meeting-commission
TFA in graanproducten TFA Mevrouw de voorzitster, de recente PAN-studie, uit december, toont aan dat 53 van de 65 geteste graanproducten in Europa besmet zijn met trifluorazijnzuur (TFA), een afbraakproduct van PFAS. Belgische broden hebben zeer hoge concentraties, tot gemiddeld 107 keer hoger dan wat vandaag in water wordt gemeten. Onafhankelijke experts, onder wie professor Jacob de Boer, waarschuwen voor mogelijke effecten op onder andere spermakwaliteit en schildklierfuncties en wijzen op de opstapeling in het lichaam. Ondanks deze wetenschappelijke bezorgdheden ontsnapt TFA voorlopig volledig aan de Belgische monitoring, terwijl het regeerakkoord de veiligheid van consumenten centraal stelt binnen het One Health-kader en terwijl de federale overheid verantwoordelijk is voor de normering en het toezicht op voedselveiligheid. Welke specifieke referentiewaarden hanteert het FAVV momenteel, bij gebrek aan specifieke Europese limieten, voor de beoordeling van TFA in levensmiddelen? Is de analyse van TFA-reststoffen momenteel opgenomen in het officiële controleprogramma van het FAVV? Beschikt u over gegevens van uw Europese ambtgenoten of van de EFSA waaruit blijkt dat TFA in andere lidstaten wel reeds onderworpen is aan een strenger monitoringsregime of aan specifieke nationale actiedrempels? Hoe beoordeelt u de resultaten van de bewuste studie in het licht van de voedselveiligheid? Acht u de aangetroffen waarden in Belgisch brood, die ruim boven het Europees gemiddelde liggen, aanvaardbaar binnen het kader van de algemene voedselveiligheid? Mevrouw Oru, het analyseprogramma van het FAVV berust op een risicogebaseerde aanpak en is zo opgezet dat het met een zekere mate van betrouwbaarheid eventuele niet-conformiteiten binnen een bepaalde productgroep kan identificeren. Een parameter wordt echter pas in het analyseprogramma opgenomen wanneer er referentiewaarden bestaan om de conformiteit ervan te kunnen evalueren. Tot heden bestaat er op Belgisch of Europees niveau geen specifieke reglementaire drempelwaarde voor de aanwezigheid van TFA in levensmiddelen, meer in het bijzonder in producten op basis van granen. Bij gebrek aan normen is het FAVV dan ook niet in staat de conformiteit van deze producten te controleren. Opkomende gevaren worden geïdentificeerd, geëvalueerd en opgevolgd buiten het algemene controleprogramma van het FAVV, via verschillende Belgische en Europese netwerken, zowel wetenschappelijke als administratieve. Bij wijze van voorbeeld kunnen de adviezen worden vermeld van het Wetenschappelijk Comité van het FAVV, de Belgische administratieve werkgroep inzake zorgwekkende stoffen, de detectie van nieuwe parameters in het kader van de verplichte autocontroles door bedrijven, de adviezen van de EFSA, evenals de besprekingen binnen het Europese PAFF Committee en werkgroepen. Met name in dat kader worden opkomende gevaren zoals MOH en verschillende PFAS momenteel opgevolgd. De TFA-problematiek is vrij recent en zeer complex. Een aanwezigheid in onze omgeving kan het gevolg zijn van meerdere bronnen, zonder dat het doorgaans mogelijk is de oorsprong ervan precies te achterhalen. De impact op de volksgezondheid wordt momenteel grondig onderzocht. De EFSA en het ECHA zijn van plan begin van dit jaar een wetenschappelijke beoordeling te publiceren, die gebaseerd zal zijn op de beschikbare gegevens en op de vaststelling van een toxicologische referentiedosis. Zodra die evaluaties beschikbaar zijn, kunnen in voorkomend geval specifieke maatregelen op EU-niveau worden overwogen. De FOD Volksgezondheid zal dan deelnemen aan de gesprekken over de bepaling van eventuele maximumlimieten. Pas op dat moment zal het FAVV specifieke analyses kunnen opnemen in zijn controleprogramma voor levensmiddelen. In de huidige stand van de kennis is het niet opportuun om op nationaal niveau maatregelen te nemen. De beschikbare elementen laten niet toe een voldoende vermoeden van risico vast te stellen dat de toepassing van het voorzorgbeginsel rechtvaardigt, zoals bepaald in verordening 178/2002. Dat neemt niet weg dat het FAVV en de FOD Volksgezondheid de evolutie van dit opkomende risico nauwgezet opvolgen, in samenhang met de werkzaamheden die op Europees niveau worden verricht. In dit stadium wijst geen enkel element, noch in België, noch op het niveau van de Europese Unie, op de noodzaak van dwingende maatregelen. Zo heeft het Duitse BfR een eerste snelle evaluatie uitgevoerd van de TFA-gehalten die in graanproducten binnen de Europese Unie werden gemeten. Op basis van de hoogste vastgestelde waarden zou een persoon van 60 kilo meer dan 8 kilo graanproducten per dag moeten consumeren om de vastgestelde gezondheidskundige referentiewaarde van 0,05 milligram per kilogram lichaamsgewicht te overschrijden. Bij gebrek aan aangetoonde urgentie is het dan ook aangewezen om het bestaande Europees kader zijn werkzaamheden te laten voorzetten. Dit systeem heeft zijn doeltreffendheid bewezen en waarborgt vandaag een van de hoogste voedselveiligheidsniveaus ter wereld. Wat de bio-accumulatie betreft, hebben de studies die momenteel door de gewestelijke entiteiten worden uitgevoerd uitsluitend betrekking op PFAS en niet op TFA. Dank u voor uw antwoorden, mijnheer de minister. Ik begrijp dat TFA een recent en complex gebeuren is. Er is nog niet veel over geweten. De PAN-studie was evenwel duidelijk, het betreft 53 van de 65 geteste graanproducten. Die resultaten hebben enkel betrekking op wat op de radar komt. Wie weet wat er allemaal onder de radar leeft? Het is belangrijk om de toestand verder op te volgen en niet te minimaliseren. De effecten op onze volksgezondheid zijn immers bewezen. Praktijkdierenartsen De antwoorden op de zware overbelasting van plattelandsdierenartsen Mijnheer de minister, ik heb eerder al een vraag gesteld over de praktijkdierenartsen, die gezamenlijk de vergadering van 12 december verlaten hebben. Op mijn vraag antwoordde u toen dat er overleg zou plaatsvinden. Daarom stel ik daarover nu een aantal bijkomende vragen. Welke concrete afspraken zijn tijdens dat overleg gemaakt? Wat is vastgelegd en wat is nog in overleg? Gaat u eventueel de verplichte ingebruikname van VAMREG tijdig opschorten, of zult u meer inzetten op de automatische gegevensintegratie via erkende veterinaire software, zodat dat dubbel werk kan worden vermeden? Wat met de extra tijdsinvestering en de bijkomende handelingen die veeartsen met dat nieuw systeem moeten uitvoeren? Worden daarvoor compensaties of ondersteuningsmaatregelen voorzien? Wat met oudere of financieel kwetsbare dierenartsen? Wordt er een impactanalyse gemaakt? Zal worden nagegaan welke implicaties die bijkomende verplichtingen hebben, gelet op het bestaande personeelstekort in de sector? Is er een timing voorzien voor die ondersteuning en vereenvoudiging? Last but not least , zult u het Parlement hierover regelmatig verder informeren? Monsieur le ministre, le 9 avril 2025 je relayais au sein de cette commission le cri de détresse des vétérinaires ruraux, un cri de détresse formalisé dans une lettre qui vous avait, notamment, été adressée. Quelques mois plus tard, en novembre 2025, nous apprenions que 40 % des jeunes vétérinaires quittaient la profession dans les quatre ans et, plus glaçant encore, que la profession de vétérinaire figurait parmi les professions connaissant le plus haut taux de suicide. Sous la précédente législature, vous avez lancé la "Pax Veterinaria", une convention conclue entre les fédérations de la viande, les organisations vétérinaires et l'AFSCA et censée améliorer progressivement, d'ici décembre 2028, le cadre de vie des vétérinaires. J'en profite pour vous demander un aperçu de la situation à ce jour quant au respect des différentes étapes promises avant cette échéance de décembre 2028. Mes questions sont donc les suivantes. Tout d'abord, l'augmentation progressive des tarifs – plus cinq euros en 2026, plus deux euros en 2027 – est -elle toujours prévue? L'indemnisation des déplacements dès le premier kilomètre et la rémunération minimale garantie pour chaque mission confiée par l'AFSCA seront-elles indexées pour 2026 et 2027? Autre question très concrète et attendue par le secteur: vous promettiez, dans votre réponse du 9 avril 2025, une large consultation avec la profession vétérinaire mais aussi avec les acteurs des administrations concernées. Quels sont les résultats de cette large consultation? Comment ces résultats se concrétiseront-ils en termes de mesures politiques? Enfin, verra-t-on finalement un changement au statut des aides vétérinaires et des infirmiers vétérinaires? S'agissant des questions relatives à la détresse des vétérinaires, plusieurs accords ont été conclus à la suite des concertations menées avec les organismes vétérinaires afin de répondre aux préoccupations du secteur par rapport à l'enregistrement, notamment, de l'utilisation des antibiotiques, comme prévu dans le Règlement européen 2019/6. Premièrement, l'enregistrement via VAMREG, pour les chevaux et l'aquaculture, sera reporté de six mois. Il y avait une grosse inquiétude de la part des vétérinaires quant à l'impossibilité d'implémenter VAMREG dans les délais. Deuxièmement, les vétérinaires ont été invités à soumettre une analyse quantitative en vue d'évaluer la possibilité d'une exemption pour les praticiens dont le chiffre d'affaires annuel est limité. Cette proposition sera examinée par l'AFMPS au regard de sa faisabilité et de sa conformité aux exigences européennes. Troisièmement, afin de faciliter l'automatisation complète du transfert de données des logiciels vétérinaires vers VAMREG, des trilogues entre l’AFMPS, les vétérinaires et les fournisseurs de logiciels seront organisés en 2026. Par ailleurs, une plateforme de concertation mensuelle entre l’AFMPS et les éditeurs de logiciels sera mise en place afin de garantir la bonne opérationnalité des logiciels lors des mises à jour et de répondre aux questions techniques. Met betrekking tot de volledige geautomatiseerde gegevensoverdracht naar VAMREG heeft het FAGG de nodige codes ontwikkeld en met de softwareleveranciers gedeeld. Het FAGG moedigt de dierenartsen aan om contact met hun softwareleveranciers op te nemen om hen aan het overlegplatform te laten deelnemen. Bij elke wijziging van hun softwarepakket kunnen de leveranciers dan verifiëren dat de gegevensoverdracht vanuit de software, gebruikt door de dierenartsen, naar VAMREG operationeel blijft. De interoperabiliteit tussen de software van de dierenartsen en het systeem voor de gegevensverzameling SANITEL-MED, dat al operationeel is, wordt verzekerd. Dat vermijdt dubbele registraties, omdat de twee systemen gericht zijn op verschillende diersoorten en een volledige geautomatiseerde gegevensoverdracht verzekeren. Met betrekking tot de ongerustheid van de landelijke dierenartsen blijven de engagementen van de Pax Veterinaria behouden. In 2026 wordt voor de BMO's van het FAVV een ereloon van 75,96 euro per uur voorgesteld. Dat bedrag is inclusief indexering en de geplande verhoging met 5 euro. De terugbetaling van de verplaatsingskosten zal volgens de modaliteiten voor 2025 behouden blijven. Met betrekking tot het statuut van de diergeneeskundige assistenten en de helpers werd op 13 juni 2025 een studiedag georganiseerd. De conclusies worden momenteel opgevolgd. Er zijn werkzaamheden aan de gang met de Orde der Dierenartsen en de opleidingsinstellingen om de opleidingen te harmoniseren en een erkend professioneel kader voor te bereiden. Dans le cadre du plan national AMR, des primes sont par ailleurs prévues pour les vétérinaires. Compte tenu des difficultés exprimées par le secteur, une task force réunissant des représentants du secteur vétérinaire, présidée par un vétérinaire fonctionnaire du SPF Santé, a été créée. Elle aura pour mission d'examiner les propositions visant à réduire les charges administratives et d'évaluer l'opportunité d'une concertation structurelle à long terme. Cette décision a été prise après une réunion que nous avons organisée avec Franck Vandenbroucke, moi-même, le FAGG, les différentes administrations et les représentants des vétérinaires pour pouvoir vraiment avancer sur toute une série de revendications qui étaient sollicitées par les vétérinaires. Voilà, madame la présidente. De voorzitster : Ik neem aan dat er enkele reacties zijn. Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Er is nog werk aan de winkel, maar u bent met de verschillende werven bezig. Ik bestudeer uw antwoord, koppel het terug naar de dierenartsen en daarna zullen er waarschijnlijk nog vervolgvragen komen. Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. J’ai le sentiment que certaines choses avancent et c’est un élément qu’il convient de souligner. Je me permets toutefois d’insister sur l’urgence de la situation. Je le disais déjà dans ma question. Il s’agit de l’une des professions qui connaît l’un des taux de suicide les plus élevés. La semaine dernière, j’étais chez un ami agriculteur où Paul, un vétérinaire – plutôt proche de chez vous puisque sa compagne est conseillère communale MR à Soignies –, m’expliquait à quel point le métier de vétérinaire, en particulier pour les gros animaux, comme c’est son cas, est devenu extrêmement difficile. Il me disait aussi combien il doutait que les nouvelles générations soient suffisamment folles pour reprendre les rênes et exercer encore cette profession éminemment difficile. J’ai beaucoup d’amis vétérinaires qui lancent ce cri d’alarme. Nombre d’entre eux cherchent à arrêter, à se reconvertir, à faire autre chose de leur vie. À Soignies, l’un d’entre eux s’est même reconverti dans la restauration, ça ne s’invente pas. Il y a véritablement des mesures à prendre pour ce secteur. Je comprends l’utilité de créer une task force , d’écouter, de tenter de trouver des solutions, notamment en vue de réduire les démarches administratives, qui restent trop souvent l’éternelle difficulté. Aujourd’hui cependant, ce que le secteur demande avant tout, ce sont des actes. Au-delà des task forces , des réunions et des concertations, il faudra que vous puissiez, avec les autres membres du gouvernement, poser des actes concrets qui améliorent réellement la situation. Il s’agit de rendre de l’attractivité à cette belle profession, mais aussi de faire en sorte que l’on ne continue pas à constater un taux de suicide aussi élevé parmi celles et ceux qui l’exercent. De risico’s op insleep van lumpy skin disease en de Belgische paraatheid Besmettelijke nodulaire dermatose De aankoop van vaccins ter voorkoming van de lumpy skin disease De toestand met betrekking tot besmettelijke nodulaire dermatose De uitdagingen inzake de vaccinatie tegen besmettelijke nodulaire dermatose Er zijn hier al enkele vragen gesteld over de lumpy skin disease . We hebben gezien dat in Frankrijk al duizenden runderen werden geruimd. De Franse overheid heeft grote vaccinatiezones ingesteld, maar die aanpak leidt tot protest bij veehouders. Bij ons roept het FAVV op tot verhoogde waakzaamheid en raadt het aan om voorlopig geen runderen te importeren uit landen als Frankrijk, Italië of Spanje. Tegelijkertijd hebben de veehouders vragen bij de onduidelijkheid over het juridische status van die oproep. Ze vragen zich af of er daadwerkelijk wel importcontroles zijn en of men zich in Frankrijk en in België voorbereidt op een mogelijk noodscenario. Ik heb hierover een aantal vragen. Welke concrete bijkomende voorzorgsmaatregelen heeft het FAVV inmiddels genomen? Zijn de controles op veetransporten en gezondheidscertificaten effectief verscherpt? Is de import van levende runderen uit Frankrijk vandaag nog toegelaten? Zo ja, onder welke voorwaarden? Als subvraag, overweegt u strengere of bindende importbeperkingen op te leggen om de Belgische rundveestapel te beschermen? Beschikt ons land over een noodvoorraad aan vaccins of bestaan er duidelijke afspraken op Europees niveau over de snelle levering en verdeling van vaccins? Tot slot, hoe zult u ervoor zorgen dat de Belgische rundveehouders snel, correct en transparant geïnformeerd worden? De heer Lutgen is niet aanwezig. Monsieur le ministre, une fois n'est pas coutume, je ne vais pas revenir sur l'historique du dossier, mais je vais me cantonner à vous poser toutes les questions qui étaient reprises dans mes deux questions jointes. Tout d'abord, pourriez-vous nous dresser un instantané de la situation en ce qui concerne la dermatose nodulaire contagieuse en France et en Belgique? Quel est votre retour quant à la demande d'arrêt des importations de viande bovine et/ou à l'idée d'un dépistage à l'achat? À l'heure actuelle, quel est le stock de vaccins dont dispose la Belgique? Devrait-il augmenter dans les prochaines semaines et prochains mois? Quel est le financement de la constitution de ce stock de vaccins? Une campagne de vaccination est-elle en cours d'élaboration? Le coût de la vaccination sera-t-il bien à la charge de l'État? C'est une question importante. Dans votre réponse à ma question parlementaire écrite n° 570 du 20 novembre 2025, vous me communiquiez que la Commission européenne était sur le point de reconstituer son stock de vaccins. Qu'en est-il aujourd'hui ? Dans la même réponse, vous évoquiez des "barrières législatives" quant à la constitution d'une banque de vaccins avec des pays voisins. Pourriez-vous être plus explicite à ce propos? Quelles sont ces barrières? Les vétérinaires demandent que les mesures sanitaires à prendre dans un rayon de 50 km autour du foyer de contamination passe à un rayon de 100 km. Quel est votre retour sur cette demande? La règlementation européenne réclame que les vétérinaires renvoient les flacons de vaccin non utilisés. À l'heure actuelle, ces actrices et acteurs manquent de clarté quant à la répartition de cette compétence. Ce renvoi doit-il se faire vers le niveau fédéral ou vers les régions? Il s'agit donc de nous éclairer sur la répartition des compétences. Enfin, la répartition des compétences en ce qui concerne la gestion des déchets semble manquer de cohérence. Si le niveau fédéral est chargé de gérer tous les déchets – qui restent des facteurs de transmission de la maladie – pour le foyer contaminé, c'est le niveau régional qui est chargé de gérer les déchets dans la zone de contamination. Quel est votre retour sur cette répartition des compétences? Ne risque-t-elle pas de créer des quiproquos, de l'attentisme, voire des renvois de responsabilités, dont notre pays a malheureusement l'habitude? De problematiek rond lumpy skin disease is hier al voldoende geschetst. Ik wil echter nog even nader focussen op het vaccineren. Mijnheer de minister, volgens berichten die wij hebben gelezen, onder meer in het magazine De Drietand , zou u de procedure hebben opgestart voor de aankoop van vaccins om snel te kunnen reageren indien er in België een haard wordt gedetecteerd. Wij merken immers dat de ziekte dichterbij komt. Wij weten ook dat vaccineren niet zonder gevolgen is, omdat ons land dan zijn ziektevrije statuut verliest. Dat kan zorgen voor beperkingen op de verplaatsingen. Daarom heb ik enkele vragen voor u. Wat is de status van de aanbesteding voor de vaccins? Met hoeveel vaccins wilt u de vaccinatiebank aanleggen? Welke risicoanalyses worden uitgevoerd om de sanitaire situatie te monitoren? Wat is daarbij de meest actuele stand van zaken? Is er ook al een impactanalyse gemaakt van de mogelijke economische gevolgen voor de sector bij een uitbraak van LSD? Ten slotte, u zou overleg plegen met de bevoegde administraties, de sectororganisaties en de dierenartsen. Ik begrijp dat zij daar echt op wachten of gewacht hebben. Kunt u ons mededelen of dat overleg al heeft plaatsgevonden en ook of daarbij ook de deelstaten uitgenodigd zijn? Beschikt België behalve over de voorziene vaccins ook over een vaccinatiebank om andere dierziekten te kunnen bestrijden, zodat wij weten voor welke aandoeningen er vaccins voorzien zijn en hoe groot de voorraden zijn? Ik dank u voor uw antwoorden. figurez-vous qu'il semble que l'espérance de vie d'un moustique ne soit pas possible en dessous de 15 degrés. Tant que nous sommes en dessous de 15 degrés, nous sommes donc plus ou moins protégés. Le principal risque actuel est celui lié au mouvement d'animaux et aux importations. Chaque bovin introduit en Belgique doit être accompagné d'un certificat sanitaire, et tout mouvement de bovins entre é tats membres doit être enregistré dans le système TRACES. Cela permet aux services de contrôle, tels que l'AFSCA, de suivre efficacement ces mouvements. La réglementation européenne interdit tout déplacement d'animaux provenant de zones réglementées, c'est-à-dire les zones autour d'un foyer détecté. En signant le certificat sanitaire, les autorités vétérinaires françaises attestent que les bovins ne proviennent pas de ces zones. Het is belangrijk eraan te herinneren dat de Europese wetgeving geen totaal importverbod voorziet op dieren afkomstig uit landen die niet ziektevrij zijn, zoals Frankrijk. Niettemin moet de import van runderen afkomstig uit dergelijke landen met de grootste voorzichtigheid worden behandeld. In deze context heb ik het initiatief genomen om te anticiperen op de noodzakelijke maatregelen. Er wordt een ontwerp van ministerieel besluit voorbereid dat strikte voorwaarden stelt aan de introductie van dieren uit landen die niet ziektevrij zijn, met name een strikte quarantaine van 30 dagen en het uitvoeren van testen bij het begin en aan het einde van deze quarantaine. Wat de vaccinatie betreft, wil ik benadrukken dat deze een essentieel wapen is tegen deze ziekte. We moeten klaarstaan om onmiddellijk tussen te komen wanneer de situatie dat vereist. De Europese regelgeving laat een preventieve vaccinatie tegen dermatose echter niet toe. Ik kan deze vaccinatie dus pas toestaan na vaststelling van een geval op ons grondgebied of op een afstand van onze grenzen die als kritiek wordt beschouwd. Als een dergelijke situatie zich voordoet, zal ik vanzelfsprekend de beslissing nemen om vaccinatie toe te staan. Deze beslissing moet echter op het gepaste moment worden genomen, omdat zij grote economische gevolgen heeft voor de sector. Zo veroorzaakt zij het verlies van het statuut van ziektevrij land zonder vaccinatie en komen er beperkingen op de verplaatsing en de verkoop van runderen en hun producten, inclusief zuivelproducten. Hoewel het mogelijk is om een beroep te doen op de beschikbare vaccinstock op het niveau van de Europese Commissie, heb ik de instructie gegeven om een procedure op te starten voor de aankoop van vaccins om een eerste stock in België op te bouwen. Dit dossier zal binnenkort aan de ministerraad worden voorgelegd. Enfin, une concertation avec les représentants du secteur, notamment l’Agrofront, les représentants vétérinaires et les administrations, sera organisée le 4 février afin d’assurer une information claire, une coordination efficace et une mobilisation de tous les acteurs concernés. Depuis le mois de septembre 2025, plusieurs séances d’information ont déjà été organisées à destination des secteurs de l’élevage et des vétérinaires. De nombreuses informations sont également disponibles sur les sites web des autorités et associations concernées. Une FAQ élaborée par le SPF Santé publique, répondant point par point aux questions des éleveurs, sera prochainement mise en ligne. Elle abordera tant les aspects sanitaires de la maladie que les conséquences pratiques de l’arrivée éventuelle de la dermatose nodulaire contagieuse sur le territoire belge – que personne n’espère, évidemment. Ik merk zeer zeker dat u de situatie op de voet opvolgt. Die strikte voorwaarden, met een strikte quarantaine van 30 dagen en testen aan het begin en aan het einde, zijn duidelijk. U hebt ook goed uitgelegd dat een totaal importverbod bijzonder moeilijk is. De preventieve vaccinatie wordt niet toegelaten. Ik denk dat het gewoon een kwestie van tijd is. U hebt het natuurlijk over die mugjes en over die grens van 15 graden. Zolang het hier nog wat kouder is, zitten we veilig. Tegelijk zien we bij transporten en in de stallen waar die dieren verblijven dat de temperatuur daar snel oploopt. Dat is ook goed voor die dieren, omdat het er warm genoeg is. Dat betekent wel dat die beestjes zouden kunnen overleven en dat het hier sneller zou kunnen zijn dan we denken. Ik merk dat u zich daarvan bewust bent. Het blijft wel een spijtige zaak dat we niet sneller kunnen schakelen en pas mogen starten wanneer het op ons grondgebied is of dicht bij de grens. Ik had ook van u gehoord dat u zelf een stock gaat aanleggen en dat u dat nog aan de ministerraad gaat voorleggen. Ik heb begrepen dat u daar geen timing voor heeft? Neen. Dat waren mijn bijkomende opmerkingen. Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. J'entends, et c'est une bonne chose, qu'il n'y a pas encore de cas sur notre territoire, et que c'est la raison pour laquelle la législation européenne ne nous permet pas de lancer une campagne de vaccination. Tout comme vous, je pense néanmoins qu'il s'agit d'un levier important et que, le cas échéant, si des cas venaient à être détectés sur notre territoire, il faudrait pouvoir lancer rapidement, au moment opportun, une large campagne de vaccination. Vous me connaissez, c'était déjà le cas lors de la maladie de la langue bleue: ma volonté sera que la décision soit prise de le faire à charge de l'État. Le cas échéant, je pourrai déposer un texte auquel vous vous opposerez dans un premier temps, mais sur lequel vous me suivrez par la suite. C'est ainsi que nous fonctionnons et c'est une équipe qui fonctionne bien en matière de remboursement de la vaccination. Il y a par ailleurs un vrai problème de répartition des compétences, par exemple pour le renvoi des flacons de vaccin non utilisés. On ne sait pas si ce renvoi doit se faire au niveau fédéral ou régional. Même problème de répartition des compétences en ce qui concerne la gestion des déchets. Je sais que le temps qui vous est imparti est court et qu'il est compliqué pour vous de répondre à toutes les questions. Par rapport à ces questions spécifiques de répartition de compétences, je me permettrai donc de déposer une question écrite, pour permettre à votre cabinet de clarifier la situation afin que le secteur puisse y voir un peu plus clair. C'est actuellement un imbroglio, qui pourrait générer des quiproquos et des renvois de responsabilité, ce que j'aimerais éviter. Mijnheer de minister, ook ik heb opgemerkt dat u niet echt bent ingegaan op de aanbesteding voor vaccinaties, maar ik heb gehoord dat u een stock zult aanleggen en daarmee naar de ministerraad zult gaan. U geeft daar echter geen timing voor, dus de vraag is hoe ernstig en concreet die plannen al zijn. We kunnen daar via verdere vragen nog op ingaan. Ochratoxine A in rozijnen en studentenhaver Mijnheer de minister, eind 2025 riepen supermarktketens Cora en Carrefour rozijnen en biologische studentenhaver terug, omdat ze een te hoog gehalte aan Ochratoxine A bevatten. Dat is een giftige stof die door schimmels in voeding kan ontstaan en schadelijk is voor de gezondheid. Een langdurige blootstelling aan Ochratoxine A kan namelijk nierschade veroorzaken en is mogelijk ook kankerverwekkend. Ten eerste, de terugroepactie gebeurde in overleg met het FAVV. Wanneer werd het voedselagentschap op de hoogte gebracht en wanneer werd beslist om die producten uit de handel te halen en terug te roepen? Ten tweede, werden extra controles uitgevoerd naar de aanwezigheid van Ochratoxine A in rozijnen of studentenhaver van andere supermarktketens met eenzelfde leverancier? Ten derde, werd een onderzoek gestart naar structurele problemen in de voedselketen, zoals opslag, transport of import uit bepaalde regio’s? Ten slotte, overweegt u bijkomende sensibilisering van producenten en distributeurs over het voorkomen van schimmelvorming en dergelijke in voeding? Ik dank u alvast voor uw antwoorden. Ochratoxine A is een mycotoxine die wordt geproduceerd door schimmels zoals Aspergillus en Penicillium. De stof komt vooral voor in plantaardige producten zoals granen, koffie en gedroogd fruit. De vorming ervan wordt gestimuleerd door een hoge vochtigheid of onvoldoende droging van de grondstof en door een ongeschikte temperatuur. Het FAVV werd op 19 december 2025 door de Luxemburgse autoriteiten op de hoogte gebracht via het Europese RASFF-systeem. De betrokken distributeurs Cora en Carrefour publiceerden respectievelijk op 25 en 26 december 2025 een persbericht over de terugroepactie. Op 2 januari 2026 trokken de Luxemburgse autoriteiten de RASFF-melding in na een tweede analyse. De betrokken producten werden op basis van die analyse als conform beschouwd. Bijgevolg werden de Belgische terugroepmaatregelen en de persberichten opgeheven. De betrokken loten werden geïdentificeerd aan de hand van traceerbaarheidsgegevens. Er waren geen andere supermarkten betrokken. Wanneer de leverancier of producent in een andere lidstaat is gevestigd, voert de bevoegde autoriteit van die lidstaat het onderzoek en informeert zij andere lidstaten via het RASFF-systeem. De procedure is erop gericht alle mogelijk betrokken loten in kaart te brengen. In dit geval was dat niet nodig vanwege de conforme resultaten van de tweede analyse uitgevoerd door Luxemburg. Mycotoxinen, waaronder ochratoxine A, vormen een bekend gevaar voor bepaalde producten. Ze zijn strikt gereglementeerd in de Europese wetgeving. Exploitanten en bevoegde autoriteiten zijn zich bewust van de risico's en zetten zich in om de veiligheid van de consumenten te waarborgen. Het betreft dus geen structureel probleem, maar een gevaar dat van nature, afhankelijk van de weersomstandigheden, aanwezig kan zijn in bepaalde producten. De controle van grondstoffen en eindproducten valt in eerste instantie onder de verantwoordelijkheid van de producent of leverancier en de betrokken supermarktketens in het kader van hun autocontrolesystemen. De betrokken sectoren, poductie, verwerking en distributie, nemen de controle op mycotoxine, waaronder ochratoxine A, al lang op in hun richtlijnen voor autocontrole. Tot slot voert het FAVV jaarlijks monsternemingen uit in het kader van het controleplan. De programmatie van die monsters is risicogebaseerd. Het agentschap volgt eveneens systematisch de Europese RASFF-meldingen en de verplichte notificaties van operatoren op. Dank u wel, mijnheer de minister. Het is goed dat er een tweede analyse is uitgevoerd met een gunstig resultaat, waardoor de melding kon worden ingetrokken. Dat illustreert natuurlijk wel waarom strenge regels noodzakelijk zijn met betrekking tot het drogen en correct bewaren van onder andere fruit, granen of koffie, die dan ook gevolgd moeten worden door producenten en leveranciers. Het is ook geruststellend dat het FAVV instaat voor jaarlijkse extra controles op basis van staalnames. Ik heb over de materie ook een extra schriftelijke vraag ingediend om een beter beeld te krijgen van het voorkomen van ochratoxine A in onze voeding het afgelopen jaar. Ik kijk uit naar uw antwoord daarop. De vaccinatie van pluimvee tegen de vogelgriep De vogelgriep: vaccinatie, preventiebeleid en Europees gelijk speelveld De impact van de trage aanpak van de vogelgriepuitbraken in Frankrijk op Vlaamse pluimveehouderijen De verspreiding van de vogelgriep in België Antistoffen van vogelgriep bij melkvee Vogelgriep bij melkkoeien Mijnheer de minister, dit is een belangrijk onderwerp. De vogelgriep heeft weer toegeslagen. Weliswaar verliepen de besmettingen nu via wilde vogels, maar sowieso heeft dat een heel zware impact op de Belgische pluimveehouderij. Ik heb begrepen dat het heel actueel is en dat er momenteel een tiental besmettingshaarden zijn in West-Vlaanderen. Uiteraard is er een preventiebeleid, dat vooral gericht is op het garanderen van de bioveiligheid, het monitoren en het ruimen in het geval dat zich besmettingen zouden voordoen. Helaas ondervinden getroffen bedrijven zware economische schade. Een deel van de onkosten wordt vergoed vanuit het Sanitair Fonds, maar u weet ook dat dat slechts het topje van de ijsberg is en dat er geen rekening met de totale economische schade wordt gehouden. Daarom is het ook logisch dat de sector nadenkt over een vaccinatiebeleid om uitbraken in de toekomst te kunnen voorkomen en om massale ruimingen te kunnen beperken. Dat brengt uiteraard eveneens kosten met zich mee en het vereist ook een strikt monitoringskader op Europees niveau en liefst ook een Europees uniform beleid. Ik heb immers begrepen dat vaccinatie ook een impact op de economische valorisatie kan hebben. Dat vaccinatie geen overbodige luxe is, bewijst de evolutie van de aard van de vogelgriep, waarbij bepaalde varianten zich ook verplaatsen naar andere dieren, bijvoorbeeld rundvee. Ik ben ook geen wetenschapper, mijnheer de minister, maar ik heb begrepen dat het risico op overdracht naar de mens ook niet onbestaande zou zijn, waardoor nog meer preventie en risico-inperking absoluut noodzakelijk zijn. Mijnheer de minister, hoe staat u tegenover de vaccinatie tegen vogelgriep voor leg- en vleeskippen? Vindt u dat een wenselijke optie? Heeft het FAVV al kunnen nagaan welke ervaringen men in onze directe buurlanden heeft met vaccinatie tegen vogelgriep? Acht u een Belgische vaccinatiestrategie verantwoord, zonder garanties inzake een gelijk speelveld op de Europese markt? Bent u bereid om dat dossier op de Europese agenda te zetten en te pleiten voor een geïntegreerde aanpak van vogelgrieppreventie? Daaraan wil ik vragen toevoegen over de uitbraak van het vogelgriepvirus in Noord-Frankrijk en de impact daarvan op de West-Vlaamse pluimveehouderijen. Ik ga meteen over tot mijn vragen. Welke conclusies trekt u uit het feit dat de ruimingen in het Noord-Franse bedrijf zo traag zijn verlopen? Wat is de impact daarvan op onze grensregio? Op welke manier kunnen we die regio beter beschermen tegen uitbraken? Op welke manier wilt u dat aankaarten in het overleg met de Franse overheid, met het oog op een snellere en meer gecoördineerde aanpak van haarden in grensgebieden? Ik heb daarnet gehoord dat u de minister hebt gesproken, hopelijk ook over dat thema. Is het mogelijk dat vanuit het FAVV en Sciensano ondersteuning wordt geboden aan de bevoegde Franse autoriteiten, zodat zij de goede praktijken uit België, met name de snelle ruimingen, beter kunnen toepassen? Kan er een economische impactanalyse worden gemaakt van die uitbraken, zowel op bedrijfsniveau als op sectorniveau, om de gevolgen en de marktverstoring na het opheffen van de zones correct te kunnen inschatten? Welke preventieve of bewarende maatregelen kunnen het FAVV en Sciensano nog nemen om pluimveebedrijven beter te beschermen tegen de gevolgen van vogelgriepuitbraken? We worden klaarblijkelijk met de regelmaat van de klok opnieuw geconfronteerd met uitbraken, en met besmettingsrisico’s als gevolg. Mijnheer de minister, ik sluit me aan bij de vragen over het vaccinatie- en preventiebeleid en het Europees gelijk speelveld, dat dringend moet worden bekeken. Ik heb twee vragen ingediend, maar ik breng alleen de vragen aan die nog niet gesteld zijn. Op 23 januari, enkele dagen geleden, werd vogelgriep vastgesteld bij een melkkoe. Is dat signaal al besproken binnen Sciensano, de Risk Assessment Group of de Risk Management Group? Werd er een voorlopige inschatting gegeven? Wordt in België of Vlaanderen vandaag al actief gemonitord op vogelgriep bij runderen? Dat zou bijvoorbeeld kunnen via melkmonsters, tankmelk of serologie. Deelt u ook de inschatting dat het laag volksgezondheidsrisico nu eerder als een zorgwekkende nieuwe ontwikkeling moet worden beschouwd? Zult u daarvoor bijkomend risicobeoordelingsonderzoek laten uitvoeren? Acht u het aangewezen om het Vlaams en Belgisch draaiboek rond vogelgriep en mogelijke zoönosen uit te breiden met een expliciet luik rond melkvee? Monsieur le ministre, à l'heure d'écrire ces lignes, j'apprenais que les oiseaux retrouvés morts à l'étang de Pécrot, un village du Brabant wallon, étaient positifs à la grippe aviaire. Peu avant, la presse nous communiquait qu'un foyer de la maladie avait été détecté dans un élevage de volailles à Dixmude, en Flandre occidentale, donnant lieu à un abattage comme le veut le protocole. Depuis l'automne 2025, des foyers ont été détectés dans 19 élevages de volailles et chez deux éleveurs amateurs. Les pays voisins sont également touchés. Le 17 décembre 2025, vous nous communiquiez, monsieur le ministre, au sein de cette commission, qu'entre 2022 et 2024, "l'AFSCA avait mobilisé la réserve de crise pour un montant total de 6,689 millions d'euros (…). Il est en outre estimé qu'au moins 1,4 million d'euros supplémentaire sera nécessaire pour continuer à gérer les épidémies en cours. Dès lors, la réserve de crise prévue, fixée à 10 millions d'euros, s'avère insuffisante. Un dossier est en cours de préparation afin de solliciter un budget auprès du Conseil des ministres. L'AFSCA reconstituera ses réserves dès que possible, notamment grâce au cofinancement prévu par l'Union européenne dans le cadre de la lutte contre la grippe aviaire." Monsieur le ministre, pourriez-vous faire le point sur la situation concernant la propagation du virus de la grippe aviaire sur notre territoire? Le gouvernement ayant entamé l'année 2026 avec les douzièmes provisoires, pourriez-vous nous communiquer les réserves budgétaires actuelles et à venir de l'AFSCA dans sa lutte contre la propagation de maladies? Comment l'Union européenne participe-t-elle au cofinancement de la lutte contre cette maladie qui devient endémique? Où en est la question de la vaccination déjà existante en France pour les canards? Mijnheer de minister, antistoffen tegen vogelgriep zijn voor zover bekend niet eerder aangetoond bij melkvee in Europa, maar zoals mevrouw Bury daarnet aangaf, is daar enkele dagen geleden toch verandering in gekomen in Nederland. Op 15 januari werd melkvee op een bedrijf waar een besmette kat met vogelgriep werd aangetroffen, gescreend via een steekproef. Er bleken geen zieke dieren aanwezig te zijn, maar er werd daarnaast ook onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van antistoffen. Die werden wel gevonden in melkmonsters van één koe. Dat duidt dus effectief op een doorgemaakte infectie van het virus bij die koe. Dat voorval in ons buurland moet ons zorgen baren, want ook ons eigen land is vatbaar voor zoönotische infecties, vanwege de hoge dichtheid van de veestapel en de nabijheid van de veestapel bij de bevolking, zeker wanneer we meerdere meldingen krijgen van vogelgriepuitbraken verspreid over het hele land. Mijnheer de minister, zullen er naar aanleiding van dat recente voorval in Nederland ook in België steekproeven worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van antistoffen bij melkvee? Zullen stalen van melk worden gecontroleerd of zal eventueel afvalwater van melkveebedrijven worden gescreend? Wat is daarnaast de rol van Sciensano daarin? Is Sciensano het referentielaboratorium? Zal er een aanbeveling van het FAVV komen over de consumptie van rauwe melk, eventueel nadat controles hebben plaatsgevonden? Tout d’abord, en ce qui concerne les questions relatives à la vaccination, je rappelle souvent qu'elle constitue une mesure supplémentaire au sein d’une stratégie plus large de lutte contre la grippe aviaire. Un groupe de travail spécifiquement dédié à la vaccination contre la grippe aviaire a été mis en place par le SPF Santé publique afin de définir une stratégie de vaccination adaptée. Toutefois, des obstacles majeurs doivent encore être surmontés afin d’envisager une vaccination à grande échelle en Belgique, notamment la disponibilité de vaccins appropriés et efficaces, la faisabilité pratique de leur mise en œuvre, les restrictions commerciales imposées par des pays tiers, ainsi que la nécessité d’un contrôle rigoureux des exploitations vaccinées pour garantir qu’aucun virus ne s’y introduise. Ces défis font actuellement l’objet d’analyses approfondies tant au niveau national qu’au niveau européen. L’Organisation mondiale de la santé animale (OMSA) et la Commission européenne ont mis à jour leurs codes afin d’autoriser et d’encadrer la vaccination contre l’influenza aviaire hautement pathogène (IAHP). Au niveau européen, les mouvements de volailles vaccinées destinées à l’abattage immédiat, d’œufs à couver et de poussins d’un jour issus de volailles vaccinées, ainsi que les produits issus de volailles vaccinées, peuvent être autorisés entre États membres, moyennant une surveillance renforcée dans l’établissement d’origine, un résultat favorable à une inspection clinique ou des conditions de transport spécifiques. S’agissant des pays tiers, ils sont libres d’imposer un embargo sur les volailles vaccinées ou leurs produits. Des discussions sont en cours à ce sujet entre ces pays tiers et la Commission européenne, mais aussi directement entre les pays tiers et les États membres appliquant la vaccination. L’impact de la vaccination sur les exportations constitue toutefois un point important à garder à l’esprit. Tant l’éradication des foyers que les campagnes de vaccination sont coûteuses et s’accompagnent de restrictions commerciales. En France, la vaccination s’est finalement révélée moins coûteuse que la lutte contre les précédentes flambées de l'IAHP. Cependant, comme vous l’avez souligné, la situation en Belgique diffère de celle de la France. Cette dernière a vacciné ses canards afin de protéger la production de foie gras, un produit à très forte valeur. De kosten-batenverhouding van een vaccinatiecampagne tegen hoogpathogene vogelgriep in België wordt momenteel geëvalueerd door de specifieke werkgroep. Wat de situatie van de vogelgriep in Frankrijk en België betreft, is sinds januari 2026 in West-Vlaanderen een groot aantal haarden vastgesteld, meestal gelinkt aan gevallen die in Frankrijk nabij de grens werden waargenomen. Sinds 2022 worden de crisisreserves van het FAVV gemobiliseerd om de kosten in verband met vogelgriep te dekken. Tot op heden worden de uitgaven sinds 2022 geraamd op 12,7 miljoen euro. De Franse veterinaire autoriteiten, waarmee de diensten van het FAVV overigens frequent bilaterale contacten onderhouden, stellen alles in het werk om te zorgen voor de verwijdering van de dieren en voor de reiniging en ontsmetting van de haarden. Ik ben momenteel van mening dat de vastgestelde vertraging een geïsoleerd incident is. Indien de problematiek zich zou herhalen, zou het FAVV overleg plegen met de Franse veterinaire autoriteiten om na te gaan hoe de situatie kan worden verbeterd. Indien dat geen bevredigende resultaten oplevert, zal ik mijn Franse ambtgenoot raadplegen. Er zijn geen aanwijzingen dat de Franse autoriteiten en hun Nationale Agentschap voor Sanitair Veiligheid, het ANSES, niet in staat zouden zijn om de situatie te beheersen. De Europese cofinanciering voor de strijd op het vlak van dier- en plantgezondheid werd sterk verminderd, van 50 % naar 20 %. Tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap hebben wij raadconclusies aangenomen die een evaluatie van de gevolgen bevatten. Als de lidstaten dat deel zelf moeten dragen, riskeren we minder opvolging, minder harmonisatie en verzwakking van de interne markt en bijgevolg meer sanitaire risico's voor dieren, planten en mensen. Wij zullen die conclusies gebruiken om het debat op te starten met het oog op een herwaardering van de cofinanciering in een nieuw Europees meerjarig financieel kader vanaf 2027. Een volledig en geactualiseerd overzicht van de gevallen, ook bij wilde vogels, is beschikbaar op de website van het FAVV. De controlemaatregelen in geval van haarden van hoogpathogene vogelgriep zijn vastgesteld in de Europese regelgeving en geharmoniseerd tussen de verschillende lidstaten. Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. U monitort de situatie wel, maar treedt weinig proactief op om toekomstige crisissen op het vlak van vogelgriep aan te pakken. Ik zal uw antwoord nog eens grondig nalezen en op basis daarvan eventueel extra vragen stellen. Mijnheer de minister, ik blijf ook wat op mijn honger zitten. Ik stel vast dat u de zaken in handen wilt nemen. U verwijst naar de werkgroep van de FOD en de controle van de gevaccineerde dieren. U zegt dat Europa het op het vlak van export en import nog altijd moeilijk maakt, aangezien lidstaten ook onderling embargo's kunnen opleggen. Het schoentje blijft wringen. Bij gebrek aan coherent beleid op Europees niveau, is het vooral gissen wat al dan niet mag en wat al dan niet lukt. Al die regels kunnen bovendien veranderen of eenzijdig worden aangepast. U had het ook over West-Vlaanderen. U hebt eerlijk aangegeven hoeveel het momenteel al heeft gekost om dieren te ruimen. De vaccinatie van eenden in Frankrijk toont echter aan dat vaccinatie goedkoper is gebleken dan alle dieren te blijven ruimen. U hebt namelijk gemeld dat de kostprijs ondertussen is opgelopen tot 12,7 miljoen euro. Het is dus van belang dat de werkgroep van de FOD snel conclusies formuleert, om te beslissen of we dat traject al dan niet opstarten. U verklaarde ook dat de Europese middelen zijn gedaald. Het debat dat u daarover opstart in het kader van het nieuw Europees financieringskader, zal echter pas in 2028 plaatsvinden. Dat is een eerlijk antwoord, maar uiteraard niet het antwoord waarmee we onmiddellijk aan de slag kunnen. Ook dit dossier zullen we dus verder opvolgen. Jammer genoeg zullen we er nog extra vragen over moeten stellen. Monsieur le ministre, cette commission est toujours l’occasion de faire le monitoring de la situation. Je vous remercie pour cela. J’entends le travail qui est réalisé au sein du groupe de travail vaccination. Il faut continuer et maintenir le dialogue avec nos voisins français afin de pouvoir regarder ce qu’il s’y passe et de mieux se coordonner. Comme j’ai l’habitude de le dire sur cette thématique, je reviendrai vers vous si la situation venait à évoluer. Je ne manquerai pas alors de vous interroger à nouveau. Mijnheer de minister, ik wens nog op te merken dat ik op geen enkele vraag inzake melkvee een antwoord heb gehad. Ik weet wel dat die vraag zeer recent is ingediend, dus misschien is ze daarom niet beantwoord. Ik was immers uw antwoorden op mijn vragen aan het oplijsten, onder andere over het Europese speelveld, en nu valt het mij op dat mijn vragen over het incident in Nederland nog niet beantwoord zijn. Ik vroeg of dat signaal besproken werd bij Sciensano, of u vandaag actief de tankmelk en de melkmonsters monitort en of u dat luik zult uitbreiden naar melkvee. Als u op die vragen geen antwoord hebt, wacht ik af. U kunt het mij altijd bezorgen, maar ik heb daar tot nu toe geen enkel antwoord op gehoord. Ik was even in de war. De voorzitster : Goed, u hebt dat punt gemaakt. Mevrouw Peeters, u hebt het woord. Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk een gelijkaardige repliek. Ik dank u voor de toelichting over de vaccinatiestrategie en de aanpak van de werkgroep wat betreft beschikbaarheid, haalbaarheid en controle. Ik heb mijn vraag gisteren pas ingediend, dus net zoals mevrouw Bury heb ik alle begrip dat er nog geen concrete antwoorden zijn. Het gaat overigens om een zeer recent voorval. We zijn pas gisteren op de hoogte gebracht van het feit dat er antistoffen van vogelgriep zijn aangetroffen bij een melkkoe. Ik wil er toch op aandringen dat dit een signaal moet zijn om melkveebedrijven ook in het oog te houden en te controleren, zeker wanneer ze in de directe omgeving van een pluimveebedrijf of een hobbyhouder liggen waar een vogelgriepuitbraak is vastgesteld. Eventueel kan op mijn vraag later nog een schriftelijk antwoord volgen, zo niet dienen we de vraag opnieuw in. Je n'ai pas reçu cette question donc je n'ai pas répondu. De vraag werd gisteren vóór 11.00 uur ingediend. La grippe aviaire des vaches à lait. Cela m'inquiète un peu. Je propose que vous posiez la question plus tard. De voorzitster : Mijnheer de minister, kan uw kabinet de antwoorden met bekwame spoed schriftelijk bezorgen, als de Kamerleden daarmee akkoord gaan? De leden hebben de vragen immers gesteld, dus ze zouden genoodzaakt zijn om de vragen opnieuw in te dienen. Je n’ai même pas la question, donc je veux bien m’engager à aller très vite mais, déjà, ici nous avons reçu les questions à 11 heures hier. Vous ne vous rendez pas compte de tout ce que nous devons faire pour répondre dans les délais. Ici, je ne l’ai pas, donc je ne peux pas inventer. Non. Je veux bien aller le plus vite possible, mais je ne sais pas répondre à une question que nous n'avons pas reçue. Ik zal de vraag opnieuw indienen zodat ze in een volgende commissievergadering uitgebreid kan worden beantwoord. De voorzitster : Dat lijkt me inderdaad een strak plan. Mais vous pouvez l’envoyer par écrit et on répondra très vite. Cereulide in babyvoeding De terugroeping van babyvoeding Het toxine cereulide in zuigelingenvoeding van Nestlé De besmette babymelk van Nestlé Inderdaad, het gaat om iets wat de laatste tijd bijna dagelijks in de actualiteit komt. Het betreft een vraag die ik begin dit jaar, op 6 januari 2026, heb ingediend, omdat ik op de website van het FAVV op 5 januari een terugroepactie van Nestlé had gezien. Het ging om een tiental babyvoedingsproducten van het merk Nan, die preventief werden teruggeroepen wegens een mogelijke aanwezigheid van cereulide. Nadien werden ook andere merken uit de rekken gehaald omwille van dezelfde problematiek, bijvoorbeeld Profutura 1 van Danone op 24 januari en vandaag ook Optima 1 van het merk Babybio. Op het moment dat ik mijn vraag indiende, waren er nog geen ziektegevallen vermeld. Ondertussen zou er wel sprake zijn van één zieke baby door een besmetting in ons land. In Frankrijk loopt bovendien een onderzoek naar de dood van twee baby’s. Het spreekt voor zich dat het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen hiermee absoluut geen risico’s neemt, gezien de kwetsbaarheid van zuigelingen. Inname van cereulide kan leiden tot braken, diarree en ongebruikelijke loomheid, doorgaans binnen 30 minuten tot 6 uur na consumptie. De niet-conformiteit werd ontdekt tijdens interne kwaliteitscontroles en bleek afkomstig van een grondstof van een leverancier. Ondertussen, drie weken na het indienen van mijn vraag, kennen we ook de bron. Het gaat om een bedrijf uit de Chinese stad Wuhan. Ik heb hierover de volgende vragen. Wanneer werd het FAVV op de hoogte gebracht van de mogelijke contaminatie met cereulide en hoe snel werd beslist tot terugroeping? Zijn er via het FAVV ondertussen, naast de ene melding waarover ik daarnet sprak, nog andere bevestigde ziektegevallen bij baby’s gemeld? Welke controles bestaan er momenteel op grondstoffen die worden gebruikt in babyvoeding, meer bepaald in babymelk, en acht u die voldoende streng? Wordt onderzocht of er bij de betrokken leveranciers eerdere niet-conformiteiten werden vastgesteld? Welke bijkomende controles kunnen daaruit volgen? De voorzitster : Voor ik u het woord verleen, mevrouw Bury, wil ik nog opmerken dat ik begrepen heb dat de minister om 17.30 uur moet vertrekken. Ik wil de rechten van de parlementsleden zeker niet inperken, maar als dat een harde deadline is, lijkt het mij aangewezen om bij samengevoegde vragen de context wat in te korten en ons tot de vragen te beperken. Ik hou het kort, mevrouw de voorzitster. Het gaat inmiddels niet alleen om Nestlé maar ook om Danone. Er circuleren ook berichten dat het eigenlijk al heel lang in die producten zou zitten. Ik weet niet of u daarover informatie hebt, maar dat is zeer verontrustend nieuws. Ik heb dat gisteren nog in de krant gelezen. Zult u extra handhavingsmaatregelen nemen? Er blijkt immers toch sprake te zijn van nalatigheid of een tekortschieten van de controles. De problemen met babyvoeding kwamen aan het licht via interne controles van de producent en niet via het toezicht van het FAVV. Dat is in het verleden ook al gebeurd met onder meer Coca-Cola en Sprite, als ik mij niet vergis. Hoe staat u tegenover de afhankelijkheid van zelfcontrole? Moet dat niet eens opnieuw worden bekeken? Monsieur le ministre, après la mort suspecte de deux nourrissons ayant consommé un lait infantile rappelé par Nestlé, nous avons appris vendredi dernier qu'en Flandre, un bébé était également tombé malade en début de mois après avoir consommé ce même produit. Heureusement, aujourd'hui, le bébé est rétabli, mais des analyses de laboratoire ont confirmé que la cause de la maladie était la toxine céréulide présente dans le lait infantile. Nous sommes peut-être au début d'un potentiel scandale qui pourrait avoir une ampleur plus importante. Nestlé avait engagé le 5 janvier dernier un rappel massif de laits infantiles des marques Guigoz et Nidal en raison de la présence potentielle de céréulide, un composant toxique qui peut être responsable d'importants vomissements. Nous devons faire toute la lumière sur cette affaire, d'autant plus que depuis le dépôt de la question, d'autres marques comme Danone ou Nan procèdent également à des rappels, de quoi inquiéter les parents. Monsieur le ministre, quelles sont les dernières informations dont vous disposez au sujet de ce scandale de lait infantile produit par Nestlé, rappelé semble-t-il trop tard, puisqu'il aurait rendu malade un nourrisson en Flandre et est suspecté d'avoir causé la mort de deux enfants en France? Depuis le dépôt de cette question, d'autres cas ont-ils été recensés dans notre pays, en France ou ailleurs? Quel est le retour de l'AFSCA quant aux contrôles effectués sur ce genre de produits? Nestlé a-t-il réagi trop tardivement? Mevrouw de voorzitster, hetgeen nu gebeurt is een nachtmerrie voor ouders. Zij moeten absoluut zeker kunnen zijn dat de flesvoeding voor hun baby veilig en gezond is. Het is aan de bedrijven die babymelk produceren om te garanderen dat die melk veilig is. Het is bijzonder verontrustend. Vlaams minister Caroline Gennez is onmiddellijk in actie geschoten. Zij vroeg aan het FAVV om de veiligheid van babymelk te onderzoeken en op te volgen. Federaal bleef het een beetje stil. Mijnheer de minister, hoelang waren u en het FAVV al op de hoogte? Heeft het FAVV onmiddellijk opgetreden? In het kader van het nieuwe actieplan One Health benadrukt u het belang van preventie van microbiologische risico’s in de volledige voedselketen. Kunt u toelichten hoe het FAVV dit concrete dossier opvolgt en of u in het licht van deze gebeurtenissen bijkomende of gerichtere controles overweegt om babyvoeding en de gebruikte grondstoffen veiliger te maken? Mevrouw de voorzitster, collega’s, op 5 januari 2026 werd het FAVV door Nestlé België op de hoogte gebracht dat tijdens een interne kwaliteitscontrole de mogelijke aanwezigheid van cereulide aan het licht was gebracht in een grondstof die wordt gebruikt bij de bereiding van babyvoeding, met name arachidonzuurolie. De operator bezorgde de traceerbaarheidsgegevens en de lijst van de betrokken producten. Nestlé ging over tot een preventieve terugroeping van de producten en informeerde het publiek via een persbericht. Op 6 januari 2026 werd het FAVV via het Europese systeem eveneens op de hoogte gebracht, omdat het ging om producten die in Nederland waren geproduceerd. Op 7 januari 2026 werd een extra product opgenomen in de terugroepactie zodra de volledige traceerbaarheid in kaart was gebracht. Er waren drie meldingen van zuigelingen die symptomen vertoonden. In één geval kon een verband worden aangetoond tussen de inname van de babymelk van Nestlé en de symptomen. Dat geval werd op 23 januari 2026 gemeld door het Departement Zorg. De uitgevoerde analyses brachten de aanwezigheid van cereulide aan het licht in de stoelgang van de baby. Het lot van de geconsumeerde melk maakte wel degelijk deel uit van de teruggeroepen producten. Ik wil benadrukken dat de baby na een tiental dagen volledig was hersteld en het vandaag goed maakt. Bovendien heeft het FAVV op 23 januari 2026 een RASFF-melding ontvangen voor melkpoeder van Danone voor dezelfde problematiek. Op 24 januari 2026 volgde een persbericht. Vanmorgen werd een nieuwe terugroeping gepubliceerd, ditmaal voor een product van het merk Vitagermine. Les préparations pour nourrissons sont soumises à des normes européennes très strictes, avec des teneurs maximales aux différents contaminants chimiques et microbiologiques particulièrement basses en raison de la vulnérabilité des nourrissons. Le