meeting-commission
Het buitenlandse beleid van president Trump De Europese reactie op de door grote mogendheden uitgeoefende druk De Amerikaanse claim op Groenland en de dreigementen van de VS Monsieur le président, n'étant plus député, je n'ai pas l'obligation d'être concis. Commençons avec un débriefing sur le sommet informel du 22 janvier. Lors du Conseil européen informel de la semaine dernière, l'Union européenne a démontré sa capacité de réagir rapidement et efficacement face à des pressions illégitimes. La convocation rapide, les discussions fructueuses et la solidarité manifestée à l'égard du Groenland et du Danemark témoignent d'un large consensus entre les États membres de l'Union européenne. Nous sommes conscients des nouvelles menaces qui pèsent sur la sécurité et souhaitons coopérer de manière constructive avec nos partenaires – notamment l'OTAN – afin d'y faire face. Nous devons aborder ensemble les problèmes de sécurité, et les menaces n'ont pas leur place entre alliés. Comme je l'ai indiqué en séance plénière la semaine dernière, les États-Unis sont de loin les plus puissants au sein de l'OTAN. Mais notre dignité n'est pas à vendre, nous ne sommes pas des esclaves. À la veille du Conseil européen, un cadre a d'ailleurs été défini en vue de relever ces défis ensemble, ce qui a permis d'écarter la menace tarifaire, du moins pour l'instant. U hebt ongetwijfeld de mondelinge conclusies gehoord waarmee de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, de vergadering samenvatte. Die conclusies zijn volgens mij een zeer correcte en goed gebalanceerde weergave van de besprekingen die we hebben gehad en we kunnen ons daar alleszins volledig achter scharen. Het partnerschap tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten kan bogen op een lange geschiedenis, dat weet u. In een ideale wereld is onze trans-Atlantische gemeenschap verankerd in gemeenschappelijke waarden, met als doel de veiligheid en ook de welvaart van onze bevolking te beschermen. We moeten echter toegeven dat die ideale wereld vandaag af en toe ver weg lijkt. Het spreekt voor zich dat relaties tussen partners en bondgenoten op een respectvolle manier wederzijds vorm moeten krijgen. Jammer genoeg lijkt dat vandaag niet meer evident. De uitdagingen wat betreft het beveiligen van Groenland en het Arctisch gebied zijn alleszins pertinent en worden ook door iedereen erkend. We hebben een gemeenschappelijk belang bij het verzekeren van de veiligheid in het Arctisch gebied. Dat gebeurt voor ons in de eerste plaats altijd via de NAVO. Ook de Europese Unie kan en zal een grotere rol opnemen in de regio. Eveneens in het kader van het verzekeren van de veiligheid bevestigen we formeel ons sterke engagement voor de principes van het internationaal recht, de territoriale integriteit, nationale soevereiniteit en diplomatiek overleg onder bondgenoten. We herhalen dat die principes richtinggevend zijn voor ons optreden en essentieel zijn voor de veiligheid van Europa en van de internationale gemeenschap. Onze steun voor Denemarken en Groenland staat dan ook buiten kijf. Het komt aan Denemarken en Groenland toe - en alleen aan hen - om te beslissen over hun toekomst en het beleid dat zij willen voeren. Toutes les parties se sont accordés à dire que l'Union devait défendre ses propres intérêts et se protéger elle-même – ses États membres, ses citoyens et ses entreprises – contre toute forme de coercition. Comme l'a souligné le président António Costa, nous disposons du pouvoir et des moyens nécessaires à cet effet. Le cas échéant, nous les utiliserons. Bien que la menace de droits de douane supplémentaires américains ait déjà été levée à la veille du sommet informel, nous continuons à nous atteler sans relâche à la stabilisation des relations commerciales entre les États-Unis et l'Union européenne. La menace que représentent les droits de douane est incompatible avec un accord commercial entre les États-Unis et l'Union européenne. Il est désormais temps d'œuvrer ensemble à la mise en œuvre rapide de cet accord. L'Union européenne et ses États membres continuent d'adopter une attitude constructive afin de coopérer avec les États-Unis sur des questions d'intérêt mutuel, notamment en ce qui concerne l'instauration d'une paix durable en Ukraine. Je voudrais encore dire quelques mots sur le fameux Board of Peace, le Conseil de la paix. Lors du sommet informel, nous avons également discuté de ce Conseil de la paix, organisation jugée essentielle par le gouvernement américain pour mettre en œuvre les 20 points du plan américain visant à mettre fin au conflit à Gaza. Nous avons exprimé de sérieux doutes à son propos. D'importantes questions restent en suspens, tant en ce qui concerne son champ d'action et sa gouvernance que sa compatibilité avec la charte des Nations Unies, par exemple. Nous restons toutefois disposés à coopérer avec les États-Unis à la mise en œuvre du plan de paix global pour Gaza, qui pourrait réserver le rôle d'administration transitoire au Board of Peace, conformément à la résolution 2803 du Conseil de sécurité des Nations Unies. Il existait un large consensus sur le fait que l'Union européenne devait se concentrer sur un programme ambitieux axé sur la défense, la résilience, la compétitivité et la construction d'une Union plus autonome sur le plan stratégique. Si cela semble évident, les temps ont cependant changé. C'est pourquoi nous organiserons très prochainement, le 12 février, à Alden Biesen, une réunion stratégique visant à renforcer le marché unique et notre compétitivité dans le contexte du nouvel environnement géopolitique. Daar zijn wij wel blij mee, aangezien België de bijeenkomst in tempore non suspecto had gevraagd. Wij hebben daarbij de steun van een aantal andere lidstaten en vooral Duitsland gekregen. Met alles wat er is gebeurd, is het nu des te pertinenter dat we elkaar op 12 februari in Alden Biesen zien en overleggen over slechts één onderwerp, de competitiviteit. De afgelopen weken hebben immers pijnlijk duidelijk gemaakt dat de Europese Unie vaak dobbert op golven die anderen maken, dat wij al te vaak afhankelijk zijn van factoren die we zelf niet controleren, en dat we te weinig aan onze eigen sterktes hebben gebouwd. Wij zouden altijd eerst en vooral naar onszelf moeten kijken. Dat is precies wat we in Alden Biesen zullen doen, met de centrale vraag: hoe worden wij competitiever, hoe versterken we onze economie, met dien verstande dat competitiviteit altijd hand in hand gaat met de mogelijkheid om meer welvaart te creëren en meer veiligheid te garanderen. Wij hebben groei in Europa nodig om de welvaart en de houdbaarheid van ons sociaal model te kunnen handhaven en onze veiligheid sterker te kunnen verzekeren. De richting is duidelijk. Er liggen veel recepten op de plank. Het warm water hoeft niet te worden uitgevonden. Draghi en Letta hebben rapporten geschreven, waarvan de implementatie op zich nog laat wachten. Zelf kunnen we terugbuigen op het regeerakkoord. Dat bevat namelijk heel wat handvatten om onze positie tijdens de top vorm te geven. Dan denk ik aan de passages over de verlichting van de regeldruk in Europa, de administratieve druk en de stimulatie van innovatie door obstakels weg te werken en eventueel regelluwe experimenteerzones uit te rollen. De vereenvoudigingstrein in Europa wordt wel gemonteerd, maar dat is een omnibus, een trein die overal stopt, en dat gaat traag. Het algemene sentiment is dat die meer snelheid zou moeten nemen. Ten tweede, in het regeerakkoord staat ook dat wij ijveren voor de volmaking van de interne markt in de domeinen van handel, kapitaal, energie, transport, IT, defensie en diensten. Dat is ongeveer alles. Ik denk dat wij daarbij alleen maar te winnen hebben als een exportgedreven, open economie. Ten derde ,in het regeerakkoord staat ook dat de interne markt als onze grootste troef wordt beschouwd. Er wordt ook verwezen naar de vele obstakels, niet-tarifaire obstakels, zoals een rapport van het IMF uit 2025 ten overvloede heeft geduid. Ten vierde, de kapitaalmarktunie is ook een prioriteit, net als de vervolmaking van de bankenunie. We zouden ervoor moeten zorgen dat snelgroeiende bedrijven bij ons kunnen groeien, in de EU, en niet, zoals vandaag al te vaak gebeurt, op een bepaald moment verhuizen, niet zelden naar de Verenigde Staten. Er moet meer ruimte komen voor risicokapitaal en de inzet daarvan moet ten bate komen van ondernemingen, maar ook van infrastructuur. Ten vijfde, in het regeerakkoord zijn wij overeengekomen om op Europees niveau te pleiten voor snellere vergunningen en voor strategische publieke en private investeringsprojecten. Ten zesde, wat de regulering van digitale diensten, opkomende technologieën en artificiële intelligentie betreft, moeten wij een dialoog aangaan met onze internationale partners om onze regels in lijn te brengen met de internationale standaarden. Ten slotte, op regelgevend vlak willen wij onze bedrijven absoluut niet wegduwen naar concurrerende machtsblokken. Het regeerakkoord biedt dus wel wat stof voor onze uiteenzettingen op de top van Alden Biesen. Nous sommes tous conscients de l’urgence de ces enjeux. Nous constatons que plusieurs États membres avancent des propositions qui, en définitive, se révèlent très similaires. Mes collègues s’intéressent également à l’allègement de la charge réglementaire. Il s’agit notamment de la suppression systématique des règles obsolètes, de la mise en place de procédures d’autorisation accélérées, d’un contrôle plus strict des nouvelles réglementations et de l’application d’un test de compétitivité aux nouvelles réglementations. Ces éléments semblent faire l’objet d’un large consensus. Outre la poursuite de l’intégration du marché intérieur, d’autres idées sont avancées, comme la création d’une bourse paneuropéenne ou encore la simplification des règles en matière de fusions, afin de permettre à nos entreprises d’être compétitives à l’échelle mondiale. Als daarover consensus bestaat, conform de indruk die ik daarover heb, dan stemt dat misschien tot optimisme om effectief die consensus te bereiken. Vervolgens rijst natuurlijk de vraag wat er daarna mee gebeurt. Welnu, een en ander moet ook in actie worden omgezet. Die eis zal vooral opnieuw weerklinken de dag ervoor in Antwerpen, waar de Europese industrietop plaatsvindt. Die top wordt elk jaar groter, zowel in omvang als in belang. De voorbije weken heb ik heel veel samengezeten met bedrijfsverenigingen en federaties in het binnenland. Ik heb hen aangespoord contacten te zoeken met hun collega’s in het buitenland. Dat is ook volop gebeurd en daar ben ik heel blij mee. Ook bij die federaties en verenigingen bestaat een vrij grote consensus over de punten die ik heb geschetst. Wellicht zal vooral de roep klinken om dat nu ook in daden om te zetten. Als wij dat op 11 februari 2026 in Antwerpen doen en wij met dat signaal van Antwerpen in de hand op 12 februari 2026 die consensus in de verf kunnen zetten, dan moet dat ook het begin worden van een opvolgingsproces waarin wij de inzichten van de informele top al in maart 2026 omzetten. Dat moet de ambitie zijn. Het gaat dan om informele raadsconclusies, gevolgd door een opvolgingsproces dat in gang wordt gezet en waarmee de maatregelen die dan effectief worden beslist, in overleg met heren Draghi over het concurrentievermogen en Letta over de interne markt naar de effectieve uitvoering worden geleid en op die manier worden opgevolgd. Net zoals wij dat in 2025 hebben gedaan over Defensie na een informele top in het Egmontpaleis op de eerste dag van mijn premierschap, wat ik mij nog heel goed herinner, zal ook de agenda rond competitiviteit en interne markt het voorwerp moeten worden van een op te volgen stappenplan of, zoals dat tegenwoordig heet, een roadmap. Dat plan moet er dan voor zorgen dat de aandacht niet verslapt en dat heel duidelijke initiatieven en bijkomende verantwoordelijkheden worden geformuleerd. Vooraleer we echter zover zijn, zullen wij elkaar ongetwijfeld opnieuw in deze ruimte terugzien voor een nadere voorbespreking en briefing van het Europese gebeuren. Peter De Roover , voorzitter: Bedankt, mijnheer de eerste minister. Het woord is nu aan de leden, vooreerst aan de leden die een actuele vraag hebben ingediend, die daarvoor twee minuten spreektijd krijgen. Daarna kan elke fractie nog twee minuten een uiteenzetting met vragen houden. Mijn medevoorzitter, de heer Blondel, zal het debat modereren. Vincent Blondel , président: Monsieur le président, je vous remercie. Chers collègues, comme cela vient d'être dit, je vous propose que nous procédions en laissant d'abord la parole à ceux qui ont déposé une question orale. M. Ducarme est le premier intervenant pour une durée de deux minutes. Nous reviendrons ensuite aux différents groupes qui auront chacun un temps de parole de deux minutes. Monsieur le président, nous avons évidemment tous été sidérés par les menaces du président américain à l'encontre d'un territoire associé à l'Union européenne et à l'OTAN et je voulais vous remercier, monsieur le premier ministre, pour la fermeté de votre réaction. Je souhaiterais vous interroger sur la réaction européenne qui, je pense, est appropriée et à la hauteur. Au-delà des mots, l'instrument anti-coercition est envisagé. Où en est-on, monsieur le premier ministre, sur cet aspect? On a également entendu parler de démarches potentielles par rapport à la possession européenne de la dette américaine. C'est évidemment très inquiétant. Êtes-vous aussi inquiet que Charles Michel qui a indiqué que, selon lui, le lien transatlantique était mort. J'espère que non, parce que l'OTAN est toujours opérationnelle au quotidien. Si nous devons envoyer un signal aux Américains, il s'agit de ne pas être en rupture avec eux et il me semble que vous avez eu les mots et les signaux adéquats. Vous avez indiqué, vous l'avez redit aujourd'hui, que notre dignité n'était pas à vendre et que nous n'étions pas les esclaves des Américains. Au-delà de ces mots, j'invite à ce que nous ayons aussi une réflexion sur le plan national et que nous ne nous précipitions pas nécessairement sur le matériel américain que nous avions décidé d'acheter. Si M. Trump considère les Européens comme des paillassons et que nous devons tout de même acheter ce matériel, attendons au minimum qu'il en retire ses pieds. C'est un élément que je voulais également relever. Je vous remercie. Monsieur le premier ministre, merci pour votre présentation tout aussi assertive qu'en séance plénière la semaine dernière. L'Union européenne a, elle aussi, réaffirmé pleinement son soutien au Royaume du Danemark et au Groenland. En parallèle, l'objectif reste une stabilisation durable des relations commerciales entre l'Union européenne et les États-Unis . Les conclusions du sommet extraordinaire mettent en avant la volonté de l'Union de saluer l'apaisement des tensions et de poursuivre un dialogue avec les alliés américains. Ma question est la suivante: cette réponse n'est-elle pas quelque peu insuffisante au regard des menaces directes pesant sur la souveraineté européenne émanant de ce qui était considéré jusqu'à présent comme notre principal allié? Vous l'avez déclaré, et je vous rejoins: nous ne sommes évidemment pas des esclaves. Concrètement, monsieur le premier ministre, lors de ce sommet, avez-vous arrêté des orientations politiques précises pour répondre aux pressions exercées par de grandes puissances, qu'elles soient d'ordre commercial, économique ou géopolitique, pour garantir le respect de la souveraineté des É tats et de leurs partenaires? Le Conseil a-t-il dégagé un consensus clair quant à l'utilisation plus affirmée du poids commercial et économique de l'Union européenne comme levier stratégique, notamment face aux risques de guerre commerciale que vous avez évoqués à plusieurs reprises? Pour ne pas le citer, je pense au dispositif EU Bazooka. Maintenant que les tensions semblent en train de retomber, quelles sont les prochaines étapes pour la coordination européenne à l'égard de la protection du Groenland, tant sur le plan militaire que politique? Je ne parle, bien sûr, pas ici de la réunion que vous nous annoncez pour le 12 février à Alden Biesen. J'en viens à ma dernière question, monsieur le premier ministre. D'ores et déjà, comment la Belgique entend-elle, à la suite du sommet de jeudi dernier, traduire politiquement la vision que vous avez défendue en séance plénière et ici même? Mijnheer de premier, dank u voor uw uiteenzetting. Ze was bijzonder boeiend. Ik zal proberen het kort te houden. U hebt in Davos gepleit voor meer waardigheid. Dat pleidooi was een directe sneer naar collega-leiders van wie sms-berichten waren uitgelekt. Die privéberichten zijn mogelijk bewust gelekt om Europese verdeeldheid aan te tonen. Hoe kunnen we van de Europese Unie een geloofwaardige macht maken als andere Europese leiders zich individueel profileren zodra er druk wordt uitgeoefend? Toen president Trump in Davos arriveerde, veranderde zijn toon ten aanzien van zijn aanspraak op Groenland ineens significant. Welke elementen hebben volgens u die toonwijziging ingezet? Gaat het om externe dan wel interne beïnvloedende factoren? Door de secretaris-generaal van de NAVO werd een oplossing uitgewerkt. Waarin wijkt die oplossing af van het verdrag van 1951? Wat was daarin niet mogelijk en wat is in deze oplossing dan wel mogelijk? Waarin zit precies het verschil? Ik houd het kort, aangezien mijn collega nog een vraag over Gaza wil stellen. Mijnheer de premier, u had het ook over de New York Declaration on the Peaceful Settlement of the Question of Palestine and the Implementation of the Two-State Solution. Het lichaam van de laatste gijzelaar is intussen vrijgegeven. Een tweede voorwaarde is dat Hamas uit het bestuur zou verdwijnen. Hebt u zicht op de organisatie van verkiezingen? Is daar al sprake van? Is er een vooruitzicht op een daadwerkelijke garantie dat Hamas uit het bestuur van Palestina verdwijnt? Hoe verhoudt zich dat tot de geïnstalleerde raden en tot de Board of Peace op dit moment? Mijne heren voorzitters, mijnheer de premier, wat mij de voorbije week vooral is opgevallen, is de volstrekte verwarring bij de Europese elite. In Davos hoorden we opnieuw grote verklaringen over waarden, leiderschap en strategische autonomie. Zodra men die conferentiezaal uitstapt, botst Europa echter op de harde realiteit. Het mist macht, het mist hefbomen en het mist een coherente strategie. Terwijl de EU zich jarenlang niet heeft beziggehouden met degelijk economisch en strategisch beleid, heeft ze zich wel beziggehouden met morele superioriteit en verstikkende regelgeving. Andere machtsblokken investeerden intussen wel in energiezekerheid, industrie en defensie. Europa heeft zo zijn eigen fundamenten ondergraven. Dat verklaart volgens mij ook de paniekreacties die we zagen tegenover de Verenigde Staten en tegenover Trump. Laat het duidelijk zijn, voor het Vlaams Belang is het Groenland aan de Groenlanders, Amerika aan de Amerikanen en Europa aan de Europeanen. Dat klinkt allemaal heel mooi, iedereen heeft het hier ook gezegd, ik heb het de voorbije week goed gehoord, maar het probleem is volgens mij dat Europa er zelf niet meer in gelooft en er al helemaal geen beleid naar voert. Europa heeft zichzelf dus in een positie van structurele afhankelijkheid gebracht, vooral op het vlak van energie, defensie en industrie. Welke concrete koerswijziging verdedigt België binnen de EU om opnieuw te focussen op die zogenaamde strategische autonomie in plaats van ideologisch gedreven beleid? Welke concrete stappen zult u zetten in Alden Biesen? Zult u ook de extreme regeldrift en bijvoorbeeld de Green Deal-dictaten aanpakken, om maar enkele voorbeelden te geven? Moet u ook niet erkennen dat Trump eigenlijk, hoewel we dat niet wilden, een goede deal heeft gedaan? Hij is eerst all-in gegaan, maar is uiteindelijk wel vertrokken met wat hij wilde, namelijk enkele strategische posities op Groenland, terwijl de EU machteloos heeft toegekeken. Monsieur le premier ministre, on ne peut que marquer un intérêt à la façon dont vous avez conduit les discussions, ainsi qu’à la fermeté avec laquelle vous avez affirmé et défendu un certain nombre de principes. Depuis le rapport Draghi, les faiblesses de l’Union européenne sont connues et il reste difficile de percevoir comment une position européenne forte et cohérente peut enfin s’articuler sur la scène internationale. Ce qui se passe aujourd’hui au Groenland démontre de manière éclatante le fait que Donald Trump et, plus largement, les États-Unis se permettent tout parce qu’ils ne perçoivent pas de contrepoids suffisant. Or, ce contrepoids européen ne pourra exister que s’il repose sur une nouvelle dynamique de croissance européenne, sur une position économique renforcée et sur une véritable stratégie énergétique. Tant que nous ne nous renforcerons pas nous-mêmes, en croyant en nos capacités collectives, il sera illusoire de prétendre affirmer une position crédible et respectée au niveau international. Ma question, monsieur le premier ministre, est donc la suivante. Au-delà de la manière dont vous avez, à juste titre, durci le ton, ce qui est rassurant au regard du positionnement habituellement mièvre de la Commission européenne sur la scène internationale, quelle est la position que vous défendez pour la Belgique au sein de l’Union européenne et pour l’Union elle-même? Quelle est également la vision que vous portez pour redynamiser l’Union européenne elle-même, qui a manifestement besoin de montrer un peu de muscle? Je me permets d’apporter un élément complémentaire. Monsieur le premier ministre, je souhaite revenir sur la situation spécifique du Groenland et sur la présence militaire européenne. L’Union européenne y a déployé des centaines de militaires, tandis que la Belgique y est représentée par un seul militaire en mission de reconnaissance. Comment cette présence européenne dans l’Arctique est-elle appelée à se concrétiser à l’avenir? S’agit-il d’une première étape vers une forme d’armée européenne, ou plutôt d’autres modalités de coopération et de déploiement entre États membres? Monsieur le premier ministre, les déclarations et les menaces des États-Unis ont provoqué un véritable séisme, tant au niveau politique qu’au sein de l’opinion publique. Ce Conseil européen a montré l’importance d’une Europe unie face aux pressions et aux menaces, et nous saluons la réaffirmation du droit international, de l’intégrité territoriale et du soutien au Danemark ainsi qu'au Groenland. La désescalade commerciale annoncée est positive, mais elle ne peut se faire au détriment des travailleurs européens ni de nos standards sociaux et environnementaux. L’Union peut rester ouverte au dialogue transatlantique tout en se dotant des outils anti-coercition nécessaires et en construisant une autonomie stratégique qui renforce la paix, la sécurité collective et la justice sociale. Enfin, nous attendons que la Belgique adopte une position claire en faveur de solutions politiques, tant pour l’Ukraine que pour Gaza. Pour nous, cela se joue dans le cadre des Nations Unies. Monsieur le premier ministre, quels sont, selon vous, les principaux enseignements de ce Conseil européen et quelles lignes rouges la Belgique a-t-elle défendues? Pour ce qui est de la mise en œuvre concrète de l’approche européenne, comment allez-vous combiner préparation sécuritaire et renforcement interne de l’Union européenne? La Belgique est-elle prête à soutenir l’activation de l’instrument anti-coercition si de nouvelles pressions devaient être exercées? Au niveau stratégique, quelles initiatives la Belgique portera-t-elle pour renforcer l’autonomie stratégique vis-à-vis des États-Unis tout en protégeant l’emploi et les standards sociaux? Enfin, concernant les F-35, la Belgique entend-elle maintenir sa décision de commander les onze nouveaux avions ou le gouvernement a-t-il évalué des solutions alternatives à l'échelle européenne? Une réévaluation de ce choix est-elle en cours afin d’assurer la cohérence entre nos orientations politiques, industrielles et de défense? Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre exposé intéressant. Vous avez dit dans le cadre de cette séquence à Davos qu'il y a une différence entre être un vassal heureux et un esclave misérable. Plusieurs de mes collègues se sont réjouis que nous ne soyons pas favorables à l'idée d'être des esclaves misérables. Je suis d'accord avec cette réjouissance, mais je me questionne davantage sur votre stratégie quant à devenir des vassaux heureux. Est-ce une stratégie partagée au niveau du Conseil européen? Au sein du gouvernement, avez-vous discuté de cette stratégie qui ne me semble pas positive non plus? De fait, être un vassal des États-Unis d'Amérique, comme nous le sommes effectivement depuis 1945, n'est stratégiquement pas la meilleure option pour le futur. On ferait mieux de prendre une autre orientation. Quel est votre avis, monsieur le premier ministre? Que vouliez-vous dire par "vassal heureux"? En ce qui concerne l'accord lui-même, je suis un peu étonné que l'OTAN, M. Mark Rutte, ait négocié directement avec M. Trump au nom du Danemark et de l'Union européenne. Quel était le mandat de M. Rutte au sein de l'OTAN dans le cadre de cette négociation? Le Conseil européen a-t-il eu un débat sur ce mandat? Le Danemark est-il d'accord et, surtout, quel est le contenu de l'accord? S'agit-il, oui ou non, de nouvelles bases militaires américaines ou est-il question du rôle de l'OTAN au niveau du Danemark? Bref, je m'étonne qu'on ne connaisse encore rien du contenu de l'accord. J'entends aujourd'hui beaucoup de réjouissance, ici, autour de la table. Peut-être disposez-vous de plus d'informations sur le contenu même de l'accord. Par ailleurs, l'Union européenne, en la personne d'Ursula von der Leyen, a conclu un accord avec les États-Unis d'Amérique, à hauteur de 600 milliards d'investissements directs européens qui seraient faits aux États-Unis. On s'est engagé à acheter 750 milliards d'euros d'énergie aux États-Unis d'Amérique. Cet accord a-t-il, oui ou non, été remis en cause lors de votre dernier Conseil? Enfin, en ce qui concerne la souveraineté nationale que nous défendons pour le Groenland, estimez-vous que la défense de la souveraineté nationale vaut aussi pour les pays du Sud? Je parle notamment du Venezuela, de Cuba, éventuellement du Moyen-Orient. Ou bien, y a-t-il deux poids, deux mesures? Je vous remercie de vos réponses très intéressantes, monsieur le premier ministre. Vincent Blondel , président: Je vous remercie, monsieur Hedebouw. Nous poursuivons avec Les Engagés. Monsieur De Maegd, souhaitez-vous encore intervenir? J'ai posé mes questions, monsieur le président. Vincent Blondel , voorzitter: Dan is het woord aan mevrouw Lambrecht voor Vooruit. Mijnheer de premier, allereerst bedankt voor uw woorden in Davos. U laat ten minste zien dat we niet domweg slaaf zullen spelen. We zien dat graag. Ik groepeer mijn vragen. Hoe groot schat u de schade in die inzake Groenland voor de band tussen de VS en Europa door Donald Trump geslagen is? Hoeveel waarde hecht u aan de U-turn van Trump, waarbij hij terugkomt op zijn dreigementen, maar ons bondgenootschap voor meer dan een week in het belachelijke getrokken heeft? Hoe geloofwaardig is de NAVO in uw ogen nog? Wat de handel tussen de EU en de VS betreft, de Europese Raad ging in tegen het Europees Parlement. Hij riep op de handelsdeal tussen de EU en de VS alsnog goed te keuren. Bent u van mening dat die handelsdeal tussen de EU en de VS een goede deal is? Hebt u voorts de indruk dat de voorbije episode iets gedaan heeft om de EU tastbaar dichter bij strategische autonomie te brengen, hetzij door een versnelde afbouw van economische afhankelijkheden, hetzij door een sterkere integratie van de Europese defensie? Ook ik heb woorden van respect voor de Belgische houding in Davos, mijnheer de premier. U hebt daar het belang herhaald van het internationaal recht en de territoriale integriteit. Soevereiniteit blijft ons kompas. U hebt naar aanleiding van de Europese Raad herhaald dat de EU zich zal blijven verdedigen tegen elke vorm van dwang. We hebben daartoe de nodige instrumenten. Ze werden ook aangehaald. We zullen die toepassen, wanneer en indien nodig. Het is goed dat te horen, want we worden geconfronteerd met wispelturigheid van de zijde van de Verenigde Staten. Vandaar mijn vraag. De mogelijke maatregelen, die ook voorbereid zijn, zitten nog in de rugzak van de Europese Unie. Ze kunnen elke dag ingezet worden, indien er nieuwe invoertarieven worden aangekondigd. Wat met de steun aan Oekraïne? Vandaag was er weer een laffe aanval op een passagierstrein naar Charkiv. We moeten het niveau van de steun aan Oekraïne hoog houden om zo snel mogelijk een eind te maken aan de wrede oorlog daar, aan aanvaardbare voorwaarden, voor Oekraïne en voor Europa. Wat was de teneur van de verklaringen tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad? Ten slotte, eergisteren werden de stoffelijke resten van de laatst overblijvende gijzelaar gevonden. De teruggave van de gijzelaars was een van de voorwaarden in het akkoord rond de erkenning van Palestina dat op Belgisch niveau werd gesloten. Voorts is er ook een overgangsbestuur. Een operationalisering van de relaties lijkt me momenteel niet mogelijk. Hoe zal de Belgische regering daar verder mee zal omgaan? Zal België Palestina erkennen? Collega’s, de trans-Atlantische alliantie is vandaag een beetje zoals Schrödingers kat. Niemand weet of die nog leeft of niet. Het is goed dat we naar aanleiding van Groenland de rug hebben gerecht in Davos. De vraag is nu welke daden en welk beleid zullen volgen om die vastberaden houding consequent in de praktijk om te zetten, ook in andere internationaal-geopolitieke dossiers die de wereld beroeren. We moeten als Europa razendsnel de taal van de macht leren spreken. Dat vredesproject moeten we samen op een robuuste manier vormgeven. Dat betekent dat we op korte termijn risico’s moeten leren beheersen en op lange termijn ervoor moeten zorgen dat we minder afhankelijk worden. We moeten ook de economische macht van onze geïntegreerde, welvarende markt van 450 miljoen consumenten in dat machtsspel durven te gebruiken. Onze afhankelijkheid verminderen is nodig op het vlak van grondstoffen, energie en veiligheid. Wat de vragen betreft die mij op korte termijn het meest bezighouden, ik ben tevreden over de U-bocht van de VS in verband met Groenland. All eyes on Greenland betekent evenwel ook dat er tussen de VS en Rusland momenteel een bijzonder hard spel rond Oekraïne wordt gespeeld. Hoe zullen wij aan die tafel geraken? De EU levert de zwaarste financiële inspanningen en Oekraïne, dat al drie jaar lang bepaalde gebieden verdedigt, dreigt die nu te moeten opgeven. De positie rond Gaza roept dezelfde vraag op. Zullen we ook wat dat betreft consequent zijn? Zal België zijn belofte nakomen en Palestina erkennen, aangezien er aan alle voorwaarden is voldaan? Hoe zullen we de peace board , waarin volgens een meme op Instagram enkel nog senator Palpatine ontbreekt, weerwerk bieden? Zullen we anticoalitiemaatregelen achter de hand houden? Wat met de extra F-35's die we zelf willen aankopen? Kunt u ons ook iets meer zeggen over hetgeen Rutte met president Trump heeft besproken? Mijnheer de eerste minister, gisterenvoormiddag hadden we ook een gedachtewisseling met onze twee Europese topdiplomaten. Zij schetsten een zeer verontrustend beeld van de nieuwe wereldorde waarin we ons bevinden. Zij zeiden letterlijk dat de handvatten die zij gewend waren te hebben, zijn weggevallen, waardoor het zeer moeilijk is om daarin te navigeren. Groenland is geen banaal diplomatiek incident. Dat doet vrezen dat dergelijke problemen zullen blijven terugkomen en dat we ons daar goed op moeten voorbereiden. U spreekt terecht over onze interne macht, die verder moet worden vervolledigd, en over onze competitiviteit. Ik ben verheugd dat te horen. Mijn partij pleit al zeer lang voor het vervolledigen van die interne macht. We hebben immers nood aan een sterker Europa en ik denk dat dat vandaag, in deze geopolitieke context, des te duidelijker blijkt. U zei het bijna letterlijk: die interne macht en die competitiviteit gaan niet alleen over onze economie en onze welvaart, ze zijn ook noodzakelijk voor onze veiligheid. Daarom is het zo onwezenlijk dat we als Europa akkoorden met betrouwbare partners op de lange baan lijken te schuiven. Ik heb het uiteraard over Mercosur. In het Europees Parlement is dat naar het Hof van Justitie doorverwezen en daarin heeft uw meerderheid een verpletterende verantwoordelijkheid. Daarover heb ik enkele vragen voor u, mijnheer de premier. Is wat er gebeurt rond Mercosur ook besproken op de Europese top? Weet u welke richting het zal uitgaan met de provisoire uitvoering van dat akkoord? Hoe gaat u daar zelf mee om binnen uw meerderheid? Ik hoor dat ons land zich al 17 keer heeft onthouden in de Europese Raad. Dat is dus niet louter politiek. U bent politiek verzwakt als u de meerderheid niet op één lijn krijgt. Hoe gaat u daarmee om? Ik dank u. Vincent Blondel , président: Les questions ne manquent vraiment pas et, monsieur le premier ministre, vous avez maintenant l’exercice difficile d’y répondre. Tâche difficile, voire impossible, tant les questions partent dans toutes les directions. J’ai tout noté et je ferai de mon mieux, mais je ne sais pas si je pourrai répondre à l’ensemble des questions qui ont été posées. Commençons par celles de MM. Ducarme et De Maegd. Monsieur Ducarme, vous l’avez dit, certains ont très vite sonné le glas du transatlantisme et de l’OTAN, et certains ont même ajouté que c’était une bonne chose. Je ne le pense pas. Je comprends l’émotion derrière ces propos, après tout ce qui s’est passé concernant le Groenland et également après ce que le président Trump a déclaré à propos de ce que nous avons fait en Afghanistan. Disons-le sans crainte d’exagérer, ce ne sont pas des propos qui nous ont mis en joie. Je comprends donc l’émotion qui conduit certains à affirmer qu’il n’y aurait plus de transatlantisme, plus d’OTAN, et que vive l’Europe autonome dans le monde. Cependant, je ne pense pas que ce soit une position très intelligente. C’est peut-être exactement ce que certains, aux États-Unis, veulent entendre, à savoir que l’Europe elle-même souhaite une rupture de l’atlantisme. Lorsqu’on est provoqué dans la vie, il faut toujours réfléchir. Celui qui provoque a un agenda. Réagir à une provocation avec beaucoup d’hostilité peut précisément servir l’agenda de ceux qui souhaitent une rupture avec l’Europe. Il faut donc garder son sang-froid et ne pas se lancer dans l'aventure. Cela étant dit, il ne faut pas accepter l’inacceptable. Vous l’avez évoqué, et vous aussi, monsieur De Maegd, ainsi que d’autres intervenants, nous disposons d’outils, notamment économiques. Nous n’avons pas suffisamment de capacités militaires, c’est vrai, mais nous avons le plus grand marché du monde, que nous pourrions militariser, selon ce qu'on dit en anglais, weaponize the market . Vous avez évoqué l’instrument anti-coercition, qui constitue effectivement un moyen de répondre à des pressions économiques illégitimes. C’est un instrument que nous gardons en réserve, mais il importe de montrer qu’il existe. En flamand, on dit que l’on a mis le couteau sur la table. L’expression n’est peut-être pas usuelle en français, mais vous me confirmez qu’elle est parfaitement compréhensible. Nous avons mis le couteau sur la table, et cela a eu des conséquences. Les réactions des marchés aux États-Unis, ainsi que les sondages, ont constitué une aide considérable. En mettant le couteau sur la table, nous avons bien constaté que M. Trump n'a pas osé poursuivre sur la même voie. En outre, l'évolution de la semaine dernière a également montré que miser sur la désescalade – autrement dit mettre le couteau sur la table sans avoir l'intention de l'utiliser – était essentiel. Agir autrement serait désastreux pour l'Europe, pour les États-Unis ainsi que pour notre alliance. Nous avons donc, dans le même temps, misé sur la désescalade, préservé le dialogue diplomatique et continué à coopérer au sein des structures de notre alliance. M. Rutte a consenti beaucoup d'efforts. Je dois admirer cet homme qui se lance toujours dans l'impossible pour trouver des solutions ou le chemin vers le calme, ce qui produit bel et bien des résultats. Nous avons suivi les deux chemins. D'une part, nous avons dit: "Jusqu'ici, mais pas plus loin." C'est une très bonne chose. Nous avons tracé une ligne rouge et avons clairement dit: "Vous êtes en train de franchir des lignes rouges, il y aura des conséquences très graves." Mais d'autre part, nous avons poursuivi le dialogue. J'ai vu M. Trump. Je ne vais pas élaborer davantage car j'ai promis de ne rien dire à ce sujet, mais disons que j'ai été assez clair pendant la réunion. J'ai indiqué que, soit nous continuions vers le conflit – ce qui serait très grave et ce que nous ne voulons pas, certainement pas la Belgique –, soit nous nous dirigions vers une désescalade. M. Trump a fait son choix. Ik vind het al bij al een mooi resultaat. Il faut tirer les leçons de ces échanges, vous avez raison. Cela veut dire qu'on doit construire en tout état de cause notre propre puissance économique. Nous devons la renforcer, mais aussi renforcer l'autonomie européenne économique. Il faut mener une discussion, ainsi que plusieurs intervenants l'ont mentionné, sur nos capacités militaires. De collega van het Vlaams Belang heeft daarop zonet gewezen. Heeft Europa macht? Hebben wij een strategie? Dat zijn legitieme vragen. In Davos was er een panel waarin een dame, wiens functie ik mij niet precies herinner, zei dat Europa een herbivoor is in een wereld van carnivoren. Ik vond dat een treffend beeld. Bij het begin van de Oekraïnecrisis dacht ik dat we opnieuw in de jaren '80 leefden. De situatie was toen herkenbaar, met een tirannie in het oosten en met militair geweld, en de democratieën van het vrije westen zouden zich wel verenigen en verdedigen. Ik herinnerde mij Ronald Reagan die in 1987 zei: " Mr. Gorbachev, tear down this wall ." en verwachtte mij eraan dat de leider van de vrije wereld nu zou zeggen: " Mr. Putin, get out of Ukraine ." en dat we daar voluit achter zouden staan. Helaas lijken het meer de jaren 1880 dan 1980, met de age of empires , met imperiale hemisferen, met gunboat diplomacy en alles wat daarbij hoort. Het is voor Europa dus een pijnlijk ontwaken. We leven in een wereld van carnivoren, van imperiale machten die opnieuw militaire middelen durven gebruiken. De bewering dat wij machteloos zijn, is à côté de la plaque . Wij hebben effectief de grootste markt ter wereld en dat is een wapen. Wij kunnen beslissen, en wellicht zouden we dat moeten doen, om meer militaire capaciteit te ontwikkelen. We zullen alleszins veel meer uitgeven. Het debat is aan de orde van de dag, wat u zult begrijpen, en ook in de wandelgangen gaat het daarover. In hoeverre moet Europa een militaire macht worden, met de consolidatie van de Europese defensie-industrie en de integratie van die militaire capaciteiten in Europa, op een bepaald niveau, of dat nu het niveau van de Europese Unie of van een aantal kernlanden die misschien versnellen in de integratie? Dat zijn de debatten die op ons afkomen. Die worden nu in de wandelgangen gevoerd, maar zullen heel binnenkort aan de Europese tafels worden gevoerd. Moeten wij een militaire macht worden die, wat mij betreft, binnen de NAVO blijft staan, maar die zich ook ontwikkelt op een manier dat ze autonoom kan optreden en dus globale capaciteiten heeft? Moeten wij naast onze economische macht, die we echt nog wel hebben en nog kunnen uitbreiden, een militaire macht uitbouwen die ons in staat stelt om autonoom te handelen? Dat is een grote vraag. Persoonlijk ben ik geneigd om het volgende te antwoorden. We moeten die debatten uiteraard voeren. We zijn geen presidentiële democratie, waar men met een handtekening richtingen kan kiezen. We zijn een ander soort land, dus we willen die debatten met elkaar voeren, maar persoonlijk ben ik geneigd om ja te antwoorden op die vraag. Mijn persoonlijke mening is dat België bevestigend moet antwoorden op die vraag en dat wij bereid moeten zijn tot een zeer verregaande integratie van onze militaire strijdkrachten in een groter verhaal. In de wereld van vandaag is ieder ander antwoord volgens mij hopeloos onvoldoende. Er werd gevraagd naar de volgende stappen na de informele top. Welke precieze beslissingen worden genomen en wat is het uitvoeringstraject? Il faut comprendre que c'était un sommet informel. Cela signifie qu'aucune décision précise n'a été prise. C'est pourquoi M. Costa a livré un compte rendu de tout ce qu'il avait compris autour de la table. Toutefois, aucune décision précise n'a encore été prise. C'est impossible, puisqu'il s'agissait d'un sommet d'urgence. Nous avons réagi à ce que nous croyions que M. Trump allait faire. Entre-temps, celui-ci avait déjà accompli un virage à 180 degrés. On pourrait donc en déduire que le sommet n'était plus nécessaire. Cependant, il est bon que nous l'ayons maintenu, car the meeting is the message . C'est parfois le cas dans la vie. L'Union européenne s'est attablée pour lancer un signal politique qui est assez clair: jusqu'ici et pas plus loin. Il ne faut pas se faire d'illusion. Nous ne sommes plus dans l'Union européenne des vingt-sept. En tout cas, une large majorité d' É tats membres, de pays traditionnels – the core of Europe – ont parlé d'une seule voix. Nous ne sommes en effet pas des esclaves. Il faut nous respecter. Si l'on nuit à la souveraineté d'un pays et que l'on nous menace même d'un recours à la force dans l'Alliance, nous allons réagir, nous n'allons pas l'accepter. En tout cas, il n'y a pas de décision précise à vous expliquer. Heeft president Trump daar nu een goede deal aan gedaan? De collega van het Vlaams Belang heeft dat gezegd. Helemaal niet. Totaal niet. Er zijn veel vragen gesteld over wat die deal precies inhoudt. Wat is daar nu afgesproken? Wat is er afgesproken over het verdrag van 1951? Ik weet uiteraard niet wat de heer Rutte met de heer Trump heeft besproken. Ik was daar niet bij en kan alleen voortgaan op wat daarover is meegedeeld. Ik denk dat de heer Rutte altijd – ik bewonder hem daarvoor – probeert de kloof binnen de alliantie te dichten. Dat is geen gemakkelijke opdracht. Ik benijd hem niet. Een coalitie met vijf partijen leiden in dit land is niet gemakkelijk, maar ik veronderstel dat het leiden van de NAVO, die ook een coalitie is, ongezellige momenten oplevert. Die momenten stapelen zich op. De heer Rutte heeft zich in zo’n ongezellig moment gesmeten om iedereen opnieuw samen te brengen en een breuk te vermijden. Hij faciliteerde zo eigenlijk de mogelijkheid voor president Trump om terug te komen op zijn bedreigingen. Dat heeft hij gedaan. De vraag blijft echter of hij daar een goede deal aan heeft overgehouden. Men moet zich de vraag stellen wat president Trump nu eigenlijk vraagt. Dat gaat over de installatie van een rakettenschild, de uitbouw van militaire capaciteiten op Groenland en eventueel, op langere termijn, de mogelijkheid om daar ook economische ontwikkelingen te ontplooien. Wat heeft hij nu eigenlijk gevraagd waar wij niet al decennialang automatisch ja op zouden hebben gezegd? De Verenigde Staten hebben ooit 17 bases gehad op Groenland, met tienduizenden soldaten. Ze hebben die allemaal zelf teruggetrokken. Vandaag zouden er, denk ik, nog ongeveer tweehonderd aanwezig zijn. Wat wordt er dus gevraagd dat hij niet al eerder had bekomen en wat eigenlijk een evidentie is? Wie van ons – uitgezonderd misschien zeer extreme fracties – zou bezwaar maken tegen het versterken van de Arctische veiligheid? Daar is immers een uitdaging, die op termijn alleen maar groter zal worden. De grote meerderheid zal zeggen dat dat een goede zaak is en dat men dat gerust mag doen. Waar zit dan eigenlijk de grote winst? Ik zie die niet. Ik heb uiteraard wel kennisgenomen van wat de peilingen in de Verenigde Staten daarover hebben gezegd. Die waren redelijk vernietigend negatief. Zeker op het moment dat er met agressie werd gedreigd, waren ze verpletterend negatief. Ook de reactie van de financiële markten in de Verenigde Staten was verpletterend negatief. Als u dat een goede deal noemt, dan ben ik het daar absoluut niet mee eens. Een andere vraag is hoe dat nu allemaal zal geconcretiseerd worden. Uiteraard huldigt Europa - dat is in de marge ook nog eens ter sprake gekomen op de Noordzeetop - het standpunt dat alleen Groenland het verdrag van 1951 eventueel kan heronderhandelen. Dat is een bilateraal verdrag. Groenland en Denemarken zijn de enige twee partijen die eventueel wijzigingen kunnen aanbrengen aan de manier waarop de Arctische veiligheid daar wordt uitgebouwd, met eventueel ruimere mogelijkheden voor de Verenigde Staten. Mark Rutte heeft dus geen mandaat – bij mijn weten heeft hij het niet – om namens Denemarken een onderhandeling te voeren. Dat kan alleen Denemarken. Ik denk dat dit de komende tijd effectief zal gebeuren. De ironie is dat als heel die publieke scène niet had plaatsgevonden, het resultaat wellicht hetzelfde was geweest. Met andere woorden, als men gewoon beleefd had gevraagd om een aantal dingen te doen, dan was naar mijn mening de kans honderd procent geweest dat daarop volmondig ja zou zijn gezegd. Nu acht ik die kans eigenlijk kleiner, omdat er natuurlijk is geëist en gedreigd en men nu onder de schijnwerpers moet onderhandelen. Eender welk resultaat zal ook onder een ander gesternte worden bekeken, met name het gesternte van de publieke opinie in Europa die buitengewoon negatief gestemd is geraakt over heel die zaak. Dus als u dat een goede deal noemt en een goede zet - ik weet dat uw fractie Trump erg bewondert – dan heb ik daar toch een heel andere mening over. Que devrait-on faire pour renforcer l'Europe? Je pense qu'on est déjà d'accord là-dessus, et j'ai à cet égard cité tous les éléments de notre accord de gouvernement qui visent à renforcer l'Europe et compléter le marché interne. Il y a encore beaucoup de gains à obtenir de ces mesures à prendre au niveau européen, certainement pour la Belgique, qui est une économie ouverte et focalisée sur l'exportation. Le FMI a établi que les barrières non tarifaires sur les biens se chiffrent à environ 44 ou 45 %. Ces barrières non tarifaires existent également entre les États membres des États-Unis, et elle y sont de l'ordre de 15 %. On a donc trois fois plus de barrières sur les biens et sur les services – à hauteur de 117 % sur ces derniers. Il y a par conséquent en Europe une guerre commerciale entre nos propres pays. On peut se plaindre de M. Trump et de ses tarifs, mais entre-temps, en Europe, il y a beaucoup à gagner si on prend des mesures pour compléter le marché interne. C'est un premier élément qu'il faut vraiment garder à l'esprit. Le deuxième élément porte sur la simplification. On s'occupe le mieux possible du problème de la charge administrative. J'ai eu hier encore une réunion avec M. Clarinval dans le cadre de MAKE 2030. On a déjà défini, je pense, plus de 70 projets de simplification administrative en bonne coopération avec les régions, en l'occurrence la Région Wallonne, la Région flamande, et Bruxelles, même si, comme vous le savez, la situation est très compliquée pour ce qui est de la Région bruxelloise, même si leurs représentants étaient présents. En tout cas, je crois qu'il est nécessaire de faire la même chose au niveau européen et je m'attends certainement, partant du sommet à Anvers, à ce que l'industrie indique d'une façon très claire toutes les mesures de simplification administrative qu'ils veulent obtenir de l'Europe. Le troisième élément à mentionner est l'énergie abordable. C'est