platform (BOP) à Ostende.
Het blijft de ambitie om de tender in het voorjaar van 2026 te lanceren, zodra het herziene regelgevend kader is aangenomen en gevalideerd in het licht van de Europese staatssteunregels, in het bijzonder het nieuw NZIA-kader.
Pour répondre plus précisément à votre question, je ne sais pas encore, à ce stade, si le tender (appel d'offre) des Pays-Bas a été validé ou non par la Commission européenne. Par exemple, je ne peux pas vous dire pour l’instant si nous sommes les premiers, si nous ne le sommes pas, ni où nous en sommes exactement. Toujours est-il que les Pays-Bas ont la même approche que nous à ce niveau.
Cette approche doit permettre de garantir un cadre juridiquement robuste, offrant un climat d’investissement attractif et stable, afin que l’appel d’offres puisse être lancé dans des conditions qualitatives – comme je le disais tout à l’heure – et que la concurrence soit facilitée au maximum.
En ce qui concerne Ventilus, il faut une solution équilibrée dans laquelle le producteur sera couvert au mieux, sans pour autant transférer des risques déraisonnables sur le consommateur, car en fonction de la garantie, il s’agit évidemment d’un transfert de risque qui a un impact sur le prix.
La proposition de la CREG relative à l’arrêté royal "Liabilities", qui prévoit un mécanisme d’indemnisation au profit des détenteurs concernés d’une concession domaniale en cas de retard de mise en œuvre ou d’indisponibilité totale ou partielle du MOG, sera prochainement validée par le Conseil des ministres.
Enfin, je peux vous assurer que l’ambition belge en matière d’éolien offshore demeure pleinement intacte et inchangée. La décision de réviser le cadre de l’appel d’offres, visant précisément à en garantir la mise en œuvre durable, est juridiquement sûre et évidemment au meilleur prix pour tous. C’est cette approche qui présidera également au lancement du second tender qui suivra.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, u sloot af met de mededeling dat België nog altijd de ambitie heeft om te investeren in hernieuwbare energie. Dat is heel goed, maar ook heel erg nodig. Recent zag ik immers een grafiek waarin alle Europese landen werden vergeleken op het aandeel hernieuwbare energie in hun energieverbruik. België stond onderaan, en dan bedoel ik echt helemaal onderaan in dat overzicht.
Er is dringend nood aan meer investeringen in hernieuwbare energie. U hebt de ambitie uitgesproken om daarvan werk te maken. U hebt de procedures toegelicht. Het is inderdaad belangrijk dat het een juridisch sterk kader betreft. Naast het feit dat het juridisch allemaal correct moet zijn, is snelheid natuurlijk ook een belangrijke parameter, als men luistert naar de oproepen van de windsector en veel andere spelers.
Ik doe dus nogmaals een oproep. U spreekt nu over voorjaar van 2026. Het is belangrijk dat het juridisch kader zo snel mogelijk wordt vastgesteld, zodat we zo snel mogelijk de eigen windenergie op onze zee kunnen benutten. Dat is echt de oplossing voor de toekomst en daarvan moeten we werk maken.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, Ik ga ervan uit dat de CREG volgende week dus nog een belangrijke insteek zal geven voor het nieuw aanbestedingskader, waaronder de voorwaarden van de gunningscriteria. Dat zal blijken als dat nieuw kader effectief een waarborg zal bieden voor de goedkoopste eindprijs voor consumenten en bedrijven. Dat is immers wat de Vlaams Belangfractie finaal politiek interesseert in heel het offshore verhaal.
Een overlegfase met de sector zou volgens u duidelijkheid scheppen en hun ongerustheid wegnemen. Dat gaf u althans tussen de lijnen door te kennen. We zullen in de komende weken kunnen zien of dat effectief het geval is.
Marc Lejeune:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Nous sommes heureux d'entendre que vous conservez toute l'ambition que nous avions au départ d'investir dans l'éolien offshore, vous savez que cela vise aussi à la décarbonation de nos énergies et surtout à plus d'autonomie. Nous attendons donc le printemps avec impatience pour découvrir où nous en serons à ce moment-là. Nous espérons que l'issue sera positive, merci.
Jeroen Van Lysebettens:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Inzake de timing geeft u een aantal stappen in het proces aan, maar niet het vervolgtraject richting implementatie. U spreekt over de timing van het uitschrijven van de tender. Zoals de heer Seuntjens heeft opgemerkt, spreekt u over het voorjaar van 2026 en niet langer over het eerste kwartaal van 2026, eind maart. Er begint dus langzamerhand wat rek te komen in uw discours. We zullen zien hoe snel u handelt.
Met betrekking tot het nieuwe kader hebt u heel weinig gezegd over de regels rond burgerparticipatie. U bent ook niet ingegaan op mijn argumenten daaromtrent. Ik wil nogmaals benadrukken dat het voor dergelijke projecten cruciaal is om bij de burgers draagvlak te creëren. Die burgerparticipatie kan bovendien ook een financiële methode zijn. Het is een vorm van kapitaal die vandaag stilstaat. De ontwikkeling van windmolenparken op zee is zeer kapitaalintensief. Het lijkt me zeer verstandig om de beschikbare kapitaalstromen in dit land daarvoor te activeren en te gebruiken. Ik zal er ook op toezien dat u in de toekomst bij de uitwerking van het kader daar aandacht aan besteedt.
Éric Thiébaut:
Merci, monsieur le ministre, mais la fin mars n’est pas loin et nous n’avons malheureusement reçu aucune réponse concrète sur l'éventuelle évolution du dispositif de soutien à l'éolien. On ne sait pas si l'appel d'offres se soldera par un échec ou par un succès ni si la Commission européenne donnera son feu vert sur ce dossier. Vos réponses d’aujourd’hui ne suffiront pas – on s'en doute bien – à supprimer les craintes des industriels et des coopératives. Monsieur le ministre, il s’agit là d’un dossier crucial pour notre sécurité d'approvisionnement et, pour l’heure, vous n'avez pas levé nos craintes à cet égard.
Sarah Schlitz:
Mille milliards, ça en fait, de l'argent. Mille milliards, c'est le montant conséquent que le secteur éolien s'est engagé à investir en mer du Nord lors du North Sea Summit , avec, à la clé, la création de 91 000 emplois si les objectifs – très ambitieux certes – sont atteints. Encore une fois, on voit là à quel point l'écologie – si c'est l'option finalement choisie – est l'avenir de l'économie. Et ce dossier nous le montre très concrètement: des emplois locaux, de qualité et qui renforceront l'autonomie européenne et, surtout, de l'énergie propre et bon marché pour nos concitoyens, pour qu'ils parviennent à payer leurs factures à la fin du mois.
La Belgique a toujours été pionnière en matière d'éolien offshore . Nous devons aujourd'hui maintenir notre position de leader mondial dans ce secteur et accélérer la transition nécessaire sur tous les plans. Je vous entends dire que vous voulez en effet poursuivre ces objectifs, mais rien ne bouge à l’heure actuelle. C'est le secteur qui le dit.
Les règles – je cite – "reviennent à affaiblir la concurrence entre les soumissionnaires et conduiront à un prix de l'électricité structurellement plus élevé pour l'industrie belge si la mise aux enchères échoue". Cela signifie que vous êtes potentiellement aujourd'hui en train de faire échouer ce projet, qui est essentiel pour une énergie propre et à bas prix, elle-même indispensable pour notre autonomie énergétique dans cette période d'instabilité internationale cruciale.
Vous parliez de mars, vous nous parlez aujourd’hui du printemps… on connaît la technique. Qu’en sera-t-il finalement? Le 20 juin? Est-ce l'idée?
Par ailleurs, nous n'avons pas de réponse sur le rôle que les citoyens pourront jouer dans ce nouvel appel d'offres. Je pense que c'est extrêmement dommageable. On sait à quel point il est utile et indispensable pour l'adhésion des citoyens, mais aussi pour permettre aux citoyens de prendre pleinement part à cette transition énergétique, de permettre aux coopératives citoyennes, aux citoyens, d'investir leur argent dans ce secteur d'avenir. Il n'y a donc aucune raison de les en exclure. Je compte donc sur vous pour maintenir ce cap et cette réputation de la Belgique. Je vous remercie.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, je vous le disais déjà il y a un an, on ne peut pas se permettre de prendre du retard dans le développement du secteur des énergies renouvelables à cause des aléas du marché libre, justement. Permettez-moi de vous dire que vous êtes le ministre du retard.
Vous dites que vous serez prêt pour le printemps, si j'ai bien compris, mais le secteur a des doutes et n'est vraiment pas rassuré. Ce dont on a besoin, c'est de changer radicalement de cap et de reprendre en main le secteur de l'énergie. On a besoin d'investissements 100 % publics pour assurer la transition énergétique vers plus de renouvelable. Merci.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar net zoals veel collega's blijf ik ongerust wanneer ik u over de timing hoor spreken. Ik ben eigenlijk niet verbaasd, want de arizonaregering heeft de gewoonte om nogal losjes om te gaan met deadlines. Het zomerakkoord was ook pas rond in november en het novemberakkoord in december.
De realisatie van offshore wind is cruciaal. Uit de Elia Blueprint, de studies van het Planbureau en alle andere studies blijkt dat we die energie absoluut nodig hebben op lange termijn en dat we niet lang kunnen wachten met de realisatie ervan. Het feit dat u vandaag zegt niet te weten of het tegen 31 maart rond zal zijn en dat we wel ergens in het voorjaar zullen zien, doet mij vrezen dat het pas tegen de zomer in orde zal komen. Wat doet dat dan met de realisatietermijn? Wanneer leveren die elektriciteit aan het net? Daarover maak ik mij toch bijzonder grote zorgen.
Ik hoorde collega's van de meerderheid hier opgelucht ademhalen omdat u bevestigde dat u nog altijd de ambitie hebt om hernieuwbare energie te creëren. Mij stelt dat niet gerust, want u hebt nog een veel grotere ambitie om nucleaire energie te realiseren en op dat vlak staan we nog helemaal nergens.
Ik blijf dit dossier dus met veel ongerustheid opvolgen en u daarover vragen stellen, in de hoop dat we heel snel realisaties op zee zullen zien.
Voorzitter:
Vraag nr. 56011543C van de heer Wollants wordt uitgesteld.
De energienorm en de voorzieningen van Fluxys
De invoering van de energienorm zoals in eerste lezing goedgekeurd op de ministerraad van 23/12
De energieprijzen voor de chemische industrie in de Antwerpse haven
De invoering van de energienorm
De energieprijzen voor onze (Antwerpse) chemische industrie
Energiebeleid, normen en prijzen voor de chemische industrie in Antwerpen
Gesteld door
PTB
Roberto D'Amico
VB
Kurt Ravyts
Vooruit
Oskar Seuntjens
CD&V
Tine Gielis
PVDA
Robin Tonniau
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de energienorm van 1 miljard euro (2026-2029) om energie-intensieve bedrijven te ondersteunen, maar met kritiek op de financiering via Fluxys (300 miljoen euro) die volgens oppositie (o.a. D’Amico, Ravyts) leiden zal tot hogere kosten voor KMO’s en huishoudens. Minister Bihet bevestigt de tijdelijke steun via het Europese CISAF-kader en structurele tariefverlagingen, maar erkent dat de lastenverschuiving naar andere gebruikers (via CREG) nog moet worden gecompenseerd – details volgen in een koninklijk besluit. Industrie en haven (o.a. Seuntjens, Tonniau) waarschuwen voor massale banenverlies (BASF, Envalior, Vioneo) door hoge energieprijzen, gebrek aan groene methanol/waterstof en Amerikaanse/Chinese concurrentie, terwijl Bihet import als oplossing noemt en structurele investeringen belooft. Tonniau en Gielis (cd&v) eisen snellere tariefverlaging en bindende voorwaarden (behoud jobs/investeringen) bij steun, maar Bihet blijft vaag over concrete timing en garanties. Seuntjens (N-VA) bekritiseert EU-beleid (o.a. Mercosur-blokkade) als medeoorzaak, terwijl Tonniau de regering beschuldigt van gebrek aan langetermijnvisie.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, la presse indique que le gouvernement souhaite financer une réduction de la facture énergétique pour les gros consommateurs en prélevant les provisions de Fluxys, ce qui, selon le gestionnaire du réseau de gaz, pourrait faire augmenter la facture des autres entreprises et des ménages Confirmez-vous la volonté d'utiliser les moyens financiers de Fluxys? Quel sera l'impact sur les factures des PME et des ménages?
