meeting-commission
De aankoop en de uitrusting van drones De dronewaarnemingen in België Het uitschakelen van drones Het in kaart brengen van dronevluchten De identificatie van drones met behulp van de Remote ID-technologie Geachte commissieleden, ik heb met mijn collega-ministers Crucke en Francken afgesproken dat ik de gedachtewisseling open met een overzicht van de evenementen die we hebben vastgelegd. Ik zal een tijdslijn geven en daarbij aangeven hoe de coördinatie tussen de verschillende diensten is gelopen. Ik zal ook stilstaan bij de politieke evenementen tijdens de piek van drone-incidenten. Ook mijn collega-ministers hebben niet stilgezeten. Zij hebben een dossier voor de ministerraad voorbereid. Collega Crucke zal de beleidsbeslissingen toelichten, waarna collega Francken de militaire inspanningen en het toekomstbeeld zal schetsen. Ik begin met de tijdslijn. Début octobre 2025, il est apparu clairement à l’étranger que l’utilisation de drones avait un impact immédiat sur le fonctionnement de divers points et infrastructures sensibles ou critiques. En Allemagne et au Danemark entre autres, des aéroports ont été paralysés par des survols. J’ai demandé à mon cabinet d’organiser une première réunion de coordination avec les cabinets et services concernés. Celle-ci a eu lieu le 8 octobre 2025. Elle a été suivie de deux autres réunions, les 14 et 30 octobre. L’objectif de ces réunions était de clarifier les tâches et les compétences des différents services et d’identifier les limites et les lacunes en matière de détection, d’intervention et de neutralisation, de signalement et de suivi. Op 4 november 2025 werd ons land geconfronteerd met heel wat dronemeldingen rond luchthavens en andere gevoelige sites. Dat leidde verschillende keren tot het opschorten van de vliegbewegingen boven verschillende luchthavens, namelijk Zaventem, Luik en Antwerpen. Dat gebeurde op beslissing van skeyes, dat de safety procedures volgt, waarover collega Crucke u ongetwijfeld meer informatie kan geven. In de dagen die volgden, werden heel wat drones gesignaleerd rond gevoelige sites. De vliegoperaties boven verschillende luchthavens werden op de volgende momenten kortstondig stilgelegd: op 6 november in Luik en Zaventem, op 7 november in Luik, op 8 november in Luik, op 9 november in Luik, op 12 november in Zaventem en op 24 november in Luik. In december gebeurde dat nog twee keer, op 5 december in Zaventem en op 9 december in Luik. Ook op andere gevoelige sites, zoals nucleaire installaties, militaire infrastructuur, havens, sevesobedrijven enzovoort, werden drones gesignaleerd. À ma demande, le Centre de crise national (NCCN) a rapidement commencé à tenir un registre de tous les signalements crédibles concernant des survols de sites sensibles ou critiques. Entre le 1 er septembre 2025 et le 21 janvier 2026, on a dénombré 558 observations au-dessus de sites sensibles, dont 66 au-dessus de sites nucléaires et 130 au-dessus de sites militaires. Les autres observations concernaient toutes des entreprises Seveso ou des aéroports. Il est important de préciser qu'il s'agit ici d'observations de drones. Une enquête a posteriori a révélé qu'il y a eu de nombreux faux positifs ou plusieurs signalements concernant un même incident. Le chiffre exact est donc une estimation et pourrait être nettement inférieur. En outre, il est également possible que certains survols n'aient pas été signalés. Les chiffres montrent que le pic s'est clairement produit en novembre. En première réaction aux incidents survenus début novembre, les réunions suivantes ont eu lieu et ont donné une orientation claire à la gestion du dossier. Est-il possible de répéter les chiffres, monsieur le ministre? S'agissant des observations, entre le 1 er septembre 2025 et le 21 janvier 2026, il y a eu 558 observations au-dessus de sites sensibles, dont 66 au-dessus de sites nucléaires et 130 au-dessus de sites militaires. Les autres observations ont eu lieu au-dessus de sites Seveso ou d'aéroports. Pour revenir aux élément de concertation et de décision, le 5 novembre 2025, le NCCN a informé les gouverneurs afin de leur faire part de l'état d'avancement du dossier. Le même jour, le Comité de coordination du renseignement et de la sécurité (CCRS), qui rassemble tous les services de sécurité, s'est réuni pour discuter des observations de drones. Il est rapidement apparu qu'une approche commune devait être développée. Plus tard dans la journée, le Comité stratégique du renseignement et de la sécurité (CSRS) s'est également réuni pour préparer le Conseil national de sécurité (CNS). Die is op 6 november op mijn voorstel samengekomen. Er is een nota “Approche commune drones” gepresenteerd door de hier aanwezige ministers, met een concreet voorstel om operationeel en beleidsmatig met de problematiek om te gaan. De analyses van de verschillende bevoegde diensten zijn uiteraard ook besproken. Belangrijk hierbij te vermelden is ook dat het NCCN niet is overgegaan tot het afkondigen van een vooralarm of een alarm binnen het nationaal noodplan. De inschatting van de veiligheidsdiensten was immers dat er geen imminent gevaar voor onze burgers of voor onze infrastructuur was, maar dat het om een intimidatie- en verstoringsactie ging, meer dan waarschijnlijk te linken aan een statelijke actor, in casu Rusland. Op 7 november zijn de op de NVR besproken dossiers ook geagendeerd op de ministerraad. Collega Crucke zal dadelijk toelichten welke beleidslijnen daar afgeklopt zijn. Operationeel werd op de ministerraad het volgende afgesproken. Ten eerste, defensie kan tot steun van de federale politie komen met het oog op de beveiliging van de luchthavens. Het bleek echter bijzonder moeilijk in de praktijk een goede detectie, laat staan een identificatie en een neutralisatie uit te voeren, wegens de nodige goedkeuringsprocedures in de luchthavenomgeving, maar ook wegens technische beperkingen van de aanwezige oplossingen, gevaar voor de omgeving, enzovoort. Ten tweede, om een goede beeldvorming te hebben, is een overzichtstabel met dronewaarnemingen opgesteld, met dagelijks overleg tussen politie, defensie, en het NCCN. Er kwam ook input van het FANC, skeyes, of uitbaters van kritieke infrastructuren. Tot 21 december werd dagelijks een overzichtstabel met dronemeldingen rondgestuurd. Sinds 24 december gebeurt dat wekelijks, gelet op de duidelijke afname van het aantal waarnemingen en meldingen. Op de ministerraad zijn ook versterkende maatregelen voor de korte termijn afgesproken: een dispositief van de politie van 7 tot en met 16 november voor de luchthavens van Luik en Zaventem, met steun vanuit Defensie. Van 7 tot en met 16 november werd ook een dagelijkse opvolging via een strategische commandopost op het NCCN georganiseerd tussen 18.00 uur en middernacht. Ik wil nogmaals mijn dank uitdrukken aan alle mannen en vrouwen die daarvoor ingezet zijn. En ce qui concerne plus particulièrement le dispositif mis en place dans les aéroports, le ministre de la Défense répondra aux questions relatives au soutien apporté par son département, mais je peux d’ores et déjà vous indiquer que ce soutien a été accordé, à la demande du commissaire général de la police fédérale, selon les règles établies. Le NCCN a également organisé plusieurs réunions de coordination afin d’informer et d’impliquer autant que possible les partenaires concernés dans les domaines suivants: l’image, l’état d’avancement des enquêtes judiciaires et des services de renseignement, le niveau de la menace, les mesures de renforcement et la communication avec les citoyens, les autorités locales, les gouverneurs, etc. Des mesures structurelles ont également été examinées lors de ces réunions de coordination, mais mes collègues vous en diront davantage à ce sujet. La prochaine réunion est prévue le 29 janvier, afin de garantir le suivi de tous les accords. Le CCRS et le CSRS suivent également la problématique des drones via la plateforme hybride, qui doit donner une image stratégique plus large en partant de l’hypothèse que ces opérations de drones relèvent de la menace hybride. Cette image doit également tenir compte des campagnes de sabotage et de désinformation, des cyberattaques, de l’espionnage, etc. We moeten vaststellen dat de aanwezige detectiecapaciteit niet performant was ten opzichte van de overvliegingen. De eerste weken waren er nauwelijks technische detecties van drones en deze die er wel waren, gebeurden op basis van radiofrequenties waarmee het gros van de commerciële drones gedetecteerd zouden moeten kunnen worden. Drones die met andere technologieën navigeren, zoals satellieten, 5G of andere verbindingen, zijn veel moeilijker detecteerbaar. In het bijzonder in de buurt van luchthavens kunnen bijvoorbeeld radarsystemen interferentie geven. Ook fysieke interventie bleek in de praktijk niet doeltreffend, zoals al werd toegelicht in de commissie voor Binnenlandse Zaken op 19 november. Als de meldingen voldoende gedetailleerd zijn, stuurt de politie systematisch een ploeg ter plaatse om vaststellingen te doen. Het is enkele keren gebeurd dat zij de waarneming konden bevestigen, maar een operator kon nog niet worden onderschept. Neutraliseren van een drone is nog moeilijker. Er zijn hier twee opties: een technische interventie door het verstoren van het signaal van de drone of een kinetische interventie, met bijvoorbeeld een net of een shotgun of door met een kamikazedrone een botsing te veroorzaken. Une intervention technique à l'aéroport n'est possible que lorsque le trafic aérien est temporairement interrompu. En effet, il ne doit y avoir aucune interférence avec les avions en vol ou les systèmes de contrôle du trafic aérien. En outre, il n'est pas certain que cela ait un effet sur les drones qui pourraient être préprogrammés. Dans les aéroports, ce sont les autorités aéronautiques qui décident du trafic aérien et de la possibilité éventuelle de recourir à des moyens d'intervention technique. Les événements de ces dernières semaines n'ont pas conduit à une situation où une intervention technique était envisageable. Une intervention cinétique est plus facile à dire qu'à faire. Dans une zone densément urbanisée comme un aéroport ou une centrale électrique, il n'est pas possible d'utiliser des armes à feu pour tirer sur des drones. Les appareils équipés de filets ont quant à eux une portée très limitée. De plus, ces deux possibilités d'intervention souffrent fortement d'une détection limitée. Le temps d'arriver sur place, il n'y a souvent plus rien à observer. Les drones sont également rapides et maniables. J'ai déjà répondu, lors de précédentes sessions de la commission de l'Intérieur, à propos de la capacité de la police en matière de détection et d'interception des drones, ainsi que de son utilisation dans la pratique. Si vous le souhaitez, je pourrai y revenir tout à l'heure. Op de wekelijkse SAT-meetings onder leiding van de verbindingsofficier van de geïntegreerde politie op mijn kabinet geven de politie, de ADIV, de VSSE, het NCCN en het OCAD informatie over de onderzoeken naar de drones. Ondanks de inventieve onderzoekshandelingen die toegepast zijn, inclusief de internationale contacten van onze politie en inlichtingendiensten in dit domein, blijkt dat attributie aan deze of gene actor verre van evident is. Aangezien minister Quintin al op de feiten is teruggekomen, zal ik dat niet doen. Geachte collega's, België moet met betrekking tot de droneproblematiek een geïntegreerde strategie voor het beheer van het binnenlands luchtruim ontwikkelen. We zullen zorgen voor een duidelijk regelgevend kader, de integratie tussen publieke en private actoren versterken, de technologische instrumenten moderniseren via digitalisering en visualisatie van het luchtruim en de opleiding van piloten op afstand verbeteren. La situation géopolitique récente a certes mis en lumière l'importance de réguler ce secteur et de dépasser une vision, naïve peut-être, dépassée aussi, de l'utilisation forcément positive de cette technologie. L'innovation constitue la clé de l'avenir du secteur aérien. Le secteur des drones offre d'énormes possibilités en matière de croissance, d'économie et d'innovation. Je me concentrerai sur l'amélioration de la réglementation et de son implication, ainsi que sur le développement d'un cadre d'utilisation sécurisé en Belgique. À cette fin, la cellule Drones de la Direction générale du Transport aérien (DGTA) sera renforcée et mettra en œuvre un plan d'action national visant à soutenir le secteur des drones. Nous lancerons également une campagne d'information destinée aux opérateurs et pilotes afin de promouvoir une utilisation correcte et légale et d'accroître l'acceptation sociale de cette technologie. Des lignes directrices pour les professionnels seront publiées afin de disposer de normes claires mais réalistes et de facilités d'exploitation plus sûres et plus efficaces. We hebben besloten beter samen te werken met de industrie om een geïntegreerd luchtruim te ontwikkelen dat optimaal functioneert voor bemande en onbemande luchtvaart. De laatste stappen voor de implementatie van het U-spaceluchtruim in de haven van Antwerpen-Brugge, de op een na grootste haven van Europa, maakt België tot een van de Europese koplopers op het gebied van harmonieuze integratie. Le 7 novembre dernier, comme cela a été dit, le Conseil des ministres a pris, sous mon impulsion et celle de mes collègues, des décisions importantes: la création d'un groupe de travail sous la houlette du ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, en collaboration avec les ministres de la Justice, de la Défense et des Télécommunications, ainsi que moi-même. Comme mentionné précédemment, la cellule Drones du SPF Mobilité sera renforcée en complément des 50 millions d'euros déjà prévus par la Défense pour le renforcement de la détection, de l'identification et de la neutralisation des drones indésirables. Des fonds supplémentaires ont été prélevés sur l'enveloppe de sécurité intérieure et de résilience dans le respect de la classification OTAN. Un investissement urgent de 3,1 millions d'euros a été effectué par skeyes pour renforcer ses capacités de détection. De ministerraad heeft ons ook de opdracht gegeven om de coördinatie van de regels op luchthavens voort te zetten met een eerste proof of concept dat moet worden uitgebreid naar regionale luchthavens en indien nodig naar andere gevoelige locaties. Ik pleit ook actief op Europees niveau bij de Commissie en EASA om een gerichte registratieplicht in te voeren en de elektronische identificatie op afstand voor alle drones en exploitanten te verspreiden. Er zijn ook verschillende bilaterale contacten gelegd met mijn Europese collega’s over dit onderwerp. Je rédige actuellement un arrêté ministériel modificatif de l’arrêté Géozones afin d’assurer la cohérence du cadre réglementaire avec les évolutions opérationnelles et technologiques en cours et, in fine , de veiller au respect de l’obligation d’enregistrement des drones dans les géozones. Enfin, nous prenons les dispositions nécessaires pour le développement d’une plateforme commune de gestion des autorisations de vol, garantissant l’interopérabilité entre les acteurs institutionnels et les opérateurs. Celle-ci assurera également l’interopérabilité avec le National Airspace Security Center (NASC) ainsi qu'entre les acteurs institutionnels et les opérateurs. Cette plateforme commune de gestion des autorisations de vol constituera un véritable game changer pour l’ensemble des acteurs du secteur et une condition sine qua non pour une politique de maintien optimal et pour permettre l’accès auxdites géozones. We zullen een geïntegreerd systeem voor bewaking, detectie, identificatie en waarschuwing invoeren voor gevoelige civiele en militaire infrastructuur, in samenwerking met Justitie, Defensie, Binnenlandse Zaken en Telecommunicatie. Een gecoördineerd actieplan zal de bevoegdheden en procedures van elk departement vastleggen. Mijn collega, de minister van Defensie, zal u meer details geven over het NASC. Het geïntegreerd systeem voor bewaking, detectie, identificatie en waarschuwing heeft een dual-usekarakter, zowel wat betreft het civiel en militair gebruik als wat betreft de doelstellingen op het gebied van veiligheid en beveiliging. Het draagt bij tot de bescherming van civiele en militaire infrastructuur, de preventie van niet-conform gedrag en het beheer van opzettelijke of onopzettelijke bedreigingen. Dat geïntegreerd systeem vormt ook een economische hefboom, omdat het een betere controle van het luchtruim op lage hoogte bevordert. In die hoedanigheid zal het op termijn de opkomst en de grootschalige inzet van BVLOS-droneoperaties ondersteunen, waardoor de ontwikkeling van de sector en zijn toepassingen met een hoge toegevoegde waarde wordt gestimuleerd. Au niveau européen, nous avons donc présenté un non-paper au Conseil européen Transports, Télécommunications et é nergie (TTE) et avons soumis un point AOP lors du Conseil de décembre, afin de pousser la Commission à réviser la législation sur les drones et renforcer la sécurité du ciel européen. Ce document a recueilli le soutien de 14 États sur les 27. C'est donc un véritable succès et un témoignage de l'influence de la Belgique dans la construction d'un ciel européen sûr. À la suite de notre intervention, la Direction générale Mobilité et Transport (DG MOVE) et la Commission européenne ont déjà réuni ce mois-ci un comité ad hoc , auquel le SPF Mobilité prend part, afin d'examiner les possibilités d'adaptation des technologies et du cadre législatif. Om die verschillende maatregelen te doen slagen, zullen we ons concentreren op een versterkt regelgevingskader, een nationaal controle- en handhavingsbeleid, de ontwikkeling van detectie- en neutralisatietechnologieën, opleiding en sensibilisering van de actoren en ondersteuning van de innovatie. Het doel is duidelijk: een veilig, geïntegreerd en innovatief Belgisch luchtruim, waar regelgeving, technologie, opleiding en samenwerking samengaan om ons land te beschermen, de economie te ondersteunen en ons Europees leiderschap in de dronesector te versterken. Geachte Kamerleden, zoals mijn collega's Quintin en Crucke zonet hebben aangehaald, is het detecteren en bestrijden van niet-geoorloofde drones een erg complexe materie. Het is om te beginnen een interdepartementaal en interfederaal gegeven, met bevoegdheden die her en der verspreid zitten. Waar het dronebeleid centraal kan worden aangestuurd, moeten de vaststellingen van niet-geoorloofd gebruik en zeker het eventueel gebruik van tegenmaatregelen daarentegen lokaal afgehandeld worden. Het gaat dus over competenties die over meerdere diensten en meerdere ministers verspreid zitten. Dat is voor één keer niet het gevolg van onze complexe institutionele staatsstructuur, want ook onze buurlanden worden met dezelfde problematiek geconfronteerd. Het is nu eenmaal vrij ingewikkeld. À l’heure actuelle, nous ne sommes pas encore prêts à aborder de manière efficace et efficiente la problématique des drones. Nous pouvons le dire honnêtement: les événements d’octobre et de novembre derniers ont clairement montré que nous pouvons et devons faire mieux. Nous avons beaucoup appris les uns des autres ces derniers mois. Si nous étions confrontés demain à la même problématique qu’en novembre dernier, nous serions sans aucun doute en mesure de réagir plus rapidement et plus efficacement. De voorbije maanden hebben ons echter geleerd waar het ons nog aan ontbreekt op het vlak van procedures, wetgeving en technische capaciteiten. De Nationale Veiligheidsraad en de ministerraad hebben dat vertaald in een aantal concrete acties voor elk van ons, de drie aanwezige ministers hier, maar ook voor collega-ministers die nu niet aanwezig zijn, zoals mevrouw Verlinden van Justitie voor het handhavingsbeleid en mevrouw Matz voor de ondersteuning van het BIPT, bijvoorbeeld wanneer het gaat over 4G- of 5G-drones. Die acties moeten in de komende maanden en jaren concreet worden uitgewerkt. Ik zal zo dadelijk de acties bespreken die binnen mijn specifiek bevoegdheidsdomein vallen. Het komt er nu op aan om dat binnen de regering gezamenlijk aan te pakken en goed te coördineren, zodat we zo snel mogelijk kunnen beschikken over een efficiënt, effectief en betaalbaar dronebeleid. Een tweede reden waarom de droneproblematiek zo complex is, is het sterk evolutieve karakter van de dreiging die uitgaat van drones en het bijzonder groot scala aan drones. Drones bestaan in alle soorten en maten en voor alle mogelijke toepassingen. De NAVO classificeert ze in drie categorieën: klasse 1, 2 en 3. Die gaan van zeer kleine toestellen die men in de palm van de hand kan houden, zoals kleine FPV-drones, tot grotere drones van meerdere honderden kilo’s en zelfs meerdere tonnen. Het gaat dan om zeer grote onbemande UAV’s, onbemande drones of onbemande vaartuigen of vliegtuigen. Die laatste vallen meestal in de categorie van militaire aanvalsdrones, waarvan de Shahed een van de bekendste voorbeelden is. Op het vlak van bevoegdheden stelt de categorie van grote militaire aanvalsdrones alvast geen probleem. Het is duidelijk dat Defensie daarvoor bevoegd is, meer bepaald in het kader van de klassieke luchtverdediging. Voor Shaheds zijn wij dus bevoegd, wanneer die ons luchtruim binnenvliegen. Vous savez que la défense aérienne est l'une des grandes priorités de mon ministère et que nous sommes en train de reconstruire la défense aérienne belge à un rythme soutenu. Jusqu'il y a peu, nous n'avions pratiquement plus aucune capacité radar militaire et dépendions entièrement des données radars fournies par les forces armées de nos voisins. Cette situation a rapidement évolué. Au cours des derniers mois et cette année encore, nous avons mis en service six nouveaux radars de surveillance, qui seront répartis sur tout le territoire. Prochainement, en marge de la visite d'État de notre roi en Norvège, j'espère pouvoir acquérir 10 systèmes NASAMS et 20 systèmes Skyrangers pour la défense aérienne à courte et moyenne portée. Chacune de ces 10 batteries anti-aériennes NASAMS est équipée d'un radar de surveillance et de tracking très performant, fabriqué par Thales. Alhoewel die state-of-the-artsystemen natuurlijk in de eerste plaats bedoeld zijn voor klassieke luchtverdediging tegen klassieke dreigingen zoals vliegtuigen, helikopters, kruisraketten en grote aanvalsdrones zoals de Shaheds, kunnen ze ook kleinere drones detecteren en in het geval van de Skyranger ook effectief neutraliseren. We mogen in dit verband ook onze nieuwe F-35’s niet vergeten. Die zijn uitgerust met allerlei geavanceerde sensoren, waarmee ook relatief kleine objecten gedetecteerd en geneutraliseerd kunnen worden, zoals onze Nederlandse collega’s onlangs nog hebben bewezen boven Polen. Al die geplande of lopende luchtverdedigingsprogramma’s in het kader van de geïntegreerde air defence van de NAVO, die centraal wordt aangestuurd, zullen dus sowieso reeds een positieve bijdrage leveren aan onze capaciteit om met de dronedreiging om te gaan. Er zal echter meer nodig zijn om ook de problematiek van relatief kleine drones volledig te kunnen afdekken. In vredestijd brengt ons dat al bij verschillende bevoegdheden, aangezien kleinere drones per definitie een duaal karakter hebben. De technologische evoluties in die sector zijn trouwen niets bij te houden. Wat op het ene moment nog een onschuldige hobbydrone is, kan even later plots een geducht wapen worden. Klassieke luchtverdedigingssystemen met een centrale aansturing zijn a priori minder geschikt om daarmee om te gaan, aangezien de dreiging van dergelijke kleine drones meestal zeer snel en lokaal ontstaat en dus gedecentraliseerd moet worden opgevolgd. Men moet dus een duidelijk onderscheid in maken. Als zo’n grote Shahed binnenvliegt, is dat vanzelfsprekend meteen een bevoegdheid van Defensie. Met betrekking tot die kleine drones moet men maar even kijken naar wat er in Oekraïne gebeurt, het is het werkelijk hallucinant wat vandaag mogelijk is. Dat is veel hybrider en veel minder duidelijk. We moeten goed weten waarover we juist praten. Pour ces plus petits drones, nous devons donc acquérir des équipements supplémentaires de détection et de neutralisation. Pour le moment, en temps de paix, la Défense est compétente pour protéger ses propres quartiers et son personnel et, en temps de guerre, pour contrer les attaques militaires sur tout le territoire. Notre stratégie d'acquisition pour la lutte contre les drones part donc de ce principe. Nous achetons des capacités afin de pouvoir défendre nos propres installations, mais également pour défendre la population belge et nos installations critiques contre les attaques militaires. Il va de soi que ces capacités, une fois que nous les aurons acquises et si les circonstances le permettent, pourront être mises à la disposition d'autres autorités qui en exprimeront la demande. Er was daarover al discussie in de Kamer. De vraag was, onder meer vanuit de PS-fractie, wie die capaciteiten koopt en kan gebruiken. Het is evident dat we die zullen poolen en sharen met politiediensten en andere diensten als dat nodig is, uiteraard ook met de burgerluchtvaart. Dat hebben we trouwens al gedaan en zullen we zeker ook in de toekomst doen. Daarover zijn goede afspraken gemaakt. Een drone die in vredestijd het verkeer op Zaventem verstoort, is immers in principe geen defensietaak op zich. Volgens de huidige wetgeving vallen het verkeer, de luchthaven en burgerluchtvaart in de eerste plaats onder de opdrachten van de politie en de luchthavenuitbater. Dat hebben we genoegzaam moeten ervaren toen er begin november drones werden waargenomen op en rond de luchthaven van Zaventem. Het was pas nadat de commissaris-generaal Defensie formeel had opgevorderd, overeenkomstig de wet op het politieambt, dat we teams van de special operations forces konden uitsturen naar de vliegvelden van Zaventem en Luik om de politie bij te staan en te assisteren, onder haar operationele leiding en in nauwe samenwerking met skeyes en de diensten van het Directoraat-generaal Luchtvaart, dus de diensten van minister Crucke. Nogmaals, we hebben toen veel van elkaar geleerd. De volgende keer zal alles ongetwijfeld vlotter en minder stroef verlopen. We moeten ons nu wel afvragen of het wetgevend en regelgevend kader al dan niet moet worden aangepast om Defensie toe te laten sneller en met minder administratieve rompslomp capaciteiten en expertise ter beschikking te stellen. Ik heb in de commissie voor Defensie al een paar keer gesproken over een nieuw wetgevend kader, de nieuwe Defensiecodex die we momenteel opstellen, en die trouwens een veel ruimer toepassingsgebied heeft dan alleen de droneproblematiek. De delen van de codex die nu al op het niveau van de administraties worden voorbereid, hebben betrekking op de opdrachten van de strijdkrachten, de definitie van oorlogstijd, militaire crisistijd en vredestijd, de beschermingstaken op het nationaal grondgebied en de tactische inlichtingen. De bedoeling is om die voorontwerpen zo snel mogelijk binnen de regering af te kloppen en ze vervolgens nog dit jaar ter stemming aan de Kamer voor te leggen. De goedkeuring van die eerste onderdelen van de Defensiecodex is noodzakelijk om de inzet van Defensie op het nationaal grondgebied te kunnen laten plaatsvinden binnen de in het regeerakkoord en de beleidsverklaringen vastgelegde voorwaarden en beperkingen. De codex hebben we al vaker besproken en wordt binnenkort aan de Kamer voorgelegd. De bedoeling is om een situatie te kunnen regelen die zich bevindt tussen vrede en oorlog, de situatie die we momenteel beleven en waarop we ons concentreren via de Defensiecodex. En novembre, le Conseil des ministres a décidé qu’un plan national de détection des drones devait être mis en place dès que possible. La détection des drones relève de la compétence de plusieurs départements. Comme un tel système national de détection constitue un prolongement du système de détection déjà existant pour la défense aérienne, les regards se sont naturellement tournés vers la Défense. Nous avons par conséquent pris la tête d’un groupe de travail consacré à la détection des drones, qui rassemble sept administrations: l’Institut belge des services postaux et des télécommunications (IBPT), la Direction générale des é tablissements pénitentiaires (DGEPI), la DGTA, skeyes, la police intégrée, le NCCN et l’état-major de la Défense. Je pense que ce groupe de travail s’est réuni pour la première fois cette semaine, ou la semaine passée. Deze werkgroep zal in de eerste plaats bepalen hoever men wil gaan op het vlak van detectie. Dat lijkt eenvoudig, maar dat is het niet. Iedere dronebeweging willen detecteren, tot en met de drone van de hobbyist die in zijn tuin bezig is, is waarschijnlijk weinig realistisch, zowel naar technische haalbaarheid en kosten toe als op het vlak van privacy. Het gevangeniswezen zal wel de drone willen detecteren die een pakje drugs of een gsm over een gevangenismuur dropt, ook al gaat het om exact hetzelfde type drone, met hetzelfde vluchtprofiel als dat van de hobbyist in zijn tuin. Ook dat is dus allemaal niet zo gemakkelijk, maar daar zijn we mee bezig. De werkgroep zal alle behoeften centraliseren, nagaan welke behoeften al zijn afgedekt en wat er nog ontbreekt, en dan een technische oplossing voorstellen die er op zijn minst voor zorgt dat alle detectiefeeds ergens samenkomen. De Nationale Veiligheidsraad heeft gevraagd dat het door de vorige regering opgerichte NASC, het National Airspace Security Centre, zo snel mogelijk verder wordt geoperationaliseerd. Het NASC is voor alle duidelijkheid een interdepartementaal gegeven. Het wordt gehuisvest in het Control Reporting Center, het CRC in Bevekom. Het NASC moet op termijn de tegenhanger worden van het MIK, het Maritiem Informatiekruispunt in Zeebrugge. Velen onder u hebben dat waarschijnlijk al eens bezocht. Zo niet, dan is het alvast een aanrader omdat het een zeer sterk geïntegreerd centrum is, met een knooppunt voor alles wat betrekking heeft op maritieme bewegingen. Het is geen commandocentrum in de strikte betekenis van het woord, maar een informatiekruispunt waar de respectieve bevoegde diensten hun informatie naast elkaar kunnen leggen, zodat er een duidelijk beeld ontstaat over een bepaalde situatie die zich in het Belgisch luchtruim voordoet. Ook al gaat het NASC breder, doordat het alle mogelijke luchtvaartincidenten behandelt, toch zal de droneproblematiek wel een van de grote aandachtspunten worden. De eerder vermelde detectiefeeds, van welke diensten ze ook afkomstig zijn, zullen allemaal samenkomen in het NASC. In die zin is die integratie van de beeldvorming zeer belangrijk. Zoals daarnet al werd aangehaald, komen er honderden meldingen binnen. Die moeten ook onmiddellijk gecheckt kunnen worden. Dat gebeurt niet alleen visueel, door de wacht in een kwartier bijvoorbeeld, of door de radarsystemen op een militair kwartier of bij kritieke infrastructuur, maar ook het NASC zal de beeldvorming moeten bepalen wanneer er bijvoorbeeld een dreigende dronemelding binnenkomt. Hetzelfde geldt voor het Maritiem Informatiekruispunt, waar ook defensie, politie en de zeemacht samenkomen. Indien een schip van een schaduwvloot van een andere natie de Belgische Exclusieve Economische Zone binnenvaart, dan wordt dat gezien en gemeld. Zo kan men een parallel maken met het NASC, maar dan voor de zee. Dat is het idee dat we proberen op poten te zetten. We zijn heel goed gevorderd. We hadden gehoopt dat het tegen 1 januari volledig operationeel zou zijn, maar dat is niet gelukt. We hebben een aantal schermen nodig. Dat duurt nog even. De samenwerking verloopt goed. Alle partners zijn helemaal overtuigd van de efficiëntie en de nood aan dat NASC. Tegen 1 januari is dus niet gelukt. We hebben nog een paar weken of maanden nodig, maar we zijn wel volop bezig om dat zo snel mogelijk operationeel te krijgen. Defensie heeft de voorbije maanden de nodige schikkingen getroffen om de collega's van andere departementen zo goed mogelijk in dat CRC te kunnen omkaderen. Bien sûr, nous travaillons également avec ardeur sur plusieurs dossiers d’acquisition de capacités de détection et de lutte anti-drones. Ici encore, le point de départ est la menace militaire en temps de guerre ou la menace sur les installations militaires en temps de paix, mais nous essayons dans la mesure du possible de faire en sorte que ces nouvelles capacités puissent être proposées à d’autres services à titre de soutien. Zoals ik al zei, is het vanzelfsprekend dat de middelen die we aankopen ook ter beschikking worden gesteld wanneer er sprake is van een civiele dreiging die een potentieel gevaar vormt voor onze bevolking. Dat is ook een duidelijke vraag vanuit de Kamer en deze commissie. In de commissie voor Landsverdediging is dat al meerdere keren ter sprake gekomen. Dat vormt dus geen probleem. Tijdens de drone-incidenten van oktober en november van vorig jaar heb ik nog een urgent counter-UAS-aankoopdossier kunnen realiseren. In de regering zijn daarover stevige debatten gevoerd, wat op zich interessant was. Met dat dossier, ter waarde van afgerond 50 miljoen euro, werd radiofrequentiedetectieapparatuur aangekocht voor onze belangrijkste militaire kwartieren, evenals drie mobiele radars die specifiek bedoeld zijn voor dronedetectie, een aantal drone-interceptoren en droneguns. Die systemen zijn ook al getoond, onder meer op de receptie van Defensie voor wie daarbij aanwezig was. Het gaat onder andere om systemen van de Letse firma Origin Robotics, met de counterdrone Blaze interceptor, in combinatie met radarsystemen van Saab en nog een aantal andere capaciteiten die daar werden voorgesteld. We hebben al heel wat geleverd gekregen, dat gaat bijzonder snel. Dat is positief. We zitten ook op schema. Heel wat militairen hebben al opleiding gekregen voor die systemen. De tweede opleidingsreeks start volgende week, dus de tweede sessie voor onze militairen. Daarnaast, en misschien wel het belangrijkste, zijn ook de eerste hardware- en softwarebouwstenen toegekomen van het systeem dat op termijn moet toelaten dat alle informatie samenkomt in het NASC. Op langere termijn staan we op het punt een omvangrijk en innovatief counter-UAS-partnerschap te lanceren. Dat partnerschap dekt de gekende behoeften, anticipeert op de voortdurend evoluerende dreiging en laat technologische ontwikkeling en integratie door de Belgische industrie toe. We zullen die industrie daar dus zeker bij betrekken, zodat zij zich beter kan positioneren binnen dit marktsegment. Mijn diensten hebben dit programma al toegelicht in de commissie Legeraankopen en -verkopen voor de leden die daarbij aanwezig waren. Ik hoop dat de gunning van dit contract binnenkort kan gebeuren. Het dossier staat volgende week geagendeerd in de ministerraad. Hopelijk kan het counter-UAS-programma volgende week vrijdag door de regering worden goedgekeurd. Het gaat om een programma van meer dan een half miljard euro. Dat is dus een bijzonder omvangrijk programma. Zoals eerder gezegd, is het nu zaak om dit binnen de regering gezamenlijk en eensgezind aan te pakken en alle elementen goed op elkaar af te stemmen, zodat we zo snel mogelijk het hoofd kunnen bieden aan de zeer complexe en evolutieve dreiging die potentieel uitgaat van drones. Ik heb daar alvast goede hoop op en reken op een goede samenwerking. Peter Buysrogge , voorzitter: Dank u wel, heren ministers. Ik open, zoals afgesproken, de vragenronde. We werken per fractie, tien minuten maximaal. Mevrouw De Vreese, u hebt het woord. Bedankt, mijnheer de voorzitter, en dank aan alle drie de ministers om vandaag aanwezig te zijn en ons uitvoerig toelichting te geven. De oorlog in Oekraïne is nu drie jaar bezig en ondertussen zien we binnen de Europese Unie ook een hybride oorlogsvoering, met onder meer drones en een dreiging van sabotage van kritieke infrastructuur. We moeten ook aandacht hebben voor onze Noordzee, evenals voor cyberaanvallen. Het is duidelijk dat degenen die ons proberen te treffen onder andere paniek willen zaaien. Paniek is echter een slechte raadgever; we moeten het hoofd koel houden. Er moet sterk worden samengewerkt tussen de verschillende bevoegde ministers. Er moet een plan van aanpak zijn met een duidelijke verdeling van bevoegdheden en een overzicht van hoe regelgeving moet worden aangepast. Een van de zaken die we hebben gemerkt, is dat er een kader, zowel wetgevend als regelgevend, moet komen voor deze verantwoordelijkheden. Er werd verwezen naar de defensiecodex die eraan komt. Ik richt mij vandaag voornamelijk tot de minister van Binnenlandse Zaken, minister Quintin. Op welke manier moet u nog regelgevend werk doen? Wordt er bijvoorbeeld verder gewerkt aan een nationaal handhavings- en vervolgingsbeleid voor drones? We weten dat de federale politie op een bepaald moment over capaciteit beschikte, maar deze was niet onmiddellijk ingeschakeld. Hoeveel capaciteit is er momenteel bij de federale politie? Daarnaast ligt de verantwoordelijkheid niet enkel bij de federale politie, maar ook bij de lokale politiediensten. Hebben we een overzicht van de beschikbare capaciteit, zowel op federaal als op lokaal niveau? Op welke manier zullen zij samenwerken indien nodig? Welke materiële en menselijke middelen zijn nog vereist om drones effectief te bestrijden? Hoe moeten we de investeringen zien? Er is sprake van een mooie samenwerking tussen de capaciteit van Defensie en andere departementen. Is er nog een nood bij de politiediensten? Hoe wordt de informatie van de verschillende lokale afdelingen verzameld, zodat we niet pas bij een dreiging ontdekken dat er onvoldoende capaciteit is? Dat moeten we immers te allen tijde vermijden. Als we dan kijken naar de dreigingen die er zijn geweest, mijnheer de minister, vraag ik me af of we zicht hebben op de daders en de daderprofielen en of er al mensen zijn gevat of niet. We hebben het hier gehad over het NASC, dat volledig operationeel moet worden. U moet het me vergeven, ik ben zelf van Brugge, van Zeebrugge en ik heb het MIK bezocht. Ik denk dat dat inderdaad een zeer grote meerwaarde biedt, omdat alle diensten daar samen zijn en ook verplicht zijn om samen te werken. Het menselijke contact zorgt ervoor dat iedereen elkaar goed kent. Wat ik daar ook hoor, is dat er een mooi zicht is op wat zich boven water bevindt, maar dat het heel moeilijk is om te ontdekken wat zich onder water afspeelt, bijvoorbeeld onderwaterdrones en dergelijke, om die te detecteren. Ik zie wel dat er op dat vlak heel wat innovatie bezig is. Niet alleen in de lucht zien we heel wat innovatie. Dat gaat allemaal zeer snel. We hebben daarnet de opsomming gehoord: kleine drones tot reusachtige mastodonten. Zowel in het water als in de lucht is er heel wat innovatie, niet alleen van onze kant, maar uiteraard ook van de kant van de vijand. Op welke manier zullen we ervoor zorgen dat de spelers die nu al op het terrein aanwezig zijn en ongelooflijk veel data hebben en die ook kunnen analyseren, die informatie samenbrengen en die ten dienste stellen van onze politie en onze defensie om onze kritieke infrastructuur beter te beschermen? Tot slot nog het Europese luik. Ik denk niet dat we alleen staan als land, er is ook de Europese Unie. Kunt u toelichting geven over wat er op het niveau van de Europese Unie gebeurt en welke stappen jullie daar ondernemen? Ik dank ook de verschillende ministers voor hun toelichting. Ik richt mijn vragen in hoofdzaak tot minister Crucke, gelet op de link met mobiliteit. U hebt een aantal zaken aangehaald waaraan momenteel wordt gewerkt. Dat zijn ook de juiste zaken, met name de U-space, de geozones, het uitwerken van een kader voor registratie en zo meer. Het is belangrijk dat we daar verdere stappen in zetten. De vraag is alleen wat er vandaag concreet op tafel ligt en binnen welke termijn vooruitgang kan worden geboekt. Ik kijk bijvoorbeeld naar de U-space. U hebt aangegeven dat we daarin binnen Europa een voortrekkersrol spelen, wat uiteraard positief is. Tegelijk moeten er nog verschillende stappen worden gezet, zowel op het vlak van de infrastructuur als wat het regelgevende kader betreft. Daar past natuurlijk ook een handhavingskader bij. Wanneer verwacht u dat we die volgende fase kunnen bereiken? Wat zijn de eerstvolgende stappen die op het vlak van de U-space moeten worden genomen en hoe ziet u het verdere traject? Wat de geozones betreft, u hebt gezegd dat u momenteel werkt aan het regelgevende kader om daar vooruitgang te boeken. Wat zijn daar de eerstvolgende stappen? Mogen we op korte termijn al een wijziging verwachten of ziet u dat eerder op iets langere termijn? Vervolgens hebt u verwezen naar de extra middelen die ter beschikking zijn gesteld voor extra detectieapparatuur op de luchthavens van Zaventem en Luik. U sprak in dat verband over een bedrag van 3,1 miljoen euro. Welke stappen zijn daar nog noodzakelijk? Het is immers één zaak om budgetten te voorzien, maar het is even belangrijk om op te volgen of er effectief voldoende vooruitgang wordt geboekt door skeyes op dat vlak. Hebt u daar momenteel een concreet zicht op? Ten slotte wil ik ingaan op de verplichte registratie van drones. We weten dat vandaag ongeveer 85 % van alle vluchten niet-geautoriseerd plaatsvindt. Dat betekent dat er potentieel een zeer groot aantal drones is dat geregistreerd zou moeten worden. Anderzijds is de vraag dan of DGLV over het nodige kader en de capaciteit beschikt om die toestroom aan te kunnen. Is het de bedoeling om daarvoor extra middelen ter beschikking te stellen? Zijn er extra investeringen nodig om die toestroom aan te kunnen? Als we ruim willen registreren, dan moeten we ervoor zorgen dat dat op korte termijn ook mogelijk is. Bij de opkomst van drones hebben we al problemen gehad om bij DGLV voldoende capaciteit te hebben om tijdig de nodige vergunningen af te leveren. Die situatie willen we uiteraard niet opnieuw meemaken. Daarom kijken we vooruit naar wat nodig is om dat te doen. Er zijn drie excellenties zijn aanwezig, wat betekent dat de thematiek zeer ernstig wordt genomen. Ik vind dat ook een aandachtspunt en ik wens de ministers een goed overleg en goede afspraken. Het spreekt voor zich – ik richt mij tot de minister van Defensie – dat Defensie niet ingezet zal worden voor het neerhalen van om het even welke hobbydrone die her en der rondvliegt. De minister heeft al gezegd dat de drones van Defensie voornamelijk dienen om de eigen kwartieren te beschermen. Wat pooling and sharing betreft – het werd daarnet aangehaald –, wanneer er civiele bedreigingen zijn, zal Defensie uiteraard ook de hand reiken. Mochten er al voorbeelden zijn waar men aan denkt, dan zijn die welkom. Defensie zal ongeveer 200 miljoen euro mee investeren in de binnenlandse veiligheid. Mogen we ervan uitgaan – ik besef dat dit een hypothetische vraag is – dat die 200 miljoen euro ook meetelt voor de NAVO-norm? Vooral de dreiging ten aanzien van de kritieke infrastructuur springt in het oog. Dat blijkt uit de cijfers die minister Quintin in de commissie voor Binnenlandse Zaken heeft aangehaald, maar ook hier. Voor die kritieke infrastructuur moet een eigen risicoanalyse uitgevoerd worden. Hebben al onze kritieke entiteiten dat al gedaan, mijnheer de minister? Hoe verhoudt die analyse zich tot de sectorale dreigingsanalyse van het OCAD? Daarnaast rijst de vraag hoe de inspanningen worden verdeeld die nodig zijn om detectiesystemen en neutralisatiesystemen te voorzien bij de kritieke infrastructuur. Hoe worden de kosten gespreid tussen de uitbaters, met name de politie, skeyes en Defensie? Er is gesproken over het NASC. Wat is de rol van het NASC in de coördinatie daarvan? Tot slot, minister Quintin, u hebt in de commissie al aangehaald dat u met collega’s in de regering samenwerkt aan een wettelijke basis om bepaalde sectoren de mogelijkheid te geven dronesignalen te verstoren. Hoe staat het met dat voorstel? Welke sectoren zouden die wettelijke basis krijgen? Gaat het uitsluitend om kritieke sectoren, of ziet u dat breder? Dank aan de drie ministers voor hun toelichting of situatieschets. Er is al heel wat inkt gevloeid over de droneproblematiek. Het gaat natuurlijk om een zeer uitgebreid verhaal, met veel bevoegdheden en verantwoordelijkheden die verdeeld zijn. Ik zal onze vragen stellen samen met collega Huybrechts, die haar tussenkomst zal richten tot minister Crucke. Zelf richt ik mij tot minister Quintin en minister Francken. Minister Quintin heeft onder meer verwezen naar technische beperkingen door een aantal goedkeuringsprocedures, naar onvoldoende performante detectiecapaciteiten en naar het feit dat de attributie aan al dan niet buitenlandse actoren verre van evident is. Dat brengt mij meteen tot een aantal vragen, minister Francken. Als die attributie inderdaad verre van evident is, op basis van welke concrete technische indicatoren hebt u dan op verschillende tijdstippen publiekelijk gesproken over een gerichte en mogelijke spionageactiviteit door Rusland? U hebt dat in de media verkondigd. Ik zou dus graag willen weten op basis waarvan dat ondertussen kan worden toegewezen, of al dan niet kan worden toegewezen. Een tweede vraag betreft het aantal vals positieven. Hoe weet u wat dat aantal is, aangezien het blijkbaar groot was ten opzichte van de echte dronemeldingen? Hoe gevoelig is de frequentie van meldingen voor de mediaperceptie? Het valt op – u kunt dat bevestigen of ontkennen – dat er recent geen meldingen meer zijn van drones. Hoe verklaart u dat in de publieke opinie? Ik weet dat het evenwicht tussen eventuele paniekzaaierij en gewone meldingen moeilijk te bewaren is. Hoeveel meldingen zijn er de laatste maanden nog gebeurd en over welke sites ging het dan? Minister Quintin heeft ook gesproken over het feit dat de aanwezige detectiecapaciteiten niet performant genoeg waren. Dat lijkt mij een understatement. Minister Francken, kunt u dan zeggen welke detectiecapaciteiten op het moment van de incidenten ontbraken, waardoor Defensie – specifiek wat de dronedetecties boven militaire sites betreft – niet kon vaststellen wat er precies in de lucht hing en waar dat vandaan kwam? U hebt daarnet al kort verwezen naar de in Letland aangekochte Blaze interceptors. Welke technische lacune zullen zij in de komende periode exact invullen en welk deel van het dreigingsscenario blijft ook met deze middelen buiten bereik? Het lijkt mij belangrijk om te weten waar er eventueel moet worden bijgestuurd. Kunnen deze interceptoren worden ingezet zonder risico op nevenschade, aangezien het om kamikazedrones gaat? Ook dat had ik graag willen vernemen. Een volgende vraag betreft de rules of engagement . Welke rules of engagement gelden momenteel bij dronewaarnemingen boven militaire sites? Verschilt dat van de situatie tijdens de incidenten, of is dat nog niet het geval? Dat kunt u misschien toelichten. Een bijkomende, meer gezamenlijke vraag gaat over de problemen die voortkwamen uit het ontbreken van een performante coördinatie tussen onder meer Defensie, de federale politie en het departement Mobiliteit. Hoe verloopt de samenwerking met het antidroneteam van de politie vandaag? We kunnen toch stellen dat Defensie op het moment van de drone-incidenten geen communicatie onderhield met dat team over meldingen boven militaire sites, noch tijdens de incidenten boven de civiele luchthavens, waardoor het vliegverkeer, zoals u hebt aangehaald, mijnheer Quintin, boven Zaventem, Luik en andere plaatsen moest worden stilgelegd. Dat is toch verbazingwekkend. Ik hoop dat die communicatie er vandaag wel is. U zult dat hopelijk bevestigen. Dan een vraag over het NASC, dat u al hebt aangehaald. Hiervoor werd 1 januari niet gehaald. Dat is betreurenswaardig, maar gezien de verantwoordelijkheid en de zeer belangrijke bevoegdheden die het NASC in de toekomst zal dragen en zal moeten behartigen, vraag ik mij af welke concrete timing u wel vooropstelt. Mijnheer Francken, u hebt daarnet gesproken over weken en maanden. Wat is de timing en waar schort het op dit moment aan als het gaat om de concrete realisatie daarvan? Tot slot hebt u zeer veel plannen toegelicht inzake aankopen, die we ook hebben kunnen bespreken in de commissie Legeraankopen en -verkopen, wat uiteraard positief is. Hoe vult u op dit moment de lacunes die het antidroneplan en het National Airspace Security Centre, het NASC, voorlopig nog laten bestaan, in de periode vóór alle systemen geleverd en operationeel zijn? Daar had ik graag een antwoord op gekregen. Ik richt mij ook nog even tot minister Quintin. Hoe kan het dat de federale politie bij die waarnemingen geen gebruik heeft gemaakt van haar eigen antidroneteam? Daarnaast heb ik nog een vraag over de toewijzing. U zegt dat die verre van evident is, maar wat is op dit moment de stand van zaken van het onderzoek? Kunt u meer informatie geven over het helikopterincident, de onmogelijkheid voor de politiehelikopter om tussen te komen toen men de hulp van de politie heeft ingeroepen bij de drones boven Kleine-Brogel in het weekend van 1 en 2 november? We hebben daar een achtervolging kunnen zien. Wat is daar concreet misgelopen? Ook daarover had ik graag uw mening gehoord. Minister Crucke, ik richt mij tot u. Ik heb uw tien minuten durende antwoord op een vraag van mij in de commissie in oktober bij. Er waren heel veel interessante elementen. Ik heb toen ook gezegd dat ik alles zou analyseren en zou terugkomen. Belofte maakt schuld, dus hier ben ik. In uw antwoorden stelde u expliciet dat jamming aan een luchthaven zeer gevaarlijk is. Het luchtverkeer moet dan eerst volledig worden stilgelegd, omdat er anders interferentie kan ontstaan met de communicatie van de vliegtuigen zelf. Daarnaast zijn er nog heel wat andere risico’s. De systemen van drones kunnen oververhit raken, ze kunnen bij het dalen neerstorten en zo een vliegtuig raken. Ook buiten luchthavens kunnen ze woningen raken, misschien zelfs een F-35, als we niet opletten. Wanneer men kamikazedrones inzet om andere drones aan te pakken, kan men eveneens bijkomende schade veroorzaken door die drones uit de lucht te halen. Vandaar mijn vraag of er geen andere manieren zijn om drones op een veilige manier uit de lucht te halen. Het is immers niet opportuun om drones neer te halen in woonwijken, bij luchthavens of op militaire infrastructuur. U verwees ook naar de zogenaamde safety drones, die livebeelden kunnen doorsturen ter ondersteuning van de interventieteams. U zei dat de testen zeer goed waren, maar nog niet toepasbaar op de luchthaven. Is dat intussen wel het geval, hetzij op de luchthaven, hetzij bij andere kritieke infrastructuur? Zijn er eventueel beperkingen die op korte of langere termijn kunnen worden opgelost? Verder verwees u naar het National Counter Drone Testing and Expertise Centre en naar DronePort in Sint-Truiden. Er zou worden bekeken of die capaciteit kan worden uitgebreid, zeker met het oog op de luchthaven en andere kritieke infrastructuur. Is dat intussen gebeurd? Heeft daarover overleg plaatsgevonden en kan die capaciteit effectief worden uitgebreid? Dan heb ik nog vragen over de procedures, het overleg en de Europese regelgeving. U zegt dat skeyes een rapport heeft opgesteld en dat er een overleg loopt om de procedures te verbeteren. Wat zijn hiervan de resultaten? Hebt u hiervoor met skeyes samengezeten? U vindt de Europese regelgeving heel restrictief. U wilt daarom op zowel Europees als nationaal niveau zelf met een plan komen. Hoever staat u daarmee? Gebeurt dat in overleg met de andere ministers of bent u van plan om specifiek iets voor de commissie voor Mobiliteit zelf uit te werken? Welke concrete verbeteringen zullen worden doorgevoerd? Welke concrete stappen hebben er al plaatsgevonden? Worden er ook stappen gezet in het aanpakken van deze drones, naast het verplicht registreren ervan? U weet immers ook dat de slechteriken in dit verhaal hun drones nooit zullen registreren. Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat u geen wetgeving maakt die vooral de amateurdronebestuurders raakt, maar echt de criminelen die in de toekomst een drone als wapen willen en misschien zullen inzetten? Monsieur le président, la première chose que je tiens à faire, c’est remercier les trois ministres pour cet exercice de transparence. Je crois pouvoir dire que dans aucune des démocraties européennes, on ne retrouve un exercice de transparence aussi détaillé que celui que le ministre Quintin a pu produire. Monsieur le ministre, vous avez été très précis sur le nombre d’observations; il y en a eu plus de 500, dont 66 au-dessus de sites nucléaires et 130 au-dessus de sites militaires. En faisant preuve d’une telle transparence à l’égard du Parlement, mais aussi de l’opinion publique et des citoyens, vous mettez en lumière l’ampleur de nos faiblesses. Nous devons assumer le fait d’avoir été extrêmement faibles. Imaginons un instant que ces drones aient été armés! Il est évident que les Belges ont été particulièrement marqués par cette période, car il s’agit d’une attaque inédite, telle que nous n’en avions plus connue depuis la Seconde Guerre mondiale. Notre territoire n’avait jamais été survolé de manière non conforme de cette façon. Il n’est pas inutile de rappeler le contexte dans lequel cela s’est produit. C’était au moment où la Belgique négociait avec ses alliés européens sur l’avenir des avoirs russes gelés. C’est à ce moment-là que nous avons subi cette attaque. Monsieur le ministre, je vous remercie d’avoir clairement attribué cette attaque aux Russes. Il faut le dire. Cette attaque a-t-elle pesé sur notre position dans le débat relatif aux avoirs gelés? Peut-être. Peut-être pas. Peut-être un peu, lorsque l’on entend certains propos tenus dans le cadre des Grandes conférences catholiques que je regrette. Quoi qu’il en soit, un élément m’inquiète et je tiens à le soulever au nom du groupe MR: face à une menace, il y a trois ministres. Dès lors, j'aspire à ce que la coordination qui a été mentionnée puisse pleinement se concrétiser. Mais pour répondre à la menace représentée aujourd'hui par les drones, le gouvernement devrait sans doute décider de décloisonner vos attributions et de permettre une unité de commandement. D'ailleurs, comment cela va-t-il se passer quand vous allez arriver avec vos projets? Monsieur Crucke, vous avez évoqué vos projets de renforcement de skeyes. Monsieur Francken, vous avez parlé d'acquisitions supplémentaires et d'un certain nombre de mesures complémentaires à prendre. Allez-vous venir chacun dans votre commission? Où sont la cohérence et la coordination au niveau de la politique que nous devons mettre en œuvre face à cette menace? Aujourd'hui, j'aurais aimé que vous nous présentiez un visuel nous indiquant ce que vous alliez mettre en œuvre en termes de politique coordonnée face à la menace représentée par les drones sur notre pays, les services impliqués et la façon dont ils allaient collaborer. J'aurais aimé voir cela. Je pense que cela nous aurait aidés, et peut-être, puisque nous sommes suivis par les citoyens en direct sur le site de la Chambre, cela les aurait-il aidés aussi à y voir clair. En tout cas, ce que j'identifie tout de même aujourd'hui, à moins que vous ne disiez le contraire, c'est que si les drones reviennent demain, je ne sais pas très bien ce que nous allons pouvoir faire de plus que lors de leurs passages en octobre et en novembre. Je sais que c'est facile de dire cela, je sais qu'on ne met pas en place des dispositions nouvelles, simplement en disant qu'il faut concrétiser les actions. Mais en termes de détection et de neutralisation, sommes-nous déjà plus à même, plus aptes, plus forts qu’en octobre et en novembre? J'aimerais que vous puissiez nous le dire très sincèrement et franchement ou nous indiquer que le travail progresse. Je suis très sensible à l'acquisition de matériel supplémentaire pour neutraliser des drones, monsieur le ministre de la Défense. J'espère que vous pourrez nous détailler ce dispositif, parce que le ministre de la Sécurité intérieure l'a rappelé: le problème de la neutralisation des drones dans notre pays est la densité de population sur le territoire. Lorsqu'un drone tombe dans notre pays, il peut faire des dégâts. J'imagine en outre que vous ne vous servirez pas des F-35 pour détecter les drones, ce serait bien trop onéreux. Bien entendu, plusieurs acteurs sont concernés – la police, skeyes, le NASC, le NCCN, le CNS – mais, à mon sens, tout cela manque aujourd'hui d’unité pour mener une politique permettant de répondre à une menace. Je me réjouis que nous soyons en présence de trois ministres, mais j'aurais sans doute été intéressé également d'entendre la ministre de la Justice, puisque des enquêtes sont en cours sur le survol irrégulier du territoire. Nos services du renseignement y travaillent, et j'espère que vous pourrez nous divulguer quelques informations non classifiées relatives au travail du Service Général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS), monsieur le ministre de la Défense. Vous avez évoqué l'hypothèse d'un certain nombre de bases de lancement. Il serait intéressant, pour les parlementaires et les citoyens, d'avoir la confirmation que ces drones n'ont pas été envoyés depuis la Belgique. Voilà les quelques commentaires que je vous prie de prendre comme une critique constructive et un encouragement. Il s'agit d’un chantier énorme, nouveau et difficile, nous en sommes conscients au sein du groupe MR. Il s'agit d'un chantier important pour la sécurité des Belges. De nombreuses personnes ont témoigné de leur sentiment d'insécurité sur notre territoire pendant ces attaques d'octobre et de novembre. Au-delà de l'aspect technique, il s'agit de rassurer la population sur notre capacité à garantir la sécurité par rapport à ces attaques d'un nouveau genre. Je vous remercie. Oserais-je dire qu'il manque une personne aujourd'hui? Il y a quatre chaises. Cela tombe bien. Peut-être ainsi y aurait-il un pilote dans le drone, si vous me permettez l'expression, parce que, manifestement, il a manqué un pilote dans le drone en termes de coordination dès le début, dès octobre et novembre. Il eût été intéressant que le premier ministre soit présent. Trois ministres, autant de compétences, sept administrations, c'est bien la démonstration, si besoin en est, qu'il fallut ou qu'il eût fallu avoir un véritable pilote dès le départ. Je ne vais pas réexpliquer le contexte ou revenir sur les faits. Les conséquences sont très concrètes, tant en termes de sécurité que d'impact économique. Le trafic aérien a dû être interrompu à de nombreuses reprises. Au début, nous avons assisté, convenons-en, messieurs les ministres, à une petite partie de ping-pong par médias interposés. Et il aura fallu quelques semaines pour que le Conseil national de sécurité se réunisse et s'exprime aujourd'hui enfin en commissions réunies. À ce sujet, j'aurais aimé savoir si une clause de rendez-vous est prévue pour le CNS afin de faire le point prochainement. Si oui, peut-on en avoir connaissance? J'ai noté qu'il y a eu 558 observations. M. Ducarme a fait répéter le chiffre et nous sommes assez d'accord avec lui sur certains éléments critiques. On parle de 558 événements, donc on ne fera pas sortir les F-35 558 fois. On dépense un certain nombre de millions et en cela, on peut reconnaître à M. Francken un investissement important et une prise de responsabilité rapide, mais singulièrement pour les menaces militaires. Quand il s'agit de menaces civiles, quelques millions pour skeyes, certes, mais quand il s'agit de la police fédérale, d'autres l'ont dit avant moi, rien ou pas grand-chose. Mutualisation, dit-on. Je suis bourgmestre et membre d'un collège de zones locales; si toutes les zones locales doivent acheter des drones anti-drones avec ou sans armes, cela va faire désordre. Convenons-en. En guise de boutade, je dois rappeler qu'il a été décidé d'interdire les drones illégaux. On n'a pas parlé d'immatriculer les drones, mais on y était presque. C'est comme les feux d'artifice: on ne peut pas contrôler leur vente et leur achat. Donc, il va falloir opérer autrement. Au-delà de la plaisanterie, il est vrai que des moyens ont été engagés en urgence par la Défense. Il s'agit principalement de moyens de détection. Ma première question porte donc sur le caractère opérationnel de ce matériel. Est-il déjà complètement disponible? Combien de temps prendront les formations de nos militaires à ce type de matériel? Sous la précédente législature, nous avons assisté à la création d'une force cyber et d'un carrefour de contrôle à Beauvechain. Je m'en réjouis pour la circonscription du Brabant wallon, car cela signifie que Beauvechain sera maintenu de longues années encore. L'actualité a finalement donné raison à ces investissements qui ont été engagés sous la précédente législature. Comment ces moyens seront-ils augmentés (le National Airspace Security Center (NASC)), et rendus opérationnels avec les différents acteurs concernés? Les équipements fournis à nos militaires sont-ils strictement réservés aux sites militaires? M. le ministre Francken a déjà répondu. Cependant, il a dit dans Le Soir , noir sur blanc, que "si un drone venait à nouveau à survoler une centrale nucléaire, un de nos aéroports ou toute autre infrastructure critique, comme ce fut le cas en automne, l'armée ne pourrait pas intervenir." Peut-être l'information est-elle inexacte et a-t-il été mal compris. Aujourd'hui, je l'entends tenir des propos un peu plus nuancés. Sans doute reviendra-t-il sur le sujet. "Tant que nous sommes en temps de paix, c'est le rôle de la police", a-t-il dit. Bref, les ministres Crucke et Quintin nous ont vendu et revendu les 50 millions en question du CNS pour l'armée, mais peu d'euros pour le civil, convenons-en. Une nouvelle fois, la police fédérale, d'autres l'ont dit avant moi, se trouve quelque peu démunie. On ne parle pas de capacités. (…): (…) Monsieur Quintin, vous aurez l'occasion de me répondre. C'est pourquoi nous sommes ici. Enfin, toujours .pour le ministre de la Défense, j'ai une question à lui poser en termes d'autonomie stratégique. Une nouvelle fois, vous avez passé d'importantes commandes de drones MALE et de capacités satellitaires aux É tats-Unis. (…): (…) Si je me trompe, veuillez me corriger, je vous en prie. Dans les faits, notre force aérienne devient donc toujours plus américaine – c'est ma lecture mais vous allez la démentir –, avec toutes les conséquences qui en découlent. D'autres que moi ont évoqué les F-35 juste à l'instant. Nous avions, du reste, déposé un amendement pour supprimer l'achat des onze F-35, mais ne revenons plus là-dessus. Ne considérez pas que c'est une invitation pour en reparler. Contrôler notre espace aérien constitue pourtant une clef essentielle de notre sécurité. L'Ukraine le prouve. Dès lors, que penser de l'annonce d'un partenariat entre Renault et l'armée française dans la production massive de drones militaires? Ça n'a été évoqué par personne jusqu'à présent. La Belgique s'est-elle montrée intéressée? Car, en dehors des zones militaires, je le disais, c'est la police fédérale qui est compétente en cas de menace et non l'armée. Aujourd'hui, dans les faits, ce sont donc bien les polices locales qui doivent, monsieur Quintin, littéralement courir après les drones, si vous me permettez l'expression. Et la situation ne risque pas de changer. Monsieur Ducarme posait la question de savoir quelle était la différence entre une problématique qui se reproduirait aujourd'hui et celle de novembre et d'octobre. Je crains de n'avoir la réponse. D'ailleurs, poser la question, c'est y répondre. Les questions suivantes se posent également. Concrètement, pouvez-vous nous indiquer les nouveaux moyens budgétaires, matériels et humains, qui ont été et qui seront dédiés à la police fédérale? Permettez-moi d'insister. Le ministre de l'Intérieur a indiqué en séance plénière que des moyens militaires seraient désormais duaux. Le ministre de la Défense ne partage pas la même analyse. Mais ils vont nous l'expliquer dans un instant. Quels sont alors ces moyens duaux qui ont été évoqués et qui pourront être utilisés par les entités civiles? Pouvez-vous nous expliquer aussi les moyens du C-UAS de la police fédérale, créé en 2021, et son déploiement? Je vais tâcher d'accélérer un peu, sans ça, je n'aurai pas l'occasion de poser toutes mes questions. Nous avons appris dans ce cadre qu'un plan serait élaboré par Skeyes. L'investissement de 110 millions qui a été évoqué serait étalé sur trois ans, si j'ai bien compris. Et on peut, dès lors, se poser quand même quelques questions. Quand sera véritablement prêt ce plan national de détection? Quand est-ce que l'ensemble du territoire belge sera couvert? D'autres ont parlé d'un visuel qui pourrait être projeté à l'écran avec la couverture. Ce serait effectivement intéressant. On peut lire début 2027. Mais qu'allons-nous faire entre maintenant et début 2027? Comment vont être choisies les zones sensibles qui seront protégées prioritairement et équipées de ces systèmes de détection? L'enjeu, c'est évidemment d'arriver à faire cohabiter un système efficace de détection sans perturber – M. Crucke l'a dit – les vols autorisés; pas uniquement les vols aériens, mais aussi les vols de drones autorisés. L'objet d'un dispositif spécifique développé par Skeyes doit être, me semble-t-il, précisé. La question se pose aussi quant au développement des systèmes de brouillage – ça a été dit par d'autres collègues donc je ne vais pas m’étendre sur le sujet – pour neutraliser les drones suspects ou malveillants. Votre gouvernement a en effet chargé le ministre des Télécommunications de préparer un projet de loi pour élargir la possibilité d'utiliser ces systèmes. À l'heure actuelle, seules certaines instances peuvent en effet recourir à ce type de dispositif: la police, la Défense, les services de renseignement et de sécurité, l'OTAN et le SHAPE. J’ai encore quelques questions. Quels sont les opérateurs qui pourront utiliser ces systèmes de brouillage, en plus des acteurs que je viens de citer: les installations nucléaires, les établissements pénitentiaires, les entreprises critiques de type Seveso? Comment éviterez-vous les effets collatéraux, notamment pour les communications d'urgence, pour les transferts d’équipements médicaux – je pense notamment au réseau ASTRID – ou tout simplement pour la navigation aérienne classique? Quand le ministre de l'IBPT compte-t-il présenter le projet? Je voudrais malgré tout mentionner la solidarité manifestée entre les acteurs européens et souligner le travail du ministre de la Défense, pourtant très atlantiste. On ne peut en dire autant de la solidarité avec les Etats-Unis. Merci, messieurs les ministres, pour vos éclaircissements. C'est clair que les drones volant autour des aéroports, dans les espaces aériens et autour des sites stratégiques et critiques représentent un vrai danger. C'est pourquoi je trouve important que trois ministres se penchent ici sur la problématique. Le problème est connu depuis un certain temps mais, avouons-le, un certain chaos règne actuellement dans le secteur: tout le monde peut voler n'importe quand. Prenons l'exemple de l'aéroport de Zaventem. SkyDrone, qui est la filiale du gestionnaire du trafic aérien Skeyes, détecte chaque jour, en moyenne, une trentaine de drones à proximité du site. En 2024, 31 000 vols de drones ont été enregistrés dans des zones sensibles, autour des aéroports et des zones militaires. Et neuf vols sur dix n'étaient pas autorisés, à savoir qu'aucun plan de vol n’avait été demandé au préalable. Chaque année, entre 150 000 et 200 000 drones sont vendus dans le Benelux alors qu’en Belgique, seuls 37 000 pilotes de drones sont enregistrés auprès du SPF Mobilité. Les drones sont une nouveauté dans notre société. Nous ne voulons pas que des gens puissent circuler sans permis de conduire? De la même manière, nous devons aborder la problématique des drones: une réglementation et un enregistrement sont nécessaires. Comme cette problématique est essentiellement civile, nous souhaitons poser quelques questions à ce sujet. Combien de pilotes de drones se sont déjà enregistrés depuis le mois de novembre? Des investissements ont-ils été réalisés, en dehors de la Défense, pour sécuriser (notamment) les aéroports contre les drones? Pourquoi l'équipe spécialisée de la lutte contre les drones de la police fédérale n'a-t-elle pas été déployée lors des incidents liés aux drones? Comment entendez-vous vous y prendre pour que cette équipe soit déployée plus rapidement à l'avenir dans la lutte contre les drones dans des environnements civils? J'aimerais aussi revenir sur le rapport de la Sûreté de l'État concernant les signalements de drones. Je cite: "À l'automne 2025, le nombre de signalements de drones survolant les aéroports, des domaines militaires ou d'autres infrastructures sensibles telles que les centrales nucléaires, a connu une croissance importante. Souvent, il s'agissait de "faux positifs" et donc de situations où des personnes avaient confondu des avions ou des étoiles avec des drones. Dans d'autres cas, en revanche, il était effectivement question de drones. Des investigations approfondies sont toujours en cours à l'heure actuelle pour déterminer si ces drones s'inscrivaient ou non dans le cadre d'une campagne hybride menée par la Russie. (…) La prudence reste de mise." Quel est l'état d'avancement de l'enquête sur les récents incidents liés aux drones en Belgique? Quels résultats concrets, conclusions ou preuves ont été établis à ce jour dans le cadre de cette enquête? Je ne sais pas si vous pouvez déjà nous donner quelques éléments. Enfin, il est évident qu'il nous faut un équipement anti-drones pour protéger notre espace aérien. Selon un article publié dans le journal néerlandais Trouw, le 23 décembre, les Pays-Bas ont acquis des moyens de lutte anti drone auprès d'une entreprise israélienne. La Belgique est-elle impliquée dans une coopération avec des tiers, y compris Israël, concernant des moyens de lutte anti-drone? La Belgique a-t-elle acquis du matériel anti-drone auprès d'entreprises ou sociétés de défense liées à Israël? Des mesures de précaution ont-elles été prises pour éviter que cela ne se produise à l'avenir? Merci, messieurs les ministres, pour votre présence. Il était important d'avoir cette commission conjointe pour apporter cette réponse nécessaire de manière concertée et collaborative. C'est l'essentiel, et les différents intervenants l'ont assez mis en avant. Ce sera finalement le cœur de la réussite dans cette problématique. Les incidents récents ont été rappelés; M. le ministre de l'Intérieur a fait une ligne du temps. Mais il convient aussi de dire que des incidents de drones ont lieu depuis 2022 déjà. La menace est peut-être beaucoup plus importante aujourd'hui, mais elle était préexistante. Il a été mis en avant que de nombreux signalements étaient des faux positifs. Toutefois, comme l'ont clairement dit les autorités, tous ces vols ne peuvent pas être réduits à de simples usages récréatifs. Certains présentent des caractéristiques inquiétantes et ont justifié la mobilisation rapide du Conseil national de sécurité, ainsi qu'une coopération renforcée avec les partenaires internationaux, qu'il faut bien sûr remercier. Nous saluons la réaction rapide du gouvernement, qui s'est traduite par l'adoption de mesures concrètes que vous avez rappelées. Mais par ailleurs, même en l'absence de menaces directes avérées contre les personnes ou les infrastructures, ces événements doivent nous servir d'avertissement clair. Notre espace aérien est devenu un champ de vulnérabilité. La question des drones ne peut être abordée sous un seul angle. Cela a déjà été dit, il y a trois piliers essentiels: la détection, l'identification et la neutralisation. En matière de détection et d'identification, il est indispensable de disposer d'une cartographie précise des incursions. Toute une série d'outils récents permettent d'améliorer cette situation, mais nous devons aussi nous reposer sur le centre de gestion de l'espace aérien, pour qu'il soit pleinement opérationnel. Le travail initié par le ministre Crucke en matière d'enregistrement va dans la bonne direction et mérite d'être consolidé. Mais la détection ne suffit pas. La neutralisation des drones pose aujourd'hui une question centrale de gouvernance et de responsabilité. Les compétences et les moyens de la Défense sont clairement définis. Le ministre les a rappelés. En revanche, le rôle de la police intégrée reste trop flou, alors même qu'y compris en temps de guerre, elle conserve des missions essentielles. Il est donc indispensable de rappeler qu'il faut que la police fédérale élargisse son champ d'action au-delà de la seule gestion de l'ordre public. Il faut que les zones de police locales soient mieux intégrées dans le dispositif, qu'elles soient formées, équipées et associées à la réponse opérationnelle. Il faut surtout que la question de la chaîne de commandement claire en matière de neutralisation soit posée sans tabou et clarifiée. Face à ces menaces hybrides, la dispersion des compétences est une faiblesse. Je pense que nous l’avons tous signalé. La coordination, la clarté des responsabilités, la rapidité de réaction seront les clés de la réussite. J'avais posé deux questions, principalement concernant la cartographie des incidents, mais également sur les modalités de neutralisation. Monsieur le ministre, vous avez déjà apporté beaucoup d'informations. Vous avez mis en avant les 558 incidents survenus entre le 1 er septembre 2025 et le 21 janvier 2026. Si j'ai bien compris, seuls 130 d'entre eux concernent des bases militaires. À partir de ces statistiques, on peut considérer que le risque réside bien au-delà, et peut-être même prioritairement, hors de ces sites militaires. Cela pose donc la question de la bonne collaboration entre police et Défense, ainsi que celle de la bonne répartition des moyens. Le ministre de la Défense a rappelé les moyens engagés: on parle de 50 millions. Il a rappelé plusieurs investissements déjà imaginés ou projetés. En tout cas, il faut que la police soit pleinement partenaire dans cette mission. Le ministre a indiqué que les moyens qui seront acquis pourront être partagés avec les autres autorités, mais se pose alors la question des modalités. C'est très bien de le dire, mais il faut voir ensuite comment on se concerte et comment on s'organise et, surtout, savoir qui prend la décision pour engager les bons moyens au bon moment, en fonction de la menace et du risque réel. In fine , c'est très bien: les moyens sont en passe d'être acquis. Il faut en organiser l'utilisation et, surtout, pouvoir disposer d'une chaîne de commandement centralisée qui permette de répondre à la menace de manière efficace et rapide. C'est l'objet de ma principale question: peut-on garantir que l'on dispose véritablement de cette chaîne de commandement centralisée pour gérer cette nouvelle menace? Messieurs les ministres, tout d'abord, un grand merci pour vos éclaircissements et vos informations. Vous imaginez bien que j'interviendrai en qualité de membre de la commission de la Défense, puisque c'est elle que je suis tout particulièrement. Comme vous le savez, le groupe Les Engagés avait demandé la tenue rapide d'une réunion commune, car il est clair que ce dont nous discutons aujourd'hui concerne bien plus loin que la Défense, mais l'ensemble de notre territoire. Elle vient beaucoup plus tard que nous l'aurions espéré, mais reconnaissons que cela a permis au gouvernement de préparer ses réponses et de nous apporter des informations claires et précises. Ces intrusions de drones ont été, paradoxalement, utiles à notre Défense. Il faut le signaler. Elles ont permis de souligner l'urgence de renforcer nos moyens de lutte contre les drones, surtout, malheureusement, après de nombreuses années de sous-investissement. Il importe également de souligner que cette déficience dans la protection et la lutte contre les drones est l'arbre qui cache la forêt. En effet, d'autres secteurs requièrent de gros investissements. Il est primordial d'admettre que les nouveaux moyens financiers de la Défense ne pourront pas être utilisés par tous les départements et ne pourront pas tous les servir. Chacun des acteurs concernés – comme le département de l'Intérieur et les gestionnaires d'infrastructures critiques – a évidemment besoin d'investissements pour protéger tant les personnes que la technologie. Il faudra y faire face. Le ministre de la Défense a néanmoins expliqué que certaines dépenses relevant d'autres départements pourraient être prises en charge par la Défense. Pourriez-vous nous donner plus d'informations à ce sujet? Ces intrusions ont rappelé que la technologie évolue très vite et que les réponses devront s'adapter rapidement. Il importera de disposer d'une souplesse dans les moyens technologiques de lutte anti-drones, dans la réglementation et dans l'innovation technologique, ainsi que dans nos réactions. Du point de vue strict de la Défense, on peut dire que la réaction a été satisfaisante. Une task force est en place et un général des drones a été désigné. Des moyens ont été achetés en urgence. Une solution structurelle est en cours d'adoption. On peut espérer qu'un système performant de lutte anti-drones sera mis en place progressivement dans les prochaines années, si les moyens de l'industrie suivent, bien évidemment. Ce qui sera acheté par la Défense pour la Défense ne permettra toutefois pas de protéger l'ensemble du territoire, ni toutes les infrastructures critiques, ni notre population. Cela sera particulièrement vrai en situation de crise, lorsque la Défense aura besoin de tous ces moyens pour protéger ses infrastructures militaires, certaines infrastructures essentielles dans le cadre de la mobilité militaire, ou encore des unités déployées. Dès lors, comment les autres Services publics fédéraux et administrations pourront-ils s'inscrire dans la démarche technologique et dans le système mis en place par la Défense? Quels moyens propres à ces départements seront-ils disponibles? La question concerne aussi d'autres niveaux de pouvoir, car, à terme, les zones de police locale devront également réaliser des investissements. Qu'est-il prévu pour que cette démarche soit pleinement collective, ouverte et financée? Est-il prévu, à un moment ou à un autre, d'aider financièrement les zones de police afin qu'elles puissent s'équiper? Un drone peut arriver n'importe où, y compris là où on ne l'attend pas, y compris dans des zones rurales. Je m'interroge également sur les moyens passifs de protection. Nous parlons ici de moyens électroniques, de moyens cinétiques, de lasers et d'autres dispositifs. Qu'en est-il, en parallèle, de la protection des infrastructures par des filets, des grillages ou d'autres moyens, comme on en voit dans certaines prisons ou en Ukraine? Le plan de résilience préparé par l'Intérieur prévoit-il d'établir des stocks de ce type de matériel, ou de préparer certaines infrastructures pour pouvoir les déployer en cas de crise? Là aussi, il importera de ne pas être pris au dépourvu. Je vous remercie pour les réponses que vous pourrez nous apporter. Ik dank de ministers om hiervoor tijd te maken. Ik ben de twaalfde spreker en er werden al heel wat vragen gesteld. Op sommige ervan hebben de ministers trouwens al in hun toelichting vooraf geantwoord, maar goed, iedereen mag de vragen stellen die men wenst te stellen. We hebben ook een aantal boutades gehoord. Aan de collega die meende dat onze luchtmacht veramerikaanst, laat ik alvast opmerken dat we al 50 jaar met F-16’s vliegen en dat zijn ook Amerikaanse toestellen. Collega's, de dronebedreiging lijkt misschien niet meer zo actueel, omdat we de voorbije weken geen meldingen meer hebben gekregen. Dat betekent echter niet dat die dreiging volledig weg is. Het betekent niet dat de hybride oorlog niet verder kan woeden, bijvoorbeeld op het cybervlak of door desinformatie of nog omwille van het in kaart brengen van onze kritieke infrastructuur. Mijnheer de voorzitter, ik heb dan ook een voorstel van resolutie ingediend om onze weerbaarheid tegen hybride oorlog aan te wakkeren. Ik hoop dat we binnenkort nog eens wetgevend werk in de commissie voor Landsverdediging aan de orde brengen, zodat ik dat voorstel van resolutie kan inleiden en we daarmee aan de slag kunnen gaan. In mijn voorstel formuleer ik een 60-tal aanbevelingen aan de regering, waaronder een achttal specifieke aanbevelingen met betrekking tot counter-IOAs. Ik probeer geen vragen te stellen die al gesteld zijn of die al beantwoord zijn. Kunt u al iets meer over het onderzoek onder de leiding van de ADIV zeggen? Als dat niet het geval is, dan moeten we daar ook respect voor hebben. Als het onderzoek nog lopende is, is het misschien beter om er niets over te zeggen. Ik ben het met een aantal collega's eens dat we niet te snel tot conclusies mogen komen en de feiten onmiddellijk toeschrijven aan een bepaald land. We mogen echter ook niet naïef zijn. Misschien kunnen we nooit bewijzen wie de hand heeft in de dronebedreigingen, maar als alles in dezelfde richting wijst, dan zijn dat toch zeer sterke indicaties. Een van de eigenschappen van de hybride oorlog is net dat er heel moeilijk een vinger te leggen is op vanwaar die komt. Dat maakt het ook zo moeilijk om tegen dergelijke dreigingen te ageren. Een collega deed ook heel meewarig over de suggestie van minister Quintin om drones verplicht te registreren, en vroeg of dat the way to go is, aangezien wie slechte bedoelingen heeft, zijn, of haar drone toch niet zal registreren, terwijl we met die maatregel vooral de gewone amateurdronepiloten pesten. Ik weet ook niet zeker of dat de weg is die we moeten bewandelen. Hoe dan ook zou men daarmee alvast het kaf van het koren kunnen scheiden. Een niet-geregistreerde drone is per definitie al verdacht en men kan in dat geval misschien sneller ageren. Behoort een verplichte registratie van drones nog altijd tot de mogelijkheden? Ten slotte, ik verneem nog graag van de minister van Defensie hoe hij de steun evalueert die we in die kritieke weken van verschillende NAVO-partners hebben gekregen. Hebben we daar lessen uit getrokken voor de versterking van de eigen capaciteiten? Mijnheer de voorzitter, ik zal het ook proberen kort houden, omdat er inderdaad al heel veel vragen zijn gesteld en ik wil niet in herhaling vallen. Ik dank eerst en vooral de regering voor haar adequate reactie enkele maanden geleden. Het beste bewijs is dat we hopelijk op korte termijn een gunning van het C-UAS-programma kunnen delen. Dat neemt niet weg dat ik nog steeds een aantal bekommernissen heb. Zo moet er omwille van een Europese aanpak – niet alleen ons land wordt met de problematiek geconfronteerd; onze buurlanden zitten in hetzelfde bad – voldoende overleg worden gepleegd. Elk land hoeft inderdaad niet het warme water zelf heruit te vinden. Ik hoop ook dat we, wat de C-UAS-strategie betreft, het binnen Europa kunnen houden. Het is een langetermijnprogramma en we moeten de innovatieve krachten bij onze Europese defensie-industrie stimuleren, zeker in de toekomst. Verder is het absoluut nodig – ik heb niet de indruk dat dat vandaag gebeurt, integendeel – dat er over de verschillende diensten heen wordt samengewerkt. We moeten weg van verkokering. Voor ons is het heel belangrijk dat bij alle investeringen die Defensie doet, breder wordt gekeken dan alleen de militaire domeinen. Ook de strategische infrastructuur zoals de luchthavens, de haven van Antwerpen en de lng-terminal in Zeebrugge, moet mee worden genomen. Daar moeten de juiste beleidskaders voor worden gecreëerd, zodat de relatief dure investeringen zo veel mogelijk kunnen renderen. Dat brengt mij bij nog een bekommernis, namelijk de nood aan een heldere taakverdeling tussen de verschillende diensten, en vooral tussen defensie en politie. Dat is absoluut nodig om een vlotte samenwerking tussen alle betrokken diensten mogelijk te maken. Daarnaast moet informatie correct worden gedeeld en moeten we de problematiek gecoördineerd aanpakken. Daarbij mogen we het lokale bestuur niet vergeten. Het lijkt misschien een detail, maar ik denk dat lokale besturen, en zeker de burgemeesters, hun inwoners kunnen geruststellen. En dat is nodig, want in de weken dat drones door ons luchtruim vlogen, leefde er bij de bevolking toch enige ongerustheid. In het licht daarvan moet er voor alle incidenten in vredestijd een passend interventie- en handhavingskader juridisch worden uitgetekend. U maakt daar werk van en ik kan u alleen maar aanmoedigen om het noodzakelijke tempo aan te houden. Ik wil allereerst de ministers danken voor de toelichting over de acties die ze de laatste maanden hebben ondernomen. We zijn ondertussen ongeveer drie maanden verder. Er zijn ook al heel wat vragen gesteld, daar zal ik dan ook minder op ingaan. Wat mij wel sterk bijblijft, zowel in deze discussie als op dat moment begin november – op 4, 5 en 6 november –, is dat er een aantal incidenten zijn geweest die de pers hebben gehaald. Dat heeft als een megafoon gewerkt voor de ongerustheid bij onze inwoners over overvliegende drones. Dat was niet het enige. Het blijkt ook een katalysator te zijn geweest voor een heel gamma aan meldingen. In de hoorzittingen en nadien ook in het Parlement is gezegd dat er heel veel valspositieven zijn, maar dat nieuws heeft er op dat moment wel voor gezorgd dat er heel veel extra waarnemingen zijn binnengekomen. Vandaag, drie maanden later, valt het mij op dat er cijfers worden gegeven over het aantal meldingen die problematisch zouden zijn sinds begin september, maar dat er eigenlijk niets wordt gezegd over die valspositieven. Er wordt wel vermeld dat er een aantal valspositieven zijn, maar ik had gehoopt dat we, nu we drie maanden verder zijn, ook meer zicht zouden krijgen op hoeveel valspositieven daar tussen zitten. Zitten daar ook effectieve, problematische meldingen tussen? Ook daar hebben we vandaag geen zicht op. Ik zal mijn vragen daarop focussen. Dat is van cruciaal belang om die ongerustheid opnieuw weg te nemen. Op dit moment is het gevolg van deze hoorzitting dat er online vooral nieuws verschijnt over 558 meldingen sinds begin september, wat voor meer ongerustheid zorgt, terwijl we die misschien net hadden kunnen wegnemen. Het valt ook op dat we begin of half november detectiesystemen hebben gekregen en dat de Britten, de Fransen en de Duitsers ons zijn komen helpen. Sindsdien is het aantal waarnemingen ook gedaald. Sinds december is het aantal opvolgvergaderingen verminderd, omdat die minder nodig bleken. Het lijkt er dus op dat visuele waarnemingen het overgrote deel van de meldingen uitmaken. Dat is een indruk. Ik heb daar geen bevestiging van en hoop die vandaag van u te krijgen. Vandaar heb ik een reeks vragen. Ik begin bij minister Quintin. Wat die 558 dronewaarnemingen betreft, hoe vaak is ondertussen gebleken dat het niet om een drone ging? Er zijn toch al een aantal dossiers waarin duidelijk is geworden dat het geen drone was. De factchecks van de VRT hebben er alvast een aantal aan het licht gebracht. Het is zelfs zo dat die van 4, 5 en 6 november volgens de VRT-factcheck al zijn weerlegd. Ik hoop dat die bevestiging ook vanuit uw diensten kan komen. Van hoeveel dronewaarnemingen is op dit moment al duidelijk gebleken dat ze niet onrustwekkend waren, dat het geen drones waren, maar bijvoorbeeld een politiehelikopter, een vliegtuig of een hobbypiloot die overvloog? Bij het federale parket was er half november sprake van acht lopende dossiers, na zeventien incidenten. Zijn daar intussen dossiers bij gekomen? Zijn er dossiers afgerond? In welke richting gaan de uitspraken? Kunnen we vandaag al overvluchten linken aan Russische of andere vijandige mogendheden? Is dat ergens vastgesteld? Aan minister Crucke en minister Quintin heb ik een vraag over de luchthavens die gesloten zijn. U hebt gezegd dat het om negen luchthavens ging. Is het op dit moment al duidelijk dat het in een aantal gevallen om meldingen van drones ging die uiteindelijk geen drones bleken te zijn? Volgens die factchecks wel, maar kunt u dat ook bevestigen? Over hoeveel van die negen gaat het dan? Is dat een op de negen, zijn dat er drie op de negen, of tasten we nog volledig in het duister? Hoe ver staan we op dat vlak? Dat zijn beslissingen met een grote impact. Die moeten worden genomen wanneer de veiligheid in het gedrang komt of lijkt te komen. Het is wel van belang om achteraf te weten hoe vaak het effectief om een drone ging die overvloog, eventueel met vijandige bedoelingen. Hoe vaak ging het om inmenging door een buitenlandse mogendheid in ons luchtruim? Aan minister Francken heb ik een gelijkaardige vraag. U gaf in november aan dat de ADIV onderzoek zou doen naar dronewaarnemingen boven militaire kwartieren en kritieke infrastructuur, zoals kerncentrales. Uit de cijfers van mijnheer Quintin blijkt dat het om 196 meldingen gaat over die hele periode. Zijn er al onderzoeken afgerond? Zijn er indicaties dat het om Russische beïnvloeding gaat? Zijn er veel valspositieven? Wat is dat aandeel ongeveer? Ik hoop dat daar duidelijkheid over kan komen. Als dat niet in exacte cijfers kan, is een indicatieve inschatting ook al waardevol, bijvoorbeeld vier op de vijf zijn valspositief, of een op de drie. Ik kijk zeer hard uit naar uw antwoord. U sprak toen in de commissie ook over drones die informatie verzamelden en complexe acties uitvoerden, duidelijk professioneel en doelgericht. Blijkt dat intussen ook uit het onderzoek? Ging het effectief om gestuurde acties? Welke informatie hebben we daarover? Meer specifiek heb ik nog een vraag over de melding op 5 november voor het militaire domein van Heverlee en die van 6 november voor Melsbroek. Volgens de factchecks ging het ook daar om valspositieven. Ging het inderdaad om een politiehelikopter en een DHL-vliegtuig of waren het effectief drones? Welke informatie is daarover beschikbaar? Verder, minister Francken, zei u daarnet dat het grote antidronedossier volgende week op de ministerraad zou komen. U sprak over gunnen. Gaat het effectief over gunnen, of eerder over het uitschrijven van een aanbesteding? Dat is uiteraard een belangrijk verschil in timing. Daarnaast heb ik de vraag aan wie dat gegund zal worden. De recente strapatsen van president Trump en zijn dreigementen ten aanzien van Groenland en Europa hebben aangetoond dat we er beter aan doen om minder afhankelijk te worden van de Verenigde Staten in plaats van ons daar verder aan te binden. Als we een langlopend contract zouden aangaan rond drones en de bescherming daartegen, lijkt het mij aangewezen om ons meer te richten op Europese bedrijven dan op Amerikaanse bedrijven. Ik ben benieuwd hoe u daartegen aankijkt. Dan heb ik nog een vraag aan de ministers Quintin en Crucke. Minister Francken heeft de maatregelen opgesomd en de aanbestedingsprocedures toegelicht die intussen vanuit Defensie lopen. Hebben jullie de intentie om daar voor jullie sectoren bij aan te sluiten? Ze staan open voor civiele deelname, maar is dat ook jullie intentie? Waarom wel of waarom niet? Tot slot heb ik nog een vraag over drones die via 4G- en 5G-netwerken worden aangestuurd, waar mijnheer Quintin eerder naar verwees. Hoe ver staan we vandaag met de verschillende detectiemogelijkheden, als het niet meer via radiogolven verloopt, maar via 4G en 5G? In welke mate zijn onze detectieapparatuur en onze counterdrone-infrastructuur daaraan aangepast? Minister Francken, toen u het pakket van 50 miljoen euro toelichtte dat al beslist is voor de beveiliging van militaire sites, sprak u zeer specifiek over antidrone-infrastructuur op basis van RF-detectie, en niet op basis van 4G- en 5G-detectie. Gaat het hier wel om de drones waar we vandaag mee te maken hebben? Kunnen we met dat materiaal de huidige types drones effectief tegengaan? Ten slotte, op welke manier is de minister bevoegd voor telecommunicatie hierbij betrokken? Dank u, ministers, voor uw toelichting. Ondertussen is het bijna drie maanden geleden dat een zeer zwaarwichtig incident plaatsvond. Of het nu om valspositieve of om echte signalen ging, feit is dat de operatie goed gelukt is: de luchthaven van Zaventem en het luchtruim lagen plat. Dat heeft een negatieve impact gehad op ons veiligheidsgevoel. Ook de zeer zware economische impact mogen we niet onderschatten. Een luchthaven platleggen in het hart van Europa, in onze hoofdstad, heeft een aanzienlijke kostprijs. De operatie is dus sowieso goed gelukt. Het veiligheidsgevoel is aangetast, er is angst gezaaid bij de bevolking. We moeten dit dus ernstig blijven nemen. We horen inderdaad minder signalen en hopelijk betekent dat dat er minder gevaar is, maar dat betekent niet dat we niet moeten reageren. Ik ben dan ook wat ontgoocheld over de maatregelen die getroffen zijn sinds november. Dat zijn er niet zo veel. Ik wil beginnen met de bevoegdheden, want de heer Ducarme heeft het mooi geformuleerd. Une menace , dat klinkt mooier in het Frans. Er is één duidelijke dreiging en iedereen is verantwoordelijk: Defensie, politie, Mobiliteit, Binnenlandse Zaken, de Regie der Gebouwen. Er zijn 101 verantwoordelijken voor één duidelijke dreiging. Ik ben het ermee eens dat het een zeer complexe dreiging is. Het gaat om een hybride vorm van oorlogsvoering, een nieuw fenomeen. Veel Europese landen moeten snel schakelen. We moeten bekijken hoe we dat moeten aanpakken en hoe we daarop moeten reageren, zodat we de veiligheid in ons luchtruim, in ons land en boven onze kritieke infrastructuur kunnen garanderen. Het helpt echter niet dat men continu naar elkaar blijft wijzen. De minister van Defensie zegt dat hij bevoegd is boven de militaire kwartieren en dat klopt. De minister van Mobiliteit is bevoegd boven de luchthaven. Voor de kritieke infrastructuur is de minister van Binnenlandse Zaken bevoegd. Bij zo'n complexe dreiging, bij de aanpak van een dronebedreiging waaraan vandaag heel Europa onderhevig is, is eenheid van commando nodig. Iedereen moet zijn deel doen en samenwerken. Ik ben het ermee eens dat alle veiligheidsdiensten op een bepaald moment de koppen bij elkaar moeten steken en samen de veiligheid aanpakken. Er is echter één leidinggevende nodig die dat aanstuurt, één piloot in de cockpit die bepaalt hoe de dronebedreiging in ons land wordt aangepakt. Ik vind het jammer dat men naast elkaar blijft werken. Men zegt wel dat de samenwerking goed verloopt en dat het wel goed komt, maar ik ben van oordeel dat die rol bij Defensie hoort te liggen. Ons luchtruim beveiligen, zeker op zijn minst onze kritieke infrastructuur, is een taak voor defensie. Defensie moet daarin de leiding nemen. De middelen komen stilaan beschikbaar, de capaciteiten worden opgebouwd, het personeel wordt opgeleid en er worden dronepiloten gevormd. De middelen, de knowhow, de kennis, de capaciteit en de budgetten zullen bij defensie geconcentreerd zijn. Het is dan ook logisch dat defensie de dronedreiging in eerste instantie op zich neemt. Alle veiligheidsdiensten moeten samenwerken als er zich een nationale crisis voordoet, maar er moet één duidelijk aanspreekpunt zijn en er moet eenheid van commando zijn. Die eenheid van commando moet bij Defensie komen te liggen. Mijn vraag aan jullie allemaal is dan ook wat jullie daarvan vinden. Vinden jullie dat de samenwerking vandaag zo vlot verloopt dat alles gewoon naast elkaar moet blijven bestaan, met een deel bij Binnenlandse Zaken, een deel bij Mobiliteit en een ander deel bij Defensie? Vinden jullie dat een goede manier van werken? Zijn jullie het er ook mee eens dat er één piloot in de cockpit nodig is en dat er eenheid van commando vereist is om een dronedreiging, die bovendien elke maand evolueert, doeltreffend aan te pakken? Een volgend punt is het NASC, het National Airspace Security Centre, het MIK in de lucht. Het is goed dat men iedereen samenbrengt en dat men alle betrokkenen in dezelfde ruimte zet, maar ook dan is het essentieel dat duidelijk is wie wat wanneer moet doen. Ik vind het eerlijk gezegd schrijnend om te horen dat men heeft geprobeerd het NASC 2.0 operationeel te krijgen, maar dat dat niet is gelukt. Gezien zo’n crisis op ons nationaal grondgebied en een dreiging die zich manifesteert en niet meteen zal verdwijnen, vind ik het vreemd en bijzonder dat men daar niet in geslaagd is tegen 1 januari 2026. We zijn ondertussen bijna een maand verder. Waar staat men vandaag met dat NASC 2.0? Is het bijna operationeel en wanneer mogen we dat verwachten? Mogen we weten wie wat wanneer zal doen? Wie zal daar de leiding nemen? Het is belangrijk te weten welke veiligheidsdienst binnen het NASC de regie in handen zal nemen en welke rules of engagement gelden. Het klinkt allemaal goed dat men naast elkaar zit en zegt dat alles peis en vree is en dat de samenwerking vlot verloopt, maar we hebben tot vandaag geen enkele inzage gekregen in wie binnen dat NASC daadwerkelijk de regie voert. Naast het NASC 2.0 is er ook het NASC 1.0. Dat bestaat al en werd opgericht in de vorige legislatuur. Is dat in de tussentijd samengekomen? Wordt daar besproken hoe men samen met de veiligheidsdiensten omgaat met die dreiging wanneer er signalen binnenkomen? Ook daar stel ik de vraag wanneer wij mogen verwachten dat