meeting-plenary
De niet-toeleidbaren en de beperking van de werkloosheid in de tijd De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd Mijnheer de minister, vandaag lezen we op de voorpagina van De Standaard het verhaal van mevrouw Doucy. Zij is meer dan 20 jaar werkloos en zal door uw beleid haar uitkering verliezen. Nochtans wou ze werken, volop zelfs. Ze werkte jarenlang, elke dag, tot ze thuis kwam en volledig uitgeput was. Ze werkte deeltijds, maar de vermoeidheid bleef. Na een jaar van medische tests en onderzoeken luidde de conclusie dat ze volgens de VDAB te ziek is om te werken, maar volgens het RIZIV niet ziek genoeg is. Er bereiken ons talrijke getuigenissen van mensen die hard hebben gewerkt tot ze niet meer konden. Het gaat om mensen met chronische aandoeningen, mensen met autisme, die daardoor geen plek vonden op de arbeidsmarkt en vaak zelfs niet zelfstandig kunnen wonen. De verhalen verschillen, maar de conclusie is dezelfde: die mensen willen werken, maar zijn slachtoffer van een systeem dat niet werkt. Alleen al in Vlaanderen verkeren er zowat 10.000 mensen in die situatie. Een groot deel van hen zal binnenkort zonder uitkering vallen, zonder perspectief en zonder hoop. Nochtans kunt u dat oplossen door de uitzondering voor niet-toeleidbare jongeren uit te breiden naar die personen. Dat is een concrete oplossing voor een concreet probleem. U weet dat die oplossingen bestaan; uw coalitiepartners hebben u daar bovendien op gewezen. Vorige week heb ik zelf een wetsvoorstel ingediend. U onderneemt echter geen actie. Over twee weken zullen die mensen, die door chronische ziekten of andere beperkingen niet kunnen werken, hun uitkering verliezen. Ze verdwijnen niet, maar zullen door de arizonaregering in bittere armoede belanden. Is dat het plan achter uw beleid: Arizona als armoedemotor van België? Mijnheer de minister, wij zijn de enige oppositiepartij die uw beperking van de werkloosheid in de tijd steunt. We zijn dus constructief, vooral omdat die beperking werklozen activeert en arbeidstekorten worden ingevuld. Dat is een goede zaak. Mijnheer de minister, we hebben wel altijd gezegd dat, als u die hervorming wil laten lukken, de beperking in de tijd aan een ontvettingsoperatie gekoppeld moet worden. Vandaag betalen de vakbonden de werkloosheidsuitkeringen uit. Dat gebeurt in geen enkel land. Dat kost de belastingbetaler meer dan 200 miljoen euro per jaar. De logica is dus dat hoe meer werklozen er zijn, hoe meer dotaties er volgen. Dat is het businessmodel van onze vakbonden. Mijnheer de minister, er is daarvoor een simpele oplossing. Doe zoals in alle Europese landen en digitaliseer het systeem. Dan kunt u de vakbonden afschaffen, want dan zijn ze niet meer nodig. Dat is voor de arizonaregering echter misschien iets te hoog gegrepen. J’ai donc une deuxième suggestion . Puisque le nombre de chômeurs diminuera d’un tiers , maak ik mij de volgende bedenking. Een derde minder werklozen betekent ook een derde minder dossiers en dus een derde minder dotaties aan de vakbonden. Dat denk ik dan toch. Daarom heb ik drie eenvoudige vragen. Ten eerste, mijnheer de minister, goede minister van Arbeid en de eerste liberale minister op het departement Werk sinds 1924, wat is de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd op het aantal dossiers? Ten tweede, wat is de impact daarvan op de dotaties aan de vakbonden? Ten derde, ook als er inderdaad een derde minder dossiers te behandelen zijn, zouden de dotaties naar verluidt toch niet met een derde afnemen. Klopt dat of niet? Ik hoor graag wat u daar eventueel aan wilt doen. Mijnheer de voorzitter, collega’s, de bevoegde regionale arbeidsbemiddelingsdienst erkent al wie geconfronteerd wordt met duurzame psychomedische en sociale problemen die elke inschakeling in de reguliere of aangepaste arbeidsmarkt onmogelijk maken, als niet-toeleidbare werkzoekende. Dat statuut, dat in 2019 werd ingevoerd, legt een paradox bloot. Personen van wie is vastgesteld dat zij niet in staat zijn om te werken, worden langdurig in de werkloosheidsverzekering gehouden, terwijl die verzekering net is bedoeld als een activerend systeem naar werk. Met oog voor die menselijke en sociale realiteit heeft de regering beslist het systeem van de beschermingsuitkeringen voorlopig te behouden, zodat ik samen met mijn collega Beenders een alternatieve oplossing kan uitwerken die het mogelijk maakt het stelsel vanaf 2028 te vervangen. Ik beklemtoon dat wij niemand aan zijn lot overlaten. Personen die hun recht op werkloosheidsuitkeringen verliezen en niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken, zullen een beroep kunnen doen op het leefloon met begeleiding door de OCMW’s. Daarom voorziet de regering ook in een substantiële compensatie voor de OCMW’s en zal zij jaarlijks 50 miljoen euro investeren in een groeipad voor de sociale economie. Op die manier wordt ook meer perspectief geboden op werk voor wie geen toegang heeft tot de reguliere arbeidsmarkt. Mijnheer Van Quickenborne, mijn administratie verwacht een daling van het aantal fysieke eenheden met 108.295 fysieke eenheden in 2026 en met 143.660 fysieke eenheden in 2027 ten opzichte van een situatie zonder werkloosheidshervorming. Het valt ook op te merken dat de hervorming gepaard gaat met een aanzienlijke vereenvoudiging van de regelgeving en dat ze anticipeert op de efficiëntiewinsten als gevolg van de implementatie van eGov 3.0. De RVA kent een vergoeding toe voor de administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen. De vaststelling van die vergoeding en de verdeling over de uitbetalingsinstellingen is gebaseerd op het koninklijk besluit van 16 september 1990 tot vaststelling van de vergoeding van de administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen belast met de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen. Op basis daarvan schat de administratie dat de administratiekosten in 2026 en 2027 zullen dalen met respectievelijk 20 en 27 miljoen. Het verschil tussen de aanzienlijke daling van het aantal vergoede werklozen en de relatief beperkte afname van de administratiekosten vloeit voort uit de huidige berekeningsmethodiek, waarbij volumeschommelingen slechts in beperkte mate doorwerken in de vaststelling van de vergoeding. De financiering en de werking van de uitbetalingsinstellingen blijven een aandachtspunt. In dat kader zal ik de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd dan ook zorgvuldig opvolgen en, indien nodig, nagaan of bijsturingen aangewezen zijn, op basis van objectieve evaluaties. Mijnheer de minister, dit is exemplarisch voor het broddelwerk van Arizona. Men voert iets in, men dompelt de mensen onder in onzekerheid en in 2028 zal men eens kijken wat de gevolgen zijn. Dat is toch niet te doen? Bijkomend ziet u het OCMW als oplossing voor alles wat er dan misloopt. Iedereen die nergens terechtkan moet in de bijstand. Dat is geen oplossing voor deze mensen. De OCMW's zelf vragen om specifieke oplossingen voor specifieke problemen. U voorziet inderdaad extra financiering, maar die zal ook broodnodig zijn, want de vloedgolf die op ons afkomt, is niet te onderschatten. Mijnheer de minister, eigenlijk zegt u dat er in 2026 een daling met 20 miljoen zal zijn en in 2027 een met 27 miljoen. Op de totale massa is dat een daling van ongeveer 10 %, terwijl het aantal werklozen daalt met 33 %. Het is een stap, maar het is een te kleine stap. Je sais que mon collègue M. Bouchez dit toujours: "Au nom de ma formation politique, il n'y aura pas de nouvelles taxes". Mag ik u een tip geven voor de volgende begrotingsrondes, die er ongetwijfeld aankomen? Luister ook naar wat het IMF zegt. Bespaar op de oude structuren. De ziekenfondsen in ons land krijgen jaarlijks 1,4 miljard euro om een job te doen die een app in 3 seconden kan doen. Exact hetzelfde geldt voor de vakbonden. Collega's, in de plaats van taks, taks, taks, zou ik zeggen: ontvet, ontvet, ontvet. Dat moeten we doen. Dank u. Dank u wel, collega Van Quickenborne. Ook bedankt voor de gezondheidstip die u ons meegegeven heeft. Met het oog op de eindejaarsfeesten is dat niet fout. De evaluatie van de dagcontracten door de NAR Mijnheer de minister, voor duizenden werknemers betekent werken met een dagcontract elke ochtend wachten op een sms: kan ik werken, of niet? Sommige mensen leven zo tien, vijftien of zelfs twintig jaar in onzekerheid, onzekerheid over hun inkomen die dag, onzekerheid over of ze wel een lening kunnen aangaan, onzekerheid over hun toekomst. Zo kan men zijn leven niet beginnen. Sinds 2023 bestaat er een sanctiemechanisme dat het misbruik van opeenvolgende dagcontracten moet terugdringen. Werkgevers die werknemers met dagcontracten aan het lijntje houden, moeten een extra bijdrage betalen. Dat werkt, want op twee jaar tijd is het aantal dagcontracten met meer dan de helft gedaald. Maar er blijft een probleem. De werkgevers geven nu contracten voor twee dagen, of ze geven dagcontracten buiten de interim. Eigenlijk zijn dat creatieve constructies, gewoon om de regels te omzeilen. Dat toont één ding aan, namelijk dat die werknemers nog steeds in onzekerheid blijven, terwijl die werkgevers ondertussen de winst opstrijken. De sociale partners hebben dat dinsdag bevestigd. Ze formuleren duidelijke aanbevelingen. De werkgevers mogen zich niet langer verstoppen achter meerdere uitzendkantoren om de regels te omzeilen. Misbruik van dagcontracten buiten de interim moet streng aangepakt worden. De overheid moet dat blijven opvolgen en moet ingrijpen wanneer het systeem wordt uitgehold. Mijnheer de minister, zult u de aanbevelingen van de sociale partners uitvoeren? Zult u bijsturen, zodat het sanctiemechanisme geen lege doos wordt en zodat de werkende mensen kunnen rekenen op zekerheid? Mevrouw Vanrobaeys, de wetgever en de sociale partners besteden bijzondere aandacht aan de problematiek van de opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector. In zijn advies nummer 2.310 heeft de Nationale Arbeidsraad uitdrukkelijk de noodzaak benadrukt om de effecten van het nieuwe systeem, dat op 1 januari 2023 in werking is getreden, te evalueren, zowel wat betreft de doeltreffendheid als de mogelijk ongewenste neveneffecten ervan. In die context heeft mijn collega-minister Vandenbroucke de Nationale Arbeidsraad formeel verzocht om de maatregel met betrekking tot de opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector te evalueren. Dat verzoek past in het kader voorzien door zowel advies nummer 2.310 als door het federaal regeerakkoord. Het advies van de Nationale Arbeidsraad is er met name op gericht om uiterlijk op 30 juni 2025 over een analyse te beschikken op basis van de opvolging en monitoring uitgevoerd sinds de inwerkingtreding van de responsabiliseringsbijdrage, met name op basis van de gegevens die zesmaandelijks worden bezorgd door de RSZ. Er werd me deze ochtend om 11.10 uur officieel een advies gecommuniceerd, mevrouw Vanrobaeys. Het advies van de Nationale Arbeidsraad concludeert dat de responsabiliseringsbijdrage, die sinds 1 januari 2023 wordt toegepast, doeltreffend is, aangezien ze heeft geleid tot een forse daling van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector. De Nationale Arbeidsraad stelt evenwel ontwikkelingseffecten vast, met een toename van uitzendcontracten van twee dagen, opeenvolgende dagcontracten buiten de uitzendsector en het inschakelen van dezelfde werknemers via meerdere uitzendkantoren. De Nationale Arbeidsraad beveelt dan ook aan de monitoring voort te zetten, het responsabiliseringsmechanisme uit te breiden naar gebruikers die een beroep doen (…) Dank u wel, mijnheer de minister. In de wandelgangen wordt dat zeker voortgezet. Mijnheer de minister, voor Vooruit is het helder: wie werkt, verdient meer dan een sms. Wie werkt, verdient zekerheid. Vooruit heeft jarenlang misbruik van dagcontracten aangepakt. We hebben werkgevers gewezen op hun verantwoordelijkheid, maar vandaag zien we dat zij opnieuw achterpoortjes vinden. Het regeerakkoord is op dat vlak duidelijk: na de evaluatie worden de aanbevelingen van de sociale partners uitgevoerd. U vertelt mij over het rapport, maar het is tijd om aan de slag te gaan. Als u het niet doet, dan liggen mijn wetsvoorstellen klaar, want wie elke dag werkt, verdient zekerheid. De boerenbetoging Het boerenprotest en de voedselsoevereiniteit van België Het boerenprotest tegen het Mercosur-akkoord De boerenbetoging De boerenbetoging Het boerenprotest Collega’s, we hebben de betogers allemaal gehoord en gezien. Het Vlaams Belang is tussen hen gaan staan. Opnieuw zijn er tienduizenden radeloze landbouwers uit heel Europa hier in Brussel. Opnieuw. Vorig jaar waren er twee grote boerenprotesten. Toen al was de maat meer dan vol. Dat was echter voor de verkiezingen en dus werden er toen beloftes gemaakt. Vandaag moeten we vaststellen dat die beloftes niet zijn waargemaakt. Onze boeren worden nog steeds verder gewurgd, onder andere door uw regels, mijnheer de minister van Landbouw. Er zijn de Green Deal, de natuurherstelwetten, de stikstofwetten, de mestbeperkingen en de verplichte labels. En nu wordt ook nog eens de deur opengezet voor goedkope import uit Zuid-Amerika, want de EU wil in allerijl de Mercosurdeal afsluiten, waardoor landbouwproducten geproduceerd volgens normen die ver onder onze standaarden liggen, massaal op onze markt zullen terechtkomen. Voor de Vlaamse boer is de impact het zwaarst, want rundvee, gevogelte en suiker zijn voor ons zeer belangrijke sectoren, met hoge kosten en lage marges. Het is dan ook onmogelijk om te concurreren tegen import uit landen zonder vergelijkbare normen. De Vlaamse boer betaalt de prijs. Dat staat letterlijk in alle sectoradviezen. Mijnheer de minister, u zei eerder dat België zich zal onthouden. Een onthouding beschermt echter niemand. Een onthouding betekent dat we niet voor onze boeren kiezen. Mijn vraag is dan ook hoe de regering dit akkoord zelfs maar kan overwegen, terwijl de risico’s voor onze landbouw zo duidelijk en zo groot zijn. Laat u België aansluiten bij landen die het wel opnemen voor hun boeren, zoals Frankrijk en Polen? Of blijft u vasthouden aan een onthouding waarmee u onze landbouwers in de steek laat? Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, les manifestants réclament, ce jour, deux éléments. Il y a bien sûr l'enjeu du Mercosur mais également la réforme de la politique agricole commune (PAC) prévue par la Commission européenne, avec une réduction drastique des moyens, notamment en subsides et en soutien à l'agriculture; il s'agirait en l'occurrence d'une réduction de 30 %. La conjonction de ces deux éléments-là, combinée à toute une série d'autres décisions qui ont été prises au niveau européen, qu'elles soient liées à des enjeux du Green Deal ou à des enjeux plus globaux, notamment au travers d'autres traités de libre-échange ces dernières années, montre une chose. D'un côté, on contrôle et surréglemente l'agriculture européenne et, de l'autre, nous ouvrons nos frontières sans possibilité de réel contrôle, avec en outre un sous-financement qui serait prévu au niveau de l'agriculture. Tout ceci aura bien sûr des conséquences dramatiques pour les exploitations agricoles de notre pays, mais également pour la sécurité alimentaire et la souveraineté alimentaire européenne. J'attire votre attention sur le fait que c'est un enjeu essentiel. On a l'impression qu'on va pouvoir vivre en Europe en ayant de la nourriture européenne jusqu'à la nuit des temps. Les projections montrent très bien que nous risquons d'être dépendants demain. La force de l'agriculture européenne, c'est aussi d'avoir des liens particuliers avec notamment une partie de l'Afrique. Compte tenu de tous les enjeux liés à la situation en Ukraine et en Russie, compte tenu du risque que 40 % de la production des céréales appartiennent à la Russie demain, monsieur le ministre, quelle est votre mobilisation? Comment avez-vous, ces dernières semaines, mobilisé vos collègues ministres régionaux pour avoir une stratégie au niveau belge afin, d'une part, de limiter au maximum tout ce qui traverse nos frontières européennes et, d'autre part, de défendre notre modèle agricole dans le cadre de la PAC? Mijnheer de minister, de boeren hebben zich vandaag luid en duidelijk laten horen. We konden ze horen tot binnen de muren van het Parlement en ze hebben gelijk. Boeren zijn essentieel. Ze zorgen voor het eten op ons bord. Ze verdienen respect. Ze verdienen ook dat ze hun boterham verdienen met hun werk. Ze werken keihard tot 60, 70 of 80 uur in de week. Ze komen echter vaak niet rond, want ze krijgen geen eerlijke prijs voor hun producten. U betaalt 2,6 euro voor uw pakje friet, maar weet u hoeveel de boer daarvoor krijgt? Hij krijgt 1 eurocent. De productiekosten voor de boeren zijn de laatste jaren alleen maar gestegen, onder andere door de vele regels die worden opgelegd. De prijzen aan de kassa zijn ook gestegen. Het zijn echter niet de boeren die rijk worden. Dat geld gaat naar de grote spelers van de agro-industrie en de supermarkten, die de prijzen betalen en woekerwinsten maken op de kap van de consumenten en de boeren. Dat is allemaal dankzij het beleid van de politiek. Daarbij komt nu, de druppel die de emmer deed overlopen, het Mercosurakkoord. De EU gaat een vrijhandelsakkoord aan met Latijns-Amerikaanse landen, allemaal op vraag ook van de agrobusiness, want in die landen zijn de regels minder streng. Men werkt er met goedkope arbeidskrachten. Men kan er allerlei pesticiden en hormonen gebruiken die bij ons verboden zijn. Die bedrijven gaan daar dus produceren, goedkoper, met verboden producten en dan brengen zij die producten hier terug op de markt. Onze boeren, die aan allerlei regels moeten voldoen, kunnen daarmee niet concurreren, terwijl het water hen nu al aan hun lippen staat. Begrijp me niet verkeerd. De boeren zijn niet tegen handel, maar ze willen wel dat het eerlijk is. Dat is het Mercosurakkoord niet. Dat akkoord is gemaakt op maat van de agro-industrie en de multinationals. Het wurgt de kleine boeren, zowel hier als in Latijns-Amerika, want ook daar zijn er protesten. De boeren vragen om te stoppen met te rijden voor het grote geld. Mijn vraag is eenvoudig: zult u luisteren naar de boeren of blijft u de handpop van de agro-industrie? Mijnheer de minister, wij hebben hen allemaal gehoord. Onze landbouwers zijn boos en dat is terecht. De discussies rond Mercosur zijn bekend. De lat voor de Europese boeren wordt steeds hoger gelegd, terwijl de EU producten, die onvoldoende aan onze normen voldoen, toegang wil geven tot onze markt. De consument verwacht hoge kwaliteitsnormen voor elk product, maar die worden met dit akkoord onvoldoende gegarandeerd. Bovendien stelt de Europese Commissie een begroting voor van 2.000 miljard euro, waarvan 22 % wordt beknibbeld op het landbouwbudget. Wanneer we dat allemaal samenvoegen, collega’s, mijnheer de minister, hebben we landbouwers die minder steun krijgen, meer administratie moeten verwerken en daarbovenop nog eens concurrentie krijgen van buiten Europa. Voor cd&v is dat onaanvaardbaar. Onze landbouwers hebben onze steun nodig, want op deze manier ondergraven we onze voedselzekerheid en onze strategische autonomie. Laten we duidelijk zijn, wij zijn niet tegen handel, absoluut niet, maar handel moet eerlijk zijn. Vrijhandel zonder gelijk speelveld is geen vrijhandel. Er is grote nood aan Europees beleid dat ruimte maakt in plaats van ze dicht te zetten, beleid dat investeringen en initiatief weer mogelijk maakt. Onze jonge boeren vragen rechtszekerheid, maar zij haken massaal af. Wij moeten hun alle kansen geven. Ik heb daarom een aantal vragen, mijnheer de minister. Hoe zult u tegemoetkomen aan de bezorgdheden van de landbouwers, zodat we een positief signaal kunnen geven aan de volgende generatie landbouwers? Hoe zult u zich verzetten tegen de afbraak van het landbouwbudget om de competitiviteit van de sector te waarborgen? Zonder boeren is er immers geen voedsel en zonder voedsel is er geen strategische autonomie. Dank u wel voor uw antwoord. Mijnheer de minister, jaar na jaar stijgen onze sociale uitgaven. De productiviteit stagneert, de bevolking veroudert en de economie kent een zwakke groei. Er is welvaart nodig. Vrije handel met andere markten die nog niet aangeboord worden, kan wel degelijk welvaart brengen. Zo kunnen we ook ontsnappen aan de toenemende druk van landen zoals China. Vrije handel kan kansen bieden, niet alleen voor onze industrie, maar ook voor zuivelproducten, varkens, aardappelen, groenten, appels en peren. Wederkerige garanties zijn in dat vrijhandelsakkoord wel degelijk ingebouwd, maar toch willen sommigen die kansen niet grijpen. Dat is in deze uitdagende geopolitieke tijden een gemiste kans. Een nieuw vrijhandelsakkoord staat los van de terechte bezorgdheden van de boeren. De echte druppel die de emmer doet overlopen, zijn de moeilijke en voortdurend veranderende regels, de rechtsonzekerheid en de administratieve overlast. Men zal de minister en mezelf niet kunnen betichten daar geen oor naar te hebben. We hebben zelf samen gestreden om landbouw- en visserijproducten te redden, zoals de Ardense worst en de garnalen van onze Oostendse vissers. We zijn zelf geconfronteerd met de kafkaiaanse regels. Op dat vlak moeten stappen worden gezet en is perspectief nodig. Andere Europese landen hebben dat, samen met pro-boerenbewegingen, begrepen. Zij hebben niet in verspreide slagorde gehandeld, maar hebben voor zichzelf vrijstellingen verkregen op andere regels. Zij zien dat vrije handel ook kansen biedt. Mijnheer de minister, bent u het met ons eens dat we, net zoals die andere landen, de vrije handel niet kunnen negeren en niet kunnen blijven voortploegen onder onze eigen kerktoren? Monsieur le ministre, aujourd’hui plusieurs milliers d’agriculteurs, avec des centaines de tracteurs, sont dans les rues de Bruxelles pour mettre la pression sur l’Europe. Ils viennent exprimer leur colère mais surtout leurs craintes. Leur inquiétude est double: la signature possible dès cette semaine du traité de libre-échange avec le Mercosur et la baisse annoncée du budget de la PAC après 2027. En ce qui concerne le Mercosur, vous le savez, nous sommes pour le libre-échange. Nous ne voulons pas refermer nos frontières, bien au contraire. Nos entreprises, y compris agricoles, ont besoin de marchés à l’exportation. Elles en sont conscientes et nous le disent. Cependant, le libre-échange ne peut pas signifier ouvrir grand les portes, notamment à la viande bovine produite dans des conditions qui ne sont pas comparables aux nôtres, avec des normes sanitaires, sociales et environnementales bien inférieures. Nos éleveurs font des efforts au quotidien. Ils respectent des règles strictes. Ils investissent dans la qualité. Ils ne comprennent pas pourquoi ils sont mis en concurrence avec des éleveurs qui ne jouent pas dans la même catégorie. En deux mots, ils craignent une concurrence déloyale. Et cela, je pense que dans ce Parlement, nous en sommes conscients. Monsieur le ministre, pouvez-vous nous rappeler quels sont les instruments que la Belgique peut activer au sein de l’accord UE-Mercosur pour défendre réellement nos agriculteurs, notamment les éleveurs bovins? Pouvez-vous confirmer que vous soutiendrez une approche exigeante sur le dossier Mercosur afin de protéger nos agriculteurs de tout dumping social, sanitaire et environnemental? Monsieur le président, chers collègues, la manifestation des agriculteurs européens traduit d'une manière générale un malaise profond et structurel. Ce malaise se focalise aujourd'hui plus spécifiquement sur deux sujets: d'une part, le vote relatif à l'accord de libre-échange Mercosur et, d'autre part, la future enveloppe budgétaire prévue par la Commission pour la PAC. La décision concernant l'accord Mercosur au sein du Conseil européen devrait être prise à la majorité qualifiée. Ce vote devrait intervenir ce vendredi après-midi. Vu les positions différentes adoptées par les différentes entités en Belgique, celle-ci s'abstiendra lors du vote sur cet accord. J'ai personnellement demandé une analyse approfondie de l'accord Mercosur au SPF é conomie. À la lecture de cette étude, il faut en effet constater qu'au sein de cet accord, il y a des éléments favorables et défavorables. En termes d'éléments favorables, je retiens que sur le plan économique, l'accord Mercosur présente des opportunités pour plusieurs secteurs industriels comme le secteur des plastiques, des machines, du textile ainsi que pour certaines filières agricoles comme les produits laitiers ou les pommes de terre. Toutefois, nous sommes conscients que cet accord comporte des éléments défavorables. En effet, d'autres secteurs comme le sucre ou la viande bovine pourraient ressentir des effets négatifs. Pour répondre aux inquiétudes persistantes du secteur agricole, la Commission a transmis le 3 septembre aux é tats membres ses propositions officielles relatives à l'accord qui inclut un mécanisme de sauvegarde. Elle a ensuite présenté le 8 octobre une proposition de règlement visant à renforcer la protection des agriculteurs en introduisant de nouvelles mesures permettant de réagir rapidement en cas d'augmentation soudaine des importations en provenance des pays du Mercosur ou de forte baisse des prix. Die nieuwe procedures zijn er dus op gericht de snelle en doeltreffende uitvoering van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor landbouwproducten te garanderen en omvatten eveneens specifieke bepalingen voor bepaalde gevoelige producten zoals rundvlees, pluimvee, rijst, honing, eieren, look, ethanol en suiker. Voor mij is het belangrijk te beschikken over een wereldmarkt met eerlijke concurrentie voor al onze economische actoren. De naleving van de fytosanitaire regels is daarbij essentieel. Ik heb daar altijd voor geijverd. Onze producten voldoen aan strikte eisen op het vlak van onder andere kwaliteit, productiemethodes en dierenwelzijn. Het is onaanvaardbaar dat onze markt zou worden overspoeld door producten die niet aan dezelfde strikte eisen zijn onderworpen en die dus goedkoper of onder oneerlijke sanitaire voorwaarden kunnen worden geproduceerd. Bovendien veroorzaakt de door de Europese Commissie beoogde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in het kader van het volgend meerjarig financieel kader 2028-2034 ongerustheid. Behalve de mogelijkheid dat de regelingen nog complexer zouden worden, zou het voorstel kunnen leiden tot een aanzienlijke verlaging van het budget dat aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt toegekend, momenteel geraamd op meer dan 20 %. Dat perspectief treedt naar voren op een moment waarop landbouwers worden geconfronteerd met een toenemende prijsvolatiliteit, een steeds sterkere internationale concurrentie en alsmaar strengere milieu- en gezondheidsvereisten. In die context deel ik de ongerustheid van de landbouwwereld volledig en bevestig ik opnieuw mijn engagement voor een sterk, ambitieus en duidelijk afzonderlijk gemeenschappelijk landbouwbeleid binnen het volgend meerjarig financieel kader. De situatie in de landbouw is immers moeilijk, maar als minister van Landbouw blijf ik mij volledig inzetten om samen met de landbouwers duurzame oplossingen voor hun sector uit te werken. Mijnheer de minister, wat ik vanmiddag gezien heb, was geen betoging of geen manifestatie. Het leek meer op een dodenmars, een stille wake voor de teloorgang van onze primaire economische sector. De sector is niet overtuigd van de garanties die u opnoemt, van de engagementen die u zegt te willen opnemen. De boeren zijn niet overtuigd. Anders waren ze hier niet, vanmiddag, in Brussel, en ook vanmorgen al. Zelfs partijen uit uw meerderheid zijn niet overtuigd. Bizar, toch? Ik vraag me echt af hoe cd&v die onthouding uitlegt aan de Boerenbond, aan het Algemeen Boerensyndicaat. Mevrouw Verkeyn heeft heel terecht vermeld dat andere landen vrijstellingen bekomen hebben. Andere landen hebben met de vuist op de tafel geklopt, maar België niet. België zal zich onthouden. Wij vragen u luid en duidelijk: onthoud u niet. Doe iets. Stuur Mercosur terug naar de onderhandelingstafel. Monsieur le ministre, j'ai peu entendu l'essentiel: la stratégie pour préserver notre autonomie alimentaire. Dans votre engagement, il me semble important de jouer ce rôle fédérateur, de rassembler les ministres régionaux, d'élaborer une stratégie pour la PAC, de défendre un modèle de soutien aux exploitations agricoles de plus petite taille, de défendre notre diversification, de tailler à la hache dans les réglementations et les contrôles qui étouffent le monde agricole et de faire en sorte que, demain, le modèle wallon et belge puisse s'étendre sur la scène européenne et d'améliorer largement les contrôles à nos frontières. Quand on voit qu'on contrôle 0,086 % de colis chinois à l'échelle européenne, poursuivre ces exercices de libre-échange sans contrôle strict à nos frontières n'a strictement aucun sens. Je vous remercie. Collega's, de tijd is rijp om ons een aantal fundamentele vragen te stellen. Landbouw is vandaag een mondiale business geworden, waarbij een handvol multinationals de plak zwaait en zich verrijkt op kap van de boeren en de consumenten. Dit is geen strijd van onze boeren tegen de boeren in Latijns-Amerika, maar het is een gezamenlijke strijd van iedereen die eerlijke, duurzame handel wil, die kleinschalige landbouw wil verdedigen tegen de macht van de agrobusiness. Ook in Latijns-Amerika komen de boeren immers op straat en verzetten zij zich, want de ravage daar is enorm. Bossen worden gekapt, mensen worden uit hun huis verdreven, huizen worden in brand gestoken en landbouwpercelen worden overgenomen en vervangen door grote sojaplantages. Het is tijd om fundamenteel van koers te wijzigen, om te kiezen voor samenwerking en eerlijke handel, met respect voor de boeren aan beide kanten. Mijnheer de minister, dat betekent niet u gewoon onthouden, maar tegenstemmen voor een echte koerswijziging. Collega's, en vooral collega Verkeyn, er moet mij toch iets van het hart. U bent een gewaardeerd collega, zoals u weet. Twee weken geleden hield u hier een vurig pleidooi voor de landbouw. Ik geloof oprecht in uw goede intenties, maar ik stel toch voor dat u de straat oversteekt en naar het Vlaams Parlement gaat, want daar kan mijn partij wel wat meer steun van de andere partijen gebruiken om de landbouwsector echt te steunen. Voor het overige hoor ik hier veel enerzijds en anderzijds. Ik ben duidelijk: cd&v is tegen Mercosur! (Applaus op verschillende banken) Mijnheer de minister, ik geloof ook in uw goede intenties, maar het is tijd om de hand aan de ploeg te slaan en te tonen dat u die goede intenties ook echt in de praktijk wil omzetten. Wij rekenen op u, maar vooral de sector rekent op u. Mevrouw Grillaert werd onderbroken door applaus. Mocht dat applaus enkel van haar eigen fractie zijn, dan zou ik dat meerekenen in haar spreektijd, want de fractie kiest wat er gebeurt met de toegekende minuten, maar applaus van andere fracties kan ik haar moeilijk ten kwade duiden. Toen ik daarnet naar beneden kwam, echt vlak voor ik moest beginnen, ontving ik een e-mail. Daarin werd mij gevraagd of ik als lokaal bestuurder mijn lokale boeren wilde verwittigen dat er tegen 31 december opnieuw nieuwe Europese regels van kracht zullen zijn waaraan zij moeten voldoen. Al die regels zijn het probleem. We reguleren ons kapot. Een vrijhandelsakkoord dat gericht is op welvaart vormt niet de kern van het probleem. Mevrouw Grillaert, ik heb hier zes partijen gehoord die in wezen dezelfde mening delen. Laat dat de enige positieve boodschap zijn die we aan de boeren kunnen meegeven: boeren, u wordt eindelijk gehoord door de politiek. Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement, il y a du positif, et nous allons le soutenir. Il y a quelques points qui sont à améliorer dans les secteurs du sucre et de la viande bovine. Je sais que vous y êtes attentif. Améliorer ce qui doit l'être, vous l'avez dit, c'est réagir rapidement. Nous vous connaissons et savons que vous êtes au boulot. Nous vous faisons donc confiance pour réagir rapidement. De ziekenhuishervorming Het deskundigenrapport over de toekomst van het ziekenhuislandschap Collega’s, mocht u voor de eindejaarsfeesten nog verlegen zitten om confetti, is bij dezen aan dat tekort voldaan. Ik vraag u, bij alle opwinding die zich in dit Huis verspreidt, uw passende aandacht te geven aan de vraag van collega Désir. Monsieur le ministre, chers collègues, 39 hôpitaux sont menacés de fermeture. D'ici cinq ans, 39 hôpitaux généraux sur les 132 que compte notre pays pourraient disparaître, c'est-à-dire un sur trois. Qu’est-ce qu’un hôpital général, chers collègues? C’est un établissement qui offre une large palette de services de soins: consultations, maternité, urgences, gériatrie, chirurgie et médecine interne. Ce sont ces hôpitaux qui assurent au quotidien une prise en charge de qualité pour les patients. Monsieur le ministre, il y a un an, nous sommes montés au créneau pour dénoncer la fermeture annoncée des hôpitaux. À l’époque, vous aviez crié à la fake news , mais aujourd’hui, ce sont vos propres experts qui plaident ouvertement pour une restructuration sévère du secteur hospitalier. Bien sûr, vous me direz sans doute qu’il ne s’agit encore que d’une proposition. Pourtant, ces orientations suscitent déjà les plus vives inquiétudes concernant l’accessibilité aux soins, en particulier en Wallonie et à Bruxelles. En effet, si vous suivez ce plan à la lettre, près d’un tiers des hôpitaux existants seront amenés soit à disparaître, soit à se transformer en hôpitaux de jour ou en structures de revalidation. Cela signifiera concrètement la fermeture de services cruciaux comme les maternités ou les urgences. Pour accoucher, il faudra parcourir des distances plus longues. Il en sera de même pour être transporté aux urgences. Pourtant, monsieur le ministre, vous savez que la proximité est essentielle pour garantir la sécurité et l’accessibilité aux soins. Ce rapport ne contient malheureusement aucun élément clair qui puisse nous rassurer quant à l’impact de cette réforme sur l’accessibilité et la qualité des soins, en particulier pour les citoyens des zones rurales. Monsieur le ministre, avez-vous déjà établi la liste des 39 sites qui devront se reconvertir ou fermer d’ici 2031? Quels seront les critères concrets qui permettront de garantir la (…) Monsieur le ministre, notre paysage hospitalier doit évoluer pour faire face à des défis bien connus des citoyens: soins toujours plus complexes, pénurie de personnel, coûts croissants et inégalités d'accès selon les territoires. Réformer est indispensable si nous voulons préserver à long terme la qualité, l'accessibilité et la soutenabilité de notre système de soins. L'accord de gouvernement prévoit que cette réforme soit menée en concertation étroite avec les entités fédérées au sein de la Conférence interministérielle Santé publique. Dans ce cadre, cette dernière a réceptionné hier le rapport du groupe d'experts sur la plateforme du paysage hospitalier qui sera soumis aux organes d'avis avant la définition de lignes politiques claires d'ici juin 2026. Pour Les Engagés, trois balises doivent impérativement guider ce travail: garantir l'accessibilité des soins sur l'ensemble du territoire, y compris dans les zones rurales, en tenant compte des réalités démographiques; assurer une réforme cohérente et concertée, articulée avec les autres réformes en cours tant au niveau fédéral qu'au niveau des entités fédérées; avancer par étapes avec des mesures d'accompagnement pour les patients, les soignants et les institutions. Monsieur le ministre, quel sera votre calendrier de concertation avec les acteurs concernés? Les représentants des patients seront-ils associés à ce processus? La réforme évoque une spécialisation des hôpitaux basée sur des volumes d'activités. Comment ces critères seront-ils définis et appliqués? Comment les spécificités territoriales seront-elles prises en compte afin de préserver l'accès aux soins? Pouvez-vous confirmer que les balises que je viens d'évoquer seront pleinement intégrées dans votre approche? Enfin, quelle est votre vision du développement de l'ambulatoire et de la prise en charge de la santé mentale dans le cadre de cette réforme? Chers collègues, notre ambition est d'offrir des soins de qualité pour tous. Le secteur des soins est soumis à une forte pression, les besoins augmentent en raison du vieillissement et, déjà aujourd'hui, nous manquons de personnel. C'est pourquoi il faut investir et réformer. Nous avons donc inclus une réforme globale du paysage hospitalier dans l'accord de gouvernement et, au printemps dernier, nous avons, en collaboration avec les ministres des entités fédérées, chargé des experts indépendants de rédiger un rapport. Que dit ce rapport? Aujourd'hui, il y a trop de sites hospitaliers qui veulent tout faire, alors que les soins sont de plus en plus complexes et spécialisés. Cela entraîne une utilisation inadéquate des moyens et surtout du personnel, certainement pour des services qui doivent être disponibles 24 h sur 24 et 7 jours sur 7. En voulant offrir tous les soins dans chaque hôpital, nous en demandons beaucoup au personnel de soin, qui se donne corps et âme. C'est ce que disent les experts. Ils se demandent si les soins prodigués aux patients en bénéficient. Le groupe d'experts nous invite à réfléchir, pas tellement à des fermetures, mais plutôt à des transformations en vue d'une meilleure organisation des hôpitaux. La distinction entre les hôpitaux qui ont des équipes de nuit et ceux sans équipes de nuit prend une part importante dans cette réflexion. De plus, les soins complexes demandent beaucoup d'expertise et sont trop fragmentés, disent les experts. Car les patients ne savent pas toujours comment accéder aux soins appropriés, en particulier pour les cancers complexes et les maladies rares. De nouveau, les soins prodigués aux patients en bénéficient-ils? Pour pouvoir offrir des soins d'une qualité optimale, il vaut mieux que les diagnostics et les plans de traitement complexes soient établis par ceux qui sont vraiment spécialisés en la matière. Les traitements à proprement parler peuvent être dispensés plus près de chez soi. Il faut réconcilier proximité et qualité, en tenant compte des spécificités territoriales et linguistiques. C'est clairement expliqué dans le rapport. Il est dans l'intérêt de tous, le personnel, les infirmiers, les infirmières, tout le personnel soignant, mais aussi les patients, que tout le paysage hospitalier soit mieux organisé. Sur la base de cet avis, nous allons nous concerter avec tous les acteurs. D'ici le mois d'avril, nous allons demander des avis au Conseil fédéral des établissements hospitaliers, aux partenaires sociaux, aux syndicats, aux employeurs, aux médecins, donc à tous ceux qui sont concernés. Sur cette base, entre fin avril et juin, nous commencerons les débats politiques. La concertation s'impose, mais aussi la volonté d'améliorer l'organisation du paysage hospitalier, je le répète, surtout dans l'intérêt du personnel soignant et des patients. Monsieur le ministre, je vous remercie. Comme nous vous l'avons souvent dit, pour nous, une réforme du paysage hospitalier est sans doute nécessaire, mais pas au détriment de la proximité et de l'accessibilité des soins. Ce sera notre boussole dans cette réforme, en particulier pour les zones rurales en Wallonie. Ce sera également le cas pour Bruxelles. En effet, plusieurs hôpitaux publics risquent de disparaître. Dans plusieurs cas, les minutes comptent – par exemple, quand on fait un AVC. Pour nous, il est donc primordial que cette proximité soit assurée. Le plan proposé par vos experts va être soumis aux organes de concertation. Vous nous l'avez dit. Cette concertation sera essentielle pour que la rationalisation ne soit pas le seul maître-mot de cette réforme et que les patients restent bien au cœur de la réflexion. Enfin, nos craintes sont bien réelles concernant les moyens financiers qui permettront d'accompagner les hôpitaux dans cette réforme, étant donné que 160 millions d'euros d'économies leur sont déjà imposés en 2026. Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir rassuré le secteur. Je suis convaincu qu'on ne parle pas de fermeture, mais bien de conversion pour disposer d'une médecine moderne qui corresponde aux traitements qui sont nécessaires aux patients. Les Engagés se montreront particulièrement attentifs au respect des balises que j'ai évoquées. Par ailleurs, je tiens à être très clair. La réforme du paysage hospitalier ne pourra réussir sans un renforcement simultané de la médecine de première ligne. Sans moyens accordés aux médecins généralistes d'éviter l'engorgement des hôpitaux, sans une valorisation des sage-femmes et des kinésithérapeutes, sans un meilleur accès aux soins de logopédie, sans une réforme juste et cohérente des soins à domicile, sans une première ligne forte, cette réforme ne fonctionnera pas. Enfin, j'insiste sur une urgence majeure: la pénurie des médecins généralistes qui s'aggrave et qui va encore s'aggraver dans les zones rurales, précisément celles qui subiront le plus l'impact de cette réforme. Là, monsieur le ministre, il y a urgence. De alarmsignalen met betrekking tot de erkenning van buitenlandse artsen Mijnheer de minister, het jaar is bijna ten einde. Het eindigt zoals het was begonnen, namelijk met een nieuw schandaal in uw departement. Wij lezen iedere week in een ander artikel over misbruiken in de sector, gaande van het donorschandaal tot het schandaal over het feit dat zeventien auto's op kosten van het RIZIV werden gekocht. Vandaag gaat het over het feit dat in het buitenland geschorste artsen hier zonder problemen voort kunnen werken. Nochtans waren er eerder al alarmsignalen. Wij hebben de problematiek immers al besproken in de commissievergadering van 21 oktober 2025. Nieuw zijn de cijfers. Vanuit het buitenland ontvangt u via een Europese databank maar liefst 8.000 meldingen per jaar. Bij elke waarschuwing zou er een alarm moeten afgaan. Dat zou ik ten minste verwachten. Die alarmen worden echter niet bekeken, zelfs geen enkele keer. De informatie komt niet van mij maar van uw woordvoerder van de FOD Volksgezondheid. Met 98 % van alle waarschuwingen over artsen die mogelijk misbruik hebben gepleegd of mogelijk zijn geschorst, doen wij dus helemaal niets. Ik probeer mij dan voor te stellen hoe een en ander in de praktijk verloopt. Ik beeld mij een noodcentrale in met overal rode lichtjes maar niemand kijkt naar het scherm. Andere landen daarentegen, zoals Nederland, Zweden en Spanje, lezen alle berichten en gaan daar wel mee aan de slag. Dat is niet goed. Het is niet goed voor de geloofwaardigheid van artsen. Het is niet goed voor u. Het is ook ronduit gevaarlijk voor de patiënten. Nochtans hebt u altijd de mond vol van de kwaliteit van de zorg. Kunt u mij toelichten wat u nu echt in dat dossier voor de patiënt doet? Mevrouw De Knop, wie in ons land als arts wil starten, moet bewijzen dat hij of zij over de juiste diploma's beschikt en een bewijs van goed gedrag en zeden voorleggen en er mogen geen tuchtmaatregelen zijn. Sinds kort is ook een taalcertificaat nodig. Dat wordt gecheckt, ook bij wie uit het buitenland komt. De attesten worden afgeleverd door de bevoegde instanties van het land van herkomst, in veel gevallen equivalent aan onze administratie. Het is juist dat we daarvoor niet altijd het IMI-systeem gebruiken. U kon in De Tijd ook lezen dat lang niet alle lidstaten van de Europese Unie dat systeem gebruiken of correct gebruiken. Dat heeft inderdaad te maken met de structuur van het systeem. Het is geen eenvoudig dashboard met alarmlichtjes. Tot 2024 waren het de deelstaten die dat controleerden. Zoals u ook kon lezen in De Tijd , bleek bij nazicht een positief attest aanwezig dat dateert van na het inbrengen van de alert. Het lijkt er dus op dat de Franse Gemeenschap geen reden had om aan de echtheid daarvan te twijfelen. Ik lees, net als u, ook in De Tijd dat de Zweedse administratie naar eigen zeggen aan de betrokkene nooit een dergelijk attest heeft afgeleverd. Mijn administratie doet nu opnieuw navraag bij de Zweedse collega's hoe nu echt de vork in de steel zit. Meer in het algemeen wil ik zeggen dat elk vermoeden van inbreuk moet gemeld worden bij de Toezichtscommissie en dat we die moeten versterken. Ik pleit bij de bevoegde Europese directeur-generaal, mevrouw Gallina, om het IMI-systeem beter en beter hanteerbaar te maken, zodat de alerts gemakkelijker te raadplegen zijn. Tegelijkertijd moeten we in eigen boezem kijken en ons afvragen hoe we parallel en op een efficiëntere manier kunnen proberen hiervan een echte databank te maken. Mijnheer de minister, u antwoordt naast de kwestie door in te gaan op één casus. U weet heel goed dat het hier gaat over veel meer dan één casus. Het gaat over 8.000 waarschuwingen per jaar over artsen die in het buitenland geschorst worden. Uw diensten krijgen daarvan proactief een melding. Het minste wat u zou kunnen doen, vooraleer artsen een visum krijgen, is nagaan in de IMI-databank of zij geschorst zijn. Dat lijkt mij simple comme bonjour . Men moet het gewoon willen doen. U zegt dat niet alle landen daarmee werken. Meer dan 20 Europese landen, en niet van de minste, werken daar wel mee. Dus u kunt daar al mee beginnen. U, mijnheer de minister, die zo gefocust bent op het controleren en het inperken van vrijheden van artsen en zorgverleners, laat echte fraudeurs ongemoeid. Op die manier ondergraaft u de verantwoordelijkheid van artsen en stelt u de patiënten bloot aan enorme risico's. (Rumoer) U ziet dat er ook nog een leven is naast de micro. De auteursrechten van journalisten De gevolgen van de afschaffing van de forfaitaire belastingaftrek voor auteursrechten Monsieur le vice-premier ministre, malgré les promesses de campagne ainsi que les déclarations viriles de certains présidents de parti de votre coalition – "Avec mon parti, il n'y aura pas d'augmentation de taxes", M. Van Quickenborne a rappelé cette phrase à de nombreuses reprises –, la classe moyenne, les travailleurs et les travailleuses sont chaque jour la cible de votre gouvernement depuis son installation, avec l'augmentation du plein d'essence ou de diesel, l'augmentation du prix de la pizza ou du sandwich en fonction de l'endroit où ils sont achetés et l'augmentation du prix du ticket de cinéma ou de concert. L'Arizona, finalement, c'est taxes, taxes, taxes! Et vous vous attaquez, monsieur le vice-premier ministre, à une série d'acteurs fondamentaux de la vie en société, de la vie démocratique de nos sociétés, à savoir une série de contre-pouvoirs: les syndicats, les mutuelles – ce n'est pas une surprise –, mais aussi les artistes et les journalistes. Or ces travailleurs et travailleuses sont d'ores et déjà dans des situations qui sont particulièrement indignes du rôle qu'ils jouent pour notre société, avec des statuts hybrides, avec la nécessité notamment de devoir faire appel aux droits d'auteur et de ne pas pouvoir bénéficier d'un salaire et d'un traitement juste et équitable. Monsieur le vice-premier ministre, nous nous sommes battus. Nous avons relevé les éléments injustes de vos réformes. Les secteurs se sont mobilisés. Nous sommes parvenus à faire en sorte que le statut des travailleurs des arts soit préservé, que ce soit le statut en tant que tel, les droits d'auteur pris en compte demain et aussi la pension. Nous apprenons aujourd'hui que les journalistes (...) Monsieur le ministre, ce gouvernement a-t-il un problème avec ceux qui pensent, avec ceux qui écrivent et avec ceux qui essayent de vivre de leur plume? On finirait par croire que oui, et M. Ronse le confirme. Vous avez décidé, dans le cadre de votre accord budgétaire de fin novembre, de supprimer l’abattement de 50 % sur la première tranche des droits d’auteur. Vous avez fait, il y a une semaine, une marche arrière partielle puisque l’abattement sera maintenu pour ceux qui ont le statut d’artiste. Tant mieux pour une série de professionnels comme par exemple les comédiens, les chanteurs ou les doubleurs. Cependant, cela ne change rien pour les auteurs stricto sensu qui n’ont bien souvent pas le statut d’artiste. Cela leur fait une belle jambe! Pour les romanciers, les scénaristes ou les auteurs de bandes dessinées, les droits d’auteur représentent une part fondamentale de leurs revenus, et ils les perçoivent en général bien après la création. Vous compliquez la vie de ces personnes et les renvoyez même vers le statut d’artiste alors qu’elles sont, pour beaucoup, indépendantes. C’est un contre-sens complet de votre politique. En outre, vous frappez de plein fouet un grand nombre de journalistes et de pigistes qui vivent des droits d’auteur. C’est le cas des journalistes salariés, dont les revenus sont souvent constitués jusqu’à 30 % de droits d’auteur, et des journalistes indépendants, pour lesquels cette part peut atteindre 50 %. Monsieur le ministre, si ce n’est pas trop vous demander, est-il possible que l'Arizona cesse de taxer l’intelligence? Abandonnez purement et simplement la suppression de ces abattements fiscaux et rétablissez le droit d’auteur dans sa forme originelle! Cher collègue, je pourrais répondre par la négative à vos deux questions simples. (Rires) Ce gouvernement est confronté à une mission budgétaire gigantesque. Aujourd’hui, un contribuable qui fait usage du régime des droits d’auteur bénéficie effectivement d’un régime fiscal avantageux comprenant un précompte mobilier de 15 %, une déduction de 50 % de frais forfaitaires sur la première tranche de 20 100 euros et une déduction de 25 % de frais forfaitaires sur une deuxième tranche allant jusqu’à 40 190 euros, jusqu’à ce qu’un montant maximal de 15 072,50 euros de frais forfaitaires soit atteint. Le précédent gouvernement avait déjà mis en œuvre une réforme prévoyant une application plus stricte de ce régime fiscal avantageux. Selon les derniers chiffres de l’exercice d’imposition 2024, 87 212 contribuables ont eu recours à ce régime, pour un coût budgétaire de 187 millions d’euros. Le gouvernement demande à chacun un effort, une contribution équitable. Je l'ai déjà rappelé ici à plusieurs reprises, c'est la réalité à laquelle nous sommes confrontés. Les journalistes qui optimisent une partie de leur rémunération via un payement sous la forme de droits d'auteur seront donc également touchés par cette mesure. Concrètement, il a été décidé de supprimer les frais forfaitaires en matière de droits d'auteur. Cela implique le doublement du taux effectif, qui passe de 7,5 % à 15 % pour la première tranche des 20 100 euros. La déduction des frais réels reste toutefois possible. Merci, monsieur le vice-premier ministre, pour vos réponses et pour les mots que vous avez utilisés, qui attestent de votre mépris vis-à-vis de certaines catégories de travailleurs et de travailleuses. Vous parlez d'optimisation fiscale pour ces journalistes, qui sont en fait contraints, par leurs employeurs, d'être payés pour partie via des droits d'auteur. Vous ne tenez pas compte de leur réalité de terrain, de la manière dont ils sont insuffisamment rémunérés au quotidien, pour le travail de qualité qu'ils font et pour le rôle essentiel qu'ils jouent dans notre société. Je l'affirme même si nous sommes – je le suis parfois moi aussi – la cible de ces journalistes. Je trouve cela absolument essentiel qu'en démocratie ils jouent ce rôle. Vous parlez d'optimisation, de coûts, de contribution juste de chacune et chacun. Je voudrais juste, monsieur le vice-premier ministre, mettre en vis-à-vis deux de vos mesures: celle que vous prenez pour les droits d'auteur des journalistes et le cadeau fiscal que vous faites à ceux qui gagnent plus de 20 (…) Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Il ne vous vient pas à l'idée que les journalistes, dont vous dites qu'ils touchent une partie de leurs revenus en droits d'auteur, ne l'ont en général pas choisi. Ce sont les directeurs des rédactions qui leur imposent de recevoir une partie de leur rémunération de cette manière. Ensuite, vous qualifiez les artistes bénéficiant d'un tarif ou payés à la prestation d'avantagés. En général, les artistes gagnent environ 12 000 euros par an s'ils sont salariés, et 20 000 euros s'ils sont indépendants. Ils ne sont pas avantagés. Vous avez dénaturé le droit d'auteur, en faisant entrer dans cette catégorie des gens capables d'écrire trois lignes de code informatique, et en restreignant les conditions pour les vrais artistes qui essayent d'avoir le statut. Et vous allez pousser des gens qui ont le statut d'indépendant, qui sont des auteurs, vers le statut d'artiste. Vous vous tirez, ce faisant, une balle dans le pied. Comme d'habitude, vous n'avez pas anticipé les suites de vos réformes, et c'est bien dommage! De berekening door de minister van Financiën van de extra btw-ontvangsten uit meeneemmaaltijden De verhoging van de btw en van de accijnzen op bepaalde producten Mijnheer de minister, leg eens uit aan een bakker dat er ’s ochtends 6 % btw moet worden betaald wanneer men een pistolet komt halen, terwijl op diezelfde pistolet, wanneer die ’s middags met beleg wordt verkocht, 12 % btw van toepassing is. Leg ook eens uit dat een pizzabakker die zelf een pizza bereidt en die laat afhalen daarop 12 % btw moet aanrekenen, terwijl diezelfde pizza, wanneer die diepgevroren in de supermarkt wordt verkocht, onder het tarief van 6 % btw valt. Collega’s, straks is het kerstfeest. Ik wens u allemaal een kerstbuche toe. Wanneer men die kerstbuche binnenkort bij de meesterbakker gaat halen, collega Dedecker, betaalt men 12 % btw. Wordt die in de supermarkt gekocht, dan bedraagt het tarief slechts 6 %. J'ai entendu notre collègue M. Bouchez parler d'une taxe de 12 % sur le salé et d'une taxe de 6 % sur le sucré! Dit is Kafka in het kwadraat! Ik weet wat de minister zal zeggen. De minister zal zeggen: mijnheer Van Quickenborne, dat zijn modaliteiten; we zijn daar nog over aan het discussiëren.Maar, mijnheer de minister, het is nu eind december en die belastingverhoging start begin volgend jaar. De bakkers en de beenhouwers vragen duidelijkheid. U, de heer Bouchez, cd&v en zelfs Vooruit hadden beloofd de winkelkar niet duurder te maken. Maar ze zal duurder worden met dit soort maatregelen. Mijnheer de minister, er is één modaliteit waarover niet gediscussieerd kan worden, die 222 miljoen euro. Ik heb in de onderwerpregel van mijn vraag expliciet die vraag gesteld. Voorzitter, u hebt dat gezien, en de minister wist dat die vraag zou komen. Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk maar één vraag voor u: kunt u ons eens uitleggen, educatief als u bent, hoe u komt tot die 220 miljoen euro opbrengst uit de btw-verhoging voor meeneemmaaltijden? Als ik die vraag stel aan uw collega’s van het kernkabinet, zeggen ze: we weten het niet, en we hebben de indruk dat de heer Jambon het zelf ook niet weet. Verlos ons van die vraag, mijnheer de minister. Monsieur le ministre des Finances, mais quelle créativité en Belgique! Vous faites preuve d'une créativité sans bornes pour aller chercher des taxes chez les travailleurs! Des jours de réunion pour arriver à des solutions splendides. Quelle puissance! Vous avez discuté au sein du kern et vous avez décidé de faire passer la TVA à 12 % sur tout ce qui est à emporter. Ça veut dire, monsieur le ministre, que dans la même grande surface, si vous achetez une belle pizza fraîche, vous paierez 12 % et si vous achetez la même pizza congelée, vous paierez 6 %. Je ne sais pas comment le fisc va faire! Les contrôleurs regarderont et diront: "Oh, la mozzarella, elle est fondue, là c'est 12 %, monsieur. Là elle n'est pas fondue, c'est bon." C'est incroyable! Kippetje aan het spit: 12 %. Datzelfde kippetje, toktok, nog niet aan het spit: 6 % btw. Echt waar! Hoe kunt u dat uitleggen? Les croissants, les amis! Pour le croissant acheté à 8 h 30, le taux de TVA sera à 6 %. Pour le même croissant acheté à midi, elle sera à 12 %. Mais c'est fou ça! Et qu'est-ce qu'on fait avec le croissant qu'on a acheté le matin et qu'on ne mange qu'à midi? On le paye combien? Ça, c'est le MR. Ça, c'est Les Engagés. Ça, c'est la N-VA. C'est incroyable! Quand il s'agit de faire payer les travailleurs, vous faites des réunions de travail, et il en résulte des trucs tels que la planète entière va se moquer de nous. C'est incroyable! Il n'y a qu'en Belgique qu'on peut faire ça! Savez-vous pourquoi vous êtes obligés de prendre des décisions pareilles? Parce qu'il y a une chose que vous refusez de faire. Faire payer les travailleurs pour aller à la salle de sport, on augmente la TVA. Idem pour les accises sur l'essence, le diesel. On fait payer en plus. Pareil pour le gaz, on fait payer en plus. On rend tout plus cher. Mais il y a une petite couche qui ne paye pas plus, les super-millionnaires. C'est ce tabou qui vous fait prendre aujourd'hui des décisions qui font de nous la risée du monde entier. Mijnheer de voorzitter, als er geen vraag wordt gesteld, wat word ik dan verondersteld te doen? Het was eigenlijk puur show. Er was geen vraag. Dan heb ik mijn tweede blad met het antwoord voor de heer Hedebouw niet nodig, want er is geen vraag. Het onderwerp dat hier wordt uitgesponnen, met alle mogelijke egards en beelden, is eigenlijk nog ter bespreking binnen de regering. Ik hoop dat we dit morgen kunnen afronden, maar dat zal een beetje van de Europese top afhangen. Anders zal het maandag of dinsdag zijn. Ik ga dus niet vooruitlopen op wat we binnen de meerderheid nog moeten goedkeuren. De regering heeft inderdaad beseft dat de vooropgestelde btw-hervorming zorgt voor de nodige onzekerheden in heel wat sectoren. Er zijn er hier een paar opgesomd. We hebben dan ook beslist om dit tot 1 maart uit te stellen. Dat is inderdaad nog altijd het begin van het jaar, maar het is toch al niet meer 1 januari. De enveloppe van de bomma is dan al lang neergelegd. We wachten dus nog twee maanden langer. Voorts bekijkt mijn administratie hoe er zo snel mogelijk een FAQ bij de publicatie van het KB inzake de btw-aanpassing kan worden gepubliceerd. Op die manier kunnen we maximale klaarheid bieden voor vele prangende vragen. Mijnheer Van Quickenborne, u stelde mij wel een concrete vraag. Voor de budgettaire ontvangsten hebben we ons gebaseerd, zoals altijd, op een raming van de FOD Financiën. De FOD Financiën heeft een fiche opgesteld, waarin staat dat er volgens de huidige ontwerpteksten een extra ontvangst van 361,5 miljoen euro is. De lijn waar u het over hebt, is eigenlijk de lijn van takeaway en de btw-verlaging voor de niet-alcoholische dranken. De btw-verlaging voor de niet-alcoholische dranken bedraagt volgens dezelfde raming van de FOD Financiën 139,7 miljoen euro, dus 140 miljoen euro. As we die twee getallen samen in rekening brengen, komen we aan 221,8 miljoen euro. Dat bedrag werd dus ingeschreven in de begroting, op basis van berekeningen van de FOD Financiën. Mijnheer Hedebouw, wat ik voor u had voorbereid, is misschien voor volgend jaar. Collega's, dat is interessant. De minister zegt nu voor de eerste keer dat die netto 222 miljoen euro inderdaad gebaseerd is op het voorstel dat nu op tafel ligt. Dat betekent 12 % voor de verse pizza en 6 % voor de diepvriespizza, 6 % voor de croissants 's morgens en 12 % voor de croissants 's middags. Mijnheer de minister, als u straks zegt dat het wordt beperkt tot enkel de horeca, dan zal het geen 222 miljoen euro zijn, maar veel minder. Dan zal uw budgettaire tabel een fictie blijken te zijn. Dat is de realiteit. U doet hier aan vogelpik, want de budgettaire tabel klopt niet meer. Die zal niet meer kloppen, tenzij u al die absurditeiten invoert. Dat is de realiteit. U zegt dat u dat zult oplossen met een FAQ. Ha! Dat wordt de plezantste FAQ die we ooit gelezen hebben. (Gelach) Nu, de Q is een mooie letter, dat weet ik, maar een FAQ van (…), dat gaat niet. Mijnheer de minister, doe ons een plezier: stop met al die Kafka, stop met al die zever. U zinkt weg in het btw-moeras. Stop ermee! U gaat dus echt verder met al dat btw-gedoe? Ik had echt gedacht dat u zich na een beetje kritiek zou bedenken. Dat is immers in 24 uur besloten. Met de index was dat ook zo. De regering kon ook niet antwoorden op de vragen daarover. Wat een amateurisme! Waarom dat amateurisme? Omdat u gewoon op die paar dagen snel besloten hebt om 1,3 miljard euro binnen te halen via indirecte belastingen. U wist niet goed hoe of wanneer enzovoort, maar u had wel beslist om dat geld daar te halen. Daarom is er zoveel amateurisme, mijnheer de minister. Dat is het probleem. U gaat met een FAQ komen, maar wat gaat u daarin zetten? Misschien dat er een beetje bijgepast moet worden? Rien n'est clair dans votre réforme. La seule chose qui vous unit tous, c'est d'essayer de faire payer les gens, c'est d'aller chercher l'argent chez ces gens-là. Vous n'êtes pas capables de développer vos réformes. Cela fait des semaines que nous attendons que votre accord soit un peu plus clair. Cela fait des semaines que nous débattons. Vous ne savez pas répondre. Et c'est la raison pour laquelle, dans les semaines à venir, vous