Plenaire vergadering op 8 januari 2026
Van 14h20 tot 19h12 (4 uur en 52 minuten)
12 vragen, 4 voorstellen, 40 stemmingen
Volledig verslag op dekamer.be
Aanwezigheid
143/150 (95%)
Afwezigen
De volgende 7 kamerleden waren afwezig bij tenminste de eerste naamstemming. Het is mogelijk dat deze kamerleden alsnog aanwezig waren vanaf de tweede naamstemming of later. Het is ook mogelijk dat de kamerleden uitgesloten waren bij de eerste stemming voor een legitieme reden.
MR
Michel De Maegd
MR
Denis Ducarme
PS
Paul Magnette
PTB
Nadia Moscufo
PVDA
Natalie Eggermont
VB
Kurt Moons
Vooruit
Alain Yzermans
Vragen
De vragen die gesteld werden tijdens deze vergadering.
De Europese top over het concurrentievermogen
De teloorgang van de industrie en met name van de chemiesector in België
De situatie van de chemiesector in België, onder andere bij Vynova Tessenderlo
België en Europa: industrie, chemiesector en concurrentievermogen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
PS en De Smet bekritiseren dat premier De Wever een urgente parlementaire vraag over de Groenlandse soevereiniteitscrisis (en EU-betrokkenheid) ontwijkt, ondanks zijn medioptredens erover, en wijten dit aan regeringsontwijkgedrag. Intussen domineren industriële noodkreten (Vynova/Tessenderlo) het debat: Keuten (N-VA) en Gielis (CD&V) eisen concrete reddingsacties—energienormen, aandeelhoudersdruk, kortetermijnsteun—om 1.200 banen en 133 jaar chemie-erfgoed te behouden, en bekritiseren het "feestjescircuit" (Davos, Alden Biesen) als leeg retorisch Europa-beleid terwijl bedrijven nu failliet dreigen. De Wever benadrukt Europese competitiviteit als enige oplossing—via energie-unie, handelshervormingen en investeringsplannen (o.a. 11/2-top in Antwerpen)—en verdedigt nationale maatregelen (loonkostendaling, €1mrd energiekorting), maar erkent dat tijdsnood (Vynova-deadline: maart) en EU-traagheid de crisis verergeren. Kritiek blijft: oppositie ziet geen directe actie, slechts intentieverklaringen.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, avant toute chose, permettez-moi de vous adresser ainsi qu’à l’ensemble des collègues les meilleurs vœux du groupe PS pour cette année 2026 et, à travers vous, bien entendu, à l’ensemble des collaboratrices et des collaborateurs des services de la Chambre, qui nous permettent – au-delà des attentions particulières réservées à notre collègue Piedboeuf – de travailler dans d’excellentes conditions, malgré le fait que nous les sollicitons bien plus que de raison, souvent d’ailleurs de la faute du gouvernement et de la majorité.
Monsieur le président, au risque de paraître chafouin, permettez-moi de commencer cette première séance plénière de l’année 2026 par un regret. Nous avons déposé une question d’actualité concernant la situation internationale, singulièrement les menaces qui ne sont aujourd’hui plus voilées concernant le principe de souveraineté territoriale du Groenland, et donc de l’Union européenne. Cette question était adressée à monsieur le premier ministre, qui était présent à Paris en début de semaine à un sommet important. Il n’a pas signé la déclaration à l’issue de cette réunion de soutien au Danemark. Aujourd’hui, il est présent mais refuse de répondre à cette question. Je le regrette, monsieur le président.
Quatre groupes parlementaires souhaitaient interroger le premier ministre sur cette question mais le Règlement permet effectivement au gouvernement de renvoyer cette question vers un autre ministre. Nous le regrettons et le dénonçons aujourd’hui, monsieur le président.
Voorzitter:
Je vous remercie, monsieur Dermagne. Votre intervention figurera bien évidemment au compte rendu, mais je ne peux qu'en prendre acte.
François De Smet:
Monsieur le président, meilleurs vœux à vous-même, aux collègues et aux services de la Chambre.
Je n’interviens pas souvent dans ce genre de questionnement, mais j’avais moi aussi posé une question sur la situation internationale au premier ministre. Nous aurons certainement un débat intéressant avec M. Prévot, mais il est tout de même regrettable que le premier n’y participe pas. Je pensais que, comme cela arrive régulièrement dans ce genre de situation, les deux ministres allaient répondre ensemble. La gravité de la situation internationale aurait vraiment mérité cette réponse.
Monsieur le président, vous allez nous dire que le Règlement autorise le gouvernement à choisir quel ministre va répondre. Il me semble que le gouvernement commence un petit peu à abuser de cette manière de faire. Il est quand même difficilement compréhensible que le premier ministre puisse répondre à Terzake sans problème sur le Groenland, le Venezuela et l’actualité internationale, mais qu’il ne trouve pas le temps de le faire ici, alors qu’il est face à la représentation parlementaire.
Je rappelle qu'un Parlement est un lieu où les parlementaires choisissent les questions auxquelles les ministres doivent répondre et non un lieu où les ministres choisissent les questions auxquelles ils ont envie de répondre. Il faudrait que l’Arizona commence à s’en souvenir.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, u organiseert weldra een top rond Europese competitiviteit. Dat initiatief is hoognodig voor de slagkracht van onze industrie en onze bedrijven. Europa staat immers op een kruispunt. Als we economisch en geopolitiek relevant willen blijven, moeten we sterker worden. Dat vergt samenwerking. We moeten aan één zeel trekken, meer verantwoordelijkheid opnemen en leren om zelf onze broek op te houden in een steeds hardere wereld.
U stelde duidelijk dat de grootste uitdaging niet ideologisch, maar economisch is. U wees herhaaldelijk op een stagnerende productiviteit in Europa, een realiteit die we al te vaak ontwijken in het publieke debat. Zonder productiviteitsgroei is er geen duurzame welvaart, zijn we niet in staat om te herverdelen, is er geen strategische autonomie en geen geloofwaardig klimaatbeleid.
U sprak in dat verband over een klavertje vier. De eerste drie blaadjes betreffen competitiviteit, innovatie en productiviteit. Pas wanneer die voorwaarden er zijn en die fundamenten stevig staan, kan het vierde blaadje, de Green Deal , duurzaam en sociaal verantwoord worden uitgerold. Dat is een heldere, maar ook moedige analyse.
Welke concrete agenda wilt u met deze top naar voren schuiven? Welke keuzes zult u op tafel leggen om Europa opnieuw competitiever te maken?
Dat u koos voor een Belgische locatie lag voor de hand, maar waarom koos u voor het idyllische, maar ook machtige Alden Biesen? Kunt u uitleggen waarom de keuze daarop viel?
Dieter Keuten:
Collega’s, ik woon in Tessenderlo. Dat ligt naast de E313 en het Albertkanaal. Dat zijn de aorta’s of de slagaders van onze Vlaamse economie. Ze verbinden Antwerpen met het Duitse Hartland of het Duitse industriegebied.
Al 133 jaar staat op amper 300 meter van onze kerktoren een chemische fabriek. Wat vandaag Vynova heet, noemen wij Looi Chemie. Het bedrijf zit in ons DNA, want al 133 jaar leven wij met de ongemakken maar vooral met de welvaart die die industrie ons brengt.
Vynova Belgium in Tessenderlo is de hoofdzetel van een internationale groep met ook fabrieken in alle buurlanden. Die Vynova Groep verkeert vandaag in grote problemen omdat vanuit Tessenderlo honderden miljoenen euro naar het buitenland zijn gevloeid. Alle reserves zijn op en door de uitzichtloosheid, onder meer op het vlak van de energieprijzen, wil geen enkele bank nog vers geld lenen.
De gevolgen zijn dramatisch. Zevenhonderd gezinnen en vijfhonderd leveranciers, lokale kmo’s, vrezen nu terecht het ergste. De tijd dringt en de mensen uit mijn regio wachten op antwoorden.
Mijnheer de premier, ik heb vier vragen.
Ten eerste, wil deze regering de Vlaamse en Limburgse chemische sector daadwerkelijk redden?
Ten tweede, welke acties uit de werkgroepen van MAKE 2025-2030 kunnen op korte termijn zuurstof bieden?
Ten derde, wanneer wordt de energienorm toegepast, zodat onze industrie opnieuw kan concurreren?
Ten vierde, wat doet u om de aandeelhouder van Vynova te overtuigen om te blijven investeren in Vlaanderen? In Tessenderlo gaat er nu eindelijk iemand naar Frankfurt. Waar wacht u nog op?
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, in oktober waarschuwde ik al voor de problemen bij BASF en INEOS. Dat waren toen geen losse incidenten, maar signalen van een dieper probleem in onze industrie. Ik vroeg toen waar de fundamentele koerswijziging voor onze chemie-industrie bleef.
Vandaag staan we hier opnieuw. Met 36 jaar ervaring in de chemiesector op de teller ligt dat mij nauw aan het hart. Deze keer gaat het inderdaad over de site van Vynova, het vroegere Tessenderlo Chemie, op de grens van de Kempen en Limburg, een site die generaties lang stond voor werk en welvaart, een site waarrond een gemeenschap werd gebouwd.
De chemische sector, de moeder van onze industrie en de motor van onze economie, zit in overlevingsmodus. De sector kreunt onder hoge energieprijzen, trage procedures en oneerlijke concurrentie. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor van onze welvaart vormen, stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven groeien en bloeien, en dat ten koste van onze eigen bedrijven en van medewerkers die dag in dag uit het beste van zichzelf geven. Niet met cd&v.
De regering erkende zelf al dat onze industriële competitiviteit structureel verzwakt is. Uw collega verwees naar arbeidskosten, energieprijzen en procedures en sprak over plannen, intenties en trajecten. De realiteit gaat echter sneller dan het beleid. Daarom blijf ik, mijnheer de premier, bij mijn eerdere vraag: waar blijft de fundamentele ommezwaai voor onze industrie? Dank u wel.
Bart De Wever:
Voorzitter, beste collega’s, beste wensen voor het nieuwe jaar.
Chers collègues, mes meilleurs vœux pour le Nouvel An.
Herr Frank, meine besten Wünsche für das neue Jahr.
Leden van de meerderheid, ik wens u alles wat u wenst. Leden van de oppositie, ik wens u alles wat u mij toewenst. Ik hoop dat we er een vruchtbaar jaar van kunnen maken. Ik dank u alvast hartelijk voor de vragen over dit thema, dat me zeer na aan het hart ligt.
Dat de industrie in ons land en in Europa onder druk staat, valt niet te miskennen. Er zijn heel veel slechte tijdingen aangehaald. Er zijn er al heel wat geweest. Het valt te vrezen dat er nog komen. Het is een teken aan de wand dat we voor het eerst sinds heel lang onze productievolumes duidelijk zien dalen en dus een ernstige onderbenutting kennen van onze industriële capaciteit. Dat schreeuwt urgent om bijsturingen.
Wij hebben nationaal werk gemaakt van een verbetering van onze concurrentiekracht door maatregelen om de bruto loonkosten te drukken en door eindelijk vlak voor Kerstmis de lang verwachte energiekorting in te voeren, die over de hele legislatuur onze energie-intensieve bedrijven voor een miljard euro zal ontlasten. Dan gaat het natuurlijk vooral over de petrochemie.
Het is geen evidente maatregel. Het zal u opgevallen zijn dat we niet zo goed bij kas zitten. Maar de regering is zich bewust van de waarde van industrie en zeker van deze industrie voor onze welvaart. We doen het nodige. We doen wat we kunnen.
Samen met de regio’s maken we ook verder werk van vereenvoudiging van de procedures en de regels waar we zelf de controle over hebben. Dat zijn ze niet allemaal, dat weet u. De recente hervorming van het vergunningenbeleid in Vlaanderen – door de goede collega Brouns – is een waardevolle vooruitgang. Die weet ik zeker naar waarde te schatten. Maar het probleem stopt bij uitstek niet aan onze landsgrenzen. Het is een veel breder probleem dat de hele Europese Unie en zeker Noordwest Europa treft. Het is dus een brede grensoverschrijdende aanpak die we nodig hebben als we echt een positieve impact willen hebben op de toekomst van de Europese industrie.
Een vergaande integratie van de Europese markt voor diensten en goederen. Dat is wat we moeten doen. Een waarachtige spaar- en investeringsunie creëren. Dat is wat we moeten doen. De energiemarkt één maken, met investeringen in transnationale infrastructuur. Dat is wat we moeten doen. Talent aantrekken voor onze arbeidsmarkt. Onze markt afschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. En wat mij betreft, ook zoveel mogelijk logische vrijhandelsverdragen afsluiten met de rest van de wereld. Dat lijkt me wat we moeten doen op Europees niveau.
De komende weken zullen belangrijk zijn om de koers in Europa te helpen bepalen.
Eind deze maand is er het Wereld Economisch Forum in Davos. Ik kan u zeggen dat ik die gelegenheid zal aangrijpen om zo veel mogelijk nuttige bijeenkomsten over die thema’s te organiseren, formeel en informeel.
Nog belangrijker dan Davos is Antwerpen. Op 11 februari zal immers de derde Industry Summit in de prachtige Handelsbeurs plaatsvinden. Ik denk, mijnheer Keuten, met alle respect, dat de Schelde de aorta is van de Vlaamse welvaart. Het Albertkanaal is zeker een ader, maar die aorta lijkt mij toch de Schelde te zijn. Ursula von der Leyen zal daar opnieuw zijn. Ik zal haar daar verwelkomen. Daarna zal de top van de Europese industrie in alle transparantie de omzetting van de Antwerp Declaration kunnen evalueren. Dat zal niet mis te verstane boodschappen opleveren.
Ik kan u zeggen dat ik volop bezig ben met relevante bedrijfsorganisaties uit ons eigen land, maar ook uit de ons omringende landen, om die bijeenkomst goed voor te bereiden en er het maximum uit te halen. De hoofdtoon zal ongetwijfeld zijn dat de intentie bestaat om al die zaken om te zetten en dat die met meer urgentie moeten worden aangepakt. Die feedback zullen de Europese regeringsleiders en de voorzitter van de Europese Commissie de volgende dag mee kunnen nemen. De dag erna, op 12 februari, zal António Costa op mijn vraag, die ondersteund werd door andere industrielanden, zoals Duitsland, een informele top organiseren in Alden Biesen. Hij heeft zelf die plek gekozen. Ik had hem die kunnen aanbevelen, maar hij heeft ze zelf gekozen.
Er staat maar één punt op de agenda van die top. Competitiviteit. Wettbewerbsfähigkeit . Een prachtig Duits woord. We zullen daar moeten kijken naar de omzetting van de rapporten van Letta en Draghi. Dat zijn zeer waardevolle documenten. We moeten het warme water niet uitvinden. Alles staat immers op papier. Dat gaat over de gebrekkige werking van onze interne markt. Dat gaat over alles wat ik heb geschetst aan oplossingen voor onze Europese competitiviteit.