het NASC 2.0 operationeel zal zijn. Het is niet gelukt tegen 1 januari; zal het dan wel lukken tegen 1 februari? Wie zal daar welke taken opnemen, wie heeft de regie en wie heeft de leiding? Tot slot kom ik tot de aankopen. Men heeft ondertussen inderdaad die eerste 50 miljoen eind vorig jaar uitgegeven op conto van Defensie. Ik hoor dat er meer dan een half miljard aan investeringen in counter-UAS op komst is. Er is verschillende keren gezegd dat ze gezamenlijk inzetbaar zullen zijn. Er zouden goede afspraken zijn gemaakt, heb ik gehoord. Welke afspraken zijn dat dan? Betekent dat dat als die aankoopdossiers naar de regering gaan, die samen zijn bekeken met defensie en met de politie? U zegt dat dat gezamenlijk inzetbaar wordt en dat ook de politie daar een deel van zal kunnen gebruiken. Werden die systemen samen aangekocht? Hebben de politiediensten samengezeten met de diensten van defensie om te bekijken welk materiaal voor wie geschikt is? Ten tweede, het is goed om te zeggen dat die middelen door verschillende veiligheidsdiensten gebruikt kunnen worden, maar zijn er ook gezamenlijke opleidingen? Ik hoor u, minister Francken, zeggen dat er opleidingen zijn binnen defensie, maar zijn er ook opleidingen bij de politie? Als u zegt dat die materialen ook door de politie en andere veiligheidsdiensten kunnen worden gebruikt, zijn die opleidingen er dan ook bij de politie? Men voelt aan alles dat het een handicap is om verschillende veiligheidsdiensten naast elkaar te laten werken. Er is echt nood aan eenheid van commando om deze dreiging aan te pakken. Er is nood aan één aansturingspunt, één aanspreekpunt, één piloot in de cockpit die van daaruit verdeelt hoe alle veiligheidsdiensten moeten werken. Dan, mijnheer de minister van Defensie, nog een aantal specifieke vragen. Wat zijn de eerste bevindingen van de dronedetectiesystemen? Ik heb vernomen dat die al operationeel zijn. Wat zijn de eerste bevindingen? Komt daar veel uit? Worden die goed ingezet? Komen daar veel signalen van? Hetzelfde geldt voor de droneguns en de kamikazedrones. Wat zijn de eerste bevindingen? Zijn die al in werking gesteld? Het is momenteel ook het enige wat op 4G, 5G en op satelliet kan werken, maar dat kan dan weer niet in het civiele luchtruim boven een luchthaven, want daar is dat bijzonder gevaarlijk. Wat zijn de volgende stappen voor die nieuwe vorm van drones die op het 4G- en 5G-netwerk werken? Wat zijn daar de volgende stappen en de volgende aankopen, zodat ook onze verschillende luchthavens op deze dronedreiging kunnen reageren? Peter Buysrogge , voorzitter: Ik verleen nu graag het woord aan de regering voor de antwoorden. Ik ga ervan uit dat wij dezelfde volgorde van daarnet hanteren en dat ik dus eerst het woord verleen aan de heer Quintin. Mesdames et messieurs, je vous remercie pour ces échanges. Assurément, ils se font dans la transparence et démontrent la disponibilité du gouvernement. Je souligne cela par rapport aux chiffres que j'ai donnés: la transparence est et restera mon leitmotiv. C'est ma conception de la démocratie libérale parlementaire, même si cela doit parfois se retourner contre moi. Ce n'est pas grave, c'est le jeu. Monsieur Ducarme, aujourd'hui, nous sommes plus forts en matière d'intervention qu'en novembre. La question est évidemment légitime. Nous devons nous la poser et la poser à tous les pays confrontés au même phénomène. Pour ne prendre que le Royaume-Uni et l'Allemagne qui ont été et qui sont encore confrontés au même type de menace que nous et qui ont des moyens considérables, aucune intervention n'a été couronnée de succès dans le cadre du survol d'infrastructures sensibles. Si nous étions prêts à prendre beaucoup plus de risques pour mener des interventions physiques sur des drones, nous pourrions peut-être obtenir de meilleurs résultats. C'est vrai, mais ce sont des choses qui doivent être calculées en termes tant de risques que de réponses à donner. Mevrouw De Vreese, het nationaal handhavingskader wordt samen met de FOD Mobiliteit en de FOD Justitie uitgewerkt. Op die manier zullen de interventies in het hele land correlerend zijn. Het is immers zo dat de lokale politie de interventie doet. De federale politie heeft een gespecialiseerde capaciteit die ter ondersteuning van de lokale politie kan worden ingezet. Deze capaciteit is beperkt. De politie is immers niet bevoegd voor de bescherming van het luchtruim. Er zijn ook twee lokale politiezones met capaciteit: de politie van Antwerpen en de politie van Brussel. Het betreft systemen op basis van radiofrequentie die hun beperking hebben en die in de toekomst zullen worden gemoderniseerd. Ik heb dat al in de commissie voor Binnenlandse Zaken toegelicht. Ook de vraag over de inzet of het gebrek aan interventies tijdens de eerste waarneming heb ik al beantwoord. Er was tijdens die eerste dagen geen mogelijkheid tot interventie met technische of kinetische middelen. Die detectiemiddelen had skeyes ook al in bedrijf op de luchthaven. Met betrekking tot het NASC kan ik u onmiddellijk geruststellen, alsook mijn collega Theo. De federale politie zal een verbindingsofficier afvaardigen die in de komende dagen of weken fysiek aanwezig zal zijn. We zijn ook vragende partij voor een technische link met het operationeel centrum van de bestuurlijke politie. Mijnheer Bergers, het is aan de sectorale overheden om toe te zien op de bescherming van de infrastructuur die binnen hun domein valt. Ik ben bevoegd voor het NCCN, dat de coördinatie van de beveiliging doet, maar dat ontslaat de sectoren uiteraard niet van hun verantwoordelijkheid. Welke sectoren kunnen detectie of jamming inzetten? Het gevangeniswezen, kritieke entiteiten, Defensie, nucleaire installaties enzovoort. Mevrouw Ponthier, het NCCN heeft snel geschakeld om de coördinatie tussen de veiligheidsdiensten op te zetten en te stroomlijnen. U mag niet vergeten dat we nog niet eerder met deze problematiek werden geconfronteerd. Zoals gezegd, waren we voorafgaand aan de incidenten van november al bezig met de coördinatie – ik verwijs naar een paar vergaderingen in oktober. Dat heeft ons toegelaten om snel te bepalen wie met wie aan tafel moest gaan zitten en wie gecontacteerd kon worden. Wat het onderzoek betreft, lopen er nog enkele gerechtelijke dossiers, dus daarover kan ik weinig zeggen. Attributie is bijzonder moeilijk. Ik heb het al gezegd en ik blijf erbij, maar voor de diensten is het moeilijk om te stellen dat het om Rusland gaat. Zij moeten voorzichtiger zijn. Dat is ook hun rol. Er is wel een grote waarschijnlijkheid, en dat is ook wat de diensten zullen aangeven. Als minister van Binnenlandse Zaken zeg ik dat Rusland er iets mee te maken heeft, maar het blijft nebuleus, als ik me zo mag uitdrukken. Er zijn geen drone-operatoren onderschept. Wat de achtervolging met de politiehelikopter betreft, wil ik schetsen hoe onduidelijk de informatie soms is. Er zijn veel mensen geweest die de helikopter hebben verward met een drone. Daarnaast kan ik zeggen dat een drone veel sneller en wendbaarder is dan een helikopter, zeker wendbaarder dan een F-35. Het concrete voorval waarnaar u verwijst, heeft niets opgeleverd. Monsieur Legasse, la police locale doit en effet courir après les drones, presque au sens littéral du terme. C'est pourquoi il est important que les exploitants d'infrastructures critiques ou de sites sensibles, tels que les aéroports, les installations militaires, etc., investissent dans des capacités de détection appropriées. Vous revenez sur la capacité des Counter-Unmanned Aerial Systems (C-UAS) de la police fédérale. J'ai répondu à cette question en commission de l'Intérieur. Comme je viens de le dire plus haut, cette capacité n'a pas été mise en œuvre, non pas parce qu'on avait oublié son existence – ça, c'est un vilain petit canard qu'on a voulu faire voler mais dont j'ai déjà cassé les ailes – mais parce qu'il a été estimé par les autorités compétentes qu'elle ne devait pas être mise en œuvre dans les circonstances. À Bruxelles, cette capacité est notamment utilisée pour la protection des sommets européens, lesquels ont lieu aux alentours du rond-point Schumann et non à l'aéroport de Bruxelles-National. Je vous rappelle que le responsable de la détection est skeyes pour les aéroports, et la Défense pour les sites militaires. La loi sur les infrastructures critiques, bientôt remplacée par la loi CER dont nous avons parlé en commission et qui a été votée en plénière, stipule que les exploitants d'infrastructures critiques doivent assurer leur protection et donc, par extension, la détection. Le port d'Anvers et les centrales nucléaires le font, par exemple. Je tiens dès lors à préciser clairement que la police ne peut pas assurer la détection de drones sur l'ensemble du territoire. L'actuelle capacité de la police est conçue pour des événements spécifiques, tels que les manifestations, les festivals ou, comme je l'ai dit, les sommets européens. La police fédérale dispose de cette capacité depuis 2022. Elle y a recouru à 286 reprises au total au cours de la période 2022-2025. Il s'agit donc d'un moyen de soutien opérationnel spécialisé qui peut être déployé à la demande d'un gold commander (police locale et police fédérale), sur la base d'une analyse opérationnelle, d'une analyse de la menace, etc. Le gouvernement a également décidé d'investir dans la capacité C-UAS: un montant total de 68 millions d'euros sera alloué à la détection, à l'intervention ainsi qu'à la formation et à l'entraînement tant des militaires que de la police. Monsieur Dubois, je ne suis pas sûr de totalement partager votre argument selon lequel le risque se situe principalement en dehors des domaines militaires. N'oublions pas que l'hypothèse de nos services de sécurité est qu'il s'agissait justement d'actes d'intimidation et de perturbation. Votre question concernant la chaîne de commandement est évidemment pertinente. Cependant, lorsqu'il s'agit d'actions militaires dans un contexte de guerre, pas besoin de dire que c'est la Défense qui prend le commandement. Dans les autres cas, il appartient aux autorités locales de prendre la décision. Dans le contexte aéroportuaire, il s'agit de l'autorité aéronautique. Mais, à nouveau, il s'agit avant tout d'une question de capacité de détection efficace. Tous les acteurs concernés doivent investir dans ce domaine. Mijnheer Van den Heuvel, het is inderdaad nodig dat alles duidelijk is. Het handhavings- en interventiekader moet dit op het terrein helder regelen. Het lokale niveau zal dus bij alle incidenten in vredestijd betrokken worden. Op coördinatieniveau zal het NCCN zijn rol blijven spelen wanneer nodig, maar ook het NASC zal doorheen de keten een belangrijke rol spelen op het vlak van signalering en detectie. Mijnheer Aerts, het is niet gemakkelijk te zeggen hoeveel van die 558 meldingen effectief aan een hybride dreiging te linken zijn. Ik begrijp dat u dat ongemakkelijk vindt, maar de incidenten waarbij het niet om een drone ging werden al uit deze lijst verwijderd. De waarnemingen die er zijn, zijn er gekomen op basis van informatie van skeyes, de politie, Defensie en uitbaters van kritieke infrastructuur en worden dus als minstens geloofwaardig beschouwd. Copycatgedrag of provocatie vanwege bepaalde binnenlandse actoren valt echter niet uit te sluiten. Wat betreft de lopende gerechtelijke dossiers en de onderzoeken, er werd een moederdossier gecreëerd bij het federaal parket, dat de verschillende dossiers bundelt. Er is op basis van de informatie waarover ik beschik geen attributie mogelijk. Mogelijk kan minister van Justitie Verlinden daarover meer details verschaffen, alsook over het precieze aantal individuele onderzoeken. Mijnheer Vander Elst, u zegt dat de dreiging zowel complex als duidelijk is. Ik begrijp uw vraag naar eenheid van commando in deze complexe aangelegenheid, maar we kunnen de verschillende beleidsdomeinen niet wegtoveren. Dat is nu eenmaal de realiteit. Ik ben als minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken bezig met een hergroepering van een aantal veiligheidsdepartementen, maar we moeten genuanceerd te werk gaan. Air safety of veiligheidschecks van onder andere vliegtuigen en vluchtverkeer horen volgens mij niet onder Binnenlandse Zaken te vallen en ook Defensie valt niet onder mijn bevoegdheid. We zijn hier als drie ministers tot elkaar veroordeeld, maar ik wil u geruststellen. We werken goed samen, wat een goede zaak is. En réponse à certains qui ont posé la question, l'unité de commandement est évidente si nous étions en temps de guerre. Nous ne sommes pas en temps de guerre; nous sommes toujours en temps de paix. Et ce n'est pas parce que nous avons des compétences partagées que nous ne travaillons pas ensemble. Il existe effectivement des pays dans lesquels le ministre de la Défense dirige à peu près toute la politique: la défense extérieure, intérieure, la police, la sûreté, les services, etc. Mais ce ne sont pas les pays dans lesquels j'ai envie d'habiter, pour avoir déjà habité dans des pays comme ceux-là Vollà. Ik heb geprobeerd op uw vragen te antwoorden. Mijnheer de voorzitter, ik zal eerst antwoorden op de vragen van collega Wollants. Ook een andere collega had een vraag over het controlemechanisme. Dat zal worden ontwikkeld in samenwerking met de federale politie en het federaal parket. We zijn daarmee bezig op dit ogenblik. Inzake de versterking van de controles van gevoelige infrastructuur werd in overleg tussen de FOD Mobiliteit en het federaal parket een rondzendbrief opgesteld. Het gaat dan niet alleen over de luchthavens, maar ook over havens, gevangenissen enzovoort. Wat de geozones betreft, zal het ministerieel besluit inzake geozones gewijzigd worden. De sector wordt op dit ogenblik geraadpleegd. Inzake de vluchttoelatingen van de FOD Mobiliteit ontwikkelen we een gemeenschappelijk platform, wat het werk zal vergemakkelijken waardoor het toegenomen aantal registraties beter zal kunnen worden opgevangen. De dronecel van de FOD Mobiliteit zal worden versterkt. Dat is voorzien in de begroting voor 2026. Inzake de aankoop van materieel heeft skeyes in december radars kunnen bestellen voor Luik en voor Brusssels Airport. Dat was een zaak ten bedrage van 3,1 miljoen euro, die nog in de begroting voor 2025 zit vervat. Verder waren er vragen van mevrouw Huybrechts en de heer Aerts over de veiligheid in de luchtvaartsector. Wat de dronewaarnemingen in de nabijheid van de luchthaven betreft, die worden door skeyes met het hoogste waakzaamheidsniveau behandeld. De procedure is als volgt. Wanneer de aanwezigheid van een drone wordt bevestigd en als potentieel gevaarlijk wordt beoordeeld, worden onmiddellijk proportionele maatregelen overwogen. Die kunnen gaan van het aanpassen van het luchtverkeer tot de tijdelijke sluiting van start- en/of landingsbanen, of van de luchthaven. Deze beslissing past natuurlijk in de logica van het risicobeheer, met als doel elk incident met de burgerluchtvaart te voorkomen. Dat is de huidige procedure. Namens minister Matz, die wel bevoegd is voor de detectie via 5G-netwerken, mag ik u mededelen dat het BIPT dit integreert in de werkgroep voor het nationaal detectieplan van drones. Au niveau européen, nous vivons dans le cadre d'une directive élaborée dans un contexte qui était géopolitiquement totalement différent de celui que l'on connaît aujourd'hui, où la menace sur les infrastructures n'était pas l'objectif recherché par l'Europe, mais était plutôt la capacité de développement sur le plan économique de ces drones. Nous sommes dans un contexte totalement différent. C'est la raison pour laquelle nous avions constaté dès le départ que si les opérateurs étaient bien enregistrés, la difficulté était qu'un opérateur pouvait disposer de plusieurs drones: 10, 15, 20, 30. Or ces drones ne sont pas enregistrés. Nous ne pouvons pas le faire sur base de nos compétences fédérales. Il faut pour cela modifier la directive européenne. Nous avons été les premiers à saisir le Conseil européen en la matière. Nous ne sommes pas le seul pays à avoir été visé par des attaques de drones, comme vous le savez parfaitement bien. C'est ce qui a permis d'être rejoint par quatre autres pays sur ce qu'on appelle le point AOP et le non-paper qui a été déposé. Depuis lors, nous avons des contacts avec le Conseil pour pouvoir amender cette législation afin d'arriver à enregistrer les drones. Ce n'est pas encore le cas actuellement, et c'est un risque qu'il ne faut pas sous-estimer. La législation européenne est ce qu'elle est. Elle est parfois encore plus lente, croyez-moi, que ce que peut être notre législation fédérale. Ik wil het ook even hebben over Sint-Truiden. Mevrouw Huybrechts vroeg of wij de capaciteit al dan niet zouden uitspreiden. Ik wil Sint-Truiden bezoeken. Dat bezoek had normaal vorige week moeten plaatsvinden, maar ik ben twee dagen in bed moeten blijven wegens griep. Het bezoek is verplaatst naar een andere week, maar ik zal daar zeker naartoe gaan. J'ai trouvé intéressante la remarque du collègue Ducarme concernant la visualisation. C'est vrai qu'on devrait pouvoir réfléchir à une visualisation qui permette d'illustrer le propos. S'il nous paraît aujourd’hui plus simple de dire que nous coordonnons nos compétences, la transparence mériterait effectivement que nous ayons également ce schéma à transmettre. Ce qu'on appelle le plan skeyes, ce n'est pas le plan de skeyes. C'est un plan qui a été fait, à la base, avec de nombreux opérateurs techniques et civils sur la base de la détection, mais qui va au-delà de cette détection. C'est bien pour cela que ce plan a fait l'objet d'une communication avec mon collègue de la Défense, qui a été transmise dans le cadre des 500 millions d'euros qu'est l'enveloppe dual use ; cela entrera dans l'ensemble de ces décisions-là. On n'est donc pas sur une compétence spécifique, mais bien sur une compétence coordonnée. Il me semblait, par rapport à tout ce qui a été dit par les uns comme par les autres, que cette coordination avait l'avantage de pouvoir être mise dans ce cas-ci en valeur. Et ce sera la Défense qui prendra le lead de ce dossier. Monsieur Boukili, je crois avoir répondu à la question où vous faisiez la comparaison avec les véhicules qui ne peuvent pas rouler lorsqu'ils ne sont pas immatriculés. Dans ce cas-ci, aujourd'hui, sur la base d'une directive européenne, on peut bien avoir un conducteur qui a un permis de conduire – c'est l'opérateur –, mais dont les véhicules ne sont pas immatriculés. C'est bien cela qu'on tente de faire changer sur le plan européen. Je terminerai par le fait que, pour ne pas copier ni ânonner mon estimé collègue Bernard Quintin, je confirme qu'on peut avoir, lorsque nous ne sommes pas en état de guerre, des compétences qui sont certes partagées, mais pas pour autant moins coordonnées, ce qui est donc l'objectif du gouvernement, mais également des trois ministres que vous avez devant vous. Ik dank u allen voor de vragen en opmerkingen. Een aantal elementen is uiteraard al aan bod gekomen. Het hele unmanned -verhaal opent een fantastische nieuwe economische sector. In die zin is dat iets waarnaar we met heel veel belangstelling kijken. We moeten ook trachten er gebruik van te maken. Zoals elke nieuwe technologie houdt ook dit gevaren in. Dat geldt voor drones, maar ook voor landrobotten en onderzeedrones, waarmee men ook veel kan doen. Wie de oorlogsvoering in Oekraïne enkele dagen volgt, ziet welke verschrikkelijke dingen met drones kunnen gebeuren. Er kunnen echter ook ongelooflijk fantastische dingen mee gebeuren, zoals postpakketten leveren. Er kan zich een hele nieuwe economie vormen. Mobiliteitsproblemen kunnen ermee opgelost worden. De uitstoot kan ermee opgelost worden, want heel veel van die dingen werken op elektriciteit. Die evolutie heeft dus ook een positieve kant. De uitdaging voor beleidsmakers, voor het Parlement, voor de volksvertegenwoordigers, voor de ministers, voor de administraties is ervoor te zorgen dat er een kader is waarbinnen die economie zich kan ontplooien, met alle winsten. Anderzijds moeten er barrières zijn voor de gevaren. Er zijn dus ook tegenmiddelen en tegeninstrumenten nodig. We zijn relatief laat in gang geschoten. Vorige legislatuur zat ik op de oppositiebanken. Wij hebben het toen in de commissie voor Landsverdediging vaak gehad over dronetechnologie, vooral over het gevaar. In de commissie voor Defensie ziet men vooral de gevaren. De commissie voor Economie ziet natuurlijk de ongelooflijke ontplooiingskansen voor onze ondernemers en ondernemingen. Als de discussie dan ging over die gevaren en over wat de vorige regering ertegenover stelde, luidde het antwoord vaak dat men niet investeerde in het bewapenen van dronecapaciteit of in die technologie, omdat dit onethisch is. Dat leidde steevast tot een ethisch debat, bijna een moraliteitsdebat. Die systemen worden vaak door AI aangedreven. Het gaat vaak om systemen met heel veel autonomie in de technologie. Wanneer men het van een defensieve of offensieve kant bekijkt, er gebeuren daarmee momenteel dingen, ook bij bondgenoten zoals onze Oekraïense vrienden, waarvan ik sta te kijken en waarvan ik hoop dat het nooit fout zal lopen. Het gaat dan om volledig autonome gezichtsherkenning van soldaten op basis van markings , met totale vernietiging tot gevolg, zonder enig moreel of ethisch debat. Wat gebeurt er als dat misloopt? Dat is de grote vraag. Welke garanties hebben we dat dat niet zal mislopen? Volledig autonome besluitvorming door artificiële intelligentie vormt een heel fundamenteel debat. De afgelopen jaren hebben we ons daar intensief mee beziggehouden, mijnheer de voorzitter. U weet dat beter dan eender wie. Intussen woedt de oorlog echter verder, raast de wereld door en blijkt deze evolutie onstuitbaar. Wat we vandaag doen, bestaat erin om in een soort extra time een aantal noodmaatregelen te nemen. We zijn geconfronteerd met een dronecrisis – ik zal het zo zeggen – en hebben daarover beslissingen genomen. Ik ben persoonlijk van oordeel dat we de juiste beslissingen hebben genomen. Er blijft werk aan de winkel, maar we gaan in de goede richting. De capaciteiten die defensie heeft aangeschaft, kan ik desgewenst in detail toelichten, maar dan achter gesloten deuren omwille van opsec . Dat zal ik niet publiek doen. Het is echter geen probleem om die informatie te delen met een deel van de parlementsleden die over de vereiste veiligheidsmachtiging beschikken. Dat kunnen we samen met de commissie bekijken. Dan kan worden toegelicht wat precies is aangekocht en waar die middelen worden ingezet. Dat verloopt goed, zelfs beter dan ik eerlijk gezegd had verwacht. We zitten volledig op schema. Er is een NASC opgericht door de vorige regering, maar dat was eigenlijk niet volledig operationeel. Het gaat daarbij niet om een commandocentrum, maar om een informatieknooppunt. Het MIK is ook geen commandocentrum. Dat is belangrijk om te benadrukken, mijnheer Vander Elst. Dat vergt bijkomende engagementen van onder meer de politie, het DG Luchtvaart en alle andere partners, zodat het NASC daadwerkelijk operationeel kan worden. We willen daar zo snel mogelijk echt mee aan de slag. Ik had dat zelf ook liever al operationeel gezien, maar het zal nog enkele weken duren. Dat is de realiteit. U zult dit ongetwijfeld verder opvolgen en ik zal dan ook om de zoveel weken een update geven. Daarnaast is er een werkgroep opgericht met alle betrokken diensten, waaronder die van minister Matz, die gecoördineerd bekijkt wat er nodig is op het vlak van beeldvorming en voor de toekomst. Er zijn afspraken gemaakt over bijkomende steun binnen het extra defensiebudget, dus NAVO-aanrekenbaar – onder de 2 %. Het gaat enerzijds om 5 miljoen euro voor civiele luchtbeveiliging in de luchthavens en anderzijds is er 68 miljoen euro voorzien voor de federale politiediensten. Dat zijn zeer aanzienlijke bedragen. We hebben ook al heel wat nieuwe radarsystemen. Die radarsystemen zijn overigens niet allemaal van Amerikaanse oorsprong. Dat is absoluut niet zo. Nous n'achetons pas seulement des systèmes américains, ce n'est pas du tout le cas. Je ne dis pas qu'il n'y en a aucun, mais la plupart ne sont pas des systèmes américains, vous ne devez donc pas vous inquiéter. Avec les capacités européennes existantes, nous pouvons déjà faire beaucoup et n'avons pas besoin de systématiquement recourir à l'aide des États-Unis. Surtout en Ukraine. L'Europe dispose déjà de nombreuses capacités qui peuvent être utilisées, et je pense que c'est notre devoir d'avoir ces capacités Als je kijkt naar waar we vandaan komen, hadden we dit misschien vroeger in gang kunnen zetten. Dat is niet gebeurd. We doen het nu. Het blijft pijnlijk wanneer maatregelen pas post factum worden genomen. Dat is pijnlijk. Ik heb zelf een aantal zaken moeten meemaken waarbij drones zichtbaar waren, er veel middelen werden ingezet en die drones uiteindelijk niet uit de lucht werden gehaald. Dan rijst de vraag waarom dat niet lukt. Ik begrijp de ergernis, de frustratie en het onbegrip bij de bevolking. We nemen vandaag beslissingen met het oog op de volgende crisis, op de volgende hybride aanval, zodat we dan wel klaar zijn. Ik wil toch de puntjes op de i zetten, ten eerste wat dronemeldingen betreft en het veroorzaken van paniek. Ik heb op geen enkele manier proactief gecommuniceerd dat er drones werden gezien. Dat is niet gebeurd. Media nemen contact op met het kabinet of met defensie en vragen of er bevestiging is van drones boven militaire kwartieren. Dan kan je niet liegen. Als minister en als politicus moet je daar voorzichtig mee omgaan. Je kunt rond de pot draaien, maar liegen is geen optie, want dat krijg je rechtstreeks terug in je gezicht. Wanneer media via allerlei kanalen vragen of het klopt dat er drones zijn gezien boven bijvoorbeeld Kleine-Brogel, dan wordt dat nagegaan via de woordvoerders. Ja, er zijn drones gezien. Dat was op dat moment ook bekend. Dan kan je dat alleen maar bevestigen. Je kunt niet zeggen dat het niet waar is. Dan zeg je dat het inderdaad is waargenomen. Er is echter een groot verschil tussen proactief communiceren over dronemeldingen en reactief antwoorden op vragen van media en journalisten. Dat laatste hebben we gedaan. Proactief communiceren over dronemeldingen hebben we bij Defensie niet gedaan. We proberen daar voorzichtig in te zijn om geen paniek te veroorzaken. Ten tweede is er de vraag waarom er op een bepaald moment is gesproken over een hybride aanval en over statelijke actoren. Er is gezegd dat iemand zou hebben verklaard dat het honderd procent zeker om Rusland ging. Ik denk niet dat iemand dat zo heeft gesteld. Er is altijd strategische ambiguïteit geweest over de attributie. Tot op vandaag is die attributie er niet. Dat geldt zowel voor de diensten als voor het lopende onderzoek, dat nog niet is afgerond. Op dit moment is er dus geen definitieve attributie. Ik denk dat we altijd met twee woorden hebben gesproken. Als je echter ziet dat dit fenomeen zich in heel veel Europese landen tegelijk voordoet, dat er parallel ook een zeer zware DDoS-aanval plaatsvindt door Russische hackerscollectieven tegen België en tegen Belgische infrastructuur, parallel met het waarnemen van drones en een opmerkelijke stijging van het aantal echte dronemeldingen – naast ook heel wat false flags – dan kan je dat wel in een bepaald denkkader plaatsen en stellen dat er mogelijk meer aan de hand is. Dat is wat ik heb gedaan. Ik neem dat nog altijd niet terug, maar blijf daarbij. Het is aan de diensten om na een intensief onderzoek eventueel tot die conclusie te komen. Op dit moment zijn ze zover nog niet. De onderzoeken lopen nog. Het is belangrijk om dat te blijven herhalen. De rules of engagement zijn nog altijd van toepassing. Ik wil dat even voorlezen. Boven militaire kwartieren mogen we in vredestijd niet-geautoriseerde drones neerhalen indien er een vermoeden is dat de drone wordt gebruikt om inlichtingen te verzamelen, en natuurlijk altijd in het geval van wettige zelfverdediging. Daarnaast zijn er per kwartier base defence plans opgesteld en centraal gevalideerd om coherente soft kill -, jamming - en hard kill - schieten - of Blaze drone-inzet te garanderen, zonder of met een kleine kans op collaterale schade. Dat is altijd een evenwichtsoefening. Enkele stedelijke militaire kwartieren worden bewust niet uitgerust met shotguns omwille van risico's op collaterale schade. In de commissie kan ik dat allemaal toelichten, want ik weet niet of het verstandig is om dat hier publiek te zeggen. We moeten onze vijanden ook niet slimmer maken dan ze al zijn. Ik wil dat dus zeker verder uitleggen, met overzichten, maar niet in een openbare vergadering. Ik heb heel vaak gehoord, collega's, dat er plots veel meldingen van drones waren. Toen kreeg ik 50 miljoen euro en daarna waren er geen drones meer. Ze waren weg. Dat is ongelooflijk. Het werkt. Ze hebben allemaal schrik van de dingen die we gingen kopen. Ik wil dat echt op alle mogelijke manieren ontkrachten. Ik zie dat ook constant op mijn sociale media. Ik vraag me af of dat geen bots zijn, clicksystemen van een of andere Mongoolse clickbait farm . Ik weet niet wat ik daarvan moet denken, maar ik heb daar wel vermoedens over. Voor alle duidelijkheid: die 50 miljoen euro voor het urgente pakket is goedgekeurd door de ministerraad. Dat bedrag zat al in het budget dat jullie begin juli 2025 hebben goedgekeurd. Er is dus geen 50 miljoen extra voorzien voor het defensiebudget, dat zal er al in. Ik had geen extra geld nodig. Het is niet dat ik een scheme had. Men leest dan dat complotdenkers en wappies zeggen dat het opgezet spel was om 50 miljoen extra te krijgen. Ik had geen extra geld nodig, dus dat slaat nergens op. Het is ook niet zo dat er na de goedkeuring van dat pakket geen enkele dronemelding meer is geweest. Er zijn in december nog 20 dronemeldingen geweest boven militaire sites, 54 boven gevoelige sites, 16 boven nucleaire sites, 57 boven de luchthaven en 68 andere meldingen. In januari zijn er 3 meldingen geweest boven militaire sites, 3 boven nucleaire sites, 3 boven gevoelige sites en 4 andere meldingen. Er komen veel dronemeldingen binnen. Er is een enorme piek geweest en daarna is dat gezakt, maar niet tot nul. Er zijn nog altijd dronemeldingen, maar dat aantal is heel sterk afgenomen. Dat is goed, want hoe minder hoe liever. Dat heeft zeker te maken met het feit dat er daarvoor heel wat media-aandacht was. In heel wat gevallen bleken dat vliegtuigen te zijn en geen drones. Mensen zagen ze vliegen. In het donker dachten ze dat het om een drone ging en belden ze naar de politie. Er zijn heel wat false flags geweest, maar dat is des mensen. We zien vaak dat er iets in de media komt en dat er daarna een enorme toename is, waarna het weer wat minder wordt. Betekent dat dat er niets geweest is? Sommigen insinueren dat het allemaal fake news was, dat het allemaal propaganda was, dat er daar niets van aan was. Dat is iets helemaal anders. Die conclusie is zeker niet de conclusie die de veiligheidsdiensten op dit moment trekken. Er zijn heel wat dronemeldingen geweest boven gevoelige sites die ongeoorloofd en problematisch waren. Het is heel belangrijk om dat onderscheid te maken. Het is niet omdat er een aantal false flags waren, dat er daarom niets aan de hand was. We moeten dat onderscheid dus blijven maken. Is er eenheid van commando? Er zijn er geen van Israël en ook niet van Iran, mocht u dat interesseren. Dat interesseert de PVDA minder waarschijnlijk. Le grand programme de Renault "Counter Drones" est prévu pour la fin de l'année. Je le connais. Het is juist. Het gaat om de aanbesteding. De gunning is voor het einde van het jaar. Ik denk dat u daarin gelijk hebt, als ik dat verkeerd zou hebben gezegd. Ik overloop nog even de vragen, zodat ik zeker niets vergeet. Dat geld blijft binnen de NAVO-norm. Ook het Counter UAS-programma blijft onder die 2 %. De evaluatie van de andere NAVO-landen was zeer positief. Ze waren snel en efficiënt. Ze hebben dat heel goed gedaan. Het is ook zo dat we dat nu gaan proberen te kopiëren. Zij hebben een aantal interventieploegen militair gemaakt, die zich bij een dronecrisis heel snel kunnen ontplooien. Dat is ook mijn droom. Dat zouden we eigenlijk ook moeten hebben, niet om een buurland te helpen wanneer zij dat vragen, want ik denk dat iedereen daar wel mee bezig is, maar gewoon om een eigen capaciteit te hebben. Als er dan echt een probleem is op de luchthaven, op een nucleaire site of bij Euroclear bijvoorbeeld, dan kunnen we heel snel ontplooien. Civiel gebeurt er natuurlijk dat altijd op vordering van de politiediensten. Als zij ons vorderen, dan gaan we. Wij kunnen niet uit eigen beweging gaan. Mijnheer Vander Elst, ik vind het een beetje bizar wat u zegt. U zegt dat de eenheid van commando bij defensie moet zitten. U bent de grootste tegenstander om militairen op straat te zetten. U zegt dat dat een politietaak is. Als het echter in de lucht vliegt, moet defensie zonder opvordering gewoon direct opdagen. Ik vind dat een beetje inconsequent. Het commando zit bij het Nationaal Crisiscentrum en daarvoor is collega Quintin van Binnenlandse Zaken bevoegd. Defensie is permanent in het Nationaal Crisiscentrum vertegenwoordigd. Stel dat dit nog een keer gebeurt. Wat gaat er dan gebeuren? Ik mag hopen dat het dan heel efficiënt en snel verloopt en dat het allemaal goed is afgelijnd. Anders zullen we hier opnieuw heel wat vragen krijgen. Het Nationaal Crisiscentrum zal dan bekijken waarover het gaat, of het echt problematisch is, of luchthavens moeten worden gesloten en of het om een groot fenomeen gaat. Vervolgens zal er vanuit het Nationaal Crisiscentrum heel snel worden geschakeld. Dat is de bedoeling. Het blijft echter in handen van vooral Binnenlandse Zaken. In het Crisiscentrum is zowel Binnenlandse Zaken als Defensie. Vertegenwoordigd. Binnen enkele maanden zullen we dergelijke teams ter beschikking hebben, opgeleid, met goed materiaal, alles erop en eraan. Dan kunnen wij heel snel ontplooien, in steun van Binnenlandse Zaken en de politiediensten, op civiel gebied. Als het gaat over militaire kwartieren, moet de heer Quintin mij niet bellen, dan doen we het gewoon zelf. Het gebeurt echter vooral niet op militaire sites maar in de civiele wereld. Mijne heren ministers, er zijn zeer goede stappen gezet, er zijn dingen in gang gezet die lange tijd niet operationeel werden geacht. We moeten kijken naar de timing, om alles vlot te trekken en de snelheid hoog te houden. Ik reken erop dat dat zal gebeuren. Mijnheer de minister Quintin, als de sectorale overheden moeten opvolgen dat de kritieke infrastructuur en de particulieren goede risicoanalyses maken, dan hoop ik dat er snel duidelijke samenwerkingsakkoorden komen met de regio’s, zodat die sectorale overheden correct kunnen worden samengesteld. Mijne heren ministers, het is niet de eerste keer dat we het thema bespreken en het zal ook niet de laatste keer zijn. Het is opvallend dat er geen of weinig details zijn met betrekking tot valse positieven. Mijnheer de minister Francken, ik dank u voor de cijfers met betrekking tot de meldingen sinds eind vorig jaar. De mediaberichten zijn inderdaad stilgevallen, dat is uiteraard niet uw verantwoordelijkheid, maar het is wel frappant. Het onderzoek naar de toewijzing van de incidenten loopt nog. Mijnheer de minister Quintin, u sprak over probabiliteit, het is dus niet zeker dat de dreiging door Rusland wordt geïnstigeert, wat door minister Francken werd bevestigd. Gaat het over China? Gaat het over andere vijandelijke actoren? Wij moeten een open geest houden. Wij kijken alvast uit naar de resultaten van het onderzoek. Met betrekking tot de in Letland aangekochte blaze interceptors werd niet specifiek geantwoord, mogelijk vanwege de gevoeligheid van het onderwerp voor de commissie. Het betrof de evaluatie van hun werking, als ze al in werking zijn, ik vermoed van wel. Op welke basis kan er gesteld worden dat er minder risico en nevenschade is of niet? Die worden ook alleen ingezet als de collaterale schade maximaal kan worden beperkt. De regels om in te zetten, zijn dezelfde als dewelke gelden bij schietincidenten. We kunnen dat in de commissie nog wat duidelijker toelichten. Ik noteer dat de rules of engagement boven militaire basissen nog steeds van toepassing blijven en dat het informatieknooppunt NASC, dat geen communicatiecentrum is, operationeel wordt over enkele weken, niet over enkelen maanden. Wij zullen de voortgang van dat dossier in ieder geval nauwkeurig opvolgen. Kortom, er zijn alvast zaken in beweging gezet, het is een work in progress , wat natuurlijk positief is in het hele verhaal, gelet op de hybride dreiging. Algemeen moet er wel worden gesteld dat heel wat problemen voortkomen uit het ontbreken van een performante coördinatie tussen al uw diensten onderling en tussen de andere betrokken departementen, waaronder Justitie. Communicatie is de sleutel en net daar heeft het tot nu toe geschort. Ik hoop dat daar in de toekomst beterschap in komt. Collega’s, ik hoor verschillende zaken. Minister Quintin, u bent historicus en uit persoonlijke ervaring weet ik dat historici meestal zeer verstandige mensen zijn. Ik moet wel zeggen dat de nieuwste tijd iets beter is dan de middeleeuwen, maar niemand is perfect natuurlijk. Dan hoor ik minister Crucke zeggen dat u Limburg wilt bezoeken. U bent altijd welkom, maar uw bezoek komt wel laat gezien de dreigende kritieke situatie. U beloofde in oktober al dat u een bezoek zou brengen en nu wordt dat pas in januari ingepland. Ik kreeg helaas geen antwoord op de vraag of er rond de luchthaven safety drones zullen worden ingezet. Ik zal daarop terugkomen. Tot slot, eigenlijk weten we niet hoe we erop moeten reageren als drones boven onze luchthaven blijven vliegen. Het gebruik van kinetische afweermechanismen is geen goed idee. Ook de techniek van het jammen biedt geen oplossing, want dan moeten we de luchthaven stilleggen. Elke keer dat we de luchthaven stilleggen, zorgt dat voor enorm veel economische schade. Als iemand dus kwaadwillig is, volstaat het om weken aan een stuk, elke dag gedurende een paar uur, een drone boven de luchthaven van Zaventem te sturen. Dat heeft een zeer grote impact op de Vlaamse welvaart. Voor de rest kijk ik uit naar uw concrete stappen. Ik ben heel benieuwd naar uw beleidsnota, die binnenkort aan de orde komt. Ik hoop dat daar een uitgebreid stuk over drones in zal staan, zodat we het debat voort kunnen zetten. Ten slotte, zowel minister Quintin als minister Francken onderstreept dat de dreiging mogelijk vanuit Rusland komt. Ik vind het dan wel bizar dat de N-VA in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen een voorstel van resolutie heeft ingediend om sancties tegen Rusland op te leggen wegens de dronebedreiging, terwijl er nog geen zekerheid is dat Rusland achter het kat- en muisspel zit. Is daarover zekerheid, dan kunnen we nog overgaan tot sancties. Volgens mij heeft men het voorstel dus te vroeg ingediend. Monsieur le président, je voudrais remercier les ministres pour leurs réponses détaillées et peut-être aussi les rassurer quand je parlais d'unité de commandement. Je n'imaginais naturellement pas une forme d'hydre de Lerne, animal ou ministre à trois têtes dont chacune est une des vôtres. Si je suis allé aussi loin dans la remarque que j'ai faite sur la nécessité de voir nos politiques davantage coordonnées, c'est parce que, d'une part d'autres pays européens travaillent avec une unité de commandement en la matière et, d'autre part, ayant tout de même dû tirer la leçon de ce qui s'est passé en octobre et novembre, nous avons souffert de la dispersion de nos moyens. J'entends donc les réponses que les ministres ont pu nous fournir et je suis encore davantage convaincu de la volonté de voir coordonné et articulé l'ensemble de nos moyens et de nos politiques sous les différentes attributions de compétences des ministres. Et, puisque le ministre Crucke a ouvert la porte, j'invite la présidence de la commission à voir si nous pourrions éventuellement disposer d'un visuel lié à la coordination des moyens entre vos différents départements pour ce qui concerne la lutte anti-drones telle que vous l'envisagez et telle que vous l'avez développée aujourd'hui. Je voudrais aussi remercier le ministre Quintin pour une réponse qui, à mon sens, est fondamentale. Il nous dit qu'aujourd'hui, nous sommes déjà moins en état de faiblesse que ce que nous étions en octobre et en novembre. C'est un apport important de la réunion d'aujourd'hui. Par ailleurs, contrairement à certains que cela dérange au Vlaams Belang, pour ma part, monsieur le ministre, je vous remercie d'être clair, de désigner la menace du doigt et de dire qui se cache derrière cette menace tout en pointant les Russes. Je vous remercie de le faire et de ne pas laisser le flou que certains veulent entretenir en la matière, en particulier l'extrême droite flamande. Je voudrais à mon tour remercier les trois ministres pour leur présence et leurs explications. Je suis, à l'instar d'autres collègues, curieux de lire les notes de politique générale et les chiffres concernant le National Airspace Security Centre (NASC). Puisqu'il ne manque que quelques écrans et que le centre devrait être opérationnel d'ici quelques semaines selon M. Francken, je serais curieux de visiter le site, qui se situe dans ma circonscription. Je remercie les ministres pour leurs réponses. Monsieur le ministre de l'Intérieur, vous ne semblez pas partager mon avis sur la répartition des risques, ou en tout cas sur sa localisation. Sur 558 détections de drones, plus de 80 % ont eu lieu hors de bases militaires. Or, un risque existe à la fois par sa fréquence et sa gravité. Dans ce cas-ci, la fréquence est beaucoup plus importante hors site militaire. Il existe donc une préoccupation importante en dehors des sites militaires, d'où la question de la répartition des moyens. Ceci m'amène à ma deuxième remarque relative à la chaîne de commandement centralisée. En matière de neutralisation, vous avez rappelé la logique selon laquelle la Défense est responsable pour les sites militaires et la police pour le reste. Or, cela fonctionne lorsque chaque entité dispose de ses moyens et ici, les moyens sont surtout localisés au niveau de Ia Défense. Je me demande donc comment cela fonctionnera concrètement. Qui appelle qui? Est-ce vous, le ministre de l'Intérieur, qui appellera son collègue à la Défense pour demander des moyens pour neutraliser des drones? Je pense que nous avons besoin de procédures claires qui fixent et organisent cette collaboration. À ce stade-ci, il reste du travail pour nous rassurer sur la cohérence et la concrétisation de la collaboration entre les deux entités. Premièrement, nous disposons d’un budget de 68 millions d’euros pour renforcer les capacités drones et counter ‑ drones de la police f é d é rale. Deuxièmement, nous procéderons au teaming lorsqu’il sera nécessaire de collaborer avec l’équipement dont nous disposons déjà. Cela reste toujours possible lorsque le commissaire général demande que la Défense vienne en renfort. Nous serons présents, comme nous l’étions il y a quelques mois à l’aéroport. Troisièmement, j’aimerais créer des équipes similaires à celles des pays voisins qui nous ont aidés durant cette crise, des équipes militaires pleinement équipées. Dès que nous disposerons de telles équipes, elles pourront également être sollicitées par la police fédérale. Si le commissaire général, qui en a l’autorité, en fait la demande, nous pourrons intervenir. Il y a donc de réels progrès dans ce dossier. Nous disposons de 68 millions d’euros. Le budget de la Défense prévoit que 5 % soient consacrés à la sécurité interne. Sur ces 5 %, 68 millions sont affectés au programme counter ‑ drones de la police f é d é rale pour les ann é es à venir. Ils disposeront donc de capacit é s s é rieuses et tr è s concr è tes dans les mois et les ann é es à venir. Cela représente donc plus que cela. Je vous remercie pour les précisions. C’est précisément ce dont nous avons besoin: annoncer clairement comment cela va fonctionner, quelle sera la procédure à suivre, ainsi que le timing et les délais d’intervention. Puisque nous en parlons, il faudra pouvoir réagir très rapidement. Des moyens existent, une collaboration est envisagée, mais concrètement, quelles seront les procédures à suivre et qui décidera de quoi, et à quel moment? Je pense que vous disposez des éléments. Il faudra nous les communiquer afin que nous puissions être effectivement rassurés sur cette matière. Je vous remercie. Collega's, ik hoopte vandaag toch meer duidelijkheid te krijgen over het aantal dronemeldingen die uiteindelijk false flags blijken te zijn. Minister Quintin geeft aan dat hij daar niet op kan antwoorden, maar dat vliegtuigen eruit worden gefilterd. Toch blijft het voor mij onduidelijk hoe concreet en hoe specifiek dat telkens moet worden geïnterpreteerd. Ik vind dat belangrijk, omdat het de onrust kan wegnemen. Minister Francken heeft gezegd dat er begin november massaal visuele waarnemingen waren die achteraf vals bleken te zijn. Het ging om tientallen procenten van de meldingen. Dat wijst er toch op dat er een indicatie bestaat van de omvang. Het is ook niet onlogisch dat een verontruste Belg zich vergist. Het Laatste Nieuws heeft zelfs beelden van een helikopter offline gehaald, met een disclaimer erbij. De krant had die beelden ontvangen van een hooggeplaatste bron bij de veiligheidsdiensten. Dan is het toch niet onlogisch dat ook ongeruste Belgen verkeerde signalen melden. Daarom is het van cruciaal belang om meer zicht te krijgen op het aantal false flags . Hoe vaak ging het om een hobbydronepiloot? Hoe vaak ging het om een buitenlandse mogendheid, of mogelijk een buitenlandse mogendheid? In hoeverre verkeren we vandaag nog in het ongewisse? Tot op heden is nog geen enkele melding aan Rusland toegewezen. Dat wil niet zeggen dat ik niet geloof of mij niet kan voorstellen dat Rusland daar iets mee te maken heeft. Dat kan ik mij zeer goed voorstellen, maar vandaag hebben we geen zicht op de omvang en de schaal. Ik heb ook vandaag geen duidelijkheid gekregen over de negen sluitingen van de luchthaven. Hoe vaak bleek dat achteraf terecht? Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Hoeveel dossiers waren terecht? Ook daarop kreeg ik geen antwoord. Zal de civiele sector intekenen op de procedures die Defensie lanceert? Daar heb ik evenmin een antwoord op gekregen. Er blijven dus veel vragen. Ik zal mijn andere parlementaire instrumenten gebruiken om duidelijkheid te krijgen. Ik wil afronden met een punt waarover ik het eens ben met minister Quintin. Dat moet men ook altijd doen in het Parlement. Ik ben het er absoluut mee eens dat de binnenlandse veiligheid toebehoort aan de politiediensten. Zolang we niet in een oorlogssituatie verkeren, hoort de binnenlandse veiligheid bij de politiediensten. Zo hoort het in een democratie. Ik houd dat ook liefst zo lang mogelijk zo. Defensie is altijd het laatste hulpmiddel en niet het eerste. Heren ministers, ik dank u voor de bijkomende antwoorden. Minister Francken, ik wil toch nog even reageren. U zegt dat ik inconsistent ben. U maakt de vergelijking tussen de militairen op straat en de dronedreiging. Dat raakt kant noch wal. Militairen op straat staan de politie bij bij patrouilletaken en bewakingsopdrachten. Er wordt gevraagd om wat de militairen nu al doen bij de kerncentrales, ook te doen op straat. We zullen dat toch niet over dezelfde kam scheren als het aanpakken van de dreiging door drones, waarvan de technologie elke week evolueert, veel sneller dan wij ons zelfs maar kunnen voorstellen. Dat is absoluut niet hetzelfde. We zullen tegen het einde van deze legislatuur wellicht bijna 1 miljard defensiemiddelen investeren in dronedreigingen, in counterdrone en in gespecialiseerde teams die snel kunnen ingrijpen, ook in het binnenland, waarvan ik trouwens absoluut voorstander ben. Dat is echter absoluut niet hetzelfde als militairen op straat. Laten we militairen die de politie ondersteunen bij bewakingsopdrachten niet over dezelfde kam scheren als militairen die een dronedreiging moeten aanpakken, waar de technologie elke week evolueert. Peter Buysrogge , voorzitter: Ik wens de ministers en ook de collega's te bedanken. Het thema is nog lang niet van de baan en zal nog wel een vervolg kennen in verschillende commissies. Ik heb zelfs gehoord dat sommigen andere parlementaire instrumenten zullen aanwenden. Ik kijk alvast uit naar de verdere bespreking. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.05 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 05.