allez avoir beaucoup de pression à gérer, monsieur le ministre, et vous allez reculer sur votre réforme. De 400.000 spookbedrijven in België Mijnheer de minister, één adres dat bij curatoren welbekend is door honderden faillissementen; van een kapperszaak, een verhuisfirma tot een transportbedrijf. België telt maar liefst 400.000 spookbedrijven. Ondernemingen die schulden opbouwen en worden ingezet voor btw-fraude en drugscriminelen. Ze bestaan louter op papier, bouwen een schuldenput op en verhuizen vervolgens om zich opnieuw te verschuilen. De fiscus staat erbij en kijkt ernaar omdat er onvoldoende tijd en middelen zijn om al die fraudeurs en criminelen op te sporen. Dat is hallucinant. Een gewone burger die verhuist, krijgt immers binnen de week de wijkagent aan de deur. Valsspelers die daarentegen voor miljoenen frauderen en andere ondernemers bedriegen, kunnen hun gang blijven gaan. Vooruit is in deze regering gestapt met één duidelijke missie, namelijk ervoor zorgen dat de sterkste schouders hun eerlijk deel doen. Dat doen we met de historische invoering van de meerwaardebelasting, met de verhoging van de bankentaks, met de verdubbeling van de effectentaks en met datamining op het CAP, waarbij fraudeurs veel gerichter zullen worden opgespoord. Daarom zet deze regering ook een belangrijke stap in de strijd tegen fraude, met de oprichting van een nationaal fiscaal parket. Dat wordt een gespecialiseerde eenheid die fiscale en financiële fraude moet opsporen en aanpakken. Mensen die elke dag gaan werken en de helft van hun loon afstaan aan belastingen, verwachten van ons, van de politiek, dat we alles in het werk stellen om grootschalige fraude aan te pakken. Daarom heb ik, mijnheer de minister, eigenlijk maar één vraag. Zult u samen met ons een absolute prioriteit maken van de opsporing en de bestraffing van deze fraude? Wie hier een paar uur blijft zitten, gaat met veel balpennen naar huis, zij het niet altijd met de juiste kleur. Ze gaan wellicht in de pocket. Voorlopig is dat zo, maar dat kan nog veranderen. Mijnheer de voorzitter, collega's, mijnheer Tas, de huidige regering maakt van fraudebestrijding inderdaad een absolute prioriteit, zoals u terecht hebt opgemerkt. Het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude is inmiddels al verschillende keren samengekomen en werkt aan een actieplan dat voor mij en naar ik aanneem ook voor u, snel moet worden gefinaliseerd. Specifiek is de bestrijding van spookbedrijven niet enkel de bevoegdheid van de FOD Financiën. U weet dat verschillende administraties daarbij betrokken zijn. Alle betrokken diensten zijn evenwel vertegenwoordigd in dat College. Dankzij het College maken wij een betere informatiedeling mogelijk en kunnen wij verschillende maatregelen zowel operationeel als logistiek snel bijsturen aangezien in het College de verschillende betrokken administraties samenwerken. Behalve de betere samenwerking werken wij ook aan een versterking van de volledige keten van de fraudebestrijding. In reeds goedgekeurde wetten, waarnaar u hebt verwezen, werd niet alleen werk gemaakt van verschillende antifraudemaatregelen uit het regeerakkoord, maar werd ook beslist tot bijkomende maatregelen met het oog op een efficiëntere fraudebestrijding. Er komt een financieel parket en er zal een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst, de bewuste FIOD, worden opgericht. Van de FIOD wil ik zo snel mogelijk werk maken. Er moeten eerst nog enkele dossiers door het Parlement worden behandeld. Daarna kan de FIOD worden gerealiseerd. Bovendien zal de BBI, zoals u weet, worden versterkt met 100 VTE’s. Kortom, de volledige keten die verantwoordelijk is voor de fraudebestrijding, wordt versterkt. De wetgeving wordt aangescherpt. De controlecapaciteit wordt verhoogd. Ook de bestraffing moet en zal sneller en efficiënter worden. Immers, zoals u hebt gesteld, raakt elke euro die door fraude verloren gaat, de hele samenleving en is bijzonder oneerlijk. Mijnheer de minister, ik dank u voor uw engagement voor onze gemeenschappelijke strijd. Deze regering maakt van de aanpak van fraude absoluut een topprioriteit door de aanwerving van 377 nieuwe inspecteurs, door via datamining op het Centraal Aanspreekpunt (CAP), mijnheer Van Quickenborne, fraudeurs veel gemakkelijker op te sporen en door de oprichting van een nationaal fiscaal parket. Die strijd loont, want alleen al in Limburg werden de afgelopen jaren 807 processen-verbaal opgesteld na controles van spookbedrijven. Voor Vooruit is het heel duidelijk. Iedereen moet eerlijk bijdragen, ook de fraudeurs, de drugscriminelen en de valsspelers die geld stelen van wie het echt nodig heeft. Vooruit zal, samen met deze regering, deze strijd verder opvoeren. De impact van de indexdiefstal op het aanvullende pensioen Monsieur le ministre, je souhaitais vous interroger sur votre projet de gel de l'index et de ses répercussions sur les premier et deuxième piliers de pension. Vous voulez aussi bloquer l'index des salaires des travailleurs qui touchent plus de 4 000 euros brut, c'est-à-dire 2 600 euros net. En Belgique, cela concerne 1,3 million de salariés, autrement dit un salarié sur deux. Monsieur le ministre, savez-vous de qui il s'agit? C'est mon frère Pino, qui travaille dans le bâtiment; c'est ma voisine Francesca, qui est infirmière; ce sont aussi tous mes anciens collègues de Caterpillar qui ont perdu leur boulot et qui, désormais, travaillent dans le secteur pharmaceutique; ce sont tous ces travailleurs qui travaillent dur auxquels, pendant la campagne électorale, le MR et la N-VA avaient promis qu'ils seraient récompensés de leur travail. Or, aujourd'hui, que faites-vous? Exactement le contraire! Vous leur gelez l'index ou plutôt vous le leur volez. Ce vol de l'index n'aura pas lieu deux fois comme vous le dites, puisqu'il va s'accumuler tout au long de leur carrière. Ces travailleurs vont perdre des milliers, voire des dizaines de milliers d'euros. Ce vol de l'index aura aussi des répercussions sur d'autres aspects qui touchent au pouvoir d'achat. L'impact va ainsi frapper le treizième mois, les congés payés, l'allocation de maladie et, monsieur le ministre, sur les premier et deuxième piliers de la pension. Donc, monsieur le ministre des Pensions, ma question sera très claire: pouvez-vous me dire quel sera l'impact – j'avais écrit "du vol", mais je vais dire "du blocage" – du blocage de l'index sur les premier et deuxième piliers de pension? Monsieur D'Amico, la décision du gouvernement d'appliquer une indexation plafonnée aux salaires et aux allocations en 2026 et 2028 est équilibrée. Je le répète à nouveau aujourd'hui: chacun fournira une contribution limitée, tant la population active que les pensionnés. Telle est l'essence de cette décision. Que signifie une indexation plafonnée? En 2026 et 2028, l'indexation est limitée et non supprimée. L'indexation plafonnée s'applique uniquement aux pensions légales supérieures à 2 000 euros. Pour les pensions inférieures à 2 000 euros, rien ne change. Les pensions les plus basses sont donc entièrement préservées, ce que nous jugeons essentiel. Pour les travailleurs, l'indexation plafonnée ne s'applique qu'aux salaires supérieurs à 4 000 euros. Concrètement, cela signifie que les travailleurs avec un salaire supérieur à 4 000 euros, sans pension complémentaire, bénéficieront en 2026 et 2028 bel et bien d'une indexation salariale, mais celle-ci sera limitée à un maximum de 80 euros à chaque fois. Il y a donc toujours une indexation mais elle est temporairement moins élevée. Les travailleurs avec un salaire supérieur à 4 000 euros et une pension complémentaire, sur lesquels porte votre question, bénéficient également d'une indexation. Ceux qui consacrent une partie de leur salaire à la constitution d'une pension complémentaire pourraient, en 2026 et 2028, verser une cotisation légèrement inférieure dans le deuxième pilier. Par conséquent, la pension complémentaire résultant de ces deux années produira, 20, 30 ou 40 ans plus tard, un capital légèrement inférieur. Monsieur le ministre, qu'entendez-vous par "légèrement inférieur"? C'est combien? C'est 10, 15, 20 euros? Oui, bien entendu, quand on gagne 4 000 ou 5 000 euros, 10 ou 15 euros, ce n'est rien du tout. Franchement, ce n'est rien du tout. Mais pour un pensionné qui a 1 500 euros voire moins, 10 ou 15 euros, c'est énorme au vu de l'augmentation du coût de la vie. J'écoutais encore ce matin des pensionnés qui témoignaient à la radio dans le cadre de l'action "Viva for Life". Ceux-ci se plaignaient de leur pension. Monsieur le ministre, je vous assure que les travailleurs sont très chauds. L'année 2025 a été très chaude d'un point de vue social et, vous l'aurez entendu aussi bien que moi, l'année 2026 le sera encore plus. Et croyez-moi, le PTB sera du côté des travailleurs pour défendre nos pensions. Het advies van de Raad van State over de fusie van de politiezones Monsieur le ministre, c’est bientôt Noël et vous avez reçu en cadeau l’avis provisoire du Conseil d’État sur votre réforme de fusion des zones de police. Cet avis confirme ce que Brulocalis, les bourgmestres et moi-même pensons depuis le début de cette réforme dogmatique et inutile. Comme nous sommes deux Bruxellois, employons le mot qui convient: il s’agit plus que jamais d’un brol. Brol d’abord sur la mécanique décisionnelle, jugée illisible. Même le Conseil d’État a du mal à comprendre ce que vous essayez de faire. Nous ne comprenons plus rien entre la durée variable de la présidence du collège de police, le nombre de réunions annuelles, l’articulation des rôles entre le chef de corps et le bureau du collège. Brol encore sur le manque flagrant de contrôle démocratique – c'est plus sérieux. La suppression du conseil de police va concentrer trop de compétences au niveau du collège de police, notamment en ce qui concerne la discussion du budget de la zone. En réduisant le rôle du conseil communal à une simple prise d’acte, vous réduisez l’ensemble du contrôle et du débat démocratique. Enfin, brol intégral sur les moyens, qui ne seront pas au rendez-vous, jugés largement insuffisants. C’était déjà le cas dans l’avis de Brulocalis, qui a estimé que le sous-financement structurel des six zones s’élève à 83 millions d’euros par an. Pendant ce temps-là, nous n’avons plus de nouvelles de la réforme de la norme KUL, qui était pourtant conditionnée, notamment par Les Engagés et par les pouvoirs locaux, à l’adoption de votre réforme. Bref, tout le monde est en train de se rendre compte de ce que nous répétons depuis le début: cette réforme – qui je le rappelle, n’était demandée par aucun acteur de terrain – est pensée davantage pour satisfaire une obsession institutionnelle – la fusion à tout prix – que pour répondre aux besoins des acteurs de terrain. Monsieur le ministre, n’est-il pas temps d’arrêter les frais avec cette fusion, qui ressemble de plus en plus à la mise sur pied d’une gigantesque usine à gaz administrative? Notre sécurité n’a pas besoin de davantage de complexité et d’embûches. Augmentez les moyens, augmentez le nombre de policiers et arrêtez, s’il vous plaît, la machine à créer du brol. Monsieur De Smet, la fusion des zones de police bruxelloises est essentielle pour notre capitale. L'actualité sécuritaire nous en prouve chaque jour la nécessité. Il suffit de lire dans la presse de ce matin encore les déclarations des agents de la Brigade anti-agression de Bruxelles. Je cite: "Les dealers n'ont pas de frontières, les incidents de tirs non plus". Cela les oblige à sortir de leur zone pour intervenir. Je pourrais également mentionner le cri du cœur du bourgmestre de Saint-Gilles, qui appelle de ses vœux à plus de solidarité. Il est donc vital de disposer d'une force d'intervention unique à l'échelle de la capitale, libérée des frontières factices qui limitent actuellement trop souvent l'action des forces de l'ordre. Et je ne perds donc pas une minute, vous m'en excuserez. Je ne savais pas qu'il fallait s'excuser d'être efficace. Le travail entre cabinets a repris à la suite de l'avis reçu de la part du Conseil d'État. Cet avis portait sur le texte adopté en première lecture et dont le texte, rediscuté actuellement entre partenaires, intègre les remarques, comme c'est la tradition. Ce n'est pas à un représentant chevronné comme vous que je vais l'apprendre. Ce sont des remarques qui, contrairement à ce que j'ai pu lire dans certains médias, ne remettent pas en cause – et c'est crucial – les principes structurants du texte, en premier lieu le principe même de la fusion. Mais comme le dit si bien l'expression: "Qui veut noyer son chien l'accuse de la rage". Si je reprends votre propre expression, je pense que le brol, c'est la situation actuelle qui montre ses limites pour la sécurité de toutes les Bruxelloises et tous les Bruxellois, dont je suis par ailleurs. Monsieur De Smet, je réaffirme ma volonté d'aboutir à la fusion des six zones de police bruxelloises durant l'année 2027 avec un seul objectif: renforcer la sécurité des habitants de Bruxelles et de tous ceux qui y travaillent ou la visitent. Monsieur le ministre, je ne pensais pas que vous alliez invoquer la situation sécuritaire de Bruxelles alors que la presse nous apprend en effet que la première année de l'Arizona a été la pire année pour Bruxelles avec 96 fusillades. Franchement, si une zone unique était le remède à cela, la zone unique d'Anvers serait la plus tranquille du pays. Ce n'est pas le cas. Je me tourne vers Les Engagés, parce que la renégociation de la norme KUL était liée à la fusion des zones de police. En effet, la presse vous prête l'intention d'avancer très vite et de faire avancer le dossier en kern. Chers Engagés, je sais que vous êtes toujours encore un peu prisonniers dans cette coalition, mais vous pouvez cligner des yeux éventuellement. Allez-vous continuer à lier la révision de la norme KUL à l'aboutissement de cette fusion demain? Nous verrons et j'espère que vous tiendrez parole sinon cette fusion n'aura vraiment aucun sens. De politie-interventies in Matonge "Ils sont venus en masse. Il y a eu une cascade de police, ils ont cassé nos portes, saccagé nos salons, arrêté des gens. Moi je suis en ordre, j'ai mes papiers, mais mon salon a été cassé." Monsieur le ministre, voici le témoignage parmi tant d'autres d'une commerçante à Matonge. Depuis le mois de novembre, le quartier de Matonge subit des descentes de police répétées, manifestement violentes et disproportionnées. La galerie de Matonge est le cœur d'un quartier historique né dans les années 1950, un quartier vivant, populaire, riche de ses cultures, un quartier emblématique de Bruxelles et de sa diversité – pour celles et ceux qui ne connaissent pas Bruxelles. Mais depuis de longs mois, le paysage de Matonge n'est plus le même et ses habitants et ses commerces subissent les conséquences d'une politique de contrôle intensive. En novembre, une première descente a mobilisé plus de 200 agents – 200 agents! –, accompagnés de la brigade canine, une démonstration de force, pour au final seulement 25 constats. Depuis, les contrôles se multiplient, parfois au quotidien, des commerces sont saccagés, des travailleurs et des travailleuses sont brutalisés, des clients sont effrayés. En fin de compte, ce sont les habitants qui vivent dans la peur, la peur de travailler, la peur d'ouvrir leurs commerces, la peur d'être là, tout simplement. Monsieur le ministre, ces méthodes ne semblent pas proportionnées, elles ne créent pas de sécurité; au contraire, elles produisent de l'instabilité, de l'angoisse et de la défiance. Je me pose une question: derrière cette "surprésence" policière, y a-t-il une volonté d'effacer Matonge, un quartier situé entre les zones européennes et le quartier Louise, soumis à une forte pression immobilière? On connaît cette mécanique de gentrification: on stigmatise, on multiplie les contrôles, on vide et puis on revalorise. Monsieur le ministre, comment les discussions en amont de ces interventions entre la zone de police, le parquet et la police fédérale se sont-elles déroulées? Un dialogue a-t-il été instauré avec les commerçants et les habitants? Enfin, pouvez-vous me garantir qu'il n'y a aucune volonté politique d'appauvrir, de vider ou de faire disparaître la richesse culturelle du quartier de Matonge? Madame Maouane, sur la base des informations qui m'ont été transmises par la zone de police PolBru, l'action intégrée qui a eu lieu le 20 novembre dernier a été ordonnée par M. le procureur du Roi. Elle fut menée conjointement par l'auditorat du travail et le parquet de Bruxelles en collaboration avec des inspecteurs de l'ONSS, de l'ONEM, de l'Inspection régionale de l'emploi, des SPF Finances, É conomie et Santé publique. L'Office des É trangers a également été mobilisé dans le cadre des contrôles portant sur les titres de séjour. Un bilan provisoire, dressé après l'opération fait état de: 14 procès-verbaux pour infractions DIMONA (travail non déclaré), 6 pour des irrégularités liées au travail à temps plein, ainsi que 5 pour emploi de personnes sans titre de séjour. Sur place, plusieurs commerces ont en effet été placés sous scellés, dont 7 sur ordre du substitut de l'auditeur du travail, présent durant l'opération. Alors, moi, je suis historien et ministre; pas mathématicien. Donc, je ne fais pas de calculs entre l'engagement des forces et le nombre de procès-verbaux ou de personnes arrêtées. L'objectif est de mener des opérations. Cela dit, madame Maouane, j'entends que vous dénoncez un biais raciste dans l'intervention de la police. Sachez que, si au cours d'une intervention policière, des actes de racisme étaient avérés, ils devraient être sanctionnés avec la plus grande sévérité. Vous savez que vous me trouverez toujours du côté de la probité et de la loi. Mais pas d'excuses! Les actions FIPA et BELFI contre le blanchiment d'argent ainsi que tout autre type d'opération destinée à renforcer la sécurité, le cas échéant, sur ordre du procureur du Roi, continueront à être menées là où elles le doivent, c'est-à-dire là où les informations et les renseignements de l'ensemble des services concernés signalent qu'elles sont le plus utiles, indépendamment de toute autre considération. Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse, ainsi que pour votre engagement de lutter avec force contre le racisme systémique et institutionnel au sein de la police. Je l'ai bien entendu et ne manquerai pas de revenir. Merci, en tout cas, de lutter contre ce phénomène. Nous y serons attentifs. Pour ma part, je tenais à souligner un climat de peur et de répression dans un quartier qui est très aimé des Bruxelloises et des Bruxellois. Certains commerçants et commerçantes ont peur aujourd'hui. Il est donc normal que des contrôles soient effectués et que des procès-verbaux soient dressés. Mais ma question est de savoir si, derrière cette démonstration de force, ne se dissimule pas une volonté de stigmatiser un quartier et de faire partir une population pour en installer une autre. Ce n'est pas uniquement à l'échelle fédérale, vous en conviendrez. La majorité locale a aussi son mot à dire. Des questions doivent donc se poser. Pour moi, la question est: quelle est la prochaine étape? Va-t-on encore accepter que des quartiers continuent à se gentrifier? Het gesprek met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap over veiligheid Het opvoeren van de strijd tegen antisemitisme in België Mijnheer de minister, de schutter laadde zijn geweer en begon lukraak te schieten op joodse burgers. Er vielen doden en gewonden. Neen, ik heb het niet over de aanslag een paar dagen geleden in Bondi Beach, maar over de aanval enkele jaren geleden op het Joods museum van België, niet ver hiervandaan. Ik had evengoed kunnen spreken over de aanval op de Tree of Life synagoge in Pittsburgh in 2018 en, dichterbij huis, over de moordende raids op synagogen in Halle (Duitsland) of Manchester (Verenigd Koninkrijk) in oktober, enkele weken geleden. We hebben vernomen dat de daders van de aanslag in Bondi Beach training kregen van Islamitische Staat. Met andere woorden, de aanslag overstijgt het lokale niveau, het betreft hier internationaal terrorisme. Ook al maakt de joodse gemeenschap slechts 0,2 % uit van de totale Europese bevolking, toch is zij nog altijd een slachtoffer in dit land, in Europa en in de wereld. Collega's, in de vorige eeuw werd mijn grootvader geviseerd en gedeporteerd om wie hij is. Vandaag worden zijn achterkleinkinderen nog steeds geviseerd om wie ze zijn. Mijnheer de minister, u sprak vandaag met leden van de joodse gemeenschap die zich zorgen maken over het eventueel terugdringen van een aantal maatregelen. Kunt u ons meedelen hoe dat gesprek is verlopen en of u hen hebt kunnen geruststellen? Monsieur le ministre, nous avons été émus, choqués, révoltés par l'attentat antisémite perpétré par des terroristes islamistes à Bondi lors de la Fête des lumières. Fêter la lumière est un engagement à combattre l'obscurantisme. Pour les islamistes, la lumière est intolérable, puisqu'ils sont englués dans cet obscurantisme. Fêter la lumière, c'est aussi un engagement à la vigilance, pour être toujours les premiers à défendre les droits et les libertés de toutes les communautés. Monsieur le ministre, j'ai eu l'occasion de rencontrer le maire de Waverley Council, Will Nemesh, en novembre dernier au séminaire international des maires contre l'antisémitisme, à l'invitation de Anne Hidalgo à l'hôtel de ville de Paris. Je l'ai assuré de notre soutien et de notre solidarité. Partout, nous assistons à la montée de l'antisémitisme, avec des violences physiques, des intimidations, des injures sur les réseaux sociaux. Cela n'arrête pas, monsieur le ministre! Je connais votre engagement contre l'antisémitisme. Il est nécessaire d'identifier, de surveiller, d'empêcher des individus de nuire à la communauté juive. Quelles sont les instructions données aux services de sécurité en la matière? Comment traquer l'antisémitisme? Quels sont vos liens avec la communauté juive de Belgique, aujourd'hui, pour la rassurer et la protéger? Mijnheer de minister, u krijgt vier minuten tijd. Mijnheer de voorzitter, geachte leden, de veiligheid van alle burgers verzekeren, is mijn kerntaak en mijn hoofdverantwoordelijkheid, mijn job, 24 op 7. Dat geldt zeker ook voor de joodse gemeenschap, die sinds de aanslag van 7 oktober 2023 bijzonder geviseerd wordt, des te meer sinds de laffe antisemitische aanslag in Sydney, die ik hier nog eens krachtig wil veroordelen. La protection des sites liés à la communauté juive sera bel et bien maintenue selon les mêmes standards qu'actuellement, qu'elle soit assurée par la police locale ou par la police fédérale, que ce soit à Anvers ou partout ailleurs en Belgique. C'est clair, c'est net, c'est dit! Elle ne sera évidemment jamais interrompue. Et si cela ne dépendait que de moi, nous pourrions encore la renforcer. Je vais y revenir. Ik wil heel transparant zijn. Er zijn wel degelijk contacten geweest met de lokale politie van Antwerpen en met de lokale autoriteit. Mais ces contacts portaient sur l'organisation du dispositif, justement pour en assurer le mieux possible l'efficacité, la continuité et la pérennité dans l'intérêt de tous. Ik betreur dus oprecht de gedeeltelijke en eenzijdige communicatie via televisie en radio van de afgelopen dagen. La diffusion de ces informations partielles et partiales n'a fait que causer davantage d'inquiétude au sein de la communauté juive d'Anvers et d'ailleurs. Mesdames et messieurs les députés, comme vous le savez, afin de mobiliser nos militaires en soutien à nos policiers, nous avons déposé à la table du gouvernement deux protocoles d'accord avec mon collègue de la Défense, Theo Francken. Een daarvan heeft specifiek betrekking op Antwerpen en wil expliciet de belangen en de veiligheid van de joodse gemeenschap sterker beschermen. Een akkoord laat op zich wachten. Ik betreur dat. J'espère que cette mesure ô combien cruciale pour la sécurité de toutes et tous pourra aboutir dans les heures à venir. Chacune et chacun doit prendre ses responsabilités, comme vous l’avez dit, monsieur Bacquelaine, pour assurer que la lumière ne soit jamais mise en danger. Mijnheer Freilich, voor u, voor mij en voor ons allemaal staat één zaak vast. Met de veiligheid van onze burgers mogen er nooit politieke spelletjes gespeeld. Vanmiddag heb ik op mijn kabinet de vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap ontvangen en aandachtig naar hun bezorgdheden geluisterd. Cette rencontre s’inscrit dans un dialogue constructif et effectif que nous menons avec eux depuis le début de mon mandat. Ik heb hun verzekerd dat niet wordt geraakt aan de beveiliging van de joodse belangen en van de joodse gemeenschap of van de bevolking in het algemeen. Ik roep daarom iedereen op tot sereniteit. C’est ce que l’on doit pouvoir attendre de tout responsable politique. Je vous remercie. Afgelopen zondag was de premier in Antwerpen voor het joods chanoekafeest. In zijn speech verklaarde hij: "Laat er geen enkel misverstand over bestaan: we zullen de volle verantwoordelijkheid opnemen om te waken over de veiligheid van u, van uw kinderen, van uw kleinkinderen hier in deze stad en in dit land." Mijnheer de minister, ik ben dan ook bijzonder opgelucht met uw aankondiging dat de federale eenheden toch in Antwerpen zullen blijven. In u zie ik dan ook een sterke partner in de strijd tegen racisme, antisemitisme en intolerantie. Ik wil u daarvoor oprecht danken, niet alleen in eigen naam en in naam van mijn fractie, maar bovenal namens alle Antwerpenaren die zich ongerust voelden de voorbije dagen en die vandaag opnieuw opgelucht kunnen ademhalen. Monsieur le ministre, merci pour votre engagement ferme. Puis-je vous demander de rappeler à votre collègue, M. Beenders, que j’ai interpellé il y a un mois ici, de respecter de l’accord de gouvernement quant à la désignation d’un coordinateur interfédéral de lutte contre l’antisémitisme? Cela me semble important. Cette lutte contre l’antisémitisme doit se faire à tous les niveaux. Il faut la coordonner, et désigner une personnalité forte qui incarne cette lutte – c’est absolument indispensable aujourd'hui – et qui le fasse en toute indépendance. Je lance un appel aujourd'hui à mes collègues élus locaux pour qu’ils rejoignent le mouvement international des maires contre l’antisémitisme, qui se tient en congrès chaque année, parce que la lutte contre l’antisémitisme doit être menée à tous les niveaux, également au niveau de nos collectivités locales, par l’éducation et l’émancipation. Merci de votre attention. Het aanhoudende geweld in en om asielcentra Mevrouw de minister, feministen van links noemen conservatieven vrouwenhaters. De pijnlijke realiteit is echter dat die voorvechters van vrouwenrechten al jarenlang, en nog steeds, mensen importeren die geen respect hebben voor vrouwenrechten. Een op de vier verdachten van zedenfeiten is een vreemdeling. Dat is een forse oververtegenwoordiging in verhouding tot hun aandeel in de bevolking. Het is verschrikkelijk, maar ik kan niet anders dan verwijzen naar de verschrikkelijke verkrachting die gisteren in Kortrijk heeft plaatsgevonden en die werd gepleegd door een Rwandees. Het gaat bovendien niet alleen om zedenfeiten. Om de negen dagen wordt in een asielcentrum een mes getrokken. Elke maand zijn er honderd zware geweldsincidenten, waaronder vechtpartijen, steekpartijen, vandalisme en bedreigingen. Mevrouw de minister, u bent politiek verantwoordelijk voor dat geweld. Wie geweld pleegt, krijgt vandaag een fopstrafje: een transfer naar een ander asielcentrum of een uitsluiting uit de opvang. Die maatregel bestond al voordat u minister werd. U besefte dat een fopstrafje alleen onvoldoende was en kwam daarom met een fopposter. (Mevrouw Francesca Van Belleghem toont een poster.) Op die poster staat dat geweld, messen en steekwapens niet zijn toegestaan in asielcentra. Mevrouw de minister, denkt u werkelijk dat dat soort belachelijke posters zal leiden tot een daling van het aantal geweldincidenten door asielzoekers? Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, laat mij meteen heel duidelijk zijn: geweld in opvangcentra, zowel tegenover personeelsleden als tegenover medebewoners, evenals geweld ten aanzien van de buurt die mensen opvangt, keur ik ten stelligste af. Onze opvang is bedoeld voor mensen die bescherming zoeken en respect voor de lokale gemeenschap die hen opvangt, is daarbij essentieel. Wie zich niet aan die regels houdt en onze gastvrijheid misbruikt, heeft geen plaats in onze opvang, noch in ons land. Fedasil treedt bij incidenten met geweld consequent en kordaat op. Bij fysieke agressie wordt er steevast voor gezorgd dat de dader het opvangnetwerk verlaat. Daarmee wordt niet alleen de veiligheid van andere bewoners en van het personeel beschermd, maar wordt ook een duidelijk signaal gegeven dat geweld nooit wordt getolereerd. Bij agressie worden ook de andere asielinstanties betrokken, zodat ook zij de nodige stappen kunnen ondernemen in het licht van de lopende procedure van de betrokkene. Daarnaast wordt er natuurlijk ook nauw samengewerkt met de politie en met het gerecht. Tegelijkertijd wordt er sterk ingezet op preventie en opvolging. U vindt dat misschien allemaal belachelijk, maar er worden wel degelijk zaken gedaan. De samenwerking met lokale besturen en politiezones wordt versterkt. U duidt nu één aspect aan, maar er gebeuren verschillende zaken. Zo is er ook informatie-uitwisseling met de politie en met justitie. Mevrouw Van Belleghem, ondanks de hoge druk op het opvangnetwerk zien we dalende cijfers – u kunt het opzoeken - van het aantal incidenten. Laat mij duidelijk zijn, elk incident is er uiteraard een te veel, maar ik wil er toch op wijzen dat incidenten eerder de uitzondering zijn dan de regel. Ik benadruk graag dat menselijkheid en veiligheid absoluut hand in hand gaan. Een menselijk opvangbeleid kan alleen bestaan als het ook een veilig opvangbeleid is. Weet u waarom, minister, ik me bij het Vlaams Belang heb aangesloten? De reden is niet dat ik uit een Vlaams nest kom of dat mijn ouders Vlaams Belangers waren, integendeel. De reden is dat ik in mijn studententijd in Kortrijk en Leuven bijna elke avond werd nagefloten, aangesproken of lastiggevallen. Ik hoef er geen tekening bij te maken, mevrouw de minister, het ging niet om Jan, Pol of Piet. Vreemdelingen zijn fors oververtegenwoordigd in zedenfeiten: een op vier. Om de negen dagen is er een mesincident in de asielcentra. Het Vlaams Belang is de enige partij die dat luidop durft te zeggen. Daarom ben ik lid van het Vlaams Belang.