une question cruciale pour renforcer l'Europe. On a beaucoup parlé beaucoup de stratégie autonome. À mon avis, il s'agit bien là de la chose la plus importante et la plus urgente: "dérisquer" l'Europe par rapport à l'importation d'énergie mais également diversifier le plus possible les chaînes de valeur et développer notre propre capacité de production, ce dont M. Bihet se charge. Nous avons donc choisi le nucléaire. Ce ne sera pas simple, mais il fait beaucoup d'efforts à cet égard. Je peux vous le dire. N'oublions pas les énergies renouvelables également. Pour le reste, diversifier les sources pour l'énergie que nous devons importer et renforcer le Grid, le réseau européen, pour créer un marché de l'énergie européen qui pourrait nous aider à garder l'énergie abordable et à garantir l'approvisionnement. C'est le troisième élément. Le quatrième élément est très sensible. Des questions ont été posées là-dessus. Mon avis personnel est que l'Europe doit avancer le plus vite possible pour conclure des traités de libre-échange. Je suis à 100 % pour le Mercosur. Monsieur Di Nunzio, vous avez indiqué: "Votre coalition n’est pas sur la même longueur d'onde." C'est vrai. Aucune coalition, depuis 25 ans, n’a été sur la même longueur d'onde. La mienne non plus. Je le déplore. Je peux comprendre les arguments, mais je le déplore. Au moment où le monde multilatéral, le monde basé sur des règles, le monde du respect, le monde de l'État de droit subit une pression énorme, nous devons quand même réaliser que beaucoup de pays, dans le monde entier, regardent l'Europe avec beaucoup d'espoir. Ils voient un continent où il y a encore du respect, où il y a encore l'ambition d'avoir des relations commerciales basées sur des règles, où on peut compter sur l'État de droit, où on ne change pas de direction tous les deux jours, où il n'y a pas de grands leaders dont les ordres exécutifs changent tout, où on ne vous menace pas tous les jours avec des droits de douane. Ça, c'est l'Europe. Quant à ce que Mme von der Leyen a fait avec l'Inde, je m'interroge sur la position de chacun et de chacune dans cette salle à propos de cet accord de libre-échange avec l'Inde, mais j’y suis à 100 % favorable, et je pense qu'il y a encore beaucoup d'autres pays et de régions dans le monde, et de pouvoirs régionaux, qui pourraient être impliqués dans des accords de libre-échange. C’est un point sensible. Je me rends compte que je n’ai pas parlé au nom de la coalition. En tout cas, monsieur Piedboeuf, je pense que ce seront bien les quatre chantiers qui seront discutés lors de la séance à Alden Biesen. Si nous n’en parlons pas, je me demande bien de quoi nous allons discuter. Certains collègues ont plaidé pour le développement d’une force militaire. Il y a la force économique, l’arme que constitue notre marché et les outils dont nous disposons, comme l’instrument anti-coercition. Cela ne suffit toutefois pas. Il faut aussi disposer de capacités militaires. Soyons clairs. Si nous menons à bien les chantiers économiques, nous générerons de la croissance. Cette croissance permettra ensuite de développer une capacité militaire. Sans croissance et face à une obligation d’augmenter les dépenses de défense, la situation devient intenable. Ceux qui se montrent enthousiastes à l’idée d’enterrer l’OTAN doivent réaliser que cela impliquerait, à court terme, de doubler les dépenses de défense. Si l’Europe voulait assurer seule sa sécurité, sans aucune coalition avec les États-Unis, il faudrait doubler à court terme les budgets de défense. Est-on est prêt à assumer cela? Y a-t-il ici quelqu’un qui pense cela possible dans une situation économique sans croissance? Je ne le crois pas. Tout est lié, tout se tient. Nous devons donc travailler sur ces quatre chantiers à Alden Biesen afin de renforcer l’Europe sur le plan économique. Une Europe économiquement plus forte est une Europe qui pourra aussi se développer comme une puissance militaire, à la condition impérieuse qu’il y ait un véritable projet d’intégration militaire. De vragen over de F-35’s komen steeds terug. Ik begrijp dat sommigen ervoor pleiten dat, aangezien het gedaan moet zijn met de Verenigde Staten, absoluut gedaan, we er geen militaire capaciteiten meer moeten kopen. Ten eerste kopen we heel weinig in Amerika. Nemen we even onder de loep wie van de NAVO-bondgenoten in Europa waar aankoopt, dan stellen we vast dat we voor 7% in Amerika uitgeven. Dat is zeer weinig. Het gaat bovendien om capaciteiten die in Europa gewoon niet te krijgen zijn, bijvoorbeeld de NASAMS en de F-35; daarvoor is er geen alternatief. Waarom is er geen alternatief, collega’s? Dat is omdat Europa niet geïntegreerd is en tot vandaag energie blijft verspillen aan de vraag wie nu eigenlijk het jachtvliegtuig van de zesde generatie zal ontwikkelen. Eén Europees project, alstublieft, één, geen twee, één. Dan denk ik dat we in grote consensus zouden kunnen kiezen voor dat alternatief als ons volgende vliegtuig. Nu evenwel de F-35 weren, zonder dat er een Europees alternatief is en zonder dat er op dit moment zelfs maar perspectief is om dat te ontwikkelen, dat gaat dus niet. Men kan ook niet om de vijf seconden van richting veranderen. Zoals ik al heb gezegd, wie denkt dat het een heel goed idee is om de NAVO-deur dicht te doen, is op dit moment misschien emotioneel en heeft ongelijk. Wie die idee vanuit een langgerekte overtuiging verdedigt, heeft volgens mij een agenda die de belangen van Europa niet dient. Ik heb ook niet de behoefte om een slaaf van iemand anders te worden, mijnheer Hedebouw. Je ne veux pas devenir l'esclave de quelqu'un d'autre. Prétendre que, du jour au lendemain, il faut dire adieu à l'alliance transatlantique et que nous en sommes capables est simplement un mensonge. Je peux comprendre qu'on le dise sous le coup d'une certaine émotion, mais si c'est au nom d'une conviction profonde, je ne pense pas que ce soit en s'appuyant sur un agenda qui serve les intérêts européens et de la démocratie en Europe. Bien au contraire. Als ik heb gesproken over de gelukkige vazal, dan is dat uiteraard een manier om mij uit te drukken. Ik bedoel dat niet letterlijk, alsof ik graag als gelukkige vazal zou leven. Het is een ironische manier van spreken om aan te geven dat we inderdaad in een veel te grote afhankelijkheid leven ten aanzien van de Verenigde Staten. Dat weten we al lang. We don’t carry the big stick, we only speak softly. We hebben altijd op de big stick van iemand anders gerekend en stellen nu vast dat we daar eigenlijk niet meer zo hard op kunnen rekenen, bijvoorbeeld inzake Oekraïne. De vaststelling is dat we vandaag niet de leider van de vrije wereld hebben die zegt: Putin, get out of Ukraine . Die hebben we niet. Het is een zeer moeilijk parcours om de alliantie rond Oekraïne gaande te houden. We stellen vast dat we te veel een vazal zijn geworden. We hebben niet de capaciteiten om het zelf te doen. Dat is een manier om dat uit te drukken. We willen al zeker niet afzakken tot slavernij en op de knieën gedwongen en bedreigd worden om zelfs een agenda uit te voeren die we niet eens willen. Als we uit die situatie willen ontsnappen, dienen we ons huiswerk te maken. Daar hebben we, denk ik, al heel veel over gesproken. Nu kom ik tot de vragen over Gaza, onder meer over de erkenning. U weet dat er een akkoord is in de regering om in drie fases te werken. De eerste fase was in New York, waar we hebben gezegd dat we politiek bereid zijn om, in het kader van de tweestatenoplossing – dat is maar logisch ook –, over te gaan tot een erkenning van Palestina. In een tweede fase zou dat formeel gebeuren als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ik hoor sommigen zeggen dat bekeken moet worden of we nu in die fase zitten. Goed, maar ik denk dat er nog veel onduidelijk is. Omtrent de Board of Peace heb ik gezegd wat ik daarvan denk. Ik heb ook gezegd wat daarover op de Europese tafel is gezegd. Ik kan me niet inbeelden dat de leden, van oppositie zowel als meerderheid, die voluntaristisch vragen of we nog niet aan die erkenning toe zijn, nu dezelfden zijn die zeggen dat die Board of Peace geweldig is, omdat die ons geruststelt dat het met het bestuur van Gaza echt de goede kant uitgaat en dat de mensen die daarin zitten, zoals Loekasjenko en Poetin, toch echt mensen van vrede zijn. Ik zal geen verdere namen noemen om geen nieuw incident te creëren. Je n'ai pas l'impression que MM. Poutine et Loukachenko soient des hommes de paix. Je ne peux pas croire ceux qui ont dit: "Maintenant, dans l'Arizona, vous devez regarder si la deuxième condition est remplie pour la reconnaissance de la Palestine, puisqu'un Board of Peace existe, que nous sommes rassurés du fait qu'ils vont s'occuper excellement de Gaza et y organiser la démocratie et des élections." Disons que cela reste à voir… Op dit moment zijn er geen, buiten Hongarije en Bulgarije, die lid geworden zijn. Ze maken hun eigen keuze. Met alle respect, ik heb niet de indruk dat er op dit moment één ander Europees land geloof hecht aan het mechanisme van de Board of Peace zoals dat geconcipieerd is in de teksten die ons hebben bereikt. Ik nodig u allemaal uit die statuten van de Board of Peace eens te lezen. Ik meen dat we opnieuw een zeldzaam moment van unanimiteit beleven. Ik weet het niet, ik kan me niet namens alle fracties uitspreken. Er zijn grote bewonderaars van Trump onder ons. Maar het zou me toch verbazen dat iemand zegt: ik heb die statuten gelezen, ze zijn fantastisch; we moeten het doen; we moeten er met België instappen. Dat is alleszins niet de indruk die bestaat bij de meeste Europese landen. Dan druk ik me nog relatief voorzichtig uit. Ik meen dat het dus raadzaam is een beetje af te wachten hoe de zaak zich verder zal ontwikkelen, wat we op het terrein zien, en dat we dan het akkoord zoals we het afgesloten hebben – waar ik geen moeite mee heb – uitvoeren. Als we allemaal zeggen dat het in de goede richting gaat, dan lijkt het mij logisch dat we dat doen. Dat was ook de logica van het akkoord: stapsgewijs goede evoluties belonen door altijd een stapje verder te gaan. Dan doen we dat. Dat lijkt me logisch. Ik stel voor dat we het op die manier opvolgen. We zullen het binnen de regering en binnen de meerderheid ongetwijfeld nog bespreken. Over Oekraïne zijn ook vragen gesteld. Hoe zit het nu met de steun voor Oekraïne? Wel, wij hebben als Europa de beslissing genomen om die oorlog te financieren. Wij zijn voor 90 miljard schulden aangegaan. Dat doet men niet voor zijn plezier. Nous avons contracté un emprunt au niveau européen. Tout ce que nous avons vécu avec le reparation loan a quelque peu invisibilisé la décision que nous avons prise, et qui est quand même une décision majeure, car cet emprunt porte sur un montant de 90 milliards d'euros. Vous savez très bien que tous les États membres de l'Union européenne ne sont pas enthousiastes à l'idée de contracter des emprunts au niveau européen. Certains – les pays qualifiés de "frugaux" – y sont totalement opposés, même s'ils ont fini par l'accepter à un moment donné. In de mist van de reparation loans is een beetje verloren gegaan dat dit toch een ongelofelijke stap is. L'Europe a ainsi apporté son soutien à l'Ukraine à un moment particulièrement délicat. Zonder die steun zou Oekraïne onderuitgegaan zijn. Een andere vraag is hoelang die oorlog nog zal voortduren en wat het perspectief is. Het beste perspectief is uiteraard dat er een voor Oekraïne aanvaardbare vrede op het tapijt komt. Het valt niet te ontkennen dat het Westen daar geen eenduidig standpunt over heeft. Ik spreek mij niet uit over hoe het territorium eruit moet zien na een vredesakkoord, omdat alleen Oekraïne daarover kan beslissen, maar er moeten op zijn minst verdedigbare grenzen overblijven. Oekraïne mag niet gedwongen worden om dermate grondgebied op te geven waardoor het in een situatie terechtkomt waarin het land niet langer verdedigbaar is. Als Oekraïne niet verdedigbaar is, zijn wij ook in gevaar. Het is essentieel dat de soevereiniteit, de democratie en de militaire slagkracht van Oekraïne overeind blijven. Ook wat dat betreft merkt men opnieuw dat het vrije Westen, dat verenigd zou moeten zijn en in staat zou moeten zijn om Poetin ervan te overtuigen die oorlog te stoppen, geen eenduidig standpunt heeft. Er klinken te veel verschillende geluiden, die Poetin volgens mij alleen maar aanmoedigen zijn agressie voort te zetten. À mon sens, c’est là que se situe le véritable drame de ce qu'il s’est passé à Davos. On peut évidemment relever les déclarations de M. Trump, constater qu’il les nuance ensuite, et se dire que la semaine prochaine apportera peut-être une nouvelle crise ou une nouvelle sortie médiatique. Je l’ignore. Mais le drame, c’est que l’on a encouragé Vladimir Poutine à poursuivre sa guerre. Il ne s’arrêtera que lorsqu’il constatera que l’Occident parle d’une seule voix et se montre résolu. Or, c’est précisément ce qu’il ne voit pas aujourd’hui. Il observe un conflit autour du Groenland. Il voit parfois les États-Unis se retourner contre le président Zelensky. Et c’est cela, le véritable drame. In Europa hebben wij nu niet de militaire slagkracht om de oorlog op het slagveld te beëindigen, maar we zijn wel in staat, met onze welvaart, met onze markt, om Oekraïne te financieren. Daarmee zal men echter geen oorlog winnen. Ferro non auro , zei Livius. Een oorlog wint men met ijzer, niet met geld, niet met goud. Men heeft goud nodig, maar met goud wint men geen oorlog. Het enige dat we aan Oekraïne kunnen geven, is goud, geen ijzer. Het ijzer moet van ergens anders komen, maar dat gebeurt niet. Dat is het drama op dit moment. Die vraag moeten we durven te stellen. Het financieren van een oorlog zonder perspectief om die te winnen, is ook het financieren van een onmenselijk lijden dat voort blijft duren. Dat brengt ons misschien niet naar een situatie die fundamenteel beter is dan de huidige. Met dat vraagstuk moeten we ons in Europa ook bezighouden. Alleszins is het een vingerwijzing om die militaire slagkracht wel te ontwikkelen, maar dat zal ons uiteraard nog wel wat tijd kosten. Mijnheer de voorzitter, mogelijk heb ik niet alle vragen beantwoord, maar daarmee heb ik minstens alle thema's aangeraakt. Vincent Blondel , président: Je vous remercie, monsieur le premier ministre. Nous allons nous en tenir strictement à l’horaire afin de pouvoir conclure notre réunion à l’heure prévue. Cela nous laisse le temps pour une réplique d’une minute maximum par groupe. Mijnheer de premier, u wilt inzetten op strategische autonomie. Dat hoor ik graag. Vandaag doet het beleid dat echter niet. Immers, zolang Europa zichzelf blijft vastketenen aan verstikkende regels voor onze industrie en landbouw, blijft autonomie gewoon een lege doos. Wij hebben misschien wel de grootste economische markt, maar wij gebruiken ze niet. Sterker nog, wij laten ze zelfs misbruiken door derden. Ik herhaal het. Als u uw woorden ernstig neemt, verwacht ik dat België in Europa zal pleiten voor een fundamentele koerswijziging. Ik betwijfel echter of dat zal lukken onder de huidige constellatie onder leiding van von der Leyen. Ten slotte, ik hoef u niet te herhalen dat wij geen Trump lovers zijn. Wij steunen gewoon elk beleid dat onze mensen op de eerste plaats zet. Dat zouden Europa en uw partij beter ook doen. Finalement, on aurait pu intituler l’objet de notre échange "Souveraineté européenne". Nous aurions sans doute eu besoin de davantage de temps encore. Je vous rejoins sur l’OTAN. Nous devons pouvoir continuer à nous appuyer sur elle. Nous devons également développer la notion de marché-puissance. Je rejoins aussi l’idée de laat het mes op tafel! (gardez le couteau sur la table!), à condition qu’il ne soit pas en plastique. Sur cet aspect, je crois que des signaux peuvent être envoyés avec subtilité et nuance. Il serait toutefois malvenu, dans la semaine qui suivrait les menaces de monsieur Trump au Groenland, d’acheter du matériel américain. Ce serait malvenu, en tout cas si notre dignité n’est pas à vendre et si nous ne sommes pas les esclaves des États-Unis. La nuance invite sans doute à envoyer un signal, par exemple en retardant une acquisition, sans nécessairement la rompre. Merci, monsieur le premier ministre. Évidemment, le fait de se réunir était important. Nous entendons l’argument du symbole, mais nous pensons qu’il est désormais temps de passer aux décisions. Vous nous dites que le message est passé, mais dans les faits, nous continuons à dépendre d’une grande puissance. Vous reconnaissez vous-même cette dépendance importante à l’égard des États-Unis, lesquels continuent de franchir des lignes rouges. Aujourd’hui, les Américains ont menacé l’intégrité territoriale des Européens. Cela concerne concrètement les avions, mais aussi l’achat de drones et la dépendance en matière de satellites. Il vous reviendra bientôt, monsieur le premier ministre, de trancher sur ces décisions. Enfin, notre inquiétude demeure grande en ce qui concerne la paix, que ce soit en Ukraine, à Gaza ou encore en Iran. En effet, qui peut dire quelle sera la prochaine lubie de monsieur Trump? Je vous remercie, monsieur le premier ministre, de nous avoir dévoilé une partie de la stratégie du vassal heureux. En effet, vos réponses reflètent une stratégie très claire sur la direction que vous voulez prendre, à savoir, en gros, rester heureux, mais vassal des États-Unis d'Amérique. On voit la prudence dont vous faites preuve face aux mesures américaines qui pourraient ne pas nous rendre très heureux. Il est assez étonnant d'entendre l'autre ton que vous adoptez envers les pays du Sud. Je pense effectivement, monsieur De Wever, que cette stratégie est mauvaise pour l'Europe. Je crois que c'est vraiment là la question. Quelqu'un vous a dit à Davos que nous étions des herbivores. Mais l'Europe n'est pas du tout faite d'herbivores, nous sommes des carnivores. Allez demander au peuple libyen ou afghan, en Syrie, en Irak ou dans les pays africains, avec toutes les multinationales européennes. L'idée que l'Europe est composée d'herbivores, cet ordre mondial-là n'est pas vécu de cette manière par les pays du Sud. Allez demander aux peuples africains, latino-américains ou asiatiques: ils ne vivent pas l'Europe comme étant herbivore. Nous sommes des carnivores, et les vassaux heureux du plus grand des carnivores, les États-Unis d'Amérique. Je pense que cela va détruire l'Europe, monsieur De Wever. Nous avons intérêt à avoir un changement stratégique au niveau européen. Vous allez voir, Donald Trump le dit clairement dans sa note de sécurité nationale: il veut détruire l'Europe. Il faut donc arrêter d'être des vassaux heureux. Merci, monsieur le premier ministre. Je me réjouis de voir que politiquement, finalement, vous vous inscrivez pleinement dans la résolution que notre Parlement a votée sur le Groenland en commission des Relations extérieures. Cette résolution s'attache aux grands principes intangibles et nous la voterons bientôt en séance plénière. Permettez-moi de conclure sur une observation qui, à mes yeux, est essentielle. Ce qui se joue ici dépasse largement le cas du Groenland. Il y va de la crédibilité de l'Europe, de sa capacité à se faire respecter et à défendre ses principes. Vous avez rappelé – et je partage pleinement cette vision – que la dignité européenne n'est pas négociable. Mais cette dignité ne peut évidemment pas être seulement déclarative et doit se traduire par des choix politiques clairs et parfois courageux. Le dialogue est indispensable, je vous rejoins, mais il ne peut pas se faire au prix de l'ambiguïté ni donner le sentiment que l'Europe accepte l'idée d'un rapport de force déséquilibré. Pour terminer, monsieur le premier ministre, l'équivalent français de l'expression "Met het mes op tafel" est "Montrer les dents". Mijnheer de premier, het is inderdaad belangrijk dat u uw stem verder laat horen en uw lijn aanhoudt. Dat doet u en daarom luistert men ook meer en meer naar u op het internationaal toneel. Het grote gevaar in heel het discours is dat Oekraïne naar de achtergrond verdwijnt telkens wanneer Trump met een nieuwe crisis of een nieuw gek idee komt. Misschien is dat ook zijn bedoeling en we moeten daarvoor opletten. Het is heel belangrijk dat we te weten komen wat de veiligheidsgarantie voor Oekraïne die Trump ons heeft beloofd nog waard is en wat we bereid zijn om daarvoor in ruil te geven. Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord. Ik ga even terug in de tijd, naar het gesprek tussen Charles de Gaulle en Eisenhower in 1960. Parijs en New York zouden moeten kunnen worden verwisseld. De Gaulle pleitte voor een sterke en onafhankelijke Europese identiteit, los van Amerikaanse invloed. Op gelijke voet, samenwerking en onafhankelijkheid, dat zijn woorden die vandaag ook een zekere spanning weerspiegelen. We zouden vandaag Washington voor Brussel moeten kunnen wisselen. Er bestaat daarover inderdaad gerede twijfel en dat zit ook deels in uw antwoord. Vandaar dat we moeten opbouwen. We moeten niet blijven treuzelen om op militair vlak onze bescherming in eigen handen te nemen en onze economische competitiviteit op te krikken, wat we in Alden Biesen ook zullen doen. We moeten echter ook voorbereid zijn op elke vorm van dwang en over tegenmaatregelen beschikken, zodat we onze tanden kunnen laten zien op het moment dat het mes op tafel ligt. Wat betreft het akkoord over Gaza, we moeten ons daarover beraden in de regering. Waar is Trumps winst? Laat ons niet naïef zijn, het feit dat hij rond de tafel zat met Rutte voor een ongeldige claim op Groenland, is winst. Het feit dat Oekraïne op de achtergrond is geraakt, is winst. Het feit dat hij de arm van Zelensky probeert om te wringen, dat de Board of Peace de VN uitholt, is winst. Er is dus inderdaad een methode in de waanzin. Als het gaat over Gaza, moet ik wel zeggen dat ik het getalm van de regering opmerkelijk vind, omdat de maatregelen die ze heeft beslist nog altijd niet zijn uitgevoerd. Spanje heeft u ondertussen ingehaald en op veel kortere termijn beslissingen doorgevoerd, bijvoorbeeld wat betreft de erkenning. Daden spreken sterker dan woorden. Woorden klinken misschien wel goed. Hetzelfde geldt voor de antidwang en de F-35's. Dat is zogezegd een heel rationele beslissing; 1,5 miljard voor toestellen die er pas over tien jaar zullen zijn en waarvan de software-update kan worden uitgesteld door de VS. Het is dus een kwestie van gezond verstand. De vraag is of we echt bereid zijn, en of u echt bereid bent, om de middelen in te zetten op het moment dat ze nodig zijn. Mijnheer de minister, u reageert zeer reactief als het aankomt op Mercosur en de onenigheid binnen uw regering. Ik begrijp dat tot op zekere hoogte, want u staat op dat vlak volledig machteloos. Als cd&v het akkoord blokkeert op Vlaams niveau, dan is dat een probleem. Als de MR en Les Engagés dat blokkeren op Waals niveau, dan is dat een probleem. Dat is niet op zich een probleem in het ijle, maar wel ú w probleem als regeringsleider. Er is maar één mogelijke conclusie: u hebt geen meerderheid wanneer het aankomt op internationaal beleid. Ons land heeft zich naar verluidt al zeventien keer onthouden in de Europese Raad. U wordt heel vaak als een keizer zonder kleren het veld ingestuurd. Dat vind ik onaanvaardbaar. Iedereen moet op dezelfde lijn zitten. U moet daadkrachtig zijn als premier. U moet de meerderheidspartijen overtuigen. Laat het op dat vlak in de toekomst verbeteren. Peter De Roover , voorzitter: Dank u wel, collega's. Ik dank ook collega Blondel voor de keurige wijze waarop hij het debat heeft gemodereerd. Dat betekent immers dat we ons stipt aan de tijdsafspraak kunnen houden. Ik dank alle vragenstellers en de premier voor zijn uitgebreide antwoord. We gaan ongetwijfeld nog een bijzonder vruchtbare dag tegemoet. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 9.57 uur. La réunion publique de commission est levée à 9 h 57.