Voorzitter:
Mijnheer D’Amico, u was heel bondig. Mijnheer Ravyts, u kunt dat ook.
Kurt Ravyts:
Bwah.
Eindelijk zijn een aantal actoren tevreden, zoals het VBO, de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka en de energie-intensieve nijverheid in dit land. De invoering van de energienorm in eerste lezing op 23 december 2025 is namelijk eindelijk gebeurd.
Mijnheer de voorzitter, ik zal het kort houden. De norm is een combinatie van een structurele verlaging van de elektriciteitstransmissienettarieven met een tijdelijke steun via het Europese kader voor staatssteun, zijnde CISAF.
Mijnheer de minister, wij weten dat rond de structurele maatregel ook de elektriciteitswet zal moeten worden aangepast, zodat de CREG op tarifair gebied structurele kortingen op de nettarieven zou kunnen invoeren. Dat gebeurt trouwens ook in de buurlanden. Het nadeel is wel dat de kosten daarvan natuurlijk over de andere categorieën gebruikers zullen worden gespreid. U geeft aan dat er wel fiscale maatregelen zouden zijn om hen te compenseren.
Het voorziene budget voor de energienorm voor de hele legislatuur zou ongeveer 1 miljard euro bedragen. Daar zit ook nog een kwestie bij van een uitzonderlijke ontvangst van 300 miljoen euro bij Fluxys, die op een wachtrekening of een regularisatierekening is geplaatst.
Ik heb enkele vragen over de energienorm.
Kunt u de nodige toelichting geven bij het luik aanpassing van de elektriciteitswet en de aanwending van de tarifaire methodologie? Kunt u daar een tijdpad voor geven en dat technisch uitleggen?
Wat betekent dat voor andere categorieën gebruikers?
Wat bedoelt u met compensatie via fiscale maatregelen in die context?
Wat behelst het passend compensatiemechanisme voor bedrijven die niet in aanmerking zouden komen voor de korting?
Gebeurt de aanvullende financiering via de Fluxysmiddelen? Is dat juridisch waterdicht? Kunt u ook daarbij meer toelichting geven?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, ik weet niet of u ooit Antwerpen hebt bezocht, maar er zijn weinig dingen zo mooi als de lichtjes van de haven in de verte te zien vanaf de Scheldekaaien. Antwerpenaren zijn bijzonder trots op dat prachtige schouwspel dat hen op het wereldtoneel plaatst. De laatste tijd is er echter weinig goed nieuws over de haven. Verschillende geplande investeringen gaan niet door. Recent koos het bedrijf Vioneo voor China in plaats van Antwerpen voor de realisatie van een miljardenproject. Ook de chemiereus BASF kondigde aan tegen 2028 banen te schrappen. Recent liet ook het bedrijf Envalior weten haar glasvezelfabriek in de haven te zullen sluiten. Het ziet er dus niet zo goed uit. In de eerste plaats is dat een probleem voor alle mensen die rechtstreeks betrokken zijn. Ik hoop dat de meesten van hen hun job kunnen behouden.
Er tekent zich een grotere tendens af die bijna alle Belgen zorgen zou moeten baren. Onze haven en onze industrie zijn de concurrentiestrijd tegen Amerika en China aan het verliezen. Daar moeten we iets aan doen, want de achteruitgang van de haven is als een gigantische dominosteen. Als die valt, kan die een kettingreactie ontketenen die uitmondt in gigantische sociale drama's. De werknemers in de chemie, de havenarbeiders, de dokwerkers, de toeleveranciers en de werknemers in de logistiek hebben nood aan zekerheid.
Veel politici zijn bezorgd hierover en vinden het belangrijk om ook actie te ondernemen. Dat doen we vandaag ook met de energienorm voor bijna 1 miljard euro. Dat is een zeer belangrijk signaal.
Mijnheer de minister, welke signalen krijgt u vanuit het werkveld? Volstaat de energienorm? Zijn er volgens u op Europees niveau andere zaken nodig? Ik denk hierbij vooral aan de Clean Industrial Deal. Zal dat onze haven effectief kunnen ondersteunen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, we blijven in de provincie Antwerpen, maar we gaan van de haven naar de Kempen, ook een heel belangrijke regio in de provincie Antwerpen. Zoals u misschien nog niet weet, ben ik zelf 36 jaar werkzaam geweest in de petrochemische industrie, in het hart van de Kempen.
Met mijn tussenkomst wil ik vandaag vooral proberen om – als politici geven wij onze burgers immers graag een naam – een spreekbuis te zijn voor de 400 collega’s met wie ik gedurende 36 jaar heel nauw heb samengewerkt. Uiteraard zou het te ver gaan om 400 namen op te noemen, maar ik wil toch graag in hun naam een noodkreet laten horen. We willen voorkomen dat niet alleen in de haven en in de rest van ons land, maar zeker ook in de Kempen, de welvaart onder grote druk komt te staan door de dreiging die vandaag boven hun hoofd hangt.
In dat kader heb ik ook contact opgenomen met essenscia, want na 36 jaar dienst hebben we uiteraard een goede relatie opgebouwd met die beroepsfederatie. Ik wil dan ook een aantal zaken benoemen en u vragen om daar heel concreet mee aan de slag te gaan.
U hebt vlak voor de kerstperiode al een eerste grote stap gezet door de reductie van de transmissietarieven aan te pakken, maar ook door de omzetting van de Europese staatssteunprincipes, waarover hier al sprake was.
De industrie vraagt vooral dat de transmissienettarieven op korte termijn worden aangepakt, bij voorkeur nog dit jaar, omdat dit dreigt uit te groeien tot een structureel probleem. Daarvoor zijn twee politieke stappen noodzakelijk. Enerzijds is er de elektriciteitswet, die hier ook al aan bod kwam, en anderzijds is er een wijziging van de accijnzen, waarvoor eveneens initiatief moet worden genomen, zodat de CREG de volgende stappen kan zetten.
Wat het CISAF betreft, moeten er ook vier stappen worden gezet. Dat begint met de aanpassing van de elektriciteitswet in een eerste fase. Daarvoor moeten uitvoeringsbesluiten worden opgesteld. Vervolgens moet er – en dat is een zeer belangrijke stap – een samenwerkingsakkoord worden gesloten tussen de gewesten en het federale niveau. Uiteindelijk moet dan de Europese Commissie worden betrokken met het doorlopen van de aanmeldingsprocedure.
Mijn vragen aan u, mijnheer de minister, zijn dan ook zeer concreet. Kunt u bevestigen dat de reductie van de transmissienettarieven voor de industrie prioritair zal worden geïmplementeerd? Wat is de timing die u voorziet voor de verlaging van de accijnzen op elektriciteit? Kunt u bevestigen dat de federale regering ernaar streeft om vóór de zomer van 2026 alle noodzakelijke stappen af te ronden, zodat de implementatie van de energienorm in 2026 verzekerd is?
Mijn 400 collega’s van INEOS Geel zullen u daarvoor zeer dankbaar zijn.
Robin Tonniau:
Mijnheer de voorzitter, sorry voor de onderbreking, maar mijn vraag nr. 56012925C heeft eigenlijk dezelfde titel als die van collega Seuntjens. Het gaat in wezen over hetzelfde debat. Misschien is het goed dat ik die ook nu mag stellen, anders moeten we straks opnieuw hetzelfde debat voeren. Ik weet niet of dat voor u past, mijnheer de minister?
Mathieu Bihet:
Monsieur le président, comme j'ai préparé deux documents différents, je répondrai, si cela convient aux collègues. Je réponds directement à votre question dans le même débat. Cela ne pose aucun problème.
Robin Tonniau:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Het is al gezegd, Vioneo heeft een zeer innovatieve en fossielvrije productietechnologie ontwikkeld om kunststoffen te produceren op basis van CO ₂ en waterstof. Zij hebben nu beslist om een fabriek niet in Europa te bouwen, maar in China. Het gaat om een uniek industrieel project met een zeer grote strategische en klimaatgerelateerde meerwaarde voor Antwerpen, voor Vlaanderen, voor Belgi ë en voor Europa.
Vioneo geeft zelf aan dat die beslissing onder meer te maken heeft met de beschikbaarheid van groene methanol in de Antwerpse haven, een essentiële grondstof voor het productieproces, samen met de hoge energiekosten in ons land. Nochtans was in België het Power to Methanol-project gepland, dat groene methanol zou produceren. Dat project werd intussen alweer stopgezet, nog voor het echt op de rails stond.
Kunt u toelichten waarom het Power to Methanol-project werd stopgezet? Erkent u dat het wegvallen van dit project een doorslaggevend element is geweest in de beslissing van Vioneo om niet in België te investeren? Welke concrete maatregelen neemt u om de beschikbaarheid van groene moleculen, zoals groene methanol, in België te verzekeren?
Daarnaast kondigde de regering een tijdelijke steunmaatregel van bijna 1 miljard euro aan voor energie-intensieve industrieën om de hoge energieprijzen te compenseren. Op basis van welke criteria zal die steun worden toegekend? Welke voorwaarden worden opgelegd aan bedrijven die deze steun zullen ontvangen, bijvoorbeeld op het vlak van tewerkstelling, investeringen en lokale verankering? Hoe vermijdt u dat deze middelen uiteindelijk zullen doorstromen naar buitenlandse holdings die het geld elders willen investeren, zoals we recent gezien hebben bij BASF, waar miljarden euro’s uit Antwerpen werden weggehaald en honderden jobs werden geschrapt, ondanks overheidssteun?
Waarom wordt het budget niet structureel ingezet om als overheid zelf te investeren in hernieuwbare energieproductie en zo de energieprijzen duurzaam te drukken, in plaats van tijdelijke compensaties zonder structurele oplossingen?
Tot slot is er ook het dossier Envalior, het vroegere LangSys, dat de sluiting van zijn glasvezelfabriek in het Oost-Vlaamse Kallo aankondigde, met het verlies van 220 directe jobs, zonder de verloren jobs van de onderaannemers mee te tellen. Ook hier wordt opnieuw gewezen op de hoge energiekosten als belangrijke factor.
Mijnheer de minister, welke maatregelen neemt u om herstructureringen zoals bij Envalior te voorkomen? Welke perspectieven biedt u aan de betrokken werknemers en hun gezinnen? Hoe zorgt u ervoor dat de industriële jobs en de chemische sector in ons land behouden kunnen blijven? Dank u wel, mijnheer de minister.
Mathieu Bihet:
Mijnheer de voorzitter, het is voor mij het gemakkelijkst om te beginnen met de vraag van de heer Tonniau.
Mijnheer Tonniau, de beslissingen om al dan niet te investeren in het privéproject zijn voor rekening van de projectpromotoren in kwestie en zijn vaak een complex geheel van overwegingen. Over de beweegredenen van een individueel bedrijf kan ik mij niet uitspreken.
Met betrekking tot de beschikbaarheid van groene methanol, is het al langer duidelijk dat lokale productie van waterstof in onze regio moeilijk te realiseren is tegen competitieve prijzen. Dat heeft te maken met de beperkte beschikbaarheid van hernieuwbare energie, maar ook met de hoge duurzaamheidsvereisten die aan dergelijke RFNBO worden gesteld. Om die redenen zet de actuele federale waterstofstrategie dan ook in op de invoer van zowel waterstof als afgeleide moleculen zoals methanol, om aan de vraag te voldoen, aangezien de technologie zich niet ontwikkelt zoals voorzien. In de praktijk zien we ook concrete projecten die inzetten op de invoer van die moleculen.
Het stimuleren van het gebruik van methanol in de industrie behoort tot de bevoegdheid van de gewesten. Groene methanol draagt bij aan de industriedoelstellingen, voor zover die voldoet aan de opgelegde duurzaamheidsvereisten en de gedelegeerde handelingen.
Met betrekking tot uw vraag inzake de energiekosten verwijs ik naar mijn antwoord op de vragen over de energienorm, die nu aan de orde zijn.