Plenaire vergadering op 18 december 2025

Van 14h18 tot 18h33 (4 uur en 15 minuten)

13 vragen, 0 voorstellen, 54 stemmingen

Volledig verslag op dekamer.be

Aanwezigheid

139/150 (93%)

Afwezigen

De volgende 11 kamerleden waren afwezig bij tenminste de eerste naamstemming. Het is mogelijk dat deze kamerleden alsnog aanwezig waren vanaf de tweede naamstemming of later. Het is ook mogelijk dat de kamerleden uitgesloten waren bij de eerste stemming voor een legitieme reden.

CD&V Sammy Mahdi
MR Denis Ducarme
N-VA Axel Ronse
PS Hugues Bayet
PS Marie Meunier
PTB Nadia Moscufo
VB Kurt Moons
VB Kurt Ravyts
VB Dominiek Sneppe
VB Lode Vereeck
Vooruit Jeroen Soete

Vragen

De vragen die gesteld werden tijdens deze vergadering.

economie en werk

De niet-toeleidbaren en de beperking van de werkloosheid in de tijd
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
Duur van werkloosheid en uitkeringsbeperkingen

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Jeroen Van Lysebettens bekritiseert minister Clarinval omdat diens hervorming 10.000 chronisch zieken en kwetsbaren zonder uitkering laat vallen, terwijl ze willen werken maar door het systeem in de steek gelaten worden—hij eist een directe uitbreiding van het statuut voor niet-toeleidbaren. Clarinval verdedigt de hervorming door te stellen dat niet-toeleidbaren tijdelijk via leefloon en OCMW-steun opgevangen worden en belooft een alternatief systeem pas in 2028, wat Van Lysebettens "broddelwerk" noemt. Van Quickenborne (Open Vld) steunt de tijdsbeperking op werkloosheidsuitkeringen maar hamert op ontvetting: hij wil vakbonden en ziekenfondsen digitaliseren om miljarden te besparen, aangezien hun huidige financiering (o.a. 200 miljoen/jaar voor uitkeringsadministratie) inefficiënt is. Clarinval bevestigt dat de administratiekosten slechts 10% dalen (20-27 miljoen) ondanks 33% minder werklozen, maar belooft verdere evaluatie—terwijl Van Quickenborne dit onvoldoende vindt en pleit voor radicale bezuinigingen op "oude structuren".

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de minister, vandaag lezen we op de voorpagina van De Standaard het verhaal van mevrouw Doucy. Zij is meer dan 20 jaar werkloos en zal door uw beleid haar uitkering verliezen. Nochtans wou ze werken, volop zelfs. Ze werkte jarenlang, elke dag, tot ze thuis kwam en volledig uitgeput was. Ze werkte deeltijds, maar de vermoeidheid bleef. Na een jaar van medische tests en onderzoeken luidde de conclusie dat ze volgens de VDAB te ziek is om te werken, maar volgens het RIZIV niet ziek genoeg is.

Er bereiken ons talrijke getuigenissen van mensen die hard hebben gewerkt tot ze niet meer konden. Het gaat om mensen met chronische aandoeningen, mensen met autisme, die daardoor geen plek vonden op de arbeidsmarkt en vaak zelfs niet zelfstandig kunnen wonen. De verhalen verschillen, maar de conclusie is dezelfde: die mensen willen werken, maar zijn slachtoffer van een systeem dat niet werkt. Alleen al in Vlaanderen verkeren er zowat 10.000 mensen in die situatie. Een groot deel van hen zal binnenkort zonder uitkering vallen, zonder perspectief en zonder hoop.

Nochtans kunt u dat oplossen door de uitzondering voor niet-toeleidbare jongeren uit te breiden naar die personen. Dat is een concrete oplossing voor een concreet probleem. U weet dat die oplossingen bestaan; uw coalitiepartners hebben u daar bovendien op gewezen. Vorige week heb ik zelf een wetsvoorstel ingediend.

U onderneemt echter geen actie. Over twee weken zullen die mensen, die door chronische ziekten of andere beperkingen niet kunnen werken, hun uitkering verliezen. Ze verdwijnen niet, maar zullen door de arizonaregering in bittere armoede belanden. Is dat het plan achter uw beleid: Arizona als armoedemotor van België?

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, wij zijn de enige oppositiepartij die uw beperking van de werkloosheid in de tijd steunt. We zijn dus constructief, vooral omdat die beperking werklozen activeert en arbeidstekorten worden ingevuld. Dat is een goede zaak.

Mijnheer de minister, we hebben wel altijd gezegd dat, als u die hervorming wil laten lukken, de beperking in de tijd aan een ontvettingsoperatie gekoppeld moet worden. Vandaag betalen de vakbonden de werkloosheidsuitkeringen uit. Dat gebeurt in geen enkel land. Dat kost de belastingbetaler meer dan 200 miljoen euro per jaar. De logica is dus dat hoe meer werklozen er zijn, hoe meer dotaties er volgen. Dat is het businessmodel van onze vakbonden.

Mijnheer de minister, er is daarvoor een simpele oplossing. Doe zoals in alle Europese landen en digitaliseer het systeem. Dan kunt u de vakbonden afschaffen, want dan zijn ze niet meer nodig.

Dat is voor de arizonaregering echter misschien iets te hoog gegrepen. J’ai donc une deuxième suggestion . Puisque le nombre de chômeurs diminuera d’un tiers , maak ik mij de volgende bedenking. Een derde minder werklozen betekent ook een derde minder dossiers en dus een derde minder dotaties aan de vakbonden. Dat denk ik dan toch.

Daarom heb ik drie eenvoudige vragen.

Ten eerste, mijnheer de minister, goede minister van Arbeid en de eerste liberale minister op het departement Werk sinds 1924, wat is de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd op het aantal dossiers?

Ten tweede, wat is de impact daarvan op de dotaties aan de vakbonden?

Ten derde, ook als er inderdaad een derde minder dossiers te behandelen zijn, zouden de dotaties naar verluidt toch niet met een derde afnemen. Klopt dat of niet? Ik hoor graag wat u daar eventueel aan wilt doen.

David Clarinval:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, de bevoegde regionale arbeidsbemiddelingsdienst erkent al wie geconfronteerd wordt met duurzame psychomedische en sociale problemen die elke inschakeling in de reguliere of aangepaste arbeidsmarkt onmogelijk maken, als niet-toeleidbare werkzoekende. Dat statuut, dat in 2019 werd ingevoerd, legt een paradox bloot. Personen van wie is vastgesteld dat zij niet in staat zijn om te werken, worden langdurig in de werkloosheidsverzekering gehouden, terwijl die verzekering net is bedoeld als een activerend systeem naar werk. Met oog voor die menselijke en sociale realiteit heeft de regering beslist het systeem van de beschermingsuitkeringen voorlopig te behouden, zodat ik samen met mijn collega Beenders een alternatieve oplossing kan uitwerken die het mogelijk maakt het stelsel vanaf 2028 te vervangen.

Ik beklemtoon dat wij niemand aan zijn lot overlaten. Personen die hun recht op werkloosheidsuitkeringen verliezen en niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken, zullen een beroep kunnen doen op het leefloon met begeleiding door de OCMW’s. Daarom voorziet de regering ook in een substantiële compensatie voor de OCMW’s en zal zij jaarlijks 50 miljoen euro investeren in een groeipad voor de sociale economie. Op die manier wordt ook meer perspectief geboden op werk voor wie geen toegang heeft tot de reguliere arbeidsmarkt.

Mijnheer Van Quickenborne, mijn administratie verwacht een daling van het aantal fysieke eenheden met 108.295 fysieke eenheden in 2026 en met 143.660 fysieke eenheden in 2027 ten opzichte van een situatie zonder werkloosheidshervorming. Het valt ook op te merken dat de hervorming gepaard gaat met een aanzienlijke vereenvoudiging van de regelgeving en dat ze anticipeert op de efficiëntiewinsten als gevolg van de implementatie van eGov 3.0.

De RVA kent een vergoeding toe voor de administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen. De vaststelling van die vergoeding en de verdeling over de uitbetalingsinstellingen is gebaseerd op het koninklijk besluit van 16 september 1990 tot vaststelling van de vergoeding van de administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen belast met de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen.

Op basis daarvan schat de administratie dat de administratiekosten in 2026 en 2027 zullen dalen met respectievelijk 20 en 27 miljoen. Het verschil tussen de aanzienlijke daling van het aantal vergoede werklozen en de relatief beperkte afname van de administratiekosten vloeit voort uit de huidige berekeningsmethodiek, waarbij volumeschommelingen slechts in beperkte mate doorwerken in de vaststelling van de vergoeding.

De financiering en de werking van de uitbetalingsinstellingen blijven een aandachtspunt. In dat kader zal ik de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd dan ook zorgvuldig opvolgen en, indien nodig, nagaan of bijsturingen aangewezen zijn, op basis van objectieve evaluaties.

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de minister, dit is exemplarisch voor het broddelwerk van Arizona. Men voert iets in, men dompelt de mensen onder in onzekerheid en in 2028 zal men eens kijken wat de gevolgen zijn. Dat is toch niet te doen?

Bijkomend ziet u het OCMW als oplossing voor alles wat er dan misloopt. Iedereen die nergens terechtkan moet in de bijstand. Dat is geen oplossing voor deze mensen. De OCMW's zelf vragen om specifieke oplossingen voor specifieke problemen. U voorziet inderdaad extra financiering, maar die zal ook broodnodig zijn, want de vloedgolf die op ons afkomt, is niet te onderschatten.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, eigenlijk zegt u dat er in 2026 een daling met 20 miljoen zal zijn en in 2027 een met 27 miljoen. Op de totale massa is dat een daling van ongeveer 10 %, terwijl het aantal werklozen daalt met 33 %. Het is een stap, maar het is een te kleine stap.

Je sais que mon collègue M. Bouchez dit toujours: "Au nom de ma formation politique, il n'y aura pas de nouvelles taxes".

Mag ik u een tip geven voor de volgende begrotingsrondes, die er ongetwijfeld aankomen? Luister ook naar wat het IMF zegt. Bespaar op de oude structuren. De ziekenfondsen in ons land krijgen jaarlijks 1,4 miljard euro om een job te doen die een app in 3 seconden kan doen.

Exact hetzelfde geldt voor de vakbonden.