Commissievergadering op 28 januari 2026

🏛️ Commissie Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken

Van 8h32 tot 9h57 (1 uur en 25 minuten)

1 vragen

Volledig verslag op dekamer.be

Vragen

De volgende vragen werden gesteld tijdens deze commissievergadering.

Het buitenlandse beleid van president Trump
De Europese reactie op de door grote mogendheden uitgeoefende druk
De Amerikaanse claim op Groenland en de dreigementen van de VS
Internationale machtsdynamiek en diplomatieke spanningen tussen VS en Europa

Gesteld aan

N-VA Bart De Wever (Eerste minister)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Tijdens een informele EU-top reageerde Europa verenigd op Trumps dreigementen richting Groenland/Denemarken, waarbij economische druk (anti-dwanginstrument) en diplomatieke desescalatie centraal stonden – volgens premier De Wever een succesvol signaal van Europese soevereiniteit, hoewel kritiek klonk over te grote VS-afhankelijkheid (o.a. defensie-aankopen zoals F-35’s). De Wever benadrukte strategische autonomie via economische versterking (interne markt, energiezekerheid, defensie-integratie) en aankondigde een top in Alden Biesen (12/2) om EU-competitiviteit te bespreken, maar erkende dat militaire zelfredzaamheid (binnen NAVO-kader) en politieke eenheid (bv. Mercosur-akkoord) ontbreken. Gaza/Oekraïne bleven punt van discussie: Palestina-erkenning wacht op voorwaarden, terwijl Oekraïne-steun financieel blijft maar militair leiderschap ontbreekt – een zwakte die Poetin uitbuit, aldus De Wever. Kritiek van oppositie (o.a. Vlaams Belang, PTB) noemde EU-beleid "tandeloos" en pleitte voor radicale koerswijziging (minder VS-afhankelijkheid, meer defensie-investeringen), terwijl meerderheid geleidelijke versterking via economische hefbomen voorstond.