De bedoeling is dat de conclusies van die informele top worden omgezet in formele beslissingen op de Europese Raad van maart. Samen met u hoop ik op een krachtig resultaat, want we worden elke dag geconfronteerd met onze tanende geopolitieke zeggenschap en onze economische situatie. Opnieuw werk maken van welvaartsgroei is het begin van de heropbouw van onze relevantie in Europa. Innovatie en een sterke industrie zijn daarbij onmisbaar. U kunt op mij rekenen om hiervoor op Europees niveau aan de kar te trekken. Er is geen andere keuze. It is to mend or to end .
Voorzitter:
Bedankt, premier. Ook voor uw bijzonder keurige timing.
Katrijn van Riet:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de eerste minister. Alvast een dikke bravo voor de heer Costa voor de keuze van Alden Biesen, maar ook voor de Antwerpse Handelsbeurs, steeds een topper.
De energiekorting werd net voor het winterreces goedgekeurd. De vereenvoudiging van procedures en regels is meer dan welkom. Onze industrie en onze bedrijven snakken naar al de maatregelen die u hebt opgesomd. Wij hopen dat u een sterk Europa kan doen herrijzen, een Europa waar onze strenge duurzaamheidseisen niet tot ons eigen verval zullen leiden. Daar moeten we echt voor waken. Wij gaan voor een Europa met focus, eensgezindheid, strategie en vooral een ecorealistisch denkvermogen.
Dieter Keuten:
Leuk, een feestje in Davos, een feestje in Alden Biesen, een feestje in de Handelsbeurs, maar wat brengt het ons? Dat zijn allemaal mooie intenties op papier, maar hoe oud is de Antwerp Declaration? Nu gaat u opnieuw discussiëren over de urgentie van de intenties tot omzetting. Wauw.
Mijnheer de premier, er dreigt 133 jaar chemiegeschiedenis verloren te gaan. Tweeduizend gezinnen maken zich zorgen. Wanneer stopt het bloeden? Wanneer stopt de collectieve verarming die bezig is?
De tijd tikt genadeloos. U verwijst naar de Europese raden van maart, maar Vynova heeft tijd tot einde maart om een oplossing te vinden. De site in de Tessenderlo is voor het grootste deel rendabel. Wat Ford was voor Genk, is Vynova voor Tessenderlo. Het is voor ons in de streek totaal onbegrijpelijk dat uw regering zwijgt. Neem uw telefoon op. Laat Diependaele bellen naar Frankfurt. Bel zelf naar Frankfurt. Doe iets voor de Vlaamse welvaart alstublieft. Het is nu of nooit voor Vynova en Tessenderlo.
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, u zoekt uw antwoorden vooral op het Europese niveau. Dat boezemt mij vertrouwen in. Intussen tikt de tijd inderdaad weg. De realiteit gaat sneller dan het beleid, zoals ik reeds aangaf. Daarom wil ik erop aandringen dat men in de komende maanden een oplossing zoekt en in dialoog gaat met de werkgevers, zodat Tessenderlo op de grens van de Kempen met Limburg geen spookgemeente zou worden. We moeten de lokale tewerkstelling blijven verankeren. We rekenen daarvoor op u en hopen dat we in de Kempen de chemische cluster kunnen behouden.
De dubbele indexsprong voor deeltijds werkenden
De indexdiefstal voor halftijds werkenden
De indexaanpassingen voor deeltijdse werknemers
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Patrick Prévot en Robin Tonniau bekritiseren de regering scherp voor het plafonneren van de index (van 4.000 naar 2.000 euro bruto voor deeltijds), wat volgens hen 80% vrouwen (vaak in zorg/onderwijs) en lage inkomens treft, met duizenden euro’s koopkrachtverlies per carrière. Ze noemen het "indexdiefstal", "amateurisme" (beslissingen genomen "om 3 uur ’s nachts") en een "cadeau aan superrijken", terwijl beloftes over belastingverlaging en bescherming van kleine inkomens gebroken worden. Minister Clarinval verdedigt de maatregel als "evenwichtig" en noodzakelijk voor competitiviteit/budget, benadrukkend dat indexering behouden blijft onder 4.000 euro (voltijds) of 2.000 euro (deeltijds/sociale uitkeringen), met pro-rata-berekening. Hij stelt dat de opbrengst deels naar bedrijven en sociale zekerheid gaat, maar ontwijkt concrete cijfers over het aantal getroffen deeltijders. Beide oppositieleiders beschuldigen de regering van leugenachtig beleid (eerder ontkend, nu doorgevoerd) en klassenjustitie, terwijl Clarinval hun retoriek "intellectueel oneerlijk" noemt. Tonniau dreigt met verder verzet (samen met vakbonden/PVDA) zolang de maatregel niet is goedgekeurd.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, bonne année aux Belges, et honte à l'Arizona! Je n'ai pas prévu de vous épargner en 2026, cela ne fait pas partie de mes résolutions.
En novembre, monsieur le ministre, vous annonciez un double saut d'index, mais, sous le sapin, il y a eu un petit bonus. Nous avons en effet appris que cette mesure frapperait également les temps partiels. En 2026, vous restez le gouvernement du mensonge. Vous aviez dit qu'il n'y aurait pas de saut d'index. Effectivement, il n'y en aura pas un, mais deux. Vous aviez promis qu'il y aurait moins de taxes. Ce gouvernement est malheureusement atteint d'une rage taxatoire. Quant au pouvoir d'achat, il s'effondre. Vous avez fait tout l'inverse de ce que vous aviez promis.
Deuxième marque de fabrique de ce gouvernement, l'amateurisme. Vous prenez des décisions à 3 h du matin, visiblement déjà fortement assoupis, sans connaître la réalité concrète du terrain. Vous aviez juré que le saut d'index ne toucherait que les gros salaires. Et nous apprenons aujourd'hui qu'un mi-temps sera concerné dès 2 000 euros! Même bricolage – c'est votre marque de fabrique – sur la TVA, qui passe de 6 à 12 % sur les repas à emporter, le take away. Aucune anticipation pour les cantines scolaires, les repas des enfants. Et, ensuite, vous venez pleurnicher en disant qu'il faut des mesures correctrices. Pour vous, gouverner, c'est bricoler.
Et votre troisième marque de fabrique, l'Arizona n'aime pas les femmes. On sait, monsieur le ministre, que 80 % des temps partiels sont occupés par des femmes. Vous le savez, mais vous vous obstinez en les giflant à nouveau avec cette mesure injuste.
Monsieur le ministre, je n'ai qu'une seule question. Comment votre plafonnement de l'index va-t-il concrètement s'appliquer aux temps partiels?
Robin Tonniau:
"Neen, we zullen de index van de persoon die deeltijds werkt en minder dan 4.000 euro verdient niet aftoppen. We zullen dat niet doen. Ik vind dat een slecht idee." Daarmee citeer ik wat Axel Ronse van de N-VA amper drie weken geleden op deze tribune zei.
Mijnheer Ronse, u hebt gelijk, dat is een slecht idee. Maar waarom voert u het dan uit? Wat heeft de meerderheid immers besloten tijdens uw kerstdiner? Ook van de mensen die deeltijds werken, zult u de indexering afpakken, vanaf een inkomen van 2.000 euro bruto. Dat is nog eens een mooi kerstcadeau van deze regering.
Over wie gaat het eigenlijk met die maatregel? Gaat het over die sterkste schouders of over de grootverdieners? Neen, het gaat over Ingrid, die halftijds werkt in de zorg. Ze werkt halftijds om haar gezin draaiende te kunnen houden. Ingrid verdient 2.960 euro bruto per maand. Is dat nu een dikke pree? Met uw indexdiefstal zal Ingrid duizenden euro aan koopkracht verliezen op heel haar carrière, want die indexdiefstal telt niet één maand, niet twee maanden, maar elke maand opnieuw, een hele carrière lang.
Hoeveel lijken zullen er nog uit de kast vallen? Eerst lag het indexplafond op 4.000 euro, nu ligt het op 2.000 euro voor wie halftijds werkt. Wat is het volgende? Geen index meer?
Eén zaak is zeker: deze regering zal altijd een excuus vinden om in de zakken te zitten van de mensen die werken om de superrijken te kunnen beschermen.
Mijnheer de minister, weet u al hoeveel mensen u bijkomend zult treffen door het indexplafond te verlagen van 4.000 naar 2.000 euro voor de deeltijds werkenden?
David Clarinval:
Monsieur le président, chers collègues, je tiens tout d'abord à souligner que la mesure que nous avons prise n'est pas un double saut d'index. Monsieur Prévot, vous utilisez cette formule; je peux dire que c'est intellectuellement malhonnête.
L'indexation reste intégralement pour les salaires allant jusqu'à 4 000 euros brut par mois pour un temps plein et jusqu'à 2 000 euros pour les allocations sociales et les pensions. Nous plafonnons l'indexation pour la partie qui excède ces montants. Je le répète donc clairement, chaque travailleur en Belgique bénéficiera d'une indexation automatique. Il ne s'agit donc pas d'une suppression totale de cette dernière, ni d'un gel généralisé, ni d'un double saut d'index.
Le gouvernement attache une grande importance au principe selon lequel le travail doit être rémunérateur, tout en tenant compte du contexte budgétaire difficile dans lequel nous nous trouvons. C'est pourquoi nous avons opté pour cette solution équilibrée et équitable, tout en préservant au maximum le pouvoir d'achat des travailleurs et renforçant ainsi à la fois la compétitivité de nos entreprises et notre budget.
En ce qui concerne le travail à temps partiel, le calcul se fera sur la base d'un salaire attribué à temps plein, et c'est sur cette base qu'il sera décidé si l'indexation est plafonnée ou pas. Le plafonnement de l'indexation que le gouvernement mettra en œuvre se fera donc sur une base égale, avec les mêmes règles applicables à tous au prorata.
Bovendien heeft die maatregel ook een positieve impact op de competitiviteit, omdat de helft van de opbrengst van die plafonnering naar de ondernemingen zal gaan, terwijl de rest naar het globaal beheer van de RSZ gaat, waardoor wordt rechtstreeks bijgedragen aan de financiering en houdbaarheid van de sociale zekerheid, zonder de rechten van de werknemers te verzwakken.
Kortom, de regering beschermt de koopkracht, handhaaft de automatische indexering als mechanisme, voor de bescherming van het inkomen tegen de inflatie, en handelt verantwoordelijk, om de competitiviteit van de Belgische ondernemingen te vrijwaren.
De competitiviteit is een absoluut noodzakelijke voorwaarde om investeringen te ondersteunen, jobs te creëren en op middellange en lange termijn hogere lonen en een sterke sociale zekerheid te garanderen.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, quand on passe davantage de temps à jouer sur les mots qu'à répondre sur le fond des questions, cela prouve qu'il y a un malaise. Je ne sais pas si vous le savez, mais aujourd'hui c'est le "CEO Jackpot Day". Cela veut dire que les CEO du BEL 20 auront déjà gagné aujourd'hui l'équivalent du salaire annuel médian des travailleurs belges. C'est bien ce que l'on vous reproche: frapper systématiquement les travailleuses et les travailleurs, les gens qui se lèvent tôt, celles et ceux que vous aviez promis de récompenser pour protéger les plus nantis et vos amis les milliardaires. Eux, ils coulent des jours heureux. Avec vos sauts d'index, un travailleur sur deux payera la facture: des milliers d'euros perdus sur une carrière pour des enseignants, des infirmières ou même des ouvriers. Voilà votre idée de la récompense du travail! On sait désormais, monsieur le ministre, que les ministres de l'Arizona osent tout. C'est même à cela qu'on les reconnaît.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, ik heb u een vraag gesteld. Hoeveel mensen zullen een impact ondervinden van de verlaging van het indexplafond van 4.000 euro naar 2.000 euro voor wie deeltijds werkt? U hebt mijn vraag niet beantwoord. Blijkbaar kent u het antwoord niet of u weigert te antwoorden, hoewel het een simpele vraag is. Waar zijn jullie eigenlijk mee bezig? Het indexmechanisme is van ons, dat is van de werkende klasse. Wij hebben dat mechanisme afgedwongen, het beschermt onze koopkracht en het werkt goed. Blijf er gewoon af. Gelukkig is er in het Parlement momenteel nog altijd niets goedgekeurd. Men voelt dat er heel veel verwarring heerst rond dat indexplafond. Hoeveel? Voor wie juist? U geraakt er niet uit. Er is nog niks goedgekeurd. De vakbonden, samen met de PVDA, zullen de strijd blijven voeren tot op het laatste moment om de index te behouden. Collega's van Vooruit, jullie zeggen dat raken aan de index voor jullie een rode lijn is. Maak daar dan een keer werk van. U zegt dat u in de regering zit om de index te beschermen. Doe dat dan.
De aanpassingen van de kansspelwet
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Jean-Marie Dedecker beschuldigt ex-minister Van Hecke en de Nationale Loterij (met name topman Jannie Haek) van lobbyisme en discriminerende wetgeving (wet-Van Hecke), die private kansspeloperators benadeelde ten voordele van de Loterij, wat het Grondwettelijk Hof nu als ongrondwettelijk vernietigde. Van Hecke ontkent corruptie, wijst op de behouden verstrengingen (leeftijdsgrens 21+, reclame- en bonusverbod) en eist gelijke regels voor alle spelers, inclusief de Loterij – een standpunt dat minister Clarinval (Economie) bevestigt, maar eerst wacht op bevoegdheidsoverdracht en analyse van het arrest. Bouchez (MR) beaamt de agressieve lobby van de Loterij en pleit voor gelijke behandeling, maar verwerpt een verbodcultuur; Dedecker herhaalt zijn aantijgingen over Haeks invloed en kondigt een eigen wetsvoorstel aan voor gelijk toezicht.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, op 18 februari 2024 kwam een nieuwe kansspelwetgeving tot stand, de zogenaamde wet-Van Hecke. Dat was het resultaat van lobbywerk van de Nationale Loterij, met name van haar opperbaas, de heer Jannie Haek, maar niet alleen bij de heer Van Hecke. Hij heeft toen immers ook de heer Van Quickenborne, die destijds minister was, met 30 miljoen euro aan monopolierente omgekocht om een nieuwe wet uit te vaardigen.
Die wet was een zuivere discriminatie, mijnheer de minister, tussen de private kansspeloperatoren en de Nationale Loterij. Alles werd toegestaan voor de Nationale Loterij, terwijl voor de private operatoren een cumulverbod binnen websites werd ingevoerd, samen met een verstrenging van de regels, een bonusverbod, een verhoging van de leeftijdsgrens en een algemeen reclameverbod. Er bleven nog enkele beperkte uitzonderingen bestaan, onder meer voor het voetbal, mijnheer Bouchez, maar ook die zouden binnenkort verdwijnen, als ik de plannen moet geloven.
Wat gebeurt er dan? Vorige week werd aan minister Beenders de vraag gesteld om de spelersaccounts in te perken. Toen heb ik, beste socialistische vrienden, gezegd dat het beter was één account te bewaren. Dat voorstel hebt u weggestemd. Nu komt uw minister met een andere vraag over de brug.