Collega's, in de plaats van taks, taks, taks, zou ik zeggen: ontvet, ontvet, ontvet. Dat moeten we doen. Dank u.

Voorzitter:

Dank u wel, collega Van Quickenborne. Ook bedankt voor de gezondheidstip die u ons meegegeven heeft. Met het oog op de eindejaarsfeesten is dat niet fout.

economie en werk

De evaluatie van de dagcontracten door de NAR

Gesteld door

Vooruit Anja Vanrobaeys

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Anja Vanrobaeys (Vooruit) kaart aan dat dagcontracten ondanks het sanctiemechanisme (sinds 2023) nog steeds tot onzekerheid leiden, omdat werkgevers via omzeilconstructies (tweedaagse contracten, interim-omzeiling) het systeem misbruiken, en eist concrete uitvoering van de sociale partners' aanbevelingen om dit tegen te gaan. Minister Clarinval bevestigt dat de maatregel deels werkt (halvering dagcontracten in uitzendsector), maar erkent de nieuwe omzeilpraktijken; hij wijst op een lopende evaluatie (advies Nationale Arbeidsraad, deadline juni 2025) en belooft verdere monitoring zonder directe actie. Vanrobaeys dringt aan op onmiddellijke stappen—zo niet, dreigt ze met eigen wetsvoorstellen—om "zekerheid voor wie werkt" af te dwingen, verwijzend naar het regeerakkoord dat uitvoering van de aanbevelingen vereist. De kern: dagcontractenmisbruik blijft bestaan door regelontwijking, maar politiek en beleid botsen over de urgentie van oplossingen.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, voor duizenden werknemers betekent werken met een dagcontract elke ochtend wachten op een sms: kan ik werken, of niet? Sommige mensen leven zo tien, vijftien of zelfs twintig jaar in onzekerheid, onzekerheid over hun inkomen die dag, onzekerheid over of ze wel een lening kunnen aangaan, onzekerheid over hun toekomst. Zo kan men zijn leven niet beginnen.

Sinds 2023 bestaat er een sanctiemechanisme dat het misbruik van opeenvolgende dagcontracten moet terugdringen. Werkgevers die werknemers met dagcontracten aan het lijntje houden, moeten een extra bijdrage betalen. Dat werkt, want op twee jaar tijd is het aantal dagcontracten met meer dan de helft gedaald.

Maar er blijft een probleem. De werkgevers geven nu contracten voor twee dagen, of ze geven dagcontracten buiten de interim. Eigenlijk zijn dat creatieve constructies, gewoon om de regels te omzeilen. Dat toont één ding aan, namelijk dat die werknemers nog steeds in onzekerheid blijven, terwijl die werkgevers ondertussen de winst opstrijken.

De sociale partners hebben dat dinsdag bevestigd. Ze formuleren duidelijke aanbevelingen. De werkgevers mogen zich niet langer verstoppen achter meerdere uitzendkantoren om de regels te omzeilen. Misbruik van dagcontracten buiten de interim moet streng aangepakt worden. De overheid moet dat blijven opvolgen en moet ingrijpen wanneer het systeem wordt uitgehold.

Mijnheer de minister, zult u de aanbevelingen van de sociale partners uitvoeren? Zult u bijsturen, zodat het sanctiemechanisme geen lege doos wordt en zodat de werkende mensen kunnen rekenen op zekerheid?

David Clarinval:

Mevrouw Vanrobaeys, de wetgever en de sociale partners besteden bijzondere aandacht aan de problematiek van de opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector. In zijn advies nummer 2.310 heeft de Nationale Arbeidsraad uitdrukkelijk de noodzaak benadrukt om de effecten van het nieuwe systeem, dat op 1 januari 2023 in werking is getreden, te evalueren, zowel wat betreft de doeltreffendheid als de mogelijk ongewenste neveneffecten ervan.

In die context heeft mijn collega-minister Vandenbroucke de Nationale Arbeidsraad formeel verzocht om de maatregel met betrekking tot de opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector te evalueren. Dat verzoek past in het kader voorzien door zowel advies nummer 2.310 als door het federaal regeerakkoord. Het advies van de Nationale Arbeidsraad is er met name op gericht om uiterlijk op 30 juni 2025 over een analyse te beschikken op basis van de opvolging en monitoring uitgevoerd sinds de inwerkingtreding van de responsabiliseringsbijdrage, met name op basis van de gegevens die zesmaandelijks worden bezorgd door de RSZ.

Er werd me deze ochtend om 11.10 uur officieel een advies gecommuniceerd, mevrouw Vanrobaeys. Het advies van de Nationale Arbeidsraad concludeert dat de responsabiliseringsbijdrage, die sinds 1 januari 2023 wordt toegepast, doeltreffend is, aangezien ze heeft geleid tot een forse daling van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector. De Nationale Arbeidsraad stelt evenwel ontwikkelingseffecten vast, met een toename van uitzendcontracten van twee dagen, opeenvolgende dagcontracten buiten de uitzendsector en het inschakelen van dezelfde werknemers via meerdere uitzendkantoren. De Nationale Arbeidsraad beveelt dan ook aan de monitoring voort te zetten, het responsabiliseringsmechanisme uit te breiden naar gebruikers die een beroep doen (…)

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer de minister. In de wandelgangen wordt dat zeker voortgezet.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, voor Vooruit is het helder: wie werkt, verdient meer dan een sms. Wie werkt, verdient zekerheid. Vooruit heeft jarenlang misbruik van dagcontracten aangepakt. We hebben werkgevers gewezen op hun verantwoordelijkheid, maar vandaag zien we dat zij opnieuw achterpoortjes vinden. Het regeerakkoord is op dat vlak duidelijk: na de evaluatie worden de aanbevelingen van de sociale partners uitgevoerd. U vertelt mij over het rapport, maar het is tijd om aan de slag te gaan. Als u het niet doet, dan liggen mijn wetsvoorstellen klaar, want wie elke dag werkt, verdient zekerheid.

klimaat, energie en landbouw

De boerenbetoging
Het boerenprotest en de voedselsoevereiniteit van België
Het boerenprotest tegen het Mercosur-akkoord
De boerenbetoging
De boerenbetoging
Het boerenprotest
Boerenprotesten en voedselsoevereiniteit in België

Gesteld aan

MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Boerenprotesten in Brussel richten zich tegen het Mercosur-akkoord en strengere EU-regels (Green Deal, stikstof, PAC-bezuinigingen), die volgens hen oneerlijke concurrentie en financiële ondergang veroorzaken door goedkope import met lagere normen en dalende subsidies. Minister Clarinval (Landbouw) benadrukt weliswaar beperkte beschermingsmaatregelen in het akkoord (zoals snelle invoerbeperkingen bij prijsdalingen), maar kritiek blijft dat België zich onthoudt in plaats van actief tegenstemt—wat partijen als VB, CD&V en MR een verraad noemen, terwijl anderen (o.a. Open VLD) kansen in handel zien mits strenge controles. Kernpunt: de sector eist eerlijke handel, minder regeldruk en behoud van voedselautonomie, maar voelt zich genegeerd door zowel EU-beleid als de Belgische onthouding, ondanks ministeriële "garanties". Polarisatie tussen handelsvoorstanders (met voorwaarden) en fel tegenstanders (vrezend dumping en sectorineenstorting) domineert.

Dieter Keuten:

Collega’s, we hebben de betogers allemaal gehoord en gezien. Het Vlaams Belang is tussen hen gaan staan. Opnieuw zijn er tienduizenden radeloze landbouwers uit heel Europa hier in Brussel. Opnieuw. Vorig jaar waren er twee grote boerenprotesten. Toen al was de maat meer dan vol. Dat was echter voor de verkiezingen en dus werden er toen beloftes gemaakt. Vandaag moeten we vaststellen dat die beloftes niet zijn waargemaakt. Onze boeren worden nog steeds verder gewurgd, onder andere door uw regels, mijnheer de minister van Landbouw.

Er zijn de Green Deal, de natuurherstelwetten, de stikstofwetten, de mestbeperkingen en de verplichte labels. En nu wordt ook nog eens de deur opengezet voor goedkope import uit Zuid-Amerika, want de EU wil in allerijl de Mercosurdeal afsluiten, waardoor landbouwproducten geproduceerd volgens normen die ver onder onze standaarden liggen, massaal op onze markt zullen terechtkomen.

Voor de Vlaamse boer is de impact het zwaarst, want rundvee, gevogelte en suiker zijn voor ons zeer belangrijke sectoren, met hoge kosten en lage marges. Het is dan ook onmogelijk om te concurreren tegen import uit landen zonder vergelijkbare normen. De Vlaamse boer betaalt de prijs. Dat staat letterlijk in alle sectoradviezen.

Mijnheer de minister, u zei eerder dat België zich zal onthouden. Een onthouding beschermt echter niemand. Een onthouding betekent dat we niet voor onze boeren kiezen. Mijn vraag is dan ook hoe de regering dit akkoord zelfs maar kan overwegen, terwijl de risico’s voor onze landbouw zo duidelijk en zo groot zijn.

Laat u België aansluiten bij landen die het wel opnemen voor hun boeren, zoals Frankrijk en Polen? Of blijft u vasthouden aan een onthouding waarmee u onze landbouwers in de steek laat?

Benoît Lutgen:

Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, les manifestants réclament, ce jour, deux éléments. Il y a bien sûr l'enjeu du Mercosur mais également la réforme de la politique agricole commune (PAC) prévue par la Commission européenne, avec une réduction drastique des moyens, notamment en subsides et en soutien à l'agriculture; il s'agirait en l'occurrence d'une réduction de 30 %.

La conjonction de ces deux éléments-là, combinée à toute une série d'autres décisions qui ont été prises au niveau européen, qu'elles soient liées à des enjeux du Green Deal ou à des enjeux plus globaux, notamment au travers d'autres traités de libre-échange ces dernières années, montre une chose. D'un côté, on contrôle et surréglemente l'agriculture européenne et, de l'autre, nous ouvrons nos frontières sans possibilité de réel contrôle, avec en outre un sous-financement qui serait prévu au niveau de l'agriculture. Tout ceci aura bien sûr des conséquences dramatiques pour les exploitations agricoles de notre pays, mais également pour la sécurité alimentaire et la souveraineté alimentaire européenne.

J'attire votre attention sur le fait que c'est un enjeu essentiel. On a l'impression qu'on va pouvoir vivre en Europe en ayant de la nourriture européenne jusqu'à la nuit des temps. Les projections montrent très bien que nous risquons d'être dépendants demain. La force de l'agriculture européenne, c'est aussi d'avoir des liens particuliers avec notamment une partie de l'Afrique.

Compte tenu de tous les enjeux liés à la situation en Ukraine et en Russie, compte tenu du risque que 40 % de la production des céréales appartiennent à la Russie demain, monsieur le ministre, quelle est votre mobilisation? Comment avez-vous, ces dernières semaines, mobilisé vos collègues ministres régionaux pour avoir une stratégie au niveau belge afin, d'une part, de limiter au maximum tout ce qui traverse nos frontières européennes et, d'autre part, de défendre notre modèle agricole dans le cadre de la PAC?

Natalie Eggermont:

Mijnheer de minister, de boeren hebben zich vandaag luid en duidelijk laten horen. We konden ze horen tot binnen de muren van het Parlement en ze hebben gelijk. Boeren zijn essentieel. Ze zorgen voor het eten op ons bord. Ze verdienen respect. Ze verdienen ook dat ze hun boterham verdienen met hun werk. Ze werken keihard tot 60, 70 of 80 uur in de week. Ze komen echter vaak niet rond, want ze krijgen geen eerlijke prijs voor hun producten. U betaalt 2,6 euro voor uw pakje friet, maar weet u hoeveel de boer daarvoor krijgt? Hij krijgt 1 eurocent.

De productiekosten voor de boeren zijn de laatste jaren alleen maar gestegen, onder andere door de vele regels die worden opgelegd. De prijzen aan de kassa zijn ook gestegen. Het zijn echter niet de boeren die rijk worden. Dat geld gaat naar de grote spelers van de agro-industrie en de supermarkten, die de prijzen betalen en woekerwinsten maken op de kap van de consumenten en de boeren. Dat is allemaal dankzij het beleid van de politiek.

Daarbij komt nu, de druppel die de emmer deed overlopen, het Mercosurakkoord. De EU gaat een vrijhandelsakkoord aan met Latijns-Amerikaanse landen, allemaal op vraag ook van de agrobusiness, want in die landen zijn de regels minder streng. Men werkt er met goedkope arbeidskrachten. Men kan er allerlei pesticiden en hormonen gebruiken die bij ons verboden zijn.

Die bedrijven gaan daar dus produceren, goedkoper, met verboden producten en dan brengen zij die producten hier terug op de markt. Onze boeren, die aan allerlei regels moeten voldoen, kunnen daarmee niet concurreren, terwijl het water hen nu al aan hun lippen staat.

Begrijp me niet verkeerd. De boeren zijn niet tegen handel, maar ze willen wel dat het eerlijk is. Dat is het Mercosurakkoord niet. Dat akkoord is gemaakt op maat van de agro-industrie en de multinationals. Het wurgt de kleine boeren, zowel hier als in Latijns-Amerika, want ook daar zijn er protesten. De boeren vragen om te stoppen met te rijden voor het grote geld.

Mijn vraag is eenvoudig: zult u luisteren naar de boeren of blijft u de handpop van de agro-industrie?

Leentje Grillaert:

Mijnheer de minister, wij hebben hen allemaal gehoord. Onze landbouwers zijn boos en dat is terecht. De discussies rond Mercosur zijn bekend. De lat voor de Europese boeren wordt steeds hoger gelegd, terwijl de EU producten, die onvoldoende aan onze normen voldoen, toegang wil geven tot onze markt. De consument verwacht hoge kwaliteitsnormen voor elk product, maar die worden met dit akkoord onvoldoende gegarandeerd. Bovendien stelt de Europese Commissie een begroting voor van 2.000 miljard euro, waarvan 22 % wordt beknibbeld op het landbouwbudget. Wanneer we dat allemaal samenvoegen, collega’s, mijnheer de minister, hebben we landbouwers die minder steun krijgen, meer administratie moeten verwerken en daarbovenop nog eens concurrentie krijgen van buiten Europa.

Voor cd&v is dat onaanvaardbaar. Onze landbouwers hebben onze steun nodig, want op deze manier ondergraven we onze voedselzekerheid en onze strategische autonomie. Laten we duidelijk zijn, wij zijn niet tegen handel, absoluut niet, maar handel moet eerlijk zijn. Vrijhandel zonder gelijk speelveld is geen vrijhandel. Er is grote nood aan Europees beleid dat ruimte maakt in plaats van ze dicht te zetten, beleid dat investeringen en initiatief weer mogelijk maakt. Onze jonge boeren vragen rechtszekerheid, maar zij haken massaal af. Wij moeten hun alle kansen geven.

Ik heb daarom een aantal vragen, mijnheer de minister.

Hoe zult u tegemoetkomen aan de bezorgdheden van de landbouwers, zodat we een positief signaal kunnen geven aan de volgende generatie landbouwers? Hoe zult u zich verzetten tegen de afbraak van het landbouwbudget om de competitiviteit van de sector te waarborgen? Zonder boeren is er immers geen voedsel en zonder voedsel is er geen strategische autonomie.

Dank u wel voor uw antwoord.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, jaar na jaar stijgen onze sociale uitgaven. De productiviteit stagneert, de bevolking veroudert en de economie kent een zwakke groei. Er is welvaart nodig. Vrije handel met andere markten die nog niet aangeboord worden, kan wel degelijk welvaart brengen. Zo kunnen we ook ontsnappen aan de toenemende druk van landen zoals China. Vrije handel kan kansen bieden, niet alleen voor onze industrie, maar ook voor zuivelproducten, varkens, aardappelen, groenten, appels en peren.

Wederkerige garanties zijn in dat vrijhandelsakkoord wel degelijk ingebouwd, maar toch willen sommigen die kansen niet grijpen. Dat is in deze uitdagende geopolitieke tijden een gemiste kans. Een nieuw vrijhandelsakkoord staat los van de terechte bezorgdheden van de boeren. De echte druppel die de emmer doet overlopen, zijn de moeilijke en voortdurend veranderende regels, de rechtsonzekerheid en de administratieve overlast.

Men zal de minister en mezelf niet kunnen betichten daar geen oor naar te hebben. We hebben zelf samen gestreden om landbouw- en visserijproducten te redden, zoals de Ardense worst en de garnalen van onze Oostendse vissers.

We zijn zelf geconfronteerd met de kafkaiaanse regels. Op dat vlak moeten stappen worden gezet en is perspectief nodig.

Andere Europese landen hebben dat, samen met pro-boerenbewegingen, begrepen. Zij hebben niet in verspreide slagorde gehandeld, maar hebben voor zichzelf vrijstellingen verkregen op andere regels. Zij zien dat vrije handel ook kansen biedt.

Mijnheer de minister, bent u het met ons eens dat we, net zoals die andere landen, de vrije handel niet kunnen negeren en niet kunnen blijven voortploegen onder onze eigen kerktoren?

Youssef Handichi:

Monsieur le ministre, aujourd’hui plusieurs milliers d’agriculteurs, avec des centaines de tracteurs, sont dans les rues de Bruxelles pour mettre la pression sur l’Europe. Ils viennent exprimer leur colère mais surtout leurs craintes. Leur inquiétude est double: la signature possible dès cette semaine du traité de libre-échange avec le Mercosur et la baisse annoncée du budget de la PAC après 2027.

En ce qui concerne le Mercosur, vous le savez, nous sommes pour le libre-échange. Nous ne voulons pas refermer nos frontières, bien au contraire. Nos entreprises, y compris agricoles, ont besoin de marchés à l’exportation. Elles en sont conscientes et nous le disent. Cependant, le libre-échange ne peut pas signifier ouvrir grand les portes, notamment à la viande bovine produite dans des conditions qui ne sont pas comparables aux nôtres, avec des normes sanitaires, sociales et environnementales bien inférieures.

Nos éleveurs font des efforts au quotidien. Ils respectent des règles strictes. Ils investissent dans la qualité. Ils ne comprennent pas pourquoi ils sont mis en concurrence avec des éleveurs qui ne jouent pas dans la même catégorie. En deux mots, ils craignent une concurrence déloyale. Et cela, je pense que dans ce Parlement, nous en sommes conscients.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous rappeler quels sont les instruments que la Belgique peut activer au sein de l’accord UE-Mercosur pour défendre réellement nos agriculteurs, notamment les éleveurs bovins? Pouvez-vous confirmer que vous soutiendrez une approche exigeante sur le dossier Mercosur afin de protéger nos agriculteurs de tout dumping social, sanitaire et environnemental?

David Clarinval:

Monsieur le président, chers collègues, la manifestation des agriculteurs européens traduit d'une manière générale un malaise profond et structurel. Ce malaise se focalise aujourd'hui plus spécifiquement sur deux sujets: d'une part, le vote relatif à l'accord de libre-échange Mercosur et, d'autre part, la future enveloppe budgétaire prévue par la Commission pour la PAC.

La décision concernant l'accord Mercosur au sein du Conseil européen devrait être prise à la majorité qualifiée. Ce vote devrait intervenir ce vendredi après-midi. Vu les positions différentes adoptées par les différentes entités en Belgique, celle-ci s'abstiendra lors du vote sur cet accord.

J'ai personnellement demandé une analyse approfondie de l'accord Mercosur au SPF é conomie. À la lecture de cette étude, il faut en effet constater qu'au sein de cet accord, il y a des éléments favorables et défavorables. En termes d'éléments favorables, je retiens que sur le plan économique, l'accord Mercosur présente des opportunités pour plusieurs secteurs industriels comme le secteur des plastiques, des machines, du textile ainsi que pour certaines filières agricoles comme les produits laitiers ou les pommes de terre. Toutefois, nous sommes conscients que cet accord comporte des éléments défavorables. En effet, d'autres secteurs comme le sucre ou la viande bovine pourraient ressentir des effets négatifs.

Pour répondre aux inquiétudes persistantes du secteur agricole, la Commission a transmis le 3 septembre aux é tats membres ses propositions officielles relatives à l'accord qui inclut un mécanisme de sauvegarde. Elle a ensuite présenté le 8 octobre une proposition de règlement visant à renforcer la protection des agriculteurs en introduisant de nouvelles mesures permettant de réagir rapidement en cas d'augmentation soudaine des importations en provenance des pays du Mercosur ou de forte baisse des prix.

Die nieuwe procedures zijn er dus op gericht de snelle en doeltreffende uitvoering van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor landbouwproducten te garanderen en omvatten eveneens specifieke bepalingen voor bepaalde gevoelige producten zoals rundvlees, pluimvee, rijst, honing, eieren, look, ethanol en suiker.

Voor mij is het belangrijk te beschikken over een wereldmarkt met eerlijke concurrentie voor al onze economische actoren. De naleving van de fytosanitaire regels is daarbij essentieel. Ik heb daar altijd voor geijverd.

Onze producten voldoen aan strikte eisen op het vlak van onder andere kwaliteit, productiemethodes en dierenwelzijn. Het is onaanvaardbaar dat onze markt zou worden overspoeld door producten die niet aan dezelfde strikte eisen zijn onderworpen en die dus goedkoper of onder oneerlijke sanitaire voorwaarden kunnen worden geproduceerd.

Bovendien veroorzaakt de door de Europese Commissie beoogde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in het kader van het volgend meerjarig financieel kader 2028-2034 ongerustheid. Behalve de mogelijkheid dat de regelingen nog complexer zouden worden, zou het voorstel kunnen leiden tot een aanzienlijke verlaging van het budget dat aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt toegekend, momenteel geraamd op meer dan 20 %. Dat perspectief treedt naar voren op een moment waarop landbouwers worden geconfronteerd met een toenemende prijsvolatiliteit, een steeds sterkere internationale concurrentie en alsmaar strengere milieu- en gezondheidsvereisten.

In die context deel ik de ongerustheid van de landbouwwereld volledig en bevestig ik opnieuw mijn engagement voor een sterk, ambitieus en duidelijk afzonderlijk gemeenschappelijk landbouwbeleid binnen het volgend meerjarig financieel kader. De situatie in de landbouw is immers moeilijk, maar als minister van Landbouw blijf ik mij volledig inzetten om samen met de landbouwers duurzame oplossingen voor hun sector uit te werken.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, wat ik vanmiddag gezien heb, was geen betoging of geen manifestatie. Het leek meer op een dodenmars, een stille wake voor de teloorgang van onze primaire economische sector. De sector is niet overtuigd van de garanties die u opnoemt, van de engagementen die u zegt te willen opnemen. De boeren zijn niet overtuigd. Anders waren ze hier niet, vanmiddag, in Brussel, en ook vanmorgen al.

Zelfs partijen uit uw meerderheid zijn niet overtuigd. Bizar, toch? Ik vraag me echt af hoe cd&v die onthouding uitlegt aan de Boerenbond, aan het Algemeen Boerensyndicaat.

Mevrouw Verkeyn heeft heel terecht vermeld dat andere landen vrijstellingen bekomen hebben. Andere landen hebben met de vuist op de tafel geklopt, maar België niet. België zal zich onthouden.

Wij vragen u luid en duidelijk: onthoud u niet. Doe iets. Stuur Mercosur terug naar de onderhandelingstafel.

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, j'ai peu entendu l'essentiel: la stratégie pour préserver notre autonomie alimentaire. Dans votre engagement, il me semble important de jouer ce rôle fédérateur, de rassembler les ministres régionaux, d'élaborer une stratégie pour la PAC, de défendre un modèle de soutien aux exploitations agricoles de plus petite taille, de défendre notre diversification, de tailler à la hache dans les réglementations et les contrôles qui étouffent le monde agricole et de faire en sorte que, demain, le modèle wallon et belge puisse s'étendre sur la scène européenne et d'améliorer largement les contrôles à nos frontières. Quand on voit qu'on contrôle 0,086 % de colis chinois à l'échelle européenne, poursuivre ces exercices de libre-échange sans contrôle strict à nos frontières n'a strictement aucun sens.

Je vous remercie.

Natalie Eggermont:

Collega's, de tijd is rijp om ons een aantal fundamentele vragen te stellen. Landbouw is vandaag een mondiale business geworden, waarbij een handvol multinationals de plak zwaait en zich verrijkt op kap van de boeren en de consumenten. Dit is geen strijd van onze boeren tegen de boeren in Latijns-Amerika, maar het is een gezamenlijke strijd van iedereen die eerlijke, duurzame handel wil, die kleinschalige landbouw wil verdedigen tegen de macht van de agrobusiness. Ook in Latijns-Amerika komen de boeren immers op straat en verzetten zij zich, want de ravage daar is enorm. Bossen worden gekapt, mensen worden uit hun huis verdreven, huizen worden in brand gestoken en landbouwpercelen worden overgenomen en vervangen door grote sojaplantages.

Het is tijd om fundamenteel van koers te wijzigen, om te kiezen voor samenwerking en eerlijke handel, met respect voor de boeren aan beide kanten.

Mijnheer de minister, dat betekent niet u gewoon onthouden, maar tegenstemmen voor een echte koerswijziging.

Leentje Grillaert:

Collega's, en vooral collega Verkeyn, er moet mij toch iets van het hart. U bent een gewaardeerd collega, zoals u weet. Twee weken geleden hield u hier een vurig pleidooi voor de landbouw. Ik geloof oprecht in uw goede intenties, maar ik stel toch voor dat u de straat oversteekt en naar het Vlaams Parlement gaat, want daar kan mijn partij wel wat meer steun van de andere partijen gebruiken om de landbouwsector echt te steunen.

Voor het overige hoor ik hier veel enerzijds en anderzijds. Ik ben duidelijk: cd&v is tegen Mercosur! (Applaus op verschillende banken)

Mijnheer de minister, ik geloof ook in uw goede intenties, maar het is tijd om de hand aan de ploeg te slaan en te tonen dat u die goede intenties ook echt in de praktijk wil omzetten. Wij rekenen op u, maar vooral de sector rekent op u.