Bart De Wever:

Monsieur le président, n'étant plus député, je n'ai pas l'obligation d'être concis. Commençons avec un débriefing sur le sommet informel du 22 janvier.

Lors du Conseil européen informel de la semaine dernière, l'Union européenne a démontré sa capacité de réagir rapidement et efficacement face à des pressions illégitimes. La convocation rapide, les discussions fructueuses et la solidarité manifestée à l'égard du Groenland et du Danemark témoignent d'un large consensus entre les États membres de l'Union européenne. Nous sommes conscients des nouvelles menaces qui pèsent sur la sécurité et souhaitons coopérer de manière constructive avec nos partenaires – notamment l'OTAN – afin d'y faire face. Nous devons aborder ensemble les problèmes de sécurité, et les menaces n'ont pas leur place entre alliés.

Comme je l'ai indiqué en séance plénière la semaine dernière, les États-Unis sont de loin les plus puissants au sein de l'OTAN. Mais notre dignité n'est pas à vendre, nous ne sommes pas des esclaves. À la veille du Conseil européen, un cadre a d'ailleurs été défini en vue de relever ces défis ensemble, ce qui a permis d'écarter la menace tarifaire, du moins pour l'instant.

U hebt ongetwijfeld de mondelinge conclusies gehoord waarmee de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, de vergadering samenvatte. Die conclusies zijn volgens mij een zeer correcte en goed gebalanceerde weergave van de besprekingen die we hebben gehad en we kunnen ons daar alleszins volledig achter scharen.

Het partnerschap tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten kan bogen op een lange geschiedenis, dat weet u. In een ideale wereld is onze trans-Atlantische gemeenschap verankerd in gemeenschappelijke waarden, met als doel de veiligheid en ook de welvaart van onze bevolking te beschermen. We moeten echter toegeven dat die ideale wereld vandaag af en toe ver weg lijkt. Het spreekt voor zich dat relaties tussen partners en bondgenoten op een respectvolle manier wederzijds vorm moeten krijgen. Jammer genoeg lijkt dat vandaag niet meer evident.

De uitdagingen wat betreft het beveiligen van Groenland en het Arctisch gebied zijn alleszins pertinent en worden ook door iedereen erkend. We hebben een gemeenschappelijk belang bij het verzekeren van de veiligheid in het Arctisch gebied. Dat gebeurt voor ons in de eerste plaats altijd via de NAVO. Ook de Europese Unie kan en zal een grotere rol opnemen in de regio.

Eveneens in het kader van het verzekeren van de veiligheid bevestigen we formeel ons sterke engagement voor de principes van het internationaal recht, de territoriale integriteit, nationale soevereiniteit en diplomatiek overleg onder bondgenoten. We herhalen dat die principes richtinggevend zijn voor ons optreden en essentieel zijn voor de veiligheid van Europa en van de internationale gemeenschap. Onze steun voor Denemarken en Groenland staat dan ook buiten kijf. Het komt aan Denemarken en Groenland toe - en alleen aan hen - om te beslissen over hun toekomst en het beleid dat zij willen voeren.

Toutes les parties se sont accordés à dire que l'Union devait défendre ses propres intérêts et se protéger elle-même – ses États membres, ses citoyens et ses entreprises – contre toute forme de coercition. Comme l'a souligné le président António Costa, nous disposons du pouvoir et des moyens nécessaires à cet effet. Le cas échéant, nous les utiliserons.

Bien que la menace de droits de douane supplémentaires américains ait déjà été levée à la veille du sommet informel, nous continuons à nous atteler sans relâche à la stabilisation des relations commerciales entre les États-Unis et l'Union européenne. La menace que représentent les droits de douane est incompatible avec un accord commercial entre les États-Unis et l'Union européenne. Il est désormais temps d'œuvrer ensemble à la mise en œuvre rapide de cet accord.

L'Union européenne et ses États membres continuent d'adopter une attitude constructive afin de coopérer avec les États-Unis sur des questions d'intérêt mutuel, notamment en ce qui concerne l'instauration d'une paix durable en Ukraine.

Je voudrais encore dire quelques mots sur le fameux Board of Peace, le Conseil de la paix. Lors du sommet informel, nous avons également discuté de ce Conseil de la paix, organisation jugée essentielle par le gouvernement américain pour mettre en œuvre les 20 points du plan américain visant à mettre fin au conflit à Gaza. Nous avons exprimé de sérieux doutes à son propos. D'importantes questions restent en suspens, tant en ce qui concerne son champ d'action et sa gouvernance que sa compatibilité avec la charte des Nations Unies, par exemple. Nous restons toutefois disposés à coopérer avec les États-Unis à la mise en œuvre du plan de paix global pour Gaza, qui pourrait réserver le rôle d'administration transitoire au Board of Peace, conformément à la résolution 2803 du Conseil de sécurité des Nations Unies.

Il existait un large consensus sur le fait que l'Union européenne devait se concentrer sur un programme ambitieux axé sur la défense, la résilience, la compétitivité et la construction d'une Union plus autonome sur le plan stratégique. Si cela semble évident, les temps ont cependant changé. C'est pourquoi nous organiserons très prochainement, le 12 février, à Alden Biesen, une réunion stratégique visant à renforcer le marché unique et notre compétitivité dans le contexte du nouvel environnement géopolitique.

Daar zijn wij wel blij mee, aangezien België de bijeenkomst in tempore non suspecto had gevraagd. Wij hebben daarbij de steun van een aantal andere lidstaten en vooral Duitsland gekregen. Met alles wat er is gebeurd, is het nu des te pertinenter dat we elkaar op 12 februari in Alden Biesen zien en overleggen over slechts één onderwerp, de competitiviteit. De afgelopen weken hebben immers pijnlijk duidelijk gemaakt dat de Europese Unie vaak dobbert op golven die anderen maken, dat wij al te vaak afhankelijk zijn van factoren die we zelf niet controleren, en dat we te weinig aan onze eigen sterktes hebben gebouwd. Wij zouden altijd eerst en vooral naar onszelf moeten kijken.

Dat is precies wat we in Alden Biesen zullen doen, met de centrale vraag: hoe worden wij competitiever, hoe versterken we onze economie, met dien verstande dat competitiviteit altijd hand in hand gaat met de mogelijkheid om meer welvaart te creëren en meer veiligheid te garanderen. Wij hebben groei in Europa nodig om de welvaart en de houdbaarheid van ons sociaal model te kunnen handhaven en onze veiligheid sterker te kunnen verzekeren.

De richting is duidelijk. Er liggen veel recepten op de plank. Het warm water hoeft niet te worden uitgevonden. Draghi en Letta hebben rapporten geschreven, waarvan de implementatie op zich nog laat wachten.

Zelf kunnen we terugbuigen op het regeerakkoord. Dat bevat namelijk heel wat handvatten om onze positie tijdens de top vorm te geven. Dan denk ik aan de passages over de verlichting van de regeldruk in Europa, de administratieve druk en de stimulatie van innovatie door obstakels weg te werken en eventueel regelluwe experimenteerzones uit te rollen. De vereenvoudigingstrein in Europa wordt wel gemonteerd, maar dat is een omnibus, een trein die overal stopt, en dat gaat traag. Het algemene sentiment is dat die meer snelheid zou moeten nemen.

Ten tweede, in het regeerakkoord staat ook dat wij ijveren voor de volmaking van de interne markt in de domeinen van handel, kapitaal, energie, transport, IT, defensie en diensten. Dat is ongeveer alles. Ik denk dat wij daarbij alleen maar te winnen hebben als een exportgedreven, open economie.

Ten derde ,in het regeerakkoord staat ook dat de interne markt als onze grootste troef wordt beschouwd. Er wordt ook verwezen naar de vele obstakels, niet-tarifaire obstakels, zoals een rapport van het IMF uit 2025 ten overvloede heeft geduid.

Ten vierde, de kapitaalmarktunie is ook een prioriteit, net als de vervolmaking van de bankenunie. We zouden ervoor moeten zorgen dat snelgroeiende bedrijven bij ons kunnen groeien, in de EU, en niet, zoals vandaag al te vaak gebeurt, op een bepaald moment verhuizen, niet zelden naar de Verenigde Staten. Er moet meer ruimte komen voor risicokapitaal en de inzet daarvan moet ten bate komen van ondernemingen, maar ook van infrastructuur.

Ten vijfde, in het regeerakkoord zijn wij overeengekomen om op Europees niveau te pleiten voor snellere vergunningen en voor strategische publieke en private investeringsprojecten.

Ten zesde, wat de regulering van digitale diensten, opkomende technologieën en artificiële intelligentie betreft, moeten wij een dialoog aangaan met onze internationale partners om onze regels in lijn te brengen met de internationale standaarden.

Ten slotte, op regelgevend vlak willen wij onze bedrijven absoluut niet wegduwen naar concurrerende machtsblokken. Het regeerakkoord biedt dus wel wat stof voor onze uiteenzettingen op de top van Alden Biesen.

Nous sommes tous conscients de l’urgence de ces enjeux. Nous constatons que plusieurs États membres avancent des propositions qui, en définitive, se révèlent très similaires. Mes collègues s’intéressent également à l’allègement de la charge réglementaire. Il s’agit notamment de la suppression systématique des règles obsolètes, de la mise en place de procédures d’autorisation accélérées, d’un contrôle plus strict des nouvelles réglementations et de l’application d’un test de compétitivité aux nouvelles réglementations. Ces éléments semblent faire l’objet d’un large consensus.

Outre la poursuite de l’intégration du marché intérieur, d’autres idées sont avancées, comme la création d’une bourse paneuropéenne ou encore la simplification des règles en matière de fusions, afin de permettre à nos entreprises d’être compétitives à l’échelle mondiale.

Als daarover consensus bestaat, conform de indruk die ik daarover heb, dan stemt dat misschien tot optimisme om effectief die consensus te bereiken. Vervolgens rijst natuurlijk de vraag wat er daarna mee gebeurt. Welnu, een en ander moet ook in actie worden omgezet. Die eis zal vooral opnieuw weerklinken de dag ervoor in Antwerpen, waar de Europese industrietop plaatsvindt. Die top wordt elk jaar groter, zowel in omvang als in belang.

De voorbije weken heb ik heel veel samengezeten met bedrijfsverenigingen en federaties in het binnenland. Ik heb hen aangespoord contacten te zoeken met hun collega’s in het buitenland. Dat is ook volop gebeurd en daar ben ik heel blij mee. Ook bij die federaties en verenigingen bestaat een vrij grote consensus over de punten die ik heb geschetst. Wellicht zal vooral de roep klinken om dat nu ook in daden om te zetten.

Als wij dat op 11 februari 2026 in Antwerpen doen en wij met dat signaal van Antwerpen in de hand op 12 februari 2026 die consensus in de verf kunnen zetten, dan moet dat ook het begin worden van een opvolgingsproces waarin wij de inzichten van de informele top al in maart 2026 omzetten. Dat moet de ambitie zijn. Het gaat dan om informele raadsconclusies, gevolgd door een opvolgingsproces dat in gang wordt gezet en waarmee de maatregelen die dan effectief worden beslist, in overleg met heren Draghi over het concurrentievermogen en Letta over de interne markt naar de effectieve uitvoering worden geleid en op die manier worden opgevolgd.

Net zoals wij dat in 2025 hebben gedaan over Defensie na een informele top in het Egmontpaleis op de eerste dag van mijn premierschap, wat ik mij nog heel goed herinner, zal ook de agenda rond competitiviteit en interne markt het voorwerp moeten worden van een op te volgen stappenplan of, zoals dat tegenwoordig heet, een roadmap. Dat plan moet er dan voor zorgen dat de aandacht niet verslapt en dat heel duidelijke initiatieven en bijkomende verantwoordelijkheden worden geformuleerd. Vooraleer we echter zover zijn, zullen wij elkaar ongetwijfeld opnieuw in deze ruimte terugzien voor een nadere voorbespreking en briefing van het Europese gebeuren.

Peter De Roover , voorzitter: Bedankt, mijnheer de eerste minister.

Het woord is nu aan de leden, vooreerst aan de leden die een actuele vraag hebben ingediend, die daarvoor twee minuten spreektijd krijgen. Daarna kan elke fractie nog twee minuten een uiteenzetting met vragen houden.

Mijn medevoorzitter, de heer Blondel, zal het debat modereren.

Vincent Blondel , président: Monsieur le président, je vous remercie.

Chers collègues, comme cela vient d'être dit, je vous propose que nous procédions en laissant d'abord la parole à ceux qui ont déposé une question orale. M. Ducarme est le premier intervenant pour une durée de deux minutes. Nous reviendrons ensuite aux différents groupes qui auront chacun un temps de parole de deux minutes.

Denis Ducarme:

Monsieur le président, nous avons évidemment tous été sidérés par les menaces du président américain à l'encontre d'un territoire associé à l'Union européenne et à l'OTAN et je voulais vous remercier, monsieur le premier ministre, pour la fermeté de votre réaction.

Je souhaiterais vous interroger sur la réaction européenne qui, je pense, est appropriée et à la hauteur. Au-delà des mots, l'instrument anti-coercition est envisagé. Où en est-on, monsieur le premier ministre, sur cet aspect? On a également entendu parler de démarches potentielles par rapport à la possession européenne de la dette américaine. C'est évidemment très inquiétant. Êtes-vous aussi inquiet que Charles Michel qui a indiqué que, selon lui, le lien transatlantique était mort. J'espère que non, parce que l'OTAN est toujours opérationnelle au quotidien.

Si nous devons envoyer un signal aux Américains, il s'agit de ne pas être en rupture avec eux et il me semble que vous avez eu les mots et les signaux adéquats. Vous avez indiqué, vous l'avez redit aujourd'hui, que notre dignité n'était pas à vendre et que nous n'étions pas les esclaves des Américains.

Au-delà de ces mots, j'invite à ce que nous ayons aussi une réflexion sur le plan national et que nous ne nous précipitions pas nécessairement sur le matériel américain que nous avions décidé d'acheter. Si M. Trump considère les Européens comme des paillassons et que nous devons tout de même acheter ce matériel, attendons au minimum qu'il en retire ses pieds. C'est un élément que je voulais également relever.

Je vous remercie.

Michel De Maegd:

Monsieur le premier ministre, merci pour votre présentation tout aussi assertive qu'en séance plénière la semaine dernière.

L'Union européenne a, elle aussi, réaffirmé pleinement son soutien au Royaume du Danemark et au Groenland. En parallèle, l'objectif reste une stabilisation durable des relations commerciales entre l'Union européenne et les États-Unis .

Les conclusions du sommet extraordinaire mettent en avant la volonté de l'Union de saluer l'apaisement des tensions et de poursuivre un dialogue avec les alliés américains. Ma question est la suivante: cette réponse n'est-elle pas quelque peu insuffisante au regard des menaces directes pesant sur la souveraineté européenne émanant de ce qui était considéré jusqu'à présent comme notre principal allié? Vous l'avez déclaré, et je vous rejoins: nous ne sommes évidemment pas des esclaves.

Concrètement, monsieur le premier ministre, lors de ce sommet, avez-vous arrêté des orientations politiques précises pour répondre aux pressions exercées par de grandes puissances, qu'elles soient d'ordre commercial, économique ou géopolitique, pour garantir le respect de la souveraineté des É tats et de leurs partenaires? Le Conseil a-t-il dégagé un consensus clair quant à l'utilisation plus affirmée du poids commercial et économique de l'Union européenne comme levier stratégique, notamment face aux risques de guerre commerciale que vous avez évoqués à plusieurs reprises? Pour ne pas le citer, je pense au dispositif EU Bazooka.

Maintenant que les tensions semblent en train de retomber, quelles sont les prochaines étapes pour la coordination européenne à l'égard de la protection du Groenland, tant sur le plan militaire que politique? Je ne parle, bien sûr, pas ici de la réunion que vous nous annoncez pour le 12 février à Alden Biesen.

J'en viens à ma dernière question, monsieur le premier ministre. D'ores et déjà, comment la Belgique entend-elle, à la suite du sommet de jeudi dernier, traduire politiquement la vision que vous avez défendue en séance plénière et ici même?

Katrijn van Riet:

Mijnheer de premier, dank u voor uw uiteenzetting. Ze was bijzonder boeiend.

Ik zal proberen het kort te houden. U hebt in Davos gepleit voor meer waardigheid. Dat pleidooi was een directe sneer naar collega-leiders van wie sms-berichten waren uitgelekt. Die privéberichten zijn mogelijk bewust gelekt om Europese verdeeldheid aan te tonen. Hoe kunnen we van de Europese Unie een geloofwaardige macht maken als andere Europese leiders zich individueel profileren zodra er druk wordt uitgeoefend?

Toen president Trump in Davos arriveerde, veranderde zijn toon ten aanzien van zijn aanspraak op Groenland ineens significant. Welke elementen hebben volgens u die toonwijziging ingezet? Gaat het om externe dan wel interne beïnvloedende factoren?

Door de secretaris-generaal van de NAVO werd een oplossing uitgewerkt. Waarin wijkt die oplossing af van het verdrag van 1951? Wat was daarin niet mogelijk en wat is in deze oplossing dan wel mogelijk? Waarin zit precies het verschil? Ik houd het kort, aangezien mijn collega nog een vraag over Gaza wil stellen.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de premier, u had het ook over de New York Declaration on the Peaceful Settlement of the Question of Palestine and the Implementation of the Two-State Solution.

Het lichaam van de laatste gijzelaar is intussen vrijgegeven. Een tweede voorwaarde is dat Hamas uit het bestuur zou verdwijnen. Hebt u zicht op de organisatie van verkiezingen? Is daar al sprake van? Is er een vooruitzicht op een daadwerkelijke garantie dat Hamas uit het bestuur van Palestina verdwijnt? Hoe verhoudt zich dat tot de geïnstalleerde raden en tot de Board of Peace op dit moment?