Commissievergadering op 27 januari 2026

🏛️ Commissie Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken

Van 14h05 tot 17h05 (3 uur)

1 vragen

Volledig verslag op dekamer.be

Vragen

De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.

De aankoop en de uitrusting van drones
De dronewaarnemingen in België
Het uitschakelen van drones
Het in kaart brengen van dronevluchten
De identificatie van drones met behulp van de Remote ID-technologie
Drones: aankoop, uitrusting, waarnemingen, uitschakeling, vluchtregistratie en identificatie

Gesteld aan

N-VA Theo Francken (Minister van Defensie), MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

In november 2025 kampt België met een golf van 558 dronemeldingen boven kritieke infrastructuur (luchthavens, kerncentrales, militaire sites), waarvan veel valspositieven, maar met een duidelijke piek in november. Ministers Quintin (Binnenlandse Zaken), Crucke (Mobiliteit) en Francken (Defensie) schetsen een gebrek aan detectie-, identificatie- en neutralisatiecapaciteit, ondanks urgente aankopen (50 miljoen euro voor Defensie) en coördinatie via het Nationaal Crisiscentrum (NCCN) en het National Airspace Security Centre (NASC) – dat nog niet volledig operationeel is. Francken wijst op Russische betrokkenheid (zonder definitief bewijs) en benadrukt de nood aan duale systemen (civiel-militair), terwijl Crucke pleit voor strengere Europese registratie en geozones. Quintin erkent coördinatieproblemen tussen politie, Defensie en skeyes, maar stelt dat de samenwerking verbetert. Kritiek blijft op trage besluitvorming, onduidelijke bevoegdheden en onvoldoende middelen voor politie.