contrôle des matières premières et des produits finis repose d'abord sur l'autocontrôle obligatoire des opérateurs, complété par des contrôles ciblés de l'AFSCA. À titre d'exemple, en 2024, 948 échantillons de préparations pour nourrissons ont été analysés à partir d'un total de 4 425 paramètres. Tous les résultats se sont révélés conformes. L'AFSCA et moi-même réservons une attention particulière à ce type de signalement. Dans l'immédiat, l'AFSCA a mené des enquêtes complémentaires auprès des fabricants de préparations de lait pour bébés en Belgique. Il en ressort que les matières premières utilisées proviennent de fournisseurs non concernés par le rappel. Par ailleurs, une révision de la méthodologie de contrôle de l'AFSCA est en cours afin de renforcer encore le ciblage des contrôles parmi les populations les plus vulnérables. Voilà ce que je puis vous dire, en l'état actuel des choses, mesdames et messieurs les députés. Mijnheer de minister, ik dank u voor de antwoorden. Het is goed te vernemen dat het FAVV heel snel bijkomend onderzoek heeft ingesteld en dat het ook andere producten test. Ik merk toch heel wat bezorgdheid bij jonge ouders. Veel mensen zijn op zoek naar correcte informatie, dus ik wil u vragen om het FAVV op te roepen om de resultaten van die bijkomende onderzoeken zo snel mogelijk op hun website te publiceren, zodat ouders weten welke melk zij op een veilige manier aan hun kind kunnen geven. Ik wil u ook vragen om er eventueel in samenspraak met het Departement Zorg voor te zorgen dat we kort op de bal kunnen spelen. Het is immers echt niet fijn om nu als jonge mama of papa met zoveel vragen over babyvoeding te zitten. Ik hoop dat het FAVV daarover snel zal communiceren op de website. Mijnheer de minister, het is inderdaad heel belangrijk dat er meer wordt gecommuniceerd dan Nestlé en Danone nu hebben gedaan. Ik stel mij vragen bij het feit dat Danone dat pas veel later deed. Het eerste feit deed zich voor op 5 januari en Danone heeft nu pas gecommuniceerd. Het bedrijf weet toch wie zijn leveranciers zijn en ik begrijp niet dat het daar niet alle hens aan dek is, dat ze pas drie weken later in actie schieten. Ondertussen zijn er immers nog veel producten verkocht. We zullen zien wat de gevolgen daarvan zijn. U hebt het over 948 gecontroleerde stalen in 2024. Dat toont toch de grenzen van het systeem aan. Wat betreft de besmette grondstoffen in de keten, de leverancier moet zelf melden dat er iets fout is gelopen. Dat was ook het geval met Coca-Cola, dat ook laattijdig communiceerde. Het is moeilijk om een systeem te hebben dat 100 % waterdicht is, maar we moeten ons de vraag stellen of zelfcontrole in geval van voeding voor baby's of ouderen wel afdoende is. Op die vraag heb ik geen antwoord gekregen, maar u hebt alleszins een goede chronologie van de feiten geschetst. Merci, monsieur le ministre, d'avoir fait le point sur cette situation inquiétante, avec ces deux décès suspects en France et ce cas d'un bébé malade en Flandre. Je trouve que c'est une bonne chose que l'AFSCA fasse des contrôles complémentaires de manière proactive, et puisse au moins tenter de débusquer d'autres défauts éventuels dans ces laits infantiles. Il s'agit en effet de produits pour lesquels on n'a pas le droit à l'erreur. J'espère que d'autres cas de ce genre ne se présenteront plus, ni chez nous, ni ailleurs. Mevrouw de voorzitster, ik wil aansluiten bij de andere vraagstellers. Er blijft vandaag immers heel veel onduidelijkheid, wat zorgwekkend is. Het gaat hier over de gezondheid van onze kinderen. Er moet meer duidelijkheid komen. De betrokken bedrijven moeten transparant zijn over hun productieproces en over wat fout liep, zodat ouders weten wat te doen en opnieuw met een gerust hart een flesje melk aan hun baby’tje kunnen geven en vooral zodat geen andere slachtoffers of zieke baby’s meer moeten worden gemeld. Mijnheer de minister, ik dank u. Ik hoop dat u met een en ander aan de slag gaat en dat u het dossier blijft opvolgen. Een nieuwe campagne over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag. Geachte minister, Volgens een recente IPSOS-enquête blijkt dat 63% van de Belgen het woord "gewasbeschermingsmiddelen​" niet kent. 67% van respondenten heeft bovendien nooit campagneposters die het gebruik hiervan moeten sensibiliseren opgemerkt. Desondanks, en tegen de aanbevelingen van middenveldorganisaties zoals BBL en Velt in, heeft men dit jaar opnieuw een campagne uitgedokterd waar de term 'gewasbeschermingsmiddelen' de kern van de campagne vormt. Ik heb hier de volgende vragen over: Gezien de grote onwetendheid over het de term 'gewasbeschermingsmiddelen'; gezien de grote onzichtbaarheid van de vorige campagne; en gezien de negatieve adviezen van de NGO's in de NAPAN-adviesraad, in welke mate werd rekening gehouden met de evaluatie van vorige campagnes, feedback, en lessons-learnt? Waarom werd er alsnog gekozen voor een nieuwe gelijkaardige campagne? Hoe schat u de effectiviteit ervan in, gezien ook de negatieve adviezen? Hoeveel budget werd voorzien voor deze nieuwe campagne? Welke andere maatregelen zal u nemen om het stijgend gebruik van schadelijke gewasbechermingsmiddelen meer te sensibiliseren? Deze campagne focust op particulieren, terwijl 94% van het gebruik (in 2019) door de landbouwsector zelf was. In uw antwoord op mijn eerder vraag over glyfosaat stelde u dat u geen extra negatieve beperkende maatregelen zou nemen, ook in afwachting van een eventuele Europese herevaluatie. Hoe zit het echter met meer positieve maatregelen? Hoe zal u ook de professionele sector sensibiliseren, bijvoorbeeld de fruitteelt en akkerbouwbedrijven? Welke budgetten trekt u hiervoor uit? De term gewasbeschermingsmiddelen is de term die wordt gehanteerd om verwarring met biocides te vermijden, terwijl de term pesticide een negatieve connotatie heeft. De wetgeving legt ons uitdrukkelijk op om te waken over een evenwichtige communicatie. Omdat dat evenwicht delicaat is, raadplegen wij alle betrokken partijen, ook milieu-ngo's, voor we beslissen om de ene of de andere terminologie te gebruiken. In tegenstelling tot de vorige campagne hebben we gekozen voor de term gewasbeschermingsmiddelen, waarbij we expliciet preciseren dat het hoofdzakelijk om herbiciden gaat. Een enquête van 2024 afgenomen bij Belgische hobbytuinders, toonde bovendien aan dat slechts weinig mensen de affiches van de huidige campagne daadwerkelijk opmerkten. Zij bevestigde eveneens dat de in 2019 vastgestelde tekortkomingen blijven bestaan, met name een ontoereikende beheersing van de risico's, verbonden aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of een gebrekkige kennis over de alternatieven. Daarom bleef de boodschap behouden, maar werd zij aantrekkelijker gemaakt. De enquête die voor 2029 is gepland, zal toelaten om de impact ervan te evalueren. Er werd geen specifiek budget voor de campagne gepland, afgezien van de tijd die door de overheid en de betrokken partijen aan de voorbereiding van de campagne is besteed. De kosten voor het drukken en ophangen van de posters worden ten laste van de distributeurs genomen. De campagne wil het tuinieren zonder gewasbeschermingsmiddelen aanmoedigen en de aandacht vestigen op het potentieel gevaar, zowel voor het leefmilieu als voor de gebruikers van huisgemaakte pesticiden. De communicatie wordt versterkt door de herziening van de informatiesite fytoweb, die een zoekfunctie bevat voor gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico en de middelen die zijn toegelaten voor de biologische landbouw. De nakende ontwikkeling van een virtuele assistent voor het berekenen van de toe te passen doseringen zou moeten toelaten om de problematiek, waarmee onze medeburgers nog te vaak worden geconfronteerd, aan te pakken. Wat ten slotte de maatregelen betreft met betrekking tot het gebruik van glyfosaat door professionele gebruikers, nodig ik u uit uw vraag ter zake te richten aan de gewestelijke overheden. Dank u wel, mijnheer de minister, voor het antwoord. Ik maak één vaststelling. In uw antwoord gebruikt u zelf gewasbeschermingsmiddel en pesticiden door elkaar, terwijl u uw antwoord begon met te zeggen dat men toch de correcte termen moet gebruiken. Ik denk dat men toch zelf ook een beetje aandachtig moet zijn. U geeft aan dat er campagnes van start zijn gedaan en we weten dat die weinig effect hebben. Dat was natuurlijk net mijn kritiek. De vorige campagnes werden negatief geëvalueerd, de NAPAN-adviesraad heeft zeer negatief commentaar gegeven en toch zet men publieke middelen in om die campagnes te blijven voeren. Ik kan u alleen maar oproepen om in de toekomst nauwgezetter te luisteren naar de adviezen van de sector en de NAPAN-adviesraad, zodat we de kennis en de communicatie-ervaring van de organisaties en verenigingen die betrokken zijn op het terrein, kunnen valoriseren en niet nodeloos campagnes starten waarvan we op voorhand weten dat de impact zeer beperkt zal zijn. De voorzitster : De vragen nr. 56012162C, nr. 56012322C en nr. 56012625C van mezelf worden omgezet in een schriftelijke vraag. De controles op de voedselveiligheid in het kader van het Mercosur-vrijhandelsakkoord Het Mercosur-vrijhandelsakkoord en het FAVV Het EU-Mercosur-akkoord Mijnheer de minister, in een overleg tussen uw kabinet, het FAVV en Agrofront werd opnieuw benadrukt dat het Mercosur-vrijhandelsakkoord absoluut geen afbreuk zal doen aan de voedselveiligheid. U verwees daarbij naar strikte Europese normen, intensieve controles en de bereidheid van het FAVV om zijn inspectiecapaciteit aan te passen bij toenemende invoer. Dat klinkt allemaal geruststellend op papier, maar de landbouwers en de voedseloperatoren weten maar al te goed dat de controles van het FAVV niet gratis zijn. Integendeel, zij betalen deze controles grotendeels zelf via retributies en bijdragen, boven op een al zware administratieve en financiële last. Bovendien, zoals u zojuist stelde, worden die geruststellende verklaringen in een ander daglicht geplaatst omdat het FAVV tegen 2029 maar liefst 24 % van zijn budget zal inleveren. Ik heb daarover een aantal vragen. Wie zal concreet instaan voor de financiering van de bijkomende controles die nodig zijn bij een mogelijke toename van de invoer uit Mercosur-landen? Worden deze kosten gedragen door de Europese Unie, door de federale overheid of doorgerekend aan de invoerende operatoren? Hoe rijmt u de belofte van strengere en intensievere importcontroles in het kader van Mercosur met een budgettaire afbouw van bijna een kwart bij het FAVV? Concreet, waar zal het agentschap de middelen en het personeel vandaan halen? Kunt u bevestigen wie de bijkomende kosten van verhoogde importcontroles zal dragen? Hoe garandeert u dat er op het vlak van controlekosten en handhaving geen structurele ongelijkheid ontstaat tussen onze binnenlandse producenten, die streng en betalend gecontroleerd worden, en de buitenlandse producenten die toegang krijgen tot onze markt? Kunt u bevestigen dat Belgische en Europese landbouwers niet indirect zullen opdraaien voor de controlekosten van ingevoerde producten die voortvloeien uit dit handelsakkoord? Deelt u de bezorgdheid dat indien de schaarse middelen van het FAVV verschuiven naar importcontroles, dit onvermijdelijk zal gebeuren ten koste van andere controles? Tot slot, mijnheer de minister, hoe garandeert u dat dit beleid niet leidt tot een dubbele ongelijkheid, waarbij onze landbouwers enerzijds streng en betalend gecontroleerd worden, terwijl anderzijds de controlecapaciteit structureel wordt uitgehold juist op het moment dat de invoer uit derde landen toeneemt? Dank voor uw antwoorden. U hebt uw twee vragen samen gesteld. Dat is goed. De heer Prévot is vertrokken, dus we luisteren naar de minister voor het antwoord. Mevrouw Bury, naar aanleiding van de vragen en legitieme bezorgdheden van de landbouworganisaties over het Mercosur-akkoord heb ik inderdaad, in samenwerking met het FAVV, alle partners van Agrofront uitgenodigd voor een vergadering op vrijdag 16 januari 2026. Tijdens deze open en transparante gesprekken kwamen verschillende essentiële aspecten aan bod, waaronder de controles op de producten, de mechanismen die in derde landen stroomopwaarts zijn ingevoerd en de impact voor onze landbouwers. Net als voor alle andere federale overheidsdiensten zijn er zoals u weet vanaf 2026 budgettaire beperkingen voorzien bij het FAVV. Ik heb daar meerdere vragen over gekregen, waarop ik dadelijk zal antwoorden. In deze context zal een toename van de import bijzondere waakzaamheid vergen van alle lidstaten. Het FAVV hanteert, zoals altijd, een risicogebaseerde benadering in zijn controles, zoals de Europese regelgeving dat oplegt. Het vrije verkeer van goederen binnen de Unie impliceert een geharmoniseerde aanpak. Het FAVV blijft al zijn opdrachten volop uitvoeren om een hoog niveau van voedselveiligheid te garanderen op basis van risicoanalyse, zowel voor Belgische als voor geïmporteerde producten. Deze benadering maakt ook een gerichte optimalisering van de inzet van arbeidskrachten mogelijk. De financiering van het FAVV steunt op verschillende pijlers, waarvan de belangrijkste de heffingen, de retributies en de dotaties van de federale Staat zijn. In tegenstelling tot de jaarlijkse forfaitaire heffingen die onze landbouwers betalen, worden retributies geïnd voor specifieke prestaties die het FAVV levert op aanvraag van een operator. Dat omvat met name controles op producten die via onze havens en luchthavens worden geïmporteerd. Zo dekken de retributies de kosten die inherent zijn aan de prestaties die het FAVV uitvoert voor opdrachten op aanvraag en waarborgen ze zo zijn essentiële opdracht van controle op de voedselketen. Tot slot, zoals aan de vertegenwoordiger van de landbouwsector herinnerd werd, voert de Europese Commissie audits uit, of financiert die, in derde landen, waaronder uiteraard de Mercosur-landen die producten naar de EU exporteren of wensen te exporteren. Europees Commissaris Várhelyi heeft bovendien zijn voornemen kenbaar gemaakt om in een versterking te voorzien van enerzijds het aantal audits in derde landen en van anderzijds het communautaire controlesysteem voor geïmporteerde producten op de plaatsen van import in de Unie. België zal deze visie actief ondersteunen. Ik wil hieraan toevoegen dat we gisteren tijdens Agrifish een vergadering hebben gehad met de heer Várhelyi, waarin hij zei dat Europa meer controle wil organiseren tegen andere landen van buiten Europa. Ik heb gezegd dat ik binnen mijn bevoegdheid ook meer controle wil tegen andere landen van buiten Europa en minder tegen de primaire sector. U geeft eigenlijk aan wat onze bezorgdheden zijn. U had het ook over de aankomende budgettaire beperkingen voor het FAVV en de extra waakzaamheid bij import die nodig is. Over hoe dat concreet allemaal zal worden waargemaakt, krijg ik echter niet echt een antwoord. Met betrekking tot de financiering spreekt u over de retributies. Er is al een groot deel dat van de deelstaten en van de federale staat komt. Slechts een klein deeltje komt van de landbouwers. Over de retributies zegt u dat de operatoren indirect de factuur krijgen, dat stelt u wel. Wie nu waarvoor zal moeten opdraaien bij al die controles, dat blijft echter zeer onduidelijk. Mijn hoofdvraag was hoe u kunt garanderen dat de Belgische landbouwers niet opnieuw gaan betalen voor controles die voortvloeien uit internationale handelsakkoorden. Daarop krijg ik gewoon geen antwoord. Dat is echter de hamvraag waarmee iedereen zit, in een sector die het nu al zeer zwaar heeft. Ik blijf daar dus op mijn honger. De besparingen bij het FAVV De besparingen bij het FAVV De vermindering van het budget van het FAVV met 24 % De verlaging van het budget van het FAVV Mijnheer de minister, vorige week was ik verbaasd toen in de pers werd bekendgemaakt dat de regering tegen 2029 een besparing van 24 % wil doorvoeren bij het FAVV, waarvan een groot deel reeds dit jaar, in 2026. Concreet zou dat betekenen dat er dit jaar al 15 miljoen euro minder zou worden uitgegeven. Dat had ik niet zien aankomen, zeker omdat in de begrotingstabellen, die ik nog eens heb nagekeken, slechts een lineaire besparing van 1,8 % staat ingeschreven. In de begrotingsnotificaties die ik ontving, lees ik zelfs het tegenovergestelde. Met betrekking tot de pensioenrechten van ambtenaren en de pool van parastatalen staat er letterlijk dat de dotatie aan het FAVV wordt verhoogd om dat te compenseren. Mijnheer de minister, klopt die berichtgeving? Hoe verantwoordt u die besparing, zeker gezien de context van stijgende risico's? We hebben hier immers de hele namiddag gesproken over de risico’s aangaande het FAVV. Waarom is die besparing niet opgenomen in de begrotingsonderhandelingen? Het FAVV wordt voor 50 % gefinancierd door de federale overheid en voor 50 % door verschillende sectorafdelingen. Betreft de besparing enkel het federaal deel, of het totaal? Wie draagt die besparing? Wordt er geprobeerd om die te compenseren? Hoe verhoudt die besparing zich tot de afgesproken lineaire besparing van 1,8 %? In uw beleidsdocumenten, die we volgende week mogelijk zullen kunnen bespreken, lees ik dat u hoge ambities hebt voor het FAVV, onder andere een grotere inzet met betrekking tot preventie en beheer van incidenten, voedselveiligheid, plantgezondheid, verbeterde diensten voor Belgische exporteurs en versterkte relaties met derde landen. We hebben het daarnet inderdaad gehad over Mercosur. Hoe zal het FAVV die taken kunnen uitvoeren met zoveel minder budget? Mijnheer de minister, ik zal de vragen van collega Van Lysebettens aanvullen Het klopt dat we vernomen hebben dat de federale regering het budget voor het FAVV met 24 % wil verminderen. Dat is een aanzienlijke besparing op een jaarlijkse federale dotatie van ongeveer 117 miljoen euro. Uiteraard zijn we, samen met Testaankoop, bezorgd dat dat niet louter een efficiëntieoefening is, maar een risico kan inhouden voor de taak en de opdracht van het FAVV, die fundamenteel zijn en enorm bijdragen aan de voedselveiligheid in ons land. We zijn ook bezorgd dat een budgetvermindering met bijna een kwart ook een impact kan hebben op landbouwers en andere actoren in de voedselketen, want de factuur moet natuurlijk altijd ergens betaald worden. Mijnheer de minister, kunt u garanderen dat het FAVV, ondanks die geplande besparing, in staat zal blijven om de voedselveiligheid in ons land te garanderen? Tegen wanneer moet de aangekondigde besparing van 24 % precies gerealiseerd zijn? Hoe groot is die besparing concreet, uitgedrukt in absolute bedragen per jaar, ten opzichte van het totale werkingsbudget van het FAVV? Welke impact verwacht u van die besparingen op de bijdrageplichtige actoren, zoals de landbouwers, de slachthuizen, de importeurs en de verwerkende bedrijven? Welke gevolgen zal die budgettaire ingreep hebben voor het personeelsbestand? Waar en op welke onderdelen van de werking zal het FAVV die besparingen realiseren? Tot slot, heel actueel, wordt bij die besparingen rekening gehouden met de extra taken die het FAVV zal krijgen als gevolg van de handelsverdragen, die we daarnet hebben besproken? De voorzitster : De heer Prévot en mevrouw Schlitz zijn niet aanwezig. Madame la présidente, il y a plusieurs questions, notamment de collègues francophones. Je voudrais être très clair dans ma réponse: Testachats se trompe. J'ai moi-même été très surpris de lire leur communiqué de presse. Je les ai contactés en leur demandant pourquoi ils ne m'avaient pas contacté avant de déplorer des économies de 24 % qui tombent de nulle part. Donc, je regrette qu'ils ne m'aient pas contacté avant de communiquer ce genre d'information, qui est une erreur. Er zijn uiteraard budgettaire maatregelen. Die maken deel uit van een globale aanpak van de regering, die gericht is op het versterken van de rationalisering en de efficiëntie van de federale administratie in deze legislatuur. De cijfers met betrekking tot de besparingen die in uw vragen worden aangehaald, hebben geen betrekking op het FAVV. De besparingen die door de regering werden beslist, omvatten lineaire besparingen van 1,8% per jaar op de personeelsenveloppe en op de werkingskosten. Voor het FAVV gaat het om een gecumuleerde besparing, gespreid over vijf jaar, van ongeveer 4,5% op de personeelsenveloppe en ongeveer 4,5% op de werkingsenveloppe. Daarnaast heeft de regering, in het kader van de bespreking van de initiële begroting 2026, beslist om een selectieve vervangingsratio in te voeren voor de federale ambtenaren. De impact van die maatregel wordt geraamd op 100 miljoen euro in 2026, met een geleidelijke evolutie naar 175 miljoen euro in 2029. De geraamde besparingen zullen proportioneel worden verdeeld over de betrokken instellingen. De maatregel vormt een bijkomende besparingsdoelstelling, boven op dewelke aan het begin van de legislatuur werden bepaald. Hij heeft tot doel de efficiëntiewinsten bij de federale administratie te versnellen, zonder de uitvoering van de essentiële opdrachten in gevaar te brengen. In dit stadium wordt de verdeling nog steeds besproken in de regering. Er zijn afwijkingsmechanismen voorzien voor kritieke functies om de continuïteit van de openbare dienstverlening te garanderen. De opvolging van de maatregelen zal gebeuren binnen het gebruikelijke kader van een begrotingsopmaak en -controle, met een transparante aansturing van de begrotingsdoelstellingen per instelling. De maatregelen hebben een transversaal karakter en maken uitzonderingen voor de departementen die instaan voor de veiligheid, met name Defensie, de federale politie en de FOD Justitie. Ze vormen geenszins een gerichte besparing ten opzichte van het FAVV op zijn controleactiviteiten, maar kaderen in een algemene inspanning om de efficiëntie van alle overheidsdiensten te verbeteren. De besparingen worden doorgevoerd op de dotatie van het FAVV en niet op de eigen inkomsten van het FAVV, in de vorm van heffingen en retributies. De heffingen zijn een jaarlijkse bijdrage die wordt betaald door alle actoren in de voedselketen. De retributies worden daarentegen geïnd voor prestaties die het FAVV levert naar aanleiding van een specifieke aanvraag van een operator. Die omvat onder meer de afgifte van fytosanitaire certificaten die ondernemingen in ons land in staat stellen producten naar derde landen uit te voeren, of controles uit te voeren op producten die via onze havens of luchthavens worden ingevoerd. Het principe van de retributie is dat zij de kosten dekken die inherent zijn aan de prestaties die het FAVV uitvoert voor opdrachten op aanvraag, om zo zijn essentiële opdracht van de controle van de voedselketen te waarborgen. In België kan dan ook worden gesteld dat de financiering van de invoercontroles voor een zeer groot deel wordt verzekerd door retributies die betaald worden door de importeurs en niet via de bijdragen die betaald worden door de landbouwers. Niettegenstaande de budgettaire restricties blijven de voedselveiligheid en de gezondheid van dieren en planten een prioriteit van mijn beleid. Ik zal samen met het FAVV alle beschikbare middelen zo optimaal mogelijk inzetten om een erg hoog niveau van toezicht op producten te blijven handhaven, zodat iedereen kan blijven rekenen op veilig voedsel. Dank u wel, mijnheer de minister, voor het antwoord. Ja, het is redelijk hallucinant dat een dergelijk bericht in de pers verschijnt. Daarbij vraag ik mij af waarom u dat zelf ook niet hebt gecorrigeerd. In ieder geval hebt u dat niet gedaan in de Nederlandstalige pers. Ik zou toch vragen dat u zulke berichten als minister publiekelijk tegen te spreken als een en ander niet klopt. Het heeft immers wel wat onrust veroorzaakt. Ik heb redelijk wat mails ontvangen, waarop ik ook moest antwoorden dat ik de kwestie niet terugvond in de boeken, wat u vandaag eigenlijk bevestigt. U zegt dat er op twee federale componenten wel degelijk wordt bespaard, via de lineaire besparing van 1,8%, waarnaar ik ook in mijn vraag heb verwezen. U hebt het vervolgens ook over 100 miljoen, op kruissnelheid over 125 miljoen besparingen op het personeel van de agentschappen, of van de totale federale overheid. Hoe moet ik dat zien? Dat is een vraag voor mijn collega, mevrouw Vanessa Matz. De besparing van 100 miljoen heeft te maken met de lineaire besparing, twee ambtenaren op vijf. Gaat het over alle ambtenaren met uitzondering van de ambtenaren voor kritieke functies? Daarvoor zijn er inderdaad uitzonderingen, maar we beschikken nog niet over de juiste cijfers. We wachten daarvoor op de correcte gegevens van onze collega Matz. Voor mijn bevoegdheid heb ik cijfers bij benadering gegeven, zoals ik die uit de tabel heb begrepen. Ik zal hierover een schriftelijke vraag stellen aan mevrouw Matz om te bekijken hoe we hiermee verder kunnen gaan. Nieuwe gevallen van de ziekte van Newcastle Mijnheer de minister, de Wereldorganisatie voor Diergezondheid meldt nieuwe gevallen van de ziekte van Newcastle in de EU-lidstaten Slovakije en Polen. In Slovakije is het van 2007 geleden dat die voor pluimvee dodelijke ziekte opdook. In Polen sukkelt men daarentegen al meer dan een jaar met aanhoudende problemen. In ons land dateert de laatste uitbraak bij professionele pluimveehouders van 2018. We willen dat uiteraard zo houden. Hoe schat u de uitbraken van Newcastle in met betrekking tot de risico's in België? Worden er specifieke inspanningen gedaan om de kans op besmetting in Belgische pluimveehouderijen te voorkomen? Zal daarbij een aanpak op maat worden uitgewerkt voor de verschillende types van pluimveebedrijven, dus een verschillende aanpak voor vleeskuikens, legkippen en voor kalkoenen? Hebt u over dat probleem al overleg gehad met de vertegenwoordigers van de pluimveesector? Mevrouw de voorzitster, de problemen met de ziekte van Newcastle in Polen kunnen vooral worden verklaard doordat vaccinatie van pluimvee tegen de ziekte facultatief was. De vaccinatiegraad was daardoor laag. Het virus van de ziekte van Newcastle circuleert bovendien bij wilde vogels. De introductie ervan in pluimveebedrijven in Polen heeft dan ook geleid tot een hele reeks besmettingshaarden. Ondanks de maatregelen die de Poolse overheid intussen heeft genomen, komen er helaas nog steeds nieuwe haarden bij. Daarom heeft de Europese Commissie noodmaatregelen goedgekeurd, met name de afbakening van beschermings- en bewakingszones in Polen. In België wordt bij de routinecontroles van het FAVV op pluimveebedrijven de naleving van de vaccinatieverplichting tegen de ziekte van Newcastle systematisch geverifieerd. Bovendien hebben de bijkomende maatregelen die ik heb genomen in het kader van de bestrijding van de vogelgriep ook een preventief effect tegen de insleep van het virus van de ziekte van Newcastle in pluimveehouderijen. Daarenboven wordt tijdens het formeel overleg met de pluimveesector in het kader van het Sanitair Fonds de sanitaire toestand steevast op de agenda gezet. In België is de vaccinatie tegen de ziekte van Newcastle verplicht sinds het begin van de jaren negentig. Sindsdien is de Belgische pluimveesector gespaard gebleven van grote epidemieën. De regelgeving is dus voldoende, waardoor er momenteel geen bijkomende maatregelen nodig zijn. Mijnheer de minister, u zei dat de EU speciale maatregelen heeft genomen, onder andere de invoering van een bewakingszone. Is dat dan niet het geval voor de vogelgriep? Wordt daarvoor een andere aanpak gehanteerd? Indien dat het geval is, waarom? Ja, we kunnen misschien een coördinatie hebben, maar voor ons in België is er geen probleem. We hebben vaccinatie verplicht gemaakt. Dat had ik goed begrepen, maar ik legde even de link met het vogelgriepvirus. Ik ben voor de vaccinatie tegen de vogelgriep, maar de vogelgriep heeft een andere status dan de ziekte van Newcastle. We moeten een beslissing nemen op Europees niveau voor een vaccinatie tegen de vogelgriep. De status van die twee ziekten is niet dezelfde. Dat heb ik goed begrepen. De voorzitster : Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw tijd en voor uw antwoorden. We kijken alvast uit naar de volgende vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.32 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 32.