En effet, le 23 décembre 2025, le Conseil des ministres a approuvé en première lecture, sur ma proposition, un avant ‑ projet de loi permettant de recourir au nouveau cadre europ é en des aides d ’É tat, le CISAF, section 4.5, publi é le 25 juin 2025. Ce cadre permet aux É tats membres d'accorder un soutien sur le prix de l ’é lectricit é à certaines entreprises, à condition que celles ‑ ci contribuent concr è tement à la d é carbonation ou à la flexibilit é .
Monsieur Seuntjens, s’agissant de notre industrie, prenons l’exemple du secteur de la chimie: la surcapacité, une demande plus faible que prévu et une concurrence acharnée de rivaux chinois à bas coût frappent ce secteur en plein cœur. À cela s’ajoutent des coûts énergétiques élevés et un cadre réglementaire contraignant. La taxe américaine de 15 % sur les importations en provenance d’Europe accentue encore la pression sur l’industrie européenne.
Le soutien à nos entreprises, en particulier celles fortement consommatrices d’électricité, ne nécessite donc pas une seule mesure, mais bien un ensemble de mesures. Des solutions à court terme doivent être mises en place. De plus, des solutions structurelles doivent être envisagées pour permettre de la prédictibilité à nos entreprises. Enfin, je ne vous apprends rien en vous rappelant que des investissements dans le réseau et dans les nouvelles capacités sont primordiaux.
In dat kader beoogt de regering een energienorm in te voeren die tot doel heeft de concurrentiekracht van energie-intensieve ondernemingen te ondersteunen en tegelijkertijd hun overgang naar een moderne en weerbare economie te versnellen. Voor de periode 2026-2029 zullen de middelen worden ingezet die in het regeerakkoord zijn voorzien, aangevuld met middelen afkomstig van Fluxys.
À ce titre, le mécanisme de financement par les moyens de Fluxys est en cours d’élaboration, en concertation avec le ministre des Finances. Si la voie fiscale est privilégiée, comme c’est le cas, c’est donc le ministre Jambon qui est compétent pour cela. Les modalités définitives d’application du cadre CISAF seront fixées en concertation avec les acteurs concernés, étant entendu que ces conditions ne seront pas définies dans la loi, mais dans l’arrêté royal qui viendra compléter le texte actuellement soumis au Conseil d’État, pour répondre à Mme Gielis. Le projet détaillé de la norme énergétique sera formellement soumis à la Commission dès qu’un accord aura été trouvé sur l’ensemble des modalités, conformément aux règles européennes en matière d’aides d’État.
En outre, et compte tenu de l’ambition de ce gouvernement, l’avant-projet de loi prévoit également une ligne directrice tarifaire permettant à la CREG d’opérer une intervention structurelle dans le régime tarifaire. Cette disposition a été formulée dans le respect de la compétence exclusive et de l’indépendance du régulateur. L’application potentielle de cette ligne directrice sera accompagnée d’un mécanisme de compensation pour les autres utilisateurs susceptibles d’être impactés négativement, mécanisme sur lequel nous travaillons actuellement.
Le gouvernement soutient la compétitivité de manière temporaire via le CISAF, de manière structurelle par la voie tarifaire, et à long terme par le développement et le maintien de capacités structurelles décarbonées. Le message de ce gouvernement est donc clair: la Belgique redevient un pays où il est possible d’investir, de produire et d’innover, même dans le cadre d’une transition énergétique nécessaire mais profonde. Je vous remercie.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, si le gouvernement va chercher 300 millions d'euros dans les caisses de Fluxys, une fois de plus, ce seront les consommateurs qui paieront. Vous ne remettez d'ailleurs pas ce point en cause mais vous le renvoyez vers votre collègue Jambon, tout comme pour la hausse des accises sur le gaz. En fait, dès lors que vous décidez d'augmenter la facture, la patate chaude est renvoyée vers un autre ministre.
Pourtant, vous n'êtes qu'un seul gouvernement. La responsabilité vous incombe donc aussi.
Monsieur le ministre, nous ne manquerons pas de suivre le dossier. J'ai d'ailleurs également introduit une question écrite pour avoir plus de détails à cet égard.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. We blijven wel met een aantal technische vragen rond dat dossier zitten. We zijn uiteraard tevreden dat er al een voorontwerp is en dat daarover in eerste lezing een principieel akkoord is. Er zijn inderdaad tabellen opgenomen in de meerjarenbegroting.
De heer D’Amico heeft echter een punt wat Fluxys betreft, want ook ik vrees dat die kosten zullen worden doorgerekend door de netbeheerder. Dat is een eerste punt. Daarnaast ben ik niet volledig gerustgesteld inzake de wijziging van de elektriciteitswet, die de CREG – die inderdaad bevoegd is – de mogelijkheid geeft om tarifair op te treden. De vraag is of die kosten niet zullen worden gespreid over de andere categorieën van gebruikers. Dat zullen we finaal kunnen beoordelen wanneer het koninklijk besluit, dat momenteel bij de Raad van State voorligt, definitief is goedgekeurd en we kunnen er uiteraard op terugkomen bij de bespreking van de begroting en van de beleidsnota.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Interessant is dat we gisteren in de Antwerpse gemeenteraad een gelijkaardig debat hebben gevoerd. Daarbij werd eveneens verwezen naar de hoge energiekosten, die daartoe uiteraard de aanleiding vormden. Er was in dat debat een opmerkelijk moment waarop Peter Mertens van de PVDA stelde dat het deels onze eigen schuld is, omdat wij ervoor hebben gekozen sancties op te leggen aan Rusland. Volgens hem hadden we zo dom niet moeten zijn om dat te doen.
Die redenering deel ik absoluut niet. Ik ben van oordeel dat we dictators niet moeten steunen. Integendeel, we moeten vooral kijken naar andere afzetmarkten en op zoek gaan naar nieuwe bondgenoten in een wereld die steeds vijandiger wordt. Rusland is voor mij geen betrouwbare partner, maar ook de Verenigde Staten, met Donald Trump in het Witte Huis, zijn dat de laatste tijd absoluut ook niet.
Ik vind het dan ook jammer dat alle partijen die hier net het woord namen, de PVDA, het Vlaams Belang, maar ook cd&v, aangeven dat ze dat heel erg jammer vinden, maar op Europees niveau een duidelijke kans hebben gemist om op zoek te gaan naar nieuwe bondgenoten. Dan gaat het natuurlijk over Mercosur, waarmee wij echt een kans hadden die superbelangrijk was geweest voor onze industrie om een nieuwe markt aan te boren. Die kans hebben wij echter laten liggen. Het is dus makkelijk om, enerzijds, hier te roepen dat alles heel erg is maar, anderzijds, in het Europees Parlement tegen de industrie te stemmen en ook tegen alle mensen die daar werken. Als wij hun jobs willen verzekeren voor de toekomst, mogen wij de kans niet laten liggen om ook te zoeken naar andere partners in een wereld die steeds gevaarlijker wordt.
Tine Gielis:
Mijnheer Seuntjens, daarop wil ik toch even inspelen. Vooraleer de hand uit te steken naar andere partners, vind ik het heel belangrijk om erover te waken dat de basis hier zelf op orde is. Dat is op dit moment niet het geval, want het speelveld is niet gelijkwaardig. Dat is de reden waarom cd&v dat standpunt heeft ingenomen.
Mijnheer de minister, ik wil mij nu vooral tot u richten, want ik ben al heel blij dat u al een goede stap in de juiste richting hebt gezet.
Ik ben nog niet gerustgesteld in wat Essenscia heel sterk gevraagd heeft, namelijk om toch al iets te laten zien rond de verlaging van de transmissienettarieven. Daarover heb ik nog geen duidelijk standpunt van u gehoord. U bent daar zeer voorzichtig in en u spreidt een en ander wat langer in de tijd. Ik zou u dus toch willen vragen om door te pakken.
Ik hoor u vooral zaken vermelden zoals opvolging en dialoog. Die zijn van belang om de verschillende niveaus op een lijn te krijgen. Ik wil echter ook de urgentie benadrukken, zodat ook de mensen – uiteraard niet het hele land, maar vooral mijn oud-collega’s – die op u rekenen, snel duidelijkheid krijgen en mogen hopen dat u snel doorpakt om een oplossing te kunnen bieden, zodat de aanwezige industrie gewaarborgd kan blijven.
Het is vijf na twaalf. Het is tijd om actie te ondernemen.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is duidelijk dat voor bedrijven zoals Vioneo, met miljardenprojecten waar veel jobs aan verbonden zijn, energie cruciaal is. Ze willen voldoende energie, waarvan ze in België al niet meer zeker zijn. Dat is toch wel straf. Ze willen liefst groene en goedkope energie. Als ons land op die drie punten nul op drie scoort, dan zullen bedrijven vertrekken. Het is logisch dat bedrijven dan niet meer naar ons land komen. U verklaart dat de productie van groene waterstof en groene methanol niet competitief is in België. U hebt gelijk in die zin dat het op de vrije markt niet competitief is. Met de vrijemarktregels in Europa is dat inderdaad niet competitief. Daarom trekken al die bedrijven weg. Ze zijn op zoek naar groene waterstof om hun productie te optimaliseren en te vergroenen, maar die bestaat niet in ons land. Een van de redenen is dat onze overheid geen plannen maakt. U verklaart dat het om privébeslissingen gaat, waarmee de overheid niets te maken heeft, maar de overheid mag wel subsidiëren. We hebben nu opnieuw 1 miljard euro gevonden om subsidies te geven om de energierekening te verlagen. Het is echter minder duidelijk welke voorwaarden daaraan worden gekoppeld. Zijn bedrijven verplicht om de tewerkstelling hier te houden? Zijn ze verplicht om de geboekte winsten in België te investeren? Dat is minder duidelijk. Dan zegt u dat dat privébeslissingen zijn. We hebben dat gezien bij Audi Brussels, dat overvloedig overheidssteun kreeg van de federale overheid, het Vlaams Gewest en het Brussels Gewest, maar uiteindelijk vertrokken is. Dat was de fabriek waar men de auto's van de toekomst maakte, elektrische wagens. Dat is toch de toekomst? Die zijn er niet meer in België. Audi produceert die wagens nu in Mexico. Met andere woorden, als men geen plannen maakt en geen visie heeft op onze industrie, dan eindigt men met een industrieel kerkhof. Stilaan evolueren we daar naartoe. De industrie zelf trekt al heel lang aan de alarmbel. Ik begrijp niet dat u dat niet hoort. De vakbonden trekken al heel lang aan de alarmbel, maar ik heb niet de indruk dat deze regering daar ook maar iets aan zal veranderen.
De studie van Tractebel voor Elia en de risico's voor de stroomvoorziening
De Tractebelstudie en de Belgische bevoorradingszekerheid
Analyse van Tractebel over risico's voor Belgische stroomvoorzieningszekerheid
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Tractebel-studie voor Elia waarschuwt voor een elektriciteitstekort van 4,4 GW tegen 2035, door vertragingen in kerncentrales (pas operationeel na 2039), offshore wind (aanzienlijke achterstand) en interconnexies, terwijl ENGIE weigert de looptijd van Doel 4/Tihange 3 verder te verlengen – wat volgens de studie wel de helft van het tekort zou dekken. Minister Bihet (MR) bevestigt een meersporenstrategie: maximaliseren van Noordzee-wind (inclusief Princesse Elisabeth-zone), mogelijke extra verlenging Doel 4/Tihange 3 (mits veiligheidsgoedkeuring), gascentrales via het CRM-mechanisme, interconnexies en SMR-onderzoek (met SCK CEN als koploper), maar concrete beslissingen over kernenergie (grote centrales vs. SMR) en sites ontbreken nog – ondanks de dringende termijn in 2024 volgens Elia. De Smet (cdH) kritiseert het gebrek aan "duidelijke nucleaire strategie" en benadrukt dat zelfs met SMR’s (onzeker en pas na 2035) en andere maatregelen de verlenging van bestaande reactoren onvermijdelijk is om een "jarenlange onzekerheid" te voorkomen, maar onderhandelingen met ENGIE blijven blockerend. Ravyts (N-VA) valt bij: "Flexibiliteit (batterijen) en import (hernieuwbaar via buurlanden) zijn geen productie – zelfvoorzienendheid staat onder druk" en eist snelle beslissingen over de Prinses Elisabeth-zone en gasback-ups. Kernpunt: Alle partijen erkennen het acute risico, maar de regering mist nog een concreet, tijdig plan voor 2035 – met nucleaire verlenging als enige zekere optie op korte termijn, terwijl SMR’s en nieuwe centrales pas later uitkomst bieden.