Britt Huybrechts:

Mijne heren voorzitters, mijnheer de premier, wat mij de voorbije week vooral is opgevallen, is de volstrekte verwarring bij de Europese elite. In Davos hoorden we opnieuw grote verklaringen over waarden, leiderschap en strategische autonomie. Zodra men die conferentiezaal uitstapt, botst Europa echter op de harde realiteit. Het mist macht, het mist hefbomen en het mist een coherente strategie.

Terwijl de EU zich jarenlang niet heeft beziggehouden met degelijk economisch en strategisch beleid, heeft ze zich wel beziggehouden met morele superioriteit en verstikkende regelgeving. Andere machtsblokken investeerden intussen wel in energiezekerheid, industrie en defensie. Europa heeft zo zijn eigen fundamenten ondergraven. Dat verklaart volgens mij ook de paniekreacties die we zagen tegenover de Verenigde Staten en tegenover Trump.

Laat het duidelijk zijn, voor het Vlaams Belang is het Groenland aan de Groenlanders, Amerika aan de Amerikanen en Europa aan de Europeanen. Dat klinkt allemaal heel mooi, iedereen heeft het hier ook gezegd, ik heb het de voorbije week goed gehoord, maar het probleem is volgens mij dat Europa er zelf niet meer in gelooft en er al helemaal geen beleid naar voert. Europa heeft zichzelf dus in een positie van structurele afhankelijkheid gebracht, vooral op het vlak van energie, defensie en industrie.

Welke concrete koerswijziging verdedigt België binnen de EU om opnieuw te focussen op die zogenaamde strategische autonomie in plaats van ideologisch gedreven beleid?

Welke concrete stappen zult u zetten in Alden Biesen? Zult u ook de extreme regeldrift en bijvoorbeeld de Green Deal-dictaten aanpakken, om maar enkele voorbeelden te geven?

Moet u ook niet erkennen dat Trump eigenlijk, hoewel we dat niet wilden, een goede deal heeft gedaan? Hij is eerst all-in gegaan, maar is uiteindelijk wel vertrokken met wat hij wilde, namelijk enkele strategische posities op Groenland, terwijl de EU machteloos heeft toegekeken.

Benoît Piedboeuf:

Monsieur le premier ministre, on ne peut que marquer un intérêt à la façon dont vous avez conduit les discussions, ainsi qu’à la fermeté avec laquelle vous avez affirmé et défendu un certain nombre de principes. Depuis le rapport Draghi, les faiblesses de l’Union européenne sont connues et il reste difficile de percevoir comment une position européenne forte et cohérente peut enfin s’articuler sur la scène internationale.

Ce qui se passe aujourd’hui au Groenland démontre de manière éclatante le fait que Donald Trump et, plus largement, les États-Unis se permettent tout parce qu’ils ne perçoivent pas de contrepoids suffisant. Or, ce contrepoids européen ne pourra exister que s’il repose sur une nouvelle dynamique de croissance européenne, sur une position économique renforcée et sur une véritable stratégie énergétique. Tant que nous ne nous renforcerons pas nous-mêmes, en croyant en nos capacités collectives, il sera illusoire de prétendre affirmer une position crédible et respectée au niveau international.

Ma question, monsieur le premier ministre, est donc la suivante. Au-delà de la manière dont vous avez, à juste titre, durci le ton, ce qui est rassurant au regard du positionnement habituellement mièvre de la Commission européenne sur la scène internationale, quelle est la position que vous défendez pour la Belgique au sein de l’Union européenne et pour l’Union elle-même? Quelle est également la vision que vous portez pour redynamiser l’Union européenne elle-même, qui a manifestement besoin de montrer un peu de muscle?

Valérie De Bue:

Je me permets d’apporter un élément complémentaire. Monsieur le premier ministre, je souhaite revenir sur la situation spécifique du Groenland et sur la présence militaire européenne. L’Union européenne y a déployé des centaines de militaires, tandis que la Belgique y est représentée par un seul militaire en mission de reconnaissance. Comment cette présence européenne dans l’Arctique est-elle appelée à se concrétiser à l’avenir? S’agit-il d’une première étape vers une forme d’armée européenne, ou plutôt d’autres modalités de coopération et de déploiement entre États membres?

Fatima Ahallouch:

Monsieur le premier ministre, les déclarations et les menaces des États-Unis ont provoqué un véritable séisme, tant au niveau politique qu’au sein de l’opinion publique. Ce Conseil européen a montré l’importance d’une Europe unie face aux pressions et aux menaces, et nous saluons la réaffirmation du droit international, de l’intégrité territoriale et du soutien au Danemark ainsi qu'au Groenland.

La désescalade commerciale annoncée est positive, mais elle ne peut se faire au détriment des travailleurs européens ni de nos standards sociaux et environnementaux. L’Union peut rester ouverte au dialogue transatlantique tout en se dotant des outils anti-coercition nécessaires et en construisant une autonomie stratégique qui renforce la paix, la sécurité collective et la justice sociale. Enfin, nous attendons que la Belgique adopte une position claire en faveur de solutions politiques, tant pour l’Ukraine que pour Gaza. Pour nous, cela se joue dans le cadre des Nations Unies.

Monsieur le premier ministre, quels sont, selon vous, les principaux enseignements de ce Conseil européen et quelles lignes rouges la Belgique a-t-elle défendues? Pour ce qui est de la mise en œuvre concrète de l’approche européenne, comment allez-vous combiner préparation sécuritaire et renforcement interne de l’Union européenne? La Belgique est-elle prête à soutenir l’activation de l’instrument anti-coercition si de nouvelles pressions devaient être exercées? Au niveau stratégique, quelles initiatives la Belgique portera-t-elle pour renforcer l’autonomie stratégique vis-à-vis des États-Unis tout en protégeant l’emploi et les standards sociaux? Enfin, concernant les F-35, la Belgique entend-elle maintenir sa décision de commander les onze nouveaux avions ou le gouvernement a-t-il évalué des solutions alternatives à l'échelle européenne? Une réévaluation de ce choix est-elle en cours afin d’assurer la cohérence entre nos orientations politiques, industrielles et de défense?

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre exposé intéressant.

Vous avez dit dans le cadre de cette séquence à Davos qu'il y a une différence entre être un vassal heureux et un esclave misérable. Plusieurs de mes collègues se sont réjouis que nous ne soyons pas favorables à l'idée d'être des esclaves misérables. Je suis d'accord avec cette réjouissance, mais je me questionne davantage sur votre stratégie quant à devenir des vassaux heureux. Est-ce une stratégie partagée au niveau du Conseil européen? Au sein du gouvernement, avez-vous discuté de cette stratégie qui ne me semble pas positive non plus?

De fait, être un vassal des États-Unis d'Amérique, comme nous le sommes effectivement depuis 1945, n'est stratégiquement pas la meilleure option pour le futur. On ferait mieux de prendre une autre orientation. Quel est votre avis, monsieur le premier ministre? Que vouliez-vous dire par "vassal heureux"?

En ce qui concerne l'accord lui-même, je suis un peu étonné que l'OTAN, M. Mark Rutte, ait négocié directement avec M. Trump au nom du Danemark et de l'Union européenne. Quel était le mandat de M. Rutte au sein de l'OTAN dans le cadre de cette négociation? Le Conseil européen a-t-il eu un débat sur ce mandat? Le Danemark est-il d'accord et, surtout, quel est le contenu de l'accord? S'agit-il, oui ou non, de nouvelles bases militaires américaines ou est-il question du rôle de l'OTAN au niveau du Danemark? Bref, je m'étonne qu'on ne connaisse encore rien du contenu de l'accord. J'entends aujourd'hui beaucoup de réjouissance, ici, autour de la table. Peut-être disposez-vous de plus d'informations sur le contenu même de l'accord.

Par ailleurs, l'Union européenne, en la personne d'Ursula von der Leyen, a conclu un accord avec les États-Unis d'Amérique, à hauteur de 600 milliards d'investissements directs européens qui seraient faits aux États-Unis. On s'est engagé à acheter 750 milliards d'euros d'énergie aux États-Unis d'Amérique. Cet accord a-t-il, oui ou non, été remis en cause lors de votre dernier Conseil?

Enfin, en ce qui concerne la souveraineté nationale que nous défendons pour le Groenland, estimez-vous que la défense de la souveraineté nationale vaut aussi pour les pays du Sud? Je parle notamment du Venezuela, de Cuba, éventuellement du Moyen-Orient. Ou bien, y a-t-il deux poids, deux mesures?

Je vous remercie de vos réponses très intéressantes, monsieur le premier ministre.

Vincent Blondel , président: Je vous remercie, monsieur Hedebouw.

Nous poursuivons avec Les Engagés. Monsieur De Maegd, souhaitez-vous encore intervenir?

Michel De Maegd:

J'ai posé mes questions, monsieur le président.

Vincent Blondel , voorzitter: Dan is het woord aan mevrouw Lambrecht voor Vooruit.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de premier, allereerst bedankt voor uw woorden in Davos. U laat ten minste zien dat we niet domweg slaaf zullen spelen. We zien dat graag.

Ik groepeer mijn vragen. Hoe groot schat u de schade in die inzake Groenland voor de band tussen de VS en Europa door Donald Trump geslagen is?

Hoeveel waarde hecht u aan de U-turn van Trump, waarbij hij terugkomt op zijn dreigementen, maar ons bondgenootschap voor meer dan een week in het belachelijke getrokken heeft? Hoe geloofwaardig is de NAVO in uw ogen nog?

Wat de handel tussen de EU en de VS betreft, de Europese Raad ging in tegen het Europees Parlement. Hij riep op de handelsdeal tussen de EU en de VS alsnog goed te keuren. Bent u van mening dat die handelsdeal tussen de EU en de VS een goede deal is?

Hebt u voorts de indruk dat de voorbije episode iets gedaan heeft om de EU tastbaar dichter bij strategische autonomie te brengen, hetzij door een versnelde afbouw van economische afhankelijkheden, hetzij door een sterkere integratie van de Europese defensie?

Els Van Hoof:

Ook ik heb woorden van respect voor de Belgische houding in Davos, mijnheer de premier. U hebt daar het belang herhaald van het internationaal recht en de territoriale integriteit. Soevereiniteit blijft ons kompas.

U hebt naar aanleiding van de Europese Raad herhaald dat de EU zich zal blijven verdedigen tegen elke vorm van dwang. We hebben daartoe de nodige instrumenten. Ze werden ook aangehaald. We zullen die toepassen, wanneer en indien nodig. Het is goed dat te horen, want we worden geconfronteerd met wispelturigheid van de zijde van de Verenigde Staten. Vandaar mijn vraag. De mogelijke maatregelen, die ook voorbereid zijn, zitten nog in de rugzak van de Europese Unie. Ze kunnen elke dag ingezet worden, indien er nieuwe invoertarieven worden aangekondigd.

Wat met de steun aan Oekraïne? Vandaag was er weer een laffe aanval op een passagierstrein naar Charkiv. We moeten het niveau van de steun aan Oekraïne hoog houden om zo snel mogelijk een eind te maken aan de wrede oorlog daar, aan aanvaardbare voorwaarden, voor Oekraïne en voor Europa. Wat was de teneur van de verklaringen tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad?

Ten slotte, eergisteren werden de stoffelijke resten van de laatst overblijvende gijzelaar gevonden. De teruggave van de gijzelaars was een van de voorwaarden in het akkoord rond de erkenning van Palestina dat op Belgisch niveau werd gesloten. Voorts is er ook een overgangsbestuur. Een operationalisering van de relaties lijkt me momenteel niet mogelijk. Hoe zal de Belgische regering daar verder mee zal omgaan? Zal België Palestina erkennen?

Meyrem Almaci:

Collega’s, de trans-Atlantische alliantie is vandaag een beetje zoals Schrödingers kat. Niemand weet of die nog leeft of niet. Het is goed dat we naar aanleiding van Groenland de rug hebben gerecht in Davos. De vraag is nu welke daden en welk beleid zullen volgen om die vastberaden houding consequent in de praktijk om te zetten, ook in andere internationaal-geopolitieke dossiers die de wereld beroeren.

We moeten als Europa razendsnel de taal van de macht leren spreken. Dat vredesproject moeten we samen op een robuuste manier vormgeven. Dat betekent dat we op korte termijn risico’s moeten leren beheersen en op lange termijn ervoor moeten zorgen dat we minder afhankelijk worden. We moeten ook de economische macht van onze geïntegreerde, welvarende markt van 450 miljoen consumenten in dat machtsspel durven te gebruiken. Onze afhankelijkheid verminderen is nodig op het vlak van grondstoffen, energie en veiligheid.

Wat de vragen betreft die mij op korte termijn het meest bezighouden, ik ben tevreden over de U-bocht van de VS in verband met Groenland. All eyes on Greenland betekent evenwel ook dat er tussen de VS en Rusland momenteel een bijzonder hard spel rond Oekraïne wordt gespeeld. Hoe zullen wij aan die tafel geraken? De EU levert de zwaarste financiële inspanningen en Oekraïne, dat al drie jaar lang bepaalde gebieden verdedigt, dreigt die nu te moeten opgeven.

De positie rond Gaza roept dezelfde vraag op. Zullen we ook wat dat betreft consequent zijn? Zal België zijn belofte nakomen en Palestina erkennen, aangezien er aan alle voorwaarden is voldaan? Hoe zullen we de peace board , waarin volgens een meme op Instagram enkel nog senator Palpatine ontbreekt, weerwerk bieden? Zullen we anticoalitiemaatregelen achter de hand houden? Wat met de extra F-35's die we zelf willen aankopen? Kunt u ons ook iets meer zeggen over hetgeen Rutte met president Trump heeft besproken?

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de eerste minister, gisterenvoormiddag hadden we ook een gedachtewisseling met onze twee Europese topdiplomaten. Zij schetsten een zeer verontrustend beeld van de nieuwe wereldorde waarin we ons bevinden. Zij zeiden letterlijk dat de handvatten die zij gewend waren te hebben, zijn weggevallen, waardoor het zeer moeilijk is om daarin te navigeren. Groenland is geen banaal diplomatiek incident. Dat doet vrezen dat dergelijke problemen zullen blijven terugkomen en dat we ons daar goed op moeten voorbereiden.

U spreekt terecht over onze interne macht, die verder moet worden vervolledigd, en over onze competitiviteit. Ik ben verheugd dat te horen. Mijn partij pleit al zeer lang voor het vervolledigen van die interne macht. We hebben immers nood aan een sterker Europa en ik denk dat dat vandaag, in deze geopolitieke context, des te duidelijker blijkt.

U zei het bijna letterlijk: die interne macht en die competitiviteit gaan niet alleen over onze economie en onze welvaart, ze zijn ook noodzakelijk voor onze veiligheid. Daarom is het zo onwezenlijk dat we als Europa akkoorden met betrouwbare partners op de lange baan lijken te schuiven. Ik heb het uiteraard over Mercosur. In het Europees Parlement is dat naar het Hof van Justitie doorverwezen en daarin heeft uw meerderheid een verpletterende verantwoordelijkheid.

Daarover heb ik enkele vragen voor u, mijnheer de premier. Is wat er gebeurt rond Mercosur ook besproken op de Europese top? Weet u welke richting het zal uitgaan met de provisoire uitvoering van dat akkoord? Hoe gaat u daar zelf mee om binnen uw meerderheid? Ik hoor dat ons land zich al 17 keer heeft onthouden in de Europese Raad. Dat is dus niet louter politiek. U bent politiek verzwakt als u de meerderheid niet op één lijn krijgt. Hoe gaat u daarmee om?

Ik dank u.

Vincent Blondel , président: Les questions ne manquent vraiment pas et, monsieur le premier ministre, vous avez maintenant l’exercice difficile d’y répondre.

Bart De Wever:

Tâche difficile, voire impossible, tant les questions partent dans toutes les directions. J’ai tout noté et je ferai de mon mieux, mais je ne sais pas si je pourrai répondre à l’ensemble des questions qui ont été posées. Commençons par celles de MM. Ducarme et De Maegd.

Monsieur Ducarme, vous l’avez dit, certains ont très vite sonné le glas du transatlantisme et de l’OTAN, et certains ont même ajouté que c’était une bonne chose. Je ne le pense pas. Je comprends l’émotion derrière ces propos, après tout ce qui s’est passé concernant le Groenland et également après ce que le président Trump a déclaré à propos de ce que nous avons fait en Afghanistan. Disons-le sans crainte d’exagérer, ce ne sont pas des propos qui nous ont mis en joie.

Je comprends donc l’émotion qui conduit certains à affirmer qu’il n’y aurait plus de transatlantisme, plus d’OTAN, et que vive l’Europe autonome dans le monde. Cependant, je ne pense pas que ce soit une position très intelligente. C’est peut-être exactement ce que certains, aux États-Unis, veulent entendre, à savoir que l’Europe elle-même souhaite une rupture de l’atlantisme.

Lorsqu’on est provoqué dans la vie, il faut toujours réfléchir. Celui qui provoque a un agenda. Réagir à une provocation avec beaucoup d’hostilité peut précisément servir l’agenda de ceux qui souhaitent une rupture avec l’Europe. Il faut donc garder son sang-froid et ne pas se lancer dans l'aventure.

Cela étant dit, il ne faut pas accepter l’inacceptable. Vous l’avez évoqué, et vous aussi, monsieur De Maegd, ainsi que d’autres intervenants, nous disposons d’outils, notamment économiques. Nous n’avons pas suffisamment de capacités militaires, c’est vrai, mais nous avons le plus grand marché du monde, que nous pourrions militariser, selon ce qu'on dit en anglais, weaponize the market .

Vous avez évoqué l’instrument anti-coercition, qui constitue effectivement un moyen de répondre à des pressions économiques illégitimes. C’est un instrument que nous gardons en réserve, mais il importe de montrer qu’il existe. En flamand, on dit que l’on a mis le couteau sur la table. L’expression n’est peut-être pas usuelle en français, mais vous me confirmez qu’elle est parfaitement compréhensible.

Nous avons mis le couteau sur la table, et cela a eu des conséquences. Les réactions des marchés aux États-Unis, ainsi que les sondages, ont constitué une aide considérable. En mettant le couteau sur la table, nous avons bien constaté que M. Trump n'a pas osé poursuivre sur la même voie.

En outre, l'évolution de la semaine dernière a également montré que miser sur la désescalade – autrement dit mettre le couteau sur la table sans avoir l'intention de l'utiliser – était essentiel. Agir autrement serait désastreux pour l'Europe, pour les États-Unis ainsi que pour notre alliance. Nous avons donc, dans le même temps, misé sur la désescalade, préservé le dialogue diplomatique et continué à coopérer au sein des structures de notre alliance.