Commissievergadering op 27 januari 2026

🏥 Commissie Gezondheid en Gelijke Kansen

Van 15h40 tot 17h32 (1 uur en 52 minuten)

10 vragen

Voorgezeten door

Open Vld Irina De Knop

Volledig verslag op dekamer.be

Vragen

De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.

TFA in graanproducten
TFA
Transvetzuren in voedingsmiddelen

Gesteld aan

Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Funda Oru wijst op de PAN-studie die aantoont dat 53/65 Europese graanproducten (met Belgische broden tot 107x hoger dan in water) besmet zijn met TFA, een PFAS-afbraakproduct met mogelijke schadelijke effecten op spermakwaliteit en schildklier, en bekritiseert dat België geen monitoring uitvoert ondanks het regeerakkoordsbelofte rond voedselveiligheid. Minister Clarinval bevestigt dat het FAVV geen TFA-controles doet wegens ontbrekende EU-normen, maar volgt de kwestie via wetenschappelijke netwerken; hij stelt dat geen acute risico’s zijn aangetoond (zelfs bij hoge consumptie) en wacht op EFSA/ECHA-evaluaties (begin 2024) voor eventuele EU-maatregelen, zonder nationaal initiatief te nemen. Oru bekritiseert dit afwachtende beleid als ondermaats, benadrukkend dat de studie alarmsignalen geeft en verder onderzoek dringend is, zonder te wachten op EU-actie.

Funda Oru:

Mevrouw de voorzitster, de recente PAN-studie, uit december, toont aan dat 53 van de 65 geteste graanproducten in Europa besmet zijn met trifluorazijnzuur (TFA), een afbraakproduct van PFAS. Belgische broden hebben zeer hoge concentraties, tot gemiddeld 107 keer hoger dan wat vandaag in water wordt gemeten. Onafhankelijke experts, onder wie professor Jacob de Boer, waarschuwen voor mogelijke effecten op onder andere spermakwaliteit en schildklierfuncties en wijzen op de opstapeling in het lichaam.

Ondanks deze wetenschappelijke bezorgdheden ontsnapt TFA voorlopig volledig aan de Belgische monitoring, terwijl het regeerakkoord de veiligheid van consumenten centraal stelt binnen het One Health-kader en terwijl de federale overheid verantwoordelijk is voor de normering en het toezicht op voedselveiligheid.

Welke specifieke referentiewaarden hanteert het FAVV momenteel, bij gebrek aan specifieke Europese limieten, voor de beoordeling van TFA in levensmiddelen?

Is de analyse van TFA-reststoffen momenteel opgenomen in het officiële controleprogramma van het FAVV?

Beschikt u over gegevens van uw Europese ambtgenoten of van de EFSA waaruit blijkt dat TFA in andere lidstaten wel reeds onderworpen is aan een strenger monitoringsregime of aan specifieke nationale actiedrempels?

Hoe beoordeelt u de resultaten van de bewuste studie in het licht van de voedselveiligheid? Acht u de aangetroffen waarden in Belgisch brood, die ruim boven het Europees gemiddelde liggen, aanvaardbaar binnen het kader van de algemene voedselveiligheid?

David Clarinval:

Mevrouw Oru, het analyseprogramma van het FAVV berust op een risicogebaseerde aanpak en is zo opgezet dat het met een zekere mate van betrouwbaarheid eventuele niet-conformiteiten binnen een bepaalde productgroep kan identificeren. Een parameter wordt echter pas in het analyseprogramma opgenomen wanneer er referentiewaarden bestaan om de conformiteit ervan te kunnen evalueren.

Tot heden bestaat er op Belgisch of Europees niveau geen specifieke reglementaire drempelwaarde voor de aanwezigheid van TFA in levensmiddelen, meer in het bijzonder in producten op basis van granen. Bij gebrek aan normen is het FAVV dan ook niet in staat de conformiteit van deze producten te controleren.

Opkomende gevaren worden geïdentificeerd, geëvalueerd en opgevolgd buiten het algemene controleprogramma van het FAVV, via verschillende Belgische en Europese netwerken, zowel wetenschappelijke als administratieve. Bij wijze van voorbeeld kunnen de adviezen worden vermeld van het Wetenschappelijk Comité van het FAVV, de Belgische administratieve werkgroep inzake zorgwekkende stoffen, de detectie van nieuwe parameters in het kader van de verplichte autocontroles door bedrijven, de adviezen van de EFSA, evenals de besprekingen binnen het Europese PAFF Committee en werkgroepen. Met name in dat kader worden opkomende gevaren zoals MOH en verschillende PFAS momenteel opgevolgd.

De TFA-problematiek is vrij recent en zeer complex. Een aanwezigheid in onze omgeving kan het gevolg zijn van meerdere bronnen, zonder dat het doorgaans mogelijk is de oorsprong ervan precies te achterhalen. De impact op de volksgezondheid wordt momenteel grondig onderzocht. De EFSA en het ECHA zijn van plan begin van dit jaar een wetenschappelijke beoordeling te publiceren, die gebaseerd zal zijn op de beschikbare gegevens en op de vaststelling van een toxicologische referentiedosis.

Zodra die evaluaties beschikbaar zijn, kunnen in voorkomend geval specifieke maatregelen op EU-niveau worden overwogen. De FOD Volksgezondheid zal dan deelnemen aan de gesprekken over de bepaling van eventuele maximumlimieten. Pas op dat moment zal het FAVV specifieke analyses kunnen opnemen in zijn controleprogramma voor levensmiddelen.

In de huidige stand van de kennis is het niet opportuun om op nationaal niveau maatregelen te nemen. De beschikbare elementen laten niet toe een voldoende vermoeden van risico vast te stellen dat de toepassing van het voorzorgbeginsel rechtvaardigt, zoals bepaald in verordening 178/2002. Dat neemt niet weg dat het FAVV en de FOD Volksgezondheid de evolutie van dit opkomende risico nauwgezet opvolgen, in samenhang met de werkzaamheden die op Europees niveau worden verricht.