Voorzitter:

Mevrouw Grillaert werd onderbroken door applaus. Mocht dat applaus enkel van haar eigen fractie zijn, dan zou ik dat meerekenen in haar spreektijd, want de fractie kiest wat er gebeurt met de toegekende minuten, maar applaus van andere fracties kan ik haar moeilijk ten kwade duiden.

Charlotte Verkeyn:

Toen ik daarnet naar beneden kwam, echt vlak voor ik moest beginnen, ontving ik een e-mail. Daarin werd mij gevraagd of ik als lokaal bestuurder mijn lokale boeren wilde verwittigen dat er tegen 31 december opnieuw nieuwe Europese regels van kracht zullen zijn waaraan zij moeten voldoen.

Al die regels zijn het probleem. We reguleren ons kapot. Een vrijhandelsakkoord dat gericht is op welvaart vormt niet de kern van het probleem.

Mevrouw Grillaert, ik heb hier zes partijen gehoord die in wezen dezelfde mening delen. Laat dat de enige positieve boodschap zijn die we aan de boeren kunnen meegeven: boeren, u wordt eindelijk gehoord door de politiek.

Youssef Handichi:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement, il y a du positif, et nous allons le soutenir. Il y a quelques points qui sont à améliorer dans les secteurs du sucre et de la viande bovine. Je sais que vous y êtes attentif. Améliorer ce qui doit l'être, vous l'avez dit, c'est réagir rapidement. Nous vous connaissons et savons que vous êtes au boulot. Nous vous faisons donc confiance pour réagir rapidement.

gezondheid en welzijn

De ziekenhuishervorming
Het deskundigenrapport over de toekomst van het ziekenhuislandschap
Toekomst van ziekenhuiszorg en hervormingen

Gesteld aan

Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Caroline Désir waarschuwt dat 39 van de 132 algemene ziekenhuizen (1 op 3) tegen 2031 dreigen te sluiten of omgevormd te worden, wat kruciale diensten zoals spoed en kraamzorg in gevaar brengt—met name in Wallonië en Brussel—en de toegankelijkheid voor plattelandsbewoners ondermijnt, terwijl minister Vandenbroucke benadrukt dat het om herorganisatie (niet sluiting) gaat: specialisatie van complexe zorg in gespecialiseerde centra en behoud van lokale behandeling waar mogelijk, met concertatie (avisronde april-juni 2026) als sleutel. Gatelier (Les Engagés) beaamt dat reforme nodig is—mits drie voorwaarden: behoud van territoriale toegankelijkheid, afstemming met eerste lijn (huisartsen, kinesisten) en geleidelijke implementatie met draagvlak, maar hamert op de acute penurie aan huisartsen in rurale gebieden als knelpunt. Désir blijft skeptisch over de financiële haalbaarheid (160 miljoen euro besparingen in 2026) en eist dat proximiteit en spoedzorg—bijv. bij beroertes—centraal blijven, terwijl Vandenbroucke kwaliteit voor patient én personeel als doel stelt via schaalvergroting en taakverdeling.

Voorzitter:

Collega’s, mocht u voor de eindejaarsfeesten nog verlegen zitten om confetti, is bij dezen aan dat tekort voldaan.

Ik vraag u, bij alle opwinding die zich in dit Huis verspreidt, uw passende aandacht te geven aan de vraag van collega Désir.

Caroline Désir:

Monsieur le ministre, chers collègues, 39 hôpitaux sont menacés de fermeture. D'ici cinq ans, 39 hôpitaux généraux sur les 132 que compte notre pays pourraient disparaître, c'est-à-dire un sur trois.

Qu’est-ce qu’un hôpital général, chers collègues? C’est un établissement qui offre une large palette de services de soins: consultations, maternité, urgences, gériatrie, chirurgie et médecine interne. Ce sont ces hôpitaux qui assurent au quotidien une prise en charge de qualité pour les patients.

Monsieur le ministre, il y a un an, nous sommes montés au créneau pour dénoncer la fermeture annoncée des hôpitaux. À l’époque, vous aviez crié à la fake news , mais aujourd’hui, ce sont vos propres experts qui plaident ouvertement pour une restructuration sévère du secteur hospitalier. Bien sûr, vous me direz sans doute qu’il ne s’agit encore que d’une proposition.

Pourtant, ces orientations suscitent déjà les plus vives inquiétudes concernant l’accessibilité aux soins, en particulier en Wallonie et à Bruxelles. En effet, si vous suivez ce plan à la lettre, près d’un tiers des hôpitaux existants seront amenés soit à disparaître, soit à se transformer en hôpitaux de jour ou en structures de revalidation. Cela signifiera concrètement la fermeture de services cruciaux comme les maternités ou les urgences. Pour accoucher, il faudra parcourir des distances plus longues. Il en sera de même pour être transporté aux urgences.

Pourtant, monsieur le ministre, vous savez que la proximité est essentielle pour garantir la sécurité et l’accessibilité aux soins. Ce rapport ne contient malheureusement aucun élément clair qui puisse nous rassurer quant à l’impact de cette réforme sur l’accessibilité et la qualité des soins, en particulier pour les citoyens des zones rurales.

Monsieur le ministre, avez-vous déjà établi la liste des 39 sites qui devront se reconvertir ou fermer d’ici 2031? Quels seront les critères concrets qui permettront de garantir la (…)

Jean-François Gatelier:

Monsieur le ministre, notre paysage hospitalier doit évoluer pour faire face à des défis bien connus des citoyens: soins toujours plus complexes, pénurie de personnel, coûts croissants et inégalités d'accès selon les territoires. Réformer est indispensable si nous voulons préserver à long terme la qualité, l'accessibilité et la soutenabilité de notre système de soins.

L'accord de gouvernement prévoit que cette réforme soit menée en concertation étroite avec les entités fédérées au sein de la Conférence interministérielle Santé publique. Dans ce cadre, cette dernière a réceptionné hier le rapport du groupe d'experts sur la plateforme du paysage hospitalier qui sera soumis aux organes d'avis avant la définition de lignes politiques claires d'ici juin 2026. Pour Les Engagés, trois balises doivent impérativement guider ce travail: garantir l'accessibilité des soins sur l'ensemble du territoire, y compris dans les zones rurales, en tenant compte des réalités démographiques; assurer une réforme cohérente et concertée, articulée avec les autres réformes en cours tant au niveau fédéral qu'au niveau des entités fédérées; avancer par étapes avec des mesures d'accompagnement pour les patients, les soignants et les institutions.

Monsieur le ministre, quel sera votre calendrier de concertation avec les acteurs concernés? Les représentants des patients seront-ils associés à ce processus?

La réforme évoque une spécialisation des hôpitaux basée sur des volumes d'activités. Comment ces critères seront-ils définis et appliqués? Comment les spécificités territoriales seront-elles prises en compte afin de préserver l'accès aux soins? Pouvez-vous confirmer que les balises que je viens d'évoquer seront pleinement intégrées dans votre approche? Enfin, quelle est votre vision du développement de l'ambulatoire et de la prise en charge de la santé mentale dans le cadre de cette réforme?

Frank Vandenbroucke:

Chers collègues, notre ambition est d'offrir des soins de qualité pour tous. Le secteur des soins est soumis à une forte pression, les besoins augmentent en raison du vieillissement et, déjà aujourd'hui, nous manquons de personnel. C'est pourquoi il faut investir et réformer. Nous avons donc inclus une réforme globale du paysage hospitalier dans l'accord de gouvernement et, au printemps dernier, nous avons, en collaboration avec les ministres des entités fédérées, chargé des experts indépendants de rédiger un rapport.

Que dit ce rapport? Aujourd'hui, il y a trop de sites hospitaliers qui veulent tout faire, alors que les soins sont de plus en plus complexes et spécialisés. Cela entraîne une utilisation inadéquate des moyens et surtout du personnel, certainement pour des services qui doivent être disponibles 24 h sur 24 et 7 jours sur 7. En voulant offrir tous les soins dans chaque hôpital, nous en demandons beaucoup au personnel de soin, qui se donne corps et âme. C'est ce que disent les experts.

Ils se demandent si les soins prodigués aux patients en bénéficient. Le groupe d'experts nous invite à réfléchir, pas tellement à des fermetures, mais plutôt à des transformations en vue d'une meilleure organisation des hôpitaux. La distinction entre les hôpitaux qui ont des équipes de nuit et ceux sans équipes de nuit prend une part importante dans cette réflexion.

De plus, les soins complexes demandent beaucoup d'expertise et sont trop fragmentés, disent les experts. Car les patients ne savent pas toujours comment accéder aux soins appropriés, en particulier pour les cancers complexes et les maladies rares. De nouveau, les soins prodigués aux patients en bénéficient-ils?

Pour pouvoir offrir des soins d'une qualité optimale, il vaut mieux que les diagnostics et les plans de traitement complexes soient établis par ceux qui sont vraiment spécialisés en la matière. Les traitements à proprement parler peuvent être dispensés plus près de chez soi. Il faut réconcilier proximité et qualité, en tenant compte des spécificités territoriales et linguistiques. C'est clairement expliqué dans le rapport.

Il est dans l'intérêt de tous, le personnel, les infirmiers, les infirmières, tout le personnel soignant, mais aussi les patients, que tout le paysage hospitalier soit mieux organisé. Sur la base de cet avis, nous allons nous concerter avec tous les acteurs.

D'ici le mois d'avril, nous allons demander des avis au Conseil fédéral des établissements hospitaliers, aux partenaires sociaux, aux syndicats, aux employeurs, aux médecins, donc à tous ceux qui sont concernés. Sur cette base, entre fin avril et juin, nous commencerons les débats politiques. La concertation s'impose, mais aussi la volonté d'améliorer l'organisation du paysage hospitalier, je le répète, surtout dans l'intérêt du personnel soignant et des patients.

Caroline Désir:

Monsieur le ministre, je vous remercie.

Comme nous vous l'avons souvent dit, pour nous, une réforme du paysage hospitalier est sans doute nécessaire, mais pas au détriment de la proximité et de l'accessibilité des soins. Ce sera notre boussole dans cette réforme, en particulier pour les zones rurales en Wallonie. Ce sera également le cas pour Bruxelles. En effet, plusieurs hôpitaux publics risquent de disparaître. Dans plusieurs cas, les minutes comptent – par exemple, quand on fait un AVC. Pour nous, il est donc primordial que cette proximité soit assurée.

Le plan proposé par vos experts va être soumis aux organes de concertation. Vous nous l'avez dit. Cette concertation sera essentielle pour que la rationalisation ne soit pas le seul maître-mot de cette réforme et que les patients restent bien au cœur de la réflexion.

Enfin, nos craintes sont bien réelles concernant les moyens financiers qui permettront d'accompagner les hôpitaux dans cette réforme, étant donné que 160 millions d'euros d'économies leur sont déjà imposés en 2026.

Jean-François Gatelier:

Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir rassuré le secteur. Je suis convaincu qu'on ne parle pas de fermeture, mais bien de conversion pour disposer d'une médecine moderne qui corresponde aux traitements qui sont nécessaires aux patients. Les Engagés se montreront particulièrement attentifs au respect des balises que j'ai évoquées. Par ailleurs, je tiens à être très clair. La réforme du paysage hospitalier ne pourra réussir sans un renforcement simultané de la médecine de première ligne. Sans moyens accordés aux médecins généralistes d'éviter l'engorgement des hôpitaux, sans une valorisation des sage-femmes et des kinésithérapeutes, sans un meilleur accès aux soins de logopédie, sans une réforme juste et cohérente des soins à domicile, sans une première ligne forte, cette réforme ne fonctionnera pas. Enfin, j'insiste sur une urgence majeure: la pénurie des médecins généralistes qui s'aggrave et qui va encore s'aggraver dans les zones rurales, précisément celles qui subiront le plus l'impact de cette réforme. Là, monsieur le ministre, il y a urgence.

gezondheid en welzijn

De alarmsignalen met betrekking tot de erkenning van buitenlandse artsen

Gesteld door

Open Vld Irina De Knop

Gesteld aan

Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Vandenbroucke verdedigt het huidige systeem voor buitenlandse artsen (diploma-, zeden- en tuchtchecks), maar erkent dat 8.000 jaarlijkse EU-waarschuwingen over geschorste artsen niet actief worden gecontroleerd, ondanks dat 20+ landen dat wel doen. De Knop kaart scherp aan dat dit patiënten in gevaar brengt en wijst op structurele nalatigheid, terwijl de minister belooft het IMI-systeem te verbeteren en de Toezichtscommissie te versterken. Kernpunt: België negeert kritieke alerts, terwijl andere landen ze wel gebruiken.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, het jaar is bijna ten einde. Het eindigt zoals het was begonnen, namelijk met een nieuw schandaal in uw departement. Wij lezen iedere week in een ander artikel over misbruiken in de sector, gaande van het donorschandaal tot het schandaal over het feit dat zeventien auto's op kosten van het RIZIV werden gekocht. Vandaag gaat het over het feit dat in het buitenland geschorste artsen hier zonder problemen voort kunnen werken.

Nochtans waren er eerder al alarmsignalen. Wij hebben de problematiek immers al besproken in de commissievergadering van 21 oktober 2025. Nieuw zijn de cijfers. Vanuit het buitenland ontvangt u via een Europese databank maar liefst 8.000 meldingen per jaar. Bij elke waarschuwing zou er een alarm moeten afgaan. Dat zou ik ten minste verwachten. Die alarmen worden echter niet bekeken, zelfs geen enkele keer. De informatie komt niet van mij maar van uw woordvoerder van de FOD Volksgezondheid. Met 98 % van alle waarschuwingen over artsen die mogelijk misbruik hebben gepleegd of mogelijk zijn geschorst, doen wij dus helemaal niets.

Ik probeer mij dan voor te stellen hoe een en ander in de praktijk verloopt. Ik beeld mij een noodcentrale in met overal rode lichtjes maar niemand kijkt naar het scherm. Andere landen daarentegen, zoals Nederland, Zweden en Spanje, lezen alle berichten en gaan daar wel mee aan de slag.

Dat is niet goed. Het is niet goed voor de geloofwaardigheid van artsen. Het is niet goed voor u. Het is ook ronduit gevaarlijk voor de patiënten. Nochtans hebt u altijd de mond vol van de kwaliteit van de zorg. Kunt u mij toelichten wat u nu echt in dat dossier voor de patiënt doet?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw De Knop, wie in ons land als arts wil starten, moet bewijzen dat hij of zij over de juiste diploma's beschikt en een bewijs van goed gedrag en zeden voorleggen en er mogen geen tuchtmaatregelen zijn. Sinds kort is ook een taalcertificaat nodig. Dat wordt gecheckt, ook bij wie uit het buitenland komt.

De attesten worden afgeleverd door de bevoegde instanties van het land van herkomst, in veel gevallen equivalent aan onze administratie. Het is juist dat we daarvoor niet altijd het IMI-systeem gebruiken. U kon in De Tijd ook lezen dat lang niet alle lidstaten van de Europese Unie dat systeem gebruiken of correct gebruiken. Dat heeft inderdaad te maken met de structuur van het systeem. Het is geen eenvoudig dashboard met alarmlichtjes.

Tot 2024 waren het de deelstaten die dat controleerden. Zoals u ook kon lezen in De Tijd , bleek bij nazicht een positief attest aanwezig dat dateert van na het inbrengen van de alert. Het lijkt er dus op dat de Franse Gemeenschap geen reden had om aan de echtheid daarvan te twijfelen. Ik lees, net als u, ook in De Tijd dat de Zweedse administratie naar eigen zeggen aan de betrokkene nooit een dergelijk attest heeft afgeleverd. Mijn administratie doet nu opnieuw navraag bij de Zweedse collega's hoe nu echt de vork in de steel zit.

Meer in het algemeen wil ik zeggen dat elk vermoeden van inbreuk moet gemeld worden bij de Toezichtscommissie en dat we die moeten versterken. Ik pleit bij de bevoegde Europese directeur-generaal, mevrouw Gallina, om het IMI-systeem beter en beter hanteerbaar te maken, zodat de alerts gemakkelijker te raadplegen zijn. Tegelijkertijd moeten we in eigen boezem kijken en ons afvragen hoe we parallel en op een efficiëntere manier kunnen proberen hiervan een echte databank te maken.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, u antwoordt naast de kwestie door in te gaan op één casus. U weet heel goed dat het hier gaat over veel meer dan één casus. Het gaat over 8.000 waarschuwingen per jaar over artsen die in het buitenland geschorst worden. Uw diensten krijgen daarvan proactief een melding. Het minste wat u zou kunnen doen, vooraleer artsen een visum krijgen, is nagaan in de IMI-databank of zij geschorst zijn. Dat lijkt mij simple comme bonjour . Men moet het gewoon willen doen. U zegt dat niet alle landen daarmee werken. Meer dan 20 Europese landen, en niet van de minste, werken daar wel mee. Dus u kunt daar al mee beginnen.

U, mijnheer de minister, die zo gefocust bent op het controleren en het inperken van vrijheden van artsen en zorgverleners, laat echte fraudeurs ongemoeid. Op die manier ondergraaft u de verantwoordelijkheid van artsen en stelt u de patiënten bloot aan enorme risico's. (Rumoer)

Voorzitter:

U ziet dat er ook nog een leven is naast de micro.

economie en werk

De auteursrechten van journalisten
De gevolgen van de afschaffing van de forfaitaire belastingaftrek voor auteursrechten
Auteursrechten en fiscale regelgeving voor journalisten en creatieven

Gesteld aan

N-VA Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Pierre-Yves Dermagne en François De Smet kritiseren de regering voor haar fiscale aanval op journalisten, kunstenaars en auteurs, wier kwetsbare inkomens (vaak afhankelijk van auteursrechten) zwaarder belast worden door de afschaffing van de 50%-korting op de eerste tranche. Zij benadrukken dat deze groepen geen keuze hebben in hun belastingsstructuur (opgelegd door werkgevers) en dat de regering contraproductief handelt door hen naar het kunstenaarsstatuut te duwen. Jan Jambon verdedigt de maatregel als nodzakelijke budgettaire inspanning, wijzend op het voordeelige fiscale regime (15% in plaats van 7,5% effectief) en het hoge kostenniveau (€187 miljoen). Hij stelt dat iedereen een eerlijke bijdrage moet leveren, maar erkent dat echte beroepskosten nog aftrekbaar blijven. De oppositie verwerpt dit als hypocrisie: de regering treft precair betaalde sectoren (journalisten verdienen tot 30-50% via auteursrechten, kunstenaars gemiddeld €12.000-20.000/jaar) terwijl ze rijken ontziet, en ondermijnt zo democratische tegenmachten.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le vice-premier ministre, malgré les promesses de campagne ainsi que les déclarations viriles de certains présidents de parti de votre coalition – "Avec mon parti, il n'y aura pas d'augmentation de taxes", M. Van Quickenborne a rappelé cette phrase à de nombreuses reprises –, la classe moyenne, les travailleurs et les travailleuses sont chaque jour la cible de votre gouvernement depuis son installation, avec l'augmentation du plein d'essence ou de diesel, l'augmentation du prix de la pizza ou du sandwich en fonction de l'endroit où ils sont achetés et l'augmentation du prix du ticket de cinéma ou de concert. L'Arizona, finalement, c'est taxes, taxes, taxes!

Et vous vous attaquez, monsieur le vice-premier ministre, à une série d'acteurs fondamentaux de la vie en société, de la vie démocratique de nos sociétés, à savoir une série de contre-pouvoirs: les syndicats, les mutuelles – ce n'est pas une surprise –, mais aussi les artistes et les journalistes. Or ces travailleurs et travailleuses sont d'ores et déjà dans des situations qui sont particulièrement indignes du rôle qu'ils jouent pour notre société, avec des statuts hybrides, avec la nécessité notamment de devoir faire appel aux droits d'auteur et de ne pas pouvoir bénéficier d'un salaire et d'un traitement juste et équitable.

Monsieur le vice-premier ministre, nous nous sommes battus. Nous avons relevé les éléments injustes de vos réformes. Les secteurs se sont mobilisés. Nous sommes parvenus à faire en sorte que le statut des travailleurs des arts soit préservé, que ce soit le statut en tant que tel, les droits d'auteur pris en compte demain et aussi la pension.

Nous apprenons aujourd'hui que les journalistes (...)

François De Smet:

Monsieur le ministre, ce gouvernement a-t-il un problème avec ceux qui pensent, avec ceux qui écrivent et avec ceux qui essayent de vivre de leur plume? On finirait par croire que oui, et M. Ronse le confirme.

Vous avez décidé, dans le cadre de votre accord budgétaire de fin novembre, de supprimer l’abattement de 50 % sur la première tranche des droits d’auteur. Vous avez fait, il y a une semaine, une marche arrière partielle puisque l’abattement sera maintenu pour ceux qui ont le statut d’artiste. Tant mieux pour une série de professionnels comme par exemple les comédiens, les chanteurs ou les doubleurs.

Cependant, cela ne change rien pour les auteurs stricto sensu qui n’ont bien souvent pas le statut d’artiste. Cela leur fait une belle jambe! Pour les romanciers, les scénaristes ou les auteurs de bandes dessinées, les droits d’auteur représentent une part fondamentale de leurs revenus, et ils les perçoivent en général bien après la création.

Vous compliquez la vie de ces personnes et les renvoyez même vers le statut d’artiste alors qu’elles sont, pour beaucoup, indépendantes. C’est un contre-sens complet de votre politique. En outre, vous frappez de plein fouet un grand nombre de journalistes et de pigistes qui vivent des droits d’auteur. C’est le cas des journalistes salariés, dont les revenus sont souvent constitués jusqu’à 30 % de droits d’auteur, et des journalistes indépendants, pour lesquels cette part peut atteindre 50 %.

Monsieur le ministre, si ce n’est pas trop vous demander, est-il possible que l'Arizona cesse de taxer l’intelligence? Abandonnez purement et simplement la suppression de ces abattements fiscaux et rétablissez le droit d’auteur dans sa forme originelle!

Jan Jambon:

Cher collègue, je pourrais répondre par la négative à vos deux questions simples. (Rires)

Ce gouvernement est confronté à une mission budgétaire gigantesque. Aujourd’hui, un contribuable qui fait usage du régime des droits d’auteur bénéficie effectivement d’un régime fiscal avantageux comprenant un précompte mobilier de 15 %, une déduction de 50 % de frais forfaitaires sur la première tranche de 20 100 euros et une déduction de 25 % de frais forfaitaires sur une deuxième tranche allant jusqu’à 40 190 euros, jusqu’à ce qu’un montant maximal de 15 072,50 euros de frais forfaitaires soit atteint.

Le précédent gouvernement avait déjà mis en œuvre une réforme prévoyant une application plus stricte de ce régime fiscal avantageux. Selon les derniers chiffres de l’exercice d’imposition 2024, 87 212 contribuables ont eu recours à ce régime, pour un coût budgétaire de 187 millions d’euros.

Le gouvernement demande à chacun un effort, une contribution équitable. Je l'ai déjà rappelé ici à plusieurs reprises, c'est la réalité à laquelle nous sommes confrontés. Les journalistes qui optimisent une partie de leur rémunération via un payement sous la forme de droits d'auteur seront donc également touchés par cette mesure. Concrètement, il a été décidé de supprimer les frais forfaitaires en matière de droits d'auteur. Cela implique le doublement du taux effectif, qui passe de 7,5 % à 15 % pour la première tranche des 20 100 euros. La déduction des frais réels reste toutefois possible.

Pierre-Yves Dermagne:

Merci, monsieur le vice-premier ministre, pour vos réponses et pour les mots que vous avez utilisés, qui attestent de votre mépris vis-à-vis de certaines catégories de travailleurs et de travailleuses.

Vous parlez d'optimisation fiscale pour ces journalistes, qui sont en fait contraints, par leurs employeurs, d'être payés pour partie via des droits d'auteur. Vous ne tenez pas compte de leur réalité de terrain, de la manière dont ils sont insuffisamment rémunérés au quotidien, pour le travail de qualité qu'ils font et pour le rôle essentiel qu'ils jouent dans notre société. Je l'affirme même si nous sommes – je le suis parfois moi aussi – la cible de ces journalistes. Je trouve cela absolument essentiel qu'en démocratie ils jouent ce rôle.

Vous parlez d'optimisation, de coûts, de contribution juste de chacune et chacun. Je voudrais juste, monsieur le vice-premier ministre, mettre en vis-à-vis deux de vos mesures: celle que vous prenez pour les droits d'auteur des journalistes et le cadeau fiscal que vous faites à ceux qui gagnent plus de 20 (…)

François De Smet:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Il ne vous vient pas à l'idée que les journalistes, dont vous dites qu'ils touchent une partie de leurs revenus en droits d'auteur, ne l'ont en général pas choisi. Ce sont les directeurs des rédactions qui leur imposent de recevoir une partie de leur rémunération de cette manière. Ensuite, vous qualifiez les artistes bénéficiant d'un tarif ou payés à la prestation d'avantagés. En général, les artistes gagnent environ 12 000 euros par an s'ils sont salariés, et 20 000 euros s'ils sont indépendants. Ils ne sont pas avantagés. Vous avez dénaturé le droit d'auteur, en faisant entrer dans cette catégorie des gens capables d'écrire trois lignes de code informatique, et en restreignant les conditions pour les vrais artistes qui essayent d'avoir le statut. Et vous allez pousser des gens qui ont le statut d'indépendant, qui sont des auteurs, vers le statut d'artiste. Vous vous tirez, ce faisant, une balle dans le pied. Comme d'habitude, vous n'avez pas anticipé les suites de vos réformes, et c'est bien dommage!

economie en werk

De berekening door de minister van Financiën van de extra btw-ontvangsten uit meeneemmaaltijden
De verhoging van de btw en van de accijnzen op bepaalde producten
Btw- en accijnswijzigingen en financiële berekeningen door de minister van Financiën

Gesteld aan

N-VA Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Van Quickenborne en Hedebouw kritiseren de absurde btw-verhoging op meeneemmaaltijden (12% vs. 6% voor supermarktproducten), zoals verse pizza’s, broodjes en kerstbûches, die ze onlogisch, onuitvoerbaar en belastingtechnisch chaotisch noemen—met name voor bakkers en horeca. Jambon bevestigt dat de maatregel (uitgesteld tot 1 maart) 222 miljoen moet opbrengen (gebaseerd op FOD-ramingen), maar benadrukt dat de details nog in overleg zijn, terwijl hij een FAQ belooft voor "klaarheid". Critici hameren op het gebrek aan visie (snelle, slecht doordachte belastingverhoging op werkenden) en het politieke amateurisme, terwijl Jambon vasthoudt aan de plannen—zonder concrete oplossingen voor de praktische absurditeiten.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, leg eens uit aan een bakker dat er ’s ochtends 6 % btw moet worden betaald wanneer men een pistolet komt halen, terwijl op diezelfde pistolet, wanneer die ’s middags met beleg wordt verkocht, 12 % btw van toepassing is. Leg ook eens uit dat een pizzabakker die zelf een pizza bereidt en die laat afhalen daarop 12 % btw moet aanrekenen, terwijl diezelfde pizza, wanneer die diepgevroren in de supermarkt wordt verkocht, onder het tarief van 6 % btw valt.