Er is echter licht aan het einde van de tunnel. Het Grondwettelijk Hof heeft de betrokken wet vernietigd op grond van discriminatie. Die wet discrimineert. De Raad van State zegt dat eveneens. Het Grondwettelijk Hof bevestigt dat standpunt, vandaar mijn vraag aan u, mijnheer de minister.
Zult u het Grondwettelijk Hof volgen? Zult u ook de Raad van State volgen? Er moet nog een bijkomende uitspraak van de Raad van State komen, maar het Grondwettelijk Hof stelt duidelijk dat ook de Nationale Loterij onder het toezicht van de Kansspelcommissie moet vallen. Dat heeft men net proberen te vermijden. De Kansspelcommissie moet immers toezicht houden. De heer Van Hecke – ik zie hem knikken – heeft er op die manier voor gezorgd dat er geen controle meer is op de Nationale Loterij. Die kan iedereen laten spelen en doen wat ze wil.
David Clarinval:
Het regeerakkoord is duidelijk op het vlak van kansspelen. Het voorziet eerst in de overdracht van de Kansspelcommissie van de minister van Justitie naar de minister van Economie en van de FOD Justitie naar de FOD Economie. Zodra deze overdracht is afgerond, zal ik de andere in het regeerakkoord geplande maatregelen geleidelijk aan, in meerdere fases, uitvoeren.
Ten eerste, de hervorming van de Kansspelcommissie. Ten tweede, de modernisering van het regelgevend kader om het hoofd te bieden aan de digitalisering, de opkomst van nieuwe speelvormen en de uitbreiding van het aanbod.
Ten derde, de maatregelen ter bestrijding van illegale kansspelinrichtingen, zowel online als offline, zullen worden geïntensiveerd.
Mijn diensten zijn momenteel het arrest van het Grondwettelijke Hof aan het analyseren. Zodra ik de volledige bevoegdheid op dit gebied heb verworven, zal ik in samenwerking met minister Jambon de wetgeving aanpassen, in overeenstemming met het arrest.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, het Grondwettelijke Hof heeft bepaald dat u tijd hebt tot het einde van het jaar om daar een mouw aan te passen, om een einde te maken aan de discriminatie, om er eindelijk voor te zorgen dat de Nationale Loterij op dezelfde manier als de private spelers wordt behandeld, zodat ze ook onder het toezicht van de Kansspelcommissie valt. Momenteel kan de Kansspelcommissie door dit arrest van het Grondwettelijke Hof zelfs geen straffen meer uitspreken voor wie dit niet opvolgt.
Mijnheer Bouchez, dit geldt ook als u met Royal Francs Borains veel publiciteit wil maken. Volgens mijn interpretatie van de wet kan iedere voetbalclub, iedere wielerclub, iedere judoclub vandaag zeggen: wij gaan publiciteit maken met een private speler.
Persoonlijke feiten
Faits personnels
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, ik ben drie keer genoemd, dus ik denk dat er sprake is van een persoonlijk feit.
Het is steeds hetzelfde liedje met mijnheer Dedecker. Al jaren worden dezelfde beschuldigingen geuit, namelijk dat de heer Haek invloed op mij persoonlijk zou hebben uitgeoefend omdat ik mijn wetsvoorstel in de ene of de andere zin zou hebben aangepakt.
Die aantijgingen komen uit de mond van iemand die spreekt in naam van de private goksector, een sector die alles in het werk heeft gesteld om een wet te vernietigen die democratisch is goedgekeurd.
Mijnheer Dedecker, wat heeft het Grondwettelijk Hof gedaan? Vooraleer u hier uw show komt opvoeren, zou u het arrest beter eens goed lezen. De verstrengingen die in de wet zijn opgenomen, namelijk de verhoging van de leeftijdsgrens van 18 jaar naar 21 jaar, het principieel reclameverbod en het verbod op bonussen, zijn bekrachtigd. Die bepalingen zijn grondwettelijk verklaard en blijven overeind.
Eén artikel is vernietigd, met name het cumulverbod, omdat dat ook expliciet op de loterijen van toepassing moet zijn. Dat is een goede zaak aangezien daar geen meerderheid voor bestond. De overige bepalingen blijven volledig behouden.
Het Grondwettelijk Hof stelt echter dat die verstrengingen ook moeten worden doorgetrokken in de wet op de loterijen. De leeftijdsgrens moet ook daar worden opgetrokken tot 21 jaar en het bonusverbod moet eveneens worden ingevoerd. Dat geldt voor de wet op de loterijen, meer bepaald voor enkele online loterijproducten.
Dat is de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Het gaat om een overwinning voor diegenen die jarenlang hebben gevochten om de sector een halt toe te roepen, ondanks het intensieve lobbywerk van anderen. Ik zal geen namen noemen want dan roept u ook een persoonlijk feit in.
Mijnheer Dedecker, ik ben blij dat wij die strijd samen zullen kunnen voeren. Onze tekst ligt klaar en werd reeds een jaar geleden ingediend om de wet op de loterijen aan te scherpen. Ik reken op uw steun. Als ik de minister goed heb begrepen, zal de regering zich ook conformeren aan het arrest van het Grondwettelijk Hof. Dat is een heel goede zaak.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le président, je voulais faire une petite correction par rapport à ce qu’a dit M. Dedecker. En fait, il n’y a pas une exception spécifique pour le football. Il y a une exception générale, qui permet effectivement aux produits dérivés des opérateurs de jeux de faire l’objet d’une publicité.
Néanmoins, je voudrais – puisque ce fait personnel me permet de le faire – confirmer les propos qui ont été tenus. Le lobby de la Loterie Nationale est un lobby que je n’ai jamais vu. Les textes n’étaient même pas sortis de la table du gouvernement que les représentants de la Loterie Nationale envoyaient déjà des messages pour les faire modifier. Ils ont eux-mêmes écrit certains des textes discutés.
Je souscris totalement à la demande de M. Dedecker. Le principe, comme d’ailleurs pour l’impôt, est l’égalité devant la loi.
Il est évident que cette vision selon laquelle il faudrait interdire le jeu, l’alcool, le tabac n'est pas celle de mon groupe politique. Nous considérons que les gens ont droit à des libertés. Nous devons cadrer. Nous devons faire de la prévention. Nous devons accompagner. Mais interdire n’est certainement pas la solution. Je vous remercie.
Jean-Marie Dedecker:
Ik denk dat de heer Van Hecke last heeft van politieke schizofrenie. Ik heb het klaar en duidelijk in de wet gelezen. Ik heb niet gesproken over de voorwaarden, hoewel ik akkoord ga met wat de heer Bouchez daarover zegt. Dat is allemaal klaar en duidelijk, die verbodmaatschappij van de heer Van Hecke, waar ik het niet mee eens ben. Wat is er destijds gebeurd, mijnheer Van Hecke? Ik heb gezegd dat men ervoor moet zorgen dat de Nationale Loterij ook onder het toezicht komt van de Kansspelcommissie. U hebt daar niet voor gezorgd. U hebt dat niet gedaan, omdat u in de zak van Jannie Haek zat en dat is het grote probleem. Ik zeg dat iedereen gelijk voor de wet moet zijn. Mijn wetsvoorstel daaromtrent zal voor het einde van deze maand voorgelegd worden. Gelijke monniken, gelijke kappen, maar dat kent men niet bij de groenen, die liever alles kapotmaken.
De moeilijk tot zeer moeilijk toeleidbaren
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Wouter Raskin bekritiseert dat langdurig werklozen zoals zijn vriend Luc—gelabeld als "niet-toeleidbaar"—jarenlang werden verwaarloosd met enkel een uitkering, en pleit voor intensieve begeleiding via OCMW’s om hen alsnog te activeren, ondanks twijfels over hun tewerkstellingskansen. Minister Clarinval verdedigt de hervorming (afschaffing werkloosheidsuitkering na 20 jaar in 2026) en wijst op alternatieven: een beschermingsuitkering (tot 2028) of OCMW-steun, gefinancierd met 300 miljoen euro/jaar vanaf 2026, plus investeringen in sociale economie voor wie nog kan werken. Raskin erkent het beleid maar benadrukt dat het label "niet-toeleidbaar" nooit een excuus mag zijn om op te geven, en ziet in de OCMW’s de sleutel tot maatschappelijke integratie—al zal dat niet voor iedereen slagen. Beide benadrukken de maatschappelijke plicht om deze groep actief te begeleiden, maar verschillen in nadruk: Raskin op individuele trajecten, Clarinval op systeemwijzigingen en financiering.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, in januari 2026 zullen voor het eerst de mensen die twintig jaar of langer genoten van een werkloosheidsuitkering deze niet meer ontvangen. Die maatregel impacteert heel wat mensen. We moeten eerlijk zijn, een belangrijk deel van die groep zal niet onmiddellijk opnieuw aan de slag geraken, ook al omdat de gewestelijke arbeidsvoorzieningsdiensten hen in het verleden al gelabeld hebben als niet-toeleidbaar.
Zo vergaat het ook mijn oude vriend Luc, mijnheer de minister. Al twintig jaar aan de drank. Hij kreeg maandelijks een werkloosheidsuitkering. Maar dat was het dan ook. Voor de rest keken we niet naar Luc. We lieten hem zitten met al zijn miserie.
Vandaag gaan er stemmen op om Luc toch maar eeuwig in die werkloosheid te houden, alsof hij tot niets anders in staat zou zijn. Ik meen dat dit niet de juiste piste is, mijnheer de minister. Luc – ik ken hem al jaren – verdient het te kunnen rekenen op de expertise en de knowhow die bij uitstek aanwezig is bij de maatschappelijk assistenten, in de OCMW’s, om Luc te begeleiden in tal van levensdomeinen waar hij met problemen kampt en hem tegelijk op basis van concrete afspraken het traject aan te bieden richting activering en wie weet ook ooit tewerkstelling.
Mijn vragen zijn heel eenvoudig, mijnheer de minister. Bent u het met me eens dat we veel te lang weggekeken hebben van mensen als Luc? Bent u het met me eens dat de beslissing die we genomen hebben over de beperking van de werkloosheid in de tijd een opportuniteit is om Luc opnieuw toekomstperspectief te bieden?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer Raskin, het is een paradox en illustratief voor het werkloosheidsstelsel zoals het voor de hervorming bestond, dat van een groep langdurige werklozen wordt gesteld dat zij niet-toeleidbaar zijn naar de arbeidsmarkt. Voor die doelgroep is de werkloosheidsuitkering niet de gepaste oplossing.
De redenen waarom de regionale diensten deze werklozen niet-toeleidbaar achten, zijn zeer uiteenlopend. Binnen de regering werd afgesproken, samen met mijn collega Rob Beenders, te zorgen voor een oplossing voor de doelgroep van de beschermingsuitkering tegen 2028 die toelaat de beschermingsuitkering af te schaffen vanaf 2028.
Wie niet in aanmerking komt voor de beschermingsuitkering, valt niet uit de boot. Wie zijn recht op een werkloosheidsuitkering verliest en over onvoldoende bestaansmiddelen beschikt, kan terecht bij het OCMW. De regering ondersteunt die rol met een substantiële extra financiering van 26 miljoen euro in 2025 en 300 miljoen euro vanaf 2026. In het kader van de hervorming van de werkloosheidsverzekering investeert de federale regering ook 50 miljoen euro per jaar in een groeipad voor de sociale economie. Zo kan eenieder de ondersteuning vinden die hij of zij nodig heeft en zetten we de poort naar de arbeidsmarkt verder open voor wie nog kan werken.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, ik hoor dat u voet bij stuk houdt wat betreft het besliste beleid. Dat is goed nieuws. Ik denk dat het belangrijk is te stellen dat we ons er niet mogen bij neerleggen dat mensen het label van niet-toeleidbaar krijgen, zoals in het verleden. We mogen daar niet in berusten. We hebben veel te lang weggekeken van die doelgroep. We hebben veel te lang ons eigen geweten gesust door die mensen een uitkering te geven zonder veel meer. Mijnheer de minister, ik ben ervan overtuigd dat maatschappelijke integratie de weg is die we moeten volgen. Daarbij zijn de geresponsabiliseerde OCMW’s onze eerste en belangrijkste partner. De regering zal die vergeten doelgroep opnieuw oppikken en opnieuw toekomstperspectief bieden. Zal dat altijd lukken? Nee, dat zal niet altijd lukken. Het is echter wel onze maatschappelijke plicht om het te proberen.
De dreigende taal van Donald Trump t.a.v. Groenland en Denemarken en de internationale situatie
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Groenland
De crisis in de trans-Atlantische betrekkingen na de recente acties van de Verenigde Staten
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
De dreigende taal van de VS en de eerbieding van het internationale recht
De dreigende taal van de VS en de eerbiediging van het internationale recht
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
Amerikaanse dreigende retoriek, internationale spanningen en schending van internationaal recht
Gesteld aan
N-VA Bart De Wever (Eerste minister), Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en Europa staan onder druk door Trumps grove schendingen van het internationaal recht, zoals de dreiging met annexatie van Groenland (omwille van strategische grondstoffen) en de illegale ontvoering van Maduro in Venezuela, die volgens critici (Lacroix, Van Hecke, Mertens) een gevaarlijk precedent schept voor imperialistische machtsuitbreiding. Kritiek op de Belgische regering is scherp: ze zou te laks reageren (geen OTAN-noodzitting, geen wapenmoratorium tegen de VS), dubbelstandaarden hanteren (Maduro’s dictatuur hekelen maar Trumps methodes tolereren) en Europa’s strategische autonomie verzwakken door afhankelijkheid van VS-wapens (F-35’s) en zwakke diplomatie. Minister Prévot (CD&V) verdedigt een "kritische dialoog" met de VS, benadrukt dat Groenland niet onderhandelbaar is en wijst op Europese steunverklaringen, maar erkent dat Trumps retoriek de NAVO-waarden ondermijnt. Oppositie (PTB, Groen, Ecolo) eist hardere sancties, een breuk met de VS als "veiligheidspartner" en Europese defensie-autonomie, terwijl regeringspartijen (CD&V, Engagé) vasthouden aan trans-Atlantische samenwerking binnen duidelijke juridische kaders. De kernvraag blijft of België het internationaal recht onvoorwaardelijk verdedigt – ook tegen bondgenoten – of machtsrealisme (energie, wapens, NAVO) laat prevaleren. Critici beweren dat de regering faalt in moreel leiderschap; Prévot stelt dat diplomatie en "geloofwaardigheid" effectiever zijn dan verontwaardiging.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, depuis ce week-end, nous sommes en pleine sidération. Donald Trump a décidé de jouer avec des pays souverains, bafouant complètement les règles de base du droit international: enlever, kidnapper, acheter, annexer, affaiblir, asservir, soumettre! Acheter le Groenland, territoire danois! Aujourd'hui, Donald Trump évoque carrément son annexion. Pourquoi? Parce que, sous la glace, sont enfouis des terres rares, des minerais stratégiques, des ressources énergétiques colossales. C'est une nouvelle ruée vers l'or qui obéit à une logique purement marchande, une offensive sans précédent contre la souveraineté d'un allié européen. C'est aussi la militarisation de l'Arctique: des bases militaires, des sous-marins, des routes stratégiques. Ce n'est pas un caprice, mais une bataille mondiale qui menace directement la sécurité et le projet européens.