François De Smet:
Monsieur le ministre, une étude récemment commandée par le gestionnaire du réseau de transport d’électricité Elia au bureau d’énergie Tractebel met en lumière des risques majeurs pour la sécurité d’approvisionnement électrique de notre pays au cours des prochaines décennies. Selon cette étude, même dans le scénario le plus optimiste, la Belgique ne pourrait mettre en service de nouvelles grandes centrales nucléaires qu’à partir de 2039, à condition qu’un projet industriel de très grande ampleur soit lancé dès la fin 2026 et qu’aucun retard significatif ne survienne. Autant vous dire qu'on y croit moyennement.
Dans le même temps, Elia estime que la Belgique devra disposer d’ici 2035 de 4,4 gigawatts supplémentaires de capacité de production afin de répondre à l’augmentation de la demande liée notamment à l’électrification des transports, de l’industrie et du chauffage.
L’étude souligne par ailleurs que ni les nouvelles grandes centrales nucléaires, ni l’extension des parcs éoliens offshores, ni les interconnexions avec les pays voisins – toutes accusant des retards – ne permettront à elles seules de résorber ce déficit à l’horizon 2035. Elle indique cependant aussi qu’une prolongation de 10 années supplémentaires des réacteurs Doel 4 et Tihange 3 pourrait couvrir près de la moitié du déficit identifié, tout en rappelant les réticences exprimées par ENGIE à rouvrir ce dossier, comme on le sait.
Monsieur le ministre, comment le gouvernement entend-il garantir la sécurité d’approvisionnement électrique du pays à l’horizon 2035, au vu des délais incompatibles avec cette échéance notamment pour la construction de centrales nucléaires? Quelles démarches ont-elles été ou seront-elles entreprises afin de lever les obstacles identifiés avec l’exploitant afin d'obtenir une prolongation supplémentaire de la durée de vie de Doel 4 et de Tihange 3? Quelles mesures comptez-vous prendre pour préserver la disponibilité des sites nucléaires existants, sans vouloir faire doublon avec les questions précédentes? Enfin, le développement des petits réacteurs modulaires SMR, même si je sais que vous avez une réponse d'actualité, fait-il l’objet d’un calendrier, d’un cadre réglementaire et de choix de sites précis? Quelle contribution "réaliste" le gouvernement en attend-il avant 2040?
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, mijn vraag gaat over de Tractebelstudie in opdracht van netbeheerder Elia, die besteld werd in de context van het nieuw federaal ontwikkelingsplan 2028-2038.
De heer De Smet heeft het al geschetst en ook na lezing ben ik geneigd om samenvattend te stellen dat er een probleem is. We weten dat er in de periode 2028-2035 zeker geen nieuwe kerncentrales operationeel kunnen zijn. Ik ben nog optimistisch wanneer ik die periode hanteer. We weten ook dat er ontegensprekelijk vertraging zit op het offshore gebeuren en de offshore ontwikkelingen. Ik druk mij daarover niet kwalitatief uit, ik benoem gewoon de vertraging. Dat zijn de feiten. Er is bovendien geen zekerheid over een bijkomende verlengde openingsduur van de twee bestaande kerncentrales. Wanneer men die drie vaststellingen samenneemt, komt men onvermijdelijk tot de conclusie, zoals Elia ook in haar recente ad&flex-studie heeft gezegd, dat nieuwe en bestaande thermische centrales, doorgaans gasgestookte elektriciteitscentrales, meer dan ooit opnieuw in beeld komen.
U, als MR-minister, zal namelijk toch niet stellen dat we 60 à 70 % van onze elektriciteit zouden importeren? Dat zou volledig haaks staan op wat in het regeerakkoord is opgenomen over de autonomie van de Belgische energieproductie.
Mijnheer de minister, wat is uw reactie op de resultaten van die studie?
Plant u dit kalenderjaar de nodige beslissingen te nemen? Tractebel geeft immers aan dat die beslissingen dit jaar moeten worden genomen. Indien men nog langer wacht, dreigt verdere vertraging, zeker wat het nucleaire dossier betreft. Plant u dit kalenderjaar de essentiële beslissingen te nemen om de toekomstige bevoorradingszekerheid van België te garanderen?
Mathieu Bihet:
Chers collègues, je prends acte des conclusions de l’étude préparatoire réalisée par Tractebel pour Elia. Elle confirme ce que nous avons toujours indiqué: de nouvelles grandes centrales nucléaires pourront contribuer à la sécurité d’approvisionnement au ‑ del à de 2040 si nous nous y engageons pleinement. Cela ne remet pas en cause l ’ ambition nucl é aire mais impose simplement une strat é gie à plusieurs horizons.
Om vanaf 2035 de bevoorradingszekerheid van elektriciteit te kunnen garanderen, rekent de regering op verschillende hefbomen.
Premièrement, la maximalisation du potentiel de production d'énergie en mer du Nord, à travers notamment, et on en a déjà débattu tout à l'heure, le développement de la zone Princesse Elisabeth, mais aussi le repowering de la zone existante et la coopération avec les autres pays de la mer du Nord pour, et ce conformément à l'accord de gouvernement, investiguer les opportunités au-delà de nos eaux territoriales belges.
En ce qui concerne la prolongation de Doel 4 et de Tihange 3: un accord avec l'exploitant, et on en a discuté aussi tout à l'heure, pour 10 ans, validé par la Commission européenne. Nous analysons, comme dit tout à l'heure, la faisabilité de prolongation supplémentaire dans le respect des exigences de sûreté. Il en est de même pour toute autre centrale qui le permettrait.
Ensuite, troisièmement, le mécanisme du CRM sur la garantie de la sécurité d'approvisionnement. Le mécanisme du CRM, il sécurise les capacités pilotables et flexibles. Une prolongation de la période 2021-2031, où l'organisation des enchères a été validée par la Commission européenne, pourrait s'avérer nécessaire.
Quatrièmement: la flexibilité de stockage. Nous favorisons la flexibilité de la demande industrielle et favorisons le déploiement des batteries et du stockage à grande échelle.
De interconnecties vormen dan ook een belangrijke pijler van ons beleid. Zij versterken de veiligheid van het systeem, bieden toegang tot competitieve prijzen en versnellen de koolstofarme transitie van België in samenhang met onze Europese engagementen.
Cependant, nous ne pourrons compter sur l'ensemble de ces leviers qu'à une seule condition: le réseau de transport d'électricité doit être suffisamment renforcé. À cet égard, le plan de développement fédéral est également essentiel pour la sécurité d'approvisionnement du pays. Il s'agit d'une part d'optimiser le réseau existant à travers une utilisation maximale de celui-ci, et d'autre part de renforcer et de développer le réseau là où c'est nécessaire.
Concernant l'Alliance du nucléaire et le Fonds de transition énergétique (FTE), la Belgique participe activement à cette alliance européenne et réoriente le FTE, pour également soutenir la recherche et l'innovation nucléaire, notamment sur les SMR. Je confirme que des décisions stratégiques sur le nucléaire seront prises – comme le dit d'ailleurs l'accord de gouvernement – durant la première partie de cette législature et conformément au calendrier du plan fédéral de développement qui doit être approuvé en 2027 pour la période 2028-2038.
Concernant les SMR spécifiquement, le SCK CEN a, par exemple, lancé un programme pour développer une technologie de SMR avancée, qu'on dit de quatrième génération, lever les obstacles réglementaires et envisager une plateforme de démonstration technologique. Parallèlement à cela, d'autres technologies SMR existent et commencent à apparaître sur le marché. Basées sur des technologies éprouvées, ces réacteurs sont une des options que nous envisageons car ils pourraient permettre de combler plus rapidement une partie du déficit identifié par Elia, et cela juste après l'année 2035.
Nous avons appris que différentes entreprises sont actuellement en train d'étudier les possibilités concernant les sites et les technologies pertinentes pour ces projets ou d'engager des discussions relatives au licensing des technologies qu'ils développent. Notre stratégie combine ainsi prolongation, flexibilité, interconnexion et innovation nucléaire pour assurer la sécurité d'approvisionnement et, c'est important, d'atteindre les objectifs climatiques. Je vous remercie.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre pour vos réponses et pour le rappel de tout ce que vous entreprenez pour tenter de compenser le déficit énergétique qui s'annonce.
Je pense comprendre que vous n'avez pas encore de stratégie nucléaire claire et que vous n'avez pas encore choisi, par exemple, entre les grandes centrales et les SMR. Il est logique que vous exploriez les uns et les autres, et que vous investissiez dans l'innovation sur les SMR. On ne peut pas vous en vouloir car c'est ce qu'il faut faire.
La technologie des SMR demeure malgré tout au stade de la recherche. Au final, si l’on décide de lancer une ou plusieurs grandes centrales classiques – à moins que vous ne nous annonciez par surprise un plan avant l'été – on ne sera pas prêt avant l'échéance de 2035. Les SMR représentent une solution jouable, possible, mais encore extrêmement incertaine même si, en effet, vous n'avez pas le choix, il faut investir dans la recherche.
Dans tous les cas, même si tout le reste de ce que vous mettez en place se voit couronné de succès, nous nous dirigeons vers quelques années d'incertitudes. On en revient donc à la prolongation des réacteurs existants. Vous vous concentrez – c'est logique et c'était dans ma question – sur Doel 4 et Tihange 3, et de moins en moins sur la prolongation d'autres réacteurs. Toutefois, même en tenant compte de la prolongation de 10 ans à 20 ans de ces deux réacteurs, cela deviendra absolument impératif, sans quoi nous ne nous en sortirons pas. C’est en effet tout ce que nous avons face à l'incertitude des autres scénarios en place et sur lesquels, je le reconnais, vous essayez d'avancer.
Nous ne pourrons rester encore des mois durant sans savoir ce qui se passe entre vous et ENGIE quant à la prolongation de 10 à 20 ans de ces deux réacteurs. C'est en effet tout ce dont nous avons en magasin au rayon "un petit peu de certitude".
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, de term onzekerheid vormt de rode draad in dit verhaal. Ik ben blij dat u bent geëindigd met het SMR-verhaal om de kloof alsnog te dichten. U sprak over flexibele capaciteit en batterijparken. In verband met dat laatste herhaal ik wat mevrouw Marghem, zowel toen ze minister was als toen ze parlementslid was, hier altijd heeft gezegd. Batterijparken zijn uiteraard zeer goed voor de flexibiliteit en voor piekmomenten. Ze zetten elektriciteit op het net, maar ze produceren geen elektriciteit. Ik vind het dan ook wat goedkoop om telkens weer te beginnen over batterijparken en flexibiliteit. Eerst moet er productie zijn, en net daar schort het. Ik hoor u nu ook zeggen dat hernieuwbare energie de oplossing zal zijn, samen met de netwerken met de andere buurlanden. Dat is uiteindelijk het verhaal van mevrouw Van der Straeten: de Noordzee als één groot energiepark, waarbij we dan gaan importeren. Hernieuwbare import is voor sommigen plots geen import meer. Voor mij blijft dat import. Het is dus belangrijk dat we zelf ook tijdig die eerste kavel van de Prinses Elisabethzone in werking en in productie kunnen laten stellen, en dat tegen een juiste prijs voor consumenten en bedrijven.
Het langetermijncontract voor de levering van elektriciteit bij ArcelorMittal
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Robin Tonniau bekritiseert dat België—ondanks een intentieverklaring uit 2024—nog steeds geen concreet langetermijncontract voor goedkope, koolstofarme elektriciteit met ArcelorMittal heeft afgesloten, terwijl Frankrijk dat wel deed (18 jaar, lage prijs via EDF). Hij waarschuwt dat ArcelorMittal België dreigt te verhuizen door onconcurrerende energiekosten en uitgestelde vergroeningsinvesteringen (bv. elektrische hoogovens), en bekritiseert de minister als "slechts sponsor, geen manager" die te passief optreedt, terwijl India (met groeiende staalexport) en China de Europese markt domineren. Minister Mathieu Bihet houdt vol dat de onderhandelingen strikt vertrouwelijk zijn en het Parlement later wordt geïnformeerd, zonder details over prijs of volume te geven. Katrijn van Riet (CD&V) nuanceert dat het CO₂-afvangproject in Gent eerst moet worden afgerond, aangezien steenkoolverbranding (nog) nodig is voor voldoende CO₂-concentratie.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, ArcelorMittal Frankrijk en Electricité de France hebben op 26 december 2025 een langetermijncontract gesloten voor de levering van elektriciteit aan de Franse sites van ArcelorMittal, onder meer in Duinkerke. Dat contract, met een looptijd van 18 jaar, stelt ArcelorMittal in staat zijn behoefte aan koolstofarme en goedkope elektriciteit op lange termijn veilig te stellen.