In dit stadium wijst geen enkel element, noch in België, noch op het niveau van de Europese Unie, op de noodzaak van dwingende maatregelen. Zo heeft het Duitse BfR een eerste snelle evaluatie uitgevoerd van de TFA-gehalten die in graanproducten binnen de Europese Unie werden gemeten.

Op basis van de hoogste vastgestelde waarden zou een persoon van 60 kilo meer dan 8 kilo graanproducten per dag moeten consumeren om de vastgestelde gezondheidskundige referentiewaarde van 0,05 milligram per kilogram lichaamsgewicht te overschrijden. Bij gebrek aan aangetoonde urgentie is het dan ook aangewezen om het bestaande Europees kader zijn werkzaamheden te laten voorzetten. Dit systeem heeft zijn doeltreffendheid bewezen en waarborgt vandaag een van de hoogste voedselveiligheidsniveaus ter wereld.

Wat de bio-accumulatie betreft, hebben de studies die momenteel door de gewestelijke entiteiten worden uitgevoerd uitsluitend betrekking op PFAS en niet op TFA.

Funda Oru:

Dank u voor uw antwoorden, mijnheer de minister. Ik begrijp dat TFA een recent en complex gebeuren is. Er is nog niet veel over geweten. De PAN-studie was evenwel duidelijk, het betreft 53 van de 65 geteste graanproducten. Die resultaten hebben enkel betrekking op wat op de radar komt. Wie weet wat er allemaal onder de radar leeft? Het is belangrijk om de toestand verder op te volgen en niet te minimaliseren. De effecten op onze volksgezondheid zijn immers bewezen.

Praktijkdierenartsen
De antwoorden op de zware overbelasting van plattelandsdierenartsen
Plattelandsdierenartsen en praktijkdruk

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Clarinval meldt concrete maatregelen om de administratieve last voor dierenartsen te verlichten: de verplichte invoering van VAMREG voor paarden en aquacultuur wordt met zes maanden uitgesteld, er komt een analyse voor vrijstelling van kleine praktijken, en in 2026 volgen triloges voor automatische gegevensintegratie met softwareleveranciers. De Pax Veterinaria-afspraken (o.a. tariefsverhoging van €5 in 2026 en behoud van vergoedingen) blijven gelden, terwijl een taskforce administratieve vereenvoudiging moet versnellen. Bury en Prévot erkennen vooruitgang maar benadrukken de noodzaak van dringende actie: Prévot wijst op het hoge suïcidecijfer en massale uitstroom (40% jonge dierenartsen stopt binnen 4 jaar), eist tastbare verbeteringen (minder papierwerk, betere verloning) en noemt de huidige situatie "onleefbaar" voor praktijkhouders. Bury belooft opvolging met het veld maar stelt dat het antwoord nog onvoldoende concreet is.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, ik heb eerder al een vraag gesteld over de praktijkdierenartsen, die gezamenlijk de vergadering van 12 december verlaten hebben. Op mijn vraag antwoordde u toen dat er overleg zou plaatsvinden. Daarom stel ik daarover nu een aantal bijkomende vragen.

Welke concrete afspraken zijn tijdens dat overleg gemaakt? Wat is vastgelegd en wat is nog in overleg? Gaat u eventueel de verplichte ingebruikname van VAMREG tijdig opschorten, of zult u meer inzetten op de automatische gegevensintegratie via erkende veterinaire software, zodat dat dubbel werk kan worden vermeden?

Wat met de extra tijdsinvestering en de bijkomende handelingen die veeartsen met dat nieuw systeem moeten uitvoeren? Worden daarvoor compensaties of ondersteuningsmaatregelen voorzien? Wat met oudere of financieel kwetsbare dierenartsen?

Wordt er een impactanalyse gemaakt? Zal worden nagegaan welke implicaties die bijkomende verplichtingen hebben, gelet op het bestaande personeelstekort in de sector?

Is er een timing voorzien voor die ondersteuning en vereenvoudiging?

Last but not least , zult u het Parlement hierover regelmatig verder informeren?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, le 9 avril 2025 je relayais au sein de cette commission le cri de détresse des vétérinaires ruraux, un cri de détresse formalisé dans une lettre qui vous avait, notamment, été adressée. Quelques mois plus tard, en novembre 2025, nous apprenions que 40 % des jeunes vétérinaires quittaient la profession dans les quatre ans et, plus glaçant encore, que la profession de vétérinaire figurait parmi les professions connaissant le plus haut taux de suicide.

Sous la précédente législature, vous avez lancé la "Pax Veterinaria", une convention conclue entre les fédérations de la viande, les organisations vétérinaires et l'AFSCA et censée améliorer progressivement, d'ici décembre 2028, le cadre de vie des vétérinaires. J'en profite pour vous demander un aperçu de la situation à ce jour quant au respect des différentes étapes promises avant cette échéance de décembre 2028.

Mes questions sont donc les suivantes. Tout d'abord, l'augmentation progressive des tarifs – plus cinq euros en 2026, plus deux euros en 2027 – est -elle toujours prévue? L'indemnisation des déplacements dès le premier kilomètre et la rémunération minimale garantie pour chaque mission confiée par l'AFSCA seront-elles indexées pour 2026 et 2027? Autre question très concrète et attendue par le secteur: vous promettiez, dans votre réponse du 9 avril 2025, une large consultation avec la profession vétérinaire mais aussi avec les acteurs des administrations concernées. Quels sont les résultats de cette large consultation? Comment ces résultats se concrétiseront-ils en termes de mesures politiques? Enfin, verra-t-on finalement un changement au statut des aides vétérinaires et des infirmiers vétérinaires?

David Clarinval:

S'agissant des questions relatives à la détresse des vétérinaires, plusieurs accords ont été conclus à la suite des concertations menées avec les organismes vétérinaires afin de répondre aux préoccupations du secteur par rapport à l'enregistrement, notamment, de l'utilisation des antibiotiques, comme prévu dans le Règlement européen 2019/6.

Premièrement, l'enregistrement via VAMREG, pour les chevaux et l'aquaculture, sera reporté de six mois. Il y avait une grosse inquiétude de la part des vétérinaires quant à l'impossibilité d'implémenter VAMREG dans les délais.

Deuxièmement, les vétérinaires ont été invités à soumettre une analyse quantitative en vue d'évaluer la possibilité d'une exemption pour les praticiens dont le chiffre d'affaires annuel est limité. Cette proposition sera examinée par l'AFMPS au regard de sa faisabilité et de sa conformité aux exigences européennes.

Troisièmement, afin de faciliter l'automatisation complète du transfert de données des logiciels vétérinaires vers VAMREG, des trilogues entre l’AFMPS, les vétérinaires et les fournisseurs de logiciels seront organisés en 2026.

Par ailleurs, une plateforme de concertation mensuelle entre l’AFMPS et les éditeurs de logiciels sera mise en place afin de garantir la bonne opérationnalité des logiciels lors des mises à jour et de répondre aux questions techniques.

Met betrekking tot de volledige geautomatiseerde gegevensoverdracht naar VAMREG heeft het FAGG de nodige codes ontwikkeld en met de softwareleveranciers gedeeld. Het FAGG moedigt de dierenartsen aan om contact met hun softwareleveranciers op te nemen om hen aan het overlegplatform te laten deelnemen. Bij elke wijziging van hun softwarepakket kunnen de leveranciers dan verifiëren dat de gegevensoverdracht vanuit de software, gebruikt door de dierenartsen, naar VAMREG operationeel blijft.

De interoperabiliteit tussen de software van de dierenartsen en het systeem voor de gegevensverzameling SANITEL-MED, dat al operationeel is, wordt verzekerd. Dat vermijdt dubbele registraties, omdat de twee systemen gericht zijn op verschillende diersoorten en een volledige geautomatiseerde gegevensoverdracht verzekeren.

Met betrekking tot de ongerustheid van de landelijke dierenartsen blijven de engagementen van de Pax Veterinaria behouden. In 2026 wordt voor de BMO's van het FAVV een ereloon van 75,96 euro per uur voorgesteld. Dat bedrag is inclusief indexering en de geplande verhoging met 5 euro. De terugbetaling van de verplaatsingskosten zal volgens de modaliteiten voor 2025 behouden blijven.

Met betrekking tot het statuut van de diergeneeskundige assistenten en de helpers werd op 13 juni 2025 een studiedag georganiseerd. De conclusies worden momenteel opgevolgd.

Er zijn werkzaamheden aan de gang met de Orde der Dierenartsen en de opleidingsinstellingen om de opleidingen te harmoniseren en een erkend professioneel kader voor te bereiden.

Dans le cadre du plan national AMR, des primes sont par ailleurs prévues pour les vétérinaires. Compte tenu des difficultés exprimées par le secteur, une task force réunissant des représentants du secteur vétérinaire, présidée par un vétérinaire fonctionnaire du SPF Santé, a été créée. Elle aura pour mission d'examiner les propositions visant à réduire les charges administratives et d'évaluer l'opportunité d'une concertation structurelle à long terme.

Cette décision a été prise après une réunion que nous avons organisée avec Franck Vandenbroucke, moi-même, le FAGG, les différentes administrations et les représentants des vétérinaires pour pouvoir vraiment avancer sur toute une série de revendications qui étaient sollicitées par les vétérinaires. Voilà, madame la présidente.

De voorzitster : Ik neem aan dat er enkele reacties zijn.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Er is nog werk aan de winkel, maar u bent met de verschillende werven bezig. Ik bestudeer uw antwoord, koppel het terug naar de dierenartsen en daarna zullen er waarschijnlijk nog vervolgvragen komen.

Patrick Prévot:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. J’ai le sentiment que certaines choses avancent et c’est un élément qu’il convient de souligner. Je me permets toutefois d’insister sur l’urgence de la situation. Je le disais déjà dans ma question. Il s’agit de l’une des professions qui connaît l’un des taux de suicide les plus élevés. La semaine dernière, j’étais chez un ami agriculteur où Paul, un vétérinaire – plutôt proche de chez vous puisque sa compagne est conseillère communale MR à Soignies –, m’expliquait à quel point le métier de vétérinaire, en particulier pour les gros animaux, comme c’est son cas, est devenu extrêmement difficile. Il me disait aussi combien il doutait que les nouvelles générations soient suffisamment folles pour reprendre les rênes et exercer encore cette profession éminemment difficile. J’ai beaucoup d’amis vétérinaires qui lancent ce cri d’alarme. Nombre d’entre eux cherchent à arrêter, à se reconvertir, à faire autre chose de leur vie. À Soignies, l’un d’entre eux s’est même reconverti dans la restauration, ça ne s’invente pas. Il y a véritablement des mesures à prendre pour ce secteur. Je comprends l’utilité de créer une task force , d’écouter, de tenter de trouver des solutions, notamment en vue de réduire les démarches administratives, qui restent trop souvent l’éternelle difficulté. Aujourd’hui cependant, ce que le secteur demande avant tout, ce sont des actes. Au-delà des task forces , des réunions et des concertations, il faudra que vous puissiez, avec les autres membres du gouvernement, poser des actes concrets qui améliorent réellement la situation. Il s’agit de rendre de l’attractivité à cette belle profession, mais aussi de faire en sorte que l’on ne continue pas à constater un taux de suicide aussi élevé parmi celles et ceux qui l’exercent.

De risico’s op insleep van lumpy skin disease en de Belgische paraatheid
Besmettelijke nodulaire dermatose
De aankoop van vaccins ter voorkoming van de lumpy skin disease
De toestand met betrekking tot besmettelijke nodulaire dermatose
De uitdagingen inzake de vaccinatie tegen besmettelijke nodulaire dermatose
Preventie, risico's en vaccinatie van lumpy skin disease en besmettelijke nodulaire dermatose

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Clarinval bevestigt dat lumpy skin disease (LSD) vooral via veetransport risico loopt, aangezien muggen onder 15°C niet overleven, maar stallen en transport warm genoeg zijn voor besmetting. Import uit risicolanden (Frankrijk, Italië, Spanje) is niet verboden, maar een ontwerp-ministerieel besluit voorziet strikte quarantaine (30 dagen) en verplichte testen bij binnenkomst; een totaal importverbod is juridisch moeilijk. Preventief vaccineren mag niet onder EU-regels—alleen bij uitbraak of grensdreiging—maar België start eigen vaccinvoorraad (timing onbekend), naast EU-reserves, ondanks het economisch risico (verlies ziektevrij statuut en handelsbeperkingen). Kritiek en vragen: Bury vreest versnelde besmetting door stalwarmte en te late vaccinatie, terwijl Prévot (opinie) eist dat de staat vaccinatiekosten draagt (zoals bij bluetongue) en bekritiseert de onduidelijke bevoegdheidsverdeling (vaccinflacons, afvalbeheer tussen federaal/regionaal). De Knop vraagt om concrete timing en impactanalyses voor vaccinvoorraad en economische gevolgen. Overleg met sector en dierenartsen staat gepland op 4 februari.

Katleen Bury:

Er zijn hier al enkele vragen gesteld over de lumpy skin disease . We hebben gezien dat in Frankrijk al duizenden runderen werden geruimd. De Franse overheid heeft grote vaccinatiezones ingesteld, maar die aanpak leidt tot protest bij veehouders.

Bij ons roept het FAVV op tot verhoogde waakzaamheid en raadt het aan om voorlopig geen runderen te importeren uit landen als Frankrijk, Italië of Spanje. Tegelijkertijd hebben de veehouders vragen bij de onduidelijkheid over het juridische status van die oproep. Ze vragen zich af of er daadwerkelijk wel importcontroles zijn en of men zich in Frankrijk en in België voorbereidt op een mogelijk noodscenario.

Ik heb hierover een aantal vragen.

Welke concrete bijkomende voorzorgsmaatregelen heeft het FAVV inmiddels genomen? Zijn de controles op veetransporten en gezondheidscertificaten effectief verscherpt? Is de import van levende runderen uit Frankrijk vandaag nog toegelaten? Zo ja, onder welke voorwaarden? Als subvraag, overweegt u strengere of bindende importbeperkingen op te leggen om de Belgische rundveestapel te beschermen?

Beschikt ons land over een noodvoorraad aan vaccins of bestaan er duidelijke afspraken op Europees niveau over de snelle levering en verdeling van vaccins?

Tot slot, hoe zult u ervoor zorgen dat de Belgische rundveehouders snel, correct en transparant geïnformeerd worden?

Voorzitter:

De heer Lutgen is niet aanwezig.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, une fois n'est pas coutume, je ne vais pas revenir sur l'historique du dossier, mais je vais me cantonner à vous poser toutes les questions qui étaient reprises dans mes deux questions jointes.

Tout d'abord, pourriez-vous nous dresser un instantané de la situation en ce qui concerne la dermatose nodulaire contagieuse en France et en Belgique? Quel est votre retour quant à la demande d'arrêt des importations de viande bovine et/ou à l'idée d'un dépistage à l'achat?

À l'heure actuelle, quel est le stock de vaccins dont dispose la Belgique? Devrait-il augmenter dans les prochaines semaines et prochains mois? Quel est le financement de la constitution de ce stock de vaccins? Une campagne de vaccination est-elle en cours d'élaboration? Le coût de la vaccination sera-t-il bien à la charge de l'État? C'est une question importante.

Dans votre réponse à ma question parlementaire écrite n° 570 du 20 novembre 2025, vous me communiquiez que la Commission européenne était sur le point de reconstituer son stock de vaccins. Qu'en est-il aujourd'hui ? Dans la même réponse, vous évoquiez des "barrières législatives" quant à la constitution d'une banque de vaccins avec des pays voisins. Pourriez-vous être plus explicite à ce propos? Quelles sont ces barrières?

Les vétérinaires demandent que les mesures sanitaires à prendre dans un rayon de 50 km autour du foyer de contamination passe à un rayon de 100 km. Quel est votre retour sur cette demande?

La règlementation européenne réclame que les vétérinaires renvoient les flacons de vaccin non utilisés. À l'heure actuelle, ces actrices et acteurs manquent de clarté quant à la répartition de cette compétence. Ce renvoi doit-il se faire vers le niveau fédéral ou vers les régions? Il s'agit donc de nous éclairer sur la répartition des compétences.

Enfin, la répartition des compétences en ce qui concerne la gestion des déchets semble manquer de cohérence. Si le niveau fédéral est chargé de gérer tous les déchets – qui restent des facteurs de transmission de la maladie – pour le foyer contaminé, c'est le niveau régional qui est chargé de gérer les déchets dans la zone de contamination. Quel est votre retour sur cette répartition des compétences? Ne risque-t-elle pas de créer des quiproquos, de l'attentisme, voire des renvois de responsabilités, dont notre pays a malheureusement l'habitude?

Irina De Knop:

De problematiek rond lumpy skin disease is hier al voldoende geschetst. Ik wil echter nog even nader focussen op het vaccineren.

Mijnheer de minister, volgens berichten die wij hebben gelezen, onder meer in het magazine De Drietand , zou u de procedure hebben opgestart voor de aankoop van vaccins om snel te kunnen reageren indien er in België een haard wordt gedetecteerd. Wij merken immers dat de ziekte dichterbij komt. Wij weten ook dat vaccineren niet zonder gevolgen is, omdat ons land dan zijn ziektevrije statuut verliest. Dat kan zorgen voor beperkingen op de verplaatsingen.

Daarom heb ik enkele vragen voor u. Wat is de status van de aanbesteding voor de vaccins? Met hoeveel vaccins wilt u de vaccinatiebank aanleggen? Welke risicoanalyses worden uitgevoerd om de sanitaire situatie te monitoren? Wat is daarbij de meest actuele stand van zaken?

Is er ook al een impactanalyse gemaakt van de mogelijke economische gevolgen voor de sector bij een uitbraak van LSD?

Ten slotte, u zou overleg plegen met de bevoegde administraties, de sectororganisaties en de dierenartsen. Ik begrijp dat zij daar echt op wachten of gewacht hebben. Kunt u ons mededelen of dat overleg al heeft plaatsgevonden en ook of daarbij ook de deelstaten uitgenodigd zijn?

Beschikt België behalve over de voorziene vaccins ook over een vaccinatiebank om andere dierziekten te kunnen bestrijden, zodat wij weten voor welke aandoeningen er vaccins voorzien zijn en hoe groot de voorraden zijn?

Ik dank u voor uw antwoorden.

David Clarinval:

figurez-vous qu'il semble que l'espérance de vie d'un moustique ne soit pas possible en dessous de 15 degrés. Tant que nous sommes en dessous de 15 degrés, nous sommes donc plus ou moins protégés.

Le principal risque actuel est celui lié au mouvement d'animaux et aux importations. Chaque bovin introduit en Belgique doit être accompagné d'un certificat sanitaire, et tout mouvement de bovins entre é tats membres doit être enregistré dans le système TRACES. Cela permet aux services de contrôle, tels que l'AFSCA, de suivre efficacement ces mouvements. La réglementation européenne interdit tout déplacement d'animaux provenant de zones réglementées, c'est-à-dire les zones autour d'un foyer détecté. En signant le certificat sanitaire, les autorités vétérinaires françaises attestent que les bovins ne proviennent pas de ces zones.

Het is belangrijk eraan te herinneren dat de Europese wetgeving geen totaal importverbod voorziet op dieren afkomstig uit landen die niet ziektevrij zijn, zoals Frankrijk. Niettemin moet de import van runderen afkomstig uit dergelijke landen met de grootste voorzichtigheid worden behandeld. In deze context heb ik het initiatief genomen om te anticiperen op de noodzakelijke maatregelen.

Er wordt een ontwerp van ministerieel besluit voorbereid dat strikte voorwaarden stelt aan de introductie van dieren uit landen die niet ziektevrij zijn, met name een strikte quarantaine van 30 dagen en het uitvoeren van testen bij het begin en aan het einde van deze quarantaine.

Wat de vaccinatie betreft, wil ik benadrukken dat deze een essentieel wapen is tegen deze ziekte. We moeten klaarstaan om onmiddellijk tussen te komen wanneer de situatie dat vereist. De Europese regelgeving laat een preventieve vaccinatie tegen dermatose echter niet toe. Ik kan deze vaccinatie dus pas toestaan na vaststelling van een geval op ons grondgebied of op een afstand van onze grenzen die als kritiek wordt beschouwd.

Als een dergelijke situatie zich voordoet, zal ik vanzelfsprekend de beslissing nemen om vaccinatie toe te staan. Deze beslissing moet echter op het gepaste moment worden genomen, omdat zij grote economische gevolgen heeft voor de sector. Zo veroorzaakt zij het verlies van het statuut van ziektevrij land zonder vaccinatie en komen er beperkingen op de verplaatsing en de verkoop van runderen en hun producten, inclusief zuivelproducten.

Hoewel het mogelijk is om een beroep te doen op de beschikbare vaccinstock op het niveau van de Europese Commissie, heb ik de instructie gegeven om een procedure op te starten voor de aankoop van vaccins om een eerste stock in België op te bouwen. Dit dossier zal binnenkort aan de ministerraad worden voorgelegd.

Enfin, une concertation avec les représentants du secteur, notamment l’Agrofront, les représentants vétérinaires et les administrations, sera organisée le 4 février afin d’assurer une information claire, une coordination efficace et une mobilisation de tous les acteurs concernés.

Depuis le mois de septembre 2025, plusieurs séances d’information ont déjà été organisées à destination des secteurs de l’élevage et des vétérinaires. De nombreuses informations sont également disponibles sur les sites web des autorités et associations concernées.

Une FAQ élaborée par le SPF Santé publique, répondant point par point aux questions des éleveurs, sera prochainement mise en ligne. Elle abordera tant les aspects sanitaires de la maladie que les conséquences pratiques de l’arrivée éventuelle de la dermatose nodulaire contagieuse sur le territoire belge – que personne n’espère, évidemment.

Katleen Bury:

Ik merk zeer zeker dat u de situatie op de voet opvolgt. Die strikte voorwaarden, met een strikte quarantaine van 30 dagen en testen aan het begin en aan het einde, zijn duidelijk. U hebt ook goed uitgelegd dat een totaal importverbod bijzonder moeilijk is. De preventieve vaccinatie wordt niet toegelaten.

Ik denk dat het gewoon een kwestie van tijd is. U hebt het natuurlijk over die mugjes en over die grens van 15 graden. Zolang het hier nog wat kouder is, zitten we veilig. Tegelijk zien we bij transporten en in de stallen waar die dieren verblijven dat de temperatuur daar snel oploopt. Dat is ook goed voor die dieren, omdat het er warm genoeg is.

Dat betekent wel dat die beestjes zouden kunnen overleven en dat het hier sneller zou kunnen zijn dan we denken. Ik merk dat u zich daarvan bewust bent. Het blijft wel een spijtige zaak dat we niet sneller kunnen schakelen en pas mogen starten wanneer het op ons grondgebied is of dicht bij de grens.

Ik had ook van u gehoord dat u zelf een stock gaat aanleggen en dat u dat nog aan de ministerraad gaat voorleggen. Ik heb begrepen dat u daar geen timing voor heeft? Neen.