Pendant que l'Union européenne s'inquiète, où est la Belgique? Allez-vous demander une réunion d'urgence du Conseil de l'OTAN? Sur le plan européen, pourquoi n'avez-vous pas rejoint la France, l'Allemagne, l'Italie, la Pologne, l'Espagne et le Royaume-Uni en signant leur déclaration commune de soutien au Danemark? Nous ne pouvons plus parler des é tats-Unis d'Amérique comme de nos premiers alliés. Il est impensable de continuer à acheter des armes américaines. Allez-vous adopter un moratoire immédiat sur l'achat d'armes et de matériel militaire aux Américains? Vous rendez-vous compte enfin que la priorité doit être la protection de l'Europe, que celle-ci n'est pas un terrain de jeu pour les Américains et qu'elle ne le sera jamais?
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, het internationaal recht is geen vodje papier. Het bestaat met een reden. Het is vooral sterk ontwikkeld na hevige oorlogen, na bloedige conflicten. Het dient om vrede en mensenlevens te beschermen. Het internationaal recht zegt heel duidelijk dat men niet zomaar een land met geweld kan binnenvallen en een staatshoofd kan ontvoeren, zelfs al is het een dictator.
Dat internationaal recht werd het voorbije weekend zwaar geschonden door Trump. Waarom? Voor macht en olie!
Wat was de reactie van deze regering? De premier, die net is weggelopen, zei in TerZake dat er bij de manier waarop wel wat vragen te stellen zijn. Is dat de officiële reactie van onze regering, van ons land? Wat gaat de regering zeggen als Trump verdergaat? Als Trump morgen Colombia of Mexico zou binnenvallen, wat zal de regering zeggen? Zal de regering de vinger opsteken en zeggen dat er wel wat vragen bij te stellen zijn? Als Trump Groenland zou innemen, zal de regering dan zeggen dat er wel wat vragen bij te stellen zijn? Als China Taiwan zou binnenvallen, zal de regering dan zeggen dat er misschien wel wat vragen bij te stellen zijn?
Collega’s, er zijn vooral heel veel vragen te stellen bij het antwoord en de reactie van deze regering, want met dergelijke reactie begeeft de regering zich op glad ijs.
Mijnheer de minister, wat is nu eigenlijk het officieel standpunt van de regering over de inval in Venezuela? Is het volgens de regering wel of niet een inbreuk op het internationaal recht? Kan de regering daar nu eens heel duidelijk over zijn?
Voor Groen en Ecolo is respect voor het internationaal recht essentieel. Daar kun je als democratische rechtsstaat nooit op (…)
Peter Mertens:
Mijnheer de minister, hoeveel landen moet Trump eigenlijk nog bedreigen of bombarderen vooraleer de Kamer en deze regering ondubbelzinnig in actie schieten? Een jaar geleden heb ik hier in de Kamer gevraagd waarom in uw regeerakkoord de Verenigde Staten de belangrijkste garantie voor onze veiligheid worden genoemd. Toen al bedreigde Trump Groenland. Toen al zei hij dat hij het Panamakanaal wilde hebben. Toen al zei Trump dat hij Canada als eenenvijftigste staat wilde inlijven. U en minister Francken zeiden toen dat daar niets van aan was, want Trump was onze beste vriend. Nu, een jaar later, staan we hier.
Lees gewoon de veiligheidsstrategie van de heer Trump. Van Patagonië in Argentinië tot de noordelijkste ijskap, hij wil het allemaal. Our hemisphere , zo noemt hij het. Die dingen zijn met elkaar verbonden.
Men kan niet enerzijds loeihard roepen tegen de annexatie van Groenland en anderzijds zwijgen wanneer olietankers worden geënterd, wanneer er een illegale zeeblokkade wordt opgeworpen of wanneer een zittend president wordt ontvoerd. Die zaken hangen samen. Men kan niet in het ene geval het internationaal recht inroepen en in het andere geval het internationaal recht naast zich neerleggen. Het is het een of het ander.
België moet een consequente houding aannemen. Anders zal uw hypocrisie zich ook tegen België en tegen Europa keren. Het internationaal recht dient ook om kleinere landen te beschermen en moet dus worden toegepast.
Mijnheer de minister, vindt u nog steeds dat de Verenigde Staten de belangrijkste partner op het vlak van veiligheid zijn, zoals in het regeerakkoord staat, of bent u bereid om eindelijk op te staan en duidelijke taal te spreken tegenover president Trump?
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, chers collègues, les relations transatlantiques connaissent une nouvelle crise. Notre communauté euro-atlantique est basée sur une série de valeurs et de principes fondateurs d'un ordre international, comme le respect du droit international, la mise en œuvre de l' É tat de droit, la promotion de la démocratie et des institutions communes, pour garantir notre sécurité. Ceci garantit d'ailleurs une solidarité mutuelle symbolisée par l'article 5 du Traité de l'Atlantique Nord. Nous reconnaissons que tous ces principes sont piétinés jour après jour par le président Trump.
Les exemples sont nombreux. On peut citer la remise en cause parfois de la solidarité de l'article 5 de l'OTAN, l'imposition unilatérale des droits de douane, les sanctions contre des juges et procureurs de la Cour pénale internationale ou encore les sanctions contre un ancien commissaire européen – ce qui n'est pas rien.
Monsieur le ministre, vous étiez au bon endroit au bon moment, puisque vous étiez à Washington il y a quelques jours. Il est important de pouvoir nous rendre compte ici de la façon dont vous avez pu aborder ces sujets, surtout la situation concernant le Groenland, puisque nous sommes directement concernés.
Au travers de vos actions et de l'action de l'Europe, nous pourrons voir la fermeté à l'égard des É tats-Unis par rapport à un territoire souverain. Différents sondages ont d'ailleurs montré que 85 % des Groenlandais ne souhaitent pas devenir américains.
Monsieur le ministre, quels ont été vos contacts avec le secrétaire d' É tat Rubio? Quelles actions ou sanctions sont prévues à l'égard des É tats-Unis si les menaces du président Trump se transformaient en actions dans les prochaines semaines ou les prochains jours?
François De Smet:
Monsieur le ministre, vous avez déclaré que personne ne regrettera Nicolás Maduro. Le premier ministre a ajouté: "La place de Maduro est en prison". Sans doute. Mais je remarque que ce genre de déclaration se fait surtout une fois que l’intéressé se retrouve effectivement en prison.
Ce qui serait vraiment courageux aujourd’hui, ce serait de dire, par exemple, que la place de Vladimir Poutine est en prison. C’est encore plus vrai que pour Nicolás Maduro parce qu'il fait l’objet d’un mandat de la Cour pénale internationale et non simplement d’un mandat américain. Pourtant, c’est sans doute une phrase que vous ne direz jamais, parce que vous avez plus de chances de croiser Poutine que Maduro – surtout à présent – et surtout parce que la Belgique et les Européens ménagent depuis trop longtemps les empires en résurgence, qu’il s’agisse de la Chine, de la Russie ou des États-Unis.
C’est là le problème. Dans la communication du premier ministre comme dans la vôtre, commencer par accabler Maduro, qui est effectivement un autocrate corrompu, vise à suggérer que même si Trump exagère, même s’il ne respecte pas le droit international, il ferait quelque part le sale boulot pour nous et que personne ne pourrait défendre Maduro. Non, monsieur le ministre! Trump a tort, quel que soit le pédigrée du président qu’il a fait enlever. C’est cela qu’il faut avoir le courage de dire! En effet, il a utilisé la force à des fins d’intimidation. C’est la première chose que vous auriez dû dire, vous comme premier ministre, plutôt que de ménager la chèvre et le chou.
C’est pour cette raison que je ne suis pas rassuré non plus sur le Groenland. J’attends de votre part des mots beaucoup plus forts de soutien au Danemark et au Groenland. J'attends des mots qui ne se contentent pas d’affirmer que l’intégrité territoriale est importante mais qui disent aussi que, tout atlantistes que nous sommes, nous ne pourrons pas accepter un usage de la force entre membres, ce qui signerait de facto la fin de l’Alliance.
Pourquoi est-ce important? Cette position est importante parce que Trump joue l’intimidation. Il pense être si fort qu’il lui suffit de crier pour que les événements se produisent et qu’il n’aura donc pas besoin de prendre ce territoire par la force. Il est temps de sortir de l’eau tiède. Il est temps que ce monsieur rencontre des personnes qui osent lui dire non. Je vous avoue que ce n’est pas l’impression majeure qui se dégage lorsque l’on voit vos photos tout sourire avec M. Marco Rubio.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, 2026 begon jammer genoeg met een bang . Na Rusland, Iran en Rwanda besloot ook de VS dat het internationaal recht iets optioneel is. Het bombarderen van een land en kidnappen van een staatshoofd zijn grove schendingen van het internationaal recht. Het Witte Huis leidt duidelijk aan schizofrenie, waarbij vredesbeloftes vlotjes worden afgewisseld met imperiale ambities.
Nicolás Maduro heeft weliswaar geen communiezieltje. Hij bestuurde zijn land als een corrupte dictator, samen met drugkartels die elke oppositie gewelddadig monddood maakten. Ik zie dat ook het Vlaams Belang dat ondersteunt. Diens dictatuur doet echter niets ter zake. Washington schept een gevaarlijk precedent. Voor cd&v is het duidelijk: het internationaal recht is geen vrijblijvende afspraak, maar wel de ruggengraat van een wereldorde die kleine landen beschermt tegen grote bullebakken. Waarom zouden China en Rusland morgen niet hetzelfde mogen doen met Taiwan en de Baltische Staten?
De keuze is aan ons. Ofwel worden we de speelbal van een stratego voor de belangen van een aantal grootmachten die de wereld uiteindelijk onwelvarender en onveiliger maken, ofwel kiezen we voor de uitbouw van onze strategische autonomie in defensie, kiezen we, zoals we altijd hebben gedaan, voor het internationaal recht, met duidelijke waarden en afspraken. Voor cd&v is het alvast duidelijk: wij kiezen voor het VN-Handvest en voor de NAVO-afspraken die werden gemaakt. Dat is geen vodje papier, die zijn niet vrijblijvend.
Mijn vraag is dan ook de volgende. (…)
Voorzitter:
Mevrouw Van Hoof, uw twee minuten spreektijd is om.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, Europa moet wakker worden en de realiteit onder ogen zien. President Trump heeft de wereld veel gevaarlijker gemaakt en het internationaal recht ingeruild voor het recht van de sterkste.
Om te beginnen zien we een brutale, illegale aanval op Venezuela, waarbij een staatshoofd wordt ontvoerd. Een dictator minder is uiteraard winst, maar de manier waarop, vormt een flagrante schending van het internationaal recht. We kennen allemaal de redenen: olie en afleiding van Trumps eigen puinhoop in de Verenigde Staten.
Vervolgens worden Groenlanders en onze bondgenoot Denemarken openlijk bedreigd. President Trump wil Groenland inlijven, desnoods met de inzet van het leger.
Mijnheer de minister, laat het duidelijk zijn: alleen de Venezolanen en de Groenlanders beslissen over hun eigen toekomst. Europa moet aan hun kant staan en aan de kant van het internationaal recht. President Trump toont aan Rusland en China dat zij bijvoorbeeld Oekraïne of Taiwan zomaar kunnen inlijven zonder gevolgen, zonder boe of ba. Europa moet nu een duidelijke rode lijn trekken.
Mijnheer de minister, u was onlangs in de Verenigde Staten. Bent u ook het gesprek aangegaan met uw Europese collega’s? Zal Europa een vuist maken tegen de strafloosheid en voor het internationaal recht?
Rajae Maouane:
Monsieur le président, monsieur le ministre, meilleurs vœux de paix pour cette année 2026. Elle commence fort, puisque le 4 janvier, le président américain a menacé ouvertement le Groenland et le Danemark au nom de la sécurité nationale. Dans le même temps, une attaque américaine illégale visait le Venezuela, suivie de l'enlèvement de son président en exercice.
Ce n'est pas un dérapage, c'est une continuité historique. L'Irak, l'Afghanistan, la Libye, la Syrie, aujourd'hui le Venezuela, le Groenland demain et d'autres sans doute, avec toujours la même logique: un droit international à géométrie variable, invoqué contre les plus faibles, piétiné par les puissances impérialistes.
Soyons clairs, nous ne défendons pas ici le régime autoritaire de Nicolás Maduro ni ses dérives. Mais rien ne justifie qu'un État tiers renverse un gouvernement par la force armée. Le droit international est limpide. La violence est interdite, sauf mandat de l'ONU ou légitime défense. Ce n'est pas une opinion, c'est la règle.
Dans le même temps, les États-Unis se retirent de dizaines d'organisations internationales comme l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) ou le Groupe d'experts intergouvernemental sur l'évolution du climat (GIEC) – cela a été annoncé ce matin. Il faut donc arrêter de nous parler d'alliés. Alliés de quoi, en fait? D'un équilibre international que les États-Unis piétinent quand il les dérangent?
Face à tout cela, l'Europe baisse les yeux et la Belgique se tait. Mais à force de fermer les yeux, on finit toujours par payer le prix. Il faut arrêter d'être naïfs. Le moteur réel de ces agressions n'a jamais été la démocratie. Cela a toujours été des intérêts financiers, des intérêts énergétiques. Là, c'est le pétrole.
La vraie question est la suivante: voulons-nous vraiment continuer à subir un monde de prédateurs, ou voulons-nous construire une autonomie réelle?
Monsieur le ministre, quelle est aujourd'hui la position officielle de la Belgique face à l'attaque américaine contre le Venezuela, liée aux menaces visant un territoire allié au sein de l'OTAN? Nous n’avons pas entendu de condamnation explicite, ferme, publique, alors que les principes élémentaires du droit international étaient complètement bafoués.
La Belgique va-t-elle s'aligner dans le silence et la soumission aux États-Unis ou va-t-elle avoir une politique étrangère cohérente, fondée sur le droit et sur la souveraineté des peuples?
Maxime Prévot:
Collega’s, we leven in een periode van ongekende druk op de op regels gebaseerde internationale orde. De vannacht door de Verenigde Staten aangekondigde terugtrekking uit een aantal internationale organisaties bevestigt eens te meer de betreurenswaardige afwijzing van het multilateralisme door de Amerikaanse regering. Dat herinnert ons aan een eenvoudige realiteit, namelijk dat onze overtuiging als Europeanen dat de wereld moet functioneren volgens regels die voor iedereen bindend zijn, lang niet overal wordt gedeeld.