In België engageerde de vorige federale regering zich al op 22 mei 2024 via een intentieverklaring ten aanzien van ArcelorMittal België voor een langetermijnlevering van elektriciteit tegen een goedkope prijs. Tijdens een hoorzitting in het Parlement op 4 november bevestigde de CEO van ArcelorMittal, de heer Frederik Van De Velde, dat er gesprekken lopen met de overheid om dat contract vorm te geven, met als doel de elektriciteitskosten op hetzelfde niveau te brengen als in buurlanden, zoals Frankrijk.
Mijn vragen, mijnheer de minister, zijn de volgende.
Wat is de stand van zaken van de gesprekken tussen ArcelorMittal en de federale overheid? De directie van ArcelorMittal spreekt over een prijs op het niveau van Frankrijk. Over welke prijs gaat het concreet? Over welke hoeveelheid elektriciteit gaat het?
Mathieu Bihet:
Mijnheer Tonniau, zoals al meerdere malen herhaald in de commissie, spelen alle mogelijke gesprekken van dat type met een privéspeler onder strikt vertrouwelijke clausules. In het huidige stadium kan nog geen enkele operationele beslissing of specifiek aangegaan engagement worden medegedeeld. In voorkomend geval zal het Parlement op de hoogte worden gebracht van de weerhouden oriëntering.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, wij kennen de prijs die EDF heeft gesloten met ArcelorMittal. Het is logisch dat ArcelorMittal België dezelfde voorwaarden vraagt.
Waarom is dat logisch? ArcelorMittal is een pijler van onze maakindustrie maar het bedrijf heeft het moeilijk. Het kan internationaal niet meer concurreren door de veel te hoge energiekosten in ons land. Het wil vergroenen en moet vergroenen want vandaag werkt het nog op steenkool. Zijn hoogovens draaien nog op steenkool maar het bedrijf wil elektrische hoogovens installeren. Dat lukt echter niet, want die installatie is niet competitief. Dat betekent dat het bedrijf misschien nog een paar jaar zal blijven draaien op steenkool en daarna de beslissing zal nemen om alles te verhuizen aangezien het in India of in China op waterstof kan werken. Het is straf. U knikt en u bevestigt dat verhaal.
Wanneer zullen wij echter ingrijpen? Die investeringen worden immers alsmaar uitgesteld. Uiteindelijk dreigen ze niet door te gaan.
Er is nu het vrijhandelsakkoord met India gesloten. Dat is goed, het VBO is tevreden. Eén industrie is echter niet tevreden, namelijk de staalindustrie, omdat India een enorme groeier is op de staalmarkt. ArcelorMittal is om te beginnen een Indisch bedrijf. Op een jaar tijd heeft het meer dan een derde extra geëxporteerd, namelijk meer dan 33 %, ten opzichte van het jaar ervoor. Wij beweren altijd dat China staal dumpt op de Europese markt. De cijfers tonen dat dat niet klopt. De export van China naar Europa is zelfs licht gedaald. India heeft de markt grotendeels ingenomen.
Wat is ons plan? Zullen we iets ondernemen voor ArcelorMittal? In Frankrijk is het logisch dat dat gebeurt, aangezien EDF een overheidsbedrijf is. Het produceert energie en kan daarom met die bedrijven afspraken maken over de hoeveelheden geleverde energie en de prijs. In België is dat helemaal niet mogelijk. U sponsort slechts door 1 miljard euro te voorzien, maar u bent geen manager. Net zoals in het voetbal bepaalt de sponsor niet wie er op het veld staat. De sponsor voorziet sponsoring en supportert. De manager bepaalt echter het spel, de tactiek en de spelersopstelling. Dat is het verschil.
Mijnheer de minister, wees een beetje meer de manager van het energiebeleid in plaats van slechts de sponsor.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de voorzitter, mag ik heel even ingaan op dit thema? Mijnheer Tonniau, op de bedrijfsterreinen van ArcelorMittal in Gent loopt het proefproject rond CO 2 -captatie. U had het over steenkool en verbranding. Het proces van CO 2 -captatie vereist echter hoge concentraties CO 2 , anders loont het niet de moeite. Het zou dus nuttig zijn om het einde van dat project af te wachten.
De hervorming van het sociaal tarief voor energie
Het al dan niet behouden van het sociaal energietarief
Het al dan niet behouden van het sociaal energietarief
Het sociaal energietarief: hervorming en behoud
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Bihet bevestigt dat het tarief sociale energie in 2026 zal hervormd worden naar een forfaitair systeem gebaseerd op inkomen en patrimonium (niet langer op statutaire criteria), om ook werkende armen te bereiken, maar concrete plannen ontbreken nog. D’Amico (PVDA-PTB) bekritiseert de focus op hervorming in plaats van prijsblokkering en noemt dit onvoldoende bescherming tegen stijgende energiekosten, terwijl Schlitz (Ecolo) waarschuwt dat een cheque-systeem (zoals in het regeerakkoord) minder effectief is dan het huidige, automatische tarief (90% dekking) en precarieteit verergert—gesteund door kritiek van CREG en de Federale Ombudsman Energie. Bihet benadrukt dat automatisering behouden blijft, maar Schlitz vreest een uitbreiding van het systeem door groeiend aantal werkende armen, wat zij een structureel falen van het arbeidsmarktbeleid noemt.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, et non pas monsieur le manager pour rester poli, nous avons appris que les notifications budgétaires mentionnent la réforme du tarif social énergie en vue d’une intervention forfaitaire plus transparente fondée sur le revenu, sur le patrimoine et technologiquement neutre. Cette réforme est mise en lien avec l’augmentation des accises sur le gaz naturel décidées dans le cadre de l’accord budgétaire.
En décembre dernier, vous aviez déclaré en commission concernant la réforme du tarif social que vous deviez faire une proposition au Conseil des ministres et que "cette proposition pourrait, après analyse approfondie, conserver tout ou partie du système".
Monsieur le ministre, pouvez-vous clarifier cette déclaration? Comptez-vous maintenir l'octroi du tarif social sur la base du statut? Avez-vous abandonné le projet de réformer le tarif social en vue de le remplacer par une prime forfaitaire? Confirmez-vous que le critère du revenu sera pris en compte pour octroyer le tarif social énergie dans votre proposition de réforme?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, le tarif social de l’énergie constitue aujourd’hui un outil central dans la lutte contre la précarité énergétique. Il protège automatiquement plus d’un million de ménages contre la hausse des prix et a démontré toute son efficacité lors de la récente crise énergétique, comme l’ont confirmé notamment la Banque nationale de Belgique et la CREG.
L’accord de gouvernement prévoit pourtant une réforme de ce tarif social, avec un glissement vers un système de primes et de chèques énergie. Or, de nombreuses études et avis officiels soulignent qu’un tel système serait moins protecteur, plus complexe et exposerait davantage les ménages vulnérables au non ‑ recours, alors que le tarif social actuel est automatis é à plus de 90 % et garantit un prix r é ellement bas sur l ’ ensemble de la consommation.
Par ailleurs, les ménages bénéficiant du tarif social ne consomment pas plus d’énergie que les autres – bien au contraire – malgré des logements souvent nettement moins performants. Le tarif social ne constitue donc ni un effet d’aubaine ni une incitation à la surconsommation, mais bien un instrument de justice sociale et de protection directe, notamment pour les familles avec enfants, qui peuvent ainsi vivre dans des logements chauffés et salubres.
Monsieur le ministre, le gouvernement entend-il maintenir le mécanisme actuel du tarif social ou confirme-t-il sa volonté de le remplacer par un système de primes forfaitaires, malgré les avis négatifs de la CREG et du Médiateur fédéral de l’énergie? Comment le gouvernement entend ‑ il garantir qu ’ aucune r é forme ne constitue un recul de protection pour les m é nages concern é s? L’augmentation annoncée des accises sur le gaz s’appliquera ‑ t ‑ elle é galement aux b é n é ficiaires du tarif social, ou ceux ‑ ci feront ‑ ils l ’ objet d ’ une exception explicite afin d ’é viter une nouvelle aggravation de la pr é carit é é nerg é tique?
Je vous remercie pour vos réponses.
Voorzitter:
Collega Maouane is niet aanwezig, dus haar vraag nr. 56012950C is zonder voorwerp.
Mathieu Bihet:
Chers collègues, bien que les statuts sociaux actuellement soient largement liés à des critères de revenus, le tarif social reste principalement accordé sur la base d'une reconnaissance d'un statut plutôt que sur la base de revenus réels. Ce système crée des iniquités, excluant de nombreux travailleurs pauvres ou ménages à bas revenus qui ne bénéficient pas d'une aide spécifique, bien qu'étant en situation de précarité énergétique.
L'accord de gouvernement envisage de faire évoluer les critères d'accès vers un mécanisme fondé sur le revenu net du ménage, critères de revenus donc, pour atteindre les travailleurs les plus vulnérables. Pour faire évoluer le tarif social vers une intervention forfaitaire plus transparente, basée sur les revenus et le patrimoine, il sera nécessaire de croiser les bases de données, en collaboration notamment avec le SPF Finances, si toutefois il dispose des dites bases de données. En ce qui concerne les modalités d'octroi, toutes les options méritent d'être examinées.
Le lien avec la politique des prix ne doit pas être négligé. L'effectivité et l'efficience de la mesure sont également à considérer. D'une part, l'automaticité a fait ses preuves non seulement en matière de simplification administrative pour les bénéficiaires, mais aussi, et c'est important, pour diminuer le taux de non-recours aux aides disponibles.
Et d'autre part, le chèque est opportun lorsque l'aide doit répondre à un besoin spécifique et immédiat, ou pour un public nécessitant un accompagnement. Et donc, ce tarif social fera bien l'objet d'une réforme durant l'année 2026 pour répondre à votre question, monsieur D'Amico. Je vous remercie.
Roberto D'Amico:
On voit que le prix du gaz est en hausse depuis le début de l'année, et rien ne protège les ménages de cette envolée des prix de l'énergie. Plutôt que de vouloir réformer le tarif social, comme vous l'avez dit, il faudrait prévoir un mécanisme de blocage des prix de l'énergie. Avec le groupe PVDA-PTB, nous avons réintroduit une proposition de loi allant dans ce sens.
Sarah Schlitz:
Dans votre réponse, ce n'est pas tout à fait clair. Confirmez-vous que vous supprimez le tarif social et le remplacez par des chèques? La réponse est alambiquée.
Mathieu Bihet:
La réforme doit être déposée et discutée, je ne peux donc vous dire maintenant quel sera la résultat de la réforme. L'ouvrage doit encore être mis sur le métier en 2026. Je vous ai donné quelques lignes directrices, notamment concernant la nécessité de passer à une intervention qui serait forfaitaire et non plus liée à un statut, afin de toucher davantage de personnes qui n'ont actuellement pas recours au tarif social. Je vous ai répondu avec les directives qui sont aujourd'hui sur la table.
Sarah Schlitz:
C'est déjà un peu plus clair. En tant que ministre, rien ne vous empêche de vous exprimer à titre personnel sur vos intentions, comme le font d'autres collègues dans d'autres dossiers. N'hésitez pas à nous faire part des options que vous mettez sur la table, quitte à ce que le résultat de la négociation ne soit pas celui escompté. N'ayez pas peur de nous!