Bernard Quintin:

Geachte commissieleden, ik heb met mijn collega-ministers Crucke en Francken afgesproken dat ik de gedachtewisseling open met een overzicht van de evenementen die we hebben vastgelegd. Ik zal een tijdslijn geven en daarbij aangeven hoe de coördinatie tussen de verschillende diensten is gelopen. Ik zal ook stilstaan bij de politieke evenementen tijdens de piek van drone-incidenten. Ook mijn collega-ministers hebben niet stilgezeten. Zij hebben een dossier voor de ministerraad voorbereid. Collega Crucke zal de beleidsbeslissingen toelichten, waarna collega Francken de militaire inspanningen en het toekomstbeeld zal schetsen.

Ik begin met de tijdslijn.

Début octobre 2025, il est apparu clairement à l’étranger que l’utilisation de drones avait un impact immédiat sur le fonctionnement de divers points et infrastructures sensibles ou critiques. En Allemagne et au Danemark entre autres, des aéroports ont été paralysés par des survols.

J’ai demandé à mon cabinet d’organiser une première réunion de coordination avec les cabinets et services concernés. Celle-ci a eu lieu le 8 octobre 2025. Elle a été suivie de deux autres réunions, les 14 et 30 octobre.

L’objectif de ces réunions était de clarifier les tâches et les compétences des différents services et d’identifier les limites et les lacunes en matière de détection, d’intervention et de neutralisation, de signalement et de suivi.

Op 4 november 2025 werd ons land geconfronteerd met heel wat dronemeldingen rond luchthavens en andere gevoelige sites. Dat leidde verschillende keren tot het opschorten van de vliegbewegingen boven verschillende luchthavens, namelijk Zaventem, Luik en Antwerpen. Dat gebeurde op beslissing van skeyes, dat de safety procedures volgt, waarover collega Crucke u ongetwijfeld meer informatie kan geven.

In de dagen die volgden, werden heel wat drones gesignaleerd rond gevoelige sites. De vliegoperaties boven verschillende luchthavens werden op de volgende momenten kortstondig stilgelegd: op 6 november in Luik en Zaventem, op 7 november in Luik, op 8 november in Luik, op 9 november in Luik, op 12 november in Zaventem en op 24 november in Luik. In december gebeurde dat nog twee keer, op 5 december in Zaventem en op 9 december in Luik. Ook op andere gevoelige sites, zoals nucleaire installaties, militaire infrastructuur, havens, sevesobedrijven enzovoort, werden drones gesignaleerd.

À ma demande, le Centre de crise national (NCCN) a rapidement commencé à tenir un registre de tous les signalements crédibles concernant des survols de sites sensibles ou critiques. Entre le 1 er septembre 2025 et le 21 janvier 2026, on a dénombré 558 observations au-dessus de sites sensibles, dont 66 au-dessus de sites nucléaires et 130 au-dessus de sites militaires. Les autres observations concernaient toutes des entreprises Seveso ou des aéroports.

Il est important de préciser qu'il s'agit ici d'observations de drones. Une enquête a posteriori a révélé qu'il y a eu de nombreux faux positifs ou plusieurs signalements concernant un même incident. Le chiffre exact est donc une estimation et pourrait être nettement inférieur. En outre, il est également possible que certains survols n'aient pas été signalés. Les chiffres montrent que le pic s'est clairement produit en novembre.

En première réaction aux incidents survenus début novembre, les réunions suivantes ont eu lieu et ont donné une orientation claire à la gestion du dossier.

Denis Ducarme:

Est-il possible de répéter les chiffres, monsieur le ministre?

Bernard Quintin:

S'agissant des observations, entre le 1 er septembre 2025 et le 21 janvier 2026, il y a eu 558 observations au-dessus de sites sensibles, dont 66 au-dessus de sites nucléaires et 130 au-dessus de sites militaires. Les autres observations ont eu lieu au-dessus de sites Seveso ou d'aéroports.

Pour revenir aux élément de concertation et de décision, le 5 novembre 2025, le NCCN a informé les gouverneurs afin de leur faire part de l'état d'avancement du dossier. Le même jour, le Comité de coordination du renseignement et de la sécurité (CCRS), qui rassemble tous les services de sécurité, s'est réuni pour discuter des observations de drones. Il est rapidement apparu qu'une approche commune devait être développée. Plus tard dans la journée, le Comité stratégique du renseignement et de la sécurité (CSRS) s'est également réuni pour préparer le Conseil national de sécurité (CNS).

Die is op 6 november op mijn voorstel samengekomen. Er is een nota “Approche commune drones” gepresenteerd door de hier aanwezige ministers, met een concreet voorstel om operationeel en beleidsmatig met de problematiek om te gaan. De analyses van de verschillende bevoegde diensten zijn uiteraard ook besproken.

Belangrijk hierbij te vermelden is ook dat het NCCN niet is overgegaan tot het afkondigen van een vooralarm of een alarm binnen het nationaal noodplan. De inschatting van de veiligheidsdiensten was immers dat er geen imminent gevaar voor onze burgers of voor onze infrastructuur was, maar dat het om een intimidatie- en verstoringsactie ging, meer dan waarschijnlijk te linken aan een statelijke actor, in casu Rusland.

Op 7 november zijn de op de NVR besproken dossiers ook geagendeerd op de ministerraad. Collega Crucke zal dadelijk toelichten welke beleidslijnen daar afgeklopt zijn. Operationeel werd op de ministerraad het volgende afgesproken.

Ten eerste, defensie kan tot steun van de federale politie komen met het oog op de beveiliging van de luchthavens. Het bleek echter bijzonder moeilijk in de praktijk een goede detectie, laat staan een identificatie en een neutralisatie uit te voeren, wegens de nodige goedkeuringsprocedures in de luchthavenomgeving, maar ook wegens technische beperkingen van de aanwezige oplossingen, gevaar voor de omgeving, enzovoort.

Ten tweede, om een goede beeldvorming te hebben, is een overzichtstabel met dronewaarnemingen opgesteld, met dagelijks overleg tussen politie, defensie, en het NCCN. Er kwam ook input van het FANC, skeyes, of uitbaters van kritieke infrastructuren. Tot 21 december werd dagelijks een overzichtstabel met dronemeldingen rondgestuurd. Sinds 24 december gebeurt dat wekelijks, gelet op de duidelijke afname van het aantal waarnemingen en meldingen.

Op de ministerraad zijn ook versterkende maatregelen voor de korte termijn afgesproken: een dispositief van de politie van 7 tot en met 16 november voor de luchthavens van Luik en Zaventem, met steun vanuit Defensie. Van 7 tot en met 16 november werd ook een dagelijkse opvolging via een strategische commandopost op het NCCN georganiseerd tussen 18.00 uur en middernacht. Ik wil nogmaals mijn dank uitdrukken aan alle mannen en vrouwen die daarvoor ingezet zijn.

En ce qui concerne plus particulièrement le dispositif mis en place dans les aéroports, le ministre de la Défense répondra aux questions relatives au soutien apporté par son département, mais je peux d’ores et déjà vous indiquer que ce soutien a été accordé, à la demande du commissaire général de la police fédérale, selon les règles établies.

Le NCCN a également organisé plusieurs réunions de coordination afin d’informer et d’impliquer autant que possible les partenaires concernés dans les domaines suivants: l’image, l’état d’avancement des enquêtes judiciaires et des services de renseignement, le niveau de la menace, les mesures de renforcement et la communication avec les citoyens, les autorités locales, les gouverneurs, etc. Des mesures structurelles ont également été examinées lors de ces réunions de coordination, mais mes collègues vous en diront davantage à ce sujet.

La prochaine réunion est prévue le 29 janvier, afin de garantir le suivi de tous les accords. Le CCRS et le CSRS suivent également la problématique des drones via la plateforme hybride, qui doit donner une image stratégique plus large en partant de l’hypothèse que ces opérations de drones relèvent de la menace hybride. Cette image doit également tenir compte des campagnes de sabotage et de désinformation, des cyberattaques, de l’espionnage, etc.

We moeten vaststellen dat de aanwezige detectiecapaciteit niet performant was ten opzichte van de overvliegingen. De eerste weken waren er nauwelijks technische detecties van drones en deze die er wel waren, gebeurden op basis van radiofrequenties waarmee het gros van de commerciële drones gedetecteerd zouden moeten kunnen worden.

Drones die met andere technologieën navigeren, zoals satellieten, 5G of andere verbindingen, zijn veel moeilijker detecteerbaar. In het bijzonder in de buurt van luchthavens kunnen bijvoorbeeld radarsystemen interferentie geven. Ook fysieke interventie bleek in de praktijk niet doeltreffend, zoals al werd toegelicht in de commissie voor Binnenlandse Zaken op 19 november. Als de meldingen voldoende gedetailleerd zijn, stuurt de politie systematisch een ploeg ter plaatse om vaststellingen te doen. Het is enkele keren gebeurd dat zij de waarneming konden bevestigen, maar een operator kon nog niet worden onderschept.

Neutraliseren van een drone is nog moeilijker. Er zijn hier twee opties: een technische interventie door het verstoren van het signaal van de drone of een kinetische interventie, met bijvoorbeeld een net of een shotgun of door met een kamikazedrone een botsing te veroorzaken.

Une intervention technique à l'aéroport n'est possible que lorsque le trafic aérien est temporairement interrompu. En effet, il ne doit y avoir aucune interférence avec les avions en vol ou les systèmes de contrôle du trafic aérien. En outre, il n'est pas certain que cela ait un effet sur les drones qui pourraient être préprogrammés.

Dans les aéroports, ce sont les autorités aéronautiques qui décident du trafic aérien et de la possibilité éventuelle de recourir à des moyens d'intervention technique. Les événements de ces dernières semaines n'ont pas conduit à une situation où une intervention technique était envisageable.

Une intervention cinétique est plus facile à dire qu'à faire. Dans une zone densément urbanisée comme un aéroport ou une centrale électrique, il n'est pas possible d'utiliser des armes à feu pour tirer sur des drones. Les appareils équipés de filets ont quant à eux une portée très limitée. De plus, ces deux possibilités d'intervention souffrent fortement d'une détection limitée. Le temps d'arriver sur place, il n'y a souvent plus rien à observer. Les drones sont également rapides et maniables.

J'ai déjà répondu, lors de précédentes sessions de la commission de l'Intérieur, à propos de la capacité de la police en matière de détection et d'interception des drones, ainsi que de son utilisation dans la pratique. Si vous le souhaitez, je pourrai y revenir tout à l'heure.

Op de wekelijkse SAT-meetings onder leiding van de verbindingsofficier van de geïntegreerde politie op mijn kabinet geven de politie, de ADIV, de VSSE, het NCCN en het OCAD informatie over de onderzoeken naar de drones. Ondanks de inventieve onderzoekshandelingen die toegepast zijn, inclusief de internationale contacten van onze politie en inlichtingendiensten in dit domein, blijkt dat attributie aan deze of gene actor verre van evident is.

Jean-Luc Crucke:

Aangezien minister Quintin al op de feiten is teruggekomen, zal ik dat niet doen.

Geachte collega's, België moet met betrekking tot de droneproblematiek een geïntegreerde strategie voor het beheer van het binnenlands luchtruim ontwikkelen. We zullen zorgen voor een duidelijk regelgevend kader, de integratie tussen publieke en private actoren versterken, de technologische instrumenten moderniseren via digitalisering en visualisatie van het luchtruim en de opleiding van piloten op afstand verbeteren.

La situation géopolitique récente a certes mis en lumière l'importance de réguler ce secteur et de dépasser une vision, naïve peut-être, dépassée aussi, de l'utilisation forcément positive de cette technologie.

L'innovation constitue la clé de l'avenir du secteur aérien. Le secteur des drones offre d'énormes possibilités en matière de croissance, d'économie et d'innovation. Je me concentrerai sur l'amélioration de la réglementation et de son implication, ainsi que sur le développement d'un cadre d'utilisation sécurisé en Belgique.

À cette fin, la cellule Drones de la Direction générale du Transport aérien (DGTA) sera renforcée et mettra en œuvre un plan d'action national visant à soutenir le secteur des drones. Nous lancerons également une campagne d'information destinée aux opérateurs et pilotes afin de promouvoir une utilisation correcte et légale et d'accroître l'acceptation sociale de cette technologie. Des lignes directrices pour les professionnels seront publiées afin de disposer de normes claires mais réalistes et de facilités d'exploitation plus sûres et plus efficaces.

We hebben besloten beter samen te werken met de industrie om een geïntegreerd luchtruim te ontwikkelen dat optimaal functioneert voor bemande en onbemande luchtvaart. De laatste stappen voor de implementatie van het U-spaceluchtruim in de haven van Antwerpen-Brugge, de op een na grootste haven van Europa, maakt België tot een van de Europese koplopers op het gebied van harmonieuze integratie.

Le 7 novembre dernier, comme cela a été dit, le Conseil des ministres a pris, sous mon impulsion et celle de mes collègues, des décisions importantes: la création d'un groupe de travail sous la houlette du ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, en collaboration avec les ministres de la Justice, de la Défense et des Télécommunications, ainsi que moi-même.

Comme mentionné précédemment, la cellule Drones du SPF Mobilité sera renforcée en complément des 50 millions d'euros déjà prévus par la Défense pour le renforcement de la détection, de l'identification et de la neutralisation des drones indésirables. Des fonds supplémentaires ont été prélevés sur l'enveloppe de sécurité intérieure et de résilience dans le respect de la classification OTAN. Un investissement urgent de 3,1 millions d'euros a été effectué par skeyes pour renforcer ses capacités de détection.

De ministerraad heeft ons ook de opdracht gegeven om de coördinatie van de regels op luchthavens voort te zetten met een eerste proof of concept dat moet worden uitgebreid naar regionale luchthavens en indien nodig naar andere gevoelige locaties.

Ik pleit ook actief op Europees niveau bij de Commissie en EASA om een gerichte registratieplicht in te voeren en de elektronische identificatie op afstand voor alle drones en exploitanten te verspreiden. Er zijn ook verschillende bilaterale contacten gelegd met mijn Europese collega’s over dit onderwerp.

Je rédige actuellement un arrêté ministériel modificatif de l’arrêté Géozones afin d’assurer la cohérence du cadre réglementaire avec les évolutions opérationnelles et technologiques en cours et, in fine , de veiller au respect de l’obligation d’enregistrement des drones dans les géozones.

Enfin, nous prenons les dispositions nécessaires pour le développement d’une plateforme commune de gestion des autorisations de vol, garantissant l’interopérabilité entre les acteurs institutionnels et les opérateurs. Celle-ci assurera également l’interopérabilité avec le National Airspace Security Center (NASC) ainsi qu'entre les acteurs institutionnels et les opérateurs.

Cette plateforme commune de gestion des autorisations de vol constituera un véritable game changer pour l’ensemble des acteurs du secteur et une condition sine qua non pour une politique de maintien optimal et pour permettre l’accès auxdites géozones.

We zullen een geïntegreerd systeem voor bewaking, detectie, identificatie en waarschuwing invoeren voor gevoelige civiele en militaire infrastructuur, in samenwerking met Justitie, Defensie, Binnenlandse Zaken en Telecommunicatie. Een gecoördineerd actieplan zal de bevoegdheden en procedures van elk departement vastleggen. Mijn collega, de minister van Defensie, zal u meer details geven over het NASC.

Het geïntegreerd systeem voor bewaking, detectie, identificatie en waarschuwing heeft een dual-usekarakter, zowel wat betreft het civiel en militair gebruik als wat betreft de doelstellingen op het gebied van veiligheid en beveiliging. Het draagt bij tot de bescherming van civiele en militaire infrastructuur, de preventie van niet-conform gedrag en het beheer van opzettelijke of onopzettelijke bedreigingen.

Dat geïntegreerd systeem vormt ook een economische hefboom, omdat het een betere controle van het luchtruim op lage hoogte bevordert. In die hoedanigheid zal het op termijn de opkomst en de grootschalige inzet van BVLOS-droneoperaties ondersteunen, waardoor de ontwikkeling van de sector en zijn toepassingen met een hoge toegevoegde waarde wordt gestimuleerd.

Au niveau européen, nous avons donc présenté un non-paper au Conseil européen Transports, Télécommunications et é nergie (TTE) et avons soumis un point AOP lors du Conseil de décembre, afin de pousser la Commission à réviser la législation sur les drones et renforcer la sécurité du ciel européen. Ce document a recueilli le soutien de 14 États sur les 27. C'est donc un véritable succès et un témoignage de l'influence de la Belgique dans la construction d'un ciel européen sûr.

À la suite de notre intervention, la Direction générale Mobilité et Transport (DG MOVE) et la Commission européenne ont déjà réuni ce mois-ci un comité ad hoc , auquel le SPF Mobilité prend part, afin d'examiner les possibilités d'adaptation des technologies et du cadre législatif.

Om die verschillende maatregelen te doen slagen, zullen we ons concentreren op een versterkt regelgevingskader, een nationaal controle- en handhavingsbeleid, de ontwikkeling van detectie- en neutralisatietechnologieën, opleiding en sensibilisering van de actoren en ondersteuning van de innovatie. Het doel is duidelijk: een veilig, geïntegreerd en innovatief Belgisch luchtruim, waar regelgeving, technologie, opleiding en samenwerking samengaan om ons land te beschermen, de economie te ondersteunen en ons Europees leiderschap in de dronesector te versterken.

Theo Francken:

Geachte Kamerleden, zoals mijn collega's Quintin en Crucke zonet hebben aangehaald, is het detecteren en bestrijden van niet-geoorloofde drones een erg complexe materie.

Het is om te beginnen een interdepartementaal en interfederaal gegeven, met bevoegdheden die her en der verspreid zitten. Waar het dronebeleid centraal kan worden aangestuurd, moeten de vaststellingen van niet-geoorloofd gebruik en zeker het eventueel gebruik van tegenmaatregelen daarentegen lokaal afgehandeld worden. Het gaat dus over competenties die over meerdere diensten en meerdere ministers verspreid zitten. Dat is voor één keer niet het gevolg van onze complexe institutionele staatsstructuur, want ook onze buurlanden worden met dezelfde problematiek geconfronteerd. Het is nu eenmaal vrij ingewikkeld.

À l’heure actuelle, nous ne sommes pas encore prêts à aborder de manière efficace et efficiente la problématique des drones. Nous pouvons le dire honnêtement: les événements d’octobre et de novembre derniers ont clairement montré que nous pouvons et devons faire mieux.

Nous avons beaucoup appris les uns des autres ces derniers mois. Si nous étions confrontés demain à la même problématique qu’en novembre dernier, nous serions sans aucun doute en mesure de réagir plus rapidement et plus efficacement.

De voorbije maanden hebben ons echter geleerd waar het ons nog aan ontbreekt op het vlak van procedures, wetgeving en technische capaciteiten. De Nationale Veiligheidsraad en de ministerraad hebben dat vertaald in een aantal concrete acties voor elk van ons, de drie aanwezige ministers hier, maar ook voor collega-ministers die nu niet aanwezig zijn, zoals mevrouw Verlinden van Justitie voor het handhavingsbeleid en mevrouw Matz voor de ondersteuning van het BIPT, bijvoorbeeld wanneer het gaat over 4G- of 5G-drones. Die acties moeten in de komende maanden en jaren concreet worden uitgewerkt. Ik zal zo dadelijk de acties bespreken die binnen mijn specifiek bevoegdheidsdomein vallen. Het komt er nu op aan om dat binnen de regering gezamenlijk aan te pakken en goed te coördineren, zodat we zo snel mogelijk kunnen beschikken over een efficiënt, effectief en betaalbaar dronebeleid.

Een tweede reden waarom de droneproblematiek zo complex is, is het sterk evolutieve karakter van de dreiging die uitgaat van drones en het bijzonder groot scala aan drones. Drones bestaan in alle soorten en maten en voor alle mogelijke toepassingen. De NAVO classificeert ze in drie categorieën: klasse 1, 2 en 3. Die gaan van zeer kleine toestellen die men in de palm van de hand kan houden, zoals kleine FPV-drones, tot grotere drones van meerdere honderden kilo’s en zelfs meerdere tonnen. Het gaat dan om zeer grote onbemande UAV’s, onbemande drones of onbemande vaartuigen of vliegtuigen. Die laatste vallen meestal in de categorie van militaire aanvalsdrones, waarvan de Shahed een van de bekendste voorbeelden is. Op het vlak van bevoegdheden stelt de categorie van grote militaire aanvalsdrones alvast geen probleem. Het is duidelijk dat Defensie daarvoor bevoegd is, meer bepaald in het kader van de klassieke luchtverdediging. Voor Shaheds zijn wij dus bevoegd, wanneer die ons luchtruim binnenvliegen.

Vous savez que la défense aérienne est l'une des grandes priorités de mon ministère et que nous sommes en train de reconstruire la défense aérienne belge à un rythme soutenu. Jusqu'il y a peu, nous n'avions pratiquement plus aucune capacité radar militaire et dépendions entièrement des données radars fournies par les forces armées de nos voisins. Cette situation a rapidement évolué.

Au cours des derniers mois et cette année encore, nous avons mis en service six nouveaux radars de surveillance, qui seront répartis sur tout le territoire. Prochainement, en marge de la visite d'État de notre roi en Norvège, j'espère pouvoir acquérir 10 systèmes NASAMS et 20 systèmes Skyrangers pour la défense aérienne à courte et moyenne portée. Chacune de ces 10 batteries anti-aériennes NASAMS est équipée d'un radar de surveillance et de tracking très performant, fabriqué par Thales.

Alhoewel die state-of-the-artsystemen natuurlijk in de eerste plaats bedoeld zijn voor klassieke luchtverdediging tegen klassieke dreigingen zoals vliegtuigen, helikopters, kruisraketten en grote aanvalsdrones zoals de Shaheds, kunnen ze ook kleinere drones detecteren en in het geval van de Skyranger ook effectief neutraliseren.

We mogen in dit verband ook onze nieuwe F-35’s niet vergeten. Die zijn uitgerust met allerlei geavanceerde sensoren, waarmee ook relatief kleine objecten gedetecteerd en geneutraliseerd kunnen worden, zoals onze Nederlandse collega’s onlangs nog hebben bewezen boven Polen.

Al die geplande of lopende luchtverdedigingsprogramma’s in het kader van de geïntegreerde air defence van de NAVO, die centraal wordt aangestuurd, zullen dus sowieso reeds een positieve bijdrage leveren aan onze capaciteit om met de dronedreiging om te gaan.

Er zal echter meer nodig zijn om ook de problematiek van relatief kleine drones volledig te kunnen afdekken. In vredestijd brengt ons dat al bij verschillende bevoegdheden, aangezien kleinere drones per definitie een duaal karakter hebben. De technologische evoluties in die sector zijn trouwen niets bij te houden. Wat op het ene moment nog een onschuldige hobbydrone is, kan even later plots een geducht wapen worden. Klassieke luchtverdedigingssystemen met een centrale aansturing zijn a priori minder geschikt om daarmee om te gaan, aangezien de dreiging van dergelijke kleine drones meestal zeer snel en lokaal ontstaat en dus gedecentraliseerd moet worden opgevolgd. Men moet dus een duidelijk onderscheid in maken. Als zo’n grote Shahed binnenvliegt, is dat vanzelfsprekend meteen een bevoegdheid van Defensie. Met betrekking tot die kleine drones moet men maar even kijken naar wat er in Oekraïne gebeurt, het is het werkelijk hallucinant wat vandaag mogelijk is. Dat is veel hybrider en veel minder duidelijk. We moeten goed weten waarover we juist praten.

Pour ces plus petits drones, nous devons donc acquérir des équipements supplémentaires de détection et de neutralisation. Pour le moment, en temps de paix, la Défense est compétente pour protéger ses propres quartiers et son personnel et, en temps de guerre, pour contrer les attaques militaires sur tout le territoire. Notre stratégie d'acquisition pour la lutte contre les drones part donc de ce principe. Nous achetons des capacités afin de pouvoir défendre nos propres installations, mais également pour défendre la population belge et nos installations critiques contre les attaques militaires. Il va de soi que ces capacités, une fois que nous les aurons acquises et si les circonstances le permettent, pourront être mises à la disposition d'autres autorités qui en exprimeront la demande.

Er was daarover al discussie in de Kamer. De vraag was, onder meer vanuit de PS-fractie, wie die capaciteiten koopt en kan gebruiken. Het is evident dat we die zullen poolen en sharen met politiediensten en andere diensten als dat nodig is, uiteraard ook met de burgerluchtvaart. Dat hebben we trouwens al gedaan en zullen we zeker ook in de toekomst doen. Daarover zijn goede afspraken gemaakt.

Een drone die in vredestijd het verkeer op Zaventem verstoort, is immers in principe geen defensietaak op zich. Volgens de huidige wetgeving vallen het verkeer, de luchthaven en burgerluchtvaart in de eerste plaats onder de opdrachten van de politie en de luchthavenuitbater. Dat hebben we genoegzaam moeten ervaren toen er begin november drones werden waargenomen op en rond de luchthaven van Zaventem.

Het was pas nadat de commissaris-generaal Defensie formeel had opgevorderd, overeenkomstig de wet op het politieambt, dat we teams van de special operations forces konden uitsturen naar de vliegvelden van Zaventem en Luik om de politie bij te staan en te assisteren, onder haar operationele leiding en in nauwe samenwerking met skeyes en de diensten van het Directoraat-generaal Luchtvaart, dus de diensten van minister Crucke. Nogmaals, we hebben toen veel van elkaar geleerd. De volgende keer zal alles ongetwijfeld vlotter en minder stroef verlopen.

We moeten ons nu wel afvragen of het wetgevend en regelgevend kader al dan niet moet worden aangepast om Defensie toe te laten sneller en met minder administratieve rompslomp capaciteiten en expertise ter beschikking te stellen. Ik heb in de commissie voor Defensie al een paar keer gesproken over een nieuw wetgevend kader, de nieuwe Defensiecodex die we momenteel opstellen, en die trouwens een veel ruimer toepassingsgebied heeft dan alleen de droneproblematiek. De delen van de codex die nu al op het niveau van de administraties worden voorbereid, hebben betrekking op de opdrachten van de strijdkrachten, de definitie van oorlogstijd, militaire crisistijd en vredestijd, de beschermingstaken op het nationaal grondgebied en de tactische inlichtingen. De bedoeling is om die voorontwerpen zo snel mogelijk binnen de regering af te kloppen en ze vervolgens nog dit jaar ter stemming aan de Kamer voor te leggen.

De goedkeuring van die eerste onderdelen van de Defensiecodex is noodzakelijk om de inzet van Defensie op het nationaal grondgebied te kunnen laten plaatsvinden binnen de in het regeerakkoord en de beleidsverklaringen vastgelegde voorwaarden en beperkingen. De codex hebben we al vaker besproken en wordt binnenkort aan de Kamer voorgelegd. De bedoeling is om een situatie te kunnen regelen die zich bevindt tussen vrede en oorlog, de situatie die we momenteel beleven en waarop we ons concentreren via de Defensiecodex.

En novembre, le Conseil des ministres a décidé qu’un plan national de détection des drones devait être mis en place dès que possible.

La détection des drones relève de la compétence de plusieurs départements. Comme un tel système national de détection constitue un prolongement du système de détection déjà existant pour la défense aérienne, les regards se sont naturellement tournés vers la Défense.

Nous avons par conséquent pris la tête d’un groupe de travail consacré à la détection des drones, qui rassemble sept administrations: l’Institut belge des services postaux et des télécommunications (IBPT), la Direction générale des é tablissements pénitentiaires (DGEPI), la DGTA, skeyes, la police intégrée, le NCCN et l’état-major de la Défense. Je pense que ce groupe de travail s’est réuni pour la première fois cette semaine, ou la semaine passée.

Deze werkgroep zal in de eerste plaats bepalen hoever men wil gaan op het vlak van detectie. Dat lijkt eenvoudig, maar dat is het niet. Iedere dronebeweging willen detecteren, tot en met de drone van de hobbyist die in zijn tuin bezig is, is waarschijnlijk weinig realistisch, zowel naar technische haalbaarheid en kosten toe als op het vlak van privacy. Het gevangeniswezen zal wel de drone willen detecteren die een pakje drugs of een gsm over een gevangenismuur dropt, ook al gaat het om exact hetzelfde type drone, met hetzelfde vluchtprofiel als dat van de hobbyist in zijn tuin. Ook dat is dus allemaal niet zo gemakkelijk, maar daar zijn we mee bezig. De werkgroep zal alle behoeften centraliseren, nagaan welke behoeften al zijn afgedekt en wat er nog ontbreekt, en dan een technische oplossing voorstellen die er op zijn minst voor zorgt dat alle detectiefeeds ergens samenkomen.

De Nationale Veiligheidsraad heeft gevraagd dat het door de vorige regering opgerichte NASC, het National Airspace Security Centre, zo snel mogelijk verder wordt geoperationaliseerd. Het NASC is voor alle duidelijkheid een interdepartementaal gegeven. Het wordt gehuisvest in het Control Reporting Center, het CRC in Bevekom. Het NASC moet op termijn de tegenhanger worden van het MIK, het Maritiem Informatiekruispunt in Zeebrugge. Velen onder u hebben dat waarschijnlijk al eens bezocht. Zo niet, dan is het alvast een aanrader omdat het een zeer sterk geïntegreerd centrum is, met een knooppunt voor alles wat betrekking heeft op maritieme bewegingen. Het is geen commandocentrum in de strikte betekenis van het woord, maar een informatiekruispunt waar de respectieve bevoegde diensten hun informatie naast elkaar kunnen leggen, zodat er een duidelijk beeld ontstaat over een bepaalde situatie die zich in het Belgisch luchtruim voordoet. Ook al gaat het NASC breder, doordat het alle mogelijke luchtvaartincidenten behandelt, toch zal de droneproblematiek wel een van de grote aandachtspunten worden. De eerder vermelde detectiefeeds, van welke diensten ze ook afkomstig zijn, zullen allemaal samenkomen in het NASC. In die zin is die integratie van de beeldvorming zeer belangrijk.

Zoals daarnet al werd aangehaald, komen er honderden meldingen binnen. Die moeten ook onmiddellijk gecheckt kunnen worden. Dat gebeurt niet alleen visueel, door de wacht in een kwartier bijvoorbeeld, of door de radarsystemen op een militair kwartier of bij kritieke infrastructuur, maar ook het NASC zal de beeldvorming moeten bepalen wanneer er bijvoorbeeld een dreigende dronemelding binnenkomt. Hetzelfde geldt voor het Maritiem Informatiekruispunt, waar ook defensie, politie en de zeemacht samenkomen. Indien een schip van een schaduwvloot van een andere natie de Belgische Exclusieve Economische Zone binnenvaart, dan wordt dat gezien en gemeld. Zo kan men een parallel maken met het NASC, maar dan voor de zee. Dat is het idee dat we proberen op poten te zetten.

We zijn heel goed gevorderd. We hadden gehoopt dat het tegen 1 januari volledig operationeel zou zijn, maar dat is niet gelukt. We hebben een aantal schermen nodig. Dat duurt nog even.

De samenwerking verloopt goed. Alle partners zijn helemaal overtuigd van de efficiëntie en de nood aan dat NASC. Tegen 1 januari is dus niet gelukt. We hebben nog een paar weken of maanden nodig, maar we zijn wel volop bezig om dat zo snel mogelijk operationeel te krijgen.

Defensie heeft de voorbije maanden de nodige schikkingen getroffen om de collega's van andere departementen zo goed mogelijk in dat CRC te kunnen omkaderen.

Bien sûr, nous travaillons également avec ardeur sur plusieurs dossiers d’acquisition de capacités de détection et de lutte anti-drones.

Ici encore, le point de départ est la menace militaire en temps de guerre ou la menace sur les installations militaires en temps de paix, mais nous essayons dans la mesure du possible de faire en sorte que ces nouvelles capacités puissent être proposées à d’autres services à titre de soutien.

Zoals ik al zei, is het vanzelfsprekend dat de middelen die we aankopen ook ter beschikking worden gesteld wanneer er sprake is van een civiele dreiging die een potentieel gevaar vormt voor onze bevolking. Dat is ook een duidelijke vraag vanuit de Kamer en deze commissie. In de commissie voor Landsverdediging is dat al meerdere keren ter sprake gekomen. Dat vormt dus geen probleem.

Tijdens de drone-incidenten van oktober en november van vorig jaar heb ik nog een urgent counter-UAS-aankoopdossier kunnen realiseren. In de regering zijn daarover stevige debatten gevoerd, wat op zich interessant was. Met dat dossier, ter waarde van afgerond 50 miljoen euro, werd radiofrequentiedetectieapparatuur aangekocht voor onze belangrijkste militaire kwartieren, evenals drie mobiele radars die specifiek bedoeld zijn voor dronedetectie, een aantal drone-interceptoren en droneguns. Die systemen zijn ook al getoond, onder meer op de receptie van Defensie voor wie daarbij aanwezig was. Het gaat onder andere om systemen van de Letse firma Origin Robotics, met de counterdrone Blaze interceptor, in combinatie met radarsystemen van Saab en nog een aantal andere capaciteiten die daar werden voorgesteld. We hebben al heel wat geleverd gekregen, dat gaat bijzonder snel. Dat is positief.

We zitten ook op schema. Heel wat militairen hebben al opleiding gekregen voor die systemen. De tweede opleidingsreeks start volgende week, dus de tweede sessie voor onze militairen. Daarnaast, en misschien wel het belangrijkste, zijn ook de eerste hardware- en softwarebouwstenen toegekomen van het systeem dat op termijn moet toelaten dat alle informatie samenkomt in het NASC.

Op langere termijn staan we op het punt een omvangrijk en innovatief counter-UAS-partnerschap te lanceren. Dat partnerschap dekt de gekende behoeften, anticipeert op de voortdurend evoluerende dreiging en laat technologische ontwikkeling en integratie door de Belgische industrie toe. We zullen die industrie daar dus zeker bij betrekken, zodat zij zich beter kan positioneren binnen dit marktsegment.

Mijn diensten hebben dit programma al toegelicht in de commissie Legeraankopen en -verkopen voor de leden die daarbij aanwezig waren. Ik hoop dat de gunning van dit contract binnenkort kan gebeuren. Het dossier staat volgende week geagendeerd in de ministerraad. Hopelijk kan het counter-UAS-programma volgende week vrijdag door de regering worden goedgekeurd.

Het gaat om een programma van meer dan een half miljard euro. Dat is dus een bijzonder omvangrijk programma. Zoals eerder gezegd, is het nu zaak om dit binnen de regering gezamenlijk en eensgezind aan te pakken en alle elementen goed op elkaar af te stemmen, zodat we zo snel mogelijk het hoofd kunnen bieden aan de zeer complexe en evolutieve dreiging die potentieel uitgaat van drones. Ik heb daar alvast goede hoop op en reken op een goede samenwerking.

Peter Buysrogge , voorzitter: Dank u wel, heren ministers.

Ik open, zoals afgesproken, de vragenronde. We werken per fractie, tien minuten maximaal. Mevrouw De Vreese, u hebt het woord.

Maaike De Vreese:

Bedankt, mijnheer de voorzitter, en dank aan alle drie de ministers om vandaag aanwezig te zijn en ons uitvoerig toelichting te geven.

De oorlog in Oekraïne is nu drie jaar bezig en ondertussen zien we binnen de Europese Unie ook een hybride oorlogsvoering, met onder meer drones en een dreiging van sabotage van kritieke infrastructuur. We moeten ook aandacht hebben voor onze Noordzee, evenals voor cyberaanvallen. Het is duidelijk dat degenen die ons proberen te treffen onder andere paniek willen zaaien. Paniek is echter een slechte raadgever; we moeten het hoofd koel houden.

Er moet sterk worden samengewerkt tussen de verschillende bevoegde ministers. Er moet een plan van aanpak zijn met een duidelijke verdeling van bevoegdheden en een overzicht van hoe regelgeving moet worden aangepast.

Een van de zaken die we hebben gemerkt, is dat er een kader, zowel wetgevend als regelgevend, moet komen voor deze verantwoordelijkheden. Er werd verwezen naar de defensiecodex die eraan komt.

Ik richt mij vandaag voornamelijk tot de minister van Binnenlandse Zaken, minister Quintin. Op welke manier moet u nog regelgevend werk doen? Wordt er bijvoorbeeld verder gewerkt aan een nationaal handhavings- en vervolgingsbeleid voor drones? We weten dat de federale politie op een bepaald moment over capaciteit beschikte, maar deze was niet onmiddellijk ingeschakeld. Hoeveel capaciteit is er momenteel bij de federale politie?

Daarnaast ligt de verantwoordelijkheid niet enkel bij de federale politie, maar ook bij de lokale politiediensten. Hebben we een overzicht van de beschikbare capaciteit, zowel op federaal als op lokaal niveau? Op welke manier zullen zij samenwerken indien nodig? Welke materiële en menselijke middelen zijn nog vereist om drones effectief te bestrijden? Hoe moeten we de investeringen zien?