Comme vous le savez, l'heureux hasard du calendrier fait que je reviens d'une mission à Washington. J'y ai eu l'occasion de m'entretenir avec de nombreuses autorités américaines, et le constat qui s'en dégage est limpide: nous partageons largement les mêmes préoccupations et nous faisons face aux mêmes défis au niveau mondial, mais nous nous inscrivons dans des perspectives parfois radicalement différentes lorsqu'il s'agit d'identifier les réponses.
Wat Venezuela betreft, zal niemand het vertrek van Nicolás Maduro betreuren. Wij hebben hem nooit erkend als de legitieme president van dat land, dat hij heeft laten wegzinken in een rampzalige politieke, economische en humanitaire situatie. Hij was allesbehalve een verdediger van het internationale recht. Voor de Verenigde Staten vormde Venezuela ook een veiligheidsdreiging, vooral vanwege de banden van het regime met Iran, Rusland en China.
Mais dire cela ne signifie pas cautionner les méthodes employées pour déloger ce dictateur.
Pour un pays comme le nôtre, un pays qui doit sa sécurité et sa prospérité à l'existence même d'un système fondé sur les règles protégeant les plus petits des tentations prédatrices des plus grands, le respect de ce système n'est pas un luxe, c'est clairement une condition d'existence. Ce droit, clairement, n'a pas été respecté dans le cas présent et il n'y a pas eu, contrairement à certains propos caricaturaux entendus, de silence ni de la part de la Belgique ni de la part de l'Europe. Nous nous sommes d'ailleurs exprimés dans une déclaration à 26 pays.
Ces interrogations sont d'autant plus légitimes que des menaces ont été formulées de manière très explicite par le président Trump concernant le Groenland, suscitant une vive inquiétude en Europe et un légitime tollé dont je me suis fait le relais à Washington.
Ik ben tegenover mijn gesprekspartners duidelijk en eerlijk geweest. We kunnen de veiligheidsbezorgdheden van de Verenigde Staten met betrekking tot de Arctische regio begrijpen. Het is echter onaanvaardbaar om de territoriale integriteit van een bevriende natie en bondgenoot in vraag te stellen, terwijl de NAVO en de bestaande veiligheidsakkoorden met Denemarken het passende kader bieden voor een nauwe en doeltreffende samenwerking.
Le Groenland n'est pas un territoire négociable ni une zone d'influence à redistribuer. Il relève d'un cadre juridique précis, fondé sur la souveraineté du royaume du Danemark et sur le droit du peuple groenlandais à disposer de lui-même. La souveraineté des États et l'intégrité territoriale ne sont pas des principes à géométrie variable. Et remettre ces principes en question, ne serait-ce que sur le plan rhétorique, fragilise l'un des piliers fondamentaux de la stabilité internationale. Cela, nous ne pouvons pas l'accepter. C'est clair, c'est net!
Monsieur Lacroix, il n'y a pas eu de signature de la déclaration d'une série de leaders simplement parce que la Belgique – comme tous les autres qui n'ont pas signé – n'a pas été invitée à le faire. Il n'y a pas non plus de mobilisation, à ce stade, du Conseil de l'Atlantique Nord, simplement parce que chacun attend de voir ce que pourra donner la réunion prévue la semaine prochaine entre les autorités danoises et américaines. Mais j'ai veillé à avoir un contact permanent avec mon homologue danois pendant mes rencontres.
Toch zou het naïef zijn om de evidentie te ontkennen. Onze relatie met de Verenigde Staten blijft strategisch. We moeten blijven investeren in dat partnerschap. We moeten dat doen in het kader van open en kritische uitwisselingen waarbij we onze standpunten met de grootste vastberadenheid verdedigen. Dat is de lijn die ik tijdens de missie heb gevolgd.
J'ai pu rencontrer toute une série d'acteurs clés auxquels je m'en suis ouvert, avec à chaque fois le privilège du dialogue direct.
Die gesprekken hebben ook aangetoond dat achter bepaalde uitspraken, die soms abrupt overkomen, nuances en legitieme bekommernissen schuilgaan waarop men niet met verontwaardiging moet reageren, maar met argumenten, het recht en bovenal geloofwaardigheid.
Christophe Lacroix:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Je suis préoccupé par une partie de votre déclaration, lorsque vous dites que nous partageons les mêmes préoccupations, que nous comprenons les États-Unis. Non, vous ne pouvez pas dire ça, monsieur le ministre des Affaires étrangères! C'est faire preuve de plus que de la naïveté. C'est coupable, comme vos familles politiques sont coupables de cette dislocation de l'Union européenne.
Depuis des années, c'est votre courant politique, ou les courants nationalistes qui affaiblissent l'Europe. En achetant américain, on continue à financer l'impérialisme américain. On l'a fait sous le gouvernement MR-N-VA en 2014-2018. Et vous le refaites aujourd'hui. Ouvrez grand les yeux sur ce qu'il se passe!
Vous devez convoquer une réunion urgente de l'OTAN, car l'intégrité territoriale du Danemark est menacée. Vous devez décider d'un gel immédiat sur l'achat d'armes et d'équipements américains. Et vous devez vous ressaisir et constituer l'inspiration, et non plus le regret de ne pas avoir été convoqué à la signature d'une lettre par certains pays signataires. La Belgique a été le moteur de l'Union européenne et elle doit le rester, malgré Bart De Wever.
Voorzitter:
Er zijn blijkbaar een aantal klokproblemen, wat het voor de sprekers niet makkelijker maakt. Ik hoop dat uw minuut wordt geregistreerd.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.
Over Groenland was u vrij duidelijk. Over Venezuela is het standpunt van de regering veel minder duidelijk. Het internationaal recht is niet iets waaruit à la carte kan worden gekozen: de ene dag dit, de andere dag dat, volgens de goesting van de dag. Zo werkt dat niet.
Als democratische rechtsstaat nemen wij het internationaal recht als basis voor uw handelen, niet meer en niet minder. Dat gebeurt consequent, ongeacht of het nu gaat over meer sympathieke casussen zoals Groenland, waarover iedereen het min of meer eens is, dan wel over een dictatuur zoals Venezuela. Ook wanneer het over schurkenstaten gaat, zijn en blijven de regels van internationaal recht immers een basis.
Groen wil dat de regering consequent de kaart trekt van het internationaal recht. Het is hoog tijd dat de regering dat doet en het gedrag en de dreigementen van een bullebak als Trump ook krachtig veroordeelt.
Peter Mertens:
Mijnheer de gezant van de Verenigde Staten, ik wil toch wel even iets opmerken.
De Verenigde Staten hebben vorig jaar Iran gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Somalië gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Syrië gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Jemen, Irak en Venezuela gebombardeerd. U zweeg. Wat zegt u nu? Er kunnen misschien wel legitieme bekommernissen zijn.
Wat hebt u daar eigenlijk gedaan in Washington? Naar wie hebt u daar eigenlijk geluisterd? Groenland wordt vandaag bedreigd en u stelt dat er misschien wel legitieme bekommernissen kunnen zijn. Dat is uw antwoord hier vandaag.
Als cadeau kopen wij nog meer F-35’s aan bij de Verenigde Staten en steunen wij die natie op die manier nog meer. Welk signaal geven wij eigenlijk aan de Verenigde Staten? Wij laten ons doen. Kom maar. Annexeer Groenland. Wij zullen niets doen. Wij zullen nog meer materiaal bij jullie aankopen.
Mijnheer de minister, u zit op de knieën voor de Verenigde Staten en het zal u zuur opbreken.
Benoît Lutgen:
Après cet éloge de la nuance que nous venons d'entendre, permettez-moi simplement de dire que le Danemark a acheté 12 F-35 voici un mois et demi. C'est une simple indication à titre d'exemple.
(…) : (…)
Benoît Lutgen:
Attendez! On vous a beaucoup vu vous agiter lorsque M. le ministre a dit que nous n'allions pas pleurer sur le sort de M. Maduro. Or c'est ce que vous faites! Au PTB, cela se sent! Nous avons vu vos amis en France manifester à cet égard. Oui, la manière dont M. Maduro a été capturé pose en effet question, mais je ne regrette jamais quand un dictateur est capturé. Adolf Eichmann l'a été en 1960 en Argentine. Et heureusement qu'il l'a été! Je peux vous le vous dire. C'est la Shoah derrière! Heureusement que des personnes l'ont capturé, parce que ce sont des dictateurs, et ils ont leur place en prison – et nulle part ailleurs! D'accord? Cela, nous devons pouvoir le dire aussi. Mais cela (…)
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Cela dit, vous venez de jongler entre la chèvre et le chou, et il faut du talent pour y parvenir. En tout cas, nous commençons à connaître les ficelles et, dans votre fonction, à atteindre les limites du "en même temps" des Engagés.
Tout d'abord, nous assistons à une logique impérialiste. Il faut arrêter de nous balader avec l'histoire des impératifs de sécurité américains. Si c'était vraiment leur centre d'intérêt, ils avaient pourtant déjà tout ce qu'il faut et disposaient également des accords nécessaires. Ils veulent un gain territorial. Point à la ligne! Il faut donc cesser de pécher par naïveté.
Ensuite, vous appartenez à un gouvernement qui a décidé de s'engager dans davantage de dépendance aux É tats-Unis via l'achat de ces F-35. Je peux vous dire, monsieur Lutgen, que les Danois sont en train de le regretter parce qu'ils n'en ont pas été récompensés. Par conséquent, vous allez accroître notre dépendance technologique. In fine , le slogan diplomatique de ce gouvernement est d'essayer de ménager la chèvre et le chou. Je crois qu'une telle attitude nous conduit tout droit vers le mur.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is duidelijk, net als de christendemocraten kijkt u naar een wereld op basis van multilateralisme, op basis van samenwerking en diplomatie, op basis van een waardig, gedreven buitenlands beleid waar het internationaal recht primeert. Dat is ook de beste garantie op het vlak van vrede, veiligheid en ook welvaart.
U zei: we zijn nog altijd een partner van de VS. Maar dat betekent niet dat we een knieval moeten maken ten aanzien van de VS. We moeten ook duidelijk maken aan daddy dat in ons Huis en in ons huishouden het recht van de sterkste niet geldt en dat spierballengerol daar ook niet geldt, maar dat goede afspraken goede vrienden maken. Dat is het internationaal recht. Dat betekent heel concreet ten aanzien van Groenland dat we ons aansluiten bij het VN-Handvest en dat de NAVO-afspraken blijven gelden. Dat betekent ten aanzien van Venezuela dat de Amerikaanse interventie een schending was van het internationaal recht. Dat willen we naleven.
Annick Lambrecht:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Trump zet inderdaad eeuwenoude bondgenootschappen op losse schroeven. Meer oorlog betekent meer onschuldige slachtoffers. Maar ook een slechtere economie en hogere prijzen, ook hier.
We hebben het gezegd, Europa moet het heft in handen nemen. Niemand zei het hier, maar wij zijn de grootste consumentenmarkt ter wereld. Dat is onze hefboom. Ook die moeten we gebruiken. We moeten veel sterker samenwerken in Europa. We moeten Denemarken steunen. We moeten een vuist maken, een vuist tegen China, Rusland, de VS, maar ook tegen anderen die het internationaal recht schenden.
Mijnheer de minister, ik reken erop en met mij velen, dat u binnen de EU pleit voor een Europa met veel meer en met hardere tanden. Dank u wel.
Rajae Maouane:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses, même si je dois vous avouer qu'elles m'inquiètent un peu parce que vous avez démontré que le droit international est en train de devenir une fable, une histoire qu'on se raconte pour se donner bonne conscience. Aujourd'hui, selon qu'on soit à Gaza ou à Washington, ce n'est pas du tout la même règle qui s'applique. Cela est, pour nous, vraiment inacceptable. Le droit international doit valoir pour tout le monde, sinon il ne signifie plus rien. C'est précisément là que se jouent notre avenir et notre autonomie: dans l'industrie, l'énergie, la défense. Il faut des choix politiques clairs, relocaliser notre industrie, sortir de la dépendance aux énergies fossiles importées, construire une capacité de défense européenne qui soit crédible et indépendante. Cela passe par le fait de bâtir une Europe qui soit souveraine, écologiste, indépendante. C'est sortir, en fait, de cette soumission aux grandes puissances, dont les États-Unis, soumission dont vous nous avez fait une démonstration assez hallucinante. L'Europe n'est pas un paillasson et la Belgique non plus. Et il ne faudra pas qu'elle le devienne avec l'Arizona.
Reclame voor junkfood en de bescherming van de consumenten, in het bijzonder de jongeren
Gesteld door
Gesteld aan
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Jean-François Gatelier vraagt kritisch om een concrete balans van het Belgian Food Advertising Code (2026), dat volgens gezondheidsactoren te zwak is (vage criteria, te veel uitzonderingen, falende zelfregulering), en dringt aan op dwingende maatregelen tegen agressief marketing van ongezonde voeding aan kinderen, zoals verplichte Nutri-Score in reclame. Minister Vandenbroucke erkent het probleem – slechte eetgewoonten bij kinderen hebben levenslange gevolgen – en wijst op lopende overleggen met de sector (bv. beperking energiedrankjes voor minderjarigen, minder prijspromoties), maar stelt dat objectieve evaluatie van de zelfregulering eerst moet plaatsvinden, met regulerende stappen als noodzakelijk. Gatelier bekritiseert het gebrek aan urgentie, wijst op het VK-voorbeel (algeheel reclameverbod voor junkfood voor 21u) en kondigt een wetsvoorstel aan om kinderen en burgers actief te beschermen, met de stelling dat preventiebeleid onvermijdelijk is om stijgende gezondheidskosten te beteugelen. Vandenbroucke blijft coöperatief (samenwerking met sector), maar laat de deur open voor wettelijke maatregelen als vrijwillige afspraken falen.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, en mai dernier, je vous interrogeais suite à l’annonce des acteurs de l’alimentation et leur engagement à appliquer des règles plus strictes en matière de publicité à destination des enfants et des jeunes pour les aliments et les boissons ne répondant pas à des critères nutritionnels spécifiques. Le secteur estimait alors assumer sa responsabilité et évoquait un pas en avant important, tandis que les acteurs de la santé se montraient très critiques face à cette initiative: critères insuffisamment stricts pour juger si un aliment est sain ou non, trop nombreuses exceptions, systèmes d’autorégulation insatisfaisants.
Vous m’aviez alors répondu que l’alimentation saine constituait un enjeu fondamental et que le marketing actuel représentait un vrai problème. Vous aviez précisé que les avancées du nouveau Code étaient insuffisantes et que vous alliez voir avec la Fédération de l’industrie alimentaire belge (Fevia) comment faire avancer les choses.
En octobre dernier, vous avez rencontré les acteurs concernés, qui ont pris des engagements pour mieux informer les consommateurs et renforcer les actions de nudging afin de faire du choix le plus sain le choix le plus simple.