(…) : (…)
Sarah Schlitz:
Pourquoi? Je ne vois pas du tout le problème! (Rires) Vous parlez des travailleurs pauvres, c'est intéressant, d'autant que je suis davantage active en commission des Affaires sociales où certains de vos collègues ont du mal à reconnaître qu'il y a des travailleurs pauvres en Belgique. Je vous rejoins donc, et de plus en plus d'études démontrent aussi l'existence d'un nombre croissant de travailleurs pauvres en Belgique. Cela ne devrait pas exister, et le gouvernement actuel doit ouvrir les yeux par rapport à ce phénomène. Il doit avant tout agir afin que chaque personne qui travaille dans ce pays ait accès à un revenu digne. Vous parliez d'un lien avec la politique des prix. C'est évident. Il est donc temps d'investir pour s'assurer que les prix de l'énergie restent accessibles. Mais d'après ce que je comprends des éléments de réponse que vous avez donnés à ce stade, nous aurons une extension très large du tarif social. En effet, s'il faut étendre l'accès au tarif social à toutes les personnes qui en ont réellement besoin, dont les travailleurs pauvres, vu les plans de ce gouvernement en matière d'emploi, nous nous dirigeons vers une augmentation exponentielle du recours à cette intervention. C'est à la fois une bonne nouvelle pour les personnes qui y ont droit, mais une mauvaise nouvelle parce qu'on voudrait que cette politique ne soit pas nécessaire, et qu'il n'y ait pas de personnes pauvres tout court.
De reactivering van ‘dode’ olievelden in de Noordzee door Noorwegen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Bihet benadrukt dat België en de EU streven naar strategische autonomie via nationale energieproductie en betrouwbare importpartners zoals Noorwegen, wiens soevereine keuze om Noordzeevelden te heropenen hij respecteert, maar economische gevolgen niet uitsluit. Hij stelt dat België geen winbare olie/gasvoorraden heeft en schaliegas (Kempen/Luik) omwille van milieu-impact, lage opbrengst en technische complexiteit niet haalbaar acht, ondanks technologische vooruitgang elders. Volgens hem ligt de focus op hernieuwbare energie (RED III), gasinfrastructuur (Zeebrugge LNG) en marktgestuurde bevoorrading, terwijl Noorwegen vooral interessant is voor elektriciteitsinterconnecties dankzij complementaire windprofielen. Van Riet kaartte eerder aan dat het VK door klimaatbeleid jobs en miljarden verliert aan Noorwegen, en vroeg of België eigen fossiele bronnen moet heroverwegen voor energiezekerheid—een optie die Bihet afwijst zonder concrete alternatieven voor importafhankelijkheid.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, onlangs geraakte bekend dat Noorwegen besloten heeft gesloten olie- en gasvelden in de Noordzee nabij het Verenigd Koninkrijk opnieuw te openen, terwijl het Verenigd Koninkrijk die velden als uitgeput beschouwt en de eigen productie uit klimatologische overtuiging terugschroeft, geheel conform het energie-transitiebeleid van minister Ed Miliband. Als gevolg van die beslissing verloren al meer dan duizend Britten in de energiesector hun job en gaf het Verenigd Koninkrijk in het afgelopen jaar al meer dan 23 miljard euro uit aan olie en gas van, jawel, de Noren. Het Noorse idee voor het heractiveren van de velden steunt op technologische verbeteringen en marktstabiliteit.
Hoe evalueert u de recente Noorse strategie om afgesloten olie- en gasvelden in de Noordzee opnieuw te activeren, gelet op de energiezekerheid en economische rendabiliteit? Kunt u vergelijken met de Belgische en Europese beleidslijnen inzake zelfstandige energiewinning?
Is het volgens u economisch verstandig dat België met het oog op zijn energie- en klimaatbeleid volledig de eigen olie- of gasproductie sluit, inclusief mogelijke resterende kansen in de Noordzee?
Ziet u mogelijkheden om op Belgisch grondgebied velden of bronnen voor energiewinning open te stellen, bijvoorbeeld door olie of gas met verbeterde technologische methoden naar boven te halen?
Meer algemeen, welke lessen uit het Noorse beleid kunnen volgens u toegepast worden op het Belgische of het Europese energiebeleid, met als doel de strategische autonomie en leveringszekerheid te verbeteren?
Wat zijn uw prioritaire beleidsmaatregelen om energiekrapte en importafhankelijkheid nu en in de toekomst te vermijden?
Mathieu Bihet:
Mevrouw van Riet, België en bij uitbreiding Europa streven sinds enkele jaren, niet het minst sinds de Russische invallen in Oekraïne, naar een zo groot mogelijke mate van strategische autonomie. Omwille van de leveringszekerheid wordt enerzijds gefocust op een versterkte nationale energieproductie en anderzijds op een nauwe samenwerking met betrouwbare partners voor de import van energie. In die context steunen we eveneens op Noorwegen voor zijn energiebevoorrading, aangezien we dat land als een betrouwbare partner beschouwen voor de levering van olie en gas. We zullen mogelijks een economische impact voelen van dergelijke keuzes, maar ik onderstreep dat het tot de soevereine bevoegdheid van elke staat behoort om een eigen strategie te bepalen.
Tot wanneer het tegendeel bewezen is, beschikt België niet over olie- en aardgasvoorraden in zijn ondergrond. De vraag om over te gaan tot de sluiting of heropening van dergelijke sites rijst dan ook niet. België heeft wel potentiële schaliegasvoorraden in de Kempen en in de omgeving van Luik, mijn achtertuin, geïdentificeerd, maar de winning is controversieel en niet aan de orde, alleszins niet op grote schaal, vanwege de complexe winningstechnieken, de milieu-impact en vooral de heel klein geschatte opbrengst, waardoor de winning economisch niet interessant is.
Elke Europese lidstaat die over een olie- of gasproductie beschikt, bepaalt wat dat betreft zelf zijn standpunt. Wij volgen de Noorse strategie op het vlak van elektriciteitinterconnecties, waarbij er de facto op de pauzeknop geduwd is, van nabij op. Complementaire windprofielen maken een land namelijk tot een interessante potentiële partner op dat vlak.
Als gevolg van de vrijmaking van de olie- en gasmarkt is het aan de marktoperator om de Europese consumenten regelmatig en voldoende te bevoorraden. Wat de gasinfrastructuur in België betreft, beschikt de markt over een gastransportnet dat goed geïnterconnecteerd is met de andere lidstaten. De lng-terminal in Zeebrugge stelt Europese marktspelers bovendien in staat om lng te importeren uit om het even welke mondiale lng-bron.
Wat de invoer van ruwe aardolie- en aardolieproducten betreft, wordt België via verschillende bronnen bevoorraad. België beschikt bovendien over twee raffinaderijen die aardolieproducten op de Belgische en Europese markt brengen.
De omzetting van RED III zal de integratie van hernieuwbare energie in de energiemix vergemakkelijken, wat bijdraagt aan een vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Katrijn van Riet:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister.
De alternatieven voor de tweede gelijkstroominterconnectie met het VK
De voortgang van het MOG II-project
Alternatieven voor en voortgang van hoogspanningsprojecten met het VK
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Mathieu Bihet bevestigt dat onderhandelingen met het VK over de tweede gelijkstroominterconnectie (Nautilus) lopen, met als doel energiezekerheid tegen beheersbare kosten—gebaseerd op een strikt kosten-batenanalyse—en een geïntegreerd Noordzeeplan (via NSEC) voor efficiëntere energiedeling. Hij belooft binnen weken een akkoord met het VK en benadrukt strengere kostencontroles na eerdere kritiek van de CREG op budgetoverschrijdingen (bv. MOG 2), met nieuwe mechanismen om herhaling te voorkomen. Kurt Ravyts (Vlaams Belang) vraagt zich af of de minister het goedkopere point-to-point-alternatief (rechtstreekse kabel) kan verzoenen met betaalbare prijzen, gezien eerdere dure gelijkstroomprojecten. Marc Lejeune (MR) prijst de "goede governance" in het antwoord, met name de kostencontroles en transparante onderhandelingen.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, zijn er alternatieven voor de tweede gelijkstroominterconnectie met het Verenigd Koninkrijk? U hebt daarnet al gezegd dat een van de oplossingen om de problemen rond de energiebevoorrading op te lossen, meer import is. Dat heeft uiteraard te maken met de overschotten die in het Verenigd Koninkrijk wellicht zullen worden geboekt, aangezien het Verenigd Koninkrijk nog maar voor 8,4 gigawatt aan wind op zee heeft geveild. Die ontwikkelingen gaan daar steeds verder. In het VK gaat het om nucleaire en hernieuwbare energie.
Een werkgroep met zes partijen heeft alternatieven onderzocht. Een van de alternatieven zou een onderzeese verbinding van 1,2 in plaats van 1,4 gigawatt betreffen. Dan gaat het nog altijd over de piste langs het hybride energie-eiland en dus niet over de point-to-pointverbinding. Ik veronderstel dat die point-to-pointverbinding nog altijd een van de mogelijke alternatieven is. Daar zou echter pas ten vroegste vanaf 2038 kunnen worden geopereerd, vermits een nieuwe toestemming van het Britse Ofgem nodig is.
Kunt u aan onze commissie meer toelichting geven bij de bespreking van de alternatieven voor het huidige scenario, dat door u terecht in zijn uitvoering is opgeschort?
Ten tweede, welk scenario draagt politiek uw voorkeur? Welk scenario staat borg voor een zekere energietoekomst, zonder ontsporende facturen voor de consument en tegelijk met de verzekering van de energiebevoorrading tijdens het volgend decennium, dat ik hoop nog mee te maken?
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, voici plusieurs mois, la CREG a sorti un rapport sur l’augmentation, voire l'explosion, des coûts du projet éolien en mer du Nord, MOG II. Vous avez ensuite réduit cette explosion des coûts.
Monsieur le ministre, quel est l'état d'avancement de la transposition des recommandations de la CREG en vue d'éviter de telles augmentations ou d'éviter ce qui s'apparente presque à des dérapages? Qu'en est-il de la nécessité des consultations publiques tout au long du projet? Enfin, quid de la liaison Nautilus entre l'île énergétique et la Grande-Bretagne? Des discussions se sont-elles tenues avec les Britanniques à ce sujet? Y a-t-il des alternatives?
Mathieu Bihet:
Geachte Kamerleden, de onderhandelingen met de Britse partners zijn nog volop bezig.
Ce n’est pas une rumeur: j'ai moi-même indiqué qu’il y avait des réunions six ‑ party , comme on dit, entre le Royaume ‑ Uni et la Belgique.
Voor om het even welk project moet er een kosten-batenanalyse gebeuren. Op basis daarvan dient te worden bekeken of de kosten en baten voor alle partners positief zijn. De verdeling van de kosten en de baten maakt deel uit van de gesprekken.
Je peux vous confirmer que la décision concernant Nautilus respectera le double objectif que le gouvernement s’est fixé: garantir la sécurité d’approvisionnement énergétique du pays – nous en avons déjà parlé tout à l’heure – et assurer une gestion rigoureuse des finances publiques, tout en évitant toute charge excessive pour les consommateurs, qu’il s’agisse de ménages ou d’entreprises.
Vous soulignez à juste titre que le Royaume ‑ Uni investit massivement dans l ’é nergie é olienne, d ’ une part, et dans la capacit é de production nucl é aire, d ’ autre part. Les interconnexions garantissent que cette énergie moins chère peut être acheminée jusqu’à nous. Dans ce sens, la North Seas Energy Cooperation (NSEC) étudie la possibilité d’élaborer un plan global pour le bassin de la mer du Nord, en regroupant les différents projets et en examinant les coûts et avantages pour l’ensemble des pays, afin d’aboutir à une redistribution la plus équilibrée possible.
Nous confirmons notre ambition de réaliser une interconnexion avec le Royaume ‑ Uni et d ’é laborer, en coop é ration avec les pays riverains de la mer du Nord, ce plan global visant à obtenir à la fois la quantit é maximale d ’é nergie é olienne au co û t le plus bas possible et une interconnexion renforc é e. Ces deux éléments devraient garantir un fonctionnement plus efficace du marché et une plus grande sécurité d’approvisionnement. Ce faisant, les coûts doivent être strictement contrôlés et seuls les projets présentant une analyse coût ‑ b é n é fice positive doivent ê tre retenus.
Hier, en marge du sommet de la mer du Nord à Hambourg, notre engagement fort a une nouvelle fois été explicitement souligné par la signature d’une déclaration d’intention commune entre la Belgique, le Danemark, l’Allemagne, les Pays ‑ Bas et le Royaume ‑ Uni. Celle ‑ ci vise à promouvoir activement une planification int é gr é e et à cr é er les conditions habilitantes n é cessaires à un d é ploiement acc é l é r é de projets conjoints en mer du Nord.