Er is sprake van een mooie samenwerking tussen de capaciteit van Defensie en andere departementen. Is er nog een nood bij de politiediensten? Hoe wordt de informatie van de verschillende lokale afdelingen verzameld, zodat we niet pas bij een dreiging ontdekken dat er onvoldoende capaciteit is? Dat moeten we immers te allen tijde vermijden.

Als we dan kijken naar de dreigingen die er zijn geweest, mijnheer de minister, vraag ik me af of we zicht hebben op de daders en de daderprofielen en of er al mensen zijn gevat of niet.

We hebben het hier gehad over het NASC, dat volledig operationeel moet worden. U moet het me vergeven, ik ben zelf van Brugge, van Zeebrugge en ik heb het MIK bezocht. Ik denk dat dat inderdaad een zeer grote meerwaarde biedt, omdat alle diensten daar samen zijn en ook verplicht zijn om samen te werken. Het menselijke contact zorgt ervoor dat iedereen elkaar goed kent. Wat ik daar ook hoor, is dat er een mooi zicht is op wat zich boven water bevindt, maar dat het heel moeilijk is om te ontdekken wat zich onder water afspeelt, bijvoorbeeld onderwaterdrones en dergelijke, om die te detecteren. Ik zie wel dat er op dat vlak heel wat innovatie bezig is. Niet alleen in de lucht zien we heel wat innovatie. Dat gaat allemaal zeer snel. We hebben daarnet de opsomming gehoord: kleine drones tot reusachtige mastodonten. Zowel in het water als in de lucht is er heel wat innovatie, niet alleen van onze kant, maar uiteraard ook van de kant van de vijand.

Op welke manier zullen we ervoor zorgen dat de spelers die nu al op het terrein aanwezig zijn en ongelooflijk veel data hebben en die ook kunnen analyseren, die informatie samenbrengen en die ten dienste stellen van onze politie en onze defensie om onze kritieke infrastructuur beter te beschermen?

Tot slot nog het Europese luik. Ik denk niet dat we alleen staan als land, er is ook de Europese Unie. Kunt u toelichting geven over wat er op het niveau van de Europese Unie gebeurt en welke stappen jullie daar ondernemen?

Bert Wollants:

Ik dank ook de verschillende ministers voor hun toelichting. Ik richt mijn vragen in hoofdzaak tot minister Crucke, gelet op de link met mobiliteit. U hebt een aantal zaken aangehaald waaraan momenteel wordt gewerkt. Dat zijn ook de juiste zaken, met name de U-space, de geozones, het uitwerken van een kader voor registratie en zo meer. Het is belangrijk dat we daar verdere stappen in zetten. De vraag is alleen wat er vandaag concreet op tafel ligt en binnen welke termijn vooruitgang kan worden geboekt.

Ik kijk bijvoorbeeld naar de U-space. U hebt aangegeven dat we daarin binnen Europa een voortrekkersrol spelen, wat uiteraard positief is. Tegelijk moeten er nog verschillende stappen worden gezet, zowel op het vlak van de infrastructuur als wat het regelgevende kader betreft. Daar past natuurlijk ook een handhavingskader bij. Wanneer verwacht u dat we die volgende fase kunnen bereiken? Wat zijn de eerstvolgende stappen die op het vlak van de U-space moeten worden genomen en hoe ziet u het verdere traject?

Wat de geozones betreft, u hebt gezegd dat u momenteel werkt aan het regelgevende kader om daar vooruitgang te boeken. Wat zijn daar de eerstvolgende stappen? Mogen we op korte termijn al een wijziging verwachten of ziet u dat eerder op iets langere termijn?

Vervolgens hebt u verwezen naar de extra middelen die ter beschikking zijn gesteld voor extra detectieapparatuur op de luchthavens van Zaventem en Luik. U sprak in dat verband over een bedrag van 3,1 miljoen euro. Welke stappen zijn daar nog noodzakelijk? Het is immers één zaak om budgetten te voorzien, maar het is even belangrijk om op te volgen of er effectief voldoende vooruitgang wordt geboekt door skeyes op dat vlak. Hebt u daar momenteel een concreet zicht op?

Ten slotte wil ik ingaan op de verplichte registratie van drones. We weten dat vandaag ongeveer 85 % van alle vluchten niet-geautoriseerd plaatsvindt. Dat betekent dat er potentieel een zeer groot aantal drones is dat geregistreerd zou moeten worden. Anderzijds is de vraag dan of DGLV over het nodige kader en de capaciteit beschikt om die toestroom aan te kunnen. Is het de bedoeling om daarvoor extra middelen ter beschikking te stellen? Zijn er extra investeringen nodig om die toestroom aan te kunnen? Als we ruim willen registreren, dan moeten we ervoor zorgen dat dat op korte termijn ook mogelijk is.

Bij de opkomst van drones hebben we al problemen gehad om bij DGLV voldoende capaciteit te hebben om tijdig de nodige vergunningen af te leveren. Die situatie willen we uiteraard niet opnieuw meemaken. Daarom kijken we vooruit naar wat nodig is om dat te doen.

Koen Metsu:

Er zijn drie excellenties zijn aanwezig, wat betekent dat de thematiek zeer ernstig wordt genomen. Ik vind dat ook een aandachtspunt en ik wens de ministers een goed overleg en goede afspraken.

Het spreekt voor zich – ik richt mij tot de minister van Defensie – dat Defensie niet ingezet zal worden voor het neerhalen van om het even welke hobbydrone die her en der rondvliegt. De minister heeft al gezegd dat de drones van Defensie voornamelijk dienen om de eigen kwartieren te beschermen. Wat pooling and sharing betreft – het werd daarnet aangehaald –, wanneer er civiele bedreigingen zijn, zal Defensie uiteraard ook de hand reiken. Mochten er al voorbeelden zijn waar men aan denkt, dan zijn die welkom.

Defensie zal ongeveer 200 miljoen euro mee investeren in de binnenlandse veiligheid. Mogen we ervan uitgaan – ik besef dat dit een hypothetische vraag is – dat die 200 miljoen euro ook meetelt voor de NAVO-norm?

Jeroen Bergers:

Vooral de dreiging ten aanzien van de kritieke infrastructuur springt in het oog. Dat blijkt uit de cijfers die minister Quintin in de commissie voor Binnenlandse Zaken heeft aangehaald, maar ook hier. Voor die kritieke infrastructuur moet een eigen risicoanalyse uitgevoerd worden. Hebben al onze kritieke entiteiten dat al gedaan, mijnheer de minister? Hoe verhoudt die analyse zich tot de sectorale dreigingsanalyse van het OCAD?

Daarnaast rijst de vraag hoe de inspanningen worden verdeeld die nodig zijn om detectiesystemen en neutralisatiesystemen te voorzien bij de kritieke infrastructuur. Hoe worden de kosten gespreid tussen de uitbaters, met name de politie, skeyes en Defensie? Er is gesproken over het NASC. Wat is de rol van het NASC in de coördinatie daarvan?

Tot slot, minister Quintin, u hebt in de commissie al aangehaald dat u met collega’s in de regering samenwerkt aan een wettelijke basis om bepaalde sectoren de mogelijkheid te geven dronesignalen te verstoren. Hoe staat het met dat voorstel? Welke sectoren zouden die wettelijke basis krijgen? Gaat het uitsluitend om kritieke sectoren, of ziet u dat breder?

Annick Ponthier:

Dank aan de drie ministers voor hun toelichting of situatieschets. Er is al heel wat inkt gevloeid over de droneproblematiek. Het gaat natuurlijk om een zeer uitgebreid verhaal, met veel bevoegdheden en verantwoordelijkheden die verdeeld zijn.

Ik zal onze vragen stellen samen met collega Huybrechts, die haar tussenkomst zal richten tot minister Crucke. Zelf richt ik mij tot minister Quintin en minister Francken.

Minister Quintin heeft onder meer verwezen naar technische beperkingen door een aantal goedkeuringsprocedures, naar onvoldoende performante detectiecapaciteiten en naar het feit dat de attributie aan al dan niet buitenlandse actoren verre van evident is.

Dat brengt mij meteen tot een aantal vragen, minister Francken. Als die attributie inderdaad verre van evident is, op basis van welke concrete technische indicatoren hebt u dan op verschillende tijdstippen publiekelijk gesproken over een gerichte en mogelijke spionageactiviteit door Rusland? U hebt dat in de media verkondigd. Ik zou dus graag willen weten op basis waarvan dat ondertussen kan worden toegewezen, of al dan niet kan worden toegewezen.

Een tweede vraag betreft het aantal vals positieven. Hoe weet u wat dat aantal is, aangezien het blijkbaar groot was ten opzichte van de echte dronemeldingen? Hoe gevoelig is de frequentie van meldingen voor de mediaperceptie? Het valt op – u kunt dat bevestigen of ontkennen – dat er recent geen meldingen meer zijn van drones. Hoe verklaart u dat in de publieke opinie? Ik weet dat het evenwicht tussen eventuele paniekzaaierij en gewone meldingen moeilijk te bewaren is. Hoeveel meldingen zijn er de laatste maanden nog gebeurd en over welke sites ging het dan?

Minister Quintin heeft ook gesproken over het feit dat de aanwezige detectiecapaciteiten niet performant genoeg waren. Dat lijkt mij een understatement. Minister Francken, kunt u dan zeggen welke detectiecapaciteiten op het moment van de incidenten ontbraken, waardoor Defensie – specifiek wat de dronedetecties boven militaire sites betreft – niet kon vaststellen wat er precies in de lucht hing en waar dat vandaan kwam?

U hebt daarnet al kort verwezen naar de in Letland aangekochte Blaze interceptors. Welke technische lacune zullen zij in de komende periode exact invullen en welk deel van het dreigingsscenario blijft ook met deze middelen buiten bereik? Het lijkt mij belangrijk om te weten waar er eventueel moet worden bijgestuurd.

Kunnen deze interceptoren worden ingezet zonder risico op nevenschade, aangezien het om kamikazedrones gaat? Ook dat had ik graag willen vernemen.

Een volgende vraag betreft de rules of engagement . Welke rules of engagement gelden momenteel bij dronewaarnemingen boven militaire sites? Verschilt dat van de situatie tijdens de incidenten, of is dat nog niet het geval? Dat kunt u misschien toelichten.

Een bijkomende, meer gezamenlijke vraag gaat over de problemen die voortkwamen uit het ontbreken van een performante coördinatie tussen onder meer Defensie, de federale politie en het departement Mobiliteit. Hoe verloopt de samenwerking met het antidroneteam van de politie vandaag? We kunnen toch stellen dat Defensie op het moment van de drone-incidenten geen communicatie onderhield met dat team over meldingen boven militaire sites, noch tijdens de incidenten boven de civiele luchthavens, waardoor het vliegverkeer, zoals u hebt aangehaald, mijnheer Quintin, boven Zaventem, Luik en andere plaatsen moest worden stilgelegd. Dat is toch verbazingwekkend. Ik hoop dat die communicatie er vandaag wel is. U zult dat hopelijk bevestigen.

Dan een vraag over het NASC, dat u al hebt aangehaald. Hiervoor werd 1 januari niet gehaald. Dat is betreurenswaardig, maar gezien de verantwoordelijkheid en de zeer belangrijke bevoegdheden die het NASC in de toekomst zal dragen en zal moeten behartigen, vraag ik mij af welke concrete timing u wel vooropstelt. Mijnheer Francken, u hebt daarnet gesproken over weken en maanden. Wat is de timing en waar schort het op dit moment aan als het gaat om de concrete realisatie daarvan?

Tot slot hebt u zeer veel plannen toegelicht inzake aankopen, die we ook hebben kunnen bespreken in de commissie Legeraankopen en -verkopen, wat uiteraard positief is. Hoe vult u op dit moment de lacunes die het antidroneplan en het National Airspace Security Centre, het NASC, voorlopig nog laten bestaan, in de periode vóór alle systemen geleverd en operationeel zijn? Daar had ik graag een antwoord op gekregen.

Ik richt mij ook nog even tot minister Quintin. Hoe kan het dat de federale politie bij die waarnemingen geen gebruik heeft gemaakt van haar eigen antidroneteam?

Daarnaast heb ik nog een vraag over de toewijzing. U zegt dat die verre van evident is, maar wat is op dit moment de stand van zaken van het onderzoek? Kunt u meer informatie geven over het helikopterincident, de onmogelijkheid voor de politiehelikopter om tussen te komen toen men de hulp van de politie heeft ingeroepen bij de drones boven Kleine-Brogel in het weekend van 1 en 2 november? We hebben daar een achtervolging kunnen zien. Wat is daar concreet misgelopen? Ook daarover had ik graag uw mening gehoord.

Britt Huybrechts:

Minister Crucke, ik richt mij tot u. Ik heb uw tien minuten durende antwoord op een vraag van mij in de commissie in oktober bij. Er waren heel veel interessante elementen. Ik heb toen ook gezegd dat ik alles zou analyseren en zou terugkomen. Belofte maakt schuld, dus hier ben ik.

In uw antwoorden stelde u expliciet dat jamming aan een luchthaven zeer gevaarlijk is. Het luchtverkeer moet dan eerst volledig worden stilgelegd, omdat er anders interferentie kan ontstaan met de communicatie van de vliegtuigen zelf. Daarnaast zijn er nog heel wat andere risico’s. De systemen van drones kunnen oververhit raken, ze kunnen bij het dalen neerstorten en zo een vliegtuig raken. Ook buiten luchthavens kunnen ze woningen raken, misschien zelfs een F-35, als we niet opletten. Wanneer men kamikazedrones inzet om andere drones aan te pakken, kan men eveneens bijkomende schade veroorzaken door die drones uit de lucht te halen. Vandaar mijn vraag of er geen andere manieren zijn om drones op een veilige manier uit de lucht te halen. Het is immers niet opportuun om drones neer te halen in woonwijken, bij luchthavens of op militaire infrastructuur.

U verwees ook naar de zogenaamde safety drones, die livebeelden kunnen doorsturen ter ondersteuning van de interventieteams. U zei dat de testen zeer goed waren, maar nog niet toepasbaar op de luchthaven. Is dat intussen wel het geval, hetzij op de luchthaven, hetzij bij andere kritieke infrastructuur? Zijn er eventueel beperkingen die op korte of langere termijn kunnen worden opgelost?

Verder verwees u naar het National Counter Drone Testing and Expertise Centre en naar DronePort in Sint-Truiden. Er zou worden bekeken of die capaciteit kan worden uitgebreid, zeker met het oog op de luchthaven en andere kritieke infrastructuur. Is dat intussen gebeurd? Heeft daarover overleg plaatsgevonden en kan die capaciteit effectief worden uitgebreid?

Dan heb ik nog vragen over de procedures, het overleg en de Europese regelgeving. U zegt dat skeyes een rapport heeft opgesteld en dat er een overleg loopt om de procedures te verbeteren. Wat zijn hiervan de resultaten? Hebt u hiervoor met skeyes samengezeten?

U vindt de Europese regelgeving heel restrictief. U wilt daarom op zowel Europees als nationaal niveau zelf met een plan komen. Hoever staat u daarmee? Gebeurt dat in overleg met de andere ministers of bent u van plan om specifiek iets voor de commissie voor Mobiliteit zelf uit te werken? Welke concrete verbeteringen zullen worden doorgevoerd? Welke concrete stappen hebben er al plaatsgevonden?

Worden er ook stappen gezet in het aanpakken van deze drones, naast het verplicht registreren ervan? U weet immers ook dat de slechteriken in dit verhaal hun drones nooit zullen registreren. Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat u geen wetgeving maakt die vooral de amateurdronebestuurders raakt, maar echt de criminelen die in de toekomst een drone als wapen willen en misschien zullen inzetten?

Denis Ducarme:

Monsieur le président, la première chose que je tiens à faire, c’est remercier les trois ministres pour cet exercice de transparence. Je crois pouvoir dire que dans aucune des démocraties européennes, on ne retrouve un exercice de transparence aussi détaillé que celui que le ministre Quintin a pu produire.

Monsieur le ministre, vous avez été très précis sur le nombre d’observations; il y en a eu plus de 500, dont 66 au-dessus de sites nucléaires et 130 au-dessus de sites militaires. En faisant preuve d’une telle transparence à l’égard du Parlement, mais aussi de l’opinion publique et des citoyens, vous mettez en lumière l’ampleur de nos faiblesses. Nous devons assumer le fait d’avoir été extrêmement faibles. Imaginons un instant que ces drones aient été armés!

Il est évident que les Belges ont été particulièrement marqués par cette période, car il s’agit d’une attaque inédite, telle que nous n’en avions plus connue depuis la Seconde Guerre mondiale. Notre territoire n’avait jamais été survolé de manière non conforme de cette façon.

Il n’est pas inutile de rappeler le contexte dans lequel cela s’est produit. C’était au moment où la Belgique négociait avec ses alliés européens sur l’avenir des avoirs russes gelés. C’est à ce moment-là que nous avons subi cette attaque. Monsieur le ministre, je vous remercie d’avoir clairement attribué cette attaque aux Russes. Il faut le dire. Cette attaque a-t-elle pesé sur notre position dans le débat relatif aux avoirs gelés? Peut-être. Peut-être pas. Peut-être un peu, lorsque l’on entend certains propos tenus dans le cadre des Grandes conférences catholiques que je regrette.

Quoi qu’il en soit, un élément m’inquiète et je tiens à le soulever au nom du groupe MR: face à une menace, il y a trois ministres.

Dès lors, j'aspire à ce que la coordination qui a été mentionnée puisse pleinement se concrétiser. Mais pour répondre à la menace représentée aujourd'hui par les drones, le gouvernement devrait sans doute décider de décloisonner vos attributions et de permettre une unité de commandement.

D'ailleurs, comment cela va-t-il se passer quand vous allez arriver avec vos projets? Monsieur Crucke, vous avez évoqué vos projets de renforcement de skeyes. Monsieur Francken, vous avez parlé d'acquisitions supplémentaires et d'un certain nombre de mesures complémentaires à prendre. Allez-vous venir chacun dans votre commission? Où sont la cohérence et la coordination au niveau de la politique que nous devons mettre en œuvre face à cette menace?

Aujourd'hui, j'aurais aimé que vous nous présentiez un visuel nous indiquant ce que vous alliez mettre en œuvre en termes de politique coordonnée face à la menace représentée par les drones sur notre pays, les services impliqués et la façon dont ils allaient collaborer. J'aurais aimé voir cela. Je pense que cela nous aurait aidés, et peut-être, puisque nous sommes suivis par les citoyens en direct sur le site de la Chambre, cela les aurait-il aidés aussi à y voir clair.

En tout cas, ce que j'identifie tout de même aujourd'hui, à moins que vous ne disiez le contraire, c'est que si les drones reviennent demain, je ne sais pas très bien ce que nous allons pouvoir faire de plus que lors de leurs passages en octobre et en novembre. Je sais que c'est facile de dire cela, je sais qu'on ne met pas en place des dispositions nouvelles, simplement en disant qu'il faut concrétiser les actions. Mais en termes de détection et de neutralisation, sommes-nous déjà plus à même, plus aptes, plus forts qu’en octobre et en novembre? J'aimerais que vous puissiez nous le dire très sincèrement et franchement ou nous indiquer que le travail progresse.

Je suis très sensible à l'acquisition de matériel supplémentaire pour neutraliser des drones, monsieur le ministre de la Défense. J'espère que vous pourrez nous détailler ce dispositif, parce que le ministre de la Sécurité intérieure l'a rappelé: le problème de la neutralisation des drones dans notre pays est la densité de population sur le territoire. Lorsqu'un drone tombe dans notre pays, il peut faire des dégâts. J'imagine en outre que vous ne vous servirez pas des F-35 pour détecter les drones, ce serait bien trop onéreux. Bien entendu, plusieurs acteurs sont concernés – la police, skeyes, le NASC, le NCCN, le CNS – mais, à mon sens, tout cela manque aujourd'hui d’unité pour mener une politique permettant de répondre à une menace.

Je me réjouis que nous soyons en présence de trois ministres, mais j'aurais sans doute été intéressé également d'entendre la ministre de la Justice, puisque des enquêtes sont en cours sur le survol irrégulier du territoire. Nos services du renseignement y travaillent, et j'espère que vous pourrez nous divulguer quelques informations non classifiées relatives au travail du Service Général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS), monsieur le ministre de la Défense. Vous avez évoqué l'hypothèse d'un certain nombre de bases de lancement. Il serait intéressant, pour les parlementaires et les citoyens, d'avoir la confirmation que ces drones n'ont pas été envoyés depuis la Belgique.

Voilà les quelques commentaires que je vous prie de prendre comme une critique constructive et un encouragement. Il s'agit d’un chantier énorme, nouveau et difficile, nous en sommes conscients au sein du groupe MR.

Il s'agit d'un chantier important pour la sécurité des Belges. De nombreuses personnes ont témoigné de leur sentiment d'insécurité sur notre territoire pendant ces attaques d'octobre et de novembre. Au-delà de l'aspect technique, il s'agit de rassurer la population sur notre capacité à garantir la sécurité par rapport à ces attaques d'un nouveau genre. Je vous remercie.

Dimitri Legasse:

Oserais-je dire qu'il manque une personne aujourd'hui? Il y a quatre chaises. Cela tombe bien. Peut-être ainsi y aurait-il un pilote dans le drone, si vous me permettez l'expression, parce que, manifestement, il a manqué un pilote dans le drone en termes de coordination dès le début, dès octobre et novembre. Il eût été intéressant que le premier ministre soit présent. Trois ministres, autant de compétences, sept administrations, c'est bien la démonstration, si besoin en est, qu'il fallut ou qu'il eût fallu avoir un véritable pilote dès le départ.

Je ne vais pas réexpliquer le contexte ou revenir sur les faits. Les conséquences sont très concrètes, tant en termes de sécurité que d'impact économique. Le trafic aérien a dû être interrompu à de nombreuses reprises. Au début, nous avons assisté, convenons-en, messieurs les ministres, à une petite partie de ping-pong par médias interposés. Et il aura fallu quelques semaines pour que le Conseil national de sécurité se réunisse et s'exprime aujourd'hui enfin en commissions réunies. À ce sujet, j'aurais aimé savoir si une clause de rendez-vous est prévue pour le CNS afin de faire le point prochainement. Si oui, peut-on en avoir connaissance?

J'ai noté qu'il y a eu 558 observations. M. Ducarme a fait répéter le chiffre et nous sommes assez d'accord avec lui sur certains éléments critiques. On parle de 558 événements, donc on ne fera pas sortir les F-35 558 fois. On dépense un certain nombre de millions et en cela, on peut reconnaître à M. Francken un investissement important et une prise de responsabilité rapide, mais singulièrement pour les menaces militaires. Quand il s'agit de menaces civiles, quelques millions pour skeyes, certes, mais quand il s'agit de la police fédérale, d'autres l'ont dit avant moi, rien ou pas grand-chose. Mutualisation, dit-on. Je suis bourgmestre et membre d'un collège de zones locales; si toutes les zones locales doivent acheter des drones anti-drones avec ou sans armes, cela va faire désordre. Convenons-en.

En guise de boutade, je dois rappeler qu'il a été décidé d'interdire les drones illégaux. On n'a pas parlé d'immatriculer les drones, mais on y était presque. C'est comme les feux d'artifice: on ne peut pas contrôler leur vente et leur achat. Donc, il va falloir opérer autrement. Au-delà de la plaisanterie, il est vrai que des moyens ont été engagés en urgence par la Défense. Il s'agit principalement de moyens de détection.

Ma première question porte donc sur le caractère opérationnel de ce matériel. Est-il déjà complètement disponible? Combien de temps prendront les formations de nos militaires à ce type de matériel? Sous la précédente législature, nous avons assisté à la création d'une force cyber et d'un carrefour de contrôle à Beauvechain. Je m'en réjouis pour la circonscription du Brabant wallon, car cela signifie que Beauvechain sera maintenu de longues années encore. L'actualité a finalement donné raison à ces investissements qui ont été engagés sous la précédente législature. Comment ces moyens seront-ils augmentés (le National Airspace Security Center (NASC)), et rendus opérationnels avec les différents acteurs concernés? Les équipements fournis à nos militaires sont-ils strictement réservés aux sites militaires? M. le ministre Francken a déjà répondu. Cependant, il a dit dans Le Soir , noir sur blanc, que "si un drone venait à nouveau à survoler une centrale nucléaire, un de nos aéroports ou toute autre infrastructure critique, comme ce fut le cas en automne, l'armée ne pourrait pas intervenir." Peut-être l'information est-elle inexacte et a-t-il été mal compris. Aujourd'hui, je l'entends tenir des propos un peu plus nuancés. Sans doute reviendra-t-il sur le sujet. "Tant que nous sommes en temps de paix, c'est le rôle de la police", a-t-il dit. Bref, les ministres Crucke et Quintin nous ont vendu et revendu les 50 millions en question du CNS pour l'armée, mais peu d'euros pour le civil, convenons-en. Une nouvelle fois, la police fédérale, d'autres l'ont dit avant moi, se trouve quelque peu démunie. On ne parle pas de capacités.

(…): (…)

Dimitri Legasse:

Monsieur Quintin, vous aurez l'occasion de me répondre. C'est pourquoi nous sommes ici.

Enfin, toujours .pour le ministre de la Défense, j'ai une question à lui poser en termes d'autonomie stratégique. Une nouvelle fois, vous avez passé d'importantes commandes de drones MALE et de capacités satellitaires aux É tats-Unis.

(…): (…)

Dimitri Legasse:

Si je me trompe, veuillez me corriger, je vous en prie.

Dans les faits, notre force aérienne devient donc toujours plus américaine – c'est ma lecture mais vous allez la démentir –, avec toutes les conséquences qui en découlent. D'autres que moi ont évoqué les F-35 juste à l'instant. Nous avions, du reste, déposé un amendement pour supprimer l'achat des onze F-35, mais ne revenons plus là-dessus. Ne considérez pas que c'est une invitation pour en reparler.

Contrôler notre espace aérien constitue pourtant une clef essentielle de notre sécurité. L'Ukraine le prouve. Dès lors, que penser de l'annonce d'un partenariat entre Renault et l'armée française dans la production massive de drones militaires? Ça n'a été évoqué par personne jusqu'à présent. La Belgique s'est-elle montrée intéressée? Car, en dehors des zones militaires, je le disais, c'est la police fédérale qui est compétente en cas de menace et non l'armée.

Aujourd'hui, dans les faits, ce sont donc bien les polices locales qui doivent, monsieur Quintin, littéralement courir après les drones, si vous me permettez l'expression. Et la situation ne risque pas de changer. Monsieur Ducarme posait la question de savoir quelle était la différence entre une problématique qui se reproduirait aujourd'hui et celle de novembre et d'octobre. Je crains de n'avoir la réponse. D'ailleurs, poser la question, c'est y répondre.

Les questions suivantes se posent également. Concrètement, pouvez-vous nous indiquer les nouveaux moyens budgétaires, matériels et humains, qui ont été et qui seront dédiés à la police fédérale? Permettez-moi d'insister. Le ministre de l'Intérieur a indiqué en séance plénière que des moyens militaires seraient désormais duaux. Le ministre de la Défense ne partage pas la même analyse. Mais ils vont nous l'expliquer dans un instant. Quels sont alors ces moyens duaux qui ont été évoqués et qui pourront être utilisés par les entités civiles? Pouvez-vous nous expliquer aussi les moyens du C-UAS de la police fédérale, créé en 2021, et son déploiement?

Je vais tâcher d'accélérer un peu, sans ça, je n'aurai pas l'occasion de poser toutes mes questions.

Nous avons appris dans ce cadre qu'un plan serait élaboré par Skeyes. L'investissement de 110 millions qui a été évoqué serait étalé sur trois ans, si j'ai bien compris. Et on peut, dès lors, se poser quand même quelques questions. Quand sera véritablement prêt ce plan national de détection? Quand est-ce que l'ensemble du territoire belge sera couvert? D'autres ont parlé d'un visuel qui pourrait être projeté à l'écran avec la couverture. Ce serait effectivement intéressant. On peut lire début 2027. Mais qu'allons-nous faire entre maintenant et début 2027? Comment vont être choisies les zones sensibles qui seront protégées prioritairement et équipées de ces systèmes de détection?

L'enjeu, c'est évidemment d'arriver à faire cohabiter un système efficace de détection sans perturber – M. Crucke l'a dit – les vols autorisés; pas uniquement les vols aériens, mais aussi les vols de drones autorisés. L'objet d'un dispositif spécifique développé par Skeyes doit être, me semble-t-il, précisé.

La question se pose aussi quant au développement des systèmes de brouillage – ça a été dit par d'autres collègues donc je ne vais pas m’étendre sur le sujet – pour neutraliser les drones suspects ou malveillants. Votre gouvernement a en effet chargé le ministre des Télécommunications de préparer un projet de loi pour élargir la possibilité d'utiliser ces systèmes. À l'heure actuelle, seules certaines instances peuvent en effet recourir à ce type de dispositif: la police, la Défense, les services de renseignement et de sécurité, l'OTAN et le SHAPE.

J’ai encore quelques questions. Quels sont les opérateurs qui pourront utiliser ces systèmes de brouillage, en plus des acteurs que je viens de citer: les installations nucléaires, les établissements pénitentiaires, les entreprises critiques de type Seveso? Comment éviterez-vous les effets collatéraux, notamment pour les communications d'urgence, pour les transferts d’équipements médicaux – je pense notamment au réseau ASTRID – ou tout simplement pour la navigation aérienne classique? Quand le ministre de l'IBPT compte-t-il présenter le projet?

Je voudrais malgré tout mentionner la solidarité manifestée entre les acteurs européens et souligner le travail du ministre de la Défense, pourtant très atlantiste. On ne peut en dire autant de la solidarité avec les Etats-Unis.

Nabil Boukili:

Merci, messieurs les ministres, pour vos éclaircissements.

C'est clair que les drones volant autour des aéroports, dans les espaces aériens et autour des sites stratégiques et critiques représentent un vrai danger. C'est pourquoi je trouve important que trois ministres se penchent ici sur la problématique.

Le problème est connu depuis un certain temps mais, avouons-le, un certain chaos règne actuellement dans le secteur: tout le monde peut voler n'importe quand. Prenons l'exemple de l'aéroport de Zaventem. SkyDrone, qui est la filiale du gestionnaire du trafic aérien Skeyes, détecte chaque jour, en moyenne, une trentaine de drones à proximité du site. En 2024, 31 000 vols de drones ont été enregistrés dans des zones sensibles, autour des aéroports et des zones militaires. Et neuf vols sur dix n'étaient pas autorisés, à savoir qu'aucun plan de vol n’avait été demandé au préalable. Chaque année, entre 150 000 et 200 000 drones sont vendus dans le Benelux alors qu’en Belgique, seuls 37 000 pilotes de drones sont enregistrés auprès du SPF Mobilité.

Les drones sont une nouveauté dans notre société. Nous ne voulons pas que des gens puissent circuler sans permis de conduire? De la même manière, nous devons aborder la problématique des drones: une réglementation et un enregistrement sont nécessaires.

Comme cette problématique est essentiellement civile, nous souhaitons poser quelques questions à ce sujet. Combien de pilotes de drones se sont déjà enregistrés depuis le mois de novembre? Des investissements ont-ils été réalisés, en dehors de la Défense, pour sécuriser (notamment) les aéroports contre les drones?

Pourquoi l'équipe spécialisée de la lutte contre les drones de la police fédérale n'a-t-elle pas été déployée lors des incidents liés aux drones? Comment entendez-vous vous y prendre pour que cette équipe soit déployée plus rapidement à l'avenir dans la lutte contre les drones dans des environnements civils?

J'aimerais aussi revenir sur le rapport de la Sûreté de l'État concernant les signalements de drones. Je cite: "À l'automne 2025, le nombre de signalements de drones survolant les aéroports, des domaines militaires ou d'autres infrastructures sensibles telles que les centrales nucléaires, a connu une croissance importante. Souvent, il s'agissait de "faux positifs" et donc de situations où des personnes avaient confondu des avions ou des étoiles avec des drones. Dans d'autres cas, en revanche, il était effectivement question de drones. Des investigations approfondies sont toujours en cours à l'heure actuelle pour déterminer si ces drones s'inscrivaient ou non dans le cadre d'une campagne hybride menée par la Russie. (…) La prudence reste de mise." Quel est l'état d'avancement de l'enquête sur les récents incidents liés aux drones en Belgique? Quels résultats concrets, conclusions ou preuves ont été établis à ce jour dans le cadre de cette enquête? Je ne sais pas si vous pouvez déjà nous donner quelques éléments.

Enfin, il est évident qu'il nous faut un équipement anti-drones pour protéger notre espace aérien. Selon un article publié dans le journal néerlandais Trouw, le 23 décembre, les Pays-Bas ont acquis des moyens de lutte anti drone auprès d'une entreprise israélienne. La Belgique est-elle impliquée dans une coopération avec des tiers, y compris Israël, concernant des moyens de lutte anti-drone? La Belgique a-t-elle acquis du matériel anti-drone auprès d'entreprises ou sociétés de défense liées à Israël? Des mesures de précaution ont-elles été prises pour éviter que cela ne se produise à l'avenir?

Xavier Dubois:

Merci, messieurs les ministres, pour votre présence. Il était important d'avoir cette commission conjointe pour apporter cette réponse nécessaire de manière concertée et collaborative. C'est l'essentiel, et les différents intervenants l'ont assez mis en avant. Ce sera finalement le cœur de la réussite dans cette problématique.

Les incidents récents ont été rappelés; M. le ministre de l'Intérieur a fait une ligne du temps. Mais il convient aussi de dire que des incidents de drones ont lieu depuis 2022 déjà. La menace est peut-être beaucoup plus importante aujourd'hui, mais elle était préexistante.

Il a été mis en avant que de nombreux signalements étaient des faux positifs. Toutefois, comme l'ont clairement dit les autorités, tous ces vols ne peuvent pas être réduits à de simples usages récréatifs. Certains présentent des caractéristiques inquiétantes et ont justifié la mobilisation rapide du Conseil national de sécurité, ainsi qu'une coopération renforcée avec les partenaires internationaux, qu'il faut bien sûr remercier.

Nous saluons la réaction rapide du gouvernement, qui s'est traduite par l'adoption de mesures concrètes que vous avez rappelées. Mais par ailleurs, même en l'absence de menaces directes avérées contre les personnes ou les infrastructures, ces événements doivent nous servir d'avertissement clair. Notre espace aérien est devenu un champ de vulnérabilité.

La question des drones ne peut être abordée sous un seul angle. Cela a déjà été dit, il y a trois piliers essentiels: la détection, l'identification et la neutralisation.

En matière de détection et d'identification, il est indispensable de disposer d'une cartographie précise des incursions. Toute une série d'outils récents permettent d'améliorer cette situation, mais nous devons aussi nous reposer sur le centre de gestion de l'espace aérien, pour qu'il soit pleinement opérationnel. Le travail initié par le ministre Crucke en matière d'enregistrement va dans la bonne direction et mérite d'être consolidé.

Mais la détection ne suffit pas. La neutralisation des drones pose aujourd'hui une question centrale de gouvernance et de responsabilité. Les compétences et les moyens de la Défense sont clairement définis. Le ministre les a rappelés. En revanche, le rôle de la police intégrée reste trop flou, alors même qu'y compris en temps de guerre, elle conserve des missions essentielles. Il est donc indispensable de rappeler qu'il faut que la police fédérale élargisse son champ d'action au-delà de la seule gestion de l'ordre public. Il faut que les zones de police locales soient mieux intégrées dans le dispositif, qu'elles soient formées, équipées et associées à la réponse opérationnelle. Il faut surtout que la question de la chaîne de commandement claire en matière de neutralisation soit posée sans tabou et clarifiée. Face à ces menaces hybrides, la dispersion des compétences est une faiblesse. Je pense que nous l’avons tous signalé. La coordination, la clarté des responsabilités, la rapidité de réaction seront les clés de la réussite.

J'avais posé deux questions, principalement concernant la cartographie des incidents, mais également sur les modalités de neutralisation. Monsieur le ministre, vous avez déjà apporté beaucoup d'informations. Vous avez mis en avant les 558 incidents survenus entre le 1 er septembre 2025 et le 21 janvier 2026. Si j'ai bien compris, seuls 130 d'entre eux concernent des bases militaires. À partir de ces statistiques, on peut considérer que le risque réside bien au-delà, et peut-être même prioritairement, hors de ces sites militaires. Cela pose donc la question de la bonne collaboration entre police et Défense, ainsi que celle de la bonne répartition des moyens. Le ministre de la Défense a rappelé les moyens engagés: on parle de 50 millions. Il a rappelé plusieurs investissements déjà imaginés ou projetés. En tout cas, il faut que la police soit pleinement partenaire dans cette mission. Le ministre a indiqué que les moyens qui seront acquis pourront être partagés avec les autres autorités, mais se pose alors la question des modalités. C'est très bien de le dire, mais il faut voir ensuite comment on se concerte et comment on s'organise et, surtout, savoir qui prend la décision pour engager les bons moyens au bon moment, en fonction de la menace et du risque réel.