M. Rutte a consenti beaucoup d'efforts. Je dois admirer cet homme qui se lance toujours dans l'impossible pour trouver des solutions ou le chemin vers le calme, ce qui produit bel et bien des résultats. Nous avons suivi les deux chemins. D'une part, nous avons dit: "Jusqu'ici, mais pas plus loin." C'est une très bonne chose. Nous avons tracé une ligne rouge et avons clairement dit: "Vous êtes en train de franchir des lignes rouges, il y aura des conséquences très graves." Mais d'autre part, nous avons poursuivi le dialogue.

J'ai vu M. Trump. Je ne vais pas élaborer davantage car j'ai promis de ne rien dire à ce sujet, mais disons que j'ai été assez clair pendant la réunion. J'ai indiqué que, soit nous continuions vers le conflit – ce qui serait très grave et ce que nous ne voulons pas, certainement pas la Belgique –, soit nous nous dirigions vers une désescalade. M. Trump a fait son choix.

Ik vind het al bij al een mooi resultaat.

Il faut tirer les leçons de ces échanges, vous avez raison. Cela veut dire qu'on doit construire en tout état de cause notre propre puissance économique. Nous devons la renforcer, mais aussi renforcer l'autonomie européenne économique. Il faut mener une discussion, ainsi que plusieurs intervenants l'ont mentionné, sur nos capacités militaires.

De collega van het Vlaams Belang heeft daarop zonet gewezen. Heeft Europa macht? Hebben wij een strategie? Dat zijn legitieme vragen. In Davos was er een panel waarin een dame, wiens functie ik mij niet precies herinner, zei dat Europa een herbivoor is in een wereld van carnivoren. Ik vond dat een treffend beeld.

Bij het begin van de Oekraïnecrisis dacht ik dat we opnieuw in de jaren '80 leefden. De situatie was toen herkenbaar, met een tirannie in het oosten en met militair geweld, en de democratieën van het vrije westen zouden zich wel verenigen en verdedigen. Ik herinnerde mij Ronald Reagan die in 1987 zei: " Mr. Gorbachev, tear down this wall ." en verwachtte mij eraan dat de leider van de vrije wereld nu zou zeggen: " Mr. Putin, get out of Ukraine ." en dat we daar voluit achter zouden staan.

Helaas lijken het meer de jaren 1880 dan 1980, met de age of empires , met imperiale hemisferen, met gunboat diplomacy en alles wat daarbij hoort. Het is voor Europa dus een pijnlijk ontwaken. We leven in een wereld van carnivoren, van imperiale machten die opnieuw militaire middelen durven gebruiken. De bewering dat wij machteloos zijn, is à côté de la plaque . Wij hebben effectief de grootste markt ter wereld en dat is een wapen. Wij kunnen beslissen, en wellicht zouden we dat moeten doen, om meer militaire capaciteit te ontwikkelen.

We zullen alleszins veel meer uitgeven. Het debat is aan de orde van de dag, wat u zult begrijpen, en ook in de wandelgangen gaat het daarover. In hoeverre moet Europa een militaire macht worden, met de consolidatie van de Europese defensie-industrie en de integratie van die militaire capaciteiten in Europa, op een bepaald niveau, of dat nu het niveau van de Europese Unie of van een aantal kernlanden die misschien versnellen in de integratie? Dat zijn de debatten die op ons afkomen. Die worden nu in de wandelgangen gevoerd, maar zullen heel binnenkort aan de Europese tafels worden gevoerd.

Moeten wij een militaire macht worden die, wat mij betreft, binnen de NAVO blijft staan, maar die zich ook ontwikkelt op een manier dat ze autonoom kan optreden en dus globale capaciteiten heeft? Moeten wij naast onze economische macht, die we echt nog wel hebben en nog kunnen uitbreiden, een militaire macht uitbouwen die ons in staat stelt om autonoom te handelen? Dat is een grote vraag. Persoonlijk ben ik geneigd om het volgende te antwoorden. We moeten die debatten uiteraard voeren. We zijn geen presidentiële democratie, waar men met een handtekening richtingen kan kiezen. We zijn een ander soort land, dus we willen die debatten met elkaar voeren, maar persoonlijk ben ik geneigd om ja te antwoorden op die vraag.

Mijn persoonlijke mening is dat België bevestigend moet antwoorden op die vraag en dat wij bereid moeten zijn tot een zeer verregaande integratie van onze militaire strijdkrachten in een groter verhaal. In de wereld van vandaag is ieder ander antwoord volgens mij hopeloos onvoldoende.

Er werd gevraagd naar de volgende stappen na de informele top. Welke precieze beslissingen worden genomen en wat is het uitvoeringstraject?

Il faut comprendre que c'était un sommet informel. Cela signifie qu'aucune décision précise n'a été prise. C'est pourquoi M. Costa a livré un compte rendu de tout ce qu'il avait compris autour de la table. Toutefois, aucune décision précise n'a encore été prise. C'est impossible, puisqu'il s'agissait d'un sommet d'urgence. Nous avons réagi à ce que nous croyions que M. Trump allait faire. Entre-temps, celui-ci avait déjà accompli un virage à 180 degrés. On pourrait donc en déduire que le sommet n'était plus nécessaire. Cependant, il est bon que nous l'ayons maintenu, car the meeting is the message . C'est parfois le cas dans la vie. L'Union européenne s'est attablée pour lancer un signal politique qui est assez clair: jusqu'ici et pas plus loin. Il ne faut pas se faire d'illusion. Nous ne sommes plus dans l'Union européenne des vingt-sept. En tout cas, une large majorité d' É tats membres, de pays traditionnels – the core of Europe – ont parlé d'une seule voix. Nous ne sommes en effet pas des esclaves. Il faut nous respecter. Si l'on nuit à la souveraineté d'un pays et que l'on nous menace même d'un recours à la force dans l'Alliance, nous allons réagir, nous n'allons pas l'accepter. En tout cas, il n'y a pas de décision précise à vous expliquer.

Heeft president Trump daar nu een goede deal aan gedaan? De collega van het Vlaams Belang heeft dat gezegd. Helemaal niet. Totaal niet. Er zijn veel vragen gesteld over wat die deal precies inhoudt. Wat is daar nu afgesproken? Wat is er afgesproken over het verdrag van 1951?

Ik weet uiteraard niet wat de heer Rutte met de heer Trump heeft besproken. Ik was daar niet bij en kan alleen voortgaan op wat daarover is meegedeeld. Ik denk dat de heer Rutte altijd – ik bewonder hem daarvoor – probeert de kloof binnen de alliantie te dichten. Dat is geen gemakkelijke opdracht. Ik benijd hem niet. Een coalitie met vijf partijen leiden in dit land is niet gemakkelijk, maar ik veronderstel dat het leiden van de NAVO, die ook een coalitie is, ongezellige momenten oplevert. Die momenten stapelen zich op. De heer Rutte heeft zich in zo’n ongezellig moment gesmeten om iedereen opnieuw samen te brengen en een breuk te vermijden. Hij faciliteerde zo eigenlijk de mogelijkheid voor president Trump om terug te komen op zijn bedreigingen. Dat heeft hij gedaan.

De vraag blijft echter of hij daar een goede deal aan heeft overgehouden. Men moet zich de vraag stellen wat president Trump nu eigenlijk vraagt. Dat gaat over de installatie van een rakettenschild, de uitbouw van militaire capaciteiten op Groenland en eventueel, op langere termijn, de mogelijkheid om daar ook economische ontwikkelingen te ontplooien.

Wat heeft hij nu eigenlijk gevraagd waar wij niet al decennialang automatisch ja op zouden hebben gezegd? De Verenigde Staten hebben ooit 17 bases gehad op Groenland, met tienduizenden soldaten. Ze hebben die allemaal zelf teruggetrokken. Vandaag zouden er, denk ik, nog ongeveer tweehonderd aanwezig zijn.

Wat wordt er dus gevraagd dat hij niet al eerder had bekomen en wat eigenlijk een evidentie is? Wie van ons – uitgezonderd misschien zeer extreme fracties – zou bezwaar maken tegen het versterken van de Arctische veiligheid? Daar is immers een uitdaging, die op termijn alleen maar groter zal worden. De grote meerderheid zal zeggen dat dat een goede zaak is en dat men dat gerust mag doen.

Waar zit dan eigenlijk de grote winst? Ik zie die niet. Ik heb uiteraard wel kennisgenomen van wat de peilingen in de Verenigde Staten daarover hebben gezegd. Die waren redelijk vernietigend negatief. Zeker op het moment dat er met agressie werd gedreigd, waren ze verpletterend negatief. Ook de reactie van de financiële markten in de Verenigde Staten was verpletterend negatief. Als u dat een goede deal noemt, dan ben ik het daar absoluut niet mee eens.

Een andere vraag is hoe dat nu allemaal zal geconcretiseerd worden. Uiteraard huldigt Europa - dat is in de marge ook nog eens ter sprake gekomen op de Noordzeetop - het standpunt dat alleen Groenland het verdrag van 1951 eventueel kan heronderhandelen. Dat is een bilateraal verdrag. Groenland en Denemarken zijn de enige twee partijen die eventueel wijzigingen kunnen aanbrengen aan de manier waarop de Arctische veiligheid daar wordt uitgebouwd, met eventueel ruimere mogelijkheden voor de Verenigde Staten. Mark Rutte heeft dus geen mandaat – bij mijn weten heeft hij het niet – om namens Denemarken een onderhandeling te voeren. Dat kan alleen Denemarken. Ik denk dat dit de komende tijd effectief zal gebeuren.

De ironie is dat als heel die publieke scène niet had plaatsgevonden, het resultaat wellicht hetzelfde was geweest. Met andere woorden, als men gewoon beleefd had gevraagd om een aantal dingen te doen, dan was naar mijn mening de kans honderd procent geweest dat daarop volmondig ja zou zijn gezegd. Nu acht ik die kans eigenlijk kleiner, omdat er natuurlijk is geëist en gedreigd en men nu onder de schijnwerpers moet onderhandelen. Eender welk resultaat zal ook onder een ander gesternte worden bekeken, met name het gesternte van de publieke opinie in Europa die buitengewoon negatief gestemd is geraakt over heel die zaak.

Dus als u dat een goede deal noemt en een goede zet - ik weet dat uw fractie Trump erg bewondert – dan heb ik daar toch een heel andere mening over.

Que devrait-on faire pour renforcer l'Europe? Je pense qu'on est déjà d'accord là-dessus, et j'ai à cet égard cité tous les éléments de notre accord de gouvernement qui visent à renforcer l'Europe et compléter le marché interne. Il y a encore beaucoup de gains à obtenir de ces mesures à prendre au niveau européen, certainement pour la Belgique, qui est une économie ouverte et focalisée sur l'exportation.

Le FMI a établi que les barrières non tarifaires sur les biens se chiffrent à environ 44 ou 45 %. Ces barrières non tarifaires existent également entre les États membres des États-Unis, et elle y sont de l'ordre de 15 %. On a donc trois fois plus de barrières sur les biens et sur les services – à hauteur de 117 % sur ces derniers. Il y a par conséquent en Europe une guerre commerciale entre nos propres pays. On peut se plaindre de M. Trump et de ses tarifs, mais entre-temps, en Europe, il y a beaucoup à gagner si on prend des mesures pour compléter le marché interne. C'est un premier élément qu'il faut vraiment garder à l'esprit.

Le deuxième élément porte sur la simplification. On s'occupe le mieux possible du problème de la charge administrative. J'ai eu hier encore une réunion avec M. Clarinval dans le cadre de MAKE 2030. On a déjà défini, je pense, plus de 70 projets de simplification administrative en bonne coopération avec les régions, en l'occurrence la Région Wallonne, la Région flamande, et Bruxelles, même si, comme vous le savez, la situation est très compliquée pour ce qui est de la Région bruxelloise, même si leurs représentants étaient présents. En tout cas, je crois qu'il est nécessaire de faire la même chose au niveau européen et je m'attends certainement, partant du sommet à Anvers, à ce que l'industrie indique d'une façon très claire toutes les mesures de simplification administrative qu'ils veulent obtenir de l'Europe.

Le troisième élément à mentionner est l'énergie abordable. C'est une question cruciale pour renforcer l'Europe. On a beaucoup parlé beaucoup de stratégie autonome. À mon avis, il s'agit bien là de la chose la plus importante et la plus urgente: "dérisquer" l'Europe par rapport à l'importation d'énergie mais également diversifier le plus possible les chaînes de valeur et développer notre propre capacité de production, ce dont M. Bihet se charge.

Nous avons donc choisi le nucléaire. Ce ne sera pas simple, mais il fait beaucoup d'efforts à cet égard. Je peux vous le dire. N'oublions pas les énergies renouvelables également. Pour le reste, diversifier les sources pour l'énergie que nous devons importer et renforcer le Grid, le réseau européen, pour créer un marché de l'énergie européen qui pourrait nous aider à garder l'énergie abordable et à garantir l'approvisionnement. C'est le troisième élément.

Le quatrième élément est très sensible. Des questions ont été posées là-dessus. Mon avis personnel est que l'Europe doit avancer le plus vite possible pour conclure des traités de libre-échange. Je suis à 100 % pour le Mercosur.

Monsieur Di Nunzio, vous avez indiqué: "Votre coalition n’est pas sur la même longueur d'onde." C'est vrai. Aucune coalition, depuis 25 ans, n’a été sur la même longueur d'onde. La mienne non plus. Je le déplore. Je peux comprendre les arguments, mais je le déplore.

Au moment où le monde multilatéral, le monde basé sur des règles, le monde du respect, le monde de l'État de droit subit une pression énorme, nous devons quand même réaliser que beaucoup de pays, dans le monde entier, regardent l'Europe avec beaucoup d'espoir. Ils voient un continent où il y a encore du respect, où il y a encore l'ambition d'avoir des relations commerciales basées sur des règles, où on peut compter sur l'État de droit, où on ne change pas de direction tous les deux jours, où il n'y a pas de grands leaders dont les ordres exécutifs changent tout, où on ne vous menace pas tous les jours avec des droits de douane. Ça, c'est l'Europe.

Quant à ce que Mme von der Leyen a fait avec l'Inde, je m'interroge sur la position de chacun et de chacune dans cette salle à propos de cet accord de libre-échange avec l'Inde, mais j’y suis à 100 % favorable, et je pense qu'il y a encore beaucoup d'autres pays et de régions dans le monde, et de pouvoirs régionaux, qui pourraient être impliqués dans des accords de libre-échange.

C’est un point sensible. Je me rends compte que je n’ai pas parlé au nom de la coalition. En tout cas, monsieur Piedboeuf, je pense que ce seront bien les quatre chantiers qui seront discutés lors de la séance à Alden Biesen. Si nous n’en parlons pas, je me demande bien de quoi nous allons discuter.

Certains collègues ont plaidé pour le développement d’une force militaire. Il y a la force économique, l’arme que constitue notre marché et les outils dont nous disposons, comme l’instrument anti-coercition. Cela ne suffit toutefois pas. Il faut aussi disposer de capacités militaires. Soyons clairs. Si nous menons à bien les chantiers économiques, nous générerons de la croissance. Cette croissance permettra ensuite de développer une capacité militaire. Sans croissance et face à une obligation d’augmenter les dépenses de défense, la situation devient intenable. Ceux qui se montrent enthousiastes à l’idée d’enterrer l’OTAN doivent réaliser que cela impliquerait, à court terme, de doubler les dépenses de défense.

Si l’Europe voulait assurer seule sa sécurité, sans aucune coalition avec les États-Unis, il faudrait doubler à court terme les budgets de défense. Est-on est prêt à assumer cela? Y a-t-il ici quelqu’un qui pense cela possible dans une situation économique sans croissance? Je ne le crois pas. Tout est lié, tout se tient.

Nous devons donc travailler sur ces quatre chantiers à Alden Biesen afin de renforcer l’Europe sur le plan économique. Une Europe économiquement plus forte est une Europe qui pourra aussi se développer comme une puissance militaire, à la condition impérieuse qu’il y ait un véritable projet d’intégration militaire.

De vragen over de F-35’s komen steeds terug. Ik begrijp dat sommigen ervoor pleiten dat, aangezien het gedaan moet zijn met de Verenigde Staten, absoluut gedaan, we er geen militaire capaciteiten meer moeten kopen. Ten eerste kopen we heel weinig in Amerika. Nemen we even onder de loep wie van de NAVO-bondgenoten in Europa waar aankoopt, dan stellen we vast dat we voor 7% in Amerika uitgeven. Dat is zeer weinig. Het gaat bovendien om capaciteiten die in Europa gewoon niet te krijgen zijn, bijvoorbeeld de NASAMS en de F-35; daarvoor is er geen alternatief.

Waarom is er geen alternatief, collega’s? Dat is omdat Europa niet geïntegreerd is en tot vandaag energie blijft verspillen aan de vraag wie nu eigenlijk het jachtvliegtuig van de zesde generatie zal ontwikkelen. Eén Europees project, alstublieft, één, geen twee, één. Dan denk ik dat we in grote consensus zouden kunnen kiezen voor dat alternatief als ons volgende vliegtuig. Nu evenwel de F-35 weren, zonder dat er een Europees alternatief is en zonder dat er op dit moment zelfs maar perspectief is om dat te ontwikkelen, dat gaat dus niet. Men kan ook niet om de vijf seconden van richting veranderen. Zoals ik al heb gezegd, wie denkt dat het een heel goed idee is om de NAVO-deur dicht te doen, is op dit moment misschien emotioneel en heeft ongelijk. Wie die idee vanuit een langgerekte overtuiging verdedigt, heeft volgens mij een agenda die de belangen van Europa niet dient. Ik heb ook niet de behoefte om een slaaf van iemand anders te worden, mijnheer Hedebouw.

Je ne veux pas devenir l'esclave de quelqu'un d'autre.

Prétendre que, du jour au lendemain, il faut dire adieu à l'alliance transatlantique et que nous en sommes capables est simplement un mensonge. Je peux comprendre qu'on le dise sous le coup d'une certaine émotion, mais si c'est au nom d'une conviction profonde, je ne pense pas que ce soit en s'appuyant sur un agenda qui serve les intérêts européens et de la démocratie en Europe. Bien au contraire.