Dat waren mijn bijkomende opmerkingen.

Patrick Prévot:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

J'entends, et c'est une bonne chose, qu'il n'y a pas encore de cas sur notre territoire, et que c'est la raison pour laquelle la législation européenne ne nous permet pas de lancer une campagne de vaccination. Tout comme vous, je pense néanmoins qu'il s'agit d'un levier important et que, le cas échéant, si des cas venaient à être détectés sur notre territoire, il faudrait pouvoir lancer rapidement, au moment opportun, une large campagne de vaccination. Vous me connaissez, c'était déjà le cas lors de la maladie de la langue bleue: ma volonté sera que la décision soit prise de le faire à charge de l'État. Le cas échéant, je pourrai déposer un texte auquel vous vous opposerez dans un premier temps, mais sur lequel vous me suivrez par la suite. C'est ainsi que nous fonctionnons et c'est une équipe qui fonctionne bien en matière de remboursement de la vaccination.

Il y a par ailleurs un vrai problème de répartition des compétences, par exemple pour le renvoi des flacons de vaccin non utilisés. On ne sait pas si ce renvoi doit se faire au niveau fédéral ou régional. Même problème de répartition des compétences en ce qui concerne la gestion des déchets. Je sais que le temps qui vous est imparti est court et qu'il est compliqué pour vous de répondre à toutes les questions. Par rapport à ces questions spécifiques de répartition de compétences, je me permettrai donc de déposer une question écrite, pour permettre à votre cabinet de clarifier la situation afin que le secteur puisse y voir un peu plus clair. C'est actuellement un imbroglio, qui pourrait générer des quiproquos et des renvois de responsabilité, ce que j'aimerais éviter.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, ook ik heb opgemerkt dat u niet echt bent ingegaan op de aanbesteding voor vaccinaties, maar ik heb gehoord dat u een stock zult aanleggen en daarmee naar de ministerraad zult gaan. U geeft daar echter geen timing voor, dus de vraag is hoe ernstig en concreet die plannen al zijn. We kunnen daar via verdere vragen nog op ingaan.

Ochratoxine A in rozijnen en studentenhaver

Gesteld door

N-VA Lotte Peeters

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Lotte Peeters vraagt minister Clarinval om uitleg over de terugroepactie (eind 2025) van rozijnen en studentenhaver met te hoge Ochratoxine A-gehalten (nier- en mogelijk kankerrisico), inclusief timing, extra controles en structurele oplossingen. Clarinval antwoordt dat het FAVV op 19/12/2025 werd gewaarschuwd via RASFF, maar de terugroep op 2/1/2026 werd ingetrokken na een conforme heranalyse door Luxemburg; geen structureel probleem, wel een natuurlijk risico afhankelijk van weersomstandigheden, met bestaande EU-regels en autocontroles door producenten. Peeters benadrukt het belang van strenge droog- en bewaarregels en verwelkomt de jaarlijkse FAVV-controles, met een schriftelijke navraag over recente Ochratoxine A-gevallen.

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, eind 2025 riepen supermarktketens Cora en Carrefour rozijnen en biologische studentenhaver terug, omdat ze een te hoog gehalte aan Ochratoxine A bevatten. Dat is een giftige stof die door schimmels in voeding kan ontstaan en schadelijk is voor de gezondheid. Een langdurige blootstelling aan Ochratoxine A kan namelijk nierschade veroorzaken en is mogelijk ook kankerverwekkend.

Ten eerste, de terugroepactie gebeurde in overleg met het FAVV. Wanneer werd het voedselagentschap op de hoogte gebracht en wanneer werd beslist om die producten uit de handel te halen en terug te roepen?

Ten tweede, werden extra controles uitgevoerd naar de aanwezigheid van Ochratoxine A in rozijnen of studentenhaver van andere supermarktketens met eenzelfde leverancier?

Ten derde, werd een onderzoek gestart naar structurele problemen in de voedselketen, zoals opslag, transport of import uit bepaalde regio’s?

Ten slotte, overweegt u bijkomende sensibilisering van producenten en distributeurs over het voorkomen van schimmelvorming en dergelijke in voeding?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

David Clarinval:

Ochratoxine A is een mycotoxine die wordt geproduceerd door schimmels zoals Aspergillus en Penicillium. De stof komt vooral voor in plantaardige producten zoals granen, koffie en gedroogd fruit. De vorming ervan wordt gestimuleerd door een hoge vochtigheid of onvoldoende droging van de grondstof en door een ongeschikte temperatuur.

Het FAVV werd op 19 december 2025 door de Luxemburgse autoriteiten op de hoogte gebracht via het Europese RASFF-systeem. De betrokken distributeurs Cora en Carrefour publiceerden respectievelijk op 25 en 26 december 2025 een persbericht over de terugroepactie. Op 2 januari 2026 trokken de Luxemburgse autoriteiten de RASFF-melding in na een tweede analyse.

De betrokken producten werden op basis van die analyse als conform beschouwd. Bijgevolg werden de Belgische terugroepmaatregelen en de persberichten opgeheven. De betrokken loten werden geïdentificeerd aan de hand van traceerbaarheidsgegevens.

Er waren geen andere supermarkten betrokken.

Wanneer de leverancier of producent in een andere lidstaat is gevestigd, voert de bevoegde autoriteit van die lidstaat het onderzoek en informeert zij andere lidstaten via het RASFF-systeem. De procedure is erop gericht alle mogelijk betrokken loten in kaart te brengen. In dit geval was dat niet nodig vanwege de conforme resultaten van de tweede analyse uitgevoerd door Luxemburg.

Mycotoxinen, waaronder ochratoxine A, vormen een bekend gevaar voor bepaalde producten. Ze zijn strikt gereglementeerd in de Europese wetgeving. Exploitanten en bevoegde autoriteiten zijn zich bewust van de risico's en zetten zich in om de veiligheid van de consumenten te waarborgen. Het betreft dus geen structureel probleem, maar een gevaar dat van nature, afhankelijk van de weersomstandigheden, aanwezig kan zijn in bepaalde producten.

De controle van grondstoffen en eindproducten valt in eerste instantie onder de verantwoordelijkheid van de producent of leverancier en de betrokken supermarktketens in het kader van hun autocontrolesystemen. De betrokken sectoren, poductie, verwerking en distributie, nemen de controle op mycotoxine, waaronder ochratoxine A, al lang op in hun richtlijnen voor autocontrole.

Tot slot voert het FAVV jaarlijks monsternemingen uit in het kader van het controleplan. De programmatie van die monsters is risicogebaseerd. Het agentschap volgt eveneens systematisch de Europese RASFF-meldingen en de verplichte notificaties van operatoren op.

Lotte Peeters:

Dank u wel, mijnheer de minister. Het is goed dat er een tweede analyse is uitgevoerd met een gunstig resultaat, waardoor de melding kon worden ingetrokken. Dat illustreert natuurlijk wel waarom strenge regels noodzakelijk zijn met betrekking tot het drogen en correct bewaren van onder andere fruit, granen of koffie, die dan ook gevolgd moeten worden door producenten en leveranciers. Het is ook geruststellend dat het FAVV instaat voor jaarlijkse extra controles op basis van staalnames. Ik heb over de materie ook een extra schriftelijke vraag ingediend om een beter beeld te krijgen van het voorkomen van ochratoxine A in onze voeding het afgelopen jaar. Ik kijk uit naar uw antwoord daarop.

De vaccinatie van pluimvee tegen de vogelgriep
De vogelgriep: vaccinatie, preventiebeleid en Europees gelijk speelveld
De impact van de trage aanpak van de vogelgriepuitbraken in Frankrijk op Vlaamse pluimveehouderijen
De verspreiding van de vogelgriep in België
Antistoffen van vogelgriep bij melkvee
Vogelgriep bij melkkoeien
Vogelgriep: preventie, verspreiding, impact en vaccinatie bij pluimvee en melkvee

Gesteld aan

Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De vogelgriepcrisis in België – met 10+ haarden in West-Vlaanderen en economische schade (€12,7 miljoen sinds 2022) – domineert het debat, waarbij vaccinatie als mogelijke oplossing centraal staat, maar Europese handelsbarrières, kosten en gebrek aan uniform beleid belangrijke belemmeringen vormen, aldus minister Clarinval. Hij bevestigt dat een werkgroep de haalbaarheid onderzoekt, maar benadrukt dat Frankrijk (vaccinatie van eenden) een ander economisch model hanteert en waarschuwt voor exportrisico’s door embargo’s van derde landen. Kritiek van parlementsleden (De Knop, Bury) luidt dat België te reactief is en geen concreet preventieplan heeft, terwijl nieuwe risico’s – zoals vogelgriep bij melkvee (Nederland, 2026) – onbeantwoord blijven door tijdsgebrek. Clarinval belooft Europese lobby voor meer cofinanciering (nu gedaald van 50% naar 20%) en betere grenscoördinatie met Frankrijk, maar concrete stappen ontbreken nog.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, dit is een belangrijk onderwerp. De vogelgriep heeft weer toegeslagen. Weliswaar verliepen de besmettingen nu via wilde vogels, maar sowieso heeft dat een heel zware impact op de Belgische pluimveehouderij. Ik heb begrepen dat het heel actueel is en dat er momenteel een tiental besmettingshaarden zijn in West-Vlaanderen.

Uiteraard is er een preventiebeleid, dat vooral gericht is op het garanderen van de bioveiligheid, het monitoren en het ruimen in het geval dat zich besmettingen zouden voordoen.

Helaas ondervinden getroffen bedrijven zware economische schade. Een deel van de onkosten wordt vergoed vanuit het Sanitair Fonds, maar u weet ook dat dat slechts het topje van de ijsberg is en dat er geen rekening met de totale economische schade wordt gehouden.

Daarom is het ook logisch dat de sector nadenkt over een vaccinatiebeleid om uitbraken in de toekomst te kunnen voorkomen en om massale ruimingen te kunnen beperken. Dat brengt uiteraard eveneens kosten met zich mee en het vereist ook een strikt monitoringskader op Europees niveau en liefst ook een Europees uniform beleid. Ik heb immers begrepen dat vaccinatie ook een impact op de economische valorisatie kan hebben.

Dat vaccinatie geen overbodige luxe is, bewijst de evolutie van de aard van de vogelgriep, waarbij bepaalde varianten zich ook verplaatsen naar andere dieren, bijvoorbeeld rundvee.

Ik ben ook geen wetenschapper, mijnheer de minister, maar ik heb begrepen dat het risico op overdracht naar de mens ook niet onbestaande zou zijn, waardoor nog meer preventie en risico-inperking absoluut noodzakelijk zijn.

Mijnheer de minister, hoe staat u tegenover de vaccinatie tegen vogelgriep voor leg- en vleeskippen? Vindt u dat een wenselijke optie? Heeft het FAVV al kunnen nagaan welke ervaringen men in onze directe buurlanden heeft met vaccinatie tegen vogelgriep? Acht u een Belgische vaccinatiestrategie verantwoord, zonder garanties inzake een gelijk speelveld op de Europese markt? Bent u bereid om dat dossier op de Europese agenda te zetten en te pleiten voor een geïntegreerde aanpak van vogelgrieppreventie?

Daaraan wil ik vragen toevoegen over de uitbraak van het vogelgriepvirus in Noord-Frankrijk en de impact daarvan op de West-Vlaamse pluimveehouderijen. Ik ga meteen over tot mijn vragen.

Welke conclusies trekt u uit het feit dat de ruimingen in het Noord-Franse bedrijf zo traag zijn verlopen? Wat is de impact daarvan op onze grensregio? Op welke manier kunnen we die regio beter beschermen tegen uitbraken?

Op welke manier wilt u dat aankaarten in het overleg met de Franse overheid, met het oog op een snellere en meer gecoördineerde aanpak van haarden in grensgebieden? Ik heb daarnet gehoord dat u de minister hebt gesproken, hopelijk ook over dat thema.

Is het mogelijk dat vanuit het FAVV en Sciensano ondersteuning wordt geboden aan de bevoegde Franse autoriteiten, zodat zij de goede praktijken uit België, met name de snelle ruimingen, beter kunnen toepassen?

Kan er een economische impactanalyse worden gemaakt van die uitbraken, zowel op bedrijfsniveau als op sectorniveau, om de gevolgen en de marktverstoring na het opheffen van de zones correct te kunnen inschatten?

Welke preventieve of bewarende maatregelen kunnen het FAVV en Sciensano nog nemen om pluimveebedrijven beter te beschermen tegen de gevolgen van vogelgriepuitbraken? We worden klaarblijkelijk met de regelmaat van de klok opnieuw geconfronteerd met uitbraken, en met besmettingsrisico’s als gevolg.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, ik sluit me aan bij de vragen over het vaccinatie- en preventiebeleid en het Europees gelijk speelveld, dat dringend moet worden bekeken. Ik heb twee vragen ingediend, maar ik breng alleen de vragen aan die nog niet gesteld zijn.

Op 23 januari, enkele dagen geleden, werd vogelgriep vastgesteld bij een melkkoe. Is dat signaal al besproken binnen Sciensano, de Risk Assessment Group of de Risk Management Group? Werd er een voorlopige inschatting gegeven?

Wordt in België of Vlaanderen vandaag al actief gemonitord op vogelgriep bij runderen? Dat zou bijvoorbeeld kunnen via melkmonsters, tankmelk of serologie.

Deelt u ook de inschatting dat het laag volksgezondheidsrisico nu eerder als een zorgwekkende nieuwe ontwikkeling moet worden beschouwd? Zult u daarvoor bijkomend risicobeoordelingsonderzoek laten uitvoeren?

Acht u het aangewezen om het Vlaams en Belgisch draaiboek rond vogelgriep en mogelijke zoönosen uit te breiden met een expliciet luik rond melkvee?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, à l'heure d'écrire ces lignes, j'apprenais que les oiseaux retrouvés morts à l'étang de Pécrot, un village du Brabant wallon, étaient positifs à la grippe aviaire. Peu avant, la presse nous communiquait qu'un foyer de la maladie avait été détecté dans un élevage de volailles à Dixmude, en Flandre occidentale, donnant lieu à un abattage comme le veut le protocole.

Depuis l'automne 2025, des foyers ont été détectés dans 19 élevages de volailles et chez deux éleveurs amateurs. Les pays voisins sont également touchés.

Le 17 décembre 2025, vous nous communiquiez, monsieur le ministre, au sein de cette commission, qu'entre 2022 et 2024, "l'AFSCA avait mobilisé la réserve de crise pour un montant total de 6,689 millions d'euros (…). Il est en outre estimé qu'au moins 1,4 million d'euros supplémentaire sera nécessaire pour continuer à gérer les épidémies en cours. Dès lors, la réserve de crise prévue, fixée à 10 millions d'euros, s'avère insuffisante. Un dossier est en cours de préparation afin de solliciter un budget auprès du Conseil des ministres. L'AFSCA reconstituera ses réserves dès que possible, notamment grâce au cofinancement prévu par l'Union européenne dans le cadre de la lutte contre la grippe aviaire."

Monsieur le ministre, pourriez-vous faire le point sur la situation concernant la propagation du virus de la grippe aviaire sur notre territoire? Le gouvernement ayant entamé l'année 2026 avec les douzièmes provisoires, pourriez-vous nous communiquer les réserves budgétaires actuelles et à venir de l'AFSCA dans sa lutte contre la propagation de maladies? Comment l'Union européenne participe-t-elle au cofinancement de la lutte contre cette maladie qui devient endémique? Où en est la question de la vaccination déjà existante en France pour les canards?

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, antistoffen tegen vogelgriep zijn voor zover bekend niet eerder aangetoond bij melkvee in Europa, maar zoals mevrouw Bury daarnet aangaf, is daar enkele dagen geleden toch verandering in gekomen in Nederland. Op 15 januari werd melkvee op een bedrijf waar een besmette kat met vogelgriep werd aangetroffen, gescreend via een steekproef. Er bleken geen zieke dieren aanwezig te zijn, maar er werd daarnaast ook onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van antistoffen. Die werden wel gevonden in melkmonsters van één koe. Dat duidt dus effectief op een doorgemaakte infectie van het virus bij die koe.

Dat voorval in ons buurland moet ons zorgen baren, want ook ons eigen land is vatbaar voor zoönotische infecties, vanwege de hoge dichtheid van de veestapel en de nabijheid van de veestapel bij de bevolking, zeker wanneer we meerdere meldingen krijgen van vogelgriepuitbraken verspreid over het hele land.

Mijnheer de minister, zullen er naar aanleiding van dat recente voorval in Nederland ook in België steekproeven worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van antistoffen bij melkvee? Zullen stalen van melk worden gecontroleerd of zal eventueel afvalwater van melkveebedrijven worden gescreend?

Wat is daarnaast de rol van Sciensano daarin? Is Sciensano het referentielaboratorium?

Zal er een aanbeveling van het FAVV komen over de consumptie van rauwe melk, eventueel nadat controles hebben plaatsgevonden?

David Clarinval:

Tout d’abord, en ce qui concerne les questions relatives à la vaccination, je rappelle souvent qu'elle constitue une mesure supplémentaire au sein d’une stratégie plus large de lutte contre la grippe aviaire. Un groupe de travail spécifiquement dédié à la vaccination contre la grippe aviaire a été mis en place par le SPF Santé publique afin de définir une stratégie de vaccination adaptée.

Toutefois, des obstacles majeurs doivent encore être surmontés afin d’envisager une vaccination à grande échelle en Belgique, notamment la disponibilité de vaccins appropriés et efficaces, la faisabilité pratique de leur mise en œuvre, les restrictions commerciales imposées par des pays tiers, ainsi que la nécessité d’un contrôle rigoureux des exploitations vaccinées pour garantir qu’aucun virus ne s’y introduise.

Ces défis font actuellement l’objet d’analyses approfondies tant au niveau national qu’au niveau européen. L’Organisation mondiale de la santé animale (OMSA) et la Commission européenne ont mis à jour leurs codes afin d’autoriser et d’encadrer la vaccination contre l’influenza aviaire hautement pathogène (IAHP).

Au niveau européen, les mouvements de volailles vaccinées destinées à l’abattage immédiat, d’œufs à couver et de poussins d’un jour issus de volailles vaccinées, ainsi que les produits issus de volailles vaccinées, peuvent être autorisés entre États membres, moyennant une surveillance renforcée dans l’établissement d’origine, un résultat favorable à une inspection clinique ou des conditions de transport spécifiques.

S’agissant des pays tiers, ils sont libres d’imposer un embargo sur les volailles vaccinées ou leurs produits. Des discussions sont en cours à ce sujet entre ces pays tiers et la Commission européenne, mais aussi directement entre les pays tiers et les États membres appliquant la vaccination. L’impact de la vaccination sur les exportations constitue toutefois un point important à garder à l’esprit.

Tant l’éradication des foyers que les campagnes de vaccination sont coûteuses et s’accompagnent de restrictions commerciales. En France, la vaccination s’est finalement révélée moins coûteuse que la lutte contre les précédentes flambées de l'IAHP. Cependant, comme vous l’avez souligné, la situation en Belgique diffère de celle de la France. Cette dernière a vacciné ses canards afin de protéger la production de foie gras, un produit à très forte valeur.

De kosten-batenverhouding van een vaccinatiecampagne tegen hoogpathogene vogelgriep in België wordt momenteel geëvalueerd door de specifieke werkgroep.

Wat de situatie van de vogelgriep in Frankrijk en België betreft, is sinds januari 2026 in West-Vlaanderen een groot aantal haarden vastgesteld, meestal gelinkt aan gevallen die in Frankrijk nabij de grens werden waargenomen. Sinds 2022 worden de crisisreserves van het FAVV gemobiliseerd om de kosten in verband met vogelgriep te dekken. Tot op heden worden de uitgaven sinds 2022 geraamd op 12,7 miljoen euro. De Franse veterinaire autoriteiten, waarmee de diensten van het FAVV overigens frequent bilaterale contacten onderhouden, stellen alles in het werk om te zorgen voor de verwijdering van de dieren en voor de reiniging en ontsmetting van de haarden. Ik ben momenteel van mening dat de vastgestelde vertraging een geïsoleerd incident is. Indien de problematiek zich zou herhalen, zou het FAVV overleg plegen met de Franse veterinaire autoriteiten om na te gaan hoe de situatie kan worden verbeterd. Indien dat geen bevredigende resultaten oplevert, zal ik mijn Franse ambtgenoot raadplegen. Er zijn geen aanwijzingen dat de Franse autoriteiten en hun Nationale Agentschap voor Sanitair Veiligheid, het ANSES, niet in staat zouden zijn om de situatie te beheersen.

De Europese cofinanciering voor de strijd op het vlak van dier- en plantgezondheid werd sterk verminderd, van 50 % naar 20 %. Tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap hebben wij raadconclusies aangenomen die een evaluatie van de gevolgen bevatten. Als de lidstaten dat deel zelf moeten dragen, riskeren we minder opvolging, minder harmonisatie en verzwakking van de interne markt en bijgevolg meer sanitaire risico's voor dieren, planten en mensen. Wij zullen die conclusies gebruiken om het debat op te starten met het oog op een herwaardering van de cofinanciering in een nieuw Europees meerjarig financieel kader vanaf 2027.

Een volledig en geactualiseerd overzicht van de gevallen, ook bij wilde vogels, is beschikbaar op de website van het FAVV. De controlemaatregelen in geval van haarden van hoogpathogene vogelgriep zijn vastgesteld in de Europese regelgeving en geharmoniseerd tussen de verschillende lidstaten.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. U monitort de situatie wel, maar treedt weinig proactief op om toekomstige crisissen op het vlak van vogelgriep aan te pakken. Ik zal uw antwoord nog eens grondig nalezen en op basis daarvan eventueel extra vragen stellen.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, ik blijf ook wat op mijn honger zitten. Ik stel vast dat u de zaken in handen wilt nemen. U verwijst naar de werkgroep van de FOD en de controle van de gevaccineerde dieren. U zegt dat Europa het op het vlak van export en import nog altijd moeilijk maakt, aangezien lidstaten ook onderling embargo's kunnen opleggen. Het schoentje blijft wringen. Bij gebrek aan coherent beleid op Europees niveau, is het vooral gissen wat al dan niet mag en wat al dan niet lukt. Al die regels kunnen bovendien veranderen of eenzijdig worden aangepast.

U had het ook over West-Vlaanderen. U hebt eerlijk aangegeven hoeveel het momenteel al heeft gekost om dieren te ruimen. De vaccinatie van eenden in Frankrijk toont echter aan dat vaccinatie goedkoper is gebleken dan alle dieren te blijven ruimen. U hebt namelijk gemeld dat de kostprijs ondertussen is opgelopen tot 12,7 miljoen euro. Het is dus van belang dat de werkgroep van de FOD snel conclusies formuleert, om te beslissen of we dat traject al dan niet opstarten.

U verklaarde ook dat de Europese middelen zijn gedaald. Het debat dat u daarover opstart in het kader van het nieuw Europees financieringskader, zal echter pas in 2028 plaatsvinden. Dat is een eerlijk antwoord, maar uiteraard niet het antwoord waarmee we onmiddellijk aan de slag kunnen.