In fine , c'est très bien: les moyens sont en passe d'être acquis. Il faut en organiser l'utilisation et, surtout, pouvoir disposer d'une chaîne de commandement centralisée qui permette de répondre à la menace de manière efficace et rapide. C'est l'objet de ma principale question: peut-on garantir que l'on dispose véritablement de cette chaîne de commandement centralisée pour gérer cette nouvelle menace?

Stéphane Lasseaux:

Messieurs les ministres, tout d'abord, un grand merci pour vos éclaircissements et vos informations. Vous imaginez bien que j'interviendrai en qualité de membre de la commission de la Défense, puisque c'est elle que je suis tout particulièrement.

Comme vous le savez, le groupe Les Engagés avait demandé la tenue rapide d'une réunion commune, car il est clair que ce dont nous discutons aujourd'hui concerne bien plus loin que la Défense, mais l'ensemble de notre territoire. Elle vient beaucoup plus tard que nous l'aurions espéré, mais reconnaissons que cela a permis au gouvernement de préparer ses réponses et de nous apporter des informations claires et précises.

Ces intrusions de drones ont été, paradoxalement, utiles à notre Défense. Il faut le signaler. Elles ont permis de souligner l'urgence de renforcer nos moyens de lutte contre les drones, surtout, malheureusement, après de nombreuses années de sous-investissement.

Il importe également de souligner que cette déficience dans la protection et la lutte contre les drones est l'arbre qui cache la forêt. En effet, d'autres secteurs requièrent de gros investissements. Il est primordial d'admettre que les nouveaux moyens financiers de la Défense ne pourront pas être utilisés par tous les départements et ne pourront pas tous les servir.

Chacun des acteurs concernés – comme le département de l'Intérieur et les gestionnaires d'infrastructures critiques – a évidemment besoin d'investissements pour protéger tant les personnes que la technologie. Il faudra y faire face. Le ministre de la Défense a néanmoins expliqué que certaines dépenses relevant d'autres départements pourraient être prises en charge par la Défense. Pourriez-vous nous donner plus d'informations à ce sujet?

Ces intrusions ont rappelé que la technologie évolue très vite et que les réponses devront s'adapter rapidement. Il importera de disposer d'une souplesse dans les moyens technologiques de lutte anti-drones, dans la réglementation et dans l'innovation technologique, ainsi que dans nos réactions.

Du point de vue strict de la Défense, on peut dire que la réaction a été satisfaisante. Une task force est en place et un général des drones a été désigné. Des moyens ont été achetés en urgence. Une solution structurelle est en cours d'adoption. On peut espérer qu'un système performant de lutte anti-drones sera mis en place progressivement dans les prochaines années, si les moyens de l'industrie suivent, bien évidemment.

Ce qui sera acheté par la Défense pour la Défense ne permettra toutefois pas de protéger l'ensemble du territoire, ni toutes les infrastructures critiques, ni notre population. Cela sera particulièrement vrai en situation de crise, lorsque la Défense aura besoin de tous ces moyens pour protéger ses infrastructures militaires, certaines infrastructures essentielles dans le cadre de la mobilité militaire, ou encore des unités déployées.

Dès lors, comment les autres Services publics fédéraux et administrations pourront-ils s'inscrire dans la démarche technologique et dans le système mis en place par la Défense? Quels moyens propres à ces départements seront-ils disponibles? La question concerne aussi d'autres niveaux de pouvoir, car, à terme, les zones de police locale devront également réaliser des investissements. Qu'est-il prévu pour que cette démarche soit pleinement collective, ouverte et financée? Est-il prévu, à un moment ou à un autre, d'aider financièrement les zones de police afin qu'elles puissent s'équiper? Un drone peut arriver n'importe où, y compris là où on ne l'attend pas, y compris dans des zones rurales.

Je m'interroge également sur les moyens passifs de protection. Nous parlons ici de moyens électroniques, de moyens cinétiques, de lasers et d'autres dispositifs. Qu'en est-il, en parallèle, de la protection des infrastructures par des filets, des grillages ou d'autres moyens, comme on en voit dans certaines prisons ou en Ukraine? Le plan de résilience préparé par l'Intérieur prévoit-il d'établir des stocks de ce type de matériel, ou de préparer certaines infrastructures pour pouvoir les déployer en cas de crise? Là aussi, il importera de ne pas être pris au dépourvu.

Je vous remercie pour les réponses que vous pourrez nous apporter.

Axel Weydts:

Ik dank de ministers om hiervoor tijd te maken. Ik ben de twaalfde spreker en er werden al heel wat vragen gesteld. Op sommige ervan hebben de ministers trouwens al in hun toelichting vooraf geantwoord, maar goed, iedereen mag de vragen stellen die men wenst te stellen. We hebben ook een aantal boutades gehoord. Aan de collega die meende dat onze luchtmacht veramerikaanst, laat ik alvast opmerken dat we al 50 jaar met F-16’s vliegen en dat zijn ook Amerikaanse toestellen.

Collega's, de dronebedreiging lijkt misschien niet meer zo actueel, omdat we de voorbije weken geen meldingen meer hebben gekregen. Dat betekent echter niet dat die dreiging volledig weg is. Het betekent niet dat de hybride oorlog niet verder kan woeden, bijvoorbeeld op het cybervlak of door desinformatie of nog omwille van het in kaart brengen van onze kritieke infrastructuur.

Mijnheer de voorzitter, ik heb dan ook een voorstel van resolutie ingediend om onze weerbaarheid tegen hybride oorlog aan te wakkeren. Ik hoop dat we binnenkort nog eens wetgevend werk in de commissie voor Landsverdediging aan de orde brengen, zodat ik dat voorstel van resolutie kan inleiden en we daarmee aan de slag kunnen gaan. In mijn voorstel formuleer ik een 60-tal aanbevelingen aan de regering, waaronder een achttal specifieke aanbevelingen met betrekking tot counter-IOAs.

Ik probeer geen vragen te stellen die al gesteld zijn of die al beantwoord zijn. Kunt u al iets meer over het onderzoek onder de leiding van de ADIV zeggen? Als dat niet het geval is, dan moeten we daar ook respect voor hebben. Als het onderzoek nog lopende is, is het misschien beter om er niets over te zeggen.

Ik ben het met een aantal collega's eens dat we niet te snel tot conclusies mogen komen en de feiten onmiddellijk toeschrijven aan een bepaald land. We mogen echter ook niet naïef zijn. Misschien kunnen we nooit bewijzen wie de hand heeft in de dronebedreigingen, maar als alles in dezelfde richting wijst, dan zijn dat toch zeer sterke indicaties. Een van de eigenschappen van de hybride oorlog is net dat er heel moeilijk een vinger te leggen is op vanwaar die komt. Dat maakt het ook zo moeilijk om tegen dergelijke dreigingen te ageren.

Een collega deed ook heel meewarig over de suggestie van minister Quintin om drones verplicht te registreren, en vroeg of dat the way to go is, aangezien wie slechte bedoelingen heeft, zijn, of haar drone toch niet zal registreren, terwijl we met die maatregel vooral de gewone amateurdronepiloten pesten.

Ik weet ook niet zeker of dat de weg is die we moeten bewandelen. Hoe dan ook zou men daarmee alvast het kaf van het koren kunnen scheiden. Een niet-geregistreerde drone is per definitie al verdacht en men kan in dat geval misschien sneller ageren. Behoort een verplichte registratie van drones nog altijd tot de mogelijkheden?

Ten slotte, ik verneem nog graag van de minister van Defensie hoe hij de steun evalueert die we in die kritieke weken van verschillende NAVO-partners hebben gekregen. Hebben we daar lessen uit getrokken voor de versterking van de eigen capaciteiten?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, ik zal het ook proberen kort houden, omdat er inderdaad al heel veel vragen zijn gesteld en ik wil niet in herhaling vallen.

Ik dank eerst en vooral de regering voor haar adequate reactie enkele maanden geleden. Het beste bewijs is dat we hopelijk op korte termijn een gunning van het C-UAS-programma kunnen delen. Dat neemt niet weg dat ik nog steeds een aantal bekommernissen heb. Zo moet er omwille van een Europese aanpak – niet alleen ons land wordt met de problematiek geconfronteerd; onze buurlanden zitten in hetzelfde bad – voldoende overleg worden gepleegd. Elk land hoeft inderdaad niet het warme water zelf heruit te vinden.

Ik hoop ook dat we, wat de C-UAS-strategie betreft, het binnen Europa kunnen houden. Het is een langetermijnprogramma en we moeten de innovatieve krachten bij onze Europese defensie-industrie stimuleren, zeker in de toekomst.

Verder is het absoluut nodig – ik heb niet de indruk dat dat vandaag gebeurt, integendeel – dat er over de verschillende diensten heen wordt samengewerkt. We moeten weg van verkokering.

Voor ons is het heel belangrijk dat bij alle investeringen die Defensie doet, breder wordt gekeken dan alleen de militaire domeinen. Ook de strategische infrastructuur zoals de luchthavens, de haven van Antwerpen en de lng-terminal in Zeebrugge, moet mee worden genomen. Daar moeten de juiste beleidskaders voor worden gecreëerd, zodat de relatief dure investeringen zo veel mogelijk kunnen renderen.

Dat brengt mij bij nog een bekommernis, namelijk de nood aan een heldere taakverdeling tussen de verschillende diensten, en vooral tussen defensie en politie. Dat is absoluut nodig om een vlotte samenwerking tussen alle betrokken diensten mogelijk te maken. Daarnaast moet informatie correct worden gedeeld en moeten we de problematiek gecoördineerd aanpakken. Daarbij mogen we het lokale bestuur niet vergeten. Het lijkt misschien een detail, maar ik denk dat lokale besturen, en zeker de burgemeesters, hun inwoners kunnen geruststellen. En dat is nodig, want in de weken dat drones door ons luchtruim vlogen, leefde er bij de bevolking toch enige ongerustheid. In het licht daarvan moet er voor alle incidenten in vredestijd een passend interventie- en handhavingskader juridisch worden uitgetekend. U maakt daar werk van en ik kan u alleen maar aanmoedigen om het noodzakelijke tempo aan te houden.

Staf Aerts:

Ik wil allereerst de ministers danken voor de toelichting over de acties die ze de laatste maanden hebben ondernomen. We zijn ondertussen ongeveer drie maanden verder. Er zijn ook al heel wat vragen gesteld, daar zal ik dan ook minder op ingaan.

Wat mij wel sterk bijblijft, zowel in deze discussie als op dat moment begin november – op 4, 5 en 6 november –, is dat er een aantal incidenten zijn geweest die de pers hebben gehaald. Dat heeft als een megafoon gewerkt voor de ongerustheid bij onze inwoners over overvliegende drones. Dat was niet het enige. Het blijkt ook een katalysator te zijn geweest voor een heel gamma aan meldingen.

In de hoorzittingen en nadien ook in het Parlement is gezegd dat er heel veel valspositieven zijn, maar dat nieuws heeft er op dat moment wel voor gezorgd dat er heel veel extra waarnemingen zijn binnengekomen. Vandaag, drie maanden later, valt het mij op dat er cijfers worden gegeven over het aantal meldingen die problematisch zouden zijn sinds begin september, maar dat er eigenlijk niets wordt gezegd over die valspositieven.

Er wordt wel vermeld dat er een aantal valspositieven zijn, maar ik had gehoopt dat we, nu we drie maanden verder zijn, ook meer zicht zouden krijgen op hoeveel valspositieven daar tussen zitten. Zitten daar ook effectieve, problematische meldingen tussen? Ook daar hebben we vandaag geen zicht op. Ik zal mijn vragen daarop focussen. Dat is van cruciaal belang om die ongerustheid opnieuw weg te nemen. Op dit moment is het gevolg van deze hoorzitting dat er online vooral nieuws verschijnt over 558 meldingen sinds begin september, wat voor meer ongerustheid zorgt, terwijl we die misschien net hadden kunnen wegnemen.

Het valt ook op dat we begin of half november detectiesystemen hebben gekregen en dat de Britten, de Fransen en de Duitsers ons zijn komen helpen. Sindsdien is het aantal waarnemingen ook gedaald. Sinds december is het aantal opvolgvergaderingen verminderd, omdat die minder nodig bleken. Het lijkt er dus op dat visuele waarnemingen het overgrote deel van de meldingen uitmaken. Dat is een indruk. Ik heb daar geen bevestiging van en hoop die vandaag van u te krijgen.

Vandaar heb ik een reeks vragen. Ik begin bij minister Quintin. Wat die 558 dronewaarnemingen betreft, hoe vaak is ondertussen gebleken dat het niet om een drone ging? Er zijn toch al een aantal dossiers waarin duidelijk is geworden dat het geen drone was. De factchecks van de VRT hebben er alvast een aantal aan het licht gebracht. Het is zelfs zo dat die van 4, 5 en 6 november volgens de VRT-factcheck al zijn weerlegd. Ik hoop dat die bevestiging ook vanuit uw diensten kan komen.

Van hoeveel dronewaarnemingen is op dit moment al duidelijk gebleken dat ze niet onrustwekkend waren, dat het geen drones waren, maar bijvoorbeeld een politiehelikopter, een vliegtuig of een hobbypiloot die overvloog? Bij het federale parket was er half november sprake van acht lopende dossiers, na zeventien incidenten. Zijn daar intussen dossiers bij gekomen? Zijn er dossiers afgerond? In welke richting gaan de uitspraken? Kunnen we vandaag al overvluchten linken aan Russische of andere vijandige mogendheden? Is dat ergens vastgesteld?

Aan minister Crucke en minister Quintin heb ik een vraag over de luchthavens die gesloten zijn. U hebt gezegd dat het om negen luchthavens ging. Is het op dit moment al duidelijk dat het in een aantal gevallen om meldingen van drones ging die uiteindelijk geen drones bleken te zijn? Volgens die factchecks wel, maar kunt u dat ook bevestigen? Over hoeveel van die negen gaat het dan? Is dat een op de negen, zijn dat er drie op de negen, of tasten we nog volledig in het duister? Hoe ver staan we op dat vlak? Dat zijn beslissingen met een grote impact. Die moeten worden genomen wanneer de veiligheid in het gedrang komt of lijkt te komen. Het is wel van belang om achteraf te weten hoe vaak het effectief om een drone ging die overvloog, eventueel met vijandige bedoelingen. Hoe vaak ging het om inmenging door een buitenlandse mogendheid in ons luchtruim?

Aan minister Francken heb ik een gelijkaardige vraag. U gaf in november aan dat de ADIV onderzoek zou doen naar dronewaarnemingen boven militaire kwartieren en kritieke infrastructuur, zoals kerncentrales. Uit de cijfers van mijnheer Quintin blijkt dat het om 196 meldingen gaat over die hele periode. Zijn er al onderzoeken afgerond? Zijn er indicaties dat het om Russische beïnvloeding gaat? Zijn er veel valspositieven? Wat is dat aandeel ongeveer? Ik hoop dat daar duidelijkheid over kan komen. Als dat niet in exacte cijfers kan, is een indicatieve inschatting ook al waardevol, bijvoorbeeld vier op de vijf zijn valspositief, of een op de drie. Ik kijk zeer hard uit naar uw antwoord.

U sprak toen in de commissie ook over drones die informatie verzamelden en complexe acties uitvoerden, duidelijk professioneel en doelgericht. Blijkt dat intussen ook uit het onderzoek? Ging het effectief om gestuurde acties? Welke informatie hebben we daarover?

Meer specifiek heb ik nog een vraag over de melding op 5 november voor het militaire domein van Heverlee en die van 6 november voor Melsbroek. Volgens de factchecks ging het ook daar om valspositieven. Ging het inderdaad om een politiehelikopter en een DHL-vliegtuig of waren het effectief drones? Welke informatie is daarover beschikbaar?

Verder, minister Francken, zei u daarnet dat het grote antidronedossier volgende week op de ministerraad zou komen. U sprak over gunnen. Gaat het effectief over gunnen, of eerder over het uitschrijven van een aanbesteding? Dat is uiteraard een belangrijk verschil in timing. Daarnaast heb ik de vraag aan wie dat gegund zal worden. De recente strapatsen van president Trump en zijn dreigementen ten aanzien van Groenland en Europa hebben aangetoond dat we er beter aan doen om minder afhankelijk te worden van de Verenigde Staten in plaats van ons daar verder aan te binden. Als we een langlopend contract zouden aangaan rond drones en de bescherming daartegen, lijkt het mij aangewezen om ons meer te richten op Europese bedrijven dan op Amerikaanse bedrijven. Ik ben benieuwd hoe u daartegen aankijkt.

Dan heb ik nog een vraag aan de ministers Quintin en Crucke. Minister Francken heeft de maatregelen opgesomd en de aanbestedingsprocedures toegelicht die intussen vanuit Defensie lopen. Hebben jullie de intentie om daar voor jullie sectoren bij aan te sluiten? Ze staan open voor civiele deelname, maar is dat ook jullie intentie? Waarom wel of waarom niet?

Tot slot heb ik nog een vraag over drones die via 4G- en 5G-netwerken worden aangestuurd, waar mijnheer Quintin eerder naar verwees. Hoe ver staan we vandaag met de verschillende detectiemogelijkheden, als het niet meer via radiogolven verloopt, maar via 4G en 5G? In welke mate zijn onze detectieapparatuur en onze counterdrone-infrastructuur daaraan aangepast?

Minister Francken, toen u het pakket van 50 miljoen euro toelichtte dat al beslist is voor de beveiliging van militaire sites, sprak u zeer specifiek over antidrone-infrastructuur op basis van RF-detectie, en niet op basis van 4G- en 5G-detectie. Gaat het hier wel om de drones waar we vandaag mee te maken hebben? Kunnen we met dat materiaal de huidige types drones effectief tegengaan?

Ten slotte, op welke manier is de minister bevoegd voor telecommunicatie hierbij betrokken?

Kjell Vander Elst:

Dank u, ministers, voor uw toelichting. Ondertussen is het bijna drie maanden geleden dat een zeer zwaarwichtig incident plaatsvond. Of het nu om valspositieve of om echte signalen ging, feit is dat de operatie goed gelukt is: de luchthaven van Zaventem en het luchtruim lagen plat. Dat heeft een negatieve impact gehad op ons veiligheidsgevoel. Ook de zeer zware economische impact mogen we niet onderschatten. Een luchthaven platleggen in het hart van Europa, in onze hoofdstad, heeft een aanzienlijke kostprijs.

De operatie is dus sowieso goed gelukt. Het veiligheidsgevoel is aangetast, er is angst gezaaid bij de bevolking. We moeten dit dus ernstig blijven nemen. We horen inderdaad minder signalen en hopelijk betekent dat dat er minder gevaar is, maar dat betekent niet dat we niet moeten reageren. Ik ben dan ook wat ontgoocheld over de maatregelen die getroffen zijn sinds november. Dat zijn er niet zo veel.

Ik wil beginnen met de bevoegdheden, want de heer Ducarme heeft het mooi geformuleerd. Une menace , dat klinkt mooier in het Frans. Er is één duidelijke dreiging en iedereen is verantwoordelijk: Defensie, politie, Mobiliteit, Binnenlandse Zaken, de Regie der Gebouwen. Er zijn 101 verantwoordelijken voor één duidelijke dreiging.

Ik ben het ermee eens dat het een zeer complexe dreiging is. Het gaat om een hybride vorm van oorlogsvoering, een nieuw fenomeen. Veel Europese landen moeten snel schakelen. We moeten bekijken hoe we dat moeten aanpakken en hoe we daarop moeten reageren, zodat we de veiligheid in ons luchtruim, in ons land en boven onze kritieke infrastructuur kunnen garanderen.

Het helpt echter niet dat men continu naar elkaar blijft wijzen. De minister van Defensie zegt dat hij bevoegd is boven de militaire kwartieren en dat klopt. De minister van Mobiliteit is bevoegd boven de luchthaven. Voor de kritieke infrastructuur is de minister van Binnenlandse Zaken bevoegd. Bij zo'n complexe dreiging, bij de aanpak van een dronebedreiging waaraan vandaag heel Europa onderhevig is, is eenheid van commando nodig. Iedereen moet zijn deel doen en samenwerken. Ik ben het ermee eens dat alle veiligheidsdiensten op een bepaald moment de koppen bij elkaar moeten steken en samen de veiligheid aanpakken. Er is echter één leidinggevende nodig die dat aanstuurt, één piloot in de cockpit die bepaalt hoe de dronebedreiging in ons land wordt aangepakt.

Ik vind het jammer dat men naast elkaar blijft werken. Men zegt wel dat de samenwerking goed verloopt en dat het wel goed komt, maar ik ben van oordeel dat die rol bij Defensie hoort te liggen.

Ons luchtruim beveiligen, zeker op zijn minst onze kritieke infrastructuur, is een taak voor defensie. Defensie moet daarin de leiding nemen. De middelen komen stilaan beschikbaar, de capaciteiten worden opgebouwd, het personeel wordt opgeleid en er worden dronepiloten gevormd. De middelen, de knowhow, de kennis, de capaciteit en de budgetten zullen bij defensie geconcentreerd zijn. Het is dan ook logisch dat defensie de dronedreiging in eerste instantie op zich neemt.

Alle veiligheidsdiensten moeten samenwerken als er zich een nationale crisis voordoet, maar er moet één duidelijk aanspreekpunt zijn en er moet eenheid van commando zijn. Die eenheid van commando moet bij Defensie komen te liggen.

Mijn vraag aan jullie allemaal is dan ook wat jullie daarvan vinden. Vinden jullie dat de samenwerking vandaag zo vlot verloopt dat alles gewoon naast elkaar moet blijven bestaan, met een deel bij Binnenlandse Zaken, een deel bij Mobiliteit en een ander deel bij Defensie? Vinden jullie dat een goede manier van werken? Zijn jullie het er ook mee eens dat er één piloot in de cockpit nodig is en dat er eenheid van commando vereist is om een dronedreiging, die bovendien elke maand evolueert, doeltreffend aan te pakken?

Een volgend punt is het NASC, het National Airspace Security Centre, het MIK in de lucht. Het is goed dat men iedereen samenbrengt en dat men alle betrokkenen in dezelfde ruimte zet, maar ook dan is het essentieel dat duidelijk is wie wat wanneer moet doen. Ik vind het eerlijk gezegd schrijnend om te horen dat men heeft geprobeerd het NASC 2.0 operationeel te krijgen, maar dat dat niet is gelukt. Gezien zo’n crisis op ons nationaal grondgebied en een dreiging die zich manifesteert en niet meteen zal verdwijnen, vind ik het vreemd en bijzonder dat men daar niet in geslaagd is tegen 1 januari 2026.

We zijn ondertussen bijna een maand verder. Waar staat men vandaag met dat NASC 2.0? Is het bijna operationeel en wanneer mogen we dat verwachten? Mogen we weten wie wat wanneer zal doen? Wie zal daar de leiding nemen? Het is belangrijk te weten welke veiligheidsdienst binnen het NASC de regie in handen zal nemen en welke rules of engagement gelden. Het klinkt allemaal goed dat men naast elkaar zit en zegt dat alles peis en vree is en dat de samenwerking vlot verloopt, maar we hebben tot vandaag geen enkele inzage gekregen in wie binnen dat NASC daadwerkelijk de regie voert.

Naast het NASC 2.0 is er ook het NASC 1.0. Dat bestaat al en werd opgericht in de vorige legislatuur. Is dat in de tussentijd samengekomen? Wordt daar besproken hoe men samen met de veiligheidsdiensten omgaat met die dreiging wanneer er signalen binnenkomen? Ook daar stel ik de vraag wanneer wij mogen verwachten dat het NASC 2.0 operationeel zal zijn. Het is niet gelukt tegen 1 januari; zal het dan wel lukken tegen 1 februari? Wie zal daar welke taken opnemen, wie heeft de regie en wie heeft de leiding?

Tot slot kom ik tot de aankopen.

Men heeft ondertussen inderdaad die eerste 50 miljoen eind vorig jaar uitgegeven op conto van Defensie. Ik hoor dat er meer dan een half miljard aan investeringen in counter-UAS op komst is. Er is verschillende keren gezegd dat ze gezamenlijk inzetbaar zullen zijn. Er zouden goede afspraken zijn gemaakt, heb ik gehoord. Welke afspraken zijn dat dan? Betekent dat dat als die aankoopdossiers naar de regering gaan, die samen zijn bekeken met defensie en met de politie? U zegt dat dat gezamenlijk inzetbaar wordt en dat ook de politie daar een deel van zal kunnen gebruiken. Werden die systemen samen aangekocht? Hebben de politiediensten samengezeten met de diensten van defensie om te bekijken welk materiaal voor wie geschikt is?

Ten tweede, het is goed om te zeggen dat die middelen door verschillende veiligheidsdiensten gebruikt kunnen worden, maar zijn er ook gezamenlijke opleidingen? Ik hoor u, minister Francken, zeggen dat er opleidingen zijn binnen defensie, maar zijn er ook opleidingen bij de politie? Als u zegt dat die materialen ook door de politie en andere veiligheidsdiensten kunnen worden gebruikt, zijn die opleidingen er dan ook bij de politie?

Men voelt aan alles dat het een handicap is om verschillende veiligheidsdiensten naast elkaar te laten werken. Er is echt nood aan eenheid van commando om deze dreiging aan te pakken. Er is nood aan één aansturingspunt, één aanspreekpunt, één piloot in de cockpit die van daaruit verdeelt hoe alle veiligheidsdiensten moeten werken.

Dan, mijnheer de minister van Defensie, nog een aantal specifieke vragen. Wat zijn de eerste bevindingen van de dronedetectiesystemen? Ik heb vernomen dat die al operationeel zijn. Wat zijn de eerste bevindingen? Komt daar veel uit? Worden die goed ingezet? Komen daar veel signalen van?

Hetzelfde geldt voor de droneguns en de kamikazedrones. Wat zijn de eerste bevindingen? Zijn die al in werking gesteld? Het is momenteel ook het enige wat op 4G, 5G en op satelliet kan werken, maar dat kan dan weer niet in het civiele luchtruim boven een luchthaven, want daar is dat bijzonder gevaarlijk. Wat zijn de volgende stappen voor die nieuwe vorm van drones die op het 4G- en 5G-netwerk werken? Wat zijn daar de volgende stappen en de volgende aankopen, zodat ook onze verschillende luchthavens op deze dronedreiging kunnen reageren?

Peter Buysrogge , voorzitter: Ik verleen nu graag het woord aan de regering voor de antwoorden. Ik ga ervan uit dat wij dezelfde volgorde van daarnet hanteren en dat ik dus eerst het woord verleen aan de heer Quintin.

Bernard Quintin:

Mesdames et messieurs, je vous remercie pour ces échanges. Assurément, ils se font dans la transparence et démontrent la disponibilité du gouvernement. Je souligne cela par rapport aux chiffres que j'ai donnés: la transparence est et restera mon leitmotiv. C'est ma conception de la démocratie libérale parlementaire, même si cela doit parfois se retourner contre moi. Ce n'est pas grave, c'est le jeu.

Monsieur Ducarme, aujourd'hui, nous sommes plus forts en matière d'intervention qu'en novembre. La question est évidemment légitime. Nous devons nous la poser et la poser à tous les pays confrontés au même phénomène. Pour ne prendre que le Royaume-Uni et l'Allemagne qui ont été et qui sont encore confrontés au même type de menace que nous et qui ont des moyens considérables, aucune intervention n'a été couronnée de succès dans le cadre du survol d'infrastructures sensibles. Si nous étions prêts à prendre beaucoup plus de risques pour mener des interventions physiques sur des drones, nous pourrions peut-être obtenir de meilleurs résultats. C'est vrai, mais ce sont des choses qui doivent être calculées en termes tant de risques que de réponses à donner.

Mevrouw De Vreese, het nationaal handhavingskader wordt samen met de FOD Mobiliteit en de FOD Justitie uitgewerkt. Op die manier zullen de interventies in het hele land correlerend zijn. Het is immers zo dat de lokale politie de interventie doet. De federale politie heeft een gespecialiseerde capaciteit die ter ondersteuning van de lokale politie kan worden ingezet. Deze capaciteit is beperkt. De politie is immers niet bevoegd voor de bescherming van het luchtruim.

Er zijn ook twee lokale politiezones met capaciteit: de politie van Antwerpen en de politie van Brussel. Het betreft systemen op basis van radiofrequentie die hun beperking hebben en die in de toekomst zullen worden gemoderniseerd. Ik heb dat al in de commissie voor Binnenlandse Zaken toegelicht.

Ook de vraag over de inzet of het gebrek aan interventies tijdens de eerste waarneming heb ik al beantwoord. Er was tijdens die eerste dagen geen mogelijkheid tot interventie met technische of kinetische middelen. Die detectiemiddelen had skeyes ook al in bedrijf op de luchthaven.

Met betrekking tot het NASC kan ik u onmiddellijk geruststellen, alsook mijn collega Theo. De federale politie zal een verbindingsofficier afvaardigen die in de komende dagen of weken fysiek aanwezig zal zijn. We zijn ook vragende partij voor een technische link met het operationeel centrum van de bestuurlijke politie.

Mijnheer Bergers, het is aan de sectorale overheden om toe te zien op de bescherming van de infrastructuur die binnen hun domein valt. Ik ben bevoegd voor het NCCN, dat de coördinatie van de beveiliging doet, maar dat ontslaat de sectoren uiteraard niet van hun verantwoordelijkheid.

Welke sectoren kunnen detectie of jamming inzetten? Het gevangeniswezen, kritieke entiteiten, Defensie, nucleaire installaties enzovoort.

Mevrouw Ponthier, het NCCN heeft snel geschakeld om de coördinatie tussen de veiligheidsdiensten op te zetten en te stroomlijnen. U mag niet vergeten dat we nog niet eerder met deze problematiek werden geconfronteerd. Zoals gezegd, waren we voorafgaand aan de incidenten van november al bezig met de coördinatie – ik verwijs naar een paar vergaderingen in oktober. Dat heeft ons toegelaten om snel te bepalen wie met wie aan tafel moest gaan zitten en wie gecontacteerd kon worden.

Wat het onderzoek betreft, lopen er nog enkele gerechtelijke dossiers, dus daarover kan ik weinig zeggen.

Attributie is bijzonder moeilijk. Ik heb het al gezegd en ik blijf erbij, maar voor de diensten is het moeilijk om te stellen dat het om Rusland gaat. Zij moeten voorzichtiger zijn. Dat is ook hun rol. Er is wel een grote waarschijnlijkheid, en dat is ook wat de diensten zullen aangeven. Als minister van Binnenlandse Zaken zeg ik dat Rusland er iets mee te maken heeft, maar het blijft nebuleus, als ik me zo mag uitdrukken.

Er zijn geen drone-operatoren onderschept.

Wat de achtervolging met de politiehelikopter betreft, wil ik schetsen hoe onduidelijk de informatie soms is. Er zijn veel mensen geweest die de helikopter hebben verward met een drone. Daarnaast kan ik zeggen dat een drone veel sneller en wendbaarder is dan een helikopter, zeker wendbaarder dan een F-35. Het concrete voorval waarnaar u verwijst, heeft niets opgeleverd.

Monsieur Legasse, la police locale doit en effet courir après les drones, presque au sens littéral du terme. C'est pourquoi il est important que les exploitants d'infrastructures critiques ou de sites sensibles, tels que les aéroports, les installations militaires, etc., investissent dans des capacités de détection appropriées.

Vous revenez sur la capacité des Counter-Unmanned Aerial Systems (C-UAS) de la police fédérale. J'ai répondu à cette question en commission de l'Intérieur. Comme je viens de le dire plus haut, cette capacité n'a pas été mise en œuvre, non pas parce qu'on avait oublié son existence – ça, c'est un vilain petit canard qu'on a voulu faire voler mais dont j'ai déjà cassé les ailes – mais parce qu'il a été estimé par les autorités compétentes qu'elle ne devait pas être mise en œuvre dans les circonstances. À Bruxelles, cette capacité est notamment utilisée pour la protection des sommets européens, lesquels ont lieu aux alentours du rond-point Schumann et non à l'aéroport de Bruxelles-National.

Je vous rappelle que le responsable de la détection est skeyes pour les aéroports, et la Défense pour les sites militaires. La loi sur les infrastructures critiques, bientôt remplacée par la loi CER dont nous avons parlé en commission et qui a été votée en plénière, stipule que les exploitants d'infrastructures critiques doivent assurer leur protection et donc, par extension, la détection. Le port d'Anvers et les centrales nucléaires le font, par exemple.

Je tiens dès lors à préciser clairement que la police ne peut pas assurer la détection de drones sur l'ensemble du territoire. L'actuelle capacité de la police est conçue pour des événements spécifiques, tels que les manifestations, les festivals ou, comme je l'ai dit, les sommets européens.

La police fédérale dispose de cette capacité depuis 2022. Elle y a recouru à 286 reprises au total au cours de la période 2022-2025. Il s'agit donc d'un moyen de soutien opérationnel spécialisé qui peut être déployé à la demande d'un gold commander (police locale et police fédérale), sur la base d'une analyse opérationnelle, d'une analyse de la menace, etc.

Le gouvernement a également décidé d'investir dans la capacité C-UAS: un montant total de 68 millions d'euros sera alloué à la détection, à l'intervention ainsi qu'à la formation et à l'entraînement tant des militaires que de la police.

Monsieur Dubois, je ne suis pas sûr de totalement partager votre argument selon lequel le risque se situe principalement en dehors des domaines militaires. N'oublions pas que l'hypothèse de nos services de sécurité est qu'il s'agissait justement d'actes d'intimidation et de perturbation.

Votre question concernant la chaîne de commandement est évidemment pertinente. Cependant, lorsqu'il s'agit d'actions militaires dans un contexte de guerre, pas besoin de dire que c'est la Défense qui prend le commandement. Dans les autres cas, il appartient aux autorités locales de prendre la décision. Dans le contexte aéroportuaire, il s'agit de l'autorité aéronautique. Mais, à nouveau, il s'agit avant tout d'une question de capacité de détection efficace. Tous les acteurs concernés doivent investir dans ce domaine.

Mijnheer Van den Heuvel, het is inderdaad nodig dat alles duidelijk is. Het handhavings- en interventiekader moet dit op het terrein helder regelen. Het lokale niveau zal dus bij alle incidenten in vredestijd betrokken worden. Op coördinatieniveau zal het NCCN zijn rol blijven spelen wanneer nodig, maar ook het NASC zal doorheen de keten een belangrijke rol spelen op het vlak van signalering en detectie.

Mijnheer Aerts, het is niet gemakkelijk te zeggen hoeveel van die 558 meldingen effectief aan een hybride dreiging te linken zijn. Ik begrijp dat u dat ongemakkelijk vindt, maar de incidenten waarbij het niet om een drone ging werden al uit deze lijst verwijderd. De waarnemingen die er zijn, zijn er gekomen op basis van informatie van skeyes, de politie, Defensie en uitbaters van kritieke infrastructuur en worden dus als minstens geloofwaardig beschouwd. Copycatgedrag of provocatie vanwege bepaalde binnenlandse actoren valt echter niet uit te sluiten.

Wat betreft de lopende gerechtelijke dossiers en de onderzoeken, er werd een moederdossier gecreëerd bij het federaal parket, dat de verschillende dossiers bundelt. Er is op basis van de informatie waarover ik beschik geen attributie mogelijk. Mogelijk kan minister van Justitie Verlinden daarover meer details verschaffen, alsook over het precieze aantal individuele onderzoeken.

Mijnheer Vander Elst, u zegt dat de dreiging zowel complex als duidelijk is. Ik begrijp uw vraag naar eenheid van commando in deze complexe aangelegenheid, maar we kunnen de verschillende beleidsdomeinen niet wegtoveren. Dat is nu eenmaal de realiteit. Ik ben als minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken bezig met een hergroepering van een aantal veiligheidsdepartementen, maar we moeten genuanceerd te werk gaan. Air safety of veiligheidschecks van onder andere vliegtuigen en vluchtverkeer horen volgens mij niet onder Binnenlandse Zaken te vallen en ook Defensie valt niet onder mijn bevoegdheid. We zijn hier als drie ministers tot elkaar veroordeeld, maar ik wil u geruststellen. We werken goed samen, wat een goede zaak is.

En réponse à certains qui ont posé la question, l'unité de commandement est évidente si nous étions en temps de guerre. Nous ne sommes pas en temps de guerre; nous sommes toujours en temps de paix. Et ce n'est pas parce que nous avons des compétences partagées que nous ne travaillons pas ensemble. Il existe effectivement des pays dans lesquels le ministre de la Défense dirige à peu près toute la politique: la défense extérieure, intérieure, la police, la sûreté, les services, etc. Mais ce ne sont pas les pays dans lesquels j'ai envie d'habiter, pour avoir déjà habité dans des pays comme ceux-là

Vollà. Ik heb geprobeerd op uw vragen te antwoorden.