Monsieur Lejeune, concernant le dérapage des coûts du projet MOG 2, nous avons privilégié une approche de bonne gouvernance. Comme vous le savez – nous étions collègues à l’époque –, dès mon entrée en fonction, j’ai réuni la CREG, la DG Énergie et Elia pour réévaluer le projet de manière rigoureuse, après notamment de très longues auditions en commission de l’Énergie.
Cette analyse a conduit à la décision que vous connaissez. Il est inacceptable que de tels dépassements de coûts se répercutent sur la facture des consommateurs et des entreprises. Dans la lignée de la recommandation de la CREG, je souhaite agir afin d’empêcher qu’un MOG 2 bis ne voie le jour. À ce titre, mes services travaillent à inscrire des mécanismes de contrôle empêchant à l’avenir que de tels dérapages ne se reproduisent, dans la traduction des recommandations formulées par la CREG et auxquelles vous faisiez référence juste avant. Cette inscription des mécanismes de contrôle est donc en cours. Pour le reste, les discussions se poursuivent. Dans les prochaines semaines, nous aboutirons à une décision avec le Royaume ‑ Uni.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, dat laatste zinnetje verheugt mij natuurlijk, als u zegt dat u in de volgende weken tot een consensus met de Britse partners zou kunnen komen.
Er is wel altijd gezegd dat point-to-point , dus rechtstreeks, het goedkoopste alternatief is. De vraag is dus of u erin zult slagen om een evenwicht te vinden tussen de noodzaak aan energiebevoorrading en een prijs die binnen de perken blijft, want op het gebied van de gelijkstroom waren er toch wel dure ontwikkelingen. De hopelijk nabije toekomst zal het uitwijzen.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Vous avez bien répondu à nos deux questions, de façon succincte mais tout à fait dans l’esprit que nous attendions, et avec une approche de bonne gouvernance, tant pour cette liaison que pour le mécanisme de contrôle pour les futurs appels d’offres. Je vous remercie.
De vertraging bij de oprichting van de Hoge Raad voor energiebevoorrading
De stand van zaken m.b.t. de Hoge Raad voor energiebevoorrading
De Hoge Raad voor energiebevoorrading
De stand van zaken m.b.t. de oprichting van de Hoge Raad voor energiebevoorrading
Voortgang en vertraging bij de oprichting van de Hoge Raad voor energiebevoorrading
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Phaedra Van Keymolen blijft de Hoge Raad voor Energiebevoorrading—beloofd in het regeerakkoord voor 2025—nog steeds niet operationeel, zonder rapport of duidelijke tijdlijn, wat ze problematisch vindt. Minister Mathieu Bihet bevestigt dat gebrek aan budget (door het begrotingsconclaaf) de oprichting blokkeert, maar benadrukt dat de objectieve analysebehoefte blijft bestaan en zoekt naar alternatieve oplossingen, wijzend op bestaande kaders (o.a. CRM-methodologie en KB’s) voor energieveiligheid. Van Keymolen kritiseert het gebrek aan concrete stappen en belooft het dossier scherp te volgen. Bihet erkent de noodzaak maar biedt geen tastbare oplossing of nieuwe deadline.
Voorzitter:
De heren De Smet, Seuntjes en Thiébaut zijn niet aanwezig om hun vragen te stellen.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, het regeerakkoord voorziet in de oprichting van een autonome hoge raad voor energiebevoorrading, die objectieve analyses moet leveren en beleidsadvies moet geven over onze energievoorziening. Daarbij werd aangekondigd dat in 2025 een eerste tussentijds rapport zou worden gepubliceerd. Begin 2026 moeten we vaststellen dat de Hoge Raad voor Energiebevoorrading nog steeds niet operationeel is en dat er bijgevolg ook nog geen rapport is. Dat leidt tot twee eenvoudige vragen.
Wat verhindert vandaag nog de effectieve oprichting en operationele start van de Hoge Raad voor Energiebevoorrading en welke stappen onderneemt u om verder uitstel te vermijden? Komt de Hoge Raad voor Energiebevoorrading er nog en wanneer mogen we dan het eerste tussentijdse rapport verwachten?
Mathieu Bihet:
Mevrouw Van Keymolen, het begrotingsconclaaf heeft alle leden van de regering verplicht keuzes te maken. Sommige budgetten werden toegekend, andere aangepast en nog andere niet toegekend. Dat laatste geldt voor de Hoge Raad voor energiebevoorrading.
Cependant, nous pensons qu'il reste important d'avoir une assistance autonome, j'insiste, et indépendante du secteur pour fournir les chiffres objectifs nécessaires aux autorités. Nous analysons donc à ce stade comment et sous quelle forme l'objectif du Haut Conseil peut être mis en œuvre.
La définition des volumes mis aux enchères dans le cadre du CRM suit déjà une méthodologie stricte afin de préserver la sécurité d'approvisionnement. Cette méthodologie impliquant Elia, la CREG, mon administration et mon cabinet, est précisée par l'arrêté royal du 28 avril 2021.
Met betrekking tot de opmaak van de ontwikkelingsplannen voor de elektriciteitstramissienetten en waterstofvervoersnetwerken verwijs ik u naar de procedure in het koninklijk besluit van 12 mei 2024, betreffende de procedure voor de opstelling, goedkeuring en publicatie van die plannen.
Vous le comprendrez donc: les cadres existent et sont appliqués dans l'optique de préserver la sécurité d'approvisionnement, fil rouge de l'après-midi. Mais au sujet du Haut Conseil, il faudra évidemment parvenir à trouver une solution pour remplir les objectifs que nous lui avions assignés. Je vous remercie.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, we zullen het dossier goed moeten opvolgen, want het is belangrijk. Wij hadden ook al vastgesteld dat er daarvoor geen budget was uitgetrokken. De vraag luidt dus wat nu. We zullen het eens goed moeten bekijken.
De energiekosten voor de gezinnen en de winsten van de energieleveranciers
De energiekosten voor de gezinnen en de winsten van de energieleveranciers
Energiekosten voor gezinnen en winsten van leveranciers
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Roberto D’Amico (PTB) wijst op recordhoge energiekosten voor gezinnen (tot €1.328/jaar) door verouderde, dure contracten en gebrek aan transparantie, terwijl leveranciers volgens de FGTB hogere winstmarges realiseren (2017–2023), en eist concrete prijsmaatregelen. Minister Bihet verwijst naar een goedgekeurd wetsontwerp (dec. 2025) met de CREG dat transparantie verplicht (o.a. QR-codes naar tarieven, verbod op misleidende kortingen) en jaarlijks prijscontrole door de CREG invoert, maar erkent geen directe prijsdaling. D’Amico bekritiseert dat de maatregelen onvoldoende zijn en pleit voor taxverlaging en prijsbevriezing, zoals in voorstellen van PTB.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, une famille moyenne paie jusqu'à 1 328 euros par an pour l'électricité et le gaz. Ce chiffre est au plus haut niveau depuis novembre 2024, selon la CREG.
De nombreux ménages paient donc aujourd'hui trop cher, car ils ont des anciens contrats, fixes ou variables, nettement plus chers que les offres actuellement disponibles. La CREG souligne que de nombreux consommateurs paient des centaines, voire jusqu'à 1 000 euros de trop, souvent sans en être conscients. La multitude des offres, des formules tarifaires et des services additionnels rendent les comparaisons difficiles pour les gens.
Par ailleurs, le baromètre économique de la FGTB indique que les marges bénéficiaires des fournisseurs d'énergie ont particulièrement augmenté entre 2017 et 2023.
Monsieur le ministre, quelles mesures concrètes proposez-vous pour protéger les consommateurs et empêcher que les fournisseurs d'énergie fassent payer trop cher l'énergie? Merci.
Mathieu Bihet:
Monsieur D'Amico, la problématique que vous soulevez, à savoir le fait que de nombreux ménages paient aujourd'hui trop cher leur électricité et leur gaz parce qu'ils sont liés à des contrats anciens, complexes et peu transparents, est parfaitement connue et prise au sérieux.
C'est précisément pour répondre à cette situation que nous avons soumis, avec mon collègue le ministre Beenders, le 12 décembre 2025, un avant-projet de loi au Conseil des ministres. Cet avant-projet de loi, élaboré en étroite collaboration avec la CREG, prévoit plusieurs modifications ciblées sur la loi Électricité et sur la loi Gaz, parmi lesquelles un renforcement et une clarification des obligations d'information précontractuelle; une obligation d'information en cas de reconduction tacite des contrats; l'application pro rata temporis des redevances fixes; l'obligation d'insérer sur chaque facture d'acompte, facture de régularisation, renouvellement de contrat et communication contractuelle, un lien internet ou un QR code permettant au consommateur d'accéder immédiatement à la carte tarifaire de son contrat actuellement en cours; l’interdiction des réductions conditionnelles et des prix de fourniture successifs au sein d’un même contrat.
Ces mesures visent à uniformiser, simplifier et rendre plus lisible et plus transparente la structure des prix de fourniture: une meilleure structure des prix, une plus grande lisibilité et comparabilité, ainsi qu'un contrôle et un monitoring annuel par la CREG fondés sur la base de données de prix afin d'évaluer concrètement l'effet de ces mesures.
Le Conseil des ministres a approuvé cet avant-projet de loi qui est actuellement soumis à la concertation avec les Régions, mais également à un avis du Conseil d' É tat. Les mesures prévues aux points 4 et 7 constituent en particulier une réponse directe aux préoccupations que vous exprimez, donc l'obligation d'insérer des informations et le contrôle et le monitoring annuels par la CREG. Ces dispositions renforcent la comparabilité des offres, améliorent la transparence pour les consommateurs et limitent les possibilités pour les fournisseurs d'énergie de pratiquer des prix excessifs au moyen de structures tarifaires complexes. Je vous remercie de votre attention.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, je comprends la raison d'être de ces mesures. Leur élaboration avec l'aide du ministre Beenders est une bonne chose. Toutefois, ce n'est pas en clarifiant la facture qu'elle va baisser pour autant. En tant que ministre de l' É nergie, votre première préoccupation doit être le prix de l'énergie, laquelle détermine somme toute la facture que reçoivent les gens. Pour ce faire, il conviendrait de faire baisser les taxes sur les factures énergétiques et permettre un gel des prix. Le PTB a de nouveau introduit des textes de loi en ce sens. Je vous remercie.
De Belgische deelname aan de derde North Sea Summit op 26 januari 2026 in Hamburg
De Noordzeetop in Hamburg
Samenwerking en beleid rond de Noordzee tijdens de top in Hamburg
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Bihet (afwezig op de North Sea Summit om persoonlijke redenen) bevestigde de herbevestigde EU-doelstellingen voor 2050: 300 GW offshore wind (waarvan 100 GW grensoverschrijdend), versnelde vergunningsprocedures, een gemeenschappelijk financieel kader en versterkte veiligheidsafspraken (inclusief NAVO-betrokkenheid, waarover hij doorverwees naar minister Verlinden). Kritische parlementsleden Ravyts en Tonniau waarschuwden voor realiteitszin: de 2030-doelen lopen vertraging door aanbestedingsproblemen, kostenvermindering van 30% blijft onzeker, en de NAVO-rol (o.a. militaire bescherming infrastructuur) roept vragen op over energie-autonomie versus afhankelijkheid van VS/multinationals. Beide benadrukten het strategisch belang van Noordzee-energie voor betaalbare, lokale voorziening, maar eisten concrete plannen voor Belgische projecten (o.a. derde windparkveiling en energie-eiland).
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, gisteren was er een politieke hoogmis rond de Noordzee en de energieactiviteiten in de Noordzee. Ik had verwacht dat u daar prominenter in beeld zou komen, tenzij u daar niet aanwezig was, maar dat kan ik mij moeilijk voorstellen. In de pers kwamen echter uitsluitend de premier en mevrouw Verlinden, als minister bevoegd voor de Noordzee aan bod. Ik vond dat merkwaardig, maar goed, zo is het nu eenmaal. Dat is in de eerste plaats uw probleem, als het al een probleem zou zijn.
Er werd gesproken over het versnellen van offshore windenergie in West-Europa, met een grensoverschrijdend en gemengd offshore net met hybride assets. We weten dat die kwestie momenteel toch wel enige vertraging oploopt. Het enthousiasme rond offshore is de voorbije twee jaar wat afgenomen, door heel wat problemen bij verschillende aanbestedingen. Dat zijn de feiten.