Als ik heb gesproken over de gelukkige vazal, dan is dat uiteraard een manier om mij uit te drukken. Ik bedoel dat niet letterlijk, alsof ik graag als gelukkige vazal zou leven. Het is een ironische manier van spreken om aan te geven dat we inderdaad in een veel te grote afhankelijkheid leven ten aanzien van de Verenigde Staten. Dat weten we al lang. We don’t carry the big stick, we only speak softly. We hebben altijd op de big stick van iemand anders gerekend en stellen nu vast dat we daar eigenlijk niet meer zo hard op kunnen rekenen, bijvoorbeeld inzake Oekraïne. De vaststelling is dat we vandaag niet de leider van de vrije wereld hebben die zegt: Putin, get out of Ukraine . Die hebben we niet. Het is een zeer moeilijk parcours om de alliantie rond Oekraïne gaande te houden. We stellen vast dat we te veel een vazal zijn geworden. We hebben niet de capaciteiten om het zelf te doen. Dat is een manier om dat uit te drukken. We willen al zeker niet afzakken tot slavernij en op de knieën gedwongen en bedreigd worden om zelfs een agenda uit te voeren die we niet eens willen. Als we uit die situatie willen ontsnappen, dienen we ons huiswerk te maken. Daar hebben we, denk ik, al heel veel over gesproken.

Nu kom ik tot de vragen over Gaza, onder meer over de erkenning. U weet dat er een akkoord is in de regering om in drie fases te werken. De eerste fase was in New York, waar we hebben gezegd dat we politiek bereid zijn om, in het kader van de tweestatenoplossing – dat is maar logisch ook –, over te gaan tot een erkenning van Palestina. In een tweede fase zou dat formeel gebeuren als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ik hoor sommigen zeggen dat bekeken moet worden of we nu in die fase zitten. Goed, maar ik denk dat er nog veel onduidelijk is.

Omtrent de Board of Peace heb ik gezegd wat ik daarvan denk. Ik heb ook gezegd wat daarover op de Europese tafel is gezegd. Ik kan me niet inbeelden dat de leden, van oppositie zowel als meerderheid, die voluntaristisch vragen of we nog niet aan die erkenning toe zijn, nu dezelfden zijn die zeggen dat die Board of Peace geweldig is, omdat die ons geruststelt dat het met het bestuur van Gaza echt de goede kant uitgaat en dat de mensen die daarin zitten, zoals Loekasjenko en Poetin, toch echt mensen van vrede zijn. Ik zal geen verdere namen noemen om geen nieuw incident te creëren.

Je n'ai pas l'impression que MM. Poutine et Loukachenko soient des hommes de paix. Je ne peux pas croire ceux qui ont dit: "Maintenant, dans l'Arizona, vous devez regarder si la deuxième condition est remplie pour la reconnaissance de la Palestine, puisqu'un Board of Peace existe, que nous sommes rassurés du fait qu'ils vont s'occuper excellement de Gaza et y organiser la démocratie et des élections." Disons que cela reste à voir…

Op dit moment zijn er geen, buiten Hongarije en Bulgarije, die lid geworden zijn. Ze maken hun eigen keuze. Met alle respect, ik heb niet de indruk dat er op dit moment één ander Europees land geloof hecht aan het mechanisme van de Board of Peace zoals dat geconcipieerd is in de teksten die ons hebben bereikt.

Ik nodig u allemaal uit die statuten van de Board of Peace eens te lezen. Ik meen dat we opnieuw een zeldzaam moment van unanimiteit beleven. Ik weet het niet, ik kan me niet namens alle fracties uitspreken. Er zijn grote bewonderaars van Trump onder ons. Maar het zou me toch verbazen dat iemand zegt: ik heb die statuten gelezen, ze zijn fantastisch; we moeten het doen; we moeten er met België instappen. Dat is alleszins niet de indruk die bestaat bij de meeste Europese landen. Dan druk ik me nog relatief voorzichtig uit.

Ik meen dat het dus raadzaam is een beetje af te wachten hoe de zaak zich verder zal ontwikkelen, wat we op het terrein zien, en dat we dan het akkoord zoals we het afgesloten hebben – waar ik geen moeite mee heb – uitvoeren. Als we allemaal zeggen dat het in de goede richting gaat, dan lijkt het mij logisch dat we dat doen. Dat was ook de logica van het akkoord: stapsgewijs goede evoluties belonen door altijd een stapje verder te gaan. Dan doen we dat. Dat lijkt me logisch. Ik stel voor dat we het op die manier opvolgen. We zullen het binnen de regering en binnen de meerderheid ongetwijfeld nog bespreken.

Over Oekraïne zijn ook vragen gesteld. Hoe zit het nu met de steun voor Oekraïne? Wel, wij hebben als Europa de beslissing genomen om die oorlog te financieren. Wij zijn voor 90 miljard schulden aangegaan. Dat doet men niet voor zijn plezier.

Nous avons contracté un emprunt au niveau européen. Tout ce que nous avons vécu avec le reparation loan a quelque peu invisibilisé la décision que nous avons prise, et qui est quand même une décision majeure, car cet emprunt porte sur un montant de 90 milliards d'euros. Vous savez très bien que tous les États membres de l'Union européenne ne sont pas enthousiastes à l'idée de contracter des emprunts au niveau européen. Certains – les pays qualifiés de "frugaux" – y sont totalement opposés, même s'ils ont fini par l'accepter à un moment donné.

In de mist van de reparation loans is een beetje verloren gegaan dat dit toch een ongelofelijke stap is.

L'Europe a ainsi apporté son soutien à l'Ukraine à un moment particulièrement délicat.

Zonder die steun zou Oekraïne onderuitgegaan zijn.

Een andere vraag is hoelang die oorlog nog zal voortduren en wat het perspectief is. Het beste perspectief is uiteraard dat er een voor Oekraïne aanvaardbare vrede op het tapijt komt. Het valt niet te ontkennen dat het Westen daar geen eenduidig standpunt over heeft. Ik spreek mij niet uit over hoe het territorium eruit moet zien na een vredesakkoord, omdat alleen Oekraïne daarover kan beslissen, maar er moeten op zijn minst verdedigbare grenzen overblijven. Oekraïne mag niet gedwongen worden om dermate grondgebied op te geven waardoor het in een situatie terechtkomt waarin het land niet langer verdedigbaar is. Als Oekraïne niet verdedigbaar is, zijn wij ook in gevaar. Het is essentieel dat de soevereiniteit, de democratie en de militaire slagkracht van Oekraïne overeind blijven. Ook wat dat betreft merkt men opnieuw dat het vrije Westen, dat verenigd zou moeten zijn en in staat zou moeten zijn om Poetin ervan te overtuigen die oorlog te stoppen, geen eenduidig standpunt heeft. Er klinken te veel verschillende geluiden, die Poetin volgens mij alleen maar aanmoedigen zijn agressie voort te zetten.

À mon sens, c’est là que se situe le véritable drame de ce qu'il s’est passé à Davos. On peut évidemment relever les déclarations de M. Trump, constater qu’il les nuance ensuite, et se dire que la semaine prochaine apportera peut-être une nouvelle crise ou une nouvelle sortie médiatique. Je l’ignore. Mais le drame, c’est que l’on a encouragé Vladimir Poutine à poursuivre sa guerre. Il ne s’arrêtera que lorsqu’il constatera que l’Occident parle d’une seule voix et se montre résolu. Or, c’est précisément ce qu’il ne voit pas aujourd’hui. Il observe un conflit autour du Groenland. Il voit parfois les États-Unis se retourner contre le président Zelensky. Et c’est cela, le véritable drame.

In Europa hebben wij nu niet de militaire slagkracht om de oorlog op het slagveld te beëindigen, maar we zijn wel in staat, met onze welvaart, met onze markt, om Oekraïne te financieren. Daarmee zal men echter geen oorlog winnen.

Ferro non auro , zei Livius. Een oorlog wint men met ijzer, niet met geld, niet met goud. Men heeft goud nodig, maar met goud wint men geen oorlog. Het enige dat we aan Oekraïne kunnen geven, is goud, geen ijzer. Het ijzer moet van ergens anders komen, maar dat gebeurt niet. Dat is het drama op dit moment.

Die vraag moeten we durven te stellen. Het financieren van een oorlog zonder perspectief om die te winnen, is ook het financieren van een onmenselijk lijden dat voort blijft duren. Dat brengt ons misschien niet naar een situatie die fundamenteel beter is dan de huidige. Met dat vraagstuk moeten we ons in Europa ook bezighouden. Alleszins is het een vingerwijzing om die militaire slagkracht wel te ontwikkelen, maar dat zal ons uiteraard nog wel wat tijd kosten.

Mijnheer de voorzitter, mogelijk heb ik niet alle vragen beantwoord, maar daarmee heb ik minstens alle thema's aangeraakt.

Vincent Blondel , président: Je vous remercie, monsieur le premier ministre.

Nous allons nous en tenir strictement à l’horaire afin de pouvoir conclure notre réunion à l’heure prévue. Cela nous laisse le temps pour une réplique d’une minute maximum par groupe.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de premier, u wilt inzetten op strategische autonomie. Dat hoor ik graag. Vandaag doet het beleid dat echter niet. Immers, zolang Europa zichzelf blijft vastketenen aan verstikkende regels voor onze industrie en landbouw, blijft autonomie gewoon een lege doos.

Wij hebben misschien wel de grootste economische markt, maar wij gebruiken ze niet. Sterker nog, wij laten ze zelfs misbruiken door derden.

Ik herhaal het. Als u uw woorden ernstig neemt, verwacht ik dat België in Europa zal pleiten voor een fundamentele koerswijziging. Ik betwijfel echter of dat zal lukken onder de huidige constellatie onder leiding van von der Leyen.

Ten slotte, ik hoef u niet te herhalen dat wij geen Trump lovers zijn. Wij steunen gewoon elk beleid dat onze mensen op de eerste plaats zet. Dat zouden Europa en uw partij beter ook doen.

Denis Ducarme:

Finalement, on aurait pu intituler l’objet de notre échange "Souveraineté européenne". Nous aurions sans doute eu besoin de davantage de temps encore. Je vous rejoins sur l’OTAN. Nous devons pouvoir continuer à nous appuyer sur elle. Nous devons également développer la notion de marché-puissance.

Je rejoins aussi l’idée de laat het mes op tafel! (gardez le couteau sur la table!), à condition qu’il ne soit pas en plastique. Sur cet aspect, je crois que des signaux peuvent être envoyés avec subtilité et nuance.

Il serait toutefois malvenu, dans la semaine qui suivrait les menaces de monsieur Trump au Groenland, d’acheter du matériel américain. Ce serait malvenu, en tout cas si notre dignité n’est pas à vendre et si nous ne sommes pas les esclaves des États-Unis. La nuance invite sans doute à envoyer un signal, par exemple en retardant une acquisition, sans nécessairement la rompre.

Fatima Ahallouch:

Merci, monsieur le premier ministre.

Évidemment, le fait de se réunir était important. Nous entendons l’argument du symbole, mais nous pensons qu’il est désormais temps de passer aux décisions. Vous nous dites que le message est passé, mais dans les faits, nous continuons à dépendre d’une grande puissance.

Vous reconnaissez vous-même cette dépendance importante à l’égard des États-Unis, lesquels continuent de franchir des lignes rouges. Aujourd’hui, les Américains ont menacé l’intégrité territoriale des Européens.

Cela concerne concrètement les avions, mais aussi l’achat de drones et la dépendance en matière de satellites. Il vous reviendra bientôt, monsieur le premier ministre, de trancher sur ces décisions. Enfin, notre inquiétude demeure grande en ce qui concerne la paix, que ce soit en Ukraine, à Gaza ou encore en Iran. En effet, qui peut dire quelle sera la prochaine lubie de monsieur Trump?

Raoul Hedebouw:

Je vous remercie, monsieur le premier ministre, de nous avoir dévoilé une partie de la stratégie du vassal heureux.

En effet, vos réponses reflètent une stratégie très claire sur la direction que vous voulez prendre, à savoir, en gros, rester heureux, mais vassal des États-Unis d'Amérique. On voit la prudence dont vous faites preuve face aux mesures américaines qui pourraient ne pas nous rendre très heureux. Il est assez étonnant d'entendre l'autre ton que vous adoptez envers les pays du Sud.

Je pense effectivement, monsieur De Wever, que cette stratégie est mauvaise pour l'Europe. Je crois que c'est vraiment là la question. Quelqu'un vous a dit à Davos que nous étions des herbivores. Mais l'Europe n'est pas du tout faite d'herbivores, nous sommes des carnivores. Allez demander au peuple libyen ou afghan, en Syrie, en Irak ou dans les pays africains, avec toutes les multinationales européennes. L'idée que l'Europe est composée d'herbivores, cet ordre mondial-là n'est pas vécu de cette manière par les pays du Sud. Allez demander aux peuples africains, latino-américains ou asiatiques: ils ne vivent pas l'Europe comme étant herbivore. Nous sommes des carnivores, et les vassaux heureux du plus grand des carnivores, les États-Unis d'Amérique.

Je pense que cela va détruire l'Europe, monsieur De Wever. Nous avons intérêt à avoir un changement stratégique au niveau européen. Vous allez voir, Donald Trump le dit clairement dans sa note de sécurité nationale: il veut détruire l'Europe. Il faut donc arrêter d'être des vassaux heureux.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le premier ministre.

Je me réjouis de voir que politiquement, finalement, vous vous inscrivez pleinement dans la résolution que notre Parlement a votée sur le Groenland en commission des Relations extérieures. Cette résolution s'attache aux grands principes intangibles et nous la voterons bientôt en séance plénière.

Permettez-moi de conclure sur une observation qui, à mes yeux, est essentielle. Ce qui se joue ici dépasse largement le cas du Groenland. Il y va de la crédibilité de l'Europe, de sa capacité à se faire respecter et à défendre ses principes. Vous avez rappelé – et je partage pleinement cette vision – que la dignité européenne n'est pas négociable. Mais cette dignité ne peut évidemment pas être seulement déclarative et doit se traduire par des choix politiques clairs et parfois courageux. Le dialogue est indispensable, je vous rejoins, mais il ne peut pas se faire au prix de l'ambiguïté ni donner le sentiment que l'Europe accepte l'idée d'un rapport de force déséquilibré.

Pour terminer, monsieur le premier ministre, l'équivalent français de l'expression "Met het mes op tafel" est "Montrer les dents".

Annick Lambrecht:

Mijnheer de premier, het is inderdaad belangrijk dat u uw stem verder laat horen en uw lijn aanhoudt. Dat doet u en daarom luistert men ook meer en meer naar u op het internationaal toneel. Het grote gevaar in heel het discours is dat Oekraïne naar de achtergrond verdwijnt telkens wanneer Trump met een nieuwe crisis of een nieuw gek idee komt. Misschien is dat ook zijn bedoeling en we moeten daarvoor opletten. Het is heel belangrijk dat we te weten komen wat de veiligheidsgarantie voor Oekraïne die Trump ons heeft beloofd nog waard is en wat we bereid zijn om daarvoor in ruil te geven.

Els Van Hoof:

Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.

Ik ga even terug in de tijd, naar het gesprek tussen Charles de Gaulle en Eisenhower in 1960. Parijs en New York zouden moeten kunnen worden verwisseld. De Gaulle pleitte voor een sterke en onafhankelijke Europese identiteit, los van Amerikaanse invloed. Op gelijke voet, samenwerking en onafhankelijkheid, dat zijn woorden die vandaag ook een zekere spanning weerspiegelen.

We zouden vandaag Washington voor Brussel moeten kunnen wisselen. Er bestaat daarover inderdaad gerede twijfel en dat zit ook deels in uw antwoord. Vandaar dat we moeten opbouwen. We moeten niet blijven treuzelen om op militair vlak onze bescherming in eigen handen te nemen en onze economische competitiviteit op te krikken, wat we in Alden Biesen ook zullen doen. We moeten echter ook voorbereid zijn op elke vorm van dwang en over tegenmaatregelen beschikken, zodat we onze tanden kunnen laten zien op het moment dat het mes op tafel ligt.

Wat betreft het akkoord over Gaza, we moeten ons daarover beraden in de regering.

Meyrem Almaci:

Waar is Trumps winst? Laat ons niet naïef zijn, het feit dat hij rond de tafel zat met Rutte voor een ongeldige claim op Groenland, is winst. Het feit dat Oekraïne op de achtergrond is geraakt, is winst. Het feit dat hij de arm van Zelensky probeert om te wringen, dat de Board of Peace de VN uitholt, is winst. Er is dus inderdaad een methode in de waanzin.

Als het gaat over Gaza, moet ik wel zeggen dat ik het getalm van de regering opmerkelijk vind, omdat de maatregelen die ze heeft beslist nog altijd niet zijn uitgevoerd. Spanje heeft u ondertussen ingehaald en op veel kortere termijn beslissingen doorgevoerd, bijvoorbeeld wat betreft de erkenning. Daden spreken sterker dan woorden. Woorden klinken misschien wel goed. Hetzelfde geldt voor de antidwang en de F-35's. Dat is zogezegd een heel rationele beslissing; 1,5 miljard voor toestellen die er pas over tien jaar zullen zijn en waarvan de software-update kan worden uitgesteld door de VS.

Het is dus een kwestie van gezond verstand. De vraag is of we echt bereid zijn, en of u echt bereid bent, om de middelen in te zetten op het moment dat ze nodig zijn.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, u reageert zeer reactief als het aankomt op Mercosur en de onenigheid binnen uw regering. Ik begrijp dat tot op zekere hoogte, want u staat op dat vlak volledig machteloos. Als cd&v het akkoord blokkeert op Vlaams niveau, dan is dat een probleem. Als de MR en Les Engagés dat blokkeren op Waals niveau, dan is dat een probleem. Dat is niet op zich een probleem in het ijle, maar wel ú w probleem als regeringsleider. Er is maar één mogelijke conclusie: u hebt geen meerderheid wanneer het aankomt op internationaal beleid. Ons land heeft zich naar verluidt al zeventien keer onthouden in de Europese Raad. U wordt heel vaak als een keizer zonder kleren het veld ingestuurd. Dat vind ik onaanvaardbaar. Iedereen moet op dezelfde lijn zitten. U moet daadkrachtig zijn als premier. U moet de meerderheidspartijen overtuigen. Laat het op dat vlak in de toekomst verbeteren. Peter De Roover , voorzitter: Dank u wel, collega's. Ik dank ook collega Blondel voor de keurige wijze waarop hij het debat heeft gemodereerd. Dat betekent immers dat we ons stipt aan de tijdsafspraak kunnen houden. Ik dank alle vragenstellers en de premier voor zijn uitgebreide antwoord. We gaan ongetwijfeld nog een bijzonder vruchtbare dag tegemoet. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 9.57 uur. La réunion publique de commission est levée à 9 h 57.

Popover content