Jean-Luc Crucke:

Mijnheer de voorzitter, ik zal eerst antwoorden op de vragen van collega Wollants. Ook een andere collega had een vraag over het controlemechanisme. Dat zal worden ontwikkeld in samenwerking met de federale politie en het federaal parket. We zijn daarmee bezig op dit ogenblik.

Inzake de versterking van de controles van gevoelige infrastructuur werd in overleg tussen de FOD Mobiliteit en het federaal parket een rondzendbrief opgesteld. Het gaat dan niet alleen over de luchthavens, maar ook over havens, gevangenissen enzovoort.

Wat de geozones betreft, zal het ministerieel besluit inzake geozones gewijzigd worden. De sector wordt op dit ogenblik geraadpleegd.

Inzake de vluchttoelatingen van de FOD Mobiliteit ontwikkelen we een gemeenschappelijk platform, wat het werk zal vergemakkelijken waardoor het toegenomen aantal registraties beter zal kunnen worden opgevangen.

De dronecel van de FOD Mobiliteit zal worden versterkt. Dat is voorzien in de begroting voor 2026.

Inzake de aankoop van materieel heeft skeyes in december radars kunnen bestellen voor Luik en voor Brusssels Airport. Dat was een zaak ten bedrage van 3,1 miljoen euro, die nog in de begroting voor 2025 zit vervat.

Verder waren er vragen van mevrouw Huybrechts en de heer Aerts over de veiligheid in de luchtvaartsector. Wat de dronewaarnemingen in de nabijheid van de luchthaven betreft, die worden door skeyes met het hoogste waakzaamheidsniveau behandeld. De procedure is als volgt. Wanneer de aanwezigheid van een drone wordt bevestigd en als potentieel gevaarlijk wordt beoordeeld, worden onmiddellijk proportionele maatregelen overwogen. Die kunnen gaan van het aanpassen van het luchtverkeer tot de tijdelijke sluiting van start- en/of landingsbanen, of van de luchthaven. Deze beslissing past natuurlijk in de logica van het risicobeheer, met als doel elk incident met de burgerluchtvaart te voorkomen. Dat is de huidige procedure.

Namens minister Matz, die wel bevoegd is voor de detectie via 5G-netwerken, mag ik u mededelen dat het BIPT dit integreert in de werkgroep voor het nationaal detectieplan van drones.

Au niveau européen, nous vivons dans le cadre d'une directive élaborée dans un contexte qui était géopolitiquement totalement différent de celui que l'on connaît aujourd'hui, où la menace sur les infrastructures n'était pas l'objectif recherché par l'Europe, mais était plutôt la capacité de développement sur le plan économique de ces drones.

Nous sommes dans un contexte totalement différent. C'est la raison pour laquelle nous avions constaté dès le départ que si les opérateurs étaient bien enregistrés, la difficulté était qu'un opérateur pouvait disposer de plusieurs drones: 10, 15, 20, 30. Or ces drones ne sont pas enregistrés. Nous ne pouvons pas le faire sur base de nos compétences fédérales. Il faut pour cela modifier la directive européenne. Nous avons été les premiers à saisir le Conseil européen en la matière. Nous ne sommes pas le seul pays à avoir été visé par des attaques de drones, comme vous le savez parfaitement bien. C'est ce qui a permis d'être rejoint par quatre autres pays sur ce qu'on appelle le point AOP et le non-paper qui a été déposé. Depuis lors, nous avons des contacts avec le Conseil pour pouvoir amender cette législation afin d'arriver à enregistrer les drones. Ce n'est pas encore le cas actuellement, et c'est un risque qu'il ne faut pas sous-estimer. La législation européenne est ce qu'elle est. Elle est parfois encore plus lente, croyez-moi, que ce que peut être notre législation fédérale.

Ik wil het ook even hebben over Sint-Truiden. Mevrouw Huybrechts vroeg of wij de capaciteit al dan niet zouden uitspreiden. Ik wil Sint-Truiden bezoeken. Dat bezoek had normaal vorige week moeten plaatsvinden, maar ik ben twee dagen in bed moeten blijven wegens griep. Het bezoek is verplaatst naar een andere week, maar ik zal daar zeker naartoe gaan.

J'ai trouvé intéressante la remarque du collègue Ducarme concernant la visualisation. C'est vrai qu'on devrait pouvoir réfléchir à une visualisation qui permette d'illustrer le propos. S'il nous paraît aujourd’hui plus simple de dire que nous coordonnons nos compétences, la transparence mériterait effectivement que nous ayons également ce schéma à transmettre.

Ce qu'on appelle le plan skeyes, ce n'est pas le plan de skeyes. C'est un plan qui a été fait, à la base, avec de nombreux opérateurs techniques et civils sur la base de la détection, mais qui va au-delà de cette détection. C'est bien pour cela que ce plan a fait l'objet d'une communication avec mon collègue de la Défense, qui a été transmise dans le cadre des 500 millions d'euros qu'est l'enveloppe dual use ; cela entrera dans l'ensemble de ces décisions-là. On n'est donc pas sur une compétence spécifique, mais bien sur une compétence coordonnée. Il me semblait, par rapport à tout ce qui a été dit par les uns comme par les autres, que cette coordination avait l'avantage de pouvoir être mise dans ce cas-ci en valeur. Et ce sera la Défense qui prendra le lead de ce dossier.

Monsieur Boukili, je crois avoir répondu à la question où vous faisiez la comparaison avec les véhicules qui ne peuvent pas rouler lorsqu'ils ne sont pas immatriculés. Dans ce cas-ci, aujourd'hui, sur la base d'une directive européenne, on peut bien avoir un conducteur qui a un permis de conduire – c'est l'opérateur –, mais dont les véhicules ne sont pas immatriculés. C'est bien cela qu'on tente de faire changer sur le plan européen.

Je terminerai par le fait que, pour ne pas copier ni ânonner mon estimé collègue Bernard Quintin, je confirme qu'on peut avoir, lorsque nous ne sommes pas en état de guerre, des compétences qui sont certes partagées, mais pas pour autant moins coordonnées, ce qui est donc l'objectif du gouvernement, mais également des trois ministres que vous avez devant vous.

Theo Francken:

Ik dank u allen voor de vragen en opmerkingen. Een aantal elementen is uiteraard al aan bod gekomen. Het hele unmanned -verhaal opent een fantastische nieuwe economische sector. In die zin is dat iets waarnaar we met heel veel belangstelling kijken. We moeten ook trachten er gebruik van te maken. Zoals elke nieuwe technologie houdt ook dit gevaren in. Dat geldt voor drones, maar ook voor landrobotten en onderzeedrones, waarmee men ook veel kan doen. Wie de oorlogsvoering in Oekraïne enkele dagen volgt, ziet welke verschrikkelijke dingen met drones kunnen gebeuren.

Er kunnen echter ook ongelooflijk fantastische dingen mee gebeuren, zoals postpakketten leveren. Er kan zich een hele nieuwe economie vormen. Mobiliteitsproblemen kunnen ermee opgelost worden. De uitstoot kan ermee opgelost worden, want heel veel van die dingen werken op elektriciteit. Die evolutie heeft dus ook een positieve kant.

De uitdaging voor beleidsmakers, voor het Parlement, voor de volksvertegenwoordigers, voor de ministers, voor de administraties is ervoor te zorgen dat er een kader is waarbinnen die economie zich kan ontplooien, met alle winsten. Anderzijds moeten er barrières zijn voor de gevaren. Er zijn dus ook tegenmiddelen en tegeninstrumenten nodig.

We zijn relatief laat in gang geschoten. Vorige legislatuur zat ik op de oppositiebanken. Wij hebben het toen in de commissie voor Landsverdediging vaak gehad over dronetechnologie, vooral over het gevaar. In de commissie voor Defensie ziet men vooral de gevaren. De commissie voor Economie ziet natuurlijk de ongelooflijke ontplooiingskansen voor onze ondernemers en ondernemingen.

Als de discussie dan ging over die gevaren en over wat de vorige regering ertegenover stelde, luidde het antwoord vaak dat men niet investeerde in het bewapenen van dronecapaciteit of in die technologie, omdat dit onethisch is. Dat leidde steevast tot een ethisch debat, bijna een moraliteitsdebat.

Die systemen worden vaak door AI aangedreven. Het gaat vaak om systemen met heel veel autonomie in de technologie. Wanneer men het van een defensieve of offensieve kant bekijkt, er gebeuren daarmee momenteel dingen, ook bij bondgenoten zoals onze Oekraïense vrienden, waarvan ik sta te kijken en waarvan ik hoop dat het nooit fout zal lopen. Het gaat dan om volledig autonome gezichtsherkenning van soldaten op basis van markings , met totale vernietiging tot gevolg, zonder enig moreel of ethisch debat.

Wat gebeurt er als dat misloopt? Dat is de grote vraag. Welke garanties hebben we dat dat niet zal mislopen? Volledig autonome besluitvorming door artificiële intelligentie vormt een heel fundamenteel debat. De afgelopen jaren hebben we ons daar intensief mee beziggehouden, mijnheer de voorzitter. U weet dat beter dan eender wie.

Intussen woedt de oorlog echter verder, raast de wereld door en blijkt deze evolutie onstuitbaar. Wat we vandaag doen, bestaat erin om in een soort extra time een aantal noodmaatregelen te nemen. We zijn geconfronteerd met een dronecrisis – ik zal het zo zeggen – en hebben daarover beslissingen genomen.

Ik ben persoonlijk van oordeel dat we de juiste beslissingen hebben genomen. Er blijft werk aan de winkel, maar we gaan in de goede richting. De capaciteiten die defensie heeft aangeschaft, kan ik desgewenst in detail toelichten, maar dan achter gesloten deuren omwille van opsec . Dat zal ik niet publiek doen. Het is echter geen probleem om die informatie te delen met een deel van de parlementsleden die over de vereiste veiligheidsmachtiging beschikken. Dat kunnen we samen met de commissie bekijken. Dan kan worden toegelicht wat precies is aangekocht en waar die middelen worden ingezet. Dat verloopt goed, zelfs beter dan ik eerlijk gezegd had verwacht. We zitten volledig op schema.

Er is een NASC opgericht door de vorige regering, maar dat was eigenlijk niet volledig operationeel. Het gaat daarbij niet om een commandocentrum, maar om een informatieknooppunt. Het MIK is ook geen commandocentrum. Dat is belangrijk om te benadrukken, mijnheer Vander Elst. Dat vergt bijkomende engagementen van onder meer de politie, het DG Luchtvaart en alle andere partners, zodat het NASC daadwerkelijk operationeel kan worden. We willen daar zo snel mogelijk echt mee aan de slag. Ik had dat zelf ook liever al operationeel gezien, maar het zal nog enkele weken duren. Dat is de realiteit. U zult dit ongetwijfeld verder opvolgen en ik zal dan ook om de zoveel weken een update geven.

Daarnaast is er een werkgroep opgericht met alle betrokken diensten, waaronder die van minister Matz, die gecoördineerd bekijkt wat er nodig is op het vlak van beeldvorming en voor de toekomst. Er zijn afspraken gemaakt over bijkomende steun binnen het extra defensiebudget, dus NAVO-aanrekenbaar – onder de 2 %. Het gaat enerzijds om 5 miljoen euro voor civiele luchtbeveiliging in de luchthavens en anderzijds is er 68 miljoen euro voorzien voor de federale politiediensten. Dat zijn zeer aanzienlijke bedragen.

We hebben ook al heel wat nieuwe radarsystemen. Die radarsystemen zijn overigens niet allemaal van Amerikaanse oorsprong. Dat is absoluut niet zo.

Nous n'achetons pas seulement des systèmes américains, ce n'est pas du tout le cas. Je ne dis pas qu'il n'y en a aucun, mais la plupart ne sont pas des systèmes américains, vous ne devez donc pas vous inquiéter. Avec les capacités européennes existantes, nous pouvons déjà faire beaucoup et n'avons pas besoin de systématiquement recourir à l'aide des États-Unis. Surtout en Ukraine. L'Europe dispose déjà de nombreuses capacités qui peuvent être utilisées, et je pense que c'est notre devoir d'avoir ces capacités

Als je kijkt naar waar we vandaan komen, hadden we dit misschien vroeger in gang kunnen zetten. Dat is niet gebeurd. We doen het nu. Het blijft pijnlijk wanneer maatregelen pas post factum worden genomen. Dat is pijnlijk. Ik heb zelf een aantal zaken moeten meemaken waarbij drones zichtbaar waren, er veel middelen werden ingezet en die drones uiteindelijk niet uit de lucht werden gehaald. Dan rijst de vraag waarom dat niet lukt. Ik begrijp de ergernis, de frustratie en het onbegrip bij de bevolking. We nemen vandaag beslissingen met het oog op de volgende crisis, op de volgende hybride aanval, zodat we dan wel klaar zijn.

Ik wil toch de puntjes op de i zetten, ten eerste wat dronemeldingen betreft en het veroorzaken van paniek. Ik heb op geen enkele manier proactief gecommuniceerd dat er drones werden gezien. Dat is niet gebeurd. Media nemen contact op met het kabinet of met defensie en vragen of er bevestiging is van drones boven militaire kwartieren. Dan kan je niet liegen. Als minister en als politicus moet je daar voorzichtig mee omgaan. Je kunt rond de pot draaien, maar liegen is geen optie, want dat krijg je rechtstreeks terug in je gezicht.

Wanneer media via allerlei kanalen vragen of het klopt dat er drones zijn gezien boven bijvoorbeeld Kleine-Brogel, dan wordt dat nagegaan via de woordvoerders. Ja, er zijn drones gezien. Dat was op dat moment ook bekend. Dan kan je dat alleen maar bevestigen. Je kunt niet zeggen dat het niet waar is. Dan zeg je dat het inderdaad is waargenomen.

Er is echter een groot verschil tussen proactief communiceren over dronemeldingen en reactief antwoorden op vragen van media en journalisten. Dat laatste hebben we gedaan. Proactief communiceren over dronemeldingen hebben we bij Defensie niet gedaan. We proberen daar voorzichtig in te zijn om geen paniek te veroorzaken.

Ten tweede is er de vraag waarom er op een bepaald moment is gesproken over een hybride aanval en over statelijke actoren. Er is gezegd dat iemand zou hebben verklaard dat het honderd procent zeker om Rusland ging. Ik denk niet dat iemand dat zo heeft gesteld. Er is altijd strategische ambiguïteit geweest over de attributie. Tot op vandaag is die attributie er niet. Dat geldt zowel voor de diensten als voor het lopende onderzoek, dat nog niet is afgerond.

Op dit moment is er dus geen definitieve attributie. Ik denk dat we altijd met twee woorden hebben gesproken. Als je echter ziet dat dit fenomeen zich in heel veel Europese landen tegelijk voordoet, dat er parallel ook een zeer zware DDoS-aanval plaatsvindt door Russische hackerscollectieven tegen België en tegen Belgische infrastructuur, parallel met het waarnemen van drones en een opmerkelijke stijging van het aantal echte dronemeldingen – naast ook heel wat false flags – dan kan je dat wel in een bepaald denkkader plaatsen en stellen dat er mogelijk meer aan de hand is.

Dat is wat ik heb gedaan. Ik neem dat nog altijd niet terug, maar blijf daarbij. Het is aan de diensten om na een intensief onderzoek eventueel tot die conclusie te komen. Op dit moment zijn ze zover nog niet. De onderzoeken lopen nog. Het is belangrijk om dat te blijven herhalen.

De rules of engagement zijn nog altijd van toepassing. Ik wil dat even voorlezen. Boven militaire kwartieren mogen we in vredestijd niet-geautoriseerde drones neerhalen indien er een vermoeden is dat de drone wordt gebruikt om inlichtingen te verzamelen, en natuurlijk altijd in het geval van wettige zelfverdediging. Daarnaast zijn er per kwartier base defence plans opgesteld en centraal gevalideerd om coherente soft kill -, jamming - en hard kill - schieten - of Blaze drone-inzet te garanderen, zonder of met een kleine kans op collaterale schade. Dat is altijd een evenwichtsoefening. Enkele stedelijke militaire kwartieren worden bewust niet uitgerust met shotguns omwille van risico's op collaterale schade.

In de commissie kan ik dat allemaal toelichten, want ik weet niet of het verstandig is om dat hier publiek te zeggen. We moeten onze vijanden ook niet slimmer maken dan ze al zijn. Ik wil dat dus zeker verder uitleggen, met overzichten, maar niet in een openbare vergadering.

Ik heb heel vaak gehoord, collega's, dat er plots veel meldingen van drones waren. Toen kreeg ik 50 miljoen euro en daarna waren er geen drones meer. Ze waren weg. Dat is ongelooflijk. Het werkt. Ze hebben allemaal schrik van de dingen die we gingen kopen.

Ik wil dat echt op alle mogelijke manieren ontkrachten. Ik zie dat ook constant op mijn sociale media. Ik vraag me af of dat geen bots zijn, clicksystemen van een of andere Mongoolse clickbait farm . Ik weet niet wat ik daarvan moet denken, maar ik heb daar wel vermoedens over.

Voor alle duidelijkheid: die 50 miljoen euro voor het urgente pakket is goedgekeurd door de ministerraad. Dat bedrag zat al in het budget dat jullie begin juli 2025 hebben goedgekeurd.

Er is dus geen 50 miljoen extra voorzien voor het defensiebudget, dat zal er al in. Ik had geen extra geld nodig. Het is niet dat ik een scheme had. Men leest dan dat complotdenkers en wappies zeggen dat het opgezet spel was om 50 miljoen extra te krijgen. Ik had geen extra geld nodig, dus dat slaat nergens op.

Het is ook niet zo dat er na de goedkeuring van dat pakket geen enkele dronemelding meer is geweest. Er zijn in december nog 20 dronemeldingen geweest boven militaire sites, 54 boven gevoelige sites, 16 boven nucleaire sites, 57 boven de luchthaven en 68 andere meldingen. In januari zijn er 3 meldingen geweest boven militaire sites, 3 boven nucleaire sites, 3 boven gevoelige sites en 4 andere meldingen.

Er komen veel dronemeldingen binnen. Er is een enorme piek geweest en daarna is dat gezakt, maar niet tot nul. Er zijn nog altijd dronemeldingen, maar dat aantal is heel sterk afgenomen. Dat is goed, want hoe minder hoe liever. Dat heeft zeker te maken met het feit dat er daarvoor heel wat media-aandacht was. In heel wat gevallen bleken dat vliegtuigen te zijn en geen drones. Mensen zagen ze vliegen. In het donker dachten ze dat het om een drone ging en belden ze naar de politie.

Er zijn heel wat false flags geweest, maar dat is des mensen. We zien vaak dat er iets in de media komt en dat er daarna een enorme toename is, waarna het weer wat minder wordt. Betekent dat dat er niets geweest is? Sommigen insinueren dat het allemaal fake news was, dat het allemaal propaganda was, dat er daar niets van aan was. Dat is iets helemaal anders. Die conclusie is zeker niet de conclusie die de veiligheidsdiensten op dit moment trekken. Er zijn heel wat dronemeldingen geweest boven gevoelige sites die ongeoorloofd en problematisch waren. Het is heel belangrijk om dat onderscheid te maken. Het is niet omdat er een aantal false flags waren, dat er daarom niets aan de hand was. We moeten dat onderscheid dus blijven maken.

Is er eenheid van commando? Er zijn er geen van Israël en ook niet van Iran, mocht u dat interesseren. Dat interesseert de PVDA minder waarschijnlijk.

Le grand programme de Renault "Counter Drones" est prévu pour la fin de l'année. Je le connais.

Het is juist. Het gaat om de aanbesteding. De gunning is voor het einde van het jaar. Ik denk dat u daarin gelijk hebt, als ik dat verkeerd zou hebben gezegd.

Ik overloop nog even de vragen, zodat ik zeker niets vergeet. Dat geld blijft binnen de NAVO-norm. Ook het Counter UAS-programma blijft onder die 2 %.

De evaluatie van de andere NAVO-landen was zeer positief. Ze waren snel en efficiënt. Ze hebben dat heel goed gedaan. Het is ook zo dat we dat nu gaan proberen te kopiëren. Zij hebben een aantal interventieploegen militair gemaakt, die zich bij een dronecrisis heel snel kunnen ontplooien. Dat is ook mijn droom. Dat zouden we eigenlijk ook moeten hebben, niet om een buurland te helpen wanneer zij dat vragen, want ik denk dat iedereen daar wel mee bezig is, maar gewoon om een eigen capaciteit te hebben. Als er dan echt een probleem is op de luchthaven, op een nucleaire site of bij Euroclear bijvoorbeeld, dan kunnen we heel snel ontplooien.

Civiel gebeurt er natuurlijk dat altijd op vordering van de politiediensten. Als zij ons vorderen, dan gaan we. Wij kunnen niet uit eigen beweging gaan.

Mijnheer Vander Elst, ik vind het een beetje bizar wat u zegt. U zegt dat de eenheid van commando bij defensie moet zitten. U bent de grootste tegenstander om militairen op straat te zetten. U zegt dat dat een politietaak is. Als het echter in de lucht vliegt, moet defensie zonder opvordering gewoon direct opdagen. Ik vind dat een beetje inconsequent. Het commando zit bij het Nationaal Crisiscentrum en daarvoor is collega Quintin van Binnenlandse Zaken bevoegd. Defensie is permanent in het Nationaal Crisiscentrum vertegenwoordigd.

Stel dat dit nog een keer gebeurt. Wat gaat er dan gebeuren? Ik mag hopen dat het dan heel efficiënt en snel verloopt en dat het allemaal goed is afgelijnd. Anders zullen we hier opnieuw heel wat vragen krijgen.

Het Nationaal Crisiscentrum zal dan bekijken waarover het gaat, of het echt problematisch is, of luchthavens moeten worden gesloten en of het om een groot fenomeen gaat. Vervolgens zal er vanuit het Nationaal Crisiscentrum heel snel worden geschakeld. Dat is de bedoeling.

Het blijft echter in handen van vooral Binnenlandse Zaken. In het Crisiscentrum is zowel Binnenlandse Zaken als Defensie. Vertegenwoordigd. Binnen enkele maanden zullen we dergelijke teams ter beschikking hebben, opgeleid, met goed materiaal, alles erop en eraan. Dan kunnen wij heel snel ontplooien, in steun van Binnenlandse Zaken en de politiediensten, op civiel gebied. Als het gaat over militaire kwartieren, moet de heer Quintin mij niet bellen, dan doen we het gewoon zelf. Het gebeurt echter vooral niet op militaire sites maar in de civiele wereld.

Bert Wollants:

Mijne heren ministers, er zijn zeer goede stappen gezet, er zijn dingen in gang gezet die lange tijd niet operationeel werden geacht. We moeten kijken naar de timing, om alles vlot te trekken en de snelheid hoog te houden. Ik reken erop dat dat zal gebeuren.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister Quintin, als de sectorale overheden moeten opvolgen dat de kritieke infrastructuur en de particulieren goede risicoanalyses maken, dan hoop ik dat er snel duidelijke samenwerkingsakkoorden komen met de regio’s, zodat die sectorale overheden correct kunnen worden samengesteld.

Annick Ponthier:

Mijne heren ministers, het is niet de eerste keer dat we het thema bespreken en het zal ook niet de laatste keer zijn. Het is opvallend dat er geen of weinig details zijn met betrekking tot valse positieven.

Mijnheer de minister Francken, ik dank u voor de cijfers met betrekking tot de meldingen sinds eind vorig jaar. De mediaberichten zijn inderdaad stilgevallen, dat is uiteraard niet uw verantwoordelijkheid, maar het is wel frappant.

Het onderzoek naar de toewijzing van de incidenten loopt nog. Mijnheer de minister Quintin, u sprak over probabiliteit, het is dus niet zeker dat de dreiging door Rusland wordt geïnstigeert, wat door minister Francken werd bevestigd. Gaat het over China? Gaat het over andere vijandelijke actoren? Wij moeten een open geest houden. Wij kijken alvast uit naar de resultaten van het onderzoek.

Met betrekking tot de in Letland aangekochte blaze interceptors werd niet specifiek geantwoord, mogelijk vanwege de gevoeligheid van het onderwerp voor de commissie. Het betrof de evaluatie van hun werking, als ze al in werking zijn, ik vermoed van wel. Op welke basis kan er gesteld worden dat er minder risico en nevenschade is of niet?

Theo Francken:

Die worden ook alleen ingezet als de collaterale schade maximaal kan worden beperkt. De regels om in te zetten, zijn dezelfde als dewelke gelden bij schietincidenten. We kunnen dat in de commissie nog wat duidelijker toelichten.

Annick Ponthier:

Ik noteer dat de rules of engagement boven militaire basissen nog steeds van toepassing blijven en dat het informatieknooppunt NASC, dat geen communicatiecentrum is, operationeel wordt over enkele weken, niet over enkelen maanden. Wij zullen de voortgang van dat dossier in ieder geval nauwkeurig opvolgen.

Kortom, er zijn alvast zaken in beweging gezet, het is een work in progress , wat natuurlijk positief is in het hele verhaal, gelet op de hybride dreiging. Algemeen moet er wel worden gesteld dat heel wat problemen voortkomen uit het ontbreken van een performante coördinatie tussen al uw diensten onderling en tussen de andere betrokken departementen, waaronder Justitie. Communicatie is de sleutel en net daar heeft het tot nu toe geschort. Ik hoop dat daar in de toekomst beterschap in komt.

Britt Huybrechts:

Collega’s, ik hoor verschillende zaken. Minister Quintin, u bent historicus en uit persoonlijke ervaring weet ik dat historici meestal zeer verstandige mensen zijn. Ik moet wel zeggen dat de nieuwste tijd iets beter is dan de middeleeuwen, maar niemand is perfect natuurlijk. Dan hoor ik minister Crucke zeggen dat u Limburg wilt bezoeken. U bent altijd welkom, maar uw bezoek komt wel laat gezien de dreigende kritieke situatie. U beloofde in oktober al dat u een bezoek zou brengen en nu wordt dat pas in januari ingepland.

Ik kreeg helaas geen antwoord op de vraag of er rond de luchthaven safety drones zullen worden ingezet. Ik zal daarop terugkomen.

Tot slot, eigenlijk weten we niet hoe we erop moeten reageren als drones boven onze luchthaven blijven vliegen. Het gebruik van kinetische afweermechanismen is geen goed idee. Ook de techniek van het jammen biedt geen oplossing, want dan moeten we de luchthaven stilleggen. Elke keer dat we de luchthaven stilleggen, zorgt dat voor enorm veel economische schade. Als iemand dus kwaadwillig is, volstaat het om weken aan een stuk, elke dag gedurende een paar uur, een drone boven de luchthaven van Zaventem te sturen. Dat heeft een zeer grote impact op de Vlaamse welvaart.

Voor de rest kijk ik uit naar uw concrete stappen. Ik ben heel benieuwd naar uw beleidsnota, die binnenkort aan de orde komt. Ik hoop dat daar een uitgebreid stuk over drones in zal staan, zodat we het debat voort kunnen zetten.

Ten slotte, zowel minister Quintin als minister Francken onderstreept dat de dreiging mogelijk vanuit Rusland komt. Ik vind het dan wel bizar dat de N-VA in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen een voorstel van resolutie heeft ingediend om sancties tegen Rusland op te leggen wegens de dronebedreiging, terwijl er nog geen zekerheid is dat Rusland achter het kat- en muisspel zit. Is daarover zekerheid, dan kunnen we nog overgaan tot sancties. Volgens mij heeft men het voorstel dus te vroeg ingediend.

Denis Ducarme:

Monsieur le président, je voudrais remercier les ministres pour leurs réponses détaillées et peut-être aussi les rassurer quand je parlais d'unité de commandement. Je n'imaginais naturellement pas une forme d'hydre de Lerne, animal ou ministre à trois têtes dont chacune est une des vôtres. Si je suis allé aussi loin dans la remarque que j'ai faite sur la nécessité de voir nos politiques davantage coordonnées, c'est parce que, d'une part d'autres pays européens travaillent avec une unité de commandement en la matière et, d'autre part, ayant tout de même dû tirer la leçon de ce qui s'est passé en octobre et novembre, nous avons souffert de la dispersion de nos moyens. J'entends donc les réponses que les ministres ont pu nous fournir et je suis encore davantage convaincu de la volonté de voir coordonné et articulé l'ensemble de nos moyens et de nos politiques sous les différentes attributions de compétences des ministres.

Et, puisque le ministre Crucke a ouvert la porte, j'invite la présidence de la commission à voir si nous pourrions éventuellement disposer d'un visuel lié à la coordination des moyens entre vos différents départements pour ce qui concerne la lutte anti-drones telle que vous l'envisagez et telle que vous l'avez développée aujourd'hui.

Je voudrais aussi remercier le ministre Quintin pour une réponse qui, à mon sens, est fondamentale. Il nous dit qu'aujourd'hui, nous sommes déjà moins en état de faiblesse que ce que nous étions en octobre et en novembre. C'est un apport important de la réunion d'aujourd'hui.

Par ailleurs, contrairement à certains que cela dérange au Vlaams Belang, pour ma part, monsieur le ministre, je vous remercie d'être clair, de désigner la menace du doigt et de dire qui se cache derrière cette menace tout en pointant les Russes. Je vous remercie de le faire et de ne pas laisser le flou que certains veulent entretenir en la matière, en particulier l'extrême droite flamande.

Dimitri Legasse:

Je voudrais à mon tour remercier les trois ministres pour leur présence et leurs explications. Je suis, à l'instar d'autres collègues, curieux de lire les notes de politique générale et les chiffres concernant le National Airspace Security Centre (NASC). Puisqu'il ne manque que quelques écrans et que le centre devrait être opérationnel d'ici quelques semaines selon M. Francken, je serais curieux de visiter le site, qui se situe dans ma circonscription.

Xavier Dubois:

Je remercie les ministres pour leurs réponses. Monsieur le ministre de l'Intérieur, vous ne semblez pas partager mon avis sur la répartition des risques, ou en tout cas sur sa localisation. Sur 558 détections de drones, plus de 80 % ont eu lieu hors de bases militaires. Or, un risque existe à la fois par sa fréquence et sa gravité. Dans ce cas-ci, la fréquence est beaucoup plus importante hors site militaire. Il existe donc une préoccupation importante en dehors des sites militaires, d'où la question de la répartition des moyens.

Ceci m'amène à ma deuxième remarque relative à la chaîne de commandement centralisée. En matière de neutralisation, vous avez rappelé la logique selon laquelle la Défense est responsable pour les sites militaires et la police pour le reste. Or, cela fonctionne lorsque chaque entité dispose de ses moyens et ici, les moyens sont surtout localisés au niveau de Ia Défense. Je me demande donc comment cela fonctionnera concrètement. Qui appelle qui? Est-ce vous, le ministre de l'Intérieur, qui appellera son collègue à la Défense pour demander des moyens pour neutraliser des drones? Je pense que nous avons besoin de procédures claires qui fixent et organisent cette collaboration. À ce stade-ci, il reste du travail pour nous rassurer sur la cohérence et la concrétisation de la collaboration entre les deux entités.

Theo Francken:

Premièrement, nous disposons d’un budget de 68 millions d’euros pour renforcer les capacités drones et counter ‑ drones de la police f é d é rale.

Deuxièmement, nous procéderons au teaming lorsqu’il sera nécessaire de collaborer avec l’équipement dont nous disposons déjà. Cela reste toujours possible lorsque le commissaire général demande que la Défense vienne en renfort. Nous serons présents, comme nous l’étions il y a quelques mois à l’aéroport.

Troisièmement, j’aimerais créer des équipes similaires à celles des pays voisins qui nous ont aidés durant cette crise, des équipes militaires pleinement équipées. Dès que nous disposerons de telles équipes, elles pourront également être sollicitées par la police fédérale. Si le commissaire général, qui en a l’autorité, en fait la demande, nous pourrons intervenir.

Il y a donc de réels progrès dans ce dossier. Nous disposons de 68 millions d’euros. Le budget de la Défense prévoit que 5 % soient consacrés à la sécurité interne. Sur ces 5 %, 68 millions sont affectés au programme counter ‑ drones de la police f é d é rale pour les ann é es à venir. Ils disposeront donc de capacit é s s é rieuses et tr è s concr è tes dans les mois et les ann é es à venir. Cela représente donc plus que cela.

Xavier Dubois:

Je vous remercie pour les précisions. C’est précisément ce dont nous avons besoin: annoncer clairement comment cela va fonctionner, quelle sera la procédure à suivre, ainsi que le timing et les délais d’intervention. Puisque nous en parlons, il faudra pouvoir réagir très rapidement.

Des moyens existent, une collaboration est envisagée, mais concrètement, quelles seront les procédures à suivre et qui décidera de quoi, et à quel moment? Je pense que vous disposez des éléments. Il faudra nous les communiquer afin que nous puissions être effectivement rassurés sur cette matière. Je vous remercie.

Staf Aerts:

Collega's, ik hoopte vandaag toch meer duidelijkheid te krijgen over het aantal dronemeldingen die uiteindelijk false flags blijken te zijn. Minister Quintin geeft aan dat hij daar niet op kan antwoorden, maar dat vliegtuigen eruit worden gefilterd. Toch blijft het voor mij onduidelijk hoe concreet en hoe specifiek dat telkens moet worden geïnterpreteerd. Ik vind dat belangrijk, omdat het de onrust kan wegnemen.

Minister Francken heeft gezegd dat er begin november massaal visuele waarnemingen waren die achteraf vals bleken te zijn. Het ging om tientallen procenten van de meldingen. Dat wijst er toch op dat er een indicatie bestaat van de omvang. Het is ook niet onlogisch dat een verontruste Belg zich vergist. Het Laatste Nieuws heeft zelfs beelden van een helikopter offline gehaald, met een disclaimer erbij. De krant had die beelden ontvangen van een hooggeplaatste bron bij de veiligheidsdiensten. Dan is het toch niet onlogisch dat ook ongeruste Belgen verkeerde signalen melden.

Daarom is het van cruciaal belang om meer zicht te krijgen op het aantal false flags . Hoe vaak ging het om een hobbydronepiloot? Hoe vaak ging het om een buitenlandse mogendheid, of mogelijk een buitenlandse mogendheid? In hoeverre verkeren we vandaag nog in het ongewisse? Tot op heden is nog geen enkele melding aan Rusland toegewezen. Dat wil niet zeggen dat ik niet geloof of mij niet kan voorstellen dat Rusland daar iets mee te maken heeft. Dat kan ik mij zeer goed voorstellen, maar vandaag hebben we geen zicht op de omvang en de schaal.

Ik heb ook vandaag geen duidelijkheid gekregen over de negen sluitingen van de luchthaven. Hoe vaak bleek dat achteraf terecht? Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Hoeveel dossiers waren terecht? Ook daarop kreeg ik geen antwoord. Zal de civiele sector intekenen op de procedures die Defensie lanceert? Daar heb ik evenmin een antwoord op gekregen.

Er blijven dus veel vragen. Ik zal mijn andere parlementaire instrumenten gebruiken om duidelijkheid te krijgen.

Ik wil afronden met een punt waarover ik het eens ben met minister Quintin. Dat moet men ook altijd doen in het Parlement. Ik ben het er absoluut mee eens dat de binnenlandse veiligheid toebehoort aan de politiediensten. Zolang we niet in een oorlogssituatie verkeren, hoort de binnenlandse veiligheid bij de politiediensten. Zo hoort het in een democratie. Ik houd dat ook liefst zo lang mogelijk zo. Defensie is altijd het laatste hulpmiddel en niet het eerste.

Kjell Vander Elst:

Heren ministers, ik dank u voor de bijkomende antwoorden. Minister Francken, ik wil toch nog even reageren. U zegt dat ik inconsistent ben. U maakt de vergelijking tussen de militairen op straat en de dronedreiging. Dat raakt kant noch wal. Militairen op straat staan de politie bij bij patrouilletaken en bewakingsopdrachten. Er wordt gevraagd om wat de militairen nu al doen bij de kerncentrales, ook te doen op straat. We zullen dat toch niet over dezelfde kam scheren als het aanpakken van de dreiging door drones, waarvan de technologie elke week evolueert, veel sneller dan wij ons zelfs maar kunnen voorstellen. Dat is absoluut niet hetzelfde. We zullen tegen het einde van deze legislatuur wellicht bijna 1 miljard defensiemiddelen investeren in dronedreigingen, in counterdrone en in gespecialiseerde teams die snel kunnen ingrijpen, ook in het binnenland, waarvan ik trouwens absoluut voorstander ben. Dat is echter absoluut niet hetzelfde als militairen op straat. Laten we militairen die de politie ondersteunen bij bewakingsopdrachten niet over dezelfde kam scheren als militairen die een dronedreiging moeten aanpakken, waar de technologie elke week evolueert. Peter Buysrogge , voorzitter: Ik wens de ministers en ook de collega's te bedanken. Het thema is nog lang niet van de baan en zal nog wel een vervolg kennen in verschillende commissies. Ik heb zelfs gehoord dat sommigen andere parlementaire instrumenten zullen aanwenden. Ik kijk alvast uit naar de verdere bespreking. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.05 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 05.

Popover content