Ook dit dossier zullen we dus verder opvolgen. Jammer genoeg zullen we er nog extra vragen over moeten stellen.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, cette commission est toujours l’occasion de faire le monitoring de la situation. Je vous remercie pour cela. J’entends le travail qui est réalisé au sein du groupe de travail vaccination. Il faut continuer et maintenir le dialogue avec nos voisins français afin de pouvoir regarder ce qu’il s’y passe et de mieux se coordonner. Comme j’ai l’habitude de le dire sur cette thématique, je reviendrai vers vous si la situation venait à évoluer. Je ne manquerai pas alors de vous interroger à nouveau.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, ik wens nog op te merken dat ik op geen enkele vraag inzake melkvee een antwoord heb gehad. Ik weet wel dat die vraag zeer recent is ingediend, dus misschien is ze daarom niet beantwoord. Ik was immers uw antwoorden op mijn vragen aan het oplijsten, onder andere over het Europese speelveld, en nu valt het mij op dat mijn vragen over het incident in Nederland nog niet beantwoord zijn.

Ik vroeg of dat signaal besproken werd bij Sciensano, of u vandaag actief de tankmelk en de melkmonsters monitort en of u dat luik zult uitbreiden naar melkvee. Als u op die vragen geen antwoord hebt, wacht ik af. U kunt het mij altijd bezorgen, maar ik heb daar tot nu toe geen enkel antwoord op gehoord. Ik was even in de war.

De voorzitster : Goed, u hebt dat punt gemaakt. Mevrouw Peeters, u hebt het woord.

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk een gelijkaardige repliek. Ik dank u voor de toelichting over de vaccinatiestrategie en de aanpak van de werkgroep wat betreft beschikbaarheid, haalbaarheid en controle.

Ik heb mijn vraag gisteren pas ingediend, dus net zoals mevrouw Bury heb ik alle begrip dat er nog geen concrete antwoorden zijn. Het gaat overigens om een zeer recent voorval. We zijn pas gisteren op de hoogte gebracht van het feit dat er antistoffen van vogelgriep zijn aangetroffen bij een melkkoe.

Ik wil er toch op aandringen dat dit een signaal moet zijn om melkveebedrijven ook in het oog te houden en te controleren, zeker wanneer ze in de directe omgeving van een pluimveebedrijf of een hobbyhouder liggen waar een vogelgriepuitbraak is vastgesteld.

Eventueel kan op mijn vraag later nog een schriftelijk antwoord volgen, zo niet dienen we de vraag opnieuw in.

David Clarinval:

Je n'ai pas reçu cette question donc je n'ai pas répondu.

Lotte Peeters:

De vraag werd gisteren vóór 11.00 uur ingediend.

David Clarinval:

La grippe aviaire des vaches à lait. Cela m'inquiète un peu. Je propose que vous posiez la question plus tard.

De voorzitster : Mijnheer de minister, kan uw kabinet de antwoorden met bekwame spoed schriftelijk bezorgen, als de Kamerleden daarmee akkoord gaan? De leden hebben de vragen immers gesteld, dus ze zouden genoodzaakt zijn om de vragen opnieuw in te dienen.

David Clarinval:

Je n’ai même pas la question, donc je veux bien m’engager à aller très vite mais, déjà, ici nous avons reçu les questions à 11 heures hier. Vous ne vous rendez pas compte de tout ce que nous devons faire pour répondre dans les délais. Ici, je ne l’ai pas, donc je ne peux pas inventer. Non. Je veux bien aller le plus vite possible, mais je ne sais pas répondre à une question que nous n'avons pas reçue.

Lotte Peeters:

Ik zal de vraag opnieuw indienen zodat ze in een volgende commissievergadering uitgebreid kan worden beantwoord.

De voorzitster : Dat lijkt me inderdaad een strak plan.

David Clarinval:

Mais vous pouvez l’envoyer par écrit et on répondra très vite.

Cereulide in babyvoeding
De terugroeping van babyvoeding
Het toxine cereulide in zuigelingenvoeding van Nestlé
De besmette babymelk van Nestlé
Risico's van cereulide in babyvoeding en terugroepingen

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Parlementsleden vragen kritisch uitleg over de cereulide-besmetting in babyvoeding (Nestlé, Danone, Babybio) na terugroepacties en ziektegevallen (1 bevestigd in België, 2 dodelijke verdachte gevallen in Frankrijk), met de bron in China (Wuhan). Minister Clarinval (FAVV) bevestigt dat Nestlé op 5 januari 2026 waarschuwde, waarna direct terugroepacties volgden, maar erkent dat zelfcontrole door producenten (948 conform staalnames in 2024) kritiek punt blijft—Bury en Oru betwijfelen de effectiviteit en eisen strengere, onafhankelijke controles. Ouders eisen transparantie over veilige alternatieven; het FAVV belooft verscherpte controles en snelle communicatie, maar Bury wijst op trage reacties (bv. Danone’s late terugroep).

Lotte Peeters:

Inderdaad, het gaat om iets wat de laatste tijd bijna dagelijks in de actualiteit komt. Het betreft een vraag die ik begin dit jaar, op 6 januari 2026, heb ingediend, omdat ik op de website van het FAVV op 5 januari een terugroepactie van Nestlé had gezien.

Het ging om een tiental babyvoedingsproducten van het merk Nan, die preventief werden teruggeroepen wegens een mogelijke aanwezigheid van cereulide. Nadien werden ook andere merken uit de rekken gehaald omwille van dezelfde problematiek, bijvoorbeeld Profutura 1 van Danone op 24 januari en vandaag ook Optima 1 van het merk Babybio.

Op het moment dat ik mijn vraag indiende, waren er nog geen ziektegevallen vermeld. Ondertussen zou er wel sprake zijn van één zieke baby door een besmetting in ons land. In Frankrijk loopt bovendien een onderzoek naar de dood van twee baby’s.

Het spreekt voor zich dat het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen hiermee absoluut geen risico’s neemt, gezien de kwetsbaarheid van zuigelingen. Inname van cereulide kan leiden tot braken, diarree en ongebruikelijke loomheid, doorgaans binnen 30 minuten tot 6 uur na consumptie.

De niet-conformiteit werd ontdekt tijdens interne kwaliteitscontroles en bleek afkomstig van een grondstof van een leverancier. Ondertussen, drie weken na het indienen van mijn vraag, kennen we ook de bron. Het gaat om een bedrijf uit de Chinese stad Wuhan.

Ik heb hierover de volgende vragen. Wanneer werd het FAVV op de hoogte gebracht van de mogelijke contaminatie met cereulide en hoe snel werd beslist tot terugroeping?

Zijn er via het FAVV ondertussen, naast de ene melding waarover ik daarnet sprak, nog andere bevestigde ziektegevallen bij baby’s gemeld?

Welke controles bestaan er momenteel op grondstoffen die worden gebruikt in babyvoeding, meer bepaald in babymelk, en acht u die voldoende streng?

Wordt onderzocht of er bij de betrokken leveranciers eerdere niet-conformiteiten werden vastgesteld? Welke bijkomende controles kunnen daaruit volgen?

De voorzitster : Voor ik u het woord verleen, mevrouw Bury, wil ik nog opmerken dat ik begrepen heb dat de minister om 17.30 uur moet vertrekken. Ik wil de rechten van de parlementsleden zeker niet inperken, maar als dat een harde deadline is, lijkt het mij aangewezen om bij samengevoegde vragen de context wat in te korten en ons tot de vragen te beperken.

Katleen Bury:

Ik hou het kort, mevrouw de voorzitster. Het gaat inmiddels niet alleen om Nestlé maar ook om Danone. Er circuleren ook berichten dat het eigenlijk al heel lang in die producten zou zitten. Ik weet niet of u daarover informatie hebt, maar dat is zeer verontrustend nieuws. Ik heb dat gisteren nog in de krant gelezen.

Zult u extra handhavingsmaatregelen nemen? Er blijkt immers toch sprake te zijn van nalatigheid of een tekortschieten van de controles.

De problemen met babyvoeding kwamen aan het licht via interne controles van de producent en niet via het toezicht van het FAVV. Dat is in het verleden ook al gebeurd met onder meer Coca-Cola en Sprite, als ik mij niet vergis. Hoe staat u tegenover de afhankelijkheid van zelfcontrole? Moet dat niet eens opnieuw worden bekeken?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, après la mort suspecte de deux nourrissons ayant consommé un lait infantile rappelé par Nestlé, nous avons appris vendredi dernier qu'en Flandre, un bébé était également tombé malade en début de mois après avoir consommé ce même produit. Heureusement, aujourd'hui, le bébé est rétabli, mais des analyses de laboratoire ont confirmé que la cause de la maladie était la toxine céréulide présente dans le lait infantile.

Nous sommes peut-être au début d'un potentiel scandale qui pourrait avoir une ampleur plus importante. Nestlé avait engagé le 5 janvier dernier un rappel massif de laits infantiles des marques Guigoz et Nidal en raison de la présence potentielle de céréulide, un composant toxique qui peut être responsable d'importants vomissements.

Nous devons faire toute la lumière sur cette affaire, d'autant plus que depuis le dépôt de la question, d'autres marques comme Danone ou Nan procèdent également à des rappels, de quoi inquiéter les parents.

Monsieur le ministre, quelles sont les dernières informations dont vous disposez au sujet de ce scandale de lait infantile produit par Nestlé, rappelé semble-t-il trop tard, puisqu'il aurait rendu malade un nourrisson en Flandre et est suspecté d'avoir causé la mort de deux enfants en France? Depuis le dépôt de cette question, d'autres cas ont-ils été recensés dans notre pays, en France ou ailleurs? Quel est le retour de l'AFSCA quant aux contrôles effectués sur ce genre de produits? Nestlé a-t-il réagi trop tardivement?

Funda Oru:

Mevrouw de voorzitster, hetgeen nu gebeurt is een nachtmerrie voor ouders. Zij moeten absoluut zeker kunnen zijn dat de flesvoeding voor hun baby veilig en gezond is. Het is aan de bedrijven die babymelk produceren om te garanderen dat die melk veilig is.

Het is bijzonder verontrustend. Vlaams minister Caroline Gennez is onmiddellijk in actie geschoten. Zij vroeg aan het FAVV om de veiligheid van babymelk te onderzoeken en op te volgen. Federaal bleef het een beetje stil.

Mijnheer de minister, hoelang waren u en het FAVV al op de hoogte? Heeft het FAVV onmiddellijk opgetreden?

In het kader van het nieuwe actieplan One Health benadrukt u het belang van preventie van microbiologische risico’s in de volledige voedselketen. Kunt u toelichten hoe het FAVV dit concrete dossier opvolgt en of u in het licht van deze gebeurtenissen bijkomende of gerichtere controles overweegt om babyvoeding en de gebruikte grondstoffen veiliger te maken?

David Clarinval:

Mevrouw de voorzitster, collega’s, op 5 januari 2026 werd het FAVV door Nestlé België op de hoogte gebracht dat tijdens een interne kwaliteitscontrole de mogelijke aanwezigheid van cereulide aan het licht was gebracht in een grondstof die wordt gebruikt bij de bereiding van babyvoeding, met name arachidonzuurolie.

De operator bezorgde de traceerbaarheidsgegevens en de lijst van de betrokken producten. Nestlé ging over tot een preventieve terugroeping van de producten en informeerde het publiek via een persbericht. Op 6 januari 2026 werd het FAVV via het Europese systeem eveneens op de hoogte gebracht, omdat het ging om producten die in Nederland waren geproduceerd. Op 7 januari 2026 werd een extra product opgenomen in de terugroepactie zodra de volledige traceerbaarheid in kaart was gebracht.

Er waren drie meldingen van zuigelingen die symptomen vertoonden. In één geval kon een verband worden aangetoond tussen de inname van de babymelk van Nestlé en de symptomen. Dat geval werd op 23 januari 2026 gemeld door het Departement Zorg. De uitgevoerde analyses brachten de aanwezigheid van cereulide aan het licht in de stoelgang van de baby. Het lot van de geconsumeerde melk maakte wel degelijk deel uit van de teruggeroepen producten. Ik wil benadrukken dat de baby na een tiental dagen volledig was hersteld en het vandaag goed maakt.

Bovendien heeft het FAVV op 23 januari 2026 een RASFF-melding ontvangen voor melkpoeder van Danone voor dezelfde problematiek. Op 24 januari 2026 volgde een persbericht. Vanmorgen werd een nieuwe terugroeping gepubliceerd, ditmaal voor een product van het merk Vitagermine.

Les préparations pour nourrissons sont soumises à des normes européennes très strictes, avec des teneurs maximales aux différents contaminants chimiques et microbiologiques particulièrement basses en raison de la vulnérabilité des nourrissons. Le contrôle des matières premières et des produits finis repose d'abord sur l'autocontrôle obligatoire des opérateurs, complété par des contrôles ciblés de l'AFSCA. À titre d'exemple, en 2024, 948 échantillons de préparations pour nourrissons ont été analysés à partir d'un total de 4 425 paramètres. Tous les résultats se sont révélés conformes.

L'AFSCA et moi-même réservons une attention particulière à ce type de signalement. Dans l'immédiat, l'AFSCA a mené des enquêtes complémentaires auprès des fabricants de préparations de lait pour bébés en Belgique. Il en ressort que les matières premières utilisées proviennent de fournisseurs non concernés par le rappel. Par ailleurs, une révision de la méthodologie de contrôle de l'AFSCA est en cours afin de renforcer encore le ciblage des contrôles parmi les populations les plus vulnérables.

Voilà ce que je puis vous dire, en l'état actuel des choses, mesdames et messieurs les députés.

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, ik dank u voor de antwoorden.

Het is goed te vernemen dat het FAVV heel snel bijkomend onderzoek heeft ingesteld en dat het ook andere producten test. Ik merk toch heel wat bezorgdheid bij jonge ouders. Veel mensen zijn op zoek naar correcte informatie, dus ik wil u vragen om het FAVV op te roepen om de resultaten van die bijkomende onderzoeken zo snel mogelijk op hun website te publiceren, zodat ouders weten welke melk zij op een veilige manier aan hun kind kunnen geven. Ik wil u ook vragen om er eventueel in samenspraak met het Departement Zorg voor te zorgen dat we kort op de bal kunnen spelen. Het is immers echt niet fijn om nu als jonge mama of papa met zoveel vragen over babyvoeding te zitten. Ik hoop dat het FAVV daarover snel zal communiceren op de website.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, het is inderdaad heel belangrijk dat er meer wordt gecommuniceerd dan Nestlé en Danone nu hebben gedaan.

Ik stel mij vragen bij het feit dat Danone dat pas veel later deed. Het eerste feit deed zich voor op 5 januari en Danone heeft nu pas gecommuniceerd. Het bedrijf weet toch wie zijn leveranciers zijn en ik begrijp niet dat het daar niet alle hens aan dek is, dat ze pas drie weken later in actie schieten. Ondertussen zijn er immers nog veel producten verkocht. We zullen zien wat de gevolgen daarvan zijn.

U hebt het over 948 gecontroleerde stalen in 2024. Dat toont toch de grenzen van het systeem aan. Wat betreft de besmette grondstoffen in de keten, de leverancier moet zelf melden dat er iets fout is gelopen. Dat was ook het geval met Coca-Cola, dat ook laattijdig communiceerde. Het is moeilijk om een systeem te hebben dat 100 % waterdicht is, maar we moeten ons de vraag stellen of zelfcontrole in geval van voeding voor baby's of ouderen wel afdoende is. Op die vraag heb ik geen antwoord gekregen, maar u hebt alleszins een goede chronologie van de feiten geschetst.

Patrick Prévot:

Merci, monsieur le ministre, d'avoir fait le point sur cette situation inquiétante, avec ces deux décès suspects en France et ce cas d'un bébé malade en Flandre. Je trouve que c'est une bonne chose que l'AFSCA fasse des contrôles complémentaires de manière proactive, et puisse au moins tenter de débusquer d'autres défauts éventuels dans ces laits infantiles. Il s'agit en effet de produits pour lesquels on n'a pas le droit à l'erreur. J'espère que d'autres cas de ce genre ne se présenteront plus, ni chez nous, ni ailleurs.

Funda Oru:

Mevrouw de voorzitster, ik wil aansluiten bij de andere vraagstellers. Er blijft vandaag immers heel veel onduidelijkheid, wat zorgwekkend is. Het gaat hier over de gezondheid van onze kinderen. Er moet meer duidelijkheid komen. De betrokken bedrijven moeten transparant zijn over hun productieproces en over wat fout liep, zodat ouders weten wat te doen en opnieuw met een gerust hart een flesje melk aan hun baby’tje kunnen geven en vooral zodat geen andere slachtoffers of zieke baby’s meer moeten worden gemeld. Mijnheer de minister, ik dank u. Ik hoop dat u met een en ander aan de slag gaat en dat u het dossier blijft opvolgen.

Een nieuwe campagne over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Jeroen Van Lysebettens bekritiseert dat de overheid ondanks slechte evaluaties (63% kent de term gewasbeschermingsmiddelen niet, 67% zag geen vorige campagne) en negatief advies van NGO’s (BBL, Velt) toch een gelijkaardige sensibiliseringscampagne lanceert, met twijfel over effectiviteit en budgetgebruik. Hij vraagt naar alternatieve maatregelen, vooral voor de landbouw (94% van het gebruik) en bekritiseert het ontbreken van "positieve" stappen na eerdere afwijzing van glyfosaatbeperkingen. Minister Clarinval verdedigt de term gewasbeschermingsmiddelen (wettelijk verplicht, neutraal vs. "pesticiden") en stelt dat de campagne – ondanks lage zichtbaarheid – herwerkt is met focus op herbiciden en alternatieven, zonder extra budget (kosten door distributeurs). Hij wijst op verbeterde tools (Fytoweb, doseringsassistent) en schuift professioneel gebruik (glyfosaat) door naar gewesten. Van Lysebettens repliceert dat Clarinval zelf termen door elkaar gebruikt en herhaalt zijn kritiek: campagnes met voorspelbaar beperkt effect moeten stoppen en beter afgestemd worden op terreinervaringen (NAPAN-adviesraad).

Jeroen Van Lysebettens:

Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.

Geachte minister,

Volgens een recente IPSOS-enquête blijkt dat 63% van de Belgen het woord "gewasbeschermingsmiddelen​" niet kent. 67% van respondenten heeft bovendien nooit campagneposters die het gebruik hiervan moeten sensibiliseren opgemerkt.

Desondanks, en tegen de aanbevelingen van middenveldorganisaties zoals BBL en Velt in, heeft men dit jaar opnieuw een campagne uitgedokterd waar de term 'gewasbeschermingsmiddelen' de kern van de campagne vormt.

Ik heb hier de volgende vragen over:

Gezien de grote onwetendheid over het de term 'gewasbeschermingsmiddelen'; gezien de grote onzichtbaarheid van de vorige campagne; en gezien de negatieve adviezen van de NGO's in de NAPAN-adviesraad, in welke mate werd rekening gehouden met de evaluatie van vorige campagnes, feedback, en lessons-learnt?

Waarom werd er alsnog gekozen voor een nieuwe gelijkaardige campagne? Hoe schat u de effectiviteit ervan in, gezien ook de negatieve adviezen?

Hoeveel budget werd voorzien voor deze nieuwe campagne?

Welke andere maatregelen zal u nemen om het stijgend gebruik van schadelijke gewasbechermingsmiddelen meer te sensibiliseren?

Deze campagne focust op particulieren, terwijl 94% van het gebruik (in 2019) door de landbouwsector zelf was. In uw antwoord op mijn eerder vraag over glyfosaat stelde u dat u geen extra negatieve beperkende maatregelen zou nemen, ook in afwachting van een eventuele Europese herevaluatie. Hoe zit het echter met meer positieve maatregelen? Hoe zal u ook de professionele sector sensibiliseren, bijvoorbeeld de fruitteelt en akkerbouwbedrijven? Welke budgetten trekt u hiervoor uit?

David Clarinval:

De term gewasbeschermingsmiddelen is de term die wordt gehanteerd om verwarring met biocides te vermijden, terwijl de term pesticide een negatieve connotatie heeft. De wetgeving legt ons uitdrukkelijk op om te waken over een evenwichtige communicatie. Omdat dat evenwicht delicaat is, raadplegen wij alle betrokken partijen, ook milieu-ngo's, voor we beslissen om de ene of de andere terminologie te gebruiken.

In tegenstelling tot de vorige campagne hebben we gekozen voor de term gewasbeschermingsmiddelen, waarbij we expliciet preciseren dat het hoofdzakelijk om herbiciden gaat. Een enquête van 2024 afgenomen bij Belgische hobbytuinders, toonde bovendien aan dat slechts weinig mensen de affiches van de huidige campagne daadwerkelijk opmerkten. Zij bevestigde eveneens dat de in 2019 vastgestelde tekortkomingen blijven bestaan, met name een ontoereikende beheersing van de risico's, verbonden aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of een gebrekkige kennis over de alternatieven. Daarom bleef de boodschap behouden, maar werd zij aantrekkelijker gemaakt.

De enquête die voor 2029 is gepland, zal toelaten om de impact ervan te evalueren. Er werd geen specifiek budget voor de campagne gepland, afgezien van de tijd die door de overheid en de betrokken partijen aan de voorbereiding van de campagne is besteed. De kosten voor het drukken en ophangen van de posters worden ten laste van de distributeurs genomen.

De campagne wil het tuinieren zonder gewasbeschermingsmiddelen aanmoedigen en de aandacht vestigen op het potentieel gevaar, zowel voor het leefmilieu als voor de gebruikers van huisgemaakte pesticiden.

De communicatie wordt versterkt door de herziening van de informatiesite fytoweb, die een zoekfunctie bevat voor gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico en de middelen die zijn toegelaten voor de biologische landbouw. De nakende ontwikkeling van een virtuele assistent voor het berekenen van de toe te passen doseringen zou moeten toelaten om de problematiek, waarmee onze medeburgers nog te vaak worden geconfronteerd, aan te pakken.

Wat ten slotte de maatregelen betreft met betrekking tot het gebruik van glyfosaat door professionele gebruikers, nodig ik u uit uw vraag ter zake te richten aan de gewestelijke overheden.

Jeroen Van Lysebettens:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor het antwoord. Ik maak één vaststelling. In uw antwoord gebruikt u zelf gewasbeschermingsmiddel en pesticiden door elkaar, terwijl u uw antwoord begon met te zeggen dat men toch de correcte termen moet gebruiken. Ik denk dat men toch zelf ook een beetje aandachtig moet zijn. U geeft aan dat er campagnes van start zijn gedaan en we weten dat die weinig effect hebben. Dat was natuurlijk net mijn kritiek. De vorige campagnes werden negatief geëvalueerd, de NAPAN-adviesraad heeft zeer negatief commentaar gegeven en toch zet men publieke middelen in om die campagnes te blijven voeren. Ik kan u alleen maar oproepen om in de toekomst nauwgezetter te luisteren naar de adviezen van de sector en de NAPAN-adviesraad, zodat we de kennis en de communicatie-ervaring van de organisaties en verenigingen die betrokken zijn op het terrein, kunnen valoriseren en niet nodeloos campagnes starten waarvan we op voorhand weten dat de impact zeer beperkt zal zijn. De voorzitster : De vragen nr. 56012162C, nr. 56012322C en nr. 56012625C van mezelf worden omgezet in een schriftelijke vraag.