Collega’s, straks is het kerstfeest. Ik wens u allemaal een kerstbuche toe. Wanneer men die kerstbuche binnenkort bij de meesterbakker gaat halen, collega Dedecker, betaalt men 12 % btw. Wordt die in de supermarkt gekocht, dan bedraagt het tarief slechts 6 %.

J'ai entendu notre collègue M. Bouchez parler d'une taxe de 12 % sur le salé et d'une taxe de 6 % sur le sucré!

Dit is Kafka in het kwadraat! Ik weet wat de minister zal zeggen. De minister zal zeggen: mijnheer Van Quickenborne, dat zijn modaliteiten; we zijn daar nog over aan het discussiëren.Maar, mijnheer de minister, het is nu eind december en die belastingverhoging start begin volgend jaar. De bakkers en de beenhouwers vragen duidelijkheid.

U, de heer Bouchez, cd&v en zelfs Vooruit hadden beloofd de winkelkar niet duurder te maken. Maar ze zal duurder worden met dit soort maatregelen.

Mijnheer de minister, er is één modaliteit waarover niet gediscussieerd kan worden, die 222 miljoen euro. Ik heb in de onderwerpregel van mijn vraag expliciet die vraag gesteld.

Voorzitter, u hebt dat gezien, en de minister wist dat die vraag zou komen.

Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk maar één vraag voor u: kunt u ons eens uitleggen, educatief als u bent, hoe u komt tot die 220 miljoen euro opbrengst uit de btw-verhoging voor meeneemmaaltijden? Als ik die vraag stel aan uw collega’s van het kernkabinet, zeggen ze: we weten het niet, en we hebben de indruk dat de heer Jambon het zelf ook niet weet.

Verlos ons van die vraag, mijnheer de minister.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le ministre des Finances, mais quelle créativité en Belgique! Vous faites preuve d'une créativité sans bornes pour aller chercher des taxes chez les travailleurs! Des jours de réunion pour arriver à des solutions splendides. Quelle puissance!

Vous avez discuté au sein du kern et vous avez décidé de faire passer la TVA à 12 % sur tout ce qui est à emporter. Ça veut dire, monsieur le ministre, que dans la même grande surface, si vous achetez une belle pizza fraîche, vous paierez 12 % et si vous achetez la même pizza congelée, vous paierez 6 %. Je ne sais pas comment le fisc va faire! Les contrôleurs regarderont et diront: "Oh, la mozzarella, elle est fondue, là c'est 12 %, monsieur. Là elle n'est pas fondue, c'est bon." C'est incroyable!

Kippetje aan het spit: 12 %. Datzelfde kippetje, toktok, nog niet aan het spit: 6 % btw. Echt waar! Hoe kunt u dat uitleggen?

Les croissants, les amis! Pour le croissant acheté à 8 h 30, le taux de TVA sera à 6 %. Pour le même croissant acheté à midi, elle sera à 12 %. Mais c'est fou ça!

Et qu'est-ce qu'on fait avec le croissant qu'on a acheté le matin et qu'on ne mange qu'à midi? On le paye combien? Ça, c'est le MR. Ça, c'est Les Engagés. Ça, c'est la N-VA.

C'est incroyable! Quand il s'agit de faire payer les travailleurs, vous faites des réunions de travail, et il en résulte des trucs tels que la planète entière va se moquer de nous. C'est incroyable! Il n'y a qu'en Belgique qu'on peut faire ça!

Savez-vous pourquoi vous êtes obligés de prendre des décisions pareilles? Parce qu'il y a une chose que vous refusez de faire. Faire payer les travailleurs pour aller à la salle de sport, on augmente la TVA. Idem pour les accises sur l'essence, le diesel. On fait payer en plus. Pareil pour le gaz, on fait payer en plus. On rend tout plus cher. Mais il y a une petite couche qui ne paye pas plus, les super-millionnaires. C'est ce tabou qui vous fait prendre aujourd'hui des décisions qui font de nous la risée du monde entier.

Jan Jambon:

Mijnheer de voorzitter, als er geen vraag wordt gesteld, wat word ik dan verondersteld te doen? Het was eigenlijk puur show. Er was geen vraag. Dan heb ik mijn tweede blad met het antwoord voor de heer Hedebouw niet nodig, want er is geen vraag.

Het onderwerp dat hier wordt uitgesponnen, met alle mogelijke egards en beelden, is eigenlijk nog ter bespreking binnen de regering. Ik hoop dat we dit morgen kunnen afronden, maar dat zal een beetje van de Europese top afhangen. Anders zal het maandag of dinsdag zijn. Ik ga dus niet vooruitlopen op wat we binnen de meerderheid nog moeten goedkeuren.

De regering heeft inderdaad beseft dat de vooropgestelde btw-hervorming zorgt voor de nodige onzekerheden in heel wat sectoren. Er zijn er hier een paar opgesomd. We hebben dan ook beslist om dit tot 1 maart uit te stellen. Dat is inderdaad nog altijd het begin van het jaar, maar het is toch al niet meer 1 januari. De enveloppe van de bomma is dan al lang neergelegd. We wachten dus nog twee maanden langer.

Voorts bekijkt mijn administratie hoe er zo snel mogelijk een FAQ bij de publicatie van het KB inzake de btw-aanpassing kan worden gepubliceerd. Op die manier kunnen we maximale klaarheid bieden voor vele prangende vragen.

Mijnheer Van Quickenborne, u stelde mij wel een concrete vraag. Voor de budgettaire ontvangsten hebben we ons gebaseerd, zoals altijd, op een raming van de FOD Financiën. De FOD Financiën heeft een fiche opgesteld, waarin staat dat er volgens de huidige ontwerpteksten een extra ontvangst van 361,5 miljoen euro is.

De lijn waar u het over hebt, is eigenlijk de lijn van takeaway en de btw-verlaging voor de niet-alcoholische dranken. De btw-verlaging voor de niet-alcoholische dranken bedraagt volgens dezelfde raming van de FOD Financiën 139,7 miljoen euro, dus 140 miljoen euro. As we die twee getallen samen in rekening brengen, komen we aan 221,8 miljoen euro. Dat bedrag werd dus ingeschreven in de begroting, op basis van berekeningen van de FOD Financiën.

Mijnheer Hedebouw, wat ik voor u had voorbereid, is misschien voor volgend jaar.

Vincent Van Quickenborne:

Collega's, dat is interessant. De minister zegt nu voor de eerste keer dat die netto 222 miljoen euro inderdaad gebaseerd is op het voorstel dat nu op tafel ligt. Dat betekent 12 % voor de verse pizza en 6 % voor de diepvriespizza, 6 % voor de croissants 's morgens en 12 % voor de croissants 's middags.

Mijnheer de minister, als u straks zegt dat het wordt beperkt tot enkel de horeca, dan zal het geen 222 miljoen euro zijn, maar veel minder. Dan zal uw budgettaire tabel een fictie blijken te zijn. Dat is de realiteit. U doet hier aan vogelpik, want de budgettaire tabel klopt niet meer. Die zal niet meer kloppen, tenzij u al die absurditeiten invoert. Dat is de realiteit.

U zegt dat u dat zult oplossen met een FAQ. Ha! Dat wordt de plezantste FAQ die we ooit gelezen hebben. (Gelach)

Nu, de Q is een mooie letter, dat weet ik, maar een FAQ van (…), dat gaat niet. Mijnheer de minister, doe ons een plezier: stop met al die Kafka, stop met al die zever. U zinkt weg in het btw-moeras. Stop ermee!

Raoul Hedebouw:

U gaat dus echt verder met al dat btw-gedoe? Ik had echt gedacht dat u zich na een beetje kritiek zou bedenken. Dat is immers in 24 uur besloten. Met de index was dat ook zo. De regering kon ook niet antwoorden op de vragen daarover. Wat een amateurisme! Waarom dat amateurisme? Omdat u gewoon op die paar dagen snel besloten hebt om 1,3 miljard euro binnen te halen via indirecte belastingen. U wist niet goed hoe of wanneer enzovoort, maar u had wel beslist om dat geld daar te halen. Daarom is er zoveel amateurisme, mijnheer de minister. Dat is het probleem. U gaat met een FAQ komen, maar wat gaat u daarin zetten? Misschien dat er een beetje bijgepast moet worden? Rien n'est clair dans votre réforme. La seule chose qui vous unit tous, c'est d'essayer de faire payer les gens, c'est d'aller chercher l'argent chez ces gens-là. Vous n'êtes pas capables de développer vos réformes. Cela fait des semaines que nous attendons que votre accord soit un peu plus clair. Cela fait des semaines que nous débattons. Vous ne savez pas répondre. Et c'est la raison pour laquelle, dans les semaines à venir, vous allez avoir beaucoup de pression à gérer, monsieur le ministre, et vous allez reculer sur votre réforme.

economie en werk

De 400.000 spookbedrijven in België

Gesteld door

Vooruit Niels Tas

Gesteld aan

N-VA Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Niels Tas (Vooruit) kaart spookbedrijven (400.000 in België) aan die btw-fraude en drugscriminaliteit facilteren, en eist prioritaire aanpak van deze grootschalige fraude die eerlijke belastingbetalers benadeelt. Minister Jan Jambon bevestigt dat fraudebestrijding topprioriteit is, met een nationaal fiscaal parket, versterkte FIOD en betere samenwerking tussen diensten via het College voor Fiscale Fraude, plus 100 extra BBI-inspecteurs. Tas benadrukt concrete stappen zoals 377 nieuwe inspecteurs en datamining via CAP, met als resultaat al 807 PV’s in Limburg. Beide partijen bevestigen de gezamenlijke inzet om fraudeurs en criminelen harder aan te pakken.

Niels Tas:

Mijnheer de minister, één adres dat bij curatoren welbekend is door honderden faillissementen; van een kapperszaak, een verhuisfirma tot een transportbedrijf.

België telt maar liefst 400.000 spookbedrijven. Ondernemingen die schulden opbouwen en worden ingezet voor btw-fraude en drugscriminelen. Ze bestaan louter op papier, bouwen een schuldenput op en verhuizen vervolgens om zich opnieuw te verschuilen.

De fiscus staat erbij en kijkt ernaar omdat er onvoldoende tijd en middelen zijn om al die fraudeurs en criminelen op te sporen. Dat is hallucinant. Een gewone burger die verhuist, krijgt immers binnen de week de wijkagent aan de deur. Valsspelers die daarentegen voor miljoenen frauderen en andere ondernemers bedriegen, kunnen hun gang blijven gaan.

Vooruit is in deze regering gestapt met één duidelijke missie, namelijk ervoor zorgen dat de sterkste schouders hun eerlijk deel doen. Dat doen we met de historische invoering van de meerwaardebelasting, met de verhoging van de bankentaks, met de verdubbeling van de effectentaks en met datamining op het CAP, waarbij fraudeurs veel gerichter zullen worden opgespoord.

Daarom zet deze regering ook een belangrijke stap in de strijd tegen fraude, met de oprichting van een nationaal fiscaal parket. Dat wordt een gespecialiseerde eenheid die fiscale en financiële fraude moet opsporen en aanpakken. Mensen die elke dag gaan werken en de helft van hun loon afstaan aan belastingen, verwachten van ons, van de politiek, dat we alles in het werk stellen om grootschalige fraude aan te pakken.

Daarom heb ik, mijnheer de minister, eigenlijk maar één vraag. Zult u samen met ons een absolute prioriteit maken van de opsporing en de bestraffing van deze fraude?

Jan Jambon:

Wie hier een paar uur blijft zitten, gaat met veel balpennen naar huis, zij het niet altijd met de juiste kleur. Ze gaan wellicht in de pocket. Voorlopig is dat zo, maar dat kan nog veranderen.

Mijnheer de voorzitter, collega's, mijnheer Tas, de huidige regering maakt van fraudebestrijding inderdaad een absolute prioriteit, zoals u terecht hebt opgemerkt. Het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude is inmiddels al verschillende keren samengekomen en werkt aan een actieplan dat voor mij en naar ik aanneem ook voor u, snel moet worden gefinaliseerd.

Specifiek is de bestrijding van spookbedrijven niet enkel de bevoegdheid van de FOD Financiën. U weet dat verschillende administraties daarbij betrokken zijn. Alle betrokken diensten zijn evenwel vertegenwoordigd in dat College. Dankzij het College maken wij een betere informatiedeling mogelijk en kunnen wij verschillende maatregelen zowel operationeel als logistiek snel bijsturen aangezien in het College de verschillende betrokken administraties samenwerken.

Behalve de betere samenwerking werken wij ook aan een versterking van de volledige keten van de fraudebestrijding. In reeds goedgekeurde wetten, waarnaar u hebt verwezen, werd niet alleen werk gemaakt van verschillende antifraudemaatregelen uit het regeerakkoord, maar werd ook beslist tot bijkomende maatregelen met het oog op een efficiëntere fraudebestrijding. Er komt een financieel parket en er zal een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst, de bewuste FIOD, worden opgericht. Van de FIOD wil ik zo snel mogelijk werk maken. Er moeten eerst nog enkele dossiers door het Parlement worden behandeld. Daarna kan de FIOD worden gerealiseerd. Bovendien zal de BBI, zoals u weet, worden versterkt met 100 VTE’s.

Kortom, de volledige keten die verantwoordelijk is voor de fraudebestrijding, wordt versterkt. De wetgeving wordt aangescherpt. De controlecapaciteit wordt verhoogd. Ook de bestraffing moet en zal sneller en efficiënter worden. Immers, zoals u hebt gesteld, raakt elke euro die door fraude verloren gaat, de hele samenleving en is bijzonder oneerlijk.

Niels Tas:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw engagement voor onze gemeenschappelijke strijd. Deze regering maakt van de aanpak van fraude absoluut een topprioriteit door de aanwerving van 377 nieuwe inspecteurs, door via datamining op het Centraal Aanspreekpunt (CAP), mijnheer Van Quickenborne, fraudeurs veel gemakkelijker op te sporen en door de oprichting van een nationaal fiscaal parket. Die strijd loont, want alleen al in Limburg werden de afgelopen jaren 807 processen-verbaal opgesteld na controles van spookbedrijven. Voor Vooruit is het heel duidelijk. Iedereen moet eerlijk bijdragen, ook de fraudeurs, de drugscriminelen en de valsspelers die geld stelen van wie het echt nodig heeft. Vooruit zal, samen met deze regering, deze strijd verder opvoeren.

economie en werk

De impact van de indexdiefstal op het aanvullende pensioen

Gesteld door

PTB Roberto D'Amico

Gesteld aan

N-VA Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Roberto D’Amico kritiseert het bevriezen van de index voor lonen boven €4.000 bruto (1,3 miljoen Belgen) als een "stelselmatige diefstal" die hun koopkracht, pensioenen (1e en 2e pijler) en sociale uitkeringen aantast, terwijl de regering tijdens de campagne loonbeloningen beloofde. Minister Jan Jambon verdedigt het tijdelijk plafond (2026/2028): indexering blijft behouden maar wordt beperkt tot max. €80 voor hoge lonen en sparen in de 2e pijler levert later iets minder pensioen op, terwijl lage pensioenen (<€2.000) ongewijzigd blijven. D’Amico relativeert "lichtjes minder": voor lage pensioenen (€1.500) maken €10-20 verschil door inflatie, en waarschuwt voor sociale onrust in 2026. Jambon benadrukt gedeelde lasten, D’Amico ziet structurele verarming en aankomend verzet.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, je souhaitais vous interroger sur votre projet de gel de l'index et de ses répercussions sur les premier et deuxième piliers de pension. Vous voulez aussi bloquer l'index des salaires des travailleurs qui touchent plus de 4 000 euros brut, c'est-à-dire 2 600 euros net. En Belgique, cela concerne 1,3 million de salariés, autrement dit un salarié sur deux. Monsieur le ministre, savez-vous de qui il s'agit? C'est mon frère Pino, qui travaille dans le bâtiment; c'est ma voisine Francesca, qui est infirmière; ce sont aussi tous mes anciens collègues de Caterpillar qui ont perdu leur boulot et qui, désormais, travaillent dans le secteur pharmaceutique; ce sont tous ces travailleurs qui travaillent dur auxquels, pendant la campagne électorale, le MR et la N-VA avaient promis qu'ils seraient récompensés de leur travail.

Or, aujourd'hui, que faites-vous? Exactement le contraire! Vous leur gelez l'index ou plutôt vous le leur volez. Ce vol de l'index n'aura pas lieu deux fois comme vous le dites, puisqu'il va s'accumuler tout au long de leur carrière. Ces travailleurs vont perdre des milliers, voire des dizaines de milliers d'euros. Ce vol de l'index aura aussi des répercussions sur d'autres aspects qui touchent au pouvoir d'achat. L'impact va ainsi frapper le treizième mois, les congés payés, l'allocation de maladie et, monsieur le ministre, sur les premier et deuxième piliers de la pension.

Donc, monsieur le ministre des Pensions, ma question sera très claire: pouvez-vous me dire quel sera l'impact – j'avais écrit "du vol", mais je vais dire "du blocage" – du blocage de l'index sur les premier et deuxième piliers de pension?

Jan Jambon:

Monsieur D'Amico, la décision du gouvernement d'appliquer une indexation plafonnée aux salaires et aux allocations en 2026 et 2028 est équilibrée. Je le répète à nouveau aujourd'hui: chacun fournira une contribution limitée, tant la population active que les pensionnés. Telle est l'essence de cette décision.

Que signifie une indexation plafonnée? En 2026 et 2028, l'indexation est limitée et non supprimée. L'indexation plafonnée s'applique uniquement aux pensions légales supérieures à 2 000 euros. Pour les pensions inférieures à 2 000 euros, rien ne change. Les pensions les plus basses sont donc entièrement préservées, ce que nous jugeons essentiel.

Pour les travailleurs, l'indexation plafonnée ne s'applique qu'aux salaires supérieurs à 4 000 euros. Concrètement, cela signifie que les travailleurs avec un salaire supérieur à 4 000 euros, sans pension complémentaire, bénéficieront en 2026 et 2028 bel et bien d'une indexation salariale, mais celle-ci sera limitée à un maximum de 80 euros à chaque fois. Il y a donc toujours une indexation mais elle est temporairement moins élevée.

Les travailleurs avec un salaire supérieur à 4 000 euros et une pension complémentaire, sur lesquels porte votre question, bénéficient également d'une indexation. Ceux qui consacrent une partie de leur salaire à la constitution d'une pension complémentaire pourraient, en 2026 et 2028, verser une cotisation légèrement inférieure dans le deuxième pilier. Par conséquent, la pension complémentaire résultant de ces deux années produira, 20, 30 ou 40 ans plus tard, un capital légèrement inférieur.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, qu'entendez-vous par "légèrement inférieur"? C'est combien? C'est 10, 15, 20 euros? Oui, bien entendu, quand on gagne 4 000 ou 5 000 euros, 10 ou 15 euros, ce n'est rien du tout. Franchement, ce n'est rien du tout. Mais pour un pensionné qui a 1 500 euros voire moins, 10 ou 15 euros, c'est énorme au vu de l'augmentation du coût de la vie. J'écoutais encore ce matin des pensionnés qui témoignaient à la radio dans le cadre de l'action "Viva for Life". Ceux-ci se plaignaient de leur pension. Monsieur le ministre, je vous assure que les travailleurs sont très chauds. L'année 2025 a été très chaude d'un point de vue social et, vous l'aurez entendu aussi bien que moi, l'année 2026 le sera encore plus. Et croyez-moi, le PTB sera du côté des travailleurs pour défendre nos pensions.

veiligheid, justitie en defensie

Het advies van de Raad van State over de fusie van de politiezones

Gesteld door

DéFI François De Smet

Gesteld aan

MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

François De Smet kritiseert de geplande fusie van de zes Brusselse politiezones als een onnodige, chaotische ("brol") en ondergefundeerde hervorming die democratische controle uitholt (o.a. door afschaffing van de politieraad) en de complexiteit vergroot zonder extra middelen (83 miljoen tekort/jaar), terwijl de beloofde herziening van de norme KUL (financieringsmechanisme) uitblijft. Minister Bernard Quintin verdedigt de fusie als noodzakelijk voor efficiëntere veiligheid, wijzend op grensoverschrijdende criminaliteit (bv. drugshandel, schietpartijen) en belooft de hervorming tegen 2027 door te voeren, ondanks kritiek op het ontwerp – waar het Conseil d’État weliswaar aanpassingen maar geen principiële bezwaren tegen had. De Smet kaatst terug dat één grote zone geen garantie is voor betere veiligheid (cf. Antwerpen) en dringt aan bij coalitiepartner Les Engagés om de koppeling tussen de KUL-norm en de fusie niet los te laten, anders verliest de operatie elk nut. De kern van het conflict draait om centralisatie vs. lokale autonomie en het ontbreken van concrete middelen bij een ingrijpende structuurwijziging.

François De Smet:

Monsieur le ministre, c’est bientôt Noël et vous avez reçu en cadeau l’avis provisoire du Conseil d’État sur votre réforme de fusion des zones de police. Cet avis confirme ce que Brulocalis, les bourgmestres et moi-même pensons depuis le début de cette réforme dogmatique et inutile. Comme nous sommes deux Bruxellois, employons le mot qui convient: il s’agit plus que jamais d’un brol.

Brol d’abord sur la mécanique décisionnelle, jugée illisible. Même le Conseil d’État a du mal à comprendre ce que vous essayez de faire. Nous ne comprenons plus rien entre la durée variable de la présidence du collège de police, le nombre de réunions annuelles, l’articulation des rôles entre le chef de corps et le bureau du collège.

Brol encore sur le manque flagrant de contrôle démocratique – c'est plus sérieux. La suppression du conseil de police va concentrer trop de compétences au niveau du collège de police, notamment en ce qui concerne la discussion du budget de la zone. En réduisant le rôle du conseil communal à une simple prise d’acte, vous réduisez l’ensemble du contrôle et du débat démocratique.

Enfin, brol intégral sur les moyens, qui ne seront pas au rendez-vous, jugés largement insuffisants. C’était déjà le cas dans l’avis de Brulocalis, qui a estimé que le sous-financement structurel des six zones s’élève à 83 millions d’euros par an. Pendant ce temps-là, nous n’avons plus de nouvelles de la réforme de la norme KUL, qui était pourtant conditionnée, notamment par Les Engagés et par les pouvoirs locaux, à l’adoption de votre réforme.

Bref, tout le monde est en train de se rendre compte de ce que nous répétons depuis le début: cette réforme – qui je le rappelle, n’était demandée par aucun acteur de terrain – est pensée davantage pour satisfaire une obsession institutionnelle – la fusion à tout prix – que pour répondre aux besoins des acteurs de terrain.

Monsieur le ministre, n’est-il pas temps d’arrêter les frais avec cette fusion, qui ressemble de plus en plus à la mise sur pied d’une gigantesque usine à gaz administrative? Notre sécurité n’a pas besoin de davantage de complexité et d’embûches. Augmentez les moyens, augmentez le nombre de policiers et arrêtez, s’il vous plaît, la machine à créer du brol.

Bernard Quintin:

Monsieur De Smet, la fusion des zones de police bruxelloises est essentielle pour notre capitale. L'actualité sécuritaire nous en prouve chaque jour la nécessité. Il suffit de lire dans la presse de ce matin encore les déclarations des agents de la Brigade anti-agression de Bruxelles. Je cite: "Les dealers n'ont pas de frontières, les incidents de tirs non plus". Cela les oblige à sortir de leur zone pour intervenir. Je pourrais également mentionner le cri du cœur du bourgmestre de Saint-Gilles, qui appelle de ses vœux à plus de solidarité. Il est donc vital de disposer d'une force d'intervention unique à l'échelle de la capitale, libérée des frontières factices qui limitent actuellement trop souvent l'action des forces de l'ordre. Et je ne perds donc pas une minute, vous m'en excuserez. Je ne savais pas qu'il fallait s'excuser d'être efficace.

Le travail entre cabinets a repris à la suite de l'avis reçu de la part du Conseil d'État. Cet avis portait sur le texte adopté en première lecture et dont le texte, rediscuté actuellement entre partenaires, intègre les remarques, comme c'est la tradition. Ce n'est pas à un représentant chevronné comme vous que je vais l'apprendre. Ce sont des remarques qui, contrairement à ce que j'ai pu lire dans certains médias, ne remettent pas en cause – et c'est crucial – les principes structurants du texte, en premier lieu le principe même de la fusion. Mais comme le dit si bien l'expression: "Qui veut noyer son chien l'accuse de la rage". Si je reprends votre propre expression, je pense que le brol, c'est la situation actuelle qui montre ses limites pour la sécurité de toutes les Bruxelloises et tous les Bruxellois, dont je suis par ailleurs.