De ambitieuze doelstellingen, die al op de voorgaande top te Oostende werden geformuleerd, zijn nu herbevestigd. Ik waarschuw echter voor overdreven optimisme, aangezien we helemaal niet op schema zitten om de beoogde doelstellingen tegen 2030 te halen. Er zijn immers verdere afspraken nodig over gezamenlijke planning, kostenverdeling en standaardisatie.
Daarnaast mogen we ook niet vergeten dat de politiek, de overheid, aan de sector vraagt om een kostenvermindering van 30 %. We vinden het inderdaad heel belangrijk dat die vraag is gesteld. Zal die vraag in de realiteit effect sorteren?
Kunt u aan de commissie verslag uitbrengen over de Belgische inbreng op die North Sea Summit? Wat waren de afspraken en conclusies op die top?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, bij de indiening van mijn vraag ging ik er nog vanuit dat u aanwezig zou zijn op de top in Hamburg. Dat was niet het geval. Eerste minister De Wever en minister Verlinden waren wel aanwezig en veel Europese ministers van Energie stonden wel op de foto. Dat is toch bijzonder. Er zijn veel ministers in België, dus we kunnen kiezen wie we sturen.
De voorbije jaren sputtert de motor van investeringen in offshore-energie. De top in Hamburg moest daar een nieuwe impuls aan geven. Die ambitie is cruciaal op een moment waarop de gasprijzen opnieuw stijgen en waarop bedreigingen van president Trump aan het adres van Groenland duidelijk maken hoe afhankelijk Europa nog altijd is van duur schaliegas uit de VS. We willen zo snel mogelijk af van die afhankelijkheid. Die dure energie uit de VS zet niet alleen de budgetten van de gezinnen onder druk, maar bedreigt ook de toekomst van de industrie. We hebben dat debat daarnet gevoerd.
Investeringen in hernieuwbare energie op de Noordzee zijn daarom essentieel. Ze bieden een enorm potentieel voor groene en betaalbare energie, maar ook voor autonomie. Meer Europese samenwerking op dat vlak is dan ook een goede zaak.
Toch blijven er belangrijke vragen, zowel over de gekozen investeringsstrategie als over de aanwezigheid van de NAVO op die Noordzeetop. U was niet aanwezig, maar vertegenwoordigers van de NAVO wel.
Mijnheer de minister, kunt u de belangrijkste beslissingen van de top in Hamburg toelichten? Welke impact hebben die beslissingen specifiek op België, op ons beleid en in het bijzonder op de veiling van het derde Belgisch windmolenpark en het project rond het energie-eiland?
Welke rol speelt de NAVO op die top en bij de investeringsbeslissingen over offshore energie op de Noordzee? Er wordt gesproken over het uitrusten van energie-infrastructuur met militair materiaal. Kunt u dat bevestigen en toelichten waarover dat concreet gaat?
Mathieu Bihet:
Je vais vous faire une confidence, mais ce sera hors PV: je vais être papa bientôt et c'est la raison pour laquelle je ne me suis pas trop éloigné de la maison. En effet, on ne sait jamais. Il ne s'agit donc pas d'une marque de désintérêt de ma part face à ce qui se passe.
Dat gezegd zijnde, de volgende concrete afspraken werden gemaakt. Ten eerste is er de herbevestiging van het engagement, tegen 2050, om 300 gigawatt offshore windcapaciteit in de Noordzee te realiseren, waarvan een streven tot 100 gigawatt via grensoverschrijdende samenwerking. Ten tweede is er de versterking van de gezamenlijke planning van offshore windparken en netinfrastructuren. Ten derde is er de ontwikkeling van een offshore financing framework dat bestaande Europese instrumenten bundelt en versterkt om samenwerking en investeringen te ondersteunen. Ten vierde worden afspraken gemaakt om vergunningsprocedures te versnellen en te vereenvoudigen. Ten vijfde wordt de samenwerking rond veiligheid, cyberweerbaarheid en de bescherming van offshore energie-infrastructuren versterkt. Die afspraken vormen samen een concreet, actiegericht kader om de Noordzee verder uit te bouwen tot een veerkrachtige, veilige en competitieve Europese energiehub.
Pour le reste, je vous invite à poser la question à Mme Verlinden qui me représentait mais qui est aussi compétente pour la mer du Nord. La boucle est donc bouclée! Je vous remercie.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, ik wil u alvast waarschuwen dat dicht in de aanwezigheid van uw vrouw blijven, niet zal stoppen na de bevalling, want die vraag zal blijven leven.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor de ontboezeming uit de privésfeer, die natuurlijk een verklaring biedt. Dat is naar mijn oordeel een legitieme verklaring; we moeten allemaal menselijk blijven in de politiek. Ik feliciteer u dus alvast en hoop dat de bevalling op een ordentelijke en gezonde manier zal verlopen.
Ik dank u ook voor uw verslag over de summit . We zullen minister Verlinden daarover nader bevragen. Binnenkort vinden wellicht de besprekingen van de beleidsnota’s plaats. Ik hoop dat die snel worden ingepland, zodat wij het debat daarover nader kunnen voeren.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, ik heb alle begrip voor uw privéredenen om daar niet naartoe te gaan. Ook wij feliciteren u. Het is precies een babyboom in de commissie voor Energie, maar ik heb niets aan te kondigen.
Mijnheer de minister, als het over energie gaat, is het goed dat landen samenkomen, afspraken maken en samen beleid voeren. Hoe willen wij de energie benutten die in, op en rond de Noordzee zit, hetzij wind-, watergolven- of om diepzee-energie? Dat moeten wij collectief doen. We moeten daar zelf over nadenken en niet afhankelijk worden van een of ander land, en ook niet van een of andere multinational die van oordeel is dat het om zijn eigendom gaat, omdat hij heeft geïnvesteerd en dat hij daarom de prijs wel zal bepalen. Die prijs kan dan zo hoog zijn dat we opnieuw afhankelijk worden van die prijspolitiek.
U kon niet antwoorden op de vraag waarom de NAVO op die top aanwezig was. U hebt voor die vraag verwezen naar minister Verlinden. We zullen haar dat zeker vragen. Misschien kunnen we ook bij minister Francken nagaan wat daaruit is gekomen.
Voor het overige feliciteer ik u nogmaals en hoop u gauw terug te zien.
Voorzitter:
Vraag nr. 56012901C van de heer Coenegrachts is ingetrokken.
De sterke stijging van de gasprijzen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Phaedra Van Keymolen wijst op een alarmerende stijging van 40-50% in de Europese gasprijs (van €28 naar €40/MWh) en lage gasvoorraden (37-45%), wat volgens haar kritiek kan worden bij aanhoudende kou en zware gevolgen heeft voor 25% van de Belgische huishoudens met variabele contracten, die tientallen euro’s extra per maand zullen betalen. Minister Mathieu Bihet verklaart de prijsstijging door koude, lage voorraden en geopolitieke spanningen, maar ontkent acute zorgen: de bevoorrading is volgens hem voldoende gegarandeerd, ook bij piekverbruik, en de prijs ligt zelfs lager dan vorig jaar. Hij benadrukt dat LNG-capatiteit cruciaal is voor herbevoorrading en dat experts (EU, IEA) geen bevoorradingsrisico’s signaleren, ondanks de lagere opslagniveaus. Van Keymolen aanvaardt zijn geruststellende analyse—dat de piek tijdelijk en seizoensgebonden is—en stelt dat opvolging voldoende lijkt, maar onderstreept impliciet de kwetsbaarheid van gezinnen met variabele tarieven. De kernboodschap: geen directe crisis, maar afwachten of de lente daling brengt en of LNG de voorraden herstelt—met financiële pijn voor variabele contracten als zekerheid.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, ik wil u alvast hartelijk feliciteren. Ik hoop dat alles vlot mag verlopen. Na de bevalling blijft het trouwens spannend.
Mijnheer de minister, sinds begin dit jaar is de aardgasprijs op de Europese markt fors gestegen. Gisteren was in de pers te lezen dat de prijs eind december ongeveer 28 euro per megawattuur bedroeg. Vandaag is dat ongeveer 40 euro per megawattuur, een stijging van bijna 40 tot zelfs 50 % op een maand tijd. We lazen ook dat de Europese gasvoorraden snel aan het afnemen zijn. Volgens experts schommelt die voorraad tussen de 37 % en 45 %. Dat niveau op zich is misschien niet alarmerend, maar bij aanhoudende koude dreigt de situatie wel kritiek te worden. Bovendien zullen deze voorraden ook na de winter moeten worden aangevuld, hoogstwaarschijnlijk tegen een hogere prijs.
Voor veel gezinnen blijft dit niet zonder gevolgen, want meer dan een kwart van de Belgische huishoudens heeft vandaag een variabel energiecontract. Zij zullen die stijging de komende maanden rechtstreeks voelen via de energiefactuur. Experts spreken over enkele tientallen euro's per maand voor een gemiddeld gezin, boven op facturen die voor veel mensen nu al zwaar doorwegen.
Mijnheer de minister, hoe beoordeelt u de huidige stijging van de gasprijzen en de snelle afbouw van de Europese en Belgische gasvoorraden? Moeten wij ons daar al dan niet grote zorgen over maken? Welke impact verwacht u concreet voor onze gezinnen, in het bijzonder voor diegenen met een variabel contract? Volgt u deze impact op? Acht u de bevoorradingszekerheid voor de rest van de winter voldoende gegarandeerd, ook bij aanhoudend koud weer?
Mathieu Bihet:
D'abord, merci à tous, cela fait toujours plaisir.
De recente stijging van de gasprijzen is te wijten aan een aantal factoren en houdt deels verband met het opslagniveau, dat relatief laag is in vergelijking met de voorgaande jaren. Een aantal van die factoren zijn koude temperaturen, een laag niveau van de Europese opslag en geopolitieke spanningen die een extra risicofactor vormen.
De lage Europese voorraden zijn het gevolg van een combinatie van, ten eerste, een lager niveau aan het begin van de winter in vergelijking met de voorgaande jaren; ten tweede, een hoog verbruik van voorraden tot nu toe, omdat de temperaturen aanvankelijk relatief laag waren; en ten derde, weersomstandigheden die niet gunstig waren voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, waardoor meer gascentrales moesten worden ingezet. Het is ook interessant om op te merken dat de prijs waartegen gas momenteel op de beurs van Zeebrugge wordt verhandeld, lager is dan de prijs in dezelfde periode vorig jaar.
Mijn administratie volgt de gebeurtenissen die van invloed zijn op de aardgasmarkt op de voet. Er is momenteel geen concrete reden om een aanhoudende stijging van de gasprijs te verwachten. Als we opnieuw naar de afgelopen jaren kijken, zien we dat de gasprijs in de winter een piek bereikte en in de lente en de zomer weer daalde.
Hoewel de opslagfaciliteiten meer zijn leeggehaald dan in voorgaande jaren, zijn ze momenteel nog steeds voldoende gevuld om een piekverbruik op te vangen, bijvoorbeeld als gevolg van zeer koude temperaturen. Mijn administratie houdt regelmatig toezicht op gasstromen en opslagniveaus, zowel in België als in Europa, met name dankzij haar deelname aan de Gas Coordination Group.
Verschillende organisaties, zoals de Europese Commissie, via de Gas Coordination Group, of het Internationaal Energieagentschap, hebben ook vastgesteld dat de opslagniveaus relatief laag zijn in vergelijking met onze recente gewoonten. Voor zover we weten, heeft geen van die organisaties echter haar bezorgdheid geuit over de Europese bevoorradingszekerheid. Ze zijn het er wel over eens dat lng belangrijk is, zowel om aan onze huidige behoeften te voldoen als om onze opslagplaatsen tijdens de komende zomer te vullen.
Mijn excuses voor de moeilijke articulatie. Ik ben een beetje vermoeid, vandaar.
Ik dank u voor de laatste vraag.
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, die vermoeidheid zal na de geboorte van uw kindje wellicht niet verbeteren. Het is dus aangewezen vooraf nog wat slaap in te halen. Maar dit terzijde. Ik dank u voor uw antwoord. Ik onthoud dat het een tijdelijke piek is, door de koude, en dat die situatie vanzelf zal opgelost raken wanneer de lente aanbreekt. Ik begrijp dat we ons voorlopig geen zorgen moeten maken en dat het dossier nauwgezet wordt opgevolgd. Dat is positief nieuws. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.41 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 41.