De controles op de voedselveiligheid in het kader van het Mercosur-vrijhandelsakkoord
Het Mercosur-vrijhandelsakkoord en het FAVV
Het EU-Mercosur-akkoord
Voedselveiligheidscontroles en het EU-Mercosur-vrijhandelsakkoord

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Katleen Bury bekritiseert dat het Mercosur-akkoord – ondanks beloftes over strikte Europese normen – extra controlekosten voor landbouwers en invoerders met zich meebrengt, terwijl het FAVV-budget met 24% krimpt tegen 2029, wat de haalbaarheid van strengere importcontroles ondermijnt. Minister Clarinval bevestigt dat retributies (betaald door invoeroperators) en EU-audits in Mercosur-landen de kosten moeten dekken, maar ontwijkt concrete garanties dat Belgische landbouwers niet indirect opdraaien voor de controles; hij belooft wel meer focus op importcontroles ten koste van binnenlandse checks. Bury blijft ontevreden: ze betwijfelt of de financiering en capaciteit voldoende zijn en eist duidelijke waarborgen dat de sector niet extra belast wordt, maar krijgt geen helder antwoord op de kernvraag wie de rekening betaalt.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, in een overleg tussen uw kabinet, het FAVV en Agrofront werd opnieuw benadrukt dat het Mercosur-vrijhandelsakkoord absoluut geen afbreuk zal doen aan de voedselveiligheid. U verwees daarbij naar strikte Europese normen, intensieve controles en de bereidheid van het FAVV om zijn inspectiecapaciteit aan te passen bij toenemende invoer.

Dat klinkt allemaal geruststellend op papier, maar de landbouwers en de voedseloperatoren weten maar al te goed dat de controles van het FAVV niet gratis zijn. Integendeel, zij betalen deze controles grotendeels zelf via retributies en bijdragen, boven op een al zware administratieve en financiële last. Bovendien, zoals u zojuist stelde, worden die geruststellende verklaringen in een ander daglicht geplaatst omdat het FAVV tegen 2029 maar liefst 24 % van zijn budget zal inleveren.

Ik heb daarover een aantal vragen.

Wie zal concreet instaan voor de financiering van de bijkomende controles die nodig zijn bij een mogelijke toename van de invoer uit Mercosur-landen? Worden deze kosten gedragen door de Europese Unie, door de federale overheid of doorgerekend aan de invoerende operatoren?

Hoe rijmt u de belofte van strengere en intensievere importcontroles in het kader van Mercosur met een budgettaire afbouw van bijna een kwart bij het FAVV? Concreet, waar zal het agentschap de middelen en het personeel vandaan halen?

Kunt u bevestigen wie de bijkomende kosten van verhoogde importcontroles zal dragen?

Hoe garandeert u dat er op het vlak van controlekosten en handhaving geen structurele ongelijkheid ontstaat tussen onze binnenlandse producenten, die streng en betalend gecontroleerd worden, en de buitenlandse producenten die toegang krijgen tot onze markt? Kunt u bevestigen dat Belgische en Europese landbouwers niet indirect zullen opdraaien voor de controlekosten van ingevoerde producten die voortvloeien uit dit handelsakkoord?

Deelt u de bezorgdheid dat indien de schaarse middelen van het FAVV verschuiven naar importcontroles, dit onvermijdelijk zal gebeuren ten koste van andere controles?

Tot slot, mijnheer de minister, hoe garandeert u dat dit beleid niet leidt tot een dubbele ongelijkheid, waarbij onze landbouwers enerzijds streng en betalend gecontroleerd worden, terwijl anderzijds de controlecapaciteit structureel wordt uitgehold juist op het moment dat de invoer uit derde landen toeneemt?

Dank voor uw antwoorden.

Voorzitter:

U hebt uw twee vragen samen gesteld. Dat is goed.

De heer Prévot is vertrokken, dus we luisteren naar de minister voor het antwoord.

David Clarinval:

Mevrouw Bury, naar aanleiding van de vragen en legitieme bezorgdheden van de landbouworganisaties over het Mercosur-akkoord heb ik inderdaad, in samenwerking met het FAVV, alle partners van Agrofront uitgenodigd voor een vergadering op vrijdag 16 januari 2026.

Tijdens deze open en transparante gesprekken kwamen verschillende essentiële aspecten aan bod, waaronder de controles op de producten, de mechanismen die in derde landen stroomopwaarts zijn ingevoerd en de impact voor onze landbouwers. Net als voor alle andere federale overheidsdiensten zijn er zoals u weet vanaf 2026 budgettaire beperkingen voorzien bij het FAVV. Ik heb daar meerdere vragen over gekregen, waarop ik dadelijk zal antwoorden.

In deze context zal een toename van de import bijzondere waakzaamheid vergen van alle lidstaten.

Het FAVV hanteert, zoals altijd, een risicogebaseerde benadering in zijn controles, zoals de Europese regelgeving dat oplegt. Het vrije verkeer van goederen binnen de Unie impliceert een geharmoniseerde aanpak. Het FAVV blijft al zijn opdrachten volop uitvoeren om een hoog niveau van voedselveiligheid te garanderen op basis van risicoanalyse, zowel voor Belgische als voor geïmporteerde producten. Deze benadering maakt ook een gerichte optimalisering van de inzet van arbeidskrachten mogelijk.

De financiering van het FAVV steunt op verschillende pijlers, waarvan de belangrijkste de heffingen, de retributies en de dotaties van de federale Staat zijn. In tegenstelling tot de jaarlijkse forfaitaire heffingen die onze landbouwers betalen, worden retributies geïnd voor specifieke prestaties die het FAVV levert op aanvraag van een operator. Dat omvat met name controles op producten die via onze havens en luchthavens worden geïmporteerd. Zo dekken de retributies de kosten die inherent zijn aan de prestaties die het FAVV uitvoert voor opdrachten op aanvraag en waarborgen ze zo zijn essentiële opdracht van controle op de voedselketen.

Tot slot, zoals aan de vertegenwoordiger van de landbouwsector herinnerd werd, voert de Europese Commissie audits uit, of financiert die, in derde landen, waaronder uiteraard de Mercosur-landen die producten naar de EU exporteren of wensen te exporteren.

Europees Commissaris Várhelyi heeft bovendien zijn voornemen kenbaar gemaakt om in een versterking te voorzien van enerzijds het aantal audits in derde landen en van anderzijds het communautaire controlesysteem voor geïmporteerde producten op de plaatsen van import in de Unie.

België zal deze visie actief ondersteunen.

Ik wil hieraan toevoegen dat we gisteren tijdens Agrifish een vergadering hebben gehad met de heer Várhelyi, waarin hij zei dat Europa meer controle wil organiseren tegen andere landen van buiten Europa. Ik heb gezegd dat ik binnen mijn bevoegdheid ook meer controle wil tegen andere landen van buiten Europa en minder tegen de primaire sector.

Katleen Bury:

U geeft eigenlijk aan wat onze bezorgdheden zijn. U had het ook over de aankomende budgettaire beperkingen voor het FAVV en de extra waakzaamheid bij import die nodig is. Over hoe dat concreet allemaal zal worden waargemaakt, krijg ik echter niet echt een antwoord. Met betrekking tot de financiering spreekt u over de retributies. Er is al een groot deel dat van de deelstaten en van de federale staat komt. Slechts een klein deeltje komt van de landbouwers. Over de retributies zegt u dat de operatoren indirect de factuur krijgen, dat stelt u wel. Wie nu waarvoor zal moeten opdraaien bij al die controles, dat blijft echter zeer onduidelijk. Mijn hoofdvraag was hoe u kunt garanderen dat de Belgische landbouwers niet opnieuw gaan betalen voor controles die voortvloeien uit internationale handelsakkoorden. Daarop krijg ik gewoon geen antwoord. Dat is echter de hamvraag waarmee iedereen zit, in een sector die het nu al zeer zwaar heeft. Ik blijf daar dus op mijn honger.

De besparingen bij het FAVV
De besparingen bij het FAVV
De vermindering van het budget van het FAVV met 24 %
De verlaging van het budget van het FAVV
Bezuinigingen op het FAVV-budget

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Clarinval ontkent de persberichten over een gerichte FAVV-besparing van 24%, noemt ze "foutief" (o.a. bekritiseerd hij Testaankoop voor ongefundeerde claims) en bevestigt enkel lineaire besparingen van 4,5% op personeel en werking (gespreid over 5 jaar) plus een algemene vervangingsratio (2 op 5 ambtenaren) binnen de hele federale overheid—uitzonderingen gelden voor veiligheidsdiensten. Hij benadrukt dat voedselveiligheid prioriteit blijft en dat retributies (heffingen op exporteurs/importeurs) de controles grotendeels dekken, maar Van Lysebettens en De Knop uiten zorg over mogelijke risico’s voor toezicht en landbouwsector, eisen transparantie over concrete impact en vragen waarom de minister de "hallucinante" berichten niet publiekelijk weerlegde.

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de minister, vorige week was ik verbaasd toen in de pers werd bekendgemaakt dat de regering tegen 2029 een besparing van 24 % wil doorvoeren bij het FAVV, waarvan een groot deel reeds dit jaar, in 2026. Concreet zou dat betekenen dat er dit jaar al 15 miljoen euro minder zou worden uitgegeven. Dat had ik niet zien aankomen, zeker omdat in de begrotingstabellen, die ik nog eens heb nagekeken, slechts een lineaire besparing van 1,8 % staat ingeschreven. In de begrotingsnotificaties die ik ontving, lees ik zelfs het tegenovergestelde. Met betrekking tot de pensioenrechten van ambtenaren en de pool van parastatalen staat er letterlijk dat de dotatie aan het FAVV wordt verhoogd om dat te compenseren.

Mijnheer de minister, klopt die berichtgeving? Hoe verantwoordt u die besparing, zeker gezien de context van stijgende risico's? We hebben hier immers de hele namiddag gesproken over de risico’s aangaande het FAVV. Waarom is die besparing niet opgenomen in de begrotingsonderhandelingen?

Het FAVV wordt voor 50 % gefinancierd door de federale overheid en voor 50 % door verschillende sectorafdelingen. Betreft de besparing enkel het federaal deel, of het totaal? Wie draagt die besparing? Wordt er geprobeerd om die te compenseren? Hoe verhoudt die besparing zich tot de afgesproken lineaire besparing van 1,8 %?

In uw beleidsdocumenten, die we volgende week mogelijk zullen kunnen bespreken, lees ik dat u hoge ambities hebt voor het FAVV, onder andere een grotere inzet met betrekking tot preventie en beheer van incidenten, voedselveiligheid, plantgezondheid, verbeterde diensten voor Belgische exporteurs en versterkte relaties met derde landen. We hebben het daarnet inderdaad gehad over Mercosur. Hoe zal het FAVV die taken kunnen uitvoeren met zoveel minder budget?

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, ik zal de vragen van collega Van Lysebettens aanvullen

Het klopt dat we vernomen hebben dat de federale regering het budget voor het FAVV met 24 % wil verminderen. Dat is een aanzienlijke besparing op een jaarlijkse federale dotatie van ongeveer 117 miljoen euro. Uiteraard zijn we, samen met Testaankoop, bezorgd dat dat niet louter een efficiëntieoefening is, maar een risico kan inhouden voor de taak en de opdracht van het FAVV, die fundamenteel zijn en enorm bijdragen aan de voedselveiligheid in ons land.

We zijn ook bezorgd dat een budgetvermindering met bijna een kwart ook een impact kan hebben op landbouwers en andere actoren in de voedselketen, want de factuur moet natuurlijk altijd ergens betaald worden.

Mijnheer de minister, kunt u garanderen dat het FAVV, ondanks die geplande besparing, in staat zal blijven om de voedselveiligheid in ons land te garanderen?

Tegen wanneer moet de aangekondigde besparing van 24 % precies gerealiseerd zijn? Hoe groot is die besparing concreet, uitgedrukt in absolute bedragen per jaar, ten opzichte van het totale werkingsbudget van het FAVV?

Welke impact verwacht u van die besparingen op de bijdrageplichtige actoren, zoals de landbouwers, de slachthuizen, de importeurs en de verwerkende bedrijven?

Welke gevolgen zal die budgettaire ingreep hebben voor het personeelsbestand? Waar en op welke onderdelen van de werking zal het FAVV die besparingen realiseren?

Tot slot, heel actueel, wordt bij die besparingen rekening gehouden met de extra taken die het FAVV zal krijgen als gevolg van de handelsverdragen, die we daarnet hebben besproken?

De voorzitster : De heer Prévot en mevrouw Schlitz zijn niet aanwezig.

David Clarinval:

Madame la présidente, il y a plusieurs questions, notamment de collègues francophones. Je voudrais être très clair dans ma réponse: Testachats se trompe. J'ai moi-même été très surpris de lire leur communiqué de presse. Je les ai contactés en leur demandant pourquoi ils ne m'avaient pas contacté avant de déplorer des économies de 24 % qui tombent de nulle part. Donc, je regrette qu'ils ne m'aient pas contacté avant de communiquer ce genre d'information, qui est une erreur.

Er zijn uiteraard budgettaire maatregelen. Die maken deel uit van een globale aanpak van de regering, die gericht is op het versterken van de rationalisering en de efficiëntie van de federale administratie in deze legislatuur.

De cijfers met betrekking tot de besparingen die in uw vragen worden aangehaald, hebben geen betrekking op het FAVV. De besparingen die door de regering werden beslist, omvatten lineaire besparingen van 1,8% per jaar op de personeelsenveloppe en op de werkingskosten. Voor het FAVV gaat het om een gecumuleerde besparing, gespreid over vijf jaar, van ongeveer 4,5% op de personeelsenveloppe en ongeveer 4,5% op de werkingsenveloppe.

Daarnaast heeft de regering, in het kader van de bespreking van de initiële begroting 2026, beslist om een selectieve vervangingsratio in te voeren voor de federale ambtenaren. De impact van die maatregel wordt geraamd op 100 miljoen euro in 2026, met een geleidelijke evolutie naar 175 miljoen euro in 2029.

De geraamde besparingen zullen proportioneel worden verdeeld over de betrokken instellingen. De maatregel vormt een bijkomende besparingsdoelstelling, boven op dewelke aan het begin van de legislatuur werden bepaald. Hij heeft tot doel de efficiëntiewinsten bij de federale administratie te versnellen, zonder de uitvoering van de essentiële opdrachten in gevaar te brengen. In dit stadium wordt de verdeling nog steeds besproken in de regering.

Er zijn afwijkingsmechanismen voorzien voor kritieke functies om de continuïteit van de openbare dienstverlening te garanderen. De opvolging van de maatregelen zal gebeuren binnen het gebruikelijke kader van een begrotingsopmaak en -controle, met een transparante aansturing van de begrotingsdoelstellingen per instelling.

De maatregelen hebben een transversaal karakter en maken uitzonderingen voor de departementen die instaan voor de veiligheid, met name Defensie, de federale politie en de FOD Justitie. Ze vormen geenszins een gerichte besparing ten opzichte van het FAVV op zijn controleactiviteiten, maar kaderen in een algemene inspanning om de efficiëntie van alle overheidsdiensten te verbeteren. De besparingen worden doorgevoerd op de dotatie van het FAVV en niet op de eigen inkomsten van het FAVV, in de vorm van heffingen en retributies. De heffingen zijn een jaarlijkse bijdrage die wordt betaald door alle actoren in de voedselketen. De retributies worden daarentegen geïnd voor prestaties die het FAVV levert naar aanleiding van een specifieke aanvraag van een operator.

Die omvat onder meer de afgifte van fytosanitaire certificaten die ondernemingen in ons land in staat stellen producten naar derde landen uit te voeren, of controles uit te voeren op producten die via onze havens of luchthavens worden ingevoerd.

Het principe van de retributie is dat zij de kosten dekken die inherent zijn aan de prestaties die het FAVV uitvoert voor opdrachten op aanvraag, om zo zijn essentiële opdracht van de controle van de voedselketen te waarborgen. In België kan dan ook worden gesteld dat de financiering van de invoercontroles voor een zeer groot deel wordt verzekerd door retributies die betaald worden door de importeurs en niet via de bijdragen die betaald worden door de landbouwers.

Niettegenstaande de budgettaire restricties blijven de voedselveiligheid en de gezondheid van dieren en planten een prioriteit van mijn beleid. Ik zal samen met het FAVV alle beschikbare middelen zo optimaal mogelijk inzetten om een erg hoog niveau van toezicht op producten te blijven handhaven, zodat iedereen kan blijven rekenen op veilig voedsel.

Jeroen Van Lysebettens:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor het antwoord. Ja, het is redelijk hallucinant dat een dergelijk bericht in de pers verschijnt. Daarbij vraag ik mij af waarom u dat zelf ook niet hebt gecorrigeerd. In ieder geval hebt u dat niet gedaan in de Nederlandstalige pers. Ik zou toch vragen dat u zulke berichten als minister publiekelijk tegen te spreken als een en ander niet klopt. Het heeft immers wel wat onrust veroorzaakt. Ik heb redelijk wat mails ontvangen, waarop ik ook moest antwoorden dat ik de kwestie niet terugvond in de boeken, wat u vandaag eigenlijk bevestigt.

U zegt dat er op twee federale componenten wel degelijk wordt bespaard, via de lineaire besparing van 1,8%, waarnaar ik ook in mijn vraag heb verwezen. U hebt het vervolgens ook over 100 miljoen, op kruissnelheid over 125 miljoen besparingen op het personeel van de agentschappen, of van de totale federale overheid. Hoe moet ik dat zien?

David Clarinval:

Dat is een vraag voor mijn collega, mevrouw Vanessa Matz.

De besparing van 100 miljoen heeft te maken met de lineaire besparing, twee ambtenaren op vijf.

Jeroen Van Lysebettens:

Gaat het over alle ambtenaren met uitzondering van de ambtenaren voor kritieke functies?

David Clarinval:

Daarvoor zijn er inderdaad uitzonderingen, maar we beschikken nog niet over de juiste cijfers. We wachten daarvoor op de correcte gegevens van onze collega Matz.

Voor mijn bevoegdheid heb ik cijfers bij benadering gegeven, zoals ik die uit de tabel heb begrepen.

Jeroen Van Lysebettens:

Ik zal hierover een schriftelijke vraag stellen aan mevrouw Matz om te bekijken hoe we hiermee verder kunnen gaan.

Nieuwe gevallen van de ziekte van Newcastle

Gesteld door

Open Vld Irina De Knop

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Clarinval benadrukt dat België dankzij verplichte vaccinatie (sinds de jaren '90) en strikte controles gespaard blijft van grote Newcastle-uitbraken, terwijl Polen kampt met aanhoudende haarden door lage vaccinatiegraad en wilde vogels als virusdrager; extra maatregelen zijn volgens hem niet nodig. De Knop vraagt naar een gedifferentieerde aanpak per pluimveesector en linkt de EU-maatregelen (beschermingszones) met vogelgriep, maar Clarinval stelt dat Newcastle en vogelgriep verschillend beheerd worden (vaccinatie tegen vogelgriep vereist EU-beslissing). Hij bevestigt regelmatig overleg met de sector via het Sanitair Fonds.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, de Wereldorganisatie voor Diergezondheid meldt nieuwe gevallen van de ziekte van Newcastle in de EU-lidstaten Slovakije en Polen. In Slovakije is het van 2007 geleden dat die voor pluimvee dodelijke ziekte opdook. In Polen sukkelt men daarentegen al meer dan een jaar met aanhoudende problemen. In ons land dateert de laatste uitbraak bij professionele pluimveehouders van 2018. We willen dat uiteraard zo houden.

Hoe schat u de uitbraken van Newcastle in met betrekking tot de risico's in België?

Worden er specifieke inspanningen gedaan om de kans op besmetting in Belgische pluimveehouderijen te voorkomen?

Zal daarbij een aanpak op maat worden uitgewerkt voor de verschillende types van pluimveebedrijven, dus een verschillende aanpak voor vleeskuikens, legkippen en voor kalkoenen?

Hebt u over dat probleem al overleg gehad met de vertegenwoordigers van de pluimveesector?

David Clarinval:

Mevrouw de voorzitster, de problemen met de ziekte van Newcastle in Polen kunnen vooral worden verklaard doordat vaccinatie van pluimvee tegen de ziekte facultatief was. De vaccinatiegraad was daardoor laag. Het virus van de ziekte van Newcastle circuleert bovendien bij wilde vogels.

De introductie ervan in pluimveebedrijven in Polen heeft dan ook geleid tot een hele reeks besmettingshaarden. Ondanks de maatregelen die de Poolse overheid intussen heeft genomen, komen er helaas nog steeds nieuwe haarden bij. Daarom heeft de Europese Commissie noodmaatregelen goedgekeurd, met name de afbakening van beschermings- en bewakingszones in Polen.

In België wordt bij de routinecontroles van het FAVV op pluimveebedrijven de naleving van de vaccinatieverplichting tegen de ziekte van Newcastle systematisch geverifieerd.

Bovendien hebben de bijkomende maatregelen die ik heb genomen in het kader van de bestrijding van de vogelgriep ook een preventief effect tegen de insleep van het virus van de ziekte van Newcastle in pluimveehouderijen. Daarenboven wordt tijdens het formeel overleg met de pluimveesector in het kader van het Sanitair Fonds de sanitaire toestand steevast op de agenda gezet. In België is de vaccinatie tegen de ziekte van Newcastle verplicht sinds het begin van de jaren negentig. Sindsdien is de Belgische pluimveesector gespaard gebleven van grote epidemieën. De regelgeving is dus voldoende, waardoor er momenteel geen bijkomende maatregelen nodig zijn.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, u zei dat de EU speciale maatregelen heeft genomen, onder andere de invoering van een bewakingszone. Is dat dan niet het geval voor de vogelgriep? Wordt daarvoor een andere aanpak gehanteerd? Indien dat het geval is, waarom?

David Clarinval:

Ja, we kunnen misschien een coördinatie hebben, maar voor ons in België is er geen probleem. We hebben vaccinatie verplicht gemaakt.

Irina De Knop:

Dat had ik goed begrepen, maar ik legde even de link met het vogelgriepvirus.

David Clarinval:

Ik ben voor de vaccinatie tegen de vogelgriep, maar de vogelgriep heeft een andere status dan de ziekte van Newcastle. We moeten een beslissing nemen op Europees niveau voor een vaccinatie tegen de vogelgriep. De status van die twee ziekten is niet dezelfde.

Irina De Knop:

Dat heb ik goed begrepen. De voorzitster : Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw tijd en voor uw antwoorden. We kijken alvast uit naar de volgende vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.32 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 32.

Popover content