Monsieur De Smet, je réaffirme ma volonté d'aboutir à la fusion des six zones de police bruxelloises durant l'année 2027 avec un seul objectif: renforcer la sécurité des habitants de Bruxelles et de tous ceux qui y travaillent ou la visitent.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je ne pensais pas que vous alliez invoquer la situation sécuritaire de Bruxelles alors que la presse nous apprend en effet que la première année de l'Arizona a été la pire année pour Bruxelles avec 96 fusillades. Franchement, si une zone unique était le remède à cela, la zone unique d'Anvers serait la plus tranquille du pays. Ce n'est pas le cas. Je me tourne vers Les Engagés, parce que la renégociation de la norme KUL était liée à la fusion des zones de police. En effet, la presse vous prête l'intention d'avancer très vite et de faire avancer le dossier en kern. Chers Engagés, je sais que vous êtes toujours encore un peu prisonniers dans cette coalition, mais vous pouvez cligner des yeux éventuellement. Allez-vous continuer à lier la révision de la norme KUL à l'aboutissement de cette fusion demain? Nous verrons et j'espère que vous tiendrez parole sinon cette fusion n'aura vraiment aucun sens.

veiligheid, justitie en defensie

De politie-interventies in Matonge

Gesteld door

Ecolo Rajae Maouane

Gesteld aan

MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Rajae Maouane kaart aan dat herhaalde, gewelddadige politie-invallen in Matonge (met massale inzet, vernielingen en angstzaaierij) disproportioneel zijn en mogelijk een bewuste strategie vormen om het cultureel rijke, maar onder immodruk staande quartier te ontvolken via stigmatisering—een klassiek gentrificatiepatroon. Minister Quintin benadrukt dat de acties (o.l.v. het parket) gericht zijn op fraude en illegaal werk, wijst racisme af maar verdedigt de hardhandige aanpak als noodzakelijk, zonder de verhouding middel-doel te rechtvaardigen. Maouane blijft vragen of politieke wil achter de repressie zit en waarschuwt voor verdere verjaging, terwijl Quintin juridische noodzaak vooropstelt maar geen structureel antwoord geeft op de gentrificatievrees. De kloof blijft: veiligheidsretoriek vs. ervaren systematische uitholling van een volkse buurt.

Rajae Maouane:

"Ils sont venus en masse. Il y a eu une cascade de police, ils ont cassé nos portes, saccagé nos salons, arrêté des gens. Moi je suis en ordre, j'ai mes papiers, mais mon salon a été cassé." Monsieur le ministre, voici le témoignage parmi tant d'autres d'une commerçante à Matonge.

Depuis le mois de novembre, le quartier de Matonge subit des descentes de police répétées, manifestement violentes et disproportionnées. La galerie de Matonge est le cœur d'un quartier historique né dans les années 1950, un quartier vivant, populaire, riche de ses cultures, un quartier emblématique de Bruxelles et de sa diversité – pour celles et ceux qui ne connaissent pas Bruxelles. Mais depuis de longs mois, le paysage de Matonge n'est plus le même et ses habitants et ses commerces subissent les conséquences d'une politique de contrôle intensive.

En novembre, une première descente a mobilisé plus de 200 agents – 200 agents! –, accompagnés de la brigade canine, une démonstration de force, pour au final seulement 25 constats. Depuis, les contrôles se multiplient, parfois au quotidien, des commerces sont saccagés, des travailleurs et des travailleuses sont brutalisés, des clients sont effrayés. En fin de compte, ce sont les habitants qui vivent dans la peur, la peur de travailler, la peur d'ouvrir leurs commerces, la peur d'être là, tout simplement.

Monsieur le ministre, ces méthodes ne semblent pas proportionnées, elles ne créent pas de sécurité; au contraire, elles produisent de l'instabilité, de l'angoisse et de la défiance. Je me pose une question: derrière cette "surprésence" policière, y a-t-il une volonté d'effacer Matonge, un quartier situé entre les zones européennes et le quartier Louise, soumis à une forte pression immobilière? On connaît cette mécanique de gentrification: on stigmatise, on multiplie les contrôles, on vide et puis on revalorise.

Monsieur le ministre, comment les discussions en amont de ces interventions entre la zone de police, le parquet et la police fédérale se sont-elles déroulées? Un dialogue a-t-il été instauré avec les commerçants et les habitants? Enfin, pouvez-vous me garantir qu'il n'y a aucune volonté politique d'appauvrir, de vider ou de faire disparaître la richesse culturelle du quartier de Matonge?

Bernard Quintin:

Madame Maouane, sur la base des informations qui m'ont été transmises par la zone de police PolBru, l'action intégrée qui a eu lieu le 20 novembre dernier a été ordonnée par M. le procureur du Roi. Elle fut menée conjointement par l'auditorat du travail et le parquet de Bruxelles en collaboration avec des inspecteurs de l'ONSS, de l'ONEM, de l'Inspection régionale de l'emploi, des SPF Finances, É conomie et Santé publique. L'Office des É trangers a également été mobilisé dans le cadre des contrôles portant sur les titres de séjour.

Un bilan provisoire, dressé après l'opération fait état de: 14 procès-verbaux pour infractions DIMONA (travail non déclaré), 6 pour des irrégularités liées au travail à temps plein, ainsi que 5 pour emploi de personnes sans titre de séjour. Sur place, plusieurs commerces ont en effet été placés sous scellés, dont 7 sur ordre du substitut de l'auditeur du travail, présent durant l'opération. Alors, moi, je suis historien et ministre; pas mathématicien. Donc, je ne fais pas de calculs entre l'engagement des forces et le nombre de procès-verbaux ou de personnes arrêtées. L'objectif est de mener des opérations.

Cela dit, madame Maouane, j'entends que vous dénoncez un biais raciste dans l'intervention de la police. Sachez que, si au cours d'une intervention policière, des actes de racisme étaient avérés, ils devraient être sanctionnés avec la plus grande sévérité. Vous savez que vous me trouverez toujours du côté de la probité et de la loi. Mais pas d'excuses! Les actions FIPA et BELFI contre le blanchiment d'argent ainsi que tout autre type d'opération destinée à renforcer la sécurité, le cas échéant, sur ordre du procureur du Roi, continueront à être menées là où elles le doivent, c'est-à-dire là où les informations et les renseignements de l'ensemble des services concernés signalent qu'elles sont le plus utiles, indépendamment de toute autre considération.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse, ainsi que pour votre engagement de lutter avec force contre le racisme systémique et institutionnel au sein de la police. Je l'ai bien entendu et ne manquerai pas de revenir. Merci, en tout cas, de lutter contre ce phénomène. Nous y serons attentifs. Pour ma part, je tenais à souligner un climat de peur et de répression dans un quartier qui est très aimé des Bruxelloises et des Bruxellois. Certains commerçants et commerçantes ont peur aujourd'hui. Il est donc normal que des contrôles soient effectués et que des procès-verbaux soient dressés. Mais ma question est de savoir si, derrière cette démonstration de force, ne se dissimule pas une volonté de stigmatiser un quartier et de faire partir une population pour en installer une autre. Ce n'est pas uniquement à l'échelle fédérale, vous en conviendrez. La majorité locale a aussi son mot à dire. Des questions doivent donc se poser. Pour moi, la question est: quelle est la prochaine étape? Va-t-on encore accepter que des quartiers continuent à se gentrifier?

veiligheid, justitie en defensie

Het gesprek met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap over veiligheid
Het opvoeren van de strijd tegen antisemitisme in België
Bestrijding van antisemitisme en veiligheid van de Joodse gemeenschap

Gesteld aan

MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de toenemende antisemitische aanslagen (o.a. Bondi Beach, Joods Museum Brussel) en internationaal terrorisme gericht tegen joden, met vragen over veiligheidsmaatregelen en politieke verantwoordelijkheid. Minister Quintin bevestigt dat de beveiliging van joodse sites onverkort blijft, ondanks geruchten over terugdringing, en benadrukt dat militaire ondersteuning voor Antwerpen nog wacht op regeringsakkoord, terwijl hij miscommunicatie afkeurt die onrust zaait. Freilich en Bacquelaine dringen aan op structurele coördinatie (o.a. een interfederaal antisemitisme-coördinator) en internationale samenwerking, met lokaal leiderschap tegen haat. De kernboodschap: veiligheid is niet onderhandelbaar, maar vereist snelle actie, transparantie en eenheid op alle bestuursniveaus.

Michael Freilich:

Mijnheer de minister, de schutter laadde zijn geweer en begon lukraak te schieten op joodse burgers. Er vielen doden en gewonden. Neen, ik heb het niet over de aanslag een paar dagen geleden in Bondi Beach, maar over de aanval enkele jaren geleden op het Joods museum van België, niet ver hiervandaan. Ik had evengoed kunnen spreken over de aanval op de Tree of Life synagoge in Pittsburgh in 2018 en, dichterbij huis, over de moordende raids op synagogen in Halle (Duitsland) of Manchester (Verenigd Koninkrijk) in oktober, enkele weken geleden.

We hebben vernomen dat de daders van de aanslag in Bondi Beach training kregen van Islamitische Staat. Met andere woorden, de aanslag overstijgt het lokale niveau, het betreft hier internationaal terrorisme. Ook al maakt de joodse gemeenschap slechts 0,2 % uit van de totale Europese bevolking, toch is zij nog altijd een slachtoffer in dit land, in Europa en in de wereld.

Collega's, in de vorige eeuw werd mijn grootvader geviseerd en gedeporteerd om wie hij is. Vandaag worden zijn achterkleinkinderen nog steeds geviseerd om wie ze zijn. Mijnheer de minister, u sprak vandaag met leden van de joodse gemeenschap die zich zorgen maken over het eventueel terugdringen van een aantal maatregelen. Kunt u ons meedelen hoe dat gesprek is verlopen en of u hen hebt kunnen geruststellen?

Daniel Bacquelaine:

Monsieur le ministre, nous avons été émus, choqués, révoltés par l'attentat antisémite perpétré par des terroristes islamistes à Bondi lors de la Fête des lumières. Fêter la lumière est un engagement à combattre l'obscurantisme. Pour les islamistes, la lumière est intolérable, puisqu'ils sont englués dans cet obscurantisme. Fêter la lumière, c'est aussi un engagement à la vigilance, pour être toujours les premiers à défendre les droits et les libertés de toutes les communautés.

Monsieur le ministre, j'ai eu l'occasion de rencontrer le maire de Waverley Council, Will Nemesh, en novembre dernier au séminaire international des maires contre l'antisémitisme, à l'invitation de Anne Hidalgo à l'hôtel de ville de Paris. Je l'ai assuré de notre soutien et de notre solidarité.

Partout, nous assistons à la montée de l'antisémitisme, avec des violences physiques, des intimidations, des injures sur les réseaux sociaux. Cela n'arrête pas, monsieur le ministre! Je connais votre engagement contre l'antisémitisme. Il est nécessaire d'identifier, de surveiller, d'empêcher des individus de nuire à la communauté juive. Quelles sont les instructions données aux services de sécurité en la matière? Comment traquer l'antisémitisme? Quels sont vos liens avec la communauté juive de Belgique, aujourd'hui, pour la rassurer et la protéger?

Voorzitter:

Mijnheer de minister, u krijgt vier minuten tijd.

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, geachte leden, de veiligheid van alle burgers verzekeren, is mijn kerntaak en mijn hoofdverantwoordelijkheid, mijn job, 24 op 7. Dat geldt zeker ook voor de joodse gemeenschap, die sinds de aanslag van 7 oktober 2023 bijzonder geviseerd wordt, des te meer sinds de laffe antisemitische aanslag in Sydney, die ik hier nog eens krachtig wil veroordelen.

La protection des sites liés à la communauté juive sera bel et bien maintenue selon les mêmes standards qu'actuellement, qu'elle soit assurée par la police locale ou par la police fédérale, que ce soit à Anvers ou partout ailleurs en Belgique. C'est clair, c'est net, c'est dit! Elle ne sera évidemment jamais interrompue. Et si cela ne dépendait que de moi, nous pourrions encore la renforcer. Je vais y revenir.

Ik wil heel transparant zijn. Er zijn wel degelijk contacten geweest met de lokale politie van Antwerpen en met de lokale autoriteit.

Mais ces contacts portaient sur l'organisation du dispositif, justement pour en assurer le mieux possible l'efficacité, la continuité et la pérennité dans l'intérêt de tous.

Ik betreur dus oprecht de gedeeltelijke en eenzijdige communicatie via televisie en radio van de afgelopen dagen.

La diffusion de ces informations partielles et partiales n'a fait que causer davantage d'inquiétude au sein de la communauté juive d'Anvers et d'ailleurs.

Mesdames et messieurs les députés, comme vous le savez, afin de mobiliser nos militaires en soutien à nos policiers, nous avons déposé à la table du gouvernement deux protocoles d'accord avec mon collègue de la Défense, Theo Francken.

Een daarvan heeft specifiek betrekking op Antwerpen en wil expliciet de belangen en de veiligheid van de joodse gemeenschap sterker beschermen. Een akkoord laat op zich wachten. Ik betreur dat.

J'espère que cette mesure ô combien cruciale pour la sécurité de toutes et tous pourra aboutir dans les heures à venir. Chacune et chacun doit prendre ses responsabilités, comme vous l’avez dit, monsieur Bacquelaine, pour assurer que la lumière ne soit jamais mise en danger.

Mijnheer Freilich, voor u, voor mij en voor ons allemaal staat één zaak vast. Met de veiligheid van onze burgers mogen er nooit politieke spelletjes gespeeld.

Vanmiddag heb ik op mijn kabinet de vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap ontvangen en aandachtig naar hun bezorgdheden geluisterd.

Cette rencontre s’inscrit dans un dialogue constructif et effectif que nous menons avec eux depuis le début de mon mandat.

Ik heb hun verzekerd dat niet wordt geraakt aan de beveiliging van de joodse belangen en van de joodse gemeenschap of van de bevolking in het algemeen.

Ik roep daarom iedereen op tot sereniteit.

C’est ce que l’on doit pouvoir attendre de tout responsable politique.

Je vous remercie.

Michael Freilich:

Afgelopen zondag was de premier in Antwerpen voor het joods chanoekafeest. In zijn speech verklaarde hij: "Laat er geen enkel misverstand over bestaan: we zullen de volle verantwoordelijkheid opnemen om te waken over de veiligheid van u, van uw kinderen, van uw kleinkinderen hier in deze stad en in dit land."

Mijnheer de minister, ik ben dan ook bijzonder opgelucht met uw aankondiging dat de federale eenheden toch in Antwerpen zullen blijven. In u zie ik dan ook een sterke partner in de strijd tegen racisme, antisemitisme en intolerantie. Ik wil u daarvoor oprecht danken, niet alleen in eigen naam en in naam van mijn fractie, maar bovenal namens alle Antwerpenaren die zich ongerust voelden de voorbije dagen en die vandaag opnieuw opgelucht kunnen ademhalen.

Daniel Bacquelaine:

Monsieur le ministre, merci pour votre engagement ferme. Puis-je vous demander de rappeler à votre collègue, M. Beenders, que j’ai interpellé il y a un mois ici, de respecter de l’accord de gouvernement quant à la désignation d’un coordinateur interfédéral de lutte contre l’antisémitisme? Cela me semble important. Cette lutte contre l’antisémitisme doit se faire à tous les niveaux. Il faut la coordonner, et désigner une personnalité forte qui incarne cette lutte – c’est absolument indispensable aujourd'hui – et qui le fasse en toute indépendance. Je lance un appel aujourd'hui à mes collègues élus locaux pour qu’ils rejoignent le mouvement international des maires contre l’antisémitisme, qui se tient en congrès chaque année, parce que la lutte contre l’antisémitisme doit être menée à tous les niveaux, également au niveau de nos collectivités locales, par l’éducation et l’émancipation. Merci de votre attention.

veiligheid, justitie en defensie

Het aanhoudende geweld in en om asielcentra

Gesteld aan

N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) wijst op de oververtegenwoordiging van vreemdelingen in zeden- en geweldsdelicten (1 op 4 verdachten, frequente mesincidenten in asielcentra) en kritiseert het gebrek aan harde strafmaatregelen, zoals symbolische posters en transfers als "fopstraffen". Minister Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat geweld strikt wordt bestraft (uitzetting uit opvang, samenwerking met politie/justitie) en dat incidenten dalen, maar erkent dat preventie en veiligheid centraal staan—menselijkheid en handhaving gaan hand in hand. Van Belleghem herhaalt haar migratiekritische standpunt als reden voor haar VB-lidmaatschap, gekoppeld aan persoonlijke ervaringen met intimidatie door vreemdelingen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, feministen van links noemen conservatieven vrouwenhaters. De pijnlijke realiteit is echter dat die voorvechters van vrouwenrechten al jarenlang, en nog steeds, mensen importeren die geen respect hebben voor vrouwenrechten. Een op de vier verdachten van zedenfeiten is een vreemdeling. Dat is een forse oververtegenwoordiging in verhouding tot hun aandeel in de bevolking. Het is verschrikkelijk, maar ik kan niet anders dan verwijzen naar de verschrikkelijke verkrachting die gisteren in Kortrijk heeft plaatsgevonden en die werd gepleegd door een Rwandees. Het gaat bovendien niet alleen om zedenfeiten. Om de negen dagen wordt in een asielcentrum een mes getrokken. Elke maand zijn er honderd zware geweldsincidenten, waaronder vechtpartijen, steekpartijen, vandalisme en bedreigingen.

Mevrouw de minister, u bent politiek verantwoordelijk voor dat geweld. Wie geweld pleegt, krijgt vandaag een fopstrafje: een transfer naar een ander asielcentrum of een uitsluiting uit de opvang. Die maatregel bestond al voordat u minister werd. U besefte dat een fopstrafje alleen onvoldoende was en kwam daarom met een fopposter. (Mevrouw Francesca Van Belleghem toont een poster.) Op die poster staat dat geweld, messen en steekwapens niet zijn toegestaan in asielcentra.

Mevrouw de minister, denkt u werkelijk dat dat soort belachelijke posters zal leiden tot een daling van het aantal geweldincidenten door asielzoekers?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, laat mij meteen heel duidelijk zijn: geweld in opvangcentra, zowel tegenover personeelsleden als tegenover medebewoners, evenals geweld ten aanzien van de buurt die mensen opvangt, keur ik ten stelligste af. Onze opvang is bedoeld voor mensen die bescherming zoeken en respect voor de lokale gemeenschap die hen opvangt, is daarbij essentieel. Wie zich niet aan die regels houdt en onze gastvrijheid misbruikt, heeft geen plaats in onze opvang, noch in ons land.

Fedasil treedt bij incidenten met geweld consequent en kordaat op. Bij fysieke agressie wordt er steevast voor gezorgd dat de dader het opvangnetwerk verlaat. Daarmee wordt niet alleen de veiligheid van andere bewoners en van het personeel beschermd, maar wordt ook een duidelijk signaal gegeven dat geweld nooit wordt getolereerd. Bij agressie worden ook de andere asielinstanties betrokken, zodat ook zij de nodige stappen kunnen ondernemen in het licht van de lopende procedure van de betrokkene. Daarnaast wordt er natuurlijk ook nauw samengewerkt met de politie en met het gerecht.

Tegelijkertijd wordt er sterk ingezet op preventie en opvolging. U vindt dat misschien allemaal belachelijk, maar er worden wel degelijk zaken gedaan. De samenwerking met lokale besturen en politiezones wordt versterkt. U duidt nu één aspect aan, maar er gebeuren verschillende zaken. Zo is er ook informatie-uitwisseling met de politie en met justitie.

Mevrouw Van Belleghem, ondanks de hoge druk op het opvangnetwerk zien we dalende cijfers – u kunt het opzoeken - van het aantal incidenten. Laat mij duidelijk zijn, elk incident is er uiteraard een te veel, maar ik wil er toch op wijzen dat incidenten eerder de uitzondering zijn dan de regel.

Ik benadruk graag dat menselijkheid en veiligheid absoluut hand in hand gaan. Een menselijk opvangbeleid kan alleen bestaan als het ook een veilig opvangbeleid is.

Francesca Van Belleghem:

Weet u waarom, minister, ik me bij het Vlaams Belang heb aangesloten? De reden is niet dat ik uit een Vlaams nest kom of dat mijn ouders Vlaams Belangers waren, integendeel. De reden is dat ik in mijn studententijd in Kortrijk en Leuven bijna elke avond werd nagefloten, aangesproken of lastiggevallen. Ik hoef er geen tekening bij te maken, mevrouw de minister, het ging niet om Jan, Pol of Piet. Vreemdelingen zijn fors oververtegenwoordigd in zedenfeiten: een op vier. Om de negen dagen is er een mesincident in de asielcentra. Het Vlaams Belang is de enige partij die dat luidop durft te zeggen. Daarom ben ik lid van het Vlaams Belang.

Voorstellen en Ontwerpen

Deze vergadering bevatte geen voorstellen.

Stemmingen

Stemmingen niet gelinkt aan een voorstel/ontwerp.

Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'de onevenwichtige verdeling v.d. betrekkingen N/F bij de federale wetenschappelijke instellingen'.

72.7%
27.3%

ja (101) nee (38) onthouding (0)

Stemming aangenomen

Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Vincent Van Quickenborne over 'de 'meerwaardemiskleun''.

55.7%
43.6%
0.7%

ja (78) nee (61) onthouding (1)

Stemming aangenomen

Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - mevrouw Natalie Eggermont over 'massale ontslagen bij Alstom Brugge en de rol van de NMBS bij de toekenning van bestellingen'.

55.8%
43.5%
0.7%

ja (77) nee (60) onthouding (1)

Stemming aangenomen

Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - mevrouw Sarah Schlitz over 'de incoherente uitspraken van de minister over nachtarbeid'.

55.7%
43.6%
0.7%

ja (78) nee (61) onthouding (1)

Stemming aangenomen

Stemming over amendement nr. 5 van Dieter Vanbesien cs op artikel 16.. (1200/5)

16.4%
55.7%
27.9%

ja (23) nee (78) onthouding (39)

Stemming verworpen

Stemming over amendement nr. 7 van Dieter Vanbesien cs op artikel 16.. (1200/5)

26.1%
55.8%
18.1%

ja (36) nee (77) onthouding (25)

Stemming verworpen

Geheel van het ontwerp van financiewet voor het begrotingsjaar 2026. (1200/1)

55.7%
42.9%
1.4%

ja (78) nee (60) onthouding (2)

Stemming aangenomen

Wetsontwerp houdende de eerste aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2025. (1117/1)

55.7%
43.6%
0.7%

ja (78) nee (61) onthouding (1)

Stemming aangenomen

Begroting van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) voor het begrotingsjaar 2026. (1192/1)

100.0%

ja (140) nee (0) onthouding (0)

Stemming aangenomen

Begroting van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) voor het begrotingsjaar 2026. (1192/1)

80.0%
10.0%
10.0%

ja (112) nee (14) onthouding (14)

Stemming aangenomen

Aangehouden amendementen en artikelen van het wetsontwerp tot uitvoering van een versterkt terug-naar-werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid. (1177/1-9)

11.3%
88.7%

ja (16) nee (125) onthouding (0)

Stemming verworpen

Aangehouden amendementen en artikelen van het wetsontwerp tot uitvoering van een versterkt terug-naar-werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid. (1177/1-9)

17.0%
83.0%

ja (24) nee (117) onthouding (0)

Stemming verworpen

(1177/9). (1177/9)

11.3%
88.7%

ja (16) nee (125) onthouding (0)

Stemming verworpen

Geheel van het wetsontwerp tot uitvoering van een versterkt terug-naar-werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid. (1177/8)

56.0%
26.2%
17.7%

ja (79) nee (37) onthouding (25)

Stemming aangenomen

( 1206/10).

17.1%
55.7%
27.1%

ja (24) nee (78) onthouding (38)

Stemming verworpen

( 1206/10).

11.6%
88.4%

ja (16) nee (122) onthouding (0)

Stemming verworpen

( 1195/9).

19.3%
72.9%
7.9%

ja (27) nee (102) onthouding (11)

Stemming verworpen

( 1195/9).

37.6%
56.0%
6.4%

ja (53) nee (79) onthouding (9)

Stemming verworpen

( 1195/9).

43.3%
56.0%
0.7%

ja (61) nee (79) onthouding (1)

Stemming verworpen

( 1195/9).

17.0%
62.4%
20.6%

ja (24) nee (88) onthouding (29)

Stemming verworpen

( 1195/9).

37.6%
55.3%
7.1%

ja (53) nee (78) onthouding (10)

Stemming verworpen

Wetsontwerp betreffende de verhoging van opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuk op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor. (1094/5)

67.9%
32.1%

ja (95) nee (0) onthouding (45)

Stemming aangenomen

Voorstel tot verwerping door de commissie voor Justitie van het wetsvoorstel teneinde vrouwenmoord in het Strafwetboek op te nemen. (355/1-2)

72.9%
26.4%
0.7%

ja (102) nee (37) onthouding (1)

Stemming aangenomen

Stemming over amendement nr. 1 van Ellen Samyn cs tot weglating van considerans K.. (1232/3)

15.8%
84.2%

ja (22) nee (117) onthouding (0)

Stemming verworpen

(1232/3). (1232/3)

10.7%
89.3%

ja (15) nee (125) onthouding (0)

Stemming verworpen

Geheel van het voorstel van resolutie betreffende het veroordelen van de schending van de legitieme rechten van Afghaanse vrouwen onder het Talibanregime en het oproepen van België en de Europese landen tot het verlenen van steun. (1232/2)

100.0%

ja (139) nee (0) onthouding (0)

Stemming aangenomen
Popover content