Monsieur le ministre, le Belgian Food Advertising Code est entré en vigueur ce 1 er janvier 2026. C’est l’occasion de faire le bilan de la situation. La concertation menée avec l’industrie alimentaire a-t-elle débouché sur des résultats concrets? En réponse à des questions écrites, vous avez évoqué la volonté de renforcer l’utilisation généralisée du Nutri-Score et la possibilité de le rendre obligatoire dans la publicité. Au-delà de ces bonnes intentions, que nous soutenons, quand seront mises en œuvre des mesures concrètes et efficaces pour mettre fin à l’exposition des consommateurs – en particulier nos enfants et nos jeunes – à un marketing agressif pour des produits néfastes pour la santé?
Frank Vandenbroucke:
Je crois que cette problématique de la consommation de produits malsains doit être prise vraiment très au sérieux. Les recherches montrent que les mauvaises habitudes alimentaires acquises durant l’enfance tendent à se maintenir tout au long de la vie et de nombreuses études confirment également que le marketing alimentaire influence fortement les comportements d’achat et la consommation des enfants. Le fait que le Conseil Supérieur de la Santé a recommandé d’interdire le marketing des produits alimentaires malsains dans les lieux fréquentés par les enfants est dès lors très important.
Conformément à cet avis, je me suis réjoui que le secteur lui-même ait pris l’initiative de limiter la publicité autour des écoles avec le nouveau Belgian Food Advertising Code. Je suis en concertation avec le secteur afin d’examiner comment ce code d’autorégulation peut être évalué de manière objective. En parallèle, je suis également en concertation avec le secteur pour discuter de différentes mesures possibles, d’abord dans un esprit coopératif, comme par exemple la limitation de la vente de boissons énergisantes aux mineurs, la réduction des promotions de prix sur les produits malsains, le renforcement du Nutri-Pact et le déploiement de davantage de caisses saines. Je crois, comme vous, que le Nutri-Pact est un outil clé et qu’il faut tenter de l’universaliser. J’en discute actuellement avec le secteur. Si nécessaire, il faudra saisir le gouvernement et la majorité pour envisager une initiative réglementaire en la matière.
Jean-François Gatelier:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre. Pour votre information, mais vous le savez sans doute déjà, le gouvernement britannique a légiféré depuis ce 5 janvier pour interdire la publicité pour la malbouffe à la télévision avant 21 h et interdire les publications payantes de la malbouffe sur internet. C’est une belle avancée. J’attends également de mon gouvernement qu’il puisse légiférer en ce sens car, je le rappelle, la médecine soigne mais la politique protège. En tout cas, avec mon groupe, je compte déposer prochainement un projet – j'ai entendu votre invitation à le faire – afin que la Chambre puisse légiférer, car je pense qu’il est important de protéger nos jeunes, nos enfants, mais aussi l’ensemble des citoyens contre cette malbouffe dont nous savons qu’elle entraîne des problèmes de santé importants. Nous ne pouvons pas à la fois critiquer l’explosion des dépenses de santé publique et ne pas mener une politique dynamique et responsable en matière de prévention et de lutte contre la malbouffe.
De verhoging van de werkgeversbijdragen
Gesteld door
Gesteld aan
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Steven Coenegrachts bekritiseert minister Vandenbroucke voor de "kafkaïeske" centenindex (gedeeltelijke indexering boven €4.000) en de verhoging van de werkgeversbijdrage (van 25% naar onbekend percentage), die hij ziet als een permanente belastingverhoging om loonmatiging te "betonneren" (art. 67 programmawet). Hij waarschuwt ook voor looneisen via vakbonden door de ontstane chaos. Vandenbroucke ontkent dit en belooft een netto-verlaging van 200 miljoen euro in 2026 (via structurele verminderingen en loonplafonds), benadrukkend dat de centenindex "zuurstof" voor bedrijven is en de loonnorm ongewijzigd blijft. Coenegrachts houdt vol dat de verhoging permanent is en de "tijdelijke" indexsprong een misleiding, citeert de wetstekst en noemt het beleid "een schande".
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, collega’s, een nieuw jaar, nieuwe taksen en nieuwe kafka, met dank aan Arizona.
Mijnheer de minister, u herinnert zich de discussie van eind vorig jaar over de btw en de bijhorende chaos. U zei toen dat diepvriespizza goedkoper mocht worden en verse pizza duurder. Begin dit jaar zagen we de chaos rond de meerwaardetaks. Die is enkel goed voor boekhouders en advocaten, die ervoor kunnen zorgen dat mensen daar onderuit raken.
Vandaag zitten we met de centenindex. Wat een kafka is dat. Wie onder de 4.000 euro zit, krijgt een volledige indexering. Wie daarboven zit, krijgt slechts een gedeeltelijke indexering. De opbrengst is ook niet voor de bedrijven. Nee, 50 % is voor de bedrijven en 50 % voor de heer Vandenbroucke, dus voor de Staat. Die regeling, mijnheer de minister, was en is zo ingewikkeld dat u die zelf vergeten was toen u ze in de studio van Terzake moest gaan uitleggen.
Vandaag moet die regeling echter concreet worden gemaakt. Die centenindex moet worden uitgevoerd. Dat betekent dat de werkgeversbijdrage omhoog moet. Ik durf te zeggen, collega’s, dat dit de liberalen zowel in de meerderheid als in de oppositie pijn doet, omdat we daar hard voor hebben gewerkt. Onder minister De Block is die bijdrage immers van 33 % naar 25 % gebracht. Vandaag gaat u die dus opnieuw verhogen, mijnheer de minister. De eerste vraag is dan ook met hoeveel. Gaat die van 25 % naar 26 %, naar 27 %, naar 28 % of nog hoger? Welk percentage wordt het, mijnheer de minister?
In alle chaos die u creëert, gaat er bovendien een achterdeur open voor de vakbonden, namelijk de mogelijkheid om loonsverhogingen te vragen en de loonnorm ter discussie te stellen om meer loon af te dwingen. Het VBO waarschuwt daarvoor en ook Voka doet dat. Wat gaat u doen om hen gerust te stellen? Dank u wel.
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer Coenegrachts, het jaar 2026 zal een jaar zijn waarin de werkgeversbijdragen zullen worden verminderd. Punt aan de lijn. Ik verheug mij daarover als socialist, want wat men graag ziet, mensen die aan het werk zijn, moet men zo weinig mogelijk belasten.
De centenindex betekent concreet dat er zuurstof voor de bedrijven bijkomt. Er is inderdaad ook een bijdrage voor overheden en voor de sociale zekerheid, maar bedrijven zullen daar hun voordeel mee doen. We gaan inderdaad de loonnormwet niet aanpassen. Dat is punt een.
Punt twee, als ik naar de rest van het beleid kijk, dan kan ik u zeggen, met de cijfers in de hand, dat we in het jaar 2026 per saldo de patronale bijdrage met ongeveer 200 miljoen euro zullen verminderen: dus minder bijdragen, minder bijdragen, minder bijdragen. Waarom? Ten eerste, omdat we de structurele bijdragevermindering versterken. Dat is een voordeel van 260 miljoen euro. Ten tweede, omdat we een loonplafond op de sociale bijdrage invoeren. Dat is opnieuw 20 miljoen euro.
Ja, er zijn natuurlijk ook een paar andere maatregelen, bijvoorbeeld met betrekking tot de fameuze arbeidsduurvermindering, iets wat helaas nooit goed gemarcheerd heeft. Daar stoppen we mee. Er zijn ook nog een paar andere maatregelen waar we correcties aanbrengen, zoals de plusplannen, waar we een sterk stijgende uitgave milderen.
Als ik die cijfers samentel - ik kan u al die cijfers bezorgen - dan zullen we volgend jaar per saldo de patronale bijdrage voor onze bedrijven met 200 miljoen euro verminderen. Daarnaast is de centenindex zuurstof voor de bedrijven. Ik heb daar als socialist geen problemen mee. Wat u vertelt, klopt langs geen kanten.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, de vraag was wat er gebeurt met het percentage op die werkgeversbijdrage. Het antwoord was niks. U hebt daar niet op geantwoord en ik begrijp waarom. U zegt dat het positief is voor de bedrijven. Ik snap dat een indexsprong positief is voor de bedrijven, maar die indexsprong is tijdelijk. De centenindex is tijdelijk. Het percentage dat u invoert voor die werkgeversbijdrage is hoger en permanent. Il n'y a que le provisoire qui dure . Collega's, dit is een wolf in schaapsvacht. Hij gaat dit permanent verhogen. Dat staat in artikel 67 van uw programmawet: ter consolidatie van de loonmatiging. Het staat er letterlijk twee keer in: ter consolidatie, ter betonnering van de loonmatiging. U doet de werkgeversbijdragen permanent omhoog en het gaat slechts heel even omlaag. Dat is een schande.
Het belasten van de winsten van de ziekenfondsen
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Daniel Bacquelaine bekritiseert dat mutuelles (met een vermogen van 6 miljard euro) ondanks commerciële activiteiten (zoals farmacie-, ziekenhuis- en hotelbeheer) geen belastingen betalen, wat hij een "paradox" noemt en een gebrek aan fiscale solidariteit voor sociale structuren. Minister Jan Jambon beaamt dat "de breedste schouders" moeten bijdragen, belooft actie na een lopend fiscaal onderzoek en benadrukt de noodzaak van structurele hervormingen om het budget te herstellen. Bacquelaine wijst daarnaast op ethische en bestuurlijke conflicten door de dubbele rol van mutuelles: sociale opdrachten en commerciële/politieke belangen, wat volgens hem "niet meer acceptabel" is. Jambon bevestigt de politieke wil om misbruik aan te pakken, maar wacht eerst de analyse af.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, depuis plusieurs mois, on explique à la population, aux entreprises, aux travailleurs, à tous nos concitoyens qu'ils doivent participer à l'effort pour sauver la situation budgétaire, certes compliquée, de notre État.
Étrangement, des épaules relativement larges échappent à tout impôt. Les mutuelles, avec leur capital de plus de 6 milliards d’euros, un patrimoine extrêmement important, échappent à cet impôt. On se demande évidemment pourquoi. Elles échappent aussi à l’impôt sur le patrimoine des ASBL de plus de 500 000 euros.
Nous nous posons la question: jusque quand faut-il élargir les épaules? Faut-il 20 milliards, 30 milliards pour avoir des épaules larges? Non, je trouve que 6 milliards, c'est quand même de bonnes épaules.
Monsieur le ministre, je sais que vous avez diligenté une enquête de l'administration fiscale pour étudier ce problème et voir dans quelle mesure on pourrait rétablir l'égalité devant l'impôt. Si les mutuelles pratiquent certes des activités strictement sociales, elles ont aussi des activités totalement commerciales comme la gestion de pharmacies, d'hôpitaux, de logiciels, d'hôtels de luxe même. On peut se demander pourquoi elles échappent à toute imposition et à toute solidarité. C'est là le paradoxe. En fait, elles échappent à la solidarité fiscale. C'est quand même un comble pour des structures sociales qui devraient se rendre solidaires pour préserver la sécurité sociale. Pour préserver la sécurité sociale, il faut payer un peu d'impôts. D'ailleurs, c'est ce que M. Vandenbroucke a dit tout à l'heure.
Monsieur le ministre, qu'allez-vous faire par rapport à ces privilèges fiscaux?
Jan Jambon:
Monsieur Bacquelaine, ce gouvernement doit réformer et réaliser des économies, car il est confronté à un défi budgétaire majeur.
Nous relevons ce défi au moyen de nombreuses mesures structurelles, sur le marché du travail, dans les pensions, mais aussi en matière de fiscalité. Pas de slogans, mais des réformes fondamentales à long terme. Et je l'ai déjà dit à plusieurs reprises ici et en commission: chacun, y compris les épaules les plus larges, devra contribuer à remettre ce budget sur les rails. Des organisations ou des entreprises disposant de 6 milliards d'euros d'actifs peuvent être considérées comme faisant partie des épaules les plus larges. Je suis d'accord avec vous.
À la suite des informations récentes parues dans la presse, j'ai donc demandé à mon administration de réaliser une analyse. J'attends les résultats de cette analyse et, sur cette base, je prendrai les initiatives nécessaires et je poursuivrai la discussion de ce dossier au sein du gouvernement. Réformer, économiser et lutter contre les abus, afin de remettre en ordre la situation du pays et les finances publiques, voilà la mission de ce gouvernement!
Daniel Bacquelaine:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse et votre engagement. Je connais votre détermination à faire en sorte que chacun participe effectivement à l'effort commun nécessaire pour faire face à notre situation budgétaire. Mais, au-delà de ce problème de l'impôt des mutuelles, se pose vraiment la question du rôle et du recentrage de ces sociétés dans notre pays. Elles jouent sur plusieurs niveaux: mission déléguée de l'État – et nous pensons qu'il est normal qu'elles participent à cette action sociale –, mais aussi mission politique, il faut bien le dire. Les alliés politiques historiques des mutuelles prennent d'ailleurs leur défense aujourd'hui. Elles jouent aussi un rôle commercial très net dans toute une série de secteurs concurrentiels. Cela génère des conflits d'intérêts qui, sur le plan de l'éthique et de la gouvernance, ne sont plus acceptables aujourd'hui.
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Niels Tas (Vooruit) dringt aan op concrete, snelle loonsverhogingen (minstens 1.000 euro netto/jaar tegen 2030) voor werkenden, met kritiek op hoge belastingen en stijgende kosten, en vraagt om duidelijke bedragen en timing. Minister Jan Jambon bevestigt stapsgewijze maatregelen (o.a. hogere belastingvrije som, kindertoeslag +33%, werkbonus +25–50 euro/maand voor lage lonen) en belooft nettostijgingen nog dit jaar, afhankelijk van parlementaire goedkeuring. Tas benadrukt dat Vooruit dit als overwinning claimt en blijft hameren op "eerlijke beloning" voor werk. Jambon koppelt uitvoering aan snelle wetgeving, zonder absolute garanties.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, Vooruit is in deze regering gestapt met maar één duidelijke opdracht: werken moet meer lonen. Dat geldt voor huishoudhulpen, zorgkundigen en leerkrachten, voor mensen die elke dag het beste van zichzelf geven, die er alles aan doen om anderen te helpen en die daarbovenop werk en gezin moeten combineren. Die mensen werken keihard, maar zien hun rekeningen stijgen. Ze moeten ook nog eens de helft van hun loon afgeven aan belastingen. Voor ons is het dan ook duidelijk dat die werkende mensen extra beloond moeten worden.
Daarom hebben we in deze regering met Vooruit al een aantal belangrijke stappen gezet, zoals de verhoging van de minimumlonen met 50 euro per maand, de verhoging van de maaltijdcheques sinds januari, en iedereen krijgt ook zijn index.
Daarnaast heeft deze regering van bij het begin één duidelijke belofte gemaakt voor iedereen die werkt. Wie werkt, zal 1.000 euro netto extra per jaar overhouden tegen 2030. Die eerste stap moet nu zo snel mogelijk, nog in 2026, worden gezet. Mensen vragen mij wanneer ze dat zullen zien op hun loonbriefje, wanneer dat zal verschijnen. Het mag geen loze belofte blijven.
Mijnheer de minister, wanneer zullen mensen die werken deze eerste koopkrachtverhoging effectief op hun loonbrief zien verschijnen? Over welk nettobedrag gaat het voor alleenstaanden en voor gezinnen met kinderen?
Jan Jambon:
Mijnheer Tas, beste Kamerleden, het maandelijks nettoloon voor iedereen die werkt, zal de komende jaren stijgen. Er is de geleidelijke stijging van de belastingvrije som, die er deze legislatuur komt en op kruissnelheid zal zijn tegen 2030. In 2029 evolueren we naar een belastingvrije som van 14.450 euro. In 2030 wordt dat 15.600 euro. Dat is respectievelijk 1.204 en 1.300 euro vrijgesteld inkomen per maand.
De toeslag voor het eerste kind ten laste stijgt tegen 2029 met 33 %.
De verhoging van de werkbonus komt er dit jaar al, voor alle lage lonen. Concreet gaan lonen tot 3.300 euro bruto er gemiddeld 25 euro op vooruit op maandbasis. Voor iemand met een minimumloon gaat het echter om bijna 50 euro per maand extra.
De berekening van de BBSZ single proof maken, dus vooral in het voordeel van alleenstaanden, zal vanaf 2028 zorgen voor een extra koopkrachtimpuls van maximaal 365,64 euro op jaarbasis.
Gepensioneerden zullen kunnen bijverdienen aan 33 %, net zoals dat in de zorgsector al van toepassing is.
Al die wetgevende initiatieven zullen binnenkort besproken worden in de commissie voor Financiën. Zodra de Kamer de definitieve wet aanneemt, kan mijn administratie werk maken van een aanpassing van het koninklijk besluit voor wat betreft de maandelijks ingehouden bedrijfsvoorheffing, zodat het maandelijks nettoloon nog dit jaar zal stijgen.
Ik hoop dus op een vlotte en constructieve behandeling van het wetsontwerp in de commissie, zodat we daarvan zo snel mogelijk werk kunnen maken.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, van belang is dat u bevestigt dat de nettolonen van de mensen dit jaar nog zullen stijgen. We hebben daarvoor hard onderhandeld. Vooruit heeft ook in de regering hard gehamerd op het feit dat we tegen 2030 die 1.000 euro extra zullen hebben. Nog dit jaar zullen mensen netto meer overhouden. Dat is extra koopkracht. Dat is ook maar eerlijk, want wie werkt, verdient zekerheid, verdient een correct loon en verdient ook een extraatje. Die strijd zal Vooruit in deze regering nooit opgeven.
Het verbod op radicale organisaties en het advies van de Raad van State
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Paul Van Tigchelt steunt het opvolgen van extremistische groeperingen via de OCAD-lijst, maar bekritiseert het regeringsvoorstel om groeperingen te verbieden als een gevaarlijk hellend vlak en inbreuk op pers-, menings- en verenigingsvrijheid, gesteund door kritiek van de Raad van State. Minister Bernard Quintin verdedigt het voorstel als grondwettelijk en noodzakelijk voor nationale veiligheid, met tijdelijke administratieve verboden gebaseerd op inlichtingenrapporten en recht op beroep bij de Raad van State, maar benadrukt dat meningen of vreedzaam protest nooit worden verboden. Van Tigchelt herhaalt zijn wantrouwen in politieke discretie en roept Quintin op zijn liberale principes hoog te houden, zonder dat de regering arbitrair groeperingen kan verbieden. Quintin bevestigt de prioriteit van veiligheid binnen een open democratie, met gerichte maatregelen tegen bewezen bedreigingen.
Paul Van Tigchelt:
Monsieur le ministre, mes meilleurs vœux pour vous et vos proches.
U wilt extremistische groeperingen aanpakken. Dat is een strijd die we samen voeren. Er is in onze samenleving geen plaats voor geweld en extremisme. Op de OCAD-lijst, die we in volle terreurcrisis ontwikkelden, hebben we staatsgevaarlijke personen geplaatst. U hebt aangekondigd ook groeperingen op die lijst te willen zetten om ze beter te kunnen opvolgen en aanpakken. Dat is een goede evolutie.
Tot daar echter het goede nieuws. U ging verder en kwam ook met een wetsontwerp om dergelijke groeperingen te verbieden. Hiermee - daarvoor heb ik u van bij het begin gewaarschuwd - begeeft u zich op een gevaarlijk hellend vlak. U legt de bevoegdheid om die groeperingen te verbieden immers bij een politiek orgaan, zijnde de regering, de ministerraad, die op basis van onduidelijke criteria een duim omhoog of omlaag moet geven. Hoeveel vertrouwen ik ook in u persoonlijk heb, mijnheer de minister, wie zit er morgen aan de knoppen?
Ook de Raad van State was heel kritisch in zijn advies van 31 december 2025. Ik heb het genoegen gehad om dat advies van 113 bladzijden te mogen lezen. De Raad waarschuwt uitdrukkelijk voor een inperking van de vrijheid van meningsuiting en van de persvrijheid en ook voor een onwettelijke inbreuk op de vrijheid van vereniging.
Mijnheer de minister, ik ben blij dat u hebt aangegeven het ontwerp te zullen aanpassen. U neemt de kritiek ter harte en dat siert u als liberaal. Ik verneem graag concreet hoeveel groeperingen er intussen op die OCAD-lijst staan en wat u concreet zult doen om tegemoet te komen aan de fundamentele kritieken op uw wetsontwerp.
Bernard Quintin:
Mijnheer Van Tigchelt, ook mijn beste wensen aan u en aan iedereen. Zoals u weet, heeft de regering de duidelijke ambitie om onze democratie en onze burgers te beschermen.
De Raad van State speelt een cruciale rol in de rechtsstaat. Als minister verwelkom en respecteer ik het grondig advies dat werd uitgebracht, zoals ik altijd heb gezegd en gedaan. De Raad van State zegt dat een definitieve ontbinding van organisaties met rechtspersoonlijkheid een zaak is voor de justitie. Die beslissing zou sneller moeten worden genomen dan vandaag. Dat laatste voeg ik eraan toe. Het advies bevestigt dat het mechanisme in het wetsontwerp dat ik verdedig in overeenstemming is met de Grondwet en met de fundamentele vrijheden van onze burgers.
Concreet zal er snel kunnen worden ingegrepen door de activiteiten van organisaties die een ernstig, actueel en bewezen bedreiging vormen voor de nationale veiligheid voor een bepaalde periode te verbieden. De procedure zal duidelijk, objectief en met respect voor de rechtsstaat zijn. Elke beslissing om een administratief verbod op te leggen, zal uitsluitend worden genomen op basis van de rapporten van de inlichtingendiensten en kan steeds worden aangevochten bij de Raad van State.
De regering zal nooit verenigingen verbieden omwille van hun mening, noch burgers het recht ontzeggen om vreedzaam te betogen. Ik heb dat al gezegd en ik bevestig dat nogmaals. België is een vrij land en een open democratie, maar wij zullen nooit maar dan ook nooit verenigingen op ons grondgebied dulden die een bedreiging vormen voor onze samenleving, onze waarden en onze nationale veiligheid en die bovendien in het buitenland verboden zijn.
Dat is de kern van de liberale democratie waarvoor wij staan, want het waarborgen van de orde en veiligheid op ons grondgebied is de eerste opdracht van de politieke macht en van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en u kunt daarvoor op mij rekenen.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden. Ze zijn wat mij betreft duidelijk een stap in de goede richting. U weet dat ik veel vertrouwen heb in u. We zullen dit nauwlettend opvolgen, dat weet u. Op 25 september hebben we daarover ook gediscussieerd in de plenaire vergadering. Toen heb ik al gewaarschuwd voor de gevaren van dit wetsontwerp. Ik heb toen bovendien verwezen naar de slagzin van uw partij: fier d’être liberal . Ik heb u toen gevraagd dat ook te tonen. Ik vraag u om dat verder te tonen, want – en daar gaat het om – wij willen niet leven in een samenleving waarin het de regering is – deze of een volgende – die bepaalt welke groepering kan bestaan en welke niet. Daarvoor rekenen we op u. Dank u wel, mijnheer de minister.
De aanhoudende vreemdelingenrellen
Het geweld tegen de politie en de hulpdiensten tijdens de oudejaarsnacht
Geweld en rellen tegen overheidsdiensten tijdens onrustige periodes
Gesteld door
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Ortwin Depoortere en Maaike De Vreese bekritiseren de recidiverende rellen op oudejaarsavond (brandstichting, geweld tegen hulpdiensten) door jonge allochtone relschoppers (inclusief kinderen van 10-12) en wijzen op structurele straffeloosheid ondanks "nultolerantie"-retoriek. Depoortere bewerkt dat de multiculturele samenleving mislukt is en pleit voor hardere repressie (opsluiting, schadevergoeding), terwijl De Vreese betere coördinatie (politiefusie Brussel, less lethal weapons voor agenten) en snellere strafvervolging eist. Minister Quintin veroordeelt het geweld, benadrukt verbeterde coördinatie (meer arrestaties in 2023) en preventieve maatregelen (huisarrest, cameranetwerk), maar erkent het zorgenwekkende aandeel minderjarigen en roept op tot strengere justitiële afhandeling—zonder expliciet in te gaan op de culturele of systeemkritiek van de oppositie.
Ortwin Depoortere:
Ik heb even nagekeken, mijnheer de minister, hoeveel keer ik hier nu al gestaan heb om rellen op oudejaarsavond aan te klagen. Sinds ik hier verkozen ben in 2019, heb ik al meer dan tien keer een escalatie van geweld in onze grootsteden moeten aanklagen.
De feiten van dit jaar zijn al even erg. Ik som ze even op. In Brussel werd er massaal brand gesticht, werden de politie en hulpdiensten brutaal aangevallen, raakten meerdere agenten gewond en werd een ambulancier in elkaar geslagen. In totaal ging het om maar liefst 684 politie-interventies.
In Antwerpen waren er, zoals gewoonlijk, vuurpijlen en molotovcocktails, maar zelfs bommen die zo zwaar waren dat DOVO moest tussenkomen. Onder de daders zaten 10- en 11-jarigen. De jammerlijke resultaten waren 101 arrestaties. Van die 101 gearresteerden, moeten er echter welgeteld 3 voor de rechter verschijnen.
Het blijft echter niet alleen bij Brussel en Antwerpen. Er waren immers gelijkaardige taferelen in Gent, in Harelbeke, een dorp in West-Vlaanderen, in Erpe-Mere en in steeds meer kleinere gemeenten en steden, mijnheer Ronse. Dat gebeurt niet alleen met Nieuwjaar, maar ook wanneer de Afrika Cup wordt gespeeld. Als Marokko een voetbalwedstrijd wint, zijn er namelijk rellen, maar als Marokko verliest, zijn er ook rellen.
Ik zie maar twee rode lijnen in het hele discours. Ten eerste zijn we het ondertussen allemaal eens over het daderprofiel. Het gaat in hoofdzaak om jonge, allochtone relschoppers. Ten tweede blijven de antwoorden die ik steeds opnieuw krijg van de opeenvolgende regeringen en ministers dezelfde: nultolerantie. Dat blijft echter bij woorden, want we zien het niet in daden. Er wordt gesproken over overlegmomenten en knuffelmomenten. Ik hoop, mijnheer de minister, dat u dit jaar uit een ander vaatje zult tappen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, ik stond hier inderdaad ook voor de vakantie om te vragen welke voorbereidingen u zou treffen. Collega's, ik hoop dat ik hier over vijf jaar niet opnieuw sta met hetzelfde riedeltje. Ik hoop dat niet alleen, ik weet het ook. Ik weet dat er deze keer wel heel veel voorbereidingen zijn getroffen. Wij zijn er echter absoluut nog niet.
Wij hebben immers opnieuw de hallucinante beelden gezien. Dat zijn beelden waaraan wij nooit gewend mogen raken. Het zijn taferelen die wij ook moeten durven benoemen. Ze worden ook steeds meer benoemd door heel veel rolmodellen. Een deel allochtone jongeren zet telkens opnieuw de boel op stelten. Ze hebben nul respect voor onze samenleving, voor onze waarden en normen. Ze hebben nul respect voor onze ordediensten, voor onze politie en voor onze brandweer. Voor die groep moeten wij dus ook nultolerantie hanteren. Op dit moment is dat de enige taal die die jongeren nog begrijpen.
Mijnheer de minister, ik maak mij grote zorgen want wij zien de leeftijd ook telkens dalen. Het gaat niet alleen om jongeren. Het gaat ook om kinderen van 11 en 12 jaar. Dat zien wij ook in andere criminaliteitsvormen, bijvoorbeeld bij de drugscriminaliteit. Wij vragen ons dan ook af waar die ouders zijn en waar zij staan met hun ouderlijke verantwoordelijkheid.
De Gold Commander is een goede stap die de zaak in handen heeft genomen in Brussel. Nog veel beter zou natuurlijk de fusie van de politiezones in Brussel zijn. U weet net als ik dat de Gold Commander zelf heeft aangegeven dat hij op een positieve manier wil meewerken aan de fusie, als ze er komt. Dat moet ook het punt voor u zijn de komende maanden om daarvan eindelijk echt werk te maken. Dat zou een echte doorbraak zijn.
Ik had nog veel meer op mijn papier staan, maar ik wil u enkel nog het volgende vragen. Hoe zult u de rellen voorbereiden? Welke lessen hebt u geleerd?
Voorzitter:
De tijdsklok is onverbiddelijk.
Mijnheer de minister, u hebt vier minuten spreektijd.
Bernard Quintin:
Mevrouw De Vreese, mijnheer Depoortere, tijdens de voorbije weken zijn onze politiediensten inderdaad meerdere keren moeten tussenkomen om incidenten en opstootjes te beëindigen. Dat was het geval naar aanleiding van de jaarwisseling, maar ook in de context van sportevenementen in het buitenland. Laat mij duidelijk zijn, ik veroordeel die rellen en dat geweld ondubbelzinnig. Voor die relschoppers mogen we geen enkel excuus zoeken en zeker niet in de uitslag van een voetbalwedstrijd, mijnheer Depoortere.
De geïdentificeerde daders moeten door Justitie met de grootste strengheid worden bestraft, zeker wanneer het gaat om geweld tegen orde- en hulpdiensten, die helaas opnieuw het doelwit waren. Alle beschikbare elementen zullen worden overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten, met het oog op de identificatie van de verantwoordelijken en de vergoeding van de slachtoffers. Het door mij versterkte cameranetwerk zal daarbij helpen. Ik pleit er bovendien voor dat die relschoppers bij toekomstige feestelijke evenementen onder huisarrest worden geplaatst. Wie de regels van de openbare ruimte niet respecteert, heeft daar geen plaats. Burgemeesters kunnen dat doen en moeten dat ook doen.
Op 31 januari was ik aanwezig in het commandocentrum van de politie, maar ook op het terrein, samen met de veiligheids- en hulpdiensten. Op basis van wat mij ter plaatse werd meegedeeld en op basis van de incidentencijfers blijkt dat de situatie in Brussel duidelijk beter onder controle was dan in de voorgaande jaren, omdat we, mevrouw De Vreese, lessen hebben getrokken uit het verleden. Er waren meer mensen op het terrein, een betere coördinatie en snellere interventies. Zoals steeds is de politie opgetreden wanneer dat noodzakelijk was. Er werden 63 personen administratief aangehouden. Daarnaast werden, volgens het parket, 72 personen gerechtelijk gearresteerd. Van hen werden 60 personen ter beschikking gesteld van het parket, onder wie 31 meerderjarigen en 29 minderjarigen. In Antwerpen werden 92 personen administratief aangehouden, onder wie 56 minderjarigen. Daarnaast werden 9 personen gerechtelijk gearresteerd.
Het hoge aandeel minderjarigen onder de relschoppers is bijzonder zorgwekkend en roept ernstige vragen op over hoe zulke jonge mensen tot extreem gewelddadig gedrag kunnen komen. We zijn allemaal jong geweest, sommigen onder ons misschien iets langer dan anderen. Ik kijk niet naar u, mijnheer Depoortere. Zulke daden zouden nooit in ons zijn opgekomen, althans dat hoop ik. Het gaat hier om zware feiten: brandstichting en geweld tegen politie, brandweer en ambulanciers. De incidenten waren niet beperkt tot Brussel en Antwerpen, maar deden zich ook voor in Gent en andere steden en gemeenten. In aanloop naar de jaarwisseling heb ik de lokale overheden opnieuw gewezen op het ruime instrumentarium waarover zij beschikken, waaronder vuurwerkverboden, huisarrest en andere preventieve maatregelen. Iedereen moet daarbij zijn verantwoordelijkheid nemen.
Midden december hebben mijn diensten samen met de betrokken partners overleg gepleegd om een gecoördineerde aanpak tijdens de jaarwisseling te verzekeren. Mijn diensten evalueren het afgelopen oudejaar om ons in de toekomst nog beter voor te bereiden. Ik wil alle betrokken diensten, zowel federale als lokale, danken voor hun inzet en professionele samenwerking. Tot slot wil ik duidelijk zijn: geweld en rellen zijn onaanvaardbaar, ongeacht wie de daders zijn. Hun afkomst of nationaliteit is hier niet van tel. Wat telt, is dat relschoppers consequent en kordaat worden aangepakt. Daarvoor reken ik op Justitie.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik trek andere conclusies. Ten eerste, de multiculturele samenleving is compleet mislukt. Het jarenlange linkse gepamper heeft ervoor gezorgd dat vierde- en vijfdegeneratieallochtonen zich openlijk tegen onze maatschappij met haar normen en waarden afzetten en steeds gewelddadiger worden.
Ten tweede, het dreigt ook het failliet van onze rechtsstaat te worden. De straffeloosheid is totaal. Wie wetten niet afdwingt, heeft geen gezag meer.
Mijnheer de minister, ik wil dat u heldere en duidelijke taal spreekt. Preventie heeft gefaald. Het is tijd voor repressie. Sluit die herrieschoppers op. Laat ze betalen voor de schade. Wie zich gedraagt als een vijand van onze samenleving, moet ook zo worden aangepakt.
Maaike De Vreese:
Minister, daders moeten gevat, geïdentificeerd, maar ook gestraft worden. Dat gebeurt op dit moment onvoldoende. Er is inderdaad niet alleen een gevoel van straffeloosheid, maar het straffen laat ook veel te lang op zich wachten. Collega Van Vaerenbergh heeft de cijfers opgevraagd. Die wijzen er echt wel op dat we daar met een probleem zitten waarop een antwoord moet komen. Voorts moet onze politie zich ook kunnen verdedigen. We zien dat die mensen door daders met vuurwerk worden aangevallen. We zien ook dat ze zich nog altijd niet op een gedegen manier kunnen verdedigen. Defensie heeft less lethal weapons aangekocht. U weet dat ik al een jaar vraag om ervoor te zorgen dat ook de politie zich op een gedegen manier kan verdedigen, mijnheer de minister. Hier zijn drie partijen bij betrokken: Binnenlandse Zaken, Justitie en in de toekomst misschien ook Defensie. Zet die alstublieft samen. Ik hoor op het terrein dat zij vragende partij zijn om de Nationale Veiligheidsraad meer te laten samenkomen. Dat is mijn vraag voor u. Overweegt u dat? Ik zou dat wel doen.
Het misbruik van het AI-model van X
Gesteld door
Gesteld aan
Les Engagés Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Victoria Vandeberg bekritiseert dat België passief blijft bij misbruik van AI zoals Grok, dat zonder toestemming seksueel expliciete deepfakes genereert (vooral van vrouwen, zelfs minderjarigen en overledenen), terwijl landen als Frankrijk en Duitsland wel optreden. Minister Vanessa Matz bevestigt actie: onderzoek naar Belgische slachtoffers via de revenge porn-wet (2021), melding bij regulateur IBPT onder het Digital Services Act, en overweging om Grok nationaal te blokkeren. Vandeberg dringt aan op snelle, effectieve maatregelen—zoals deactivatie van de "épicé"-modus—en benadrukt België’s verantwoordelijkheid als digitale pionier. Matz’s reactie wordt als noodzakelijk maar onvoldoende beoordeeld zonder structurele oplossingen.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, permettez-moi de vous montrer deux images. La première est une simple photo de moi, publiée innocemment sur les réseaux sociaux. La deuxième a été générée en quelques secondes sur une intelligence artificielle, qui m'a déshabillée, sexualisée sans mon consentement. Cette image n'existe pas, mais elle circule, choque, humilie, fait beaucoup de bruit et, surtout, elle aurait pu être réelle. C'est précisément là que réside le danger. Aujourd'hui, n'importe quelle femme, n'importe quelle jeune fille peut perdre le contrôle de son image en un instant, la voir détournée, falsifiée, humiliée, sans aucun contrôle sur ce qu'elle peut devenir.
Une enquête de l'ONG AI Forensics, révélée par Le Monde , indique que, durant la semaine du 25 décembre, sur les 20 000 images qui ont été générées par l'IA Grok, plus de la moitié de celles-ci concernent des personnes qui sont dénudées, dont 80 % sont des femmes, également des mineurs car on parle de cas d'enfants de 5-6 ans.
Ces outils ne s'attaquent pas qu'aux femmes; ils peuvent également cibler d'autres personnes en diffusant des images haineuses, racistes à caractère nazi ou islamiste extrême. Face à cela, plusieurs pays ont eu une réaction extrêmement rapide. En France, notamment, où une enquête judiciaire a été ouverte par la ministre déléguée chargée de l'Intelligence artificielle et du Numérique, mais également dans des pays comme le Brésil, l'Allemagne ou l'Inde, qui se sont saisis du sujet.
En Belgique, à ce stade, aucune annonce publique majeure n'a été faite sur ce dossier, et ce décalage entre la gravité des faits et l'absence de réaction officielle renvoie un signal préoccupant, celui d'une certaine passivité face à des dérives graves et documentées. Ces pratiques peuvent détruire des vies.
Madame la ministre, quelles actions concrètes comptez-vous proposer au gouvernement pour réguler ces usages abusifs?
Vanessa Matz:
Merci madame la députée pour votre question. C'est évidement un sujet qui nous préoccupe. Le réseau social X a été le théâtre d'un déferlement d'un certain nombre d'images à caractère sexuel non consenti. Ce n'est pas la première fois que cela se produit sur X; ce réseau est coutumier de ce genre de violences à l'encontre principalement de femmes et de jeunes filles.
Ici, l’horreur ne connaît pas de limite puisque l’intelligence artificielle Grok a même dénudé des personnes qui étaient décédées. Ce choix relève d’une décision assumée par Elon Musk puisque, en guise de réponse à cette indignation pourtant pleinement justifiée, il a diffusé une image de lui-même en bikini, assumant totalement la banalisation de ces violences.
J’ai pris trois actions à ce sujet, trois actions fortes. Premièrement, je suis en contact avec le parquet afin de savoir s’il y a des victimes belges – ce que je sais désormais – et de vérifier si une enquête est en cours, puisque nous tombons dans le champ d’application de la loi sur le revenge porn , dont j’étais l’auteur en 2021, qui sanctionne la diffusion d’images à caractère intime et sexuel sans le consentement de la personne.
Deuxièmement, j’ai saisi l’IBPT, qui est le régulateur et le point de contact compétent en cas d’atteintes au Digital Services Act, ce qui est évidemment le cas ici puisque c’est le réseau social X qui diffuse ces contenus.
Troisièmement, je suis en train d’analyser avec mes services la possibilité de suspendre l’utilisation de l’intelligence artificielle du réseau X au niveau national (…)
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, je vous remercie de vos réponses. En effet, ces actions sont nécessaires, notamment les deux premières que vous avez indiquées. Concernant la troisième, on peut en effet parvenir à bannir l'utilisation de manière générale. Cependant, il existe des pistes plus modérées étant donné qu'il est parfois compliqué d'aller à l'encontre de l'avancée des nouvelles technologies. Il s'agit d'un mode "épicé" qui est proposé par l'intelligence artificielle et que les programmeurs pourraient désactiver. Vous pourriez donc explorer cette piste d'action.
Il est évident que la Belgique est souvent présentée comme un pays pionnier en matière de numérique. Nous attendons donc de vous des actions concrètes en continu, ainsi que des initiatives générales du gouvernement qui se révèlent efficaces.
Voorzitter:
Daarmee is het vragenuurtje beëindigd .
Voorstellen en Ontwerpen
De voorstellen en wetsontwerpen die besproken werden tijdens deze vergadering en de bijbehorende stemmingen.
Voorstel van resolutie betreffende de aanpak van misbruiken in de fiscale regeling voor erkende deelplatformen
1 stemming
Voorstel van resolutie aangenomen
Wetsvoorstel betreffende de verwerking van persoonsgegevens, bij deelname aan een overleg georganiseerd op grond van artikel 458ter van het Strafwetboek
1 stemming
Wetsvoorstel aangenomen
Wetsvoorstel betreffende de verwerking van persoonsgegevens, bij deelname aan een overleg georganiseerd op grond van artikel 458ter van het Strafwetboek
Wetsvoorstel zonder onderwerp
Voorstel tot wijziging van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers inzake de afschaffing van de eenvoudige motie
2 stemmingen
Voorstel tot wijziging reglement verworpen
Stemmingen
Stemmingen niet gelinkt aan een voorstel/ontwerp.
Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - Vincent Van Quickenborne aan Jan Jambon.
ja (78) nee (62) onthouding (3)
Stemming over amendement nr. 1 van Sofie Merckx cs op littera A50110.. (1237/3)
ja (33) nee (111) onthouding (0)
Stemming over amendement nr. 8 van Wouter Vermeersch cs op littera R10.. (1237/3)
ja (20) nee (110) onthouding (14)
Stemming over amendement nr. 7 van Sofie Merckx cs op littera R10100.. (1237/3)
ja (32) nee (110) onthouding (0)
Stemming over amendement nr. 7 van Sofie Merckx cs op littera R10100.. (1237/3)
ja (111) nee (33) onthouding (0)
Stemming over amendement nr. 7 van Sofie Merckx cs op littera R10100.. (1237/3)
ja (111) nee (33) onthouding (0)
Stemming over amendement nr. 1 van Sofie Merckx cs op littera T.. (1237/4)
ja (33) nee (108) onthouding (3)
Stemming over amendement nr. 2 van Wouter Vermeersch cs op littera 5.. (1237/4)
ja (33) nee (108) onthouding (0)
Stemming over amendement nr. 3 van Wouter Vermeersch cs op littera 5.. (1237/4)
ja (19) nee (110) onthouding (14)
Stemming over amendement nr. 3 van Wouter Vermeersch cs op littera 5.. (1237/4)
ja (102) nee (42) onthouding (0)
Stemming over amendement nr. 3 van Wouter Vermeersch cs op littera 5.. (1237/4)
ja (113) nee (0) onthouding (31)
Cour constitutionnelle – Comptes 2024. (983/1-5)
ja (94) nee (0) onthouding (50)
Cour constitutionnelle – Budget 2026. (983/1-5)
ja (78) nee (0) onthouding (65)
Hoge Raad voor de Justitie – Rekeningen 2024. (983/1-5)
ja (112) nee (0) onthouding (29)
Hoge Raad voor de Justitie – Begrotingsaanpassing 2025. (983/1-5)
ja (97) nee (0) onthouding (46)
Vast Comité van toezicht op de politiediensten – Rekeningen 2024. (983/1-5)
ja (110) nee (0) onthouding (30)
Vast Comité van toezicht op de politiediensten – Begroting 2026. (983/1-5)
ja (98) nee (0) onthouding (45)
Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten – Rekeningen 2024. (983/1-5)
ja (113) nee (0) onthouding (30)
Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten – Tweede begrotingsaanpassing 2025. (983/1-5)
ja (98) nee (0) onthouding (46)
Federale ombudsmannen – Rekeningen 2024. (983/1-5)
ja (112) nee (0) onthouding (30)
Federale ombudsmannen – Begrotingsaanpassing 2025. (983/1-5)
ja (98) nee (0) onthouding (46)
Autorité de protection des données – Comptes 2024. (983/1-5)
ja (94) nee (19) onthouding (31)
Autorité de protection des données – Ajustement budgétaire 2025. (983/1-5)
ja (77) nee (19) onthouding (45)
Benoemingscommissies voor het notariaat – Rekeningen 2024. (983/1-5)
ja (92) nee (0) onthouding (50)
Benoemingscommissies voor het notariaat – Begrotingsaanpassing 2025. (983/1-5)
ja (77) nee (0) onthouding (65)
Commission BIM – Comptes 2024. (983/1-5)
ja (91) nee (0) onthouding (49)
BIM-Commissie – Begrotingsaanpassing 2025. (983/1-5)
ja (79) nee (0) onthouding (65)
Controleorgaan op de politionele informatie – Rekeningen 2024. (983/1-5)
ja (92) nee (1) onthouding (50)
Controleorgaan op de politionele informatie – Begrotingsaanpassing 2025. (983/1-5)
ja (79) nee (0) onthouding (62)
Federale Deontologische Commissie – Rekeningen 2024. (983/1-5)
ja (93) nee (1) onthouding (48)
Federale Deontologische Commissie – Begroting 2026. (983/1-5)
ja (79) nee (0) onthouding (64)
Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen – Rekeningen 2024. (983/1-5)
ja (92) nee (0) onthouding (49)
Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen – Tweede begrotingsaanpassing 2025. (983/1-5)
ja (79) nee (0) onthouding (64)
Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens – Rekeningen 2024. (983/1-5)
ja (92) nee (19) onthouding (30)
Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens – Begrotingsaanpassing 2025. (983/1-5)
ja (78) nee (33) onthouding (32)
Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens – Begroting 2026. (983/1-5)
ja (75) nee (31) onthouding (31)